Foto
Inhoud blog
  • Jezuïeten en Spinoza: ken er één en je kent ze allen (3)
  • Arthur Liebert: Spinoza-brevier - Nawoord (vertaald uit het Duits (slot)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (17)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (16)
  • Arthur Liebert: Spinoza-brevier - Nawoord (vertaald uit het Duits (3)
    Zoeken in blog

    Mijn favorieten
  • Het Spinozahuis
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Mijn dichters: wandelen in mijn poetisch geheugenpaleis
  • In de Toren van Montaigne: omtrent Michel de Montaigne (1533-1592), zijn Essais en zijn Tijd
    Spinoza Kring Lier
    Spinoza (1632-1677), over zijn leven, zijn filosofie & zijn tijd
    Al wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam. - Sed omnia praeclara tam difficilia quam rara sunt. - Spinoza/ Omnia praeclara rara. - Het voortreffelijke is zeldzaam. - Cicero
    21-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat beoogt deze Spinoza-blog?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wat beoogt deze Spinoza- blog?

    De Spinoza-blog werd opgestart op 21 februari 2013. Dag op dag 336 jaar na zijn overlijden.

    Belangstellenden die op kritische wijze kennis willen maken met leven en filosofie van Benedictus Spinoza (1632-1677), vinden mettertijd op deze blog hun gading.

    Het materiaal dat zal worden gepubliceerd zal een beginnende Spinoza-lezer in staat stellen, basiskennis te verwerven die hem toelaten zal zelfstandig de geschriften van Spinoza te bestuderen en zich te oriënteren in recente secundaire literatuur.

    Met verwijzing naar auteur en blogsite mogen alle teksten vrij worden gebruikt.

    Contact :

    spinozakring.lier@hotmail.com


    21-02-2013 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    >> Reageer (0)
    25-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jezuïeten en Spinoza: ken er één en je kent ze allen (3)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen (in voorbereiding)

    25-04-2017 om 10:08 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    23-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arthur Liebert: Spinoza-brevier - Nawoord (vertaald uit het Duits (slot)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is dat geloof dat op een meer oorspronkelijke wijze dan de mathematisch- deductieve bewijsvoering dat doet en kan, de eenheid en de samenhang van de gedachten fundeert en bewaart. Niet zelden lijken inwendige krachten en uitbarstingen van filosofische affecten die starre, ijskoude vorm te doorbreken: meer ingehouden stijl, belerende beschouwing en onderzoek veranderen dan in de diepzinnige toon en het levendig gebaar van de prediker.

    Weliswaar rekent Spinoza, die als eerste de menselijke dwaasheden en affecten op basis van een natuurwetenschappelijke analyse in hun optreden en hun onderlinge samenhang duidt, het zich tot een verdienste om ze dus als iets onvermijdelijks te hebben behandeld, in plaats van ze, zoals het gewoonlijk gebeurt, erom te lachen of erover te treuren, ze te bespotten of te minachten.

    Maar zelfs hem komen woorden van gepassioneerde verontwaardiging en toornige opwinding over de lippen. Waar bestaat er dan wel een grote leermeester van de mensheid, waar een baanbreker voor nieuwe mogelijkheden en nieuwe stadia van de zedelijke cultuur, die ook niet af en toe de gesel van de ironie hanteert of afziet van verwijt en donderpreek?

    De renaissance die de filosofie van Spinoza in de 18de eeuw beleefde en die begint met dat gedenkwaardige gesprek dat Friedrich Heinrich Jacobi en Lessing in 1780 voerden, berust wel degelijk op die net ontwikkelde psychologische momenten. Die renaissance werd niet in de eerste plaats bepaald door de kracht en de gemeenschappelijke grond van wetenschappelijke kennis, niet door navolging van theorieën en leerstellingen. Wat Goethe, Lessing uitgezonderd, en dan verder Schelling en Schleiermacher tot Spinoza bracht (Jacobi was wel een bewonderaar maar allesbehalve zijn aanhanger), is gebaseerd op de aantrekkingskracht en de indruk die het levensgevoel, opduikend uit die gesloten leer, uitoefende op die hem zo nauw verwante naturen.

    Tenslotte:: al die metafysische stellingen over de eenheid van de wereld, of ze nu uitgesproken materialistisch, of uitgesproken spiritualistisch zijn, of finaal een opstap naar het pantheïsme, wortelen niet in objectief-geldige en wetenschappelijke beschouwingen, maar wel op geloofsovertuigingen die steunen op het wils-en gevoelsleven.

    Om die in zich op te nemen en verder te zetten, is er altijd een gemeenschappelijk levensgevoel nodig. Deze gemeenschap, deze spirituele samenhang vormt de basis van waaruit Goethe de Ethica van Spinoza zo in zich kon opnemen dat, als hij schrijft, ‘het leek alsof hier een groot en vrij uitzicht over de zinnelijke en zedelijke wereld opdook’. Voor hem diende Spinoza niet eerst het pantheïsme uitvoerig uit te leggen en te staven. Hij vatte met intuïtieve zekerheid wat met zijn wezen verwant was. Dit verband met de filosoof doorziet Goethe in alle helderheid. Hij noemt het een diepe hem aangeboren wijze van beschouwen die hem onverbrekelijk leerde God in de natuur en de natuur in God te zien.

    Men kan dus wel stellen dat het de pantheïstisch gestemde religiositeit is waardoor Spinoza de harten van zo velen van de besten veroverde en in dewelke vele van de besten de diepste grond van zijn denken erkenden.

    ‘Offer samen met mij eerbiedig’, roept de zo diep religieuze Schleiermachte uit in zijn Rede over de religie (1799), ‘een lok van de haartooi van de heilige, uitgebannen Spinoza. Doordrongen was hij van de hoge wereldgeest, het oneindige was zijn begin en zijn einde, het universum zijn enige en eeuwige liefde. In heilige onschuld en diepe nederigheid spiegelde hij zich in de eeuwige wereld en zag zichzelf ook weerspiegeld in haar beminnelijke spiegel. Vervuld was hij van religie en overvol van heilige geest. Daarom ook staat hij alleen en is hij ongeëvenaard, Meester in zijn Kunst, maar verheven boven het profane gild, zonder discipelen en zonder burgerrecht.’

                                                                       ____________________

                                                                                                                                         Arthur Liebert                                            

    23-04-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    20-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (17)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS TERTIA -DERDE DEEL

    DE ORIGINE ET NATURA  AFFECTUUM - OVER HET ONTSTAAN EN DE NATUUR VAN DE AFFECTEN

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samenleggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.

    2  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie die zich beperkt tot de libellé van de tekst. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 

    Nr

               PROPOSITIO

               STELLING

                          TOELICHTING

    1

    Mens nostra quaedam agit, quaedam vero patitur; nempe quatenus adaequatas habet ideas, eatenus qaedam necessario agit, et quatenus ideas habet inaedequatas, eatenus necessario quaedam patitur.

    Onze geest doet zekere dingen, zekere andere evenwel ondergaat hij. Namelijk, in zover hij adequate ideeën heeft doet hij zekere dingen, noodzakelijk, en in zover hij inadequate ideeën heeft ondergaat hij die noodzakelijk.

    1 De menselijke geest beschikt over de mogelijkheid:

    a) om daden te stellen,

    b) om iets te ondergaan.

    2 Deze mogelijkheden zijn verbonden met:

    a) adequate ideeën: dan ‘handelt’ de geest,

    b) inadequate ideeën: dan ondergaat de geest.

    NB 1  Handelen betekent hier eerst ‘actief zijn’. Dat handelen kan verder ook resulteren in een gestelde daad. ‘Ondergaan’ betekent passief zijn, lijdend voorwerp zijn.

    2 Er is een oorzakelijk verband tussen adequate ideeën en handelen en inadequate ideeën en ondergaan.

    2

    Nec Corpus Mentem ad cogitandum, nec Mens Corpus ad motum, neque ad quietum, nec ad aliquid (si quid est) aliud determinari potest.

    Noch kan het lichaam de geest tot denken bepalen, noch de geest het lichaam tot bewegen, en evenmin tot rust, noch tot iets anders (zo dit er is).

    1 Het lichaam kan de geest niet tot denken aanzetten,

    2 Het lichaam kan de geest niet tot bewegen en rust aanzetten.

    3 Ook niet tot iets anders, zo er iets anders mocht bestaan.

    Ad 1 Spinoza is een monist die de eenheid van lichaam en geest poneert. Die fundamentele opvatting belet niet dat er separaat over lichaam en geest wordt gefilosofeerd. Gezien lichaam en geest één zijn, is wederzijdse  beïnvloeding niet mogelijk: dit veronderstelt immers dualiteit, tweeledigheid).

    Ad 2 het menselijk lichaam is een modus  (=bestaanswijze) van het substantie-attribuut uitgebreidheid; geest is een modus van het substantie-attribuut geest.

    Ad 3 Spinoza is er zich ten volle van bewust dat kennis van het menselijk lichaam onvolledig is. Dat was zeker waar in zijn tijd en -in belangrijke mate- ook nog in onze tijd.

    3

    Mentis actionis ex solis ideis adaeqaetis oriuntur; passiones autem a solis inadaequatis pendent.

    Handelingen van de geest komen uitsluitend voort uit adequate ideeën, passies daarentegen hangen uitsluitend af van inadequate.

    1 Handelingen van de geest:

    a) adequate

    b) inadequate

     

     

    4

    Nulli res, nisi a causa externa, potest destrui.

    Geen ding kan vernietigd worden, ten zij door een externe oorzaak.

    Dingen kunnen:

    a) door een externe oorzaak vernietigd worden,

    b) nooit worden vernietigd door een oorzaak die te vinden is in de dingen zelf.

    NB 1 Dingen die in de tijd bestaan hebben een beperkte duur, zijn niet eeuwig.

    2 Die dingen kunnen vernietigd door een externe oorzaak:

    a) omdat er een kracht van uitgaat die sterker is dan die van het ding zelf,.

    b) zodat die grotere  kracht finaal kan leiden tot vernietiging (= einde van het bestaan) van dat ding.

    3 De grotere kracht van bepaalde dingen zal meestal slechts leiden tot een ‘aantasting’ (= vermindering) van de bestaanskracht van andere dingen.

    5

    Res eatenus contrariae sunt naturae, hoc est, eatenus in eodem subjecto esse nequeunt, quatenus una alteram potest destruere.

    Dingen zijn in zover van tegengestelde natuur, dit is, in zover ze niet in hetzelfde subject kunnen bestaan, in de mate het een het ander kan vernietigen.

    (Dingen zijn van tegengestelde natuur, dat wil zeggen kunnen niet in hetzelfde object bestaan, als de ene het andere kan vernietigen.)

    1 Dingen kunnen:

    a) een tegengestelde natuur hebben,

    b) omdat ze niet in één en hetzelfde subject (= individuele ding) thuis horen.

    2 Dingen die elkaar kunnen vernietigen zijn van tegengestelde natuur.

    NB 1 ‘Dingen’ zijn voor Spinoza modi die zowel tot de organische als de anorganische natuur behoren.

    2 Dingen hebben een tegenovergestelde (= vijandige) natuur als ze samen niet  kunnen bestaan in één en hetzelfde individu.

    3 In een subject (of individu) zijn geen wezenskenmerken aanwezig die kunnen leiden tot opheffing of vernietiging ervan.  

    4  Een individueel ding beschikt dus niet over de kracht ( = potentia) om zichzelf te vernietigen. Het

    5  Het kan worden vernietigd ( = als individu ophouden in de tijd te bestaan) door een ding met tegenrgestelde natuur.

    6

    Unaquaeque res, quantum in se est, in suo esse perseverare conatur.

    Gelijk welk ding, met alles in zich, probeert zich in zijn bestaan te handhaven.

    Alle bestaande dingen:

    a) ontwikkelen alle krachten die ze in zich hebben,

    b) om verder te bestaan (= om het individuele, d. i. het particuliere bestaan in de tijd te handhaven).

    NB 1 Alle modi  zijn deelachtig aan de kracht (= potentia) van de substantie.

    2 Die kracht streeft noodzakelijk naar voortbestaan in de tijd.

    20-04-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)
    17-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (16)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS SECUNDA -TWEEDE DEEL

    DE NATURA ET ORIGINE MENTIS - OVER DE NATUUR EN HET ONTSTAAN VAN DE GEEST

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samenleggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.

    2  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie zich beperkt tot de libellé van de tekst. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 

    Nr

               PROPOSITIO

               STELLING

                          TOELICHTING

    45

    Unaquaeque cujuscunque corporis, vel rei singularis in actu existentis, idea Dei aeternam et infinitam essentiam necessario involvit.       

    De idee van elk en van gelijk welk lichaam, oftewel    bijzonder, werkelijk bestaand ding, omvat noodzakelijk de eeuwige en oneindige essentie van God.

    1 Alle dingen die in de werkelijkheid  bestaan:

    a) kunnen ideeën genereren,

    b) die ideeën omvatten noodzakelijk de eeuwige, oneindige essentie van God.

    NB 1 Alle dingen die in de natuur bestaan zijn elementen van de uitgebreidheid van de substantie (= van God of de natuur).

    2 Ideeën die door die dingen gegenereerd worden zijn elementen van de geest van de substantie en dus ermee noodzakelijk verbonden.

    3 De menselijke geest wordt zich hiervan slechts (ten volle) bewust als de ideeën adequaat zijn.

    2  Dit bewustzijn is een ‘geschenk’ van het intuïtieve kennen, de derde en hoogste kensoort. 

    46

    Cognitio aeternae et infinitae essentia Dei, quam unaquaeque idea involvit est adaeqata et perfecta.

    Kennis van de eeuwige en oneindige essentie van God, besloten in elke idee, is adequaat en perfect.          

    Elke idee sluit kennis in van:

    a) de eeuwige en oneindige essentie van God,

    b) die kennis is adequaat.

    NB 1 Alle ideeën bevatten adequate kennis over de eeuwige en oneindige essentie van God.

    2 Alle ideeën, dus zowel voor inadequate als adequate ideeën.

    47

    Mens humana adaequatam habet cognitionem aeternae et infinitae essentiae Dei.

    De menselijke geest heeft adequate kennis van de eeuwige en oneindige essentie van God.

    De menselijke geest bezit:

    a) kennis van eeuwige en oneindige essentie van God,

    b) die kennis is adequaat.

    NB 1 De menselijke geest beschikt over de mogelijkheid om God te kennen.

    2 De kennis die de menselijke geest van God heeft is adequaat:

    a) d.w.z. ze wordt bereikt door het gebruik van de rede en de intuïtie ( tweede en derde kensoort)

    b) dit kennen is helder en wel onderscheiden.

    48

    In Mente nulla est absoluta sive libera voluntas; sed Mens ad hoc vel illud volendum determinatur a causa, quae etiam ab alia determinata est , et sic in infinitum.

    In de geest bestaat geen absolute of vrije wil, maar de geest wordt tot het willen van dit of dat bepaald door een oorzaak, die ook door een andere bepaald is en zo tot in het oneindige.

    1 Er bestaat in de geest:

    a) geen absolute wil,

    b) absolute wil = vrije wil.

    2 Wilsakten (het willen van concreet dit of van concreet dat) worden in de geest bepaald :

    a) door (concrete) oorzaken,

    b) die zelf ook  veroorzaakt zijn (= gevolgen zijn van andere oorzaken)

    c) deze redenering kan worden verdergezet tot in het oneindige.

    NB 1 Onze wil is dus niet vrij. Elke wilsakte heeft een onmiddellijke oorzaak. Die oorzaak is gevolg van een tweede oorzaak, die wat verderaf ligt, en die tweede oorzaak is het gevolg van weer een andere, en zo tot in het oneindige.

    2 Mensen leven met de illusie dat ze vrij handelen:

    a) omdat ze zich niet (altijd) bewust zijn van de onmiddellijke oorzaak van een wilsuiting en

    b) helemaal geen weet hebben van de oneindige keten oorzaken en gevolgen die zich verschuilen achter de onmiddellijke oorzaak.

    49

    In Mente nulla datur volitio, sive affirmatio vel negatio, praeter illam, quam idea, quatenus idea est, involvit.  

    In de geest bestaat  geen willen, oftewel bevestiging of ontkenning, behalve dat wat besloten is een idee,  voor zover die een idee is.

     1  In de geest bestaat geen willen:

    a) er is in de geest geen ‘bron van willen’,

    b) wilsakten zijn of bevestigingen of ontkenningen,

    2   In de geest besluit uitsluitend:     

    a) een concrete idee,

    b) die ofwel bevestigt ofwel ontkent.

    NB Er  bestaat dus in onszelf geen ‘wilscentrum’. Onze wilsuitingen zijn een bijproduct van onze ideeën, die in zich ofwel een bevestigende kracht hebben (= willen, wil om te handelen) ofwel een ontkennende kracht hebben (= geen wil, geen wil om te handelen).


                                                                   FINIS SECUNDAE PARTIS

    17-04-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)
    14-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arthur Liebert: Spinoza-brevier - Nawoord (vertaald uit het Duits (3)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Welke is de psychologische voorwaarde en basis van die verbazingwekkend diepe en brede invloed, die de filosofie van Spinoza als systeem van wereldbeschouwing en levenswandel op de ontwikkeling van de zedelijk-religieuze vorming kon uitoefenen? We stellen daarmee over die filosofie, lijkt mij, een van de meest doorslaggevende vragen. Want er moet in haar toch een dergelijke stand van zaken duidelijk worden, ze moet zich toch op een dergelijke psychologische wezensaard baseren om die genoemde invloed, of men die nu goedkeurt of betreurt, te begrijpen vanuit een of andere diepere grondslag. Die grondslag zou ik niet in de eerste plaats willen zien, als reeds gezegd, in haar wetenschappelijke  verdiensten. De opvoedkundige waarde en de vaak reformatorische werking van die filosofie schijnen mij eerder te wortelen in een andere omstandigheid.

    Ik zie die grondslag in haar bijzondere psychologische structuur, in de natuurlijkheid en diepte, in de directheid en in de rijkdom van de belevenis die aan de basis ligt van al die filosofische uiteenzettingen, die een directe houvast geven en zekerheid, die stoelt op de kracht van kunstzinnige intuïtie.

    In Spinoza’s filosofie cirkelen energieën, die, hoezeer ze ook vragen om logische verheldering en verklaring, zich daarin geenszins uitputten of haar wezenskenmerken tonen. Alle conceptuele rede richt zich tot het verstand en verlangt goedkeuring en erkenning. Dieper, directer, persoonlijk dwingender is instemming die gefundeerd is op een gemeenschappelijk levensgevoel en een identieke innerlijke cultuur.

    Omdat Spinoza’s filosofie teruggaat op een dergelijke omvattende belevenis, gemeen aan alle tijden en geslachten, op een belevenis die als het ware voor alle mensen van betekenis is, omdat in haar een universele geestelijke habitus zich laat gelden, die alle vereenzaming en afzondering van het individu overstijgt, omdat de wijze waarop Spinoza in zichzelf de werkelijkheid beleeft, door ontelbaren op directe wijze ervaren wordt als een exemplarische uitbeelding, als een type-belevenis, precies daarom kreeg zijn filosofie een zo sterke historische betekenis en is ze een factor in de ontwikkeling kunnen worden.

    De meest algemene verbanden die het wezen van de mens uitmaken, de meest algemene opvattingen en voorstellingen over God en de wereld komen in haar tot uiting. Zijn filosofie is de uitdrukking van een grote belijdenis en elk van haar delen is er een uitvloeisel van. Of men nu nagaat hoe Spinoza het probleem van het zijn aanpakt en erover besluit, of men zich richt op zijn leer van de substantiële eenheid van de natuur, die al het individuele in zich sluit en die uitsluitend het karakter van zelfstandigheid en wereldoorzakelijkheid omvat, of men bestudeert wat hij leert over de opgave en de plek van de mens in het geheel van de werkelijkheid, of men nu zijn inzichten volgt over de dingen van het leven: overal, ja overal ontmoet men de neerslag van een denken, opgewonden en bewogen tot in het diepste.

    Het hele systeem wortelt wezenlijk in diepe vroomheid, in een zedelijk-religieuze geloof. De impulsen die hieruit voortkomen kunnen tot in hun bijzonderheden worden nagegaan. Als dus in het begin gesteld werd dat Spinoza alle verbetering en voortgang afhankelijk maakt van verstandelijke kennis, dan blijkt, hoe meer men in zijn gedachten doordringt, dat die kennis vervuld is van religieus leven, van diep enthousiasme en geloof, die tot uitdrukking komen en gedragen worden door de gedachte over de Liefde tot God. 

    14-04-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    13-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (15)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS SECUNDA -TWEEDE DEEL

    DE NATURA ET ORIGINE MENTIS - OVER DE NATUUR EN HET ONTSTAAN VAN DE GEEST

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samenleggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.

    2  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie zich beperkt tot de libellé van de tekst. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 

    Nr

               PROPOSITIO

               STELLING

                  TOELICHTING

    40

    Quaecunque ideae in Mente sequuntur ex ideis, quae in ipsa sunt adaequatae, sunt etiam adaequatae.

    Welke ideeën ook  in de geest volgen uit ideeën die erin adequaat zijn, zijn eveneens adequaat.

    1 In de geest zijn ideeën aanwezig:

    a) uit ideeën kunnen andere ideeën volgen,

    b) zijn die adequaat dan volgen daaruit altijd andere adequate ideeën.

     2 Het omgekeerde geldt eveneens: uit inadequate ideeën volgen altijd andere inadequate ideeën.

    NB Onware ideeën kunnen nooit uit zichzelf op directe wijze ware ideeën genereren. Onware ideeën moeten eerst  uitgroeien tot adequate ware ideeën (door aanvulling), om dan andere ware, adequate ideeën te kunnen produceren.

    41

    Cognitio  primi generis unica est falsitatis causa secundi autem et tertii est necessario vera.    

    Kennis van de eerste soort is de enige oorzaak van onwaarheid de tweede evenwel en de derde is noodzakelijk waar.

    1 De eerste wijze van kennen (= de verbeelding) is oorzaak van onware ideeën.

    2 De derde wijze van kennen (= intuïtie) genereert noodzakelijk ware ideeën;

    42

    Secundi et tertii, et non primi generis cognitio docet nos verum a falso distinguere.

    De tweede en de derde, niet de eerste soort kennis, leert  ons het ware van het onware te onderscheiden.       

    1  Er zijn drie kensoorten:

    a) de verbeelding (eerste kensoort)  

    b) de rede ( tweede kensoort)

    c) de intuïtie ( derde kensoort)  

    2 Uitsluiten de derde kensoort, de intuïtie kan leiden naar een onderscheid van waar/onwaar. 

    43

    Qui veram habet ideam, simul scit se veram habere ideam, nec de rei veritate potest dubitare.

    Wie een waar idee heeft, weet dat hij een waar idee heeft en kan omtrent de waarheid niet twijfelen.

    1 Wie een waar idee bezit

    a) weet dat hij waarheid bezit

    b) kan niet twijfelen aan die waarheid

    44

    De natura Rationis non est, res ut contingentes, sed ut necessarias contemplari.

    De natuur van de rede pleegt de dingen niet als toevallig, maar als noodzakelijk te beschouwen.

    Het behoort tot het wezen ( de essentie, de natuur) van de rede om

    a) dingen niet als toevallig te beschouwen

    b) integendeel ze als noodzakelijk te beschouwen

    13-04-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)
    08-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jezuïeten en Spinoza: ken er één en je kent ze allen (2)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Pater jezuïet Siwek was in Rome verbonden aan het Gregorianum, de Pauselijke Universiteit. Dit theologisch college werd daar in 1551, met pauselijke zegen, gesticht door Ignatius van Loyola. Priesters die het in de kerkelijke hiërarchie ver willen schoppen kunnen die instelling niet links laten liggen. Jezuïeten maken er vanzelfsprekend de dienst uit. Dat er in de opleiding van jonge Roomse priesters aandacht wordt besteed aan de ‘pantheïstische verlokking’ is vanzelfsprekend: in Rome maant een bronzen Bruno...

    Siweks schreef twee Spinozaboeken die passen in dit pedagogische kader. Ze zijn in de taal van Molière uitgegeven in Parijs door Desclée De Brouwer et Cie. Rooms uitgever par exellence. De twee Spinoza-boeken, titelen:

    Spinoza et le panthéisme religieux (1937) (1) en  Au Coeur du Spinozisme (1952).

    Omzichtig gelezen, kunnen ze de lezer nog wel een en ander bijbrengen. Dat ondervond ik nota bene zelf ook. Siwek beschikt inderdaad over een gave die bij filosofen eerder zeldzaam is: filosofische gedachten van anderen op heldere wijze formuleren. Bovendien kent hij zijn materie. Dat hij die met een vette Rooms saus opdient weten we al. Ik beperk me tot het eerste genoemde boek en vertaal graag wat passages die ons wat nader brengen tot de kronkelige jezuïetenziel van pater Paul.

    Zoals het hoort werd dit boek door de Roomse censuur gewikt, gewogen en goed bevonden:  het manuscript werd bekleed met een nihil obstat van een jezuïet-censor, waarborg dat de lectuur ervan de Roomse ziel niet schaadt, en met een machtiging tot drukken, verleend door een Parijse kerkvader. Over vrijheid van denken gesproken, hoor ik Spinoza zuchten…

    Het boek wordt geprefaceerd door Jacques Maritain (1882-1973), in de jaren dertig van vorige eeuw een vooraanstaand katholiek filosoof, die na de Tweede Wereldoorlog meewerkte aan de redactie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) en de ideologie van de West-Europese christen-democratie sterk beïnvloedde. Als jong filosoof was Maritain op zoek naar een wereldbeschouwelijk houvast en korte tijd ook een bewonderaar van Spinoza. Maritain zwaait Siwek lof toe en laat over de profylactische bedoeling van het boek niet de minste twijfel bestaan:

    ‘Wat er ook van weze, de intellectuele verleiding van het spinozisme blijft bestaan. Eerwaarde pater Siwek stelde zich tot taak de oorzaken van die verleidingskracht te belichten.’ (2)

    Uit de inleiding

    1 Het monument van Den Haag

    Struinend door de straten van Den Haag, stad beroemd door zo veel herinneringen, ontwaart de bezoeker plots een monument: op een voetstuk van gemiddelde hoogte zit een man in sobere kledij die dateert uit lang vervlogen tijd. Hij zit in gepeinzen verzonken en met aandacht richt hij zijn ogen op een boek dat geopend voor hem ligt en waarin zijn rechter arm, gewapend met een veer, zal gaan schrijven…

    Het lijkt erop dat hij bezeten is door een of ander groots idee, door het Oneindige dat lijkt te huizen in die uitgestrekte melancholische vlakten die hem omgeven zo ver het zicht reikt - ‘het Oneindige kwelt mij’ – dat is de kreet die uit de borst van die man lijkt te ontsnappen en waarvan de droom hier beneden nog niet is voltooid…

    Wie is die man? Misschien een nationale held als de Witt waarvan het standbeeld op enkele stappen daarvandaan is opricht. Maar zijn gelaatstrekken ontnuchteren ons snel. Neen. Die man heeft niets Hollands, integendeel hij gelijkt treffend, in alle trekken op dat oosterse volk dat ons zo vertrouwd is, omdat het al eeuwen onder ons woont, zonder ooit maar iets te verliezen van wat het onderscheid van ons. Het is een Jood. Het is Baruch Spinoza.’ (3)

    Met deze wat ondermaatse literaire bevlieging begint Paul Siwek zijn inleiding. De tekst zal vast menig Hollander hartenpijn bezorgen: Spinoza, Icoon van Nederland, is géén ‘Hollandse filosoof’… ‘je ziet toch aan zijn kop dat hij geen Bataaf is maar een allochtoon’, beweert Siwek…

    Dit Spinoza-boek getuigt hier en daar van een goed verholen anti-joods sentiment. Deze tekst is er een voorbeeld van. De auteur, van Poolse komaf, schrijft in de jaren dertig van vorige eeuw. In die tijd waaide vanuit nazi-Duitsland doorheen heel Europa een golf van anti-semitisme. In het katholieke Polen leefde toen een virulent anti-joodse stemming.

    Toen ik anno 2016 voor het beeld stond (zie foto) waren de ‘melancholische vlaktes die hem omgeven’ niet meer te bespeuren. Siwek heeft het hier, vermoed ik, over het landschap ten tijde van Spinoza...

    ***

    Siwek vervolgt met:

    2  De invloed van Spinoza

    De invloed van Spinoza op de moderne geest is onmiskenbaar. Die laat zich niet alleen gelden in het beperkte gebied van de eigenlijke filosofie, waarvan hij vandaag een van de meest beroemde en meest originele bezielers is. Zij laat zich ook gelden in de sfeer van de religie, de moraal, de sociale-economie en, zoals we verder nog zullen zien, tot in de diepste domeinen van het leven. Niet alleen vakfilosofen maar ook wie vandaag ernstig op zoek is naar de oplossing van het probleem van de eeuwige bestemming van de mens en de zin van het leven, zal vroeg of laat onvermijdelijk Spinoza en zijn geschriften ontmoeten…. (4)

    Jawel Eerwaarde Heer, wellicht in den Hoge, zo wás dat en zo ís dat!

    --------

    (1) Paul Siwek, S.J., Spinoza et le panthéisme religieux, préfacé de Jacques Maritain, 1937, Descleé De Brouwer et cie, Editeurs, Paris XXI + 295 blz.

    (2) O.c., blz.VII.

    (3) O.c., blz. XIV.

    (4) O.c., ibidem.



    (Wordt vervolgd)



    08-04-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    01-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jezuïeten en Spinoza: ken er één en je kent ze allen (1)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Orde der Jezuïeten werd in de 16de eeuw gesticht door Ignatius van Loyola, een Spaanse militair en oorlogsinvalide… zonder overheidspensioen. De orde kende succes, genoot pauselijke steun en werd in de 17de eeuw ingezet om de leerstellige schade, toegebracht door 16de eeuwse hervormers van divers pluimage in te dijken door goed gerichte pedagogische actie.

    Ik heb enige achting voor de leden van die orde niet in het minst omdat ze, bekeken door de eeuwen heen, zo’n bonte bende vormen: zeer-geleerde-heren, een gevolg van het religieus-pedagogisch kapitaal van de orde, haar discipline en een lange, lange studietijd, maar ook schelmen, schurken, pederasten en hier en daar zelfs een moordenaar…,.

    Baruch Spinoza, een Jood die door de loop van de geschiedenis in Amsterdam was terecht gekomen en er hoogst heterodoxe ideeën verkondigde, leefde in de tijd van de Contra-reformatie die in belangrijke mate door de Jezuïeten gedragen werd. Het baart daarom geen verwondering dat Spinoza na zijn dood in 1677, en tot op heden, meer dan eens in handen viel van paters S.J. Er zou daarover een mooie geschiedenis kunnen geschreven worden. In afwachting daarvan is het nuttig in verband met Spinoza-boeken van S.J.’s zich bij de lectuur alvast te wapenen met één dictinctio en één cave.

    Eerst en vooral: Spinoza’s leer en het Rijke Roomse geloof zijn onverenigbaar. Transcendente en immanente metafysica’s zijn als water en vuur. Revelatieverhalen en scheppingstoestanden zijn voor Spinoza bakerpraatjes en dus uit den boze. Dat neemt niet weg dat sommige liberale christenen zich vergeefs in bochten wringen om de Joodse Hemelbestormer te verzoenen met hun Gekruisigde: Spinoza’s vriend Jarig Jelles begon er al mee…

    Een niet uit het oog te verliezen disctinctio is volgend onderscheid: de oudere S.J.-literatuur bestrijdt Spinoza met geleerde betogen, strijdschriften, schotschriften en die hebben maar een doel: aantonen dat in Spinoza’s geschriften een joodse ‘ongodist’ aan woord is, waarvoor het hellevuur niet hard genoeg branden kan. Die categorie van geschriften heeft weliswaar de verdienste van de duidelijkheid: deze Ignatianen strijden met open vizier ter vervulling van hun beproefde contrareformatorische strategie. De lezer die hen ter hand neemt krijgt waar voor zijn geld, leert vast nog een en ander bij en na lectuur zal hij samen met de auteur Spinoza afwijzen of uitspuwen.

    In de 19de eeuw beleefde de humane wetenschappen een aggiornamento. De spectaculaire vooruitgang van de natuurwetenschappen, d.w.z. de échte, exacte, wetenschappen, was zo spectaculair dat de achtergebleven humane wetenschappen nieuwe ‘objectieve wetenschappelijke’ methodes introduceerden om hun vakgebied de schijn van exactheid te geven en om ze op gelijke hoogte te tillen van de natuurwetenschappen teneinde ze meer academisch aanzien te geven. Geschiedenis, recht, sociologie, psychologie en zelfs onderdelen van de filosofie (!) werden ‘wetenschappen’. De nieuwere S.J.-Spinoza literatuur, vooral als die opbloeit in of nabij academische bodem, verandert nu van tactiek: het open vizier wordt dichtgeklapt. Vooral Jezuïeten verbonden aan Roomse instellingen van hoger onderwijs, hullen zich in de mantel van de (objectie) wetenschappelijkheid, maar het blijven jezuïeten met een verborgen agenda.

    Cave dus, opgelet! De argeloze lezer wordt academisch bij de neus genomen: de verborgen S.J. agenda blijft: barbertje móet hangen. Elke worm die het rijke roomse leven aantast zal er immer en altijd moeten aan geloven.

    In de 20ste eeuwse Spinoza literatuur schreven twee Poolse paters zich op het voorplan: dat geldt vooral voor Stanislaus Graf von Dunin-Borkovski (1864-1934), van Poolse komaf en Oostenrijkse nationaliteit en zijn jongere ordegenoot Paul Siwek (1893-1986). De eerste is een goed voorbeeld van de objectief-wetenschappelijk S.J-er, die zich moeilijk laat betrappen op enige vooringenomenheid t.a.v. zijn studie-object. Zijn Spinoza geschriften gelden, bekeken in historisch perspectief, nog steeds als waardevol. Siwek is een Pater-Zeloot die in zijn Spinoza-boeken zijn afwijzing niet onder kerkstoelen of- banken steekt maar de wakkere lezer over Spinoza nog wel een en ander kan bijbrengen.

    Ik zal in deze en enkele volgende blogs alleen Pater Paul in het vizier nemen.

    Ab uno disce omnes

    Ken er één en je  kent ze allen,

    leerde Maro mij, die deze wijsheid toepaste op de Grieken die ook al bij de Romeinen niet zo’n beste reputatie hadden,…

    (wordt vervolgd)

    01-04-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Secundaire literatuur
    >> Reageer (0)
    27-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (14)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS SECUNDA -TWEEDE DEEL

    DE NATURA ET ORIGINE MENTIS - OVER DE NATUUR EN HET ONTSTAAN VAN DE GEEST

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samenleggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.

    2  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie zich beperkt tot de libellé van de tekst. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 

    Nr

               PROPOSITIO

               STELLING

                          TOELICHTING

    35

    Falsitas consistit in cognitionis privatione, quam ideae inadequatae , sive mutilatae et confusae involvunt.

    Onwaarheid bestaat in een gebrek aan kennis die inadequate, oftewel  verminkte of confuse ideeën, impliceren.

    1 Inadequate ideeën zijn:

    a) verminkte ideeën,

    b) confuse (vage) ideeën.

    2 Die gebreken maken inadequate ideeën tot onwaarheid.

    Ad 1 Een idee dat verminkt is, is een idee waaraan iets ontbreekt, m.a.w. een onvolledig idee.

    Een confuus idee is een idee dat niet helder begrepen wordt, niet meteen goed kan gevat, omdat het bv. meerdere ideeën door elkaar haspelt, of niet in alle duidelijkheid kan afgezonderd van andere ideeën, die erop gelijken, …

    Ad 2 Een onware idee bezit geen positief kenmerk waardoor het als onwaar kan worden bestempeld (Stelling 33). De onwaarheid van een onwaar idee schuilt in een negatief kenmerk, namelijk in het ontbreken van een element, in het onvolledig of ‘verminkt’ zijn (= onvolledigheidsprincipe).

    36

    Ideae indequatae et confusae eadem necessitate consequuntur, ac adaequatae, sive clarae et distinctae ideae.

    Inadequate en confuse ideeën volgen op elkaar, met dezelfde  noodzakelijkheid als adequate of heldere en wel onderscheiden.

    1 Inadequate ideeën kunnen op elkaar volgen ( = in reeksen komen, samenhangen).

    2 Dat gebeurt met dezelfde noodzakelijkheid ( = hetzelfde mechanisme) als adequate ideeën op elkaar volgen.

    NB  1 Menselijke ideeën kunnen van nature uit  twee vormen aannemen:

    a) onware (= inadequate, dit zijn onvolledige ideeën)

    b) ware, dit zijn adequate ideeën.

     2 De mechanica die achter de genese staat van beide soorten is in wezen gelijk. dat wil zeggen de natuur werkt t.a.v. beide op identieke wijze.

    37

    Id, quod omnibus commune quodque aeque in parte ac in toto est, nullius rei singularis essentiam constituit.

    Dat wat alle dingen gemeenschappelijk is en onveranderd blijft  zowel in het deel als in het geheel, vormt van geen enkel bijzonder ding de essentie.

    1 Een gemeenschappelijk kenmerk van een ding:

    a)  kan bespeurd worden zowel in het deel als

    b) in het geheel van dat ding.

    2 In dat geval is dat gemeenschappelijk kenmerk geen element van het wezen of de essentie van dat ding.

    3 Dat geldt voor alle mogelijke dingen.

    38

    Illa, quae omnibus communia, quaeque aeque  in parte ac in toto sunt, non possunt concipi nisi adequatae.

    Al wat  gemeenschappelijk is aan alle dingen en gelijk blijft in het deel als in het geheel, kunnen niet anders beschouwd worden dan als adequaat.

    1 Alles wat gemeenschappelijk is aan alle dingen:

    a) en gelijk blijft in het deel

    b) en gelijk blijft in het geheel,

    2 Kan niet anders dan adequaat begrepen worden.

    Ad 1 Wat gemeen is aan alle dingen kan worden achterhaald. Verbeeldingskennis kan worden verbeterd (op een hoger niveau getild) door er een rationele operator op toe te passen:  vergelijken.

    Dat vergelijkend onderzoek levert gemeenschappelijke begrippen op die zowel in het deel als in het geheel aanwezig zijn.

    2 Dat soort gemeenschappelijke begrippen zijn noodzakelijk adequate ideeën.

    39

    Id, quod Corpori humano et quibusdam corporibus externis, a quibus Corpus humanum affici solet, commune est et proprium, quodque in cujuscunque horum parte aeque est ac in toto, ejus etiam idea erit in Mente adaequata.

    Dat wat aan het menselijk lichaam en aan sommige externe lichamen, die het menselijk lichaam plegen te affecteren, gemeenschappelijk en eigen is, en in elk deel en het geheel van die lichamen hetzelfde is, daarvan zal ook in de geest een adequaat idee zijn.

    1 Het menselijk lichaam en bepaalde externe lichamen die ons lichaam plegen te affecteren:

    a) hebben dingen die gemeenschappelijk en eigen zijn,

    b) én gelijkblijvend, zowel in het deel als in het geheel.

    2 Van dat soort gemeenschappelijke dingen zullen ook in de geest adequate ideeën zijn.

    Ad 1 De ‘communicatie’ tussen het menselijk lichaam en dingen erbuiten levert kennis van gemeenschappelijke eigenschappen die zowel eigen zijn aan het deel én het geheel van beide lichamen ( mens/mens; mens/ding).

    Ad 2 Die kennis is adequate kennis  (= voldragen kennis). Kennis van wat gemeenschappelijk is tussen onszelf (het eigen lichaam) en externe ‘dingen’ (mensen/dingen) genereert in de geest adequate ideeën.


    27-03-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)


    Foto

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (12)
  • De geschriften (38)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (42)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (20)
  • Stellingenboekje (16)

  • Archief per maand
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (12)
  • De geschriften (38)
  • Essay (10)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (42)
  • SKL- documenten (24)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (20)
  • Stellingenboekje (16)


  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!