Foto
Inhoud blog
  • Spinoza in zijn tijd (1)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (20)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (19)
  • Jezuïeten en Spinoza: ken er één en je kent ze allen (3 - slot)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (18)
    Zoeken in blog

    Mijn favorieten
  • Het Spinozahuis
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Mijn dichters: wandelen in mijn poetisch geheugenpaleis
  • In de Toren van Montaigne: omtrent Michel de Montaigne (1533-1592), zijn Essais en zijn Tijd
    Spinoza Kring Lier
    Spinoza (1632-1677), over zijn leven, zijn filosofie & zijn tijd
    Al wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam. - Sed omnia praeclara tam difficilia quam rara sunt. - Spinoza/ Omnia praeclara rara. - Het voortreffelijke is zeldzaam. - Cicero
    17-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Miriam Van Reijen: van passie naar actie...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Miriam van Reijen, Spinoza in bedrijf, van passie tot actie, Amsterdam, 2013, uitgeverij Klement/Pelckmans, €16.

    Voor een Spinoza-publicatie van Miriam rep ik me graag naar de boekhandel. Dat komt omdat ik zo enthousiast was over De geest is gewillig, maar het vlees is sterk, een boek van haar dat eerder verscheen bij dezelfde uitgevers. Kennelijk delen velen mijn enthousiasme, want  intussen werd het een succesboek dat niet zolang geleden voor de vijfde maal herdrukt werd.

    Spinoza in bedrijf  kocht ik al in november j.l. op de boekenbeurs in Antwerpen. Ik schonk het boek meteen aan een goede vriendin die in Spinoza haar weg zoekt. Want het boek is daartoe uitermate geschikt, omdat de auteur, naar ze zelf schrijft, laagdrempeligheid  nastreeft. Ik kocht zopas met plezier een ander exemplaar.

    Van Reijen publiceert en geeft lezingen over Spinoza. Ze doet dat deskundig en met gedrevenheid. Ze is uit het goede hout gesneden om haar publiek over Spinoza wat bij te brengen: ze hanteert daartoe een even efficiënte als boeiende pedagogische visie. Ze opent namelijk de poort naar diens filosofie via de meer toegankelijke deur van de affectenleer. Drie van de vijf delen van de Ethica hebben er trouwens mee te maken, zodat de keuze om via die toegangsdeur op  Spinoza toe te stappen verantwoord is. Haar lectuur van het werk is er bovendien op gericht om het nut en de praktische waarde van Spinoza’s filosofie op te spitten. Het betoog wordt waar nodig onderbouwd en geïllustreerd met voorbeelden uit het dagelijks leven.

    Het boek is in feite een bloemlezing van Spinoza-teksten, voorzien van een ruime inleiding. Het bestaat daarom uit twee delen. In het eerste, inleidende deel (50 blz.), maakt de lezer kennis met de essentialia: de biografische feiten, ‘weinig feiten, veel fictie’ en met een röntgen van de hoofdlijnen van Spinoza’s filosofie aan de hand van diens werken, afgerond met ‘vier kenmerken’ van zijn leer. Na een beschouwing over Spinoza: een wijze koopman, komt de auteur tot de kern van haar betoog:  het belang van Spinoza’s leer in het huidig economisch denken en bestel. Meteen ook het meest originele deel van de inleiding.

    De auteur betoogt dat de moderne economische theorieën, die ook de actuele sociologische wetenschap onderbouwen, wat kunnen leren van Spinoza. Met name het overstijgen van het nog steeds gehanteerde mensbeeld van de ’economische mens’ (homo economicus) zij het dan aangevuld met het mensbeeld van de ‘schenkende mens’ (homo donans). Hoe dat kan en met welk gewin wordt uitgelegd. Spinoza in bedrijf gooit verder ook een anker uit naar mensen die in het bedrijfsleven op zoek zijn om hun human resources optimaal te gebruiken en het leiderschap van de manager beter en ook effectiever te doortimmeren. Van  Reijen heeft in deze materie ervaring: ze richtte zich in het verleden al tot deze doelgroep als participante in een seminar-cyclus voor managers.

    In het tweede deel van het boek selecteerde van Reijen teksten van Spinoza. Die werden door de auteur gekozen op basis van haar ‘eigen lezing en interpretatie van Spinoza, de invloed van zijn denken op de praktijk van het alledaagse leven, zowel voor ons als individu als in allerlei samenwerkingsverbanden, de staat incluis.’

    De geselecteerde teksten worden gegroepeerd onder de volgende kopjes: 1  Deze filosofie is nuttig, 2  De mens is zoals hij is, (…), 3  Spinoza’s motivatietheorie (…) 4  De mens is een sociaal wezen. Elk deeltje wordt ingeleid door de auteur. Dat is nodig om de lezer in staat te stellen de tekstfragmenten te plaatsen en samenhang te geven. Het boek wordt passend afgesloten met een synthese van de leer zoals Spinoza die zelf samenvatte.

    Spinoza in bedrijf is een uitstekende introductie om op even boeiende als laagdrempelige wijze kennis te maken met de filosofie van Spinoza.

    Ook De geest is gewillig, maar het vlees is sterk is en blijft een aanrader.

    17-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    16-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Quare hodie Judaei, Theologisch-politiek traktaat, C. III,12 - commentaar

    Vooraf

    1   De tekst komt uit het Tractatus theologico-politicus, door Spinoza in 1670 naamloos gepubliceerd en opzettelijk voorzien van een onjuiste plaats van uitgave en een fictieve uitgever. In een pas verschenen magistrale en monumentale publicatie van Henri Krop wordt de TTP gekarakteriseerd als een politiek pamflet, waarmee Spinoza zich een kind van zijn tijd toont.(1)

    2   Ondanks de verspreiding van de joden over de wereld, ondanks de haat en gruwelijke vervolgingen vanwege andere naties, hebben de joden zich door de eeuwen heen als volk kunnen handhaven. Dit is en blijft een merkwaardig historisch gegeven. Spinoza geeft in deze tekst zijn interpretatie van de feiten. Hij ondersteunt die met voorbeelden uit de geschiedenis.

    3   Dit tekstfragment, geschreven in een gebrekkig Latijn en gestoffeerd met halve waarheden, wekte in het verleden felle joodse reacties op en brengt ook vandaag nog joodse pennen in beweging…

    Toelichting

    Daarom kunnen de joden vandaag: daarom verwijst naar de vorige paragraaf (§ 11). Die stelt o.a. dat de uitverkiezing van de joden niet voor eeuwig verworven is en bovendien niet zonder meer betrekking heeft op alle joden.

    hoeft niet te verbazen: Spinoza heeft een rationele verklaring voor het overleven van de joden. Een verklaring die een miraculeus ingrijpen van God poneert, wijst Spinoza af.

    zodat ze zich de haat op de hals haalden: voor Spinoza een eerste verklaring voor het voortbestaan van de joden doorheen de eeuwen.

    Dat wordt door de ervaring aangetoond: rationalist Spinoza overtuigt zijn lezers graag en vaak door een beroep te doen op ervaringsgegevens. Hier beroept hij zich op ervaring aangedragen door de geschiedenis: à la Spinoza, een vorm van inadequate kennis…

    Toen eertijds de koning van Spanje:  Ferdinand en Isabella, los Reyes Catholicos, die in 1492 anti-joodse decreten uitvaardigden. Spinoza veralgemeent en zijn bewering is slechts gedeeltelijk waar. Zeker is het zo dat heel wat bekeerlingen (conversos), zich perfect integreerden in de Spaanse samenleving van toen, maar dat gold niet voor alle joodse conversos. Velen bleven in het geheim hun geloof trouw. De maatregelen van Ferdinand en Isabella bewerkstelligden hoe dan ook niet wat Spinoza schrijft.

    Precies het tegenovergestelde:  Spinoza presenteert een omgekeerd voorbeeld: de onvolledige integratiepolitiek van de Portugese koningen bestendigden het verder bestaan van de joden in Portugal. De houding van de Portugese koning, die zich om politieke redenen een overijverig vervolger van joden toonde, bracht een grote emigratie van joden opgang, met grote economische schade voor zijn land. Zeker waren er ook veel Portugese joden die bleven… Spinoza stelt ook hier de feiten onvolledig en dus eenzijdig voor.

    China: de chinese kuif  (zoals bv. voorgesteld in gravures uit de tijd van Spinoza) werd niet door alle chinezen en niet in alle historische epoques gedragen. Ten tijde van de Qing-dynastie of Mantsjoe-dynastie (1644-1912) werden chinezen door de Mantsjoes (verwant met Mongolen) verplicht tot het dragen van een kuif om hen te kunnen onderscheiden van de heersende Mantjoe-klasse. Als protest lieten chinezen een haarvlecht groeien tot op de rug en lager…

    De continuïteit van het Chinese volk en dus ook hun cultuur wordt door Spinoza verklaard door een…haarkuif. Hij geeft hier een staaltje van lachwekkend reductionistisch denken. Bovendien vergelijkt hij appelen met peren: een onzichtbaar joods teken met een merkbaar Chinees teken, dat dezelfde effecten sorteert…

    Maar alleen al het teken van de besnijdenis: naast haat is de besnijdenis voor Spinoza de tweede (en meest belangrijke) verklaring voor het overleven van de joden als volk. Besnijdenis (circumcisie) kwam ook al voor bij de Egyptenaren, zoals blijkt uit muurschilderingen. Niet onmogelijk dat de Hebreeërs daar in de leer gingen. Ook andere volkeren kenden deze rituele verminking.

    opnieuw een staat stichten:  Spinoza als visionair … : na de Tweede Wereldoorlog waren de tijden rijp voor de oprichting van de staat Israël. Een nieuwe bron van haat en geweld tegen joden.

    Besluit: 

    1   Spinoza springt onzorgvuldig om met zijn historische voorbeelden: hij vermeldt alleen feiten die zijn these dienen.

    3   In  het geval van Spanje en Portugal mag worden aangenomen, gelet op zijn roots, dat Spinoza de historische context goed kende. Spinoza is in deze intellectueel oneerlijk.

    Dat is hij wel eens meer: ik verwijs naar een flagrant voorbeeld in de inleiding van de TTP, waar hij (zonder blozen?) beweert:  ‘Ons is nu dus het zeldzame geluk ten deel gevallen dat wij leven in een staat waarin ieder de onbeperkte vrijheid  is toegestaan om te oordelen en God te vereren zoals het hem goeddunkt (…) (2).  De historische feiten leren ons wat anders.

    Lees in dit verband ook mijn blog over  het essay van Henry Méchoulan (21.10.2013).

    Waarom hij dat doet is alweer een verhaal van gissen: of het nu beschouwd wordt als een retorisch procédé of als een manier van communicatie met de ‘gewone man’, in overeenstemming met zijn levensopvatting en filosofie, het maakt voor de kwalificatie van de feiten geen verschil.

    4  Wat de globale interpretatie van deze tekst betreft: interpreteren is en blijft een subjectief proces en dus altijd betwistbaar.

    _____

    (1) Henri Krop, Spinoza, Een paradoxale icoon van Nederland, Amsterdam,2014, blz. 69. Ik onderstreep.

    (2) Spinoza, Theologisch-politiek traktaat, Amsterdam, 1997, blz.86, vert. F. Akkerman

    16-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    13-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Quare hodie Judaei, Theologisch-politiek traktaat, C.III, 12 - vertaling
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Daarom kunnen de joden vandaag zich op niets beroepen om zich boven alle naties te stellen. Dat ze zich zo vele jaren hebben kunnen handhaven ook al leefden ze verspreid en zonder staat hoeft niet te verbazen. Ze hebben zich van alle andere naties afgescheiden zodat ze zich de haat op de hals haalden van allen, niet alleen door uiterlijke rituelen, tegengesteld  aan de rituelen van andere naties, maar ook door het teken van de besnijdenis dat ze angstvallig in ere houden. Het lijdt geen twijfel dat die haat van de naties in hoge mate bijdroeg tot hun voortbestaan. Dat wordt door de ervaring aangetoond.

    Toen eertijds de koning van Spanje hen verplichtte de godsdienst van zijn koninkrijk te omhelzen of anders in ballingschap te gaan, hebben de meeste joden de Roomse godsdienst aanvaard. Al wie die godsdienst aanvaardde, verkreeg alle rechten van de geboren Spanjaarden met toegang tot alle ambten. Daardoor zijn ze zo met de Spanjaarden vermengd, dat korte tijd nadien niets meer van hen overbleef, evenmin een herinnering.

    Precies het tegenovergestelde overkwam hen die de koning van Portugal verplichtte de religie van zijn koninkrijk te aanvaarden. Hoewel ze zich bekenden tot die godsdienst bleven ze van de anderen afgescheiden leven omdat hij hen geen toegang gaf tot de ambten.

    Maar alleen al het teken van de besnijdenis volstaat om die natie in alle eeuwigheid in stand te houden, daarvan ben ik overtuigd, en dat ze ooit nog eens, als de omstandigheden zich daartoe lenen, opnieuw een staat zullen stichten (de dingen des mensen zijn veranderlijk) en dat God hen opnieuw zal uitverkiezen, tenzij hun religieuze principes hun geesteskracht ondermijnt, dat geloof ik absoluut.

    Overduidelijk is het voorbeeld  van de Chinezen. Die bewaren angstvallig een soort kuif op hun hoofd, waardoor ze zich van alle anderen onderscheiden. Door dat onderscheid bleven ze vele duizenden jaren verder bestaan, zodat ze in ouderdom alle volkeren ver overtreffen. Ze hebben niet altijd het staatsroer in handen gehad, maar herwonnen het steeds weer wanneer ze het kwijt waren gespeeld. Ongetwijfeld zullen ze dat opnieuw doen, wanneer de geesteskracht van de Tartaren zal verzwakt zijn door weelde en laksheid.


     © W. Schuermans


    13-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    10-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De mantel van Spinoza,...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ivan Segré, Le manteau de Spinoza,  Pour une éthique hors la Loi, Paris, 2014, 261 p., La Fabrique, editions.

    Segré (°1973), geboren Parijzenaar, nu verblijvend in Jeruzalem, is een filosoof die al heel wat bijeen schreef over de ‘joodse kwestie’ en deze problematiek bekijkt vanuit onversneden marxistisch perspectief. Dat geldt ook voor Le manteau de Spinoza, een antwoord op het essay Le Sage trompeur van  Milner. Uit de bibliografie van Segré blijkt dat Le manteau de Spinoza ook  kadert in zijn vorige geschriften over la question juive.

    De titel van Segré’s recentste publicatie verwijst naar een van die vele fantasistische Spinoza-verhaaltjes die zijn magere biografische gegevens moeten opleuken: ooit werd er door een of andere intolerante jood een aanslag gepleegd op Spinoza. Het mes maakte alleen een gat in de mantel van de filosoof… die in lengte van eeuwen en tot in onze tijd steeds weer door joden belaagd wordt.

    Jean-Claude Milner (zie blog infra) is een van de velen joden (én anderen) die Spinoza beschouwen als een verrader van de joodse zaak. Niet alle joden denken er evenwel zo over.Ook Segré niet. Hij voelt zich geroepen om de conclusies te onderzoeken, die Milner deduceert, na een wel zeer bijzondere lectuuroefening van § 12 van hoofdstuk 3 van de TTP.

    Het eerste deel van Segre’s boek titelt: La philosophie, l’élection et la haine. Spinoza et les théoriciens bourgeois. In de Proloog die eraan voorafgaat schept Ivan klare wijn: als er over le nom juif gesproken wordt kunnen twee kampen worden onderscheiden: les théoriciens bourgeois en les théoriciens ouvrier, deux écoles non seulement antagoniques mais antinomiques  (blz.15) .Wie in dit verhaal de bourgeois is laat zich raden.

    Segré leest dus in het eerste deel  van zijn boek de tekst Quare hodie Judaei, die door Milner verzelfstandigd werd en als een anti-joods manifest gebrandmerkt. Segré gebruikt een meer voor de hand liggende lectuurmethode dan die van Milner: eerst wil hij de expliciete betekenis van de tekst begrijpen, dan een gooi doen naar de intrinsieke betekenis ervan om tenslotte na te gaan of de interpretatie van de verborgen betekenis niet in tegenspraak is met de expliciete betekenis van de gelezen tekst. Klassieke exegese. Precies dat wat Milner naar de schroothoop verwijst.

    Het resultaat verrast niet: de verregaande conclusies van Milner worden met Segre’s leesbril op de neus niet teruggevonden en dus afgewezen. In de eindconclusie van het eerste deel loopt Segré merkbaar rood aan en stelt onomwonden: ‘ L’exégèse de Milner, parce qu’elle est au service de la classe dominante, est violente.’ (blz. 98).

    In het tweede deel van het boek, La Bible de Spinoza, houdt Segré een pleidooi voor de mogelijkheid van een ethiek hors la Loi . Een belofte die de ondertitel van het boek in petto hield. Dat pleidooi dient ook begrepen te worden als een verdediging van Spinoza, die zo vermetel was een ethiek buiten het Boek der Boeken te construeren en ook daarvoor door heel wat geloofsgetrouwe joden neergebliksemd werd. Een ethiek die rationeel wordt opgebouwd en niet steunt op de Mozaïsche wet is dus geen verraad aan de joodse zaak.

    Dit deel is het omvangrijkste deel van het boek. Het is even saai als moeilijk leesbaar. Segré, de talmoedist, geraakt hier flink op dreef en dist de lezer een intertextuele brei op met ingrediënten uit talmoed, bijbel en natuurlijk ook Spinoza. 

    Le manteau de Spinoza  is alleen interessant  voor zijn eerste deel, op voorwaarde dat het samen gelezen wordt met het essay van Milner. Doet men dat niet dan dreigt de lezer in dorre tekst van Segré het spoor bijster te raken. Het tweede deel lezen is tijdverlies voor wie meer wil te weten komen over de basisfilosofie van Spinoza. Het is voer voor vakfilosofen die er ongetwijfeld weer een mandvol voetnoten aan zullen overhouden. 

    10-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    06-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza, le sage trompeur, ...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Jean-Claude Milner, Le sage trompeur, Libres raisonnements sur Spinoza et les Juifs, Court traité de lecture I, Paris, 2013, 123 p.

    Milners essay, gepubliceerd in februaril 2013, ligt reeds meer dan een jaar op mijn leestafel. In  Frankrijk joeg het boekje afgelopen jaar heel wat stof op. Hoog tijd om het nu te bespreken. Ook al omdat zopas een wat lijviger boek van de pers rolde waarin Milner (°1941) van antwoord wordt gediend door Ivan Segré, een Talmudist. Daarover later meer.( 1)

    Baruch d’ Espinoza was van joodse komaf. Het is dus niet meer dan normaal dat joodse mensen, al of niet lid van het bent der filosofen, een mening hebben over Baruch de Jood. Zeker over een casus-jood als Spinoza. Milner, linguist, filosoof en essayist, kondigt zijn essay aan als libres raisonnements. Die worden minutieus en logisch ten beste gegeven.

    De titel van het essay maakt de positie van Milner meteen duidelijk. Spinoza is een Wijze met ‘bedrieglijke’ bedoelingen… In zijn essay draagt de auteur zijn argumenten aan. Milners boodschap is alvast niet van aard Spinozistische wierookzwaaiers vrolijk te stemmen. Maar niemand hoeft het met de auteur eens te zijn.

    Waar gaat het om? De tekst die op Milners lever ligt (en die van vele andere joodse mensen) is een paragraaf uit het Theologisch-politiek traktaat (TTP), in 1670 naamloos door Spinoza gepubliceerd. Het betreft het einde van §12 van het derde hoofdstuk van de TTP. Dat hoofdstuk draagt als titel:  Over de roeping van de Joden en of de gave van de profetie typisch is voor Joden. De paragraaf begint met de woorden Quare hodie Judaei (Daarom (kunnen) de joden vandaag). Milner laat quare (dus) wegvallen. Die woorden verwijzen naar Spinoza’s vorige paragraaf. Milner maakt zo van §12 een autonome tekst.  Na zijn interpretatie wordt de tekst een anti-joods manifest...

    In de inleiding van het essay wijst de auteur op het groot belang ervan. Milner bestempelt  Spinoza’s tekst als het charter van de verlichte joden sedert de 19de eeuw, hoewel die in joodse kringen ook felle tegenstanders kende en kent. Fijntjes voegt Milner eraan toe: ‘Le texte m’a toujours paru moins limpide qu’on ne dit (…)’. Dat klinkt Spinoza analysten niet onbekend in de oren.

    Milners centrale these is, dat Quare hodie judaei door Spinoza met opzet is gecrypteerd en dus een verborgen boodschap bevat die gericht is tegen zijn volksgenoten. Milners méthode de lecture zal die aan de oppervlakte brengen. Iets over die methode?

    Milner leest  Daarom (kunnen) de joden vandaag op grond van een bijzondere leesmethode. Vandaar de ondertitel van zijn essay Essay de lecture 1.  Milner, ontevreden over de platte leesmethode die wij gewend zijn te gebruiken, heeft dus duidelijk plannen om ons nog staaltjes te geven van zijn manier van lezen. Wat die vermag illustreert hij in dit essay. Hij baseert zijn leeswijze op lectuurregels van politiek filosoof Leo Strauss (1899-1973).(2) Die stellen o.a. dat een auteur die fouten maakt die een schooljongen niet maken zou, bedoelingen heeft. Aan de wakkere lezer om die te achterhalen.

    Hoeksteen van zijn argumentatie is zijn interpretatie van het devies van Spinoza’s zegel: dat hij une dévise trop claire noemt… Het Caute op het briefzegel van Spinoza is, beweert hij, een brachylogie, d.w.z. een zinspeling op een spreuk die ingekort werd, en die geëduceerde lezers in de 17de eeuw makkelijk herkenden. Die spreuk is volgens Milner: si non caste, tamen caute: als je niet kuis bent, hou dan je bek!  Een christelijk devies dat al bekend was in de 11de eeuw en gebruikt werd in de context van priesters die het moeilijk hadden met hun testosteron. Milner geeft caste, niet de eerste en meest voor de hand liggende betekenis (kuis), maar vertaalt caste als indecent, in de betekenis van: in strijd met de gangbare, oirbare, meningen. Waarom Milner dat doet en vooral waarom hij caute precies met die bepaalde spreuk verbindt, verklapt hij niet.

    Via deze onnodige en betwistbare omweg sluit Milner zich aan bij de meest gangbare interpretatie van het zegel-Caute.  Parafraserend gesteld luidt die: wees voorzichtig, pas op je tellen als je dingen zegt en schrijft die tegendraads zijn en de goegemeente schofferen!

    Spinoza beweert in de tekst Quare hodie judaei dat de joden hun voortbestaan danken aan de haat die zij zich doorheen de eeuwen op de hals haalden. Die jodenhaat verdwijnt als ze de gebruiken en gewoonten van hun omgeving accepteren en overnemen. Spinoza ondersteunt dan die these met ervaringsvoorbeelden. Daar wringt het schoentje: Milner meent dat zijn voorbeelden en redeneerwijze rammelen…

    In de tekst Daarom (kunnen) de joden vandaag staan flagrante onwaarheden. O.a. over het lot van de joden in Spanje in de 15de -16de eeuw. Spinoza wist in deze Spaanse kwestie al te goed hoe de vork aan de steel zat, maar dist de lezer toch een onjuiste voorstelling van de feiten op. Spinoza misleidt de lezer dus met opzet om zijn stelling kracht bij te zetten. Milners leesmetode stoot dan door tot de verborgen boodschap: haat moet uit de wereld verdwijnen door het uitgommen van de naam Jood. Niet op gewelddadige wijze, wel te verstaan, maar zonder dat er één druppel bloed vloeit! Dat kan door ze te verplichten tot renegatie, het opgeven van hun voorvaderlijk religie én dan tot bekering. Dat ze Christen worden of Moslim! Spinoza gaf in deze al een voorzet: het Theologisch-politiek traktaat is Spinoza’s hoogst persoonlijke seculiere renegatie...

    Sterke koffie, de lectuurresultaten van Milner ! En als hij het bij het rechte eind heeft: waar blijft dan de geclicheerde tolerantie en zachtmoedigheid van Spinoza? Waar blijft de grondstelling van het Theologisch-politiek traktaat, dat stelt dat vrijheid van denken en religie verenigbaar zijn met en noodzakelijk voor het belang en het voortbestaan van de staat…? 

    Milner weet als linguïst en filosoof natuurlijk hoe hij teksten moet aanpakken. Zijn essay is uiteraard complexer en rijker aan ideeën dan uit deze blog blijkt. In hoeverre zijn argumentatie overtuigt is zaak van elke lezer.

    Als slot een conclusie van Catherine Kintzler, een Franse blogster die Le sage trompeur  besprak: ‘…si Spinoza en sort grandi comme écrivain, il n’en va pas de même pour l’ icône philosophique, le révéré théoricien de la liberté politique devant lequel des générations de professeurs de philosophie on cru bon de faire génuflexion. Gageons que parmi eux certains, plus nombreux qu’ on ne pense, sauront gré à Milner, d’ôter quelques boulons décisifs à la statue.’(2)

    In Frankrijk is alle stof over dit essay nog niet neergedwarreld.

    ___

    (1) Ivan Segré, Le manteau de Spinoza,Pour une éthique hors la Loi, Paris, 2014, 265 p.

    (2) Leo Strauss, Le Testament de Spinoza, Paris, 2004. Een collectie artikels over la judéité. Strauss stelt dat het TTP met een nieuwe lectuurmethode moet gelezen worden.

    (3) Mezetulle, Blog-revue de Cathterine Kintzler (www.mezetulle.net, en dan verder naar de bespreking van Le sage trompeur van Milner, blog van 22 mei 2013.)

     

    06-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    03-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aforismen uit mijn De zaaier-cahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Goede lezers zijn spirituele herkauwers.

    ***

    De meest volledige catalogus van menselijke affecten: Homeros.

     ***

    Lifelong learning

    De belangrijkste van alle kunsten: l’art de vivre.

    ***

    Tolerantie

    Wie zich ergert aan ideeën van anderen, zet Spinoza een neus.

    ***

    De intelligentie van een werkgroep is meestal omgekeerd evenredig met het aantal deelnemers.

    Definitie

    Artikeleren:  het schrijven van wetenschappelijke artikels met garantie op twee lezers: de auteur en de tijdschriftredacteur. Meestal blijft het daarbij.

    ***

    Psychiaters die ze alle vijf op een rij hebben, zijn niet helemaal deskundig.

    © W. Schuermans

     

    03-07-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    30-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL.Verslag. Ethica, III, Stelling 2, Toelichting
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    STELLING 2

    Kerngedachten

    1  Het lichaam bepaalt de geest niet tot denken,

    2  de  geest bepaalt het lichaam niet tot bewegen/rust van het lichaam.

    BEWIJS

    §1

    1   Alle modi van denken hebben  als oorzaak God, begrepen als iets dat denkt, 

    2   het denken van de geest wordt bepaald door de modus van het denken, niet door de modus van uitgebreidheid,

    3  dus: de geest  wordt niet tot denken bepaald door het lichaam.

    §2

    1  Beweging/rust van het lichaam moeten uit een ander lichaam ontstaan, dat op zijn beurt ook door een ander lichaam aangezet werd tot bewegen/rust,

    2  alles wat in het lichaam ontstaat moet uit God  zijn ontstaan, begrepen als modus van uitgebreidheid,

    3  dus: het kan niet zijn ontstaan uit de geest, die een modus is van denken.

    Commentaar

    God : de  S/N/G  bezit een oneindig aantal attributen. We kunnen er slechts twee van kennen: het attribuut denken en het attribuut uitgebreidheid.

    Beweging/rust:  =  modus van het attribuut uitgebreidheid

    Denken :  =  modus van het attribuut geest

    Spinoza poneert  de eenheid van geest én lichaam. Zijn monisme staat diametraal tegenover de opvatting  van  Descartes, die in de traditie van de christelijke leer geest en lichaam  als twee  afzonderlijke entiteiten poneert, het dualisme.

    Spinoza stelt dat de geest (= de ziel) niet meer is dan de idee van het lichaam. Zo verbijzondert zich in elke individuele mens, een bijzonder individueel  idee, d.i. de specifieke ziel van een specifiek individu. Dit idee is bewust van zichzelf. De S/N/G denkt zichzelf op die wijze IN en DOOR elk individu.

     TOELICHTING

    §1 

    Kerngedachten

    Geest en lichaam zijn één: het lichaam wordt nu eens begrepen onder het attribuut  geest, dan weer onder het attribuut uitgebreidheid.

    De orde van de dingen verloopt gelijk in beide wijzen van beschouwen.

    Gevolg: handelingen/aandoeningen van het lichaam = handelingen/aandoeningen van de geest

    Commentaar

    Toelichting: deze tekst is een betoog tegen het dualisme van lichaam en geest zoals dit o.a. door de Cartesianen wordt verdedigd. Descartes meende dat de geest zetel was van gedachten. Daaruit moet worden besloten dat die dus steeds aanwezig zijn in de geest, of het lichaam nu waakt ofwel  slapende is. Spinoza  argumenteert dat dit onhoudbaar is.

    De tekst is belangrijk maar ook lang, soms omslachtig geformuleerd en niet erg helder gestructureerd. De voorbeelden die Spinoza geeft zijn niet altijd gelukkig: bv. het zogend dat denkt dat het een wilsbesluit neemt om te zogen… Wie de argumentatie § per § wil volgen moet er het hoofd bijhouden.

    één volgorde of aaneenschakeling van de dingen: poneert in deze § expliciet eenheid van lichaam en geest (monisme). Dat betekent  voor Spinoza meteen ook de gelijktijdigheid van de dingen die in de natuur geschieden. Dit wordt door nogal wat commentatoren vaak omschreven als Spinoza’s principe van het parallellisme. Andere stellen terecht dat dit een verkeerde voorstelling van zaken is. De natuurlijke orde van de dingen verloopt niet via twee aan elkaar parallelle lijnen, ze vormen  één geheel, geschieden gelijktijdig. Het ‘parallellismebeeld’ kan evenwel worden gebruikt als opstapje om in deze materie tot dieper inzicht te komen.

    §2

    Kerngedachten

    De mensen nemen aan dat beweging/rust  (en allerlei andere dingen) gebeuren op commando van de geest.

    Contra (dualisme):

    1 a) de ervaring heeft niemand geleerd waartoe het lichaam in staat is, alleen op basis van de natuurwetten, en wat het niet kan als het alleen door de geest bepaald wordt;

      b) niemand kent de structuur van het lichaam exact om al zijn functies te verklaren (denk bv. aan dieren, aan slaapwandelaars).

    2   Het lichaam kan meer volgens de wetten van zijn natuur dan de geest vermoedt.

    3   Hoe en door welke middelen de geest het lichaam doet bewegen en met welke gradaties en snelheid is niet bekend.

    Commentaar

    maar hoewel:  voor  Spinoza is het monisme evident; ‘de mensen’ (ze)  denken er niet over na. Ze doen alleen een beroep op de ervaring om dit af te wijzen.

    tot dusver heeft immers niemand bepaald wat het lichaam vermag: argument van het onbekende:

    a) niemand kent de mogelijkheden van het lichaam. Dat  geldt voor de stand van wetenschap in Spinoza’s tijd en ondanks alle vooruitgang van de wetenschap geldt zijn bewering ook vandaag nog.

    b) middelen en snelheid waarmee de geest het lichaam stuurt zijn ook niet gekend.

    Het onbekende sluit mogelijkheden in, laat de kwestie alsnog onbeslist.

    §3

    Kerngedachten

    1  De bewering dat de geest het lichaam beïnvloedt zijn niet meer dan fraaie woorden, die aantonen dat mensen de oorzaken niet kennen van de handelingen en zich niet verwonderen.

    Hun tegenargumenten :

    1  we ervaren, dat het lichaam inert is als de geest niet denkt,

    2  we ervaren dat geest beslist tot spreken of zwijgen evenals de geest dat doet voor andere zaken.

    Commentaar

    zonder zich te verwonderen: volgens Plato is de verwondering de poort naar de filosofie.

    §4

    Kerngedachten

    1  Wat het eerste argument (pro dualisme) betreft: de ervaring wijst uit dat het omgekeerde ook geldt: als het lichaam inert is kan het ook niet denken.

     Bv.: als het lichaam slaapt, slaapt ook de geest,die dan niet dezelfde kracht heeft als in wakkere toestand.

    2   De ervaring leert ook dat  de geest  beter nadenkt over een object als de voorstelling van dat object concreet wordt gemaakt.

    3  Tegenwerping (tegen het monisme):  

    a) ze zeggen dat het onmogelijk is op grond van de natuurwetten alleen, voor zover die betrekking hebben op lichamen, de oorzaken af te leiden van kunstwerken, die alleen door menselijke vaardigheid tot stand komen;

     b) ze zeggen dat het lichaam zonder geestelijke bepaling en sturing geen tempel kan bouwen.

    Commentaar

    of de ervaring niet ook leert: Spinoza gebruikt nu het argument van de ervaring tegen de dualisten.

    dat het lichaam inert is: inert (iners) is een term uit de fysica, meer bepaald uit de bewegingsleer; wijst op afwezigheid van beweging.

    Maar zullen ze zeggen: het kunstargument van de dualisten, duikt in deze context nogal abrupt op. Kunst (alle kunst) vertoont een materieel én een geestelijk aspect.

    §5

    Kerngedachten

    1  Andermaal: ze weten niet tot wat het lichaam in staat is, wat er uit de studie van zijn natuur kan worden afgeleid.

    2   Ze ervaren zelf dat veel uit de natuurwetten voortkomt, zonder sturing van de geest:

         bv. slaapwandelen: het lichaam doet dingen, zonder de geest.

    3   Ik wijs ook op de structuur van het menselijk lichaam:

          Vb. 1: de bouw van het lichaam overtreft zeer ver alles wat in de natuur aan kunstigheid bestaat;

          Vb. 2: en verder: uit de natuur, beschouwd onder gelijk welk attribuut, vloeien oneindig veel dingen voort (zie  E, I, st…)

    Commentaar

    ik voeg hier nog de structuur: Spinoza countert het kunstargument van de dualisten nogal zwakjes door te stellen dat het menselijk lichaam een veel grotere ‘kunstigheid’ uitstraalt dan gelijk welk kunstwerk (verder in § 5). Eigenlijk vergelijkt Spinoza appelen met peren.

    §6

    Kerngedachten

    1  Jammer dat de mens zijn tong niet in bedwang kan houden en zijn behoeftes niet kan matigen.

    2  De meeste mensen geloven dat we alleen in vrijheid die dingen doen die we ‘luchtig’ nastreven: de behoefte kan dan makkelijk worden ingetoomd, door herinnering aan iets anders wat ons vaak te binnen schiet.

    3  De dingen die met gevoel (met passie) worden nagestreefd kunnen evenwel niet makkelijk worden bedwongen.

    4  Als mensen niet zouden ervaren dat veel wordt gedaan wat hen achteraf spijt, dat ze inzien  wat goed is, maar toch het kwade doen, dan zouden ze geloven dat we alles in vrijheid doen.

    Voorbeelden:

    -een zogende baby; een  dronken man; iemand met waanbeelden; praatzieken, een kind etc.: die menen te handelen onder impuls van een vrij besluit van de geest, maar kunnen hun impuls niet bedwingen!

     5  Dus:

    a) ervaring én rede laten zien, dat mensen alleen maar geloven dat ze vrij zijn, onwetend over de oorzaken waardoor ze worden bepaald.

    b) besluiten van de geest zijn niets anders dan de behoeftes die zich wijzigen met de wijzigingen  van het lichaam, iedereen regelt immers alles op grond van zijn gevoel:

       -tegenstrijdige gevoelens: genereren onbeslistheid

       -geen enkel gevoel: op drift, hierheen, daarheen…

    Commentaar

    natuurlijk zou het de mensheid: spreken en zwijgen worden aangevoerd door monisten om te bewijzen dat de geest besluit tot het een of het ander.

    maar de ervaring maakt volkomen duidelijk: Spinoza beroept zich bij vaak ook op de ervaring om het ervaringsargument van de monisten te bestrijden.

    die dingen in vrijheid doen die we luchtig nastreven: dingen waaraan we geen grote waarde hechten en die daarom makkelijk door andere kunnen ingeruild worden.

    dingen die we nastreven met veel gevoel: dingen waaraan we grote waarde hechten en die daarom  met hartstocht worden nagestreefd. Dat zijn dingen die niet zomaar op bevel van de geest kunnen worden ingeruild door andere. De geest heeft hierop geen vat, of veel minder…

    §7

    Kerngedachten

    1  Dit toont aan dat het besluit van de geest en de behoefte/bepaling van het lichaam gelijktijdig zijn en hetzelfde ding.

    2  Beschouwd vanuit het attribuut denken en daardoor verklaard: we noemen dit BESLUIT;  beschouwd vanuit het attribuut uitgebreidheid en afgeleid uit de wetten van beweging/rust: we noemen dit BEPALING.

    3  Let ook op dit: we kunnen niets doen op basis van een besluit wat we niet eerst herinneren.

            Vb.: een woord uitspreken =  eerst het zich herinneren;

            Vb.: het ligt niet in de vrije macht van de geest om zich iets te herinneren of te vergeten.

         Daarom:  de mensen geloven dat als we ons iets herinneren,  de geest dan kan besluiten te zwijgen of te spreken.

    Commentaar

    dit alles toont heel helder aan: heel helder, zeer zeker voor Spinoza. Voor de lezer is de argumentatie veel minder overtuigend.

    het besluit van de geest als de behoefte en de bepaling van het lichaam: Latijnse termen voor besluit, decretum; voor behoefte appetitus; voor bepaling determinatio. Corinna Vermeulen vertaalde determinatio door bepaling. Dit is ook de vertaling die in de Nagelate Schriften voorkomt. Dat lijkt een goede keuze, maar de betekenis van dat woord in het huidig Nederlands maakt het de lezer moeilijk. Het woord kan ook vertaald  worden als gedetermineerd, als besluit, beslissing, die zich dan veruiterlijkt in een handeling. 

    gelijktijdig van aard: gelijktijdigheid impliceert niet noodzakelijk eenheid. Spinoza corrigeert zich in deze zin onmiddellijk: of beter gezegd één en het zelfde ding zijn (poneert weer zijn monisme).

    waarvan ik hier wil dat het speciaal wordt opgemerkt: de auteur doet een beroep op de herinnering, d.i. wat in de imaginatio, in de verbeelding van de mens blijft hangen. De herinnering gehoorzaamt niet aan de bevelen van de geest.

    §8

    Kerngedachten

    Maar!

    1  We dromen dat we praten en we denken dan dat de geest dit vrij besluit:

          -misschien praten we toch niet,

         -misschien praten we echt, maar dan gebeurt dit door een spontane beweging van het lichaam.

    2  We dromen dat we dingen voor mensen verbergen, door hetzelfde besluit van de geest waarmee  wakker, dingen verzwijgen die we weten.

    3  We dromen dat we op grond van een besluit van de geest dingen doen die we wakker niet durven.

    Welnu: zijn er in de geest twee bronnen van besluiten, een van waanbesluiten en een van vrije besluiten?

    4  Daarom: dit is onzinnig, men moet erkennen dat het besluit van de geest, dat men vrij acht, niet verschilt van de verbeelding of het geheugen. Het is niets anders dan de bevestiging, noodzakelijk besloten in een idee, voor zover die een idee is (E II, St.49).

    Commentaar

    maar wanneer we dromen: de besluiten van de geest toepassen in omstandigheden van slaap en wakende toestand leidt tot tegenspraak. In Descartes’ visie blijft de geest meester in beide toestanden. De ervaring toont aan dat dit niet klopt, ergo.

    §9

    Kerngedachten

    Besluiten van de geest ontstaan met dezelfde noodzaak in de geest als de ideeën van dingen die feitelijk bestaan.Wie denkt te zwijgen, te spreken of iets te doen door een vrij besluit, doolt. 

    Commentaar

    en daarom ontstaan deze besluiten: Spinoza concludeert expliciet: wie meent dat geest beslist tot spreken of zwijgen, droomt. De droom is een vorm van waan.

     

     

    30-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL- verslag studiebijeenkomst van 28 juni 2014
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In het eerste deel van het seminar werd over kenleer, epistemologie, gesproken.Wat beoogt dit onderdeel van de filosofie? Ervaring, rede en skepsis passeerden de revue. Wat voor een beestje is ‘ware kennis’?  Hoe begreep de goede oude Aristoteles dat? En hoe dacht Descartes er over?

    De kenleer van Spinoza werd in de drieptrappenversie gepresenteerd. Het is inderdaad een kentrappenleer, waarvan elke trede dient beklommen om  de volgende te bereiken. De hoogste trede  is de intuïtie. Die leidt tot een intuïtieve wetenschap: het schouwend begrijpen dat de Natuur (Spinoza’s substantie) één geheel  is, ongeschapen, oneindig, onveranderlijk én beheerst door eeuwige onveranderlijke wetten. Een van de deelnemers wierp mysticisme’ in de discussie. Een oud probleem. Onze conclusie: raakpunten dat wel, mysticisme, in de gebruikelijke religieuze betekenis, dat zeer zeker niet. In dit verhaal werd de definitie herhaald van de verschillende soorten ideeën die een sleutelrol hebben in Spinoza's kenleer: adequate en  inadequate ideeën, gemeenschappelijke ideeën, die wetenschappelijke kennis mogelijk maken, en algemene ideeën, die door hun algemeenheid geen kenniszoden aan de dijk zetten.

    In het tweede deel van de vergadering werd de Toelichting bij Stelling 2  (E,III)  gelezen, samengevat en besproken. Patrick gaf een eigen interpretatie van paragraaf van deze toelichting. Medicus Lode bracht vanuit zijn vakgebied boeiende gedachten aan die raakpunten opleverden met Spinoza. Lees het verslag van dit deel onder deze blog.

    We verwelkomden op deze vergadering  Remi, musicus, die ook in comparatieve filosofie belang stelt.

    Iedereen gaat nu met vakantie. We planden de volgende vergadering op zaterdag 27 september 2014.

    Voor te bereiden:  wat rest van de Toelichting (§ 7,8,9) en de kortere  Stellingen 3-10. Wie Knol  in zijn  kast heeft, leze daar diens vertaling en de zijn commentaar.

    30-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    21-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brieven aan Bento (6)

                                                                                                                                                                                                     Lier, 20 juni 2014.

    Dag Bento,

    Je bent druk in de weer, ik weet het. Slijpen, denken, schrijven, slijpen, … de getrouwen,… en  is er wat tijd over, een pijpje. Misschien maak je dan ook wel wat tijd om  dit even te lezen. Antwoorden doe je sowieso niet. Dat hoor je erbij te nemen als je druk benomen Heren importuneert.

    Ik lees momenteel, wat grondiger dan ik het al eerder deed, het derde deel van je hoofdwerk. In de Toelichting bij Stelling 2 tref ik in de zijbanen van je betoog iets over verwondering.

    Maar neem me niet kwalijk, dat ik eerst, helemaal  terzijde, mijn mening zeg over die Toelichting van jou: omslachtige formuleringen geperst in een zoek geraakte structuur. Ik zal wel  niet de enige zijn die het betreurt dat je meer tijd besteedt aan het polijsten van glas dan aan het polijsten van teksten. Je beweerde toch Bento, dat gewone mensen in begrijpelijke taal moeten worden toegesproken?  

    Over verwondering dus. Mensen denken niet na over de oorzaken van hun handelen, beweer je, zonder zich te verwonderen. Ook in mijn wereld is de vaardigheid om zich te verwonderen een zeldzaam goed.

    Als  rasecht filosoof had jij daar alvast geen moeite mee. Je verwondering was in de De Boom des Levens, waar je school liep, al zo ontwikkeld dat je leermeesters je een irritante vragensteller vonden. Het is je zuur, zoetzuur beweren sommigen, opgebroken.

    Plato wist het al. Verwondering is het begin van de filosofie. Wie zich verwondert stelt vragen en gaat aan het denken. Penser c’est (aussi) le propre de l’homme. Ik volg je Bento, waar je beweert dat geest in de natuur alomtegenwoordig is en in een superstructuur als de mens, supergeconcentreerd. Mensen kunnen zich verwonderen, omdat ze in staat zijn het hoofd in de nek gooien om naar de hemel te turen. Dieren ontbreekt het zeer zeker niet aan geest, maar, zegt Suetonius  pecora, quae natura prona atque ventri obedientia finxit, beesten zijn door de natuur gemaakt om hun kop naar de aarde te buigen om hun buik te vullen. Die kijken dus nooit omhoog. Ze zijn te druk bezig  met hun primum vivere.

    Van In den beginne waren mensen wis en zeker al stargazers. De nachtelijke prehistorische hemel als eindeloos spektakelscherm, een gigantische gekromde flat met eindeloos spannende verhalen…Wat moeten die zich hebben verwonderd! Als hoogontwikkelde natuur hadden die eerste hominiden er gewoon een natuurlijke aanleg voor. Ze waren in die zin al echte filosofen want, ‘filosofie is een radicaliseren van de verwondering naar alle kanten’.  Dat schreef Cornelis Verhoeven (+ 2001) in zijn Inleiding tot de verwondering, eigenlijk een inleiding tot de filosofie.

    De meeste mensen zijn vandaag niet erg sterk in het zich verwonderen. Ze nemen al te vaak alles voor lief en normaal. Kunnen we het hen kwalijk nemen?  Ze werden opgevoed door lieden die zelf niet weten wat echte verwondering is… omdat het hen evenmin werd aangeleerd. Ik denk aan  Breughels schilderij van de blinden als metafoor voor scholing en onderwijs. Je kent schilder en  schilderij niet Bento?  Het stelt een trio blinden voor die geleid  worden door een...blinde, tot ze allen op de bek gaan.

    Ooit beweerde een bevlogen Vlaamse pedagoog: onderwijzen is wonder wijzen. Daar gaat het om, toch?  Er mag op school dus best wat minder ballast in de rugzak van de jongeren worden gestopt en best wat meer verwondering.

    Je knikt van ja Bento, maar je weet  toch ook : altijd wordt opnieuw gekozen voor ballast.

    Met genegen groet,

    Willem    


    21-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinoza creatief
    >> Reageer (0)
    15-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. 3 Spinoza ’s politica en de historische context van zijn tijd.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De politieke context van Spinoza’s tijd kennen, helpt om zijn opvattingen over staat en recht goed te begrijpen. Die opvattingen zijn, hoe kan het anders, beïnvloed door die historische context.

    Spinoza  interesseerde zich voor politiek: de binnen- en buitenlandse problemen van zijn Republiek lagen hem nauw aan het hart. Hij had er een mening over, een filosofisch au dessus de la mêlée was voor hem geen optie.

    Eerst even terug naar de 16de eeuw, een hele poos voor de geboorte van Baruch. In de tijdspanne  tussen het jaar van de Beeldenstorm (1565) en de erkenning van de onafhankelijkheid van de Republiek (1648), groeide in de opstandige provincies in het noorden een bestuursvorm die in grote mate verder bouwde op de bestuurlijke tradities en instellingen van de Zeventien Provinciën. In die periode groeiden evenwel ook politieke, religieuze en economische spanningsvelden die zich allengs uitdiepten. Uiteindelijk veroorzaakten die ernstige maatschappelijke onlusten. De tegenstellingen kwamen voor het eerst openlijk aan de oppervlakte ten tijde van het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), een adempauze in de Tachtigjarige Oorlog. Het abces barstte volledig open kort nadat de Verenigde Provinciën door het Verdrag van Munster in 1648 afhankelijk werden (zie foto).

    In de Republiek heerste in het eerste  kwart van de 17de eeuw een felle partijstrijd tussen enerzijds  regenten en burgers die Arminiaans dachten, en medestanders van Oranje die  de Staatskerk verdedigden. De partij van de Oranjes koesterde de heimelijke ambities om voor dat geslacht een koningskroon in de wacht te slepen. De partij van de regenten-burgers, rijk geworden door commercie, had de economische en politieke hefbomen van de Republiek stevig in handen. Die macht behouden, meer centen en nog meer welstand, daar ging het hen om…

    Het was een wrede strijd, die de hele samenleving in de Republiek erg diep beroerde.Ook kleine luyden, waren er mee bezig: hun diep doorvoeld en dagelijks beleden geloof werd bedreigd. Religie was in die dagen, anders dan nu, een uitermate ernstige aangelegenheid, gedragen door vrijwel de gehele bevolking. De strijd tussen Remonstranten (Arminianen) en Contra-remonstranten  wortelde zich diep in de volksgemeenschap en verdeelde geesten en zielen. Het volk koos de zijde van de Oranje partij, de partij van de Contra-remonstranten en vormden blok tegen de partij van regenten-burgers.

    Drie ernstige en bloedige conflicten waren het gevolg van die tegenstelling. 

    1  In 1619, een hele poos voor Spinoza’s  geboorte werd Oldenbarnevelt, Raadpensionaris van Holland, de belangrijkste politicus van de Republiek, van verraad beschuldigd en onthoofd op het Binnenplein in Den Haag (1619). Een drama en een hoogst onverkwikkelijke zaak. De Oranjes, Maurits van Oranje op kop, hadden er de hand in. Oldenbarnevelt werd beschuldigd van verraad omdat hij al te welwillend zou zijn tegenover de Spaanse vijand en ook omdat hij de kaart trok van de Arminianen, die de Staatskerk afvielen. De terechtstelling van Oldenbarnevelt bezegelde de overwinning van de Hervormde Kerk, die haar triomf verzilverde  met de Synode van Dordrecht(1618-1619).

    2  Kort na de erkenning van de onafhankelijkheid, in de periode 1650-1654 lopen de politieke tegenstellingen in de jonge staat hoog op. De Oranjes spelen hoog spel: via een machtsgreep wilden ze letterlijk en figuurlijk de kroon op hun werk zetten: de Republiek omvormen tot een monarchie. De leider van de Regentenpartij Johan de Witt wordt Raadpensionaris en steekt een stok in de wielen. Het geslacht Oranje wordt voor eeuwig ontheven van militaire functies en het stadhouderschap wordt opgeheven...

    3  In 1672, het rampjaar van de Republiek, valt Frankrijk de Republiek binnen. De inval wakkert de interne spanningen weer aan en de politieke opposanten gaan openlijk de strijd aan. Jan de Witt en zijn broer werden door het gepeupel vermoord en  letterlijk verscheurd. Een moordaanslag die ook  omwille van zijn onmenselijke wreedheid Spinoza diep raakte. De noodtoestand waarin de republiek uiteindelijk terechtkwam, bracht Willem III terug op het politiek toneel. Hij werd stadhouder en slaagde erin het tij te keren. In 1689 wordt hij koning:  koning van Engeland weliswaar. Na de nederlaag van Napoleon in Leipzig (1813) pikken de Oranjes de zo begeerde koningskroon in: Willem  ingehaald als ‘soeverein vorst’ proclameert zichzelf tot koning en wordt na Waterloo (1815) erkend als koning  Willem I van het Verenigd  Koninkrijk der Nederlanden, waartoe ook ons land behoorde…

    Waar stond Spinoza in dit politiek conflict? Spinoza koos de zijde van de regenten, de welstellende burgerij, en dus ook voor van alle lieden die de vrijheid van denken in het vaandel droegen. Zijn keuze werd door de politieke context van zijn tijd bepaald en het was een logische: ze werd zeer zeker mede bepaald door zijn burgerlijke afkomst uit een koopmansfamilie. Bovendien verkeerde hij in een midden van Collegianten en andere dissidente Christenen, dat overwegend anti-Oranje dacht. Vergeten we toch ook maar niet dat Spinoza geen kritiek zou hebben gehad op het beleid van de partij die zijn voorkeur wegdroeg. Hij was een zelfstandig denker die hoogst persoonlijke ideeën ontwikkelde over staat en recht. Die lezen we nu nog in zijn politica.

    Politiek en ideologisch trok Spinoza dus de kaart van tolerantie en meningsvrijheid. Die twee maatschappelijke deugden waren niet de sterkste zijde van de Hervormde Kerk, die zeer argwanend stond tegenover alle meningsuitingen die indruisten tegen haar  Bijbelse Waarheden. Om ongewenste dissidentie te kunnen onderdrukken hadden ze een Staatskerk met macht nodig. En daar kwamen ze aardig mee weg: die macht vloeide voort uit hun organisatorische talenten die de Kerk tot een efficiënt instituut hadden gemaakt én hun alliantie met politieke machthebbers, die, als het nodig was hun wensen met dwang kon doorvoeren en hun belangen beschermen.

     

     

    15-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie: Staatsleer
    >> Reageer (0)
    08-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SLK-Studiebijeenkomst van 28 juni 2014
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Inhoud van het eerste deel

    ONDERWERP

    INHOUD

    DIA

    1  Wat is kenleer?

    Kennen als probleem, epistemologische vragen

    dia 1

    2  Grondhoudingen t.a.v. het kennen

    Rationalisme, empirisme, scepticisme

    dia 2

    3  Ratio versus religio

    Enten Eller: filosofie en/of boekreligies?

    dia 3

     

    4  Kenleerstukken van Aristoteles en  Descartes

    De ‘ware idee’   volgens Aristoteles en  Descartes

    dia 4

    5  Kernbegrippen in Spinoza’s kenleer

    Adequate kennis, inadequate kennis, gemeenschappelijke begrippen, algemene begrippen

    dia 5

    6  Kensoorten volgens Spinoza

    Soorten en samenhang

    dia 6

     

    7  De eerste soort

    Verbeelding

    dia 7

     

    8  De tweede soort

    Ratio

    dia 8

     

    9  De derde soort

    Intuïtie

    dia 9

     

    10  Spinoza’s rekenkundig voorbeeld

    Regel van drie als illustratie van de drie soorten van kennen

    dia 10

     

    11  Scientia inuitiva

    Wat mag dit dan wel zijn? Haalbaar of onhaalbaar? Concept zonder body..?

    dia 11

    12  Spinoza’s kenleer sleutel tot ‘Blijdschap’

     Kennen in het filosofisch systeem  van Spinoza

    dia 12

    08-06-2014 om 15:55 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    05-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 George Steiner over Alain, maître à penser
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Succesauteur Herman Koch neemt in zijn jongste roman ‘Geachte heer M’ de middelmatigheid in de middelbare school op de hak. Middelmatigheid bestaat in onderwijsinstellingen van laag tot hoog, in elk levensdomein, en dus ook in het wereldje van succesauteurs… Meer nog: mediocriteit is een belangrijke levensnorm, die het ons mogelijk maakt al wat er bovenuit schiet of onderuit glijdt te onderscheiden. Excellence, uitmuntheid, is zeldzaam. Maar die bestaat in de sfeer van het onderwijs gelukkig ook nog!  Laten we het daarom even hebben over school-meesterschap.

    We lopen in onze beschavingskring niet over van respect voor onze leermeesters. En toch: ‘Onderricht, gesproken en aanschouwelijk gemaakt, in woord of voorbeeld, is natuurlijk zo oud als de mensheid. Geen familie of sociaal systeem, hoe geïsoleerd en rudimentair ook, kan bestaan zonder leren of leertijd, zonder gedegen meesterschap en leerlingschap.’ Dat schreef George Steiner in Het oog van de meester.(1)  

    George Steiner (° 1929 ), literatuurwetenschapper en filosoof, schreef een erudiet boek over excellent leermeesterschap. Of we willen of niet: we passeren door de handen van onze meesters. Zonder leermeesters worden we niet volwassen. Ze drukken vaak een blijvende stempel op ons, een positieve en helaas ook wel eens een negatieve. Sommigen leermeesters halen de geschiedenis: Alain is er zo een. In zijn tijd had die man hele generaties in zijn greep: hij werd praeceptor Galliae genoemd, leermeester van Frankrijk…

    Steiner wijdt aan hem een uitvoerige passage.(2) George Steiner, die zelf door bewonderaars maître werd genoemd, rekent ook Alain tot een van zijn maîtres à penser. Zo noemen,  in de Franse sfeer, dankbare leerlingen meesters aan wie ze geestelijk schatplichtig zijn. Heel vaak zijn dat louter boeken-meesters geen onderwijs-meesters.

    Emile-Auguste Chartier (1868-1951) schreef onder het pseudoniem Alain. Hij was, beweert Steiner,’oppermachtig in de république des instituteurs, ten tijde van de Franse Derde Republiek. ‘Toch is de naam van Alain vrijwel onbekend in de Anglo-Amerikaanse wereld. Vrijwel geen van zijn teksten is vertaald.’ Dat geldt ook nu nog voor Lage Landen bij de Zee.

    Alain gaf les aan het eerste lyceum van Frankrijk, het Parijse Lycée Henri IV, waar hij in de hoogste jaren de filosofieklas voor zijn rekening nam. Hij zat er goed en toonde nooit belangstelling voor een universitaire leerstoel.

    Alain schreef benevens filosofische werken, ook knappe memoires. Zijn leven als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog leverde boeken op als: Mars ou la guerre jugée (1921), filosofische beschouwingen over oorlog en Souvenirs de guerre, voltooid in 1933. Zijn eigen leermeester eerde hij met Souvenirs concernant Jules Lagneau (1925). Ook de geschiedenis van zijn ideeën stelde hij te boek in Histoire de mes pensées (1936). Steiner noemt het een juweel. In een tijdspanne van 30 jaar publiceerde Alain in dag- en weekbladen ongeveer 5000 Propos, filosofische columns over actuele gebeurtenissen uit zijn tijd. Een selectie ervan werd samen met andere werken gepubliceerd in vier forse delen van de Pléiade reeks van Gallimard.

    Alain had vanzelfsprekend zelf ook leermeesters. Hij doordrong  zijn leerlingen van de idee om de grote klassieke auteurs te lezen, te lezen, en te hérlezen. Voor hem waren die niet alleen onuitputtelijke bron van literaire vreugde, maar ook aanknopingspunt voor zijn filosofielessen. Alains denken was bovendien doordrongen van de filosofie van Descartes en Spinoza. Steiner zegt hierover het volgende: ‘Voor Alain betekent leven denken; het bestaan registreren als een grenzeloze stroom van gedachten. Deze gelijkstelling was het hoogste goed. Voor Descartes en Spinoza, die beiden hun schaduw wierpen over Alains onderwijs.’

    ______

    (1) George Steiner, Het oog van de meester, Amsterdam, 2004, blz. 15. Oorspronkelijke titel:  Lessons of the Masters, London, 2003.

    (2) O.c., blz. 110-116.

     

     

    05-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    04-06-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aforismen uit mijn De zaaier-cahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ridder van de Droevige Figuur

    Leeshygiëne: prop je niet vol met boeken van één soort.

    ***

    Flatvervlakking  

    Eerst werden televisieschermen vervlakt, dan programma’s,  vervolgens het  TV-V …

    ***

    Haarmigratie van hoofd naar neus en oren kondigt bij mannen de derde leeftijd aan.

    ***

    Goede historische romanschrijvers leren ons meer over het verleden dan mediocre historici.

    ***

    Wie niet met zichzelf lacht, heeft geen zin voor humor.

    ***

    Vissen zijn ook van mening dat zwijgen niet kan verbeterd worden.

    ***

    Drop-outs in de School van het Leven: kniezers, klagers, zeurpieten en tutti quanti…,

     

     © W. Schuermans


    04-06-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    27-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Derde Rijk, Hitler...en Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De heer L. Coenen, Liers stadsarchivaris, attendeerde mij op een Spinoza-artikel in het  Tijdschrift voor Geschiedenis :  Spinoza in het Derde Rijk. (1) Het artikel is van de hand van Michiel Wielema, filosoof en wetenschappelijk vertaler. ‘Hoe dachten de nazi’s over Spinoza, een van de grootste joodse denkers?‘ vraagt de auteur zich af. In dit erg interessante artikel worden ter illustratie enkele Duitse Völkische auteurs en enkele vakfilosofen besproken die in het tijdsgewricht 1880-1940 antisemitische interpretaties van Spinoza’s filosofie publiceerden.

    De nazi-receptie van Spinoza kan beschouwd worden als een negatief intermezzo in de gunstige ontvangst die Spinoza ten deel viel  voor de 20ste eeuw en na de Tweede Wereldoorlog. In het Derde Rijk was joodse filosofie ongewenst: ook Spinoza ’s geschriften werden door de nazi’s verbrand.

    Twee auteurs die de revue passeren : Eugen Dühring (1833-1921), een naam die misschien nog een zwak belletje doet rinkelen omdat Friedrich Engels over hem een anti-boek schreef (2) en Houston Stewart Chamberlain (1855-1927), die zich nota bene opwerkte tot schoonzoon van Richard Wagner, zijn belangrijkste prestatie. Wielema citeert uit Chamberlains Immanuel Kant.(3)  Waarom hij dat doet zal hieronder duidelijk worden.

    Beide auteurs, algemeen beschouwd als  proto-nazi’s, spanden zich in om de filosofie van de jood Spinoza los te weken uit de historische context van de Duitse filosofie en hem te brandmerken als niet origineel. Nazi vakfilosofen als Hans Grunsky en Max Wundt deden hetzelfde maar dan in het kader van de Jüdenforschung, een door de nazi’s uitgevonden ‘wetenschappelijke’ discipline. Ook partij- ideoloog Alfred Rosenberg laat zich niet in deze niet onbetuigd.

    In het Theologisch-politiek traktaat (TTP) oefende Spinoza scherpe kritiek uit op het judaïsme. Hij verwierp de uitverkiezing van het joodse volk en bestempelde het judaïsme als een politieke godsdienst die tot doel had de joodse staat in te richten en te ordenen. Die kritiek was de nazi’s uiteraard niet ontgaan want het was koren op hun molen. Helaas,voor hen, kwam die van een jood. Via een tussenstation kon de kritiek toch netjes ingepast worden in de anti-joodse propaganda:  de nazi's verwezen gewoon naar …Kant (1724-1804), die Spinoza’s zienswijze had overgenomen via filosoof Mozes Mendelssohn (1729-1786), die op zijn beurt, leentjebuur speelde bij Spinoza… ‘De opvattingen van Spinoza en Kant over het politiek karakter van het jodendom zijn frappant gelijkluidend’,  stelt Wielema.

    De auteur besluit zijn artikel met de vermelding dat in een recente publicatie beweerd wordt, dat Hitlers filosofische speculaties mogelijk ook door Spinoza zijn beïnvloed. Daarvoor zou  Dietrich Eckart, mentor van Hitler, verantwoordelijk tekenen...  (4)

    Tot slot: nu wil toch zeker het toeval, pardon, de eeuwige natuurwet, dat in mijn bibliotheek al vele decennia lang de tweede editie van Chamberlains ‘Kant’ staat te verstoffen. Ooit op een blauwe maandag kocht ik die antiquarisch, verleid door de naam van Kant in de titel. Van Houston Stewart Chamberlain had ik toen nog nooit gehoord. Het boek van deze filosoof-zwetser, is nauwelijks het openen waard en mijn exemplaar is niet meer dan een curiosum, omdat de eerste eigenaar het in 1916  kocht in Koningsberg, geboorteplek van Immanuel de Grote (zie foto).

    _____

    (1) Michiel Wielema, Spinoza in het Derde Rijk, Tijdschrift voor Geschiedenis, vol.127, NO1, 2014, blz. 41-61.

    (2) Friedrich Engels, Anti-Dühring, in het tijdschrift Vorwärts, 1877. Boekeditie, Leizig, 1878.

    (3) Houston Stewart ChamberlainImmanuel Kant. Die Persönlichkeit als Einführung in das Werk, München, 1905.

    (4)  Friedrich Tomberg, Das Christentum in Hitlers Weltanschauung, Munchen, 2012, blz. 160. Door Wielema vermeld in noot 96. 

    27-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL.Verslag-Ethica III, Def.3, Postulaten 1 & 2, Stelling 1, Bewijs & Corollarium, Stelling 2
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DEFINITIE  3 

    GEVOEL = inwerking op het lichaam en  ideeën van die inwerking, e vermogen van handelen van het lichaam

          -vergroten/verkleinen,

          -bevorderen/ verhinderen.

    GEVOEL  =  handelen  ALS we  van de inwerking de adequate oorzaak kunnen zijn.

    GEVOEL  = aandoening, ALS  we van die inwerking niet de adequate oorzaak kunnen zijn.

    Commentaar

    Definities : definities zijn, more geometrico, eenduidige bepalingen  van basisbegrippen. Ze maken het mogelijk  op correcte wijze te argumenteren.

    Helder en onderscheiden: d.i. het claire et distincte van Descartes.

    POSTULATEN

    POSTULAAT 1

    Kerngedachte

    Het lichaam KAN  op vele manieren inwerkingen ondergaan die:

     -handelingsvermogen vergroten,

    -handelingvermogen verkleinen;

    -handelingsvermogen noch groter, noch kleiner maken.

    POSTULAAT 2

    Kerngedachte

    Het lichaam kan vele veranderingen ondergaan maar:

    -behoudt indrukken (sporen) van objecten,

    -dus:  kan dezelfde beelden van dingen behouden

    Commentaar

    Het lichaam kan: het betreft een kunnen, dus een mogelijkheid (potentialiteit).

    Behoudt sporen van objecten : dingen, in de betekenis van Spinoza: dat wat wij gewoonlijk dingen (zaken) noemen, maar ook mensen, planten dieren, gedachten, gevoelens.

    Dezelfde beelden van dingen: de sporen vormen het geheugen.

    STELLING 1

    Kerngedachten

    1  De menselijke Geest:

    DOET bepaalde dingen;

    ONDERGAAT bepaalde dingen.

    2  Dit doen is  noodzakelijk in geval van adequate ideeën;

    3  Dit ondergaan is noodzakelijk in geval van inadequate ideeën.

    Commentaar

    Doen/ondergaan:  de Nederlandse vertaling doet een betekenislaag verdwijnen. Spinoza  gebruikt in het Latijn de werkwoorden agere en pati, handelen en ondergaan (lijden).

    Ondergaan moet worden beschouwd als het tegengestelde van doen. Passio  werd en wordt nogal eens vertaald als lijding.

    Doen:  doen, ook begrepen als handelen, is breed  te begrijpen: niet alleen wat wij er gebruikelijk onder verstaan, maar ook ruimer, in de zin van elke verandering die beweging omvat. Wie iets doet, handelt, is actief.

    Noodzakelijk: verwijst naar de wetmatigheid die in de natuur heerst en dus naar het determinisme van Spinoza. Het gaat hier over de noodzakelijkheid van doen en handelen. Daartoe moet  het verband met de S/N/G worden aangetoond, die functioneert op basis van eeuwige onveranderlijke natuurwetten.

    Adequaat/inadequaat: adequaat is wat door het verstand helder en onderscheiden herkend wordt als waar.

    BEWIJS

    Kerngedachten

    A.  Eerste deel van de stelling

    1  De menselijke geest is een mengsel van adequate en inadequate ideeën,

    2  zowel adequate als  inadequate ideeën hebben een pendant in S/N/G,

    3  uit elk gegeven idee volgt noodzakelijk een gevolg waarvan God  de adequate oorzaak is,

    4   van een gevolg, waarvan God de oorzaak is, en adequaat  is in iemands geest,

    5  van dat gevolg is die geest dan ook de adequate oorzaak,

    6  dus:  als de geest adequate ideeën heeft, doet hij noodzakelijk bepaalde dingen.

    B. Tweede deel van de stelling

    1  Wat noodzakelijk volgt uit een idee die in God  adequaat is,

           a) als geest van die mens,

           b) én als geest  van andere dingen,

    daarvan is de geest van de mens de onvolledige (dit is de inadequate) oorzaak.

    2   Dus: onze geest ondergaat  noodzakelijk bepaalde dingen.

    Commentaar

    Vooraf

    1  Elke oorzaak is ook gevolg; zo wordt een oneindige keten opgebouwd, waarin elke gevolg oorzaak wordt van een nieuw gevolg etc. ad infinitum  (tot bij de eerste oorzaak = Substantie/Natuur/God, afgekort als S/N/G)

    2 Wat moet worden bewezen:  het noodzakelijk karakter van doen en ondergaan en de respectievelijke band met adequate en inadequate ideeën.

    Mengsel: de mens is geen puur rationeel wezen, een mengvat van ratio en verbeelding (cfr. kenleer)

    Inadequate ideeën : hebben eveneens een pendant in de S/N/G, gezien die de totaliteit van de geest omvat. Ideeën die verward zijn in een concrete geestelijke modus (een concrete persoon), zijn toch adequaat in de S/N/G omdat die ook de essentie is van de geest van alle andere ‘dingen’.

    Gegeven idee: particuliere casus van  I,36, die hetzelfde zegt maar voor alle ‘dingen’; S/N/G  is binnen elke attribuut de adequate oorzaak van alle modificaties.  Dus ook van ‘idee-dingen’.

    COROLLARIUM

    Kerngedachten

    1  Meer inadequate ideeën = meer passief

    2  Meer adequate ideeën = meer actief

    Commentaar:  nihil

    STELLING 2

    Kerngedachten

    1  Het lichaam bepaalt de geest niet tot denken,

    2  de geest bepaalt het lichaamniet tot bewegen/rust. 

    BEWIJS

    §1

    1  Alle modi van denken hebben  als oorzaak God, begrepen als iets dat denkt, 

    2   het denken van de geest wordt bepaald door de modus van het denken, niet door de modus van uitgebreidheid,

    3  dus: de geest is geen lichaam.

    §2

    1  Beweging/rust van het lichaam moeten uit een ander lichaam ontstaan, dat op zijn beurt ook door een ander lichaam aangezet werd tot bewegen/rust,

    2  alles wat in het lichaam ontstaat moet uit God  zijn ontstaan, begrepen als modus van uitgebreidheid,

    3  dus: het kan niet zijn ontstaan uit de geest, die een modus is van denken.

    Commentaar

    God : de  S/N/G  bezit een oneindig aantal attributen. We kunnen er slechts twee van kennen : attribuut denken en attribuut uitgebreidheid.

    Beweging/rust:  =  modus van het attribuut uitgebreidheid.

    Denken :  =  modus van het attribuut geest.

    Spinoza poneert hier de eenheid van geest én lichaam. Dit monisme staat diametraal tegenover de opvatting van Descartes, die in de traditie van de christelijke leer geest en lichaam als twee afzonderlijke entiteiten poneert, het dualisme.

    Spinoza stelt dat de geest ( = de ziel) niet meer is dan de idee is van het lichaam. Zo verbijzondert zich in elke individuele mens, een bijzonder individueel  idee, d.i. de specifieke ziel van een specifiek individu. Dit idee is zich bewust van zichzelf. De S/N/G denkt zichzelf op die wijze in en door elk individu.

    27-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    26-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL-Huis van Oscar- studiebijeenkomst van 24 mei 2014
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het eerste uur van de vergadering werd besteed aan een herhaling van het wereldbeeld van Spinoza. Ik verwijs naar de synthese elders  op deze blog.

    In het tweede deel  werd op zeer interactieve wijze van gedachten gewisseld over het tweede postulaat, de eerste stelling en het bewijs ervan.

    Jan Knols ‘De 259 stellingen van Spinoza ‘ werd  aan de deelnemers voorgesteld en aangeprezen. Er werd besloten dit handig instrument te gebruiken in de verdere werkzaamheden. Voor de groepsaankoop neem ik eerstdaags contact op met de auteur.

    Voor Lode:  Spinoza en geneeskunde.

    Enkele recente publicaties die je verder kunnen oriënteren:

    Bernard Vandewalle, Spinoza et la Médecine, L’ Harmattan, Paris, 2011.

    Eric DelassusDe l’éthique de Spinoza à l’éthique médecinale, Presse Universitaire, Rennes, 2013.

    ***

    De volgende bijeenkomst werd door de deelnemers bepaald op zaterdag 28 juni 2014.

    Voorbereiden:  E III, Stelling 2,  bewijs en de lange (zeer belangrijke) toelichting.

    Tot slot: een welkomstgroet aan Nicole!

    26-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    20-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL - studiebijeenkomst van 24 mei 2014
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     Inhoud van het eerste deel                  

    ONDERWERP

    INHOUD

    DIA

    1  Secularisering van de Westerse cultuur

    Vanaf de 17de eeuw eeuw: secularisatie; rol Descartes/Spinoza

    ____

    2   De filosofie Spinoza

    Basiskenmerken van Spinoza’s filosofie

    dia 1

    3  De Ethica: delen

    E = hoofdwerk; subsidiariteit van alle andere geschriften; inhoud; publicatieperikelen

    dia 2

     

    4  More geometrico

    Waarom deze keuze? Programmatorisch opzet

    dia 3

    5  Descartes/Spinoza

    Beide wortelen in hun traditioneel geloof: christendom/jodendom

    ____

     

    6  Substantie

    Taalwortels van dit begrip; substantie bij Descartes en bij Spinoza

    dia 4

     

    7  Natura naturata en Natura naturans

    Substantie=meer dan alle dingen; panentheïsme

    dia 5

     

    8  Attributen

    Wat verstaat  Spinoza onder attributen?

    dia 6

     

    9  Modi

    Wat verstaat Spinoza onder modi; soorten; hiërarchie (?)

    dia 7

     

    10  Substantie/ natuur/god

    Deus sive  Natura

    dia 8

     

    11  Botsende wereldbeelden

     

    Spinoza versus boekreligies

    dia 9

    12  Moderne wetenschap/Spinoza

     

    Inzichten van de moderne fysica: overeenkomst/verschillen?

    ____

     

     

     

    20-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    14-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuwe publicatie van Jan Knol: Spinoza's 259 stellingen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is altijd een vreugde een Spinoza boek te presenteren waarover men enthousiast kan zijn. Het recentste boek van Jan Knol, Spinoza’s  259 stellingen, is er zo een, een boek dat velen (beginners en gevorderden)  zullen plaatsen in de categorie ‘wat jammer dat we dát niet eerder hadden’.  

    Voor Nederlandstalige Spinoza lezers is Jan Knol geen onbekende. Deze theoloog en filosoof (°1946) publiceerde eerder bij de Wereldbibliotheek, benevens een hertaling met commentaar van Spinoza’s Korte verhandeling, een succesvolle Spinoza-triptiek die elke Spinoza liefhebber in zijn bibliotheek moet hebben. Als dat nog niet het geval is, kan dat worden goed gemaakt: de ( niet dure) publicaties zijn nog steeds in de boekhandel beschikbaar:

    Jan Knol, En je zult spinazie eten, aan tafel bij Spinoza, filosoof van de blijdschap, Amsterdam,2006 (reeds acht drukken!).

    Jan Knol, Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden voor iedereen, Amsterdam,2006 (drie drukken).

    Jan Knol, Spinoza’s intuïtie, Amsterdam, 2009.

    Spinoza’s 259 stellingen is een boek in statu nascendi . Het is de neerslag van een cursus die Knol doceerde in het kader van de Amsterdamse Spinozakring, en naar zeggen van de auteur, een etappe in een verder groeiproces.

    Spinoza ’s denken was erop gericht voor zichzelf en vooral ook voor zoveel mogelijk medemensen een leer te ontwikkelen om duurzaam geluk te verwerven. Het overgrote deel van de boeken en artikels die over deze filosoof verschijnen (zeker de academische) dragen weinig of niets bij om Spinoza dichter bij de mensen te brengen. Ze sneeuwen Bento onder, erger nog, verhullen opzet en de kern van zijn ideeëngoed.

    Jan Knol is een van die zeldzame auteurs, die met evenveel gezag als eenvoud Spinoza tot bij de ‘gewone lezer’  wil brengen. Zijn cursusboek en de boven vermelde triptiek kaderen in dit opzet. De auteur verstaat de kunst om zijn onderwerpen op heldere en concrete wijze uiteen te zetten. Dat doet hij bovendien in een franjeloze, voortreffelijke stijl. Knols betoog wordt steeds met passende voorbeelden uit het dagelijkse leven geïllustreerd, en volgt zo het voorbeeld van de meester.

    Spinoza’s 259 stellingen  bevat alle stellingen van de Ethica. De inventarisatie van die stellingen  brengt het stellingenraamwerk van elk deel van de Ethica duidelijk op het voorplan. De auteur voorziet ook elke stelling van een korte toelichting, resultaat van persoonlijke reflectie.  

    Ik vind dit cursusboek erg bijzonder. En wel om twee redenen. Vooreerst. Het is een directe toegangspoort tot het Ethica. Elke belangstellende leek kan via dit boek zonder omwegen en vooral zonder verbale dikdoenerij kennis maken met de denkwereld van Spinoza. Dat is geen klein cadeau voor een filosoof die de reputatie heeft niet makkelijk te zijn en voor de modale lezer al te weerbarstig blijkt. Vervolgens is dit stellingenoverzicht ook een uitnodiging tot zelf filosoferen: de lectuur van Knols commentaar voert de lezer automatisch terug naar de stelling, ter toetsing of ter overweging. De voorbeelden uit het dagelijks leven die zijn commentaar concreet maken, zetten de lezer aan tot mediteren en dus tot filosoferen. En dat is toch de kern van de zaak! Kortom het is dus ook een écht filosofieboek. Zeldzaam zijn ze en niet genoeg geprezen.

    Spinoza’s 259 stellingen  is  daarom  een onmisbaar gebruiksboek, dat men graag bij de hand zal willen hebben..

    Jan Knol gaf het boek uit in eigen beheer, in een handig formaat (A5, ringbinding) en het werd voortreffelijk gelayout.  Wie interesse heeft kan het bij de auteur bestellen per mail (janknol@lijbrandt.nl) , die het u dan toezendt tegen de prijs van € 20, verzending inclusief. 

    14-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    11-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Albert Thibaudet en Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Thibaudet en Spinoza?  Het heeft niet veel om het lijf. Maar een woordje mag wel. Vooral dan om Thibaudet even aan de lezer voor te stellen, een tip misschien pour les férus de littérature française, en eigenlijk ook als opstapje naar enkele blogartikels die ik voorbereid over Alain, Lagneau en Spinoza.

    In de Lage Landen is Thibaudet (+ 1936) zo goed als volslagen onbekend. Zelfs in het Paradijs van Marianne is hij vandaag niet meer dan een schim. En toch. Deze Fransman studeerde filosofie bij Bergson (een Spinozavriendje) en was in vorige eeuw gedurende het interbellum dé coryfee van de Franse literatuurcritici. Zijn artikels in de NRF (Nouvelle Revue Française) werden druk gelezen, erg geprezen en  oefenden grote invloed uit. Thibaudets Réflexions sur la littérature werden enkele jaren terug volledig uitgegeven in de reeks Gallimard Quarto.(1)  De tekstbezorger jubelt: 'Par leur savoir, ce sont les Lundis du XX e siècle; par leur sagesse, ce sont nos  Essais..' (2) Dat laatste is natuurlijk twee bruggen te ver en niet meer dan gebruikelijke achterplatonzin.

    Dat neemt niet weg dat Thibaudets literaire kritieken nog steeds het lezen waard zijn en er wijsheidsparels in verborgen zitten die de lezer er graag zal willen uit opvissen. Ze werden gepubliceerd (enkele posthuum) tussen 1912 en 1938. Zeven Réflexions vermelden en passant Spinoza in verbanden die er hier niet toe doen. Hieronder het voornaamste.

    In het artikel Mémoires kraakt hij Baillet en Colerus, respectievelijk biografen van Descartes en Spinoza : ‘il n’y a rien de plus insipide que les vies de saints laïques’. Dat er brood gebakken wordt voor lieden die Spinoza een aureool toewensen is mij bekend, maar dat Descartes, soudard-philosophe en dienstmeidenminnaarein de categorie van de saints laïques thuis hoort, is nieuw voor mij…

    In het artikel Journaux  intimes (1927) wijst Thibaudet op het celibaat, in de wereld van de (echte) filosofen sedert het  Hellenisme (vanaf de 3de eeuw v.C.) een courant verschijnsel. De auteur citeert Nietzsche die beweerde dat een getrouwde filosoof thuis hoort in een comedie. ‘Ni Descartes, ni Malebranche, ni Spinoza, ni Leibniz, ni Kant, ni Condillac, ni Schopenhauer, ni  Renouvier n’auront place dans la comédie conjugale.’  Albert vergeet evenwel in het lijstje onze vriend Sören Sok (Kierkegaard) te vermelden, toch hét schoolvoorbeeld van het dilemma ‘denken of trouwen?’. Thibaudet betrekt ook het Rooms-christelijk celibaat in zijn beschouwingen, wat het een actuele bijklank verleent.

    De langste tekst die Thibaudet over Spinoza pleegt, staat in een artikel dat de titel draagt Les cahiers de Barrès. Dat artikel wordt besloten met een kort deeltje onder de hoofding Spinoza, Lagneau, Bergson. Maurice Barrès (1862-1923) kreeg in het Lycée de Nancy les van Lagneau, die ook  leermeester was van Alain (1868-1951). Het boterde niet tussen meester en discipel, het kwam zelfs tot een breuk. Barrès schrijft erover in zijn Cahiers. Lagneau (1851-1894), zo vertelt Barrès in dat verband, zei hem ooit eens, blijkbaar met al te veel nadruk: ‘ M. Barrès, nul philosophe n’a possédé la vérité, mais rappelez-vous toujours que c’est Spinoza qui l’a approchée du plus près.’  

    Thibaudet voegt eraan toe, dat die teneur ook doorklonk bij Bergson, toen die in het Collège de France over de Ethica doceerde.(3)  En ook al bij Leibniz, die Spinoza beschouwde als een Mozes die de filosofie naar het beloofde land voerde zonder het evenwel te betreden. En bij Schopenhauer, die Spinoza zag als het Oude Testament, zichzelf als het Nieuwe! Thibaudet besluit in dit verband: ‘Cette idée d’un Spinoza corridor, condition et non terme de la vérité, ce spinozisme dynamique, paraît bien un thème profond de notre philosophie.’

    ______

    (1) Albert Thibaudet, Réflexions sur la littérature, Paris, 2007. (Quarto Gallimard).

    (2) Sainte- Beuve dé literaire criticus van de 19de eeuw is de schrijver van o.a.  Causeries du lundi (1851-1862) en van Nouveaux lundis (1863-1870). Wie hem niet mocht noemde hem Sainte-Bévue. Alain klasseerde hem bij les trois bedeaux de la littérature (Taine en Renan, zijn de twee andere kosters); de  Essais zijn van  Michel de Montaigne (1533-1592).

    (3) Thibaudet, vermeldt in een noot, dat Bergson meermaals over Spinoza doceerde en meer bepaald  in 1907  Spinoza’s theorie van de wil behandelde en in 1910-1911 de TIE.

    11-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    08-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De onvoltooide opera van Benedictus Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    opera

    datering (d)/publicatie (p)

    voltooid/onvoltooid

    Korte verhandeling (KV)

    1658-59  (?) (d)

    onvoltooid

    Traktaat over de verbetering van het verstand (TIE)

    1660-61 (?) (d)

    onvoltooid

    Beginselen van de wijsbegeerte (PPC) + Metafysische gedachten (CM )

    1663 (p)

    onvoltooid

    Theologisch-politiek traktaat (TTP)

    1670 (p)

    voltooid

    Ethica  (E)

    1677 (p)

    voltooid ( of toch onvoltooid?)

    Politiek Traktaat (TP)

    1677 (p)

    onvoltooid

    Hebreeuwse grammatica

    1677 (p)

    onvoltooid

    Sub specie finitionis, onder oogpunt van voltooiing, zijn de geschriften van Spinoza alvast geen succes te noemen: vijf van de zeven hierboven opgesomde werken bleven onafgewerkt: Spinoza ‘s onvoltooide opera. Bovendien kunnen bij vrijwel elk geschrift aanmerkingen gemaakt worden over wijze van formuleren, omstandigheden van ontstaan en publicatie…

    We haasten ons eraan toe te voegen dat de onvoltooidheid op zich geen afbreuk doet aan de intrinsieke filosofische waarde van Spinoza’s geschriften. Maar: wat kan de oorzaak, of waarschijnlijker, wat kunnen de oorzaken zijn geweest van Spinoza’s onvoltooidheids-syndroom? Speculaties genoeg. Met zekerheid zullen we het nooit weten.

    Spinoza’s vriend Jarig Jelles (+1683), kruidenkoopman van beroep en filosoof van roeping, schreef voor de uitgave van de Nagelate Schriften (1677) een uitvoerige inleiding en ging de kwestie niet uit de weg. Hij wijst in die inleiding bij herhaling op tekstonvolkomenheden, die hij o.a. ook toeschrijft aan het voortijdig overlijden van zijn vriend, maar die hij uiteindelijk toch niet laat opwegen tegen de posthume publicatie van de geschriften. Verwijzend naar Het Traktaat voor de verbetering van het verstand (TIE), wijst Jelles uitdrukkelijk op het onvoltooide karakter van het werk en op wat hier en daar gebreekt.  Jelles noemt als oorzaken:  het gewicht van de zaak, de diepe bespiegelingen, en de wijtuitgestrekte kennis die daartoe verëischt wierden. Wat de onvoltooidheid van de TIE betreft, is het zeker ook mogelijk dat Spinoza met dit geschrift in een filosofische deadlock terechtkwam en dat het groeiproces van de Ethica mogelijk ook een rol heeft gespeeld bij onvoltooid blijven van dat traktaat. Maar: het is duidelijk dat onvoltooidheid kenmerkend is voor de Opera en dat de verklaring ervan niet los mag worden gezien van het totale geschriftenplaatje.

    In dit onvoltooide verhaal staat vast dat het korte leven dat hem door zijn deus sive natura beschoren was en zijn wankele gezondheid een zeer belangrijke rol hebben gespeeld. Zeer zeker spelen, naar mijn mening, bepaalde karaktertrekken van de filosoof in deze ook een rol.

    Spinoza was slechts 44 jaar toen hij bezweek aan wat Jelles in de inleiding tering noemde, een of andere ernstige longziekte, naar men aanneemt, deels erfelijk en deels in de hand gewerkt door zijn glazenslijperij en wat we vandaag fijn stof noemen.  

    Naar schatting waren Spinoza slechts twintig productieve jaren (of minder) gegund. En die waren meer dan goed gevuld: zijn sociale contacten (briefwisseling incluis), zijn broodwinning, zijn filosofisch denkwerk, de redactie ervan en wellicht ook het voortdurend polijsten van zijn teksten. Het is duidelijk dat de schrijfplannen van de filosoof ernstig in conflict kwamen met zijn goedgevulde dagen én naar het einde van zijn leven toe, met de ernstige  gezondheidsproblemen waarmee hij te kampen had en die welhaast zeker zijn lichamelijke en geestelijke werkkracht ondermijnden. We leren van Jelles ook dat Spinoza zich bovendien niet spaarde: onverdroten arbeid, lange werkdagen en soms kwam hij maanden de deur niet uit…

    Jelles weet ons in de vermelde inleiding ook nog te vertellen dat Spinoza nog andere publicaties op stapel had staan. Ook Spinoza zelf verklapt ons daarover iets in zijn brief aan Tschirnhaus (Ep 60), waarin hij zegt dat een boek over natuurkunde nog niet geschreven was. Al die plannen werden nooit gerealiseerd. De goesting, de wil en de werklust waren er duidelijk wel maar het bleef, helaas, een verhaal van hooi en vork.

    Al bij al is het dus niet verwonderlijk dat Spinoza’s geschriften niet puntgaaf tot ons kwamen. Dat bevorderde de eenduidige interpretatie van zijn leer uiteraard niet. Zijn betrekkelijk meesterschap van het Latijn en het niet altijd  consequent gebruik van filosofische termen komen daar nog bovenop… Reeds tijdens zijn leven stelden vrienden hem pertinente vragen over zijn leer, briefschrijvers gingen met hem in discussie en vroegen opheldering over concrete kwesties. Om een en ander  uit te klaren voorzag Spinoza zijn TIE met noten en bijkomende verklaringen. Dat wijst erop dat hij er zich van bewust was, dat zijn formuleringen te wensen overlieten en zelfs duister waren.  

    Fuel voor beroepsfilosofen en commentatoren. 

    08-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)


    Foto

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (13)
  • De geschriften (37)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (20)
  • Stellingenboekje (20)

  • Archief per maand
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (13)
  • De geschriften (37)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (20)
  • Stellingenboekje (20)


  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!