Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto


"Trans-atheïsme"

Download dit boek als PDF:

Jan Bauwens - Transatheïsme.pdf (3.6 MB)   

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto



Download dit boek als PDF:

"Het einde der tijden"



Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Tisallemaiet
Alle rechten voorbehouden
23-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 10: privacy

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 10: privacy

Privacy is de mogelijkheid om zich af te zonderen met de zekerheid niet door anderen (incluis de overheid) gestoord of bespied te zullen worden. Het is “het recht om met rust gelaten te worden” (definitie uit 1879) en om aan derden informatie over zichzelf te onthouden. (1)

Informatie is een onderdeel van kennis en kennis is macht. Zoals de gelegenheid de dief schept, zo heeft een exponentiële toename van de gelegenheid tot informatievergaring, dit vergaren zelf sterk in de hand gewerkt, ook met betrekking tot het bekomen van informatie over de medemens die dan in feite bespied wordt. De spionage neemt ook toe evenredig met het recht op privacy.

Schendingen van de privacy in de vorm van allerlei bemoeienissen hebben vaak de vrije teugel omdat zij zich impliciet beroepen op een algemene angst voor mogelijkerwijze gevaarlijke personen, waarbij men niet geneigd is om wie waarschuwen voor gevaar daarvan te gaan verdenken dat zij zelf gevaarlijk zijn. Nochtans zijn bemoeials in vele gevallen levensgevaarlijk.

In het protestantse Holland van enkele decennia geleden maakte men zich verdacht als men bij valavond de gordijnen van zijn woonst dicht trok: door ze open te laten, toonde men dat men niets te verbergen had. Mensen die weten dat zij (kunnen) in de gaten gehouden worden, passen hun gedrag daaraan aan: ze conformeren zich aan de verwachtingen van hun toeschouwers; ze zijn zichzelf niet en moeten bovendien vrezen zichzelf te zijn; ze verliezen hun eigenheid en degraderen tot massamensen. Mensen aan wie privacy onthouden wordt, verworden tot vee. Niet het alleen zijn maar het niet meer alleen kunnen zijn, is het meest te vrezen kwaad – dat getuigen alvast de gevangenen en zij kunnen het weten.

Zo blijken hier de bespieders gevaarlijk en niet hun prooien die zij als gevaarlijk afschilderen – zij doen dat slechts teneinde hen ongehinderd te kúnnen bespieden. Bespieders schilderen hun prooien af als gevaarlijk voor anderen of voor zichzelf en in dat laatste geval spreekt men van paternalisme; vaker slaagt men erin iedereen op zijn hand te krijgen als men beweert te handelen voor de bestwil van de ander. Mensen worden aldus op slinkse wijze verdacht gemaakt, gedemoniseerd, geïnfantiliseerd of gewoon 'gedownload' terwijl wie hen bespieden in feite straffeloos lasteren, eerroof plegen of diefstal. Informatie is een immaterieel goed en dat is alles behalve niets.

De vrees dat niet alle mensen altijd verantwoorde beslissingen (kunnen) nemen terwijl zulks noodzakelijk is inzake onomkeerbare beslissingen over kwesties van leven of dood, maakt velen tot tegenstanders van de huidige Belgische euthanasiewet maar dat neemt niet weg dat de verdedigers van het recht op 'waardig sterven' een punt hebben. Niemand immers kan betwijfelen dat zij er volkomen terecht op wijzen dat zieke, bedlegerige of bejaarde mensen die lijden, die nog kunnen willen maar die niet meer in de mogelijkheid verkeren om te handelen, in feite van hun privacy worden beroofd en ook van hun leven(seinde) zelf waar derden op wie zij aangewezen zijn, eraan verzaken om hun wil te respecteren. Men kan wel hopen doch niemand mag verlangen dat men op vraag door medemensen zou worden gedood; men kan echter wel eisen van derden dat zij die handelingen staken die tegen de eigen wil het levenseinde uitstellen. Hoe dan ook kan niemand rechten doen gelden over andermans tijd – laat staan over zijn of haar laatste dagen of uren. Terecht wordt de schending van de privacy aangevoeld als een aanslag op het leven zelf.

Ofschoon het recht op privacy in de huidige tijd belangrijk wordt geacht, wordt het als nooit voordien geschonden. De Securitate van de Roemeense dictator Ceaușescu, de KGB van Stalin en de Gestapo van Hitler mogen dan al gebeurtenissen wezen ver van ons bed – ook wij in ons vermeende luilekkerland ontsnappen niet aan verregaande controle welke ons gedrag stuurt in zo'n mate dat de eigen persoonlijkheid reeds voor het bereiken van de volwassenheid als een illusie wordt beschouwd. Het zich langer vasthechten aan een eigen 'unieke' identiteit, wordt geïnterpreteerd als kinderachtig; het zich toe-eigenen van zichzelf wordt steeds vaker beschouwd als een verraad en de leuze luidt: “Iederéén onderwerpt zich; doe het dus ook, anders ben je een lafaard!”

De mogelijkheid om met rust gelaten te worden is essentieel voor de geestelijke gezondheid. Mensen op wie om welke reden dan ook jacht wordt gemaakt, missen deze rust en gaan gebukt onder een verschrikkelijk leed. Nochtans deelt ook vandaag nog het merendeel van de wereldbevolking in een of andere vorm van dit lijden. Maar jammer genoeg is het verschil tussen de mensen die vervolgd worden en alle anderen slechts illusoir: wie vervolgd worden, weten dat ook en zij vluchten. Maar wie denken dat zij niet vervolgd worden, vergissen zich: zij vluchten niet en zijn derhalve vogels voor de kat.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 23 september 2018)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Privacy .


21-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 9: godsdienstvrijheid


           

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 9: godsdienstvrijheid


Ongeacht welke vrijheden kunnen nimmer gegarandeerd worden als niet tegelijk welbepaalde beperkingen worden opgelegd zonder welke de garanties in kwestie onbestaande zijn omdat garanties nu eenmaal beperkingen zijn. Als een verkoper aan zijn koper de garantie biedt dat het verkochte product degelijk is, dan beperkt hij zichzelf ertoe om een product dat niet aan die belofte beantwoordt, te vervangen en zonder die beperking – in dit geval een zelfbeperking – is de garantie een spook. Edoch, de betreffende calculus dient wel 'winstgevend' te zijn voor alle betrokken partijen, anders hebben de wetten helemaal geen zin ofwel zijn zij onrechtvaardig en kunnen zij slechts de voorrechten van enkelen dienen.

Zo is het onjuist om te stellen dat de garantie van de veiligheid moet betaald worden met een beperking van de vrijheid, zoals bepaalde dictatoriale regimes ons vandaag willen laten geloven: onder de belofte dat zij de veiligheid gaan verhogen en met het verzinsel dat veiligheid moet betaald worden met vrijheid, weten zij ons quasi ongemerkt van onze vrijheden te beroven. Daarentegen kunnen (rechtvaardige) wetten in geen geval bedoeld zijn om te beperken – zij doelen steeds op bevrijding – zodat ook de wetten welke de veiligheid moeten garanderen, de vrijheid ten goede zullen komen.

Wetten zijn door sancties bekrachtigde maatregelen welke onderling worden afgesproken met geen ander oogmerk dan het bereiken van een hoger niveau van vrijheid middels het stellen van beperkingen op een lager niveau. Zoals een stuwdam het water tegenhoudt met geen andere bedoeling om het wanneer men dit wenselijk acht met des te meer kracht te kunnen laten stromen, zo perken wetten onze vrijheid in om deze waar wenselijk te kunnen maximaliseren – het eindresultaat van de wet is niet beperkend doch bevrijdend en dat geldt zowel voor de vrijheid als voor de veiligheid. Wetten zijn niet plausibel als zij niet winstgevend zijn, wat wil zeggen dat het inleveren van bepaalde vrijheden gecompenseerd moet worden met nog grotere vrijheden. Wetten die niet bevrijdend zijn of waarvan het bevrijdende eindresultaat niet kan verantwoord worden, horen alleen in dictaturen thuis.

Ook bij het garanderen van de godsdienstvrijheid middels wetten, zijn die wetten pas gerechtvaardigd als zij uiteindelijk resulteren in meer bevrijding – voor iedereen. De godsdienstvrijheid in kwestie wordt uitgebreid binnen het persoonlijke leven maar wordt uiteraard bevochten waar haar grenzen de contouren raken van concurrerende religies. Het dulden van verschillende religies naast elkaar zal bijgevolg de maatschappelijke relevantie van de betrokken religies uithollen en wel in dezelfde mate waarin de betrokken wetten de vrijheden van de verschillende godsdiensten garanderen.

De toestand van vrede die aldus ontstaat is vergelijkbaar met de vrede welke resulteert uit het atoomtijdperk: de kracht van de atoombom verliest zijn relevantie waar het onmogelijk geworden is om hem te gebruiken. Op analoge wijze verliest de vrijheid van religie haar betekenis waar zij de met haar concurrerende religies als gelijkwaardig moet erkennen. Bij godsdienstvrijheid worden religies gedegradeerd tot onderling concurrerende ideologisch gekleurde en navenant praktiserende gemeenschappen die reclame kunnen maken voor zichzelf en die aanhangers kunnen winnen zoals de merken van ongeacht welke andere producten dat op de vrije markt kunnen doen.

De godsdienstvrijheid verheft de betrokken religies niet maar zij degradeert hen tot marktproducten die zich zoals alle andere consumptie-artikelen moeten weren om te kunnen blijven bestaan en om succes te boeken. Om niet te hoeven zeggen dat de vrije markt van die aard is dat zij garant staat voor het vroeg of laat sneuvelen van uiteindelijk alle religies op uitzondering van de triomferende welke het monopolie zal hebben verworven. Maar dat deze niet de meest pacifistische van alle religies zal zijn, mag van meet af aan duidelijk wezen.

Dat godsdienstvrijheid als zodanig een goede zaak is voor de staat, valt wellicht niet te betwisten met democratische argumenten maar door het feit dat er vele onderling wedijverende godsdiensten gangbaar zijn, ontneemt de godsdienstvrijheid aan de religie haar diepte en haar inhoud. De wet die de godsdienstvrijheid garandeert is een van de talloze manifestaties van een heel andere en meer fundamentele wet, welke luidt: divide et impera!

(Wordt vervolgd)

(J.B., 21 september 2018)



20-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 8: redelijkheid

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 8: redelijkheid

Er bestaat zoiets als de ratio, de rede, de logica, de wiskunde en de Verlichting maar de paradox is dat deze zaken raken aan het zogenaamde 'gezond verstand' en aan wat men 'het vanzelfsprekende' noemt en dat zijn nu net hun tegengestelden want deze miskleunen vertegenwoordigen facetten van de onredelijkheid en van de waanzin. De wiskunde, de logica en de welsprekendheid bieden een welbepaalde vorm van zekerheid en van juistheid maar dan alleen binnen het altijd vooraf bepaalde spel waarin zij zich verkneukelen en niet daarbuiten. Een wiskunde beoefenen doet men per definitie binnen het axiomatische kader dat haar constitueert, precies zoals men aan rechtspraak doet in relatie tot een geheel van geldende wetten: worden de wetten op een gegeven ogenblik en in een bepaalde staatsvorm te gortig, dan gaat de rechtspraak vloeken met ons kompas voor goed en kwaad waarmee normbesef en rechten op een dieper niveau correleren. Er ontstaan dan begrippen zoals 'legale misdaad' en 'burgerlijke ongehoorzaamheid' ('illegale rechtvaardigheid') die ons ervan bewustmaken dat de wiskunde, de logica en de rede niet hun eigen grondvesten kunnen zijn maar uiteindelijk berusten op maatstaven die meer te maken hebben met het gevoel en met nog andere duistere zaken – met normen die veranderlijk blijken, organisch haast. Het paradoxale van de hele toestand uit zich binnen de wetenschappelijke context nog het best in het opduiken van zogenaamde paraconsistente systemen, zoals ze zichzelf betitelen – grote woorden die eens te meer miskleunen maskeren waaraan men immers niet ontkomt van zodra men gelooft de kool en de geit te kunnen sparen. In een paraconsistente logica bijvoorbeeld gelooft men de consistentie van het redeneersysteem tijdelijk te kunnen verlaten in functie van een vooraf beoogde uitkomst, waarmee men de kar voor het paard spant; men blijkt blind voor het nochtans aperte feit dat de bewerkingen die men binnen het paraconsistente uiteraard alsnog hanteert, hun geldigheid exclusief ontlenen aan de consistentie van de redeneringen welke moeten bewijzen dat deze bewerkingen van kracht zijn. Zo ontsnappen die feitelijke inconsistenties dan ook niet aan meta-inconsistenties (waarmee wij hier bedoelen: het gelijktijdige gebruik van een consistent en een inconsistent systeem) – ad infinitum.

De verwijzing naar het 'gezond verstand' maskeert al te vaak een onwetendheid en vooral ook een verantwoordelijkheidsvlucht, een onvermogen om persoonlijk te verantwoorden beslissingen te nemen. Wie komt aandraven met het 'gezond verstand' verwijst op die manier dikwijls genoeg naar vastgeroeste gewoonten, vaak lang voorbijgestreefde en zelfs achterlijke denk- en handelwijzen en andere heersende patronen van het moment waartegen elk verzet beschouwd wordt als 'not done'. Het 'gezond verstand' vertegenwoordigt aldus niets anders dan een instrument voor het faciliteren van een zekere sociale druk die noopt tot groepsaffiliatie en betekent zodoende gewoonweg repressie. Terwijl men de goegemeente in de waan brengt dat men alleen maar de kerk in het midden wil houden, worden meningen opgedrongen die allerminst het recht dienen maar die slechts dienen om aan een gevreesde meerderheid de garantie te bieden dat zij het naar haar zin zal blijven hebben, ook al geschiedt zulks ten koste van de rechtvaardigheid. De koppen die dan moeten rollen, zorgen voor de terugkeer van een zekere 'rust' of 'vrede' zoals ook de wraak dat doet, wat betekent dat zij niets anders zijn dan de kiemen voor een gegarandeerde wederwraak – in principe andermaal ad infinitum.

Van rationaliteit is al in het geheel geen sprake meer waar de redelijkheid synoniem geworden is van de waarschijnlijkheid en het wordt dan redelijk om iets voor waar aan te nemen als het alleen maar waarschijnlijk is, ook al houdt het probabiliteitsbegrip sowieso in dat de gevallen waarin de betrokken 'waarheden' onwaar zijn, ook feitelijk zijn en bovendien zijn zij dat in gekende aantallen. Zelfs het ganse hedendaagse werkelijkheidsbeeld van de fysica is op dit drijfzand van waarschijnlijkheden gebouwd, zodat wie nog geloven in het schone, het ware en het goede, doorgaan voor onredelijk – alleen de gokker handelt redelijk. Maar ook hier blijkt men volslagen blind voor de nooit weg te werken contradictie in het feit dat die waarschijnlijkheid dan wel mag gelden voor de inhoud van de theorie terwijl aan de absolute waarheid van de theorie zelf uiteraard niet kan getornd worden.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 20 september 2018)


15-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 7: het geloof in de dood

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

            Aflevering 7: het geloof in de dood

Inzake het geloof zijn wij eraan gewend geraakt om de vraag te horen en te stellen naar iemands geloof in het eeuwig leven en ofschoon zij even relevant is en misschien wel veel meer ter zake doet, zwijgt men in alle talen over de vraag naar het geloof in de dood. Want men kan er nu eenmaal niet omheen dat wie niet geloven dat het bestaan na de dood voortgaat, wel niet anders kunnen dan geloven dat het bestaan met de dood ophoudt. En van wie aldus geloven dat het bestaan ophoudt, neemt men aan dat zij helemaal geen sluitende argumenten hoeven te geven waarom zij zulks geloven, alsof het ging om een vanzelfsprekendheid – daarover onmiddellijk meer.

Intussen is het inderdaad zo dat sommigen niet liever wensen dan dat het met de dood allemaal zou ophouden te bestaan maar dat men zo makkelijk van zijn leven zou af komen, is wel veel te mooi om waar te zijn. Er zijn immers mensen die op de wereld gezet lijken met geen andere bedoeling dan hen te laten wroeten en lijden en er zijn anderen die dankzij de slavernij en de ellende van deze laatsten hier honderd jaar lang doorbrengen in genot en geluk, alsof de wereld een aards paradijs was – maar dan alleen voor hen.

In feite voelt het als meer vanzelfsprekend aan om aan te nemen dat ons bestaan gewoon voortgaat dan dat het abrupt zou ophouden maar wij laten ons overreden van het tegendeel door het argument dat gegrondvest is in de veronderstelling dat bestaan en leven synoniemen zijn en dat wij aldus volkomen met ons lichaam samenvallen. Indien dat het geval was, dan was er inderdaad geen enkele reden om aan te nemen dat ons bestaan zich na de dood van ons lichaam nog zou verderzetten. Maar er zijn redenen te over om aan te nemen dat ons leven heel wat meer en ook heel wat anders is dan slechts het biologisch functioneren van ons lichaam. Hoe anders verklaart men dat althans het merendeel van de mensen niet bereid zijn om voort te leven tot elke prijs? En er wordt hier niet gedoeld op mensen die voorwaarden stellen aan het leven maar des te meer op hen die liever ophouden met leven dan dat zij hun leven in het teken zouden stellen van een of ander kwaad omdat, zoals Plato het reeds zegde, het beter is om onrecht te ondergaan dan om het te doen. In wat andere bewoordingen kan men zeggen dat het leven en het bestaan pas synoniemen kunnen zijn in een wereld waarin recht en onrecht of goed en kwaad volstrekt irrelevant zijn. En dat zijn ze volstrekt niet.

Omdat wij het concept tijd niet anders kunnen bevatten dan middels ons vermogen om herinneringen en verwachtingen te koesteren en omdat deze zich uitstrekken over de grenzen van het eigen leven heen, bestaan wij in feite ook buiten onze persoonlijke begrenzingen in de tijd. In feite kunnen wij ook na onze eigen dood bestaan in die zin dat wij in staat zijn om tijdens ons leven te denken aan het leven van alle anderen die ons overleven in een tijdspanne die niet meer die van ons persoonlijk is. En in feite is het vermogen om zich te verplaatsen over de grenzen van de eigen dood heen vergelijkbaar met het empatische vermogen of het vermogen om zelf het lijden van anderen te voelen. Welnu, zoals het onvermogen tot empathie een ziekte is – een psychopathie – zo ook is het onvermogen om zich over de grenzen van de eigen dood heen te verplaatsen – of het geloof in de dood – veeleer een gebrek of zelfs een ziekte dan louter een vergissing.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 15 september 2018)


10-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 6: vrede

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 6: vrede

Het allerdodelijkste wapen ooit is de atoombom, hij werd gefabriceerd in Los Alamos in de VS en getest in de woestijn van New Mexico op 16 juli 1945 om nog geen maand later, op 6 augustus van datzelfde jaar, gedropt te worden op Hiroshima met in één klap 78.000 doden en tegen het eind van dat jaar waren dat er door stralingsziekte 140.000. Drie dagen later werd de frats herhaald op Nagasaki met een onmiddellijk dodental van 27.000, dat tegen het eind van dat jaar opliep tot 70.000. Uiteindelijk zouden een kwart miljoen mensen sterven. Deze bommen hadden een kracht van respectievelijk 15 en 20 kiloton TNT maar de 'tsarenbom', amper zestien jaar later getest op 30 oktober 1961, had al een kracht van 50 miljard kilo TNT. Hij ontplofte op 3000 meter hoogte boven Nova Zembla en deed de ruiten tot in Finland springen; zijn schokgolf ging drie keer rond de aarde; de hitte zou tot 100 km ver derdegraads brandwonden hebben veroorzaakt; de paddenstoelwolk steeg 64 km hoog. (*)

Vrijwel spontaan is onder de atoommogendheden de afspraak tot stand gekomen dat atoomwapens nooit gebruikt zullen worden – men belooft ze immers nooit als eerste te zullen gebruiken. Toch worden ze niet vernietigd en dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren, het is immers 'dankzij' het bestaan van hun dreiging dat er – althans relatieve – vrede heerst. Maar dat is nu precies de essentie van de vloek die op het mensdom rust.

De wereldvrede is een feit om die ene verschrikkelijke reden dat er geen alternatief meer voor bestaat, het is namelijk de vrede of de dood voor alles en voor iedereen tot in de eeuwigheid, het huidige kernbommenarsenaal (van naar schatting een paar tienduizend kernkoppen) kan immers alle leven op aarde een groot aantal keer vernietigen. De wereldvrede is met andere woorden geen toestand die wij willen, het is daarentegen wel zo dat wij het tegendeel – de algehele dood – niet willen – omdat wij die uiteraard ook niet kunnen willen. Wij leven derhalve niet in een toestand die wij willen en zo zijn wij ook niet langer vrij. Met de vrede behoort ook de menselijke vrijheid voorgoed tot het verleden.

Het liefst zouden wij van de kernkoppen af zijn om dan zoals in de goede oude tijd met de zogenaamde conventionele wapens onze oorlogen lustig voort te kunnen zetten, met aan een grote omgebouwde biljarttafel in een veilige schuilkelder diep onder de grond admiraals in uniform die de aanvalslinies uittekenen en die de bevelen geven, uit te voeren door dappere ondergeschikten die als zij niet gehoorzamen, de dood met de kogel krijgen en als zij dat wel doen, een gezamenlijk monument. Maar die tijd is nu voorgoed voorbij – andermaal, omdat er geen alternatief is voor de vrede.

De vrede is in wezen een kernbommenvrede. De wil om te vechten is er nog maar men kan het niet langer en tegen zijn zin laat men het vechten achterwege. De dreiging echter blijft bestaan en zij kan ook nooit meer weggewerkt worden. Wij leven onder het juk van toestanden die ons bedreigen terwijl zij niet eens kunnen bestaan. Hun algemene en door iedereen voelbare dreiging berust op een even universele angst die pas weggewerkt kon worden op straffe van de terugkeer van het reële gevaar zelf want het is ofwel de angst voor de eeuwige dood ofwel de eeuwige dood zelf terwijl de derde mogelijkheid – die van de tijdelijke hel of het vagevuur – er niet meer is omdat de tijd erop zit, de tijden zijn letterlijk ten einde.

De vrede die wij kennen is in wezen vals, het is een negatieve, een diabolische vrede, een vrede die volgt uit een onomkeerbare conditionering – ooit zo gevreesd in de dreiging van het wereldcommunisme – welke nu vanuit een heel andere hoek het mensdom aan zich onderwerpt. De waarachtige vrede die volgt uit de vrije keuze van de mens is nu voorgoed een spookbeeld.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 10 september 2018)

Verwijzingen:

(*) https://wn.com/discovery_channel_ultimates_explosions_tsar_bomb_segment



08-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 5: bezit

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 5: bezit


Mensen hebben vaker iets van hamsters, soms kent onze drang om te bezitten geen grenzen, het is bezitterigheid, hebzucht, verzamelwoede, oppotten. De hebzucht kan een tijdelijke bui zijn maar zij kan ook iemands hele leven beheersen. De leugen ligt niet in het feit dat bezit ongelukkig zou maken, de leugen ligt hierin dat het onmogelijk is om iets of iemand te bezitten omdat al wie zich in het bezit van iets of iemand wanen, zelf door hun vermeend bezit bezeten worden.

Waar het bezit een persoon betreft, is het probleem apert: wie iemand menen of trachten te bezitten, zijn door de persoon in kwestie geobsedeerd en hun bezitsdrang loopt vaak heel slecht af omdat bezetenheid tenslotte een ernstige aandoening is. Maar ook wie zich in het bezit wanen van materiële of spirituele zaken, vergissen zich omdat eigendommen niets anders zijn dan dingen waarmee men zich op een bijzondere manier identificeert: men schenkt er zijn volledige aandacht aan en men palmt ze in, welhaast zoals men voedsel tot zich neemt, en dus met zin of smaak. Men maakt ze tot een deel van het eigen lichaam en zo verliest men zich erin: men moet zijn bezit onderhouden en beschermen, het voelt aan als een amputatie of zelfs als doodgaan als men iets kwijtraakt of als men bestolen wordt en het verlies van dingen voelt vaak ook aan zoals het verlies van mensen, wat in feite een jammerlijke perversie is: de liefde van hebzuchtigen voor materiële of spirituele bezittingen is vaak groter dan hun liefde voor mensen – zij ruïneert niet zelden het eigen ik.

Onze bezittingen hebben pas zin als verlengstukken van ons lichaam: het zijn dan onze werktuigen, het zijn de instrumenten voor ons handelen. Bezittingen waarmee wij geen andere relatie hebben dan de relatie uitgedrukt door het werkwoord 'hebben', bezitten ons meer dan dat wij ze bezitten maar omdat deze bezittingen geen personen zijn doch dode dingen, veranderen wijzelf van zodra we ze in ons bezit wanen, in minder nog dan dode dingen. Wie bezeten worden door hun bezit, bestaan niet langer als mens omdat zij de slaaf geworden zijn van levenloze zaken – zij zijn zoals wie de slaaf werden van genot, van pijn of van herinneringen die geen ogenblik van rust meer gunnen: het zijn zaken waarvan men zich niet meer kan distantiëren, men kan het bezit ervan nooit meer ongedaan maken, ook al zou men dat nog zo sterk willen. In de Kindertotenlieder van Friedrich Rückert (1788-1866) klinkt de obsessie door het verloren kind als volgt:


Du bist ein Schatten am Tage

Und in der Nacht ein Licht,

Du lebst in meiner Klage

Und stirbst im Herzen nicht.


De zich altijd opdringende herinnering is zoals een bezit, een schat en derhalve een blok aan het been waarvan men zich niet kan bevrijden, niet bij dag en niet bij nacht – dan pijnigt zij ons als een licht dat ons van de slaap berooft en uitput; zij is tenslotte ook nog een spiritueel bezit dat men niet kwijt raakt, ook al zou men dat nog zo graag willen: zij is een klacht en ze wijkt niet uit onze herinnering.

Het bezit omwille van het bezit kan niets anders dan een obsessie zijn omdat het een doel op zich geworden is. Het jammerlijke is dat mensen geloven dat ze met de vermeerdering van hun bezit, tevens zichzelf vermeerderen, terwijl exact het tegendeel het geval is: de uitbreiding van bezit moet immers betaald worden met kostbare levenstijd en zo zetten de hebzuchtigen met grote ijver en na-ijver al hun levensdagen om in bijvoorbeeld centen; hoe groter het getal op de bankrekening wordt, des te dichter komt men bij zijn dood en zo is het feitelijke object van de bezitsdrang dan ook niets anders dan het eigen levenseinde. Zo zijn de hebzucht en de doodsdrang in wezen een en hetzelfde onmogelijke én onontkoombare 'verlangen'.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 september 2018)




















           














06-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 4: normaliteit













Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 4: normaliteit

Het woord 'abnormaal' wordt meestal gebruikt om er een morele kwalificatie mee uit te drukken en wel in de negatieve zin – het woord fungeert met andere woorden vaak als een scheldwoord – terwijl zijn eigenlijke betekenis niets anders uitdrukt dan een afwijking van de norm. Nu hebben normen in feite dezelfde artificialiteit als bijvoorbeeld meetkundige vormen en lichamen, wat wil zeggen dat er in de werkelijkheid quasi niets of niemand aan beantwoordt. Normen drukken dikwijls een gemiddelde uit en zo wordt het gemiddelde lichaamsgewicht van bijvoorbeeld Vlaamse mannen ook het normale lichaamsgewicht genoemd terwijl mogelijkerwijze niemand exact dat lichaamsgewicht heeft. De term 'normaal' kan dan ook vaak verwijzen naar een meerderheid en zo is een normaal huis, een gebouw dat er uitziet zoals de meeste huizen; 'abnormaal' verwijst dan naar een minderheid en een huis kan dan abnormaal groot, klein, hoog of smal zijn.

Een minderheid onder ons is abnormaal sterk terwijl niemand eraan denkt om fysieke kracht moreel te verfoeien en hetzelfde geldt voor koeien die abnormaal veel melk geven, voor planten die abnormaal veel vruchten afwerpen, voor mensen die abnormaal hard werken of abnormaal creatief, intelligent, altruïstisch, leuk, mooi, muzikaal of welbespraakt zijn. En omdat zonder uitzondering elke mens wel de beste is in zijn vak (al gebeurt het vaker dat men zijn ding niet kent, niet doet of niet kan doen) hebben wij allemaal onze eigen abnormaliteiten zonder welke de specialisatie waaraan de maatschappij haar goede functioneren dankt, fictie ware.

De angst om af te wijken van de norm, wordt beschouwd als heel normaal – en vaak terecht omdat minderheden kwetsbaar zijn voor de tirannie van meerderheden – terwijl het verlangen naar uniciteit met enige argwaan wordt bekeken ofschoon unieke mensen en zaken dan ook vaker dan de doorsnee succes boeken – succes is door de band uiteraard niet de norm.

Ons dagelijks brood wordt gebakken met granen die in oorsprong een afwijking zijn van wilde grassoorten. De wilde grassen zijn normaal maar zij dienen ons tot niets; de voedzame granen zijn een abnormaliteit, een toevallige 'vergissing' van de natuurlijke evolutie – zoals overigens de mens zelf. De blauwe planeet is een volstrekt abnormaal verschijnsel in ons zonnestelsel en bepaalde wetenschappers wijzen erop dat indien er in het ganse heelal nog leven was, er dan oneindig veel levensvormen zouden zijn en dus ook intelligentere maar omdat deze nog steeds geen contact met ons opnamen, bestaan zij ook niet: onze planeet is extreem abnormaal.

Doe normaal”, zo zeggen ze. Of: “Wat is er dan mis mee als wij strijden voor een normaal gezinsleven?” Het is moeilijk te geloven maar hun ledenaantal loopt in de honderden en wellicht in de duizenden, in Vlaanderen alleen. En ze beschikken reeds over een gans wapenarsenaal. (*)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 6 september 2018)

(*) Zie bijvoorbeeld: https://www.hln.be/nieuws/binnenland/spraakmakende-reportage-toont-dubbele-gelaat-van-schild-vrienden-rechtse-jongerenbeweging-heeft-geheime-racistische-agenda~a4f04939/



           

                                  
           


                       















04-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 3: vrijheid












Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren

Aflevering 3: vrijheid


Door de band koesteren mensen helemaal geen verlangen om eeuwig in leven te blijven: het gaat hier om een behoefte die ons werd aangepraat door lieden die garen spinnen bij de beloofde bevrediging ervan. Om dezelfde reden wil men ons laten geloven dat vooruitgang de natuur zelf van het bestaan is en zo neigen wij ertoe om ons in te spannen voor een vermeende, grootse toekomst terwijl bijvoorbeeld reeds onze eigen appeltjes voor de dorst, van zodra we ze opzij hebben gelegd, prompt verorberd worden door gulzige bankiers. Een ander sprookje vertelt ons dat wij allen verlangen naar vrijheid en autonomie, terwijl uit vrijwel alles wat wij doen, blijkt dat we ons mettertijd slechts afhankelijker maken van derden en van externe werkingen.

De vergissing in kwestie ligt hierin dat wij geloven over meer vrijheid te beschikken in de mate dat wij in staat zijn om ook meer behoeften te bevredigen, terwijl onze onafhankelijkheid of onze autonomie in de eerste plaats eigenlijk niets te maken heeft met behoeftebevrediging maar alles met de behoeften zelf. Het getuigt met andere woorden niet van meer vrijheid als wij in staat zijn om als het ons zint, goede wijn te kopen: vrij zijn wij daarentegen als die behoefte aan goede wijn er gewoon niet is. Goede wijn, een dure wagen, een groot huis, een hoge levensstandaard: het is allemaal bereikbaar met handenvol geld maar het is uitgerekend de behoefte aan dat geld die onze autonomie in de weg staat omdat ook voor geld een prijs moet betaald worden en wel de prijs van de vrijheid want time is money; geld verwerft men pas in ruil voor kostbare levenstijd. Het is aldus een fata morgana om vrijheid te zien in de bevrediging van behoeften omdat het bevredigingsmiddel zelf met onze vrijheid moet worden betaald.

Maar om nog een andere reden blijkt dat wij allerminst een maximale autonomie nastreven: de veronderstelde wil tot onafhankelijkheid is namelijk strijdig met onze aangetoonde, diepgewortelde behoefte aan autoriteit waarvan blijkt dat zij zo sterk is dat zij ons kan doen moorden – getuige de geschiedenis van bijvoorbeeld het Derde Rijk maar ook het wetenschappelijke onderzoek zoals Stanley Millgrams gehoorzaamheidsexperiment. Wanneer wij beweren dat wij onafhankelijkheid en vrijheid nastreven terwijl wij in feite kuddedieren blijken te zijn, dan verstaan wij onder vrijheid noodzakelijkerwijze iets heel anders dan vrijheid. Wellicht bedoelen wij slechts de vrijheid om te kiezen aan welke autoriteit wij ons zullen onderwerpen – aan de onderwerping als zodanig willen wij kennelijk helemaal niet ontkomen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 4 september 2018)

                                  


                       















31-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren - Aflevering 2. Vooruitgang











           

Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren


Aflevering 2: vooruitgang


Het is helemaal niet zo dat wij allemaal eeuwig willen blijven leven – de levenslust neemt af bij het ouder worden – maar kennelijk spint een zekere elite garen bij dat credo dat ons massaal wordt opgedrongen met alle knepen van de reclame en hetzelfde geldt nu ook voor het vooruitgangsgeloof: onze maatschappij trekt alle registers van de retorica open om het als vanzelfsprekend voor te stellen dat er vooruitgang is, ook al spreken de feiten dit belachelijke verzinsel haast dagelijks tegen.


Uiteraard is het zo dat wat geweten is, niet ongedaan kan gemaakt worden en dat maakt het welhaast onmogelijk voor dieren die beschikken over uitgebreide vormen van geheugen en leervermogen om verworven kennis en kunde te negeren: eens wij een bepaalde kennis of zekere technieken onder de knie hebben, kunnen wij die gewoon niet meer vergeten of ze naast ons neerleggen; eenmaal wij hebben leren fietsen, autorijden of gewoon spreken, kunnen wij dat voorgoed, tenzij het lot ons slaat met een ongeval of een nare ziekte. Maar de opeenstapeling van kennis en kunde mag dan al even vanzelfsprekend zijn als de wet van de traagheid: met vooruitgang in de echte zin van het woord heeft die even weinig te maken als de traagheid van een voortbewegend lichaam te maken heeft met activiteit.


Bekijken we vooreerst de biologische 'evolutie' – wat wil zeggen: 'ontwikkeling' – dan moet opgemerkt worden dat die kan geïnterpreteerd worden als louter verandering en meer bepaald als diversificatie of dus als verandering in allerlei richtingen – gewenste én ongewenste. De vooruitgang over welke wij het hier hebben, wordt meestal in verband gebracht met beschaving maar ook beschaving betreft verandering in allerlei richtingen – richtingen die kunnen gezien worden als vooruitgang maar evenzeer als achteruitgang. En een vaak over het hoofd geziene doch beslissende factor inzake beschaving en zogenaamde vooruitgang is zonder enige twijfel de vandaag gevaarlijk sterk onderschatte invloed van het christendom – wat om diezelfde reden uiteraard een woordje uitleg vergt.


Wanneer we inzake vooruitgang de opeenstapeling van technische vaardigheden reeds om de genoemde reden buiten beschouwing kunnen laten, blijft inderdaad alleen nog de morele kwestie over: de kwestie van goed en kwaad. Maar de invulling van deze ogenschijnlijk makkelijke begrippen is allerminst een sinecure want maakt het geen hemelsbreed verschil of onder 'het goede' dient verstaan te worden 'het optimale profijt voor zichzelf' ofwel 'de best mogelijke zorg jegens de medemens'? Immers, zal een arts die handelt volgens de eerstgenoemde morele stelregel, er dan niet voor zorgen dat hij zoveel mogelijk patiënten maakt – klanten die levenslang voorschriften voor bijvoorbeeld slaappillen nodig hebben – terwijl zijn collega die de laatstgenoemde regel volgt, precies het tegendeel beoogt omdat hij het goede – in dit geval de gezondheid – van zijn medemensen wil en hen derhalve voorhoudt en ook voordoet hoe zij gezond kunnen blijven met een dagelijks uurtje loopsport? Meer zelfs: indien de moraal van het egoïsme in een samenleving de bovenhand krijgt, zal alras ook de wetenschap zelf – de kwestie van waar en onwaar – gecorrumpeerd worden omdat er vanzelfsprekend leugens nodig zijn om mensen ziek te houden onder het mom hen te willen genezen.

En die kant gaat het vandaag al op en wel met rasse schreden: in onze economie staat de pijnstillersindustrie eenzaam aan de top, gevolgd door de handel in legale en illegale drugs, drank en andere gevaarlijke, overbodige, vervuilende en oneerlijke producten. En over de economie zegt men dat zij vooruitgang boekt als zij bloeit, ongeacht of dat een gevolg is van de handel in loopschoenen ofwel van de handel in tabak en wijn. Hoe het dan afloopt met een beschaving die vooruitgang ziet in een bloeiende economie zonder meer, kan men raden als men weet dat de meest winstgevende producten de wapens zijn. En de duurste wapens zijn die met de grootste vernietigingskracht. Zo staat vandaag niet alleen de beschaving maar het voortbestaan van de ganse planeet op de helling. Vooruitgang?


(Wordt vervolgd)


(J.B., 31.08.2018)







           

                                                        


           















27-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren. Aflevering 1: het eeuwigheidsverlangen.













Over vreselijke leugens die ons bestaan domineren


Aflevering 1: het eeuwigheidsverlangen


De zaak hier is dat wij een aantal dingen voor waar aannemen terwijl wij tegelijk heel goed weten dat ze absoluut niet waar zijn en dat ze dat ook niet kunnen zijn. Dat klinkt zeker en vast vreemd maar het is niet anders, oordeel zelf maar.


Om te beginnen is er het zogenaamde eeuwigheidsverlangen en voor alle duidelijkheid: niet het duizenden jaren oude sprookje van het eeuwig leven wordt hier geviseerd – hier wordt in het midden gelaten of er misschien wel een leven na de dood zou kunnen zijn – de leugen die hier terechtstaat is een ander sprookje dat blijkbaar al duizenden jaren voor waar wordt aangenomen, namelijk het sprookje dat wij, mensen, het zouden begeren om eeuwig voort te bestaan.


Vrijwel elke ouderling zal het bevestigen met klem: dat het zogenaamde eeuwigheidsverlangen volstrekt uit de lucht gegrepen is. "Ik ben oud", zo zegt de negentigjarige: "ik heb genoten van het leven, al was het niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik zou verduiveld niet opnieuw jong willen worden en nog eens herbeginnen – neen, het is goed geweest maar het is ook genoeg geweest; ik ben welhaast blij dat het er bijna op zit en alles wat ik nog verlang, is rust." Het doet een beetje denken aan de wet van de entropie in de fysica: wij zijn onderhevig aan slijtage, we worden stram, doof, ongevoelig en hardleers – kortom oud en dat betekent dat wij de levensjaren die wij genieten, ook op de een of andere manier betalen en vanaf een zeker ogenblik wordt de prijs te hoog, zien wij de bodem van onze beurs en hangen wij onze levenslust prompt aan de wilgen. Iedereen wenst oud te worden maar niemand wil het zijn: pas als wij die wens vervuld zien, worden wij ons van de paradox bewust en zo worden wij weer een illusie armer.


Is het u overigens nog niet opgevallen dat, als puntje bij paaltje komt en in alle ernst gesproken, geen mens op zijn sterfbed met een ander zou willen ruilen? Niet met een jong iemand, niet met een rijkaard, niet met een vedette: met niemand! Iedereen wil zichzelf blijven, ook de oude lelijkaard, de gehate vrek en de verdoemde moordenaar. Dat sommigen – en wie zijn zij dan? – er blijkbaar in slagen om het eeuwig leven voor te stellen als het summum van alle menselijke verzuchtingen, mag wel een staaltje van zinsbegoocheling heten!


Neen, het eeuwig leven wordt door niemand begeerd, al zijn er wellicht jeugdigen die zich geen idee kunnen vormen van de oude dag en van de verzadiging die optreedt na verloop van tijd. Zij geloven dan dat men oud kan worden zonder een vracht van jaren mee te moeten slepen – een gewicht dat men niet moet onderschatten. En dan zijn er uiteraard ook nog de kopieerfouten – niet alleen de afwijkingen van het DNA van onze lichaamscellen maar evengoed de deviaties van de geest en de vaak groteske veranderingen van wat men het karakter noemt. Dat wij allen het eeuwig leven begeren, is een ons opgedrongen leugen tegen welke wij geen weerstand bieden om geheel onbegrijpelijke redenen maar wellicht is het gewoon de gemakzucht die ons verzet daartegen in de weg staat. De onverschilligheid van de getuigen, zo schreef Primo Levi, is erger nog dan de gruweldaden van de beulen van de Shoa.


Waar de leugen vandaan komt en met welke bedoeling zij in het leven werd geroepen, is nog een heel ander paar mouwen maar de meest plausibele verklaring lijkt wel verwant met die welke de reclame stuurt. Het is immers de reclame die ons behoeften probeert aan te praten die wij van nature helemaal niet hadden en door die voortdurend te herhalen, bezweren zij ons en gaan we ze ook geloven. De reclame bezweert ons dat wij een auto nodig hebben en zij stelt het bezit ervan voor als vanzelfsprekend. De reclame overreedt ons allerminst maar zij maakt ons misselijk en om aan die misselijkheid te ontkomen, doen wij op den duur wat van ons gevraagd wordt: wij kopen een auto alsof wij er inderdaad een nodig hadden. Als men het ons maar dikwijls genoeg voorzegt, gaan wij ook aannemen dat wij de wens koesteren om eeuwig te leven.


En meteen zingen wij dan ook de tweede strofe, dat wij daar iets moeten voor doen: wij belijden en bezegelen aldus een koop en we betalen de prijs – miljarden mensen doen dat en dat brengt ongetwijfeld ergens geld in 't laatje. De waarheid echter is heel anders: geen kat wil eeuwig blijven voortbestaan, elkeen wil als zijn tijd gekomen is gewoon met rust gelaten worden.


(Wordt vervolgd)


(J.B., 27.08.2018)




           

                                                        
















13-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Staat zonder kop








            





Staat zonder kop


Iedereen weet intussen dat werklozen door een goed deel van de werkenden worden gehaat omdat zij zogezegd op de kap van laatst genoemden leven en bovendien is het een publiek geheim dat in het huidige zogenaamde activeringsbeleid, de regering zelf volgens het verdeel en heerspincipe deze haat aanwakkert waar zij aan de werklozen voorliegt dat zij teren op het zweet van de werkenden. Dit terwijl de verantwoordelijkheid van werknemers zich beperkt tot de kennis en de kunde van de eigen job: waar werknemers de schuld krijgen voor de economische crisis en de werkvoorziening, worden zij verantwoordelijk geacht voor regeringstaken. Aan het roer zit met andere woorden niet langer de goede huisvader maar de dief.


Werkenden en werklozen zijn uiteraard geen vaste groepen – de werkende van vandaag kan morgen werkloos zijn en omgekeerd – en uitgerekend de poging om binnen het maatschappelijke bestel die noodlottigheid een beetje te beheersen, heeft het solidariteitsprincipe in het leven geroepen: solidair is men met hen die aan kanker lijden, met hen van wie na een blikseminslag de woonst is afgebrand, met hen die na een verkeersongeval in een rolstoel verder moeten en met hen die behoren tot het percentage slachtoffers die een economische crisis ook op de arbeidsmarkt maakt. Nota bene: in tijden van hoogconjunctuur zijn er helemaal geen werklozen.


Het verhaal van de werkonwilligen is een fabeltje en wel hierom dat niets zo'n sterke druk uitoefent op het gedrag van bijna alle mensen dan sociale druk – de angst om er niet (langer) bij te horen. Om er bij te kunnen blijven horen, gaat men zich uit de naad werken – niet zelden tot der dood – en als dat niet lukt, gaat men vaak liegen en bedriegen, jobs inpikken die eigenlijk aan anderen toekomen en zelfs moorden, zoals bij uitstek de abortuspraktijk bewijst: liever in het geheim het eigen kind vermoorden dan zich openbaar te moeten schamen voor een slippertje. Een welbepaalde schaamtecultuur heeft de plaats ingenomen van de schuldcultuur – het geweten heeft plaatsgemaakt voor de opinie van een welbepaald publiek.


Het erge van de hele zaak is wel dat dit publiek sowieso geen geweten blijkt te hebben: in de algemene en onterechte veroordeling van de werklozen toont zich een maatschappij die de arbeid allerminst beschouwt als een recht – het recht op zelfontplooiing – doch als een leed dat op enigerlei wijze – meestal financieel – gecompenseerd dient te worden. Het werk dat moet gedaan worden, wordt inderdaad gezien als een te verdelen leed dat aan wie het ondergaan, recht geeft op een vergoeding – in principe te betalen door diegenen die dit leed niet ondergaan. De verwisselbaarheid van werkenden en werklozen of het feit dat het noodlot van het ogenblik zelf bepaalt tot welke groep men behoort, verplicht ons het solidariteitsbeginsel te huldigen. Waar men dit in de wind slaat, is men de trappers kwijt en hebben primitieve driften de redelijkheid en de wetten die een samenleving grondvesten, reeds opgedoekt – niet door parlementaire beraadslaging maar onder druk van een meute asociale dwingelanden.


De haatdragenden die de hoger genoemde noodlottigheid miskennen en die derhalve de maatschappij op simplistische wijze opdelen in werkers en profiteurs, blijken over het hoofd te zien dat de niet-werkenden de werkenden niet eens kunnen betalen als zij zelf geen inkomen hebben. Binnen hun logica wordt aan niet-werkenden derhalve niet alleen geen job maar tevens geen bestaan gegund en zo huldigen zij de volstrekte immoraliteit of het recht van de sterkste – de eigenlijke grondslag van een kapitalistische economie. De exponenten van die immoraliteit tonen zich niet alleen in de veroordeling en derhalve de vernietiging van zogenaamd onnuttige elementen: de kortzichtigheidspolitiek maakt dat ook de vooralsnog onnuttigen en hulpbehoevenden worden geliquideerd, zoals in eerste instantie de kinderen. Het korte termijndenken en het onmiddellijke winstbejag maken immers dat er niet langer geïnvesteerd wordt in opleiding en scholing van jongeren en zelfs peuters en kleuters moeten het ontgelden waar zij in crèches gedropt worden omdat wat men beschouwt als een zekere levensstandaard, de voorrang krijgt op elementair (kinder)welzijn.


Vandaag danken onze beleidsmakers hun macht aan de meerderheid binnen de democratie maar tot spijt van wie het benijdt, is, zoals Spinoza al schreef, het uitnemende nog altijd even moeilijk als zeldzaam.


(J.B., 13 augustus 2018)





           






06-07-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het (recht op) leven als koopwaar












               

Het (recht op) leven als koopwaar


"In een reactie bevestigt [minister] De Block dat het inderdaad de gezondheid van de moeder is die doorweegt. "In onze ziekteverzekering is het sinds jaar en dag het geval dat de medische prestaties tijdens het bevallingsverblijf volledig op de moeder gefactureerd worden, en niet op de baby."" (1)


Nauwelijks te geloven, maar het staat er: binnen het menselijk drama waarin moet gekozen worden tussen het leven van de moeder en dat van haar kind, wordt het belang van de moeder tegenover dat van haar baby geplaatst. Begrijpelijkerwijze in de context van onze huidige maatschappij krijgt althans principieel het belang van de moeder voorrang op dat van de baby maar hier dan wel met het onverbloemde argument dat het de moeder is en niet de baby die betaalt voor de bevalling!


Om te beginnen is een bevalling niet iets wat men koopt: het is een natuurlijk gebeuren en meer bepaald is dat het natuurlijke gebeuren waaraan elk van ons zijn leven dankt. Betalen doet men enkel voor de assistentie van derden indien deze geld vragen voor hun hulp. Tussen haakjes: omdat volgens de wet elke burger elke andere burger in nood moet helpen, zou ook assistentie bij een bevalling principieel gratis moeten zijn en is betaalde assistentie bij een bevalling in feite principieel uit den boze. Maar de kwestie is hier dat een baby zijn leven helemaal niet dankt aan deze betaalde assistentie terwijl het omgekeerd wel zo is dat het weigeren van assistentie bij een bevalling – bijvoorbeeld omdat de moeder niet kan betalen – aan een baby het leven kan kosten.


Waar in godsnaam ziet de minister dan een verband tussen enerzijds het recht op leven van een persoon ten koste van een ander en anderzijds het gegeven dat de ene betaalt voor een zekere hulp waarvoor de ander onmogelijk kan betalen? Gesteld dat de hulp gratis was – wat ze volgens de wet principieel ook hoort te zijn – dan sloeg het argument van de minister sowieso nergens op maar levensnoodzakelijke hulp die niet kan betaald worden mag krachtens de wet ook niet geweigerd worden en derhalve kunnen wie ze wél kunnen betalen zich uiteraard onmogelijk beroepen op voorrechten.


In feite niks nieuws onder de zon want er zijn precedenten in die zin, bijvoorbeeld waar ongeveer een decennium geleden het Europees gerechtshof oordeelde dat een moeder haar kind mocht aborteren omdat ongeborenen nog geen en dus geen burgers zijn en derhalve ook geen (burger)rechten kunnen doen gelden. Over mensenrechten geen woord in de beide gevallen: de verzwegen perverse premisse luidt dat men pas mens kan zijn als men eerst burger is – waarachter een nog meer perverse premisse schuilgaat, met name die van het schepsel dat zich schepper waant.


Precedenten vindt men trouwens nog veel vroeger in de tijd, meer bepaald in het Derde Rijk, waar de zwakkeren in de samenleving niet alleen geen voorrang genoten maar bovendien geheel legitiem geliquideerd werden en wel onder het voorwendsel dat een samenleving zonder zwakkeren, een sterkere en derhalve een betere samenleving is.


Elke mens met elementair moreel besef kan inzien dat het gezonder maken van een maatschappij niet hoort te gebeuren door het bestrijden van de zieken maar wel door het bestrijden van de ziekten. Om ziekten te bestrijden, zijn hooggeschoolde artsen nodig, om zieken om te brengen, volstaan beulen. Waar de laatstgenoemde methode gehanteerd wordt, is allang geen sprake meer van beschaving en kan alleen nog worden gewacht op het zich voltrekken van het einde – in de regel middels (de reeds aan gang zijnde) oorlog – het zich effectief manifesteren van het recht van de sterkste.


Achter het ontbreken van het inzicht dat mensen onmogelijk verwisselbaar zijn met appels, daar waar men het heeft over "het verwijderen van de rotte appels uit de mand", schuilt een volstrekt gebrek aan empathie – en derhalve aan de solidariteit welke de bestaansreden en aldus ook het sine qua non van elke samenleving is. De afwezigheid van empathie heet psychopathie: het is de onverschilligheid over welke Primo Levi schrijft dat zij erger nog is dan de genocide waarvan hij onder Hitler een directe getuige was.


Dat de zogenaamde liberalen het gevierde principe van het recht van de sterkste zo ver doortrekken dat zij de zwakkeren niet langer ontzien waar dit het eigen volk betreft, is allang geen nieuws meer; zij aarzelen immers niet om hun duit in het zakje te doen van een extreem rechts beleid dat maatregelen neemt waarmee het meedogenloos de zwakkeren uit de samenleving weert door hen van hun bestaansmiddelen te beroven. Maar dat hun onverschilligheid zich uitbreidt naar het eigen kroost, klinkt niet alleen fascistisch maar bovendien ziek zonder meer. Alleen al omdat op dit punt gekomen, zelfs de solidariteit met zichzelf ontbreekt. Of lopen er dan burgers rond die hun geboorte niet hebben hoeven mee te maken? Mensen zonder kindertijd of lui die niet geven om hun eigen oude dag?


(J.B., 6 juli 2018)















17-06-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beste paus Franciscus











           

Beste paus Franciscus,


Gij die ons onlangs geheel overeenkomstig het modieuze overbevolkingsgeloof hebt aangemaand om niet te gaan kweken zoals de konijnen doen, komt nu te zeggen dat homoseksuele stellen geen gezin vormen omdat, althans zoals gij nog steeds beweert, een gezin naar het evenbeeld van God alleen bestaat uit man en vrouw. (1) En laten we eens aannemen dat dit waar is.


Wat, beste vertegenwoordiger van God op aarde, is dan een mens naar het evenbeeld van God? Voorwaar is God volmaakt en maakt hij ook geen fouten en dit zeer in tegenstelling tot wat Lucifer, zijn stadhouder, geloofde: God maakt geen foute gezinnen maar nog veel minder maakt hij foute mensen – gezinnen immers zijn samengesteld uit mensen.


In de middeleeuwen geloofde men eerst dat de zon rond de aarde draaide – Gods Zoon zou immers geboren zijn in het centrum van het heelal en niet ergens in de marge. Toen die stelling niet langer houdbaar bleek, geloofde men dat in Gods volmaakte schepping de planeten zich in perfecte cirkelbanen rond de zon bewogen. Toen ook dat niet langer houdbaar bleek, hebben de middeleeuwers evenwel niet besloten om de aarde, Mars, Juppiter en alle andere rond de zon draaiende hemellichamen geen planeten meer te noemen: de middeleeuwers waren verstandig genoeg om te kunnen aanvaarden dat hun eigen idee over volmaaktheid alles behalve volmaakt bleek. Niet de baan der planeten was fout maar wel de baan van het menselijk denken!


Moeten wij nu geen voorbeeld nemen aan de wijze middeleeuwers en met hen besluiten dat niet alleen inzake de planeten maar ook inzake de mensen kan gezegd worden dat niet de mensen fout zijn – wij zijn immers schepselen naar het evenbeeld van God – maar wel ons eigenste idee over hoe wij horen te zijn? Of ware het dan beter indien wij onszelf hadden kunnen maken?


En als wij aldus ten onrechte dachten dat planeten anders horen te draaien dan zij feitelijk doen, als wij ten onrechte dachten dat mensen anders horen te zijn dan ze feitelijk zijn: moeten wij dan ook niet geloven dat het geheel onterecht is waar wij denken dat gezinnen anders horen te zijn dan zij feitelijk zijn?


Want homoseksuele stellen zijn een feit, hoe men het ook draait of keert: niet alle stellen zijn heteroseksueel. En de mensen die niet helemaal 'man' of 'vrouw' zijn, vormen een meerderheid in Gods natuur. Als sommigen onder ons een idee koesteren over hoe alles hoort te zijn, terwijl dit idee de feiten tegenspreekt – ongeacht of het nu gaat over planetaire constellaties of over menselijke stellen – dan lijkt het mij op grond van het hoger aangehaalde redelijker om aan te nemen dat het idee fout is en niet de feiten. Al is – volledigheidshalve – ook dit slechts een idee.


(J.B., 17 juni 2018)


Verwijzingen:


(1) http://www.standaard.be/cnt/dmf20180616_03565937

                                                                        














12-06-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ze is terug







            

Ze is terug


Ter gelegenheid van het jongste prinselijke huwelijk in Engeland dat de wereld rond op de buis gevolgd werd, zijn er wellicht televisiekijkers die zich bij het aanschouwen van het sprookjesachtige Windsor Castle misschien afvragen waar al die uitgestalde rijkdommen waarvan de trotse bezitters op algemeen applaus worden onthaald, eigenlijk vandaan komen. Velen blijken immers niet meer te weten dat geen honderd jaar geleden The British Empire het grootste rijk was aller tijden met omstreeks het begin van de twintigste eeuw zo'n half miljard inwoners die ook goed van pas kwamen in de wereldoorlogen: de aandachtige bezoeker van de eindeloze kerkhoven in de westhoek zal opmerken dat zij bezaaid liggen met zwarten, Indiërs, kortom met mensen met alle kleuren van de regenboog – kinderen van de talrijke kolonies. (1) En het Britse rijk is geen uitzondering, zowat alle Europese landen hebben kolonies gehad waaraan ze zich te goed deden. En wel zonder veel scrupules, zoals ook de Belgische koloniale geschiedenis leert.

Maar louter geschiedenis is het niet: in die trappenhal van dat woonblok daar staat iemand te dweilen, langzaam maar gestaag en op het ritme van een wijsje dat wij kennen van onze zomerse bluesfestivals; hij heeft een doek om het hoofd geknoopt, is zowat zestig jaar oud, heeft een verdrietige blik, gaat vriendelijk opzij voor een passerende bewoner en lijkt zo weggelopen uit De negerhut van oom Tom. (2)

Schuldslavernij is erger nog dan slavernij: aan vluchtelingen uit Afrika die zich krachtens de Conventie van Genève (3) kunnen beroepen op het onvoorwaardelijke recht op asiel, wordt te verstaan gegeven dat zij iets terug moeten doen voor de ontvangen hulp, alsof het niet ging om een recht doch om een gunst en zo keert anno 2018 die ellendige tijd van toen weer met de verwende, arrogante bourgeois die zich ongegeneerd laten dienen door onschuldige dwangarbeiders. De slavernij is terug. Verrechtsing is niet zomaar een woord.

(J.B., 12 juni 2018)

Verwijzingen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Britse_Rijk

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.2530620#

http://www.wo1.be/nl/db-items/menenpoort

(1) In 1914 en 1915 sneuvelden alleen al in Ieper respectievelijk 127.145 en 87.979 soldaten waarvan respectievelijk 13.227 en 38.500 Britten waaronder ook Canadezen en Indiërs. De namen van de helft van uiteindelijk meer dan 100.000 gesneuvelden van de Commonwealth staan op de Menenpoort:

https://www.trouw.nl/home/afrikaanse-soldaten-in-vlaamse-loopgraven~aeb68ea2/

http://necrometrics.com/20c5m.htm

(2) Lees of beluister deze roman van Harriet Beecher Stowe hier:

https://librivox.org/de-negerhut-by-harriet-beecher-stowe/ en hier:

https://bukubooks.wordpress.com/oom_tom/

(3) https://www.cgvs.be/sites/default/files/content/download/files/verdrag_van_geneve.pdf

         




17-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Andermans hoofd






         

           




Andermans hoofd


Met insecten zoals mieren en bijen heeft de mens het gebrek gemeen – maar is het niet tegelijk een voordeel? – dat hij als enkeling een vogel is voor de kat: het maatschappelijke leven is voor ons een absolute noodzaak en zonder samenwerking – aanvankelijk in stamverband, later in staatsverband en vandaag soms ook internationaal – zijn wij volstrekt hulpeloze wezens. Edoch, over dat belang van – vooralsnog – de staat lopen de meningen nogal uiteen en in feite moet men hier spreken over ideologieën: voor de communisten kunnen enkelingen best opgeofferd worden aan vadertje staat – het doel van alle streven – terwijl wij met onze personalistische overtuiging nog altijd geloven dat de maatschappij voor ons een instrument is en derhalve een middel.


Onze organen zijn instrumenten in en van ons lichaam als geheel en dat lichaam op zijn beurt is een instrument in onze handen en misschien kan men ook beweren dat bijen en mieren niet meer zijn dan cellen van een groter organisme – de kolonie – maar de staat blijven wij gelukkig beschouwen als een instrument in onze dienst. Een bijzonder instrument weliswaar omdat wij op onze beurt ook instrumenteel zijn waar wij dit instrument fabriceren en in werking houden. Waar ik werk aan de bouw van een auto, ben ik een instrument in de sector van de autofabricage en deze fase is noodzakelijk voor de eindfase waarin ik de auto kan beschouwen als een instrument onderworpen aan mijn wil. Zoals de auto is heel onze wereld een instrument voor ons maar het komt pas tot stand mits wij onszelf eerst tot instrumenten maken. De natuur wordt immers pas bedwongen als wij en in de mate dat wij eerst haar wetten erkennen en respecteren en zonder die knieval kunnen wij helemaal niets aanvangen.


Het staat buiten kijf dat wij maatschappelijke wezens zijn, dat wij moeten arbeiden in de omschreven zin en dat wij ons daarom in zekere zin ook moeten onderwerpen aan de eisen die de maatschappij stelt. Op die manier komt er een wet tot stand – de wet van vraag en aanbod – waarmee wij rekening dienen te houden. Maar hier is wat aan de hand.


Er is iets niet pluis met de wet van vraag en aanbod welke het verkeer regelt op de vrije markt en meer bepaald knelt het schoentje waar de vraag niet spoort met de reële noden en dan wel vooral daar waar de vraag deze noden regelrecht tegenspreekt. In Werk en waarde werd reeds het voorbeeld aangehaald van de discrepantie tussen de geringe vraag naar (immers onbetaalbare) artsen en de (des te grotere) nood eraan in Mozambique: dat arme land telt per inwoner bijna honderd keer minder dokters dan België, zodat het werk van een arts ginder veel meer waard is dan hier, ook al brengt het hier financieel veel meer op. Maar deze factor is extern aan de arts zelf en met die externe factoren kampt elke werknemer: hij is meestal wel verantwoordelijk voor zijn vakkennis en kunde maar aan de vaak sterk schommelende constellaties welke te maken hebben met de schaarste van zijn beroep en met de betaalbaarheid ervan kan hij vaak helemaal niets wijzigen. Er zijn Mozambikaanse artsen die naar België verhuizen omdat ze hier meer kunnen verdienen en omdat ze er hier persoonlijk rijker van worden maar er zijn er ook die ginder blijven omdat ze in het eigen land veel meer kunnen betekenen voor anderen – voor iedereen: de waarde van hun werk stijgt naarmate hun ontvangen loon geringer is. En dat wil nu precies zeggen dat de vraag niet spoort met de nood: de wet van vraag en aanbod zoals ze nu en hier bestaat, is wereldvreemd en ze is dat op een bijzonder rampzalige manier waarvan de exponenten goed gekend zijn: de handel in producten die de volksgezondheid ondermijnen, doet de economie floreren terwijl de zorg voor mensen met grote noden verlieslatend is. En waar deze realiteit genegeerd wordt, geschiedt zulks op lange termijn ten koste van het leven zelf.


Nu worden steeds meer mensen zich dankzij de groeiende bewustmakingscampagnes van maatschappijcritici en kunstenaars stilaan bewust van deze gang van zaken maar tegelijk blijft door de wet van de traagheid de logge mastodont van onze in wezen fataal verouderde economie voortbestaan en dwingt zij ons met al haar tentakels om tegen beter weten in te handelen: wij blijven teveel energie verbruiken en we produceren teveel afval, we blijven autootje rijden, we blijven zonder veel protest onze kinderen slachtofferen aan onveilig verkeer, vuile lucht en vooral ook aan de leugens en de onzin welke de leefbaarheid van onze wereld sterk beperken. Er is een gigantische kloof ontstaan tussen wat wij willen en wat wij doen en die kloof weerspiegelt zich in een andere: de kloof tussen datgene wat goed is voor onze economie en datgene wat goed is voor ons.


Want neen, niet alles wat onze economie sneller doet draaien, komt ons ten goede, er zijn immers grenzen aan de groei – ongeremde groei is tegendoelmatig en in de fysiologie heet dat 'kanker' – en daarom moeten wij tot onze eigen scha en schande ondervinden dat het verstand het eindelijk moet overnemen van een zucht en meer bepaald de hebzucht. Een zucht is een verslaving, zij is onbevredigbaar, een bodemloze put. Die zucht moet veld ruimen voor het verstand: het juiste midden, de maat, het evenwicht. Een huis moet niet zo groot mogelijk zijn, het is ideaal om in te wonen als het gepast is en dat geldt voor zowat alles in onze wereld: 'te' is nooit goed. De Oude Grieken wisten het al: de dapperheid houdt het midden tussen de lafheid en de overmoed, de vrijgevigheid houdt het midden tussen de verkwisting en de gierigheid en de regel luidt derhalve: de deugd houdt het midden tussen twee ondeugden.


En dat geldt evenzeer voor onze economie. Wij verkijken ons op het draaien ervan en wij zien pas dat alles zot draait als het al veel te laat is. Voor die tijd moeten wij protest aantekenen, moeten wij een dam opwerpen tegen het logge gevaarte van een suïcidale economie die nog maar moeilijk tot stilstand gebracht kan worden maar die gestopt moet worden op straffe van de ondergang van ons geluk, van onze gezondheid en van onze toekomst zonder meer. Want waar wij zomaar blindelings werken omdat de staat dat schijnbaar eist overeenkomstig de wet van vraag en aanbod, denken wij niet na en als wij al nadenken, dan doen wij dat zeker niet met ons eigen hoofd maar met het veronderstelde hoofd van de staat. Edoch, omdat de staat geen hoofd heeft, denken wij dan met andermans hoofd. En dat terwijl ons eigen hoofd ons waarschuwt omdat wij tenslotte in een gevarenzone terechtgekomen zijn, getuige de massale vervuiling, de woekering van allerlei nieuwe kankers, het floreren van de drughandel, de om zich heen grijpende waanzin en de dreigende triomf van de dood.


Het is nooit goed om met andermans hoofd te denken want dat staat gelijk met gedachteloosheid. En gedachteloosheid is wat alleen machines van hun onderdelen eisen. Machineonderdelen zijn wij niet, of tenminste: dat willen wij niet zijn, heel eenvoudig omdat het ons geluk in de weg staat en ons leven.


(J.B., 17 mei 2018)




           






13-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Neo-nazi's: nihil novi sub sole







              

Neo-nazi's: nihil novi sub sole


In een recent boek openbaart de Leuvense psychiater Erik Thys hoe onder het naziregime psychiatrische patiënten (ook in België) massaal werden afgemaakt. Dit geschiedde onttrokken aan de ogen van alle burgers en zelfs het personeel van de betrokken instellingen wist er niets van – behalve dan de artsen die daar werkzaam waren. Zij waren de enigen die met zekerheid het lot van de patiënten konden voorspellen omdat alleen zij wisten dat het volstrekt vetarm dieet waaraan hun niets vermoedende patiënten verplicht onderworpen werden, al na amper enkele maanden fataal zou worden voor deze volgens de nazi-ideologie nutteloze, armlastige en derhalve te euthanaseren burgers. De massamoord gebeurde onder het toezicht van de aan de instellingen verbonden psychiaters en artsen onder wie er slechts een handvol tegen deze moordende praktijk verzet durfden te bieden. (1)


Vol ongeloof werd na de oorlog onderzocht hoe geleerde en welopgevoede mensen daartoe in staat waren geweest en kijk, dergelijke praktijken bleken geheel in overeenstemming met de resultaten van het zogenaamde gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram uit 1963: twee derden van alle mensen blijken probleemloos bereid om op bevel van hogerhand medemensen om te brengen.


Vandaag is dat jammer genoeg niet anders en de hedendaagse geschiedenis laat hieromtrent niet de geringste twijfel bestaan: nauwelijks verkapte vormen van moord en massamoord zijn ook in de westerse wereld van het derde millennium schering en inslag en het ten hemel schreiende onrecht inzake de mensonwaardige behandeling van oorlogsvluchtelingen is nu reeds de schande van deze tijd die over de hele aarde het Europese werelddeel én zijn 'beschaving' voor immer in diskrediet brengt. Want terwijl de Verenigde Naties naar aanleiding van de genocide onder het Derde Rijk zich ertoe verbonden om bij het verschijnen van een nieuwe Hitler asiel te verlenen aan allen die dan op de loop moeten voor hun leven, betalen hun eensklaps verrechtste regimes godbetert de Turkse dictator om de miljoenen vluchtelingen voor een regime dat nazi-Duitsland in zijn schaduw stelt, uit Europa weg te houden – wat gebeurt door de ongelukkigen in kampen gevangen te zetten voor onbepaalde tijd, wat wil zeggen: totdat zij van ontbering omkomen zoals destijds hun lotgenoten in Auschwitz en elders in de hel.


Een gelijkaardige vorm van mishandeling en doodslag voltrekt zich op een bijna onzichtbare manier waar onze ambtenaren klakkeloos de bevelen van dezelfde extreemrechtse regimes uitvoeren welke rampzalig zijn voor de zogenaamde armlastigen van het eigen volk, zoals de ouderen, de andersvaliden en de werklozen.


Wat betreft deze laatste groep, bestaat de vandaag gehanteerde en bijzonder gemene tactiek om werkzoekenden uit te schakelen hierin, dat extreemrechtse regeringen hun slachtoffers de schuld geven van het eigen wanbeleid. Het is immers nimmer de verantwoordelijkheid van de arbeiders om het land van jobs te voorzien – arbeiders moeten hun vak onder de knie hebben en waar zij het niet kunnen uitoefenen is het de regering die jegens hen in gebreke blijft en die hun daarvoor ook schadeloosstelling verschuldigd is.


Het getuigt overigens van een ongehoorde arrogantie – maar zo is nu eenmaal de arrogantie van de macht – wanneer deze extremisten er niet alleen aan verzaken om schuld te bekennen maar waar zij bovendien proberen en er blijkbaar zonder veel moeite ook nog in slagen om de schuld voor het eigen wanbeleid in de schoenen van de slachtoffers te schuiven door de arbeiders gaan te straffen voor het feit dat zij, die moeten regeren, niet in staat blijken om voldoende en gepaste werkgelegenheid te verschaffen. Op de koop toe doen zij dit onder de zware en bijzonder mensonterende beschuldigingen van werkonwilligheid en parasitisme – beschuldigingen die worden uitgesproken als authentieke vonnissen welke zich echter voltrekken in compartimenten die zich onttrekken aan het oog van de openbaarheid, zoals socioloog Abram de Swaan het zo treffend beschrijft en illustreert in zijn werken over hedendaagse massamoord. (2)


De extreemrechtse regeringen slagen er niet alleen niet in om aan het volk werk te verschaffen – zij blijken tevens onbekwaam om passend werk te verschaffen en in dezelfde beweging van demonisering van de groep van de werkloze arbeiders, voeren zij ook nog eens de schuldslavernij in waar zij geloven de mensen met ongeacht welk werk te mogen opzadelen ter compensatie van hun uitkering, alsof de arbeiders daarvoor niet zelf hadden gezorgd en alsof het derhalve niet ging om een recht doch om een aalmoes. In hun malafide ijver om de moeizaam verworven sociale wetten te ondermijnen, wordt volgens het verdeel en heersprincipe gepoogd om onder de werknemers verdeeldheid te zaaien en stellen handlangers van kapitalisten die zich uitgeven voor politici, de zaak zo voor, alsof de werklozen profiteren van de werkenden – als ze met hun bedrieglijke neologismen zoals 'loonlast' en 'vergrijzing', al niet de indruk willen wekken dat het de grootgeldbezitters zijn die voor de werklozen moeten opdraaien.


Maar de regel zou niet de regel zijn indien er geen uitzonderingen waren en alle hoop van het mensdom gaat uit naar deze mensen die de verrechtsing ten spijt doch naar het goede voorbeeld van wie onder de Duitse bezetting op zolder joden en andere vluchtelingen verborg, toch een of andere vorm van onderdak trachten te schenken aan armlastigen, ook al doen zij dit vaak ten koste van hun carrière of hun job en soms ook ten koste van het eigen leven.


(J.B., 13 mei 2018)


Verwijzingen:


(1) Erik Thys, Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's, Epo, Berchem 2015, pp. 292-293. Zie ook: Aan de feesttafels der kannibalen: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3016740 en Genosuïdide in de opmars: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=1556061


(2) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).





           







10-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Werk en waarde










           

Werk en waarde


Met zes geneesheren per honderdduizend inwoners is Mozambique een arm land met een tekort aan artsen: er is geen geld en dus geen plaats voor hoogopgeleiden en dus is er ook geen economische vraag naar artsen. Maar des te groter is de nood eraan.


Paradoxaal genoeg volgt de grotere nood uit de kleinere vraag (die dan weer een gevolg is van de onbetaalbaarheid): de (economische) vraag en de (reële) nood spreken elkaar tegen.


In economische zin rendeert een dokterspraktijk in Mozambique niet zoals in België maar de werkelijke waarde ervan is daar wel groter, precies ingevolge de grotere nood. En zo bestaat er tussen de economische vraag en de reële noden niet alleen een conflict maar de twee dreigen elkaar zelfs uit te sluiten: waar de wet van vraag en aanbod heerst, doet zij dat vaak ten koste van de levensnoodzakelijke bevrediging van reële noden.


Edoch, een wet die geen rekening houdt met de reële noden is wereldvreemd. Een economie gebaseerd op de wet van vraag en aanbod is een wereldvreemde economie.


Op de koop toe maakt het korte termijndenken dat eigen is aan het winstbejag – de motor van onze economie – dat een economische vraag vaak nutteloos en zelfs contraproductief werk meebrengt: tabakshandel rendeert voor enkelingen en op korte termijn maar ruïneert de volksgezondheid. Alle inspanningen die geleverd worden door telers van en handelaars in tabak zullen, alle economisch profijt ten spijt, uiteindelijk resulteren in een ramp omdat zij de volksgezondheid ondermijnen.


Men verkijkt zich op het draaien van de economie waar het allerminst gaat om stichtend werk want de teelt van drugs is afbraak. Een wereldvreemde economie maakt geen onderscheid tussen stichtende en vernietigende activiteiten omdat zij zich verkijkt op de activiteit als zodanig: zij vereist zaken die ons ten gronde richten en ziet godbetert zelfs soelaas in het scheppen van werk terwijl de wezenskern van de economie de zuinigheid is welke een maximaal resultaat nastreeft middels minimale inspanningen en investeringen van (per definitie) kostbare tijd.


Inzake de waarde van werk zijn talloze factoren in het geding, waaronder efficiëntie, en die heeft betrekking op onder meer de kwaliteiten van de arbeider: op zijn intrinsieke kwaliteiten, zoals aanleg, scholing en ervaring maar ook op zijn extrinsieke kwaliteiten, zoals zijn schaarste. Omwille van de schaarste aan artsen in Mozambique zijn artsen die daar gaan werken (in absolute termen) waardevoller dan hun collegae in België. Dat er in Mozambique een schaarste is aan artsen, betekent in termen van onze wereldvreemde economie in feite dat er een overschot is aan onbetaalbare artsen.


Vrij vertaald wil dit zeggen dat naar onze (wereldvreemde) maatstaven de bevrediging van noden als onbetaalbaar wordt beschouwd, wat vloekt met de mensenrechten. Dit feit rechtvaardigt een verzet en verplicht daar ook toe in ethische zin.





Met bijna honderd keer meer artsen dan Mozambique – vier per duizend inwoners – is België een rijk land: er is geld en dus plaats voor hoogopgeleiden en de vraag naar artsen is min of meer in overeenstemming met de nood daaraan omdat zij betaalbaar zijn.


Edoch, zoals de schaarste aan artsen in Mozambique in termen van onze wereldvreemde economie betekent dat er een overschot is aan onbetaalbare artsen, betekent de schaarste aan filosofen in België dat er een overschot is aan onbetaalbare filosofen.


Er zijn filosofen maar zij worden niet betaald om te filosoferen en teneinde in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, zien zij zich verplicht om hun tijd te verdoen met jobs die niet de hunne zijn – en dat is een ware ramp omdat aldus hun levensnoodzakelijk werk dreigt te blijven liggen.


Het behoort immers tot de taak van filosofen om wantoestanden zoals de onderhavige aan het licht te brengen: de rampzalige contraproductiviteit van onze huidige economie die immers bewerkstelligt dat primaire noden onbevredigd blijven doordat zij niet sporen met de economische vraag. Tot die primaire noden behoort de maatschappijkritiek of de (sociale) filosofie omdat zij niet alleen aan de grondslag ligt van onze beschaving maar tevens een sine qua non is voor het voortbestaan ervan.


Uiteraard is er geen vraag naar maatschappijkritiek in een maatschappij die blasé is en derhalve eerder onwillig om zichzelf in vraag te stellen en dus moeten filosofen die hun tijd alsnog aan de beoefening van hun job willen besteden, hun taak dan maar onbezoldigd vervullen. In het beste geval moeten zij vrede nemen met een uitkering welke hen toelaat om in leven te blijven en naar best vermogen te werken. Net zoals de kunstenaars kunnen zij enkel rekenen op het begrip van lotgenoten. Kunstenaars en filosofen (maar ook huismoeders en nog tal van andere roepingen) halen hun moed uit de wetenschap dat hun werk dan misschien niet financieel rendeert maar wel de hoop mag voeden dat het die vruchten afwerpt zonder welke er geen alternatief zou zijn voor een verdere afglijding van de beginsel- en cultuurloosheid van het recht van de sterkste met zijn bizarre wet van vraag en aanbod naar de immer zo jammerlijke oorlog.


(Jan Bauwens, Hemelvaart 2018)





                                                        














25-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helden en heldinnen. Over schone schijn, schaamte en schande

Helden en heldinnen

Over schone schijn, schaamte en schande

In de jaren zeventig van de voorgaande eeuw sloeg de Gentse moraalfilosoof Jaap Kruithof de gasten in een brt-programma van Paula Semer met verstomming met zijn antiautoritaire opmerking dat de jeugd toegang zou moeten krijgen tot voorbehoedsmiddelen. (1) De kwestie was revolutionair, niet zozeer omdat het toentertijd hete hangijzer van de seksualiteit in het geding was, maar omwille van een veel dieper gelegen ethisch dilemma, met name de paradox van schuld en schaamte. Toen in onze contreien het gebruik van anticonceptiva nog zonde en taboe was, geraakten heel wat jonge vrouwen ongewenst zwanger en het was een publiek geheim dat zij dan naar Nederland trokken om aldaar abortus te plegen. Deze toenmalige praktijk laat zien hoezeer schaamte de bovenhand had over schuld, wat wil zeggen dat men zich veeleer zorgen maakte over zijn goede naam dan over het leven van een eigen ongeboren kind: er was een schaamtecultuur, schaamte gold als erger dan schuld. Wars van Plato's gezegde dat het beter is om kwaad te ondergaan dan het te doen, blijken heel wat mensen bereid om het leven van een eigen (verwacht) kind op te offeren aan het continueren van hun status van onbesproken gedrag. Dat men liever moordt dan over de tongen te gaan, verraadt hoe een overheersende schaamtecultuur hand in hand gaat met een verregaande verdringing van het schuldbewustzijn. Een cultuur van schaamte blijkt een cultuur van gewetenloosheid.

De abortusproblematiek was overigens lang geen alleenstaand gevolg van de verschrikking van de schaamtecultuur. Volgens een wet uit het begin van de twintigste eeuw werden tot op het ogenblik van de protesten door onder meer Gerard van het Reve in 1971, ook mannen naar Nederland gebracht met het oog op een speciale behandeling voor zaken waarvoor zij zich moesten schamen. Het ging meer bepaald om onder meer homoseksualiteit, dat toen nog als een ziekte gold en homoseksuelen bezochten in Heiloo de katholieke Willibrordusstichting waar ene dokter Aimé Wijffels hen castreerde – wat meestal gebeurde met de instemming van de patiënt die in geval van 'delict' aldus al eens op strafvermindering kon rekenen. Men liet zich verminken uit vrees voor de schaamte en aldus verdonkeremaande de schaamtecultuur het schuldbewustzijn dat normaliter een dergelijke (zelf)verminking in de weg staat.

Maar wie denken dat wij er na de vrouwenemancipatie – “baas in eigen buik” – en het homohuwelijk in moreel opzicht op vooruit gegaan zijn, houden helemaal geen rekening met het feit van een toenemende cultuur van het wegmoffelen waar het zieken, gehandicapten en ouderlingen betreft: meer dan ooit worden wie niet beantwoorden aan het door de manipulerende media voorgehouden ideaal van de gezonde, mooie, snuggere en jonge helden en heldinnen, genadeloos opgeborgen in instellingen en zo niet worden zij gestigmatiseerd en belanden zij aldus in virtuele concentratiekampen, afgezonderd van het zogenaamd 'normale' leven. In dat normale leven wringt men zich in alle mogelijke bochten en werkt men zich uit de naad om er bij te kunnen horen – om er bij te kunnen blijven horen, wat wil zeggen: zo lang mogelijk, want het liedje van het eeuwig leven is voorgoed voorbij, voortaan komt er aan alles hoe dan ook een eind. Mensen als speelballen van modemakers, ideologen, politici, technocraten, bankiers – mensen als speelballen van een schaamtecultuur die op het eind van de rit ook de meest eerzuchtige met een blos op de wangen te kijk zet – zoals de kijkcijfers aangeven is het dan feest voor de aasgieren die wij geworden zijn en zoals in De ballade van Arie Hop werden wij zowaar onze eigen kannibaal.

Vaak gaat schaamteloosheid door voor een ondeugd en derhalve schaamte voor een deugd maar dat gebeurt dan geheel onterecht omdat schaamte geen handeling is en ook geen attitude: schaamte wordt ondergaan – zij het vaak door eigen toedoen. De vrees voor schaamte blijkt sterker dan die voor schuld en aldus fnuikt zij het schuldbewustzijn en maakt zij van mensen slaven, misdadigers en soms ook moordenaars. Bovendien kan men vermoeden dat daar waar men zijn kinderen en zijn ouders opoffert, het geen god kan zijn die zulk een offers eist maar veeleer een demon en derhalve weet men dat als de status van onbesproken gedrag – met andere woorden de eer – het toegangsticket is tot deze wereld, de eer evenmin als de schaamte een deugd kan zijn. Door het thema van de anticonceptiva aan te kaarten, legde Jaap Kruithof de vinger op de wonde – de etterende wonde van de eerzucht, de tweelingzuster van de hypocrisie. En eerzucht is wél een ondeugd en met betrekking tot een al te verregaande permissiviteit inzake de abortuspraktijk, de opsluiting van dementerenden en de stigmatisering van dissidenten, is het een ondeugd die tot moord aanzet. Eerzucht, fierheid, trots, hoogmoed of arrogantie is de ultieme eigenschap die de duivel parten speelde bij zijn fatale val waarin hij de mens tracht mee te sleuren.

O Lucifer, ghy zult dien hooghmoedt u beklagen.

Ghy fenix, onder al wat Godt daer boven looft,

Hoe steeckt ghy, onder 't heir, zoo fier met hals en hooft,

En helm, en schoudren uit! hoe heerlijck past u 't wapen,

Als waer 't naturelijck uw wezen aengeschapen !

0 hooft der Engelen, niet hooger: keer weerom.

(De aartsengel Rafaël aan het woord in: Joost van den Vondel, Lucifer, vijfde bedrijf, versregels 1791-1796)


Maar de tijden blijken in dit opzicht niet zo veel veranderd en nog steeds blijken massa's mensen schijnbaar moeiteloos anderen én zichzelf wat voor te liegen in het bizarre spel van de hypocrisie dat kennelijk tot elke prijs in ere moet worden gehouden. Dat dit ook en vooral inzake de menselijke seksualiteit het geval blijkt, legt zowel de diepte van de menselijke ziel bloot als het mysterie van het kwaad: schuilt het kwaad in onze onderworpenheid aan het irrationele – bron van romantiek, passie en lust – of bestaat het in de sociale uitsluiting door mensen die de schijn ophouden van een redelijkheid die er helemaal geen is? Schuilt het kwaad met andere woorden dan niet in het feit dat wij ondoorgrondelijke wezens zijn die tegen heug en meug geloven in de ultieme kennis en in de rede en die anderen die ons als onredelijk ontmaskeren, uitstoten? Is het dan een groter kwaad om uitgestoten te worden door een hypocriete wereld omwille van zijn trouw aan de waarheid dan om de waarheid te verloochenen in ruil voor zijn wereldburgerschap? Ofschoon het alle schijn tegen heeft, blijkt de zozeer geprezen eer de grootste rivaal van de waarheid en de beste bondgenoot van de leugen. Socrates, Tijl Uilenspiegel, Han van Meegeren, Aleksandr Solzjenitsyn, Edward Snowden en vele andere dissidenten illustreren hoe deze diepe filosofische waarheid zich weerspiegelt in de dagelijkse praktijk.

De schaamte suggereert al te vaak een schuld die er helemaal niet is en zij speelt aldus de schuldeloze parten – hij schaamt zich omdat men hem met de vinger wijst, ook waar dit onterecht gebeurt – terwijl heel wat criminelen schaamteloos lijken te werk gaan – hoe vaak immers wordt trots niet op applaus onthaald? Maar tegelijk zijn het even vaak degenen zonder schuldbesef die de schaamte vrezen, terwijl vermeende schaamteloosheid dikwijls slechts een volstrekte afwezigheid van schuld verkapt. Schuldbewustzijn voorkomt kwaad en derhalve schuld precies zoals besef van onze onwetendheid ons behoedt voor onverstand en zo ook kan de joodse filosofe Hannah Arendt zeggen dat een gebrek aan intelligentie aan de basis ligt van heel wat kwaad want paradoxaal genoeg leidt het kritiekloze navolgen van autoriteiten – afhankelijk van wie die autoriteiten zijn – even vaak tot (althans van buitenaf gezien) vreedzame samenlevingen als tot de hel van Mao, Ceaușescu en Hitler.

De vrees voor schaamte blijkt de motor achter de hebzucht die op haar beurt niet alleen de jacht op carrière aandrijft maar ook en vooral de fraude en de vele andere misdaden welke mensen rijk maken, eer bezorgen en vervolgens toegang verschaffen tot de wereld – die in dit opzicht inderdaad onmiskenbaar 'des duivels' is want niemand komt erin zonder de genoemde ondeugden in afdoende mate te hebben beoefend. Want niet door hard labeur wordt men rap rijk – de beste trekpaarden verslijten eerst – het pad naar instant rijkdom is dat van de uitbuiting.

Uit angst voor sociale uitsluiting – uit schaamte – wenden arme mensen de schaarse middelen bedoeld om te overleven aan om de valse schijn op te hangen van een welstellendheid die zij niet hebben en op die manier verliezen wie geen sociale status hebben tevens de levensmiddelen bedoeld voor het bevredigen van de primaire behoeften.

Gelijk krijgen is belangrijker geworden dan het te hebben, wat betekent dat de waarheid niet langer objectief is maar voortaan gemaakt wordt, meer bepaald door wie over voldoende wereldse macht beschikken en via de navenante triomf van de leugen, ontvouwt zich een schaamtecultuur die eist dat niet langer degenen blozen die abortus plegen maar zij die de rechten van de ongeborenen verdedigen. De heerschappij van de leugen herstelt de standenmaatschappij in ere alsook de slavernij, en wel via de zozeer bedrieglijke weg van de geboortebeperking in de derdewereldlanden:

We wensen geen massamoordenaars te zijn maar we zijn het tegen heug en meug en bij uitstek de aanwending van massale uithongering (– dagelijks ca. 30.000 slachtoffers) in functie van de continuering van de slavernij toont dit aan. De perversie schuilt in het feit dat derde wereldburgers in slavernij gehouden worden door hun naast een pensioen ook nog het recht op kinderen te ontzeggen onder de dreiging dat hun kroost een overbevolking zou veroorzaken terwijl hun ecologische voetafdruk verwaarloosbaar is – of hoe slachtoffers de schuld krijgen van het kwaad waarvan zij de dupe zijn.”

(http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3047472 ; zie ook: http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/334015.pdf )

De schaamte blijkt de dienstknecht van de ondeugd van de eerzucht, bron van ontelbare misdaden. De inspirerende 'schaamteloosheid' van een reus zoals Jaap Kruithof blijkt, tegen de bedrieglijke intuïtie in, het ultieme werktuig voor het aan het licht brengen van diep verborgen, onfrisse praktijken welke dikwijls letterlijk moorddadig zijn. Het is immers vaak de schaamteloosheid die de schande aan het licht brengt van de verdoken schuld van misdaden, precies omdat die zich kunnen handhaven middels de schaamte.

(J.B., 25 april 2018)

Verwijzingen:

(1) http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/media/1.2289050





       

   
















09-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De triomf van de dood









De triomf van de dood

           

            De islamieten hebben een punt in de discussie over het al dan niet verdoofd slachten van offerdieren waar zij stellen dat zij best bereid zijn om zich te schikken naar de eisen van de dierenrechtenverdedigers op voorwaarde dat men eerst schoon schip maakt met ander en groter dierenleed – en zij doelen zeer terecht op dierenleed veroorzaakt door wettelijk beschermde vormen van moordlust waarvan de jacht het typevoorbeeld is.


De jacht is zowat twee miljoen jaar oud – dan immers verschenen de eerste mensen – die op deze manier aan voedsel kwamen. Toen ongeveer tienduizend jaar geleden planten en dieren gedomesticeerd werden – of dus met het ontstaan van de landbouw en de veeteelt – nam het belang van de jacht af maar verdwijnen deed zij niet omdat zij nog andere doeleinden dient. Jagen wordt als geoorloofd beschouwd bijvoorbeeld als bestrijding van de beschadiging van veldgewassen door konijnen maar steeds meer stemmen gaan op om alvast de plezierjacht te verbieden.


De tegenstanders van de vrije jacht – die in oorsprong een recht is van de grondbezitter – zijn meestal dierenvrienden en aan hen wordt vaak verweten dat hun (selectieve) empathie voor dieren in feite slechts een verkapte affectie is, opgewekt door de aaibaarheid van de betrokken soorten en zo zouden bijvoorbeeld stokstaartjes er fel onder lijden dat zij worden ingezet als gezelschapsdier terwijl slakken, bromvliegen en vissen geen enkel gevaar lopen.


Maar er zijn ook ernstige argumenten voor de bescherming van de planten- en de dierenwereld tegen de plezierjacht en daar gaat de discussie vooral over het ecologisch evenwicht als noodzakelijke voorwaarde zonder meer voor alle leven op deze planeet. Want is het geen zonde als primitieve moordlust – botgevierd met alles behalve primitieve middelen – het leven als zodanig in de weg staat?


Een sprekend voorbeeld van verstoring van het natuurlijk evenwicht door de mens is de ontbossing. Reeds Plato waarschuwde tweeduizend vierhonderd jaar geleden tegen de ontbossing van Griekenland en bij de deur zien wij hoe ten tijde van de industriële revolutie de houtkap voor de hoogovens het ooit dichtbeboste Schotse landschap herschapen heeft tot een aaneenschakeling van reusachtige meren. Sinds de kap van het Amazonewoud wereldnieuws werd, weten wij dat het hier gaat om de longen van de aarde zonder welke wij straks allemáál zullen moeten puffen en nog erger want wij verliezen niet minder dan zeventien voetbalvelden bos per minuut. Grosso modo is het zo dat wat de dieren uitscheiden en uitademen, voedsel is voor de planten, terwijl de planten en hun uitwasemingen mens en dier tot voedsel en tot adem zijn. Op die manier leven plant en dier bij de gratie van elkaar – een symbiose nota bene zonder ook maar één grammetje afval.


Maar ook een andere kijk op de plezierjacht kan een verbod plausibel maken want het gaat hier om de pertinente vraag of de menselijke moordlust wel kan voorgesteld worden als een (nota bene per definitie gesubsidieerde want erkende) sport teneinde haar te kunnen botvieren. Moeten met andere woorden arme mensen belastingen betalen om het botvieren van de moordlust van de rijken te bekostigen? Moet de staat voorzien in accommodatie, propaganda en zelfs eerbetoon aan het doden van andere levende wezens terwijl dit doden geen andere noodzaak dient dan het 'bevredigen' van een moordlust? En kunnen geen vraagtekens gesteld worden bij iets zoals moordlust als er dan toch ook mensen zijn die lust beleven aan het redden van levens – van mensen of van dieren – hetgeen heel wat meer opleiding, studie, oefening en inspanningen vraagt dan het overhalen van een trekker? Valt er geen inconsistentie te bespeuren in de finaliteit van onze wetten wanneer zij zowel het redden van levens als het vernietigen ervan aanmoedigen?


Maar nu horen we de jagers al kijven dat de jacht niet de mens betreft doch de dieren en zij bedoelen uiteraard de andere soorten, alsof het doden van andere soorten geoorloofd is en dan wel op grond van het argument dat het nu eenmaal om andere soorten gaat, alsof de empathie met andere soorten dan pervers was. Dit verwijt sneed weliswaar hout in de jungle van weleer waar de wet van de sterkste gold en waar de prijs voor een affectieve band met de prooi het eigen leven was. Iets gelijkaardigs houden wij ons ook voor in tijden van oorlog wanneer bijvoorbeeld de Belgen ervan overtuigd zijn dat zij de Duitsers mogen doden omdat het geen Belgen zijn en, omgekeerd,wanneer de Duitsers ervan overtuigd zijn dat zij de Belgen mogen doden omdat het geen Duitsers zijn en erger nog, want zij geloven dat zij hen ook móeten doden – dienstweigeraars kregen tot voor kort de dood met de kogel. En waar houdt die logica dan op, want in dezelfde lijn is het geoorloofd om leden van een andere clan te doden omdat ze niet tot mijn clan behoren of om anderen te doden omdat ze niet samenvallen met mezelf. En tenslotte is ook de zelfmoord geoorloofd, hetzij omdat zij niet bestraft kan worden, hetzij omdat men steeds vaker zichzelf beschouwt als eigenaar van zichzelf. Of heeft de perversiteit van het zogenaamde paraconsistente denken het nu voor het zeggen? In dat geval hoeven wij ons uiteraard niet langer uit te sloven met het houden van betogen en kunnen wij uiteindelijk alles beamen zonder meer: de jacht op hazen en patrijzen, de vossenjacht, de olifantenjacht, de jacht op luipaarden en mensapen, de jacht op mensen, het kannibalisme, de praktijk van de onthoofding, de genocide, abortus en euthanasie. En is dat niet De triomf van de dood, uitgebeeld in 1562 door Pieter Bruegel de Oude?


(J.B., 9 april 2018)


Verwijzingen:


https://nl.wikipedia.org/wiki/Jacht_(activiteit)


https://nl.wikipedia.org/wiki/Homo_habilis


https://nl.wikipedia.org/wiki/Homo_erectus


https://nl.wikipedia.org/wiki/Domesticatie


https://nl.wikipedia.org/wiki/Aaibaarheidsfactor


https://nl.wikipedia.org/wiki/Ontbossing


https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurlijk_evenwicht


https://nl.wikipedia.org/wiki/De_triomf_van_de_dood

                                            














05-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bomen - Het korte leven van witte abelen langs de Scheldedijk te Wetteren

Bomen - Het korte leven van witte abelen langs de Scheldedijk te Wetteren.




31-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stille Zaterdag








                     

 

           

Stille zaterdag


In een recent interview van Jan Jagers, voor Magazine Universiteit Antwerpen, met Jeffrey Sachs, topadviseur van de secretaris-generaal van de VN en 's werelds grootste econoom van dit eigenste ogenblik, herinnert de eredoctor aan een fenomeen waarover bijvoorbeeld ook 'de laatste getuigen' [van de holocaust] het hebben en dat verwant is met wat Primo Levi betitelt als het allergrootste kwaad, zijnde de onverschilligheid: "(...) Hoewel we kúnnen samenwerken, lijken we desondanks in een tijd te leven die compleet gevangen zit in toenemend wantrouwen, waardoor zelfs het gevaar op wereldwijde vernietiging dreigt. (...) De opkomst van vooral China, van Azië, betekent het einde van de door het Westen geleide wereld zoals we die de laatste 250 jaar hebben gekend. Opmerkelijk is dat de VS (...) nu zelf onstabiel is en in vele opzichten een schurkenstaat, a rogue nation. Jammer genoeg. Met een mentaal zieke president kan je dit moment niet anders zien dan als dramatisch. (...) Ik vrees een nucleaire oorlog. (...) We zien zoiets nooit als een optie tot het echt gebeurt, omdat onze psychologie zulke risico’s simpelweg niet kan verwerken. (...) Vliegende ganzen in radarstralen hebben we geïnterpreteerd als intercontinentale raketten uit Rusland, ook radarreflectie op de opkomende maan is daar al voor doorgegaan, en zopas was er in Hawaii vals alarm over een nucleaire aanval (...). Het is twee minuten voor middernacht. Alle mensen van goede wil moeten nu opstaan en nee zeggen (...)" (1)


Onze psychologie kan dit niet verwerken”: als een kwaad maar groot genoeg is, zal het niet langer als zodanig gelden doch daarentegen als een goed. Om die reden wordt de naam van Napoleon Bonaparte (1769-1821), een der grootste massamoordenaars aller tijden, alom in ere gehouden met reusachtige standbeelden en andere eretekens bij de vleet; naar hem worden in alle metropolen ter wereld restaurants en cafés genoemd en zelfs allerlei luxeproducten, incluis dranken en bonbons, alsof hij een sinterklaas was of een paashaas. Hetzelfde geldt voor Nero (37-68), Mao (1893-1976), Stalin (1878-1953) en vele andere tirannen. Het droppen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki die in één klap een kwart miljoen mensen ter plekke deden verdampen zodat het enige spoor dat van hen restte een zwarte vlek was op de grond, wordt niet alleen herdacht door de slachtoffers: ook de daders bleven hun heldendaad vieren, onder meer met de tentoonstelling in het National Air and Space Museum, in Washington D.C., van de belangrijkste onderdelen van de Enola Gay – het vliegtuig waarmee de bommen werden gedropt – tot de dag dat het tuig met verf en bloed besmeurd werd. En de Japanners werden sinds die zwartste dag uit hun geschiedenis de beste bondgenoten van de moordenaars van hun volk.


Onze psychologie kan een zo groot kwaad niet verwerken – of toch niet meteen. Want als er vele, vele jaren overheen gegaan zijn, blijft uiteindelijk de waarheid over. Zo kwamen heel lang geleden de eerste mensen Amerika in via het Noord-Westen dat aan het Noord-Oosten van Azië grenst en zo bevolkten geelhuiden met pikzwarte haren – Chinezen – dat continent totdat zij daar door Europese goudzoekers werden verdreven, gescalpeerd of in reservaten ondergebracht met gratis alcohol – dat de zogenaamde Indianen echt Chinezen zijn, verraadt ons zelfs hun beider poëzie. (2) Hollywood ten spijt met zijn op nog ongerepte breinen mikkende propagandafilms over heldhaftige cowboys, weet nu stilaan iedereen hoe gigantisch de leugens zijn die door de oorlogsmachinerie gebrouwen worden.


Maar als onze psychologie niet in staat is om een kwaad te verwerken dat al te groot is, waarom zou hetzelfde dan niet waar zijn voor een al te groot goed? Het is bijvoorbeeld algemeen geweten dat het menselijke besef van het mirakel van het leven bijzonder ontoereikend is. Of spreken de kwistigheid met levensbelangrijke zaken, met mensenlevens en met levende soorten dan geen boekdelen? En het gemak waarmee men oorlog voert, de onbezonnenheid van landen en hun leiders? Onze psychologie blijkt derhalve evenmin in staat om een goed dat al te groot is, te bevatten. Vandaar de vraag: zou het niet kunnen dat niet slechts het leven maar evenzeer het eeuwig leven of de verrijzenis behoren tot die goederen waarvan de omvang het bevattingsvermogen van onze psychologie simpelweg te boven gaan?


Want dat wij het wonder van het biologische leven altijd zo fel onder zijn waarde schatten, komt doordat wij eraan gewoon geraakt zijn, zoals men zo vaak zegt, en gewenning is niets anders dan ongevoeligheid, psychisch onvermogen of een tekort aan besef. En gaan zij die het leven na de dood verwerpen omdat zij zeggen dat niemand dit bevatten kan, er dan niet verkeerdelijk vanuit dat het leven vóór de dood wél bevattelijk zou zijn? Ja, zij verwijzen naar de wetenschappen, die de religie van de nieuwste tijd zijn, maar zij blijven een religie. Want meer dan beschrijvingen geven de wetenschappen vooralsnog niet. Meer kan onze psychologie vandaag kennelijk niet verwerken. Pasen blijkt een zaak voor veel en veel later – een zaak voor een tijdperk dat nog volgen moet op dat van de vrede, dat nog lang niet in zicht komt. Wij houden noodgedwongen halt bij Stille Zaterdag.


(J.B., Paaszaterdag 2018)


Verwijzingen:


(1) https://www.uantwerpen.be/images/online/magazine/MUA27/#6/z


(2) https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3062603











23-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Taiwan




     




Taiwan


Altijd onvoorspelbaar – zo is de toekomst. En ook nu alle ogen gericht zijn op Rusland dat massaal troepen naar zijn grenzen met Europa stuurt of op de V.S. in twist met Noord-Korea of op Israël en de Palestijnen: na de oorlogszuchtige uitspraken van de Chinese leider Xi Jinping, blijkt plotseling het lot van de wereld af te zullen hangen van dat van het zogenaamde Eiland van Pracht, want dat is de naam die de Portugese ontdekkingsreizigers in 1583 gaven aan het huidige Taiwan dat sinds 1949 de eigenlijke Republiek China herbergt, afgescheiden van het vasteland dat, toen ingepalmd door de communisten, aangeduid wordt als de Volksrepubliek China.

                    Het eiland Taiwan ligt op ruim honderd kilometer ten oosten van het Chinese vasteland (op zowat 200 km ten Noordoosten van Hong Kong), en daarvan gescheiden door de Straat van Formosa (of het Kanaal van Taiwan), tussen de Oost-Chinese, de Zuid-Chinese en de Filipijnse Zee. De Filipijnen liggen 200 km ten zuiden en Japan 400 km ten Noordoosten van Taiwan. Met een oppervlakte van 35.980 km² is het eiland qua grootte vergelijkbaar met België maar met 23,5 miljoen inwoners het is dubbel zo dicht bevolkt.

Taiwan beschouwt zichzelf als onafhankelijk van China dat in twee gespleten werd onder invloed van het Russische communisme na de Oktoberrevolutie aldaar in 1917: Mao stichtte met zijn communistische partij gesteund door de Russen de Volksrepubliek China (in 1949) terwijl de anti-communisten met hun nationalistische Republiek China (sinds 1912) en met steun van de V.S. (in 1949) naar het eiland vluchtten en zich daar vestigden als een westers gekleurde democratische partij. (1)

            De huidige Chinese communisten beschouwen Taiwan als een afvallige provincie en ze willen die terug, precies zoals Irak zijn voormalige provincie Koeweit terug wilde – wat mislukte – of zoals Rusland aanspraak maakte op de Krim die prompt door Poetin werd heroverd. En als het mogelijk bleek voor de Russen om quasi zonder enige westerse tegenstand de Krim te heroveren vlakbij de Europese grens, hoe zou het dan onmogelijk zijn voor de Chinezen om hun naburige voormalige provincie opnieuw in te palmen, te meer daar zij zo veraf ligt van het westen? Xi Jinping sprak zich enkele dagen geleden daarover uit in niet mis te verstane bewoordingen. De kwestie is alleen dat het Westen de Taiwanezen waarschijnlijk niet zomaar aan hun lot zal overlaten en dat betekent oorlog.

            Sinds de Oktoberrevolutie (in 1917, gevolgd door een burgeroorlog die in 1922 uitmondde in de stichting van de USSR) heeft de ganse politieke wereld zich in twee gespleten: een kapitalistisch en een communistisch deel. De kiemen van die strijd lagen in feite al bij de Franse Revolutie (in 1789-1799) of, eerder nog, bij de opstand in Engeland onder Cromwell (met de afschaffing van de monarchie in 1649, welke zich echter herstelde twee jaar na zijn dood – in 1660): dit waren volksopstanden gericht tegen clerus en adel; de communistische revolutie richtte zich weliswaar tegen de Tsaren maar ook en vooral tegen de geldadel – de zogenaamde kapitalisten. Het lelijke kapitalisme dat immers verregaande ongelijkheid brengt, volgt paradoxaal genoeg uit de mooie ideologie van de vrijheid die vertrekt vanuit een (al te) groot (en daarom vaak rampzalig) vertrouwen in het volk. Het communisme verwerpt die ongelijkheid maar kan dat niet doen zonder het vertrouwen in het volk op te geven en de individuele vrijheid aan banden te leggen. Het communisme biedt onderling gelijke doch verknechte enkelingen waar het kapitalisme dreigt te stranden in een rampzalige vrijheid waarvan de milieuverloedering ingevolge ongeremde concurrentie en verkwisting slechts één van de vele exponenten is. Een bijkomend en in zekere zin onvoorzien doch nu alles overschaduwend probleem is dat van de tegenstelling tussen deze twee wereldvisies.

            De spanningen tussen China en Taiwan weerspiegelen zich sinds 1949 op het wereldtoneel met betrekking tot de erkenning van hetzij het ene hetzij het andere China, want er moet nu eenmaal een keuze worden gemaakt door elk land dat handelsbetrekkingen wil aanknopen met een van beide. China misprijst landen die Taiwan erkennen en geeft aan dat misprijzen ook uiting door met die landen geen politieke betrekkingen aan te knopen en landen die politieke betrekkingen aanknopen met China, mogen dan weer Taiwan niet in. Zo bijvoorbeeld erkennen de VS Taiwan wél en zij hebben er een ambassade maar bijvoorbeeld België staat op goede voet met het communistische China...

(J.B., 23 maart 2018)

Verwijzingen:

(1) Meer in detail: zie het artikel over China: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3062603 of

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3062605            

  









21-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.china - een beknopte geschiedenis (herhaling, met herstelde afbeeldingen)

China
een beknopte geschiedenis (°)

– een herhaling van het artikel d.d. 8 maart 2012 –

 

'Het porceleinen paviljoen'
(Li Tai Po)


Midden in den kleinen vijver

Staat een paviljoen van grasgroen

En van melkwit porcelein.


Als een tijgerrug zoo welft zich,

Maanbeglansd, de brug van jade

Naar het groenwit paviljoen.


In het huisje zitten vrienden,

Fraai gekleed en drinken, praten –

Velen schrijven lenteverzen.


En hun zijden mouwen glijden

Achterwaarts, hun zijden mutsen

Zitten vroolijk in hun nek.


Op de stille kristallijnen

Oppervlakte van den vijver

Spiegelt alles wonderbaar.


De omgekeerde boog van ’t brugje

Lijkt een halve maan. De vrienden,

Fraai gekleed, zij drinken, praten,


Alle staande op hun hoofden,

In het paviljoen van grasgroen

En van melkwit porcelein. (1)





Wellicht werkt niets eerlijker en sneller om van een volksziel iets te zien te geven dan een mondvol frisse verzen. Ook al is ze meer dan duizend jaar oud: de poëzie van Li Tai Po klinkt altijd verrassend nieuw. Mystiek én epicuristisch weerspiegelt zij de schoon bezongen jade en de lente en de jeugd, de nostalgie, de onverbiddelijkheid van de tijd in fel contrast met de lenigheid der verzen en de behendigheid van fantasie. Grote kunst brengt de uitersten aldus samen in harmonieuze tegenstellingen, en zo ook de uitersten van de tijd: verleden en toekomst, herinnering, heimwee, verwachting, wanhoop, hoop.

 

In 2005 werden in China tanden van de Jianshi-mens gevonden die zowat twee miljoen jaar oud moeten zijn. Van de beroemde Peking-mens, een homo erectus of een mens die rechtop begon te lopen, werden vijf schedels en ook kaakbeenderen gevonden die wellicht een miljoen jaar oud zijn. Zowat 6000 vóór Christus leefden langs de Gele Rivier al culturen die gierst verbouwden en die honden, varkens en pluimvee hielden. Afgezien van enkele tekens op aardewerk uit de 13de eeuw v.C. - het einde van de Shang-dynastie - zijn er pas eigenlijke geschriften vanaf de aanvang van het eigenlijke Chinese keizerrijk in 221 v.C.

Het Chinese Keizerrijk overspant de hele geschiedenis van het land van de rijzende zon... tot in 1911. Dan brak in Wuhan, in het hart van China, de Xinhai-revolutie uit onder leiding van Sun Yat Sen (Sun Zhongshan), die de Qing-dynastie deed vallen en in 1912 werd de Republiek China uitgeroepen, aldus vandaag een eeuweling.

De poëzie van Li Tai Po is die van de rijke klasse, de gunstelingen van de keizer, maar een meerderheid van het volk had voor het componeren van lenteverzen helemaal geen tijd. Sun Yat Sen (Yat Sen is eigenlijk een van zijn vele pseudoniemen die overigens niet overbodig bleken daar hij meermaals ternauwernood ontsnapte aan de klauwen van de vijand) was zelf een volksmens die geneesheer werd en hij behartigde de sociale zaak: hij wilde nationalisme, socialisme en democratie. In 1895 had hij al eens een opstand willen ontketenen, wat toen mislukte. Hij beschouwde het Westen en meer bepaald Amerika als model voor China en hij verspreidde die overtuiging via het christelijke netwerk waarvan hij deel uitmaakte. Later, na de oktoberrevolutie in Rusland (in 1917), riep hij de hulp in van de Russische communistenregering voor zijn partij, de Kwomintang of 'volkspartij', en hij kreeg militaire steun en veroverde ook Zuid-China. Maar onder de Russische invloed kleurde zijn partij zo rood dat het zijn opvolger Chiang Kai-Shek zeer tegenstond. Later scheurde de nationalistische Chiang zich met zijn volgelingen als de Republiek van China van het communistische China - de Volksrepubliek China - af, en zo splitste China zich in twee. Sun Yat Sen stierf plotseling in 1925. Hij wordt nog steeds door alle Chinezen (communisten én nationalisten) als 'Vader des Vaderlands' erkend en aldus maakt hij China in feite weer één.

Chiang Kai-Shek kreeg een militaire training in Moskou in 1923 maar keerde in 1924 als overtuigd anti-communist naar China terug waar hij Sun Yat Sen na diens dood opvolgde. In 1928 brak hij met de communisten en hij ging hen zelfs vervolgen. Door zijn vrouw werd hij in 1930 methodistisch christen.

Van 1931 tot 1945 vormden de nationalisten (onder Chiang Kai-Shek) en de communisten (onder Mao Zedong) één front tegen de invallende Japanners maar in feite bevochten ze steeds meer elkaar en Stalin bewapende de communistische Chinezen tegen de nationalisten die in 1948 werden verslagen. In 1949 werd de Volksrepubliek China (het communistische China) gesticht. Intussen volgde Li Tsung-Jen de afgetreden Sun Yat Sen op die samen met 2 miljoen volgelingen naar Taiwan vluchtte, waar hij (in hoofdstad Taipei) de Republiek China (het nationalistische China) vestigde en in 1950 werd hij daar president met de steun van de V.S. Tot 1971 was de Republiek (Taiwan) het enige erkende China (met vandaag 23 miljoen inwoners). Pas daarna werd ook de Volksrepubliek China erkend (met nu 1,3 miljard inwoners).

In 1975 overleed Chiang Kai-Shek, zijn zoon Chiang Ching-kuo volgde hem op en regeerde in Taiwan tot 1988. Na hem regeerden Lee Teng-hui (tot 2000), Chen Shui-bian (tot 2008) en Ma Ying-jeou (herkozen in 2012).

In de Volksrepubliek China werd Mao na zijn dood in 1976 opgevolgd door de pragmatische Deng Xiaoping die een staatskapitalisme invoerde dat China grote welvaart bracht. Na hem regeerden Jiang Zemin (1993-2003) en Hu Jintao (2003-heden).

*

Sun Yat Sen wilde een China naar het voorbeeld van de Verenigde Staten, maar het noodlot wil dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika, Indianen zijn: geen mensen uit Indië afkomstig zoals Colombus verkeerdelijk geloofde toen hij in 1492 Amerika voor Indië hield, maar wel Chinezen. Heel lang geleden kwamen zij Amerika via het Noord-Westen dat aan het Noord-Oosten van Azië grenst, naar binnen en zo bevolkten zij dat continent totdat zij daar door Europese goudzoekers werden verdreven, gescalpeerd of in reservaten ondergebracht met gratis alcohol. En dat de Indianen echt Chinezen zijn, verraadt ons de Chinese poëzie, andermaal van Li Tai Po, met name in zijn drinklied, getiteld: Alleen drinkend bij het licht van de maan, zoals het vertaald is en ook herschreven door de grote Nederlandse dichter Jacob Slauerhoff. Deze arts, te groot om niet feitelijk te worden verstoten door de kleinburgerlijke Hollanders, werd scheepsarts en belandde aldus met de vloot in 't Oosten. Li Tai Po komt helemaal tot zijn recht en ook de dichterlijke wijsheid van de oude Indianen herkent men direct in deze enkele magische verzen:


'Alleen drinkend bij het licht van de maan'
(J. Slauerhoff naar Li Tai Po)

‘k Verkeer in weelde tusschen de bloemen met wijn,
Maar ook in armoe: drinkend zonder vriend.
De opkomende maan, mij zoo verlaten ziend,
Wekt mijn schaduw, zoodat we met zijn drieën zijn.
(2)




Noten:

(1) Het porceleinen paviljoen is een gedicht van de grote Chinese dichter Li Tai Po (ook wel Li Po of Li Bai genoemd) [701-761] in een vertaling van de Nederlandse Hélène Swarth (1859-1941) [in: De chineesche fluit, Meulenhof, Amsterdam 1922] die gebaseerd is op de Duitse vertaling van de hand van Hans Betghe (1876-1946) [in: Chinesische Flöte], die op haar beurt steunt op de eerste vertaling [in: Le livre de jade] van Judith Gautier (1845-1917). Zie:
http://www.tragevuur.com/nummer41-ontdekking.htm#_edn1 . Het gedicht heeft bij ons bekendheid verworven mede door het feit dat het, samen met nog andere verzen van Li Tai Po, werd opgenomen in Gustav Mahler's Das Lied von der Erde uit 1908-1909, dat in première ging na Mahlers dood in 1911 te München.
(2) 
Dit gedicht werd aangetroffen in de nalatenschap van Slauerhoff (1898-1936). Het telde oorspronkelijk veertien regels, Slauerhoff reduceerde ze tot vier. Zie: http://www.tragevuur.com/nummer41-ontdekking.htm#_edn1 .
(°) Voor alle persoonsnamen en trefwoorden, zie ook Wikipedia, o.m.:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Das_Lied_von_der_Erde

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jiang_Zemin

http://nl.wikipedia.org/wiki/China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Deng_Xiaoping

http://nl.wikipedia.org/wiki/Christoffel_Columbus

http://nl.wikipedia.org/wiki/Taiwan

http://www.hyperhistory.com/online_n2/people_n2/persons4_n2/litaipo.html

http://fr.wikipedia.org/wiki/Judith_Gautier

http://en.wikipedia.org/wiki/Hans_Bethge

http://nl.wikipedia.org/wiki/Volksrepubliek_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chiang_Kai-shek

http://nl.wikipedia.org/wiki/Sun_Yat-sen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Xinhai-revolutie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Kwomintang

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tongmenghui

http://nl.wikipedia.org/wiki/Japan

http://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_China_(Taiwan)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mao_Zedong

http://nl.wikipedia.org/wiki/Yuan_Shikai

http://nl.wikipedia.org/wiki/Mao%C3%AFsme

http://nl.wikipedia.org/wiki/Communistische_Partij_van_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_China

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlanders_op_Formosa

http://nl.wikipedia.org/wiki/Shang-dynastie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Zhou-dynastie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Qing-dynastie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chinese_oudheid

http://nl.wikipedia.org/wiki/Traditionele_Chinese_opvatting_over_de_oudste_Chinese_geschiedenis

http://nl.wikipedia.org/wiki/Chinees_keizerrijk



(J.B., 8 maart 2012)






















19-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pasen 2018







                     

Pasen 2018

           




Het christendom zou zijn bestaansreden verliezen als dit geloof niet de onsterfelijkheid of het eeuwig leven beloofde, inbegrepen, niet mis te verstaan, de opstanding van het lichaam uit de dood – want dat zijn uiteraard twee onderscheiden zaken.


De herinnering aan de bestaansreden van het christendom geschiedt met Pasen – de herdenking van de verrijzenis van de Messias en meteen het grootste kerkelijk feest van het jaar. Jezus wordt meer bepaald de eerst verrezene genoemd; Hij die voorafgaat aan allen die het eeuwig leven zullen beërven en die dat aan Hem te danken hebben; Hij die de erfschuld uitboette waarmee wij beladen werden sinds de zondeval die ons sterfelijk maakte. (1)


Want op de keper beschouwd gaat Pasen niet over de creatie van het eeuwig leven maar over het herstel van de onsterfelijkheid waarmee de mens immers geschapen werd maar die hij door zonde verspeelde. Andermaal, de opstanding uit de dood is een andere zaak dan het eeuwig leven, aangezien diegenen die uit de dood werden opgewekt, daardoor allerminst onsterfelijk werden, en er zijn er wel wat.


Behalve de door Jahweh opgewekte drie gevallen zoals vermeld in het boek Koningen in het Oude Testament – de zoon van Elia's gastvrouw (2), de zoon van de Sunamitische (3) en de dode die in Elisa's graf werd gelegd (4) – alsook de mensen die zoals vermeld in de Evangeliën door Jezus zelf werden opgewekt – de zoon van de weduwe van Naïn (5), het dochtertje van Jaïrus (6) en Lazarus van Bethanië (7) – alsook de door Petrus opgewekte Dorcas en de door Paulus opgewekte Eutychus (8) – zijn er nog de 'vele heiligen' die onmiddellijk na Christus' dood verrezen en in Jeruzalem verschenen. (9) Als mag aangenomen worden dat Jezus de eerst verrezene is, dan moeten allen die voordien uit de dood werden opgewekt, niet beschouwd worden als opgestaan tot het eeuwig leven doch enkel als opgestaan uit de dood of dus teruggekeerd uit de dood – tot het aardse leven.


Aldus verdwijnt meteen een schijnbare inconsistentie in de bijbelse verhalen over het verrijzenisgeloof, meer bepaald aangaande de door sommigen gemaakte opmerking dat de verschijning in Jeruzalem van de vele reeds gestorven heiligen plaatsvond nog voor de verrijzenis van Jezus uit zijn graf – zij kunnen immers uit de dood zijn opgewekt naar het aardse leven, net zoals bijvoorbeeld Lazarus, echter zonder verrezen te zijn en dus zonder reeds het eeuwig leven te hebben ontvangen – zoals gezegd zijn dit dan twee verschillende zaken.


Volgens de bijbel is er overigens ook tenminste één mens die nooit gestorven is aangezien zij niet met de erfzonde besmet was, met name Maria, de moeder Gods – zij werd evenwel 'ten hemel opgenomen', wat dan ook haar fysieke afwezigheid onder de stervelingen verklaart. Geheel onverklaarbaar echter blijft het gegeven dat verder ook Henoch en de profeet Elia als stervelingen ten hemel zouden zijn opgenomen zonder de dood te hebben moeten smaken. (10)


Jezus verrees pas drie dagen na zijn overlijden en in die tussentijd – op 'Stille Zaterdag' – zou Hij, althans volgens de apostolische geloofsbelijdenis, afgedaald zijn ter helle, met name om aldaar in het voorgeborchte van de hel de zielen te gaan verlossen van al diegenen die al gestorven waren – dezen hebben namelijk niet de kans gehad op het doopsel dat immers pas na het offer van het Lam van kracht was en derhalve waren zij niet verantwoordelijk voor hun toestand.


Naast het vreemde verschijnsel van de opwekking uit de dood tot een terugkeer in het aardse leven – in tegenstelling tot de opstanding welke een intrede in het eeuwig leven betreft – blijft nog een element de geloofwaardigheid van het paasgebeuren aantasten, namelijk de oudtestamentische grondslag voor pasen. Er wordt namelijk verteld dat een engel op bevel van Jahweh alle eerstgeborenen in de Egyptische gezinnen doodt teneinde de Egyptenaren duidelijk te maken dat het Jahweh menens is met zijn beschermheerschap van zijn volk Israël. (11)


Ofschoon Jezus liet verstaan dat hij niets wilde afdoen aan het Oude testament, (12) lijkt dit toch andermaal een grondige reden om op zijn minst de al te letterlijke interpretaties van het Oude Testament ten stelligste te moeten veroordelen. Jahweh die zijn engel gebiedt om een genocide te plegen vergelijkbaar met die van de legendarische Herodes – een moordpartij met als slachtoffers nota bene geheel onschuldige kinderen – is een zoveelste niet langer door de vingers te zien 'feit' dat de heiligheid van de Schrift ontsiert, zoniet op de helling zet. (13) Men herinnere zich vooral de mensenoffers die kennelijk gangbaar waren tot bij de aartsvader Abraham die net niet zijn zoon onthoofdde op het altaar van de Heer – die via zijn engel liet weten dat Hij voortaan genoegen zou nemen met een offerdier. (14)


Wie zich vasthechten aan dit geloof, moeten zich uiteindelijk in allerlei bochten gaan wringen om middels zogenaamd 'figuurlijke' interpretaties de Heilige Schrift minder wreed te laten lijken dan ze in feite is, want tenslotte waren de stammentwisten ook in die tijd gevechten op leven en dood en gold het als een roemrijke heldendaad zijn vijanden te hebben verslagen en gedood – onder de vele duizenden jaren later nog steeds weerklinkende strijdkreet waarmee alle oorlogzuchtigen zich moed inspreken: "zo helpe ons God!" – en ligt er niet een ganse wereld tussen, enerzijds, deze primitieve kreet en, anderzijds, het Nieuw Testamentische devies: "Bemint uw vijanden!"? Maar wie hier nog steeds de kool en de geit willen sparen, dreigen daarvoor te zullen moeten betalen met de prijs van hun geloofwaardigheid: de wortels van het paasfeest kunnen bezwaarlijk kosjer worden genoemd. En onvermijdelijk doch niet geheel ten onrechte gaat ook de rest van de Heilige Schrift aan geloofwaardigheid inboeten.


Met de historie van de lijkwade van Turijn werd meermaals getracht om de geloofwaardigheid van de christelijke verrijzenis enigszins te herstellen – herhaaldelijk met bijzonder matig succes omdat men nu eenmaal, alle goed bedoelde goedgelovigheid ten spijt, in het jammerlijke onvermogen verkeert om van een ezel een koerspeerd te maken. Twee bijzonder grondig gedocumenteerde studies hierover zijn Subliem licht op de lijkwade van Turijn. Ware herkomst van een middeleeuwse relikwie (Aspekt, 2015) (15) en De terugkeer van de Nazoreeër. Fabuleuze lotsbestemming van een bliksemsjamaan (Aspekt, 2016) (16) van de Vlaamse auteur Ludo Noens.


Het laatst genoemde boek gaat over Jezus, de zoon van god, die na zijn dood is verrezen en de verrezen heer zou menigmaal verschenen zijn, zoals vele bronnen getuigen. En dat gegeven trekt Ludo Noens ook helemaal niet in twijfel, alleen blijken de doden vaker aan hun nabestaanden te verschijnen en menig strenge wetenschapper heeft daarvan getuigd, ofschoon niemand daarvoor ooit een bevredigende verklaring vond. Maar dat is geen bezwaar, zo blijkt immers uit het feit dat ook het leven zelf, dat onderwerp is van de biologie en van menige andere wetenschap, het met slechts beschrijvingen moet doen terwijl de grondvraag naar wat het leven is en hoe het dan überhaupt mogelijk is, uiteindelijk onbeantwoord blijft.


Het christendom is een mysteriegodsdienst, maar het is lang niet de eerste en evenmin de enige: over de mysterieculten licht ons Noens' boek uitgebreid in maar ook over de daarmee samenhangende problematiek van de Bijna-Dood-Ervaringen (BDE) die een empirische grond geven voor het geloof in wat het louter stoffelijke en het tijdelijke te boven gaat. De geschiedenis staat bol van sekten, geschriften en getuigenissen afkomstig uit alle hoeken van de wereld waarin sprake is over steeds weer hetzelfde fenomeen dat wij ook in het ons min of meer vertrouwde christendom ontwaren, alleen blijkt het bijzonder verhelderend om zich te realiseren dat naast de door de kerken erkende geschriften en documenten, nog andere bronnen bestaan: teksten die verdonkeremaand werden omdat zij de potentaten niet in de kaarten speelden maar die onontbeerlijk zijn om de waarheid dichterbij te komen omtrent — in dit geval — de Nazoreeër.


Noens' nauwgezette duiding van het sjamanisme laat er geen twijfel over bestaan dat ook de Nazoreeër in deze groep thuishoort — een groep van bijzondere figuren die de link verzorgen met de wereld aan gene zijde zonder welke ons bestaan aan deze zijde uiteindelijk belofteloos blijft. Noens schrijft: “(...) Wat men in onze alsmaar rationeler wordende samenleving meer en meer onder de mat schuift, zal de essentie van Jezus' betekenis blijken te zijn”. De waarheid blijft verborgen voor de verstandigen en wordt slechts aan de eenvoudigen onthuld; het koninkrijk Gods is slechts voor wie bereid zijn al het wereldse achter te laten. Is de verrijzenis van Christus als een eenmalig gebeuren voorgoed achterhaald? Het lijkt erop dat het biologische sowieso bestemd is om uit het leven een post-biologische ziel te laten geboren worden. (17)


(J.B., 19 maart 2018)


Verwijzingen:

            (1) I Korintiërs 15: 20-23: "Maar: Christus ís uit de dood opgestaan! Hij was de eerste van alle gestorven mensen die dat deed. Vroeger is door een mens (Adam) de dood in de wereld gekomen. Nu is ook door een Mens de opstanding uit de dood in de wereld gekomen. Alle mensen zullen door de schuld van Adam sterven. Maar nu zullen alle mensen door Christus levend gemaakt worden. Maar ieder op zijn beurt: Christus als eerste en daarna de mensen die van Christus zijn als Hij terugkomt."            

            (2) I Koningen 17:17-24.

            (3) 2 Koningen 4:8.

            (4) 2 Koningen 13:20,21.

            (5) Lucas 7:11-15.

            (6) Marcus 5:22-43 en Lucas 8:41-56.

            (7) Johannes 11.

            (8) Handelingen 9:36 resp. Handelingen 20:9.

            (9) Mattheüs 27:52-53: “En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt; en uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.”

            (10) Wat betreft Henoch, zie: Genesis 5:18-24: "Jered leefde honderdtweeënzestig jaar, en verwekte Henoch. En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Jered waren negenhonderdtweeënzestig jaar; en hij stierf. Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach. En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar. Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg." Alsook:

            Hebreeën 11:5: "Door het geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien. En hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had. Vóór zijn wegneming kreeg hij namelijk het getuigenis dat hij God behaagde."

            Wat betreft Elia, zie: 2 Koningen 2:1-12: "Het geschiedde nu, als de Heer Elia met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elia met Elisa ging van Gilgal. En Elia zeide tot Elisa: Blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar Beth-el gezonden. Maar Elisa zeide: Zo waarachtig als de Heer leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo gingen zij af naar Beth-el. Toen gingen de zonen der profeten, die te Beth-el waren, tot Elisa uit, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de Heer heden uw heer van uw hoofd wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil. En Elia zeide tot hem: Elisa, blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de Heer leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo kwamen zij te Jericho. Toen traden de zonen der profeten, die te Jericho waren, naar Elisa toe, en zeiden tot hem: Weet gij, dat de Heer heden uw heer van uw hoofd [d.i.: uw meester – n.v.d.a.] wegnemen zal? En hij zeide: Ik weet het ook wel, zwijgt gij stil. En Elia zeide tot hem: Blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zeide: Zo waarachtig als de Heer leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! En zij beiden gingen henen. En vijftig mannen van de zonen der profeten gingen henen, en stonden tegenover van verre; en die beiden stonden aan de Jordaan. Toen nam Elia zijn mantel, en wond hem samen, en sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld; en zij beiden gingen er door op het droge. Het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn! En hij zeide: Gij hebt een harde zaak begeerd; indien gij mij zult zien, als ik van bij u weggenomen worde, het zal u alzo geschieden; doch zo niet, het zal niet geschieden. En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel. En Elisa zag het, en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren! En hij zag hem niet meer; en hij vatte zijn klederen en scheurde ze in twee stukken."

            (12) Mattheüs 5: 17: "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen." (Statenvertaling van de bijbel).

            (13) "De Israëlieten kreunden onder slavernij en mishandeling door Farao. Moegetergd liet die zijn slaven onder leiding van Mozes vertrekken nadat een engel van God het oudste kind van alle Egyptische gezinnen had gedood. De kinderen van Israël werden gespaard: de engel ging voorbij – Pesach – aan hun huizen omdat ze op hun deurposten bloed hadden gesmeerd van een lam dat die avond werd gegeten." – aldus een verklarende paastekst op de internetsite van Kerknet – zie:

https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/artikel/wat-vieren-we-met-pasen-de-verrijzenis-van-jezus


(14) Genesis 22: 1-13: “Hierna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tot hem: `Abraham.' En hij antwoordde: `Hier ben ik.' Hij zei: `Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, naar het land van de Moria, en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen, als brandoffer op.' De volgende morgen zadelde Abraham zijn ezel, nam twee knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, en kloofde hout voor het brandoffer. Daarna begaf hij zich op weg naar de plaats die God hem aangewezen had. Op de derde dag zag Abraham in de verte de plaats liggen. Toen zei Abraham tot zijn knechten: `Jullie blijven hier bij de ezel; ik ga met de jongen daarginds heen. Nadat wij ons in aanbidding neergebogen hebben, komen wij weer terug.' Daarop gaf Abraham zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer te dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes. Zo gingen zij samen op weg. Toen zei Isaak tot zijn vader Abraham: `Vader.' Hij antwoordde: `Ja, mijn zoon.' Isaak zei: `Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?' Abraham antwoordde: `God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.' En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: `Abraham, Abraham!'En hij antwoordde: `Hier ben ik.' Hij zei: `Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.' Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon." (Willibrordvertaling 1975)

15) http://www.bloggen.be/ludonoens/archief.php?ID=2624427 ;


https://www.youtube.com/watch?v=sUqEj9aqOgE


(16) http://www.bloggen.be/ludonoens/archief.php?ID=2905285


(17) http://bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2909662



           





           


                       










13-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De arrestatie






         

           




De arrestatie

           



"Ik schrijf zelf, ik redigeer zelf, ik censureer zelf, ik geef zelf uit, ik verspreid zelf en ik zit er zelf een straf voor uit."

aldus definieert de voormalige Sovjet-dissident Vladimir Boekovski de 'Samizdat': de dissidente geschriften die clandestien circuleerden in de voormalige USSR. (1)


In de jaren vijftig van de vorige eeuw was een van die 'Samizdat' De Goelag Archipel van de Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 1970, Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008) die in 1945 gearresteerd werd en in de strafkampen verdween tot 1953. (2) De Goelag Archipel verscheen in Parijs tussen 1973 en 1975 en is een ooggetuigeverslag over die strafkampen waarin achttien miljoen mensen terecht kwamen zonder enige vorm van proces omdat zij ervan verdacht werden het Stalinistische regime (1922-1953) niet genegen te zijn en van deze gevangenen kwamen er 2.749.163 om. (3) Na de publicatie van enkele delen van zijn boek werd Solzjenitsyn opnieuw gearresteerd en uitgewezen – in 1974 – waarna hij via Zwitserland nog twee jaar later in Vermont (USA) belandde. (4)

Over de hallucinante manier waarop Sovjet-burgers welhaast volkomen willekeurig gearresteerd werden en (vaak voorgoed) verdwenen achter de muren en de staketsels waar men achteloos voorbij liep terwijl niemand kon vermoeden welke hel ze verborgen, handelt het eerste hoofdstuk van zijn meesterwerk.



Een arrestatie of een aanhouding is het ontnemen van de bewegingsvrijheid van een persoon door politiediensten of, in geval van heterdaad, door burgers”. (4a)


Gearresteerd worden – onder Stalin kon het iedereen overkomen: men werd van zijn bed gelicht of onder een of ander voorwendsel ergens heen gelokt en prompt ingerekend; de slachtoffers vermoedden dat het een vergissing was, maar neen: hun leven bleek op slag voorbij en zou voortaan alleen nog maar bestaan uit dwangarbeid op een onbekende en onbereikbare plek. (5)

Men moet het eerste hoofdstuk over de arrestatie in De Goelag Archipel van Aleksandr Solzenitsyn gelezen hebben om een idee te kunnen hebben van de verschrikkelijke realiteit achter zoveel koele historische data. Deze literaire meesterwerken ten spijt, blijkt het echter niet te willen doordringen tot het leeuwendeel van de huidige wereldbevolking – waarvan toch mag aangenomen worden dat zij een zeker beschavingspeil heeft bereikt – dat gelijkaardige mistoestanden van een mogelijks nog grotere omvang in de huidige tijd schering en inslag zijn in grote gedeelten van de wereld en dat de betrokken tirannen door iedereen niet alleen met rust worden gelaten maar bovendien kunnen rekenen op applaus vanwege de door hen verdrukte massa, op eretekens vanwege politici en vorsten wereldwijd en op een oorverdovend stilzwijgen omtrent het ten hemel schreiend onrecht waarvan zij elk hun handelsmerk hebben gemaakt.


Zo heeft recentelijk Xi Jinping zichzelf in maart 2018 voor het leven benoemd tot leider van straks een kwart van de wereldbevolking – zowat anderhalf miljard Chinezen (6) en hij werd bij die gelegenheid toegejuicht door de Amerikaanse president Donald Trump: “He’s now president for life. President for life. And he’s great (…) And look, he was able to do that. I think it’s great. Maybe we’ll give that a shot some day.” (7) Verheerlijkt de huidige president van het land van de voortrekkers van de vrijheid en de vooruitgang hier de dictatuur of hebben wij hem dan fout verstaan? Want in zijn toespraak op het 19de Nationaal Congres van de Communistische Partij van China, gehouden in oktober 2017, liet Xi er geen twijfel over bestaan dat het hem erom te doen is met China op het voorplan te treden in de wereldpolitiek, zich te keren tegen de westerse democratieën en Taiwan alsook Hong-Kong opnieuw in te lijven. (8) De mooie beloften om de bureaucratie, de genotzucht, de verkwisting en de corruptie te bestrijden blijken verkappingen van censuur (van onder meer het internet) en van grootschalige vervolgingen met folterpraktijken. (9) Homoseksualiteit wordt er sinds kort opnieuw beschouwd als een ziekte (10) en in dezer steken de Verenigde Staten de communisten zelfs naar de kroon met de 'verwezenlijkingen' van hun vicepresident Pence die het als gouverneur van Indiana (althans voor een zekere periode) voor elkaar kreeg om aan homofobie een wettelijk statuut te verlenen ten koste van de mensenrechten. (11)

Ook in Turkije – een land met tachtig miljoen inwoners – worden de mensenrechten met de voeten getreden – onlangs nog werden duizenden kritische journalisten gearresteerd en kranten opgedoekt (11a) en op de jongste gay parade in Istanboel werden de manifestanten prompt beschoten door de politie (12) – Erdogan loopt in dezer kennelijk in het spoor van de Russische president Poetin (13) en van zijn collega Kadyrov van de Tsjetsjeense Russische autonome republiek die ervan beschuldigd wordt middels folterende en moordende doodeskaders terreur te zaaien in het ganse land. Het herinnert aan de joodse filosofe Hannah Arendt die wreedheid koppelt aan een gebrek aan intelligentie, als men moet vernemen dat Kadyrov de lagere school niet afmaakte. (14) En het Internationaal Olympisch Comité blijkt de wortels van de Spelen wel helemaal vergeten waar het de Russische vijandige opstelling jegens holebi's en transgenders steunt en atleten bedreigt met bestraffing als zij het wagen om op de Russische homofobie kritiek te hebben en de mensenrechten – in casu de homorechten – te verdedigen. (15) En dan hebben we het nog niet gehad over de opvattingen en de praktijken in Azië, Afrika en de islamwereld.


Sinds Hitler, Stalin en Mussolini waren er nog vele dictators waarvan men zich deze West-Europese nog zal herinneren – en, andermaal: dit zijn slechts de droge data; alleen een literair meesterwerk zoals dat van Solzjenitsyn kan ons hun eigenlijke betekenis onthullen. Er was Georghiu-Dej die in 1945 de drie maanden geleden op 96-jarige leeftijd in Zwitserland overleden koning Michaël van Roemenië tot aftreden dwong en die er aanbleef tot 1965 gevolgd door de paranoïde Nicolae Ceaușescu die in 1967 aan de macht kwam en die in 1989 samen met zijn vrouw werd vermoord (16); Salazar in Portugal (1932-1968); de drie Griekse dictators Zoitakis, Papadopoulos en Ghizikis van 1967 tot 1974; de wrede generaal Franco in Spanje (1939-1975) die zich 'leider van Spanje bij de Gratie Gods' liet noemen (17) en Jaruzelski in Polen (1981-1990). (18) In de rest van de wereld herinnert men zich vooral Papa Doc (1957-1971) en Baby Doc (1971-1986) in Haïti ; Mao in China (1945-1976); Pol Pot in Cambodja (1975-1979); Idi Amin in Oeganda (1971-1979); Tito in Joegoeslavië (1953-1980); Vileda in Argentinië (1976-1981); Marcos op de Filippijnen (1965-1986); Kádár in Hongarije (1956-1988); Pinochet in Chili (1973-1990); Kim-Il-Sung (1972-1994) en Kim Jong-il (1994-2011) in Noord-Korea ; Mobutu in Zaïre (1965-1997) en in zijn spoor Laurent-Désiré Kabila (1997-2001) en zijn zoon (2001-2018) in de republiek Congo; Soeharto in Indonesië (1967-1998); Hafiz al-Assad (1971-2000) en zijn zoon (2000-2018) in Syrië; Milošević in Joegoslavië (1997-2000); Saddam Houssein in Irak (1979-2003); Fidel Castro (1976-2008), opgevolgd door zijn broer Raoel (2008-2018) in Cuba en dan zijn er nog de tijdens de Noord-Afrikaanse revolutie in 2011 afgetreden dictators Ben Ali in Tunesië (1987-2011); Moebarak in Egypte (1981-2011) en al-Qadhafi in Libië (1967-2011). (19)

Vandaag zijn er nog de absolute monarchieën van Bruneï, Oman, Bahrein en Saoedi-Arabië. Dictaturen zijn ook de presidentiële republieken van Equatoriaal Guinea, Angola, Zimbabwe, Kameroen, Oezbekistan, Tsjaad, Kazachstan, Eritrea, Soedan, Gambia, Wit-Rusland, Algerije, Djibouti, Syrië, Rwanda, Congo, Azerbeidzjan, Cuba, Noord-Korea en Turkije. (19)


Een dictator blijkt een gestoorde persoonlijkheid: narcistisch, grootheidswaanzinnig, paranoïde en wreed, dikwijls opgegroeid in een gezin met een onderdrukkende vader; hij dringt zijn eigen persoonlijke visie op aan het volk dat hij onderwerpt; hij arresteert zijn tegenstanders massaal, wat betekent dat hij hen de bewegingsvrijheid ontneemt – in vele gevallen gaat hij over tot (massa)moord. Leven onder een dictator is bestaan onder een voortdurende dreiging. Omdat men gearresteerd kan worden van zodra men zich veroorlooft om alleen nog maar te denken wat men wil, omdat er in een dictatuur totale willekeur heerst en er derhalve geen reden hoeft te zijn waarom iemand wordt gearresteerd, leeft iedereen er in feite in voortdurende gevangenschap, ook al is men niet of nog niet aangehouden. Solzjenitsyn beschrijft die realiteit ook treffend in het verhaal over de priester Irakliej die, na acht jaar ondergedoken geleefd te hebben bij zijn parochianen, zo opgejaagd was dat hij bij zijn uiteindelijke arrestatie van pure blijdschap de lof zong van de Heer. Het slachtoffer gaat zijn lot uiteindelijk beminnen – omdat dit nu eenmaal zijn eigenste lot is...


De dictatuur is verwerpelijk omdat zij mensen verhindert mens te zijn; zij reduceert mensen tot minder nog dan dieren – tot werktuigen van de alleenheerser. Dictators hoeven niet elke burger feitelijk te arresteren opdat elkeen ook echt beroofd zou zijn van zijn bewegingsvrijheid want de dreiging tot arrestatie heeft hetzelfde effect als de arrestatie zelf ofwel overtreft zij dit effect nog; tirannen hoeven niet iedereen te vermoorden opdat het volk helemaal geen mensen meer zou tellen. Maar van zodra het volk kan, grijpt het zijn kans: de potentaat in rouw die elk van zijn onderdanen kan dwingen tot het plengen van tranen, wordt van zodra hij de kans schoon ziet, door dezelfde onderdanen onder luid gejubel in een ontembare feestvreugde gelyncht.


Arrestatie of aanhouding betekent letterlijk: afremmen en tot stilstand brengen, verhinderen om nog voort te gaan, doen stoppen en doen ophouden. Als we de bijbel mogen geloven zijn er slechts een handvol uitzonderingen op de regel dat het leven zelf alle mensen vroeg of laat tot stilstand dwingt. De ouderdom en de kwalen remmen de levensloop af, zij brengen ons letterlijk tot stilstand, tot stil zitten of tot stil liggen en zo worden we aan ons bed gekluisterd – als we al niet abrupt uit het leven worden weggeplukt. Het leven zelf rekent ons in en lijkt wel om verantwoording te vragen zoals de engel aan Job, na diens klacht, om verantwoording vroeg: Op grond van welk recht bestaat gij? Gij hebt helemaal geen recht om te bestaan, zegt gij? Wees dan zo goed mij te volgen! – en zo worden wij dan door de laatste poort geleid en is dat niet de arrestatie bij uitstek? Er staat geschreven: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gij gingt, waar gij wildet, maar wanneer gij eenmaal oud wordt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u omgorden en u brengen, waar gij niet wilt.” (Johannes 21, 18) (20)

(J.B., 13 maart 2018)

Verwijzingen:

(1) Vladimir Boekovski, En de wind keert terug, autobiografische roman, New York, Хроника, 1978: 126. Vladimir Boekovski (°1942) [niet te verwarren met Charles Bukovski – ook een dichter] schreef over de dwangbehandelingen in psychiatrische klinieken die dienst deden als speciale gevangenissen in de USSR. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vladimir_Boekovski ;

https://nl.wikipedia.org/wiki/Samizdat ;

(2) Aleksandr Solzjenitsyn zat gevangen in de goelag van 1945 tot 1953 (onder Stalin). Hij schreef De Goelag Archipel tussen 1958 en 1968. Zie ook: (4). Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Goelag_Archipel

(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Goelag#Aantal_slachtoffers

(4) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksandr_Solzjenitsyn

(4a) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanhouding

(5) Voor de Engelstalige tekst "The Gulag Archpelago" (in 3 volumes), zie: https://archive.org/stream/TheGulagArchipelago-Threevolumes/The-Gulag-Archipelago__vol1__I-II__Solzhenitsyn#page/n13/mode/2up

(6) https://nl.wikipedia.org/wiki/Xi_Jinping

(7) https://www.theguardian.com/us-news/2018/mar/04/donald-trump-praises-xi-jinping-power-grab-give-that-a-shot-china ;

https://www.telegraaf.nl/nieuws/1745003/trump-feliciteert-xi-met-levenslange-baan

(8) https://www.theguardian.com/world/2017/oct/18/xi-jinping-speech-five-things-you-need-to-know

(9) https://www.volkskrant.nl/archief/partijlid-in-china-verdronken-bij-verhoor~a3504069/

(10) https://www.vpro.nl/programmas/door-het-hart-van-china/kijk/afleveringen/door-het-hart-van-china-2.html

(11) http://time.com/4406337/mike-pence-gay-rights-lgbt-religious-freedom/

(11a) http://www.knack.be/nieuws/wereld/wij-waren-journalisten-getuigenis-van-een-turkse-journalist/article-opinion-892359.html

(12) https://www.hln.be/nieuws/buitenland/politie-istanboel-schiet-rubberkogels-om-gay-pride-te-verhinderen~a28bbab9/

(13) http://www.slate.com/blogs/the_slatest/2013/06/29/gay_pride_st_petersburg_rally_ends_in_arrests_over_gay_propoganda_law.html

(14) https://nl.wikipedia.org/wiki/Ramzan_Kadyrov#Kadyrov_en_beschuldigingen_van_wreedheden

(15) “IOC gaat atleten straffen wanneer die opkomen voor holebi's en transgenders”: http://holebi.info/phpnews/kortnews.php?action=fullnews&id=12007

(16) https://nl.wikipedia.org/wiki/Gheorghe_Gheorghiu-Dej ; https://nl.wikipedia.org/wiki/Micha%C3%ABl_I_van_Roemeni%C3%AB

(17) https://nl.wikipedia.org/wiki/Francisco_Franco

(18) https://nl.wikipedia.org/wiki/Wojciech_Jaruzelski

(19) http://nl.wikisage.org/wiki/Lijst_van_dictaturen

(20) Vertaling volgens het NBG, 1951.







08-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Excuseer mijnheer maar u bestaat niet meer





         

           


Excuseer mijnheer maar u bestaat niet meer


Onlangs dook in het nieuws het lugubere verhaal op van een Belg die op reis in Indië onwel geworden, werd afgevoerd en nog voor zijn aankomst in de kliniek aldaar overleed. Het gebeuren had plaats in februari 2016. Het lijk van de ongelukkige werd overgebracht naar België en een autopsie hier ten lande wees uit dat het lichaam een schedelwonde vertoonde als van een slag van een stomp voorwerp en bovendien bleken het hart en de beide nieren te ontbreken. (1)


Aan de verhalen over rijke westerlingen die dringend een ruilorgaan nodig hebben en die dat dan voor een grote som geld kopen bij een gespecialiseerde bende die het wegsnijdt uit het lichaam van een Indische paria, hebben we in de afgelopen decennia al kunnen wennen. Ter gelegenheid van zijn verzoek aan de Europese Commissie om de illegale handel in menselijke organen te bestrijden, stelde Aldo Patriciello van de Europese Volkspartij op 25 mei 2010 onder meer het volgende: “(...) Onder de landen waar illegale handel in menselijke organen plaatsvindt bevinden zich rijke industrielanden waar tegen betaling illegaal verwijderde organen worden ingevoerd, en arme landen, waar deze organen vandaan komen. (…) volgens een onderzoek wordt geschat dat het om 15000 nieren per jaar gaat, en dat de meeste daarvan afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden, omdat daar nog veel armoede heerst en de illegale handel in organen soms de enige manier is om geld te verdienen. (…) De handel in organen is meestal in handen van criminele organisaties (...)” (2)


Dit in acht genomen is het niet ondenkbaar dat derde wereldburgers die in hun leefkring moordpartijen om organen en derhalve om grof geld moeten dulden, wel eens het plan konden opvatten om niet langer het eigen volk te slachtofferen maar in de plaats daarvan de westerlingen die de organen ook bestellen – het is alvast een veronderstelling die niet gespeend is van een zekere logica, zij het dan een oorlogslogica. Het klinkt zelfs plausibel als bovendien een ander feit in rekening wordt gebracht waarvan de gruwel zo mogelijk nog meer verbijstert.


In het eigen westen blijkt men namelijk de vitale organen voor transplantatie weg te nemen uit de nog levende lichamen van donoren terwijl wie zich als donor laten registreren, in de waan verkeren dat hun organen pas na hun dood zullen worden weggehaald. De waarheid immers is dat organen worden weggehaald uit doodverklaarde maar niettemin nog levende lichamen. Doodverklaring geschiedt van zodra het elektro-encefalogram vlak is en dat heet 'hersendood'. Hersendood wordt gelijkgesteld aan dood, terwijl een aantal hersendoden (soms na vele jaren) zijn opgestaan en dikwijls zonder enig letsel.


In dat verband reist de nu vijfentachtigjarige kinderarts Paul A. Byrne de wereld rond met lezingen over het onderwerp. Hij stelt dat de term 'hersendood' slechts aanduidt dat de ziekenhuisapparatuur niet meer in staat is om nog hersenactiviteit te registreren en dat de dood van orgaandonoren pas intreedt op het ogenblik dat hun organen worden weggehaald. (3)


Ook de Nederlander Ger Lodewick schreef een schokkend boek over orgaandonatie en klaagt daarin aan dat de ganse bevolking inzake orgaandonatie belogen wordt. De donoren van organen zijn immers helemaal niet dood, zo stelt hij; ze zijn wel doodverklaard omdat de hersenactiviteit niet meer kan gemeten worden terwijl de rest van de lichaamsfuncties onaangetast blijft en wel in die mate dat zwangere vrouwen nog kinderen kunnen baren en dat donoren op het ogenblik dat men in hun lichaam gaat snijden om hun organen te verwijderen, felle reacties vertonen: de pols en de bloeddruk stijgen significant en soms komt de donor overeind en maakt hij afwerende gebaren. (4)


We weten dat in het verleden mensen vaker onterecht werden doodverklaard en zo vindt men op begraafplaatsen soms sporen van verwoede pogingen van 'levende doden' om uit hun kist te komen. Sommigen stonden op als ze al in het dodenhuisje lagen of in het graf – denk maar aan Jezus van Nazareth (5) – en enkelen werden uit de dood opgewekt – zeer zeker omdat ze helemaal niet dood waren en Lazarus die vier dagen na zijn al dan niet vermeend overlijden door Jezus werd opgewekt, is hiervan het typevoorbeeld. (6)


Het criterium om iemand dood te verklaren werd immers lange tijd geassocieerd met de ademhaling en de hartslag die soms bijzonder moeilijk kunnen gedetecteerd worden en geslaagde reanimatiepogingen alsook de nood aan orgaandonoren vereisten een nieuw criterium en zo kwam vanaf de jaren zestig van de voorgaande eeuw stilaan het begrip 'hersendood' in voege. Echter, zoals reeds gezegd, blijkt het probleem hiermee slechts te zijn verschoven want het is niet omdat men iets niet waarnemen of meten kan, dat men ook mag besluiten dat het er niet is en dat geldt behalve voor de ademhaling en de pols ook voor de hersenfunctie.


Marie Curie overleed ingevolge de onzichtbare Röntgenstraling in verband waarmee zij in 1903 de Nobelprijs voor de Fysica ontving en dat zij vaak seances bijwoonde, toont aan dat zij ook de mogelijkheid van de onzichtbare aanwezigheid van overledenen ernstig nam en alvast onderzocht: zoals het elke authentieke man of vrouw van de wetenschap past, wachtte zij zich ervoor om te concluderen dat wat wij niet of nog niet kennen, ook niet kan bestaan.


Van zodra wordt aangenomen dat de hersenen niet de producenten van ons bewustzijn zijn maar slechts de ontvangers, verschuift niet alleen ons mensbeeld maar vergt evenzeer het criterium waarmee men doodverklaard wordt een grondige aanpassing. Een en ander wordt besproken door de Nederlandse cardioloog Pim Van Lommel die er onderzoek naar deed en ook over publiceerde. (7) Wie echter blijven zweren bij de genoemde materialistische hypothese, moeten vanzelfsprekend het feit van de beperktheid van onze meetapparatuur erkennen. Ofschoon de geschiedenis aantoont dat dit veeleer de regel is dan de uitzondering, blijft het verbazingwekkend hoe makkelijk 'wetenschapslui' – mensen van wie mag aangenomen worden dat zij de waarheid zoeken – ermee weg blijken te kunnen komen als zij, verblind door winstbejag, de meest elementaire logica onder de mat vegen. Wie doodverklaard zijn, hebben niet tegen te pruttelen, ze delen bijna hetzelfde lot als de sans-papiers, die allemaal tegen een gelijkaardig door onze bureaucratie gemodelleerd antwoord aankijken: “Excuseer, mevrouw, meneer, maar u bestaat helaas niet of niet meer”.


(J.B., 8 maart 2018)


Verwijzingen:


(1) http://www.standaard.be/cnt/dmf20180223_03373607


(2) http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+WQ+E-2010-3600+0+DOC+XML+V0//NL


(3) http://www.wijwordenwakker.org/nl/gezondheid/artsen-aan-het-woord/p2002


(4) Ger Lorwick, Wat je over orgaandonatie zou moeten weten, Succesboeken.nl, 2014. Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=k4a2j3g8T8o&feature=youtu.be


(5) Zie het Evangelie volgens Johannes: Joh. 20, 1-2 en 11-18: https://bijbel.eo.nl/bijbel/johannes/20


(6) Zie het Evangelie volgens Johannes: Joh. 11:1-54: https://www.bible.com/nl/bible/75/JHN.11.1-54.htb


(7) Pim Van Lommel, Eindeloos bewustzijn. Een wetenschappelijke visie op de bijna doodervaring, Ten Have, 2015.




28-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 6: Het Belgische onderricht over Tsjernobyl en Lumumba




         

Over onderwijs en vorming


Deel 6: Het Belgische onderricht over Tsjernobyl en Lumumba


Hoe men het ook draait of keert, inzake onderwijs en vorming is de allereerste aan te leren taak altijd heel goed begrepen geweest door het volk, dat deze verwoord heeft in het volgende legendarische vers:


Eerste plicht, mondje dicht!”


Onderwijs heeft als eerste doelstelling inderdaad diets te maken aan eenieder wie de baas is – de koning, god, de paus – en in een afgeleide zin gaat het dan over wat de waarheid is, hoe men zich dient te gedragen, wat het goede onderscheidt van het kwaad enzovoort. Naar gelang de plaats, de tijd en de omstandigheden, wisselen de bazen, de goden, de waarheden, de waarden en de normen, de obligate kranten, de goede voorbeelden, de ideologieën en de idealen en men moet zich geen illusies maken over een oppergod, een eeuwige baas, een absolute waarheid, een absoluut goed of een blijvend schoonheidsideaal.


Wat dit laatste betreft laat de geschiedenis van de kunst geen zweem van twijfel over: waar men genoeg heeft van de hyperrealistische afbeeldingen, verheft men binnen de kortste keren abstracte figuren en lijnen – gewoon krabbels – tot kunst en omgekeerd; waar men het harmonische gezang van geoefende stemmen moe is, wordt het gesnerp van de cirkelzaag het nieuwe geluid en waar het verhaal uitgeput lijkt, verschijnt het absurde gepraat dat kant noch wal raakt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur.


Men zou het misschien niet vermoeden maar de zaak van de waarheid is in hetzelfde bedje ziek als die van het schone: tweeduizend jaar lang twijfelde in het hele westen geen kat aan het zelfgeproclameerde eeuwige, ware en alleenzaligmakende geloof van de katholieke kerk met haar devies van “Gaat en vermenigvuldigt u!” terwijl de huidige paus van op zijn romeinse katheder waarschuwt dat mensen niet moeten gaan kweken zoals... – en toen hij dat zegde werd mijn kennis van het Italiaans verrijkt met het door Zijne Heiligheid gebruikte woord: 'conigli'.


Terwijl de kerk bezig is aan een opmars in de derde wereld (die, tussen haakjes, heel wat meer zieltjes telt dan de onze), heeft zij hier afgedaan: de religie van deze tijd is nu de wetenschap en de nieuwe clerus bestaat uit wetenschapslui waarvan de geneesheren en de specialisten ons het meest nabij zijn en ons ook het meest ontzag inboezemen daar zij het meesterschap lijken te hebben over het leven, de pijn en de dood, nu het verhaal van het eeuwige hellevuur in een leven ná de dood elk krediet verloren heeft.


Maar ook het onderwijs, voortspruitend uit de schoot van de kerk, deelt in de klappen: niet langer de paus van Rome vertelt ons de waarheid maar de nieuwslezeres op televisie – amper enkele jaren geleden werd zij ternauwernood vervangen door een sprekende robot. En dat is zij in wezen ook, want terwijl het erop lijkt dat zij zichzelf is en spontaan vertelt wat zij die dag zo allemaal gezien heeft vanuit haar hoge toren in de hoofdstad, is zij welhaast een opgezette pop geheel verscholen onder een dikke laag verf en poeder en leest zij met ingeoefende en gedisciplineerde trekken en intonaties nauwgezet haar rollen af zoals voorgeschreven door de copywriters van de heersers van het ogenblik. Nieuwslezers, nieuwsduiders, reportagemakers en zelfs weermannen liegen dat het niet meer schoon is en hier wordt niet gegrapt over de eeuwige onvoorspelbaarheid van het weer maar over – ja, andermaal! – het verschrikkelijke feit dat na de kernramp van Tsjernobyl in 1986, toen een radio-actieve wolk zich over West-Europa verspreidde met de doem van een gewisse stijging van het aantal kankers met vele tienduizenden, de toenmalige weerman Armand Pien (zoals hij kort voor zijn dood nog heeft opgebiecht voor de Vlaamse televisie) het bevel kreeg van de toenmalige staatssecretaris voor Leefmilieu Miet Smet om zijn weerpraatje van 2 mei opnieuw te maken: de mededeling namelijk dat de radio-activiteit in ons land met een factor duizend de norm had overschreden, moest daarin vervangen worden door het geruststellende bericht dat er geen merkbare stijging van de radio-activiteit meetbaar was en dat er derhalve helemaal geen gevaar was voor de volksgezondheid. Als dat niet geruststellend is! Pas vijfentwintig jaar later (!) – en dus als het politieke gevaar geweken was maar allerminst de afschuwelijke gevolgen ervan – wordt dit gebeuren in de kranten bestempeld als “Het gevaarlijkste weerpraatje uit de vaderlandse geschiedenis”. (1)


Dit voorbeeld van desinformatie is echter geen alleenstaand feit. Vandaag weten we dat in Belgisch Congo in het begin van de voorgaande eeuw de slaven werkzaam in de rubber- en suikerrietplantages werden afgeslacht: de Congolese bevolking kromp in een tijdspanne van amper enkele decennia van twintig naar acht miljoen. De toenmalige Congolese volksheld Patrice Lumumba uitte zijn ongenoegen hierover tijdens een bezoek van de bijna heilig verklaarde koning Boudewijn aan het land en kort daarop werd hij (in 1961) vermoord – volgens recente berichtgeving weet men inmiddels dat de moord besteld werd door de Belgische regering onder Paul-Henri Spaak met de medewerking van de Amerikaanse CIA onder Dwight Eisenhouwer en dat het eigenlijke motief luidde dat de goede relaties tussen de Belgische en de Congolese staat niet mochten vertroebeld worden door één man. (2) En wat anders kon men dan bedoelen met die 'goede relaties' dan de continuering van de slavernij en de voortzetting van de uitbuiting van de kolonie, ook na de onafhankelijkheid van het land?


De geschiedenislessen in ons o zozeer geprezen onderwijs werden prompt afgeschaft nadat de Britten in een historische reportage de wanpraktijken van de Belgen in hun koloniale tijdperk aan het licht hadden gebracht: men had het over een nieuwe aanpak van de lessen geschiedenis op school en allerlei theorieën werden verzonnen om de eigenlijke bedoeling te kunnen camoufleren, namelijk het verborgen houden van de genocide.


(Wordt vervolgd)

(J.B., 28 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://www.demorgen.be/wetenschap/het-gevaarlijkste-weerpraatje-uit-de-vaderlandse-geschiedenis-ba56002b/

(2) http://www.knack.be/nieuws/wereld/patrice-lumumba-was-een-paria-in-eigen-land/article-normal-883257.html

           



27-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 5: Middel-doelomkering in het onderwijs



     

Over onderwijs en vorming

Deel 5: Middel-doelomkering in het onderwijs

Gelukkig wordt de teleurgang van het onderwijs gecompenseerd door buitenschoolse vorming, nu vooral voorradig op het internet maar ook beschikbaar gesteld in allerlei workshops en bedrijven. Er zijn uiteraard nadelen verbonden aan die kentering maar de voordelen zijn legio en wel in de allereerste plaats omdat geïnstitutionaliseerd onderwijs niet zelden misvorming inhoudt in de plaats van vorming: indoctrinatie, desinformatie en het doodzwijgen van alles wat de (dikwijls politiek gekleurde) inrichtende macht van dat onderwijs kon schaden. Reeds in 1971 publiceerde de grote cultuurfilosoof Ivan Illich hierover enkele belangrijke werken waaronder het befaamde Deschooling society. (1) In dat werk dat aanvankelijk werd afgedaan als 'te links' maar waarvan nu de enorme waarde blijkt, wordt de verschooling van onze consumptiemaatschappij aangeklaagd en de reductie van het onderwijs tot een verbruiksgoed dat geproduceerd wordt door een zich als onfeilbaar opdringende instelling geregeerd door technocraten. Dit terwijl lering en vorming spontaan en speels horen te zijn: opgedrongen waarheden zijn uit den boze, er is alleen de vraag van het kind welke dan in waarheid beantwoord moet worden door de juiste mensen en niet door al te vaak politiek geplaatste en corrupte tentakels van de macht die liegen om den brode. Ivan Illich schrijft: “In feite is leren die menselijke activiteit die het allerminst behoefte heeft aan manipulatie door anderen. De meeste kennis en vaardigheden zijn niet het resultaat van onderricht, maar veeleer het resultaat van een onbelemmerde participatie in een zinvolle omgeving.” (2)

Dat het geenszins overdreven is om de deugdelijkheid van het onderwijs in vraag te stellen, illustreerde dezelfde auteur overigens overtuigend in onder meer zijn Medical Nemesis (3) waar bijvoorbeeld het vervalsende impact van sponsorende farmaceutische bedrijven op het zogenaamde wetenschappelijke onderzoek naar geneesmiddelen aangekaart wordt. Het thema kwam onlangs weer in de actualiteit naar aanleiding van het door de auto-industrie betaalde onderzoek naar de invloed van uitlaatgassen op onze gezondheid en frappant genoeg bleek een bekend toxicoloog (maar kennelijk allerminst een logicus) aan de Leuvense universiteit daar geen bezwaar tegen te hebben wegens, naar zijn eigen zeggen, een gebrek aan middelen bij de overheid.

Plato – over wie gezegd wordt dat de ganse westerse filosofie hooguit een voetnoot bij zijn werk kan zijn – wist reeds dat onderwijs en vorming in wezen een proces van zelfonderzoek hoort te zijn: de Socratische maieutiek of verloskunde, genoemd naar het hoofdpersonage uit Plato's dialogen, onderwijst ons dat de waarheid in onze eigen ziel verscholen ligt en dat wij die zelf kunnen opdiepen door het stellen van de juiste vragen. Mensen blijken inderdaad niet geïnteresseerd in informatie en ook niet vatbaar voor wijsheid als er bij hen zelf niet eerst een nood daaraan bestaat.

In dat verband moet ook gezegd worden dat onze huidige kapitalistische wereld het gevaar inhoudt dat de interesse voor informatie bij studenten in feite verdraaid of in zekere zin oneigenlijk is, aangezien men door de band studeert om de kansen op een baan, op participatie aan de maatschappij en op sociale status te maximaliseren, terwijl diegenen voor wie de vruchten van de beroepsuitoefening bedoeld zijn, niet altijd op de eerste plaats komen. Om bij het gegeven voorbeeld in de lijn van Ivan Illich zijn werk te blijven, hoeft het ons niet te verwonderen wanneer een toxicoloog zijn kritiek op de auto-industrie inslikt, wanneer een dokter pillen voorschrijft in plaats van een dagelijkse wandeling of wanneer leraren het hun leerlingen te gemakkelijk maken om hen in de eigen school te houden – inderdaad als cliënten aan wie zij wat kunnen verdienen en waarbij zij het eigenlijke doel van het onderwijs vergeten – in feite wordt ook hier andermaal het doel verwisseld met de middelen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 27 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) Ivan Illich, Deschooling Society (1971) ISBN 0-06-012139-4 (Nederlandse vertaling: Ontscholing van de maatschappij: het einde van een illusie?, door P. M. A. Vermijmeren e.a., Baarn, Wereldvenster 1972). Het Engelstalige boek staat integraal op het internet als PDF: http://learning.media.mit.edu/courses/mas713/readings/DESCHOOLING.pdf

(2) https://ppw.kuleuven.be/ecs/onderwijs/klassiekers/boekpaginas/illich#citaten

(3) Ivan Illich, Medical Nemesis (1976) ISBN 0-394-71245-5 (Nederlandse vertaling: Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf - een bedreiging voor de gezondheid?, door D. L. Uyt den Bogaard, Bussum, Wereldvenster, 1975.



26-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 4: 'Missing link' tussen aap en robot


                   

Over onderwijs en vorming

Deel 4: 'Missing link' tussen aap en robot

Als onze beschaving binnenkort ten onder gaat, dan zal het waarschijnlijk niet zijn ingevolge een atoomoorlog of een pandemie maar veeleer ingevolge een nog groter kwaad dat aan de oorsprong ligt van onder meer de zo ergerlijke en mateloze verbureaucratisering en die bestaat helaas ook in het onderwijs en werkt daar als een dodelijk gif.

Leraren moeten hun lessen voorbereiden, uiteraard, maar zij dienen bij elke inval van de inspectie op ongeacht welk ogenblik een gedetailleerd schema te kunnen voorleggen waarin zij beschreven hebben welk thema zij thans behandelen, wat de doelstellingen zijn, welke lesmethode zij zullen hanteren en hoe de zaak geëvalueerd zal worden. Maar wat meer is: dit schema dient te worden opgesteld overeenkomstig een te volgen programma zoals voorgeschreven door de overheid. Inhoud, werkmethode, timing, evaluatie en zo verder worden bepaald door de minister in Brussel en de boodschap luidt: volgen maar!

Onlangs vertelde mij een leerkracht uit het technisch onderwijs dat zijn lesvoorbereidingen voor de hogere cyclus deze week over de wetten van Newton dienen te gaan, terwijl hij zich in werkelijkheid noodgedwongen bezighoudt met het bijbrengen van de Nederlandse taal, het aanleren van de basis rekenkunde en het maken van leesoefeningetjes. Uiteraard zijn er leerlingen die met de wetten van Newton spelen maar de uniformiteit en het gelijkheidsbeginsel blijken nu eenmaal zodanig te worden geïnterpreteerd dat iedereen over dezelfde kam kan worden geschoren alsof het een massaproductie betrof zoals een andere.

Het jammerlijke is dat alle werknemers – en dus ook leerkrachten – in deze tijd herleid worden tot uitvoerders van programma's die door anderen worden opgesteld – lieden die zich op grote afstand van het front bevinden en die derhalve elke feedback missen. Bevelen en dan (laten) controleren of hun wetten ook worden nageleefd, is wat zij doen vanuit hun kabinet in de hoofdstad van het land.

De leerkrachten zelf krijgen uiteraard een analoge opdracht die erop neer komt leerlingen dusdanig te vormen dat zij in staat zijn en vooral ook gewillig worden gemaakt om door anderen (die geacht worden het beter te weten) voorgeschreven programma's uit te voeren. En nu komt het: het eigen initiatief, de creativiteit, de zelfstandigheid, het eigen oordeelsvermogen, het inschattingsvermogen, de plasticiteit om zich aan de gegeven en altijd veranderende mensen en omstandigheden aan te passen – nota bene allemaal eigenschappen die sinds het begin der tijden werden aanzien als de voornaamste aan te leren kundigheden – worden vandaag kennelijk als niet ter zake doende capaciteiten terzijde geschoven en alleen het vermogen om na te apen wordt vereist als enig zaligmakend talent!

Warempel, het is vandaag zo ver gekomen dat wij een voorbeeld dienen te nemen aan robots; de beste leerkracht is deze die alle voorgedrukte formulieren van het ministerie netjes invult; hij die in staat is om elke kwalitatieve omschrijving in een droog cijfertje om te zetten; hij die de kunst verstaat om het menselijke denken, oordelen en redeneren om te turnen naar een geheel van kruisjes op een blad vol vakjes. Reeds daagt de onmenselijkheid waar men bepaalde politici de verzuchting hoort slaken: “Wij zijn helaas geen robots!”, terwijl de sociale sector het in een recente mars tegen armoede in Brussel uitschreeuwt: “Wij zijn geen robots!” (1)

Achter die scheefgegroeide handelwijze met een zo verregaande centralisering van het bestuur, schuilt een kwaad dat zowat elke sector in de jongste jaren fnuikt en dat is het kwaad van de argwaan. Het vertrouwen bij de werkgevers is zoek en op hun beurt hangen de werknemers hun laatste restje zelfvertrouwen aan de wilgen. Maar het is een publiek geheim dat de argwaan een van de belangrijkste kenmerken is van een dictator. Alleenheersers immers delegeren niet omdat zij niemand vertrouwen uit angst hun macht te zullen verliezen.

Tirannie is geen democratisch verschijnsel, zij ontstaat door een machtsgreep met geweld – acuut geweld maar ook en steeds vaker structureel geweld dat zoals een adder onder het gras hand in hand gaat met corruptie en vriendjespolitiek. Aan tirannie ontbreekt elke redelijkheid, tirannie geeft alleen ruimte aan het recht van de sterkste, zij kent slechts het brute geweld.

Op een muur in Amsterdam – het monument van Henk van Randwijk op het Weteringplantsoen – staat de volgende tekst te lezen:

Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht...”

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/02/22/-we-zijn-geen-robots---sociale-sector-pleit-met-waardigheidsmars/







Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 3: Later bestaat niet?

       

Over onderwijs en vorming

Deel 3: Later bestaat niet?

Er is momenteel een kentering gaande bij althans een deel van de pedagogen, maar algemeen worden de opvoeding en het onderwijs voorgesteld als een voorbereiding op 'later'. Een voorbereiding wil zeggen: niet een zaak die haar doel vindt in zichzelf maar een zaak die in functie staat van een zekere toekomst, zoals een knecht in dienst staat van zijn heer. Aan de opvoedelingen wordt geleerd dat zij moeten werken voor later; dat in het heden dient gezaaid te worden opdat morgen geoogst zou kunnen worden. Vandaag moeten offers gebracht worden die ons morgen ten goede zullen komen; in onze jonge jaren moeten wij sparen om onze oude dag te verzekeren.

Deze aangeleerde toekomstgerichtheid heeft een schijn van hoop en optimisme maar in feite verkapt zij een heel andere realiteit: wanneer ons geleerd wordt om toekomstgericht te denken, is dat allerminst met het oog op een of ander paradijs dat ons te wachten staat maar, precies integendeel, heeft het alles te maken met de wetenschap dat na de jeugd en de bloei van het leven, de aftakeling, de ziekten en een gewisse dood ons wachten, omdat na elke opgang een ondergang volgt, zoals ook Friedrich Nietzsche dicht in zijn machtige meesterwerk:

"Was gross ist am Menschen, das ist, dass er eine Brücke und kein Zweck ist: was geliebt werden kann am Menschen, das ist, dass er ein Übergang und ein Untergang ist.

Ich liebe Die, welche nicht zu leben wissen, es sei denn als Untergehende, denn es sind die Hinübergehenden.” (1)

En aan die weinig benijdenswaardige toekomst is het dat wij moeten denken zoals de voorbeeldige mier doet in één van de tweehonderddrieënveertig educatieve fabels van Jean de La Fontaine die, in het spoor van de Griekse dichter Aisopos, De krekel en de mier herschreef. Terwijl in de zomer de mier hard werkt, doet de krekel niets dan zingen en als het winter wordt, klopt de krekel bij de mier aan om voedsel maar de mier weigert. Bij de slotzin kan men zich vragen stellen daar hij uitgerekend door een dichter werd verzonnen: steekt ook hij dan niet de draak met de moraal van de oude verzen?

Wie leeft van kunst gaat door voor gek.

Vaak lijdt hij honger en gebrek.” (2)

De toekomstgerichtheid en het vooruitgangsgeloof, het vooruitgangsoptimisme ook, welke ons met zoveel vuur worden bijgebracht in onze jonge jaren, lijken alleen maar de hemel op aarde te beloven: in werkelijkheid verraden ze de komst van een ware hel en trachten ze ons aan te zetten om dan toch te proberen om het leed dat ons te wachten staat wat te verzachten of het met hooguit enkele jaren uit te stellen.

Edoch, als klap op de vuurpijl blijken wij in de zogenaamde toekomst te zijn beland in een wereld die de in haar fabels gedane beloften allerminst nakomt: de naarstige spaarders zijn blut doordat de banken met hun centen gaan lopen; het geld bedoeld om ziektekosten mee te dekken verdwijnt in de zakken van malafide genezers die het lustig opsouperen. Zo heeft men nog net de tijd om de leugens die men heeft geleerd, aan zijn kinderen door te geven want onmiddellijk daarna verliest men de geleerde verzen door een plotse groei van grote gaten in 't geheugen die de gewisse komst aankondigen van de man met de zeis die niemand over 't hoofd ziet.

De grote poëet P. C. Boutens (die in 1830 overigens kon fluiten naar zijn koninklijke onderscheiding wegens godbetert geruchten over zijn homoseksualiteit), zegt over de Goede Dood:

Alle schoon dat de aard kan geven
Blijkt een pad dat tot u voert (…)”
(3)

Alweer een classicus en derhalve iemand die zich de Helleense cultuur heeft eigen gemaakt met haar eeuwige tragiek van de tegendoelmatigheid welke in alle eerlijkheid het leven weerspiegelt.

Dat zogenaamde pessimisme staat zeer in tegenstelling tot de christelijke cultuur of althans tot wat men van die christelijke cultuur gemaakt heeft nadat zij werd opgeslokt door het Romeinse Rijk die haar tot staatsgodsdienst maakte, want Jezus Christus is verwant aan Zarathustra of Zoroaster die Nietzsche inspireerde. Het zoroastrisme, het mazdeisme of het parsisme is ook een monotheïsme met een messias maar dan nog duizend jaar ouder dan het christendom, het is de religie van de Meden en de Perzen, sinds de zevende eeuw wat verdrongen door de islam maar zij telt toch nog meer dan twee miljoen aanhangers (onder wie de legendarische Freddie Mercury); deze mondeling overgeleverde leer werd in de derde eeuw opgetekend in de Avesta en bewaard door de Parsi's in Bombay die afstammen van de Sassanieden.

Later, zo herhaalt men tot vervelens toe in zijn beloftevolle hersenspinsels en ook een van onze grootste dichteressen steekt de draak met 'later' waar zij in een van de prachtigste gedichten in de Nederlandse letterkunde een oude grootvader een belofte laat doen aan zijn kleinzoon:

"Toekomende jaar misschien,

Als gij wel leert en braaf zijt,

(...) wij zullen zien.” (4)

Het gaat om het gedicht Het geschenk van Rosalie Loveling. De belofte kan niet waar gemaakt worden omdat de toekomst er heel anders blijkt uit te zien dan gedacht: 'later' blijkt eens te meer niet te bestaan.

'Later' blijkt een fabeltje, een belofte waarmee zowat iedereen kan zoet gehouden worden; 'later' is het afstel dat zich vermomt als uitstel; 'later' is de valse belofte, de leugen, het gemene bedrog. Wie het hebben over 'later', vertrouwen wij gewoon niet meer, dat tijdperk is voorgoed voorbij.

De wereld is gevuld met mensen van alle leeftijden, mensen in alle mogelijke levensstadia en niemand kan zeggen welk stadium het begin is en hetwelk het einde. Draait het ganse leven om de wijze ouderling en is hij het doel van het bestaan? Edoch, weinigen willen met hem ruilen! Leven wij dan eigenlijk om kind te kunnen zijn en wordt al de rest er maar bij genomen? Of is de volwassenheid het zwaartepunt van het bestaan, de periode dat wij werken en voor niets anders oog hebben of tijd? Iedereen wil oud worden maar niemand wil het zijn; iedereen wil jong zijn maar kinderen kunnen niet rap genoeg groot worden; iedereen vindt de middelbare leeftijd de allerbeste tijd maar eenmaal de vijftig voorbij verlangen wij naar ons pensioen en eenmaal met pensioen begint die nostalgie te knagen: “On se croit à la page de l' amour et on est déjà à la page de la mort.” (5) En hoe zit dat dan met het onderwijs?

Is de leerling een voorlopige mens, iemand die goed zijn best moet doen om later leerkracht te kunnen worden? Of is het net andersom en zijn de leerkrachten er voor de leerlingen omdat de leerlingen het doel zijn van het ganse gebeuren? Een ding is zeker: als wij leven met het oog op later, dan zullen we nimmer leven in het nu. Edoch, wat is moreel verantwoord?

Wij willen leerkracht worden, zo zeggen de leerlingen in koor, zodat wij er voor de leerlingen kunnen zijn. Echter, heimelijk vinden de leerkrachten dat de leerlingen er voor hen zijn en

op een lerarenvergadering achter gesloten deuren zei in het bijzijn van schrijver dezes ooit een directeur: “Geef aan niemand slechte punten, collega's, en knoop het in uw oren: elke leerling is anderhalf lesuur waard!” – Voor de slechte verstaander: alvast deze school blijkt er helemaal niet te zijn om aan kinderen iets bij te brengen; zij is er voor het personeel dat immers aan de leerlingen dik verdient en dat hen daarom veeleer zoekt te verwennen. En zo zie je maar, want dit zijn nu de lieden die ook werkelijk blijken te geloven dat later niet bestaat...

(Wordt vervolgd)

(J.B., 25 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) Friedrich Wilhelm Nietzsche, Alzo sprach Zarathustra. Ein Buch für Alle und Keinen, hoofdstuk 5.

(2) Jean de La Fontaine, De krekel en de mier. Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fabels_van_Jean_de_La_Fontaine

(3) P.C. Boutens, Goede Dood. Zie ook: http://www.gedichten.nl/nedermap/poezie/poezie/46550.html

(4) Rosalie Loveling, Het geschenk, fragment. Zie ook: http://www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=3056290

(5) Kris Vansteenbrugge, Grijsloke 2000, Grijsloke 2000.


24-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming - Deel 2: De teleurgang van de wijsheid








        

           


Over onderwijs en vorming

Deel 2: De teleurgang van de wijsheid

Reeds 3000 jaar geleden werd onderwijs gegeven in China maar de oorsprong van ons Europese onderwijs ligt in de Griekse Oudheid: de Platoonse academie en het lyceum van Aristoteles. Dit waren weliswaar veeleer praatgelegenheden voor lui die niet hoefden te werken en die derhalve beschikten over 'vrije tijd' – in het oud Grieks is vrije tijd 'σχολή' of 'school'. In Europa ontstond het onderwijs in de middeleeuwse kloosters – het was de tijd van de Scholastiek, volgend op het tijdvak van de kerkvaders of de Patristiek – en aanvankelijk ging het om gebed, liturgie en Bijbelstudie. De godgeleerdheid gaf aanleiding tot discussie en zo ontstonden de redeneerkunsten – de logica en de retoriek of de welsprekendheid, noodzakelijk voor de geloofsverspreiding door de predikers. Wijsheid kon drievoudig verkregen worden: naast Gods woord (de Bijbel) waren tevens de eigen ziel en de natuur bronnen van kennis, respectievelijk toegankelijk door introspectie en observatie. (1)

Voor de geschiedenis van het onderwijs wende men zich tot de encyclopedieën – hier beperken wij ons tot een bedenking dienaangaande, want als men de evolutie van de menselijke zoektocht naar kennis en meteen ook de evolutie van het onderwijs van wat naderbij bekijkt, dan kan men zich niet van de indruk ontdoen dat daar een bijzondere verschuiving heeft plaatsgevonden.

De aanvankelijke zoektocht naar wijsheid is namelijk veranderd in een zoektocht naar kennis. De queeste naar de oorsprong en de zin van het bestaan heeft als het ware plaats gemaakt voor vragen die te maken hebben met know-how en techniek, met andere woorden: het nut. En als men goed kijkt, dan ziet men ook dat deze overgang paradoxaal genoeg te maken heeft met het wegdeemsteren – of is het een wegmoffelen? – van onze eigen subjectieve betrokkenheid bij de wereld. Want waar in de zinvraag het subject zelf noodzakelijk betrokken is, wordt dit subject uit de technische en uit de wetenschappelijke kennis geweerd – zelfs waar deze kennis het subject zelf betreft, wordt dit subject geobjectiveerd. 

Zo bijvoorbeeld laat de patiënt zich door zijn behandelende arts als een passief voorwerp (een wetenschappelijk object) onderzoeken. Het lijkt dan wel alsof hij met zijn lichaam naar de dokter gaat zoals een automobilist met zijn wagen naar de garagist gaat en in elk van de twee gevallen zonder onderscheid, gaat het gesprek over de wagen en over het lichaam: de chauffeur staat los van zijn wagen maar ook de patiënt gedraagt zich alsof hij los staat van zijn lichaam, terwijl hij in werkelijkheid met zijn lichaam samenvalt. Deze verschuiving in de aard van de nagestreefde kennis die meteen een verschuiving is in de aard van het onderwijs, is in wezen een verzieking van zowel de kennis als de vorming en zelfvervreemding is het wezenlijke van deze verzieking. 

Zelfvervreemding, omdat men vergat dat men niet de chauffeur is van zijn lichaam; men vergat dat men met zijn lichaam samenvalt; men waant zich boven zijn lichaam verheven zoals men ook naast zijn schoenen loopt. Waar ons gezegd wordt dat wij van stof en as zijn en tot stof en as zullen wederkeren, doen we alsof dit feit niet onszelf betreft maar slechts ons lichaam, alsof wij ook zouden beschikken over de mogelijkheid om ons eigen lichaam af te danken en te vernieuwen zoals we ook een versleten wagen kunnen afdanken en hem kunnen vervangen door een nieuw exemplaar.

Deze hoogmoed – maar in feite is het veeleer waanzin dan moed – neemt vooral in de oosterse religies proporties aan die niet meer ernstig zijn: de mens beschouwt daar alle wezens als voortdurend reïncarnerend op weg naar het nirwana. De achterliggende gedachte is het geloof dat onze status van schepsel in feite een illusie is en dat wij in wezen goden zijn. Hetzelfde geldt dan uiteraard voor onze wereld en voor de ganse kosmos: die is er slechts voorlopig en als wij wat geduld oefenen, zullen wij ook zien dat hij weldra vervangen wordt door een definitieve, veel betere en volmaakte wereld, een wereld zoals wij, goden, die ook verdienen. 

Er is sprake van verzieking, ook omdat de vergaarde kennis niet langer ten dienste staat van het leven: het doel wordt andermaal verwisseld met het middel waar het leven ten dienste gesteld wordt van de wetenschap en dat laatste heet op de koop toe een deugd te zijn. Men offert zijn leven (of eerder nog dat van anderen) op aan de wetenschap zoals men het een paar duizend jaar geleden opofferde aan Jahweh of aan nog talloze andere goden. Het verschil met toentertijd bestaat erin dat wij vandaag zelf de goden zijn aan wie wij dit offer van ons leven wensen te brengen. Maar dit is een schromelijke vergissing. Het is immers pas omdat ons leven een gave is en dus niet aan onszelf te danken is maar aan een externe macht die wij god noemen, dat wij de teruggave van dat leven aan die externe macht kunnen rechtvaardigen. Waar wij daarentegen geloven dat wij ons leven kunnen offeren aan onszelf, snijden we het als het ware van zijn oorsprong af waardoor het uiteraard zijn levenskracht verliest.

Vandaag offert men zijn leven aan de wetenschap, edoch: in een kapitalistisch bestel wordt de wetenschap geregeerd door de economie en bijgevolg komt het leven in dienst van de economie te staan. Wij drijven niet langer handel om te leven maar wij leven om handel te drijven en waar wij niet langer in staat zijn om handel te drijven, worden wij vriendelijk doch dringend verzocht om de markt te verlaten – om als het ware uit het leven te stappen, zoals men dat vandaag zo bedrieglijk uitdrukt. Aldus doet de hoogmoed zichzelf de das om.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 24 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) Zie ook: http://www.bloggen.be/hetgoedezoeken/archief.php?ID=33







                       










23-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over onderwijs en vorming – Deel 1: Opstanding versus barbarij







        



Over onderwijs en vorming 

Deel 1: Opstanding versus barbarij

Vooruitgang is één zaak maar een andere is de handhaving ervan want de onwetendheid reproduceert zich met een niet te evenaren hardnekkigheid. De Italiaan Antonio Meucci (1808-1889) hoefde de telefoon slechts een enkele keer uit te vinden (1) maar de uitvinding dient wel gehandhaafd te worden: zij moet beschreven worden, gepatenteerd en in gebruik genomen. Dat een uitvinding wordt erkend en bewaard, blijkt immers allerminst evident: doordat Heron van Alexandrië die reeds ten tijde van Jezus Christus een stoommachine ontwikkelde, commercieel talent miste, ging de industriële revolutie die toen van start had kunnen gaan, de koelkast in voor vele eeuwen. (2)

Uitvindingen worden eenmaal gedaan maar moeten dan bewaard worden en hun opslagplaatsen zijn de menselijke hersenen. Uitvindingen worden doorgegeven van oudere aan jongere breinen – in het onderwijs. Waar het doorgeefluik gebrekkig is, dreigt men soms binnen de termijn van amper één enkele generatie te vervallen in absolute barbarij. Een hapering in het doorgeven van slechts één kundigheid kan catastrofaal zijn. Onkunde inzake lezen en schrijven resulteert in analfabetisme en niet zomaar valt dit samen met armoede – het rijke noorden en het arme zuiden zijn tegelijk de geletterde en de ongeletterde wereld. (3) Waar mensen de taal van de wereld waarin zij leven onmachtig zijn – zoals bij immigranten aan wie integratie- en ontwikkelingskansen worden onthouden – is hun lot dikwijls nog minder benijdenswaardig dan dat van onze doofstommen. 

Blijkbaar realiseert men zich in onvoldoende mate dat de kennis en de vaardigheden die middels het onderwijs worden doorgegeven, behoren tot de essentie van het leven. Ons lichaam is weliswaar ons meest nabije instrument maar onze handen komen pas tot hun recht als zij getraind zijn tot werkende handen. De handen van een concertpianist verschillen wezenlijk van ongeoefende handen en dat verschil komt tot stand door onderwijs en vorming want pas door die vorming worden onze handen 'bruikbaar' gemaakt om een muziekinstrument te bespelen, om een pen te hanteren, om een kathedraal te bouwen, om te schilderen en te weven. Pas door onze vorming krijgen de geluiden die wij met onze stembanden kunnen voortbrengen betekenissen die zij voordien niet hadden. Pas door vorming kunnen wij een wereld betreden die er tot op dat ogenblik voor ons helemaal niet was omdat een ongevormd lichaam er geen toegang toe heeft. Een beroemd schrijver drukt deze waarheid treffend uit waar hij vermeldt hoe analfabeten boeken slechts gebruiken als hulpstukken om bijvoorbeeld een tafel met een te korte poot te stabiliseren – wat uiteraard zonde is. Het onbenut laten van de mogelijkheid tot vorming is zonde. Ons lichaam komt pas tot zijn recht door een vorming welke het uit zijn loutere dierlijkheid optilt. Door vorming verlengen zich onze handen met muziekinstrumenten, pennen, kranen, auto's, klavieren, geweren. Vorming maakt ons lichaam beter dan het natuurlijkerwijze was: citius, altius, fortius – sneller, hoger en krachtiger. Door vorming vertakken zich onze lichamen en brengen zij een wereld tot stand waarin zij met elkander interageren en samenwerken, bijna zoals de vele miljarden cellen van een menselijk lichaam dat doen waar zij samen weefsels, organen en stelsels vormen en zij laten zich sturen door bewegingen welke hun zin aankondigen door de beloningen die zij aan elk van de cellen afzonderlijk toekennen waar deze doen wat van hen gevraagd wordt. Vorming transformeert ons lichaam tot een werktuig binnen een bovenstoffelijke wereld en daarom resulteert vorming in niets minder dan in de vergeestelijking van het vlees. Het devies Gaat en onderwijst alle volkeren! is de goddelijke oproep tot de vergeestelijking van de stoffelijke wereld, het is het bevel tot Opstanding en onsterfelijkheid.

Maar de vergeestelijkte wereld die aldus tot stand komt, is niet blijvend zonder meer: alle moeizaam en door jarenlange training gevormde enkelingen blijven fysiek sterfelijk en moeten tijdig worden vervangen door nieuwelingen die bij de geboorte louter stoffelijk zijn en die pas deel gaan uitmaken van de geestelijke wereld wanneer ook zij door hun vorming veranderen in de dragers van onstoffelijke zaken, functies of betekenissen waarmee zij zich kunnen identificeren. Wie de mond vol hebben over de grenzeloze vooruitgang en over het hoge niveau van een cultuur, dienen zich derhalve goed te realiseren dat het op peil houden van dat niveau geen vanzelfsprekendheid is en dat niets minder dan de áchteruitgang om de hoek loert van zodra de opvoeding of de scholing steken laten vallen. De onafgebroken en doorgedreven scholing welke in principe geen enkel individu over het hoofd mag zien, is absoluut noodzakelijk en neemt een mettertijd groeiend deel in beslag van de levenstijd van elke enkeling. Deze druk van de studietijd welke de instandhouding van het beschavingspeil moet garanderen, is vergelijkbaar met het werk van een tuinier wiens onafgebroken arbeid er moet voor zorgen dat de bloembedden niet door onkruid overwoekerd worden. De investering in de studie en de vorming van de nieuwe generaties is in die zin ook vergelijkbaar met het onderhoud van en de herstellingen aan onze gebouwen, ons wegenweb en de gehele infrastructuur van onze wereld. Ter gelegenheid van het Bariloche-rapport voor de Club van Rome werd inzake het thema van de grenzen aan de groei de vergelijking gemaakt met de eindige groei van een toren – de legendarische toren van Babel: de groei moet op een gegeven ogenblik wel ophouden omdat een steeds groter deel van de bouwstenen – en tenslotte alle bouwstenen – besteed worden aan het onderhoud onderweg naar boven. Wat wij ook tot stand brengen: het blijft evenmin op zichzelf bestaan als ons levende lichaam dat zonder de voortdurende toevoer van voedsel en zuurstof snel en onherroepelijk wederkeert tot stof en as. 

(Wordt vervolgd)

(Jan Bauwens, 23 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Antonio_Meucci. In het geval van de uitvinding van de telefoon werd deze gepatenteerd door Alexander Graham Bell: https://nl.wikipedia.org/wiki/Alexander_Graham_Bell.

(2) Een tweede maal miste men de trein in 1543: een heus stoomschip kwam de haven van Barcelona binnenvaren maar de eigenaar – de Spanjaard Blasco de Garay, die zijn uitvinding eigenlijk uit China haalde waar men al met stoommachines werkte sinds de viérde eeuw – hield de uitvinding liever geheim. En zo duurde het nog totdat de Schot James Watt aan de stoommachine de plaats gaf die maakte dat zij het tijdperk der fabrieken ontketende. Zie ook: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=214974   

(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Analfabetisme            

https://nl.wikipedia.org/wiki/Onderwijs            

https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_het_Europese_onderwijs



















13-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nazi-praktijken in de dictatuur België anno 2018







        



Nazi-praktijken in de dictatuur België anno 2018

Volgens Het Nieuwsblad van 13 februari 2018 volstaat het dat tegen een leerkracht een klacht wordt ingediend opdat deze 'preventief' geschorst zou kunnen worden en het voorbeeld wordt gegeven van een schooldirecteur in Ronse die geschorst werd “nadat hij in een mail aan Vlaams viceminister-president Liesbeth Homans (N-VA) de aanpak van de asielcrisis door haar partijgenoten met nazipraktijken had vergeleken”. (1) Dat de man in kwestie werd vrijgesproken nadat de N-VA tegen hem een klacht wegens laster en eerroof had ingediend, blijkt van geen tel. (1) In het schooljaar 2015-16 zouden 95 leerkrachten hetzelfde lot hebben moeten ondergaan. (1) Mag de aanpak van de asielcrisis door de N-VA dan geen nazi-praktijk genoemd worden – de 'preventieve schorsingen' in het onderwijs zijn dat ongetwijfeld.

In al die gevallen eigenen politici ofwel hun handlangers zich justitiële macht toe en dit naar het voorbeeld van minister Jambon die in de media de taak van een advocaat prompt beschrijft als iemand die er moet op toezien dat een beschuldigde de gepaste strafmaat krijgt. En wij die dachten dat dit de taak was van een rechter? Wel neen: dat is immers alleen het geval in moderne democratiën waar het principe van de scheiding der machten van kracht is! Bovendien wil minister Jambon de beschuldigde in kwestie veroordeeld hebben nog vooraleer het proces van start gaat; ja, hij gunt de beschuldigde geen proces, kennelijk omdat deze reeds door de media veroordeeld werd. Dat de Hoge Raad voor Justitie hiervoor een minister van binnenlandse zaken moet berispen – wat ook is gebeurd op 12 februari l.l. (2) – laat geen zweem van twijfel over inzake het niveau en de bekwaamheid van onze betrokken actuele regeerders – of is hier veeleer kwaad opzet in het spel? De opmerking van de schooldirecteur uit Ronse blijkt terecht en moedig en de man werd terecht vrijgesproken maar dat hij desondanks geschorst blijft, maakt dat wij ons land best mogen vergelijken met het Turkije van Erdogan, met het Rusland van Poetin en met al die andere dictaturen ver hier vandaan waarvan men de mond vol heeft. Aan mensenrechtenkwesties – daarvan konden we hier in de jongste jaren vrijwel dagelijks getuigen – alsook aan internationale afspraken daaromtrent onder de vlag van de VN, laten de betrokken huidige Belgische politici zich kennelijk helemaal niets gelegen zijn: zij voeren een eigenzinnige bekrompen en immorele politiek en geen haan die er naar kraait – té gevaarlijk ook, zo blijkt. (3)

(J.B., 13 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20180213_03354477

(2) https://www.hln.be/de-krant/hoge-raad-voor-justitie-berispt-jambon~a1ff987e

(3) De jongste 'democracy index' liegt er niet om. De democratie in België zinkt sinds enkele jaren naar een dieptepunt - dit jaar haalt België nog de 32ste plaats: 

DEMOCRACY INDEX

            













12-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur. Deel 7. De tragedie van een cultuur van de komedie








Over de perversies van onze cultuur

Deel 7. De tragedie van een cultuur van de komedie


Naast het welbekende instinct van het zelfbehoud is er in de dierenwereld ook nog het niet te veronachtzamen instinct van het soortbehoud: het individu kan niet zonder de soort en zal daarom waar nodig de soort verdedigen ten koste van het eigen leven. Het uit de antieke wereld stammende spreekwoord homo homini lupus de mens is een wolf voor zijn medemens – wekt een schijn van strijdigheid van de intermenselijke concurrentie met het beginsel van het soortbehoud maar in wezen gaat het hier om het mechanisme van de wedijver welke de wet van de sterkste laat spelen binnen de eigen soort met als resultaat de eliminatie van zwakkere soortgenoten en de relatieve toename van sterkere, zodat ook hier het 'bestrijden' van soortgenoten de versterking van de eigen soort tot doel blijft hebben.

Edoch, deze zaken betreffen het dierenrijk en de natuur – een wereld waarvan de mensenwereld zich – godzijdank – wil onderscheiden met een cultuur waarin elke menselijke persoon telt – een christelijk beginsel zoals verwoord in de parabel van de goede herder: desnoods laat hij zijn kudde in de steek en begeeft zich in het onherbergzame om één verloren schaap te redden. Deze – in wezen christelijke – cultuur wordt echter aangevreten door persisterende tendensen van het louter natuurlijke die haar proberen uit te hollen en het zijn die culturele perversies welke binnen de cultuur aan het licht gebracht en bestreden dienen te worden. Eén van de vele culturele perversies is die van het bedrog dat deel is gaan uitmaken van ons cultureel gekleurd gedrag en waardoor het menselijke doen en laten het uitzicht krijgen van een ware komedie, intussen een half millennium geleden uitnemend beschreven door de Nederlandse humanist Desiderius Erasmus in zijn wereldberoemd werk Moriae encomium, sive Stultitiae laus of de Lof der zotheid.

Zoals wijd en zijd bekend, begint het bedrog met het misbruik van de vrijheid welke in onze samenlevingen gestalte krijgt als het liberale principe van de vrije markt gekoppeld aan concurrentie en winstbejag ingevolge een onderliggende kapitalistische ideologie waarin reeds de fatale perversie bestaat van de middel-doel-omkering: een verkoper kan nog slechts overleven als hij het principe van het winstbejag aanbidt, welke inhoudt dat men voor het product dat men aan de man brengt, meer moet vragen dan wat het waard is en in de praktijk vraagt men uiteraard zoveel mogelijk. Het behoeft geen tekeningetje dat zulks pas kan middels een zeker 'noodzakelijk bedrog' en dit bedrog doet zelfs helemaal geen moeite meer om zich te verbergen omdat inmiddels iedereen weet dat reclame leugenachtig is en dat het 'gratis'-verhaal van twee kopen en één betalen, een aperte leugen verk(l)apt.

Deze komedie verandert alras in een tragedie waar ingevolge de privatisering van noodzakelijk onafhankelijke overheidsdiensten en instellingen van algemeen belang – waardoor deze op hun beurt afhankelijk worden van de markt en aldus onderhevig aan het winstprincipe – ook deze edele instituten door het bedrog worden aangevreten. En het gaat hier om waarden die tenietgaan van zodra zij niet langer gedragen worden door de waarheid: leugenachtige berichtgeving is immers niet langer berichtgeving doch desinformatie en (politieke) propaganda; onderwijs dat de feiten verdraait of verzwijgt is niet langer vorming maar misvorming en zo delen ook de wetenschappen in de klappen van zodra het wetenschappelijke onderzoek gefinancierd wordt door de industrie – de gezondheidszorg incluis. Wij krijgen dan te horen dat het wetenschappelijk bewezen is dat uitlaatgassen van benzinemotoren onschadelijk zijn voor onze gezondheid 'omdat' de auto-industrie dit zogenaamde wetenschappelijke onderzoek heeft bekostigd. De (corrupte) politiek laat begaan want het brengt allemaal geld in het laatje – ten koste van de waarheid, ten koste van de gezondheid, ten koste van de wetenschappen maar ook ten koste van de geloofwaardigheid van de wetenschappen.

Waar de geloofwaardigheid van de wetenschappen in het gedrang komt, kan de totale ondergang van de samenleving niet ver meer af zijn; ingenieurs die promoveren op foute stellingen omdat hun promotoren corrupt zijn, zorgen er uiteraard ook voor dat hun fysieke stellingen instorten en zo lopen de wetenschappers in het aloude spoor van hun voorgangers, de theologen, en zoals het vertrouwen in de kerk wegsmolt zoals sneeuw voor de zon omdat zij niet langer de weg, de waarheid en het leven veilig stelde maar wel de eigen beurs, zo ook vergaat het de wetenschappen die zich verrijken voor de prijs van de waarheid.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 12 februari 2018)
















08-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 6. Mens zonder medemens







Over de perversies van onze cultuur

Deel 6. Mens zonder medemens

Op 31 oktober 2011 telden de Verenigde Naties 7 miljard mensen en hoogst waarschijnlijk hebben op aarde nooit meer mensen geleefd dan vandaag. (1) Het is daarom een onthutsende paradox om vast te moeten stellen dat de medemens nooit voordien zo ver zoek is geweest. De individualisering bereikt nu zijn hoogste top en wellicht gaat dit fenomeen niet geheel toevallig gepaard met massaproductie. Er is massaproductie van consumptiegoederen maar ook van mensen – die immers zichzelf ongemerkt maar gestaag tot massaproducten herleiden.

Er is niets mis met massaproductie: zij verbetert de kwaliteit van onze consumptiegoederen omdat dan eenmaal fors geïnvesteerd wordt in de constructie van het beste dat dan principieel voor iedereen betaalbaar wordt. Fout gaat het echter wel waar de economie zozeer centraal komt te staan dat mensen en dingen over eenzelfde kam worden geschoren. Men zegt dan niet langer dat een vliegtuig gebouwd wordt naar het model van een vogel en een robot naar het model van een mens: die gang van zaken wordt gewoon op zijn kop gezet waar een zichzelf aanbiddende en vergoddelijkende mens in zijn grootheidswaan gaat geloven dat hij de natuur overtreft. Een vogel heet dan een gebrekkig vliegtuig en een mens die zich niet met de auto verplaatst, een sukkelaar of een gebrekkige robot. Onze wispelturigheid – lees: onze vrijheid – wordt aan banden gelegd middels psychofarmaca die de onvoorspelbaarheid uit ons gedrag wegfilteren en hetzelfde doet een welbepaalde sociale druk veroorzaakt door wetten, normen en waarden (of de afwezigheid ervan), ideologieën, religieuze overtuigingen, modes en trends. Mensen worden dan gespecialiseerde producten, gevormd uit een natuurlijke grondstof – de grondstof 'mens', maar dan vooraleer die mens volwaardig burger werd – door verregaande scholing, training en opleiding welke een steeds groter deel van onze leeftijd in beslag neemt.

De vorming van een oorchirurg duurt een half mensenleven en onvermijdelijk vergroeit de specialist in kwestie zodanig met zijn functie dat hij een workaholic wordt die alleen nog afziet van zijn pensioen als zijn gezondheidstoestand hem verbiedt om nog langer door te gaan met werken. Hetzelfde lot delen uiteraard alle specialisten maar specialisering is het streefdoel dat principieel voor elkeen wordt beoogd. Worden wij gepromoveerd tot specialisten of worden wij ertoe gereduceerd? En is het niet bijzonder alarmerend dat een antwoord op deze vraag niet langer vanzelf spreekt?

Hoe dan ook heeft doorgedreven specialisatie de bijzondere bijwerking dat mensen enerzijds bijna gelijk worden aan elkaar omdat elke universitair gevormde oorchirurg ter wereld (functioneel) principieel dezelfde is – hij is (in die hoedanigheid) door elk van zijn collega's vervangbaar. Anderzijds maakt specialisatie dat mensen onderling zozeer gaan verschillen dat hetgeen zij gemeenschappelijk hebben tegelijk uiterst belangrijk wordt voor het mogelijk maken van communicatie maar tevens buiten ieders bereik dreigt te komen omdat het hier, zoals gezegd, de pre-burgerlijke mens betreft. En wij kunnen dagelijks getuigen van het feit hoe groot de geringschatting voor de niet-burger wel is: wij kennen het weinig benijdenswaardige lot van de sans-papiers, wij leggen ons kritiekloos neer bij de rechteloosheid van de pre-burgers die in steeds groteren getale geaborteerd worden en bij de extinctie van de ex-burgers aan wie euthanasie verkocht wordt als de ultieme pijnstiller en wegens het toenemend gewicht van een zogenaamde levenskwaliteit – welke in feite een direct renderende maatschappelijke functionaliteit verkapt. Wij hebben er geen probleem mee dat wij een buitenproportionele levensstandaard danken aan de instandhouding van de slavernij, de honger en de oorlog waarvan wij de vluchtelingen terugdrijven naar de door ons geschapen plek van onheil.

Niemand kan er nog omheen: naarmate er meer mensen zijn, zijn er ook minder medemensen. Elk individu lijkt een exemplaar van een beperkt aantal (burgerlijk gevormde) ondersoorten waarbij de grondstof – de natuurlijke mens maar evenzeer de mens als medemens – verwaarloosd dreigt te worden. Functies gaan een rondedans aan met elkaar, een ware danse macabre, waarbij “de xylofoon de indruk wekt dat de muziek gespeeld wordt op menselijke schedels.” (2) Want aan de botten van de dansers zit geen grammetje vlees meer, zoals ook aan de functies van de burgers kennelijk geen beetje mens meer vastzit.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Wereldbevolking

(2)  

https://nl.wikipedia.org/wiki/Danse_macabre_(Saint-Sa%C3%ABns)












07-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 5. Mens zonder ethiek






Over de perversies van onze cultuur

Deel 5. Mens zonder ethiek

Ten onrechte geloven wij dat er na de dood een vergelding komt voor onrecht dat men tijdens zijn leven moet ondergaan. Er bestaat geen goede reden voor rechtvaardigheid of vergelding na de dood als deze al niet tijdens het leven een feit is. Immoreel als wij zijn, denken wij immers in termen van wraak en zo diep zit deze immoraliteit dat we ze zelfs in ons zogenaamd religieus denken hebben ingeplant: onze god beloont het goede en hij bestraft het kwaad – zo immoreel blijkt onze religie.

De eigenlijke reden waarom wij onrecht moeten ondergaan als wij het goede beogen, ontgaat ons: leven is vrijheid en vrijheid manifesteert zich niet anders dan als een handelen vrij van conditionering of dus een handelen alle pijnlijke gevolgen ten spijt. Indien het leven vrij zou zijn van alle mogelijke onaangenaamheden, dan ware de manifestatie van iets dat het louter aangename overstijgt, onmogelijk.

Het overstijgen van het louter aangename is ons bekend uit het leven van alledag, waar wij het minder aangename verkiezen omdat wij anticiperen op nog grotere onaangenaamheden en zo vermoeien wij ons met het dagelijkse uurtje sport omdat deze inspanning niet opweegt tegen de hel van de ziekten die het gewisse gevolg zijn van gemakzucht. Meer nog: als wij ons goed bewust zijn van de weldaad van de sportbeoefening, dan ervaren wij de dagelijkse training niet langer als een lastige inspanning maar voortaan ook als een deugddoende inspanning. De dagelijkse training blijft weliswaar een inspanning, maar deze wordt niet langer ervaren als lastig omdat de last niet langer opweegt tegen de lust – zoals overigens talloze andere inspanningen worden ervaren als lustig en niet als lastig: muziek beluisteren en musiceren, componeren, schrijven, werken, mensen helpen en meer algemeen: andermans lasten dragen. En eenmaal men zich dit inzicht heeft eigen gemaakt, smelt het aloude immorele idée fixe van de rechtvaardigheid en de vergelding als sneeuw voor de zon. Een ethisch verantwoord leven is een bestaan waarin zich het leven ten volle manifesteert – het is immers 'zonde' waar deze mogelijkheid onbenut gelaten wordt – en dit gebeurt door het zich manifesteren van de vrijheid: het handelen wars van rechtvaardigheid, wraak en vergelding. De bekrompenheid van de zogenaamde wereldreligies in acht genomen, zou men zelfs kunnen zeggen dat een moreel verantwoord bestaan samenvalt met een welbepaald atheïsme. Niet het primitieve atheïsme maar wel datgene dat met de immorele religie een komaf maakt.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 7 februari 2018)
















04-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spot en moord






        

Spot en moord

De openbare omroep gaat er prat op een opvoedende taak te hebben ten aanzien van het volk en heeft daarom ook een enorme verantwoordelijkheid voor het gedrag van de massa en voor het welzijn van de maatschappij – en in het geding is hier vooreerst de vrede. Die roeping geldt overigens voor al wie op het voorplan staan – of moet men vandaag niet veeleer spreken over wie zich naar dat voorplan hebben gemaneuvreerd? Want velen blijken er als de kippen bij om de (niet altijd even onterechte) 'riante' vergoedingen op te strijken voor de (immers) veeleisende jobs waar omtrent zij (echter) hun volslagen onkunde uiteraard niet eeuwig kunnen blijven wegsteken voor het grote publiek. Een actuele illustratie hiervan is de propaganda van de spot met mensen die juist nood hebben aan steun en het middels de lachlust openlijke aanzetten van een welbepaalde sector van een televisiekijkend land tot geweld jegens noodlijdenden. Het betreft hier meer bepaald de aflevering d.d. 3 februari 2018 van het programma Voetbal inside op de Nederlandse televisie. Cf.: https://www.youtube.com/watch?v=XhhItV06-18 .

Ook hier weer moet de in de eigen blindheid als 'nuchtere kijk' bestempelde onnadenkendheid doorgaan voor het zogenaamde 'gezond verstand' dat niets anders maskeert dan een in deze context wel heel pijnlijk tekort aan empathie en kennis. Lang niet ongevaarlijk: men herinnere zich het feit dat massamoordenaar Breivik in zijn racistisch manifest meer dan tachtig keer zijn grote held Paul Belien – gewezen hoofdredacteur van 't Pallieterke – citeerde. Cf.: https://www.trouw.nl/home/nieuw-katholiek-bloedfanatiek-en-op-de-adreslijst-van-breivik~a6e14d47/ .

Maar geheel afgezien daarvan zullen verantwoordelijke instanties nu zeker heel dringend moeten optreden om de reeds aangerichte schade binnen de perken te kunnen houden want het is allang niet meer denkbeeldig dat iemand morgen een transgender van de baan rijdt, of eender welk slachtoffer van gemene spot: http://joodsactueel.be/2018/02/03/spectaculaire-camerabeelden-leiden-tot-arrestatie-na-antisemitisch-incident-in-antwerpen/

(J.B., 4 februari 2018)











29-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Adagio" - Liedcyclus (Jan Bauwens, 2004) getoondicht op elf gedichten uit "Adagio" van Felix Timmermans (1886-1947).
Klik op de afbeelding om de link te volgen

"Adagio" - Liedcyclus (Jan Bauwens, 2004) getoondicht op elf gedichten uit "Adagio" van Felix Timmermans (1886-1947).

[De muziekpartituren zijn verkrijgbaar bij de componist]



26-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.leeg

leeg


25-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 4. Mens zonder lichaam





           

Over de perversies van onze cultuur

Deel 4. Mens zonder lichaam

Het schuldbesef, het geweten en de wil zijn 'onstoffelijke' zaken, het zijn dingen van de geest en van de ziel: wij hebben er een tekort aan en zo zou het dan lijken alsof wij het geestelijke verliezen en alleen nog fysiek bestaan. Edoch, het is wellicht net andersom: de westerling van de eenentwintigste eeuw is een mens zonder lichaam en daar ligt de oorzaak van ons gebrek aan geest, ziel, gevoel en gemoed.

Het lijkt wel een heel paradoxale stelling maar dat is het helemaal niet; we moeten slechts indachtig zijn dat ons lichaam niet alleen de drager is van onze ziel maar tevens de onmisbare eerste vorm ervan en om het met een tekenend voorbeeld vooraf te schetsen, zien wij dat niet alleen de beeldspraak van onze taal maar ook onze taal zelf, die tenslotte al het geestelijke draagt, bestaat uit woorden die verwijzen naar – uiteindelijk – fysieke dingen. Verstaan wij die fysieke dingen niet, dan kunnen wij ook onze woorden niet verstaan en dan klinkt onze taal hol, dan heeft de spirit van wat wij vertellen ook letterlijk geen gewicht en niets om het lijf. Wat wij vertellen, heeft geen diepgang, blijft oppervlakkig en wat wij te horen krijgen, verstaan wij niet echt.

Zo kunnen wij wel spreken en schrijven over bijvoorbeeld zweten, maar wie zich nooit in het zweet hebben gewerkt, kunnen ook niet verstaan wie Jantje Verdure van Stijn Streuvels is en evenmin kunnen zij De oogst ten volle smaken. Een lijf dat te zeer verwend werd en gespaard van inspanningen en van pijn, wordt op den duur niet alleen ziek, maar gaat ook in het onvermogen verkeren om nog te kunnen verlangen en de ziel die in dat lijf huist, wordt blasé – ongevoelig of afgestompt.

Het besef van het belang van het fysieke bestaan kwijnt weg waar men gelooft dat men zichzelf fysiek kan sparen, waar men zichzelf overmatig beschermt tegen kou en regen en tegen hard labeur. Een mens die enkele weken bedlegerig in een kliniek moet doorbrengen, verliest niet alleen de kracht in zijn benen: ook zijn benen zelf kwijnen weg omdat hij ze niet meer gebruikt. Op dezelfde manier kwijnt alles aan ons lichaam weg dat wij willen behoeden voor inspanningen en het doet dat ook in de mate dat wij het willen sparen. Samen met die lichaamsdelen kwijnen de lichamelijke functies weg en ook de gevoelens en de begrippen die daarop geënt zijn en die eraan ontleend zijn.

Nu afstanden op gemotoriseerde wijze overbrugd worden te land, ter zee en in de lucht, moet men niet zozeer spreken over een overwinning op de weidse ruimten: naast de opmerking van Ivan Illich dat wij tegelijk meer afstanden scheppen dan mogelijkheden om ze te overbruggen, bestaat een ander gevolg van deze vermeende overwinning hierin, dat wij zodoende de ruimte als het ware vernietigen omdat de afstanden die wij overbruggen, uiteindelijk ook ruimten zijn welke tot bruggen worden gereduceerd. De sneltrein met vertrek in Brussel en aankomst in Parijs, herschept alle plaatsen die er tussen liggen en waar de trein geen halt houdt in feite tot on-plaatsen die alleen nog dienst doen als verschaffers van faciliteiten aan de spoorwegen. De route snijdt de plekken waar de trein passeert in twee en hetzelfde doen de klok rond alle auto's met alle plaatsen waar zij voorbijrazen en die geen vertrekpunten of bestemmingen zijn. Het verkeer verhakkelt de ruimte en vernietigt ze, tegelijk met de mogelijkheid om zich daarin nog voort te bewegen. Wij allen bewonen eilandjes ter grootte van een zakdoek en ingesloten door straten die wij – en vooral onze kinderen – niet kunnen oversteken zonder ons leven te wagen. Wij hebben met onze zogenaamde overwinning op de afstanden en op de ruimte, onszelf in een wirwar van ontelbare wegenwebben ingesloten en gevangen gezet. Waarheen wij ons ook begeven: overal belanden wij in gelijkaardige cellen voorzien van de meest wrede tralies die men zich maar kan indenken. In onze waan om ons te begeven naar de verste uithoeken van het heelal, hebben wij onszelf volkomen immobiel gemaakt voor immer.

De machines bedoeld om onszelf fysieke inspanningen te besparen, resulteren in het atrofiëren van onze spieren, onze pezen en ons gebeente en de instrumenten waarmee wij ons willen verlossen van intellectueel werk, verzwakken ons geheugen en beroven ons uiteindelijk van ons verstand. Spiercellen, bindweefselcellen, beendercellen, zenuwcellen: ze gaan allemaal ter ziele en alleen vetcellen schieten over – een reserve-energie welke evenmin als de reserves op onze bankrekeningen ooit zal aangesproken worden omdat wij voor die tijd al zullen omgekomen zijn.

De minachting voor het lichaam dat nochtans de bron is van al ons leven, is danig groot dat wij er niet alleen naar trachten om zo rijk te worden dat wij nooit meer te hoeven werken, maar dat wij ons bovendien een gelukzalig hiernamaals voorstellen als een 'zuiver' geestelijke toestand waarin wij voorgoed van het lichaam bevrijd zullen zijn en – vatte wie kan – bij die gelegenheid wordt hetzelfde lichaam dat ons zoveel leven en levensgenot heeft geschonken, op een onnavolgbaar abrupt ondankbare manier een 'kerker' genoemd. En het is met deze dwaasheid gesteld zoals met alle andere: hoe langer wij leven, hoe meer wij ervan overtuigd zijn dat we ook zullen blijven leven. En hoe onrechtvaardiger wij in dit leven behandeld worden, des te groter wordt onze zekerheid dat er na de dood een vergelding komt. Maar geef mij één enkele goede reden waarom de wet der gewoonte rechten zou verdienen en geef mij één goede reden waarom er in een eventueel voortbestaan na de dood rechtvaardigheid zou heersen als dit niet nu reeds het geval is. Ja, men durft zelfs te geloven dat er in het hiernamaals niet alleen rechtvaardigheid zal zijn met betrekking tot het toekomende leven maar tevens met betrekking tot het huidige – wat wil zeggen: rechtvaardigheid met terugwerkende kracht of met vergelding. Edoch, mocht men de moed hebben om de feiten onder ogen te zien, dan zou men wel eens kunnen beginnen zeggen dat een eventueel leven na de dood zeer te duchten was en dat het ongeluk van een mens zeker niet zou liggen in zijn eindigheid – gesteld dat het bestaan ook eindig was – maar daarentegen in de onmogelijkheid om het voortbestaan te doen ophouden – gesteld dat het eeuwig was. Menigeen immers verlangt naar een beëindiging van het onrecht en dit onrecht neemt niet zelden dergelijke proporties aan dat men er geheel probleemloos zijn leven veil voor heeft om het te doen ophouden. Indien wij redelijk waren, dan zouden wij niet langer verlangen naar een leven na de dood: wij zouden daarentegen goed verstaan dat als hier en nu het onrecht de regel is, dit in de toekomst eveneens het geval zal zijn. Als er een rechtvaardige god bestaat, dan is er immers geen enkele reden denkbaar waarom hij vandaag het onrecht wél zou toelaten en morgen ineens niet meer. Het is erg genoeg dat het tot in zijn oude dag moet duren vooraleer een mens bereid is om onder ogen te zien dat al die beloften op vergoeding en vergelding voor de huidige lasten en voor al het doorstane leed, alleen maar tot doel hebben om hem als trekpaard – zeg maar als ezel – aan de slag te houden. Dat het zo ver is kunnen komen, dat hij zijn lichaam een kerker en het verlies van zijn lijf een bevrijding noemt, bewijst slechts hoe gigantisch het bedrog is waarvan de mens te lijden heeft en zo hoeft het ons ook niet te verwonderen dat de moordende job het meest begeerde product is op de hedendaagse markt en dat vrijwel allen het echte stoffelijke leven spontaan inruilen voor een geheel virtueel bestaan op plastic schermpjes welke leiden tot de algehele afstomping van de soort – om nog niet te spreken over een collectieve zelfmoord.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 25 januari 2018)
























16-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 3. Mens zonder wil.




                     

Over de perversies van onze cultuur

Deel 3. Mens zonder wil

Het verhaal doet de ronde van een jood die geplaagd werd door een bende straatkinderen die elke dag belletje trek deden aan zijn deur. Maar ziehier hoe hij zich van dit ongemak bevrijdde. Telkenmale als de kinderen aan zijn bel kwamen hangen, gaf hij hun vijf cent. Maar wat doet hij nu, zo zou men zich afvragen, want op die manier blijven ze uiteraard komen? Edoch, na enkele dagen gaf hij hun nog vier cent. Vier cent, zo dachten de kinderen: dat is nog steeds de moeite waard! En ze bleven komen. Vervolgens verlaagde hij zijn tarief naar drie cent, naar twee cent en naar één cent. Maar één cent, dat vonden ze de inspanning al niet meer waard en ze bleven weg!


Het is zo simpel als pompwater maar men moet erbij komen: de jood beroofde zijn plaaggeesten van hun eigen motivatie – leedvermaak – door hen ertoe te verleiden deze te verwisselen voor een beweegreden die hijzelf kon sturen – een beloning. De plaaggeesten verloren de lust om nog te doen wat zij deden, zij vervreemdden van hun eigen daden en zij waren niet langer meester over hun handelingen: voortaan werd hun gedrag gestuurd door een derde; ze waren hun eigen wil kwijt.

Nu blijkt exact hetzelfde te zijn gebeurd met de arbeidende bevolking van de westerse wereld. Van nature geneigd tot het levensnoodzakelijke werk dat in het verlengde ligt van het spontane spel, heeft een klasse van 'bestuurders' – sommigen noemen hen 'machtswellustelingen' – de spontane beweegredenen die mensen van in den beginne tot arbeid aanzetten, middels het loonstelsel geperverteerd en op die manier worden de arbeiders ook gemanipuleerd: zij werken niet langer om de intrinsieke waarde van hun werk maar omwille van een loon en derhalve verliezen zij de natuurlijke band tussen hun werk zelf en de finaliteit ervan; zij vervreemden van wat hun handen voortbrengen – het laat hen op den duur koud wat ze voor de kost moeten doen – en zo zijn ze ook niet langer meester over hun eigen lot; een ander heeft van hun handen bezit genomen; de handen van alle arbeiders zijn voortaan ontkoppeld van hun eigen wil of brein en ze zijn verworden tot de tentakels van een centrale die zij helemaal niet controleren maar door welke zij gecontroleerd en gemanipuleerd worden. Het lichaam van de burger behoort hem niet langer toe omdat het ook niet langer gehoorzaamt aan zijn wil: het lichaam van de burger gehoorzaamt immers aan de wil van een centraal bestuur en het doet dat ook omdat het van dit centraal bestuur geld en dus voedsel en nog andere levensnoodzakelijke dingen moet krijgen. Edoch, tegelijk doemt het gevaar op dat wij aan die vreemde wil gehoorzamen met dezelfde blindheid waarmee wij gehoorzamen aan ons hongergevoel: wij eten omdat wij honger hebben en zo ook spreken wij het woord van wie ons voeden en dus spreken wij niet langer ons eigen woord – onze eigenste wil en geest en lust werden buitenspel gezet.

Het is uiteraard niet verkeerd op zich wanneer mensen samenwerken en aldus een maatschappij vormen waarbij zij zich in functie van een optimale samenwerking gaan specialiseren – het bevordert zelfs de samenhang van het geheel en zo ook het welzijn van elk onderdeel als men elkaars werk doet of in wat andere bewoordingen als men elkanders lasten draagt. Voorwaarde is dan wel dat er dan inderdaad sprake is van samenwerking en van medewerking – wat echter niet langer vanzelfsprekend blijkt waar deze authentieke maatschappelijke motor vervangen werd door de oneigenlijke drijfveer van de concurrentie – die immers een wedloop inhoudt waarbij men niet langer elkaars medestander is doch elkaars tegenstander of vijand. De natuurlijke doch negatieve motivatie van het recht van de sterkste – “doden of gedood worden” – mag dan wel dwingend zijn en derhalve sterk en zij mag dan al binnen zekere perken gehouden worden door de wet: zij ondermijnt op termijn de samenwerking en de staat zelf omdat zij van medeburgers vijanden maakt – waarvandaan: homo homini lupus.

De ontkoppeling van de arbeider van het resultaat van zijn werk brengt een vervreemding mee die hem om te beginnen berooft van zijn werklust maar die vervreemding heeft nog een ander ernstig effect: omdat men voortaan de finaliteit van zijn werk gedwongen overlaat aan anderen – aan een verondersteld bestuur – werkt men niet langer omwille van de intrinsieke waarde van zijn arbeid maar enkel nog omwille van het loon, zodat het de werknemer op den duur eender is wat hij moet doen zolang hij maar betaald wordt.

Er zijn werknemers die betaald worden om te slapen en die daar helemaal geen graten meer in zien en er zijn ook werknemers die tabak verdelen, alcohol en verslavende computerspelletjes; er zijn medici die zich goed bewust zijn van de door Ivan Illich te berde gebrachte problematiek van de iatrogene werking van de geneeskunde maar die maar laten betijen; internetvirussen worden verspreid door de producenten van computerbeveiligingsprogramma's en antivirale software; diepvrieskasten en stofzuigers worden gefabriceerd om al na drie jaar te verslijten, advocaten stoken de ruzies aan waaraan zij dik verdienen, verzekeringsmakelaars werken samen met inbrekers om bangeriken onder druk te zetten, het geschiedenisonderwijs houdt de kinderen dom, de chemiereuzen die antigif en medicijnen fabriceren zijn ook de producenten van sproeimiddelen en andere carcinogenen en straks moeten wij wel gaan geloven dat griepvirussen gefabriceerd worden tezamen met inentingen ertegen. Edoch, de volksgezondheid, de algemene ontwikkeling, de eerlijkheid, het recht, de veiligheid, de waarheid en noem maar op, blijken geheel ondergeschikt aan de economie: goed is nog slechts wat geld in het laatje brengt en hetzelfde geldt voor wat waar en wat schoon is. De economie moet draaien, en de snelheid waarmee ze draait werd uitgeroepen tot de eindwaarde van alle maatschappelijke leven. De productie dient gemaximaliseerd te worden en zo ook de consumptie; er bestaan geen grenzen en in een tijd die beweert zich van alle taboes te hebben bevrijd, werd een nieuw en onoverwinnelijk taboe geboren: het woord 'genoeg'. De menselijke wil werd totaal onderworpen aan de wetten van een nieuwe, alles beheersende en letterlijk moordende economie. Steeds meer mensen willen afremmen, vertragen, rusten, langzaamaan doen of stoppen maar de autoriteiten wijzen erop dat wie niet meer kunnen volgen, onherroepelijk uit de boot zullen vallen.

RVA=zelfmoordfabriek”: het staat met roetzwarte letters zo groot als mensenlichamen op een blanke muur in het centrum van de stad – één etmaal lang en dan is het alweer overschilderd want deze informatie dient te worden achtergehouden om met de verfijnde en meedogenloze vernietigingspolitiek door te kunnen gaan. Gaskamers zijn niet langer nodig nu sociologen erachter zijn gekomen dat uitstoting uit de groep en sociale vernedering eenzelfde effect hebben als gifgas terwijl dit nieuwe moordwapen clean is en helemaal geen sporen meer nalaat: zo worden plaatsen vol mensen 'opgekuist'. De compartimenten waarin zich de opruiming van het maatschappelijke ballast voltrekt, zijn geheel onzichtbaar geworden en van een genocide is geen sprake meer, men dient er alleen nog over te waken dat het verband tussen de massale zelfmoorden en de even massale doorverwijzing van mensen zonder maatschappelijke functie – mensen 'ten laste' – naar de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, onontdekt blijft of dan toch onbesproken en alvast onaantoonbaar want niemand zal ooit in staat zijn om een link tussen beide te bewijzen. Hoe stuntelig waren de moordtechnieken van de nazi's!

(Wordt vervolgd)

(J.B., 16 januari 2018)


















13-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 2. Mens zonder geweten



             

Over de perversies van onze cultuur

Deel 2. Mens zonder geweten


Volgens de katholieke leer is de stem van het geweten, de stem van god zelf die ons toelaat goed en kwaad te onderscheiden. Edoch, in het licht van de vergelijkende cultuurwetenschappen blijkt vanuit deze definitie dat zo'n geweten bezwaarlijk universeel kan zijn aangezien verschillende religies ook verschillende goden met verschillende wetten presenteren en derhalve moet aangenomen worden dat het geweten niet van nature in de mens ingeboren kan zijn maar de resultante is van geïnterioriseerde wetten. Zelfs in het christendom luidt het dat de wet – in dit geval de Thora, de joodse en derhalve de goddelijke wet – aan het geweten voorafgaat: “Zonder de wet zou ik nooit geweten hebben wat zonde is”, zo schrijft de apostel Paulus. (1)

Intussen echter leven althans wij hier in het westen niet langer in een theocratie en zijn onze wetten ook niet meer van goddelijke maar van menselijke makelij. In verlichte en derhalve seculiere staatsvormen zoals onze moderne democratieën, resulteren de wetten uit meerderheidsbeslissingen en lijkt het wel of het geweten voor ons niet langer de stem is van god maar die van een anonieme meerderheid van mensen, meer bepaald burgers, waartoe de mensen op een listige manier herleid werden – waarover verder meer. Afgezien van het feit dat een 'massa' geen persoon is en dus ook geen bewustzijn en geen kennis kan hebben, beantwoordt de vraag of de massa dan weet wat goed is, zichzelf van zodra men zich bezint over de uitspraak van Spinoza dat alle voortreffelijke dingen even moeilijk als zeldzaam zijn. (2) De waarheid is niet het deel van de massa maar wordt gevonden door uitzonderlijke enkelingen zoals Galileo Galileï, Isaac Newton en Etienne Vermeersch; de ontdekking en de creatie van het schone is slechts aan weinigen gegeven zoals Michelangelo, J.S. Bach en Herman Brusselmans; het goede manifesteert zich alleen in het werk van rechtvaardigen en martelaren zoals pater Damiaan, Oscar Romero en Jef Vermassen. Bijgevolg heeft het er alle schijn van dat een geweten dat aanspraak maakt op universaliteit, noch de ingeboren stem van een of andere god kan zijn, noch het resultaat van geïnterioriseerde wetten. Is het geweten dan het juiste midden tussen die twee, met een navenante voorlopigheidsmoraal – de 'morale provisoir' van de vrijzinnigen – en bestaat er niet zoiets als een onveranderlijk, altijd en overal geldig geweten omdat het goede bestaat uit daden welke steeds antwoorden zijn op per definitie altijd wisselende of nieuwe problemen?

De Thora, het Evangelie, de tien geboden en de geboden van de Heilige Kerk – om maar bij de hier meest gangbare godsdiensten te blijven – zijn geschreven voor jonge en gezonde mensen, niet voor psychopaten die het immers niet helpen kunnen dat zij goed en kwaad niet ofwel heel anders zien; zij hebben het nog slechts over mannen en vrouwen – Adam en Eva – en niet over de 'tussengeslachten' waarvan wij ons pas sinds het gevorderde chromosomenonderzoek bewust zijn of over de transgenders die met de stand van de medische wetenschap toentertijd ondenkbaar waren, trouwens evenals de vele ethische vraagstukken omtrent het 'mogen' van het nieuwe 'kunnen'. En dan werden de dieren nog buiten beschouwing gelaten over welke Toon Hermans schreef dat er geen hemel is voor hondjes: de onfeilbare paus Pius IX ontzegde een bewustzijn aan dieren – waarvan vandaag wetenschappelijk wordt aangetoond dat ook zij kunnen voelen, denken, samenwerken en misschien wel bidden: is het doden van dieren moord in weerwil van de toegeeflijkheid omtrent vleesconsumptie in de Heilige Schrift en moet de verantwoordelijke mens nu vegetariër worden? En wat dan met de geesten? Jezus leefde nog ten tijde van de vandaag zo gelaakte praktijk van de duiveluitdrijvingen waaraan hij trouwens zelf gretig participeerde maar wanneer men hardleerse katholieken herinnert aan het evangelische verhaal van de Heiland die, nadat hij voor zo'n uitdrijving opgeroepen werd, het legioen duivels in een kudde zwijnen drijft die zich daarop prompt in de afgrond storten, waarop de veehouders reageren met de woorden: “Dat hij maar elders geesten gaat uitdrijven of straks zijn we onze hele veestapel kwijt!” – dan kunnen zij daar nog steeds niet om lachen.

Maar keren wij terug naar de listige reductie van de mens tot burger – een perversie zoals bij uitstek het probleem van de sans-papiers aan het licht brengt, waarbij het mens-zijn beschouwd wordt als een deelverzameling van het burgerschap in plaats van andersom, met het gevolg dat aldus mensenrechten ontzegd worden aan wie geen ingeschreven burgers zijn en dit overeenkomstig de perversiteit waarbij de mens – in de hoedanigheid van soeverein – zich de Schepper zelf waant en welke zich uitnemend weerspiegelt in de spreuk: Quod non est in scriptis (/actis), non est in mundo.

Er wordt dan meer bepaald uitgegaan van de hypothese dat het denken – en derhalve de geest die een mens tot mens maakt – niet meer is dan een verinnerlijking van de dialoog, welke op zijn beurt plaatsvindt tussen de inzittenden van eenzelfde taalgemeenschap en cultuur. Een staat telt vele burgers en zij danken hun burgerschap aan die staat. De staat of het medeburgerschap ligt met andere woorden aan de wieg van de menselijke geest en dus aan de oorsprong van de mens tout court; het burgerschap gaat aan het mens-zijn vooraf; men is pas mens omdat men burger is; het mens-zijn is een schepping van de staat; de mens is een creatuur van de politici of de machthebbers; iemand is mens en heeft mensenrechten als hij als zodanig erkend wordt door wie de macht bezitten. En ook omgekeerd geldt dat wie door potentaten niet als mens erkend worden, ook niet als mens behandeld zullen worden: zij hebben geen papieren, geen naam, geen rechten en zelfs geen stand, geen plaats in de maatschappij. Aangezien alle territorium hetzij in privaatbezit is, hetzij in bezit van de staat, hebben mensen zonder papieren zelfs geen plaats om op te staan. Zij dweilen de straten af zoals verdoemden, zij zijn eeuwig op de vlucht, zij zwalpen rond op de golven van de wereldzeeën en als zij niet verdrinken, dan spoelen zij ergens aan om daarna te worden teruggestuurd. “Waar zijn uw papieren?” – zo wordt hun gevraagd door de autoriteiten. “U hebt geen papieren? Welnu, dan bestaat u niet: u mag hier niet staan, u moet verdwijnen en wel onmiddellijk!”

Zij die geloven dat de geest niet meer is dan de resultante van een verinnerlijkte dialoog tussen medeburgers, zien de geest als een creatie van de staat, van de politiek of van de mens: het bewustzijn, zo zeggen zij, ontspringt aan de werking van de hersenen en die hersenen werken waar mensen woorden spreken met elkaar of in zichzelf. De geest resulteert uit de taal en is niets meer dan de betekenisvolle woorden, de volzinnen en de paragrafen die gezegd en geschreven worden; de muzikale frasen die gespeeld worden en de figuren die getekend worden. Maar deze opvatting is in hetzelfde bedje ziek als de fysicalistische, zij ontspringt aan exact dezelfde denkfout. Want waar in het fysicalisme, inzake de relatie tussen enerzijds de wereld en de wereldse dingen en anderzijds de natuurlijke werkelijkheid van de schepping, de oneigenlijke opvatting heerst dat de ganse werkelijkheid (slechts) een constructie zou zijn (en deze opvatting is oneigenlijk omdat zij resulteert uit een ongeoorloofde inductie), zo wordt ook inzake de relatie tussen enerzijds de wereld van de taal of die van het denken in het algemeen en anderzijds de werkelijkheid van de geest onterecht gedacht dat de geest niet meer zou zijn dan een product van het denken. Zoals de ‘naïeve realist’ verkeerdelijk gelooft dat hij de natuur en de gehele schepping mag beschouwen als het ‘maaksel’ van een ‘grote bouwmeester’ – en dit in analogie met het menselijke maakwerk dat onze wereld voorstelt – zo ook neigt hij ertoe om te geloven dat de geest niets anders en niets meer kan zijn dan de resultante van (zijn) taal en van (zijn) denken. Edoch, net zoals de natuur — al het geschapene — duidelijk onderscheiden is van de menselijke constructies, en zoals hij ook van een meer fundamentele oorsprong en orde is dan deze laatste, zo ook is de geest als zodanig van een heel andere oorsprong en orde dan het geheel aan gedachten, theorieën, kunstwerken en eventueel nog andere zaken. Deze laatste worden mede middels het menselijke taalgebruik tot stand gebracht — de geest daarentegen is geen product van het (menselijk) denken. Meer gevat: zoals de natuur noodzakelijk ontisch voorafgaat aan alle wereldse zaken, zo ook is de geest noodzakelijk ontisch primautair op de taal, op het denken en op het gedachteleven — het menselijke gedachteleven dat sommigen al te voorbarig en in feite op geheel oneigenlijke gronden geloven te mogen identificeren met de geest. (3)

De politiek inzake de sans-papiers en het Europese vluchtelingenbeleid zijn enkele van de talloze hallucinante gevolgen van de genoemde misvatting die er tevens voor zorgt dat een volstrekte gewetenloosheid de mensheid naar de eigen afgrond voert. Want ook de ziel en het geweten delen in de klappen welke de geest te verduren krijgt onder het juk van een megalomaan menstype dat zich god waant, zodat met het vergaan van de waarheid ook het goede als zodanig op de helling komt te staan – trouwens samen met het schone dat andermaal als zodanig gecreëerd wordt door niets anders dan een beslissing van de potentaat.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 13 januari 2018)

Noten:

(1) Brieven van Paulus aan de Romeinen: 7:7.

(2) Spinoza, Ethica, 5:42.

(3) Voor een uitwerking in detail, zie: Trans-atheïsme (https://www.boekenbestellen.nl/boek/trans-atheisme-de-metafysica-van-het-lam/10436 en http://www.bloggen.be/bethina/) en Spiritus (https://www.boekenbestellen.nl/boek/spiritus/16920 en http://www.bloggen.be/spiritus/).
























10-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 1. Schuld en schaamte


 

           

Over de perversies van onze cultuur

Deel 1. Schuld en schaamte


Het verschil met vroeger inzake genocide, aldus de Nederlandse socioloog Abram de Swaan, zit niet in het feit dat wij geen massamoordenaars meer zouden zijn – het zit in het feit dat onze huidige cultuur zich voor massamoord schaamt: Modern is niet de massamoord maar de schaamte erover.” (1) De middeleeuwse kruisvaarders gingen er prat op ontelbaren uitgemoord te hebben terwijl de huidige massamoordenaars de Shoah verborgen wensen te houden – uit schaamte. We wensen geen massamoordenaars te zijn maar we zijn het tegen heug en meug en bij uitstek de aanwending van massale uithongering (– dagelijks ca. 30.000 slachtoffers) in functie van de continuering van de slavernij toont dit aan. De perversie schuilt in het feit dat derde wereldburgers in slavernij gehouden worden door hen naast een pensioen ook nog het recht op kinderen te ontzeggen onder de dreiging dat hun kroost een overbevolking zou veroorzaken terwijl hun ecologische voetafdruk verwaarloosbaar is – of hoe slachtoffers de schuld krijgen van het kwaad waarvan zij de dupe zijn.

Zich schamen is zich afschermen, zich verbergen, zijn gezicht verbergen en zo verbergen zij die de uitbuiting continueren zich onder de valse beschuldigingen aan het adres van hun slachtoffers: kwaad verbergt zich steeds opnieuw onder een scherm van nieuw kwaad, slachtoffers vergen steeds weer nieuwe slachtoffers om hen te bedekken.

Ofschoon dit de intuïtie wel eens kon tegenspreken daar schaamteloosheid in de regel wordt gelaakt, is schaamte op zich helemaal geen deugd want het is niet iets wat iemand zomaar doet, het is een spontane reactie, een verweer of althans een poging daartoe, voor een dreiging uitgaande van een (openbare) veroordeling die iemand (zij het in de regel door zijn of haar eigen schuld) overkomt of ondergaat. Men ondergaat de schaamte op de manier waarop men zijn kwetsbaarheid ondergaat. Wat de dief ertoe aanzet om zijn misdaad te plegen in het holst van de nacht is zijn vrees voor de schaamte want de schaamte is het bevangen worden door een (al dan niet terechte) veroordeling op het ogenblik dat iemands daden (of misdaden) aan het licht komen en meer bepaald is de schaamte het plotse failliet van een voorgewende persoonlijkheid: iedereen ziet dat men niet diegene is voor wie men kennelijk wenst door te gaan.

De crimineel is te laf om voor zijn daad uit te komen, hij kan best anderen bedriegen en kent derhalve geen schuldbesef maar hij tracht wél te vermijden dat anderen ontdekken dat hij hen bedriegt en om die reden wil hij zijn misdaad verbergen en is hij allerminst schaamtevrij. Misdadigers zijn niet per definitie schaamtevrij – zij blijken dat enkel waar zij eerder ziek dan slecht zijn – en andersom kan schaamteloosheid makkelijk met (bijvoorbeeld kinderlijke) onschuld samengaan.

Misdadigers kunnen leven met schuld maar slechts zolang totdat die aan het licht komt, terwijl bij wie eerlijk zijn, het er net andersom lijkt aan toe te gaan omdat zij er kennelijk niet in slagen om met een schuld te leven en zij derhalve spoedig alles wensen op te biechten. Maar op zich is deze vorm van 'eerlijkheid' evenmin per definitie deugdzaam aangezien hij wordt gestuurd door een openbaar oordeel dat immers objectief immoreel kan zijn zoals bijvoorbeeld onder het juk van misdadige regimes: voor misdaden begaan onder de nazi's plegen burgers zich achteraf vaak te hebben 'verontschuldigd' met het 'argument' van Befehl ist Befehl.

Schaamte ontstaat bij het aan het licht komen van schuld en zo onthult zij in dat geval ook de lafheid van wie hun schuld verborgen wensen te houden. Dat de misdadiger geen schuldbesef kent maar wel schaamte, betekent dat hij niet met de ander begaan is maar slechts met zichzelf: hij schermt zichzelf af voor de mogelijke wraak van wie hij kwaad aandeed.

De realiteit van de schaamte verraadt zich in compartimentering of dus in het afschermen van zijn handelingen voor het daglicht, voor de openbaarheid en voor het licht van het bewustzijn of de taal – in dat laatste geval middels het zwijgen, het taboe, de omerta maar ook middels de cultuur van het verzwijgen en het verbloemen, de ontkenning, het negationisme en de leugen. Omdat pas het woord de mensen en de dingen door ze een naam te geven, door ze bij hun naam te noemen of door ze aan te spreken, aan het licht (van het bewustzijn) brengt of tot leven brengt en ordent, zal hun verzwijging hen achterlaten in een prehistorische of pre-culturele duisternis of chaos. Zo ligt de bedoeling van het spreekverbod in het verhinderen dat waarheid aan het licht komt omdat de taal het licht (van het bewustzijn) is. Door niet over de dingen te spreken, lijkt het wel alsof men aldus kan bewerkstelligen dat zij ook niet bestaan – zij worden, zoals men dat zo tekenend zegt, doodgezwegen of daar heeft het dan toch alle schijn van.

Zo komt pas ruim een halve eeuw na de moord op Patrice Lumumba met stukjes en brokjes aan het licht dat de misdaad bevolen zou zijn door de Belgische regering (onder de verantwoordelijkheid van Paul-Henri Spaak) en met de medewerking van de Amerikaanse regering (in de persoon van Dwight Eisenhouwer) en de CIA en het motief voor de liquidatie zou gelegen zijn in het feit dat deze Congolese onafhankelijkheidsstrijder de zogenaamde goede relaties tussen de Congo en zijn kolonisator, de Belgische staat, onder geen beding in de weg mocht staan – waaruit men dan wel moet verstaan dat men deze held opofferde aan de continuering van de plundering van het Congolese volk en van de op dit volk gepleegde genocide waarbij onder Leopold II zowat twaalf van de twintig miljoen Congolezen door hun kolonisatoren werden omgebracht. De moord op Lumumba – de feitelijke leider van het mishandelde volk – gebeurde in een speciaal daartoe opgetrokken compartiment – een fysiek compartiment maar tevens en vooral een onzichtbaar compartiment van listen en intriges, dat pas nadat de tand des tijds er ruim een halve eeuw had aan geknaagd, lacunes ging vertonen.

Schaamte ontstaat pas waar schuld aan het licht gebracht wordt en dat licht betreft de openbaarheid of dus de plek waar zich de gemeenschappelijke dialoog situeert en derhalve het bewustzijn. Schaamte ontstaat bij schuldenaren pas door het aan het licht (van het bewustzijn) gebracht worden van hun schuld terwijl schuldbesef te maken heeft met het al dan niet aanwezig zijn en ter harte genomen worden van dat licht in de ziel van de betrokkenen.

De schuldigen vermijden het licht (van het bewustzijn), zij vermijden daarom de dialoog als plek waar zich de waarheid kan openbaren en zij wimpelen alle woorden af, zij doen er alles aan om hen die spreken – en in de eerste plaats zijn dat hun slachtoffers – monddood te maken of hun nog anderszins het spreken te beletten en het zwijgen op te leggen. Op die manier leiden de leugen en het bedrog uiteindelijk tot de moord – soms in de vorm van een zelfmoord – waarvan zij de kiemen bevatten en waaraan zij om die reden gelijk zijn. Onmiddellijk nadat Oscar Romero het zwijgen over de schendingen van de mensenrechten in El Salvador verbroken had, kreeg hij een eredoctoraat aan de K.U. Leuven maar enkele weken later ook een kogel van de doodseskaders van extreem-rechts.

Zij aan wie onrecht wordt aangedaan, zoeken dit mede te delen aan anderen, maar dat is geen gemakkelijke klus en dikwijls een gevaarlijke. Zij vinden geen gelegenheid tot spreken ofwel vinden zij geen gehoor. Enerzijds streven daders ernaar om hun slachtoffers fysiek het zwijgen op te leggen door hen te gaan overstemmen van zodra zij het wagen om iets over het hen aangedane onrecht te zeggen: zij roepen, zij intimideren met lawaai of met fysiek geweld hun slachtoffers, paaien de toehoorders en demoniseren hun slachtoffers bij de mogelijke toehoorders van de klachten. Zij maken hun slachtoffers monddood en gaan daarbij over tot ernstige vormen van laster, vaak worden zij geheel onterecht geloofwaardig geacht en krijgt het slachtoffer niet eens de gelegenheid zich tegen de aantijgingen te verdedigen, vooreerst al omdat dit slachtoffer daarvan niet op de hoogte is – en in het bijzonder is dit het geval waar het slachtoffer letterlijk voor de gek wordt gehouden omdat omwille van stigma en reputatie niemand aan een ander zal gaan vertellen dat men hem of haar voor gek houdt.

Volgens recent onderzoek inzake huiselijk geweld komt het vaak voor dat een zwakkere persoon door een dader fysiek maar nog vaker psychisch ernstig toegetakeld wordt bij een gelegenheid zonder getuigen; waagt het slachtoffer het om daarover te spreken met een derde, dan blijkt de dader er vaak reeds voor gezorgd te hebben dat zijn slachtoffer als ongeloofwaardig gebrandmerkt werd terwijl hij de eigen geloofwaardigheid buiten kijf tracht te zetten, en dit blijkt jammer genoeg uitnemend te lukken waar de dader zich verbergt achter een geveinsde bezorgdheid over een slachtoffer over wie hij laat uitschijnen dat het (geestes)ziek zou zijn. Bovendien is er de (terechte) angst van het slachtoffer voor wraak vanwege de dader die zijn slachtoffer vaker probeert te chanteren, waarbij dan dikwijls ook nog eens derden betrokken worden. Jammer genoeg levert onze huidige cultuur talloze voorbeelden van dergelijk ten hemel schreiend onrecht, zoals in het geval waar ganse bevolkingsgroepen, en bij uitstek de ouderen, levenslang krijgen (in zorginstellingen) telkenmale waar zij onterecht dement werden verklaard en beroofd van hun bezit maar ook van hun vrijheid, hun geloofwaardigheid, hun zelfstandigheid en hun integriteit.

Het schuldbesef vindt zijn oorsprong in de interiorisering of het zich eigen maken en het zich behartigen van de waarheid die soms in de openbaarheid aan het licht komt maar soms ook niet. In de huidige westerse cultuur – een 'cultuur van de dubbele boekhouding' en een 'cultuur van de dubbele moraal'– wordt de schaamteloosheid gelaakt terwijl het optreden van schaamte vaak alleen maar een gewezen tekort aan schuldbesef verraadt, wat betekent dat in deze cultuur het schuldbesef en het geweten voor een stuk afwezig zijn. Waar de schaamte alsnog optreedt, brengt zij aan het licht dat de dialoog, de aanspreking of het licht van de intersubjectiviteit niet geïnterioriseerd werden en dat de ziel verstoken is gebleven van datgene wat gecultiveerde mensen van wilden onderscheidt. Omdat zij van een tekort aan schuldbesef getuigt, zal een cultuur van louter schaamte paradoxaal genoeg een afwezigheid van humane cultuur verraden want waar mensen zich voor hun daden schamen – per definitie nadat die daden aan het licht kwamen – moeten zij in feite erkennen dat zij hun daden verborgen hielden voor de ogen van anderen en uiteraard deden zij dat omdat zij er anderen bewust mee bedrogen. Dat zij hun misdaden trachten te perfectioneren, verraadt slechts hun streven om ze te kunnen plegen zonder angst voor mogelijke gevolgen. Compartimentering heeft te maken met achterbaksheid en deze vergt evenals de aan haar verwante leugenachtigheid en het bedrog, inspanningen om zich overeind te houden in weerwil van het licht van de waarheid.

Het maken van compartimenten – schermen, schaamte – staat in functie van het verhinderen dat waarheid aan het licht komt, het is het afschermen van handelingen van de openbaarheid omdat men zich ervoor zou schamen en op die manier zijn compartimenten tevens voorafspiegelingen van de schaamte. Compartimenten zijn schuttingen binnen de werkelijkheid die er moeten voor zorgen dat er geen licht kan schijnen op de dingen die in deze compartimenten ondergebracht worden; zij zorgen ervoor dat handelingen verdoken blijven en het is dan ook hun finaliteit om voor bepaalde – meer bepaald bedrieglijke – handelingen een werkelijkheid apart te scheppen waar deze in de openbaarheid onmogelijke handelingen alsnog kunnen overleven. Compartimentering is derhalve een activiteit welke rechtstreeks voortspruit uit de wens om aan zichzelf meer vrijheid toe te kennen dan werkelijk mogelijk is, het is daarom een miskenning van de objectieve werkelijkheid, het is een volharding in de boosheid van de leugen, het is de ongeoorloofde reductie van wat ernst hoort te zijn tot een louter spel, het is een verwisseling van de wil met de wens.

Zoals gezegd is van compartimentering bijvoorbeeld sprake waar een dader iemand onder vier ogen en dus zonder de aanwezigheid van getuigen bedreigt: de bedreiger schept op deze manier een compartiment waarin hij zijn slachtoffer als het ware opsluit en gevangen houdt omdat dit slachtoffer, precies door de afwezigheid van getuigen van het kwaad dat hem of haar wordt aangedaan, het bestaan van de misdaad niet hard kan maken voor de buitenwereld en derhalve blijft ook de dader onzichtbaar. Voor de buitenwereld immers blijft de dader doorgaan voor de onschuldige die hij echter helemaal niet is – alleen het slachtoffer ziet wie hij werkelijk is maar dit slachtoffer staat met die kennis volkomen alleen. De eenzaamheid waarin het slachtoffer verkeert, is de sinds oudsher beschreven ondraaglijke eenzaamheid van wie een kennis bezitten waaraan niemand anders participeert. Het niet aan het licht kunnen brengen van die kennis of het verdoken moeten houden van de waarheid waaraan het slachtoffer gekluisterd is wegens het navenante gevaar, brengt een specifiek, intens psychisch leed mee, vergelijkbaar met het diepe en eenzame leed van het verlies van een geliefde die bijvoorbeeld niemand anders' kind is:

Du bist ein Schatten am Tage

Und in der Nacht ein Licht;

Du lebst in meiner Klage

Und stirbst im Herzen nicht. (2)

Wordt dit leed door onrecht veroorzaakt, dan concentreert zich het gepleegde onrecht in dit leed waarin het resulteert, het leed is de feitelijke vrucht van het gepleegde onrecht en van die finaliteit kan de onrechtpleger zich niet ontdoen, zijn eventueel 'excuus' dat het niet dit was wat hij beoogde, kan onmogelijk hout snijden omdat zijn daad zelf dit 'excuus' apert tegenspreekt met dezelfde overtuigingskracht waarmee de waarheid aan het licht komt in een salomonsoordeel. Bij de twist tussen twee vrouwen om een kind, waarover Salomon beslist het te zullen halveren, bewijst de daad van haar die het onverwijld afstaat om het te redden haar moederschap. Over de primauteit van de daad over het woord spreekt ook Augustinus waar hij duidelijk maakt dat iets zoveel waard is als men bereid is ervoor te betalen: De prijs van het graan is uw geld; de prijs van een stuk land is uw zilver; de prijs van een parel is uw grond; maar de prijs van de naastenliefde zijt gijzelf. (3) In extenso toont zich de perversie van onze cultuur in de spot, waar immers de mooiste woorden aangewend en derhalve verkracht worden om de lelijkste daden te verwezenlijken.

Onze seculiere, westerse cultuur kan pas ontkomen aan een spoedige en gewisse fatale ondergang als zij een nieuwe schaamteloosheid invoert met het doel de gespeelde schaamte en de gemakkelijke excuses waarvan zich op hun privacy beroepende en daarom legaal gemaskerde criminelen zich steeds guller en frequenter gaan bedienen, aan het licht te brengen in hun ware draagwijdte, meer bepaald in hun eigenlijke betekenis van misdaad. Want het probleem voor de misdadiger heeft zich verplaatst van zijn schuld naar zijn schaamte: waar eertijds de slechterik in gewetensnood verkeerde en om een biechtvader smeekte en de kwijtschelding van schulden om te kunnen ontkomen aan de eeuwige hellestraf, maakt zijn huidige ongeloof deze immense angst geheel ongedaan en zal hij nu veeleer vrezen voor de straf van een veroordeling hier en nu.

(Wordt vervolgd)

(Jan Bauwens, 10 januari 2018)

Noten:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), pag. 254.

(2) Friedrich Rückert, Kindertodtenlieder, fragment.

(3) Zie de geschriften van Augustinus van Hippo.

    


           


















01-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aan de feesttafels der kannibalen


Aan de feesttafels der kannibalen



25-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerstmis, feest van de vluchtelingen

Kerstmis, feest van de vluchtelingen

Lees hier de volledige tekst:

http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/330786.pdf



13-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slavenhandel in Libië, relletjes in Brussel


                             


Slavenhandel vandaag in Libië

De "relletjes" aan de Louisalaan in Brussel zijn in werkelijkheid een protestbetoging.

Er wordt geprotesteerd tegen het feit dat vandaag talloze mensen verkocht worden als slaaf.

Het is de bedoeling dat zij gratis werken tot ze niet meer kunnen, dan worden ze doodgemarteld.

Wereldwijd zijn er vandaag 45 miljoen slaven.

CNN maakte in oktober l.l. onderstaande reportage over de slavenmarkten in Libië.

           




Lees hier meer over de slavernij:

            


11-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord - Deel 7: de rechtvaardiging van de moordpartijen en onze gruwelijke toekomst
<


Verborgen massamoord

Deel 7: de rechtvaardiging van de moordpartijen en onze gruwelijke toekomst

Regimes hebben niet gedood om te doden, zij hebben altijd motieven gehad of die tenminste voorgewend. In de sociologie wordt gesteld dat groepsvorming gepaard gaat met het afstoten van 'anderen', het demoniseren van niet-leden en tenslotte het aanvallen en doden van de ongewensten of het treffen van maatregelen om te verhinderen dat zij het bestaan naar binnen zouden komen of dat zij zich zouden kunnen voortplanten. Vaak was het motief de zuivering van het volk van zieke of 'levensonwaardige' elementen en de geschiedenis heeft niet gewacht op het nazisme om daar werk van te maken. Zo schrijft de Gentse historicus en moraalfilosoof Gie van den Berghe in zijn artikel Van droom tot nachtmerrie: "In de VS werden van 1907 tot 1972 meer dan 70.000 personen gesteriliseerd, lijders aan tuberculose, syfilis of lepra; zwakzinnigen, armen, daklozen, alcoholici, drugverslaafden... De sterilisatiewet van de staat Californië stond in 1933 model voor de nazi-sterilisatiewet." (1) En verder: "In 1920 publiceerden Karl Binding, een jurist, en Alfred Hoche, een psychiater, Die Freigabe der Vernichtung Lebensunwerten Lebens. [...] Ongeneeslijk zieken en geestesgestoorden in leven te houden, terwijl waardevolle levens van hongerende kinderen verloren gingen, leek absurd. In 1921 discussieerde de gezondheidsraad van Pruisen over sterilisatie van schizofrenen, manisch-depressieven, alcoholisten, psychopaten, erfelijke zwakzinnigen en mensen met criminele disposities. Medici waren voor, ambtenaren van het ministerie van justitie zetten de voet dwars." (2) Het beruchte programma eugenetische euthanasie en verplichte sterilisatie van nazi-Duitsland (onder de codenaam Aktion T-4) dat in 1939 door Adolf Hitler werd opgestart, had tot doel de genetische zuiverheid van het Germaanse volk te bewaren door alle onzuivere elementen te vermoorden: zieken, gehandicapten, misvormden, geesteszieken enzovoort. Men stelde het bij monde van de artsen zo voor dat men hierdoor deze mensen verloste uit een zinloos lijden en euthanasie betekent dan ook letterlijk genadedood: 'de meest humane manier om mensen om te brengen'. Wikipedia wijdt een artikel aan Aktion T-4, waaruit dit fragment: “De uitroeiing gebeurde in Euthanasiecentrum Grafeneck (vanaf 20 januari 1940), Euthanasiecentrum Hartheim (vanaf 6 mei 1940), Euthanasiecentrum Hadamar (vanaf januari 1941), Bernburg (vanaf 21 november 1940), Brandenburg an der Havel (vanaf 8 februari 1940) en Sonnenstein (vanaf juni 1940) door vergassing, verstikking, injecties, vergiftiging, verhongering en overdoses medicijnen.” (3)

In de recente publicatie Psychogenocide schrijft de Leuvense psychiater Erik Thys ook over verdoken genocide. Zo werden in de jaren 1990 in Peru 300.000 arme vrouwen buiten hun eigen medeweten gesteriliseerd en hetzelfde deed de Israëlische regering met immigrerende Ethiopische joden in 2013. Het gebeurt vandaag ook nog in de VS: in 2013 bleken alleen al in Californische vrouwengevangenissen in de voorafgaande paar jaren 148 vrouwen onvruchtbaar gemaakt te zijn. (4)

Onder de welluidende benaming 'eugenetica' zet zich deze trend vandaag ook bij ons schaamteloos door bij een publiek dat kennelijk geen kaas gegeten heeft van de geschiedenis om niet te zeggen dat met het verdwijnen van 'de laatste getuigen' het wel zo lijkt te zijn alsof de geschiedenis zelf werd weggewist samen met het geheugen van een beschaving die gebukt gaat onder een massaal modern analfabetisme dat nog slechts oog heeft voor wat de jongste 24 uur gebeurde en dan komen nog slechts die zaken onder de aandacht die betrekking hebben op sensatie, mode, stijl, sport en popcultuur.

Abortus of de moord op ongeboren kinderen is allang geen gespreksonderwerp meer, laat staan dat iemand het nog in zijn hoofd zou halen om zich hiertegen te verzetten – waar het andersvaliden betreft werden reeds juridische precedenten geschapen die het quasi onmogelijk maken voor artsen om abortus te weigeren omdat volwassen gehandicapten artsen die zulks met de betrokkenen alsnog deden voor de rechter hebben gedaagd en een fikse schadevergoeding hebben geëist. Euthanasie wordt door megalomane mediaprofessoren steeds vaker voorgesteld als het menselijke meesterschap over de dood, nadat men naar hun zeggen ook al meester over het leven zou zijn geworden en specialisten blijken deze vorm van moord, welke zich intussen verkapt heeft als barmhartige hulp bij zelfdoding, nu zelfs niet zelden op te vatten als de ultieme painkiller, alsof het mogelijk was om op een betekenisvolle manier over een levenloos ding te zeggen dat het pijnvrij is. Specialisten blijken met andere woorden gedreven te worden door een wel heel bijzondere vorm van waanzin, die evenwel goed gesitueerd kan worden in het kamp van het materialistisch atheïsme waar de mens zichzelf god waant in de duisternis van een hardnekkige doch hopeloos voorbijgestreefde verlichtingsdroom. (5)

Het korte termijndenken, het onderschatten van het belang van de opvoeding en in het bijzonder het geringschatten van het vak geschiedenis op school dragen ertoe bij dat uiterst belangrijke historische lessen voor de mensheid verloren dreigen te gaan omdat zij in het leerprogramma van de nieuwe generaties ontbreken. Het volstaat immers niet dat deze kennis 'ergens' bereikbaar is omdat dit 'ergens' slaat op een of ander reservoir in een bibliotheek dat weliswaar – theoretisch – altijd en door iedereen geraadpleegd kan worden maar waar in de praktijk nooit meer iemand komt omdat er straks niemand meer is die het bestaan ervan kan vermoeden.

Politieke partijen met programma's die steeds meer gelijkenis gaan vertonen met deze van het nationaal socialisme en met voormannen die zich ideologisch situeren als extreem rechts, racistisch of godsdienstwaanzinnig, komen vandaag wereldwijd tot een ongehoorde bloei – maar het is niet de bloei van een bloem doch veeleer deze van een zich ontplooiende paddenstoelwolk van een atoombom welke zich verspreidt. De politici in kwestie, of zoals ze zich althans noemen, zullen niet langer met een cordon sanitaire uit het wetgevende deel van de regering gebannen kunnen worden, zoals nu reeds het geval is in de Amerikaanse staat Indiana onder het voormalige gouverneurschap van de huidige vicepresident Pence waar de burgers op grond van religieuze overtuiging het recht kregen om klanten te weigeren op grond van hun seksuele geaardheid. Racisme en apartheid zijn nu reeds een realiteit in dat deel van de wereld dat er met zijn reusachtige Vrijheidsbeeld prat op gaat de voortrekker bij uitstek te zijn van de vrijheid, de gelijkheid en de broederlijkheid – kortom van de mensenrechten alom ter wereld. Steeds vaker brengt een massa onwetenden populisten aan de macht die zich ertoe lenen om de grillen van een onwetende meerderheid ten uitvoer te brengen en in een zich steeds contrastrijker polariserend landschap betekent zulks niets minder dan oorlog. Waar oorlog alsnog verhinderd wordt omdat het uitzicht op een totale verwoesting van de aarde dit onmogelijk maakt, kanaliseren zich de frustraties van een onderdrukte meute in een onderdrukking op haar beurt van haar tegenpool in een steeds chaotischer maatschappij waar wetteloosheid en burgeroorlog dreigen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 11 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Gie van den Berghe, (webstek Serendib), Van droom tot nachtmerrie: (http://www.serendib.be/artikels
/vandroomtotnachtmerrie.htm
)

(2) Gie van den Berghe, De mens voorbij, Meulenhoff/Manteau 2008. Zie: http://www.serendib.be/boeken/De-mens-voorbij.htm

(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aktion_T4

(4) Erik Thys, Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's, Epo, Berchem 2015, pp. 292-293. Zie ook: Aan de feesttafels der kannibalen: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3016740 en Genosuïdide in de opmars: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=1556061

(5) Zie ook: Jan Bauwens, Transatheïsme, Serskamp 2003. Online: http://blogimages.bloggen.be/transatheism/attach/564.pdf . In de handel: https://www.boekenbestellen.nl/boek/trans-atheisme-de-metafysica-van-het-lam/10436 .







br>

10-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 6)



Verborgen massamoord (deel 6)

Massamoordpartijen gebeuren onttrokken aan het oog van de burger in speciaal daartoe opgerichte compartimenten die fysiek bestaan ofwel virtueel – de concentratiekampen met de onzichtbare muren – en in dat laatste geval is de misdaad veel moeilijker te detecteren, hij is zeer lastig te bestrijden en maakt om die reden nog veel meer slachtoffers. Tot die slachtoffers behoren in de eerste plaats de dertigduizend hongerdoden per dag omdat zij de kinderen zijn van slaven die immers, teneinde hun oude dag te verzekeren, geen andere keuze hadden en hebben dan een zo groot mogelijk kroost. Dertigduizend hongerdoden per dag, dat zijn er jaarlijks een slordige elf miljoen of per eeuw zowat een miljard en dat is het dertigvoudige van het aantal oorlogsslachtoffers in dezelfde tijdspanne.

In het rijke noorden krijgen wij ze niet te zien, de hongerdoden, tenzij nu en dan in een of andere show met inzamelacties en luid applaus voor ons, heldhaftige gulle schenkers, die alweer een nieuw record gaan vestigen. Evenmin krijgen wij de slaven te zien die de ouders zijn van deze hongerdoden: ook zij leven – of sterven – ver van ons bed, ofschoon daarin nu toch verandering dreigt te komen met de massale volksverhuizing – een verplaatsing dus van het probleem naar de plek van oorsprong, naar de spreekwoordelijke vleespotten van Egypte, een boemerangeffect, en het moet gezegd: wat wij daarvan tot nog toe meemaakten, is slechts het prille begin – de apocalyps zal geen jaren op zich laten wachten.

De slaven leefden, stierven, maar vooral: werkten in het voorbije millennium op veilige afstand van hun uitbuiters en zowel hun aantallen als de routes van de trafieken werden minutieus in kaart gebracht. Vooral vanuit de westelijke kusten van Afrika en vanuit Mozambique werden zij met miljoenen verscheept – deels naar Europa maar vooral naar de plantages op het Amerikaanse continent waar producten zoals koffie, katoen, suiker en tabak werden geteeld – een buit die dan verscheept werd naar de thuislanden van de slavendrijvers en waarmee dezen dan hun profijt deden.

En nog doen, want de werkkampen in eigendom van rijke noorderlingen situeren zich nog altijd in ontwikkelingslanden ver hier vandaan, slavernij en kinderarbeid garanderen een heel zacht prijsje en een royale winstmarge. In 2014 telt India 14,3 miljoen slaven, in 2015: 18,4 miljoen of 1,4 percent van de bevolking, China telt er 3,2 miljoen, Pakistan 2 miljoen, Oezbekistan 1,2 miljoen, voor het merendeel dwangarbeiders in de katoenindustrie, in Rusland telt men onder de migranten 1 miljoen dwangarbeiders, in Nigeria verrichten 834 duizend kinderen gedwongen arbeid, in Congo-Kinshasa 763 duizend, in Indonesië 714 duizend, Bangladesh 681 duizend, Thailand 475 duizend – ziedaar de wereldtop tien. Verder in de lijst staan landen waar wij graag onze vakantie doorbrengen zoals Egypte (394 duizend slaven), Algerije (188 duizend), Marokko (158 duizend) en Haïti (238 duizend, vooral kinderen). In Mauretanië, waar de slavernij al duizend jaar bestaat, is 4 percent van de bevolking slaaf (156 duizend), gevolgd door Congo-Kinshasa, Sudan en noem maar op. In Noord-Korea bestaan geen wetten tegen de slavernij en is er op grote schaal dwangarbeid door het regime (1,1 miljoen slaven) en hetzelfde liedje in Iran, Syrië, Eritrea enzovoort.

Dichter bij de deur in de gewezen Oostbloklanden worden goedkope werkkrachten gerekruteerd of te werk gesteld in westerse fabrieken aan een hongerloon; er bestaat vaak geen sociale bescherming en de quasi afwezigheid van milieuwetten maakt de winstmarges voor gewetenloze uitbuiters nog groter. Deze laatsten werken de zo moeizame evolutie van de humaniteit vierkant tegen: in plaats van sociale wetten te introduceren in de bewuste ontwikkelingslanden, profiteren ze van de afwezigheid ervan en bewerkstelligen zij zodoende een scheefgetrokken concurrentie die resulteert in het verdwijnen van de minimumlonen en de stelselmatige ondermijning van de sociale wetten in de eigen thuislanden in het westen.

Wereldwijd leven vandaag 46 miljoen mensen in slavernij en een vierde van hen zijn minderjarig. In India worden werknemers verleid met een vals voorschot dat zij onmogelijk kunnen terugbetalen, hoe lang ze ook werken. Wie zich proberen te onttrekken aan de bedrieglijke praktijken, worden achternagezeten en fysiek en psychisch mishandeld. In feite is het westerse model voor het ketenen van arbeiders op een gelijkaardige leest geschoeid – het hele circus van leningen en afbetalingen – zodat de echte slavernij ook hier bij ons niet veraf kan zijn van zodra het sociale zekerheidsstelsel ingevolge de uitbuiting van de derde en de vierde wereld instort.

(Wordt vervolgd)

J.B., 10 december 2017

Verwijzingen:

Heirman, Mark, 1000 jaar slaaf. De vloek van Zwart-Afrika, Houtekiet 2016.

https://alfredmuller.net/2014/05/18/de-vergeten-

geschiedenis-van-hongaarse-slavenarbeid/ met een verwijzing naar: Rozett, Robert. Conscripted Slaves: Hungarian Jewish Forced Laborers On The Eastern Front during the Second World War. Jerusalem: Yad Vashem Publications, 2014.

http://www.ijmnl.org/onzestrijd/3/moderne-slavernij.html?gclid=CjwKCAiA07PRBRBJEiwAS20SIPFknNUdE

QRYFGSYxBsAnlZZCo1o14-i7MCju9DhvDFTBaVyUyueQBoCgVYQAvD_BwE 







08-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 5)


           

Verborgen massamoord (deel 5)

Genocide komt nooit uit de lucht vallen: in een maatschappij ontstaat polarisatie van de eigen groep tegenover de anderen, vervolgens worden de anderen gedemoniseerd of geïdentificeerd met het kwaad zelf zodat tenslotte hun opruiming een must is voor het welzijn van iedereen. Er worden speciale compartimenten opgericht waar men de 'veroordeelden' naartoe kan brengen en waar ze, onttrokken aan het zicht van allen, vernietigd kunnen worden. De massamoord is een publiek geheim, er wordt over gezwegen, het is een lastig karwei dat nu eenmaal geklaard moet worden en de uitvoerders hebben er nadien kennelijk helemaal geen moeite mee: ze doen alsof er niets gebeurd is en zullen mogelijke beschuldigingen in alle toonaarden ontkennen. (1)

Maar er wordt ook massamoord gepleegd op andere manieren dan zoals door sociologen zoals de Swaan gesteld middels deportatie naar concentratiekampen en gaskamers: er zijn ook compartimenten die men vrijwel niet kan ontwaren en daden die men slechts moeilijk als massamoord kan duiden en deze onzichtbare concentratiekampen en moordpartijen zijn daarom ook de allergevaarlijkste want de meest succesrijke en zij maken veruit de meeste slachtoffers.

Misdaden die gepleegd worden in de openbaarheid en met getuigen, worden aldus spontaan als zodanig erkend en hun slachtoffers zijn slechts één keer slachtoffers, hun daders worden berecht, recht geschiedt, straffen worden uitgevoerd en genoegdoening volgt in de mate van het mogelijke. Dit alles wordt een stuk moeilijker wanneer in een genocide de massa medeplichtig wordt gemaakt door gedwongen toe te kijken of deel te nemen aan de moorden, zodat alle getuigen die niet werden vermoord, tot daders werden en derhalve zwijgen. Maar massamoord kan zich afspelen in een nog veel grotere duisternis en vrijwel onttrokken aan het oog van allen zodat zij volledig wordt miskend en men zich van haar bestaan pas heel laattijdig in de geschiedenis of gebeurlijk nooit ofte nimmer bewust zal worden.

Ook op microniveau zijn er vormen van misdaad en van moord die bijzonder moeilijk als zodanig te detecteren zijn en men kan hier denken aan gevallen van moord waarbij de daders zich hebben ingespannen om hun misdaad op zelfmoord te doen gelijken, hetzij door het ensceneren van een suïcide, hetzij door het in de hand werken van een zelfmoord middels doorgedreven pesterijen. In dat laatste geval wordt aan de slachtoffers twee keer kwaad berokkend omdat naast het kwaad van de eigenlijke misdaad, de daders er tevens voor zorgen dat de zaak niet aan het licht kan komen en dat het geschieden van recht zal uitblijven. Het pesten op zich is reeds zeer lastig te bewijzen omdat zich daar sowieso de laffe crimineel verbergt door het scheppen van virtuele maar effectieve compartimenten waarbij het kwaad kan geschieden wars van mogelijke getuigen en zelfs met de al dan niet bewuste of gewilde hulp van de slachtoffers zelf.

Zo bijvoorbeeld bestaat de meest elementaire maar ook meest drastische vorm van uitsluiting uit de groep in het negeren van welbepaalde anderen, waarbij getuigenissen vrijwel uitgesloten zijn omdat het hier niet zozeer het stellen van daden betreft maar wel het nalaten ervan, zoals bij het niet groeten van welbepaalde anderen, het niet meetellen, het niet vernoemen, het vergeten, het niet opmerken en zo verder. Gebeuren deze 'ondaden' systematisch en vormen de daders tevens een groep terwijl het slachtoffer een enkeling is of, in geval van meer slachtoffers, dezen geen onderling contact hebben, dan is het impact maximaal. Ook neemt het impact toe in de mate dat de sociale druk tot het voldoen aan allerlei plichtplegingen groter is en zo bijvoorbeeld ziet men niet toevallig een stijging van het aantal zelfdodingen ten tijde van allerlei feestdagen.

Eender inzake massamoorden hebben zich sinds oudsher quasi niet te bestrijden manieren van compartimentering gevormd welke het mogelijk maken dat enorme delen van de bevolking quasi onopgemerkt doch genadeloos worden uitgeroeid. Een sinds relatief korte tijd (gedeeltelijk) aan het licht gebracht voorbeeld is dat van de hardnekkig aanhoudende en geïnstitutionaliseerde veroordeling van mensen op grond van hun seksuele voorkeur door de uitoefening van druk vanwege religieuze, politieke of nog andere machten. In een maatschappij waarin homofilie taboe is, kunnen in het godsdienstonderwijs aan schoolkinderen, homo's bestempeld worden als 'handlangers van de duivel' zonder dat zij beschikken over mogelijkheden om daartegen te reageren: opvoedelingen die per definitie openstaan voor de autoriteit van de 'pedagogen' aan wie zij werden toevertrouwd, slikken het verwijt dat zich transformeert tot een zelfverwijt en in hun onmacht om de eigen aard te veranderen, ontstaat een toenemende frustratie waarin zij zichzelf beschuldigen, veroordelen en tenslotte ook bestraffen, zodat zelfs in het westen een op de vier homo's een zelfmoordpoging ondernemen. In een xenofobe maatschappij waarin hoogwaardigheidsbekleders vrijelijk communiceren over het 'opruimen' van asielzoekers en tegelijk in functie kunnen blijven alsof er niets gebeurd was, worden de bewuste slachtoffers veroordeeld en gestraft op een manier die zich quasi perfect onttrekt aan het oog van alle anderen omdat de anderen nu eenmaal niet geviseerd worden zodat hun empathisch vermogen in de slaapmodus blijft verkeren. In een maatschappij waarin men het normaal gaat vinden dat voor automobilisten allerlei voorzieningen worden getroffen terwijl aan de veiligheid van fietsers en voetgangers nauwelijks aandacht wordt besteed – om maar te zwijgen over de ontoegankelijkheid van de openbare weg voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers – hebben al deze zwakke weggebruikers behalve met de fysieke bedreigingen en gevaren ook nog eens af te rekenen met de vernedering in een barbaarse pikorde en met het onbestraft blijven van het navenante onrecht. In een maatschappij waarin aan ouderen euthanasie wordt opgedrongen met de smoes dat het om een ultieme pijnstiller gaat, dreigen massa's mensen geslachtofferd te worden aan het krankzinnige mensbeeld van een kapitalistische dystopie. In een wereld die de slavernij als eigenlijke oorzaak van de hongerdood van dagelijks twintigduizend mensen miskent en die deze oorzaak op malafide wijze verwisselt met religie vanwege het verbod aldaar op voorbehoedsmiddelen, worden alle slaven een tweede keer gestraft omdat zij niet alleen worden uitgebuit maar ook nog eens beroofd van de hoop op een beëindiging van het onrecht van de slavernij.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).







06-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 4)

           

Verborgen massamoord (deel 4)

Mensen zoeken bescherming voor de dreiging die het regime met zo veel succes heeft opgeroepen, en eisen dus drastische maatregelen tegen de boosdoeners die het regime zelf heeft aangewezen.” (de Swaan, 134)

Een staat behoudt zich het alleenrecht op geweldsmiddelen of wapens, wat de binnenlandse vrede in de hand werkt – en ontwikkeling en beschaving mogelijk maakt – maar ook de onderdrukking van de eigen bevolking en uiteraard vergroot dan de dreiging tussen de staten onderling. De staat maakt de reikwijdte van insluiting en uitsluiting groter. Massavernietiging komt in de 19de en 20ste eeuw meer voor in sterk gecompartimentaliseerde samenlevingen. Geweld tegen weerlozen geschiedt meestal in de schaduw van een oorlog door reeds afgestompte soldaten die zinnen op wraak en die de 'rotte appels' uit de mand willen verwijderen. Staatsvorming beschermt de burgers maar sluit tegelijk hele categorieën van burgers van bescherming uit: die doelgroep wordt geregistreerd, geïsoleerd en ontmenselijkt en de rest wordt tegen ze opgezet middels desidentificering door propaganda, provocaties, vernederingen en beschuldigingen, zoals in de schijnprocessen onder Hitler en Stalin. Meer compartimentalisatie betekent meer onverschilligheid tegenover de doelgroep en ook demonisering en buitensluiting via institutionalisering – 'apartheid'. Deportatie, onderbrenging in kampen, verwijdering uit het oog van de overige bevolking en tenslotte marteling en uitroeiing. Dat alles is publiek geheim, er wordt over gezwegen uit angst. Voorbeelden zijn nazi-Duitsland, Indonesië en Rwanda. Omdat een beschaafd volk geweld verafschuwt, moet het aan het zicht onttrokken worden – door compartimentalisatie. Het lot van de gedeporteerde joden werd geheim gehouden en bij de bevrijding trachtte men de sporen van de genocide alsnog uit te wissen. In Rwanda daarentegen werden omstaanders betrokken in geïmproviseerde compartimenten ter plekke: het was mee moorden ofwel vermoord worden. Alle andere burgers kijken de andere kant op en blijven onaangeraakt. Getuigen van de Bosnische genocide hebben het over verkrachtingen, massa-executies en verminkingen onder invloed van alcohol – het gaat om een decivilisatie door het regime ingekapseld in speciale compartimenten met bovendien gecompartimentaliseerd gedrag: stapt men een ander compartiment binnen, dan neemt men een ander gedrag aan “alsof er niets gebeurd was”. (1) De consument van varkensvlees weet hoe er gekweekt en geslacht wordt maar slaagt erin om dat tijdens de maaltijd te vergeten. Abattoirs, prostitutiehuizen, gevangenissen en andere gestichten vormen aparte compartimenten. (2)

Angst kan agressie veel effectiever legitimeren dan haat, als de tegenstander niet als slachtoffer maar als dreiging afgeschilderd wordt. De daders presenteren zich graag als de slachtoffers van hun slachtoffers.” (3) “Mensen zoeken bescherming voor de dreiging die het regime met zo veel succes heeft opgeroepen, en eisen dus drastische maatregelen tegen de boosdoeners die het regime zelf heeft aangewezen.” (4) De doelgroep wordt voortdurend belast, het regime en zijn aanhangers profiteren daarvan en zo bijvoorbeeld palmden de Turken de gronden in van de door hen uitgeroeide Armeniërs. (5) “de vernedering van de doelgroep vermaakt en verheft de mensen van het regime.” (6) Het lijkt voor hen dan alsof zij werken aan een betere wereld en daartoe zijn de helden tot alles bereid, zelfs tot het beëindigen van het leven – uiteraard het leven van ánderen. In de 20ste eeuw kreeg deze waanzin het wetenschappelijk omhulsel van een waanzinnige rationaliteit. (7)

In zijn boek over genocide beschrijft de Swaan vier vormen van massavernietiging: “de razernij van de veroveraars, de heerschappij door terreur (schrikbewind), de triomf van de verliezers, en de razernij van de menigtes (megapogroms).” (8) In alle gevallen is het regime betrokken. (9) Ten slotte volgt het laatste hoofdstuk “Genocidale regimes en de compartimentalisering van de persoonlijkheid” (10) de auteur concludeert. “Genocidale daders functioneren in een sociale en fysieke omgeving die ze niet zelf gemaakt hebben, maar die het genocidale regime voor hen heeft opgezet. Zij doen hun werk met alle steun, zelf onder dwang van de omgeving.” (11) Het regime stuurt de genocide, er is een collectieve mentaliteit en ook de individuen hebben een aandeel. Dat is een heel andere conclusie dan die van Hannah Arendt en Stanley Milgram, die echter algemeen aanvaard worden. De nadruk moet volgens de Swaan meer liggen op die minderheid die weigert om mee te doen met massamoord. “Modern is niet de massamoord maar de schaamte erover” (12) – maar dat kennen de genocidairs zelf niet: zij hebben een gebrek aan empathie en verliezen zich in fantasieën van almacht. (13) “Het meeste wat over massavernietiging bekend is komt uit rechtszaken. Voor hun rechters ontkenden de genocidairs de beschuldigingen waar mogelijk en als de feiten onweerlegbaar waren, wezen zij de verantwoordelijkheid voor hun daden af en deden zichzelf zo onbeduidend, nietszeggend en passief voor als ze konden.” (14)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 6 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), 129.

(2) Ibidem, 118-132.

(3) Ibidem, 134.

(4) Ibidem, 134.

(5) Ibidem, 135.

(6) Ibidem, 135.

(7) Ibidem, 136-137.

(8) Ibidem, 137.

(9) Ibidem, 145-200.

(10) Ibidem, 200-247

(11) Ibidem, 248

(12) Ibidem, 254

(13) Ibidem, 263

(14) Ibidem, 258-259























04-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 3)


Verborgen massamoord (deel 3)

De tientallen miljoenen in de oorlog gesneuvelde soldaten wegen niet op tegen de minstens 100 miljoen burgerslachtoffers van door onze regimes zelf geplande en geheim gehouden massamoordpartijen (1) door onder meer uithongering – honger wordt ingezet als oorlogswapen. (2) Er is meer dan genoeg voedsel maar het komt niet terecht. (3) Door de slavernij – het ontbreken van sociale rechten – proberen derde wereldarbeiders hun toekomst te verzekeren met een groot gezin (zij schuwen dus sterilisatie en voorbehoedsmiddelen) en zo ontstaat honger uit honger. Naast honger is ook sterilisatie een wapen om de slavernij te bestendigen. (4)

In zijn Compartimentering en vernietiging schrijft sociologieprofessor de Swaan: “De geleerden zijn vrijwel unaniem van mening – een zeldzaamheid in de menswetenschappen – dat niets in de persoonlijkheid van de daders hen méér dan anderen voorbestemt om hun wandaden te begaan (…): de daders zijn 'gewone zelfs “doodgewone” mensen'.” (5) Anders dan Hannah Arendt gelooft de Swaan niet dat nazi-kopstukken zoals Adolf Eichmann onder deze noemer vallen: bij hen was het kwaad niet zomaar een kwestie van banaliteit ('Befehl ist Befehl') ofschoon het aldus wel door Eichmann's advokaat Servatius in diens verdediging werd gebanaliseerd. (6)

Uit Milgram's gehoorzaamheidsexperiment, opgezet vanuit de ontzetting voor de realiteit van het kwaad, blijkt dat twee derden van de mensen gehoorzamen zonder geweten, maar de Swaan benadrukt dat Milgram evenzeer bewees dat alle anderen óngehoorzaam zijn of zich dus verzetten. (7) Het al dan niet moorddadige gedrag blijkt tenslotte afhankelijk van omstandigheden zoals sociale druk en nabijheid van de bevelhebbers en van de slachtoffers. (8) In dezelfde lijn is het Stanford Gevangenisexperiment van Philip Zimbardo een open vraag gebleven, al lijkt het ook aan te tonen dat het impact van de situatie op ons gedrag groot is. (9) Edoch, situaties die van gewone burgers beulen maken, werden gecreëerd door genocidale regimes en de vraag luidt hoe die dan konden ontstaan: gaat het om een terugval in de barbarij of daarentegen om een gevolg van de moderniteit? De Swaan laat Michael Mann aan het woord: “Moorddadige zuivering is modern omdat het de duistere kant van de democratie is.” (9a) Met hun populisme scheppen politici verdeeldheid maar anderzijds blijken de moordpartijen in dictatoriale regimes onovertroffen. Ook komen dictaturen vaak uit democratieën voort. “Er is iets aan de moderniteit dat dit bijzondere kwaad op een massale schaal los maakt.” (10)

Hoe ontstaat polarisatie? “Een genocidaal regime kiest een bepaalde volksgroep uit als voorwerp van massahaat” gevolgd door een intensieve haatcampagne aansluitend op reeds bestaande meningen en gevoelens. (11) Maar het 'wij-zij'-denken “gebeurt altijd in een dynamiek van concurrentie”: emoties veronderstellen belangen en vergezellen ze, zegt Nico Frijda. En Freud had het over 'projectieve identificatie': men loochent zijn gevoelens en men projecteert ze (middels 'geruchten' – cf. D.L. Horowitz) op de ander en aldus wordt het slachtoffer als dader afgeschilderd. H.F. Stein spreekt over 'antagonistische symbiose': het vijandsbeeld versterkt de cohesie van de eigen groep. (12)

Volgens J. Huizinga kunnen de emoties van een volk zich in een bepaalde richting ontwikkelen. Norbert Elias toont aan hoe beschaving volgt uit historische processen gespreid over 500 jaar waarbij een terugval in barbarij mogelijk blijft, zoals in het nazisme en waarbij onderlinge afhankelijkheid voor eendracht zorgt. Het begint met verwantschap en nabijheid maar met de vorming van staten worden de groepen ('wij' en 'zij') groter. Identificatie en desidentificatie of dus polarisatie komt in de plaats van een nog grotere barbarij, namelijk die van de onwetendheid en de onverschilligheid. (13)

De moderniteit heeft wellicht genocides gecombineerd met nieuwe ideologieën of met nieuwe technologieën, maar het fenomeen zelf is waarschijnlijk zo oud als de beschaving zelf”. (14) De geschiedschrijvers in Oudheid en Middeleeuwen verhaalden met wellust over de massaslachtingen van onder meer de Kruisvaarders en de Mongolen, zij bezongen de heldendaden van de massamoordenaars en monumenten werden voor hen opgericht. De Azteken hadden geen verweer tegen het bloedbad dat de Spaanse veroveraars aanrichtten met miljoenen doden. In Afrika werden tien miljoen zwarten als slaven verkocht voor de Amerikaanse plantages maar dit gold als uitbuiting, niet als genocide, al was er ook (ongeremde en ongestrafte) genocide op 'minderwaardigen' door kolonialen (ver van huis!) zoals de Duitse Keizer in Namibië en Kenia, de Tsaar in Centraal-Azië en de Kaukasus en Leopold II in de Congo. Er waren boerenopstanden zoals in 1850-1864 in de Taiping-opstand in Zuid-China waar 20 miljoen doden vielen en de daarop volgende plunderingen zorgden voor hongersnood. “Administratieve capaciteit, logistieke middelen, militaire technologie en propaganda hebben het potentieel van de staat voor het uitvoeren van genocidale campagnes enorm vergroot” (15) “De staat is de grootste mensendoder in de moderne wereld maar zij wist de sporen van haar vernietiging samen met haar documenten uit. (…) De meeste slachtoffers (…) zijn ongewapende burgers” met als doelgroepen ras, etnie, geloof, nationaliteit, klasse of politieke overtuiging ofwel werd lukraak terreur gezaaid. (16) Staan we even stil bij de exemplarische Rwandese genocide.

De massavernietiging van Tutsi's (T) (aristocraten) en verdachte Hutu's (H) (boeren) door de Hutu-Power-beweging in Rwanda in het voorjaar van 1994 (voorafgegaan door wederzijdse slachtingen in 1959 [door H op T] en in 1962 [door T op H]) gebeurde met machetes maar bleek zorgvuldig voorbereid. De VN onttrok zich aan haar beschermingsplicht. H en T werden door de kolonisten bestempeld als verschillende rassen – een puur verzinsel. (17) “(...) de fanatiekste voorstanders van een erfelijk onderscheid tussen T en H waren geobsedeerd door de mogelijkheid dat T zich als H konden voordoen om zo verwarring en verdeeldheid te zaaien” (18) – de referenties zijn identiteitskaarten... waarmee mogelijkerwijze geknoeid werd en er zijn ook veel gemengde huwelijken. “Toch doodden de Hutu-Power-moordcommando's talloze Rwandezen puur op verdenking van Tutsi-herkomst of connecties, of enkel vanwege veronderstelde loyauteit aan Tutsi's.” (19) Uiterlijke Kenmerken zoals lichaamslengte hebben aanvankelijk niets met ras te maken, wel met rijkdom, met al dan niet doorvoed zijn. Op gelijkaardige wijze werd foutief een onderscheid verondersteld tussen Khmer en Vietnamezen en tussen zuivere Ariërs en andere Duitsers.

In Rwanda leidde de strijd tussen vermeend andere rassen in 1994 tot een genocide met tot een miljoen Tutsi-slachtoffers. H mogen geen medelijden hebben met T die 'kakkerlakken' worden genoemd – zij vertegenwoordigen het absolute kwaad en haat wordt emotieloze vernietigingsdrang (desidentificatie); H moeten andere H als broeders beschouwen (identificatie) – deze berichten worden onophoudelijk via de radio onder de H verspreid. Een radicalisering van deze aldus reeds bestaande gevoelens leidde uiteindelijk tot de genocide van 1994 met als startsein de dood van de Rwandese president Habyarimana na de aanslag op het vliegtuig waarop ook de Burundese president zat. De T van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) werden geholpen door de Fransen die vruchteloos probeerden het moorden te voorkomen. De T vielen Oost-Congo binnen en Mobutu werd er vervangen door Kabila, waarna burgertwisten 20 jaar lang miljoenen slachtoffers maakten terwijl de wereld toekeek. “De doelbevolking van een genocidale haatcampagne hoeft niet een 'reële' dreiging te vormen: dat was niet zo in het geval van de joden in Duitsland; de Koelakken in de Sovjet-Unie hadden onteigend kunnen worden in plaats van uitgeroeid; en het is moeilijk voor te stellen dat de slachtoffers van de Culturele Revolutie in China een bedreiging waren voor het Chinese communistische regime. In dit opzicht wordt de betrekkelijke autonomie van de collectieve fantasie nog eens bevestigd, vooral als die aangewakkerd wordt door de propaganda van het regime”. (19) Binnenlandse instabiliteit, onzekere internationale relaties, economische recessie, tekort aan landbouwgrond, bevolkingsexplosie en navenante concurrentie maakten de toestand explosief. De moordenaars werden door de overheid heimelijk gesteund maar de polarisatie was allang voorbereid. “Velen werden gedwongen mee te doen om niet vermoord te worden.” (20) (het was dus mee moorden met de medestanders of door hen vermoord worden) Er waren 100.000 tot 200.000 daders, de moordpartijen gebeurden in “een sfeer van afschuw en opwinding maar ook van een wreedaardig carnaval.” (21) “Alles was erop gericht de kring van medeplichtigen uit te breiden” (22) “De doelstellingen van het genocidale regime: een schoolvoorbeeld van collectieve regressie in dienst van het regime” (23) “De Rwandese genocide was een geval van autodestructieve destructie, omdat de genocidairs druk waren met het uitmoorden van ongewapende en ongeorganiseerde Tutsi's, maar nauwelijks verzet boden aan het zwaar bewapende en goed georganiseerde RPF dat naar Kigali optrok: 'Wij waren geen partij voor voor de RPF soldaten. Wij vochten alleen tegen mensen die we wel aankonden'” (24) Het was “een delirium van vernietiging [aangemoedigd via de radio] in het aanzicht van de militaire nederlaag”. (25) En de Rwandese genocide is in dit opzicht niet uniek. “De moordenaars creëerden gezamenlijk een mobiel, tijdelijk moordcompartiment waarin alles geoorloofd was, waar morele geboden niet meer golden, en waarin zij elkaar opzweepten tot een razernij die ze tot doden dreef, tot de moord die hun razernij nog weer verder opstookte. Aan het eind van de dag gingen de moordenaars naar huis en hielden zich bezig met de dingen van alledag. De volgende dag konden ze evengoed weer meegaan in de koortsige opwinding van de moordbende. (…) Hierin lijken ze op sportfans die, gezamenlijk en tamelijk onschuldig, een sfeer van extase en overgave creëren. (…) Ze opereerden (…) binnen een compartiment van woeste wreedheid dat zij zelf hadden opgetrokken op instigatie en onder dwang van het heersende regime”. (26)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 4 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), 9-13.

(2) https://www.mo.be/nieuws/honger-veroorzaken-moet-oorlogsmisdaad-worden

(3) https://www.mo.be/nieuws/recordopbrengst-voor-graan-maar-toch-meer-honger

(4) Zie ook:

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036023

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036856

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3037605

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3038296

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3039382

(5) de Swaan, 26. Dit evenwel onder voorbehoud dat, zoals de Swaan vermeldt, 3 percent van de (Amerikaanse) mannen en 1 percent van de vrouwen een totaal gebrek aan empathie vertonen. (de Swaan, 26 en 266)

(6) Ibidem, 27-29. Arendt bedoelde eigenlijk de banaliteit van de daders van het kwaad. (de Swaan, 29-30)

(7) Ibidem, 31-32.

(8) Ibidem, 33.

(9) Ibidem, 38-39.

(9a) Ibidem, 50.

(10) Ibidem, 46-53.

(11) Ibidem, 56-57.

(12) Ibidem, 57-59.

(13) Ibidem, 73-75.

(14) Ibidem, 82.

(15) Ibidem, 83-88.

(16) Ibidem, 89-92.

(17) Ibidem 93-100.

(18) Ibidem, 100.

(19) Ibidem, 100.

(20) Ibidem, 111.

(21) Ibidem, 114.

(22) Ibidem, 114.

(23) Ibidem, 115.

(24) Ibidem, 115.

(25) Ibidem, 115.

(26) Ibidem, 117.


























30-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 2): Honger is een aanslag, geen tegenslag (honger als oorlogswapen)



Verborgen massamoord (deel 2):

Honger is een aanslag, geen tegenslag (honger als oorlogswapen)


Erger dan de terreur en de tientallen miljoenen gesneuvelden van de oorlogen zijn de minstens 100 miljoen burgerslachtoffers van door onze regimes zelf geplande en geheim gehouden massamoordpartijen waarvan uithongering een bijzondere vorm is. In China verhongerden onder Mao's collectivisering van de landbouw in de jaren '50 tientallen miljoenen boeren en tien jaar later nog eens 1 miljoen; de Britten hongerden rond 1840 massaal de Ieren uit en rond 1900 ook de Indiërs, met tientallen miljoenen doden; ook onder Stalin en in Noord-Korea verhongerden tientallen miljoenen burgers na de in beslagname van het voedsel door het regime. (Cf: de Swaan, 9-13) (1)


"Anders dan meestal wordt aangenomen, is het aantal directe slachtoffers van gevechten doorgaans relatief klein in oorlogsgebied. De meeste mensen komen om door honger en ziekte" - aldus Hilal Elver in een nieuw rapport van de VN. Deze misdaden tegen de mensheid betreffen momenteel tientallen miljoenen slachtoffers – het totaal benadert het cijfer van 1 miljard. Een actueel voorbeeld van een dergelijke humanitaire catastrofe is Jemen dat door Saoudi-Arabië wordt uitgehongerd. Honger volgt meestal niet uit tegenslagen zoals de klimaatcrisis of misoogsten: “Honger wordt gebruikt als genocidaal wapen" – honger is een aanslag. (2) Bovendien wordt het onrecht van de honger geïnstitutionaliseerd.

In 2016 werden recordopbrengsten opgetekend voor heel wat graangewassen. “We produceren vandaag wereldwijd meer dan voldoende voedsel om iedereen te voeden”, zegt Katelijne Suetens van Broederlijk Delen: “(...) De hamvragen zijn wie het voedsel produceert, waar en voor wie.” (3)

Er is een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden alsook een paradox. In de toekomst dreigt namelijk een mogelijke bevolkingsexplosie een bijkomende factor te worden voor nog meer honger en de oorzaak daarvan is paradoxaal genoeg de honger zelf. Immers, door het ontbreken van sociale rechten en in het bijzonder pensioenrechten, werken derde wereldburgers in slavernij en zo dreigen zij te verhongeren; in een poging om aan de hongerdood te ontsnappen, kopen zij zoveel mogelijk kinderen waarvan zij hopen dat die hen in hun oude dag zullen onderhouden. Van deze mensen kan men uiteraard niet verlangen dat zij de hun door het westen opgedrongen voorbehoedsmiddelen en sterilisatieprogramma's zullen toejuichen. Naast de uithongering is het onvruchtbaar maken van de autochtone bevolking in derdewereldlanden een tactiek van het rijke noorden om de macht te bestendigen. (4)

(J.B., 30 november 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).

(2) https://www.mo.be/nieuws/honger-veroorzaken-moet-oorlogsmisdaad-worden

(3) https://www.mo.be/nieuws/recordopbrengst-voor-graan-maar-toch-meer-honger

(4) Zie ook:

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036023

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036856

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3037605

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3038296























29-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 1)


Verborgen massamoord (deel 1)


De Nederlandse socioloog Abram de Swaan beschrijft in zijn Compartimenten van vernietiging de realiteit van onze angst voor moordenaars. Wij vrezen namelijk de vandaag veel besproken terreurdaden en wij gedenken de tientallen miljoenen omgekomen militairen uit de oorlogen van de voorbije eeuw, maar veel schrikwekkender is dat er in de voorbije honderd jaar ook tenminste 100 miljoen ongewapende burgers werden gedood in door onze regimes zelf geplande, goed georganiseerde en geheim gehouden massamoordpartijen. (Cf.: de Swaan, 9-10)


Terwijl de oorlogen in de vorige eeuw 35 miljoen doden maakten, viel een veelvoud daarvan in georganiseerde massamoorden waarvan de meeste in de vergetelheid of in de doofpot zijn geraakt. Vaak moeten we het doen met slechts de getuigenissen van enkele slachtoffers die het overleefden terwijl de meestal ongestraft gebleven beulen alles bleven ontkennen of het bagatelliseerden. Ziehier enkele van deze feiten uit de voorbije eeuw.

De Duitsers moordden de Herero's in Namibië uit met 80.000 doden; 12 miljoen Congolezen kwamen om in de Congo-Vrijstaat van Leopold II; in de Mexicaanse revolutie (1910-'20) vielen 2 miljoen slachtoffers waaronder veel burgers; in WO I hebben de Turken 1 miljoen Armeniërs uitgemoord; Stalin maakte miljoenen slachtoffers en de Japanners slachtten miljoenen Chinezen af; in WO II brachten de nazi's 6 miljoen burgers om, voornamelijk joden; in Hirosjima en Nagasaki kwamen 3/4 miljoen burgers om; na de oorlog werden 1 miljoen achtergebleven Duitse burgers gedood en 10 miljoen werden verjaagd; na WO II vielen bij de onafhankelijkheid van India en de afsplitsing van Pakistan 1 miljoen doden en 10 miljoen werden verdreven; in China verhongerden onder Mao in de collectivisering van de landbouw in de jaren '50 tientallen miljoenen boeren en tien jaar later vielen daar in de Culturele Revolutie opnieuw 1 miljoen doden; tegelijk werden, in 1965, 1 miljoen Indonesische zogenaamde communisten vermoord; in 1973 vermoordden de Rode Khmer in Cambodja 1,7 miljoen mensen; in Pakistan doodde het leger honderdduizenden Oost-Pakistanen; in 1968 werden in Guatemala 80.000 opstandelingen vermoord; de Serviërs vermoordden 10.000 Bosnische moslims; in 1995 slachtten de Hutu's 1 miljoen Tutsi's af. Ook ingevolge georganiseerde hongersnood vielen miljoenen slachtoffers: de Britten lieten in 1840 en de daarop volgende jaren massaal de Ieren verhongeren en hetzelfde deden ze met de Indiërs op het eind van die eeuw, met tientallen miljoenen slachtoffers; ook onder Stalin, onder Mao en in Noord-Korea verhongerden tientallen miljoenen burgers na de in beslagname van het voedsel door het regime. (Cf: de Swaan, 10-13)

Elk regime, elke macht is in de kiem moorddadig omdat het tegenstanders heeft van wie het een vijandsbeeld creëert dat in alle stilte gaat behoren tot de 'mentaliteit'. (Cf.: de Swaan, 16) Zo bijvoorbeeld spreekt in een op relletjes uitgelopen betoging tegen slavernij in de Europese hoofdstad de betrokken minister Jan Jambon over 'crapuleus gedrag', 'de uitwassen van een kanker' en 'een netwerk achter de rellen', wat dan naar zijn zeggen een 'harde aanpak' vereist: het geweld tegen burgers die zich verzetten tegen onrecht vanwege het regime wordt gelegitimeerd en de allochtone bevolking wordt andermaal gestigmatiseerd. Een andere minister – Theo Francken – heeft het over het 'opkuisen van het Maximiliaanpark' waar het een groep oorlogsvluchtelingen betreft die in geduldige afwachting van de behandeling van hun asielaanzoek samen met hun kinderen in erbarmelijke omstandigheden buiten slapen: de slachtoffers van bombardementen worden aldus ook nog eens tot vijand van het tot asielverschaffing verplichte land gebombardeerd en inderdaad 'opgekuist'. In Mein Kampf nam Hitler deel aan de stigmatisering van het Jodendom dat hij omschreef als "kiem der ontbinding in volkeren en rassen en (...) de vernietiger der menselijke cultuur” en vervolgens kon hij hen kritiekloos uitroeien: zes miljoen joden werden vergast. "Macrosociale transformaties (...) hebben hun uitwerking op de alledaagse omgang, ook in een genocidale situatie. Het regime bemiddelt (...) tussen deze twee niveaus door (...) [een] mentaliteit te selecteren (...) [en] door de constructie van een vijandbeeld (...). Al evenzeer van belang is de rechtvaardiging door het regime van geweldsgebruik onder verwijzing naar de beschikbare morele argumenten." (de Swaan, 17)

Met de daarop volgende zin karakteriseert de Swaan het thema van het boek – 'over genocidale regimes' – en deze zin stemt tot nadenken, ook en vooral omdat de gelaakte praktijken bij nader toezien alles behalve een ver-van-mijn-bed-show blijken: "Wezenlijk zijn de inspanningen van het regime om de moordenaars te rekruteren, om compartimenten van vernietiging te creëren en de doelgroep te isoleren." (de Swaan, 17)

Vijandschap volgt uit groepsvorming omdat identificatie met sommigen ook uitsluiting van anderen meebrengt. Vijandschap kan uitmonden in collectief geweld, exploderend in massavernietiging. Deze wordt mogelijk door de creatie door het regime van "compartimenten waar gewelddaden konden en moesten worden begaan met volle overgave en in volkomen straffeloosheid. (...) De daders beschouwen het als een smerig karwei dat geklaard moest worden." (de Swaan, 17-18) Daarbij "wordt de doelgroep in alle opzichten steeds verder afgescheiden van de mensen van het regime" – uiteindelijk worden zij uitgeroeid. "De ver doorgevoerde compartimentalisatie maakt het mogelijk dat mensen in andere domeinen van de samenleving kunnen blijven functioneren alsof er niets gebeurd is. (...) [zij] doen alsof er niets gebeurd was." (de Swaan, 19-23) Helaas is uit de experimenten van Stanley Milgram gebleken dat een meerderheid van alle mensen hiertoe in staat is. "Zodra er een eind kwam aan de genocidale episode, probeerden het regime en zijn daders te verbergen wat er was voorgevallen, alle bewijs te vernietigen, een algeheel stilzwijgen te handhaven en elke aanzet tot onthulling van de feiten te voorkomen". (de Swaan, 25)

Andermaal: wij vrezen terreurdaden en wij gedenken de tientallen miljoenen gesneuvelde soldaten uit de voorbije eeuw maar veel schrikwekkender zijn de goed georganiseerde en geheim gehouden massamoordpartijen door onze regimes op tenminste 100 miljoen ongewapende burgers.

(J.B., 29.11.2017)

Verwijzingen:

Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).

















25-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de blinde ijver van de geboortebeperkers – (deel 4): geboortebeperking en slavernij










Over de blinde ijver van de geboortebeperkers

– (deel 4): geboortebeperking en slavernij –

De vraag hoe het dan in godsnaam mogelijk is dat de slavernij in de wereld van het derde millennium nog steeds niet uitgeroeid werd en bovendien nog dreigt toe te nemen, blijkt niet zo gemakkelijk te beantwoorden en de reden voor dat kennelijke onvermogen ligt veelal in het feit dat niet alleen de slavernij onzichtbaar werd gemaakt maar dat bovendien de maatregelen om haar een halt te roepen de pas afgesneden worden.

Slaven zijn mensen die hun leven danken aan de gehoorzaamheid die zij bieden aan hun uitbuiters tot wiens lijfeigenen ze aldus gereduceerd werden. Slaven leven maar zij zijn niet vrij, zij leven in onvrijheid en dat houdt in dat ze hun leven aan deze onvrijheid danken: een slaaf die beslist om niet langer onvrij te zijn en dus om niet langer te gehoorzamen, wordt door zijn uitbuiter gestraft, gemarteld en indien hij weerbarstig blijft, uiteindelijk ook gedood. Voor een slaaf betekent onvrijheid, leven en staat vrijheid gelijk met de dood.

Het archetypische verhaal dat de mens situeert als een fundamenteel onvrij wezen, vindt men terug in de mythe van de zondeval: in het paradijs wordt aan Adam en Eva verboden om te eten van één enkele boom, en de gebruikmaking van de vrijheid om dat alsnog te doen, gebeurt op straffe van de dood. Met deze mythe wordt de mens eens en voorgoed als slaaf gebrandmerkt.

Omdat voor een slaaf onvrijheid gelijkstaat met leven, en vrijheid met de dood, leven al degenen in slavernij die moeten werken om in leven te kunnen blijven – en dus zij die om den brode werken – en die verder helemaal niets meer ontvangen: niets voor diegenen met wie zij leven – vrouw en kinderen – en ook niets waarmee zij in het eigen onderhoud moeten voorzien in geval van ziekte of werkonbekwaamheid door een hoge ouderdom. Het interesseert hun uitbuiter immers niet wat er met zijn slaven gebeurt als zij niet langer bruikbaar zijn en, áls zij al een gezin hebben, hoe dat gezin dan wel zal overleven. In wat andere bewoordingen, leven al diegenen in slavernij die moeten werken om den brode zonder dat aan hen sociale rechten worden toegekend – zoals een ziekte-, ongevals- en werkloosheidsverzekering en pensioenrechten.

Het zich niet verzetten tegen de rechteloosheid die van de arbeid slavernij maakt, betekent het goedkeuren ervan; het is de instemming met de slavernij en het zich mede schuldig maken daaraan.

Wanneer mensen die leven in slavernij en die derhalve geen sociale rechten genieten, veel kinderen kopen in de hoop om aldus enkele wrede gevolgen van dit euvel enigszins te kunnen compenseren, handelen zij op grond van een natuurrecht dat zich vertaalt in het recht op daden die het zelfbehoud bewerkstelligen. Zij handelen net zoals mensen die stelen omdat zij anders van honger omkomen.

Het dwingen van mensen tot geboortebeperking met het argument dat zij dreigen het soortbehoud in het gedrang te brengen (door het vermeend veroorzaken van in casu overbevolking in plaats van onderbevolking) terwijl zij in wezen handelen zoals zij handelen met het oog op zelfbehoud, is ongeoorloofd.

Het is ongeoorloofd om twee redenen. Vooreerst is er het argument dat reeds ter sprake kwam, namelijk het feit dat er feitelijk helemaal geen overbevolking is – er is wél een voedseldistributieprobleem dat geïnduceerd wordt door potentaten of slavendrijvers. Maar ten tweede is het opdringen van geboortebeperking ongeoorloofd omdat bij de slachtoffers het recht op zelfverdediging aan de orde is – en dus níet, zoals het uitschijnt, het recht op het krijgen van kinderen maar het recht op zélfbehoud.

De capitulatie voor het onrecht van de slavernij waaraan de geboortebeperkers zich schuldig maken door de remediëring van het probleem te gaan zoeken bij gedwongen of afgedwongen sterilisatie, kan op geen enkele moreel verantwoorde wijze worden verdedigd.

Bijkomend is er het probleem van het dubbele lijden bij de slachtoffers van deze vorm van wat een misdaad tegen de mensheid moet heten, want naast het leed van de slavernij als zodanig waaraan de slachtoffers door een dergelijke bejegening onderworpen worden, is er bovendien het leed dat volgt uit de quasi onmogelijkheid tot verzet daartegen omdat het gaat om een misdaad welke gepleegd wordt in een bijzonder moeilijk aan het licht te brengen verkapping. Bedoeld wordt de verkapping waarbij de geboortebeperkers of dus de daders van de misdaad voortaan worden beschouwd als agenten van de menslievendheid terwijl de slachtoffers – de slaven – de schuld in de schoenen krijgen voor de hongerdoden die zouden kunnen vallen onder hun kroost. Het verwisselen van daders en slachtoffers is een bekende tactiek in de wereld van de misdaad waarmee criminelen zeer dikwijls met groot succes weten weg te komen.

Deze niets ontziende tactiek zorgt bij de slachtoffers uiteraard voor een frustratie die niet zelden leidt tot een totaal verlies van levenslust en van zin, met de gekende gevolgen van dien. Het is dezelfde frustratie die de slachtoffers van pesten kenmerkt omdat de essentie van het pesten ligt in het zich verbergen van de misdaad of in de onmogelijkheid van het slachtoffer om zichzelf als slachtoffer te profileren om uiteenlopende redenen welke door de dader goed worden voorzien en dat zijn onder meer de volgende drie. In eerste instantie zijn er dan geen getuigen omdat de misdaad gebeurt met de dader(s) en het slachtoffer als enige getuigen; ten tweede wordt een ongeloofwaardig slachtoffer uitgekozen (een zwak iemand, een ouderling, een gehandicapte...) ofwel wordt het slachtoffer ongeloofwaardig (monddood) gemaakt (of er wordt op het slachtoffer karaktermoord gepleegd); ten derde heeft de dader een al te grote geloofwaardigheid (bijvoorbeeld omdat hij een vooraanstaand persoon is zoals een pastoor of iemand die zijn feitelijke misdaad professioneel bestrijdt, zoals een politieagent).

In het geval van geboortebeperking gepland door een organisatie zoals de VN – een vertegenwoordiging van zo goed als alle landen ter wereld – is het bijgevolg quasi onmogelijk om deze 'pesterij' als zodanig aan het licht te brengen. De slavernij blijkt aldus met een werkelijk onnavolgbaar succes geïnstitutionaliseerd te worden in de wereld van het derde millennium.

(Jan Bauwens, 25 november 2017)



22-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de blinde ijver van de geboortebeperkers (deel 3)









Over de blinde ijver van de geboortebeperkers (deel 3)


De plannen van sommigen om in de derde wereld de honger te gaan bestrijden middels sterilisatie en andere geboortebeperkende middelen, gaan uit van de vooronderstelling dat het beter is om mensen hetzij tegen hun wil, hetzij op een corrupte manier steriel te maken (in het tweede geval in casu door aan de hongerlijders in ruil voor deze vorm van zelfverminking een bonus te beloven) dan hen kinderen te laten krijgen die bij het ongewijzigd blijven van de huidige onrechtvaardige wereldpolitiek een grote kans lopen om te verhongeren.


De immoraliteit van de geboortebeperkers ligt niet in het feit dat zij het steriel maken van mensen verkiezen boven het moeten toekijken op hun verhongerende kinderen want hongersnood is nu eenmaal niet onvermijdelijk. De immoraliteit bestaat erin dat de geboortebeperkers zich a priori hebben neergelegd bij de huidige politiek welke aan arbeiders een billijk loon en een pensioen onthoudt (waardoor zij uit wanhoop met betrekking tot hun oude dag, kinderen kopen die zij niet voeden kunnen). Immoreel is dat de geboortebeperkers zich tegen dit onrecht niet verzetten, dat zij voor dit onrecht onverschillig blijven en dit de klacht ten spijt van Primo Lévi die de onverschilligheid ontmaskert als een erger kwaad dan de genocide.


Door aan mensen de hoop te ontnemen dat zij ooit kinderen zullen kunnen krijgen, ontneemt men hun de eigen toekomst en de zin van hun leven. Aan mensen de zin van hun leven te ontnemen, staat gelijk aan moord omdat de zin de enige drager is van het zijn: in een zinloos bestaan heeft men zichzelf overleefd.


(J.B., 22 november 2017)








19-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de blinde ijver van de geboortebeperkers (deel 2): Gesprek tussen dokter Malthitus, Mama Mumba en Papa





 

Over de blinde ijver van de geboortebeperkers 

(deel 2):


Gesprek tussen dokter Malthitus (T), Mama Mumba (M) en Papa (P)


T: Goedenavond, mevrouw, mag ik mij voorstellen? Dokter Malthitus, maar zeg gerust Thitus. Aangenaam! En met wie heb ik de eer?


M: Dag dokter. Ik ben mama Mumba, aangenaam. En dit zijn mijn vier kinderen: Anna, onze oudste dochter, zij is zes jaar en zij helpt al goed in het huishouden; Karel, vijf jaar oud, Frans, vier en Katrien, twee. We zijn nu in blijde verwachting van het vijfde. En dat daar is mijn betovergrootje, wij noemen hem Papa (P)... (Ze wijst naar een stokoude man die gehurkt neerzit in de schaduw van de hut; hij heeft geen handen.)


P: Mmmm!


T: Hallo, allemaal!


M: Maar... kinderen! Laat de dokter eens met rust, jullie bevuilen zijn pak! Excuseert u mij, dokter, ze zijn wild, ze zijn altijd zo als ze een blanke zien; de paters, weet u wel, brengen soms kadootjes mee, vandaar... Maar wat kan ik voor u doen, dokter?


T: Wel, hebt u een klein ogenblikje, dan leg ik u uit wat wij voor ú kunnen doen.


M: Vertel maar, dokter, maar neem me niet kwalijk dat ik intussen gewoon doorga met het stampen van manjok, ik moet nog water halen ook vandaag.


T: Geen probleem. Wel, ik heb hier een doosje meegebracht...


M: Toch geen inspuitingen, dokter? Kijk, de kinderen lopen al weg, ze zijn bang voor injectienaalden...


T: Neen, geen naalden!


M: Inentingen dan?


T: Ook niet, wees maar niet bang, het zijn gewoon pillen. Kleine, onschuldige, blinkende pilletjes!


M: Ja? En tegen welke ziekten zijn ze werkzaam? En hoeveel kosten ze?


T: Ze zijn volledig gratis en zelfs meer dan dat: als u ze inneemt, hebt u ook nog recht op een bonus van 200 dollar!


M: 200 dollar!? Maar dat bedrag verdienen wij niet in een heel jaar! Maar zegt u eerst eens waartoe die pillen dienen, dokter, want wij hebben hier helemaal geen zieken en als dit geen inentingen zijn, wat zijn het dan wel?


T: Wel, het zijn een soort van preventieve medicamenten!


M: Hemeltje! Maar dan worden wij bedreigd! En mogen wij ook weten door welke kwaal of kwalen wij bedreigd worden?


T: Wel, eerlijk gezegd is het de dood die jullie hier bedreigt.


M: De dood!? Hoezo, de dood!?


T: Jammer genoeg wel: jullie worden hier bedreigd door een massale sterfte, zo moet ik het zeggen als ik rechtuit spreek.


M: Een massale sterfte? Erger nog dan aids?


T: Erger nog, ja, het spijt mij. Maar... als u deze pillen neemt, dan voorkomt u al dat onheil en daarom ook ben ik naar hier gekomen en is dat geen goed nieuws?


M: Ik moet zeggen dat dit een beetje klinkt zoals van een leurder, neemt u mij niet kwalijk dat ik het zo zeg, dokter, het kwam gewoon bij me op... Maar vertelt u verder!


T: Wees gerust, ik zei toch dat het allemaal gratis is en dat er bovendien een bonus aan vasthangt. Wees niet bang, ik ben geen leurder, ik ben een dokter en ik werk samen met de plaatselijke authoriteiten. Kijk, dit zijn mijn papieren, mijn portret hangt hier uit aan het gemeentehuis.


M: Hemeltje! Ik ben er nog niet van bekomen... massale sterfte... een nieuw virus dan toch? Een epidemie?


T: Ja, een epidemie... euh, neen... het is te zeggen...


M: Spreek rechtuit, dokter, het is een epidemie, nietwaar?


T: Eerlijk gezegd wel, ja.


M: Een virus dus?


T: Geen virus...


M: Wat dan wel? Een bacterie?


T: Neen, neen...


M: Groter dan een bacterie dus! Ratten? Zijn het ratten?


T: Welneen...


M: Nog groter dus dan ratten? Knaagdieren? Is het een epidemie van knaagdieren? Uw stilzwijgen maakt ons bang, dokter, spreek dus rechtuit, wij hebben recht op de waarheid! Welke beesten bedreigen ons? Zeg het!


T: Wel, eerlijk gezegd, het is een epidemie van...


M: Van wat?


T: Wel, eigenlijk... van mensen.


M: Wat!? Maar wat bedoelt u? Is er een inval? Dreigt er oorlog? En wat kunnen pillen daar dan aan verhelpen? Maar u spreekt onbegrijpelijk taal!


T: Kijk, in deze doosjes zitten sterilisatiepillen.


M: Wablieft!? Maar u komt ons toch niet vragen dat wij dit vergif innemen? Maar dan kunnen wij geen kinderen meer krijgen!? En dan moeten wij verhongeren van zodra wij niet meer kunnen werken! U weet toch dat wij hier geen pensioen genieten!?


T: Als gij kinderen krijgt dan moeten zij verhongeren en uitgerekend dat willen wij voorkomen, ziet u? Op die manier willen wij hier de hongersnood bestrijden.


M: Maar hebt ge dat ooit al gehoord! U komt hier de honger bestrijden door ons van onze kinderen te beroven!?


T: U moet het positief bekijken...


M: Uiteraard zullen onze kinderen niet verhongeren als wij er geen hebben, maar wat voor logica is me dat!? En wijzelf zullen dan zeker en vast verhongeren! Ons volk zal uitsterven!


P: Houw!


M: Wat is er papa? Luister, papa wil iets zeggen...


P: Zie je wel, Mama: zei ik het niet? Jullie komen ons uitroeien en dan kunnen jullie dit land hier bezetten en het verder plunderen!


M: Maar is dat waar!? En u noemt zich een dokter?!


P: Ik noem u een handlanger van de westerse potentaten. Of denk u misschien dat wij jullie nog niet kennen?


(Hij toont zijn stompjes).


Meer dan honderd jaar geleden kwamen jullie naar hier om ons te bekeren tot de ware god en in het spoor van uw paters en nonnen volgden gouverneurs die ons volk te werk stelden op de rubber- en de suikerrietplantages. Twintig miljoen mensen telde ons land toen nog en twintig jaar later waren dat er nog acht miljoen. Twaalf miljoen landgenoten vonden de dood nadat ze wegens ondermaats presteren in slavernij het hoofd of de handen werden afgehakt. En nu bent u daar terug, dit keer niet met geweren en met messen maar met pillen, de nieuwste wapens van de blanke man. Tweehonderd dollar, zei u? Maar meneer, bent u niet beschaamd? (*)


(*) Dit bedrag werd genoemd door de Gentse professor Etienne Vermeersch in een voorstel in het kader van de bestrijding van het hongerprobleem ten tijde van de natuurramp in Haïti op 12 januari 2010. Bron: http://www.knack.be/nieuws/planet-earth/etienne-vermeersch-geboorteplanning-lijkt-taboe/article-normal-30370.html


(Jan Bauwens, 19 november 2017)

Zie ook:











16-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schuldig verzuim?

Schuldig verzuim?

Er is heisa omtrent een priester die zou hebben verzuimd om hulp te bieden aan een burger in nood, meer specifiek zou hij geen hulp geboden hebben aan een man die hem zijn zelfmoordplannen (telefonisch) kenbaar zou hebben gemaakt en ter verdediging beroept de priester zich op het biechtgeheim.

Gesteld dat het niet bieden van hulp vanwege een persoon aan wie iemand zijn zelfmoordplannen heeft kenbaar gemaakt, gelijkstaat aan schuldig verzuim, dan rijst uiteraard onmiddellijk de vraag naar de schuld van personen van wie de hulp aan mensen welke aan hen hun wil tot zelfmoord kenbaar hebben gemaakt, bestaat uit het aanreiken van zelfmoordmiddelen of het bieden van hulp bij het voltrekken van de zelfmoord.

In wat andere bewoordingen: als iemand die niets onderneemt om een ander van zijn zelfmoordplannen af te brengen, schuldig verzuim pleegt, wat dan gezegd van mensen die het niet alleen verzuimen om een ander van zijn zelfmoordplannen af te brengen, maar die hem op de koop toe helpen om die daad te voltrekken?

Nu is euthanasie niets anders dan een wat andere benaming voor moord in de in wezen onmogelijke vorm van 'hulp bij zelfmoord'. Zij wordt gepleegd door de helpers van de zelfmoordenaar, zij het op diens verzoek, wat euthanasie maakt tot een vorm van moord op verzoek. De plegers van euthanasie zijn niet gebonden aan het biechtgeheim daar zij per definitie geen priester kunnen zijn omdat het katholicisme de praktijk van de euthanasie laakt; zij zijn leken. In de onderhavige context plegen deze leken niet alleen schuldig verzuim maar bovendien maken zij zich schuldig aan moord – met voorbedachte rade.

Eveneens waar medici hulp bieden bij het ombrengen van een ongeboren kind, is niet alleen sprake van schuldig verzuim wegens meer specifiek het niet bieden van hulp aan een ongeboren kind dat in levensgevaar verkeert maar tevens is ook daar sprake van het bieden van hulp bij moord – andermaal met voorbedachte rade. Tenzij men ervan uit gaat dat ongeboren mensen geen recht op leven hebben en dat zij dat recht pas ontvangen eenmaal zij niet slechts mens maar ook nog eens burger zijn. In dat laatste geval wordt het mens-zijn beschouwd als een subcategorie van het burgerschap in plaats van andersom – een perversiteit die als consequentie heeft dat principieel ook aan (onder meer) dieren een burgerlijk statuut kan worden toegekend dat hun het recht verschaft op leven... terwijl ongeboren mensen dat recht dan maar moeten missen.

Deze twee vormen van moord – euthanasie en abortus – werden weliswaar anders dan met de term 'moord' benoemd en ook kregen zij om onbegrijpelijke redenen een legaal statuut gekenmerkt door volstrekte straffeloosheid, maar zij vallen in wezen daadwerkelijk samen met moord.

Oordeelt de rechter dat de priester in kwestie schuldig verzuim heeft gepleegd, betekent deze veroordeling dan niet meteen de veroordeling van alle medewerkers aan alle gevallen van euthanasie en abortus – en dit met terugwerkende kracht?

(Jan Bauwens, 16 november 2017)

            
   





















15-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de hardnekkige blinde ijver van de geboortebeperkers – (deel 1): een interview met Omsk Van Togenbirger





           


Over de hardnekkige blinde ijver van de geboortebeperkers

– ( deel 1):  een interview met Omsk Van Togenbirger –


OVT (Omsk Van Togenbirger): Onlangs interpelleerde mij een heer, een geleerde heer, over het thema van de geboortebeperking – zoals u weet, een onderwerp waarover steeds meer wordt gesproken terwijl men er niet omheen kan dat al die gesprekken allerminst een verheldering van de problematiek tot gevolg lijken te hebben en het is zelfs mijn zeer sterke indruk, al kan ik mij uiteraard ook schromelijk vergissen, dat wij hier omtrent een ware processie van Echternach meemaken. Maar wat zeg ik? Het is nog erger dan een Sint-Willibrordusprocessie want in die ommegang geraakt men uiteindelijk nog op zijn bestemming, terwijl men in de onderhavige discussie allerminst kan vorderen aangezien aldaar twee stappen voorwaarts telkenmale worden gevolgd door drie achterwaarts. Het is mij een raadsel hoe men er inderdaad niet in slaagt om over dit onderwerp de voorhanden zijnde feiten zodanig met elkaar te verbinden dat men met de logica, die ons sinds een paar duizend jaar bij het denken behulpzaam is, daaruit de juiste conclusies kan trekken. Maar waar was ik alweer gebleven?


U had het over een geleerde heer die u interpelleerde...


OVT: Inzake de zogenaamde overbevolking, inderdaad: wij moeten dringend aan geboortebeperking doen, zo stelde hij, niet alleen hier in het westen maar ook en vooral in de rest van de wereld, in de derde wereld, zo zei hij...


En u bent het met hem niet eens?


OVT: Alvast heb ik hem onmiddellijk gevraagd of hij de nieuwsberichten een beetje volgt, want bij mijn beste weten heeft men het nu welhaast dagelijks over de Europese nood aan immigranten: als wij niet dringend en massaal mensen naar hier halen, dan kunnen we morgen onze pensioenen niet meer betalen en zitten we binnen de kortste keren met een enorm tekort aan werkkrachten en dan vooral met een tekort aan hoog opgeleide mensen. U weet toch ook dat het gemiddeld aantal kinderen per gezin geslonken is tot een bijzonder bedroevend cijfer, ik geloof dat er in bepaalde regio's geen twee meer zijn, met een ongeziene vergrijzing en een haast niet te dragen massa aan zorgbehoevenden tot gevolg. Maar misschien heb ik dat gedroomd, verbetert u mij alstublieft indien ik dingen zou vertellen die niet met de waarheid stroken: is hier momenteel geen tekort aan mensen in plaats van een teveel?


Er wordt inderdaad geregeld bericht dat er een tekort dreigt ofschoon er werkloosheid is, maar men heeft het dan wel vooral over hoog opgeleide werknemers en uiteraard niet over zorgbehoevenden.


OVT: Jaja, dat dacht ik al en sta mij toe dat ik uw welkome opmerking in stapjes beantwoord, te beginnen met de werkloosheid.


Ga uw gang!


OVT: Men heeft nood aan sterke, jonge mensen, aan vaklui die ons werk willen komen doen en niet aan zorgbehoevenden: economische vluchtelingen, kinderen, mensen die om asiel vragen zoals oorlogsvluchtelingen of personen die in hun land van herkomst mishandeld worden terwijl zij helemaal geen criminelen zijn, kunnen wij hier missen als de pest – zo klinkt het steeds vaker in de politieke middens en dan vooral in rechtse kringen en onder de meer gegoeden.


Wat begrijpelijk is.


OVT: Begrijpelijk weliswaar maar daarom nog niet goed te praten omdat er, zoals u zeker weten zult, ook afspraken gemaakt zijn binnen de VN omtrent de rechten van de mens. En echt ergerlijk wordt het waar sommigen geloven te kunnen argumenteren dat het beter is om de armlastigen te weren – in deze contekst dan door hen van voldoende voorbehoedsmiddelen te voorzien en door de invloed van religies die het gebruik ervan verbieden, te beperken.


Maar u kunt toch niet loochenen dat het verbod op voorbehoedsmiddelen geen goede zaak kan zijn?


OVT: Maar zegt u mij eerst eens, mijn waarde heer: waar vandaan die irrationele en kennelijk onstuitbare drang of zelfs dwang van sommigen om nu ineens de geboortes te gaan beperken?


Overbevolking!


OVT: Niet te geloven!


Malthus!


OVT: Maar dat kunt u niet menen! Dit gaat werkelijk alle verbeelding te boven!


Wat bedoelt u? Is het dan niet zo dat er dagelijks twintig- tot dertigduizend kinderen sterven ingevolge ondervoeding?


OVT: Jazeker! Maar wat heeft het bevolkingsaantal daarmee te maken?!


Maken wij dan niet de zogenaamde Malthusiaanse catastrofe mee? De toestand waarbij er voedseltekort is doordat de bevolking exponentieel aangroeit terwijl de voedselproductie haar niet kan bijbenen omdat zij lineair en dus lang niet zo sterk toeneemt?


OVT: Dat is inderdaad wat Malthus vreesde, maar een vrees is lang nog geen wetenschap en de geschiedenis heeft Malthus overigens in het ongelijk gesteld.


Maar is dat zo?


OVT: Malthus vreesde het zich voltrekken van de naar hem genoemde catastrofe nog tijdens zijn leven en hij leefde van 1766 tot 1834 en dus ten tijde van de industriële revolutie die omstreeks 1750 een aanvang nam. Malthus voorzag echter niet dat intussentijd door de massaproductie niet alleen het aantal Europeanen bijna verdubbelde: ook hun levensmiddelen verveelvoudigden zich. Het gevolg was dat de door hem en door zijn volgelingen gevreesde catastrofe uitbleef. Malthus had zich vergist, hij had helemaal geen rekening gehouden met de onvoorspelbaarheid van de geschiedenis. En deze fout begaan de Malthusianisten vandaag nog steeds: zij blijven vrezen dat ook vandaag nog een Malthusiaanse ramp zich dreigt te voltrekken. Dit terwijl even goed het tegendeel zou kunnen gebeuren, zoals trouwens meermaals werd opgemerkt door de geleerde heer die mij over het onderwerp interpelleerde en die medicus is en als geen ander kennis heeft van de gevaren van antibiotische stoffen en allerlei bestrijdingsmiddelen, welke immers resistentie uitlokken, met als gevolg de dreiging van een rampzalige terúgloop van de wereldbevolking! U hebt toch ook al gehoord over superbacteries en ziekenhuisbacteries?


Mja...


Een terugloop, inderdaad, en die kan ook nog in gang worden gezet door vele andere zaken zoals een nucleaire catastrofe, een kernoorlog, een natuurramp of een epidemie. Hoe dan ook is er momenteel geen sprake van dat de wereld overbevolkt zou zijn en de trieste cijfers over de hongerdoden hebben helemaal geen uitstaans met een vermeend voedseltekort en nog veel minder met een vermeend teveel aan mensen op deze aardbol.


Hoezo?! Honger heeft toch te maken met voedseltekort!?


OVT: Honger heeft te maken met voedsel maar niet met voedselproductie. Er wordt genoeg voedsel geproduceerd om iedereen twee keer te voeden en die productiecapaciteit kan reeds vandaag met een factor tien worden opgedreven. Met de productie van voedsel is er helemaal niets mis, het is de voedseldistributie welke mank loopt! De verdeling van voedsel wordt gestoord door oorlog en dan in het bijzonder door economische oorlog. U weet dat de honger is voor de machthebbers wat het aambeeld en de hamer zijn voor de smid: de honger is het werktuig bij uitstek van de potentaat. De honger helpt de rijken hun machtspositie te behouden omdat alleen door de instandhouding van de honger, het afschrikmiddel van de hongerloners werkzaam is en zo blijft de slavernij bestaan. We mogen hier meteen het onderwerp van de werkloosheid bij te pas brengen omdat het werkloosheidscijfer door de werkgevers kunstmatig hoog gehouden wordt en dit met geen andere bedoeling dan om op die manier de marktwaarde van de werkbehoevenden minimaal te houden, zoals reeds Karl Marx heeft opgemerkt in het eerste hoofdstuk van Das Kapital.


Maar zegt u dat nu eens in eenvoudige bewoordingen!


Zolang er meer werkzoekenden zijn dan jobs, zijn het niet de werkzoekenden maar wel de jobs die begeerd worden. De paradox waar onze jonge werkkrachten heden tegenaan kijken is deze, dat het bijna zo is, dat jobs onbetaalbaar zijn geworden.


Maar dat klinkt wel heel vreemd!


OVT: Een bijzonder vreemde paradox, zoals u ziet, die onbetaalbare jobs, want jobs horen werktuigen te zijn om geld mee te verdienen. In feite delen zij steeds meer met andere werktuigen de eigenschap dat men ze eerst moet kunnen aanschaffen vooraleer men er munt kan uit slaan. Mensen die helemaal niets bezitten, moeten dus eerst geld gaan lenen om een job te kunnen bekostigen vooraleer ze ook effectief aan de slag kunnen en kunnen beginnen met het terugverdienen van het geleende geld én de interesten op die lening.


U bedoelt dat de jobs te duur zijn voor de armen?


Ja, jobs zijn dure dingen en om die reden kunnen de armlastigen ze niet bekostigen: de studies, om te beginnen, de nodige sociale relaties, de machtsposities, het kost allemaal handenvol geld. En we hebben het nog niet gehad over die jobs waar men zich in feite moet in kopen, de prestigejobs en de sleutelposities in het machtsspel... Neen, de zaken zo voorstellen alsof een job nog steeds een werk is dat gedaan moet worden en dat dan gecompenseerd wordt met een loon, is vals spelen want dat is uit de tijd: vandaag zijn de zaken een beetje complexer geworden...


U beweert dus dat er van overbevolking geen sprake is...


OVT: Sprake wel, er wordt over gesproken maar er wordt ook gesproken over het omgekeerde: een terugloop van de bevolking. Maar dat gebeurt helemaal niet omdat er een probleem zou zijn met de bevolkingsdichtheid, het gebeurt slechts omdat men vréést dat de bevolkingsdichtheid wel eens problematisch zou kunnen worden en dat in eender welke zin. En omdat men niet weet in wélke zin zich problemen zouden kunnen voordoen, kan men er ook niet op anticiperen. Enfin, het heeft geen enkele zin om er over te praten!


Maar wat is dan het probleem?


OVT: Het probleem, mijn beste, is zoals ik reeds zei de eigenaardige toestand welke gekenmerkt wordt door het feit dat steeds meer mensen geloven dat men dringend aan geboortebeperking moet gaan doen terwijl daarvoor geen enkele goede reden bestaat! En zeg nu zelf: is dát geen gigantisch probleem? Waar men ook gaat of staat, loopt men mensen tegen het lijf die spandoeken dragen waarop zij het vrij gebruik van voorbehoedsmiddelen propageren en waarop het spookbeeld van de overbevolking in de verf wordt gezet! Mensen die gesprekken aangaan met anderen over het thema van de overbevolking alsof dit een onbetwistbaar feit was! Kunt u zich iets ergerlijkers voor de geest halen dan dat? Want wat is ergerlijker dan iemand die u aanspreekt over de nood om dringend naar oplossingen te gaan zoeken voor een probleem dat niet eens bestaat? "Mijnheer, mevrouw, morgen betogen wij tegen de overbevolking, mogen wij rekenen op uw aanwezigheid?" Ze houden u staande midden op straat: "Mijnheer, u wordt vriendelijk uitgenodigd morgenavond om acht uur in de grote aula waar de vooraanstaande professor Stephanos in debat zal gaan met andere prominente filosofen over mogelijke oplossingen aangaande het prangende probleem van de overbevolking!" U antwoordt: "Mijn waarde heer, ik dank u voor de uitnodiging, maar het moet dringend worden gezegd dat er verduiveld helemaal geen sprake is van overbevolking!" Onmiddellijk moet men dan de bijzonder ergerlijke repliek aanhoren: "Bent u dan nog niet op de hoogte, waarde heer? Dan moet u zeker en vast komen: elke dag immers sterven dertigduizend kinderen door ondervoeding, wist u dat dan nog niet?" En antwoordt u dan: "Excuseert u mij, maar het hongerprobleem heeft helemaal niets te maken met een te geringe voedselproductie, het is een zaak van voedseldistributie, een gevolg van economische oorlog: de honger is een wapen in de handen van de potentaat waarmee hij zich van zijn machtspositie verzekert", dan weerklinkt prompt het antwoord: "Honger is een feit en willen wij de honger uit de wereld helpen, dan moeten wij op staande voet werk gaan maken van geboorteregeling".


De geleerde heer die mij onlangs in dit verband interpelleerde, gaf mij ten antwoord dat het hoe dan ook raadzaam is om de bevolking in te perken en wel hierom, en ik citeer: "Hoe minder mensen er zijn, hoe minder slachtoffers van ondervoeding!" En ziet u welk verkapt criterium hier gehanteerd wordt?


De ideale toestand is deze waarin zo weinig mogelijk mensen moeten lijden?


Inderdaad: als er tien mensen zijn, dan kunnen er tien buikpijn krijgen; zijn er maar vijf, dan wordt het lijden gehalveerd en het ideaal laat zich algauw raden: waar helemaal géén leven is, is er ook geen lijden! En was het niet dat wat gepropageerd werd in het Derde Rijk destijds? De rotte appels moeten uit de mand want ze maken de hele mand ziek en dus vergassen wij wie ons inziens niet deugen! Geen geneeskunde, geen opvoeding met hoogopgeleide artsen en leraren om mensen gezond en wijs te maken: wég met al die inspanningen want beulen volstaan om de zwakken te elimineren! Inderdaad, de natuur kent alleen het recht van de sterkste en wat is er mis mee als wij de natuur een handje helpen? Men noemt deze barbarij vandaag de exclusieve samenleving – zij staat tegenover de inclusieve samenleving of de verzorgingsstaat. "Moeten wij dan onze jonge en gezonde krachten laten sneuvelen aan het front om de oude en zieke thuisblijvers in leven te houden?" – het zijn de woorden van massamoordenaar Adolf Hitler in zijn waanzinnige toespraken en hij genoot heel wat bijval. Op grote affiches van het propagandaministerie stond een zieke in rolstoel afgebeeld, geflankeerd door een medicus, met daarbij de tekst: "50.000 Rijksmark kost deze zieke jaarlijks aan de staat en dit is úw geld, volksgenoten!" Met dit zogenaamde euthanasieprogramma hebben de nazi's geschiedenis geschreven: in luttele jaren tijd werden zes miljoen volksgenoten op gruwelijke wijze omgebracht. In camions waarop de misleidende tekst 'Kaisers Kaffee' werden ze naar hun plaats van executie gebracht, eigenhandig dolven zij hun graf. En bij de bevrijding werden de lijken nog rap uit de massagraven opgedolven om in ovens verbrand te worden en zo nog alle sporen uit te kunnen wissen.


Ik stel voor dat wij het hierbij laten...


OVT: Zoals u verkiest. Maar onthoudt dan dit: het zijn niet de mensen die moeten uitgeroeid worden, het is de oorlog!


(Wordt vervolgd)

Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=DE176fD0oSU 

(J.B., 15 november 2017)















30-10-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De barst (tekst n.a.v. Allerzielen 2017)



De barst

(tekst n.a.v. Allerzielen 2017)


Wordt er veel onzin verteld over de zaken die wij kunnen zien en horen en over welke wij iets kunnen weten en vernemen, dan wordt er nog veel meer onzin verteld over de zintuiglijk onwaarneembare en de verstandelijk niet benaderbare dingen – met dan helemaal vooraan in het lijstje het item van de dood die omstreeks dit jaargetij in de gedachten komt van al wie in staat zijn zich enigerlei vormen en gestalten, incluis gestalten van gedachten, te verbeelden.

Normaliter wordt de dood van oudsher vergeleken met de slaap – de dood zou namelijk een exponent zijn van de slaap en als Shakespeare het bij het rechte eind heeft waar hij zegt dat de slaap het tweede, ja, het hoofdgerecht des levens dis is, dan zou in dit licht de dood warempel het summum van het leven wezen: de eeuwige slaap, de altijd durende rust, requiem aeternam.

Edoch, het zou wel eens best kunnen dat deze opvatting, doorheen de eeuwen uitgegroeid tot een gigantische idée fixe, er helemaal maar dan ook helemaal naast is en tal van feiten wijzen bovendien ook in die richting. Dat wij er niettemin blind voor blijven, mag zonder meer worden toegeschreven aan het feit dat deze feiten, zoals alle ware en levende dingen, incluis de ware gedachten, te kampen hebben met een of andere vorm van de wet der traagheid, in casu de wet der gewoonte of kortweg de gewenning: wij zijn zo gewoon geworden aan zekere leugens dat wij de waarheid a priori als onrealistisch van de hand wijzen.

Herinneren wij er om te beginnen aan dat geleerden erachter gekomen zijn dat gedurende de slaap onze hersenen veel sterker doorbloed worden dan in de waaktoestand. Op zich zegt zulks weliswaar niet veel over het bewustzijn als zodanig maar misschien zegt het ons wel iets over het leven zelf, in die zin dat het ons ervoor waarschuwt om een toestand van bewusteloosheid zomaar te identificeren met een toestand van 'minder levend' zijn. Het is ons overigens bekend – en niemand zal dat kunnen tegenspreken – dat een optimaal functionerend organisme, extatisch is – wat wil zeggen: 'buiten zichzelf staand' – en dat het met andere woorden zichzelf helemaal niet of niet meer gewaar wordt – wat zeker niet gezegd kan worden van wie aan een of andere ziekte lijden. Een orgaan dat zich laat voelen, is ziek – aldus een vaststaand feit zoals neergeschreven in de boeken van de medische wetenschappen: deze waarheid betekent simpelweg dat optimaal functionerende organen helemaal niet in ons bewustzijn verschijnen – en dat hóeven ze ook niet te doen – wat met zich meebrengt dat wij met betrekking tot onze gezonde organen in de waan verkeren dat wij ze helemaal niet hebben. In dit onontwijkbare perspectief lijken, enerzijds, optimaal leven en, anderzijds, bewustzijn elkaar zelfs helemaal uit te sluiten. Ik word me pas bewust van het krijt waarmee ik schrijf, op het ogenblik dat het breekt, zo schrijft de grote Duitse wijsgeer Martin Heidegger en de onlangs overleden artiest en ziener, Leonard Cohen, dicht het hem na: There is a crack in everything – that's how the light gets in.

Het leven waarin wij zo spontaan bewegen, lijkt de normale gang van zaken terwijl het in werkelijkheid een uitzonderingstoestand is en in de hoogdagen van de natuurkunde en de biologie hebben zowaar tonnen inkt gevloeid om die grote waarheid te illustreren. Tegelijk zijn wij dermate aan ons bestaan gewend geraakt dat wij, geheel in ondankbaarheid verkrampt, niet meer beseffen hoeveel geluk wij hebben om gedurende enkele omwentelingen van de aarde om de zon, hier als levende schepselen te mogen vertoeven.

Grote natuurkundigen en filosofen hebben in geuren en kleuren uitgelegd hoe donker en hoe onbetreedbaar de ganse kosmos is; zelfs miljarden lichtjaren ver is geen levende ziel te bespeuren – op deze kleine aarde na. Bevriezen doet men terstond als men zich amper één enkele seconde lang onbeschermd uit de dampkring van de aarde begeeft – dat flinterdunne vliesje dat omheen de aarde spant – en uiteenspatten doet men dan, men verbrijzelt onmiddellijk tot minder nog dan niets.

Hetzelfde geldt met betrekking tot ons levende lichaam: onze gezondheid is een bijzonder broos evenwicht – de zogenaamde homeostase – waaruit bij de geringste schommeling zonder pardon en eens en voorgoed alle leven wijkt.

Het leven is de uitzondering, de dood is de regel. Maar leven en bewustzijn gaan niet zomaar samen; het bovenstaande in acht genomen, lijken zij elkaar zelfs uit te sluiten: het bewustzijn ontstaat namelijk waar pijn is en pijn zegt dat er iets schort, ongemak is een signaal voor ziekte. Zolang alles perst en klopt en schuimt zoals het hoort, kunnen wij op twee oren slapen; pas van zodra iets fout loopt, worden wij 'het' gewaar: het komt in ons bewustzijn en tegelijk is het daar dan – het bewustzijn zelf – en zijn wij ons ineens bewust; wij zijn bewust. Voordien wisten wij als het ware niet dat wij er waren, het was alsof wij sliepen, alsof wij er helemaal níet waren.

Edoch, het was niet alsof wij dood waren, aangezien het er de schijn van heeft dat leven en bewustzijn elkaars complimenten zijn: een organisme in optimale conditie, voelt zichzelf niet; pas een ziek lichaam, voelt dat het er is, is zich bewust, doet het bewustzijn geboren worden:

"There is a crack
A crack in everything
That's how the light gets in"

En als het zo is dat pas het ongemak en de ziekte in ons bewustzijn verschijnen of, anders gezegd, dat pas mét of via de ziekte het bewustzijn ín ons komt, alsof ons bestaan pas dán een aanvang nam – wat moeten wij in diezelfde lijn dan besluiten met betrekking tot de dood welke tenslotte het toppunt van het ziek-zijn is? Hebben wij er hoger immers niet op gewezen dat de vergelijking van de dood met de slaap op zijn zachtste gezegd misplaats is en dat het ongerepte leven en het bewustzijn wel elkaars rivalen lijken? Mogen wij dan met betrekking tot het vormen van enigerlei voorstelling van de dood, hem nog langer vergelijken met de slaap? Het ziet er daarentegen veeleer naar uit dat het stilaan de hoogste tijd wordt om die idée fixe te laten varen en om eens te gaan denken aan het tegendeel, zoals overigens reeds door meerdere zieners uitgesproken, onder wie de grote Nederlandse psychiater en schrijver Frederik van Eeden die naar aanleiding van de dood van zijn kind een boek schreef dat luistert naar de titel Paul's ontwaken. De dood kan gewis geen exponent zijn van de slaap, veeleer lijkt het erop dat hij een exponent is van het leven, een ontwaken binnen het ontwaken, een wakker worden in een wereld die nog echter is dan deze waarin wij ons steeds zo wakker hebben gewaand.

(Jan Bauwens, 30 oktober 2017)




           







18-10-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arbeidsethiek en de schuld van de zwaksten
Arbeidsethiek en de schuld van de zwaksten


In functie van het bepalen van de pensioenleeftijd, staat het dezer dagen opnieuw ter discussie welke dan de zogenaamd zware beroepen zijn en daarbij komt naast de fysieke belasting ook de psychische belasting of de stress ter sprake: niet alleen bouwvakkers verslijten rapper — aldus onze BV's in de media — maar bijvoorbeeld ook politiemensen, verpleegkundigen en leraren.

Er moet nu echter op gewezen worden dat in het hele verhaal telkenmale een welbepaalde categorie wordt vergeten, ofschoon deze groep almaar aangroeit en — getuige de zelfmoordcijfers — nog veel meer dan alle andere groepen te lijden heeft onder stress en uitputting: de groep van de werkzoekenden.

Om te beginnen wordt aan werklozen de schuld gegeven voor het feit dat zij zonder werk zijn, terwijl de werkvoorziening niet hun verantwoordelijkheid is maar die van de regering. Een vakman moet weliswaar zijn vak kennen, maar het is niet