This is a bond between two people something that is special. When you find a friend like you, Then you know you have found a true friend. A friend is someone who is nice, with a big heart just like you. As time passes we only grow closer. Our memories grow larger and we grow smarter. Our friendship will never die trough thick and thin. You are my friend and I am your friend. You are the highlight of my gloomy days. We will always be friends.
als jij nog een gedicht hebt stuur dat dan door naar nick_bobber@msn.com misschien kom jij dan wel op mijn blog met jouw gedicht!!
gedicht van de regie:
Vrienden
Je hebt vrienden en vrienden met een groot verschil tussen beiden bij de ene zal je niet vinden wat je met de andere nooit zal scheiden Je hebt vrienden die om je geven die je een "echte" vriend(in) vinden die heb je voor het leven Je hebt vrienden waarmee je, je af en toe eens met kan amuseren maar vanaf dat zij de juiste weg vinden je weer een lesje hebt kunnen leren Je hebt dus vrienden voor het leven waar ook jij zelf altijd klaar voor zal staan de anderen heb je maar voor even en zullen ook nooit voor jou door een vuur gaan!
dit bericht draag ik op aan al mijn vrienden,echte vrienden!!
Soms probeer ik de manieren te tellen En redenen dat ik van je hou Maar het lukt me nooit zo ver te tellen Ik hou van je op een miljoen manieren En voor een miljoen redenen maar meer dan dit hou ik van je zoals je bent Je bent mijn dagelijkse zonneschijn Je bent mijn avond ster Alles wat ik ooit gewild heb van mij is wat jij bent Alles wat ik ooit wil of nodig heb dat is wat jij bent
Je bent mijn gedachten als ik wakker ben
En mijn dromen als ik slaap
Je bent de reden voor mijn glimlach
Je bent de woorden die ik spreek
Ik hou van je
Ik hou van je net zoals je bent
Alles wat ik ooit wil of nodig heb dat is wat jij bent!
Op een dag maakte een koppel een uistapje naar de kust. Toen ze terugkwamen vielen ze in pan in een bos. De minnaar zei dat hij naar de dichtsbijzijnde garage ging gaan. Toen was de echtgenote alleen in de auto en hoorde ze op de radio: "er is een moordenaar gesignaleerd in KRRRR" Toen hoorde ze: "TIKTIKTIK",terwijl de radio kraakte. Ze kreeg bang en deed de deuren opslot. Er was nog altijd hetzelfde geluid:"KRRR,TIKTIK. Toen keek de dame in haar achteruitspiegel en zag haar man zijn hoofd aan de radioantenne hangen. Het was dus de gesignaleerde moordenaar die dat had gedaan. Dus als je samen met je lief naar de kust gaat rij dan niet langs het bos!!
The End
2.Een avond om niet te vergeten. Babysit, telefoon en bloed!!! Er was eens een meisje van 14, Evi was haar naam en voor haar 1e keer mocht ze eens echt babysitten. Haar vader gaf voor alle zekerheid het telefoonnummer mee waar zij zaten.Het was 22.00 uur en het kleine meisje van 2 jaar een half lag al in haar bedje te slapen. Terwijl Evi gespannen naar een horror op de TV zat te kijken, ging opeens de telefoon. "tringggg","tringgg". " Met de babysit van Van Elst", zei ze vriendelijk.Een kille en koudbloedige stem zei "IK", en legde neer. Evi vroeg af wie dat zou zijn geweest, maar algauw vergat ze het voorval door een geschreeuw van de baby boven te horen. Ze ging kijken en zag dat het kindje haar tutje was gevallen.Nadat ze het kleintje had getroost ging ze terug naar beneden. "Tringgg", "tringgg". Evi nam op en opeens hoorde ze terug die kille stem van daarjuist die zei : " BEN".Snel legde Evi op en met paniek belde ze naar haar vader. " Papa, papa, er is een akelige man die al 2 keer heeft gebeld, en de eerste keer zei hij 'IK' en de tweede keer zei hij 'BEN'.Ik weet niet wat ik moet doen, wat als hij nog eens belt? Vader antwoorde: ' Ik kom zo snel mogenlijk'. Evi legde op en opeens ging de telefoon weer.Met een akelige stem zei de man: " HIER" !!!!! Zo snel als ze kon rende ze naar de trap om de baby uit haar kamertje te halen en dan zo snel mogenlijknaar buiten te lopen. Maar toen ze aan de trap kwam, stapte er een man met een bloedend mes in zijn linkerhand en het kinderhoofdje in zijn rechterhand naar beneden.Evi rende naar buiten en kwam in de armen van haar vader terecht. Toen haar vader naar binnen wou gaan, zag hij alleen het kinderhoofdje liggen.Evi zit nu in een psychiatrische instelling, omdat ze dit alles niet kon verwerken, en elke nacht nachtmerrie's had. De ouders van de baby zijn nu verhuist naar Amerika, en proberen daar een nieuw leven te beginnen. Wat er met de moordenaar is gebeurt weet niemand...?
3.De verdwenen lifster...
Het was bijzonder donker die avond. De wolken verduisterden de sterren en de maan en de weg was nauwelijks verlicht. Een eenzame auto reed langs de verlaten landweg. Aan het stuur zat een man van middelbare leeftijd. Het was laat geworden, veel te laat, vond hij. Maar zo ging het wel vaker met feestjes op het werk. Hij staarde geconcentreerd naar het zwarte asfalt voor zich en zong luidop om wakker te blijven. En toen, heel plots, zag hij haar. Een jong meisje, aan de kant van de weg, bezorgd wuivend. Even vroeg hij zich af of het wel een goed idee zou zijn om te stoppen. Hij was helemaal alleen, op zo een eenzame weg... Misschien was het wel een valstrik. Misschien zaten er handlangers in de struiken te wachten, klaar om toe te slaan. Maar toen hij de bange ogen van het meisje zag, toen hij zag hoe jong ze was - hij had zelf een dochter van zeventien, en welk onmens zou haar nu laten staan? - vertraagde hij. En stopte. Het meisje, zichtbaar opgelucht, kwam naar de wagen gerend. Ze droeg een satijnen baljurk met een dunne sjaal om haar schouders. Haar haren waren hier en daar ontsnapt aan de veel te ouwelijke wrong op haar hoofd. Ze opende het portier achteraan en stak haar hoofd naar binnen. 'Zou u me een lift naar huis willen geven, alstublieft? Ik wacht hier al zo lang en het is koud...'. De man knikte en nodigde haar uit om in te stappen. 'Waar woon je?', vroeg hij. 'Op de Molenweg, nummer zeventien'. De man knikte teveden. Dat lag mooi op zijn weg. Of toch bijna. Die ene zijstraat kon hij er wel bijnemen. Het meisje ging op de achterbank zitten. Ze rilde van de kou. 'Hier', zei hij, 'neem mijn jasje maar'. Ze glimlachte dankbaar en drapeerde het jasje om haar schouders. Hij begon te rijden en keek af en toe door de achteruitkijkspiegel naar haar. Het liefst wilde hij haar vragen wie ze was, waar ze vandaan kwam, wat ze zo laat helemaal alleen deed op die landweg. Maar er was iets in haar voorkomen dat hem het zwijgen oplegde. Na een tiental minuten bereikte hij de Molenweg. Hij wilde inslaan, maar zij hield hem tegen. 'Dank u', zei ze, 'de rest loop ik wel'. Voor hij kon protesteren, opende ze de portier en sprong uit de wagen. En weg was ze, in één-twee-drie op geslokt door de duisternis. Hij begon weer te rijden, maar zijn hoofd was helemaal vol van het meisje. Hij probeerde het gepieker van zich af te schudden. Ruzie gekregen met haar vriendje en onderweg uit de auto gestapt. Zoiets moest het zijn. Pas toen hij zelf uit de auto stapte en de kou venijnig door zijn hemd voelde prikken, besefte hij dat ze zijn jasje nog had. Niet erg. Hij zou het de volgende morgen wel ophalen. Molenweg zeventien. Al vroeg in de ochtend reed hij de Molenweg op en stopte hij bij nummer zeventien. Hij belde aan en aan de deur verscheen ee vermoeid ogende, grijze vrouw. Hij knikte haar toe. 'Goeiemorgen, ik heb vannacht uw dochter thuisgebracht, maar ik vrees dat zij mijn jasje nog heeft. Hebt u het toevallig niet gezien?'. De ogen van de vrouw werden groter en toen schudde ze langzaam het hoofd. Ze glimlachte triest. 'Mijn dochter is dood, mijnheer'. De man verstarde. 'Maar hoe kon dat...', stamelde hij. Zijn stem stierf weg, toen hij door een kier in de deur een foto zag van het meisje: de satijnen baljurk, de sjaal, het opgestoken haar, en naast haar de vrouw die hier nu voor hem stond. Stukken jonger, met stralende ogen en donkere haren. 'Dat is ze, ja, samen met mij', zei de vrouw zacht. 'Het is de laatste keer dat ik haar zag. Gisteren was het precies tien jaar geleden dat ze naar het schoolbal ging. Ze kwam nooit meer thuis. Op de terugweg gebeurde een auto-ongeluk. Ze was op slag dood'. De man fluisterde een verontschuldiging en ging weg. Totaal verdwaasd ging hij in de wagen zitten en startte de motor. En toen reed hij langs het kerkhof. En hij keek, zomaar. Over een grafsteen hing een jasje. Zijn jasje. Hij nam het en de inscriptie op het graf kwam tevoorschijn: 'Voor ons enige kind, teder geliefd en diep betreurd. 1964 - 1980'. Alweer was ze er niet in geslaagd thuis te komen.
4.Alleen in het donker Jane en Melissa deelden samen een studentenflat op de campus van een Amerikaanse universiteit. Rond 9 uur 's avonds herinnerde Jane zich dat ze haar bibliotheekboek nog terug moest brengen. Ze vertelde haar huisgenote dat ze naar de bibliotheek ging en waarschijnlijk nog even de kroeg in zou duiken. Ze vroeg Melissa of ze meeging, maar die vertelde dat ze vroeg ging slapen. Ze vroeg Jane of die de lichten uit wilde doen als ze naar buiten ging.
Jane deed dit en ging op weg naar de bibliotheek. Onderweg kwam ze een vriendin tegen, met wie ze even bleef praten. Opeens realiseerde ze zich dat ze het boek was vergeten. Ze ging terug naar huis om het op te halen. Om haar huisgenote niet wakker te maken, zocht Jane in het donker naar het boek. Met het boek onder haar arm ging ze vervolgens opnieuw naar de bibliotheek, waarna ze met een paar vrienden de kroeg inging.
Toen Jane midden in de nacht terugging naar huis, stonden voor haar deur een ambulance en een politie-auto. Een agent nam haar mee naar haar studentenflat. Daar zag Jane twee dingen die ze haar hele leven niet meer zou vergeten: de matras van haar huisgenote zat onder het bloed, en iemand had met lipstick op de muur geschreven:
"Ben je niet blij dat je het licht niet hebt aangedaan?"
5.De donkere kraamkamer Een hoogzwangere vrouw wordt aangereden door een auto en overlijdt aan een hersenbloeding. Ze wordt door een begrafenisondernemer gekist en in afwachting van de begrafenis opgebaard in de aula.
Een personeelslid van de begrafenisondernemer meent geluiden in de kist te horen en meldt dat aan de eigenaar. Die stelt zijn werknemer gerust en verbiedt de man erover te praten, omdat dat de zaak zou kunnen schaden.
Na de begrafenis vertelt de werknemer het verhaal een beetje lacherig aan de weduwnaar. Die laat onmiddellijk de kist opgraven en openen. In de kist ligt de vrouw met een van pijn vertrokken gezicht en bebloedde handen. Naast haar ligt een pasgeboren, dode baby.
Ik ben nick luyckx, en gebruik soms ook wel de schuilnaam bobber.
Ik ben een man en woon in (belgie) en mijn beroep is student.
Ik ben geboren op 02/01/1992 en ben nu dus 18 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: vanalles.
i love you