SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 33de week van 2018

Parochie
St.-Jan Baptist

 

Akten BS en PR
Heist-op-den-Berg

Booischot

Akten BS en PR
Putte & Beerzel

Akten BS en PR
Baal
Tremelo
Werchter
Keerbergen

Akten Bierbeek
Korbeek-lo
Lovenjoel
Ophelp

Inhoud blog
  • Familieberichten
  • Infogids Schriek
  • Bijdragen van Jan De Belser (9)
  • Bijdragen van Jan De Belser (8)
  • Bijdragen van Jan De Belser (7)
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Bijdragen van Jan De Belser (6)
  • Bijdragen van Jan De Belser (5)
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Oproep aan de genealogen.
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Overlijdens 2015-17
  • Overlijdens 1561-1575
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
  • Dopen 1823-1826
  • Dopen 1826-1827
  • Dopen 1828-1830
  • Dopen 1830-1833
  • Dopen 1833-1836
  • Dopen 1836-1839
  • Dopen 1839-1842
  • Dopen 1842-1846
  • Dopen 1846-1849
  • Dopen 1849-1852
  • Dopen 1853-1856
  • Dopen 1856-1860
  • Dopen 1860-1863
  • Dopen 1863-1865
  • Dopen 1866-1867
  • Dopen 1867-1869
  • Dopen 1869-1871
  • Dopen 1871-1872
  • Dopen 1872-1874
  • Dopen 1874-1876
  • Dopen 1876-1878
  • Dopen 1878-1879
  • Dopen 1879-1880
  • Dopen 1880-1881
  • Dopen 1881-1882
  • Dopen 1882-1883
  • Dopen 1883-1883
  • Dopen 1883-1884
  • Dopen 1884-1885
  • Dopen 1885-1886
  • Dopen 1886-1887
  • Dopen 1887-1888
  • Dopen 1888-1888
  • Dopen 1889-1889
  • Dopen 1889-1890
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    01-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Infogids Schriek

    Stratenplan + Buienradar


    Aanvullingen van de laatste dagen!
    Deze akten staan nog niet op Zoekakten.nl of op de BS of de parochieregisters van het Rijksarchief. Cursieve vermelding.

    17 augustus : 30 Doopakten PR Heist

    16 augustus : 30 Geboorteakten BS Booischot + 1 familiebericht
    15 augustus : 30 Geboorteakten BS Heist
    14 augustus : 30 Geboorteakten BS Putte
    13 augustus : 30 Geboorteakten BS Booischot
    12 augustus : 30 Overlijdensakten BS Heist
    11 augustus : 30 Geboorteakten BS Beerzel
    10 augustus : 30 Overlijdensakten BS Heist
    9 augustus : 30 Geboorteakten BS Booischot
    8 augustus : 30 Doopakten PR Heist
    7 augustus : 30 Overlijdensakten BS Putte
    6 augustus : 30 Overlijdensakten BS Heist
    5 augustus : 30 Geboorteakten BS Booischot
    4 augustus : 30 Overlijdensakten PR Tremelo
    3 augustus : 30 Geboorteakten BS Heist
    2 augustus : 30 Overlijdensakten BS Putte
    1 augustus : 30 Overlijdensakten BS Booischot
    31 juli : 30 Geboorteakten BS Heist
    30 juli : 30 Geboorteakten BS Putte
    29 juli : 30 Geboorteakten BS Booischot
    27 juli : 30 Geboorteakten BS Heist
    26 juli : 30 Geboorteakten BS Beerzel
    25 juli : 30 Geboorteakten BS Heist + 1 familiebericht
    24 juli : 30 Geboorteakten BS Booischot
    23 juli : 30 Geboorteakten BS Putte
    22 juli : 30 Doopakten PR Heist
    21 juli : 30 Geboorteakten BS Heist
    20 juli : 30 Geboorteakten BS Booischot
    19 juli : 30 Overlijdensakten BS Putte
    18 juli : 30 Geboorteakten BS Putte
    17 juli : 30 Geboorteakten BS Heist
    16 juli : 30 Geboorteakten BS Heist
    15 juli : 30 Geboorteakten BS Putte
    14 juli : 30 Geboorteakten BS Booischot
    13 juli : 30 Doopakten PR Heist
    12 juli : 30 Geboorteakten BS Putte
    11 juli : 30 Geboorteakten BS Booischot
    10 juli : 30 Overlijdensakten BS Putte + 2 familieberichten
    9 juli : 30 Overlijdensakten BS Heist + Klappers Heist (overl.) : 30 akten
    8 juli : 30 Overlijdensakten BS Booischot
    7 juli : 30 Overlijdensakten BS Heist + 10 Overlijdens Groot-Putte
    6 juli : 30 Overlijdensakten BS Beerzel + 10 Overlijdens Groot-Putte
    5 juli : 30 Geboorteakten BS Booischot + 10 Overlijdens Groot-Putte
    4 juli : 30 Geboorteakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 31 akten
    3 juli : 30 Overlijdensakten BS Putte + 1 familiebericht
    2 juli : 30 Overlijdensakten BS Booischot + 1 familiebericht
    1 juli : 30 Geboorteakten BS Heist + 1 familiebericht
    30 juni : 30 Overlijdensakten BS Beerzel + GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK Bl. 86

    6810 nieuwe akten in 2018 + Klappers Heist : 1686 akten + Gezinnen Booischot : 1165 akten - Overlijdens Groot-Putte : 380 personen

    10.000 nieuwe akten in 2017 + Klappers Heist : 305 akten + Gezinnen Booischot : 259 akten
    9428 nieuwe akten in 2016
    7000 nieuwe akten in 2015 !!!!

    Bijlagen:
    COPYRIGHT.doc (24.5 KB)   



    01-07-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    08-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Familieberichten



    Na een eenvoudig leven, rijk aan toewijding, is van ons heengegaan

    de heer

    Georges Pelgrims

    echtgenoot van mevrouw Helena Verschoren

    Lid van Ziekenzorg Grootlo en het Davidsfonds

    Geboren te Schriek op 17 april 1934 en er thuis zachtjes van ons heengegaan op 14 augustus 2018.


    De plechtige uitvaartliturgie rond de asurne, waarop u vriendelijk wordt uitgenodigd, heeft plaats in de parochiekerk van Sint-Jan Baptist te Schriek op woensdag 22 augustus 2018 om 10 uur.

    Gelegenheid tot groeten in de kerk vanaf 9.40 uur.

    De begraving van de asurne geschiedt aansluitend in het urnenveld op de begraafplaats van Schriek.

    Er is gelegenheid om in aanwezigheid van de familie Georges te groeten op maandag 20 augustus 2018 van 18.30 uur tot 19.30 uur in het funerarium De Ryck, Werftsesteenweg 6 te Heist-op-den-Berg.

    Dit melden u:

    Helena Verschoren,
      zijn echtgenote,

    Patrick en Christel Pelgrims - Van den Bosch,
      Jorn Van de Sande,
      Dieter Van de Sande,
    Rudy en Sze Fuen Pelgrims - Woon,
      zijn kinderen en kleinkinderen.
       Zijn zusters, schoonbroers, schoonzusters, neven en nichten.


    De families Pelgrims, Verschoren, Verhaegen en Van den Broeck.

    Met dank aan de huisdokter en het thuisverplegingteam voor de goede zorgen.

    Gedachtenisviering vanwege de parochie op zaterdag 15 september 2018 om 19 uur.


     ROUWPRENTJES & ROUWBRIEVEN 
    - SCHRIEK -
    2018


    Ruymaekers Jan Emiel ° Putte 1938.06.16 † WZC Hulshout 2018.01.02 echtgenoot Bogaerts José (B)
    Op de Beeck Irma ° Schriek 1932.08.14 † AZ Bonheiden 2018.01.02 weduwe Meulders René (B)
    Van Looveren Annette ° Wuustwezel 1945.10.19 † AZ Bonheiden 2018.01.09 weduwe De Meulenaere Jozef (B)
    Op de Beeck Poldine ° Schriek 1927.03.22 † WZC Beerzel 2018.01.11 weduwe Verhoeven Frans (B)
    Van Eyken Celine ° Tremelo 1926.08.02 † AZ Bonheiden 2018.01.13 weduwe Verbeeck Albert (B)
    Van Roosbroeck Hilda ° O.-L.-V.-Waver 1935.08.20 † AZ Bonheiden 2018.01.13 (B)
    Verhaegen Gaston ° Heist-op-den-Berg 1946.05.25 † Schriek-Grootlo 2018.01.21 (B)
    Van Noten Fons ° Keerbergen 1927.01.16 † WZC Tremelo 2018.01.28 (B)
    Geets Walter ° Bonheiden 1954.07.19 † Schriek 2018.01.30 echtgenoot Hendrickx Godelieva (B)
    Van Craen Irene ° Schriek-Grootlo 1929.06.15 † WZC O.L.V.-Waver 2018.02.04 weduwe Brabants Gaston (B)
    Volckaerts Julia ° Schriek 1932.09.12 † WZC Tremelo 2018.02.06 weduwe Wauters Juul (B)
    Verschueren René ° Schriek 1933.07.22 † AZ Bonheiden 2018.02.07 echtgenoot Van der Veken Maria (B)
    Guldentops Frans ° O.L.V.-Waver 1928.09.16 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.02.17 weduwnaar Ruymaekers Julia (B)
    Verelst Maria ° Keerbergen 1927.12.04 † AZ Bonheiden 2018.02.20 weduwe Timmermans Jef (B)
    Janssens Florentine ° Schriek 1927.09.03 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.03.08 weduwe Wouters René (B)
    Vermeylen Lutje ° Keerbergen 1953.05.19 † AZ Bonheiden 2018.03.12 echtgenote Van den Wijngaert Lily (B)
    Vermeulen Julius ° Schriek 1923.05.25 † WZC Putte 2018.03.11 weduwnaar Ceuppens Maria (B)
    De Weerdt Annie ° Schriek 1944.12.28 † Schriek 2018.03.11 (B)
    Albert Hilda ° Baal 1934.05.10 † WZC Begijnendijk 2018.03.13 weduwe Van den Put Emiel (B)
    Verhoeven Louisa ° Schriek 1923.09.01 † WZC Rotselaar 2018.03.23 weduwe Beckx Frans (B)
    Huygens Ivonne ° Schriek 1927.05.28 † AZ Bonheiden 2018.03.28 echtgenote Delen Willy (B)
    Feyaerts Julia ° Schriek 1935.09.17 † AZ Bonheiden 2018.03.30 (B)
    Feyaerts Paul ° Schriek 1960.04.02 † Tremelo 2018.04.04 echtgenoot van Van Rompuy Emmy (B)
    Geeraerts Ivonne ° Schriek 1929.11.21 † WZC Sint-Katelijne-Waver 2018.04.08 weduwe Verschueren Dolf (B)
    Vervloesem Edgard ° Heist-op-den-Berg 1936.05.30 † WZC Wiekevorst 2018.04.21 weduwnaar Van Itterbeeck Maria (B)
    Verschoren Leon ° Schriek 1934.05.04 † Schriek 2018.04.23 weduwnaar Leys Maria (B)
    Engels Yvonne ° Hever 1923.12.23 † WZC Tremelo 2018.05.04 weduwe Verreth Jef (B)
    Geeraerts Jos ° Leuven 1938.03.12 † AZ Bonheiden 2018.05.10 echtgenoot Bernaerts Hilda (B+P)
    Op de Beeck Celestine ° Tremelo 1936.09.19 † AZ Bonheiden 2018.05.13 echtgenote Verhaegen Jos (B)
    Gijbels Agnes ° Antwerpen 1951.04.04 † AZ Zwolle (NL) 2018.05.20 echtgenote Verstraeten Leon (B)
    Van Oosterwijck Germaine ° Tremelo 1925.12.01 † AZ Bonheiden 2018.05.24 weduwe Goossens Mil (B)
    Schoovaerts Maria ° Rijmenam 1931.05.23 † WZC Wiekevorst 2018.05.25 weduwe Eskens Jan (B)
    Van den Dries Nand ° O.L.V.-Waver 1941.04.20 † Schriek 2018.05.25 echtgenoot Lens Jacqueline (B)
    Volders Pascal ° Bonheiden 1977.05.15 † Grootlo 2018.05.29 (B)
    Van den Put Angele ° Schriek 1929.03.21 † Schriek 2018.05.30 weduwe Verhaegen Jos (B)
    De Preter Staf ° 1937.03.20 † 2018.06.15
    Van den Put Helena ° Schriek 1922.07.17 † Schriek 2018.06.17 echtgenote Van Espen Emiel (B)
    Vereycken Debbie ° Bonheiden 1983.11.08 † Tremelo 2018.06.27 partner Hubin Bram (B)
    Nys Fons ° Schriek 1941.06.05 † WZC Tremelo 2018.06.29 echtgenoot Van Dyck Josephine (B)
    Van Loock Lea ° Schriek 1947.05.10 † AZ Bonheiden 2018.07.01 echtgenote Frans André (B)
    Van Mechelen Emile ° Schriek 1954.01.28 † Heist-op-den-Berg 2018.07.09 (B)
    Liekens Mariette ° Beerzel 1937.09.13 † Schriek-Grootlo 2018.07.09 weduwe Van den Eynde Georges (B)
    Wouters Cyriel ° Schriek 1931.11.06 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.07.24 echtgenoot Van Eyken Angele (B)
    De Coster Jeanne ° Leuven 1933.09.19 † Grootlo 2018.07.28 echtgenote Van Dessel Leon (B)
    Van den Acker Alfons ° 1941.02.03 † 2018.08.04

    wordt vervolgd



    08-07-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    24-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (9)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 



    Bl. 85

    Daarop heeft hij Schriek voor goed verlaten en zich te Antwerpen gevestigd. Hij vermaakte (verkocht) het kasteel aan zijn zuster gravin Julia Maria Josephina van der Stegen. Haar neef baron van Oldeneel tot Oldenzeel bracht er alsdan eenige zomers door. Bij haar dood in 1896 gingen kasteel en bijhoorend goed over aan graaf Rudolf, zoon van Albert. Bij verkooping in 1926 kwam het kasteel in bezit van den hr. August De Roy. Graaf Albert van der Stegen overleed in 1875 en werd te Schriek begraven.

    AANHANGSEL XXXII.

    Bij het aanleggen van den steenweg Putte-Schriek (1864) viel de kapel van St. Bernardus,- reeds op een kaart van de 18e eeuw aangeteekend,- binnen de rooilijn en moest weggeruimd worden. Er werd door de plaatselijke overheid besloten, ter plaatse, maar buiten de rooilijn, op 't gemeenteerf een nieuwe kapel te bouwen. Dat gebeurde in 1865. De kosten van dat werk werden gedragen : 300 Fr. door het gemeentebestuur en 200 Fr. door de kerkfabriek.

    AANHANGSEL XXXIII.

    In 1873 werd de dekenij Heist-op-den-Berg ingericht. Zij bevat de parochiën : Beersel, Booischot, Hallaar, Heist, Itegem, Putte en Schriek; afgenomen van de dekenij Lier,- Houtvenne, vroeger behoorend tot de dekenij Aarschot,- Hulschout voorheen afhangend van de dekenij Geel,- en Wiekevorst van de dekenij Herentals. Eerste hoofd der nieuwe dekenij : de Z.E.H. Van Bulck.

    AANHANGSEL XXXIV.

    Tot in 1878 was het onderwijs der jeugd toevertrouwd aan onderwijzers. In dit jaar werd hier een vrouwenklooster gesticht van de Zusters der Christelijke scholen (moederhuis Vorselaar). Twee dezer zusters werden als gemeenteonderwijzeres benoemd en betrokken met de meisjes de pas gebouwde school.
    VRIJE KATHOLIEKE SCHOOL. - Bij het in voege treden der schoolwet van 1879 gaven de Zusters hun ontslag en verlieten de schoolwoning. Bij de opening der vrije school zijn twee relegieuzen van dezelfde orde hen komen vervoegen en van dat oogenblik tot in 1884 zijn zij door de geestelijke overheid gelast geweest met het onderwijs aan jongens en meisjes. Voor de meisjes werd voorloopig klas gehouden in een gehuurd huis en voor de jongens in een woning kosteloos ter beschikking gesteld door den hr. Victor De Veuster, tot dat de vijf nog bestaande klassen, aan welke men onmiddelijk begon te bouwen voltrokken waren. Bij het in werking treden der wet van 1804 hebben de religieuzen afgezien van het onderwijs aan de jongens en is de meisjesschool aangenomen door de gemeente. Gedurende 10 jaren hebben de Zusters kosteloos een huis bewoond, dat toebehoorde aan Mevr. Wwe Goossens-Rijmenamts en hare kinderen Engelbert en Josephina. Sedert 1897 bewonen de religieuzen het klooster door deze weldoeners bij hun klassen gebouwd.

    Bl. 86

    De woning der meisjesschool is in 1879 ter beschikking gekomen van een onderwijzeres, die ambtshalve (door het hoogere bestuur) benoemd was, wijl het gemeentebestuur (4-10-1879) besloten had "zich te onthouden van over te gaan tot de benoeming eener onderwijzeres."
    VERDERE REGELING VAN 'T ONDERWIJS. Bij beraadslaging van 6 October 1884 : a) Werd de gemeentejongensschool met haar personeel behouden;- b) werd, zooals hooger gezegd, de vrije meisjesschool door het gemeentebestuur aangenomen met een globale toelage van 2800 Fr. per jaar;-c) werd de gemeentemeisjesschool, die 9 leerlingen telde, afgeschaft en de onderwijzeres in beschikbaarheid gesteld.
    Wij gelooven niet dat de schoolwet van 1879 in Schriek zooveel haat en tweedracht heeft gezaaid als op sommige andere plaatsen, maar we meenen dat zij zeer nadeelige gevolgen heeft gehad voor 't onderwijs en de opvoeding der jeugd. In 1894 hebben de jongens het oud gemeentelokaal in de dorpskom verlaten, en zijn naar de gerneentemeisjesschool overgetrokken. Heden (1940) telt die school 6 klassen.

    AANHANGSEL XXXV.

    Bij de teruggave in 1820 van de door de Fransche republiek aangeslagen pastorale goederen, werd de pastorij toegekend aan de gemeente. En thans, 1879 verklaart de Bestendige Deputatie (prov.Raad) de pastorij eigendom der kerk. De reden van deze beslissing kennen wij niet. Heeft men in oude oorkonden, dat de pastorij opgebouwd werd door den E.H. Snoeckx (1775), zonder dat de Staat, de gemeente óf eenig openbaar bestuur in de onkosten van opbouw hebben bijgedragen?

    AANHANGSEL XXXVI.

    Het nr. 198 van den "Geordend inventaris van de parochieregisters en oorkonden", in 't Latijn op perkament geschreven, draagt voor opschrift : VONNIS TEGEN JOANNA DE RIDDER VOOR HET "OVERLEZEN". De korte inhoud van dit stuk komt hierop neer :
    Een genaamde Joanna de Ridder, verlaten echtgenoote van Joannis Adriaenssens, heeft voor het geestelijk gerechtshof (1) bekend, dat zij sedert verscheidene jaren zich bezig heeft gehouden met bezweringen tegen kwalen onder mensch en dier, dat zij het lichtgeloovig volk wijs maakte en overtuigde dat bedoelde menschen en dieren door .een vreemden geest bezeten waren, dat zij dien geest zag onder verschillende gedaanten als een wagen van duiven, zelfs als een doode, die op haar aanspreken antwoordde. Dat zij te dien einde misbruik maakte van kerkelijke ceremoniën en gebeden, - niet alleen in het dorp Willebroek, waar zij woonde, maar ook in de omliggende en meer verwijderde plaatsen, zooals Leest, Effen (Heffen), Humbeek St. Martinus en Schriek.

    wordt vervolgd


    24-06-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    23-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (8)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 



    Bl. 73

    AANHANGSEL XII.

    In 1700 overleed de koning van Spanje kinderloos, op zijn sterfbed wees hij een Fransche prins als opvolger aan, alhoewel volgens overeenkomst tusschen de belanghebbenden, de Nederlanden aan Oostenrijk zouden komen. Van daar conflikt. Fransche troepen bezetten onze streek en wierpen een verdedegingslijn op van de Maas naar de Schelde. Marlborough, opperbevelhebber van het Engelsch-Nederlandsch leger veroverde die versterking gedeeltelijk in 1705. De Franschen trokken terug achter de Dijle en maakten een nieuwe lijn versterking van den Demer naar de Nethe te Lier. Op die lijn zou de beslissing vallen. Van daar dat de plattelandsche bevolking zich verschanste. Gelukkig verliet de Fransche generaal onze streek en werd wat later door Malborough (1) verslagen te Ramillies (zuiden der provincie Brabant).(A.B.310).

    AANHANGSEL XIII.

    De vagebond Adriaan Schuermans, te Heist geboren, leefde aldaar tijdens de Brabantsche en Fransche omwentelingen, gelijk God in Frankrijk. Ook diende hij meestal voor kinderschrik: Als hij ergens in kant of bosch gezien was, vluchten al de kinderen uit den omtrek weg. Met zijn langen, ongekamden baard en haarbos, zijn gekromden rug en verhakkelde kleederen scheen hij eerder zeventig dan wel vijftig jaren oud. Om van hem ontslagen te zijn schreef de schout van Heist hem in bij de pionniers die opgeeischt werden om te gaan arbeiden aan de versterkingswerken te Nieuwpoort.-"Ik heb nooit een schup in mijn handen gehad, zei hij, en ook niet in de kruiwagen gestaan, en nu zou men mij, in mijn ouden dag, nog willen doen doodwerken, maar 't zal geen waar zijn, zulle!" - En eer 't morgen werd, was hij ontsnapt. En, terwijl de overigen op weg gingen naar hun bestemming, onder geleide van de gewapende macht, stond Schuerman te midden van den berg, met de armen gekruist, en leunend tegen den paal, waaraan hij vroeg een geeseling had onderstaan. In 1765 was Schuerman te Heist gegeeseld en uit de Vrijheid van Heist gebannen. In 1769 werd hij andermaal gegeeseld, gebrandmerkt en uit de Nederlanden gabannen,- en in 1774 te Brussel nogmaals gegeeseld, gebrandmerkt en uit al de landen van Hare Majesteit gebannen.( Uit het nieuwsblad " Onse Swane" April 1900).

    AANHANGSEL XIV.

    PROCES OVER 't BEZIT VAN DE KAPELLEHEIDE.
    Aanleiding tot dit proces : Ingevolge het decreet van Maria Theresia, Keizerin van Oostenrijk, dat aan de dorpsheeren toeliet beslag te leggen op de onbebouwde en braakliggende gronden en heiden, wilde vermelde heer van der Stegen, baron van Putte en heer van Schriek, zich deze deels tot kultuur gebrachte en op andere wijze benuttigde heide toeeigenen om die met boomen te beplanten. De gemeente verzettede zich daar tegen. Zij beweerde dat die heide altijd haar eigendom geweest was en ze altoos gebruikt had om er schadden te steken, klei uit te halen, haksel en houtmijten op te zetten, koeien te laten grazen; dat zij op dezelve een verschanste plaats bezat, voorzien van grachten en wallen om in oorlogs- en onveilligen tijd met have en vee in te vluchten.

    (1) In onze kinderjaren hoorden wij grootvader dikwijls zingen "Malbroek trok naar den oorlog, mironton, mironton, mirontaine,- Malbroek trok…."

    Bl. 74

    Uit enkele stukken van het lijvig dossier halen wij hier eenige getuigenissen aan.

    GETUIGENISSEN.

    1.- Getuigen Pieter Holemans en Goswinus Verbeeck verklaren dat zij twee mannen van den heer hebben zien putten maken op zekere uitgegeven en opgebroken heide, competeerende aan de gemeente Schriek, genaamd "capelleheide".

    2.- Op 14 Oktober 1770 werden Antoon Van den Bosch en Frans Somers bij het opmaken van grachten op vermelde heide "gecallengiert" door Joes Holemans officier van Schriek die hem daarbij verbood voort te werken.

    3.- Getuige is in Schriek ende Grootloo geboren, heeft daar gewoond en alsnu wonende te Ramsel, - attesteert dat alsdan de heide, genaamd "capelheide", altijd wegens de gemeente is gebruikt geweest, hij daarop heeft hij daarop heeft gehakt, leem gestoken, hakselhoopen opgezet, schadden gestoken; dat zijn vader met zekeren Blasius Geens daar heeft gebaggerd volgens het zeggen van zijn vader; voorts deponneerd hij altijd gezien te hebben een uitgegraven hofken, genaamd het "Lazernijchofken" , recht tegenover de vluchtschans, alwaar hij deponeert den lesten gepasseerden oorlog hij is op gevlucht geweest, beneffens zijn ouders met al hun mobilieren, effecten en hoornvee, verklarende dat er geen andere gemeenteheide is, in den tr… van den dorpe van de "capelheide" welke heide van geen afgezetenen is ged…. ofte daaraan geen gezag en hebben dan enkelijk de gemeentenaren van Schriek ende Grootloo.
    Verleit binnen Ramsel den 17 Mey 1771»
    (get) Fracis Van Hove.

    4.- De 24 Mey 1771 verklaarde Jan Verschueren, Janszone, inwoner van Schriek ende Grootloo, oud 78 jaren, wezende gekend voor een eerlijk en deugdelijk man van goeden naam en faam, dat hij in 1705 is geweest op den Moeleschrans, gelegen in de capelheide, op welke schans waren gevlucht veel ingezetenen van Schriek ende Grootloo met hunne koeibeesten, meubelen andersints; dat daar door de gevluchte dieren schade werd veroorzaakt waarvan kennis werd gegeven aan den meulder Pieter Van den Broeck, die zeide dat die zaak de gemeente aanging. Voorts attesteert comparant dat hij verscheidene reizen van zijn vader zaliger heeft hooren zeggen dat hij, in persoon met alle alsdan zijnde gemeentenaren die voorzeide vluchtschans heeft helpen uitgraven en de vesten heeft helpen schieten. Voorts dat deze laatste van wijlen Joes Verschueren zijn gewezen wettigen vader heeft hooren zeggen dat alhier tot Schriek ende Grootloo heeft geweest een arme Lazarus met naam in 't vlams "Jockbloet", endat de armmeester aldan zijnde en geweest hebbende de eigen grootvader van hem attestant, in kweste was tegen het voorzeide dorp over het houden en alimenteeren van den voorzeiden Lazarus; dat alsdan de gemeentenaren met den voorzeiden armmeester eindelijk hebben gesloten van in de voorzeide gemeenteheide een hofken op te graven en daar een huisken op te stellen, waarin die voorzeide Lazarus ook gewoond heeft, en dat het uitgegraven hofken van toen af tot op den dag van heden altijd heeft den naam behouden van Lazarushofken,

    Bl. 75

    hetwelk omtrent 200 of meer jaren zoude geleden zijn, alzoo zijn vader den ouderdom van 80 jaren heeft bereikt ende zijn grootvader nog ouder, eer zij zijn gestorven, - gevende hij attestant voor redenen van wetenschap, dat hij alles hetgene voren staat, met zijne oogen heeft gezien en hetzelve gehoord, bereid wezende, des aanzocht zijne, deze attestatiën voor alle heeren, God, wetten en gerechten te vernieuwen en zelfs met eede te bevestigen.
    Aldus gedaan en geattesteerd binnen Grootloo ten woonhuize van den voorz. Attestant, ter presentie van Jan De Wever en Dries Van der Auwera, beiden daartoe als getuigen aanzocht.
    Waren onderteekend Jan Verschueren, alsnog met een kruisken waar onder stond geschreven : dat ist handmerk van Jan De Wever, (item) Andries Van der Auwera.
    Leeger stont.
    Diensvolgens compareerde voor mij, notaris, Joanna Geens, Blasius dochter, wedwe. van wijlen Peeter Claes, inwoonderesse van Begijnendijk, ressort der stad Aarschot oud omtrent 79 jaren, wezende gereputeerd voor een eerlijke en deugdelijke vrouw, welke heeft verklaard zonder predilectie en indictie van iemand dan alleen in faveur van justitie en ten verzoeke van de heeren wethouders ende gemeentenaren van Schriek ende Grootloo, waarachtig te wezen, dat zij met hare ouders tot Schriek is komen wonen als zij … oudt was en voorts aldaar gewoond omtrent 6 of 7 jaren, ten welken tijde zij aldaar ook wonende, heeft gezien dat zekere heide, gemeenlijk gemaand de “capelheide", altijd vanwege en door de voorzeide gemeentenaren is gebruikt geworden en daarop dezelve gemeentenaren heeft zien graven en leem steken, hakselhoopen zien opstaan ende schalle zien opsteken en van dezelve gemeentenaren daar op houtmijten gezien. Voorts verklaart zij dat haar vader wijlen Blasius Geens differente reizen op de voor de heide baggaert opgestoken en gew…,dat zij altijd ten tijde op deze wonende, heeft gezien een ..... hofken in de voorzeide kapelheide, genaamd het "Lazernijchofken" recht tegenover de vluchtschans, alwaar de molen van Schriek op staat; voorders dat zij in den jare 1705 met hare ouders aldaar is op gevlucht geweest, met hare ouders, koeien en huisraad, als wanneer het zoo heet was dat zij hunne koeien met water moesten begieten om de groote hitte; - verklarende voorders dat er geen andere gemeenteheide in Schriek en was als de voorseide kapelheide en dat dezelve gemeenteheide nooit van eenigen afgezeten is gebruikt geworden ofte daarvan iet hebben gehaald voor hun eigen,- bereid wezende des aanzocht zijnde, deze hare attestatiën voor alle heeren, God, wethouders en gerechten te vernieuwen en met eede te bevestigen.
    Aldus gedaan, geattesteerd ende gepasseert binnen voorz. Begijnendijk ten woonhuize van attestante ter presentie van Jan Op de Beek en Jan Verhaegen, inwoonders van Begijnendijk.
    Waren onderteekend met een kruisken waaronder stond geschreven; dat is handmerk van Jan Op de Beeck, item Jan Verhaegen.
    (get) Joannes Van Hove notaris.

    Bl. 76

    5.- Te Schriek ende Grootloo geboren, in huwelijken staat, 58 jaar oud, gewoont tot 1733 dan naar Heist getrokken, verklaart dat de capelheide van wege de gemeentenaren is gebruikt geweest, daarop hebben gehakt, leem gestoken, hakselhoopen op gezet, schobben op gezet, zonder dat van den heer aldaar ooit eenige stoornisse aan de gemeente is gedaan geweest of nooit heeft hooren zeggen dat de heer daar eenig recht tot zou hebben ;-dat hij te Schriek ende Grootloo elf jaren lang de secretarije als geëeden klerk heeft bediend en de boeken zoo van XXn pen., conincx beden en andere lasten heeft ge…,- alwaar nog van dezelve capelheide een parceèl in hure staat in G… aldan gebruikt wordende door Frans Somers en nadere bij zijn zone ook Frans Somers genaamd, hetwelk nu in de veertig jaren is geleden.
    Dit proces eindigde met een transactie, waarbij een afbeeldende kaart opgemaakt is, die heden (1936) op 't Staatsarchief te Antwerpen berust.

    LAZARUSHOFKEN.

    Tijdens onze kinderjaren zagen we in de schoei eens een grondplan hangen van de gemeente Schriek. Daarop waren al de perceelen grond : bouwland, beemd, bosch, zelfs wegen en gebouwen afgebeeld en genummerd. Omtrent in 't midden van de afbeelding der perceelen Nrs 450 en 452, die samen het bijna vierkant veld voorstelden, dat in de Leuvensche baan tegenover de molenschrans ligt,- was een bijna cirkelvormig perceeltje afgelijnd met het nr. 451 en den naam LAZARUSHOFKEN bij,- naam die ons beteekenisvol voorkwam, en des te zonderlinger doordien buiten op dit veld geen spoor te zien of te vinden was van een ingesloten of afgezonderd perceeltje. Nadat we enkele jaren later kennis hadden gekregen van 't bestaan van "lazer(n)ijen" of "pesthuizen" in vroegere eeuwen, vermoedden we dat op 't bedoeld perceeltje ook een "leprozenhuis" moest bestaan hebben en dit vermoeden werd bewaarheid door deze aanteekeningen van den hr. Jan Op de Beeck.
    Uit de getuigenis van dit proces(1) afgelegd, verneemt men dat de plaats voor den Molenschrans, die thans (1902) nog "Lazarushofken" heet, een verhevenheid was, waar een pesthuis was opgericht in hetwelk de personen, die met melaatschheid of een andere ongeneesbare ziekte geslagen waren, van de nadere burgers afgezonderd werden, en dat er nog in de 17de eeuw opvolgenlijk meer dan een Lazarus (lépreux) verbleven heeft. Bij het afvoeren der verhevenheid in 1845 heeft men er kruisen ontgraven, waaruit wij besluiten mogen dat Lazarushofken ook diende tot begraafplaats van de afgezonderde melaatschen."
    Het veld waarop dit hofje ingesloten lag, behoorde aan de gemeente, maar 't hofje zelf aan 't Armbestuur. De gemeente heeft dit stukje grond in 1875 afgekocht mits 270 fr. en in 1929 werden daarop een twaalftal noodwoningen opgericht. Nadere bijzonderheden nopens het getal, de levenswijze en het lot dier ongelukkigen, het tijdstip, waarop de laatste leproos er verbleven heeft, zijn ons niet gekend.

    Bl. 77

    Wij moeten veronderstellen, dat hier ter bestrijding dier vreeselijke kwaal dezelfde maatregelen werden genomen als elders.(Zie A.B.140. LL.I.225 - Pater Damiaan op Molokai).
    Zonderling samentrefen : Een kapelaan van St. Gom.kerk te Lier, een bijzondere weldoener der melaatschen - hij liet een derde zijner goederen na aan het Lazarusgodshuis - en de eerste melaatsche in Schriek, droegen denzelfden naam "Jonckbloet."

    (1) Proces over 't bezit der "Kapelheide".(1771-'76)
    (2) Volgens den kadastr. legger had dit hofje een oppervlakte van 6,75 aren.


    AANHANGSEL XV.

    't Was in den tijd der Patriotten (1789). J.B.Pansius, schout van Heist en hevig keizersgezind ( Oostenrijk), -fel verbitterd op J.F. Heylen, schepen en notaris te Heist, en vurig patriot, -snauwde aan dezen laatste toe: "Gij spreekt altijd tot naerdeel van den keizer, meynt gij dat ick geene spions en hebbe, ick hebbe ze van alle kanten ; gij zijt van daegh weer bij den onderpastoor van Schriek geweest, die een VERMALEDIJT BACKHUIS heeft (L.L.II,149)

    AANHANGSEL XVI.

    Naar aanteekening van den hr. Alf. Cools werden de pastoreele goederen aangeslagen in 1797. Ook zou dit jaar de kerk van Schriek gesloten zijn. We vonden over dit sluiten nergens iets vermeld; wel dat ze door de inwoners opengebroken werd en er de kerkelijke diensten weder in verricht werden : "Op Zondag 15 Juli 1798 waren de geloovigen weder vergaderd in de kerk. Een patroelje Fransche gendarmen van Heist, die haar ronde maakte en daarop uit kwam werd op een hagelbui steenen onthaald en vluchtte weg. Een ambtenaar die van dit feit kennis kreeg, schreef ;"Het inwendige der kerk was heelemaal door de inwoners ingenomen ; het altaar was versierd en verlicht; ik weet niet of het een derviche was of een weggeloopen Minderbroeder die den dienst deed, want nauwelijks vertoonde gendarmerie zich, of men wierp met steenen naar haar en zij zag zich verplicht voor de overmacht te wijken. Zij had slechts den tijd een schuilplaats te vinden bij den agent, die van het misdrijf geen verslag wilde opmaken.(Volgens August Thijs.)

    AANHANGSEL XVII.

    Wellicht is de pastorij niet verkocht bij gebrek aan koopers-liefhebbers. Die van Booischot geraakte den 3den zitdag verkocht. De Kerk van Hallaar den 3den Juni 1799 verkocht, werd in Februari 1819 teruggekocht.(L.L.)

    Bl. 78

    AANHANGSEL XVIII.

    Tijdens de laatste jaren der 18de eeuw,- dus hoorden wij van ouderlingen vertellen, die het van hun ouders hadden vernomen,- nestelde in de bosschen van Pijpelheide een rooversbende, die de omstreken onveilig maakte, reizigers en kooplieden uitschuddede, afgelegen hoeven en huizen, waar wat te vinden was, innam, en er niet van terugdeinsde, bij verzet, lieden te martelen en te dooden (L.L.II.188)- maar die,- werd er bijgevoegd aan meerdere inwoners der omstreken, vooral aan hen die zich bij nacht of duisternis ter markt naar Aarchot, Diest of elders begaven en zich op voorhand aanmelden,- mits betaling eener zekere som, min of meer groot, al naar gelang de persoon geoordeeld werd,- aan dezen een wachtwoord, een afgesproken erkenningsteeken afleverde, zelfs een lid der bende tot vrijgeleide medezond tot beveiliging tegen leden derzelfde bende, die op verschillende plaatsen van hun gebied strooptochten uitoefenden.

    AANHANGSEL XIX.

    Was ons land meermaals het strijdperk waar vreemde legerbenden hunne oorlogsroes kwamen uitvechten, bij het einde der 18de eeuw was het er, zoo niet erger, even erg aan toe, door de dwingelandij van den veroveraar, die daarbij, al met een, de eeuwenoude staatsinrichting kwam afbreken en vervangen door een nieuw regiem. Zooals L.L.II,169 zegt, waren de Franschen ten gevolge van den veldslag van Fleurus nauwelijks meester geworden van den Belgischen bodem, of zij deden op onze streken een dwingelandij wegen, waarvan men geen weerga vindt in de geschiedenis. Zonder omwegen verklaarde men in Frankrijk dat België als een veroverd wingewest moest behandeld worden en de geleden verliezen vergoeden : Het werd verdrukt drukt, uitgeplunderd en van al zijn instellingen beroofd "Wij vinden in een oud stuk het resumé der bijzonderste feiten, als volgt aangestipt :
    "Opeischingen, afpersingen, assignaten, oorlogsschatting, gijzelaars. Roof van kunstvoorwerpen, inlevering van zilverwerk en kerksieraad ; aanslagen en verkoopen van kerke- en kloostermeubelen. Lichting van geldkassen. Verwoesting van den oogst; huiszoekingen; hongersnood; klagen verboden. Inlegering van soldaten. Republikeinsche feesten ; vieren van den decadi. Vergaderingen verboden. Municipaliteiten. Afschaffing van alle oude instellingen : gilden, ambachten, kloosters; verkoop van hun meubelen en eigendommen. Hoogere standen en hun voorrechten afgeschaft. Belastingstelsel van den XXn penning en andere door de grondbelasting vervangen. Kerken en kloosters gesloten; eeredienst verboden; beelden en eereteekens uit kerk en klooster; kruis van torens weggenomen; eed van haat aan 't koningdom van de priesters geeischt; godsdienstoefening in 't geheim; vervolging, oplichting en deportatie van priesters; verkoop van domein-, klooster- en pastoreele goederen; opstand, Boerenkrijg.

    Bl. 79

    Napoleon Bonaparte uit Egypte terug, als redder begroet, Ie consul. Constitutie : nieuwe verdeeling en bestuur. Herstellings- en verzoeningsmaatregelen, Concordaat. Napoleon Keizer : heerschzucht, oorlogen, krijgsopschrijving; réfractaires, gijzelaars, Oneenigheid met Paus; ballingschap. Priesters vervolgd; nieuwe catechismus, gebed "Salvum fac....” Oorlog tegen Rusland : Moscou, slag van Leipzig; Elba, Waterloo."
    Over dit alles vonden wij in de gemeentearchieven niets bijzonders vermeld. Alles bepaalt zich hierin bij eenige cijfers uit statistieken van bevolking, (ingevulde) tabellen over landbouw, nijverheid en onderwijs en bij onderrichtingen nopens het naleven van voorschriften. Eenige stukken uit den "Geordend inventaris van 1890", o.a. Nrs 278 en volgende zouden misschien uit dit tijdstip wel iets bijzonders opleveren.
    Mondelinge overlevering en bijzondere aanteekeningen hebben het een en ander uit dit beroerd tijdperk bewaard : Tijdens onze kinderjaren luisterden wij gretig naar wat grootvader, wiens ouders veel beleefd en meegemaakt hadden, daarover vertelde. En zoo vernamen we :
    1.- Dat het mansvolk eens gedwongen werd een driekleurige "cocarde" te dragen.
    2.- Dat een zijner broeders geboren was "in den tijd als de uilen in de kerk predikten" (gesloten tijd) en gedoopt was in een kamer van …
    3.- Dat een vervolgde priester, bij een boer gevlucht, bij deze in burgerpak op 't veld aan 't werk was, terwijl gendarmen hem kwamen opzoeken, en dat hij dank aan die kleederen, ontsnapte.
    4.- Dat het "zwart goed" dikwijls voor een appel en een ei verkocht werd. In "A.B.479" lezen wij daarover :
    "De vaste goederen worden te Antwerpen verkocht in 't lokaal van 't centraal bestuur, thans provinciaal Gouvernement. Op 16 Pluviose V (4 Febr. 1797) begonnen, werden elke decade twee zitdagen gehouden tot op Germinal VIII (9 April 1800) … Niettegenstaande de verregaande schraapzucht (van 't Fransch bestuur) leverden de veilingen weinig baat op. Vele lieden wilden geene zwarte goederen koopen uit gewetensbezwaar, of uit mangel aan vertrouwen in den nieuwen staat van zaken; en de massa goederen was zoo ontzettend, dat men ten laatste geen liefhebbers meer vond. De voorwaarden waren echter zeer voordeelig, een tiende van den prijs moest aanstonds voldaan worden, vier tienden binnen de vier jaren, en de overige som kon men in papier, requisitie- en restitutiebons betalen, zoodat vele koopers met de pachten der vier jaren gevoegd bij de opbrengst der boomen of de afbraak der gebouwen, de schoonste landgoederen verkregen."
    5.- Dat de ouders van grootvader, een zijner broeders, die reeds langs ingelijfd was, maar nog geen verlof had gekregen, hem naar Kortrijk zijn gaan bezoeken, waar de legerafdeeling tot dewelke hij behoorde, uit "Seppekensbosch" (soldatentaal) = ’s Hertogenbosch aangekomen, eenigen tijd gelegerd bleef, en hem daar in goede gezondheid wederzagen.

    Bl. 80

    6.- Dat een andere broeder, die gedeserteerd was, zich met een of twee kameraden verstoken hield in bremvelden, waar men hun bij duisternis mondbehoeften bracht; dat gendarmen, na herhaald vruchteloos zoeken, zijne ouders aanhielden en deze te Mechelen werden opgesloten; dat zijn gevluchte broeder door een nachtelijken bezoeker daarvan kennis gekregen hebbend ondanks het aandringen zijner gezellen tot desertie,- zich ging aangeven en zijne ouders binnen een week te huis weerkeerden; dat deze laatsten na eenigen tijd een brief ontvingen van een kameraad huns zoons, meldend dat deze te Douai overleden was; dat enkele maanden later de jacht op deserteurs geëindigd was en veel soldaten ongehinderd terugkeerden."
    In 1936 werd ons dit overlijden bevestigd door een akt van volgenden inhoud, die de heer Burgemeester van Schriek ons ten gemeentehuize toonde :

    MAIRIE DE DOUAI.
    Dep. du Nord 6e arrondiss Etat-civil Décès Ars.80,chap. 4 du code Napoleon N° 1516 De Belser François N° 27
    De registre aux actes de Décès a été extrait ce qui suit Le nommé de Belser François soldat au 9me regiment d'artillerie a pied, âgé de dix-huit ans, fils de François et Elisabeth Janson, né à Schrieck, arrondissement de..... Département des Deux-Nèthes, est décédé a l'hospice de l'Hotel Dieu a Douai le trente du mois de juillet an mil huit cent treize.
    Le Maire de la ville de Douai certifie que l'extrait ci-dessus est conforme a l'original. Fait au Bureau de l'état civil, le trente un du mois de juillet mil huit cent treize et signé Bommart.
    Vu par nous Sous-préfet de l'Arrondissement de Douai pour valoir légalisation de la signature de Mr Bommart, Maire de Douai, le deux août mil huit cent treize.
    signé De Croy
    Pour expédition conforme, ce 29 novembre 1813. (s) J.Vermijlen.

    7.- Dat een derde broeder, gelukkiger dan de beide vorigen, na zijn diensttijd wederkeerde. Dezes verlofpas geeft zijn persoonsbeschrijving aan als volgt :
    "Signalement van de Belser Johan, Houder van deze pas.
    Houder dezes zal verpligt zijn, zoodra enz.
    Oud 23 jaren Oogen grijs
    Geboren te Beerzel Neus groot
    Zoon van Pieter F. Mond klein
    En van Elisabeth Jansen Kin rond
    Lengte vijf voet 2 duimen Haar (bruin
    Bedrijf Wenkbrauwen(
    Aangezigt ovaal Merkbare teekenen: een lidteeken aan de linker hand"
    en is geteekend :
    Gezien door den Plaatselijken Kommandant
    (get) …. (onleesbaar)
    De Kommanderende Officier van bovengenoemd Bataillon
    (get) …. (onleesbaar)
    …. te Antwerpen, 16 October 1817.
    De Gouverneur der provincie van Antwerpen.
    (get) …. (onleesbaar)
    Vu à Schrick, le 17 octobre 1800 dix sept.
    (get.) J.N. Vermijlen, maire

    Bl. 81

    Brieven, in ons bezit, gedagteekend: " Weimar 7 Mey 1813,- Dresden , 24 Mey en 13 Juny 1813, aan zijn ouders te Itegem gezonden door Pet. Jos. Papen, behoorend tot de "garde impériale" van Napoléon, en op dezes tweeden tocht naar Rusland verdwenen - waarschijnlijk gevallen in den slag van Leipzig, - alsmede een uittreksel uit de akte van "remplacement" (koop van een plaatsvervanger), gepasseerd voor Jan Ferdinand Van Cauwenberghe notaris te Lier, ten voordeele van Michiel Papen, broeder des voorgaanden -, werpen een klaar licht op het treurig lot der jongheid, die van het eene slagveld naar het andere werd gesleept, op het lijden en de ontberingen van ouders en nabestaanden.

    AANHANGSEL XX.

    Na den slag van Fleurus (1794) stonden wij onder de heerschappij van Frankrijk. Alles werd hier op Franschen voet ingericht : Ons land werd, zooals dit in Frankrijk reeds in voege was, - verdeeld in departementen en deze werden onderverdeeld in kantons. De grenzen der departementen kwamen nagenoeg overeen met die onzer tegenwoordige provinciën. Hier heette het "le département des deux Nethes" met Antwerpen voor hoofdplaats. Het kanton Heist bevatte de gemeenten Heist (met zijn gehuchten Booischot en Hallaar), Beerzel, Houtven, Hulshout, Schriek en Wiekevorst. (1795)
    Wijl Heist door zijn bevolking (minstens 5000 zielen), volgens de grondwet, zelf een municipaal bestuur moest hebben, werden Beerzel en Schriek (met Grootloo) bij het kanton St. Kathelijne-Waver,- Houtven en Hulshout bij dit van Westerloo, - en Wiekevorst bij dat van Berlaar ingelijfd. (1796)
    Ten gevolge van de nieuwe grondwet van 't jaar VIII (einde 1799) werden de departementen verdeeld in arrondissementen, zekere kantons ook gewijzigd : Heist bleef de hoofdplaats van een kanton, dat de gemeenten Heist, Beerzel, Bevel, Itegem, Putte, Schriek en Wiekevorst bevatte. Aan 't hoofd van de departementen kwam een prefect, in de arrondissementen een sous-prefect, in de gemeenten van 5 tot 10 duizend inwoners, buiten een maire, twee adjoints en een politiecommissaris (L.L.II,207)

    Bl. 82

    AANHANGSEL XXI.

    Napoleon in 1799 zegevierend uit Egypte weergekeerd, werd als redder van Frankrijk onthaald. Met twee anderen nam hij 't bestuur in handen en vormde wat men noemt het CONSULAAT. Dit nam wijze maatregelen : Vervolgingen hielden op; bannelingen mochten ongehinderd terugkeeren; de eeredienst mocht uitgeoefent worden in de kerk; de eed van haat aan 't koningdom van de priesters geeischt, werd vervangen door de belofte van getrouwheid en gehoorzaamheid; een overeenkomst met den Paus- CONCORDAAT genoemd, - regelde verder den toestand der kerk : 60 bisdommen werden ingericht; priesters en bisschoppen mochten onder de beëedigde en onbeëedigde priesters gekozen worden; de bisschoppen werden door den consul benoemd onder goedkeuring door den Paus, de priesters door den bisschop onder goedkeuring van den prefect; de koopers van zwart goed mochten dit behouden; het verlies van die goederen door kerk en klooster geleden, zou door een vergoeding (jaarwedde) aan de bedienaars (priesters) van den eeredienst vergoed worden; de meeste heiligedagen werden afgesteld.

    AANHANGSEL XXII.

    De registers van de verslagen der gemeenteraadzittingen dagteekenend van 10 1810, zijn opgesteld in de Fransche taal, met de benamingen "maire" conseil municipal en "département des deux-Nethes" tot in 1816, - en van dit jaar af met de benamingen "province d ' Anvers", "conseil communal" en "bourgemestre" tot in 1821.

    AANHANGSEL XXIII.

    De pastorale goederen door de Fransche republiek aangeslagen, worden weergegeven: De pastorij komt aan de gemeente, de andere goederen komen aan de kerk.

    AANHANGSEL XXIV.

    Graaf Filip van der Stegen wil tusschen de St. Bernardus kapel en het kasteel, nog boomen bijplanten op grond (overschot van wegen) die aan de gemeente toebehoort, - en heeft den waterloop aan vermeld kapelleken reeds verlegd met het doel, - beweert hij, aan 't water beteren afloop gegeven te hebben. Het gemeentebestuur verzet zich tegen die toeeigening en beplanting, maar stemt er om onkosten te vermijden in toe, dat de uitgevoerde werken behouden blijven.

    AANHANGSEL XXV.

    Buiten de wet, die belasting op 't gemeel stelde, werd een verordening - misschien gevolg van de toepassing dier wet - op het gebak van brood voorgeschreven. Voornaamste punten :

    Bl. 83

    Elke bakker of broodslijter moet :
    1. Bij 't gemeentebestuur aangeven welke soorten van brood hij bakt.
    2. Buiten op zijn winkel een uithangbord plaatsen, waarop zijn naam, voornaam en beroep aangeduid zijn.
    3. Een afdruksel van het reglement der broodzetting in zijn wikkel aanplakken.
    4. In zijn winkel een zwart bord plaatsen waarop iedere broodsoort met haar prijs aangeduid is.
    5. Met een of ander bijzonder merk elk brood teekenen.
    6. Zijn brooden in den winkel tentoonstellen.
    7. In zijn winkel een weegschaal met de noodige gewichten plaatsen, om 't gewicht van 't brood na te zien.
    8. Aan een kooper, die zulks verlangt, een gedeelte van een brood ter hand stellen, zoo de verlangde hoeveelheid minstens een "once" bedraagt.

    AANHANGSEL XXVI.

    In 1826 rees er geschil op tusschen inwoners van Grootloo en Schriek (parochie St. Jan Baptist), doordien deze laatsten tot nadeel van de eersten, ook spel en danspartijen hielden tijdens den eenigen kermis van Grootloo op den Zondag van den "Zoeten Naam" en twee volgende dagen. Om dit geschil te vereffenen, besliste de gemeenteraad begin 1827, dat alleen de inwoners uit de omgeving der kapel van Grootloo en degenen uit de Goor-, Trommel-, Wuytjes-, Gommerijn- en Langstraat, tot aan 't begin der Puttestraat, als behoorende tot Grootloo, ter gelegenheid der kermis aldaar, zouden mogen bal- en danspartijen houden,- en dat het aan de inwoners van Schriekdorp en van de niet voornoemde straten alleen zou toegelaten zijn spel en danspartij te houden ter gelegenheid der kermis van St.Jan Batist (24 Juni) en in de maand September.
    Een schrijven van den heer Gouverneur, gedagteekend 14 Jan. 1834 berichtte aan het gemeentebestuur, dat al de inwoners wederzijds tijdens de verschillende kermissen gerechtigd zijn danspartijen te houden.

    AANHANGSEL XXVII.

    (A.B.566): "Den 15 October, bij het krieken van den dag, trok Niellon (1) den Demer over, bracht zijn hoofdkwartier naar Schriek, in den schijn Mechelen bedreigend; doch, bij gesloten brief, had elk korps bevel gekregen, om zich 's anderendaags te vijf ure 's morgens te Heist-op-den-Berg te bevinden."
    Bij de naamafroeping aldaar bleek de aanwezigheid van 2100 man, onder welke Jenneval, de dichter der Brabançonne en graaf Frederik de Merode. Den 16e October trok het leger naar Lier, waar veel soldaten uit het Hollandsch leger overliepen, anderen hunne wapens wegwierpen, en de Hollanders de stad ontruimden. Twee dagen later, bij de achtervolging der Hollanders maar Antwerpen toe, sneuvelde Jenneval nabij de herberg "de Papagaai", en een 10tal dagen later werd Frederik de Merode te Berchem doodelijk gekwetst.

    Bl. 84

    (1) Niellon was een Franschman, die onder Napoleon gediend had, en na den slag van Waterloo, waar hij gekwetst werd zich te Brussel gevestigd had. Hij stelde zich aan het hoofd eener Fransche legerafdeeling, die door toegeloopen vrijwilligers uit Leuven en de omstreken van Diest en Aarschot versterkt, Lier aan de Hollanders wilden ontnemen.

    AANHANGSEL XXVIII.

    Wanneer deze gilde ingericht is, weet men niet met zekerheid. Naar aanteekening van hr. Jan Op de Beeck, "had er alle twee jaren eene prijsschieting plaats, - en wie den hoogvogel afschoot was voor dien tijd koning. De gilde had hare plaats in de processie en voor elk afgestorven lid werd eene mis opgedragen. Zij was in bezit van een zilveren eereteeken, "breuk" genaamd, dat het wapen draagt van den heer Marcus Rousselle, heer van Hovel, schout van Heist,- met de zinspreuk: "Mel post fel" In het jaar 1844 hebben de twee laatste leden dit eereteeken door schriftelijke akte aan de kerk afgestaan, welke nog in bezit is van hctzelve, "Op het plan of afbeeldende kaart van de kapelheide opgemaakt in 1771-75 door den hr. L. Van den Broeck, landmeter te Heist, staat de " Schietboom (wip) der gilde afgebeeld in den Noorder hoek bij het kruispunt der heden nog bestaande wegen (dreven) welke de kapelheide van N.W. naar Z.O. en van Z.W. naar N.O. doorsnijden.

    AANHANGSEL XXIX.

    Waarschijnlijk ten gevolge der schoolwet van 1842, die het metriek stelsel op 't leerprogramma inschreef, werden de tot dan toe gebruikte Nederlandsche gewichten : pond, once, lood .enz. en andere maten : roede, el, palm, duim; streep,- mud, schepel, enz. vervangen door die van ‘t metriek stelsel.

    AANHANGSEL XXX.

    Op Zaterdag 9 Juli 1853 is een hagelbui losgeborsten en heeft den oogst verwoest op een groot gedeelte der gemeente. Verslag daarover werd op verzoek aan de hoogere overheid door het gemeentebestuur overgemaakt tot schadevergoeding. Voor de totale schade van al de lieden wier verlies de 50 Fr. overtrof, op ruim 90.000 Fr. geschat, werd 4596 Fr. toegekend.

    AANHANGSEL XXXI.

    Graaf Albert van der Stegen, den 21 October 1857 tot gemeenteraadslid gekozen, heeft als zoodanig gezeteld tot hij in de gemeenteverkiezing van 26 October 1869 gevallen is door het feit dat hij als provinciaal raadslid eens met de tegenpartij gestemd had.

    wordt vervolgd


    23-04-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    21-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (7)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 



    Bl. 61

    KRONIEKEN.

    Nopens het bevolkingscijfer, den toestand der bevolking, GEWICHTIGE GEBEURTENISSEN EN FEITEN, die zouden plaats gehad hebben tijdens de twee-drie eerste eeuwen van het bestaan der parochie, is weinig met zekerheid gekend. De Geschiedenis leert ons, dat de middeleeuwen (ten naaste bij van 't jaar 450 tot 1450), tijdens welke Schriek ontstaan en opgekomen is, tijden waren van wanorde, onkunde en barbaarschheid ; dat de onwetendheid zoo groot was, dat de hoogst staande personen niet konden lezen, noch schrijven; dat alleen in de kloosters onderwijs en letteren, zoo goed mogelijk, in eere werden gehouden. Niet te verwonderen dat er geen documenten bestaan, welke op den toestand in dien tijd, eenig licht werpen. Naar aanteekening van den heer Cools (1) zouden de oudste archieven van Schriek maar dagteekenen van 1564. En dit schijnt zoo te zijn, want de stukken die ten gemeentehuize bewaard worden (2), - die op 't Staatsarchief te Antwerpen berustten in 1936 (3),- en degene die door den heer Conservator aldaar, bij brieven van 10-7-1936 aan den hr. Burgemeester van Schriek gevraagd (4) werden, alsmede de ruim drie honderd stukken, die opgesomd zijn in den "Ge-ordend inventaris der parochieregisters en oorkonden"(5), dagteekenen, op enkele uitzonderingen na, van later tijdstip. Te oordeelen naar hetgene verschillende geschiedschrijvers verhalen uit het verleden van omliggende plaatsen, besluiten wij dat Schriek, zooals we, om tijdsorde te volgen, verder zien zullen, - zijn aandeel heeft gehad in het "wel en wee" der naburige dorpen.

    (1) Heer Cools, onderwijzer en medewerker van den hr. Jan Op de Beek, bij 't opzoeken en verzamelen van geschiedkundige documenten en bijzonderheden.
    (2) Zie aanhangsel I
    (3) “””””””””””” II
    (4) “””””””””””” III
    (5) Zie bladen 29 tot 33.
    Beteekenis der verkorte wijzigingsteekens in de volg. bladzijden.
    (Bl. 12) = blad 12 van onderhavigen bundel.
    (Nr. 13) = nr 13 van "Geordend inventaris der parochie registers.
    (L.L.,II,33) = Geschiedenis van Heist door Lod. Liekens, 2e deel, blad.33.
    (A.B.,40) = Geschiedenis van Lier door Anton Bergmann, bladz. 40
    (Th.De R.150) = Eenige onuitgegeven stukken door Th.De Raedt, bl. 150
    (…) = Niet historisch feit, - of feit uit de buurt van Schriek.
    (Aanh. I) = Zie aanhangsel I.

    FEITEN MET JAARTALLEN UIT DE GESCHIEDENIS.

    1220 Walther Berthout, ter kruisvaart te Damiette, ziek gevallen schenkt aan het Tentonisch Huis te Jerusalem 6 bunder grond te Grutlo(Grootloo) (bl.40 of A)
    1303 In dit jaar zou de kerk van Schriek gebouwd zijn. (Bl. 12 en L3)
    1309 In dit jaar werd de parochie opgericht (Bl.12)

    Bl. 62

    1310 De Munksbosschen, 74 bunder groot, werden aan het klooster van Grimbergen verkocht door Gielis van Beirsele en Gijzel Vleminck (L.L.II,23)
    1427 Jan Van Arkel staat het Land van Mechelen, waartoe Schriek behoorde, af aan den heer Van Wezemaal (Bl.6). 1459 De heer Van Wezemaal staat het af aan Filips de Goede. Het goed blijft aan de Kroon tot bij de openbare verkooping in 1650. Dirk van der Nath koopt Schriek en Grootloo. 1660 Dirk van der Nath verkoopt Schriek en Grootloo aan M. van Brouckhoven. 1725 Graaf van der Stegen huwt een afstammelinge van van Brouckhoven.
    1480 Schriek en Grootloo tellen 72 haardsteden. (L.L.,I,112)
    1496 Schriek en Grootloo tellen 43 haardsteden. (L.L.,I,112)
    1526 Schriek en Grootloo tellen 78 haardsteden. (L.L.,I,112)
    1542 Schriek en Grootloo geplunderd door de legerbende (rooversbende) van Marten van Rossem (Aanh.IV).
    1564 Van dit jaar dagteekent het oudste document van Schriek : "Rekeningenboek der kerk." (Nr 86 bis).
    1578 Vreemde legers verwoestten onze streek. Slag van Rijmenan (Aanh. V).
    1585 De kerk van Heist in asch gelegd (L.L.,II,84).
    1586-1590 De Spaansche linie opgeworpen.(Aanh.VI.)
    1600 Putte verwoest (L.L.,II,92).
    1604 Van dit jaar dagteekent het oudste doopregister (Aanh.l)
    1622 Van dit jaar dagteekent het oudste stuk waarin Schriek als GEMEENTE vermeld wordt.
    1622 Plundering en brandstichting in de dorpen rond Mechelen, Leuven en Brussel; vandalisme te Haacht.
    1634 Een leger met 1600 paarden gedurende 12 dag. te Keerbergen.
    1635 Een generaal met zijn leger te Keerbergen.
    1636 Vijf compagnie cavallerie gedurende 5 weken te Keerbergen. Doortrekken van troepen te Keerbergen, Putte en Schriek. Plundering en verwoesting van den oogst.
    1637 Cavalerie kampeert te Keerbergen. Brand bij genoemd dorp.
    1638 Doortocht van troepen tusschen Aarschot en Lier. Inlegering van troepen te Schriek. De kerk en de kapel van Grootloo door de Franschen geplunderd. Vlucht der inwoners, huizen in brand gestoken; besmettelijke ziekte in Schriek.(Zie volledige attestatie Aanh. VII.)
    1639 Vreemde legers in Keerbergen; brand in een hoeve.
    1641 Afpersingen en geweldenarijen tegen inwoners van Keerbergen, strooptochten, bedreigingen, gevecht.
    1642 Het bestuur van Keerbergen levert een bewijs af van goed gedrag aan den Spaanschen gouverneur van Lier.
    1643 Spaansche en Engelsche troepen passeeren gedurig door Keerbergen. Vernieling, oorlogschatting.

    Voor 1650 - PROCES TUSSCHEN WERCHTER EN SCHRIEK OVER HET BEZET DER BOLLOO.(Bl. 39).

    1651 De "STEINEN HOEVE" opgemeten. (Aanh.VIII).
    1653 Werving van rekruten te Keerbergen en Rijmenam. (Th.D.R.)
    1655 Een langdurig geschil ontstaat tusschen de E.H.Pastoor Mertens en Ferdinand en Antoon van Brouchoven.(Aanh.IX.)
    1656 De windmolen op de kapelheide (Leuvensche baan) opgericht. (Aanh.X.)

    Bl. 63

    1660-62 Verkoop van vier roeden kerkhof (Xl)
    1662 Juf. de Cleyn leent 22.000 gulden aan de gemeente.(Bl. 24)
    1705 Inwoners van Schriek en Grootloo vluchten op de "Molensch(r)ans". Ongemeen heete zomer. Oorzaak der vlucht.(Aanh.XIV)
    1710 Instelling van 't broederschap van St. Antonius. (Hr.A.Cools)
    1714 Mevr. van Grootendael schenkt het “Kaudhalzenhof” aan de kerk (bl.22)
    1717 De erfgenamen van juf. de Cleyn schelden 35.000 gulden kwijt aan de gemeente.(Bl. 24)
    1743 Vijf woningen van Baal aan Schriek afgestaan: Getuigenis van den E.H.Helsen, vicaris in Baal (Bl.13).
    1745 Inrichting der onderpastorije ( Bl. 34-36).
    1767 Vagebond Adriaan Schuerman te Schriek gegeeseld (Aanh.XIII).
    1770 Testament van den E.H.Pastoor Lardinoy (Blad.23).
    1771-’76 Proces tusschen de gemeente en hr.Fil.Norb.Mar. vander Stegen, baron van Putte en heer van Schriek over het bezit der "Kapel(le)heide" (Aanh. XIV).
    1775 Opbouw der pastorij.(Bl. 37).
    1789 VERMALEDIJT BACKHUYS TE SCHRIEK (Aanh. XV)
    1793 Herstelling en eerste vergrooting der kerk (Bl. 17)
    1794-’99 België ingelijfd bij de Fransche republiek
    1799-1804 België onder het Consulaat
    1804-’14 België onder het Fransch Keizerrijk (Aanh.XIX).
    1795 België verdeeld in departementen en Kantons
    1796 Nieuwe verdeeling van Kantons (Aanh.XX).
    17.. De Rooversbende van Pijpelheide (Aanh.XVIII).
    1798 De kerk door ‘t volk geopend; gendarmen verjaagd (Aanh.XVI).
    1799 De pastorij te koop aangeboden.(L.L.,II;204). (Aanh.XVII).
    1799 Nieuwe verdeeling en bestuur (Aanh.XX).
    1800-1804 Herstellingsmaatregelen door ‘t Consulaat
    1801 Concordaat (Aanh.XXI).
    1804-1815 Napoleon Bonaparte Keizer; heerschzucht; oorlogen; krijgsopschrijving (L.L.II,209,A.B.495). Tocht naar Moscou (1812); Slag van Leipzig (1813) Waterloo-(1815).
    1810 Registers van de verslagen der gemeenteraadzittingen (XXII).
    1819 Notaris J.Fr. Ceulemans benoemd, verblijft te Schriek (XXIII).
    1820 De pastoreele goederen wedergegeven (Aant.hr.J.Op de Beek).
    1820-’21 Onderzoek der openbare wegen,-verslag (Bl.57).
    1821 De doop- ,huwelijks- en overlijdensregisters (der kerk) worden aangeslagen door Commisaris Van Velsen en burgemeester J.N.Vermijlen (J.Op de Beek).
    1821 De goederen der kapel van Grootloo aangeslagen door de gemeente; de boomen rond de kapel verkocht.(Bl.42).
    1825 Moeielijkheden tusschen de gemeente en graaf Filip van der Stegen (Aanh. XXIV).
    1826 Broodzetting. (Aanh.XXV).
    1827 Geschil tusschen inwoners van Grootloo en Schriek-dorp over het houden van danspartijen. (Aanh.XXVI).
    1830 Tijdens de omwenteling van 1830 (15 tot 16 October) kampeert een » vrijwilligersleger te Schriek. (Aanh. XXVII).
    1838 De brouwerij Vermijlen opgericht. (Aanh. XI).
    1839 De EH. Kerselaers maakt 2000 Fr. aan 't armbestuur (Bl.23).
    1844 Vergrooting (2e vergr.) der kerk. (Bl.17).
    1844 Verval der gilde van St. Sebastiaan (Bl.22) en (Aanh.XXVIII)

    Bl. 64

    1845 2de Windmolen opgericht door Fr. Van Calsteren op grond aangekocht van J. Van den Broeck, wijk B,nr '27b (Hoek der Puttestraat met Langstraat.)
    1845 Lazarushofken vernietigd. (Aanh.XIV).
    1847 Cath. Rijmenants (Wwe Goossens) maakt 4000 fr. aan het Armbestuur (bl.23)
    1849 De Nederlandsche gewichten afgeschaft : vervangen door het metrieks stelsel. (Aanh. XXIX).
    1852 De school van Goor (Heist) met onderwijzerswoning gebouwd.
    1853 Oogst beschadigd door hagelslag (L.L.II,238)-(Aanh. XXX).
    1855 Filip Claes schenkt twee perceelen land, onder Keerbergen gelegen aan de kerk. (Bl. 23)
    1855 De botermerkt wordt ingericht (Bl.69).
    1856 Het gemeentehuis wordt opgebouwd.( ).
    1857 Graaf Filip Van der Stegen gemeenteraadslid. (Aanh. )
    1858 Graaf Filip Van der Stegen maakt vast goed en een som geld aan ‘t Armbestuur, met 1/3 van het inkomen aan de kerk.(Bl.22 en 23).
    1864 De eerste steenweg in de gemeente gelegd. (Bl. 58)
    1865 St. Bermardus kapel heropgebouwd.(Aanh. XXXII).
    1869 Pionieren. (Bl.57).
    1871 Inwoners van Grootloo vragen oprichting eener parochie in hun gehucht (Bl.42 en 43)
    1873 De dekenij Heist-op-den-Berg ingericht (Aanh.XXXIII)
    1873 De EH.Pastoor Kar. Vermeijlen vermaakt bij testament een perceel land aan het Armbestuur.(Bl.23)
    1875 De EH.Van Ourshagen Jan Adr. schenkt aan de kerk een stuk land ter waarde van 5.000 fr. (BI.23).
    1875 't Lazarushofken wordt door de gemeente aangekocht.
    1877 De jongensschool (Leuvensche baan) gebouwd.(Bl.59)
    1878 Stichting van het klooster. Meisjesschool . (Aanh.XXXIV).
    1679 De pastorij wordt aan de kerkfabriek toegekend. (Aanh.XXXV).
    1879 De vrije katholieke school opgericht.(Aanh.XXXIV).
    1882 Nieuwe kruisweg in de kerk.(Bl.24).
    1885 Handel in jonge zwijnen. (Bl.69).
    1886 Brouwerij De Veuster opgericht.(Wijk A, nr 587a).
    1890 Boerenbond gesticht.( Bl. 68) .
    1891 tot 1937 Herstel der kapel van Grootloo met vergrooting – maandelijksche mis ; -Zondagsche mis;- oprichting der parochie,- eerste herder;- inrichting der parochie;- bouwen en bemeubeling der kerk.(Bl.43 tot 49).
    1895 Invoering van den broeioven (broeimachien) bij de kiekenteelt (Bl 65 en 66)
    1895 Verlichting der dorpskom met petrolielantaarnen.
    1898 Gekleurde glasramen in de kruisbeuk der kerk.(Bl.25)
    1900 Oprichting der pensioenkas.
    1900 Oprichting der steenbakkerij De Veuster.(Bl.69)
    1905 Buurtspoorweg Lier-Werchter aangelegd.
    1906 Postkantoor ingericht.
    1919 Gedenkteeken der gesneuvelden opgericht.
    1921 Electrische verlichting ingevoerd.
    1923 Telefoonkantoor ingericht.
    1934 Nieuwe begraafplaats aangelegd.(op W.B.nr 294).

    Bl. 65

    AANHANGSEL I.

    Ten gemeentehuize berust een stuk luidend :
    'STAAT VAN INVENTARIS DER PAPIEREN EN DOCUMENTEN RAKENDE HET GEMEENTEBESTUUR VAN SCHRIEK EN GROOTLOO".
    Wij Burgemeester en Secretaris van de gemmente Schriek en Grootloo verklaren bij deze overgenomen te hebben op de gemeentekamer alhier uit handen van Jan Norbert Vermijlen, Burgemeester der gemeente op heden wezende zesde December achttien honderd dertig, de hierna genoemde stukken rakende het gemeentebestuur van Schriek en Grootloo :
    1.- Een register inhoudende de akten van geboorten, huwelijken en overlijdens van af drij November zestien honderd dertien tot zestien honderd een en vijftig.
    2.- Dito van zestien een en vijftig tot 1685.
    3.- Een register van geboorten en huwelijken van 1685 tot 1731.
    4.- Een register van de aflijvigen van 1685 tot 1731, vergezeld van het "Zondagsgebed".
    5.- Een register van de geboorten en huwelijken van 1604 tot 1623.
    6.- Een register van geboorten, huwelijken en aflijvigen van 1754 tot 1766.
    7.- Een register bavattende de tienjarige tabelle van 20 September 1792 tot het jaar XI der Fransche republiek van geboorten, huwelijken en aflijvigen in chronologische en alphabetische orde.
    8.- Dito van 1802 tot 1813.
    9.- Drie registers bevattende de tienjarige tabellen van 1 januari 1813 tot dito 1823.
    10.- Een register inhoudende 15 akten van overlijdens van militairen in dienst.
    11.- Een register van geboorten, huwelijken en aflijvigen van 1775 tot 1778, - alsmede de akten van 1792 tot 26 October 1797.
    12.- Dito van 1779 tot 1791.
    13.- Dito van 22 September 1796 .tot 1799 met eenige renseignementen van geordonneerde vonissen en rectificaties met tabellen van voorgaande administratuurs.
    14.- Register van geboorten van 23 Sept. 1800 tot 31 December 1810.
    15.- Register van geboorten van 1 Januari 1811 tot 31 December 1820.
    16.- Register van huwelijken van 23 Sept. 1800 tot 31 December 1810.
    17.- Register van geboorten van 1 Januari 1811 tot 31 December 1820.
    18.- Register van aflijvigen van 23 Sept. 1800 tot 31 December 1810.
    19.- Register van aflijvigen van 1 Januari 1811 tot 31 December 1820.
    20.- Negen registers van geboorten, huwelijken en aflijvigen van 1821 tot 1829.
    21.- Een dooze inhoudende de titels "RENTE CONSTITUTIVE" toebehoorende aan de Armentafel met de inscriptie van nr 1 tot 15.
    22.- Dooze : politie, nachtwachte, bedelarij, jacht en veldinrichtersdienst.
    23.- Dooze inhoudende de stukken rakende de armen.
    24.- Dooze inhoudende de stukken aangaande de publieke instructie.
    25.- Dooze inhoudende de stukken aangaande de publieke instructie.
    26.- Dooze inhoudende de stukken aangaande de kinderen van het borgerlijk hospitaal te Antwerpen.

    Bl. 66

    27.- Directe belastingen (Bestuurlijke zaken).
    28.- Reglementatie van politie. Tafel van betrekking of overeenkomst van den Republikeinschen met den Gregoriaanschen kalander.
    29.- Nationale militie.
    30.- Publieke wegen.
    31.- Comptabiliteit ; Kwitt. van de gemeente ontvangen wegens een borgtocht van 300 gulden van heer Segers.
    32.- Moederrollen der plaatselijke belasting.
    33.- Fournitures militaires.
    34.- Staat van akten, minuten, registers van het gesupprimeerd regentschap van Schriek, gedeponneerd te Mechelen den 20 mei 1809.
    35.- Rekeningen der gemeente van 't jaar X tot XIV van 1806 tot 1828
    36.- Idem van 1823 tot 1828.
    37.- 3 Registers van resolutiën van den gemeenteraad.
    38.- 1 Register van de bevolking van 1830.
    39.- Register van notiën, sloten en rekeningen van 1 Januari 1715
    40.- tot 47. (Meubelen, brandmateriaal, enz.)
    48.- Dooze: stukken over koeipokken + veeartsenij.
    49.- Rekeningen der Armentafel van 1802 tot 1827
    50.- Rekeningen en bewijsstukken van militairen dienst in de Nederlanden
    51.- Verkiezingsstukken.
    52.- Militiestukken.
    53.- Militiestukken : landmilitie 1815 - 1830.
    54.- Nog over de landmilitie.

    AANHANGSEL II

    Op het staatsarchief te Antwerpen (Door Verstraeteplaats,5) berusten :
    1. Archieven der Schepenbank door de gemeente ter Rechtbank van Mechelen gedeponneerd :
     Domaniaal hof van Befferen, Goedenissen van 1673, 1719, 1722, 1764, 1766, 1795 = 5 deelen
     Idem - minuten 1691 - 1719 = 1 deel.
     Voorwaarden 1731 - 1779; 1781 - 1783; 1785 - 1792 = 44 deelen.
     Rollen 1753 - 1770 = 3 deelen.
     Schepenakten 1760 - 1794 = 5 stukken.

    2. Andere archieven :
     H. Geestrekeningen 1619 - 1812 = 6 pakken.
     H. Geestrekeningen cijnsboekjes 1634 - 1688 = 1 pak
     H. Geestrekeningen varia 1672 - 1820 = 1 pak.
     Dorpslastboeken 1613 - 1789 = 20 pakken.
     Processen (gemeente-) 1770 - 1776 = 1 pak
     Notitieboek (rekeningen) 1715 - 1776 = 1 deel.
     Wettelijke akten en conditiën 1584 - 1775 = 1 pak.
     Weezenrekening 1638 - 1699 = 1 pak
     Militaire zaken 1648 - 1749 = 2 pakken.
     Contributieboek 1705 - 1706 = 1 deel.
     Lastenboekjes 1705 - 1708 = 3 deelen.
     Allerlei stukken 1.99 - 18.. = 3 pakken

    Bl. 67

    AANHANGSEL III

    Archieven gevraagd door den heer Conservator:
    Archieven van de Schepenbank en afgeschafte instellingen.
    Stukken ten voordeele van den H. Geest 1748 - 1 pakje.
    H. Geestrekeningen 1693 (nr 34), 1694 (nr 35) - 2 cahiers.
    Manuel: Inkomsten van den H. Geest, 18e eeuw - 1 cahier.
    1.- Andere archieven van het “oud regiem”: collectie van den XXn penning, rekening 1786 - 1 cahier.
    landboekje 17e eeuw.
    2.- De twee tafelboeken der oude parochieregisters.
    3.- Archieven van het “nieuw regiem” behalve burgerlijken stand : registers van den gemeenteraad, schepen collegie, militie, politie, bevolkingsregisters daarmee betrekking hebbend ± 1797-1837.

    AANHANGSEL IV.

    MARTEN VAN ROSSEM was legeroverste (maarschalk) van den graaf van Kleef (1) die den koning van Frankrijk steunde in den strijd tegen Keizer Karel V.
    Bij (A.B.178) vinden wij aangetekend: " ... Na de oude infirmerij van het Beggijnhof (te Lier), die buiten de Eekelpoort lag, verbrand te hebben, sloeg de bende van den Zwarten Marten den weg op Duffel in, om daar de Nethe over te trekken; doch men vond de brug afgebroken. Na twee dagen werkens gelukte de soldaten er in om bij middel van kuipen en bakken aan de klokzeelen gebonden, de rivier over te trekken. Maar van de dorpen Duffel en Waalhem bleef niets dan puinhoopen over. De abdij van Rosendaal werd verwoest, Mechelen bedreigd, SCHRIEK, Keerbergen, Wespelaar, Thildonck, Rotselaar geplunderd Herent en Winzele neergeblaakt en Leuven belegerd, doch niet ingenomen."

    AANHANGSEL V.

    VERWOESTING ONZER STREEK . De omwenteling der 16e eeuw , - strijd die meer dan veertig jaren duurde tusschen Spanje en Nederland, -is een van de rampzaligste tijdperken geweest, die ons land beleefde : (L.L. II ,78) " Te Heist was men dikwijls overlast van Krijgsvolk, want het lag op de groote baan van Lier naar Aarschot, welke twee versterkte plaatsen waren. Het was hier een gedurig heen - en weertrekken van legers en garnizoenen en dikwijls bleven die troepen hier vernachten of zelfs verscheidene dagen uitrusten."
    (A.B.248-249) : " Op 7 juli 1578, sloeg het Statenleger (2) zich op de heide tusschen Lier en Herenthals neder. De dorpen werden afgeloopen, de oogst verwoest, en de ongelukkige landlieden, vluchtten naar Lier, waar hun vee bij gebrek aan voedsel, ten grooten deele stierf.

    (1) In geschiedboeken ook genoemd "Duc de Clèves et de Juliers."
    (2) De Staten = Staatschen = Algem.staten waren de afgevaardigden der Nederlanders, vooral die uit de N.provinciën; Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, die samen aanspanden tegen Spanje. De Staatschen zoowel als de Spanjaarden, hadden vreemde ( Duitsche, Engelsche, Schotsche) soldaten in dienst, die slecht betaald en zonder regeltucht, meer last dan voordeel veroorzaakten, strooptochten ondernamen, en allerlei gruwelen bedreven.


    Bl. 68

    Op 23 juli werd het kamp naar Keerbergen verplaatst (waarbij het te Schriek ook niet rustig zal gebleven zijn)- en op 1 Augustus wonnen de Staatschen den slag van Rijmenam. Die overwinning verbeterde den toestand niet… Duitsche benden te Zandhoven gelegerd tot onderstand der Nederlanders, werden naar de Nijlensche heide overgebracht. Men had dus een Duitsch kamp te Nijlen en het Statenleger te Keerbergen. "Voeg daarbij de "Zwarte ruiters" zooals men de Spanjaards noemde die onophoudend strooptochten hielden, de boeren tot bij Antwerpen oplichten en op rantsoen stelden, en men kan zich een denkbeeld vormen van den toestand onzer streken. Op sommige dorpen waren noch menschen noch dieren te vinden. Lier integendeel was opgekropt met vluchtelingen, die met hun vee op de straten legerden en in groot getal van ellende bezweken. De lijken bleven boven de aarde liggen en weldra verscheen de pest, die, zooals Van Lom getuigt, in het volgend jaar 5000 slachtoffers maakte. Die pest woedde geheel het land door en sleepte ook Dom Jan (Spaanschen landvoogd) ten grave (1 October 1578).

    AANHANGSEL VI.

    DE SPAANSCHE LINIE. (L.L.,II,86-87) : "Op de Pijpelheide, onder Heist, hadden de Spanjaards een versterkt kamp ingericht tegen de inloopingen van Willem den Zwijger, die te Diest zijn kasteel had. Dit kamp van Baal-berg naar de Neet te Booischot, was ongeveer 4 Kilom. lang en voorzien van diepe grachten met water van 15 met. breedte."
    Rond 1870-'75 lagen, als overblijfselen van die verdedigingslijn, nog eenige kuilen bij aarden wallen op enkele honderd meters ten O. van 't kerkhof van Pijpelheide, langs de N. zijde tegen de baan naar Aarschot. Een gebuur Karel Eggers, die goed op de hoogte scheen van aardrijks- en geschiedkundige bijzonderheden, en onze kennis uit de lagere school over die vakken dikwijls wist aan te dikken,- duidde ons ter plaatse, als richting dier lijn aan : Baalberg, Pandhoeven,de Meren (bij voornoemde kuilen), de O.zijde van Pijpelheide, de spoorwegstatie van Booischot. En, Evarist Vleminckx, schaliedekker, Pijpelheide, wees ons, als laatste overblijfsel der linie - omstreeks 1900-den hoogen aarden dam of wal aan, die met zijn N.einde tegen de provinciale baan reikte, een honderdtal meters ten W. van den buurtsteenweg naar Booischot-Statie.

    AANHANGSEL VII.

    INLEGERING VAN TROEPEN TE SCHRIEK.

    "Wij schepenen der heerlijcheit van Keerbergen gemeyntelijk doen te weten ende certificeeren voir de gerechte waerheyt op den eedt int aennemen onse ampten gedaan, aen alle degene die dese tegenwoirdige letteren sullen sien oft hoeren lesen besunders de Hoog Mogende heeren staten generaal der vereenichde Nederlanden, ter instantie van Schepenen ende gesworen bedesitters der heerlijcheyt van Sint-Jans-int-Schriek ende Grootloo gelegen neffens ende paelende aen onse voerschreven heerlijcheit, dat tzelve dorp is een van de seventhiene maekende tsaemen het landt van Mechelen of landt van Arcle, wesende cleyn in sijn distrikt of begrijpe, hebbende dese inlantsche oirloege geleden

    Bl. 69

    groeten overlast van logeringe van soldaten ende dat de consideratie van de gelegentheyt de plaetsen op de baene tusschen Aerscot ende Liere, daer de passeringe ende repasseringe meest is gevallen, hebbende daer bij geleden groete schaede merckelijck ten tijde als de voern, heeren staten met sijne Majesteyt van Vranckrijck legers hadden belegert de stadt van Leuven, sijn van de franchoisen gansch ende geheelijck gepilleert geweest, ende affgerucft hunne kerke ende capelle van Groetloe respectieve, daer sij hunne meubelkens hadden gevlucht, sulex dat sij daer al hebben gelaten dgene sij ter wereld waeren hebbende, qualijck hen leven hebben connen salveren dwelck heeft gecauseert, datde gemeynte gansch ende geheelijcksijn verstroyct geweest ende veelen hebben verlaeten de voorschreven jurisdictie ende hebben hun gegeven met hunne residentie onder andere jurisdictie daer ontrent gelegen, doir weleke oirsaeke dat daer veele huysingen ledich ende onbewoont sijn liggende, die ooick woirden affgebroken ende verbrandt bij de soldaten, naer weleke voers, belegeringe Godt Almachtich de selve gemeynte heeft commen besoecken mette contagieuse sieckte die heeft geduert den tijdt van twee jaeren geduerende welcken tijd binnen de selve heerlijcheyt van de selve sieckte sijn gestorven menichte van de innegesetene, waardoir dat de gemeynte hun bevinden soe weynich en swack dat niet mogelijck en is, dat sij connen continueren in de betaelinge van de lasten die sij voirmaels hebben betaelt aen deen als dander sijde, sullen daerom genoetsaeckt sijn deselve heerlijcheyt te moeten abondonneren ende sedert laten liggen, ten waere hunne redelijcke moderatie ende quytscheldt geschiede. Ende want goddelijck ende redelijck is in alle rechtveerdige sacken der waerheyt gettuygenisse te geven, besunders des versocht synde, soe hebben wij schepenen voergenoemt dese bij onsen secretaris laten schrijven ende teeckenen ende onsen gemeynen schependoms segel op het spatium gedruckt.
    Gedaan desen IX Juny 1638

    AANHANGSEL VIII.

    DE STEINEN HOEF.
    De gebouwen dezer hoeve liggen ruim 300 met. N. waarts van den kerketoren. O.waarts tegen de baan naar Heist. 1651 werd deze hoeve opgemeten en op plan gebracht. Op dit plan met verklaring, waarvan wij hier een verkleinde schets bijgevoegen,- ligt de woning afgebeeld als een heeren verblijf : gebouw met verdiep puntgevels en torekens, sierlijke bijgebouwen en prieeltjes in den uitgestrekten tuin. Rond die gebouwen liggen 31 perceelen grond afgebeeld, die, bijna allen in vorm en oppervlakte overeenstemmen met de perceelen van kadastralen atlas Poppe. Van die naast elkander aangesloten perceelen, het al eigendom van zekeren heer Antoon Dierckx te Mechelen, waren in vermeld jaar alleen de dichts bij de woning of tegen de openbare wegen (1) gelegen perceelen, die ongeveer 2/5 van de totale oppervlakte uitmaakten, tot bouwland gebracht; de overige stukken waren beboscht of lagen vaag. De verdere ongeving was meestal heide. Bosschen en heide zijn na een verloop van 200 tot 300 jaren ontgonnen en in vruchtbaar bouwland herschapen en detoenmaals bewerkte perceelen zijn nu langsheen de baan met sierlijke villa's en woningen bezet.

    Bl. 70

    Wat de gebouwen de woning inzonderheid betreft, deze had rond het jaar 1870 het uit van een oud gebouw met hoogen voorgevel in welken deur- of vensteropening toegemetseld en door andere vervangen waren. Hoe die eerste woning tot verval gekomen en de uitgestrektheid der landerij tot enkele hectaren ingekrompen is, konnen wij niet achterhalen. Op 't plan of in de bijgaande verklaring vinden wij den naam niet vermeld van "Steine(n)hoef". Wellicht is dit heerenverblijf vervreemd en verbrokkeld en werd het vervallen gebouw tot landbouwuitbating ingericht, die van dit oogenblik met recht, den naam van Steinen (=steenen) hoef zou gekregen hebben.
    In of rond 't jaar 1872, tijdens een onweder op het middaguur van een heeten zomerdag, sloeg de bliksem op de woning, die met den aanpalenden stal, de prooi der vlammen werd. Enkele jaren nadien werd de heropgebouwde hoeve nogmaals door het hemelsch vuur getroffen zonder schade te lijden.
    Vermelde woning op een veertigtal meters van den steenweg gelegen zal weldra verborgen liggen achter moderne woningen en villa's, en binnen enkele jaren weet niemand .meer te spreken van de "STEINE HOEF".

    (1) De baan uit de dorpskom van Schriek naar Heist heette alsdan "draaiboomstraat", en de huidige Kwadeheidestraat de "Rommelarestraat"

    AANHANGSEL IX.

    Met de familie de Broechoven en ook met het gemeentebestuur of met eenige leden van hetzelfde is de E.H. Mertens , alsdan pastoor, dikwijls in geschil geweest nopens het aanmatigen en verkoopen van pastorale tienden, het benoemen van koster, schoolmeester, enz., ambten, die door de van Broechovens zelfs ten prijze gesteld geweest waren, - het teruggeven van kerkelijke archieven, welke door dezen aangeslagen werden. (Bl.32)
    Van de familie van Broechoven is de heerlijkheid van Schriek overgegaan aan de familie van der Stegen. Met den heer Karel van der Stegen en ook met het gemeentebestuur is de E.H. Pastoor Lardinoy (nr.59) gedurende verscheidene jaren in proces geweest nopens zekere pastoreele goederen, rekeningen van kerk- en armbestuur, tienden, enz. (Aantek., van hr. J. Op de Beeck).
    Over die geschillen tusschen voornoemde dorpsheeren en eerw. heeren Pastoors en de gemeente hebben wij in de gemeentearchieven tot op heden (1940) geen bijzonderheden aangetroffen. En van de archieven der kerk, voornamelijk de stukken nopens de geschillen nrs 96, 97, 100, 103, 104, 105, 131, 136 tot 145 en enkele andere uit den inventaris van 1898, - hebben wij, ondanks veel moeite niet voldoende inzage gekregen.
    Wij denken dat die heeren TOPARCHAS, zooals zij zich zelven wel eens betitelden, - zich dikwijls aan de rechten en aan de eigendommen der kerk hebben vergrepen.

    Bl. 71

    AANHANGSEL X.

    Tijdens en waarschijnlijk reeds voor het ongelukkig tijdstip waarover we hiervoren gewaagden (zie V), hadden de inwoners van Schriek en Grootloo, tot beveiliging van have en persoon en tot verdediging bij boosaardigen aanval door vreemde legers, ter plaatse de KAPELLE-HEIDE, op 400 met. Z.O .waarts van den kerketoren, een ruime "vluchtschans" met breede en diepe grachten opgeworpen. In het jaar 1656 werd binnen die schans een houten windmolen opgericht, die er heden nog draait. Vandaar kreeg die plaats den naam van MOLENSCH(r)ANS.
    1 kilometer Owaarts van de Molenschrans, ligt de GROOTLOOSCHRANS, hoeve voorheen door water omgeven ter plaatse genaamd SCHANSHOEK (zie Bl.54). Zulke omwaterde hoeven met den bijnaam van "Schrans" (verbastering van "Schans"), vindt men op veel plaatsen, en dienden in onveilige dagen zoowel tot bevrijding van de bevolking der omgeving als van de bewoners der hoeve: Te Beerzel heeft men "Beerzelschrans", - Bevel: " Bevelschrans", - Nijlen: "Tieboers" - met nog vier andere schransen, enz. Plaatsen, heden nog gekend onder den naam van "Schrans" of "schranskens", waar men breede grachten of vesten, zonder gebouwen aantreft, dienden tot hetzelfde doel : te Itegem, Wiekevorst, in de Antwerpsche en Limburgsche kempen, vooral daar waar passage was voor legerbenden.
    Het dagblad " Het Algemeen Nieuws" in zijn nr. van 30 November 1940, zegt daarover, in zijn artikel "in het land van Genk" onder meer :
    Even min als eenig ander dorp of stad in het "Loonsche" ontsnapte Genk de gewapende "uitstapjes" van de plunderende legerbenden der opeenvolgende graven, hertogen en prinsen, die ook de nederige Kempen met hun bezoek wilden vereeren. De inwoners waren daar evenwel op voorzien. Het dorp en ieder gehucht had zijn eigen "schans" d.i. een verdedigde wijkplaats in een lage waterrijke plaats van den omtrek waar iedereen, mits betaling aan den " schansmeester " zijn hutje of wijkplaats in tijd van nood kon betrekken. De ligging van de schans werd natuurlijk voor vreemden en krijgsvolk angstvallig geheim gehouden.... In 't klein is deze geest terug te vinden in de winningen - huizen zelf, die alhoewel uitsluitend uit hout getimmerd, en met leem gevoegd, zonder uitzondering door zoogenaamde "grachten en holten" en door slagboomen afgesloten waren."
    Een landkaart " Pays Nord-Ouest ou n° 8, Bruxelles, environs de Malines, publié par Ls. Capitaine, Associé et Premier Ingr. de la carte de France" geeft talrijke schansen op, bijzonder in en rond het hedendaagsch kolenbekken van Limburg. Maar veel Vlaamsche namen zijn daar op zoo eigenaardig verfranscht, dat men de koddigste vertaling ontmoet, o.a. de vroeger omwaterde hoeve " Schaleeken" in sommige oorkonden ook "Schaleken" - rond het jaar 1800 een zeer uitgestrekte landbouwuitbating, doch later verbrokkeld, op het grondgebied van Keerbergen (prov.Brabant) tegen dit van Schriek (prov. Antw.), - is op die kaart genaamd (Schaleeken) = "Charles Quint", - de “Bolloo" heet "Bois Bord", - de Heestenheide molen (in Oct. 1914 vernield): "Moulin de Tister" enz.

    Bl. 72

    AANHANGSEL XI.

    De E.H. Pastoor Mertens (zie IX) verdedigde niet slechts de rechten en het eigendom der kerk, maar beijverde zich ook voor de verbetering van al wat aan zijn zorg was toevertrouwd :
    Verbeeld U, in de dorpskom, bij de kerk waar de meeste passage is van heel het dorp, tusschen het kerkhof eenerzijds en de dorpsplaats met het pastorijstraatje anderzijds, - een gracht van vier, vijf roeden, die, gezien deze grootte, bij zomer als bij winter voorzien is van water, water wellicht besmet door ondergrondsche insijpeling uit het kerkhof, zeker ongeschikt tot gebruik door stof en onreinheden van de straat weggevaagd door wind en regen, - een modderpoel uit welken verpestende uitwasemingen opstijgen ! -" Die afzichtelijke en gevaarlijke modderplas moet weg; - meent de E.H. Pastoor, - en er moet daar tegen de dorpsplaats een sierlijke, stevige woning met een bevallig, afgesloten hofje !
    De hand werd aan 't werk geslaan : Een verzoekschrift aan de bevoegde overheid gezonden (Bl.14), genoot, - na verslag over 't onderzoek tcrplaatse door den E.H. Landdeken, een gunstig onthaal bij Z.E. den Aartsbisschop : Verkooping toegelaten (Bl.15), - heeft plaats (Bl.16)
    De E.H. Pastoor Mertens, kooper, heeft dan, naar de voorgeschreven conditiën een woning opgericht of laten oprichten, en wel, - zonder eenigen twijfel - , de woning die afgebeeld is rechts af op 't voorplan van de print (driehoekig vaantje) “Sint-Jan-Baptista tot Schriek" door Em. Van Heurck beschreven (Bl.20). Plaats.tijd en vorm pleiten daarvoor:
    a)"De cooper soude op de voors erfve niet een slecht huys moghen setten, maar een huys van fraye forme tegen de dorpsplaats" en, de print vertoont op die aangeduide plaats een sierlijke woning.-
    b)Het erf begin 1662 verkocht zijnde, werd de woning na dien datum gebouwd, - en de print is ge(zink)drukt naar een kopersnede van de XVII eeuw (dus binnen de veertig jaren na de oprichting).
    c) Zoowel als de print de ligplaats der kapel van Grootloo en van 't Lazarushofken" ten opzichte der kerk, vorm en plaats van de vensters, conterforts, galmgaten en spits van den toren nagenoeg heel juist weergeeft, zal dit zonder twijfel, ook wel het geval zijn met de afbeelding der woning, welke laatste nog geen veertig jaar oud was.
    Die woning heeft echter geheel haar oorspronkelijk uitzicht niet altoos behouden, Even als er heden nog voortdurend, uit gemak- of modezucht, verandering aan oude woningen wordt toegebracht, zoo werden rondboogvenster- en deuropeningen door rechthoekige, de kruisvormige vensterramen van de woonvertrekken door de meest hedendaagsche vervangen; de buitendeur van stal- of bergplaats (rechterhoek van 't afgebeeld gebouw) bevond zich op die plaats nog in 1880, misschien wel tot bij de afbraak van de oude woning. In 1838 wer op het bij de woning behoorend erf een brouwerij opgericht. En na 1900 werd een nieuwe, moderne brouwerij met monumentalen voorgevel op de plaats der voonmalige gebouwen opgetrokken.
    Hoe en wanneer, na 1661, de vervreemding van dit hoekje gewezen kerkhof plaats greep, konden wij niet achterhalen.

    wordt vervolgd


    21-02-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    16-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen van de berichten.
    05.02.2018

    Beste Bezoeker,

    Tijdens de Studieavonden of Studienamiddagen van Familiekunde Vlaanderen regio Mechelen te Putte kunnen er duizenden gedachtenisprentjes en overlijdensberichten van inwoners van Groot Putte (Putte – Beerzel – Peulis) ingezien en ook gefotokopieerd worden. Een grote bron voor gegevens welke nog niet raadpleegbaar zijn via de archieven.

    Om het opzoeken te vergemakkelijken zullen de namen alfabetisch verschijnen op het blog : PUTTE – BEERZEL. onder de titel ‘Overlijdens Groot-Putte’.

    Deze lijst is gebaseerd op de verzameling van Heemkring ‘Het Molenijzer’ Putte en de privéverzameling van Emiel Frederickx.

    MVG
    René

    01.12.2017

    Beste Bezoeker,

    De 10.000 akten voor 2017 zijn weldra een feit. We hopen in 2018 even goed te doen !
    Daarnaast zullen er in de komende dagen en maanden voor Heist ook de lijsten van de klappers op de parochieregisters verschijnen. De bedoeling is om 5000 namen voor 2018 er nog eens bij te plaatsen. Dopen en huwelijken in gezinsverband, de overlijdens min of meer ook.
    Voelt u zich geroepen om een handje toe te steken, niet aarzelen, doen!

    MVG
    René

    28.08.2017
    Beste Bezoeker,

    Volgens mij is het euvel opgelost. Heb 'Familieberichten' terug verbeterd, maar nieuwe akten ga ik voorzichtig in een nieuw bericht aanbrengen of ik kan weer tientallen verbeteringen één na één herstellen.
    MVG
    René

    24.08.2017
    Beste Bezoeker,

    Vandaag kennis gemaakt met de wet van Murphy ! De wet van Murphy, toegeschreven aan Edward A. Murphy (1918–1990), luidt "if there's any way they can do it wrong, they will" (als er een manier is waarop ze het verkeerd kunnen doen, zullen ze dat ook doen) of ook wel "Anything that can go wrong, will go wrong" (alles wat fout kan gaan, zal fout gaan).
    Toen ik vandaag wijzigingen in het bericht 'Familieberichten' aanbracht verdwenen er plots tal van tekens en letters en werden zij vervangen door dit (�)
    Gevolg : Ik kan niets meer wijzigen of aanvullen of de hele layout is naar de vaantjes. Zolang de webmaster dit euvel niet heeft opgelost zal of kan er aan de blogs niet meer gewerkt worden !

    Ik hoop tot weldra!

    René
    23.08.2017
    Beste Bezoeker,

    Sinds vandaag heb ik onverwacht hulp gekregen van Bert Mylemans. Door al die herstellingen van mijn blogs zijn verschillende zaken tijdelijk opgeschort door tijdsgebrek. Bert heeft wat schrijfwerk op zich genomen. Zo kunnen de pastoorsverslagen van WO I al verder gezet worden.
    De herstelling van het blog Schriek gaat onverminderd door.

    MVG
    Ren�


    24.07.2017
    Beste Bezoeker,

    Alles lijkt tegen te werken.
    Vond snel een hostingsite voor de afbeeldingen : probleem URL niet bruikbaar voor achtergrond foto's.
    Vond daarvoor een nieuwe host. Honderden berichten aangepast, tot ik na enkele dagen op de site niet meer kon inloggen, maar de foto's bleven op het blog tot voor enkele dagen de foto's regelmatig van het scherm verdwenen. Oorzaak is de server die uitvalt.
    Had ondertussen al wel een derde host gevonden, die het nog altijd doet.
    Maar ik wordt er stilaan moedeloos van en zie het niet zitten om weeral de meeste achtergrondfoto's aan te passen.
    Als deze derde host er ook de brui aangeeft denk ik er stellig aan om er ook een punt achter te zetten.

    MVG
    Ren�

    02.07.2017
    Beste bezoeker,

    Heist en Booischot zijn reeds hersteld !
    Mocht u een bericht vinden met mankementen nadat ik heb gemeld dat ze zijn hersteld zou ik graag van u een mailtje ontvangen met de titel van het bericht.
    Dank voor uw medewerking;

    MVG

    Ren�


    01.07.2017
    Beste bezoeker,

    Het herstel van de blogs zal wel even duren, maar ik ga trachten alles terug te brengen naar de oorspronkelijke versie. We spreken hier wel over meer dan 500 berichten en een kleine duizend foto's, dus even geduld !!
    Vanaf morgen worden er terug akten ingevoerd;

    MVG
    Ren�

    30.06.2017
    Beste bezoeker,

    Zoals u kunt zien blijft er van mijn blogs niet veel meer over, meer dan 10 jaar hobby die ik kon delen met velen heeft photobucket met een klik opgeblazen. Ik wacht nog ��n week vooraleer ik een beslissing naar de toekomst toe ga nemen. Ik ben van deze gang van zaken niet ingelicht.
    Is dat al een van Trumps besparingen? 

    Ik hoop dat de toestand zich hersteld, zo niet zie ik de toestand heel somber in.

    Groeten,

    Ren�

    19.02.2017

    Beste bezoeker,

    Het volgende boek is gedrukt en verkrijgbaar bij Familiekunde Vlaanderen � afdeling Mechelen

    Begraven en Overlijden 1556-1929 van de parochie St.-Jan Baptist te Schriek



    25.12.2016
    Beste bezoeker,

    Wat mag je verwachten in 2017 op mijn blogs?

    1* Nieuwe onthullingen in de Schriekse kerkgeschiedenis.

    2* Veel nieuwe akten, ook van akten welke nog niet kunnen geraadpleegd worden in het RA of bij Zoekakten.nl. (dit in samenwerking met Familiekunde Vlaanderen � afdeling Mechelen)

    3* Gezinsreconstructies gebaseerd op de akten van de BS Booischot (1836-1910)

    4* Na de lijst rouwprentjes van Schriek volgt wellicht de lijst van Putte (met Beerzel en Peulis)

    5* Oproep !!! Wie kan mij helpen ?

    - Ik ben op zoek naar een persoon die een Latijnse tekst uit 1621 kan uitschrijven en vertalen. Mijn kennis van het Latijn is onvoldoende om van deze tekst een transcriptie en vertaling te maken. Ziet u het wel zitten, neem dan gerust contact op met mij via mail. Deze tekst bevat waarschijnlijk belangrijke info voor de parochiegeschiedenis van Schriek. 

    - Indien je rouwberichten van in Schriek geboren personen weet (eventueel naam van het Rouwcentrum vermelden) welke niet bij de familieberichten verschijnen ontvang ik graag een mailtje met de gegevens.

    6* Na de uitgave van het boek �GEBOORTEN en HUWELIJKEN 1604-1923� van de parochie St.-Jan Baptist te Schriek (december 2016) staan er nog enkele zaken in de steigers voor 2017. Het eerste boek kan besteld worden bij Familiekunde Vlaanderen � afdeling Mechelen via hun webshop.

    16.01.2015
    Beste bezoeker,

    Wat vroeger dan gepland start vanaf morgen de lijst met rouwprentjes van Schriek. Erik Ceuppens was zo vriendelijk om de gegevens van zijn ruime verzameling ter beschikking te stellen voor dit blog. Ik zal ook nog enkele personen uit mijn collectie toevoegen. Prentjes welke nog niet op het blog staan zijn altijd welkom (een goede scan is voldoende)!

    Groeten,

    Ren�

    01.01.2015
    Beste bezoeker,

    Wat mag je dit jaar zoal verwachten ?

    1* Het volledige kerkrekeningenboek van 1564 (meer dan 200 bladzijden) met de daaraan verbonden aanmerkingen en nieuwe inzichten in onze plaatselijke geschiedenis + lijsten van overlijdens en andere gegevens.
    2* Zoals in het verleden ga ik trachten om zoveel mogelijk overlijdens van Schriekenaren op het blog te plaatsen. Mocht ik van een overlijden niet op de hoogte zijn gebracht mag je mij altijd een foto van de doodsbrief doormailen.
    3* Vorig jaar beloofde ik 5000 nieuwe akten van Schriek en zijn buurgemeenten, wel ik heb het net gehaald met 5035 stuks. Dit jaar gaan we trachten om er daar nog wat bij te doen. 6000 moet haalbaar zijn !
    4* Doodsprentjes of gedachtenisprentjes bevatten meestal een bron van informatie voor de genealogen. In de loop van dit jaar ga ik starten met een database van deze prentjes, scans zijn dan ook op aanvraag te bekomen om er uw stamboom mee aan te vullen.
    5* Het blog Parochie Sint Jan Baptist (sinds 2009 niet meer actief) zal in de loop van dit jaar verwijderd worden. De voornaamste zaken zullen overgeheveld worden naar het blog Schriek.

    Beste wensen voor 2015 !

    Ren�

    10 mei 2014
    Beste bezoeker,

    In de volgende dagen zullen weer enkele berichten geordend worden via het Archief met dropmenu en het aantal akten van onze buurtgemeenschappen zal nog verder worden uitgebreid. Van elke akte BS is op aanvraag een foto in jpeg te bekomen omdat ik niet alles kan weergeven uit de akte wegens tijdsgebrek.

    Verder heb ik weeral moeten vaststellen dat er mensen (zelfs van een heemkring) zaken copi�ren van mijn blog en publiceren zonder mijn goedkeuring en niettegenstaande in het eerste bericht in bijlage de copyrights duidelijk zijn vermeld. Ze voelen zich zelfs niet geroepen om op mijn mail te reageren. Ik krijg geen subsidies of toelagen, ik word ook niet gesponsord, ik werk gratis voor de gemeenschap die mijn pensioen betaalt. Ik heb er even aan gedacht om dit blog te verwijderen en de boeken te sluiten. "Trop is teveel" zei VDB !!!

    Je kan als bezoeker reageren door een reactie op dit bericht na te laten.

    01.01.2014
    Beste bezoeker,

    Alle berichten van het voorbije jaar zijn weer netjes geordend zodat ze makkelijker zijn terug te vinden via het Archief met dropmenu.
    Wat mag je dit jaar nog verwachten?
    1* Verdere nieuwe gegevens uit het Kerkarchief
    2* Aanvullende akten van Schriekenaren uit archieven van onze buurtgemeenschappen.
    3* De akten uit de Burgerlijke Stand van Schriek vanaf 1797. Deze akten geven weer andere en soms aanvullende informatie bij de gegevens uit het kerkarchief. (start morgen)
    4* Nieuwe geschiedkundige wetenswaardigheden, soms erg verrassend.

    Nog veel lees- en opzoekgenot toegewenst in 2014.

    Groeten,
    Ren�



    16-01-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (2)
    13-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (6)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    Bl. 51

    BEVOLKING, - Het is ons tot heden (1940) toe onmogelijk geweest inlichtingen te bekomen nopens het bevolkingcijfer der parochie tijdens de 3 eerste eeuwen van haar bestaan. Noch in de archieven der kerk, noch elders zijn daarover bewijsstukken te vinden. De oudste doopregisters beginnen met jaar 1604 en vermelden in dat jaar slechts 12 doopen. In de "Geschiedenis van HEIST (door L.Liekens) 1° deel bl. 112. - vinden wij dat SCHRIEK telde: in 1480 : 72 haardsteden, - in 1496: 43, - en in 1526: 78 haardst.

    Volgens : a) documenten ten gemeentehuize (gem), b) statistieken uit den tijd der Fransche overheersching (Fr.rep.), c) schrijver De Seyn (D.S.) beliep de bevolking in ’t jaar :
    1789 (Sept.)-der Fr. rep.: 994 inw.
    IX (der Fr.rep.) 1800-1801 : 1118 inw.
    1800 (gem) : …………. 1150 inw.
    X (Fr.rep.) 1801-1802 : 1136 inw.
    XI “ “ “ “ 1802-1803 : 1163 inw.
    XII “ “ “ “ 1803-1804 : 1159 inw.
    1815 (D.S.) : ………… 1290 inw.
    1826 (gem) : ………… 1514 inw.
    1830 (gem) : ………… 1535 inw.
    1840 (gem) : ………… 1566 inw.
    1840 (D.S.) : ………… 1560 inw.
    1850 (gem) : ………… 1852 inw.
    1860 (gem) : ………… 1820 inw.
    1870 (gem) : ………… 1864 inw.
    1880 (gem) : ………… 1889 inw.
    1890 (gem) : ………… 2014 inw.
    1890 (D.S.) : ………… 2060 inw.
    1900 (gem) : ………… 2272 inw.
    1910 (gem) : ………… 2669 inw.
    1910 (D.S.) : ………… 2670 inw.
    1920 (gem) : ………… 2795 inw.
    1930 (gem) : ………… 3080 inw.
    1939 (31Dec) : ……… 3173 inw.

    De hierboven onder b) vermelde statistieken geven voor de jaren IX, X, XI en XII der Fransche republiek de bevolking (in cijfers) op: Aantal mannen, -id. vrouwen, -gehuwde mannen, id. vrouwen, ongehuwde mannen en vrouwen beneden en boven de 30 jaren, -geboorten, -huwelijken, -overlijdens, -eigenaars van vaste goederen, -personen die van de opbrengst hunner vaste goederen leven, bezoldigden van den Staat, -daglooners, dienstboden, bedelaars in gestichten, en die rondloopen van beide geslachten voor deze vier laatste soorten.

    BESCHAVING. - Het is hoogst waarschijnlijk dat onze bevolking in vroegeren tijd slechts tot een lagen graad van beschaving gekomen was. Tot het einde der 18de eeuw verbeeldden een drietal mannen jaarlijks in de processie, de vroegere bewoners van SCHRIEK. Deze personen kleedden zich dien dag in een kostuum dat gansch met veil- of klimopranken belegd was. Na de processie gedroegen zij zich in de herbergen en op de straat zoo wild en uitgelaten en veinsden zich zoo onwetend, dat zij echte heidenen geleken. Hunne afstamnelingen waren rond 1830 tot 1840 nog bekend onder den naam van HEIDE(n)MANNEN. (1)
    Maar die toestand uit vroegere eeuwen is niet te verwonderen :

    Bl. 52

    TAAL, GODSDIENST, ZEDEN, VERSTANDELIJKE ONTWIKKELING .

    De taal is het Vlaamsch. Maar de spreektaal is in Schriek (en in de omgeving) zoo ruw en hobbelig dat ze weinig gelijkenis heeft met het beschaafd Nederlandsch. (1)

    Meerdere (ontwikkelde) personen kennen de Fransche taal en bedienen er zich bij voorkomende gelegenheid van. Een groot getal verbasterde woorden en uitdrukkingen die te Schriek in 1875 en vroeger in den volksmond lagen. (2), gevolg en overblijfsel uit de Fransche overheersching - zijn thans vergeten en verdwenen.

    Geheel de bevolking tot den Roomsch Katholieken godsdienst behoorend, toont op Zon-en feestdag, bij kerkelijke of godsdienstige plechtigheid, dat hare godsvrucht gemeend is.

    De oude Vlaamsche zeden der 19e eeuw zijn in Schriek, evenal elders, vooral na den wereldoorlog verbasterd en verdwenen.
    De invloed van het hedendaagsch gemakkelijk verkeer, en de betrekking met de stad, schijnt al meer en meer uit in de kleeding, voeding huiselijke inrichting, het gedrag en de handelwijze onzer buitenlieden, onder welke bijzonder de werkersklas het verderfelijk voorbeeld uit stad en nijverheidsplaatsen meebrengt en verspreidt en ‘t zedelijk peil bij de hedendaagsche crisis doet dalen. Sport en cinema dragen daartoe ook het hunne bij.

    Onder verstandelijk oogpunt blijft Schriek niet ten achter. De huidige leerplicht maakt dat geen enkel kind de school verlaat zonder zekere dosis kennis en bekwaamheid verkregen te hebben, die door de overvloedig aangeboden lectuur van dag- nieuws-, bonds- en sportbladen van allen aantrekkelijken aard door radio, cinema, enz. gedurig versterkt en uitgebreid wordt.
    Op maatschappelijk gebied houdt Schriek in den algemeenen vooruitgang gelijken tred met de omgeving : Er bestaat een boerengilde met spaar- en leenkas een afdeeling van ' t "Boerenfront" , een B.J.B., verschillende vereenigingen die tot doel hebben het stoffelijk en zedelijk welzijn der jeugd te bevorderen als : een ondersteunde studiekring met maandelijksche voordracht, een bloeinde afdeeling van 't Davidsfonds ; id. Vlaamsche toeristenbond, Bond der Kroostrijke gezinnen; een Fanfaremaatschappij; een zangmaatschappij; kajjotsters; Vossen. Tot ontspanning en vermaak: 3 handboogrnaatschappijen (2 staande en 1 liggende wip); 3 duivermaatschappijen en en 1 kegelspel.

    Bl. 53

    (1) Gehoord uit boerenmond op 18 Mei 1940 : " Te Pit doa heget heit gebrand; zade ga nog nie we(e)st zien ? ge moet do(a) na es ne kië gön ka(j)ken; tes vreet."
    (2) Sjampetter (garde champêtre) - Z(j)uzepec (juge de paix), Kollezienen (in overtreding nemen). - trokeeren (verwisselen), -absoluut, - kapabel, - abominabel, - terribel, - korreuze (courage), -mèhè (mais hé!, - pitteleer (pet en l'air), - supeezen (sous-pieds), - portan(g) (pourtant), - ergo (dus), enz. enz.


    BEDRIJF. - LANDBOUW, - De akkerbouw levert aan meer dan 9/10 der inwoners de middelen van bestaan. Door degelijke bewerking van den grond, door doelmatige bemesting en door keuze en verzorging van zaai- en plantgoed naar voorschrift der wetenschappelijke landbouwleer, wint men er de schoonste vruchten en de weelderichtste oogsten. De hoofdteelten van den akkerbouw zijn naar den aard van den bodem, rogge en aardappelen. Verder teelt men tarwe, haver, gerst, erwten, enz., en als navrucht : beet, wortelen, rapen, raapkoolen, klaver, maïs, voederkoolen, spurrie enz. Al deze voortbrengselen, ter zondering van erwten en vroege aardappelen worden op de hoeve verbruikt tot het houden van vee (1)
    Onder de meeste winstgevende takken van het landbouwbedrijf kunnen wij aanstippen : het houden van rundren met het oog op de opbrengst van melk, boter en vleesch (slachtvee), het vetten van verkens en kalveren en het houden van hoenders. Dit laatst genoemd bedrijf, verdient om zijne belangrijkheid wel eenigen uitleg. Sedert het in voege brengen der broeimachine (2) tusschen 1890 en 1920, is de hoenderteelt op zulke groote schaal toegenomen, dat men niet zelden op een hof 500 en meer kiekens aantrof. In uitleg treden over zorgen waarmede men dit winstgevend bedrijf uitoefende zou ter ver leiden. Alleen weze gezegd, dat die gevleugelde gasten - tot oneer der lieden - soms beter opgepast werden dan de kinderen des huizes. Schriek overigens is sedert lang gekend voor 't kweeken van den geprezen " Mechelschen Koekoek" die, na gevet te zijn door tusschenhandelaars (3) als lieveling op de tafel verschijnt van de Brusselsche lekkerbekken.
    Tijdens de naoorlogsche jaren legt men er zich meer toe op ' houden van hoenders voor de eierproductie , die even loonend is, veel minder zorg eischt, en waarbij men door aankoop van kiekentjes van echt leggersras niet aan 't gevaar van mislukking in het broeien blootgesteld is. Om aan de vraag van zulke kiekentjes te kunnen voldoen, kwamen hier in 1938 twee inrichtingen met electrische broeimachine tot stand, die een capaciteit hadden om verscheidene duizende eieren te gelijkertijd uit te broeien. (4)

    (1) Tot rond 1870-75 teelde men te Schriek nog al veel vlas, en boekweit nog eenige jaren later, zelfs een weinig tot op heden toe.

    Bl. 54

    (2) De heer doktor Flor. Vermijlen heeft hiertoe een grooten stoot gegeven met, tot proeve, kosteloos een broeimachien uit te leenen.
    (3) Eens nagenoeg volgroeid, werden deze hoenders ter markt te Mechelen verkocht en geleverd aan kooplieden(poeldeniers) uit Merchtem, Londerzeel en omstreken.
    (4) In de aangifte van oorlogsschade (Aug.1940) door een dezer inrichtingen ten gemeentehuize ingebracht, lezen wij: "Schade aan broedeieren - 36000 stuks - 28000 Fr." dit voor schade uitsluitelijk aan de eieren.


    WELSTAND.- De eerste jaren na den wereldoorlog zijn voor onze landbouwers een gouden tijdstip geweest : Had de schaarschte aan voedings-en voederstoffen tijdens de bezetting den prijs derzelve , met woeker, vertienvoudigd, zoo bracht nadien de uitvoer van veld- en stalproducten, aan die behouden prijzen, schatten bij, totdat na eenige jaren, in korten tijd een crisis intrad, onder welke de gansche wereld heden nog lijdt, bij 't uitbreken van ‘t sedert lang dreigende gevaar.
    Intusschen zijn veel landbouwerszoons zich op bijzondere wijze op den kweek van groenten : tomaten; bloemkoelen, wortelen, porei, enz. gaan toeleggen, nadat zij vakleergangen en voordrachten gevolgd hadden. Deze teelt heeft zulke uitbreiding genomen dat hier (in 1936) reeds een groot getal serren en warenhuizen zijn tot stand gekomen tot aankweek van allerlei vroege groenten die, dank aan het hedendaagsch snel verkeer, tot voor 2-3 jaar, meest allen door samenwerkende maatschappijen, als b. v. " De Tuinbouwershalle" te Antwerpen, te huis werden afgehaald en bij opbod aldaar verkocht aan hooge prijzen, waarvan het bedrag mits een geringe afhouding voor de onkosten, aan de kweekers besteld werd. Meerderen onder deze laatsten, door dit bedrijf tot welstand gekomen, brengen met eigen voertuig of met dat van vervoeronderne-mers hunne producten op de voornaamste merkten of in andere streken aan den verbruiker.

    HUISHOUDKUNDIGE INRICHTING VAN DEN LANDBOUW.
    De grongeigendom onzer streek - dus ook van SCHRIEK - is tusschen velen, 't zij inwoners der gemeente, 't zij vreemden, verdeeld. Groote eigenaars bebouwen zelven hunne gronden niet, maar geven hunne pachthoeven en landerijen voor een min of meer langen termijn in huur aan dezen of geenen pachter. Het getal lanbouwers, die eigenaar zijn van al den grond dien zij bewerken, is zeer gering, ’t Getal dergenen die een deel gronds bezitten, denken wij te mogen schatten op ¼ der landbouwers. Dat dergenen die heden een huis of erfpacht bezitten, is hier zeer gering. Het ontstaan van veel klein eigendommen dient aan verschillende oorzaken toegeschreven. Gebrek aan werkvolk en daardoor verbrokkeling van groote hoeven; merkelijk hoogere opbrengst eener kleine uitgestrektheid door brakkering, bemesting en verzorging dan die van een groote uitbating, de zucht naar eigen bestaan en onafhankelijkheid ; de uitbreiding die land- en tuinbouw tijdens de laatste jaren heeft genomen ten gevolge van de talrijke uitwegen welke onze voortbrengselen vinden,- aan de inrichting van Raiffeissenkassen, die tot aankoop van eigendom aan gunstige voorwaarden geld verschieten aan veebonden, enz.

    Bl. 55

    Bij de dood der ouders wordt de eigendom verkocht als er gegronde redenen toe bestaan. Soms is hij tijdens het leven der ouders verdeeld. 't Gebeurt ook dat broeders en zusters, samen en vereenigd, de boederij voortzetten.

    De verhuring der goederen geschiedt doorgaans bij geschrevc akt voor negen soms wel dertig jaren. De huur van huis met land gaat gewoonlijk in op half Maart, van afzonderlijke stukken op half Oogst, met Baafmis (1 Oct.) of op St. Andries (30 Nov.). De pachtbrief bepaalt de rechten en plichten van eigenaar en pachter. Volgens deze bepalingen krijgt de pachter bij het aftrekken al of niet recht op schadeloosstelling voor uitgevoerde verbeteringswerken; voor navette, op halven afzaai, enz.

    De huurprijs die voor bouwland van 75 tot 120 Fr. beliep per hectare in 1910, is ingevolge de schaarschte en duurte van voedings- en voederstoffen tijdens den oorlog, na denzelven soms ge-stegen tot 1000 Fr. De waarde van bouw- en weiland in 1910 gemiddeld 5000 Fr. de Ha., klom in 1927-28 tot 30 en 40 duizend Fr. maar is sindsdien, ten gevolge der algemeene crisis met meer dan ¼ verminderd. Die stijging bij openbare verhuring en verkooping waar te nemen, kwam daaruit voort dat de landbouwers, met het oog op de hooge prijzen van land-en stalproducten als het ware jacht maakten om veel en beter land in bezit of gebruik te krijgen.

    De grondlasten worden in 't algemeen door den eigenaar betaald, die soms met hun bedrag den pachtprijs verhoogt. Bijzonderen verhuren hunne goederen doorgaans uit de hand ( niet in 't openbaar). Alhoewel eigenaar en huurder buiten de huurvoorwaarden geen verplichting tegenover elkander hebben, en gewoonlijk geen bijzondere betrekking met elkander hebben, bestaat in 't algemeen een inschikkelijkheid en dienstvaardigheid tusschen beiden. Soms gebeurt het dat nijveraar of handelaar als eigenaar uit winstbejag invloed en dwang uitoefent op zijn pachter.

    Zelden liggen al de perceelen land van een uitbating rond de woning aan elkander vast; soms liggen die meer dan 1 Km. verwijderd.

    Het getal volwassen personen, in ‘t landbouwbedrijf gebezigd, wordt door den band gerekend op 2 mannen en 2 vrouwen per 5 Ha.

    Bl. 56

    LANDBOUWVEREENIGlNG. Zooals hooger gezegd, hebben omtrent al onze landbouwers zich in een bond vereenigd. Meststoffen, veevoeder en brandstoffen werden in groote hoeveelheid en onder gunstige voorwaarden aangekocht, en vele landbouwvoortbrengselen door diens bemiddeling aan den man gebracht. Niet aangesloten landbouwers wenden zich bij voorkeur tot bijzondere handelaars, die gewoonlijk meststoffen op crediet afleveren of uitstel van betaling verleenen tot het oogenblik, waarop zij zelven de landbouwproducten kunnen koopen en in betaling aanveerden. De "Boerenbond" heeft verschillende afdeelingen doen ontstaan : aardappelbond, veeverzekering, Raifeissenkas, verzekering tegen brand, enz. 't al inrichtingen die onder allen vorm- (met uitsluiting van een enkele op dit oogenblik)- den vooruitgang van 't landbouwbedrijf bevorderen.

    ARBEIDERS. Veel klein landbouwers en hun zoons gingen weleer als werklieden op grootere winningen arbeiden bij het drukkenst werk in hooi- en oogsttijd van graan en aardappelen en tot voor eenige jaren bij 't dorschen, - en dit voor "paardsarbeid", dat wil zeggen dat de boer, in stede van zijn werkman in geld te betalen, voor dezen zijn paard inspande om 't veld te beploegen, oogst in te halen gekochte of verkochte waren te vervoeren. Vaste werklieden vindt men niet meer op de hoeve. Hooge loonen aan dokwerk, in de koolmijn in nijverheidsgestichten en openbare werken onttrok een groot deel mannelijke werklieden aan den landbouw, en menig aankomend meisje door den bedrieglijken glans der stad verleid, voelde afkeer van veld en stal. Om die ontbrekende krachten eenigszins aan te vullen, werden door enkele boeren onzer streek pik- en dorsmachienen aangekocht. Sedert 1937-38 wordt het dorschen zoo bij handwerker als bij boer aangenomen door lieden die met moteur en dorschtuig rondreizen, en dit werk soms op enkele uren verrichten. De melkafroomer is bij den geringsten landbouwer ingevoerd. Bracht het werk buiten 't dorp gezocht veel stoffenlijk voordeel bij, het heeft -zedelijk verval ter zijde gelaten - ook een schadelijken invloed : vele vrouwen kunnen door 't bijspringen aan 't landwerk, hunne taak van huismoeder niet gansch vervullen,- en vele knapen moesten, voor de invoering der schoolplicht, op 10-12 jarigen ouderdom de school verzuimen en verlaten om als slaven te arbeiden.

    DAGLOONEN. In de laatste jaren voor den oorlog bedroeg het dagloon, buiten kost en inwoon voor een volwassen knecht 30 Fr., voor een meid 20 Fr. in de maand. In gewone omstandigheden verdiende een werkman, zonder den kost 2 Fr. en een werkvrouw 1 Fr. daags. Maaiers en pikkers verdienden 3 tot 4 Fr. daags. Soms werden deze lastige werken, alsmede het uitdoen der aardappelen "entreprise" of tegen op voorhand overeengekomen prijs per Ha. of voor de geheele oppervlakte in eens aanbesteed.

    Het "duur leven" na den oorlog heeft het dagloon meer dan vertienvoudigd. En heden is de milde ondersteuning door Staat en openbare besturen, sedert het ontstaan der algemeene crisis, aan de werkloozen verleend, mede de oorzaak dat door een groot deel der arbeidende klas naar geen boerenwerk wordt uitgezien.

    Bl. 57

    VOEDING EN KLEEDING. Kechts, meiden en ander werkvolk zitten aan de tafel met hunne meesters. Het voedsel is, zoo niet overvloedig, toch voldoende en bestaat meest in brood, aardappelen, melk, vleesch en groenten.-

    De kleedij der mannelijke onderhoorigen was voorheen minder kostelijk dan die der meesters; tegenwoordig kan men die aan de kleederen niet meer onderscheiden. Bij de vrouwelijke ondergeschikten is dit sedert lang het geval, en in hun zondagspak wedijveren ze thans met de fijnste juffer der stad.

    De slaapplaatsen laten, voor wat verluchting, verlichting en zindelijkheid betreft niet meer te wenschen.
    Ondanks de huidige crisis mag men zeggen dat de voorspoedige jaren na den oorlog oneindig veel verbetering hebben gebracht in alle stoffelijke behoeften zoo van onderdaan als van meester.

    NIJVERHEID. Daarover is hier niets te.zeggen, wijl er geene nijverheidsgestichten bestaan. Alles bepaalt zich bij een brouwerij, 2 stoom en 2 windmolens tot plaatselijke behoeften, en een steenbakkerij, in 1900 opgericht, die tijdens de eerste jaren na den wereldoorlog een massa steen heeft uitgevoerd, maar op dit oogenblik stil ligt.

    HANDEL. Deze bestaat vooral in 't uitvoeren van stalen veldproducten. Gedurende eene halve eeuw heeft hier een boterraarkt (opgericht in 1856) bestaan, welke door meerdere kooplieden uit Wallonië bezocht werd. Talrijke boerinnen uit al de omliggende dorpen brachten er met zware korven aan den arm of op 't hoofd, hunne waar aan den man. Deze markt is eerst in verval geraakt doordien kooplieden hunne boter bij de boeren afhaalden. In 1900 werden nog ongeveer 5000 Kg. boter van maandag namiddag tot woensdag van elke week afgeleverd aan de twee kooplieden ter plaatse. Wat later, bij de opkomst der melkerijën leverden de boeren tot meer gemak hunne melk daaraan af. In SCHRIEK bestaat nog een samenwerkende melkerij.
    Sinds 1885-86 wordt hier 's woensdags handel gedreven in jonge zwijnen (biggens). Kooplieden uit de omtrek brengen er bij verkoop in de herberg - er wordt geen openbare markt gehouden - tot 200 stuks aan den man.

    Van over onheuglijke tijden geniet de gemeente eene belangrijke jaarmarkt, dit tot 1911 op den 24 sten Juni, St.Jansdag-(patroonfeest der parochie) en later den daarop volgenden zondag gehouden werd. Deze markt wordt druk bezocht door vreemdelingen, zoo koopers als verkoopers en nieuwsgieringen. De ten toongestelde waren bestaan in ellegoederen, kleedingstukken, modeartikels, schoeisels, huis- en keukengerief, hout- en touwwerk, landbouwgereedschappen, jonge zwijnen, enz.

    Bl. 58

    ONDERWIJS. Naar wij tusschen 1874 en 1880 uit den mond van ouderlingen vernamen, werd op het eind der Fransche overheersching, door den eenen of anderen persoon, die eenige bekwaamheid bezat, school gehouden voor goedwilligen die wilden leeren lezen en schrijven ; bij enkelen leerde men ooi wat cijferen. In den vastentijd ter voorbereiding ter eerste communie, werd, buiten het godsdientonderricht in de kerk, in de eene en ander buurt - zooals dit in het omliggende de gewoonte was - door deze of gene brave vrouw, catechismusles gegeven, bestaande in door voor- en nazeggen - (de kinderen konden niet lezen) - den tekst van vraag en antwoord (van buiten) te leeren opzeggen (1)

    Wel werden door het Fransch bestuur (1798-1815) pogingen aangewend om door het onderwijs beschaving en verbetering te brengen in den ellendigen toestand des lands. Maar die pogingen mislukten schier overal doordien ons volk onder vreemde overheerschers wantrouwig stond tegenover elke nieuwigheid (2) en afkeer gevoelde tegen opdringende maatregelen. Bewijzen daarvoor vindt men in documenten(3)

    In dien toestand kwam verbetering onder 't Hollandsch bestuur Want den 14 December 1818 werd zekere Jos. Verlinden van KONINGSHOOIKT door het gemeentebestuur tot onderwijzer benoemd, en bekleede terzelfder tijd, met wederzijdsche instemming tusschen het "vicariaat" (geestelijke overheid) en het gemeentebestuur de bediening van "clerc" (koster). Naar voorschrift der wet moest de hr. Verlinden binnen de 6 maanden, als bewijs van bekwaamheid, een examen afleggen voor de "Jury voor middelbaar en lager ouderwijs", En wat later bij koninklijk besluit van 25 Juli 1822, werd vastgesteld dat niemand lager onderwijs mocht geven, soo hij van de"Jury van het onderwijs" of van de "Provinciale Commisie" geen toelatingsbewijs had ontvangen. De heer Verlinden genoot een vergoeding van 17 cents 14/100 of 4 sols zilver, Brabantsch courantgeld, per maand, betaalbaar door elken leerling zonder onderscheid van geslacht. Aan de kinderen der familiën, die door 't Weldadigheidsbureel ondersteund werden, moest hij kosteloos onderwijs verschaffen, maar daarvoor ontving hij jaarlijks een veertel koren (4) als een stichting van dit bureel. Het schoolokaal ter zijner beschikking gesteld, was het zuidelijk deel van het tegenwoordig gemeentehuis , destijds een gebouw zonder verdiep. De heer Verlinden werd den 25 Maart 1823 ontslagen. Zijn handteeken op menig geboorteakt ten gemeentehuize van Schriek, doet veronderstellen dat zijn geschrift zeer net en verzorgd was.

    Bij de indienstreding van den heer Schools, opvolger van heer Verlinden, in 1824, werd het schoollokaal verbeterd en van lessenaars voorzien alsook van andere meubelen.- De heer Schools ontving buiten het maandelijksch schoolgeld van 4 sols of stuivers courantgeld per leerling, van wege de gemeente nog 100.- Fr. wedde en 25.-Fr. voor huishuur, en van wege het Weldadigheidsbureel nog 9 schepels (Dl) rogge per jaar (4). Hij bleef in dienst tot 1830. Zijne opvolgers werden waarschijnlijk op dezelfde wijze vergoed.

    Bl. 59

    (1) De meeste kinderen woonden geen school bij en konden noch lezen, noch schrijven. Meerderen onder hen waren 17-18 jaar oud eer ze bekwaam geoordeeld werden om de 1ste communie te doen. Zelfs hoorden wij gewagen van een jongeling, wiens eerste communie kleederen hem eenigen tijd later dienden tot huwelijkscostuum.
    (2) Onder ander : De nieuwe " Catechismus" door Napoleon ingevoerd en door Cardinaal Caprana goedgekeurd, vond geen ingang en stiet overal op verzet. - Vele priesters weigerden het gebed :"Domine, salvum fac imperatorum nostrum Napoleon" op te zeggen.
    (3) Ten Gemeentehuize van Schriek liggen formulieren of afschriften daarvan, door 't fransch bestuur toegezonden tot het verstrekken van inlichtingen die zouden dienen tot het inrichten van een geregeld onderwijs. Bij 't verzuim deze formulieren in tijds of volledig in te zenden, werden "rappels" gezonden met bedreiging van straf.
    (4) Waarschijnlijk ligt daarin de oorsprong van het “kosterskoren", dat tot voor een veertigtal jaren op veel plaatsen rond Nieuwjaar door de kerkkosters bij de boeren werd rondgehaald (soms vervangen door een gift in geld).


    Van schoolprogramma en -verordening was er geen spraak : nergens daarover vinden we iets vermeld.

    DE SCHOOLWET van 1842. - Van het begin af onzer onafhankelijkheid werd de noodzakelijkheid ingezien van een nieuwe en algemeene regeling van het onderwijs. Na de stemming der gemeentewet in 1836, moest er iets komen, t.t.z. een wet- die iedereen zou bevredigen. Moeielijk werk voor ’s landsbestuur. Vele voorstellen werden gedaan, ontwerpen besproken, totdat daaruit eindelijk in 1842, de eerste wet, - een meesterstuk op gebied van onderwijs - te voorschijn kwam.
    Ten gevolge van het invoege treden dezer wet besliste de gemeenteraad in zitting van 13 Mei 1845; de school te vergrooten. En gezien er dan nog geen gemeentehuis bestond (5) en de heer Arrondissementskommissaris reeds te voren het oprichten eener bewaarplaats voor de archieven had bevolen, besloot de raad op het te vergrooten gebouw, een verdiep bevattende twee vertrekken, op te richten.
    Maar allerlei moeielijkheden : de slechte financieele toestand der gemeente (6), de geringe toelage van 't hooger bestuur, wijzigingen aan 't plan enz., waren oorzaak dat het werk eerst dertien jaar later (in 1858) werd uitgevoerd.
    Bracht de wet van 1842 veel verbetering in den toestand van het onderwijs , toch maakte de sterke aangroei der bevolking, na 30-35 jaren, een degelijk onderwijs onmogelijk (7). Ook zou men de geslachten scheiden : In 1877-1878 werd een school (met woning) voor de meisjes gebouwd (8) en den 10 Oktober 1878 werden twee religieuzen-onderwijzeressen (orde St Jozef van Calasance) uit 't moederhuis te Vorselaer, aan de school benoemd. Bij 't in voege treden der schoolwet van 1879, hebben deze zusters hun ontslag gegeven en de woning verlaten. Bij de opening der vrije school zijn twee zusters van dezelfde orde hen komen vervoegen en van dit oogenblik tot in 1884 zijn zij door de geestelijke overheid gelast geweest met het onderwijs aan jongens en meisjes. Voor de jongens werd een woning kosteloos ter beschikking gesteld door heer DE VEUSTER Victor en met de meisjes werd voorloopig klas gehouden in een gehuurd huis,-totdat de nog bestaande klassen voltrokken waren.

    Bl. 60

    Bij 't in werking treden der wet van 1884 hebben de religieuzen afgezien van 't onderwijs aan de jongens en is de meisjesschool aangenomen door de gemeente. De Zusters, die een huis bewoond hebben, dat aan Mevr. Wed. Goossens-Rijmenants en kinderen toebehoort, zijn in 1897 overgetrokken naar het kloostergebouw door vermelde weldoeners bij de klassen gebouwd
    De woning der gemeentelijke meisjesschool is in 1879 toegekend aan een onderwijzeres, die ambshalve (voor 't hoogere bestuur) benoemd was, wijl het gemeentebestuur weigerde tot een benoeming over te gaan.

    DE WET VAN 1884. Bij beraadslaging van 6 Oktober 1884 werd door den gemeenteraad beslist : 1. De gemeentejongensschool met haar personeel te behouden. 2. De meisjesschool aan te nemen met een toelage van 2.800 fr. 3. De gemeentelijke meisjesschool, die slechts negen leerlingen telde, af te schaffen. (Zie aanh. XXXIV)
    In 1894 zijn de jongens uit het oud gemeentelokaal naar de gemeentemeisjesschool overgetrokken . Heden (1940) telt die school … klassen.

    (5) In een gehuurde kamer werden alsdan de raadszittingen gehouden en de gemeentearchieven bewaard.
    (6) Door het vergrooten der kerk in 1844 was de gemeentekas uitgeput.
    (7) Rond 1873-‘77 woonden ongeveer 250 leerlingen (beide geslachten) de school bij, die twee klassen bevatte.
    (8) Door aannemer Petr. De Bie van Putte, mits 31419 fr.
    (9) "Omdat, - aldus in 't register der beraadslagingen aangetekend - de benoeming tegenstrijdig zou zijn met het algemeen gevoelen der inwoners en te voorzien is dat al de leerlingen naar de vrije school zullen gaan".


    GEBOUWEN. - De gebouwen in de gemeente Schriek zijn allen van hedendaagschen bouwtrant en bieden niets bijzonders aan. Als voornaamste gebouwen kunnen wij noemen: de parochiale kerk gebouwd in 1303, maar later tweemaal vergroot (toren in gotischen stijl), de kerk van Grootloo, een echt juweeltje in modern Romaanschen bouwtrant, in 1937 opgericht, - het gemeentehuis en de Scholen. Als privaat gebouw het kasteel van de adellijke familie Van der Stegen, dat uit de 18de eeuw schijnt te dagteekenen en door de vermelde familie tijdens de Fransche revolutie (1794) behouden bleef tot in 1926, wanneer graaf Rudolf Van der Stegen kasteel en domein verkocht aan hr. Aug. De Roy, afstammeling van een oude adellijke familie uit Picardie, - die het in 1946 verkocht aan ...
    De kleine, lage huisjes die rond 1870 en nog later de kom van het dorp vormden, zijn vervangen door moderne, sierlijke woningen die van welstand der bewoners getuigen.

    wordt vervolgd


    13-01-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    18-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bijdragen van Jan De Belser (5)

    BIJDRAGEN TOT DE KENNIS DER GESCHIEDENIS VAN DE GEMEENTE SCHRIEK.
    door Jan De Belser, E.H. Frans Vermeerbergen en Jos Op de Beeck 


    Bl. 39

    SCHRICK ONDER AARDRIJKSKUNDIG.

    GRENZEN. Het grondgebied van SCHRICK is, zonder twijfel vroeger, t.t.z. voor de grensscheiding van 1807, uitgestrekter geweest dan heden. (l) Het schijnt zeker dat de Raambeek weleer de grensscheiding uitgemaakt heeft en dat het grondgebied van SCHRIEK langs den Z.O. kant verkleind is. En zou men uit het proces (2), dat, naar de volksoverlevering in de 17de eeuw, jaren geduurd heeft tusschen de gemeente Werchter en de heeren van SCHRICK over het bezit van de Bolloo (3) niet mogen besluiten, dat de gemeente SCHRIEK grond heeft bezeten, of minstens aanspraak gemaakt heeft op grond Z.waarts van vermelde beek ? De onregelmatige grensscheiding tusschen SCHRICK en TREMELOO, (voorheen Werchter (4), is zonder twijfel het gevolg van dit proces. (5)« En het gezegde: "Arm SCHRIEK; ik ben zoo ziek: de Bolloo verloren! het offer gestolen ! de kerk verbrandl (6) zou daarin zijn oorsprong vinden

    Dergelijke gedingen (processen) waren in dien tijd menigvuldig,- want naarmate de bevolking aangroeide en men meer grond begon te ontginnen, werden de heiden en ombebouwde gronden een bron van twist zoo tusschen aan elkander aanpalende gemeenten als tusschen gemeenten en heeren. (7) Ook hebben we gezien dat een gedeelte grond met 5 woningen hetwelk in het begin der 17de eeuw voor het geestelijk aan SCHRIEK was afgestaan, door de grensscheiding van 1807 aan Baal is teruggegeven.

    Zonder twijfel is langs andere zijden geen verandering toe-gebracht aan de grenzen. Evenwel zijn daartoe in 1818-'20 pogingen tot verbetering aangewend geweest : Doordien het grondgebied van PUTTE zich, als een inspringenden hoek, tusschen dit van SCHHICK en KEERBERGEN uitstrekt tot 640 met. van den kerketoren van SCHHIEK en 4960 met. (in vogelvlucht van dien van PUTTE, zijn er tusschen de beide gemeentebesturen onderhandelingen aangeknoopt geweest met het inzicht regelmatige grenzen daar te stellen. Maar de voorstellen wederzijds gedaan,werden door de tegenpartij niet aangenomen en zoo is de zaak blijven hangen" (8)

    Bij een blik op de kaart valt het op dat de vorm van het grondgebied van SCHRIEK veel gelijkenis heeft met dien der provincie Henegouw : De dorpskern op nagenoeg gelijken afstand van de drie uiterste punten, neemt de plaats in van de stad Bergen.

    Zooals men op de kaart ziet, grenst de gemeente SCHRIEK ten N. aan HEIST-op-den-BERG, ten O. aan BOOISCHOT, ten Z.O. aan BAAL, ten Z. aan TREMELOO Z.W. aan KEERBERGEN, ten W.aan PUTTE, ten ten N. W. aan BEERSEL. ( 9)

    Bl. 40

    (1) Verklaring uit den volksmond opgenomen.
    (2) We ontdekten geen enkel stuk over dit proces
    (3) Plaatselijke benaming der streek, voorheen gansch beboscht, waar de grenzen der gemeenten Schrick,Tremeloo, en Baal) samenloopen.
    (4) Tremeloo is van Werchter gescheiden in 1837.
    (5) Een smalle strook grond van ongeveer 1800 met. lengte en gemiddeld 250-300 m. breedte, gekend onder den naam van "KRUISLANDEN" en behoorend tot het grondgebied van SCHRICK ten Z. van GROOTLOO, doorsnijdt de Bolloo langs den W.kant en strekt zich uit tot dicht bij TREMELOO-dorp. (Op de aardrijkskundige kaarten afgebeeld als grondinham van de prov. Antwerpen in Brabant).
    (6) Uit aanteekening van heer J.Op de Beeck.
    (7) Zie "Proces over de Kapelheide (l771-‘75).
    (8) Het verslag eener gemeenteraadzitting te SCHRICK, over die kwestie luidt :

    "Seance du 20 septembre 1820.
    Présent Le -Bourgemestre , etc.

    Le bourgemestre, ayant déclaré la séance ouverte, a donné connaissance a l'assemblée que cette réunion extraordinaire avait pour objet de délibérer sur la résolution prise par le conseil minicipal de la commune de PUTTE, qui a proposé une toute autre délimitation entre les communes de PUTTE et SCHRICK, que celle conseil minicipal de cette commune avait demandée par sa résolution du 6 mai 1818, et qui, ainsi que celle du conseil municipal de la commune de PUTTE du 12 mai 18l9> a été communiquée à l'assemblée,avec invitation d'émettre son avis.

    Obtempérant a l'invitation du Bourgemestre le conseil municipal de la commune de SCHRIEK,

    Considérant que le conseil minic. de la commune de PUTTE exige trop en échange de la partie que le conseil municipal de SCHRICK avait demandée;

    Considérant que l'arrêté Royal du 5 janvier 1818 s'oppose à ce que des parties d'une commune soient cédées a une autre sans une compensation égale, ce qui ne peut avoir lieu entre ces deux communes,- est d'avis de renoncer à son projet proposé le 6 mai 18l8 et de laisser subsister la délimitation en statuquo jusqu'à l'époque ou les communes seront cadastrées, et qu'alors peut-être moyennant des concessions réciproques on pourra trouver les moyens de former une bonne limite.

    Copie de la présente, etc… Faite en séance à SCHRICK, etc…
    Le sécrétaire              Le Bourgemestre,
    (s)C. Van den Putte. (s)J.N. Vermijlen.
    Voor eensluidende copie.
    De secretaris der gemeente van SCHRICK,
    20 January 1845 (get) Ch. Holemans

    Bl. 41

    (9) Deze grenzen zijn voor 5 Juni 1825 bepaald vastgesteld geworden. Waarschijnlijk is deze grensbepaling door het Staatsbestuur (onder het Hollandsch regiem) voorgeschreven geweest. De leden der Commissie met dit werk gelast, bestond blijkens het verslag uit burgemeester, assessors en aanwijzers. De grens is zeer nauwkeurig aangewezen : van stipt bepaald vertrekpunt uit langs middenpunt of buitenkant van weg, beek, gracht, - met aanduiding langs beide zijden der (scheilijn) van den naam en de woonplaats der aanpalende eigenaars, dikwijls met aanwijzing van richting (N.O,Z.W.), van bochten, hoeken, en lengte daarvan, aard van goed, enz.

    Het verslag der bewerking aan de bevoegde overheid toegezonden is geteekend :
    "Gezien en goedgekeurd door den Staetsraed Gouverneur der provincie Antwerpen den 14 Maart 1826.
    Voor den Staetraed-Gouverneur der provincie,
    Het Lid der gedeputeerde Staeten,
    (g) Olivier.

    Jammerlijk zijn in het afschrift van 't proces-verbaal der grensbepaling, in 1845 door den heer gemeentesecretaris Holemans genomen, en van welk laatste wij afschrift bezitten, de namen niet vermeld van de leden der Commissie (burgemeester, assessors en aanwijzers) die ieder der 6 artikelen (1 art.per aanpalende gemeente : BEERSEL, HElST-o-d-BERG, (Booischot was dan nog een afhankelijkheid van Heist) , BAAL, WERCHTER , (Tremeloo hing af van Werchter)-KEERBERGEN en PUTTE) hebben onderteekend.

    Het verslag is te uitgebreid (beslaat ongeveer 25 bl. van hier bij gebruikt schrijfboek formaat) om in deze aanteekening opgenomen te worden. (Kopie ervan in ons archief).

    UITGESTREKHEID EN UITZICHT.

    Naar opgave van den "kadastralen legger (Tableau indicatif et matrice cadastrale par P.C.Poppe) heeft de gemeente een oppervlakte van 1109 Ha., waarvan heden 1940 meer dan 1000 Ha. bouwland. Het overige is door bosschen, kanten, wegen en waterloopen ingenomen. Maar voor betrekkelijk korten tijd - einde der 18de en begin der 19de eeuw - moet het grootste deel van het grondgebied met bosschen of heide bedekt en onbebouwd zijn geweest. Ouderlingen van het dorp hoorden wij tijdens onze kinderjaren vertellen, dat hun ouders het tijdstip van de ontginning dezer streek hadden beleefd. Daaroe bezigde de eigenaar of heer een zeer groot getal werkleiden, die in groepen van 100 man verdeeld werden. De honderdste man had het toezicht over het werk zijner groep. Men noemde hem "tamboer", omdat hij de trom sloeg bij het begin en het einde van het dagwerk.

    Bl. 42

    De ontgonnen gronden werden meestal in rechthoekige perceelen, doorgaans van 0.5 tot 2 Ha. oppervlakte verdeeld en van elkander gescheiden door grachten of greppels en omzoomd met struik en heestergewas, waartusschen vroeger jaren - tot het einde der 19de eeuw toe - gewoonlijk een rei strunken, soms ook boomen hunne koppen en kruinen verhieven. De onvruchtbaarste hoogten werden met den, de laagten met elzen schaarhout en canadaboomen beplant. De slooten en grachten dienen tot afvoer van het overtollige water en tot behoud der limiet tusschen het erf van verschillende eigenaars. Het houtgewas gaf, voor het gebruik der steenkool, het noodige brandhout, en geriefhout bij het bouwen.

    Die beplantingen met houtgewas benamen wel het vergezicht, maar vormden figuren, die door hun vormen en kleuren aan het oog niet mishaagden. Tijdens de laatste jaren der 19de en de eerste jaren der 20ste eeuw zijn, ingevolge de toeneming der bevolking en de hoogere opbrengst der landbouwprodukten, meer dan de negen tienden dier houtgewassen verdwenen en is de bodem tot labeur- en weiland herschapen.

    NATUUR VAN DEN GROND.- De bodem is zandig, tenzij langs hun de Raambeek waar hij uit rosgeelachtige aangespoelde kleiaarde bestaat. Uit eigen aard is grond schraal en onvruchtbaar, maar evenals in het "Land van Waas" door den aanhoudenden arbeid zoo zeer verbeterd, dat men nergens rijker oogsten aantreft.

    VERHEVENHEID.- De verhevenheid des bodems verschilt van 9 tot 13 met. boven den spiegel der zee. De hoogste punten bevinden zich op de Donken ten O. van GROOTLOO,- op de Hazenbergen tegen de grens van BAAL en bij het vereenigingspunt der gemeenten SCHHICK, BEERSEL en HElST-o-d-BERG. (het Masheiken).

    WATERLOOPEN.- Gansch het grondgebied vanSCHRlCK watert af naar de DIJLE door de Raambeek welke naar hare monding toe de namen draagt van Zwartwaterbeek, Boeimeerbeek (1) en Vrouwenvliet, en die het water van een 3 tal kleine beken ( uit de Hooge Heide, Putte-beemden en Kwade heide), van de Heistsche, - Minksche, - Beversluis, -Sluis en Valkelaarbeek opneemt en zich tusschen Mechelen en het "Zennegat" in de Dijle ontlast.

    Bl. 43

    Om de lage gronden tegen overstrooming te vrijwaren, werden al vroeg maatregelen getroffen : Zoo vinden we aangeteekend, dat zonder twijfel naar bevel der hoogere overheid, bij besluit van 25 Juli 1821, door het Collegie van Burgemeester en Schepenen, de eigenaars en huurders werden aanzocht beken en waterloopen te kuischen, verbreeden en zuiveren binnen de 14 dagen ; na dit tijdverloop zou dit werk op kosten der achterblijvers verricht worden.

    Waarschijnlijk scheen de breedte van zekere waterloopen onvoldoene, want den 13 Augustus 1824 werd door vermeld Collegie bevolen de breedte te brengen voor : de Raambeek op 4 ellen;- de Kleine beek op Hazebergen l el,- de Klein beek in Swarpenland op l ½ el,- (2) de Klein beek in de Wuijtjesstraat l el, (2)- de Heistschebeek tot in Adriaan Engelslanden l ½ el en vandaar tot de Raambeek 2 ½ ellen,- de Minksche beek l el,- de Valkelaar of Galgebeek 2 ellen,- de Kapellebeek l el,- de Leembeek l el,- de Kruislandenbeek 9 palmen.
    Later werd de ruiming dezer waterloopen door den Heer Gouverneur bevolen.

    (1) Verbastering van "Boden-meer" (Zie "Toerisme" jaargang 1936 blz. 503)
    (2) Hooger genoemd "beek uit de Hooge heide"


    PLAATSELIJKE BENAMINGEN. Alle hoeken of gedeelten van het grondgebied van SCHRIEK hebben hunne eigen benaming. Maar van vele, vooral van de minst bevolkte deelen is de naam mettertijd zoodanig in vergetelheid geraakt, dat de helft dier namen door het tegenwoordig geslacht ( 1e helft der 20e eeuw) niet meer gekend zijn. Buiten de dorpskom vinden wij op oude plans en in documenten vermeld,- gaande van West naar Oost : de Leembosschen, de Kleine Schrieken (1) de Blaekbosschen, de Pandoerenhoek, de Leemvelden, de Markieslanden, de Smolderhoeve, de St.Jansbosschen, de Valkelaarbosschen, de Hongeren (ook gezegd) Hommelentoren , de Beversluisbosschen, de Goorlanden, de Kleine Baronshoek, Jennekens achterste velden, de Pachtheilanden, Gasperslanden (meest verbasterd tot Jespers-), de Bijl, de Schriekschebosschen, de Kapelleheide, de Caserne, de Verbrandebosschen, de Draaiboombosschen, de Voorste Kwadeheide, de Koudhalzen, de Puttebeemden, het Voorste Roggeveld, het Achterste Roggeveld, de Kleine Lauwerijkens, de Achterste Kwadeheide, de Achterste Brakkenvelden , de Voorste Brakkenvelden, de Schanshoek, de Groote Lauwerijkens, de Bolloodijk, de Kruislanden, de Kouw Leezen, de Keulsche hoek, de Killige landen, het Rot, de Paijerlanden, de Donken, het Zwalperland ( op plans verminkt tot Zwarpenland), de Hooge Heide, Goor, de Haze(e)bergen, Klein Brabant.

    Bl. 44

    Hier kan men nog bijvoegen : GROOTLOO, het eenig gehucht (buiten de dorpskern) van SCHRIEK. In 1906 werd daar een parochie opgericht, welke zich mede uitstrekte over de BOLLOO (deel der gemeente TREMELOO),- en den LOOZENHOEK (een deel der gemeente KEERBERGEN).
    Verder het MASHEIKEN (rond het vereenigingspunt der gemeenten SCHRIEK, BEERSEL en HEIST),- de ACHTERHEIDE, een sterk bevolkt gehucht van HEIST (parochie GOOR) op de noordelijke grens van SCHRIEK,- het HOORNE KRUIS, kruispunt der oude Leuvenschebaan met de Langstraat tegen de grens van Keerbergen,- en Kruisbrug, kruispunt van de Langstraat met de Gommerinstraat, een weinig ten N. van GROOTLOO.

    DE WONINGEN met welke het grondgebied overal bezaaid is staan wel wat dichter ter plaatsen Pandoerenhoek, Kwade heide en Hazenbergen, maar vormden geen eigenlijke gehuchten.
    Tot rond 1870 bestonden de meeste woningen, buiten de dorpskom, uit leemen muren met strooien dak. Deze stonden bij, soms in ‘t midden van het land dat de bewooners uitbaatten. Tot gemak en bevallig uitzicht werden tijdens de laatste halve eeuw en vooral na den wereldoorlog schier alle woningen langsheen of nabij de steen- en moderne verkeerswegen opgebouwd.

    (1) De namen in hoofdletters of onderlijnd zijn die der heden nog algemeen gekende plaatsen.

    PACHTHOEVEN. Belangrijke pachthoeven als in de provintie Brabant, in de Polders en in Wallonië, heeft men in de gemeente nooit aangetroffen. Als de grootste uitbatingen in de vroeger jaren, hoorden wij noemen : de Molensch(r)ans, de Grootloosch(r)ans, de Bolloodijk, de Steine hoef, den Hommelentoren, de Kerkestee, de Klein Schrieken, de Blackboschhoeve. Al deze uitbatingen zijn thans in kleine winningen "handwerkerssteden” verbrokkeld.

    WIJKEN. Bij 't opmaken van het kadaster in 182... werd het grondgebied der gemeente in 3 wijken verdeeld, die van N. naar Z. voor twee scheidingslijnen hebben :
    1). de Breede (vroeger Draaiboom) straat, het midden van de dorpskom en de Hoogstraat (vroeger baan van Mechelen naar Schriek).
    2). de Gommerijnstraat. Wijk A ligt W. waarts Wijk C ligt O. waarts en wijk B tusschen beide vorigen.

    GEMEENSCHAPSWEGEN

    Schriek is bij gebrek aan goede verkeerswegen langen tijd van de omliggende dorpen en steden afgezonderd gebleven, te wijten aan toevallige omstandigheden, zooals wij verder zullen zien.
    De eerste steenweg, die van Putte tot in de dorpskom van Schriek, vlak voor de kerk,- werd in 1864 gelegd.

    Bl.45

    TOESTAND VOORHEEN ; VERVOER OP DEN BUITEN.
    Voor dien tijd waren het hier, evenals op de meeste andere dorpen, al aarden banen en straten, waarop niet zelden bij wintertijd of na zwaren regenslag alle verkeer met gespan onmogelijk was. (1) Tot aanvoer van de onmisbaarste koopwaren voor winkelier of handelaar trof men in de meeste dorpen - ook in Schriek - "boden" aan, die op bepaalde dagen der week met paardengespan de reis naar de stad, vooral Mechelen (magazijn of fabriek) ondernamen.

    LANDBOUWPRODUCTEN : graan ( tarwe en boekweit), vlas, enz... werden met paard en kar, zelfs veel per kruiwagen ter markt van Mechelen of elders ter levering gevoerd. (2)
    Na 't aanleggen van steenwegen verbeterde de toestand : Buiten het gespan van den "bode" verschenen voor het vervoer van zware vrachten uit magazijnen, molens en fabrien,- wagens op 4 wielen met 2 of meer paarden bespannen,- op den buiten bij handelaars en boeren de zoo genaamde "malbroekkarren", -"handkarren" door personen voortgesleept, en de "hondcnkarren" soms door 3 en meer honden bespannen.

    (l) We hoorden in onze kinderjaren eens van een grijsaard (hij was geboren in 1801 of '02) vertellen, dat hij als kind van 10 of 11 jaar, met zijn vader per gespan 's nachts eens mocht meerijden naar de merkt te Mechelen. Bij 't wederkeeren, door vaak overvallen, kroop hij in den "roszak" (een sterk netwerk tusschen de wielen onder den schoot der kar vastgemaakt en waarin de voerman hooi en haver voor het paard meevoerde) en viel in slaap. Aan het "Zwarte water" - dit woord hebben wij wel onthouden -'t was na een regenslag, sleepte de roszak deels door het water, en de jongen, bij 't ontwaken bezeerde zich ernstig aan het hoofd.

    (2) De kruiwagen was het onontbeerlijk voertuig van den kleinen man, die daar zware vrachten - soms verre afstanden - mee vervoerde :, Een gebuur J.B. Torfs, die voor 1870 in Booischot gewoond had, hoorden wij meermaals. zeggen, dat hij in zijn jonge jaren, gedurende geruimen tijd, alle weken de reis Booischot - Diest -Antwerpen en terug had gedaan met' den kruiwagen bespannen met een hond tot vervoer van gist voorbakkers te Antwerpen ( volgens overeenkomst), en uit die stad gewoonlijk een vracht koopwaar meebracht.
    In 1880 zagen wij dikwijls op de Havenwerf te Mechelen bij de aankomst van mosselschuiten, een groep meest jonge lieden uit Baal en omstreken hun kruiwagen overvol laden met een of meer zakken mosselen, waarmede zij, naar hun zeggen, dikwijls tot diep in 't Hageland of tot boven Scherpenheuvel moesten kruien eer ze hunne waar uitverkocht hadden.

    Bl. 46

    WETGEVING IN ZAKE OPENBARE BUURTWEGEN. A. Reeds voor onze onafhankelijkheid, namelijk tijdens het Hollandsch regiem, werden pogingen aangewend om de openbare wegen, die beschadigd, in onbruik soms deels vernietigd zijn geweest, te herstellen en verbeteren. Zoo vinden wij aangeteekend dat in 1820-'21 een commissie door 't Staatsbestuur aangesteld werd om de breedte der openbare wegen te onderzoeken en dat deze commissie bevonden heeft, dat een dertigtal eigenaars, wier goederen aan 12 verschillende straten paalden op het grondgebied van SCHRIEK,- zich van die openbare wegen ruim 2.30 Ha. hadden toegeëigend en meest met boomen en ander houtgewas beplant.

    Het gemeentebestuur stelde voor de teruggave daarvan, zoo mogelijk door een minnelijke schikking met de eigenaars te regelen (1)
    Deze onwettige toeeigening van - zooveel als verloren - brokjes grond moet niemand verwonderen, als men inziet dat dorps- en kasteelheeren zich uitgestrekte erven toeeigenden. (2)

    1) Zie beraadslaging van 26 Februari 1821.
    2) Zie proces over 't bezit der "KAPELHEIDE".
    B.- Op 10 April 1841 verscheen de

    WET OP DE BUURTWEGEN (Onderhoud en verbetering).

    Voor dat deze wet in voege trad, bestond de gewoonte dat de eigenaars, die aan de openbare wegen paalden, deze moesten onderhouden. Maar zooals wij hooger zagen plantten zij op de weinig of niet gebruikte wegen, boomen en houtgewas en ontnamen aan de straten de noodige breedte om er hun eigendom mee te vergrooten. Van daar de noodzakelijkheid eener wet.

    Art. 13 van bedoelde wet legde de onderhoudskosten der openbare wegen ten laste der gemeente, tenzij het provintiebestuur een gedeelte daarvan ten laste legde van de aanpalende eigenaars.
    Volgens art.14 mocht de gemeente, die geen voldoende inkomsten bezat, 1 dag werk vragen van het gezinshoofd, dat geen 3 fr. rechtstreeksche belasting betaalde, -2 dagen werk voor wie 3 fr. of meer betaalde, 2 dagen werk voor ieder paard, opcentiemen voor de overigen. Van daar het "PIONIEREN" bestaande in het vereffenen en herstellen van aarden banen en straten door personen in groep. Deze bewerking werd, voor en nadat er slechts enkele steenwegen aangelegd waren, bij oproep door de gemeenteoverheid, tijdens het minst drukke werksezoen (Juni), door al de gemeentenaren per groep, zooveel mogelijk in hunne buurt of omgeving uitgevoerd. Wij vinden aangeteekend dat in een beslissing van 16 Maart 1869 door den gemeenteraad daarover genomen, bepaald werd "dat de eigenaar-bezitter van een paard, 1 dag met paard en man zou helpen, de bezitter van een prachtpaard, ½ dag met paard en man ; de bezitter van een os, 2 dagen met os en man; de overigen 1 dag (met 1 man);- dat men van dit werk kon ontslagen worden mits betaling van 4 fr.per dag voor paard en man, betaling van 0.80 fr. per man en per dag;"-maar dat deze beslissing niet goedgekeurd werd, als niet overeenstemmend met de wet van 10-4-1841.

    Bl. 47

    BUURTSTEENWEGEN.- 1864. De eerste steenweg van PUTTE naar SCHRIEK in vermeld jaar aangelegd, heeft een lengte (op 't grondgebied van SCHRIEK) van 3455 met.
    1874 - De hiervoren vermelden steenweg werd verlengd tot TREMELOO en WERCHTER, 2765 met. op grond van SCHRIEK.
    1874.- Een vertakking van 930 met. door de Galgestraat naar BEERSEL gelegd.
    1891.- Een vertakking van 2120 met. (van Kruisbrug) door de Langstraat naar BOOlSCHOT (Pijpelheide) en BAAL.
    1898.- Een tak van 995 m. (van St. Bernardus Kapel) naar HEIST (Achterheide en Goor)
    1900.- Een steenweg (van Schriek-dorp) door de Hoogstraat naar KEERBERGEN,- lengte 640 met.
    1900.- Ken tak van 720 met. in de Gommerijnstraat (van Kruisbrug naar Goor).
    1903.- Deze laatste tak (Gommerijnstraat) voortgelegd naar HEIST-GOOR (in 't geheel) ongeveer 1000 met.
    1903.- Een tak van 950 m. door de Haachtsche baan (van Galgestraat naar KEERBERGEN, en een tak van 500 met. (aandeel van 5CHRIEK door de Leenstraat naar GRASHEIDE.
    1938.- Een zes met. breeden betonweg met rijwielpad in cementen dalles vervangt den kasseiweg PUTTE-SCHRIEK tot de Kapel St. Bernardus en wordt door de Kwadeheidestraat voortgetrokken tot in de Gommerijnstraat, 975 met. lengte.
    1939.- De Puttestraat, die de Kwadeheidestraat in rechte lijn met den steenweg SCHRlEK-TREMELOO verbindt, wordt gekasseid op ongeveer 1000 m. lengte.

    Ten gemeentehuize liggen afdruksels en bestek "der hiervoren vermelde en uitgevoerde werken, opgemaakt door den technischen dienst der prov. Antwerpen. Daarin vinden wij nadere inlichtingen aangestipt. (Gedeeltelijke Kopie ervan in ons archief)

    Al deze wegen sluiten bij de grens der gemeente aan met de steenwegen der omliggende plaatsen ; meestal zijn ze op hetgrondgebied der onderscheiden gemeenten als een geheel aanbesteed en uitgevoerd.

    Zooals we hooger zegden, bleef SCHRIEK langen tijd, bij gebrek aan goede verkeerswegen, van de omliggende dorpen en steden afgezonderd. Dit was te wijten aan mislukte pogingen : Wanneer de prov. Brabant in 1839 voornemens was Brussel rechtstreeks met de Noorderkempen te verbinden en daartoe de bestaande baan Brussel-Haacht N.waarts te verlengen tot op de bestaande (prov). baan Lier-Aarschot, dan besloot het gemeentebestuur van SCHRIEK alle krachten in te spannen, om 10% op de grondbelasting en 2% op de personeele belasting te heffen, om die baan over KEERBERGEN door de dorpskern van SCHRIEK naar HEIST-o-d-BERG te bekomen. Dit plan is echter niet uitgevoerd.

    Bl. 48

    In 1860 ontving het gemeentebestuur van SCHRIEK een afdruksel van een smeekschrift door den gemeenteraad van MECHELEN naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers gezonden om den ontworpen spoorweg LEUVEN-HERENTHALS langs HEIST-o-d-BERG te bekomen en niet langs AARSCHOT, met verzoek om steun door onze gemeente. Dit plan bleef - tot nadeel van SCHRIEK - ook weer steken.

    BUURTSPOORWEGEN.- De eerste buurtspoorlijn in onze streek is die van MECHELEN-HEIST-BOUWEL. Zij werd aangelegd in 1886. Aangaande die lijn vinden wij ten gemeentehuize van SCHRIEK een schrijven, gedagteekend 11 Augustus 1884 waarin het bestuur der Buurtspoorwegmaatschappij (Technische dienst, ingenieur Daniel Michotte) het gemeentebestuur aanzoekt te willen beraadslagen over het aandeel van tusshenkomst waarvoor de gemeente zou inschrijven, tot aanleg eener lijn MECHELEN ( Neckerspoel), PASBRUG, O.L.V.WAVER, PUTTE (standplaats ten N. van de dorpskom), BEERSEL (ten Z.O. van 't dorp), HEIST (statie), HALLAAR, ITEGEM, HERENTHOUT, HERENTHALS. Dit schrijven was vergezeld van een plan, waarop de richting van de eene stopplaats naar de door de velden heen was aangeduid.

    De heer Aug. Reypens, lid van de Bestendige Deputatie, maakte daarop, bij brief van 5 September 1884, zijn aanmerkingen over aan 't gemeentebestuur met een plan naar hetwelk de bestaande openbare wegen zooveel mogelijk zouden benuttigd worden, - en met een bestek waaruit bleek dat de bijdrage voor SCHRIEK slechts 102 fr. 's jaars zou bedragen. Met aandrang werd het gemeentebestuur tot aanvaarding van dit voorstel aangezet door schrijven die zoohaast mogelijk advies vraagt.

    Om te toonen met wat al zaken en omstangheden dient rekening gehouden te worden, wat al werk een ontwerp eischt tot slagen van zulke onderneming, en hoe men tot de berekening komt van het aandeel aan de gemeente gevraagd, - laten wij hier den korten inhoud volgen van vermelde stukken.

    Bl. 49

    A. - Schrijven van den heer Michotte. Daar is bijgevoegd een beschrijvend vertoog dat handelt over: 1. - Het doel der onderneming. 2.- De voordeelen voor 't publiek. 3. - de richting van 't spoor. 4. - De invloed van de bestaande lijnen. 5. - Het vermoedelijk trafiek : getal reizigers naar de bevolking der doorloopen plaatsen:
    NECKERSPOEL – PASBRUG “ 3000 inw.
    O.L.V.WAVER “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 4400 inw.
    HEIST-HALLAAR “ “ “ “ “ “ “ “ 9000 inw.
    ITEGEM “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 3400 inw.
    PUTTE “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 4000 inw.
    BEERZEL “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 3600 inw.
    HERENTHOUT “ “ “ “ “ “ “ “ “ 3400 inw.
    zonder de twee eindstations Totaal 31700 inw. met den aangenomen vermenigvuldiger 4 maakt 126800 reizen, die aan 5 centiemen per Kilom. ontvangst zouden leveren (21 km. X 0,05 X 126800 = 133400 Fr.)
    Daar komt bij de opbrengst van postwagens, van rijtuigen naar markten, kermis, bedevaart, enz, Reisgoed : vee en alle waren geschat op 70500 Fr.
    Algem. jaarlijksche ontvangst 203900 Fr.
    Vermoedelijke uitgaven maakt per Kilom. 28490 Fr.) 982950 Fr.
    Exploitatiemateriaal (per Kilom. 34400 Fr.) 202000 Fr.
    Uitbatingskosten (interest en aflossing van Kapitaal (per Kilom. 2200 Fr. ) 138620 Fr.
    Finantieele uitslag : Vermoedelijke ontvangsten 203900 Fr.
    Winst 203.900 - 138.620 = 65280 Fr.
    Ttz. Een bijvoeglijke decidend van 65.280 X 100 = 5 p%
                                                               1.184.950

    B, - Schrijven van den heer Reypens.

    a)Richting: Statie aan 't Staatspoor op NECKERSPOEL, door de Berlaarbaan naar O.L. V. WAVER en PUTTE, rechts afwijken naar BEERZEL-DORP, naar de statie van HEIST, naar HALLAAR, ITEGEM, HERENTHOUT, - langs den ontworpen steenweg naar OOSTERHOVEN, ROSSOM en VELTHOVEN naar HERENTALS statie, - volgens een brief van heer De Bruyne, voorzitter der N.M. van buurtspoorwegen, - langs bestaande wegen te leggen.
    Volgens Michotte op 35.000 Fr.
    b)Onkosten geschat per Kil. volgens De Bruyne op 28.000 Fr.
    Verschil 7.000 Fr.
    Te voorzien 34 kil. aan 35.000 Fr. = 1.190.000 fr. in ronde som 1.200.000 Fr. waarvan door den Staat 50 % , door de prov. 25 % ; door de gemeenten 25 % , 't zij 300.000 Fr.
    Maar de gemeenten voldoen met den interest dier som aan 4,50 %, te voldoen gedurende 66 jaren.
    Deze interest beloopt 13.500 Fr. gedurende 66 j. tusschen de belanghebbende gemeenten te verdeelen.

    Bl. 50

    Deze verdeeling is door hr. Reypens op voorstel van den hr. Burgemeester van Mechelen in evenredigheid van de bevolking van iedere gemeente in ronde cijfers als volgt : Voor SCHRIEK en WICKEVORST om wille van den verren afstand dier gemeenten tot den tram is slechts een gedeelte der bevolking in rekening gebracht; even zoo is een kleine vermindering toegestaan aan HEIST en HERENTALS, omdat de bevolking der afgelegen gehuchten dichter bij den spoorweg woont. De vermindering legt aan de overige gemeenten een lichte verzwaring op Voor 66.000 inw. volgt de uitgave per inwoner 13.500 fr.: 66.000 = 0.204 fr.
    Voor MECHELEN 44.000 inw aan 0.204 fr. 8.872 fr.
    Voor O.L. V. WAVER 2600 “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 530,40 fr.
    Voor PUTTE 3400 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “775,20 fr.
    Voor BEERSEL 1600 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “326,-- fr.
    Voor SCHRIEK 500 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 102,-- fr.
    Voor HEIST 4200 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 856,80 fr.
    Voor HALLAAR 1000 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 204,-- fr.
    Voor ITEGEM 2000 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ “ 408,-- fr.
    Voor WICKEVORST 600 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ 122,40 fr.
    Voor HERENTHOUT 2500 inw. “ “ “ “ “ “ “ 510,-- fr.
    Voor HERENTALS 4300 inw. “ “ “ “ “ “ “ “ “ 877,20 fr.
    ---------------------------66100 inw.---------------13.485,40 fr.

    Verdere aanmerkingen. - Volgens de wet van 29 Mei 1884 mag elke gemeente 4/5 van haar aandeel aan particulieren overlaten. Zoohaast de tram meer dan de exploitatiekosten opbrengt hebben de gemeenten niets meer te betalen. Gemeenten en partikulieren die 't aandeel gestort hebben in plaats van den jaarlijkschen interest te betalen, ontvangen dan 5 % Indien na die afhouding de opbrengst der lijn niet uitgeput is, ontvangen de gemeenten van de rest nog 25 %

    Zoo de onkosten niet gedekt worden door de opbrengst, dan moet de My. der Tramwegen de verliezen lijden. Zoo dat de gemeenten nooit meer op te offeren hebben dan hun aandeel in de onkosten van oprichting."

    Voor SCHRIEK nogmaals gering voordeel.

    Van in het jaar 1906 doorsnijdt de buurtspoorlijn LIER - WERCHTER de gemeente SCHRIEK in hare grootste lengte. Het gedeelte LIER - SCHRIEK werd uitgebaat van in 1903 en het gedeelte SCHRIEK - WERCHTER van in 1909. Tijdens de bezetting is deze lijn door de Duitschers opgebroken in 191? zoo men zegde omdat de vijand behoefte had aan materiaal (spoorstaven). In 1919 is de lijn hersteld.

    wordt vervolgd


    18-12-2017, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-6
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) - Gemeente Tremelo - deel 6

    Bl. 48

    Bijvoegsel aan hoofdstuk IV

    In Ballingschap

      Den 28 augustus 1914 werden de volgende personen van Tremeloo door de Duitschers aangehouden en opgesloten in de kerk van Aarschot. Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; Eerw. Heer Emiel van Giel, onderpastoor; Alfons Michiels; Guilielmus Van Vlasselaer; Lodewijk Van Vlasselaer; Jan Baptist Goeron; Lodewijk Haegemans; Pepinus Torfs en Frans De Preter. Deze personen werden aangehouden deels op den steenweg Lier-Aerschot, deels te Heyst-Goor. Enige aanteekeningen getrokken uit het notaboekje van Alfons Michiels.

    28 augustus - Gevangengenomen op den steenweg Lier-Aerschot. -Gebracht in het kolenkot van M. Van Tricht. -Twee uren in eene weide. -Aankomst in de kerk om half vijf. -Water en brood. -Slapen op de stoelen.

    29 augustus - Wat droevig geschrei der kinderen met ons in de kerk opgesloten. - Wat duurt de tijd lang. -Vandaag brood en soep.

    30 augustus - In de kerk aankomst van Aerschotsche burgers die eerst naar Leuven gestuurd waren en nu teruggebracht werden naar Aerschot. - Vrouwen en kinderen worden overgebracht naar de woning van notaris Fontaine recht over de Kerk.

    31 augustus - Om 4 ure nog geen eten gehad. - Een stuk brood en een klein stuk spek, gift van een burger van Aerschot, werden wij ontstolen. -Goed nieuws : morgen mogen wij vertrekken.

    1 september - Nieuwe wachten zen streng. - Weinig eten maar veel gekijf en gegrol der wachten. - Bittere teleurstelling : van vertrek geen spraak meer.

    2 september - Burgers moeten de kerk kuischen. - 's Morgens een stuk brood, 's middags soep. - Een jonge huisvader van Westmeerbeek is zot geworden; hij wil zich de keel oversnijden met een stuk glas : dit wordt hem belet. Dan wil hij zich dooden tegen de verwarmingstoestellen.

    3 september - Eten redelijk goed, doch ontoereikend. - Wij worden medegedeeld door de vrouwen van Aerschot die brood, fruit en koffie brengen voor hunne familieleden. - In den nacht van 2 tot 3 september om half drie sterft een jongeling van Aerschot juist voor mij.

    Bl. 49

    4 september – Weinig voedsel. – Wij kunnen in stilte wat brood en tabak kopen. – Eenige vrouwen uit Tremeloo komen hunne mannen en broeders bezoeken en brengen slecht nieuws : alles is afgebrand.

    5 september – Verheugend nieuws : morgen zondag mogen de priesters mis doen en de burgers die willen mogen tot de H. Communie naderen.

    6 september – De dag verheugend doorgebracht. – Al de priesters hebben mis gedaan. – De burgers boven de 45 jaar mogen vertrekken. – Om half vijf slecht nieuws : allen naar Duitschland. Droevige stoet. Gekerm en geween van vrouwen en kinderen.

    7 september – In de statiën waar onze trein blijft staan worden wij aanzien als bandieten.

    8 september – Aankomst te Sennelager. –Eerst verscheidene uren wachten. – Dan krijgen wij een stuk brood. – ’s Middags naar het bad. – Slapen onder den bloten hemel.

    9 september – Drie engelsche soldaten worden met handen tegen den rug tegen eenen boom gebonden : dat is de straf voor de minste overtreding. – Slapen in open lucht.

    10 september – Drie zieken zien wegdragen. – Slapen hetzelfde.

    11 september – Ik ben stijf van buitenslapen. – Wij kregen een deksel. – ’s Nachts felle regen : het water loopt onder mijn lichaam door.

    12 september – De zon komt vroeg te voorschijn en wel van pas om onze natte kleederen te droogen: de wind helpt ook. – Te weinig eten. – Zieken naar het gasthuis.

    17 september – Wij worden naar het verhoor geroepen : 6 van Tremeloo; 6 van Busschot en 6 van Heyst-Goor. Ik dacht dat is voor de priesters dat wij zullen moeten naar het verhoor gaan. Het was zoo. Ik deed mijn best om de anderen eenigen goeden raad te geven. Die binnen geweest waren werden afgezonderd. Ik werd de laatste ondervraagt als volgt :
    -Hoe is uw naam?
    -Alfons Michiels.
    -Uw beroep?
    -Schrijnwerker.
    -Waar woont gij?
    -Te Tremeloo in het dorp.
    -Kent gij de pastoor van Tremeloo
    -Ja.
    -Hoe was die ten opzichte van de Duitsche soldaten?
    -Ik geloof dat hij Duitschgezind was, want den 19 augustus zijn er velen gaan wijn drinken; ik weet ook dat er Duitsche officiers geeten hebben, en hij is bij mij geweest met twee Duitsche soldaten om logist.

    Bl. 50

    -Wat is er van de geweren van Tremeloo geworden?
    -De Burgemeester heeft die doen binnen brengen.
    -Ja, maar er is een gebleven en de pastoor heeft toegelaten van uit den toren daarmede te schieten op de Duitsche soldaten?
    -Neen, mijnheer , dat is niet waar.
    -Ja wel !
    -Neen, Mijnheer.
    -Ja wel !
    -Neen Mijnheer.
    -Zeker is het waar geweest?
    -Neen Mijnheer, en daar ik tegen de kerk woon, zou ik dat moeten gezien of gehoord hebben, en anders ten minste hooren zeggen, het is niet waar geweest.

    18 september – Slechte nacht. – Hevige windvlagen die de pilaren in onze tent deden omvallen. – Vier zieken zien wegdragen.

    19 september – Koude nacht. –Geluk gehad een pint bier te drinken in de kantin. – Worst gekocht van een franschen soldaat. – 2 Zieken zien wegdragen. – Namiddag aankomst van nieuwe gevangenen waaronder drie van Werchter.

    20 september – Om 9 ure worst. – ’s Middags soep, daarna een stuk brood. – Wind en regen. – Een zieke engelsche soldaat zien wegdragen.

    21 september – Slapelooze nacht. – Twee burgers naar het hospitaal vervoerd. – Om half zeven slapen op ons strooi met eene sargie in de flauw verlichte tent; doch ik kan mij niet verwarmen.

    22 september – Slecht geslapen. –Koude voeten. – Twee personen voor eene kleine overtreding gedurende twee of drie uren aan eenen boom gebonden. Alle gevangenen loopen doorheen en spreken niet dan van voedsel. – Om 6 ure slapen gegaan doch niet kunnen verwarmen.

    23 september – Honger. – Groot geluk : een soldaat koopt voor mij uit medelijden een brood van een mark. Dit deel ik met een vriend Gust Budts van Werchter; mijn deel, deel ik nog met Lod. Van Vlasselaer. Wij worden afgezonderd : rond den avond worden 200 belgen met 400 fransche burgers in eene tent geduwd.

    24 september – ’s Morgens om 6 ure naar de statie van Sennelager. – Om half twaalf aankomst te Werl in de gevangenis.

    Bl. 51

    In de gevangenis


      De tien eerste dagen na onze aankomst te Werl hebben wij doorgebracht elk in eene cel inhoudende 22 kubieke meters lucht. Mijne cel was zeer goed ingericht en van een verwarmingstoestel voorzien. Voor de nachtrust beschikte ik over een engelsch bed met ressort en twee wollen dekens. Niettemin heb ik de eerste nachten slapeloos doorgebracht: nu meer dan ooit dacht ik aan mijn vaderland, aan mijn geboortedorp, aan mijne woning, aan mijne familie. Die tien dagen in verveling overgebracht schenen mij jaren.

      De vier eerste dagen hebben wij onze cel moeten houden zonder buiten te komen. Van op den vijfden dag mochten wij 20 minuten buiten wandelen. Daarin werden wij behandeld als andere gevangenen: wij moesten op bepaalden afstand van elkander blijven en mochten niet spreken.

      Den 11den dag moet ik werken in eene smidse. Mijn werk bestond in den voorhamer te slaan en den blaasbalg te trappen. Dit was buitengewoon zwaar werk. Gedurende zes dagen heb ik dit werk verricht; daar ik het niet langer kon volhouden werd ik aan eene machien geplaatst. Dit werk was nog te zwaar om reden dat men aanhoudend werken moest. Wilde men een oogenblik rusten of adem scheppen dan was het kijven en grollen bovenarms. De officieren vooral schenen kijven en schelden op bijzondere wijze aangeleerd te hebben.

      Als voedsel kregen wij dagelijks: ’s morgens koffie met 250 grammen brood. Het brood was vervaardigd uit 80% meel en 20% meel van aardappelschillen. Om 12 ure kregen wij soep. Deze soep was gemaakt met boonen, raapkolen, vitsen, aardappelen, enz, er was ook een weinig vleesch in, doch minder dan in Sennelager. Om 6 ure kregen wij nogmaals 250 gr brood en daarbij als dranck een liter water met melk. Van 100 liters afgeroomde melk vervaardigde men 700 liters van dien dranck.

      Gedurende al den tijd dat wij te Werl doorbrachten hebben wij driemaal voor 50 pfenningen mogen koopen in de kantien. Door al mijn werk had ik ten laatste vier mark en 31 pfenningen verdiend.

      Den 11 Februari 1915 liepen ons ballingschap en onzen dwangarbeid ten einde. Om 7 ure 15 ’s morgens vertrokken wij uit Werl om den 13 ’s morgens te Brussel aan te komen.

    (handtekening) Alphons Michiels

    Verklaring van Frans De Preter, landbouwer te Tremeloo Geetsvondel.

      Ik ben gevangen genomen te Boisschot den 28 augustus 1914. Ik werd met honderden anderen burgers opgesloten in de kerk van Aerschot tot 6 september ’s avonds. Van daar naar Deutschland : veertien dagen in Sennelager en dan naar Werl in Westfalen. Daar heb ik in de gevangenis gezeten. Ik moest eerst in den hof graven en later met os en paard rijden. Ik heb geene mishandelingen ondergaan : alleenlijk niet genoeg eten gekregen. Te Werl bestond onze kost uit 500 grammen brood en één liter soep, die bestond uit boonen, raapkoolen , vitsen, aardappelen, enz; er was ook een weinig vleesch in doch minder dan te Sennelager. Wij zijn in het vaderland teruggekeerd den 13 Februari 1915. Voor mijn werk heb ik ontvangen 10 mark en 76 pfenningen.

    (handtekening) Frans De Preter.

    wordt vervolgd



    27-08-2017, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    08-02-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrestauratie 2016-2017

    Eindelijk duidelijkheid in de verschillende bouwfasen van de kerk!

    Tijdens de restauratie van het dak zijn zowel langs de noord- als langs de zuidkant de oude muren van het kerkschip zichtbaar geworden. Met de dichtgemetselde ramen (3 stuks aan weerszijde) met rondboog en de prachtig witte zandstenenmuur is alle twijfel verdwenen, dat de eerste kerk gebouwd in het begin van de XIVe eeuw wel degelijk op deze plaats is opgericht. Dit zijn samen met de toren, de restanten van wat eens een prachtige romaanse kerk is geweest. Voor mij is de puzzel nu bijna voltooid en wordt het stilaan tijd om alles in boekvorm te gieten.

    René

    Foto Erik Ceuppens


    08-02-2017, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    02-01-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-5
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 5

    Bl. 43

    Hoofdstuk X.

    Geestelijken in de gebeurtenissen betrokken.


    - Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; aangehouden den 28 augustus en gebracht in de Kerk van Aerschot; van daar weggevoerd naar Duitschland den 6 september 1914.

    - Eerw. Heer Emiel Van Giel, onderpastoor: idem.

    - Frater Edgard De Coster; frater Octaaf Igodt en broeder Julius Haegen bevonden zich in 1914 in het klooster te Ninde. Zij zijn op het einde van augustus gevlucht naar West Vlaanderen en van daar naar Holland, waar ze door de belgische militaire overheid opgeroepen. Zij hebben in het leger gediend als ziekenverzorgers.

      Thans bevinden zich in het klooster der Picpussen te Ninde 10 brankardiers die tijdens den oorlog dienst gedaan hebben. Hier volgen hunne namen :

    - Frater Pamphilus (Lodewijk) Verdeyen van Herent, was aug. 1914 leraar in het Damiaangesticht te Aerschot; werd den 6 september weggevoerd naar Duitschland. Hij heeft zijne eeuwige beloften uitgesproken en is thans leerling in de Godgeleerdheid.
    - Frater Edgard De Coster; hoger reeds genoemd, heeft tijdelijke geloften uitgesproken en is leerling in Godgeleerdheid.
    - Frater Leopold (Willem) Jeurissen van Vlijtingen, novice, leerling in de wijsbegeerte.
    - Frater Oswald (Joseph) Van Neste van Gulleghem, idem.
    - Frater Odilo (Antoon) Van Gestel van Borgerhout, idem.
    - René Muller van Antwerpen, postulant, leerling in de wijsbegeerte.
    - Matthijs Gielen van Vlijtingen, idem.
    - Jaak Bos van Turnhout, idem.
    - Lodewijk Van de Velde van Schoten, idem.
    - Frater Octaaf (Gaston) Igodt, hoger genoemd, van Watou, novice leerling in wijsbegeerte.

    Parochianen onder de wapens.

    In 1914 werden 55 parochianen onder de wapens geroepen. Onder dezen waren 27 gehuwden hebbende samen 70 kinderen. Van dezen zijn er drie geboren na het vertrek van vader.

    Bl. 44

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers, doch naderhand hebben de volgende jongelingen als vrijwilligers het leger vervoegd : Feyaerts Joseph; Van den Notelaer Alfons; Storms Frans; De Keyzer Joseph en Van Vlasselaer Leo.

      Tijdens den oorlog werden nog opgeroepen 32 parochianen die zich in het buitenland bevonden; zoodat in ’t geheel 92 parochianen in het leger hebben dienst genomen.  Er zijn enkel vier parochianen gesneuveld, namelijk, Hendrik Verhaegen, vader van twee kinderen; Alfons Verbeeck; Alfons Claes en Alfons De Mees.

      Een soldaat werd verminkt te Luik, namelijk Franciscus Van Eyken, vader van 4 kinderen. Hij is getroffen geweest in den schouder en kan van zijnen arm geen gebruik maken.

      Geboorten en sterfgevallen.
    1913 Geboorten : 95 sterfgevallen : 40
    1914                     58                         26
    1915                     68                         27
    1916                     57                         22
    1917                     57                         32
    1918                     58                         42

      In november 1918 zijn 16 personen gestorven ten gevolge van de Spaansche griep.

      Hoofdstuk XI
    Huiszoekingen in kerken of kloosters. – De opname der klokken.


      Huiszoekingen in kerken of kloosters hebben alhier geene plaats gehad.
    Bij de opname der klokken ben ik niet tegenwoordig geweest. Voor zooveel ik mij herinner heeft deze opname plaats gehad in de maand juni 1918. Ziehier wat Lod. Dockx, koster, desaangaande getuigt.

      “Op zekeren dag kwamen er bij mij twee Duitschers welke vroegen om op den toren te gaan om de klokken te meten; na dit gedaan te hebben en al de opschriften en versiersels der klokken zorgvuldig aangeteekend te hebben, zijn ze naar het hoogzaal gekomen en hebben daar de groote orgelpijpen gemeten en nagezien uit welk metaal zij vervaardigd waren.”

    Bl. 45

    Hoofdstuk XII

    Feiten van verscheiden aard.


      Bijzondere daden van vaderlandsliefde heb ik niet aan te stippen.

      In het moeilijk Komiteit werk heb ik bij de leden van het Komiteit en ook bij anderen goede en bereidwillige helpers aangetroffen : aan hen allen mijnen innigsten dank. Eenmaal heb ik een gebrek aan offervaardigheid bevonden bij personen van dewelke ik nochtans eene gansch bijzondere offervaardigheid had mogen verwachten.

      Onder de landbouwers zijn er zeker menschen geweest die niet naar woekerprijzen getracht hebben, en die hunnen evennaaste vooral de armen genadig behandelden. Ik persoonlijk heb bij brave menschen steeds waren bekomen aan fatsoenlijken prijs. Doch de menschen die liefdadig gehandeld hebben roemen hun eigenzelven niet, en degene die het voorwerp van hunne liefdadigheid geweest zijn zwijgen het ook. Om wille der waarheid moet ik nochtans bekennen dat de algemeenheid der landbouwers, enkele uitzonderingen daargelaten, voor hunne waren de hoogste prijzen eischten : velen waren bevreesd van te weinig te vragen. Er worden personen genoemd die brood vervalschten met gekookte aardappelschillen en raapkoolen, en dit mengsel verkochten aan 7.50 fr. en meer den kilogram.

      Er is tijdens den oorlog veel gestolen bijzonder op de velden, doch niet zoozeer uit nood en voor eigen gebruik dan wel om het gestolene te verkoopen aan woekerprijzen. Het geld alzoo vergaard werd gebruikt voor spel en vermaak. Het is ongelooflijk hoe zeer de jonkheid tijdens den oorlog bedorven werd door zucht naar geld en vermaak.

      Meermaals heb ik van op den predikstoel den parochianen herinnert dat het niet betaamd zich aan overdreven vermaken over te leveren, terwijl onze soldaten aan den IJzer hun bloed voor het vaderland veil hadden en den dood te gemoet liepen; ik beriep mij op hunne vaderlandsliefde; ik gewaagde zelfs van het genoegen dat zij den vijand verschaften met te juichen terwijl het vaderland treurt. Dit alles maakte geenen indruk : er was geld, gemakkelijk vergaard en de voorraad eens uitgeput kon spoedig vernieuwd worden, waartoe zou het dan dienen tenzij tot plezier en vermaak? Ook werd er op de kermissen tien, twintigmaal zooveel geld verkwist dan vroeger.

      De Duitschers van den omtrek namen regelmatig aan de kermissen deel en keerden nooit dan wel beschonken naar huis. Daartoe hoefden zij geen geld op zak te hebben : van dieven en smokkelaars mochten zij drinken zooveel zij wilden. Er wordt van een dezer verhaald dat hij op een enkelen kermis vijf honderd mark met de Duitschers verteerde.

    Bl. 46

    Hoofdstuk XIII

    De ontruiming.


      Op donderdag 7 november ontvingen wij het eerste bezoek van vijandelijke troepen op weg naar Duitschland. Aangaande dezen niets bijzonders op te merken.

      Vanaf dijnsdag 12 november tot maandag 18 november had de gemeente Tremeloo aanhoudend vijandelijke troepen te vernachten. De neerslachtigheid der officieren was merkbaar, en wat de soldaten betreft, het groot getal wapens door hen weggeworpen geeft genoeg hunne ware gevoelens te kennen.

      Er valt niets op te merken aangaande de houding der vijandelijke legers ten opzichte van de inwoners. Op de pastorij waren de officieren zoowel als de eenvoudige soldaten die hen dienden zeer inschikkelijk en voorkomend.

      Voor het overige heb ik veel klachten gehoord over schade die zij aan de inwoners veroorzaakt hebben door het gebruik van ongedorschen graan, van hooi en ander veevoeder dat de landbouwers zelf groot noodig hadden. In den nacht van donderdag tot vrijdag werden twee paarden opgeëischt. In de scholen werden verschillige banken aan stukken gekapt en opgestookt; de deuren der gemakken ondergingen hetzelfde lot.

      Niettegenstaande mijn verzet werd de Kerk in den nacht van donderdag tot vrijdag door de Duitsche soldaten ingenomen. Vier wassen kaarsen, drie handdoeken en een paar pantoffels werden gestolen. De troepen trokken verder rond drie uur ’s morgens en lieten veel wapens en schietvoorraad achter.

    Hoofdstuk XIV

    De bevrijding.


      Nauwelijks hadden de laatste vijanden het grondgebied van de gemeente verlaten, of de vaderlandsche werd op den kerktoren geheschen en met tallooze vreugdeschoten begroet.

    Bl. 47

    De inwoners maakten gebruik van de wapens door den vijand achtergelaten om de bevrijding te vieren. De vreugdeschoten hadden buitendien een heilzaam gevolg : zij ontnamen aan de dieven hunne stoutmoedigheid. Deze waren nu overtuigd dat er wapens in overvloed voorhanden waren, en zij twijfelden geenszins of die wapens zouden bij gelegenheid tegen hen gebruikt worden.

      De eerste belgische troepen deden hunne intrede te Tremeloo op donderdag 21 november. Zij werden verwelkomt door het gelui der groote klok die hare vreugdetonen uitgalmde en de inwoners noodigden onze helden te gemoet te snellen. Dit gebeurde dan ook en eene vroolijke Brabançonne werd door eenige inwoners aangeheven.

      Op dit ogenblik april 1919, zijn het meestendeel onzer uitwijkelingen uit hun ballingschap teruggekeerd. Degene die uit Engeland terugkeeren zijn ten uiterste tevreden over hun verblijf aldaar : zij hebben noch honger noch gebrek geleden. Zij hebben er gewerkt om hunnen kost te verdienen, doch geld verzameld hebben zij niet. Het eenige waar ze goed van voorzien zijn is kleergoed.

      Degene die uit Holland wederkeeren zijn min tevreden : zij beweren veel honger geleden te hebben. Een geruimen tijd kregen zij niet meer dan twee honderd grammen brood en vier of vijf aardappelen per dag. Daarbij soep die weinig of geene voedzame bestanddeelen bevatte.

      Eenen en anderen keerden blijgemoed naar het Vaderland weder, waar hen, helaas! eene droevige teleurstelling verwachtte. Geen woonst : enkel nog de puinen van hunne vroegere woningen; geen bed : sommige zijn genoodzaakt te slapen tegen den grond op wat strooi; geen land : het land dat zij vroeger bewerkten ging tijdens hunne afwezigheid over in de handen van andere huurders. Dus ook geen werk, geene kostwinning. Laat ons hopen dat het nationaal komiteit of het landbestuur dien toestand zal willen inzien en de noodige hulp verleenen.

      Ik eindig. Ik heb alle feiten onpartijdig medegedeeld, en desgevallend mijn gevoelen uitgedrukt volgens ik in geweten oordeelde. Moge mijn werk eenig nut voor de geschiedenis opleveren.

      Handtekeningen :
    K Van Winkel - pastoor Tremeloo
    Feyaerts - gemeentesecretaris Tremeloo
    F. Verhoeven - bakker Tremeloo

    wordt vervolgd



    02-01-2017, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    26-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-1
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo

    Bl. 1

    De Deutschers in de Gemeente Tremeloo

    19 augustus 1914.

      Den 19 augustus deden de Deutschers hunne intrede in Tremeloo. In den voormiddag verscheen er een Deutsche patrouille die binnendrong in het postkantoor en in het bureel der tramstatie waar zij alles doorzochten.

      Op de gehuchten Geetsvondel en Veldonck boden de Belgen (5e en 6e linieregiment) wederstand aan de overweldigers. Dit had voor gevolg dat op Veldonck en Geetsvondel dien dag 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Deutschers verrast geworden en gevlucht onder zijnen oven. Hij werd door de Deutschers niet opgemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel hebben de Belgen zes doden en een gekwetste achtergelaten. De gekwetste, zekere Verhooft, werd enkel gevonden den volgenden dag en door den eerw. Heer pastoor bediend van de H.H. Sacramenten.

    Aankomst der Deutschers in het dorp.

      Het was den 19 augustus 5 u. namiddag. Gansch de bevolking was gevlucht uitgenomen vier of vijf ouderlingen, twee zieken en den eerw. Heer pastoor. Toen de Deutschers het dorp naderden ging de eerw. Heer pastoor hen te gemoet en vroeg of zij van hem eenigen dienst verlangden? Zij vroegen brood. Daar de eerw. Heer pastoor geen brood meer had bood hij hen drank aan, namelijk bier of wijn; dovh zij weigerden en stelden zich tevreden met water dat zij op verzoek van den eerw. Heer pastoor haalden op de pastorij. Verder was hun werk de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, Kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan braken ze binnen in de verlaten huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de enkele woningen waar bewoners thuis gebleven waren werd niets weggenomen. Ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Deutschers zich heel fatsoenlijk.

      Een feit heeft plaats gehad waarvan ik mij de betekenis niet kan voorstellen. Toen de eerw. Heer pastoor juist voor den ingang der pastorij met den hoofdman der Deutschers in gesprek was, werd hem door een soldaat eene doos met kardoezen van 16 millim. aangeboden.

    Bl. 2a

    De hoofdman deed met de hand een afwijzende beweging en de soldaat met zijn kardoezen verdween.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Deutschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw met drie klein kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen open gevonden en kon niet verder. Nu kwam ze weenend terug te Tremeloo aan. De eerw. Heer pastoor deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Deutscher ontmoet die haar zegde dat zij mocht gerust zijn, dat haar geen kwaad zou geschieden. Zij vertelde ook dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk had zien liggen van een burger. Toen de eerw. Heer pastoor dit hoorde begaf hij zich naar de Deutschers en vroeg aan den hoofdman of het hem niet zou believen twee mannen mede te geven naar de plaats door de vrouw aangewezen. Die vraag werd aanstonds ingewilligd en de hoofdman zelf met twee zijner soldaten vergezelde den eerw. Heer pastoor tot bij het lijk.

      Het was het lijk van een jongeling van 22 jaren genaamd Aloysius Van Geel, zoon van den eersten schepen der gemeente. De hoofdman der Deutschers beweerde dat dit het lijk was van een belgische officier verkleed in burger, en hij voegde er bij papieren te bezitten van den overledenen die zulks bevestigden. Misschien had men op den gedooden een eenzelvigheidsbewijs gevonden met de melding “Korporaal der burgerwacht”. Dit is maar een veronderstelling, doch met zekerheid weet ik het niet. Twee dagen later werd omtrent dezelfde plaats in eene gracht met hout beplant het lijk gevonden van den genaamden Frans Schepers, vader van zes kinderen. Beiden werden met de bajonet doorboord. Ik stel mij voor dat zij gedood werden op de volgende wijze.

      Van Geel en Schepers alvorens te vluchten waren nog eens den steenweg naar Werchter opgereden (zij waren per velo). Halverwege werden zij verrast door de Deutschers die toen bevolen stil te houden. Van Geel werd eerst onderzocht en zijne papieren nagezien. Het noodlottig eenzelvigheidsbewijs met de melding “Korporaal der burgerwacht” werd gevonden. Hij werd voor officier aanzien en onmiddellijk met de bajonet doorbooord. Schepers dit ziende wilde vluchten, doch hij werd eenige stappen verder achterhaald en onderging hetzelfde lot. Al wat Van Geel en Schepers op zak hadden, ook hun geld, werd op hunne lijken teruggevonden.

    Bl. 2b

    Waarom gebrand.

      Toen de eerw. Heer pastoor met den hoofdman der Deutschers voorbij een huis ging dat brandde, verklaarde deze laatste dat men van uit dit huis op hen geschoten had, gelijk ook van uit de andere huizen. Dit is niet alleen onwaar, maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes, van wien ik hoger gewaagd heb, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Deutschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. Al de huizen werden in brand gestoken.

    Tweede bezoek der Deutschers.

      Omtrent een uur na de intrede der eerste Deutschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. Deze gedroegen zich weerom fatsoenlijk ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de burgers die hunne woning niet verlaten hadden. Zij vroegen wijn; doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen.

      Toen deze soldaten zich in het dorp bevonden, juist nabij het gemeentehuis, bemerktten zij een persoon die, twee of drie honderd meters verder, over een veldweg ging. Onmiddellijk werd er op geschoten; doch gelukkiglijk werd de mensch, een ouderling van ruim 70 jaren, niet getroffen.

    Deutsche patrouilles.

      Van den 20 augustus tot den 23 kregen wij in Tremeloo regelmatig het bezoek van Deutsche patrouilles. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald; men gaf hun eten en drinken (vooral bier en melk); fruit en cigaren.

      Deze patrouilles waren in het algemeen ook beleefd en zelfs vriendelijk. Zij spraken met de burgers als oude kennissen en trachten de bevolking gerust te stellen. Zij gaven den raad niet weg te vluchten : als de burgers rustig blijven, zegden zij, zullen de Deutschers hen ook geen kwaad doen.

      Twee zonderlinge gezegden dezer patrouilles verdienen hier aangestipt te worden. Den 21 augustus vertelde een deutsche soldaat dat Leuven geheel vernietigd was, dat er van die schoon kerken niets meer overbleef dan puinhoopen, dat de burgers er op de Deutschers geschoten hadden. Later toen ik vernam dat Leuven den 25 augustus was verwoest geworden, was ik dan ook niet weinig verwonderd …

    Bl. 3a

      Tien Deutsche soldaten waren gedurende twee dagen in den kost geweest bij eenen landbouwer der parochie Grootloo. Toen zij vertrokken gaven zij aan den boer den raad weg te vluchten wanneer hij het kanon dichtbij zou hooren, want, zegden zij, dan branden wij alles af.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van een belgische patrouille en tegen den avond kwam een gepanstert automobiel der belgen om een deutsche patrouille aan te randen. Den 24 augustus tegen den avond werden de Deutschen door belgische troepen uit Werchter verjaagd en ’s anderendaags werd er tusschen Deutschers en Belgen een gevecht aangegaan met gevolg dat tegen den avond de Belgen de terugtocht namen naar de forten. Na het vertrek der Belgen kwam een afdeeling Deutsche cavalerie door het dorp zonder eenige schade aan te richten. Alles bleef rustig tot den 27 tegen den avond. Toen werden op een honderd meters afstand van de pastorij twee huizen in brand gestoken. Het is alsdan dat pastoor en onderpastoor de pastorij verlieten om den nacht door te brengen, de eerste op de pastorij te Bael, de tweede op het gehucht genaamd Bolloo. Den 28ste in den morgend meende de eerw. Heer pastoor naar Tremeloo terug te keeren; doch halverwege werd hij door de parochianen gewaarschuwd dat de Deutschers alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf de eerw. Heer pastoor zich door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar hij eenige ogenblikken later samen met den eerw. Heer Wouters pastoor van ’t Goor, aangehouden werd.

    Waarom het dorp afgebrand?

      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich ten opzichte van de Deutschen van ’t begin af zeer correct gedragen en zich aan geen geweldaden plichtig gemaakt. Den 18 augustus, wel is waar, werd een Deutscher door de burgerwacht gevangen genomen, doch deze werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Deutschen honger leden was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Personen die den 28ste augustus aan de Deutschers vroegen waarom zij Tremeloo afbranden, kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten! Die verklaring “men heeft te Leuven op ons geschoten” werd reeds gedaan den 21 augustus door Deutsche patrouilles.

    Bl. 3b

    Op aanraden van die patrouilles waren eenige menschen den 28ste t’huis gebleven. Zij werden door de Deutschers genoodzaakt hun huis te verlaten zonder nog iets mogen te redden en, in hunne tegenwoordigheid werd hunnen woning in brand gestoken. Onder de inwoners die aldus behandeld werden bevond zich een oude vrouw van ongeveer 80 jaren; deze werd met andere inwoners naar Werchter gebracht en in de Kerk opgesloten. ’s Anderendaags nochtans mocht zij naar de rookende puinen harer woning terugkeeren.

      Den 28ste augustus werden te Tremeloo 174 woningen en gebouwen afgebrand : dit maakt met de 40 woningen afgebrand den 19 een totaal van 214 woningen en gebouwen.

    Plundering.

      Wat door de vlammen niet verslonden was werd geplunderd, deels door de Deutschers, deels door de burgers. Deze laatste hebben zich vooral meester gemaakt van winkelwaren en kleederstoffen.

      In ’t begin van september werd Tremeloo terug bezet door de Belgen en vanaf den 13 september wederom door de Deutschers. Tusschen 13 en 28 september hebben deze laatste op de pastorij al het linnengoed, dekens en ook al den wijn weggenomen; twee brandkassen opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven 300 à 400 fr. in geld.

      In de kerk hebben zij het tabernakel-brandkast, de brandkast der sacristij en eene anderen ijzeren kast opengebroken en het grootste deel der gewijde vaten geroofd. Het H. Sacrament was gelukkig weggehaald door den eerw. Heer pastoor van Bael den 10e september.

      Het geroofd zilverwerk hebben twee Deutschen beproefd te smelten. Toen zij met dit werk bezig waren kwam er bevel onmiddellijk te vertrekken en daardoor werden zij genoodzaakt hunnen buit achter te laten. Zij wierpen het zilverwerk half gesmolten en verbrijzeld in eenen waterput waar het later teruggevonden werd.

      Het priestergewaad werd in de kerk opengeworpen te midden van stof en vuiligheid. Terwijl Deutsche soldaten de brandkasten openbraken zijn Deutsche officieren in de kerk geweest en hebben maar laten begaan.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Deutsche officier die twee zusters in ’t klooster heeft en goed katholiek is. Deze was verontwaardigd over hetgeen in de kerk gebeurd was en trachtte nog te redden wat kon gered worden. Hij liet het priestergewaad alsook de stukken van de zilver eremonstrans, een kelk en een ciborie overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben.

    Bl. 4a

    Deze officier heeft bij de eerw. Zusters van Schrieck een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijn bloedverwanten te doen geworden.

      In de kerk werden ook al de offerblokken opengebroken; een beeld van den H. Dionysius werd de handen afgeslagen; eene statie van den kruisweg werd beschadigd waarschijnlijk door een schrapnel; drie geschilderde ramen nog onlangs geplaatst werden beschadigd door schrapnels; de vunt werd door de soldaten gebezigd om zich te wasschen en was gansch bevuild; het dak van kerk en toren werden erg beschadigd.

    Verdwenen of beschadigde voorwerpen
    Gewijde vaten en zilverwerk

    2 zilvere kelken waarvan een in geslagen zilver van 1772
    1 ciborie;
    1 zilvere remonstrans;
    1 kopere remonstrans verguld;
    2 zilvere kronen van O.L.Vr. en van het kind Jezus;
    1 zilvere kroon van de H. Barbara
    1 zilvere toren van de H. Barbara
    1 zilvere scepter van O.L.Vr.
      -half gesmolten of verbrijzeld

    2 gouden ketingen geofferd aan O.L.Vr.
    Een kruis en een hart in zilver bezet met 73 diamanten gebruikt tot versiering der remonstrans
    2 zilvere potjes der H. Olie en Chrisma;
    Eene zilvere schotel met twee zilvere ampullen hebbende oudheidkundige weerde
      -verdwenen

    Andere metalen voorwerpen.
    Vier koperen kandelabers van 3 bougies;
    Eene kopere bel;
    2 tinnen schotels;
      -verdwenen
    Het tabernakel-brandkast opengebroken en erg beschadigd; de brandkast der sacristij uit den muur gehaald en verbrijzeld; eene oude ijzeren kast verbrijzeld.

    Linnen
    7 alben verdwenen en eene albe den kant afgescheurd;
    13 altaardweilen verdwenen;
    8 biechtroketten verdwenen;
    Zijn ook verdwenen een aantal corporalen en punsicatorium.

    Priestergewaad
    Eene … zwarte koorkap verdwenen;
    Vele kazuivels min of meer beschadigd.

    Bl. 4b

    Processiegewaden.

    Eene mantel van O.L.Vr. gansch verscheurd;
    Eene groote hoeveelheid kleederen om in deprocessie door kinderen en jonge dochters gedragen te worden, verdwenen of geheel en al onbruikbaar teruggevonden.
    Symbolen en andere processieversiersels verdwenen of onbruikbaar teruggevonden.

    Andere voorwerpen
    2 klokzeelen door de Belgen medegenomen;
    85 pond was verdwenen;
    40 pakken bougies
    Een lange bamboustok.
    Bij dit alles te voegen de schade veroorzaakt aan deuren, vurst, vensterramen, stoelen, offerblokken, bedden, enz.

    Gevangen genomen Burgers.

      18 burgers van Tremeloo werden door de Deutschers gevangen genomen en naar Deutschland overgebracht, namelijk :
    De eerw. H.H. Pastoor en onderpastoor, gevangen den 28ste augustus en weergekeerd den 20ste December;
    Alfons Michiels, Lod. Van Vlasselaer, J.B. Goeron, Lod. Haegemans, Pepinus Torfs en Frans De Preter, gevangen genomen den 28ste augustus en weergekeerd op het einde van Februari;
    Lod. Van Vlasselaer en zijn zonen Frans en Jan Baptist, Frans Corebunders, Frans Van Eyken, Livinus Schoovaerts en Victor Ruttens gevangen genomen rond half september en weergekeerd in ’t begin van Februari;
    Eduard Van Leemputten, Martinus Goeron en Jan Van Goolen, gevangen genomen rond half september en weergekeerd 6 weken naderhand.

      Buiten deze werden nog ander personen gevangen genomen en een of meer dagen opgesloten hetzij in de Kerk te Aerschot, hetzij in de Kerk te Werchter. Onder de personen een of meer dagen gevangen gehouden in de Kerk te Werchter bevonden zich ook vrouwen en oude menschen.

    Bl. 5a

    TREMELOO

    Gedurende den grooten oorlog

    I.

    Bestuurlijke ligging.


      De gemeente Tremeloo gelegen in het noorden van de Provincie Brabant, maakt deel van het arrondissement Leuven en het kanton Haecht. De parochie behoort tot de dekenij Haecht.

      De gemeente Tremeloo bevindt zich op den steenweg van Werchter naar Lier. Het is langs dien steenweg dat de belgische troepen der bezetting van Antwerpen eenen uitval deden den 25 augustus 1914, en daarna wederom in het begin van september. Bij den eersten uitval werd de Deutsche bezetting van Werchter gebombardeerd van uit Tremeloo. Daaraan is het waarschijnlijk toe te schrijven dat Tremeloo door de Duitschers afgebrand werd den 28 augustus 1914. Zoo was het ook gebeurd den 19 augustus bij de eerste intrede der Duitschers. Belgische troepen van het 5e en 6e linieregiment hadden loopgrachten gegraven op het gehucht Veldonck. Van uit die loopgrachten en ook van achter andere verdedigingswerken in der haast door de belgische soldaten opgeworpen, werd tegenstand geboden aan de eerste Duitsche troepen. Deze tegenstand had voor gevolg dat bijna geheel het gehucht Veldonck door de Duitschers moedwillig afgebrand werd onder voorwendsel dat men vanuit de huizen op hen geschoten had.

      Het gehucht Veldonck is gelegen op den steenweg van Tremeloo naar Aerschot, die te Geetsvondel, op ongeveer drie kilometer van Tremeloo-dorp, samenkomt met den steenweg van Aerschot-Werchter-Brussel. Deze laatste steenweg werd gevolgd door eene groote menigte Duitsche troepen.

    II.

    Maatregelen bij den inval getroffen door burgerlijke en geestelijke overheid.


      Bij het naderen van den vijand had de burgerlijke overheid de burgerwacht ontbonden en alle vuurwapens doen binnenbrengen in het gemeentehuis. Het is aldaar dat die wapens door de eerste Duitsche troepen verbrijzeld werden.

      Elken zondag van op den predikstoel trachtte de eerw. Heer pastoor de parochianen tot kalmte op te wekken. Den zondag 9 augustus werden van op den predikstoel aan het volk de volgende woorden voorgelezen :

    Bl. 6a

    “indien de Duitschers in de parochie komen dan moet iedereen zich wel wachten van iets te miszeggen of te misdoen, wel integendeel aan de duitsche soldaten eten en drinken geven dit is het gekenste middel om moord en plundering te vermijden.”

      Daar ik niet voornemens was de parochie te verlaten, achtte ik de gewijde vaten voldoende in veiligheid in de brandkasten der Kerk. Ik kon niet gelooven dat de legervoerenden er zouden toe overgaan deze te verbrijzelen ingezien de particuliere eigendom en vooral de eigendom der Kerk door de Conventie van den Haag onschendbaar was verklaard.

      Bij het naderen van den vijand had gansch de bevolking, op eenige uitzonderingen na, de gemeente verlaten. Waren in de gemeente gebleven : Eerw. Heer pastoor Van Winkel en zijne meid; Evrard Godier en zijne zieke huisvrouw Julia Wouters; Joanna Maria Van Camp, zieke ouderlinge van 86 jaren en Maria Bosmans; Norbert Heylichen; Eduard Van Leemputten en zijne huisvrouw Angelina Wenderickx; Maria Teresia Vereecken. Al dezen waren ouderlingen uitgenomen de Eerw. Heer pastoor en zijne meid. Enkel twee van die ouderlingen zijn thans (1919) nog in leven Evr. Godier en Ed. Van Leemputten. Drie personen die meenden te vluchten werden door de aankomst der Duitschers verrast en verloren het leven zoals wij verder zullen zien.

    III

    A. Houding der krijgsoverheid.


      Tremeloo is driemaal bezocht geweest door afdeelingen van het belgisch leger, namelijk den 19 augustus, den 25 augustus en in ’t begin van september.

      Den 19 augustus hebben de belgische troepen hier niet vernacht; zij zijn aangekomen in den voormiddag en tegen den middag reeds vertrokken. Ik heb de generaal en twee zijner officieren bij mij op de pastorij ontvangen; hunne namen ben ik vergeten. Van den generaal heb ik alsdan vernomen dat er spraak was den kerktoren te doen springen, doch op het ogenblik dat daarover gehandeld werd, hoorde men op geringen afstand een kanonschot en orde werd gegeven om te vertrekken.

      Ik vroeg nog aan den heer generaal of er voor mij en andere burgers gevaar bestond ter plaatse te blijven en de komst van den vijand af te wachten? Zijn antwoord was wijfelend. ’t Is, ging ik verder, dat ik meen dat het mijn plicht is hier te blijven. Dit meen ik ook, gaf hij voor antwoord.

    Bl. 6b

      De belgische troepen die hier den 25 augustus aankwamen hadden aan hun hoofd generaal De Witte. Generaal De Witte met zijnen staf heeft vernacht op de pastorij. Moed en kalmte kenschetsten den generaal en zijne officieren.

      Een mijnen opzichte waren al de belgische officieren, met dewelke ik alsdan in aanraking geweest ben, in de hoogste mate voorkomend en beleefd.

    B. Gesteltenis der soldaten.

      De opgeroepenen van Tremeloo ontvingen veelal de tijding hunner oproeping onder de wapens met neerslachtigheid en tegenzin. Aan dezen regel waren er nochtans loffelijke uitzonderingen. Later, wanneer de wreedheden van den vijand bekend wierden, is de vaderlandsliefde bij allen levendiger geworden en verscheidene soldaten van Tremeloo hebben zich onder den oorlog eerlijk onderscheiden.

      In den nacht van 24 tot 25 augustus 1914 werd Tremeloo bezet door eene afdeeling Belgische troepen onder leiding van generaal De Witte. De burgerlijke bevolking was gevlucht omdat men een gevecht op het grondgebied der gemeente vreesde, zoodat de verlatene huizen geheel en al ter beschikking waren van de belgische soldaten. ’s Anderendaags was in de huizen alles letterlijk vernield of geschonden. Ik heb een winkel gezien waar al wat er in den winkel was, dooreengeworpen lag op den vloer. De verbittering der bevolking om die handelwijze der belgische troepen was alsdan uitnemend groot, en die verbittering zou lang voortgeduurd hebben hadden de Duitschers zich niet gelast de sporen van die verwoesting te doen verdwijnen met de huizen af te branden.

      Den 24 augustus kwam een belgische soldaat die den volgenden dag aan den aanval zou deel nemen, zich bij mij aanbieden om zijne biecht te spreken.

      Den 25 augustus, terwijl het gevecht te Haecht en te Wackerzeel woede, had ik mij tijdelijk van huis begeven. Toen ik een weinig na den middag op mijne pastorij terugkeerde, vond ik deze bezet door een aantal belgische gendarmen die een welgemeend bezoek brachten aan mijnen kelder en den vloer overstroomd hadden met wijn. Naderhand kon ik bestatigen dat zij ook huiszoeking gedaan hadden. Ik had eenige gedenkenissen van gesneuvelde soldaten verzameld met het gedacht deze later aan hunne familie te bezorgen, onder deze was er een geldbeugel die 5 fr. inhield : dit geld werd weggenomen door hoogervermelde belgische gendarmen.

    Bl. 7a

      Deze feiten heb ik alhier willen aanstippen uit onpartijdigheid, en ook om aan te toonen dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tusschen de misdrijven begaan door eenvoudige soldaten op eigen krachten, en tusschen de misdrijven bevolen door de krijgsoverheid.

    C. vrijwillige dienstneming.

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers van Tremeloo. Later hebben eenige die gevlucht waren of van de Duitschers geleden hadden, als vrijwilligers het leger vervoegd.

    IV

    Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste weken van den oorlog.


      De eerste weken van den oorlog was de burgerlijke bevolking zeer ter neer geslagen. Er werd weinig gewerkt. Sommige zelfs hadden den moed niet hunnen oogst in de schuren te halen en verschoven zulks van dag tot dag, tot dat de tijding kwam dat de belgische krijgsoverheid de paarden opeischte. Dit was voor de moedeloozen een spoorslag : om zich niet aan zwaarderen arbeid bloot te stellen, maakten zij spoedig van hun paard gebruik om den oogst binnen te halen.

      Hier en daar ontmoette men hoopjes volk waaronder maar over een ding gesproken werd : de oorlog. Gansch in het begin, wanneer de dagbladen spraken van belgische overwinningen te Luik, werd de houding van Koning en ministerie door het volk algemeen goedgekeurd; doch, toen de eerste gekwetsten te Leuven aankwamen werd al eens gezegd : men had hem maar moeten laten doortrekken. Dit kenschetst het gewoon volk dat doorgaans eene daad oordeelt volgens den uitslag.

      In het algemeen werden gedurende die eerste weken de kerkelijke diensten beter bijgewoond dan vroeger, bijzonder de mis in de week en het lof; nochtans moet ik in alle rechtzinnigheid bekennen dat die geestelijke verbetering op verre na niet aan mijn verwachting beantwoordde. Honderden menschen die den ganschen dag niets verrichtten, gaven zich evenwel de moeite niet om naar de kerk te komen : van dan af waren er velen die morden tegen de goddelijke voorzienigheid.

      Ik had op den predikstoel gezegd dat God de oorlog en dergelijke plagen toelaat om de menschen tot inkeer te brengen; dat de zonden der menschen zoowel in het nieuw als in het oud testament de oorzaken waren van openbare straffen.

    Bl. 7b 

    Ik had het voorbeeld aangehaald der Ninivieten en het volk eveneens tot boetveerdigheid en godsvrucht opgewekt :sommige vreesden niet met mijne woorden den spot te drijven en wanneer den 19 augustus een veertigtal huizen der parochie in asch gelegd werden, dan waren er die uitriepen : God straft de menschen, nu ziet men wel welke straf verdiend hebben! Negen dagen later werden de huizen van wie zoo spraken insgelijks de prooi der vlammen.

      Tremeloo stond vroeger bekend voor zijne baldadige en buitensporige kermissen. De kermis van Tremeloo werd jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus. Eigenaardig toeval of zonderlinge schikking der voorzienigheid, Tremeloo werd door de Duitschers in asch gelegd den 28 augustus, juist twee dagen voor den laatsten zondag van die maand.

      De eerste weken van den oorlog waren er ook meer communiën, doch wederom niet zooveel als men zou hebben mogen verwachten. Ziehier een vergelijkende tafel der communiën uitgedeeld sedert 1913 :
    In 1913 werden uitgedeeld 15600 communiën
    1914   15600
    1915   20100
    1916   24300
    1917   18600
    1918   17900
    In 1913 en 1914 werd nagenoeg hetzelfde getal communiën uitgedeeld; doch in 1914 bleef de parochie twee maanden lang zonder priester zodat men moet besluiten dat het getal communiën voor 1914 gestegen was.

    V

    Inval van den vijand – Gevechten op het grondgebied der parochie.


      Den 19 augustus 1914 deden de Duitschers hunne intrede in Tremeloo. Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel boden belgische troepen behoorende tot de 5e en 6e linieregimenten wederstand aan de overweldigers. Zes belgische soldaten zijn op dien dag op het gehucht Veldonck gesneuveld voor het vaderland; een zekere Verooft, werd erg gekwetst aan de rechterwang. Den 20ste augustus gevonden door de bevolking, heb ik hem het H. Oliesel toegediend en doen overbrengen naar het klooster van Betecom. De zes gesneuvelden werden begraven op het kerkhof alhier op vrijdag 21 ste augustus.

      Ik had zorgvuldig verzameld al wat de gesneuvelden op zich hadden ten einde dit later aan de familie te bestellen.

    Bl. 8a

    Doch al deze voorwerpen zijn tijdens mijn ballingschap in Duitschland verloren geraakt. Een naam herinner ik mij nog, het is een zekere Breyne van Gheluwvelt. De familie van een tweede woont in de paleizenstraat te Schaerbeek; een derde was geboortig van O.L.Vr. Thielt. De drie andere waren geboortig uit het Walenland. Hunne medaliën met hun stamnummer heb ik overhandigd aan generaal De Witte den 25 augustus.

      De wederstand der Belgen op het gehucht Veldonck den 19 augustus had voor gevolg dat dien dag op Veldonck en Geetsvondel 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Duitschers verrast geworden. Uit schrik vluchtte hij onder zijnen oven. Hij werd door de Duitschers niet bemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Den 12 of 13 september, na den uitval uit Antwerpen, had een tweede gevecht plaats op het grondgebied der parochie. Na dit gevecht werden de lijken van vijf belgische soldaten voorlopig ter aarde besteld door de genaamde Joseph Wouters. Het waren die van twee carabiniers voor zooveel Wouters zich herinnert geboortig van Deerlijk en Schellebelle; van een grenadier; van een lancier en van een piot. Deze lijken werden later overgebracht naar het kerkhof.

      Tijdens dit gevecht werd het dak van toren en kerk erg beschadigd door de mitraljeuzen. De kerk werd getroffen door drie bommen (schrapnels). Eene verbrijzelde geheel en al de venster der vunt. Eene tweede kwam te recht boven een der kerkramen. Zij maakte een groot gat in de metserij ( voor de herstelling werden 1100 steenen gebezigd) en verbrijzelde gedeeltelijk de geschilderde raam waarboven zij te recht kwam. Twee steenen werden door de kerk geslingerd en kwamen te recht in eene geschilderde raam aan den tegenovergestelden kant der kerk. De derde bom ontplofte boven de sacristij en bracht schade toe aan eene geschilderde raam der koor.

      Andere schade werd door de gevechten op het grondgebied der parochie niet aangericht; doch, den 28 augustus, na den eersten uitval der Belgen, werden alhier moedwillig in brand gestoken 175 woningen, waaronder het huis bewoond door de zusters, gemeenteonderwijzeressen. Daarenboven werden nog afgebrand : de bijgebouwen der pastorij, dat is waschhuis en stalling; vier schoollokalen toehoorende aan de gemeente, en een lokaal dat tevens diende als bewaarschool en kapel der congregatie.

    Bl. 8b

    VI

    Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting.

    Aankomst der Duitschers in het dorp.


      Het was den 19 augustus rond 5 ure namiddag. Gansch de bevolking, uitgenomen de personen in hoofdstuk II genoemd, had het dorp verlaten. Veldonck en Geetsvondel stonden in laaie vlam. Om, zoo mogelijk, verdere brandstichtingen te voorkomen, waagde ik het de Duitschers te gemoet te gaan wanneer zij nog een vijftigtal meters van de pastorij verwijderd waren. De Duitschers gingen op twee rijen langs de zijkanten van den steenweg. De kapitein ging vooraan in ’t midden van den steenweg met blooten sabel op den schouder. Ik wendde mij tot hem en vroeg of hij iets verlangde? Hij vroeg brood. Daar ik geen brood meer had, bood ik hem drank aan, namelijk bier of wijn. Dit verlangde hij niet, doch hij vroeg verder of ik goed water had? Op mijn bevestigend antwoord en mijn verzoek tevens, gelastte hij zijne mannen water te halen op de pastorij.

      Terwijl ik met den kapitein nog sprak naderde een soldaat die hem een kas aanbood ter groote van een cigarenkas en gevuld met kardoezen ter groote van jachtkardoezen van 16 millimeters. Die kardoezen schenen geladen met een kogel. De kapitein deed met den arm eene afwijzende beweging. Later heb ik gedacht dat het misschien kardoezen waren die dienden voor brandstichtingen.

      De Duitsche soldaten verspreidden zich in het dorp. Hun eerste werk was de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan broken zij binnen in de verlatene huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de andere huizen waar iemand t’huis gebleven was, werd niets weggenomen. Een ruimen opzichte en ten opzichte van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Duitschers zich heel fatsoenlijk.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Duitschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw, de genaamde Florentina Verhoeven, evhtgenoote van Petrus Antoon Calluwaerts wonende te Baal, met drie kleine kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen opengevonden.

    Bl. 9a

    Nu kwam ze weenende terug te Tremeloo aan. Ik deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Duitscher ontmoet die haar zegde dat zij maar moest gerust zijn, dat haar geen leed zou geschieden. Die vrouw vertelde mij verder dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk van een burger had zien liggen.

      Toen ik zulks vernam begaf ik mij naar de Duitschers en verhaalde aan den kapitein hoe eene vrouw mij was komen aankondigen dat op den steenweg naar Werchter een man gedood was. Bij die woorden schoten de oogen der soldaten vlammen en zij kwamen een stap vooruit. Ik bemerkte dien indruk door mijne woorden gemaakt en hernam dat een civilist gedood was. Dit bedaarde de soldaten. Toen vroeg ik aan den kapitein of hij de goedheid wilde hebben mij twee mannen mede te geven om naar de aangeduide plaats te gaan. Hij zelf vergezelde mij met twee zijner mannen.

      Op de aangeduide plaats gekomen, vond ik het lijk eenen mijner parochianen, de genaamde Aloysius Van Geel, zoon van den eerste schepen der Gemeente en geboren te Tremeloo den 5 april 1891. Hij had de borst doorboord met eene bajonet. Bij het lijk verklaarde de hoofdman : dit is het lijk van een belgisch officier in burgerkleederen, ik heb papieren die dit bewijzen. Ik waagde het niet naar die papieren te vragen : dit kon den jongeling het leven toch niet weergeven en geen ander gevolg hebben dan de Duitschers te verbitteren.

      Welke papieren zouden de Duitschers op dien jongeling gevonden hebben? Ik veronderstel dat dit niet anders geweest is dan het pasport of eenzelvigheidsbewijs van Aloysius Van Geel. Daar in ’t begin van den oorlog de burgerwachten overal ingericht werden, zal dit stuk ongetwijfeld vermeld hebben de hoedanigheid van “korporaal der burgerwacht”, en daaruit zullen de Duitschers dan ook besloten hebben dat Van Geel een officier was van het belgisch leger. Dit is maar eene veronderstelling van mijnent wege : met zekerheid nochtans kan ik dit niet bevestigen.

      Dicht bij de plaats waar het lijk gevonden werd van Aloysius Van Geel, werd twee dagen nadien, tusschen struikgewas, het lijk gevonden van Franciscus Schepers, vader van zes kinderen waarvan vijf beneden de 16 jaar. Schepers was vroeger soldaat geweest en had zijn soldatenboekje op zak : dit schijnt te bewijzen dat Schepers door de Duitschers niet afgetast werd. Schepers was op dezelfde manier gedood als Van Geel, namelijk doorboord met de bajonet. Ik stel mij voor dat Van Geel en Schepers vermoord werden als volgt :

    Bl. 9b

      Van Geel en Schepers, beiden per velo, waren rond drie ure namiddag den weg naar Werchter opgereden (ik had rond dien tijd nog met hen gesproken). Halverwege Werchter werden zij verrast door de Duitschers die hen bevolen stil te houden. De Duitschers zullen Van Geel die het best gekleed was, eerst afgetast hebben en op hem het noodlottig eenzelvigheidsbewijs gevonden. Daarop onmiddellijk het bevel Van Geel dood te steken. Schepers dit ziende zal de vlucht genomen en een schuilplaats gezocht hebben tusschen de struiken waar hij door de Duitschers werd achterhaald en doorboord.

    vervolgd



    26-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    25-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-2
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 2

    Waarom gebrand.

      Terwijl ik met den hoofdman der Duitschers voorbij een brandend huis ging, namelijk dit van juffrouw Maria Goossens op den steenweg naar Werchter, zegde deze laatste mij dat men van daar op hen geschoten had gelijk ook van uit de andere huizen die in brand stonden. Dit zegde hij als antwoord op mijn verzoek van niet meer te branden.

      Die beschuldiging van den Duitschen hoofdman is niet alleen onwaar maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes waarvan ik gesproken heb in hoofdstuk V, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Duitschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen zouden gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. De huizen werden niet in brand geschoten maar moedwillig in brand gestoken.

      In het meestendeel der woningen die den 19 augustus de prooi werden der vlammen, werden de dieren mede levend verbrand. Alvorens sommige huizen in brand te steken had men de dieren losgemaakt en in het veld gejaagd.

    Tweede bezoek der Duitschers.

      Omtrent eene uur na de intrede der eerste Duitschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. De huizen werden nog eens afgezocht en al wat mondbehoeften was werd medegenomen. Op de pastorij vroegen zij wijn, doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen die ik hen overhandigde. Voor het overige had ik over hun gedrag ten mijnen opzichte niet te klagen.

    Bl. 10a

      Terwijl deze duitsche soldaten zich op straat bevonden, bemerkten zij op een honderd meters afstand een burger die over een veldweg ging : onmiddelijk werd er op geschoten, doch gelukkiglijk werd de mens niet getroffen.

    Deutsche patrouillen.

      Van 20 tot 23 augustus kregen we in Tremeloo regelmatig bezoek van Duitsche patrouillen. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald : men gaf hun eten en drinken, vooral bier en melk, fruit en cigaren. Dit vriendelijk onthaal had natuurlijk zijnen oorsprong niet in eene wezenlijke genegenheid ; het was eerder het gevolg van eene algemeene vrees en had voor doel gevreesde onheilen te voorkomen.

      De duitsche soldaten die in Tremeloo patrouilleerden waren ten opzichte van de bevolking gespraakzaam en beleefd. De brandstichtingen en andere strenge maatregelen elders genomen door de krijgsoverheid waren toe te schrijven aan het wangedrag der burgers zelf. De burgers, zegden zij, mochten gerust t’huis blijven, zij hoefden voor de Duitschers niet te vluchten; indien de burgers rustig waren zouden de Duitschers hen ook geen kwaad doen.

      Ik ben overtuigd dat vele duitsche soldaten te goeder trouw geloofden dat op zekere plaatsen de burgers op de troepen zouden geschoten hebben, alhoewel de bijzonderste verwoestingen door de krijgsoverheden op voorhand bepaald waren. Den 21 augustus rond 11 ure ’s morgens sprak ik met een duitscher die patroeljeerde en zich bevond voor de herberg van Constant Godier. Die man vertelde aan mij en aan mijnen onderpastoor dat gans Leuven afgebrand was, dat al die schoone kerken gansch kapot waren omdat de burgers aldaar op hen geschoten hadden. Ik was niet weinig verwonderd toen ik later vernam dat de verwoesting van Leuven enkel gebeurd was den 25 augustus.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van eene belgische patroelje en tegen den avond kwam een gepantserde automobiel der Belgen eene Duitsche patroelje aanranden op den steenweg van Werchter. Tegen den avond waagde eene duitsche patroelje zich tot in het dorp van Tremeloo om na te gaan waar de gepantserde automobiel gebleven was. Deze patroelje heb ik hooren verklaren dat de burgers niet hoefden ongerust te zijn, dat hen geen kwaad zou geschieden. Niettemin waren er zeer velen die het niet waagden den nacht in het dorp door te brengen uit vrees voor weerwraak der Duitschers.

    Bl. 10b

      Den 24 augustus rond den middag nieuw bezoek van eene belgische patroelje. Door deze werd geschoten op eenen duitscher die in de verte bespeurd werd. Tegen den avond rukte eene afdeeling Belgische troepen op langs den steenweg van Schrieck. Kanonnen werden opgesteld in de nabijheid van de tramstatie en Werchter werd beschoten met gevolg dat de Duitsche bezetting het dorp verliet.

      De Belgen bleven vernachten in Tremeloo. Den 25 augustus had een gevecht plaats op het grondgebied Werchter-Wackerzeel en Haecht. De bevoorradingswagens bleven in Tremeloo en namen in ’t begin van den namiddag den weg naar de forten alsook een gedeelte van de belgische troepen. Het grootste deel dezer troepen was na het gevecht eenen anderen weg ingeslagen. Zie hooger hoofdstuk III-B.

      Na het vertrek der Belgen kwam eene afdeeling duitsche cavalerie door het dorp, doch zonder eenige schade aan te richten.

    Een burger doodgeschoten.

      Den 25 augustus waren vijf vluchtelingen aangekomen bij Lodewijk Morris, parochiaan van Grootloo, wonende op de grens dezer parochie op het gehucht Bolloo. Een dezer vluchtelingen, Hendrik Collart van Kessel-loo wilde den 26 naar Kessel-loo terug keeren, doch gelukte er niet in en keerde rond 3 ure in de namiddag terug bij Lod. Morris. Collart en Karel Morris, zoon van Lodewijk, vluchtten het veld in bij het zien van een dertigtal duitsche ruiters die zich vertoonden in de richting van Tremeloo. Collart en Morris werden bemerkt, aangehouden, afgetast en medegenomen tot aan de Raam, eene kleine beek. Daar werden zij op den akker geplaatst met de handen omhoog en zonder meer werd er op hen geschoten. Morris alhoewel niet getroffen liet zich insgelijks vallen, doch ziende dat een Duitscher op hun afkwam met de lans, nam hij ijlings de vlucht en had geluk, tusschen het kreupelhout, te ontsnappen aan de kogels die hem achterna gezonden werden.

      Wanneer men naderhand het lijk van Collart ter begrafenis weghaalde, heeft men bestatigd dat zijne borst doorboord was met eene lans. De vermoorde werd begraven te Grootloo.

    Bl. 11a

    27 augustus.


      Den 27 augustus in den voormiddag kwamen verscheidenen burgers van Werchter naar Tremeloo gevlucht omdat de Duitschers aldaar de menschen aanhielden en de huizen in brand staken. Ik ontving op de pastorij twee ouderlingen Guilielmus Van de Velde en zijne huisvrouw. Rond 4 ure waagden zij het naar Werchter terug te keeren, doch zij werden aangehouden, met ander volk in de kerk opgesloten en den volgenden dag overgebracht naar Leuven. Van uit mijn pastorij kon ik bemerken dat te Werchter en ook buiten het dorp in de richting van Tremeloo, het een huis na het andere in brand gestoken werd.

      De brandstichters naderden Tremeloo hoe langer hoe meer en rond half zeven ’s avonds, werden op een boogscheut afstand van mijn pastorij twee huizen, dat van Lucas Goris en dat van August Michiels, in brand gestoken. Het is alsdan dat ik besloot samen met mijn huisgenooten de pastorij te verlaten om elders de nacht te gaan doorbrengen. Ik begaf mij samen met mijne meid naar de pastorij van Bael, mijn onderpastoor zocht een nachtverblijf op het gehucht genaamd Bolloo.

    28 augustus – Brandstichtingen.

      Den 28 augustus in den morgend meende ik naar Tremeloo terug te keeren. Op het gehucht Langerechte gekomen werd ik door de parochianen gewaarschuwd dat de Duitschers in het dorp waren, alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf ik mij door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar ik eenige oogenblikken later samen met den pastoor van ’t Goor door de Duitschers aangehouden werd en overgebracht eerst naar Aerschot en later naar Duitschland.

    Wat gebeurde er in mijne parochie den 28 augustus?

      De Duitschers die den 27 rond half zeven ’s avonds hun vernielings werk gestaakt hadden, kwamen den volgenden dag in den vroegen morgen terug om hun werk voort te zetten. Het eerste huis dat dien dag in brand gestoken werd, was dit van Arthur De Loge; daarna kwamen zij aan het huis van Victor Goossens die zijne woning nog niet verlaten had.

      Victor Goossens, schatbewaarder der kerk, was een ouderling van 70 jaren. Hij werd door de Duitschers aangegrepen en afgetast; men vroeg hem of er nogt iemand binnen was? Of er nog geld in huis was? Nadat Goossens op beiden vragen had neen geantwoord, werd het huis in zijne tegenwoordigheid in brand gestoken.

    Bl. 11b

    Dan werd Goossens verplicht de Duitschers van huis tot huis te vergezellen en gedwongen getuige te zijn van al hunne brandstichtingen.

      Vele menschen werden weer als Victor Goossens in hun huis verrast door de Duitschers. Zij werden aangehouden en onder hunne oogen werd hun huis in brand gestoken zonder dat het hun gegund werd een en ander uit de vlammen te redden. De Duitschers schenen er een heimelijk plezier in te hebben zulks te weigeren. Vrouw Karel De Ryck bidde en smeekte om toch haar dieren te mogen loslaten : het werd geweigerd en de dieren moesten levend verbranden; bij haren gebuur nochtans gingen Duitschers zelf de dieren losmaken. Guilielmus Castermans vroeg insgelijks zijn varkens te mogen loslaten : zwijnenvleesch is goed als het gebraden is, gaf men hem voor antwoord.

      Onder de personen die uit hun huis gehaald werden en het in hunne tegenwoordigheid moesten zien in brand steken, bevond zich eene vrouw van 85 jaar de genaamde Maria Theresia Vereecken, weduwe Balthasar Uytterhoeven. Hare smeekingen vermochten niet de Duitsche harten te vermurwen. Samen met andere parochianen werd zij als vee vooruit gedreven naar Werchter en in de kerk opgesloten. ’s Anderendaags mocht zij terugkeren naar de rookende puinen harer woning.

      Terwijl een groep Duitschers de huizen in het dorp en langs den steenweg op Schrieck afbrandden, waren er anderen bezig de overgebleven huizen van Veldonck door het vuur te vernietigen; anderen nog meenden de overwinning van het Duitsche vaderland te bewerken met de woningen der boterstraat in asch te leggen. Onder de huizen den 19 augustus op Veldonck afgebrand bevond zich dit van den genaamden Joseph Buedts. De arme man had met vrouw en kinderen zijnen intrek genomen in een bakhuis dat in de nabijheid zijner woning den 19 augustus was gespaard gebleven. Dit bakhuis werd den 28 augustus insgelijks de prooi der vlammen, hetgeen bewijst dat de Duitschers de hen opgelegde taak met nauwgezetheid volbrachten.

      Al te samen werden in Tremeloo afgebrand :
    Den 19 augustus 40 woningen;
    Den 27 augustus 3 woningen;
    Den 28 augustus 172 woningen;
    Daarenboven het gemeentehuis, vier schoollokalen, de bijgebouwen der pastorij en de tramstatie.

      Het is heel zonderling dat kerk, pastorij en Gildehuis gespaard bleven. Dit meen ik te mogen dank weten aan Maria, patrones der parochie onder den titel van O.L.Vr. van Bijstand.

    Bl. 12a

    Van af de eerste dagen van den oorlog werd haar beeld in de kerk ten toon gesteld en versierd.

    Een kind doodgeschoten.

      De burgers welke de Duitsche brandstichters den 28 augustus verzameld hadden in het dorp van Tremeloo en langs den steenweg van Tremeloo naar Schrieck werden vooruitgedreven tot op het grondgebied dezer laatste gemeente. Gekomen omtrent aan de plaats het Kruispunt genaamd, waar de steenwegen Tremeloo – Goor en Schrieck – Busschot elkander kruisen, gaven de Duitschers aan de aangehoudene burgers bevel zich naar Antwerpen te begeven. Daarop gingen eenige burgers den weg in naar Schrieck, anderen verwijderden zich langs den tegenovergestelden kant, het meestendeel volgden den steenweg naar ’t Goor, de Gommerijstraat genaamd.

      In de Gommerijstraat bevonden zich reeds eenige andere inwoners van Tremeloo en Grootloo die onmiddelijk de vlucht genomen hadden toen zij hoorden dat de Duitschers in optocht waren. Onder dezen bevond zich de genaamde Maria Catharina Janssens, echtgenoote van Edmond Schoovaerts, vroeger koolmijnwerker, thans soldaat bij het belgisch leger. Voor den oorlog verbleven Edmond Schoovaerts en zijne huisvrouw in het Walenland. Bij het uitbreken van den oorlog moest Schoovaerts het leger vervoegen; zijn vrouw verliet alsdan het Walenland om zich met haar kind te huisvesten bij Jan Van Essche, wonende op de gemeente Schrieck, parochie Grootloo.

      Vrouw Schoovaerts droeg haar tweejarig kind, Anna Maria, op den arm. Bij de aankomst der laatste vluchtelingen in de Gommerijstraat, kwamen de bewoners dezer straat nieuwsgierig buiten geloopen om te vragen wat er in Tremeloo gaande was en wat al dien rook beteekende. Op dit oogenblik werd er door de Duitschers in de richting der Gommerijstraat geschoten zoodanig dat de aanwezige burgers de kogels in hunne nabijheid hoorden fluiten. Iedereen sprong weg : deze in de grachten langs de straat, anderen vluchten in de huizen. Het kind dat vrouw Schoovaerts op den arm droeg werd getroffen door een kogel in den mond en was op slag dood.

      Dit gebeurde op het grondgebied der parochie Grootloo. Ik heb dit feit eventwel willen aanteekenen omdat het nauw verbonden is met de vorige gebeurtenissen op mijne parochie.

    Bl. 12b

    Waarom nog gebrand?


      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich van ’t begin af ten opzichte van de Duitschers zeer correct gedragen, en hebben zich aan niet de minste daad van geweld plichtig gemaakt. Den 19 augustus, wel is waar, werd een Duitscher door de burgerwacht, wettig ingericht, gevangen genomen; doch deze gevangene werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Duitschers honger leden, was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Ter loops een woord over de gevangenneming van dezen Duitscher. Een hussard der dood te paard en gaande alleen patroeljeerde den 18 augustus op het gehucht Veldonck. Hij werd bemerkt door vier burgerwachten, de genaamden Van Houtvink Bernard, Van Cleynenbreugel Victor, Bosmans Karel en Jennes Leonard. Deze verborgen zich langs den kant van den weg en toen de Duitscher omtrent hunne schuilplaats gekomen was, sprongen ze eensklaps voor zijn paard met geen ander wapen dan een ongeladen revolver waarmede Van Houtvink den Duitscher bedreigde. Deze wilde zich doen doorgaan voor een engelschman, doch onze mannen lieten zich niet om den tuin leiden en rukten den Duitscher uit den zadel en brachten hem als krijgsgevangen naar het dorp. De aangehoudene was geboortig van Dantzig.

      Ik ben stellig overtuigd dat geen enkel Duitscher ooit geweten heeft dat een hunner mannen door burgerwachten van Tremeloo werd aangehouden, en dus is het ook wel zeker dat dit feit geen aanleiding heeft kunnen geven tot brandstichtingen. Ten andere ware dit geweest dan zou de Duitsche hoofdman mij zulks den 19 augustus wel verklaard hebben. Personen die den 28 augustus aan de Duitschers vroegen waarom zij de huizen in brand staken? Kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten. Denzelfden dag toen de eerw. Heer onderpastoor op den steenweg van Aerschot – Lier aangehouden werd en vroeg naar de reden zijner aanhouding, kreeg hij eveneens voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten.

    Tremeloo kermis.

    Bl 13a

      De kermis van Tremeloo wordt jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus; dit was in het jaar 1914 den 30 van die maand. Den 28 was Tremeloo afgebrand : overal met dan rookende puinen. Dat niemand lust had om kermis te vieren hoeft niet gezegd. Den 28 was geen mensch in Tremeloo gebleven; doch den volgenden dag begonnen de menschen stilaan terug te komen want de Duitschers hadden het dorp verlaten. De eerste burgers die terug kwamen waren zij die bedacht waren op roof en plundering. In den nacht van 29 tot 30 augustus werd de pastorij bezocht en wat er kostbaar gevonden werd, zoals zilverwerk, werd geroofd.

      Den 30 in den morgend kwam zich op de pastorij vestigen mijn vorige werkman met gans zijn huishouden. Van dan af tot aan den terugkeer der Duitschers mocht geen enkel burger nog op de pastorij komen, zelfs degenen niet die voornemens waren een of ander in veiligheid te brengen. Aangaande de gebeurtenissen van die dagen heb ik van mijnen werkman niet anders kunnen vernemen dan dat er op de pastorij belgische officieren vernacht hadden, dat hij de burgers belet had op de pastorij te komen en dat hij het niet geraadzaam geoordeeld had iets in veiligheid te brengen.

      Gelijk de pastorij bezocht geweest was door roofvogels, zoo werden andere huizen ook bezocht en al wat de prooi der vlammen niet geworden was, werd de prooi der roovers ten minste daar waar de eigenaars niet teruggekeerd waren.

      Waren er in 1914 geene tenten en danszalen, toch waren er menschen die op eene andere manier kermis vierden, en vermaak en lust vonden in het goed van hunne ongelukkige medeburgers te rooven.

    Een burger verminkt.

      De genaamde Jan Baptist Minnen, een ouderling van 77 jaren, wonende te Tremeloo op het gehucht Grijze stee was den 5 september aan den arbeid op zijnen akker dicht bij de Dijle gelegen. Aan den overkant der rivier verschenen eenige Duitschers die op hem riepen. De man verstond hen niet doch stak zijne handen omhoog. Zij schoten op hem en raakten hem in zijnen rechterarm die verbrijzeld werd. Daarop vluchtte de man weg en werd gelukkiglijk niet meer getroffen. Later is zijn verbrijzelde arm afgezet in het gasthuis te Lier.

    Bl. 13b

    De gebeurtenissen van september.


      Tusschen 28 augustus en 14 september waren er in de parochie geene Duitschers meer te zien. Den 2 september had een nieuwe uitval plaats van het Belgisch leger. Belgische kanonnen te Tremeloo opgesteld beschoten Werchter en verjoegen den vijand die dat dorp bezet hield. Dan vertrokken de Belgische troepen verder op naar Werchter en Wackerzeel om daar den vijand aan te randen. Volgens mij verzekerd wordt is Koning Albert per automobiel tweemaal door Tremeloo gekomen, namelijk, den 4 september. Dit feit werd ons ook gemeld in de kerk van Aerschot.

      Den 10 september kwam de eerw. Heer pastoor van Bael naar Tremeloo om de heilige speciën weg te halen.

      Den 12 en 13 september trokken de Belgische troepen zich terug naar de vesting van Antwerpen. Den 13 rond den avond hebben de Duitschers het dorp beschoten. Er zijn alsdan drie bommen op de kerk te recht gekomen. Deze hebben de raam der vunt volkomen verbrijzeld, drie geschilderde ramen erg beschadigd en een weinig schade toegebracht aan eene statie van den kruisweg. Het dak van kerk en toren werd beschadigd door mitraljeuzen.

      Den 14 september rond 8 ure ’s morgens deden de Duitschers op nieuw hunne intrede in het dorp. Zij vestigden zich in de huizen die de prooi der vlammen niet geworden waren. In het dorp zelf was niet veel meer te rooven, doch op het gehucht Cruys werden de winkels leeggeplunderd. De molen van Cruys toehoorend aan Petrus Liekens, en gelegen op het grondgebied der gemeente Keerbergen, werd dien dag afgebrand.

      De Duitschers die zich tusschen 14 en 27 september in Tremeloo vestigden waren niet talrijk. Zij hielden zich onledig met al wat in den grond en elders verborgen was op te zoeken. Linnen en beddedeksel werd door hen geroofd. het overige dat zij lieten liggen werd door burgerlijke dieven weggehaald. In die dagen werden onrechtveerdigheden begaan door menschen die ik vroeger onder de eerlijkste der parochie zou gerekend hebben. Die onrechtveerdigheden hebben natuurlijker wijze hunne godsdienstige gevoelens geknakt.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens werd Tremeloo overstroomd van Duitsche troepen op weg naar Antwerpen.

    Bl. 14a

    De inwoners van Tremeloo die het gewaagd hadden tusschen 14 en 27 naar huis terug te keeren, namen nu wederom de vlucht of werden door de Duitschers verdreven op enkele uitzonderingen na waaronder Joseph Wouters en Bernardina Pardon.

      In den nacht van 27 tot 28 september hebben de Duitschers in de kerk geslapen. Het is dan dat zij de kerkgewaden uit de sacristij gehaald hebben volgens alle waarschijnlijkheid om er op te slapen of zich er mede te dekken. In alle geval na den 28 werden de kerkgewaden gevonden in de kerk op den vloer, te midden van stof en vuiligheid. Toen Joseph Wouters den 28 september, na het vertrek der Duitschers, in de kerk kwam, brandde op de communiebank eene bougie die bijna opgebrand was en die zeker het vuur zou medegedeeld hebben aan het communiekleed en het strooi door de Duitschers in de kerk gebracht, ware die man niet gekomen op den gepasten oogenblik om zulks te verhinderen.

      Het is waarschijnlijk ter gelegenheid van dit bezoek der Duitschers in de kerk dat al de offerblokken opengebroken werden en de brandkast op de koor en in het tweede sacristij of bergplaats eene ijzere kas verbrijzeld. Alsdan ook is uit de kerk verdwenen ongeveer 80 pond was.

      De deur der brandkast op de koor had aan alle pogingen der Duitschers wederstaan. Dan hebben zij eene groote holte gekapt in den muur nevens de brandkast links. Alzoo gelukten zij erin een gat te kappen in de zijkant der brandkast die niet uit gepantserd staal vervaardigd was zooals de deur der brandkast. Doordie opening konden zij nu de hand in de brandkast steken en deze langs binnen onderzoeken. Enkel eene zilveren remonstrans bevond zich in de brandkast. Den 28 september was deze remonstrans nog ongeschonden.

      Nog eenige Duitschers waren in Tremeloo gebleven na den verderen optocht van hun leger naar Antwerpen. Op de pastorij was al den wijn en al het linnengoed en al het beddegoed verdwenen. Er werden daar ook twee brandkasten opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven ongeveer drie honderd franken in geld. In de sacristij was de brandkast nog ongeschonden. Deze bevatte de kerkregisters en de gewijde vaten.

      Twee Duitschers die hunnen intrek hadden in het huis van Jan Van Casteren nabij de tramstatie, kwamen den 30 september of 1 october naar de sacristij en kapten eerst de brandkast uit den muur; dan verbrijzelden zij deze met eene bijl.

    Bl 14b

    Dit werk duurde van ’s morgens tot tegen den middag. Het werd door verschillige personen gehoord die naderhand zijn gaan zien wat er gebeurd was. Mathilde Michiels bevond zich in het Gildehuis in de nabijheid der sacristij; Joseph Wouters bevond zich in de kerk. Terwijl de roovers in de sacristij hun werk verrichtten zijn Duitsche officieren in de kerk geweest, een is zelfs vooruitgegaan tot aan de communiebank en heeft met de roovers gesproken. Dit bewijst ten stelligste dat de plunderingen geschied zijn onder het welwillend oog van zekere officieren.

      De Duitsche roovers hebben de registers der kerk laten liggen, doch de gewijde vaten hebben zij medegenomen naar het huis van Jan Van Casteren. Daar hebben zij tegen den avond beproefd deze te smelten in eenen ketel van gegoten ijzer. Daartoe hadden zij een hevig vuur aangelegd en den ketel gansch gloeiend gestookt. Zij moeten geene kans gezien hebben den gewenschten uitslag te bekomen, want eenige dagen later werd de ketel met de gewijde vaten, deels nog in goeden staat, teruggevonden in den waterput van de familie Van Casteren.

      Den 28 september bevond de remonstrans zich nog ongeschonden in de brandkast der koor. Twee of drie dagen naderhand lag zij verbrijzeld in de kerk. De opening die de Duitschers in den zijkant der brandkast gemaakt hadden was te klein om er deze door te halen; zij werd ongetwijfeld met geweld aan stukken gerukt en zoo uit de brandkast gehaald.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Duitsche officier die twee zusters in het klooster heeft en goede katholiek is : deze heeft een groot deel van het priestergewaad alsook de stukken van de remonstrans, een kelk en eene ciborie doen overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben. Deze officier heeft bij de eerw. zusters een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijne bloedverwanten te zenden.

    Namen en aanteekeningen.

      Volgens ik vernomen heb van Joseph Wouters zou de pastorij in 1914 maar eenmaal bewoond geweest zijn door duitsche officiers, namelijk toen het duitsche leger in zijnen optocht naar Antwerpen door Tremeloo kwam den 27 september. Voor dezer aankomst was er nog veel wijn op de pastorij, na hun vertrek was alles verdwenen. De brandkasten waren opengebroken, in de zaal der pastorij had men verkens gejaagd. Met reden zullen wij dan veronderstellen dat den 27 september op de pastorij verbleven hebben de officieren wier namen vermeld waren op de deuren van de slaapkamers der pastorij.

    Bl. 15a

      Op de voordeur der pastorij stond de aanteekening II/14

      Op de slaapkamer van den eerw. heer pastoor : Lt. Umann en Lt. Streye. Op de kamer van den eerw. heer onderpastoor : Hptm. Amann en officiersmeis I komp. Op de kamer der meid : Lt. Wernisch; Lt. Stieglandt en Dr. Falta. Op de eerste logeerkamer : Oberst Wacke en Oberst Jozek. Op de tweede logeerkamer : Vc dt Spevae en Thalta.

    Wie heeft de pastorij geplunderd.

      Het valt niet te betwijfelen dat de Duitschers de groote plichtigen geweest zijn. Het is volstrekt zeker dat zij de brandkasten hebben opengebroken, bijna al de wijn en ook beddeksel hebben gestolen. Er hoeft evenwel bijgevoegd dat burgers ook aan de plundering hebben meegedaan. Tusschen 28 augustus en 14 september werd er op de pastorij wijn gedronken; de belgische troepen ook hebben eenige flesschen opgeëischt en daarvoor een bon achtergelaten. Een persoon door mij van diefstal overtuigd heeft in Februari 1915 eene gansche mand linnengoed en ook schoenen en andere voorwerpen teruggebracht. Twee personen die thans overleden zijn, Norbertus Heilighen en zijne huisvrouw, hebben gezien welke personen matrassen van de pastorij weghaalden. Aan vrouw Heilighen heb ik gevraagd aan het gerecht te willen verklaren wat zij gezien of van haren man gehoord had. Zij durfde niet. Aan mij heeft ze de namen der plichtigen bekend gemaakt op voorwaarde dat ik haar niet voor het gerecht zou roepen als getuige.

    Getuigenissen die betrekking hebben op feiten hooger aangehaald.

    Getuigenis van Maria Van Eyken, vrouw De Ryck.


      Wij waren naar den Loozenhoek gevlucht. ’s Morgens kwam ik met mijnen man naar het dorp om mijne beesten eten te geven. Toen dit werk gedaan was ging mijn man maar seffens terug naar onze kinderen. Vijf minuten later meende ik ook te vertrekken, maar als ik voor ons hof kwam stond er aan het huis van den secretaris een Duitscher met het geweer schietens gereed. Hij riep dat ik moest bij hem komen. Ik ging en hij kwam mij tegen tot aan het huis van Jef Coenen en vroeg of er iemand in dat huis was.

    Bl. 15b

    Ik zegde neen, die zijn gevlucht. Dan stampte hij de ruit kapot en stak het aan de gordijn in brand. Ik vroeg of ik mocht naar huis gaan om mijne beesten los te maken? Neen, zegde hij, hier blijven. Dan kwamen er nog vier Duitschen bij met Victor Goossens. Drie gingen op het hof van Edmond Anthonis; schoten den hond dood en gingen in stal en schuur om ze in brand te steken. Met de twee andere Duitschen moesten wij naar ons huis opgaan, en ik heb wel tienmaal gevraagd om onze beesten los te maken. Zij vroegen of er geen belgische soldaat in huis was? Ik zegde neen. Ik vroeg weer om mijn beesten los te maken? Ik mocht niet. Zij staken mijn huis in brand en mijne beesten moesten verbranden : eene koei, eene veers, een vet kalf, twee geiten en twee vette varkens. Als ik in het dorp aan Godier was brandde reeds alles. Wij moesten met de Duitsche troepen meegaan. In de Bolloo haalden zij Antoon Schoovaerts en zijne vrouw uit hun huis en gingen in de schuur; doch, wij moesten voortgaan, wij mochten niet omzien. Aan Victor Hermans moesten wij blijven staan en zij staken stal en schuur in brand. Dan moesten we weer voort tot aan Medard De Winter en daar staken ze weer aan stal en schuur in brand. Aan Amandus Van Dievel vroeg de Duitsche overste of er geene belgische soldaten waren, en er was een die zegde dat er belgische soldaten waren te Heyst-op-den-berg. En dan moesten wij voor de duitsche troepen gaan. En ik en Lien Van Loo zijn gaan loopen op den Schriekschen steenweg naar den ouden Dyck. En als wij er drij stappen ingeloopen waren dan schoten ze naar het volk en schoten in den arm eener moeder haar kind dood.

      Als wij in het huis van mijne schoonzuster waren te Bael, als den Duitsch naar Antwerpen ging, toen moesten wij uit het huis en den duitsch nam er zijn verblijf in; hij nam ons brood af. Ik vroeg er een van voor ons kinderen een boterham te geven en ik kreeg geen : gij moogt dat niet, zegde hij. En ze namen de kiekens en varkens en slachten ze voor hen.

      Maria Van Eycken (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Michiels-Beirinckx

      Den laatsten vrijdag van augustus 1914 kwamen hier vier Duitsche soldaten rond zes ure en kwaart ’s morgens, juist als ik met mijn peerd buiten kwam; zij hadden hunne geweeren schietens gereed. Seffens moest ik mijne handen omhoog steken om mij te laten aftasten; toen zegden zij dat zij mijn huis kwamen in brand steken.

    Bl. 16a

    Ik vroeg hun of ik mijn paard mocht inspannen, dat ik nog kleine kinderen had en er oude lieden bij ons waren, daar mijn oom en tante den nacht bij ons hadden doorgebracht. Dit wierd mij toegestaan, maar we mochten niet meer in huis komen om iets mede te nemen. Mijne vrouw die een pak wolle sargiën die in huis gereed stonden om op de kar te laden wilde redden, wierd den revolver op het hart gezet. Hij pakte het pak uit hare handen en wierp het terug in huis waar het moest verbranden. Seffens ging er een soldaat den stal in, maakte de koe los en liet de varkens uit hun kot en stak het vuur aan in de schuur, terwijl een ander het vuur aanstak in huis in de kleerkas. Toen zijn wij met hen moeten medegaan langs den steenweg op Schrieck. Aan den secretaris stonden nog soldaten te wachten; twaalf soldaten te peerd reden voor mij : daar moest ik achter rijden. Achter mij kwamen nog eenige burgers en dan voetvolk van soldaten. Onderweg hebben zij nog drij huizen in brand gestoken. Aan de kruisbrug bleven zij staan en toen zegde de overste dat wij naar Antwerpen moesten en onderweg de menschen verwittigen dat zij in aantocht waren en moesten vluchten.

      Jos Michiels (handtekening)

    Getuigenis van Guilielmus Van de Velde.

      Ik Guil. Van de Velde oud 73 jaren geboren en wonende te Tremeloo (Veldonck) heb gezien dat 9 Duitsche soldaten op het einde van augustus 1914 de huizen moedwillig in brand staken, wel 25 voor het minste dat ik gezien heb, en eenige dagen later als ik aan mijne afgebrande woning was hebben vier duitsche soldaten mij afgetast en mijn geld dat ik op zak had (4 fr. op 10 centiemen na) afgenomen; en dan hebben zij mij medegenomen naar het dorp en in een huizeke – het eenigste dat in het dorp was blijven staan en waar zij hunnen t’huis hadden – opgesloten en een uur of 3 nadien hebben zij mij weer vrij gelaten. En mijne vrouw hebben ze ook gepakt en eenen nacht in de kerk van Werchter opgesloten en ’s morgens weer in vrijheid gelaten.

      G Van de Velde (handtekening)

    Bl. 16b

    Getuigenis van Victor Hermans.


      Tremeloo den 9 februari 1919

      Den 28 augustus 1914 heb ik ’s nachts op 25 meters van ons huis geslapen in den kant. Om 3 ure ben ik opgestaan om mijne koeien te voederen. Mijne vrouw en kinderen waren ’s avonds uit vrees vertrokken. Om 5 ure hoorde ik niets en ging wat rusten op eenen stoel en een uur later hoorde ik in de buurt dorschen en dacht dat er niets was. Ik plaatste mij aan de tafel op eenen stoel en viel in slaap. Om half zeven a zeven ure hoorde ik de Duitschers op straat en keek door het venster. Ik zag er andere te peerd aan de We. Van Woensel. Ik dierf ons huis niet verlaten en deed de deuren los. Weldra hoorde ik de Duitschers mijn hof op stappen en schoten door het venster naast mij zonder binnen te komen. Ik opende zelf de deur en groette ze zeggende : heb medelijden met ons wij kunnen er niet aandoen aan den oorlog. Zij riepen : handen omhoog, en hij stak met zijne bajonet tot tegen mijn aangezicht met een streng gebaar maar stak niet. Een ander soldaat riep : tast hem af, wat hij ook deed. Hij haalde uit mijne zakken mijn geld omtrent 0.40 fr en gaf het mij terug; joeg mij op den steenweg en kwam bij eene kar met andere dorpsgenooten vergezeld met een Duitscher. Toch liet men mijne koeien los en vroeg naar de Luitenant. Na meer dan tien minuten daar gestaan te hebben stak men mijne woning in brand mij vragende of er geen personen meer in waren. Ik zegde neen in bijzijn van Frans Claes; Guil. Castermans; Ed. Van Leemputten; Victor Goossens; Joseph Michiels en zijne vrouw; We. Van Woensel; Antoon Schoovaerts; enz. Wanneer het in volle brand was, werden wij naar Schrieck opgezonden met een soldaat bij ons. De soldaat en zegde dat wij naar Antwerpen moesten gaan en dat niemand ons iets zou zeggen; wat wij dan deden. Als ik in Schrieck was kwamen de menschen buiten naar al die rook vragende. Maar de Duitschers begonnen op eens gaan te schieten en schoten op enkele meters afstand van mij een kind in de armen van den drager dood. Ik vluchtte langs Heyst-op-den-Berg naar Lier voor eene week en kwam terug tot het Belgisch leger naar Tremeloo kwam en daarna ben ik weer gevlucht naar Heyst-op-den-Berg, zoo naar Lier Antwerpen en de grenzen van Holland. Van daar naar Kortrijk en Issegem in Westvlaanderen tot omtrent 1 november als wij terug in Tremeloo kwamen

      V. Hermans (handtekening)

    Bl. 17a

    Getuigenis van Guilielmus Castermans

      Den 28 augustus 1914 in den morgend hebben de Duitschers mij uit mijn huis gehaald en geplaseerd tegen eenen mijner fruitbomen. Dan hebben zij mijn schuur, karkot en varkenskot met 12 zwijnen in brand gestoken, terwijl ik daar op 5 meters afstand moest blijven staan op zien. Ik sprak hen aan op zeer beleefden toon : heeren daar zitten nog zwijnen in. Zij antwoordden mij : zwijnevleesch is goed als het gebraden is. Dan hebben ze mij op de groote baan gebracht met andere menschen van mijn dorp en ons vooruit gedreven als eene kudde schapen van huis tot huis, en als zij nog andere huizen in brand staken moesten wij daar blijven staan zien tot alles in volle vlam was. Ik wilde vluchten, doch het mislukte mij; terwijl ik vluchtte kreeg ik wel 13 geweerkogels naar mijnen kop waar mij toch geenen enkelen heeft getroffen. Dan moesten wij verder tot op het grondgebied van Schrieck. En daar hebben ze nog geschoten en is een kind van 2 jaar in de armen zijner moeder doodgeschoten.

      G. Castermans (handtekening)

    Getuigenis van Lod. Morris, wonende Schrieck, Grootloo.

      De genaamde Henri Collart van Kesselloo met vier andere vluchtelingen had bij mij de nacht overgebracht tusschen 25 en 26 augustus. Den 26 augustus meende hij terug te keeren naar Kesselloo, doch hij geraakte niet door en kwam terug bij mij in den namiddag rond 3 ure. Een weinig later vertoonden zich 30 à 40 uhlanen op den steenweg langs den kant van Tremeloo. Collart en mijn zoon Karel vluchtten het veld in toen ze deze bemerkten. Doch zij ook werden bemerkt en aangehouden op honderd meters afstand van mijn huis. Zij moesten hunne zakken ledig maken en hunne handen omhoog steken. Uit den zak van mijnen zoon viel eene som van ongeveer 260 fr. in papieren geld. Hij vroeg of hij dit mocht oprapen. Dit werd hun toegestaan. Dan werden zij medegenomen naar den steenweg en verder in de richting van Grootloo. Gekomen aan de Raam werden zij op het land geplaatst met hunne handen omhoog. Terwijl ze daar stonden werd er op hen geschoten. Collart was getroffen en viel. Hij werd naderhand met de lans doorboord. Mijn zoon werd de klak van zijnen kop geschoten en speelde den doode alhoewel niet geraakt. De overste zond een man waarschijnlijk om beiden nog met de lans te doorsteken. Mijn zoon bemerkte dit en koos het hazenpad. Er werd nog wel dertigmaal naar hem geschoten doch gelukkiglijk zonder hem te raken.

    Bl. 17b

    Hij geraakte over de Raam in de bosschen tusschen het kreupelhout waar hij zijn leven heeft behouden. Naderhand is mijn zoon gevlucht naar Oostende en zoo naar Frankrijk waar hij gedurende twee jaren eene school bestuurd heeft. Dan heeft hij als brancardier dienst genomen in het leger.

      Moris L. (handtekening)

    Getuigenis van Jan Baptist Minnen, Tremeloo.

      Ik ondergeteekende verklaar den 5 september in het jaar 1914 op mijnen akker aan den arbeid te zijn geweest tegen de Dijle. Er kwamen op de richting van mij eenige Duitschers aan langs den anderen kant van de rivier die op mij riepen en ik riep dat ik hen niet verstond terwijl ik mijne armen omhoog stak. Maar niets kon baten ; zij schoten naar mij en mijnen rechter arm wierd verbrijzeld. Ik ging loopen terwijl zij nog maar altijd vuur op mij gaven. Gelukkig wierd ik niet meer getroffen. Jan Baptist Minnen geboren te Booischot den 15 october 1837.

      Voor vader Jos Minnen (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Wouters.

      Den 13 september rond den avond hebben de Duitschers op de kerk geschoten en hier en daar in het dorp. Den 14 september is de vijand terug binnengekomen. De bevolking was bijna gansch weggevlucht. De huizen die nog recht stonden werden bezet door een klein getal Duitschers. De groote hoop toen ze naar Antwerpen trokken, heeft maar een nacht hier geweest. Toen hebben ze in de kerk gelegen. Toen ook werd de pastorij geplunderd. Ik heb gezien dat ze alles uit den grond haalden wat de menschen weggestopt hadden. Daarvan namen ze hemden en sargiën ; het overige lieten ze liggen. Kiekens werden doodgeslagen en opgeëten. Verkens werden op wagens geladen en weggevoerd. Hetgeen de Duitschers aan kleergoed hadden laten liggen werd door de burgers weggenomen.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    vervolgd



    25-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    24-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-3
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 3

    Bl. 18a

    Getuigenis van Philip Feyaerts, Tremeloo.

      Den 14 september 1914 om 8 ure ’s morgens zijn op Cruys 22 Duitschers waaronder een officier aangekomen. Zij waren vergezeld van een wagen met twee paarden bespannen die moest dienen om het gestolen goed op te laden. Ik heb gezien dat zij waren opgeladen hebben bij Frans Verhoeven, bij de We Van den Eynde en bij Petrus Liekens, maalder. Bij Liekens hebben zij den molen doen springen en dan in brand gestoken : daarvoor hebben ze bij ons petrol gehaald.

      Den 26 september zijn wederom eenige Duitschers bij mij aangeland. Een dezer vroeg om een slaaplijf, bretellen en kousen. Ik zegde die zaken niet te hebben. Dan ging hij naar boven om te zoeken. Doch na eenige stonden werd hij door eenen anderen geroepen. Deze kwam uit den hof waar Duitschers bezig waren het kleergoed uit den grond te halen. Zij hebben verschillende manshemden medegenomen. De ordonnance van den hoofdman gaf bevel voorts niets meer weg te nemen, en zegde dat het weggenomen den volgenden dag zou betaald worden.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens zijn de Duitschers in overgroot getal naar Tremeloo gekomen om verder naar Antwerpen te gaan. Dien dag werd ik uit mijn huis gezet. Zij vroegen waar ik henen wilde : naar Leuven of naar mijne familie? Ik zegde naar mijne familie. Dan ben ik naar Lier gegaan en van daar naar Gent.

      Phil. Feyaerts (handtekening)

    Getuigenis van Mathilde Michiels en Maria Wouters.

      Op het einde van september 1914 bevonden wij ons in het Gildehuis om strooi op te binden dat bij ons weggehaald was, toen wij in de sacristij hoorden kappen op ijzer. Dat heeft eenen halven dag geduurd. Rond den middag zagen wij twee Duitschers de sacristij verlaten en weggaan langs den kant van de statie. Dan zijn wij naar de sacristij geweest zien en hebben daar bestatigd dat de brandkast aan stukken gekapt was. In de sacristij vonden wij eene bijl toebehoorende aan Franciscus Gysemans. Die bijl scheen gediend te hebben om de brandkast open te kappen.

      Mathild Michiels Anna Maria Wouters (handtekening)

    Bl. 18b

    2e Getuigenis van Wouters Joseph.


      Het was op het einde van september of begin october 1914. Ik was in de kerk bezig met overschot van hooi en strooi waar de Duitschers op geslapen hadden, aan ’t bijeen doen, toen ik in de sacristij hoorde kappen op ijzer. Ik meende te gaan zien toen twee Duitschers uit de sacristij kwamen om te zien wat er in de kerk gebeurde. Dan kwam er eerst een onderofficier tot aan de communiebank waar de mannen uit de sacristij op riepen en iets tegen zegden dat ik niet kon hooren. Een tiental minuten later kwam er in de kerk een officier van het rood kruis – ik meen een geneesheer – die heeft het kappen in de sacristij ook gehoord doch is zelf niet gaan zien : hij nam de schilderingen en de kruisweg in oogenschouw en trok er van door. De soldaten die in de sacristij gekapt hadden zijn niet teruggekomen langs de kerk; zij zijn langs de sacristij uit gegaan want ik heb ze niet meer gezien.

      Het tabernakel brandkast op de koor werd kapot gekapt gedurende den nacht dat de soldaten in de kerk geslapen hebben. Den eersten dag heb ik gezien dat de remonstrans er nog in was. Kazuifels en andere kerkgewaden lagen in de kerk verstrooid : ik meen dat ze daarop geslapen hadden. In de biechtstoel heb ik roket en stool gevonden, hetgeen mij doet veronderstellen dat ze aldaar de priester hebben willen naäpen.

      Keersen stonden op de communiebank te branden en ware ik niet bij tijds gekomen om deze uit te blazen, dan zouden ze zeker het vuur medegedeeld hebben aan het communiekleed, het gewaad en het strooi.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    Getuigenis van Bernardina Pardon, vrouw Felix Van Hoof

      Het was op het einde van september 1914 (de juiste dag kan ik niet bepalen) om 8 ure ’s avonds. Ik bemerkte dat in het huis van Jan Van Casteren een buitengewoon hevig vuur gestookt werd : de vlam sloeg in de schouw zo hoog als de zolder. Toen ging ik er naartoe om te zeggen dat ik niet durfde gaan slapen uit vrees dat het huis zou afbranden. Toen ik daar kwam zag ik over het vuur eenen ijzeren ketel hangen die gans gloeiend was; de steenen der schouw waren insgelijks gloeiend. Ik meende dat ze in den ketel aardappelen gedaan hadden en geen water, en ik deed hen bemerken dat er geen water bij was.

    Bl. 19a

    Zij antwoordden dat er geen water moest bijzijn. Dan bemerkte ik dat mijne tegenwoordigheid daar niet gewenscht was, en zij zegden mij van maar gerust slapen te gaan, dat er niets zou gebeuren. Ik keerde dan naar huis weer en wij bleven nog een tijd zitten zonder licht om daarover een oog in ’t zeil te houden. Na eene halve uur bemerkten wij dat het vuur uitging en wij legden ons ter ruste.

      Zaterdag na Velling Kermis (17 october) bemerkten kinderen dat er eene kopere lamp lag in den waterput van Jan Van Casteren. Vrezende dat de put misschien vergeven was, begon men hem leeg te scheppen en men vond niet eene kopere lamp, maar de gewijde vaten der Kerk, deels gesmolten, deels verbijzeld, anderen nog geheel in den ijzeren ketel die ik vroeger gloeiend over het vuur had zien hangen. Daaruit besluit ik dat de Duitschers ziende dat ze met het smelten niet klaar geraakten, alles in den put zullen geworpen hebben.

      B. Pardon (handtekening)

    Getuigenis der Eerweerde Zusters van Schrieck.

      ’t Was in september 1914 dat de volgende gebeurtenis voorviel. Vier zusters van het klooster van Schrieck waren nog op hunne bestemming gebleven toen bijna al de inwoners der gemeente gevlucht waren. Den derden dag dat de Duitschers dit dorp binnendrongen (dus 30 september) hielden op zeker ogenblik eenige wagens stil voor het klooster. Deze wagens waren beladen met allerhande eetwaren bestemd voor het leger. Een officier met negen soldaten kwam aanbellen en vroeg aan de kloosterzusters de toelating om het meegebrachte kerkgewaad uit de kerk van Tremeloo, bij hen binnen te brengen. Het waren kazuifels, stools, koorkappen, mantel van O.L.Vrouw, communiekleed, alben, roketten enz. enz. Ook eene remonstrantie en eene ciborie. Al deze gewaden waren in den erbarmelijksten toestand gansch doorweekt van ’t water, vuil, betrapt en verscheurd. De remonstrantie moest, volgens men kon oordeelen, met voeten betrapt zijn. De ciborie was ledig, zonder deksel en in goeden staat. Beide heilige vaten werden door den Duitschen officier met zekeren eerbied binnengebracht, zij waren met zorg in eenen witten doek gewikkeld. Na hun vertrek hebben de zusters al deze gewaden gedroogd, gereinigd en zooveel mogelijk in orde gebracht.

    Bl. 19b

    Bij dit werk vielen nog drie kleine hosties op den grond, die waarschijnlijk tusschen de gewaden gestrooid lagen. De zusters niet wetende of deze geconsacreerde hostiën waren of niet (*) en geen priester te vinden zijnde, hebben deze hosties met eerbied genut, bijna overtuigd dat zij waren dat deze geconsacreerde hostiën waren, daar de ledige ciborie was binnen gebracht.

      Ziehier nu wat deze officier nopens dit feit heeft medegedeeld aan de zusters van Schrieck : “ Ik en mijn negen soldaten hier zijn allen katholiek. Daar wij op eenigen afstand achter het leger moeten volgen met onze bevoorraadwagens, hebben we de gewoonte, telkens we een kerk ontmoeten er binnen te treden. Zoo kwamen we heden in de kerk van Tremeloo en hebben er deze gewaden op den grond gestrooid gevonden. We brengen ze u ter bewaring met verzoek ze later aan den herder der parochie weer te bezorgen. Ik ben katholiek, zegde hij, en keur ten zeerste af hetgeen in deze kerk gepleegd werd. Zeker verdienen deze door God gestraft te worden die deze heiligschennissen daar gepleegd hebben. Die man was zienlijk aangedaan en verontwaardigd over hetgeen hij in de kerk van Tremeloo had aangetroffen. Verderen uitleg gaf hij daar niet over. Hij vroeg eindelijk schrijfgerief om een brief te schrijven en verzocht de zusters dezen na den oorlog te willen zenden aan zijne twee zusters genaamd zuster Gerdula en zuster Angela, beiden religieuzen in het klooster der Urselinnen te Westfalen. Zoo ik kom te vallen, zegde hij, zullen ze aan dit schrijven kunnen zien dat ik als katholiek mijn plicht heb gedaan en als goede kristen ben gestorven : dit zal hun dan een troost wezen. Na de zusters bedankt te hebben verzocht hij hun voor hem te willen bidden en vertrok.

    Wij laten de vertaling van dien brief omtrent letterlijk volgen (**) :

      Geliefde zusters,

      Heden … september 1914, heb ik in eene kerk van Tremeloo, vele kerkgewaden en heilige vaten gered en heb ze in een naburig vrouwenklooster in veiligheid gebracht. Dezen, die de heiligschennissen in genoemde kerk gepleegd hebben, moeten door God gestraft worden. Tot hiertoe ben ik nog welvarend. Zoo ik kom te sneuvelen, zult gij aan dit schrijven weten dat ik als christen mijn plicht heb gekweten. Vaart wel, bidt voor mij.

      Zr Junilla Zr Valentina (handtekening)

    (*) Deze hostiën waren niet geconsacreerd vermits de eerw. heer pastoor van Baal den 10 september alle geconsacreerde hostiën weggehaald had.
    (**) De eerweerde zusters hebben ongelukkiglijk dien brief verloren.


    Bl. 20a

    Belangrijkheid der schade.
    Opgave der schade van kerk, bewaarschool en Congregatie.


      Vroeger hebben we reeds aangestipt dat op het grondgebied van Tremeloo 215 woningen afgebrand werden. Daarenboven het Gemeentehuis en vier schoollokalen, alsook de bijgebouwen der pastorij. Al de schade op het grondgebied der Gemeente veroorzaakt door brandstichtingen en plunderingen van allen aard werd in het begin van 1915 geschat op 1.702.351 franken.

      De schade inzonderheid aan de gebouwen der Gemeente toegebracht werd op zelfden datum geschat als volgt :
    Vier schoollokalen : voor de gebouwen 22999,54 fr.
    Voor de meubelen 1169,71 fr.
    Gemeentehuis : het gebouw 9178,51 fr.
      Meubels en archieven 12400,00 fr.
    Woning van den onderwijzer 14478,31 fr.
    Woning van de onderwijzeres 9242,07 fr.
    Gendarmerie 21603,51 fr.
      Samen 91.071,65 fr.

      Ik heb goedgevonden de schade aan kerk, pastorij, vrije bewaarschool en congregatie breedvoerig op te geven.
    Kerk.

    Voor het herstellen van het dak der kerk, het voorlopig herstellen der ramen en het herstellen van kerkdeur en sacristijdeur heeft de gemeente uitgegeven 379,60
    Het herstellen van den toren is geschat op 1951,58
    In de kerk : schade aan geschilderde ramen, kruisweg, schildering, offerblokken en stoelen 322,00
    Op de koor : gestolen een zilveren kruis en kast met 73 diamanten dat de remonstrans versierde 350,00
    Schade aan tabernakel-brandkast, remonstrans, gestoelte en beeld van den H. Dionysius 305,00
    In de vunt : 2 zilveren potjes met H.Olie en Chrisma 25,00 Schade aan de muren 17,50
    In de sacristij : Gestolen : 7 alben; een rijk geborduurde kant van eene albe afgescheurd; 13 altaardweilen; eene zwarte koorkap; 8 biechtroketten; eene koperen bel; 4 paar gouden oorbellen; 2 zilveren vaatjes voor de H Olie; 2 gouden harten; 2 gouden kettingen; een gouden ring; eene gouden broche; 2 tinnen schotels, alles geschat op 1035,50

    Bl. 20b

      Verbrijzeld of erg beschadigd : eene brandkast; schade aan gewaden; eene ciborie zilver verguld; een eremonstrans koper verguld; 4 zilveren kronen voor beelden; zilveren toren H;Barbara en zilveren scepter O.L.Vrouw; een kelk in gedreven zilver van het jaar 1552, alles geschat op 1145.-

    In de 2de sacristij : Gestolen : 85 pond was; 40 pakken bougies; 2 paar kandelabers van 3 bougies; een mantel O.L.Vr.; een bamboustok van 12 meters; zilveren ampullen met schotel in gedreven zilver van het jaar 1777 708-
    Eene ijzeren kast verbrijzeld 60-

    Op de pastorij : verdwenen : 205 flesschen miswijn 307,50
    Processiegerief bestaande uit mantels, kleederen en zinnebeelden; eene kist inhoudende de documenten der kerk 478-
    Samen 7084,68 fr.

    Pastorij

      Voor het heropbouwen van de bijgebouwen der pastorij heeft de Gemeente uitgegeven 3022,80
    Schade aan vensterraam, trapleuning, pomp; wegnemen van koper 175-
    Samen 3197,80 fr.

    Vrije bewaarschool.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der meubelen : staande bord; pupiter der onderwijzeres; 15 schoolbanken; Froebelgerief; Geschiedenisplaten; houten trede; kleerkast; kachel 463 fr.

    Congregatie.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der volgende meubelen : altaar; 3 groote beelden; 2 kleine beelden; 4 koperen kandelaren; kruisbeeld; 4 kleine kandelaren; een kandelaber; 6 bloemvazen; 2 voetstukken; een geschilderde kruisweg; een stool; een roket, alles samen : 1135 fr.

      Alle schade werd hier berekend aan de prijzen van 1914.

    Bl. 21a

    Hoofdstuk VII

    De dagen die op den inval volgden.


      De gemeente heeft geene buitengewoone belastingen te betalen gehad of ook geene gijzelaars moeten leveren, doch het gemeentebestuur werd aanhoudend lastig gevallen door alle soorten verordeningen en opeischingen. Gevraagde mededeelingen die niet zelden moeilijke opzoekingen voor gevolg hadden en lang werk veroorzaakten, moesten op gestelde datums en dit gewoonlijk op twee drie dagen ter hunner beschikking zijn zooniet zou de gemeente erge boeten oploopen. Met een woord : wat ze van de gemeente vroegen dat vroegen ze onder bedreiging alhoewel die bedreigingen later niet uitgevoerd werden.

      De personen die hun pasport verloren moesten vijf mark betalen om een nieuw te bekomen en de secretaris was gehouden dit geld in Leuven te bezorgen op het Pasburo. Zoo had hij eens de som van vijf mark ontvangen voor een nieuw pasport, en het geld met den post naar Leuven gezonden na afhouding van de onkosten, hetzij 8 centiemen. Hij werd naar Leuven geroepen enkel en alleen om die 8 centiemen bij te betalen.

      De heer Burgemeester had aan Alfons De Cock de toelating afgeleverd om eene koei te verkoopen : hij werd naar Leuven geroepen enkel om te bevestigen dat het afgeleverd schrift van hem kwam. Dan werd uit Leuven aan Alfons De Cock de toelating gezonden … om een verken te slachten. De heer secretaris antwoordde dat er geen aanvraag was om verken te slachten maar wel om eene koei te verkoopen. Het gevolg was dat secretaris samen met Alfons De Cock naar Leuven geroepen werd.

      Dergelijke feiten hebben zich nog meer voorgedaan : om de onbeduidenste zaken werd de gemeenteoverheid naar Leuven of naar Aerschot geroepen.

      In de maand Maart 1915 kreeg ik op zekeren dag het bezoek van Dr. Kreuter, zivilkommissar te Leuven, die zich beleefd en voorkomend voordeed. Hij kwam mij verschillige inlichtingen vragen betreffende den toestand in de gemeente, de werkeloosheid, den veestapel enz. Ik heb hem alsdan ook eenige inlichtingen bezorgd die den waren toestand afschilderden en weinig vleiend waren voor zijne landgenooten : immers de toestand van Tremeloo was alsdan alles behalve rooskleurig. Hij toonde zich eventwel voldaan.

      In de maand september 1915 ontving ik van hem het volgende schrijven :

    Bl. 21b

      Mijnheer de Pastoor,

     “Ik heb het gemeentebestuur uwer gemeente gelast mij een uitgebreid verslag op te maken over hetgeen voor den winter in de gemeente nog beschikbaar is.”

     “Ik stuur u een afschrift van mijn schrijven aan ’t Gemeentebestuur en verzoek U deze in het opmaken en in het voorstellen een hand te willen aansteken.”

     “Het ware mij van groot belang ook uwe persoonlijke ervaringen en voorstellen te leeren kennen en zou u dankbaar zijn voor die mededeeling.”

      Aan dit schrijven heb ik geen gevolg gegeven en later heb ik ook geen schrijven in dien aard meer ontvangen.

      In de maand september 1916 werd ik als voorzitter van het plaatselijk Komiteit geroepen bij den heer Kommandant te Aerschot. Ik had aan een persoon die ik wel vermoedde geen onderstand noodig te hebben, den onderstand ontzegd ter gelegenheid van eenen nachtelijken diefstal door zijnen zoon gepleegd. Deze had daarover bij den kommandant eene klacht ingediend.

     “Waarom”, vroeg mij de kommandant heel plechtig, “waarom hebt gij onderstand geweigerd aan Norbert De Boeck?”

     “Omdat”, gaf ik voor antwoord, “omdat ik van gevoelen ben dat hij geen nood heeft.”

     “Maar”, vroeg hij verder, “hoe komt het dat gij die onderstand ontzegd hebt juist ter gelegenheid van dien diefstal?”

      Ik wist zeer goed waar hij henen wilde : hij hadde mij geerne eene boet of eene straf opgelegd om mij het ambt van rechter te hebben toegeëigend met te straffen voor diefstal, maar hij had zonder den waard gerekend en ik wist hem aanstonds te zeggen hoe ik ter gelegenheid van dien diefstal sommige middelen van bestaan van onzen aanklager was te weten gekomen. Ten slotte vroeg ik : “Denkt gij Mr de Kommandant, dat die persoon onderstand noodig heeft?” “Neen”, zegde hij. Het verhoor was afgeloopen.

      Als pastoor en in zaken die het bestier der parochie aangaan ben ik met de Duitsche overheid niet in aanraking geweest. Dit heb ik kunnen waarnemen dat, gedurende de eerste maanden der bezetting, vele Duitsche soldaten zich bijzonder voorkomend toonden ten opzichte van de geestelijken en deze geeren aanspraken. Doch, daar de geestelijken ten hunnen opzichte koel en onverschillig bleven, werden zij hoe langer hoe minder door de Duitschers gezocht en aangesproken.

    Bl. 22a

      In het begin van 1915 kwamen op zekeren dag eenige Duitschers in het dorp aan, zoo ik meen om een onderzoek in te stellen aangaande de brandstichtingen der Belgen. Aan vrouw Verstraeten Felix vroegen ze : “waarom hebben de Belgen die huizen afgebrand?” “Wat”, zei de vrouw, “de Belgen? de Duitschers hebben dat gedaan.” “Hebt gij dat gezien?” vroegen ze nog. “Dat heb ik gezien”, was het antwoord, “en dat hebben hier honderden menschen gezien.” Zij achten het niet noodig meer getuigen te ondervragen.

      Ik bevond mij juist aan den ingang der kerk toen ze van het huis Verstraeten kwamen. Zij kwamen op mij toe en vroegen om de kerk te zien? Ik bracht hen in de kerk en trok bijzonder hunne aandacht op de verbrijzelde brandkasten. “Dat hebben Duitsche soldaten gedaan”, zegde ik, “en meer nog, de gewijde vaten hebben zij willen doen smelten.” Nu toch hadden ze gehoord wie het gedaan had : als ze ’t nu ook maar geloofden!

    Hoofdstuk VIII
    Latere gewelddaden.


      In ’t begin van 1916 had de hoogere Duitsche overheid bepaald dat er geene opeischingen van aardappelen mochten gedaan worden voor de bezettingstroepen, doch het bleef de soldaten vrij aardappelen te koopen bij landbouwers die vrijwillig in den verkoop wilden toestemmen. Van die bepaling maakten de duitsche soldaten gebruik om de landbouwers tot verkoop te dwingen. Zij gingen de huizen der landbouwers af en overal, na een onderzoek gedaan te hebben, spraken zij in dezen zin : “gij hebt nog … zakken aardappelen, daarvan moet gij er ons … afstaan zooniet komen wij alles halen. Natuurlijk dat de landbouwer in dien verkoop toestemde uit vrees : dat heette dan een vrijwillige verkoop. Deze opeischers door de legeroversten van Aerschot afgezonden hielden geen rekening van hetgeen de landbouwers voor eigen gebruik nog mochten noodig hebben. Elke compagnie zond haren opeischer en niet zelden kwam een tweede opeischingen doen in hetzelfde huis waar de eerste reeds het uiterste gevergd had.

      In het openbaar en in het bijzonder had ik mijne parochianen verwittigd dat zij niet verplicht waren aan de Duitschers te verkoopen, doch de vrees was zoo groot dat zij niet anders durfden.

    Bl. 22b

      Ik hield er mij niet bij de menschen te verwittigen, ik protesteerde tegen de Duitschers zelf en deed de gemeenteraad ook protest aanteekenen. De officieele opkoopers door de Duitsche overheid zelf aangesteld kwamen ons protest bekrachtigen. Meer nog de Duitsche soldaten regelmatig gezonden om den voorraad te kontroleeren waren eveneens van ons gedacht.

      Door den heer burgemeester gelast met den aankoop van aardappelen in naam van de gemeente, was ik er met veel moeite in gelukt 90 zakken aardappelen aan te koopen voor de bevoorrading der arme menschen. Om daartoe te komen heb ik met behulp der officieele opkoopers en der regelmatige Duitsche onderzoekers, aardappelen aangeslagen die onder bedreiging aan troepen van Aerschot toegezegd waren.

      De gemeenteraad had te Aerschot reeds trotest ingediend. Dit hielp niet, wel integendeel, de aldaar liggende troepen kwamen meer dan ooit aardappelen opeischen.

      Dan werd er geschreven naar den Gouverneur en op dit bijzonder werd gedrukt : dat de soldaten de landbouwers dwongen aardappelen te verkoopen zonder rekening te houden van hunne eigene behoeften; dat zulks gebeurde in overtreding van zijn besluit dat aan de troepen verbood aardappelen op te eischen en hun alleen toeliet te koopen bij degenen die vrijwillig verkoopen wilden; dat de voorraad aardappelen te gering geworden was om zulke onregelmatige opeischingen te doen.

      Het generaal gouvernement, na de plichtigen alleen aanhoord te hebben, zond een antwoord dat de bijzonderste zaak ter zijde liet en alzo te kennen gaf dat zijn besluit alleen genomen was om de eenvoudige Belgen te paaien en geenszins om misbruiken in de opeischingen te voorkomen. Ziehier dien brief :

      Brüssel den 22 april 1916

      Infolge der unteren 9.10. und 11 März 1916 eingereichten Beschwerden über die Fortnahme von Kartoffeln durch deutsche Soldaten sind Ermittelungen angestellt. Diese haben nicht nur ergeben, dass die vorgebrachten Beschwerden unbegründet sind, sondern dass sie auch unwahre Behauptungen enthalten.

      In Tremeloo sind von den Truppen nur 3300 kg Kartoffeln fuer den eigenen Gebrauch entnommen, während weitere 17 400 kg. von der Verladern der Zivilverwaltung für die Bevölkerung Brüssels angekauft sind. Die Beschaffung der Kartoffeln duch die Truppen ist nur erfolgt weil festgestellt war, dass die Gemeinde einen Ueberschuss an Kartoffeln über den eigenen Bedarf besats. Daer tatächlich ein Ueberschuss vorhanden war, wird schon dadurch bewiesen, dass bisher bei 5 Bauern 1600 kg. Kartoffeln gefunden wierden, die von den Besitzern bei der Bestandsaufnahme nicht angemeldet werden sind.


    Bl. 23a

    Von den für die Notleidenden der Gemeinde vom Pfarrer zurückgestellten 9000 kg. Kartoffeln ist überhaupt nichts entnommen worden.

      Es ist ungehörig weren Sie als Gemeindevertreter Beschwerden ohne sorgfältige Untersuchung der Angelegenheit hier vorbringen. Das General Gouvernement betrachtet die Sache hiermit als erledigt.


    Deze brief is eene aaneenschakeling van kwade trouw :

      1e De Gemeente verzette zich niet tegen eene regelmatige opeisching van het beschikbare, maar wel tegen de onregelmatige en onwettige opeisching der troepen. Daarbij de troepen eischten niet zelden een zak aardappelen waar er maar twee voorhanden waren. Sprak men hen van aardappelen voor arme menschen, dan luidde het antwoord : “Mit die arme Leute haben wir nichts zu machen.”

      2e Het aangegeven getal van 3300 kg. is ver beneden de waarheid.

      3e De aanschaffing van 17400 kg. werd door de gemeente zelf bewerkt doch op rechtvaardige wijze na grondigonderzoek. De troepen wilden dit onderzoek niet afwachten : zij deden hunne opeischingen betr genoemd aftruggelarijen zonder rekening te houden van de behoeften der boeren, der burgerlijke bevolking en der armen. Het is derhalve volkomen valsch dat de troepen zich enkel zouden bevoorraad hebben na bestatiging van een overschot.

      4e Dat bij 5 boeren 1600 kg. verdoken werden bewijst niet dat de opeischingen bij anderen rechtveerdig waren.

      Bij de verkoopdagen voor het leveren der granen werden de landbouwers onmenschelijk behandeld. Sommige werden voor eenige uren in eenen hoek geplaatst omdat zij de hoeveelheid graan niet konden leveren die men van hen eischte. Er zijn ook eenige personen geweest die alsdan slagen gekregen, onder andere Felix Van der Elst die bijna doof is, en dus alles niet verstond wat gezegd werd.

      Den 30 september 1916, rond den avond, waren er op het gehucht Langerechte eenige jongelingen die zich vermaakten ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van eenen hunner makkers. Om de aloude vreugdeschoten te vervangen deden zij carburebussen ontploffen. Deutsche gendarmen waren op dat gerucht afgekomen. Hebben ze “halte” geroepen en zijn de feestvierders loopen gegaan? dat kan ik niet verzekeren. Althans er werd geschoten en Antoon Wouters een jongeling van 19 jaren werd gedood.

    Inbeslagneming van koper.

      Den 23 juli 1918 kwamen drie Deutsche soldaten zonder aanbellen de pastorij binnen. Zij verklaarden te komen voor het koper dat ik niet geleverd had niettegenstaande eene herhaalde verwittiging. Ik vroeg hunne bewijsstukken. Zij toonden mij eene machtiging om koper in beslag te nemen en geldig van 1 mei tot 31 juli 1918. Daarop gingen zij onmiddellijk aan ’t werk en wel op zulke wijze dat het afrukken der venstertoppen het breken der ruiten voor noodzakelijk gevolg zou hebben. Ik zegde dat ze gemachtigd waren koper af te halen maar dat ze niet gemachtigd waren ruiten te breken; dat ze om koperen toppen los te maken moesten voorzien zijn van eene vijl. Daarop hielden zij op en gingen bij eenen naburigen smid eene vijl halen;

      Zij hebben medegenomen : 40 koperen venstertoppen, 5 klinken en eene koperen plaat.

    Bl. 23b

    Hoofdstuk IX

      De Bezettingsjaren

    A. De Kerk.


      De schade toegebracht aan het dak der Kerk werd hersteld in het begin van 1915. De gemeente heeft die onkosten op haar genomen.

      Aan de beschadigde ramen der Kerk werd eene tijdelijke herstelling gedaan nogmaals betaald door de gemeente. De verbrijzelde gedeelten der geschilderde ramen werden dicht gemaakt met gewoon glas. De raam der vunt die vroeger ook van gewoon glas voorzien was, werd voor goed hersteld.

      Twee brandkasten door de Duitschers verbrijzeld, eene in de sacristij, de andere in de kerk waar ze voor den oorlog diende om het H. Sacrament te bewaren, werden insgelijks hersteld. Daarvoor werd door het Nationaal Komiteit eene toelage geschonken van 300 fr.

      De gewijde vaten door de Duitschers deels gesmolten, deels verbrijzeld bleven tot heden in den staat in denwelken zij teruggevonden werden. Hierbij eene lichtpunt van die gewijde vaten.

      Tot naderhand werd ons eene kleine remonstrans in leen gegeven door den eerw. Heer pastoor van Grasheide.

      Tijdens mijn verblijf in Duitschland werd mij eenen nieuwen kelk geschonken door de weledele gravin von Westerholt-de Robiana te Lüdringhausen in Westfalen.

      In 1915 ontving ik eene zekere hoeveelheid linnen van het bisdom.

      In maart 1919 werd mij eenen nieuwen zwarten kazuivel met de nodige kelkdoeken geschonken door Madame Bivorz te Brussel.

    B. De goddelijke diensten.

      Daar de heeren pastoor en onderpastoor gevankelijk naar Deutschland vervoerd werden, bleef de parochie zonder priester van 28 augustus tot 1 november. Op dien laatsten datum werden de goddelijke diensten heringericht door den eerw. pater Renatus van de congregatie der H.H. Harten. Deze heeft den parochialen dienst waargenomen tot aan de terugkomst van pastoor en onderpastoor den 21 December 1914.

      De Deutsche aalmoezeniersdienst heeft van de Kerk geen gebruik gemaakt.

    C. De eeredienst.

      Tijdens de bezettingsjaren werd de eeredienst zoo binnen als buiten de kerk uitgeoefend zoals vroeger uitgenomen de kermisprocessie die vervangen werd door eene boetprocessie gelijk op de kruisdagen.

    Bl. 24a

    In 1918 werd ook de processie van Hoogweerdig achter gelaten omdat de Heeren pastoors op de dekenij in kapittel vergaderd dien maatregel genomen hadden.

      De jaarlijksche bedevaart naar Scherpenheuvel werd nagelaten om alle moeilijkheden met de Duitsche overheid te vermijden. De parochianen deden afzonderlijke bedevaarten naar Scherpenheuvel.

      De bisschoppelijke brieven werden gelezen, sermonen gepredikt, openbare berechtingen gedaan, kruisdagen gehouden weer zoo als vroeger. De eerste bisschoppelijke brief werd door twee Duitschers afgehaald.

    D. Het bijwonen der diensten en het naderen tot de sacramenten gedurende de bezettingsjaren

      De twee eerste jaren in 1915 en 1916 werden de goddelijke diensten bijgewoond zooals vroeger, en het getal communiën was merkelijk vermeerderd. In 1917 en nog meer in 1918 werden de goddelijke diensten slecht bijgewoond en het getal communiën is ook verminderd (zie vergelijkende tabel in hoofdstuk IV).

    Waaraan moet deze verval die zich in al de omliggende parochiën voordoet, toegeschreven worden?

    Eerst voor wat het bijwonen der goddelijke diensten betreft.

    1° Voor den oorlog had men op alle parochiën een soort van menschen die zondags de mis bijwoonden meer uit gewoonte dan uit overtuiging, en die dan reeds gemakkelijk eene reden vonden om nu en dan de mis te verzuimen. Deze menschen hebben zich tijdens de bezetting allerhande redenen gesmeed om de mis geheel en al achter te laten.

      Sommige hebben de goddelijke Voorzienigheid voor hunne vierschaar gedaagd en hare werken niet volgens hunne goesting bevonden. Velen hebben zich vergrepen aan andermans goed dat zij kost wat kost willen behouden. Dit nu is een algemeen verschijnsel : wanneer het geweten bezwaard is met onrechtveerdigheden dan ontstaat er tevens zekeren afkeer voor al wat de godsdienst raakt. Er zijn ook wel huichelaars, doch in het algemeen duurt die huichelarij niet langer dan het profijt dat men daaruit trekt of voorziet.

      Een persoon had op de pastorij allerhande zaken gestolen; daarvan had ik ontegensprekelijke bewijzen en getuigen. Ik wilde die persoon niet overleveren aan het gerecht, doch wel hem overhalen zijn geweten in regel te stellen, en ik riep hem op de pastorij. Hij deed volgens ik meen gedeeltelijk restitutie, doch sedert dien dag was niemand meer van zijn huishouden in de kerk te zien.

    Bl. 25b

    De eerste maanden van den oorlog en ook voor den oorlog naderde die persoon alle maanden tot de H.H.Sacramenten.

      Hier gelijk elders worden menschen gevonden die zeggen dat zij hunne christelijke plichten verzuimen omdat het Komiteit, waarvan Mr. Pastoor deel maakt, hun het eene niet gegeven of het andere geweigerd heeft. Hoeft het gezegd dat degenen die zoo spreken eveneens tot de onverschillige of ongodsdienstigen behooren! Het plaatselijk Komiteit moest natuurlijk een reglement volgen van hoogerhand voorgeschreven. Ik ken wel brave menschen die in hunnen eenvoud zulks betwijfelen; doch, deze hebben daarom aan hunne godsdienstige plichten niet verzaakt. De algemeenheid dergenen die beweren om die reden de mis te verzuimen zijn, ofwel menschen die vroeger ook zelden naar de kerk gingen; ofwel menschen die zich leelijk vergrepen hebben aan andermans goed. Hier vinden wij de toepassing van dezen regel die op ondervinding berust : de mensch die in fout is zoekt naar verontschuldiging en niet zelden meent hij zich doelmatig te verontschuldigingen met andere menschen als de eerste oorzaak zijner fout aan te wijzen.

      Eventwel is het spijtig dat de geestelijken zich met komiteitzaken hebben moeten moeien. Alle komiteiten, vooral op den buiten, hebben twee groote vijanden ontmoet : de hebzucht en de jaloersheid. De hebzucht heeft dit eigen dat zij eigenvoordeel alleen rechtveerdig vindt. De hebzuchtige mensch is met zichzelven alleen bekommerd, en hij wil dat het Komiteit zoo niet met hem alleen dan toch met hem op de eerste plaats zou bekommerd zijn.

      Bij de hebzucht voegt zich onvermijdelijk de jaloerschheid. De hebzuchtige mensch oordeelt dat anderen altijd beter bedeeld zijn dan hij, en hij denkt nooit dat anderen kunnen meer nood hebben dan hij. Nooit heb ik mij kunnen inbeelden dat menschen zoo hebzuchtig en zoo jaloersch konden zijn als ik ze hier bevonden heb. Geen dag ging er voorbij of er werden reclamatiën ingebracht die voor oorsprong hadden de hebzucht en voor drijfveer de jaloerschheid.

      Ik ben van gevoelen dat het Nationaal Komiteit ons volk tot in den grond bedorven heeft, met hoogergenoemde ondeugden op buitengewoone wijze te ontwikkelen. Menschen die vroeger gelukkig en dankbaar waren wanneer zij op de pastorij eene telloor soep mochten halen voor eenen zieke, zullen thans eene ruime aalmoes aanvaarden zonder dat in hun hart het geringste gevoel van dankbaarheid ontstaat. Zij denken : hij moet mij dat geven en wie weet geeft hij mij wel al wat hij moet.

    Bl. 27

    Opdat de onderstand eenig goed te weeg brenge en dankbaarheid verwekke; zijn vooral twee vereischten onontbeerlijk. 1° de onderstand moet bescheiden zijn; 2° het moet dengene die ontvangt klaar zijn dat de gever hem niets verschuldigd is. In plaats van rechtstreekschen onderstand te verleenen had het Nationaal komiteit de gemeenten moeten helpen om werken van openbaar nut te doen uitvoeren en alzoo aan de noodlijdenden en werkloozen de gelegenheid te geven een daggeld te verdienen. Nu heeft men den werkman leeren rentenieren en stelen. Leegloopers zijn, of worden dieven.

      Er zijn ook onverschilligen aan dewelke de brief van zijne Eminentie over Rechtvaardigheid en Liefde eene reden verschaft heeft om hun gedrag te wettigen. Vele waarheden in dien brief vervat had ik reeds meer dan eens op den predikstoel voorgehouden, en daarom, wanneer ik dien brief voorlas was dit bij sommige menschen, van mijnentwege enkel een middel om mijne eigene gezegden op den rug van zijne Eminentie te schuiven. Vandaar misnoegdheid niet tegen zijne Eminentie maar tegen den pastoor. Het verschijnsel waarvan wij hier getuige zijn komt voort uit den geest die thans overal onder het volk heerscht : de geest van opstand tegen de overheid. De overheid is de vijand en wel die overheid die men genaken kan. Zijne Eminentie is buiten het bereik van eenvoudige en kortzichtige buitenlieden, voor hen is er niet dan de pastoor. Dit was hier bij sommigen ook het geval toen paus Pius X de communie der kinderen voorschreef.

      De priester is hoofdzakelijk aangesteld om de menschen hunne plichten voor te houden. Welnu er zijn hier vele menschen gelijk ook elders die niet anders voor oogen hebben dan hunne rechten, en die niet eens inzien dat er geene rechten zijn zonder plichten.

      Al het voorgaande in ’t kort samengevat : vele onverschilligen hebben thans hunne godsdienstige plichten geheel en al verzuimd omdat zij, in den schijn tenminste, redenen gevonden hebben om bij hunne omgeving hun gedrag te wettigen. Daarenboven de leugens en verzinsels der boozen brengen sommige brave menschen in twijfel.

    2° Eene tweede en gansch bijzondere reden van het verzuimen der goddelijke diensten is de smokkelhandel. In de jaren 1917 en 1918 was er bijna geen huishouden in de parochie dat zich niet min of meer op de smokkelhandel toelegde, en zoo kwam het dat alle zondagen honderden menschen met smokkelwaar naar Brussel gingen en de mis verzuimden. Thans is de smokkelhandel afgeloopen en met genoegen kan ik bestatigen dat de goddelijke diensten ook beter worden bijgewoond.

    Bl. 28

      Wat denken van die menschen die zondags de mis verzuimden om zich op den smokkelhandel toe te leggen?

      Sommige menschen die in de week hunne handen vol hadden met hun werk, maakten vooral van den zondag gebruik om met smokkelhandel iets bij te verdienen. Onder dezen waren er die wel niet ongodsdienstig waren, doch rechtzinnig meenden dat de gelegenheid om wat geld te verdienen eene voldoende reden was om de mis te verzuimen, gelijk de noodzakelijkheid eene reden is om zondags te werken. Zij hadden wel in Brussel kunnen naar de mis gaan; doch … dat komt er niet van.

      Er is eene andere soort van menschen die naar de mis gaan als het goed aankomt, om den tijd door te brengen; maar, is het te koud of te warm, te droog of te nat, dan gaan ze niet. Natuurlijk dat voor dezen ook het minste tijdelijk voordeel eene voldoende reden is om de mis te verzuimen.

    3° Eene derde reden waarom door sommige de zondagsmis verzuimd werd, was het gebrek aan kleederen. Deze reden geldde bijzonder voor de kinderen die in 1917 en 1918 de mis verzuimden.

    4° Het bijwonen der mis in de week door de kinderen is ook merkelijk verminderd niettegenstaande de gedurige aanwakkeringen der geestelijken en der zusters. Daarvan kunnen wederom verschillige oorzaken aangehaald worden :

    a) De onregelmatigheid in het openen der scholen. In 1917 en 1918 zijn de scholen meermaals gesloten geweest, nu eens door de overheid, dan uit hoofde van eene heerschende ziekte, dan bij gebrek aan brandstoffen enz.

    b) Het gebrek aan kleederen. Bij sommigen het gemis van de noodige kleederen, bij anderen de zorg om zoo weinig mogelijk kleederen en schoeisels te verslijten.

    c) De onverschilligheid der ouders. Hoe is ’t mogelijk dat de kinderen aan mis en communie denken, wanneer hun t’huis niet gesproken wordt dan van geld winnen met smokkelen of van andere tijdelijke zaken.

      Hier wil ik de aandacht trekken op eene gemoedsgesteltenis die men hoe langer hoe meer onder het volk waarneemt. De menschen willen betaald zijn voor al wat ze doen, zelfs voor hetgeen ze doen voor onzen Lieven Heer. Zoo de pastoor wil dat mijne kinderen naar de mis komen of te communie dan moet hij hun maar kleederen geven. Kortom voor elke geestelijke oefening die men van de menschen vraagt zou men hun een tijdelijk voordeel in de plaats moeten bezorgen. Er is hier eene arme vrouw die gewoon is te zeggen : “in de kerk geeft men niets weg!” en daarom gaat ze naar de kerk niet, tenzij wanneer er een mis gedaan wordt met uitdeeling van brood van wege het armbestuur. Er zijn er niet veel die zoo spreken, doch er zijn er meer die zo denken.

    vervolgd



    24-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    23-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-4
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 4

    Bl. 29

    Het naderen tot de H.H.Sacramenten.

      In 1915 en 1916 vermeerdering van communiën vooral toe te schrijven aan veelvuldige communiën der kinderen.

      De twee eerste jaren van den oorlog werd er veel onderstand uitgedeeld, en het Komiteit in zijn oordeelvellen over den nood was zeer breed. Alhoewel het komiteit steeds onpartijdig was in het uitdeelen van onderstand, bleven vele menschen toch bij de gedachte dat het hun voordeelig zou zijn hunne kinderen in de week naar de kerk te zenden. Personen die vroeger hunne godsdienstplichten niet onderhielden en die in ’t begin van den oorlog al gestolen hadden wat hun onder de handen viel, kwamen in 1915 alle veertien dagen of alle maanden te biechten en te communie. Wanneer ze de overtuiging hadden opgedaan dat ze daar niets mee verdienden, bleven ze weg.

      Ongevraagd of onverzocht had het Komiteit voor zekere familie eenen bijzonderen onderstand van het werk der oorlogsweezen bekomen. Later ingevolge eene verandering van reglement werd die onderstand geschorst. Nauwelijks had ik aan die familie dit slecht nieuws aangekondigd of de kinderen hielden op in de week naar de kerk te komen en tot de H.Tafel te naderen.

      In 1916 werd in de school eene tas melk gegeven aan een honderdtal der zwakste kinderen. De kinderen die ’s morgens communiceerden mochten in de school hunnen boterham gaan opeten, en kregen alsdan hunne tas melk of wel eene tas koffie. Later toen de melk te duur werd en de opeisching der boter in voege kwam, werd zulks veranderd. Waarschijnlijk is in die verandering eene reden te vinden van het afnemen der dagelijksche communie onder de kinderen.

      In 1917 en 1918 werd de onderstand merkelijk verminderd en aan een groot getal huisgezinnen werd door de nieuwe reglementen den onderstand geheel en al ontzegd : iedere maal ontstond er ten opzichte van den Voorzitter van het Komiteit (eerw. Heer Pastoor) blijkbare misnoegdheid. Elke verandering van reglement voor de verdeeling der eetwaren maakte eveneens misnoegden. Om die reden heb ik in november 1917 mijn ontslag als voorzitter en als lid van het Komiteit aangeboden.

      Eindelijk eene reden om het verzuimen der mis en het minder naderen tot de HH. Sacramenten uit te leggen vinden wij aangehaald door onzen Heer Jezus-Christus zelf : non potestis Deo servire et …… De twee laatste jaren van den oorlog waren voor bijna al onze menschen jaren van grote verdiensten. De gedachten stonden alleen op geld winnen en niemand bekommerde zich om de wijze waarop het verdiend werd; zelfs voor de nauwgezetste menschen waren alle winsten, diefstal alleen uitgezonderd, ten volle rechtveerdig.

    Bl. 30

      Eens het geld gewonnen moest er bij velen een middel gevonden worden om er van te genieten. De kermissen werden heringericht en wel zoodanig dat de kermissen van vroeger maar eene schaduw waren van de kermissen in 1917 en 1918. Waar vroeger honderd franken verkwist werden, besteedde men er nu ten minste twee duizend. ’t Is dan ook niet te verwonderen dat men minder hield van kerk en godsdienst, te meer daar in de kerk woeker en danspartij veroordeeld werden.

      De ondervinding leert het : ’t is enkel in den nood dat de mensch begrijpt afhankelijk te zijn van een Opperwezen dat hij dan ook aanroept. Wanneer hem alles toelacht en vooral wanneer geld toestroomt, dan vergeet hij gemakkelijk zijnen God, omdat het geld in zijn hart de plaats van God inneemt : “non potestis Deo servire et ……”.

    Plechtige communie der kinderen.

     Hier heb ik niets anormaal aan te stippen voor wat de deelneming betreft. Op twee uitzonderingen na hebben al de kinderen tot de jaren gekomen aan de plechtige communie deelgenomen. Die twee uitzonderingen waren kinderen van doorslechte ouders : een heeft tot den laatsten dag de oefeningen gevolgd en is niet omgezien den dag van de plechtige communie; de andere is weggebleven na van den eerw. Heer pastoor een kostuum gekregen te hebben.

     Het bijwonen van den catechismus van voorbereiding min regelmatig geweest dan vroeger bijzonder bij de jongens; en de eerste oorzaak daarvan moet gezocht worden in het onregelmatig sluiten en openen der scholen.

     Een woord ook over de kleeding der kinderen. In 1915 werden aan een groot getal kinderen kleederen geschonken door het armbestuur en den Heer pastoor die tot dit einde stof ontvangen had van eenen vriend. Onder de meisjes die stof ontvingen om zich een kleed te laten vervaardigen waren er deze die deze stof niet schoon genoeg vonden en er andere kochten : klaar bewijs dat de ouders zich aan aftruggelarij hadden plichtig gemaakt.

     Toen de volgende jaren de kleederen door zijne Eminentie bezorgd, uitgedeeld werden, achtte ik het noodig er op te drukken dat die kleederen den dag der plechtige communie moesten gebezigd worden. Die bepaling had voor gevolg dat er minder aanvragers waren. Dit getal werd nog geringer wanneer er niet meer dan katoenen kleederen te verdeelen vielen. Daaruit besluit ik dat sommige menschen zonder gegronde redenen onderstand vragen.

    Buitengewone diensten.

     De wekelijksche dienst voor de gesneuvelde soldaten werd in den beginne goed bijgewoond. Dit duurde eventwel niet lang en op het einde van 1915 trof men in die mis geene andere personen aan dan degenen die gewoonlijk naar de mis komen.

    Bl. 31

      Jaarlijks den 19 augustus om 10 ure heb ik een plechtig jaargetijde gedaan voor de gesneuvelde soldaten en medeburgers. Ik heb daartoe den 19 augustus verkozen omdat op dien datum alhier gesneuveld zijn zes soldaten en drie burgers. De twee eerste jaren werd dien dienst buitengewoon bijgewoond doch in 1917 en 1918 was dit veel minder.

      In 1918 van april tot december werd het H. Sacrament volgens verzoek van zijne Eminentie op den eersten vrijdag van elke maand gedurende twee uren uitgesteld : buiten eenige kinderen door de zusters opzettelijk aangezegd, en enkele godvruchtige personen, waren er geen aanbidders.

    De openbare zedelijkheid.

      De openbare zedelijkheid heeft tijdens den oorlog veel te wenschen overgelaten. Gedurende de vier oorlogsjaren heb ik 34 onwettige geboortens aangeteekend, waaronder een van eene soldatenvrouw. De openbare meening heeft nog andere soldatenvrouwen van zedeloosheid beticht. Ongetwijfeld is de werkeloosheid de oorzaak geweest van het zedenbederf. Vier en dertig onwettige geboortens gedurende de jaren 1915, 1916, 1917 en 1918, dat is ruimschoots het dubbel van vroeger.

    E. De toestand der Vrije Scholen.

      Voor den oorlog bezat Tremeloo eene vrije bewaarschool en twee zondagscholen, eene voor jongens en eene voor meisjes.

      De vrije bewaarschool was ingericht door den eerw. Heer Verbeeck, vorige pastoor der parochie, ten voordeele van eene arme vrouw Maria Bosmans, die vroeger reeds eenig onderwijs verschafte aan kleine kinderen welke de ouders haar toevertrouwden tegen 50 centiemen per maand.

      Daar Maria Bosmans te oud geworden was had ik haar juist voor den oorlog op pensioen gesteld : de eerw zusters hadden de vrije bewaarschool overgenomen onder voorbehoud dat Maria Bosmans zou betaald worden gelijk vroeger en dat zij intusschen gratis het onderwijs zouden geven.

      Den 28 augustus 1914 werd het lokaal der vrije bewaarschool afgebrand, en daar er geen ander lokaal te vinden was om de kinderen te ontvangen, werden de toelagen ook niet meer uitbetaald. De gemeente nochtans is voortgegaan met jaarlijks 150 fr. te betalen voor Maria Bosmans. Verder heb ik voor haar 18 fr. per maand bekomen van het werk der bescheidene hulp.

    Bl. 32

      De toelagen voor de zondagscholen werden gedurende de bezetting regelmatig uitgekeerd; voor 1918 werden ze toegezegd, doch op heden 1 april 1919 zijn ze nog niet uitbetaald.

      Het programma bij de stichting dezer scholen bepaald, werd tijdens den oorlog ook gevolgd zonder dat eenige tusschenkomst der Duitse overheid zich heeft voorgedaan.

    F. Patronaten – Werken voor volwassenen – Liefdadigheidswerken

      Voor den oorlog bestond in de parochie een patronaat voor jongens bestuurd den E.H.Onderpastoor. dit patronaat was ingericht in het Gildehuis gebouwd in ’t begin van 1912. Daar in 1914 het meestendeel der schoollokalen afgebrand werden, bleef er geen ander middel dan klassen in te richten in het Gildehuis. Om die reden heeft het patronaat voor jongens, bij gebrek aan lokaal, sedert augustus 1914 tijdelijk opgehouden te bestaan.

      Een woord hier over de maatschappelijke werken der parochie.

      De Boerengilde was pas voor het uitbreken van den oorlog gesticht, en had nog maar twee of driemaal vergaderd. Daar het inrichten tijdens den oorlog niet gunstig scheen, werd dit werk dan ook tot later verschoven. Sedert januari 1919 is de Boerengilde in werking getreden.

      De veeverzekering was voor den oorlog zeer bloeiend : zij verzekerde meer dan zes honderd dieren. Alhoewel de veestapel sedert 1914 zeer verminderd was heeft zij eventwel hare werking voortgezet tot einde 1917. Doch het getal leden was aanhoudend verminderd en zou nog verminderen omdat de oorlog voor haar eenen anormalen toestand geschapen had. Om met meer kans van gelukken later te kunnen herbeginnen heeft de algemeene vergadering van Februari 1918 goedgevonden de werking der maatschappij tijdelijk op te schorsen.

      De pensioenkas is terug in werking getreden zoohaast de stortingen van hoogerhand aanvaard werden.

      De Spaar- en Leengilde heeft hare werking van af 1915 hervat en heeft tijdens den oorlog wezenlijke diensten bewezen door het uitleenen van geld voor aankoop van vee en voor het heropbouwen van woningen

    Bl. 33

    De belegde vergaderingen werden in gevolge de verordening van heer Gouverneur aan de Duitsche overheid medegedeeld. Slechts éénmaal hebben twee Duitschers zich op ene vergadering vertoond; andere last of moeilijkheden hebben wij langs dien kant niet ontmoet.

      De leden van Vincentiusgenootschap vergaderden vroeger alle zondagen na de hoogmis. Tijdens den oorlog heb ik meermaals beproefd die vergaderingen te hernemen. De leden kwamen dan eenige zondagen doch weldra was niemand meer te zien. Ik heb dan goed gevonden nog een weinig uit te stellen alvorens eene nieuwe poging te doen. De vergaderingen van het Vincentiusgenootschap beelden zich in dat dit genootschap nu geene reden van bestaan had omdat het Komiteit in alle noodwendigheden voorzag. Zij beseffen niet genoeg het geestelijk voordeel der bijeenkomsten.

    G. Het ontvoeren der werklieden.

      Den 18 november 1916 werden op de gemeente plakbrieven aangebracht waardoor al de mannen van Tremeloo van 17 tot 55 jaar verplicht werden zich naar Aerschot te begeven den 23 daaropvolgende. Zij moesten van het noodige voorzien zijn om desgevallend naar Duitschland te vertrekken.

      Zoo haast dit nieuws bekend was wilde iedereen naar de stad om zich kleergoed aan te schaffen. De stedelingen maakten van deze gelegenheid gebruik om geld te slaan op den rug der ongelukkige slachtoffers van de Duitschers. De prijzen van kleergoed en schoeisels werden van uur tot uur verhoogd. En toch zouden diezelfde stedelingen naderhand vuur en vlam spuwen tegen de boeren woekeraars.

      De gemeenteoverheid had eene lijst van werkeloozen aan de Duitschers medegedeeld. Het was voor de leden van den gemeenteraad, allen eenvoudige menschen, een moeilijken toestand. Werd de lijst niet gegeven dan zouden andere burgers naar Duitschland vervoerd worden en in grooter getal dan anders. Daarenboven geen enkel werkelooze zou op zich genomen hebben de familiën der weggevoerden door hun werk ter hulp te komen. Was het niet beter degenen die toch niets verrichten laten weg te nemen dan wel burgers die t’huis hoogst noodig waren? Was dit niet tusschen twee kwalen het minste kiezen? Zoo redeneerde de gemeenteoverheid.

      Zonder deze handelwijze der gemeenteoverheid te beoordeelen zonder goed of af te keuren, acht ik mij nochtans verplicht hier een woord te zeggen over de werkeloozen.

    Bl. 34

    1° Eenige persoonen, vooral huisvaders, hadden zich om den onderstand te genieten, ten onrechte werkeloozencertificaten doen afleveren.

    2° Sommige werkeloozen hadden geenwerk omdat zij er geen wilden, en op allerhande manieren trachten zij te ontsnappen aan het weinige dat hun gevraagd werd. Om niet te moeten werken verrichtten zij moedwillig slecht werk. Daar in de gemeente 215 woningen door den vijand vernield werden, had het komiteit besloten steen te bakken om alzoo de afgebranden ter hulp te komen en de werkeloozen werk te verschaffen : de moedwilligheid der werkeloozen heeft het Komiteit gedwongen na eene proef dit ontwerp te laten varen.

    3° Onder de werkeloozen waren ook eenige leegloopers, die binst den dag niet zelden den spot dreven met menschen die vlijtig werkten, en van den nacht gebruik maakten om zich middelen van bestaan aan te schaffen.

      Doch, niettegenstaande al hunne fouten en gebreken, het waren onze medeburgers; en daarom waren wij ten hoogste gevoelig aan het leed dat den vijand hun berokkend heeft met ze aan hunne familiën te ontrekken, om ze in een vreemd land de onmenschelijkste behandelingen te doen ondergaan.

      Het mededeelen van den lijst der werkeloozen werd in de gemeente verschillend beoordeeld volgens eigenbelang. De familiën der werkeloozen vonden het verkeerd, de anderen keurden het goed. Verhevene gevoelens die eigenbelang ter zijde laten, zijn hier in ’t algemeen niet gekend. Zelfopoffering beteekent hier opoffering voor zichzelf. Aldus de afkeuring van de eenen en de goedkeuring van de anderen waren niet anders dan de goedkeuring van de handelwijze der gemeente : allen zouden hetzelfde gedaan hebben.

      Eenige personen wier namen op de lijst der werkeloozen vermeld waren, werden aan het ballingschap bevrijd dank aan de tusschenkomst van Mr. Adriaen, geneesheer te Werchter. Eenige anderen door de gemeenteoverheid niet aangeduid, werden niettemin naar Duitschland vervoerd. De weggevoerden waren ten getalle van 33 waaronder 16 huisvaders en 17 ongehuwden.

      Hier laten wij de namen volgen der weggevoerden te beginnen met de huisvaders :

      Anthonis Ignatius, Baumans Alfons, Bouckhuydt Thomas, De Winter Alfons, Mastien Constant, Soetewey Alfons, Van Eyken Felix, Verhaegen Frans, Verschoren Alfons, Verstraeten Benedictus, Wouters Petrus, Van Woensel Jan Baptist, Verhoeven Andreas, Verhoeven Felix, Van Casteren Karel, Verhard Alfons.

    Bl. 35

      De Winter Gustaaf, Laureys Petrus, L’Enfant Jules, Leys Jan Baptist, Op de Beeck Frans, Storms Guilielmus, Van den Notelaer Frans, Van Eyken Jan Baptist, Verbeeck Frans, Verhoeven Lambert, Mattheus Felix, De Coster Joseph, Iwens Frans, Schoovaerts Lodewijk, Verelst Lodewijk, Storms August, Crabbé Isidoor.

      Een dezer de genaamde Van Eyken Jan Baptist, is, ten gevolge van de slechte behandelingen in Duitschland ondergaan, bezweken bij zijne terugreis naar het Vaderland, namelijk te Luik waar hij in het gasthuis gebracht werd.

      In Duitschland hadden de weggevoerde ongehoorde behandelingen te ondergaan met het inzicht hen tot het werk te dwingen. Dit blijkt uit de twee volgende getuigenissen die ik onder meer andere gekozen heb :

    Getuigenis van Alfons Soetewey te Tremeloo, Veldonck.

      Den 23 november 1916 was een der droevigste dagen van mijn leven. Even als zoveel andere jongens en huisvaders werd ik tegen wil en dank door de duitsche barbaren van vrouw en kinders weggerukt en naar Duitschland gestuurd.

      In Duitschland aangekomen werden wij in het kamp Weschede in barakken opgesloten als beesten in eenen stal, waar wij verbleven tot 1 maart 1917.

      Dan hebben ze ons naar Neerath bij Greevenbroek naar ’t werk gezonden, waar ik den zesden dag al bijna verongelukt was; zoodat ze mij met gebroken arm naar het gasthuis gedaan hebben, waar ik 42 dagen schrikkelijke pijnen, ijselijken honger en veel verdriet doorstaan heb.

      Toen mijn arm half hersteld was, moest ik terug naar ’t werk, waar ik meer slagen dan eten gehad heb, als men bieten- en raapkoolsoep en een hap slecht brood wilt eten noemen.

      Het is onmogelijk al het lijden en de ellende te beschrijven die ik daar uitgestaan heb zoo 9 maand en 7 dagen lang, en waar ik een gebrek gehaald heb voor mijn leven lang, want mijn arm doet nog altijd zeer, en nooit zal ik voor vrouw en kinderen er nog kunnen den kost mee verdienen.

    Handtekening Alfons Soetewey

    Bl. 36

    Getuigenis van Anthonis Ignatius.

      Den 23 november 1916 werd ik met een dertigtal andere burgers van Tremeloo op den kontrool te Aerschot aangehouden en weggevoerd naar Duitschland. Bij onze aankomst in het kamp te Weschede werd ons voorgelezen : “gij zijt juist als gevangene soldaten, gij moet als zulke gehoorzamen.”

      In het kamp kregen wij : ’s morgens een halve liter soort van pap; ’s middags een liter soep of pap; ’s namiddags ongeveer 200 grammen brood. ’s Avonds een liter soep of pap. Door soep moet verstaan worden water met rapen of bladeren van rapen of raapkoolen of beeten; soms was er een weinig meel in, doch ik kan niet zeggen welk.

      Dit rantsoen was maar half genoeg om onzen honger te stillen. Van honger raapten wij op : patatenschillen, pellen van visch, pellen van appelsienen en de vischgraten uit den vuilbak. Soms bekwamen wij wat overschot van de fransche soldaten; doch meermaals werden wij belet van de soldaten iets te aanvaarden.

      In het kamp moesten wij soms twee uren lang buiten staan in koude en wind.

      Eens wilde men mij dwingen te werken : om die weigering werd ik geslaan met de bajonet zoodanig dat ik ’s morgens niet meer recht kon.

      Den 1 maart 1917 werden wij naar het werk gevoerd in de provincie Rhijnland te Nerraht in eene koolgroef. Wij weigerden te werken. Dan hebben ze ons in eene barak gesloten zonder eten tot ’s anderdaags ’s morgens 5 ure. Wij hadden daar wat strooi om op te liggen. ’s Morgens om 5 ure kwamen de soldaten ons uit de barak halen en plaatsten ons in regen en wind totdat wij ons wilden aangeven om te werken. Ik met zes andere ben alzoo blijven staan tot 11 ure; de andere zijn gaan werken. Om 11 ure werden wij in een soort kelder gesloten zonder eten en zonder bed. Die bak was zeer vuil. Er stonden onder andere twee nachtkuipen die overliepen en gevuld waren met de uitwerpsels van twee russische soldaten die daar eveneens verbleven hadden.

      Den volgende dag om 9 ure kwam men ons in dien vuilnisbak melden dat wij daar zouden blijven zonder eten indien wij voortgingen met niet te willen werken. Wij weigerden nog. Om 12 ure zelfde spel. Vreezende van honger te moeten sterven hebben wij alsdan het werk aangenomen. Dan hebben wij daar dagelijks gewerkt in de koolgroef.

      Het gebeurde dat ik mij ziek bevond. Ik moest dan om een ziekbiljet gaan. De geneesheer onderzocht mij en riep uit : “laus arbeiten”. Ik was nochtans zoo stijf dat ik bijna niet gaan kon.

    Bl. 37

      Zaterdags ’s avonds werd ons opgelegd dat wij zondags ook moesten komen werken. Gingen wij niet dan kwam men ons met den stok halen en dan sloegen ze totdat wij gingen.

      Wij verdienden alzoo 12 mark per week. Daarvan werden 5 mark afgehouden voor familiegeld, zegde men, dat is om aan vrouw of ouders te zenden. Mijne vrouw heeft daar nooit iets van ontvangen.

      Om een hemd te koopen moest men een bewijs hebben van den burgemeester die dit regelmatig weigerde zoodat er onder ons waren die zonder hemd geraakten en de anderen hadden de gelegenheid niet het hunne te zuiveren. Ik ben in het vaderland teruggekeerd den 19 augustus 1917, dus na eene afwezigheid van omtrent negen maanden.

      Handtekening Anthonis Ignatius.

      Van af de eerste dagen na de wegvoering der werklieden werden er verzoekschriften ingediend aan den heer Gouverneur ten einde hunnen terugkeer naar het Vaderland te bekomen. Inzonderheid voor de huisvaders werd geene moeite gespaard. Te Leuven had men aan hunne vrouwen gezegd een verzoekschrift binnen te brengen : voor ieder dan werd een verzoekschrift opgemaakt waarin de bijzondere toestand van het huishouden uitgelegd werd. Wanneer sommige vrouwen hun verzoekschrift overhandigden werd hen zelfs gezegd dat het goed was en dat ze mochten vertrouwen hebben. Nooit is op die verzoekschriften eenig antwoord toegekomen.

       In den zomer 1917 mochten de weggevoerden de eene na den andere aan hunne familie een bezoek brengen mits belofte naar Duitschland terug te keeren om te werken. Velen hebben, na lang dralen, die belofte gedaan om hunne familie te kunnen wederzien, doch geen enkel is naar Duitschland teruggekeerd. In ’t begin hebben de Duitschers wel eenige opzoekingen gedaan om de verlofmannen terug naar Duitschland te zenden; doch, die opzoekingen bleken niet ernstig te zijn, en weldra werden de teruggekeerden geheel en al met rust gelaten.

    Bl. 38

    H. Ondersteuningswerken.

    Voor vrouwen en kinderen van soldaten.

      Zoohaast de oorlog uitgebroken was wezrd door den eerw. Heer Pastoor het gedacht opgevat onderstand te verschaffen aan de vrouwen en kinderen der opgeroepen soldaten. De heeren studenten in verlof zouden zich gelasten wekelijks eene rondhaling te doen in de gemeente. Het gemeentebestuur zou wekelijks vijftig franken verleenen. De eerste rondhaling gedaan in de week van 2 tot 9 augustus bracht meer dan honderd franken bij. Deze was gedaan zonder voorafgaande aanbeveling op den predikstoel. Op zondag 9 augustus werd dit werk aanbevolen met de volgende woorden :

      “De week die voorbij is hebben onze vaderlandslievende studenten eene rondhaling gedaan voor de vrouwen en kinderen van onze medeburgers die het vaderland verdedigen. Die rondhaling zullen wij wekelijks vernieuwen. Wij kunnen u allen niet genoeg aanzetten aan dit werk van liefdadigheid en vaderlandsliefde deel te nemen. Iedereen geve vrijelijk volgens goeddunken, en daarom zullen de studenten zich niet op nieuw aanbieden bij degenen die hunne hulp afzeggen. Eene zaak vraag ik van allen en van ieder in ’t bijzonder : dat werk, dat niets dan lof verdient, niet te beknibbelen.”

      “Het rondgehaald geld zal des zondags na het lof uitgedeeld worden in bons voor eetwaren. Al de vrouwen van binnengeroepen soldaten gelieven hun aandeel te komen ontvangen. Zijn er die het niet noodig hebben en het willen laten voor hen die nood hebben, dan moeten zij eenvoudig den bon die hun gegeven wordt terug in de beurs steken van de studenten wanneer zij rondkomen. Ik heb liefst dat allen komen den bon halen die voor hen bestemd is opdat niemand zou verlegen zijn.”

      De inval van den vijand en onze wegvoering naar Duitschland hebben aan dit werk een einde gemaakt. De opbrengst der tweede rondhaling werd op de pastorij gestolen door de Duitschers.

    Het Komiteit.

      Na onze terugkomst uit Duitschland vonden wij het Komiteit ingericht. Het Komiteit hield zich alsdan uitsluitelijk bezig met onderstand te verleenen aan de afgebranden, onderstand in brood en kleergoed.

      Later werden door het Komiteit de volgende werken ingericht : Gewone onderstand aan al de noodlijdenden; Onderstand aan de soldatenfamiliën; onderstand aan de werkeloozen; onderstand aan verminkten; oorlogsweezen en schamele armen; werk der schoolmaaltijden, der zwakke kinderen, der teringlijders.

    Bl. 39

      In December 1914 werd het komiteit samengesteld als volgt : voorzitter : Petrus Feyaerts, burgemeester; schrijver : pater René De Batseleer van de congregatie der H.H. Harten; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens; Lodewijk Dockx en Frans De Vadder.

      De eerw. Heeren pastoor en onderpastoor werden als leden van het Komiteit aangenomen bij hunne terugkomst uit Duitschland. In de maand Februari gaf Frans De Vadder zijn ontslag. Daar er van wege het provinciaal komiteit aangedrongen werd om ook een liberaal als lid van het komiteit aan te nemen, werd Prosper Fonteyn als dusdanig erkend. Deze nochtans heeft maar tweemaal de zitting bijgewoond en dan weder zijn ontslag genomen uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom.

      In de maand Maart verliet pater René de gemeente en een weinig later nam de heer burgemeester zijn ontslag om mogelijke moeilijkheden met de bezettende macht te vermijden. Van dan af bleef het Komiteit samengesteld als volgt :

      Voorzitter : Karel Van Winkel, pastoor; schrijver : Emiel Van Giel, onderpastoor; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens en Lodewijk Dockx.

      Victor Goossens nam zijn ontslag in 1916 en werd vervangen door Joseph Jalet. Op het einde des jaars werd nog een lid aan het komiteit bijgevoegd, namelijk Hendrik Wouters.

      In November 1917 gaven alle leden van het komiteit hun ontslag en verzochten het provinciaal komiteit in hunne vervanging te voorzien tegen 1 Januari daaropvolgende. Op aandringen van den heer Ed. Gilmont, voorzitter van het regionaal komiteit van Haacht, zijn de leden voortgegaan hun ambt uit te oefenen tot in het begin van Maart 1918 wanneer ze onwederroepelijk hun ontslag genomen hebben. De grote oorzaak van dit ontslag was de misnoegdheid onder het volk verwekt door het toepassen der reglementen over de verdeeling der eetwaren, alsmede de ondergeschikte rol welke het provinciaal komiteit van de plaatselijke komiteiten vereischte tegenover de beheerder aan denwelken de komiteitszaken geheel en al toevertrouwd werden.

      Hier laten wij nu eenige tafels volgen die den toestand van hoogeraangehaalde ondersteuningswerken telkens op 31 December weergeven :

    Er volgen nu een reeks tabellen met cijfers.

    wordt vervolgd



    23-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oproep aan de genealogen.

    Nieuwe OPROEP aan de genealogen n° 6

    Steeds meer mensen die op zoek zijn naar hun voorouders komen soms op een punt terecht waar ze niet meer verder kunnen omwille van de afstand tot de streek van herkomst of omdat ze de nodige gegevens gewoon weg in die buurt niet vinden. Velen vragen dan om hulp, maar ook voor mij zijn er limieten. Ik tracht zoveel mogelijk gegevens van de originele documenten voor iedereen op het blog toegankelijk te maken. Daarom vraag ik nu ook eens om jullie hulp. Indien u een van deze mensen in dit bericht kan verder helpen met informatie, doe het dan! Om veiligheidsredenen ga ik geen emailadressen bij de zoekertjes plaatsen. Je kan een reactie plaatsen bij dit bericht of mij gewoon emailen via het blog.
    Dank bij voorbaat.
    Zoekertje 2
    Guido schreef mij :
    Ook Alex zoekt deze man :

    Ik ben reeds enkele jaren op zoek naar de geboorteplaats (en indien mogelijk meer gegevens) van mijn voorvader: Matthias Scherens. Gehuwd in Schriek op 16-07-1641 met Catharina Claes. Overleden in Schriek op 30-09-1676.

    Ik heb archieven doorzocht in Brabant, het Antwerpse, Doornik, via medehobbyisten in West-Vlaanderen, Noord-Frankrijk, ... maar nergens vind ik een aanknopingpunt.

    Via Uw blog weet ik dat hij kerkmeester, schepene en burgemeester geweest is in Schriek. Daarom verwonderd het mij dat ik nergens info vind over zijn geboorteplaats.

    Kan u me verder helpen? Eventueel via een oproep in Uw blog

    Zoekertje 4

    André schreef mij :            
    Ook Fabienne zoekt deze man :

    de stamboom van mijn voorouders gaat tot joannes verbinnen ° ???? plaats ????
    hij is in betekom 20-01-1752 gehuwd met petronella antonis deze is geboren in betekom 25-04-1727 +betekom 17-05-1763 joannes is +in betekom 06-02-1762 begraven 08-05-1762 de huwelijksakte vermeld geen geboorteplaats van de bruidegom. hij was van 1751 tot 1762 koster, schoolmeester en dorpsschrijver te betekom
    hebt u misschien een link die mij verder kan helpen

    Zoekertje 6

    Leo schreef mij : Ben op zoek naar plaats en datum van overlijden van WOUTERS Simon
    geboren te Westmalle op 25/03/1861. 1ste echtgenote Justens Maria Theresia °11/12/1860 te Oelegem + 30/03/1889 te Oelegem 2de echtgenote Vervoort Joanna Josephina ° 01/05/1864 te Schilde x 16/02/1897 te Brecht
    Simon is overleden na 1920

    Wie Leo kan helpen kan mij mailen of een reactie plaatsen onder dit bericht.


    27-01-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    19-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pastoorsverslagen WO I
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van HEIST-GOOR

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Heist-Goor (H. Alphonsus) – Gemeente Heist-op-den-Berg

    Document 1

    Verslag of geschiedenis van de parochie Sint Alfons Goor (Heist-op-den-Berg) gedurende den oorlog 1914-1918

    De ligging der parochie biedt niets merkweerdig aan betrekkelijk krijgsoogpunt : zij is eene effen oppervlakte zonder rivier, bergen ; daaruit volgt dat de krijgsoverheid alhier geene maatregelen genomen heeft tot verdediging of aanval. Niets is er weggeruimd, vernietigd of verbrand geweest.

    Vol angst en kommer waren de inwoners bij het naderen der vijandelijke legers, en allen namen de vlucht, omdat zij vernamen de vreede baldadigheden en moorderijen elders gepleegd.

    De parochie telt 5 vrijwilligers in het leger: Edm. Van Egdom, Verbist Josef, Van Tricht Adolf, De Preter Alfons en Goyvaerts Gustave.

    Weinige dagen na den inval der vijandelijke legers, keerden de meeste vluchtelingen terug, bezorgd voor hunne huizen, bezittingen. Welk was hunne teleurstellingen! De huizen waren gespaard, maar het vee was weggevoerd of geslacht; het huisraad en kleederen waren gestolen door de duitschers of door wederkeerende vluchtelingen.

    Bij den inval zijn maar drij huizen met aanhoorigheden vrijwillig in brand gestoken.

    De parochianen, van de vlucht teruggekeerd, waren getrouw aan hunne Kristelijke plichtigen. Daar de E.H. Onderpastoor als brancardier in het leger was, en de E.H. Pastoor van de duitsche op 28 augustus 1914, naar Duitschland gevoerd was, deed de E.H. Kanunnik van Tongerloo den dienst tot nieuwjaar 1915.

    Voor den inval der legers, door eenen kleine afdeeling soldaten, op 28 augustus 1914, zijn er vele parochianen uit hunne huizen, velden en straten medegenomen; zelfs moeders en kleine kinderen vonden geene genade bij de onmenschelijke soldaten.

    Bl.2

    Zij waren gedwongen in eene weide op hunne knieën te zitten, uren lang, bespot en bedreigt ; s’ avonds zijn zij als slachtvee naar de kerk van Aerschot gedreven. Daar waren, van ook andere parochie, omtrent 600 opgesloten, en verbleven daar 10 dagen. Dagelijks mochten vrouwen, kleine kinderen en oude grijsaard terugkeren.

    Op 5 september wierden de 300 overblijvers in de kerk met den beesten trein naar Duitschland gevoerd. Na twee nachten en dag, in den trein doorgebracht, kwamen zij te Sennelager, s’ nachts, aan. Het eerste vertoon, in het bos, voor het kamp, was de bust van Willem verlicht : s’ morgens voor generaal Bach verschijnen met zijnen vervloekende, smadelijke en ongoddienstige aanspraak. Daar moesten de priesters hunne kleeding verwisselen tegen het kostuum van metsersdienaars : zij onderstonden den smaad van naakt, in eene kamer te samen, door kokende wateren zoogezegd, gezuivverd te worden.

    Na eenige dagen, gebrek aan eten en slapen, versmaad en bespot wierden zij aanzocht zich naar Padenborg te begeven, maar de bisschop weigerde ons, priesters, aan te nemen ; dan naar Munster in Westphalen. Daar wierden wij door den bisschop aanveerd, en geplaast in het groot Seminarie, alwaar wij welkom waren ; goed verzorgd door de E.H. Zusters, en den E.H. Rector.

    Alles was daar uiterst goed, eten, elk eene kamer, dagelijks de mis lezen, enz. : wij stonden altijd nog onder de bewaking der soldaten, die voor ons en bij ons, in het Seminarie verbleven, totdat de krijgsraad, na onderzoek, ons vrijsprak van de beschuldiging dat de priesters hadden geschoten, het volk opgehist, hunne soldaten vermoord hadden. Wij verbleven in het Seminarie tot den zondag voor Kersmis 1914 : dus van Augustus tot December.

    De burgelijke gevangene van 't Goor (Louis De Cuyper, Aug. De Cuyper, Alf. Claes, Alf. Nijs, Leop. Liekens, Alf. Goossens, Jan Ooms, Alf. Wijns, Juul Wijns, Ant. Rens, Frans Van Nuffel) verbleven in het kamp van Senne tot hunne terugkeer Februari 1915. Beschrijven hunne ontbeeringen, mishandelingen, is onmogelijk : dit is immers het kenmerk der duitschers.

    Bl.3

    Bij de intrede der legers, werd alles door de soldaten geplunderd ; getuigen verklaren dat ze met wagens alles uit de pastorij vervoerd hebben : bedden, bedde goed, lijnwaad, meubelen en wijn. De pastorij was als een vuilen stal ; al de meubelen verbroken.

    In de kerk, zijn zij langs eene opening in de kerk gebroken ; hebben het H.Sacrament onteerd, de HH. vaten, kelken, ciboriën, remonstratie meedegenomen ; deze zijn later, in 1915, geschonden en beschadigd bij de E. Paters Minderbroeders te Leuven teruggevonden. Al de kanten van communiekleden, alben, roketten, zijn afgesneden en verdwenen, en nooit meer wedergevonden. Al de juwelen van goud en zilver, toebehoorende aan O.L.V.beeld zijn ook geroofd.

    Op 29 augustus 1918 bij den inval der duitschers zijn drij rustige burgers : Jan Cannaerts, Louis Vertommen, Alfons Vertommen, (twee maal, later nog met het meldambt). Zij vertellen met verachting hun ballingschap : zij zijn uitgeput teruggekomen en treuren nog met eene slappe gezondheid.

    Wanneer de duitsche legers verder ons land binnen rukten, na den val van Antwerpen, heeft de parochie, het algemeen juk van verdrukking gedragen : zoo als opeisschingen, huiszoekingen, boeten, processen en zware betalingen. Later zijn al de gebouwen behouden gebleven, geene moorden maar wel gevangnemingen.

    De diensten in de kerk geschieden volgens gewoonte met verbod van processiën, en wierden goed door de parochianen bijgewoond : In ’t algemeen allen volbrachten hunne Kristelijke plichten. Later is toegenomen het verzuimen der H. Mis op de zondagen ; ook het achterlaten der Paaschplicht, en dit is nu nog niet verbeterd, niettegenstaande dat er in Februari 1919 door de E. Paters Redemptoristen eene tiendaagsche missie gepredikt geweest is. De restitutie is ook niet bekend.

    Bl.4

    De plechtige communie is jaarlijks, gedurende den oorlog, door al de kinderen onderhouden geweest, gene enkele uitzondering, niettegenstaande de moeielijkheid der kleeding, is gebleken.

    De scholen zijn, als voor den oorlog, goed, door al de kinderen, bijgewoond.

    Alleen de staat van den burgerlijken staat, toont ons een klein staat van vermindering.
    jaar Geboortens Overlijdens
    1913   89   25
       14   82   29
       15   54   28
       16   74   30
       17   58   30
       19   58   39

    Het wegvoeren, naar Duitschland, van de jongens van het meldambt is een der wraakroependste euveldaden van den duitsch. De acht volgende jongelingen zijn de slachtoffers geweest : Mylemans Melchior, en Florent, Verhaegen Emiel, De Hoe£ Corneel en Fons, Vertommen Alf. (voor de tweede maal), Verbeeck Jozef en Vervoort Alfons. Zij zijn allen teruggekomen, maar in hunne gezondheid gekrenkt ; zelfs treuren nog.

    Alle huisgezinnen hebben geleden van de duitschers, van de verdrukking, opeisschingen ; eenige zijn gestraft geweest met eene mindere of meerdere geldboete, zelfs tot 4.000 fr. ; weinige door de duitsche tribunalen veroordeeld tot boete en gevang, zelfs tot verkoop van hunne haaf, dieren.

    Volgens officiële tijding zijn gesneuveld :

    1 Eerw.Heer Cannaerts,Priester in ‘t groot seminarie.
    2 Denis Geuten, hulponderwijzer, brancardier.
    3 Amandus De Haes, soldaat van de genie.
    4 Alf. De Preter, vrijwilliger.
    5 Leopold Van Loo, soldaat.
    +1 Alfons Geens, soldaat, gehuwd, is nog niet teruggevonden, is vermist en vrees dat hij is gesneuveld.

    Den 28 augustus 1914 is alhier een klein kind, in de armen zijner moeder doodgeschoten, begraven.*

    * SCHOOVAERTS Anne Maria
    ° Velaine-sur-Sambre 30.08.1912
    † doodgeschoten in de Gommerijnstraat te Schriek op 28 augustus 1914
    Waarschijnlijk begraven te Heist-Goor geholpen door de Zusters aldaar, omdat de pastoor zelf door de Duitsers was opgepakt.


    Bl.5

    Bij die inval der duitschers is Gerard Verhaegen van ’t Goor te Berlaar doodgeschoten, omdat hij vluchtte.

    De verwoesting aan bosschen is aanzienlijk ; de schoone steenwegen staan naakt, de velden zijn ontruimd : niets is er van de beplanting overgebleven.

    Wij hebben getuigen geweest van den onbermertige aftoch der duitschers : het was eene burgerlijke begrafenis : arm en ellendig.

    Wij hebben het geluk niet gehad van bij te woonen de intrede onzer legers, soldaten. Maar wij zijn getuigen geweest van de vreugde, geestdrift der Belgen bij het zien van de soldaat die bij zijne familie terugkwam.

    In de kerk, bij de intrede, prijkt eenen schoonen lijst der gesneuvelde met hunne portretten : een schoon aandeken aan hunne heldenmoed en opoffering. Zij rusten bij den Heer. Leve België.

    Getekend J. Wouters Pastoor
    Sint-Alfons-Goor 29 maart 1919


    Bl. 6-7 Document 2

    Antwoord op de brief van kanunnik Laenen :

    1. Het getal binnengeroepen soldaten : 61

    2. Jaar Communiën
    1913   27.400
    1914   28.300
    1915   36.700
    1916   40.650
    1917   36.250
    1918 opgezonden voor de rekening tot goedkeuring.

    3. Plechtige communie. Al de kinderen hebben elk jaar, hunne plechtige eerste communie gedaan.
    Jaar Plechtige communicanten
    1913   55
    1914   62
    1915   54
    1916   58
    1917   46
    1918   49
    1919   56

    Getekend: J. Wouters, Pastoor
    Goor, 13.5.19

    vervolgd


    19-01-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    01-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Overlijdens 2015-17

     ROUWPRENTJES & ROUWBRIEVEN 
    - SCHRIEK -
    2015 - 2017

    Verbeeck Adriënne ° Schriek 1921.06.20 † Putte 2015.01.01 weduwe Heremans Emiel (B)
    Van Hof Julia ° Schriek 1931.06.01 † Leuven 2015.01.05 echtgenote Van der Veken Albert (B)
    Heremans Mieke ° Bonheiden 1981.05.24 † UZ Jette 2015.01.14 (B)
    Van Hole Alois ° Schriek 1929.10.28 † AZ Bonheiden 2015.01.16 echtgenoot Van Aken Filomena (B)
    Torfs Paula ° Schriek 1932.09.09 † wzc Wiekevorst 2015.01.17 weduwe van de heer Goovaerts Marcel (B)
    Mariën Agnes ° Heist-op-den-Berg 1952.02.17 † AZ Duffel 2015.01.20 (B)
    Goris Emile ° Begijnendijk 1948.07.06 † AZ Bonheiden 2015.01.23 echtgenoot Van Dyck Gaby (B)
    Iwens Maria ° Baal 1924.11.22 † AZ Herentals 2015.01.28 weduwe Van Essche Alfons (B)
    Volkaerts Gusta ° Schriek 1924.05.08 † AZ Bonheiden 2015.02.05 echtgenote Vercammen Julien (B)
    Van den Brande Armand ° Schriek 1930.05.23 † AZ Bonheiden 2015.02.06 echtgenoot van Gysemans Amanda (B) 
    Lens Hilda ° Schriek 1923.07.10 † AZ Bonheiden 2015.02.09 weduwe De Cuyper Albert (B)
    Van den Eynde Mariette ° Schriek 1939.04.20 † Haacht 2015.02.12 weduwe Beckers Eduard (B)
    Feyaerts Jos ° Schriek 1935.11.18 † AZ Bonheiden 2015.02.15 echtgenoot Olbrechts Yvonne (B)
    Bogaerts Malvine ° Schriek 1923.06.09 † Schriek 2015.02.23 d Bogaerts Amandus & Claes Joanna (B)
    Van den Put Jos ° Keerbergen 1940.06.09 † UZ Leuven 2015.03.01 echtgenoot Verlinden Anny (B)
    Van de Vondel Roza ° Putte 1937.05.26 † AZ Bonheiden 2015.03.03 echtgenote De Veuster Jozef (B)
    Lambrechts Emiel ° Schriek 1920.12.26 † AZ Bonheiden 2015.03.14 weduwnaar Jennen Josephine (B)
    Serneels Alfons ° Booischot 1927.06.08 † Schriek 2015.03.16 echtgenoot Verschueren Germaine (B)
    Nijs Raymond ° Baal 1924.10.17 † AZ Bonheiden 2015.03.24 echtgenoot De Weyer Melanie (B)
    Janssens Robert ° Schriek 1942.10.01 † Schriek 2015.03.29 echtgenoot Vermeulen Renilda (B)
    Lauwers José ° Gelrode 1935.11.14 † Keerbergen 2015.03.28 echtgenote Vercammen Marcel (B)
    Van Goolen Virginie ° Tremelo 1928.08.21 † WZC Tremelo 2015.03.28 weduwe Van den Acker Jules (B-P)
    Verstraeten Jos ° Schriek 1918.10.27 † WZC Tremelo 2015.04.03 weduwnaar Daans José en levensgezel Pelgrims Julia (B)
    De Weerdt Tom ° Bonheiden 1978.11.02 † Bonheiden 2015.04.02 (B)
    Van Herck Sylvia ° Heist-op-den-Berg 1923.06.12 † wzc Heist-op-den-Berg 2015.04.11 weduwe Anthonis Karel (B)
    Verbeeck Jos ° Schriek 1931.12.13 † AZ Bonheiden 2015.04.14 (B)
    Van Hove Jules ° Schriek 1931.06.07 † AZ Bonheiden 2015.04.22 echtgenoot Vonckx Amanda (B)
    Van den Broeck Jos ° Schriek 1930.10.24 † AZ Bonheiden 2015.04.25 echtgenoot Meeus Jeanne (B)
    Schroos Ivonne ° Keerbergen 1926.07.15 † Schriek 2015.04.29 weduwe Van Itterbeeck Florimond (B)
    Déaspé Ivonne ° Schriek 1919.08.26 † WZC Heist-op-den-Berg 2015.05.04 weduwe Goris Alfons (B)
    Van den Acker René ° Schriek 1928.10.02 † UZ Leuven 2015.05.12 levensgezel Stroobants Suzanne (B)
    Crock Valentina ° Jette 1930.05.28 † AZ Bonheiden 2015.05.17 weduwe Jonckheere Willy (B)
    Rosiers Irene ° Onze-Lieve-Vrouw-Waver 1938.12.31 † Schriek 2015.05.13 weduwe Van den Broeck Mon (B)
    Van den Wyngaert Jef ° Schriek 1924.08.14 † Schriek 2015.05.18 echtgenoot Van den Broeck Gerarda (B)
    De Mey Anna ° Booischot 1920.10.24 † Schriek 2015.05.31 weduwe Van Hoof Emiel (B)
    De Winter Medard ° Schriek 1930.10.16 † Tremelo 2015.05.29 weduwnaar Elsen Anna (B)
    Verlinden Greet ° Schriek 1958.05.21 † AZ Bonheiden 2015.06.08 echtgenote Viskens Eric (B)
    Pardon Godelieve ° Betekom 1937.11.13 † AZ Lier 2015.06.21 (B)
    Deffernez Oswald ° Lombise 1936.01.14 † Schriek 2015.06.18 (B)
    Kempenaers Maria ° Schriek 1929.09.10 † WZC Aarschot 2015.06.24 weduwe Wyckmans Juul (B)
    Dockx Frans ° Heist-op-den-Berg 1930.01.27 † AZ Bonheiden 2015.06.26 echtgenoot Van Loock Marieke (B)
    Anthonis Annie ° Schriek 1951.10.02 † AZ Bonheiden 2015.06.26 echtgenote Van den Wijngaert Marcel (B)
    Elsen Jos ° Baal 1928.05.14 † Schriek 2015.06.29 echtgenoot Van Craen Simonne
    Van Hof Martha
    ° Schriek 1932.05.02 † WZC Tremelo 2015.06.30 weduwe Schoovaerts Theodoor (B)
    Van Noten Anna ° Keerbergen 1921.02.21 † WZC Tremelo 2015.07.01 weduwe Florenty Alexander (B)
    Ruymaekers Irma ° Schriek 1922.10.02 † Wakkerzeel 2015.07.09 weduwe Theuniers Louis (B)
    Van den Acker René ° Schriek 1931.04.19 † Tremelo 2015.07.10 weduwnaar Eraly Josephina (B)
    Vennekens Lisa ° Geel 1920.02.25 † AZ Bonheiden 2015.07.27 weduwe Van Doninck Albert (B)
    Van den Eynde Julia ° Schriek 1926.05.21 † Heist-op-den-Berg 2015.08.02 weduwe Meys Georges (B)
    Dockx Julia ° Schriek 1922.04.29 † AZ Bonheiden 2015.08.03 weduwe Docx Denis (B)
    Anthonis Frans ° Tremelo 1925.11.09 † Keerbergen 2015.08.12 echtgenoot Castermans Anna (B)
    Claes Jacqueline ° Schriek 1942.10.28 † Putte-Grasheide 2015.08.19 weduwe Nagels Wim (B)
    Van Looy Jan ° Putte 1943.05.11 † Schriek 2015.08.26 weduwnaar Verlinden Paula (B-P)
    Uyterhoeven Jules ° Schriek 1931.01.19 † Schriek 2015.09.01 echtgenoot Mauriën Anna (B)
    Van den Eynde Maria Celina ° Schriek 1935.08.15 † AZ Bonheiden 2015.09.01 echtgenote Van den Acker Louis (B)
    Van Hof Louis ° Schriek 1930.02.20 † AZ Bonheiden 2015.09.10 echtgenoot Traban Gusta (B)
    Naulaerts Nest ° Booischot 1927.10.03 † AZ Bonheiden 2015.09.12 echtgenoot Sijmens Germaine (B)
    Huybrechts Jenny ° Heist-op-den-Berg 1937.04.12 † AZ Bonheiden 2015.09.17 echtgenote De Haes August (B)
    Silverans Jean Paul ° Brussel 1944.10.19 † Schriek 2015.09.25 echtgenoot Stevens Christiane (B)
    Op de Beeck Marcel ° Heist-op-den-Berg 1919.08.21 † Schriek 2015.10.01 weduwnaar Van Espen Maria (B)
    Van Rompaey Maria Finne ° Schriek 1925.01.07 † Keerbergen 2015.10.07 echtgenote De Coster Victor (B)
    Van Craen Alma ° Schriek 1942.08.14 † Tremelo 2015.10.12 echtgenote Roelants François (B)
    Geeraerts René ° Schriek 1925.12.24 † Schriek 2015.10.19 echtgenoot De Wever Martha (B)
    Pelgrims Jeanne ° Schriek 1933.01.18 † AZ Bonheiden 2015.10.21 weduwe Budts Isidoor (B)
    Vervloessem Jos ° Schriek 1933.02.15 † AZ Bonheiden 2015.10.21 echtgenoot Uytterhoeven Angèle (B)
    Van Oosterwyck Jan ° Schriek 1934.12.12 † Tremelo 2015.10.31 echtgenoot Van Hole Bertha (B)
    Nagels Greta ° Schriek 1952.10.27 † AZ Bonheiden 2015.11.05 echtgenote Stouten Marcel (B)
    Claes Laura ° Schriek 1914.06.06 † Rijmenam 2015.11.05 weduwe Seymus August (B)
    Van Puymbroeck Fons ° Schriek 1921.08.04 † Schriek 2015.12.06 weduwnaar Yvonne Nicolet Yvonne - levensgezel Frederickx Maria (B)
    Delen Ronny ° Heist-op-den-Berg 1956.11.13 † Schriek 2015.12.12 echtgenoot Holemans Lydie (B)
    Wouters André ° Tremelo 1953.09.09 † AZ Bonheiden 2015.12.14 echtgenoot Dijck Greta
    Wyns Celine ° Schriek 1923.02.20 † AZ Bonheiden 2015.12.25 weduwe Delen Jul (B)
    Verschoren Gaston ° Schriek 1932.11.18 † Schriek 2015.12.27 echtgenoot Hendrickx Maria (B)
    Vermeulen Jef ° Schriek 1927.06.08 † Tremelo 2015.12.27 echtgenoot Buedts Melanie (B)
    Filip Serneels ° Bonheiden 1974.06.09 † Schriek 2015.12.27 (B)
    Mauriën Joseph ° Heist-op-den-Berg 1938.03.10 † Schriek 2015.12.29 (B)
    De Brier Lucien ° Bekkevoort 1928.12.16 † AZ Bonheiden 2015.12.31 echtgenoot Kiesekoms Louisa (B)

    2016

    Van Loo Joanna Ivonna ° Schriek 1931.01.24 † AZ Bonheiden 2016.01.11 weduwe Peeters Victor (B)
    Feyens Fernand ° Erps-Kwerps 1939.04.19 † Schriek 2016.01.19 echtgenoot Uyterhoeven Mariette (B)
    Heremans Jos ° Schriek 1935.04.28 † Schriek 2016.01.24 (B+P)
    Van den Wyngaert Anna ° Putte 1918.01.31 † Schriek 2016.01.25 weduwe Dockx Alfons (B)
    Roger Verhaegen ° Keerbergen 1938.12.19 † AZ Bonheiden 2016.01.26 (B)
    Lambrechts Maria ° Schriek 1927.03.30 † Berchem 2016.01.26 echtgenote Verschoren Omer (B+P)
    Keymolen Georges ° Schriek 1934.02.14 † Kortenberg 2016.02.08 weduwnaar Vermeylen Maria (B)
    Lejon Irene ° Hever 1941.05.03 † AZ Bonheiden 2016.02.15 vrouw Verlinden Marcel (B)
    Vervloessem Maria ° Schriek 1938.08.29 † Schriek 2016.02.12 echtgenote Bries Alfons (B)
    Op de Beeck Louis ° Schriek 1940.11.02 † AZ Bonheiden 2016.02.16 echtgenoot Verelst Maria (B)
    De Weerdt Marcel ° Keerbergen 1933.11.17 † Schriek 2016.02.20 weduwnaar Goovaerts Celine (B)
    Verschueren Mil ° Schriek 1941.10.04 † AZ Bonheiden 2016.02.24 echtgenoot Daneels Suzanne (B)
    Meuris Armand ° Schriek 1933.06.17 † AZ Bonheiden 2016.03.14 (B)
    Coeck Louis ° Heist-op-den-Berg 1930.04.21 † Keerbergen 2016.03.14 weduwnaar Vertommen Malvina (B)
    Goris Benny ° Heist-op-den-Berg 1970.04.21 † Schriek 2016.03.23 (B)
    Cuypers Celine ° Heist-op-den-Berg 1925.09.04 † wzc Heist-op-den-Berg 2016.03.28 weduwe Claes Louis (B)
    Van Aken Filomena ° Niel 1933.02.27 † AZ Bonheiden 2016.04.02 weduwe Van Hole Alois (B)
    Van Dyck Irma ° Schriek 1922.07.08 † Schriek 2016.04.14 weduwe Van Dyck Albert (B)
    Janssens Marc ° 1958.06.12 † 2016.04.20 (Schriek-Grootlo)
    Verhoeven Francine ° Schriek 1942.09.01 † AZ Bonheiden 2016.04.27 echtgenote Hendrickx Alfons (B)
    Geens Leopold ° Tremelo 1927.07.11 † AZ Bonheiden 2016.04.27 echtgenoot Van Eycken Celine (B)
    Van Uffel Roger ° Schriek 1945.04.10 † AZ Bonheiden 2016.04.29 echtgenoot De Clerck Mieke (B)
    Feyaerts Adriana ° Schriek 1934.09.22 † WZC Tremelo 2016.05.04 echtgenote Van Loock Jean (B)
    Van den Acker Alfons ° Schriek 1932.04.16 † Schriek 2016.05.07 echtgenoot Vermeylen José (B)
    Van Dievel Maria ° Sint-Katelijne-Waver 1937.12.08 † Schriek 2016.05.10
    Waegemans Eric ° Etterbeek 1949.11.22 † Wilrijk 2016.05.20 (B)
    Volkaerts Jef ° Schriek 1924.07.18 † WZC Wiekevorst 2016.06.06 (B)
    Delen Julia ° Schriek 1922.05.25 † AZ Lier 2016.06.15 weduwe Verschueren Stan (B)
    Geeraerts Annemieke ° Leuven 1954.07.14 † AZ Bonheiden 2016.06.18 echtgenote Van den Eynde Robert (B)
    De Weerdt Maria José ° Schriek 1938.07.12 † Schriek 2016.06.21 echtgenote Verlinden Marcel (B)
    Verboom Jef ° Keerbergen 1936.03.16 † WZC Tremelo 2016.06.23 echtgenoot Pasgang Maria (B)
    Daans Jos ° Schriek 1940.05.29 † Schriek 2016.07.05 weduwnaar Gullentops Julia (B)
    Van den Broeck Jos ° Schriek 1932.12.05 † WZC Wiekevorst 2016.07.07 echtgenoot Buermans Lisette (B)
    Van Camp Marcel ° 07-02-1961 † 2016.07.08 (Schriek-Grootlo)
    Ceulemans Jules ° Schriek 1933.03.08 † Schriek 2016.07.11 echtgenoot De Coster Julienne (B)
    Cornelis Jan ° Betekom 1940.08.22 † AZ Bonheiden 2016.07.14 echtgenoot Van Leemputten Margriet (B)
    Rens Patrick ° Booischot 1959.06.04 † AZ Bonheiden 2016.07.19 echtgenoot Storms Rose-Marie (B)
    Feijaerts Maurice ° Schriek 1940.05.10 † Booischot 2016.07.21 echtgenoot Vonckx Lidy (B)
    Bouckhuyt Armand ° Schriek 1930.02.22 † AZ Bonheiden 2016.07.25 echtgenoot Laenen Leonie (B)
    Vonckx Maria ° Begijnendijk 1937.03.21 † AZ Bonheiden 2016.07.26 weduwe Van Dyck Gust (B)
    De Schoenmaecker Eddy ° Willebroek 1951.12.12 † Schriek 2016.07.26 echtgenoot Goossens Diane (B)
    Van den Bergh Maria Leonie ° Begijnendijk 1932.07.07 † WZC Tremelo 2016.07.27 weduwe Talemans Marcel (B)
    Feyaerts Irma ° Tremelo 1924.06.07 † WZC Tremelo 2016.07.31 weduwe Keuppens Frans (B)
    Goris Gaston ° Schriek 1955.10.21 † Schriek 2016.08.03 (B)
    De Cuyper Frans ° Schriek 1932.07.21 † Keerbergen 2016.08.20 echtgenoot Feyaerts Maria (B)
    Déaspé Maria ° Schriek 1921.08.06 † WZC Beerzel 2016.08.23 weduwe Kiebooms Jos (B)
    Thys Louis ° Schriek 1927.06.24 † WZC Putte 2016.08.25 (B)
    Van Dessel Maria ° Schriek 1949.11.29 † Bonheiden 2016.08.27 echtgenote Liekens Paul (B+P)
    Op de Beeck Joanna ° Schriek 1922.08.11 † Keerbergen 2016.08.28
    Schroos Florentine ° Keerbergen 1934.09.22 † WZC Heist-op-den-Berg 2016.08.28 weduwe Van den Put Alfons (B)
    Goris Maria ° Schriek 1929.11.13 † AZ Bonheiden 2016.09.06 weduwe Claes Frans (B)
    Peeters Maria ° Keerbergen 1930.08.03 † WZC Wiekevorst 2016.09.12 weduwe De Weerdt Leopold (B)
    Geeraerts Maria ° Leuven 1939.07.16 † Schriek 2016.09.19 echtgenote Wouters Marcel (B)
    De Preter Walter ° Antwerpen 1933.11.12 † Schriek 2016.10.03 weduwnaar Rappoort Angela
    De Preter Jeanne ° Tremelo 1924.03.23 † AZ Bonheiden 2016.10.07 (B)
    Jennen Emiel ° Beerzel 1939.10.13 † AZ Bonheiden 2016.10.11 (B)
    Ilands Walter ° Schriek 1955.08.06 † Werchter 2016.10.14 (B)
    Verhoeven Lea ° Schriek 1932.07.13 † AZ Bonheiden 2016.10.15 echtgenote Liekens Florent (B)
    Claes Julia ° Schriek 1932.05.31 † Bonheiden 2016.10.17 (B)
    Steurs Gust ° Schriek 1932.12.31 † Schriek 2016.10.18 echtgenoot De Wever Paula (B)
    Keymolen Marcel ° Schriek 1935.09.18 † Tremelo 2016.10.23 echtgenoot Mergaerts Lieke (B)
    Lambrechts René ° Tremelo 1939.10.18 † AZ Bonheiden 2016.11.18 echtgenoot Schepers José (B)
    Lauwers Maria ° Tremelo 1934.02.03 † 2016.11.19
    Koenig Jos ° Heist-op-den-Berg 1946.09.13 † Schriek 2016.11.26 echtgenoot Ceulemans Lea (B+P)
    Van Herck Paul ° Schriek 1958.08.01 † Beerzel 2016.12.14 echtgenoot Jacobs Christiane (B)
    Serneels Emiel ° Schriek 1943.06.03 † Schriek 2016.12.13 (B)
    Mariën Fons ° Schriek 1928.08.11 † Beerzel 2016.12.19 weduwnaar Lambrechts Bertha (B)
    Van Criekinge Rik ° 1941.05.02 † 2016.12.20
    Symens Nest ° Schriek 1942.11.14 † Schriek 2016.12.25 echtgenoot De Cuyper Mariette (B)
    Croonen Albert ° Beerzel 1931.01.16 † WZC Putte 2016.12.28 weduwnaar Meuris Louisa (B)

    2017

    De Winter Irène ° Schriek 1929.09.29 † WZC O.L.V.-Waver 2017.01.04 weduwe Van Dessel Emiel (B)
    Geens Achiel 'Jules' ° Rijmenam 1928.11.21 † AZ Bonheiden 2017.01.07 echtgenoot Goris Wiske (B)
    Dockx Magdalena ° Schriek 1928.01.07 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.01.12 weduwe Storms Alphons (B)
    De Cuyper Frans ° Schriek 1930.12.05 † AZ Bonheiden 2017.01.13 weduwnaar Wijns Celine (B)
    Van den Bosch Georges ° Beerzel 1937.03.21 † AZ Bonheiden 2017.01.19 echtgenoot Michiels Maria (B+P)
    Van den Broeck Julienne ° Heist-op-den-Berg 1941.04.13 † Schriek 2017.01.21 weduwe Van Hole Frans (B)
    Pelgrims Fons ° Putte 1939.12.28 † AZ Mechelen 2017.01.24 echtgenoot Vermeulen Yvonne (B)
    Pelgrims Frans ° Keerbergen 1932.05.22 † WZC Tremelo 2017.01.23 echtgenoot Pardon Marie Thérèse (Melanie) (B)
    De Haes Lennert ° 2000.08.02 † 2017.01.29 (B)
    Van Rompuy Maria ° Schriek 1932.03.08 † Bonheiden 2017.01.31 echtgenote Wauters Etienne (B)
    Hermans Jef ° Schriek 1922.12.31 † WZC Tremelo 2017.02.01 echtgenoot Verschueren Rosa (B)
    Claes Irène ° Schriek 1929.01.16 † Bonheiden 2017.02.07 weduwe Van Rillaer Jean (B)
    Lambrechts Jules ° Schriek 1932.03.14 † Keerbergen 2017.02.10 weduwnaar Van Craen Julia (B+P)
    Pelgrims Jos ° Schriek 1934.11.29 † AZ Bonheiden 2017.02.15 weduwnaar Vertongen Irma - partner Verschueren Germaine (B)
    Wielockx Delphine ° Schriek 1932.05.12 † WZC Tremelo 2017.03.01 weduwe Serneels Frans (B)
    De Potter Hendrik ° Malderen 1937.05.28 † AZ Mechelen 2017.03.03 echtgenoot Geens Julia (B)
    Heremans Gusta ° Tremelo 1924.01.22 † WZC Tremelo 2017.03.06 weduwe Verschaeren Frans (B)
    Nagels Clara ° Schriek 1924.05.16 † AZ Bonheiden 2017.03.07 weduwe Lens Frans (B)
    Timmermans André ° Keerbergen 1939.04.04 † AZ Bonheiden 2017.03.17 echtgenoot Verhaegen Martha (B)
    Van den Acker Marcel ° Leuven 1932.01.12 † AZ Duffel 2017.03.27 echtgenoot Delen Maria (B)
    Volkaerts Mon ° Schriek 1926.08.17 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.04.05 echtgenoot Goossens Angele (B)
    Van Looy Louis ° Lier 1939.06.04 † Schriek 2017.04.04 echtgenoot Wouters Julienne (B)
    Ooms Angèle )° Schriek 1933.02.02 † WZC Begijnendijk 2017.04.07 weduwe Jacobs Frans (B)
    Van Loo Philibert ° Schriek-Grootlo 1937.06.30 † AZ Bonheiden 2017.04.17 echtgenoot De Schutter Irma (B)
    Mariën Florent ° Schriek 1922.07.14 † Putte 2017.04.30 weduwnaar De Swert Octavie (B)
    Koekoekx Marcel ° Vilvoorde 1939.07.21 † AZ Bonheiden 2017.04.29 weduwnaar Vervloesem Anny (B)
    Van Looy Maria ° Rijmenam 1924.06.17 † AZ Bonheiden 2017.05.08 echtgenote Schroyens Leon (B)
    Wouters Leopold ° Betekom 1931.09.11 † WZC Aarschot 2017.05.12 echtgenoot Van Styvoort Paula (B)
    Verlinden Julia ° Schriek 1928.10.02 † AZ Lier 2017.05.22 weduwe Van den Broeck Frans (B)
    Lambrechts Martha ° Schriek 1929.03.10 † AZ Bonheiden 2017.05.23 echtgenote Scheirs Herman (B)
    Gielen Roger ° 1932.06.18 † 2017.05.26
    Tielemans Maria ° Schriek 1930.10.21 † AZ Bonheiden 2017.05.27 weduwe Baestaens Emiel (B)
    Waegemans Marc ° Etterbeek 1947.09.09 † Tremelo 2017.06.01 (B)
    Van Duvel Josephina ° Schriek 1922.12.29 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.06.03 weduwe Van Oosterwyck Jos (B)
    Keuleers Eduard ° Putte 1927.02.24 † WZC Beerzel 2017.06.10 echtgenoot Lens José (B)
    Van Wunsel Jules ° Heist-op-den-Berg 1936.06.05 † AZ Bonheiden 2017.06.21 (B)
    Cristael Emma ° Heist-op-den-Berg 1928.04.26 † AZ Bonheiden 2017.06.23 (B)
    Elia Antonio ° 1945.08.20 † 2017.07.03 echtgenoot Vansteenland Linda
    Verbeeck Ivonne ° Schriek 1924.04.22 † WZC Keerbergen 2017.07.04 weduwe Van Kelst Jules (B)
    Mariën Florimond ° Keerbergen 1943.12.17 † WZC Tremelo 2017.07.17 echtgenoot Heremans Maria (B)
    Verhaegen Frans ° Schriek 1926.11.18 † AZ Bonheiden 2017.07.24 echtgenoot Portael Hilda (B)
    Boecksteyns Madeleine ° Keerbergen 1930.08.14 † AZ Bonheiden 2017.08.05 echtgenote Vermeulen Jos (B+P)
    Van Oosterwyck Delphina ° Schriek 1932.11.13 † AZ Lier 2017.08.11 weduwe Laureys Emiel (B)
    Vermeulen Georges ° Schriek 1933.04.19 † Schriek 2017.08.13 (B)
    Scheirs Jules ° Heist-op-den-Berg 1932.12.16 † Schriek 2017.08.15 weduwnaar Cristael Sidonie (B)
    Verwimp Sylvia ° Beerzel 1939.05.21 † WZC Tremelo 2017.08.19 weduwe Van Goethem François (B)
    Van Craen Johny Frans ° Putte 1957.09.05 † AZ Bonheiden 2017.08.22 (B)
    Lens Jozef ° Schriek 1933.04.02 † AZ Bonheiden 2017.08.26 weduwnaar Cravillon Amelia (B)
    De Haes Louis ° Schriek 1931.12.17 † AZ Bonheiden 2017.09.21 weduwnaar Van Egdom Rachel (B)
    De Winter Mariette ° Schriek 1935.02.01 † WZC Beerzel 2017.09.21 weduwe De Preter Alfons (B)
    Van den Bruel Maria ° Heist-op-den-Berg 1926.10.07 † WZC Beerzel 2017.09.29 weduwe Crauwels Frans (B)
    Van Herck Louis ° Schriek 1924.07.17 † AZ Bonheiden 2017.10.08 weduwnaar Torfs Rosa (B)
    Van Eycken Celine ° Keerbergen 1923.03.31 † WZC Haacht 2017.10.11 weduwe Geens Leopold (B)
    Op de Beeck Elvira ° Schriek 1928.04.06 † AZ Bonheiden 2017.11.11 weduwe Nagels René (B)
    Volkaerts Germaine ° Schriek 1929.01.29 † AZ Bonheiden 2017.11.26 weduwe Clissen Louis (B)
    Van Hoof Francine ° Schriek 1941.11.30 † UZA Edegem 2017.11.26 weduwe Van den Bosch Louis (B)
    Van Uffel Francis ° Schriek 1946.10.19 † Schriek 2017.12.05 (B)
    De Cuyper Jef ° Schriek 1926.11.21 † AZ Bonheiden 2017.12.09 weduwnaar Wyckmans Josephine (B)
    Mees Henri ° Willebroek 1934.03.26 † WZC Wiekevorst 2017.12.15 echtgenoot Willemen Paula (B+P)
    Keymolen Marcel ° Keerbergen 1928.10.21 † WZC Tremelo 2017.12.21 weduwnaar Van Craen Julia (B)
    Verschueren Paula ° Schriek 1937.06.09 † Schriek 2017.12.22 weduwe Geeraerts Jan (B)
    Feyaerts Celine ° Schriek 1923.03.28 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.12.24 weduwe Van Roosbroeck Oscar (B)
    Van den Eynde Jan ° Heist-op-den-Berg 1964.06.19 † Huize Eigen Haard - Aarschot 2017.12.28 (B)

    wordt vervolgd



    01-01-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    07-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Overlijdens 1561-1575

     OVERLIJDENS uit 1561- 1575 
    KAS 87b 
    bewerkt door
    René Lambrechts

    Deze gegevens komen uit het oudste rekeningenboekje van de kerkmeesters

    Hoelmans Nicasius voor 1561

    Verdoren Jan 1561
    Tsgrooten Marie 1561
    Verstappen Joris 1561.01.26
    Hoelmans Berten 1561
    Lammittans Kateryn vrouw van Jan Gas 1561
    Hoelmans Cornelis 1561
    Vercalsteren Bastiaens 1561
    Van Hove Kateryn 1561
    Van Horyck Mergriet 1561

    dochter van Laukens Jan 1562
    de huysvrouwe van Hoolmans Lembrecht 1562
    Antonis Boon 1562
    De Winter Jan van Van Doren Cornelia 1562

    Ruysch Bastiaen 1563
    Vercalsteren Mahielis 1563
    De Cuyper Nycasis 1563

    Vercalsteren Jans 1564
    Vercalsteren Anneken 1564
    Roecx Anna 1564
    Cuypers Michiels 1564
    Vanden Moer Barbels 1564

    Vercalsteren Lysberten ende Lysbet haer dochter 1565
    De Groot Jans 1565
    Hoelmans Lambrecht 1565
    Bollens Peeter 1565

    De Hont Wouter huysvrouwe 1566

    De Roeck Jacops 1567
    Tummermans Peeter 1567

    Vermolen Jans alias Stelleken 1568
    Joostes Maria 1568
    Van Hove Hennens Ghoris sone 1568
    Ghoorts Henrick 1568

    Van Hove Ghoris 1569
    Verstappen Mergriete 1569 Peeters Symoen 1569
    Raeps Mariken 1569
    Vrints Janniken Jans dochter 1569
    Ruysch Machiel syn der huysvrouwen 1569
    Claes Wouter 1569
    Boelaerts Jan synen huysvrouwen 1569
    weduwe Claes Willem 1569
    Hoelmans Jan 1569
    Lintermans Michiel 1569
    Claes Anna 1569
    Vercalsteren Sebastiaen 1569
    Hoelmans Cornelis 1569
    weduwe Hoelmans Ziele 1569
    Timmermans Jan 1569
    weduwe Timmermans Michiels 1569
    Timmermans Lysbet 1569
    weduwe Hontss 1569
    De Groote Henrick synder huys vrouwe 1569
    Serneels Kersten 1569
    Van Hoorick Margriete 1569
    Bollens Henric huysvrouwe 1569
    Vermylen Henrick 1569
    Van Hoven Katryna 1569
    Van Calsteren Yeken 1569
    Van Doren Cornelia lasarus 1569
    Verstappen Joris 1569
    Van Doerne Jan 1569
    Verdonck Lembrecht 1569
    Gas Jan van Linken synder huysvrouwen 1569

    Skanters Marie 1570
    Verhulst Jans huysvrouwen 1570
    De Hont Willems 1570
    sCuypers Beyken Nicasius dochter 1570

    Van Doren Hank 1571
    Boghaerts Mergrieten 1571
    Schats Anniken 1571
    Vermelen Gielis huysvrouwen 1571
    Appostools Niclaes 1571

    Claes Wouter Janssone 1572
    Van Ollimens Peeters huysvrouwe 1572
    Verstappen Henrick 1572
    Cools Henrick 1572

    Vercalsteren Michiel huysvrouwe 1573
    Hoelmans Aert 1573
    Storms Elisabeth van Haeht 1573
    Voet Merten huysvrouwe 1573
    Vercalsteren Jan Claeskens 1573
    Hoelmans Kersten 1573
    Ruysch Miechiele met syn der huysvrouwe 1573
    De Groote Jan de jonghe 1573
    Smeeren Margriet 1573
    Bollens Berbel 1573
    Egghers Willem 1573

    Berchmans Symoen wyffs 1575
    Vercalsteren Peeter Peeterssone huysvrouwen 1575
    Vermolen Kersten 1575
    Vermolen Kersten huysvrouwen 1575
    Vercalsteren Henrick 1575
    Lintermans Maria lasarus 1575
    Vercalsteren Machiels Peeterssone 1575
    Verloe Andries 1575

    Van Doorene Wouter 1574
    Vanden Broecke Ydekens 1574
    Docx Jan 1574
    De Cuyper Jan huysvrouwe 1574

    wordt vervolgd



    07-10-2015, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    04-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geboorteakten BS 1809-

     BURGELIJKE STAND - SCHRIEK 
    Geboorteakten 1809 - 18..
    bewerkt door
    René Lambrechts


    VAN DEN EYNDE Bernardus ° Schriek 1809.01.09 om 04 u. z Van den Eynde Gommarus landbouwer 42 jaar & Liekens Joanna - aangifte op 1809.01.09 - getuigen : Holemans Joannes landbouwer 40 jaar en Nys Jacobus rademaker 53 jaar (1809-1)

    LAMBRECHTS Joanna ° Schriek 1809.01.11 om 20 u. d Lambrechts Adrianus veldwachter 46 jaar & Van Dessel Elisabeth - aangifte op 1809.01.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van den Eynde Elico landbouwer 26 jaar (1809-2)

    LAMBRECHTS Franciscus ° Schriek 1809.01.11 om 20 u. z Lambrechts Adrianus veldwachter 46 jaar & Van Dessel Elisabeth - aangifte op 1809.01.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van den Eynde Elico landbouwer 26 jaar (1809-2b)

    VAN EEDEN Joanna ° Schriek 1809.01.25 om 02 u. d Van Eeden Egidius landbouwer 31 jaar & De Winter Catharina - aangifte op 1809.01.25 - getuigen : Van Hoof Cornelius landbouwer 28 jaar en De Peuter Henricus landbouwer 56 jaar (1809-3)

    DE CLYN Philippus ° Schriek 1809.01.25 om 22 u. z De Clyn Cornelius landbouwer 29 jaar & Van Herck Joanna - aangifte op 1809.01.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 44 jaar en De Clyn Michaël landbouwer 36 jaar (1809-4)

    NAEGELS Elisabeth ° Schriek 1809.02.15 om 23.30 u. d Naegels Henricus landbouwer 29 jaar & Boeckstaens Maria - aangifte op 1809.02.16 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Naegels Alexander landbouwer te Heist-op-den-Berg 26 jaar (1809-6)

    DE RYCK Catharina ° Schriek 1809.02.18 om 21 u. d De Ryck Guillielmus landbouwer 23 jaar & Van Craen Theresia - aangifte op 1809.02.20 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van Craen Joannes landbouwer 66 jaar (1809-7)

    VAN HEERLE Joanna ° Schriek 1809.03.12 om 04 u. d Van Heerle Joannes kuiper 52 jaar & Lens Maria Theresia - aangifte op 1809.03.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Geeraerts Adrianus knecht 33 jaar (1809-8)

    VAN HERCK Maria ° Schriek 1809.04.01 om 05 u. d Van Herck Adrianus landbouwer 48 jaar & Goris Joanna Maria - aangifte op 1809.04.01 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van Herck Joannes Baptist landbouwer 55 jaar (1809-9)

    SCHEERENS Joanna ° Schriek 1809.04.07 om 20 u. d Scherens Petrus landbouwer 24 jaar & Scheirens Elisabeth - aangifte op 1809.04.08 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Scheerens Petrus landbouwer 58 jaar (1809-10)

    RAEYMAECKERS Angelina ° Schriek 1809.04.14 om 20 u. d Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer 58 jaar & Scheerens Maria Anna - aangifte op 1809.04.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer te Heist-op-den-Berg 26 jaar (1809-11)

    VERLINDEN Joanna ° Schriek 1809.04.19 om 16 u. d Verlinden Petrus landbouwer 49 jaar & Swaelen Elisabeth - aangifte op 1809.04.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Geeraerts Adrianus dagloner 33 jaar (1809-12)

    THYS Theresia ° Schriek 1809.04.22 om 12 u. d Thys Josephus landbouwer 44 jaar & Van Hove Anna Catharina - aangifte op 1809.04.25 - getuigen : Gyselincx Cornelius landbouwer 48 jaar en Uyterhoeven Joannes Franciscus koopman te Werchter 44 jaar (1809-13)

    VERSCHUEREN Petrus ° Schriek 1809.05.01 om 10 u. z Verschueren Adrianus landbouwer 36 jaar & Verbeeck Anna - aangifte op 1809.05.01 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Verschueren Franciscus landbouwer 59 jaar (1809-14)

    FEYAERTS Joannes Baptist ° Schriek 1809.05.05 om 13 u. z Feyaerts Joannes Franciscus landbouwer 31 jaar & Scheerens Anna Catharina - aangifte op 1809.05.05 - getuigen : Van den Broeck Franciscus molenaar 53 jaar en De Ryck Philippus landbouwer 53 jaar (1809-15)

    VINCX Josephina ° Schriek 1809.05.09 om 19 u. d Vincx Magdalena landbouwster - aangifte op 1809.05.10 - getuigen : De Bie Joannes landbouwer 43 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar (1809-16)

    DE BIE Rosalia ° Schriek 1809.05.10 om 05.30 u. d De Bie Joannes landbouwer 42 jaar & Goris Joanna Catharina - aangifte op 1809.05.10 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Vincx Jacobus landbouwer 36 jaar (1809-17)

    DE CEUSTER Theresia ° Schriek 1809.05.11 om 09 u. d De Ceuster Joannes dagloner 40 jaar & Van den Broeck Maria - aangifte op 1809.05.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Craen Petrus landbouwer 72 jaar (1809-18)

    VAN CRAEN Petrus ° Schriek 1809.05.14 om 03.30 u. z Van Craen Joannes Baptist landbouwer 26 jaar & Laeremans Anna Catharina - aangifte op 1809.05.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Craen Petrus landbouwer 73 jaar (1809-19)

    VERHAEGEN Theresia ° Schriek 1809.05.24 om 05.30 u. d Verhaegen Petrus landbouwer 36 jaar & Ceuls Anna - aangifte op 1809.05.24 - getuigen : Verschueren Franciscus kleermaker 27 jaar en Van Woensel Egidius landbouwer 28 jaar (1809-20)

    VAN DEN EYNDE Catharina ° Schriek 1809.05.26 om 19 u. d Vincx Carolina - aangifte op 1809.05.27 door Vincx Joannes Baptist - getuigen : De Groot Joannes Baptist schoenmaker 62 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar (1809-21)

    SCHEERENS Maria ° Schriek 1809.05.27 om 21.30 u. d Scheerens Lambertus landbouwer 39 jaar & Mombaers Maria Theresia - aangifte op 1809.05.28 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Lambrechts Joannes Baptist rentenier te Heist-op-den-Berg 27 jaar (1809-22)

    VAN POYER Joanna ° Schriek 1809.06.11 om 21 u. d Van Poyer Adrianus landbouwer 29 jaar & De Swert Theresia - aangifte op 1809.06.12 - getuigen : De Clyn Michael landbouwer 39 jaar en Van Woensel Adrianus landbouwer te Heist-op-den-Berg 28 jaar (1809-23)

    MORIS Theresia ° Schriek 1809.06.13 om 01 u. d Moris Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 29 jaar & Melis Elisabeth - aangifte op 1809.06.13 - getuigen : Verstraeten Guilielmus herbergier 37 jaar en Van Herck Egidius landbouwer te Heist-op-den-Berg 47 jaar (1809-24)

    JANSSENS Franciscus ° Schriek 1809.07.26 om 18 u. z Janssens Petrus dagloner 31 jaar & Goelen Petronella - aangifte op 1809.06.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus dagloner 34 jaar (1809-25)

    CEULEMANS Josephus ° Schriek 1809.07.07 om 03 u. z Ceulemans Petrus dagloner 41 jaar & De Winter Joanna - aangifte op 1809.07.07 - getuigen : Heremans Joannes landbouwer 51 jaar en De Peuter Henricus landbouwer 56 jaar (1809-26)

    VAN DE VLIEDT Theresia ° Schriek 1809.07.15 om 08 u. d Van de Vliedt Joannes schoenmaker 31 jaar & Van Noten Maria - aangifte op 1809.07.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Jacobus landbouwer 22 jaar (1809-27)

    VERSCHUEREN Adrianus ° Schriek 1809.07.26 om 04 u. z Verschueren Franciscus kleermaker 27 jaar & Verhaegen Elisabeth - aangifte op 1809.07.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verschueren Adrianus landbouwer 55 jaar (1809-28)

    VAN DEN BROECK Petronella ° Schriek 1809.07.26 om 07 u. z d Van den Broeck Joannes landbouwer 31 jaar & Verschueren Joanna - aangifte op 1809.07.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en De Wever Joannes Baptist landbouwer 30 jaar (1809-29)

    STORMS Joanna ° Schriek 1809.08.19 om 09 u. z d Storms Joannes landbouwer 39 jaar & Claes Theresia - aangifte op 1809.08.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Storms Antonius landbouwer 40 jaar (1809-30)

    VAN LOOCK Dorothea ° Schriek 1809.09.02 om 12 u. d Van Loock Petrus landbouwer 43 jaar & Docx Carolina - aangifte op 1809.09.02 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Houtvink Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 42 jaar (1809-31)

    VERMYLEN Regina ° Schriek 1809.09.07 om 03 u. d Vermylen Joannes Norbertus koopman 34 jaar & Wyns Isabella - aangifte op 1809.09.07 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus landbouwer 34 jaar (1809-32)

    VAN DESSEL Petrus ° Schriek 1809.09.11 om 22 u. z Van Dessel Petrus landbouwer 50 jaar & Goossens Anna Maria Theresia - aangifte op 1809.09.12 - getuigen : Verlinden Petrus landbouwer 71 jaar en De Ryck Philippus landbouwer te Heist-op-den-Berg 53 jaar (1809-33)

    WAUTERS Adrianus ° Schriek 1809.09.13 om 17 u. z Wauters Joannes Franciscus landbouwer 35 jaar & Caes Theresia - aangifte op 1809.09.14 - getuigen : Scherens Petrus landbouwer 59 jaar en Van der Roost Henricus landbouwer te Keerbergen 38 jaar (1809-34)

    WAUTERS Joannes Baptist ° Schriek 1809.09.13 om 17 u. z Wauters Joannes Franciscus landbouwer 35 jaar & Caes Theresia - aangifte op 1809.09.14 - getuigen : Scherens Petrus landbouwer 59 jaar en Van der Roost Henricus landbouwer te Keerbergen 38 jaar (1809-35)

    VAN DEN BRANDE Regina ° Schriek 1809.09.13 om 22.30 u. d Van den Brande Joannes herbergier 29 jaar woonde Dorp & De Cleyn Elisabeth - aangifte op 1809.09.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Woensel Egidius landbouwer te Heist-op-den-Berg 25 jaar (1809-36)

    VAN DER AUWERMOLEN Angelina ° Schriek 1809.09.21 om 08 u. d Van der Auwermolen Joannes Baptist dagloner 46 jaar woonde Grootlo & Caes Anna Elisabeth - aangifte op 1809.09.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus dagloner 34 jaar (1809-37)

    LAMBRECHTS Maria ° Schriek 1809.09.23 om 02.30 u. d Lambrechts Jacobus landbouwer herbergier 39 jaar woonde Dorp & Weyns Maria Anna - aangifte op 1809.09.23 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Josephus knecht 34 jaar (1809-38)

    VAN DUVEL Maria ° Schriek 1809.09.26 om 08.30 u. d Van Duvel Franciscus landbouwer 32 jaar & Claes Theresia - aangifte op 1809.09.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus landbouwer 34 jaar (1809-39)

    GYSEMANS Joanna ° Schriek 1809.10.27 om 04 u. d Gysemans Henricus landbouwer 38 jaar & Van Casteren Anna Elisabeth - aangifte op 1809.10.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Craen Joannes landbouwer 60 jaar (1809-40)

    DE BIE Benedictus ° Schriek 1809.11.02 om 03 u. z De Bie Gisbertus landbouwer 34 jaar & Holemans Anna Catharina - aangifte op 1809.11.02 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en De Bie Benedictus molenaar te Haacht 26 jaar (1809-41)

    SPRUYT Petrus ° Schriek 1809.11.05 om 12 u. z Spruyt Petrus landbouwer 41 jaar & Van Hove Maria - aangifte op 1809.11.06 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Bogaerts Petrus landbouwer 29 jaar (1809-42)

    RAPPOORT Elisabeth ° Schriek 1809.11.06 om 23 u. d Rappoort Joannes landbouwer 51 jaar & De Preter Maria Theresia - aangifte op 1809.11.07 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Ceulemans Henricus landbouwer te Keerbergen 46 jaar (1809-43)

    VAN RIJMENAM Josephus ° Schriek 1809.11.18 om 03 u. z Van Rijmenam Adrianus landbouwer 35 jaar & Van den Brande Maria Catharina - aangifte op 1809.11.18 - getuigen : Verstraeten Guilielmus herbergier 38 jaar en De Cat Joannes schoenmaker 22 jaar (1809-44)

    VAN HERCK Anna ° Schriek 1809.11.27 om 23 u. d Van Herck Joannes Baptist landbouwer 35 jaar & S' Jongers Anna Maria Catharina - aangifte op 1809.11.28 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Scheirens Joannes Baptist landbouwer 58 jaar (1809-45)

    VAN DEN EYNDE Joannes Baptist ° Schriek 1809.12.13 om 03.30 u. z Van den Eynde Petrus Franciscus kleermaker 34 jaar & Van den Eynde Maria Josephina - aangifte op 1809.12.13 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Eynde Franciscus kleermaker 22 jaar (1809-46)

    HOLEMANS Regina ° Schriek 1809.12.14 om 02 u. d Holemans Joannes Baptist landbouwer 32 jaar & Wyns Maria - aangifte op 1809.12.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Josephus landbouwer 24 jaar (1809-47)

    BOECKSTAENS Franciscus ° Schriek 1809.12.16 om 18 u. z Boeckstaens Joannes dagloner 25 jaar & Marien Elisabeth - aangifte op 1809.12.18 - getuigen : Van Herck Egidius landbouwer te Heist-op-den-Berg 46 jaar en Verstraeten Antonius landbouwer 29 jaar (1809-48)

    CEULEMANS Maria Anna ° Schriek 1809.12.30 om 16 u. d Ceulemans Adrianus kleermaker 49 jaar & De Peuter Philippina - aangifte op 1809.12.31 - getuigen : Ceuppens Joannes Baptist landbouwer 20 jaar en Ceuppens Joannes wever 37 jaar (1809-49)

    BRUYLANTS Joannes Baptist ° Schriek 1810.01.08 om 21.30 u. z Bruylants Elisabeth - aangifte op 1810.01.09 door Rymenams Joanna Maria - getuigen : Mylemans Joannes landbouwer 65 jaar en Ceuppens Joannes landbouwer 37 jaar (1810-1)

    VAN DEN BOSCH Theresia ° Schriek 1810.01.10 om 02 u. d Van den Bosch Egidius dagloner 25 jaar & Verbeeck Anna - aangifte op 1810.01.10 - getuigen : Goossens Franciscus landbouwer 50 jaar en Verbinnen Cornelius landbouwer 47 jaar (1810-2)

    HUYGENS Bernardina ° Schriek 1810.01.23 om 10.30 u. d Huygens Martinus koopman 39 jaar & Van Kelecom Anna Catharina - aangifte op 1810.01.23 - getuigen : Huygens Jacobus molenaar te Putte 31 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-3)

    DE PEUTER Maria ° Schriek 1810.01.23 om 17.30 u. d De Peuter Franciscus landbouwer 25 jaar & Smets Joanna - aangifte op 1810.01.24 - getuigen : Smets Antonius veldwachter te Heist-op-den-Berg 32 jaar en Van Imbeeck Franciscus koopman 49 jaar (1810-4)

    DE WINTER Elisabeth ° Schriek 1810.01.28 om 11 u. d De Winter Franciscus landbouwer 34 jaar & Van den Wyngaert Maria - aangifte op 1810.01.28 - getuigen : Van den Eede Egidius landbouwer 31 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-5)

    REYMENAMS Franciscus ° Schriek 1810.02.03 om 08 u. z Reymenams Joannes landbouwer 40 jaar & Buls Maria - aangifte op 1810.02.03 - getuigen : Michiels Franciscus landbouwer 27 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-6)

    VERSTREKEN Franciscus ° Schriek 1810.02.08 om 04 u. z Verstreken Joannes landbouwer 30 jaar & Wuyberghs Maria - aangifte op 1810.02.08 - getuigen : Wuyberghs Franciscus landbouwer 24 jaar en Wuyberghs Guillielmus landbouwer 64 jaar woonde Trommelstraat (1810-7)

    VAN HOOVE Joanna ° Schriek 1810.03.04 om 04 u. d Van Hoove Petrus Joannes wever 33 jaar & Heremans Joanna - aangifte op 1810.03.05 - getuigen : Van Hove Anselme landbouwer te Walem 28 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-8)

    VERMEYLEN Rosa ° Schriek 1810.03.03 om 11.30 u. d Vermeylen Guilielmus landbouwer 38 jaar & Engels Anna Maria - aangifte op 1810.03.05 - getuigen : Wyns Judocus landbouwer te Keerbergen 68 jaar en Vercalsteren Petrus landbouwer 22 jaar (1810-9)

    UYTERHOEVEN Theresia ° Schriek 1810.03.10 om 20.30 u. d Uyterhoeven Daniël landbouwer 36 jaar & Wouters Joanna - aangifte op 1810.03.12 - getuigen : Wouters Joannes Andreas landbouwer te Heist-op-den-Berg 39 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-10)

    CROONEN Dorothea ° Schriek 1810.03.13 om 04 u. d Croonen Joannes Franciscus landbouwer 38 jaar & Smets Anna Catharina - aangifte op 1810.03.12 - getuigen : Liekens Joannes Baptist landbouwer te Heist-op-den-Berg 34 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar (1810-11)

    WOUTERS Joanna Cornelia ° Schriek 1810.03.20 om 01 u. d Wouters Franciscus landbouwer 46 jaar & De Clyn Joanna Maria - aangifte op 1810.03.20 - getuigen : Tielemans Ludovicus landbouwer 40 jaar en Van den Broeck Franciscus landbouwer 37 jaar (1810-12)

    RYMENAMS Regina ° Schriek 1810.03.24 om 18.30 u. d Rymenams Jacobus landbouwer 29 jaar & Claes Catharina - aangifte op 1810.03.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Joannes Antonius landbouwer 28 jaar (1810-13)

    VAN CASTEREN Antonius ° Schriek 1810.03.25 om 10.30 u. z Van Casteren Petrus kuiper 40 jaar & Huybrechts Anna Catharina - aangifte op 1810.03.26 - getuigen : Van den Brande Joannes herbergier 30 jaar en Holemans Petrus landbouwer 54 jaar (1810-14)

    WAUTERS Franciscus ° Schriek 1810.03.27 om 02 u. d Wauters Petrus landbouwer 32 jaar & Van den Broeck Anna Catharina - aangifte op 1810.03.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Goossens Petrus landbouwer 40 jaar (1810-15)

    EGGERS Carolus ° Schriek 1810.03.30 om 03 u. z Eggers Adrianus landbouwer 37 jaar & Van Tongelen Theresia - aangifte op 1810.03.30 - getuigen : De Clyn Michael landbouwer 39 jaar en Holemans Petrus landbouwer 54 jaar (1810-16)

    NYS Joanna ° Schriek 1810.04.05 om 03 u. d Nys Franciscus landbouwer 48 jaar & Uyterhoeven Joanna - aangifte op 1810.04.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Eynde Elico kleermaker 28 jaar (1810-17)

    GYSEMANS Josephus ° Schriek 1810.04.06 om 14.30 u. z Gysemans Joannes Franciscus landbouwer 36 jaar & Van Craen Elisabeth - aangifte op 1810.04.07 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Judocus landbouwer 67 jaar (1810-18)

    MEES Theodorus ° Schriek 1810.04.16 om 22.30 u. z Mees Michaël landbouwer 38 jaar & Goris Anna Maria - aangifte op 1810.04.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Franciscus landbouwer 22 jaar (1810-19)

    GOOSSENS Dorothea ° Schriek 1810.04.29 om 02 u. d Goossens Franciscus landbouwer 51 jaar & Claes Anna Catharina - aangifte op 1810.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Petrus landbouwer 50 jaar (1810-20)

    VAN CASTEREN Joanna ° Schriek 1810.04.30 om 03 u. d Van Casteren Guilielmus landbouwer 34 jaar & Nys Maria - aangifte op 1810.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Petrus landbouwer 56 jaar (1810-21)

    VERHOEVEN Catharina ° Schriek 1810.05.08 om 01 u. d Nys Joanna weduwe Verhoeven Judocus - aangifte op 1810.05.08 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verhoeven Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 46 jaar (1810-22)

    VAN ITTERBEECK Anna ° Schriek 1810.05.30 om 12.30 u. d Van Itterbeeck Antonius landbouwer 46 jaar & Op de Beeck Elisabeth - aangifte op 1810.05.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Broeck Franciscus molenaar 49 jaar (1810-23)

    WOUTERS Franciscus ° Schriek 1810.06.05 om 08 u. z Wouters Egidius landbouwer 33 jaar & Heremans Anna Maria - aangifte op 1810.06.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Heremans Joannes Baptist landbouwer te Heist-op-den-Berg 42 jaar (1810-24)

    DE CLEYN Theodorus ° Schriek 1810.06.10 om 07.30 u. z De Cleyn Cornelius landbouwer 33 jaar & Van Herck Joanna - aangifte op 1810.06.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Cornelius landbouwer te Heist-op-den-Berg 59 jaar (1810-25)

    VAN NUFFEL Isabella ° Schriek 1810.06.13 om 01 u. d Van Nuffel Petrus landbouwer 35 jaar & Spruyt Maria - aangifte op 1810.06.13 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Nuffel Egidius landbouwer 73 jaar (1810-26)

    VAN HOVE Franciscus ° Schriek 1810.06.15 om 03 u. z Van Hove Cornelius landbouwer 29 jaar & Dockx Joanna - aangifte op 1810.06.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Brabants Franciscus landbouwer 58 jaar (1810-27)

    VERSCHUEREN Napoleon ° Schriek 1810.06.24 om 17 u. z Verschueren Joannes dagwerker 28 jaar & Verstraeten Joanna - aangifte op 1810.06.25 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Petrus landbouwer 49 jaar (1810-28)

    VAN DE VLIET Theresia ° Schriek 1810.07.04 om 23 u. d Van de Vliet Henricus landbouwer 43 jaar & Suetens Maria Theresia - aangifte op 1810.07.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van de Vliet Petrus Antonius landbouwer te Bonheiden 48 jaar (1810-29)

    VAN HOVE Joannes Baptist ° Schriek 1810.07.04 om 23 u. d Van Hove Leonardus landbouwer 37 jaar & Verbruggen Maria Anna - aangifte op 1810.07.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Ceulemans Joannes Baptist landbouwer 28 jaar (1810-30)

    BULS Maria ° Schriek 1810.07.17 om 10 u. d Buls Andreas landbouwer 42 jaar & Liekens Isabella - aangifte op 1810.07.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Melis Guilielmus landbouwer 28 jaar (1810-31)

    BULS Petrus ° Schriek 1810.07.17 om 16 u. z Buls Andreas landbouwer 42 jaar & Liekens Isabella - aangifte op 1810.07.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Melis Guilielmus landbouwer 28 jaar (1810-32)

    VAN WOENSEL Theresia ° Schriek 1810.07.21 om 05 u. d Van Woensel Adrianus landbouwer 30 jaar & Storms Catharina - aangifte op 1810.07.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Storms Rumoldus landbouwer 23 jaar (1810-33)

    VERHAEGEN Josephus ° Schriek 1810.07.30 om 17 u. z Verhaegen Petrus landbouwer 38 jaar & Ceuls Anna - aangifte op 1810.07.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verschueren Franciscus kleermaker 28 jaar (1810-34)

    VERHAEGEN Joannes Baptist ° Schriek 1810.08.15 om 02 u. z Verhaegen Antonius landbouwer 31 jaar & Verschueren Anna - aangifte op 1810.08.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Broeck Joannes landbouwer 31 jaar (1810-35)

    VAN HERCK Henricus ° Schriek 1810.08.19 om 10 u. z Van Herck Joannes Baptist landbouwer 31 jaar & De Ryck Theresia - aangifte op 1810.08.19 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Thys Joannes landbouwer 25 jaar (1810-36)

    VERSCHUEREN Josephus ° Schriek 1810.08.30 om 01 u. z Verschueren Egidius wever 48 jaar & Ludovicus Maria Theresia - aangifte op 1810.08.30 - getuigen : Van Herck Joannes Baptist landbouwer 46 jaar en De Coster Joannes landbouwer 42 jaar (1810-37)

    OP DE BEECK Carolus ° Schriek 1810.09.04 om 01 u. z Op de Beeck Andreas landbouwer 36 jaar & Calottens Joanna - aangifte op 1810.09.04 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Peeters Carolus landbouwer te Putte 45 jaar (1810-38)

    VAN HERCK Antonius ° Schriek 1810.09.03 om 23 u. z Van Herck Adrianus koopman 52 jaar & Goris Joanna Maria - aangifte op 1810.09.04 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Goossens Carolus landbouwer 27 jaar (1810-39)

    VERMYLEN Theodorus ° Schriek 1810.09.04 om 20 u. z Vermylen Joannes Baptist landbouwer 38 jaar & De Preter Joanna - aangifte op 1810.09.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Vermylen Cornelius landbouwer te Booischot 28 jaar (1810-40)

    DE WEVER Franciscus ° Schriek 1810.09.13 om 20 u. z De Wever Joannes Baptist landbouwer 32 jaar & Verschueren Petronella - aangifte op 1810.09.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verschueren Franciscus landbouwer 60 jaar (1810-41)

    TRAETS Maria ° Schriek 1810.09.19 om 18 u. d Traets Franciscus landbouwer 33 jaar & De Ryck Catharina - aangifte op 1810.09.20 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Traets Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 38 jaar (1810-42)

    DE MEES Regina ° Schriek 1810.09.23 om 04 u. d De Mees Adrianus landbouwer 56 jaar & Baeten Elisabeth - aangifte op 1810.09.23 - getuigen : Goossens Franciscus dagwerker 24 jaar en Holemans Petrus landbouwer 53 jaar (1810-43)

    SCHEERENS Franciscus ° Schriek 1810.09.25 om 02 u. z Scheerens Petrus landbouwer 31 jaar & Scheerens Elisabeth - aangifte op 1810.09.25 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en Scheerens Franciscus landbouwer 27 jaar (1810-44)

    VAN DEN BROECK Catharina ° Schriek 1810.10.01 om 20 u. d Van den Broeck Franciscus landbouwer 50 jaar & Eggers Maria - aangifte op 1810.10.02 - getuigen : De Clyn Cornelius landbouwer 33 jaar en Wauters Franciscus landbouwer 48 jaar (1810-45)

    VERSCHUEREN Josephus ° Schriek 1810.10.05 om 03 u. z Verschueren Franciscus landbouwer 50 jaar & Verhaegen Elisabeth - aangifte op 1810.10.05 - getuigen : De Mees Adrianus barbier 55 jaar en Somers Wynandus veldwachter 47 jaar (1810-46)

    SCHUEREWEGEN Elisabeth ° Schriek 1810.10.10 om 22.30 u. d Schuerewegen Joannes Franciscus landbouwer 33 jaar & Eskens Anna Maria - aangifte op 1810.10.11 - getuigen : De Belder Adrianus landbouwer 50 jaar en Lens Franciscus landbouwer 56 jaar (1810-47)

    ENGELS Joannes Baptist ° Schriek 1810.10.12 om 08 u. z Engels Adrianus landbouwer 45 jaar & De Hondt Aldegondis - aangifte op 1810.10.12 - getuigen : Engels Joannes Baptist landbouwer te Werchter 41 jaar en Van Houtven Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 47 jaar (1810-48)

    VAN DESSEL Maria ° Schriek 1810.10.22 om 14.30 u. d Van Dessel Petrus landbouwer 53 jaar & Goossens Anna Maria Theresia - aangifte op 1810.10.22 - getuigen : De Bie Joannes landbouwer 44 jaar en Vincx Cornelius landbouwer 62 jaar (1810-49)

    VAN DEN BRANDE Franciscus ° Schriek 1810.10.24 om 04.30 u. z Van den Brande Joannes Baptist herbergier 31 jaar & De Clyn Elisabeth - aangifte op 1810.10.24 - getuigen : Brabants Franciscus landbouwer 58 jaar en Claes Joannes Franciscus landbouwer 39 jaar (1810-50)

    CLAES Joannes ° Schriek 1810.10.24 om 06 u. z Claes Joannes Franciscus landbouwer 39 jaar & Eggers Joanna - aangifte op 1810.10.24 - getuigen : Brabants Franciscus landbouwer 58 jaar en Van den Brande Joannes Baptist herbergier 31 jaar (1810-51)

    SCHEERENS Petrus ° Schriek 1810.11.02 om 02 u. z Scheerens Joannes Baptist landbouwer 35 jaar & Van Loock Elisabeth - aangifte op 1810.11.03 - getuigen : Wouters Petrus landbouwer 28 jaar en Ludovicus Joannes landbouwer 27 jaar (1810-52)

    GEERAERTS Elisabeth ° Schriek 1810.12.02 om 00.30 u. d Geeraerts Josephus landbouwer 35 jaar & Wyns Theresia - aangifte op 1810.12.03 - getuigen : Wyns Cornelius landbouwer 66 jaar en Van den Brande Joannes herbergier 31 jaar (1810-53)

    DE WINTER Joanna ° Schriek 1810.12.03 om 13.30 u. d De Winter Josephus landbouwer 26 jaar & Rymenams Maria - aangifte op 1810.12.03 - getuigen : De Winter Joannes landbouwer 68 jaar en Goelen Adrianus dagwerker te Beerzel 31 jaar (1810-54)

    JANSSENS Joannes Baptist ° Schriek 1810.12.08 om 06 u. z Janssens Petrus dagwerker 33 jaar & Goelen Petronella - aangifte op 1810.12.08 - getuigen : Ceuppens Joannes Baptist landbouwer 22 jaar en Geens Gummarus landbouwer 26 jaar (1810-55)

    VOLKAERTS Theresia ° Schriek 1810.12.14 om 03 u. z Volkaerts Egidius dagwerker 50 jaar & Geeraerts Catharina - aangifte op 1810.12.14 - getuigen : Ceuppens Joannes Baptist landbouwer 22 jaar en Geens Gummarus landbouwer 26 jaar (1810-56)

    WOUTERS Theodorus ° Schriek 1810.12.14 om 21 u. z Wouters Adrianus Franciscus landbouwer 37 jaar & Caes Theresia - aangifte op 1810.12.15 - getuigen : Wyns Petrus landbouwer te Baal 39 jaar en Somers Wynandus veldwachter 48 jaar (1810-57)

    VAN CRAEN Joanna ° Schriek 1810.12.16 om 08.30 u. d Van Craen Joannes Baptist landbouwer 28 jaar & Laeremans Anna Catharina - aangifte op 1810.12.17 - getuigen : Scheerens Adrianus landbouwer 50 jaar en Brabants Joannes landbouwer 62 jaar (1810-58)

    LIEKENS Theresia ° Schriek 1810.12.22 om 16 u. d Liekens Joannes landbouwer 28 jaar & Geeraerts Maria Theresia - aangifte op 1810.12.22 - getuigen : Volkaerts Egidius landbouwer 50 jaar en Dom Joannes landbouwer 40 jaar (1810-59)

    VOLKAERTS Joanna ° Schriek 1810.12.30 om 02 u. d Volkaerts Petrus landbouwer 28 jaar & Wouters Maria Theresia - aangifte op 1810.12.31 - getuigen : De Cuyper Egidius landbouwer 70 jaar en Brabants Franciscus landbouwer 56 jaar (1810-60)

    WOUTERS Joannes Baptist ° Schriek 1810.12.30 om 01 u. z Wouters Judocus landbouwer 34 jaar & Machiels Theresia - aangifte op 1810.12.31 - getuigen : Van den Putte Theodorus secretaris te Putte 30 jaar en Van den Broeck Christianus landbouwer 26 jaar (1810-61)

    LIEKENS Petrus ° Schriek 1811.01.03 om 23 u. z Liekens Jacobus landbouwer 39 jaar & De Winter Anna - aangifte op 1811.01.04 - getuigen : De Winter Petrus landbouwer 64 jaar en Wyns Philippus landbouwer 51 jaar (1811-1)

    GOOSSENS Theresia ° Schriek 1811.01.12 om 07 u. d Goossens Franciscus dagwerker 24 jaar & De Mees Joanna - aangifte op 1811.01.12 - getuigen : Goossens Egidius dagwerker 50 jaar en Vermylen Joannes Baptist landbouwer 39 jaar (1811-2)

    VAN NUFFEL Franciscus ° Schriek 1811.01.19 om 17 u. d z Van Nuffel Franciscus landbouwer 27 jaar & Vincx Elisabeth - aangifte op 1811.01.20 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 51 jaar en Wyns Philippus landbouwer 51 jaar (1811-3)

    VERMYLEN Melchior ° Schriek 1811.01.31 om 23 u. d z Vermylen Joannes Norbertus burgemeester-koopman 35 jaar & Wyns Isabella - aangifte op 1811.02.01 - getuigen : Wuybergs Franciscus dagwerker te Keerbergen 57 jaar en Op de Beeck Cornelius dagwerker te Keerbergen 34 jaar (1811-4)

    VAN DEN BROECK Petrus ° Schriek 1811.02.16 om 10 u. d z Van den Broeck Franciscus landbouwer 37 jaar & Wouters Maria Theresia - aangifte op 1811.02.16 - getuigen : Colfs Petrus landbouwer 51 jaar en Brabants Joannes landbouwer 62 jaar (1811-5)

    VERSCHUEREN Maria Theresia ° Schriek 1811.02.17 om 08 u. d Verschueren Adrianus landbouwer 38 jaar & Verbeeck Anna - aangifte op 1811.02.17 - getuigen : Verschueren Petrus landbouwer 25 jaar en Nys Jacobus wagenmaker 56 jaar (1811-6)

    SERNEELS Theresia ° Schriek 1811.02.24 om 10 u. d Serneels Petrus landbouwer 44 jaar & Van den Broeck Anna Catharina - aangifte op 1811.02.24 - getuigen : Brabants Franciscus landbouwer 59 jaar en Wyns Judocus landbouwer 68 jaar (1811-7)

    VAN RYMENAM Regina ° Schriek 1811.02.25 om 02 u. d Van Rymenam Adrianus landbouwer 36 jaar & Van den Brande Maria Catharina - aangifte op 1811.02.25 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 52 jaar en Verbeeck Petrus landbouwer 28 jaar (1811-8)

    GEERAERTS Antonius ° Schriek 1811.02.28 om 08.30 u. z Geeraerts Franciscus landbouwer 33 jaar & Storms Maria - aangifte op 1811.03.01 - getuigen : Storms Antonius landbouwer 41 jaar en Vincx Joannes Baptist landbouwer 52 jaar (1811-9)

    MEURIS Catharina ° Schriek 1811.03.01 om 23 u. z Meuris Franciscus landbouwer 31 jaar & Melis Elisabeth - aangifte op 1811.03.02 - getuigen : Melis Guilielmus landbouwer 29 jaar en Goossens Egidius dagwerker 51 jaar (1811-10)

    HOLEMANS Josephus ° Schriek 1811.03.04 om 10 u. z Holemans Petrus landbouwer 54 jaar & Lens Catharina - aangifte op 1811.03.04 - getuigen : Holemans Franciscus landbouwer 22 jaar en Van Herck Joannes Baptist metselaar 38 jaar (1811-11)

    VAN DEN EYNDE Elico ° Schriek 1811.03.09 om 04 u. z Van den Eynde Petrus Franciscus kruidenier 54 jaar & Van den Eynde Maria Josepha - aangifte op 1811.03.09 - getuigen : Van Rymenam Adrianus landbouwer 35 jaar en Vincx Joannes Baptist landbouwer 26 jaar (1811-12)

    DE BRUYN Maria Louisa ° Schriek 1811.03.10 om 08.30 u. z De Bruyn Joanna landbouwster - aangifte op 1811.03.11 - getuigen : Van den Eynde Petrus Franciscus kruidenier 34 jaar en Van Rymenam Adrianus landbouwer 35 jaar (1811-13)

    VAN ROMPAEY Elisabeth ° Schriek 1811.03.24 om 03 u. d Van Rompaey Leonardus landbouwer 38 jaar & Van den Eynde Maria Theresia - aangifte op 1811.03.25 - getuigen : Van Noten Henricus landbouwer 30 jaar en Boeckstaens Petrus landbouwer 77 jaar (1811-14)

    DE PRETER Susanna ° Schriek 1811.03.26 om 04 u. d De Preter Petrus landbouwer 40 jaar & Dockx Joanna - aangifte op 1811.03.26 - getuigen : Van Loock Petrus dagwerker 45 jaar en Vermylen Guibertus student 21 jaar (1811-15)

    DE RYCK Joannes Baptist ° Schriek 1811.03.29 om 01 u. d De Ryck Guillielmus landbouwer 47 jaar & Vervloesem Elisabeth - aangifte op 1811.03.29 - getuigen : Boeckstaens Petrus landbouwer 77 jaar en Geens Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 50 jaar (1811-16)

    DE MEES Regina ° Schriek 1811.04.05 om 07.30 u. d De Mees Isabella - aangifte op 1811.04.05 door Goossens Franciscus dagwerker 25 jaar woonde Dorp - getuigen : Van Camp Petrus dagwerker 61 jaar en Holemans Petrus landbouwer 55 jaar (1811-17)

    FEYAERTS Cornelius ° Schriek 1811.04.06 om 05 u. d Feyaerts Joannes Franciscus landbouwer 35 jaar & Scheerens Anna Catharina - aangifte op 1811.04.06 - getuigen : Claes Petrus landbouwer te Keerbergen 50 jaar en Colfs Joannes Baptist landbouwer 49 jaar (1811-18)

    COLFS Elisabeth ° Schriek 1811.04.09 om 11 u. d Colfs Joannes Baptist landbouwer 49 jaar & Van den Borne Anna Maria Catharina - aangifte op 1811.04.09 - getuigen : Feyaerts Franciscus landbouwer 35 jaar en Claes Petrus landbouwer te Keerbergen 50 jaar (1811-19)

    VAN OOSTERWYCK Petrus ° Schriek 1811.04.12 om 05 u. d Van Oosterwyck Petrus Franciscus kleermaker 42 jaar & Dockx Anna Catharina - aangifte op 1811.04.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en De Preter Petrus landbouwer 40 jaar (1811-20)

    VAN HIMBEECK Theresia ° Schriek 1811.04.18 om 21 u. d Van Himbeeck Magdalena - aangifte op 1811.04.19 door Van Himbeeck Franciscus landbouwer 50 jaar woonde Haezebergen - getuigen : Rymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-21)

    MICHIELS Catharina ° Schriek 1811.05.07 om 08 u. d Michiels Franciscus dagwerker 30 jaar & Buls Joanna Maria - aangifte op 1811.05.07 - getuigen : Reymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-22)

    NYS Theresia ° Schriek 1811.05.26 om 09.30 u. d Nys Petrus dagwerker 43 jaar & Van Craen Catharina - aangifte op 1811.05.27 - getuigen : Rymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-23)

    NAEGELS Theresia ° Schriek 1811.06.01 om 06 u. d Naegels Henricus dagwerker 32 jaar & Boekstaens Maria - aangifte op 1811.06.01 - getuigen : Rymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-24)

    NYS Regina ° Schriek 1811.06.08 om 14 u. d Nys Joannes Franciscus landbouwer 51 jaar & Goossens Maria - aangifte op 1811.06.10 - getuigen : Van der Auwera Guilielmus landbouwer 40 jaar en Van Herck Adrianus landbouwer 53 jaar (1811-25)

    SERNEELS Gabriël ° Schriek 1811.06.08 om 04 u. z Serneels Philippus landbouwer 40 jaar & Van den Broeck Theresia - aangifte op 1811.06.10 - getuigen : Van der Auwera Guilielmus landbouwer 40 jaar en Van Herck Adrianus landbouwer 53 jaar (1811-26)

    KETTERMANS Guibertus ° Schriek 1811.06.11 om 12 u. z Kettermans Joannes Baptist landbouwer 33 jaar & Scheerens Philippina - aangifte op 1811.06.12 - getuigen : Van Heerle Guibertus kuiper 48 jaar en Van Heerle Joannes kuiper 52 jaar (1811-27)

    GORIS Anna Catharina ° Schriek 1811.06.24 om 23 u. d Goris Franciscus landbouwer 39 jaar & Ceulemans Anna Maria - aangifte op 1811.06.25 - getuigen : Vermylen Joannes Baptist landbouwer 39 jaar en Wyns Judocus landbouwer te Baal 35 jaar (1811-28)

    VAN HEERLE Joannes Baptist ° Schriek 1811.06.23 om 02 u. z Van Heerle Joannes landbouwer 53 jaar & Lens Maria Theresia - aangifte op 1811.06.25 - getuigen : Verbeeck Antonius landbouwer 64 jaar en Storms Joannes landbouwer 43 jaar (1811-29)

    STORMS Maria ° Schriek 1811.06.25 om 18 u. d Storms Joannes landbouwer 43 jaar & Claes Maria Theresia - aangifte op 1811.06.26 - getuigen : Verbeeck Antonius landbouwer 63 jaar en Van Heerle Joannes landbouwer 53 jaar (1811-30)

    VAN CAMP Joannes Baptist ° Schriek 1811.07.13 om 11 u. z Van Camp Gommarus dagwerker 33 jaar & Uyterhoeven Joanna - aangifte op 1811.07.14 - getuigen : Van Camp Joannes dagwerker te Keerbergen 68 jaar en ??? Petrus dagwerker 45 jaar (1811-31)

    CEULEMANS Regina ° Schriek 1811.07.12 om 23 u. d Ceulemans Joannes Baptist dagwerker 46 jaar & Eggers Magdalena - aangifte op 1811.07.14 - getuigen : Van Loock Jacobus dagwerker 38 jaar en Van Loock Joannes dagwerker 34 jaar (1811-32)

    CREYNIERS Franciscus ° Schriek 1811.08.31 om 14 u. z Cryniers Guilielmus dagwerker 26 jaar & De Peuter Catharina 29 jaar woonde Haachtsebaan - aangifte op 1811.09.02 - getuigen : Dom Joannes landbouwer 39 jaar en Goossens Egidius landbouwer 54 jaar (1811-33)

    RAEYMAECKERS Elisabeth ° Schriek 1811.09.02 om 02 u. d Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer 61 jaar & Scheerens Maria Anna - aangifte op 1811.09.02 - getuigen : Kettermans Joannes Baptist landbouwer 33 jaar en Raeymaeckers Antonius landbouwer 25 jaar (1811-34)

    VAN OOSTERWYCK Joanna ° Schriek 1811.09.23 om 01 u. d Van Oosterwyck Cornelius landbouwer 61 jaar & Holemans Anna - aangifte op 1811.09.23 - getuigen : Serneels Petrus landbouwer 44 jaar en Van Dessel Egidius landbouwer 51 jaar (1811-35)

    GYSEMANS Theresia ° Schriek 1811.10.13 om 13.30 u. d Gysemans Henricus dagwerker 40 jaar & Van Casteren Anna Elisabeth - aangifte op 1811.10.14 - getuigen : Gysemans Joannes Baptist landbouwer te Keerbergen 30 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-36)

    VERLINDEN Anna ° Schriek 1811.10.19 om 06 u. d Verlinden Petrus landbouwer 46 jaar & Swaelen Elisabeth - aangifte op 1811.10.19 - getuigen : Rymenams Joannes landbouwer 41 jaar en Machiels Franciscus landbouwer 29 jaar (1811-37)

    TORFS Maria ° Schriek 1811.10.27 om 23 u. d Torfs Elisabeth - aangifte op 1811.10.28 - getuigen : Torfs Joannes Baptist kleermaker te Heist-op-den-Berg 38 jaar en Torfs Franciscus kleermaker te Heist-op-den-Berg 36 jaar (1811-38)

    RYMENAMS Anna Maria ° Schriek 1811.10.28 om 14 u. d Rymenams Jacobus dagwerker 30 jaar & Claes Catharina - aangifte op 1811.10.28 - getuigen : De Preter Joannes Baptist dagwerker 23 jaar en Holemans Petrus dagwerker 49 jaar (1811-39)

    DE PRETER Regina ° Schriek 1811.11.12 om 04 u. d De Preter Adrianus dagwerker 30 jaar & Van Rompaey Elisabeth - aangifte op 1811.11.12 - getuigen : De Preter Joannes Baptist dagwerker 23 jaar en Holemans Petrus dagwerker 49 jaar (1811-40)

    NICOLAY Anna Maria ° Schriek 1811.11.16 om 01 u. d Nicolay Joannes Baptist timmerman 36 jaar & Vervoort Anna Catharina - aangifte op 1811.11.16 - getuigen : Vervoort Guilielmus koopman te Keerbergen 62 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-41)

    VERBEEK Rosalia ° Schriek 1811.11.15 om 22 u. d Verbeek Joannes dagwerker 28 jaar & Van Herck Lucia - aangifte op 1811.11.16 - getuigen : Van Herck Adrianus landbouwer 50 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-42)

    VERBEECK Catharina ° Schriek 1811.11.15 om 22.30 u. d Verbeeck Joannes dagwerker 28 jaar & Van Herck Lucia - aangifte op 1811.11.16 - getuigen : Van Herck Adrianus landbouwer 50 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-43)

    COOLS Theresia ° Schriek 1811.11.28 om 13.30 u. d Cools Elico dagwerker 60 jaar & Lauwerens Elisabeth - aangifte op 1811.11.28 - getuigen : Van Dyck Franciscus landbouwer 50 jaar en Wauters Petrus landbouwer 48 jaar (1811-44)

    PEETERS Egidius ° Schriek 1811.12.06 om 06 u. z Peeters Joannes landbouwer 60 jaar & Stroobants Catharina - aangifte op 1811.12.06 - getuigen : Stroobants Egidius landbouwer 50 jaar en Holemans Petrus landbouwer 54 jaar (1811-45)

    DE WAGTER Franciscus ° Schriek 1811.12.04 om 01 u. z De Wagter Petrus dagwerker 24 jaar & Van Nuffel Maria - aangifte op 1811.12.06 - getuigen : Van Nuffel Joannes landbouwer 30 jaar en Van Nuffel Petrus landbouwer 38 jaar (1811-46)

    STORMS Theresia ° Schriek 1811.12.29 om 06 u. d Storms Antonius landbouwer 42 jaar & Vervloesem Francisca - aangifte op 1811.12.30 - getuigen : Vervloesem Adrianus landbouwer 76 jaar en Op de Beeck Petrus Henricus 40 jaar (1811-47)

    VAN DEN EYNDE Maria ° Schriek 1812.01.02 om 12.30 u. d Van den Eynde Gommarus dagwerker 46 jaar & Liekens Joanna - aangifte op 1812.01.02 - getuigen : Liekens Joannes Baptist 22 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-1)

    CEULEMANS Theresia ° Schriek 1812.01.08 om 23 u. d Ceulemans Petrus Franciscus dagwerker 43 jaar & De Winter Joanna - aangifte op 1812.01.09 - getuigen : Ceuppens Joannes wever 38 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-2)

    DE PEUTER Petrus ° Schriek 1812.01.17 om 17 u. z De Peuter Franciscus landbouwer 27 jaar & Smets Joanna - aangifte op 1812.01.18 - getuigen : Smets Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 22 jaar en Boeckstaens Petrus landbouwer 77 jaar (1812-3)

    DU BOIS Napoleon ° Schriek 1812.01.26 z De Keyser Maria - aangifte op 1812.01.27 - getuigen : Ceuppens Joannes dagwerker 38 jaar en Ceulemans Petrus dagwerker 40 jaar (1812-4)

    GOOSSENS Theresia ° Schriek 1812.02.10 om 12 u. d Goossens Carolus landbouwer 26 jaar & Van Noten Carolina - aangifte op 1812.02.11 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer en Van den Eynde Franciscus kleermaker 23 jaar (1812-5)

    VERMYLEN Jacobus ° Schriek 1812.03.16 om 21 u. z Vermylen Joannes Norbertus burgemeester van Schriek & Wyns Isabella - aangifte op 1812.03.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Lambrechts Jacobus herbergier 41 jaar (1812-6)

    VERCASTEREN Joanna ° Schriek 1812.03.19 om 23 u. d Vercasteren Guilielmus landbouwer 29 jaar & De Conink Theresia - aangifte op 1812.03.20 - getuigen : De Conink Egidius landbouwer te Werchter 67 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-7)

    SCHROEYENS Catharina ° Schriek 1812.04.04 om 06.30 u. d Schroeyens Petrus landbouwer 34 jaar & Van Dessel Elisabeth - aangifte op 1812.04.04 - getuigen : Schroeyens Joannes landbouwer te Putte 70 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-8)

    VAN VLASSELAER Theresia ° Schriek 1812.04.05 om 19 u. d Van Vlasselaer Henricus dagwerker 41 jaar & Geens Joanna - aangifte op 1812.04.06 - getuigen : De Mees Adrianus barbier 41 jaar en Van den Broeck Franciscus dagwerker 24 jaar (1812-9)

    EGGERS Antonius ° Schriek 1812.04.10 om 12 u. z Eggers Adrianus dagwerker 38 jaar & Van Tongelen Theresia - aangifte op 1812.04.10 - getuigen : Geeraerts Franciscus dagwerker 36 jaar en Geyselincx Joannes dagwerker 48 jaar (1812-10)

    VAN HERCK Lambertus ° Schriek 1812.04.29 om 20 u. z Van Herck Adrianus landbouwer 58 jaar & Goris Joanna Maria - aangifte op 1812.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Van den Broeck Franciscus landbouwer 28 jaar (1812-11)

    CEULEMANS Maria Anna ° Schriek 1812.04.30 om 01 u. d Ceulemans Adrianus 50 jaar & De Peuter Philippina - aangifte op 1812.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en De Ryck Guilielmus landbouwer 25 jaar (1812-12)

    HOLEMANS Elisabeth ° Schriek 1812.05.10 d Holemans Joannes Baptist herbergier 34 jaar & Wyns Anna Maria - aangifte op 1812.05.11 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 28 jaar en Vincx Carolus landbouwer 43 jaar (1812-13)

    VAN DESSEL Maria ° Schriek 1812.05.26 om 20 u. d Van Dessel Petrus dagwerker 44 jaar & Van der Auwera Petronella - aangifte op 1812.05.27 - getuigen : Bogaerts Petrus landbouwer te Putte 70 jaar en Holemans Petrus dagwerker 56 jaar (1812-14)

    SCHEERENS Joannes Baptist ° Schriek 1812.06.08 om 17 u. z Scheerens Petrus landbouwer 31 jaar & Scheirens Elisabeth - aangifte op 1812.06.09 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Goris Joannes Baptist landbouwer 23 jaar (1812-15)

    GYSEMANS Petrus ° Schriek 1812.06.18 om 03 u. z Gysemans Joannes Franciscus landbouwer 39 jaar & Van Craen Elisabeth - aangifte op 1812.06.18 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 49 jaar en Geens Joannes Baptist landbouwer te Keerbergen 43 jaar (1812-16)

    WOUTERS Petrus ° Schriek 1812.07.07 om 03 u. z Wouters Franciscus landbouwer 50 jaar & De Clyn Joanna Maria - aangifte op 1812.07.07 - getuigen : Van den Broeck Christianus dagwerker 27 jaar en Van Houtven Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 45 jaar (1812-17)

    VAN DEN BROECK Adrianus ° Schriek 1812.07.12 om 17 u. z Van den Broeck Joannes Baptist dagwerker 35 jaar & Verschueren Joanna - aangifte op 1812.07.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en De Swert Joannes landbouwer te Baal 22 jaar (1812-18)

    VAN POYER Joannes ° Schriek 1812.07.14 om 15 u. z Van Poyer Adrianus landbouwer 30 jaar & De Swert Theresia - aangifte op 1812.07.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en De Swert Joannes landbouwer te Baal 22 jaar (1812-19)

    GYSELINCX Elisabeth ° Schriek 1812.07.27 om 10 u. d Gyselincx Adrianus dagwerker 46 jaar & Swaelen Joanna - aangifte op 1812.07.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Swaelen Joannes dagwerker 22 jaar (1812-20)

    GYSELINCX Catharina ° Schriek 1812.07.27 om 11 u. d Gyselincx Adrianus dagwerker 46 jaar & Swaelen Joanna - aangifte op 1812.07.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Swaelen Joannes dagwerker 22 jaar (1812-21)

    VERHAEGEN Petrus ° Schriek 1812.08.07 om 18 u. z Verhaegen Antonius landbouwer 34 jaar & Verschueren Anna - aangifte op 1812.08.08 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Liekens Petrus dagwerker 35 jaar (1812-22)

    VERSTRAETEN Philippus ° Schriek 1812.08.09 om 03 u. z Verstraeten Guilielmus kruidenier 41 jaar & Van den Brande Maria Theresia - aangifte op 1812.08.10 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Van Herck Joannes Baptist metselaar 34 jaar (1812-23)

    VAN RYMENAM Theresia ° Schriek 1812.08.11 om 02 u. d Van Rymenam Adrianus metselaar 37 jaar & Van den Brande Maria Catharina - aangifte op 1812.08.11 - getuigen : Verstraeten Guilielmus kruidenier 41 jaar en Somers Wynandus veldwachter 52 jaar (1812-24)

    ENGELS Anna Catharina ° Schriek 1812.08.11 om 17 u. d Engels Adrianus landbouwer 47 jaar & De Hondt Aldegondis - aangifte op 1812.08.11 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en Vermylen Cornelius herbergier 59 jaar (1812-25)

    VERSCHUEREN Josephus ° Schriek 1812.09.13 om 01 u. z Verschueren Egidius wever 52 jaar & Ludovicus Maria Theresia - aangifte op 1812.09.14 - getuigen : Van Imbeeck Franciscus koopman 52 jaar en Verbeeck Joannes Franciscus landbouwer te Hulshout 60 jaar (1812-26)

    TRAETS Coleta ° Schriek 1812.09.15 om 08 u. d Traets Franciscus dagwerker 29 jaar & De Ryck Catharina - aangifte op 1812.09.15 - getuigen : Van Rompaey Franciscus dagwerker 49 jaar en Verbeeck Henricus dagwerker 50 jaar (1812-27)

    VAN CASTEREN Judocus ° Schriek 1812.09.29 om 02 u. z Van Casteren Petrus kuiper 45 jaar & Huybrechts Catharina - aangifte op 1812.09.29 - getuigen : Van Casteren Judocus landbouwer te Heist-op-den-Berg 43 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-28)

    VAN DEN EEDE Regina ° Schriek 1812.10.04 om 06 u. d Van den Eede Egidius dagwerker 34 jaar & De Winter Catharina - aangifte op 1812.10.05 - getuigen : Eggers Joannes Baptist landbouwer 25 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-29)

    DE WEVER Adrianus ° Schriek 1812.10.05 om 03 u. z De Wever Joannes Baptist dagwerker 34 jaar & Verschueren Petronella - aangifte op 1812.10.05 - getuigen : Verschueren Adrianus dagwerker 40 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-30)

    wordt vervolgd


    04-02-2015, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Archief per maand
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 04-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 08-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 04-2016
  • 01-2016
  • 10-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!