terra's memories
Inhoud blog
  • GLASFAMILIE
  • FLINTERDUN
  • TALENTSCOUT
  • WELBEREID
  • Vogelkwartet
  • ONTWIKKELING (II)
  • Vleugelstof
  • Gordon in Suriname
  • MOEDERBORD
  • TRALIES
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Aanbevolen adressen
  • Spinnenkop
  • opgeschreven herinneringen
    06-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Welkom met een groet
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Beste lezeressen en lezers, beste vrienden en vriendinnen van verhalen over het verleden, geachte dames en heren,

    Omdat ik nog niet weet wie mijn verhalen gaat lezen, weet ik ook niet goed hoe ik u moet aanspreken. Niettemin heet ik u hartelijk welkom op dit blog. Ik hoop hier met een zekere frequentie verhalen te publiceren over persoonlijke herinneringen en ervaringen. Dat doe ik om twee redenen. Allereerst omdat ik graag schrijf. In de tweede plaats omdat het opschrijven van herinneringen en verhalen-van-vroeger mij dwingt om nog eens goed na te denken over dat verleden. Bijvoorbeeld over het waarheidsgehalte van wat ik schrijf. Iets is al heel lang verleden tijd en beiden, u en ik, lezer en schrijver, zullen zich wellicht afvragen: is dit precies zo gebeurd? En: was dat wel zo of dénk je maar dat het zo was zoals je schrijft?

    Schrijven is, anders dan wat u misschien dacht, een twee-richtingen proces. Een schrijver zet iets op papier en hoopt dat de lezer het op déze manier zal willen begrijpen en interpreteren. Maar de lezer zou er wel eens heel anders over kunnen denken, daar moet de schrijver zich van bewust zijn.

    Dat geldt ook voor mijn verhalen. Ik schrijf over zaken uit mijn persoonlijk verleden. Ik schrijf natuurlijk ook met een bedoeling: ik hoop dat ik u vermaak, dat ik hier en daar bij u een glimlach ontlok. Of juist andersom: dat wat ik schrijf u ontroert en even stil maakt. Al naar gelang het verhaal. Ik schrijf ook zoals mijn snavel gebekt is, namelijk met een eigen stijl. Ik hoop dat wij elkaar zullen bereiken en aanvoelen.

    In ieder geval bedank ik bij voorbaat iedereen voor haar of zijn komst hier op dit blog. Ik wens u veel leesgenot!



    Nootje: (1) De verhalen staan na deze begroeting, chronologisch gezien, in omgekeerde volgorde van verschijnen, dus de jongste eerst en de oudste achteraan. Dat geeft niet, want ieder verhaal staat op zichzelf. Bovendien zijn alle verhalen mij even lief.




    06-02-2009, 00:00 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (10 Stemmen)
    Tags:Terracidus,Terra Acidus,autobiografisch,herinneringen
    14-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GLASFAMILIE

    Een familieverhaal met vier foto's.


    Ergens tussen oude paperassen lag het en ergens tijdens mijn ontdekkingsreizen naar familiegeheimen vond ik het: een klein, roze-achtig envelopje met breekbare waar. Het was een glazen negatief zoals een fotograaf in prehistorische tijden placht te gebruiken. Misschien kent u uit het kleinbeeldfilmtijdperk nog de stroken met de zes negatieven. Je kreeg ze erbij wanneer je bij de fotograaf je ontwikkelde en afgedrukte foto’s ophaalde. ‘Om later nog eens een herdrukje te kunnen maken,’ zei de fotograaf. ‘Want zelf bewaar ik die dingen niet,’ vervolgde hij dan, ‘want dan kan ik wel aan de gang blijven met mijn tweehonderdtwaalf vaste klanten.’

    In ieder geval gaat het om dit soort negatieven, maar dan op glas. Het formaat is 9 bij 12. Het exemplaar dat ik vond was lichtelijk beschadigd met rafelige randen. Wat u op het zwarte glas ziet is niet het negatiefbeeld, maar een spiegeling van een plaat aan de wand. Dat is toeval.

    Wat stond er op dit negatief? is uw terechte vraag. Dat was heel moeilijk te zien, ook niet met een lamp op de achtergrond, en zeker niet als je zo kippig bent als ik de laatste tijd. Ik zag heel vaag en heel klein een aantal personen in een landschap. Wie, wat of waar was niet te zeggen.

    De moderne tijd staat voor niets, ook niet in dit geval. Dit kolossale en gruwelijke cliché ten spijt heb ik mij vervolgens ingespannen om achter het geheim van de glasplaat te komen. Met mijn linker hand hield ik het glasnegatief voor een werklamp van 500 watt. Lang genoeg om met de digitale camera in de rechter een foto te maken van het object ter zake en kort genoeg om niet te smelten van de hitte. Het resultaat was hoopgevend. Tenminste iets te zien, constateerde ik terwijl ik de werklamp buiten liet afkoelen. Bovendien zag ik mijn linkerhand fraai in beeld gebracht, maar dit terzijde. De zwarte verticale strepen op het nu duidelijker negatief zijn ijzeren beschermdraden die de werklamp tegen schokken en vallen beschermen.

     Op dit punt aangekomen manifesteert zich het genot van de digitaliteit. Want uw en mijn  digitale camera kunnen een negatief omkeren in iets positiefs. Zelf doen wij dat met een programma dat zich photoshop noemt. Normaliter maak ik bezwaren tegen het manipulatief gebruik van dit soort hulpmiddelen. Want je weet niet wat je ziet. Ik bedoel dat nu even letterlijk, want bij veel foto’s weet je niet of en hoe je door photoshop in de maling wordt genomen. Is dit mevrouw Schuurman die we hier in een niet-ordentelijke pose zien afgedrukt? Of is dit het hoofd van mevrouw Schuurman dat door een valsaard-van-een-fotograaf op het lijf van iemand anders is gezet? Dit bedoel ik nou: je weet het niet.

    In mijn geval echter is de mogelijkheid tot omkeer (van negatief naar positief) een uitkomst. Eén correctiemogelijkheid aangeklikt en je weet wat je ziet. Razendsnel verandert de optiek van fotograaf en beschouwer. Het geheim van de glasplaat wordt blootgelegd. Het is mijn (schoon)familie die hier wordt  afgebeeld. Dat mijn hand nu ook wordt omgekeerd, nemen we voor lief.

    Ja, dan had ik net zo goed meteen naar het familiealbum kunnen gaan. Want daar, meen ik mij te herinneren, heb ik ooit dit fotootje gezien.

    Het klopt: het is mijn schoonfamilie, de familie van mijn vrouw. Zij zelf staat midden-voor en zij kon u nog precies vertellen hoe het jurkje er uitzag dat ze droeg. Achter haar staan haar grootvader en haar ouders. Alle vier intussen overleden. Het zusje op de arm van moeder maakt het nog steeds goed. Het oudere zusje linksvoor is heel jong gestorven: twee jaar later, in 1948.

    De foto is een positieve afdruk van het zwarte glasnegatief. Ik neem aan dat de fotograaf tegen mijn schoonouders heeft gezegd: “Hier heb je het glasnegatief. Dan kun je er later altijd nog eens een afdrukje bij laten maken. Ik doe het zolang in een roze-achtig envelopje. Misschien kan iemand het later nog ergens voor gebruiken. Voor een verhaaltje of blogje wellicht?”

     

     

     









    14-12-2017, 22:03 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:glasnegatief, fotografie
    01-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FLINTERDUN

    Van al mijn blogverhalen heb ik een kopie op papier. U natuurlijk ook, voor zover u uw zielsroerselen aan dit medium toevertrouwt. Gemakkelijk, alles bij de hand, de verhalen en de foto’s. Om twee redenen ideale lectuur wanneer je eens een keer ’s nachts niet kunt slapen: enerzijds amusant en aan de andere kant bij vlagen slaapverwekkend. 

    Papieren probeerversies druk ik af met mijn zwart-witte laserprinter op goed en goedkoop printpapier. Nu loop ik al dagen rond met het kwellende probleem van de 80 gram. Dit pak bevat 500 vel 80-grams DIN A4-papier, lees ik op de verpakking. 80 Gram per eenheid, dat begrijp ik wel. Maar wat is die eenheid, een blad, 100 bladen, of een pak van 500? Wie of wat weegt er hier nu 80 gram? Het sop is de kool niet waard, maar ik wil het nu toch wel eens weten. Mijn aftandse brievenwegertje brengt de waarheid aan het licht. Zestien (16) vellen wit-maagdelijk A4-papier wegen schoon aan de haak 80 gram. Zo zit dat dus.

     

    Eigenlijk dacht ik na over boeken met uiterst dunne en dus lichte pagina’s. Ik heb er wel wat. Even langs wat kasten lopen en ik kom terug met

     a)    een bijbel van Ma (compleet met haar zelfgemaakte boekenlegger) in de uitgave van NBG 1951, gebonden, oude + nieuwe testament samen zo’n 1530 pagina’s. Totaalgewicht 815 gram inclusief de boekenlegger van 9 gram.

    b)   De Verzamelde gedichten van Gerrit Achterberg. Een derde druk. Uitgegeven door Querido in 1967. Volgens een kleine notitie op het schutblad heb ik de bundel in december van hetzelfde jaar gekocht. In het boek ligt een aantal krantenknipsels want over Achterberg raakt men natuurlijk nooit uitgeschreven. Zegge en schrijve duizend pagina’s verdeeld over een totaalgewicht van 590 gram.

    c)    Charles Dickens: De nagelaten papieren van de Pickwick Club. Een uitgave van Het Spectrum, 1967. De prachtige, virtuoze Nederlandse vertaling is van Godfried Bomans. Als je het boek omkeert en vanaf de andere kant begint te lezen, lees je een ander meesterwerk: David Copperfield. Pickwicks papieren tellen 1100 bladzijden, Copperfield 1084, samen met vier blanco pagina’s tussen beide boeken 2188 bladzijden. Alsof je een emmer water leeg gooit. Zoiets uitgebreids en zwaarwichtigs moet zwaar wegen denk ik dan. Maar dat valt mee (of tegen, zo u wilt): 494 gram. Ik hoor Pickwicks knecht Sam Weller roepen: mag het een grammetje meer zijn?

    d)   Het muzikale mag niet tekort komen. De bundel Nederlands Volkslied (Uitgeverij De Toorts) kent 384 bladzijden en beleeft in 1953 al zijn zevende druk. Niet minder dan 282 volksliederen met titels als Daar ging een meid om water uit, Van minne ben ik dus gewond (voor sommigen onder ons beter bekend als Van binnen ben ik dus gezond) en Stoelen te matten vinden er hun plek. Vergezeld van een passend notenbeeld en sappige illustraties. Je begrijpt niet hoe het kan op zo’n klein, dun stukje papier. De samenstellers moeten nog wel even genoemd worden. Inderdaad, Pollmann en Tiggers. En het gewicht? 114 Gram, en dat voor zoveel moois!

     

    Behalve Achterberg, die je met mondjesmaat moet proeven, zijn de boeken uitentreuren bekeken en gelezen. Dat is wel te zien ook. Pickwicks verhalen las ik elk jaar als we in de zomervakantie ergens op een camping stonden. Als de tijd het toeliet gevolgd door Copperfield. Stukgelezen, schreef ik, maar dat geldt niet voor Ma’s bijbel. Die ziet er nog tamelijk strak en proper uit, afgezien van de drie losse pagina’s bij het boek Leviticus. Dit is Ma’s tweede bijbel. De eerste, de trouwbijbel, aan mijn ouders uitgereikt in 1930, was volledig aan het einde van zijn latijn. Hij viel van narigheid uit elkaar, zoals we dat zo plastisch zeggen. Aan het eind van haar leven was Ma niet meer zo voorzichtig met boeken, daar komt het van dat u enkele koffievlekken en wat losse pagina’s aantreft.

    De Nederlandse volksliederen zien er ook lichtelijk verfomfaaid uit, maar daar zit een ander verhaal achter dat nu afsluitend volgt.

     

    Vijf  jaar lang fietste ik naar school, in dit geval naar de kweekschool in Doetinchem. Twintig kilometer heen en terug, via Breedenbroek (of all places), de Kroezenhoek, Silvolde, Terborg, Gaanderen en Oosseld naar de stad. Soms namen we een alternatieve route terug, via de Wrange, langs het Onland en de bossen van de Slangenburg naar Oud-Gaanderen en dan binnendoor terug naar huis. We fietsen meestal samen met een groepje leerlingen van dezelfde school.

    Na een rapportuitreiking voor de zomervakantie stonden we al om elf uur op straat. We besloten eerst maar even naar de uitspanning ’t Onland te gaan voor een beugeltje Grolsch. (Bedoeld is natuurlijk Grolsch Bier in een beugelfles.) Toen we veel later met de kolder in de kop over de brug bij Gaanderen kwamen, pakte mijn klasgenote Suus W. mijn tas van mijn fiets en gooide die in de beek. Vlakbij de stuw. Met veel pijn en moeite heb ik tas met boeken kunnen redden. Aan dit Nederlands Volkslied is nog te zien hoe ik alle flinterdunne aan elkaar geplakte blaadjes van elkaar bevrijd heb om ze te kunnen drogen.

     

    Zo ziet u maar weer dat boeken altijd twee waarheden kennen. De eerste waarheid leest u in het boek, de tweede waarheid hangt om het boek heen als een flinterdunne geschiedenisschil.

     

     







    01-12-2017, 11:14 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:boeken
    03-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TALENTSCOUT

    Op het moment dat ik dit schrijf verkeert het Nederlandse voetbal in een diepe impasse. Men slaagde er niet in om aan het laatste EK deel te nemen en hetzelfde dreigt voor het komende WK. Hoe anders en beter de voetbalkunst van de Belgen (die zo nodig een Engels klinkende bijnaam moeten hebben, maar dat terzijde) die de eer van de lage landen hoog moeten houden.

    Het volgende verhaal, dat voor een niet gering deel op waarheid berust, gaat over de grootste en beste voetballer die Nederland ooit heeft gekend. Ik bedoel natuurlijk Johan Cruyff. En over diens ontdekker.

     

    “Kent u toevallig deze jonge voetballer?’ is de vraag waarmee een zekere meneer Govert K. Jansen (Goofie voor zijn vrienden) mij ergens in de hoofdstad lastig valt. ‘Het is iemand die naar men zegt in deze buurt is opgegroeid. Op dit pleintje heeft hij potjes straatvoetbal gespeeld met doelen van hoopjes kleren en hier heeft hij  zijn weergaloze techniek verworven. Van zijn naam kan ik alleen zeggen dat hij uitspreekbaar, maar volstrekt onopschrijfbaar is. Het lijkt op Kroif of zoiets.’

    We schrijven het jaar 1967 of daaromtrent  en aan het woord is zogezegd de heer Jansen wiens echte naam wij om redenen van privacy niet zullen noemen. In de wereld van de voetbal wordt toch al te veel onder valse voorwendselen gewerkt en op de man gespeeld. Vooral in de wereld van de zogenoemde voetbaltalentenzieners. Dat zijn mensen, kenners, die kunnen voorzien (schouwen, voorspellen) welke jeugdige speler later zal doorbreken. Meneer Jansen is zo iemand. Hij, en met hem ieder andere ziener,  beweert stellig dat hij uit de veelheid van jeugdige voetbaltalenten de toekomstige grote meesters kan aanwijzen. Meneer Jansen was vroeger zelf geen talent. Hij was bij de verkenners in de tijd dat die nog geen scouts werden genoemd. Daarom staat er in zijn identiteitspapiertje onder het kopje: beroep de aanduiding talentscout. ‘Geef mij twintig jongens’, (of meisjes, het principe is hetzelfde) zegt meneer Jansen ‘en ik zeg u onder ede welke jongen of meisje later zal doorbreken en tot grote roem zal geraken. Ik heb daar zeven minuten voor nodig: vijf voor de analyse van de spelkwaliteiten en twee voor het formuleren van een advies. Maar dan is het ook raak.’

    Meneer Jansen bewaart een geheim in zijn hart. Ooit heeft hij ergens een talent gescout waarvan hij de naam is vergeten. ‘Uitermate dom voor een scout,’zegt hij van zichzelf, ‘maar zo is het gelopen. Ik zag wat tientallen andere scouts niet zagen. Ondanks het feit dat zij bij de KNVB geslaagd waren voor het officiële scoutingdiploma. Zij moeten oogkleppen op hebben gehad,’ vervolgt meneer Jansen, ‘want zo’n goudmijntje laat je niet liggen. Ik zag hem, werd doodsbleek van de opwinding en spanning, want zoiets maak je maar één keer in je leven mee, maakte een fotootje en VERGAT NAAR ZIJN NAAM EN ADRES TE VRAGEN.’ Hij haalt nog maar eens een keer de actiefoto tevoorschijn en vraagt mij nogmaals of ik weet wie er op staat.

     

    ‘Laat mij de foto nog eens zien,’ vraag ik de heer Jansen als we op een terrasje bijkomen van de vermoeienissen en ik de schuimkraag langs de binnenkant van mijn bierglas langzaam zie dalen. ’Ik denk dat ik het weet. Wij moeten ergens bij de Rendierbrug zijn of daaromtrent.’ Wanneer meneer Jansen meteen wil opstaan, zeg ik, het glas bier lekker langzaam door mijn keel spoelend, ‘ho, ho, niet zo vlug makker! Je mag met me mee, maar er wordt niet gescout. Als er iemand iets gezien heeft, ben ik het, onthoud dat. Als je denkt er een slaatje uit te kunnen slaan, vergis je je schromelijk.’ De heer Jansen, die de betekenis van het woord schromelijk niet kent, schrikt en zwijgt bedremmeld.

    Wij naar de grachtengordel. En inderdaad, ergens op de Elandsgracht (ik zit er dus niet ver naast met mijn Rendierbrug) treffen wij een illuster gezelschap aan. Ik maak daar ogenblikkelijk een polaroidje van, want digitale camera’s bestaan in die tijd nog lang niet.

     

    Links op de voorgrond, op een plek die hem toekomt, zit de gezochte hoofdpersoon. Hij kijkt afwachtend, rustig, maar niet onvriendelijk in de richting van de camera. Achter hem staat zijn broer een oogje in het zeil te houden. De twee figuren rechts zijn a) een voetbalmakelaar met zes spelers in zijn portefeuille, en b) een collega van de heer Jansen: de scout K. van der A. Beiden dragen grote hoornen brillen om het imago van denker en schouwer te accentueren. Zij laten zich – en nu komt de oplossing van het geheim – nieuwe voetbalschoenen aanmeten in de zaak van Johan Cruyff, het gezochte hemelse voetbaltalent. De voetballer met de uitspreekbare, maar niet-opschrijfbare achternaam en de goddelijke passeerbeweging, naar wie de heer Jansen op zoek is. Kijkt u naar de gezichten van de potentiële klanten, de scout en de makelaar. Ze zijn zich terdege bewust van het belang van dit moment.

    Anno 1968 is Cruyff  hier zowel de geniale voetballer-in-wording als de zakenman-in-spé. Naast het geld dat hij met voetballen verdient, verkoopt hij als bijverdienste schoeisel van de merken Puma, Adidas, Quick en andere in veel maten en weinig kleuren. Hij zal nog jaren zijn stempel op het Nederlandse en internationale voetbalgebeuren drukken. Aldus de heer J. Jansen, voetbaltalentscout volgens zijn paspoort en iemand met een vooruitziende blik. Een echte voetbalziener met andere woorden.

     

     Bron: de foto van de voetbalschoenenverkoper Johan Cruyff stond in de Katholieke Illustratie (102e jaargang, no. 35, 31 aug. 1968)

     

     

     





    03-10-2017, 16:36 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    03-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WELBEREID

     

    Een Nederlandse psychologiehoogleraar – ik geloof dat het Draaisma uit Groningen was – beweerde eens dat, naarmate je ouder wordt, gebeurtenissen uit je allerjongste jaren beter blijken te beklijven in je langetermijngeheugen dan situaties en gebeurtenissen uit je middelbare leeftijd. Oude mensen, tachtigers, kunnen zich vaak haarscherp dingen herinneren uit hun lagereschooltijd, terwijl zij zich veel zaken uit de tijd toen ze vijftig waren niet goed meer voor de geest kunnen halen.

    Onlangs las ik ergens (of hoorde ik ergens) het woord welbereid. Prompt en spontaan zei ik: welbereid, zo heet mijn meid.

    Na een tijdje nadenken over deze frappante aanvulling kwam ik tot de conclusie dat deze zin deel uitmaakt van een vers dat wij op de lagere school tijdens de leesles moeten hebben gelezen. Het stond in ons leesboekje. We lazen het zo vaak dat ik het stapelvers – want dat was het – tenslotte uit mijn hoofd kende.  

    Het vers gaat over een mannetje dat niet goed wijs is omdat hij zijn huisje op het ijs bouwt. Daarna trekt hij de wijde wereld in om het huis vol te krijgen. Hij begint met een hennetje, gevolgd door een haantje. Vervolgens een aantal (huis)dieren, een paard-en-wagen, om tenslotte te eindigen met vrouw en kind.

    De eerste twee regels kende ik nog:

             Er was eens een mannetje dat was niet wijs,

             Dat bouwde zijn huisje al op het ijs.

    Om te vervolgen met: En hij wou dat hij een (….) had.

     

    De charme van het vers is dat elke keer dat een dier of mens aan de menagerie wordt toegevoegd de hele rij van de dan al aanwezigen wordt opgedreund. De rij die niet hoe langer hoe dikker, maar langer wordt. Leuk is ook dat de laatst aangekomene het eerst wordt genoemd.

    Het laatste couplet meldt dat het mannetje een kind krijgt.

     

    En hij wou dat hij een kind had.

    Welbemind, zo heet mijn kind,

    Hou-en-trouw, zo heet mijn vrouw,

    Welbereid, zo heet mijn meid,

    Alberecht, zo heet mijn knecht,

    Welbehagen, zo heet mijn wagen,

    Vlasstaart, zo heet mijn paard,

    Na-me-toe, zo heet mijn koe,

    Ducdalf, zo heet mijn kalf,

    Blè, zo heet mijn kalf,

    Kokkelekaan, zo heet mijn haan,

    Tjip, tjip, mijn hennetje,

    ’s Avonds in de korte kooi,

    En ’s morgens in het rennetje.

     

    Het stapelvers stond oorspronkelijk in het Nederlandsch Leesboek voor de Christelijke scholen; een uitgave van P. Noordhoff  (vierde druk, 1920).

    De prachtige tekeningen waren van Tjeerd Bottema.


     

     





    03-09-2017, 00:00 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:stapelvers,leesoefening,
    25-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vogelkwartet

    Sinds vogelheugenis komt het vriendenclubje tenminste een keer per halfjaar samen. "Het machtige hoopje veren" is de titel van dit illustere gezelschap, waarbij opgemerkt moet worden dat de naam is gestolen (zeg maar gejat) van enkele reeds geruime tijd geleden ter ziele gegane Russische zielen. Maar wij laten genade voor recht gelden, ook al omdat het wel een passende naam is. Want op de frequente bijeenkomsten van deze gevederde vrienden worden spijkers met koppen geslagen. De neuzen worden weer dezelfde kant op gericht, de horloges worden op (dezelfde) tijd gezet, en bovendien is het meestal uitermate gezellig om niet te zeggen geanimeerd. Normaliter bestaat de kring uit vijf vogels. De laatste keer echter, in februari jongstleden, moest bij ontstentenis van de heer Z. Kraai en met ontsteltenis van de overigen vergaderd worden met zijn vieren. Des te opmerkelijker is de goedkeuring van het kwartet om enkele gespreksflarden te mogen weergeven.

    Het handigst is het waarschijnlijk om u de gespreksdeelnemers eerst even voor te stellen. (Even een ferme tik met de onderkant van de aanwijsstok-met-rubber-dopje op de grond: eerste dia graag! In dit geval verwijzen wij u naar de plaatjes beneden.)

     

    Links ziet u F(rits) de Koning. Hij is inderdaad van lichtelijk koninklijken bloede met zijn lichtblauw gevulde slagaders. Sommigen onder u misschien nog wel bekend door zijn niet na te vertellen escapades. De horizontale streep over zijn lichaam geeft aan tot hoever Frits bij het zwemmen onder water ligt. Noteer de begrippen waterspiegel en diepgang, zeg ik even tegen hen die van geen toeten of blazen weten. Daarnaast mevrouw Klara Winter. Klein van stuk, maar groot van karakter. Tweede van rechts Koosje Pimpel, een ietwat kritische geest, die zich wel eens onbegrepen voelt. Geheel rechts Riet Royaal die zich buitenshuis graag mevrouw Royal laat noemen, maar dat is geheel voor haar rekening.

     

    Scene 1. Allochtoon versus autochtoon

    KP: Kunnen we het even hebben over het verschil tussen allochtoon en autochtoon? Niemand die het mij helder kan uitleggen. Terwijl het hoogfrequent gebruikt wordt in de media.

    RR: Wat is hoogfrequent?

    KP: Als het om vogels ging, zou ik het wel weten.

    KW: Ja, want trekvogels zijn allochtoon en standvogels autochtoon. Wij allen zoals we hier zitten, behoren tot de tweede groep.

    FdK: Het is nog maar de vraag of je daar blij mee moet zijn.

    KP (pertinent ogend): Volgens mij is het bij mensen net zo. Mensen die in Spanje overwinteren, zijn derhalve allochtoon. Zij worden door de hierblijvers argwanend, jaloers en dus met de neus aangekeken en dat zie je wel vaker bij allochtonen.

    FdK: Vraag het de gezusters Kievit. Die gaan elk jaar naar Tinus. Grapje!!

    KP: Tunis zal je bedoelen. Maar ver is het zo-wie-zo.

    RR: Hoezo?

    FdK: Hier word ik zooo moe van! Wat hoor ik, mevrouw Winter, Gaat u verhuizen?

     

    FdK is buitengewoon goed in het verleggen van de discussie en het veranderen van onderwerp. Hij doet dat vragenderwijs en wel zodanig dat de aangesprokene zich aangesproken voelt.

     

    Scene 2: democratie

    KP: Ik heb een wat persoonlijke vraag. Kan het even?

    RR: Natuurlijk kind. Steek maar van wal. En als je het niet kunt verwoorden omdat de emoties je te machtig worden, dan schrijf je het maar op. In je emoblogje.

    KP: Schrijven doe je toch ook met woorden? Maar goed. Ik besef heel goed dat ik in dit gezelschap een minderheid ben.

    FdK: Ben je soms uitgeloot bij de columnwedstrijd dat je dit vraagt?

    KP: Nou even serieus. Vinden jullie dat in een democratie de meeste stemmen gelden?

    KW: Bedoel je een parlementaire democratie?

    RR: Wat is dat, een parlementaire democratie? Heb je ook andere?

    KW: Luister Koosje. In een echte democratie heeft de minderheid geen last van de meerderheid. En de meerderheid ook niet.

    FdK: De meerderheid maakt het zichzelf lastig.

    RR: Hoe lastig en hoezo lastig?

    KW: Lees jij eerst je Vorsten-blaadje maar eens uit. Ik kan me de gevoelens van Koosje goed voorstellen. Wij zijn met zijn drieen en zij is alleen.

    RR: Iemand nog trek in een kopje thee met schijfje geroosterde rups? Een delicatesse, dat kan ik je verzekeren.

     

    Op dit moment, nu het drietal winterkoningen zich tegenover mevrouw pimpelmees opstelt, zetten wij de camera af en doen de microfoon dicht. Private geheimen zult u van ons niet vernemen. Onze bronnen kunnen rekenen op ons meegevoel. Wij werken immers embedded als u begrijpt wat wij bedoelen.  

     





    25-08-2017, 00:00 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    05-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ONTWIKKELING (II)

    Eigenlijk jammer dat ik geen Nederlands heb gestudeerd. Misschien had ik dan met zekerheid kunnen zeggen wat het voorvoegsel ‘ont’ in een werkwoord als ‘ontmantelen’ betekent. Mijn alter ego kwam met een ongevraagde oplossing. Hij zei: ont- betekent in dergelijke gevallen altijd zoiets als ‘een begin maken met’.  Luister maar: ontploffen: beginnen te ploffen. Ontbijten: beginnen te bijten. Ontluiken: beginnen te luiken. En luiken betekent vanzelfsprekend bloeien. De Rijn ontspringt ergens in Zwitserland. Daar begint hij te springen, van rots naar rots. Zo zit dat dus.

     

    Geen speld tussen te krijgen, dacht ik op het eerste gezicht. Maar, bleef ik hameren, hoe zit het dan met ontmantelen? Beginnen te mantelen zeker? En ontsporen, beginnen te sporen? Nee, ik heb een betere oplossing. Ont- als voorvoegsel gekoppeld aan een werkwoord heeft te maken met iets of  iemand verwijderen. Hoor maar: ontmantelen: de mantel uitdoen; ontluisteren = de luister (glans en gloria) van iets verwijderen. Ontslaan: iemand uit zijn werk verwijderen. Ontbossen: de bosse vegetatie verwijderen. Ontdekken: de bedekking weghalen zodat je kunt zien welk vlees in je kuip zit.

     

    We komen er niet uit. Hoe zit het met het stukje ont in het woord ontwikkeling? Natuurlijk weten we wel wat het gehele woord betekent, maar als we het in stukken verdelen, raken we in de problemen. Zelf heb ik altijd bij hoog en bij laag beweerd dat het werkwoord ontwikkelen betekent dat van iets ingepakts de wikkels of de windsels worden verwijderd. Dat weghalen van omhulsels doe je om het binnenste de gelegenheid te geven te laten zien wat het kan. Een talent (bijvoorbeeld) kun je ontwikkelen. Je haalt de knellende en overbodige verpakking weg en de creativiteit begint te bloeien als nooit tevoren.

     

    Over ontwikkelen gesproken, hieronder ziet u een fraai plaatje van een vreedzame, herkauwende koe die naar haar ouderlijk huis kijkt, ergens in het Winterswijkse buitengebied. Het is een van de eerste foto’s die ik zelfstandig en eigenhandig heb ontwikkeld. Let u even niet op het onderwerp an sich. Dat is inderdaad wat gezapig, maar wel passend bij de koe en de verdere entourage.  De koe annex boerderij behoorden tot de eerste objecten die voor mijn lens opdoken toen ik de spullen voor het ontwikkelen had aangeschaft. Ik had al een eenvoudig cameraatje, geladen met een film waarop 36 kleinbeelden; nu had ik ook apparatuur om foto’s te ontwikkelen en af te drukken.

     

    In een provisorisch verdonkerde kamer (in ons geval de badkamer boven) werd de film in het pikkedonker uit de camera en in het ontwikkeltankje gespoeld. Dan werd een vies ruikend soepje toegevoegd: de ontwikkelaar. De spoel moest regelmatig gedraaid worden, anders werden de bovenkanten van de foto’s ontwikkeld en de onderkanten niet. Tijd en temperatuur deden er veel toe. Twintig graden en acht minuten, niets meer en niets minder. Daarna werd de ontwikkelaar teruggegoten in zijn fles en vervangen door zurige fixeer. En als de fixeer zijn stabiliserend werk had gedaan, dan kon de deksel van de ontwikkeltank af om te kunnen beginnen met het spoelen met water. Vervolgens werd de film aan wasknijpers te drogen opgehangen om uiteindelijk in negatieven verknipt te worden die je in een vergroter op een plank kon projecteren en op papier afdrukken.

     

    Die eerste ontwikkeling en afdruk, de koe met de oude boerderij met zijn houten topgevel, stelde qua onderwerp natuurlijk weinig voor. Het was ook maar een proefje, een probeersel. Maar ik herinner mij als de dag van vandaag het grandioze moment daar in die badkamer, toen ik in de bak met ontwikkelaar en fotopapier de contouren van de koe met de mooie zwart-wit tekening zag verschijnen. Ik wist niet wat ik zag.

     

    Later heb ik mijn zwartwit foto’s vaak zelf ontwikkeld en afgedrukt. Zoals deze opnames van lang geleden gehouden Nederlandse kampioenschappen atletiek op Papendal. Gefotografeerd gewoon vanaf de tribune. Ze zijn een beetje verkleurd, maar een kniesoor die daarop let. En ziet u, bij de start van de 200 meter, ook het fraaie rookwolkje uit het startpistool?

     

     





    05-08-2017, 16:13 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:ontwikkeling, fotografie,
    24-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vleugelstof

    Een (beeld)verhaal uit 2008

    Bij een piano hoor je een toon wanneer je op een toets duwt die op zijn beurt een hamertje tegen een drietal snaren laat slaan. Dit is in een notendop de uitleg van de zogenoemde Wiener Mechanik waarmee onze oude, aftandse vleugel is uitgerust. Simpel, en rond 1800 door Oostenrijkse en Duitse pianobouwers vaak en graag toegepast. Officieel heet dit systeem het Prellzungenmechanik mit Einzelauslösung.

    Piano’s en vleugels met een dergelijke wijze van klankproductie moeten we tegenwoordig met een lantaarntje zoeken. Het mechaniek, bedacht in 1770,  was al na veertig jaar volkomen uit de tijd en vervangen door veel ingewikkelder versies, die wel virtuozer, maar niet per se beter pianospel mogelijk maakten. Onze vleugel (Wenen, 1880) is eerlijk gezegd op sterven na dood, maar zo verweven met herinneringen zodat hij tot het absolute einde van zijn leven bij ons thuis mag blijven staan. Bovendien kan ik er met mijn zeer beperkte talenten nog een liedje op spelen.

    Een nadeel, of liever een bijkomstigheid want wij vergeven onze vleugel alles, is de stofophoping. Een piano of een vleugel heeft allerlei kleppen die je kunt sluiten om hem zodoende te vrijwaren van stof en andere gevaarlijke milieueffecten. Maar de onze staat aan de voorkant altijd speelklaar open. En van de bovenklep die uit twee delen bestaat, is het voorste gedeelte opengevouwen zodat het stof ongehinderd kan binnendringen. Net als bij het opengeslagen logeerbed.

    We hebben al zo’n hekel aan stofzuigen en het idee om de vleugel ook eens grondig te reinigen kwam gewoon niet in ons op. Totdat enkele hamerstelen het begaven, waardoor bij het spelen van een eenvoudig lied enkele tonen onhoorbaar werden. En dat is vanzelfsprekend ontolerabel.

    Daarom tot slot van deze inderdaad wat saaie technische uitleg van een of ander mechanisme een kleine fotoreportage van de vleugelschoonmaak. Uitgevoerd op een vrijdag in februari van dit jaar (2008). Op een mooie zonnige dag toen de schoonmaakkriebels niet meer konden worden ontkend.

    Wij doen dat met dubbele schaamte. Allereerst tegenover onze oude vleugel die wij zo lang in zijn eigen stof hebben laten verkommeren. Wij beloven beterschap. In de tweede plaats schaamte tegenover u, beste lezers. Wij schamen ons voor ons vleugelstof: voor de hoeveelheid en voor de leeftijd. Maar u moet maar zo denken: iemand die publiekelijk deze stoflawine dúrft te laten zien, verdient vergeving. Ja toch?

     

     

    Bij de plaatjes: 

     

    Onze vleugel zonder de toetsen met de Weense speelmechaniek en de dempers die ik er voor het gemak even heb uitgesloopt. Je kijkt op het gietijzeren frame en het mooie snarenpatroon met daaronder de zangbodem. De klepstok ondersteunt de gevouwen klep.

    Stof bedekt de toetsenrij. Een aantal toetsen is al verwijderd en ligt buiten van het prille zonnetje te genieten. Links zie je de flexibele prell-tongetjes, in het midden de hamerkoppen. Daartussen de stelen van de hamertjes met daar weer tussen de demper-opduwers met hun rode vilten mutsje     

    Onze oude vleugel heeft 85 in plaats van 88 toetsen. Een gedeelte ligt hier buiten bij te komen van de vermoeienissen. Het ivoor op de toetsen is geel verkleurd, maar dat is de oudheid.

    Stofhamerkoppen met rechts hun opvangers. Een macro-opname: het is niet zo erg als je denkt.

    Je hebt heksenkringen en toetsenkringen.

    Drietallen snaren zorgen voor heldere tonen.

    Een eenzame toets. Eén van de 85.

     

















    24-07-2017, 12:27 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    Tags:vleugel, Wiener Mechanik, piano, schoonmaak,
    04-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gordon in Suriname

    Het gebouw in Paramaribo waar ik in 1991 een paar maanden kom te werken staat aan de Commewijne-straat. Hier zetelt de Afdeling Curriculumontwikkeling van het Surinaamse Ministerie van Onderwijs. Dat is de instantie die bepaalt wat elk Surinaams kind op school moet kennen en kunnen.

    Het begin is wat stroef. Het hoofd van de Afdeling blijkt plotseling minister van economische zaken geworden te zijn en de collega die me zou bijpraten en inwerken, is er ook niet, want die is lid geworden van de Assemblee, het Surinaamse parlement. Ik leer snel gebruik te maken van twee handige Surinaamse deugden: improviseren en regelen. Later leer ik ook ritselen en hosselen. Men praat met veel ontzag over mijn Nederlandse voorganger in het project. Deze had de gewoonte vrijwel dagelijks iedereen te verblijden met talrijke interim- en andere tussenrapporten en verslagen. Hij schreef zo veel (ik heb het nu even over de kwantiteit) dat iemand van het instituut er een onnavolgbaar mooie Surinaamse uitdrukking voor bedacht, namelijk: mijn pen heeft altijd diarree. Wanneer men merkt dat ik, zijn opvolger, eerst allerlei katten uit de boom kijk voordat ik iets opschrijf, wordt mijn populariteit bij de Surinaamse opdrachtgevers allengs minder.

    Over de talen van Surinamers raak je niet uitgepraat. Het Nederlands dat men spreekt, is van een grote, ouderwetse schoonheid. Een collega met wie ik op vrijdagmiddag naar huis rijd, zegt plotseling, in de Domineestraat aangekomen: “Ik ga even een ruiker bloemen voor mijn vrouw kopen.”  Iedereen spreekt zo’n mooi, zorgvuldig Nederlands. Ook de mevrouw uit het motel die ’s morgens voor mijn ontbijt zorgt. “Ach meneer, het spijt me toch zo, maar de meelfabriek heeft geen grondstoffen en de bakker heeft geen meel, zodat wij vanochtend geen brood hebben.” Na zo’n zin verbijt ik mijn hongergevoel.

    Natuurlijk spreekt iedereen zijn eigen taal. Hindoestanen, Creolen, Javanen, Chinezen, Indianen, iedereen. Natuurlijk merk je wel iets van onderhuidse spanningen tussen de diverse culturele gemeenschappen. En toch: Suriname is een voorbeeld van een geslaagde multi-culti samenleving, vind ik.

    Heel bijzonder is het sranantongo. Natuurlijk versta ik die taal niet, hoogstens enkele woorden en flarden. Ik begrijp wel iets van het geschreven sranantongo, zoals in dit gedicht van de Surinaamse dichter Trefossa.

    Mi go – m’e kon,

    Sowtwatra bradi.

    Tak wan mofo,

    Ala mi mati,

    Tak wan mofo.

    M’go,

    M’e kon …

    Een gedicht over komen-en-gaan, over het verlangen naar het andere land (bedoeld is natuurlijk Nederland) waarvan je door het zoute zeewater gescheiden wordt. Van toepassing op bijna iedere Surinamer, want iedereen heeft wel familie en vrienden in het verre Nederland. Het geldt ook voor de Surinamers in Nederland die heimwee hebben naar hun geboorteland.

    Het verlangen komt ’s avonds terug. Ik luister af en toe naar Radio Apinti, met zijn overlijdensberichten en zijn verzoekplaatjes. Een zo te horen jong meisje belt de studio. “Meneer, ik wil graag een plaatje aanvragen voor mijn nichtje Sheila en al mijn familie en vrienden in Nederland. Graag het plaatje Kon ik maar even bij je zijn van Gordon. Het wordt de achtste keer dat dit plaatje vanavond wordt gedraaid, want in Suriname is de muziekwens heilig, net als Gordon.

     

    Op de afbeeldingen hieronder ziet u achtereenvolgens de auteur te midden van zijn Surinaamse collega’s en Gordon (bij Madame Tussaud), het belangrijke titelpersonage.

     





    04-07-2017, 11:37 Geschreven door terra38  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:Suriname,sranantongo,Nederlands,taal
    23-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MOEDERBORD

    Op het gebied van de nieuwste technologie ben ik een tamelijke nitwit. Ik geef het niet graag toe, maar het is wél zo. Zo kan ik met een mobieltje met veel pijn en moeite een gesprek voeren, maar daarmee houdt het wel op. Essemmessen doe ik nooit, gewoonweg omdat ik het niet kan. Natuurlijk zou ik het wel kunnen, maar ik wíl het helemaal niet kunnen. 

    Op het gebied van computergebruik is de situatie iets minder rampzalig, hoewel nog steeds voor veel verbetering vatbaar. Ik kan dit verhaaltje opschrijven in WORD, de file saven en later opvrolijken met een hoogst persoonlijk gefotografeerd en ingevoegd jpg-plaatje. Ik kan zelfs mijn oude lp-verzameling stuk voor stuk koppelen aan mijn geluidskaart zodat ik nu naar het vijfde Brandenburgse concert op mp3-formaat kan luisteren. Overigens, ik kan ook de plaat poetsen, maar dat staat hier helemaal buiten. Bachs muziek staat nu op mijn harde schijf en om aan te geven hoe dom ik op dit terrein ben, vertel ik u in vertrouwen dat ik altijd gedacht heb dat er ook zachte schijven bestaan. Net als bij lenzen: je hebt immers harde en zachte, dus waarom niet bij computerschijven? Wat precies een geluidkaart is, wist ik tot voor kort ook niet. Ik dacht aan een romantische ansicht die ergens in de computer is verborgen, zo eentje met een ingebouwd speeldoosje, dat de sjeune blauwe Donau begint te spelen als je op de top van Großglockner drukt, maar dat was bezijden de waarheid verzekerden mij mijn zoons die alles van ICT menen te weten. En na jaren brainstormen en verschillende opties afwegen weet ik nú pas wat een moederbord is. Hardware of zoals mijn vrienden in Zuid-Afrika zeggen: die harde ware van die rekenaar. Een plaatje waarop mijn gehele computer-hebben-en-houden is geprikt. In uw laptopje zit er ook een.

    Toch is mijn echte moederbord totaal iets anders. Het is een door de firma Petrus Regout in Maastricht gebakken aardewerken bord. Bedoeld om van te eten, maar daarvoor is het te mooi. Ma hing het aan de wand en bij oude boerderijen stond een heel rijtje van die borden als een prachtige omranding op de schouw of op de schoorsteenmantel. (In ons prachtige dialect is dat de boe:zem met een lange oe.) Ons moederbord thuis was roze van kleur en liet de bekende voorstelling van Ruth en Boaz zien. De weduwe Ruth uit Moab ontmoet op het korenveld Boaz, een ver familielid uit Bethlehem, waarmee ze later zal trouwen. Je had dezelfde voorstelling ook in andere kleuren. Aan de puntjes op de achterkant kun je zien waar de staanders gezeten hebben waarop het bord in de oven werd gebakken. Dat laatste heb ik geleerd bij Kunst & Kitsch. Duizenden schijnen er van gemaakt te zijn, dus veel waard is het niet, maar daar gaat het immers niet om. Daar gaat het nooit om. Het is de herinnering aan vroeger tijden toen alles schijnbaar beter was, waar het om gaat.

    Moederbord: verander de /oe/-klank in een korte /o/, de o van los en van Jos, en verdubbel de /d/, dan hoor je modderbord. Dát is pas onzin, hoor ik u roepen, maar u vergist zich. Een modderbord bestaat. Het is geen aardewerken plateau waar je slijk op stapelt, het is een verkeersbord. Het waarschuwt je voor door  modder gladgeworden wegen. Of voor met modder knoeiende medeweggebruikers, of voor met modder gooiende verhalenschrijvers. Want die heb je ook.

     

     





    23-06-2017, 21:36 Geschreven door terra38  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:moederbord, motherboard, modder
    Archief per week
  • 11/12-17/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 31/12-06/01 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 19/08-25/08 2013
  • 12/08-18/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 01/04-07/04 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 25/02-03/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 14/01-20/01 2013
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 06/02-12/02 2012
  • 30/01-05/02 2012
  • 23/01-29/01 2012
  • 16/01-22/01 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 26/12-01/01 2012
  • 12/12-18/12 2011
  • 28/11-04/12 2011
  • 21/11-27/11 2011
  • 14/11-20/11 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 25/07-31/07 2011
  • 18/07-24/07 2011
  • 11/07-17/07 2011
  • 04/07-10/07 2011
  • 27/06-03/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 23/05-29/05 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 02/05-08/05 2011
  • 25/04-01/05 2011
  • 11/04-17/04 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 14/02-20/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011
  • 20/12-26/12 2010
  • 22/11-28/11 2010
  • 15/11-21/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 04/10-10/10 2010
  • 27/09-03/10 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 23/08-29/08 2010
  • 16/08-22/08 2010
  • 19/07-25/07 2010
  • 05/07-11/07 2010
  • 21/06-27/06 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 11/01-17/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 14/12-20/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 24/08-30/08 2009
  • 17/08-23/08 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 03/08-09/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 13/07-19/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 29/06-05/07 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 06/04-12/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Zoeken in blog



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!