Foto
Inhoud blog
  • P.N Van Eyck en spinoza
  • Spinoza in Emerson:
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (23)
  • Willem Meijer (1842-1926): een Spinoza-pionier (2)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (23)
    Zoeken in blog

    Mijn favorieten
  • Het Spinozahuis
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Mijn dichters: wandelen in mijn poetisch geheugenpaleis
  • In de Toren van Montaigne: omtrent Michel de Montaigne (1533-1592), zijn Essais en zijn Tijd
    Spinoza Kring Lier
    Spinoza (1632-1677), over zijn leven, zijn filosofie & zijn tijd
    Al wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam. - Sed omnia praeclara tam difficilia quam rara sunt. - Spinoza/ Omnia praeclara rara. - Het voortreffelijke is zeldzaam. - Cicero
    14-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.3 Frans van den Enden : een rebelse Brabander (1)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Frans van den Enden werd in het Hervormd Jaar des Heren 1602 in Antwerpen geboren in een burgerfamilie die het in de wereld van toen nog niet zo slecht had. Zijn avontuurlijk leven eindigde in Parijs op 27 november 1674, in een strop, op de Place de la Bastille. Hij werd er terechtgesteld: betrokken bij een samenzwering tegen Lodewijk XIV… Hij was vooraan in de zeventig als hij aan de galg bungelde. In die dagen nog een leeftijd die de gemiddelde houdbaarheidsdatum des mensen ruim overschreed.

    Frans was een schrandere baas. Hij liep school bij augustijnen en jezuïeten en volgde hoger onderwijs aan de toen reeds aloude en roemrijke Leuvense universiteit. Hij trad op jonge leeftijd toe tot de orde der Jezuiëten. Dat vergt geloof, intelligentie en vlijt, want de jezuïetenopleiding was en is niet van de poes. Met al die kwaliteiten was Franciscus van den Enden door den Heer ruim voorzien. Maar zie: het ontbrak hem ook niet aan hoogst persoonlijke ideeën en temperament. In de orde van Ignaas van Loyola, waar gehoorzaamheid en tucht gelden als hoge deugden, zijn die karaktertrekken niet direct een aanbeveling. Het liep daar dus slecht met hem af. Er kwamen al snel moeilijkheden. Een vrouwenkwestie, want zijn libido was groter dan zijn geloof. De brokken werden gelijmd maar hij werd in 1633 door zijn oversten toch definitief aan de deur gezet… Té gevaarlijke ideeën? Maakte hij een geloofscrisis door? Of waren er weer vrouwen in het spel? Zeer zeker was er meer dan een oorzaak die hem tot het besluit bracht zijn jezuïetentoog over de haag te gooien. Dat deed hij dus en Sus hield de jezuïeten voor gezien. Hij bleef evenwel een slappe, vrijdenkende katholiek. Het geestelijk merkteken van zijn voormalige orde speelde Van den Ende evenwel nooit kwijt. De jezuïeten maakten hem tot wat hij was en bleef: goed van de tongriem gesneden maar tegendraads, meertalig, onderlegd in theologie, filosofie en in de nieuwe wetenschappen. Bovendien had hij in de orde ook onderwijservaring opgedaan.

     In 1642 huwt hij in Antwerpen ene Maria-Clara Vermeeren, die van Poolse afkomst was. Frans zat niet alleen met zijn neus in de boeken: hij teelt met haar zeven kinderen, waarvan er vijf in leven bleven. De oudste, Maria-Clara, die net als alle andere kinderen netjes werden gedoopt, speelt in ons verhaaltje nog een rol.

    Om een of andere reden verliet hij het Spaanse Antwerpen. Werd het hem daar té heet onder de voeten: verdacht van gevaarlijke ideeën? schulden? Of was hij gewoon een wat laattijdige economische migrant, die het voorbeeld volgde van talloze Vlamingen die sedert ca. 1600 massaal naar het noorden uitweken om er Hollanders verstandiger en rijker te maken? Wat er ook van zij, hij nam de benen en belandde in 1644 in Amsterdam, een relatief veilige have voor tegendraadse en vrijdenkende kwasten van zijn slag. Hij mocht er zich magister én doctor noemen, want intussen was hij ook arts geworden. Meer dan klaar dus, om er een nieuw leven op te bouwen.

    Er moest daar in Amsterdam dringend brood op de plank, de kinderen hadden honger. Van den Enden, die beter met zijn kop dan met zijn handen werken kon, begon er een handeltje. ‘In de konstwinckel’  doopte hij zijn onderneming. Hij probeerde er boeken en prenten aan de man te brengen. Zijn broer zat namelijk ook al in de prentenhandel en Frans veronderstelde dat er ook voor hem wel een broodwinning in zat. Maar het pakte anders uit. Het lukte niet en er bleven (alweer?) schulden achter…

    Van den Enden bleef niet bij de pakken zitten. Een nieuw idee! Waarom niet een schooltje openen? In zijn jezuÏetentijd was hij toch ook, niet tot zijn ongenoegen, schoolmeester geweest. En Frans van den Enden begon in Amsterdam een Latijnse school, gelegen aan het Singel. Op een schilderij kunnen we de statige toegangspoort herkennen van een Latijnse school op het Singel. Mogelijk die van Franciscus, zeker is dat niet (zie detail, foto).(1)  Een school oprichten kon toen nog zonder  plichtplegingen. Het was een onderneming als een andere. Als ouders voldoende vertrouwen hadden, stuurden ze wel hun kinderen en betaalden ze de schoolmeester graag het gevraagde lesgeld. De locatie was trouwens goed gekozen: er was daar al een school van hervormde signatuur. Maar zijn paapse Latijnse School had meer succes. De ouders van welgestelde Amsterdamse kooplui  apprecieerden blijkbaar zijn pedagogische aanpak meer dan die van de hervormde concurrentie. Er kwam weer brood op de plank. Met beleg.


    (1) Met dank aan Stan Verdult, die mij op zijn blog wees op de historische onzekerheid.

    (wordt vervolgd)

     

    Bijlagen:
    http://users.telenet.be/fvde/   

    14-08-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De biografie
    >> Reageer (0)
    11-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Monsieur de Voltaire (1694-1778) (2)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    (vervolg)

     In 1766 publiceerde Voltaire Le Philosphe ignorant. Daarin doet hij kond van zijn bewondering voor de  geometrische methode die Spinoza gebruikt om zijn ideeën te onderbouwen. Die bewondering is vast ook ingegeven door zijn aanleg en belangstelling voor mathesis en fysica. Ook al valt Voltaire niet voor Spinoza’s systeem, er schuilt volgens hem toch een schitterend idee in: il y a quelque chose, donc il existe éternellement un  Être nécessaire.

    Een gedachte met een logica die een philosphe ignorant siert.

    Voltaire is het uiteraard met Spinoza niet eens. Twee hoofdbezwaren. Als God tot in het oneindige kan worden verdeeld, dan is die, volgens Voltaire, zowel astre als citrouille, zowel pensée  als fumier. Voltaire kan het ook niet eens zijn met Spinoza ontkenning van de ‘voorzienigheid’. Hij stelt dat de voorbeeldige orde van de natuur een transcendente macht vergt. Zijn deïstisch beeld van de klok en de horlogemaker, weet je nog?  

    In 1769  heeft de franse schalk het nog eens een keer over Spinoza. Tegen de stroom van de tijd in noemt hij nu diens leer religieus! Dat had veel zoniet alles te maken met het feit dat hij de gedachte van een god, noodzakelijke en oneindige oorzaak van alles, kon gebruiken om zijn deïstisch geloof meer body te geven. Het leverde hem bovendien ook munitie tegen de factie der materialistische Philosophes die toen steeds driester hun atheïstische geloof verkondigden.

    In  1759 schreef de abbé de Condillac een Traité des systèmes. Voltaire kon Condillac goed lijden, hij noemde hem zelfs eens ‘de eerste man in Europa’. Het merendeel van de Philosophes was gekant tegen filosofie-systemen.  In het Traité richtte Condillac trefzeker zijn kanonnen op de filosofen -systeembouwers van de 17de eeuw:  Descartes, Spinoza, Malebranche en Leibnitz. Hij spoort er de psychologische wortels van op: Condillac vergelijkt systeembouwers met kinderen die té ongeduldig zijn om te wachten op  de natuurverklaringen van de exacte wetenschap.  Ze vluchten daarom in hun fantasie. Tussen haken:  de eerste én zwakste kennissoort van Spinoza…!  Descartes deductieve methode (die ook die van Spinoza is), genereerde alleen maar verwarring en onzin, beweerde de abbé. Vrouwe Kennis moet haar hoop stellen in de inductieve methode van wetenschap en experiment, zoals destijds al aangeprezen door Francis Bacon, die niet werd gevolgd, ook niet door Spinoza.

    Voltaire had zich eerder, in de jaren 1740 bekend als tegenstander van systeembouwers. In 1771 publiceerde hij hierover en bon rimailleur nog een gedacht-gedicht dat hij Les Systèmes doopte: geen poëzie wel ideeën. Voltaire fulmineerde ook graag tegen metafysici. Hij vergeleek die met menuetdansers in zijn dagen: huppelen, springen, beengeplooi en armgezwaai, pirouetjes draaien, nog een laatste sprong en hup… ze staan precies waar ze begonnen!

    Besluitend. Voltaire heeft nooit de essentie van Spinoza begrepen: dat hij de vader was van een kenleer, die in dit al zo vaak geclicheerde aardse tranendal de weg moest wijzen naar een gelukkiger leven. Hij weigerde op zijn sterfbed toe te geven aan de abbés die hem alsnog in hun kamp wilden pressen, maar ce diable d’homme stierf als de overtuigde deïst die hij heel zijn leven al was geweest.(1)

    *** 

    Als uitsmijter Voltaires bekende gedicht over Spinoza. Best grappig. Ik wil het mijn lezers niet onthouden en geeft er mijn proza-versie bij.

    Alors un Petit Juif, au long nez, au teint blême

    Pauvre, mais satisfait, pensif et retiré,

    Esprit subtil et creux, moins lu que célébré,

    Caché sous le manteau de Decartes, son maître,

    Marchant à pas comptés, s’ approcha du grand être:

    Pardonnez-moi, dit il, en lui parlant tout bas,

    Mais je pense, entre nous, que vous n’existez pas.

    (En dan, verstopt onder de mantel van Descartes, stapt een langneuzig joodje, een  bleekscheet, arm maar tevreden, denker en eenzaat, subtiel en diep van geest, minder gelezen dan geroemd, met afgemeten passen toe op het grote wezen: excuus, fluistert hij, maar onder ons gezegd en gezwegen, ik denk dat u niet bestaat.)

    Hoogtijd, alweer, om me languit te leggen in mijn Voltaire met een Voltaire, een glas zeldzame cognac binnen handbereik. Alles kan me dan gestolen worden. Ook Spinoza.

    _____

    (1) In de La Pléiade van Gallimard is een ruime selectie van Voltaires Oeuvres blijvend beschikbar. Alleen literaire en historische werken, geen toneel en geen filosofie, maar wel de volledige collectie brieven, een der belangrijkste in onze Westerse cultuur.

    11-08-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    09-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Monsieur de Voltaire (1694-1778) (1)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                                        François-Marie Arouet, dit Voltaire. Ce diable d’homme.



    Voltaire,  poëet, historicus, romancier, essayist,

        Voltaire, auteur van een massa saaie toneelstukken,

            Voltaire, vrijdenkend kampioen van tolerantie,

                Voltaire, toonaangevend lid van het bent der philosophes,

                     Voltaire, ongekroonde Roi de la République des Lettres,

                         Voltaire, vriend van vorsten en aristocraten,

                            Voltaire,  vleesgeworden Esprit Français.

                                Voltaire, volbloed Europeaan,

                                    Voltaire, onvermoeibare épistolier en graphomane,                                

                                        Voltaire, commediant, speculant, intrigant, schelm én schurk,

                                            Voltaire, onsterfelijk, in het Panthéon,,

                                                Voltaire, een lekker-luie zetel,

    Etc..

    Sedert hij in mijn schooltijd met zijn Candide mijn pad kruiste, is hij mijn compagnon de route gebleven. In mijn biblioheek, goed voor meer dan een strekkende meter.

    Voltaire kreeg in de jaren 60-70 van de 17de eeuw Spinoza heel even in het vizier. Veel vuurwerk leverde dat niet op.(1) Voltaire sabelt de  Mokumse jood  niet neer, maar klopt er een gemengd slaatje uit, zodat hij hem, handige bink, kan gebruiken.

    Spinoza heeft hij nooit grondig bestudeerd. Voltaire putte zijn kennis vooral uit Pierre Bayles Dictionnaire historique et critique (1697)  en uit de Réfutation de Spinoza van Boulainvilliers (1731), werken die in  Voltaire’s boekenkast stonden.(2) Hoewel Bayle verholen met Spinoza sympathiseerde, plakte die hem het etiket van Atheïst op. Dat bleef, met dank aan Pierrre, kleven tot in de 18de eeuw en verder…

    Voltaire lustte van Spinoza’s kernboodschap geen pap: Spinoza’s panentheïsme botste met Voltaires deïstische opvattingen. Hij kon Spinoza wél gebruiken in zijn strijd tegen het christendom, die hij als voormalig jezuïetendiscipel met vlijt voerde. Dat deed hij o.a. in zijn Dictionnaire philosophique (1764). In die Dictionnaire (een imitatie van de format van Bayle), lees je o.a. artikels over Mozes en mirakels. Voltaire staat in deze  materies schouder aan schouder met Spinoza: wat daar wordt geschreven spoort, naar de essentie, met wat Spinoza erover dacht. Spinoza wordt evenwel niet vernoemd, maar meer dan waarschijnlijk maakte hij gebruik van diens ideeën om zijn rationalistische opvattingen over miraculeuze gebeurtenissen rationeel te onderbouwen.

    _______

    (1) In het verleden werd in Voltiare biografieën weinig of geen aandacht besteed aan de relatie Voltaire-Spinoza. Dat gebeurde niet in de populaire Voltaire van Jean Orieux (1966), wel in de meer recente Voltaire Almighty van Poger Pearson (2005), en niet in de recentste, meesterlijke Voltaire van Pierre Milza  (2007).

    (2) De bibliotheek van Voltaire, ca. 6000 exemplaren, waarvan ca. 2000 met persoonlijke aantekeningen van de auteur, werd door Catherina II de Grote, Tsarina van Rusland, na Voltaires overlijden aangekocht. De centjes gingen naar zijn nicht madame Denis, met wie hij de laatste 30 jaar van zijn leven (al of niet in eer en deugd) samenleefde. De bibliotheek bevindt zich nu in Sint-Petersburg.   

    09-08-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    01-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een nieuwe Safranski !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Rüdiger Safranski publiceerde vorig jaar een nieuw boek. Altijd een gebeurtenis. Hij schrijft verlicht en met Deutsche Gründlichkeit. Hij schudt zijn boeken niet zomaar uit zijn mouw zoals sommige filosofiemelkers à la de Botton dat wel doen. Safranskis boeken worden ook meestal in het Nederlands vertaald. Zijn jongste Goethe, Kunstwerk des Lebens (1) zit wellicht al in de vertaalpijplijn.

    Het gaat dus over J.W. von Goethe. Een boek dat, zoals de ondertitel aangeeft, de lezer laat kennis maken met Goethes minst bekende maar wis en zeker grootse meesterwerk: diens eigen leven. We hebben het hieronder niet over de biografie en hoe die is geconcipieerd. We bespreken het boek omwille van de relatie Goethe- Spinoza.

    Goethe wordt door Spinoza-fans met graagte opgevoerd als een volgeling van Spinoza, vaak met de onderliggende boodschap: als het Olympisch genie Goethe aan de zijde staat van Spinoza, ja, dan kan dat alleen maar bijdragen tot het gelijk van de filosoof … De werkelijkheid omtrent ‘Spinozist Goethe’ is genuanceerder zoals verder blijken zal.

    Goethe las Spinoza voor het eerst in de jaren 1773-1774. In 1770 kwalificeerde Goethe diens filosofie nog als abscheuliche Irrlehre. Helemaal in overeenstemming met de toen gangbare Duitse opinie. Goethe, zegt Safranski, had toen al een stapje gezet in de richting van het pantheïsme, en besluit eruit dat hij also schon fast Spinozist war, ohne es zu merken (blz. 287). Safranski stelt hier een gelijkheidsteken tussen pantheïsme en spinozisme. Té kort door de bocht en onjuist.

    Spinoza steekt in de Goethe-biografie van Rüdiger Safranski meer dan eens zijn neus tussen de tekst. Wij beperken ons hier tot de meest uitvoerige passage (2) en lichten er enkele paragrafen uit, waarin de auteur stilstaat bij Goethes lezing van de Ethica. We vertalen die graag voor u.

    ***

    ‘Laten we eens zien wat Goethe zoal uit Spinoza opvist. In de late herfst van 1784, bij de gemeenschappelijke lectuur van de Ethica van Spinoza, dicteerde hij Charlotte (3) daaromtrent enkele ideeën.

    Vooreerst houdt hij de gedachte vast, dat de oneindigheid niet toebehoort aan de sfeer van een goddelijke bovenwereld aan de overzijde. Neen, ze begint bij elk concreet ding en elk feitelijk verband. Wanneer men  er op ingaat, zal men zonder overgang weggevoerd worden in het oneindige en het buitengewone dat ons op ondoorgrondelijke wijze omvat en omhult. Maar elk levend wezen en elk ding heeft daarin zijn bescheiden plek. Eigenlijk is dat een vanzelfsprekendheid, maar Goethe legt er een accent op, omdat het hem kennelijk te doen is om de benadrukking van grenzen te midden van het grenzeloze. Het is niet zo dat alles in alles overvloeit, maar wel dat alles zijn actueel centrum en zijn concrete contouren bewaart. Al wat bestaat is enerzijds van binnenuit bepaald en anderzijds ook van buitenaf grenzeloos bestembaar. Het is Goethe te doen om het evenwicht tussen de inwendige opbouwende krachten en de opbouwende krachten van buiten uit. Spinoza heeft te maken met universele wetmatigheden, Goethe legt de klemtoon op individuele wetmatigheid. ‘We kunnen ons niet inbeelden dat iets dat beperkt is, door zichzelf bestaat en toch bestaat alles werkelijk uit zichzelf, hoewel de toestanden zo met elkaar verbonden zijn, dat het ene zich uit het andere moet ontwikkelen. Het wekt zo de schijn op dat het ene ding door andere voortgebracht wordt, wat niet het geval is, maar een levend wezen is oorzaak van het zijn van een ander en noopt het te existeren in een bepaalde toestand.’ Goethe grijpt terug op Spinoza’s idee ‘deus sive natura’ maar hij leidt de blik van het geheel naar het individuele. Het individuele met zijn oninwisselbare eigenheid zal niet in het geheel opgaan. Dit vasthouden aan de eigenheid van het individuele onderscheidt hem van Spinoza van wie hij zegt, dat vanuit zijn oogpunt alle individuele dingen schijnen te verdwijnen.

    De tweede gedachte, die Goethe met betrekking tot Spinoza op het voorplan brengt, vertrekt vanuit deze reflectie over het thema van de grenzen te midden van het grenzeloze. Het gevaar bestaat, aldus de tekst, dat men voortijdig de kring rond zichzelf sluit, en met beheerste koppigheid merken laat, dat men in het Ware een zekerheid gevonden heeft, die boven alle verstand en bewijs verheven is. Hier worden de vromen bedoeld die uit enkele geloofspunten de wereld verklaren en denken te kunnen afzien van de inspanning van het kennen, met de goede raad dat men al maar  eenvoudiger en eenvoudiger moet worden en zich moet bevrijden van alle veelvuldige en verwarrende verhoudingen.

    Men mag zich niet op het geloof terugtrekken wanneer er inzake kennen nog veel werk voor de boeg ligt. Een dergelijk zelfbeperking is onwaardig voor een redelijk schepsel, maar aldus de ironische slotbemerking, misschien is ze een genade van de natuur, die de beperkte uitgerust heeft met een tevredenheid over zijn beperktheid…

    De idee van noodzakelijkheid die bij Spinoza allesoverheersend is, brengt Goethe niet uitdrukkelijk op het voorplan. In een brief aan Knebel (4) heeft hij gezegd wat voor hem nodig was: de consequentie van de natuur is een mooie troost voor de inconsequentie van de mens. Hij gaat een langdradige discussie over het probleem van de vrijheid van de wil uit de weg. De Stoicijnse gelatenheid, die Spinoza puurt uit het begrip noodzakelijkheid, volstaat hem. De rust die daarmee gepaard gaat bewondert hij, en hij wenst dat die rust ook op hem neerdaalt. Daarom leest hij Spinoza ook met de grootste stichting op rustige avonden.'

    ***

    In 1785 krijgt Goethes opnieuw aandacht voor Spinoza.  Hij wordt dan ongewild betrokken in de Lessing-Menselsohn-Jacobi affaire (5), die de joodse filosoof in het brandpunt van de intellectuele belangstelling brengt. In Duitsland een kantelmoment in de Spinoza-receptie.

    Besluitend. In Goethes Sämtliche Werke zijn geen teksten te vinden die aantonen dat hij zich diepgaand met de studie van Spinoza inliet. Wat hij uit de Ethica opviste, gaf hij een eigen draai om het naadloos in zijn wereldbeschouwing in te passen, zoals het een eclecticus van zijn statuur past.

    Wie Spinoza  zo ‘gebruikt’ is nog geen Spinozist, een kwalificatie die, meen ik, toch wel wat meer om het lijf mag hebben.

    ____

    (1)  Rudiger Safranski, Goethe, Kunstwerk des Lebens, München, 2013, 751 blz.(Carl Hanser Verlag)

    (2) Die leest u van blz.288 tot blz. 293.

    (3) Het betreft Charlotte von Stein (1742-1827),  maîtresse van Goethe

    (4) Karl Ludwig von Knebel (1744-1843), dichter-vertaler. Hij voerde een belangrijke correspondentie met Goethe, zijn Urfreund.. 

    (5) Lees hierover meer in blog van 18.01.2014

    01-08-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aforismen uit mijn De zaaier-cahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wierookzwaaiers walmen om de waarheid te verhullen.

    ***

    Prediker, 1, 18  +

    Qui auget scientiam, auget et dolorem. In veel wijsheid schuilt ook veel verdriet.

    Qui auget dolorem  auget et sapientiam. In veel verdriet schuilt ook veel wijsheid.

    ***

    Toch

    Le ridicule tue!

    ***

    Stand ups: producenten van hersenloze humor.

    ***

    Oud verhaal

    Amicus Benedicti, sed magis amicus Veritatis.

    Ben is mijn vriend maar de waarheid is mij liever.

    ***

    Wie over de brug komt als het water te diep is of overzwemt verdient een pluim, wie er een bouwt een ereteken.

    ***

    Back to Nature (of ad Naturam sive Deum)

    Picknickers en bosneukers verslijten geen meubelen.

    ***

    Receptuur

    Goochelen met Google, even maar,

    driemaal knippen/ plakken en zowaar

    je nieuwe blog is alweer kant en klaar

     © W. Schuermans 

     

    01-08-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    27-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Roger Scruton, wijn ...en Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Roger Scruton. Brits vakfilosoof met ‘een positie’ in het conservatieve kamp. Hij publiceert geregeld artikels en boeken die menigeen de gordijnen injagen. In 2009 verscheen I drink Therefore I am. A Philosopher’s guide to Wine.(1)  Om de koper over de streep te trekken wordt op de achterflap van dit boek zijn academische appellation nog wat kleur bijgezet: wijngids Scruton is Resident Scholar at the American Enterprise Institute, Washington and Senior Research Fellow at Blackfriars Hall, Oxford. Een goede tongue twister, maar bepaald geen referentie, vrees ik, om ergens als somelier aan de bak te komen… Maar dat was natuurlijk Scrutons bedoeling niet. De eerste zin van zijn boek geeft meteen aan waarover het gaat: ‘This book is not a guide to drinking wine, but a guide to thinking it.’

    Ik kan de lectuur van Scrutons wijnboek stellig aanraden! Ik belicht het hier alleen en uitsluitend omdat Spinoza er driemaal in vermeld wordt. Spinoza-lezers kennen Scruton misschien door zijn nogal populair Spinoza-boekje.(2) Het betrof een deel in een reeks boekjes over filosofen. De collectie werd door sommige Vlaamse kranten voor een prikje aan hun lezers aangeboden. Scruton doet in zijn Spinoza-boekje in kort bestek leven en leer van de filosoof uit de doeken. Dat deed hij, naar mijn oordeel, kritisch en dus verdienstelijk. Hier en daar was hij voor mij wat moeilijker te volgen. Mogelijk, zo blijkt nu, is de oorzaak bij de auteur te zoeken, zoals verder aannemelijk gemaakt wordt...

    Als slot van zijn wijngefilosofeer laat Roger een aantal denkers de revue passeren om die op een of andere wijze met Dyonies in verband te brengen. En, jawel hoor: op blz. 182 is ook Spinoza voor de derde maal van de partij. Scruton weet de lezer daar te melden, dat de laatste keer dat hij begreep wat Spinoza bedoelde met het begrip attribuut, dat gebeurde bij het nuttigen van een glas Mercurey , Les Nauges, 1999. Hij wilde zijn alcoholisch gegenereerde illuminatie optekenen, maar helaas… Een tweede glas Mercurey had de inzichten al uit zijn benevelde kop weggespoeld.

    Botermelkdrinkers en teetotallers zal dit natuurlijk niet overkomen. Voor alle anderen toch een tip. Wie met een of ander Spinoza-begrip worstelt en het Scruton-experiment (met één glas dan) wil imiteren, hij wete: dat Scrutons Mercurey een 10 jaar oude rode Bourgondiër was, uit de wat mindere Côte Chalonnaise, gelegen vlak onder de betere Côte de Beaune. Bescheiden Roger voegt er niet aan toe dat het een Premier Cru betrof.

    Ik heb het er al op gewaagd! Bij gebrek aan Mercurey in mijn wijnkast heb ik die noodgedwongen vervangen door een evenwaardige Santenay, Premier Cru van 2008 (zie foto). De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat bij het ledigen van het eerste glas Spinoza voor mij gewoonweg niet meer bestond… de Scruton-truc werkte niet! Er zat dus niets anders op dan mijn teleurstelling grondig te verdrinken. Dat werkte wél. Wie meer succes boekte mag het mij melden, in ruil voor een goede fles Bourgogne…

    Op blz.110 vermeldt Scruton Spinoza een eerste keer. Dat doet hij in verband met de Arabische filosoof Avicenna (11de eeuw), die Spinoza wellicht inspireerde inzake diens Substantie-begrip. De tweede keer, op blz. 150, knoopt Scruton Spinoza nog maar eens vast aan Goethe. De Olympiër noemde Spinoza ooit a God-intoxicated man. Maar Fellow Roger meent dat die omschrijving beter past bij Mohammed en suggereert dan een en ander dat, vrees ik, moslims niet zo leuk zullen vinden, touchy als ze zijn als hun Koran en hun Profeet aan de orde gesteld worden.

    Resident of Fellow, toch een vermakelijke vent die Scruton!

    ______

    (1) Roger Scruton, I Drink, Therefore I am.  A Philosopher’s Guide to Wine, London, 2009.

    (2 )Roger Scruton, Spinoza, London, 1986.

    27-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    20-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Krasse knar Arthur Schopenhauer: Spinoza in zijn Senilia
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In 2010 gaf  Franco Volpi, Italiaans Schopenhauer vertaler en kenner, bijgestaan door Ernst Ziegler, voor het eerst volledig het allerlaatste geschrift uit van ouwe knar Arthur Schopenhauer.(1) Het is een manuscript van meer dan 200 bladzijden, waarvan 150 erg dicht op elkaar gepend, zwaar gecorrigeerd en dus moeilijk te ontcijferen. Wellicht een van de redenen waarom het zo laattijdig volledig werd uitgegeven. Het handschrift heeft volgend incipit:  ‘Dieses Buch heisst Senilia, angefangen  zu Frankfurth a.M. im April 1852’. Een goeie zes jaar later gaf knorpot Arthur zijn pessimistische geest, hoewel : in zijn ouwe dag keek hij met een mildere blik naar het leven.

    In dat manuscript wordt Spinoza die, als bekend, in  het werk van Schopenhauer ruim zijn plek en aandeel heeft, nog tweemaal vernoemd. Een keer, passim, zonder veel belang en een tweede keer wat uitvoeriger. Voor wie er belang in stelt en die tweede wat langere tekst nog niet eerder onder ogen kreeg, hieronder de originele Duitse tekst met mijn vertaling. Spelling en interpunctie van de Duitse versie bleven, zoals Arthur dat wenste op straffe van vervloeking, behouden.

    ‘Der Gegensatz, welcher anlass zur Annahme zweier grundverschiedener Substanzen, Leib und Seele, gegeben hat, ist in Wahrheit der des Objektiven und Subjektiven: fasst der Mensch sich, in der äuseren Anschauung, objektiv auf; so findet er ein ausgedehntes und überhaupt durchaus Körperliches Wesen: fasst er hingegen sich im blossen Selbsbewusstseyn also rein subjektiv auf; so findet er ein bloss Wollendes und Vorstellendes, frei von allen Formen der Anschauung, also auch ohne irgend eine der den  Körpern zukommenden Eigenschaften. Dass Beides ein und dasselbe Ding von zwei Seiten gesehen sei, hat ihnen schon Spinoza gesagt.’

    (De tegenstelling die aanleiding was voor het aanvaarden van  twee totaal verschillende substanties, lichaam en ziel, is in feite niets anders dan de tegenstelling tussen het Objectieve en het Subjectieve. Als de mens zich van buiten af objectief beschouwt, dan treft hij een uitgebeid en volledig lichamelijk wezen aan. Als hij zich daarentegen louter in het bewustzijn beschouwt, dus zuiver subjectief, dan vindt hij een louter willend en voorstellend wezen, los van alle vormen van voorstelling, dus ook zonder een van de eigenschappen die lichamen kenmerken.Dat beide een en hetzelfde ding zijn, bekeken vanuit twee invalshoeken, dat heeft u Spinoza ook al eens verteld.)

    Schopenhauer, bleef ook als  ouwe knar trouw aan zijn opvattingen en ook aan dit Spinozistisch geloofspunt. Hij was niet seniel toen hij deze tekst in zijn Senilia opnam.

    _____

    (1) Arthur Schopenhauer, Senilia Gedanken im alter, München, 2010, blz. 204.

     

    20-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    17-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Miriam Van Reijen: van passie naar actie...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Miriam van Reijen, Spinoza in bedrijf, van passie tot actie, Amsterdam, 2013, uitgeverij Klement/Pelckmans, €16.

    Voor een Spinoza-publicatie van Miriam rep ik me graag naar de boekhandel. Dat komt omdat ik zo enthousiast was over De geest is gewillig, maar het vlees is sterk, een boek van haar dat eerder verscheen bij dezelfde uitgevers. Kennelijk delen velen mijn enthousiasme, want  intussen werd het een succesboek dat niet zolang geleden voor de vijfde maal herdrukt werd.

    Spinoza in bedrijf  kocht ik al in november j.l. op de boekenbeurs in Antwerpen. Ik schonk het boek meteen aan een goede vriendin die in Spinoza haar weg zoekt. Want het boek is daartoe uitermate geschikt, omdat de auteur, naar ze zelf schrijft, laagdrempeligheid  nastreeft. Ik kocht zopas met plezier een ander exemplaar.

    Van Reijen publiceert en geeft lezingen over Spinoza. Ze doet dat deskundig en met gedrevenheid. Ze is uit het goede hout gesneden om haar publiek over Spinoza wat bij te brengen: ze hanteert daartoe een even efficiënte als boeiende pedagogische visie. Ze opent namelijk de poort naar diens filosofie via de meer toegankelijke deur van de affectenleer. Drie van de vijf delen van de Ethica hebben er trouwens mee te maken, zodat de keuze om via die toegangsdeur op  Spinoza toe te stappen verantwoord is. Haar lectuur van het werk is er bovendien op gericht om het nut en de praktische waarde van Spinoza’s filosofie op te spitten. Het betoog wordt waar nodig onderbouwd en geïllustreerd met voorbeelden uit het dagelijks leven.

    Het boek is in feite een bloemlezing van Spinoza-teksten, voorzien van een ruime inleiding. Het bestaat daarom uit twee delen. In het eerste, inleidende deel (50 blz.), maakt de lezer kennis met de essentialia: de biografische feiten, ‘weinig feiten, veel fictie’ en met een röntgen van de hoofdlijnen van Spinoza’s filosofie aan de hand van diens werken, afgerond met ‘vier kenmerken’ van zijn leer. Na een beschouwing over Spinoza: een wijze koopman, komt de auteur tot de kern van haar betoog:  het belang van Spinoza’s leer in het huidig economisch denken en bestel. Meteen ook het meest originele deel van de inleiding.

    De auteur betoogt dat de moderne economische theorieën, die ook de actuele sociologische wetenschap onderbouwen, wat kunnen leren van Spinoza. Met name het overstijgen van het nog steeds gehanteerde mensbeeld van de ’economische mens’ (homo economicus) zij het dan aangevuld met het mensbeeld van de ‘schenkende mens’ (homo donans). Hoe dat kan en met welk gewin wordt uitgelegd. Spinoza in bedrijf gooit verder ook een anker uit naar mensen die in het bedrijfsleven op zoek zijn om hun human resources optimaal te gebruiken en het leiderschap van de manager beter en ook effectiever te doortimmeren. Van  Reijen heeft in deze materie ervaring: ze richtte zich in het verleden al tot deze doelgroep als participante in een seminar-cyclus voor managers.

    In het tweede deel van het boek selecteerde van Reijen teksten van Spinoza. Die werden door de auteur gekozen op basis van haar ‘eigen lezing en interpretatie van Spinoza, de invloed van zijn denken op de praktijk van het alledaagse leven, zowel voor ons als individu als in allerlei samenwerkingsverbanden, de staat incluis.’

    De geselecteerde teksten worden gegroepeerd onder de volgende kopjes: 1  Deze filosofie is nuttig, 2  De mens is zoals hij is, (…), 3  Spinoza’s motivatietheorie (…) 4  De mens is een sociaal wezen. Elk deeltje wordt ingeleid door de auteur. Dat is nodig om de lezer in staat te stellen de tekstfragmenten te plaatsen en samenhang te geven. Het boek wordt passend afgesloten met een synthese van de leer zoals Spinoza die zelf samenvatte.

    Spinoza in bedrijf is een uitstekende introductie om op even boeiende als laagdrempelige wijze kennis te maken met de filosofie van Spinoza.

    Ook De geest is gewillig, maar het vlees is sterk is en blijft een aanrader.

    17-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    16-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Quare hodie Judaei, Theologisch-politiek traktaat, C. III,12 - commentaar

    Vooraf

    1   De tekst komt uit het Tractatus theologico-politicus, door Spinoza in 1670 naamloos gepubliceerd en opzettelijk voorzien van een onjuiste plaats van uitgave en een fictieve uitgever. In een pas verschenen magistrale en monumentale publicatie van Henri Krop wordt de TTP gekarakteriseerd als een politiek pamflet, waarmee Spinoza zich een kind van zijn tijd toont.(1)

    2   Ondanks de verspreiding van de joden over de wereld, ondanks de haat en gruwelijke vervolgingen vanwege andere naties, hebben de joden zich door de eeuwen heen als volk kunnen handhaven. Dit is en blijft een merkwaardig historisch gegeven. Spinoza geeft in deze tekst zijn interpretatie van de feiten. Hij ondersteunt die met voorbeelden uit de geschiedenis.

    3   Dit tekstfragment, geschreven in een gebrekkig Latijn en gestoffeerd met halve waarheden, wekte in het verleden felle joodse reacties op en brengt ook vandaag nog joodse pennen in beweging…

    Toelichting

    Daarom kunnen de joden vandaag: daarom verwijst naar de vorige paragraaf (§ 11). Die stelt o.a. dat de uitverkiezing van de joden niet voor eeuwig verworven is en bovendien niet zonder meer betrekking heeft op alle joden.

    hoeft niet te verbazen: Spinoza heeft een rationele verklaring voor het overleven van de joden. Een verklaring die een miraculeus ingrijpen van God poneert, wijst Spinoza af.

    zodat ze zich de haat op de hals haalden: voor Spinoza een eerste verklaring voor het voortbestaan van de joden doorheen de eeuwen.

    Dat wordt door de ervaring aangetoond: rationalist Spinoza overtuigt zijn lezers graag en vaak door een beroep te doen op ervaringsgegevens. Hier beroept hij zich op ervaring aangedragen door de geschiedenis: à la Spinoza, een vorm van inadequate kennis…

    Toen eertijds de koning van Spanje:  Ferdinand en Isabella, los Reyes Catholicos, die in 1492 anti-joodse decreten uitvaardigden. Spinoza veralgemeent en zijn bewering is slechts gedeeltelijk waar. Zeker is het zo dat heel wat bekeerlingen (conversos), zich perfect integreerden in de Spaanse samenleving van toen, maar dat gold niet voor alle joodse conversos. Velen bleven in het geheim hun geloof trouw. De maatregelen van Ferdinand en Isabella bewerkstelligden hoe dan ook niet wat Spinoza schrijft.

    Precies het tegenovergestelde:  Spinoza presenteert een omgekeerd voorbeeld: de onvolledige integratiepolitiek van de Portugese koningen bestendigden het verder bestaan van de joden in Portugal. De houding van de Portugese koning, die zich om politieke redenen een overijverig vervolger van joden toonde, bracht een grote emigratie van joden opgang, met grote economische schade voor zijn land. Zeker waren er ook veel Portugese joden die bleven… Spinoza stelt ook hier de feiten onvolledig en dus eenzijdig voor.

    China: de chinese kuif  (zoals bv. voorgesteld in gravures uit de tijd van Spinoza) werd niet door alle chinezen en niet in alle historische epoques gedragen. Ten tijde van de Qing-dynastie of Mantsjoe-dynastie (1644-1912) werden chinezen door de Mantsjoes (verwant met Mongolen) verplicht tot het dragen van een kuif om hen te kunnen onderscheiden van de heersende Mantjoe-klasse. Als protest lieten chinezen een haarvlecht groeien tot op de rug en lager…

    De continuïteit van het Chinese volk en dus ook hun cultuur wordt door Spinoza verklaard door een…haarkuif. Hij geeft hier een staaltje van lachwekkend reductionistisch denken. Bovendien vergelijkt hij appelen met peren: een onzichtbaar joods teken met een merkbaar Chinees teken, dat dezelfde effecten sorteert…

    Maar alleen al het teken van de besnijdenis: naast haat is de besnijdenis voor Spinoza de tweede (en meest belangrijke) verklaring voor het overleven van de joden als volk. Besnijdenis (circumcisie) kwam ook al voor bij de Egyptenaren, zoals blijkt uit muurschilderingen. Niet onmogelijk dat de Hebreeërs daar in de leer gingen. Ook andere volkeren kenden deze rituele verminking.

    opnieuw een staat stichten:  Spinoza als visionair … : na de Tweede Wereldoorlog waren de tijden rijp voor de oprichting van de staat Israël. Een nieuwe bron van haat en geweld tegen joden.

    Besluit: 

    1   Spinoza springt onzorgvuldig om met zijn historische voorbeelden: hij vermeldt alleen feiten die zijn these dienen.

    3   In  het geval van Spanje en Portugal mag worden aangenomen, gelet op zijn roots, dat Spinoza de historische context goed kende. Spinoza is in deze intellectueel oneerlijk.

    Dat is hij wel eens meer: ik verwijs naar een flagrant voorbeeld in de inleiding van de TTP, waar hij (zonder blozen?) beweert:  ‘Ons is nu dus het zeldzame geluk ten deel gevallen dat wij leven in een staat waarin ieder de onbeperkte vrijheid  is toegestaan om te oordelen en God te vereren zoals het hem goeddunkt (…) (2).  De historische feiten leren ons wat anders.

    Lees in dit verband ook mijn blog over  het essay van Henry Méchoulan (21.10.2013).

    Waarom hij dat doet is alweer een verhaal van gissen: of het nu beschouwd wordt als een retorisch procédé of als een manier van communicatie met de ‘gewone man’, in overeenstemming met zijn levensopvatting en filosofie, het maakt voor de kwalificatie van de feiten geen verschil.

    4  Wat de globale interpretatie van deze tekst betreft: interpreteren is en blijft een subjectief proces en dus altijd betwistbaar.

    _____

    (1) Henri Krop, Spinoza, Een paradoxale icoon van Nederland, Amsterdam,2014, blz. 69. Ik onderstreep.

    (2) Spinoza, Theologisch-politiek traktaat, Amsterdam, 1997, blz.86, vert. F. Akkerman

    16-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    13-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Quare hodie Judaei, Theologisch-politiek traktaat, C.III, 12 - vertaling
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Daarom kunnen de joden vandaag zich op niets beroepen om zich boven alle naties te stellen. Dat ze zich zo vele jaren hebben kunnen handhaven ook al leefden ze verspreid en zonder staat hoeft niet te verbazen. Ze hebben zich van alle andere naties afgescheiden zodat ze zich de haat op de hals haalden van allen, niet alleen door uiterlijke rituelen, tegengesteld  aan de rituelen van andere naties, maar ook door het teken van de besnijdenis dat ze angstvallig in ere houden. Het lijdt geen twijfel dat die haat van de naties in hoge mate bijdroeg tot hun voortbestaan. Dat wordt door de ervaring aangetoond.

    Toen eertijds de koning van Spanje hen verplichtte de godsdienst van zijn koninkrijk te omhelzen of anders in ballingschap te gaan, hebben de meeste joden de Roomse godsdienst aanvaard. Al wie die godsdienst aanvaardde, verkreeg alle rechten van de geboren Spanjaarden met toegang tot alle ambten. Daardoor zijn ze zo met de Spanjaarden vermengd, dat korte tijd nadien niets meer van hen overbleef, evenmin een herinnering.

    Precies het tegenovergestelde overkwam hen die de koning van Portugal verplichtte de religie van zijn koninkrijk te aanvaarden. Hoewel ze zich bekenden tot die godsdienst bleven ze van de anderen afgescheiden leven omdat hij hen geen toegang gaf tot de ambten.

    Maar alleen al het teken van de besnijdenis volstaat om die natie in alle eeuwigheid in stand te houden, daarvan ben ik overtuigd, en dat ze ooit nog eens, als de omstandigheden zich daartoe lenen, opnieuw een staat zullen stichten (de dingen des mensen zijn veranderlijk) en dat God hen opnieuw zal uitverkiezen, tenzij hun religieuze principes hun geesteskracht ondermijnt, dat geloof ik absoluut.

    Overduidelijk is het voorbeeld  van de Chinezen. Die bewaren angstvallig een soort kuif op hun hoofd, waardoor ze zich van alle anderen onderscheiden. Door dat onderscheid bleven ze vele duizenden jaren verder bestaan, zodat ze in ouderdom alle volkeren ver overtreffen. Ze hebben niet altijd het staatsroer in handen gehad, maar herwonnen het steeds weer wanneer ze het kwijt waren gespeeld. Ongetwijfeld zullen ze dat opnieuw doen, wanneer de geesteskracht van de Tartaren zal verzwakt zijn door weelde en laksheid.


     © W. Schuermans


    13-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    10-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De mantel van Spinoza,...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ivan Segré, Le manteau de Spinoza,  Pour une éthique hors la Loi, Paris, 2014, 261 p., La Fabrique, editions.

    Segré (°1973), geboren Parijzenaar, nu verblijvend in Jeruzalem, is een filosoof die al heel wat bijeen schreef over de ‘joodse kwestie’ en deze problematiek bekijkt vanuit onversneden marxistisch perspectief. Dat geldt ook voor Le manteau de Spinoza, een antwoord op het essay Le Sage trompeur van  Milner. Uit de bibliografie van Segré blijkt dat Le manteau de Spinoza ook  kadert in zijn vorige geschriften over la question juive.

    De titel van Segré’s recentste publicatie verwijst naar een van die vele fantasistische Spinoza-verhaaltjes die zijn magere biografische gegevens moeten opleuken: ooit werd er door een of andere intolerante jood een aanslag gepleegd op Spinoza. Het mes maakte alleen een gat in de mantel van de filosoof… die in lengte van eeuwen en tot in onze tijd steeds weer door joden belaagd wordt.

    Jean-Claude Milner (zie blog infra) is een van de velen joden (én anderen) die Spinoza beschouwen als een verrader van de joodse zaak. Niet alle joden denken er evenwel zo over.Ook Segré niet. Hij voelt zich geroepen om de conclusies te onderzoeken, die Milner deduceert, na een wel zeer bijzondere lectuuroefening van § 12 van hoofdstuk 3 van de TTP.

    Het eerste deel van Segre’s boek titelt: La philosophie, l’élection et la haine. Spinoza et les théoriciens bourgeois. In de Proloog die eraan voorafgaat schept Ivan klare wijn: als er over le nom juif gesproken wordt kunnen twee kampen worden onderscheiden: les théoriciens bourgeois en les théoriciens ouvrier, deux écoles non seulement antagoniques mais antinomiques  (blz.15) .Wie in dit verhaal de bourgeois is laat zich raden.

    Segré leest dus in het eerste deel  van zijn boek de tekst Quare hodie Judaei, die door Milner verzelfstandigd werd en als een anti-joods manifest gebrandmerkt. Segré gebruikt een meer voor de hand liggende lectuurmethode dan die van Milner: eerst wil hij de expliciete betekenis van de tekst begrijpen, dan een gooi doen naar de intrinsieke betekenis ervan om tenslotte na te gaan of de interpretatie van de verborgen betekenis niet in tegenspraak is met de expliciete betekenis van de gelezen tekst. Klassieke exegese. Precies dat wat Milner naar de schroothoop verwijst.

    Het resultaat verrast niet: de verregaande conclusies van Milner worden met Segre’s leesbril op de neus niet teruggevonden en dus afgewezen. In de eindconclusie van het eerste deel loopt Segré merkbaar rood aan en stelt onomwonden: ‘ L’exégèse de Milner, parce qu’elle est au service de la classe dominante, est violente.’ (blz. 98).

    In het tweede deel van het boek, La Bible de Spinoza, houdt Segré een pleidooi voor de mogelijkheid van een ethiek hors la Loi . Een belofte die de ondertitel van het boek in petto hield. Dat pleidooi dient ook begrepen te worden als een verdediging van Spinoza, die zo vermetel was een ethiek buiten het Boek der Boeken te construeren en ook daarvoor door heel wat geloofsgetrouwe joden neergebliksemd werd. Een ethiek die rationeel wordt opgebouwd en niet steunt op de Mozaïsche wet is dus geen verraad aan de joodse zaak.

    Dit deel is het omvangrijkste deel van het boek. Het is even saai als moeilijk leesbaar. Segré, de talmoedist, geraakt hier flink op dreef en dist de lezer een intertextuele brei op met ingrediënten uit talmoed, bijbel en natuurlijk ook Spinoza. 

    Le manteau de Spinoza  is alleen interessant  voor zijn eerste deel, op voorwaarde dat het samen gelezen wordt met het essay van Milner. Doet men dat niet dan dreigt de lezer in dorre tekst van Segré het spoor bijster te raken. Het tweede deel lezen is tijdverlies voor wie meer wil te weten komen over de basisfilosofie van Spinoza. Het is voer voor vakfilosofen die er ongetwijfeld weer een mandvol voetnoten aan zullen overhouden. 

    10-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    06-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza, le sage trompeur, ...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Jean-Claude Milner, Le sage trompeur, Libres raisonnements sur Spinoza et les Juifs, Court traité de lecture I, Paris, 2013, 123 p.

    Milners essay, gepubliceerd in februaril 2013, ligt reeds meer dan een jaar op mijn leestafel. In  Frankrijk joeg het boekje afgelopen jaar heel wat stof op. Hoog tijd om het nu te bespreken. Ook al omdat zopas een wat lijviger boek van de pers rolde waarin Milner (°1941) van antwoord wordt gediend door Ivan Segré, een Talmudist. Daarover later meer.( 1)

    Baruch d’ Espinoza was van joodse komaf. Het is dus niet meer dan normaal dat joodse mensen, al of niet lid van het bent der filosofen, een mening hebben over Baruch de Jood. Zeker over een casus-jood als Spinoza. Milner, linguist, filosoof en essayist, kondigt zijn essay aan als libres raisonnements. Die worden minutieus en logisch ten beste gegeven.

    De titel van het essay maakt de positie van Milner meteen duidelijk. Spinoza is een Wijze met ‘bedrieglijke’ bedoelingen… In zijn essay draagt de auteur zijn argumenten aan. Milners boodschap is alvast niet van aard Spinozistische wierookzwaaiers vrolijk te stemmen. Maar niemand hoeft het met de auteur eens te zijn.

    Waar gaat het om? De tekst die op Milners lever ligt (en die van vele andere joodse mensen) is een paragraaf uit het Theologisch-politiek traktaat (TTP), in 1670 naamloos door Spinoza gepubliceerd. Het betreft het einde van §12 van het derde hoofdstuk van de TTP. Dat hoofdstuk draagt als titel:  Over de roeping van de Joden en of de gave van de profetie typisch is voor Joden. De paragraaf begint met de woorden Quare hodie Judaei (Daarom (kunnen) de joden vandaag). Milner laat quare (dus) wegvallen. Die woorden verwijzen naar Spinoza’s vorige paragraaf. Milner maakt zo van §12 een autonome tekst.  Na zijn interpretatie wordt de tekst een anti-joods manifest...

    In de inleiding van het essay wijst de auteur op het groot belang ervan. Milner bestempelt  Spinoza’s tekst als het charter van de verlichte joden sedert de 19de eeuw, hoewel die in joodse kringen ook felle tegenstanders kende en kent. Fijntjes voegt Milner eraan toe: ‘Le texte m’a toujours paru moins limpide qu’on ne dit (…)’. Dat klinkt Spinoza analysten niet onbekend in de oren.

    Milners centrale these is, dat Quare hodie judaei door Spinoza met opzet is gecrypteerd en dus een verborgen boodschap bevat die gericht is tegen zijn volksgenoten. Milners méthode de lecture zal die aan de oppervlakte brengen. Iets over die methode?

    Milner leest  Daarom (kunnen) de joden vandaag op grond van een bijzondere leesmethode. Vandaar de ondertitel van zijn essay Essay de lecture 1.  Milner, ontevreden over de platte leesmethode die wij gewend zijn te gebruiken, heeft dus duidelijk plannen om ons nog staaltjes te geven van zijn manier van lezen. Wat die vermag illustreert hij in dit essay. Hij baseert zijn leeswijze op lectuurregels van politiek filosoof Leo Strauss (1899-1973).(2) Die stellen o.a. dat een auteur die fouten maakt die een schooljongen niet maken zou, bedoelingen heeft. Aan de wakkere lezer om die te achterhalen.

    Hoeksteen van zijn argumentatie is zijn interpretatie van het devies van Spinoza’s zegel: dat hij une dévise trop claire noemt… Het Caute op het briefzegel van Spinoza is, beweert hij, een brachylogie, d.w.z. een zinspeling op een spreuk die ingekort werd, en die geëduceerde lezers in de 17de eeuw makkelijk herkenden. Die spreuk is volgens Milner: si non caste, tamen caute: als je niet kuis bent, hou dan je bek!  Een christelijk devies dat al bekend was in de 11de eeuw en gebruikt werd in de context van priesters die het moeilijk hadden met hun testosteron. Milner geeft caste, niet de eerste en meest voor de hand liggende betekenis (kuis), maar vertaalt caste als indecent, in de betekenis van: in strijd met de gangbare, oirbare, meningen. Waarom Milner dat doet en vooral waarom hij caute precies met die bepaalde spreuk verbindt, verklapt hij niet.

    Via deze onnodige en betwistbare omweg sluit Milner zich aan bij de meest gangbare interpretatie van het zegel-Caute.  Parafraserend gesteld luidt die: wees voorzichtig, pas op je tellen als je dingen zegt en schrijft die tegendraads zijn en de goegemeente schofferen!

    Spinoza beweert in de tekst Quare hodie judaei dat de joden hun voortbestaan danken aan de haat die zij zich doorheen de eeuwen op de hals haalden. Die jodenhaat verdwijnt als ze de gebruiken en gewoonten van hun omgeving accepteren en overnemen. Spinoza ondersteunt dan die these met ervaringsvoorbeelden. Daar wringt het schoentje: Milner meent dat zijn voorbeelden en redeneerwijze rammelen…

    In de tekst Daarom (kunnen) de joden vandaag staan flagrante onwaarheden. O.a. over het lot van de joden in Spanje in de 15de -16de eeuw. Spinoza wist in deze Spaanse kwestie al te goed hoe de vork aan de steel zat, maar dist de lezer toch een onjuiste voorstelling van de feiten op. Spinoza misleidt de lezer dus met opzet om zijn stelling kracht bij te zetten. Milners leesmetode stoot dan door tot de verborgen boodschap: haat moet uit de wereld verdwijnen door het uitgommen van de naam Jood. Niet op gewelddadige wijze, wel te verstaan, maar zonder dat er één druppel bloed vloeit! Dat kan door ze te verplichten tot renegatie, het opgeven van hun voorvaderlijk religie én dan tot bekering. Dat ze Christen worden of Moslim! Spinoza gaf in deze al een voorzet: het Theologisch-politiek traktaat is Spinoza’s hoogst persoonlijke seculiere renegatie...

    Sterke koffie, de lectuurresultaten van Milner ! En als hij het bij het rechte eind heeft: waar blijft dan de geclicheerde tolerantie en zachtmoedigheid van Spinoza? Waar blijft de grondstelling van het Theologisch-politiek traktaat, dat stelt dat vrijheid van denken en religie verenigbaar zijn met en noodzakelijk voor het belang en het voortbestaan van de staat…? 

    Milner weet als linguïst en filosoof natuurlijk hoe hij teksten moet aanpakken. Zijn essay is uiteraard complexer en rijker aan ideeën dan uit deze blog blijkt. In hoeverre zijn argumentatie overtuigt is zaak van elke lezer.

    Als slot een conclusie van Catherine Kintzler, een Franse blogster die Le sage trompeur  besprak: ‘…si Spinoza en sort grandi comme écrivain, il n’en va pas de même pour l’ icône philosophique, le révéré théoricien de la liberté politique devant lequel des générations de professeurs de philosophie on cru bon de faire génuflexion. Gageons que parmi eux certains, plus nombreux qu’ on ne pense, sauront gré à Milner, d’ôter quelques boulons décisifs à la statue.’(2)

    In Frankrijk is alle stof over dit essay nog niet neergedwarreld.

    ___

    (1) Ivan Segré, Le manteau de Spinoza,Pour une éthique hors la Loi, Paris, 2014, 265 p.

    (2) Leo Strauss, Le Testament de Spinoza, Paris, 2004. Een collectie artikels over la judéité. Strauss stelt dat het TTP met een nieuwe lectuurmethode moet gelezen worden.

    (3) Mezetulle, Blog-revue de Cathterine Kintzler (www.mezetulle.net, en dan verder naar de bespreking van Le sage trompeur van Milner, blog van 22 mei 2013.)

     

    06-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    03-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aforismen uit mijn De zaaier-cahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Goede lezers zijn spirituele herkauwers.

    ***

    De meest volledige catalogus van menselijke affecten: Homeros.

     ***

    Lifelong learning

    De belangrijkste van alle kunsten: l’art de vivre.

    ***

    Tolerantie

    Wie zich ergert aan ideeën van anderen, zet Spinoza een neus.

    ***

    De intelligentie van een werkgroep is meestal omgekeerd evenredig met het aantal deelnemers.

    Definitie

    Artikeleren:  het schrijven van wetenschappelijke artikels met garantie op twee lezers: de auteur en de tijdschriftredacteur. Meestal blijft het daarbij.

    ***

    Psychiaters die ze alle vijf op een rij hebben, zijn niet helemaal deskundig.

    © W. Schuermans

     

    03-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    30-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL.Verslag. Ethica, III, Stelling 2, Toelichting
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    STELLING 2

    Kerngedachten

    1  Het lichaam bepaalt de geest niet tot denken,

    2  de  geest bepaalt het lichaam niet tot bewegen/rust van het lichaam.

    BEWIJS

    §1

    1   Alle modi van denken hebben  als oorzaak God, begrepen als iets dat denkt, 

    2   het denken van de geest wordt bepaald door de modus van het denken, niet door de modus van uitgebreidheid,

    3  dus: de geest  wordt niet tot denken bepaald door het lichaam.

    §2

    1  Beweging/rust van het lichaam moeten uit een ander lichaam ontstaan, dat op zijn beurt ook door een ander lichaam aangezet werd tot bewegen/rust,

    2  alles wat in het lichaam ontstaat moet uit God  zijn ontstaan, begrepen als modus van uitgebreidheid,

    3  dus: het kan niet zijn ontstaan uit de geest, die een modus is van denken.

    Commentaar

    God : de  S/N/G  bezit een oneindig aantal attributen. We kunnen er slechts twee van kennen: het attribuut denken en het attribuut uitgebreidheid.

    Beweging/rust:  =  modus van het attribuut uitgebreidheid

    Denken :  =  modus van het attribuut geest

    Spinoza poneert  de eenheid van geest én lichaam. Zijn monisme staat diametraal tegenover de opvatting  van  Descartes, die in de traditie van de christelijke leer geest en lichaam  als twee  afzonderlijke entiteiten poneert, het dualisme.

    Spinoza stelt dat de geest (= de ziel) niet meer is dan de idee van het lichaam. Zo verbijzondert zich in elke individuele mens, een bijzonder individueel  idee, d.i. de specifieke ziel van een specifiek individu. Dit idee is bewust van zichzelf. De S/N/G denkt zichzelf op die wijze IN en DOOR elk individu.

     TOELICHTING

    §1 

    Kerngedachten

    Geest en lichaam zijn één: het lichaam wordt nu eens begrepen onder het attribuut  geest, dan weer onder het attribuut uitgebreidheid.

    De orde van de dingen verloopt gelijk in beide wijzen van beschouwen.

    Gevolg: handelingen/aandoeningen van het lichaam = handelingen/aandoeningen van de geest

    Commentaar

    Toelichting: deze tekst is een betoog tegen het dualisme van lichaam en geest zoals dit o.a. door de Cartesianen wordt verdedigd. Descartes meende dat de geest zetel was van gedachten. Daaruit moet worden besloten dat die dus steeds aanwezig zijn in de geest, of het lichaam nu waakt ofwel  slapende is. Spinoza  argumenteert dat dit onhoudbaar is.

    De tekst is belangrijk maar ook lang, soms omslachtig geformuleerd en niet erg helder gestructureerd. De voorbeelden die Spinoza geeft zijn niet altijd gelukkig: bv. het zogend dat denkt dat het een wilsbesluit neemt om te zogen… Wie de argumentatie § per § wil volgen moet er het hoofd bijhouden.

    één volgorde of aaneenschakeling van de dingen: poneert in deze § expliciet eenheid van lichaam en geest (monisme). Dat betekent  voor Spinoza meteen ook de gelijktijdigheid van de dingen die in de natuur geschieden. Dit wordt door nogal wat commentatoren vaak omschreven als Spinoza’s principe van het parallellisme. Andere stellen terecht dat dit een verkeerde voorstelling van zaken is. De natuurlijke orde van de dingen verloopt niet via twee aan elkaar parallelle lijnen, ze vormen  één geheel, geschieden gelijktijdig. Het ‘parallellismebeeld’ kan evenwel worden gebruikt als opstapje om in deze materie tot dieper inzicht te komen.

    §2

    Kerngedachten

    De mensen nemen aan dat beweging/rust  (en allerlei andere dingen) gebeuren op commando van de geest.

    Contra (dualisme):

    1 a) de ervaring heeft niemand geleerd waartoe het lichaam in staat is, alleen op basis van de natuurwetten, en wat het niet kan als het alleen door de geest bepaald wordt;

      b) niemand kent de structuur van het lichaam exact om al zijn functies te verklaren (denk bv. aan dieren, aan slaapwandelaars).

    2   Het lichaam kan meer volgens de wetten van zijn natuur dan de geest vermoedt.

    3   Hoe en door welke middelen de geest het lichaam doet bewegen en met welke gradaties en snelheid is niet bekend.

    Commentaar

    maar hoewel:  voor  Spinoza is het monisme evident; ‘de mensen’ (ze)  denken er niet over na. Ze doen alleen een beroep op de ervaring om dit af te wijzen.

    tot dusver heeft immers niemand bepaald wat het lichaam vermag: argument van het onbekende:

    a) niemand kent de mogelijkheden van het lichaam. Dat  geldt voor de stand van wetenschap in Spinoza’s tijd en ondanks alle vooruitgang van de wetenschap geldt zijn bewering ook vandaag nog.

    b) middelen en snelheid waarmee de geest het lichaam stuurt zijn ook niet gekend.

    Het onbekende sluit mogelijkheden in, laat de kwestie alsnog onbeslist.

    §3

    Kerngedachten

    1  De bewering dat de geest het lichaam beïnvloedt zijn niet meer dan fraaie woorden, die aantonen dat mensen de oorzaken niet kennen van de handelingen en zich niet verwonderen.

    Hun tegenargumenten :

    1  we ervaren, dat het lichaam inert is als de geest niet denkt,

    2  we ervaren dat geest beslist tot spreken of zwijgen evenals de geest dat doet voor andere zaken.

    Commentaar

    zonder zich te verwonderen: volgens Plato is de verwondering de poort naar de filosofie.

    §4

    Kerngedachten

    1  Wat het eerste argument (pro dualisme) betreft: de ervaring wijst uit dat het omgekeerde ook geldt: als het lichaam inert is kan het ook niet denken.

     Bv.: als het lichaam slaapt, slaapt ook de geest,die dan niet dezelfde kracht heeft als in wakkere toestand.

    2   De ervaring leert ook dat  de geest  beter nadenkt over een object als de voorstelling van dat object concreet wordt gemaakt.

    3  Tegenwerping (tegen het monisme):  

    a) ze zeggen dat het onmogelijk is op grond van de natuurwetten alleen, voor zover die betrekking hebben op lichamen, de oorzaken af te leiden van kunstwerken, die alleen door menselijke vaardigheid tot stand komen;

     b) ze zeggen dat het lichaam zonder geestelijke bepaling en sturing geen tempel kan bouwen.

    Commentaar

    of de ervaring niet ook leert: Spinoza gebruikt nu het argument van de ervaring tegen de dualisten.

    dat het lichaam inert is: inert (iners) is een term uit de fysica, meer bepaald uit de bewegingsleer; wijst op afwezigheid van beweging.

    Maar zullen ze zeggen: het kunstargument van de dualisten, duikt in deze context nogal abrupt op. Kunst (alle kunst) vertoont een materieel én een geestelijk aspect.

    §5

    Kerngedachten

    1  Andermaal: ze weten niet tot wat het lichaam in staat is, wat er uit de studie van zijn natuur kan worden afgeleid.

    2   Ze ervaren zelf dat veel uit de natuurwetten voortkomt, zonder sturing van de geest:

         bv. slaapwandelen: het lichaam doet dingen, zonder de geest.

    3   Ik wijs ook op de structuur van het menselijk lichaam:

          Vb. 1: de bouw van het lichaam overtreft zeer ver alles wat in de natuur aan kunstigheid bestaat;

          Vb. 2: en verder: uit de natuur, beschouwd onder gelijk welk attribuut, vloeien oneindig veel dingen voort (zie  E, I, st…)

    Commentaar

    ik voeg hier nog de structuur: Spinoza countert het kunstargument van de dualisten nogal zwakjes door te stellen dat het menselijk lichaam een veel grotere ‘kunstigheid’ uitstraalt dan gelijk welk kunstwerk (verder in § 5). Eigenlijk vergelijkt Spinoza appelen met peren.

    §6

    Kerngedachten

    1  Jammer dat de mens zijn tong niet in bedwang kan houden en zijn behoeftes niet kan matigen.

    2  De meeste mensen geloven dat we alleen in vrijheid die dingen doen die we ‘luchtig’ nastreven: de behoefte kan dan makkelijk worden ingetoomd, door herinnering aan iets anders wat ons vaak te binnen schiet.

    3  De dingen die met gevoel (met passie) worden nagestreefd kunnen evenwel niet makkelijk worden bedwongen.

    4  Als mensen niet zouden ervaren dat veel wordt gedaan wat hen achteraf spijt, dat ze inzien  wat goed is, maar toch het kwade doen, dan zouden ze geloven dat we alles in vrijheid doen.

    Voorbeelden:

    -een zogende baby; een  dronken man; iemand met waanbeelden; praatzieken, een kind etc.: die menen te handelen onder impuls van een vrij besluit van de geest, maar kunnen hun impuls niet bedwingen!

     5  Dus:

    a) ervaring én rede laten zien, dat mensen alleen maar geloven dat ze vrij zijn, onwetend over de oorzaken waardoor ze worden bepaald.

    b) besluiten van de geest zijn niets anders dan de behoeftes die zich wijzigen met de wijzigingen  van het lichaam, iedereen regelt immers alles op grond van zijn gevoel:

       -tegenstrijdige gevoelens: genereren onbeslistheid

       -geen enkel gevoel: op drift, hierheen, daarheen…

    Commentaar

    natuurlijk zou het de mensheid: spreken en zwijgen worden aangevoerd door monisten om te bewijzen dat de geest besluit tot het een of het ander.

    maar de ervaring maakt volkomen duidelijk: Spinoza beroept zich bij vaak ook op de ervaring om het ervaringsargument van de monisten te bestrijden.

    die dingen in vrijheid doen die we luchtig nastreven: dingen waaraan we geen grote waarde hechten en die daarom makkelijk door andere kunnen ingeruild worden.

    dingen die we nastreven met veel gevoel: dingen waaraan we grote waarde hechten en die daarom  met hartstocht worden nagestreefd. Dat zijn dingen die niet zomaar op bevel van de geest kunnen worden ingeruild door andere. De geest heeft hierop geen vat, of veel minder…

    §7

    Kerngedachten

    1  Dit toont aan dat het besluit van de geest en de behoefte/bepaling van het lichaam gelijktijdig zijn en hetzelfde ding.

    2  Beschouwd vanuit het attribuut denken en daardoor verklaard: we noemen dit BESLUIT;  beschouwd vanuit het attribuut uitgebreidheid en afgeleid uit de wetten van beweging/rust: we noemen dit BEPALING.

    3  Let ook op dit: we kunnen niets doen op basis van een besluit wat we niet eerst herinneren.

            Vb.: een woord uitspreken =  eerst het zich herinneren;

            Vb.: het ligt niet in de vrije macht van de geest om zich iets te herinneren of te vergeten.

         Daarom:  de mensen geloven dat als we ons iets herinneren,  de geest dan kan besluiten te zwijgen of te spreken.

    Commentaar

    dit alles toont heel helder aan: heel helder, zeer zeker voor Spinoza. Voor de lezer is de argumentatie veel minder overtuigend.

    het besluit van de geest als de behoefte en de bepaling van het lichaam: Latijnse termen voor besluit, decretum; voor behoefte appetitus; voor bepaling determinatio. Corinna Vermeulen vertaalde determinatio door bepaling. Dit is ook de vertaling die in de Nagelate Schriften voorkomt. Dat lijkt een goede keuze, maar de betekenis van dat woord in het huidig Nederlands maakt het de lezer moeilijk. Het woord kan ook vertaald  worden als gedetermineerd, als besluit, beslissing, die zich dan veruiterlijkt in een handeling. 

    gelijktijdig van aard: gelijktijdigheid impliceert niet noodzakelijk eenheid. Spinoza corrigeert zich in deze zin onmiddellijk: of beter gezegd één en het zelfde ding zijn (poneert weer zijn monisme).

    waarvan ik hier wil dat het speciaal wordt opgemerkt: de auteur doet een beroep op de herinnering, d.i. wat in de imaginatio, in de verbeelding van de mens blijft hangen. De herinnering gehoorzaamt niet aan de bevelen van de geest.

    §8

    Kerngedachten

    Maar!

    1  We dromen dat we praten en we denken dan dat de geest dit vrij besluit:

          -misschien praten we toch niet,

         -misschien praten we echt, maar dan gebeurt dit door een spontane beweging van het lichaam.

    2  We dromen dat we dingen voor mensen verbergen, door hetzelfde besluit van de geest waarmee  wakker, dingen verzwijgen die we weten.

    3  We dromen dat we op grond van een besluit van de geest dingen doen die we wakker niet durven.

    Welnu: zijn er in de geest twee bronnen van besluiten, een van waanbesluiten en een van vrije besluiten?

    4  Daarom: dit is onzinnig, men moet erkennen dat het besluit van de geest, dat men vrij acht, niet verschilt van de verbeelding of het geheugen. Het is niets anders dan de bevestiging, noodzakelijk besloten in een idee, voor zover die een idee is (E II, St.49).

    Commentaar

    maar wanneer we dromen: de besluiten van de geest toepassen in omstandigheden van slaap en wakende toestand leidt tot tegenspraak. In Descartes’ visie blijft de geest meester in beide toestanden. De ervaring toont aan dat dit niet klopt, ergo.

    §9

    Kerngedachten

    Besluiten van de geest ontstaan met dezelfde noodzaak in de geest als de ideeën van dingen die feitelijk bestaan.Wie denkt te zwijgen, te spreken of iets te doen door een vrij besluit, doolt. 

    Commentaar

    en daarom ontstaan deze besluiten: Spinoza concludeert expliciet: wie meent dat geest beslist tot spreken of zwijgen, droomt. De droom is een vorm van waan.

     

     

    30-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL- verslag studiebijeenkomst van 28 juni 2014
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In het eerste deel van het seminar werd over kenleer, epistemologie, gesproken.Wat beoogt dit onderdeel van de filosofie? Ervaring, rede en skepsis passeerden de revue. Wat voor een beestje is ‘ware kennis’?  Hoe begreep de goede oude Aristoteles dat? En hoe dacht Descartes er over?

    De kenleer van Spinoza werd in de drieptrappenversie gepresenteerd. Het is inderdaad een kentrappenleer, waarvan elke trede dient beklommen om  de volgende te bereiken. De hoogste trede  is de intuïtie. Die leidt tot een intuïtieve wetenschap: het schouwend begrijpen dat de Natuur (Spinoza’s substantie) één geheel  is, ongeschapen, oneindig, onveranderlijk én beheerst door eeuwige onveranderlijke wetten. Een van de deelnemers wierp mysticisme’ in de discussie. Een oud probleem. Onze conclusie: raakpunten dat wel, mysticisme, in de gebruikelijke religieuze betekenis, dat zeer zeker niet. In dit verhaal werd de definitie herhaald van de verschillende soorten ideeën die een sleutelrol hebben in Spinoza's kenleer: adequate en  inadequate ideeën, gemeenschappelijke ideeën, die wetenschappelijke kennis mogelijk maken, en algemene ideeën, die door hun algemeenheid geen kenniszoden aan de dijk zetten.

    In het tweede deel van de vergadering werd de Toelichting bij Stelling 2  (E,III)  gelezen, samengevat en besproken. Patrick gaf een eigen interpretatie van paragraaf van deze toelichting. Medicus Lode bracht vanuit zijn vakgebied boeiende gedachten aan die raakpunten opleverden met Spinoza. Lees het verslag van dit deel onder deze blog.

    We verwelkomden op deze vergadering  Remi, musicus, die ook in comparatieve filosofie belang stelt.

    Iedereen gaat nu met vakantie. We planden de volgende vergadering op zaterdag 27 september 2014.

    Voor te bereiden:  wat rest van de Toelichting (§ 7,8,9) en de kortere  Stellingen 3-10. Wie Knol  in zijn  kast heeft, leze daar diens vertaling en de zijn commentaar.

    30-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    21-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brieven aan Bento (6)

                                                                                                                                                                                                     Lier, 20 juni 2014.

    Dag Bento,

    Je bent druk in de weer, ik weet het. Slijpen, denken, schrijven, slijpen, … de getrouwen,… en  is er wat tijd over, een pijpje. Misschien maak je dan ook wel wat tijd om  dit even te lezen. Antwoorden doe je sowieso niet. Dat hoor je erbij te nemen als je druk benomen Heren importuneert.

    Ik lees momenteel, wat grondiger dan ik het al eerder deed, het derde deel van je hoofdwerk. In de Toelichting bij Stelling 2 tref ik in de zijbanen van je betoog iets over verwondering.

    Maar neem me niet kwalijk, dat ik eerst, helemaal  terzijde, mijn mening zeg over die Toelichting van jou: omslachtige formuleringen geperst in een zoek geraakte structuur. Ik zal wel  niet de enige zijn die het betreurt dat je meer tijd besteedt aan het polijsten van glas dan aan het polijsten van teksten. Je beweerde toch Bento, dat gewone mensen in begrijpelijke taal moeten worden toegesproken?  

    Over verwondering dus. Mensen denken niet na over de oorzaken van hun handelen, beweer je, zonder zich te verwonderen. Ook in mijn wereld is de vaardigheid om zich te verwonderen een zeldzaam goed.

    Als  rasecht filosoof had jij daar alvast geen moeite mee. Je verwondering was in de De Boom des Levens, waar je school liep, al zo ontwikkeld dat je leermeesters je een irritante vragensteller vonden. Het is je zuur, zoetzuur beweren sommigen, opgebroken.

    Plato wist het al. Verwondering is het begin van de filosofie. Wie zich verwondert stelt vragen en gaat aan het denken. Penser c’est (aussi) le propre de l’homme. Ik volg je Bento, waar je beweert dat geest in de natuur alomtegenwoordig is en in een superstructuur als de mens, supergeconcentreerd. Mensen kunnen zich verwonderen, omdat ze in staat zijn het hoofd in de nek gooien om naar de hemel te turen. Dieren ontbreekt het zeer zeker niet aan geest, maar, zegt Suetonius  pecora, quae natura prona atque ventri obedientia finxit, beesten zijn door de natuur gemaakt om hun kop naar de aarde te buigen om hun buik te vullen. Die kijken dus nooit omhoog. Ze zijn te druk bezig  met hun primum vivere.

    Van In den beginne waren mensen wis en zeker al stargazers. De nachtelijke prehistorische hemel als eindeloos spektakelscherm, een gigantische gekromde flat met eindeloos spannende verhalen…Wat moeten die zich hebben verwonderd! Als hoogontwikkelde natuur hadden die eerste hominiden er gewoon een natuurlijke aanleg voor. Ze waren in die zin al echte filosofen want, ‘filosofie is een radicaliseren van de verwondering naar alle kanten’.  Dat schreef Cornelis Verhoeven (+ 2001) in zijn Inleiding tot de verwondering, eigenlijk een inleiding tot de filosofie.

    De meeste mensen zijn vandaag niet erg sterk in het zich verwonderen. Ze nemen al te vaak alles voor lief en normaal. Kunnen we het hen kwalijk nemen?  Ze werden opgevoed door lieden die zelf niet weten wat echte verwondering is… omdat het hen evenmin werd aangeleerd. Ik denk aan  Breughels schilderij van de blinden als metafoor voor scholing en onderwijs. Je kent schilder en  schilderij niet Bento?  Het stelt een trio blinden voor die geleid  worden door een...blinde, tot ze allen op de bek gaan.

    Ooit beweerde een bevlogen Vlaamse pedagoog: onderwijzen is wonder wijzen. Daar gaat het om, toch?  Er mag op school dus best wat minder ballast in de rugzak van de jongeren worden gestopt en best wat meer verwondering.

    Je knikt van ja Bento, maar je weet  toch ook : altijd wordt opnieuw gekozen voor ballast.

    Met genegen groet,

    Willem    


    21-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinoza creatief
    >> Reageer (0)
    15-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. 3 Spinoza ’s politica en de historische context van zijn tijd.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De politieke context van Spinoza’s tijd kennen, helpt om zijn opvattingen over staat en recht goed te begrijpen. Die opvattingen zijn, hoe kan het anders, beïnvloed door die historische context.

    Spinoza  interesseerde zich voor politiek: de binnen- en buitenlandse problemen van zijn Republiek lagen hem nauw aan het hart. Hij had er een mening over, een filosofisch au dessus de la mêlée was voor hem geen optie.

    Eerst even terug naar de 16de eeuw, een hele poos voor de geboorte van Baruch. In de tijdspanne  tussen het jaar van de Beeldenstorm (1565) en de erkenning van de onafhankelijkheid van de Republiek (1648), groeide in de opstandige provincies in het noorden een bestuursvorm die in grote mate verder bouwde op de bestuurlijke tradities en instellingen van de Zeventien Provinciën. In die periode groeiden evenwel ook politieke, religieuze en economische spanningsvelden die zich allengs uitdiepten. Uiteindelijk veroorzaakten die ernstige maatschappelijke onlusten. De tegenstellingen kwamen voor het eerst openlijk aan de oppervlakte ten tijde van het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), een adempauze in de Tachtigjarige Oorlog. Het abces barstte volledig open kort nadat de Verenigde Provinciën door het Verdrag van Munster in 1648 afhankelijk werden (zie foto).

    In de Republiek heerste in het eerste  kwart van de 17de eeuw een felle partijstrijd tussen enerzijds  regenten en burgers die Arminiaans dachten, en medestanders van Oranje die  de Staatskerk verdedigden. De partij van de Oranjes koesterde de heimelijke ambities om voor dat geslacht een koningskroon in de wacht te slepen. De partij van de regenten-burgers, rijk geworden door commercie, had de economische en politieke hefbomen van de Republiek stevig in handen. Die macht behouden, meer centen en nog meer welstand, daar ging het hen om…

    Het was een wrede strijd, die de hele samenleving in de Republiek erg diep beroerde.Ook kleine luyden, waren er mee bezig: hun diep doorvoeld en dagelijks beleden geloof werd bedreigd. Religie was in die dagen, anders dan nu, een uitermate ernstige aangelegenheid, gedragen door vrijwel de gehele bevolking. De strijd tussen Remonstranten (Arminianen) en Contra-remonstranten  wortelde zich diep in de volksgemeenschap en verdeelde geesten en zielen. Het volk koos de zijde van de Oranje partij, de partij van de Contra-remonstranten en vormden blok tegen de partij van regenten-burgers.

    Drie ernstige en bloedige conflicten waren het gevolg van die tegenstelling. 

    1  In 1619, een hele poos voor Spinoza’s  geboorte werd Oldenbarnevelt, Raadpensionaris van Holland, de belangrijkste politicus van de Republiek, van verraad beschuldigd en onthoofd op het Binnenplein in Den Haag (1619). Een drama en een hoogst onverkwikkelijke zaak. De Oranjes, Maurits van Oranje op kop, hadden er de hand in. Oldenbarnevelt werd beschuldigd van verraad omdat hij al te welwillend zou zijn tegenover de Spaanse vijand en ook omdat hij de kaart trok van de Arminianen, die de Staatskerk afvielen. De terechtstelling van Oldenbarnevelt bezegelde de overwinning van de Hervormde Kerk, die haar triomf verzilverde  met de Synode van Dordrecht(1618-1619).

    2  Kort na de erkenning van de onafhankelijkheid, in de periode 1650-1654 lopen de politieke tegenstellingen in de jonge staat hoog op. De Oranjes spelen hoog spel: via een machtsgreep wilden ze letterlijk en figuurlijk de kroon op hun werk zetten: de Republiek omvormen tot een monarchie. De leider van de Regentenpartij Johan de Witt wordt Raadpensionaris en steekt een stok in de wielen. Het geslacht Oranje wordt voor eeuwig ontheven van militaire functies en het stadhouderschap wordt opgeheven...

    3  In 1672, het rampjaar van de Republiek, valt Frankrijk de Republiek binnen. De inval wakkert de interne spanningen weer aan en de politieke opposanten gaan openlijk de strijd aan. Jan de Witt en zijn broer werden door het gepeupel vermoord en  letterlijk verscheurd. Een moordaanslag die ook  omwille van zijn onmenselijke wreedheid Spinoza diep raakte. De noodtoestand waarin de republiek uiteindelijk terechtkwam, bracht Willem III terug op het politiek toneel. Hij werd stadhouder en slaagde erin het tij te keren. In 1689 wordt hij koning:  koning van Engeland weliswaar. Na de nederlaag van Napoleon in Leipzig (1813) pikken de Oranjes de zo begeerde koningskroon in: Willem  ingehaald als ‘soeverein vorst’ proclameert zichzelf tot koning en wordt na Waterloo (1815) erkend als koning  Willem I van het Verenigd  Koninkrijk der Nederlanden, waartoe ook ons land behoorde…

    Waar stond Spinoza in dit politiek conflict? Spinoza koos de zijde van de regenten, de welstellende burgerij, en dus ook voor van alle lieden die de vrijheid van denken in het vaandel droegen. Zijn keuze werd door de politieke context van zijn tijd bepaald en het was een logische: ze werd zeer zeker mede bepaald door zijn burgerlijke afkomst uit een koopmansfamilie. Bovendien verkeerde hij in een midden van Collegianten en andere dissidente Christenen, dat overwegend anti-Oranje dacht. Vergeten we toch ook maar niet dat Spinoza geen kritiek zou hebben gehad op het beleid van de partij die zijn voorkeur wegdroeg. Hij was een zelfstandig denker die hoogst persoonlijke ideeën ontwikkelde over staat en recht. Die lezen we nu nog in zijn politica.

    Politiek en ideologisch trok Spinoza dus de kaart van tolerantie en meningsvrijheid. Die twee maatschappelijke deugden waren niet de sterkste zijde van de Hervormde Kerk, die zeer argwanend stond tegenover alle meningsuitingen die indruisten tegen haar  Bijbelse Waarheden. Om ongewenste dissidentie te kunnen onderdrukken hadden ze een Staatskerk met macht nodig. En daar kwamen ze aardig mee weg: die macht vloeide voort uit hun organisatorische talenten die de Kerk tot een efficiënt instituut hadden gemaakt én hun alliantie met politieke machthebbers, die, als het nodig was hun wensen met dwang kon doorvoeren en hun belangen beschermen.

     

     

    15-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie: Staatsleer
    >> Reageer (0)
    08-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SLK-Studiebijeenkomst van 28 juni 2014
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Inhoud van het eerste deel

    ONDERWERP

    INHOUD

    DIA

    1  Wat is kenleer?

    Kennen als probleem, epistemologische vragen

    dia 1

    2  Grondhoudingen t.a.v. het kennen

    Rationalisme, empirisme, scepticisme

    dia 2

    3  Ratio versus religio

    Enten Eller: filosofie en/of boekreligies?

    dia 3

     

    4  Kenleerstukken van Aristoteles en  Descartes

    De ‘ware idee’   volgens Aristoteles en  Descartes

    dia 4

    5  Kernbegrippen in Spinoza’s kenleer

    Adequate kennis, inadequate kennis, gemeenschappelijke begrippen, algemene begrippen

    dia 5

    6  Kensoorten volgens Spinoza

    Soorten en samenhang

    dia 6

     

    7  De eerste soort

    Verbeelding

    dia 7

     

    8  De tweede soort

    Ratio

    dia 8

     

    9  De derde soort

    Intuïtie

    dia 9

     

    10  Spinoza’s rekenkundig voorbeeld

    Regel van drie als illustratie van de drie soorten van kennen

    dia 10

     

    11  Scientia inuitiva

    Wat mag dit dan wel zijn? Haalbaar of onhaalbaar? Concept zonder body..?

    dia 11

    12  Spinoza’s kenleer sleutel tot ‘Blijdschap’

     Kennen in het filosofisch systeem  van Spinoza

    dia 12

    08-06-2014 om 15:55 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    05-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 George Steiner over Alain, maître à penser
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Succesauteur Herman Koch neemt in zijn jongste roman ‘Geachte heer M’ de middelmatigheid in de middelbare school op de hak. Middelmatigheid bestaat in onderwijsinstellingen van laag tot hoog, in elk levensdomein, en dus ook in het wereldje van succesauteurs… Meer nog: mediocriteit is een belangrijke levensnorm, die het ons mogelijk maakt al wat er bovenuit schiet of onderuit glijdt te onderscheiden. Excellence, uitmuntheid, is zeldzaam. Maar die bestaat in de sfeer van het onderwijs gelukkig ook nog!  Laten we het daarom even hebben over school-meesterschap.

    We lopen in onze beschavingskring niet over van respect voor onze leermeesters. En toch: ‘Onderricht, gesproken en aanschouwelijk gemaakt, in woord of voorbeeld, is natuurlijk zo oud als de mensheid. Geen familie of sociaal systeem, hoe geïsoleerd en rudimentair ook, kan bestaan zonder leren of leertijd, zonder gedegen meesterschap en leerlingschap.’ Dat schreef George Steiner in Het oog van de meester.(1)  

    George Steiner (° 1929 ), literatuurwetenschapper en filosoof, schreef een erudiet boek over excellent leermeesterschap. Of we willen of niet: we passeren door de handen van onze meesters. Zonder leermeesters worden we niet volwassen. Ze drukken vaak een blijvende stempel op ons, een positieve en helaas ook wel eens een negatieve. Sommigen leermeesters halen de geschiedenis: Alain is er zo een. In zijn tijd had die man hele generaties in zijn greep: hij werd praeceptor Galliae genoemd, leermeester van Frankrijk…

    Steiner wijdt aan hem een uitvoerige passage.(2) George Steiner, die zelf door bewonderaars maître werd genoemd, rekent ook Alain tot een van zijn maîtres à penser. Zo noemen,  in de Franse sfeer, dankbare leerlingen meesters aan wie ze geestelijk schatplichtig zijn. Heel vaak zijn dat louter boeken-meesters geen onderwijs-meesters.

    Emile-Auguste Chartier (1868-1951) schreef onder het pseudoniem Alain. Hij was, beweert Steiner,’oppermachtig in de république des instituteurs, ten tijde van de Franse Derde Republiek. ‘Toch is de naam van Alain vrijwel onbekend in de Anglo-Amerikaanse wereld. Vrijwel geen van zijn teksten is vertaald.’ Dat geldt ook nu nog voor Lage Landen bij de Zee.

    Alain gaf les aan het eerste lyceum van Frankrijk, het Parijse Lycée Henri IV, waar hij in de hoogste jaren de filosofieklas voor zijn rekening nam. Hij zat er goed en toonde nooit belangstelling voor een universitaire leerstoel.

    Alain schreef benevens filosofische werken, ook knappe memoires. Zijn leven als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog leverde boeken op als: Mars ou la guerre jugée (1921), filosofische beschouwingen over oorlog en Souvenirs de guerre, voltooid in 1933. Zijn eigen leermeester eerde hij met Souvenirs concernant Jules Lagneau (1925). Ook de geschiedenis van zijn ideeën stelde hij te boek in Histoire de mes pensées (1936). Steiner noemt het een juweel. In een tijdspanne van 30 jaar publiceerde Alain in dag- en weekbladen ongeveer 5000 Propos, filosofische columns over actuele gebeurtenissen uit zijn tijd. Een selectie ervan werd samen met andere werken gepubliceerd in vier forse delen van de Pléiade reeks van Gallimard.

    Alain had vanzelfsprekend zelf ook leermeesters. Hij doordrong  zijn leerlingen van de idee om de grote klassieke auteurs te lezen, te lezen, en te hérlezen. Voor hem waren die niet alleen onuitputtelijke bron van literaire vreugde, maar ook aanknopingspunt voor zijn filosofielessen. Alains denken was bovendien doordrongen van de filosofie van Descartes en Spinoza. Steiner zegt hierover het volgende: ‘Voor Alain betekent leven denken; het bestaan registreren als een grenzeloze stroom van gedachten. Deze gelijkstelling was het hoogste goed. Voor Descartes en Spinoza, die beiden hun schaduw wierpen over Alains onderwijs.’

    ______

    (1) George Steiner, Het oog van de meester, Amsterdam, 2004, blz. 15. Oorspronkelijke titel:  Lessons of the Masters, London, 2003.

    (2) O.c., blz. 110-116.

     

     

    05-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    04-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aforismen uit mijn De zaaier-cahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ridder van de Droevige Figuur

    Leeshygiëne: prop je niet vol met boeken van één soort.

    ***

    Flatvervlakking  

    Eerst werden televisieschermen vervlakt, dan programma’s,  vervolgens het  TV-V …

    ***

    Haarmigratie van hoofd naar neus en oren kondigt bij mannen de derde leeftijd aan.

    ***

    Goede historische romanschrijvers leren ons meer over het verleden dan mediocre historici.

    ***

    Wie niet met zichzelf lacht, heeft geen zin voor humor.

    ***

    Vissen zijn ook van mening dat zwijgen niet kan verbeterd worden.

    ***

    Drop-outs in de School van het Leven: kniezers, klagers, zeurpieten en tutti quanti…,

     

     © W. Schuermans


    04-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)


    Foto

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (13)
  • De geschriften (37)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • Lezend in de Ethica, (1)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (24)
  • Stellingenboekje (24)

  • Archief per maand
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (13)
  • De geschriften (37)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • Lezend in de Ethica, (1)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (24)
  • Stellingenboekje (24)


  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!