Foto
Inhoud blog
  • Net van de pers: de Vlaamse Ethica-vertaling van Karel D’ huyvetters: deel I vertaling, deel II commentaar
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (27)
  • Spinoza's queeste: een weg naar het opperste goed (1)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (26)
  • De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (25)
    Zoeken in blog

    Mijn favorieten
  • Het Spinozahuis
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Mijn dichters: wandelen in mijn poetisch geheugenpaleis
  • In de Toren van Montaigne: omtrent Michel de Montaigne (1533-1592), zijn Essais en zijn Tijd
  • Spinoza Kring Lier
    Spinoza (1632-1677), over zijn leven, zijn filosofie & zijn tijd
    Al wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam. - Sed omnia praeclara tam difficilia quam rara sunt. - Spinoza/ Omnia praeclara rara. - Het voortreffelijke is zeldzaam. - Cicero
    21-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat beoogt deze Spinoza-blog?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wat beoogt deze Spinoza- blog?

    De Spinoza-blog werd opgestart op 21 februari 2013. Dag op dag 336 jaar na zijn overlijden.

    Belangstellenden die op kritische wijze kennis willen maken met leven en filosofie van Benedictus Spinoza (1632-1677), vinden mettertijd op deze blog hun gading.

    Het materiaal dat zal worden gepubliceerd zal een beginnende Spinoza-lezer in staat stellen, basiskennis te verwerven die hem toelaten zal zelfstandig de geschriften van Spinoza te bestuderen en zich te oriënteren in recente secundaire literatuur.

    Met verwijzing naar auteur en blogsite mogen alle teksten vrij worden gebruikt.

    Contact :spinozakring.lier@hotmail.com

    Alle mails worden beantwoord.


    21-02-2013 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    >> Reageer (0)
    20-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Net van de pers: de Vlaamse Ethica-vertaling van Karel D’ huyvetters: deel I vertaling, deel II commentaar
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vertaler Karel D’ huyvetters is voor de lezers van deze blog geen onbekende:  hij vertaalde eerder al Spinoza’s Staatkundige Verhandeling (2014)) en Brieven over God, (2016) een aantal Spinoza-brieven die hij voorzag van een  boeiend commentaar. Beide vertalingen werden lovend gerecenseerd.

    D’ huyvetters publiceerde zonet zijn tweedelige  Ethica- vertaling: het eerste deel  bevat de vertaling van Spinoza’s hoofdwerk (256 blz.), het tweede deel is een uitvoerig commentaar (432 blz.).

    De auteur introduceert zijn nieuwe vertaalprestatie met volgende flyer-tekst:


    Uitgeverij Coriarius

     

    Spinoza: Ethica, uit het Latijn vertaald en toegelicht door Karel D’huyvetters, deel 1 Vertaling, 256 blz., deel 2 Toelichting, 432 blz., Bibliotheca Spinozana Flandrica II & III, Werchter: Uitgeverij Coriarius, 2017, softcover 17 x 24 cm.

     

    Te bestellen bij Uitgeverij Coriarius: uitgeverij.coriarius@telenet.be. Verkoopprijs in België voor de twee delen samen, die niet afzonderlijk verkocht worden: € 32, verzendkosten inbegrepen.i

    Tijdelijke introductieprijs € 25 (verzendkosten inbegrepen) voor vrienden, leden van Spinoza in Vlaanderen en van de Vereniging Het Spinozahuis

     

    Spinoza’s Ethica, postuum gepubliceerd in 1677, is een van de meest geroemde, maar tevens een van de minst gelezen filosofische werken van onze beschavingsgeschiedenis. Deze nieuwe vertaling uit het Latijn en de bijhorende toelichting in de vorm van een lopend commentaar willen dit meesterwerk toegankelijk maken voor hedendaagse lezers. Ongetwijfeld zal men gegrepen worden door de radicale ideeën die Spinoza ontwikkelde in het midden van de 17de eeuw. Niemand voor hem had het aangedurfd openlijk een filosofie te formuleren over de mensen en hun heil zonder daarbij te vertrekken van de gevestigde godsdiensten en ook na hem is dat zo gebleven, tot op de dag van vandaag. Spinoza staat aldus aan het begin van de moderniteit: hij heeft de grondslagen gelegd voor elk onbevangen denken over al wat is. Helaas zijn deze revolutionaire ideeën grotendeels onbekend gebleven, niet het minst door de unanieme veroordeling door alle godsdiensten, gezagsdragers en gezagsgetrouwe denkers. Zijn werken bleven verboden tot diep in de twintigste eeuw en waren slechts bij een kleine groep van toegewijde aanhangers bekend.

    De huidige ontkerstening in de meest democratische landen is nochtans ongetwijfeld een gevolg van Spinoza’s inzichten. Zijn filosofie biedt een betrouwbaar houvast voor een eerlijk en zinvol leven als individu in de complexe maatschappij en vormt aldus een uitdaging voor elke godsdienst. Spinoza’s Ethica is steeds door de grootste denkers erkend als wellicht het belangrijkste filosofische meesterwerk dat de mensheid voortgebracht heeft. Vanzelfsprekend is het een complex en diepgaand werk, maar het is helemaal niet duister of ondoorgrondelijk, integendeel: de gedachten zijn helder en ondubbelzinnig en de redeneringen zijn logisch opgebouwd. Wie Spinoza wil volgen op zijn weg kan uiteindelijk het heil vinden dat wij allen zoeken.

     

    Karel D’huyvetters (°1946) was gedurende bijna veertig jaar als ambtenaar verbonden aan de Leuvense universiteit. Na zijn pensionering werd hij gefascineerd door de filosofie van Spinoza. Hij richtte de website Spinoza in Vlaanderen op. Van hem verscheen eerder de vertaling van Spinoza’s Staatkundige verhandeling (Wereldbibliotheek 2014, 2015²) en De Brieven over God (Coriarius 2016).

     

    De Bibliotheca Spinozana Flandrica wil de belangrijkste werken van Spinoza evenals recente Spinoza-studies in het Nederlands toegankelijk maken voor een breed publiek. Uitgeverij Coriarius publiceert deze werken zonder winstoogmerk.

     

    Uitgeverij Coriarius, Hogeweg 78, 3118 Werchter ) 0486 273784 bankrekening BE40 9731 6405 9063

     

     

    SKL-cursisten kunnen de twee delen (Ethica + commentaar, niet afzonderlijk te koop) tegen bijzonder gunstige voorwaarden bestellen: 

    -prijs: : € 20 in plaats van € 25 (of  € 32)

    -bestellen voor 31 OKTOBER :

       1    reseveren per mail (spinozakring.lier@hotmail.com) en afhalen/betalen aan de balie van het Huis van Oscar;

       2    via overschrijving van het passende bedrag /afhalen op rekening nr. BE03 0000 4909 0484 van W. Schuermans, Lier

      -afhalen: , gereserveerde of  betaalde ex. liggen voor u klaar aan de balie van het Huis van Oscar, Vredebergstraat 6 te 2500 Lier : elke  donderdag-vrijdag-en zondagnamiddag tussen 14.30 u  en 16.30 u. tot 31 oktober.

     

    Let op: na 31 oktober 2015 dienen laattijdige beslissers te bestellen bij de auteur à € 32, verzendingskosten  inbegrepen (zie voorwaarden in bovenvermelde flyer). 

    20-09-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:SKL- documenten
    >> Reageer (0)
    08-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (27)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS QUARTA - VIERDE DEEL

    DE SERVITUTE HUMANA  SEU DE AFFECTUUM VIRIBUS - OVER DE MENSELIJKE SLAVERNIJ OF OVER DE KRACHT VAN DE AFFECTEN

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samen leggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.
     
    2 De vertaling volgt van nabij syntaxis en vocabularium van de Latijnse tekst. Zo kunnen lezers met enige kennis van het Latijn (of van Romaanse talen) ook directmet Spinoza van gedachten wisselen.

    3  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie die zich strikt beperkt tot wat de tekst formuleert. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 


    (in voorbereiding)

    08-09-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)
    07-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza's queeste: een weg naar het opperste goed (1)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ca. 1660 was Spinoza een aankomende dertiger die al heel wat naarheid op zijn levensweg had ontmoet. Zijn vader was overleden in 1654, Spinoza’s zette met zijn broer het koopmansbedrijf van zijn overleden vader verder maar wist er niet veel van te bakken, en, klap op de vuurpijl, in 1656 werd hij uit de joods gemeenschap van Amsterdam gekieperd. Die had namelijk problemen met zijn gedrag én zijn ideeën. Over het eerste kan alleen gespeculeerd, over het tweede zijn we wat beter ingelicht: Spinoza liep niet in het gareel van de rabbijnen en verkondigde ideeën die ook voor de christelijke sektariërs in Amsterdam niet door de beugel konden. Spinoza werd uitgekreten voor een ongodist die geen geheim maakte van zijn onorthodoxe geloofsopvattingen.

    Er was dus al flink geschud aan zijn ‘boom des levens’, … Het zal wel niemand verwonderen dat de jonge Spinoza in die omstandigheden de uitspraak van zijn inspirator René Descartes ter harte nam:

    Quod vitae sectabor iter…?

    (wat ga ik van mijn leven bakken…?)  

    In die jaren woonde Spinoza in een bescheiden huisje in Rijnsburg, nabij Leiden. Hij probeerde brood op de plank te krijgen door het slijpen van lenzen. Na zijn dagtaak wijdde hij zich aan de studie van de filosofie. Hij gaf zelfs filosofieles aan een jonge man die in Rijnsburg bij hem inwoonde.

    Spinoza mag evenwel niet worden beschouwd als een hobby-filosoof die zomaar, na het werk, zich uit louter liefhebberij tot de filosofie wendde. Het ging om meer dan om een onschuldige passe-temps: zijn leven en streven tonen overduidelijk aan, dat hij uit innerlijke drang tot zich inkeerde en aan het denken sloeg. Zo omstreeks 1660 voelde Spinoza een diepe existentiële behoefte om na te denken over zijn leven, God en de wereld met de expliciete bedoeling gelukkig(er) te worden.

     ‘Le but de Spinoza est le même que celui de tous les grands philosophes classiques: rechercher un bien absolu, infini, éternel.’ (1)

    In onze beschavingskring hielden ca. 300 v.C. in Griekenland en ver erbuiten verschillende filosofische scholen zich bezig met het zoeken naar een levenshouding die garant kon staan voor een gelukkig leven. De Stoa (door Zeno van Citium, rond die tijd gesticht in Athene) is er een van. Ik vermeld precies die school omdat Spinoza door de stoïcijnen sterk werd beïnvloed op het stuk van natuur- en godvisie en ook inzake ‘passie-beheersing’: men noemt hem wel eens de ‘laatste der stoïcijnen’. Het zal dan ook weinig verwondering baren dat in Spinoza’s eerste geschrift 'ideaal-begrippen' opduiken als het ware goede, het hoogste goed…

    Het was dus, nemen wij aan, omtrent 1660, dat Spinoza de resultaten van zijn filosofische overpeinzingen aan het papier toevertrouwde. Vandaag wordt algemeen aanvaard dat het Tractaat over de emendering van het verstand  (TIE) Spinoza’s eerste geschrift is (2). 

    Het eerste deel van dit onvoltooid werkt, van paragraaf 1 tot paragraaf 19 (3) wordt beschouwd als een inleiding. Ruimer gesteld kunnen ze begrepen worden als een intro op de globale filosofische levensonderneming die Spinoza toen aanvatte. Spinoza spreekt de lezer persoonlijk aan: hij doet, in de eerste persoon, verslag over een specifieke  ‘levenservaring’. De eerste woorden van het geschrift luiden:

    me Experientia docuit…,

    (ik heb uit de ervaring geleerd)

    De motor van Spinoza’s denken is blijkbaar een experientia, een levenservaring. Hoe rationeel hij ook naar vorm en inhoud filosofeert, voor Spinoza blijft ervaring belangrijk, met reserves die hij af en toe ook uitdrukkelijk formuleert.

    Wie de eerste paragrafen van het Traktaat over de verbetering van het verstand leest, ontmoet als gezegd, een man die uit nooddruft schrijft, een man door het leven beleerd, die resoluut maar weifelend op zoek gaat naar een weg om zijn geestelijke stabiliteit te herwinnen en (eeuwig?) te behouden, een man dus die een geluks-queeste begint die eerst eindigt met de laatste zin van de Ethica.

    Spinoza beklaagt zich in de inleidende paragrafen over de ijdelheid van ’s mensen zucht naar seksuele begeerte, rijkdom en eer en de gevaren die ermee gepaard gaan: wat hij, Spinoza, nodig heeft is een betrouwbaar en  onwankelbaar houvast, zo stevig dat het leven er duurzaam kan op worden gebouwd.  Zijn inleiding past volkomen in de geest van de tijd en wel om meer dan één reden.

    Spinoza is een post-humanist die als andere auteurs van die tijd graag gebruik maakt van de literaire erfenis van de klassieke Oudheid. Zo heeft hij het in de begin van zijn eerste geschrift niet alleen over een bekend antiek thema maar gebruikt hij bovendien ook een beproefd literair-retorisch procedé, een niet al te opvallende vorm van een captatio benevolentiae: een retorische truc die wordt gebruikt om de welwillendheid en de aandacht van de lezer te verwerven. De auteur deelt bv zijn onvrede mee over een of ander aspect van het leven en rechtvaardigt zo t.a.v. de lezer zijn tekst. Spinoza imiteert hier trouwens zijn leermeester Descartes die dit ook doet in zijn Discours de la méthode, die naar hij beweerde, zou geschreven zijn uit onvrede met een manke schooleducatie die hem niets dan  schijnkennis en onzekerheden opleverde...

    En er is ook nog dit: de geest van de inleiding is volkomen in overeenstemming met de levensstemming van de mensen in de 17de eeuw: ze zijn diep doordrongen van de ijdelheid en de breekbaarheid van het leven. Dat was een erfenis van het stoïcijnse humanisme van de 16de eeuw dat ook in de 17de eeuw nog sterk doorleeft in ontwikkelde én in volkse kringen. Dat gevoel van vergankelijkheid en breekbaarheid van alle aardse geluk wordt weerspiegeld zowel in de 17de eeuwse schilderkunst (het vanitas genre) als in de toenmalige literatuur (het grafisch-literair genre van de emblemata).  En ten slotte is er ook nog het woord Gods, het Bijbelboek Kohelet ( De Prediker) met de beroemde aanhef:

    Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.

    (De Prediker, I,2, Statenvertaling).

    Die woorden zetten de toon van dit (atheïstische) Bijbelboek en sluiten naadloos aan bij het algemeen eeuwgevoel van de mensen. Meteen ook een verklaring waarom De Prediker in de 17de eeuw erg populair was.

    Op grond van dit alles mag duidelijk zijn dat Spinoza’s experientia  op clichématige wijze aan de lezer wordt gepresenteerd. Dat is evenwel geen reden om aan de authenticiteit van Spinoza’s levenservaring te twijfelen: de levensjaren tussen 1656 en 1660 waren voor d’ Espinoza, eerder ‘espinoza’, doornig.

     ____

    (1) S. Zac, La morale de Spinoza, 1959, Paris, blz. 13.

    (2) De twee vroegste geschriften van Spinoza zijn het Tractatus de intellectus emendatione (TIE) gewoonlijk vertaald als Traktaat over de verbetering van het verstand en de Korte Verhandeling (…) (KV). Dit laatste geschrift is in het Nederlands gesteld en werd eerst in de 19de eeuw ontdekt.  Wat de KV betreft is het lang niet zeker of het hier gaat om een in het Nederlands gesteld origineel van Spinoza, om een vertaling van een Latijns origineel of om samenvatting van een (verloren) tekst van BdS.

     (3) Ik gebruik in wat volgt de tekstindeling van C.H. Bruder in zijn editie van de TIE, gepubliceerd in Benedicti de Spinoza opera quae supersunt omnia, T.2, Leipzig, 1844.

    07-09-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Essay
    >> Reageer (0)
    31-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (26)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS QUARTA - VIERDE DEEL

    DE SERVITUTE HUMANA  SEU DE AFFECTUUM VIRIBUS - OVER DE MENSELIJKE SLAVERNIJ OF OVER DE KRACHT VAN DE AFFECTEN

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samen leggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.
     
    2 De vertaling volgt van nabij syntaxis en vocabularium van de Latijnse tekst. Zo kunnen lezers met enige kennis van het Latijn (of van Romaanse talen) ook directmet Spinoza van gedachten wisselen.

    3  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie die zich strikt beperkt tot wat de tekst formuleert. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 


    (in voorbereiding)

     

            PROPOSITIO

              STELLING

                 TOELICHTING

    1

    Nihil quod idea falsa positivum habet, tollitur praesentia veri, quatenus verum.

    Niets dat een onwaar idee aan positiefs ( in zich) heeft, wordt wegnomen door de aanwezigheid van het ware, voor zover als waar.

    1 Onware ideeën hebben ook een positief aspect:

    -ze bestaan effectief als idee-ding;

    - ze bevatten waarheid, maar dan wel  waarheid die onvolledig en dus inadequaat is. Onware ideeën bevatten geen negativum dat hen ‘’onwaar’ maakt.

    2 Onware (inadequate) ideeën kunnen (in de menselijke geest) geconfronteerd worden met ware (= adequate) ideeën.

    3 Het positieve van onware ideeën  wordt in niets verminderd ( = niet minder waar)  door de aanwezigheid van een ware idee, voor zover beschouwd onder het oogpunt ‘waar’, niet als idee-ding.

    NB 1 Een onwaar idee-ding (inadequaat idee) kan in de geest een strijd aangaan met een waar idee-ding (adequaat idee). 

    2 De uitkomst van die strijd is een functie van de potentia (= de kracht, de sterkte) van beide soorten ideeën. De ware idee die, eventueel, de bovenhand haalt, tast nooit het positieve aan in de onware.

    2

    Nos eatenus patimur, quatenus Naturae sumus pars, quae per se absque aliis non potest concipi.

    Wij ondergaan (passief) voor zover wij van de natuur een deel zijn, dat op zich los van andere (delen) niet kan worden voorgesteld.

    1 Mensen (= nos, wij) zijn een deel van de natuur.

    2 Wij ‘ondergaan’ dingen (= patimur), d.w.z. komen op ons af, zonder enige activiteit van onszelf

    3 omdat

    3 we niet los van de natuur bestaan of kunnen gedacht worden.

    NB 1 Alle eindige modi (= transformaties van de substantie) willen hun bestaan  bestendigen ( = conatus).

    2 We zijn part van de natuur en ondergaan dus ook de conatus van alle andere dingen in de natuur.

    3 Wat wij ondergaan kan buiten die natuur niet worden begrepen ( = is er de oorzaak van).

    3

    Vis, quae homo in existendo perseverat, limitata est, et a potentia causarum externarum infinite superatur.

    De kracht waardoor de mens in het bestaan volhardt is begrensd en wordt door de kracht van externe oorzaken, oneindig overtroffen.

    1 De mens beschikt over ‘levensfors’  (= vis) om zich in het bestaan te bestendigen.

    2 Die vis of fors is een relatieve, beperkte kracht.

    3 De  beperkte menselijke fors wordt  overtroffen door de fors van externe oorzaken.

    4 Het kwantum aan externe oorzaken is  oneindig.

    NB 1 Voor ‘menselijke kracht’ gebruikt  Spinoza het woord vis ( = beperkte kracht), voor de kracht van de oneindige externe oorzaken het woord potentia ( = oneindige kracht).

    2 De levenskracht van de mens is een partitie van de oneindige kracht van de substantie.

    3 Het kwantum (potentiële) externe oorzaken is recht evenredig met het kwantum bestaande dingen (= oneindig).

    4

    Fieri non potest, ut homo non sit Naturae pars, et ut nullas possit pati mutationes, nisi quae per solam suam naturam possint intelligi, quarumque adaequata sint causa.

    Het is niet mogelijk dat de mens geen deel is  van de natuur en dat hij geen veranderingen kan ondergaan behalve deze die alleen uit zijn natuur kunnen worden begrepen en die ervan de adequate oorzaak zijn.

    1 Het is de mens niet mogelijk om niet  deel uit te maken van de natuur: hij kan er zich op geen enkele manier ooit buiten stellen: de natuur is één samenhangend geheel, de mens is er een onderdeel van.

    2 Veranderingen die de mens ondergaat kunnen niet uitsluitend door zijn eigen natuur worden begrepen, die ervan de adequate oorzaak is.

    NB  Behalve de veranderingen in de mens die terug te voeren zijn tot de eigen (menselijke) natuur, zijn er ook veranderingen die tot oorzaken te herleiden hun oorsprong vinden buiten hem (= in de natuur buiten hem).

    5

    Vis et incrementum cujuscunque passionis, ejusque in existendo persevera non definitur potentia, qua nos in existendo perseverare conamur, sed causae externae potentia cum nostra comparata.

    De kracht en de toename van gelijk welke passie en van haar handhaving in het bestaan, wordt niet bepaald door de kracht waarmee wij ons in het bestaan trachten te handhaven, maar door de kracht van een externe oorzaak, met de onze vergelijkbaar.

    1 Alle passies oefenen op ons een kracht uit, kunnen sterker worden en streven ernaar zichzelf in stand te houden.

    2 Die kracht wordt niet bepaald door de kracht in onszelf (= onze conatus), waarmee wij ons in het leven proberen te handhaven.

    3 De oorzaak van die kracht is een externe kracht (= buiten onszelf), die met onze kracht kan vergeleken worden.

    NB  1 Passies zijn aandoeningen die ons van buiten af bestormen.

    2 Die externe oorzaak is finaal met de onze te vergelijken: beide wortelen in de oneindige macht (= de potentia) van de substantie.

    6

    Vis alicujus passionis, seu affectus, reliquas hominis actiones, seu potentiam, superare potest, ita ut affectus  pertinaciter homini adhaereat.

    De kracht van een of andere passie of van een affect kan de overige handelingen van de mens of (zijn)  kracht overwinnen, dermate dat dit affect  hardnekkig aan de mens blijft kleven.

    1 De sterkte van passies (of affecten) kunnen  andere handelingen (of de kracht) van de mens overvleugelen.

    2 Door de kracht  waarmee dit gebeurt kan die passie bij mensen een duurzaam karakter krijgen.

    NB 1 Passies (= externe aandoeningen) kunnen zo heftig (fors) zijn dat ze het menselijk handelen duurzaam aantasten.

    2 De kracht van de passie is recht evenredig met aantasting van het handelingsvermogen.

    31-08-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)
    27-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (25)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS QUARTA - VIERDE DEEL

    DE SERVITUTE HUMANA  SEU DE AFFECTUUM VIRIBUS - OVER DE MENSELIJKE SLAVERNIJ OF OVER DE KRACHT VAN DE AFFECTEN

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samen leggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.
     
    2 De vertaling volgt van nabij syntaxis en vocabularium van de Latijnse tekst. Zo kunnen lezers met enige kennis van het Latijn (of van Romaanse talen) ook directmet Spinoza van gedachten wisselen.

    3  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie die zich strikt beperkt tot wat de tekst formuleert. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 


     

           PROPOSITIO

            STELLING

              TOELICHTING

     54

    Mens ea tantum  imaginari conatur, quaeipsius agendi potentiam ponunt.

    De geest spant zich in om slechts dat voor te stellen wat zijn kracht tot handelen bevestigt.

    Voostellingen van de geest (= de mens) zijn allereerst gericht op alles wat zijn daadkracht kan bevestigen.

    De geest (= de mens) is uit op zelfbevestiging, daadkracht draagt daartoe bij en verhoogt het vreugde-kwantum.

     55

    Cum mens suam impotentiam imaginatur, ea ipso contristatur.

    Als de geest zich zijn onmacht verbeeldt, dan wordt hij daardoor bedroefd.

    Stelt de geest (= de mens) zich zijn onmacht voor, dan veroorzaakt dit droefheid.

    NB 1 De geest is uit op zelfbevestiging (vorige stelling) maar dat wil niet altijd goed lukken.

    2 Al wat afbreuk doet aan die zelfbevestiging, tast de conatus aan en vermindert het vreugde-quantum.

     56

    Laetitiae, Tistitiae, et Cupiditatis, et consequenter uniuscujusque affectus, qui ex his componitur, ut animi fluctuationis, vel qui ab his derivatur, nempe, Amoris, Odii, Spei, Metus, etc., tot species dantur, quot sunt species objectorum a quibus afficimur.

    Van vreugde, droefheid en begeerte, en bijgevolg van gelijk welk affect dat door deze is samengesteld (zoals zielsfluctuaties) of van affecten die uit deze worden afgeleid (namelijk liefde, hoop, vrees enz.), bestaan zoveel soorten als er soorten voorwerpen zijn door dewelke wij geaffecteerd worden.

    1 Vreugde, droefheid en begeerte bestaan in evenveel soorten als er voorwerpen zijn die aandoeningen (=affecten) veroorzaken.

    2  Affecten kunnen:

    a) samengesteld zijn uit vreugde, droefheid en begeerte: dat zijn affecten die geestelijke verwarring (animi fluctuationes) veroorzaken: onzekerheid, droefheid, enz..

    b) afgeleid worden uit vreugde droefheid of begeerte, zoals haat, hoop, vrees enz.

    3 Ook deze twee categorieën, (a) en b), bestaan in evenveel soorten als er voorwerpen zijn die aandoeningen (=affecten) veroorzaken.

    NB 1 Vreugde, droefheid en begeerte zijn generieke aandoeningen.

    2 Concrete aandoeningen kunnen dus samengesteld zijn uit die ‘basisaffecten’.

    3 Concrete aandoeningen kunnen ook  afgeleid zijn uit die basisaandoeningen (haat, hoop vrees).

    4 Zowel van de basisaandoeningen, als van hun combinaties, als van hun  afgeleiden, zijn evenveel soorten als er soorten objecten zijn die aandoeningen genereren.

      57

    Quilibet uniuscujusque individui  affectus alterius tantum discrepat, quantum essentia unius ab essentia alterius differt.

    Gelijk welk affect van om het even welk individu verschilt zoveel van een ander (individu)  als de essentie van het ene verschilt van de essentie van het ander.

    1 Een en het zelfde affect verschilt van individu tot individu( bv. van mens tot mens)

    net als

    2 de essentie verschilt van individu tot individu ( bv. van mens tot mens).

     NB 1 Aandoeningen zijn strict individuele gewaarwordingen.

    2 Een ‘individu’ is voor Spinoza een geheel van samenwerkende elementen. zo is bv. de mens een zeer complex samenstel van individuen (= organen).  

    3 Elke individu is een specifieke eindige modus.

    4 Elk individu ervaart een aandoening op geheel eigen wijze, overeenkomstig zijn wezen (= essentia).

     58

    Praeter Laetitiam et Cupiditatem, quae passiones sunt, alli Laetitiae et Cupiditatis affectus dantur, qui ad nos, quatenus agimus, referentur.

    Benevens vreugde en begeerte, die passies zijn, bestaan er andere affecten van vreugde en begeerte die ons betreffen, in zover we handelen.

    1 Vreugde en begeerte zijn passies.

    2 Vreugde en begeerte omvatten nog ander aandoeningen (affecten),

    3 die ons betreffen als we handelend  optreden.

    NB Hier wordt dus een onderscheid gemaakt tussen:

    a) vreugde en begeerte als passieve aandoeningen (passiones = wat lijdzaam wordt ondergaan).

    en

    b) vreugde en begeerte als actieve aandoeningen die de handelende mens betreffen.

     59

    Inter omnes affectus, qui ad Mentem, quatenus agit, referentur, nulli sunt, quam qui ad Laetitiam vel Cupiditatem referentur.

    Onder alle affecten die  betrekking hebben op de geest, in zover die handelt, zijn er geen andere dan die op vreugde of begeerte  betrekking hebben.

    Alle aandoeningen (affecten) die betrekking hebben

    a) op de menselijke geest die handelt,

    b) omvat uitsluitend aandoeningen (affecten) die betrekking hebben op vreugde of begeerte (= conatus).

     

    27-08-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)
    21-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (24)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS QUARTA - VIERDE DEEL

    DE SERVITUTE HUMANA  SEU DE AFFECTUUM VIRIBUS - OVER DE MENSELIJKE SLAVERNIJ OF OVER DE KRACHT VAN DE AFFECTEN

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samen leggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.
     
    2 De vertaling volgt van nabij syntaxis en vocabularium van de Latijnse tekst. Zo kunnen lezers met enige kennis van het Latijn (of van Romaanse talen) ook directmet Spinoza van gedachten wisselen.

    3  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie die zich strikt beperkt tot wat de tekst formuleert. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 


     

            PROPOSITIO

              STELLING

                 TOELICHTING

    50

    Res quaecunque potest esse per accidensSpei aut Metus causa.

    Elk ding kan door toeval oorzaak zijn van hoop of vrees.

    Alle dingen kunnen 'per toeval'::

    a) het affect hoop veroorzaken,

    b) het affect vrees veroorzaken.

    NB. 1 ‘Dingen’ : ook hier in de betekenis die Spinoza aan dit woord geeft : mensen én dingen.

    2 Toeval (per accidens): het betreft in dit geval een oorzaak die niet in het wezen van het ding te zoeken valt. De oorzaak van hoop of vrees wordt gegenereerd door een bijkomend element en/of contextualiteit.

    51

    Diversi homines ab uno eodemque objecto diversimode affici possunt, et unus idemque homo ab uno, eodemque objecto potest diversis temporibus diversimode affici.

    Verschillende mensen kunnen op verschillende wijze door een en hetzelfde object worden geaffecteerd en een en dezelfde mens kan door eenzelfde object op verschillende momenten op verschillende wijze worden geaffecteerd.

    1 Een en het zelfde object kan:

    a) op uiteenlopende wijze,

    b) verschillende mensen affecteren (beroeren).

    2 Een en dezelfde mens kan door een en hetzelfde object:

    a) op verschillende momenten (tijdstippen),

    b) op verschillende wijze geaffecteerd (beroerd) worden.

    NB Hier wordt de relativiteit van affecten t.a.v. personen (= individuele menselijke modi) en t.a.v. de tijd geponeerd.

    52

    Objectum, quod simul cum aliis antea vidimus, vel quod nihil habere imaginamur, nisi quod commune est pluribus, non tamdiu contemplabimur, ac illud, quod aliquid singulare habere imaginamur.

    Een object dat we eerder samen met andere hebben gezien, of waarvan we verbeelden dat het niets heeft tenzij wat gemeen is aan de meeste (andere), beschouwen we niet zolang als diegene waarvan we ons verbeelden dat ze iets bijzonders hebben.

    1 Objecten:

    a) die we eerder zagen met andere of waarvan we ons verbeelden dat ze niets bijzonders hebben (= niets dat de meeste andere objecten ook al niet hebben),

    die bekijken we niet zolang als:

    b) als objecten waarvan we ons verbeelden dat ze bijzonder zijn (= eigenschappen bezitten die andere niet hebben).

    NB 1  Aandacht kent verschillende graden van sterkte: van zwak over sterk naar geconcentreerd.

    2 De scherpste vorm van aandacht wordt gegenereerd door:

    - het afzonderlijke: dat wat nooit eerder gezien is in samenhang met andere;

    - het ongewone: dat wat zeldzaam is of nooit eerder in samenhang of afzonderlijk werd gezien.  

    53

    Cum Mens se ipsam, suamque agendi potentiam contemplatur, laetatur; et eo magis, quo se, suamque agendi potentiam distinctius imaginatur.

    Als de geest zichzelf en zijn kracht om te handelen aanschouwt, dan wordt hij blij, en des te meer als hij zichzelf en zijn kracht om te handelen duidelijker verbeeldt.

    1 De geest kan zichzelf beschouwen (= zich bewust zijn van zijn werking):

    a)  reflecteert de geest over zijn daadkracht, dan wordt hij blij;

    b) die blijheid neemt toe als de geest zichzelf en zijn daadkracht scherper, meer genuanceerd verbeeldt.

    NB. 1 De geest die over zichzelf nadenkt = de reflecterende mens.

    2 Zelfreflectie genereert blijdschap, die kan toenemen naarmate ze meer diepgang heeft en zo nauwkeuriger en meer genuanceerd wordt.

    21-08-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)
    18-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.P.N Van Eyck en Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                                                                                                              amicae meae semper mihi fidelis I.D.B.

     

    Pieter Nicolaas  van Eyck (1887-1954) is voor velen geen onbekende: hij leeft voort met één gedicht en dat is meer dan vele dichters en dichtertjes ooit bereikten of zullen bereiken.

    Wie kent niet zijn wonderlijk mooie, epische gedicht De tuinman en de dood?

    Ik moest het op school uit het hoofd leren en de leraar die ons daartoe verplichtte ben ik er nog altijd dankbaar voor. Van Eycks vers staat al  meer dan een halve eeuw als gebeiteld op mijn harde schijf. Ik reciteer het geregeld en gebruik het ook als mantra wanneer de slaap zich weer eens moeilijk laat vatten. Wie nog niet het geluk had dit gedicht op zijn levenspad te ontmoeten, ziehier:

     

    De tuinman en de dood

                                    Een Perzisch Edelman

     

    Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,    

    Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

     

    Ginds in de rooshof, snoeide ik loot na loot,

    Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

     

    Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,

    Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

     

    Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,

    Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’

     

    Van middag (lang reeds was hij heengespoed)

    Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet

     

    ‘Waarom, zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,

    Hebt gij vanmorgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

     

    Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ’t,

    Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

     

    Toen ik ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,

    Die ’k ’s avonds halen moest in Ispahaan’.

     

    Ook al is de stof ontleend aan een oosters thema en ook al lijkt het meer dan waarschijnlijk dat Pieter Nicolaas leentjebuur speelde bij Jean Cocteau (1889-1963), Frans dichter en surealistisch fratsenmaker: het blijft naar inhoud, vorm en zegging een haast volmaakt gedicht.

    Ergens in Perzië snoeit een tuinman rozen, in dienst van een Perzisch edelman. De tuinier lijkt somber gestemd: had hij slecht geslapen, voelde hij zich niet lekker, maakte hij zich kopzorgen, dacht hij bij het snoeien van efemere rozen aan vergankelijkheid en dood…? Wat precies de oorzaak van zijn sombere stemming was, kunnen we niet met zekerheid zeggen, maar dát er een oorzaak was, dat staat buiten kijf. Zeker is dat zijn geestesgesteldheid en fysieke toestand die fatale morgen er oorzaak van zijn dat zijn verbeelding met zijn rede aan de haal gaat: plotsklaps voelt hij achter zich een paar priemende ogen, hij kijkt om en ziet dat Magere Hein hem aanstaart en dreigend de hand heft…

    Zijn verbeelding is er de oorzaak van dat hij in paniek wegvlucht en naar de woning van zijn Heer rent. Hij smeekt om een paard en om toestemming om ermee naar Ispahaan te vluchten. Zijn Meester is een barmhartig en goedhartig moslim: de bange bede van de tuinman is er de oorzaak van dat hij instemt met beide vragen. De tuinman vlucht naar Ispahaan, een dagreis te paard, ver genoeg om des doods koude hand te ontvlieden… Althans, dat denkt hij, maar in die mooie Perzische stad haalt de dood hem in. De aanwezigheid van de tuinman in Ispahaan is mede-oorzaak van zijn dood: wat de naaste oorzaak was vertelt het gedicht ons niet: viel hij van zijn paard, bezweek hij aan een hersenbloeding die hij in de tuin van zijn Meester al voelde naderen, werd hij door straatrovers omwille van zijn paard vermoord,… ?

    In Ispahaan sluit zich de cirkel van zijn leven: zijn sombere stemming in de tuin van zijn Meester is de meer afgelegen oorzaak van zijn dood in die stad.

    ***

    Van Eyck was een jurist. Dat waren vroeger vrijwel altijd ook cultuurdragers. Ook zo Pieter Nicolaas, die zich o.a. aan filosofie interesseerde. In 1923 publiceerde hij in de eertijds bekende reeks Uren met…  een deeltje over Plato, voorzien van een goede inleiding, helaas geschreven in een nu obsoleet Nederlands (1). Zijn belangstelling voor Spinoza staat buiten kijf: hij schreef zelfs een ‘gedicht’ bij een portret van Spinoza. Maatwerk en onzinnige rijmelarij (2).

    Het is dus niet onmogelijk, zelfs waarschijnlijk, dat de dichter in de Franse prozaversie van Cocteau Spinoza’s geest herkende en dat die tekst de directe oorzaken was die zijn pen in beweging bracht… Van Eycks gedicht overtreft vele malen de banale, platte prozatekst van Cocteau (3).

    Hoe dan ook, toeval of niet, De tuinman en de dood kan gelezen worden met een lens van lenzenslijper Spinoza: in de stof van dit gedicht liggen twee fundamentele leerstellingen van Spinoza’s systeem verborgen.

    Vooreerst: al wat bestaat, inclusief de mens, is onderworpen aan de wetmatigheid van de natuur: wie denkt zich daaraan te kunnen onttrekken doolt en laat zijn verbeelding prevaleren op zijn rede. Vervolgens de opvatting dat de wereld, inclusief de mens, kan verklaard en begrepen worden door reconstructie van de oorzaak-gevolg-keten. Wie daar lang genoeg mee doorgaat en uiteindelijk zijn intuïtie gebruikt (leert Spinoza) verliest zich in de oergrond van het Al.

    Het eerste Spinoza-principe werd eerder ook al eens mooi poëtisch verwoord door Spinoza-discipel Goethe:

     

    Nach ewigen ehrnen                                         

    Grossen Gesetzen

    Müssen wir alle

    Unsers Daseyns

    Kreise vollenden.

     

    (Eeuwige, ijzeren, grote wetmatigheden dwingen ons de kring van ons bestaan te doorlopen).

     

    ____

    (1) P.N. Van Eyck, Uren met Platoon, Baarn, 1923,Baarn. (Zie foto van mijn exemplaar).

    (2) Bij Spinoza’s portret

    Meester van ‘t stil, wijs woord ,lichtend fanal

    Dat al wat is doordringt; de heldere blik,

    Die dwars door waan en wankelbaar beschik

    Het Ene als grond, vorm, zin zag van ‘t Getal.

     

    Van ’t diepste zwijgt wie stamelt: God is Al,-

    Gij, grote Ziel, aanschouwde in ’ t Ogenblik

    ’t Volmaakte Godsgeheim van ’t ik-loos Ik,

    Dat door uw wijsheid spreekt en spreken zal.

    Uw geest schiet stralen verder dan men weet:

    Gij zelf de zuivere vorm van al dat licht,

    Sterk en onschendbaar, boven sterfelijk lot.

     

    Die vol van liefde vóór u staat, vergeet

    Uw tijdelijkheid, en ziet in uw gezicht

    Het hoog gezicht van ’t eeuwige, onze God.

     

     (3 ) Jean Cocteau :  Un jeune jardinier persan dit à son prince: ‘J’ai rencontré la Mort ce matin. Elle m’a fait un geste de menace. Sauve-moi! Je voudrais être par miracle, à Ispahan ce soir.’ Le bon prince prête ses chevaux. L’après-midi, ce prince rencontre la Mort. ‘Pourquoi lui demande-t-il avez-vous fait ce matin, à notre jardinier, un geste de menace?’ ‘Je n’ai pas fait un geste de menace,’ répond-elle, ‘mais un geste de surprise. Car je le voyais loin d’Ispahan ce matin et je dois le prendre à Ispahan ce soir.’



    18-08-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza in Emerson:
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Filosofie die het leven niet dient is waardeloos. Het is in de loop van de filosofie-geschiedenis bij herhaling gesteld en niet door de minsten. Een flinke brok van de academische filosofie beantwoordt helaas niet aan dit criterium en wordt  vervaardigd voor universitaire incrowds. Caute: geen aanbevolen lectuur: het is al te vaak een gefilosofeer ‘over-bijna-niets-of- over- niets’, boordevol jargon en geschreven in een stijl die je in de kortste tijd spirituele apoplexie bezorgt…(1)

    Hoe geestelijk verkwikkend en heilzaam is het daarom eens onder te duiken in de  geschriften van echte filosofen die hun wijsheid over mens en wereld klaar en helder meedelen. Ik mocht het zoëven nog maar eens ondervinden, toen ik in een van mijn boekenkrochten Ralph Waldo Emerson (1843-1882) tegenkwam; eerlijk gezegd: hij drong zich aan mij op want hij viel van een van de vele boekenstapels. Essays van Emerson in een mooie Schotse editie, gedrukt op handgeschept van Gelder, ooit eens voor enkel ponden gekocht in Edinburgh (2).

    De Amerikaanse filosoof en essayist Ralph Waldo Emerson, die zichzelf liever Waldo Emerson hoorde noemen, is een van de belangrijkste Amerikaanse denkers van de 19de eeuw. Hij wordt nog steeds gepubliceerd en zijn filosofische essays worden nog steeds wereldwijd gelezen. Hij wordt beschouwd als de grondlegger (of een ervan) van de literair-filosofische beweging het ‘transcendentalisme’, populair in Amerika in de jaren 1830-1840 en waartoe ook zijn leerling Thoreau, schrijver van Walden, behoorde, een boektitel die ook een verholen groet aan zijn vereerde leermeester bevat. Het transcendentalisme is een erfgenaam van de Engels-Duitse romantiek. Aanhangers van die stroming kantten zich tegen het intellectualisme en geloven in intuïtie en de kracht van het individu. Elke mens, zo menen ze, moet een persoonlijke relatie opbouwen met de natuur.

    Emerson schreef (naar mijn best weten) geen boek of essay over Spinoza. Dat is des te meer merkwaardig als men weet dat Spinoza hem erg beïnvloedde. Wie essays van Emerson leest komt hem geregeld tegen. Als voorbeeld citeer ik enkele passages uit Emersons essay Fate. Het zijn literaire parels, die ik daarom (en ook uit luiheid) niet vertaal en de lezer in het Amerikaans voorschotel.

    Eerst dit:

    ‘The day of days, the great day of the feast of life, is that in which the inward eye opens to the Unity of things, to the omnipresence of law;-sees that what is must be, and ougt to be, or is the best. This  beatitude dips from on high down on us, and we see. It is not in us so much as we are in it.’(3)

    En ten slotte het gebed waarmee het essay Fate besloten wordt:

     ‘Let us build altars to the Blessed Unity which holds nature and souls in perfect solution, and compels every atom to serve an universel end. I do not wonder at a snow-flake, a shell, a summer landscape or the glory of the stars; but at the necessity of beauty under which the universe lies; that all is and must be pictorial; that the rainbow, and the curve of the horizon, and the arch of the blue vault are only results from the organism of the eye. There is no need for foolish amateurs to fetch me to admire a garden of flowers, or a sun-guild cloud, or a waterfall, when I cannot look without seeing splendour and grace. How idle to choose a random sparkle here or there, when the indwelling necessity plants the rose of beauty on the brow of chaos, and discloses the central intention of Nature to be harmony and joy.

    Let us build altars tot the Beautiful Necessity. If we thougt men were free in the sense that in a single exception one fantastical will could prevail over the law of things, it were all one as if a child’s hand could pull down the sun. If, in the least particular, one could derange the order of nature, - who would accept the gift od life?

    Let us build altars tot the Beautiful Necessity, which secures that all is made of one piece; that plaintiff and defendant, friend and enemy, animal and planet, food and eater are of one kind. In astronomy, is a vast space, but no foreign system; in geology, vast time, but the same laws as to-day. Why should we be afraid of Nature, which is no other than ‘philosophy and theology’ embodied? Why should we fear to be crushed by savage elements, we who are made up of the same elements?

    Let us build to the Beautiful Necessity, which makes man brave in believing that he cannot shun a danger that is appointed, nor incur one that is not; to the Necessity which rudely or softly educates him to the perception that there are no contingencies; that Law rules throughout existence; a Law which is not intelligent but intelligence, -not personal nor impersonal,-it disdains words and passes understanding; it dissolves persons; it vivifies nature; yet solicits the pure in heart to draw on all its omnipotence.’(4)

    Tot hier Spinoza in Emerson.

    _____

    ((1) Die broodfilosofen weten het zelf ook wel, maar volharden: ‘ Ecrire seulement des textes (philosophiques) que seuls pourraient lire et comprendre des collèges universitaires (serait) dénué de sens, voire immoral. Aussi dénue de sens que  si un boulanger ne faisait ses petits pains que pour d’ autres boulangers. Geciteerd in D. Moreau, Dans le milieu d’une forêt. Essai sur Descartes et le sens de la vie, 2012, blz. 11.

    (2) Ralph Waldo Emerson, The conduct of life, Edinburgh, s.d.

    (3) O.c., blz 28-29.

    (4) O.c., blz. 54-56.

    18-08-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Spinozana
    >> Reageer (0)
    17-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Stellingen van de Ethica vertaald en toegelicht door W. Schuermans (23)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    PARS QUARTA - VIERDE DEEL

    DE SERVITUTE HUMANA  SEU DE AFFECTUUM VIRIBUS - OVER DE MENSELIJKE SLAVERNIJ OF OVER DE KRACHT VAN DE AFFECTEN

    1  Spinoza wijkt af van de Latijns-humanistische traditie om zijn geschrift in ‘boeken’ (libri) in te delen: de Ethica bestaat uit ‘delen’ (partes). Daarmee geeft hij te kennen dat zijn boek één samenhangend geheel vormt (Macherey). Elk deel is als het ware een puzzelstuk: eerst door samen leggen van de vijf puzzelstukken geeft de Ethica haar volledig beeld prijs.
     
    2 De vertaling volgt van nabij syntaxis en vocabularium van de Latijnse tekst. Zo kunnen lezers met enige kennis van het Latijn (of van Romaanse talen) ook directmet Spinoza van gedachten wisselen.

    3  De toelichting bij elke stelling is in de regel een interpretatie die zich strikt beperkt tot wat de tekst formuleert. Waar nodig voor een beter begrip wordt het betekeniskader van de stelling verlaten. 


     

        PROPOSITIO

          STELLING

              TOELICHTING

     

    44

    Odium, quod Amore plane vincitur, in Amorem transit; et Amor propterea major est, quam si Odium non praecessisset.

    Haat die door liefde volledig wordt overwonnen, gaat over in liefde. En de liefde is daarom groter dan wanneer haat er niet aan was voorafgegaan.

    1 Haat kan door liefde worden overwonnen:

    a) indien de haat volledig  overgaat in liefde,

    dan

    b) zal die groter zijn dan in het geval er aan die liefde geen haat aan vooraf ging.

    NB 1 Haat kan ‘overgaan’ (transire) in liefde: het gebruikte Latijnse werkwoord  geeft aan dat het hier gaat om een proces dat enige tijd in beslag kan nemen.

    2 Verminderde haat (door liefde onvolledig overwonnen) impliceert een toename van het liefdesaffect. De tegengestelde affecten haat en liefde werken a.h.w. volgens het ‘principe van communicerende vaten’.

    3 Volledige vervanging van haat door liefde genereert de sterkste liefdesband.

     

    45

    Si quis aliquem sibi similem Odio in rem sibi similem, quam amat, affectum esse imaginatur, eum odio habebit.

    Indien iemand zich verbeeldt dat iemand die op hem gelijkt, door haat geaffecteerd wordt voor een ding dat op hem gelijkt en dat hij bemint, dan zal hij hem  haten.

    Iemand verbeeldt zich:

    a) dat iemand die op hem gelijkt,

    b) een ding dat op hem gelijkt, haatgevoelens toedraagt,

    dan

    c) zal hij die persoon ook haten.

    NB  1 Een ding dat op hem gelijkt: in enge zin een medemens of enig ander levend wezen; in de breedste zin: elke eindige modus van het attribuut uitgebreidheid: de ‘uitgebreidheid’ is dan het gemeenschappelijk element dat op hem gelijkt (sibi similem).

    2 Ook hier weze herhaald: het affect haat t.a.v. een ding is een affect dat zich manifesteert in verschillende graden van sterkte: niet houden van, onvrede, ,  wrevel,…..tot regelrechte haat.

     

    46

    Si quis ab aliquo cujusdem classis sive nationis a sua diversae, Laetitia, vel Tristitia affectus fuerit, concomitante ejus idea, sub nomine universali classis vel nationis, tanquam causa: is non tantum illlum, sed omnes ejusdem classis, vel nationis amabit vel odio habebit.

    Als iemand door vreugde of verdriet geaffecteerd wordt door iemand van een andere stand of natie die van de zijne verschilt, samen met het algemeen begrip van die stand of natie, dan zal die niet alleen hem maar ook allen van dezelfde stand of natie beminnen of haten.

    1 Het affect vreugde of verdriet kan worden veroorzaakt:

    a) door een persoon die tot een andere stand behoort,

    b) door een persoon die tot een andere ‘natie’ behoort

    en als

    2 de oorzaak van die vreugde of dat verdriet (bewust) gekoppeld wordt aan die stand of die ‘natie’,

    dan

    3 zal dat vreugde -of verdriet affect zich uitstrekken tot alle personen van die stand of ‘natie’.

    NB 1 natio: in de Middeleeuwse universiteiten werden studenten ingedeeld in nationes (naties, groepen) op grond van taal en regionale herkomst.

    2  Het psychologisch mechanisme dat Spinoza hier behandelt, formuleerde Vergilius als : ab uno disce omnes: ken er één en je kent ze allen.

    3 Spinoza lijkt in deze stelling een automatisme te suggereren. De ervaring leert dat dit niet  met de werkelijkheid overeenstemt: er zijn altijd mensen die in deze het onderscheid herkennen.

    47

    Laetitia, quae ex eo oritur, quod scilicet rem, quam odimus, destrui aut alio malo affici imaginamur, non oritur absque ulla animi Tristitia.

    De vreugde die ontspruit uit een ding dat we haten (en) waarvan we veronderstellen dat het vernietigd wordt of door een ander onheil wordt getroffen, ontstaat niet zonder enige droefheid van de geest.

    1 Dingen die we haten  kunnen in de verbeelding voorgesteld worden:

    a) als vernietigd

    of

    b) als ernstig getroffen door een of ander onheil.

    2 Die verbeelding wekt vreugde op. Maar: die vreugde is geen loepzuivere vreugde want ze gaat gepaard met een gevoel van droefheid.

    NB 1 Deze stelling gaat over een affect dat in het Duits Schadenfreude genoemd wordt.

    2 De droefheid kan in sterkte verschillen.

    3 Spinoza stelt het droef ‘bij-affect’ als een wetmatigheid voor. Ervaringsgegevens spreken dit alvast tegen.

    48

    Amor, et Odium, ex.gr. erga Petrum destruitur, si Tristitia, quam hoc, et Laetitia, quam ille involvit, ideae alterius causae jungatur; et eatenus uterque diminuitur, quatenus imaginamur Petrum non solum fuisse alterutrius causam.

    Liefde en haat, bijvoorbeeld voor Piet, worden vernietigd zo de droefheid die deze laatste (haat) meebrengt en de vreugde die de eerst (liefde) meebrengt, verbonden worden met de idee van een andere oorzaak; en beide zullen in zo verre verminderd worden naarmate we ons verbeelden dat Piet  niet alleen de enige oorzaak van elk van beide is.

    1 Liefde en haat voor een persoon (Piet) gaan gepaard met een bijkomend affect:

    a) haat sluit droefheid in, liefde sluit vreugde in;

    b) wordt de oorzaak van deze beide affecten in de verbeelding verbonden met een andere oorzaak dan eerst gedacht (niet-Piet),

    dan

    c) wordt de liefde of de haat voor die persoon (= Piet) vernietigd.

    2 Liefde en haat kunnen worden afgezwakt:

    a) als we ons verbeelden

    dat

    b) Piet er niet de enige oorzaak  van is.

    NB Door het principe van de ‘communicerende vaten’  stroomt het  kwantum van het verminderd affect in de richting van de andere oorzaak (niet-Piet).

    49

    Amor et Odium erga rem, quam liberam esse imaginamur, major ex pari causa uterque debet esse, quam erga necessariam.

    Liefde en haat voor een ding dat wij ons verbeelden vrij te zijn, moeten, bij gelijke oorzaak, ieder van beide groter zijn, dan voor een noodzakelijk ding.

    Dingen kunnen in onze verbeelding gedacht worden als vrij of als noodzakelijk:

    a) liefde en haat voor een ding waarvan we menen dat het vrij is moeten sterker zijn

    dan

    b) liefde en haat voor een ding waarvan we menen dat het niet vrij is.

    NB 1 Mensen verbeelden zich:

    a) vrije dingen, bv. mensen:   

    b) onvrije dingen, zijn al wat (in hun verbeelding) niet beschikt over een ’vrije wil’.

    2 Gebruik maken van ‘vrije wil’ vergt, zo menen mensen, wilsuiting en opzet. Dat  genereert sterkere affecten dan wanneer die niet aanwezig zijn en iets louter ‘mechanisch’ gebeurt.


    17-08-2017 om 00:00 geschreven door Willy Schuermans


    Categorie:Stellingenboekje
    >> Reageer (0)


    Foto

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (13)
  • De geschriften (37)
  • Essay (11)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • Lezend in de Ethica, (1)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (25)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (24)
  • Stellingenboekje (28)

  • Archief per maand
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013

    Categorieën
  • Wereldbeeld (4)
  • De emendering van het verstand (28)
  • Kenleer (3)
  • Lens op de mens: de affectenleer (2)
  • Staatsleer (5)
  • Ad fontes (10)
  • Aforistisch gedacht (20)
  • Bento's koekjes (9)
  • De biografie (13)
  • De geschriften (37)
  • Essay (11)
  • In de marge (16)
  • Johannes Colerus (7)
  • Lezend in de Ethica, (1)
  • René Descartes (8)
  • Secundaire literatuur (43)
  • SKL- documenten (25)
  • Spinoza creatief (16)
  • Spinoza-woorden (22)
  • Spinozana (24)
  • Stellingenboekje (28)


  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!