Inhoud blog
  • De Uplandsteig in het Hochsauerland (voorstelling)
  • De Uplandsteig in het Hochsauerland (etappe1)
  • De Uplandsteig in het Hochsauerland (etappe 2)
  • De Uplandsteig in het Hochsauerland (etappe 3)
  • Vogezen 2014 inleiding
  • Vogezen 2014 dag 1
  • Vogezen 2014 dag 2
  • Vogezen 2014 dag 3
  • Vogezen 2014 dag 4
  • Vogezen 2014 dag 5
  • Droompaden Eifel-Rijn-Moezel 1
  • Droompaden Eifel-Rijn-Moezel 2
  • Droompaden Eifel-Rijn-Moezel 3
  • Droompaden Eifel-Rijn-Moezel 4
  • Habichtswaldsteig 1
  • Habichtswaldsteig 2
  • Habichtswaldsteig 3
  • Habichtswaldsteig 4
  • Trekking.Südtirol 1
  • Trekking.Südtirol 2
  • Trekking.Südtirol 3
  • Trekking.Südtirol 4
  • Trekking.Südtirol 5
  • Trekking.Südtirol 6
  • Trekking.Südtirol 7
  • Trekking.Südtirol 8
  • Trekking.Südtirol 9
  • Grimmsteig (Noord-Hessen – Duitsland)
  • Südtirol: van het Grödental in het Eisacktal
  • Premiumwandelen in het Werratal
  • Wandelparadijs Vordereifel
  • Driedaagse op de Eifelsteig in het hart van de Eifel
  • Via Spluga, culturele langeafstandswandeling
  • Eifelsteig
  • Zuid-Tirol, hooggebergtewandelingen tussen Alpen en Dolomieten
  • De Urwaldsteig-Edersee en Kellerwaldsteig
  • Op de bergkam van de Franse Jura
  • Wandelen in de Karawanken
  • Wandelen in de Nockberge - Oostenrijk
  • Wandelen en fietsen in Slovenië
  • Harzer Hexen-Stieg
  • De wildromantische vallei van de Bocq
  • NIEUW FIETSBOEK VAN EIGEN HAND
  • Land van Herve: Vervlogen tijden, groene weiden
  • NIEUW BOEK VAN EIGEN HAND
  • Wandeling op de Greenspots Heks en Grootloon
  • Het 100-jarige pad rond Monschau
  • Tussen Vesder en Hoegne op de GR 573 en GR 5
  • Dagstapper Esneux; pittige wandeling op de GR576 en GR57
  • Wandelen in Haspengouw
  • BOEKEN EN TIJDSCHRIFTEN
  • Wandellus op de GR412 “Sentier des Terrils” en GR579 Brussel-Luik
  • Wandeling Hoegne op de GR573 en lijn 44
  • Kortessem: wandel-paden-netwerk met knooppuntensysteem
  • De Via Caliga aan de Moezel
  • Wandelen over mijnterrils in het recreatiedomein “De Maasvallei”
  • BOEKEN van EIGEN HAND
  • Wandelen in de Jekervallei
  • Landschapswandeling Heks
    Zoeken in blog

    Over mijzelf
    Ik ben Guy Raskin , en gebruik soms ook wel de schuilnaam Fietscontreien en wandelcontreien.
    Ik ben een man en woon in Tongeren (België) en mijn beroep is zoals mijn passie, avontuur zoeken door er op uit te trekken in de natuur.
    Ik ben geboren op 12/05/1962 en ben nu dus 55 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: fietsreizen en wandelreizen.
    Sonja en ik hebben in 2012 de reportagevereniging "Fiets(wandel)contreien" gesticht met als uithangbord ...
    Mijn website fiets(wandel)contreien
  • fiets(wandel)contreien
    Foto

    foto boven: Karawanken
    foto onder: Jülische Alpen

    Fiets(wandel)contreien
    Reportagevereniging 'Fiets(wandel)contreien' ter promotie van fiets- en wandelreizen
    Wandelcontreien
    04-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Urwaldsteig-Edersee en Kellerwaldsteig
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wandelen in Buchonia, het rijk der beuken.

    Ten tijde van de Romeinen was Duitsland voor driekwart bedekt met loofwouden met als overheersende boomsoort de beuk. De Duitse kwaliteitswandelwegen Urwaldsteig-Edersee en Kellerwaldsteig laten je kennis maken met het natuur- en nationale park Kellerwald-Edersee, één der grootste overgebleven beukenwouden in Hessen.


    Het nationale park Kellerwald-Edersee

    Midden in Duitsland, aan de Edersee, ligt qua grootte en authenticiteit een uniek beukenwoud. Het ca. 5724 ha grote nationale park Kellerwald-Edersee ligt in een oud middelgebergte en telt een vijfhonderdtal bergen of heuvels. Op de arme grond van de steile leisteenflanken rond de Edersee ontwikkelt zich een voor Europa uniek loofwoud van zeer oude dwergloofbomen met bizarre boomstructuren. Doelstelling van een nationaal park is dat minimaal 75 % van het woudgebied onaangeroerd blijft. In het nationale park Kellerwald-Edersee bedraagt de menselijke inmenging zelfs minder dan 5 %. Onder het motto de natuur zijn gang laten gaan, blijven gevelde bomen liggen. Hierop krijgen zeldzame insectensoorten, waaronder vele soorten kevers, de kans zicht te ontwikkelen. Inheems wild als everzwijn, hert, ree, zevenslaper, hermelijn, das, boommarter, vos zijn bewoners van het woud. Onder de 35 bedreigde vogelsoorten vind je havik, buizerd, oehoe en zwarte ooievaar alsook 15 van de 24 in Duitsland voorkomende vleermuizen. Andere bewoners zijn vuursalamanders, spechten, hertenkever, … Een onderzoek loopt naar de mogelijke terugkeer naar de wouden van de uiterst schuwe wildkat. In 1934 is de Noord-Amerikaanse wasbeer in de bossen uitgezet. Door het uitblijven van natuurlijke vijanden breidt het woongebied van deze lefgozer zich intussen uit tot aan de stadsrand van Kassel. Op nachtelijke strooptochten schuwt hij de civilisatie niet en richt een ware ravage aan in woongebieden op zoek naar eten.

    Wandelen in ongerept oerwoud is niet zonder risico. Gevelde bomen hangen in andere bomen. Door rotting na verloop van tijd of bij een windvlaag bestaat een acuut gevaar voor vallende bomen. Het is dan ook raadzaam op de door de “Rangers” gevrijwaarde bewegwijzerde paden te blijven om dit risico te minimaliseren.


    Urwaldsteig-Edersee versus Kellerwaldsteig

    De 68 km lange Urwaldsteig-Edersee is een unieke wandelroute over veelal natuurpaden door een zeer gevarieerd landschap rondom het stuwmeer “Edersee”. Een totaal aan 3813 hoogtemeters vertelt ons dat de route zich afspeelt op de hoogtes en laagtes van de steile bergflanken die uit het meer oprijzen. Op die hoogtes geniet je van de talrijke panorama’s over het meer of wandel je op een smalle bergrichel voorbij aan knoestige eiken en beuken die in hun groei geremd zijn door de arme leisteenbodem en hierdoor bizarre vormen aannemen. De Urwaldsteig is in drie tot zes dagen te wandelen. Een driedaagse vanuit Waldeck, Waldhotel Wiesemann bij de aanlegsteiger of vanuit Nieder-Werbe Hotel-Restaurant Werbetal, is combineerbaar met het schip. Beide hotels verzorgen eveneens personentransport zowel op de Urwald- als de Kellerwaldsteig. Voor de trekkers, van slaapplaats naar slaapplaats, is een degelijke planning te overwegen omdat aan de zuidoever van het meer, uitgezonderd kampeerders, de overnachtingsmogelijkheden eerder beperkt zijn. Wij trekken met bagagetransport van het Flairhotel in Nieder-Werbe naar een gastenkamer in Harzhausen en een vakantiewoning nabij de stuwdam in Edersee. Alle overnachtingsmogelijkheden die het certificaat “Wanderbares Deutschland” dragen en een arrangement Urwaldsteig aanbieden nemen overnachtingen aan voor één nacht en verzorgen of organiseren bagage- en personentransport.

    De Kellerwaldsteig is 153 km lang en loopt ten noorden van de Edersee vaak parallel met de Urwaldsteig-Edersee. Waar deze laatste iedere landtong meeneemt, schiet de Kellerwaldsteig over de heuvels heen. Hij is zodoende ideaal te combineren met de Urwaldsteig-Edersee om een route te verlengen of in te korten. Op de uiteinden van het meer maakt de Kellerwaldsteig een grote lus naar het zuiden. Ook op deze route zijn fascinerende landschappen te bewonderen, maar daar waar de Urwaldsteig na iedere bocht varieert, zijn hier de specifieke natuurgebieden verbonden door bredere bos- en landwegen.


    Knorrige eiken en hemelsbreedte

    We starten onze driedaagse op de Urwaldsteig-Edersee in Nieder-Werbe. De eerste etappe is gelijk de langste en bedraagt 31 km. Een bosweg langs de zomerrodelbaan brengt ons op een hoogte. Het pad daalt en een pijlwegwijzer wijst ons de weg naar de “Knorreichenstieg”, een pad langs een steile leisteenbergflank waar knorrige eiken zich trachten te handhaven. Het hout van deze macabere vaak uitgeholde bomen met verwrongen wortels is zo hard dat, voordat de bomen bescherming genoten, de houthakkers na verwoede pogingen het hakken voor gezien hielden. Een pad beveiligd door een kabel in de bergflank van de Lindenberg brengt je op het puntje van de smalle landtong met rustbank en infotafel. Een rotsig pad loopt over de bergkam terug landinwaarts, met het vervolg van de “Knorreichenstieg”. Zo bereiken we het boven een inham gelegen Asel. We volgen de “Nelkenstieg”, deel van de Kellerwaldsteig, naar de hoger gelegen dorpskern. Midden op een kruispunt staat een oude linde, erachter ligt het gasthuis “Sauer” waar wij een maaltijd nemen. Tot onze verbazing zijn soep en dessert in de prijs inbegrepen. De volgende grote landtong snijden we af door de Kellerwaldsteig over de berg heen te volgen naar Herzhausen. De route loopt over een kleurrijk klinkerpad op de oever van het meer achter de huizen door ... voorbij aan een laatste terrasje. We wandelen enkele kilometers de vallei van de Eder in, langzaam omhoog doorheen een toegangspoort van het nationale park Kellerwald-Edersee. Het landschap verandert onmiddellijk. In grote bochten, constant en gematigd klimmend, kruisen we over een breed graspad enkele beekvalleitjes. De “Loreley van de Eder”, een vooruitstekende hoge rots, gunt ons een spectaculair uitzicht op de Eder. Een windvlaagje ligt aan de oorzaak van een oorverdovend gekraak. Een in januari door de orkaan “Kyrill” gevelde reus, op enkele meters van ons vandaan, zakt door een boom waarop deze leunde. We verlaten de vallei en trekken dieper het bos in. Even later staan we op de heuvelkam met de ludieke naam “Himmelsbreite”. Door de toegangspoort van het park bereiken we na twee kilometer afdaling het dorpje Harzhausen waar we overnachten in het boerenpension “Büchsenschutz”.


    Buchonia, een beukenwoud dat nooit verveelt

    Vanaf de “Himmelsbreite” loopt een mooi pad in de bergflank op de zuidoever van het meer naar Asel-Süd. Plots klimmen we via een rotachtig pad naar een poortje, een infobord waarschuwt voor vallende bomen over een lengte van 800 m en we denken dadelijk terug aan gisteren. In vele serpentines bereiken we de meeroever die we een tijdje volgen. Via de smalle beekvallei van de “Wieslohgraben” komen we op een vochtig plateau met beemdvegetatie. Om een hap te eten zijn we verplicht af te dalen naar Bringhausen, een gehucht uitgegroeid tot camping- en vakantiehuisjesoord. Het eethuis “Endstation” ligt op het einde van de camping aan het meer, aan de steiger waar de veerboten aanleggen. Vanaf het kerkje loopt een aanlooproute bergop voorbij aan de “Fünfseenblick”, maar wij kunnen maar vier blauwe plekken in het landschap ontdekken. Na een toegangspoortje maakt een graspad hoog in de bergflank van een diep valleitje verbinding met het hoofdpad, eveneens op hoogte boven de beek “Keßbach”. De “Sauermilchplatz” is een kruispunt van boswegen met schuilhut en picknicktafel. Onder een Lindeboom gedenkt een grafsteen de oude hoofdboswachter “Carl Kruhoffer”. In een holle weg klimmen we doorheen het grote open beukenwoud, daarna baant het pad zich een weg door een haag van jonge beuken. “Buchonia” doet zijn naam eer aan, twee uur klimmen we sinds onze middagpauze door een beukenwoud dat om de haverklap verandert van decor, naar de hoogspaarbekkens van de elektriciteitsmaatschappij die ook de turbines beneden aan de stuwdam beheert. Plots gaat het pijlsnel naar beneden, van boom naar boom. Bij regenweer een hachelijke klus. Een pad kronkelt langs de bergflank terug naar boven, voorbij een open plek met vele reusachtige lindebomen. Even verder is een gevelde boomstam bewerkt tot rustbank met een prachtig panorama op de heuvels achter het stuwmeer. Nu gaat het in dalende lijn met vele serpentines naar de Affolderner See, een kleiner stuwmeer in het verlengde van de Edersee. De Kellerwaldsteig komt hier met onze route samen en een variante hierop loopt over Hemfurth naar Edersee aan de stuwdam, waar we overnachten.


    Panorama’s en oerwoudpad

    zomer 2007 is niet van de droogste. De rivieren en beken zijn goed gevuld. Meer dan 900 natuurlijke bronnen telt het nationale park Kellerwald-Edersee. Samen met de Eder vullen deze het stuwmeer en het is 51 jaar geleden dat het stuwmeer nog eens overliep in de zomermaand augustus. Drie dagen stort de enorme watermassa in een brede waterval naar beneden. Op een heuveltop waakt de burcht Waldeck over het stuwmeer. We wandelen over de stuwdam en klimmen via de aanlooproute naar het uitzichtpunt boven de vallei. Van hierboven is het pas echt genieten van de kunstmatige waterval. Een bospad leidt ons naar een volgend panorama. De “Kanzel” biedt een heerlijk zicht op het stuwmeer, de burcht en het stadje Waldeck. Het meer is een paradijs voor zeilers. Aan de steigers in de jachthavens liggen ontelbare zeiljachten. Een oerwoudpad in de ware zin van het woord gaat steil naar beneden langs een omgevallen boomreus doorheen kreupelhout. Gevolgd door een passage over een houten loopbrugje tegen een loodrechte valleiwand geplaatst. Nu gaat het steil bergop in de steile heuvelflank, voorbij aan enkele knoestige eiken naar Waldeck. In het stadje leidt het pad steeds hoger, langs de middeleeuwse buitenmuur tot bij een rustbank op het uiteinde van een rots. Een wegwijzer geeft de kilometerafstanden naar Sidney, Tokio, Singapur, New York… zelfs naar de Noord- en de zuidpool. Voor ons het kasteel waar wij, na een maaltijd op een panoramaterras, langzij naar beneden wandelen. Na enkele bredere boswegen dalen we via een smal pad in het Bärental. Een houten brug brengt ons naar de overkant. Niet veel later een splitsing met naar boven een afgeleide route over de “Mühlecke”, een steile leisteenhelling met eeuwenoude knorrige eiken, en de “Hengstwiese”, een zompige weide. Het hoofdpad loopt onder de “Mühlecke” door in de steile leisteenflank en daalt naar Nieder-Werbe.


    Vuursalamanders en kunst in het woud

    In Hemfurth/Edersee stoot de Urwaldsteig terug op de Kellerwaldsteig en kan je in een etappe van 23 km over Kleinern naar Reinhardshausen dat door een kuurpark verbonden is met Bad Wildungen. Wij slaan deze etappe over en starten in Reinhardshausen voor een tweedaagse op de Kellerwaldsteig. Een aanlooproute leidt naar de bossen en even later stoten we op twee bronhuizen. Het water van de Stahlquelle en even verder dat van de Talquelle zijn ijzer- en zwavelhoudend. Het heeft dan ook een apart smaakje. De bron is het begin van het bergriviertje de Talgraben dat in een smalle diepe door de heuvels trekt. Via een houten brugje komen we in een nog smaller zijvalleitje met groot verval. Het rotsrijke Sondertal is de leefruimte van de vuursalamander. Het pad klimt door een groene gordel naar boven onder het helse lawaai van talrijke bruisende watervallen. Vanaf Oderhausen gaat het over een asfaltstraatje bergop terug naar de bossen, over de waterscheiding in de vallei van de Urff. We volgen het riviertje stroomafwaarts naar Bergfreiheit. Infopanelen geven uitleg over fauna, flora en een steengroeve. Levensgrote krijten beelden van sneeuwwitje en de zeven dwergen verwelkomen ons in Bergfreiheit. Hier zijn twee eethuizen waarvan één in de watermolen van een stenenslijperij. Een pad brengt ons uit het dal op bredere boswegen en op één van de kruispunten met de naam Hermanns Eck staat een troon gemaakt uit berkenstammen. De bodem wordt zanderig en de vegetatie verandert. Het bos bestaat nu uit beuken, berken en dennen, ertussen groeien grassoorten en heide. Steil gaat het naar beneden in de vallei van de Wälzebach. We lopen door een weide en steken de B485, een verkeersweg, over. Op de volgende heuvel komen we kunstwerken tegen, verspreid in het bos. We verlaten de brede grindweg voor een ruig veenachtig pad met hoge varens. Één van die kunstwerken is een 3 meter hoge grote houten letter “R”, met luiken waarin door vocht aangetaste boeken steken. Even verder staat een op een zetel gelijkend groot rotsblok met daarachter een horizontaal geplaatste boomstam. Mensen zetten zich op de “Sorgenstuhl” en laten hun op briefjes geschreven zorgen achter onder stenen op de boomstam. Aan de bosrand liggen de Hoogwald Klinieken van Bad Zwesten. Door het kuurpark bereiken we het centrum.


    Hoog, hoger, hoogst

    De volgende ochtend wandelen we over de velden naar Oberurff-Schiffelborn met in onze rug het silhouet van Bad Zwesten. De Kellerwaldsteig gaat linksaf een graspad naar beneden. Maar wij lopen de klinkerweg verder naar boven, naar de toren van de ruïne Löwenstein voor een verreikend uitzicht. Op het terrein kan je iets drinken in een “Jausenstation”. Na een valleitje waar we rond een vijver draaien beginnen we aan de klim naar de Wüstengarten. De eerste vier kilometer overwinnen we daarbij over brede boswegen 350 hoogtemeter. Op de heuveltop “Hunsrück” loopt een pad over de heuvelkam naar de “Wüstengarden”, met 675 m het hoogste punt in het Kellerwald. De kam deed vroeger dienst als grens want om de haverklap kom je oude grensstenen tegen. Op de top staat een 26 m hoge houten uitzichttoren. De beklimming ervan is bekijvend en dat is niets voor de bek van Sonja die zich op een rustbank legt te zonnen. Zo een houten constructie is uiterst windgevoelig en een licht briesje maakt de toren al aan het wankelen en de adrenaline in je lichaam stijgen. Op het uitzichtplatform krijg ik een spetterende beloning, een 360° panorama zo ver als de horizon reikt. De Wüstengarten is een geliefd wandeldoel, dat merken we als nog enkele andere wandelaars uit verschillende richtingen toestromen. We dalen over een graspad tussen hopen stenen, resten van een Germaanse ringwal, verder over de kam. Een hoopje rotsen met een groot uitstekend blok noemt “Muizenval”. Even verder loopt een paadje naar rechts, naar een volgende rotsformatie. Enkele rotsstenen naar boven klauterend staan we bij een bergkruis op een uitstekende rots hoog boven de vallei, de Exhelmererstein. Aan het kruis hangt een metalen kastje met daarin een logboek. Een bredere bosweg loopt nu alsmaar naar beneden tot aan de bosrand. Deze volgen we een tijdje en dalen dan naar het dorpje Densberg in de vallei van de Gilsa, onze eindbestemming. Vanuit Densberg rijdt enkele keren per dag een bus naar Bad Zwesten. Een andere terugkeermogelijkheid biedt zich aan in Jesberg. Daarvoor volg je 3 km de Kellerwaldsteig tot aan de Helenenbron in de buurt van de kop van de Hundskopf. Een aflooproute van 4 km loopt op de kam naar een recreatiegebiedje met camping in Jesberg. Het centrum ligt 1 km verder en biedt meerdere busverbindingen naar Bad Zwesten.


    Dwars door het nationale park over de Quernstweg

    Een mooie halve dagwandeling om kennis te maken met het leven in de het nationale park Kellerwald-Edersee is de Quernstweg die van zuid naar noord het woud kruist. De eigenaar van het Waldhotel Wiesemann zet ons af bij de Kellerwaldklok aan de bosrand ten noorden van Frankenau. Dit bezoekerscentrum informeert op interactieve wijze over de fauna en flora in het nationale park. Onder begeleiding van twee “Rangers” wandelen we over het woudhistorisch leerpad omhoog naar een grasvlakte met daarop de Quernstkerk die volledig opgebouwd is uit materialen uit het woud. Een oriëntatietafel geeft uitleg over de heuvels aan de horizon. Onderweg verhalen infoborden, reproducties van een kolenmeier, een wolfskuil en andere attributen de geschiedenis van het woud. We blijven langzaam klimmen naar het “Frankenauer Tor”, een kruispunt van boswegen bij de Ahornkopf. Erachter ligt de Traddelkopf, met 626 m de hoogste berg in het nationale park. Aan het volgende kruispunt, de Elisabether Platz, staat de “Bathildshütte”, een oud jachthuis van de Waldecker vorsten. De Quernstweg loopt verder rechtdoor over de kam maar wij volgen links de bosweg in het parallelliggende “Bänfetal”. Door de vallei die dient als rustplaats voor de wouddieren loopt bewust geen bewegwijzerde wandeling. We ontdekken sporen van herten en wroetplaatsen van everzwijnen. De maggie-achtige kruidengeur vertelt ons dat de everzwijnen in de buurt zijn. Bij de monding van de Bänfe-beek in de Edersee steken we de berg over naar Bringhausen. Het schip vaart ons over naar Waldeck Strandbad.


    Foto's: http://foto.telenet.be/9715244201

    Praktische fiche

    SITUERING: 50 km ten westen van Kassel

    BEWEGWIJZERING: Urwaldsteig-Edersee = blauwe bol met “U/E” erin; variante of aan- en aflooproute = blauwe bol

    Kellerwaldsteig: witte gekrulde “K” op rode achtergrond, variante = witte gekrulde “K” op groene achtergrond, aan- en aflooproute = gele gekrulde “K” op zwarte achtergrond

    ROUTE:

    Trekking zoals wij het deden:

    Etappe Urwaldsteig-Edersee 2: Nieder-Werbe – Harzhausen = 31 km; 8:30 uur

    Etappe Urwaldsteig-Edersee 3: Harzhausen – Edersee/Hemfurth = 26 km 7:30 uur

    Etappe Urwaldsteig-Edersee 1: Edersee/Hemfurth – Nieder-Werbe = 15 km; 4 uur

    Etappe door nationale park Kellerwald-Edersee: Frankenau – Grindhausen = 13 km; 3:30 uur

    Etappe Kellerwaldsteig 1: Edersee/Hemfurth – Reichenau/Bad Willingen = 24 km; 7 uur of 29 km; 8:15 uur

    Etappe Kellerwaldsteig 2: Reichenau/Bad Willingen – Bad Zwesten = 24 km; 7 uur

    Etappe Kellerwaldsteig 3: Bad Zwesten – Densberg/Jensberg = 19 km; 5:30 uur of 24 km; 7 uur

    VERVOER:

    MET DE AUTO: A7 afrit Homberg/Efze

    MET DE TREIN: ICE naar Frankfurt en Kassel Wilhemshöhe, met bus naar Bad Wildungen, Edertal-Hemfurth en Waldeck

    LOGIES:

    Waldhotel Wiesemann, Oberer Seeweg 1-2, D-34513 Waldeck, tel: +49 5623-53 48, www.waldhotel-wiesemann.de, waldhotel-wiesemann@t-online.de 

    Krüger Holidays, Hagebuttenweg 2, D-34549 Edertal,  tel: +49 5623-20 19, www.krueger-holidays.de, gast@krueger-holidays.de 

    Hotel-Restaurant Werbetal, Uferstraße 28, D-34513 Waldeck-Niederwerbe, tel: +49 5634-97 96 0, www.hotel-werbetal.de, werbetal@aol.com 

    Bauernhofpension Büchsenschütz, Seestraße 24, D-34516 Vöhl-Harbshausen, tel: +49 5635-28 6, www.edersee-bauernhof.de, info@edersee-bauernhof.de 

    Hotel-Restaurant Schwanenteich, Hauptstraße 4, D-34537 Bad Wildungen-Reinhardshausen, tel: +49 5621-78 60, www.hotel-schwanenteich.com, hotel-schwanenteich@t-online.de 

    Landhotel Kern, Brunnenstraße 10, D-34596 Bad Zwesten, tel: +49 5626-99 70, www.landhotel-kern.de, hotelkern@aol.com 

    BROCHURE:

    KAARTEN EN GIDSEN: Rad- und Wanderkarte Kellerwald-Edersee 1:35000; Outdoor-gidsje Kellerwaldsteig www.conrad-stein-verlag.de; wandelgids Urwaldsteig-Edersee Wanderführer

    INFO: Touristik Service Waldeck-Ederbergland GmbH, Südring 2, D-34497 Korbach, tel: +49 5631-95 43 62, info@waldecker-land.de, www.waldecker-land.de

    INTERNET: www.urwaldsteig-edersee.de, www.naturpark-kellerwald-edersee.de

    ARRANGEMENTEN: 

    Waldhotel Wiesemann: Wandelen op de Kellerwald- en Urwaldsteig: 2 nachten = € 160; 3 nachten = € 240; 5 nachten = € 375; 7 nachten = € 460; inclusief ontbijt, lunchpakket, 3-gangen menu, transfer naar startpunt en afhaling eindpunt, wandelkaart, zwembad, één rug en nek massage, …

    Hotel-Restaurant Werbetal: 3 dagen wandelen op de Urwaldsteig: 3 nachten in HP incl. toegang saunalandschap vanaf € 175; arrangementen voor Kellerwaldsteig op aanvraag

    Landhotel Kern: Wandelen in het natuur- en nationale park Kellerwald-Edersee: 3 N of 6 N in VP (= lus 99 km in 5 etappes op Kellerwaldsteig ten zuiden van Edersee); prijs afhankelijk van aantal deelnemers, transfer niet inclusief = € 39 of € 66



    04-05-2011 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (1)
    02-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Op de bergkam van de Franse Jura
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    "Crêt de la Neige" en "Grand Crêt d'Eau"

    Het middelgebergte van de Jura bestaat uit een reeks langgerekte heuvelruggen die het grensgebied tussen Frankrijk en Zwitserland van noordoost naar zuidwest doorkruisen. In Frankrijk beslaat het de departementen Doubs en Jura in de regio Franche-Comté en het departement Ain in de regio Rhône-Alpes.
    Hier beweegt jong en oud zich het ganse jaar in wandelschoenen, op mountainbikes of op langlauflatten. Uitgestrekte plateaus, uitgestrekte beuken- en sparrenwouden, zacht glooiende heuvels, eindeloze sneeuwvlaktes, een enige fauna en flora en mooie panorama's maken van de Jura een paradijs voor de vrijetijdssporter. De hoogste toppen vind je in het land van Gex in het departement Ain, op enkele stappen van de Zwitserse grens. Bij helder weer geniet je vanaf de bergkam en de toppen van de bergketens "Crêt de la Neige" en "Grand Crêt d'Eau" van prachtige panorama's op de Alpen en het Centraal massief. De VTT-route en de langlaufroute zijn respectievelijk 370 km en 175 km lang. De totale lengte van de wandelroute tussen Mandeure en Culoz bedraagt 400 km, varianten laten een inkorting van de afstand of luswandelingen toe. De organisatie GTJ (Grandes Traversées du Jura) staat individuele wandelaars bij in hun zoektocht naar overnachtingen, wandelroutes en transport naar de routes. Ze stelt eveneens gidsen en kaarten ter beschikking. www.gtj.asso.fr

    De Jura is een oud berggebied aan weerszijden van de grens tussen Frankrijk en Zwitserland. Hoewel deze regio al behoorlijk bergachtig is, vormt ze slechts een aanzet tot de hogere toppen van de Alpen. Van noordoost naar zuidwest liggen de toppen parallel aan elkaar. De lengtedalen zijn onderling verbonden door bergpassen of door rotskloven (cluses). Naar het zuidoosten daalt het gebergte met een hoge, steile wand af naar het Zwitserse Mittelland. In het zuiden zijn de hoogste bergtoppen: Crêt de la Neige (1717,6 m) in Frankrijk, en de Mont Tendre (1678,8 m) in Zwitserland. Naar het noordoosten toe zijn de bergen betrekkelijk lager.
    Het gebergte is voor veertig procent bedekt met bos en is dan ook genoemd naar het Latijnse "Jura" (bos). De meest voorkomende bomen zijn, afhankelijk van de hoogte, eiken, beuken (500 - 800 m) en sparren (boven de 1000 m). Het Juragebied kent grimmige vormen: opvallende bergplooien, grotten, eigenaardige waterstromen en zoutformaties. Het klimaat is, vooral in de Franse Jura, vochtig en 's winters ruw en koud. De zomers zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in de Alpen, niet uitgesproken warm. Op de bergrug kom je zeker gemzen tegen en met wat geluk ontwaar je enkele koningsadelaars.
    De bergen zijn er minder hoog dan in de Alpen. De hoogste toppen vind je in de bergketens Crêt de la Neige en de Grand Crêt d'Eau. De wandeling loopt grotendeels over de bergkam van top naar top, waar bij helder weer het genieten is van spectaculaire panorama's op het Mont Blanc massief in de Alpen, het Centraal massief en het meer van Léman. In drie dagen tijd leg je 49 km af op uitstekend bewegwijzerde paden. Bellegarde-sur-Valserine is goed bereikbaar met openbaar vervoer. Het openbaar vervoer per bus naar het startpunt in Mijoux is frequent, maar rijdt niet op zondag.

    Van Mijoux naar de Refuge de la Loge (Lelex) (6u)

    De gîte de Michaille in Mijoux serveert aan nieuwe gasten die logeren op basis van half pension een authentieke maaltijd. Een kaasfondue à la jurrassiene met de kazen Bleu de Gex, Comté en Morbier als ingrediënten. De eigenaar biedt wandeltochten aan per ezel, maar niet op het door ons gevolgde parcours, draaipoortjes en draadafrasteringen beletten dit. Een bijzonderheid is het tuintje tegenover de gîte dat afgebakend is door afgedankte skilatten. De mengeling van blauw, groen, wit en rood zorgt voor een kleurrijke omheining. De kerk uit golfplaten muren is een andere rariteit. De wandeldriedaagse loopt over de hoogste pieken van de Jura parallel aan de volledige lengte van de bergrivier de Valserine. Bij uiterst slecht weer in de bergen kan het mooie wandelpad op de oever van deze rivier naar Lelex een alternatief lijken voor de eerste etappe. Via de GR9 bereik je dan de refuge de la Loge. Dit boek behandelt doch bergvakanties en de Col de la Faucille (1323 m) aan de verkeersweg van Mijoux naar Gex is de geknipte aanloop naar de hoog geprezen bergkam. De klim vanuit Mijoux (985 m) naar de parking van de Col de Faucille (1318 m) gebeurt via boswachterswegen onderbroken door een ruw rotspad. De verdere klim naar de Grand Montrond (1596 m) blijft de GR9 volgen met hetzelfde concept aan paden ... langs de chalet van de Col de Crozat. Ondertussen ben je de boomgrens gepasseerd en het pad dat in de vegetatie verdwijnt, neemt een directere weg naar de kam, recht tegen de bergflank aan. Boven het mos steken dertig centimeter korte paaltjes uit, met daarop de GR-beschildering. Opzet van dit systeem is dat je bij het aangekomen paaltje letterlijk op zoek gaat naar het volgende, dit zijn de enige steunpilaren die je hebt om de kam te bereiken. De gîte-uitbater zal je dan ook bewust wijzen op de gevaren bij mist of sneeuwval. Gelukkig hangen de wolken en de mist vaak in het dal en steekt de bergkam er bovenuit. Stel je de emoties eens voor, boven op de bergkam staand in de mist, en in een vingerknip ... een oogpink, sta je oog in oog met een bergtop ... de wolken tegen de ene bergflank beukend en langs de andere wegglijdend. De vraag stellend wat het meest imponerend is, het dieptezicht op het meer van Léman bij helder weer of de bergeilanden in een onstuimige zee van wolken. Over de bergkam gaat het nu voorbij aan de pas van l'Echine en de Cirque de Branveau naar de Colomby de Gex (1688 m). Reeds van ver herkenbaar door zijn eifeltorenachtig ijzervlechtwerk. Over de kam wil niet zeggen zonder enig niveauverschil, integendeel tot de Colomby de Gex liggen vier toppen tussen de 1614 m en 1597 m. Telkens voorafgegaan door een korte stevige klim en gevolg door een gelijkwaardige afdaling. Daarbij ligt de pas van l'Echine (1580 m) net voor de Colomby de Gex. De bergflank naar Zwitserse zijde is een diep rotsig ravijn met een dieptezicht van duizend meter op het land van Gex en de vlakte van Léman. De Cirque de Branveau staat gelijk met het einde van deze afgrond. De terugblik op de Grand en Petit Montrond (1533 m) is beklemmend net als de blik op het meer van Léman en het alpenmassief met de Mont Blanc. De berg in de verte achter de Montrond-tweeling is de Döle (1678 m). De parallel lopende bergkam aan de overzijde van de vallei van de Valserine noemt de Hautes Combes met de Crêt de Chalam (1545 m) als hoogste top. Buiten de eerder beschreven geografische meesterwerken krijg je vanaf de top van de Colomby de Gex als extraatje de met bomen begroeide flank van de Crët de Neige (1717,6 m) te zien. De bergkam verbreedt zich, het ravijn vervalt en het wandelpad verwijdert zich van de rand. Opnieuw een zoeken naar de korte paaltjes en verfstrepen op stenen. Op en neer deinend over nogmaals twee toppen (1680 en 1631 m) om dan af te dalen naar het bergstation van de kabelbaan van Lelex en de refuge de la Loge. Beiden zijn bij helder weer al van ver zichtbaar. Gelukkig, want de met skipistes uitgeruste brede bergrug in de buurt van het bergstation bezit meerdere hernieuwde boswachterswegen waar de wandelmarkingen blijkbaar onder geleden hebben en bij wijlen uitblijven. Een rotsig pad leidt vanaf het bergstation naar de bewaakte refuge de la Loge (1436 m). Deze refuge is een berghut die in de komende jaren een renovatie wacht. Op de zolderetage met schuifvenstertjes, zicht gevend op de rustieke gemeenschapskamer, liggen dertig matrassen met zuivere overtrekken. De bevoorrading van de wasbakken gebeurt door regenwater, opgevangen van het dak. De uitbater wijst op zijn twee Turkse toiletten, wij noemen dit Franse ... Slapen gaan voor de zonsondergang in de bergen is uit den boze.

    Van de Refuge de la Loge (Lelex) naar Menthières (6u45)

    Vanuit de refuge de la Loge (1436 m) krijg je twee mogelijkheden aangeboden om de Crêt de la Neige te bereiken waarnaar de bergketen genoemd is. Indien je gekomen bent om zoveel mogelijk over de bergkam te lopen, kan je deze rechtstreeks beklimmen. Kies voor verandering van spijs de route over de Brulat d'en Haut (1505 m). Een op en neer dansende boswachtersweg door een hemels dennenbos eindigt bij de chalet aan deze berg. Een stenig pad met heerlijke uitzichten op de vallei van de Valserine eindigt bij de draadafrastering op de bergkam. De top van de Crêt de la Neige (1717,6 m) ligt ietsje naar links en de Reculet (1717,4 m) een eindje verder rechts. De hoogtes aan deze toppen meegegeven zijn relatief, recente metingen geven weer dat de Reculet hoger is dan de Crêt de la Neige. In ieder geval is de Reculet door zijn kaalheid, puntige top en groot ijzeren bergkruis imposanter dan de langgerekte met bomen begroeide Crêt de la Neige. Indien je richting Zwitserland kijkt vanaf de top van de Reculet (1717,4 m) aan de voet van het immense kruis, krijg je in alle richtingen grootheden te zien. Voor je de Mont Blanc (4808 m) omringd door andere Alpenreuzen, links de Crêt de la Neige (1717,6 m), rechts de Crêt de la Goutte (1621 m) en achter de Crêt de Chalam (1545 m) en beneden alle andere al opgesomde fenomenen. De blik naar rechts is even slikken, het pad loopt over een sterk versmalde bergrug met bizarre vormen en steeds steilere flanken. Bij de Roche Franche, een sikkelachtige rotswand aan de rechterzijde, verander je van berghang (1654 m), het begin van een pad over de smalle kam, langs loodrechte rotswanden op steil naar beneden lopende grasweiden. Je moet achterdoor aan een boven de kam uitstekende rots (1644 m), een passage waar je even naar opkijkt. Langs de voorkant loopt een smal pad naar de "Grotte de la Marie du Jura". Een weesgegroetje komt best van pas bij een eventueel bezoek aan de Mariagrot. Een misstap staat voor honderden meters vrije val. Het einde van de rotswand geeft uit op tachtig meter lager liggende grasweiden met nog dieper de chalet "La Polvette" (1443 m). De eerste meters moet je afdalen over een, van de loodrechte rotswand wegdraaiende, meterbrede richel met los gesteente. Daarna kan je in het gras neerploffend genieten van de groene hoogvlakte aan je voeten. Nog even op de nu wat bredere kam met loodrechte rotswand en dan ga je opnieuw dalen richting Gralet voorbij aan de "Passage du Gralet", een bergpas waar de mist en de wolken doorheen trekken ... indien die er zijn. Je komt nu bij de boomgrens en de bewaakte refuge van de Gralet (1461 m). Even loop je over een boswachtersweg die je in een bocht verlaat voor een pad. Het lijkt wel de rimboe maar dan aangevuld met dennen en sparren: smal, rotsig, groen, vochtig, op en neer, even naar de andere bergflank en terug ... het hoort er allemaal bij. De deels onbewaakte refuge van de Poutouille (1446 m) is een schuilhut in geval van uiterste nood. De slaapbritsen bestaan uit vier aan elkaar geklopte halve boompjes met een matras ertussen, in een hoek ligt gekapt hout voor de roestig zwart geblaakte stoof. Verwijderd van de hut staat een toilethuisje ... erin een gat in de grond. Een alles behalve hygiënische verblijfplaats, maar dit hoort bij een tocht in de bergen. Nog even naar beneden om daarna de Pelaz (1375 m) te bestijgen. De wandelwegwijzer naar Menthières met geel-rode markering van de GR de pays Grand Tour de la Valserine luidt een afdaling in naar het kleine skioord in een hoogtevallei. Afdaling is een mooi woord, regelrecht naar beneden langs de met enkele dennenbomen getooide supersteile bergflank naar de boskant om daar verder te glijden tot op een boswachtersweg (1240 m). Menthières (1066 m) telt slechts vijftien inwoners, maar bezit wel twee skiliften en een skidorp. De gîte "Ferme Chez Felix" telt vier gezinsleden en maakt dus een kwart van de bevolking uit. De eerste eetwarenwinkels zijn vijftien kilometer verwijderd, proviand in de gîte aangeboden is hierdoor grotendeels van eigen makelij ... en smakelijk.

    Van Menthières naar Bellegarde-sur-Valserine (7u)

    Deze etappe maakt van begin tot einde deel uit van de GR de pays Grand Tour de la Valserine. De klim van Menthières (1066 m) naar de Crêt de la Goutte (1621 m) van de bergketen Crêt d'Eau is even op de tanden bijten. Op vijf kilometer overwin je liefst 556 hoogtemeter, waarvan de eerste drie het zwaarst doorwegen. De benaming van deze bergketen bezit twee etymologische versies. Eerst zijn er de protestanten uit Bourges en Genève die in 1590 pelgrimeerden naar het klooster van Chézery in de vallei van de Valserine. De katholieken dulden dit niet en bakenden hun gronden af met borden met de Latijnse inscriptie "Credo" (ik geloof). Een andere uitleg is dat herders in de twaalfde eeuw als eerste de almen gebruikten voor hun kudden. Bij gebrek aan bronnen, legden zij kunstmatige poelen aan. Kuilen die zij met klei uit valleien van de Rhône en de Valserine bekleedden om zo de regen en het sneeuwwater op te vangen voor hun dieren.
    De in de bergflank uitgeholde skipiste omhoog wandelen is één, maar een open bosstrook omhoog kruipen is een ander paar mouwen en gelukkig van korte duur. Ter hoogte van de skilift stoot je op een bosweg met mooi zicht op die enkele huizen van Menthières. Deze vlakt volledig uit om vervolgens opnieuw aan te trekken tot aan de boomgrens (1400 m). Begin van een pad dat via een hek met groen wildrooster over de grasweiden verder de berg optrekt. Bij een handwijzer krijg je opnieuw te maken met geel-rode verftekens op één meter hoge palen en zijn dus beduidend hoger als deze tijdens de eerste etappe. Dit is best nodig, want ook hier is het vanaf de ene paal zoeken naar de volgende. Bij de laatst zichtbare paal wandel je gewoon rechtdoor naar de draadafrastering. Hier geen steile rotswanden maar minder agressieve naar beneden glooiende groene bergflanken. Op de Crêt de la Goutte (1621 m) zelf zijn geen verfstreepjes terug te vinden. Een wandelwegwijzer stuurt je langs de afrastering omhoog en een graspad bepaalt het volgende traject de berg op ... met kruis en oriëntatietafel. Alle zichtpunten op deze tafel vernoemen is van het goede teveel; aan de al vermelde in de eerste twee etappes kun je volgende nog toevoegen: de meren Annecy en Bourget, de vallei van de Rhône, de Colombier, Genève en het Centraal Massief. Langs de andere zijde daal je af naar een grote waterpoel waar je de bewegwijzering terugvindt. Tussen de Crêt du Milieu (1597 m) en de Crêt de Miroir (1584 m) doorwandelend ben je aan een afdaling begonnen met een niveauverschil van maar liefst dertienhonderd meter. Eerst over een groen tapijt tussen rotsige hellingen en bosstroken, één grote picknickzone met een hemelse terugblik op de Crêt de la Goutte en een blik in het ijle recht vooruit. De laatste berg en uitloper van de Crêt d'Eau noemt de Sorgia (1410 m). Tussen de chaletruïne van de Sorgia d'en Haut en de chalet Sorgia d'en Bas loopt het wandelpad even een bosstrook binnen en kiest dan, na opnieuw de grasvlakte te dwarsen, voor een spectaculaire afdaling langs de steile bosflank. Eenmaal zonder kleerscheuren beneden geraakt te zijn, blijf je over grindwegen, straatjes en paden, waarvan enkele weer zeer steil, dalen naar het dorpje Lancrans. Beneden het dorp loopt een oude tramweg die uitgebouwd is tot recreatieve bosweg voor wandelaars, joggers, VTT ... Ze verbindt over eenentwintig kilometer het gehucht La Pierre, aan de Valserine even ten noorden van Bellegarde, met Chézery, productieplaats van de kazen Bleu de Gex en Comté. Eventjes wandel je over deze tramweg, maar al vlug daal je verder naar de bergrivier de Valserine. De "Pertes de la Valserine" is het eerste wat je van de rivier te zien krijgt. Deze verdwijnt in een meters diepe kloof in het kastgesteente. Het water in een zijarm van de kloof dreef in de negentiende eeuw een molenwiel van een gieterij aan. Het wandelpad op de linkeroever loopt deels over een houten passage tegen de rotswand. Een smalle waterval zorgt voor waternevel. Aan het stuwmeer van Métral staat een oude watermolen met pompen die de Papeterie in Bellegarde (papierfabriek) van water voorzagen. Aan de Rhône-promenade aldaar zijn de oude drooggewelven van deze Papeterie te bezichtigen, langs de moderne hedendaagse bouw met mooi fresco. Aan de overkant stort een waterstroompje zich van de steile rotswand in het stuwmeer. Een ruïne van een volgende molen is omgebouwd tot picknickruimte en over een passerelle gaat het naar de andere oever. De rotswanden komen korter naar elkaar en de Valserine verandert in een smalle kloof. Het wandelpad zoekt zijn weg langs de kolkende rivier via trappen en brugjes, op de rotsige oever en langs passages in de door erosie uitgeslepen rotswand. Op het einde loopt het wandelpad nog door tot aan de oude elektriciteitscentrale uit 1884, de eerste hydrokrachtcentrale van Frankrijk. De trap onder de treinviaduct geeft verbinding met het station en centrum van Bellegarde. Net zoals de Valserine in de Rhône zijn einde vindt in Bellegarde zo eindigt ook hier deze wandeldriedaagse over de toppen van de Haut-Jura.

    Alle nodige praktische informatie van deze en 11 andere meerdaagse bergwandelingen vind je in het boek "Korte Bergwandelvakanties" uitgegeven door Lannoo

    Foto's over dit artikel vind je op: http://foto.telenet.be/8715244114

    02-04-2011 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    02-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandelen in de Karawanken
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Bodental en Bärental, toegangswegen naar de Hochstuhl

    De Hochstuhl-groep is de belangrijkste toeristische berggroep in de Westketen van de 120 km lange bergketen der Karawanken die de grens vormt tussen Oostenrijk en Italië/Slovenië. Ze bezit met de Hochstuhl (2237 m, in het Sloveens: Stol) en de Vertacha 2181 m de hoogste bergen der Karawanken. Het ruwe en wild in de hoogte schietende kalkgebergte staat garant voor attractieve bergtochten.

    Sprookjesvalleien tussen giganten

    Oostenrijk telt tien langeafstandspaden, genummerd van 01 tot 10. De Karawankenwanderweg 603 behoort tot de Südalpenweg 03 en is 260 km lang inclusief enkele kleine varianten. Het pad begint in Lavamünd aan de Sloveense grens en is van west naar oost in elf etappes te bewandelen, einde aan de Italiaanse grens. Aan Sloveense kant van de Hochstuhl passeert de transversale Alpenweg "Via Alpina", een 800 km lange wandelroute tussen Maribor en Koper nabij Triest. Buiten deze grote routes tref je ook nog genummerde nationale wandelpaden aan en in het Bodental rijgen genummerde kortere wandelpaden de mooiste plekjes aan elkaar. Het Hochstuhl-gebied strekt zich uit van de Bärensattel (1681 m) tot de Loiblpaß (1365 m) en wordt in tegenstelling tot de rest van de Karawankenkam in het zuiden en noorden geflankeerd door parallellopende bergketens. In het noorden is dit deze van de Sinaghergupf - Singerberg en in het zuiden op Sloveense zijde de Begunscica. De bergwereld van de Hochstuhl is een paradijs voor wandelaars en bergbeklimmers. Het wilde hooggebergtekarakter der kalkalpen komt hier volledig tot zijn recht. De hoofdketen telt elf toppen boven de 2000 m en bezit zeven berghutten waarvan zes op Sloveense bodem en één op Oostenrijkse.
    Het Draudal tussen Rosegg in het westen en Gallizien in het oosten noemt het "Rosental". Dit ligt geklemd tussen de noordwand der ruwe Karawanken en de zachte heuvelrug van de Sattnitz-keten. Op het Obere Rosental komen twee valleien uit het zuiden toe: het Bärental en het Bodental. Twee romantische wilde valleien die de noordelijke keten doorklieven richting Hochstuhl. Het zicht aan de voet van de bergketen is er eentje van vlak achter elkaar geplaatste steile pieken. Beklemmend, op elkaar plakkend, uit het niets haast 2000 m recht omhoog rijzend ... moeten we daar naar boven?

    Tscheppakloof, Märchenwiese en Ogrisalm

    Deze kloof in het Loibldal is een kaskraker. Net buiten het dorpje Unterloibl is de ingang. De wandelweg nr. 653 door deze kloof maakt deel uit van de Hemma-pelgrimsroute die vanuit Sveta Ana (Slovenië) via de Loiblpas (grensovergang) Karintië binnentrekt met als einddoel de basiliek in Gurk. Zevenentwintig jaar terug bewandelde ik als tiener de eerste maal dit natuurfenomeen. Over smalle houten balustraden verankerd op duizelingwekkende hoogte tegen de loodrechte rotswand, via een ijzeren ladder en een niet ongevaarlijke passage over in de rots uitgehouwen trapgaten en enkel een staalkabel als steun geraakte je aan het einde. Nu is de kloof nog steeds indrukwekkend, maar de avontuurlijke passages waar de adrenaline zweetdruppels op het voorhoofd tevoorschijn toverde zijn niet meer. De kloof is naar massatoerismenormen toegankelijk gemaakt voor groot en klein. De vervaarlijke doorgangen zijn extraveilig gemaakt. De open ijzeren ladder van rots naar rots met beangstigend dieptezicht tussen de sproten op het vijftig meter dieper kolkende water is nog, maar waar eens de staptrapjes waren staat nu een indrukwekkende toren. De oude brug bij de Tschauko-waterval is vervangen door een moderne ijzeren hangbrug, de Duivelsbrug. Binnen kom we de kloof langs de oever van de Loibl-beek bij het gouden bronnetje, maar al snel winnen wij hoogte en zakt het water letterlijk onder ons weg. Na de kloof gaat het naar Gatshof Sereinig, uitgangspunt voor een tocht naar de "Märchenwiese", een sprookjesachtige alm. Hier en ook op meerdere plaatsen in het Bodental en bij het gasthof "Deutscher Peter" in het Loibldal rijden bussen terug naar de parking van de Tscheppakloof. Ben je met de auto dan kun je met wat geluk hem hogerop ook nog kwijt bij het gasthof Bodenbauwer, waar enkele parkeerplaatsen zijn. De wandeling door de wildromantische Tscheppakloof tot aan Gatshof Bodenbauer in het Bodental neemt zonder al te veel drentelen drie uur in beslag. Hiervoor neem je bij de Tschaukofall (waterval) de wandelweg nr. 662 door de Bodenbach-vallei naar gasthof Sereinig of wandel je verder over wandelweg nr. 653 langs de Loiblbach naar het gasthof "Der Deutscher Peter". Daar stoot je op de Karawankenwanderweg nr. 603 die door het Bodental voorbij aan gasthof Sereinig richting Hochstuhl-groep trekt. Wij zullen dit Langeafstands-Karawankenpad gebruiken bij onze terugkeer en kiezen bij het gasthof Sereinig voor wandelweg nr. 662 voorbij aan het gasthof Bodenbauer. Zonder veel erg ben je al 400 m geklommen en in vals plat bereik je over een brede landweg de "Märchenwiese". De sprookjesweide, een sappige groene alm, inclusief koeien met bellen, is omgeven door hoge dennen met doorkijk op de geweldige grijze noordflank van de Vertatscha. Een mooiere picknickplek is moeilijk indenkbaar. Door een beukenbos klim je nu in westelijke richting naar de Ogrisalm. Nog zo een bloemenrijke alm die niet onderdoet voor zijn grote broer van daarnet. Ditmaal met private hut waar je op een bankje lekker kunt genieten van het uitzicht op de ruige bergwereld met de loodrechte noordwand van de Kosiak. Vanaf nu gaat het steil terug naar beneden over de Karawankenwanderweg nr. 603 naar de boerderij Ogrisbauer, vanwaar het lokale wandelpad nr. 10 door een bosstrook boven de groene weiden je eventueel terug brengt naar de Bodenbauer (parking) ... of vanwaar een wegje naar het gasthof Sereinig leidt. Goed voor twee uur wandelgenot en samen met de Tscheppakloof een aanrader voor een dagtocht van 5 tot 6 uren die geschikt is voor de ganse familie.

    Stinzesteig, overgang naar het hooggebergte

    Op onze klim van de "Märchenwiese" naar de "Ogrisalm" nemen we links het wandelpad nr. 603 richting Vertatcha en Klagenfurter Hütte waardoor we de Ogrisalm voor later behouden. Al snel verlaten we het beukenbos en krijgen links vrij zicht op de Weiße Wand, een witte rotswand onder de bergspits Rjauca . Voor ons de enorme bergwand van Zelenica (2026 m), Pauc (2024 m), Vertatcha (2181 m) en Bielschitza (1969 m) waarvan de kam de grens met Slovenië vormt. De alleenstaande noorderwand rechts van ons is die van de Kosiak (Geißberg 2024 m). Het bergkruis er bovenop is ons piekpunt voor vandaag. Waar de vorige wandeling het label gemakkelijk meekreeg, is het nu tijd voor het serieuzere werk. We lopen in de kale bergflank naar een rotspartij voor ons, de Stinzesteig. Op eerste zicht onoverkomelijk mits bergbeklimmerervaring, maar hoe dichter hoe minder beklijvend de rotswand eruitziet. Een staalkabel beveiligt de uiteindelijk vrij gemakkelijke klim. Uiteindelijk steken we de kam over door een rotsopening met prachtig zicht op de Vertatcha, achter ons een dieptezicht in het mooie Bodental. We genieten van dit enige panorama en verwoorden onze bewondering in het gastenboek. We dalen even in een keteldalletje met manshoge lariksen om daarna de met bomen begroeide "Matschacher Sattel" over te steken. De daarop volgende hoogtevallei leidt in dertig minuten naar de Klagenfurter Hütte. Wij nemen hier weliswaar het pad 666 naar rechts en beklimmen de steile alm aan de zuidzijde van de Kosiak (Geißberg 2024 m). Deze vlakt uit richting top met bergkruis waar we opnieuw het gastenboek invullen. Naar het noordoosten toe genieten we van een ongelooflijk dieptezicht in het Bärental en de noordelijke bergketen van de Sinacher Gupf en Singelberg, in het zuiden de grijze stenen kam van Bielschitza (1969 m), Klagenfurter Spitze (2103 m), Hochstuhl (2237 m) en Weinasch (2104 m) die gelijk de Oostenrijks-Sloveense grens voorstelt. In serpentines dalen we langs de andere zijde van de alm af naar de Klagenfurter Hütte (1664 m). De hut is sprookjesachtig gelegen op sappige groene weiden van de Matschacher alm, omsloten door schrale rotswanden. De hut is uitgangspunt voor menige bergtocht en een der geliefdste uitstapplaatsen in de Karawanken. De hut bezit twee gastenkamers voor telkens vijftig personen en een heerlijk panoramaterras waar de eigenaar lokale gerechten, bieren en "Schnäpse" serveert. Slapen kan in mooie massief houten kamers van twee tot zes personen of op zalen van negen en elf personen. Bij koudere nachten kan je terecht in twee winterlagers met acht bedden. Vanaf de parkeerplaats in het Bärental is deze hut in 1,5 uur te voet over een met steenslag verharde toeleveringsweg te bereiken. Vanuit het Bodental over de "Stinze" zoals wij dat deden in 2 uur, voor de beklimming van de Kosiak tel je er nog een uur bij. Een aan te raden tocht is over voorheen vernoemde weg in het Bärental naar beneden te wandelen naar de Stou Hütte (960 m). Hier klimmen we terug naar de Sloveense grens, met name de "Bärensattel" (1703 m) en steken deze over. Loop je hier naar beneden kom je bij de berghut "dom Pristava". Net achter het zadel kruist de Transversale route "Via Alpina" dit pad. De beschildering van dit transversale pad gebeurd door een rode cirkel met witte stip en het cijfer "1". Naar links hierop, onder de bergkam en de Weinash-top (2104 m) voorbij gaat het richting Hochstuhl (2237 m). Net daaronder ligt de berghut Presernova Koca, een mogelijke etappeplaats die je na circa zeven uur stappen bereikt. Over de Klagenfurter Spitze (2103 m) en de Bielschitza (1969 m) is het nog eens twee uren stappen naar de Klagenfurter Hütte. Dit is een hooggebergtewandeling van de zuiverste aard waarbij trapzekerheid vereist en hoogtevrees niet op zijn plaats is. Tussen de Klagenfurter Spitze en de Bielschitza loopt de Via Alpina onder de Vetatcha (2181 m) door naar de berghut "dom na Zelenici". Vanaf hier kun je afdalen naar de ingang van de Loibltunnel (Sloveense zijde) met de kerk van Sveta Ana, uitgangspunt van de Hemma pelgrimsroute over de Loiblpas in het Loibldal en via de "Tscheppaschlucht" richting noorden naar Gurk. Voor liefhebbers is de Hochstuhl vanaf de Klagenfurter Hütte ook te beklimmen via de gloednieuwe via ferrata op wandelpad nr. 664 in 2,5 uur. Terugkeren in het Bodental doen wij opnieuw via de Stinzesteig, maar nu wandelen we rechtdoor over de Ogrisalm. Spectaculaire impressies hielden we over aan deze tocht, een aanrader voor liefhebbers van de ruwere bergwereld.

    Steekkaart

    SITUERING: Karintië op de Oostenrijks-Sloveense grens ten zuiden van Klagenfurt
    ROUTE:
    KARAWANKENWANDERWEG:
    Etappe 1: Lavamund - Bleiburg, 17 km, +768 m, -636 m
    Etappe 2: Bleiburg - GH Riepl, 21 km, +1730 m, -987 m
    Etappe 3: GH Riepl - Eisenkapeller Hütte, 21 km, +1134 m, -710 m
    Etappe 4: Eisenkapeller Hütte - Koschutahaus, 18 km, -1050 m
    Etappe 5: Koschutahaus - Waidisch, 16 km, +715 m, -1450 m
    Etappe 6: Waidisch - GH Sering Bodental, 16 km, +1710 m, -1560 m
    Etappe 7: GH Sering Bodental, Klagenfurter Hütte, 7 km, +734 m, -80 m
    Etappe 8: Klagenfurter Hütte - Maria Elend, 18 km, +210 m, -1367 m
    Etappe 9: Maria Elend - Bertahütte, 24 km, +1950 m, -890m
    Etappe 10: Bertahütte - Wurzenpaß, 22 km, +410 m, -1904 m
    Etappe 11: Wurzenpaß - Thörl-Maglern, 16 km, +480 m, -910 m
    KORT WANDELVOORSTEL in de Hochstuhl-keten met twee overnachtingen in de berghutten de Klagenfurter Hütte en/of Presernova Koca (Slovenië)
    Dag 1: Tscheppa Schlucht (650 m) - Bodental (1010 m) - Märchewiese - Stinzesteig (1650 m) - Kosiak (Geißberg, 2024 m) - Klagenfurter Hütte (1664 m) (wandelpaden 653 - 603 - 662 - 603 - 666 = 7 uur)
    Dag 2: Klagenfurter Hütte (1664 m) - Bärental (960 m) - Bärensattel (1703 m) - Via Alpina aan Sloveense zijde - berghut Presernova Koca (2174 m) of verder naar Klagenfurter Hütte (1664 m) (wandelpaden 603 - 672/603A - Via Alpina - = 5,5 uur + 665 tot Klagenfurter Hütte = 7 uur)
    Dag 3: Presernova Koca (2174 m) - Hochstuhl (2231 m) - Klagenfurter Hütte (1664 m) (etappe 7 van de Karawankenwaderweg) - Bodental (1010 m) (wandelpaden 665 en 603 = 2,5 uur, eventueel 662 tot in het Loibl-dal = +1,5 uur, vanaf berghut Presernova Koca nog eens + 1,5 uur)
    Terug kan ook in een dagtocht via de Loiblpas en de Hemma-Pelgrimsweg (zie tekst)
    BEWEGWIJZERING: Rood-wit-rode strepen (Oostenrijkse vlag) met nummer, rode cirkel met witte stip en nr.1 op de Via Alpina aan Sloveense zijde.
    AARD VAN DE ROUTE: Ruw hooggebergte en groene almen, je wandelt zowel in hoogtevalleien als op de bergkam
    VERVOER:
    MET DE AUTO: E40 naar Aken - A4 tot Kerpen - A61 naar Manheim - A6 naar Heilbronn - A6 naar Nurnberg - A9 naar München - A8 naar Salzburg - A10 naar Villach - A2 naar Klagenfurt - afrit Klagenfurt-West, volg dan Loiblpas/Slovenië
    MET DE TREIN: Brussel - Keulen - München - Klagenfurt
    MET HET VLIEGTUIG: Goedkope vluchten zijn te bekomen bij Ryan Air vanuit Charleroi en HLX vanuit Keulen/Bonn
    www.hlx.kaernten.at; www.hlx.com; www.ryanair.com/site/NL
    LOGIES:
    Gasthof Sereinig, Bodental 40, A-9163 Unterbergen, tel: +43 4227 63 00, sereinig@gmx.at, www.gasthof-sereinig.com
    Gasthof Bodenbauer, Bodental 125, A-9163 Unterbergen, tel: +43 4227 63 28
    Der "Deutsche Peter", Loibltal 4, A-9163 Unterbergen, tel: +43 4227 62 20 0, Email: gasthof@deutscher-peter.at, www.deutscher-peter.at
    Berggasthof Lausegger, Bodental 182, A-9163 Unterbergen, tel: +43 4227 62 60, fax: +43 4227 62 60 60, lausegger.andreas@aon.at, www.lausegger.at
    Berghutten:
    Klagenfurter Hütte, Heinz Schüttelkopf, Schlatten 45, A-9183 Rosenbach, tel: +43 4253 85 56, GSM: +43 664 220 2929, schuette1@utanet.at, www.klagenfurterhuette.at
    Presernova koca, GSM: +386 50 61 13 66
    Jeugdherbergen: Klagenfurt, Velden
    KAARTEN: Freytag &|Berndt Wander-, Rad- und Schitourenkarte Carnica Region - Rosental - Klagenfurt 1:40000
    GIDSEN: Vrijetijdsgidsje Freytag &|Berndt meegeleverd bij wandelkaart
    Alpenvereinsführer van Hans M. Tuchar: Karawanken, uitgeverij Bergverlag Rudolf Rother-München
    Naturparadies Karawanken/Steiner Alpen van Ingrid Pilz, uitgeverij Styria
    BROCHURES: Bodental Poden uitgegeven door Carnica Region Rosental, Sponheimer Platz 1, A-9170 Ferlach, tel: +43 4227 51 19, info@carnica-rosental.at, www.carnica-rosental.at
    INFO-ADRESSEN: www.bodental.at, www.carnica-rosental.at, www.hemmapilgerweg.com
    INTERNET: www.bodental.at: onder "Sommer" vind je wandelvoorstellen met hoogtes, moeilijkheidsgraad en wandeltijd

    Voor kaartjes, info en foto's kun je terecht op:

    http://users.pandora.be/fietscontreien/karintische_meren_in_oostenrijk
    en
    http://foto.telenet.be/8710244106

    02-03-2011 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    02-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandelen in de Nockberge - Oostenrijk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wandelen in het Nationale park Nockberge, de Karintische familiebergen

    Groene eilanden in een reusachtige stenen zee, zacht glooiende bergen, de "Nocke", opgebouwd uit kristalgesteente, gaven het oudste berglandschap in Karintië zijn naam. Wandelen in de Nocky mountains onder het toezicht van de rangers, nauw in het oog gehouden door de schuwe "Murmeldieren". "Heimat-bergen" geliefd bij de plaatselijke bevolking, waar ligt hun aantrekkingskracht?

    Het Nationale park Nockberge

    De Nockberge in het noorden van Karintië tellen tot de interessantste middelgebergtes in Europa. Een Himalaya expeditieleider verklaarde eens dat er twee specifieke bergketens op de aarde zijn, de Himalaya en de Nockberge. In tegenstelling tot de ruige hooggebergtes zoals in het westen de Hoge Tauern, in de het oosten de Lage Tauern, De Karawanken en Karnischen Alpen in het zuiden bestaan de Nockberge uit zacht glooiende bergen. Het 184,3 grote nationale park strekt zich uit tussen het Liesertal in het westen, Bad Kleinkirchheim in het zuiden, Innerkrems in het noorden en de gemeente Ebene Reichenau in het oosten. De grenzen van het nationale park liggen grotendeels tegen de onderste boomgrens waardoor de woonkernen erbuiten vallen. Geologisch bestaan de Nockberge uit het oergesteente van Gurktaler Alpen en zijn dus ouder dan de aangrenzende bergketens. 30 miljoen jaar geleden vormden zich hier uit modder en zond, diep in de aardbodem, onder hoge druk en hoge temperaturen kristalgesteenten waaronder kwarts. Een geologische bijzonderheid is een drie kilometer brede breuk van kalk- en dolomietgesteente die van noord naar zuid dwars door het nationale park trekt. Deze is gevormd door kalkhoudende erosie van het oermeer zo een 230 miljoen jaar geleden. De Zunderwand, een kilometerslange uit de aarde rijzende rotswand, illustreert dit ten volle. Na de in gebruik name van de 34 km lange Nockalmstraße in 1979 was eerst gedacht een groot skicircus met meerdere skidorpen, skipistes, kabelbanen en tennisplaatsen te creëren. Op grond van protesten van de Karintische bevolking, gevolg door een opiniepeiling ketste dit voornemen af. Een project als natuurgebied kreeg in 1980 de volledige steun en in 1987 was het nationale park Nockberge een feit.

    Luxevakantie in wandelparadijs

    Uitgangspunt voor onze driedaagse Nockberge wandelvakantie is Sankt Oswald aan de zuidzijde van het nationale park, in een noordelijke vallei van het luchtkuuroord en skicentrum Bad Kleinkirchheim. Het einde van deze vallei is het ideale vertrekpunt voor wandelingen in de kern van de Nockberge over de hoogste nokken van het ene bergkruis naar het andere. In de herfst van 2005 kreeg het nationale park een spiksplinternieuwe, door de EU geïnitieerde, wandelbewegwijzering. Een eenduidige beschildering die zal gelden voor geheel Europa, bijgestaan door gele opvallende pijlwegwijzers met daarop het nummer van het wandelpad, de bestemming en de wandelduur. Een luxe wandelstreek verdient een luxe verblijf en wij kiezen voor een buitensporige kortvakantie in het prestigieuze hotel St-Oswald. Inclusief zijn een uitgebreid ontbijtbuffet, een koffietafel in de namiddag waarop wij door onze geplande wandeltochten verzaken en een zevengangen menu met keuze uit enkele gerechten per gang en inbegrip van saladebar en kaastafel. De maaltijden krijgen de ene avond opluistering door live jazzmuziek en de andere door een operettekoppel. Zwembad, sauna, Turks stoombad, bubbelbad, fitnes onder begeleiding, gezondheidsthee staan kosteloos ter beschikking. Dit alles draagt natuurlijk zijn prijskaartje, maar enkele dagen buitensporige luxe na een avontuurlijke, maar charmante trektocht in Slovenië doet deugt. Wij maken niet snel reclame maar bezit je de middelen dan is dit hotel, geleid onder de alom geroemde Oostenrijkse familiale gemoedelijkheid, meer dan een aanrader. Natuurlijk zijn logement in budgetvriendelijke "zimmer frei" formule, overnachten in een berghut in de vallei, een regelrechte huttentocht met overnachting in hoger gelegen berghutten of een gratis overnachting in de hooischuur van de Erlacher Bockhütte andere opties. Een tip van een totaal andere aard is de KärntnenCard. Een soort betaalkaart te verkrijgen aan € 32,00 en geldig voor twee weken. Deze verschaft toegang tot bijna alle Karintische bezienswaardigheden, musea, kabelbanen en geeft aanzienlijke kortingen op het openbaar vervoer (tot 45%). Ook op de Nockbergebus die een verbinding verzorgt tussen Bad Kleinkirchheim of andere plaatsen aan de rand van het nationale park en de halteplaatsen bij hutten op de panoramaweg Nockalmstrasse. Als je weet dat de kabelbanen € 15,00 per persoon per enkele rit kosten en de toegang voor gemotoriseerde voertuigen tot de Nockalmstrasse € 13,50 voor auto's bedraagt, dan is de keuze snel gemaakt.

    Eeuwenoude kuurbadhut

    Op onze driedaags wandelverblijf kiezen wij natuurlijk voor de mooiste wandelingen naar de hoogste bergtoppen van het nationale park Nockberge. Voor onze eerste wandeling rijden wij naar het Karlbad (1693 m) op de Nockalmstrasse. Je kunt hier vanuit Bad Kleinkirchheim met de bus naartoe en wie tegen de eerste klim opziet, kan eveneens op de parking (2049 m) bij de Eisentalhöhe uitstappen. Het Karlbad is een eeuwenoude kuurhut. In de schuur staan een twaalftal houten troggen gevuld met heilzaam water uit de onder de hut ontspringende bron. Gekapte stenen worden in een oven verhit tot 800° C en dan in de badkuipen geworpen. Wanneer het water een temperatuur bezit van circa 40° C kruipen de gasten voor een uur in het zweetbad. Bij afkoeling zorgt een extra steentje opnieuw voor verhitting. Op wandelweg 122 over en langs een bergbeek klimmen wij naar de Friessenhalssee op de Friessenhalshöhe. Van links komt het pad over de Eisentalhöhe. Het is nog vroeg en de laaghangende wolken maken dat ons zicht zich beperkt tot de oever van het meer. We klimmen nu over wandelweg 125 verder naar de Großer Königstuhl (2336 m) die normaler wijze een prachtig panorama biedt. Vanaf dit drielandenpunt blijft ons het voorspelde uniek zicht op de Karintische,de Salzburgse en de Steiermarkse bergwereld onthouden. Vandaag krijgen we enkel het bergkruis verhult in de mist te zien, wat wij dan ook vermelden in het logboek. Eerst dalen wij nog langzaam naar de onbeduidende Karlnock om dan via wandelweg 117 terug naar het Karlbad te keren. Bij de afdaling trekken de wolken omhoog en krijgen we toch nog heerlijke panorama's. Ook de Königstuhl (2336 m) geeft zijn top vrij, jammer wij waren enkele uurtjes te vroeg. We nemen plaats op het terras van het Karlsbad en bestellen een Brettlejause met locale vlees en kaasspecialiteiten. De uitbater speelt op zijn accordeon een jodeldeuntje.

    Wonderbaarlijke bergwereld

    De tweede wandeling is wat later zal blijken eentje zonder weerga, de crème de la crème. Tot de kabelbaan, Nationalparkbahn Brunnach, is het vanuit ons hotel veertig minuten wandelen. De cabine brengt ons tot op 1902 m. Over de bergrug Brunnacherhöhe met aan weerszijde diepe valleien wandelen we richting Klamnock 2226 m die zich voor ons verheft. Links aan de andere zijde van het dal liggen de Großer Rosennock (2440 m), de Kleiner Rosennock (2361 m) en de Predigerstuhl (2170 m). Er staat een hevige wind bij een temperatuur van 9° C. We zijn nog niet halverwege augustus en degelijke wandelkledij met inbegrip van een winddichte jas is nu al op zijn plaats. We wilden de Rosennock beklimmen maar door de koude bitsige wind stellen we die tocht uit tot morgen en kiezen voor de Malnock 2226 m, de Klomnock (2331m) en de Steinnock. (2197 m). Bij de beklimming van de Malnock verhult deze zich, net als de Großer Königstuhl gisteren, in de wolken. Ook hier staan we aan het bergkruis zonder uitzicht. Over de nok of kam kunnen wij nu door de laaghangende wolken naar de Klomnock. Honderd meter onder de kam loopt parallel een ander wandelpad in de zuidelijke flank. Wij besluiten daarlangs te wandelen en zijn zo gelijktijdig beschermd tegen de alsmaar aanwakkerende wind. Het pad loopt net onder het wolkendek en de uitzichten zijn fenomenaal. In het zuiden De Kärnische Alpen en de Karawanken, in het westen Hoge Tauern en in het oosten de Lage Tauern, hun rotsige grijze bergtoppen schraal boven de groene Nockberge uitstekend. Tussen de Klomnock en de Steinnock ligt de Flache Scharte, een bergzadel waar vandaag de wind doorheen raast. Van hieruit daalt een pad terug het dal in naar de Lärchenhutte (1670 m) en richting Sankt Oswald (1319 m), maar wij verkiezen verder net onder de kam te wandelen richting Steinnock (2197 m), Falkertkopfl (2197 m) en Falkert (2308 m). De Steinnock ligt vrij, maar er loopt geen pad naar boven. Steil loop ik tegen de grashelling naar boven, en beland op een rots waaruit ik mag afleiden dat de Steinnock hieraan zijn naam te danken heeft. Eindelijk sta ik op een bergspits en geniet ik in alle richtingen van de eindeloze bergwereld, jammer genoeg mis ik hier het bergkruis en het logboek. De Falkert heeft een kenmerkende vorm en in de bergflank lopen verschillende bergbeken naar beneden. Ook bij de Falkertköpfl loopt een pad terug naar de Lärchenhutte in het dal, rechtdoor gaat het op de Falkert waar eveneens de mogelijkheid bestaat in het dal af te zakken. Het is al middag voorbij en wij besluiten de Lärchenhutte op te zoeken. Het pad loopt langs een bergbeek naar beneden. Aan de zwaar houten terrastafels van de Lärchenhütte doen we ons opnieuw tegoed aan een Brettlejause. Eentje want we hebben gemerkt dat drie goede eters nodig zijn om zo een met vlees- en kaaswaren gevulde houten plank te verorberen. Het is een lachwekkend zicht de waard iedere keer van de nieuwe hut naar de oude zien te rennen om terug te keren met halve liters bier, omdat voorlopig daar de frigo's nog staan. We zoeken opnieuw, de door het overtollige regenwater van de voorbije nachten, ruige beek op en dalen zo naar St. Oswald. We komen de hoteleigenares met dochter en zoon tegen, ook zij trekken in hun weinige vrije uurtjes nog even de bergen in voor een gemoedelijke wandeling en tijd voor een vlotte babbel kan er ook nog van af.

    Alpenmarmotten, hooizolder en koevlaaien

    We wandelen opnieuw naar de kabelbaan Brunnach, Even nadat we gisteren boven kwamen, lag de kabelbaan stil vanwege de hevige wind. In het naar boven gaan vandaag krijgen we enkele windstoten te verduren en de cabine waggelt vervaarlijk. Ook nu staat op de kam van de Brunnacherhöhe een forse wind, gelukkig verlaten we deze al snel door op de brede wandelweg te blijven die ook bewegwijzerd staat als Nordick Walking route. De Oswalter Bockhütte ligt er zo vroeg in de morgen nog rustig bij, maar ook het weer zal zijn rol hierbij spelen. Het wolkendek ziet er niet bepaald vriendelijk uit. Langs de bron hangen enkele wastobben, vast en zeker om naderhand flessen drank in te koelen. Even rijst twijfel, twee paden verwijderen zich van de hut, maar na enkele passen bergop herenigen zich deze opnieuw. Het onderste pad liep naar de bij de hut nog verstoken pijlwegwijzers, het bovenste snijdt de hoek af. We volgen nu wandelweg 122, die ook als route 14 vermeld staat op de wegwijzers. Verkeerd lopen is uit den boze, de Oostenrijkse vlag is overal vers op rotsen aangebracht en de bewegwijzering is overduidelijk, zoals al vermeld, super de luxe. We stijgen door een drassige vallei die alsmaar meer de vorm van een oerlandschap aanneemt naar de Oswalder-Bock-Sattel (1956 m). Wij zagen ze al meer, maar dit is klaarblijkelijk één van de plekken die de "Murmeldieren" of beter de Alpenmarmot uitkoos zich als favoriete verblijfplaats. Geschud door de wind in de komvormige bergvallei ontdekken wij talrijke burchten met pijpen. Stevig handwerk van die beestjes in die rotssteen. Ik verschiet me vast een aap wanneer er plots een schelle sirene weerklinkt, net het sein om aan te geven om een rots op te blazen. Al snel begrijp ik dat dit de alarmkreet van een Alpenmarmot was die zeer kortbij zat. Deze dieren hebben twee gevarensignalen: deze fluitsirene die een waarschuwing voor nakend gevaar aangeeft en een enkel hels fluitsignaal dat onmiddellijk gevaar betekent en waarop alle Alpenmarmotten hun pijp inschieten. Dit kan duiden op een steenarend, aartsvijand nummer één waarbij zeker niet te talmen valt We gaan niet over het zadel maar gaan links de rotsige helling naar boven. De wandelweg 122 loopt hier aan de andere kant van de bergpas naar beneden, naar de Wolitzenhütte en het bergwoudmuseum aan de Nockalmstrasse die als een kronkelende slang door het landschap trekt. Na wat klauterwerk staan we bij twee hoogmeertjes, de Ffannockseen. Ik begin die Oostenrijkse expeditieleider in de Himalaya te begrijpen over zijn bewondering voor dit oergebergte, ook al ontbreken hier de puntige rotsspitsen, dit landschap bezit iets magisch, een onvoorstelbare aantrekkingskracht. Nu wij het toch over puntspitsen hebben, de Pfannock voor ons is misschien wel de spitste Nock van allemaal. We klimmen naar de kam boven de meertjes en zien tot onze ontsteltenis dreigende wolken bezit nemen van de top. Te laat, ik haast mij naar het andere einde van de vrij korte kam waar een kastje met logboek staat, maar wanneer ik mijn foto schiet, hebben de eerste wolkensluiers mij al ingehaald. Wij zetten de terugtocht aan naar de meertjes en nemen het pad naar de Erlacher Bockhütte (1930 m). Opnieuw een Bretlljause met spek, hertenworst en ander lekkers. De hut heeft slechts één slaapkamer voor vier personen, maar origineler en romantischer is misschien een gratis nacht op de hooizolder in je slaapzak. Wandelweg 171 leidt ons via enkele door staalkabel beveiligde passages onder aan de Zunderwand voorbij. Dit is de meest opvallende rotsformatie opgeworpen uit de drie kilometer brede kalkbreuklijn die van noord naar zuid door de harde kristalbodem van de Nockberge trekt. Boven op de wand prijkt het kruis van de Predigerstuhl (2170 m). Wandeling 13 vormt een lus vanuit de Erlacher Bockhütte langs beneden en bovenop de Zunderwand voorbij het kruis van de Predigerstuhl. Bij de splitsing klimmen wij doch verder door de vallei over enkele dikke rotsblokken naar de Naßbodensee (2029 m). Dit is weer zo een plek om even te vertoeven. Eerst een bron met een beekje dat over en tussen kristalrotsen kabbelt op de mosgroene alm. Daarna een idyllisch meer aan de voet van de Rozennock (2440 m). Jammer genoeg ligt ook de hoogste top in het kerngebied van de Nockberge verscholen in de wolken. Op de eerstvolgende splitsing nemen we dan ook niet de afslag naar rechts naar de top, maar verkiezen om rechtstreeks af te dalen in het dal naar het Erlacherhaus (1636 m). Onderweg een ven dat precies over de bergrand lijkt leeg te lopen, even verder een oude schapenhut en nog wat lager enkele moeders die genieten van de ravottende kinderen op de alm. Typische taferelen rechtstreeks uit onze heimatfilm, enkel de traditionele kledij ontbreekt. Alhoewel in de hotels, het onze althans, is de ontvangst en bediening nog in de originele klederdracht. Wie een standplaatsvakantie plant met overnachting in een hut kan in het Erlacherhaus terecht. Deze met de auto bereikbare hut in het einde van het dal ligt in de kern van de Nockberge, is omgeven door de mooiste bergen en dus uitgangspunt van vier wandelwegen die aansluiting geven op vele andere. Via wandelweg 162 klimmen wij langs de andere kant terug de vallei uit, vrij steil door het bos omhoog. De wind blaast nog uit alle hoeken en wij kiezen voor de Nockalm-rundweg of Hangroute die nr. 162 blijft dragen. Hier kan je eventueel verder naar boven naar de kabelbaan Brunnach waardoor je twee uur uitspaart. Hangroute staat voor een pad, een honderdtal meter onder de kam van de Brunnacherhöhe, dat letterlijk hoog boven in de berghang ligt. Een heel andere vegetatie dan de mosgroene almen en de kristallen rotsen. Onbegrijpelijk is dat loslopende koeien dit smalle pad gebruiken en de vele gaten en koevlaaien maken dit tracé tot een helse onderneming. Uiteindelijk belanden wij op een skipiste met beneden de Schartenalm, hogerop ligt de Scharte (1745 m), de kam waar wij overheen duiken. Duiken, want langs de andere kant gaat het in serpentines uiterst steil naar beneden naar het dorpje St. Oswald met zijn mooie kerkje, zijn ultrasmal kostershuisje dat deels over de kerkhofmuur leunt, zijn houten huisjes en in zijn schaduw ons hotel. Op de Scharte kan je ook nog over de kam verderwandelen naar de Wiesernock (1974 m) en de Priedröf (1963 m) die meer dan 1200 meter boven de vallei uitsteekt. Met de Nockalm-kabelbaan kun je dan naar beneden, het dalstation slechts enkele honderden meters van het hotel. Tijdens ons verblijf was deze kabelbaan jammer genoeg buiten werking. Negen uur waren wij onderweg, een vermoeiende maar zeer lonende dag in een uitzonderlijke omgeving onder een immer dreigende hemel die ons gelukkig goedgezind bleef. In het saunalandschap zoeken wij verkwikking, het zeven gangenmenu opgeluisterd met live operettemuziek brengt ons terug op krachten. De perfecte combinatie!

    Steekkaart

    SITUERING: ten noorden van de Karintische meren, aan de zuidzijde van Tauerngebergte
    ROUTE: bewegwijzerde wandelingen van het nationale park Nockberge
    AFSTAND: wandelingen van 4 tot 9 uur (rustpauzes inbegrepen)
    ETAPPE-INDELING: dag 1: wandeling Karlshütte - Königstuhl = 4 uur
    dag 2: wandeling Brunnacherhöhe - Mallnock - Klomnock - Steinnock (- Falkert) = 6 uur
    dag 3: wandeling Brunnacherhöhe - Pfannock - Zunderwand - Großer Rosennock = 9 uur of 7 uur door gebruik te maken van de kabellift.
    AARD VAN DE WANDELING: gemakkelijke tot gemiddeld zware bergwandelingen

    LOGIES:
    Hotel: St. Oswald, Fam. Scheriau, A-9546 Bad Kleinkirchheim/St. Oswald, Tel: +43 4240 591, Fax: +43 4240 591-72, reservierung@hotel-st-oswald.at, /www.hotel-st-oswald.at
    Berghutten:
    Lärchenhütte, Mathias Steinkellner, Falkertweg 30, A 9546 St. Oswald/Bad Kleinkirchheim, Tel: +43 4258 217 of +43 664 172 65 85, laerchenhuette@net4you.at, www.urlaubaufderalm.com/Laerchenhuette.htm, 3 tweepersoonskamers k+o € 18,00 tot € 20,00 / persoon; HP op aanvraag
    Falkerthaus 1557m, Familie Schneeweiss, 12 bedden, Tel: +43 676 544 77 63 of +43 4240 690
    Erlacherhaus 1636 m, Josef Erlacher, 30 Bedden, Tel: +43 676 421 05 45 of +43 4246 44 60, met de auto bereikbaar
    Erlacher Bockhütte 1930 m, Erich Erlacher, 1 vierpersoonskamer, gratis slapen in slaapzak in hooi, Tel +43 4246 23 20
    Karlbad 1693 m, Georg Aschbecher, 8 tweepersoonskamers, Tel: +43 4246 34 30
    Wolitzenhütte 1777 m, Mittenberger Elmar, 8 bedden Tel: +43 4240 85 85 21
    Jeugdherberen: in Döbriach aan de Millstätler See en in Feldkirchen aan de Ossiacher See, beiden op ca. 20 km van het nationale park Nockberge
    KAARTEN: Wander- und Bikekarte 66, Nationalparkregion Nockberge, Liesertal 1:50000, Wander-, Bike-, Langlauf und Skitourenkarte 063, Bad kleinkirchheim, Nationalpark Nockberge 1:25000; beide uitgegeven door Kompass, www.kompass.at, prijs € 6,95 per stuk
    GIDSEN: Kompass-gidsje meegeleverd bij wandelkaarten
    INFO-ADRESSEN:
    Nationalparkverwaltung Nockberge
    A-9565 Ebene Reichenau 22
    Telefon: 04275/665,
    Fax: 04275/7089
    E-mail: nationalpark.no@net4you.co.at
    www.nationalparknockberge.at

    Voor kaartjes en foto's over dit artikel kan je terecht op:

    http://users.telenet.be/fietscontreien/karintische_meren_in_oostenrijk.htm
    en

    02-02-2011 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    02-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandelen en fietsen in Slovenië
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Nationaalpark Triglav in Slovenië

    De fiets is één der zaligste manieren om door de Julische Alpen te reizen.. Ieder toerismekantoor biedt kaarten aan met ingetekende fietsroutes, gemakkelijke familieroutes maar ook zware panoramawegen. De procentuele toename van toeristen in het Nationaalpark Triglav in het noordwesten van Slovenië piekt de laatste jaren het hoogst bij de Belgen. Vooral de actieve vakantiegangers zoals bergwandelaars, fietsers, mountainbikers en liefhebbers van watersporten als canyoning, rafting en kajak vinden hun weg hier naartoe.

    Het Nationaalpark Triglav

    Het Nationaalpark Triglav behoort tot de oudste van de Alpen en omvat praktisch de gehele Julische Alpen. Reeds in 1908 is door Professor Albin Belar een eerste aanvraag tot Nationaalpark gelanceerd en in 1924 kreeg het 1600 ha grote Zeven-zeeën-dal het predikaat natuurpark. Pas vanaf 1961 onderging het park verdere uitbreiding (2000 ha) tot zijn huidige vorm in 1981 (83807 ha). Het hoogste punt is de bergtop van de Triglav (2864m) en het laagste de Tolminka-kloof (180 m). Het park is dus genoemd naar de Triglav, wat drie koppen betekent, en is 83807 ha groot. Het telt ongeveer 150 bergen over de 2000 m waarvan 25 boven de 2500 m. Naar het oosten gaan deze over in de hoogvlaktes Pokljuka en Mežakla. Talrijke valleitjes snijden in het gebergte als boter. Het karstgebergte uit poreuze kalksteen met vele grotten en diepe smalle spleten zorgt ervoor dat het water diep in het binnenste van de bergen in grote onderaardse kommen en schachten sijpelt. Door de opgestapelde druk komt het water dan onder de vorm van talrijke watervallen uit de rotswanden gespoten. De Sava en Soça zijn de belangrijkste rivieren en omsluiten het majestueuze Triglav-gebergte. Vooral de Soča met zijn helder smaragdgroen water, zijn vele kloven en stroomversnellingen lokt de recreatieve watertoerist. De bergkam tussen beide rivieren vormt de waterscheiding tussen de Adriatische en de Zwarte Zee. Tot de grote rijkdom van het Nationaalpark behoren de gletsjerzeeën met het Bohinj-meer in het dal en de Triglav-, Križ- en Krn-meren in het hooggebergte. Tweederde van het gebied bestaat uit bos. Aan de zijde van de Soça ligt de boomgrens op 1600 m en is de beuk het hoogst voorkomende exemplaar. Centraal en in het noorden ligt deze bij 1800 m en zijn dit spar, lariks en dwergdennen. Kenmerkend voor de bergen is de grote verscheidenheid aan bergweiden, almhutten en nederzettingen. Duizend jaar erfgoed zijn terug te vinden in de Triglav-regio met traditionele weidelandbouw, melk- en kaasboerderijen. Voor fauna en flora ben je hier in het gebied van steenarend, lynx, adder, alpenmarmot en gems. De almen en de overgangszone aan de boomgrens zijn ware plantentuinen vol wilde bloemen: distels, gele monnikskappen, klokjesbloemen, geraniums, cyclamen, lelies, sleutelbloemen, lijmkruid, duizendknoop, margrieten, asters, zeepkruid, guldenroede, Johanneskruid, wildemanskruid, zonneroosjes, akeleien, gentianen, orchideeën en nog veel meer. Vele planten zijn typisch en komen enkel in deze regio voor. Zo is er de Triglav-roos die in feite een ganzerik is: de potentilla nitida.

    Zlatorog

    Triglav gaat gepaard met Zlatorog. Zlatorog is alom vertegenwoordigd aan het meer van Bohinj. Het hotel aan het einde van het meer noemt Zlatorog, de camping en zelfs het bier. Zlatorog, de sage uit de Julische Alpen en Bohinj, genoemd naar "bog" - God - dat de mensen uit Bohinj "boh" noemen. Toen God de wereld onder de mensen verdeelde, bemerkte hij een groepje bescheiden en geduldige mensen die niet aandrongen zoals de anderen. Daarom kregen zij zijn deel, het mooiste stukje van de aarde. In de Julische Alpen onder de Triglav richting het meer van Bohinj lag eens een aards paradijs bewoond door de witte vrouwen die geen indringers toelieten tot hun bergwereld. Hun kudde witte gemzen begraasden hooggelegen bergweiden die zeer steil in het Soča-dal afhingen. De leider was een bok met gouden hoorns. De witte vrouwen voorzagen hem van toverkracht die hem voor alle verwondingen vrijwaarde. Op de aarde waar zijn bloed druppelde, ontbloeide de Triglav-roos en het opeten van één enkel blad was voldoende om volkomen te genezen. De gouden hoorn zou ook wonderen verrichten, één splinter zou voldoende zijn om tot de door meerhoofdige slangen bewaakte goud- en zilverschat te leiden in de berg Bogatin. Een jonge jager, de beste schutter uit de buurt, drong het verboden paradijs binnen. Niet alleen uit lijdensschap voor de schat maar het mooiste meisje uit het dal vroeg hem de Triglav-roos als bewijs voor zijn liefde. De jager verwondde Zlatorog maar door de toverkracht at deze de roos ontbloeiend uit zijn bloed, stond snel terug te poot en stootte de jager in de afgrond. Uit woede verlieten de witte vrouwen het paradijs en vernielde Zlatorog de mooiste almen. Wat vandaag zichtbaar is in de kalkrotsen zijn de hoefslagen van zijn machtige poten en de groeven van zijn hoorns.

    Een goddelijke meer

    Het meer van Bohinj is langs drie zijden omgeven door bijna loodrechte bergwanden die door weerspiegeling in het meer een droomwereld scheppen. Vanaf de toegang aan de oostzijde van het meer is het zicht op deze grote ketel dan ook imponerend, dat vlakke wateroppervlak omsloten door immense bergwanden die 1000 m en meer langs de oevers de hemel in schieten. Een meer van 4,1 bij 1,2 km hoofdzakelijk gevoed door de rivier Savica. De vele vaste als periodieke nevenrivieren zorgen ervoor dat het water in het meer drie maal per jaar volledig ververst. De gemiddelde temperatuur bedraagt 8,5° C en dat in de zomer tot 23° opwarmt. Rond het meer loopt een wandelweg van 12 km, aan de noordzijde loopt deze op de rand van het Nationaalpark geklemd tussen meer en bergwand. Op de zuidelijke oever ligt deze op een hoogte langs de rijweg. Het gehucht Ukanc met het hotel en de camping Zlatorog ligt helemaal achteraan aan het meer. Vanaf dit hotel is het een uur wandelen naar de waterval Savica. Deze ontspringt in de rotswand van de berg Komarča, op 836 m hoogte en valt 89 m omlaag. Je wandelt over een houten brug van de Savica onder door aan de Prsivec (1761m) over een schaduwrijk bospad. Onderweg staat een wandelboom met afstanden naar Brussel, Parijs, Amsterdam en enkele andere hoofdsteden. Relatieve afstanden want Brussel en Amsterdam liggen beiden op 900 km? Bij de parking, je kan hier dus ook met de fiets of de auto naar boven, moet je 552 trappen beklimmen om bij het dranghek te komen dat de toeristenmassa van de waterval scheidt. Ben je te voet dan daal je zoals wij dit deden het best langs dezelfde weg terug naar het meer. We kiezen dan voor het pad langs de noordoever om vrij van alle verkeer naar Stara Fusina te wandelen aan het andere einde van het meer. Deze wandeling langs het meer stond niet op ons programma, maar door de slechte weersvoorspelling voor deze dag waren we verplicht onze huttentocht met één dag op te schorten. De bergtoppen rond het meer hangen dan ook in een onheilspellend zwart wolkendek. Gelukkig blijft de regen hier beneden voorlopig uit. We komen voorbij enkele chalets en ons oog valt op een kapelletje in een boomstronk. Een kleine tegel met Mariabeeltenis opgesmukt met enkele bloemen. Even later trekken we door een droge witstenen bedding. Vijf maal per jaar stroomt hier water afkomstig van de Govic waterval. Bijna duizend meter diep onder het oppervlak ligt hier een grote ondergrondse bassin dat zich langzaam vult met water dat door het broze kalkgesteente sijpelt. Wanneer deze dan uiteindelijk vol geraakt, krijgt de waterval vorm door met kracht uit de rotswand te spuiten. Het u-vormige dal op het einde van het meer laat uitschijnen hoe hier ooit de gletsjer doorheen trok. In Strara Fusina bezoeken wij een museum over de almbedrijvigheid met een almhut, een kaaskuip en boterpersen. In een aanpalende uitspanning proeven wij streekeigen producten als kaas, botermelk en worst. Tegen de muur hangen oude sneeuwschoenen en potten. Nog een kilometer verder ligt het historische bergboerendorp Studor met typische schuren. We nemen de boot terug naar het andere eind van het meer, lekker droog want de hemelsluizen staan nu uitbundig open. Op de oever staat de Heiliggeestkerk, een pelgrimsoord, ergens iets met bidden voor water. Hoe kan het anders, maar het fijne ervan ben ik vergeten. De boot legt aan op de camping en op weg naar het hotel kom je voorbij het dalstation van de kabelbaan Vogel. Het eindstation bij hotel Vogel (1535 m) ligt haast 1000 m loodrecht boven onze standplaats en is één der steilste kabelbanen van Europa. Wie de uitdaging aandurft geniet boven van een machtig zicht op de bergen en het meer.

    Een plek zonder water

    Een frisse bries blaast over het meer wanneer wij op de bus stappen naar Stara Fusina van waaruit wij onze huttentocht aanvangen. Boven dit dorp begint de Mostnica-kloof. Helder groen water stroomt in een diepe kloof, watervalletjes eindigen in metersdiepe natuurlijke watervergaarbekkens. Het pad valt uiteindelijk samen met het riviertje om dan er weer van weg te lopen. Over de "Voje", een grote weide met vele zomerhutten, komen we bij de Mostnica-waterval. Geen massatoeloop hier maar in alle eenzaamheid lekker genieten van het natuurlijke schouwspel. In het begin van de weide bevindt zich de Planini Koça na Vojah, een berghut, en bij de waterval een uitspanning. Wil je nog een hapje of een drankje dan is dit het juiste moment. Nu volgt drie uur omhoog kruipen over een uiterst steil rotspad in de woudzone, maar liefst 1000 m hoogteverschil overbruggend tussen dichter op elkaar naderende bergwanden. Links de Jezerski Stog (2040 m) en de Prevalski Sog (2075 m), rechts de Tosc (2275 m). Nog even over een alm en dan een kleurrijk bloemenlandschap en verspreide dwergdennen om bij een meertje te komen dat ... droog staat. Nog een helling op en we staan op de "Velo Polje", wat niets anders betekent dan grote weide. Enkele oude stallen, een zomerhut en vele koeien sieren het berglandschap. We nestelen ons op de zitbank voor de hut en aanschouwen de Triglav (2864 m) die voor ons uit de wolkenslierten rijst. Voor de rotswand van de Vernar (2225 m) staat de Vodnikov dom, een berghut die als overnachtingsplaats kan fungeren bij een drie- of vierdaagse opdeling van de tocht. Wij hebben slechts twee dagen gepland en dat zal ons, vooral Sonja mijn wederhelft, de volgende dagen nog heugen. De kaasboer verblijft drie maanden op de alm, hij bereidt juist kaas en wij mogen een kijkje nemen. Na het vullen van onze drinkbussen laten we de alm achter ons en steken boven de boomgrens uit. De Velska Dolina leidt ons langzaam richting zadel, in de verte te bespeuren. Dolina betekent vallei ... Velska? Misschien wel veldkei want het dal is één grote hoop reuzenveldkeien. De vallei is omsloten door bergreuzen, in het zuiden de Miselj vrh (2350 m) en de Miseljska Glava (2273 m), in het noorden de Rjavec (2568 m) met daarachter de Triglav. Ertussen de Dom Planika, een berghut die vanuit Stara Fusina als kleine stip hoog in de bergen al te zien was. Het pad zoekt de noordelijke rotswand op. De zadelpassage voor ons is voor morgen, rechts tussen de rotswanden waar vier paden samenkomen ligt onze berghut Trsasska Koca (2151 m) of in de volksmond de Dolic-hut, genoemd naar de berg (2164 m) De hut ligt geprangd tussen de Smarjetna glava (2358 m) en de Konjavec (2568 m). Voor ons een duizelingwekkende diepte waarachter andere bergtoppen weer naar boven schieten en daarachter weeral een bergketen. 8,5 uur in alle eenzaamheid klimmen om dan in een volgepropte berghut te overnachten. 93 bedden verdeeld over kamers en een slaapzaal voor 51 personen en dan lagen er nog enkele op matrassen in de gang. Dit is blijkbaar de springplank naar de beklimming van de Triglav. Wat erger is: geen stromend water en Franse toiletten ... buiten. Met vriestemperaturen liever geen nachtelijke avontuur. Wanneer jij je eigen linnen slaapzak mee de berg opsleept overnacht je aan halve prijs. Eten en drank zijn gelukkig wel verkrijgbaar.

    De paradijselijke vallei

    Het is even zoeken naar onze schoenen die we gisteren samen met honderden anderen in de hal van de hut achterlieten. Het prachtige ochtendgloren maakt dat de witte bergen schitteren. Nog even vergapen we ons aan het unieke panorama. Je hebt hier de keus: of je beklimt de Konjavec (2568 m) achter de hut of je wandelt over de Via Alpina over het zadel dat gisteren lang onze leidraad was. Wij kiezen voor de Via Alpina. Ook hier moet je klimmen, een enorme puinhelling omhoog. Het lijkt de Echternach-possessie wel, twee stappen voorwaarts en eentje terug. De pas ligt tussen de Konjavec (2568 m) en Mišeljski konec (2464 m). Dit is ook de overgang tussen twee bergvalleien: de Velska Dolina van gisteren en de Dolina Triglavskih Jezero of het dal der zeven Triglav-meren. Op rotsblokken zien we dan ook in rode verf geregeld de markering "7 Jez". Bij het afdalen na de pas ligt rechts in de verte op de rotskam de berghut Zasavaska Koča (2071 m) met de twee eerste meren. Wij laten dit rechts liggen en dalen af naar het volgende, het Zeleno Jezero of groene meer, vanwege de kleur. Over rotsen tussen twee bergkammen in dalen we naar het volgende meer. Rechts de bergwand van de M. Spicje (2312 m) en V. Spicje (2389 m) links die van de V. Zelnarika (2320 m) en M. Zelnarika (2310 m) met puinsteenwand, langs het pad liggen grote en kleine witte rotsblokken die van de wand losgekomen zijn. Het V. Jezero Ledica of niermeer, genoemd naar de vorm, ligt enkele tientallen meters beneden het wandelpad dat hier in de gruishelling ligt. Veruit de mooiste waterplas in de vallei, niet verwonderlijk dat vele wandelaars zich een uitgebreide rustpauze veroorloven op een groene heuveltop aan het einde van het meer. We dalen naar de boomgrens, opnieuw de dwergdennen en een geel-paars bloementapijt. Het pad loopt een smalle slonk binnen en we verplaatsen ons in een paradijselijke omgeving, witte kalkstenen en bergwand van de Kopica (2190 m) en de V. Ticarica (2091 m) aan één kant, de zich openende vallei met bloemenpracht en vele vlinders aan de andere. Moci vec noemt het volgende meer, net erachter ligt de berghut Koca pri Triglavskih jezerih (1685 m) en daarachter weer het Dvojno jezero of dubbelmeer. Het is intussen middag en het ideale moment voor een dikke bonen- of noedelsoep met of zonder worst. Je moet weten dat alle extra ingrediënten en brood apart geprijsd staan, je betaalt hier dus apart voor soep, brood en worst. Hier hebben we de keuze, rechtstreeks naar het volgende meer crno jezero (1294 m) en dan over een met een staalkabel beveiligd rotspad naar de Savica warterval of verder de Via Alpina volgen naar de berghut Dom na Komni (1520 m). Wij kiezen voor het alpenpad, dalen snel steil naar beneden in de vallei Lopucniska Dolina en klimmen langs de andere zijde er weer uit. Rotsen, bloemen, dwergdennen op en neer deinend door een schitterend landschap. De voornaamste bergen rechts van ons is de Mahavscek (2008 m) met rechts ervan de Bogatin (1977 m) en links de Vrh skrli (1926 m), erachter de Krn (2244 m). De Bogatin van Zlatarog, is dit het paradijs? Het landschap heeft er in ieder geval veel van weg. De totaal gerestaureerde berghut Dom na Komni met goederenkabelbaan ligt op een rotspunt en we mogen nog eens kort naar boven kruipen. Het uitzicht vanaf het terras op het bijna duizend meter lager liggende meer van Bohinj met de gletsjermorene is adembenemend. Een oud ezelspad met 66 serpentines, aangelegd door de partizanen in oorlogswoelige tijden, brengt ons bij de Savica waterval. Op rotsblokken vinden we in rode verf het nummer van de bocht terug. Na negen en half uur stappen staan we terug aan ons uitgangspunt: hotel Zlatorog. Zlatorog zullen we niet gauw vergeten, we hebben genoten en geleden onder zijn bewind. Aan de hand van de conditie van de wandelaar en het weer kan je deze tocht door de aanwezigheid van de veelvuldige berghutten in twee tot zes dagen wandelen. In de zomermaanden is reservatie aan te raden maar niet noodzakelijk, in de weekends en begin augustus is het er superdruk. Wij moeten hotel Zlatorog nog eens vernoemen en dit om twee redenen. Dit hotel is vanaf 2006 het eerste bio-hotel in Slovenië en bij minstens twee overnachtingen is het mogelijk fietsen te huren voor meerdere dagen, een pluspunt voor mensen die fietsen willen huren voor een fietstocht rond het Triglav-gebergte. De huurprijs per dag bedraagt in 2006 € 20.

    Koninklijke behandeling

    Door de wandeling een dag op te schuiven en de geboekte overnachtingen niet allemaal te moeten veranderen rijden we na terugkeer van onze huttenwandeling diezelfde avond nog door naar Tolmin om daar de volgende morgen onze fietstocht te starten in plaats van aan het meer van Bohinj. Tolmin ligt op een heuvel bij de monding van de Tolminka in de Soca. Kenmerkend voor dit plaatsje zijn de burgruïne op de heuvel Kozlov rob, de oude stadskern en het mooie sportpark Brajda dat vaak als trainingsbasis fungeert voor gerenommeerde sportsclubs. Ook kunstenaars en artiesten van internationaal allure zijn te gast in dit stadje. Tolmin is de festivalstad bij uitstek, liefst vijf zomerfestivals vinden plaats op de grasvelden en picknickplaats aan de samenvloeiing van Tolminka en Soca. In Tolmin bevindt zich slechts één hotel, het Krn-hotel. Het grote gezellige terras aan de rand van het oude centrum is s'avonds dan ook de ontmoetingsplaats bij uitstek. De nabijgelegen dorpen bieden gastenkamers aan en voor wie met de tent onderweg is, campings vind je op de fietstocht rond het Triglav-gebergte in overvloed. Alles ligt in Tolmin centraal, naast het hotel vind je het bureau voor toerisme en erachter het sporttoerisme-centrum Maya die o.a. wandelingen, fietstochten, rafting, kajak, canyoning en speleologie in hun programma hebben. Zij bieden en raden onervaren recreanten dan ook gidsen aan voor alle denkbare evenementen die enig risico inhouden en geen probleem raakt onopgelost (www.maya-bn.si).
    Hier en over de gehele fietsroute zijn resten uit WO I te bespeuren en vele kleine partizanenmonumenten. Het mooiste monument bij uitstek is de Heiliggeestkerk van Javorci ter herinnering aan de Oostenrijkse en Hongaarse gesneuvelden die hoog boven het Tolminka dal uitsteekt, één van de twee ten noorden van Tolmin gelegen bergvalleien. Tolmin kan als uitvalbasis dienen voor enkele dagen fiets-, wandel- en wildwaterpret. Ze geven een toeristische kaart uit over de regio Tolmin-Kobarid, hierop vind je 27 fietsroutes met aanduiding van tijd en moeilijkheidsgraad en 12 gemarkeerde wandelpaden.

    Intermezzo Tolmin

    Wil je ten volle van het natuurschoon genieten rond Tolmin trek je best één of twee extra dagen uit. Het gebied Tolmin-Kobarid noemt niet voor niets het land van het levende water. De monding van de Tolminka in de Soca is uitgangspunt van een bewegwijzerde wandeling naar de meest bezochte natuurlijke bezienswaardigheid in de Tolmin-regio: de Tolminska korita, het ravijn op de samenvloeiing van Tolminka en Zadlascica. De rondwandelweg loopt eerst langs de Zadlascica tot aan een tussen de smalle kloof geklemde rotsblok, de Medvedova glava of de Berenkop. De terug weg draait de Tolminka vallei in waar je naar de straat klimt. Enkele bochten hoger ligt de Zadlaska of Dante-grot. Het verhaal gaat dat de beroemde Italiaanse Renaissancedichter Dante Alighieri in de periode van zijn verbanning aan deze rivier inspiratie vond voor de afgrijselijke beelden voor zijn werk "Hel". Naar beneden wandel je over de Hudicev most of de duivelsbrug die 60 m boven de Tolminka ligt. Je kan bij de ingang van het ravijn ook het wegje inwandelen in het dal van de Tolminka naar de wondermooie Heiliggeestkerk van Javorci en de Planini Polog, een alm waar nog een kaasboer actief is. Op weg kom je voorbij aan een oorlogsbegraafplaats van enkele verzetstrijders. Rechts van de Planini Polog achter de boerderij aan de bedding van de Tolminka ligt een oorlogsbunker die toegankelijk is, maar de nodige verlichting en voorzichtigheid vereist. Diepe gaten in de vloer en een in een schacht weggestoken trap zonder steun zijn niet ongevaarlijk. Beneden aan de bunker moet je zeker een kijkje nemen bij de afdamming van de rivier. Wij wandelden niet over de gemoedelijke door het bos klimmende grindweg naar de alm maar gebruikten onze fietsen die wij daar achterlieten. De afstand vanuit Tolmin naar de alm bedraagt heen en terug toch 20 km en de wandeling naar de bron en terug neemt neemt ook nog enkele uren in beslag. Zie dat je fiets stevig staat, want die Sloveense koeien zijn nieuwsgierig of je komt aan zoals wij met Sonja's fiets die kantelt en met het stuur in een koeienvlaai terecht komt. De alm is uitgangspunt naar één van de idyllische plekjes uit onze Triglav-onderneming, de bron van de Tolminka. De op het einde al sterk verslechterende grindweg gaat over in een ezelspad dat in serpentines hoogte wint. Af en toe is een bocht afgesneden, doordat grote kalkrotsblokken, door een aardverschuiving in 1988 naar beneden gekomen, de weg blokkeren. Uiteindelijk komen we bij een berghut met picknickplaats en ... houten toiletten. De bron bestaat uit zeven gaten die vandaag door gebrek aan regenwater droog staan. De vallei opent zich in een droom van een Cirque, een schitterend keteldal omringt door rotswanden. We lopen even richting rotswand en draaien dan naar rechts naar een enorme witte steenwoestijn, een droog liggende waterbedding. Even rechts nar beneden steken we een natuurlijke dam over waarnaar we schuin links een helling omhoog wandelen. We steken rechtsdraaiend opnieuw een witstenen beekbedding over en belanden zo op een beboste bergkam die vlak verloopt maar door het grote verval van de beekbeddingen aan hoogte wint. Heerlijke uitzichten in een wild romantisch kader. We dalen en komen voorbij aan enkele berghutachtige vakantiehuisjes op een alm waar de huurders te voet naar toe moeten. In de verste verte is hier geen weg, hier sleur je jouw spullen de berg op. We zakken snel naar de Tolminka voor een avontuurlijke overtocht van de heldere over rotsen kletterende smaragdgroene rivier, een kabelconstructie met een zelfbedieningsplatform van twee meter op één dat door middel van een zwengel ons handmatig naar de overkant moet brengen. Nog even dalen over de grindweg van daarstraks en we staan opnieuw bij onze fietsen ... omsingeld door nukkige koeien.

    De panoramawegen rond Tolmin

    Bij goed weer en goede thermiek zal de lucht boven Tolmin zwart zien van parachutes. Paragliding is hier een begrip met wereldfaam. De weg naar de Planini Strador met berghut is voor de sportievelingen een uitdaging om naar boven te fietsen. Of voor de extremisten onder ons verder omhoog over onverharde wegen en paden naar de Planini Razor (1315 m), eveneens met berghut en dan terug over het gehucht Tolminske Ravne naar Tolmin (180 m), goed voor 39 km hard labeur.
    Vanuit Tolmin loopt op de linkeroever een parallelweg met de op de andere oever gelegen hoofdverkeersweg. Deze weg doorkruist enkele typische boerendorpjes met authentieke gebouwen. De weg versmalt in de dorpskernen en slingert zich tussen de huizen door. Volarja en Kamno zijn geschikte voorbeelden. Tussen beiden dorpen staat het eenzame kerkje van St. Bric en in Kamno heb je de keuze. Of je blijft in de vallei of je klimt naar het dorpje Vrsno en eventueel naar het dorp Krn aan de voet van de gelijknamige berg (2244 m). De specifieke vorm van deze berg springt in het oog en maakt hem tot één der best herkenbare in de Julische Alpen. In de geschiedenis staat hij bekent als frontlinie tijdens WO I met uiterst bloederige gevechten. Vrsno is de geboorteplaats van Simon Gregorcic, geestelijke, aanbidder van de rivier Soca en Slovenië's meest geliefde dichter. Zijn geboortehuis is nu een museum. In dit gebied bevinden zich drie beken die zich in de nabijheid van Volarja verenigen om in de Soca te vloeien. Zij zijn gezegend met talrijke stroomversnellingen en watervallen waaronder de 104 m hoge Brinta van de beek Malenscek, de 88 m hoge Gregorcic waterval van de Volarja en de 70 m hoge Dvojni waterval van de Mrzli potok. Een bezoek aan dit natuurgeweld is aan te raden onder begeleiding van een ervaren gids. Via het dorpje Smast krijg je vanuit Vrsno terug aansluiting op de parallelweg in het Soca dal naar Kobarid.
    Kobarid op het kruispunt van twee valleien heeft steeds een strategische positie bekleed. Resten van nederzettingen uit de IJzertijd, talrijke Romeinse vondsten en de antieke burcht Tonovcev bevestigen dit. We fietsen het stadje binnen over de Napoleonbrug waaronder de uit een lange kloof vloeiende smaragdgroene Soca zich opent. In Kobarid lag ook de frontlinie, het Isonzofront, in WO I tussen de Italianen enerzijds en de Duitsers en Oostenrijkers anderzijds. Het knekelhuis in de zuilenkerk boven op een heuvel, resten der verdedigingslinies en het Kobarid museum zijn trieste getuigen van dit schouwspel. Het museum van Kobarid opende in 1990 zijn deuren en is vooral gewijd aan het Isonzofront, het grootste slagveld in de geschiedenis van de bergwereld. Het museum fungeert als anti-oorlogsmuseum en kreeg hiervoor in 1993 de prijs van het beste Europese museum. Een multimediavoorstelling maakt de bezoeker vertrouwd met de gruwelijke levensomstandigheden aan het front, de erbarmelijke toestanden in de bergen en het gebruik van het eerste gifgas. Maquettes van de bergen met ingetekende linie weerspiegelen de werkelijkheid. Iedere kamer stelt een ander aspect uit de oorlog voor. Aangrijpend is een gesproken brief van een Duitse soldaat (levensgrote pop) in een blokhut aan zijn familie. De opgenoemde bezienswaardigheden samen met misschien wel de mooiste waterval, de Kozjak, zijn verbonden in een 5 km lange historische wandelweg waar je gerust enkele uren voor uittrekt.
    Terugkeren naar Tolmin kan over de hoofdverkeersweg maar ook over de panoramaweg op de bergkam van de Kolovrats. Deze weg loopt eerst omhoog naar het dorpje Livek (690 m) en bevindt zich op de bergzadel tussen de Matajur (1642 m) en de Kuk (1243 m), de hoogste top van deze bergketen. Op de kam op de Sloveens-Italiaanse grens is het genieten op de Soca en de Julische Alpen in het noorden en op het heuvelland van Venetië, de Po-vlakte en de Golf van Triest aan de andere zijde. Naar beneden gaat het dan na 42 km en 940 m hoogteverschil over Volče terug naar Tolmin.

    Waterrijk

    Vanuit Kobarid kun je een vlakke fietslus van 25 km in het dal van de Nadisa maken, één der zuiverste en warmste alpenrivieren. Volgens de locale bevolking bezit de rivier een heilende werking. Verleng je deze tocht met 20 km tot in het oord Breginj dat tijdens de aardbeving in 1976 op de kerk na volledig vernield is en het meest westelijk gelegen dorp van Slovenië Robidisce, dan krijg je 450 m hoogteverschil te verwerken. Na de aardbeving is er werk van gemaakt niet alleen de huizen opnieuw op te richten en oude gebouwen tot vakantiehuizen te herstellen maar ook nieuwe fiets- en wandelpaden aan te leggen.
    Wij fietsten van Tolmin over de parallelweg naar Kobarid waar we opnieuw een keuze moesten maken. Of over de hoofdweg met betrekkelijk weinig verkeer of 5 km bergop met 300 m hoogteverschil naar het mooie dorpje Dresnica (540 m) met op een hoogte de Heilig Hartkerk. Indien je geen berggeit bent en de panoramawegen rond Tolmin links hebt laten liggen dan kan je nu eventueel inschatten hoe je morgen de tocht over de Vrsic-pas zal verteren die 10 km lang is met een hoogteverschil van 900 m. Na de gehuchtjes Jecerca en Magozd verandert de weg in een steenslagweg die alsmaar verslechtert. Wij fietsten deze laatste route maar ondervonden dat hij enkel geschikt is voor stevige fietsen, waarover wij gelukkig beschikken, en zeker niet voor bagagekarretjes of kinderwagens. De hoofdweg is anders ook zeer mooi en loopt op een hoogte boven de Soca tegen een rotswand en geeft mooie panorama's op de bergketen. Je moet sowieso even in de richting van Dresnica fietsen maar na enkele honderden meters ga je links een grindweg op naar de parking van de Kozjak waterval. Een wandeling van een halfuur brengt je bij enkele loopplanken tegen de rotswand en even later sta jij, op een houten platform boven een smaragdgroen bassin met overhellende rotswanden, je te vergapen aan de naar beneden stortende watermassa. Of je nu wel of niet de berg op fietst op weg naar Bovec, in ieder geval moet je naar de hangbrug over de Soca in Trnovo ob Soci (bij de camping en het watersportcentrum) om een kijkje te nemen naar de rafters en de kajakers in de immens spectaculaire kloof. Over de hoofdweg gaat het dan verder naar Srpenica en Zaga. Na eerst een hellinkje omhoog fietst het vlot en lang gezapig naar benenden. We komen terug bij een brug over de rivier die we eerst nog even rechts laten liggen. In de volgende bocht ligt een langere brug over een beekvallei met een spectaculair zicht. Uit de rotswand spuit de grootste massa water van alle watervallen in de Julische Alpen, 106 m in vrije val met een verlengde van nog eens 30 m. De Boca is via een wandelpad in 1,5 uur aan de linkerkant van de brug te bereiken. We fietsen terug naar de brug over de Soca, die we over een gladde zandweg stroomopwaarts volgen op de andere oever. Het dal opent zich en wij fietsen de Bovec-vlakte in, een komvormig dal tussen de bergen. Het eerste dorpje is Ceszoca waar zich een leuke uitspanning bevindt. Fiets je rechtdoor op het kruispuntje in dit dorp dan blijf je rechts van de Soca die je dan pas oversteekt aan het begin van de Trenta-vallei. Zo mijd je de verkeersweg maar ook het toeristische stadje Bovec.

    Intermezzo Bovec

    Bovec (460 m) is het toeristenplaatsje bij uitstek aan de Soca. Tussen de twee gotische kerken ligt een plein met typische huizen, restaurants en hotels. De vlakte van Bovec is omgeven door steile bergwanden met de Kanin (2587 m) als hoogste berg. Een kabelbaan brengt je in een half uur over vier stations op 2200 m hoogte van waaruit prachtige bergwandelingen vertrekken over gemarkeerde paden. Vanaf het eerste tussenstation (979 m) kan je downhill mountainbiken naar het dalstation (436 m). Het pittoreske stadje bezit vele overnachtingsmogelijkheden waaronder vier campings in de nabije omgeving. In het centrum heb je twee grote uitnodigende overdekte terrassen, maar een aanrader is zeker de gerestaureerde Dobra-Vila-Bovec. Een trendy hotel-restaurant, stijl jaren 60 met kleurrijke kamers, een modern ogend restaurant en wintertuin. Bovec is net zoals Tolmin standplaats voor de sportieve recreant en geeft een kaart uit met bewegwijzerde wandelwegen en 15 fietswegen. Het gaat hier om zogenaamde mountainbikepaden waarvan vele geëigend zijn voor degelijke hybriden. Ook de panoramawegen, de Trenta-vallei en enkele zijdalen zijn hierin opgenomen als fietsroute. In Bovec komen de valleien van de Soca en de Koritnica samen. Beiden rivieren stromen door bergengten waar nog juist extra plaats is voor een weg. De weg langs de Koritnica loopt naar de Perdelpas (1156 m), de grens met Italië. Aan de samenvloeiing van de Koritnica en de Sumnik ligt het fort Kluse. Diep onder de brug stroomt het water in een smalle diepe kloof. Een strategische plek waar eerst een vesting en later een versterkt fort deel uitmaakten van het eeuwenlange strijdgewoel. Op de weg naar de Predel-pas ligt ook het dorp Log pod Mangrtom, je bevind je nu in het dal van de honderd watervallen. Bij voldoende regen storten zich hier tientallen watervallen naar beneden, niet zichtbaar vanaf de weg maar verborgen in duistere kloven waar gemarkeerde wandelpaden naartoe voeren. Ieder nevendal vergezeld door een straatje is de moeite om omhoog te fietsen of te wandelen, allen eindigen bij een bron, watervallen of in een cirque van bergwanden die dan weer startpunt zijn voor een bergwandeling. Net voor de grens vertrekt de 11 km lange Mangrt panoramaweg ( 1100 m - 2040 m), een tolweg van slechts € 3,00 die eveneens vergezeld is van een bewegwijzerd wandelpad. De tolweg is een uitdaging voor wielerfanaten van alle pluimage, zowel mannen als vrouwen zien wij naar boven kruipen. De weg is smal en de dieptes oneindig. Drie onverlichte tunnels en geiten op de weg spreken boekdelen. Op het hoogste punt van de route, de Mangrt-zadel, wacht je een hemels panorama. Over het zadel, naar het noorden, vergapen wij ons in het Italiaanse dal, de Valle della Lavna, met in de diepte de Laghi di Fusine of de Mangrt-meren (924 en 929 m). Van hieruit wandel je in twee uur (drie uur voor de via ferrata) naar de top van de Mangrt (2678 m). Hiervoor heb je drie mogelijkheden: de rechtse Sloveense weg vooral in gebruik als toegangsweg, hoogtevrees is hier niet op zijn plaats en trapzekerheid is vereist. De linkse Italiaanse weg is gemakkelijker en zelfs geschikt voor onervaren wandelaars en kinderen. Aan Italiaanse zijde ligt ook nog een via ferrata, de steilste in de Julische Alpen waarbij de laatste honderd meter over een loodrechte wand voeren. Terug op de weg tussen de panoramaweg en de pas Predel tref je op een ruïne van een Oostenrijks fort. Aan de weg een monument, een grafsteen in de vorm van een piramide, met aan de voet ervan een gewonde leeuw. Oostenrijkse grensbewakers leverden hier op 15 mei 1809 drie dagen lang een bitsige strijd tegen de overmacht van Napoleons leger. Van overgave wilden zij niet weten, ze streden met de moed van een leeuw en stierven een heldhaftige dood. Interessante nevenvalleien met Gorges en watervallen zijn het bovendal van de Koritnica, de Nemclja en de Šumnik.

    De wildromantische Soča

    Smaragdgroen helder water en volgens insiders de mooiste bergrivier van Europa is vanaf de bron tot Tolmin een langgerekte grote bezienswaardigheid. Tussen Srpenica en Kobarid vloeit hij met grote kracht doorheen de Kobarider dalengte, een kloof waar kajakers, rafters en andere wildwaterfanaten de enorme waterkracht trotseren. De stroming richting Tolmin neemt daarna in sterkte af en het water vloeit door een bedding van ronde witte rolkeien. Veel aandacht van het natuurbeheer gaat uit naar de kweek van de unieke reuzenforel, de Soca Forel of Salmo marmoratus met een gemiddelde lengte tussen 50 en 70 cm. Een logo van deze vis is eveneens het embleem van het wandelpad van de Soca in de Trenta vallei. Dit is 20 km lang en het oudste pad in het Nationaalpark Triglav. Het loopt van de bron tot in het dorpje Krsovec op de grens van het natuurpark in de buurt van Bovec en is te combineren met de bus. Waar de weg langs de Soca terug de bergengte opzoekt staat het bord dat je opnieuw het nationaalpark betreedt. Parkeren doe je op de parking bij een oude kabellift. Net voorbij de bocht daalt een steil voetpad naar de hangbrug bij de ingang van de Gorge at Kršovec Zmuklica, een zeer nauwe kloof. Hier begint ook het wandelpad van de Soča. Een kilometer verder tref je opnieuw een hangbrug waar je alweer geniet van het onstuimige water. Van de andere kant van de brug kom je wanneer je voor Bovec in Ceszoca op de linkeroever van de Soca verder fietst. Op deze grindweg zal je enkele honderden meters wel verplicht zijn de fiets ter hand te nemen. Het is omwille van de spectaculaire kloof ook raadzaam al deze hangbruggen langs de route op te zoeken. De volgende hangbrug fiets je opnieuw over. Opnieuw rechts van het water gaat het over een zandweg in het dal van de Lepenjica voorbij aan een camping en gastenkamers (450 m). De Lepenjica vallei eindigt na 6 km bij de Dom Dr. Klementa Juga (700 m), een berghut en is zeker de moeite om naartoe te fietsen. Deze berghut is ook uitgangspunt voor een gemakkelijke twee urenwandeling naar het Krnska jezero of Krn-meer (1394 m) en de top van de Krn (2244 m) die nog een uurtje verder ligt. Aan de ingang van de vallei bevindt zich de Lepena Gorge. We blijven rechts van de Soc;a en naderen het gelijknamige dorp. Pal ervoor ligt de grote Soca Gorge die 750 m lang is en 15 m diep. Net voorbij het dorp stoot je op de volgende nevenvallei, die van de Vrsnica en de Suhi-potok ... weeral met Gorges en watervallen. Over de hoofdverkeersweg gaat het dan verder naar Trenta. Typerend is de bouwstijl van de zogenaamde Trenta-huizen met lang overhangend houten dak en daaronder een balkon met trap. In het gehucht Na Louga kun je in het informatiecentrum van het Nationaalpark Triglav via multimediavoorstellingen en exposities alles te weten komen over hydrologie, geologie, milieu, natuur en cultuur. Op het bovenverdiep bezoek je een restauratie van een Trenta-huis met schapenalm. Vanuit Trenta (620 m) is een mooie twee- of driedaagse huttentocht (twaalf uren wandelen in het totaal) te maken naar de top van de Kanjavec (2568 m) met overnachting in de berghutten Tržaška Koca (2151 m) of de Zasavska Koca (2071 m).Een ander natuurschouwspel is de Botanische alpentuin "Julijana" die tot stand kwam door Albert Bois de Chesne (1871-1953), geholpen door diens bergvriend Julius Kugy. Je vindt hier niet alleen alpenplanten uit het nationaalpark maar ook planten uit omringende bergketens, zoals de Karawanken en Kamnik-Savinja Alpen. Even verder voor de eerste haarspeldbocht richting de Vrsic-pas loopt een weg naar de parking om de bron van de Soca te bezoeken. Een half uurtje wandelen brengt je in een wilde vallei. Beneden zie je een ruige bergstroom in ettelijke watervallen naar benenden storten. Voor de bron moet je naar boven en via een staalkabel balanceer je op een smalle richel een zevental meters boven het water. De bron is een bassin in een grot, meestal staat deze in de zomer te laag om naar buiten te spuiten, maar wees toch op je hoede.

    De Vrsic-pas

    De Vrsic panoramaweg bestaat uit 50 bochten, 24 omhoog vanuit Trenta en 26 omlaag naar Kransjka Gora. Een reden om de route in deze richting te fietsen is dat je tot aan het begin van de bergpas haast geen merkbaar hoogteverschil hebt moeten overwinnen, de hoogteoverwinning verliep vooral in een lang vals plat. De 11,6 km lange klim naar de pas gaat geleidelijk aan een bijna continue stijging naar boven. De bochten zijn genummerd, maar was het nu in bocht 39 of 38 dat die waterval lag? Voor wie er tegen aan ziet kan altijd proberen zijn fiets op de bus te zetten en boven uit te stappen. In de tweede bocht naar boven staat het standbeeld van Julius Kugy waarnaar de Julische Alpen genoemd zijn. Op de pas zelf liggen enkele berghutten en heb je een heerlijk uitzicht op de Prisojnik (2547 m). De afdaling is in 26 bochten opgedeeld over een afstand van 12,4 km. Ergerlijk zijn hier de kasseien in de bochten. Wanneer je op je zadel zit te wroeten en dan nog die ellendige kasseien moet verwerken in de klim is een reden te meer om de route in de door ons voorgestelde richting te fietsen. In de afdaling kom je voorbij een houten donkerbruine Orthodoxe Russische kapel. In de bergwand voor ons, na lang zoeken, herken je een gezicht. Peter, onze begeleider vroeg of we de persoon tegen de bergwand zagen, daar bij die witte stip. Die bergwand was zover af en wij vroegen ons af waar hij die persoon zag. Dat meisje daar, herhaalde hij. Welk meisje, hoe weet jij dat het een meisje is. Door dat lange haar, antwoordde hij. Een lachbui volgende toen bleek dat wij naar een reuzengroot gebeeldhouwd gezicht in de rotswand moesten uitkijken, dat van die lange haren had hij even erbij gefantaseerd. Bij de eerste huizen van Kransjka Gora houden wij halt bij een grote vijver. Op de oever staat een monument van Zlatorog, de gems met de gouden hoorns. Ons gasthuis Gostilna Cvitar ligt pal in het centrum van Kranjska Gora, op de markt langs de kerk. Het was een drukke dag vandaag en al laat. Van vroeg in bed kruipen komt echter niets in huis, tijdens een nagesprek met de waart vergast die ons op blauwbessenjenever. Na enkele glaasjes moet Sonja de specialiteit van het huis proeven, een pruimenstrudel. Nadat Peter en ik de fles schnaps geledigd hebben, laat de waart ons los ... inmiddels zijn we middernacht al ver voorbij.

    Ogen te kort

    Kranjska Gora ligt aan de bovenloop van de Sava Dolinka op enkele kilometers van de Italiaanse en Oostenrijkse grens. De stad is bekend om zijn wintersportcentrum dat in richting Italiaanse grens ligt. De volgende morgen fietsen we parallel aan de hoofdweg voorbij aan die skipistes naar de bron van de Sava. Onze fietsen laten we achter bij de toegang tot een bosje. We gaan te voet verder want borden maken ons duidelijk dat fietsen hier verboden is. De met grind verharde wandelpaden in het natte boslandschap Zelenci zijn een aangename verrassing. Een oase in de bergen waar een goed uitgezette bewegwijzering ons de weg toont. Uiteindelijk komen we bij een magnifieke biotoop, een veenachtig gebied met smaragdgroene plas, een uitkijktoren en infoborden. Een plaats van rust, een plek om even te verwijlen. De bron zit verborgen onder de struiken, bij iedere sprong op de oever ontsnappen luchtbellen uit de bodem en wij creëren even een bubbelbad. Terug in Kranjska Gora verlaten wij het stadje langs de andere zijde over een geasfalteerd fietspad op een oude spoorwegbedding, een fietssnelweg door bomen onttrokken aan de hoofdweg. In Gozd Martuljek draaien we rechts de vallei in en laten onze fietsen achter op de wandelparking. We wandelen een kloof binnen met loodrechte wanden en een met witte keien bezaaide bedding. Via enkele brugjes komen wij tot bij de onderste Martuljkov waterval. Imposant hoe het water in zes stages naar beneden stort, met zekerheid is dit in zijn totaliteit de hoogste waterval op onze rondreis. Het nog steeds bewegwijzerde fietspad op de voormalige spoorweg naar Mojstrana veranderd in een goed fietsbaar grindpad. In dit dorp lopen twee wegen naar het zuiden. De rechtse naar de Vrata vallei met de bergrivier Bistrica die na 11,5 km eindigt bij de noordwand van de Triglav. Net voorbij de laatste huizen fietsen we links naar de rivier en stuiten op een prachtig stukje groen, een voortreffelijke picknickplek aan de met witte keien bezaaide beekbedding. Na 5 km staan wij op de parking van de Pericnik waterval. Een half uurtje wandelen brengt ons bij de van een overhellende rots vallende watermassa, 52 m hoog naar beneden. Onder in de waterval ontwaren wij een regenboog. Leuk is ook dat je achter de immense watermassa door kunt wandelen in de uitgeholde rotswand. Nat is het wel, door condens ontsnap je niet aan een frisse douche. Langs de waterval gaat het omhoog naar het op een rots gelegen waterbekken en merken wij dat ook daar een waterval van 16 m naar beneden klettert. Aan deze kleinere waterval zit een familie lekker Vlaams te praten, de wereld is klein, niet? Boven op de rots kun je vanaf de richel in de diepte kijken, niets voor mensen met hoogtevrees. Na de waterval wacht ons een klim van 25 % over twee kilometer die daarna uitvlakt. Sonja besluit bij de blokhut op de parking te wachten zodat ik mijn bagage bij haar achterlaat. Peter en ik pakken de helse klim richting Triglav noordwand aan. Gelukkig is de steilste helling geasfalteerd en wanneer ik mij omdraai zie ik Peter mijn gezel, mountainbiker en 20 jaar jonger, zijn tanden stuk bijten om dat Belgske te volgen ... hij ziet af en ik maar grappen over plattelandfietsers en ouderdomsdekens. De Triglav-wand is hier maar liefst 1500 m hoog en geliefd bij bergbeklimmers. Bij een reusachtige monumentale kettingschakel ter herinnering aan Partizaanse bergbeklimmers, aanschouwen we nogmaals de wand en keren daarna terug. Ditmaal bergaf en in geen tijd staan zijn wij terug bij Sonja. Terug in Mojstrana draaien we naar rechts, de tweede weg naar het zuiden, en klimmen gelijkmatig de vallei uit. Na 4 km in een bocht net voorbij de top nemen we rechtdoor een smalle weg omlaag door het bos. Deze mondt uit in de machtige Radovna vallei met in het verlengde de Krma vallei, die ik maar niet vastgelegd krijg op camera. Drie-dimensioneel zicht omzetten in twee- dimensioneel beeld is niet evident en brengt niet altijd het verwachte resultaat. In het gehucht Zgornja Radovna bevindt zich de museumboerderij Pocar. De langzaam door het bos dalende grindweg langs de Radovna is van onbeschrijfbare schoonheid, dit is genieten. Deze vallei is top: partizanenmonumenten, almen, hutten, hooidroogrekken, kapelletjes, bergwanden en een zuivere bergrivier. Een tiental informatiebordenborden geven uitleg.

    Massatoerisme in Bled

    De vallei van de Radovna krijgt naar het einde toe een asfaltlaag en in Gorje verliezen we de rivier even uit het oog. We vinden hem terug in de kloof Vintgar. Wellicht het bekendste natuurmonument uit de omgeving en omwille van het massatoerisme het best vroeg in de morgen of laat in de namiddag te bezoeken. Zo mijd je op de smalle loopplanken en paden de grote horten toeristen per bus aangevoerd. De kloof, sinds 1893 toegankelijk gemaakt, is een 1,6 km lange en 100 m diepe engte met loopbruggen beneden langs de wanden, enkele meters boven het wateroppervlak. Aan het einde zorgt een afdamming onder een spoorwegbrug ervoor dat de waterdruk op de 16 m hoge waterval Sum behouden blijft. Voor een foto moet je een lange trap naar beneden, een eindje verder over een brug en langs de andere oever over een bospad terug naar de voet van de waterval. Het ovale meer van Bled (475 m) met in het midden het eilandje is bekend als vanwege zijn pelgrimskerk met wensklok. Het kerkje is vooral in gebruik voor huwelijksplechtigheden. Rond het meer ligt een wandel- en fietsweg van ca. 8 km. Op een rots boven het meer staat de burcht van Bled waarin een streekmuseum is ondergebracht. Aan de hoofdweg richting het meer met zijn winkels, hotels en restaurants is veel bedrijvigheid. De pelgrimskerk op het eiland is bereikbaar per boot. Over de breedte van het meer staan twee banen getrokken voor de roeiclub. Slovenië is bekend om zijn vermaarde roeiers die hier en op het meer van Bohinj hun trainingsbasis hebben, zij leverden zelfs enkele wereldkampioenen. Bled geeft een toeristische kaart uit met ingetekende fietswegen en 15 wandelwegen met op de achterkant een kleine uitleg en de geschatte tijdsduur.

    Autotrein voor fietsvervoer

    Deze etappe gaat naar de autotrein in Bohinjska Bistrica die ons de smalle weg over een weinig zeggende bergpas moet besparen. De trein rijdt ongeveer om de twee en half uur. Je hebt twee mogelijkheden om deze trein te halen. De eerste gaat over de hoogvlakte Pokljuka (1200-1500 m), een heuse klim dus. Boven op de top gaat de route linksaf over een grindweg door moerassig natuurgebied. Wij kiezen voor de geleidelijk aflopende hoofdweg naar Bohinjska Bistrica nadat we eerst eens rond het meer fietsten. Op deze weg liggen drie dorpjes aan onze rechter kant waar wij telkens de hoofdweg voor enkele kilometers verlaten. Het eerste dorpje is Bohinsjka Bela. Bela, belle, mooi, zo mag je het dorpje wel omschrijven. De straat klimt naar het centrum en wringt zich tussen enkele oude typische huizen en schuren doorheen het dorp. Boven het dorp bij een rotswand bevindt zich een onbeduidende waterval die te bereiken is via nauwe straatjes. Interessanter is een geleid bezoek aan de druipsteengrot Pod babjim zobom. Afspraak van mei tot september op zaterdag om 10 uur voor het gasthof Rot, in juli en augustus op woensdag, zaterdag en zondag. Het volgende dorp is Nomenj en via het eerste wegje verlaten wij opnieuw de hoofdweg. Als Bela voor mooi staat, dan is men dat hier in veelvoud vergeten te vernoemen. Let ook eens op de kleurrijke bijenhutten in de weiden of gewoon langs de weg. Hutten, want daar lijken ze op, alleen dat de façade bestaat uit vele op brievenbussen lijkende bijenkorven die de bijen toelaten naar binnen en buiten te vliegen. De Carnica- of Carniola-bij is bij imkers een gewaardeerd insect en net zoals in Karinthië aan de andere kant van het Karawankengebergte is de honing van deze vlijtige beestjes een gegeerd product. Vanuit het dorp kun je te voet nog naar enkele watervallen. Wij fietsen niet de hoofdweg op na het dorp maar nemen de in verval geraakte oude, in het begin haast overwoekerde, weg. Wanneer wij uiteindelijk dan toch op de hoofdweg geraken, steken we deze over en via een houten brug geraken we op de andere oever van de Sava Bohinjka met een picknickzone aan de rivier. We leggen ons in het gras en kijken naar de vissen in het water. Aan de andere kant van de weg boven een huis stort nog een smalle waterval naar beneden. Even verder verlaten we opnieuw de hoofdweg en fietsen door het gehucht Bitnje. In een weide op de rand van het gehucht staat een typisch kerkje met vierkante toren en gekleurde bakstenen op de hoeken. Hier komt ook de route over de hoogvlakte Pokljuka naar beneden. Na nog drie kilometer verkeersweg staan we bij het stationnetje van Bohinjska Bistrica. Een half uur voor de trein van half twee, goed op tijd dus. Wie de huttenwandeling de eerste twee dagen niet gedaan heeft raad ik aan om minstens één overnachting in hotel Zlatorog of op de gelijknamige camping te overwegen en een bezoek te brengen aan de Savica waterval, het goddelijke meer en al het andere moois. De oude autotrein is na aanleg van de smalle bergweg over de bergpas haast niet meer in gebruik, maar voor fietsers is dit een meevaller. In zes minuten sta je na een 6339 m lange tunnel in Podbrdo (508 m) aan de andere kant van de bergketen en dit voor € 6,25 voor twee personen en twee fietsen. Bovendien bevinden zich in de aparte fietswagon achttien fietshaken en enkele in de bodem verankerde riemen om karretjes en zo vast te maken. We fietsen nu door de Baska grapa of de vallei van de Baca. De weg is verlaten, smal en loopt op een hoogte langs de rivier tegen de rotswand. Op een helling naar een dorpje boven in de vallei na loopt de 25 km lange weg naar beneden tot de rivier uitmondt in de Soca in het dorpje Baca. De oude spoorbaan uit 1906 met mooie viaducten is uitgegroeid tot een historisch en architectonisch monument. De spoorweg brengt je tot in Postaja tot op 7 km van Tolmin en kan dus dienen als alternatief. Onderweg lagen maar enkele uitspanningen waarvan er slechts ééntje die dag open was, een combinatie van minisuperette en bar met een terrasje van twee tafeltjes in een bocht boven het dorpje Knesa. In Baca komen we op de hoofdweg terecht naar Most na Soci, ertussen ligt het station van Postaja voor wie de trein tot hier nam. Most na Soci ligt aan het stuwmeer op de samenvloeiing van de Soca en de Idrijca. Halverwege dit meer is het heerlijk vertoeven in een uitspanning met Zuiderse sfeer ... een strandhut met cocktailbar en schaduwrijk terras. De weg loopt langs het langgerekte meer ... Tolmin is niet ver meer.

    Foto's, kaart en praktische informatie:

    http://users.telenet.be/fietscontreien/slovenian_triglav.htm
    en
    http://foto.telenet.be/8712244112

    02-01-2011 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    01-12-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Harzer Hexen-Stieg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Harzer Hexen-Stieg in de Natuurparken Harz en Hochharz

     

    De Harz is het noordelijkst gelegen middengebergte in Duitsland, een ruw oud berggebied aan weerszijde van de voormalige grens tussen Oost- en West-Duitsland. De hoogste berg noemt de Brocken met 1142 m. De nationale parken Harz (Niedersachsen) en Hochharz (Sachsen-Anhalt) beschermen een uniek stuk natuurbrok midden in Duitsland. Het op 1 oktober 1990 gestichte nationale park Hochharz is vandaag 8900 ha groot en beslaat het Brockengebied, het Ecker- en het Ilsedal. Op 1 januari 1994 kwam het nationale park Harz erbij en strekt zich met 15800 ha uit van Bad Harzburg in het noorden naar Herzberg en het Oderstuwmeer in het zuiden. Beide parken zijn sinds 2003 internationaal erkend en verplichten zich hierbij gedurende 20 tot 30 jaar voor 75 % de natuur aan zijn eigen dynamiek over te laten. Geniet van een specifieke fauna en flora met sub-Alpijnse dwergstruikheide, bezemheide, heidebessen, turfmos, moeraszegge, de Brockenanemoon, het Brockenhavikskruid of het Alpenhavikskruid. Vos, haas, lynx en wildkat behoren tot de dierenpopulatie.

     

    De winderigste plek van Duitsland

     

    De boven het dorp Altenau (560 m) gelegen jeugdherberg is onze startplaats. Langs het kerkhof lopen we over een skipiste naar de bosrand. Vanaf hier volgen we een watergrachtje, de Dammgraben, naar Torfhaus. Het pad loopt op de rand van het 23 km kunstmatig aangelegd grachtje, aangelegd voor de zilverontginning. Houten infoborden vertellen over de zilverontginning. het water en de gracht. We komen voorbij aan talrijke sasjes. Het pad loopt langzaam langs de gracht omhoog en kruist de rivieren de Grote en Kleine Oker.  Op onze route liggen de Silberbrunnen (Zilverbron) en de Förster-Ludwig-Platz. Een gedenksteen herinnert aan de gestorven boswachters tijdens de eerste wereldoorlog. De plek Wiege des Dammgraben is in feite het aanvangpunt van het grachtensysteem. Hier begint het zwaardere klimwerk. De Maagdeburgerweg klimt naar de Steile Wand, een rotsflank met een dieptezicht van enkele honderden meters. Plots een grondige verandering, rotsen maken plaats voor veengebied. We naderen het gehucht Torfhaus (800 m), de poort naar de Brocken, hoogste berg in de Hochharz. Het voormalige huis voor turfstekers is nu Nationalparkhaus met o.a. een multimediavoorstelling met betrekking tot de Harz en het belang van natuurgebieden. Vanuit Torfhaus begon Johann Wolfgang von Goethe op 10 december 1777 zijn eerste Brockenbestijging in de winter. De onberoerde natuur en bizarre vormen aan de wegrand beïnvloedden hem dusdanig dat Goethe zijn Brockenbelevenis in Faust verwerkte. Vanaf hier trekken we over het “Goethepad” de Hochharz in. De veengebieden behoren tot de oorspronkelijke natuurlandschappen van de Hochharz. Het Großen Torfhausmoor bezitten ijstijdrelicten zoals dwergberk en moeraszegge. Het turfmos vormt hier grote grastapijten met een uitzonderlijke dikte van vijf meter die door de vochtigheid in de hoogte wassen, terwijl de onderste lagen afsterven en turf vormen. De Harzer-Hexen-Stieg volgt de Goetheweg in gezelschap van de Abbegrabens, een 1540 m lang deelstuk van het Oberharzer waterregaal en dit tot de Eckesprung (900 m). Bij deze bron steken we de voormalige grens tussen de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland over. Een houten hut is omgebouwd tot wc-huisje waarvan je er meerdere aantreft in het natuurpark. Enkel hier en nergens elders is een toiletgang toegestaan. Via een oude betontrack die diende voor de grensbewaking klimmen we naar het smalspoor van de Brockenbaan dat al in gebruik is sinds 1898. Ons pad loopt parallel aan dit toeristisch spoor over houten knuppelpaden en granietblokken, voorbij aan het Goethemoor (veengebied). De Brocken is één der drukst bezochte attracties in Duitsland met 30000 bezoekers op topdagen. Op de top genieten we een uitzicht in alle vier windrichtingen, honderden kilometers ver en 1000 m diep. Geluukig genieten we, de hevige rukwinden achterwege gelaten, van een heldere hemel. Met jaarlijks driehonderd neveldagen en een gemiddelde jaartemperatuur van 2,6° bezit hij een klimaat vergelijkbaar met IJsland, met Siberisch koude winden. Dit is immers de eerste hindernis voor de Atlantische windstromingen. De kale bergtop staat bekend als de windrijkste plek van Duitsland, waar orkaanwinden tot 264 km per uur geen uitzondering zijn. Door dit ruwe klimaat bezit de Brockentop met een hoogte van slechts 1142 m een natuurlijke boomgrens, een rariteit voor een middelgebergte. De top is bebouwd met militaire gebouwen die dienst deden voor spionage doeleinden der DDR, kunststofkoepels met radartechniek van het Sovjetleger, antennegebouwen van de staatsveiligheid, een weerpost, een televisiemast uit 1938 en een uitzichttoren met café-restaurant. Het Brockenhuisje bezit een expositie over natuur en geschiedenis van de berg met beroemde bezoekers als Goethe, Gauß, Guericke, Heine, Bismarck en Lons. Op het hoogste punt (1142 m) staat een rotsblok met hoogtevermelding, eromheen de Brockenklok, koperen platen op de bodem met vermelding van afstanden en windrichtingen. De Brockentuin met typische Brockenplanten is een aanrader, net als de Brockenrondwandelweg voorbij aan grillige rotsen met namen als Teufelskanzel en Hexenaltar en het smalspoorstation.

    De steile afdaling naar Schierke gebeurt via de Eckerlochstieg, een pad over enorme granietblokken, kilometers dalen over knuppelpaden en houten trappen.


    Snurkende granietrotsen

     

    We wandelen de hoofdstraat door Schierke (610 m) naar beneden. Bij het kerkje vertrekt de Pharstieg, een steil pad dat de smalspoorbaan kruist. Nog even klimmen en we staan bij de Ahrensklint (822 m). De omgeving is rijk aan granietklippen die door verwering in het Pleistoceen als harde kern bleven staan. Oppervlaktewater drong hierbij de spleten binnen, temperatuurveranderingen rond het nulpunt lieten het alsmaar bevriezende water als springstof werken. Ik beklim de Ahrensklint via de ijzeren ladders met een spectaculair uitzicht over Schierke en omgeving. Op de Wurmberg aan de overzijde van de vallei staat boven op de top een springschans. Inmiddels wandelen we terug op de Harzer Hexen-Stieg. Na een volgende graniethoop met laddertjes, de Trudenstein (671 m), loopt een mooi bospad naar beneden. Een kastanjedreef waartussen enkele esdoorns, beuken en ander loofhout geeft uit op het smalspoorstation de Brockenbahn in Drei Annen Hohne (540 m). De Harz beschikt met 131,24 km over het langste samenhangende smalspoornetwerk in Duitsland. Dit technisch waardevolle treinpark met 25 stoom-, 16 stoomlocomotieven en historische passagierswagons, maakt het Harzer smalspoor met de Harzquer-, Selktal- en Brockenbahn tot één der interessantste van Duitsland. De oudste locomotieven dateren uit 1897 en zorgen mede met het unieke smalspoor ertoe dat deze sinds 1972 onder monumentenzorg vallen. Sinds 1992 rijden opnieuw treinen tussen de top van de sagenrijke Brocken, de hoogste berg van Noord-Duitsland, en de Drei Annen Hohne. De Harzquerbahn dwarst de Harz over 60 km van noord naar zuid. Hij komt van Wernigerode omhoog naar Drei Annen Hohne en verder naar Nordhausen. We maken voor een klein stukje gebruik van dit historische smalspoor en sporen naar Elend (520 m). Dit dorpje met pittoresk houten kerkje is net als Schierke gelegen aan het riviertje de Kalte Bode. De top van de Wurmberg ligt 451 m hoger, een deftige klim staat ons te wachten. Een brede grindweg brengt ons bij de Schnarcherklippen (671 m), een natuurmonument bestaande uit twee granieten rotstorens. Één ervan is te beklimmen via zes ijzeren ladders. Boven is het genieten van het silhouet van de springschans op de Wurmberg. Op zijn tweelingrots staat een wit bergkruis. Aan een kompas heb je hier niets, door blikseminslag volgde magnetisering en polarisatie van het gesteente met een afwijking van het nooden tot gevolg. De rotsen verdanken hun naam aan de snurkachtige geluiden die bij zuidoostenwind klinken, Schnarchen betekent immers snurken. Deze beide imposante granietrotsen fascineerden Johann Wolfgang von Goethe bij zijn bewerking van Faust: "Seh die Bäume hinter Bäumen, wie sie schnell vorüberrücken, und die Klippen, die sich bücken, und die langen Felsennasen, wie sie schnarchen, wie sie blasen!"

    Een boogsscheut verder stoten we op de Mauseklippe en de Scherstorklippen (694 m). Een steile klim, deels over de oude betonnen grensbewakingweg, brengt ons bij de springschans. Een ongelooflijk lange metalen trap leidt naar de top van de Wurmberg [4] (971 m), de hoogste berg van Niedersaksen. De beklimming biedt schitterende panorama’s op de Brocken (1142 m), de hoogste in Saksen-Anhalt. Boven op de schans prijkt een uitzichttoren. De skihut met Wurmberger kabelbaan is uitgangspunt voor de afdaling. Steil dalen we over de ski- en rodelpiste af naar Braunlage (630 m), het grootste toeristencentrum in de Harz. De jeugdherberg ligt een dikke kilometer buiten het centrum.

     

    Het Natuurpark Harz

     

    We dalen naar de Silber Teig (Zilvervijver). Grindwegen wisselen af met bospaden, laaghangende wolken creëren een feeërieke sfeer. Een pad daalt af naar de Rinderstall (495 m), een “wandelgaststätte”, aan de Oder. De runderenstal diende vroeger als woning voor de herten en als stal voor de runderen. De herdersfamilie hield in een gesepareerd deel van de stal enkele runderen voor eigen consumptie terwijl voorbijtrekkende wandelaars verse melkprodukten aanboden kregen. Een fikse klim over een rotsachtig pad door het Windelträppetal is het meest bergachtige gedeelte in de aanloop naar de Jordanshöhe (723 m). Aan de voet van deze verheffing ligt Sankt-Andreasberg, bekend om zijn zilvermijn en een wel zeer origineel museum,het enige Kanarievogelmuseum ter wereld. In 1485 ontdekte een Spaanse monnik dat een vinkachtig vogeltje in kooi te kweken valt. In 1555 krijgt hij de naam Canariam aviculam of Suikervogeltje. De handelsschipvaart verspreidt de kanarie in Frankrijk, Italië en Engeland. Via de Alpen belandt hij in Sankt-Andreasberg dat na later onderzoek de beste kanaries kweekt. Meer dan 350 families kweken eind 19de eeuw het zangvogeltje, ook nu zijn er nog kanarievogelliefhebbers te vinden. In het Natuurpark Harz wandelen we in tegenstelling tot de Hochharz grotendeels op brede grindwegen. De afdaling naar het riviertje de Sieber door het Fischbachtal gebeurt over de Alten Briefträgerweg, een romantisch hol graspad waarover vroeger de postbodes de post naar het boswachtershuis Schluft brachten. Het dalende pad door een prachtig naaldwoud geeft een fenomenaal uitzicht op het dal van de Sieber. Beneden aan de Sieber (560 m) bij de Schlufter Wiesen (weiden) staat een schuthut. In vele bochten klimmen we over grindwegen terug het dal naar de Acker, een bergrug. Over de kam wandelen we door veengebied naar Stieglitzecke (796 m). We verlaten het natuurpark Harz bij een zendmast en drie windturbines. En wandelen op de vegetatiegrens van venen en hellingbossen  op de afgevlakte flank van de Bruchberg. Bij de Branderklippe (765 m) daalt de route tussen reusachtige dennen in één ruk naar Altenau (560 m).

     

    Steekkaart

     

    Route: Harzer Hexen-Stieg

    Afstand: 69,5 km in 3 wandeldagen

    Etappeindeling:

    Etappe 1: Altenau - Schierke = 24,5 km (wandeltijd 7:30 uur)

    Etappe 2: Schierke - Braunlage = 23,7 km (wandeltijd: 7 uur)

    Etappe 3: Braunlage - Altenau = 21,3 km (wandeltijd: 6:20 uur)

    Alternatieven:

    De route is opgedeeld in drie dagtochten: 24,5 – 23,7 – 21,3 km. Wie het rustiger aan wil doen kan de tweede etappe inkorten tot 14 km door de, achter de jeugdherberg van Schierke vertrekkende, lokale wandeling rechtstreeks naar de Schnarcherklippen te nemen en vervolgens aan te sluiten op de beschrijving over de Wurmberg naar Braunlage.

    Een vierdaagse met overnachting in jeugdherbergen: vertrek vanuit de jeugdherberg in Torfhaus met volgende etappe-indeling:

    Torfhaus – Brocken – Schierke; Hexen-Stieg + Eckerlochstieg = 15,5 km (5:30 uur);

    Schierke – Drei-Annen Hohne – Elend – Schierke; Pfarstieg + Hexen-Stieg + smalspoortrein + locale route door de vallei van de Kalte Bode = 14 km (4:30) uur;

    Schierke – Wurmberg – Braunlage; locale route naar de Schnarcherklippen en de Wurmberg + Hexen-Stieg (B)-variante (B staat voor Brockenumgehung) rond Braunlage = 14 km (5 uur);

    Braunlage – Jordanshöhe – Oderteich – Torfhaus; Harzer Hexen-Stieg (B)-variante 19 km (6 uur)

    Een standplaats driedaagse vanuit Schierke: Brocken heen en terug: 15,5 of 17,5 km (6 tot 7 uur);

    Wurmberg heen en terug via de Wurmbergstieg en terug over de Scherstorklippen, Mauseklippe en Schnarcherklippen: 13 km (5 uur);

    Schierke – Drei-Annen Hohne – Elend – Schierke; Pfarstieg + Harzer Hexen-Stieg + smalspoortrein + locale route door de vallei van de Kalte Bode = 14 km (4:30 uur);

    Bewegwijzering:

    Etappe 1: Naar de Brocken loop je over de Harzer Hexen-Stieg, bewegwijzerd door een Heks op bezem. Onderweg staan ook borden met benamingen die je op de kaart terugvindt. De afdaling van de Brocken gebeurt via het kortste pad naar Schierke, aangeduid door een groen kruis.

    Etappe 2: wandelwegwijzer Pfarstieg en wandelwegwijzer Ahrensklint; daarna Harzer Hexen-Stieg (groen heksje op bezem) tot Drei Annen Hohne; trein naar Elend; wegwijzers Schnarcherklippen, Mauseklippe, Scherstorklippen, Wurmberg en Braunlage

    Etappe 3: Groen heksje op bezem met B erin van Harzer Hexen-Stieg Brockenumgehung tot Jordanshöhe; wandelwegwijzers Siebertal en daarna Stieglitzecke, ook rood kruis X en daarna X / E6; wandelwegwijzer Branderklippe en Altenau; ook X / E6

    Internet: www.hexenstieg.de

    Alle nodige praktische informatie van deze en 11 andere meerdaagse bergwandelingen vind je in het boek "Korte Bergwandelvakanties" uitgegeven door Lannoo


    Foto's van dit artikel vind je op: http://foto.telenet.be/7717244206

    01-12-2010 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    21-10-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De wildromantische vallei van de Bocq

    De wildromantische vallei van de Bocq

        

     

    De afgedankte spoorlijn 128 gekoppeld aan de GR126 staat gelijk aan avontuurlijk wandelen langs de Bocq. Een onstuimige en temperamentvol riviertje in een rotsachtige bedding dat in Yvoir de Maas invloeit. Yvoir was sinds de Gallische periode tot het einde van de 19de eeuw een belangrijk centrum van de ijzerindustrie. Het stadje bezat maar liefst 12 hoogovens die in 1866 een nieuw leven kregen als molen of zagerij. De ijzerindustrie maakte plaats voor ontginning van zandsteen en in mindere mate blauwe steen.

    We starten onze wandeling in het centrum van Yvoir. Ze loopt richting Godinne naar de klimrotsen. Wie geen hoogteangst heeft en stapzeker is kan via een rotspad over een richel naar boven en zoekt dan op kaart de GR126 op. Anders keer je terug op je passen en volg een pad naar boven voorbij aan het kasteel van Tricointe treffen we eveneens op de GR126 maar dan vanuit de andere richting. Onmiddellijk verlaten we hem al weer en trekken door het bos van Tricointe met een biotoop van weiden en loofbossen naar het bos van Godinne. Hier staat de ‘chêne de l’image’, een majestueuze knoestige oude eik met daaraan een postkaart met de beeltenis van de heilige maagd Maria. De knoesten op de schors zijn het gevolg van inkervingen gemaakt door pelgrims die vrome plaatjes onder de schors plaatsten. Aan de nagels in de stam hingen ze medaillons en rozenkransen. Via verborgen paden dalen we naar de Bocq en lopen over de met gras begroeide oever tot we verplicht worden de berm te beklimmen van spoorlijn 128, ook wel de Bocq-spoorlijn genoemd. De lijn is ruim 20 km lang en verbindt Spontin met Yvoir. De spoorlijn is onderdeel van de verbinding Ciney-Yvoir. De aanleg gebeurde van 1898 tot in 1907. Op 31 juli 1960 werd het reizigersverkeer op de lijn afgeschaft en op 7 november 1983 reed de laatste goederentrein tussen Ciney en Spontin naar de steengroeve La Rochette. Uit militair oogpunt is de lijn nooit opgebroken. Intussen is de spoorlijn met wildgroei overwoekerd. We volgen deze tot in het gehucht Bauche. We planten ons neer op het terras van het enige café op deze route. Jammer genoeg is het gesloten vanwege de jaarlijkse verlofperiode en zodus verorberen we buiten onze picknick. We volgen nu de GR128 de heuvel omhoog. Bij de eerste huizen van Évrehailles draaien we terug richting Bocq. Via een steil pad naar beneden bereiken we opnieuw de rivier. In tegenstelling tot de GR128 die naar rechts de rivier volgt en deze dan oversteekt. De GR gaat over de heuvel naar Yvoir, maar wij beklimmen naar links opnieuw de spoorwegberm. Bovenop loopt een pad door het struikgewas, dat zich intussen meester gemaakt heeft van de rails, naar een kilometerlange spoorwegtunnel. Aan het uiteinde staan we terug in Yvoir.

    Voor de wandeling gebruiken we de topografische kaart met wandelroutes van Yvoir uitgegeven door het NGI. Onze wandeling is een avontuurlijke variante op wandeling 2 op deze kaart en is ca. 15 km lang.


      

       

    21-10-2010 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    07-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NIEUW FIETSBOEK VAN EIGEN HAND
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Op de fiets naar Lourdes       (ringbandversie)

    Fietsend van stad naar dorp, langs rivieren, langs het kanaal van Orléans, over kleine wegen en spoorwegbeddingen komen we o.a. door de Ardense bossen, de sprankelende Champagne, de ­Koningsvallei aan de Loire, het natuurpark Berry, de ­Bordeauxstreek, het echte Frankrijk van de Charente, de pijnboombossen van Les Landes, het Toscaanse Gascogne uiteindelijk aan in Lourdes aan de voet van de Pyreneeën.

    Een fietsgids opgesteld als doorlopende route zonder vaste etappeplaatsen waardoor hij bruikbaar is voor zowel de occasionele fietser als de getrainde in functie van de fysieke mogelijkheden van het individu. Op de 1467 km lange route is met zorg uitgekeken naar zoveel mogelijk voor de fietser geschikte overnachtingen. Zo veel mogelijk logies op de route staan zowel in de geschreven tekst vermeld als op de gedetailleerde kaarten ingetekend. Zowel de kampeerder als de trekker op zoek naar gastenkamers, pensions, hotelletjes, … vinden hun gading in deze gids. De fietsgids is zo opgesteld dat je geen specialist kaartlezer moet zijn om je weg te vinden. Het traject is zo eenvoudig mogelijk gehouden met respect voor de doelstelling van een fietsgids, zo weinig mogelijk confrontatie met gemotoriseerd verkeer.

    ‘Op de fiets naar Lourdes’ is een gids met slechts één doel: in Lourdes geraken. Van de Onze-Lieve-Vrouwe­basiliek in Maastricht via de Onze-Lieve-Vrouw ­‘Oorzaak Onzer Blijdschap’ in Tongeren naar de Onze-Lieve-Vrouw ‘Onbevlekte Ontvangenis’ in Lourdes. Een land van contrasten met kerncentrales, krokodillen, Merovingische graftomben en fresco’s. Een land van eenzaamheid met eindeloze vlaktes en graan­plateaus. De vier Heemskinderen, Jeanne d’Arc, St-Émilion, D’Artagnan en uiteraard de Heilige Maagd Maria vergezellen ons. We maken kennis met streekproducten zoals Chaource, Fois Gras, Magrat de ­Canard, Andoulettes, macarons, lange vingers en chocolade. Bier, appelcider, wijn, champagne, ­cognac en armagnac drinken we onderweg, maar naar huis komen we met water uit Lourdes.

    BESTELLEN EN MEER LEZEN HIEROVER KAN OP ...

    http://users.telenet.be/fietscontreien

    en het korte reisverhaal vind je op ...

    www.everyoneweb.com/OpdefietsnaarLourdes

    07-09-2010 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    09-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Land van Herve: Vervlogen tijden, groene weiden

    Vervlogen tijden, groene weiden

     

    Een karakterwandeling over velden en weiden, langs en over beekjes, vergezichten en beboste dalen. Neufchâteau herinnert aan barre oorlogstijden. In het dorp vind je op enkele huizen nog verwijzingen naar de aanwezigheid van het Amerikaanse 740ste tankbataljon in WO II. Het fort was het kleinste van de vier forten in de verdedigingsgordel van Luik. We parkeren bij het monument ter gedachtenis van de gesneuvelde Amerikanen van het 740ste tankbataljon in november en december 1944. Het dorp situeert zich boven de pittoreske vallei van het riviertje de Berwinne. Een ideale plek voor een fort met vrij zicht richting oosten, vanwaar de vijand kwam. Fruitplantages omringen het dorp. We maken een bocht langsheen een herenhoeve en nemen een holle weg tussen de plantages door. Plantages maken plaats voor velden, holle weg voor veldweg en karrenspoor. Bruusk daalt het in de vallei naar de Berwinne en een spoorbedding uit vervlogen tijden. Eens spoorweg ten dienste van de koolmijn van Blegny. Na sluiting kreeg deze een nieuw leven als toeristisch treintje, maar ook dit was geen lang leven geschoren. Resten twee rails opgevuld met zwart koolgruis dienstdoend als wandel- en fietspad. Het gaat in het diep uitgesneden valleitje van het beekje de Asse. Een hekje geeft toegang tot een weide met betonnen brugje over het watertje. Een overwoekerd vochtig pad loopt parallel aan het meanderende beekje, maar dan zonder die bochten. Langs het beekje staan talrijke knotwilgen, maar wij lopen tussen metershoog struikgewas. Een pad steil omhoog door het hellingbos geeft, eens boven gekomen, mooie uitzichten over het enorme keteldal van Herve. Met aan de horizon de bedrijven en de watertoren van Battice/Herve, middenin op een reuzenterp het immense witte kruis van Charneux. Via draaipoortjes en overstaphekjes steken we een weidelandschap door. Machtig is het doorkruisen van een dieper gelegen slonk. Het groene tapijt trekt naar boven tot aan een poortje en een kruis afgetekend tegen de horizon. In de diepte van de vallei ontwaren we de mosgroene kerktorens van de Cisterciënzerabdij van Val-Dieu. Le Casse-Croûte, zo noemt het gezellige gewelfde lokaal, vroeger de stal, met terras op de binnenkoer. Cisterciënzerorden waren over de hele wereld gekend als ervaren bierbrouwers. Sinds 1997 mogen we hier opnieuw spreken van een echt abdijbier, gebrouwen in de gebouwen van de abdijhoeve aan de overzijde van de abdijkoer. Smaken doet het gerstenat: Blond, Bruin, Triple en de laatste telg de Grand Cru. Maar niet te veel! Vóór ons ligt een imposante heuvelrug. Het gaat omhoog een weide in naar een wegje dat achteraf als holle bosweg tegen de heuvel aantrekt naar de fruitplantages boven op de kim met langs één zijde het keteldal en aan de andere zijde de heuvels van de voerstreek. Nog even de dieperik in en nog een laatste passage met hekjes door enkele weiden. Boven ons het fort met afweerkanon boven op de muren, een knallend einde van een pittige wandeling door een uniek en typerend ketellandschap.

                     


    Praktische fiche

     

    SITUERING: Land van Herve

    AFSTAND: 19,7 km

    BEWEGWIJZERING: geen, enkele stukjes van de GR563

    INKEREN: abdij van Val-Dieu

    VERVOER:

    MET DE AUTO: A25 afrit Visé-Berneau-Warsage-Neufchâteau

    KAARTEN EN GIDSEN: Wandelkaart ING 1:50000 nr. 42 Liège

    ROUTE/GPS-TRACK: www.routeyou.com/route/view/200072/balade-ou-randonnee-a-pied-wandeling-neufchateau.fr


    09-03-2010 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    30-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NIEUW BOEK VAN EIGEN HAND
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Gallo-Romeinse cityhopper
    1114 km fietsen tussen Gallo-Romeinse steden
    in Noordoost-Gallië

    Naar eigen vermogen in zestien tot twintig etappes door
    België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Nederland

    fietsvriendelijke ringbandversie

    Uitgegeven op
    10 juni 2008


    ook geschikt voor wandelaars en cityhoppers per trein of ander transportmiddel
                                     meer ...

    http://users.telenet.be/fietscontreien/#De_Gallo-Romeinse_cityhopper

    30-06-2008 om 12:53 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    21-04-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandeling op de Greenspots Heks en Grootloon

    Wandeling op de Greenspots Heks en Grootloon

     

    Het Regionaal Landschap Haspengouw pakt uit met drie nieuwe Greespots: Alden Biesen, Schulensmeer en Grootloon. Deze laatste leunt aan bij de Greenspot Heks en door deze beide te combineren, laat dit toe een buitengewone langeafstandswandeling te maken. Je vertrekt aan het startpunt van de Greenspot Heks bij de Herberg de Horne in het gehucht Heurne te Vechmaal. Naast de eeuwenoude herberg is dit gehucht twee kastelen rijk en de mooie Sint-Pieterskapel. waar kasteel en kerk buiten de woonkern liggen. We volgen de rode driehoek over een oude tramweg, een grasweg en een aarden dreef van het kasteel van Heks. Dan schakelen we even over op het oude traject van de GR128 doorheen een bosje. Op het gele kruisje van de greenspot Grootloon wandel je tussen de laagstam appel- en perenplantages door. In Grootloon is een voorheen overwoekerd pad vrijgemaakt en loopt voorbij aan boomgaarden met hoogstamkersen. Achter het pittoreske kerkje van Grootloon wandel je over een met houten takken afgerasterd graspad opnieuw door de boomgaarden. Vervolgens door de fruitplantages die bekend zijn uit de TV-serie Katarakt. Borgloon kom je binnen via verborgen wegeltjes die driekwart rond het domein van het kasteel ‘De Motte’ draaien. Op de burchttoren, verstoken achter de bibliotheek aan het marktplein, geniet je van het mooiste panorama van Haspengouw. Door beemd- en grasgebieden verlaat je de gele rechthoekjes volgend de Gravenstad. Op de Bollenberg loop je door vochtig grasland en even verder over een graspad langs de bosrand. Rustbanken laten je genieten van het prachtige agrarische landschap met kleine bosjes, jachtpercelen. Beneden ligt de Manshovenhoeve en hier loop je terug op de rode driehoeken van de Greenspot van Heks. Je wandelt richting kasteel Hex dat bekend staat om zijn open rozen- en groentendagen. De praktische fiche onderaan verwijst naar de evenementendagen op het kasteeldomein. Zo kan je overwegen de wandeling te combineren met een bezoek aan de kasteeltuinen tijdens één der opengestelde weekenden.  Over een grasweg tussen velden en beemdgebied, dat je via een slingerend knuppelpad even betreedt, wandel je terug naar de oeroude Herberg ‘De Horne’, de perfecte afsluiter na een prachtige zeer gevarieerde tocht.

     

    Guy Raskin

     

    Praktische fiche

     

    ROUTE: combinatie van wandelingen rode driehoek van Greenspot Heks en oranje kruis en gele rechthoek Greenspot Grootloon

    SITUERING: tussen Heers en Borgloon

    LENGTE: 19 km

    BEWEGWIJZERING: combinatie van wandelingen rode driehoek van Greenspot Heks en oranje kruis en gele rechthoek van Greenspot Grootloon

    VERTREK: Herberg De Horne in Vechmaal of aan stadhuis in Borgloon

    KAART: wandelbrochures Regionaal Landschap Haspengouw

    TREIN: stations in Tongeren of Sint-Truiden; bus 23a tot Borgloon

    TIP: wandelen in combinatie met een bezoek aan de tuinen van het kasteel Hex kan op volgende data in 2009:
        Rozendagen 12-13-14 juni
        Groentendagen 12-13 september

    ROUTEBESCHRIJVING: Met rug naar Herberg De Horne = rechtaf rode driehoek voorbij aan herenhoeve Munkhof; op einde kasteeldreef op asfaltwegje LA; boven op heuvel RA = veldweg met twee betonsporen; langs bosje (kan modderig zijn); RD op asfalt; volg wandeltekens oranje kruis via Grootloon naar Borgloon = RD betonweg volgen; vanuit Borgloon oranje kruisje; op eerste splitsing oranje kruisje en gele rechthoek = oranje kruisje volgen; op samenkomst oranje kruisje en gele rechthoek = RA gele rechthoek; na graspad langs bosrand = rode driehoek naar rechts voorbij aan herenhoeve Manshoven en kasteel Hex tot aan Herberg De Horne.



         

       

       

      

       

    21-04-2008 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    13-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het 100-jarige pad rond Monschau

    Het 100-jarige pad rond Monschau

     

    Het 100-jarig pad kwam er ter gelegenheid van de 100-jarige viering de Eifelverein Monschau. Het eigenlijke vertrek van de wandeling is de parking Burgau in Monschau, maar wij vinden het aangenamer om Monschau halverwege op het parkoers aan te treffen om in te keren. 
    Vanaf de wandelparking kan je een afsteker maken naar het ‘Kreuz im Venn’. Een enorm wit kruis staat boven op een grote losstaande rotspartij. Via ijzeren trappen en brugjes beklim je de rots met een 360° panorama over de bossen en het veengebied. Onder aan de rots staat een Lourdesgrot met Mariabeeld. Je merkt hier ook de verfstreepjes op van de nieuwe GR15 die je meerdere malen op deze wandeling aantreft. Terug aan de Norbertuskapel trek je via het klooster Reichenstein naar de wildstromende Rur die je op de linkeroever stroomafwaarts volgt tot een heuse steile klim met trappen je boven op een uitstekende rots, de Ehrensteinsley, brengt met majestueus zicht op de vallei. De eerste grote parking die je tegenkomt is ‘Burgau’, met het eigenlijke vertrek van de route. Zij loopt achter de parking omhoog. Maar wij raden hier een afsteker aan doorheen het pittoreske Eifelstadje Monschau. Volg hier de markeringen van de Eifelsteig. Via trappenpaadjes verlaat je de weverswijk met zijn typische vakwerkhuisjes. Je komt boven de stad bij één der Eifelblikken die op een bijzonder panorama duiden. De Eifelsteig daalt terug naar de parking ‘Burgau’. Een prachtig pad beklimt de steile beboste valleiflank en brengt je bij enkele uitzichtpunten bij macabere rotsen zoals de Teufelsley en de Engelsley. Daar tref je terug op de 100-jarige wandeling die je over een rasechte bergkam begeleidt om vervolgens via enkele rotstrapjes naar het beekje de Perlenbach te dalen. Vroeger, toen het milieu nog reiner was, maakten riviermosselen hier in de beek parels aan. We wandelen over de dam van het stuwmeer van de Perlenbach en verlaten de vallei via een lang getrokken klim naar een Eifelplateau bestaande uit graslanden en weiden. Een fikse afdaling over een pad dat de verbinding maakt tussen een landweg op het plateau en een bosweg in de valleihelling geeft een prachtige doorkijk op het klooster Reichenstein. Je bereikt de Rur en volgt deze tot de Norbertuskapel.

     

    Guy Raskin

     

    Praktische fiche

     

    ROUTE: Het 100-jarige pad

    SITUERING: Monschau

    LENGTE: 20 km

    BEWEGWIJZERING: houten wegwijzers en markeringen ‘100’

    VERTREK: Wandelparking Nobertuskapelle aan de Rur tussen Monschau en Kalterherberg

    KAART: Wander- und Freizeitkarte Nationalpark Eifel; Rureifel – Hohes Venn

      

    13-02-2008 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    11-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tussen Vesder en Hoegne op de GR 573 en GR 5

    Tussen Vesder en Hoegne op de GR 573 en GR 5

    Wandelen op de GR573 kruipt in de kuiten. Hartig flirt deze GR met de hoogtes en laagtes in de vallei van de meanderende Vesder. De lus in deze tip loopt over een minder sterk geaccidenteerd gedeelte van de GR 573 en omvat gelukkig voor de enen of spijtig voor de anderen slechts enkele serieus te nemen langere stijgingen. Wij kozen als vertrekpunt het station van Nessonvaux om de reden dat je van hieruit de tocht prima indeelt wat betreft rustpunten met aanwezigheid van een horecazaak. In de vallei van de Vesder wandel je door de beboste heuvelflank naar Pepinster. Gestaag klim je nu naar het plateau boven de vallei. Bossen maken plaats voor weidelandschap. Je trekt over veldwegen door een groen keteldal. Een afsteker naar de kapel van Tancrémont is voor taartliefhebbers een must. Enorme taartpunten krijg je in de twee lokalen bij de kapel geserveerd.
    Le Vieux Bon Dieu, wat "de Oude Goede God" betekent, is hier al sinds de 9de E een bedevaartoord, lang voordat de verschijningen in Banneux plaatsvonden. In de kapel staat een bijzonder cultusobject, een triomfkruis in de vorm van een Tau-teken (een ‘T’), bekend uit verhalen rondom de Heilige Franciscus van Assisi. Bij een beekje aan de bosrand verlaat je de GR. Door het bos en langs het beekje trek je in rechte lijn naar het bedevaartsoord Banneux, de plaats waar de Maagd Maria acht maal aan het meisje Mariette Beco verscheen tussen 15 januari en 2 maart 1933. Op de brede wandelboulevard tussen de kapellen staat een fontein met een gebed dat aanmaant de handen in het water te steken. Aan weerszijden van de fontein tappen pelgrims aan kranen in de muur het zuiverende bronwater af in flessen en bidons. In het verlengde van de bidplaatsen ligt het commerciële centrum met horecazaken en souvenirwinkels. Je volgt nu de GR5 die eerst langzaam maar eenmaal terug in de bossen alsmaar sterker gaat dalen naar een uitzichtpunt op een vooruitstekende rots boven de Vesder. Aan de rivier ligt Fraipont waar je terug overschakelt op de GR573 naar Nessonvaux.

    Praktische fiche


    ROUTE: GR 573 + GR 5

    SITUERING: Tussen Luik en Verviers

    LENGTE: 22,4 km

    BEWEGWIJZERING: witrode verfstreepjes op de GR 573 en GR 5

    VERTREK: Nessonvaux, maar kan ook vanuit Fraipont of Pepinster

    KAART: wandeling nr. 3 uit de Luikse dagstapper “Randonnéées en Boucle dans la Province de Liège” van SGR uitgegeven door Lannoo

    TREIN: stations in Nessonvaux, Fraipont en Pepinster



     

    11-02-2008 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    04-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dagstapper Esneux; pittige wandeling op de GR576 en GR57
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De wandelingen uit de Luikse topogids, naar het idee van onze eigen dagstappers, hebben iets wat wij in Vlaanderen jammer genoeg moeten missen, met name het bergachtig karakter. De wandellus geïnspireerd op tracés van de GR576 en GR57 is dit ten voeten uit. Esneux is een typisch Ardens stadje aan de Ourthe met, tussen het station en de brug, een rij cafés, eethuisjes en enkele ijssalons. Erboven op een vooruitstekende rots prijkt het kasteel, het waarteken van dit stadje. Een monumentale trap leidt naar het eveneens hoger gelegen mooie dorpsplein en zijn stadhuis. Esneux ligt op het einde van een gigantische meander in de Ourthe.

    Bovenop dit verheven schiereiland ligt het twee straten groot grijsstenen gehuchtje Ham. Een eenheid aan oude huisjes in dezelfde bouwtrend en aan het eind van de 19de E een geliefkoosde ontmoetingsplek van meerdere schrijvers en kunstenaars. Bereiken en verlaten doe je deze entiteit telkens via natuurpaden, door bos en weiden. Tegenover, op het verste punt in de meander achter het gehuchtje Féchereux, rijst de rots “Rocher aux Faucons” recht omhoog uit de Ourthe. Met enige fantasie herken je in de kale rotsflank tussen woekerend groen een valk. Het pad erbovenop lijkt op een alpinepad. Denk de bomen hier weg en je waant je op een bergkam, maar dan met een afgrond van slechts een goede honderd meter diep. Maak je deze wandeling zoals wij in de late herfst heerst dit gevoel nog sterker. De wandeling is een opeenstapeling van leuke en verrassende momentopnames. Stenen bergachtige paden, passages door drassige weiden, een nauwelijks zichtbaar trekspoor dat uiterst steil de beboste helling omhoog loopt. Om een weide te doortrekken moet je een vijf sproten hoog ijzeren rechtop geplaatst laddertje over. Tussen rotsen, gevolgd door een enig mooie holle weg, beklim je een bosflank. Wanneer je denkt boven te zijn, begint pas de echte klim; honderden meters recht vooruit steil omhoog door een open loofbos. Even wandel je boven op de heuvelkam om dan rechttoe rechtaan door een schitterend valleibos af te dalen naar het al even zo majestueuze “Parc de Marie”. Je komt bij de Ourthe en even verder sta je terug bij de brug in Esneux. Een prachtwandeling, een Ardennenlandschap waardig, waar vijf fikse hellingen en heel wat ruwe boskilometers en weidepassages borg staan voor een intense natuurbelevenis. Let wel, vorderen op de met bladeren bedekte stenige ondergrond op de steile hellingen kan zich uiten in een ware slijtageslacht. Neem voldoende rantsoen en drank mee want op een eenzaam ijssalon na, gelegen op de ludieke plek “Houte-si-Plout” (hoort het regenen), kom je onderweg geen bevoorrading tegen.

     

    Steekkaart

    ROUTE: GR576 en GR57

    STARTPLAATS: Esneux

    LENGTE: 21,6 km

    BEREIKBAARHEID:

    Met de auto: E40 Luik en E26 uitrit Tilff, langs de Ourthe naar Esneux

    Met de trein: station in Esneux op de lijn Luik-Jemeppe

    KAARTEN EN GIDSEN: Topogids: Randonnées en Boucle dans la province de Liège


    Guy Raskin

    04-12-2007 om 19:27 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    27-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandelen in Haspengouw

    Wandelen in Haspengouw

    Wandelen tussen Tongeren, Hasselt, St-Truiden, Bilzen en Maastricht

    GR's in Haspengouw

    Haspengouw wordt doorkruist door de GR128 en de GR564 terwijl de GR5 een boog er omheen maakt. De GR128 "Vlaanderenroute", die een deeltraject is van de "Niederstraße Compostella", beschrijft een oost-west verbinding net ten noorden van de taalgrens. De GR564 "Kempen-Condroz", tussen Huy en Lommel, komt Haspengouw binnen bij Landen, loopt oostwaarts naar Borgloon en draait dan noordwaarts naar Hasselt. Alhoewel de GR's ouder zijn, maken zij ongewild een verbinding tussen vele van deze Haspengouwse wandelgebieden. Zo zul je op de GR128 van west naar oost volgende wandelgebieden tegenkomen. Beide GR's kruisen elkaar bij de wandelboom op de Tjenneheuvel nabij Mettekoven. De GR128 levert in Tongeren in combinatie met een stadsvariante een aanbevelingswaardige wandellus op van ca. 18 km.

    Wandelgebieden in Haspengouw

    De voorbije jaren zijn in Haspengouw prachtige wandelingen in de meest waardevolle landelijke gebieden uitgewerkt. Deze wandelgebieden zijn herkenbaar aan een uniform systeem van bewegwijzering met kleur-symboolcombinatie op een zeshoekig bewegwijzeringsbordje. Aan de vertrekplaatsen vind je altijd een duidelijk overzichtsbord van het wandelgebied. De meeste van de hieronder vermelde wandelgebieden zijn volgens dit systeem uitgewerkt.

    Wandelgebieden Regionaal Landschap Haspengouw (RLH)

    Het Regionaal Landschap Haspengouw heeft ook een aantal prachtige wandelingen volgens hetzelfde systeem uitgewerkt. Hiervoor werden enkel de meest waardevolle gebieden (GREENSPOTS) geselecteerd, waar kwaliteit en belevingswaarde voor wandelaar centraal staan. Na Kiewit, Mettekoven, Nieuwenhoven, Rullingen, Vrijhern en Zammelen was Heks aan de beurt. Elke wandeling is in twee richtingen bewegwijzerd.

    NIEUWENHOVEN

    In het noorden van de gemeente Sint-Truiden ligt het bos van Nieuwenhoven. Het maakt deel uit van het grootste aaneengesloten bosgebied in Zuid-Limburg. Het ligt verspreid in de vallei en op de helling van de Kelsbeek. De ondoordringbare kleilaag in de ondergrond maakt het gebied op sommige plekken nat. Dit is 100% vochtig Haspengouw. Het bos biedt heel wat bijzondere planten onderdak waaronder bosbes en struikheide. In het voorjaar vooraleer de bomen blad krijgen, stelen bloemen zoals bosanemonen, slanke sleutelbloemen en wilde narcissen de show. Dieren zoals de eikelmuis en de rode bosmier profiteren van de natuurlijke rijkdom. Dat het bos sporen draagt van haar kasteelverleden, merk je aan de vaak kaarsrechte lanen.
    startplaats: kasteel Nieuwenhoven
    oranje cirkel, lengte 4 km
    blauwe ruit, lengte 2 km
    groene rechthoek (mindervalidenpad), lengte 1 km

    METTEKOVEN

    Dit piepkleine dorpje in Heers staat model voor het landelijke Haspengouw. Gelegen te midden van de akkers en omringd door hoogstamboomgaarden, straalt het een Provençaalse warmte uit. Gedomineerd door drie gigantische vierkantshoeves, lijkt het alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Het landschap is zacht heuvelend en lijkt eindeloos, een échte "grand cru"! Vanuit het centrum vertrekken vier landschapswandelingen het weidse boerenland in. We wandelen op een leemplateau dat langs weerszijden is begrensd door natte natuur in de valleitjes van de Herk en de Herkebeek. Vanop een aantal plaatsen heb je prachtige uitzichten op de kerkdorpjes in de buurt.
    startplaats: Martenshof
    rode driehoek, lengte 7 km
    oranje cirkel, lengte 4 km
    blauwe ruit, lengte 3 km
    groene rechthoek (mindervalidenpad), lengte 1.5 km

    RULLINGEN

    Ergens halverwege tussen Kuttekoven en Berlingen, in het overgangsgebied tussen Droog en Vochtig Haspengouw, ligt het kasteeldomein van Rullingen. Het landschap is er wat heuvelachtiger dan doorgaans in de rest van Haspengouw. Het leemplateau van Midden-België grenst er aan de zandleemstreek. Door de erosiewerking van de riviertjes werd het plateau sterk versneden. De vaak zeer steile hellingen zijn niet geschikt voor akkerbouw en worden meestal ingenomen door boomgaarden. De natte valleigronden worden gebruikt als weilanden of populierenaanplanten. Akkers liggen op de hogere en drogere plateaudelen. Dit gevarieerd landschap en het dichte net aan holle wegen maken van deze omgeving een heerlijk wandelgebied.
    startplaats: kasteel Rullingen
    rode driehoek lengte 6.5 km
    groene rechthoek, lengte 4.2 km

    VRIJHERN

    In de omgeving van Vrijhern ontspringen talrijke bronnen. Kleine beekjes vormen er samen het begin van de Demer. Dit is vochtig Haspengouw te voeten uit! In deze grond hebben mensen doorheen eeuwen gezwoegd en geploeterd. Dat heeft zijn sporen nagelaten. Een uiterst gevarieerd landschap van bronbossen, weilanden en akkers kreeg zijn huidige vorm. De landschapswandeling vertrekt aan de Kluis van Vrijhern, een prachtige lemen woning die je helemaal terugbrengt tot in de 17de eeuw.
    startplaats: Kluis van Vrijhern
    rode driehoek, lengte 8 km
    oranje cirkel, lengte 6 km
    blauwe ruit, lengte 4 km

    ZAMMELEN

    Het pittoreske dorpje Zammelen is het vertrekpunt van drie landschapswandelingen die het typische karakter van deze streek tonen. Historische paden en kerkwegels leiden je doorheen een sterk heuvelend landschap. De Mombeek zorgde voor een grote afwisseling tussen nat en droog. De beek is nooit rechtgetrokken en kan nog heerlijk kronkelen doorheen de vallei. Het gehucht Zammelen ligt op de steile westelijk gerichte valleihelling. Iets noordelijker ligt het kasteeldorp Gors-Opleeuw. Op de wandelingen maak je kennis met een grote variatie aan natuur: hellingbosjes, poelen, hoogstamboomgaarden,... en hoewel je hem wellicht niet ontmoet op je wandeling, hij is er wel: de das. Dit is zijn geliefkoosde leefomgeving.
    startplaats: kerk van Zammelen
    rode driehoek, lengte 7 km
    oranje cirkel, lengte 6 km
    blauwe ruit, lengte 4 km
    combinatie van de drie routes, lengte 11 km

    KIEWIT

    Het natuurgebied van Kiewit is de groene uitlaatklep voor vele Hasselaren. Waardevolle en boeiende natuur in de directe omgeving van de grootste stad van Limburg. Het is een landelijk en bosrijk gebied met een grote variatie aan natuur. Op wandelafstand vind je een mozaïek van park, bossen, open graslanden en plassen. Vanaf het kasteeltje van Kiewit vertrekken verschillende gemarkeerde wandelpaden die tot in Bokrijk lopen. Jarenlang waren de domeinen Kiewit en Bokrijk van elkaar gescheiden door een groot privaat bosgebied. Voor het eerst kan er tussen beide domeinen vrij gewandeld worden. Tijden de wandeling bots je op heel wat verrassingen: zo kom je oog in oog te staan met een Schotse grazer of loop je over een poel zonder natte voeten te krijgen!
    startplaats: kinderboerderij Kiewit
    rode driehoek, lengte 8 km
    oranje cirkel, lengte 6 km
    blauwe ruit, lengte 4 km
    groene rechthoek, lengte 1,5 km

    HEKS

    Vanaf een authentieke herberg vertrekken drie bewegwijzerde wandelingen het landschap van droog Haspengouw binnen. Een buitengewoon boerenland met uitgestrekte akkers en spaarzame bosjes die als koepels boven de horizon uitsteken. De landelijke sfeer van weleer vind je terug in oude dorpskernen, omringd door monumentale vierkantshoeves en kastelen. Deze omgeving met holle wegen en heerlijke uitzichten vormt een ideaal wandeldecor.
    startplaats: Herberg de Horne (Heurne-Vechmaal)
    gele zeshoek, lengte 12 km
    rode driehoek, lengte 9 km
    oranje cirkel, lengte 6 km

    MUNSTERBILZEN

    In het Munsterbos is het heerlijk wandelen door bossen, moerassen en graslanden. Centraal ligt een prachtig vijvergebied waar tal van zeldzame water- en moerasvogels leven.
    startplaats: park in centrum
    rode driehoek, lengte 8 km
    oranje cirkel, lengte 6 km

    ALDEN BIESEN

    De commanderij van Alden Biesen is omgeven door een prachtig heuvelachtig vochtig Haspengouws landschap. Wandelen over kasteeldreven, door boomgaarden met hoogstamkersen en beemdgebieden. De langste route is maar liefst 16 km lang en maakt een verbinding met het wijnkasteel van Genoeldselderen.
    startplaats: commanderij Alden Biesen
    gele rechthoek, lengte 16 km
    oranje kruis, lengte 8,5 km
    blauwe ruit, lengte 4 km
    groene rechthoek, lengte 4 km

    BORGLOON

    Uitzonderlijk start je hier vanuit het centrumhet stadje Borgloon. Prachtige wandelingen tussen en door de vele fruitplantages tussen Borgloon, Grootloon en Broekem. Je maakt ook kennis met de verstoken wegeltjes van de Gravenstad Borgloon met zijn wijngaard en kasteel 'De Motte'. De blauwe route is ook in gebruik als Katarakt-route, gewijd aan de serie op TV1.
    startplaats: stadhuis Borgloon
    gele rechthoek, lengte 12 km
    oranje kruis, lengte 8,5 km
    blauwe ruit, lengte 5,5 km
    groene rechthoek, lengte 4 km

    SCHULENSBROEK

    Wandelen aan het Schulensmeer en in het overstromingsgebied van de Demer met zijn specifieke fauna en flora.
    startplaats: oude kerk Schulen
    gele rechthoek, lengte 10 km
    rode driehoek, lengte 6 km
    groene rechthoek, lengte 5,5 km

    startplaats: 'Vloot Linkhout
    gele rechthoek, lengte 10 km
    oranje kruis, lengte 7 km
    blauwe ruit, lengte 5 km
    groene rechthoek, lengte 2 km

    INFO:

    info@rlh.be, www.rlh.be

    Het Waterburcht- en Mergelgebied in Riemst

    De provincie Limburg heeft de uniciteit van een wandelgebied gedefinieerd aan de hand van de waardering van een gebied in de landschapsatlas. Voor de gemeente Riemst betekende dit in fase 1:de dorpen Millen, Val-Meer, Zichen-Zussen-Bolder alsook Genoelselderen en Membruggen. Toerisme Riemst ontwikkelde, met de financiële steun van Toerisme Vlaanderen en het provinciebestuur van Limburg twee wandelgebieden.
    Wandelgebied 1: in Millen en Val-Meer (8)
    startplaats: Waterburcht Millen
    Millerpad: blauwe ruit, lengte 5 km
    Waterburchtpad: rode driehoek, lengte 9 km
    Kuilenpad: oranje cirkel, lengte 8 km
    Wandelgebied 2: in Val-Meer en Zichen-Zussen-Bolder (9)
    startplaats: restaurant 'Delicia' - Visésteenweg 224 - 3770 Zichen-Z-B
    Mergelpad: rode driehoek, lengte 8,5 km
    Kampernoeliepad: blauwe ruit, lengte 5 km
    Kerkepad: oranje cirkel, lengte 7 km
    Kaart te verkrijgen bij Toerisme Riemst: mevrouw Reinhilde Gielen, toerismeambtenaar - tel. 012-45 19 30

    Er zijn toekomstplannen voor de realisatie van andere wandelgebieden in Riemst. De dorpen Genoelselderen en Membruggen zullen tezamen met Ketsingen en 's Herenelderen (Tongeren) opgenomen worden in het kader van de ontwikkeling van een "Greenspot" onder leiding van het Regionaal Landschap Haspengouw. Het dorp Kanne kadert dan weer in het Interregioproject "De Sint-Pietersberg". Maar liefst dertien partners uit Vlaanderen, Nederland en Wallonië werken samen aan de opwaardering van het gebied "Tussen Jeker en Maas". Eén van de projectonderdelen is de realisatie van een toeristisch en recreatief wandel- en fietsnetwerk, over het ganse gebied van de Sint-Pietersberg, met een zelfde signalisatie in alle gemeenten, conform de signalisatie van de huidige wandelgebieden van Riemst. Betrokken gemeenten zijn Maastricht, Visé, Oupeye, Bassenge, Eijsden (NL) en Riemst.

    Wandelgebieden Hoeselt

    De nieuwe wandeltracés weerspiegelen de rijke diversiteit dat vochtig Haspengouw te bieden heeft aan landschappelijke bakens. Typisch zijn het sterke reliëf van vlakke plateaus afgewisseld met smalle, vochtige beekvalleien, droge heuvelruggen, bosjes, holle wegen en kasteelparken. De huidige verwevenheid tussen het plaatselijk agrarisch gebruik en de natuur is bepalend voor het landschap. De horizontale integratie wordt in het noorden sterker agrarisch geaccentueerd, centraal en zuidelijker is het groene accent sterker aanwezig.
    De natuurlijke dragers zijn de talrijk aanwezige kleine landschapselementen, de bosgebieden en enkele bijzonder waardevolle (beschermde) natuurgebieden die liggen verspreid in het Catsbeekgebied en het Demergebied.
    Wandelgebied Hoeselt-Romershoven (10): wandelkaart met 4 wandelroutes
    startplaats: gemeentehuis, Dorpsstraat 17, Hoeselt
    Verzenwandeling, blauwe ruit, lengte 5 km
    Tweekruizenpad, gele zeshoek, lengte 9,5 km
    Winterbeekvalleiwandeling, oranje cirkel, lengte 6,7 km
    Stinzenwandeling, rode driehoek, lengte 7,5 km
    Wandelgebied Hoeselt-Althoeselt-Werm (11): wandelkaart met 4 wandelroutes
    Demervalleiwandeling, rode driehoek, lengte 7,5 km
    Buckenlindewandeling, groene rechthoek, lengte 3 km
    Bronnenwandeling, oranje cirkel, lengte 5,7 km
    Gerlabeekwandeling, groene rechthoek, lengte 3 km
    Info en kaartverkoop: Toeristische dienst Hoeselt, gemeentehuis, Dorpsstraat, 3730 Hoeselt, tel: 089-51 03 35, info@hoeselt.be, www.hoeselt.be

    Wandelroutenetwerk Sint-Truiden

    Het wandelroutenetwerk Sint-Truiden bestaat uit diverse wandelgebieden. Het eerste bevindt zich in de drie deelgemeentes Engelmanshoven, Gelinden en Groot-Gelmen. Het tweede bevindt zich in de deelgemeentes Ordingen, Zepperen en Brustem. In deze gebieden vindt u telkens drie startplaatsen van waaruit telkens een of meer bewegwijzerde wandelingen vertrekken. Deze startplaatsen zijn goed bereikbaar en er is parkeergelegenheid. De wandelingen zijn alle in twee richtingen bewegwijzerd met vrijstaande palen uit 100 % gerecycleerd materiaal. De zwarte pijl geeft de richting aan, de kleur van het symbool verwijst naar de lengte van de wandeling. Een blauwe wandeling is telkens tussen 1 en 5 km lang, een rode wandeling is 6 tot 8 km. Aan ieder startplaats staat een overzichtsbord. Onderweg komt u diverse leuke stopplaatsen tegen: een mooie picknickplek, een typisch dorpscafé, een gezellige taverne, een goed restaurant...
    Wandelgebied Engelmanshoven, Gelinden en Groot-Gelmen (13) met 5 wandelroutes
    Startplaats 1: Engelmanshoven: parkeerplaats aan de school van Engelmanshoven
    blauwe ruit-wandeling, lengte 4,3 km
    Startplaats 2: Gelinden: parkeerplaats aan de Sint-Quintinuskerk van Gelinden
    blauwe rechthoek-wandeling, lengte: 5,7 km
    rode driehoek-wandeling: lengte 8,8 km
    Startplaats 3: Groot Gelmen
    blauwe cirkel-wandeling, lengte 4,3 km
    rode vierkant-wandeling, lengte 7,5 km
    Wandelgebied Ordingen, Brustem en Zepperen (14) met 5 wandelroutes
    Startplaats 4: Brustem: aan de Singel nabij het voormalig gemeentehuis van Brustem
    blauwe cirkel-wandeling, lengte 3,5 km
    oranje zeshoek-wandeling, lente 5,9 km
    Startplaats 5: Ordingen: de parkeerplaats aan de H. Harlindis en Relindis-kerk van Ordingen
    blauwe ruit-wandeling, lengte 3,7 km
    Startplaats 6: Zepperen: aan de Sint-Genoveva-kerk van Zepperen
    blauwe rechthoek-wandeling, lengte 4,4 km
    rode driehoek-wandeling, lengte 7,36 km
    Prijs wandelkaart per wandelgebied: € 4,50
    Info: Hilde Hendricx, diensthoofd Toerisme Sint-Truiden, Stadhuis Grote Markt, 3800 Sint-Truiden, tel: 011-70 18 10, hilde.hendricx@sint-truiden.be of hilde.hendricx@skynet.be

    Wandelroutenetwerk "Bokkerijdersroute" in Wellen

    Het wandelroutenetwerk in Wellen bestaat uit 10 wandelroutes gaande van 3,5 km tot 10 km, die onderling combineerbaar zijn. U kunt dus probleemloos overschakelen van de ene naar de andere wandelroute en zo de totale lengte van uw wandeling zelf bepalen. De wandelroutes lopen deels over de gewone weg en deels over veldwegen. De veldwegen zijn meestal goed begaanbaar maar best zorgt u toch voor stevig, waterdicht schoeisel. De 10 wandelroutes zijn verdeeld over 2 netwerken van 5 routes die verbonden zijn met 2 verbindingstukken, bewegwijzerd met bruine zeshoek.
    Startplaats 1: kerk dorp Wellen (15)
    oranje rechthoek, lengte 5 km; langs de oude molen naar de Broekbeemd, een beschermd natuurgebied met hooglandrunderen
    oranje driehoek, lengte 5km
    oranje ruit, lengte 5 km
    oranje zeshoek, lengte 4 km; door het gehucht Bos, de "Grote beemd" en over de oever van de Herk
    blauwe cirkel, lengte 4km; langs de stroopstokerij van Vrolingen, de enige nog actieve ambachtelijke stroopstokerij van België
    Startplaats 2: dorpsplein Ulbeek (16)
    oranje cirkel, lengte 4 km; langs de mooie Mariakapel Oetersloven en het kasteel van Trockaert
    oranje vierkant, lengte 4,5 km; door een prachtig stukje natuur met name "Ulbeek bos"
    rode cirkel, lengte 8,5 km; langs de mooie Mariakapel Oetersloven, het kasteel van Rullingen met Jachthuis en de "moordkuil", Wellens bekendste holle weg
    rode vierkant, lengte 6,5 km, door het gehucht Russelt en de "Grote beemd", een prachtig natuurgebied aan de Herk. Langs het recreatiegebied "Maupertuus" en de "Graetmolen", een vroegere molen
    blauwe vierkant, lengte 3,5 km

    Wandelnetwerk Kortessem

    Kortessem (17) heeft d.m.v. kleine pijlwegwijzers met nummer en plaatsnaam op zijn grondgebied een wandelnetwerk in de aard van de fietsroutenetwerken uitgezet. Meer dan 62 km bewegwijzerde wandelwegen in en rond Kortessem, waarbij je zelf de lengte of de vertrekplaats van je wandeling kan bepalen.
    Prijs: wandelkaart € 1,24

    Stadswandelingen

    Vermeldenswaardig zijn ook de ca. 4 km lange stadswandelingen van Tongeren en St-Truiden. Deze doen alle monumenten, historische gebouwen en parken aan. In Tongeren is deze door koperen klinknagels met Ambiorixhoofd in het wegdek aangegeven, in St-Truiden zijn dat metalen klinknagels.
    info: www.tongeren.be en www.sint-truiden.be

    Wandelen langs de Jeker

    van bron tot monding
    Een wandeling in de Jekervallei maakt een verbinding tussen de GR579 "Brussel - Luik" enerzijds, de GR5/E2 "Noordzee - Riviera" en GR128 "Vlaanderenroute" anderzijds. De bron ligt in de nabijheid van Lens-St-Remy en zijn monding in de Maas vindt hij in Maastricht wat deze tocht een tikkeltje internationaal maakt. Het Jekerdal flirtend met de taalgrens tussen Luiks en Limburgs Haspengouw is een uitgesproken wandelgebied met nog veel ongekende en onverharde paden.

    27-10-2007 om 00:00 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (2)
    02-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BOEKEN EN TIJDSCHRIFTEN
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In april 2001 ging ik als redacteur bij het fietstijdschrift "Recreatief fietsen" van Grote Routepaden van slag dat in 2003 fusioneerde met het wandeltijdschrift "Recreatief wandelen" uit hetzelfde huis tot het wandel- en fietstijdschrift "Op Weg".

    Ik verleende ook mijn medewerking aan de fiets- en wandelgidsen "Fietsvakanties dicht bij huis" (2003) en "Korte Bergwandelvakanties" (2005) uitgegeven door Lannoo.

    02-10-2007 om 22:16 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandellus op de GR412 “Sentier des Terrils” en GR579 Brussel-Luik
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Franstalige topogids GR412 oost stelt in de buurt van Luik 3 wandellussen voor in de agglomeratie van Luik. Buiten het thema van de GR412, de verbinding tussen een aanzienlijk aantal terrils of in Nederlandse termen slakkenbergen, zijn de twee oostelijk gelegen lussen (12,7 en 18,9 km) de naam GR jammer genoeg onwaardig. Je wandelt daar op enkele kilometers na constant op straten in de randgemeenten van Luik. Ten westen van de Luikse agglomeratie richting Namen trekt de GR412 over het Haspengouwse plateau. Jammer genoeg zijn ook hier de veldwegen en paden eerder schaars. Deze zijn vaak ingenomen door smalle asfalt- en betonwegen, maar bezitten toch enige charme. Daarbij is dit een verbindingsstuk tussen de Luikse en Naamse steenkoolmijnen en ontbreken dan ook de terrils. Over dit plateau loopt eveneens de GR579 die de steden Brussel met Luik met elkaar verbindt. Beide GR’s combinerend is het mogelijk enkele aardige wandellussen samen te stellen.

    Je verlaat het gehucht Cahottes via een veel belovend pad, één der zeldzaamheden op het stuk GR412 dat we hier beschrijven. Je wandelt langs het spookdorp Fontaine met zijn verlaten huizenruïnes, onteigend ten gunste van de uitbreiding van de vlieghaven van Bierset. Tussen Hozémont en Dommartin wandel je in het beekvalleitje van de Bobesse en over het plateau gaat het dan naar Verlaine. Deze typische Haspengouwse dorpjes zijn meerdere fraaie boerderijen rijk, maar liefhebbers van onverharde wandelwegen moeten we tot zover ontgoochelen. In Verlaine kruisen de GR412 “Sentier des Terrils” en GR579 Brussel-Luik elkaar. De GR579 kent gelukkig meer afwisseling en dit zowel in landschap, bezienswaardigheden als in paden. Een pareltje op de route is de omgeving van het kasteel van Jehay, één der mooiste kastelen van Wallonië gelegen in een prachtig stukje natuur. Geen terril maar wel een tumulus met een witte kapel er bovenop tref je aan in Yernawe. Op een steenworp daarvandaan loop je langs een minuscule chocolaterie, een hutje groot. Over een majestueuze dreef bereik je het classicistische kasteel van Warfusée. Een mooi onverhard pad, een oud tramspoor, gevolgd door een pad langs een houtkant dat naar de vallei van de Awirs daalt. Bovenop de andere valleiwand heerst het kasteel van Hautepenne. Doorheen het hellingbos in de vallei bereik je de gemeente Awirs die je via een cité weer verlaat. Je wandelt doorheen een bosje, over velden en langs een appelplantage naar de Flemalse wijken Les Trixhes en Souxhon. Via een mooi steil pad langs een hellingbos omhoog, met boven een prachtig panorama, bereik je een volgende woonwijk. Enkele glooiende veldwegen en paden leiden je uiteindelijk terug naar het gehucht Les Cahottes. Een leuke landelijke wandeling op het rijke Haspengouwplateau gevolgd door een heuveltocht in de hellingwand van de Maasvallei, dit alles gekoppeld aan een brok historisch erfgoed. Je kunt de route eventueel in twee lussen opdelen door middel van een mooie eigen route in het dal van de Awirs.

    ROUTE: GR412 + GR579

    STARTPLAATS: Gehucht Les Cahottes (Flemalle)

    PARKEREN: grote parking op 100 m van kerkje

    LENGTE: 36 km

    Eventuele etappe-indeling:

    Les Cahottes – Jehay = 16 km

    Jehay - Les Cahottes = 20 km

    Lus Les Cahottes met eigen route in het dal van de Awirs = 18 km

    Lus Jehay met eigen route in het dal van de Awirs = 25 km

    BEWEGWIJZERING: wir-rode verfstreepjes voor de GR412, GR579 en verbinding via circuit 1 van de GR412 tussen Les Cahottes en de GR579 te Souxhon (Flemalle)

    SITUERING: ten noorden van de Maas tussen Flemalle en Andenne

    BEREIKBAARHEID:

    Met de auto: vanuit Brussel E411, in Namen E42 richting Luik, afslag nr. 4 Flemalle

    Met de trein: Station van Flemalle

    KAARTEN EN GIDSEN: NGI-kaart 1;25000 Namur (wandel-, fiets- en MTB-kaart)LOGIES: Chambres d'Hôtes max. 5 personen, Mme Timmermans, Rue Zénobe Gramme 19 a, 4540 Jehay, tel: 085-31 33 49, www.chambrehotejehay.be

    Prijs: € 48,00/2 pers. incl. ontbijt
    € 26,00/pers. incl. ontbijt
    -11 jaar = ½ prijs

    02-10-2007 om 21:19 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandeling Hoegne op de GR573 en lijn 44
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De vallei van de Hoegne

    Jaren terug was de bovenloop van de Hoegne nog een ruig en bij nat weer ontoegankelijk gebied, waar je tot enkelhoogte in de modder wegzakte. Nu wandel je over grindpaden en knuppelpaden probleemloos richting bron. Modder vind je wel nog op het wandelpad van Lijn 44, maar voor hoe lang nog? De bedding staat op het RAVeL-verlanglijstje. We ontwierpen een eendaagse wandellus aan de hand van de GR 573 en Lijn 44.
    Vooral het laatste decennium is hier drastisch ingegrepen om de natuur toegankelijker te maken. Smalle rotspaden zijn gedynamiteerd, dichtbegroeide wegels verbreed en veenpaden verhard met grindlaag of een knuppelpad. Boomstammen en rotsblokken maakten plaats voor mooie verstevigde houten bruggen. De natuur is nu ook toegankelijk voor de mountainbiker en de buggy, ten koste van de avontuurlijke wandelaar.
    Het onstuimige veenriviertje, de Hoegne, moest dit op zijn mooiste tracé lijdzaam ondergaan. De watervalletjes en het over rotsen kletterende water, imponeren nog steeds.
    Bij de stenen brug Pont de Centenaire zoek je de bedding van spoorlijn 44 op, nu ingericht als wandelverbinding tussen Stavelot en Spa. Rotswand aan de ene zijde, heerlijke blikken op de Hoegnevallei aan de andere. Op verscheidene plaatsen hangt een houtschors met het opschrift "Lijn 44", ter herinnering aan de spoorweg. Het station van Sart is nu een villa in privé-bezit, even eromheen en dan het tracé van de spoorweg opnieuw opzoeken. De doorgang onder de E42 kan bij slecht weer ontaarden in een waar modderpad, maar echte GR-wandelaars laten dit niet aan hun hart komen.
    Het pad op Lijn 44 versmalt bij iedere wegkruising en een beekje maakt eveneens een tijdje gebruik van de bedding. Links over de helling kun je dit waterpad omzeilen. De bosrand nadert, het pad blijft versmallen, rechts een prachtige kijk op de vallei en de residenties op de heuvel. Je kruist enkele straten, loopt achter enkele huizen door en staat plots op een hoogte boven een weg. Het spoorviaduct is niet meer, daal de steile helling af en neem voor je de straat rechts van de berm. Even verder verandert deze in een pad. Bij een dwarsstraat loop je links van de omheining door een bosstrook verder naar beneden. Daar ligt het meer van Warfaaz, een recreatieve attractiepool van Spa. Het is omringd door een asfaltpad. Op de andere oever loopt de GR 573. Een korte krachtige klim brengt je uit de vallei bij de eerste huizen van Sart.

    STARTPLAATS: Marktplein aan de kerk van Sart; op 2 km van uitrit 8 (E 42) en 7 km van Spa
    BEWEGWIJZERING: Wit-rode beschildering van de GR 573, deels zwarte kruisjes op het pad over de voormalige spoorlijn 44
    BEVOORRADING: café na 6 km en picknickplaats na 9 km aan de Hoegne; na 19 km cafés en restaurants aan het meer van Warfaaz
    LOGIES: Hotels in Jalhay en Hockai
    KAART: NGI 1/50.000 nr. 49
    TOPOGIDS: GR 573

    02-10-2007 om 21:17 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kortessem: wandel-paden-netwerk met knooppuntensysteem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De gemeente Kortessem (Limburg) bezit al sinds het jaar 2000 daadwerkelijk over een 62 km lang wandelnetwerk dat zich baseert op knooppunten. Het Wandel-paden-netwerk laat toe het Kortessemse cultuurlandschap al wandelend tot in zijn verste uithoeken te ontdekken langs goede en veilige wandelwegen. De bewegwijzering bestaat uit kleine richtingaanwijzers tussen de knooppunten waar verschillend van de fietsnetwerken niet de knooppunten een nummer toegekend krijgen maar de curiosa onderweg. Dit nummer is terug te vinden op de achterkant van de wandelkaart samen met een beknopte omschrijving van de bezienswaardigheid. Aan de hand van deze wandelkaart stel je zelf de lengte en de startplaats van je wandeling vast. Het volstaat hierbij de kilometersafstanden tussen de geselecteerde knooppunten op te tellen. Kom je met de wagen, dan start je best in de buurt van één van de zeven parochiekerken, waar je de nodige parkeergelegenheid aantreft. Horecazaken staan op de kaart aangeduid zodat ook comfortabele wandelstops in te plannen zijn. Het wandel-paden-netwerk geeft om de één, twee of drie kilometer een keuzemogelijkheid om je weg voort te zetten. Enig minpunt van dit wandelnetwerk is dat vele vroegere veldwegen en -paden door verkaveling een bestrating kregen waardoor meer dan de helft van de wandelroutes over verharde ondergrond verloopt. Deze zijn echter nooit breder dan drie meter en het mooie glooiende landschap in de noordoostelijke uithoek van vochtig Haspengouw, evenals de resterende onverharde paden, compenseren dit gebrek ruimschoots. Naast de fruitplantages bepalen canadapopulieren en beemden op de meest vochtige gronden in de Mombeekvallei het landschap van Kortessem. Op basis van de eisen voor GR-wandelingen hebben wij twee lussen op het kaartje van het netwerk ingekleurd, waarin de mooiste en een maximum aan onverharde paden zijn opgenomen. Eentje met vertrek in Kortessem en de ander in Zammelen, waar rekening is gehouden met een mogelijke verkorting … en uitbreiding naar de landschapswandeling in het beemdgebied van de Mombeek, een uniek natuurreservaat met knuppel- en natuurpaden.

    De wandeling vanuit Kortessem loopt voorbij aan de kapel van Mersenhoven en de Sint-Annakapel naar Wintershoven. Achter de Sint-Pietersbandenkerk ligt een klein natuurparkje met vijvers. Het recreatief fiets- en wandelpad op de verlaten spoorwegbedding was vroeger in gebruik als interstedelijk tramspoor tussen Hasselt en Tongeren. Een mooi lokaal pad brengt je op het plateau. Vanaf het in een godvergeten uithoek gelegen gehucht Sitsingen heb je prachtige vergezichten. Het “Jong bos” van kasteel Jongenbos is een eik- en haagbeukenbos met op de meest vochtige plaatsen aanplantingen van canadapopulieren en de spontane ontwikkeling van elzenbroeken. De Bombroekmolen is nu een watermolen zonder beek. De Mombeekbedding is verlegd en de vijver is een restant van de vroegere slotgracht van het vroegere kasteel. De Valikhoeve is een vierkanthoeve in stijl- en regelwerk. Deze rustieke bouwstijl bezit een gebinte van balken, stijlen, schoren en regels opgevuld met leem bestreken gevlochten twijgen. Het houtwerk zwart geteerd en het leem gewit. Authentieke gevels zijn eveneens te bewonderen in het eens agrarisch gehucht Bekes met daarnaast ook neovakbouw, waar de opvullingen tussen het houtwerk bestaan uit leem of baksteen.

    De wandeling vanuit Zammelen bezit door erosie van de Mombeek en haar zijbeken een heuvelachtig reliëf. De vallei van de Mombeek vormt een waardevol natuurgebied met afwisselend beemden, hooilanden met canadapopulieren, moerassen en broekbosjes. Zammelen grenst aan een enig mooi natuurreservaat, bestaande uit een alluviaal bosje (door aanslibbing ontstaan bosje), een rietland, een hooiland en een ruigte en is toegankelijk via enkele uitzonderlijk mooie wandelpaden. Gors-Opleeuw is een Haspengouws pareltje. De kern van dit dorp bestaat uit het plein met de Sint-Martinuskerk, een antieke dorpspomp, het van kasteel Gors, een imposante kwadraatshoeve, het bakhuis en de rijschool … een flashback naar vorige eeuw. Even buiten de dorpskom staat het neorococokasteel van Opleeuw met kasteelhoeve en voormalige wachtershuis. Tegen de straatgevel van de zuidelijke gevel is een zonnewijzer geplaatst. De Oude Winning met vakwerkschuur en de kasteelhoeve Haagsmeer met Engels park, aan de rand van het Belle-Vuebos, zijn verdere pronkstukken. De wandelweg loopt dwars doorheen dit Belle-Vuebos en is onaangeroerd natuurreservaat. Het noordelijke gedeelte is via een wandelpad toegankelijk gemaakt en is een aanrader, wandelpaneel bevindt zich aan de oostzijde van dit bos. Het Rood kasteel, eens verblijfplaats van de heren van Guigoven, is na vele verbouwingen en stijlen omgevormd tot tavernerestaurant. Zeer recent valt hier ook een kruidentuin te bezichtigen. In Wintershoven wandel je eveneens het mooie landschapstukje zoals in vorige wandeling beschreven. Even wandel je boven op een Haspengouws plateau tussen de fruitplantages, maar al snel daal je via een vochtig pad naar Schabos. Een bosje vol met vakantiehuisjes, je moet hiervoor wel even van de wandeling afdwalen. Nog even het prestigieuze restaurant Clos-St-Denis bekijken vooraleer terug te keren naar Zammelen.

    Beide beschreven wandelingen zijn ongeveer 20 km lang die door de netwerkmogelijkheden naar believen in te korten zijn. Met vertrek vanuit Zammelen is dit misschien raadzaam en combineer je de netwerkwandeling met de rode driehoekenwandeling van het Regionaal Landschap Haspengouw (7 km) die door en rond het prachtige natuurreservaat loopt over grotendeels unieke onverharde paden. In Zammelen vind je aan de kerk, op 50 m van elkaar, zowel een infopaneel van het Wandel-paden-netwerk als van de wandelingen van Regionaal Landschap Haspengouw.

    Ook al zijn ontbrekende of afgebroken pijlwegwijzers een rariteit, de kaart is het aangewezen middel om de geplande tocht, waar het nodig blijkt, zonder problemen te kunnen voleindigen.

    Kaart van het Wandel-paden-netwerk Kortessem is aan 1,5 €  te bekomen bij Toerisme Kortessem, Kerkplein 14, 3720 Kortessem, tel: 011 37 93 30, toerisme@kortessem.be, www.kortessem.be

    02-10-2007 om 21:09 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Via Caliga aan de Moezel

    De bovenloop van de Moezel vormt de grens tussen Duitsland en Luxemburg. De Romeinen hielden ook al van deze streek en al 2000 jaar lang is de Elbling een rariteit onder de witte wijnen. Wijnen die je vandaag de dag kunt proeven in de wijnlokalen of bij de wijnboer zelf. Talrijke wandelingen verkennen een afwisselend landschap van wijnbergen, akkers en bossen. De wijndorpjes Palzem en Wincheringen op Duitse zijde werkten een geo-wandelroute uit en gaven deze de naam “Via Caliga”, een 34 km lange wandelroute die opsplitsbaar is in twee lussen van 19 en 21 km. Bewegwijzerd is de route door de “Caliga”, de Romeinse riemsandaal. 34 km is ook de afstand van een dagmars van de Romeinse legioenen die tussen de 30 en 40 km bedroeg. De wandelroute loopt deels over de oude heirbaan Metz-Trier en de verbindingsweg tussen de oostelijk en westelijk gelegen heirbanen van de Moezel waarbij de Romeinen een brug aanlegden in Palzem. Een modern monument en een infobord geven de plaats aan waar ooit deze brug beide oevers verbond. Het infobord maakt deel uit van 24 panelen. Deze geven informatie over de Romeinse wijn, de heirbaan, fauna en flora, cultuur en geschiedenis van de bovenloop van de Moezel. Op de wandellus vanuit Palzem ontdekt de wandelaar sporen van de Romeinse heirbaan in het bos en op de akkers. Verder zijn er de middeleeuwse versterking van het dorpje Wehr en de domkerk in Helfkant. Boven op de heuvelrug, op de Romeinse weg, is het genieten van schitterende uitzichten over de Moezelvallei en de omliggende oude gebergten. Buiten deze langeafstandswandeling vind je in Palzem en Wischeringen nog een tiental kortere lokale wandellussen. Het wijndorp Remich (Luxemburgse Moezelzijde) ligt op wandelafstand. Op de machtige Moezelpromenade staat een fontein met een bruisende fontein … Bachus, de wijngod heft de beker al zittend op een wijnvat. Nabij Palzem zie je in de heuvelflank het Schloß Thorn. De Romeinen besloten op een vooruitspringende rots een wachttoren te plaatsen. Deze toren leidde regelrecht tot naamgeving van het kasteel. Thorn is afgeleid van het Latijnse “turris”, turm en betekent toren. Meer antieke herinneringen vind je de Romeinse villa in Nennig met het best bewaarde mozaïek ten noorden van de Alpen. In hetzelfde dorp vind je ook een reconstructie van de heirbaan en een tumulus. En wie niet genoeg krijgt moet naar Borg om origineel Romeins te tafelen in een volledig gereconstrueerde Romeinse villa … compleet met tuin.


    ROUTE: Via Caliga

    LENGTE: 34 km opsplitsbaar is in twee lussen van 19 en 21 km

    BEWEGWIJZERING: Bordjes met daarop de “Caliga”, de Romeinse riemsandaal

    SITUERING: Aan de Moezel tussen Frankrijk en Trier

    BEREIKBAARHEID:

    Met de auto: over Luik E25 naar Luxemburg, dan A13 tot afrit Remich, N16 naar Remich, D406/D419 naar Palzem

    Met de trein: trein via Luxemburg of Keulen naar Trier en van daaruit naar Palzem

    KAARTEN EN GIDSEN: brochure Via Caliga, Römischer Wanderweg Palzem-Wincheringen

    LOGIES: Camping: Campingplatz Opa Schuler, Obermoselstrasse 1, D-54439 Palzem, Deutschland, Tel: +49 (0)6583 678

    Pension: Pension Brunnenhof, Römerstrasse 14, D-54439 Palzem, Deutschland, Tel: +49 (0)6583 452, E-mail: WeingutBrunnenhof@gmx.de, Internet: www.weingutbrunnenhof.de

    INFO: Verkehrsverein Dreiländereck Palzem, Römerstrasse 14, 54439 Palzem, tel: +49-6583 452

    Verkehrsverein Wicheringen, Am Markt 15, 54457 Wicheringen: tel: +49-6583 1789

    Tourist-Information Saarburg, Graf-Siegfried-Strasse 32, 54439 Saarburg, tel: +49-6581 81290, Saarburg-info@t-online.de

    WEBINFO: www.strasse-der-roemer.de, www.saar-obermosel-touristik.de

    02-10-2007 om 20:10 geschreven door wandelcontreien  


    >> Reageer (0)


    Archief per jaar
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2008
  • 2007

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    MIJN WEBSITE (fietsen + wandelen)
  • FIETS(WANDEL)CONTREIEN

    Foto

    Sonja, mijn trouwe partner, volgt mij op al mijn tochten

    Foto

    foto boven: Urwaldsteig
    foto midden: Wilder See/Zuid-Tirol
    foto onder: Bärentalspitze/Zuid-Tirol


    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!