Inhoud blog
  • shalom
  • de drie eenheid
  • 32 zondag lucas
  • allerheiligen
  • een nieuw gebod
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    gedachten
    homelienhulp
    11-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.introductie
    Vroeger was ik nogal aktief in het kerkgebeuren zoals; koor, lector , ook was ik in een preekgroep die door middel van een beurdrol een paar keer per maand voor een homelie moest zorgen en die dan ook voorbrengen. Door gezondheidsredenen kan ik dat nu niet meer maar ik krijg soms nog de vraag om enkele van die vroegere preken in omloop te brengen als hulp voor mensen die er gebruik van zouden kunnen maken. Dit ga ik dus nu proberen te doen

     2e zondag in  de 40 dagentijd                                                                 Matteüs 17, 1-9  

    20 februari 2005

     

    Bergen hebben iets fascinerends. Ze trekken mensen aan. Op een berg sta je met je hoofd in de wolken. Letterlijk. Op die plaats waar hemel en aarde elkaar raken voelt men zich dichter bij die hemel, dichter bij God. Niet te verwonderen  dat dit voor vele volkeren een heilige plek was, een heilige berg, plaats van gebed, van terugkeer naar het hart van de dingen. Ook in de bijbel komen er veel figuren voor waarbij de topmomenten in hun leven zich afspelen bovenop een berg. Abraham gaat daarheen met zijn enige geliefde  zoon om hem te offeren. Maar bovenop de berg wordt hem te verstaan gegeven   dat de God van Israël helemaal geen kinderoffers wil. De tien geboden zijn als een soort grondwet voor het volk Gods geformuleerd, en om duidelijk te maken  dat het God zelf is, die wil dat deze worden nageleed, wordt verteld dat Mozes ze van Hem heeft gekregen boven op een berg. Dit diep menselijk gegeven was ook Jezus niet vreemd. Hoe dikwijls lezen wij in de evangelies dat Jezus zich terugtrok op een berg om te bidden. En de evangelist Matteüs laat Jezus de ideale levenshouding, de acht zaligheden, afkondigen op een berg. Dat is  dus allemaal niet voor niks … Het verbaast dan ook niet dat een topervaring als de gedaanteverandering zich afspeelde op een hoge berg, ver van de wereld, weg van nieuwsgierige blikken. God ontmoeten is immers een intiem gebeuren dat hoogstens de aanwezigheid van een paar personen verdraagt: Petrus, Johannes, Jacobus. Deze zien hoe  Jezus als het ware door God werd aangeraakt. Hij straalt en is een en al licht; zijn vrienden geloofden: deze  man is licht van Gods licht. Slechts deze drie hebben het voorrecht dit te mogen meemaken. God echter van  zeer nabij ervaren is voor hen angstaanjagend. Zij  werpen zich op de grond. Maar Jezus komt naar hen toe en stelt hen gerust. Hij straalde licht en kracht uit en zijn volgelingen vonden dat heerlijk. Zij wilden die  topervaring vasthouden: “laat ons hier drie tenten bouwen” roept Petrus, die over zijn angst en twijfels, over Jezus lijden en dood niet wil horen. Hij wil Jezus altijd zien stralen zoals op de berg Tabor. Even verloren de leerlingen uit het oog dat naast de top een afgrond ligt waarnaar zij moeten terugkeren. Daarom  verbied Jezus hen over dit alles te spreken “voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt”. Eerst moet Hij nog op een andere berg van gedaante veranderen. Daar zal zijn gelaat niet stralen en zijn kleed zal afgerukt zijn. Allen kunnen Hem dan zien, als ze  tenminste niet weggelopen zijn. En dan herkent nagenoeg niemand hem als de geliefde zoon in wie God zijn welbehagen heeft. Ook niemand stelt voor om daar op die berg  tenten op te slaan.                                         De leerlingen werd niet verboden te spreken over Jezus die straalde, maar ze zijn dat pas kunnen gaan doen, toen ze tot het geloof waren gekomen dat die mislukte mens aan het kruis toch een mens was in wie Gods  licht volop staalde

    11-03-2010 om 16:57 geschreven door werner v  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-03-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.3e zondag in de 40dagen tijd

    xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />xml:namespace prefix = w ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:word" />
    3de zondag in de veertigdagentijd                                                                                 Exodus 20, 1-17

    26 maart 2000                                                                                                            Johannes 2, 13-25

     

    Ooit klom Mozes midden in de woestijn tussen Egypte en het beloofde land een berg op. Daar ontving hij van God de tien woorden. Tien leefregels die de joden verder door de woestijn moesten helpen. Het zijn woorden die elk mens, wanneer hij ze onderhoudt, in het beloofde land doet geraken. Ze zijn zo belangrijk dat men ze hier, in de eerste lezing uit het boek Exodus, nog maar eens benadrukt. Tien woorden, tien principes. Ze staan zo vast als een huis en waren misschien daarom in steen gebeiteld. Wij kennen ze allemaal. Misschien niet meer letterlijk maar de inhoud toch ongeveer ,zoals; Gij zult niet weer voor afgoden neervallen. Gij zult geen oorlog voeren in mijn naam en mensen naar de verdoemenis helpen. Gij zult tegen uw medemens niet leugenachtig getuigen en zijn bezit begeren. enz. De joden kenden die woorden echter wel letterlijk, te letterlijk. In de loop der tijden werd er door geleerde mannen van alles bijgemaakt. Duizenden voorschriften en regeltjes, geformuleerd door de zogeheten ‘kenners’. Zo raakten die oorspronkelijke levenswoorden, in steen gegeven, gaandeweg versteend, dit wil zeggen, zonder hart, zonder bezieling. Het waren wetjes geworden om in orde te zijn zonder meer. Ze lieten de mensen niet meer toe voor elkaar te leven. Zij liepen bvb niet meer dan honderd passen op Sabat enz. en ze dachten daarmee in orde te zijn, ook al bleven er door hun manier van doen anderen gekwetst, bloedend liggen. Maar ook in vele andere opzichten was het geloof van Gods volk ‘versteend’ geraakt, ‘opgesloten’ in mooie synagogen en tempels. Tempels oorspronkelijk gebouwd om God te eren waren tot scheidingsmuren geworden tussen degene in en degene buiten de tempel. Het was een plaats geworden van een, in zogezegde ‘vroomheid’ verpakte grootheidswaanzin; kijk toch eens hoe gelovig wij zijn want wij, wij volgen de wetten.

     Jezus ergert zich geweldig aan die opvatting omdat hij weet  dat dit alles zeker nooit de bedoeling van zijn vader geweest is toen Hij Mozes de tien woorden gaf. Die woorden om de mensen te helpen, de mensen nabij te zijn. Dat moet anders worden, zegt Jezus, dat moet nieuw worden en Hij veegt de tempel schoon. Hij veegt de vloer aan met al dat onechte gedoe. Weg met dit alles ! Maak van het huis van mijn vader geen markthal ! Hij waagt het zelf te zeggen; Breek maar af die tempel, het moet meer zijn dan een verzameling van wetten en geboden, want dat doet geen eer aan God, integendeel. De tempel, de kerk, die Jezus op het oog heeft zijn geen stenen maar is opgebouwd uit mensen, mensen die, in de geest van de tien geboden, zorg dragen voor elkaars geluk. Eén van de tien is; Gij zult niet doden, maar dat is veel meer dan elkaar niet doodslaan. Het is ‘ja’ zeggen op het leven van elke mens, op het recht van elke mens om mens te zijn, om gelukkig te zijn; Dat was Gods bedoeling met; Gij zult niet doden. Wanneer je die medemens dat recht  op gelukkig zijn misgunt, ben je al aan het doden. Zorg dragen voor elkaars geluk , dat is de opdracht want wat stelt een mooi geschilderde kerk voor als we elkaar daarbuiten zwart maken. Wat stelt het voor hierbinnen het brood te delen en buiten de kerk alleen aan jezelf te denken. Wat hebben we aan mooie liederen, mooie woorden als we samen met onze zondagse kleren ook ons christen zijn voor een week aan de kapstok hangen. De vernieuwde tempel waarin God wil wonen is de andere mens, de medemens. Wie vanuit dit denken wil meebouwen aan een betere samenleving is een levende steen in een levende kerk.

    Ik hoop van gangzer harte dat wij samen  in die gedachte hoopvol kunnen uitzien naar die vernieuwing, die heropstanding, Pasen.   

     

     

    3de zn 40dag 2000.9                                                                                                                                                          Werner

                   

     

    14-03-2010 om 14:41 geschreven door werner v  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-04-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.een nieuw gebod

    Vijfde zondag van  Pasen                                                                                      johannes 13, 31-33, 34-35

    9 mei 2004                                                     Een  nieuw  gebod

     

    De tekst uit het Johannesevangelie die we vandaag lezen, wordt soms gekozen in een huwelijksviering: “Een nieuw gebod geef ik u: gij moet elkaar liefhebben.” We kunnen de keuze voor deze tekst gemakkelijk meevoelen en tegen elkaar zeggen: “Precies, daar gaat het om! Als dat zo maar eens gebeurde “  Maar is dit gebod  tot liefhebben wel “nieuw”?

    Het is niet de eerste keer dat we dit woord horen.. Voor de meeste jonge mensen die gaan trouwen,  kan het woord “liefde” niet vaak genoeg voorkomen: in gebeden, in liederen en in lezingen. Het is alsof de liefde gratis verkregen wordt. Je hoopt dan maar dat het hun wapent en sterk maakt voor de dagen dat de liefde wel iets kost. Want zij zullen merken dat de liefde wel degelijk een “prijs” heeft, die betaald wordt met  inwisseling  van  eigen belang en eigen gelijk, met het delen van ruimte, materieel en geestelijk. Liefde is een woord dat in alle toonaarden wordt bezongen, zo vaak  zelfs dat het  soms  wel  een  beetje gaat irriteren. . Ook buiten de kerk worden wij te pas en te onpas met “liefde” bestookt ouderliefde, moederliefde, kinderliefde, kalverliefde, dierenliefde, en ga zo maar door. Maar vandaag kunnen we er toch niet omheen. Het is Jezus zelf die zegt: “Met de liefde die ik jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar liefhebben.” We moeten  dus wel even  stilstaan  bij dat evangelisch gebod van de liefde tot de naaste.

                 Laten wij eerst en vooral proberen er naar te “luisteren”, want het zijn geen gemakkelijke woorden. Die oproep lijkt voor  ons  soms onhaalbaar. Het typische van Jezus’ liefde is nochtans niet zo ongewoon of uitzonderlijk. Zij is de belichaming van de bergrede en de parabels.                                                                      Volgens het verhaal van Johannes zijn deze evangeliewoorden gesproken bij het laatste avondmaal met zijn leerlingen.  Juist voordat Hij hen dit gebod voorhield, is een van zijn vrienden, Judas, de kamer uitgegaan met geen andere bedoeling dan om Jezus over te leveren aan de overheid en Hem op die manier te dwingen van tactiek te veranderen,.  Petrus daarentegen reageert helemaal anders . Direct  na de woorden over het elkaar  beminnen roept hij uit, dat Jezus in elk geval  op hem kan rekenen !. Maar  de volgende morgen al, nog voor de haan helemaal is uitgekraaid, heeft diezelfde Petrus al driemaal  gezegd, dat hij niets met Jezus te maken heeft. Judas en Petrus behoren nochtansch tot de kring van Jezus vrienden. Hier is een nieuw gebod hard nodig. Hoe zij zich ook gedragen, waarheen zij ook vluchten, zij raken niet uit Jezus aandacht want een van de kenmerken van Jezus’ liefde is het beminnen van de vijand.. Dat gaat ver. Té ver naar menselijke maatstaven. Maar  Jezus deed het. Want “liefde is een werkwoord”. Hij geneest het kind van een Romeinse vijand  Hij laat zich door Judas, zijn verrader, kussen. Op het kruis vergeeft hij zijn vijanden “zij weten niet wat  zij doen“ zegt  Hij.   Jezus’ liefde was  gratuit en onvoorwaardelijk, onbaatzuchtig,  belangeloos. Ze was niet afhankelijk van schuldbesef, van berouw of verdienste. Jezus stelt bv. aan Zacherius, de  tollenaar, geen voorwaarden  om  hem  te  ontmoeten.  Aan de  overspelige vrouw  vraagt Hij niet eerst  boete  en bekering.  Jezus  begon altijd met  zijn liefde aan te bieden. Zijn liefde ging vooraf, was voor-komend. Daarom staat niet de deugd tegenover de zonde maar wel de genade.

                Deze genadige, barmhartige, gratuite liefde is het nieuwe  gebod van Jezus. Men  had er in die tijd geen woorden voor. Toen kende men alleen “eros” en “filia”, erotiek en vriendschap. Men heeft voor de christelijke liefde een nieuw woord uitgevonden “caritas”.  Moeten  we daaruit opmaken dat het door Jezus op dat  moment werd uitgevonden?. Bestond de plicht tot naastenliefde daarvoor dan nog niet?. Natuurlijk  wel.  Ook in de boeken van het  Oude Testament wordt de naastenliefde als gebod genoemd. Zo lezen we in het boek Leviticus : “Wees niet haatdragend jegens uw broeder, neem geen wraak op een volksgenoot, u zult uw naasten liefhebben als  uzelf”. Dat gebod van naastenliefde gold niet alleen  egenover  volksgenoten, zoals door sommigen wel eens wordt gedacht. Neen, in hetzelfde boek lezen wij ook nog :“Vreemdelingen  die bij u wonen hebben dezelfde rechten als een geboren Israëliet. U moet hen beminnen als uzelf, want u bent zelf vreemdeling geweest in Egypte”. Het  gebod  van naastenliefde, ook jegens de vreemdelingen, bestond dus al heel lang.  Jezus en zijn leerlingen kenden het vanuit hun gelovige opvoeding. Toch zegt Jezus:” ik geef jullie een -nieuw– gebod”. Wat  is dan dat nieuwe?. Misschien wel dat je niet alleen je volksgenoten en de vreemdelingen moet liefhebben  maar ook je vijanden. Jezus was ervan overtuigd dat de mens fundamenteel goed is. Het kwaad is slechts één kant van de mens. De schaduwkant. Die word dan nog verduisterd door onze  blik die gefixeerd is op die ene kwade kant. We zeggen terecht dat mensen” zwart” gemaakt worden, gedoodverfd, omdat we hen geen nieuw leven gunnen. Terwijl we zelf ondervinden hoe bevrijdend het is als het goede in ons bevestigd wordt.

     Doorheen de geschiedenis van het christendom trekt een lange processie van orden, instellingen  en van bekende en onbekende grote figuren die met ”caritas” geleefd hebben. Pater Damiaan en Moeder Theresa zijn zo twee boegbeelden waar we spontaan aan denken. Maar de vraag is vooral wat ons aandeel is in die voorkeursliefde?. Kunnen wij solidair zijn met aids-patiënten, drugverslaafden, asielzoekers, thuislozen, vereenzaamden?..  Als we als christenen Jezus’ liefde gestalte willen geven, moeten we hem graag zien in al die gezichten waardoor hij ons aankijkt. Vooral de gezichten van armen, onderdrukten en lijdenden   Ieder van ons zal het moeten invullen naar de eigen mogelijkheden.  We kunnen  er niet onderuit. We zullen vol aandacht en creatief moeten blijven voor die “minste mens”

    Tenslotte nog  deze  bemerking: Liefhebben  zoals Jezus is het typische van christenen.  Maar christenen  hoeven niet  te denken dat zij daarvan het monopolie hebben. De geest van  Gods liefde waait waar hij wil.  Andersgelovigen  brengen  er soms héél wat van terecht. Denk maar aan Ghandi.  Vooral als het over liefde gaat rest ons een grote bescheidenheid als we er alleen maar over praten.   Ik hoop dat het, als christenen,  wat meer zal worden dan dat.  

     

     

    W.V.  

    01-04-2010 om 00:00 geschreven door werner v  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.allerheiligen

    xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />

    Feest van Allerheiligen                                                                                                       1 Johannes 3, 1-3

    1 november 2002                                                                                                                Matteüs 5, 1-12a

     

     

    Het feest van Allerheiligen, dat we vandaag vieren,  is eigenlijk een groot  familiefeest

    Het feest van  Gods volk. Een feest dat alle mensen  met  elkaar verbindt: Gods volk onderweg en Gods volk dat zijn bestemming al heeft bereikt. Gods volk hier op aarde, waarover Jezus als het ware hardop droomt in zijn bergrede, en  Gods volk in de hemel, zoals  Johannes dat  ziet  in een visioen. In de liturgie van vandaag worden we meegenomen  op het ritme van getallen en namen. Namen noemen, elkaar verhalen vertellen over mensen die er niet meer zijn, is een stukje geschiedenis ophalen. Een geschiedenis waarvan wijzelf deel uitmaken. Ook uw verhaal, ons verhaal kan  het verhaal worden van een  heilige, een verhaal dat betekenis heeft voor  onze dagen. Als we namen  noemen, speciaal  vermelden, dan is er een bijzondere reden voor. Die bijzondere mensen willen wij onthouden. Zij hebben waarschijnlijk geen beeld staan in de ene of andere  kerk, maar voor ons zijn het heiligen. Wat is nu eigenlijk een heilige? Hoe kun je vaststellen of  iemand een heilige is? Een leraar vroeg het eens in de godsdienstles. Een van de kinderen antwoordde: “dat is een mens die licht doorlaat”, het kind dacht waarschijnlijk aan de gebrandschilderde glasramen in de kerk vroeger. Mensen die licht doorlaten. Heiligen zijn mensen waarlangs het licht van God in ons leven binnenvalt. En zulke mensen kennen wij allemaal; mensen die  liefde en goedheid, die vrede en vreugde uitstralen. Wanneer je zulke  mensen ontmoet, word je er beter van, je hebt de indruk dat God een beetje nabij is. Het licht dat zij uitstralen is niet van hen. Het licht dat de maan uitstraalt komt ook niet van de maan zelf; het is de weerkaatsing van het grote licht, de zon..

    Maar waar moeten wij nu heiligen gaan zoeken? Het evangelie wijst de richting aan: het
    zijn mensen die arm leven om met armen te kunnen delen; het zijn mensen die treuren  om het leed in de wereld, mensen die een warm hart hebben voor de kleinsten en de zwaksten, die vrede brengen waar ruzie is, die troost brengen waar droefheid is. Heiligen zijn mensen die helen, die heil brengen; ik denk aan moeders die tranen drogen van kinderen; aan verpleegsters die  met een glimlach en zachte handen naar de zieken gaan. Het zijn mensen die  onheil afwenden, mannen die vrede stichten en opkomen tegen het onrecht dat anderen wordt aangedaan. Het zijn mensen die  het druk hebben en toch altijd  dienend klaar staan om anderen te helpen. Het zijn  gewone mensen vlak bij ons, midden onder ons. Wij kennen ze.

    Zouden wij zelf ook niet een beetje heilig kunnen zijn door het licht van de Geest van Jezus, die  ook in ons werkzaam is? Wij vormen hier op aarde de gemeenschap van de heiligen, wanneer wij meebouwen aan een betere wereld, een wereld naar Gods wil. Zo kan Allerheiligen ook ons eigen feest zijn, als wij die mensen zijn waardoor Gods licht in de wereld binnenvalt.

    Ik wens jullie dan ook allemaal.een zalige feestdag.                        w..v   

    25-05-2010 om 00:00 geschreven door werner v  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.32 zondag lucas

    xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />

     

    xml:namespace prefix = w ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:word" />

    32e zondag door jaar                                                                                                          Lucas20, 27-38

    11 november 2001

     

    In dit evangelie volgens Lucas komen de Sadduceeën Jezus lastigvallen met een vernuftige strikvraag. Zij geloven niet in de opstanding van de doden en zij willen spitsvondig aantonen dat het bijna belachelijk is daarin wel te geloven. Zijn ze daarom ongelovig ? Dat mag je zo niet stellen. De Sadduceeën geloven immers wel in God, alleen niet in de opstanding. Dat is hen net te hoog gegrepen, daar kunnen ze met hun verstand niet bij; Het redeneren op zich maakt hun niet ongelovig, wel sceptisch op het punt van de opstanding. Hun verstand gaat zozeer drukken op hun geloofslongen, dat zij in ademsnood geraken en te kampen krijgen met een geloofs-zuurstoftekort. De opwerpingen van de Sadduceeën zijn ons uit het hart (of juister het verstand) gegrepen. Zij waren niet de eersten en zullen ook niet de laatsten zijn  die het moeilijk hebben met de verrijzenis. Ook vele christenen worstelen vandaag nog met de vraag: wat met ons na de dood ? Hoe moeten wij ons dat nu voorstellen die opstanding ? Moeten wij dan onze vergane botten weer bij elkaar gaan zoeken ? En waar moeten al die mensen die op aarde geleefd hebben, een plekje vinden in de hemel ?

    De fout bij die oude of moderne Sadduceeën zit hem daarin dat zij zich het leven na de dood voorstellen als een verlengstuk van ons aards bestaan, zoals een slapende die ontwaakt en zich dan weer in dezelfde toestand bevindt als daarvoor. Zo mag je de mens na zijn dood niet voorstellen, als een wezen dat opnieuw eet en drinkt en slaap en trouwt, zo eenvoudig is het niet en er een grapje over maken lost de zaak ook niet op. Over het hiernamaals kunnen wij mensen eigenlijk niets zinnigs zeggen , wij kunnen alleen menselijk praten over het hiernamaals, omdat ons menselijk leven zich hier en nu, in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats, afspeelt, maar bij de dood verlaten  wij nu juist die vertrouwde tijd en ruimte. Voor wat er  achter de dood ligt hebben wij geen begrippen meer en die werkelijkheid kunnen wij dan ook nooit onder woorden brengen. Er zijn geloofsverkondigers die begeesterd kunnen spreken over het eeuwig leven alsof zij er alles van weten. Als zij even nadenken moeten zij echter zoals alle mensen bekennen ; wij weten daarover niets. Eén van de wijzen waarop mensen met dood en eeuwigheid proberen klaar te komen, is luchtige ironie. Zo doen het de Zadduceeën in het evangelie van vandaag. Even luchtig wordt er deze tijd ook gezegd dat er nog nooit iemand is teruggekomen om ons over God te spreken en over het geluk in het hiernamaals.

     Alleen Jezus kan ons over God zijn vader spreken en voor Hem is het vanzelfsprekend dat er een opstanding uit de doden zal zijn. Over het hoe van de opstanding zegt Jezus niets, alhoewel Hij duidelijk maakt dat er na de dood andere maatstaven zullen gelden. Daar zal men niet huwen, niet sterven wel “leven” in God.. Jezus zegt heel duidelijk dat God een God van levenden is en dat Hij aan alle mensen onvergankelijk leven wil schenken. De toekomst van de mens ligt verankerd in het leven van God zelf. De mens hoeft niet terug te keren naar het leven dat hij door de dood verlaten heeft, door de kracht van Jezus’ verrijzenis mag hij delen in het goddelijk leven. Jezus plaatst dit leven  in het echte perspectief. Door God wordt het uiteindelijk mogelijk dat een dode voortleeft. Dat is geen toetsbare uitspraak, maar een geloofsinterpretatie.

     

     

     Het is een  leven in en met God.. God is ook de redder  van mijn overleden geliefden. Want wat God geschapen heeft, dat wil Hij ook behouden, ondanks de dood. Dit verrijzenisgeloof heeft iets geweldig dynamisch. Wie echt gelooft in het hiernamaals, zal zich ook toegewijd kunnen inzetten voor het hiernamaals, zal eerbied hebben voor de schepping, voor elke mens, hij gelooft dat er iets beter zal komen en dat het de moeite loont, je daarvoor in te spannen. Onze God is een God van levende mensen en nooit laat  Hij zijn mensen  vallen.. Geen mens is er voor niets geweest. Niemand wordt door God in het leven geroepen voor de eeuwige dood.

    Misschien is het nog maar het beste heel bescheiden te zijn en gelovig op  dat woord van God te vertrouwen. Kinderen vragen zich ook niet af of hun ouders morgen nog wel voor hen zullen zorgen. Als ze maar met een klein beetje vertrouwen in het leven staan, dan gaan ze daar gewoon vanuit. Voor hen is dat vanzelfsprekend                                                                     

    Geloof en vertrouwen is de vaste grond van wat wij hopen in Christus, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen, die ook in het geloof onzichtbaar blijven. Die diepe zekerheid en dit vertrouwen zou moeten volstaan. Wij wonen voor altijd in Gods liefde. Dat is de kern. Onze verbeelding hoeft niet verder op hol te slaan. God is de God van concrete mensen. Zij heten b.v. Abraham, Isaak en Jakob. Maar zij hebben ook de namen van onze geliefden die uit dit leven zijn heengegaan, mijn gestorven partner, mijn overleden kind. Ook ieder van ons is Gods tocht- en lotgenoot in tijd en eeuwigheid. Dit leven over de dood heen, dit –verrijzen- wordt in de paasgetuigenissen vernoemd als een daad van God waardoor het uiteindelijk mogelijk wordt dat een dode voortleeft, niet als “hetzelfde” maar als “dezelfde”. Het leven na de dood is niet slechts een voortleven in ons geheugen, in onze verhalen of in onze geloofsverkondiging . Het is een –leven- in de liefde van God. Hij is meer dan de schepper van de wereld. Hij is ook de redder van allen die leefden op die wereld.

    In dit alles heeft God het laatste woord. Zijn woord dat ons doet hopen op het weerzien in eeuwigheid. Daarom bidden wij elke zondag bewust en fier de sobere geloofsbelijdenis: Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven. Amen

     

     

                                                                                                                                                                                                W.V.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    32e zondag door jaar  Lucas20

    25-05-2010 om 16:32 geschreven door werner v  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de drie eenheid

    Feest van de Heilige Drie-eenheid

    6-7 juni 1998 Johannes 16, 12-15

     

    Spreken over God als Vader, Zoon en Geest, spreken dus over een bijna onvatbaar iets, de Heilige Drie-eenheid of voor de oudere generatie onder ons, de Heilige Drievuldigheid, is dat niet een te zware opgave om dit in onze moderne samenleving nog te overwegen? Wij weten schijnbaar toch alles en mysteries hebben dus geen zin meer. Voelt dit onderwerp bij velen daarom niet wat onwennig aan? Nochtans voor ons gelovige Christenen zouden het eenvoudige woorden moeten zijn die wij ook daarjuist nog gebruikt hebben bij het maken van het kruisteken; In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Drie woorden die men ook bij ons doopsel gebruikt heeft om ons deelgenoot te maken aan die grote christene familie. Drie woorden die het mysterie God omvatten zoals drie letters dat ene woord vormen, G O D. Een woord dat elke mens al eeuwen lang bezig houdt. Wie is Hij? Wat is Hij? De gelovige joden hadden God leren kennen als een nabije, betrouwbare God die met zijn mensen meetrekt, Gaandeweg leren zij met Hem leven als partners van een verbond ten leven. Hij is een God die met zijn mensen in relatie treedt en hen liefdevol bezielt. In zijn woord, zijn wijsheid, zijn geest is hij persoonlijk bij hen aanwezig. Die Geest was het ook die Jezus bezielde. Hij was het woord van God in levende lijve. Hij was werkelijk het evenbeeld van al wat God was. Van zo iemand zeggen wij: dat is ontegensprekelijk de Zoon van zijn Vader. Verbonden door dezelfde Geest openbaarde Jezus Gods wijsheid aan armen en kleinen. Dat hadden de leerlingen gaandeweg leren zien, maar veel ontging hen nog,"Nog veel heb ik u te zeggen, maar gij kunt het nog niet dragen," zegt Jezus, "Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, Zal hij u tot volle waarheid brengen". Jezus heeft door zijn leven getuigenis afgelegd van die waarheid maar het moet nog door zijn leerlingen verwerkt worden. Zij klampen zich nog vast aan de letter van zijn voorbeeld in plaats van bezield door zijn Geest, overal ter wereld in nieuwe woorden en tekens diezelfde Geest gestalte te geven. Wanneer de leerlingen tot de volle waarheid worden gebracht is het hen onmogelijk God anders te beleven dan in de gemeenschap van Vader, Zoon en Geest. De eenheid tussen Jezus en zijn Vader was te groot om zich God nog zonder Jezus voor te stellen. Jezus was te zeer bezielt door de Geest van God om in Hem alleen nog een mens te zien waarvan je het doen en laten navolgt. Jezus had hen niet alleen een wijze van zich gedragen -een moraal- geleerd, Hij had hen binnen gebracht in de ziel van zijn bestaan; bij zijn Vader, bij zijn Geest. Daarom; "Alles wat de Vader heeft is het Mijne" zegt Hij.

    Een drie-ene Zoon heeft niets te maken met een wiskundig probleem, maar alles met een diep mysterie van totale overgave, van het totale één zijn in liefde. Het is dank zij die waarheid dat God die zozeer de wereld heeft bemind, zijn Zoon onder ons heeft laten wonen, zo konden wij de weg vinden naar zijn en onze Vader en zijn Geest ontvangen. Gods Geest heeft ons op weg gezet om te groeien naar de volle waarheid van een gelovige houding volgens Jezus' voorbeeld. Dit is echter geen terugkijken hoe het vroeger was in zijn tijd en de daarop volgende eeuwen, maar een naar de toekomst gericht handelen volgens de Geest die ook Jezus bezielde, Dit moet ons brengen tot een hernieuwde interpretatie van Jezus' Blijde Boodschap opdat deze actueel vruchtbaar wordt en mensen verheft, dient en helpt zoals Jezus deed. Een in die Drie-eenheid levende kerk moet zich ervan bewust zijn dat dit verrassingen inhoudt want de Geest waait waarheen Hij wilt en dat is vaak anders dan wat kerkelijke instituties tot gewoon en zelfs verplichtend verklaard hebben, maar het verstaan en tot werkelijkheid brengen van Gods Geest is feitelijk de basis van wat Jezus ook deed in zijn tijd.

    Ons christen zijn wordt ten diepste niet bepaald door onze afkomst, onze opvoeding, onze maatschappelijke positie, maar door dat diep ingrijpende gebeuren dat God in liefde om ons bewogen is. Waar wij zo naar elkaar kijken en ook een 'ander' als een geschenk uit Gods hand aanvaarden, mee-voelend, mee-levend, daar werkt de Geest van de Vader en de Zoon en is Drie-eenheid een daadwerkelijk gebeuren en geen mysterie meer.

    WV

    A:preek

     

     

     

     

     

    15-07-2010 om 15:28 geschreven door werner v  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.shalom
    7e zondag door het jaar Samuël 26,2.7-9 22 februari 1998 1 Korintiërs 15,45-49 Lucas 6,27-36 De woorden van Jezus, die Lucas zojuist in zijn evangelie aanhaalt lijken waarschijnlijk voor velen van ons als iets ondenkbaar, onrealistisch. Is er iets zo moeilijk dan de vijand liefhebben, goed doen aan die u haten,zegenen die u vervloeken en bidden voor die u mishandelen. Is het geen levensvreemde Jezus die hier aan het woord is. Het is allemaal mooi gezegd, mooi gewenst, maar het zou toch wel een rare wereld worden als je zou kunnen lenen zonder terug te geven, als iemand je zomaar je mantel kan afpakken zonder dat je reageert, als iemand je slaat en je laat het gebeuren. Neen, dat is ondenkbaar in onze moderne tijd waar het grootste deel van het mensdom andere principes aankleeft zoals;als je niet met je ellebogen werkt kom je niet verder en als je niet van je afbijt wordt je eenvoudigweg in een hoek gedrukt. Ja, om te overleven moet men op zijn rechten staan. Op zijn recht? welk recht? Het recht om tenslotte met dit alles on-recht te doen aan de vergeten en verloren groepen. Mogen de kanslozen soms ook niet over- leven? maar ja,als er dan al eens iemand opkomt voor de armen en de kleinen wordt die voor een onnozele idealist gehouden. Waarschijnlijk werd Jezus toendertijd ook wel voor zo iemand gehouden, iemand die niet met zijn beide voeten op de grond stond. Iemand die niet paste in deze wereld en die dan ook maar zo vlug mogelijk verwijderd moest worden.De opdracht die Jezus aan zijn leerlingen meegaf was totaal in strijd met de heersende joodse opvattingen, want stond er niet in het boek Liviticus; een leven om een leven, oog om oog, tand om tand. Een opvatting die toen en ook nu nog door sommige zogezegd beschaafde groepen gebruikt wordt om hun daden te verrechtvaardigen, denk maar aan de palestijnen en de joden, aan de protestanten en katholieken in noord-Ierland. Tegen die mensonwaardige opvatting komt Jezus met zijn revolutionaire Blijde Boodschap in opstand en om dit alles aan zijn volgelingen duidelijk te maken gebruikt hij zwart-wit beelden. Tegenover haat stelt hij liefde, tegenover nemen stelt hij geven, tegenover veroordelen stelt hij barmhartig vergeven. Het is alleen zo dat die vicieuze cirkel van haat en geweld kan doorbroken worden , zegt hij. Het is alleen op deze manier dat het geluk, dat mijn Vader voor de mens bestemd heeft, kan gevonden worden. Geluk of ongeluk, blijdschap of verdriet, het maakt zo'n groot verschil dat wij misschien zelf in hand hebben. Als we de wereld bekijken denken wij dat we nog bij de goeien zijn, maar zijn we niet te optimistisch? Ook in ons klein landje is er haat tussen de gemeenschappen en wantrouwen tegenover degenen die we niet kennen, die anders zijn van huidskleur of geloof. Zelfs in ons eigen midden is het soms niet altijd peis en vree. Broer, zus of kind waarmee je in onmin leeft. Vader of moeder met wie je geen contact meer hebt sinds je, volgens jou, onredelijk behandeld zijd, een relatie die stuk gelopen is door het wederzijds wantrouwen. Allemaal drama's, misschien kleine drama's van onbegrip maar toch voldoende groot om in die vicieuze cirkel te trappen; oog om oog, tand om tand. De opdracht die Jezus ons vandaag meegeeft om die cirkel te doorbreken, is misschien wel zwaar en het zou gemakkelijker zijn dat wij comfortabel op onze stoel zitten luisteren hebben en achteraf zeggen; Och al dat gepraat over vrede, tenslotte kunnen wij daar toch niets aan verhelpen. Wat kunnen wij nu veranderen aan de politiek, aan het geweld in Zuid-Amerika en elders, aan de rassenstrijd in Afrika. Wat zouden wij vergeven als een ander het ook niet doet. Gelukkig hebben in onze eeuw Ganghi, Marten Luther King, Romero, Walter Voordeckers en talloze andere mensen zo niet gedacht. Zij geloofden in de innerlijke goedheid van de mens en in de kracht van Jezus Blijde Boodschap. Zij hebben zelf de eerste kleine stappen gezet en wilden niet alleen toeschouwers blijven. I have a dream, zei een van hen. Ook Jezus had een droom, een ideaal dat hij zijn leerlingen en dus ook ons voorhoudt. Bemin uw vijanden, doet wel aan die u haten, zegen hen die u vervloeken en bidt voor die u mishandelen. Jezus weet ook wel dat wij maar onvolmaakte mensen zijn en dus waarschijnlijk nooit dat ideaal zullen bereiken, maar als wij al de welgemeende inspanning willen doen om ook kleine stappen daar naar toe te zetten in onze onmiddellijke omgeving, de wil om die gebalde vuist te openen tot een vriendenhand, dan zal God ook zijn hand openen en kunnen wij allen, als zijn kinderen, in die hand liefde en vrede vinden. w.v..

    15-07-2010 om 15:54 geschreven door werner v  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 12/07-18/07 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 08/03-14/03 2010

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!