Foto
Inhoud blog
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (19)
  • Jezuïeten en Spinoza: ken er één en je kent ze allen (3 - slot)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (18)
  • Jezuïeten en Spinoza: ken er één en je kent ze allen (3)
  • Arthur Liebert: Spinoza-brevier - Nawoord (vertaald uit het Duits (slot)
    Zoeken in blog

    Mijn favorieten
  • Het Spinozahuis
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Mijn dichters: wandelen in mijn poetisch geheugenpaleis
  • In de Toren van Montaigne: omtrent Michel de Montaigne (1533-1592), zijn Essais en zijn Tijd
    Spinoza Kring Lier
    Spinoza (1632-1677), over zijn leven, zijn filosofie & zijn tijd
    Al wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam. - Sed omnia praeclara tam difficilia quam rara sunt. - Spinoza/ Omnia praeclara rara. - Het voortreffelijke is zeldzaam. - Cicero
    11-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Albert Thibaudet en Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Thibaudet en Spinoza?  Het heeft niet veel om het lijf. Maar een woordje mag wel. Vooral dan om Thibaudet even aan de lezer voor te stellen, een tip misschien pour les férus de littérature française, en eigenlijk ook als opstapje naar enkele blogartikels die ik voorbereid over Alain, Lagneau en Spinoza.

    In de Lage Landen is Thibaudet (+ 1936) zo goed als volslagen onbekend. Zelfs in het Paradijs van Marianne is hij vandaag niet meer dan een schim. En toch. Deze Fransman studeerde filosofie bij Bergson (een Spinozavriendje) en was in vorige eeuw gedurende het interbellum dé coryfee van de Franse literatuurcritici. Zijn artikels in de NRF (Nouvelle Revue Française) werden druk gelezen, erg geprezen en  oefenden grote invloed uit. Thibaudets Réflexions sur la littérature werden enkele jaren terug volledig uitgegeven in de reeks Gallimard Quarto.(1)  De tekstbezorger jubelt: 'Par leur savoir, ce sont les Lundis du XX e siècle; par leur sagesse, ce sont nos  Essais..' (2) Dat laatste is natuurlijk twee bruggen te ver en niet meer dan gebruikelijke achterplatonzin.

    Dat neemt niet weg dat Thibaudets literaire kritieken nog steeds het lezen waard zijn en er wijsheidsparels in verborgen zitten die de lezer er graag zal willen uit opvissen. Ze werden gepubliceerd (enkele posthuum) tussen 1912 en 1938. Zeven Réflexions vermelden en passant Spinoza in verbanden die er hier niet toe doen. Hieronder het voornaamste.

    In het artikel Mémoires kraakt hij Baillet en Colerus, respectievelijk biografen van Descartes en Spinoza : ‘il n’y a rien de plus insipide que les vies de saints laïques’. Dat er brood gebakken wordt voor lieden die Spinoza een aureool toewensen is mij bekend, maar dat Descartes, soudard-philosophe en dienstmeidenminnaarein de categorie van de saints laïques thuis hoort, is nieuw voor mij…

    In het artikel Journaux  intimes (1927) wijst Thibaudet op het celibaat, in de wereld van de (echte) filosofen sedert het  Hellenisme (vanaf de 3de eeuw v.C.) een courant verschijnsel. De auteur citeert Nietzsche die beweerde dat een getrouwde filosoof thuis hoort in een comedie. ‘Ni Descartes, ni Malebranche, ni Spinoza, ni Leibniz, ni Kant, ni Condillac, ni Schopenhauer, ni  Renouvier n’auront place dans la comédie conjugale.’  Albert vergeet evenwel in het lijstje onze vriend Sören Sok (Kierkegaard) te vermelden, toch hét schoolvoorbeeld van het dilemma ‘denken of trouwen?’. Thibaudet betrekt ook het Rooms-christelijk celibaat in zijn beschouwingen, wat het een actuele bijklank verleent.

    De langste tekst die Thibaudet over Spinoza pleegt, staat in een artikel dat de titel draagt Les cahiers de Barrès. Dat artikel wordt besloten met een kort deeltje onder de hoofding Spinoza, Lagneau, Bergson. Maurice Barrès (1862-1923) kreeg in het Lycée de Nancy les van Lagneau, die ook  leermeester was van Alain (1868-1951). Het boterde niet tussen meester en discipel, het kwam zelfs tot een breuk. Barrès schrijft erover in zijn Cahiers. Lagneau (1851-1894), zo vertelt Barrès in dat verband, zei hem ooit eens, blijkbaar met al te veel nadruk: ‘ M. Barrès, nul philosophe n’a possédé la vérité, mais rappelez-vous toujours que c’est Spinoza qui l’a approchée du plus près.’  

    Thibaudet voegt eraan toe, dat die teneur ook doorklonk bij Bergson, toen die in het Collège de France over de Ethica doceerde.(3)  En ook al bij Leibniz, die Spinoza beschouwde als een Mozes die de filosofie naar het beloofde land voerde zonder het evenwel te betreden. En bij Schopenhauer, die Spinoza zag als het Oude Testament, zichzelf als het Nieuwe! Thibaudet besluit in dit verband: ‘Cette idée d’un Spinoza corridor, condition et non terme de la vérité, ce spinozisme dynamique, paraît bien un thème profond de notre philosophie.’

    ______

    (1) Albert Thibaudet, Réflexions sur la littérature, Paris, 2007. (Quarto Gallimard).

    (2) Sainte- Beuve dé literaire criticus van de 19de eeuw is de schrijver van o.a.  Causeries du lundi (1851-1862) en van Nouveaux lundis (1863-1870). Wie hem niet mocht noemde hem Sainte-Bévue. Alain klasseerde hem bij les trois bedeaux de la littérature (Taine en Renan, zijn de twee andere kosters); de  Essais zijn van  Michel de Montaigne (1533-1592).

    (3) Thibaudet, vermeldt in een noot, dat Bergson meermaals over Spinoza doceerde en meer bepaald  in 1907  Spinoza’s theorie van de wil behandelde en in 1910-1911 de TIE.

    11-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    08-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De onvoltooide opera van Benedictus Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    opera

    datering (d)/publicatie (p)

    voltooid/onvoltooid

    Korte verhandeling (KV)

    1658-59  (?) (d)

    onvoltooid

    Traktaat over de verbetering van het verstand (TIE)

    1660-61 (?) (d)

    onvoltooid

    Beginselen van de wijsbegeerte (PPC) + Metafysische gedachten (CM )

    1663 (p)

    onvoltooid

    Theologisch-politiek traktaat (TTP)

    1670 (p)

    voltooid

    Ethica  (E)

    1677 (p)

    voltooid ( of toch onvoltooid?)

    Politiek Traktaat (TP)

    1677 (p)

    onvoltooid

    Hebreeuwse grammatica

    1677 (p)

    onvoltooid

    Sub specie finitionis, onder oogpunt van voltooiing, zijn de geschriften van Spinoza alvast geen succes te noemen: vijf van de zeven hierboven opgesomde werken bleven onafgewerkt: Spinoza ‘s onvoltooide opera. Bovendien kunnen bij vrijwel elk geschrift aanmerkingen gemaakt worden over wijze van formuleren, omstandigheden van ontstaan en publicatie…

    We haasten ons eraan toe te voegen dat de onvoltooidheid op zich geen afbreuk doet aan de intrinsieke filosofische waarde van Spinoza’s geschriften. Maar: wat kan de oorzaak, of waarschijnlijker, wat kunnen de oorzaken zijn geweest van Spinoza’s onvoltooidheids-syndroom? Speculaties genoeg. Met zekerheid zullen we het nooit weten.

    Spinoza’s vriend Jarig Jelles (+1683), kruidenkoopman van beroep en filosoof van roeping, schreef voor de uitgave van de Nagelate Schriften (1677) een uitvoerige inleiding en ging de kwestie niet uit de weg. Hij wijst in die inleiding bij herhaling op tekstonvolkomenheden, die hij o.a. ook toeschrijft aan het voortijdig overlijden van zijn vriend, maar die hij uiteindelijk toch niet laat opwegen tegen de posthume publicatie van de geschriften. Verwijzend naar Het Traktaat voor de verbetering van het verstand (TIE), wijst Jelles uitdrukkelijk op het onvoltooide karakter van het werk en op wat hier en daar gebreekt.  Jelles noemt als oorzaken:  het gewicht van de zaak, de diepe bespiegelingen, en de wijtuitgestrekte kennis die daartoe verëischt wierden. Wat de onvoltooidheid van de TIE betreft, is het zeker ook mogelijk dat Spinoza met dit geschrift in een filosofische deadlock terechtkwam en dat het groeiproces van de Ethica mogelijk ook een rol heeft gespeeld bij onvoltooid blijven van dat traktaat. Maar: het is duidelijk dat onvoltooidheid kenmerkend is voor de Opera en dat de verklaring ervan niet los mag worden gezien van het totale geschriftenplaatje.

    In dit onvoltooide verhaal staat vast dat het korte leven dat hem door zijn deus sive natura beschoren was en zijn wankele gezondheid een zeer belangrijke rol hebben gespeeld. Zeer zeker spelen, naar mijn mening, bepaalde karaktertrekken van de filosoof in deze ook een rol.

    Spinoza was slechts 44 jaar toen hij bezweek aan wat Jelles in de inleiding tering noemde, een of andere ernstige longziekte, naar men aanneemt, deels erfelijk en deels in de hand gewerkt door zijn glazenslijperij en wat we vandaag fijn stof noemen.  

    Naar schatting waren Spinoza slechts twintig productieve jaren (of minder) gegund. En die waren meer dan goed gevuld: zijn sociale contacten (briefwisseling incluis), zijn broodwinning, zijn filosofisch denkwerk, de redactie ervan en wellicht ook het voortdurend polijsten van zijn teksten. Het is duidelijk dat de schrijfplannen van de filosoof ernstig in conflict kwamen met zijn goedgevulde dagen én naar het einde van zijn leven toe, met de ernstige  gezondheidsproblemen waarmee hij te kampen had en die welhaast zeker zijn lichamelijke en geestelijke werkkracht ondermijnden. We leren van Jelles ook dat Spinoza zich bovendien niet spaarde: onverdroten arbeid, lange werkdagen en soms kwam hij maanden de deur niet uit…

    Jelles weet ons in de vermelde inleiding ook nog te vertellen dat Spinoza nog andere publicaties op stapel had staan. Ook Spinoza zelf verklapt ons daarover iets in zijn brief aan Tschirnhaus (Ep 60), waarin hij zegt dat een boek over natuurkunde nog niet geschreven was. Al die plannen werden nooit gerealiseerd. De goesting, de wil en de werklust waren er duidelijk wel maar het bleef, helaas, een verhaal van hooi en vork.

    Al bij al is het dus niet verwonderlijk dat Spinoza’s geschriften niet puntgaaf tot ons kwamen. Dat bevorderde de eenduidige interpretatie van zijn leer uiteraard niet. Zijn betrekkelijk meesterschap van het Latijn en het niet altijd  consequent gebruik van filosofische termen komen daar nog bovenop… Reeds tijdens zijn leven stelden vrienden hem pertinente vragen over zijn leer, briefschrijvers gingen met hem in discussie en vroegen opheldering over concrete kwesties. Om een en ander  uit te klaren voorzag Spinoza zijn TIE met noten en bijkomende verklaringen. Dat wijst erop dat hij er zich van bewust was, dat zijn formuleringen te wensen overlieten en zelfs duister waren.  

    Fuel voor beroepsfilosofen en commentatoren. 

    08-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    07-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. 2 De staatsleer: bronnen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In de totaliteit van het oeuvre neemt de politica  van Spinoza  een eerder beperkte plaats in. Zijn denken over staat en politiek delen vandaag in de hernieuwde belangstelling die zijn filosofie te beurt valt. Ook in zijn tijd verwekten zijn politieke standpunten, die het religieuze domein betraden, belangstelling en vooral aanstoot.

    In de Ethica vinden we geen systematisch politiek betoog terug.  De Ethica bevat  Spinoza’s  filosofische leer over de weg naar een evenwichtiger en blijer leven.  Hoewel hij het in dat hoofdwerk heeft over de vrijheid van de mens, begrepen in ethische zin, wordt de vrijheid in politieke zin niet of nauwelijks in dit denken betrokken.  Dat lijkt, vanuit de stofordening een logische en dus natuurlijke keuze van de filosoof. Hoewel  sommigen beweren dat de  Ethica onvoltooid is, omdat de politica, die het sluitstuk had moeten vormen, erin ontbreekt.

    Het Theologisch-politiek traktaak  (TTP). De politica van Spinoza wordt in dit geschrift meer diepgaand behandeld . Dat boek werd naamloos gepubliceerd en vermeldt met opzet een andere plaats van uitgave.  De Voorzichtige Spinoza  in het redelijk tolerante Holland…

    De ondertitel geeft precies aan waarover het gaat:  bevattende een aantal uiteenzettingen, waarin wordt aangetoond dat men de vrijheid van filosoferen niet alleen kan toestaan met behoud van de vroomheid en van de vrede in de staat, maar dat men haar niet kan opheffen zonder tevens de vrede in de staat en zelfs de vroomheid op te heffen.

    Het gaat dus over de (gewetens)vrijheid van de burger in een geordende staat. Daarbij denkt Spinoza in de eerste plaats aan zijn eigen staatsgemeenschap: de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. De vrijheid kan worden bedreigd door twee grote machtscentra: de kerk en de staat.  Voor de vrijheid een uiterst bedreigend stel wanneer dat hand in hand gaat. Vandaar de tweeledigheid van het geschrift: het is zowel  een theologisch als een politiek traktaat, maar allereerst een theologisch geschrift.

    Het grootste deel van de TTP (10 hoofdstukken) wordt dus ingenomen door het theologisch betoog van Spinoza. Vooral op dit vlak is het baanbrekend.  Spinoza  legt in dit geschrift, voor het eerste in de westerse cultuur, de basis voor een rationele bijbelkritiek. Een verdienste die moeilijk kan worden overschat.

    Enkele sprekende voorbeelden. In zijn analyse van de religie in de maatschappij richt hij zijn radicale kritiek tegen het Judaïsme, tegen het deel dus dat wij in de Bijbel het ‘Oude Testament’ noemen.  De geschriften van het OT zijn geen geïnspireerde boeken, het is mensenwerk. Ze moeten ook als dusdanig bestudeerd worden. De Vijf eerste Bijbelboeken (de Tora) die aan Mozes worden toegeschreven zijn duidelijk niet van één hand. Profeten zijn herauten die de in tijden van religieus verval  het volk oproepen voor meer spiritualiteit of het waarschuwen voor komende catastrofen. Mirakels kunnen niet bestaan: ze doorbreken de natuurwetten. Dat is onmogelijk ook voor de Substantie. Mirakels aanvaarden is het bestaan van God ontkennen.  De uitverkoring van het Joodse volk, de tien geboden en de leefregels die  tot doel hadden het Joodse volk op een bepaald moment in hun geschiedenis te dienen: er kan geen universele waarde aan worden toegekend.

    Merkwaardig is het, dat Spinoza het Christendom buiten schot laat en zelfs uiterst lovende woorden over heeft voor  Christus, die hij geen profeet noemt, maar een soort van super- mens, omdat die een geaardheid had die zo dicht bij de Substantie stond, dat niemand op dit vlak met hem kan worden vergeleken.  Op de titelpagina van de TTP vermeldt Spinoza trouwens een vers uit de Eerste  Brief van Johannes.(1) Nogal wat commentatoren betichten Spinoza omwille van deze houding als antijudaïsme.

    In de TTP  worden, als gezegd, 5 van de 15 hoofdstukken besteed aan staatsleer.  Spinoza wil rationeel aantonen dat vrij filosoferen geen schade toebrengt aan de vroomheid (het domein van de godsdienst) , noch aan de vrede, noch aan de maatschappelijke veiligheid (het domein van de staat). Wel integendeel: de vrijheid van denken heeft op die domeinen een gunstig effect. Dat theologisch denken is nodig om de fundamentele opdracht van de staat te kunnen omschrijven: rationele omgang met geloof in de samenleving.

    Het Politiek Traktaat (TP), het laatste geschrift van Spinoza, is de tweede bron voor de studie van zijn staatsleer. Aan dit geschrift werkte hij in de periode 1675-1677, de laatste twee jaren van zijn leven. Het bleef evenwel onvoltooid en werd postuum gepubliceerd. In de  Opera Posthuma/Nagelate Schriften (1677).

    Het werk telt 11 hoofdstukken. In de eerste vijf beschrijft hij de regels die het leven van  burgers  in een staatsgemeenschap beheersen. In de 6 volgende beschrijft hij de  kenmerken van de monarchie, de aristocratie en tenslotte (niet helemaal uitgewerkt) de democratie.

    Spinoza wordt vandaag  graag als democraat afgeschilderd.  Maar is dat wel helemaal terecht? Wat hij onder democratie verstond is helemaal niet wat wij er vandaag doorgaans onder begrijpen. Bovendien  was zijn keuzevoor die regeringsvorm  functioneel, d.w.z. in functie van de inpasbaarheid in zijn globale filosofie.  Niemand  weet bovendien hoe hij zijn ideeën over democratie verder zou hebben ontwikkeld…

    ___

    (1) Johannes I, IV, 13: Hieraan onderkennen wij dat wij in God blijven, en God in ons, dat hij ons van zijn geest gegeven heeft.

    07-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie: Staatsleer
    >> Reageer (0)
    05-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL/VERSLAG - ETHICA III, Inleiding, Definities 1&2
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    TOELICHTING EN COMMENTAAR BIJ   ETHICA, III, inleiding, definities  

    (INLEIDING)

    §1 

    Kerngedachten

    1  De meeste auteurs die voorheen schreven over gevoelen en de manier van leven van de mens deden dat als schreven ze over dingen die buiten de natuur vallen. Ze beschouwen de mens als ‘een imperium in een imperium’.

    2  De tekortkomingen van de mens wijten ze aan een gebrek in de menselijke natuur. Ze behandelen die niet op objectieve,neutrale wijze.

    Commentaar

    Imperium binnen een imperium : de mens volgt regels en wetten die niet dezelfde zijn als de ‘gewone’ wetten van de natuur.

    Menselijk onvermogen en tekortkomingen: alle menselijke zwakheden. Vooral ook de paradoxale houding van mensen die het goede kennen en toch kiezen voor het kwade. De Griekse filosofen noemden die merkwaardige houding akrasia.

    §2

    Kerngedachten

    In het verleden schreven voortreffelijke auteurs over ethica. Ik ben hen veel verschuldigd. Ze hadden het evenwel niet over:

    1  de aard van de gevoelens,

    2  de krachten van de gevoelens,

    3  wat de geest kan om ze te matigen.

    Commentaar

    Voortreffelijke mannen:  

    1  Allereerst zijn maître à penser, René Descartes, met naam genoemd in de volgende §.

    2  Vervolgens wellicht ook de Stoa: in de Renaissance en ook nog in de 17de eeuw was de levensfilosofie van de Stoa (de late Stoa van  Cicero, Seneca e.a.) bijzonder populair. Hun visie inzake affecten kwam erop neer, dat de mens via oefeningen voldoende geestelijke kracht moest opbouwen om zijn gelijkmoedigheid te bewaren.

    §3

    Kerngedachten

    Descartes :

    1 geloofde dat de geest absolute macht over zijn daden heeft,

    2 legde   gevoelens uit  de hand van hun eerste oorzaken,

    3 poogde de weg om de geest absolute macht te geven over gevoelens.

    Ik erken zijn scherpzinnigheid maar volg hem niet.

    Commentaar

    Beroemde Descartes: Descartes, domineerde in de eerste helft van de 17de eeuw de filosofische scene in de Republiek en elders in Europa. Zijn filosofie  legde de bijl aan de wortel van de scholastiek (de universiteit) die Aristoteles en Middeleeuwse christelijke denkers vereerden.  

    §4

    Kerngedachten

    Voorgangers die niet objectief/neutraal schreven over gevoelens zullen opkijken:

    1 ik  zal tekortkomingen en dwaasheid op meetkundige wijze behandelen,

    2  ik bewijs met zekerheid en rede, wat zij als strijdig met de rede beschouwen, als zinloos, absurd en vreselijk.

    Commentaar

    Uit deze tekst duikt een concrete karaktertrek op van Spinoza: zelfverzekerdheid. Meer dan eens (en vooral in sommige van zijn brieven) slaat Spinoza  een zelfverzekerde toon aan. In deze § kondigt hij aan  beter over gevoelens te zullen schrijven dan zijn voorgangers, meer zelfs, dat te doen met zekerheid (certa), op sluitende wijze.

    §5

    Kerngedachten

    1. De natuur heeft geen tekortkomingen, is altijd dezelfde, en haar kracht en vermogen tot handelen zijn overal dezelfde.

    2  De natuur van om het even wat begrijpen, geschiedt volgens universele wetten en de regels van de natuur.

    3  Gevoelens (haat, woede, afgunst) dienen ook bestudeerd te worden vanuit die natuurwetten.

    4  Gevoelens hebben oorzaken die er een verklaring voor zijn en hebben eigenschappen die het waard zijn gekend te worden.

    5  De aard en de kracht van de gevoelens en het vermogen van de geest t.a.v. die gevoelens, zal ik behandelen als lijnen, vlakken, lichamen, zoals ik dat ook deed i.v.m. God en geest.

    Commentaar

    Descartes bestudeerde naar eigen zeggen menselijke gevoelens als een natuurkundige. Op empirische wijze dus, steunend op de waarneming en ervaring. Spinoza stelt zich in deze studie op een ander been: hij zal dit, naar hij aankondigt, doen op meetkundige wijze, louter door gebruik te maken van de ratio.

    Descartes bestudeerde de gevoelens ook vanuit hun eerste oorzaak. Hij situeert evenwel de bron van die gevoelens in de pijnappelklier… (Elders bespot Spinoza die Cartiaanse visie).

    DEFINITIES

    1   ADEQUATE OORZAAK  =  gevolg dat

           - helder is,

            -én onderscheiden;

        INADEQUATE OORZAAK  (gedeeltelijk) oorzaak  =  gevolg dat

            niet alleen door die oorzaak kan worden begrepen

    2  HANDELEN = wij zijn de adequate oorzaak van iets dat in of buiten ons gebeurt, volgend uit onze  aard.

        ONDERGAAN = wij zijn de inadequate oorzaak als in ons of uit onze natuur gebeurt.

    3  GEVOEL = inwerking op het lichaam en  ideeën van die inwerking, die vermogen van handelen van het lichaam

          -vergroten/verkleinen,

          -bevorderen/ verhinderen.

    GEVOEL  =  handelen, ALS we van de inwerking de adequate oorzaak kunnen zijn.

    GEVOEL  = aandoening, ALS we van die inwerking niet de adequate oorzaak kunnen zijn.

    Commentaar

    Definities : definities zijn, more geometrico, eenduidige bepalingen van basisbegrippen. Ze maken het mogelijk op correcte wijze te argumenteren.

    Helder en onderscheiden: d.i. het claire et distincte van Descartes.

     

    05-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    03-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aforismen uit mijn De zaaier-cahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Macht en machtsmisbruik zijn twee zijden van één politieke munt.

    ***

    Kippenvlees

    Une Bouchée de la Reine me donne toujours la chaire de poule.

    ***

    Onderwijspedagogen ontdekken problemen die er niet zijn en laten zich dan door schoolhoofden uitnodigen om ze op te lossen.

    ***

    Meerwaarde

    Journalisten produceren (in het beste geval) het inpakpapier voor de volgende dag.

    ***

    Verlichting

    Niet Spinoza maar Gerard Philips is de radicaalste Verlichter van Nederland.

    ***

    Nieuwe Scholastiek: more citato demonstrato

    Gelijk bewijzen door het citeren van voorgangers (Jan Claes, 1996) die groot gelijk hebben omdat ze een voorganger citeren (Katrien, 2013), die ook gelijk heeft etc…

     

    © W. Schuermans

     

     


     

     

     


    03-05-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    27-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.SKL - Huis van Oscar- Studiebijeenkomst van 26 april 2014
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De tweede reeks seminars van de SKL startte afgelopen zaterdag.

    Het eerste deel van de vergadering werd besteed aan een bondig herhalend overzicht van de levensloop van Baruch d’ Espinoza. Een accent werd gelegd op de verbazingwekkende  economische opbloei van Amsterdam die bij leven van Spinoza zijn beslag kreeg. De Amsterdamse stapelmarkt, de wisselbank en de beurs, motoren van de economische opbloei van Amsterdam in de17de eeuw, werden (iets té uitvoerig?) besproken. De verworven rijkdom vormde de basis van de culturele opbloei van Amsterdam en van de macht van de Hollandse regenten.

    Spinoza bleef levenslang een Amsterdammer, ook al woonde hij in Rijnsburg of den Haag. Zijn Amsterdams standbeeld (zie foto) blijft ons eraan herinneren.

    Leestip:

    Russell Shorto, Amsterdam, geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld, Amsterdam 2013.

    Deze ‘seller' is in twee versies beschikbaar: een forse paperback editie en een editie in de reeks Dwarsliggers (nr. 253), dundrukboekjes, die lijfboekjes kunnen worden omdat ze in het borstzakje van je jas passen. Een lezenswaardige geschiedenis van Amsterdam. Wie het beperkt wil houden leest alleen de hoofdstukken die te maken hebben met de Gouden 17 de Eeuw en Spinoza.

    Shorto, schrijver en journalist voor de New York Times Magazine, schreef ook de eerder op deze blog gesignaleerde De botten van Descartes, Amsterdam, 2010 (tweede druk).

    Uitdiepen van de behandelde stof :

    1 Blogartikels in de categorie De biografie

    2 Onder Mijn favorieten op deze blog leest u een even heldere als beknopte biografie van de hand van Piet Steenbakkers, zeer gewaardeerd  Spinoza kenner (Nederland) .

    ***

    In het tweede deel van de studiebijeenkomst werd de lectuur aangevat van deel III van de Ethica. Dat gebeurde op algemeen verzoek van de cursisten 2013. Iedereen beseft dat er een moeilijke taak wacht, maar: de motivering is er, en ieders conatus is sterk genoeg om er met vertrouwen aan te beginnen.

    Om de lectuur in goede banen te leiden en de besprekingen te focussen worden volgende afspraken gemaakt:

    1  Er wordt gewerkt met de vertaling van C. Vermeulen. (Spinoza, Ethica, Amsterdam, 2012).

    2  In Spinoza’s argumentatie worden verwijzingen naar onderliggende stellingen  (nu) niet gelezen.

    3  De langere teksten (bewijsvoeringen, toelichtingen etc.) worden opgedeeld  in paragrafen.   

    4  De kernmededeling van elke § dient begrepen eer de volgende § wordt aangevat.

    De lectuur van de teksten geschiedt volgens een afgesproken leeschema.

    De volgende vergadering is gepland op zaterdag 24 mei 2014,  10.00 u stipt. 

    Voorbereidende lectuur:   E III, Definities 2 en 3; Postulaten 1 en 2 ; Stelling 1 + Toelichting.

    Met dank voor de inbreng van de participanten! En een welkomstgroet aan Lode.

    27-04-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    24-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Met Veenbaas in de kraamkamer van de Verlichting
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Jabik Veenbaas, De Verlichting als kraamkamer, Amsterdam, (Nieuw Amsterdam, uitgevers), vierde druk 2014.  (Fnacprijs € 19,95)

    Maart 2014. Veenbaas is zopas voor de vierde maal opgelegd. Verdiend overigens. Tijd dus om het boek hier kort voor te stellen.

    De titel van het boek is ontleend aan het afsluitend hoofdstuk. Daarin wordt  samengevat wat impliciet en expliciet in heel het boek verweven zit. We lezen daar dat de Verlichting, voor de oplettende toeschouwer, nog steeds tastbaar aanwezig is in onze cultuur. En dat de Eeuw van de Rede in belangrijke mate ook een eeuw was die de Ratio in vraag stelde en bovendien ook een tijd van vertwijfeling.

    Wie aan de hand van Veenbaas door de kraamkamer van de Verlichting wandelt, zal op boeiende wijze kennis maken met een vijftiental denkers uit de 17de– 18de eeuw, geplaatst en geduid in de historische context. Er liggen 14 heren en één vrouw (Mary Wollstonecraft) in het kraambed...! 

    De kraamkamerwandeling zet en passant aan tot het bijstellen van enkele historische clichés en wapent de lezer tegen de Spinoza visie van  Jonathan Israël, auteur van vuistdikke encyclopedische werken die Spinoza bestempelen als een voorloper van de Verlichting en hem een haast mythische rol toebedelen. Jabik behandelt Israël (terecht meen ik) met skepsis.

    Het boek van Veenbaas is op een dubbele wijze erg nuttig. Vooreerst is het voor lezers die de materie niet kennen een uitstekende introductie in de Verlichting. Ook wie met de stof meer of min vertrouwd is leest met plezier Veenbaas, die een vlotte, vertellende pen hanteert en zal er stof vinden tot denken en mogelijk ook nieuwe inzichten.

    Het boek is  bovendien ook voor Spinoza lezers niet te versmaden. Hoofdstuk 3 is volledig aan Spinoza gewijd. Het draagt de uitdagende titel: Het godsbewijs van de atheïst. De lezer maakt verder kennis met Balthasar Bekker (1643-1698), tijdgenoot van Spinoza, bestrijder van bijgeloof en heksenwaan en leest ook over Pierre Bayle en zijn dictionnaire, die de beeldvorming over Spinoza in de 18de eeuw en ook nog lang nadien diepgaand heeft beïnvloed. In de hoofdstukken gewijd aan de Lamettrie en Condillac maakt de lezer kennis met  systeembestormers die Spinoza onderuit halen of dat menen te doen….

    Jabik Veenbaas presteert het boeiende lectuur af te leveren, betrouwbaar naar de feiten, inspirerend en niet verlegen om een mening. Aanbevolen!

     

     

    24-04-2014 om 13:02 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    19-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een weinig bekende Spinoza tekst van Romain Roland
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  In Parijs huist in de Rue de Montmorency op nummer 40 een kleine uitgeverij met de beloftevolle naam Editions Manutius. Die doet de 15de eeuwse Venetiaanse drukker Aldo Manuzio eer aan door de uitgave van enkele reeksen, die kleine, verzorgde boekjes bevatten, die de titel dragen Le philosophe en Lieux d’ Utopies. In die reeksen worden niet al te omvangrijke teksten gepubliceerd van filosofen uit heden en verleden.

    Zopas werd in laatst genoemde reeks een nieuw deeltje gepubliceerd met twee teksten van Romain Rolland, Prix Nobel, 1915.  De langere tekst gaat over Empédocle, de kortere tekst (14 blz.) draagt als  titel L’Eclair de Spinoza.  De Spinoza tekst is een deel van een essay dat in 1926 in een Bengaalse vertaling verscheen in een Aziatisch tijdschrift en sedertdien nog nauwelijks te vinden was. (1) Roger Dadoun, ooit verbonden aan de Université Paris VII en reeksleider van Lieux d’ Utopies, voorzag het boekje ook van een inleiding.

    Roland begint zijn verhaal met de mededeling dat hij twee parallelle levens leidde. Dat van de actuele persoon die hij was en celle de l’Etre sans visage, sans nom, sans lieu, sans siècle qui est la substance  même et le soufle de toute vie. Vrijwel altijd overwoekert het eerste leven het tweede. Maar zo af en toe krijgt het tweede leven wat zuurstof. Die wordt opgewekt door een éclair. Die wekt dan het Gezichtloos Zijn tot leven. De inleider vermeldt dat Roland een drietal éclairs beschrijft. De tweede éclair werd hem toegeslingerd door le juif cartésien.

    Roland leidde een grijze en eentonige jeugd. Dat zal veranderen wanneer hij in het College Louis le Grand  (wat een school!) een extra jaartje studeert om zijn toegangsexamen tot de Ecole Normale voor te bereiden. In de filosofielessen wordt zijn hoofd gek gezeurd met les fantasmagores des Présocratiques. Maar: le chemin naturel de l’ésprit voert hem naar interessantere oorden. Roland is een bouquineur.  Hij vindt een editie van Oeuvres de Spinoza, traduites par Emile Saisset, Charpentier, 1872,  3 vol.

    Roland haast zich eraan toe te voegen dat hij geen kritiekloze Benoot-zeloot is: van diens strict rationalisme lust hij geen pap en bovendien vindt hij in Spinoza vele paralogismen. Niettemin, stelt hij:  il me reste sacré, à l’ égal des Livres Saints pour un qui croit en eux.

    Op een late winternamiddag leest Roland de eerste definities van de Ethica en zie… er geschiedt warempel een Spinoziaans mirakel: le soleil Blanc de la Substance beschijnt zijn tweede toegedekte leven. Een hoogst individueel moment van zelfherkenning met een mystiek randje: on se lit a travers les livres, zegt Roland.

    Zoals gezegd: niet Spinoza de rationalist spreekt hem aan wel Spinoza de realist. Enkele citaten moeten dit te weinig belicht aspect van de filosoof illustreren. In 1926 al stelt hij: Q’ il est étrange que cet aspect de la grande figure soit recouvert, jusq’a devenir invisible, par le lourd verbalisme intellectuel des philosophes de profession!

    Deze korte tekst is gesteld in hoogdravend en bijwijlen bombastisch Frans dat niet meer van  deze tijd is. Als u het mij vraagt: een nogal slappe tekst met als belangrijkste verdienste dat in 1926 Bengaalse lezers enkele flarden Spinoza op hun bord kregen.

    Wat er ook van weze: Romain Rolland kan worden toegevoegd aan het lijstje van mensen, die touche hadden met Spinoza.

    ____

    (1) De tekst is een deel van een hoofdstuk uit Le voyage Intérieur, Rolands herinneringen.

    19-04-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Le Semeur- De Zaaier: uit mijn aforismencahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Met rijm vind ik de natuur het meest poëtisch.

    ***

    Multitude

    Wie zich boven de massa wil verheffen, neme de lift.

    ***

    Zwartkijkers  houden niet van kleurentelevisie.

    ***

    Begrafenis eerste klas

    Kippensoep met vermicelli

    ***

    Perpetuum Mobile

    Metafysici zoeken in een zwarte kamer naar een zwarte kat die er niet is en schrijven er dan boeken en artikels over voor andere metafysici. (naar NN)

    ***

    Vrouwenpantalons zijn voor de erotiek als cyankali in de soep.

    ***

    Het leven, een flits tussen tweemaal ni(e)ts. (Naar NN)

    ***

    Tranen poetsen de spiegels van de ziel

     

    © W. Schuermans

    19-04-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    04-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.God, geometer en kunstenaar?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Even  in gedachten naar de Falkland Islands, een partij rotsen in de Zuidelijke Atlantische Oceaan. Brits bezit om maritieme, strategische en naar verluid nu ook om economische redenen. De Falkland Eilanden zijn al lang een steen des aanstoots (excusez le mot) tussen Argentinië en GB. De Falkland War (1982) van Margareth Tatcher ligt nog niet zolang achter ons en zopas gaven de Argentijnen een postzegel uit met een afbeelding van de Falklands, om hun territoriale claims kracht bij te zetten. Niet bepaald een oorlogszuchtige daad, hoewel, … Die story wordt dus vast vervolgd.

    Naar de Falklands dus, media 19de eeuw. Toen en nu een uithoek van de wereld en een gat van jewelste. Hoe daar ca. 1840  je tijd te doden? Je kop breken over wiskunde bijvoorbeeld. Dat deed ene Oliver Byrne, surveyor of her majesty’s settlements in the Falkland islands and author of numerous mathematical works.  Zo danken we aan hem een hoogst merkwaardig boek:  The First six books of The Elements of Euclid in which coloured diagrams and symbols are used instead of letters for the greather ease of the learners. Dat boek zag in 1847 het licht in Londen.

    De Elementen, het meetkundeboek van de Euclides van Alexandrië (ca. 300 v.C.), is een van de meest succesvolle boeken ooit. In onze beschavingskring is er geen ontkomen aan: alle scholieren, gewapend met meetlat, graadboog en passer maken er al in de lagere school kennis mee. Delen van de eerste zes boeken van dat geometrisch meesterwerk zijn reeds eeuwen obligate leerstof op school.

    Zopas gaf de Keulse uitgeverij Tachen (kunstliefhebbers kennen Taschen) Byrne’s boek opnieuw uit in een fotografische reproductie van de originele editie, voorzien van een interessant essay van de hand van Werner Oechlin (°1944), o.a. kunsthistoricus en filosoof, die in Zürich een academische leeropdracht had.

    Byrne gaf een volstrekt unieke interpretatie aan dat aloude meesterwerk. De ondertitel van het boek geeft het al aan. Het was Byrne’s bedoeling meetkundescholieren een helpend handje aan te reiken. Dat deed hij door Euclides (wat bleekjes geworden na al die eeuwen) letterlijk én figuurlijk wat kleur bij te zetten. Symbolen gaf hij een kleurencode. Stellingen werden vervolgens op ‘kleur gezet’, zodat  Euclides’ stellingen gevisualiseerd werden. Dat hield hij vol, zes boeken lang! Het resultaat is verbluffend en een feest voor het oog. Wie de kleurensymboliek onder de knie heeft kan makkelijk en snel de Euclidiaanse meetkundestellingen in zich opnemen, eerst via de ogen dan via het verstand.

    Dat wiskunde, inzonderheid wiskundige redeneringen, een esthetische dimensie hebben en dus esthetisch genot kunnen opwekken, is reeds lang bekend. Mathematicus Bertrand Russell wijdde er tal van bladzijden aan.  Byrne heeft in 1847 door zijn aanpak op een onverwachte wijze een ander aspect van de esthetica van de wiskunde blootgelegd.

    Het boek van Oliver Byrne is naast een wiskunde boek dus ook een kunstwerk. Bij de eerste aanblik reeds denkt de alerte lezer onmiddellijk aan Piet Mondriaan. Wie naar Mondriaan (1872-1944) kijkt met het boek van Byrne in gedachten kijkt nooit meer op dezelfde wijze naar deze geniale modernist.

    Meanwhile, from the Falklands back to the ranch: Spinoza lezers kunnen via dit boek op prettige wijze kennis maken met Euclides, wat kan bijdragen tot verhelderende en wellicht ook relativerende gedachten over Spinoza's more geometico demonstrata van de Ethica.

     

    04-04-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:In de marge
    >> Reageer (0)
    02-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Günther Grass, Nobelprijs en Eendagsvlieg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  Günther Grass, Eintagsfliegen, Gelegentliche Gedichte, Göttingen, 2012, 106 blz., (Steidl Verlag, € 28)

    Günther Grass  (°1927), van Duits-Kasjoebische komaf, kreeg in 1999 de Nobelprijs voor literatuur. Intussen is hij een jaartje ouder geworden, en hij wordt het ook gewaar. De broosheid en de vergankelijkheid van het leven doen hem denken aan het lot en het korte leven van de eendagsvlieg. Vandaar de titel van de bundel.

    In deze omvangrijke bundel gedichten, blanke verzen op enkele uitzonderingen na, mijmert de dichter over ouderdomskwaaltjes, haalt hij mooie herinneringen op, reflecteert en moppert hij over de eigen tijd, maar geniet toch nog met volle teugen van de mooie momenten die er in de Herfst van het Leven natuurlijk ook nog zijn…

    Grass is romanschrijver, dichter, essayist én plastisch kunstenaar. Hij verluchtte heel wat poëtisch werk met eigen tekeningen en aquarellen. Dat doet hij ook in deze bundel. Alle aquarellen brengen eendagsvliegen in beeld die zich trillend en zoemend kronkelen rond elk gedicht in een kleur en op een wijze die aansluit bij elk gedicht.

    Seidl Verlag is sedert jaar en dag uitgever van Günther Grass en gunde de bejaarde Nobelprijswinnaar alweer een parel van een uitgave: langwerpig cahierformaat, gebonden in rood linnen met versterkte zwarte hoeken, prachtige leesletter en, als gezegd,  heerlijk geïllustreerd met  Grass’ aquarellen.Voor liefhebbers van Duitse literatuur, zowaar een hebbeding.

    Eén natuurgedicht wil ik de lezer niet onthouden. Wie bij het lezen van een of ander vers aan Spinoza wil denken, mag zijn gang gaan:

     

    WAS FREUDE BRINGT                                                        WAT VREUGDE BRENGT

    Kastanien,                                                                               Kastanjes,

    die im Oktober                                                                         die in oktober

    Feucht in der Hand liegen.                                                        vochtig in de hand liggen.      

     

    Der Kinder Wünsche,                                                                Kinderwensen

    solang der Dezember dauert,                                                      zolang december duurt

    bis endlich der Baum zu nadeln beginnt.                                      tot eindelijk de boom zijn naalden verliest.

     

    Sobald in Februar                                                                      Zodra in februari

    Tächlich längere Tage                                                                dagelijks langere dagen

    versprechungen machen.                                                            beloftes doen.

     

    Frühtau,                                                                                     Ochtenddauw   

    Der in August                                                                           die in augustus

    das Netzwerk der Spinnen versilbert.                                          het netwerk van spinnen verzilvert.  

     

    02-04-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:In de marge
    >> Reageer (0)
    01-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aforismen uit mijn De zaaier-cahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Groene Vogelaar

    Liever 10  in de lucht en geen in de hand!

    ***

    Als geschiedenis een wetenschap is, dan is postzegelverzamelen dat ook.

    ***

    Tacitus redivivus

    Internet is  een huisriool waardoor al het vuil van de wereld stroomt.

    ***

    Mens sane in corpore sano

    Als dit niet lukt, dan is een gezonde geest in een ongezond lichaam verkieslijker dan het omgekeerde.

     ***

    Arithmétique psychopathologique

    1CV = 2p + 2 . ψ/2

    CV = canis vulgaris (straathond)

    p = psychiater

    ψ = psycholoog

    ***

    Het honorarium van een auteur moet omgekeerd evenredig zijn met het aantal ingeleverde pagina’s: beter voor lezer én milieu.

    ***

    Wie zijn leermeesters niet eert is het leven niet weert.


    © W. Schuermans

    01-04-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    30-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza's Staatkundige verhandeling
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Spinoza, Staatkundige verhandeling, uit het Latijn vertaald en toegelicht door Karel D’huyvetters, Amsterdam, 2014,  295 blz., (Fnac,  € 19,90 ).

    Een gebeurtenis! Eindelijk een volledige vertaling in eigentijds Nederlands. Die is van de hand van K. D’huyvetters, initiatiefnemer van de blog Spinoza in Vlaanderen.(1) De vertaling is voorzien van aantekeningen en een voorwoord van niemand minder dan J.I. Israël, kenner van de Nederlandse cultuur en auteur van een encyclopedisch werk over de Verlichting. De vertaling verscheen in de nieuwe Spinoza-reeks die de Wereldbibliotheek op het getouw heeft. Alle gepubliceerde delen zitten in een identiek kleedje en ogen erg fraai:  verzorgde druk, garengebonden, linnen omslag en leeslint. Kan het mooier?

    De vorige volledige Nederlandse vertaling van Spinnoza’s Tractatus Politicus van 1901 is meer dan hoogbejaard en mag nu wel worden beschouwd als definitief overleden. De nieuwe versie die nu voorligt, maakte gebruik van de recente tekstkritische uitgave van de Latijnse tekst die  door de Franse PUF werd gepubliceerd.

    Nederlandstalige lezers hoeven niet langer Het Politiek Traktaat (TP) in andere talen te lezen. Hoewel: voor een grondige lectuur van dat boek zal dit ook in de toekomst onontbeerlijk blijven. Parallel het origineel lezen en diverse vertalingen in meerdere talen, is  altijd een leesbelevenis.

    Een Italiaanse dooddoener stelt weliswaar dat vertalers ‘verraders’ zijn, maar veel meer dan dat zijn het vooral noeste werkers,  vaak ook pioniers en vooral  eye openers, die door hun interpretatie en  taalomzetting vaak nieuwe en onvermoede betekenislagen van de vertaalde auteur blootleggen. En daarvoor kunnen ze niet genoeg worden geprezen. Dat geldt ook voor Spinoza vertalers en in casu nu  voor Karel D’huyvetters.

    Zelf gebruikte ik in het verleden uitsluitend Franse vertalingen. Er bestaan op dit ogenblik 9, jawel negen, Franse versies van Spinoza’s Tractatus Politicus. En ze zijn nog steeds beschikbaar. Wat een weelde!  Eens te meer een bewijs dat de Fransen inzake Spinoza-studies top zijn én blijven. De oudste Franse vertaling van J-G Prat dateert van 1860,  de recentste verscheen in 2013 en is van de hand van Bernard Pautrat. In de bibliografie van D’huyvetters wordt deze erg precieze en mooie vertaling niet vermeld. Hoewel het te vroeg is om uitspraken te doen over de globale kwaliteit van de vertaling, toch een eerste toets.

    Pautrat bespreekt in zijn inleiding een moeilijk te vertalen passus. (2) Het betreft namelijk de eerste zin van hoofdstuk III. (3)  De vertaler noemt het een passus die het hele geschrift schoort. Spinoza gebruikt in die ene zin vier maal het woord imperium. Hoe daarmee om te springen?  Pautrat geeft de versies van zijn zeven voorgangers. Die lopen erg uiteen. Aan wie moet de lezer zijn vertrouwen geven, vraagt Pautrat zich terecht af…? Vertaler Pautrat behoudt het woord imperium in zijn versie en bespaart zich zo wat denkwerk. De vertaling in dit fragment van het woord civitas wordt door vijf van de negen Franse vertalers omgezet in cité, de nieuwe Nederlandse vertaling opteert voor stadstaat, toch een eerder specifieke betekenis van het Franse woord cité. De vertaler slaagde o.i. er toch in deze kleine maar taaie passus op aanvaardbare wijze te vertalen. Dat sterkt alvast ons vertrouwen in de nieuwe vertaling.

    De Staatkundige verhandeling van Spinoza in de vertaling van Karel D’huyvetters verdient alle bewondering en lof en is een onontbeerlijk boek voor iedereen die zich bezig houdt met Spinoza. Kopen dus, én lezen!

    _____

     (1)   De Vereniging Het Spinozahuis organiseert n.a.v. deze publicatie vier studiebijeenkomsten, die aspecten van de politica van Spinoza onder de loep leggen. Wie belangstelling heeft surft naar www.spinozahuis.nl.

    (2)  Spinoza, Traité politique, vertaald door Bernard Pautrat, Paris, 2013, blz. 7 e.v.

    (3) ‘ Imperii cuiuscumque status dicitur civilis; imperii autem integrum corpus civitas appelatur, et communia imperii negotia, quae ab ejus, qui imperium tenet, directione pendent, respublica’.

    30-03-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    20-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe origineel is Spinoza (1)?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Hoe origineel is Spinoza ? (1)

    Wat is dat eigenlijk ‘origineel’ zijn?

    Niet erg origineel, wel verhelderend, is de betekenis van het woord origineel terug voeren tot zijn origine. Het woord gaat terug op het Latijnse origo, dat als eerste betekenis oorsprong heeft en verder ook nogal wat afgeleide betekenissen als: geboorte, afstamming, stamvader, …en oergrond. (1)

    Haal je er Van Dale bij in de laatste editie van Dr. C. Kruyskamp (1976), dan lees je als eerste betekenis  de oorsprong, het begin makende van- ; verder als vierde betekenis: niet van anderen verkregen, noch overgenomen; en een vijfde: geen ander navolgende. Wie dat in het verleden of in deze gezegende postmoderne tijden voor mekaar krijgt, is een knappe knaap of flinke meid.

    Is originaliteit een verdienste?

    In onze huidige westerse opvattingen worden imitatie, nabootsing, epigonisme als minderwaardig beschouwd. Er waren andere tijden!  Van in de Oudheid tot in de Renaissance en ook nog gedurende de Barok waren  navolging en nabootsing edele idealen. Zo leerde het de klassieke Rethorica. De hoogste vorm van nabootsing was aemulatio, d.i. een poging om het  nagevolgde model te evenaren of liefst te overtreffen. Origineel zijn op zich, is dus een cultuur- en tijdgebonden begrip.

    Is origineel zijn altijd mogelijk?

    En kan dit op alle levensdomeinen? Niets is minder zeker!  In de Schone Kunsten en de bonae litterae  jakkeren muzenminnaars zich af om’ origineel ‘ te zijn.  Het diepe vat van het onderbewustzijn is boordevol invloeden die geen naam meer dragen en die onbewust ingrediënten worden van de kunstwerken die tot stand gebracht worden. Overigens: wie voor het volle pond origineel zou zijn, plaatst zich buiten de traditie. En dat doe je niet altijd straffeloos. Wie op een of andere wijze met stamvaderlijke oorspronkelijkheid navolgers kweekt, heeft het geschaft. Zo niet dreigt Clio’s bodemloze vergeetput.

    In de wetenschap is absolute originaliteit onbestaande. Exacte wetenschappers bouwen hun kennis op de prestaties van (talloze) voorgangers. Zo boekt de wetenschap vooruitgang. Ook filosofen plaatsen zich in de rij van hun voorgangers, dingen er wat op af, voegen er wat toe en roeren onvermoeibaar eeuw na eeuw in de potjes met traditionele filosofische problemen…

    Isaac Newton (1642-1727)  schreef in een brief aan Hooke (1675) : ‘If I have seen further it is by standing on the shoulders of giants.’  Die one liner wordt meestal aan hem toegeschreven. Maar oeps! Hij was in deze niet origineel. Die beeldspraak las hij in Robert Burtons The Anatomy of Melancholy (1624). Die schreef: ‘ Pigmies placed on the shoulders of giants see more than the giants themselves’. Robert Burton had de beeldspraak op zij beurt weer  elders opgepikt... van originaliteit gesproken ! (2)

    Spinoza erkende schatplichtig te zijn aan voorgangers. Wie die allemaal waren, is in het verleden  druk onderzocht. De meest vermelde auteurs in zijn werk zijn eerst Descartes, vanzelfsprekend, dan Aristoteles, en vervolgens Thomas Hobbes. (3)  

    Newton en Spinoza geven dus alvast zelf te kennen dat in hun onderscheiden vakgebied, natuurkunde en filosofie, absolute oorspronkelijkheid niet bestaat.

    De originaliteit van Groten bestaat erin de erfenis van het verleden, die ze bewust of onbewust in zich integreren, op een hoogst persoonlijke wijze te interpreteren en te bewerken, zodat ze toch een relatieve vorm van originaliteit bereiken. Dat kan dan, zo men wil, vallen onder de zesde betekenis van het woord originaliteit, zoals Kruyskamp die definieert: zijn eigen kenmerk dragende, zich door iets bijzonders onderscheidende….

    Wie verder ziet dan reuzen, en dat deed ook Spinoza zonder zweem van twijfel,  mag zich dus in deze relatieve betekenis ook origineel noemen.

    Cleanthes van Assos,  Ode aan Zeus,  vv.23 -31

    Cleanthes, geboren in  Assos (Turkije), leefde ca. 280 v. C. in Athene, was een leerling van Zeno van Citium (Cyprus), grondlegger van de Stoa. Hij leidde het Portiek, Zeno’s school, na diens overlijden in 263 v.C.  Er zijn zo ongeveer 150 tekstfragmenten van Cleanthes bewaard, dat is minder dan de helft van wat er aan tekstbrokstukken van Zeno werd overgeleverd.

    De Ode aan Zeus is vrijwel geheel tot ons gekomen en telt een veertigtal verzen. In die ode bezingt Cleanthes de almacht van oppergod Zeus, wiens wetten de natuur bestieren. De dichter drukt in de ode ook uit dat hij zich verbonden voelt met die wetten en met die almachtige god. In de Stoa van Cleanthes krijgt het religieuze een sterker accent dan bij zijn voorganger.

     Ik vertaal een kort fragment van de ode, waarin de dichter afgeeft op verkeerde keuzes die mensen  plegen te maken.

          (…) Dwazen zijn het die altijd maar meer bezit najagen,

         die geen inzicht hebben  in de algemene godenwet en er niets van begrijpen!

         Zouden ze die navolgen dan leefden ze een edel leven,

         maar, dwaas als ze zijn, richten ze zich op een of ander kwaad:

         de enen geven blijk van twistzieke neiging om eer te verwerven,

         anderen leggen zich, zonder schroom, toe op het scheppen van poen,  

         nog anderen leveren zich ongeremd over aan lichamelijke genietingen,

         (…) [teksthiaat] ze zwalpen van het ene naar het andere,

         en sloven zich uit om uiteindelijk het tegengestelde te bereiken (… )

    Wie de inleiding van Spinoza’s Traktaat voor de Verbetering van het Verstand leest  (TIE, zie Geschriften, mijn blog van 09.03.2013, B3-5) kan passend concluderen.

    ______

    (1) Karl Ernst Georges, Ausfürhliches Lateinisch-Deutsches Handwörterbüch, 1913, Band 3, kolom 1399.

    (2) W.F. Byrnum, Roy Porter, Oxford Dictionary of Scientific Quotations, Oxford, 2006, (paperback edition), blz. 460.

    (3) Frederic Manzini, Spinoza: une lecture d’Aristote, Paris,2009, blz. 12. 

    20-03-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:De geschriften
    >> Reageer (0)
    11-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. 1 Waarom hield Spinoza zich bezig met Staat en Recht?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In de Oudheid initieerde Plato met zijn Politica het denken over staat en recht. Ook zijn leerling Aristoteles doceerde en schreef over dit thema. Sedertdien hebben vele denkers over deze materie hun licht laten schijnen.

    Spinoza was voor alles een ethicus, die op zoek ging naar een methode om gelukkig te worden. We noemden we hem daarom eerder een eudaimonoloog. Maar waarom schreef Spinoza dan over staat en politiek…?

    Het antwoord op die vraag is niet eens zo ver te zoeken: dat thema behandelt hij omdat het de sluitsteen is van zijn leer, die één afgerond en gesloten geheel vormt. De geringe omvang van zijn politieke geschriften gaf in het verleden wel eens aanleiding tot het minimaliseren van het belang en de plaats ervan in het geheel van zijn leer.

    Spinoza is een authentiek filosoof, een filosoof die denkt vanuit een innerlijke existentiële drang en die vertrekt vanuit de eigen levenservaring. De geloofscrisis die hij als jongeman doormaakte en die culmineerde in de verbanning uit zijn religieuze gemeenschap (1656), was de motor van zijn denken. Spinoza stond met beide voeten in het leven. Hij verdiende als lenzenslijper de kost, filosofeerde na zijn dagtaak en toonde ook grote belangstelling voor de maatschappelijke problemen van zijn tijd. Spinoza voelde zich als vrijdenkend filosoof in het Holland van zijn tijd niet erg op zijn gemak. De politieke en religieuze machthebbers in Hollands Gouden Eeuw, droegen vrijheid van denken en geloof niet bepaald hoog in het vaandel. Meningsvrijheid en religieuze tolerantie waren daar in die 17de eeuw wat ruimer dan elders in Europa, maar toch nog beperkt, en zeker niet het resultaat van een bewust gevoerde politiek.

    Die situatie ondervond Spinoza als hinderlijk voor zijn filosofische activiteiten. Meer nog, hij had al snel begrepen dat een samenleving die religie en politieke macht met elkaar verstrengelde, zijn filosofisch project zo goed als onmogelijk maakte. Wie té veel afweek van de Gereveleerde Waarheid die in de Bijbel stond, liep gevaar als het niet mee zat tegen de lamp te lopen van de Hollandse Calvinisten. In het slechtste geval  kon het je de kop kosten! Spinoza  kon zijn revolutionaire filosofische gedachten dus niet in volle gemoedsrust en vrijheid ontwikkelen en moest behoedzaam optreden: een van de betekenislagen van zijn zegelspreuk caute !

    Voor Spinoza zijn vrijheid van denken en tolerantie fundamentele voorwaarden om hem en, naar zijn zeggen, liefst zoveel mogelijk anderen, in de mogelijkheid te stellen een weg naar duurzaam en ongestoord geluk uit te stippelen. Hoe konden zijn ideeën navolging krijgen in een maatschappij als de Zeven Verenigde Provinciën, waar godsdienst en staatsgezag hand in hand gingen en een latente bedreiging vormden voor wie gedachten formuleerde en publiceerde die niet naar de zin waren van de machthebbbers?

    Spinoza  filosofeerde daarom  over een nieuwe samenleving waar burgers ongehinderd konden leven en denken. Om die fundamentele filosofische reden kon Spinoza niet buiten een politica, die een samenlevingsmodel schetst, die het vrije denken mogelijk maakt zodat burgers zich ontplooien kunnen tot vrije, gelukkige mensen, zoals hij zich die voorstelde.

    Spinoza schreef zijn politieke filosofie neer in een deel van het Theologisch-Politiek Traktaat  (TTP) en het Politiek Traktaat (PT) (1).

    _____

    (1) Net verscheen bij de onvolprezen Wereldbibliotheek: Spinoza, Staatkundige verhandeling, Amsterdam, 2014. De vertaling is van de hand van K. D’huyvetters, bezieler van de blog Spinoza in Vlaanderen.  

    11-03-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie: Staatsleer
    >> Reageer (0)
    06-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Le Semeur-De Zaaier: uit mijn aforismencahier
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ongelofelijk

    (In memoriam Jan Hoet, + 27.02.2014)

    Dag Jan!

    Hoet u voor moderne kunst!

     

    The fake Life of Johnson

    Boswell:  Pray,Sir, what is philosophy all about?

    Johnson:  Why, sir, words, words, words,…

     

    Henry Ford, sr., aangevuld

    History is bunk, philosophy bull

    ***

    Wijn, kaas, sigaren en vrouwen zijn beter wanneer ze wat belegen zijn.

    ***

    Geneeskunde is geneeskunst: the art of rational guessing

     

     © W. Schuermans

     

     

    06-03-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Aforistisch gedacht
    >> Reageer (0)
    04-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Im Deutschen Quartier (3): spelevaren op de Rijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wie het nog niet deed, moet het van de zomer maar eens doen! Waag je te water, neem een plezierschuit in het mooie Koblenz en vaar Vader Rijn af, naar Bingen of verder nog naar Wiesbaden. Ik wens je een zonnige dag toe, zodat je plaats kan nemen op het voordek. Uit de luidsprekers van het schip debiteert een melige stem toeristische wetenswaardigheden over wat er zoal historisch te bewonderen is op de ene of de andere oever. Niet wereldschokkend, maar het hoort erbij. Het zal de pret en het schitterend decor (Unesco Werelderfgoed) niet bederven.

    Daar waar de Rijnvallei wat enger wordt en langs beide zijden een steile begroeide rotswand omhoog rijst, de Felsenkessel van Sankt Goar, zal een lied opklinken. Je herkent de melodie meteen. Passagiers zingen mee en wie de tekst niet goed meer kent, neuriet boven of onder de toon, het komt er niet op aan… ‘Ich weiss nicht was soll es bedeuten, das ich so traurich bin, ….’.  Als de tweede of de derde strofe opklinkt, vaar je, wis en zeker zonder ongeluk, voorbij de rots van de Lorelei... Het lied bezingt de eeuwenoude legende van toverkol Loreley, die vanop haar rots met zoet gezang schippers de kelder inlokt. Als dat alles niet volstaat om je in een romantische bui te brengen, drink er dan een fluit Moezelfoesel bij. Helpt ook dat niet, spring dan over boord!

    De tekst van het lied is van Heinrich Heine (1797-1856),  prins der Duitse dichters, journalist, criticus en essayist. Hij had joodse roots en was begenadigd met een Frans hart. Zijn gedichten werden o.a. door Schubert en Schumann op muziek gezet. Tot op de dag van vandaag is Europeaan Heine populair in woord en muziek.

    Hij schreef ook een lang filosofisch essay Zur Geschichte der religion und Philosophie in Deutschland (1852) (1). Dat deed hij om zijn tijdgenoten, vooral Fransen, wat meer vertrouwd te maken met de geestesgeschiedenis van het toen nog mysterieuze Duitsland, een lappendeken van staatjes en staten, bedekt met diepe, donkere wouden, bergen en stromen, beneveld en bewoond door mythische wezens.

    Het nog steeds lezenswaardig essay schetst een aspect van de Duitse filosofie, namelijk hoe (in de visie van de auteur) rationalisme en het pantheïsme zich ontwikkelden uit de religie. In het tweede deel van dit boekje schrijft Heine over het pantheïsme dat hij aanvat met Spinoza. Hier zijn we dan… De tekst is te lang om hem volledig over te nemen. Ik beperk me daarom tot het citeren van drie merkwaardige uitspraken. (2)

    Heine komt ook op de proppen met het verhaal over de voortreffelijke levenswijze van Spinoza. Dat beeld steunt op de oudste biografieën en gedijde blijkbaar toen ook al in Duitsland. Toen Heinrich schreef was de Spinoza-receptie daar al aardig op snelheid gekomen, maar intussen zijn we dat wel wat beu gelezen... Overigens: of al wat over die ‘voortreffelijkheid’ verteld wordt klopt is lang niet zeker en is alvast geen etiket dat gekleefd kan worden op de hele levensloop van de filosoof; vraag het maar aan de Joodse Gemeenschap die de jonge Baruch buitenkieperde, ook al omdat zijn gedrag te wensen over liet..  Heine zet die voortreffelijkheid nog wat extra kleur bij, schrik niet: ‘men heeft vastgesteld, dat de levenswandel van Spinoza vrij was van elke smet, zuiver en vlekkeloos als het leven van zijn goddelijke neef Jezus Christus. Net als deze leed hij voor zijn leer, net als deze droeg hij een doornenkroon.  Overal, waar een grote geest zijn gedachten uitspreekt, is Golgotha.’ De heilige, doorngekroonde Spinoza! Dat ontbrak er nog aan! Wil iemand ook deze Heine op muziek zetten a.u.b.?

    Even verder lees je: ’Slechts onbegrip en kwaadaardigheid konden deze leer atheïstisch noemen. Niemand heeft  ooit in meer verheven bewoordingen over God gesproken dan Spinoza. In plaats van te beweren dat hij God loochent zou men kunnen zeggen dat hij de mens loochent. Alle eindige dingen zijn voor hem slechts verschijningsvormen van de oneindige substantie. Alle dingen zijn in God opgenomen, de menselijke geest is slechts een lichtstraal van het oneindige denken, het menselijk lichaam slechts een atoom van de oneindige uitgebreidheid; God is de oneindige oorzaak van beide, van geesten en lichamen, natura naturans.’.  Een trap tegen het zere been (dag meneeer Klever!) van wie Spinoza tot de materialisten rekent.

    Heine verdiept zich verder in de leer van Locke en Leibnitz, die hij broers van Spinoza noemt. Een flink eind verderop komt dit: ‘Het pantheïsme is de heimelijk beleden religie van Duitsland en dat het zover zou komen werd door die Duitse schrijvers voorzien die al vijftig jaar geleden zo heftig tegen Spinoza te keer gingen. Van die bestrijders van Spinoza was Friedrich Heinrich Jacobi de felste, een man aan wie af en toe de eer te beurt valt dat hij een Duitse denker wordt genoemd. Hij was alleen maar een kwerulante stiekemerd, die, gehuld in het gewaad van de filosofie tot de kring van de filosofen wist door te dringen,…’  Er zijn valse profeten én ook valse filosofen, zo leren we.  Carnavalist Jacobi heeft dit niet meer hoeven lezen, hij gaf de filosofische geest in 1819…

     

    In de bijlage hoor je Richard Tauber Die Lorelei zingen. Opname van 1939. Tekst H. Heine (1824), muziek Friedrich Silcher (1837).

    ____

    (1) Heinrich Heine, Zur Geschichte der Religion und Philosophie in Deutschland, in Sämtliche Werke in sieben Bänden, vierter Band, Stuttgart, s.d., blz. 102 -202 .

    (2) Ik ken geen recente vertaling van dit essay. In een uithoek van mijn bibliotheek vis ik een oude Nederlandse vertaling op: Heinrich Heine, Religie en Filosofie in Duitsland, Amsterdam, 1964. De passage (met divagaties) over Spinoza :  van blz. 49 tot 64.

     P.S. Stan Verdult (zie ook links) meldt me een recentere uitgave van het essay Religie en Filosofie in Duitsland in Heinrich Heine, Over Duitsland, Amsterdam, 2009.


     

     

     

     

     

     

    Bijlagen:
    http://www.youtube.com/watch?v=QJFF5ytvdlU   

    04-03-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    02-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fred herkent Ben in zeven verzen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In 1884 schreef Friedrich Nietzsche (+1900) onderstaande verzen. Ik vertaal ze vrij en uit de losse pols.

         

    An Spinoza       

                                                                                                                                                    

    Dem ‘Eins in Allem’ liebend zugewandt,                                                                                        

    Ein amor dei, selig, aus Verstand-                                                                                                    

    Die Shuhe aus! Welch dreimal heilig Land!--                                                                                        

    Doch unter dieser Liebe frass                                                                                                            

    unheimlich glimmender Rachebrand:                                                                                                 

    -Am Judengott frass Judenhass!-                                                                                                        

    -Einsiedler, hab ich dich erkannt?                                                                                                      

                                     

     Aan Spinoza

                                                                                                         

    Liefdevol toegewijd aan ‘Een in Alles’, 

    Een amor dei, gelukzalig, uit verstand,

    Schoenen uit! O, driewerf heilig Land!       

    Maar onder deze liefde vrat

    akelig de gloed van wrakebrand:

    Jodengod aangevreten door Jodenhaat!

    Kluizenaar, heb ik je herkend?

                                     

    (© vert. W. Schuermans)

     

     

    02-03-2014 om 18:10 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinoza creatief
    >> Reageer (0)
    28-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het tetrapharmakon en de Ethica van Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De veroveringen van Alexander de Grote (365--323v.C. ) veroorzaakten in de oudgriekse geschiedenis een waterscheiding. Aan de ene zijde ervan situeert zich The Glory that was Greece (de vijfde eeuw v.C.), aan de andere zijde ligt The Grandeur that was Rome. De Hellenistische Tijd zit dus geklemd tussen twee glorieuze tijdvakken. Dat verklaart waarom sommige historici die periode van minder allooi achten. Niets is evenwel minder waar.

    Het Hellenisme is een periode die in de Westerse geschiedenis zowat drie eeuwen duurde. Na de zelfdoding van  Cleopatra (30  v.C.) gleed die periode geruisloos over in de Romeinse geschiedenis.  Het Imperiale Rome had, dat wordt vaak vergeten, een gehelleniseerde, Latijnse elite in zijn midden. Die leefde op intieme voet met de Griekse cultuur en sprak Grieks, een taal die meer prestige had en meer raffinement werd toegekend dan het eigen (boerse) Latijn.

    De Griekse filosofie ondervond geen al te grote schokken van deze evolutie, hoewel ze uiteraard  ook van karakter veranderde. Zo ging geleidelijk de fut uit de Akademie van Plato en werd het Lyceum van Aristoteles weliswaar gewaardeerd, maar in de Hellenistische Tijd steeds meer beschouwd als passé. De fysica kwam wat op het achterplan en er werd toen meer aandacht besteed aan kenleer.

    We willen in dit verband ook de nadruk leggen op een belangrijke filosofische shift die zich in de Hellenistische Tijd doorzet. Mensen kregen in die tijd meer belangstelling voor  praktische levensfilosofie, aanwijzingen en recepten zeg maar, om het leven beter het hoofd te kunnen bieden. Nieuwe scholen zagen daarin een gat in de markt en kenden behoorlijk wat succes. Ze doen, tot in onze tijd, hun invloed gelden: de Tuin van Epikuros  (geboren in Samos 341 en gestorven in Athene in 271 v.C.), en de Zuilengang (Stoa Poikilei) van Zeno  van Elea (490-430 v.C.) en hun opvolgers. Theorie-filosofie,  d.w.z.  filosofie die theorieën prsesenteert over natuur, mens en samenleving werd aangevuld met  coherente levensfilosofieën, die mensen de weg wilde wijze naar een gelukkiger leven. Die nieuwe insteek kwam in de loop der eeuwen in de verdrukking. Dat gebeurde, zo laat het zich aanzien, vanaf  de opkomst van het Christendom (1ste eeuw), dat zich, nota bene, aanvankelijk ook presenteerde als een levensleer, die met succes de andere concurrentie aandeed. De filosofie verloor geleidelijk zijn banden met het leven.

    De Griekse filosofie hield zich traditioneel bezig met ethica, fysica en logica. Wat dachten Epicuristen daarover? Zij stonden (beheerst) plezier voor in het leven; het waren voorstanders van het atomisme, dat kleinste deeltje van de materie dat zij  ondeelbaar achtten: de natuur bestond in laatste instantie uit atomen die rondtoerden in een lege ruimte; wat kenleer betreft bouwden ze op ervaring, het waren dus empirici. De basisopvatting van de Stoicijnen was dat geluk alleen te vinden was in leven volgens de natuur, d.w.z. volgens de rede. Hun natuuropvatting was materialistisch. In de vraag naar ware kennis, vertrouwden ze de zintuigen maar legden en daarbij ook groot gewicht op de rede.

    Beide scholen worden nogal eens tegenover elkaar gesteld omwille van hun differente opvattingen.  Daar dient toch een kanttekening bij gemaakt: het zijn beide eudaimologieën, filosofieën die het menselijk geluk beloven aan volgelingen die zich sterken door geestelijke oefeningen. Beide scholen bewandelden wel verschillende wegen naar dat levensgeluk. Het was in die tijd trouwens ook perfect mogelijk om te shoppen in verschillende scholen om zich zo een levensfilosofie op maat te construeren. Beide scholen propageerden ook een viervoudige medicijn om het levensgeluk te realiseren.  De werkzame stoffen van hun medicijn verschilden.

    Spinoza’s leer is in wezen ook een eudaimonologie.  Niemand werkte een diepzinniger (en moeilijker) geluksmedicijn uit dan hij dat deed in zijn Ethica. En, vergeten we ook niet: Spinoza is een filosoof die, beweert men steeds weer, leefde naar de eigen leer, of dat althans probeerde. Uitzonderlijk onder filosofen!

    Het tetrapharmakon en de Ethica van Spinoza (1)

    Tetrapharmakon

    Epikuros

    Stoa

    Spinoza

    Vrees de Goden niet!

    atomisme

    materialisme

    substantie/god/natuur

    geen straffende, belonende transcendente god

    Vrees de dood niet!

    bij leven is er geen dood, bij dood is er geen leven…

     vrees  de dood niet, wel de vrees voor lijden en dood

    de wijze houdt zich niet bezig met de dood  wel met  leven & geluk

     

    Het goede is bereikbaar

    rationeel (met mate) genieten van het rijke leven (hedonisme)

    leef overeenstemming met de natuur (de rede)

    bereik een ongestoorde blijheid door intuïtieve kennis te verwerven  over wetmatigheden en causaliteit van de natuur

    Het kwade is beheersbaar

     wordt gelijkmoedig doorataraxia(=onverstoorbaarheid)

    wordt passieloos doorapatheia (=passieloosheid)

    rede kan  affecten in toom houden

     _____

    (1) Of Spinoza nu Stoicijn was (Leibnitz), dan wel volgeling van Epikuros (M. Onfray) of rebelse cartesiaan (Fraisse), doet de carrousel van de filosofie draaien maar is een steriel debat. Spinoza is en spinozist, die zijn mosterd haalt uit eeuwenoude tradities in Oost en West.

    28-02-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Essay
    >> Reageer (0)
    23-02-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paul Claes publiceert weldra 'Kristal', een hommage aan Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Paul Claes, coryfee van onze literatuur, is dichter, romancier, essayist en literair top-vertaler.  In 1996 ontving Claes voor zijn gehele vertaalwerk de Martinus Nijhoff Prijs. In 2012 werd hij voor zijn studie A Commentary on T.S. Eliot’s poem “The Waste Land” bekroond met de Amerikaanse Adele Mellen Prize.

    Kristal is een bundel van 12 gedichten, een hulde aan Spinoza, met verzen van Sully Prudhomme, Machado de Assis, J.L. Borges, Herman Gorter en van de vertaler zelf. De originele versie en Claes’ vertaling staan tegenover elkaar afgedrukt. Het boekje wordt een fraai verzorgde uitgave van 32 pagina’s met een nieuw-getekend portret van Spinoza van de hand van beeldend kunstenaar Karel Dierickx.

    De publicatie komt uit het drukatelier Jozef Moetwillig. Jos Brabants, is er de bezieler van. Hij is gepassioneerd door boekdruk en grafiek met een bijzondere belangstelling voor kunst en literatuur. Hij gaf in het verleden reeds enkele tientallen bibliofiele boekjes uit, stuk voor stuk drukparels. De teksten worden door hem met de hand gezet en gedrukt met handpers op bijzonder papier. Ze worden uitgegeven in gelimiteerde en genummerde en gesigneerde edities. Voer voor fijnproevers. Paul Claes liet reeds enkele juweeltjes door Brabants drukken:  Monument (twintig oden van Horatius) en Wat weet ik? (zinspreuken uit de librije van Montaigne).

    Blij dat ik ze bezit!

    Wie interesse heeft in de ‘Kristal’ van Paul Claes reppe zich: de eerste 100 ex. Worden door de auteur gesigneerd.

    Ondergetekende ……………………………………………………………………………………………

    adres ………………………………………………………………………………………………………………

    …………………………………………………………………………………………………………………………

    @dres: ………………………………………………………………. tel.-nr.: ……………………………

    bestelt … ex. “HET KRISTAL - TWAALF SONNETTEN VOOR SPINOZA” d.m.v. deze voorintekening èn overschrijving van voorschot … x € 7,- op IBAN BE07 0000 1703 9866 BIC BPOTBEB1XXX (t.n.v. Brabants’ Boekdruk, 9040 Gent, m.v.v. Kristal) vóór 1 mei e.k.

    Technische gegevens: handzaam in gebruik, kaft: omslag met wikkel + 32 pag., formaat (gesloten): 16,5 cm x 23,5 cm, papier (interieur): Lessebo Design 150 gr/m², kaft: Pop’set 320 gr/m², gerild en geplooid, binding: garengenaaid.

    KB Albertina D/2014/7347/1

    ISBN 978 90 816 8962 5

    Mocht u belangstelling hebben voor deze uitgave in de beperkte en genummerde oplage van 300 ex. - de eerste honderd worden door de auteur gesigneerd - gelieve dan onderstaande strook ingevuld terug te zenden naar post@boekdruk.be of naar Brabants’ Boekdruk, E. Maeyensstraat 18, 9040 Gent. Bij voorintekening wordt uw naam in de tabula gratulatoria opgenomen. Bij verschijnen contacteren we u en “HET KRISTAL” wordt u nog vòor de zomervakantie toegestuurd.

    Deze publicatie kost 15,00 euro, verzendenvelop en –port incl. € 19,95 

    Bijlagen:
    http://www.boekdruk.be   

    23-02-2014 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinoza creatief
    >> Reageer (0)


    Foto

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (12)
  • De geschriften (37)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (20)
  • Stellingenboekje (19)

  • Archief per maand
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (12)
  • De geschriften (37)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (20)
  • Stellingenboekje (19)


  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!