Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto


"Trans-atheïsme"

Download dit boek als PDF:

Jan Bauwens - Transatheïsme.pdf (3.6 MB)   

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto



Download dit boek als PDF:

"Het einde der tijden"



Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Tisallemaiet
Alle rechten voorbehouden
13-04-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het narrenschip - Aflevering 5: De verloren dimensie





            Het narrenschip

Een bedenking n.a.v. de verkiezingen in België in mei 2019

           

            









Aflevering 5: De verloren dimensie


Zoals de twintigste eeuw heden berucht is voor de wereldwijde explosie van het geweld dat daarin heeft plaatsgehad, zo staat het nu al vast dat het begin van de eenentwintigste eeuw in het Westen de geschiedenis zal ingaan als een tijdspanne van uit de welstand voortgekomen vadsigheid, onwetendheid, anti-menselijkheid en egoïsme.

Het is een algemeen bekend gegeven dat de menselijke capaciteiten pas uitputtend aangesproken worden in tijden van nood, met andere woorden: waar de noodzaak tot handelen ontbreekt, neigt men ertoe om op zijn lauweren te rusten. Het duizenden jaren oude gezegde, stammend uit de tijd van Herakleitos of uit nog vroegere eeuwen, namelijk dat de oorlog de vader is van alle dingen, verwijst heel waarschijnlijk naar deze grote waarheid.

De mens heeft altijd heel wat mogelijkheden gehad maar die werden niet altijd benut omdat het inspanningen kost om die ook te realiseren terwijl al te vaak blijkt dat pas de noodzaak ons tot inspanningen kan bewegen. Edoch, waar bijvoorbeeld een tijdperk van grote welstand bewerkt dat die inspanningen achterwege blijven, blijven ook onze mogelijkheden onbenut en op de keper beschouwd betekent dit niets anders dan dat wij dan ons mens-zijn niet ten volle realiseren. Soms is de vadsigheid zo overheersend dat een algehele verdierlijking optreedt: men wordt blasé, wat wil zeggen dat men ingevolge overprikkeling (van de lusten) ongevoelig wordt voor verder genot; de ijver maakt plaats voor luiheid; de slaap vervangt de waakzaamheid en de deur staat open voor rovers: de mens dreigt zijn mens-zijn te verliezen.

Maar deze regel geldt niet alleen met betrekking tot onze fysieke en intellectuele capaciteiten: ook de voor de mens zo kentekenende morele dimensie deelt in de klappen waar niet een of andere noodzaak ons tot meer bezonnenheid inzake de omgang met onze naaste dwingt. Van een moreel tekort getuigt in feite reeds de noodzaak van een noodzaak tot ontwikkeling. Immers, indien wij moreel beter waren dan wij heden zijn, dan zouden wij misschien uit eigen beweging overgaan tot de ontwikkeling van al onze menselijke mogelijkheden; wij zouden bijvoorbeeld niet wachten om stookolie te vervangen door windenergie tot de dag dat het uitgeput raken van de oliereserves ons daartoe dwingt.

Oog in oog met de vrijwel volstrekte onverschilligheid waarop het verraad aan de door de Verenigde Naties ondertekende Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in deze tijd onthaald wordt, kan men moeilijk anders dan de toekomst van de humaniteit met pessimisme tegemoet te zien. Waar na de holocaust ten tijde van de Tweede Wereldoorlog een solidariteitsverdrag gesloten werd onder alle mensen, blijkt men zich in deze tijden helemaal niet te storen aan het feit dat dit hoogdravende gebaar gewoon een groteske leugen is gebleken. Men kan de hypocrisie terzake uiteraard niet langer met plaatsvervangende schaamte ondergaan omdat men zelf tot de mensensoort behoort en waar alsnog schaamte bestaat, blijkt deze niet eens door schuld begeleid te worden – getuige de hoger genoemde onverschilligheid.

Maar de zorg om anderen is niet alleen belangrijk voor die anderen: zoals de arbeid niet alleen goed is voor de economische productie maar ook voor de arbeider zelf omdat hij in zijn werk zichzelf realiseert of ontwikkelt – zoals trouwens bij uitstek blijkt in de sport die immers een arbeid is welke geen ander doel dient dan de ontwikkeling van de sporter – zo ook is de zorg voor anderen ook goed voor de zorgdragenden. Immers, door zorg te dragen voor anderen, boort men in zichzelf een dimensie van het mens-zijn aan die anders gedoemd zou zijn om in de duisternissen en de diepten van de ziel volledig weg te kwijnen. Bij het opvoeden van kinderen herbeleeft men zijn eigen kindertijd doordat men zich met zijn kinderen identificeert maar, meer nog dan dat, gaat men aldus in de ziel van zijn kinderen over: de opvoeding brengt de kinderen weliswaar groot maar zorgt er tegelijk voor dat de ouders zich in hun kroost transplanteren. In de zorg voor de stervenden troost men de stervenden maar tegelijk ontmoet men aldus het eigen menselijke lot, men anticipeert erop en men leert ermee omgaan. Er bestaat geen betere manier om de eigen kennis in vraag te stellen, op punt te stellen en bij te stellen dan door deze kennis te onderwijzen aan anderen. En in het algemeen bestaat er geen betere zelfhulp dan via de hulp aan anderen: de verantwoordelijkheid voor de medemens is onze verantwoordelijkheid, ze is voor de ander maar ze is ook van ons omdat ook ons bestaan er is voor de ander en tegelijk van ons – de twee zijn immers onscheidbaar omdat wij pas over ons bestaan beschikken in de mate dat wij er voor anderen zijn.

Waar de mensheid als zodanig verantwoordelijkheid opneemt voor zichzelf, kan zij dat nooit anders doen dan in de overeenkomst krachtens dewelke elke enkeling zich ertoe verbindt om voor zijn naaste zorg te dragen. Dat is geschied in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, afgelegd nadat de mensheid oog in oog stond met een van de grootste verschrikkingen uit de geschiedenis – de shoa. Zes miljoen burgers werden toen welbewust door hun eigen regering vermoord en wel op een industriële wijze en dus op dezelfde manier waarop men in fabrieken koekjes bakt, auto's monteert of vuilnis sorteert. Een volledig uit haar lood geslagen mensheid beloofde toen plechtig aan zichzelf dat zij dit nooit meer zou laten gebeuren: nooit meer zou een mens zijn broeder in de steek laten; nooit zou hij nog door zijn broeder in de steek gelaten worden. Een gloednieuw tijdperk werd aangekondigd, de mensheid leek één geworden.

Maar kijk, er is oorlog, steden en hele landen in het Midden-Oosten en in Afrika worden platgebombardeerd, mensen sneuvelen bij tienduizenden, zij laten alles achter en slaan op de vlucht, in rubberen bootjes steken zij de zeeën over, zij verdrinken, enkelen geraken tot op het Europese continent waar zij asiel zoeken, moeders met kinderen en ook jongemannen – de ouderen zijn gebleven: "Gaan jullie maar!", zo spraken ze hun zegen uit over hun nakomelingen: "Wij redden het toch niet meer!" De gelegenheid doet zich aldus voor dat mensen hun beloftes waar kunnen maken; het westen krijgt de kans om gestalte te geven aan een eengemaakte mensheid; de mogelijkheid dient zich aan om die dimensie van het mens-zijn aan te spreken en tot bloei te laten komen die wellicht onze allerdiepste dimensie is en die kan bewerken dat wij ons verheffen boven het loutere burgerschap naar het niveau van de humaniteit – wat een ervaring en wat een toekomst in het verschiet!

Moeders met op de arm kleine kinderen, wadend door rivieren, mager en ziek na maandenlange trektochten zoeken de open armen vanwege die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, zo plechtig afgesloten, zo eensluidend, zo sonoor, zo gedragen na die wrede oorlog – de holocaust is ten langen leste niet vergeefs geweest!

Edoch open armen vinden zij niet: wat zij vinden zijn muren, in geen tijd opgetrokken, muren om hen die hulp zoeken af te weren. Laaghartige lieden hitsen elkaar op en zij schilderen hen die om hulp smeken af als vijanden, ja, als moordenaars; zij demoniseren de vluchtelingen teneinde aldus excuses te kunnen verzamelen om hen niet te moeten helpen. En de laaghartigen verenigen zich en zweren samen, zij richten politieke partijen op die zich voeden met mensen besmet met vreesachtigheid en ziek gemaakt met paranoïa en in geen tijd scandeert het ganse Europese continent – een van de welvarendste ter wereld, in de allerwelvarendste tijd ooit: "Ben ik soms mijn broeders hoeder?"

(Wordt vervolgd)

(J.B., 13 april 2019)           

  

   

11-04-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het narrenschip - Aflevering 4: de ochlocratie


















            Het narrenschip

Een bedenking n.a.v. de verkiezingen in België in mei 2019

           

           

Aflevering 4: de ochlocratie


De verworden monarchie is de tirannie; de aristocratie kan afglijden naar de oligarchie en de gedegenereerde democratie is de ochlocratie. In het laatst genoemde geval is het gepeupel aan de macht ingevolge doorgedreven populisme: politici kiezen dan de kant van het volk – uiteraard in de negatieve betekenis: het volk als 'asociale bende'. Zo bijvoorbeeld kan de partij van de Catalaanse Carles Puigdemont populistisch heten omdat de streek rond Barcelona – een van de meest welvarende ter wereld – met de nagestreefde onafhankelijkheid de solidariteit met de armere Spaanse regio's poogt te ontvluchten. De Nederlandse PVV van Geert Wilders en het Belgische Vlaams Belang zijn in hetzelfde bedje ziek waar zij teren op xenofobie voortkomend uit egoïsme gekoppeld aan megalomanie. In Frankrijk gaat de partij van Marine Le Pen dezelfde richting uit, in Italië wil het rijke Noorden met de Lega Nord van Matteo Salvini niet langer delen met de armere zuiderse streken; in Duitsland teren de populisten van de AfD (Alternative für Deutschland) op de kortzichtige verzuchtingen van dat segment van de bevolking dat schaamteloos het eigenbelang nastreeft terwijl het precies daardoor zichzelf de das omdoet. Kennelijk daartoe aangespoord door de wrede aanslag uitgelokt en gepleegd door extreem rechts, gaat ook Denemarken verder de populistische toer op. In de verwesterde landen van het Oostblok, met als koplopers Polen en Hongarije, wakkeren populisten het nationalisme aan terwijl ze het eigen volk uitbuiten met dezelfde ijver die de dictators in Afrika aan de dag leggen en in Noord-Amerika maakt de populist Trump de V.S. voor de ogen van de ganse geciviliseerde wereld te schande met onder meer een ver doorgedreven vreemdelingenhaat gekoppeld aan feitelijke neokolonialistische uitbuiting.


Maar niet de aanslagen hebben de verrechtsing in de hand gewerkt, aanslagen zijn er immers altijd geweest: het op zichzelf terugplooien van de samenleving is een verraad aan de beloften gedaan door de Verenigde Naties ter bekrachtiging van de solidariteit onder alle wereldburgers na de tragedie van de holocaust. Extreem rechts betekent derhalve de terugkeer van Adolf Hitler of van alles waarvoor deze waanzinnige volksmenner staat: de zelfverheerlijking die belachelijk ware indien zij niet resulteerde in de meedogenloze genocide; de stompzinnige logica van ongeletterden die menen dat zij 'de natuur' een handje moeten toesteken inzake het laten zegevieren van het zogenaamde 'recht van de sterkste' en de barbaarse vernietiging van alle kunst en cultuur.


Maar er is nog een ander aspect aan de ochlocratie dat tevens de tirannie en de oligarchie kentekent maar, veel meer nog dan dat kenmerkt het ook de zogenaamd gezonde staatsvormen: de monarchie, de aristocratie en de democratie. Het gaat om een intrinsiek kenmerk van de wereldse rijken ongeacht hun aard en om hiervan enig begrip te kunnen krijgen, moet eerst verwezen worden naar het feit dat staatsstructuren als zodanig maar bijvoorbeeld ook kerken, beschouwd kunnen worden als instituten die individuen van een deel van hun denkarbeid ontlasten – of moet men veeleer zeggen dat zij ons van ons denken en van ons bewustzijn beroven?


Een vruchtbare toegang tot de problematiek in kwestie verschaft ons de parabel van de grootinquisiteur en wel dat gedeelte van het verhaal dat handelt over het probleem dat wordt uitgelokt door het voorstel van de duivel aan Christus om stenen in brood te veranderen teneinde de honger uit de wereld te helpen – een voorstel dat door Christus afgewezen wordt met de befaamde woorden: "De mens leeft niet van brood alleen". Dostojevski laat de grootinquisiteur zeggen dat Christus de mens veel te hoog ingeschat heeft omdat hij niet in staat zou zijn om voor zijn eigen zielenheil te zorgen: de kerk doet dat in zijn plaats... in ruil voor zijn vrijheid. Het instituut van de kerk denkt en beslist eigenlijk in de plaats van elke gelovige in ruil voor zijn blinde gehoorzaamheid precies zoals de wetenschap en de techniek denken in de plaats van alle enkelingen die daar dan de vruchten van plukken. Zoals alle enkelingen de door wetenschap en techniek uitgevonden instrumenten benutten en de voorgeschreven pillen slikken, zo volgen de gelovigen de religieuze geboden en nuttigen zij de geconsacreerde hostie. De mens die zich op de kerk verlaat, geeft dan eigenlijk de vrijheid die hij van zijn Schepper ontving, uit handen aan een autoriteit die in ruil daarvoor zorg belooft te zullen dragen voor zijn ziel. Edoch, de tragedie van dit handeltje ligt hierin dat mét de vrijheid onoverkomelijk het daaraan inherente bewustzijn en het menszijn zelf overboord gaan: gehoorzame wezens die zich aan de regels houden in ruil voor hun zielenheil, handelen niet in vrijheid en kunnen derhalve nooit dat heil bereiken waarvoor mensen voorbestemd zijn – wat uiteraard zonde is in de eigenlijke betekenis van het woord omdat mensen daar worden herleid tot geprogrammeerde subjecten, tot vee.


Het communisme geldt als voorbeeld bij uitstek van een regime dat de menselijke vrijheid miskent en fnuikt en dat derhalve rampzalig is voor de mens als zodanig – vandaar ook de niet aflatende strijd van de kerk tegen deze staatsvorm. Maar zoals reeds aangestipt met betrekking tot het verhaal van de grootinquisiteur, doet – althans volgens Dostojevski – de kerk zelf eigenlijk niets anders. Staten, kerken, instituten en nog allerlei andere structuren ontlasten ons van een deel van onszelf omdat zij taken van ons overnemen met de bedoeling aldus aan onze persoonlijke vrijheid meer armslag te kunnen geven maar steeds vaker blijkt dit tegendoelmatig te werken: dat deze structuren ons ontlasten van bepaalde taken, betekent tegelijk dat ze ons van deze taken beroven en dit laatste perspectief is heel terecht waar men moet erkennen dat de mens is wat hij doet. Het delegeren van zijn werk en van zijn beslissingsmacht aan derden resulteert hoe dan ook in zelfverlies en het drama van de hele zaak bestaat hierin dat het slachtoffer van deze contraproductieve gang van zaken zich hiervan niet alleen onbewust blijft maar dat hij bovendien in de illusie verkeert van het tegendeel: prompt gelooft hij gebruik te maken van zijn vrijheid en denkt hij macht over anderen uit te oefenen. Het is de paradox van de machtsuitoefening dat men zijn macht verliest door anderen met de eigen taken op te zadelen – en hetzelfde kan gezegd worden over de vrijheid (men verliest ze door er gebruik van te maken – vrijheid is immers keuzevrijheid en wie kiest, beperkt zichzelf), over de rijkdom, het geld, de tijd en het leven als zodanig. Staten, kerken, instituten en nog andere sociale koepels en structuren weten mensen ertoe te verleiden zich bij hen aan te sluiten door aan hen hulp te beloven terwijl zij hen in feite al helpende afhankelijk of dus hulpeloos maken. Het is de list van elke politicus dat hij zich aan het volk weet op te dringen als de helper bij uitstek terwijl hij het volk er uiteindelijk toe brengt dat het hem onderhoudt. Deze manier van werken bestaat principieel in alle staatsvormen maar in de ochlocratie die immers uit het populisme voortkomt, doen politici in feite niets anders dan dit omdat zij zich principieel bereid verklaren om de wil van het volk te volbrengen – ongeacht wat die wil inhoudt.


Nog erger dan de contraproductiviteit van dit gebeuren is het feit dat via het delegeren van denk- en doewerk aan staatsstructuren, kerken en andere instellingen in feite het leven zelf geautomatiseerd wordt: de lasten – het werk – en het bestuur – het denkwerk – worden overgeheveld naar volstrekt onbewuste mechanismen, machinaties die weliswaar werkzaam zijn doch die niet weten wat ze doen en die zelfs niet weten dàt ze iets doen omdat ze in feite niet handelen. De idee dat aldus de menselijke vrijheid groter wordt, is dan een kostelijke illusie die een heel andere realiteit verkapt, namelijk de transformatie van het bewuste handelen naar het passief behandeld worden, de overgang van het kunnen en het kennen naar de stilstand, de onwetendheid en de gevoelloosheid die onder de mom van de beloofde rust, het gemak, de pijnloosheid en het genot, niets anders dan de dood in het leven naar binnen loodsen. En zoals mensen aan sport beginnen te doen op het ogenblik dat zij gaan beseffen dat het vermeende gemak en het vermijden van zweet het leven zelf uit hun lichaam wegneemt, zo ook gaan zij beseffen dat het overlaten van het bestuur over hun leven aan politici in feite uitdraait op het verlies van de eigen geest, de eigen wil en de eigen toekomst. Andermaal: dit gevaar dreigt in ongeacht welke staatsvorm maar in de ochlocratie is de vernietigende werking ervan gegarandeerd.


(Wordt vervolgd)


(J.B., 11 april 2019)

 

           

                                      

           





           



   

05-04-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Het narrenschip - Aflevering 3: het tijdperk van de leugen

















            Het narrenschip

Een bedenking n.a.v. de verkiezingen in België in mei 2019




Aflevering 3: het tijdperk van de leugen


Hoe speelt men het klaar om in een democratie die zich beroept op de open debatcultuur, het positief-wetenschappelijk karakter van haar stellingen en een zogeheten algehele transparantie, de waarheid weg te moffelen en de meest belachelijke en gemene leugens te doen zegevieren? En laten we eerst het geheugen opfrissen inzake slechts één van de meest recente gebeurtenissen teneinde alle verdenking weg te nemen dat wat hier gezegd werd overdreven zou zijn.

Op 2 oktober van vorig jaar verdween journalist Jamal Khashoggi. Hij was de ambassade van Saoedi-Arabië in Istanboel naar binnen gegaan om papieren in orde te maken voor een huwelijk terwijl zijn toekomstige vrouw hem buiten opwachtte. De man kwam nooit terug. Speurders vonden bewijzen dat hij gefolterd en vermoord was, dat zijn lijk in stukken werd gesneden en zo de plek naar buiten werd gesmokkeld. Ook werden bewijzen gevonden dat dit het werk was van de Saoedische regering. Maar wat had de journalist dan wel mispeuterd? De man had kritiek op de islam en in het jaar dat hij werd omgebracht, stichtte hij de politieke partij Democratie voor Saoedi-Arabië. Ook was hij de enige van niet koninklijken bloede die weet had van de band tussen de koning van Saoedi-Arabië en al-Qaeda voor de terreuraanslagen van 11 september 2001. Trump reageerde op de moord op deze vrijheidsstrijder door te stellen dat de economische relaties met de Saoedi's voorrang hebben op het achterhalen van de waarheid die niet gekend zou zijn – terwijl dat laatste werd tegengesproken door het hoofd van de CIA: Trump loog en dat werd ook bevestigd door het op 7 februari 2019 uitgebrachte rapport van een onderzoek van de VN naar de moord... die gepland bleek en uitgevoerd door regeringspersoneel van Saoedi-Arabië. Deze maand (april 2019) werd bekendgemaakt dat de vier kinderen van de omgebrachte journalist een compensatie aanvaard hebben van de Saoedische regering, onder meer in de vorm van een villa in dat land en een maandelijkse uitkering. (1) De waarheid als koopwaar.

Formuleren we andermaal de vraag: hoe speelt men het klaar, in een parlementaire democratie, om de waarheid te verduisteren en de leugen te doen zegevieren? En het antwoord blijkt uit het onderzoek van een vernuftig mechanisme in het systeem zelf van de besluitvorming, een machinatie welke garandeert dat zelfs de meest overtuigende argumentatie aan de kant kan geschoven worden zonder dat ook maar sprake zou kunnen zijn van enige tegenstand. De truc bestaat er in wezen in dat uitspraken, bij de verwerking ervan in de democratische machine, van hun betekenis worden ontdaan: ze zijn niet langer waar of onwaar maar ze krijgen een zeker gewicht, meer bepaald krijgen ze een getal opgeplakt: hun inhoud verdwijnt en maakt plaats voor wat nog overschiet van een ding eenmaal het van zijn inhoud werd ontdaan, en dat is zijn marktprijs. Op de markt is een ding net zoveel waard als men bereid is ervoor te betalen en dat geldt ook voor de waarheidswaarde van een ding: een waarheid die niet rendeert, is voortaan een leugen en een leugen die zaad in het bakje brengt, wordt tot waarheid uitgeroepen. Deze verdraaiing van de werkelijkheid gaat zo ver dat zij ook de nieuwsfeiten aantast en wel tot in het absurde. Niet alleen verhindert het kapitalistische Amerika dat er nog gesproken of geschreven wordt over de moord op Khashoggi; het nieuws wordt gevuld met wat er gebeurt of te gebeuren staat in televisiefeuilletons zoals Thuis: feiten en fantastische verzinsels worden door elkaar gehaspeld en zo ook echte mensen en de rollen die gespeeld worden door acteurs. Fictieve verzinsels worden in de media als nieuwsfeiten medegedeeld.

Maar hoe speelt men het dan klaar in het parlement om de leugen te laten triomferen over de waarheid? In het parlement met haar open debatcultuur, worden eerst argumenten te berde gebracht, argumenten met betrekking tot de inhoud van de naar voor gebrachte stellingen. Dan volgt een discussie over de inhoud van die stellingen. Edoch, de kat komt op de koord wanneer er tenslotte handel wordt gedreven in de argumenten zelf, wat hier op neer komt dat de ene moet zwijgen voor de andere: men doet aan elkaar bepaalde toegevingen in ruil voor andere toegevingen, in die zin dat de ene partij belooft om de andere bepaalde zaken niet te zullen aanrekenen als die andere partij op haar beurt belooft om de eerste bepaalde zaken niet te zullen aanrekenen. En dat is op de keper beschouwd verkapte chantage omdat het vertaalbaar is in deze zin: "Als jullie ons feit X aanrekenen dan zullen we met feit Y tegen jullie op de proppen komen". Als er tenslotte gestemd wordt waarbij de argumenten zich transformeren in loutere hoeveelheden of dus getallen, geschiedt er een kwantificering van kwaliteiten – lees: de dingen worden van hun inhoud ontdaan – en speelt de inhoud al helemaal niet meer mee: niet de stellingen die krachtens zekere argumenten ook waar bleken, winnen maar wel deze die de meeste stemmen achter zich verzamelden, en dus deze welke men voor waar wil doen doorgaan – met andere woorden leugens.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 5 april 2019)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Jamal_Khashoggi  

           

                                      




   

04-04-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Het narrenschip. Aflevering 2: het tijdperk van het sadisme.





            Het narrenschip

Een bedenking n.a.v. de verkiezingen in België in mei 2019

Aflevering 2: het tijdperk van het sadisme


In het in 1997 verschenen werk Das Böse oder Das Drama der Freiheit verhaalt de Duitse wijsgeer Rüdiger Safranski (1) over het kwaad dat onvermijdelijk want als prijs van de vrijheid in de wereld kwam. De poging tot een terugkeer naar de (eerlijk geachte) natuur die de (als hypocriet bestempelde) cultuur achter zich meent te kunnen laten, werd aangedreven door een streven naar het vermeerderen van de lust. Edoch, de lustmaximalisatie is een in wezen mateloos streven en waar dit zijn grenzen bereikt, tracht het zichzelf alsnog te overtreffen door aan de eigen lust het leed toe te voegen dat men aan derden berokkent. La maladie du voisin reconforte, même guérit, maar het leed van de buur maakt niet alleen gezond: het zorgt omzeggens voor een overmaat aan gezondheid in die zin dat het lust verschaft. In zijn bespreking van Markies de Sade, schrijft Safranski: "De lust is tiranniek. Hij wil geen genoegen schenken, maar zichzelf een genoegen verschaffen. En hij kan dat genoegen intensiveren door de ander kwaad te doen, door hem pijn te laten lijden." (2) De kwellingen waaraan men de ander onderwerpt, veroorzaken een heel bijzondere kitteling van de lust en inzake de lust is mateloosheid een principe: "Alles is goed als het maar mateloos is". (3) De wellust van het moorden wordt opgedreven door de moord te herhalen in de massamoord. Maar dat delirium, aldus de Sade, slaat uiteindelijk om in monotonie en daarom wil de lust een (tegenstribbelend) publiek, ontheiliging en schandaal.

Het kwaad is een mogelijkheid van de vrijheid en de politieke beweging van het liberalisme lijkt derhalve bijna gedoemd om, ook daar waar het niet ontspoort in het libertinisme, tot het kwaad te verworden. Het principe van de concurrentie is in wezen sadistisch omdat in de roes van het winnen, het genot dat voortkomt uit de nederlaag van de verliezer, niet te versmaden blijkt: de winnaar beklimt het podium en kijkt neer op de verliezer; hij verwerft in één klap allerlei voorrechten en het gelijkheidsbeginsel wordt als vanzelfsprekend opgeschort; het bedrieglijke gezegde dat niet de overwinning maar de deelname belangrijk is, is de enig resterende troostprijs voor de loser van wie men het normaal vindt dat hij de facto ook heel wat rechten kwijtspeelt: in economische termen staat winst gelijk met geld en geld zijn rechten omdat rechten zijn verworden tot marktproducten die immers gekocht en verkocht worden.

Waar open VLD-voorzitster Rutten voor de sterkeren – zij die een job hebben – belastingvoordeel vraagt en zij tegelijk de zwakkeren – de werklozen – ook nog van hun recht op een vervangingsinkomen wil beroven (4), toont zij het feitelijke sadisme dat zich in het hedendaagse liberalisme verschuilt: de eigen lust – de winst – heeft niet langer genoeg aan zichzelf: zij wil zich intensiveren middels het berokkenen van leed aan derden. Dit is de wansmakelijke perversie van een vrijheidsideologie die zichzelf heeft uitgehold; zij kan zich spiegelen aan het lelijke Amerika van Trump met aan de ene kant het leugenachtige vrijheidsbeeld dat staat voor de universele verwelkoming van alle mensen – want aan de andere kant de muur die de slavernij in stand houdt door illegale en derhalve rechtenloze arbeid voort te brengen welke de autochtone bevolking haar rijkdom garandeert.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 4 april 2019)

Verwijzingen:

(1) Rüdiger Safranski, Das Böse oder Das Drama der Freiheit, Carl Hanser Verlag, München, Wenen. Nederlandse vertaling van Mark Wildschut: Het kwaad, Atlas en Olympus, Amstel Uitgevers BV, 1998.

(2) R. Safranski, Het kwaad, Olympus, 2011, p. 164.

(3) Ibidem, pag. 165.

(4) Zie: https://www.hln.be/nieuws/binnenland/de-ideale-samenleving-volgens-open-vld-minder-overheid-en-minder-belastingen~a39fb32f/

                          

   

31-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het narrenschip - Een bedenking n.a.v. de verkiezingen in België in mei 2019















Het narrenschip


Een bedenking n.a.v. de verkiezingen in België in mei 2019

Aflevering 1: de democratie

           

In het jaar 427 voor Christus werd in Athene de wijsgeer Plato geboren die in zijn Politeia de verschillende staatsvormen bespreekt en als de democratie aan de beurt is, vergelijkt hij deze met een narrenschip. Hij vraagt zijn publiek zich in te beelden dat zij zich op een schip bevinden waarvan de stuurlui weliswaar charmante, welbespraakte of opvallende figuren zijn maar zij weten helemaal niets af van de stuurmanskunst; zij worden door de meerderheid van de opvarenden aangeduid om het schip te besturen maar dan omwille van eigenschappen die met zeevaartaangelegenheden niets te maken hebben. Tegelijk krijgen bekwame stuurlui zelfs geen kans om aan het roer te gaan staan omdat zij bij de meerderheid niet in de smaak vallen: zij worden prompt als nietsnutten aan de kant geschoven. Plato zegt vervolgens dat men de (democratisch verkozen) politici van dat ogenblik gerust mag vergelijken met de matrozen van dit narrenschip en dat in een democratie de bekwame stuurlui verplicht aan wal moeten blijven toezien hoe het dat narrenschip vergaat. (1)

           



           

Verwijzingen:


(1) Zie: Plato, De staat, VI, 478-488. De prent is een weergave van de betreffende bladzijden in de Plato-uitgave in Nederlandse vertaling van Xaveer de Win, Uitgeverij De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen 1980, deel 3, pp. 297v.

NB: beschikbare Nederlandse vertaling van De staat van Plato op het internet: https://www.dbnl.org/tekst/plat008repu01_01/ 

De tekst over het zogenaamde narrenschip vindt men vanaf hier:

https://www.dbnl.org/arch/plat008repu01_01/pag/plat008repu01_01.pdf#page=231 

(Wordt vervolgd)           

(J.B., 31.03.2019)





           



           

   

25-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zeven rampzalige uitvindingen











 

           

 

           

Zeven rampzalige uitvindingen



                  

Zeven rampzalige uitvindingen from JB on Vimeo.

     



18-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Graden van zijn – over hedendaags vampirisme










 

           

 

           







Graden van zijn – over hedendaags vampirisme

To be or not to be, that's the question. Edoch, zij die geloven dat hiermee alles gezegd is, slaan de bal flink mis want het gaat hier om een tautologie, een uitspraak die altijd waar is en die derhalve helemaal niets zegt. Bedoelt men met die dooddoener dat men niet tegelijk kan bestaan en niet bestaan, dan gaat men er alsnog vanuit dat men slechts voor de volle honderd percent kan bestaan ofwel helemaal niet maar die essentialistische opvatting is vandaag achterhaald: het is weliswaar correct dat doden niet weer tot leven gewekt kunnen worden maar dat neemt niet weg dat men kan spreken van een continuum als het gaat om het al dan niet bestaan en dit ziet men allang weerspiegeld in de wetgeving omtrent abortus. Maar ook anderszins kan de continuumtheorie best van tel zijn in een wereld waarin men gelijkgeschakeld wordt met zijn bezit.

In feite gaat het dan over macht, over het gewicht van iemands zijn, over wat men in de pap te brokken heeft, over het al dan niet erkend worden, over meetellen en over hebben: het volstaat niet meer te zijn; het levend wezen dat mens heet, werd herleid tot amper de kruier van een welbepaald burgerschap, een eigenaarschap of een bankrekening, een titel, een vakmanschap, een politieke en economische betekenis, een gewicht in de weegschaal die aangeeft hoe ernstig iemand mag of moet genomen worden. Lichtgewichten worden alom geschrapt en ingezet als slaven zonder stem; zwaargewichten lopen in de kijker en vreten de aandacht op van tientallen, honderden, miljoenen en soms miljarden mensen. Het is een handeltje waarover het laatste woord nog lang niet gezegd is maar het lijkt er wel heel sterk op dat mensen, of alvast bepaalde wezens die de mens als kruier hebben, zich voeden met aandacht zoals de kruier zelf zich voedt met brood.

Slaat men in de ochtend de kranten open – of de tablets – dan wordt men tot vervelens toe met almaar dezelfde figuren geconfronteerd: een of andere koning of prins, een politicus, een mediageile professor, een paus, een miljardair – noem maar op. Sommigen van hen beweren het allerminst prettig te vinden om dagelijks nieuwsjagers van zich af te moeten schudden maar anderen komen er dan weer voor uit dat zij hun bestaan te danken hebben aan de massale aandacht van de wereld: zij leven van andermans aandacht... maar dan wel zoals vampieren leven van andermans bloed.

En dat betekent dat zij zonder die aandacht gedoemd zijn om binnen de kortste keren te sterven, precies zoals vampieren voorgoed vergaan als zij niet op tijd en stond hun tanden in de kelen der levenden kunnen planten.

Verandert men echter van perspectief, wat hier betekent dat men de zaak nu eens niet bekijkt vanuit de positie van wie de aandacht trekken maar vanuit deze van wie aandacht geven, dan rijst onmiddellijk de vraag waarom men eigenlijk aandacht schenkt aan welbepaalde zaken of figuren en voor het antwoord op die vraag kan men best te rade gaan bij de waarnemingspsychologie. Mensen schenken aandacht aan figuren die op de een of andere manier opvallen, bewegen of die, kortom, als een bedreiging overkomen: iets of iemand trekt de aandacht wanneer die zaak of die persoon in het gezichtsveld treedt als een gevaar; de meest levensbedreigende figuren zijn de grootste aandachtstrekkers.

Terecht trekken vooral en uitgerekend die dingen en die mensen die een gevaar vormen voor ons ook onze aandacht; wat niet problematisch is, verschijnt nauwlijks of helemaal niet in ons bewustzijn en doet het dat wel, dan verdwijnt het er algauw weer uit, het wordt onzichtbaar. Maar opnieuw is dit een medaille met twee zijden: de aandachtstrekkers zelf staan ons in feite naar het leven, precies zoals vampieren dat doen. En een voor de hand liggend voorbeeld van het feit dat aandachtstrekkers niet onschuldig zijn, is de reclame.

De realiteit van de reclame leert ons dat zij niet vrijblijvend onze aandacht trekt; dat zaken die onze aandacht trekken, niet onschuldig zijn: hebben wij onvoldoende weerstand tegen de reclame dan worden wij erdoor verleid – met name om te kopen: vaker gaat de aandachtstrekker er ten langen leste met ons geld vandoor en geld is energie want het wordt pas verworven door noeste inspanningen – geld is... bloed. Vandaar is het een waarheid als een koe dat aandachtstrekkers in wezen vampieren zijn.

Reclame is de aandachtstrekker bij uitstek maar ook propaganda is dat, het is een vorm van verborgen reclame die wij immers gemakkelijk verwarren met informatie. En het belang van de bronvermelding bij het verstrekken van informatie, waarschuwt ons andermaal voor het feit dat zogenaamde objectieve informatie een al te mooi sprookje is: wie iets vertelt, doet dat met een zekere bedoeling, met in het achterhoofd een zeker belang en hij beïnvloedt diegenen aan wie hij het vertelt, hij manipuleert, hij liegt, alleen al doordat bij het verstrekken van informatie, zekere zaken gezegd worden en andere weer niet.

Reclame, propaganda, informatie: uitgerekend die zaken die wij voor onze oriëntatie en voor onze handhaving in de wereld nodig hebben, verkappen vaker dan wij dat vermoeden precies het omgekeerde van datgene wat wij met hen voor hadden: in plaats van ons ten dienste te staan, zien zij ons eigenlijk als prooien aan wie zij zich voordoen zoals de wolf in het beroemde sprookje van de gebroeders Grimm: De wolf en de zeven geitjes. Achter het decor van reclame, propaganda en informatie maar ook achter de façade van mode, stijl, kunst én... leerrijke sprookjes, verbergen zich steeds vaker manipulatoren die het erop gemunt hebben onze ideeën en derhalve ons gedrag – en bij uitstek ons koopgedrag – te sturen volgens hun eigenste voordeel en ten koste van ons bloed.

Voor een beschouwing over vampirisme, zie:

https://www.bloggen.be/omskvtdw/archief.php?ID=2746284 en

http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/226442.pdf

(J.B., 18 maart 2019)










Nosferatu from JB on Vimeo.


11-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seks en samenleving - deel 10: het einde van de liefde











Seks en samenleving


Deel 10: het einde van de liefde


In 1948 schreef de Schot Eric Arthur Blair – alias George Orwell – de succesrijke dystopische roman, getiteld: 1984. Samen met zijn Animal Farm is dit werk een aanklacht tegen het totalitarisme dat door velen geïdentificeerd wordt met het Stalinisme uit die tijd – Stalin regeerde van 1922 tot 1952 – maar dat volgens vele anderen evengoed slaat op elke andere totalitaire staat, van het nazisme en het Britse imperialisme tot het kapitalisme in het algemeen – Blairs vader diende het Britse imperium in de toenmalige Indische kolonie maar hijzelf keerde zich tegen die uitbuiting en werd geëngageerd journalist, marxist en socialist. De roman 1984 toont hoe de totalitaire staat, verbeeld door big brother, haar macht put uit het corrumperen van de meest intieme relatie tussen (twee) mensen: hij dwingt hen ertoe elkaar te verraden en doet dat middels gruwelijke martelpraktijken. De totalitaire staat onderwerpt de burgers door hen te controleren en hen aldus van hun privacy te beroven en van zichzelf, van hun eigen wil: zij worden herleid tot gehoorzame werktuigen van het regime. In feite wordt de mens beroofd van zijn geheimen precies omdat het die geheimen zijn waarop machthebbers nooit vat kunnen krijgen en het geheim bij uitstek is de liefde in de intiemste relatie tussen (twee) mensen. De instelling van het huwelijk is in wezen een poging om dit geheim te vernietigen door het te schenden want het huwelijk maakt de liefde openbaar zodat zij niet langer door het geheim geborgen wordt. Het koppel staat na het huwelijk te kijk voor iedereen en werd herleid tot nog slechts een werktuig van de staat die de beide participanten in de echt geslagen heeft.


Tot voor kort ontsnapten het merendeel van de holebi's aan deze staatscontrole en waren zij in feite de enigen die nog konden blijven beschikken over het geheim van hun liefde en zo waren zij ook de enigen die nog in staat waren tot liefde in de betekenis van de meest intieme relatie tussen twee mensen, geborgen door het grootst denkbare schild: het geheim. De tentakels van de macht konden niet tot in hun intimiteit reiken en homo's bleven derhalve gespaard van de wurggreep van de macht en behielden als enigen de mogelijkheid om zich te onttrekken aan de identiteitsroof die alle 'normale' burgers treft wanneer zij tot het huwelijk gedwongen worden, waarbij zij hun geheim aan de staat prijsgeven, wat inhoudt dat zij de intimiteit en dus ook het diepste wezen van hun liefdesband mét het prijsgeven van deze allersterkste bescherming teniet doen . Holebi's behielden aldus hun eigen 'ik' – hun privacy en hun vrijheid – wat verklaart waarom deze groep altijd zo goed vertegenwoordigd is geweest in de middens van kunstenaars en intellectuelen want creativiteit zonder vrijheid is ondenkbaar.


Wanneer vandaag het totalitarisme, nu in de gedaante van het kapitalisme, als nooit voordien om zich heen grijpt, blijkt men blind te blijven voor de ware toedracht van bijvoorbeeld de instelling van het homohuwelijk, dat helemaal niet bedoeld is als een tegemoetkoming aan een of andere nood aan gelijkberechtiging bij de homo's, zoals men het graag voorstelt, maar veeleer als een poging om de nog resterende vrijheden aan banden te leggen middels de verregaande controle die zich uit als een huwelijksplicht verkapt als huwelijkstoelating, waarbij men in feite uit de kast gejaagd wordt: de liefde wordt beroofd van haar heimelijk karakter dat in wezen haar meest efficiënte bescherming is en met het prijsgeven van haar geheim, houdt zij op als liefde te bestaan: zij bestaat niet langer vanuit zichzelf maar in het beste geval als een door de staat gedefinieerde en gecontroleerde relatie met verplichtingen voor de participanten, alsof zij zich helemaal niet onderscheidde van alle andere relatievormen die in wezen economisch van aard zijn.


Het verdwijnen van de liefde zal definitief zijn ofwel zal zij zich ontwikkelen in de marge van de hedendaagse totalitaire maatschappijen: om te kunnen voortbestaan zal de liefde het leven zelf van haar participanten eisen als enige geldige borgsom – in een totalitaire wereld is dat een onontkoombare consequentie. Zoals de held eerst moet sneuvelen en derhalve eerst dood moet zijn om als held te kunnen bestaan, zo ook zal voortaan de liefde bestaan. Zij die haar niet erkennen, zullen beweren dat de liefde niet langer bestaat maar zij die haar genegen zijn, zullen terecht volhouden dat zij blijft voortdurend in een andere wereld.


(J.B., 11 maart 2019)

  











08-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seks en samenleving - Deel 9







                       

Seks en samenleving


Deel 9


Stigmatiseren en afschepen

Vandaag lijken concentratiekampen in het westen voorlopig ondenkbaar maar schijn bedriegt andermaal omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan: de stigmatisering en de excommunicatie van homo's is bij wet verboden maar dat is belastingontduiking ook en zoals de meeste grootverdieners geen cent belastingen betalen terwijl zij ogenschijnlijk toch altijd binnen de lijntjes van de wet blijven kleuren, zo ook gaan homohaters onverminderd door met hun allerminst ijdele pogingen om de mensen die zij haten het leven onmogelijk te maken en de zelfmoordcijfers liegen er niet om.

In de bijzonder complexe materie van de sociologie duikt een probleem op dat omwille van zijn immaterieel karakter vergelijkbaar is met een probleem dat zich voordeed toen de elektriciteit voor het eerst alom langs de wegen door de koperdraden stroomde. Diefstal van elektriciteit kon toen immers nog een geruime tijd geheel straffeloos gebeuren omdat het ging om een onstoffelijk product zodat er volgens de wetgeving van dat ogenblik van misdaad eigenlijk geen sprake kon zijn. Een gelijkaardig probleem deed zich voor inzake auteursrechten en vandaag dienen zich weer andere, principieel daarmee vergelijkbare doch nog veel complexere problemen aan met betrekking tot zaken die verband houden met privacy, openbaarheid, eer, schande, schaamte, stalking, laster, reputatie, stigmatisering, verleiding, seks, misleiding, invloed en macht.

Verkeerdelijk wordt er door velen vanuit gegaan dat alles wat kenbaar is, ook gekend wordt, dat alle kennis principieel voor iedereen beschikbaar is, dat in de wereld waarheid en rechtvaardigheid heersen, dat er geen geheimen (meer) zijn, dat voor iedereen gezorgd zal worden, dat het leven voor onschendbaar wordt gehouden, dat de wetten de eerlijkheid dienen, dat de staat de armen bijstaat en nog meer van die beloften die luilekkerland naar de kroon steken. En zo moet het merendeel van de mensen eerst oud worden en hulpbehoevend om geconfronteerd te worden met het feit dat velen onder hen hun leven in dwangarbeid hebben doorgebracht en dat zij daarvoor vaak helemaal niet beloond worden zoals het hoort, als zij er al niet voor gestraft worden. De krachten die het intermenselijke verkeer regelen of ontregelen zijn niet zozeer de wetten – zij vormen slechts een façade – maar het zijn de moeilijk in te schatten handelingen, gedragingen, tendensen, modes, gewoonten, kortom subtiele en geheel ondefinieerbare krachten die zich niets gelegen laten aan redelijkheid, wettelijkheid, maat, norm en orde maar die veeleer verband houden met sympathie en antipathie, empathie, psychopathie, kunst, gevoelens en nog talloze andere blinde werkingen die onderwerpen zonder zelf bestuurd te kunnen worden tenzij heel tijdelijk en door enkelingen. Ludwig Wittgenstein schrijft in zijn Tractatus: “Die stillschweigenden Abmachungen zum Verständnis der Umgangssprache sind enorm kompliziert” en bij uitbreiding zou met hetzelfde kunnen zeggen over alle vormen van omgang en communicatie.

Komt daarbij dat uit de hand gelopen wetenschappen, technologieën en industrieën ons opzadelen met structuren die zich quasi autonoom boven onze hoofden ontwikkelen en die ons doen en denken binnen hun blinde banen en bochten dwingen die dan zoals door Herbert Marcuse beschreven onder meer leiden tot wat men nu de milieuproblematiek noemt – een van de vele resultaten van het contraproductieve handelen waarmee de mens zichzelf de das omdoet. De economie is niet langer een van onze werktuigen maar zij dicteert ons, wij zijn een werktuig in haar greep. Zo ook is informatie niet langer iets dat wij kunnen verwerven maar zijn wijzelf verworden tot informatiedeeltjes binnen alles verslindende databanken. Datgene aan ons wat niet omzetbaar is in cijfers, bestaat niet langer. Het persoonlijke verdwijnt uit de stuurcabine; personen worden van hun wil ontdaan en zo ook van de vrijheid welke nog restte; de wereld mist een stuurman, hij wordt 'gestuurd' door blinde krachten en in het licht van deze verontrustende omkeringen blijken de vrijheid en de wil, het ik en de eigen gedachten en emoties, die allerdiepste gevoelens waaruit eens sprookjes ontsproten, symfonieën, balletten en romances... blijken al die mooie dingen niets meer dan illusies, zeepbellen, lucht. Felix Timmermans schrijft:

Ik hou van nevel bij de val der blaadren;

het stemt tot weemoed om ik weet niet wat.

Verlangen en betreuren glimmen mat,

het hart zwijgt loom in ’t struikgewas der aadren.

Dit is de stilte die ’t geluk laat naadren,

het ver geluk, dat iets van God bevat,

maar telkens als een zeepbel openspat

bij al ’t gedruis, dat wij in ons vergaadren. (24)


Hoe ver van ons verwijderd klinkt de werkelijkheid weergegeven in dit gedicht. Maar in die bijna helemaal aan de stof onttrokken sferen is het ook dat de meest verfijnde vormen van criminaliteit zich zijn gaan huisvesten en gedijen; in feite parasiteren zij op de cultuur door haar te gebruiken als voertuig: de dief gaat aanzitten aan de tafel van de koning op de plaats waar de edelman had moeten zitten wiens kledij hij stal nadat hij hem eerst met zijn eigen mes vermoordde. De gesofisticeerde crimineel bedient zich van het protocol als was het een wapen door het in functie van beledigingen aan te wenden: iedereen is getuige van begroetingen maar het niet begroeten van mensen blijft onwaarneembaar. Mensen worden onzichtbaar beledigd in het openbaar met complimenten met titels of met eigenschappen welke hen niet toebehoren. Beschuldigingen worden geïnsinueerd bij afwezigheid van getuigen. Gepeste mensen kunnen onmogelijk een klacht hard maken omdat de pester ervoor zorgt dat er geen getuigen zijn. Ook de toegebrachte schade blijft onzichtbaar daar zij zich situeert in de ziel van de betrokkene of in de hoofden van diegenen aan wie laster werd verteld. De pester herhaalt zijn pesterijen eindeloos, de druppel op het hoofd voelt aan als een kassei maar een voorbijganger ziet slechts de waterdruppel en noemt het slachtoffer met zijn luide schreeuw kleinzerig. De pester doodt zijn slachtoffer met diens eigen stresshormoon dat continu in grote hoeveelheden geproduceerd, functioneert als een genadeloos zenuwgif dat hem gestaag ten gronde richt.

Stigmatisering en karaktermoord gaan vooraf aan en staan ten dienste van excommunicatie: waar homofobie heerst, worden in het beste geval de slachtoffers alom afgescheept, wat wil zeggen dat zij onder voorwendsels onverrichter zake weggestuurd worden – als zij solliciteren voor een job, als zij op zoek gaan naar een woonst, als zij in een winkel iets bestellen, als zij om een inlichting verzoeken of als zij gewoon de weg vragen: men zendt hen prompt de verkeerde kant op en men lacht. Karaktermoord kondigt vaker zogenaamd 'zinloos geweld' aan, moord, zelfmoord of een ongeluk.


En daar komen de neo-neonazi's

Met manifestaties zoals de Nashville-verklaring wordt de democratie verdrongen en probeert een zekere illegaliteit zichzelf tot effectieve wet te maken. Zoals de burgerwachten in Ierland het recht in eigen handen nemen en mensen kreupel maken of vermoorden omdat zij menen dat de politie haar taak niet naar behoren vervult als zij niet de dingen bestraft die door deze sekten zelf worden afgekeurd, zo ook opereren bendes die zich scharen achter verklaringen over een eigen soort moraal die volledig losstaat van de wet. In weerwil van democratisch tot stand gekomen wetten, leggen deze bendes aan het volk wetten op van eigen fabricaat en bestraffen zij middels geheel anonieme doodseskaders vergelijkbaar met de 'slapende cellen' van I.S. al diegenen die eraan verzaken deze nieuwe ongeschreven wetten te erkennen – men herinnere zich de massamoord gepleegd door Anders Breivik. Deze bendes die zich voordoen als groepen van eensgezinde intellectuelen pakken schaamteloos uit met een eigen wetgeving – 'verklaringen' – waarin zij op de keper beschouwd stellen dat zij niet langer de wet erkennen maar enkel de zelf gebrouwde eigen regels, zo bijvoorbeeld inzake de huwelijksmoraal. Mensen hebben weliswaar het recht om voor zichzelf te beslissen dat zij niet met iemand van het zelfde geslacht willen samenleven maar zij hebben niet het recht om deze eigen keuze ook aan anderen op te leggen als de wet deze keuze vrij laat; zij hebben het recht om elk voor zichzelf te geloven dat ongeacht welke, soms duizenden jaren oude geschriften het woord van god zijn maar zij hebben niet het recht om anderen ertoe te dwingen hetzelfde geloof te belijden waar staat en kerk gescheiden zijn. Maar aan anderen hun eigen willetje opleggen is wat zij doen middels hun doodseskaders (momenteel in Ierland) én middels hun verklaringen (sinds een viertal jaren in de V.S. en nu ook in Europa) waarmee zij niets minder doen dan de democratische wereldgemeenschap uitdagen. Zij verschillen in dat opzicht helemaal niet van de sekten (over welke men moet zeggen dat zij zich meestal nog gedeisd houden) of van de Islamitische Staat; zij promoten een heuse terugkeer van onze cultuur – niet naar de dictatoriale middeleeuwen maar nog veel verder terug in de tijd, naar de barbarij, de totale willekeur, het recht van de sterkste, de arbitraire regels van een handvol potentaten, afgedwongen met marteling en moord. 

(wordt vervolgd)

(J.B., 8 maart 2019)


Verwijzingen:

(24) Felix Timmermans, uit een sonnet d.d. 7 augustus 1946.

















05-03-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seks en samenleving - Deel 8: homohaat






           

Seks en samenleving


Deel 8: homohaat

In onze contreien is het intussen algemeen bekend dat in de jaren 1933 tot 1945 onder het naziregime zowat 50.000 homo's door een speciale afdeling van de Gestapo werden opgepakt, veroordeeld en gevangen gezet en dat tot 15.000 van hen omkwamen in concentratiekampen. (14) De vervolging gebeurde op grond van een (buiten de naziperiode zelden toegepaste) Duitse wet uit 1871 die pas in 1994 werd afgeschaft. (15) Gedwongen castratie en opname in psychiatrische instellingen waren courant.

Pas sinds de publicatie in 2015 van Psychogenocide van de Leuvense psychiater Erik Thys, weten wij dat vervolging van homo's ook in België gangbaar was: totdat de castratiewet uit 1911 na protesten onder intitiatief van onder meer Gerard Reve in 1971 werd afgeschaft, werden hier te lande de homo's naar dokter Aimé Wyffels van het Willibrordusgesticht in het Nederlandse Heiloo gebracht om daar gecastreerd te worden. (16) Het boek verhaalt eveneens dat onder de nazi's ook in de Belgische psychiatrische instellingen de patiënten werden vermoord met de medewerking van het medische corps en dit gebeurde middels de feilloze moordmethode van het vetloze dieet. (17)

Vandaag is homoseksualiteit nog steeds strafbaar in 73 landen – dat is de helft van alle landen ter wereld – en in een tiental landen geldt de doodstraf. Het homohuwelijk is nu weliswaar in 25 landen toegestaan maar de wettelijke bescherming tegen homodiscriminatie bestaat slechts in enkele Europese landen en in Canada. (18) Dat de oud-gouverneur van Indiana die in zijn staat de homodiscriminatie legaal maakte onder de dekmantel van godsdienstvrijheid vandaag de functie bekleedt van vice-president van de V.S. – het land met het grootste vrijheidsbeeld ter wereld – spreekt boekdelen. (19) En voor het Vaticaan blijft homoseksualiteit tegennatuurlijk en dit in weerwil van alle verbluffende onthullingen van de meest recente tijd, waaronder de jongste publicatie van Frédéric Martel: Sodoma. Het geheim van het Vaticaan. (20)

Vandaag wordt Ramzan Kadyrov, de president van de Tsjetsjeense Russische autonome republiek, ervan beschuldigd middels folterende en moordende doodeskaders terreur te zaaien in het ganse land: de berichten dat er jacht wordt gemaakt op homo's en dat zij in regeringsgebouwen en in Kadyrov zijn ranches worden gevangen gehouden, gefolterd en vermoord, worden bevestigd door Amnesty International. (21) Het herinnert aan de joodse filosofe Hannah Arendt die wreedheid koppelt aan een gebrek aan intelligentie, als men moet vernemen dat Kadyrov de lagere school niet afmaakte. (22)

Een verkapte vorm van homovervolging bestaat in het beschouwen van homoseksualiteit als een ziekte. Van 1952 tot 1987 werd homoseksualiteit door het Internationaal Handboek voor Psychiatrie effectief als een ziekte beschouwd. Nadien werden de zogenaamde 'conversietherapieën' of methoden welke pretenderen dat zij de geaardheid van mensen kunnen veranderen, moreel veroordeeld of verboden. Conversietherapieën gebruiken drastische vormen van conditionering die de behandelde mensen allerminst helpen maar wel vaker de zelfmoord in drijven. (23) Vandaag steken die sinds 2014 door het Internationaal Comitee tegen Marteling als martelpraktijken bestempelde methoden opnieuw de kop op naar aanleiding van de beruchte Nashville-verklaring die in 2017 ontstond in de V.S. in hypocriet genoemde rechts-conservatieve religieuze middens rond Donald Trump, die zich keren tegen onder meer homoseksualiteit.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 5 maart 2019)

Verwijzingen:

(14) https://nl.wikipedia.org/wiki/Homoseksualiteit_in_nazi-Duitsland

(15) https://nl.wikipedia.org/wiki/Paragraaf_175

https://www.amnesty.nl/encyclopedie/homoseksuelen-homofobie-homohaat

https://www.amnesty.nl/encyclopedie/conversietherapie-en-mensenrechten

(16) Thys, Erik, Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's, Epo, Berchem 2015, p. 246.

(17) Ibidem, p. 231-267.

(18) https://www.amnesty.nl/encyclopedie/homoseksuelen-homofobie-homohaat

(19) http://time.com/4406337/mike-pence-gay-rights-lgbt-religious-freedom/

(20) Frédéric Martel: Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, Van Halewyck 2019.

(21) https://www.amnesty.nl/actueel/tsjetsjenie-aanval-op-homoseksuelen-lesbiennes-hervat

(22) https://nl.wikipedia.org/wiki/Ramzan_Kadyrov

(23) https://www.amnesty.nl/encyclopedie/conversietherapie-en-mensenrechten













28-02-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seks en samenleving - Deel 7: homofobie





           

Seks en samenleving


Deel 7: homofobie

Zoals reeds gezegd moet de reden voor de vervolging en voor de discriminatie van homo's niet gezocht worden in het specifieke van deze geaardheid zelf. Homo's worden vervolgd om dezelfde reden waarom in onze contreien bijvoorbeeld ook mensen met een andere huidskleur vervolgd worden of mensen met een handicap of tot voor kort ook linkshandigen. Zij hebben namelijk allemaal dit ene kenmerk gemeen dat zij in ongeacht welke eigenschap verschillen van de meerderheid van de bevolking terwijl zij zelf een minderheid vormen. En de meerderheid vreest wie anders zijn en zo spreekt men over homofobie, over xenofobie, over de achterstelling van anderstalige minderheden en zo voort. Wie anders is dan ons, is slecht, zo luidt de eerste wet van wie tot een specifieke meerderheid behoren en die andersheid kan verwijzen naar een neutraal verschil, naar een handicap of naar een criminele ingesteldheid maar evengoed kan zij verwijzen naar een superieure lichaamskracht, naar een briljante intelligentie, naar vroomheid of naar menslievendheid, zoals dat bij uitstek het geval was met de stichter van het christendom die geen vlieg kwaad deed terwijl het volk liever Hem veroordeelde dan de moordenaar Barabbas. De kwestie is dat andersheid op zich als slecht bestempeld wordt en zo is ook homofobie in feite net zoals racisme een vorm van xenofobie: het is de vrees voor wat ongewoon is of vreemd, de angst voor het onbekende want op wat men niet kent, kan men niet anticiperen; het onbekende wordt ervaren als een dreiging, een gevaar en gevaren maken alert, gevaren verwijzen naar een mogelijk kwaad. Vandaar geldt meteen het devies: wat slecht is, moet bestreden worden, wat in dit geval betekent dat men het ideaal nastreeft van de volstrekte uniformiteit – de tegenpool van diversiteit. Mensen die om welke reden dan ook uit de toon vallen, worden uit de groep gebannen of meteen gedood.

Voorzichtigheid is een deugd maar tegelijk stamt uit de ervaring van alledag het gezegde dat vrees een slechte leermeester is: het benaderen van de dingen vanuit weetgierigheid maakt de wetenschap mogelijk en brengt ons kennis bij maar de angst voor het onbekende maakt dit onbekende bij voorbaat tot vijand waardoor men zich ervoor afsluit; men gaat het demoniseren teneinde aldus een schijn van gelijk op te hangen als men overgaat tot de bestrijding ervan: de meerderheid executeert de minderheden en doet dat op geen andere grond dan het zogenaamde 'recht van de sterkste' in de betekenis van the survival of the fittest, een term van Herbert Spencer verwijzend naar het door Charles Darwin in zijn evolutietheorie aan het licht gebrachte feit dat binnen een volk de beste overlevingskansen toekomen aan de best aangepaste leden – een natuurwet die indien zij wordt binnengeloodst in de cultuur, het 'recht van de sterkste' betekent of de regelrechte barbarij zoals verhaald in de gelijknamige roman van Cyriel Buysse, verwijzend naar een brute verkrachting. Tussen haakjes betekent de term barbaarbarbaros in het oud Grieks – brabbelaar want zo noemden de Hellenen wie geen Grieks spraken – in de wereld van vandaag zou men hen paradoxaal genoeg cultuurbarbaren noemen. De onwetendheid gaat zelfs zo ver dat bijvoorbeeld heel wat inwoners van Angelsaksische landen trots zijn op de specifieke onwetendheid welke erin bestaat dat zij geen andere taal dan het Engels (/het Amerikaans) hoeven te verstaan omdat ingevolge hun imperialisme (incluis: kolonialisme, fascisme, genocide) de hele wereld Engels als tweede taal is gaan spreken, wat zich uiteraard wreekt in het feit dat nu iedereen kan verstaan wat de Angelsaksen wel allemaal te vertellen hebben (of niet te vertellen hebben) terwijl alle anderstalige volkeren voor deze egocentrische potentaten geheel ontoegankelijk werden en bijgevolg verdacht zijn en welhaast gedemoniseerd dreigen te worden wegens 'gebrabbel', vandaag al vlotjes door de goegemeente opgevat als 'geheimtaal'.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 28.02.2019)












22-02-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seks en samenleving - Deel 6: de kerk en het kindermisbruik




                                 

Seks en samenleving


Deel 6: de kerk en het kindermisbruik


Op 21 februari 2019 verscheen het aangekondigde boek van de Franse socioloog Frédéric Martel, getiteld: Sodoma. Het geheim van het Vatikaan. Reeds werd het werk alom gelezen en gerecenseerd door talloze journalisten maar onder meer doordat het hier gaat om (1°) een turf van 670 bladzijden, te lezen door mensen die met deadlines werken, (2°) een onderwerp dat danig sensationeel is maar tegelijk ernstig tragisch en (3°) het een nogal complexe zaak betreft, is het allerminst denkbeeldig dat door de bomen het bos de mist ingaat, dat men met andere woorden blijft hangen bij allerlei openbaringen welke alleen maar in functie van het onderwerp staan en dat men uit deze moeilijke zaak al te simpele tot zelfs totaal foute conclusies trekt.


Insiders weten allang hoe de vork aan de steel zit maar met dit boek werd voor het eerst publiek gemaakt wat de feiten zijn. Het boek van Martel heeft een wat misleidende titel – Sodoma – die immers verkeerdelijk insinueert dat het onderwerp van gesprek de homoseksualiteit (binnen de kerk) zou zijn. Ofschoon hieraan weliswaar vele bladzijden worden gewijd, is dat uitdrukkelijk niet het geval. Waarover gaat het boek dan wel? Het opzet van het werk van Martel en de grondstelling van het boek zijn heel eenvoudig. Martel wil het kindermisbruik in de kerk verklaren en hij stelt dat dit niet alleen wordt veroorzaakt door pedofilie maar evenzeer door homofobie.


Sinds enkele decennia – en in België pas sinds de zaak Vangheluwe in 2010 – is een grootschalig kindermisbruik in de kerk aan het licht gekomen. De verbijstering daaromtrent is begrijpelijkerwijze zeer groot en men zoekt naar verklaringen. De Franse socioloog heeft met zijn boek een verklaring gegeven of beter: de verklaring bij uitstek. In twee woorden komt die hier op neer.


Vooreerst moet gezegd worden dat het merendeel van de clerici al dan niet praktiserende homoseksuelen zijn: homoseksuelen hebben zich zelden welkom gevoeld in de maatschappij en zij zijn overal vervolgd geweest terwijl de kerk aan dit segment van de samenleving in feite altijd een toevlucht (of is het een uitvlucht?) heeft aangeboden, namelijk het celibataire priesterschap of het leven binnen de kloostermuren onder de kuisheidsgeloften.


Nu is het niet zo dat homo's in de kerk welkom zijn omdat de kerk een verkapte homogemeenschap zou zijn – uiteraard niet, want het katholieke geloof wijst de homoseksuele praktijk af daar het die beschouwt als een ernstige zonde die vanuit dat geloof in het Oude Testament de zonde van Sodoma ofwel sodomie wordt genoemd. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en zo bijvoorbeeld gaat het slinkend aantal priesterroepingen niet toevallig gepaard met de emancipatie van de homoseksuelen. Zoals overal gaapt er ook in de kerk een grote kloof tussen hoe de zaken zouden moeten zijn en hoe ze uiteindelijk zijn – de kloof tussen schijn en zijn. En om die schijn hoog te houden, wordt de praktijk van de homoseksualiteit in de kerk geheim gehouden.


Intussen echter kan in het geëmancipeerde westen met zijn scheiding van kerk en staat de homoseksualiteit niet langer als een misdaad worden beschouwd: de emancipatie van de homo's door het werk van zelfhulpgroepen maar ook dankzij hun bevrijding van repressieve religies en dankzij nieuwe wetenschappelijke inzichten maakt dat men zich niet langer hoeft te schamen voor deze geaardheid: vandaag is in het westen niet de homofilie een zonde en een kwaad maar daarentegen de homofobie – en terecht zoals onmiddellijk zal blijken. In een inclusieve maatschappij hoeven homo's niet te worden vergast; zij kunnen als zij dat wensen huwen en kinderen opvoeden.


Intussen echter blijft de katholieke kerk vasthouden aan een geloof dat verwijst naar de bijbel – 'het woord van God' – waaraan zij kennelijk niet durft te tornen en dit niet alleen alle wetenschappelijke inzichten ten spijt maar ook ondanks het gezond verstand. Want wie kan in alle eerlijkheid nog langer geloof hechten aan een 'goede God' die aan zijn menselijke schepselen (tot aan de generatie van aartsvader Abraham) gebiedt dat zij een zoon aan Hem offeren (dat wil zeggen: de keel oversnijden en dan roosteren aan het spit) als bewijs van liefde en trouw? Gelijkt dat immers niet veeleer op de meedogenloze inwijdingspraktijken van zekere drieste maffiosi? Nochtans houdt de kerk daaraan vast want de bijbel, zo zegt zij, is het woord van God.


De mens is gemaakt uit kleiaarde omdat het zo gezegd wordt in het Oude Testament. De vrouw is gemaakt uit een rib van de man omdat dit in de bijbel staat. Onze sterfelijkheid is er doordat onze voorouders aten van de verboden vrucht want zo staat het in het boek Genesis. En sodomieters worden door Jahweh gedood zoals beschreven in het verhaal over Sodoma en Gomorra. Gelovigen – en bij uitstek de clerus – moeten zich derhalve blijven schamen voor hun homoseksualiteit en daarom ook verbergen zij hun geaardheid.


Maar precies die geheimhouding maakt de misdaad van het kindermisbruik mogelijk en wel op de volgende manier. Wanneer zich onder de clerici pedofielen bevinden die zich schuldig maken aan kindermisbruik, worden zij niet aangegeven door andere clerici die immers meestal homoseksueel zijn... omdat deze homoseksuele clerici vrezen dat als het kindermisbruik gerechtelijk wordt onderzocht, ook hun homoseksualiteit aan het licht zal komen – en dat willen zij niet. De reden waarom zij dat niet willen is niet dat homofilie strafbaar zou zijn – dat is homofilie alvast in Rome niet; de reden is dat zij geloven dat homofilie een zonde is ofwel dat zij de schijn van dat geloof willen ophouden.


In het eerste geval willen zij niet dat hun vermeende zonde aan het licht komt; in het tweede geval willen zij vermijden dat hun ongeloof aan het licht komt. In de twee gevallen draait alles rond hypocrisie en het is die hypocrisie inzake homofilie welke ervoor zorgt dat binnen de kerk de kindermisbruikers altijd quasi ongehinderd hun gang hebben kunnen gaan.


Misschien zal het kindermisbruik binnen de kerk altijd blijven bestaan maar het zou waarschijnlijk wel flink ingedijkt kunnen worden als het taboe dat binnen de kerk op homoseksualiteit rust, overwonnen kon worden en dus wanneer homoseksualiteit maar ook seksualiteit in het algemeen ook binnen de kerk niet langer als zondig zonder meer werd beschouwd. Want het is uitgerekend de homofobe houding van de kerk maar ook haar 'aseksuele moraal', welke de clerus slaat met de angst dat zij uit de kast zullen worden gejaagd als zij betrokken worden in rechtszaken na het aangeven van kindermisbruik gepleegd door collega's. Andermaal vrezen zij dat aldus hun hypocrisie aan het licht zal komen.


Homofobie is derhalve niet alleen verwerpelijk omdat deze afwijking homo's schaadt: binnen het instituut van de kerk blijkt homofobie om de hoger aangegeven redenen ook voor onschuldige kinderen noodlottig. Het boek van Frédéric Martel leert ons in feite dat de oorzaak van het kindermisbruik binnen de kerk niet alleen te wijten is aan de onmiddellijke daders – de pedofielen – maar evenzeer en misschien in een nog grotere mate aan de homofoben.


Personen die homofilie laken, moeten na de publicatie van Martel's boek goed beseffen dat zij in een niet geringe mate bijdragen tot de misdaad van het kindermisbruik. Bij uitstek mensen met aanzien en gezag dragen in dezer bijgevolg een grote verantwoordelijkheid; vanaf heden kunnen zij zich niet langer bedienen van het excuus van de vrije meningsuiting omdat het nu eenmaal onmogelijk is om op een zinvolle manier een mening te hebben over het al dan niet feitelijk zijn van feiten.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 22 februari 2019)












18-02-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over seks en samenleving - Deel 5: de kerk en het celibaat



                                                    

Over seks en samenleving


Deel 5: de kerk en het celibaat


NB: Dit artikel verscheen op deze weblog op 10 november 2010 (*)


Dit artikel wordt hier herhaald vanwege zijn eventuele toepasselijkheid naar aanleiding van het donderdag aanstaande te verschijnen boek Sodoma. Het geheim van het vatikaan van de Franse socioloog Frédéric Martel.


seks en voortplanting


Er wordt heel wat gepraat en geschreven over seks en seks wordt uiteraard ook duchtig bedreven, maar op de keper beschouwd weet eigenlijk geen mens wat seksualiteit precies is. Principieel iedereen ondergaat zijn geslachtelijkheid zoals men zijn leven zelf ondergaat en ook zijn dood, maar doorgronden doet men die zaken allerminst, ze blijven mysterieus en duister.


Louter technisch kon men seks als voortplanting definiëren, meer bepaald als voortplanting middels twee verschillende geslachten (de zogenaamde geslachtelijke voortplanting), want sommige planten kan men 'afleggen' en er bestaan ook diertjes die zich delen om zich aldus te vermenigvuldigen (de ongeslachtelijke voortplanting). Welnu, als men dát beschouwt als seks, dan is de term homoseksualiteit een contradictio in terminis: het kan geen seksualiteit zijn want er is geen voortplanting mee gemoeid. Sommige clerici benadrukken dit dan ook voortdurend: seks is voortplanting en het mag want het kan ook niets anders zijn dan dat...


De verliefden


Tegenover die definitie dat seks voortplanting is, staat nu dat vrijwel geen normaal mens zal trouwen, laat staan verliefd worden met de bedoeling kinderen te verwekken, en dit alleen al omdat verliefd worden niet iets is wat men beslist te doen. Dit kan vreemd klinken daar wij danig gewoon geworden zijn, enerzijds aan de verwisseling van drijfveren met redenen en, anderzijds, aan het identificeren van een geordend historisch proces met de noodzaak ervan.


Dat laatste toont zich in onze neiging om causale verbanden te induceren in louter opeenvolgende gebeurtenissen – een denkfout waarop onder meer de grote wijsgeer David Hume heeft gewezen. Indien mensen zouden vrijen met de bedoeling kinderen te verwekken, dan waren voorbehoedsmiddelen uiteraard overbodig en ook zou het aantal abortussen dan fors slinken. Eveneens zou in dat geval de zogenaamde homoseksualiteit vanzelfsprekend helemaal niet bestaan, evenmin als de seksualiteit met onvruchtbaren – van nature of door ziekte onvruchtbaren, nog niet vruchtbaren of dus kinderen en niet meer vruchtbaren of bejaarden, en bij uitstek bejaarde vrouwen.


Maar wie beweren dat mensen seks hebben om kinderen te verwekken, miskennen niet alleen het bestaan van allerlei vormen van seks waarbij voortplanting uitgesloten is. Zoals gezegd verwisselen zij tevens redenen, of redelijke argumenten, met drijfveren, beweegredenen of motieven, en zij doen dat wel zodanig dat hun redenen daardoor tot drogredenen verworden, wat wil zeggen dat zij worden gemotiveerd door drijfveren die zij niet redelijk verstaan, terwijl zij tegelijk redelijke argumenten genereren die uiteindelijk geen hout snijden maar die zij aanwenden als een soort van beveiligende dekmantel die er voor zorgt dat de blinde of redeloze lusten zich kunnen botvieren.


Evenwel mag hier niet voorbijgegaan worden aan een bijkomende realiteit waarvan vandaag vermoedelijk nog niet zo heel veel wordt begrepen, en dat is wat men zou kunnen aanduiden als een objectieve, natuurlijke redelijkheid welke dan uiteraard het menselijke begrip te boven ging. Zo'n veronderstelde realiteit zou dan het vermoeden voeden dat de natuur altijd 'redenen' te over had om schepselen met specifieke aandriften op te zadelen, daar deze immers in dienst stonden van die hogere, natuurlijke 'rede' die overigens ook de menselijke redenen in haar schaduw zou stellen. (12) Kortom: er wordt door de band niet gevrijd of getrouwd om kinderen te verwekken, terwijl men aan seks en aan de instelling van het huwelijk wél die bedoeling toeschrijft. En zo ook ondergaat men de verliefdheid, zeker in zijn jeugd, precies zoals men zijn eigen bestaan en zijn dood moet ondergaan.


Op zich is dat reeds mysterieus, denk maar aan de overtuiging van de verliefde dat hij de ander om zichzelf bemint, terwijl wij heel goed weten dat die ander eigenlijk om het even wie had kunnen zijn. Geliefden blijken soms bijzonder verwisselbaar, terwijl zij nochtans overtuigd aan elkander de volstrekte uniciteit toedichten. Weliswaar is elke mens uniek, in die zin dat een persoon als persoon – bijvoorbeeld een overleden geliefde – nooit door een ander kan worden vervangen. Maar tegelijk kan men zeggen over ongeacht welk koppel dat, indien zij elkaar nooit hadden ontmoet, zij hoogst waarschijnlijk wel een ander hadden gevonden. Alle koppels kunnen best geloven dat zij verliefd zijn op de unieke persoon van de ander, maar alvast de statistieken blijken dat geloof hoe dan ook geen kracht te willen bijzetten, aangezien maar bitter weinig princessen met schooiers huwen, hetero's met homo's of zwaar mentaal of fysiek gehandicapten met 'gezonde' mensen. Het ziet er dan veeleer naar uit dat de verliefdheid niet zozeer de persoon betreft doch een welbepaald natuurlijk type, en het zijn dan ook niet de personen die elkaar uitkiezen, doch die natuurlijke typen, die welbepaalde eigenschappen, die haast onkenbare scheikundige processen die zich voltrekken... ondanks de betrokken personen. Al te vaak immers ziet men koppels uiteen vallen van zodra de natuur haar werk heeft verricht en zich de personen áchter de typen met elkaar op een soms ontnuchterende wijze geconfronteerd weten.


Als dus verliefdheid iets te maken heeft met voortplanting, dan moeten we stellen dat dit, alvast vanuit het menselijke perspectief, vermoedelijk geheel toevallig zo zal zijn, want indien verliefdheid niét leidt tot voortplanting, maar bijvoorbeeld wel tot een gewisse dood, bijvoorbeeld als zij bij onwetenden daaromtrent zou leiden tot een vrijpartij met hiv-besmetting, dan zou zij helemaal niet ophouden te bestaan, en ze zou ook niet anders worden beleefd. De verliefdheid trekt zich er vaak zelfs niets van aan of zij zal leiden tot sociale aanvaarding ofwel tot sociale verwerping: de band van de tweeheid lijkt vaak krachtiger dan het deel uitmaken van een grote groep. En schijnbare verliefdheid blijkt ook te kunnen leiden tot verkrachting en zelfs tot moord, al spreekt men dan uiteraard niet langer van verliefdheid en van liefde, maar van (egoïstische) lust, van genotzucht en van moordlust. Dit gehele gebied blijkt bijzonder donker en mistig.


seksualiteit en scheikunde, huichelarij en ethiek


Als men het nu heeft over homoseksualiteit, dan is het wel duidelijk dat men het niet heeft over seks in de zin van voortplanting; wel bedoelt men dan het gebied dat zich geheel wars van de procreatie ontwikkelt, vaak eerst als verliefdheid en eventueel ook als liefde, en verliefdheid is het ondergaan van iets, het is een betoverd worden of een zich laten betoveren, al dan niet met gekende wenselijke of onwenselijke gevolgen. De gebeurlijke overgang van verliefdheid naar liefde is dan een stap welke apart kon worden besproken.


Men moet hier vooraf toch wel de nadruk leggen op het feit dat de ethische uitleggingen die hieromtrent vaak worden verkocht, meestal bijzonder huichelachtig of ongeloofwaardig blijken, en laten we het houden bij slechts een enkel maar wellicht genoeglijk overtuigend voorbeeld.


Toen in de jaren zestig en zeventig de geslachtsziekten overwonnen werden met een simpele pil of een spuit antibiotica, ontstond de ethiek van de vrije liefde. Het vreemde daaraan was nu dat de argumenten voor de vrije liefde niet verwezen naar die pillen, maar daarentegen naar een wereld van mysterie en mystiek!


Men gelooft dit niet natuurlijk, maar kijk: enkele decennia later steekt aids de kop op en wat ziet men? Prompt ontstaat een nieuwe seksuele ethiek, meer bepaald wordt nu het huwelijk weer gepropageerd. Andermaal spreekt die propaganda helemaal niet over het ontoereikend geworden zijn van de antibiotica – welnee: zij heeft het enkel over idealen van trouw, over het gezin en over nog veel hoogdravender mystiek.


Er is dus iets bijzonder huichelachtigs inherent aan deze zaken: verliefdheid, seksueel genot en voortplanting blijken soms in verband te staan met elkaar, maar wij weten niet hoe dan wel en die verbanden blijken bovendien door ons niet anders dan als toevallig te moeten worden omschreven. Zoals men er niet voor kiest of men een man is of een vrouw, zo ook is men seksueel bepaald. De fysieke of de chemische rollen die de natuur door blinde doch feilloze selectie blijkt te hebben toegekend aan mannen, vrouwen, seksuele typen en zo meer, komen niet of niet noodzakelijk overeen met de bestaande sociale of maatschappelijke rollen van verschillende individuen, en het rollenspel zal afhankelijk van de wisselende context mee veranderen.


Het onderverdelen van mensen in seksuele typen (homo, hetero...) lijkt overigens nogal lomp, het doet denken aan die allang achterhaalde typologieën van Kretschmer en anderen in het begin van de voorgaande eeuw.


seksualiteit en maatschappij: het recht van de sterkste versus de wet van de naastenliefde


Op zich (i.e. biologisch) al zo complex, wordt de zaak echter nog ontelbare keren complexer als zij gaat raken aan andere gebieden, zoals het sociale leven. We moeten ons hier noodgedwongen beperken tot een enkel voorbeeld: de verstoting van homo's.


Vooreerst gebeurt deze discriminatie niet omdat men zou inzien dat homoseks minderwaardig was aan heteroseks maar, heel wat simpeler dan dat, bestaat de neiging om homo's achter te stellen omdat zij nu eenmaal een minderheid vormen. Om dezelfde reden kregen linkshandigen slaag op de kneukels, en niet omdat ze schreven met de hand van de duivel (de manu sinistra). Opnieuw om dezelfde reden moeten allochtonen het ontgelden. En ook de praktijk van abortus oogst succes om geen andere reden dan omdat een foetus zich niet kan verweren. Om dezelfde reden maken terroristen winst – van zodra namelijk het Stockholmsyndroom gaat spelen waarbij gijzelaars gaan sympathiseren met hun gijzelnemers: omdat zij angst hebben voor die criminelen, sluiten ze zich bij hen aan. Tegen dat recht van de sterkste reageert nu het christendom. En hier zijn we vermoedelijk beland bij een mogelijke verklaring waarom er zoveel homo's onder de clerus te tellen zijn.


Van nature wordt de minderheid der homo's (tot de dood toe) vervolgd in een heterowereld en die vervolging is wel veel fataler dan velen denken. Het mechanisme dat daar voor zorgt, gaat als volgt.


Homo's vormen een minderheid en worden daarom gelaakt. Maar homoseksualiteit is relatief onzichtbaar. Ze wordt echter wel zichtbaar bij tekenen van sympathie: wie een homo helpt, wordt er op zijn beurt van verdacht een homo te zijn. Iedereen schuwt het dus om homo's te helpen. Wie echter een homo vervolgt, verstevigt zijn positie als hetero.


Dit lijkt debiel, maar men moet goed weten dat de ruime meerderheid van de bevolking niet veel hoger scoort dan iemand met de ontwikkelingsleeftijd van een (jong) kind. (13) Bovendien werd inmiddels aangetoond dat de vervolging van minderheden een activiteit is welke vooral beoefend wordt door lui die van die minderheden zelf deel uitmaken, meer bepaald wanneer zij de eigenschappen die hen tot de bewuste minderheidsgroepen doen behoren, voor de buitenwereld willen verborgen houden. Het mag worden opgemerkt dat het aan het licht brengen van deze waarheid uiteraard een gedragsverandering teweeg zal brengen bij de betrokkenen, al dan niet gevolgd door een wijziging van de onderliggende attitude.


Het christendom reageert tegen het blinde recht van de sterkste (en dus ook tegen de blinde voortplantingsdrang, paradoxaal genoeg) en zou dan in de plaats de naastenliefde moeten stellen, wat hier dus die 'verliefdheid' is die niet doelt op vermenigvuldiging of op eventueel andere natuurlijke 'voordelen' maar die louter 'gratuit' is – een graag gebruikte term onder christenen.


De verborgen afspraak


Maar tegelijk neemt het christendom als kerk nog een ander voordeel te baat: zij verenigt homo's terwijl zij voorhoudt dat dezen niet ongehuwd zijn omdat zij homo zouden zijn, doch om een heel andere reden, namelijk omdat zij de seksualiteit waarmee zij anders een gezin hadden gesticht, sublimeren, vergeestelijken en als het ware omtoveren in een liefde voor de hele mensheid of voor de maatschappij: de liefdadigheid volgt als het ware uit zelfopoffering om niet te zeggen zelfcastratie.


En pas op dit moment heeft dan de rest van de maatschappij (de heteroclan, de meerderheid) een reden om die homo's niét aan te vallen. Zij worden gespaard omdat zij winstgevend zijn: ze verzorgen de ouderen, de zieken, de kinderen en op die manier nemen ze vele soms vervelende en verlieslatende taken van hetero's op zich. Hieraan moet ter vervollediging nog worden toegevoegd dat niet alleen homo's geneigd zijn om de clerus te gaan vervoegen, maar ook heel wat andere menstypen die vaak om heel uiteenlopende redenen niet direct geïnteresseerd zijn in het stichten van een eigen gezin. Bovendien bestaan er naast de kerk nog andere organisaties waar om gelijkaardige redenen homo's relatief sterk vertegenwoordigd zijn, zoals bijvoorbeeld het leger en, meer bepaald, de marine. Het zal voor elkeen duidelijk zijn dat bijvoorbeeld een vaak maandenlang verblijf op zee, ver van huis en vaak ook in groot levensgevaar, niet de aangewezen job kan zijn voor jonge vaders.


Heel ongenuanceerd uitgedrukt, is de kerk zodoende het resultaat van een gesloten handeltje tussen hetero's en homo's waarbij men voor elkaar graag wat door de vingers ziet omdat de twee partijen daar garen bij spinnen zoals de oude Hollanders het zegden. Vandaag echter is er sociale zekerheid en dies meer, wat liefdadigheid zowat overbodig maakt, en dus ook de kerk verliest alvast voor de buitenstaanders haar zin en haar recht van bestaan. Wellicht is het om die reden dat buitenstaanders er niet langer voor terugschrikken om de clerus aan te vallen, want dat is tenslotte wat vandaag gebeurt. De mistoestanden binnen de kerk waarover men nu bericht, bestonden vroeger immers evenzeer – uiteraard.


Zelfveroordeling?


Nog een woord over de discriminatie van homo's door de kerk – uitgerekend die organisatie die als geen andere homo's groepeert. De afkeuring van homoseksueel gedrag door de kerk is immers makkelijk te begrijpen in het kader van wat zij voorwendt jegens de rest van de maatschappij, namelijk de gelofte van het celibaat, welke rechtstreeks volgt uit het geloof dat men zijn seksualiteit kan sublimeren of transformeren in liefdadigheid: de liefde van de geestelijke verdwijnt niet in het niets, maar zij richt zich voortaan niet langer op een echtgeno(o)t(e) doch op God zelf die krachtens de leer van het christendom met de naaste wordt geïdentificeerd.


Maar hieraan dient onmiddellijk een correctie te worden toegevoegd: de afkeuring van homoseksualiteit en van promiscue gedrag in het algemeen door de kerk, mag echter slechts de clerici als zodanig betreffen, daar alleen zijzelf het zijn die in de genoemde sublimatie voorhouden te geloven. Daarentegen: over de seksualiteitsbeleving van de homo's die niet tot de clerus behoren, mag de kerk uiteraard niet oordelen omdat leken geen geloften hebben afgelegd. Nog veel minder mag zij oordelen over deze dingen waar het mensen betreft die niet tot het katholieke geloof behoren.


Vervolgens moet de sublimatie van de seksualiteit een richtsnoer blijven en dat is, met andere woorden, niet zomaar een verplichting doch een ideaal. Niet het niet bereiken van het ideaal kan dan als zijnde zondig worden bestempeld, maar wel het niet langer nastreven ervan en, andermaal, alleen op voorwaarde dat men tegelijk zelf en vrijwillig voorhoudt dit ideaal na te streven want alleen dan verkeert men met zichzelf in tegenspraak.


Waar daarentegen de kerk de homoseksualiteit (dood)zondig noemt, veroordeelt zij onvermijdelijk en meteen alle homo's zelf, terwijl die veroordeling, krachtens het sociaal karakter van de kerk, eveneens een maatschappelijk karakter heeft en in feite neerkomt op excommunicatie. Het betreft dan meer bepaald niet slechts het buitensluiten van mensen uit de kerkgemeeenschap: omdat de kerk ernaar streeft iederéén te bekeren, worden zodoende mensen principieel uitgesloten uit de maatschappij zonder meer. Omdat wij ons mens-zijn exclusief danken aan onze intersubjectiviteit, houdt sociale uitsluiting niets anders in dan regelrechte moord. De moordenaar in kwestie beseft dat hijzelf ongestraft zal blijven omdat bij dit type van moord de fysieke doodslag achterwege blijft of wordt overgelaten aan het slachtoffer, wat de misdaad des te wreedaardiger maakt. Wanneer nu de clerus de discriminatie van homo's aldus bevordert met de verborgen bedoeling om zelf buiten schot te blijven, kan het wezen, het bestaansrecht en de ware aard van de kerk terecht in vraag worden gesteld.


De zaak anders bekeken


Het onderwerp werd hiermee vanzelfsprekend allesbehalve afdoende behandeld, en meer vragen rijzen. Zo bijvoorbeeld de kwestie of en in hoeverre het zich aansluiten van homo's en andere menstypen bij de kerk een geplande activiteit is. Vervolgens ook de vraag of die al dan niet bewuste organisatie van de maatschappij dan wel zo'n slechte zaak is en of er daarvoor dan betere alternatieven bestaan.


Onmiskenbaar is er maatschappelijke organisatie van bovenaf – denk maar aan de beruchte woorden: "Houdt gij ze dom, wij houden ze arm". Maar tegelijk komt die organisatie heel waarschijnlijk tegemoet aan een lacune, aan een nood aan ordening en meer bepaald: een nood aan ontwikkeling en aan welstand. Het volk zoekt met andere woorden wel naar leiding maar die blijkt niet altijd naar behoren te worden ingevuld. De democratie lijkt het best mogelijke regime om mistoestanden ingevolge dictaturen te voorkomen, maar tegelijk kan zij zelf verworden tot een dictatuur van de massa die, zoals hoger vermeld, maar al te dikwijls geen bijster verstandige antwoorden te bieden heeft op de grote uitdagingen van deze tijd. Zij lijdt in feite een beetje aan hetzelfde euvel als de vrije markt, die voortdurend wordt geconfronteerd met de gevaren van de middel-doelomkering, de vraag- en aanbodomkering en de contraproductiviteit in het algemeen – allemaal deviaties welke te wijten zijn aan een tekort aan die leiding die daarentegen in de dictaturen al te nadrukkelijk aanwezig is en al te machtig.


Het menselijke handelen, op persoonlijk en maatschappelijk vlak, technisch, wetenschappelijk, religieus en noem maar op... is en blijft een fantastische improvisatie; onze wereld blijkt een compositie die soms aan een kunstwerk denken doet, maar soms ook aan een machine. Het is hoe dan ook niet altijd feest voor iedereen en hoe om te gaan met de medemens, de wereld en het leven, is een vraag die in het licht staat van antwoorden op grote levensvragen – antwoorden die, bijzonder halsstarrig, hetzij afwezig blijven, hetzij zeer ambigu zijn. Wat er te doen valt en te laten, is zoals al het andere aan evolutie onderhevig. Naast het brede terrein van nauwkeurig gereglementeerde doelstellingen en acties, bestaat er altijd ook een marge waarin de dingen minder vast liggen, als het ware vloeibaarder zijn en ook onzekerder. Daar zijn geen voorschriften voor elk van onze handelingen; daar wordt van ons gevergd dat wij zelf keuzen maken, en die vaak ongemakkelijke situatie is tegelijk de vrijheid – het summum van al 't menselijke waar vele anderen die in zekerheden geloven te leven, in wezen naar verlangen.


En zo komt het allemaal zo lang als het breed is, zoals men dat in de volksmond zegt: kritiek op bestaande gebeurtenissen, toestanden en organisaties kan terecht zijn, maar het blijft een louter theoretische aangelegenheid, die alleen daarom al maar weinig recht van spreken heeft. De beste stuurlui staan altijd aan wal, woorden kunnen afschrikwekkend of enthousiasmerend zijn, maar zij missen spierkracht, zij kunnen geen huizen bouwen, hun greep op de stoffelijke werkelijkheid blijft vaak zeer beperkt. Theorieën missen daarom ook ervaring, wat ze a priori geheel waardeloos maakt. En misschien is ook de huidige kritiek van woorden op het instituut van de aloude kerk in die zin veeleer onvruchtbaar en ook onterecht. Dat de kerk overigens alleen in het 'beschaafde' westen blijkt te wankelen terwijl zij het in nog onontwikkelde gebieden bijzonder goed doet en zij aldaar zelfs groeit, doet tevens het vermoeden rijzen dat haar verzwakking wel eens het gevolg zou kunnen zijn van het feit dat de meer ontwikkelde staten essentiële functies van haar overnamen, en dan vooral sociale functies die alles te maken hebben met caritas, liefdadigheid of noem het sociale zekerheid.


Staten met een uitgebreid ontwikkelde sociale zekerheid, hebben de behoefte aan de liefdadigheid, die anders kerken kunnen bieden, niet meer nodig. Eenmaal het vangnet van de menslievendheid vervangen werd door een systeem dat burgers welhaast machinaal verzekert tegen honger, kou en zelfs tegen onwetendheid, verliest de religie een groot stuk van haar aantrekkingskracht. Het voordeel van die 'afschaffing' der armoede, om het zo maar te zeggen, ligt hierin dat men bij niemand nog moet gaan bedelen om in leven te kunnen blijven. Het nadeel echter is dat men op den duur niet meer geven kán omdat alle behoeften automatisch worden bevredigd door de staat: de vrije menselijke interactie werd vervangen door een strikt gereglementeerde en haast machinale activiteit tussen enerzijds het staatsapparaat en anderzijds de burgers. De ziel dreigt volledig te vervluchtigen in een wereld waarin, samen met allerlei belemmeringen, ook de vrijheid werd weggewerkt.


Menstypen die hun liefde niet natuurlijkerwijze aan een gezin schenken, worden in die omstandigheden ook niet langer gestimuleerd tot de transformatie van hun zorginstincten in de richting van de behoeftige medemens, die in een verzorgingsstaat immers niet meer bestaat – alvast theoretisch – omdat hij wordt opgevangen door beroepsverzorgers die voor hun werk worden betaald, wat wil zeggen dat zij zullen staken als hun loon uitblijft. Het gouden kalf dreigt daar met andere woorden elke plaats in te zullen nemen waar voorheen een mens aan 't werk was die handelde vanuit het binnenste van zijn ziel: hij hielp omdat hij er nood aan had te helpen – omdat hij er nood aan had om mens te zijn – terwijl hij van nature niet bestemd was om die zorg aan een eigen gezin te geven. Een verschuiving dreigt dan op te treden van het levend organische, dat te maken heeft met menselijke klieren, zorg en ziel, naar het institutionele, dat aanvankelijk door plichten geregeerd werd maar dat nu steeds afhankelijker wordt van geld, dat op zijn beurt niet langer verwijst naar zorg en ziel, maar veeleer naar een principieel onbevredigbare hebzucht: de nood om te helpen wordt dan vervangen door de weigering van hulp van zodra de geldelijke vergoeding of de sanctionering achterblijft, wat concreet betekent dat hulp niet langer wordt beschouwd als een genade – waarbij men blij mag zijn dat men iemand helpen kán – maar als een last – waarbij men 'vergoed' wordt, met name voor het (materiële) nadeel dat men al helpende gebeurlijk ondervindt. En als het loon uitblijft, dan staakt men die hulp, wat betekent dat men geconditioneerd werd – in niet mis te verstane termen: afgericht, zoals een dier.


Want dat is wat geld met het volk doet: het africhten, zoals het vee wordt afgericht. En africhting lijkt ons alvast een heel wat groter kwaad dan opvoeding. Opvoeding is het bijbrengen van begrip of inzicht, met name in de noodzaak van de dingen, en uitgerekend dat is vrijheid, zou Spinoza zeggen. Edoch, beter nog dan africhting en opvoeding is liefde, meer bepaald dan naastenliefde. En als de caritas nu kon gewonnen worden op een degelijk bewerkt veld van aanvankelijk ongeordende aandriften en relatief blinde verlangens: wat kon er dan op tegen zijn om haar te telen? Het dunkt ons dat geen patriarch haar niet te baat zou nemen als hem die kans geboden werd. En was het niet de kerk die aan de wereld een dergelijk compromis aanbood doorheen de tijden? Wie zal het zeggen!

           

(J.B., 10.11.2010)


Noten


(*) https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=973932


(12) In wezen gaat de natuurlijke 'redelijkheid' aan de menselijke vooraf, wat inhoudt dat het niet zozeer de natuur is die nadenkt, doch veeleer ons verstand dat 'natuurlijk selecteert'. Denken immers is anticiperen, het is een (onvolmaakte) vorm van natuurlijke selectie, het is logische mogelijkheden op een rijtje zetten en ze toetsen aan (opgeslagen) ervaringen om de ongeldige te elimineren en de geldige over te houden. De natuur doet hetzelfde, maar dan niet in gedachten anticiperend op de werkelijkheid, doch in de werkelijkheid zelf.


(13) Zie het onderzoek van Yerkes in 1921, USA, bij 160.000 volwassen Am. rekruten in het leger. Bron: Gie van den Berghe, De mens voorbij, pag. 233.


            (Wordt vervolgd)



                                   

           











17-02-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over seks en samenleving (delen 1-4)

           

           

           

Over seks en samenleving

(delen 1-4)


1.


Seks en macht


Vandaag vragen steeds meer mensen zich verontwaardigd af waarom in 's hemelsnaam derden moeten betrokken worden in de overeenkomst die twee volwassenen met elkaar sluiten om samen door het leven te gaan: met welk recht dringen volstrekt onbekende machthebbers zich via totaal onpersoonlijke instituten op om hun zegen te geven over de meest serieuze en intieme relaties die mensen met elkaar kunnen aangaan? Want het huwelijk is een contract waarbij de partners in feite bij de staat dit allerintiemste gaan opbiechten, zodat zij daarvoor dus als het ware zo niet aan vreemden dan toch aan een onpersoonlijke instantie de toelating vragen en zodoende beamen dat hun onderlinge intieme relaties ondergeschikt worden aan hun relaties met die instantie. Door te trouwen, belijden zij dat hun huwelijk in dienst staat van de staat; zij maken hun onderlinge intimiteit ondergeschikt aan de volstrekt onpersoonlijke relatie die zij als burger hebben met de staat. Door middels onder meer sociale druk het huwelijk af te dwingen, pleegt de staat in feite een machtsgreep op de burger: de staat vernietigt de persoonlijke intimiteit tussen mensen door deze aan een onpersoonlijke machtsrelatie ondergeschikt te maken.


Misschien staat men er niet bij stil dat dit alleen maar kan gebeuren omdat mensen als het ware van in den beginne in de klauwen van potentaten gevangen zitten, voor wie het erom te doen is beslag te leggen op het leven zelf: het levend wezen 'mens' dankt zijn bestaan aan zijn burgerschap; het burgerschap gaat aan het mens-zijn vooraf; men kan pas mens zijn als men eerst burger is, wat betekent: als men eerst zijn mens-zijn aan de staat heeft verkocht, wat zich bijvoorbeeld manifesteert in de problematiek van de sans-papiers: wie niet over identiteitsbewijzen beschikken, bestaan ook niet want wij bestaan niet bij de gratie van onze schepper maar dankzij 'vadertje staat', 'het vaderland'. Analoog aan de problematiek van de sans-papiers volgt uit diezelfde perversie de armoedeproblematiek: de mens is wat hij heeft, hij is niets meer dan zijn bezit, een getal op zijn bankrekening en hij dwingt pas respect af als eigenaar; men is eerst eigenaar en dan pas mens. Een gevolg daarvan is dat wie geen ander bezit hebben dan het eigen leven, gedood kunnen worden zonder dat een haan daar naar kraait, bezitsloze mensen kunnen immers geen rechten doen gelden. Een bijzonder geval daarvan is de onbestrafte moord op het ongeboren kind dat immers nog geen burger is.


De machtsuitoefening over menselijke intieme relaties is slechts een onderdeel van een alles en allen omvattende beheersing van onderdanen en een verklaring in de vorm van een beschrijving van de historische evolutie daarvan vindt men bij Michel Foucault: vroeger had de vorst het recht over leven en dood van zijn onderdanen zoals ook de pater familias die, omdat hij aan zijn kinderen en slaven het leven schonk, ook het recht had het hen weer te ontnemen. Dit uit zich tot vandaag bijvoorbeeld in het recht van de staat om van de burgers te eisen dat ze in oorlogstijd naar het front gaan vechten – weigeraars krijgen de dood met de kogel – al kan dit ook worden uitgelegd als een afgeleide van het recht op zelfverdediging. In de zeventiende eeuw is dit recht om te doden 'omwille van het leven' verschoven naar het recht om het leven te maximaliseren, wat in feite neerkomt op het recht om het uit te buiten: de macht organiseert de staat met het oog op het uitoefenen van controle over alle beschikbare energieën die aan personen onttrokken worden door hun wil uit te schakelen en deze te vervangen door de wil van de staat. Zo zijn de burgers eraan gewend geraakt dat zij tewerkgesteld worden en dat zij aldus in feite het meesterschap over hun fysieke en mentale krachten uit handen geven aan een overheid die hun gebiedt in welke activiteiten zij die krachten dienen om te zetten, wat betekent dat de overheid haar burgers gebiedt wat te doen en te laten. De machtsgreep gebeurt via de politiek, de economie, de opvoeding en noem maar op en een bijzondere toepassing daarvan is de macht die de staat uitoefent over de intieme relaties van mensen onderling. (1) Een ontleding van het samenspel van staat en kerk op dit vlak brengt een duizelingwekkende beheersing door de machthebbers van de meest innerlijke kern van de mensen aan het licht. En in wezen gaat het in dezer over niets minder dan fascisme.


Seks en fascisme


In een artikel getiteld Soldatenhardheid en opofferende moeders. Over gezin en seksualiteit tijdens 'De Nieuwe Orde', schrijft Bob Carlier (1931-1990) – "in Vlaanderen de meest prominente vertolker van een progressief perspectief op seksualiteit en relaties" (2) – hoe in de periode 1930-1940 Europa in de ban kwam van het fascisme, alhier bekend als 'De Nieuwe Orde': een "autoritair systeem waarnaar de burgerij grijpt om haar belangen in crisisperiodes te verdedigen als dit met democratische middelen niet (meer) gaat" (3) Op vlak van relaties en seksualiteit worden de traditioneel burgerlijke waarden gehuldigd; het gezin als hoeksteen van de staat vormt een staat in het klein, gebouwd op een levenslange monogame relatie waarin de vrouw bij de haard, onderworpen aan haar man, in feite haar bestaansrecht ontleent aan haar functie als 'broedmachine' van de staat. Alle vormen van seks die dit politiek vooropgesteld einddoel niet dienen zijn daarom uit den boze, en dus ook praktijken zoals anticonceptie, prostitutie, abortus, masturbatie en homoseksualiteit – zelfs al te frequente (en dus niet functionele) seksuele betrekkingen binnen het huwelijk worden om die reden afgekeurd: “(...) een overdaad aan geslachtsverkeer [is] de doodsteek van alle hogere liefde” (4) en de toenmalige kardinaal Mercier spreekt dan over doodzonden. Tegenover die repressie vanwege de staat, kweekt de overheid in het nazisme koel berekend en ongeremd 'raszuivere' specimen in Lebensborn. Fascistische mannen vrezen de vrouwelijke erotiek vanwege onder meer geslachtsziekten en zij beantwoorden die met de 'verstarring tot een rots' – een schild van gevoelloosheid en geweld. Hun moraal is de katholieke zedenleer met bijvoorbeeld de aanmaningen gericht tot de vrouwen van Cyriel Verschaeve, die propageert dat de vrouw ondergeschikt is aan de man en het gezin aan de staat. Vrouwen moeten zich oefenen in versterving en zelfbeheersing, alleen in het moederschap vinden zij hun bestaansrecht, in dienst van het volk, het ras en de toekomst; 'kinderloze dames' en 'moderne moeders' (met één kind) worden gehekeld en vrouwenarbeid in fabrieken en kantoren wordt verboden omwille van de goede zeden. Homoseksualiteit wordt volledig afgewezen, homo's worden vervolgd, in kampen opgesloten en uitgeroeid en dit geschiedt feitelijk ingevolge de burgerlijke en kerkelijke moraal. [N.B.: sinds de publicatie in 2015 van Psychogenocide van psychiater Erik Thys weten wij ook dat homo's in België tot 1971 naar de katholieke Willibrordusstichting in Heiloo gebracht werden waar ene dokter Aimé Wijffels hen castreerde (5)]. Dat lesbische vrouwen het minder hard te verduren krijgen, volgt slechts uit een geringschatting van de vrouwelijke seksualiteit. De seksuele opvoeding uit die tijd weerklinkt uit repressieve publicaties met titels zoals Mijn jongen, nu wordt gij man! waarin verhaald wordt hoe ontelbaren ingevolge zelfbevlekking krankzinnig werden; er wordt een Bond voor openbare moraliteit opgericht met het lijfblad Zedenadel. Heel wat boeken worden verboden alsook het bioscoopbezoek en de kerk sticht een Katholieke Filmcentrale en een Katholieke Filmliga met eigen propagandafilms en voorlichting. In zijn artikel wijst Bob Carlier erop dat we inzake de fascistische ideeën over gezin en seksualiteit, ook onze periode moeten betrekken: de vermeende emancipatie van de sixties bleef immers vaak elitair en louter verbaal. Bob Carlier overleed – veel te vroeg – bijna dertig jaar geleden maar zijn waarschuwing blijft actueel. (6)


2.


Machthebbers dringen door tot in de intiemste wezenskern van mensen en zij doen dat door zelfs de meest hechte en persoonlijke banden die mensen onderling met elkaar kunnen hebben, ondergeschikt te maken aan hun relatie met elk individu afzonderlijk. Het is bekend dat machthebbers beducht zijn voor samenscholing of bendevorming en om die reden moeten wie verenigingen stichten van welke aard dan ook, hiervoor eerst de goedkeuring van de overheid bekomen en geregeld verslag uitbrengen over de gevoerde activiteiten. Persoonlijke contacten tussen twee mensen kunnen uiteraard moeilijk verboden worden, al is de kerk erin geslaagd om dit alsnog te realiseren binnen de kloostermuren middels de regel numquam duo semper tres (wat wil zeggen: groepjes van twee zijn verboden, zij moeten altijd uit tenminste drie personen bestaan) een regel die ervoor zorgt dat als twee mensen samenzijn en misschien wel wat vertellen of bekokstoven, er altijd een mogelijk oog van het gezag aanwezig is in de vorm van de verplicht aanwezige derde. Maar ook contacten tussen twee mensen worden aan banden gelegd, bijvoorbeeld als zij van langdurige aard zijn of als zij een economische betekenis hebben. Het instituut van het huwelijk werd niet in het leven geroepen om mensen bij te staan doch om volledige controle uit te oefenen over alle mogelijke activiteiten die zich in dergelijke engagementen kunnen ontplooien en dan vooral inzake het kroost: de opvoeding van kinderen tot gehoorzame burgers – arbeidskrachten in vredestijd, soldaten in tijd van oorlog. In 1984 moeit de overheid zich met principieel alle intieme relaties en die worden in feite in de kiem gesmoord met de meest gruwelijke middelen: Big Brother bespioneert intieme contacten en vernietigt ze door de partners er middels folteringen toe te brengen dat ze elkaar verraden (– in de distopische roman van Orwell geschiedt dat in de gevreesde room 101).


Hedendaags fascisme


Vandaag zorgt het internet ervoor dat zelfs de intieme relatie van mensen met zichzelf onmogelijk wordt: ingevolge de verregaande controle van onze activiteiten op het internet kan niemand nog zeggen: die Gedanken sind frei. En de psychologie leert ons dat als mensen weten dat zij gevolgd worden, zij hun gedrag gaan aanpassen aan de verwachtingen van wie hen volgen. Dit betekent zonder meer het definitieve einde van onze vrijheid.


Het hedendaagse fascisme manifesteert zich niet langer met stokken of met geweren maar met het veel efficiëntere middel van de spionage die in feite de diefstal is van de privacy. Iemand zijn privacy ontnemen, is hem zijn wil ontnemen en wie willoos worden gemaakt, worden van zichzelf beroofd: zij doen slaafs wat van hen wordt verwacht door wie hen controleren, precies zoals degenen doen die onder hypnose zijn. De fascist van vandaag is hij aan wiens blik men zich niet kan onttrekken en zijn macht is nog groter dan die van de biechtvader van weleer die in feite zijn prototype is omdat men ongewild bij hem te biechten gaat – hij is de god uit de spreuk God ziet u, hier vloekt men niet.


Welbeschouwd is het hedendaagse fascisme in feite een nabootsing van de dwang die ook uitgaat van de wetten welke in een staat van kracht zijn. De wetten waarborgen de vrijheid van de burgers doordat zij met sancties van eenieder een gewenst gedrag afdwingen en vaak is het alleen de wetenschap dat men gadegeslagen kan worden welke burgers aanzet tot een gedweeë volgzaamheid aan de wetten.


Wat hier werd omschreven als het hedendaagse fascisme is dan noodzakelijk een praktijk welke zich aan de controle van de wet onttrekt: het zijn de vrijwel onzichtbare vormen van gesofisticeerd geweld die in feite uitsluitend het slachtoffer tot getuige hebben. Precies omdat zij zich onttrekken aan het oog van alle anderen, zodat er geen getuigen zijn, gaan ze vrij hun gang en brengen ze het slachtoffer niet zelden in een toestand van complete wanhoop, wat dan ook hun wreedheid uitmaakt. De meest gangbare vorm van hedendaagse fascisme is het pestgedrag en de zaak wordt nog verergerd waar de betrokken pesters vaak blinde en verwisselbare actoren zijn van een systeem waaraan discriminatie inherent is – een systeem dat binnen de staat geduld wordt omdat zijn vernietigende effecten zich aan elke controle van derden onttrekken.


Zo bijvoorbeeld bestond er tot voor kort in het westen vaak helemaal geen tolerantie voor holebi's zodat zij straffeloos konden worden achtergesteld en compleet weerloos waren tegen openbaar verbaal en fysiek geweld. Sinds het van kracht zijn van de antidiscriminatiewetten wordt intolerantie en homofoob gedrag bestraft maar een gevolg daarvan is dat fascistoïde individuen daardoor gefrustreerd raken: zij onderdrukken hun geweldplegingen niet doch verplaatsen ze van de openbaarheid naar de privésfeer en van de arena naar de plekken waar geen getuigen meer zijn. Zij plegen vormen van geweld waarvan alleen het slachtoffer getuige is en bovendien zorgen zij ervoor dat dit geweld geen uiterlijke sporen nalaat.


Pesterijen gebeuren inderdaad per definitie onttrokken aan het oog van derden en zij hebben een voor derden onnaspeurbaar effect op het lichaam van het slachtoffer. Pesters brengen hun slachtoffer zo vaak als zij kunnen in een stresstoestand. Het staat vandaag wetenschappelijk vast dat mensen die herhaalde en langdurig grote stress moeten ondergaan, hiervan ernstige fysieke gevolgen dragen: hun lichaam produceert stresshormoon dat in grote hoeveelheden bijzonder giftig is; stress jaagt de stofwisseling op, de hartslag en de bloeddruk, stress doodt hersencellen, zorgt (vooral bij nog onvolgroeide individuen) voor onherstelbare hersenschade en achterlijkheid en jaagt wellicht nog veel vaker dan men kan bewijzen het slachtoffer de zelfmoord in. Insiders spreken het sterke vermoeden uit dat heel wat ongevallen in feite zelfmoorden zijn terwijl wellicht heel wat zelfmoorden in feite moorden zijn. Het ongeval blijkt een uitgelezen schuilplaats voor de moordenaar. Fascisten opereren vandaag onttrokken aan de openbaarheid in een subcultuur waar straffeloos gemoord wordt.


3.


De staat controleert de meest intieme relaties tussen mensen en degradeert ze zodoende tot levenszaken van secundair belang: wat primeert, is immers de relatie tussen burger en staat. Deze controle van de intiemste relaties betreft in de eerste plaats uiteraard de koppelvorming en de seksualiteit – welke immers vaak de kern uitmaken van alle verdere 'economische' relaties – en zij wordt georganiseerd vanuit het opleggen van welbepaalde wetten en normen naar welke men zich dient te schikken. Deze wetten en normen zijn bedoeld om de controle – de overheersing, de macht – ingang te doen vinden, te handhaven en te versterken: wie tegen de wetten en de normen zondigen, wacht een gewisse straf en aldus gaan burgers zich noodgedwongen schikken naar wat de wet voorschrijft, ook en vooral inzake relatievorming en seksualiteit.


De legitimering van waarden middels onwaarheden


Edoch, er is in dezer uiteraard ook een natuurlijke dwang werkzaam welke de opgelegde wetten en normen kan tegenspreken, zodat een machthebber die gehoorzame burgers wil, er moet voor zorgen dat de door de staat uitgeoefende druk groter is dan elke andere mogelijke dwang en meer bepaald moet hier worden gedacht aan natuurlijke dwang. Maar in vele gevallen volstaat voor de machthebber zelfs de doodstraf niet om bijvoorbeeld homoseksualiteit onmogelijk te maken omdat aldaar nog twee krachten werkzaam zijn die in de gestelde situatie elkaar tegenwerken, namelijk die van het zelfbehoud en die van het (veronderstelde) soortbehoud. Want de doodstraf kan bij degenen aan wie zij wetten oplegt weliswaar de drang tot zelfbehoud van de betrokkenen aanspreken, maar die ene natuurlijke drang botst in dat geval met een andere, met name de (onterecht) veronderstelde drang tot soortbehoud die immers (verkeerdelijk) geacht wordt aan de basis te liggen van de seksuele aantrekkingskracht.


Want meteen moet hier opgemerkt worden dat de klassieke voorstelling van zaken een welbepaalde perversie bevat omdat daar waar men de seksuele aantrekkingskracht wetenschappelijk gelooft te verklaren middels de drang tot soortbehoud, men exact hetzelfde doet als wat de bioloog van weleer deed waar hij stelde dat vogels nesten bouwen vanuit een nestbouwinstinct. En precies zoals men heeft leren inzien dat deze uitleg strandt in het spelletje van de kip en het ei, moet men ook toegeven dat het poneren van de zogenaamde drang tot soortbehoud als basis van de seksualiteit, geen wezenlijke verklaring kan zijn voor het verschijnsel als zodanig: het verklaart noch de heteroseksualiteit (die achteraf gezien wel het soortbehoud tot gevolg heeft maar dan helemaal onbedoeld) noch de homoseksualiteit – uiteraard niet. Waar koppelvorming, 'geslachtelijke liefde' en paring de voortplanting in de hand werken, gebeurt zulks geheel onbedoeld door de betrokkenen en indien dan gesteld wordt dat het aldus bedoeld zou worden door de soort of door de natuur, begaat men dezelfde redeneerfout ('inductie' genaamd) welke ook gemaakt wordt door wie inzake de evolutie de theorie van het Intelligent Design aanhangen. Werden paarden speciaal geschapen om de karren van de mensen mee voort te trekken? Zijn bepaalde grassoorten genetisch veranderd in granen om mensen te kunnen voeden? Dienen appels en peren om ons van vitamine C te voorzien? Of benutten wij paarden, granen en vruchten omdat zij nu eenmaal voorhanden zijn, terwijl er ook heel andere omstandigheden hadden kunnen zijn welke van ons heel andere wezens hadden gemaakt? Deze laatste stelling lijkt ons het meest voor de hand liggende omdat zij geen geloof vergt in veronderstelde doch onbewezen krachten en zo beantwoordt zij veel beter aan de eis van simpliciteit waarmee uiteraard rekening moet worden gehouden in de keuze van een optimaal verklaringsmodel.


Met betrekking tot de seksualiteit welke de staat probeert te normeren en te controleren, moet men besluiten dat men tegen alle wetenschappelijke inzichten in handelt waar men gelooft te mogen verwijzen naar de veronderstelde natuurwet van het soortbehoud waar men de heteroseksualiteit als enige norm vooropstelt. Heteroseksuelen hebben er geen enkele persoonlijke verdienste aan waar zij door de beleving van hun seksualiteit kinderen voortbrengen. Ofschoon zij weten dat hun specifieke seksuele betrekkingen kunnen resulteren in het voortbrengen van nakomelingen, stellen zij deze daden niet noodzakelijk met dat doel – in het merendeel van de gevallen moeten zij daarentegen zelfs bekennen dat zij seksuele contacten hebben ondanks het risico dat er kinderen van komen of ook nog ondanks het besef dat zij geen kinderen (meer) kunnen krijgen. Net zoals homoseksuele betrekkingen, worden heteroseksuele betrekkingen aangegaan omwille van zichzelf en omdat ze op de een of andere manier 'goed' zijn voor de participanten, zoals ook mensen dagelijks voedsel tot zich nemen, voldoende slapen, aan sport doen en muziek maken omdat zij zich daar goed bij voelen, ook als zij weten dat zij voedsel en slaap nodig hebben om te leven – sport en muziek kunnen zij op de keper beschouwd missen. Mensen beschermen zich tegen honger, tegen kou, tegen eenzaamheid door te eten, door zich te kleden en door intieme relaties met anderen aan te gaan; zij gaan relaties aan met die bedoelingen en niet omdat zij vermoedens hebben over een of andere natuurlijke noodzaak daarvan. Mensen zullen niet nalaten om piano te leren spelen op het ogenblik dat men hen vertelt dat onze vingers niet gemaakt zijn met dat doel omdat een pianoklavier nu eenmaal een maaksel is uit een welbepaalde cultuur en helemaal geen natuurproduct. De tegenstelling tussen natuur en cultuur is nu eenmaal een theoretisch maaksel uit vervlogen eeuwen, in wezen een al te grove theorie van lui op zoek naar de gewenste verklaringen voor allerlei verschijnselen, op zoek naar ordentelijke indelingen van de chaos, op zoek naar middelen om controle te handhaven, macht uit te oefenen en naar zich toe te trekken, op zoek naar redenen om oorlog te kunnen voeren en wat niet al meer.


Wetten en normen worden door machthebbers opgelegd, niet omdat zij absoluut zijn en opgesteld worden vanuit absolute waarheden en waarden maar als en omdat zij nuttig voor hen zijn en in dit geval dienen zij ter controle van de burgers. Waar immers de wetten en normen hun doel voorbij schieten, blijken zij met het grootste gemak van de wereld bijgesteld te kunnen worden of zelfs helemaal omgekeerd en het homohuwelijk is daarvan een uitnemend voorbeeld. Waar verboden burgerlijke praktijken zich sowieso aan de controle van de macht onttrekken, weigert de machthebber alsnog te bekennen dat hij de teugels niet langer in handen houdt en hij probeert dan maar de kool én de geit te sparen door het betreffende verbod op te heffen – alle voordien op handen gedragen waarden ten spijt – zodat het lijkt alsof de praktijken veeleer dan een overtreding van een verbod of dus van een aanfluiting van zijn macht, een gevolg zijn van zijn toestemming en een bevestiging van zijn macht. De machthebber gedraagt zich dan zoals de pantoffelheld uit het werk van de grote Vlaamse dramaturg Dirk Biddeloo, die uitroept: “Als ik zeg: ik doe de afwas, dan doe ik de afwas!”


4.


Het geweten en de wet


Het machtsinstituut bij uitstek dat het ganse westen gedurende twee millennia onder de duim hield en dat in het bijzonder het gedrag van mensen stuurt daar waar de controle van de wereldlijke macht op haar grenzen botst (met name onder het beddenlaken en onder het schedeldak) heeft het in haar catechismus over het menselijk geweten als over een door God geschreven wet vanbinnen in zijn hart (7) en zij opponeert dan ook deze onveranderlijke goddelijke wet aan de externe wetten uitgevaardigd door koningen en parlementen die van wereldlijke aard zijn, arbitrair en veranderlijk.


Aan atheïsten die immers een ethiek wensen te grondvesten op bijvoorbeeld wetenschappelijke basis wordt verweten dat zij het geweten reduceren tot een interiorisering van externe wetten maar bij die gelegenheid blijken zij te vergeten dat de apostel Paulus in zijn Brief aan de Romeinen het feit benadrukt dat er geen (innerlijke) kennis van goed en kwaad mogelijk is zonder de (externe) wet. “Ik zou de zonde niet hebben leren kennen zonder de wet”, zo zegt Paulus het letterlijk. (8) Driehonderd jaar later herhaalt de kerkvader Augustinus hetzelfde in zijn Belijdenissen waar hij zich een roof van peren uit zijn jeugd herinnert en waar hij zegt dat de zonde niet ligt in de lust in zoete peren doch in de lust om de wet – Gij zult niet stelen! – te overtreden.


Paradoxaal genoeg wordt het feit dat het geweten zijn grond vindt in een aan onszelf externe wet, door katholieke hedendaagse filosofen zoals Rüdiger Safranski aangehaald (9) en dat geschiedt terwijl de waarheden, de wetten en de geboden van de katholieke kerk doorheen de geschiedenis onder de druk van de feiten bij bosjes moeten sneuvelen: in weerwil van de pauselijke mening van destijds draait de aarde rond de zon en niet andersom, ook niet als wie hem tegenspreken op de brandstapel belanden wegens ketterij. (10) En dan hebben we het nog niet gehad over het geweten in relatie tot de wetten in het jodendom, een zaak welke bijvoorbeeld in verband met de heilige eroev dan toch wel proporties aanneemt die alvast bij buitenstanders de wenkbrauwen doen fronsen. (11)


Als nu de kerk zelf bij monde van haar apostelen en kerkvaders de zonde definieert als de overtreding van de (externe) wet – haar wet – terwijl de wetenschappen ons voortdurend tot de bijsturing van waarheden en wetten dwingen, sneuvelt daardoor niet alleen de vermeend onveranderlijke innerlijke wet of het geweten maar gaat evenzeer het boven de tijd verheven onderscheid tussen goed en kwaad onder de hamer.


Tot op zekere hoogte kon de kerk zich nog uit de slag trekken met de uitleg dat de veranderlijkheid van goed en kwaad slechts schijn is ingevolge een niet altijd naar behoren in acht genomen onderscheid tussen de letter en de geest van de wet want waar het ooit goed was om veel kinderen te krijgen en slecht om er helemaal geen te krijgen terwijl de paus vandaag mensen vermaant dat wij niet moeten kweken zoals de konijnen dat doen, kan men nog zeggen dat het achterliggende goed in wezen hetzelfde is gebleven, namelijk het op het ideale peil houden van de bevolkingsdruk.


Op gelijkaardige gronden kon men zelfs veranderlijke wetten inzake het al dan niet geoorloofd zijn van het gebruik van voorbehoedsmiddelen verdedigen. Maar ook rest om diezelfde reden geen enkel argument waarom men dezelfde logica niet zou doortrekken inzake de discriminatie van homoseksualiteit. Als de kerk volhoudt dat de seksualiteit van heteroseksuele echtparen gelegitimeerd wordt door hun intentie om kinderen te krijgen – ook als zij onvruchtbaar zijn – dan onderscheiden zich met betrekking tot dit criterium de hetero- en de homoseksualiteit niet van elkaar en dat doen ze al helemaal niet van zodra gedacht wordt aan adoptie. Overigens, in acht genomen de schokkende onthullingen over het verleden van (vaak katholieke) weeshuizen, zal voor een kind dat wordt geadopteerd door een homopaar de kans op een gelukkige jeugd waarschijnlijk veel groter zijn dan voor een kind dat zijn jeugd in een weeshuis moet doorbrengen.

           

[J.B., 30.01 tot 14.02.2019 (delen 1-4)]

Noten

(1) Michel Foucault, Geschiedenis van de seksualiteit, Boom Amsterdam 2018. (Oorspronkelijk verscheen deel 1 van Histoire de la sexualité in 1976 onder de titel: La volonté de savoir).

(2) Wim De Temmerman, uitgever en redacteur van “Bob Carlier. Diep en duizendvoudig leven. Over seksualiteit, relaties en ethiek”, VUBPRESS, Brussel 1993 (een bundel met teksten van Bob Carlier) in zijn Ten geleide op het boek.

(3) Carlier, Bob, Diep en duizendvoudig leven. Over seksualiteit, relaties en ethiek, VUBPRESS, Brussel 1993:24 haalt onder meer deze economisch deterministische definitie aan van P. Aycoberry 1979.

(4) Carlier 1993:30.

(5) Thys, Erik, Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's, Epo, Berchem 2015. Zie ook het artikel: Helden en heldinnen. Over schone schijn, schaamte en schande.

(6) Carlier 1993:23-41.

(7) Catechismus van de katholieke kerk, artikel 6: Het morele geweten: https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=1&id=1279

(8) Rom:7,7: “Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren."

(9) Rüdiger Safranski, Het kwaad, 2011 (1997): 21 resp. 41.

(10) In het jaar 1600 hing de kerk het geocentrisme aan en Bruno het heliocentrisme en of het die ketterij was ofwel een andere welke de dominicaan op de brandstapel deed belanden, kan vandaag bezwaarlijk gelden als verschoning voor de kerk.

(11) De heilige eroev is een ijzerdraad die op zes meter hoogte een gebied omspant (bijvoorbeeld de stad Antwerpen) dat dan beschouwd kan worden als 'binnenshuis'; volgens het joodse geloof mag immers op de sabbath alleen binnenshuis gewerkt worden.





08-02-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de klimaatsverandering (3 mei 2007)











           

Over de klimaatsverandering:


https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=42




Over de klimaatsverandering


Niets is zo onvoorspelbaar als het weer. Als het in Frankrijk regent, en de wind waait uit het Zuid-Westen, dan is het waarschijnlijk dat de buien na een poos ook boven België hangen. Ziedaar de wetenschappelijke basis voor de weersvoorspelling. Het volstaat echter dat plotseling de wind gaat liggen, ofwel van richting verandert, opdat die voorspelling fout zou blijken.


Het weerbericht geeft voorspellingen die een welbepaalde graad van waarschijnlijkheid hebben, maar zekerheid bieden ze nooit. Bovendien kunnen die voorspellingen slechts worden gedaan over een zeer korte termijn. We kunnen met een relatief grote zekerheid iets zeggen over het weer van morgen, en misschien over dat van overmorgen, maar wat er na overmorgen zal gebeuren, is al onzeker, en een voorspelling van vier dagen is zowat de grens van het geloofwaardige. Dat is de waarheid, en zelfs een kind kan dit vaststellen.


Het weer is onvoorspelbaar, omdat de bewegingen in en van de atmosfeer fundamenteel chaotisch zijn. En het weer is niet het enige gebeuren dat onderhevig is aan chaos. Ook de economie deelt in de klappen - denk aan het probleem van de beleggingen en de beurscijfers. En met onze gezondheid is het al eender.


In feite zijn principieel alle mogelijke gebeurtenissen onderhevig aan chaos. Waar wij relatief betrouwbare voorspellingen doen, hebben we dat veeleer te danken aan een zekere inertie in de gebeurtenissen die we bestuderen, dan wel aan een vermeende afwezigheid van chaos.


Chaos, of wanorde, is het oerprincipe van alle dingen. Het woord "Chaos" is van oorsprong Grieks, en stamt uit de Helleense mythologie: Chaos, die aan de oorsprong der tijden die enige werkelijkheid was, vulde het ganse heelal als een ongeordende, dode oermassa. De vraag rijst, hoe uit die chaos dan ooit "orde" kon voortkomen - tenminste: als er orde uit voortgekomen is.


Het antwoord van de Oude Grieken luidt dat er, naast Chaos, nog een andere werkelijkheid was - of is - met name een orde-brengende werkelijkheid, "Eros" genaamd.


Eros wordt getypeerd als een kracht die de chaos bezielt en die aldus de ongeordende, dode oermassa tot leven brengt. Door de inwerking van Eros op de chaos, krijgt het ongeordende ineens structuur of vaste vorm. En de allereerste manifestatie van die vaste vorm was vanzelfsprekend de Aarde. Tegelijk met de aarde ontstond zo de ruimte daarboven - de hemel - en die daaronder - de hel. In het Grieks heten zij: Gaia, Ouranos en Tartaros.


Toeval of niet, maar deze gang van zaken, zoals hij wordt beschreven in de volstrekt onwetenschappelijk geachte mythen, doet denken aan een vormeloze eicel dewelke door een zaadcel wordt bevrucht, en die na de bevruchting structuur, vorm en leven ontvangt. De cel splitst zich eerst in twee, dan in vier, en zo differentieert ze steeds verder, totdat een bijzonder geordend wezen met biljoenen gespecialiseerde lichaamscellen daaruit voortkomt. Ook over die voortdurende differentiatie hebben de Griekse oorsprongsmythen het, maar dat is een onderwerp apart.


Eros, het bezielende of leven brengende principe, is vanzelfsprekend de geest, en we kunnen dat ook heel letterlijk nemen, bijvoorbeeld inzake het klimaat, de economie, de gezondheid, of met betrekking tot alles wat ons van buitenaf tegemoet komt. Alles is chaos, totdat de geest het benadert, analyseert, bestudeert.


Een jong kind is als het ware één met zijn omgeving, het maakt nauwelijks onderscheid tussen zichzelf en de dingen om zich heen, het zwemt als het ware in de wereld rond zoals een vis in het water, en zelfs droom en werkelijkheid worden door het kind nauwelijks onderscheiden.


Hetzelfde geldt in zekere zin ook nog voor heel wat volwassenen die niet participeren aan de cultuur van de geest: zij schrijven natuurverschijnselen toe aan innerlijke zielstoestanden (schuld en boete), ze projecteren hun innerlijk op de buitenwereld en ze haspelen droom (angsten en wensen) en werkelijkheid door elkaar. Pas het vooropstellen van de rede, welke gedragen wordt door de taal, maakt een duidelijk onderscheid tussen het onechte en het ware mogelijk: "De droomwereld is voor elk mens verschillend, maar de rede is voor iedereen dezelfde", zo klinkt een van de meest oorspronkelijke verwoordingen van de Verlichtingsgedachte. Wat iemand beweert, dient principieel (door allen) op zijn waarheidswaarde gecontroleerd te kunnen worden. En dit vormt dan de basis voor het tribunaal, het openbaar overleg, de grondslag van de zogenaamde positieve wetenschappen, die in wezen een zaak van rechtspraak is: rechtspraak inzake het zo kostbare goed van de Waarheid.


Met betrekking nu tot het onderwerp van de zogenaamde klimaatsverandering, kunnen analoge opmerkingen gemaakt worden. Vooreerst dient gezegd dat, met betrekking tot het principieel chaotische klimaat, er enige orde verschijnt op het ogenblik dat mensen het nauwlettend gaan bestuderen: Eros brengt orde, structuur en leven in de chaos. In het weer onderscheiden wij de temperatuur, de windkracht en zijn richting, de luchtvochtigheid, de luchtdruk, en tal van dergelijke zaken meer. Met behulp van de fysica, de geologie, de statistiek en nog andere wetenschappen, worden de genoemde en nog andere begrippen aan elkaar gerelateerd, en er wordt gezocht naar regelmatig terugkerende patronen of wetten, welke het doen van betrouwbare voorspellingen min of meer mogelijk maken.


Maar ook hier geldt dat het onderscheidingsvermogen soms het onderspit moet delven voor een 'restant' van het primitieve, pre-rationele denken dat - zoals alom aantoonbaar - ook volwassenen nog parten kan spelen, en - andermaal zoals de feiten bewijzen - dit primitieve 'restant' kan relatief groot zijn en geleerdheid garandeert geen immuniteit daartegen. Concreet betekent dit, dat de (noodzakelijke) interpretaties van 'feitelijke' gegevens sowieso 'besmet' zijn met de resultaten die wij hetzij vrezen, hetzij wenselijk achten. Met andere woorden: we blijven nillens willens onze gevoelens van schuld en boete, onze angsten en onze verlangens, een te grote rol laten spelen in onze (noodzakelijke) interpretaties van de 'feiten'. Nogmaals: naakte feiten zijn er nooit: de interpretatie ervan is een zaak van "Eros" - de bezieling, of de geest - en zo zal de specifieke kleur van de geest van de betreffende onderzoeker terug te vinden zijn in wat hij uiteindelijk als 'feit' gaat erkennen.


Enkele mooie, want extreme voorbeelden vindt men in de interpretaties van de (al dan niet vermeende) klimaatsverandering bij fundamentalistische aanhangers van bepaalde religies. Sinds jaar en dag zien zij in de zogenaamde veranderingen van de natuur duidelijke tekenen dat "het Einde" nadert. Ook de economie, de wetenschappelijke ontwikkeling, de politiek, de ethiek en zo meer ontsnappen niet aan de specifieke 'kleuren' welke zij aan hun interpretaties toevoegen. En zij kunnen het niet laten om hun interpretaties op die welbepaalde manier te kleuren, omdat er nu eenmaal geen 'feiten' kunnen bestaan dan via de ordenende werking van Eros - de geest: de geest geeft betekenis aan wat aanvankelijk chaotisch is, en de specifieke 'kleur' van de geest zal altijd in de betekenisgeving, en dus ook in de (nooit naakte) 'feiten' terug te vinden zijn.


Maar niet alleen religies kunnen fundamentalistisch zijn: alle overtuigingen en geloofssystemen - religieus of niet - kennen dat gevaar, en nog vaker onderkennen ze het niet. De 'New-Age'-beweging is een voorbeeld van een niet klassiek religieus geloofssysteem. Niettemin deze naam een veel te bonte lading dekt om zomaar eenduidig omschrijfbaar te zijn, kan hij als voorbeeld dienen. Een ander voorbeeld is dat van het fysicalisme - een uitloper van het materialisme dat, op een scheve en schotse manier, enkele zaken uit de gezaghebbende positieve wetenschappen te baat heeft genomen om zichzelf mee te tooien: niettemin het er heel wetenschappelijk uitziet, is het sciëntisme een 'ordinair' geloofssysteem zoals een ander, en ook niets meer of niets minder dan dat. In feite zijn de mogelijke geloofssystemen die een rol spelen in het interpreteren van 'feiten' - en men moet eigenlijk zeggen dat zij onmisbaar zijn op straffe van het wegblijven van 'feiten' en van het zich doorzetten van de chaos - ontelbaar in aantal.


Bekend zijn echter alleen die geloofssystemen die zich hebben weten te handhaven door zich te verweven met de heersende machten - denk aan het katholicisme, het kapitalisme, de islam, het jodendom, het vooruitgangsgeloof, allerlei vormen van doemdenken, het geloof in "Moeder Aarde", en zo voort. Zij zijn - in bepaalde tijdsperioden en in bepaalde streken - dominant en daardoor is de kleur die ze aan de 'feiten' hebben gegeven, zo goed als onzichtbaar geworden: hun interpretaties gelden bijgevolg als "vanzelfsprekend". Onterecht, zo kan men opmerken, maar wat is onrecht als geen mens, en zelfs niet de slachtoffers daarvan, er tegen protesteren? De kwestie is geen sinecure.


Maar keren we nu terug naar het probleem van de zogenaamde "klimaatsverandering", en merken we vooreerst op dat het begrip een wanbegrip is, want een contradictio in terminis. Het klimaat verandert immers per definitie. Het verandert op korte of op lange termijn, maar veranderen doet het, omdat nu eenmaal alles verandert, zoals de allereerste Oud-Griekse wijsgeer, Herakleitos al zei, met zijn beroemd geworden slagzin: "Panta rei": "Alles stroomt", "Alles verandert". Maar er is meer aan de hand.


Een klimaat drukt een geheel uit van gemiddelde weerstoestanden welke voorkomen in een welbepaalde streek, in een welbepaalde tijdsperiode. Als we spreken over het huidige Middellandse-Zeeklimaat of over dat van Noord-West Europa, dan hebben we een algemeen, vaag doch welbepaald beeld, dat duidelijk onderscheiden is van bijvoorbeeld het huidige klimaat in de Tropen of op Antarctica. Dat klimaatbeeld wordt uitgedrukt in een aantal vaste parameters, welke aangeven wat bijvoorbeeld de gemiddelde dag- en nachttemperaturen zijn in bepaalde perioden van het jaar, steunend op metingen die worden verricht op een welbepaald aantal tijdstippen en plekken, onder welbepaalde omstandigheden. Die metingen gebeuren niet willekeurig en ook niet 'neutraal' (neutraliteit is een onding op mening terrein): ze gebeuren eigenlijk in functie van hun bruikbaarheid, hun direct nut, en zo bijvoorbeeld zijn ze gerelateerd aan de landbouw en aan de condities die vereist zijn voor een rijke oogst, of aan de gezondheid van de streekbewoners. En zo is het uiteindelijk de natuur zelf die ons inspireert, of conditioneert, inzake het hanteren van welbepaalde interpretatiemodellen van de 'feiten'. Het klimaatbegrip is dus vaag, maar het is voldoende welomlijnd om voor ons bruikbaar te kunnen zijn; het maakt dat we ons plan kunnen trekken.


Echter, als men zijn vleugels wat wijder wil open slaan, en men het terrein van het directe nut wil overstijgen - wat theoretisch perfect mogelijk is - komt men aardig in de problemen. Inzake het klimaat kunnen dan meer bepaald vragen rijzen die eigenlijk hun boekje te buiten gaan, en die een loopje nemen met de onderzoeker, in die zin dat zij danig vaag of chaotisch worden dat zij een veel en veel te vrij spel geven aan de "Eros" - het bezielende, ordenende principe - ter herinnering: het principe zonder hetwelke van 'feiten' geen sprake kan zijn. En met zijn (al dan niet vermeende) overschot aan energie, heeft de mens vaker de neiging om zijn vleugels wat wijder te gaan open slaan. Deze keer echter - inzake het klimaat - ligt niet een overschot aan energie, doch een gevoel van bedreigd worden aan de basis van de grote maneuvers waartoe hij zich nu verplicht weet.


De gletsers wijken alom ter wereld terug, de poolkappen smelten nu heel snel af, tsunami's volgen elkaar op en oogsten dreigen overal te mislukken. En in een golf van paniek, slaat men aan het meten, doet men metingen, en fabriceert men theorieën over deze weliswaar geheel onverwachte en bedreigende schommelingen. In zekere zin reageert men aldus een beetje zoals iemand doet die het plotseling warm krijgt, die zich daarop naar de thermometer spoedt teneinde zich ervan te verzekeren dat de temperatuur inderdaad gestegen is, om vervolgens te besluiten dat de gestegen temperatuur de oorzaak is van het feit dat hij het warm kreeg.


De man die zo handelt heeft natuurlijk niet helemaal ongelijk, maar de zaak is wel dat - uiteindelijk - het warmtegevoel van de man in het geding is, en niet de temperatuur: die "temperatuur" - hoe fysisch correct die ook is - is slechts een door de man uitgevonden hulpmiddel in dienst van zijn warmtegevoel - zijn comfort. De eindwaarde is het comfort van de man, en aan dat comfort dient alles zich per definitie te onderwerpen. Het is omwille van dat comfort dat thermometers werden uitgevonden, windrichtingen, luchtdrukmeters en weerberichten. De paniek bij de man is dus gerechtvaardigd in zoverre zijn waarnemingen zijn comfort bedreigen; hij is echter volstrekt onterecht waar het alleen maar "afwijkingen van de norm" betreft. En dan rijst de vraag: wat is de norm? Of, nog sterker: is er een norm? En is die norm wel kenbaar?


In juni 2006 verscheen een wetenschappelijk artikel, getiteld: "Does a Global Temperature Exist?" In dat artikel bewijzen drie wetenschappers - met name: Christopher Essex (wiskundige, van de University of Western Ontario), Ross McKitrick (Econoom van de University of Guelph) en Bjarne Andresen (van het Niels Bohr Institute of Copenhagen) dat er noch fysische, noch wiskundige, noch proefondervindelijke gronden bestaan om inzake het vraagstuk van de vermeende opwarming op een zinnige manier te spreken over een "globale temperatuur van de aarde". Het artikel in kwestie telt vierentwintig A4-tjes en kan geraadpleegd worden op het internet. Het zal hier niet worden vertaald, maar wie het leest, ziet dat daar beweerd wordt dat het onmogelijk is om wetenschappelijk vast te stellen dat de gemiddelde temperatuur van de aarde gestegen is, alleen al omdat het volstrekt onmogelijk is om op een of andere manier vast te stellen wat de globale, gemiddelde temperatuur van de aarde dan wel mag zijn. En als er al zoiets zou bestaan als de "globale aardtemperatuur", dan ware die zelfs niet bij benadering vast te stellen.


Vanzelfsprekend is het onjuist om, zoals onder meer auteur Christoffer Essex doet, op grond van dit onderzoek te gaan ontkennen dat er wat schort met het klimaat. Essex gedraagt zich in feite zoals de man, hoger beschreven, die het warm krijgt, doch die ontkent dat het warmer geworden is... omdat hij nu eenmaal niet over een thermometer beschikt! Wat echter wél correct is - en laten we voor een keer niet het kind met het badwater buitengooien - is het feit dat de zogenaamde klimaatsverandering een (al dan niet vermeende) gebeurtenis is die vrijwel volkomen aan de greep van het huidige wetenschappelijk onderzoek ontsnapt. De bocht van honderdtachtig graden die het wetenschappelijk establishment inzake enige consensusvorming gemaakt heeft in de jongste jaren en zelfs maanden, doet zelfs de volslagen leek zijn wenkbrauwen fronsen en dreigt de vooralsnog 'heilig' geachte positieve wetenschappen flink in discrediet te brengen. Te meer wanneer men vaststelt dat de 'zaak' van de klimaatverandering pas aan het rollen ging nadat een Amerikaans toppoliticus zich daarmee in meerdere betekenissen is gaan verrijken. Nu het wantrouwen eens en voorgoed werd gevoed, en aangezien genoeglijk bekend is dat naakte feiten niet bestaan, krijgen ook de critici van de milieubewegingen de wind in de zeilen, want het chaotisch karakter van het weer is misschien wel het enig overblijvende feit. Dat de interpretaties ervan vrij spel krijgen, spreekt vanzelf, alsook het feit dat de interpretaties van de machtigsten (diegenen die het luidste kunnen roepen) het uiteindelijk zullen halen op de rest. Een feit is dat de reputatie van Al Gore wel vaarde bij zijn 'engagement'. Een feit is dat men erin geslaagd blijkt de niet te overwinnen vijand tot vriend te maken. Een feit is dat naast de milieubewegingen, ook tegenbewegingen uit de grond rijzen, die er op hameren dat de hele heisa rond de volgens hen geheel vermeende klimaatverandering zal dienen om de belastingdruk te verhogen voor nog meer "wetenschappelijk onderzoek", dat misschien hoofdzakelijk aan het leger ten goede zal komen, en tegelijk het volk in de ellende zal storten. Want het is nu 'bon ton' om milieumaatregelen te gaan verdedigen, ook als men niet weet of ze wel gaan helpen, zoals het ooit 'bon ton' was om te vechten voor de kerk en voor het zielenheil. Wat er ook van zij: de machthebber heeft zich vandaag het milieu-item toegeëigend en het lijdt geen twijfel dat hij het zal aanwenden in functie van zijn macht. [Voor de slechte verstaander: men kan zich verwachten aan de promotie van kernenergie.] De waarheid daarentegen zal, zoals gewoonlijk, verdwijnen in het ongewisse en in de chaos van de gebeurtenissen die rommelig nog wel ergens liggen opgeslagen in het geheugen van de mensheid, maar die niemand zich ooit nog zal kunnen herinneren. Wie herinnert zich nog de motieven voor de golfoorlog? Voor de jodenvervolging? Wie heeft nog weet van de genocide door de katholieke kerk op de Albigenzen? Wie maalt er nog om de veroordeling van Giordano Bruno? De geschiedenis is gewoon doorgegaan, bijna alsof deze ware zaken er helemaal niet toe deden.


J.B. (3 mei 2007)




           










25-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terug naar de middeleeuwen (delen 1-5)

           

Terug naar de middeleeuwen (delen 1-5)


1.


Iemand had, zo geloof ik mij te herinneren, een reusachtige boete gekregen voor een ontbrekend achterlicht op de fiets bij valavond en het was toen ik dat voorval vertelde aan een vriend, een veel te jong overleden, grote Vlaamse schrijver, dat hij mij een bijzonder geheim verklapte.


Als iemands misdaden maar groot genoeg zijn, zo stelde hij, dan wordt de dader niet langer beschouwd als een crimineel. Misdaden die dermate groot zijn dat ze eigenlijk ons bevattingsvermogen te boven gaan, krijgen wonderlijk genoeg het uitzicht van hun tegendeel; ze worden dan veeleer beschouwd als heldendaden en de misdadiger in kwestie wordt door het volk op de handen gedragen en op een voetstuk geplaatst.


Neem bijvoorbeeld een van de grootste massamoordenaars aller tijden, zo repliceerde de wijze man op mijn ongeloof en hij noemde er een bij naam: Napoleon Bonaparte! Hoeveel standbeelden van deze supercrimineel sieren de grootste pleinen alom ter wereld? Werden van hem niet ontzaglijk veel meer portretten geschilderd dan van de heilige Antonius, om maar iemand te noemen? Wordt de naam van deze onbarmhartige slachter niet geschonken aan de meest prominente lanen en pleinen in onze wereldsteden? Luisteren ontelbare restaurants en cafés dan niet naar zijn naam? En wat dacht u van sterke dranken, koekjes, pralines en bonbons Napoleon? Met het guitige hoofddeksel en in de hem kenmerkende pose situeren wij Bonaparte prompt naast sinterklaas en de kerstman! De bijwoorden 'berucht' en 'beroemd' lijken ineens synoniemen geworden.


Mijn zeer belezen vriend had het gewis bij het rechte eind en wat meer is: ik ontdekte dat zijn stelling niet enkel gold voor exuberante misdaden; ze blijkt ook toepasselijk op buitensporige onzin.


Mensen die beweren dat er ooit kabouters en vuurspuwende draken rondliepen op deze aarde, worden scheef bekeken of dat was dan toch tot voor kort het geval want bijvoorbeeld in Harari's jongste 'wereldwijde bestseller' wordt verteld hoe deze kleine mensensoort de Sapiens vergezelde tot een paar duizend jaar geleden – overigens samen met nog andere soorten – en het is intussen ook geen geheim meer dat niet alleen draken maar ook gewone kevers vandaag de dag nog vuurspuwend vijanden te lijf gaan, net zoals diepzeevissen dat doen met stroomstoten om u tegen te zeggen.


Maar wat hier gezegd moest worden: voor kleine onzin wordt men beslist veroordeeld, zelfs als die helemaal geen onzin blijkt te zijn, terwijl daar tegenover staat dat het overgrote deel van het mensdom zijn gedrag laat bepalen – inzake leven én dood – door fabels waarvan men maar moeilijk kan geloven dat een mens ze ooit heeft kunnen verzinnen. En dan heeft men het over oorlogen aangevoerd door jaloerse goden die hun priesters gebieden dat zij hun trouw bewijzen door het bloedeigen kroost om te brengen.


U raadt inderdaad goed als u vermoedt dat hier de bijbel wordt bedoeld en meer bepaald het zogenaamde Oude Testament, dat Christenen, Joden en Moslims delen. Meer dan zeven van de acht miljard mensen die momenteel de aarde bevolken, geloven hun ganse leven te kunnen en te moeten verantwoorden aan de hand van de verhalen die men leest in de bijbel en in gelijkaardige geschriften uit de tijd dat de uilen nog spraken.


Edoch, dit verhaal wordt nog sterker eens men zich realiseert dat dit feit dienst doet als argument ter verdediging van de waarde van de betrokken fabels. En zo hebben ook hier te lande recentelijk de bisschoppen beslist om de lectuur van de bijbel weer bovenaan op de agenda te plaatsen voor de lessen godsdienst op school.


2.


Wij willen terug de bijbel gaan lezen, aldus spreken de bisschoppen vandaag in koor: de Joden leren de Thora uit het hoofd en de Moslims kunnen moeiteloos de Koran reciteren terwijl wij onze eigen Bijbelse verhalen vergaten en zo kan het beslist niet verder. En zij krijgen bijval, zelfs van atheïsten en in het bijzonder van taal- en cultuurkundigen, die er immers op wijzen dat wij ons taaleigen en onze beschaving voor een flink stuk aan die bijbel te danken hebben.


Edoch, als dat zo is, dan blijft het wel zeer de vraag of dat deel van onze cultuur dat wij aan de bijbel te danken hebben – of moet men veeleer zeggen 'te wijten' – wel wenselijk is in functie van onze toekomst en van ons geluk, want is dat uiteindelijk niet de inzet als het gaat om de opvoeding van kinderen?


Zo bijvoorbeeld staat te lezen in het Bijbelboek Genesis dat God de mens heeft geschapen als Adam en Eva, als man en vrouw, en wel uit kleiaarde. Geen probleem voor mensen van nu die immers weten dat alle leven op aarde uiteindelijk uit de aarde zelf voortkomt, zij het wellicht via een proces van scheppende evolutie. Maar niet veel verder in datzelfde boek dat kennelijk meer dan één auteur had, leest men dat Eva werd gemaakt uit een rib van Adam. Moderne theologen wijzen er dan wel op dat 'rib' wellicht een wat ongelukkige vertaling is van een woord dat veeleer 'deel' betekent maar het probleem van de zaak ligt elders. Vooreerst blijken mensen niet enkel te bestaan uit twee strikt gescheiden geslachten en vervolgens ware het wellicht geloofwaardiger indien gezegd werd dat de man was voortgekomen uit een deel van de vrouw in plaats van andersom. Want de eer van het moederschap wordt hier aan de vrouw ontzegd en aangezien daarvoor geen goede argumenten te vinden zijn, kan men niet anders dan besluiten dat hier de man die eer naar zich toe trekt omdat hij nu eenmaal de sterkste is van de twee. Iedereen weet dat alle mensen uit vrouwen geboren worden maar welke vrouw zal de man tegenspreken als hij het been stijf houdt en beweert dat zij gemaakt is uit een deel van de man? Of zal het zwakkere schepsel dan met het sterkere ruzie zoeken als haar leven haar lief is?


Andermaal krijgt het zwakkere geslacht een dreun in het verhaal van de zondeval want het is niet Adam die zich laat verleiden door de slang: de mens wordt ten val gebracht door de zwakte van de vrouw, die op haar beurt, als het ware als een vermomming van de slang, de man ten val brengt en daardoor de mens als zodanig.


Wat verderop kan men lezen dat de aartsvader Abraham een harem vol met vrouwen had, zij behoorden omzeggens tot zijn bezittingen. De vraag rijst uiteraard of in onze toekomstige wereld ons geluk dan echt op het spel staat als wij eraan verzaken om die oude Bijbelse ongelijkheid en rivaliteit tussen man en vrouw in ere te herstellen.


Immers, heel anders dan Genesis wijzen genetici erop dat bijvoorbeeld inzake sportwedstrijden het onderscheid tussen man en vrouw vandaag in feite irrelevant is geworden: andere categorieën dringen zich op sinds men kennis heeft van het spel der hormonen dat het sterkere geslacht tot het sterkere maakt en men oppert het invoeren van categorieën al naar gelang het testosterongehalte in het bloed van de deelnemers – ongeacht of zij 'man' dan wel 'vrouw' zijn. In welke zin kan men dan nog spreken over het nut van de bijbel of over de wijsheid van het boek als daar van een derde geslacht dat zich gestaag doch gewis aan ons opdringt, geen sprake kan zijn en wat met de rechten van homo's, lesbiennes en transgenders? In de fabel over Sodom en Gomorra wordt dit dan toch aanzienlijke segment van de wereldbevolking meedogenloos veroordeeld en in de zevende hellekring in zijn Commedia laat Dante de straf die de sodomieters reeds op aarde te verduren krijgen door de algemene haat ingevolge de veroordeling van hun bestaan door de bijbel, onbarmhartig voortduren: onder een regen van vuur lopen zij over hete kolen en krijgen aldus nimmer de rust die zelfs de simpelste dieren genieten:


'O zoon', sprak hij, 'alwie van deze kudde


één oogwenk stilhoudt, ligt dan honderd jaren


hier hulpeloos, terwijl het vuur hem geselt. (1)


Het Oude Testament is het wetboek van de Joden en de fundamentele wet aldaar is die van de vergelding of de wraak: een oog voor een oog en een tand voor een tand. In het Nieuwe Testament daarentegen breekt de jood Jezus van Nazareth categoriek met die zeden: hij onderwijst de Schriftgeleerden, noemt hen witgekalkte graven en hij vervangt hun wet door de wet van de naastenliefde met het loodrecht daarop staande principe van de vergeving. Die breuk met alle voorgaande Bijbelboeken is van dezelfde orde van grootte als de tegenstelling tussen de inzet van de twee rivaliserende engelenscharen, respectievelijk geleid door Gabriël en Lucifer, in de hemelse oorlog zoals beschreven door Joost van den Vondel (°1587-†1679): de stadhouder Gods wenst recht en orde en veroordeelt de 'gril' van de Schepper om de engelen die zuiver geestelijke wezens zijn, in dienst te stellen van de mens die behalve uit geest ook nog gemaakt is... uit stof:


'Men zou ons Paradys om Adams hof verwenschen.


't Geluck der Engelen moet wycken voor de menschen' (2)


3.


En laat de Eerwaarde Heren Monseigneurs nu vooral niet komen aandraven met het excuus dat die Bijbelse verhalen die veelwijverij propageren alsook moord in naam van God en de veroordeling van homo's, onschuldig zijn daar zij 'uiteraard' niet letterlijk mogen worden genomen! Laat hen nu vooral niet proberen ons te paaien met de uitleg dat het dikke boek vol beeldspraak staat en dat het niet de bedoeling is om van de nieuwe kinderen fundamentalisten te maken! Laat hen nu ons niet komen vertellen dat het hier slechts om mythen gaat zoals ook Hellas, het Oude Egypte en de beschaving van de Inca's die hebben want als puntje bij paaltje komt, citeert vanuit zijn Heilige Stoel de paus van Rome, tevens staatshoofd van het Vaticaan, onverbiddelijk letterlijk 'het woord van God'. Als het er werkelijk op aan komt, prevelt de zelfverklaarde plaatsbekleder van de stoel van Christus op aarde in Rome langs de ene kant weliswaar iets in de zin van: “Wie ben ik om homo's te gaan veroordelen?” maar enkele dagen later tijdens een trans-Atlantisch uitstapje vervoegt hij daar op straat prompt een massa fundamentalisten die protesteren tegen het homohuwelijk, de wereld eraan herinnerend dat in de bijbel staat geschreven dat Onze-Lieve-Heer Adam and Eve geschapen heeft en niet Adam and Steve.


Neen, die bisschoppelijke excuses zijn echt misselijk makend want o zo bedrieglijk leiden ze ons om de tuin: het gaat om verhaaltjes, zeker niet letterlijk te nemen, die onze woordenschat verrijken en die behoren tot de fundamenten van onze beschaving... tot op het ogenblik dat men moet ondervinden dat men in die sectoren die alsnog onder de kerkelijke macht staan, niet aan de bak komt omdat men vrouw is, homoseksueel, transgender en noem maar op: geen jobs voor wie behoren tot dit segment van de mensheid en dus voor hen geen inkomen en geen menswaardig bestaan en klinkt daar onder de mijters van de haters van de moeders en de sodomieters dan niet verborgen en gedempt doch nog heel duidelijk hoorbaar en gestemd niet een of andere christelijke hymne doch het ketterse lied uit – jawel – de Driestuiversopera van Kurt Weill en Bertolt Brecht?


Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral.” (3)


Tegelijk etaleren de doortrapte excuses dat die bijbel ons toch ook alleen al omwille van zijn rijke fabels ten goede komt, de erbarmelijke situatie waarin het machtsinstituut van de kerk na de Verlichting beland is: men ziet het huis helemaal afbranden en men probeert nog rap enkele meubels te redden; in zijn wanhoop poogt men alsnog iets te verkopen van die dingen waarvan men niet langer de eigenaar is; in de misleidende verpakking van 'allerlei culturele lekkernijen, spreuken en zegswijzen, voor elk wat wils' tracht men ons nog rap te doen tekenen voor ontvangst van een meedogenloos discriminerende zending vol met zedenwetten uit de middeleeuwen. En andermaal: de bisschop van Rome zal niet nalaten om te gepasten tijde letterlijk te citeren uit dit wetboek en wel met dezelfde ijver waarmee de schuldeiser voor de schuldenaar citeert uit de ellenlange tekst met minuscule lettertjes onder welke hij geheel te goeder trouw zijn naam neerkrabbelde ter vermeende bezegeling van een luchtige grap van de geslepen commerçant.


4.


Maar til toch niet zo zwaar aan wat de paus allemaal uitkraamt, zo proberen ons de lagere echelons bij de clerus alsnog te bezweren: pauselijke encyclieken zijn louter theorie, niet al te serieus te nemen; het zijn hoogdravende epistels; het echte werk gebeurt in de pastoraal en daar is de toon beslist heel anders!


Edoch, over de feitelijke invloed op het volk van wat autoriteiten allemaal 'uitkramen' wordt altijd listig gezwegen omdat potentaten zelden verantwoordelijk handelen. Herinneren wij ons bij deze gelegenheid maar een keer de verbanden tussen enerzijds de extremistische theoretici die niet echt lijken te handelen en die derhalve onschuldig lijken en anderzijds zij die met deze ideeën plannen smeden om ze ook in de praktijk te brengen – de uitvoerders of de beulen. Het zijn verbanden die verborgen blijven... zolang zij zich niet manifesteren in een of ander bloedbad!


Een voorbeeld van net geen acht jaar geleden biedt ons de zaak van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik uit wiens geschriften bleek dat tot diens grootste inspiratiebronnen de teksten behoorden van Vlaams-nationalist Paul Belien die na de calamiteiten en na de bekendmaking van de inhoud van het racistische manifest van Breivik, zijn verwondering uitte over het feit dat hij door de moordenaar meer dan tachtig keer geciteerd werd. Dat de man niet leek te kunnen begrijpen dat hij de muze was geweest van een massamoordenaar, illustreert uitnemend het schromelijke tekort aan mensenkennis en aan realiteitszin bij haat zaaiende politici en ofschoon de gedachten vrij zijn, volgt daaruit niet zo vanzelfsprekend dat ook de uitgesproken of de neergeschreven woorden dat zijn – zij zijn immers specifieke daden – en derhalve kan men stellen dat de psychopathie welke wordt toegeschreven aan blinde volgers van dergelijke profeten, evenzeer deze profeten zelf treft, en zeker daar waar zij kunnen geacht worden het impact in te schatten van de selectieve misantropie die racisme heet en die uiteraard wordt vergezeld van en uitgelokt door een zekere verschijningsvorm van de immer verblindende megalomanie.


Want het is een wetenschappelijk gegeven dat mensen kuddedieren zijn en dat de kuddegeest zich uit in onder meer een sterke afhankelijkheid van autoriteiten; in de navenante volgzaamheid worden dikwijls onnadenkend en aldus geheel gewetenloos de bevelen van de autoriteit ten uitvoer gebracht – onder meer het zogenaamde gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram uit 1963 illustreert dit overtuigend. Vandaag worden wij jammer genoeg met talloze modellen van deze waarheid geconfronteerd in het verschijnsel van het zogenaamde islamterrorisme.


God is voor velen de autoriteit bij uitstek en zij die aan een boek het auteurschap van die allerhoogste autoriteit toeschrijven – en dat zijn nota bene geen goden doch mensen – dragen zodoende een wel bijzonder grote verantwoordelijkheid; het is een verantwoordelijkheid die op de keper beschouwd geen mens in staat is om te dragen en het getuigt daarom van een volstrekt onverantwoord gedrag waar een mens beweert die link te kunnen leggen.


Een mens of veeleer mensen, in het meervoud, omdat gedeelde verantwoordelijkheid zo kenmerkend is voor de verantwoordelijkheidsvlucht of voor het onverantwoordelijk gedrag dat we bijvoorbeeld kennen van de fusillade; daarbij wordt immers een truc gebruikt om iemand ter dood te kunnen brengen zonder de mogelijkheid om de schuldigen aan te wijzen – in het vuurpeloton wordt namelijk één van de geweren geladen met een losse flodder. In dit geval wordt de verantwoordelijkheid gevlucht door hem te verdelen onder de clerus en meer specifiek onder de ('door God geïnspireerde') kerkvaders: zij kiezen de teksten welke zullen worden erkend als het woord van God; zij benoemen auteurs tot profeten en aldus schuiven zij het auteurschap voor door hen gekozen teksten in de schoenen van hun schepper; zij vertellen aan het volk dat zij beweren te weten dat God gesproken heeft en wat hij dan precies gezegd heeft en meer bepaald beweren zij te weten wat God aan de mensen bevolen heeft om te geloven, te hopen, te denken, te doen en te laten.


Edoch, wie dat plaatje aandachtig bekijken en ook weigeren om tegen de logica te zondigen, zien noodzakelijkerwijze een groep van lieden aan het werk die zelf voor god spelen, een bende die alle anderen proberen te dwingen om te erkennen dat zij God zelf zijn. En in wezen is dit niets anders dan de reinste dictatuur.


5.


We moeten terug naar de bijbel, zo haasten zich de bisschoppen, en zij hebben het over Mozes, Abraham, Job en talloze andere figuren uit de geschiedenis van een volk dat sinds de oudste tijden in oorlog is en dat niets minder dan de wereldheerschappij nastreeft, waarin het zich van talloze andere volken helemaal niet onderscheidt. Tegen die eer- en wraakzucht reageerde een wijze uit het eigen joodse volk, Jezus van Nazareth, die helemaal niets optekende maar over wie verslag werd uitgebracht door anderen – het werd zijn dood. En Hij verrees in de gedaante van zijn aanhangers, zoals dat met echte helden meestal het geval is. Edoch, de politieke heersers zagen Hem als een rivaal, zij vreesden voor het verlies van hun wereldlijke macht die Hij immers des duivels noemde en zij deden verwoede pogingen om de christenen uit te moorden. De volgelingen van de Opstandeling tegen het wereldlijke gezag verborgen zich in catacomben, zij werden afgeslacht doch hun aantal slonk geenszins, zij vermenigvuldigden zich zoals hun Leidsman het hun had opgedragen. Het wereldlijke gezag zag geen andere oplossing meer dan de nieuwe sekte in te lijven: de kerk van het zogenaamde christendom werd een erkende staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk en vanaf die dag smeedden de koning en de paus samen en niet zelden verenigden zij zich in de gang der tijden in het keizerschap dat onder meer Napoleon te beurt viel – de man wiens misdaden dermate groot zijn dat hij welhaast met de kerstman werd vereenzelvigd. Niet te geloven! Ha, stel eens dat Jezus van Nazareth nu terugkwam!


Ja, stel dat eens. Een groot Russisch schrijver liet de Messias naar deze wereld wederkeren en wel in een van zijn wereldberoemde romans die bestonden uit de vervolgverhalen die hij voor de kranten schreef om zijn schulden af te betalen want Dostojevski was een verwoed gokker maar desalniettemin en misschien precies daardoor, gedreven door de noodzaak, maakte hij wereldliteratuur. In een raamvertelling in De gebroeders Karamazov zette hij naar het voorbeeld van Christus zelf, een heuse parabel neer, De grootinquisiteur van Sevilla. (4) De inhoud ervan is een openbaring:


In Sevilla ten tijde van de Inquisitie worden de ketters verbrand; Jezus is teruggekeerd en wordt door de grootinquisiteur betrapt bij de opwekking uit de dood van een zevenjarig meisje. De kerkvorst laat Jezus gevangennemen en vermaant Hem dat Hij op aarde niets meer te zoeken heeft, daar Hij lang geleden zijn macht heeft overgedragen aan de kerk; Hij noemt Hem de allergrootste ketter en dreigt Hem op de brandstapel te gooien. De grootinquisiteur herinnert Jezus eraan dat tijdens zijn vasten in de woestijn de duivel Hem verzocht om stenen in brood te veranderen maar dat Hij weigerde, zeggende dat de mens niet leeft van brood alleen doch van Gods woord; verder weigerde Hij te erkennen dat de mens een kuddedier wil zijn en het er beter af brengt zonder vrijheid en geheel onderworpen aan het kerkelijke gezag. Tenslotte wees Jezus de Hem door de duivel aangeboden heerschappij over de wereld af. En de grootinquisiteur maakt nu zijn standpunt duidelijk: wij (de kerk van Rome) zijn niet met U doch met hem (doelend op de duivel), ziedaar ons geheim! En wij zullen de mensen bedriegen en hun zeggen dat wij in Uw naam heersen. U bezit de uitverkorenen maar wij bezitten alle mensen. De mensen zijn zwak en willen gedomineerd worden; wij zullen hun toestaan te zondigen en we zullen hun zonden vergeven als zij maar met onze toestemming bedreven worden. Zo zullen zij uiteindelijk gelukkig zijn dankzij ons die hen bedriegen en die ons geluk aan hen opofferen.


Het enige antwoord van Christus op de woorden van de grootinquisiteur is een kus; de kerkvorst jaagt Hem weg en bezweert Hem nooit meer terug te komen.


(J.B., 23-25 januari 2019)


Verwijzingen:


Verwijzingen:


(1) Dante's leermeester Brunetti Latini aan het woord in Dante Alighieri, De goddelijke komedie, De hel, Vijftiende zang, verzen 37-42, in de Nederlandse vertaling uit 1929-'30 van Christinus Kops O.F.M. (°1877-†1951), De Nederlandse Boekhandel, Antwerpen 1985, p. 94.


(2) De woorden van Belzebub nadat Apollion teruggekeerd van het aards paradijs aan de andere engelen verslag heeft uitgebracht over het nieuwe schepsel dat de mens is.


    (3) Kurt Weill en Bertolt Brecht, Die Dreigroschenoper, 1928. Het stuk in kwestie is geïnspireerd op de exact tweehonderd jaar oudere The Beggar's Opera van John Gay.

    (4) Fjodor Dostojevski, De gebroeders Karamazov, II-5.5.





22-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boris Blacher

Boris Blacher

15-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De ruk naar rechts














           

De ruk naar rechts


Steeds meer opportunisten doen zich de politiek in stemmen en horen zichzelf o zo graag aan het woord en als het maar even kan ook op de buis met de mond vol over wat we met zijn allen wel zullen moeten gaan doen om onze levensstandaard in stand te houden en daarvoor zullen zij zorgen.


Om te beginnen kunnen de meeste mensen makkelijk aan de slag blijven tot hun zeventigste – dat staat wetenschappelijk vast, evenals het feit dat de bedreiging van onze welvaart niet te wijten is aan de omkoperij en de onbekwaamheid van politici maar aan de sociale fraude gepleegd door de armen. Langdurig zieken zullen opnieuw een kans krijgen op de arbeidsmarkt, de herinvoering van de dienstplicht zal onze burgerzin ten goede komen en het milieu vereist dat opnieuw geïnvesteerd wordt in kernenergie. Alle stages kunnen best wat worden uitgebreid en niet te vergeten komt er ook nog een verplichte burgerdienst van één of twee jaar, daar zijn we nog niet uit, als voorbereiding op de participatie aan het maatschappelijke leven.


Lui die ontegenzeggelijk ter kwader trouw zijn beweren dat de nieuwe 'politici' er niet in slagen om een enkele zin te vormen die minder dan drie fouten tegen het Nederlands bevat, weliswaar, doch dit, zo antwoorden zij, is vanzelfsprekend ook niet nodig aangezien het niet de taal is waarover zij beloven zich te zullen buigen: hun altruïstisch engagement betreft de politiek en de economie; onze economie moet blijven groeien, zo zegt het eerst de ene en vervolgens de andere; we moeten jobs creëren, jobs, jobs, jobs voor iedereen. En zij behartigen zich het lot van de medeburgers, de toekomst van onze kinderen en van de hele natie, onze plaats in de wereld van morgen en als dat niet van heldhaftigheid getuigt!


De regering slaagt er weliswaar niet in om de helft van de burgers van een job te voorzien, laat staan van een passende job maar kijk, ook voor dat probleem hebben de nieuwelingen een oplossing in petto: de algehele onbekwaamheid tot regeren moet beantwoord worden vanwege de burger met flexibiliteit!


Flexibiliteit betekent: niet vies zijn van een overuurtje, wat avondwerk of eens bijspringen in het weekend en betalingen in natura ter verkapping van lonen die het minimum niet benaderen. Maar flexibiliteit betekent ook: geneesheren die al eens het huisvuil ophalen als zij niet aan de bak komen op de arbeidsmarkt én ijzervlechters die bereid zijn om een snelcursus te volgen met het oog op het lerarenambt of wat dacht u van ervaringsdeskundige parlementairen?


Flexibiliteit is het negeren van de eindtermen als de concurrentie onder scholen dit vereist maar het betekent ook de bereidheid om af te stappen van het klassieke examensysteem; de bereidheid om voor de beoordeling van examens de professoren van weleer te vervangen door weliswaar onopgeleide doch door de autoriteiten als bevoegd bestempelde krachten – en laten we hen voor de gelegenheid 'human resourcemanagement-experten' noemen: zij worden door onze legaal verkozenen aangeworven op grond van hun 'competentie' waar in het 'oude stelsel' alleen maar diploma's werden vereist. Want ook mensen die niet houden van studeren en die hun vak niet kennen, moeten aan de bak kunnen komen en dan vooral diegenen onder hen die hand- en spandiensten verlenen aan bevriende politici – het kan toch niet dat dergelijke engagementen onbezoldigd blijven? En zo galmt dan hun frisse song al door een nieuwe dageraad:


Weg met de blokbeesten die het allemaal voor zichzelf inpalmen; zij mogen dan al vakkennis hebben: zij maken ons, nitwits en opportunisten, het leven zuur! En de macht om aldus het land om zeep te helpen, vereist van ons niet één examen, wij schamen ons niet analfabeet te zijn, het volstaat dat wij gelijk de leurders doen, van deur tot deur gaan, eens schoon lachen naar de mensen en hen beloven wat zij het liefst horen; zo immers winnen wij hun stem en krijgen wij het voor het zeggen: de juiste man op de juiste plaats! Jedem das Seine! En opruimen geblazen voor wat onze kas niet spijzigt!


(J.B., 15.01.2019)


           
















06-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Weten en geweten













               



Weten en geweten


Wie zou een treinconducteur kunnen dulden die reizigers mét geldig vervoerbewijs van de trein gooide en die aan zijn vrienden gratis ritten aanbood? Onmogelijk, denkt u. Maar realiseert u zich ook dat het niet een vermeende burgerzin is of een persoonlijke moraliteit welke een dergelijk misbruik verhindert, doch de openbaarheid waarin zich de beroepsdaden voltrekken? Er zijn immers tal van postjes waar dit groteske machtsmisbruik de regel is, eenvoudigweg omdat het scherm van de discretie en de privacy meteen verkapt wat om heel andere redenen het licht niet mag zien. En de arbitraire toekenning van jobs aan onbekwame vrienden gaat niet alleen gepaard met de broodroof van vaklui: deze misdaad bezegelt tevens de teloorgang van het product van de arbeid. En is dat niet wraakroepend, vooral dan waar dat eindproduct een mens is, bijvoorbeeld een opvoedeling? De arbeid als zodanig wordt dan negatief, hij brengt niet langer iets voort maar hij maakt iets kapot. Of iemand.


In het belang van de leerlingen wordt over de vakbekwaamheid van kandidaat-leraren beslist door hoogleraren of vakspecialisten aan universiteiten en aan hogescholen en wel op een bijzonder scrupuleuze manier: wie als master afstudeert, heeft met vrucht meer dan honderd examens afgelegd bij soms evenveel professoren. Andermaal: in het belang van de leerlingen wordt over de vakbekwaamheid van kandidaat-leraren beslist door professoren en niet door bijvoorbeeld clerici, logebroeders, politici, ambtenaren van de VDAB of schooldirecteuren. Laatst genoemden dienen zich te beperken tot het aanbieden van de infrastructuur welke het lesgeven mogelijk maakt: goed verluchte en verwarmde klaslokalen, propere toiletten, werkbare uurroosters, orde en tucht. Waar schooldirecteuren zich bemoeien met de aanwerving van leraren plegen zij hetzelfde machtsmisbruik als de onmogelijke treinconducteur uit de bovenstaande paragraaf.


De vriendjespolitiek en het cliëntelisme maken dat scholen dreigen te verworden tot plekken waar tot lesgeven onbekwaam personeel zijn eigen inkomen verzekert ten koste van (de opvoeding van) de kinderen. De onderlinge concurrentie tussen scholen zet bepaalde scholen ertoe aan om het lerarenkorps onder druk te zetten om veel minder van de leerlingen te eisen dan goed voor hen is. Want zij beschouwen hun leerlingen eigenlijk als hun klanten terwijl zij geloven dat de leerlingen die scholen kiezen die de minste eisen stellen voor het bekomen van een getuigschrift. Intussen eisen zij van hun leerkrachten getuigschriften van pedagogische bekwaamheid waarvan alle insiders weten dat deze louter formeel zijn – de buitenwereld verkijkt zich erop – en dit spook van de pedagogische bekwaamheid wordt stilzwijgend beaamd omdat het de omvang van de wedde flink doet toenemen. De aanwerving van vakonbekwame doch zogenaamd pedagogisch bekwame leerkrachten zit in de lift in tijden van lerarentekort omdat het de burger zand in de ogen strooit maar het doet denken aan wat bepaalde critici zegden over het zogenaamde Copernicusplan van een paar decennia geleden: politici delen veeleer aan competente dan aan gediplomeerde lui jobs uit in ruil voor hun stem terwijl geschoolde mensen aan de kant blijven staan en vervolgens eisen de ongeschoolden op de koop toe de wedde die ook gediplomeerden trekken onder de slogan 'gelijk loon voor gelijk werk'.


Niet aan een tekort aan vakmanschap gaat een land ten onder maar aan een tekort aan ethiek. Niet het weten moet worden verbeterd doch het geweten. Er zijn er die zeggen dat men de mensen een geweten moet schoppen en inzake deze zeer ernstige aangelegenheden hebben zij misschien wel overschot van gelijk.


(J.B., Driekoningen 2019)

















04-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wensdenken


           

Wensdenken


De apokatastasis (*) of de leer dat ooit alles zal hersteld worden in zijn oorspronkelijke toestand en meer bepaald in de toestand van voor de zondeval – met andere woorden de leer van de terugkeer naar het paradijs – mag dan wel hoopgevend lijken in tijden van rampspoed en ellende maar hij is uiteindelijk in hetzelfde bedje ziek als pakweg de reïncarnatieleer met zijn karmabegrip, het vooruitgangsgeloof en de meritocratie – om er maar enkele te noemen.


De meritocratie of de leer dat iedereen loon naar werken ontvangt, is de (vooral in de VS heel sterk verspreide) maatschappelijke variant van de apocalyptische leer van de scheiding van de bokken van de schapen of dus het geloof dat op het einde der tijden het goede wordt beloond en het kwaad wordt bestraft. In feite is die leer in strijd met de religie waaraan zij haar kern ontleent omdat het christendom precies het tegenovergestelde predikt inzake het aardse bestaan: de wereld is des duivels en derhalve loont het kwaad en blijft het goede tijdens het aardse leven onbeloond terwijl het kwaad dat de goeden overkomt, geldt als een maatstaf voor het gewicht van de liefde zoals dat wordt verklaard in het boek Job. Maar de meritocratie zorgt er wel voor dat allen die zij van haar waarheid kan overtuigen, in de samenleving het beste van zichzelf zullen geven, zij het in een jammer genoeg heel ijdele hoop; en wie dan voor alle goed bedoelde inspanningen bestraft worden, kunnen alsnog terugvallen op het geloof in het uiteindelijk geschieden van recht bij het laatste oordeel waar god zelf hen zal belonen. Een inconsistente en derhalve een toch wel bijzonder wankele om niet te zeggen totaal onhoudbare theorie – kortom een groteske leugen.


Het vooruitgangsgeloof is dan weer verwant met de meritocratie en met de reïncarnatieleer: hard werken wordt beloond, niet alleen met persoonlijke maar tevens met maatschappelijke vooruitgang; het leveren van inspanningen is verwant met het uitboeten van schulden en wie gehoor geven aan de wet van schuld en boete, mogen dan rekenen op een fikse beloning in een volgend leven: de promotie tot een hogere levensvorm of kaste. In deze leer – terug te vinden in de uitdrukking van Jedem das Seine zoals te lezen in smeedijzeren letters op het hek van Buchenwald – is het bieden van hulp aan noodlijdenden uiteraard uit den boze omdat het de ongelukkigen aldus belet dat zij hun schuld uitboeten want dat kunnen alleen zijzelf doen door voldoende te lijden. Die oosterse leer vindt men vanzelfsprekend terug in de katholieke leer van het vagevuur waar alleen persoonlijk leed in staat is om de zonden uit te wissen. En alsof het nog niet erg genoeg was dat in deze optiek de naastenliefde geheel onmogelijk wordt, blijkt die leer dan nog eens in strijd met de leer van de apokatastasis of het geloof dat op het einde de oorspronkelijke paradijselijke toestand wordt hersteld: allen worden gered en de hel is helemaal leeg!


Er bestaat een term voor dergelijke leugenachtige gedachteconstructies en alvast in het geval van de theorie van de apokatastasis gaat het om het zogenaamde wensdenken. Wij wensen dat ten langen leste alles goed zal komen en tegen alle logica in geloven wij dan gewoon de stap te kunnen maken van de wens naar het feit: op het eind van de rit zal alles weer zijn zoals voorheen en wij geloven dit te weten omdat wij het wensen.


Het wensdenken mag dan de schijn hebben dat het troost biedt en daarom niet te versmaden is maar tot spijt van wie het benijdt, is de realiteit heel anders; het wensdenken is immers bijzonder gevaarlijk. Wie zijn wensen voor werkelijkheid houdt, maakt abstractie van de wetten die de werkelijkheid als zodanig constitueren en belandt zodoende in een droom en dat is het schrikbeeld van wie hun toevlucht zoeken in opium – hetzij in de opium welke gewonnen wordt uit papaver, hetzij in de zogenaamde 'opium voor het volk'.


De wens onderscheidt zich van de wil uitgerekend hierin dat hij abstractie maakt van de realiteit. Het is makkelijk om zichzelf of ieder ander alle goeds toe te wensen maar het is een heel ander paar mouwen om het goede ook werkelijk te willen. In het eerste geval volstaan enkele woorden en de kous is af – een kous die doet denken aan deze die gebreid wordt met de woorden 'ik hou van jou' of 'ik beloof u dat' – de wens. Het laatste geval daarentegen – de wil – impliceert de totale verwerkelijking van wat men zegt te willen en dat houdt een volgehouden engagement in dat een gans leven kan overspannen en waarbij men al zijn tijd en zijn krachten in de weegschaal werpt totdat het gewilde doel wordt bereikt. De realisatie van het gewilde gebeurt niet in een droomwereld of in een fantasie maar het heeft plaats in de tastbare werkelijkheid met zijn onverbiddelijke wetten en regels, strikken en valputten, bijzondere verleidingen, problemen, handicaps, tekorten, omwegen en doodlopende paden. Als wij geloven dat op het einde alles sowieso terecht zal komen omdat dan de oorspronkelijke paradijselijke toestand hersteld zal zijn, dan beweren wij daarmee dat wij helemaal niets meer hoeven te willen en te doen en dat het volstaat om het beste te wensen. Wij geloven dan dat de derde wet van de thermodynamica – die van het onverbiddelijke verval – omkeerbaar zou zijn. Wij geloven dan met andere woorden in de omkeerbaarheid van de tijd!


Nu zullen alle fysici ons vertellen dat de tijd onomkeerbaar is maar geheel los van dit argument tegen de theorie van de apokatastasis is er nog een heel andere reden denkbaar om de omkeerbaarheid van de tijd radicaal te verwerpen, namelijk een argument deels van ethische aard: indien de tijd omkeerbaar was, dan zou ongedaan kunnen gemaakt worden wat nu eenmaal geschied is en dan waren bijvoorbeeld de rechtspraak en het recht volstrekt onmogelijk en in het zog daarvan waren ook de waarheid en de leugen niet langer onderscheidbaar en hetzelfde gold dan met betrekking tot de werkelijkheid en de droom en met betrekking tot het leven en de dood.


Nog anders gezegd zou in dat geval de chaos terugkeren waarvan gezegd wordt dat die er voor het begin van de tijden was. Want het is de onomkeerbaarheid van de tijd die ervoor zorgt dat er zoiets als het verleden bestaat. En alleen de feitelijkheid van het verleden waakt erover en staat er garant voor dat wat eenmaal gebeurd is, voorgoed bewaard zal blijven, ook al kunnen wij er met onze veel te korte benen en armpjes helemaal niet bij. Vooralsnog niet.


(J.B., 4 januari 2019)


(*) De leer van de apokatastasis wordt vermeld in het Nieuwe Testament in Handelingen 3,19-21. De context hieronder is van de bijbeltekstversie van het NBG:


19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,


20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;


21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.

           


                       






           



















20-12-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Waar is Habel, uw broeder?" - Aflevering 3: waarom populisten dictators zijn















"Waar is Habel, uw broeder?"

Aflevering 3: waarom populisten dictators zijn


In een artikel in MO* van 6 december 2018 getiteld De grootste misdaad tegen de mensheid ooit, vat Louis De Jaeger de misdadige kern van het consumptisme mooi samen: de mensen worden (door onder meer de reclame) ongelukkig gemaakt en kunnen pas aan dat ongeluk ontkomen door met zuur verdiend geld overbodige spullen te gaan kopen.

Nu de politiek zelf verworden is tot een industrie, vindt men een toepassing van de valstrik van dit consumptisme terug bij de populistische politici die zich immers bedienen van dezelfde list als de misdadige reclamemakers. Zij maken hun kiezers wijs dat migratie hen ongelukkig zal maken en dat hun partij een oplossing in petto heeft welke hen te beurt zal vallen als zij het gedachtengoed van die partij binnenhalen – kopen – en er derhalve op stemmen teneinde deze criminelen aan de macht te brengen.

Het bedrog is danig complex dat bijna de helft van de Europese bevolking ziende blind in deze val trapt. Vooreerst is de 'reclame' in kwestie doorspekt van leugens en de eerste leugen verschuilt zich in een verzwegen tweevoudige premisse die enerzijds voorhoudt dat migratie een kwaad is en anderzijds dat politieke machthebbers in staat zouden zijn om migratie te manipuleren.

In elk van de twee gevallen wordt kennis voorgewend die er gewoon niet is en in het tweede geval wordt bovendien onbestaande macht voorgewend en deze leugens dienen uiteindelijk geen ander doel dan aan de betrokken populisten een job te gunnen waarvoor zij incompetent zijn: zij parasiteren quasi straffeloos op ons democratische systeem middels elementaire volksverlakkerij.

Zij verdienen daarvoor uiteraard de zwaarste straf maar het feit dat ze die niet krijgen, toont aan dat hier in feite geen scheiding der machten meer mogelijk is: de zieke democratie brengt onafwendbaar de dictatuur.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 20.12.2018)















17-12-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Waar is Habel, uw broeder?" - Aflevering 2: het nationalisme en de mensenrechten














               

"Waar is Habel, uw broeder?"


Aflevering 2: het nationalisme en de mensenrechten


Het nationalisme ziet de staat als een socio-cultureel gegroeid geheel met een eigen identiteit, welhaast zoals een levend organisme. Een misvatting uiteraard omdat voor de vorming van een staat, een constitutie volstaat, precies zoals spelregels volstaan voor het spelen van een spel. Paradoxaal genoeg zien nationalisten de staat bovendien vaak als een volgroeid organisme, daar zij de eigen natie geen verdere verandering of ontwikkeling meer gunnen, wat eigenlijk een naïef essentialisme verkapt: de opvatting dat een staat een bevroren of onveranderlijk (geworden?) wezen is, geheel onafhankelijk van de rest van de wereld. Maar staten komen niet tot stand zoals individuen tot stand komen en zij leven ook niet, het zijn geen schepselen maar constructies, werktuigen die hun functioneren danken aan spelregels – wetten.


Het nationalisme heeft als zorg de eigen natie en dit beginsel impliceert meteen een onafwendbare verdeling van de wereldgemeenschap in twee kampen: wij versus de anderen. De interne contradictie van die leer wordt apert van zodra men zich ook realiseert dat als alle andere staten het nationalisme zouden aanhangen, er uiteraard geen twee kampen ontstaan maar net zoveel kampen als er staten zijn, wat betekent dat deze opvatting de facto de ideologie van de versnippering is en dus een misvatting van dezelfde orde als het egoïsme.


Het egoïsme is niet slechts een morele keuze, het is vooreerst een misvatting en een miskleun omdat het de hefboomfunctie van het principe van de solidariteit miskent. Want zoals de geschiedenis aantoont, creëert het beginsel van de onderlinge solidariteit – in casu de solidariteit tussen staten – zelfs geheel los van het veld van het ethische handelen een win-winperspectief, zoals dat het geval is in alle mogelijke vormen van het internationalisme. Echt eumoreel wordt de onderlinge samenwerking tussen naties pas van zodra zij in de eerste plaats een samenwerking van personen is en dan betreft dit een universalisme, zoals bijvoorbeeld het katholicisme dat althans in woord beweert te zijn, wat betekent dat ongeacht wie er in principe kan tot toetreden: mensen van elke etnie, van elk geslacht enzovoort. En daar waar ook maar één persoon van toetreding uitgesloten wordt, kan geen sprake meer zijn van universalisme en is het universele slechts een voorwendsel, een leugen.


De idee dat er mensenrechten bestaan, is in wezen een bijzonder universalistische gedachte omdat zij impliceert dat deze rechten ook verdedigd horen te worden ongeacht de wetten van de naties waar de betrokken mensen het burgerschap genieten. De erkenning van de mensenrechten door de Verenigde Naties impliceert de bereidheid van de VN om naties die deze mensenrechten schenden, te veroordelen, te sanctioneren of op nog andere manieren onder druk te zetten om daar aldus de eerbiediging voor de mensenrechten af te dwingen. Politici die ervan uitgaan dat elk land zelf mag bepalen welke rechten het aan zijn burgers geeft, verzaken eraan zich het lot van medemensen die geen eigen medeburgers zijn, te behartigen en in feite stellen zij aldus het burgerschap boven het menszijn, wat een perversie is. Hun opvatting impliceert de toelaatbaarheid van wetten wars van de mensenrechten. Dergelijke politici zijn in wezen aanhangers van de dictatuur. Het nationalisme is een staatsvorm die haaks staat op de eerbiediging van de mensenrechten.


(Wordt vervolgd)


(J.B., 17.12.2018)

















15-12-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Waar is Habel, uw broeder?"













               

"Waar is Habel, uw broeder?"


"En de HEERE zeide tot Kaïn: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?" (1)


(1) Genesis 4,9. Zie: https://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/4.html#9


Deze dialoog tussen God en Kaïn volgt op de moord en het antwoord van Kaïn is bedoeld als een rechtvaardiging: Kaïn erkent geen schuld, hij stelt dat elk voor zichzelf moet zorgen: "Jedem das seine", zoals het in grote smeedijzeren letters boven het hek van het concentratiekamp van Buchenwald staat. (2)


(2) Daar werden reeds in 1937 communisten, Jehova's getuigen, Roma, Sinti, criminelen, homoseksuelen en later ook gehandicapten gevangen gezet en in 1938 werden daar samen met daklozen en vooraanstaande joodse kunstenaars en wetenschappers ook duizenden zogenaamde 'werkschuwen' geïnterneerd. Er waren executies, dwangarbeid, kou en ontbering en nadat in 1939 de oorlog was uitgebroken werd een crematorium gebouwd om de talloze lijken te verbranden die eerst werden beroofd van wat er nog bruikbaar aan was – van gouden tanden tot hoofdharen.


Alleen al in Buchenwald verbleven 238.979 gevangenen – een derde waren kinderen jonger dan 20 jaar – waarvan er 56.545 omkwamen en in alle concentratiekampen samen lieten zowat zes miljoen mensen het leven. (3)


(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Buchenwald


"Wir haben es nicht gewusst", zo beweerden de Duitsers na de oorlog. (4)


(4) Zij werden hierin in het gelijk gesteld door "de naoorlogse Duitse bondspresident Richard von Weizsäcker die tijdens de oorlog in de Wehrmacht diende" – zijn vader Ernst "was voor het naziregime eerst staatssecretaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken en later ambassadeur in het Vaticaan". (Zie: https://historiek.net/wir-haben-es-nicht-gewusst-de-duitsers-en-de-holocaust/63703/ )


"Ik weet het niet", zo antwoordde Kaïn: "ben ik dan mijn broeders hoeder?" Een uitspraak die ook naar onze tijd gecatapulteerd werd: "Zijn wij dan verantwoordelijk voor de vluchtelingen? Is het dan onze plicht om voor hen te zorgen?" aldus schuift de N-VA-voorzitter de verantwoordelijkheid van zich af en hij doet dat in naam van een steeds groeiende massa kiezers.


Maar hoe kan het ook anders, het christendom immers is niet langer vanzelfsprekend; de gelijkheid van alle mensen vanuit de overtuiging dat wij allemaal kinderen van God zijn, geldt kennelijk niet meer; steeds vaker hoort en leest men dat alleen gekken geloven dat het hun plicht is om voor wildvreemden zorg te dragen en nu de handelaars huishouden in de tempels, (5)


(5) Alom ten lande worden sinds kort kapellen en kerken omgebouwd tot handelsruimten, restaurants en zelfs bars en dit met de toestemming van de verantwoordelijke bisschoppen. Zie bijvoorbeeld: http://www.gondola.be/nl/news/food-retail/delhaize-wil-markthal-openen-gentse-sint-annakerk


weerklinken nergens nog de woorden uit de parabel van de barmhartige Samaritaan: de gift om niet bestaat niet langer, voortaan weergalmen heel andere wetten waarvan sprake in de Apocalyps, over de aanbidding van de onmens die al degenen doodt die hem weigeren te aanbidden – de onmens, de afgod, het geld – want wie de macht van het geld miskennen, aan hen wordt de toegang tot de wereld ontzegd die immers des duivels is. (6)


(6) Apocalyps van Johannes, hoofdstuk 13: "En ik zag uit de zee een beest opkomen, (...) en op zijn hoofden was een naam van godslastering. (...) En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen (...) En het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden (...) En verleidt degenen, die op de aarde wonen, (...) dat zij voor het beest (...) een beeld zouden maken. (...) En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het (...) zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden; En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams. Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig."


Dat de wereld het terrein van de duivel is, spreekt uit het verhaal van de verzoeking van Jezus door de duivel want wanneer deze laatste zich als eigenaar van de aardse koninkrijken opwerpt, spreekt Jezus dit geenszins tegen. Zie: Matteüs 4:8-10: "De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Zie ook: Lucas 4:5-8: "Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in een en hetzelfde ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. De duivel zei tegen hem: ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’


De geschiedenis heeft een vreemde wending genomen. De welluidende staatsvorm van de democratie of het recht van de meerderheid is niets anders dan een verschijningsvorm van het onwelluidende recht van de sterkste. Ook vandaag zijn het de sterkeren die heersen over de zwakkeren en dit door middel van de uitbuiting die de kloof tussen beide steeds groter maakt. Alleen het christendom is in staat gebleken om met de wet van de liefde weerwerk te bieden aan de natuur en die wet maakt het christendom dan ook bovennatuurlijk. Mede door de politieke werking van de kerk is het christelijke handelen deels vanzelfsprekend geworden maar evenzeer is het tot de sfeer van het onbewuste en het onpersoonlijke handelen en denken gaan behoren in die zin dat het doen en laten van de door de kerk gevormde menigten in een christelijk gekleurde trend verliep met dezelfde spontaneïteit waarmee elke trend zich doorzet als zijn tijd daar is. Veeleer dan de overtuiging was het dan de wet van de gewoonte die het gedrag van de massa's stuurde en het is dan ook niet verwonderlijk dat het verdwijnen van deze grotendeels onbewuste tendens zich quasi onopgemerkt voltrokken heeft. Verbaasd zoals langslapers die uit een droom ontwaken, staan plotseling fel aanzwellende menigten op die zich afvragen waarom ze eigenlijk nog langer hun naaste zouden beminnen nu ze zijn gaan beseffen dat hun zelfverrijking er aanzienlijk beter zou bij varen indien ze hun naaste zouden beconcurreren, uitbuiten of gewoon verorberen met huid en haar. Een aanzwellende groep ouders wenst niet langer dat hun kinderen goede mensen worden, zij verkiezen zonen en dochters die hun plan kunnen trekken in de strijd welke in de wereld wordt gevoerd om de macht maar ook gewoon om een plaats, een dak en een boterham want de te verdelen koek wordt kleiner en het aantal hongerigen neemt gestaag toe. De idealen van de barmhartige Samaritaan die zich buigt over de beroofde vreemdeling en die hem verzorgt, Sint Maarten die met een stuk van zijn mantel de naakte bekleedt en pater Damiaan die zijn leven deelt met de leprozen, zijn museumstukken geworden en de helden van vandaag heten Bill Gates, Mark Zuckerberg, Madonna en Cristiano Ronaldo. De goedheid heeft plaats gemaakt voor de roem, de schijn heeft de plaats ingenomen van het zijn, het hemelse geluk van weleer dat men pas kan verdienen met opoffering, volharding en toewijding staat voortaan in de schaduw van de 'chance' die aan het blinde lot is toe te schrijven en zo ook zetelt dat blinde en onrechtvaardige lot vandaag op de troon van de vermiste, alziende, rechtvaardige god.


Het stoort ons niet meer wanneer rechtvaardigen die zich het lot van de medemens behartigen, koelbloedig worden vermoord – het stoort ons niet meer in die mate dat we ervan wakker liggen, het is nog slechts 'nieuws' voor een dag, hooguit een week, om vervolgens te verdwijnen in een rugzak gevuld met duizend dergelijke verhalen, het ene feitelijk, het andere fictief, het lijkt niet meer uit te maken, alsof de grens tussen werkelijkheid en droom zelf fictief was zoals ook die tussen wil en wens dat steeds vaker wenst te zijn. Haatdragenden verkiezen geheel democratisch 'leiders' die aan hun haat gestalte geven door de uitingen ervan middels nieuwe wetten te verheffen tot de legitieme praktijk. Populisten die de laagste verzuchtingen van het volk vertegenwoordigen laten zich bijstaan door leugenachtige praatbarakken die zij tot professoren benoemen om aldus de verkrachting van het redelijke door het louter autoritaire te kunnen bewerkstelligen. Zij vullen de media met hun oeverloos gedreun van steeds misselijker makende onzin en zij verplichten de massa's hun lelijke spel toe te schouwen en hen te gaan quoteren in het kiesbureau. Op die manier vernederen de massa's zichzelf, suïcideert zich het mensdom en staat een beest op uit de aarde – een beest dat alsnog spreekt zoals een mens spreekt, echter zonder een mens te zijn: de onmens, de afgod, het geld – want wie de macht van het geld miskennen, aan hen wordt de toegang tot de wereld ontzegd die immers des duivels is.


"En de HEERE zeide tot Kaïn: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?"


(J.B., 15 december 2018)
















26-11-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.n.a.v. de zaak Khashoggi
Klik op de afbeelding om de link te volgen

n.a.v. de zaak Khashoggi:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/van-ruilmiddel-tot-god/10840 

Zie ook:

"Saoedi-Arabië in de huidige tijd":

https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2306586





12-11-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De waarheid en de politiek. (N.a.v. de heisa over het meebesturen van PVDA in Zelzate na de verkiezingen van 2018)













               

De waarheid en de politiek.


(N.a.v. de heisa over het meebesturen van PVDA in Zelzate na de verkiezingen van 2018)




Het belangrijkste punt in de hele heisa is dat er nooit een cordon sanitair is opgetrokken tegen een andere partij dan het Vlaams Blok. Wil men dat doen, dan moet dit gebeuren via een rechterlijke uitspraak, precies zoals dat gebeurd is tegen het Vlaams Blok van weleer: op grond van strafrechterlijke feiten en na een onderzoek de rechtsstaat waardig. Spreken over een 'feitelijk' cordon sanitair inzake andere partijen, is liegen: men verkapt het niet bestaan ervan en men poogt de achterklap te verheffen tot het niveau van de rechtspraak. Of moet men terug naar de tijd van het 'feitelijk' cordon sanitair tegen mensen met een andere huidskleur? Terug naar het 'feitelijk' cordon sanitair tegen vrouwen, tegen homo's, tegen anders-validen en noem maar op? Wil men terug naar die toestanden van wetteloosheid en verdrukking dan belandt men alras in de middeleeuwen: men beseft niet langer dat wetten er zijn ter bevrijding van het volk en ter bescherming van alle burgers tegen allerlei vormen van geweld – onder meer tegen het geweld dat de waarheid wordt aangedaan. Buiten de wet opererende actoren oefenen druk uit – om niet te zeggen dat zij geweld gebruiken – om de rechtsstaat buiten werking te stellen: politici roepen zichzelf publiekelijk uit tot burgemeester vooraleer zij als zodanig rechtsmatig werden benoemd en verliezers van de verkiezingen manifesteren op straat in een poging om zich alsnog door het gezag als winnaars te doen erkennen; allerlei benoemingen gebeuren steeds vaker 'in den duik'; misdadigers gebruiken massamedia – desinformatie – om hun aanklagers een hak te zetten. En helaas ziet men steeds vaker de rechtsstaat bezwijken voor het geld van criminelen – misdaadgeld. Het is de zwakte van dit ruilmiddel dat er niet op vermeld staat waar het vandaan komt en zo kan allerlei geboefte zijn straf trachten af te kopen – van belastingontduikers tot topgangsters. Een staat die toehapt, gelooft verkeerdelijk aldus winst te kunnen boeken: met haar onverstandig opportunisme capituleert zij voor de middel-doelomkering (een Augustiniaans begrip dat werd overgenomen door – jawel – Karl Marx!) welke die misdaad mogelijk maakt en zij verwerpt mét haar geloofwaardigheid niets minder dan het eigen voortbestaan.


Maar in de politiek wordt de waarheid nu eenmaal verkracht en het ergste is – dixit Primo Levi – dat men er massaal onverschillig voor blijft zodat het ganse volk medeplichtig is aan de schanddaden van haar leiders. Indien zoals bij Pinokkio ook de neuzen van de echte mensen langer werden van het liegen, het zou geen zicht meer zijn. Jamal Khashoggi deelt het lot van Lumumba en dat van zijn twaalf miljoen landgenoten op de koloniale rietsuiker- en rubberplantages van Belgisch Congo; het lot van de joden, de roma en de homo's uit de Nazitijd wiens lijken men bij het einde van de oorlog nog rap wilde opgraven om ze te laten verdwijnen; het lot van de Armeniërs onder de Turken en dat van de eerste Christenen onder de Romeinen; het lot van Socrates in het Athene van meer dan tweeduizend jaar geleden – teveel om op te noemen. In alle gevallen heeft men kennelijk geloofd de waarheid mét haar vertegenwoordigers te kunnen uitschakelen. Hoopgevend is dat dit gewis en zeker nooit helemaal zal lukken.




(J.B., 12.11.2018)
















03-11-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de uitroeiing van bejaarden

           

Over de uitroeiing van bejaarden


1.


Grote geleerden uit de voorgaande decennia hebben erop gewezen dat de zorg voor het kroost geen zelfopoffering zou vergen vanwege de ouders omdat mensen zich hierin allerminst onderscheiden van de andere dieren – die immers amoreel handelen – terwijl het er anders zou aan toe gaan inzake de zorg van de kinderen voor hun ouders: alleen mensen zouden hiertoe in staat zijn. Inmiddels hebben etiologen ook bij niet-menselijke dieren altruïstisch gedrag ontdekt dat niet direct zou te maken hebben met het soortbehoud en andersom blijken ook mensen in staat tot vormen van egoïsme die men zelfs bij wreedaardige dieren niet terugvindt maar de interpretaties van die bevindingen blijken nogal uiteen te lopen. Volgens sommigen staat niet het mens-zijn garant voor het overstijgen van het recht van de sterkste maar veeleer het christendom en de daaruit voortvloeiende beschaving die zich immers sterk onderscheidt van talrijke meedogenloze en barbaarse culturen: het ethisch besef is naar hun zeggen niet afkomstig van de menselijke natuur doch van de bovennatuur welke door de Godmens Christus in de natuurlijke wereld wordt naar binnen gebracht om deze op te tillen naar een hoger bestaansniveau. Hoe dan ook ziet men hoe in werelden die niet of nog niet gechristianiseerd werden, vaak een volkomen afwezigheid van de belangeloosheid welke de christelijke caritas kenmerkt waaraan men zo gewoon geworden was. Edoch, nog veel frappanter en tevens redelijk angstwekkend is het in het westen terugkerende egoïsme dat gestaag het wegebben van het christendom begeleidt. Het lugubere verschijnsel blijft voor velen vooralsnog verborgen omdat het verkapt wordt door een sociaal en politiek geïnstitutionaliseerde solidariteit die eveneens haar wortels in het christendom heeft gehad en die men 'normaal' is gaan vinden terwijl zij eigenlijk allerminst natuurlijk is. Maar samen met de christelijke ethiek ziet men in onze contreien deze solidariteit sinds enkele decennia afbrokkelen en dat proces zet zich in met het verdwijnen van het universaliteitsbeginsel: de menselijke solidariteit is niet langer de solidariteit onder alle mensen – wat bij uitstek een christelijk idee is, een gedachte die zich kristalliseert in de betekenis van de term 'katholicisme' want 'katholicos' betekent 'universeel' – maar zij beperkt zich tot de mensen van het eigen werelddeel, tot de landgenoten, tot de streekgenoten of nog enger, zoals bijvoorbeeld daar waar zij zich beperkt tot de leeftijdgenoten. En die verenging houdt allerminst halt bij het egoïsme want ook het ego wordt nog verder opgedeeld, zoals dat het geval is bij allerlei verslavingen, waar deelsystemen van een individu eisen stellen welke de persoon in kwestie moet inwilligen en soms zelfs met zijn leven moet betalen: de maag controleert de hersenen, de morfine-, alcohol- of nicotinereceptoren bepalen de gedachten en de ideologie van het betrokken individu en zij controleren zijn gedrag. En ook in de andere richting – extern aan de mens – geldt niet langer het personalisme – de ideologie waarbij de (menselijke) persoon centraal staat en waar diens geluk het einddoel is van alle streven – maar een volkomen gefragmenteerde en gedepersonaliseerde werkelijkheid die niet langer bestuurd wordt door een wil maar door onpersoonlijke, anonieme en blinde tendensen zoals de koers van een munt, allerlei belangengroepen welke als abstracte eenheden hun belanghebbers overleven en overstijgen, economieën en industrieën, wisselende modes en mentaliteiten of 'geesten' die in feite datgene gemeen hebben met kanker dat aan hun groei nooit een einde kan komen omdat zij als zodanig onverzadigbaar zijn: men kan nooit rijk genoeg zijn, het genot moet zonder grenzen opgedreven kunnen worden, het energieverbruik moet samen met de economische groei eindeloos aangezwengeld worden, het enige moto luidt: altius, citius, fortius en concurrentie vervangt samenwerking, leidt tot monopolievorming, dictatuur en oorlog met als uiteindelijke uitkomst de dood voor allen.


Vreemd genoeg is het pas de bewustwording van onze eindigheid die als enige met een krachtdadige stem aan deze waanzin een halt kan toeroepen: het bewustzijn van de eindigheid gaat gepaard met het zich realiseren van het bedrog van de droom waarin wij het echte leven voor een spel geloofden te mogen houden. De ernst keert pas terug als het de tijd menens wordt, als de krachten beperkt blijken en bijna op, als de bodem van de geldbeugel in zicht komt, als de voorraad aan grondstoffen slinkt, als de krachten uitgeput raken en de honger zich laat voelen. Pas de pijn drukt ons weer met de neus op de feiten, wekt ons abrupt uit het bedrog van de droom, herinnert ons aan de afspraken die ons bestaan dragen en die wij vergaten terwijl zij op hun beurt ons allerminst kunnen vergeten omdat het leven nu eenmaal niet wordt gedragen door wensen en verlangens maar door harde regels en door overeenkomsten met een geheugen zo feilloos als de natuurwetten zelf. En de bevinding van de eindigheid van het bestaan concentreert zich in de bejaarde, in de mens die zijn jaren begint te tellen en die vaststelt dat zijn tijd er bijna op zit: hij kan de verblinding niet langer handhaven, hij wordt met hoogdringendheid en tegen heug en meug tot ziener gemaakt en als hij zich niet in het verderf stort maar daarentegen rechtuit spreekt, blijkt hij in het bezit van een wetenschap waarvoor alle anderen op de vlucht zijn. En dat is ook de eigenlijke reden waarom de bejaarde – uiteraard op onvoorstelbaar gesofisticeerde manieren – door elke beschaving die haar illusies wenst te handhaven, uitgeschakeld wordt.


2.

           

In feite is de bejaarde de door de natuur tot dissident verheven mens – 'verheven', want het heersende regime is alles behalve goed, het is repressief omdat het haar ontmaskering niet kan dulden. Reeds in het jonge christendom wordt bij de vierde-eeuwse Augustinus van Hippo een onderscheid gemaakt tussen het rijk van de wereld (civitas terrena) en het rijk van God (civitas caelestis of civitas Dei), uitvoerig uitgewerkt in de waanzinnige dertiende eeuw door Thomas Aquinas. In de katholieke theologie kan men het geluk pas bereiken doorheen het lijden dat in de navolging van Christus uit de wereldse beproevingen volgt aan welke men dient te verzaken en ook in de hedendaagse theologie geldt dat er zonder de kruisdood geen opstanding mogelijk is. In de Faustlegende ruilt het hoofdpersonage zijn eeuwige ziel voor tijdelijk aards voordeel, wat suggereert dat de twee elkaar uitsluiten en dat derhalve het leed een noodzaak is voor het hemelse geluk waaraan het wereldse moet opgeofferd worden. Atheïsten zien in die opvatting enkel zelfbedrog: de gelovige probeert het lijden te aanvaarden en goed te praten door er een zin aan toe te kennen en het als noodzakelijk uit te leggen maar ook die atheïstische verklaring doet niets af aan de realiteit van het lijden waarmee wij nu eenmaal moeten leven, alle 'pijnstillers' ten spijt. De dood te aanvaarden als de ultieme pijnstiller is een onverstand vanjewelste en te spreken van het meesterschap over het leven waar het euthanasie betreft, is de zaken op hun kop zetten omdat er voor moord nu eenmaal geen andere kennis vereist wordt dan deze waarover zelfs de laagste dieren beschikken, maar wij leven nu eenmaal in de waanzinnige eenentwintigste eeuw.


Alleen al door er te zijn confronteert de bejaarde de mens met de onafwendbaarheid van zijn lot – tenminste als hij zichtbaar is want precies daar ligt het paard gebonden: onze bedrieglijke samenleving doet er alles aan om haar bejaarden onzichtbaar te maken. Zij worden uit het actieve leven gehaald, naar hun mening wordt niet meer gevraagd, zij worden door de jongere en onwetende generaties paternalistisch benaderd, behandeld met pedanterie, betutteld en geïnfantiliseerd. Maar dat is slechts een fase welke voorafgaat aan de eigenlijke doodsteek.


Sinds jaar en dag weten wij allen dat sociale uitsluiting en moord een en dezelfde handeling zijn: karaktermoord gaat vooraf aan moord en bestaat erin dat het slachtoffer niet langer als mens benaderd wordt en het lot deelt van wie zichzelf hebben overleefd. De geschiedenis van de heksen van Salem waarbij weerlozen gedemoniseerd worden en op grond daarvan veroordeeld en omgebracht is het archetype van deze gruwelijke vorm van misdaad. Zij herhaalt zich telkenmale daar waar een bejaarde dement verklaard wordt op grond van het feit dat zijn prestatievermogen achteruitgaat, dat hij trager en vergeetachtiger wordt en zich vaker vergist – allemaal normale verschijnselen bij mensen op jaren. Of ware het dan veeleer normaal wanneer men op tachtigjarige leeftijd rapper kon lopen of spraakzamer was dan als jonge twintiger?


De vernietiging van de oude mens start met het tot patiënt verklaren van de persoon in kwestie – de geneeskundige sector wil immers van elke burger een dossier zoals ook de banksector van iedereen een fiche aanlegt – van klanten én van potentiële klanten en dat is al de rest – en zoals de staat iedereen tot het burgerschap heeft veroordeeld nog van voor zijn geboorte. Soms is dat een zegen, soms ook niet, maar het probleem is wel dat al deze instellingen welke aanvankelijk ten dienste stonden van de mensen, mede onder de invloed van het tanende christendom, het middel met het doel hebben verwisseld zodat zij vandaag in heel wat gevallen de mensen tot hun eigen nut hebben gemaakt. De toestand is dermate ernstig dat ook de directe toekomst van de mensheid aan de haak wordt gehangen: vaak staan zelfs onze scholen niet langer ten dienste van de opvoedelingen maar worden daarentegen de kinderen door hen feitelijk als klanten beschouwd, getuige hun verborgen agenda waarin zij de leerkrachten ertoe aanzetten om geen eisen meer te stellen aan de leerlingen en dat met de verborgen reden dat zij anders de school zullen verlaten zodat het personeel werkloos achterblijft: “Denk eraan dat elke leerling anderhalf lesuur waard is!” – zo klinkt het tijdens de besloten vergaderingen van de leerkrachten uit de mond van een voor zijn eigen job bezorgde directeur, weliswaar nadat deze eerst gewaarschuwd heeft dat voor al het in de vergadering besprokene geheimhouding geldt. Leerkrachten die zich daar niet aan houden, verliezen sowieso hun werk en op deze manier speelt de macht van het geld haar troeven uit... in de civitas terrena. Met betrekking tot de bejaarden die helemaal geen zorgzame ouders meer hebben en vaak ook geen kinderen waarin zij hun vertrouwen kunnen stellen, wordt vanzelfsprekend een nog veel omvangrijker carrousel op touw gezet, temeer daar zij behalve weerloos vaak ook gefortuneerd zijn, wat concreet betekent dat zich plotseling allerlei menslievende personages en instellingen komen aandienen om de last voor de zorg voor dat fortuin van hun schouders te nemen of te helpen dragen. Dat zal de bejaarde waarschijnlijk worst wezen omdat zijn tijd op aarde er bijna op zit maar op de drempel van de civitas caelestis, is het zijn gelatenheid ter zake welke onmiskenbaar waarschuwt voor een lot waaraan geen mens ooit is ontsnapt.


3.


Oud worden als zodanig is niet per se problematisch maar dat wordt het wel vanaf het ogenblik dat men het opgeplakte etiket 'oud' beaamt omdat betutteling heteronoom maakt, de zelfzekerheid aantast en daardoor ook de zelfstandigheid: men wordt afhankelijk van derden die er in feite op uit zijn om zich boven de betuttelden te positioneren in een pikorde waarvan zij de agenda bepalen. Bejaarden worden dikwijls genoeg valselijk voor onverstandig gehouden terwijl zij alleen maar niet antwoorden op vragen omdat ze hardhorig zijn. Bejaarden zijn vaak minder spraakzaam, niet uit onwetendheid maar omdat de staat van hun gebit hun de spraak bemoeilijkt ofwel omdat zij geleerd hebben dat zwijgen soms het beste is. Bejaarden zijn slecht te been terwijl er vaak niets mis is met hun benen, het ontbreekt hen alleen aan ruimte om te lopen in de zorginstelling zonder tuin waarin zij opgesloten zitten. Als gevangenen worden zij onwillekeurig beschouwd als onzelfstandigen of als (geestes)zieken en onder meer om die reden krijgen zij in instellingen zelden bezoek. Zelf hebben zij ook moeite met het overbruggen van de afstanden die hen scheiden van hun bekenden, zodat zij minder converseren en het daardoor op den duur dan ook verleren om te communiceren, precies zoals zij het verleren om te lopen bij gebrek aan ruimte. Het lichaam en de geest zijn er nog maar bejaarden worden al te vaak beroofd van de mogelijkheden om die twee te laten functioneren met reeds na zeer korte tijd het teniet gaan van die bekwaamheden want bijvoorbeeld de atrofie van het spierapparaat dat ons in staat stelt om te lopen, treedt al in na twee weken bedlegerigheid. Voor hun gebreken zijn bejaarden aldus zelden zelf verantwoordelijk: de schuldige is meestal de allerminst bejaardenvriendelijke maatschappij die de schijn hoog wil houden van een aards paradijs met als wetenschappelijk hoogstandje de eeuwige jeugd – alles wat niet beantwoordt aan de bedrieglijke droom, verdwijnt achter de façade in vergeetputten en crypten. En het aantal van die 'verdwijningen' neemt hals over kop toe: in 2016 telde België bijna drie miljoen zestig-plussers – bijna een derde van de bevolking – en in 2050 zullen dat er vier miljoen zijn of bijna de helft van de bevolking. In 2060 zal de helft van de Belgen met pensioen zijn. (°) Maar misschien zal dat het tij doen keren, want de bejaarden worden gewis een meerderheid en wij leven in een democratie...


(J.B., 29.10 – 02.11.2018)


Verwijzingen:


(°) https://wonenna60.be/de-vergrijzingstsunami/


           






           



















28-10-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de medicalisering van de oude dag









                     

 

           




Over de medicalisering van de oude dag


De hoge leeftijd wordt in de westerse cultuur steeds vaker beschouwd als een ziekte en de remedie daar tegen luidt steeds vaker euthanasie. Edoch, alleen al omdat oud worden een teken is van een goede gezondheid, is de medicalisering van de oude dag een absurditeit. De neiging om negentigers en zelfs tachtigers en zeventigers als zieken te benaderen en de tendens om de eigenheden van de oude dag als abnormaliteiten te gaan catalogeren, verraadt een wel bijzonder onnatuurlijke attitude en vandaar ook een niet wetenschappelijk te verantwoorden houding tegenover het gegeven dat elk leven door de band genomen een opgang en een ondergang kent. De medicalisering van de ouderdom getuigt ervan dat men het gegeven van de fysieke ondergang als attribuut van de levensloop weigert te aanvaarden. Deze weigering toont de mens als een wezen dat in het onvermogen verkeert om zijn eigen werkelijkheid – en derhalve de realiteit zonder meer – onder ogen te zien. Het medisch behandelen van de ouderdom is derhalve een wetenschappelijk niet te verantwoorden bedrijvigheid welke helemaal niets te maken kan hebben met wat de geneeskunde hoort te zijn in de oorspronkelijke zin. En de eerste slachtoffers van die bedrijvigheid zijn de bejaarden zelf die, eenmaal zij als patiënten geboekstaafd staan, het worden ingeprent dat zij niet alleen ziek zijn maar dat zij bovendien lijden aan een zogenaamd ongeneeslijke kwaal. Paradoxaal genoeg worden zij daarvoor dan alsnog behandeld, bij uitstek in de geriatrie, en wel tot het einde, tenzij de behandeling niet langer plausibel is – wel te verstaan in economische zin.


De ondergang als een aan het leven inherente fase is bij de mens echter van louter fysieke aard omdat alleen de lichamelijke component van het menszijn materieel is en onderhevig aan entropie of aftakeling. De geest daarentegen blijft in principe groeien en in een welbepaald religieus opzicht vormt de fysieke neergang zelfs een onontbeerlijke component voor de voltooiing van dat geestelijke groeiproces. Binnen het christelijke geloof kunnen het lijden en de dood namelijk gezien worden als noodzakelijk voor de heel-wording en de bevrijding van de geestelijke mens. Het past weliswaar niet altijd meer even vanzelfsprekend in het vandaag hier in het westen gangbare mensbeeld maar niemand kan erom heen dat de ouderling slechts in de louter fysieke zin als een naar de kindertijd teruggekeerde mens beschouwd kan worden, met name in zijn toegenomen afhankelijkheid van andermans hulp. Maar wat betreft het geestelijke kan het verschil tussen twee mensen niet groter zijn dan zoals dat bestaat tussen het kind en de bejaarde. Het lijkt erop dat de geestelijke groei betaald wordt met de fysieke afgang of om het op een meer positieve manier uit te drukken, blijkt het lichaam zich te offeren aan de voltooiing van de geest zoals de was van de kaars zich offert aan de vlam die haar verteert. Pas in dat licht wordt het mogelijk om de hoge leeftijd te aanvaarden als een fysieke ondergang en om die ook naar zijn waarde te schatten.


Het alternatief is de pervertering van de geneeskunde en van de wetenschap in het algemeen, welke dan niet langer de al dan niet vermeende ziekten uitschakelen maar die hun pijlen richten op de zieken zelf. Hierin verschillen zij dan helemaal niet meer van de krankzinnige Hitler en zijn trawanten die van mening waren dat ongewenste mensen zijn zoals rotte appels in een mand en dat zij eruit verwijderd moeten worden. In elk geval is het veel makkelijker om zieken te doden dan om ziekten te bestrijden: voor dat laatste heeft men hoog opgeleide artsen en geleerden nodig; voor het eerste volstaan beulen. De tanende tolerantie jegens onze bejaarden drukt zich uit in de medicalisering van de ouderdom en dat gedoe lijkt wel het voorspel van een nieuwe holocaust.


(J.B., 28.10.2018)

           












21-10-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De heer die zichzelf in stukjes hakte










          


"De heer die zichzelf in stukjes hakte":


  https://www.bloggen.be/omskvtdw/archief.php?ID=67





09-10-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 11: de meritocratie

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 11: de meritocratie

In een schitterend artikel in het MO* nummer van 8 oktober 2018 beschrijft Mathieu Bokestael (onder meer docent Nederlandse letterkunde en cultuur aan de universiteit van Riga) de leugen van de meritocratie – het maatschappijmodel dat voorhoudt dat de meest verdienstelijke burgers het sociaaleconomisch ook het verst schoppen; met andere woorden dat hard werken en succes altijd hand in hand gaan. De meritocratie is ons bij uitstek bekend van de zogenaamde American Dream welke ook in Europa gevierd wordt, namelijk als het neoliberalisme. Bokestael illustreert het bedrog in kwestie middels Steinbecks The Grapes of Wrath (over immigranten die de Amerikaanse droom nalopend hun ongeluk tegemoet gaan), F. Scott. Fitzgeralds The Great Gatsby (waarin het hoofdpersonage anderszins ervaart hoe die droom helemaal geen navenante realiteit garandeert), het geval Walt Withman (die zijn eigen American dream verwezenlijkte door zijn eigen recensies te schijven) en Leonard Bernsteins West Side Story (dat het racisme hekelt en waarin de American dream de vrouwen betovert, hebberig maakt en ze ertoe aanzet hun man te doen 'werken' tot aan zijn burn-out). De realiteit strookt niet met de meritocratie omdat er, aldus Bokestael, structurele ongelijkheden zijn (armoede en kansarmoede) en omdat ook geluk (in de betekenis van toeval of 'chance') een grote rol speelt in het leven en de auteur verwijst daarom naar de louterende werking van het Oudgriekse wereldbeeld zoals tot uitdrukking gebracht in de Helleense tragedie. De meritocratie is eigen aan het kapitalisme en aan het onbehouwen liberalisme, het geloof in the survival of the fittest – een illusie die overigens aan diggelen gaat bij elke beurscrash en bij andere gigantische problemen zoals die inzake het milieu. De meritocratie is verder in strijd met de bevinding dat de succesrijken overwegend bestaan uit blanke heteroseksuele mannen: vrouwen, homo's en kleurlingen verdienen minder of geraken niet aan de bak. Wie de droom nahollen oogsten veeleer een voortijdige burn-out dan succes en het maakt mensen ongelukkig te moeten leven in het zogenaamde 'dubbel bewustzijn' van W.E.B. Dubois (1903) waarin de mens worstelt tussen wie hij is en wie hij (in andermans ogen) zou moeten zijn – de frustratie dus die uit deze gigantische leugen volgt.

Mathieu Bokestael, de moeite van het lezen waard. (Zie bij de verwijzingen hieronder a.u.b.).

(J.B., Serskamp, 9 oktober 2018)

Verwijzingen:

Mathieu Bokestael, Over de illusie van de meritocratie. Hoe ons denken over succes onze mentale gezondheid schaadt, MO* d.d. 8 oktober 2018. Zie: https://www.mo.be/wereldblog/hoe-denken-over-succes-onze-mentale-gezondheid-schaadt .


06-10-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dement met zijn allen









            



Dement met zijn allen


Als de kranten vandaag blokken dat één op de twee vrouwen en één op de drie mannen dement worden, ligt de reden voor het alarmerend karakter van dit bericht in geen geval in het feit dat ouderen nu eenmaal niet meer zo geïnteresseerd zijn in hun eigen toekomst op aarde – dat heel begrijpelijke fenomeen is immers de eigenlijke grondslag van het proces dat met dat grote woord met zijn negatieve connotatie 'dementie' heet.


Als er in dezer een reden voor ophef bestaat, dan ligt die hierin dat men – althans dezer dagen en in onze cultuur – aan ouderen deze afgang niet blijkt te gunnen, dat men van hen blijft eisen dat zij betrokken blijven in de economie, dat zij zich blijven bijscholen, kortom dat zij er moeten naar streven om, tegen beter weten in, eeuwig jong te blijven en te doen alsof de dood alleen maar een kwalijke droom was. En nu is het best mogelijk dat jongeren in staat zijn om het been stijf te houden inzake de ontkenning van het levenseinde – aan mensen van jaren verkoopt men die onzin niet meer.


Omdat oud worden ons aller deel is – als wij tenminste dat geluk hebben – verraadt onze houding tegenover 'dementie' dat de 'beschaafde' mens als zodanig zijn eindigheid niet aanvaardt. De westerse mens verwerpt niet alleen de pijn en de moeite eigen aan het leven maar tevens kan hij de eindigheid ervan niet dulden. En dat het leven eindig is, betekent in de eerste plaats dat het wordt beëindigd buiten de wil van wie aan het leven participeren.


De ervaring dat ons bestaan wordt be-eindigd zonder dat daarvoor naar onze toestemming wordt gevraagd, maakt ons ervan bewust dat het leven als zodanig niet het onze is: wij hebben geen beslissingsmacht, noch over onze geboorte – hoe zou dat ook kunnen als wij er niet eens waren – noch over onze dood – de 'geleerden' ten spijt die beweren dat euthanasie het vermag om die beperking op te heffen.


De ervaring dat het leven ons op een dag wordt ontnomen – dat wij het moeten teruggeven – leert ons dat het bestaan een gift is en geen bezit waarmee wij naar willekeur zouden kunnen handelen en de toestand van hovaardij waarin het merendeel van de rijken leven, zorgt ervoor dat dit gegeven van het onvermijdelijke én niet te voorziene sterven als een vernedering wordt ervaren. En blijft het dan 'voorlopig' onvermijdelijk, dan gaan sommigen er prat op dat men het nu wél kan voorzien of schikken en dat heet dan 'euthanasie' of 'de goede dood'.


Intussen neemt men het aan ouderen kwalijk dat zij, alleen maar door er te zijn, ons allen eraan herinneren dat ons bestaan eindig is en dat niemand ontsnapt aan de wet dat elke bloei gevolgd wordt door een ondergang. Zij die uit de boot vallen – in casu door de ouderdom – worden er welhaast van beschuldigd dat zij oud worden alsof dit zaken waren die zij zelf in de hand hadden.


De hypocriete waanzin van onze huidige westerse samenleving eist van haar bejaarden dat zij zich op zijn minst onzichtbaar zouden maken, dat zij zich zouden 'verkleden' – misschien niet in jongelui maar dan toch in mensen van zogenaamd 'middelbare leeftijd'. Op die manier immers hoeven zij die vooralsnog aan de ouderdom ontsnappen, de gewisse aftakeling niet meer voortdurend voor ogen te hebben. En wie er niet in slagen om met gesofisticeerde opsmuk onze ondergang onzichtbaar te maken, worden met huid en haar achter de muren van gespecialiseerde instituten gestopt welke niet langer 'concentratiekampen' heten maar 'zorginstellingen'. In wezen zijn deze instellingen nog gruwelijker dan de concentratiekampen van weleer want hier komt niemand ooit anders uit dan horizontaal en koud.


Maar hoe geraakt men er in godsnaam in? Heel eenvoudig middels een examen bij iemand die ooit de eed van Hippocrates aflegde maar die kennelijk de betekenis ervan vergat, met name dat men zijn kennis en kunde als arts nimmer zal aanwenden om een mens kwaad te doen. Een onderzoek wordt het genoemd maar het is een heus examen en dan nog een vreemd examen want er valt niets bij te winnen, er valt alleen wat bij te verliezen – en wat dan wel? Het allerkostbaarste bezit: onze vrijheid!


"Waar brengen jullie mij naartoe?", vraagt moeder.


"Je hoeft helemaal niets te vrezen, mamma: je moet eens bij de dokter voor een heel klein onderzoekje, het duurt amper tien minuten".


Edoch, wee hen die voor het examen dat nog zo onschuldig leek, de helft van de punten niet halen, want zij krijgen gewis en zeker levenslang. En de geslaagden mogen, als alles eerlijk verloopt, hun vrijheid behouden. Althans voorlopig, want ongetwijfeld komt er zes maanden later of misschien al eerder een nieuw examen en dat houdt niet op totdat ook zij voor dat examen zakken. In feite is het examen in kwestie een hardnekkige poging tot liquidatie van een oudje. Een poging die kadert in de alomvattende poging van de mens om de schijn op te houden dat de eeuwige jeugd zijn deel is.


Alzo bestaan er op aarde weliswaar dementverklaarden maar er zijn ook nog de dementverklaarders. De eerste categorie van dementen is ons al langer welbekend; de laatst genoemde mag het bij dezer zijn.


(J.B., 6 oktober 2018)







23-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 10: privacy

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 10: privacy

Privacy is de mogelijkheid om zich af te zonderen met de zekerheid niet door anderen (incluis de overheid) gestoord of bespied te zullen worden. Het is “het recht om met rust gelaten te worden” (definitie uit 1879) en om aan derden informatie over zichzelf te onthouden. (1)

Informatie is een onderdeel van kennis en kennis is macht. Zoals de gelegenheid de dief schept, zo heeft een exponentiële toename van de gelegenheid tot informatievergaring, dit vergaren zelf sterk in de hand gewerkt, ook met betrekking tot het bekomen van informatie over de medemens die dan in feite bespied wordt. De spionage neemt ook toe evenredig met het recht op privacy.

Schendingen van de privacy in de vorm van allerlei bemoeienissen hebben vaak de vrije teugel omdat zij zich impliciet beroepen op een algemene angst voor mogelijkerwijze gevaarlijke personen, waarbij men niet geneigd is om wie waarschuwen voor gevaar daarvan te gaan verdenken dat zij zelf gevaarlijk zijn. Nochtans zijn bemoeials in vele gevallen levensgevaarlijk.

In het protestantse Holland van enkele decennia geleden maakte men zich verdacht als men bij valavond de gordijnen van zijn woonst dicht trok: door ze open te laten, toonde men dat men niets te verbergen had. Mensen die weten dat zij (kunnen) in de gaten gehouden worden, passen hun gedrag daaraan aan: ze conformeren zich aan de verwachtingen van hun toeschouwers; ze zijn zichzelf niet en moeten bovendien vrezen zichzelf te zijn; ze verliezen hun eigenheid en degraderen tot massamensen. Mensen aan wie privacy onthouden wordt, verworden tot vee. Niet het alleen zijn maar het niet meer alleen kunnen zijn, is het meest te vrezen kwaad – dat getuigen alvast de gevangenen en zij kunnen het weten.

Zo blijken hier de bespieders gevaarlijk en niet hun prooien die zij als gevaarlijk afschilderen – zij doen dat slechts teneinde hen ongehinderd te kúnnen bespieden. Bespieders schilderen hun prooien af als gevaarlijk voor anderen of voor zichzelf en in dat laatste geval spreekt men van paternalisme; vaker slaagt men erin iedereen op zijn hand te krijgen als men beweert te handelen voor de bestwil van de ander. Mensen worden aldus op slinkse wijze verdacht gemaakt, gedemoniseerd, geïnfantiliseerd of gewoon 'gedownload' terwijl wie hen bespieden in feite straffeloos lasteren, eerroof plegen of diefstal. Informatie is een immaterieel goed en dat is alles behalve niets.

De vrees dat niet alle mensen altijd verantwoorde beslissingen (kunnen) nemen terwijl zulks noodzakelijk is inzake onomkeerbare beslissingen over kwesties van leven of dood, maakt velen tot tegenstanders van de huidige Belgische euthanasiewet maar dat neemt niet weg dat de verdedigers van het recht op 'waardig sterven' een punt hebben. Niemand immers kan betwijfelen dat zij er volkomen terecht op wijzen dat zieke, bedlegerige of bejaarde mensen die lijden, die nog kunnen willen maar die niet meer in de mogelijkheid verkeren om te handelen, in feite van hun privacy worden beroofd en ook van hun leven(seinde) zelf waar derden op wie zij aangewezen zijn, eraan verzaken om hun wil te respecteren. Men kan wel hopen doch niemand mag verlangen dat men op vraag door medemensen zou worden gedood; men kan echter wel eisen van derden dat zij die handelingen staken die tegen de eigen wil het levenseinde uitstellen. Hoe dan ook kan niemand rechten doen gelden over andermans tijd – laat staan over zijn of haar laatste dagen of uren. Terecht wordt de schending van de privacy aangevoeld als een aanslag op het leven zelf.

Ofschoon het recht op privacy in de huidige tijd belangrijk wordt geacht, wordt het als nooit voordien geschonden. De Securitate van de Roemeense dictator Ceaușescu, de KGB van Stalin en de Gestapo van Hitler mogen dan al gebeurtenissen wezen ver van ons bed – ook wij in ons vermeende luilekkerland ontsnappen niet aan verregaande controle welke ons gedrag stuurt in zo'n mate dat de eigen persoonlijkheid reeds voor het bereiken van de volwassenheid als een illusie wordt beschouwd. Het zich langer vasthechten aan een eigen 'unieke' identiteit, wordt geïnterpreteerd als kinderachtig; het zich toe-eigenen van zichzelf wordt steeds vaker beschouwd als een verraad en de leuze luidt: “Iederéén onderwerpt zich; doe het dus ook, anders ben je een lafaard!”

De mogelijkheid om met rust gelaten te worden is essentieel voor de geestelijke gezondheid. Mensen op wie om welke reden dan ook jacht wordt gemaakt, missen deze rust en gaan gebukt onder een verschrikkelijk leed. Nochtans deelt ook vandaag nog het merendeel van de wereldbevolking in een of andere vorm van dit lijden. Maar jammer genoeg is het verschil tussen de mensen die vervolgd worden en alle anderen slechts illusoir: wie vervolgd worden, weten dat ook en zij vluchten. Maar wie denken dat zij niet vervolgd worden, vergissen zich: zij vluchten niet en zijn derhalve vogels voor de kat.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 23 september 2018)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Privacy .


21-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 9: godsdienstvrijheid


           

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 9: godsdienstvrijheid


Ongeacht welke vrijheden kunnen nimmer gegarandeerd worden als niet tegelijk welbepaalde beperkingen worden opgelegd zonder welke de garanties in kwestie onbestaande zijn omdat garanties nu eenmaal beperkingen zijn. Als een verkoper aan zijn koper de garantie biedt dat het verkochte product degelijk is, dan beperkt hij zichzelf ertoe om een product dat niet aan die belofte beantwoordt, te vervangen en zonder die beperking – in dit geval een zelfbeperking – is de garantie een spook. Edoch, de betreffende calculus dient wel 'winstgevend' te zijn voor alle betrokken partijen, anders hebben de wetten helemaal geen zin ofwel zijn zij onrechtvaardig en kunnen zij slechts de voorrechten van enkelen dienen.

Zo is het onjuist om te stellen dat de garantie van de veiligheid moet betaald worden met een beperking van de vrijheid, zoals bepaalde dictatoriale regimes ons vandaag willen laten geloven: onder de belofte dat zij de veiligheid gaan verhogen en met het verzinsel dat veiligheid moet betaald worden met vrijheid, weten zij ons quasi ongemerkt van onze vrijheden te beroven. Daarentegen kunnen (rechtvaardige) wetten in geen geval bedoeld zijn om te beperken – zij doelen steeds op bevrijding – zodat ook de wetten welke de veiligheid moeten garanderen, de vrijheid ten goede zullen komen.

Wetten zijn door sancties bekrachtigde maatregelen welke onderling worden afgesproken met geen ander oogmerk dan het bereiken van een hoger niveau van vrijheid middels het stellen van beperkingen op een lager niveau. Zoals een stuwdam het water tegenhoudt met geen andere bedoeling om het wanneer men dit wenselijk acht met des te meer kracht te kunnen laten stromen, zo perken wetten onze vrijheid in om deze waar wenselijk te kunnen maximaliseren – het eindresultaat van de wet is niet beperkend doch bevrijdend en dat geldt zowel voor de vrijheid als voor de veiligheid. Wetten zijn niet plausibel als zij niet winstgevend zijn, wat wil zeggen dat het inleveren van bepaalde vrijheden gecompenseerd moet worden met nog grotere vrijheden. Wetten die niet bevrijdend zijn of waarvan het bevrijdende eindresultaat niet kan verantwoord worden, horen alleen in dictaturen thuis.

Ook bij het garanderen van de godsdienstvrijheid middels wetten, zijn die wetten pas gerechtvaardigd als zij uiteindelijk resulteren in meer bevrijding – voor iedereen. De godsdienstvrijheid in kwestie wordt uitgebreid binnen het persoonlijke leven maar wordt uiteraard bevochten waar haar grenzen de contouren raken van concurrerende religies. Het dulden van verschillende religies naast elkaar zal bijgevolg de maatschappelijke relevantie van de betrokken religies uithollen en wel in dezelfde mate waarin de betrokken wetten de vrijheden van de verschillende godsdiensten garanderen.

De toestand van vrede die aldus ontstaat is vergelijkbaar met de vrede welke resulteert uit het atoomtijdperk: de kracht van de atoombom verliest zijn relevantie waar het onmogelijk geworden is om hem te gebruiken. Op analoge wijze verliest de vrijheid van religie haar betekenis waar zij de met haar concurrerende religies als gelijkwaardig moet erkennen. Bij godsdienstvrijheid worden religies gedegradeerd tot onderling concurrerende ideologisch gekleurde en navenant praktiserende gemeenschappen die reclame kunnen maken voor zichzelf en die aanhangers kunnen winnen zoals de merken van ongeacht welke andere producten dat op de vrije markt kunnen doen.

De godsdienstvrijheid verheft de betrokken religies niet maar zij degradeert hen tot marktproducten die zich zoals alle andere consumptie-artikelen moeten weren om te kunnen blijven bestaan en om succes te boeken. Om niet te hoeven zeggen dat de vrije markt van die aard is dat zij garant staat voor het vroeg of laat sneuvelen van uiteindelijk alle religies op uitzondering van de triomferende welke het monopolie zal hebben verworven. Maar dat deze niet de meest pacifistische van alle religies zal zijn, mag van meet af aan duidelijk wezen.

Dat godsdienstvrijheid als zodanig een goede zaak is voor de staat, valt wellicht niet te betwisten met democratische argumenten maar door het feit dat er vele onderling wedijverende godsdiensten gangbaar zijn, ontneemt de godsdienstvrijheid aan de religie haar diepte en haar inhoud. De wet die de godsdienstvrijheid garandeert is een van de talloze manifestaties van een heel andere en meer fundamentele wet, welke luidt: divide et impera!

(Wordt vervolgd)

(J.B., 21 september 2018)



20-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 8: redelijkheid

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 8: redelijkheid

Er bestaat zoiets als de ratio, de rede, de logica, de wiskunde en de Verlichting maar de paradox is dat deze zaken raken aan het zogenaamde 'gezond verstand' en aan wat men 'het vanzelfsprekende' noemt en dat zijn nu net hun tegengestelden want deze miskleunen vertegenwoordigen facetten van de onredelijkheid en van de waanzin. De wiskunde, de logica en de welsprekendheid bieden een welbepaalde vorm van zekerheid en van juistheid maar dan alleen binnen het altijd vooraf bepaalde spel waarin zij zich verkneukelen en niet daarbuiten. Een wiskunde beoefenen doet men per definitie binnen het axiomatische kader dat haar constitueert, precies zoals men aan rechtspraak doet in relatie tot een geheel van geldende wetten: worden de wetten op een gegeven ogenblik en in een bepaalde staatsvorm te gortig, dan gaat de rechtspraak vloeken met ons kompas voor goed en kwaad waarmee normbesef en rechten op een dieper niveau correleren. Er ontstaan dan begrippen zoals 'legale misdaad' en 'burgerlijke ongehoorzaamheid' ('illegale rechtvaardigheid') die ons ervan bewustmaken dat de wiskunde, de logica en de rede niet hun eigen grondvesten kunnen zijn maar uiteindelijk berusten op maatstaven die meer te maken hebben met het gevoel en met nog andere duistere zaken – met normen die veranderlijk blijken, organisch haast. Het paradoxale van de hele toestand uit zich binnen de wetenschappelijke context nog het best in het opduiken van zogenaamde paraconsistente systemen, zoals ze zichzelf betitelen – grote woorden die eens te meer miskleunen maskeren waaraan men immers niet ontkomt van zodra men gelooft de kool en de geit te kunnen sparen. In een paraconsistente logica bijvoorbeeld gelooft men de consistentie van het redeneersysteem tijdelijk te kunnen verlaten in functie van een vooraf beoogde uitkomst, waarmee men de kar voor het paard spant; men blijkt blind voor het nochtans aperte feit dat de bewerkingen die men binnen het paraconsistente uiteraard alsnog hanteert, hun geldigheid exclusief ontlenen aan de consistentie van de redeneringen welke moeten bewijzen dat deze bewerkingen van kracht zijn. Zo ontsnappen die feitelijke inconsistenties dan ook niet aan meta-inconsistenties (waarmee wij hier bedoelen: het gelijktijdige gebruik van een consistent en een inconsistent systeem) – ad infinitum.

De verwijzing naar het 'gezond verstand' maskeert al te vaak een onwetendheid en vooral ook een verantwoordelijkheidsvlucht, een onvermogen om persoonlijk te verantwoorden beslissingen te nemen. Wie komt aandraven met het 'gezond verstand' verwijst op die manier dikwijls genoeg naar vastgeroeste gewoonten, vaak lang voorbijgestreefde en zelfs achterlijke denk- en handelwijzen en andere heersende patronen van het moment waartegen elk verzet beschouwd wordt als 'not done'. Het 'gezond verstand' vertegenwoordigt aldus niets anders dan een instrument voor het faciliteren van een zekere sociale druk die noopt tot groepsaffiliatie en betekent zodoende gewoonweg repressie. Terwijl men de goegemeente in de waan brengt dat men alleen maar de kerk in het midden wil houden, worden meningen opgedrongen die allerminst het recht dienen maar die slechts dienen om aan een gevreesde meerderheid de garantie te bieden dat zij het naar haar zin zal blijven hebben, ook al geschiedt zulks ten koste van de rechtvaardigheid. De koppen die dan moeten rollen, zorgen voor de terugkeer van een zekere 'rust' of 'vrede' zoals ook de wraak dat doet, wat betekent dat zij niets anders zijn dan de kiemen voor een gegarandeerde wederwraak – in principe andermaal ad infinitum.

Van rationaliteit is al in het geheel geen sprake meer waar de redelijkheid synoniem geworden is van de waarschijnlijkheid en het wordt dan redelijk om iets voor waar aan te nemen als het alleen maar waarschijnlijk is, ook al houdt het probabiliteitsbegrip sowieso in dat de gevallen waarin de betrokken 'waarheden' onwaar zijn, ook feitelijk zijn en bovendien zijn zij dat in gekende aantallen. Zelfs het ganse hedendaagse werkelijkheidsbeeld van de fysica is op dit drijfzand van waarschijnlijkheden gebouwd, zodat wie nog geloven in het schone, het ware en het goede, doorgaan voor onredelijk – alleen de gokker handelt redelijk. Maar ook hier blijkt men volslagen blind voor de nooit weg te werken contradictie in het feit dat die waarschijnlijkheid dan wel mag gelden voor de inhoud van de theorie terwijl aan de absolute waarheid van de theorie zelf uiteraard niet kan getornd worden.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 20 september 2018)


15-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 7: het geloof in de dood

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

            Aflevering 7: het geloof in de dood

Inzake het geloof zijn wij eraan gewend geraakt om de vraag te horen en te stellen naar iemands geloof in het eeuwig leven en ofschoon zij even relevant is en misschien wel veel meer ter zake doet, zwijgt men in alle talen over de vraag naar het geloof in de dood. Want men kan er nu eenmaal niet omheen dat wie niet geloven dat het bestaan na de dood voortgaat, wel niet anders kunnen dan geloven dat het bestaan met de dood ophoudt. En van wie aldus geloven dat het bestaan ophoudt, neemt men aan dat zij helemaal geen sluitende argumenten hoeven te geven waarom zij zulks geloven, alsof het ging om een vanzelfsprekendheid – daarover onmiddellijk meer.

Intussen is het inderdaad zo dat sommigen niet liever wensen dan dat het met de dood allemaal zou ophouden te bestaan maar dat men zo makkelijk van zijn leven zou af komen, is wel veel te mooi om waar te zijn. Er zijn immers mensen die op de wereld gezet lijken met geen andere bedoeling dan hen te laten wroeten en lijden en er zijn anderen die dankzij de slavernij en de ellende van deze laatsten hier honderd jaar lang doorbrengen in genot en geluk, alsof de wereld een aards paradijs was – maar dan alleen voor hen.

In feite voelt het als meer vanzelfsprekend aan om aan te nemen dat ons bestaan gewoon voortgaat dan dat het abrupt zou ophouden maar wij laten ons overreden van het tegendeel door het argument dat gegrondvest is in de veronderstelling dat bestaan en leven synoniemen zijn en dat wij aldus volkomen met ons lichaam samenvallen. Indien dat het geval was, dan was er inderdaad geen enkele reden om aan te nemen dat ons bestaan zich na de dood van ons lichaam nog zou verderzetten. Maar er zijn redenen te over om aan te nemen dat ons leven heel wat meer en ook heel wat anders is dan slechts het biologisch functioneren van ons lichaam. Hoe anders verklaart men dat althans het merendeel van de mensen niet bereid zijn om voort te leven tot elke prijs? En er wordt hier niet gedoeld op mensen die voorwaarden stellen aan het leven maar des te meer op hen die liever ophouden met leven dan dat zij hun leven in het teken zouden stellen van een of ander kwaad omdat, zoals Plato het reeds zegde, het beter is om onrecht te ondergaan dan om het te doen. In wat andere bewoordingen kan men zeggen dat het leven en het bestaan pas synoniemen kunnen zijn in een wereld waarin recht en onrecht of goed en kwaad volstrekt irrelevant zijn. En dat zijn ze volstrekt niet.

Omdat wij het concept tijd niet anders kunnen bevatten dan middels ons vermogen om herinneringen en verwachtingen te koesteren en omdat deze zich uitstrekken over de grenzen van het eigen leven heen, bestaan wij in feite ook buiten onze persoonlijke begrenzingen in de tijd. In feite kunnen wij ook na onze eigen dood bestaan in die zin dat wij in staat zijn om tijdens ons leven te denken aan het leven van alle anderen die ons overleven in een tijdspanne die niet meer die van ons persoonlijk is. En in feite is het vermogen om zich te verplaatsen over de grenzen van de eigen dood heen vergelijkbaar met het empatische vermogen of het vermogen om zelf het lijden van anderen te voelen. Welnu, zoals het onvermogen tot empathie een ziekte is – een psychopathie – zo ook is het onvermogen om zich over de grenzen van de eigen dood heen te verplaatsen – of het geloof in de dood – veeleer een gebrek of zelfs een ziekte dan louter een vergissing.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 15 september 2018)


10-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 6: vrede

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 6: vrede

Het allerdodelijkste wapen ooit is de atoombom, hij werd gefabriceerd in Los Alamos in de VS en getest in de woestijn van New Mexico op 16 juli 1945 om nog geen maand later, op 6 augustus van datzelfde jaar, gedropt te worden op Hiroshima met in één klap 78.000 doden en tegen het eind van dat jaar waren dat er door stralingsziekte 140.000. Drie dagen later werd de frats herhaald op Nagasaki met een onmiddellijk dodental van 27.000, dat tegen het eind van dat jaar opliep tot 70.000. Uiteindelijk zouden een kwart miljoen mensen sterven. Deze bommen hadden een kracht van respectievelijk 15 en 20 kiloton TNT maar de 'tsarenbom', amper zestien jaar later getest op 30 oktober 1961, had al een kracht van 50 miljard kilo TNT. Hij ontplofte op 3000 meter hoogte boven Nova Zembla en deed de ruiten tot in Finland springen; zijn schokgolf ging drie keer rond de aarde; de hitte zou tot 100 km ver derdegraads brandwonden hebben veroorzaakt; de paddenstoelwolk steeg 64 km hoog. (*)

Vrijwel spontaan is onder de atoommogendheden de afspraak tot stand gekomen dat atoomwapens nooit gebruikt zullen worden – men belooft ze immers nooit als eerste te zullen gebruiken. Toch worden ze niet vernietigd en dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren, het is immers 'dankzij' het bestaan van hun dreiging dat er – althans relatieve – vrede heerst. Maar dat is nu precies de essentie van de vloek die op het mensdom rust.

De wereldvrede is een feit om die ene verschrikkelijke reden dat er geen alternatief meer voor bestaat, het is namelijk de vrede of de dood voor alles en voor iedereen tot in de eeuwigheid, het huidige kernbommenarsenaal (van naar schatting een paar tienduizend kernkoppen) kan immers alle leven op aarde een groot aantal keer vernietigen. De wereldvrede is met andere woorden geen toestand die wij willen, het is daarentegen wel zo dat wij het tegendeel – de algehele dood – niet willen – omdat wij die uiteraard ook niet kunnen willen. Wij leven derhalve niet in een toestand die wij willen en zo zijn wij ook niet langer vrij. Met de vrede behoort ook de menselijke vrijheid voorgoed tot het verleden.

Het liefst zouden wij van de kernkoppen af zijn om dan zoals in de goede oude tijd met de zogenaamde conventionele wapens onze oorlogen lustig voort te kunnen zetten, met aan een grote omgebouwde biljarttafel in een veilige schuilkelder diep onder de grond admiraals in uniform die de aanvalslinies uittekenen en die de bevelen geven, uit te voeren door dappere ondergeschikten die als zij niet gehoorzamen, de dood met de kogel krijgen en als zij dat wel doen, een gezamenlijk monument. Maar die tijd is nu voorgoed voorbij – andermaal, omdat er geen alternatief is voor de vrede.

De vrede is in wezen een kernbommenvrede. De wil om te vechten is er nog maar men kan het niet langer en tegen zijn zin laat men het vechten achterwege. De dreiging echter blijft bestaan en zij kan ook nooit meer weggewerkt worden. Wij leven onder het juk van toestanden die ons bedreigen terwijl zij niet eens kunnen bestaan. Hun algemene en door iedereen voelbare dreiging berust op een even universele angst die pas weggewerkt kon worden op straffe van de terugkeer van het reële gevaar zelf want het is ofwel de angst voor de eeuwige dood ofwel de eeuwige dood zelf terwijl de derde mogelijkheid – die van de tijdelijke hel of het vagevuur – er niet meer is omdat de tijd erop zit, de tijden zijn letterlijk ten einde.

De vrede die wij kennen is in wezen vals, het is een negatieve, een diabolische vrede, een vrede die volgt uit een onomkeerbare conditionering – ooit zo gevreesd in de dreiging van het wereldcommunisme – welke nu vanuit een heel andere hoek het mensdom aan zich onderwerpt. De waarachtige vrede die volgt uit de vrije keuze van de mens is nu voorgoed een spookbeeld.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 10 september 2018)

Verwijzingen:

(*) https://wn.com/discovery_channel_ultimates_explosions_tsar_bomb_segment



08-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 5: bezit

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 5: bezit


Mensen hebben vaker iets van hamsters, soms kent onze drang om te bezitten geen grenzen, het is bezitterigheid, hebzucht, verzamelwoede, oppotten. De hebzucht kan een tijdelijke bui zijn maar zij kan ook iemands hele leven beheersen. De leugen ligt niet in het feit dat bezit ongelukkig zou maken, de leugen ligt hierin dat het onmogelijk is om iets of iemand te bezitten omdat al wie zich in het bezit van iets of iemand wanen, zelf door hun vermeend bezit bezeten worden.

Waar het bezit een persoon betreft, is het probleem apert: wie iemand menen of trachten te bezitten, zijn door de persoon in kwestie geobsedeerd en hun bezitsdrang loopt vaak heel slecht af omdat bezetenheid tenslotte een ernstige aandoening is. Maar ook wie zich in het bezit wanen van materiële of spirituele zaken, vergissen zich omdat eigendommen niets anders zijn dan dingen waarmee men zich op een bijzondere manier identificeert: men schenkt er zijn volledige aandacht aan en men palmt ze in, welhaast zoals men voedsel tot zich neemt, en dus met zin of smaak. Men maakt ze tot een deel van het eigen lichaam en zo verliest men zich erin: men moet zijn bezit onderhouden en beschermen, het voelt aan als een amputatie of zelfs als doodgaan als men iets kwijtraakt of als men bestolen wordt en het verlies van dingen voelt vaak ook aan zoals het verlies van mensen, wat in feite een jammerlijke perversie is: de liefde van hebzuchtigen voor materiële of spirituele bezittingen is vaak groter dan hun liefde voor mensen – zij ruïneert niet zelden het eigen ik.

Onze bezittingen hebben pas zin als verlengstukken van ons lichaam: het zijn dan onze werktuigen, het zijn de instrumenten voor ons handelen. Bezittingen waarmee wij geen andere relatie hebben dan de relatie uitgedrukt door het werkwoord 'hebben', bezitten ons meer dan dat wij ze bezitten maar omdat deze bezittingen geen personen zijn doch dode dingen, veranderen wijzelf van zodra we ze in ons bezit wanen, in minder nog dan dode dingen. Wie bezeten worden door hun bezit, bestaan niet langer als mens omdat zij de slaaf geworden zijn van levenloze zaken – zij zijn zoals wie de slaaf werden van genot, van pijn of van herinneringen die geen ogenblik van rust meer gunnen: het zijn zaken waarvan men zich niet meer kan distantiëren, men kan het bezit ervan nooit meer ongedaan maken, ook al zou men dat nog zo sterk willen. In de Kindertotenlieder van Friedrich Rückert (1788-1866) klinkt de obsessie door het verloren kind als volgt:


Du bist ein Schatten am Tage

Und in der Nacht ein Licht,

Du lebst in meiner Klage

Und stirbst im Herzen nicht.


De zich altijd opdringende herinnering is zoals een bezit, een schat en derhalve een blok aan het been waarvan men zich niet kan bevrijden, niet bij dag en niet bij nacht – dan pijnigt zij ons als een licht dat ons van de slaap berooft en uitput; zij is tenslotte ook nog een spiritueel bezit dat men niet kwijt raakt, ook al zou men dat nog zo graag willen: zij is een klacht en ze wijkt niet uit onze herinnering.

Het bezit omwille van het bezit kan niets anders dan een obsessie zijn omdat het een doel op zich geworden is. Het jammerlijke is dat mensen geloven dat ze met de vermeerdering van hun bezit, tevens zichzelf vermeerderen, terwijl exact het tegendeel het geval is: de uitbreiding van bezit moet immers betaald worden met kostbare levenstijd en zo zetten de hebzuchtigen met grote ijver en na-ijver al hun levensdagen om in bijvoorbeeld centen; hoe groter het getal op de bankrekening wordt, des te dichter komt men bij zijn dood en zo is het feitelijke object van de bezitsdrang dan ook niets anders dan het eigen levenseinde. Zo zijn de hebzucht en de doodsdrang in wezen een en hetzelfde onmogelijke én onontkoombare 'verlangen'.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 september 2018)




















           














06-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 4: normaliteit













Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 4: normaliteit

Het woord 'abnormaal' wordt meestal gebruikt om er een morele kwalificatie mee uit te drukken en wel in de negatieve zin – het woord fungeert met andere woorden vaak als een scheldwoord – terwijl zijn eigenlijke betekenis niets anders uitdrukt dan een afwijking van de norm. Nu hebben normen in feite dezelfde artificialiteit als bijvoorbeeld meetkundige vormen en lichamen, wat wil zeggen dat er in de werkelijkheid quasi niets of niemand aan beantwoordt. Normen drukken dikwijls een gemiddelde uit en zo wordt het gemiddelde lichaamsgewicht van bijvoorbeeld Vlaamse mannen ook het normale lichaamsgewicht genoemd terwijl mogelijkerwijze niemand exact dat lichaamsgewicht heeft. De term 'normaal' kan dan ook vaak verwijzen naar een meerderheid en zo is een normaal huis, een gebouw dat er uitziet zoals de meeste huizen; 'abnormaal' verwijst dan naar een minderheid en een huis kan dan abnormaal groot, klein, hoog of smal zijn.

Een minderheid onder ons is abnormaal sterk terwijl niemand eraan denkt om fysieke kracht moreel te verfoeien en hetzelfde geldt voor koeien die abnormaal veel melk geven, voor planten die abnormaal veel vruchten afwerpen, voor mensen die abnormaal hard werken of abnormaal creatief, intelligent, altruïstisch, leuk, mooi, muzikaal of welbespraakt zijn. En omdat zonder uitzondering elke mens wel de beste is in zijn vak (al gebeurt het vaker dat men zijn ding niet kent, niet doet of niet kan doen) hebben wij allemaal onze eigen abnormaliteiten zonder welke de specialisatie waaraan de maatschappij haar goede functioneren dankt, fictie ware.

De angst om af te wijken van de norm, wordt beschouwd als heel normaal – en vaak terecht omdat minderheden kwetsbaar zijn voor de tirannie van meerderheden – terwijl het verlangen naar uniciteit met enige argwaan wordt bekeken ofschoon unieke mensen en zaken dan ook vaker dan de doorsnee succes boeken – succes is door de band uiteraard niet de norm.

Ons dagelijks brood wordt gebakken met granen die in oorsprong een afwijking zijn van wilde grassoorten. De wilde grassen zijn normaal maar zij dienen ons tot niets; de voedzame granen zijn een abnormaliteit, een toevallige 'vergissing' van de natuurlijke evolutie – zoals overigens de mens zelf. De blauwe planeet is een volstrekt abnormaal verschijnsel in ons zonnestelsel en bepaalde wetenschappers wijzen erop dat indien er in het ganse heelal nog leven was, er dan oneindig veel levensvormen zouden zijn en dus ook intelligentere maar omdat deze nog steeds geen contact met ons opnamen, bestaan zij ook niet: onze planeet is extreem abnormaal.

Doe normaal”, zo zeggen ze. Of: “Wat is er dan mis mee als wij strijden voor een normaal gezinsleven?” Het is moeilijk te geloven maar hun ledenaantal loopt in de honderden en wellicht in de duizenden, in Vlaanderen alleen. En ze beschikken reeds over een gans wapenarsenaal. (*)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 6 september 2018)

(*) Zie bijvoorbeeld: https://www.hln.be/nieuws/binnenland/spraakmakende-reportage-toont-dubbele-gelaat-van-schild-vrienden-rechtse-jongerenbeweging-heeft-geheime-racistische-agenda~a4f04939/



           

                                  
           


                       















04-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 3: vrijheid












Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 3: vrijheid


Door de band koesteren mensen helemaal geen verlangen om eeuwig in leven te blijven: het gaat hier om een behoefte die ons werd aangepraat door lieden die garen spinnen bij de beloofde bevrediging ervan. Om dezelfde reden wil men ons laten geloven dat vooruitgang de natuur zelf van het bestaan is en zo neigen wij ertoe om ons in te spannen voor een vermeende, grootse toekomst terwijl bijvoorbeeld reeds onze eigen appeltjes voor de dorst, van zodra we ze opzij hebben gelegd, prompt verorberd worden door gulzige bankiers. Een ander sprookje vertelt ons dat wij allen verlangen naar vrijheid en autonomie, terwijl uit vrijwel alles wat wij doen, blijkt dat we ons mettertijd slechts afhankelijker maken van derden en van externe werkingen.

De vergissing in kwestie ligt hierin dat wij geloven over meer vrijheid te beschikken in de mate dat wij in staat zijn om ook meer behoeften te bevredigen, terwijl onze onafhankelijkheid of onze autonomie in de eerste plaats eigenlijk niets te maken heeft met behoeftebevrediging maar alles met de behoeften zelf. Het getuigt met andere woorden niet van meer vrijheid als wij in staat zijn om als het ons zint, goede wijn te kopen: vrij zijn wij daarentegen als die behoefte aan goede wijn er gewoon niet is. Goede wijn, een dure wagen, een groot huis, een hoge levensstandaard: het is allemaal bereikbaar met handenvol geld maar het is uitgerekend de behoefte aan dat geld die onze autonomie in de weg staat omdat ook voor geld een prijs moet betaald worden en wel de prijs van de vrijheid want time is money; geld verwerft men pas in ruil voor kostbare levenstijd. Het is aldus een fata morgana om vrijheid te zien in de bevrediging van behoeften omdat het bevredigingsmiddel zelf met onze vrijheid moet worden betaald.

Maar om nog een andere reden blijkt dat wij allerminst een maximale autonomie nastreven: de veronderstelde wil tot onafhankelijkheid is namelijk strijdig met onze aangetoonde, diepgewortelde behoefte aan autoriteit waarvan blijkt dat zij zo sterk is dat zij ons kan doen moorden – getuige de geschiedenis van bijvoorbeeld het Derde Rijk maar ook het wetenschappelijke onderzoek zoals Stanley Millgrams gehoorzaamheidsexperiment. Wanneer wij beweren dat wij onafhankelijkheid en vrijheid nastreven terwijl wij in feite kuddedieren blijken te zijn, dan verstaan wij onder vrijheid noodzakelijkerwijze iets heel anders dan vrijheid. Wellicht bedoelen wij slechts de vrijheid om te kiezen aan welke autoriteit wij ons zullen onderwerpen – aan de onderwerping als zodanig willen wij kennelijk helemaal niet ontkomen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 4 september 2018)

                                  


                       















31-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 2. Vooruitgang











           

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren


Aflevering 2: vooruitgang


Het is helemaal niet zo dat wij allemaal eeuwig willen blijven leven – de levenslust neemt af bij het ouder worden – maar kennelijk spint een zekere elite garen bij dat credo dat ons massaal wordt opgedrongen met alle knepen van de reclame en hetzelfde geldt nu ook voor het vooruitgangsgeloof: onze maatschappij trekt alle registers van de retorica open om het als vanzelfsprekend voor te stellen dat er vooruitgang is, ook al spreken de feiten dit belachelijke verzinsel haast dagelijks tegen.


Uiteraard is het zo dat wat geweten is, niet ongedaan kan gemaakt worden en dat maakt het welhaast onmogelijk voor dieren die beschikken over uitgebreide vormen van geheugen en leervermogen om verworven kennis en kunde te negeren: eens wij een bepaalde kennis of zekere technieken onder de knie hebben, kunnen wij die gewoon niet meer vergeten of ze naast ons neerleggen; eenmaal wij hebben leren fietsen, autorijden of gewoon spreken, kunnen wij dat voorgoed, tenzij het lot ons slaat met een ongeval of een nare ziekte. Maar de opeenstapeling van kennis en kunde mag dan al even vanzelfsprekend zijn als de wet van de traagheid: met vooruitgang in de echte zin van het woord heeft die even weinig te maken als de traagheid van een voortbewegend lichaam te maken heeft met activiteit.


Bekijken we vooreerst de biologische 'evolutie' – wat wil zeggen: 'ontwikkeling' – dan moet opgemerkt worden dat die kan geïnterpreteerd worden als louter verandering en meer bepaald als diversificatie of dus als verandering in allerlei richtingen – gewenste én ongewenste. De vooruitgang over welke wij het hier hebben, wordt meestal in verband gebracht met beschaving maar ook beschaving betreft verandering in allerlei richtingen – richtingen die kunnen gezien worden als vooruitgang maar evenzeer als achteruitgang. En een vaak over het hoofd geziene doch beslissende factor inzake beschaving en zogenaamde vooruitgang is zonder enige twijfel de vandaag gevaarlijk sterk onderschatte invloed van het christendom – wat om diezelfde reden uiteraard een woordje uitleg vergt.


Wanneer we inzake vooruitgang de opeenstapeling van technische vaardigheden reeds om de genoemde reden buiten beschouwing kunnen laten, blijft inderdaad alleen nog de morele kwestie over: de kwestie van goed en kwaad. Maar de invulling van deze ogenschijnlijk makkelijke begrippen is allerminst een sinecure want maakt het geen hemelsbreed verschil of onder 'het goede' dient verstaan te worden 'het optimale profijt voor zichzelf' ofwel 'de best mogelijke zorg jegens de medemens'? Immers, zal een arts die handelt volgens de eerstgenoemde morele stelregel, er dan niet voor zorgen dat hij zoveel mogelijk patiënten maakt – klanten die levenslang voorschriften voor bijvoorbeeld slaappillen nodig hebben – terwijl zijn collega die de laatstgenoemde regel volgt, precies het tegendeel beoogt omdat hij het goede – in dit geval de gezondheid – van zijn medemensen wil en hen derhalve voorhoudt en ook voordoet hoe zij gezond kunnen blijven met een dagelijks uurtje loopsport? Meer zelfs: indien de moraal van het egoïsme in een samenleving de bovenhand krijgt, zal alras ook de wetenschap zelf – de kwestie van waar en onwaar – gecorrumpeerd worden omdat er vanzelfsprekend leugens nodig zijn om mensen ziek te houden onder het mom hen te willen genezen.

En die kant gaat het vandaag al op en wel met rasse schreden: in onze economie staat de pijnstillersindustrie eenzaam aan de top, gevolgd door de handel in legale en illegale drugs, drank en andere gevaarlijke, overbodige, vervuilende en oneerlijke producten. En over de economie zegt men dat zij vooruitgang boekt als zij bloeit, ongeacht of dat een gevolg is van de handel in loopschoenen ofwel van de handel in tabak en wijn. Hoe het dan afloopt met een beschaving die vooruitgang ziet in een bloeiende economie zonder meer, kan men raden als men weet dat de meest winstgevende producten de wapens zijn. En de duurste wapens zijn die met de grootste vernietigingskracht. Zo staat vandaag niet alleen de beschaving maar het voortbestaan van de ganse planeet op de helling. Vooruitgang?


(Wordt vervolgd)


(J.B., 31.08.2018)







           

                                                        


           















27-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren. Aflevering 1: het eeuwigheidsverlangen.













Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren


Aflevering 1: het eeuwigheidsverlangen


De zaak hier is dat wij een aantal dingen voor waar aannemen terwijl wij tegelijk heel goed weten dat ze absoluut niet waar zijn en dat ze dat ook niet kunnen zijn. Dat klinkt zeker en vast vreemd maar het is niet anders, oordeel zelf maar.


Om te beginnen is er het zogenaamde eeuwigheidsverlangen en voor alle duidelijkheid: niet het duizenden jaren oude sprookje van het eeuwig leven wordt hier geviseerd – hier wordt in het midden gelaten of er misschien wel een leven na de dood zou kunnen zijn – de leugen die hier terechtstaat is een ander sprookje dat blijkbaar al duizenden jaren voor waar wordt aangenomen, namelijk het sprookje dat wij, mensen, het zouden begeren om eeuwig voort te bestaan.


Vrijwel elke ouderling zal het bevestigen met klem: dat het zogenaamde eeuwigheidsverlangen volstrekt uit de lucht gegrepen is. "Ik ben oud", zo zegt de negentigjarige: "ik heb genoten van het leven, al was het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou verduiveld niet opnieuw jong willen worden en nog eens herbeginnen – neen, het is goed geweest maar het is ook genoeg geweest; ik ben welhaast blij dat het er bijna op zit en alles wat ik nog verlang, is rust." Het doet een beetje denken aan de wet van de entropie in de fysica: wij zijn onderhevig aan slijtage, we worden stram, doof, ongevoelig en hardleers – kortom oud en dat betekent dat wij de levensjaren die wij genieten, ook op de een of andere manier betalen en vanaf een zeker ogenblik wordt de prijs te hoog, zien wij de bodem van onze beurs en hangen wij onze levenslust prompt aan de wilgen. Iedereen wenst oud te worden maar niemand wil het zijn: pas als wij die wens vervuld zien, worden wij ons van de paradox bewust en zo worden wij weer een illusie armer.


Is het u overigens nog niet opgevallen dat, als puntje bij paaltje komt en in alle ernst gesproken, geen mens op zijn sterfbed met een ander zou willen ruilen? Niet met een jong iemand, niet met een rijkaard, niet met een vedette: met niemand! Iedereen wil zichzelf blijven, ook de oude lelijkaard, de gehate vrek en de verdoemde moordenaar. Dat sommigen – en wie zijn zij dan? – er blijkbaar in slagen om het eeuwig leven voor te stellen als het summum van alle menselijke verzuchtingen, mag wel een staaltje van zinsbegoocheling heten!


Neen, het eeuwig leven wordt door niemand begeerd, al zijn er wellicht jeugdigen die zich geen idee kunnen vormen van de oude dag en van de verzadiging die optreedt na verloop van tijd. Zij geloven dan dat men oud kan worden zonder een vracht van jaren mee te moeten slepen – een gewicht dat men niet moet onderschatten. En dan zijn er uiteraard ook nog de kopieerfouten – niet alleen de afwijkingen van het DNA van onze lichaamscellen maar evengoed de deviaties van de geest en de vaak groteske veranderingen van wat men het karakter noemt. Dat wij allen het eeuwig leven begeren, is een ons opgedrongen leugen tegen welke wij geen weerstand bieden om geheel onbegrijpelijke redenen maar wellicht is het gewoon de gemakzucht die ons verzet daartegen in de weg staat. De onverschilligheid van de getuigen, zo schreef Primo Levi, is erger nog dan de gruweldaden van de beulen van de Shoa.


Waar de leugen vandaan komt en met welke bedoeling zij in het leven werd geroepen, is nog een heel ander paar mouwen maar de meest plausibele verklaring lijkt wel verwant met die welke de reclame stuurt. Het is immers de reclame die ons behoeften probeert aan te praten die wij van nature helemaal niet hadden en door die voortdurend te herhalen, bezweren zij ons en gaan we ze ook geloven. De reclame bezweert ons dat wij een auto nodig hebben en zij stelt het bezit ervan voor als vanzelfsprekend. De reclame overreedt ons allerminst maar zij maakt ons misselijk en om aan die misselijkheid te ontkomen, doen wij op den duur wat van ons gevraagd wordt: wij kopen een auto alsof wij er inderdaad een nodig hadden. Als men het ons maar dikwijls genoeg voorzegt, gaan wij ook aannemen dat wij de wens koesteren om eeuwig te leven.


En meteen zingen wij dan ook de tweede strofe, dat wij daar iets moeten voor doen: wij belijden en bezegelen aldus een koop en we betalen de prijs – miljarden mensen doen dat en dat brengt ongetwijfeld ergens geld in 't laatje. De waarheid echter is heel anders: geen kat wil eeuwig blijven voortbestaan, elkeen wil als zijn tijd gekomen is gewoon met rust gelaten worden.


(Wordt vervolgd)


(J.B., 27.08.2018)




           

                                                        
















13-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Staat zonder kop








            





Staat zonder kop


Iedereen weet intussen dat werklozen door een goed deel van de werkenden worden gehaat omdat zij zogezegd op de kap van laatst genoemden leven en bovendien is het een publiek geheim dat in het huidige zogenaamde activeringsbeleid, de regering zelf volgens het verdeel en heerspincipe deze haat aanwakkert waar zij aan de werklozen voorliegt dat zij teren op het zweet van de werkenden. Dit terwijl de verantwoordelijkheid van werknemers zich beperkt tot de kennis en de kunde van de eigen job: waar werknemers de schuld krijgen voor de economische crisis en de werkvoorziening, worden zij verantwoordelijk geacht voor regeringstaken. Aan het roer zit met andere woorden niet langer de goede huisvader maar de dief.


Werkenden en werklozen zijn uiteraard geen vaste groepen – de werkende van vandaag kan morgen werkloos zijn en omgekeerd – en uitgerekend de poging om binnen het maatschappelijke bestel die noodlottigheid een beetje te beheersen, heeft het solidariteitsprincipe in het leven geroepen: solidair is men met hen die aan kanker lijden, met hen van wie na een blikseminslag de woonst is afgebrand, met hen die na een verkeersongeval in een rolstoel verder moeten en met hen die behoren tot het percentage slachtoffers die een economische crisis ook op de arbeidsmarkt maakt. Nota bene: in tijden van hoogconjunctuur zijn er helemaal geen werklozen.


Het verhaal van de werkonwilligen is een fabeltje en wel hierom dat niets zo'n sterke druk uitoefent op het gedrag van bijna alle mensen dan sociale druk – de angst om er niet (langer) bij te horen. Om er bij te kunnen blijven horen, gaat men zich uit de naad werken – niet zelden tot der dood – en als dat niet lukt, gaat men vaak liegen en bedriegen, jobs inpikken die eigenlijk aan anderen toekomen en zelfs moorden, zoals bij uitstek de abortuspraktijk bewijst: liever in het geheim het eigen kind vermoorden dan zich openbaar te moeten schamen voor een slippertje. Een welbepaalde schaamtecultuur heeft de plaats ingenomen van de schuldcultuur – het geweten heeft plaatsgemaakt voor de opinie van een welbepaald publiek.


Het erge van de hele zaak is wel dat dit publiek sowieso geen geweten blijkt te hebben: in de algemene en onterechte veroordeling van de werklozen toont zich een maatschappij die de arbeid allerminst beschouwt als een recht – het recht op zelfontplooiing – doch als een leed dat op enigerlei wijze – meestal financieel – gecompenseerd dient te worden. Het werk dat moet gedaan worden, wordt inderdaad gezien als een te verdelen leed dat aan wie het ondergaan, recht geeft op een vergoeding – in principe te betalen door diegenen die dit leed niet ondergaan. De verwisselbaarheid van werkenden en werklozen of het feit dat het noodlot van het ogenblik zelf bepaalt tot welke groep men behoort, verplicht ons het solidariteitsbeginsel te huldigen. Waar men dit in de wind slaat, is men de trappers kwijt en hebben primitieve driften de redelijkheid en de wetten die een samenleving grondvesten, reeds opgedoekt – niet door parlementaire beraadslaging maar onder druk van een meute asociale dwingelanden.


De haatdragenden die de hoger genoemde noodlottigheid miskennen en die derhalve de maatschappij op simplistische wijze opdelen in werkers en profiteurs, blijken over het hoofd te zien dat de niet-werkenden de werkenden niet eens kunnen betalen als zij zelf geen inkomen hebben. Binnen hun logica wordt aan niet-werkenden derhalve niet alleen geen job maar tevens geen bestaan gegund en zo huldigen zij de volstrekte immoraliteit of het recht van de sterkste – de eigenlijke grondslag van een kapitalistische economie. De exponenten van die immoraliteit tonen zich niet alleen in de veroordeling en derhalve de vernietiging van zogenaamd onnuttige elementen: de kortzichtigheidspolitiek maakt dat ook de vooralsnog onnuttigen en hulpbehoevenden worden geliquideerd, zoals in eerste instantie de kinderen. Het korte termijndenken en het onmiddellijke winstbejag maken immers dat er niet langer geïnvesteerd wordt in opleiding en scholing van jongeren en zelfs peuters en kleuters moeten het ontgelden waar zij in crèches gedropt worden omdat wat men beschouwt als een zekere levensstandaard, de voorrang krijgt op elementair (kinder)welzijn.


Vandaag danken onze beleidsmakers hun macht aan de meerderheid binnen de democratie maar tot spijt van wie het benijdt, is, zoals Spinoza al schreef, het uitnemende nog altijd even moeilijk als zeldzaam.


(J.B., 13 augustus 2018)





           






06-07-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het (recht op) leven als koopwaar












               

Het (recht op) leven als koopwaar


"In een reactie bevestigt [minister] De Block dat het inderdaad de gezondheid van de moeder is die doorweegt. "In onze ziekteverzekering is het sinds jaar en dag het geval dat de medische prestaties tijdens het bevallingsverblijf volledig op de moeder gefactureerd worden, en niet op de baby."" (1)


Nauwelijks te geloven, maar het staat er: binnen het menselijk drama waarin moet gekozen worden tussen het leven van de moeder en dat van haar kind, wordt het belang van de moeder tegenover dat van haar baby geplaatst. Begrijpelijkerwijze in de context van onze huidige maatschappij krijgt althans principieel het belang van de moeder voorrang op dat van de baby maar hier dan wel met het onverbloemde argument dat het de moeder is en niet de baby die betaalt voor de bevalling!


Om te beginnen is een bevalling niet iets wat men koopt: het is een natuurlijk gebeuren en meer bepaald is dat het natuurlijke gebeuren waaraan elk van ons zijn leven dankt. Betalen doet men enkel voor de assistentie van derden indien deze geld vragen voor hun hulp. Tussen haakjes: omdat volgens de wet elke burger elke andere burger in nood moet helpen, zou ook assistentie bij een bevalling principieel gratis moeten zijn en is betaalde assistentie bij een bevalling in feite principieel uit den boze. Maar de kwestie is hier dat een baby zijn leven helemaal niet dankt aan deze betaalde assistentie terwijl het omgekeerd wel zo is dat het weigeren van assistentie bij een bevalling – bijvoorbeeld omdat de moeder niet kan betalen – aan een baby het leven kan kosten.


Waar in godsnaam ziet de minister dan een verband tussen enerzijds het recht op leven van een persoon ten koste van een ander en anderzijds het gegeven dat de ene betaalt voor een zekere hulp waarvoor de ander onmogelijk kan betalen? Gesteld dat de hulp gratis was – wat ze volgens de wet principieel ook hoort te zijn – dan sloeg het argument van de minister sowieso nergens op maar levensnoodzakelijke hulp die niet kan betaald worden mag krachtens de wet ook niet geweigerd worden en derhalve kunnen wie ze wél kunnen betalen zich uiteraard onmogelijk beroepen op voorrechten.


In feite niks nieuws onder de zon want er zijn precedenten in die zin, bijvoorbeeld waar ongeveer een decennium geleden het Europees gerechtshof oordeelde dat een moeder haar kind mocht aborteren omdat ongeborenen nog geen en dus geen burgers zijn en derhalve ook geen (burger)rechten kunnen doen gelden. Over mensenrechten geen woord in de beide gevallen: de verzwegen perverse premisse luidt dat men pas mens kan zijn als men eerst burger is – waarachter een nog meer perverse premisse schuilgaat, met name die van het schepsel dat zich schepper waant.


Precedenten vindt men trouwens nog veel vroeger in de tijd, meer bepaald in het Derde Rijk, waar de zwakkeren in de samenleving niet alleen geen voorrang genoten maar bovendien geheel legitiem geliquideerd werden en wel onder het voorwendsel dat een samenleving zonder zwakkeren, een sterkere en derhalve een betere samenleving is.


Elke mens met elementair moreel besef kan inzien dat het gezonder maken van een maatschappij niet hoort te gebeuren door het bestrijden van de zieken maar wel door het bestrijden van de ziekten. Om ziekten te bestrijden, zijn hooggeschoolde artsen nodig, om zieken om te brengen, volstaan beulen. Waar de laatstgenoemde methode gehanteerd wordt, is allang geen sprake meer van beschaving en kan alleen nog worden gewacht op het zich voltrekken van het einde – in de regel middels (de reeds aan gang zijnde) oorlog – het zich effectief manifesteren van het recht van de sterkste.


Achter het ontbreken van het inzicht dat mensen onmogelijk verwisselbaar zijn met appels, daar waar men het heeft over "het verwijderen van de rotte appels uit de mand", schuilt een volstrekt gebrek aan empathie – en derhalve aan de solidariteit welke de bestaansreden en aldus ook het sine qua non van elke samenleving is. De afwezigheid van empathie heet psychopathie: het is de onverschilligheid over welke Primo Levi schrijft dat zij erger nog is dan de genocide waarvan hij onder Hitler een directe getuige was.


Dat de zogenaamde liberalen het gevierde principe van het recht van de sterkste zo ver doortrekken dat zij de zwakkeren niet langer ontzien waar dit het eigen volk betreft, is allang geen nieuws meer; zij aarzelen immers niet om hun duit in het zakje te doen van een extreem rechts beleid dat maatregelen neemt waarmee het meedogenloos de zwakkeren uit de samenleving weert door hen van hun bestaansmiddelen te beroven. Maar dat hun onverschilligheid zich uitbreidt naar het eigen kroost, klinkt niet alleen fascistisch maar bovendien ziek zonder meer. Alleen al omdat op dit punt gekomen, zelfs de solidariteit met zichzelf ontbreekt. Of lopen er dan burgers rond die hun geboorte niet hebben hoeven mee te maken? Mensen zonder kindertijd of lui die niet geven om hun eigen oude dag?


(J.B., 6 juli 2018)















17-06-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beste paus Franciscus











           

Beste paus Franciscus,


Gij die ons onlangs geheel overeenkomstig het modieuze overbevolkingsgeloof hebt aangemaand om niet te gaan kweken zoals de konijnen doen, komt nu te zeggen dat homoseksuele stellen geen gezin vormen omdat, althans zoals gij nog steeds beweert, een gezin naar het evenbeeld van God alleen bestaat uit man en vrouw. (1) En laten we eens aannemen dat dit waar is.


Wat, beste vertegenwoordiger van God op aarde, is dan een mens naar het evenbeeld van God? Voorwaar is God volmaakt en maakt hij ook geen fouten en dit zeer in tegenstelling tot wat Lucifer, zijn stadhouder, geloofde: God maakt geen foute gezinnen maar nog veel minder maakt hij foute mensen – gezinnen immers zijn samengesteld uit mensen.


In de middeleeuwen geloofde men eerst dat de zon rond de aarde draaide – Gods Zoon zou immers geboren zijn in het centrum van het heelal en niet ergens in de marge. Toen die stelling niet langer houdbaar bleek, geloofde men dat in Gods volmaakte schepping de planeten zich in perfecte cirkelbanen rond de zon bewogen. Toen ook dat niet langer houdbaar bleek, hebben de middeleeuwers evenwel niet besloten om de aarde, Mars, Juppiter en alle andere rond de zon draaiende hemellichamen geen planeten meer te noemen: de middeleeuwers waren verstandig genoeg om te kunnen aanvaarden dat hun eigen idee over volmaaktheid alles behalve volmaakt bleek. Niet de baan der planeten was fout maar wel de baan van het menselijk denken!


Moeten wij nu geen voorbeeld nemen aan de wijze middeleeuwers en met hen besluiten dat niet alleen inzake de planeten maar ook inzake de mensen kan gezegd worden dat niet de mensen fout zijn – wij zijn immers schepselen naar het evenbeeld van God – maar wel ons eigenste idee over hoe wij horen te zijn? Of ware het dan beter indien wij onszelf hadden kunnen maken?


En als wij aldus ten onrechte dachten dat planeten anders horen te draaien dan zij feitelijk doen, als wij ten onrechte dachten dat mensen anders horen te zijn dan ze feitelijk zijn: moeten wij dan ook niet geloven dat het geheel onterecht is waar wij denken dat gezinnen anders horen te zijn dan zij feitelijk zijn?


Want homoseksuele stellen zijn een feit, hoe men het ook draait of keert: niet alle stellen zijn heteroseksueel. En de mensen die niet helemaal 'man' of 'vrouw' zijn, vormen een meerderheid in Gods natuur. Als sommigen onder ons een idee koesteren over hoe alles hoort te zijn, terwijl dit idee de feiten tegenspreekt – ongeacht of het nu gaat over planetaire constellaties of over menselijke stellen – dan lijkt het mij op grond van het hoger aangehaalde redelijker om aan te nemen dat het idee fout is en niet de feiten. Al is – volledigheidshalve – ook dit slechts een idee.


(J.B., 17 juni 2018)


Verwijzingen:


(1) http://www.standaard.be/cnt/dmf20180616_03565937

                                                                        














12-06-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ze is terug







            

Ze is terug


Ter gelegenheid van het jongste prinselijke huwelijk in Engeland dat de wereld rond op de buis gevolgd werd, zijn er wellicht televisiekijkers die zich bij het aanschouwen van het sprookjesachtige Windsor Castle misschien afvragen waar al die uitgestalde rijkdommen waarvan de trotse bezitters op algemeen applaus worden onthaald, eigenlijk vandaan komen. Velen blijken immers niet meer te weten dat geen honderd jaar geleden The British Empire het grootste rijk was aller tijden met omstreeks het begin van de twintigste eeuw zo'n half miljard inwoners die ook goed van pas kwamen in de wereldoorlogen: de aandachtige bezoeker van de eindeloze kerkhoven in de westhoek zal opmerken dat zij bezaaid liggen met zwarten, Indiërs, kortom met mensen met alle kleuren van de regenboog – kinderen van de talrijke kolonies. (1) En het Britse rijk is geen uitzondering, zowat alle Europese landen hebben kolonies gehad waaraan ze zich te goed deden. En wel zonder veel scrupules, zoals ook de Belgische koloniale geschiedenis leert.

Maar louter geschiedenis is het niet: in die trappenhal van dat woonblok daar staat iemand te dweilen, langzaam maar gestaag en op het ritme van een wijsje dat wij kennen van onze zomerse bluesfestivals; hij heeft een doek om het hoofd geknoopt, is zowat zestig jaar oud, heeft een verdrietige blik, gaat vriendelijk opzij voor een passerende bewoner en lijkt zo weggelopen uit De negerhut van oom Tom. (2)

Schuldslavernij is erger nog dan slavernij: aan vluchtelingen uit Afrika die zich krachtens de Conventie van Genève (3) kunnen beroepen op het onvoorwaardelijke recht op asiel, wordt te verstaan gegeven dat zij iets terug moeten doen voor de ontvangen hulp, alsof het niet ging om een recht doch om een gunst en zo keert anno 2018 die ellendige tijd van toen weer met de verwende, arrogante bourgeois die zich ongegeneerd laten dienen door onschuldige dwangarbeiders. De slavernij is terug. Verrechtsing is niet zomaar een woord.

(J.B., 12 juni 2018)

Verwijzingen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Britse_Rijk

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.2530620#

http://www.wo1.be/nl/db-items/menenpoort

(1) In 1914 en 1915 sneuvelden alleen al in Ieper respectievelijk 127.145 en 87.979 soldaten waarvan respectievelijk 13.227 en 38.500 Britten waaronder ook Canadezen en Indiërs. De namen van de helft van uiteindelijk meer dan 100.000 gesneuvelden van de Commonwealth staan op de Menenpoort:

https://www.trouw.nl/home/afrikaanse-soldaten-in-vlaamse-loopgraven~aeb68ea2/

http://necrometrics.com/20c5m.htm

(2) Lees of beluister deze roman van Harriet Beecher Stowe hier:

https://librivox.org/de-negerhut-by-harriet-beecher-stowe/ en hier:

https://bukubooks.wordpress.com/oom_tom/

(3) https://www.cgvs.be/sites/default/files/content/download/files/verdrag_van_geneve.pdf

         




17-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Andermans hoofd






         

           




Andermans hoofd


Met insecten zoals mieren en bijen heeft de mens het gebrek gemeen – maar is het niet tegelijk een voordeel? – dat hij als enkeling een vogel is voor de kat: het maatschappelijke leven is voor ons een absolute noodzaak en zonder samenwerking – aanvankelijk in stamverband, later in staatsverband en vandaag soms ook internationaal – zijn wij volstrekt hulpeloze wezens. Edoch, over dat belang van – vooralsnog – de staat lopen de meningen nogal uiteen en in feite moet men hier spreken over ideologieën: voor de communisten kunnen enkelingen best opgeofferd worden aan vadertje staat – het doel van alle streven – terwijl wij met onze personalistische overtuiging nog altijd geloven dat de maatschappij voor ons een instrument is en derhalve een middel.


Onze organen zijn instrumenten in en van ons lichaam als geheel en dat lichaam op zijn beurt is een instrument in onze handen en misschien kan men ook beweren dat bijen en mieren niet meer zijn dan cellen van een groter organisme – de kolonie – maar de staat blijven wij gelukkig beschouwen als een instrument in onze dienst. Een bijzonder instrument weliswaar omdat wij op onze beurt ook instrumenteel zijn waar wij dit instrument fabriceren en in werking houden. Waar ik werk aan de bouw van een auto, ben ik een instrument in de sector van de autofabricage en deze fase is noodzakelijk voor de eindfase waarin ik de auto kan beschouwen als een instrument onderworpen aan mijn wil. Zoals de auto is heel onze wereld een instrument voor ons maar het komt pas tot stand mits wij onszelf eerst tot instrumenten maken. De natuur wordt immers pas bedwongen als wij en in de mate dat wij eerst haar wetten erkennen en respecteren en zonder die knieval kunnen wij helemaal niets aanvangen.


Het staat buiten kijf dat wij maatschappelijke wezens zijn, dat wij moeten arbeiden in de omschreven zin en dat wij ons daarom in zekere zin ook moeten onderwerpen aan de eisen die de maatschappij stelt. Op die manier komt er een wet tot stand – de wet van vraag en aanbod – waarmee wij rekening dienen te houden. Maar hier is wat aan de hand.


Er is iets niet pluis met de wet van vraag en aanbod welke het verkeer regelt op de vrije markt en meer bepaald knelt het schoentje waar de vraag niet spoort met de reële noden en dan wel vooral daar waar de vraag deze noden regelrecht tegenspreekt. In Werk en waarde werd reeds het voorbeeld aangehaald van de discrepantie tussen de geringe vraag naar (immers onbetaalbare) artsen en de (des te grotere) nood eraan in Mozambique: dat arme land telt per inwoner bijna honderd keer minder dokters dan België, zodat het werk van een arts ginder veel meer waard is dan hier, ook al brengt het hier financieel veel meer op. Maar deze factor is extern aan de arts zelf en met die externe factoren kampt elke werknemer: hij is meestal wel verantwoordelijk voor zijn vakkennis en kunde maar aan de vaak sterk schommelende constellaties welke te maken hebben met de schaarste van zijn beroep en met de betaalbaarheid ervan kan hij vaak helemaal niets wijzigen. Er zijn Mozambikaanse artsen die naar België verhuizen omdat ze hier meer kunnen verdienen en omdat ze er hier persoonlijk rijker van worden maar er zijn er ook die ginder blijven omdat ze in het eigen land veel meer kunnen betekenen voor anderen – voor iedereen: de waarde van hun werk stijgt naarmate hun ontvangen loon geringer is. En dat wil nu precies zeggen dat de vraag niet spoort met de nood: de wet van vraag en aanbod zoals ze nu en hier bestaat, is wereldvreemd en ze is dat op een bijzonder rampzalige manier waarvan de exponenten goed gekend zijn: de handel in producten die de volksgezondheid ondermijnen, doet de economie floreren terwijl de zorg voor mensen met grote noden verlieslatend is. En waar deze realiteit genegeerd wordt, geschiedt zulks op lange termijn ten koste van het leven zelf.


Nu worden steeds meer mensen zich dankzij de groeiende bewustmakingscampagnes van maatschappijcritici en kunstenaars stilaan bewust van deze gang van zaken maar tegelijk blijft door de wet van de traagheid de logge mastodont van onze in wezen fataal verouderde economie voortbestaan en dwingt zij ons met al haar tentakels om tegen beter weten in te handelen: wij blijven teveel energie verbruiken en we produceren teveel afval, we blijven autootje rijden, we blijven zonder veel protest onze kinderen slachtofferen aan onveilig verkeer, vuile lucht en vooral ook aan de leugens en de onzin welke de leefbaarheid van onze wereld sterk beperken. Er is een gigantische kloof ontstaan tussen wat wij willen en wat wij doen en die kloof weerspiegelt zich in een andere: de kloof tussen datgene wat goed is voor onze economie en datgene wat goed is voor ons.


Want neen, niet alles wat onze economie sneller doet draaien, komt ons ten goede, er zijn immers grenzen aan de groei – ongeremde groei is tegendoelmatig en in de fysiologie heet dat 'kanker' – en daarom moeten wij tot onze eigen scha en schande ondervinden dat het verstand het eindelijk moet overnemen van een zucht en meer bepaald de hebzucht. Een zucht is een verslaving, zij is onbevredigbaar, een bodemloze put. Die zucht moet veld ruimen voor het verstand: het juiste midden, de maat, het evenwicht. Een huis moet niet zo groot mogelijk zijn, het is ideaal om in te wonen als het gepast is en dat geldt voor zowat alles in onze wereld: 'te' is nooit goed. De Oude Grieken wisten het al: de dapperheid houdt het midden tussen de lafheid en de overmoed, de vrijgevigheid houdt het midden tussen de verkwisting en de gierigheid en de regel luidt derhalve: de deugd houdt het midden tussen twee ondeugden.


En dat geldt evenzeer voor onze economie. Wij verkijken ons op het draaien ervan en wij zien pas dat alles zot draait als het al veel te laat is. Voor die tijd moeten wij protest aantekenen, moeten wij een dam opwerpen tegen het logge gevaarte van een suïcidale economie die nog maar moeilijk tot stilstand gebracht kan worden maar die gestopt moet worden op straffe van de ondergang van ons geluk, van onze gezondheid en van onze toekomst zonder meer. Want waar wij zomaar blindelings werken omdat de staat dat schijnbaar eist overeenkomstig de wet van vraag en aanbod, denken wij niet na en als wij al nadenken, dan doen wij dat zeker niet met ons eigen hoofd maar met het veronderstelde hoofd van de staat. Edoch, omdat de staat geen hoofd heeft, denken wij dan met andermans hoofd. En dat terwijl ons eigen hoofd ons waarschuwt omdat wij tenslotte in een gevarenzone terechtgekomen zijn, getuige de massale vervuiling, de woekering van allerlei nieuwe kankers, het floreren van de drughandel, de om zich heen grijpende waanzin en de dreigende triomf van de dood.


Het is nooit goed om met andermans hoofd te denken want dat staat gelijk met gedachteloosheid. En gedachteloosheid is wat alleen machines van hun onderdelen eisen. Machineonderdelen zijn wij niet, of tenminste: dat willen wij niet zijn, heel eenvoudig omdat het ons geluk in de weg staat en ons leven.


(J.B., 17 mei 2018)




           






13-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Neo-nazi's: nihil novi sub sole







              

Neo-nazi's: nihil novi sub sole


In een recent boek openbaart de Leuvense psychiater Erik Thys hoe onder het naziregime psychiatrische patiënten (ook in België) massaal werden afgemaakt. Dit geschiedde onttrokken aan de ogen van alle burgers en zelfs het personeel van de betrokken instellingen wist er niets van – behalve dan de artsen die daar werkzaam waren. Zij waren de enigen die met zekerheid het lot van de patiënten konden voorspellen omdat alleen zij wisten dat het volstrekt vetarm dieet waaraan hun niets vermoedende patiënten verplicht onderworpen werden, al na amper enkele maanden fataal zou worden voor deze volgens de nazi-ideologie nutteloze, armlastige en derhalve te euthanaseren burgers. De massamoord gebeurde onder het toezicht van de aan de instellingen verbonden psychiaters en artsen onder wie er slechts een handvol tegen deze moordende praktijk verzet durfden te bieden. (1)


Vol ongeloof werd na de oorlog onderzocht hoe geleerde en welopgevoede mensen daartoe in staat waren geweest en kijk, dergelijke praktijken bleken geheel in overeenstemming met de resultaten van het zogenaamde gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram uit 1963: twee derden van alle mensen blijken probleemloos bereid om op bevel van hogerhand medemensen om te brengen.


Vandaag is dat jammer genoeg niet anders en de hedendaagse geschiedenis laat hieromtrent niet de geringste twijfel bestaan: nauwelijks verkapte vormen van moord en massamoord zijn ook in de westerse wereld van het derde millennium schering en inslag en het ten hemel schreiende onrecht inzake de mensonwaardige behandeling van oorlogsvluchtelingen is nu reeds de schande van deze tijd die over de hele aarde het Europese werelddeel én zijn 'beschaving' voor immer in diskrediet brengt. Want terwijl de Verenigde Naties naar aanleiding van de genocide onder het Derde Rijk zich ertoe verbonden om bij het verschijnen van een nieuwe Hitler asiel te verlenen aan allen die dan op de loop moeten voor hun leven, betalen hun eensklaps verrechtste regimes godbetert de Turkse dictator om de miljoenen vluchtelingen voor een regime dat nazi-Duitsland in zijn schaduw stelt, uit Europa weg te houden – wat gebeurt door de ongelukkigen in kampen gevangen te zetten voor onbepaalde tijd, wat wil zeggen: totdat zij van ontbering omkomen zoals destijds hun lotgenoten in Auschwitz en elders in de hel.


Een gelijkaardige vorm van mishandeling en doodslag voltrekt zich op een bijna onzichtbare manier waar onze ambtenaren klakkeloos de bevelen van dezelfde extreemrechtse regimes uitvoeren welke rampzalig zijn voor de zogenaamde armlastigen van het eigen volk, zoals de ouderen, de andersvaliden en de werklozen.


Wat betreft deze laatste groep, bestaat de vandaag gehanteerde en bijzonder gemene tactiek om werkzoekenden uit te schakelen hierin, dat extreemrechtse regeringen hun slachtoffers de schuld geven van het eigen wanbeleid. Het is immers nimmer de verantwoordelijkheid van de arbeiders om het land van jobs te voorzien – arbeiders moeten hun vak onder de knie hebben en waar zij het niet kunnen uitoefenen is het de regering die jegens hen in gebreke blijft en die hun daarvoor ook schadeloosstelling verschuldigd is.


Het getuigt overigens van een ongehoorde arrogantie – maar zo is nu eenmaal de arrogantie van de macht – wanneer deze extremisten er niet alleen aan verzaken om schuld te bekennen maar waar zij bovendien proberen en er blijkbaar zonder veel moeite ook nog in slagen om de schuld voor het eigen wanbeleid in de schoenen van de slachtoffers te schuiven door de arbeiders gaan te straffen voor het feit dat zij, die moeten regeren, niet in staat blijken om voldoende en gepaste werkgelegenheid te verschaffen. Op de koop toe doen zij dit onder de zware en bijzonder mensonterende beschuldigingen van werkonwilligheid en parasitisme – beschuldigingen die worden uitgesproken als authentieke vonnissen welke zich echter voltrekken in compartimenten die zich onttrekken aan het oog van de openbaarheid, zoals socioloog Abram de Swaan het zo treffend beschrijft en illustreert in zijn werken over hedendaagse massamoord. (2)


De extreemrechtse regeringen slagen er niet alleen niet in om aan het volk werk te verschaffen – zij blijken tevens onbekwaam om passend werk te verschaffen en in dezelfde beweging van demonisering van de groep van de werkloze arbeiders, voeren zij ook nog eens de schuldslavernij in waar zij geloven de mensen met ongeacht welk werk te mogen opzadelen ter compensatie van hun uitkering, alsof de arbeiders daarvoor niet zelf hadden gezorgd en alsof het derhalve niet ging om een recht doch om een aalmoes. In hun malafide ijver om de moeizaam verworven sociale wetten te ondermijnen, wordt volgens het verdeel en heersprincipe gepoogd om onder de werknemers verdeeldheid te zaaien en stellen handlangers van kapitalisten die zich uitgeven voor politici, de zaak zo voor, alsof de werklozen profiteren van de werkenden – als ze met hun bedrieglijke neologismen zoals 'loonlast' en 'vergrijzing', al niet de indruk willen wekken dat het de grootgeldbezitters zijn die voor de werklozen moeten opdraaien.


Maar de regel zou niet de regel zijn indien er geen uitzonderingen waren en alle hoop van het mensdom gaat uit naar deze mensen die de verrechtsing ten spijt doch naar het goede voorbeeld van wie onder de Duitse bezetting op zolder joden en andere vluchtelingen verborg, toch een of andere vorm van onderdak trachten te schenken aan armlastigen, ook al doen zij dit vaak ten koste van hun carrière of hun job en soms ook ten koste van het eigen leven.


(J.B., 13 mei 2018)


Verwijzingen:


(1) Erik Thys, Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's, Epo, Berchem 2015, pp. 292-293. Zie ook: Aan de feesttafels der kannibalen: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3016740 en Genosuïdide in de opmars: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=1556061


(2) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).





           







10-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Werk en waarde










           

Werk en waarde


Met zes geneesheren per honderdduizend inwoners is Mozambique een arm land met een tekort aan artsen: er is geen geld en dus geen plaats voor hoogopgeleiden en dus is er ook geen economische vraag naar artsen. Maar des te groter is de nood eraan.


Paradoxaal genoeg volgt de grotere nood uit de kleinere vraag (die dan weer een gevolg is van de onbetaalbaarheid): de (economische) vraag en de (reële) nood spreken elkaar tegen.


In economische zin rendeert een dokterspraktijk in Mozambique niet zoals in België maar de werkelijke waarde ervan is daar wel groter, precies ingevolge de grotere nood. En zo bestaat er tussen de economische vraag en de reële noden niet alleen een conflict maar de twee dreigen elkaar zelfs uit te sluiten: waar de wet van vraag en aanbod heerst, doet zij dat vaak ten koste van de levensnoodzakelijke bevrediging van reële noden.


Edoch, een wet die geen rekening houdt met de reële noden is wereldvreemd. Een economie gebaseerd op de wet van vraag en aanbod is een wereldvreemde economie.


Op de koop toe maakt het korte termijndenken dat eigen is aan het winstbejag – de motor van onze economie – dat een economische vraag vaak nutteloos en zelfs contraproductief werk meebrengt: tabakshandel rendeert voor enkelingen en op korte termijn maar ruïneert de volksgezondheid. Alle inspanningen die geleverd worden door telers van en handelaars in tabak zullen, alle economisch profijt ten spijt, uiteindelijk resulteren in een ramp omdat zij de volksgezondheid ondermijnen.


Men verkijkt zich op het draaien van de economie waar het allerminst gaat om stichtend werk want de teelt van drugs is afbraak. Een wereldvreemde economie maakt geen onderscheid tussen stichtende en vernietigende activiteiten omdat zij zich verkijkt op de activiteit als zodanig: zij vereist zaken die ons ten gronde richten en ziet godbetert zelfs soelaas in het scheppen van werk terwijl de wezenskern van de economie de zuinigheid is welke een maximaal resultaat nastreeft middels minimale inspanningen en investeringen van (per definitie) kostbare tijd.


Inzake de waarde van werk zijn talloze factoren in het geding, waaronder efficiëntie, en die heeft betrekking op onder meer de kwaliteiten van de arbeider: op zijn intrinsieke kwaliteiten, zoals aanleg, scholing en ervaring maar ook op zijn extrinsieke kwaliteiten, zoals zijn schaarste. Omwille van de schaarste aan artsen in Mozambique zijn artsen die daar gaan werken (in absolute termen) waardevoller dan hun collegae in België. Dat er in Mozambique een schaarste is aan artsen, betekent in termen van onze wereldvreemde economie in feite dat er een overschot is aan onbetaalbare artsen.


Vrij vertaald wil dit zeggen dat naar onze (wereldvreemde) maatstaven de bevrediging van noden als onbetaalbaar wordt beschouwd, wat vloekt met de mensenrechten. Dit feit rechtvaardigt een verzet en verplicht daar ook toe in ethische zin.





Met bijna honderd keer meer artsen dan Mozambique – vier per duizend inwoners – is België een rijk land: er is geld en dus plaats voor hoogopgeleiden en de vraag naar artsen is min of meer in overeenstemming met de nood daaraan omdat zij betaalbaar zijn.


Edoch, zoals de schaarste aan artsen in Mozambique in termen van onze wereldvreemde economie betekent dat er een overschot is aan onbetaalbare artsen, betekent de schaarste aan filosofen in België dat er een overschot is aan onbetaalbare filosofen.


Er zijn filosofen maar zij worden niet betaald om te filosoferen en teneinde in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, zien zij zich verplicht om hun tijd te verdoen met jobs die niet de hunne zijn – en dat is een ware ramp omdat aldus hun levensnoodzakelijk werk dreigt te blijven liggen.


Het behoort immers tot de taak van filosofen om wantoestanden zoals de onderhavige aan het licht te brengen: de rampzalige contraproductiviteit van onze huidige economie die immers bewerkstelligt dat primaire noden onbevredigd blijven doordat zij niet sporen met de economische vraag. Tot die primaire noden behoort de maatschappijkritiek of de (sociale) filosofie omdat zij niet alleen aan de grondslag ligt van onze beschaving maar tevens een sine qua non is voor het voortbestaan ervan.


Uiteraard is er geen vraag naar maatschappijkritiek in een maatschappij die blasé is en derhalve eerder onwillig om zichzelf in vraag te stellen en dus moeten filosofen die hun tijd alsnog aan de beoefening van hun job willen besteden, hun taak dan maar onbezoldigd vervullen. In het beste geval moeten zij vrede nemen met een uitkering welke hen toelaat om in leven te blijven en naar best vermogen te werken. Net zoals de kunstenaars kunnen zij enkel rekenen op het begrip van lotgenoten. Kunstenaars en filosofen (maar ook huismoeders en nog tal van andere roepingen) halen hun moed uit de wetenschap dat hun werk dan misschien niet financieel rendeert maar wel de hoop mag voeden dat het die vruchten afwerpt zonder welke er geen alternatief zou zijn voor een verdere afglijding van de beginsel- en cultuurloosheid van het recht van de sterkste met zijn bizarre wet van vraag en aanbod naar de immer zo jammerlijke oorlog.


(Jan Bauwens, Hemelvaart 2018)





                                                        














25-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helden en heldinnen. Over schone schijn, schaamte en schande

Helden en heldinnen

Over schone schijn, schaamte en schande

In de jaren zeventig van de voorgaande eeuw sloeg de Gentse moraalfilosoof Jaap Kruithof de gasten in een brt-programma van Paula Semer met verstomming met zijn antiautoritaire opmerking dat de jeugd toegang zou moeten krijgen tot voorbehoedsmiddelen. (1) De kwestie was revolutionair, niet zozeer omdat het toentertijd hete hangijzer van de seksualiteit in het geding was, maar omwille van een veel dieper gelegen ethisch dilemma, met name de paradox van schuld en schaamte. Toen in onze contreien het gebruik van anticonceptiva nog zonde en taboe was, geraakten heel wat jonge vrouwen ongewenst zwanger en het was een publiek geheim dat zij dan naar Nederland trokken om aldaar abortus te plegen. Deze toenmalige praktijk laat zien hoezeer schaamte de bovenhand had over schuld, wat wil zeggen dat men zich veeleer zorgen maakte over zijn goede naam dan over het leven van een eigen ongeboren kind: er was een schaamtecultuur, schaamte gold als erger dan schuld. Wars van Plato's gezegde dat het beter is om kwaad te ondergaan dan het te doen, blijken heel wat mensen bereid om het leven van een eigen (verwacht) kind op te offeren aan het continueren van hun status van onbesproken gedrag. Dat men liever moordt dan over de tongen te gaan, verraadt hoe een overheersende schaamtecultuur hand in hand gaat met een verregaande verdringing van het schuldbewustzijn. Een cultuur van schaamte blijkt een cultuur van gewetenloosheid.

De abortusproblematiek was overigens lang geen alleenstaand gevolg van de verschrikking van de schaamtecultuur. Volgens een wet uit het begin van de twintigste eeuw werden tot op het ogenblik van de protesten door onder meer Gerard van het Reve in 1971, ook mannen naar Nederland gebracht met het oog op een speciale behandeling voor zaken waarvoor zij zich moesten schamen. Het ging meer bepaald om onder meer homoseksualiteit, dat toen nog als een ziekte gold en homoseksuelen bezochten in Heiloo de katholieke Willibrordusstichting waar ene dokter Aimé Wijffels hen castreerde – wat meestal gebeurde met de instemming van de patiënt die in geval van 'delict' aldus al eens op strafvermindering kon rekenen. Men liet zich verminken uit vrees voor de schaamte en aldus verdonkeremaande de schaamtecultuur het schuldbewustzijn dat normaliter een dergelijke (zelf)verminking in de weg staat.

Maar wie denken dat wij er na de vrouwenemancipatie – “baas in eigen buik” – en het homohuwelijk in moreel opzicht op vooruit gegaan zijn, houden helemaal geen rekening met het feit van een toenemende cultuur van het wegmoffelen waar het zieken, gehandicapten en ouderlingen betreft: meer dan ooit worden wie niet beantwoorden aan het door de manipulerende media voorgehouden ideaal van de gezonde, mooie, snuggere en jonge helden en heldinnen, genadeloos opgeborgen in instellingen en zo niet worden zij gestigmatiseerd en belanden zij aldus in virtuele concentratiekampen, afgezonderd van het zogenaamd 'normale' leven. In dat normale leven wringt men zich in alle mogelijke bochten en werkt men zich uit de naad om er bij te kunnen horen – om er bij te kunnen blijven horen, wat wil zeggen: zo lang mogelijk, want het liedje van het eeuwig leven is voorgoed voorbij, voortaan komt er aan alles hoe dan ook een eind. Mensen als speelballen van modemakers, ideologen, politici, technocraten, bankiers – mensen als speelballen van een schaamtecultuur die op het eind van de rit ook de meest eerzuchtige met een blos op de wangen te kijk zet – zoals de kijkcijfers aangeven is het dan feest voor de aasgieren die wij geworden zijn en zoals in De ballade van Arie Hop werden wij zowaar onze eigen kannibaal.

Vaak gaat schaamteloosheid door voor een ondeugd en derhalve schaamte voor een deugd maar dat gebeurt dan geheel onterecht omdat schaamte geen handeling is en ook geen attitude: schaamte wordt ondergaan – zij het vaak door eigen toedoen. De vrees voor schaamte blijkt sterker dan die voor schuld en aldus fnuikt zij het schuldbewustzijn en maakt zij van mensen slaven, misdadigers en soms ook moordenaars. Bovendien kan men vermoeden dat daar waar men zijn kinderen en zijn ouders opoffert, het geen god kan zijn die zulk een offers eist maar veeleer een demon en derhalve weet men dat als de status van onbesproken gedrag – met andere woorden de eer – het toegangsticket is tot deze wereld, de eer evenmin als de schaamte een deugd kan zijn. Door het thema van de anticonceptiva aan te kaarten, legde Jaap Kruithof de vinger op de wonde – de etterende wonde van de eerzucht, de tweelingzuster van de hypocrisie. En eerzucht is wél een ondeugd en met betrekking tot een al te verregaande permissiviteit inzake de abortuspraktijk, de opsluiting van dementerenden en de stigmatisering van dissidenten, is het een ondeugd die tot moord aanzet. Eerzucht, fierheid, trots, hoogmoed of arrogantie is de ultieme eigenschap die de duivel parten speelde bij zijn fatale val waarin hij de mens tracht mee te sleuren.

O Lucifer, ghy zult dien hooghmoedt u beklagen.

Ghy fenix, onder al wat Godt daer boven looft,

Hoe steeckt ghy, onder 't heir, zoo fier met hals en hooft,

En helm, en schoudren uit! hoe heerlijck past u 't wapen,

Als waer 't naturelijck uw wezen aengeschapen !

0 hooft der Engelen, niet hooger: keer weerom.

(De aartsengel Rafaël aan het woord in: Joost van den Vondel, Lucifer, vijfde bedrijf, versregels 1791-1796)


Maar de tijden blijken in dit opzicht niet zo veel veranderd en nog steeds blijken massa's mensen schijnbaar moeiteloos anderen én zichzelf wat voor te liegen in het bizarre spel van de hypocrisie dat kennelijk tot elke prijs in ere moet worden gehouden. Dat dit ook en vooral inzake de menselijke seksualiteit het geval blijkt, legt zowel de diepte van de menselijke ziel bloot als het mysterie van het kwaad: schuilt het kwaad in onze onderworpenheid aan het irrationele – bron van romantiek, passie en lust – of bestaat het in de sociale uitsluiting door mensen die de schijn ophouden van een redelijkheid die er helemaal geen is? Schuilt het kwaad met andere woorden dan niet in het feit dat wij ondoorgrondelijke wezens zijn die tegen heug en meug geloven in de ultieme kennis en in de rede en die anderen die ons als onredelijk ontmaskeren, uitstoten? Is het dan een groter kwaad om uitgestoten te worden door een hypocriete wereld omwille van zijn trouw aan de waarheid dan om de waarheid te verloochenen in ruil voor zijn wereldburgerschap? Ofschoon het alle schijn tegen heeft, blijkt de zozeer geprezen eer de grootste rivaal van de waarheid en de beste bondgenoot van de leugen. Socrates, Tijl Uilenspiegel, Han van Meegeren, Aleksandr Solzjenitsyn, Edward Snowden en vele andere dissidenten illustreren hoe deze diepe filosofische waarheid zich weerspiegelt in de dagelijkse praktijk.

De schaamte suggereert al te vaak een schuld die er helemaal niet is en zij speelt aldus de schuldeloze parten – hij schaamt zich omdat men hem met de vinger wijst, ook waar dit onterecht gebeurt – terwijl heel wat criminelen schaamteloos lijken te werk gaan – hoe vaak immers wordt trots niet op applaus onthaald? Maar tegelijk zijn het even vaak degenen zonder schuldbesef die de schaamte vrezen, terwijl vermeende schaamteloosheid dikwijls slechts een volstrekte afwezigheid van schuld verkapt. Schuldbewustzijn voorkomt kwaad en derhalve schuld precies zoals besef van onze onwetendheid ons behoedt voor onverstand en zo ook kan de joodse filosofe Hannah Arendt zeggen dat een gebrek aan intelligentie aan de basis ligt van heel wat kwaad want paradoxaal genoeg leidt het kritiekloze navolgen van autoriteiten – afhankelijk van wie die autoriteiten zijn – even vaak tot (althans van buitenaf gezien) vreedzame samenlevingen als tot de hel van Mao, Ceaușescu en Hitler.

De vrees voor schaamte blijkt de motor achter de hebzucht die op haar beurt niet alleen de jacht op carrière aandrijft maar ook en vooral de fraude en de vele andere misdaden welke mensen rijk maken, eer bezorgen en vervolgens toegang verschaffen tot de wereld – die in dit opzicht inderdaad onmiskenbaar 'des duivels' is want niemand komt erin zonder de genoemde ondeugden in afdoende mate te hebben beoefend. Want niet door hard labeur wordt men rap rijk – de beste trekpaarden verslijten eerst – het pad naar instant rijkdom is dat van de uitbuiting.

Uit angst voor sociale uitsluiting – uit schaamte – wenden arme mensen de schaarse middelen bedoeld om te overleven aan om de valse schijn op te hangen van een welstellendheid die zij niet hebben en op die manier verliezen wie geen sociale status hebben tevens de levensmiddelen bedoeld voor het bevredigen van de primaire behoeften.

Gelijk krijgen is belangrijker geworden dan het te hebben, wat betekent dat de waarheid niet langer objectief is maar voortaan gemaakt wordt, meer bepaald door wie over voldoende wereldse macht beschikken en via de navenante triomf van de leugen, ontvouwt zich een schaamtecultuur die eist dat niet langer degenen blozen die abortus plegen maar zij die de rechten van de ongeborenen verdedigen. De heerschappij van de leugen herstelt de standenmaatschappij in ere alsook de slavernij, en wel via de zozeer bedrieglijke weg van de geboortebeperking in de derdewereldlanden:

We wensen geen massamoordenaars te zijn maar we zijn het tegen heug en meug en bij uitstek de aanwending van massale uithongering (– dagelijks ca. 30.000 slachtoffers) in functie van de continuering van de slavernij toont dit aan. De perversie schuilt in het feit dat derde wereldburgers in slavernij gehouden worden door hun naast een pensioen ook nog het recht op kinderen te ontzeggen onder de dreiging dat hun kroost een overbevolking zou veroorzaken terwijl hun ecologische voetafdruk verwaarloosbaar is – of hoe slachtoffers de schuld krijgen van het kwaad waarvan zij de dupe zijn.”

(http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3047472 ; zie ook: http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/334015.pdf )

De schaamte blijkt de dienstknecht van de ondeugd van de eerzucht, bron van ontelbare misdaden. De inspirerende 'schaamteloosheid' van een reus zoals Jaap Kruithof blijkt, tegen de bedrieglijke intuïtie in, het ultieme werktuig voor het aan het licht brengen van diep verborgen, onfrisse praktijken welke dikwijls letterlijk moorddadig zijn. Het is immers vaak de schaamteloosheid die de schande aan het licht brengt van de verdoken schuld van misdaden, precies omdat die zich kunnen handhaven middels de schaamte.

(J.B., 25 april 2018)

Verwijzingen:

(1) http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/media/1.2289050





       

   
















09-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De triomf van de dood









De triomf van de dood

           

            De islamieten hebben een punt in de discussie over het al dan niet verdoofd slachten van offerdieren waar zij stellen dat zij best bereid zijn om zich te schikken naar de eisen van de dierenrechtenverdedigers op voorwaarde dat men eerst schoon schip maakt met ander en groter dierenleed – en zij doelen zeer terecht op dierenleed veroorzaakt door wettelijk beschermde vormen van moordlust waarvan de jacht het typevoorbeeld is.


De jacht is zowat twee miljoen jaar oud – dan immers verschenen de eerste mensen – die op deze manier aan voedsel kwamen. Toen ongeveer tienduizend jaar geleden planten en dieren gedomesticeerd werden – of dus met het ontstaan van de landbouw en de veeteelt – nam het belang van de jacht af maar verdwijnen deed zij niet omdat zij nog andere doeleinden dient. Jagen wordt als geoorloofd beschouwd bijvoorbeeld als bestrijding van de beschadiging van veldgewassen door konijnen maar steeds meer stemmen gaan op om alvast de plezierjacht te verbieden.


De tegenstanders van de vrije jacht – die in oorsprong een recht is van de grondbezitter – zijn meestal dierenvrienden en aan hen wordt vaak verweten dat hun (selectieve) empathie voor dieren in feite slechts een verkapte affectie is, opgewekt door de aaibaarheid van de betrokken soorten en zo zouden bijvoorbeeld stokstaartjes er fel onder lijden dat zij worden ingezet als gezelschapsdier terwijl slakken, bromvliegen en vissen geen enkel gevaar lopen.


Maar er zijn ook ernstige argumenten voor de bescherming van de planten- en de dierenwereld tegen de plezierjacht en daar gaat de discussie vooral over het ecologisch evenwicht als noodzakelijke voorwaarde zonder meer voor alle leven op deze planeet. Want is het geen zonde als primitieve moordlust – botgevierd met alles behalve primitieve middelen – het leven als zodanig in de weg staat?


Een sprekend voorbeeld van verstoring van het natuurlijk evenwicht door de mens is de ontbossing. Reeds Plato waarschuwde tweeduizend vierhonderd jaar geleden tegen de ontbossing van Griekenland en bij de deur zien wij hoe ten tijde van de industriële revolutie de houtkap voor de hoogovens het ooit dichtbeboste Schotse landschap herschapen heeft tot een aaneenschakeling van reusachtige meren. Sinds de kap van het Amazonewoud wereldnieuws werd, weten wij dat het hier gaat om de longen van de aarde zonder welke wij straks allemáál zullen moeten puffen en nog erger want wij verliezen niet minder dan zeventien voetbalvelden bos per minuut. Grosso modo is het zo dat wat de dieren uitscheiden en uitademen, voedsel is voor de planten, terwijl de planten en hun uitwasemingen mens en dier tot voedsel en tot adem zijn. Op die manier leven plant en dier bij de gratie van elkaar – een symbiose nota bene zonder ook maar één grammetje afval.


Maar ook een andere kijk op de plezierjacht kan een verbod plausibel maken want het gaat hier om de pertinente vraag of de menselijke moordlust wel kan voorgesteld worden als een (nota bene per definitie gesubsidieerde want erkende) sport teneinde haar te kunnen botvieren. Moeten met andere woorden arme mensen belastingen betalen om het botvieren van de moordlust van de rijken te bekostigen? Moet de staat voorzien in accommodatie, propaganda en zelfs eerbetoon aan het doden van andere levende wezens terwijl dit doden geen andere noodzaak dient dan het 'bevredigen' van een moordlust? En kunnen geen vraagtekens gesteld worden bij iets zoals moordlust als er dan toch ook mensen zijn die lust beleven aan het redden van levens – van mensen of van dieren – hetgeen heel wat meer opleiding, studie, oefening en inspanningen vraagt dan het overhalen van een trekker? Valt er geen inconsistentie te bespeuren in de finaliteit van onze wetten wanneer zij zowel het redden van levens als het vernietigen ervan aanmoedigen?


Maar nu horen we de jagers al kijven dat de jacht niet de mens betreft doch de dieren en zij bedoelen uiteraard de andere soorten, alsof het doden van andere soorten geoorloofd is en dan wel op grond van het argument dat het nu eenmaal om andere soorten gaat, alsof de empathie met andere soorten dan pervers was. Dit verwijt sneed weliswaar hout in de jungle van weleer waar de wet van de sterkste gold en waar de prijs voor een affectieve band met de prooi het eigen leven was. Iets gelijkaardigs houden wij ons ook voor in tijden van oorlog wanneer bijvoorbeeld de Belgen ervan overtuigd zijn dat zij de Duitsers mogen doden omdat het geen Belgen zijn en, omgekeerd,wanneer de Duitsers ervan overtuigd zijn dat zij de Belgen mogen doden omdat het geen Duitsers zijn en erger nog, want zij geloven dat zij hen ook móeten doden – dienstweigeraars kregen tot voor kort de dood met de kogel. En waar houdt die logica dan op, want in dezelfde lijn is het geoorloofd om leden van een andere clan te doden omdat ze niet tot mijn clan behoren of om anderen te doden omdat ze niet samenvallen met mezelf. En tenslotte is ook de zelfmoord geoorloofd, hetzij omdat zij niet bestraft kan worden, hetzij omdat men steeds vaker zichzelf beschouwt als eigenaar van zichzelf. Of heeft de perversiteit van het zogenaamde paraconsistente denken het nu voor het zeggen? In dat geval hoeven wij ons uiteraard niet langer uit te sloven met het houden van betogen en kunnen wij uiteindelijk alles beamen zonder meer: de jacht op hazen en patrijzen, de vossenjacht, de olifantenjacht, de jacht op luipaarden en mensapen, de jacht op mensen, het kannibalisme, de praktijk van de onthoofding, de genocide, abortus en euthanasie. En is dat niet De triomf van de dood, uitgebeeld in 1562 door Pieter Bruegel de Oude?


(J.B., 9 april 2018)


Verwijzingen:


https://nl.wikipedia.org/wiki/Jacht_(activiteit)


https://nl.wikipedia.org/wiki/Homo_habilis


https://nl.wikipedia.org/wiki/Homo_erectus


https://nl.wikipedia.org/wiki/Domesticatie


https://nl.wikipedia.org/wiki/Aaibaarheidsfactor


https://nl.wikipedia.org/wiki/Ontbossing


https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurlijk_evenwicht


https://nl.wikipedia.org/wiki/De_triomf_van_de_dood

                                            














05-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bomen - Het korte leven van witte abelen langs de Scheldedijk te Wetteren

Bomen - Het korte leven van witte abelen langs de Scheldedijk te Wetteren.




31-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stille Zaterdag








                     

 

           

Stille zaterdag


In een recent interview van Jan Jagers, voor Magazine Universiteit Antwerpen, met Jeffrey Sachs, topadviseur van de secretaris-generaal van de VN en 's werelds grootste econoom van dit eigenste ogenblik, herinnert de eredoctor aan een fenomeen waarover bijvoorbeeld ook 'de laatste getuigen' [van de holocaust] het hebben en dat verwant is met wat Primo Levi betitelt als het allergrootste kwaad, zijnde de onverschilligheid: "(...) Hoewel we kúnnen samenwerken, lijken we desondanks in een tijd te leven die compleet gevangen zit in toenemend wantrouwen, waardoor zelfs het gevaar op wereldwijde vernietiging dreigt. (...) De opkomst van vooral China, van Azië, betekent het einde van de door het Westen geleide wereld zoals we die de laatste 250 jaar hebben gekend. Opmerkelijk is dat de VS (...) nu zelf onstabiel is en in vele opzichten een schurkenstaat, a rogue nation. Jammer genoeg. Met een mentaal zieke president kan je dit moment niet anders zien dan als dramatisch. (...) Ik vrees een nucleaire oorlog. (...) We zien zoiets nooit als een optie tot het echt gebeurt, omdat onze psychologie zulke risico’s simpelweg niet kan verwerken. (...) Vliegende ganzen in radarstralen hebben we geïnterpreteerd als intercontinentale raketten uit Rusland, ook radarreflectie op de opkomende maan is daar al voor doorgegaan, en zopas was er in Hawaii vals alarm over een nucleaire aanval (...). Het is twee minuten voor middernacht. Alle mensen van goede wil moeten nu opstaan en nee zeggen (...)" (1)


Onze psychologie kan dit niet verwerken”: als een kwaad maar groot genoeg is, zal het niet langer als zodanig gelden doch daarentegen als een goed. Om die reden wordt de naam van Napoleon Bonaparte (1769-1821), een der grootste massamoordenaars aller tijden, alom in ere gehouden met reusachtige standbeelden en andere eretekens bij de vleet; naar hem worden in alle metropolen ter wereld restaurants en cafés genoemd en zelfs allerlei luxeproducten, incluis dranken en bonbons, alsof hij een sinterklaas was of een paashaas. Hetzelfde geldt voor Nero (37-68), Mao (1893-1976), Stalin (1878-1953) en vele andere tirannen. Het droppen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki die in één klap een kwart miljoen mensen ter plekke deden verdampen zodat het enige spoor dat van hen restte een zwarte vlek was op de grond, wordt niet alleen herdacht door de slachtoffers: ook de daders bleven hun heldendaad vieren, onder meer met de tentoonstelling in het National Air and Space Museum, in Washington D.C., van de belangrijkste onderdelen van de Enola Gay – het vliegtuig waarmee de bommen werden gedropt – tot de dag dat het tuig met verf en bloed besmeurd werd. En de Japanners werden sinds die zwartste dag uit hun geschiedenis de beste bondgenoten van de moordenaars van hun volk.


Onze psychologie kan een zo groot kwaad niet verwerken – of toch niet meteen. Want als er vele, vele jaren overheen gegaan zijn, blijft uiteindelijk de waarheid over. Zo kwamen heel lang geleden de eerste mensen Amerika in via het Noord-Westen dat aan het Noord-Oosten van Azië grenst en zo bevolkten geelhuiden met pikzwarte haren – Chinezen – dat continent totdat zij daar door Europese goudzoekers werden verdreven, gescalpeerd of in reservaten ondergebracht met gratis alcohol – dat de zogenaamde Indianen echt Chinezen zijn, verraadt ons zelfs hun beider poëzie. (2) Hollywood ten spijt met zijn op nog ongerepte breinen mikkende propagandafilms over heldhaftige cowboys, weet nu stilaan iedereen hoe gigantisch de leugens zijn die door de oorlogsmachinerie gebrouwen worden.


Maar als onze psychologie niet in staat is om een kwaad te verwerken dat al te groot is, waarom zou hetzelfde dan niet waar zijn voor een al te groot goed? Het is bijvoorbeeld algemeen geweten dat het menselijke besef van het mirakel van het leven bijzonder ontoereikend is. Of spreken de kwistigheid met levensbelangrijke zaken, met mensenlevens en met levende soorten dan geen boekdelen? En het gemak waarmee men oorlog voert, de onbezonnenheid van landen en hun leiders? Onze psychologie blijkt derhalve evenmin in staat om een goed dat al te groot is, te bevatten. Vandaar de vraag: zou het niet kunnen dat niet slechts het leven maar evenzeer het eeuwig leven of de verrijzenis behoren tot die goederen waarvan de omvang het bevattingsvermogen van onze psychologie simpelweg te boven gaan?


Want dat wij het wonder van het biologische leven altijd zo fel onder zijn waarde schatten, komt doordat wij eraan gewoon geraakt zijn, zoals men zo vaak zegt, en gewenning is niets anders dan ongevoeligheid, psychisch onvermogen of een tekort aan besef. En gaan zij die het leven na de dood verwerpen omdat zij zeggen dat niemand dit bevatten kan, er dan niet verkeerdelijk vanuit dat het leven vóór de dood wél bevattelijk zou zijn? Ja, zij verwijzen naar de wetenschappen, die de religie van de nieuwste tijd zijn, maar zij blijven een religie. Want meer dan beschrijvingen geven de wetenschappen vooralsnog niet. Meer kan onze psychologie vandaag kennelijk niet verwerken. Pasen blijkt een zaak voor veel en veel later – een zaak voor een tijdperk dat nog volgen moet op dat van de vrede, dat nog lang niet in zicht komt. Wij houden noodgedwongen halt bij Stille Zaterdag.


(J.B., Paaszaterdag 2018)


Verwijzingen:


(1) https://www.uantwerpen.be/images/online/magazine/MUA27/#6/z


(2) https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3062603











23-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taiwan




     




Taiwan


Altijd onvoorspelbaar – zo is de toekomst. En ook nu alle ogen gericht zijn op Rusland dat massaal troepen naar zijn grenzen met Europa stuurt of op de V.S. in twist met Noord-Korea of op Israël en de Palestijnen: na de oorlogszuchtige uitspraken van de Chinese leider Xi Jinping, blijkt plotseling het lot van de wereld af te zullen hangen van dat van het zogenaamde Eiland van Pracht, want dat is de naam die de Portugese ontdekkingsreizigers in 1583 gaven aan het huidige Taiwan dat sinds 1949 de eigenlijke Republiek China herbergt, afgescheiden van het vasteland dat, toen ingepalmd door de communisten, aangeduid wordt als de Volksrepubliek China.

                    Het eiland Taiwan ligt op ruim honderd kilometer ten oosten van het Chinese vasteland (op zowat 200 km ten Noordoosten van Hong Kong), en daarvan gescheiden door de Straat van Formosa (of het Kanaal van Taiwan), tussen de Oost-Chinese, de Zuid-Chinese en de Filipijnse Zee. De Filipijnen liggen 200 km ten zuiden en Japan 400 km ten Noordoosten van Taiwan. Met een oppervlakte van 35.980 km² is het eiland qua grootte vergelijkbaar met België maar met 23,5 miljoen inwoners het is dubbel zo dicht bevolkt.

Taiwan beschouwt zichzelf als onafhankelijk van China dat in twee gespleten werd onder invloed van het Russische communisme na de Oktoberrevolutie aldaar in 1917: Mao stichtte met zijn communistische partij gesteund door de Russen de Volksrepubliek China (in 1949) terwijl de anti-communisten met hun nationalistische Republiek China (sinds 1912) en met steun van de V.S. (in 1949) naar het eiland vluchtten en zich daar vestigden als een westers gekleurde democratische partij. (1)

            De huidige Chinese communisten beschouwen Taiwan als een afvallige provincie en ze willen die terug, precies zoals Irak zijn voormalige provincie Koeweit terug wilde – wat mislukte – of zoals Rusland aanspraak maakte op de Krim die prompt door Poetin werd heroverd. En als het mogelijk bleek voor de Russen om quasi zonder enige westerse tegenstand de Krim te heroveren vlakbij de Europese grens, hoe zou het dan onmogelijk zijn voor de Chinezen om hun naburige voormalige provincie opnieuw in te palmen, te meer daar zij zo veraf ligt van het westen? Xi Jinping sprak zich enkele dagen geleden daarover uit in niet mis te verstane bewoordingen. De kwestie is alleen dat het Westen de Taiwanezen waarschijnlijk niet zomaar aan hun lot zal overlaten en dat betekent oorlog.

            Sinds de Oktoberrevolutie (in 1917, gevolgd door een burgeroorlog die in 1922 uitmondde in de stichting van de USSR) heeft de ganse politieke wereld zich in twee gespleten: een kapitalistisch en een communistisch deel. De kiemen van die strijd lagen in feite al bij de Franse Revolutie (in 1789-1799) of, eerder nog, bij de opstand in Engeland onder Cromwell (met de afschaffing van de monarchie in 1649, welke zich echter herstelde twee jaar na zijn dood – in 1660): dit waren volksopstanden gericht tegen clerus en adel; de communistische revolutie richtte zich weliswaar tegen de Tsaren maar ook en vooral tegen de geldadel – de zogenaamde kapitalisten. Het lelijke kapitalisme dat immers verregaande ongelijkheid brengt, volgt paradoxaal genoeg uit de mooie ideologie van de vrijheid die vertrekt vanuit een (al te) groot (en daarom vaak rampzalig) vertrouwen in het volk. Het communisme verwerpt die ongelijkheid maar kan dat niet doen zonder het vertrouwen in het volk op te geven en de individuele vrijheid aan banden te leggen. Het communisme biedt onderling gelijke doch verknechte enkelingen waar het kapitalisme dreigt te stranden in een rampzalige vrijheid waarvan de milieuverloedering ingevolge ongeremde concurrentie en verkwisting slechts één van de vele exponenten is. Een bijkomend en in zekere zin onvoorzien doch nu alles overschaduwend probleem is dat van de tegenstelling tussen deze twee wereldvisies.

            De spanningen tussen China en Taiwan weerspiegelen zich sinds 1949 op het wereldtoneel met betrekking tot de erkenning van hetzij het ene hetzij het andere China, want er moet nu eenmaal een keuze worden gemaakt door elk land dat handelsbetrekkingen wil aanknopen met een van beide. China misprijst landen die Taiwan erkennen en geeft aan dat misprijzen ook uiting door met die landen geen politieke betrekkingen aan te knopen en landen die politieke betrekkingen aanknopen met China, mogen dan weer Taiwan niet in. Zo bijvoorbeeld erkennen de VS Taiwan wél en zij hebben er een ambassade maar bijvoorbeeld België staat op goede voet met het communistische China...

(J.B., 23 maart 2018)

Verwijzingen:

(1) Meer in detail: zie het artikel over China: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3062603 of

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3062605            

  









21-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.china - een beknopte geschiedenis (herhaling, met herstelde afbeeldingen)

China
een beknopte geschiedenis (°)

– een herhaling van het artikel d.d. 8 maart 2012 –

 

'Het porceleinen paviljoen'
(Li Tai Po)


Midden in den kleinen vijver

Staat een paviljoen van grasgroen

En van melkwit porcelein.


Als een tijgerrug zoo welft zich,

Maanbeglansd, de brug van jade

Naar het groenwit paviljoen.


In het huisje zitten vrienden,

Fraai gekleed en drinken, praten –

Velen schrijven lenteverzen.


En hun zijden mouwen glijden

Achterwaarts, hun zijden mutsen

Zitten vroolijk in hun nek.


Op de stille kristallijnen

Oppervlakte van den vijver

Spiegelt alles wonderbaar.


De omgekeerde boog van ’t brugje

Lijkt een halve maan. De vrienden,

Fraai gekleed, zij drinken, praten,


Alle staande op hun hoofden,

In het paviljoen van grasgroen

En van melkwit porcelein. (1)





Wellicht werkt niets eerlijker en sneller om van een volksziel iets te zien te geven dan een mondvol frisse verzen. Ook al is ze meer dan duizend jaar oud: de poëzie van Li Tai Po klinkt altijd verrassend nieuw. Mystiek én epicuristisch weerspiegelt zij de schoon bezongen jade en de lente en de jeugd, de nostalgie, de onverbiddelijkheid van de tijd in fel contrast met de lenigheid der verzen en de behendigheid van fantasie. Grote kunst brengt de uitersten aldus samen in harmonieuze tegenstellingen, en zo ook de uitersten van de tijd: verleden en toekomst, herinnering, heimwee, verwachting, wanhoop, hoop.

 

In 2005 werden in China tanden van de Jianshi-mens gevonden die zowat twee miljoen jaar oud moeten zijn. Van de beroemde Peking-mens, een homo erectus of een mens die rechtop begon te lopen, werden vijf schedels en ook kaakbeenderen gevonden die wellicht een miljoen jaar oud zijn. Zowat 6000 vóór Christus leefden langs de Gele Rivier al culturen die gierst verbouwden en die honden, varkens en pluimvee hielden. Afgezien van enkele tekens op aardewerk uit de 13de eeuw v.C. - het einde van de Shang-dynastie - zijn er pas eigenlijke geschriften vanaf de aanvang van het eigenlijke Chinese keizerrijk in 221 v.C.

Het Chinese Keizerrijk overspant de hele geschiedenis van het land van de rijzende zon... tot in 1911. Dan brak in Wuhan, in het hart van China, de Xinhai-revolutie uit onder leiding van Sun Yat Sen (Sun Zhongshan), die de Qing-dynastie deed vallen en in 1912 werd de Republiek China uitgeroepen, aldus vandaag een eeuweling.

De poëzie van Li Tai Po is die van de rijke klasse, de gunstelingen van de keizer, maar een meerderheid van het volk had voor het componeren van lenteverzen helemaal geen tijd. Sun Yat Sen (Yat Sen is eigenlijk een van zijn vele pseudoniemen die overigens niet overbodig bleken daar hij meermaals ternauwernood ontsnapte aan de klauwen van de vijand) was zelf een volksmens die geneesheer werd en hij behartigde de sociale zaak: hij wilde nationalisme, socialisme en democratie. In 1895 had hij al eens een opstand willen ontketenen, wat toen mislukte. Hij beschouwde het Westen en meer bepaald Amerika als model voor China en hij verspreidde die overtuiging via het christelijke netwerk waarvan hij deel uitmaakte. Later, na de oktoberrevolutie in Rusland (in 1917), riep hij de hulp in van de Russische communistenregering voor zijn partij, de Kwomintang of 'volkspartij', en hij kreeg militaire steun en veroverde ook Zuid-China. Maar onder de Russische invloed kleurde zijn partij zo rood dat het zijn opvolger Chiang Kai-Shek zeer tegenstond. Later scheurde de nationalistische Chiang zich met zijn volgelingen als de Republiek van China van het communistische China - de Volksrepubliek China - af, en zo splitste China zich in twee. Sun Yat Sen stierf plotseling in 1925. Hij wordt nog steeds door alle Chinezen (communisten én nationalisten) als 'Vader des Vaderlands' erkend en aldus maakt hij China in feite weer één.

Chiang Kai-Shek kreeg een militaire training in Moskou in 1923 maar keerde in 1924 als overtuigd anti-communist naar China terug waar hij Sun Yat Sen na diens dood opvolgde. In 1928 brak hij met de communisten en hij ging hen zelfs vervolgen. Door zijn vrouw werd hij in 1930 methodistisch christen.

Van 1931 tot 1945 vormden de nationalisten (onder Chiang Kai-Shek) en de communisten (onder Mao Zedong) één front tegen de invallende Japanners maar in feite bevochten ze steeds meer elkaar en Stalin bewapende de communistische Chinezen tegen de nationalisten die in 1948 werden verslagen. In 1949 werd de Volksrepubliek China (het communistische China) gesticht. Intussen volgde Li Tsung-Jen de afgetreden Sun Yat Sen op die samen met 2 miljoen volgelingen naar Taiwan vluchtte, waar hij (in hoofdstad Taipei) de Republiek China (het nationalistische China) vestigde en in 1950 werd hij daar president met de steun van de V.S. Tot 1971 was de Republiek (Taiwan) het enige erkende China (met vandaag 23 miljoen inwoners). Pas daarna werd ook de Volksrepubliek China erkend (met nu 1,3 miljard inwoners).

In 1975 overleed Chiang Kai-Shek, zijn zoon Chiang Ching-kuo volgde hem op en regeerde in Taiwan tot 1988. Na hem regeerden Lee Teng-hui (tot 2000), Chen Shui-bian (tot 2008) en Ma Ying-jeou (herkozen in 2012).

In de Volksrepubliek China werd Mao na zijn dood in 1976 opgevolgd door de pragmatische Deng Xiaoping die een staatskapitalisme invoerde dat China grote welvaart bracht. Na hem regeerden Jiang Zemin (1993-2003) en Hu Jintao (2003-heden).

*

Sun Yat Sen wilde een China naar het voorbeeld van de Verenigde Staten, maar het noodlot wil dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika, Indianen zijn: geen mensen uit Indië afkomstig zoals Colombus verkeerdelijk geloofde toen hij in 1492 Amerika voor Indië hield, maar wel Chinezen. Heel lang geleden kwamen zij Amerika via het Noord-Westen dat aan het Noord-Oosten van Azië grenst, naar binnen en zo bevolkten zij dat continent totdat zij daar door Europese goudzoekers werden verdreven, gescalpeerd of in reservaten ondergebracht met gratis alcohol. En dat de Indianen echt Chinezen zijn, verraadt ons de Chinese poëzie, andermaal van Li Tai Po, met name in zijn drinklied, getiteld: Alleen drinkend bij het licht van de maan, zoals het vertaald is en ook herschreven door de grote Nederlandse dichter Jacob Slauerhoff. Deze arts, te groot om niet feitelijk te worden verstoten door de kleinburgerlijke Hollanders, werd scheepsarts en belandde aldus met de vloot in 't Oosten. Li Tai Po komt helemaal tot zijn recht en ook de dichterlijke wijsheid van de oude Indianen herkent men direct in deze enkele magische verzen:


'Alleen drinkend bij het licht van de maan'
(J. Slauerhoff naar Li Tai Po)

‘k Verkeer in weelde tusschen de bloemen met wijn,
Maar ook in armoe: drinkend zonder vriend.
De opkomende maan, mij zoo verlaten ziend,
Wekt mijn schaduw, zoodat we met zijn drieën zijn.
(2)




Noten:

(1) Het porceleinen paviljoen is een gedicht van de grote Chinese dichter Li Tai Po (ook wel Li Po of Li Bai genoemd) [701-761] in een vertaling van de Nederlandse Hélène Swarth (1859-1941) [in: De chineesche fluit, Meulenhof, Amsterdam 1922] die gebaseerd is op de Duitse vertaling van de hand van Hans Betghe (1876-1946) [in: Chinesische Flöte], die op haar beurt steunt op de eerste vertaling [in: Le livre de jade] van Judith Gautier (1845-1917). Zie:
http://www.tragevuur.com/nummer41-ontdekking.htm#_edn1 . Het gedicht heeft bij ons bekendheid verworven mede door het feit dat het, samen met nog andere verzen van Li Tai Po, werd opgenomen in Gustav Mahler's Das Lied von der Erde uit 1908-1909, dat in première ging na Mahlers dood in 1911 te München.
(2) 
Dit gedicht werd aangetroffen in de nalatenschap van Slauerhoff (1898-1936). Het telde oorspronkelijk veertien regels, Slauerhoff reduceerde ze tot vier. Zie: http://www.tragevuur.com/nummer41-ontdekking.htm#_edn1 .
(°) Voor alle persoonsnamen en trefwoorden, zie ook Wikipedia, o.m.:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Das_Lied_von_der_Erde

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jiang_Zemin

http://nl.wikipedia.org/wiki/China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Deng_Xiaoping

http://nl.wikipedia.org/wiki/Christoffel_Columbus

http://nl.wikipedia.org/wiki/Taiwan

http://www.hyperhistory.com/online_n2/people_n2/persons4_n2/litaipo.html

http://fr.wikipedia.org/wiki/Judith_Gautier

http://en.wikipedia.org/wiki/Hans_Bethge

http://nl.wikipedia.org/wiki/Volksrepubliek_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chiang_Kai-shek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Sun_Yat-sen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Xinhai-revolutie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwomintang

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tongmenghui

http://nl.wikipedia.org/wiki/Japan

http://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_China_(Taiwan)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mao_Zedong

http://nl.wikipedia.org/wiki/Yuan_Shikai

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mao%C3%AFsme

http://nl.wikipedia.org/wiki/Communistische_Partij_van_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlanders_op_Formosa

http://nl.wikipedia.org/wiki/Shang-dynastie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Zhou-dynastie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Qing-dynastie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chinese_oudheid

http://nl.wikipedia.org/wiki/Traditionele_Chinese_opvatting_over_de_oudste_Chinese_geschiedenis

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chinees_keizerrijk



(J.B., 8 maart 2012)






















19-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pasen 2018







                     

Pasen 2018

           




Het christendom zou zijn bestaansreden verliezen als dit geloof niet de onsterfelijkheid of het eeuwig leven beloofde, inbegrepen, niet mis te verstaan, de opstanding van het lichaam uit de dood – want dat zijn uiteraard twee onderscheiden zaken.


De herinnering aan de bestaansreden van het christendom geschiedt met Pasen – de herdenking van de verrijzenis van de Messias en meteen het grootste kerkelijk feest van het jaar. Jezus wordt meer bepaald de eerst verrezene genoemd; Hij die voorafgaat aan allen die het eeuwig leven zullen beërven en die dat aan Hem te danken hebben; Hij die de erfschuld uitboette waarmee wij beladen werden sinds de zondeval die ons sterfelijk maakte. (1)


Want op de keper beschouwd gaat Pasen niet over de creatie van het eeuwig leven maar over het herstel van de onsterfelijkheid waarmee de mens immers geschapen werd maar die hij door zonde verspeelde. Andermaal, de opstanding uit de dood is een andere zaak dan het eeuwig leven, aangezien diegenen die uit de dood werden opgewekt, daardoor allerminst onsterfelijk werden, en er zijn er wel wat.


Behalve de door Jahweh opgewekte drie gevallen zoals vermeld in het boek Koningen in het Oude Testament – de zoon van Elia's gastvrouw (2), de zoon van de Sunamitische (3) en de dode die in Elisa's graf werd gelegd (4) – alsook de mensen die zoals vermeld in de Evangeliën door Jezus zelf werden opgewekt – de zoon van de weduwe van Naïn (5), het dochtertje van Jaïrus (6) en Lazarus van Bethanië (7) – alsook de door Petrus opgewekte Dorcas en de door Paulus opgewekte Eutychus (8) – zijn er nog de 'vele heiligen' die onmiddellijk na Christus' dood verrezen en in Jeruzalem verschenen. (9) Als mag aangenomen worden dat Jezus de eerst verrezene is, dan moeten allen die voordien uit de dood werden opgewekt, niet beschouwd worden als opgestaan tot het eeuwig leven doch enkel als opgestaan uit de dood of dus teruggekeerd uit de dood – tot het aardse leven.


Aldus verdwijnt meteen een schijnbare inconsistentie in de bijbelse verhalen over het verrijzenisgeloof, meer bepaald aangaande de door sommigen gemaakte opmerking dat de verschijning in Jeruzalem van de vele reeds gestorven heiligen plaatsvond nog voor de verrijzenis van Jezus uit zijn graf – zij kunnen immers uit de dood zijn opgewekt naar het aardse leven, net zoals bijvoorbeeld Lazarus, echter zonder verrezen te zijn en dus zonder reeds het eeuwig leven te hebben ontvangen – zoals gezegd zijn dit dan twee verschillende zaken.


Volgens de bijbel is er overigens ook tenminste één mens die nooit gestorven is aangezien zij niet met de erfzonde besmet was, met name Maria, de moeder Gods – zij werd evenwel 'ten hemel opgenomen', wat dan ook haar fysieke afwezigheid onder de stervelingen verklaart. Geheel onverklaarbaar echter blijft het gegeven dat verder ook Henoch en de profeet Elia als stervelingen ten hemel zouden zijn opgenomen zonder de dood te hebben moeten smaken. (10)


Jezus verrees pas drie dagen na zijn overlijden en in die tussentijd – op 'Stille Zaterdag' – zou Hij, althans volgens de apostolische geloofsbelijdenis, afgedaald zijn ter helle, met name om aldaar in het voorgeborchte van de hel de zielen te gaan verlossen van al diegenen die al gestorven waren – dezen hebben namelijk niet de kans gehad op het doopsel dat immers pas na het offer van het Lam van kracht was en derhalve waren zij niet verantwoordelijk voor hun toestand.


Naast het vreemde verschijnsel van de opwekking uit de dood tot een terugkeer in het aardse leven – in tegenstelling tot de opstanding welke een intrede in het eeuwig leven betreft – blijft nog een element de geloofwaardigheid van het paasgebeuren aantasten, namelijk de oudtestamentische grondslag voor pasen. Er wordt namelijk verteld dat een engel op bevel van Jahweh alle eerstgeborenen in de Egyptische gezinnen doodt teneinde de Egyptenaren duidelijk te maken dat het Jahweh menens is met zijn beschermheerschap van zijn volk Israël. (11)


Ofschoon Jezus liet verstaan dat hij niets wilde afdoen aan het Oude testament, (12) lijkt dit toch andermaal een grondige reden om op zijn minst de al te letterlijke interpretaties van het Oude Testament ten stelligste te moeten veroordelen. Jahweh die zijn engel gebiedt om een genocide te plegen vergelijkbaar met die van de legendarische Herodes – een moordpartij met als slachtoffers nota bene geheel onschuldige kinderen – is een zoveelste niet langer door de vingers te zien 'feit' dat de heiligheid van de Schrift ontsiert, zoniet op de helling zet. (13) Men herinnere zich vooral de mensenoffers die kennelijk gangbaar waren tot bij de aartsvader Abraham die net niet zijn zoon onthoofdde op het altaar van de Heer – die via zijn engel liet weten dat Hij voortaan genoegen zou nemen met een offerdier. (14)


Wie zich vasthechten aan dit geloof, moeten zich uiteindelijk in allerlei bochten gaan wringen om middels zogenaamd 'figuurlijke' interpretaties de Heilige Schrift minder wreed te laten lijken dan ze in feite is, want tenslotte waren de stammentwisten ook in die tijd gevechten op leven en dood en gold het als een roemrijke heldendaad zijn vijanden te hebben verslagen en gedood – onder de vele duizenden jaren later nog steeds weerklinkende strijdkreet waarmee alle oorlogzuchtigen zich moed inspreken: "zo helpe ons God!" – en ligt er niet een ganse wereld tussen, enerzijds, deze primitieve kreet en, anderzijds, het Nieuw Testamentische devies: "Bemint uw vijanden!"? Maar wie hier nog steeds de kool en de geit willen sparen, dreigen daarvoor te zullen moeten betalen met de prijs van hun geloofwaardigheid: de wortels van het paasfeest kunnen bezwaarlijk kosjer worden genoemd. En onvermijdelijk doch niet geheel ten onrechte gaat ook de rest van de Heilige Schrift aan geloofwaardigheid inboeten.


Met de historie van de lijkwade van Turijn werd meermaals getracht om de geloofwaardigheid van de christelijke verrijzenis enigszins te herstellen – herhaaldelijk met bijzonder matig succes omdat men nu eenmaal, alle goed bedoelde goedgelovigheid ten spijt, in het jammerlijke onvermogen verkeert om van een ezel een koerspeerd te maken. Twee bijzonder grondig gedocumenteerde studies hierover zijn Subliem licht op de lijkwade van Turijn. Ware herkomst van een middeleeuwse relikwie (Aspekt, 2015) (15) en De terugkeer van de Nazoreeër. Fabuleuze lotsbestemming van een bliksemsjamaan (Aspekt, 2016) (16) van de Vlaamse auteur Ludo Noens.


Het laatst genoemde boek gaat over Jezus, de zoon van god, die na zijn dood is verrezen en de verrezen heer zou menigmaal verschenen zijn, zoals vele bronnen getuigen. En dat gegeven trekt Ludo Noens ook helemaal niet in twijfel, alleen blijken de doden vaker aan hun nabestaanden te verschijnen en menig strenge wetenschapper heeft daarvan getuigd, ofschoon niemand daarvoor ooit een bevredigende verklaring vond. Maar dat is geen bezwaar, zo blijkt immers uit het feit dat ook het leven zelf, dat onderwerp is van de biologie en van menige andere wetenschap, het met slechts beschrijvingen moet doen terwijl de grondvraag naar wat het leven is en hoe het dan überhaupt mogelijk is, uiteindelijk onbeantwoord blijft.


Het christendom is een mysteriegodsdienst, maar het is lang niet de eerste en evenmin de enige: over de mysterieculten licht ons Noens' boek uitgebreid in maar ook over de daarmee samenhangende problematiek van de Bijna-Dood-Ervaringen (BDE) die een empirische grond geven voor het geloof in wat het louter stoffelijke en het tijdelijke te boven gaat. De geschiedenis staat bol van sekten, geschriften en getuigenissen afkomstig uit alle hoeken van de wereld waarin sprake is over steeds weer hetzelfde fenomeen dat wij ook in het ons min of meer vertrouwde christendom ontwaren, alleen blijkt het bijzonder verhelderend om zich te realiseren dat naast de door de kerken erkende geschriften en documenten, nog andere bronnen bestaan: teksten die verdonkeremaand werden omdat zij de potentaten niet in de kaarten speelden maar die onontbeerlijk zijn om de waarheid dichterbij te komen omtrent — in dit geval — de Nazoreeër.


Noens' nauwgezette duiding van het sjamanisme laat er geen twijfel over bestaan dat ook de Nazoreeër in deze groep thuishoort — een groep van bijzondere figuren die de link verzorgen met de wereld aan gene zijde zonder welke ons bestaan aan deze zijde uiteindelijk belofteloos blijft. Noens schrijft: “(...) Wat men in onze alsmaar rationeler wordende samenleving meer en meer onder de mat schuift, zal de essentie van Jezus' betekenis blijken te zijn”. De waarheid blijft verborgen voor de verstandigen en wordt slechts aan de eenvoudigen onthuld; het koninkrijk Gods is slechts voor wie bereid zijn al het wereldse achter te laten. Is de verrijzenis van Christus als een eenmalig gebeuren voorgoed achterhaald? Het lijkt erop dat het biologische sowieso bestemd is om uit het leven een post-biologische ziel te laten geboren worden. (17)


(J.B., 19 maart 2018)


Verwijzingen:

            (1) I Korintiërs 15: 20-23: "Maar: Christus ís uit de dood opgestaan! Hij was de eerste van alle gestorven mensen die dat deed. Vroeger is door een mens (Adam) de dood in de wereld gekomen. Nu is ook door een Mens de opstanding uit de dood in de wereld gekomen. Alle mensen zullen door de schuld van Adam sterven. Maar nu zullen alle mensen door Christus levend gemaakt worden. Maar ieder op zijn beurt: Christus als eerste en daarna de mensen die van Christus zijn als Hij terugkomt."            

            (2) I Koningen 17:17-24.

            (3) 2 Koningen 4:8.

            (4) 2 Koningen 13:20,21.

            (5) Lucas 7:11-15.

            (6) Marcus 5:22-43 en Lucas 8:41-56.

            (7) Johannes 11.

            (8) Handelingen 9:36 resp. Handelingen 20:9.

            (9) Mattheüs 27:52-53: “En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt; en uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.”

            (10) Wat betreft Henoch, zie: Genesis 5:18-24: "Jered leefde honderdtweeënzestig jaar, en verwekte Henoch. En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Jered waren negenhonderdtweeënzestig jaar; en hij stierf. Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach. En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar. Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg." Alsook:

            Hebreeën 11:5: "Door het geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien. En hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had. Vóór zijn wegneming kreeg hij namelijk het getuigenis dat hij God behaagde."

            Wat betreft Elia, zie: 2 Koningen 2:1-12: "Het geschiedde nu, als de Heer Elia met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elia met Elisa ging van Gilgal. En Elia zeide tot Elisa: Blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar Beth-el gezonden. Maar Elisa zeide: Zo waarachtig als de Heer leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo gingen zij af naar Beth-el. Toen gingen de zonen der profeten, die te Beth-el waren, tot Elisa uit, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de Heer heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil. En Elia zeide tot hem: Elisa, blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de Heer leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo kwamen zij te Jericho. Toen traden de zonen der profeten, die te Jericho waren, naar Elisa toe, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de Heer heden uw heer van uw hoofd [d.i.: uw meester – n.v.d.a.] wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil. En Elia zeide tot hem: Blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de Heer leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! En zij beiden gingen henen. En vijftig mannen van de zonen der profeten gingen henen, en stonden tegenover van verre; en die beiden stonden aan de Jordaan. Toen nam Elia zijn mantel, en wond hem samen, en sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld; en zij beiden gingen er door op het droge. Het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn! En hij zeide: Gij hebt een harde zaak begeerd; indien gij mij zult zien, als ik van bij u weggenomen worde, het zal u alzo geschieden; doch zo niet, het zal niet geschieden. En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel. En Elisa zag het, en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren! En hij zag hem niet meer; en hij vatte zijn klederen en scheurde ze in twee stukken."

            (12) Mattheüs 5: 17: "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen." (Statenvertaling van de bijbel).

            (13) "De Israëlieten kreunden onder slavernij en mishandeling door Farao. Moegetergd liet die zijn slaven onder leiding van Mozes vertrekken nadat een engel van God het oudste kind van alle Egyptische gezinnen had gedood. De kinderen van Israël werden gespaard: de engel ging voorbij – Pesach – aan hun huizen omdat ze op hun deurposten bloed hadden gesmeerd van een lam dat die avond werd gegeten." – aldus een verklarende paastekst op de internetsite van Kerknet – zie:

https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/artikel/wat-vieren-we-met-pasen-de-verrijzenis-van-jezus


(14) Genesis 22: 1-13: “Hierna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tot hem: `Abraham.' En hij antwoordde: `Hier ben ik.' Hij zei: `Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, naar het land van de Moria, en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen, als brandoffer op.' De volgende morgen zadelde Abraham zijn ezel, nam twee knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, en kloofde hout voor het brandoffer. Daarna begaf hij zich op weg naar de plaats die God hem aangewezen had. Op de derde dag zag Abraham in de verte de plaats liggen. Toen zei Abraham tot zijn knechten: `Jullie blijven hier bij de ezel; ik ga met de jongen daarginds heen. Nadat wij ons in aanbidding neergebogen hebben, komen wij weer terug.' Daarop gaf Abraham zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer te dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes. Zo gingen zij samen op weg. Toen zei Isaak tot zijn vader Abraham: `Vader.' Hij antwoordde: `Ja, mijn zoon.' Isaak zei: `Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?' Abraham antwoordde: `God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.' En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: `Abraham, Abraham!'En hij antwoordde: `Hier ben ik.' Hij zei: `Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.' Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon." (Willibrordvertaling 1975)

15) http://www.bloggen.be/ludonoens/archief.php?ID=2624427 ;


https://www.youtube.com/watch?v=sUqEj9aqOgE


(16) http://www.bloggen.be/ludonoens/archief.php?ID=2905285


(17) http://bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2909662



           





           


                       










13-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De arrestatie






         

           




De arrestatie

           



"Ik schrijf zelf, ik redigeer zelf, ik censureer zelf, ik geef zelf uit, ik verspreid zelf en ik zit er zelf een straf voor uit."

aldus definieert de voormalige Sovjet-dissident Vladimir Boekovski de 'Samizdat': de dissidente geschriften die clandestien circuleerden in de voormalige USSR. (1)


In de jaren vijftig van de vorige eeuw was een van die 'Samizdat' De Goelag Archipel van de Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 1970, Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008) die in 1945 gearresteerd werd en in de strafkampen verdween tot 1953. (2) De Goelag Archipel verscheen in Parijs tussen 1973 en 1975 en is een ooggetuigeverslag over die strafkampen waarin achttien miljoen mensen terecht kwamen zonder enige vorm van proces omdat zij ervan verdacht werden het Stalinistische regime (1922-1953) niet genegen te zijn en van deze gevangenen kwamen er 2.749.163 om. (3) Na de publicatie van enkele delen van zijn boek werd Solzjenitsyn opnieuw gearresteerd en uitgewezen – in 1974 – waarna hij via Zwitserland nog twee jaar later in Vermont (USA) belandde. (4)

Over de hallucinante manier waarop Sovjet-burgers welhaast volkomen willekeurig gearresteerd werden en (vaak voorgoed) verdwenen achter de muren en de staketsels waar men achteloos voorbij liep terwijl niemand kon vermoeden welke hel ze verborgen, handelt het eerste hoofdstuk van zijn meesterwerk.



Een arrestatie of een aanhouding is het ontnemen van de bewegingsvrijheid van een persoon door politiediensten of, in geval van heterdaad, door burgers”. (4a)


Gearresteerd worden – onder Stalin kon het iedereen overkomen: men werd van zijn bed gelicht of onder een of ander voorwendsel ergens heen gelokt en prompt ingerekend; de slachtoffers vermoedden dat het een vergissing was, maar neen: hun leven bleek op slag voorbij en zou voortaan alleen nog maar bestaan uit dwangarbeid op een onbekende en onbereikbare plek. (5)

Men moet het eerste hoofdstuk over de arrestatie in De Goelag Archipel van Aleksandr Solzenitsyn gelezen hebben om een idee te kunnen hebben van de verschrikkelijke realiteit achter zoveel koele historische data. Deze literaire meesterwerken ten spijt, blijkt het echter niet te willen doordringen tot het leeuwendeel van de huidige wereldbevolking – waarvan toch mag aangenomen worden dat zij een zeker beschavingspeil heeft bereikt – dat gelijkaardige mistoestanden van een mogelijks nog grotere omvang in de huidige tijd schering en inslag zijn in grote gedeelten van de wereld en dat de betrokken tirannen door iedereen niet alleen met rust worden gelaten maar bovendien kunnen rekenen op applaus vanwege de door hen verdrukte massa, op eretekens vanwege politici en vorsten wereldwijd en op een oorverdovend stilzwijgen omtrent het ten hemel schreiend onrecht waarvan zij elk hun handelsmerk hebben gemaakt.


Zo heeft recentelijk Xi Jinping zichzelf in maart 2018 voor het leven benoemd tot leider van straks een kwart van de wereldbevolking – zowat anderhalf miljard Chinezen (6) en hij werd bij die gelegenheid toegejuicht door de Amerikaanse president Donald Trump: “He’s now president for life. President for life. And he’s great (…) And look, he was able to do that. I think it’s great. Maybe we’ll give that a shot some day.” (7) Verheerlijkt de huidige president van het land van de voortrekkers van de vrijheid en de vooruitgang hier de dictatuur of hebben wij hem dan fout verstaan? Want in zijn toespraak op het 19de Nationaal Congres van de Communistische Partij van China, gehouden in oktober 2017, liet Xi er geen twijfel over bestaan dat het hem erom te doen is met China op het voorplan te treden in de wereldpolitiek, zich te keren tegen de westerse democratieën en Taiwan alsook Hong-Kong opnieuw in te lijven. (8) De mooie beloften om de bureaucratie, de genotzucht, de verkwisting en de corruptie te bestrijden blijken verkappingen van censuur (van onder meer het internet) en van grootschalige vervolgingen met folterpraktijken. (9) Homoseksualiteit wordt er sinds kort opnieuw beschouwd als een ziekte (10) en in dezer steken de Verenigde Staten de communisten zelfs naar de kroon met de 'verwezenlijkingen' van hun vicepresident Pence die het als gouverneur van Indiana (althans voor een zekere periode) voor elkaar kreeg om aan homofobie een wettelijk statuut te verlenen ten koste van de mensenrechten. (11)

Ook in Turkije – een land met tachtig miljoen inwoners – worden de mensenrechten met de voeten getreden – onlangs nog werden duizenden kritische journalisten gearresteerd en kranten opgedoekt (11a) en op de jongste gay parade in Istanboel werden de manifestanten prompt beschoten door de politie (12) – Erdogan loopt in dezer kennelijk in het spoor van de Russische president Poetin (13) en van zijn collega Kadyrov van de Tsjetsjeense Russische autonome republiek die ervan beschuldigd wordt middels folterende en moordende doodeskaders terreur te zaaien in het ganse land. Het herinnert aan de joodse filosofe Hannah Arendt die wreedheid koppelt aan een gebrek aan intelligentie, als men moet vernemen dat Kadyrov de lagere school niet afmaakte. (14) En het Internationaal Olympisch Comité blijkt de wortels van de Spelen wel helemaal vergeten waar het de Russische vijandige opstelling jegens holebi's en transgenders steunt en atleten bedreigt met bestraffing als zij het wagen om op de Russische homofobie kritiek te hebben en de mensenrechten – in casu de homorechten – te verdedigen. (15) En dan hebben we het nog niet gehad over de opvattingen en de praktijken in Azië, Afrika en de islamwereld.


Sinds Hitler, Stalin en Mussolini waren er nog vele dictators waarvan men zich deze West-Europese nog zal herinneren – en, andermaal: dit zijn slechts de droge data; alleen een literair meesterwerk zoals dat van Solzjenitsyn kan ons hun eigenlijke betekenis onthullen. Er was Georghiu-Dej die in 1945 de drie maanden geleden op 96-jarige leeftijd in Zwitserland overleden koning Michaël van Roemenië tot aftreden dwong en die er aanbleef tot 1965 gevolgd door de paranoïde Nicolae Ceaușescu die in 1967 aan de macht kwam en die in 1989 samen met zijn vrouw werd vermoord (16); Salazar in Portugal (1932-1968); de drie Griekse dictators Zoitakis, Papadopoulos en Ghizikis van 1967 tot 1974; de wrede generaal Franco in Spanje (1939-1975) die zich 'leider van Spanje bij de Gratie Gods' liet noemen (17) en Jaruzelski in Polen (1981-1990). (18) In de rest van de wereld herinnert men zich vooral Papa Doc (1957-1971) en Baby Doc (1971-1986) in Haïti ; Mao in China (1945-1976); Pol Pot in Cambodja (1975-1979); Idi Amin in Oeganda (1971-1979); Tito in Joegoeslavië (1953-1980); Vileda in Argentinië (1976-1981); Marcos op de Filippijnen (1965-1986); Kádár in Hongarije (1956-1988); Pinochet in Chili (1973-1990); Kim-Il-Sung (1972-1994) en Kim Jong-il (1994-2011) in Noord-Korea ; Mobutu in Zaïre (1965-1997) en in zijn spoor Laurent-Désiré Kabila (1997-2001) en zijn zoon (2001-2018) in de republiek Congo; Soeharto in Indonesië (1967-1998); Hafiz al-Assad (1971-2000) en zijn zoon (2000-2018) in Syrië; Milošević in Joegoslavië (1997-2000); Saddam Houssein in Irak (1979-2003); Fidel Castro (1976-2008), opgevolgd door zijn broer Raoel (2008-2018) in Cuba en dan zijn er nog de tijdens de Noord-Afrikaanse revolutie in 2011 afgetreden dictators Ben Ali in Tunesië (1987-2011); Moebarak in Egypte (1981-2011) en al-Qadhafi in Libië (1967-2011). (19)

Vandaag zijn er nog de absolute monarchieën van Bruneï, Oman, Bahrein en Saoedi-Arabië. Dictaturen zijn ook de presidentiële republieken van Equatoriaal Guinea, Angola, Zimbabwe, Kameroen, Oezbekistan, Tsjaad, Kazachstan, Eritrea, Soedan, Gambia, Wit-Rusland, Algerije, Djibouti, Syrië, Rwanda, Congo, Azerbeidzjan, Cuba, Noord-Korea en Turkije. (19)


Een dictator blijkt een gestoorde persoonlijkheid: narcistisch, grootheidswaanzinnig, paranoïde en wreed, dikwijls opgegroeid in een gezin met een onderdrukkende vader; hij dringt zijn eigen persoonlijke visie op aan het volk dat hij onderwerpt; hij arresteert zijn tegenstanders massaal, wat betekent dat hij hen de bewegingsvrijheid ontneemt – in vele gevallen gaat hij over tot (massa)moord. Leven onder een dictator is bestaan onder een voortdurende dreiging. Omdat men gearresteerd kan worden van zodra men zich veroorlooft om alleen nog maar te denken wat men wil, omdat er in een dictatuur totale willekeur heerst en er derhalve geen reden hoeft te zijn waarom iemand wordt gearresteerd, leeft iedereen er in feite in voortdurende gevangenschap, ook al is men niet of nog niet aangehouden. Solzjenitsyn beschrijft die realiteit ook treffend in het verhaal over de priester Irakliej die, na acht jaar ondergedoken geleefd te hebben bij zijn parochianen, zo opgejaagd was dat hij bij zijn uiteindelijke arrestatie van pure blijdschap de lof zong van de Heer. Het slachtoffer gaat zijn lot uiteindelijk beminnen – omdat dit nu eenmaal zijn eigenste lot is...


De dictatuur is verwerpelijk omdat zij mensen verhindert mens te zijn; zij reduceert mensen tot minder nog dan dieren – tot werktuigen van de alleenheerser. Dictators hoeven niet elke burger feitelijk te arresteren opdat elkeen ook echt beroofd zou zijn van zijn bewegingsvrijheid want de dreiging tot arrestatie heeft hetzelfde effect als de arrestatie zelf ofwel overtreft zij dit effect nog; tirannen hoeven niet iedereen te vermoorden opdat het volk helemaal geen mensen meer zou tellen. Maar van zodra het volk kan, grijpt het zijn kans: de potentaat in rouw die elk van zijn onderdanen kan dwingen tot het plengen van tranen, wordt van zodra hij de kans schoon ziet, door dezelfde onderdanen onder luid gejubel in een ontembare feestvreugde gelyncht.


Arrestatie of aanhouding betekent letterlijk: afremmen en tot stilstand brengen, verhinderen om nog voort te gaan, doen stoppen en doen ophouden. Als we de bijbel mogen geloven zijn er slechts een handvol uitzonderingen op de regel dat het leven zelf alle mensen vroeg of laat tot stilstand dwingt. De ouderdom en de kwalen remmen de levensloop af, zij brengen ons letterlijk tot stilstand, tot stil zitten of tot stil liggen en zo worden we aan ons bed gekluisterd – als we al niet abrupt uit het leven worden weggeplukt. Het leven zelf rekent ons in en lijkt wel om verantwoording te vragen zoals de engel aan Job, na diens klacht, om verantwoording vroeg: Op grond van welk recht bestaat gij? Gij hebt helemaal geen recht om te bestaan, zegt gij? Wees dan zo goed mij te volgen! – en zo worden wij dan door de laatste poort geleid en is dat niet de arrestatie bij uitstek? Er staat geschreven: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gij gingt, waar gij wildet, maar wanneer gij eenmaal oud wordt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u omgorden en u brengen, waar gij niet wilt.” (Johannes 21, 18) (20)

(J.B., 13 maart 2018)

Verwijzingen:

(1) Vladimir Boekovski, En de wind keert terug, autobiografische roman, New York, Хроника, 1978: 126. Vladimir Boekovski (°1942) [niet te verwarren met Charles Bukovski – ook een dichter] schreef over de dwangbehandelingen in psychiatrische klinieken die dienst deden als speciale gevangenissen in de USSR. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vladimir_Boekovski ;

https://nl.wikipedia.org/wiki/Samizdat ;

(2) Aleksandr Solzjenitsyn zat gevangen in de goelag van 1945 tot 1953 (onder Stalin). Hij schreef De Goelag Archipel tussen 1958 en 1968. Zie ook: (4). Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Goelag_Archipel

(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Goelag#Aantal_slachtoffers

(4) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksandr_Solzjenitsyn

(4a) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanhouding

(5) Voor de Engelstalige tekst "The Gulag Archpelago" (in 3 volumes), zie: https://archive.org/stream/TheGulagArchipelago-Threevolumes/The-Gulag-Archipelago__vol1__I-II__Solzhenitsyn#page/n13/mode/2up

(6) https://nl.wikipedia.org/wiki/Xi_Jinping

(7) https://www.theguardian.com/us-news/2018/mar/04/donald-trump-praises-xi-jinping-power-grab-give-that-a-shot-china ;

https://www.telegraaf.nl/nieuws/1745003/trump-feliciteert-xi-met-levenslange-baan

(8) https://www.theguardian.com/world/2017/oct/18/xi-jinping-speech-five-things-you-need-to-know

(9) https://www.volkskrant.nl/archief/partijlid-in-china-verdronken-bij-verhoor~a3504069/

(10) https://www.vpro.nl/programmas/door-het-hart-van-china/kijk/afleveringen/door-het-hart-van-china-2.html

(11) http://time.com/4406337/mike-pence-gay-rights-lgbt-religious-freedom/

(11a) http://www.knack.be/nieuws/wereld/wij-waren-journalisten-getuigenis-van-een-turkse-journalist/article-opinion-892359.html

(12) https://www.hln.be/nieuws/buitenland/politie-istanboel-schiet-rubberkogels-om-gay-pride-te-verhinderen~a28bbab9/

(13) http://www.slate.com/blogs/the_slatest/2013/06/29/gay_pride_st_petersburg_rally_ends_in_arrests_over_gay_propoganda_law.html

(14) https://nl.wikipedia.org/wiki/Ramzan_Kadyrov#Kadyrov_en_beschuldigingen_van_wreedheden

(15) “IOC gaat atleten straffen wanneer die opkomen voor holebi's en transgenders”: http://holebi.info/phpnews/kortnews.php?action=fullnews&id=12007

(16) https://nl.wikipedia.org/wiki/Gheorghe_Gheorghiu-Dej ; https://nl.wikipedia.org/wiki/Micha%C3%ABl_I_van_Roemeni%C3%AB

(17) https://nl.wikipedia.org/wiki/Francisco_Franco

(18) https://nl.wikipedia.org/wiki/Wojciech_Jaruzelski

(19) http://nl.wikisage.org/wiki/Lijst_van_dictaturen

(20) Vertaling volgens het NBG, 1951.







08-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Excuseer mijnheer maar u bestaat niet meer





         

           


Excuseer mijnheer maar u bestaat niet meer


Onlangs dook in het nieuws het lugubere verhaal op van een Belg die op reis in Indië onwel geworden, werd afgevoerd en nog voor zijn aankomst in de kliniek aldaar overleed. Het gebeuren had plaats in februari 2016. Het lijk van de ongelukkige werd overgebracht naar België en een autopsie hier ten lande wees uit dat het lichaam een schedelwonde vertoonde als van een slag van een stomp voorwerp en bovendien bleken het hart en de beide nieren te ontbreken. (1)


Aan de verhalen over rijke westerlingen die dringend een ruilorgaan nodig hebben en die dat dan voor een grote som geld kopen bij een gespecialiseerde bende die het wegsnijdt uit het lichaam van een Indische paria, hebben we in de afgelopen decennia al kunnen wennen. Ter gelegenheid van zijn verzoek aan de Europese Commissie om de illegale handel in menselijke organen te bestrijden, stelde Aldo Patriciello van de Europese Volkspartij op 25 mei 2010 onder meer het volgende: “(...) Onder de landen waar illegale handel in menselijke organen plaatsvindt bevinden zich rijke industrielanden waar tegen betaling illegaal verwijderde organen worden ingevoerd, en arme landen, waar deze organen vandaan komen. (…) volgens een onderzoek wordt geschat dat het om 15000 nieren per jaar gaat, en dat de meeste daarvan afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden, omdat daar nog veel armoede heerst en de illegale handel in organen soms de enige manier is om geld te verdienen. (…) De handel in organen is meestal in handen van criminele organisaties (...)” (2)


Dit in acht genomen is het niet ondenkbaar dat derde wereldburgers die in hun leefkring moordpartijen om organen en derhalve om grof geld moeten dulden, wel eens het plan konden opvatten om niet langer het eigen volk te slachtofferen maar in de plaats daarvan de westerlingen die de organen ook bestellen – het is alvast een veronderstelling die niet gespeend is van een zekere logica, zij het dan een oorlogslogica. Het klinkt zelfs plausibel als bovendien een ander feit in rekening wordt gebracht waarvan de gruwel zo mogelijk nog meer verbijstert.


In het eigen westen blijkt men namelijk de vitale organen voor transplantatie weg te nemen uit de nog levende lichamen van donoren terwijl wie zich als donor laten registreren, in de waan verkeren dat hun organen pas na hun dood zullen worden weggehaald. De waarheid immers is dat organen worden weggehaald uit doodverklaarde maar niettemin nog levende lichamen. Doodverklaring geschiedt van zodra het elektro-encefalogram vlak is en dat heet 'hersendood'. Hersendood wordt gelijkgesteld aan dood, terwijl een aantal hersendoden (soms na vele jaren) zijn opgestaan en dikwijls zonder enig letsel.


In dat verband reist de nu vijfentachtigjarige kinderarts Paul A. Byrne de wereld rond met lezingen over het onderwerp. Hij stelt dat de term 'hersendood' slechts aanduidt dat de ziekenhuisapparatuur niet meer in staat is om nog hersenactiviteit te registreren en dat de dood van orgaandonoren pas intreedt op het ogenblik dat hun organen worden weggehaald. (3)


Ook de Nederlander Ger Lodewick schreef een schokkend boek over orgaandonatie en klaagt daarin aan dat de ganse bevolking inzake orgaandonatie belogen wordt. De donoren van organen zijn immers helemaal niet dood, zo stelt hij; ze zijn wel doodverklaard omdat de hersenactiviteit niet meer kan gemeten worden terwijl de rest van de lichaamsfuncties onaangetast blijft en wel in die mate dat zwangere vrouwen nog kinderen kunnen baren en dat donoren op het ogenblik dat men in hun lichaam gaat snijden om hun organen te verwijderen, felle reacties vertonen: de pols en de bloeddruk stijgen significant en soms komt de donor overeind en maakt hij afwerende gebaren. (4)


We weten dat in het verleden mensen vaker onterecht werden doodverklaard en zo vindt men op begraafplaatsen soms sporen van verwoede pogingen van 'levende doden' om uit hun kist te komen. Sommigen stonden op als ze al in het dodenhuisje lagen of in het graf – denk maar aan Jezus van Nazareth (5) – en enkelen werden uit de dood opgewekt – zeer zeker omdat ze helemaal niet dood waren en Lazarus die vier dagen na zijn al dan niet vermeend overlijden door Jezus werd opgewekt, is hiervan het typevoorbeeld. (6)


Het criterium om iemand dood te verklaren werd immers lange tijd geassocieerd met de ademhaling en de hartslag die soms bijzonder moeilijk kunnen gedetecteerd worden en geslaagde reanimatiepogingen alsook de nood aan orgaandonoren vereisten een nieuw criterium en zo kwam vanaf de jaren zestig van de voorgaande eeuw stilaan het begrip 'hersendood' in voege. Echter, zoals reeds gezegd, blijkt het probleem hiermee slechts te zijn verschoven want het is niet omdat men iets niet waarnemen of meten kan, dat men ook mag besluiten dat het er niet is en dat geldt behalve voor de ademhaling en de pols ook voor de hersenfunctie.


Marie Curie overleed ingevolge de onzichtbare Röntgenstraling in verband waarmee zij in 1903 de Nobelprijs voor de Fysica ontving en dat zij vaak seances bijwoonde, toont aan dat zij ook de mogelijkheid van de onzichtbare aanwezigheid van overledenen ernstig nam en alvast onderzocht: zoals het elke authentieke man of vrouw van de wetenschap past, wachtte zij zich ervoor om te concluderen dat wat wij niet of nog niet kennen, ook niet kan bestaan.


Van zodra wordt aangenomen dat de hersenen niet de producenten van ons bewustzijn zijn maar slechts de ontvangers, verschuift niet alleen ons mensbeeld maar vergt evenzeer het criterium waarmee men doodverklaard wordt een grondige aanpassing. Een en ander wordt besproken door de Nederlandse cardioloog Pim Van Lommel die er onderzoek naar deed en ook over publiceerde. (7) Wie echter blijven zweren bij de genoemde materialistische hypothese, moeten vanzelfsprekend het feit van de beperktheid van onze meetapparatuur erkennen. Ofschoon de geschiedenis aantoont dat dit veeleer de regel is dan de uitzondering, blijft het verbazingwekkend hoe makkelijk 'wetenschapslui' – mensen van wie mag aangenomen worden dat zij de waarheid zoeken – ermee weg blijken te kunnen komen als zij, verblind door winstbejag, de meest elementaire logica onder de mat vegen. Wie doodverklaard zijn, hebben niet tegen te pruttelen, ze delen bijna hetzelfde lot als de sans-papiers, die allemaal tegen een gelijkaardig door onze bureaucratie gemodelleerd antwoord aankijken: “Excuseer, mevrouw, meneer, maar u bestaat helaas niet of niet meer”.


(J.B., 8 maart 2018)


Verwijzingen:


(1) http://www.standaard.be/cnt/dmf20180223_03373607


(2) http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+WQ+E-2010-3600+0+DOC+XML+V0//NL


(3) http://www.wijwordenwakker.org/nl/gezondheid/artsen-aan-het-woord/p2002


(4) Ger Lorwick, Wat je over orgaandonatie zou moeten weten, Succesboeken.nl, 2014. Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=k4a2j3g8T8o&feature=youtu.be


(5) Zie het Evangelie volgens Johannes: Joh. 20, 1-2 en 11-18: https://bijbel.eo.nl/bijbel/johannes/20


(6) Zie het Evangelie volgens Johannes: Joh. 11:1-54: https://www.bible.com/nl/bible/75/JHN.11.1-54.htb


(7) Pim Van Lommel, Eindeloos bewustzijn. Een wetenschappelijke visie op de bijna doodervaring, Ten Have, 2015.




28-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 6: Het Belgische onderricht over Tsjernobyl en Lumumba




         

Over onderwijs en vorming


Deel 6: Het Belgische onderricht over Tsjernobyl en Lumumba


Hoe men het ook draait of keert, inzake onderwijs en vorming is de allereerste aan te leren taak altijd heel goed begrepen geweest door het volk, dat deze verwoord heeft in het volgende legendarische vers:


Eerste plicht, mondje dicht!”


Onderwijs heeft als eerste doelstelling inderdaad diets te maken aan eenieder wie de baas is – de koning, god, de paus – en in een afgeleide zin gaat het dan over wat de waarheid is, hoe men zich dient te gedragen, wat het goede onderscheidt van het kwaad enzovoort. Naar gelang de plaats, de tijd en de omstandigheden, wisselen de bazen, de goden, de waarheden, de waarden en de normen, de obligate kranten, de goede voorbeelden, de ideologieën en de idealen en men moet zich geen illusies maken over een oppergod, een eeuwige baas, een absolute waarheid, een absoluut goed of een blijvend schoonheidsideaal.


Wat dit laatste betreft laat de geschiedenis van de kunst geen zweem van twijfel over: waar men genoeg heeft van de hyperrealistische afbeeldingen, verheft men binnen de kortste keren abstracte figuren en lijnen – gewoon krabbels – tot kunst en omgekeerd; waar men het harmonische gezang van geoefende stemmen moe is, wordt het gesnerp van de cirkelzaag het nieuwe geluid en waar het verhaal uitgeput lijkt, verschijnt het absurde gepraat dat kant noch wal raakt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur.


Men zou het misschien niet vermoeden maar de zaak van de waarheid is in hetzelfde bedje ziek als die van het schone: tweeduizend jaar lang twijfelde in het hele westen geen kat aan het zelfgeproclameerde eeuwige, ware en alleenzaligmakende geloof van de katholieke kerk met haar devies van “Gaat en vermenigvuldigt u!” terwijl de huidige paus van op zijn romeinse katheder waarschuwt dat mensen niet moeten gaan kweken zoals... – en toen hij dat zegde werd mijn kennis van het Italiaans verrijkt met het door Zijne Heiligheid gebruikte woord: 'conigli'.


Terwijl de kerk bezig is aan een opmars in de derde wereld (die, tussen haakjes, heel wat meer zieltjes telt dan de onze), heeft zij hier afgedaan: de religie van deze tijd is nu de wetenschap en de nieuwe clerus bestaat uit wetenschapslui waarvan de geneesheren en de specialisten ons het meest nabij zijn en ons ook het meest ontzag inboezemen daar zij het meesterschap lijken te hebben over het leven, de pijn en de dood, nu het verhaal van het eeuwige hellevuur in een leven ná de dood elk krediet verloren heeft.


Maar ook het onderwijs, voortspruitend uit de schoot van de kerk, deelt in de klappen: niet langer de paus van Rome vertelt ons de waarheid maar de nieuwslezeres op televisie – amper enkele jaren geleden werd zij ternauwernood vervangen door een sprekende robot. En dat is zij in wezen ook, want terwijl het erop lijkt dat zij zichzelf is en spontaan vertelt wat zij die dag zo allemaal gezien heeft vanuit haar hoge toren in de hoofdstad, is zij welhaast een opgezette pop geheel verscholen onder een dikke laag verf en poeder en leest zij met ingeoefende en gedisciplineerde trekken en intonaties nauwgezet haar rollen af zoals voorgeschreven door de copywriters van de heersers van het ogenblik. Nieuwslezers, nieuwsduiders, reportagemakers en zelfs weermannen liegen dat het niet meer schoon is en hier wordt niet gegrapt over de eeuwige onvoorspelbaarheid van het weer maar over – ja, andermaal! – het verschrikkelijke feit dat na de kernramp van Tsjernobyl in 1986, toen een radio-actieve wolk zich over West-Europa verspreidde met de doem van een gewisse stijging van het aantal kankers met vele tienduizenden, de toenmalige weerman Armand Pien (zoals hij kort voor zijn dood nog heeft opgebiecht voor de Vlaamse televisie) het bevel kreeg van de toenmalige staatssecretaris voor Leefmilieu Miet Smet om zijn weerpraatje van 2 mei opnieuw te maken: de mededeling namelijk dat de radio-activiteit in ons land met een factor duizend de norm had overschreden, moest daarin vervangen worden door het geruststellende bericht dat er geen merkbare stijging van de radio-activiteit meetbaar was en dat er derhalve helemaal geen gevaar was voor de volksgezondheid. Als dat niet geruststellend is! Pas vijfentwintig jaar later (!) – en dus als het politieke gevaar geweken was maar allerminst de afschuwelijke gevolgen ervan – wordt dit gebeuren in de kranten bestempeld als “Het gevaarlijkste weerpraatje uit de vaderlandse geschiedenis”. (1)


Dit voorbeeld van desinformatie is echter geen alleenstaand feit. Vandaag weten we dat in Belgisch Congo in het begin van de voorgaande eeuw de slaven werkzaam in de rubber- en suikerrietplantages werden afgeslacht: de Congolese bevolking kromp in een tijdspanne van amper enkele decennia van twintig naar acht miljoen. De toenmalige Congolese volksheld Patrice Lumumba uitte zijn ongenoegen hierover tijdens een bezoek van de bijna heilig verklaarde koning Boudewijn aan het land en kort daarop werd hij (in 1961) vermoord – volgens recente berichtgeving weet men inmiddels dat de moord besteld werd door de Belgische regering onder Paul-Henri Spaak met de medewerking van de Amerikaanse CIA onder Dwight Eisenhouwer en dat het eigenlijke motief luidde dat de goede relaties tussen de Belgische en de Congolese staat niet mochten vertroebeld worden door één man. (2) En wat anders kon men dan bedoelen met die 'goede relaties' dan de continuering van de slavernij en de voortzetting van de uitbuiting van de kolonie, ook na de onafhankelijkheid van het land?


De geschiedenislessen in ons o zozeer geprezen onderwijs werden prompt afgeschaft nadat de Britten in een historische reportage de wanpraktijken van de Belgen in hun koloniale tijdperk aan het licht hadden gebracht: men had het over een nieuwe aanpak van de lessen geschiedenis op school en allerlei theorieën werden verzonnen om de eigenlijke bedoeling te kunnen camoufleren, namelijk het verborgen houden van de genocide.


(Wordt vervolgd)

(J.B., 28 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://www.demorgen.be/wetenschap/het-gevaarlijkste-weerpraatje-uit-de-vaderlandse-geschiedenis-ba56002b/

(2) http://www.knack.be/nieuws/wereld/patrice-lumumba-was-een-paria-in-eigen-land/article-normal-883257.html

           



27-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 5: Middel-doelomkering in het onderwijs



     

Over onderwijs en vorming

Deel 5: Middel-doelomkering in het onderwijs

Gelukkig wordt de teleurgang van het onderwijs gecompenseerd door buitenschoolse vorming, nu vooral voorradig op het internet maar ook beschikbaar gesteld in allerlei workshops en bedrijven. Er zijn uiteraard nadelen verbonden aan die kentering maar de voordelen zijn legio en wel in de allereerste plaats omdat geïnstitutionaliseerd onderwijs niet zelden misvorming inhoudt in de plaats van vorming: indoctrinatie, desinformatie en het doodzwijgen van alles wat de (dikwijls politiek gekleurde) inrichtende macht van dat onderwijs kon schaden. Reeds in 1971 publiceerde de grote cultuurfilosoof Ivan Illich hierover enkele belangrijke werken waaronder het befaamde Deschooling society. (1) In dat werk dat aanvankelijk werd afgedaan als 'te links' maar waarvan nu de enorme waarde blijkt, wordt de verschooling van onze consumptiemaatschappij aangeklaagd en de reductie van het onderwijs tot een verbruiksgoed dat geproduceerd wordt door een zich als onfeilbaar opdringende instelling geregeerd door technocraten. Dit terwijl lering en vorming spontaan en speels horen te zijn: opgedrongen waarheden zijn uit den boze, er is alleen de vraag van het kind welke dan in waarheid beantwoord moet worden door de juiste mensen en niet door al te vaak politiek geplaatste en corrupte tentakels van de macht die liegen om den brode. Ivan Illich schrijft: “In feite is leren die menselijke activiteit die het allerminst behoefte heeft aan manipulatie door anderen. De meeste kennis en vaardigheden zijn niet het resultaat van onderricht, maar veeleer het resultaat van een onbelemmerde participatie in een zinvolle omgeving.” (2)

Dat het geenszins overdreven is om de deugdelijkheid van het onderwijs in vraag te stellen, illustreerde dezelfde auteur overigens overtuigend in onder meer zijn Medical Nemesis (3) waar bijvoorbeeld het vervalsende impact van sponsorende farmaceutische bedrijven op het zogenaamde wetenschappelijke onderzoek naar geneesmiddelen aangekaart wordt. Het thema kwam onlangs weer in de actualiteit naar aanleiding van het door de auto-industrie betaalde onderzoek naar de invloed van uitlaatgassen op onze gezondheid en frappant genoeg bleek een bekend toxicoloog (maar kennelijk allerminst een logicus) aan de Leuvense universiteit daar geen bezwaar tegen te hebben wegens, naar zijn eigen zeggen, een gebrek aan middelen bij de overheid.

Plato – over wie gezegd wordt dat de ganse westerse filosofie hooguit een voetnoot bij zijn werk kan zijn – wist reeds dat onderwijs en vorming in wezen een proces van zelfonderzoek hoort te zijn: de Socratische maieutiek of verloskunde, genoemd naar het hoofdpersonage uit Plato's dialogen, onderwijst ons dat de waarheid in onze eigen ziel verscholen ligt en dat wij die zelf kunnen opdiepen door het stellen van de juiste vragen. Mensen blijken inderdaad niet geïnteresseerd in informatie en ook niet vatbaar voor wijsheid als er bij hen zelf niet eerst een nood daaraan bestaat.

In dat verband moet ook gezegd worden dat onze huidige kapitalistische wereld het gevaar inhoudt dat de interesse voor informatie bij studenten in feite verdraaid of in zekere zin oneigenlijk is, aangezien men door de band studeert om de kansen op een baan, op participatie aan de maatschappij en op sociale status te maximaliseren, terwijl diegenen voor wie de vruchten van de beroepsuitoefening bedoeld zijn, niet altijd op de eerste plaats komen. Om bij het gegeven voorbeeld in de lijn van Ivan Illich zijn werk te blijven, hoeft het ons niet te verwonderen wanneer een toxicoloog zijn kritiek op de auto-industrie inslikt, wanneer een dokter pillen voorschrijft in plaats van een dagelijkse wandeling of wanneer leraren het hun leerlingen te gemakkelijk maken om hen in de eigen school te houden – inderdaad als cliënten aan wie zij wat kunnen verdienen en waarbij zij het eigenlijke doel van het onderwijs vergeten – in feite wordt ook hier andermaal het doel verwisseld met de middelen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 27 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) Ivan Illich, Deschooling Society (1971) ISBN 0-06-012139-4 (Nederlandse vertaling: Ontscholing van de maatschappij: het einde van een illusie?, door P. M. A. Vermijmeren e.a., Baarn, Wereldvenster 1972). Het Engelstalige boek staat integraal op het internet als PDF: http://learning.media.mit.edu/courses/mas713/readings/DESCHOOLING.pdf

(2) https://ppw.kuleuven.be/ecs/onderwijs/klassiekers/boekpaginas/illich#citaten

(3) Ivan Illich, Medical Nemesis (1976) ISBN 0-394-71245-5 (Nederlandse vertaling: Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf - een bedreiging voor de gezondheid?, door D. L. Uyt den Bogaard, Bussum, Wereldvenster, 1975.



26-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 4: 'Missing link' tussen aap en robot


                   

Over onderwijs en vorming

Deel 4: 'Missing link' tussen aap en robot

Als onze beschaving binnenkort ten onder gaat, dan zal het waarschijnlijk niet zijn ingevolge een atoomoorlog of een pandemie maar veeleer ingevolge een nog groter kwaad dat aan de oorsprong ligt van onder meer de zo ergerlijke en mateloze verbureaucratisering en die bestaat helaas ook in het onderwijs en werkt daar als een dodelijk gif.

Leraren moeten hun lessen voorbereiden, uiteraard, maar zij dienen bij elke inval van de inspectie op ongeacht welk ogenblik een gedetailleerd schema te kunnen voorleggen waarin zij beschreven hebben welk thema zij thans behandelen, wat de doelstellingen zijn, welke lesmethode zij zullen hanteren en hoe de zaak geëvalueerd zal worden. Maar wat meer is: dit schema dient te worden opgesteld overeenkomstig een te volgen programma zoals voorgeschreven door de overheid. Inhoud, werkmethode, timing, evaluatie en zo verder worden bepaald door de minister in Brussel en de boodschap luidt: volgen maar!

Onlangs vertelde mij een leerkracht uit het technisch onderwijs dat zijn lesvoorbereidingen voor de hogere cyclus deze week over de wetten van Newton dienen te gaan, terwijl hij zich in werkelijkheid noodgedwongen bezighoudt met het bijbrengen van de Nederlandse taal, het aanleren van de basis rekenkunde en het maken van leesoefeningetjes. Uiteraard zijn er leerlingen die met de wetten van Newton spelen maar de uniformiteit en het gelijkheidsbeginsel blijken nu eenmaal zodanig te worden geïnterpreteerd dat iedereen over dezelfde kam kan worden geschoren alsof het een massaproductie betrof zoals een andere.

Het jammerlijke is dat alle werknemers – en dus ook leerkrachten – in deze tijd herleid worden tot uitvoerders van programma's die door anderen worden opgesteld – lieden die zich op grote afstand van het front bevinden en die derhalve elke feedback missen. Bevelen en dan (laten) controleren of hun wetten ook worden nageleefd, is wat zij doen vanuit hun kabinet in de hoofdstad van het land.

De leerkrachten zelf krijgen uiteraard een analoge opdracht die erop neer komt leerlingen dusdanig te vormen dat zij in staat zijn en vooral ook gewillig worden gemaakt om door anderen (die geacht worden het beter te weten) voorgeschreven programma's uit te voeren. En nu komt het: het eigen initiatief, de creativiteit, de zelfstandigheid, het eigen oordeelsvermogen, het inschattingsvermogen, de plasticiteit om zich aan de gegeven en altijd veranderende mensen en omstandigheden aan te passen – nota bene allemaal eigenschappen die sinds het begin der tijden werden aanzien als de voornaamste aan te leren kundigheden – worden vandaag kennelijk als niet ter zake doende capaciteiten terzijde geschoven en alleen het vermogen om na te apen wordt vereist als enig zaligmakend talent!

Warempel, het is vandaag zo ver gekomen dat wij een voorbeeld dienen te nemen aan robots; de beste leerkracht is deze die alle voorgedrukte formulieren van het ministerie netjes invult; hij die in staat is om elke kwalitatieve omschrijving in een droog cijfertje om te zetten; hij die de kunst verstaat om het menselijke denken, oordelen en redeneren om te turnen naar een geheel van kruisjes op een blad vol vakjes. Reeds daagt de onmenselijkheid waar men bepaalde politici de verzuchting hoort slaken: “Wij zijn helaas geen robots!”, terwijl de sociale sector het in een recente mars tegen armoede in Brussel uitschreeuwt: “Wij zijn geen robots!” (1)

Achter die scheefgegroeide handelwijze met een zo verregaande centralisering van het bestuur, schuilt een kwaad dat zowat elke sector in de jongste jaren fnuikt en dat is het kwaad van de argwaan. Het vertrouwen bij de werkgevers is zoek en op hun beurt hangen de werknemers hun laatste restje zelfvertrouwen aan de wilgen. Maar het is een publiek geheim dat de argwaan een van de belangrijkste kenmerken is van een dictator. Alleenheersers immers delegeren niet omdat zij niemand vertrouwen uit angst hun macht te zullen verliezen.

Tirannie is geen democratisch verschijnsel, zij ontstaat door een machtsgreep met geweld – acuut geweld maar ook en steeds vaker structureel geweld dat zoals een adder onder het gras hand in hand gaat met corruptie en vriendjespolitiek. Aan tirannie ontbreekt elke redelijkheid, tirannie geeft alleen ruimte aan het recht van de sterkste, zij kent slechts het brute geweld.

Op een muur in Amsterdam – het monument van Henk van Randwijk op het Weteringplantsoen – staat de volgende tekst te lezen:

Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht...”

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/02/22/-we-zijn-geen-robots---sociale-sector-pleit-met-waardigheidsmars/







Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 3: Later bestaat niet?

       

Over onderwijs en vorming

Deel 3: Later bestaat niet?

Er is momenteel een kentering gaande bij althans een deel van de pedagogen, maar algemeen worden de opvoeding en het onderwijs voorgesteld als een voorbereiding op 'later'. Een voorbereiding wil zeggen: niet een zaak die haar doel vindt in zichzelf maar een zaak die in functie staat van een zekere toekomst, zoals een knecht in dienst staat van zijn heer. Aan de opvoedelingen wordt geleerd dat zij moeten werken voor later; dat in het heden dient gezaaid te worden opdat morgen geoogst zou kunnen worden. Vandaag moeten offers gebracht worden die ons morgen ten goede zullen komen; in onze jonge jaren moeten wij sparen om onze oude dag te verzekeren.

Deze aangeleerde toekomstgerichtheid heeft een schijn van hoop en optimisme maar in feite verkapt zij een heel andere realiteit: wanneer ons geleerd wordt om toekomstgericht te denken, is dat allerminst met het oog op een of ander paradijs dat ons te wachten staat maar, precies integendeel, heeft het alles te maken met de wetenschap dat na de jeugd en de bloei van het leven, de aftakeling, de ziekten en een gewisse dood ons wachten, omdat na elke opgang een ondergang volgt, zoals ook Friedrich Nietzsche dicht in zijn machtige meesterwerk:

"Was gross ist am Menschen, das ist, dass er eine Brücke und kein Zweck ist: was geliebt werden kann am Menschen, das ist, dass er ein Übergang und ein Untergang ist.

Ich liebe Die, welche nicht zu leben wissen, es sei denn als Untergehende, denn es sind die Hinübergehenden.” (1)

En aan die weinig benijdenswaardige toekomst is het dat wij moeten denken zoals de voorbeeldige mier doet in één van de tweehonderddrieënveertig educatieve fabels van Jean de La Fontaine die, in het spoor van de Griekse dichter Aisopos, De krekel en de mier herschreef. Terwijl in de zomer de mier hard werkt, doet de krekel niets dan zingen en als het winter wordt, klopt de krekel bij de mier aan om voedsel maar de mier weigert. Bij de slotzin kan men zich vragen stellen daar hij uitgerekend door een dichter werd verzonnen: steekt ook hij dan niet de draak met de moraal van de oude verzen?

Wie leeft van kunst gaat door voor gek.

Vaak lijdt hij honger en gebrek.” (2)

De toekomstgerichtheid en het vooruitgangsgeloof, het vooruitgangsoptimisme ook, welke ons met zoveel vuur worden bijgebracht in onze jonge jaren, lijken alleen maar de hemel op aarde te beloven: in werkelijkheid verraden ze de komst van een ware hel en trachten ze ons aan te zetten om dan toch te proberen om het leed dat ons te wachten staat wat te verzachten of het met hooguit enkele jaren uit te stellen.

Edoch, als klap op de vuurpijl blijken wij in de zogenaamde toekomst te zijn beland in een wereld die de in haar fabels gedane beloften allerminst nakomt: de naarstige spaarders zijn blut doordat de banken met hun centen gaan lopen; het geld bedoeld om ziektekosten mee te dekken verdwijnt in de zakken van malafide genezers die het lustig opsouperen. Zo heeft men nog net de tijd om de leugens die men heeft geleerd, aan zijn kinderen door te geven want onmiddellijk daarna verliest men de geleerde verzen door een plotse groei van grote gaten in 't geheugen die de gewisse komst aankondigen van de man met de zeis die niemand over 't hoofd ziet.

De grote poëet P. C. Boutens (die in 1830 overigens kon fluiten naar zijn koninklijke onderscheiding wegens godbetert geruchten over zijn homoseksualiteit), zegt over de Goede Dood:

Alle schoon dat de aard kan geven
Blijkt een pad dat tot u voert (…)”
(3)

Alweer een classicus en derhalve iemand die zich de Helleense cultuur heeft eigen gemaakt met haar eeuwige tragiek van de tegendoelmatigheid welke in alle eerlijkheid het leven weerspiegelt.

Dat zogenaamde pessimisme staat zeer in tegenstelling tot de christelijke cultuur of althans tot wat men van die christelijke cultuur gemaakt heeft nadat zij werd opgeslokt door het Romeinse Rijk die haar tot staatsgodsdienst maakte, want Jezus Christus is verwant aan Zarathustra of Zoroaster die Nietzsche inspireerde. Het zoroastrisme, het mazdeisme of het parsisme is ook een monotheïsme met een messias maar dan nog duizend jaar ouder dan het christendom, het is de religie van de Meden en de Perzen, sinds de zevende eeuw wat verdrongen door de islam maar zij telt toch nog meer dan twee miljoen aanhangers (onder wie de legendarische Freddie Mercury); deze mondeling overgeleverde leer werd in de derde eeuw opgetekend in de Avesta en bewaard door de Parsi's in Bombay die afstammen van de Sassanieden.

Later, zo herhaalt men tot vervelens toe in zijn beloftevolle hersenspinsels en ook een van onze grootste dichteressen steekt de draak met 'later' waar zij in een van de prachtigste gedichten in de Nederlandse letterkunde een oude grootvader een belofte laat doen aan zijn kleinzoon:

"Toekomende jaar misschien,

Als gij wel leert en braaf zijt,

(...) wij zullen zien.” (4)

Het gaat om het gedicht Het geschenk van Rosalie Loveling. De belofte kan niet waar gemaakt worden omdat de toekomst er heel anders blijkt uit te zien dan gedacht: 'later' blijkt eens te meer niet te bestaan.

'Later' blijkt een fabeltje, een belofte waarmee zowat iedereen kan zoet gehouden worden; 'later' is het afstel dat zich vermomt als uitstel; 'later' is de valse belofte, de leugen, het gemene bedrog. Wie het hebben over 'later', vertrouwen wij gewoon niet meer, dat tijdperk is voorgoed voorbij.

De wereld is gevuld met mensen van alle leeftijden, mensen in alle mogelijke levensstadia en niemand kan zeggen welk stadium het begin is en hetwelk het einde. Draait het ganse leven om de wijze ouderling en is hij het doel van het bestaan? Edoch, weinigen willen met hem ruilen! Leven wij dan eigenlijk om kind te kunnen zijn en wordt al de rest er maar bij genomen? Of is de volwassenheid het zwaartepunt van het bestaan, de periode dat wij werken en voor niets anders oog hebben of tijd? Iedereen wil oud worden maar niemand wil het zijn; iedereen wil jong zijn maar kinderen kunnen niet rap genoeg groot worden; iedereen vindt de middelbare leeftijd de allerbeste tijd maar eenmaal de vijftig voorbij verlangen wij naar ons pensioen en eenmaal met pensioen begint die nostalgie te knagen: “On se croit à la page de l' amour et on est déjà à la page de la mort.” (5) En hoe zit dat dan met het onderwijs?

Is de leerling een voorlopige mens, iemand die goed zijn best moet doen om later leerkracht te kunnen worden? Of is het net andersom en zijn de leerkrachten er voor de leerlingen omdat de leerlingen het doel zijn van het ganse gebeuren? Een ding is zeker: als wij leven met het oog op later, dan zullen we nimmer leven in het nu. Edoch, wat is moreel verantwoord?

Wij willen leerkracht worden, zo zeggen de leerlingen in koor, zodat wij er voor de leerlingen kunnen zijn. Echter, heimelijk vinden de leerkrachten dat de leerlingen er voor hen zijn en

op een lerarenvergadering achter gesloten deuren zei in het bijzijn van schrijver dezes ooit een directeur: “Geef aan niemand slechte punten, collega's, en knoop het in uw oren: elke leerling is anderhalf lesuur waard!” – Voor de slechte verstaander: alvast deze school blijkt er helemaal niet te zijn om aan kinderen iets bij te brengen; zij is er voor het personeel dat immers aan de leerlingen dik verdient en dat hen daarom veeleer zoekt te verwennen. En zo zie je maar, want dit zijn nu de lieden die ook werkelijk blijken te geloven dat later niet bestaat...

(Wordt vervolgd)

(J.B., 25 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) Friedrich Wilhelm Nietzsche, Alzo sprach Zarathustra. Ein Buch für Alle und Keinen, hoofdstuk 5.

(2) Jean de La Fontaine, De krekel en de mier. Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fabels_van_Jean_de_La_Fontaine

(3) P.C. Boutens, Goede Dood. Zie ook: http://www.gedichten.nl/nedermap/poezie/poezie/46550.html

(4) Rosalie Loveling, Het geschenk, fragment. Zie ook: http://www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=3056290

(5) Kris Vansteenbrugge, Grijsloke 2000, Grijsloke 2000.


24-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 2: De teleurgang van de wijsheid








        

           


Over onderwijs en vorming

Deel 2: De teleurgang van de wijsheid

Reeds 3000 jaar geleden werd onderwijs gegeven in China maar de oorsprong van ons Europese onderwijs ligt in de Griekse Oudheid: de Platoonse academie en het lyceum van Aristoteles. Dit waren weliswaar veeleer praatgelegenheden voor lui die niet hoefden te werken en die derhalve beschikten over 'vrije tijd' – in het oud Grieks is vrije tijd 'σχολή' of 'school'. In Europa ontstond het onderwijs in de middeleeuwse kloosters – het was de tijd van de Scholastiek, volgend op het tijdvak van de kerkvaders of de Patristiek – en aanvankelijk ging het om gebed, liturgie en Bijbelstudie. De godgeleerdheid gaf aanleiding tot discussie en zo ontstonden de redeneerkunsten – de logica en de retoriek of de welsprekendheid, noodzakelijk voor de geloofsverspreiding door de predikers. Wijsheid kon drievoudig verkregen worden: naast Gods woord (de Bijbel) waren tevens de eigen ziel en de natuur bronnen van kennis, respectievelijk toegankelijk door introspectie en observatie. (1)

Voor de geschiedenis van het onderwijs wende men zich tot de encyclopedieën – hier beperken wij ons tot een bedenking dienaangaande, want als men de evolutie van de menselijke zoektocht naar kennis en meteen ook de evolutie van het onderwijs van wat naderbij bekijkt, dan kan men zich niet van de indruk ontdoen dat daar een bijzondere verschuiving heeft plaatsgevonden.

De aanvankelijke zoektocht naar wijsheid is namelijk veranderd in een zoektocht naar kennis. De queeste naar de oorsprong en de zin van het bestaan heeft als het ware plaats gemaakt voor vragen die te maken hebben met know-how en techniek, met andere woorden: het nut. En als men goed kijkt, dan ziet men ook dat deze overgang paradoxaal genoeg te maken heeft met het wegdeemsteren – of is het een wegmoffelen? – van onze eigen subjectieve betrokkenheid bij de wereld. Want waar in de zinvraag het subject zelf noodzakelijk betrokken is, wordt dit subject uit de technische en uit de wetenschappelijke kennis geweerd – zelfs waar deze kennis het subject zelf betreft, wordt dit subject geobjectiveerd. 

Zo bijvoorbeeld laat de patiënt zich door zijn behandelende arts als een passief voorwerp (een wetenschappelijk object) onderzoeken. Het lijkt dan wel alsof hij met zijn lichaam naar de dokter gaat zoals een automobilist met zijn wagen naar de garagist gaat en in elk van de twee gevallen zonder onderscheid, gaat het gesprek over de wagen en over het lichaam: de chauffeur staat los van zijn wagen maar ook de patiënt gedraagt zich alsof hij los staat van zijn lichaam, terwijl hij in werkelijkheid met zijn lichaam samenvalt. Deze verschuiving in de aard van de nagestreefde kennis die meteen een verschuiving is in de aard van het onderwijs, is in wezen een verzieking van zowel de kennis als de vorming en zelfvervreemding is het wezenlijke van deze verzieking. 

Zelfvervreemding, omdat men vergat dat men niet de chauffeur is van zijn lichaam; men vergat dat men met zijn lichaam samenvalt; men waant zich boven zijn lichaam verheven zoals men ook naast zijn schoenen loopt. Waar ons gezegd wordt dat wij van stof en as zijn en tot stof en as zullen wederkeren, doen we alsof dit feit niet onszelf betreft maar slechts ons lichaam, alsof wij ook zouden beschikken over de mogelijkheid om ons eigen lichaam af te danken en te vernieuwen zoals we ook een versleten wagen kunnen afdanken en hem kunnen vervangen door een nieuw exemplaar.

Deze hoogmoed – maar in feite is het veeleer waanzin dan moed – neemt vooral in de oosterse religies proporties aan die niet meer ernstig zijn: de mens beschouwt daar alle wezens als voortdurend reïncarnerend op weg naar het nirwana. De achterliggende gedachte is het geloof dat onze status van schepsel in feite een illusie is en dat wij in wezen goden zijn. Hetzelfde geldt dan uiteraard voor onze wereld en voor de ganse kosmos: die is er slechts voorlopig en als wij wat geduld oefenen, zullen wij ook zien dat hij weldra vervangen wordt door een definitieve, veel betere en volmaakte wereld, een wereld zoals wij, goden, die ook verdienen. 

Er is sprake van verzieking, ook omdat de vergaarde kennis niet langer ten dienste staat van het leven: het doel wordt andermaal verwisseld met het middel waar het leven ten dienste gesteld wordt van de wetenschap en dat laatste heet op de koop toe een deugd te zijn. Men offert zijn leven (of eerder nog dat van anderen) op aan de wetenschap zoals men het een paar duizend jaar geleden opofferde aan Jahweh of aan nog talloze andere goden. Het verschil met toentertijd bestaat erin dat wij vandaag zelf de goden zijn aan wie wij dit offer van ons leven wensen te brengen. Maar dit is een schromelijke vergissing. Het is immers pas omdat ons leven een gave is en dus niet aan onszelf te danken is maar aan een externe macht die wij god noemen, dat wij de teruggave van dat leven aan die externe macht kunnen rechtvaardigen. Waar wij daarentegen geloven dat wij ons leven kunnen offeren aan onszelf, snijden we het als het ware van zijn oorsprong af waardoor het uiteraard zijn levenskracht verliest.

Vandaag offert men zijn leven aan de wetenschap, edoch: in een kapitalistisch bestel wordt de wetenschap geregeerd door de economie en bijgevolg komt het leven in dienst van de economie te staan. Wij drijven niet langer handel om te leven maar wij leven om handel te drijven en waar wij niet langer in staat zijn om handel te drijven, worden wij vriendelijk doch dringend verzocht om de markt te verlaten – om als het ware uit het leven te stappen, zoals men dat vandaag zo bedrieglijk uitdrukt. Aldus doet de hoogmoed zichzelf de das om.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 24 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) Zie ook: http://www.bloggen.be/hetgoedezoeken/archief.php?ID=33







                       










23-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming – Deel 1: Opstanding versus barbarij