Welkom en geniet
Inhoud blog
  • WELKOM
  • De kakariki
  • Roodrugparkiet
  • Monniksparkiet
  • Halsbandparkiet
  • Bergparkiet
  • Valkparkiet
  • Turquoisineparkiet
  • Grasparkiet
  • De grijze roodstaart
  • De Geelvleugelamazone
  • De Molukkenkaketoe
  • De Grote geelkuifkaketoe
  • Blauwe ara
  • De Groenvleugelara
  • blauwgele ara
    Foto
    Foto
    Papegaaien en Parkieten
    Papegaaien en Parkieten
    14-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Monniksparkiet

    Monniksparkiet

    Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

    Ga naar: navigatie, zoeken
    Monniksparkiet
    Soort
    Rijk: Animalia
    Stam: Chordata
    Klasse: Aves
    Orde: Psittaciformes
    Familie: Psittacidae
    Geslacht: Myiopsitta
    (Boddaert, 1783)

    De monniksparkiet (Myiopsitta monachus) is een parkiet uit ArgentiniŽ en het zuidelijke deel van BraziliŽ in Zuid-Amerika. Het dier is ook bekend onder de naam muisparkiet. Als exoot doen deze vogels het goed in Europa en Noord-Amerika.

    De monniksparkiet bouwt zijn nest in vogelkolonies met vele parkieten. Het is voorgekomen dat een dergelijke "parkietenflat" het formaat had van een kleine auto. Dit gedrag is vrij ongewoon voor een papegaai en is waarschijnlijk geŽvolueerd omdat op de pampas weinig bomen groeien en de aanwezige nestruimte efficiŽnt moest worden gebruikt.

    Monniksparkieten in Nederland

    Ook in Nederland is deze soort verwilderd. Zo is in 2003 een grote zwerm aangetroffen in Wageningen.

    Het komt voor dat Monniksparkieten "halfwild" leven. Dat wil zeggen dat ze vrij kunnen vliegen (en meestal nestelen) maar dat ze voor voedsel bij hun eigenaar terecht kunnen.

    De gangbare methode is om dieren eerst in een voliŤre aan de omgeving (bijvoorbeeld de achtertuin) te laten wennen en hen na een aantal maanden pas los te laten. De kans is groot dat de dieren terug blijven komen voor voedsel. Die kans wordt groter als meerdere dieren samenwerken en gezamenlijk vrij vliegen. De monniksparkiet is een sociaal dier en zal anders op zoek gaan naar een andere kolonie. Bovendien zorgt het vrij laten in groepen ervoor dat de dieren gaan nestelen. Hierdoor kunnen het er snel meer worden.

    Ouwehands Dierenpark in Rhenen heeft een grote zwerm vrijvliegende monniksparkieten

    14-10-2008 om 09:06 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Halsbandparkiet

    Halsbandparkiet

    Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

    Ga naar: navigatie, zoeken
    Halsbandparkiet
    Halsbandparkiet
    Halsbandparkieten in Israel
    Taxonomische indeling
    Rijk: Animalia
    Stam: Chordata
    Klasse: Aves
    Orde: Psittaciformes
    Familie: Psittacidae
    Geslacht: Psittacula
    Soort
    Psittacula krameri

    De Halsbandparkiet (Psittacula krameri) is een exoot uit tropisch Afrika en Zuid-AziŽ, die ooit naar Europa is gehaald als voliŤrevogel. In de loop der jaren is een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in het West-Europese klimaat, en konden zich vermenigvuldigen tot duizenden exemplaren in 2007.

    Kenmerken

    De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. De totale lengte is circa 42 centimeter. Hij heeft een heel opvallende, luide lokroep. Er bestaan 4 ondersoorten die voornamelijk in lengte van de bek en van het lichaam verschillen (Forshaw, 1978). De mannetjes onderscheiden zich door een band die rond de nek roze is en bij de keel zwart. De middelste staartpennen hebben een blauwachtige schijn. Bij het vrouwtje is de band onduidelijk, juvenielen zijn geler en hebben een onduidelijke of zelfs geen band.

     Habitat en leefwijze

    Ze komen het meest voor rond de grote steden. In Amsterdamse parken als het Vondelpark en het Westerpark maar ook aan de noordkant van Den Haag, vooral in Voorburg, Leidschendam en in mindere mate in Voorschoten vliegen honderden exemplaren rond. In Brussel is een populatie van 5000 exemplaren aanwezig. De vogels verspreiden zich ook buiten de steden. De halsbandparkiet komt voor in loofbossen en lichte secundaire jungle, maar ook in tuinen, boomgaarden en gecultiveerde gebieden in de buurt van dorpen en steden. Ze vermijden bergen, woestijnen, wetlands en dichte bossen. De parkieten worden normaal in kleine groepen van een 10 ŗ 15 vogels waargenomen, maar bij de gemeenschappelijke slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een grote hoeveelheid voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels.

     Voortplanting

    De vogels zijn monogaam, vormen waarschijnlijk paren voor het leven, zijn sedentair en beginnen rond het derde levensjaar te broeden.

    Zoals bijna alle parkieten zijn het holenbroeders die meestal oude nesten van spechten gebruiken maar in zachte houtsoorten kunnen ze zelf een nesthol uitknagen, hoewel hier in Europa slechts anekdotische informatie over bestaat. In India gebruiken ze ook holten in muren. Gebroed wordt er solitair of in losse groepen, tot 8 paren in dezelfde boom. De territorialiteit beperkt zich tot de onmiddellijke omgeving van het nesthol, terwijl broedvogels elkaar kunnen assisteren om roofdieren te verjagen .

     
    Voedsel

    Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, bloemen en nectar, maar eigenlijk is de halsbandparkiet een omnivoor. Voedsel is waarschijnlijk geen probleem voor de parkieten, zowel in BelgiŽ, Groot-BrittanniŽ als in Duitsland werd vastgesteld dat ze een ruim palet van voedsel eten, vnl. bloemen en vruchten. Van het gebruikelijke tuinvoer eten de vogels het liefste pinda's.

    De halsbandparkiet wordt in zijn natuurlijk areaal beschouwd als een plaagsoort die 'verspillend' te werk gaat, hij heeft namelijk de neiging om uit halfrijp fruit slechts 1 a 3 beten te nemen en dan naar de volgende vrucht te gaan. Het opbrengstverlies aan zonnebloemen en maÔs kan oplopen tot respectievelijk 33 en 4,6% ten gevolge van parkietenvraat.

    De halsbandparkiet als exoot

    Verspreiding

    De oorspronkeljke leefgebieden liggen in India en in Afrika ten noorden van de evenaar. Volgens de overlevering bracht Onesikritos, een stuurman op de vloot van Alexander de Grote, als eerste een levende halsbandparkiet mee - de eerste papegaai-achtige in Europa. Zijn wereldwijde populariteit als kooivogel heeft ervoor gezorgd dat de halsbandparkiet op verschillende plaatsen verwilderde populaties heeft kunnen vormen, door het ontsnappen uit voliŤres of door opzettelijke vrijlating. Halsbandparkieten zijn waargenomen in 35 landen op alle continenten, Antarctica uitgezonderd. In Europa bevinden de grootste populaties zich in zuidwest-Engeland (10 000 vogels), BelgiŽ (7000 vogels), Nederland (5400 vogels) en Duitsland (5400 vogels). Maar hij komt ook voor in Spanje (rond Barcelona en in AndalusiŽ) en Frankrijk (rond Parijs en ook Frťjus).

    In 1974 werden in het Brusselse Melipark een aantal parkieten losgelaten door Guy Florizoone, de destijdse directeur van de Brusselse Meli. De vogels verspreidden zich snel over Brussel, en het eerste broedgeval buiten het Melipark dateert uit 1975. In 1984 telde men 250 vogels, in 1988 waren het er al 500 en recent (2005) wordt de populatie op 7000 (data AVES, BelgiŽ) vogels geschat. Vanuit hun broedplaatsen in o.a. het Jetse Dieleghembos en Laarbeekbos, verspreidden ze zich geleidelijk over de rest van Brussel en nabijgelegen gemeenten. Sinds 1992 bevindt zich een gemeenschappelijke slaapplaats van de halsbandparkieten op het terrein van het NAVO hoofdkwartier te Evere, en sinds 2003 is er ook een slaapplaats in het Elisabethpark te Koekelberg.

    een halsbandparkiet in het Brusselse Jubelpark
    een halsbandparkiet in het Brusselse Jubelpark

    De Brusselse halsbandparkieten vertonen, net als in hun natuurlijk areaal, een voorkeur voor meer open gebieden zoals parken en tuinen, en vermijden dichte bossen. Dit geldt ook voor de Engelse en Duitse populaties. Onderzoek op basis van punttellingen wees uit dat de verspreiding over de Brusselse parken en bossen vooral door het nestholaanbod en de afstand tot de slaapplaats in Evere bepaald wordt. Verder blijkt ook dat de soort een relatief open landschap verkiest maar binnen dit landschap wel in relatief dichte bosbestanden broedt.

    In Nederland worden halsparkieten vooral waargenomen in en rond de grote steden.[1] Bij een landelijke telling in november 2004 werd de grootste populatie aangetroffen op een slaapplaats in Voorburg, bij Den Haag: 3200 exemplaren. In diverse parken in Amsterdam leefden bij elkaar zo'n 1800 vogels; in Rotterdam werden 300 halsbandparkieten gevonden. Van de Amsterdammers is bekend dat ze weinig honkvast zijn: een slaapplaats waar het ene jaar honderden vogels overnachten, kan het volgende jaar verlaten zijn.

    Gevolgen

    Over de ecologische en economische impact van de halsbandparkieten is reeds vaak gespeculeerd maar bestaan relatief weinig harde gegevens. Wel is aangetoond dat dat er in gebieden met veel halsbandparkieten minder boomklevers en grote bonte spechten worden waargenomen, wat competitie om nestholen tussen deze soorten suggereert. Anderzijds is er wel grote overlap in nestholkenmerken gevonden, maar hebben weinig observaties van directe agressie plaatsgevonden. Het nestholaanbod is vaak een belangrijke factor in de verspreiding van holenbroeders, maar in natuurlijke loofbossen is er normaal gezien geen tekort aan nestholen omdat zonder menselijke ingrepen er in elk langlevend, natuurlijk bos grote dode bomen (Ďsnagsí) voorkomen die een belangrijke bron van nestholen zijn. De Brusselse parken en bossen (en de meeste Europese bossen) zijn echter niet natuurlijk maar sterk beheerd, en het verminderd nestholaanbod in beheerde bossen heeft een sterk negatief effect op het voorkomen van holenbroeders.

    Competitieve interacties tussen holenbroeders zijn dan ook goed bekend. Ook tussen exoten en residente soorten is er al nestholcompetitie waargenomen, voornamelijk tussen de in Noord-Amerika geÔntroduceerde spreeuw en verschillende spechten. Ook tussen de in AustraliŽ geÔntroduceerde treurmaina (Acridotheres tristis) en de inheemse holenbroeders is er nestholcompetitie vastgesteld.

    Wat economische schade betreft, er werden in een beperkte enquÍte in Meise en omgeving geen noemenswaardige klachten gevonden, maar recent zijn er bij het Brussels Instituut voor Milieubeheer klachten binnengelopen over schade aan sier- en fruitbomen. In Groot-BrittanniŽ zijn er recente maar eerder anekdotische klachten over economische schade aan landbouwgewassen, meer bepaald wijngaarden.

    Veel stadsbewoners weten de halsbandparkiet evenwel te waarderen. Toen SOVON het jaar 2004 uitriep tot het jaar van de halsbandparkiet, werden grote aantallen foto's van mensen die "hun parkiet" graag lieten zien - aldus de website van SOVON.

     Toekomst

    Halsbandparkieten zijn een nieuwe soort in de Benelux die de afgelopen jaren behoorlijk in aantal is toegenomen. Evenwel lijkt de grens nog niet bereikt. Weliswaar is het mogelijk dat het aantal nestholen de verdere groei van de populaties in steden als Amsterdam en Brussel zou kunnen beperken, maar buiten de huidige vestigingssteden lijken geschikte habitats nog volop aanwezig te zijn. Het gaat hierbij om parken in grote steden. In die parken moeten hoge bomen staan al dan niet op enige afstand hiervan, de aanwezigheid van nestholen. Een voorbeeld van een habitat die nog niet door halsbandparkieten is bewoond maar waarschijnlijk zeer geschikt is, is park Sonsbeek in Arnhem. SOVON (in 2004) en Waarneming.nl (in december 2006) inventariseren het voorkomen van de halsbandparkiet in Nederland. In BelgiŽ zijn er, volgens de UA (Universiteit Antwerpen), nog geschikte uitbreidingsgebieden rond Turnhout, Bilzen en Brugge.

    14-10-2008 om 09:03 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (27 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bergparkiet

    Bergparkiet

    Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

    Ga naar: navigatie, zoeken

    De bergparkiet (Polytelis anthopeplus) is een vogel uit de familie van de papegaaien (Psittacidae). Ze zijn oorspronkelijk afkomstig uit AustraliŽ, voornamelijk in de tropen in het zuidoosten




    Anatomie

    Deze vogel is ongeveer 37 tot 42 centimeter groot en men kan de mannetjes en vrouwtjes makkelijk onderscheiden. Mannelijke exemplaren zijn over het algemeen geel, met verschillende schakeringen op het kopje, zijn rug is meestal groenkleurig en zijn snavel is meestal rood terwijl het vrouwtje over het algemeen meer groenig is van kleur, vooral aan de kop en het lichaam. Ook de staart is groen maar onderaan is het zwart.De bergparkiet werd voor het eerst in 1864 in Europa ingevoerd en gehuisvest in de dierentuin van Londen. De eerste broedresultaten met de bergparkiet werden behaald in1880



    Voortplanting

    De vrouwtjes broeden gedurende ongeveer 21 dagen drie tot zes eitjes uit. Ze komt dan helemaal niet of erg weinig van het nest af; het mannetje voedert haar in die periode. Als de jongen zijn uitgekomen, worden ze door zowel het mannetje als het vrouwtje gevoerd. Tijdens deze periode kan men de vogels naast hun normale voeding ook meerdere keren per dag wat eiervoer voorzetten, dat ze graag aan hun jongen voeren. De jongen vliegen uit op ongeveer 5 weken. De jongen zijn kweekrijp vanaf 2 jaar.

    Voedsel

    Bergparkieten eten zaadmengsels voor grote parkieten. Ze lusten ook eivoer, fruit, gekiemde zaden en een kleine hoeveelheid insecten. Uiteraard horen de vogels altijd naar behoefte maagkiezel en grit op te kunnen nemen. Af en toe een verse wilgentak of een onbespoten fruitboomtak doet hun knaagbehoefte goed.

    Deze vogels zijn van nature sterk. Ze kunnen bijvoorbeeld gerust in de gure winters overleven. Het is dus niet noodzakelijk om een binnenverblijf te maken. Wel om de gezondheid van de vogels te waarborgen moeten ze uit de tocht en vriezende kou gehouden worden

    14-10-2008 om 08:58 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (37 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Valkparkiet
    Geschiedenis

    John Gould was de eerste die valkparkieten beschreef. Hij vermeldde in zijn boek The birds of Australia (1839) dat de grond in AustraliŽ bezaaid was met valkparkieten en dat op takken van bomen nog eens honderden vogels zaten. Hij gaf de vogel de wetenschappelijke naam Palaeornis novae-hollandiae, oude vogel uit Nieuw-Holland. In 1850 werden de eerste Europese valkparkieten geboren in Duitsland. In Nederland werden in 1865 de eerste valkparkieten gekweekt, en in BelgiŽ in 1870. Pas in 1965 kreeg de valkparkiet zijn huidige wetenschappelijke naam: Nymphicus hollandicus. 'Nymphicus' betekent: gelijkend op een nimf, en 'hollandicus': van Holland (Nieuw Holland is een oude benaming voor een deel van AustraliŽ). Recent onderzoek van mitochondriaal DNA heeft aangetoond dat de valkparkiet een kleine kakatoe is, en het meest verwant met de donkergekleurde kakatoes van het geslacht Calyptorhynchus[1].

     Uiterlijk

    De wildkleur valkparkiet is de meest voorkomende en heeft de volgende kenmerken: Grijs met witte vlekken op de vleugels, een gele kop met een gele kuif, en oranje oorvlekken. Er zijn ook andere kleurvariŽteiten gekweekt, bijvoorbeeld de lutino, opaline(gepareld), grijs en wit, en albino. Het geslachtsverschil is weinig opvallend - de mannetjes ('man') hebben een gele kop en kuif, het vrouwtje ('pop') heeft een minder gele kop, wat vooral bij onderlinge vergelijking van een paartje opvalt, en ook niet bij alle kleurvarianten zichtbaar is. Kenners kunnen het eerder aan bepaalde gedragingen zien, mannetjes vertonen machogedrag. Ze wegen 80 ŗ 110 gram en zijn ongeveer 30 tot 33 centimeter lang (kop-staart).

    Valkparkieten kunnen goed als huisdier worden gehouden maar aspirant-valkparkiethouders moeten zich realiseren dat vooral de mannen erg luidruchtig kunnen zijn en dat de veren stof produceren, er zijn speciale onderdonsveren die tot een soort poeder uit elkaar vallen, net als bij duiven. Vooral als ze in de eerste 8 levensweken veel met mensen in contact komen kunnen ze erg tam worden. Valkparkieten worden gemiddeld tussen de 15-20 jaar oud maar je hebt natuurlijk uitzonderingen. Ze komen in gevangenschap relatief gemakkelijk tot broeden.

     Dieet

    Ze eten voornamelijk grof parkietenzaad, daarnaast wordt aangeraden om ook met grote regelmaat groenvoer aan te bieden. Er moet ook dagelijks vers drinkwater beschikbaar zijn. Naast grof parkietzaad bestaan er ook totaalvoeders in de vorm van pellets. Sommigen vinden pellets minder gewenst omdat ze de functie van de krop overbodig maken. Anderen zijn van mening dat pellets een volwaardiger voer zijn. Om de krop goed te laten werken heeft de parkiet maagkiezel nodig in de kooi, waarvan hij er af en toe een naar binnen werkt. Dit is namelijk nodig voor de vermaling van het eten in de krop.

    Wanneer men met valkparkieten wil kweken dus wanneer een mannetje en een vrouwtje bij elkaar worden gezet en er jongen worden verwacht, kan er eivoer worden bijgegeven. Dit is normaal gesproken niet nodig om de vogels gezond te houden.

    Kooi

    Minstens 40x50x60 cm, en dan nog wel af en toe buiten de kooi laten vliegen. Tralies dienen horizontaal te lopen om klauteren mogelijk te maken. Natuurlijk is het beter om een ruimer onderkomen voor de valkparkiet te kiezen zodat deze volledig tot zijn recht komt. Een voliŤre, buiten of binnen, is ideaal voor een valkparkiet, die dan te allen tijde zijn vleugels kan strekken.

     Een zieke valkparkiet

    Een zieke valkparkiet is vaak te herkennen aan een ander gedrag dan normaal. Hij zit bijvoorbeeld bol in de veren of slaapt zelfs de hele dag. Een zieke valkparkiet slaapt daarnaast over het algemeen op twee poten in plaats van een. Ga met een zieke valkparkiet zo snel mogelijk naar de dierenarts om een diagnose te laten stellen. Mocht de valkparkiet namelijk de zogenaamde papegaaienziekte hebben dan is behandeling bij de mensen die met de besmette dieren in aanraking zijn geweest soms ook noodzakelijk. De meeste ziektes van valkparkieten zijn simpel te genezen.

     Als huisdier

    Drie valkparkieten in Avifauna
    Drie valkparkieten in Avifauna

    De valkparkiet is goed als huisdier te houden, als het stof en het lawaai geen bezwaar zijn. Ze kunnen erg tam worden en hebben meestal een zachtaardig karakter. Let er wel op dat een angstige of boze valkparkiet wel hard kan bijten als hij dat wil. Valkparkieten zijn zelfs zo schuchter dat kleinere, maar agressievere vogels zoals de grasparkiet ze soms het leven zuur kunnen maken en ze zelfs kunnen verwonden. Probeer altijd een jonge handtamme valkparkiet te kopen; een oudere valkparkiet is moeilijker en soms helemaal niet tam te maken. Kijk ook of de valkparkiet een ring om zijn poot heeft; deze kan links of rechts worden aangebracht. Zo kan men met zekerheid zeggen of de vogel inderdaad nog jong is. Tam maken begint met de vogel uit de hand te laten eten. De valkparkiet is van nature sociaal en nieuwsgierig, en zal als hij zich eenmaal op zijn gemak voelt zelf initiatief nemen. Er zijn ook kwekerijen waar de vogel (soms tegen extra betaling) handtam wordt gemaakt. Kortwieken maakt het tam maken meestal eenvoudiger omdat de vogel zich niet zo makkelijk meer aan zijn baasje kan onttrekken. Men heeft dan in ieder geval tot de volgende rui de tijd.

    Kweek

    Het kweken van Valkparkieten is niet zo erg lastig, het is wel lastig om goede koppels te vinden. De mannetjes hebben feller gekleurde rode wangen dan de pop, al is dit niet bij alle kleurmutaties te zien. Valkparkieten hebben genoeg aan een hoog broedblok (25x25x35)met een opening van 8 cm doorsnede, let er wel op dat de onderkant is uitgehold, zodat de eieren niet van elkaar vandaan gaan liggen. Een pop legt 3-9 witte eieren en broedt 18-21 dagen waarin zij wordt bijgestaan door het mannetje. Na 4-5 weken vliegen de eerste jongen uit en na 7-8 weken zijn zij zelfstandig. Na een half jaar zijn Valkparkieten geslachtsrijp, maar aangeraden wordt om langer te wachten om ze voor de kweek in te zetten. Het mannetje krijgt ook pas later zijn felle kleuren.
    Afbeelding:Babyvalkparkiet.JPG
    een jong van een valkparkiet

    14-10-2008 om 00:00 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (25 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Turquoisineparkiet

    Turquoisineparkiet

    De turqoisineparkiet (Neophema pulchella) is een kleine papegaaiachtige die vroeger algemeen in grote delen van Oost-AustraliŽ voorkwam maar tegenwoordig beperkt is tot noordoost Nieuw-Zuid-Wales en noordoost Victoria.

    De vogel is iets meer dan 20 cm lang, overheersend groen van kleur en op de buik meer geel, met een helder turqoise kop en de mannetjes hebben kastanjebruine vlekken op de blauwe en groene vleugels. Vrouwtjes zijn wat minder uitbundig gekleurd en hebben niet de roodbruine vleugelvlekken.

    Het biotoop is grasland en open bosgebied; de vogel eet grassen, zaden en nectar.

    De turqoisineparkiet of 'turk' is ook in Nederland een vrij veel gehouden kooi- en voliŤrevogel die eenvoudig te verzorgen is en makkelijk tot broeden komt in gevangenschap. Er worden verschillende kleurvarianten gekweekt. In gevangenschap heeft de turk een levensverwachting van 10 tot 15 jaar.

    14-10-2008 om 00:00 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (15 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grasparkiet

    Geschiedenis

    Ruim 150 jaar geleden werd de grasparkiet in Europa ingevoerd. In Nederland worden ze gehouden in een kooi/voliŤre. Enkele zijn ontsnapt en leven in het wild.

     Algemeen

    Als parkieten alleen in een kooi worden gehouden hebben ze veel aandacht nodig omdat ze zich anders gaan vervelen; het zijn groepsdieren en daarom is het beter om er twee of meer te houden (bij voorkeur een even aantal). Speelgoed en/of klimgerei is nodig. Parkietjes zijn vrolijke ondernemende vogeltjes die erg tam kunnen worden, vooral als ze van heel jong af met mensen in aanraking zijn geweest. Ze kunnen een beetje leren praten. Ook kunnen ze soms leren fluiten

    Een parkiet heeft donsveren en dekveren. De donsveren zorgen voor de warmte, de dekveren tegen beschadigingen. De veren zorgen voor een waterafstotende isolatie. Buitenshuis ruien de parkieten zo'n twee keer per jaar; binnenshuis soms wel vaker. Oorspronkelijk was het grasparkietje groen, nu zijn ze er in allerlei kleurslagen, waarvan blauw en geel de bekendste zijn.

     Neusdop

    Aan de neusdop is te zien of het een mannetje (man) of een vrouwtje (pop) is. Dit is het stukje kaal vlees op de bovensnavel waarin de neusgaten zitten. Mannetjes hebben een blauwe neusdop. De popjes hebben een roze/lichtbeige neusdop. Bij het popje wordt de neusdop bruin als ze in broedstemming is. Jonge vogels hebben meestal een lichtbeige neusdop of lichtblauwe, waardoor het niet zo gemakkelijk is om te zien of het een mannetje of een vrouwtje is. De neusdop verkleurt na de jeugdrui (met ongeveer 12 weken).

    Pootjes

    Papegaai-achtigen, waaronder de parkiet, hebben 2 tenen naar voren en 2 tenen naar achteren, in tegenstelling tot zangvogels die 3 tenen naar voren en 1 teen naar achteren hebben. Hierdoor kunnen ze goed klimmen en zich (op muren en dergelijke) vasthouden. Als parkieten jeuk aan hun kop hebben, krabben ze zich, anders dan zangvogels, met hun poot over hun vleugel heen.

     Ogen

    Vogels hebben in verhouding tot het hele lichaam grote ogen. De ogen van de parkiet zijn sterk naar opzij geplaatst. Parkieten zijn dus vrijwel onmogelijk ongemerkt te besluipen. Het gezichtsveld dat door beide ogen tegelijk wordt gezien, en waar ze dus diepte kunnen waarnemen, is maar klein. Om goed te kunnen zien moet de parkiet dus zijn kop bewegen. Parkieten kunnen razendsnel accommoderen (omschakelen van dichtbij naar ver weg zien). Een parkiet heeft een zeer snel reactievermogen. Dit heeft hij nodig om voor zijn vijanden te kunnen vluchten.

     Snavel en nagels

    Sterk gekromde bovensnavel zoals alle papegaaiachtigen. De ondersnavel is in rust in het verenkleed verborgen. De snavel wordt natuurlijk gebruikt om te eten, maar ook om te klimmen. Parkieten kunnen als ze echt willen een gevoelige beet uitdelen in de teerdere delen van de menselijke huid (oorlel, lip). Bij sommige parkieten wordt de snavel wel eens te lang: die moet dan bij de dierenarts geknipt worden! Dit komt vaak voor met vogels die een leverafwijking hebben door een onvolwaardige voeding. Soms worden zijn nagels ook te lang. Als je die zelf wilt bijknippen: niet te veel, het 'leven' (nagelwortel) loopt verder door dan je denkt laat daarom eerst uw (vogel)dierenarts zien hoe het moet.

    Voor de snavel (en ook voor de nagels) van de parkieten is het aan te raden om de plastic zitstokken uit de kooi te halen en te vervangen door (dikkere) houten zitstokken, bij voorkeur wilgentakken. Ook zijn mineraalstokken een goed idee.

    De zandhoesjes die in de dierenwinkel worden aangeboden zorgen vooral voor irritatie van de gevoelige voetzooltjes...

     Lichaamstemperatuur

    Vogels zijn warmbloedige dieren. Ze hebben een normale lichaamstemperatuur van 40 tot 42 graden. Als de parkiet het koud heeft of een beetje ziek is zet hij zijn veren op ('bol zitten'). De laag warme lucht rond het lichaam wordt dan dikker. Om warmte kwijt te raken gaat hij sneller ademhalen (80 tot 100 keer per minuut is normaal) of met z'n vleugels uitgespreid zitten. Vogels kunnen niet zweten. Als er te grote temperatuurverschillen zijn in de omgeving van de parkiet dan gaat hij veel vaker ruien.

     De kooi

    De kooi moet in een zonnige of lichte kamer geplaatst worden, maar nooit in de directe zon en niet op de tocht. De parkiet heeft graag gezelschap en aanspraak. Hij kan niet goed tegen rook/kookdampen. Het is gezond als hij geregeld in de kamer los kan vliegen, waarbij de veiligheid wel voorop staat: ramen (zeker in het begin) bedekken, andere huisdieren de kamer uit, giftige kamerplanten verwijderen. Parkieten houden van schone en droge kooien. De kooi moet voldoende ruim zijn, zeker als de parkiet zelden/nooit los mag vliegen.

    Het beste is een rechthoekige kooi met bij voorkeur horizontale tralies, aangezien parkieten ook graag over de tralies rondklimmen en bij voorkeur een vlakke bovenkant. De tralies mogen niet verder dan 12 mm uit elkaar staan, anders kan hij er met z'n kopje doorheen en misschien niet meer terug. In deze kooi horen houten (natuurlijke) zitstokken. Als deze stokken verschillende diktes hebben krijgt de parkiet minder gauw problemen met eeltknobbels op zijn voeten. Eventueel een zittouw. Ook vinden parkieten het leuk om op houten trapjes te klauteren en op een schommeltje te zitten/slapen. Een plastic vogeltje is niet nodig, net als een spiegeltje; maar er wordt wel druk mee gespeeld als ze aanwezig zijn. Dit is echter geen vervanging voor een levend speelkameraadje. Houd er rekening mee dat vogels af en toe rust moeten hebben ('s middags en 's nachts) en voldoende moeten (kunnen) slapen. Als de kooi in het midden van de kamer staat kan dat in dit opzicht ongunstig zijn. Beter is het de kooi tegen een muur te plaatsen, zo voelen ze zich ook veiliger. Plaats met helder weer de kooi eens buiten, maar niet op de tocht, want dan kunnen de vogels ziek worden. Zonlicht is van essentieel belang.

    Als bodembedekking kunt u houtsnippers gebruiken van beukenhout of corbo van maÔs. Het ouderwetse schelpenzand is volgens sommigen minder geschikt maar wordt door velen tot volle tevredenheid gebruikt. Wel belangrijk is om de bodem van de kooi geregeld (b.v. elke 1-2 weken) te verschonen.

     Eten en drinken

    • In de natuur leven parkieten vooral van graszaden. Zaad wordt daarom vaak gezien als volwaardige voeding, maar is het niet. GeÔmporteerd uit landen waar volop gebruikgemaakt wordt van pesticiden en andere chemicaliŽn is het geven van zaad uiteindelijk de oorzaak van de meeste gezondheidsproblemen bij parkieten en papegaaien. De beste voeding is een compleetvoer, ook pellets genoemd. Dit voer bevat alle benodigde voedingsstoffen en, heel belangrijk, in de juiste verhouding. Geeft u een zaadmengsel, geef dan pas nieuw zaad als het bakje vrijwel geheel leeg is, om te voorkomen dat de vogel er de lekkerste zaadjes steeds uitpikt waardoor het dieet te eenzijdig wordt.
    • Extraatjes als groente en fruit en ook kruiden als peterselie en basilicum kunnen naast de pellets/zaden gegeven worden, maar in kleine hoeveelheden. Let op! geef geen avocado, dit is giftig voor parkieten en papegaaien. Stukjes appelschil worden vaak gewaardeerd om aan te knabbelen.
    • Als de parkiet in de rui is, is het aan te raden om eivoer te geven als extraatje.
    • Zeeschuim is het inwendig skelet van de zeekat waar een parkiet zijn snavel aan kan scherpen en kalk uit kan opnemen, dit laatste is vooral van belang voor leggende vrouwtjes. Bij de meeste mensen bekend als sepia. Zelf op het strand gevonden sepia dient echter eerst langdurig te worden gespoeld of uitgekookt om het zeezout eruit te verwijderen.
    • Altijd vers drinkwater ter beschikking stellen, hoewel hij uit droge streken komt en niet veel drinkt. Parkietjes gaan ook graag in bad (als hij dat niet wil kun je hem nevelen met een plantenspuit (niet direct besproeien), dan staat hij onder een soort douche). Gebruik geen middeltjes die door het drinkwater gegeven moeten worden als bijvoorbeeld extra vitaminen, aangezien er nauwelijks mee gedoseerd kan worden.
    • Het is belangrijk dat er in de kooi ook een bakje met grit, ook wel maagkiezel genoemd (voor de spijsvertering) en vogelmineralen (voor de kalkvoorziening) aanwezig is. Ook een mineralenblok is aan te raden.
    • Snoepstokken zijn overbodig vanwege teveel suiker, een beter alternatief is trosgierst (wel vet, dus niet teveel geven). Dit is ook te gebruiken als beloning om je parkietjes iets te leren of tam te maken.
    • Als de parkiet aan het broeden is of jongen heeft, is het aan te raden tijdig eivoer te geven. Dit is krachtvoer met extra voedingsmiddelen die de parkiet tijdens deze periode nodig zal hebben. Let alleen wel op dat dit iedere dag ververst wordt en dat het niet in aanraking komt met water (bijvoorbeeld regen), want dan kan er schimmel of verrotting optreden en kan de parkiet ziek worden. Het beste is om het schaaltje met eivoer in het nachthok te plaatsen waar het altijd droog is.

     Praten

    Parkieten kunnen, net als de meeste andere papegaaiachtigen, leren geluiden te imiteren en/of te praten. Het is moeilijk hem te leren maar het resultaat is prachtig. Met 'spraakles' kan men het beste vroeg beginnen. Het maakt niet uit of de parkiet een mannetje of een vrouwtje is, ze kunnen beiden even snel en goed leren praten. Of ze willen praten hangt af van het karakter van de parkiet. Begin met het aanleren van eenvoudige woordjes als 'hallo' of met de naam van de vogel, als die tenminste niet langer is dan twee lettergrepen. De stem van een vrouw of kind is makkelijker te imiteren vanwege de hogere toon. Overweeg dit bij de beslissing wie in het gezin de logopedist mag worden. Geef elke dag even spraakles, liefst 's ochtends of in het begin van de avond, wanneer de vogel het actiefst is. Zorg dat de vogel tijdens de les niet wordt afgeleid door de televisie, de radio, of door andere mensen en vogels. Het moet heel rustig zijn, zodat je kunt rekenen op de volledige aandacht van de vogel. De sleutel tot succes is het blijven herhalen van een woord. Haal geen woorden door elkaar, en ga pas verder met een nieuw woord wanneer de parkiet het vorige woord onder de knie heeft.

     Jonge parkietjes

    De vrouwtjes leggen steeds met tussenpozen van 2 dagen een eitje. Het vrouwtje gaat dag en nacht op haar eieren zitten om ze onder haar veren warm te houden. Alleen zo kunnen de kleintjes zich ontwikkelen. Parkietjes maken geen nestjes, maar broeden in een nestkastje met hierin wat zaagsel. Het vrouwtje komt niet uit het nestkastje als ze eitjes heeft. Ze krijgt dan eten van het mannetje die van alles bij haar brengt. Na 18 dagen komen de jonge vogeltjes uit het ei, ze zijn dan helemaal kaal en roze, maar kunnen hard piepen. De moeder eet de lege eischalen op en gebruikt ze als voedsel voor de jonge parkietjes. Het voeren gaat steeds in dezelfde volgorde: eerst de grootste daarna de kleinste. De vader helpt ook druk mee met het zoeken van eten, hij geeft het aan de moeder. Na 28 dagen hebben de jonge vogels veertjes. Kleine parkietjes slapen veel (daar groeien ze van). Na ongeveer 33 dagen gaan ze uit hun nestje; dan gaat vader parkiet voor ze zorgen. Pas na een poosje kunnen ze voor hun eigen eten zorgen.

    Jonge parkietjes

    De vrouwtjes leggen steeds met tussenpozen van 2 dagen een eitje. Het vrouwtje gaat dag en nacht op haar eieren zitten om ze onder haar veren warm te houden. Alleen zo kunnen de kleintjes zich ontwikkelen. Parkietjes maken geen nestjes, maar broeden in een nestkastje met hierin wat zaagsel. Het vrouwtje komt niet uit het nestkastje als ze eitjes heeft. Ze krijgt dan eten van het mannetje die van alles bij haar brengt. Na 18 dagen komen de jonge vogeltjes uit het ei, ze zijn dan helemaal kaal en roze, maar kunnen hard piepen. De moeder eet de lege eischalen op en gebruikt ze als voedsel voor de jonge parkietjes. Het voeren gaat steeds in dezelfde volgorde: eerst de grootste daarna de kleinste. De vader helpt ook druk mee met het zoeken van eten, hij geeft het aan de moeder. Na 28 dagen hebben de jonge vogels veertjes. Kleine parkietjes slapen veel (daar groeien ze van). Na ongeveer 33 dagen gaan ze uit hun nestje; dan gaat vader parkiet voor ze zorgen. Pas na een poosje kunnen ze voor hun eigen eten zorgen.


     Levensverwachting

    Grasparkieten kunnen met de juiste voeding en verzorging tussen de 15 en 20 jaar oud worden. De meeste vogels halen deze leeftijd echter niet, door wegvliegen, ongelukken bij rondvliegen, verkeerde voeding en verzorging en andere oorzaken. Soms kan de dierenarts een zieke vogel met succes behandelen. Een goed geÔnformeerde eigenaar heeft meer kans op een langlevende parkiet. Laat u goed informeren voordat u een vogel aanschaft.

    De oudste parkiet ter wereld heeft de leeftijd van 29 jaar bereikt. Hij droeg de naam Charlie.

     Ziekten

    ingewandsworm parkiet, 4 cm lang
    ingewandsworm parkiet, 4 cm lang

    Ingewandswormen: Grasparkieten zijn vrij sterke vogeltjes maar kunnen natuurlijk wel ziek worden. Bij worminfecties is dit niet altijd vast te stellen door onderzoek van de ontlasting op eieren, omdat de verblijftijd van het voedsel in de darm zo kort is dat er meestal niet veel eieren te vinden zijn. Een vogel die niet lekker is, veel 'bol zit' en weinig actief is kan een aanzienlijk wormenlast met zich meedragen. Een kuur met levamisol kan dan toch wel eens een flink aantal wormen laten uitpoepen (bijvoorbeeld 6 ŗ 15). Geef echter nooit zomaar medicijnen zonder advies van een (vogel)dierenarts. Dierenwinkels zijn vaak erg bereid om adviezen en de bijbehorende medicijnen te verschaffen, maar hier ontbreekt bijna altijd voldoende deskundigheid. Saillant detail is bijvoorbeeld dat het verstrekken van antibiotica voor honden en katten aan strikte wetgeving gebonden is terwijl de schappen in de dierenwinkels met middeltjes voor vogels er vol mee liggen. Hier is sprake van een belang van de handel boven het belang van het dierenwelzijn. Bovendien is er veel onjuiste informatie in omloop en zijn de misverstanden en zogenaamde feiten hardnekkig en talrijk. De beste waarborg voor een gezonde vogel en het voorkomen van problemen is in de eerste plaats zijn dagelijkse voeding. Ruimte en gelegenheid om te vliegen en een schone kooi met schoon water (drinken/wassen) doen de rest.

    Doorgegroeide nagels: De klauwnagels van parkieten groeien snel,vooral als ze geen geschikte zit- en klimstokken of stammen hebben. Met een scherp nagelschaartje kunnen de nagels worden ingekort. Pas wel op niet de fijne haarvaten te raken door in een keer te veel te willen afknippen.

    Doorgeschoten snavel: Een misvormde snavel kan moeilijkheden veroorzaken bij het eten, maar kan op vrijwel dezelfde manier worden verholpen als te lange nagels. Pas ook nu weer op niet in het 'leven' te knippen.

    Ontijdige rui: Gezonde parkieten ruien van tijd tot tijd, een normale situatie, maar soms treedt, vooral bij jonge vogels, de zogenaamde kruipersziekte op. De veren van de vogels, speciaal van staart en vleugels, vallen uit en de dieren zien er onmogelijk uit. De juiste oorzaak van deze 'aandoening' is niet bekend, maar lijkt verband te houden met een combinatie van dieet- en erfelijke factoren. Dergelijke vogels zijn niet geschikt om mee te fokken.

    Schurftmijt (Cnemidocoptes pilae): Deze aandoening wordt veroorzaakt door een kleine parasitaire mijt en uit zich in kruimelige, schubachtige woekeringen (vooral) rond de snavel, de washuid, poten en voeten. Er zijn speciale middeltjes voor in de handel, waarmee de plekken kunnen worden ingesmeerd. Het is ook mogelijk de snavel en de huid eromheen drie dagen lang tweemaal per dag met een wattenstokje met vaseline in te smeren en deze behandeling na 1 week te herhalen.

    Kou en verkoudheden: Deze worden gewoonlijk veroorzaakt door vocht en tocht. De ogen vertonen afscheidingen en de vogel ziet er ziek uit, zit ineengedoken met opgezette veren. De zieke vogel moet in een warm vertrek worden gebracht en krijgt wat vitamine-tonic in het drinkwater.

    Verstopping: Droge, harde uitwerpselen tonen aan, dat de vogel een verstopping heeft. Verhoog de hoeveelheid groenvoer in het dieet en meng een druppel levertraan door het zaad.

    Veerplukken: Een toestand bij poppen (vrouwtjes), die dan niet alleen hun eigen veren, maar ook die van de vogels in hun buurt plukken. Dit wordt beschouwd als een erfelijke afwijking die blijkbaar niet kan worden afgewend. De enige oplossing is het dier een afzonderlijke behuizing te geven.

    Legnood: Als een pop problemen heeft met het leggen van een eitje, kunnen we haar helpen door wat slaolie onder het staartje te wrijven en eventueel de legopening in een wisselbadje (koud/warm) te dompelen, totdat het ei tevoorschijn komt.

    Reumatiek: Door tochtige vogelverblijven, natte bodems, te dunne roest- en zitstokken en door kouvatten kan gemakkelijk reumatiek optreden. Aan de gedragingen van de vogel kan men zien dat er veel pijn wordt geleden. De vogel eet niet, heeft verdikkingen aan de gewrichten en kijkt lusteloos uit de ogen. De zit- en slaapstokken moeten worden verbeterd (doorsnede zitstok ongeveer 4 tot ca. 8 cm; variatie is wenselijk), evenals de algehele conditie van de voliŤre en meubilair. De gewrichten smeren we in met kamferspiritus. De vogel wordt in een warme omgeving geplaatst en aan het drinkwater voegen we enkele druppels Geza-Sept toe. De gezwellen kunnen soms gaan etteren; verschillende zalfjes, pure Geza-Sept e.d., kunnen hier uitkomst bieden. Is het gezwel rijp, dan kan men het doorprikken en met het genoemde middel aanstippen. Geef in melk geweekt (wit-)brood, groen- en krachtvoer. Nabehandeling met slaolie kan bevredigende eindresultaten geven. Ook allerlei gezwellen kan men op deze manier behandelen

    13-10-2008 om 19:19 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (26 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De grijze roodstaart
    Ondersoorten en variaties

    De grijze roodstaartpapegaai heeft twee ondersoorten:

    • Congo grijze roodstaart (P. e. erithacus); de papegaai heeft grijze veren, een zwarte snavel en een felrode staart. Deze ondersoort komt voor in Midden en West Afrika.
    • Timneh grijze roodstaart (P. e. timneh); de papegaai is kleiner, heeft een meer donkergrijs kleur veren, een bruin-rose snavel en een roestbruine staart. Deze ondersoort komt voor in West Afrika; Ivoorkust, Liberia, Guinee en Sierra Leone.

    Er wordt soms ook nog gesproken over twee andere varianten maar deze zijn niet officieel erkend.

    • Principe, deze is kleiner en donkerder van kleur als de Congo en zou in Ghana moeten leven en de
    • Big Silver uit Kameroen.

     Intelligentie

    Papegaaien zijn intelligente dieren die, volgens sommige onderzoekers, een intelligentie hebben van een kind van 3 tot 5 jaar oud. (Zie de grijzeroodstaart papegaai Alex bij 'bekende exemplaren'). Hun intelligentieniveau wordt daarom ook wel vergeleken met de intelligentie van chimpansees en dolfijnen. Een goed opgevoede (huiskamer)papegaai is zeer zeker niet eenkennig. Een papegaai die knauwt is een onzekere papegaai. Onzekerheid kan weggenomen worden door goede omgang.

     Natuurlijk gedrag

    De grijze roodstaart is een typische boomvogel, en leeft in tropische regenwouden, mangroven en de vochtige savannen. Aan de randen van het woud in het overgangsgebied naar het open land vindt hij zijn ideale habitat. De roodstaart is schuw en blijft weg van mensen, dorpen en steden. Net als alle andere vogels hebben de papegaaien gťťn stembanden, en communiceren met elkaar met harde schreeuw- en fluittonen door trillingen in de syrinx. Ze kunnen enorm goed geluiden imiteren en in gevangenschap kunnen ze tot wel 750 verschillende woordjes leren. Berucht zijn ringtones, die de papegaai steeds uit het hoofd leert. Er zijn echter ook grijze roodstaarten die helemaal gťťn woord leren spreken. De grijze roodstaart kiest een partner voor het leven, samen maken ze een nest in boomholtes, het wijfje krijgt buiten het regenseizoen 2 tot 5 eieren waarop ze gedurende ongeveer 4 weken broedt terwijl de man oppast en voor het eten zorgt. Beide ouders verzorgen de kuikens gedurende ongeveer 3 maanden. Ze brengen de dag door met hun partner en soms in kleine groepjes van pakweg 20 tot 30 vogels. Als het begint te schemeren vormen ze grotere groepen en gaan gezamenlijk op zoek naar voer. Ze vliegen rechtlijnig en soms in grote hoogte. In het wild worden vruchten, noten, bessen, zaden, bloemen en bloemknoppen gegeten, palmnoten zijn beslist erg favoriet.

     Overleven

    Natuurlijke vijanden zijn roofvogels en slangen. Kuikens worden ook wel door apen uit de nesten gehaald. De grootste bedreiging is echter de mens, door habitatvernietiging maar zeker voor deze soort ook de illegale handel in exotische dieren.

     Bekende exemplaren

    • Een opmerkelijke grijze roodstaart is de papegaai Alex. Deze vogel werd van jongs af aan door de Amerikaanse onderzoeker Irene Pepperberg getraind om te onderzoeken welke mogelijkheden hij had om de menselijke taal te gebruiken. Alex leerde onder andere vragen stellen, verzoeken weigeren, voorwerpen benoemen, de overeenkomsten dan wel verschillen tussen voorwerpen benoemen en tellen. Alex is in September 2007 op 31-jarige leeftijd overleden. Zie ook: Alex Foundation
    • Een andere bekende grijze roodstaartpapegaai is Polly Grey, mascotte van het 322 squadron van de Koninklijke Luchtmacht


     Referentie

    Pepperberg, I.M. (2000). The Alex Studies. Cognitive and communication abilities of grey parrots. Cambridge: Harvard University Press.
    Afbeelding:Congo African Grey pet on a perch.JPG

    13-10-2008 om 18:49 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (19 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Geelvleugelamazone

    Geelvleugelamazone

    Amazonepapegaaien
    zijn de papegaaiensoorten van het geslacht Amazona. De vogels zijn middelgroot (ongeveer 38 cm), overwegend groen gekleurd met vaak enkele blauwe en gele kleuraccenten op de kop en een korte staart. Ze hebben duidelijk zichtbare naakte neusgaten en een relatief grote snavel. Mannetjes en vrouwtjes zien er op het eerste gezicht hetzelfde uit, al is de man vaak steviger gebouwd. De enige amazone die duidelijk zichtbaar seksueel dimorf is, is A. xantholora.

    Amazonepapegaaien komen voor in Zuid-Amerika en vooral, zoals hun naam al aangeeft, rond de Amazone. Het genus komt echter voor tot in Mexico en de CaraÔben in noordelijke richting en tot en met ArgentiniŽ in het zuiden.

    In de Dominicaanse Republiek wordt een bepaald soort Amazonepapegaai, de Cotica ofwel Amazona ventralis, als nationaal symbool beschouwd.

    Het determineren van amazones kan erg moeilijk zijn; de meeste soorten zijn zeer variabel, gelijken sterk op andere soorten of kennen verschillende ondersoorten die ook weer erg variabel kunnen zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld blauwvoorhoofdamazones zonder blauw voorhoofd maar met een vrijwel geheel gele kop, bestaan er geelnekamazones zonder gele nek, heeft de witvoorhoofdamazone soms nauwelijks wit op het voorhoofd en kennen soorten als de geelvoorhoofdamazone en de dubbele geelkopamazone zeer veel variatie van individu tot individu in de hoeveelheid geel. Dit betekent dat het vaak voorkomt dat exemplaren op foto's of in gevangenschap fout gedetermineerd worden, zelfs in deskundige werken. Bij determinatie zijn naast, voor de hand liggend, het kleurpatroon van de kop, ook de kleur van snavel, oogring, staart en schouders vaak belangrijk. Een extra complicerende factor is dat vanwege de determinatieproblemen in gevangenschap ook hybriden voorkomen.

     Amazonepapegaaien in gevangenschap

    Amazonepapegaaien kunnen erg tam worden maar hebben een redelijk fel karakter. Ze worden als goede praters beschouwd. Het is echter belangrijk om te weten dat deze intelligente vogels het beste geen mensen maar soortgenoten als gezelschap hebben. Het houden van deze dieren kan dus het beste in paarverband in voliŤres en niet als eenzaam huiskamerdier.

    De meeste soorten zijn daarnaast ook bedreigd en ook dat zou een goede reden moeten zijn proberen te kweken en niet slechts te 'verbruiken'.

    In Nederland komen de meeste soorten wel in gevangenschap voor maar vaak slechts in kleine aantallen. Voor zover bekend komen alleen A. guildingii, A. brasiliensis, A. vittata, A. imperialis, A. arausiaca, A. versicolor en A. mercenaria niet in Nederland in gevangenschap voor.

     






    13-10-2008 om 18:43 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Molukkenkaketoe

    De Molukkenkaketoe (Cacatua moluccensis) behoort tot de papegaaiachtigen. Het is een ongeveer 53 cm grote vogel met een zalmroze tot bijna wit verenkleed, een oranje tot bijna rode kuif en donkergrijze poten en snavel. Het is niet duidelijk wat de oorzaak is van de onderlinge kleurverschillen. De vogel dankt zijn naam aan de Molukken, het enige gebied waar hij voorkomt en dan vooral in de zuidelijk gelegen delen.

    Molukkenkaketoes zijn net als andere papegaaiachtigen zeer sociale dieren die zich binden zich aan een vaste partner. Ze leven van zaden en vruchten. Bij agressie en opwinding zetten de vogels hun oranje kuif rechtop om er imponerend uit te zien.

    De Molukkenkaketoe heeft een zacht en aanhankelijk karakter en is goed te houden als huisdier. Deze vogelsoort kan wel erg luidruchtig en vernielzuchtig zijn. Een ruim verblijf met speelgoed, stokken om op te knagen en veel aandacht zijn noodzakelijk voor het succesvol houden van deze soort. Net als andere papegaaiachtigen kan de Molukkenkaketoe leren praten
    Afbeelding:Moluccan cockatoo 31l07.JPG

    13-10-2008 om 18:35 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Grote geelkuifkaketoe
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Gewone grote geelkuifkaketoe

    Cacatua galerita galerita (Latham 1790) Het verenpak is wit. Hun oordekveren zijn lichtgeel en hun kuif is heldergeel. Hun ondervleugelveren en onderstaartveren zijn doorlopen met geel. Het gebied rondom hun keel en wangveren zijn lichtelijk geel gekleurd. De huid rondom hun oogring is wit, soms met een hele licht blauwe waas. De iris van de man is zwartbruin en hun poten zijn donkergrijs. Hun snavel is zwart. De volwassen poppen (vrouwtjes) zijn vrijwel gelijk aan de volwassen mannen, alleen is hun iris roodbruin en zijn ze over het algemeen zwaarder dan de mannen. Onvolwassen grote geelkuifkaketoes hebben een donkere iris. De verkleuring van de iris treedt op bij het volwassen worden op een leeftijd van drie tot vier jaar. Erg jonge kaketoes hebben een zacht grijs tintje op hun voorhoofd en bovenop hun de veren van hun vleugels. De grote geelkuifkaketoe is 50 centimeter lang en weegt gemiddeld 870 gram. Zijn vleugels zijn 33,6 centimeter lang en zijn staart is 21,8 centimeter. De snavel van de grote geelkuifkaketoe meet 4,4 centimeter en de lengte van het loopbeen is 3,3 centimeter. De grote geelkuifkaketoe weegt gemiddeld 870 gram en moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 12,0.

    De grote geelkuifkaketoe is inheems in het oosten en zuid-oosten van AustraliŽ tot het meest zuidoostelijke deel van het zuiden van AustraliŽ, TasmaniŽ en King Island. De grote geelkuifkaketoe is geÔntroduceerd aan de oostkust van het Noord Eiland van Nieuw-Zeeland en in een uitgebreid gebied rondom en ten westen van Perth in West-AustraliŽ. De grote geelkuifkaketoe neemt in aantal toe in bevolkte gebieden binnen zijn leefgebied, met name rondom Sydney waar ze nu algemeen voorkomen in de buitenwijken.

    Mathews' kaketoe

    Cacatua galerita fitzroyi (Mathews 1912)

    In het Nederlands is deze kaketoe ook bekend als Fitzroykaketoe. De Engelse benaming is Mathews' Cockatoo of Fitzroy's Cockatoo. In het Frans bekend als CacatoŤs de Mathews; in het Duits als Mathews-Gelbhaubenkakadu; in het Portugees als Cacatua de Mathews en tenslotte in het Spaans bekend als Cacatýa de Mathews. Fitzroyi is een gelatiniseerde versie van de naam van de Fitzroyrivier in het noorden van West-AustraliŽ, waar deze ondersoort voor het eerst waargenomen is.

    Uiterlijk als Cacatua galerita galerita, maar deze ondersoort heeft geen gele oordekveren en gele keel. De huid rondom de oogring is lichtelijk blauw gekleurd en de snavel is breder en hoekiger. De meeste Mathews' kaketoes zijn kleiner. De pop en de onvolwassen Mathews' kaketoes hebben dezelfde onderscheidende kenmerken als de nominaatvorm. De gemiddelde lengte van de Mathews' kaketoe is 48 centimeter. Zijn vleugels zijn 33,2 centimeter lang en zijn staart meet 20,6 centimeter. De snavel van de Mathews' kaketoe is 4,0 centimeter lang and de lengte van het loopbeen is 3,2 centimeter. De Mathews' Geelkuifkaketoe weegt gemiddeld 750 gram en moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 11,0. De Mathews' kaketoe is inheems in noordelijk AustraliŽ vanaf de Fitzroy Rivier tot aan de Gulf of Carpentaria en alle grotere kusteilanden. Er zijn overlappende leefgebieden met de Cacatua galerita galerita rondom de Gulf of Carpentaria.

    tamme tritonkaketoe
    tamme tritonkaketoe

     Tritonkaketoe

    Cacatua galerita triton (Temminck 1849)

    De Engelse benaming is Triton Cockatoo. Frans CacatoŤs de triton; Duits Tritonkakadu; in het Portugees als Cacatua de Triton en in het Spaans Cacatýa de Triton. Het woord triton is genoemd naar het Nederlandse schip 'Triton' welk in 1828 aanmonsterde aan de kust van het westelijk deel van Nieuw-Guinea. De Nederlanders zagen deze ondersoort voor het eerst en vingen enkele exemplaren.

    Als de Cacatua galerita galerita, maar deze ondersoort heeft een bredere en meer afgeronde kuif en de huid rondom de oogring is blauw. Over het algemeen is deze kleiner dan de nominaatvorm. De pop en de onvolwassen Triton kaketoes hebben dezelfde kenmerken als de nominaatvorm. De lengte van de Tritonkaketoe is ongeveer 46 centimeter. Zijn vleugels zijn 29,9 centimeter in lengte en zijn staart is 15,5 centimeter. De snavel van de Tritonkaketoe is 4,2 centimeter and de lengte van het de loopbeen is 3,0 centimeter. De Tritonkaketoe weegt gemiddeld 650 gram en moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 11,0. De Triton kaketoe is inheems in Nieuw-Guinea en de Westelijke Papoea eilanden, de eilanden in Geelvink Baai, Goodenough, Fergusson en Normanby, de Louisiade Archipel en de Trobriand en Woodlark Eilanden. Hij is geÔntroduceerd op Ceramlaut en Goramlaut, IndonesiŽ als ook de Palau Eilanden in de Stille Oceaan.

     Eleonorakaketoe

    Cacatua galerita eleonora (Finsch 1863) De Engelse benaming is Eleonora Cockatoo of Eleonora's Cockatoo. Frans CacatoŤs Eleonora; Duits Finschs Gelbhaubenkakadu; in het Portugees als Cacatua de Eleonora en in het Spaans Cacatýa de Eleonora. De naam Eleonora is gegeven door Dr. Otto Finsch, hij ontdekte deze nieuwe ondersoort in de dierentuin van Amsterdam, Artis, en noemde hem naar de vrouw van de dierentuindirecteur, Maria Eleonora van der Schroef.

    Deze ondersoort lijkt op de ondersoort Cacatua galerita triton maar heeft een veel kleinere snavel. Gemiddeld genomen, is deze kaketoe de kleinste van deze vier grote geelkuifkaketoes. De pop en de onvolwassen Eleonora kaketoes hebben dezelfde kenmerken als de nominaatvorm. De Eleonora kaketoe is ongeveer 44 centimeter in lengte. Zijn vleugels zijn 28 centimeter lang en zijn staart meet 13,7 centimeter. De snavel van de Eleonora kaketoe is 3,4 centimeter en de lengte van het loopbeen is 2,6 centimeter. De Eleonora kaketoe weegt gemiddeld 600 gram en moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 11,0. De Eleonorakaketoe is inheems op de Aru Eilanden, IndonesiŽ en is geÔntroduceerd op de Kai Eilanden, IndonesiŽ.

     Algemene informatie

     Leefgebied

    Het bos, en dan met name de gedeeltelijk geruimde gebieden, de open bosgebieden, de bosranden en de halfdroge gebieden met bomen tot op hoogte van 1500 meter, en op sommige plaatsen tot op hoogtes van 2400 meter; zijn hun natuurlijk leefgebied. Ze bezoeken ook de mangroven in sommige gebieden en worden soms gezien terwijl ze foerageren in gecultiveerde gebieden en in de buurt van menselijke nederzettingen.

    Status

    De grote geelkuifkaketoes komen in hun leefgebied algemeen voor, maar in sommige van hun leefgebieden zijn hun aantallen sterk verminderd door de jacht en de vangst voor de dierenhandel (Nieuw-Guinea). Hun voorkeur voor rijpend graan veroorzaakt nogal wat schade in de landbouwgebieden. Dit wordt nog steeds als reden aangevoerd om de grote geelkuifkaketoes constant te vervolgen in landbouwgebieden. Voor de wetgeving vallen de geringde grote geelkuifkaketoes onder de CITES II en Bijlage B van EG-Basis-verordening 338/97. Hierdoor mogen ze geringd binnen de Europese Unie vrij worden gehouden en verhandeld worden, en hiervan hoeft u geen administratie bij houden (artikel 2 lid 1c punt 1 Regeling administratie Flora en Faunawet). Ongeringde grote geelkuifkaketoes kunnen binnen de EG ook vrij worden gehouden en verhandeld mits aantoonbaar is dat u ze legaal hebt verkregen (artikel 8 lid 1 en 2 vrijstellingsregeling Flora en Faunawet) en hiervan hoeft u geen administratie bij houden (artikel 2 lid 1c punt 2 Regeling administratie en bijlage 1 Regeling administratie Flora en Faunawet).

     Gedrag

    De sedentaire grote geelkuifkaketoes leven in paren of een kleine groepen tot maximaal 30 kaketoes. In AustraliŽ zijn er groepen van enkele honderden kaketoes waargenomen buiten het broedseizoen. De grote geelkuifkaketoes in Nieuw-Guinea zijn makkelijk benaderbaar maar in AustraliŽ zijn ze niet makkelijk benaderbaar. Ze zijn altijd erg verdacht op gevaar, maar ondanks dat toch lastig te vinden in het dichte gebladerte. Bij uitzondering worden ze ook in grotere aantallen in bomen gevonden waarin ze ook foerageren. De grote geelkuifkaketoe geeft er de voorkeur aan om in hoge bomen te rusten aan de rand van het bos. Bij zonsopkomst vliegt hij luid schreeuwend naar de dichtstbijzijnde waterplaatsen en brengt de rest van de dag door in het gebied waar hij ook foerageert. Grote geelkuifkaketoes foerageren het liefst in de bomen, maar doen dit ook op de grond waar ze erg waakzaam zijn. Sommige kaketoes fungeren dan als wachtposten in AustraliŽ terwijl de rest van de groep naar voedsel zoekt, maar in Nieuw-Guinea leven de grote geelkuifkaketoes alleen in de bomen en niet in grote groepen, zodat het daar niet nodig is. Grote geelkuifkaketoes brengen het heetste deel van de dag door in de schaduw van boomtoppen. Ze knagen op bladeren en boomschors en 's avonds keren ze terug naar hun rustbomen. Daar zijn ze dan erg luidruchtig en twistziek tot aan de zonsondergang. Grote geelkuifkaketoes migreren tussen verschillende gebieden in de winter en de zomer. Hun vlucht is snel met korte vleugelslagen, afgewisseld door glijvluchten, vaak in grote cirkels. Hun vlucht wordt vergezeld door hun hard, repeterend gekrijs maar soms ook schreeuwen, fluiten, of klokken. De roep van de Tritonkaketoe is zachter dan de overige soorten. De alarmroep van de grote geelkuifkaketoe is erg schel.

    ] Dieet in de natuurlijke leefomgeving

    Zaden zijn de belangrijkste voedselbron (inclusief distel en graszaden) van de grote geelkuifkaketoes. Fruit, bessen, bloesem, noten, wortels, bloemen, insecten en hun larven zijn een belangrijk deel van hun dieet. Grote geelkuifkaketoes vallen regelmatig gecultiveerde gebieden binnen.

     Broedgedrag

    Het broedseizoen in het zuiden van AustraliŽ begint in augustus tot januari en in het noorden van AustraliŽ van mei tot september. In het zuiden van Nieuw-Guinea van augustus tot november en in het noorden van Nieuw-Guinea vanaf februari. Ze geven de voorkeur aan nestholtes in hoge bomen in de buurt van de waterplaatsen. De nesten worden gevonden op hoogte van 3,5 meter tot 30 meter. Soms gebruiken de grote geelkuifkaketoes ook spleten in de rotsen. Bij de hofmakerij benadert de man de pop met opgeheven kuif, waarbij hij zijn hoofd op en neer beweegt. Nadat ze elkanders verenpak opgepoetst hebben, vindt de paring plaats. Het legsel bestaat uit twee tot drie eieren, die gelegd worden op een mengsel van rottend hout, en kleine stukjes afgeknaagd hout. Beide de kaketoes broeden gedurende 30 dagen. Na het uitkomen van de eieren, blijven de jonge kaketoes nog 10 weken in het nest. De witte elliptische eieren meten 46,5 bij 33,5 millimeter en wegen 28 gram.

     Kaketoes als huisdier

    Met name in de (vroege) ochtend kunnen de grote geelkuifkaketoes erg luidruchtig zijn. Het zijn echte knagers die regelmatig takken nodig hebben. De grote geelkuifkaketoe is na acclimatisering een geharde kaketoe. Hun karakter is in het begin schuw en gereserveerd, maar zal snel omslaan naar een vertrouwd gedrag naar de omgeving en de verzorger. Ze kunnen in een gemeenschappelijke voliŤre gehouden worden, maar kleinere papegaaien kunnen in paniek raken als de grote geelkuifkaketoes te dichtbij komen. De precieze reden hiervan is nog niet bekend, mogelijk wordt de grote geelkuifkaketoe voor een roofvogel aangezien. De kaketoekenner Sindel is het met deze uitleg niet eens. Een jong nog niet broedrijp paartje kost rond de Ä 2.500,00 en een broedrijp paartje rond de Ä 3.200,00. Een jonge handtamme grote geelkuifkaketoe kost rond de Ä 1.750,00. De meeste kaketoes zijn met de hand grootgebracht wat een zeer intensief werk is, vergelijkbaar met de zorg voor een mensenbaby gedurende ca. 2 maanden,met in het begin vele voedingen per dag. Dit verklaart mede de hoge prijs.

     Accommodatie

    De buitenvoliŤre moet 6 bij 2 bij 2 meter zijn met een aangrenzend binnenhok. Hij moet van metaal gemaakt worden met versterkt gaas omdat de grote geelkuifkaketoes het normale gaas makkelijk vernielen. De minimum temperatuur voor hen is 5ļ C. De roestblok met de maten 40 bij 40 bij 100 centimeter gemaakt van dik hardhout of een boomstronk met een diameter van 25 centimeter. De hoeken van de broedblok moeten verstevigd worden met metaal omdat ze deze graag vernielen. Ook moet het broedblok diagonaal opgehangen worden om te voorkomen de grote geelkuifkaketoes op hun eieren kunnen springen tijdens de broedtijd.

     Dieet in avicultuur

    Hun dieet moet bestaan uit zonnebloempitten, pompoenzaden, een mengsel van kleinere zaden (saffloer, millet, hennep, haver en graan), onkruidzaden, dennenappels en andere noten en halfrijpe maÔs. Veel fruit en groentes, met name appel en sinaasappel, kersen, druiven en groenvoer (met uitzondering van sla) worden erg op prijs gesteld. U moet er echter op verdacht zijn dat de meeste grote geelkuifkaketoes erg behoudend zijn aangaande veranderingen in hun voedselpatroon en gewoontes.

     Broeden in avicultuur

    Het eerste kweekverslag komt van Eugenie Delaitre van Saint Eugene, in de nabijheid van Algiers. Zij had een paartje in een kooi van 80 centimeter bij 50 centimeter gehuisvest. Dit paar wist tot een succesvol broeden te komen onder zeer beperkte omstandigheden, met ťťn jonge grote geelkuifkaketoe in 1879 and twee kaketoes in 1880. In 1881 verhuisde Delaitre met haar kaketoes naar Nice (Frankrijk) waar ze weer een jonge kaketoe in dat jaar groot brachten. Hierna volgden ook kweeksuccessen in Duitsland en de rest van Europa.

    Uit een onderzoek van de World Parrot Trust uit 1991 onder vier Europese dierentuinen en 15 hobbykwekers inzake Indonesische kaketoes bleek dat van de in totaal 35 paren Indonesische er 2 paren Tritonkaketoes waren. De 2 paren Tritonkaketoes legden samen 29 eieren (gemiddeld 14,5 eieren per paar) waarvan er geen onbevrucht (0%) waren en in totaal 12 jonge Triton kaketoes (41%) uitkwamen en 17 (59%) bevruchte eieren niet uitkwamen. Van de jonge Tritonkaketoes werden er geen (0%) door de ouders grootgebracht en vijf (42%) door middel van handopfok en zeven (58%) stierven voordat ze zelfstandig waren.

    De andere Indonesische kaketoes waren zeven paren kleine geelkuifkaketoes (Cacatua sulphurea sulphurea) (21%), vijf paren oranjekuifkaketoes (Cacatua sulphurea citrinocristata) (15%), drie paren blauwoog kaketoes (Cacatua ophthalmica) (10%), zes paren Molukken kaketoes (Cacatua moluccensis) (18%), vijf paren Witte kaketoes (Cacatua alba) (15%) en zeven paren Goffin's kaketoes (Cacatua goffini) (21%). Ten aanzien van het totaal aantal van deze Indonesische kaketoes, 33 paren die samen 225 eieren (gemiddeld 6,8 eieren per paar) legden waarvan er 46 onbevrucht (21%) waren en 118 jonge kaketoes (52%) uitkwamen en 61 (27%) bevruchte eieren niet uitkwamen. Van deze 118 jonge Indonesische kaketoes werden er 15 (13%) door de ouders groot gebracht en 75 (63%) door middel van handopfok, terwijl er 28 (24%) stierven voordat ze zelfstandig waren.

    Tegenwoordig is het broeden in onze avicultuur geen uitzondering meer. De paartjes moeten afgezonderd worden in grotere voliŤres, waar ze een rustige omgeving nodig hebben. De grote geelkuifkaketoes broeden meestal niet voor hun vierde levensjaar en soms zelfs niet voor hun tiende levensjaar; het gemiddelde is vijf jaar. Het legsel bestaat uit twee of drie eieren welke 30 dagen bebroed worden. Daarna blijven de jonge grote geelkuifkaketoes nog tien weken in het broedblok. Aandachtspunt is nestinspectie die door paren niet altijd geaccepteerd wordt.

    Levensverwachting

    Hun levensverwachting kan tot 110 jaar zijn. Een kaketoe, 'Cocky Bennett' uit Sydney, New South Wales werd zelfs 120 jaar oud en stierf in 1916. Aan het einde van zijn leven was deze hoogbejaarde papegaai bijna naakt. In 1968 stierf in Nottingham Park Aviary in Groot-BrittanniŽ een grote geelkuifkaketoe op de leeftijd van 114 en in 1969 werd de dood van een 125 jaar oude grote geelkuifkaketoe bekend gemaakt door Bridge Sollers in Herefordshire, Groot-BrittanniŽ. Hun verenpak begint ouderdomsverschijnselen te vertonen vanaf hun vijftigste tot zestigste levensjaar. In gevangenschap wordt de grote geelkuifkaketoe gemiddeld tussen de 85 en 100 jaar oud. In zijn natuurlijk leefgebied haalt de grote geelkuifkaketoe nauwelijks de leeftijd van 20 jaar. Dit komt door ziekten, roofdieren en de stress en het gevaar van elke dag.

    De grote geelkuifkaketoe als huisdier
    Deze kaketoe heeft de reputatie de rustigste onder de geelkuifkaketoes te zijn. Het woord rustig is hier echter een relatief begrip omdat een 'rustige kaketoe' eigenlijk niet bestaat. Hij kan acrobatisch zijn en hangt graag ondersteboven aan een stok waar hij schreeuwend en slingerend de aandacht van de omgeving vraagt. Doordat ze groot zijn, zijn ze nogal lastig als huisdier te houden. Ze vragen veel aandacht en zijn erg luidruchtig. Ze hebben een ruime kooi nodig en moeten dagelijks de kans krijgen om hun vleugels te strekken. Als ze te weinig aandacht krijgen gaan ze (voortdurend) schreeuwen en gaan vaak verenplukken. De meeste grote geelkuifkaketoes die als huisdier worden gehouden zijn Triton kaketoes.

     Gezondheidsaspecten

    Grote geelkuifkaketoes die goed verzorgd worden, worden zelden of nooit ziek. Als ze een uitgebalanceerde voeding krijgen en in een rustige, schone en niet te drukke omgeving zitten, voldoende bewegingsvrijheid hebben en frisse lucht dan blijft het afweersysteem van de grote geelkuifkaketoes intact en maakt ze ongevoelig voor ziekten. Erg jong papegaaien en de oudere papegaaien zijn meer bevattelijk voor ziekten dan volwassen papegaaien. Hun uitwerpselen, hun gedrag en hun gewicht moet dagelijks gecontroleerd worden om de gezondheidstoestand van de grote geelkuifkaketoe in de gaten te houden. Hun uitwerpselen moeten bestaan uit drie delen: een groene kern, de normale uit de darm afkomstige uitwerpselen, een wit deel dat de stikstofhoudende resten bevat als uraten en ten slotte de vloeibare urine. De groene kern lijkt homogeen te zijn, goed verteerd en wormvormig. Stress kan er de oorzaak van zijn dat de uitwerpselen uit heldere vloeistof bestaan; en moet niet verward worden met diarree. Diarree laat onverteerd voedsel zien in de uitwerpselen en de uitwerpselen bestaan niet meer uit drie verschillende delen. Enige (plotse) verandering in de vorm van de uitwerpselen kan een teken van ziekte zijn.

    Hetzelfde geldt voor een geleidelijke of snelle gewichtsafname. Het borstbeen, het uitstekende been onder de krop van de papegaai, moet regelmatig gecontroleerd worden om bekend te raken met de normale fysieke gesteldheid van de grote geelkuifkaketoe. Het moet tussen spierweefsel zitten. Als het moeilijk te vinden is, dan heeft de grote geelkuifkaketoe overgewicht en als het gaat uitsteken is de vogel te mager en moet er medisch advies gevraagd worden. Het algemene gedrag van de grote geelkuifkaketoe moet ook goed in de gaten worden gehouden. Hij moet actief zijn, met korte slaapperiodes, speeltijd en schreeuwkwartiertjes.

    Een (plotselinge) gedragsverandering kan een voorteken van ziekte zijn. Symptomen kunnen niezen, overgeven, veren plukken en kauwen en hoesten zijn. Een grote geelkuifkaketoe zal zijn ziekte zo lang mogelijk verbergen en zal deze pas in een laat stadium tonen. Dit betekent dat, zodra we merken dat de grote geelkuifkaketoe ziek is, hij al (erg) ziek is. Hij moet dan warm worden gehouden (30į Celsius), goed in de gaten worden gehouden en het verdient aanbeveling een in papegaaien gespecialiseerde dierenarts te consulteren. Het vragen van medisch advies zodra de eerste symptomen verschijnen, betekent vaak het verschil tussen herstel of een fatale afloop. De ziekten kunnen bacteriŽle infecties zijn (salmonellose, psittacosis) of virusinfecties zijn (veer- en snavelrotziekte (psittacine beak and feather disease)); Newcastleziekte; Ziekte van Pacheco; kliermaagdilatatieziekte (proventricular dilatation disease)) of schimmelinfecties (aspergillosis), tumoren, uitgezakte cloaca), parasieten, worminfecties, verbrandingen, bevriezing, hersenschudding) of voedingsgerelateerde ziekten (legnood, hypocalcemie).

    Een ander gezondheidsaspect van de grote geelkuifkaketoes zijn gedragsaspecten. Grote geelkuifkaketoes gaan soms verenplukken; en er is geen pasklaar antwoord hierop. De redenen voor dit gedrag zijn vaak complex. Het meeste risico lopen de volwassen grote geelkuifkaketoes die ouder dan vijf jaar zijn en in de woonkamer worden gehouden. Het kan veroorzaakt worden door frustratie over het niet kunnen voortplanten in combinatie met andere (omgevings) factoren zoals verveling en het ontbreken van de mogelijkheid om te baden of een (te) eenzijdig voedselaanbod. In theorie kunnen het ook parasieten zijn, maar dit is nagenoeg nooit de oorzaak. Het verenplukken begint meestal aan de onderzijde van de borst en kan zich uitbreiden naar alle bereikbare delen van het lichaam. Zodra de eerste signalen er zijn, moet er meteen ingegrepen worden, door de omgeving aan te passen en zo voor geestelijk stimulatie en afleiding te zorgen. Als het niet helpt, dan moet overwogen worden om er een partner bij te halen of een nieuw thuis voor hem te zoeken waar wel broedgelegenheid is. Als een grote geelkuifkaketoe hiermee begonnen is, blijft dit altijd een risico. Bij geelkuifkaketoes die in paren in voliŤres worden gehouden, wordt dit gedrag veel minder waargenomen. Als het toch gebeurt, dan klikt het meestal niet met de huidige partner. Doorgegroeide snavels en teennagels kunnen voorkomen worden door de grote geelkuifkaketoes voldoende mogelijkheden te geven om te knagen om zijn snavel op maat te houden. Als de snavel dan toch doorgroeit dan kan een in papegaaien gespecialiseerde dierenarts deze professioneel bijwerken. Zijn teennagels kunnen ook door deze arts bijgewerkt worden. Als de grote geelkuifkaketoe natuurstokken heeft (nooit betonnen of met schuurpapier belklede stokken, omdat dit de voeten aantast), dan worden de teennagels op een natuurlijke wijze kort gehouden. Het drinken van alcohol en het inademen van tabakslucht (nicotine) kunnen erg gevaarlijk voor de grote geelkuifkaketoe zijn en hem (uiteindelijk) doen overlijden.

     Hybriden en mutaties

    Er zijn kwekers die hybride kaketoes willen kweken, hoewel meer wetenschappelijk ingestelde liefhebbers dit sterk afkeuren. Bekend zijn hybriden van de grote geelkuif met de kleine geelkuifkaketoe (Cacatua sulphurea sulphurea), de oranjekuifkaketoe (Cacatua sulphurea citrinocristata), de Incakaketoe (Cacatua leadbeateri leadbeateri) en de naaktoog corella (Cacatua sanguinea sanguinea) en tenslotte de langsnavel corella (Cacatua tenuirostris). Niet al deze kruisingen waren vruchtbaar. Tegenstanders wijzen erop dat het vermengen van genetisch materiaal bij soorten met soms een bedreigde status er toe kan leiden dat de raszuivere wildvorm eerder kan uitsterven.

    Er zijn ook veel mutaties bekend van de grote geelkuifkaketoe, zoals de lutino variant, die in de veren gelijkgekleurd is maar een hoornachtig gekleurde snavel heeft, vleeskleurige voeten en rode ogen.

    13-10-2008 om 18:34 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Blauwe ara
    Blauwe ara

    De hyacint ara, blauwe ara of Zuid-Amerikaanse ara (anodorhynchus hyacinthinus) is een papegaai van het geslacht van de blauwe ara's (anodorhynchus). Deze papegaai komt vooral voor in de regenwouden van Paraguay, Bolivia en BraziliŽ.

    De hyacint ara de grootste papegaaiensoort met een lengte van 90 tot 100 centimeter en een gewicht van ongeveer anderhalve kilo. Ze hebben een diepe kobalt-blauwe kleur, met gele ringen om hun ogen en ondersnavel. Ze eten vooral zaden en diverse fruitsoorten.

     Paren en broeden

    Hyacint ara's zijn zeer sociale dieren die hun partner voor het leven kiezen. Ze paren in het voorjaar en leggen hun eieren (2 tot 3) in een holle boom. Na een periode van ongeveer een maand komen de eieren uit. De jonge vogels worden dan nog ongeveer 3 en halve maand door hun ouders gevoed en verzorgt. Hierna vliegen ze uit en gaan ze voor zichzelf zorgen. In Gevangenschap

     Algemeen

    De hycint ara is vanwege zijn prachtige kleuren een populaire papegaai bij verzamelaars. Maar het is ook een zeer dure vogel, waardoor ze zelden door particulieren worden gehouden.

    Dieet

    In gevangenschap eten hyacint ara's net als alle andere ara's een mix van zaden, fruit en groenvoer. In een standaard zaden-mix zitten vaak vooral zonnebloempitten, maar deze mixen bevatten vaak niet genoeg vitamine A, calcium en aminozuur. Het beste is een mix van maÔs, tarwe, haver, gierst, zonnebloempitten en evt. gedroogde bananen, pinda's, walnoten of rode peper. Men moet echter voorzichtig zijn met het voeren van vetrijke noten en zaden, zoals pinda's. Ook zou een hyacint ara, net als elke papegaai regelmatig groenvoer (zoals: sla, komkommer, e.d.) en fruit moeten krijgen. Als fruit kan men de vogel bijvoorbeeld banaan, peer of appel geven. Eivoer is een belangrijke bron van dierlijk eiwit, en dus aminozuren.

    Het is ook mogelijk om een papegaai pallets te leren eten, dit zijn een soort brokken. Hierin zitten praktisch alle voedingsstoffen die een papegaai nodig heeft, op verse groenten en fruit na. De vogel kan op deze manier niet de lekkerste zaden uit zijn mix kiezen. Het nadeel ervan is dat het moeilijk is om een papegaai pallets te leren eten.

     Huisvesting

    Papegaaien zijn echte klimvogels. Ze kiezen er vaker voor om van het ene plekje naar het andere te klimmen dan dat ze ernaar toe vliegen. Daarom is het het beste voor de vogel dat zijn kooi horizontale spijlen heeft i.p.v. verticale, zodat hij makkelijk kan klimmen. Papegaaien zijn intelligente dieren, ze kunnen al spelenderwijs dingen leren, bijvoorbeeld hoe ze een bel moeten luiden met hun snavel of hoe ze een bakje open kunnen maken waar iets lekkers in zit.

    Wel hebben alle papegaaien extreem veel aandacht nodig. Dit komt omdat het van nature zeer sociale wezens zijn die over het algemeen, net als bij de meeste mensen, een partner voor het leven uitkiezen. Bij gebrek aan een natuurlijke parter kiezen papegaaien een mens uit als levensgenoot. Als de vogel niet genoeg aandacht krijgt, kan hij gaan verenplukken, als reactie op de verveling en eenzaamheid.

     Giftig

    Hyacint ara's, en praktisch alle andere vogels, zijn zeer gevoelig voor de dampen die vrijkomen bij het bakken met teflon-pannen. Ook kunnen de vogels niet tegen avocado, kersenpitten, caffeÔne en chocola. Ook rook van bijv. sigaretten is zeer schadelijk voor vogels







    13-10-2008 om 18:17 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (14 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Groenvleugelara
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                         De Groenvleugelara

    De Groenvleugelara (Ara chloroptera) is een grote, kleurrijke papegaai. Deze papegaai is de grootste van het ara-ras.

    Dit ras komt voor in de bossen van het noorden van Zuid-Amerika. Echter is het aantal, evenals de andere papegaaisoorten, sterk teruggelopen vanwege vernietiging van de verblijfplaats door de mens en gevangenneming voor huisdierhandel.

    De Groenvleugelara wordt vaak verward met de Geelvleugelara vanwege zijn overheersend rode verenpak. De vogel heeft een erg sterke snavel die een druk kan produceren van 138 bar en boomtakken in tweeŽn kan breken.[1][2] Deze snavel is daardoor in staat zeer harde noten en zaden te kraken.

    13-10-2008 om 18:13 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.blauwgele ara

    Blauwgele Ara

    De blauwgele ara (Ara ararauna) is een papegaai uit het geslacht Ara. De soort leeft in bossen van het tropische gedeelte van Zuid-Amerika van Panama tot BraziliŽ, Bolivia en Paraguay. Het is nu waarschijnlijk uitgestorven op Trinidad.

    Blauwgele ara's worden ongeveer 76-86 centimeter lang en wegen tot 900-1300 gram. Ze worden gekenmerkt door hun kleurrijke vertoning met blauw en gouden vleugels en staart en groene tip op het hoofd van de papegaai. Hun snavel is zwart en zeer krachtig en in staat om grote noten te kraken

     

    Ondanks dat de blauwgele ara veelal wordt gehouden door hun zeer mooie vertoning en mogelijkheid om te kunnen praten, maken de gemiddelde prijs van 1200 euro en hun grootte het tot moeilijk te houden vogels.

    Ze vereisen veel meer aandacht en kennis van hun eigenaar dan bijvoorbeeld honden of katten. Ze tonen een grote intelligentie in hun gedrag en vereisen constante intellectuele stimulatie om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Blauwgele ara's genieten van veel aandacht, en te weinig aandacht kan leiden tot gedragsproblemen en kunnen de papegaai erg ongelukkig maken.

    Ook de best verzorgde blauwgele ara zal "schreeuwen" en andere zeer luide geluiden maken. Luide geluiden en het afknagen van velerlij objecten zijn een natuurlijk onderdeel van hun gedrag en moeten worden geaccepteerd door hun eigenaar. U kunt de ara speeltjes aanbieden om op te knagen maar indien u de ara alleen in de kamer laat dan worden mogelijk enkele objecten totaal afgeknaagd. Takken van een fruitboom of wilgentakken zijn een ware delicatesse voor de papegaai en zullen met plezier gesloopt worden. Let er wel op dat deze producten altijd gewassen worden omdat deze vaak bespoten zijn.

    Ze vereisen een zeer gevariŽerd diŽet en alleen zaad of pellets zal leiden tot gezondheidsproblemen zoals vitaminetekort of in het geval van pellets problemen met de krop. Een voorbeeld van een goede basisvoeding voor de ara papegaai is bijvoorbeeld een duurder merk mixvoer zoals Vitakraft Amazonian speciaal voor ara-papegaaien in combinatie met een goed merk pellets en daarnaast vers fruit, groente en noten. Het komt vaak voor dat de blauwgele ara met hun eigenaar mee eet. Papegaaien zijn van oudsher herbivoren en mogen vrijwel alle groenten, fruit en noten die de mens ook eet behalve **avocado**. Ze eten ook wel vlees maar beperk dit tot kleine hoeveelheden en zonder zout en vet en in het bijzonder. Een stukje droge kipfilet vinden ze vaak erg lekker en is gezond. Geef een papegaai nooit alcohol of chocolade deze producten zijn zeer schadelijk en kunnen de dood als gevolg hebben. Chocola kan tevens dodelijk zijn voor honden. Het is belangrijk om de papegaai niet van te vet voer te voorzien zoals voer waarin veel zonnebloempitten of pinda's zijn verwerkt. Overigens vinden papegaaien dit erg lekker en kan zelfs leiden tot een beperkte eetverslaving van zonnebloempitten. Voorkom dit dus!! Hele walnoten zijn een gezonde aanvulling op het voer zodat de papegaai iets te slopen heeft alleen het gevaar bestaat dat de inhoud beschimmeld is en de buitenkant bespoten en dit is schadelijk voor de gezondheid, let hier dus op. Palmnoten vinden papegaaien vaak erg lekker en eten deze ook in hun natuurlijke leefomgeving zodat deze dagelijks per 1 of 2 toegevoegd kunnen worden aan het dagelijkse voer. Tot op heden alleen in speciaalzaken verkrijgbaar. Indien de papegaai dit niet eet is er ook palmolie beschikbaar waar enkele druppels van aan het voer toegevoegd kunnen worden. Het is zeer goed voor een papegaai en zorgt ervoor dat de veren een mooie glanzende kleur behouden.

    Er zijn enkele producten die giftig zijn voor vogels en papegaaien in het bijzonder zoals kersenpitten , avocado, chocolade, en cafeÔne. Deze producten zijn bij kleine hoeveelheden dodelijk voor papegaaien. Sigarettenrook is net als bij mensen zeer schadelijk voor de gezondheid en kunnen een vroegtijdige dood als gevolg hebben dus voorkom het contact hiermee zoveel mogelijk. Papegaaien houden ook niet van tocht dus probeer dit te vermijden.

    In gevangenschap wordt deze papegaaisoort ook wel gekruist met andere rassen, met als doel nieuwe kruisingen voort te brengen. Wanneer de Geelvleugelara met de Blauwgele ara wordt gekruist, ontstaat er de Catalina macau; in een kruising met de Groenvleugelara ontstaat de Robijnmacau







    13-10-2008 om 18:06 geschreven door kevin  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (60 Stemmen)
    >> Reageer (0)

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Mijn favorieten
  • voge arena
  • papegaaien



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!