DE CHRISTELIJKE UITVAART
Bij alle belangrijke momenten verspreid over de verschillende leeftijden vieren christenen in hun kerkgebouwen. Zij vieren en bidden en danken telkens rond de levende Heer van Pasen, met de regelmaat van de klok.
Een belangrijk en zeer indringend moment is zeker het sterven van een gedoopte christen.
Bij dat moment van uit handen geven van een mensenleven, richten christenen zich hoopvol biddend tot Jezus Christus. Niet te verwonderen, want bij het graf van Zijn vriend Lazarus zei Jezus: “Ik ben de opstanding en het leven, wie in Mij gelooft mag dan wel sterven, toch zal hij leven.” (Joh. 11,25)
De christelijke of kerkelijke uitvaart is dan ook bestaande van bij de eerste jonge kerkgemeenschap tot op vandaag.
Wat is nu het grote kenmerk van een christelijke uitvaart?
Het gaat om een in Christus gedoopte mens die men uit handen geeft om die mens aan de Heer toe te vertouwen. Wij doen dat door te luisteren naar hoopvolle Bijbelwoorden, door samen te bidden en meestal ook door in Jezus’ naam het brood te breken. Dit alles wordt onderstreept door christelijke symbolen die van Gods leven spreken, zoals licht, water, wierook, enz.
Wij moeten dus zeker onze kerkelijke uitvaarten goed blijven verzorgen, omdat het hier gaat om de essentie van ons christelijk geloof, namelijk dat God onze toekomst is – zelfs over de dood heen. En vooral in Jezus’ woorden, leven en daden kwam dit geloof zeer sterk tot uitdrukking. Bovendien reeds op de derde dag na het kruis van de dood was het Paasgeloof geboren. En wat is dat geloof?
Dat Jezus de dood overwon, dank zij God.
In onze streken kiezen velen nog steeds voor een kerkelijke uitvaart.
Om een voorbeeld te geven: in 2007 waren er in de drie centrumparochies van Tienen (20.000 inwoners) 171 kerkelijke uitvaarten. Bij nazicht in de registers waren dat twintig jaar eerder, in 1987, 180 uitvaarten. Het verschil is dus miniem.
Maar in 1987 waren er nog zes priesters om die uitvaarten voor te gaan en nu nog twee.
En die twee priesters kregen ondertussen nog vele andere taken naast hun eigen parochiewerk.
Dat wordt dus een probleem.
Maar er is nog een tweede knelpunt.
Vele mensen raakten vervreemd van de eucharistie en wij voegen bij elke uitvaart gewoontegetrouw ook de eucharistie er nog steeds bij. Terwijl je dan ter plaatse vaststelt, dat tijdens het deel van de eucharistie slechts een enkeling of niemand nog meedoet of een antwoord geeft. Je voelt in vele uitvaarten aan dat de eucharistie voor velen levensvreemd is. Zij weten dus ook niet meer dat christenen voor bepaalde gedeelten van de eucharistie uit eerbied rechtstaan.
Dit is meestal een solo gebeuren van de priester en een paar helpers. Bovendien verlaten velen het kerkgebouw na de offergang, als de eucharistie begint.
De twee grote problemen in deze tijd om nog bij elke uitvaart een eucharistie te houden zijn dus de priesterschaarste en de vervreemding van velen tegenover de eucharistie.
Wat moet er dan gebeuren om hieraan te verhelpen ?
- Een christelijke uitvaart wordt best losgekoppeld van de eucharistie, er komen daar te veel mensen, vaak de meerderheid van de aanwezigen, voor wie de mis ongekend, en erger, onbemind is.
Maar als men het wenst, kan voor de overledene de volgende zondagsmis mee opgedragen worden, of op een af te spreken zondag, bijvoorbeeld bij het einde van de maand.
Dit kan ook gerust op de doodsbrief gedrukt worden.
Diegenen die echt een eucharistie willen beleven voor de overledene in kwestie zullen dan komen, de anderen niet.
- Het klein aantal priesters zal nu snel niet meer in staat zijn om alle uitvaarten goed voorbereid te blijven voorgaan.
Dus zullen wij enkele leken-voorgangers inschakelen.
Dat wil niet zeggen dat de priesters niet meer zullen voorgaan, maar er zijn dringend helpers nodig.
Maar als leken voorgaan, kan dus de eucharistie op dat moment niet meer gevierd worden.
Dus is het beter om alle uitvaarten zonder de eucharistie te houden. Je kunt toch niet gaan stellen: voor de ene wel met de mis en voor de nadere niet, dat zou pas discriminatie zijn, want voor God zijn allen gelijk.
Maar wel moeten wij de kans geven om de eucharistie de volgende zondag te houden voor de overledene, indien men dit wenst uiteraard.
En versta heel de zaak zeker niet verkeerd.
Bij de dood van christenen is de eucharistie zeker zeer waardevol.
Trouwens, waar is de levende Heer ons meer nabij als daar waar wij in Zijn naam en op Zijn woord het brood breken?
Dus voor wie dat blijft inzien, is de eucharistie van de volgende zondag voor uw overleden familielid of vriend zeker een must. Dat wil je dan zeker niet missen!
Al deze gedachten heb ik voor u allen willen samenvatten, na veel gesprekken hierover met de priesters en pastorale verantwoordelijken van deze streek.
Joris Hardiquest,
Pastoor-deken.
|