|
door Thomas Deflo, 22/05/2006, Antwerpen Bronnen
O o r s p r o n g
Na WOII werden door het Amerikaanse CIA (Central Intelligence Agency)
zogenaamde 'stay behind' groepen op poten gezet, die binnen de NATO (North Atlantic
Treaty Organisation) moesten waken over de Amerikaanse invloed in Europa, en
communistische/linkse bewegingen moesten counteren indien deze te veel invloed
zouden krijgen. Aldus moest de Amerikaanse invloed op het wereldgebeuren, vooral tegen de invloed van Rusland, in
Europa intact gehouden worden. Deze 'stay behind'-groepen werden geconstrueerd
in het noorden in de Scandinavische landen; in het zuiden in Griekenland en Italië; in Duitsland, en gezien
zijn pivotale rol kon België niet achterblijven. De Europese groepen kregen de Italiaanse naam
'Gladio' of 'zwaard', een klassiek politiek fascistisch symbool.
Slechts weinigen binnen de Belgische
regering waren van het bestaan van de Gladio-netwerken op de hoogte. En de
geheimhouding was absoluut. Aldus Eerste Minister Wilfried Martens tijdens een
persconferentie op 9/10/1990: "Ik ben al elf jaar premier, maar ik wist
hoegenaamd niets van het bestaan in ons land van zo'n geheim netwerk."
Toenmalig Defensieminister Guy Coëme voegt eraan toe: "Natuurlijk is het
abnormaal dat ik bij mijn ambtsaanvaarding niet ben ingelicht over dit netwerk.
De Koude Oorlog is al lang voorbij en de recente gebeurtenissen in de landen
van het Oostblok tonen overduidelijk aan dat zo'n geheim netwerk volkomen
achterhaald is. Het is een anachronisme dat best kan worden opgedoekt."
Het Agalev-parlementslid Hugo Van Dienderen voelt nattigheid: "Dat geheime
netwerk deed meer dan zich voorbereiden op de strijd tegen een communistische bezetter.
(...) Medewerkers ervan probeerden de vredesbeweging te infiltreren. Bepaalde
Amerikaanse groepen zochten toen contact met hen. (...) Een voormalige
directeur van de CIA laat er geen twijfel over bestaan dat hun
inlichtingendiensten aan de basis liggen van de netwerken." Zoveel werd
inderdaad toegegeven door William Colby, ex-directeur van de CIA, in zijn
autiobiografie. Het bestaan van de Gladio-groep wordt bovendien in dezelfde
periode erkend door de Italiaanse regeringsleider Giulio Andreotti. Deze geeft
toe dat de militaire diensten van de NATO dergelijke operaties al lange tijd in
stand houden, en dat deze groepen zich laten financieren door de CIA.
S t r a t e g i e
Doorheen de praktische resultaten van de Gladio-netwerken voltrekt zich een
lang spoor van zinloos bloedvergieten, dat enkel bij hoofde van de
wereldvreemde en gevoelloze Amerikaanse veiligheidsdiensten een vlaag van
legitimiteit kan bezitten. Zo valt
in het rapport van de Italiaanse geheime diensten over Gladio te lezen: "De reactie
moet op twee parallelle methoden berusten: de psychologische actie en
terrorisme. Zo'n reactie wordt gedefiniëerd als de contra-revolutionaire
oorlog." Met andere woorden, hier komt het op neer: hou de bevolking
onderling verdeeld, angstig en onzeker, zodat zij vervolgens de noodzaak van
sterke veiligheidsdiensten beter zou appreciëren, en vooral: zodat zij
vrijwillig de volkssoevereniteit aan het staatsapparaat zou afstaan.
In 1968 wordt op Sardinië een NATO-basis ingericht, in de Marrargiukaap,
waar de eerste groepen anti-communistische agenten tijdens het komende jaar
worden opgeleid. Ze worden gedrilld in propaganda, desinformatie,
guerillatechnieken en sabotagedaden. De handtekening van de CIA is duidelijk.
In de zalen van het trainingscentrum hangen borden met de leuze 'Ik dien de
vrijheid in stilte'. Er wordt geschat dat er op zes jaar tijd niet minder dan
4000 Europese agenten hun opleiding voltooien. In de Italiaanse
onderzoekscommissie naar terrorisme zal later het bestaan van de basis erkend
worden, en zal een document opduiken van het Amerikaanse Department of Defense
uit 1970, ondertekend door Generaal Westmoreland, stafchef van het Amerikaanse
leger, dat de precieze Gladio-strategie beschrijft. De strategie
bestaat erin van via nationale veiligheidsdiensten zowel acties van
extreem-linkse als van extreem-rechtse groepen op poten te zetten, teneinde de
publieke opinie duidelijk te maken dat de communistische ideologie enkel met
militaire middelen kan gecounterd worden. In het document staan de volgende
aanbevelingen: "In tal van landen hebben de superieuren de conservatieve
strekking, omwille van hun familiale afkomst of omwille van hun opvoeding.
Daardoor zijn ze bijzonder ontvankelijk voor de antirevolutionaire doctrine. De
geheime diensten van het Amerikaanse leger moeten over de middelen beschikken
om special operations te starten die de regering en de publieke opinie
overtuigen van de noodzaak tot actie. Ze moeten trachten de opstandige milieus te infiltreren en met de meest
extreme elementen speciale acties op te zetten." De paranoïa van de
Amerikanen is te snijden, want in het geval dat de Europese regeringen het
communistische gevaar niet erkennen, "moeten de groepen tot de actie
overgaan op een al dan niet gewelddadige manier, naargelang het geval."
Tenslotte staat er: "Indien de infiltratie in de revolutionaire kringen
niet geslaagd is, kan de manipulatie van extreem-linkse organisaties het
vooropgestelde doel toch verzilveren."
Het Italië van 1969 zou een perfect voorbeeld voor de komende terreur in België worden. In de loop van
dat jaar wordt Italië door maar liefst 145 aanslagen geteisterd. Onschuldigen
verliezen het leven bij hopen. De SID (Servizio Informazione Difesa) jaagt
jarenlang achter linkse en anarchistische rebellen om de aanslagen op te
helderen. Tevergeefs. Uiteindelijk volgen onderzoekers de extreem-rechtse
piste, hetgeen in 1974 tot beschuldigingen leidt aan het adres van de directeur
van de staatsveiligheid zelf, generaal Miceli.
Vervolgens verschijnt, netjes volgens het Amerikaanse draaiboek, de
bloedige episode van de extreem-linkse terreur onder naam van de Rode
Brigaden (een zelfde clichéterm als de Cellulles Communistes Combattantes). Hun politieke moord op Aldo Moro in 1978, iemand met een progressieve, linkse overtuiging,
is verbazend, en sommige rechters verdenken openlijk betrokkenheid van de Italiaanse
staatsveiligheid in de aanslagen. Verder wordt bij bomontploffingen vastgesteld
dat explosieven worden gebruikt die enkel in militaire milieus voorkomen. Dat
wordt ook bevestigd door berouwvolle insiders. Generaal Maletti, die hoofd was
van de Italiaanse contra-spionage tussen 1971 en 1975, laat er in maart 2001
in een interview met de Britse krant The Guardian geen twijfels over bestaan:
"Those explosives may have been obtained with the help of members of the
US intelligence community, an indication that the Americans had gone beyond the
infiltration and monitoring of extremist groups to instigating acts of
violence. The CIA, following the directives of its
government, wanted to create an Italian nationalism capable of halting what it
saw as a slide to the left and, for this purpose, it may have made use of
rightwing terrorism. (...) I believe
this is what happened in other countries as well. Italy must clarify the mysteries of that time if it is to recover its national
dignity and sovereignty. Among the larger western European
countries, Italy has been dealt with as a sort of protectorate. I am ashamed to
think that we are still subject to special supervision."
Kortom, de hele
terreurgolf die Italië overspoelt past perfect in het Gladio-draaiboek. Dat
er een band is tussen de Italiaanse terreur en de CIA, zoals generaal Maletti aangeeft, stond al eerder bekend. In 1976 vindt een Amerikaanse onderzoekscommissie
over de CIA plaats, onder leiding van senator Pike.
Daarin valt te lezen dat de Amerikaanse ambassade in Rome een hoge functionaris
van de Italiaanse geheime diensten omkocht opdat een extreem-rechtse groep de
regering kon omver werpen en vervangen door een gunstiger regime. In 1983 publiceert
de Italiaanse inlichtingsdienst een studie over internationale wapenhandel.
Daarin staat te lezen dat, met toestemming van Alexander
Haig en Henri Kissinger (op dat
ogenblik adjunct en hoofd van de Amerikaanse National Security Council), de
Italiaanse staatsveiligheid in 1969 vierhonderd militaire officieren had gerecruteerd
voor de zogenaamde P2-loge. Later zou Richard
Brennecke, een ex-CIA agent, dat in een TV-interview bevestigen. De ex-agent
kan het weten, want hij heeft zelf binnen de cel gewerkt. Brennecke voegt er
aan toe dat de Amerikaanse regering maar liefst 10 miljoen dollar per maand
aan de operatie uitgaf. "We hebben de loge gebruikt (...) zodat in de jaren
'70 het terrorisme kon uitbarsten in Italië, en in andere landen. Deze loge
is nog steeds actief."
In 1980 vielen
met de bloedige bomaanslag in het treinstation van Bologna 85 slachtoffers.
Het onderzoeksteam naar de aanslag formuleert, na jaren dwarsboming door de
staatsveiligheid, pas in 1986 zijn conclusie: dat in Italië een private structuur
bestaat van militairen en gelijkgestemde burgers met als doel in te werken op
de democratie via ondemocratische middelen. De groep bedient zich onder meer
van terreur via neofascistische organisaties. "Het is een soort onzichtbare
regering, waarin de loge P2, bepaalde afdelingen van de geheime diensten, de
georganiseerde misdaad en het terrorisme nauw verbonden zijn," besluiten de
rechters. "Een duistere groep met extra-institutionele banden heeft jarenlang
in ons land geopereerd met als doel de politieke conditionering van de democratie
en de persoonlijke macht te verwerven. Om zijn doelstellingen te verwezenlijken,
maakte deze groep gebruik van het terrorisme."
Essentiëel was de getuigenis van Vincenzo Vinciguerra, een lid van de neofascistische Avanguardia Nazionale, die in 1984 letterlijk tot de onderzoekers zei: "We moesten burgers aanvallen, gewone mensen, vrouwen, kinderen, onschuldigen, onbekenden ver van elke politieke betrokkenheid. De reden was eenvoudig: het was de bedoeling de mensen, het Italiaanse publiek, de staat, om meer veiligheid te doen vragen. Dit is de politieke logica die achter alle slachtpartijen en bomcampagnes lag die onbestraft blijven, omdat de staat zichzelf niet kan veroordelen of zichzelf verantwoordelijk verklaren voor wat gebeurd is."
B e l g i ë
Op 16 augustus
1983 komt de politie van Vorst tussenbeide in een ruzie tussen ene Marcel
Barbier en diens broer. Marcel staat met een revolver te zwaaien en burgers
te bedreigen - iets wat niet meteen legio is in de Belgische hoofdstad. Tijdens
het onderzoek treden de politieagenten binnen in Barbiers woning in de Parmastraat,
en vinden daar iets verbijsterend: de agenten stoten tijdens de huiszoeking
op een zak met tientallen telexberichten waarop de vermeldingen 'NATO' en 'Confidential'
staan, afkomstig uit het NATO-hoofdkwartier in Evere. Wat een routineklusje
had moeten zijn, leidt tot de ontdekking van één van de meest opvallende indicatoren
dat de Bende van Nijvel zijn orders kreeg uit de kringen van de Amerikaanse
veiligheidsdiensten.
Barbier gaf onder druk van het politieonderzoek de
dag erna toe van lid te zijn van het Front de la Jeunesse, een notoire militie
met diepe neonazistische overtuigingen en paramilitaire activiteiten. De van
de kook gebrachte Barbier voegde er aan toe van deel uit te maken van een netwerk
met machtige internationale takken, waarvan hij de naam niet wou toegeven. Het
lijkt aannemelijk dat hij daarmee de NATO of de CIA bedoelde, de twee betrokken
organisatorische reuzen, met de gelijkende Gladio-strategie op het menu. Marcel
Barbier maakte ook deel uit van de nieuwe Westland New Post-groep, een overtuigd
fascistische organisatie opgericht door Paul
Latinus en Christian Smets --
twee belangrijke agenten van de Staatsveiligheid. Latinus (die zichzelf in 1981
tot maarschalk van de WNP had gekroond) was tijdens zijn carrière in opdracht
van de Staatsveiligheid vaak linkse en pacifistische bewegingen geïnfiltreerd,
en Christian Smets (die in de WNP de rang van kolonel had) was jarenlang commissaris
bij de Staatsveiligheid. Beide zijn in het Bende- en CCC-dossier hevig geïmpliceerd.
De losbol Barbier gaf dat allemaal toe tijdens zijn arrestatie, de morgen na
het gênante voorval met zijn broer in Vorst.
Dat de Belgische Staatsveiligheid betrokken is in de organisatie van
de moordende Bende-aanslagen staat welhaast buiten kijf. Jean
Bultot klapte daarover uit de biecht: toen Bultot in zijn schuiloord
Paraguay werd verhoord, preciseerde hij dat sommigen van de Bendeleden bij de
Staatsveiligheid behoorden. Hij voegde eraan toe -- hoewel hem dat niet gevraagd
werd -- dat de activiteiten van de CCC hetzelfde stramien volgden. Bij zijn
terugkeer in België was hij duidelijk minder rad van tong, en trok hij die verklaringen
weer in. Robert Beijer, die ook bij
de waarschijnlijke Bende-leden behoort, zou later onder druk van het onderzoek
gelijkaardige verklaringen afleggen. Hij zei letterlijk:
"Er moet een soort organisatie bestaan onder leden van de Staatsveiligheid,
de rijkswacht en de parketten. De aanslagen van de CCC maakten naar mijn idee
ook deel uit van een zelfde plan. Eén van de schuilplaatsen van de CCC
werd gehuurd door een broer van een lid van de Staatsveiligheid."
Het is een goed bewaard geheim dat de CIA buitenlandse inlichichtingsdiensten
onder haar paraplu tracht te brengen. Dat leidde overal ter wereld tot een ongeziene
golf van bloedige operaties in Zuid-Amerika, Azie, en Afrika, maar ook in Europa.
De neofascistische Gladio-netwerken zijn daarvoor aansprakelijk. Het doel is
van het Europese volk ervan te overtuigen dat links niet deugt, en dat de staat
meer orde en gezag nodig heeft om van de terreur gevrijwaard te bijven. Het
terrorisme in Italië en België wordt door de inlichtingsdiensten steevast in
de schoenen van extreem-links geschoven, terwijl het duidelijk is dat het veiligheidsapparaat
er zelf verantwoordelijk is. Deze 'strategie van de spanning', uitgedokterd
door de Amerikaanse National Security Council, en uitgevoerd met een heel netwerk
aan Europese handlangers, zal de geschiedenisboeken in gaan als één groot bedrog.
Dat zovele mensenlevens moesten sneuvelen om Europa van communistische invloeden
te vrijwaren, zal dan weer herinnerd worden als een grote schande.
---------------------
Ter nagedachtenis aan Hugo Gijsels (1950-2004) en Sergio Carozzo
(1959-2004), onderzoeksjournalisten over de Bende van Nijvel, mede als andere
dossiers over de inlichtingsdiensten. Beiden overleden hetzelfde jaar aan een
hartstilstand. Beiden waren alleen thuis.
---------------------
Bronnen:
- Daniele Ganser,
(PDF) Terrorism
in Western Europe: An Approach to NATO's Secret Stay-Behind Armies,
Frank Cass, London, 2004. Synopsis.
- Jan Willems (ed.), Gladio,
EPO, 1991.
- David Hoffman, A
Strategy of Tension, The Oklahoma City Bombing and the Politics of Terror,
Feral House, 1998.
- Mark Zepezauer, The CIA's Greatest Hits, Operation
Gladio, Odonian Press, 1994.
- Jos Van der Velpen, De
CCC: de staat en het terrorisme, EPO, 1988.
- Terrorists
'helped by CIA' to stop rise of left in Italy, The Guardian, 26 maart
2001.
- Het
Spiegelpaleis van de Gladiatoren, Georges Timmerman, De Morgen, 14 mei
2005 (PDF).
- Gladio bronnen op Wikipedia
(Engels), Wikipedia
(Nederlands), Parallel
History Project en Statewatch.
- CCC artikel op Wikipedia
- Buro Jansen & Janssen, Er zat een mol in de CCC
- Walter de Bock: 11 jaar na dato, Weergave uiteenzetting van 5 september 1996 in het IISG
- Hugo Gijsels, Netwerk Gladio, Kritak, 1991.
|