SCHRIEK
Verleden - Heden - Toekomst


Tekstgrootte aanpassen?
Klik op + of -

BLOG ZOOM

Foto

Wapenschild van SCHRIEK

Zoeken in blog

We zijn de 21de week van 2019

Parochie
St.-Jan Baptist

 

Akten BS en PR
Heist-op-den-Berg

Booischot

Akten BS en PR
Putte & Beerzel

Akten BS en PR
Baal
Tremelo
Werchter
Keerbergen

Akten Bierbeek
Korbeek-lo
Lovenjoel
Ophelp

Inhoud blog
  • Familieberichten
  • Infogids Schriek
  • Wijzigingen van de berichten.
  • Oproep aan de genealogen.
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)
  • Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)
  • Pv WO I Tremelo-6
  • Kerkrestauratie 2016-2017
  • Pv WO I Tremelo-5
  • Pv WO I Tremelo-1
  • Pv WO I Tremelo-2
  • Pv WO I Tremelo-3
  • Pv WO I Tremelo-4
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Overlijdens 2015-2018
  • Overlijdens 1561-1575
  • Geboorteakten BS 1809-
  • Rouwprentjes Schriek A-B
  • Rouwprentjes Schriek C
  • Rouwprentjes Schriek D
  • Rouwprentjes Schriek H-I
  • Rouwprentjes Schriek J-L
  • Rouwprentjes Schriek M-O
  • Rouwprentjes Schriek P-R
  • Rouwprentjes Schriek S-T
  • Rouwprentjes Schriek U-V
  • Rouwprentjes Schriek -Van den P
  • Rouwprentjes Schriek Van H
  • Rouwprentjes Schriek Van R
  • Rouwprentjes Schriek Verl
  • Rouwprentjes Schriek Vert.-Z
  • Open brief
  • Kerkrekening 1561
  • Kerkrekening 1561-(1)
  • Kerkrekening 1561-(2)
  • Kerkrekening 1561-(3)
  • Kerkrekening 1561-(4)
  • Kerkrekening 1561-(5)
  • Kerkrekening 1561-(6)
  • Kerkrekening 1561-(7)
  • Kerkrekening 1561-(8)
  • Kerkrekening 1561-(9)
  • Kerkrekening 1561-(10)
  • Kerkrekening 1561-(11)
  • Kerkrekening 1561-(12)
  • Kerkrekening 1561-(13)
  • Kerkrekening 1561-(14)
  • Kerkrekening 1561-(15)
  • Kerkrekening 1659-1660
  • Kerkrekening 1658-1659
  • Kerkrekening 1657-1658
  • Kerkrekening 1656-1657
  • Schriek - Het onderwijs tot 1800
  • Wijzigingen in het blog
  • Altaarsteen in de St.-Jan Baptist kerk
  • Pastoorsverslagen WO I
  • Overlijdensakten BS 1816-
  • Huwelijksakten BS 1816-
  • Geboorteakten BS 1816-1819
  • Overlijdensakten BS 1807-1809
  • Gezinnen 1604-... (B)
  • Gezinnen 1604-... (A)
  • Overlijdensakten BS 1797-1807
  • Huwelijksakten BS 1800-1808
  • Parochiegeschiedenis-1
  • Parochiegeschiedenis-2
  • Parochiegeschiedenis-3
  • Parochiegeschiedenis-4
  • Geboorteakten BS 1797-1804
  • Geboorteakten BS 1804-1808
  • Overlijdens 1930-1935
  • Overlijdens 1935-1942
  • Overlijdens 1942-1948
  • Overlijdens 1948-1956
  • Overlijdens 1956-1965
  • Overlijdens 1965-1971
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (E-L)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (M-S)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (T-Van O)
  • Huwelijken (man) 1604-1929 (Van P- Z)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (A-D)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (E-K)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (L-S)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (T-Van Rom)
  • Huwelijken vrouw 1604-1929 (Van Roo-Z)
  • Overlijdens 1604-1929 (A-B)
  • Overlijdens 1604-1929 (C)
  • Overlijdens 1604-1929 (D)
  • Overlijdens 1604-1929 (E-G)
  • Overlijdens 1604-1929 (H-J)
  • Overlijdens 1604-1929 (K-M)
  • Overlijdens 1604-1929 (N-Q)
  • Overlijdens 1604-1929 (R-S)
  • Overlijdens 1604-1929 (T-Van den Bra)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van den Bro-Van Dy)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van E-Van L)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van M- Van U)
  • Overlijdens 1604-1929 (Van V-Verha)
  • Overlijdens 1604-1929 (Verhe-Vers)
  • Overlijdens 1604-1929 (Vert-Wa)
  • Overlijdens 1604-1929 (We-Z)
  • Gezinnen 1604-1923 (A-B)
  • Gezinnen 1604-1923 (C-Cl)
  • Gezinnen 1604-1923 (Co-De C)
  • Gezinnen 1604-1923 (De D-De V)
  • Gezinnen 1604-1923 (De W-Du)
  • Gezinnen 1604-1923 (E - F)
  • Gezinnen 1604-1923 (G-Go)
  • Gezinnen 1604-1923 (Go-Hen)
  • Gezinnen 1604-1923 (Her-Hu)
  • Gezinnen 1604-1923 (I-Li)
  • Gezinnen 1604-1923 (Lo-N)
  • Gezinnen 1604-1923 (O-Q)
  • Gezinnen 1604-1923 (R-Ser)
  • Gezinnen 1604-1923 (Sey-T)
  • Gezinnen 1604-1923 (U - Van Cr )
  • Gezinnen 1604-1923 (Van D-Van den Bu)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van den C-Van der)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Des-Van Hou)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van Hove-Van M)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van N - Van V)
  • Gezinnen 1604-1923 (Van W-Verha)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verhe-Versch)
  • Gezinnen 1604-1923 (Verst-Vi)
  • Gezinnen 1604-1923 (Vo-Z)
  • Dopen 1604-1621
  • Dopen 1621-1630
  • Dopen 1631-1641
  • Dopen 1641-1651
  • Dopen 1651-1669
  • Dopen 1670-1673
  • Dopen 1673-1685
  • Doopregister 4 -afbeeldingen
  • Dopen 1685-1692
  • Dopen 1692-1697
  • Dopen 1698-1703
  • Dopen 1703-1707
  • Dopen 1707-1708
  • Dopen 1708-1710
  • Dopen 1711-1720
  • Dopen 1721-1730
  • Dopen 1730-1739
  • Dopen 1740-1749
  • Dopen 1750-1759
  • Dopen 1760-1769
  • Dopen 1770-1776
  • Dopen 1776-1780
  • Dopen 1781-1784
  • Dopen 1785-1788
  • Dopen 1788-1791
  • Dopen 1792-1794
  • Dopen 1795-1796
  • Dopen 1797-1797
  • Dopen 1798-1800
  • Dopen 1800-1803
  • Dopen 1803-1806
  • Dopen 1807-1810
  • Dopen 1810-1813
  • Dopen 1813-1817
  • Dopen 1817-1820
  • Dopen 1820-1823
  • Dopen 1823-1826
  • Dopen 1826-1827
  • Dopen 1828-1830
  • Dopen 1830-1833
  • Dopen 1833-1836
  • Dopen 1836-1839
  • Dopen 1839-1842
  • Dopen 1842-1846
  • Dopen 1846-1849
  • Dopen 1849-1852
  • Dopen 1853-1856
  • Dopen 1856-1860
  • Dopen 1860-1863
  • Dopen 1863-1865
  • Dopen 1866-1867
  • Dopen 1867-1869
  • Dopen 1869-1871
  • Dopen 1871-1872
  • Dopen 1872-1874
  • Dopen 1874-1876
  • Dopen 1876-1878
  • Dopen 1878-1879
  • Dopen 1879-1880
  • Dopen 1880-1881
  • Dopen 1881-1882
  • Dopen 1882-1883
  • Dopen 1883-1883
  • Dopen 1883-1884
  • Dopen 1884-1885
  • Dopen 1885-1886
  • Dopen 1886-1887
  • Dopen 1887-1888
  • Dopen 1888-1888
  • Dopen 1889-1889
  • Dopen 1889-1890
    Foto

    PAROCHIE

    * Parochie info
    * Parochiale Leven
    * Parochiecentrum
    * Verenigingen
    * Onderwijs
    * Vormsel 2008
    * Vormsel-jaarprogramma
    * Catechesegroepen
    * Vormsel-start
    * Vormsel-kerkbezoek
    * Vormsel-datumwijziging
    * H.Doopsel
     Genealogie: zoek uw voorouders op, publiceer uw genealogie, consulteer de burgerlijke stand ...
    01-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Infogids Schriek

    Stratenplan + Buienradar


    Aanvullingen van de laatste dagen!
    Deze akten staan nog niet op Zoekakten.nl of op de BS of de parochieregisters van het Rijksarchief. Cursieve vermelding.

    20 mei : 30 Overlijdensakten BS Booischot + Gezinnen Booischot 30 akten

    19 mei : 30 Geboorteakten BS Heist + Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 Bl.39
    18 mei : 30 Geboorteakten BS Beerzel + 10 Overlijdens Groot-Putte
    17 mei : 30 Overlijdensakten BS Heist + 10 Overlijdens Groot-Putte
    16 mei : 30 Geboorteakten BS Putte + 10 Overlijdens Groot-Putte
    15 mei : 30 Geboorteakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 32 akten
    14 mei : 30 Overlijdensakten BS Booischot + Gezinnen Booischot 31 akten
    13 mei : 30 Overlijdensakten BS Heist + Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 Bl.38
    12 mei : 30 Overlijdensakten BS Putte + 1 familiebericht
    11 mei : 30 Geboorteakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 36 akten
    10 mei : 30 Overlijdensakten BS Booischot + 10 Overlijdens Groot-Putte
    9 mei : 30 Geboorteakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 34 akten
    8 mei : 30 Geboorteakten BS Beerzel + 10 Overlijdens Groot-Putte
    7 mei : 30 Overlijdensakten BS Heist + Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 Bl.37
    6 mei : 30 Geboorteakten BS Booischot + 10 Overlijdens Groot-Putte
    5 mei : 30 Doopakten PR Heist + Klappers Heist (Gez.) : 31 akten
    4 mei : 30 Geboorteakten BS Putte + 10 Overlijdens Groot-Putte
    3 mei : 30 Overlijdensakten BS Heist + 1 familiebericht
    2 mei : 30 Overlijdensakten BS Beerzel + 10 Overlijdens Groot-Putte
    1 mei : 30 Geboorteakten BS Heist + Gezinnen Booischot 31 akten
    30 april : 30 Geboorteakten BS Booischot + 10 Overlijdens Groot-Putte
    29 april : 30 Overlijdensakten BS Heist + Gezinnen Booischot 30 akten
    28 april : 30 Geboorteakten BS Putte + 10 Overlijdens Groot-Putte
    27 april : 30 Overlijdensakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 37 akten
    26 april : 30 Geboorteakten BS Booischot + Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 Bl.36
    25 april : 30 Geboorteakten BS Heist + 10 Overlijdens Groot-Putte
    24 april : 30 Overlijdensakten BS Putte + 1 familiebericht
    19 april : 30 Overlijdensakten BS Heist + 10 Overlijdens Groot-Putte
    18 april : 30 Overlijdensakten BS Booischot + 10 Overlijdens Groot-Putte
    17 april : 30 Geboorteakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 33 akten
    16 april : 30 Geboorteakten BS Beerzel + 10 Overlijdens Groot-Putte
    15 april : 30 Geboorteakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 30 akten
    14 april : 30 Overlijdensakten BS Booischot + 10 Overlijdens Groot-Putte
    13 april : 30 Overlijdensakten BS Heist + 1 familiebericht
    12 april : 30 Geboorteakten BS Putte + Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 Bl.35
    11 april : 30 Doopakten PR Heist + Klappers Heist (Gez.) : 30 akten
    10 april : 30 Geboorteakten BS Beerzel + 10 Overlijdens Groot-Putte
    9 april : 30 Geboorteakten BS Heist + Gezinnen Booischot 31 akten
    8 april : 30 Geboorteakten BS Booischot + 10 Overlijdens Groot-Putte
    7 april : 30 Overlijdensakten BS Heist + Klappers Heist (Gez.) : 30 akten
    6 april : 30 Overlijdensakten BS Putte + Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 Bl.34
    5 april : 30 Huwelijksakten BS Heist + Klappers Heist (Overl.) : 30 akten
    4 april : 30 Geboorteakten BS Beerzel + 10 Overlijdens Groot-Putte
    3 april : 30 Geboorteakten BS Heist + 1 familiebericht
    2 april : 30 Geboorteakten BS Booischot + Gezinnen Booischot 33 akten
    1 april : 30 Overlijdensakten BS Putte + Ons Oorlogsdagboek 1914-1919 Bl.33

    4080 nieuwe akten in 2019 + Klappers Heist : 747 akten + Gezinnen Booischot : 621 akten + Overlijdens Groot-Putte : 490 personen

    10.000 nieuwe akten in 2018 + Klappers Heist : 2707 akten + Gezinnen Booischot : 1932 akten + Overlijdens Groot-Putte : 810 personen
    10.000 nieuwe akten in 2017 + Klappers Heist : 305 akten + Gezinnen Booischot : 259 akten
    9428 nieuwe akten in 2016
    7000 nieuwe akten in 2015 !!!!

    Bijlagen:
    COPYRIGHT.doc (24.5 KB)   



    01-05-2019, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    02-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Familieberichten


     ROUWPRENTJES & ROUWBRIEVEN 
    - SCHRIEK -
    2019


    Van den Acker Mon ° Schriek 1928.11.26 † AZ Bonheiden 2019.01.02 weduwnaar Nys Florentine (B)
    Keuppens Gaston ° Schriek 1944.05.03 † AZ Bonheiden 2019.01.03 echtgenoot Ruymaekers Arlette (B)
    Ruymaekers Mark “Makke” ° Lier 1953.09.18 † Schriek 2019.01.09 (B)
    Geens Jan ° Schriek 1931.12.16 † WZC Heist-op-den-Berg 2019.01.11 weduwnaar Janssens Imelda (B)
    Delande Marie-Rose ° Anderlecht 1951.12.07 † UZ Leuven 2019.01.12 echtgenote Van Kelst André (B+P)
    Van Espen Maurice ° Schriek 1951.06.04 † AZ Bonheiden 2019.01.16 (B)
    De Ceuster Jos ° Schriek 1944.07.22 † WZC Tremelo 2019.01.17 weduwnaar Meulders Maria (B+P)
    Sohie Eddy ° Leuven 1952.06.11 † Tremelo 2019.01.18 echtgenoot Tuerlinckx Yvette (B)
    Seymus Willy ° Schriek 1937.02.28 † AZ Bonheiden 2019.01.20 echtgenoot Tielemans Els (B)
    Geeraerts Albina ° 1944.12.18 † 2019.01.23 (B)
    Peeters Cyriel ° Schriek 1939.05.14 † Schriek 2019.01.24 (B)
    Verschueren Paula ° Schriek 1934.12.30 † AZ Bonheiden 2019.01.28 echtgenote Serneels Gaston (B+P)
    Mariën René ° Schriek 1931.08.01 † WZC Putte 2019.01.27 weduwnaar Vertommen Madeleine - partner Rombauts José (B)
    Boecksteyns Bert ° Keerbergen 1953.02.13 † Keerbergen 2019.01.28 echtgenoot Geens Ria (B+P)
    Liekens José ° O.L.V.-Waver 1944.08.27 † AZ Bonheiden 2019.01.29 echtgenote Van den Acker Jos (B+P)
    Liekens Josine ° Schriek 1945.09.14 † Beerzel 2019.02.02 echtgenote Torfs Herwig (B)
    Anthonissen Danny ° Leuven 1965.05.04 † Schriek 2019.02.03 partner Khanawat Sutawan (B)
    Van Duvel Staf ° Schriek 1925.05.16 † WZC Bonheiden 2019.02.06 weduwnaar Van Tricht Julia (B)
    De Smet Marc ° Schriek 1956.12.06 † Mechelen 2019.03.02 echtgenoot Michiels Willemina (B)
    Van Woensel Elisa ° Schriek 1925.01.04 † Heist-op-den-Berg (Goor) 2019.03.15 weduwe Goyvaerts Jozef (B)
    Nitor Alfons ° Schriek 1929.11.11 † WZC Begijnendijk 2019.03.14 echtgenoot Van den Broeck Maria (B)
    Verschueren Maria ° Keerbergen 1930.01.12 † AZ Bonheiden 2019.03.16 echtgenote Verhaegen Felix (B)
    Heremans Manda ° Schriek 1936.02.09 † AZ Bonheiden 2019.03.27 weduwe Rijmenams André (B)
    Van Rompaey Karel ° Schriek 1929.05.15 † WZC Tremelo 2019.04.11 echtgenoot Gypen Yvonne (B)
    De Weerdt Ivo ° Tremelo 1946.05.04 † UZ Leuven 2019.04.21 echtgenoot De Winter Mady (B)
    Dockx Bertha ° Schriek 1931.12.26 † WZC Putte 2019.05.02 echtgenote Bogaerts Frans (B)
    Heremans Paula ° Schriek 1936.10.09 † AZ Bonheiden 2019.05.10 echtgenote Nys Raymond (B)

    wordt vervolgd



    02-05-2019, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (1)
    19-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen van de berichten.
    19.04.2019
    Beste bezoeker,

    Het noodlot heeft toegeslagen! Computer zwaar gecrasht en veel werk, emails, websites, wachtwoorden e.d. zijn verloren ! Enkele dagen zullen er geen nieuwe zaken verschijnen op dit blog!
    Ik hoop zo snel mogelijk het meeste te herstellen.

    MVG
    René

    11.11.2018
    Beste bezoeker,

    Het volgende boek is verkrijgbaar tijdens de tentoonstelling over WO I in de kerk van de parochie St.-Jan Baptist te Schriek op zaterdag 17 en zondag 18 november in de namiddag. (tot 17 u). Prijs 15 €



    05.02.2018

    Beste Bezoeker,

    Tijdens de Studieavonden of Studienamiddagen van Familiekunde Vlaanderen regio Mechelen te Putte kunnen er duizenden gedachtenisprentjes en overlijdensberichten van inwoners van Groot Putte (Putte – Beerzel – Peulis) ingezien en ook gefotokopieerd worden. Een grote bron voor gegevens welke nog niet raadpleegbaar zijn via de archieven.

    Om het opzoeken te vergemakkelijken zullen de namen alfabetisch verschijnen op het blog : PUTTE – BEERZEL. onder de titel ‘Overlijdens Groot-Putte’.

    Deze lijst is gebaseerd op de verzameling van Heemkring ‘Het Molenijzer’ Putte en de privéverzameling van Emiel Frederickx.

    MVG
    René

    01.12.2017

    Beste Bezoeker,

    De 10.000 akten voor 2017 zijn weldra een feit. We hopen in 2018 even goed te doen !
    Daarnaast zullen er in de komende dagen en maanden voor Heist ook de lijsten van de klappers op de parochieregisters verschijnen. De bedoeling is om 5000 namen voor 2018 er nog eens bij te plaatsen. Dopen en huwelijken in gezinsverband, de overlijdens min of meer ook.
    Voelt u zich geroepen om een handje toe te steken, niet aarzelen, doen!

    MVG
    René

    28.08.2017
    Beste Bezoeker,

    Volgens mij is het euvel opgelost. Heb 'Familieberichten' terug verbeterd, maar nieuwe akten ga ik voorzichtig in een nieuw bericht aanbrengen of ik kan weer tientallen verbeteringen één na één herstellen.
    MVG
    René

    24.08.2017
    Beste Bezoeker,

    Vandaag kennis gemaakt met de wet van Murphy ! De wet van Murphy, toegeschreven aan Edward A. Murphy (1918–1990), luidt "if there's any way they can do it wrong, they will" (als er een manier is waarop ze het verkeerd kunnen doen, zullen ze dat ook doen) of ook wel "Anything that can go wrong, will go wrong" (alles wat fout kan gaan, zal fout gaan).
    Toen ik vandaag wijzigingen in het bericht 'Familieberichten' aanbracht verdwenen er plots tal van tekens en letters en werden zij vervangen door dit (�)
    Gevolg : Ik kan niets meer wijzigen of aanvullen of de hele layout is naar de vaantjes. Zolang de webmaster dit euvel niet heeft opgelost zal of kan er aan de blogs niet meer gewerkt worden !

    Ik hoop tot weldra!

    René
    23.08.2017
    Beste Bezoeker,

    Sinds vandaag heb ik onverwacht hulp gekregen van Bert Mylemans. Door al die herstellingen van mijn blogs zijn verschillende zaken tijdelijk opgeschort door tijdsgebrek. Bert heeft wat schrijfwerk op zich genomen. Zo kunnen de pastoorsverslagen van WO I al verder gezet worden.
    De herstelling van het blog Schriek gaat onverminderd door.

    MVG
    Ren�


    24.07.2017
    Beste Bezoeker,

    Alles lijkt tegen te werken.
    Vond snel een hostingsite voor de afbeeldingen : probleem URL niet bruikbaar voor achtergrond foto's.
    Vond daarvoor een nieuwe host. Honderden berichten aangepast, tot ik na enkele dagen op de site niet meer kon inloggen, maar de foto's bleven op het blog tot voor enkele dagen de foto's regelmatig van het scherm verdwenen. Oorzaak is de server die uitvalt.
    Had ondertussen al wel een derde host gevonden, die het nog altijd doet.
    Maar ik wordt er stilaan moedeloos van en zie het niet zitten om weeral de meeste achtergrondfoto's aan te passen.
    Als deze derde host er ook de brui aangeeft denk ik er stellig aan om er ook een punt achter te zetten.

    MVG
    Ren�

    02.07.2017
    Beste bezoeker,

    Heist en Booischot zijn reeds hersteld !
    Mocht u een bericht vinden met mankementen nadat ik heb gemeld dat ze zijn hersteld zou ik graag van u een mailtje ontvangen met de titel van het bericht.
    Dank voor uw medewerking;

    MVG

    Ren�


    01.07.2017
    Beste bezoeker,

    Het herstel van de blogs zal wel even duren, maar ik ga trachten alles terug te brengen naar de oorspronkelijke versie. We spreken hier wel over meer dan 500 berichten en een kleine duizend foto's, dus even geduld !!
    Vanaf morgen worden er terug akten ingevoerd;

    MVG
    Ren�

    30.06.2017
    Beste bezoeker,

    Zoals u kunt zien blijft er van mijn blogs niet veel meer over, meer dan 10 jaar hobby die ik kon delen met velen heeft photobucket met een klik opgeblazen. Ik wacht nog ��n week vooraleer ik een beslissing naar de toekomst toe ga nemen. Ik ben van deze gang van zaken niet ingelicht.
    Is dat al een van Trumps besparingen? 

    Ik hoop dat de toestand zich hersteld, zo niet zie ik de toestand heel somber in.

    Groeten,

    Ren�

    19.02.2017

    Beste bezoeker,

    Het volgende boek is gedrukt en verkrijgbaar bij Familiekunde Vlaanderen � afdeling Mechelen

    Begraven en Overlijden 1556-1929 van de parochie St.-Jan Baptist te Schriek



    25.12.2016
    Beste bezoeker,

    Wat mag je verwachten in 2017 op mijn blogs?

    1* Nieuwe onthullingen in de Schriekse kerkgeschiedenis.

    2* Veel nieuwe akten, ook van akten welke nog niet kunnen geraadpleegd worden in het RA of bij Zoekakten.nl. (dit in samenwerking met Familiekunde Vlaanderen � afdeling Mechelen)

    3* Gezinsreconstructies gebaseerd op de akten van de BS Booischot (1836-1910)

    4* Na de lijst rouwprentjes van Schriek volgt wellicht de lijst van Putte (met Beerzel en Peulis)

    5* Oproep !!! Wie kan mij helpen ?

    - Ik ben op zoek naar een persoon die een Latijnse tekst uit 1621 kan uitschrijven en vertalen. Mijn kennis van het Latijn is onvoldoende om van deze tekst een transcriptie en vertaling te maken. Ziet u het wel zitten, neem dan gerust contact op met mij via mail. Deze tekst bevat waarschijnlijk belangrijke info voor de parochiegeschiedenis van Schriek. 

    - Indien je rouwberichten van in Schriek geboren personen weet (eventueel naam van het Rouwcentrum vermelden) welke niet bij de familieberichten verschijnen ontvang ik graag een mailtje met de gegevens.

    6* Na de uitgave van het boek �GEBOORTEN en HUWELIJKEN 1604-1923� van de parochie St.-Jan Baptist te Schriek (december 2016) staan er nog enkele zaken in de steigers voor 2017. Het eerste boek kan besteld worden bij Familiekunde Vlaanderen � afdeling Mechelen via hun webshop.

    16.01.2015
    Beste bezoeker,

    Wat vroeger dan gepland start vanaf morgen de lijst met rouwprentjes van Schriek. Erik Ceuppens was zo vriendelijk om de gegevens van zijn ruime verzameling ter beschikking te stellen voor dit blog. Ik zal ook nog enkele personen uit mijn collectie toevoegen. Prentjes welke nog niet op het blog staan zijn altijd welkom (een goede scan is voldoende)!

    Groeten,

    Ren�

    01.01.2015
    Beste bezoeker,

    Wat mag je dit jaar zoal verwachten ?

    1* Het volledige kerkrekeningenboek van 1564 (meer dan 200 bladzijden) met de daaraan verbonden aanmerkingen en nieuwe inzichten in onze plaatselijke geschiedenis + lijsten van overlijdens en andere gegevens.
    2* Zoals in het verleden ga ik trachten om zoveel mogelijk overlijdens van Schriekenaren op het blog te plaatsen. Mocht ik van een overlijden niet op de hoogte zijn gebracht mag je mij altijd een foto van de doodsbrief doormailen.
    3* Vorig jaar beloofde ik 5000 nieuwe akten van Schriek en zijn buurgemeenten, wel ik heb het net gehaald met 5035 stuks. Dit jaar gaan we trachten om er daar nog wat bij te doen. 6000 moet haalbaar zijn !
    4* Doodsprentjes of gedachtenisprentjes bevatten meestal een bron van informatie voor de genealogen. In de loop van dit jaar ga ik starten met een database van deze prentjes, scans zijn dan ook op aanvraag te bekomen om er uw stamboom mee aan te vullen.
    5* Het blog Parochie Sint Jan Baptist (sinds 2009 niet meer actief) zal in de loop van dit jaar verwijderd worden. De voornaamste zaken zullen overgeheveld worden naar het blog Schriek.

    Beste wensen voor 2015 !

    Ren�

    10 mei 2014
    Beste bezoeker,

    In de volgende dagen zullen weer enkele berichten geordend worden via het Archief met dropmenu en het aantal akten van onze buurtgemeenschappen zal nog verder worden uitgebreid. Van elke akte BS is op aanvraag een foto in jpeg te bekomen omdat ik niet alles kan weergeven uit de akte wegens tijdsgebrek.

    Verder heb ik weeral moeten vaststellen dat er mensen (zelfs van een heemkring) zaken copi�ren van mijn blog en publiceren zonder mijn goedkeuring en niettegenstaande in het eerste bericht in bijlage de copyrights duidelijk zijn vermeld. Ze voelen zich zelfs niet geroepen om op mijn mail te reageren. Ik krijg geen subsidies of toelagen, ik word ook niet gesponsord, ik werk gratis voor de gemeenschap die mijn pensioen betaalt. Ik heb er even aan gedacht om dit blog te verwijderen en de boeken te sluiten. "Trop is teveel" zei VDB !!!

    Je kan als bezoeker reageren door een reactie op dit bericht na te laten.

    01.01.2014
    Beste bezoeker,

    Alle berichten van het voorbije jaar zijn weer netjes geordend zodat ze makkelijker zijn terug te vinden via het Archief met dropmenu.
    Wat mag je dit jaar nog verwachten?
    1* Verdere nieuwe gegevens uit het Kerkarchief
    2* Aanvullende akten van Schriekenaren uit archieven van onze buurtgemeenschappen.
    3* De akten uit de Burgerlijke Stand van Schriek vanaf 1797. Deze akten geven weer andere en soms aanvullende informatie bij de gegevens uit het kerkarchief. (start morgen)
    4* Nieuwe geschiedkundige wetenswaardigheden, soms erg verrassend.

    Nog veel lees- en opzoekgenot toegewenst in 2014.

    Groeten,
    Ren�



    19-04-2019, 23:14 geschreven door renic
    Reacties (2)
    11-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oproep aan de genealogen.

    Nieuwe OPROEP aan de genealogen n° 7

    Steeds meer mensen die op zoek zijn naar hun voorouders komen soms op een punt terecht waar ze niet meer verder kunnen omwille van de afstand tot de streek van herkomst of omdat ze de nodige gegevens gewoon weg in die buurt niet vinden. Velen vragen dan om hulp, maar ook voor mij zijn er limieten. Ik tracht zoveel mogelijk gegevens van de originele documenten voor iedereen op het blog toegankelijk te maken. Daarom vraag ik nu ook eens om jullie hulp. Indien u een van deze mensen in dit bericht kan verder helpen met informatie, doe het dan! Om veiligheidsredenen ga ik geen emailadressen bij de zoekertjes plaatsen. Je kan een reactie plaatsen bij dit bericht of mij gewoon emailen via het blog.
    Dank bij voorbaat.
    Zoekertje 2
    Guido schreef mij :
    Ook Alex zoekt deze man :

    Ik ben reeds enkele jaren op zoek naar de geboorteplaats (en indien mogelijk meer gegevens) van mijn voorvader: Matthias Scherens. Gehuwd in Schriek op 16-07-1641 met Catharina Claes. Overleden in Schriek op 30-09-1676.

    Ik heb archieven doorzocht in Brabant, het Antwerpse, Doornik, via medehobbyisten in West-Vlaanderen, Noord-Frankrijk, ... maar nergens vind ik een aanknopingpunt.

    Via Uw blog weet ik dat hij kerkmeester, schepene en burgemeester geweest is in Schriek. Daarom verwonderd het mij dat ik nergens info vind over zijn geboorteplaats.

    Kan u me verder helpen? Eventueel via een oproep in Uw blog

    Zoekertje 4

    André schreef mij :            
    Ook Fabienne zoekt deze man :

    de stamboom van mijn voorouders gaat tot joannes verbinnen ° ???? plaats ????
    hij is in betekom 20-01-1752 gehuwd met petronella antonis deze is geboren in betekom 25-04-1727 +betekom 17-05-1763 joannes is +in betekom 06-02-1762 begraven 08-05-1762 de huwelijksakte vermeld geen geboorteplaats van de bruidegom. hij was van 1751 tot 1762 koster, schoolmeester en dorpsschrijver te betekom
    hebt u misschien een link die mij verder kan helpen

    Zoekertje 6

    Leo schreef mij : Ben op zoek naar plaats en datum van overlijden van WOUTERS Simon
    geboren te Westmalle op 25/03/1861. 1ste echtgenote Justens Maria Theresia °11/12/1860 te Oelegem + 30/03/1889 te Oelegem 2de echtgenote Vervoort Joanna Josephina ° 01/05/1864 te Schilde x 16/02/1897 te Brecht
    Simon is overleden na 1920

    Wie Leo kan helpen kan mij mailen of een reactie plaatsen onder dit bericht.
    Zoekertje 7

    Guido schreef mij : Via een dame uit Noord-Frankrijk heb ik de naam Joanna (Anna) Scherens doorgekregen. Ze is drie maal getrouwd geweest. De laatste maal in 1642 met Andreas Hendrickx. In uw gegevens komt ze voor als Anna Schreyns. Ik heb ze ook al terug gevonden als Joanna Schrens. Ik vermoed dat ze begin 1600 geboren moet zijn. Zou iemand iets meer weten over die Anna Schreyns/Scherens/Schrens? Zou er een link kunnen zijn met Matthias?

    Wie Guido kan helpen kan mij mailen of een reactie plaatsen onder dit bericht.


    11-04-2019, 16:49 geschreven door renic
    Reacties (1)
    05-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (5)

    WO I

    “Ons oorlogsdagboek 1914-1919”

    van Jan De Belser.



    Bl.34.

    g) Stvl. vertelt ons : “Toen de Belg. patrouilles hier lagen, was Sbkv. voor Fr. Verschaeren eenige peren aan ’t afschudden voor uwe daar. Een Waalsche soldaat, als wacht, geleide hen als roovers naar zijn overste in het huis van Mr. Louis Serneels, door tusschenkomst van Mr. Pastoor bij den overste mochten ze vrij terugkeeren”. –Saa. en Sbkv. hebben met eenen kruiwagen ellegoed van Lier meegebracht.
    h) Gebuurvrouw Sba. aan Marie : “Wilt gij van uw fruit wat terug? Ik heb er nog een weinig liggen! Heeft Sbkv. u niets gegeven. De kleine L. heeft aan onzen R. gezegd, dat zij nog 2 zakken fruit hadden; ik dacht zeker dat ze u zouden meegedeeld hebben.
    i) Schoolopziener Allaeys verklaart ons, dat hij bij zijn vroegtijdig bezoek aan vrouw Sbk gevraagd had, de rijpende boonen te plukken en voor alles wat te helpen zorgen, daar zij hun gezegd had, dat wij naar Engeland waren gevlucht en misschien nog lang zouden wegblijven”.
    Met het boterhampapier hadden wij zelven reeds het eerste staaltje van eerlijkheid bij de hand. ’t Schijnt ons toe, dat deze mededeeling aan ons gedaan, voortkomen of uit gevoel van afkeuring, of om – voor den aanbrenger – verdenking van zich af te weren, of uit afgunst tegenover elkander.
    Zedeles. Geef den sleutel der tuinpoort dan al aan geburen met de aanbeveling : Raapt alle gevallen fruit op, maar sluit de poort!
    Onze gebuur, de kinderen Verelst, zijn er niet minder erg aan. Te laattijdig gevlucht, hebben ze te Lier, tijdens de beschieting der stad, paard en rijtuig met kleederen en andere benodigdheden in den steek moeten laten. Constantia heeft niets meer dan ’t gene ze aan het lijf heeft. (Stuks met dank aangenomen).
    4 u. Een rijtuig (speelkar) waarop 6 of 7 religieuzen rijdt in de richting van Heyst.

    19. Fel gevrozen. ’t Begint te sneeuwen; dit houdt den ganschen dag aan.
    Louis Vetters, vermoedend dat wij, door bemoeiing van onzen werkman, misschien op hem gezinspeeld hadden, met te zeggen, dat er van ons fruit verkocht was, komt ons zijne onschuld te bewijzen en keert volkomen gerust gesteld weer. Een dochter van de Wwe. De Cuyper komt ons inlichtingen vragen nopens een reis naar Amersfoort, waar haar broeder als soldaat geïnterneerd is. Een gebuur brengt ons een briefje van den heer Perckmans, “Tent”Befferstraat Mechelen : onze twee rijwielen – den 19e Aug. daar achtergelaten, zijn niet meer weergevonden.
    5 u. Op heel de parochie (winkels) is geen brood meer te krijgen. Ook geen geklaarde petrol meer. Alle vijf minuten dient de kool van de lampwiek verwijderd; dan nog duister licht met vuilen geur. Nu en dan verre kanongebulder, -maar niet het minste nieuws – door gebrek aan dagbladen.

    20. Sterk gevrozen. Gazkoolen (6 Hl. Aan 2 fr) door Leon Aerts te leveren, nog niet aangekomen. -2.30 u. 50-60 jonge lieden voorzien van schop of houweel, velen met stoffen band rond den arm, trekken voorbij in de richting van Heyst. Vermoedelijk zijn ze in dienst van de D. tranchées aan ’t dempen : Oproep tot werkloozen hangt sedert enkele dagen aangeplakt. 3.30 u. een gedeelte keert terug naar Lier. – Nog geen brood te krijgen. – Drie lichte rijtuigen met 2 militairen bemand rollen voorbij. Elken dag rijden al meer en meer voertuigen en vrachtwagens heen en weder, -met vluchtelingen, met koopwaren : natiewagens van Antwerpen, vrachtwagens (Jos Daems-Vermoesen, Diest), van Cagg.-Assent, van Glabbeek, enz. enz. Den ganschen dag door trekken reizigers voorbij, meest te voet, enkelen per fiets, meestal met pakken geladen.
    Voerlieden van onze parochie, uit omliggende dorpen en van afgelegen plaatsen rijden met kar en wagen naar Antwerpen om petrolie, meel, bloem, brood en andere waren, zelfs steenkolen, maar komen meest allen of ledig, of met uiterst geringe hoeveelheid, dikwijls van zeer slechte kwaliteit, en dan nog tegen hoogen prijs betaald, weder. (Onze gebuur Jul. Nauwelaerts en Frans Van Rompaey van Achterheide, ledig, een voerman uit Bael met 200 (in stede van 2000) kg steenkolen die zeer vochtig zijn en 5,50 fr de 100 kg kosten)

    21. Onze buurvrouw Const. Verelst komt ons aardappelen aanbieden, en brengt ons twee broodjes. Afgelegde kleederen worden haar ter hand gesteld. Sprekend over het plunderen zegt ze Cpeevm. is eene sergie gaan ontleenen bij Sbkv. die er 12 had.”
    Voortdurend passeeren vreemdelingen. Vrouw Aug. Lemmens heeft heden van een Lierschen grondwerker vernomen, dat men op ons dorp niet meer voortwerkt aan ’t dempen van loopgraven; men zou elders loopgraven delven om Antw. en ’t N. te verdedigen, besluit men.
    Berichten en mededeelingen uitgaande van militaire en plaatselijke overheden worden ook hier (aan de kerk) aangeplakt (Zie afschrift of afdruksel in onze archieven A,B,C,D en E).
    3 u. De veldwachter verhaalt ons hoe hij ’t gewijd vaatwerk, de geconscr. speciën en het kerkgewaad heeft gered als volgt :
    “ Op Woensdag, 14 October ben ik weergekeerd. Na de wanorde en de plundering in mijn huis te hebben nagezien, begaf ik mij in het dorp en naar de kerk. Daar lag alles in de grootste wanorde; Kasuivels en ander gewaad, boeken, alles lag overal uiteen geworpen, vertrappeld en bevuild. De coffre-fort achter ’t tabernakel was opengebroken, ciborie met heilige hostiën en twee remonstrantiën stonden er nog in. Buiten gegaan vertelde ik aan Vinc. Vermaelen, wat schending ik daar kwam te ontdekken. De stoeltjeszetter was van den 11e te huis, had waar-

    Bl.35.

    schijnlijk zijn huis niet durven verlaten. Vincent oordeelde en zegde dat ik die zaken ter bewaring in mijn huis moest brengen. Die woorden van Vincent troffen mij en overtuigden mij ervan dat in dien man geloof moet zitten. Ik heb die heilige zaken eerst in een kas in mijn huis gebracht, en vervolgens meer dan een kruiwagen Kerkelijk goed en gewaad in mijn huis gedragen. Ik heb van dit alles kennis gegeven aan de zusters, die den dinsdag daarna, 20e Oct. weerkeerden. Daags nadien hield hier een rijtuig stil, waaruit een pater stapte op ’t oogenblik dat ik voor mijn deur stond. “Vriend, zegde hij, waar woont hier de veldwachter?” . “Als ge hem moet speken, staat hij reeds bij u” antwoordde ik. “Men heeft mij gezegd dat gij heilige vaten en Kerkelijk goed tegen plundering hebt gered”. Ik legde hem dan uit wat er gebeurd was. “ De priesters, zegde hij, hadden dit niet mogen achterlaten, tenzij dat de kerk brandde”. De pater heeft dan met water den kelk gezuiverd en er de H. hostiën in gedaan; dat waschwater moesten de zusters aan de planten gieten. Bij zijn vertrek zegde hij :” Garde, ik bedank u voor het goed werk dat gij verricht hebt, God zal er u voor zegenen”. Dan zette de pater zijnen hoed op; maar pas buiten de deur nam hij dien af, zette eene muts op, en trok met de schat, in houding als bij een berechting te voet naar Lier. De zusters hebben na ’t vertrek des paters meegedeeld dat de pater hun had gezegd : “Ik zal de daad des veldwachters doen kennen; zijn naam zal in de archieven vermeld worden.”
    De veldwachter zegt ons verder : “Zaterdag den 24e kwam hier de EH. Simons uit het collegie van Lier kennis nemen van den toestand der parochie. Hij werd door onzen koster aangesproken en aanzocht, zoo mogelijk hier dienst te blijven doen. De EH. Simons stemde daarin toe en nam zijnen intrek bij de zusters. Hij zond mij om eenen kelk en gewaad naar Putte. Hij heeft ’s anderen daags en heel de volgende week hier mis gedaan.”

    22. Naar Schriek. Op ongeveer 100 m. voorbij de hooge brug (Heikens) op den rand van den Beerselberg breede diepe loopgracht tot voorbij ’t punt waar het terrein van den berg den buurtspoorweg nabij komt. In de Munksbosschen zegt men ons dat tusschen Achterheide en Heyststatie duizenden en duizenden D. zijn doorgetrokken. Er zijn hier werkelijk overal sporen van doortocht en stopplaatsen te zien : vele graszoden vuurkens met overschot van verkoolde takken, geledigde conservendoozen, gebroken flesschen, stukken van postkaarten, brieven, van verscheurde registers, tabakszakjes, afval van geslachte dieren (hoek van den beemd tusschen eiken en dennenbosch rechts tegen weg van de “Warende” naar de Heikens op 400-500 m. van vermelde woning), langs den weg en in het hout stukken van gordijnen, van kleedingstukken, afval van geslachte dieren – verkenshuid met ruwe borstels, ingewand darmen reeds verdroogd en verrot, door honden afgeknaagde beenderen, hoopkens paardendrek, uitgestrooide en geschoten haver, enz, enz.
    Te Schriek : Moeders huis ledig, deuren vensters gesloten; wanorde van onder tot boven, scherven van glaswerk, stukken huisraad en meubelen, papier, stroo, vuilnis, erger alsof ’t verhuisdag ware geweest. ’t Bijzonderste en wat nog waarde heeft bij geburen in bewaring gedragen, deuren toe –en vastgenageld. Op ’t veld nog aardappelen, beet en andere gewassen in te oogsten! Besluit, morgen terug te komen.

    23. Onze werkman J.B.Bellekens brengt het door hem buiten onze woning gevonden “Kruidboek van Dodoens” naar huis en vertelt als volgt :
    Wanneer ik na de 1e vlucht in Augustus en September, over ander dag uit den Boschhoek naar huis kwam, en met den trein van half twee terugkeerde, vroeg Aug. Kempeneers (bediende van de stopplaats Melcauwen), op mijn pakje met kleederen wijzend, op zekeren dag, : “Uw pak is zoo klein, gaat gij ook met fruit? Sbkv. gaat bijna alle dagen met 1 of 2 mandjes; heeft die wel fruitboomen?” – “Daar neven staan er toch”, antwoordde ik. –“Wel dat heb ik ook gezegd” hernam August. –In de statie van Lier, op een van die dagen, vroegen mij enige kennissen of ik ook een pakje fruit bij had. Zij hadden Sbkv. al verscheidene keeren met 1 of 2 pakken fruit naar Deurne zien trekken. Wanneer ik, voor 8 September eens weergekeerd, in uwen hof wat ging werken en den sleutel van het poortje vroeg, zegde Sbkv. : “ik kan hem u niet geven; de meester heeft hem aan ons gegeven, en gij zijt meest in den Boschhoek.”- “Ik kom om eenige dagen in den hof te werken, en daarom vraag ik den sleutel.”- en ik kreeg hem. –Als ik in de Allerzielenweek langs voor in den hof aan ’t werk was, hoorde ik krakeelen en zeggen : “Gijlie hebt meer fruit van den meester dan wij.” Daarop hoorde ik de dochter tot een klein kind dat weende zeggen : “Zwijg ik zal u een peer geven.” Aan Col. Lambrechts, die het fruit ging verkoopen, dat ik plukte, zegde Sbkv. : “De meester heeft ons voor den hof aangesteld.” Maar Colet antwoordde : de werkman heeft meer te zeggen dan gij, en die stelt mij aan.” Wanneer ik in de week voor Allerheiligen te huis kwam, is J. met mij alles gaan afzien in uw huis en zij wist te zeggen wat op ieder bed ontbrak; ik ben met haar tot op den zolder geweest.” En als de inspecteur –die is hier ook al geweest – met haar in den hof was, raadde hij haar de boonen te plukken en voor alles wat te helpen zorgen, totdat gijlie zoudt terug zijn, want men zegde dat gij in Engeland zaat. Maar Sbkv. moet aan zijn vrouw gezegd hebben : “Blijf er weg !...-Iedereen aanziet hem voor den grootsten pikker, en ik heb gehoord dat er bij hem nog zal herzocht worden, en dat hij zijnen patattenput nog zal moeten ontruimen als het niet meer vriest.

    Bl.36.

    Daar moet nog wat onder zitten.
    Vrouw Smla. klaagt alzoo : “Wij hebben schier niets meer : op een bed nog eene, op een ander bed nog 2 katoenen sergiën. Eenige paren kinderschoenen zijn teruggebracht, maar dat is al; onze schade beloopt 5000 fr.

    24. Over Putte naar Schriek. In de Leemputten zijn omtrent alle oude strunken verdwenen. Gom. Rijmenants, met bijl op den schouder, huiswaarts trekkend, zegt: “ M. ik ben ook gaan “hoellie” kappen. In de Steenstraat, een spoor (kale vlakte) die uitgeeft op het Beerselbroek, met loopgraaf langs de straat tot aan de Steenbeek. Oud huis (Badts) afgebrand. Loopgrachten in de velden rond de Breedestraat. Nabij het “Hoefijzer” op weg van de kruisbaan naar Schriek, ontmoeten wij J. Van Roosbroeck (van nabij de Begijnenhoeve) op zoek naar een vermiste koei. Hevig verbitterd zegt de man : “’t Is schromelijk, beesten kwijt, kwijt. Ge hebt daar uw gebuur Sbkv. In den nacht van Zondag op Maandag na den val van Antwerpen heeft hij met Lsdva. en Kbdol. bij mijn vader 300 kg tarwe en koren van den zolder gehaald; ik zal het hem in ’t publiek eens komen verwijten. Een weinig later hoorde ik zeggen dat zijn vrouw naar K.Hoyckt was gaan gist halen : “We hebben 50 kg. tarwemeel gekocht, zegde zij, nu kunnen wij bakken”. En ik heb nog gehoord, dat hij met ‘nen kruiwagen ellegoed van Lier naar huis heeft gevoerd.”
    Te Schriek hooren wij ook liedjes zingen van “vroeg te huis” – en hebben er een van volmaakste beelden van verwoesting in de woning van broeder Victor, gemeenteontvanger. Met geburen gesproken over inoogsten van aardappelen en voeder. Nieuwe sloten op deuren van moeders huis en van broeder.

    Deze tekst staat omgekeerd onderaan Bl.36.
    (1) naar Putte, waar men eene onzer kinderen als tusschentijdige ond. vraagt. Door konkelfoezelen van gemeentesecretaris en ’t Gesticht van O.L.V.Waver, wordt jufr. Landmeters, nicht van de bestuurder der normaalschool aangesteld.


    25. Vrouw Kbdom. sprekend over plundering, zegt : “C. die in ons huis woont, heeft zoo dikwijls gezegd dat hun moeder zooveel kreeg van den meester, en nu doen ze dat zoo!” Na hare terugkomst had C. schoone, nieuwe, lange gordijnen aan ’t venster hangen, die zij zegde gekregen te hebben, maar toen er gesproken werd van huiszoeking waren de gordijnen seffens verdwenen, en ik heb ze niet meer gezien. –En met V. van Smla. : toen Math… in den gildezaal naar de binnengebrachte voorwerpen kwam zien, vond zij er vijf wollen dekens, die haar toebehoorden, maar die V. beweerde de haren te zijn. V. gaf er haar eene, maar hield de andere vier. Dan is Math… er gaan ontleenen bij vrouw Sbkv. die er verschillende op ieder bed had.

    26. Geen klas bij de zusters : Prinsjesdag.-Schoonzuster Fien brengt 300 kg aardappelen en een geslacht half zwijn met het gespan van Peer Op de Beek, en neemt beste matrassen, briefwisseling en voorwerpen van belang tot meer veiligheid mede naar Wiekevorst. We gaan mee. Bij terugkeer rond 23 u., in het dennenboschje tegen den “Kapelleweg” op Heesten, hevig zaaggesnor, twee kruiwagens staan geladen met dennenboomstammen tegen den steenweg. We horen overal van houtdieften.

    27. Naar Heyst voor reispas naar Holland. Gom. Barberien, die we ontmoeten, verhaalt ons zijne vlucht; hij looft het onpartijdig gedrag van den heer Burgemeester van Itegem, in zake verdediging tegen den vijand (opeisching, enz), noemt een zeer welstellenden boer, die zich andermans goed toeeigende. Op het pasbureel (woning van Wwe. Van Eepoel, links over ’t spoor aan de statie, kan men ons geen pas voor Holland afleveren tenzij per trein Antw.-Esschen-Rozendaal. Men raadt ons een pas te vragen op ‘t stadhuis te Turnhout. Naar Wiekev. vernachten.

    28. 3.30u. Na ontbijt op weg naar Roermond, met pakje kledingstukken voor onze kinderen. 8.15 u. Te Gierle, in “den bonten os” nemen we boterham met tas koffie. Met gespan van Leopold Verelst naar Turnhout. 10.45 u. Op ’t Stadhuis : de heer politiekommissaris, een zeer gedienstig en gezellig man – hij is de dwingelandij beu - vult voor ons een pasformulier in, dat door D. bedienden aangevuld wordt en voorzien van den stempel van den milit. Kreischef. – Afschrift :
    Signalement :

    Ouderdom : 51 jaar
    Gestalte : 1 m 700 mill.
    Hair : grijs zwart
    Voorhoofd : rond
    Wenkbrauw : blond
    Oogen : grijs
    Neus : gewoon
    Kin : rond
    Gezicht : rond
    Mond : gewoon
    Gelaatskleur : gezond
    Bijz. teekens : --
    Handteeken van den drager.
    J. De Belser
    Stad Turnhout

    De Burgemeester van Turnhout bevestigt dat de genaamde
    De Belser Jan, geboren te Schriek, den 2e Mei 1863,
    woonachtig is in de gemeente Berlaer.
    Dit bewijs dient tot vrijen doorgang, zich met of zonder
    goederen heen en weder te begeven naar Holland om zijne kinderen te halen.
    Te Turnhout, den 28-11-‘14
    Voor den Burgemeester,
    De Politie Kommissaris
    (get) Delimans

    Langs de achterzijde :
    Passiert nach Holland
    Kinder holen Fam. und zurück, gültig bis 12/12
    Turnhout 28/11 14 Der milit. Kreischef …..
    1,00 fr.


    Bl.37.

    In een schoone benedenzaal is ’t D. bureel ingericht : drie bedienden aan tafel : de 1e schikt de passen in orde, de 2e vraagt inlichtingen (zoo nodig) en tekent eenige aanduidingen langs de achterzijde op het pas, de 3e ontvangt het bedrag. In de zaal, zetels, telefoontoestel, dagbladen, wapens. Een officier(?) neemt inzage van dagbladen. -12 u. Vertrek naar statie Weelde-Merxplas; gezelschap van dienstbode van mej. De Broqueville. Aan de grens, nabij ’t station ter herberg van L. Van den Eynde, D. wachten. Nazicht van pas, aanteekening van korten inhoud. In station reiskaart naar Roermonde. Op vertoon diezelve aan een Nederl. treinwachter, doet deze ons opmerken, dat wij met deze kaart vandaag niet meer in Roermond kunnen geraken. Hij roept den stationchef, en verzoekt dezen ons een kaartje tot Tilburg af te leveren, en zegt ons : Te Tilburg neemt ge een billet voor ’s Hertogenbosch, en in deze laatste plaats een voor Roermond, waar ge 6 u. zult aankomen. We bedanken dezen voorbeeldigen beambte.
    ’s Hertogenbosch – sierlijk, welingericht statiegebouw. Prachtig plein met beplantingen en beeldhouwwerk voor ’t station. Schone woningen (nieuwe stad), paardentram, kanaal om de stad.
    Reizigers in dezen laatsten trein laken het leggen van mijnen in de Noordzee.
    7 u. Bij Mr. Hausmans met vreugde ontvangen. Kinderen uit St. Salvator geroepen, gelukkig samenzijn. Allen zien er goed uit en verklaren hoogst tevreden te zijn in hun verblijf. Madme. Hausmans toont zich tot in de geringste bijzonderheden om hun welzijn bekommerd.

    29. Zondag voormiddag bij Mr. Hausmans: Brief over den toestand te Schriek naar Vlissingen gezonden.- Namiddag in St. Salvator, waar brief uit O.L.V.Waver is toegekomen. Laatste bezoek aan den ZEH.Reighard – bedanking. Laatste nachtverblijf bij Mr. Olde, -afscheid.

    30. Afscheid van de familie Hausmans. – 7.50 u. Vertrek vergeijld voor Maria. In den trein Eindhoven –Oisterwijk zitten een 8tal 7-12 jar. leerlingen, die zich, met schrijf- en leerboeken ter schole begeven. Allen zonder uitzondering rooken sigaretten van welke zij de hoedanigheden en prijzen, als verstandige lui bespreken. Een half dozijn 18-20 jarige Walen uit Tilff of omstreken gaan zich te Vlissingen naar Engeland inschepen. –Bij vertoon van pas te Baerle-Nassau niet de minste moeilijkheden.
    Vertrek te Baerle (grens) 11 u. te Turnhout 13.30 u. –te Gierle 15 u. (Mitt. omwille van zeere voeten blijft hier bij Eerw. Zusters vernachten), te Lille 15.50 u – Herenthals 17.30 u. – Wiekevorst 19.50 u. Een hevige ZW wind met regenvlagen bemoeilijkt den gang.

    December 1. Te Itegem tentoonstelling van vreemde dieren. Tusschen Itegem en B. Heikant ontmoeten wij 4 koeien, 1 geit en 1 schaap. De woningen van Aloïs Van den Broeck en van de kinderen Fierens (Ketel) zijn fel beschadigd door het gedaver van de afgevuurde kanons die in de hoven van beide geburen zijn opgesteld geweest.

    2. Onze werkman Frans Bellekens gaat naar St-Kathel. Waver het graf opzoeken van zijn gesneuvelde zoon Ferdinand.

    3. Naar Schriek om ’t werk op ’t veld en aan huis te helpen regelen

    4. Mitt. uit Gierle over Wiek. aangekomen, heeft vernomen dat Jef Peeters, vrijwilliger, door een bal aan den arm is gekwetst, dat naar mededeeling in St.Salvator in eene wijk te Düsseldorf, van 300 huisvrouwen er 56 weduwe geworden zijn door den oorlog; van abbé Verbist, die zwaar gewond is, niets meer gehoord. -Frans Bellekens door de burgemeester en veldwachter verwittigd dat zijn zoon Ferd. te St. Kath. Waver gevallen is, heeft het graf van zijn zoon gevonden; hij wijst de ligging zeer nauwkeurig aan (op de kaart –planch. v. ’t Oorlogsdep. 1/20000). “Van de tramhalt “Quatre Verres” (Herberg “ Hier kaart men geernen”), de baan naar Mechelen toe volgen tot hier (punt gelegen op 1400 met. van “4 verres”, en dan 80 m. ver rechts het veld in.” Volgens ter plaatse ingewonnen inlichtingen is Ferdinand gevallen op 1 of 2 October, vermoedelijk door een stuk shrapnell getroffen. Men heeft het lijk in zittende houding aangetroffen, zonder oppervlakkig zichtbare wonden, tegen een strunk uit welken de zoons van den landbouwer die het veld bewint, stukken van zulk projectiel hebben uitgekapt. Het lijk dat eerst op den omgewerkten grond begraven was, is over 14 dag. door aangestelde mannen op eenen dam tegen den kant verplaatst. Het nummer van ransel, shako, livret en medalie bewijzen ten volle zijn identiteit. Fr. Bellekens zegt verder dat te dier plaatse schier alle hout doorboord en als afgemaaid is. Hij heeft er ook vernomen heeft dat van 300 Belg. die hier in ’t vuur hebben gestaan, er slechts enkelen zijn weergekeerd. In den omtrek liggen meerdere Belgen begraven, slechts 1 D. officier. De lijken der niet gegradeerde D. zouden zooveel mogelijk weggevoerd (per 4 bij elkander gebonden) worden ter verbranding naar Luik of Namen. De officieren zouden ’t voorrecht eener gewone begrafenis genieten.

    5. Wij besluiten eene kleine verzameling aan te leggen van oorlogsouvenirs : hulzen, scherven en stukken van granaten, alle door den vijand achtergelaten materiaal, enz.
    Vrouw Aug. Op de Beeck heeft vernomen dat hare zuster Antonetta, door de suikerziekte aangedaan, op vlucht in Engeland overleden is.

    6. Mar. en Mitt. gaan naar verwoesting van Kon.-Hoyckt en Lier zien, -wij naar Schriek werk regelen en dagloon voldoen. Wij ontmoeten op weg Frans Frans (Uilenboer) op zoek naar vermist vee. We voldoen voor ’t uitdoen van aardappelen aan Fr. Docx 89,70 fr, aan Louis Peeters

    Bl.38.

    voor ’t plaatsen van twee sloten 3,80fr.
    “De stad Lier, zeggen Mar. en Mitt., rijst stil aan uit hare puinen op : trottoirs worden blootgelegd, muren afgebroken of hersteld, enkele winkels geopend. Hier en daar een soldatengraf. Voor ’t monument van Tony Bergman (op ’t kruis : “Hier ruhet Res. Gust Batler für vaterland den heldentod gestorben 6-10-1914. 2/35.” Links en rondom dit monument meerdere graven met namen; in den hof van “Casino” ; “Hier ruhet ein Engländer”. Te Kon. Hoyckt aan de losplaats van den tram een D.
    Op weg naar Lier heeft Vinc. Vermaelen meegedeeld dat zijn vriend en huisgenoot, Toon Collijn uit ons dorp eerst is weggevlucht met een of twee anderen wanneer de van Beersel aanstormende D. reeds de prov.baan hadden bereikt. Dat Toon dan nog zoo roekeloos was, door een verrekijker, op de observatiepost op onzen kerktoren achtergelaten, die grijze massa beter te willen zien, maar op ’t zelfde oogenblik door een schot in ’t hoofd neerviel; - tegen het voetpad naar Heesten, nabij den steenweg naar Melcauwen, heel ondiep begraven, en enkele dagen na den val van Antwerpen door Vincent met een of twee helpers naar ’t kerkhof overgebracht.

    7. Buurvrouw Slwnj om regenwater gekomen, kon over “mannen van vroeg te huis” ook niet zwijgen. Zij vertelt aan Mar. : “Ik heb daar bij den schoenmaker hooren zeggen dat ge een verken gekocht hebt met Sbkv., ieder een half…- Dat moet iemand van hen toch gezegd hebben. Ik kon het niet gelooven, want ge weet wel …Den 1e nacht na onzen terugkeer heb ik daar geslapen, en op verschillende bedden een schoon roze, wollen sergie gezien. J. zegde : “’t Is al wel dat wij die nog hebben, we hadden er juist vier voor den oorlog gekocht bij …” –Maar deze heeft nooit sergies verkocht, en op de vlucht hadden ze die ook niet bij; anderen hebben die daar ook gezien. Nu rijdt … gedurig met graan naar den molen, en toen ik bij hem kwam op de vlucht, zegde hij : “Ik had nog een zaksken koren staan, maar ik heb het meegebracht om ’t vee in ’t leven te houden”. – En in ’t begin, toen ze te huis waren, deden ze niets dan nieuwe kleeren maken, … onderrokken en broeken van zulke schoone stof, rood gekleurd met wafelputtekens in, wel van 3,50 fr. den meter. Den 1e Zondag hadden ze ook schoone zwarte neusdoeken om, en ik hoor zeggen, dat ze er ook nog schoone witte hebben. Ik heb hem ook al verscheidene keeren naar den kleermaker zien gaan. Zijlie zeggen dat ze veel van de D. gekregen hebben : C… zegde zelfs, dat de D. haar te Lier wilden schoenen geven, maar dat ze niet durfde binnengaan, of die niet aannemen. –Als ik er eens binnenkwam, was men bezig aardappelen in de pan te bakken met smout (koolzaadolie). Ik vroeg waar dit te krijgen was. Men antwoordde : “Wij hadden er nog wat staan in een flesch, maar bij Suetens is er nog ‘nen kruik”. Toen Nintvl daar ging zien, stond die van Sbk. daar binnen alsof zij den winkel deed, maar ’s anderen daags was het smout daar ook weg!”

    8. 9 u. Een groep D. soldaten , 60 - 70 man, marcheeren naar Gangelberg toe en keeren na een halve uur terug. Om 10.30 u. Bij Frans Mariën - Goris (onder den afgebranden molen) naar het beschadigd huis gaan zien. Schuur en stal liggen teenenmaal in puin door granaten en gedaver; woonhuis met kamer en kelderkamer zijn vol scheuren en barsten, gansch dooreengeschokt, deels bouwvallig en slechts recht gebleven door den molenberg die den Z.gevel steunt tot halve hoogte. De zoon Louis, tot laatst gebleven met andere jongens, vertelt dat zij van op den molen, uit alle richtingen, maar vooral van Beerselberg zooveel D. zagen afkomen, dat er alles grijs van zag. De dichtst genaderden waren al in het Kerkeboschje, anderen van over den steenweg aan de hooge brug door de Kegelstraat naar den Gangelberg uit al dicht bij gekomen. De eersten die over den steenweg van Aerschot kwamen, keerden dicht aan ’t huis van Wwe. Augustijnen terug. Bij ’t naderen der D. namen zij ijlings de vlucht en gingen zich in de schuur van Jos. Augustijnen in het hooi verbergen, waar de D. Jos. Steyaerts ontdekten en medenamen naar Lier.
    12 u. Aankomst in Schriek. Klachten over de afwezigheid van den gemeenteontvanger. Registers, bruikbare papieren en eenige paperassen bij Jos. Van den Acker binnen gedragen.
    20 u. Bij terugkeer ongemeen hevigen lichtglans op duisteren horizont in de richting van Tervueren. Dag en nacht, zonder ophouden, rollen hier allerlei voertuigen voorbij; zware natie- en andere vrachtwagens, sommigen met 3 en 4 paarden bespannen, karren en lichte rijtuigen van allerlei vorm, ezels-, honds- en stootkarren met alle slag van koopwaren en voorwerpen geladen, vluchtelingen met pakkage, vreemde voetreizigers van allen ouderdom en stand. Onder ’t geleide van eenen baas komen 7 wagens, die te St. Truiden te huis behooren, elk met eene koppel paarden bespannen, en geladen met alle soort van koopwaren, o.a. met 5000 kg bloem uit Antwerpen huiswaarts, en een der voerlieden vraagt hier naar een afspanning om te vernachten. Men wijst hem het ‘Kruispunt’ aan, als ruim genoeg voor zooveel gevaarte.

    9. 8 u. Het kanon laat zich in het ZW. Hooren. Wij gaan brieven bestellen naar … War zullen die lieden nieuwsgierig zijn! In den voormiddag neemt het kanongebulder in hevigheid toe. -12 u. De ruiten ramelen bij wijlen in de ramen van den voorgevel onzer woning. Broeder Mathëus van Hamont brengt ons een bezoek. In gezelschap van den molenaar uit zijn dorp doet hij eene omreis in de provincie. Op onze vraag naar den toestand aan het front, zegt hij vernomen te hebben, dat het den D. volstrekt onmogelijk is aan de IJzer door te breken, en er zijne

    Bl.39.

    krachten te vergeefs uitput, dat er heel onlangs 6000 man krijgsgevangen zouden genomen zijn, en dat de Rus snel vordert. Mitt. die voornemens is naar Roermond terug te keeren, besluit en maakt zich onmiddellijk gereed om met de bezoekers per velo over Wiekevorst en Geel tot Hamont te gaan, en voorts van Budel naar Roermond per trein te reizen. Broeder Mathëus belooft haar over de grens te brengen. Jos. Van Houtvinck stelt ons van den strijd op zijn veld aan den afgebranden molen achtergelaten voorwerpen ter hand : stuk granaat, rieten mandje, enz.
    J.B. Bellekens keert van Heyst weer met een pas, hem door den commandant aldaar afgeleverd, ten einde hem toe te laten de Nederl. grens te overschrijden om moeder en zuster met gezin naar Vlissingen te halen. Men heeft hem gezegd dat hij slechts over Antw.-Rosendael, of over Turnhout in Nederland binnen mag.
    Afschrift van vermeld pas :

    13.30 u. Kinderen hebben 23 D. lansiers geteld die over den steenweg van Beersel-Dries naar Itegem reden. We vernemen verder dat vandaag in Beersel, Heyst en Hallaer zeer vele manschappen van verschillende wapens aangekomen zijn en bij de burgers ingekwartierd worden. Dat te Heyst D. kanons toegekomen zijn. Jan B. Bellekens heeft vandaag een trein zien passeeren met gesloten wagons, waarop langs elke zijde biljetten met dezelfde D. woorden. Het publiek veronderstelde dat het lijken zijn.
    Volgens aangeplakt bericht zal morgen voormiddag om 10 u. op de dorpsplaats eene tentoonstelling van vreemd vee plaats hebben; eene 2e tentoonstelling op 17 Dec., zelfde uur.

    10. Het kanongebulder en de krijgsbeweging van gisteren verspreiden weer onrust. Bevestigd wordt, dat uit de richting van Mechelen zeer veel soldaten met geschut door Heyst Owaarts zijn getrokken. 10 u. Twee zware Hagelandsche karren (met rechte berriën en hooge sponden) rijden naar Aerschot toe. Langs voor op den schoot der 1e zit naast, en met den voerman in gesprek, een pater of broeder in zwart kostuum, een witte lap boven op de borst, met den hoed in de hand zijn hoofd tegen den tamelijk hevigen wind beschuttend. In tegenovergestelde richting passeert een ander eigenaardig rijtuig. Het gevlekte paard is ingespannen met volledig getuig zooals wij meermaals in praalstoeten zagen, -waarvan alle stukken met geel koperen blinkende nagelen zijn beslagen even als de randen van de schoven en sponden des rijtuigs. -10.30 u. Vijf zware natiewagens komen van Antwerpen. Zij zijn met een koppel kloeke paarden bespannen. Tusschen de met ruwe planken aan zware rechtstaande kepers gevormde sponden, liggen de waren hoog opgestapeld en zijn overdekt met geteerde zeilen. Allerlei vreemdelingen, heeren, werklieden, schoeiers, -de meesten met afgemat uitzicht –slenteren langs de baan.
    13 u. We begeven ons naar Schriek. Nabij de hooge brug in de Heikens, vertelt ons J. De Preter: “130 Duitschers hebben den nacht in en rond de dorpskom van Beersel doorgebracht, heden voormiddag zijn hier 4 groepen lansiers, ieder van ongeveer 150 man over den steenweg naar Heyst getrokken; zij zegden naar Turnhout te moeten. Het kanongebulder gisteren heeft naar het zeggen van een reiziger plaats gehad op de forten rond Liezele en Puers.” Bij ’t overstappen der tramlijn zien we den aarden weg teenemaal vertrappeld door paarden. Een persoon op ’t naaste veld zegt dat er over dezen weg heden voormiddag omtrent 300 ruiters voorbijkwamen op weg naar Turnhout, het zagen er allen jonge mannen uit.” –“In Schriek zegt ons Frans Wuyts, zijn verleden nacht ruim 200 jonge ruiters gelogeerd geweest, en vandaag voortgetrokken naar Heyst, en … Op Maandag 28 September verschenen hier te Schriek zooveel D. met zware kanons, dat het niet te gelooven is. Op enkele minuten was heel de “Schrieksche den” (vlakte tusschen de Schriekstr., de Breedestr. en de Heystsche beek) bezet, waren 4 of 5 verschansingen opgeworpen, en al de kanonnen opgesteld. Wij hier in de geburen en de bewoners der naburige huizen werden verzocht de plaats te verlaten, en ons naar Tremeloo, Bael of Owaarts te begeven. Aan hen die vroegen of voorstelden zich in den kelder te verbergen, werd geantwoord : “…niet doen…schieten door kelder…” Geen voet grond ligt op den “Schrieksche den” die niet door D. is betrapt geworden. Slechts ¼ daags, zegt Frans, ben ik weg geweest, -met schrik gezeten wel eenige dagen. Aan de menschen hier werd geen last aangedaan, tenzij dat de opgeeischte haver met bons betaald werd. –Uw broeder Victor kwam verleden zondag hier ook nog uit ’t bosch gekropen, blootshoofds en bevende van angst, met de vraag : “Waar zijn ze ?” en gevolgd door zijn vrouw.”

    11. Het huiswaarts trekken van vreemdelingen en gespan blijft voortduren. vreemdsoortig

    wordt vervolgd



    05-04-2019, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    31-12-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ons Oorlogdagboek 1914-1919

    WO I

    “Ons oorlogsdagboek 1914-1919”

    van Jan De Belser.

    Wie was Jan De Belser?

    Jan was de zoon van Josephus en Dorothea Wouters geboren te Schriek als Joannes Cornelius op 2 mei 1863 al waar hij opgroeide. Later werd hij onderwijzer en schoolhoofd te Berlaar-Heikant. Hij was gehuwd met Maria Papen en het gezin werd gezegend met vier dochters : Gaby, Rafke, Maria en Paula. Het dagboek neergepend in schoolschriftjes (bijna 2000 blz.=435 A3-pagina’s) geeft ons inzicht in de wreedheid en ontberingen tijdens den Groten Oorlog. Daar hij zich dikwijls naar Schriek begaf om zijn moeder en broer te bezoeken, die nog steeds in het ouderlijke huis woonden, hebben de meeste verslagen betrekking op de gemeenten Schriek, Beerzel, Putte, Berlaar en natuurlijk ‘den Heikant’, maar ook Heist, Hallaar en Wiekevorst komen ter sprake.
    Jan is ook de auteur van “Eenige aanteekeningen over de gemeente Schriek”. Jan overleed te Wiekevorst op 12 juli 1949 op 86 jarige leeftijd. Als onderwijzer was het zijn taak om kennis over te brengen naar zijn leerlingen, maar hij deed meer : hij wilde ook kennis doorgeven aan ‘de mensen’ in ’t algemeen en daarom kroop hij in zijn pen en liet hij ons een stukje geschiedenis na tot ver over zijn dood heen. Als hommage aan Jan De Belser en tevens ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van het einde van WO I volgt hierna de transcriptie van zijn oorlogsdagboek, in de hoop dat ook de jeugd van heden eventjes deze tekst zouden willen lezen en blijvend herinneren.
    Ook genealogen gaan hier info over hun voorouders terugvinden.

    Voorwoord.
    Transcriptie door Lambrechts René

    Toen elkeen vermoedde dat de moord op het kroonprinselijk echtpaar van Oostenrijk (28 Juni 1914) aanleiding zou geven tot een Europeesch conflict, waarbij ons Vaderland, gelegen tusschen twee machtige, elkander vijandige natiën, voor het minst erg geschokt zou worden, volgden wij met de levendigste belangstelling het verloop der opeenvolgende gebeurtenissen. En, wanneer eenige dagen later de eene oorlogsverklaring op de andere volgde, vatteden wij het plan op regelmatig aanteekening te nemen, zoo getrouw mogelijk, van feiten en toestanden in onze omgeving, van mededeelingen : dagblad- en straatnieuws ten einde een aandenken te bewaren van al wat een oorlog meebrengt.

    Bl. 1

    Juli – Augustus 1914.
    Juli 24.
    Ingevolge den moord op den kroonprins van Oostenrijk-Hongarië zendt Oostenrijk een ultimatum aan Servië (23 Juli 1914)–(Uit Dagbladen.)

    25. Servië geeft bereidwillig toe aan al de eischen van Oostenrijk, behalve aan één enkele : Het kan er zich niet toe laten vernederen, dat Oostenrijk zelf een onderzoek doet in Servië tot ontdekking van het Komplot dat vermoedelijk in dit land werd gesmeed. Servië zou overigens op de hulp van Rusland rekenen. (Dagbl.)

    26. De vertegenwoordigers van Rusland, Frankrijk en Engeland wenden alle pogingen aan om het conflict bij te leggen, maar hunne bemiddeling schijnt op Oostenrijk geen vat te hebben. (Dagbl.)

    28. Oostenrijk verklaart den oorlog aan Servië.

    29. Rusland mobiliseert. (Dagbl.)

    30. Men spreekt van mobiliseeren in België. (Dagbl.)

    31. België mobiliseert : Meerdere klassen worden binnengeroepen. Opgeeischte paarden - een 50 tal - trekken onder de leiding van lansiers uit de richting van Aerschot door Berlaer-Heikant naar Lier. Paarden en wagens van de heeren gebroeders Heylen en van Leonard Kerkstoel zouden naar Herenthals gestuurd zijn. Opgeroepen zijn de volgende jongelingen onzer parochie hun korps gaan vervoegen : Leys Frans, Lambrechts Jos, Busschots Alfons, Nauwelaerts Lod., De Cuyper Frans, Meuris Leopold, Van den Broeck Jos, Moons August, Van de Vonder Alfons, Storms Alfons (vader van 6 kinderen), Guldentops Frans (2 kinderen), Aerts Florent (zoon van Medard), Lens Leop., Moras Lod.,Bellekens Ferdinand, Hendrickx Felix, Maris Frans, Nauwelaerts Frans en eenige anderen.
    Duitschland zou reeds een ultimatum gezonden hebben aan Rusland.

    Augustus 1. 6 u. Frans Op de Beeck (zoon van Aug.) komt per fiets van Antwerpen, en - fel aangedaan – verklaart : “Ik ben heden nacht door de politie opgeroepen, en kom nog eens gauw naar vader en moeder. En nu vind ik hier niemand : Moeder, gisteren avond door den veldwachter verwittigd over den toestand, is met den 1e trein naar Antwerpen vertrokken, en vader is in Wiekevorst!” Hij vertrekt met betraand oog.
    In den loop van den dag worden nog een 30 tal paarden door de soldaten van gisteren, waaronder twee reeds bejaarde mannen, een van Leuven en een van Aerschot of omstreken, naar Lier overgebracht. Angst en moedeloosheid staat op aller wezen. Werklust ontbreekt.
    Onze kinderen uit de normaalschool van O.L.V.Waver aangekomen, hebben daar vernomen, dat Duitsche leerlingen, die deze morgen naar hun land vertrokken, van de grenzen zijn wedergekeerd : Geen trein mocht meer over de grens! Algemeene mobilisatie in Duitschland, Frankrijk en België. Duitschland verklaart den oorlog aan Rusland en zendt een ultimatum aan Frankrijk en België. In dit laatste stelt Duitschland voor de forten van Namen te willen bezetten, of minstens vrijen doorgang door België te bekomen, - en vraagt antwoord binnen de 24 uren. - Samenscholing van volk langs de baan, soms tot middernacht.

    2. Heden Zondag, spreekt de E.H.Pastoor in de hoogmis over ’t naderend gevaar, en maant de lieden aan tot bidden en communiceeren. Na de zitting van ’t St. Vinc. genootschap zegt de E.H. Onderpastoor eenige woorden over den toestand, o.m.: “In 1892 werd het

    Bl.2

    voorstel van Frankrijk aan Duitschland, namelijk België te verdeelen, door Duitschland afgewezen : Duitschland is onze vriend in vredestijd. Engeland in oorlogstijd.
    Botsingen worden gemeld - tusschen Duitschers en Russen.

    3. Legerafdeelingen van duizenden soldaten trekken door Konings-Hoyckt, Putte en Schriek in de richting van Leuven. - 12.30 u. Ever. Vleminckx, schaliedekker te Pijpelheide komt binnen. Terwijl hij wat klucht vertelt tot ontspanning der bezwaarde gemoederen, wordt aan de deur geklopt. ’t Is de E.H. Onderpastoor, die zegt : “ M., de Duitschers zijn door Holl. Limburg geslaan , en staan voor Visé.” Een geweldige paniek ontstaat : vrouwen en kinderen weenen, elkeen wil op de vlucht. Wij begeven ons naar den heer Burgemeester om te vernemen, of, en hoelang wij de klassen moeten voortzetten, of, wat ons te doen staat. Na een kort onderhoud met het onderwijzend personeel van het Centrum besluit de heer Burg. onmiddellijk de vacantie te laten beginnen. Huiswaarts keerend door de Smidstraat, zien wij vrouw Judo Verelst - deze laatste is wachtmeester bij ’t leger - met hare kinderen bij hare ouders aanlanden. ’t Staat overal in rep en roer. Eenige soldaten (oud gedienden) die elders aan ’t werk waren, vertrekken. Het overbrengen van paarden en gespan gaat voort. Naar mededeeling in dagbladen schijnt de oorlogsverklaring van Duitschland aan Frankrijk onvermijdelijk, en zal België Duitschlands ultimatum van de hand wijzen. De Eng. vloot mobiliseert. Italië zou onzijdig blijven.

    4. Sterke legerkorpsen blijven naar Leuven afzakken. Patrouilles gidsen en lansiers trekken voorbij in de richting van Aerschot. ’s Morgens reeds vroeg ziet men samenscholingen langs weg en baan tot vernemen en vertellen van nieuws; ’s avonds opnieuw tot in den nacht. De algemene angst vermindert; eenige landlieden hernemen het oogstwerk.

    5. De oorlog aan België is verklaard. Duitsche troepen zouden reeds door het noordelijk deel der prov. Luik in België gevallen zijn en op Luik aanrukken. Engeland gemobiliseerd, heeft de oorlog verklaard aan Duitschland. – (Dagbl.).

    6. Volgens mededeelingen in dagbladen zouden de Duitschers wreedheden gepleegd hebben in den N.O. hoek der prov. Luik en forten in de omgeving van Luik beschieten. De forten van Lier en Kessel worden in gereedheid gebracht : Bosch, kant, alle hout wordt weggeruimd, huizen worden afgestookt, loopgrachten gegraven.

    7. Duitsche troepen zijn over de Fransche grens getrokken. Russische ruiterij zou in O.Pruisen gevallen zijn. Inwoners van Kon.-Hoyckt gaan aan ’t fort van Tallaert graven en ruimen. - Eene postkaart uit Luik meldt, dat Fr. Leys aldaar met gekwetste hand in ’t gasthuis verblijft.

    8. Opvoedk. Vergadering te Berlaer. Slechts een tiental - van de 40 onderwijzes, die de kring telt, - zijn aanwezig. De overigen zijn in dienst bij de Krijgsoverheden aan de verdedigingswerken rond de versterkingen. Buiten de zitting wordt de toestand besproken. De heer Voorzitter heeft vernomen dat te Antwerpen en elders spionnen zijn ontdekt en aangehouden. In een hotel onder het dak zou men 2 mannen en 1 vrouw verscholen gevonden hebben in bezit van plannen en zelfs van bommen. Vermoedelijk zijn ze gefusilleerd.

    9. Naar Lier. Van Kon.-Hoyckt tot Lier overal soldaten. In de linie tusschen het fort van Lier en de redoute van Tallaert is alle houtgewas afgeschoren, zijn versperringen in pikdraad van ongeveer 10 meter breedte aangelegd en loopgrachten gegraven. De wachten aan de brug der Leuvensche poort nemen inzage van de paspoorten van alle vreemde passanten. Bij de terugkeer ontmoeten wij den heer Goyvaerts, hoofdonderwijzer te Konings-Hoyckt,

    Bl.3

    welke aangesteld is als opzichter over eene groep werklieden, die betonwerken aan ’t uitvoeren zijn tot dekking der koepels op ’t fort van Lier.
    In de hoogmis (kerk van Berlaer-Heikant) wordt vanop den predikstoel aan de geloovigen meer vrees dan opbeuring ingesproken, aangezet tot bidden en tot bijwonen der boetprocessie die zal ingericht worden naar de drij kapellekens onder de parochie: (op de hoek der prov. baan en van de Smidstraat, aan den Ossekop, en tegen den steenweg naar Heyst). Na de zitting van ’t St-Vinc.-genootschap, waar op voorstel van de E.H.H. pastoor en onderpastoor een comiteit gevormd tot ondersteuning der noodlijdenden. Dit comiteit zal zich gelasten met eene geldinzameling op de parochie. De omhaling zal verricht worden : 1. Onder Beersel door Aug. Busschots en ………..: 2. op den Heikant, buiten de dorpskom tot Gangelberg en Hemelshoek, N.waarts van de provinciebaan door Fr. Lens en L. Mariën: 3. in de Leemputten, op Steenbeek tot tegen Gangelberg (Z.waarts van de prov. baan door Kar. Gepts en …….: 4. in de dorpskom door schrijver dezes en koster Van Echelpoel; 5. op den Heikant, Melcauwen en Heesten N.waarts van den spoorweg door Fr. Brandts en …… 6. op Heesten, Z.waarts van den spoorweg en onder Heyst door Al. Van den Broeck en …. - Het voorstel de namen der personen die eene bijdrage van ten minste 10 fr. of 20 fr. storten, op eene eerelijst in te schrijven, om die in de parochiearchieven te bewaren, wordt door de meerderheid der aanwezige leden verworpen.-

    10. Soldaten blijven in den omtrek, vooral langsheen de prov. baan en in de schooldreef, achter dekking door hagen en houtgewas, patrouilleren. Dagbladen vermelden gevechten rond Luik, Mulhausen en elders.
    Alle kerkelijke diensten : rozenkrans (dagelijks) om 2 u. in de kerk, en avondprocessie naar de voornoemde kapellekens, worden talrijk bijgewoond.

    11. Met ongeduld wacht men op dagbladen; nieuwstijdingen over gevechten te land en te water worden met drift gelezen en besproken. Afwisselend maken angst en opbeuring zich meester van de buitenlieden. Elkeen wordt bedacht op veiligheid van eigendom en persoon. Meerderen komen ons raadplegen nopens ’t bewaren van geld, verkoopen van vee, enz.
    We begeven ons naar familie te Wiekevorst om maatregelen te nemen bij vermoedelijke, gedwongen vlucht. Op ’t kruispunt (Heyst-o.d.-Berg) worden wij gearresteerd door gidsen die ons paspoort vragen. Terwijl wij ons verontschuldigen er geen te bezitten, roepen eenige nabijstaande kinderen: “ ’t Is de meester!” Daarop laten de militairen ons passeren. Besluit te W. : eenigen zullen morgen aan den zeekant – Brugge of Oostende een verblijf gaan opzoeken tegen gebeurlijke vlucht.

    12. 13.20 uur. Moeder vertrekt met Rafk., Gab. en Paula naar … Brugge (?).

    13. Op alle wegen, achter hoven en huizen langsheen de groote baan patrouillieren gidsen. Te Diest, Haelen en elders zouden ernstige botsingen hebben plaats gehad. Men vertelt dat in de omstreken, zelfs onder Kon.-Hoyckt, reeds ulanen (Duitsche ruiters) verschenen zijn. Wij denken dat de vrees voor ’t naderend gevaar de verbeelding van sommige lieden op hol brengt en zoo allerlei sensatieverhaaltjes verspreid worden.
    Eenige mannen van onze parochie zijn aan ’t werk aan het fort van Konings-Hoyckt. Een brief uit Brugge bericht ons de goede aankomst en ontvangst der onzen bij den heer Cappon, Potterierei, 43, Brugge.

    14. Velen worden bedacht op vluchten: Wij worden overstroomd door aanzoekers om paspoort of eenzelvigheidsbewijs in te vullen. Heden en morgen gaan eenige velorijders de verwoeste streek, het slagveld van Haelen en omgeving, afzien.

    Bl.4

    Er wordt aangekondigd dat morgen - feestdag van O. L. V. Hemelvaart - de plechtige processie, naar jaarlijkse gewoonte, niet zal uitgaan: “ Op verzoek van Z.E.Card. Mercier zal eene boetprocessie, alleen vergezeld van ’t H. Sacrament, plaats hebben” en dit langs den steenweg van Melcauwen en de oude baan, terug langs het kerkhof.

    15. 6 u. Familie te Schriek gaan aanzetten te blijven tot nader gevaar; over Heyst weerkeerend, vinden wij dat dorp doodsch en verlaten tegen vroeger. In de hoogmis nogmaals schrikaanjagend sermoen. –13.30 u. Wij (ik en Mar.) vertrekken naar Brugge. In de linie tusschen ’t fort van Lier en Kessel is het een oprechte verwoesting : huizen, boom- en houtgewas zijn weggeruimd, pikdraad gespannen, grachten gegraven, ’t laag land langsheen de Nethen overstroomd. Rond 5u. in Brugge waar we desnoods een onderkomen zullen vinden voor heel ons gezin.

    16. Bij terugkeer naar huis is het treinverkeer zoo ontredderd, dat we bij 22 u. in Antwerpen aankomen. De voetpaden langsheen den spoorweg door burgerwachten bewaakt, zijn aan ’t publiek ontzegd. Noodgedwongen gaan we nachtverblijf afsmeeken bij den heer Allaup, schoolopziener, waar we ’t uiterst welkom zijn.

    17. Aankomst te Melcauwen : Fr. Lens en andere leden des Genootschaps stellen voor de voorgenomen geldinzameling te verdagen : ieder heeft het zijne noodig bij gebeurlijke vlucht.
    8.30u. Een taube (=ballon)- reeds de 2e vandaag - zweeft over de parochie heen. Richting : Leuven → Kessel → Herenthals. Onrust en vrees op alle wezens. Men hoort als een verre donder, vermoedelijk kanongedreun, wijl zich nergens sporen van een onweder vertoonen.
    We delven ’s nachts - bij bougielicht onder een emmer - een groot, sterk koffer met de beste klederen gevuld - 3-4 decim. diep onder den beganen grond in de bergplaats, dienend tot paardenstal, ook juweelen en eenig zilverwerk in een dubbel koffertje gesloten, onder en tusschen de wortelen van een ouden kriekelaar, - akten en papieren van belang in een zware ijzeren bus onder eenen perzik,- beste beddedekens en -lijnwaad in 2 houten bakken waarover zinken deksel tamelijk diep onder een hoop erwtrijs in den hof, -revolvers op ’t kruinhout van een achtergebouw.

    18. Een groep velorijders, die van Haelen en verder uit het Hageland terugkeeren, verhalen allerlei bijzonderheden over het gevecht, het uitzicht der streek, over lotgevallen van vluchtelingen. Heden voormiddag de laatste maal klas : de kinderen worden aangezet zich goed te gedragen, voorzichtig te zijn, enz. ; de heropening der school zal later bekend gemaakt worden. Op den middag slechte tijding : Ons leger trekt van Luik terug. Duitsche voorposten zijn in Diest, Scherpenheuvel, Westerloo, Westmeerbeek, zelfs in Hulshout verschenen. Wij trachten over Heyst naar Wiekevorst te gaan om over die tijding iets naders te vernemen. Uit alle richtingen zien wij hoopen vluchtelingen, meest allen met pakkage overladen, ouderlingen of bejaarde lieden op ezels- of hondenkar, zich naar den trein op Melcauwen of ter statie van Heyst begeven. Tegen Loodijk aan vinden wij de laatste patrouilles voetvolk in de beemden gelegerd. In de muren der huizen op den Dijk zijn schietgaten gekapt, die uitzicht geven op het oosten. In Hulshout-dorp zijn nog gene Duitschers verschenen. Rond 3 u. (15 u.) bemerken wij over het uitgestrekte, vlakke Goor heen, in de richting van Westerloo, maar waarschijnlijk verder, hoogopstijgende rookwolken van uitgestrekte brand. Bij aankomst te Wiekevorst worden wij aangesproken door den gewezen veldwachter-brigadier Jan Bapt. Van Meroy : “ M. Hebt ge de schoten gehoord in’t gevecht, daar achter in de bosschen onder Morckhoven? De uhlanen hadden daar eerst riggels uit den spoorweg doen springen en wilden den telegraaf afsnijden, maar onze lansiers zijn er op afgetrokken en hebben er eenigen neergeveld. Een partij wapens, helmen en ander gerief hebben ze meegebracht; ge kunt het daar in ’t dorp gaan zien.

    Bl.5

    De Duitschers zijn terug de bosschen in gevlucht”. In Wiekevorst-dorp zijn verscheidene gezinnen reeds weggevlucht. Terwijl wij bezig zijn voorwerpen van weerde of belang in diepe en sterke kelders weg te bergen, komt men ons zeggen, dat er een jongeling (lansier) van Schriek, ons geboortedorp op wacht staat op den hoek waar de steenwegen naar Morkhoven en Heyst uiteenloopen en ons verlangt te spreken. Wij gaan hem aanstonds vinden. ’t Is Jef, de zoon van Hendr. Wouters, deze laatste brouwersgast bij M. De Veuster te Schriek. Terwijl hij vertelt hoe hij en zijn makkers ’s voormiddags op de uhlanen zijn gevallen, wordt door andere uitgezette wachten plots signaal gegeven. Al de wachten springen te paard en vliegen, het geweer in de hand, op Morkhoven af. We hooren echter geene schoten knallen.- Droef afscheid van onze schoonzuster Josephine.
    Bij onzen terugkeer, rond 5 u. (17 u) zien wij op 3, 4 plaatsen brand ontstaan, vermoedelijk te Zoerle-Parwijs, Hersselt en Westerloo : een groot deel van den Z.O.gezichtseinder is achter dikke, zware en vurige rookwolken verdwenen, die een akelig uitzicht geven. Aan den steenweg naar Hulshout ontmoeten wij patrouilles linietroepen. Te Itegem, zegt men ons, heeft bijna een verschrikkelijke vergissing plaats gehad : Een fietser was de aankomst van veroverde Duitsche wapens vooruit gaan aankondigen. De bevelhebber der Belgische troepen, die verstaan had “Duitschers”, had zijne manschappen op en bij den dijk der Nethe uitstekend gereed liggen, om bij de verschijning van krijgers “vuur” te bevelen. Gelukkiglijk helderde een andere ooggetuige in tijd alles op. De vedwachter bericht ons dat nieuwe en betere getuigschriften van eenzelvigheid vereischt zijn om nabij versterkte plaatsen te mogen passeeren, op ‘t gemeentehuis te krijgen zijn. We begeven er ons aanstonds naartoe, en zijn spoedig in regel. Bij onzen terugkeer door de Smidstraat, stooten wij van aan ’t kapelleken tot huis toe op een onafgebroken en dicht gesloten stoet vluchtelingen uit de richting van Aerschot, een stoet van schreiende kinderen, weenende vrouwen, honden- ezel- en paardengespan met alle slag van huismeubelen beladen, velo’s, kruiwagens met keukengerief en allerlei pakkage, enkele stuks vee, het al in koortsige haast door de duisternis heen gestuurd door grommelende mannen, en tierende jongens. Aan dezen stoet, voor onze deur in oogenschouw genomen, schijnt geen einde te komen. Aan eenige geburen met talrijke kinderen raden wij de vlucht tot morgen uit te stellen, maar nutteloos, de schrik heeft alles overwonnen. Wij pakken het hoogst noodige in om bij ’t eerste daglicht den weg naar Gent op te rollen. Intusschen zien wij in de richting van Kessel een rossen gloed en vlammen opstijgen, vermoedelijk van gebouwen die men rond het fort neerblaast, -en hooren we nog immer het gerol van rijtuigen, haastige stappen, dof gefluister en gejammer ; het al zocht redding binnen de forten. Rond 1 uur, alles gereed, maar nog te duister om te vertrekken, begeven wij ons een poosje ter rust, -maar ….. ontwaken rond 5 u.

    19. Als ontbijt metterhaast een stukje brood met wat kaas en kouden koffie, deuren op slot, gauw wat gras aan de geit en cobays, het poortje uit, den velo op en …weg! Tot wanneer ? Van huis tot Kon.-Hoyckt ontmoeten wij 100 tot 200 vluchtelingen, die, naar hun uitwendige te oordeelen, vervaakt en bibberend van koude, den nacht onder den blooten hemel hebben doorgebracht, meestal vreemde gezichten, de overigen inwoners onzer parochie, met verlegen voorkomen, die naar ‘t voorbeeld der vreemden, met het hoogst noodige op kar, kruiwagen, of op den rug, als radeloos op de vlucht waren geslagen.
    Aan het “Sterreken” ontmoeten wij de 1e groep soldaten ; op het voorhof van het “Boekweistroo” hebben er zeer velen in stroo gelegerd. Van hier door het straatje naar de steenoven achter het “Duifken” is een telefoondraad aan palen of boomen vastgemaakt. Aan “Het houten Kruis” (punt waar de steenwegen naar Neckerspoel en Kath. Waver uiteenlopen) sterke groepen soldaten, strooien legers tegen de huizen, fornuis en keuken in volle werk in den boomgaard

    Bl.6

    der 1e hoeve rechts tegen den steenweg naar Kath. Waver, -boerengespannen die mondbehoeften aanvoeren. -een heel bivakleven. -Te Kath. Waver is tusschen de twee schansen en het fort alles afgeschoren en weggeruimd. Onder de brug van den spoorweg te Mechelen wordt de 1e maal onze pas gevraagd. De vest van de Keizerstraat naar de statie toe staat vol autos, ter beschikking van de militaire overheden. In de stad wemelt het van soldaten, ammunitiewagens en autos. We plaatsen onze fiets in “De Tent”. Daar vernemen we dat de Gen. Staf naar Mechelen is overgebracht. Tegenover deze afspanning- van de Vee- tot aan de Groote Markt staat eene rij prachtige autos, bewaakt door talrijke wachten, -en waar hoogere officieren, in koortsige beweging in- en uitstappen, heen- en weerrijden. Al meteen komt men den baas der “Tent” , heer Perckmans, -vewittigen, dat deze straat gaat afgesloten worden. De baas protesteert heftig. Hoe ’t afgeloopen is, weten we niet : Wij spoeden ons te voet voort naar de statie. In den “Bruel” zijn vele winkels gesloten. Schier geene burgers op de straat, maar tallooze groepen soldaten in haastigen optocht, de meesten te voet, anderen per velo, auto of moto. In de statie ongemeene beweging. Militairen van alle wapens loopen heen en weer; treinen opgepropt met soldaten passeeren of vertrekken. Reizigers wemelen door elkander, moeten meermaals in- en uitstappen; er heerscht sommige oogenblikken volkomen verwarring. Een mankende soldaat, van’t slagveld weergekeerd, wordt door een ambulantiewagen afgehaald. We vertrekken rond 10 u. met 3 kwart vertraging. Pas buiten de statie bemerken we een vlieger boven de stad. –In Dendermonde ontmoeten we op ’t onverwacht broeder August met moeder, -de familie De Ridder van Relst op vlucht naar Gent, de heer Cornelis ondr. te Bael met familieleden op weg naar Maldegem. Deze vertelt dat te Bael een uhlaan is gevangen genomen, die aldaar vroeger met zeisens had geleurd. Men deelt ons hier ook mee, dat de heer Joz. Viskens, leeraar aan de Middelbare school te Gent, als vrijwilliger is binnen gegaan. –In Gent eveneens groote vertraging. Rond 5 u. (17 u) aankomst in Brugge. ’t Statieplein is zwart van volk. En van medelijdend volk : 10, 20 personen te gelijk, waaronder de boy-scotts allen lof verdienen, komen ons op alle mogelijke wijzen hunne diensten aanbieden : moeder geleiden, onze pakken dragen, den weg aanduiden, tram nr 4 aanwijzen, enz. Al de onzen, sedert 8 dagen vertrokken, komen, vergezeld van de familie Cappon, ons vol vreugde tegemoet. We genieten in dit gezin het gunstigste onthaal.

    20-28 Ons verblijf in Brugge. Gebruik des tijds : 6 u. opstaan; -7 u. mis bijwonen in de St-Gilles kerk; 8 u. ontbijt. Mijnheer Cappon brengt ondertusschen het laatste nieuws der dagbladen bijeen. -9 u. Wandeling naar inlichtingsbureel in statie. -12 u. Middagmaal, wandeling (of rust). -7-8 u. Avondmaal, soms gevolgd van wandeling naar de statie, of gezellige avondkout. -9 u. Ter rust.
    Kennis aangeknoopt met zekeren Goidts van Dieghem. Deze heeft het 1e bombardement van Mechelen bijgewoond. Als bewijs toont hij ons stukken en deelen van den inhoud eener obus die op 40-50 m. van hem ontplofte. Voornemens naar huis eens weer te keeren wijl de toestand in onze strteek nog al rustig schijnt, zullen wij tot Lier vergezeld zijn van den heer Goidts, wijl deze zinnens is zijn jongsten broeder soldaat op het fort te Berchem, te gaan bezoeken.

    29. 14 u. heer Goidts vertrekt met ons naar Lier. Van Brugge tot Gent geene soldaten te zien; voorbij Melle hier en daar een patrouille; te Wetteren artillerie en eenige stukken in ’t veld; van Baasrode naar Boom, linietroepen langsheen de spoorbaan; rond Puers ontelbare afdeelingen aan versterkingswerken op en rond de forten : versperringen met pikdraad, grachten, opeengestapelde zakken aarde, buitengewone beweging zoo ver het oog draagt. Naar Sauvegarde toe : honderden stuks rundvee in weiden en bosschen; Boom en verder : soldaten, vervoer van ammun-

    Bl.7

    nitie en levensmiddelen; treinen, wegen, alles vol soldaten, vluchtelingen, reizigers. Aankomst in Antwerpen om 13.45 u. Bij ’t uitstappen des treins streng nazicht der paspoorten : Bij ’t eenzelvigheidsbewijs wordt de reiscoupon geeischt, met de vraag : Waar geweest ? Waarom ? Waarheen nu ? Wat … daar doen ? enz. enz. Het meerendeel der reizigers moet blijven zitten tot nader onderzoek. We vernemen dat al de vreemdelingen, die van af 1 Aug. in Antw gekomen zijn, die stad en het omliggende moeten verlaten. Mededeeling in een dagblad, dat Heyst gisteren of eergisteren beschoten is, houtmagazijn en woningen in vlammen opgegaan, doet ons voor den Heikant het ergste vreezen. Vertrek naar Lier. Daar komt Louis Seymus, onze gebuur, de eerste kennis, dien wij hier zien, in den trein en hij stelt ons gerust. Hij vertelt :

    “1. Dinsdag acht dagen (18 Aug) waren omtrent al de bewoners van het dorp weggevlucht, maar de meesten zijn ’s anderen daags weergekeerd. Den volgenden dag was het weer vlucht : een patrouille uhlanen kwam over den steenweg tot omtrent het huis van Jos Van den Eynde, - trok terug en den steenweg op naar Melcauwen. 1 gaf Felix Truyts, die misschien wilde wegloopen, eenige plakken met de lans op de broek, ging bij Louis Schoeters binnen en dwong dezen te tappen. Aan ’t Duifhuis richtte zich een deel uhlanen naar Berlaer, terwijl de overigen de richting van Itegem of Hallaer namen. - De meeste gevluchten keerden naar huis terug om het vee te voederen. Eenige geiten uit de buurt zijn bijeen gejaagd in uwen hof; wij, eenige jongens uit de buurt gaan die alle dagen melken en voederen.

    2. Eergisteren is een tweede patrouille van 10 of 11 man over den Heikant gekomen tot voorbij “’t Hoefijzer”. Belgische soldaten kwamen uit de richting van Lier. De eerste dezer, men zegt een jongen van Itegem, meende eerst met Belgen te doen te hebben, doch nauwelijks had hij in den eersten aankomende een Duitsch erkend, of hij vuurde er op. Deze en zijne makkers keerden spoedig terug. Maar op ‘t gerucht der losbrandingen kwam een Belgische patrouille over den steenweg van Steenbeek naar Gangelberg toegesneld en viel onmiddellijk den vijand aan. Meer dan 150 schoten werden gewisseld met de vluchtende Duitschers. De aanvoerder dezer laatsten viel, man en paard doodelijk getroffen, neer tegenover het kapelleken op den hoek der Smidstraat, en werd in de gracht nevens de baan bedolven. Een andere zwaar gekwetste rende, zoo goed mogelijk ondersteund door een niet gekwetste kameraad, door de dorpskom van Berlaer-Heikant, voort in de richting van Heyst. De overigen, die volgden hun hoofd vermoedelijk hadden zien vallen, vluchtten deels door veld en kant naar de Smidstraat en verder naar Alphelaer, deels door de Heidestraat en over Melcauwen naar Hallaer en Heyst. Eenige uren later voerde een Belg. patrouille den vermelden zwaargekwetste, die door zijn makker ergens voorbij het Kruispunt achtergelaten was als krijgsgevangenen naar Lier. Daar hij scheen te bezwijken werd de E.H. Pastoor van B.-Heikant bijgeroepen, doch dezen scheen er geen leven meer in te bespaeren. Het lijk werd te Konings-Hoyckt op den hoek van het veld tegen de losplaats van de tram begraven. Des anderendaags werd Heyst van op ’t Laer en den Aerschotschen steenweg beschoten. –eenigen besluiten uit wraak door dien achtergebleven gekwetste door een toegekomen D. auto niet werd gevonden. De beschieting deed te Heyst het houtmagazijn van Mr. De Greef en aanpalende woning in vlammen opgaan en beschadigde den kerketoren en verscheidene huizen.

    3. In Schriek zou een klein kind in de armen zijner moeder doodgeschoten zijn, en begraven op ’t Goor. Uit de dorpen van tegen Aerschot aan zouden vele mannen en jongelingen door de D. gevangen en meegevoerd zijn. Louis raadt ons aan op den Heikant niet te blijven vernachten; iedereen is er weg.
    Jan Wouters (Pachters), ook in den trein zegt, met gebaar van vreeselijken angst : “M., gisteren hebben wij te Heyst vreeselijke dingen beleefd. Nooit of nooit vergeet ik dat!”.
    Alois Bogemans, veldwachter, insgelijks met eenige vluchtelingen terugkeerend zegde : “Men schat dat er van Heyst en Boisschot 300-400 man meegenomen zijn naar Aerschot en elders, de E.H. Onderp. van Boisschot moest ook mee”.
    Tusschen Kloosterheide en Berlaer stopt de trein tot na een woordenwisseling met een Belg. patrouille op den spoorweg (Het treinpersoneel bestaat uit militairen). Alhoewel in Lier gezegd werd, dat de trein maar tot Berlaer loopt, rolt hij na enkele stonden gestopt hebben, voort naar Heyst. Frans Brandts, Louis Vervloet en een of twee anderen, die nabij de stopplaats van Melcauwen wonen, zijn in Berlaer afgestapt ; is misschien uit vrees?. Wij willen mee. -Voorbij Berlaer-statie zijn alle woningen (vensterluiken) gesloten, - is geen levend wezen meer te zien. -Aankomst te Melcauwen : de trein stoomt door. Herbergen zoowel als andere woningen zijn potdicht gesloten. Aan de schuif staan 7-8 personen ( Louis Winkelmans en vrouw, Jos Cannaerts, Mar. Spits, Aug. en Hubert Kempeneers, Aug. Keuleers) allen met doodsangst op ’t gelaat. Aug. Kempeneers, baanwachter, weigert het bedrag der reis Lier- Melcauwen: “ Niemand moet hier betalen” zegt hij, “ maar die willen terugkeren, mogen niet lang wegblijven, want de trein loopt maar tot Heyst”. Jos Cannaerts keert naar zijn ledig staand huis weder. Aan de woning van Alf. Rijmenants komen 4 of 5 jongens uit den kant gesprongen, zeggend dat zij nog niet vervaard zijn!.

    Bl.8.

    Fr. Laenen per velo, Louis Wellens en Kar. Celen te voet, spoeden zich naar de spoorweghalt toe en zijn de laatste bekenden die wij ontmoeten. In ’t vlakke veld ten N. der prov. en ten O. der dorpskom is eene loopgracht gegraven. Niemand te zien om ons wat te vertellen. Alle woningen gesloten en verlaten. Kondet gij dooden hier op ’t kerkhof mij maar zeggen wat hier al gebeurd is! Misschien zijt gij gelukkig deze dagen niet meer te moeten beleven!
    Zoo droomend komen wij op de baan nevens de kerk. Wij kijken links en rechts, nog eens heen en weer, alles gesloten, geen enkele kennis te zien! Maar toch iets : Drie voertuigen achter elkander opgepropt met vluchtelingen, den schrik op ’t gelaat, komen uit de richting van Lier aangerold. Een hoopje vreemdelingen : kleine meisjes barrevoets waarvan een met bloedende teenen, met 2 of 3 oude vrouwen, die met een paternoster in hand hunne tranen afvagen, trachten over de hobbeligen weg de rijtuigen te volgen. Terwijl we de trappen optreden der pastorij, stopt ‘t laatste voertuig. We bellen 3-4 maal, niemand verschijnt, alles blijft gesloten, en ’t gespan rolt voort. Op de witte voordeur vinden wij met potlood geschreven : “ Wij zijn naar de pastorij te Kessel gaan vernachten. J. Van Lo….” Wij schrijven er naast : “Volgens “Het Handelsblad” – uitgave van heden namiddag – verbetering in toestand : 140 treinen Duitschers vertrokken. Ms.” We spoeden ons voort. Wat is ‘t hier toch akelig : de liederlijkste plaatsen der dorpskom, smidse en hoefstal, het voorhof der schoenmakers, waar schier dag en nacht beweging en rumoer heerschten, geschertst en getierd werd, zijn doodsch en verlaten. Zoovele herbergen, en niet de minste verversching te bekomen! Veloweg en de schooldreef door paardenhoeven omgewoeld! Zouden Verelst’s daar achter in het loosstr. van hunnen hof niet verscholen zitten? Daar is onze woning, onzen hof, onze school. Bloemen en gewassen op de koer bloeien schooner dan ooit; druiven, peren en appelen in massa bleven ongedeerd en rijpen; de bloemen in ’t voorhofje prijken bij duizendtallen; de bladeren van de druivelaars zijn tot 1,5 m. hoogte afgevreten, de hofpaden zijn fel begrond, maar bloemen en groenten in W.hofje lachen toe. Op ’t achterhofje zijn bloemen en planten op de perkjes verdwenen. De staldeur staat open : onze geit, door eene andere gevolgd, vliegt bij ’t hooren onzer stem, ons al blatend tegen ’t lichaam omhoog. Wat heeft ze te zeggen : te klagen over eenzaamheid, vreemde en slechte behandeling, honger, schrik. Een rosse hond, die de heele koer heeft beklauwd, blaft en grolt tegen de verschrikte dieren. We verjagen hem. De cobagés piepen en klauteren tegen de afsluiting omhoog. We werpen wat erwtstroo in hun hok, -beter misschien hen te verlossen : we rukken de afsluiting weg. Terwijl we de klink der huisdeur oplichten, komt de geit ons opnieuw angstig blatend op ’t lijf gesprongen; vraagt ze bescherming ? Dieren zijn te beklagen als menschen. De deur is nog op ’t slot, maar rond het sleutelgat bemerken wij sporen van nagels of van scherpe voorwerpen; heeft men gepoogd in te breken? Alles is echter nog goed gesloten. Tussen gewassen in den achterhof bemerken wij nog 1 of 2 geiten. We spoeden ons naar voren; binnengaan duurt te lang, want we denken naar de statie van Berlaer te gaan, en in passant een blik te werpen op het D. graf aan ’t kapelleken en op onze oude geburen in de Smidstraat, waar we van 1882 tot 1892 hebben gewoond. Daarbij de zon begint reeds laag te dalen. Tot tweemaal moeten wij de geit, die ons niet wil verlaten, terug naar achter leiden. Ontsteld door medelijden, vluchten wij weg en slaan het voorpoortje dicht. Zullen wij dieren, huis, bloemen, al wat ons zo dierbaar is, nog wederzien.
    Daar is Louis Seymus weer! Wij zetten hem nogmaals aan in zijn dagelijkse dierenverzorging zoolang mogelijk voort te gaan, en we haasten ons naar Gangelberg toe. Aan den inkom van het dorp komt een paard in rijtuig in vollen draf aangerend, zoo dat vuurvonken uit de straatsteenen springen. L. Seymus verdwijnt vlug achter de woning van Suetens: Zijn

    Bl.9.

    het misschien listige uhlanen? Wij snellen door tuin en over veld naar den molen der Smidstraat. Achter de woning van Louis De Vries hooren wij een gemor in de lucht : een vliegtuig “taubevorm” zooals te Brugge afbeeldingen aangeplakt zijn, komt uit de richting van Leuven , zwenkt rechts tusschen onze kerk en het “Kruispunt” en richt zich naar Hallaer. De zon verdwijnt. Het vee links en rechts blaat akelig. Langs de woning van Fr. Mertens loopen wij door kant, over gracht en veld in rechte lijn – zonder één mensch te ontwaren- naar den molen. Bij ’t overkruisen der Smidstraat aan de woning van Alf. Ceulemans, stooten wij op eene groote kudde runders, voortgedreven door Frans Ceulemans, Ed. Nauwelaerts, Fr. Nauwelaerts en L. Bogaerts. Een soldaat is hen komen zeggen, dat het tijd was te vluchten. We spoeden ons voort langs den molenberg, recht naar het “Hooghuis”, zooveel wij loopen kunnen. Andermaal geronk achter onzen rug.Wijl ’t gemor ongemeen hevig is blikken wij omhoog; maar ’t zweet, dat ons de oogen vult, belet ons iets te ontwaren. Zou die verwenschte gast ons tot mikpunt eener proeve willen nemen? Het geronk houdt op. Op misschien 100 m. afstand zien we tegen het leiken van ’t Hooghuis in de kant twee dikke, oude struiken dicht bij elkander staan, bedekt met dicht tweejarig hout. Op één, twee, drie hebben we ze bereikt en klampen ons aan de meest hellende onderzijde vast. Wij durven den stam schier niet lossen om buiten de twijgen eens te gaan kijken. Wat kan de vrees iemands verbeelding op hol brengen. Na eenige seconden herbegint het geronk, en reeds ver over ons heen. Met afgedroogde oogen en ontlasten adem bemerken wij dat het geen D. wangedrocht is, maar een eendekker zoals wij er op ’t Wilrijksche plein reeds zagen zweven. Doornat van het zweet komen wij aan de statie van Berlaer, waar de trein op min dan 100 met. voor ons wegrolt.
    Eenige volwassenen, Louis Seymus is er ook weer bij, Peer Vervoort ... zijn door de Belg. wachten op den steenweg naar Lier teruggejaagd, en trachten nu over K.-Hoyckt de stad te bereiken. Een persoon aan de schuif der spoorwegs zegt ons, dat de E.H.H. Pastoor en Onderp. in burgerkleeding door Berlaer zijn gepasseerd. Wij haasten ons langs de Klets naar Lier. ’t Wordt duister. Van een weinig voorbij ‘t “Beeksken” tusschen de forten van Kessel en Lier, is alle houtgewas neergeveld, op een breedte van eenige honderd meters! De herberg “ ’t Houten huis” ligt in asch. Links en rechts zoo ver het oog draagt, niets dan soldaten. Loopgrachten, dubbele versperringen met pikdraad op 10 m. breedte tot tegen de gekasseide bedding, met opening zoo nauw dat er maar een kar door kan. Hier en daar rookende fakkels en lantaarnen aan palen opgehangen, tusschen breede grachten of kuilen met houten planken, palen en ijzeren pontrelles opgezet; hoopen stroo, timmerhout, rollen pikdraad, zijlen en bachen over strooien legersteden, autos en wagens, -vormen een mengelmoes dat bij het sombere fakkellicht een spookachtig uitzicht krijgt. Op weg naar de brug drommen soldaten soms zoo dicht dat men er zich nauwelijks nen weg kan door banen, meerderen onder hen met een nachtvlindertje aan den arm! Geen streng toezicht op paspoort, noch velo. Soldaten aan de brug, in de stad, in alle herbergen en winkels, soldaten van aan ’t fort tot Lisp toe, waar men ons zegt dat er in den dag 30 duizend zijn voorbijgetrokken.
    20.30 u. aankomst bij koz. Jef – tante Cecile met kinderen en verdere familie binnen Antw. Gevlucht,is na Zeppelintocht met bommenaanval onmiddellijk uit die stad weergekeerd.
    23 u. ter rust, maar geen vaak; onze gedachten willen van B.H. niet weg.

    30. Naar 5u. mis te Lisp. Veel soldaten naderen ter H. Tafel. De EH.Ond. stuurt hun eenige hartelijke en aanmoedigende woorden toe.
    Ontbijt in gezelschap van sergant-four. Lampens (7e lin. Reg.) van Maldegem bij kozijn Jef. Gesprek over den toestand : BH ligt in een gevaarlijke linie, men raadt ons sterk af weer te keeren. Wij besluiten onmiddellijk naar Brugge terug te keeren. We ontmoeten eene rij soldaten van verschillende wapens (in gesloten gelederen) van af Lisp tot aan de statie, die in de richting van Emblehem trekken. Bij ’t overstappen des spoorwegs ontmoeten we op ‘t onverwacht Jos. Lambrechts een jongeling (soldaat) uit onze buurt; wenschen hem veel succes etc… De wachtzaal van 3e klas (in de statie) is in een groot zwijnenhok herschapen. In de statie neemt men ter verzending geen burgerlijke (?) telegrams aan; men verzend ons naar ’t postbureel in de Mechelstraat, waar we naar Brugge laten seinen “Ik kom”. De Groote merkt staat vol artillerie.
    In de statie, voor ’t vertrek des treins vertellen 2 priesters-aalmoeseniers hun wedervaren. “Te Lathuy – zoo verstaan ten minste – hebben Belgen bij vergissing op elkander geschoten en zijn 2 man gevallen.”
    Vertrek om 7.40 u. met veel vertraging. Tusschen Contich en Oude God bemerken wij langsheen de spoorbaan gevluchte kennissen vooral van Goor en Achterheide. Nabij OG. Vernielt men op dit oogenblik een villa en beplantingen. Treinen met vluchtelingen rollen voorbij. In de richting van Dendermonde dezelfde beweging van gisteren, maar meer schansen van opgestapelde zakken zand. Overal soldaten tot aan laatstgenoemde stad. Van Gent naar Brugge zijn wij in gezelschap van een spoorwegmachinist. Nabij de statie van Aelter zegt hij : “Ziedaar M., stukken rails door de ontploffing die de Duitschers hier veroorzaakt.” Aankomst om 12.40 u.

    31. we moeten ons tevreden stellen met het nieuws der dagbladen, die veelal gewagen van voordeelen door de geallieerden op alle fronten behaald, van terugslaan des vijands, buitmaken van

    Bl.10.

    Krijgsmateriaal, enz., zonder te spreken over voordeelen door den vijand behaald.

    September 1. Mijn broeder Isidoor, heden morgen uit Lier aangekomen, deelt het een en ander mee uit onze streek:
    a) Te Tremeloo zouden buiten de kerk en de pastorij, nog 3 of 4 huizen rechtblijven. Op Grootloo zijn 3 woningen neergeblankt. Van Grootloo hebben de meeste uhlanen hunnen weg door de Gommerijnstraat, en niet door het dorp van Schriek, naar Goor en Heist voortgezet.
    b) Een jong kind van zekeren Baeten op de vlucht doodgeschoten, is op ’t Goor begraven. Een 76-jarige ouderling Van Woensel, voor den vijand wegvluchtend is met doorschoten schouder en been neergezegen.
    c) Aan een gering huis onder Bael, waar de man gevlucht is en de vrouw met 2 kleine kinderen zit te weenen, werd door den bevelhebber eener voorbijtrekkende patrouille Duitschers op de deur geklopt. De vrouw meer dood dan levend, antwoordde op de vraag des officiers dat haar man in het leger is. Dan vraagt hij : “ Hebt gij eten voor u en uwe kinderen?” – “ Neen M.” – “Kleederen?”. “Niet veel” - Weldra stoppen wagens, soldaten brengen rollen kleerstof en stukken versch vlees binnen. De officier zijn tasch openend en een briefje van 100 fr. toonend, vraagt: “Kent gij dit?”. “Ja, M., dat is 100 fr.”. “ Zie , dat is voor u”. En de man gaf haar 7 bankbriefjes met eenige juweelen bij. Vertrekkend zegde hij : “ Er zal u geen kwaad geschieden” en hij schreef eenige woorden op de deur. (Zou dat wel waar zijn?)
    d) Bij de zuster van moeder (Jos Adams-Wouters, Kruisbrug te Schriek) komt een Duitscher binnen : “Waar zijn uwe zoons?” – “M., die zijn over 5 dagen met ons gaan vluchten, wij alleen ik en mijn man zijn teruggekomen, maar zij niet.”Kom binnen M., mag ik u iets te drinken geven? (’t Was stikkend heet) “Drank, ja.” Een flesch bier werd gehaald, maar moei en een buurvrouw, die daar toevallig binnen was, moesten eerst drinken. Daarop dronk de bezoeker zijn glas. Dan vroeg hij naar den man en deze moest met hem meegaan. Op Kruisbrug (steenweg Schriek-Bael en Tremeloo-Goor)niet ver van zijne woning, moest oom zeggen waar iedere tak naartoe leidt. Oom antwoordde rechtzinnig. Daarop trok de D. een kaart uit den zak, bekeek en zegde : “Gij zijt brave lieden; geen kwaad doen aan u.” en eenige woorden werden op den muur geschreven.
    e) In 2 of 3 landbouwersgezinnen zijn zoon of dochter eenige stuks vee moeten gaan meeleiden, en tot heden nog niet weergekeerd. –Een 30tal personen uit de Gommerijnstraat en omliggende zijn mee naar Aerschot genomen, men denkt om te werken.-

    2. Broeder Is. wil over St. Niklaas en Antwerpen naar huis weerkeeren. Bij gebeurlijk nieuwe vlucht denkt hij de richting Oostmalle, Hoogstraeten, Holland te nemen.

    3. Tot tijdpasseeren nemen wij aanteekening uit “Bruges, Histoire et Souvenirs” door A. Duclos (prachtwerk – bij Van de Vijvere-Petyt)

    4. Wandeling naar ’t Oefeningsplein.-10.30 u. Een “taube” vertoont zich boven de stad. Bij gelegenheid dezer wandeling onderhoud met M. Cappon, onzen patroon, over eene aardrijksk. en geschied. der omstreken (in betrek met aanteek. over Brugge.
    Vele vluchtelingen uit de omstreken van Dendermonde komen toe; men spreekt van een aanval op die stad.

    5. Uit dagbladen : Kardinaal Jac. della Chiesa, aartsbisschop van Bologna, geboren te Genua den 24 Nov. 1854 is tot Paus gekozen en heeft den titel aangenomen van Benedictus XV. Hij spreekt buiten ’t Italiaansch, Fransch en Spaansch.

    6. Niets bijzonders over den strijd. Wandeling naar Koolkerke. –Voortzetting van aanteekeningen.

    7. Onze zuster Euphrasie, met haar gezin, even buiten de vesten van Brugge, op ’t gehucht Aveloo, onder de gemeente Assebroeck verblijvend, deelt ons mee :
    “Zekere Jef Janssens van de Hazebergen (tegen de grens van Bael en Tremeloo) onder Schriek, gisteren bij haar aangekomen, wist, bij wat broeder Is. reeds verhaalde, ’t volgende te voegen :
    a) Bij de verwoesting van Tremeloo werden onder Schriek 30-40 mannen en jongelingen opgevangen en voor hen uitgedreven naar Tremeloo, om de verwoesting aldaar af te zien en bij te wonen. Daarna liet men hen vrij terugkeeren.
    b) ’s Anderendaags ging Jozef (zoon v. Ferdinand) Op de Beeck, in gezelschap van eenige kameraden naar Tremeloo ook eens zien. Toen ze aldaar, of onder weg eenige D. soldaten bemerkten, sloegen ze op de vlucht, - doch viel Jozef onder ’t Goor in de handen van eene andere groep uhlanen, die hem meevoerden. Tot op heden is Jos nog niet weergekeerd.- Vandaag zou eene zware botsing hebben plaats gehad te Wetteren en te Melle. Voor de overmacht zijn de Belgen moeten wijken. Talloze soldaten komen hier aan uit den strijd.

    8. Onze huisbaas (M. Cappon) komt met 2 uit den slag komende soldaten binnen : de eene is een 30jarige Poolsche Rus, die in Toulouse zijne studiën heeft aangevangen en (voor ingenieur) die nu elders voortzet. De andere is een 23 jar. student der Hooge school van Luik. ’t Zijn beleefde mannen, gezellig en lustig van aard. Terwijl ze zich het ontbijt goed laten smaken dat de herbergzame familie Cappon hen aanbiedt, vertellen zij ’t een en ’t ander, maar niets bijzonders uit den strijd.

    wordt vervolgd



    31-12-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    30-12-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (2)

    WO I

    “Ons oorlogsdagboek 1914-1919”

    van Jan De Belser.

    Bl.11.

    Na zich eens wel gewasschen te hebben en geschoren te zijn, verhalen ze hun wedervaren dezer dagen zonder gemaaktheid, maar op zulke bevallige en kluchtige wijze, dat wij ons oor spalken tot de wijzer der klok op 10 u. staat, tijd voor hun vertrek. Na vergelding aangeboden en de familie Cappon voor zooveel goedheid van harte bedankt, en met woord en handdruk al de aanwezigen gegroet te hebben, nemen die kloeke vaderlanders afscheid.
    Tot aandenken en … gebeurlijk wederzien gaven ze ons hun adres :
    1. Fabry Robert Ernest, né à Verviers le 3 juillet 1891, Rue de Hensy, 75 – Rue des Hommes, 44 en Rue Spintay, 51 Verviers
    2. Rosengarten Adolphe, Loek – Russie – Pologne.
    Heden morgen, rond 7 u. maakte een vlieger, op groote hoogte, den heelen omtrek der stad.

    8. Feestdag van O.L.V.Geboorte. zeer veel volk nadert ter H.Tafel.
    Om 10 u. een vlieger boven de stad, een uur later een 2e vlieger. De stad is vol soldaten, die in den avond en den nacht uit Melle en Qaetrecht zijn aangekomen. Eenigen zijn droevig gesteld : mankend, afgematheid en lijden op ’t gelaat, zwart en bevuild, de eene blootshoofds, de andere met eene klak op ’t hoofd. Tegen den muur aanleunend staat er een met eene erge kwetsuur aan ’t scheenbeen, die voorlopig vermaakt is. Deze is in bezit van D. mausserpatronen (met puntigen bal).
    Op de Groote Merkt voor den gevel der hallen, liggen een 50tal uit den slag gekomen karabiniers te rusten, tusschen in rotten geplaatste geweren : Eenigen zitten beweegloos met het hoofd op de armen of in de handen; anderen lezen dagbladen, rooken, praten, lachen; een dozijn liggen op de harde straatsteenen ingeslapen, uitgestrekt, op de zijde, op ’t gezicht; een ligt er op den rug met het gelaat in de volle zon te snorken, met een stuk “grijze” tegen het oor; een andere is bezig, op zijn ramel als schrijftafel, in een carnet aanteekeningen te nemen. Wat is oorlog een harde tijd!
    Men bericht ons dat Mr. Joz. Viskens, leraar aan de Middelbare school te Gent, als soldaat in de stad is. Dan is ’t toch waar wat men over hem verteld heeft. Wat treffend voorbeeld van vaderlandsliefde! Talrijke Russen zouden in Oostende aangekomen zijn.
    5.30 u. Daar komt Mr Viskens, in gezelschap een anderen soldaat, ons opzoeken. Hem toesnellen, groeten en onze bewondering en beste wenschen uitdrukken is ’t werk van een oogenblik. Neergezeten, begint hij, na de beweegreden van zijn besluit, zijn inlijving den 1ste dag der vacantie, zijn wederwaardigheden en lotgevallen uit zijn militair leven uit te leggen. Het kazerneleven heeft eene sombere zijde : ruw- en zedeloosheid, zelfzucht, laag- en onbeschoftheid als daar heerschen, kan men zich in het burgerleven niet voorstellen; maar men geraakt er ook aan gewoon. Met een fijnen opmerkingsgeest begaafd drukt hij in enkele woorden, als volgt, zijn oordeel uit over den toestand van het vaderlandsch leger : Moed en oprechte vaderlandsliefde vindt men veel meer bij de eenvoudige manschappen dan bij vele oversten. Bij vele onderofficieren is onkunde en onbekwaamheid, bloo-, vreesachtig-, men zou soms zeggen, lafheid waar te nemen : een chef of serg. o.a. gaf al stotterend van schrik, het bevel tot bereiding des aanvals. De regeling en uitvoering in zake van bevoorrading, laat veel te wenschen. Meermaals ging een dag voorbij zonder uitdeeling van levensmiddelen, -meerdere dagen met een enkele, dikwijls gebrekkige uitdeeling van mondbehoeften. Andermaal scheen de schietvoorraad schier uitgeput op het hoogst gewichtig oogenblik. Met de bewapening al even zonderling : Bij de inlijving werd de afdeeling bij welke M. Viskens behoort, met het Belg. Maussergeweer (5 patr.) gewapend en afgericht. Later moest hij dat wapen inleveren. Met deze wapens werden ledige wagens die te Gent uit Frankrijk toegekomen waren, geladen, terwijl hun uit geladen wagens van denzelfden trein het “Grassgeweer” mod. 187.. werd ter hand gesteld, waarmede zij te Melle werden opgeroepen. Om 7.45 u. gaan M. Viskens en zijn kameraad – een Gentsche vrijwilliger die vrouw en twee kinderen heeft, hunne compagnie vervoegen. Bezate België maar veel zulke “mannen”!
    Mr. en Madm. Drijvers-Viskens verblijven met hunne kinderen in ’t logement van Mr. Jozef (Karel V straat, 5) te Gent. De broeder van Gustaaf heeft hun bericht, dat de drukkerij en het huis in Werchter, in puin liggen; van ’t huis heeft men aan madame nog geene kennis durven geven. Mr Joz. heeft veel spijt over ’t verlies der gedenkstukken en herinneringen aan hunne dierbare ouders zaliger. Het gedoode kind (zie bl. 7 en 10) werd werkelijk op ‘t Goor begraven door Ed.(zoon van Susken) Rijmenants (uit onze buurt over 40 j.), gewezen drukkersgast bij Mr. Drijvers. Dit alles meegedeeld door Mr. Joz. Viskens.

    9. Men zegt dat Gent door de Duitschers niet zal bezet worden, doordien de burgemeester met den D. bevelhebber onderhandeld en meerdere eischen van dezen laatste heeft ingewilligd. Mochte Brugge op gelijke wijze bevrijd blijven. We ontmoeten aan St. Salvator Const. Vermijlen en Leon. Kerkstoel. “Wij zitten al 3 weken in Eecloo, zeggen zij, maar ’t begint er warm te worden … wij gaan aan de kust een onderkomen zoeken.”
    Nogmaals 3 militairen aan de tafel bij Mr. Cappon : een blonde Brusselaar, bloed- of aanverwant van Madm. Em. Van Mensel-Budts, hotel “Oude Ketel” te Heyst, -een bejaarde Schaarbekenaar en een chauffer uit Charleroi.

    10. Schier al de militairen zijn in den nacht uit Brugge vertrokken, men denkt in

    Bl.12.

    de richting van Antwerpen. De spoorverbinding Gent-St.Niklaas-Antwerpen is nog onderbroken. Volgens bladen van heden avond zouden beslissende gevechten aan gang zijn op heel de lijn Parijs-Verdun, met voordeel voor de verbondenen.

    11. 17 u. Een verdachte D. bespieder in vrouwenkleederen aangetroffen, wordt onder geleide van gendarmen per tram ter opsluiting naar politiebureel weggevoerd. De “Gazet van Gent” deelt mee, dat 2 D. treinen met krijgsvoorraad voor Aerschot bestemd, door een patrouille gendarmen, die van den wissel meester waren, op Heyst-o-d-Berg gestuurd en in Belgische handen gevallen zijn, evenals 300 in Aerschot achtergebleven D.-

    12. Twee brieven komen ons toe : een van schoonzuster Fien, de andere van broeder Isidoor.
    F. schrijft :
    Wiekevorst, 7 Sept. 1914.
    Geachte Familie,
    Ik heb reeds eenige daagen uitgesteld u te schrijven, daar men ons zegde, dat gij voortgetrokken waart naar Engeland. Wij hebben te Wilrijk de villa kunnen bewonen van Aug. Bulkens, die thans bij zijn schoonouders is. Nonk. Ch., tante Pauline en ik zijn Vrijd. Acht dagen ’s avonds ook naar Antw. geweest tot Dinsd. middag om te doen gelijk iedereen doet, moet ik zeggen. Nergens vindt men rust! Oost, west t’huis best. Er waren daar overvloedige vluchtelingen uit Aerschot, Werchter, Keerbergen, Haecht, enz. In Tremeloo staat nog één huis. Mr. de Deken met zijn onderpastoor, van Oolen geboortig, zijn als burger langs hier naar Oolen gegaan. Er zitten nog een partij priesters uit de buurt van Aerschot in de kerk, met 200 burgers uit den omtrek. Morgen gaan ze Aerschot zuiveren, zegt men. Gisteren zijn hier, men denkt, 1100 Belg. Lanciers gepasseerd terwijl een heel uur verliep, ik heb er nooit zooveel gezien. Verleden Zaterdag hebben ze op Blauberg 2 D. oversten met 9 soldaten gepakt met hun automobiel, maar te Zammel hebben de Duitschers 5 notabelen van ons land geschoten; zij liggen in het nonnenklooster bij Ursula Van Bouwel. Prins de Ligne 18 of 20 j. oud, had gisteren het bewustzijn nog niet terug.
    Waar zou ons matante al zitten? De zusters van Thildonck hebben hun verblijf Kronestraat, 71, Antwerpen, en de vic. gen. St.Pietersstraat, 1, Antwerpen, naar ik in ’t Handelsblad zie. Verleden Zaterdag hebben ze op Heyst ook al bommen geschoten van op Mac.Adam en de beek tusschen Heyst en Boisschot. Het houtmagazijn van De Greef is geheel afgebrand en de woning van den drogist. Bij mad. Caluwaert, bij den koster, in ’t gemeentehuis, aan de kerk en meest alle huizen op den berg, veel stukken. Zelika en Leonie waren van eerst af te Antwerpen gaan wonen bij Frans, waar op ’t huis de 4e bom terecht kwam. Ik kan niet zeggen of schrijven hoe daar geen persoonlijke ongelukken gebeurd zijn : alles is er in stukken. Mochte het eindelijk een einde kennen! Met dagelijks veel schrik uit te staan en onzen dag grootendeels op de straat door te brengen, zijn we toch al eene maand gevorderd. Volgens het laatste zeggen van den Paus-zaliger zou België vervolgd worden tot morgen, 8e September. Er zijn te Antwerpen veel religieuzen ingescheept voor Engeland, alsook vluchtelingen. Men kan avonturen tegenkomen : Tante Pauline, Zelika en kleine Frans wilden ze naar Gent sturen, -een beste nonkel moest toonen dat hij daarvoor middelen had van bestaan; het gaat altijd zoo plezant niet. –Vandaag is Horemans dood gevallen in den hof. Laat mij ook nog eens wat nieuws weten, het zal misschien toch zoo moeilijk niet blijven. De Meesteresse met haar volk had het niet gepakt te Ninove, met de Duitschers; ze was rap terug. Paulien Bellens heeft ook al drij weken te Hoboken gezeten. Die van Dieltjens woonden in de Lammekensstraat, 83, en nu op een villa te Hoogstraeten, van John Van Bavel (schoonbroeder van tante Trees). Ik denk niet van nog aan te gaan, of het moet nog dringer worden; men zal nergens vinden wat men zoekt te genieten; het is de eenigste brief, dien ik ontvangen heb.
    Ik ga sluiten en bied u mijne beste zoenen van verre, misschien zie ik u nooit meer weder. Die van den smid hier zitten in Gierle en velen van Heyst en Itegem bij Gust. Janssens. Doktor Verbist is nog altijd hier. Mad. Juge van Heyst is berecht te Westerloo in den Anker. Juff. Goossens waren zonder hoed op de vlucht; juf. Lambrechts van Heyst is in “de Ster” te Wiekevorst. Nu is het volk op de wiggel; ge hadt hier moeten blijven.
    Uwe zuster J. en P.


    Broeder Isidoor schrijft :
    Lier, 8 september.
    Goeden dag aan allen. Ik ben nog goed gezond. Ik kom u mijn wedervaren mededeelen : Toen ik van u ben weggegaan, ben ik rond 3 u. in Oude God aangekomen. We hadden veel Duitschers in trein, zegde men, alleen in eerste klas. Van daar ben ik te voet naar Lier getrokken en ’s anderdags naar huis. Ik ben thuis gebleven tot Vrijdag morgend; dan ben ik met 2 koei naar Lier getrokken om te verkoopen; ’s avonds om 10 u. was heel Schriek met al zijn vee in Lier. Zondag zijn we met het gespan van Frans, als nen haas vol schrik naar Schr. Getrokken, om verkens, kisten, matrassen, enz. te halen. Maar alles was doorsnuffeld van onder tot boven; uit den winkel was alles gaan vliegen. Nu ben ik een groote man : ik


    Bl.13.

    ben boer te Schriek en heb beesten liggen op 3, 4 plaatsen; te Schr. Heb ik de witte koei en twee kleine kalveren gelaten. Ik meende met den verkoop mijn kabas goed te vullen, maar in plaats van 300 fr. van de beesten te maken, nu 100 fr. men spreekt hier van 8000 beesten van Berlaer, Kessel, Heyst, Putte, Goor, Schriek en omliggende dorpen. Vandaag heb ik mijn ronde gedaan over de Hei; uwe geit is ook gaan vliegen, zoo naar Schriek. Daar ligt alles vol versterking en kanons, alles wordt er ontruimd, hooi, stroo, al wat er te vinden is. Koei en kalveren heb ik aan Frans Docx en Uitterhoeven overgelaten, die hebben niets meer in huis van vee. Ik heb hun de koei gelaten tot onderhoud. De huizen van broeder Victor en zuster en van u zijn nog ongeschonden tot nu toe, maar hoelang nog?
    Het is niet te vertellen wat ze hier verrichten. Ik ben weer terug getrokken binnen de versterking. Om het goed na te zien had ik Schriek niet mogen verlaten, maar om het gedonder rond Aerschot, Werchter en Dansbrug, durf ik het niet meer betrouwen. Hebt gij nieuws al vernomen van de vluchtelingen van Tremeloo en Werchter die weergekeerd waren? Daar zijn er weer gevangen en naar den grooten hoop gedaan te Aerschot en Leuven; maar nu zegt men dat de Belgen Aerschot, Werchter en andere dorpen gaan zuiveren. Men ziet niets anders meer dan soldaten van alle slag, zelfs Franschen, Engelschen, Russen in vollen optocht. Ik was in Hoyckt en daar heb ik een vollen dag moeten wachten eer ik mocht passeeren. Te Lier is een vergadering geweest om vluchtelingen naar Engeland te sturen; mannen met de broek, van 18 tot 50 j. ongetrouwd mogen niet mee. Misschien zullen wij iets mogen zien van het spelleken. Nicht Virginie van ’t Goor is hier dezen morgen met hare kinderen aangekomen, haar zoon Fons heeft te Aerschot ook gevangen gezeten tot maandag, 11 dagen; hij is hier en zegt dat in vrijheid gelaten zijn de jongens onder 14 j. en de heel oude mannen; de vrouwen met hun kinderen zijn in bouwvallige huizen geplaceerd, 28 pastoors en 300 anderen zitten in de kerk. Hun kost is zuur brood en water; om aan de behoefte te voldoen, mogen ze alleen buiten; te rusten op stroo en stoelen. Ge moogt aan moeder dat alles niet vertellen. In afwachting van wat nieuws aan u allen mijne beste groeten, bijzonder aan moeder.
    Uw genegen broeder Isidorus. –Adres : “M. Benoit Mondelaers, hovenier, Molpoort, Lier.”


    10 u. Een tweedekker komt zeer laag over ’t midden der stad gevlogen.
    Volgens de dagbladen zou men weer aan slag zijn of geweest zijn tusschen Aerschot – Mechelen – Leuven langs vaart, Dijle en Demer. -20.30 u. Mr. Cappon deelt mee, dat de strijd in de richting van Leuven zeer voordeelig zou geweest zijn voor de Belgen. (Wij wachten op bevestiging, want … even zoo in ’t Z. van Vlaanderen van waar vluchtelingen zich ook N.waarts zouden verspreid hebben. Burgerwacht en militairen zijn ter opsporing uitgezonden. –Heden nam. Brief gezonden aan tante Fien.

    13. Broeder Victor heeft heden morgen een brief ontvangen van den Heer Gouverneur der prov. Antwerpen hem aanzoekend naar Schriek weer te keeren om de plichten van zijn ambt te vervullen : onderw. Personeel en andere lieden wachten de uitbetaling der hun verschuldigde sommen – en er bestaat overigens geen gevaar. In dagbladen o.a. “La Métropole” en “Het Volk” bijzonderheden over den strijd Parijs – Verdun en in ’t N. van Brabant. De Duitschers worden op sommige plaatsen wel met zware verliezen teruggeslagen, maar … zij vorderen toch! Ook Rusland zou triomferen.
    12 u. Mr. Cappon heeft vernomen dat er vanwege de krijgsoverheid bevel is gekomen, dat al de vluchtelingen die in Spermalie verblijven – meest allen uit Leuven en omstreken – dit gesticht moeten ontruimen, wijl een 200tal gekwetsten in aankomst zijn.- 17.30 u. Met broeder August van Aveloo komend, ontmoeten wij op den hoek van den Ouden Gentweg en St.Cathar.straat brancardiers en leden van ’t Roode Kruis, met berriën met gekwetsten. Statiewaarts snellen vele brancardiers uit verschillende richtingen. – 19 u. De gekwetsten naar ’t Ootteriegasthuis overgebracht, komen meest uit de laatste gevechten van Sempst en Eppegem.

    14. Rijtuigen brengen zieken en gekwetsten naar ’t Gesticht. Mr. Louis Cappon, ter hulp gegaan, zegt dat er slechts 47 manschappen zijn binnengebracht, waarvan slechts 4 of 5 gekwetsten. De overige lijden aan rumathisme of andere ongesteldheid, voortkomend uit verblijf in aanhoudende regen, nachtelijke koude, afmatting, enz. – Broeder Victor is met vrouw en kind. Om 9 u. naar huis vertrokken.
    Volgens “La Métropole” is het D. leger, ten gevolge van den aanval gedurende 4 dagen (10-13 of 9-12 dezer) van het Belg. leger op Aerschot – Leuven – Mechelen – Brussel, versterkt met aanzienlijke machten, teruggeroepen uit Ninive, Audenaard, ’t Z. v. Brussel, eenige duizende zeelieden te Brussel aangekomen; de onzen, veel minder in getal zijn daardoor op Antwerpen teruggetrokken. –Tallooze vluchtelingen, die gasthuizen en andere toevluchtsoorden voor aangekomen gekwetsten en zieken moesten ontruimen, dwalen met pakkage overladen en gevolgd van kleine kinderen door de natte straten der stad rond, zuchtend en jammerend een nieuw onderkomen zoekend. ’t Is droevig. -22 u. Eene vrouw uit Cuerne (=Kuurne) komt in naam van den E.H.Best. van Spermalie bij Mr. Cappon vragen den nacht over te brengen. Bij ontvangst in den namidd. van een telegr. haar meldend dat haar man soldaat, -zij was slechts 7 maand getrouwd –in ’t gasthuis alhier was binnengebracht, was zij, het ergste vermoedend, seffens naar Brugge gekomen, en eerst in den avond bij haar man geraakt, wiens toestand echter geen gevaar oplevert.

    15. Schoon weder, frissche wind, zonneschijn. Dagbladen brengen geen nieuws aan. Wandeling naar Damme. De brug die de Potterierei rechtstreeks met de Dammevaart verbindt, is afgedraaid. Wij ( ?? en ik) trekken langs den watermolen, waarvan het draaiend mecanisme in oogenschouw nemen, naar de

    Bl.14.

    2e brug. Een burgerwacht nadert. Na ons paspoort getoond te hebben, stappen wij de brug over en volgen de vaart. Links over de vaart, naar Coolkerke toe, in de vlakte een zeer groote hoeve te midden van weiland, waarin talrijke runders grazen. De uitgebreidheid der hoeven is oorzaak dat hier weinig huizen te zien zijn. Een weinig voorbij de bocht der vaart zien wij ‘t “Vaartje” een klein kanaal, dat in de middeleeuwen uit de stadsvest van Brugge aangelegd, en van op dees punt naast den dijk en met de huidige vaart gelijkloopend, aan de oude wallen van Damme in O. richting verdwijnt. Voor de brug burgerwachten, links over de vaart een witte windmolen, rechts tegen den dijk op de koer eener herberg eenvierwielig rijtuig met het opschrift “Postdienst”. Tusschen Brugge en Damme rolt dus nog het “postkarken” –het “koetsken”, -de “diligence”, -de “maalpost” uit onze streek tijdens onze kinderjaren (de laatste van Putte naar Mechelen -2maal daags –afgeschaft bijna onmiddelijk na de opening van de buurtspoorlijn (stoomtram) Heyst-o-d-Berg – Mechelen.
    Rechtsom gekeerd, staan we haast voor het standbeeld van een der voordelvers van Vlaanderens beschaving : Onder het voetstuk lezen wij “ … Jacob van Maerlant, Dietsche dichter … “ Jammerlijk hebben tijd en temperatuur de rest weggeknaagd. Toch staat man er nog flink op, hoewel wat gebogen, van gelaat langwerpig en mager. Eenige stappen achter zijn rug staat het stadhuis een juweeltje en gedenkstuk van Damme’s vroegere grootheid. Midden op de voorzijde van ’t dak, een weinig beneden de vorst, verheft zich een torentje met uurwerk. Even boven ’t schild der horloge is een zonnewijzer geplaatst. We zullen straks zien of die twee geburen overeenkomen in hun werk. Eerst naar de kerk! Wat zonderling gebouw : een vierkante steenen toren zonder naald staat 15-20 m. van de kerk, … maar deze laatste is slechts het koor of iets meer van de oorspronkelijke kerk en met den toren verbonden door de overblijfselen – pilaren tusschen welke de ruimten toegemetst zijn zonder dak daarover heen, - van den middenbeuk derzelve. ’t Doet ons denken aan de verwoestingen en gruwelen van beroerde tijden. Onder den toren zou Jacob van Maerlant begraven liggen; jammerlijk is die plaats met een houten schutsel afgesloten. Aan de gevels tegen den O.hoek van ’t gemeentehuis zijn op ongeveer 3 m. boven den grond twee steenen van ongeveer 3x2x1 dm. opgehangen. Men noemt ze “schandsteenen”, omdat ze luidens de legende, naar middeleeuwsch gebruik, om den hals gehangen door de veroordeelden door de stad moesten rond gedragen worden.-de zonnewijzer op ’t stadhuis geeft juist 11 u., de naald van het uurwerk 10.53 u. Het verschil 7 min. Oorzaak : Het uurwerk kan verschillen met het spoorweguur van W.Europa; dit is eenige minuten achter tegen de middaglijn van Brussel, waar men, gezien de geografische ligging (lengte) een weinig meer gevorderd uur moet hebben dan te Damme. We leggen den 7 km. langen weg van Damme over Coolkerke, op zeer hobbeligen kassei tusschen deze twee plaatsen, naar Brugge, af in één uur;-
    Volgens “La Métropole” betert de toestand voortdurend – en toch nadert het gevaar al meer en meer. 20 u. De vrouw uit Cuerne verhaalt feiten van eerloosheid en beestachtigheid in hare streek door de D. barbaren gepleegd.

    16. Op een vergadering van Mechelse vluchtelingen wordt aangekondigd, dat morgen, voor hen die naar hun woonplaats willen weerkeeren, een speciale trein om 9 u. zal vertrekken. Een vrouw met een 2 j. kind, van Woluwe St.Henri (huis tegen de kerk) wier man (soldaat) in Spermalie ligt, verhaalt dat zij sedert Zaterdag te Boom, Sauvegarde en op andere plaatsen op zoek is geweest, en hem eindelijk hier heeft weergevonden. – Dat de botsing tusschen Pruisen en Beierschen te Brussel, die een grootere uitgebreidheid had dan de dagbladen melden, uitgelokt werd door het feit, dat de Pruisen in ’t konings paleis, een portret onzer Koningin met de bajonet doorboorden, wat de anderen met geweld beletteden, met het gevolg dat de 3 ergste belhamels onmiddellijk gefusilleerd werden, dat de D. in ’t paleis en in de voornaamste huizen, buiten plundering en verwoesting, de vuilste zaken verrichten; dat de Brusselaars walg en afkeer hebben van die barbaren, en de burgers in de herbergen hun den rug toekeeren. Dat de D. in de omgeving van Brussel allerlei barbaarschheden plegen : te St.Stevens Woluwe eene oude boerin in haar bed hielden, totdat alles geplunderd en verbrijzeld was, en bij hare twee zoons evenzoo te werk gingen, zonder echter persoonen te dooden; dat ze de stad spaarden, ttz. geene huizen verbrand of verwoestten, alleen uit vrees voor de Vereenigde Staten. Dat er verleden Zaterdag bij haar vertrek uit Brussel, naar gezegd werd, maar 300 D. (met op verschillende punten opgestelde mitrailleuzen) in die stad verbleven en de overigen naar ’t Z. vertrokken waren; dat de D. soldaten in de grootste hotels zelven hun eten koken, dat de vrouwen der officiers in de bijzonderste huizen verblijven; dat er vele wapens in de stad verborgen zijn, enz.

    17. Een heer dien wij meermaals in de kerk hebben gezien verzocht ons heel vriendelijk hem in den namiddag een bezoek te willen brengen, St.Gillis Kerstraat. Mr. Cappon denkt dat het de heer Delameilleur, bureeloverste op het stadhuis is.
    Onder leiding van Mr. Louis wandeling door de gemeente St.Kruis, naar ’t Oefenplein, het Kasteel van Male, de hoven v. “de Visart” en “Idew. d' Eickhonck”, ‘t “Galgeplein”, de landerijen der Knechtjesschool van St. Kruis, naar ‘t “Apertje” (herberg) en langs de vaart terug. Het Kasteel van Maele, verblijf van graven van Vlaanderen in de middeleeuwen, hoort thans toe aan zekeren heer Demaere(?). het is een eenvoudig kasteel, deels uit de middeleeuwen, deels van lateren tijd. In den hof langs een buitenkant, ziet men als puinen van eenig klein gebouw. De legende wil dat er in vroegere tijden langs daar een onderaardsche gang van het kasteel naar

    Bl.15.

    Brugge leidde, die heden nog gedeeltelijk zou bestaan. Het oude Raadshuis van Maele is thans tot melkerij en maalderij ingericht. Op enkele minuten achter ’t Kasteel van Maele staat een herberg als uithangbord dragend “’t Pelderin – Jan Ide. Pelderin, zoo noemt in ’t omliggende, zegt onzen leidsman, een grooten zwaren steen, die de vorm heeft van een spitszuil, waarin in vroegere eeuwen de misdadigers vastgezet werden; zulke steen zou in ’t Raads- of gemeentehuis van Maele nog te zien zijn. Pelderin beteekent zooveel als “schandsteen” (schandpaal). Schuins tegenover Iden.d’Eeckhoutes hof ligt het “Galgeplein” een cirkelvormig grasplein van ruim 15 m. middellijn, met hooge afgeknotte linden, op 3 m. van elkander omzoomd. Hier ondergingen naar middeleeuwsche gewoonte, de groote misdadigers van Brugge en het omliggende, hunne straf. Tusschen de voornoemde kasteelen zien wij meerdere ende, heel breede, lange en rechte banen, die schier geheel met gras bedekt zijn; eene dezer is 17 m. breed en met 4 rijen canada’s beplant. Het zijn vermoedelijk overblijfselen van banen, waarop ten tijde van Brugge’s bloei (14e eeuw) druk verkeer heerschte. Zulke oude, breede baan met kiezelweg leidt van ’t Kasteek van De Schietere de Lophem naar Moerkerke. Het “Apertje” reeds genoemd is een herberg (woord afgeleid van (h)aperen = stil blijven), waar onze wandeling, even over het voornoemd vaartje op den vaartdijk eindigt. De streek die wij komen te doorloopen, heeft teenemaal het uitzicht van afbeeldingen en gezichten, die wij uit de Brugsche omgeving te zien kregen. De gemeente St. Kruis telt ongeveer 4000 inwoners en 11 kasteelen.
    15 u. Bezoek aan de familie Delameilleur (gezin bestaande uit Mr., Mme. En twee jonge dochters) – vriendelijke lieden – gesprek over vlucht en toestand, - onthaald op koffie. Zondag as. terugverzocht. – Voortzetting der studie over de Br. Gewestspraak.
    Mr. Cappon heeft aan den zieken soldaat uit Cuerne (in Spermalie) een bezoek gebracht. Deze vertelde hem als volgt, zijne lotgevallen : “Ik heb deel genomen aan de gevechten rond Tienen, Hoegaerde, Kapellen en Melle. Door de schuld van een onderofficier was mijne afdeeling afgesneden en omsingeld, en bijna vernietigd door den vijand. Enkelen die overbleven vluchtten weg, ik was een van de laatsten. Onder een regen van kogels door een gracht kruipend, kwam ik aan een kuil vol water. Ik liet mij daarin glijden tot aan het hoofd, daar mijn kapot altijd bovendreef, trok ik hem uit en duwde hem onder. Ik verborg mijn hoofd onder het lang gras tegen den kant. Het kanon donderde, de grond schudde, ik hoorde gekerm : laisse … vie. Ik bleef stil, roerloos, ik weet niet hoelang. Toen alles stil was, kroop uit ’t water, maar kon mij bijna niet recht houden. Ik zag niemand meer en kon een huis bereiken, maar ik vond er slechte burgerskleederen die ik gauw aantrok; mijn soldatenkleederen stak ik in den stal onder mest. Ik durfde er niet blijven en liep naar eene andere boerderij, ook verlaten, maar nog vee in de stal. Ik laadde voeder op een kruiwagen. ’s Morgens kwamen er D. troepen binnen. Ik was ’t vee aan ’t voederen. “Geen Belg hier binnen?” schreeuwden zij. -“Neen”. Toen moest ik in de kamer gaan staan, totdat het heel huis doorzocht was, en met de armen omhoog. Toen ze weg waren, werd ik gerust. Als de vijanden uit het oog waren, liep ik naar eene groep vluchtelingen en verstak mij zoveel mogelijk tusschen de vrouwen, en zegde : vreest niet – ik ben een Belg. soldaat, zwijgt. Ik nam een klein kind op den arm en vluchtte mee voort. We werden tegen gehouden door een groep D.; ik was bevreesd voor mijn hemd, maar we mochten vrij voortgaan. Zoo geraakte ik tot bij een Bel. patrouille. Ik ging naar den sentinel en zegde : “Ik ben een Belg. soldaat. Men geloofde mij niet en ik werd gevangen genomen. Als de oversten mijn uitleg hoorden, namen zij mij mee naar mijn regiment. Even werd ik geloofd. ’s Anderendaags bij de vorming van nieuwe indeeling, werd ik in burgerskleederen opgemerkt en werd ik bij den generaal geroepen en geprezen. Eenige dagen later moest ik bij inspectie voor den Koning, aan dezen uitleg geven. Hij zou mij later gedenken. Door ’t koud water ziek geworden moest ik naar het hospitaal.”

    18. 9 u. Wandeling met Mr. Louis naar St. Andries, langs de Ezelpoort en de vaart naar Oostende. Op weg, groote bloemmolen, beschadigde steentjesfabriek, huis van verdachten D. spion, - nieuwe doorsteek der vaart, spoorwegbrug. Na 2-3 km. weg afgelegd te hebben, verlaten wij de vaart en komen door een weinig begane dreef aan de kapel van “O.L.V. in het Boompje” (7,5 m x 5 m). aan ’t plafond een maquette van oorlogsboot; aan den muur gedenksteenen die aan wonderen herinneren. Volgens de bewaarder der kapel luide de legende :
    “In 1670 werd dit Mariabeeld van een oorlogsschip geworpen, door een vrouw opgenomen en in den grooten linde hier tegenover, die 600 j. oud is, verborgen. Toen het beeld ontdekt werd, bouwde men deze kapel, waar het nu door vele lieden vereerd wordt”.
    Op 2,7 km. van de statie van Brugge, dwarsen wij den spoorweg Brugge-Oostende en bereiken door velden en langs 2 of 3 kasteelen het dorp St. Andries, met zijn nieuwe en prachtige villa’s en huizen, een sierlijk voorgeborchte van Brugge. Langs de groote baan, waarop electrische en stoomtram, keeren wij door de Smedepoort – door welke de Bruggelingen in 1302 naar Kortrijk ten strijde trokken – weder.
    16 u. Volgens mededeeling door dagbladen zouden 12 D. wielrijders te Heyst in het postbureel de kas inhoudend 200 fr., gestolen hebben, daarna in ’t blokhuis van den spoorweg te Heide-Loo alles vernield hebben, en vervolgens naar Putte afgezakt zijn. ’s Anderendaags zouden er op ’t Zonderschot een patrouille uhlanen verschenen zijn en andere groep op Achterheide.
    17.45 u. Een vlieger, (Engelsche) eendekker denkt men, komt op aanzienlijke hoogte van W. naar O. over Brugge. Mme. Lauwers, zoon en pachter, uit Mechelen, met moeder uit geweest, komen ons nen goedendag zeggen. Voortzetting : studie van Brugsche en W.Vl. uitdrukkingen en gezegden.-

    Bl.16.

    19. Broed. August is eergisteren bij den schoonbroeder van Mr. Modest te Oedelem aan ’t dorschen geweest. Overtrokken lucht, regen, zeer slecht weder. Beklagenweerdige soldaten! Wederom een vlieger van W. naar O. over de stad - Voortzetting der studie : Gewestelijke taal.

    20. Een Waal (of Franschman) komt, met een adresbriefje in de hand inlichtingen vragen. –’t Is een man uit Soignies die zijn broeder (militair) in Spermalie komt bezoeken; sedert 10 Augustus had deze geene tijding meer gelaten. Mr. Cappon, die op aanduiding van den broeder, den militair erkent, stelt hem gerust en zegt dat zijn broeder reeds buiten wandelt. De man deelt mee dat hij gisteren morgen uit Soignies vertrokken was en door het slechte weer 35 km. te voet heeft afgelegd eer hij den trein bereikte, en dat hij nu eerst is aangekomen. Maar zijn kleederen (pardessus en hoed) zien eruit alsof de man in ’t stroo heeft geslapen. De man zegt dat alle dagen D. treinen hulptroepen door Soignies naar Frankrijk rollen.
    10 u. Op bezoek naar de soldaten in Spermalie : 3-4 zalen doorloopen. De meeste bedden ledig, in de overige liggen soldaten boeken en dagbladen te lezen of met bezoekers in gesprek. Een mitrailleur-sergent-fourier ziekelijk van uitzicht, klagend over pijn in den buik, -overigens met blikken van woede en strijdzucht, bewondert en roemt de houding en de handelwijze onzes Konings, maar laakt het gedrag van zekere ministers in zake van de stemming der huidige krijgswet : Alle man soldaat, zooals in Zwitserland, is zijn droombeeld. Een jongeling van Wuust-Wezel, met een diepe wonde in den rug, veroorzaakt door scherven eener bom, klaagt over pijn door het vermaken der wonde, hij denkt dat men nog meer stukken van het kwetsende voorwerp zoekt. In ’t gesticht waar zijne wonde voorloopig verbonden werd trof hij eene zuster-ambulancier aan uit wier gesprek bleek dat zij ook van zijn dorp was. De soldaat uit Cuerne – hij heet Van Kerkhoven – vertelt ons zijne vlucht en redding. De overrompeling had plaats te Breendonk. Hij verhaalt ook dat in een gevecht bij Hoegaerde een priester door de D. werd vooruitgedreven en met hen onder de Belg. ballen is gevallen; dat na een verwoed gevecht op een andere plaats hun commandant beval vuur te geven op een hoop gekwetste D., zoo lang er zich een roerde, omdat elders zich in schijn overgevende D. op ’t onverwacht de Belg. patrouille had neergeschoten. In een andere zaal zitten een 20tal manschappen te kaarten, te lezen of te praten.
    14.15 u. Op de vriendelijkste wijze ontvangen door de familie Delameilleur. Onthaald op drank, fruit, koffie. Gesprek over al wat de tijd meebrengt. Mr. 53 j. oud, heeft reeds 35 j. dienst in de administratie der stad. Rond 16 u. bedankt te hebben, afscheid.
    17 u. Mr. De Neef (Jefken van ’t Sand), die ons in de Strinstraat ontmoet, is voornemens morgen naar Mechelen terug te keeren. Mr. Kar. Lauwers, die met moeder en zuster morgen ook mee vertrekt, zal in de “Tent” gaan zien of onze rijwielen, fietspl. 39298 en 39299 daar nog te vinden zijn.
    Een vluchtelinge uit Dendermonde vertelt dat bij den 1e inval, de D. in hare beste kamer flesschen vernis op het vloertapijt hadden uitgegoten, kleederen, lijnwaad, gordijnen daarin hadden vertrappeld, en de rest verbrijzeld. Na de 2e bestorming was alles doorschoten en verwond.

    21. Volgens “Le Bien Public” zouden de D. een aanval op Antwerpen beramen. “Het Volk” (Meersteeg, 16, Gent) van heden geeft de “Lijdensgeschiedenis van Elewijt”. Familie Lauwers nog niet teruggekeerd.

    22. Deze week “Het Volk” en “La Métropole” aan milit. in Spermalie besteld.
    Volgens dagbladen zouden de Belgen te Lanaeken de D. verdreven en de vaderl. vlag uitgestoken hebben, -terwijl D. op 15 km. van Broechem verschenen zijn, maar voor ’t vuur van dit fort moesten wijken!? Vliegers zweven over de stad; doordien de burgerwachten van hun komst waren verwittigd, weet men dat het Eng. of Fransche vliegers zijn.
    De familie Lauwers is uit Mechelen teruggekeerd. In de stad verblijven weinige lieden, meest geringe burgers en werkvolk. De ergste schade door het bombardement is in de omgeving en in de richting van St.Rombauts toren aangericht. Brokken des torens versperren den weg en een deel der kerk dreigt in te storten. Voorts hebben het bisdom, de normaalschool, woning in de richting der IJzeren Leen en de O.L.V.Kerk het meest geleden. Gisteren scheen alles rustig in de stad, maar heden morgen rond 6 u. begon het kanon van de forten van Waelhem en Kath. Waver, alsmede dit van de Duitschers te Hever of Boortmeerbeek te donderen. Vele van de gebleven of teruggekeerde inwoners schijnen daaraan gewoon en zelfs op straat niet meer ongerust. De trein Mechelen-Terneuzen stond veiligheidshalve ver Z.waarts van de statie over de vaartbrug; de brug naar Hofstade ligt vernield. Om 9 u. heden morgen, bij ’t vertrek des treins hield ’t zwaar geschut nog aan. “De Tent” was gesloten.

    23. Kozijn Theofiel van Antwerpen terug, is op den boot van Vl. Hoofd bij commandant Van Gaveren geweest, die hem meedeelde dat zou moeilijk zijn broeder Victor te vinden. Leonard stelt het goed en is gelast met de wacht bij de aankomst van gekwetsten. Hij is in gezelschap van Mr. Pelgrims, professor te Lier, die verteld had dat in Schriek, Goor, Beerzel en omtrek Duitschers verspreid zijn, en men in de streek 200 manspersonen had weggevoerd, alsmede dat Victor in Contich zou verblijven.
    11 u. Mr. Cappon (Mod) brengt 3 militairen mee, waarvan er twee; een carabinier van Brussel en een uit de omstreken van St.Truiden, - vanaf Haelen omtrent alle gevechten hebben meegemaakt : Aerschot, Werchter, Haecht, enz. De laatste heeft te Haecht 3 dagen aan den strijd deelgenomen. Zaterdag acht dagen, zegt hij (12e dezer) is de brouwerij met al de huizen aan de brug over de Dijle te Haecht vernield. Hij is er, gelukkig niet erg, getroffen door stukken van een houwitzer. De Brusselaar heeft niemand

    Bl.17.

    Van zijn gezellen meer weergezien.
    Bezoek aan : 1. Het kerkhof. 9 Gesneuvelde vaderlanders liggen er reeds begraven; 2 anderen zullen morgen begraven worden; -Kar. Lauwers neemt de foto van graftombe van Guido Gezelle.
    2. Het lokaal en den tuin van de Brugsche tuinbouwmaatschappij “De Vereenigde Brugsche …” Deze tuin over 3 jaar aangelegd, is onder leiding en de zorgen van de heeren Kesteloot, gewezen schoolopziener, en Ed. Kortvriendt, hovenier, -een pereltje dat nergens zijns gelijke heeft. Van elke fruitsoort is er slechts 1 exemplaar, dat vrucht draagt benevens 1 jonge vervanger in den tuin. Van al de gekende vormen treft men maar één voorbeeld aan. Alles is van etiketten met echten naam voorzien. De boomen zijn levenskrachtig, zuiver en gezond en zijn van de schoonste vruchten zoo vol geladen dat alle twijgen neerbuigen. Daar wij onze verwondering erover uitdrukken dat geen enkele boom (appelaar) van de bloed of wollige boomluis is aangedaan, antwoordt ons de heer Opziener : “Een eenvoudig en onfeilbaar middel tegen die kwaal : neem wat gewone (groene of bruine) zeep, meng dit met wat slechten alcool, en bestrijk daarmede de aangetaste deelen”. Een dozijn van de schoonste vruchten worden ons ter hand gesteld. Voor raad en goedheid wordt bedankt.

    24. Een gekwetste soldaat uit de buurt deelt ons zijn wedervaardigheden en bevindingen mede : Hij heeft deel genomen aan strijd te Haelen, is vandaar achteruit getrokken op Cumptich en Vertrijk, - des anderen daags tot in de omstreken van Mechelen over Leuven. Nabij Mechelen was de strijd zeer hevig. Talrijke Duitschers zijn daar weggemaaid door de mitrailleuzen. Door ontploffing van een obus werd een zijner kameraden het kaaksbeen weggeslagen, een andere de beide beenen af. Arthur –zoo heet onze soldaat- slechts gekwetst aan een been, en na 3 weken hospitaal weeral te been. In ’t volle vuur, zegt hij, ruischen de ballen als hagelkorrels door hout en bladeren. Het groot aantal gesneuvelde D. is volgens Arthur daaraan toe te schrijven, dat ze vast nevens elkander liggend, al de Belg. ballen raak zijn, terwijl de helft der D. ballen verloren gaan, doordien de Belgen op afstand van een man van elkander liggen, -alsmede dat de Belgen juist mikken, terwijl de D. met de des geweers onder den arm schieten.
    Engelsche Koloniale soldaten zijn te Zeebrugge en te Oostende ontscheept, zware Fransche veldstukken naar Antwerpen en verder België in gestuurd, in ’t vooruitzicht van een algemeenen aanval op het noordelijk front van den vijand. 11 u. Telegr. naar den hr. Burg. v. Berlaer : “Wanneer begint de klas? Antwoord aub. Gegroet” Adres : Debelser, Potterei 43 Brugge.
    Volgens “La Métropole” zouden N.waarts van Lier in de dorpen van den 1e fortengordel geen vijandelijke troepen meer te zien zijn, en zou een deel van het Land van Waas, ter verdediging van Antwerpen, onder water gezet zijn.
    Wandeling onder geleide van Mr. Louis, naar St. Kruis, Vossenstaart, voetbalplein, gemeentehuis en tramdepot te Assebroek, Gentpoort, met rust “In Vlissingen”
    Madme. Crombez (zie bl. 14, 39e regel) zegt dat de toestand van haar man verslecht. Bij hare afwezigheid zegt ons Madme. Cappon, dat milit. Crombez veel slechter is dan zijne vrouw meent : Eene groote massa bloed moet in de borst vastzitten en laat weinig hoop op genezing.
    Allerlei sensatieberichtjes doen de ronde : “D. zouden barbaarschheden begaan hebben, die de dagbladen nog niet vermeldden : jonge kinderen de oogen uitgestoken, de handen afgekapt, zuigelingen aan de bajonet gestoken, enz. –Een der zoons van Attil II zou bij een patrouille uhlanen te Kortrijk gevangen genomen en naar Cherburg gestuurd zijn; ten gevolge daarvan zou Koning Albert een telegram ontvangen hebben : “Zoo ge mijn zoon niet lost, wordt Brussel gebombardeerd.” Waarop is geantwoord : “De 1e bom die op Brussel valt veroorzaakt de dood van uw zoon.”

    25. Een brief uit Wiekevorst. Wiekevorst, den 20e Sept. 1914.
    Geachte Familie,
    Wanneer zal de oorlog gedaan zijn? Wij zitten hier nog altijd gerust. Niets dan een klein patrouille Belg. soldaten die op verkenning uitrijden tot dicht bij Aerschot. De Duitschers tegenwoordig in Aerschot zijn wat beschaafder. Donderdagavond was de familie van den secretaris, Pauline Bellens, van Bouwel, de groote Meesteresse, Sophie Verlooy gevlucht tot Herenthals. Zaterdag avond zijn ze teruggekeerd. Die van Booischot hebben deze week bijna allemaal hier gewoond, tot zelfs met hun vee. Te Heyst heeft de Commissaris op den Post een behendigen toer gespeeld. Woensdag rond half zes (17.30 u.) kwamen D. binnen; de commissaris sprong langs den hof buiten met 12000 fr., en liet, daar hij rap moest zijn, 200 fr. voor hen in brand en reed in volle vaart naar Antwerpen. Deze week ga ik mijne 2 kalveren slachten, aan 1,40 fr. den kilogr. Verkopen is moeielijk : voor te leveren laat men ze dikwijls staan. Dan heb ik al wat minder vee. Als ge nog lang wegblijft, zal de stal al fel verminderd zijn. ’t Is jammer dat ge toch zo verre zit. Hier in de magere Kempen is het overal goed. Te Gierle hebben ze ook nog niets gezien van den oorlog. Ik heb nog niets nieuws vernomen van tante of Louis, ik kon niet goed van huis gaan om ergens nieuws te gaan vernemen, het komt soms zoo haastig af. Wat zal het met juf. Regine al zijn; het heeft er rond Wolverthem nog al eens gespannen. De nonnekens van Morckhoven bevinden zich te Weelde. Bon. Janssens heeft huisraad laten wegvoeren naar Turnhout. Men vindt nergens volkomen rust, dunkt mij; wij zullen ons lot maar in ’s Heeren handen geven.


    Bl.18.

    Het ware te wenschen dat er een einde aan kwam. Ik heb toch spijt dat ik niet een van moe kinderen bijgehouden heb. Virg. Van Houdt en Jeanne houden mij ’s nachts gezelschap, ze doet al wat ik haar vraag, helpen de perzikken plukken, enz. Sedert den oorlog heb ik voor 116 fr. perz. Aan 0,20 fr de 100, 142 kil. Flippen aan 10 fr. en 80 kil. koolappelen aan denzelfden prijs verkocht. De verkens hebben nog niets gehad dan fruit. Het volk van Heyst, Boisschot, Hulshout, Heultje en Morckhoven komt hier om brood wijl er aldaar niets meer te krijgen is. Van Sint Rumoldus heb ik nog niets vernomen, hebt gij den sleutel aan niemand gegeven, of wil ik eens iemand doen gaan zien of er iets voorgevallen is? Krijgt ge de Gazet van Antwerpen in Brugge ook? Ik vond er in de week een artikel in en heb het in uw belang hier bijgevoegd. In ’t St. Victors gesticht beginnen de klassen den 6e October; die paters durven beginnen alsof het gedaan is. Te Blankenberge zijn er velen van Heyst : Not. Schuermans, Fr. Roozenkrans, enz. De vader van Madme. Brems, 90 j. oud, vraagt in de gazet achter Mr. Brems en familie. Wat zal er gezocht worden eer alles op zijn plaats is. Token van boerken Verelst is verleden dinsdag begraven. François woont met vrouw en kinderen zoo hier nu bij tot later. Er zijn hier een man en een kind van Boisschot, vluchtelingen, gestorven, zoo valt er hier ook van alles voor. Louise en Mr. Luyten zijn al 14 dagen bij den smid; Amelie en Mie zitten te Gierle, Karel en Julie nog altijd in Vorst. Nu reist niemand voor zijn plezier. Nonkel Charel en Bellekens gaan dagelijks naar de stad, binnen brengen genoeg, maar niets medebrengen; het zal moeilijk worden in den winkel; het huishouden blijft hetzelfde bij tante Pauline; men werkt aan het huis niet voort, anders was ’t af geweest. Ik geloof dat ik het bijzonderste verteld heb, voor het overige zal ik maar wachten tot later. Houdt u allen maar goed, ik zal ook trachten mij te redden, maar verre van huis zoek ik niet te gaan, misschien tot Lille, als ik moet. Een dikken kus bijzonder aan Gaby en Paula. Toekomende week zal ik nog eens schrijven, na ontvangst van een antwoord. Eenen goeden dag aan de familie in Brugge; ik zou er liever eens gaan buiten den oorlog.
    Uwe zuster en tante Jos. Paepen.”

    We vernemen in de statie dat er gisteren avond om 23.10 u. een zeppelin over Brugge is gekomen en 10 min. Later te Oostende 3 bommen heeft geworpen; twee ervan hebben een gedeelte van 30 m. lengte van den spoorweg Oostende-have, eenige telegraafpalen en draad beschadigd; de 3e bom kwam in het water te recht. Dezen morgen was alles reeds hersteld. Volgens dagblad berichten, zouden de D. woensdag in gevechten rond Keerbergen veel mannen verloren hebben. De waard uit ’t lok. der St. Sebastiaansmaatschappij heeft vernomen dat ’s nachts door Zeebrugge veel soldaten zijn vervoerd. De treinchef moest geheimhouding van ’t vervoer en de bestemming onder eed voor het Krijgsgerecht bevestigen.
    (In opwachting naar Mr. Modest, heden morgen naar Antwerpen vertrokken, avondkout over allerlei, o.m. over de schijngestalten der maan : kunstmatig middel tot erkenning der kwartieren : 1e Naar Mr Louis : Prem. Dern. – 2e Kar. Lauwers : ’t tegenovergestelde van Cresc., dus : Decresc. = vermind. -3 Mittes : Nieuwe Oude.)
    22 u. Mr. Modest keert weer en vertelt zijne lotgevallen. Goed bij schoonbroeder aangeland; deze hoogst voldaan, ziet er flink en welvarend uit. Wandeling gemaakt naar het Wilrijksche plein : vliegtuigen op en neer, kanons, mitrailleuzen, zoeklichten, niemand op ’t plein toegelaten. Van St. Niklaas naar Lokeren 15 fr. gevraagd door een voerman; deze was heel dronken. Zijn paard struikelt en valt; eene berrie gebroken, de vitrien in stukken. Twist tusschen een éénoogige medereiziger en voerman. 1 fr. drinkgeld gegeven en wandelen gezonden. Door moeielijken weg Lokeren bereikt.

    26. De dagbladen deelen niets bijzonders mede : bij stilte en gedwongen rust verwacht elkeen erge gebeurtenissen. Moeder vertelt hare vlucht (18-19 Augustus) uit Schriek :
    “Verschrikt door ’t kanongebulder, had Euphr. pakjes met de noodigste kleederen gereed gemaakt, maar J. had afgeraden zoo gauw te gaan vluchten. ’s Dinsdags in den achternoen werd het gebulder zoo erg, dat iedereen in de geburen op de vlucht ging. Ik was alleen te huis met Theofiel. Als ’t al lang donker was, kwam Gust te huis en riep : “Moeder, gauw loop maar”. Ik ging naar gebuur die zijn speelkar gereed had staan met eenige kinderen op. Kleederen, sergie en parapluie worden opgeladen. In plaats van in den beirkelder te kruipen, die zuiver geschuurd was, gingen wij de kar op en waren heel blij dat wij weggeraakten. Het was rond half 11. Te middernacht waren wij te Rijmenam bij den broeder van Bert (voerman). Daar heb ik op een stoel wat gerust. Verschrikt schoten ze daar wakker; ieder meende dat de vijand daar al was. Dan gauw een boerenkar op zonder ressort, door den aarden weg heen en weer geslingerd, heb ik mijn been bezeerd. Had ik er maar af gekunnen om met Aug. door ’t bosch te gaan. Maar neen, het bleef een gehots en gebots, weg en weder; het was om stapelzot van te worden. Ten laatste geraakten wij aan den tram, wat was ik blij! Dan kon ik wat uitrusten tot Mechelen. Ik kan het nooit meer vergeten.”

    27. Bezoek aan de afdeeling “Blindenschool” van het gesticht Spermalie. Drukkerij : gedrukte bladen, boeken, aardrijkskundige voor het onderricht der blinden, letterzetterij, drukpersen, snij- en bindmachienen in werking gezet; vingertastend lezen blinde ll. vlot weg. Een blinde ouderling, Jan …, geboortig van Verviers, maar sedert vele jaren in het gesticht – hij heeft het uitzicht van een versleten boer uit onze streek – zet zich op verzoek van Mr. Louis aan de piano en geeft ons een potpourri van bevallige

    wordt vervolgd



    30-12-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    29-12-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (3)

    WO I

    “Ons oorlogsdagboek 1914-1919”

    van Jan De Belser.



    Bl.19.

    Met zang ten gehoore, -en wonder, hij noemt zonder eens te missen, al de noten van verschillende majeur en mineurakkoorden, die Mr. Louis op het klavier slaat.
    Verschillende herstelde militairen zijn reeds naar hunne dépots gezonden.
    Een brief van een kozijn onzes patroons uit Hoboken toegekomen, getuigt dat onze jongens met moed en vaderlandsliefde bezield zijn. –Een bericht van de Krijgsoverheid, door den heer Burgemeester bij plakbrief bekend gemaakt, verzoekt al de bewoners der stad alle lichten te dooven om 9 ure, - bij gebeurlijke verschijning van zeppelins die gesignaleerd worden, - onmiddellijk bij ’t luiden der stormklok, welk uur van den avond het ook weze. -10.30 u. Men kondigt aan, dat de noodklok klept : overal lieden aan de deur, angstig den blik in de hoogte; de straatlichten zijn gedoofd, in de huizen verdwijnt ook snel alle licht, -geen “dirigiable” te zien of te hooren. Wellicht loos alarm als proeve, denken eenigen.

    28. Een zeppelin is werkelijk uitgetrokken. Dagbladen delen bomaanslagen mede en geven den zeppelintocht als volgt op : Vertrek rond 22 u. uit Brussel, -22.15 u. Denderleeuw, -22.25 u. Sottegem, -22.35 u. Aelst, -22.40 u. Wetteren, -22.45 u. Meerelbeke, -22.50 u. Gavere, -23.10 u. Aerseele, -23.15 u. Wontergem, -23.20 u. Deinze (3 bommen op ’t hospitaal: 1 zwaar gekwetste), -23.45 u. Thielt (2 bommen), -24 u. Ruysselede, -0.10 u. Ardoye, -0.20 u. Roeselaere, -0.45 u. Kortrijk, Moescroen en Fransche grens, -0.55 u. Rollegem (2 bommen; voor de aankomst alhier gingen dicht bij ’t dorp 2 stroomijten in brand, vermoedelijk door spionnen tot aanduiding van den weg), -1.15 u. Oudenaarde, -1.30 u. Ninove, Brussel, -Niet ontplofte weergevonden bommen zijn 85 cm. Hoog en wegen 110 kg.
    Gisteren morgen (rond 8.30 u.) zouden de D. de stad Mechelen eene 2e maal beschoten en er groote verwoestingen aangericht hebben.
    Op ’t telegraafbureel ter statie overhandigt men ons ’t telegram : “De Belser, bureau restant, Bruges”. Afgegeven te Berlaer-Lierre 12 11 13.10 – Opening scholen nog niet bepaald.-Lambrechts” – Tot bedanking sturen wij een telegr. weder.
    Bezoek aan ’t Klooster der religieuzen Coletinnen : a) Zonderling Kruisbeeld, b) (Kelk)doek met verzengde vlek. Op aanwijzing van den heer Delameilleur, brengt de hr. Doctor Roïll – voorheen geneesheer te Berlaer – ons een bezoek.

    29. Telegram, gisteren verzonden komt terug : “De Belser, Potterierei, 43 Brugge. “Tel; nr 171 v. 28/9/14 bestemd voor M. Lambrechts, burgemeester Berlaer bij Lier, niet besteld, bestemmeling vertrokken zonder adres na te laten.”
    13.30 u. “La Métropole” deelt mee dat de vijand van Aerschot is voortgetrokken tot Heyst, Westmeerbeek, Morckhoven en Norderwijk, -dat honderden D. in de omstreken van Schriek bemerkt zijn en daar schermutselingen hebben plaats gehad, -dat op Grootloo eene oude vrouw gedood is, dat de inwoners uit Bael en Goor verjaagd werden, dat in den “Kwadenplas” eenige D. gevallen zijn, dat boven de omstreken 5 tauben opgemerkt zijn, enz. Dit bericht bevestigt ons de vlucht des heeren Burgemeesters.
    18 u. Broeder Isidoor heden morgen om 8.40 u. uit Lier gevlucht, bevestigt de tijding van het vooruitrukken des vijands op Lier en Antwerpen. Hij verhaalt zijne lotgevallen als volgt :
    “ Ik ben in Lier gebleven tot den 22e dezer maand. Den 23e te voet op weg naar Schriek, werd ik door Belg. patr. te Putte niet meer doorgelaten en moest terug. Den 24e probeerde ik opnieuw, maar moest te K.-Hoyckt al terug. Den 25e nieuwe poging, maar ditmaal met trein van rond 10 u. uit Lier naar Heyst. Nieuwsgierig trok ik eerst eens de Bergstraat in. In de woning v. Leop. De Haes langs achter een gat geslagen, ’t houtmagazijn van De Greef in asch. Men zegde er mij dat de woning van Doktor Brems en de kerk beschadigd waren. Daar de wacht op ’t Kruispunt niemand liet passeeren, trok ik links den steenweg van den Bosch op, sloeg het 1e smalle straatje rechts in en dwarste de prov. baan naar den Engel uit. Tusschen den ijz. weg en de prov. baan waren verschillende tracheés op 50-100 van elkander evenwijdig loopend met de groote baan, aangelegd; houtgewas tegen den grond weggeruimd. Langs “den Engel” over den steenweg naar de Achterhei, door de velden naar de Oisel, dwars over de dreef (van de Achterhei naar Liv. Van de Broeck) links om door de velden en dwars over de oude Boisschotsche baan, door den Kleinen Baronshoek (woning van Ad. Gijsemans) naar huis. De deuren waren los, alle winkelwaar geplunderd. Ik pakte weggeborgen kleederen en beddegoed in. Hevige kanonschoten in de richting van Haecht. Dan ging ik naar de woning van broeder Victor, maar aan de 1e dreef werd ik door Belg. carabiniers staande gehouden tot de aankomst van hun luitenant per velo. Deze verbood onder bedreiging met den kogel, den doorgang. Maar voor mij reed Fr. De Cock, verkenskoopman, toch door. De luitenant vroeg waarom ze dien man hadden laten passeeren. Daar zij nirt antwoordden, zegde de officier : Wie niet gehoorzaamt, schiet ge neer. Ik moest niet meer probeeren. Teruggekeerd, sleutels aan Fr. Dom gegeven, nam ik een pak kleederen en ging langs denzelfden weg naar de statie van Heyst. Noch mensch, noch dier, noch soldaat te zien in de velden, ’t is aardig en vervaarlijk. Fr. Docx had me gezegd dat van Schriekdorp naar de Achterhei ook tranchees gemaakt waren. In de statie te Heyst was al een groote hoop vluchtelingen uit Bael en Boisschot en enkelen van Schriek met pakkage. Op het statieplein stonden 7 of 8 hondengespannen met mitrailleusen; op ’t kruispunt, zegde men, stonden er ook opgesteld. Voorts patrouilleeerden er soldaten. Rond 6 u.- het was de laatste trein zegde men – vertrokken wij. Den 26e ben ik in naam van Fr. Docx naar pachter De Wit in den “Kerselaar” op de grens van Duffel en Lier, gaan zeggen, dat hij de 3 koeien van Docx niet mocht verkoopen. Dan ben ik voortgegaan naar Duffel toe, tot aan een fabriek links. Daar kwam van Mechelen af een “taube” aangevlogen, die naar de brug af 3 bommen uitsmeet.

    Bl.20.

    De vlieger trok met een draai naar Waver uit, over Lier naar Oude God. ’s Anderendaags hoorde ik zeggen dat de bommen te Duffel geen schade hadden gedaan.
    Broeder Victor moest na zijn terugkomst uit Brugge over anderen dag zijn bediening vervullen te Schriek. Toen hij er den 25e aankwam, vond hij alles open gebroken, meubelen en kleederen weg of kapot. Eene vrouw uit de buurt zat op den zolder kleederen te doorsnuffelen. Twee soldatenbroeken lagen binnen. Hij ging daarvoor kennis geven aan den Procureur des Konings. Deze deed hem met 2 getuigen de nrs. der broeken opnemen. Door de aankomst der D. kon het onderzoek niet plaats hebben. Den 26e gingen Vict. en Flor. over Heyst naar Schriek om de overige meubelen en kleederen te gaan inpakken. Voorzien van de noodige paspoorten, werden zij doorgelaten. Eenige registers – de meeste waren verscheurd – en wat nog kon dienen, werd ingepakt om het ’s Zondags naar Lier over te voeren. Maar met ’t snel oprukken der D. waren de Belgen ’s nachts teruggetrokken. Pas na het eindigen der vroegmis kwam eene patr. D. langs den steenweg van Keerbergen het dorp binnen. Al de lieden die uit de Kerk kwamen, werden op de Hoogstraat afgetast. De meeste anderen namen ijlings de vlucht. De EH. Pastoor onraad vernomen hebbende, vluchtte in afgedragen burgerskleederen door zijn tuin naar den achterhof van Mart. Tuerlinckx, stapt op ’t gerij van Tuerlinckx ter vlucht, met M. Pastoor als koetsier, terwijl de eigenlijke voerman het paard bij de hand leidde tot op den steenweg aan ’t gemeentehuis. Daar loopt men op een D. patrouille. Het rijtuig moet stoppen. “De voerman is te oud”, zegden zij. De zusters moeten afstijgen en zij doen zich door den eigenlijken voerman wegvoeren. Deze was ’s namiddags nog niet terug. De overige mannen van de patrouille stapten voort naar Heyst. Op dit oogenblik was men bij Victor juist bezig het ingepakte op eene zware kar, met werkpaard bespannen (toehoorend aan Hub. Verbeek aan ’t kapelleke van St. Bernard) te laden. Op het zicht der D. vluchtten Vict. vrouw en voerman door de Kwade Heidestraat in het elzenboschje aan vlaskuilen van Jan Eggers en hielden zich daar verstoken tot na den middag, wanneer zij geene D. meer bemerkten. Deze hadden paard en kar gerust gelaten, zijn aan St. Bernardus kapel bij Verbeeck, waar buiten den zoon, voerman, nog 2 dochters te huis gebleven waren, niet binnen gegaan, maar hebben in “Rome” de tegenoverstaande herberg, de gesloten deuren en vensterramen verbrijzeld en opengebroken. Vervolgens zijn ze naar Schriek-dorp teruggekeerd. Het paard was van ’s morgens tot ’s namiddags voor Victors deur blijven staan. Pakkage werd opgeladen in haastigen spoed, weggereden langs den steenweg over Achterheide, door de dreef van Liv. Van den Broeck, langs de Warande naar Beerzel dorp, over Dries en Berlaar-Heikant naar Lier.
    Den 28e is Norb. zoon van Melchior Wouters bij mij te Lier aangekomen en vertelde : “Gisteren, na het vertrek van Victor keerden 30 D. ’s morgens te Schriek terug. Zij brachten aan het kapelleken (St. Bernardus) 28 meeste jonge mannen bijeen (Jan Eggers was er ook bij), leidden die tot aan de 2e dreef van het kasteel, deden ze van daar in reien van 4 man omtrent 400 stappen ver den steenweg op naar Putte toe marcheren, een eindje vergezeld van een enkelen D., die hun gebood in orde te gaan; de overige D. bleven achter een haag staan. Terwijl de jongens alleen voortmarcheerden, regelden zij met stille stem onder elkander links en rechts uiteen te vluchten op ongeveer 250 m. verder, waar houtgewas en huizen langs de baan stonden. Dat gebeurde. Daarop schoten de D. in alle richtingen, maar wijl men niet weet dat iemand getroffen zou zijn, veronderstelt men dat het maar geweest is om de jongens schrik aan te jagen.
    Gisteravond rond 8 u. begon het fort van Lier met lichte stukken te schieten en dat duurde tot rond 10 u.; men zegde dat de D. uit de richting van B-Heikant of van Heist eerst geschoten hadden. Dezen morgen rond 7 u. ging ik uit nieuwsgierigheid eens naar het fort toe, om te hooren wat het schieten van gisteren te beteekenen had. Ik was pas op weg, of daar ontplofte op 150 m. van mij in het open veld nabij den windmolen buiten de vest een bom met vreeselijk gekraak. Het was al rook en uiteenspattende aarde. Achter mij kwamen eenige lansiers aangereden en vroegen of dit een schot van het fort was. –Ik zegde dat het een D. bal moest zijn. Terwijl zij hun paarden omkeerden, viel er niet ver van ons in de beemden een 2e bom die barstte. Terwijl ik wegliep hoorde ik weer neerslag die een nieuw huis trof een weinig voorbij “den Koning van Spanje”. Dan begon het fort zoo geweldig te schieten dat de grond daverde. Van verre zag ik aan de brug ook al rook omhoog gaan. Verschrikt liep ik gauw mijn pakje kleeren halen en liep zonder nog een woord te kunnen spreken recht naar de statie. Daar de trein niet seffens vertrok, ging ik half achter en onder den wagen staan om beter bevrijd te zijn tegen het geschut. Ik hoorde een vrouw die ook vluchtte, ik geloof een dochter van Pietje Moons aan de brug zeggen dat een bom de brug beschadigd en misschien wel een of meer personen gekwetst had. Terwijl ik al in den trein zat, kwam Mr. Constant Vermijlen ook ingestapt en zegde dat het huis neven of dicht aan dat van Burgemeester Schellekens begon te branden. Na 20 min. In grooten angst aan den trein gewacht, geraakte ik er rond 9 u. weg. ’t Is daar iets schrikkelijk.”
    Dan ligt de Heikant misschien al in puin!

    30. De dagbladen van heden deelen bijzonderheden mede over de beschieting van Lier en Mechelen, zelfs van Itegem, Hallaer en Herenthals, -over de verdediging en den toestand der forten van Lier, Kessel, Kath. Waver, Waelhem en andere (zie “La Métropole” en “Het Volk” van 29/9 -“La Métropole”, “Het Volk”, “De Nieuwe Gazet”, Journal de Roubaix van 30/9 ).
    Zekere Jos. Janssens van de Hazenberg te Schriek, heden hier toegekomen, zegt zegt dat ons huis en de school den 18e dezer nog ongeschonden waren, dat Belg. patrouilles achter de gaanderij een spoor door de haag hadden gekapt tegen de schooldreef, -dat er achter in den hof niet veel fruit meer te zien was.

    Bl.21.

    October 1. Mr. Mod. Cappon heeft vernomen dat een 50 tal geniesoldaten dezen nacht in Brugge zijn toegekomen en nog meerderen zullen volgen. Met wat doel? “Le Bien Public” logenstraft het gerucht als zou het fort van Waelhem gevallen zijn.
    Militair Crombé (uit Spermalie) in onbepaald verlof mogende naar huis keeren, verhaalt bij Mr. Cappon, dat hij met zijn korps over Lier, Kon. Hoyckt (vernacht bij Van Nuffelen, Putsche steenweg), Grasheyde (bij De Roye), Keerbergen, Haecht, … , Leuven naar Luik is getrokken te voet, -en bij den aftocht langs Tienen, Leuven naar Aerschot (dit alleen per trein), Rotselaer, Werchter (van hier door grachten achter boom en hout bedekking zoekend tot Haecht (melkerij) Mechelen, Hofstade tot Sempst heeft meegevochten.
    De EH. Norb. Vermeylen, kloosterbestuurder te Lier, zegt dat zijne broeders Xav. en Alex. reeds in Engeland verblijven. Moeder, broeders Aug. en Isidoor en zuster met hare kinderen zijn voornemens zich ook te laten inschrijven. Nieuwe transporten troepen zijn in den nacht aangekomen, een trein krijgsgevangenen is gepasseerd. “L’Independance” schrijft dat Lier gedurende 3 dag. beschoten is.

    2. Wij begeven ons naar ’t bureel van ’t Nederl. Konsulaat, om, zoo noodig onze getuigschriften van zelfpersoonlijkheid te laten wettigen, ten einde vrijen ingang in Nederl. te genieten, bij vermoedelijk oprukken des vijands tegen Brugge. Meerdere dagen is “La Métropole” niet meer verschenen.
    De spanning onder ’t volk wordt grooter, -ieder schijnt iets te verwachten.

    3. Er verschijnt geen enkel dagblad buiten die van Brugge en “Het Volk”. De kerk van Duffel zou donderdag tijdens de beschieting in brand geraakt zijn, met eenige huizen. Dezen nacht heeft weer veel treinbeweging geheerscht in Brugge. Wellicht komen hulptroepen aan uit Canada en Kolonialen uit Afrika en Indië. – Deze laatste dagen zijn in Brugge en omstreken duizenden vluchtelingen toegekomen uit Mechelen, Lier, Aelst en omgeving. –Volgens “La Patrie” zou er rond de forten van Puers en Liezele vreeselijk gestreden zijn, zelfs met de bajonet. De forten van St. Kath. Waver, Waelhem en Lier zouden het goed houden. Maar hoelang nog?
    Er begint veel militaire beweging te heerschen in de stad : Prachtige autos met hoogere officieren, geblindeerde autos met mitrailleuzen, afdeelingen lansiers (te paard), ontelbare soldaten per velo en te voet, in de bevlagde stad, door de juichende menigte begroet.
    Volgens “’t Getrouwe Maldegem” zou een gedeelte van ’t Klooster van O.L.V.Waver in asch liggen en zouden de religieuzen te Oostende aangekomen zijn op weg naar Engeland.

    4. “Het Volk” bericht dat Lier den 2e dezer nogmaals gebombardeerd is, dat de vijand de Kerk en de pastorij van Nijlen heeft afgebrand, zich verder over Herenthout, Bevel en Grobbendonk heeft verspreid in welk laatste dorp de Belgen de bruggen over de Nethe en over de vaart hadden opgeblazen; dat ondanks den weerstand der onzen de D. tusschen Duffel en Lier tot bij de Nethe zijn doorgedrongen.
    Gidsen, lansiers, geblindeerde autos trekken door naar Oostende. Soldaten uit Waelhem hier aangekomen, zouden meegedeeld hebben, dat Eng. en Fransche officieren het bevel nu voeren op de in werking zijnde forten van den buitengordel. –Vliegtuigen trekken in alle richtingen;
    19 u. Kozijn Leonard, brancardier in Antwerpen, komt binnen. Hij heeft met eenige kameraden, onder leiding van doktors, een transport van 99 D. gekwetsten naar Brugge overgebracht. Daar hij in dienst is bij het vervoer der gekwetsten, is hij nog maar eens medegezonden geweest naar de vuurlijn tijdens een kanonvuur te Puers. Eenige zijner ambtgenoten maken deel uit van de groep gelast met het werk op het slagveld. De gewone (gekwetste Duitsche) soldaten, zijn, ten minste in schijn; zegt Leonard, gedwee en beleefd, -de officieren integendeel hebben veel pretentie. Leonard heeft vernomen dat de EH. Pastoor van Relst door de D. meegevoerd en nog niet teruggekeerd zou zijn. Leon. Om 20.30 u. vertrokken, zal zoo mogelijk, bij Fr. Haeyinckx, Meystraat, , Antwerpen de verblijfplaats van Kar., Paul. en Jos. gaan vragen.

    5. Een bakker van Werchter (wipschutter), die over 3 weken gevlucht is, zegt, dat de D. zich bij hem beleefd gedroegen, hun vleesch bij hem kwamen braden en aan zijn gezin daarvan meedeelden, brood en andere behoeften, alsmede zijn paard en rijtuig dat de overste ten laatste opeischte, hebben betaald in bons uitkeerbaar na den oorlog. Dat de woning en drukkerij van G. Drijvers en verder al de huizen naar de bruggen toe in asch lagen, dat de woning onzer zuster Euphr. alsdan nog gesloten en ongeschonden was; dat Xav. Vermeylen door een Belg. officier te Heyst gedurende 1 nacht is opgesloten geweest in een hotel zonder bed, vermoedelijk om zich tegenover dien overste te vertrouwelijk en vrijpostig te hebben uitgelaten.
    Men zegt ons, dat hier in St. Jans gasthuis een gekwetste burger uit Keerbergen wordt verzorgd. Deze man, een paardenkoopman verstaan wij, zou nabij ’t kasteel van M. Van Langendonck wonen. Nadat zijn dochters bij ’t naderen der D. reeds gevlucht waren, bleef hij met vrouw en zoon nog te huis. Maar toen de strijd begon tusschen de Belg. artillerie te Keerbergen en de D. op St. Adriaen te Haecht, zond hij vrouw en zoon met gespan vooraf naar den Heikant, om hen daar haast te vervoegen. Maar eensklaps ontplofte een bom nabij hem waarvan een schilfer hem in ’t rechter been trof; hij sukkelde tot Putte, waar een doktor een stuk metaal uit zijn wonde haalde, en hem naar het gasthuis van O.L.V.Waver zond. ’s Anderendaags werd hij met andere zieken en gekwetsten naar St.Kath.Waver (statie) gevoerd (per auto) en den volgenden morgen bevond hij zich in Brugge. Hij weet nog niet waar vrouw en kinderen zijn.

    Bl.22.

    Op zekeren afstand van de stad is men bezig met loopgraven delven en draadversperringen aan te leggen om den vijand den tocht op de stad te belemmeren.
    Men zegt dat voortdurend Engelschen met kanons en mitrailleuzen in de omstreken aankomen. Op de toonkaart in den boekhandel der Geldmuntstraat, is een Duitsch pav. geplaatst op Heyst, Beerzel en Putte.

    6. Volgens dagbladen zouden Boom, Rumpst en Linth beschoten zijn, zouden er overal en langsheen en ten Z. van Leie en Schelde schermutselingen en gevechten plaats hebben.
    Wandeling naar St. Pieter o.d. Dijk. Groepen soldaten bewaken de spoorwegbrug. De militaire treinen zijn voorzien van stormsleper langs voor en achter. De vertrekkenden worden uitbundig toegejuicht. In de stad krioelt het van Eng. soldaten, flinke mannen met levendigen blik en vlugge beweging, van hoofd tot teen in degelijke en fijne kleedij en schoeisel (kostuum van geel-bruine stof, -hoofddeksel met platten bodem, wapens en uitrusting wel onderhouden en met zorg verpakt. Het zijn echte gentlemen tegenover vele onzer tegenwoordige soldaten. Er zouden er 20000 aangekomen of in aankomst zijn.
    Men zegt dat eene verdedigingslinie zou gevormd worden met 80000 man van Oostende tot Ieperen.

    Deze tekst staat omgekeerd op Bl.22

    Wijl ’t vertrek der aangegeven vluchtelingen naar Engeland zoo lang wordt verdaagd, gaat broeder August naar den EH. Onderp. Van Eecke te Veldegem inlichtingen nemen om zoo haast mogelijk in Frankrijk (omstreek van Rouen) werk te zoeken. Hij keert weer met een model van getuigschrift voor gedeeltelijk kostlooze reis af te leveren door het Comité.
    Prov. West Vlaanderen.
    Gemeente Zedelgem.
    Getuigschrift tot verkrijging van een spoorwegbiljet tegen verminderden prijs van werklieden, die tijdelijk buiten het land gaan werken.
    De ondergeteekende Burgemeester der gemeente Zedelgem, verklaart dat de genaamde …. Alhier wonende sectie … nr … landarbeider is en zich begeeft naar Frankrijk om er tijdelijk te werken; verders dat hij behoeftig is.
    Dit getuigschrift wordt hem afgeleverd tot verkrijging van eene heen- en terugkaart 3e klas tegen verminderden prijs op de Belgische Staatsspoorwegen.
    Zegel gemeentebestuur – Medegegeven voor model (get) B.Van Eecke, schrijver der Franschmansgilde, Veldegem. – Zedelgem, den … De Burgemeester, (get) C. Lievens.

    En met een aanbevelingsbriefje van volgenden inhoud :
    “Ik beveel U dezen persoon aan
    (get) B.Van Eecke,onderpastoor, Veldegem.
    Oeuvre flamande, Rue de Charonne, 181, Paris.

    De EHO. Der Vlamingen zou hem al de noodige inlichtingen verstrekken nopens het werk, de bestemmingsplaats, loon, onderkomen, enz. Iedereen zal er bij gebrek aan werk of plaats, gedurende 2 dagen kosteloos voeding en verblijf genieten. De reis zou gansch kosteloos zijn.
    Wij raden Aug. aan koz. Theofiel, die de taal genoegzaam kent als werkman te laten meegaan. Tot gemak om hun doel te bereiken stellen wij hun volgende regels ter hand :
    1. “Prière aux employés et aux voyageurs d’indiquer à ces personnes (fugitifs belges) l’itinéraire (gares où elles doivent changer) pour se rendre à Paris.
    2. “Prière d’aider ces personnes (fugitifs belges) à trouver la rue de Charonne, 181, Paris (Oeuvre flamande)

    Op milddadig Eng. aanbod (zie “La Métr.” 2/10 edit. du mat. 3e col.) volgend schrijven gericht aan

    “Madme. Fischer, Belgian Childrens Heime, Aldeburgh-Suffolk”
    Bruges, 6 oct. 1914.
    Madame,
    Ayant appris par les journaux, qu’une pension pour recevoir 50 enfants de professeurs (réfugide belges) est prête la sauvigneé prend la respectueuse liberté de solliciter de votre bienveillance une place pour ses deux soeurs: … agée de 17 ans, est à l’école normale de Wavre-Notre-Dame, dirigée par des Relig. Ursilines, l’autre 15 ans est en pensionat de Gierle ou sa soeur année, diplomee (21 ans) est institutrice. La sonnignee (19 ans) elle-même désire entrer en service, de préférence en Angleterre, afin de se perfectionner dans la langue anglaise. Elle possède : un certificat d’institutrice primaire, -id. d’instce. de l’enseignement menager aux adultes, -d’enseign. agricole et horticole.
    Elle désire vous offrir ses services, aussi que ceux de sa soeur ainée, pour vous dédomager, le cas échéant, de la pension de ses deux soeurs cadettes, au moins jusqu’à la fin de la guerre.
    Dans l’espoir de recevoir une réponse à sa demande, elle vous présente ses respects aussi que ses remerciments onticipés.
    Raphaelle De Belser.
    Adr. : J. De Belser, Quai de la Potterie, 43, Bruges.


    Bl.23.

    7. Mr. Louis is naar Zeebrugge geweest : Hij telde daar 7 Eng. booten, waaronder een 4master, zoo groot dat hij in het kanaal niet binnen kan, allen geladen met oorlogsmateriëel. In de kom lost men twee booten geladen met mondvoorraad. Een andere stomer komt op de vaart aan. –Heden nacht zijn ongeveer 5000 Eng; ontscheept. Een Eng. officier door Mr. Modest ondervraagd nopens ’t getal ontscheepte Eng., antwoordt dat het hem verboden is inlichtingen te geven aan wie ook.
    Op ’t Oefenplein dalen en stijgen gedurig vliegers uit alle richtingen. Wij begeven ons naar dit plein; er staan daar een half dozijn tweedekkers, waarvan 2 met eene zitplaats en schroef in ’t midden, 3 met 2 zitplaatsen en 4 vleugelige schroef lans voor. ’t Is daar een gedurig zwenken, stijgen en dalen.
    Het voedermagazijn tegen den Gentsteenweg, buiten de Kruispoort, ligt vol Eng. soldaten; hun paarden staan in de tegenoverliggende weide.
    19 u. Schoonbroeder en -zuster, Karel en Pauline, komen op het onverwacht binnen en vertellen hun wedervaren : “Den 1e Sept. werd eene groep van 20-30 uhlanen, komende uit de richting van Morckhoven, gesignaleerd. Van op den zolder telde ik er 11 in de zuidelijke rij. Zij trokken naar Herenthout. Onderwege hielden zij Neel Vervoort, dd. Burgemeester, staan, tastten hem af, maar lieten hem gaan na de banden van zijn rijwiel te hebben overgesneden. Den 18 Aug. had al een botsing onder Morckhoven plaats gehad. Den 20e Sept. werd een patrouille uit Hulshout komend, aangekondigd. Zij trokken naar Morckhoven. Over onze haag zag ik den laatste recht over mij blijven staan. Ik liet mij vallen en kroop in stilte weg. Kort daarop volgde een hevig geweervuur tusschen de D. en een patrouille Belg. lanciers. Ik vernam dat niemand gedood was en dat de D. in de bosschen verdwenen waren. Een gekwetst Belg. paard is te Morckhoven afgemaakt. Nu Maandag, bij brand te Heyst en hevig kanongebulder, kwamen alle inwoners van het omliggende, evenals de Belg. patrouilles Nwaarts gevlucht. Wij ook trokken door ’t achterpoortje uit en begaven ons door binnenwegen en bosschen naar Herenthals. Daar bleven wij vernachten. ’s Anderendaags ’s morgens was de statie vol vluchtelingen. Een valsch alarm, als zouden de D. reeds in de stad zijn, verwekte zulke hevige paniek, dat schier iedereen naar Bouwel toe vluchtte. Weldra vertrokken wij met den trein naar Antwerpen, maar mochten daar niet binnen. Wij vertrokken terug naar Turnhout, maar de trein liep nog slechts tot Bouwel. Wij vertrokken terug mee naar Lier, en bleven er vernachten. Van daags te voren had men die stad reeds beschoten. ’s Anderen daags ’s morgens gingen wij te voet naar Bouchout. Voor, rond en achter ons, zoo ver het oog droeg vluchtelingen in den deerlijksten toestand. Na in Bouchout gelogeerd te hebben, te voet voort naar Antwerpen, waar wij veel moeite hadden om door de wachten te mogen passeeren. Voorbij de nieuwe brouwerij te Bouchout liggen woningen, villa’s, hoven, dreven, alles tegen den grond; zelfs is een deel van Mortsel dorp door de Belgen platgelegd om den vijand des te beter te ontvangen. Wij zijn in “den Drafboer” waar wij zeer goed onderkomen vonden, tot dezen voormiddag gebleven. Wij hebben er de beschieting van D. vliegtuigen en al wat het beleg eener versterkte plaats meebrengt, bijgewoond. Op de woning van broeder Frans is eene der Zeppelinbommen neergevallen. ’t Is niet te gelooven hoe geweldig en vreeselijk de uitwerkselen daarvan zijn. We hebben te Antwerpen ook vernomen dat Belgen onder moorddadig vuur op Lachenen getracht hebben achtergelaten kanonnen, die echter nog in ’s vijands handen waren, weg te halen, maar daarin niet gelukt zijn. Op de bekendmaking van den algemeenen bevelhebber dat het bombardement der stad nakend is, hebben wij langs den overzet van het Vlaamsch Hoofd, gelukkig en goed den trein naar Gent bereikt. Jefken Van Houdt, gemeenteontvanger te Wiekevorst, die tot gisteren acht dagen te huis was gebleven is door de D. met meer anderen meegevoerd tot aan “den Uil” te Herenthout. Daar heeft men hem met de armen omhoog zien staan; zijn vrouw en kinderen waren daags te voren met F. reeds weggevlucht.”

    8. Dagbladen deelen mee, dat de vijand door den eersten (buitensten) fortengordel is doorgebroken (vermoedelijk) tusschen Lier en Duffel, of Bornhem, -en dat de toestand van Antwerpen bedenkelijk is. Naar ’t oordeel van vluchtelingen en van soldaten die pas uit het vuur weerkeerden, ligt de macht en de vordering des vijands tegenover versterkingswerken bijzonder in het verre draagvermogen en de geweldige uitwerkselen zijner zware kanons.
    11 u. Juf. De Cuyper van Beersel gisteren in Brugge aangekomen – verblijvend Vrijdagmarkt, 16, - denken dat Heyst, Beersel, Putte, O.L.V. Waver, K. Hoyckt en B. Heikant wellicht tegen grond zijn gelegd, deels uit noodzakelijkheid door de Belgen, deels door den vijand. Haar vader door eene geraaktheid gedeeltelijk met lamheid geslagen, is uit het gasthuis van Berlaer, waar hij ter verpleging was, overgevoerd naar dat van Lier - bij de beschieting der stad voort naar Antwerpen, en is nu van gisteren morgen in rijtuig op weg naar Brugge.
    Een Besluit door den Generaal der Zeestreek genomen en bij plakbrief bekend gemaakt, verplicht alle Belgen en vreemdelingen, die voor 1 Aug. niet verbleven, zich in persoon en voorzien van persoonlijkheidsbewijs met portret van 5x3 cm. Ten stadhuize aan te bieden van den 8e tot 12e dezer van 9 tot 12 of van 14 tot 17 u., ten einde er bewijs van toelating tot verblijf in die streek te ontvangen. Wie aan dit besluit niet voldoet, moet binnen de 24 u. na dit tijdsbestek het grondgebied der zeestreek verlaten. De grens dezer streek gaat uit van Middelkerke, loopt langs de vaarten Passendaele, Oostende, Brugge, Sluis, omvat het grondgebied van Brugge, Snellegem, Lophem, Oostkerke, Oedelem, Sijsseele en Meetkerke, en eindigt te Leffinge.

    Bl.24.

    Dit besluit, zegt men, is een veiligheidsmaatregel, die ten doel heeft D. en Oostenr. onderdanen, en gevaarlijke en verdachte personen te verwijderen. Overal soldaten, pracht- en geblindeerde autos, mitrailleuzen en allerlei voertuig.

    9. Aankomst van Belg. militairen en eene massa vluchtelingen : druk verkeer. Eng. ruiterij in de have aangekomen, verlaat de stad langs de St. Cath. poort. Herstellende en licht gewonde militairen worden uit verschillende ambulancen naar Oostende en elders overgevoerd. Gemeente- en middelbare scholen worden door de ll. ontruimd en tot ambulance ingericht om de gekwetsten uit de laatste gevechten in op te nemen. Van een zeer langen trein opgepropt van soldaten, naar Oostende vertrekkend, zijn het platform, de ruimten tusschen de wagens, (plank boven de buffers) met manschappen bedekt; een 15-20 tal staan of hangen bij op de locomotief, of liggen op de kolen op den tender. Alhoewel zwart en bevuild, eenigen zonder hoofddeksel, enkelen met klak op, of met burgerpak aan, zijn allen levenslustig. Verschillende treinen vol Engelschen al even opgeruimd, en warm toegejuicht door duizenden menschen, rollen door de statie. Honderden autos vliegen met oorverdoovend gesnor en geschuifel door de straten, die zwart zien van ’t volk. De Groote merkt, de Burcht –en andere opene plaatsen zijn sommige oogenblikken bedekt met voertuigen van alle slag : Pracht- en zware vrachtautos, lange en hooge autobussen met wenteltrap, geblindeerde autos met mitrailleuzen en met wapens voor vliegtuigen, voeder- en voorraadwagens, gewone vrachtwagens en andere rijtuigen met paarden bespannen. Het schouwspel van heden zal in Brugge wellicht nooit meer te zien zijn, -onheilspellende voorbode van het vreeselijke gevaar.
    De vreemdelingen in Brugge verblijvende en die tot één huisgezin behooren, zullen op ééne kaart opgenomen worden. De Voorzitter van ’t bureel op het stadhuis, verzocht ons daarom morgen terug te komen. Wij denken dat die maatregel te laat komt.
    Bij ’t vallen van den avond stoppen 3 luxe autos voor ’t stadhuis. Hooge officieren en 2 of 3 burgers stappen er uit en ’t stadhuis binnen. Een stadhuis-bediende met wien wij vorige dagen reeds eenige woorden gewisseld hadden, komt ons in ’t oor fluisteren : “Antwerpen staat op ’t vallen of is reeds gevallen!” Onmogelijk, zeggen wij, ofschoon er alles op wijst dat het er daar ernstig zal aan toegaan.

    10. Heel den dag door dezelfde militaire beweging als gisteren : voortdurend trekken van Eng. troepen naar ’t O. ZO. en Z., gevolgd van zware en reusachtige vrachtautos, volgeladen met bakken, kassen, zakken mondbehoeften?, met zakken haver, teerlingvormige, sterk samengeperste klompen hooi, schietvoorraad, wapenuitrustingen en verdere legerbehoeften; -wederkeeren en vluchten van Belg. ruiterij, artillerie en cyclisten allen met afgemat uiterlijk.
    17 u. Dagbladen bevestigen dat de vijand door den 1e fortengordel heen geslagen, van Boom, Waarloos en Linth de stad beschiet. Vluchtelingen vertellen, dat hij reeds door den binnengordel heen, bij ’t vertrek der Belg. troepen, en eer deze door de Engelschen afgelost en vervangen waren, zich bij of reeds in de stad zou vertoond hebben.
    De dagbladen deelen bijzonderheden mee over de verdediging der stad door de Engelschen. (zie volg. blz.)

    Deze tekst staat omgekeerd op Bl.24

    Voorzien van paspoort en portret begeven wij ons naar ’t stadhuis en bekomen daar het vereischte bewijs. Afschrift :

    Een planton (gendarme) bij den ingang, den naam “Schriek” ziende, zegt ons dat hij aldaar bekend is. Hij heeft over ruim 3 j. eenigen tijd deelgemaakt van de brigade van Putte.

    Bl.25.

    18.30 u. Heer Coussens, commissaire-adjoint de police, verleden Donderdag uit Lier gevlucht, deelt ons eenige bijzonderheden mee over de beschieting dier stad. Verder heeft hij uit goede bron vernomen, dat de Belg. genie het noodzakelijk achtte de kerk van Kon.-Hoyckt met eenige andere gebouwen te vernielen, -dat te O.L.V.Waver eenige Duitsche religieuzen, vermoedelijk tot redding van hun gesticht, het land niet hadden verlaten en zich in de kelders hadden verborgen, maar door de D. zelven naar hun land zijn gezonden, en dat minstens één vleugel van het gesticht zou vernield zijn; -dat hij (Mr. Coussens) een der laatste nachten den gloed van een hevigen en uitgebreiden brand in ZO. richting heeft waargenomen van in Lier.

    11. St. Gom.Zondag. op dezen dag toevloed van duizenden vreemdelingen in Lier – nu : de stad wellicht in puin en asch.
    Mr. Cappon komt met 3 infanteristen binnen, die in den nacht van Donderdag op Vrijdag uit Antwerpen weggevlucht zijn onder een regen van schrapnels en obussen, -en die ons meedeelen dat de D. niet alleen de stad bezetten, maar met massa’s door Vlaanderen stroomen, alles voor hen op de vlucht drijvende. Zij roemen het gedrag onzes Konings, maar laken dit van meerdere officieren, die hunne manschappen in den steek laten.
    Ten stadhuize wachten meer dan 150 personen het bekomen van een “permis de résidence” af.
    12 u. Mr. De Meyer, gemeente-secretaris te Kon.-Hoyckt, die in ’t laatste huis der Walwijnstr. Wwaarts bij kennis verblijft, verhaalt ons zijn vlucht ; hij denkt dat er van zijn dorp niet veel zal recht gebleven zijn.
    22 u. Mr. Cappon van de reis naar Roeselare weerkeerend, vernam aldaar dat in ’t Z. van Vlaanderen eene massa Eng. en Fr. troepen wordt samengetrokken. Waar zal het Belg. leger, dat reeds eenige dagen wanordelijk in W.richting aftrekt dan post vatten om met de Eng. en Fr. eene verdedigingslijn te vormen? De “region maritime” zal dan niet, zooals men ons wilde doen gelooven, het hoekje vaderlandsche grond zijn, dat laatst en hardnekkigst zal verdedigd worden. Dient de “permis de résidence” misschien niet om de burgerlijke bevolking gerust te stellen, ttz. om haar onbewust te laten van het naderende gevaar der moordende en brandstichtende bende, die wellicht niet ver meer af is?

    12. De val van Antwerpen, door “Le Nord Maritime” van gisteren reeds, als officiëel meegedeeld, de aankomst van talrijke vluchtelingen uit een groot deel zelfs ver van elkander gelegen plaatsen der prov. Oost-Vlaanderen ten gevolge van de verschijning der D. in die streken, het gerucht dat zich gisteren avond verspreidde als zouden de D. het postbureel van Gent overvallen hebben, doet hier een algemeenen schrik ontstaan, die vele ingezetenen tot vluchten doet besluiten. De familie Lauwers van Mechelen vindt geen gespan om Oostende te bereiken – trein en tram zijn door ’t leger ingenomen – en van daar naar Engeland over te gaan. Wij ook staan op verzinnen. Maar neen, we gaan liever naar ’t bureel van den Nederl. Konsul om “Zelfpersoonlijkheidsbewijs” en “permis de résidence” te laten onderteekenen, ten einde in ’t nabije Nederland toegelaten te worden, en bij gunstige gelegenheid naar huis te kunnen weerkeeren. Tegen betaling van 2,10 fr. geraken we daar in regel. Voor behoeftigen, dienstmeiden en andere lieden uit de door den vijand overweldigde plaatsen wordt die formaliteit kosteloos vervuld.

    13. 7 u. ’t Volgend telegram komt ons toe :
    De Belser quai de la potterie 43 Bruges.
    London 23-45 dep 8 N 2302.
    “Venez folkestone je trouverai place donnez notre adresse à l’agent Cooks, touriste sur quai folkestone.” (get.) Fischer.
    Wij begeven ons ter statie om te weten of ’t verkeer hersteld is, ten einde onze kinderen naar Oostende te vergezellen. Een taube komt op aanzienlijke hoogte over de stad. Eensklaps doet de slag eener geweldige ontploffing de stad dreunen. Bijna onmiddellijk daarop hooren we op verschillende plaatsen schoten knallen. We spoeden ons huiswaarts en vernemen dat eene bom door de taube uitgeworpen tegen de lansierskazerne (Lange straat) op een schounnelkot eener kleine woning is terecht gekomen, waar ze, zonder iemand te kwetsen stukken en scherven van ruiten deed nedervallen in een bureel van vermelde kazerne, waar zich eenige oversten aan het werk bevonden. Mr. Louis zegt dat er een groot gat in den grond geslagen en de omtrek met stukken steen, pannen en glas bedekt is. In alle straten zien wij lieden bezig met inpakken en gereed maken voor de vlucht.
    12 u. Wij ook maken ons gereed tot vertrek : Middagmaal, pijnlijk afscheid van de goede familie Cappon. Met de noodige pakkage geladen naar den stoomtram buiten de Dammepoort om over Knocke Sluis te bereiken. Teleurstelling : Een der trambedienden zegt ons dat er vandaag wellicht geen enkele trein meer naar Sluis zal vertrekken. Door dichten stofregen trekken wij te voet naar het sas der vaart Brugge-Sluis, om alzoo langs Damme de Nederl. grens te bereiken. Ons groepje telt 9 personen. Aan ’t sas zien we vluchtelingen op een sleepboot, en van dezen op een ledig schip overstappen. Onze vraag om ook opgenomen te worden, wordt gereedelijk ingewilligd. We steken even bereidwillig een handje toe om lieden en pakkage te helpen inschepen. Om 15.10 u. verlaat de sleeper met twee schepen op touw, waarin ongeveer 400 personen op stroo hebben plaats gevonden, het sas.
    “Vaarwel, gastvrije Brugge!” denken we bij den laatsten blik die we op de stad werpen. Het schip draagt den naam van “Usines d’Evergem”,-zijn patroon of eigenaar heet Hamerlinck. Het schip behoort tot de soort die men “spits” noemt en heeft eene inhoudsruimte van 280 ton. Van af Brugge tot aan de Nederl. grens zijn op ongeveer 800-1000 m. van elkander graszoden schansen opgeworpen van

    wordt vervolgd



    29-12-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    28-12-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ons Oorlogdagboek 1914-1919 (4)

    WO I

    “Ons oorlogsdagboek 1914-1919”

    van Jan De Belser.

    Bl.26.

    10-12 m. lengte en 1,5-2 m. hoogte op den N.W.dijk der vaart. Om 16 u. zijn we tusschen de Schipdonck – en de Leopoldvaart, welke niet ver van elkander, met eenen duikelaart de vaart van Brugge-Sluis dwarsen. Op de hoogte van Oostkerke eenige schansen met zakken aarde gevuld. Links en rechts weiland waarin runders en veulens. Op de limiet der Nederl. grens een viervlakkige metalen spitszuil van ongeveer 2 m. hoogte, zooals er aan de Baragne Michel geplaatst zijn. ’t Is duister geworden. In de verte zien wij tallooze lichtjes pinken. ’t Is Sluis. Onder plassenden regen, begonnen als stofregen en tegen welken wij –Mar.,Rafh. en ik – op ’t dak des sleepers gebleven, ons zooveel mogelijk achter den schoorsteen zoeken te beveiligen, stopt de boot te Sluis. Het ontschepen van al dat volk met pakkage bij zwak fakkellicht, over planken en touwen op een naastliggende spits, met lange loopplank naar wal, duurt bijna een uur. In doorweekt pak trekken wij ’t stadje Sluis binnen op zoek naar de onzen, die onmiddellijk na aankomst naar nachtverblijf zijn gaan uitzien. ’t Krioelt er van vluchtelingen, welke er bij duizendtallen zijn binnengevallen. We vinden de onzen weer : Moeder en Mar. zijn naar de kerk gegaan. Onze kinderen met Kar. en Paul. klimmen in een winkeltje naar den zolder om aldaar den nacht, zoo goed, zoo kwaad mogelijk over te brengen. Moeder is door een liefdadige ziel, dame van een winkelier en bakker, links tegen de kerk binnengehaald en bij de warme kachel in leunstoel geplaatst. Terwijl wij op zachten kussenstoel ons door dienstveerdigen kerkbediende aangeboden, tegen den trap des predikstoels in deken en pardessus zitten te mijmeren, worden de stoelen in de kerk bij elkander geschoven en opeengestapeld, en wordt eene heele wagenvracht stroo binnengebracht en tot legerstede op den vloer uitgespreid. Onder geklap, gezucht, kindergeschreeuw komt de menigte, samengesteld uit arme lieden, deftig uitzicht hebbende mannen en vrouwen, heeren en damen in fijn kleed, zich op die nieuwe legerstede neervleien en zoo goed mogelijk schikken om de oogen een wijl te luiken. – 22-23 u. ’t Gerucht vermindert, houdt op. Ieder is in rust. Rond 24 u. : Een priester – is ’t de E.Herder van Sluis? –den bril op den neus, komt zachtjes tusschen door gestapt en werpt op die verslagen kudde een medelijdenden blik, die weldra in stillen, gemoedelijken lach overgaat bij ’t hooren van geronk en gesnork dat den heelen tempel door uit de afgematte gorgels opstijgt. Wij verkiezen onzen stoel, zetten ons voor- en achterwaarts, zijde- en schrijlings op denzelve, draaien en keeren ons, -en zittende houding onmogelijk geworden, leggen wij ons eindelijk neder op den plankenvloer tegen den muur met het hoofd op den zit des stoels, - en … worden eindelijk wakker met zulken stijven hals dat wij het hoofd bijna niet meer kunnen links of rechts draaien.

    14. 5 u. Nieuw rumoer, dat tot den laatste slaper doet ontwaken. Geschaffel in het stroo, gelach van grooten, gekreit van kindjes; achter onzen rug gebrom in ’t Fransch tusschen een 60 jarig, zwaarlijvig koppel, dat deftig, zelfs “chique” gekleed, met elkander niet goed scheen overeen te komen over de plaats die ieder van hen in het enge leger op ’t hooge stroo zou willen innemen; zoeken naar kleedingstukken en andere voorwerpen, een schouwspel dat het kerkje van Sluis nog nooit beleefd heeft. Daar komen goedhartige lieden den tempel binnen; mannen met marmitten en emmers warmen koffie, vrouwen en dochters met brood, tassen en kommen, -en wedijveren onder elkander om aan die beklagensweerdige menigte eenige versterking aan te bieden. Zonder iets te nutten begeven wij ons naar de buurtspoorhalt om met den 1e trein naar Breskens te vertrekken. Maar de stopplaats in de omgeving zijn reeds ingenomen door eene onoverzienbare schare, die langs alle zijden voortdurend aangroeit. Geen middel den trein te genaken. Intusschen komt een stoet van voetgangers, huisdieren, rijtuigen van alle slag en vorm overvol geladen met menselijke wezens, meubelen, koffers en allerlei bagage, uit België binnengestroomd, die alle wegen en beschikbare plaatsen inneemt. Eindelijk gelukt ’t ons toch rond 10.30 u. in den 3e of 4e trein te geraken, na allerlei avonturen ontmoet en bijgewoond te hebben.
    Even voorbij Draaibrug bemerken wij bij toeval in den stoet vluchtelingen onze zuster Euphr. met hare 3 kinderen, en roepen haar in voorbijrijden toe : “Vlissingen!” –als verstaan door een hoofdknik beantwoord. – 11.45 u. Aankomst in Breskens. Dank aan de menschlievende gevoelens der “mareechaussée” met onze 80-jarige moeder, geraken we met haar voor honderden anderen op de boot die gereed ligt. Ruim ½ u. later klimmen we te Vlissingen op de kaai. Deze stad is al even vol vluchtelingen. Na wat voedsel – het eerste na ons vertrek uit Brugge – genomen te hebben in ’t café “Stationzicht” begeven wij ons naar de bureelen der “Zeelandia” om den overtocht onzer kinderen naar Engeland te regelen. De dienst voor Folkestone is geschorst ; voor Tilburg zijn nog enkele plaatsen 1e klas beschikbaar; vertrek morgen – uur nog niet vast bepaald – tenzij verandering door onvoorziene omstandigheden. Gezien ’t gevaar aan die reis in deze moeilijke oogenblikken verbonden, besluiten wij bij elkander te blijven op Nederl. of eigen bodem, en sturen wij volgend telegram :
    “Fischer Belgian Childrens Home Aldeburgh-Suffolk.
    Merci pour soins impossible de venir en fuite en Hollande”

    Ondertusschen is zuster Euphr. met de haren aangekomen. Zij verlangt moeder bij zich te houden. Nergens geraken we samen onder dak. Vinden nachtverblijf : Kar. en Paul. in de Prinsenstraat, Mitt. en Raf op mansarde …, wij overigen in een protestantsch werkmansgezin Paardenstr. 16. Fr. De Cuyper (zoon van wwe De Cuyper-Hens, Kuilenburg) is met andere geïnterneerde artilleristen gezien.

    Bl.27.

    15. 6 u. Uitgerust en frisch op. Ontbijt : soldatenbrood met schijfjes kaas en worst laten zich smaken. Buiten weeral diezelfde bezwarende drukte aan verkeer. Meer andere moeielijkheden : bij betaling vraagt men Ned. geld; op eene Bank, waar we lang moeten aanschuiven, neemt men in uitwisseling niets aan dan gouden munt. Neen ’t verblijf in Vlissingen wordt ons onmogelijk. Wij (Mit. en ik) besluiten onmiddellijk naar onze grenzen af te zakken, minstens een onderkomen voor allen bijeen, op te zoeken. Maar de ongemeene drukte aan het station doet ons ’t vertrek tot morgen vroeg uitstellen. Bij ronddwalen in de stad ontmoeten we een groep lieden, waaronder Is. Bosmans uit Berlaer, die weten te vertellen, dat Berlaer-Dorp bij den inval der D. weinig heeft geleden, dat oude en niet gevluchte lieden door de D. naar ’t gasthuis zijn overgezonden, dat de heer Burgemeester op vlucht in Engeland door eene beroerte getroffen en half lam is.
    Naar dagbladberichten zouden Brugge en Oostende bezet zijn, -zou een verwoede strijd aan gang zijn in ’t Z. van Vlaanderen, rond en Z.waarts van Rijsel, -zou in Antwerpen betrekkelijke rust heerschen en het schepencollege dier stad de uitgewekenen tot terugkeer aanzetten.
    Wandeling door de stad, -nachtverblijf in ’t zelfde huis.

    16. In voormiddag vruchteloos op zoek naar zuster met moeder. -13.30 u. Vertrek naar Tilburg (prijs 2 guld. = 4.35 fr.) Te Middelburg komt Doktor Hasaerts van Rumpst in den trein. Bij de vlucht uit Antw. op 8e dezer vermiste hij zijne familie en ging naar Oostende. Dinsdag reeds met koffers aan den boot voor Engeland, trok hij terug, en betaalde 50 fr. om zijne koffers naar Sluis te laten overbrengen. De voerman door gewaande aantocht of achtervolging der D. is te Knocke in steek gebleven of teruggekeerd. Woensdag avond waren te Sluis nog geene koffers toegekomen (en zij bevatten voor 10000 fr. zilverwerk aan instrumenten en andere waarden). Daarop verneemt hij dat zijn vader te Goes zou overleden zijn, en … wellicht begraven. Hij stapt in dat station af. … Zoo heeft eenieder zijn aandeel in de ramp.
    Van af Bergen-op-Zoom, vooral rond Rozendael, zien wij wegen en pleinen, loodsen en afhankelijkheden van woningen door vluchtelingen bezet, waaronder vele lieden uit onze streek en kennissen uit de omgeving met gespan en pakkage. – 18 u. Aankomst in Tilburg. We begeven ons naar het inlichtingsbureel, Stationstraat, 62, waar men ons eerst tot pokinenting naar het rode † bureel zendt onder geleide van boyscouts, die ons vervolgens een onderkomen helpen opzoeken. Na bijna 2 uren heen- en weerloopen, geraken wij binnen bij hr. Horvers, Piusstraat, 51, -brave, eenvoudige, propere lieden, die een tabakswinkel houden.

    17. 8 u. Op zoek naar onderkomen, ontmoeten wij in de Stationstr. heer Van Oudendijk, ond. te Lier, die denkt voor ons 2 kamers te vinden. Onder ’t gesprek komt broeder Matheüs (Jos. Serneels) van Hamont, een onzer oud-leerling, daar aangefietst. Hij is voorzien van een pas door de D. te Antwerpen afgeleverd. Hij is gisteren op den Heikant geweest en vertelt ons het bijzonderste nieuws. “De pastorij, de molen van Aug. Busschots, de woningen van Frans Busschots (hoek der Smidstr. en prov. baan) en van Aug. Ceulemans (koopman) liggen in asch, het huis van Jos. Van den Vonder deels in puin. De school is ongeschonden, uw huis open gebroken, meubelen beschadigd en buiten geworpen. Mitrailleuzen zijn op den toren opgesteld geweest. Generaal De Ceuninck met zijn staf tijdens de gevechten te Haecht op Beerzelberg toeschouwer geweest, heeft op de pastorij gedineerd, enz. enz. werklieden (gevangenen) van den Heikant zijn tot werken gedwongen geweest aan de forten van Lier en Kessel. –Bij het begin zijn kanons achter den hof der pastorij opgesteld en in werking geweest. De kerk en vele huizen zijn beschadigd”. Broeder Math. verzoekt ons dringend naar Hamont te komen; er is daar geen gevaar en men verlangt er kennissen-vluchtelingen.-
    Wij sturen een telegr. naar de onzen te Vlissingen : “Komt spoedig”. -15 u. we ontmoeten Const. Gastmans (den dikke van Nantes); deze verzoekt ons een briefje op te stellen tot den Alg. Consul der Ned. te ’s Gravenhage, om voor hem het beloop van den 4e trim. van zijn pensioen te vragen (Gastmans is oud-gediende uit het Indische leger). Aan zijn verzoek wordt voldaan. -17 u. Brouwer Alois Verstappen deelt ons mede dat bijna iedereen te Wiekevorst weergekeerd is; hij is dezen morgen van huis gekomen. Als bijzonderste feiten : Bij hem is ’t coffrefort opengebroken, bij den EH.Pastoor den wijn afgedronken, bij schoonzuster Fien lijnwaad en andere zaken weg, bij secretaris veel winkelwaar geroofd, paard en rijtuig van schoonbr. Karel meegenomen; op Bruggeneind het paard doodgeschoten, het rijtuig op Loodijk teruggevonden (door vrouw Aloïs Bellekens en een gewezen gast van brouwer Schoeters).
    Aankomst der treinen tot 22 u afgewacht : niemand te zien uit Vlissingen. –We geven op het Inlichtingsbureel kennisgeving “JDB verblijft Piusstr,51 en verwacht M. Haajinckx en madm. DB”

    18. Wijl wij veronderstellen dat het telegram van gisteren, niet op zijne bestemming is geraakt, en vreezen dat eene 2e maal hetzelfde zou gebeuren, vertrekt Mar. (8 u) naar Vlissingen. – Mis in St. Antoniuskerk (even buiten de stad) – 17 u. Naar de statie : familie reeds aangekomen om 14 u. en niet naar ’t Inlichtingsbureel gegaan.

    19. 9.25 Vertrek met reiskaart voor Belg. vluchtelingen (kosteloos) naar Hamont. Te Boxtel zegt ons eene dame, dat het op dit ogenblik in Hamont onveilig is. De burgemeester van dit dorp zou aangehouden zijn en bij de Achelsche Kluis zou nog hevig gevochten worden. Zij raadt ons aan liever naar Roermond te gaan. Die raad weer gevolgd. Wij vinden er onderkomen –echter maar gebrekkig – in de Veldstraat, 16 – pensioen tegen fl.1,25 per dag. alhoewel het volk hier nogal Duitsch gezind is, keurt men de D. wanbedrijven af.
    20. 8 u. Ontbijt : wit en zwart brood, koffie, hesp, worst, verkenskop van goede kwaliteit. -13 u.

    Bl.28.

    13 u. Noenmaal : lekkere soep, aardappelen met gebraad, fruit. -19.30 Avondmaal : hetzelfde als ontbijt. Nachtverblijf : eene kamer met 4, eene andere met 2 bedden. Kon beter zijn. Weinig nieuws van het front. –Wandeling in de stad.

    21. 10 u. Wandeling naar O.L.V. in ’t Zand : prachtige dreef, villa’s, rijke woningen, logement en winkels met devotieart. zooals in Scherpenheuvel. Wonderbeeld vereerd in de kerk der EE Paters … Vele kaarsen geofferd door bedevaarders uit zeer veel omliggende en zelfs ver afgelegen plaatsen : o.a. Breda, Gladbach, en anderen. –Kerk : gothiek gebouw in kareelsteen, zonder pilaren. Bevallig gegarnierd en versierd. Langs voren stoelen, ’t overige gemakkelijke banken, koperen wijwatervaten aan elk der 4 pil. waarop ’t hoogzaal rust; praktische biechtstoelen; bovendeel van de muren der koor beschilderd met tafereelen de vereering van O.L.V. voorstellend, met onderschrift “ Beatum me dicent omnes generationes” afbeelding van Koning David en Salomon. Predikstoel met “Nederdaling van den H.Geest” in beeldwerk, en waaiervormig klankbord. Tegenover den predikstoel kapel met wonderbeeld v. O.L.Vrouw, bruin gekleurd ongeveer 40 cm hoog, kindje op rechter arm. Boven communiebank missiekruis; hoogaltaar : boven ’t tabernakel beeld- en loofwerk, bekroond met ’t beeld van ’t H. Hert van Jesus.-
    Toegekomen telegrammen (Hamstraat) vermelden evenals de dagbladen : Aanvallen tusschen Nieuwpoort en Dixmuide door de Belgen afgeslagen; hevige gevechten langsheen de IJzer. Uit Sluis : Eergisteren werden 30000 D. tusschen Oostende en Nieuwpoort door de Eng. vloot met succes beschoten; 800 gewonden naar Brugge overgebracht.
    De Belg. onderwijzers worden aanzocht, aan den heer Otto, lid van de 2e Kamer der Staten-Generaal te Bloemendaal, naam, verblijf- en standplaats in België op te geven, maatregel echter zonder invloed, zegt het bericht, op de bevordering van den terugkeer naar hun land.

    22. 9 u. wij gaan aan bovenstaand verzoek voldoen (Bureel Hamstraat, 18). Men zendt ons naar ’t stadhuis, waar men ons mededeelt dat de naamlijst der opgegeven ond. reeds verzonden is.
    11 u. Wandeling naar Horn. Aan de ijzeren brug over de Maas 2 cents bruggeld per hoofd, tegen ontvangt van een billet (vorm spoorwegkaart). De brug is ondermijnd, door een dozijn soldaten bewaakt en mag niet betreden worden met ontstoken pijp of sigaar. Langsheen Maas en Roer schoone uitgestrekte weiden bodem met lichte golvingen. Te Horn het oud kasteel van den graaf van Hoorn, te Brussel onthoofd in 15…, thans eigendom van den hr. Magnée de Horn (3 km. v. Roermond).
    (“De Nieuwe Courier” van heden deelt mee, dat men bij boorproeven naar steenkool te Woensdrecht, op 670 m. diepte een temperatuur van 31°, bij 870 m. van 43°, bij 970 m. v. 47,7°, bij 1200 m. v. 54,3° warmte waar nam. Bij Wusterwijk ontdekte men bij boring eene zoutlaag van ongeveer 150 m. dikte en van zuiver gehalte”).
    Ander art. uit hetzelfde blad : Uit een onderhoud van Cardinaal Mercier met een oorlogscorrespondent van “De Tijd” blijkt dat : 1. De terugkeerende jongelingen niet moeten vreezen naar Duitschland gevoerd of tot dwangarbeid verplicht te worden; -2. Wegens overtreding van het politiereglement de daders, en niet meer de heele bevolking, zullen gestraft worden; -3. Belg. en D. overheden alles zullen in ’t werk stellen om gebrek aan voedsel te voorkomen;

    23. Wandeling naar Linne. Heerlijke baan van ongeveer 15 m. breedte, bezoomd met olm, eik en linde. Bij Linne (steenweg naar Maastricht) uitbating van Rijnzand en keien tot bestrating van wegen, paden, enz. Zware baggermachine in beweging gebracht door electrische drijfkracht. De bank “Schmasen en Naeken” is tot uitwisseling van geld aan Belg. vluchtelingen open alle werkdagen behalve den zaterdag, van 9 tot 12 u.

    24. Op voornoemde bank stelt men ons eene kaart ter hand, die wij na invulling van onzen naam, op het politiebureel moeten laten afstempelen, waar wij ingeschreven zijn. Onder die voorwaarde kunnen wij slechts 20 fr. per hoofd gewisseld krijgen;
    Toegekomen berichten luiden : “Verwoede gevechten met zware verliezen langsheen de IJzer; geringe terreinwinst”. –Wandeling naar den steenweg van Venloo. Deze baan is evenals die naar Maastricht, met hooge en oude linden bezoomd.

    25. 11 u. Naar de mis in de O.L.V.v.Munsterkerk, boven- en benedenolaatsen. Wel voorbereid sermoen over de Evang. raden. –Op verschillende plaatsen telegrammen aangeplakt (voor vitrine) die de mededeeling van vorige dagen tegenspreken. Uit Antwerpen toegekomen reizigers zeggen dat die stad wel doodsch en verlaten uitzicht heeft, maar dat het er veilig en rustig is;

    26. Den ganschen dag regen. En daarin zitten de onzen, in het modder der Kleistreek, wellicht vol wanhoop het laatste hoekje van eigen grond te verdedigen.

    27. Wij mogen ons elken dag op de Bank Schmasen voor gelduitwisseling aanbieden. Wandeling langs O.L.V. in ’t Zand en het kerkhof (waarop de blauwe kogeldistel als wilde plant) tot op 2-3 km. van de D. grens, beboschte heuvelen in Pruisen.

    28. Uitstap naar Maastrichter steenweg langs St.Jacob : hooge steenen brug over de Roerfabriek van verf- en scheikundige stoffen; verderop massa’s keien uit de Maas opgebaggerd; mekanische wasscherij en ververij; hooge watertoren (uitgebaat door een maatschappij) voorziet Roermond van drinkwater.

    Bl.29.

    29. In “St.Christoffels Milit. Vereeniging” : Tridium tot voorbereiding op ’t Allerheiligfeest : tweemaal daags – oefeningen onder leiding van een pater Lazarist : 1. Rozenkrans voor gesneuvelden en nabestaanden; -2. Gezangen : “Wij willen God, enz.” -3. Sermoen : Plichten der christenen, zeer welpassend op den toestand der vluchtelingen. 4. Herhaling van gezangen. Oefeningen bijgewoond door 200-300 personen, niet behoeftigen zoowel toegelaten als kosteloos opgenomenen (waaronder veel geringe Aerschottenaars). We ontmoeten zoon en dochter (met haar man) van burgemeester Feyaerts van Tremeloo. (de vrouw van dezen laatste is de dochter van Jan Bogaerts-Liekens, Grasheide, Putte) Wijl hun huis bij den 1e inval afgestookt werd, hadden zij eerst in ’t klooster van Ninde (geboortehuis van Pater Damiaan) en vervolgens bij een aanverwant Petr. Nietors (=Nitor) te Schriek onderkomen gevonden. Samen met hun vee naar Lier gevlucht, mocht hij daar bij gemis aan paspoort, niet binnen. Van zijn kameraad en nabestaande gescheiden is hij naar de Holl. grens, naar Rozendaal en vervolgens naar Roermond afgezakt, en bij den hr. Burgemeester van Roermond opgenomen.
    “De Nieuwe Courant” deelt mee dat Koning Albert en de Koningin zich immer bij ’t Vaderlandsch leger bevinden.

    30. Nogmaals naar de oefeningen in St.Christoffel. in zaal van ’t patronaat beelden, tafereelen, kernspreuken : onder borstbeeld van prins-gemaal : “Gehoorzaamt uwen oversten”, “Een goed christen is een goed soldaat”, “Vreest God”, “Eert den Koning”, “Rust, roest”, “Arbeid adelt”, “Deugd eert”, “Oefening baart kunst”

    31. De familie Feyaerts vertrekt heden.
    Uitstap naar Swalmen : kiezelweg bezoomd met groote olmen en linden. Mijlpalen op ½ km. van elkander (nabij de spoorweg kilom.paal 50, bij begin van Swalmendorp 54); watermolen, smederijen en fabrieken. De baan is versperd door dwarshouten op zekeren afstand van elkaar beurtelings links en rechts over de baan om snel verkeer te verminderen.
    Heden marktdag : op de Groote markt : groenten, fruit, bloemen, huisraad en kleine gereedschappen, kleedingstukken, zwijnen.
    12.30 u. Naar Buedel en Hamont om inlichtingen. Broeder Matheüs afwezig. In “het Brouwershuis” (bij Jac. Geerts), café tegenover ’t station, kan men logement bekomen. Een Nederl. militair in burger van familiebezoek te Szeilles (bij Andenne) weerkeerend, zegt dat in Andenne 640 burgers met mitrailleuzen zijn gefusilleerd.

    November 1. Naar Hoogmis in de O.L.V.v.Munsterkerk. –’s namiddags naar O.L.V. in ’t Zand. Wij, schoonbr. Kar. en ik, keeren morgen naar huis om den toestand te verkennen.

    2. 7.50 u. Vertrek uit Roermond. In Tilburg, Breda en Rozendael talrijke groepen vluchtelingen met kinderen, pakkage; in alle stations ongemeene beweging. In Rozendaal ontmoeten wij kozijn Kar. Van Roey, die van bij de familie Kavelaers, Zevenbergschen Hoek voor 2 of 3 dagen naar huis gaat. Al de leden des gezins blijven in Holland; nicht Marie is er ziek en berecht geweest.
    1 u. Vertrek, de trein stopt aan alle staties en halten. Over de grens, rond en tusschen de forten van den buitengordel zijn dennenbosschen en gewas vernield. -2.30 u. Aankomst in open veld te Merxem. Wij krijgen de eerste D. soldaten in ’t oog. De vrouwen mogen passeeren, de mannen moeten wachten en hun paspoort toonen. Om in Antwerpen toegelaten te worden moeten de passen van de vereischte zegels voorzien zijn. Men kan die bekomen op ‘t “getuigschrift van zelfpersoonlijkheid” ten gemeentehuize van Merxem, en vervolgens op ’t hof van “Beuklaer” bij de D. overheden, Bredalaan, 561. Na 1 uur aanschuiven zijn we in regel. –Per tram naar Carnot- en Kerkstraat. Madme. Allaeys (schoolopz.) bij afwezigheid van Mr., deelt ons mee dat in onze woning veel stukken gemaakt zijn; de klassen hebben minder geleden. Waar ’t mogelijk is, zullen de klassen den 9e dezer geopend worden. Merxem en Borgerhout hebben hun gewoon uitzicht, tenzij dat er veel werkloozen langs de straat loopen. Antwerpen, Pelikaanstraat en rond Middenstatie ziet er doodsch en verlaten uit, veel huizen gesloten, schier geen personen op straat. Op de Keizerlei en in de richting der Meir wat meer leven, groepjes volk op tallooze berichten en proclamaties turend, weinige winkels, schier geene burgershuizen open. Van in de Meirbrug naar Groenplaats uit puinen van uitgebrande woningen. Het Prov.Gouv.gebouw door D. bezet. Hotels en andere gebouwen in de omgeving in puin of verbrand. Bij Frans Haeyinckx, (broeder van Karel) in de Moystraat zijn de achtergevel en afhankelijkheden der woning, bij den eersten Zeppelintocht, door eene bom in ’t achterhofje (koer) gevallen, gansch vernield. Stukken van dit projectiel zijn door 3 muren heen geslagen, hebben alles doorboord, versplinterd, vergruisd : een kindergietertje draagt meer dan 100 fijne gaatjes. Bij ’t bombardement der stad viel eene bom ongeveer 3 m. van de plaats van de 1e en veroorzaakte veel minder verwoesting. Frans vertelt, dat bij de beschieting door ontploffing eener bom op ongeveer 75 m. van zijn huis, te midden van den steenweg, kasseien werden in de lucht geslingerd van welke er een door zijn dak en zolder is gevallen. In de Justicie- en Van Breestraten, brand- en andere schade. Langsheen den spoorweg naar de statie van Berchem toe zijn door ontploffing van projectielen muren doorboord, deur- en vensterramen stuk geslagen, 12 cm. dikke arduinen bekledingstukken van muren gebarsten, doorboord, verbrijzeld; arduinen en kasseien voetpaden uitgegroefd en gehold door de scherven, net alsof men met een hak of ‘nen stok door klei zou slaan.

    Bl.30.

    We vernachten bij koz. Van Roey.

    3. 8.30 u. Vertrek te Berchem. Statie bediend door D. militairen. Vele D. in den trein, waaronder een bluffer : “Als laatste bericht, zegt hij, meldt men 70.000 Eng., Belgen en Franschen krijgsgevangen!”
    Onderweg treurig uitzicht : ’t dorp Mortsel uit de verte gezien, gelijkt een puinhoop boven welken het metselwerk des torens uitsteekt. Nabij Lier verbrande en beschadigde huizen, bij de statie omgekantelde locomotief (van een wilden trein?). Van op de Nethebrug zicht op de puinen van het naastgelegen hof van Nazareth, in de verte op de hoog uitstekende gevels van de Jesuietenkerk, van de normaalschool en andere huizen, in vlam opgegaan. O.waarts kale vlakte met loopgrachten en schansen, puin en versperringen. Rond en nabij de statie van Berlaer geene verwoeste huizen meer. Landlieden zijn aan den veldarbeid. 10 u. aankomst te Melcauwen. Een dozijn soldaten bewaken en bedienen halt en spoor. ’t Zien er 30-33 jarige lieden uit die beleefd groeten. Al de huizen, den 29-30 Aug. verlaten, zijn weer bewoond. Van in de Heystsche baan, achter den hof der pastorij, bemerken we de kale muren van dit uitgebrand gebouw. Al de lieden vertoonen zich aan of rond hun huis of in ’t veld. Vrouw Kiebooms, naaste gebure, roept ons toe : ”Nu ligt het in uw huis nogal gesteld”. En, ja, op de koer onder ’t keukenvenster ligt een hoop papier, verscheurde, beslijkte en doorweekte boeken, kaarten, brieven, schrijfboeken, rekeningen, spaarmateriaal der ll., -in een woord de heele bibliotheek, die wij bij dagelijksch gebruik en tot gemak in de kasten ordelijk hadden geschikt. Een vuile gistachtige geur komt ons tegen bij het binnentreden. In keuken, gangen, vertrekken overal de grootste wanorde : meubelen, huisraad, keukengerief, kleedingstukken, boeken, kaarten, -alles bevuild, verscheurd, vertrappeld, gebroken ; ingebeukte deuren, afgerukte en gebroken deurlijsten, verwrongen sloten; in den gang en de vertrekken van ’t verdiep oude en afgedragen, vreemde kleedingstukken, lijnwaad en beddegoed ’t onderste boven gesmeten, doorsnuffeld, verscheurd en verstrooid over gang en vloer. Lijnwaad, dekens en spreien van de bedden verdwenen. Alle kassen en schuiven staan open en zijn geledigd. Op zolder, buiten 2 matrassen, die we naar weervinden, hetzelfde mengelmoes van vuil linnen en kleedingstukken, oude rommel van huisraad overal verspreid. Van onder tot boven is de wanorde zoo groot, dat men zich geene rekening kan geven van wat ontbreekt. Ledige kassen en schuiven zeggen genoeg. Uit den aard der in alle plaatsen ontbrekende en achtergelaten voorwerpen blijkt genoegzaam, dat burgers en kinderen, de grootste verwoesters en plunderaars zijn geweest. Allerlei vreemde voorwerpen zijn, in verwisseling met de onze hier achtergelaten. Wij zijn hier niet meer te huis. Van bloemperken geen spoor meer; fruitboomen met gebroken, afgescheurde takken, in de kruin knuppels en stokken waarmee ze werden bestormd. We moesten den sleutel van het hofpoortje wel toevertrouwen aan de dichtste geburen, om nu te zien dat er door kinderen een spoor dwars over den blijk naar notenhout en lommerhuis is gebaand. –Tegen den groten hofweg (rechts) nabij den vijver is een groote en diepe kuil in den grond geslagen door ontploffing eener bom : stukken van het omhulsel liggen in de nabijheid, stukken koperen band in ’t struikgewas. De EEHH. Pastoor en Onderp. brengen ons bezoek, de 1e begint te weenen : M., alles is goed?”
    1.30 u. Wij graven koffer met beste kleederen, bakken met dekens, doos met akten en documenten, op. Niets is door vreemde ratten ontdekt; een deken en een stuk lijnwaad zijn een weinig door ’t vocht beschadigd, de rest is nog in besten staat. Schoonbr. Karel voert met ’t gespan van J.B. De Vries van Heyst (die juist voorbij rijdt) al het opgegravene naar Wiekevorst. In de klas is veel schoolgerief verdwenen en beschadigd, verzamelingen deels geroofd en verdwenen, alles dooreen geworpen en vertrappeld.
    Buurvrouw K. biedt ons aan in hun huis te komen vernachten. Wij nemen aan. –D. krijgers daar binnen gekomen, raden ons aan een nieuw paspoort bij hr. Commandant te Heyst te halen om morgen de familie naar Holland te halen.

    4. Na ’t ontbijt bij gebuur, vragen we hem een boterham of twee tot voedsel op reis. De vrouw stelt die onmiddellijk ter hand, met tot inpakking derzelfden, een stuk oud behangselpapier, waarvan de drooge kleurstof bij aanraking opstuift. Wij toonen dit aan de vrouw met de aanmerking dat die stof giftig kan zijn, en vragen haar een zuiver blad papier. Na eenige minuten zoekens brengt zij ons –wit zou ’t durven denken –een dubbel blad schrijfpapier uit farden die in onze klas verdwenen zijn, -een stoffelijk bewijs dat men daders van diefstal niet ver hoeft te zoeken!
    Met Frans Busschots, -die aan zijn huismeester te Putte gaat kennis geven van de vernieling zijner woonst, -naar Heyst om een paspoort. Op weg bemerken we aan het getal nieuwe dakpannen dat het huis der kinderen Verelst, onze dichte geburen, heel wat getroffen is door scherven of ballen; dat de pastorij heelemaal uitgebrand is; dat de kerkdeur fel beschadigd, en in het dak in het houten gewelf langs de O.zijde, naar den kant des torens toe een groot gat geslagen is en de muren sporen dragen van scherven van een bom; dat muren der woningen van Louis Nagels, Frans Goovaerts en meer anderen fel beschadigd zijn, en dat de woning van Jos. Van den Vonder langs den O.kant ingestort is tot puin; dat van den houten windmolen niets meer overblijft dan de vier teerlingen, waartusschen verbrand puin; dat de woning tegen den molenberg heel bouwvallig staat met door- en stukgeschoten muren. Op 3 m. rechts van de prov.baan en op 10 m. links van het straatje dat langs het molenaarshuis naar de Kegelstraat leidt, wijst een kruis van ruwe planken met eenige beplantingen, het al omspannen met een pikdraad, het graf aan van een D. onderofficier. In de muren op het O. uitgevende van eenige huizen op’t kruispunt der prov.baan met den steenweg Itegem-Putte, zijn meerdere schietgaten gekapt. De verder liggende gebouwen over het “ Kruispunt” naar de statie van Heyst zijn niet of weinig beschadigd. Den hr. Commandant is gevestigd in ‘t Kasteel (villa) van Mr Louis Heylen, het pasbureel ingericht in ’t 1e huis links over het spoor. Als pas levert men ons een bladje af, deels gedrukt, deels

    Bl.31.

    ingevuld, met volgenden inhoud op :

    Bl-31

    Een dozijn soldaten doen dienst in en aan de statie. Bij Kar. Torfs tapt men bier door de D. in de brouwerij van Van Diepenbeek te Mechelen gefabriceerd; zoo zegt men. Het kost 12 cent. Een reclame “ Lauwenbrau” hangt er op den muur. Boven aan de voordeur van de woning van Jos. Van Houtven-V.d.Meutter, wappert een witte vlag met rood kruis. Het W.vertrek van het statiegebouw is tot slaapzaal – matrassen op den vloer - ingericht. De aanwezige militairen gaan gemeenzaam met de reizigers om. Twee hunner, met wie wij gisteren avond gesproken hebben, bieden ons de hand en vragen of ’t paspoort in regel is. Uit den trein van Antwerpen komen de heeren E. Verlinden, Jos. Busschots, Fr. Wouters (schilder). In de richting van Antw. nog geen trein in aantocht om 12 u. Wachtende reizigers verlaten de statie. Militairen deelen aan armoedige , wachtende vluchtelingen tellooren soep en stukken gekookt varkensvleesch uit. Wij keeren naar huis weder. Na wat versterking genomen te hebben, begeven wij ons naar Wiekevorst, voornemens van daar uit over Turnhout in Holland te geraken. Op de huisdeur van schier alle woningen van Melcauwen tot in Elzenhoek leest men : “ Bewoond, bewoond huis, of eenig ander D. opschrift – of ‘t aantal te bergen mannen opgevende. In Itegem zijn de beide bruggen over de Nethe opgeblazen. Eenige planken met een aan beide zijden gespannen kabel dient aan de voetreizigers tot overtocht. Te Wiekevorst over vlucht, toestand te huis, reis van morgen.

    5. 6.45 u. Vertrek over Morkhoven-Norderwijk statie. Hier is de houten molen in vlammen opgegaan. In Herenthals een woord gewisseld met heer Denis Heylen en koz. Jos Janssens van Lille. De molen op Watervoort eveneens verbrand. Over St.Piet. Lille en Gierle naar Turnhout. In de stad talrijke soldaten, vlaggestokken worden uitgestoken. Men zegt dat de Gen. Staf met … hier verwacht wordt. Een agent verklaart onze pas geldig tot voortreizen. We volgen den steenweg over de vaart heen en vervolgens den spoorweg in de statie van Weelde. Merxplas, waar we na uitleg D wachten binnen mogen. 8 u . Aankomst in Tilburg; verwacht bij familie Hoevers.

    6. Ontbijt. Geschenk voor de onzen. Afscheid. Aankomst in Roermond, rond 12 u. Gezellig samenzijn. Volgens de Nieuwe Courier zouden de onderw.-vluchtelingen slechts op verzoek der locale autoriteiten hunnen dienst moeten hernemen.

    7.-8. “De Courant” deelt daarover mee : “De Belg. onderw.-vluchtelingen, die aan den heer Minister Poulet gevraagd hebben, of zij wegens niet uitdiensttreden op 9 Nov. as. zouden kunnen afgezet worden, kregen voor antwoord : “Ne craignez rein”.
    Wij besluiten onze kinderen veiligheidshalve nog in Roermond te laten. We begeven ons daartoe naar het Retraitenhuis (dreef naar O.L.V. in ’t Zand). Bij plaatsgebrek verwijst men er ons naar den EH. Reighard Willem II singel, .. , lid van het Inlichtingsbureel aan Belg. vluchtelingen. Vermelde heer is ter zitting naar bedoeld bureel, Hamstraat, 18. Drie leden zijn daar aanwezig : EH. Reighard, Mme. Duitgenius dame des heeren Postbestuurders en een policiebeambte in burgerkleeding. Wij vragen inlichtingen nopens geschikt verblijf voor onze kinderen. De heer agent begeeft zich aanstonds op zoek en vindt plaats bij de Eerw. Zusters Ursulinen in St. Salvator. We komen daar overeen tegen 1 guld. daags per kind en betalen 50 g. vooruit. Mme. Duitgenius komt ons daarop berichten dat de dame van den heer Housmans, verificateur bij ’s Rijksbelastingen gaarne het jongste onzer kinderen zou innemen tot gezelschap voor hare twee jonge dochters. Met die verandering is men in St. Salvator tevreden. De familie Housmans bevalt ons zeer.

    9. Paula wordt door de kinderen Housmans afgehaald, -Mar., Rafk. en Gaby trekken met pak en zak naar St. Salvator.

    10. Onze kinderen spreken met lof over de behandeling die zij ondergaan op beide plaatsen. In St. Salvator echter springt het D. leven en betrachting (religieuzen laken het gedrag onzes Konings en van het Staatsbestuur, den D. geen doortocht verleend te hebben – handelwijze verdedigd als gewettigd door Mitt.) zoo wat tegen het hoofd.-Wij dragen volgende kennisgeving binnen bij den hr. Commiss. van politie :
    “Van af 9 November 1914 verblijven :
    1. In ’t Pensionaat van St. Salvator : De Belser Mar. Ros., De Belser Raph. Dorothea, De Belser Gab. Jos.
    2. Bij heer Housmans, Minderbroederssingel, 19 : De Belser Paul. Germ.
    J. De Belser
    (11 u. de grafmaker stelt ons een kogeldistelstruik ter hand)
    In den namiddag op uitnoodiging nogmaals naar de fam. Housmans, die ons op alle wijzen hare genegen-

    Bl.32.

    heid betuigt. Op terugkeer naar St. Salvator ziet Maria (moeder) er bekommerd uit : Zij denkt … Ik zeg haar : “Ik ook ga een slechten nacht hebben : ’t gedacht aan ’t lot onzer 3 kind., -in acht genomen de woorden van Mitt. omtrent de D.gezindheid in St. Salvator, maakt mij ongerust en zet mij aan bij geschreven verklaring onze 3 kind. Aan het gezag en de zorg der fam. toe te vertrouwen, bij onmogelijkheid, of onveilig of gevaarlijk verblijf in St. Salvator.”

    11. Pauline zegt dat ze van den ganschen nacht geen oog heeft gesloten van onrust bij de gedachte aan ’t lot onzer 3 kind., welke nu onder gezag staan van de Belgen vijandig gezinde overheden. Ik deel haar mijne gewaarwordingen en besluit mede, wat zij goedkeurt, en ik schrijf (te bewaren door Mitt. voor Mr Housmans) :
    De onderget., onderw. te BH. bij Lier (België) verklaart dat hij, op inlichting van wege het “Kantoor voor inlichtingen aan Belg. vluchtelingen” zijne drij kinderen De Belser Mar.,Raph. (beide ondssen.) en Gabr. (adsp. ondres.) voorlopig bij de Eerw. Zusters Ursilinen van St. Salvator geplaatst, en voor haar aan kost, inwoon en onderhoud aldaar vijftig gulden heeft betaald.
    Dat hij echter, bij gebeurlijk gebrek aan bestaansmiddelen wegens voortduren des oorlogs, verlangt zijne drie voornoemde kinderen voordeeligheidshalve toe te vertrouwen aan de zorgen van de fam. Housmans, bij welke zijne dochter Paula reeds verblijf houdt.
    Roermond, den 11 Nov. 1914. J. De Belser.
    Laatste ontbijt en afscheid van ’t gezin Olde. Mitt. bezorgt ons van wege madme. Housmans een groot pak “vivres”. De heer agent bezorgt ons 3 vluchtelingenreiskaartjes, en verzoekt ons eene postkaart uit Frankrijk in Antw. te willen bestellen. 7.50 u. Vertrek. In Tilburg, Breda en Roozendaal veel beweging door terugkeer van vluchtelingen. In Roozendaal verscheidene spoorwegbedienden uit Berlaer, Heyst en elders, die aldaar hun loon vanwege ’t Belg. staatsbestuur ontvangen. Hevige storm, plassende regen, niet verlichte trein. Aankomst te Merxem om 5.30 u. Een dienstvaardige Sinjoor brengt ons op den tram voor Berchem, waar we om 6.15 u. in den “Drafboer” aanlanden. Nooit beter gerust dan dezen nacht.

    12. 5 u. Uit de veeren. Kaart uit Frankr. Naar de Goudbloemstr. 5, gedragen. Ontbijt. In Berchem-statie door D. doorgezonden naar Midden-statie (Antw.); hier eischt de D. wacht een nieuwe pas. Naar Mechelsteenweg en met electr. tram naar “Oude God”, met open rijtuig voort naar Lier. Ergste verwoesting en meeste puinen van “Oude God” tot aan de brouwerij “Prins Albert”, vervolgens van aan “den Papegaai” tot tegen de stad : school fel beschadigd, kortsteertmolen opgeblazen, magaz. en werkhuizen Verberkt met aanpalende gebouwen in asch.
    Tusschen Oude God en Bouchout op onze linkerzijde een graf, naar ’t zeggen onzes voermans gemeen van 7 gesneuvelden – met carabinierschako op.
    De steenen brug aan de Antw.poort is opgeblazen. Langs den W.kant heeft men door eene afhellense loopgracht van ongeveer 3 m. breedte de beide oevers voor eene vlotbrug verbonden. Graf van een Eng. soldaat in hof van Casino. Een groot deel der Antw.straat uitgebrand; men haalt bouwvallige muren neer. Groote Merkt, ’t Stadhuis en de rijwoningen tusschen Mechel- en Antw.straat bleven gespaard. ’t Postbureel en de overige gebouwen meest in asch. In de Rechtestr. veel in puin of verbrand. Dekenij deels af, St.Gom.Kerk en toren fel beschadigd. St.Pieterskapel in Jezuietenkerk teenenmaal uitgebrand, gewelf niet ingestort; de normaalschool en bijna al de woningen in de Berlarij verbrand. Aan de Leuvenpoort zeer gebrekkige noodbrug. Groote stoommolen buiten de vest in puin. Nabij en schuins tegenover de afspanning den “Koning van Spanje” een graf van een militair, evenals op ’t begin der vest.
    Te voet naar huis. Alle huizen min of meer beschadigd, enkele gansch af. In fruittuin der woning tegenover den Kiezelberg naar Tallaert groote loopgracht, recht in ’t veld aarden schansen. In de fortenlinie alles kaal. De W.gevelmuur van “’t Lammeken” draagt tallooze sporen van kleine projectielen. Andere woningen van zware granaten doorboord, o.a. de onderwijzerswoning te K.Hoyckt, enkelen in asch. Het dorp heeft zijn deel : veel woningen in puin, doorschoten, enkelen afgebrand. Kerk en toren op verscheidene plaatsen doorschoten, stukken van ’t plafond afgerukt of neerwaarts hangend; alle gebouwen zonder uitzondering dragen sporen van groote of kleine vuurwapens. Buiten ’t dorp naar Putte en Berlaer-Heikant toe is de verwoesting van gebouwen veel geringer. De woningen van Mr. Louis Van den Heuvel, Aug. Ceulemans (Gangelb.) en Fr. Busschots zijn in vlammen opgegaan, die van Louis Heylen (tramstopplaats) door meerdere bommen doorboord. 4 u. Aankomst en maaltijd bij Jos. Van den Eynde. Te huis nazicht van vernieling en plundering. De vuile geur van de verleden week is verdwenen. Gelukkig in ons oud nestje terug.

    13 - 14. Deze twee dagen worden besteed aan ’t opruimen en schikken van al de stukken en vodden waarmede onze woning van boven tot beneden doorzaaid is, met schuren, schrobben en poetsen. Het blijkt al meer en meer dat de D. die in onzen woon gehuisd hebben, tot binnendringen de deuren hebben stuk gebroken, maar overigens geen verwoesting of … beestigheden hebben bedreven. Schade, roof, vernieling blijkt duidelijk gedaan door burgers en kinderen.
    Op de deur der eerste logeerkamer rechts leest men (met steenachtig krijt geschreven) :
    ??? Oberlluitnant Schaubode.
    Op de volgende deur : Luitn. Gstaf Brockndorf.
    Op de 1e deur links : Luitnant von Krosigk.

    Bl.33.

    Bericht hangt aangeplakt, zegt men, dat alle inwoners verplicht zijn de hun vreemde voorwerpen ter gildezaal in te leveren onder bedreiging met straf.

    15. Naar Wiekevorst. In kapel van ’t Kruispunt hoogmis bijgewoond, waarin een 15-20tal D. soldaten in voorbeeldige houding aanwezig. E.H.Pastoor doet een goed sermoen en zegt dat na de mis het “Te Deum” zal gezongen en gebeden worden voor ’t heil des Konings en Konink. familie.
    Verwoesting te Heyst : vernield of merkelijk beschadigd : ijzerwinkel Peremans, houtmagazijn en woning J. De Greef, drogisterie, woning en magazijn Jos. Van der Meulen, achtergebouw van ’t Godshuis, tegenoverstaande meisjesschool, muur en grillie van ’t kerkhof, kerketoren, woning (van Louis Jacobs) links tegen de brug van Loodijk. Verder naar Wiekevorst toe geene sporen van strijd meer te zien. Regen met sneeuwstorm. - 11.30 u. Aankomst met blij wederzien. Nazicht van de te huis bedolven en overgebrachte voorwerpen.

    16. De school wordt geopend, zeer weinige leerlingen (slechts 25 in H. en M gr.)

    17. Koud weder – Kachels geplaatst – met hout verwarmd. Vreemde voorwerpen ter Gildezaal gedragen : buiten eenige oude kleedingstukken en wat slecht keukengerief; koperen speeltuig (baryton), schoenmakershamer, beenhouwerszaag, een stuk ladder, zweepensteel.
    De liter zwarte, drabbige petrolie kost reeds 0,35 fr.
    Heden en volgende dag,

    18.  Dezer, vernemen wij zoo wat van alle plaatselijke voorvallen en bijzonderheden. Wij teekenen die aan naarmate en juist zooals men die ons mededeelt.
    Onder eerst weergekeerden van de vlucht hooren wij noemen : Skv., Saa., Sbkv., Smvj., Srml., Smla., de veldwachter en eenige anderen uit de buurt.
    De Eerw.Zusters Maricoblen zijn den 20e Oct., de Eerw. heer Pastoor en Onderp. den 31e Oct. teruggekeerd.
    Is de EH. Simons, proff. aan ’t St.Gom.Collegie te Lier, den 24e Oct. des avonds hier aangekomen, heeft in ’t Klooster zijn intrek genomen, den volgenden dag, zondag de goddelijke diensten verricht en alle dagen mis gedaan tot …
    Op mededeeling der Eerw. Zusters, aan wie de veldwachter had bekend gemaakt, dat hij bij zijn terugkeer in de kerk gaan zien zijnde, (doorstreept : daar tussen alle mengelmoes op den vloer (vermoedelijk geconsecreerde) hostiën had vinden liggen.) (boven doorstreepte tekst geschreven : uit ’t opengebroken cofrefort achter ’t altaar een remonstranse en 2 ???) Die op aanraden van Vincent Vermaelen, (doorstreept : voorzichtig in eene ciborie, welke hij op of nabij ’t altaar vond, had bijeen geraapt en) in zijn huis verborgen, en bij welke hij zelfs ’s nachts nog had gewaakt, -is een pater uit Antwerpen, in automobiel aangekomen, die komen halen, den veldwachter bedankende, niet de H. Zaken terugkeerende als bij eene berechting.
    De heer Kant. Schoolopziener, die den 2e of 3e dag na den val van Antwerpen hier den schooltoestand was komen verkennen, heeft de zusters aangeraden ’s voormiddags voor de grooten en ’s namiddags voor de kleinen klas te doen, totdat de beschadiging der klassen hersteld is. Door het dak, de zoldering, den vloer en onder een muur door der bewaarschool is uit de richting van Lier of Kessel een zware bom gedrongen, die buiten de klas, boven gekomen, niet ontploft is weergevonden.
    Plundering en verwoesting. a) Rosalia (dochter van Jos.) Van den Eynde, die den 15 dezer aangenomen had de volgende dagen ‘s namiddags in onze woning te komen helpen opruimen en poetsen komt heden dien dienst afzeggen, onder voorwendsel dat ze zelf te veel werk heeft, ofschoon ze reeds 14 dagen is wedergekeerd – maar uit vrees in moeielijkheden te geraken door al wat verteld wordt over de “mannen van vroeg te huis”.
    b) De veldwachter zegt ons : “Nu gaat ge wat hooren : Bij Sbkv. is door Lierenaars reeds huiszoeking gedaan, tot zelfs in den aardappelkuil, maar niets ontdekt.”
    c) Swe. zegt : “ik zou het wel vinden. Maar dat is niet alles : Tusschen de 1e en de 2e vlucht is hij zoo dikwijls met een mandje princessen naar de stad gereden, dat het mij onmogelijk scheen allemaal princessen te zijn; hij had er zooveel niet; onder zaten peren en appelen, boven op wat boontjes, hij had niet gaarne dat er iemand in uwen hof kwam. – Bij Saa. werd door de Lierenaars gerobberd of gevonden goed ontdekt. Om niet alleen als dief te moeten passeeren, zegde hij : “Ga naar Sbkv., die heeft nog meer dan ik.” –Ik hoorde zeggen dat hij ook een verken gevonden had. Ik wilde dat weten en dacht er onder schijnvoorwendsel binnen te geraken, maar hij is zoo fijn, hij wist mij iederen keer af te schepen. Eenige dagen later had een zijner kleine kinderen in de geburen aan andere kinderen verteld, dat vader een stuk van den staart van hun verken had gesneden en dat het beest hard had gebloed. Kort daarop heette het, dat hij een half verken van STS had gekocht. Ook was er toen in het kot niets meer te zien. XdK. was 3 verkens kwijt : een ervan werd bij vermelden Saa. ontdekt, deze zegde : Bij Smvj. zit er ook een; -en een zijner kinderen voegde erbij : …”en nog een dood gedaan, dat hebben wij half en Smvj. half.”
    d) De dichtbijwonende gebuurvrouwen, vertelt ons eene dezer, zijn voor onze tehuiskomst op uitnoodiging en onder geleide van vrouw Sbk. de verwoesting in onze woning gaan zien.
    e) De 8 jar. ll Sbl.j. dien wij vermoedden ook fruit te hebben gestolen, zegt : “Als ik in uwen hof wilde gaan, zegde P. (zoon van Sbk) : “Blijf er uit, of onze vader zal u schoppen.”
    f) Schoonbroeder Louis : “Ik ben hier een glas bier gaan drinken. De dochter nieuwe kleederen aan ’t maken, zegde : Moest men dat zien, men zou seffens denken, dat het ook gestolen goed is.

    wordt vervolgd



    28-12-2018, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    27-08-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-6
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) - Gemeente Tremelo - deel 6

    Bl. 48

    Bijvoegsel aan hoofdstuk IV

    In Ballingschap

      Den 28 augustus 1914 werden de volgende personen van Tremeloo door de Duitschers aangehouden en opgesloten in de kerk van Aarschot. Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; Eerw. Heer Emiel van Giel, onderpastoor; Alfons Michiels; Guilielmus Van Vlasselaer; Lodewijk Van Vlasselaer; Jan Baptist Goeron; Lodewijk Haegemans; Pepinus Torfs en Frans De Preter. Deze personen werden aangehouden deels op den steenweg Lier-Aerschot, deels te Heyst-Goor. Enige aanteekeningen getrokken uit het notaboekje van Alfons Michiels.

    28 augustus - Gevangengenomen op den steenweg Lier-Aerschot. -Gebracht in het kolenkot van M. Van Tricht. -Twee uren in eene weide. -Aankomst in de kerk om half vijf. -Water en brood. -Slapen op de stoelen.

    29 augustus - Wat droevig geschrei der kinderen met ons in de kerk opgesloten. - Wat duurt de tijd lang. -Vandaag brood en soep.

    30 augustus - In de kerk aankomst van Aerschotsche burgers die eerst naar Leuven gestuurd waren en nu teruggebracht werden naar Aerschot. - Vrouwen en kinderen worden overgebracht naar de woning van notaris Fontaine recht over de Kerk.

    31 augustus - Om 4 ure nog geen eten gehad. - Een stuk brood en een klein stuk spek, gift van een burger van Aerschot, werden wij ontstolen. -Goed nieuws : morgen mogen wij vertrekken.

    1 september - Nieuwe wachten zen streng. - Weinig eten maar veel gekijf en gegrol der wachten. - Bittere teleurstelling : van vertrek geen spraak meer.

    2 september - Burgers moeten de kerk kuischen. - 's Morgens een stuk brood, 's middags soep. - Een jonge huisvader van Westmeerbeek is zot geworden; hij wil zich de keel oversnijden met een stuk glas : dit wordt hem belet. Dan wil hij zich dooden tegen de verwarmingstoestellen.

    3 september - Eten redelijk goed, doch ontoereikend. - Wij worden medegedeeld door de vrouwen van Aerschot die brood, fruit en koffie brengen voor hunne familieleden. - In den nacht van 2 tot 3 september om half drie sterft een jongeling van Aerschot juist voor mij.

    Bl. 49

    4 september – Weinig voedsel. – Wij kunnen in stilte wat brood en tabak kopen. – Eenige vrouwen uit Tremeloo komen hunne mannen en broeders bezoeken en brengen slecht nieuws : alles is afgebrand.

    5 september – Verheugend nieuws : morgen zondag mogen de priesters mis doen en de burgers die willen mogen tot de H. Communie naderen.

    6 september – De dag verheugend doorgebracht. – Al de priesters hebben mis gedaan. – De burgers boven de 45 jaar mogen vertrekken. – Om half vijf slecht nieuws : allen naar Duitschland. Droevige stoet. Gekerm en geween van vrouwen en kinderen.

    7 september – In de statiën waar onze trein blijft staan worden wij aanzien als bandieten.

    8 september – Aankomst te Sennelager. –Eerst verscheidene uren wachten. – Dan krijgen wij een stuk brood. – ’s Middags naar het bad. – Slapen onder den bloten hemel.

    9 september – Drie engelsche soldaten worden met handen tegen den rug tegen eenen boom gebonden : dat is de straf voor de minste overtreding. – Slapen in open lucht.

    10 september – Drie zieken zien wegdragen. – Slapen hetzelfde.

    11 september – Ik ben stijf van buitenslapen. – Wij kregen een deksel. – ’s Nachts felle regen : het water loopt onder mijn lichaam door.

    12 september – De zon komt vroeg te voorschijn en wel van pas om onze natte kleederen te droogen: de wind helpt ook. – Te weinig eten. – Zieken naar het gasthuis.

    17 september – Wij worden naar het verhoor geroepen : 6 van Tremeloo; 6 van Busschot en 6 van Heyst-Goor. Ik dacht dat is voor de priesters dat wij zullen moeten naar het verhoor gaan. Het was zoo. Ik deed mijn best om de anderen eenigen goeden raad te geven. Die binnen geweest waren werden afgezonderd. Ik werd de laatste ondervraagt als volgt :
    -Hoe is uw naam?
    -Alfons Michiels.
    -Uw beroep?
    -Schrijnwerker.
    -Waar woont gij?
    -Te Tremeloo in het dorp.
    -Kent gij de pastoor van Tremeloo
    -Ja.
    -Hoe was die ten opzichte van de Duitsche soldaten?
    -Ik geloof dat hij Duitschgezind was, want den 19 augustus zijn er velen gaan wijn drinken; ik weet ook dat er Duitsche officiers geeten hebben, en hij is bij mij geweest met twee Duitsche soldaten om logist.

    Bl. 50

    -Wat is er van de geweren van Tremeloo geworden?
    -De Burgemeester heeft die doen binnen brengen.
    -Ja, maar er is een gebleven en de pastoor heeft toegelaten van uit den toren daarmede te schieten op de Duitsche soldaten?
    -Neen, mijnheer , dat is niet waar.
    -Ja wel !
    -Neen, Mijnheer.
    -Ja wel !
    -Neen Mijnheer.
    -Zeker is het waar geweest?
    -Neen Mijnheer, en daar ik tegen de kerk woon, zou ik dat moeten gezien of gehoord hebben, en anders ten minste hooren zeggen, het is niet waar geweest.

    18 september – Slechte nacht. – Hevige windvlagen die de pilaren in onze tent deden omvallen. – Vier zieken zien wegdragen.

    19 september – Koude nacht. –Geluk gehad een pint bier te drinken in de kantin. – Worst gekocht van een franschen soldaat. – 2 Zieken zien wegdragen. – Namiddag aankomst van nieuwe gevangenen waaronder drie van Werchter.

    20 september – Om 9 ure worst. – ’s Middags soep, daarna een stuk brood. – Wind en regen. – Een zieke engelsche soldaat zien wegdragen.

    21 september – Slapelooze nacht. – Twee burgers naar het hospitaal vervoerd. – Om half zeven slapen op ons strooi met eene sargie in de flauw verlichte tent; doch ik kan mij niet verwarmen.

    22 september – Slecht geslapen. –Koude voeten. – Twee personen voor eene kleine overtreding gedurende twee of drie uren aan eenen boom gebonden. Alle gevangenen loopen doorheen en spreken niet dan van voedsel. – Om 6 ure slapen gegaan doch niet kunnen verwarmen.

    23 september – Honger. – Groot geluk : een soldaat koopt voor mij uit medelijden een brood van een mark. Dit deel ik met een vriend Gust Budts van Werchter; mijn deel, deel ik nog met Lod. Van Vlasselaer. Wij worden afgezonderd : rond den avond worden 200 belgen met 400 fransche burgers in eene tent geduwd.

    24 september – ’s Morgens om 6 ure naar de statie van Sennelager. – Om half twaalf aankomst te Werl in de gevangenis.

    Bl. 51

    In de gevangenis


      De tien eerste dagen na onze aankomst te Werl hebben wij doorgebracht elk in eene cel inhoudende 22 kubieke meters lucht. Mijne cel was zeer goed ingericht en van een verwarmingstoestel voorzien. Voor de nachtrust beschikte ik over een engelsch bed met ressort en twee wollen dekens. Niettemin heb ik de eerste nachten slapeloos doorgebracht: nu meer dan ooit dacht ik aan mijn vaderland, aan mijn geboortedorp, aan mijne woning, aan mijne familie. Die tien dagen in verveling overgebracht schenen mij jaren.

      De vier eerste dagen hebben wij onze cel moeten houden zonder buiten te komen. Van op den vijfden dag mochten wij 20 minuten buiten wandelen. Daarin werden wij behandeld als andere gevangenen: wij moesten op bepaalden afstand van elkander blijven en mochten niet spreken.

      Den 11den dag moet ik werken in eene smidse. Mijn werk bestond in den voorhamer te slaan en den blaasbalg te trappen. Dit was buitengewoon zwaar werk. Gedurende zes dagen heb ik dit werk verricht; daar ik het niet langer kon volhouden werd ik aan eene machien geplaatst. Dit werk was nog te zwaar om reden dat men aanhoudend werken moest. Wilde men een oogenblik rusten of adem scheppen dan was het kijven en grollen bovenarms. De officieren vooral schenen kijven en schelden op bijzondere wijze aangeleerd te hebben.

      Als voedsel kregen wij dagelijks: ’s morgens koffie met 250 grammen brood. Het brood was vervaardigd uit 80% meel en 20% meel van aardappelschillen. Om 12 ure kregen wij soep. Deze soep was gemaakt met boonen, raapkolen, vitsen, aardappelen, enz, er was ook een weinig vleesch in, doch minder dan in Sennelager. Om 6 ure kregen wij nogmaals 250 gr brood en daarbij als dranck een liter water met melk. Van 100 liters afgeroomde melk vervaardigde men 700 liters van dien dranck.

      Gedurende al den tijd dat wij te Werl doorbrachten hebben wij driemaal voor 50 pfenningen mogen koopen in de kantien. Door al mijn werk had ik ten laatste vier mark en 31 pfenningen verdiend.

      Den 11 Februari 1915 liepen ons ballingschap en onzen dwangarbeid ten einde. Om 7 ure 15 ’s morgens vertrokken wij uit Werl om den 13 ’s morgens te Brussel aan te komen.

    (handtekening) Alphons Michiels

    Verklaring van Frans De Preter, landbouwer te Tremeloo Geetsvondel.

      Ik ben gevangen genomen te Boisschot den 28 augustus 1914. Ik werd met honderden anderen burgers opgesloten in de kerk van Aerschot tot 6 september ’s avonds. Van daar naar Deutschland : veertien dagen in Sennelager en dan naar Werl in Westfalen. Daar heb ik in de gevangenis gezeten. Ik moest eerst in den hof graven en later met os en paard rijden. Ik heb geene mishandelingen ondergaan : alleenlijk niet genoeg eten gekregen. Te Werl bestond onze kost uit 500 grammen brood en één liter soep, die bestond uit boonen, raapkoolen , vitsen, aardappelen, enz; er was ook een weinig vleesch in doch minder dan te Sennelager. Wij zijn in het vaderland teruggekeerd den 13 Februari 1915. Voor mijn werk heb ik ontvangen 10 mark en 76 pfenningen.

    (handtekening) Frans De Preter.

    wordt vervolgd



    27-08-2017, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    08-02-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerkrestauratie 2016-2017

    Eindelijk duidelijkheid in de verschillende bouwfasen van de kerk!

    Tijdens de restauratie van het dak zijn zowel langs de noord- als langs de zuidkant de oude muren van het kerkschip zichtbaar geworden. Met de dichtgemetselde ramen (3 stuks aan weerszijde) met rondboog en de prachtig witte zandstenenmuur is alle twijfel verdwenen, dat de eerste kerk gebouwd in het begin van de XIVe eeuw wel degelijk op deze plaats is opgericht. Dit zijn samen met de toren, de restanten van wat eens een prachtige romaanse kerk is geweest. Voor mij is de puzzel nu bijna voltooid en wordt het stilaan tijd om alles in boekvorm te gieten.

    René

    Foto Erik Ceuppens


    08-02-2017, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    02-01-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-5
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 5

    Bl. 43

    Hoofdstuk X.

    Geestelijken in de gebeurtenissen betrokken.


    - Eerw. Heer Karel Van Winkel, pastoor; aangehouden den 28 augustus en gebracht in de Kerk van Aerschot; van daar weggevoerd naar Duitschland den 6 september 1914.

    - Eerw. Heer Emiel Van Giel, onderpastoor: idem.

    - Frater Edgard De Coster; frater Octaaf Igodt en broeder Julius Haegen bevonden zich in 1914 in het klooster te Ninde. Zij zijn op het einde van augustus gevlucht naar West Vlaanderen en van daar naar Holland, waar ze door de belgische militaire overheid opgeroepen. Zij hebben in het leger gediend als ziekenverzorgers.

      Thans bevinden zich in het klooster der Picpussen te Ninde 10 brankardiers die tijdens den oorlog dienst gedaan hebben. Hier volgen hunne namen :

    - Frater Pamphilus (Lodewijk) Verdeyen van Herent, was aug. 1914 leraar in het Damiaangesticht te Aerschot; werd den 6 september weggevoerd naar Duitschland. Hij heeft zijne eeuwige beloften uitgesproken en is thans leerling in de Godgeleerdheid.
    - Frater Edgard De Coster; hoger reeds genoemd, heeft tijdelijke geloften uitgesproken en is leerling in Godgeleerdheid.
    - Frater Leopold (Willem) Jeurissen van Vlijtingen, novice, leerling in de wijsbegeerte.
    - Frater Oswald (Joseph) Van Neste van Gulleghem, idem.
    - Frater Odilo (Antoon) Van Gestel van Borgerhout, idem.
    - René Muller van Antwerpen, postulant, leerling in de wijsbegeerte.
    - Matthijs Gielen van Vlijtingen, idem.
    - Jaak Bos van Turnhout, idem.
    - Lodewijk Van de Velde van Schoten, idem.
    - Frater Octaaf (Gaston) Igodt, hoger genoemd, van Watou, novice leerling in wijsbegeerte.

    Parochianen onder de wapens.

    In 1914 werden 55 parochianen onder de wapens geroepen. Onder dezen waren 27 gehuwden hebbende samen 70 kinderen. Van dezen zijn er drie geboren na het vertrek van vader.

    Bl. 44

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers, doch naderhand hebben de volgende jongelingen als vrijwilligers het leger vervoegd : Feyaerts Joseph; Van den Notelaer Alfons; Storms Frans; De Keyzer Joseph en Van Vlasselaer Leo.

      Tijdens den oorlog werden nog opgeroepen 32 parochianen die zich in het buitenland bevonden; zoodat in ’t geheel 92 parochianen in het leger hebben dienst genomen.  Er zijn enkel vier parochianen gesneuveld, namelijk, Hendrik Verhaegen, vader van twee kinderen; Alfons Verbeeck; Alfons Claes en Alfons De Mees.

      Een soldaat werd verminkt te Luik, namelijk Franciscus Van Eyken, vader van 4 kinderen. Hij is getroffen geweest in den schouder en kan van zijnen arm geen gebruik maken.

      Geboorten en sterfgevallen.
    1913 Geboorten : 95 sterfgevallen : 40
    1914                     58                         26
    1915                     68                         27
    1916                     57                         22
    1917                     57                         32
    1918                     58                         42

      In november 1918 zijn 16 personen gestorven ten gevolge van de Spaansche griep.

      Hoofdstuk XI
    Huiszoekingen in kerken of kloosters. – De opname der klokken.


      Huiszoekingen in kerken of kloosters hebben alhier geene plaats gehad.
    Bij de opname der klokken ben ik niet tegenwoordig geweest. Voor zooveel ik mij herinner heeft deze opname plaats gehad in de maand juni 1918. Ziehier wat Lod. Dockx, koster, desaangaande getuigt.

      “Op zekeren dag kwamen er bij mij twee Duitschers welke vroegen om op den toren te gaan om de klokken te meten; na dit gedaan te hebben en al de opschriften en versiersels der klokken zorgvuldig aangeteekend te hebben, zijn ze naar het hoogzaal gekomen en hebben daar de groote orgelpijpen gemeten en nagezien uit welk metaal zij vervaardigd waren.”

    Bl. 45

    Hoofdstuk XII

    Feiten van verscheiden aard.


      Bijzondere daden van vaderlandsliefde heb ik niet aan te stippen.

      In het moeilijk Komiteit werk heb ik bij de leden van het Komiteit en ook bij anderen goede en bereidwillige helpers aangetroffen : aan hen allen mijnen innigsten dank. Eenmaal heb ik een gebrek aan offervaardigheid bevonden bij personen van dewelke ik nochtans eene gansch bijzondere offervaardigheid had mogen verwachten.

      Onder de landbouwers zijn er zeker menschen geweest die niet naar woekerprijzen getracht hebben, en die hunnen evennaaste vooral de armen genadig behandelden. Ik persoonlijk heb bij brave menschen steeds waren bekomen aan fatsoenlijken prijs. Doch de menschen die liefdadig gehandeld hebben roemen hun eigenzelven niet, en degene die het voorwerp van hunne liefdadigheid geweest zijn zwijgen het ook. Om wille der waarheid moet ik nochtans bekennen dat de algemeenheid der landbouwers, enkele uitzonderingen daargelaten, voor hunne waren de hoogste prijzen eischten : velen waren bevreesd van te weinig te vragen. Er worden personen genoemd die brood vervalschten met gekookte aardappelschillen en raapkoolen, en dit mengsel verkochten aan 7.50 fr. en meer den kilogram.

      Er is tijdens den oorlog veel gestolen bijzonder op de velden, doch niet zoozeer uit nood en voor eigen gebruik dan wel om het gestolene te verkoopen aan woekerprijzen. Het geld alzoo vergaard werd gebruikt voor spel en vermaak. Het is ongelooflijk hoe zeer de jonkheid tijdens den oorlog bedorven werd door zucht naar geld en vermaak.

      Meermaals heb ik van op den predikstoel den parochianen herinnert dat het niet betaamd zich aan overdreven vermaken over te leveren, terwijl onze soldaten aan den IJzer hun bloed voor het vaderland veil hadden en den dood te gemoet liepen; ik beriep mij op hunne vaderlandsliefde; ik gewaagde zelfs van het genoegen dat zij den vijand verschaften met te juichen terwijl het vaderland treurt. Dit alles maakte geenen indruk : er was geld, gemakkelijk vergaard en de voorraad eens uitgeput kon spoedig vernieuwd worden, waartoe zou het dan dienen tenzij tot plezier en vermaak? Ook werd er op de kermissen tien, twintigmaal zooveel geld verkwist dan vroeger.

      De Duitschers van den omtrek namen regelmatig aan de kermissen deel en keerden nooit dan wel beschonken naar huis. Daartoe hoefden zij geen geld op zak te hebben : van dieven en smokkelaars mochten zij drinken zooveel zij wilden. Er wordt van een dezer verhaald dat hij op een enkelen kermis vijf honderd mark met de Duitschers verteerde.

    Bl. 46

    Hoofdstuk XIII

    De ontruiming.


      Op donderdag 7 november ontvingen wij het eerste bezoek van vijandelijke troepen op weg naar Duitschland. Aangaande dezen niets bijzonders op te merken.

      Vanaf dijnsdag 12 november tot maandag 18 november had de gemeente Tremeloo aanhoudend vijandelijke troepen te vernachten. De neerslachtigheid der officieren was merkbaar, en wat de soldaten betreft, het groot getal wapens door hen weggeworpen geeft genoeg hunne ware gevoelens te kennen.

      Er valt niets op te merken aangaande de houding der vijandelijke legers ten opzichte van de inwoners. Op de pastorij waren de officieren zoowel als de eenvoudige soldaten die hen dienden zeer inschikkelijk en voorkomend.

      Voor het overige heb ik veel klachten gehoord over schade die zij aan de inwoners veroorzaakt hebben door het gebruik van ongedorschen graan, van hooi en ander veevoeder dat de landbouwers zelf groot noodig hadden. In den nacht van donderdag tot vrijdag werden twee paarden opgeëischt. In de scholen werden verschillige banken aan stukken gekapt en opgestookt; de deuren der gemakken ondergingen hetzelfde lot.

      Niettegenstaande mijn verzet werd de Kerk in den nacht van donderdag tot vrijdag door de Duitsche soldaten ingenomen. Vier wassen kaarsen, drie handdoeken en een paar pantoffels werden gestolen. De troepen trokken verder rond drie uur ’s morgens en lieten veel wapens en schietvoorraad achter.

    Hoofdstuk XIV

    De bevrijding.


      Nauwelijks hadden de laatste vijanden het grondgebied van de gemeente verlaten, of de vaderlandsche werd op den kerktoren geheschen en met tallooze vreugdeschoten begroet.

    Bl. 47

    De inwoners maakten gebruik van de wapens door den vijand achtergelaten om de bevrijding te vieren. De vreugdeschoten hadden buitendien een heilzaam gevolg : zij ontnamen aan de dieven hunne stoutmoedigheid. Deze waren nu overtuigd dat er wapens in overvloed voorhanden waren, en zij twijfelden geenszins of die wapens zouden bij gelegenheid tegen hen gebruikt worden.

      De eerste belgische troepen deden hunne intrede te Tremeloo op donderdag 21 november. Zij werden verwelkomt door het gelui der groote klok die hare vreugdetonen uitgalmde en de inwoners noodigden onze helden te gemoet te snellen. Dit gebeurde dan ook en eene vroolijke Brabançonne werd door eenige inwoners aangeheven.

      Op dit ogenblik april 1919, zijn het meestendeel onzer uitwijkelingen uit hun ballingschap teruggekeerd. Degene die uit Engeland terugkeeren zijn ten uiterste tevreden over hun verblijf aldaar : zij hebben noch honger noch gebrek geleden. Zij hebben er gewerkt om hunnen kost te verdienen, doch geld verzameld hebben zij niet. Het eenige waar ze goed van voorzien zijn is kleergoed.

      Degene die uit Holland wederkeeren zijn min tevreden : zij beweren veel honger geleden te hebben. Een geruimen tijd kregen zij niet meer dan twee honderd grammen brood en vier of vijf aardappelen per dag. Daarbij soep die weinig of geene voedzame bestanddeelen bevatte.

      Eenen en anderen keerden blijgemoed naar het Vaderland weder, waar hen, helaas! eene droevige teleurstelling verwachtte. Geen woonst : enkel nog de puinen van hunne vroegere woningen; geen bed : sommige zijn genoodzaakt te slapen tegen den grond op wat strooi; geen land : het land dat zij vroeger bewerkten ging tijdens hunne afwezigheid over in de handen van andere huurders. Dus ook geen werk, geene kostwinning. Laat ons hopen dat het nationaal komiteit of het landbestuur dien toestand zal willen inzien en de noodige hulp verleenen.

      Ik eindig. Ik heb alle feiten onpartijdig medegedeeld, en desgevallend mijn gevoelen uitgedrukt volgens ik in geweten oordeelde. Moge mijn werk eenig nut voor de geschiedenis opleveren.

      Handtekeningen :
    K Van Winkel - pastoor Tremeloo
    Feyaerts - gemeentesecretaris Tremeloo
    F. Verhoeven - bakker Tremeloo

    wordt vervolgd



    02-01-2017, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    26-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-1
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo

    Bl. 1

    De Deutschers in de Gemeente Tremeloo

    19 augustus 1914.

      Den 19 augustus deden de Deutschers hunne intrede in Tremeloo. In den voormiddag verscheen er een Deutsche patrouille die binnendrong in het postkantoor en in het bureel der tramstatie waar zij alles doorzochten.

      Op de gehuchten Geetsvondel en Veldonck boden de Belgen (5e en 6e linieregiment) wederstand aan de overweldigers. Dit had voor gevolg dat op Veldonck en Geetsvondel dien dag 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Deutschers verrast geworden en gevlucht onder zijnen oven. Hij werd door de Deutschers niet opgemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel hebben de Belgen zes doden en een gekwetste achtergelaten. De gekwetste, zekere Verhooft, werd enkel gevonden den volgenden dag en door den eerw. Heer pastoor bediend van de H.H. Sacramenten.

    Aankomst der Deutschers in het dorp.

      Het was den 19 augustus 5 u. namiddag. Gansch de bevolking was gevlucht uitgenomen vier of vijf ouderlingen, twee zieken en den eerw. Heer pastoor. Toen de Deutschers het dorp naderden ging de eerw. Heer pastoor hen te gemoet en vroeg of zij van hem eenigen dienst verlangden? Zij vroegen brood. Daar de eerw. Heer pastoor geen brood meer had bood hij hen drank aan, namelijk bier of wijn; dovh zij weigerden en stelden zich tevreden met water dat zij op verzoek van den eerw. Heer pastoor haalden op de pastorij. Verder was hun werk de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, Kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan braken ze binnen in de verlaten huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de enkele woningen waar bewoners thuis gebleven waren werd niets weggenomen. Ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Deutschers zich heel fatsoenlijk.

      Een feit heeft plaats gehad waarvan ik mij de betekenis niet kan voorstellen. Toen de eerw. Heer pastoor juist voor den ingang der pastorij met den hoofdman der Deutschers in gesprek was, werd hem door een soldaat eene doos met kardoezen van 16 millim. aangeboden.

    Bl. 2a

    De hoofdman deed met de hand een afwijzende beweging en de soldaat met zijn kardoezen verdween.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Deutschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw met drie klein kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen open gevonden en kon niet verder. Nu kwam ze weenend terug te Tremeloo aan. De eerw. Heer pastoor deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Deutscher ontmoet die haar zegde dat zij mocht gerust zijn, dat haar geen kwaad zou geschieden. Zij vertelde ook dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk had zien liggen van een burger. Toen de eerw. Heer pastoor dit hoorde begaf hij zich naar de Deutschers en vroeg aan den hoofdman of het hem niet zou believen twee mannen mede te geven naar de plaats door de vrouw aangewezen. Die vraag werd aanstonds ingewilligd en de hoofdman zelf met twee zijner soldaten vergezelde den eerw. Heer pastoor tot bij het lijk.

      Het was het lijk van een jongeling van 22 jaren genaamd Aloysius Van Geel, zoon van den eersten schepen der gemeente. De hoofdman der Deutschers beweerde dat dit het lijk was van een belgische officier verkleed in burger, en hij voegde er bij papieren te bezitten van den overledenen die zulks bevestigden. Misschien had men op den gedooden een eenzelvigheidsbewijs gevonden met de melding “Korporaal der burgerwacht”. Dit is maar een veronderstelling, doch met zekerheid weet ik het niet. Twee dagen later werd omtrent dezelfde plaats in eene gracht met hout beplant het lijk gevonden van den genaamden Frans Schepers, vader van zes kinderen. Beiden werden met de bajonet doorboord. Ik stel mij voor dat zij gedood werden op de volgende wijze.

      Van Geel en Schepers alvorens te vluchten waren nog eens den steenweg naar Werchter opgereden (zij waren per velo). Halverwege werden zij verrast door de Deutschers die toen bevolen stil te houden. Van Geel werd eerst onderzocht en zijne papieren nagezien. Het noodlottig eenzelvigheidsbewijs met de melding “Korporaal der burgerwacht” werd gevonden. Hij werd voor officier aanzien en onmiddellijk met de bajonet doorbooord. Schepers dit ziende wilde vluchten, doch hij werd eenige stappen verder achterhaald en onderging hetzelfde lot. Al wat Van Geel en Schepers op zak hadden, ook hun geld, werd op hunne lijken teruggevonden.

    Bl. 2b

    Waarom gebrand.

      Toen de eerw. Heer pastoor met den hoofdman der Deutschers voorbij een huis ging dat brandde, verklaarde deze laatste dat men van uit dit huis op hen geschoten had, gelijk ook van uit de andere huizen. Dit is niet alleen onwaar, maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes, van wien ik hoger gewaagd heb, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Deutschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. Al de huizen werden in brand gestoken.

    Tweede bezoek der Deutschers.

      Omtrent een uur na de intrede der eerste Deutschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. Deze gedroegen zich weerom fatsoenlijk ten opzichte van den eerw. Heer pastoor en van de burgers die hunne woning niet verlaten hadden. Zij vroegen wijn; doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen.

      Toen deze soldaten zich in het dorp bevonden, juist nabij het gemeentehuis, bemerktten zij een persoon die, twee of drie honderd meters verder, over een veldweg ging. Onmiddellijk werd er op geschoten; doch gelukkiglijk werd de mensch, een ouderling van ruim 70 jaren, niet getroffen.

    Deutsche patrouilles.

      Van den 20 augustus tot den 23 kregen wij in Tremeloo regelmatig het bezoek van Deutsche patrouilles. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald; men gaf hun eten en drinken (vooral bier en melk); fruit en cigaren.

      Deze patrouilles waren in het algemeen ook beleefd en zelfs vriendelijk. Zij spraken met de burgers als oude kennissen en trachten de bevolking gerust te stellen. Zij gaven den raad niet weg te vluchten : als de burgers rustig blijven, zegden zij, zullen de Deutschers hen ook geen kwaad doen.

      Twee zonderlinge gezegden dezer patrouilles verdienen hier aangestipt te worden. Den 21 augustus vertelde een deutsche soldaat dat Leuven geheel vernietigd was, dat er van die schoon kerken niets meer overbleef dan puinhoopen, dat de burgers er op de Deutschers geschoten hadden. Later toen ik vernam dat Leuven den 25 augustus was verwoest geworden, was ik dan ook niet weinig verwonderd …

    Bl. 3a

      Tien Deutsche soldaten waren gedurende twee dagen in den kost geweest bij eenen landbouwer der parochie Grootloo. Toen zij vertrokken gaven zij aan den boer den raad weg te vluchten wanneer hij het kanon dichtbij zou hooren, want, zegden zij, dan branden wij alles af.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van een belgische patrouille en tegen den avond kwam een gepanstert automobiel der belgen om een deutsche patrouille aan te randen. Den 24 augustus tegen den avond werden de Deutschen door belgische troepen uit Werchter verjaagd en ’s anderendaags werd er tusschen Deutschers en Belgen een gevecht aangegaan met gevolg dat tegen den avond de Belgen de terugtocht namen naar de forten. Na het vertrek der Belgen kwam een afdeeling Deutsche cavalerie door het dorp zonder eenige schade aan te richten. Alles bleef rustig tot den 27 tegen den avond. Toen werden op een honderd meters afstand van de pastorij twee huizen in brand gestoken. Het is alsdan dat pastoor en onderpastoor de pastorij verlieten om den nacht door te brengen, de eerste op de pastorij te Bael, de tweede op het gehucht genaamd Bolloo. Den 28ste in den morgend meende de eerw. Heer pastoor naar Tremeloo terug te keeren; doch halverwege werd hij door de parochianen gewaarschuwd dat de Deutschers alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf de eerw. Heer pastoor zich door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar hij eenige ogenblikken later samen met den eerw. Heer Wouters pastoor van ’t Goor, aangehouden werd.

    Waarom het dorp afgebrand?

      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich ten opzichte van de Deutschen van ’t begin af zeer correct gedragen en zich aan geen geweldaden plichtig gemaakt. Den 18 augustus, wel is waar, werd een Deutscher door de burgerwacht gevangen genomen, doch deze werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Deutschen honger leden was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Personen die den 28ste augustus aan de Deutschers vroegen waarom zij Tremeloo afbranden, kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten! Die verklaring “men heeft te Leuven op ons geschoten” werd reeds gedaan den 21 augustus door Deutsche patrouilles.

    Bl. 3b

    Op aanraden van die patrouilles waren eenige menschen den 28ste t’huis gebleven. Zij werden door de Deutschers genoodzaakt hun huis te verlaten zonder nog iets mogen te redden en, in hunne tegenwoordigheid werd hunnen woning in brand gestoken. Onder de inwoners die aldus behandeld werden bevond zich een oude vrouw van ongeveer 80 jaren; deze werd met andere inwoners naar Werchter gebracht en in de Kerk opgesloten. ’s Anderendaags nochtans mocht zij naar de rookende puinen harer woning terugkeeren.

      Den 28ste augustus werden te Tremeloo 174 woningen en gebouwen afgebrand : dit maakt met de 40 woningen afgebrand den 19 een totaal van 214 woningen en gebouwen.

    Plundering.

      Wat door de vlammen niet verslonden was werd geplunderd, deels door de Deutschers, deels door de burgers. Deze laatste hebben zich vooral meester gemaakt van winkelwaren en kleederstoffen.

      In ’t begin van september werd Tremeloo terug bezet door de Belgen en vanaf den 13 september wederom door de Deutschers. Tusschen 13 en 28 september hebben deze laatste op de pastorij al het linnengoed, dekens en ook al den wijn weggenomen; twee brandkassen opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven 300 à 400 fr. in geld.

      In de kerk hebben zij het tabernakel-brandkast, de brandkast der sacristij en eene anderen ijzeren kast opengebroken en het grootste deel der gewijde vaten geroofd. Het H. Sacrament was gelukkig weggehaald door den eerw. Heer pastoor van Bael den 10e september.

      Het geroofd zilverwerk hebben twee Deutschen beproefd te smelten. Toen zij met dit werk bezig waren kwam er bevel onmiddellijk te vertrekken en daardoor werden zij genoodzaakt hunnen buit achter te laten. Zij wierpen het zilverwerk half gesmolten en verbrijzeld in eenen waterput waar het later teruggevonden werd.

      Het priestergewaad werd in de kerk opengeworpen te midden van stof en vuiligheid. Terwijl Deutsche soldaten de brandkasten openbraken zijn Deutsche officieren in de kerk geweest en hebben maar laten begaan.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Deutsche officier die twee zusters in ’t klooster heeft en goed katholiek is. Deze was verontwaardigd over hetgeen in de kerk gebeurd was en trachtte nog te redden wat kon gered worden. Hij liet het priestergewaad alsook de stukken van de zilver eremonstrans, een kelk en een ciborie overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben.

    Bl. 4a

    Deze officier heeft bij de eerw. Zusters van Schrieck een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijn bloedverwanten te doen geworden.

      In de kerk werden ook al de offerblokken opengebroken; een beeld van den H. Dionysius werd de handen afgeslagen; eene statie van den kruisweg werd beschadigd waarschijnlijk door een schrapnel; drie geschilderde ramen nog onlangs geplaatst werden beschadigd door schrapnels; de vunt werd door de soldaten gebezigd om zich te wasschen en was gansch bevuild; het dak van kerk en toren werden erg beschadigd.

    Verdwenen of beschadigde voorwerpen
    Gewijde vaten en zilverwerk

    2 zilvere kelken waarvan een in geslagen zilver van 1772
    1 ciborie;
    1 zilvere remonstrans;
    1 kopere remonstrans verguld;
    2 zilvere kronen van O.L.Vr. en van het kind Jezus;
    1 zilvere kroon van de H. Barbara
    1 zilvere toren van de H. Barbara
    1 zilvere scepter van O.L.Vr.
      -half gesmolten of verbrijzeld

    2 gouden ketingen geofferd aan O.L.Vr.
    Een kruis en een hart in zilver bezet met 73 diamanten gebruikt tot versiering der remonstrans
    2 zilvere potjes der H. Olie en Chrisma;
    Eene zilvere schotel met twee zilvere ampullen hebbende oudheidkundige weerde
      -verdwenen

    Andere metalen voorwerpen.
    Vier koperen kandelabers van 3 bougies;
    Eene kopere bel;
    2 tinnen schotels;
      -verdwenen
    Het tabernakel-brandkast opengebroken en erg beschadigd; de brandkast der sacristij uit den muur gehaald en verbrijzeld; eene oude ijzeren kast verbrijzeld.

    Linnen
    7 alben verdwenen en eene albe den kant afgescheurd;
    13 altaardweilen verdwenen;
    8 biechtroketten verdwenen;
    Zijn ook verdwenen een aantal corporalen en punsicatorium.

    Priestergewaad
    Eene … zwarte koorkap verdwenen;
    Vele kazuivels min of meer beschadigd.

    Bl. 4b

    Processiegewaden.

    Eene mantel van O.L.Vr. gansch verscheurd;
    Eene groote hoeveelheid kleederen om in deprocessie door kinderen en jonge dochters gedragen te worden, verdwenen of geheel en al onbruikbaar teruggevonden.
    Symbolen en andere processieversiersels verdwenen of onbruikbaar teruggevonden.

    Andere voorwerpen
    2 klokzeelen door de Belgen medegenomen;
    85 pond was verdwenen;
    40 pakken bougies
    Een lange bamboustok.
    Bij dit alles te voegen de schade veroorzaakt aan deuren, vurst, vensterramen, stoelen, offerblokken, bedden, enz.

    Gevangen genomen Burgers.

      18 burgers van Tremeloo werden door de Deutschers gevangen genomen en naar Deutschland overgebracht, namelijk :
    De eerw. H.H. Pastoor en onderpastoor, gevangen den 28ste augustus en weergekeerd den 20ste December;
    Alfons Michiels, Lod. Van Vlasselaer, J.B. Goeron, Lod. Haegemans, Pepinus Torfs en Frans De Preter, gevangen genomen den 28ste augustus en weergekeerd op het einde van Februari;
    Lod. Van Vlasselaer en zijn zonen Frans en Jan Baptist, Frans Corebunders, Frans Van Eyken, Livinus Schoovaerts en Victor Ruttens gevangen genomen rond half september en weergekeerd in ’t begin van Februari;
    Eduard Van Leemputten, Martinus Goeron en Jan Van Goolen, gevangen genomen rond half september en weergekeerd 6 weken naderhand.

      Buiten deze werden nog ander personen gevangen genomen en een of meer dagen opgesloten hetzij in de Kerk te Aerschot, hetzij in de Kerk te Werchter. Onder de personen een of meer dagen gevangen gehouden in de Kerk te Werchter bevonden zich ook vrouwen en oude menschen.

    Bl. 5a

    TREMELOO

    Gedurende den grooten oorlog

    I.

    Bestuurlijke ligging.


      De gemeente Tremeloo gelegen in het noorden van de Provincie Brabant, maakt deel van het arrondissement Leuven en het kanton Haecht. De parochie behoort tot de dekenij Haecht.

      De gemeente Tremeloo bevindt zich op den steenweg van Werchter naar Lier. Het is langs dien steenweg dat de belgische troepen der bezetting van Antwerpen eenen uitval deden den 25 augustus 1914, en daarna wederom in het begin van september. Bij den eersten uitval werd de Deutsche bezetting van Werchter gebombardeerd van uit Tremeloo. Daaraan is het waarschijnlijk toe te schrijven dat Tremeloo door de Duitschers afgebrand werd den 28 augustus 1914. Zoo was het ook gebeurd den 19 augustus bij de eerste intrede der Duitschers. Belgische troepen van het 5e en 6e linieregiment hadden loopgrachten gegraven op het gehucht Veldonck. Van uit die loopgrachten en ook van achter andere verdedigingswerken in der haast door de belgische soldaten opgeworpen, werd tegenstand geboden aan de eerste Duitsche troepen. Deze tegenstand had voor gevolg dat bijna geheel het gehucht Veldonck door de Duitschers moedwillig afgebrand werd onder voorwendsel dat men vanuit de huizen op hen geschoten had.

      Het gehucht Veldonck is gelegen op den steenweg van Tremeloo naar Aerschot, die te Geetsvondel, op ongeveer drie kilometer van Tremeloo-dorp, samenkomt met den steenweg van Aerschot-Werchter-Brussel. Deze laatste steenweg werd gevolgd door eene groote menigte Duitsche troepen.

    II.

    Maatregelen bij den inval getroffen door burgerlijke en geestelijke overheid.


      Bij het naderen van den vijand had de burgerlijke overheid de burgerwacht ontbonden en alle vuurwapens doen binnenbrengen in het gemeentehuis. Het is aldaar dat die wapens door de eerste Duitsche troepen verbrijzeld werden.

      Elken zondag van op den predikstoel trachtte de eerw. Heer pastoor de parochianen tot kalmte op te wekken. Den zondag 9 augustus werden van op den predikstoel aan het volk de volgende woorden voorgelezen :

    Bl. 6a

    “indien de Duitschers in de parochie komen dan moet iedereen zich wel wachten van iets te miszeggen of te misdoen, wel integendeel aan de duitsche soldaten eten en drinken geven dit is het gekenste middel om moord en plundering te vermijden.”

      Daar ik niet voornemens was de parochie te verlaten, achtte ik de gewijde vaten voldoende in veiligheid in de brandkasten der Kerk. Ik kon niet gelooven dat de legervoerenden er zouden toe overgaan deze te verbrijzelen ingezien de particuliere eigendom en vooral de eigendom der Kerk door de Conventie van den Haag onschendbaar was verklaard.

      Bij het naderen van den vijand had gansch de bevolking, op eenige uitzonderingen na, de gemeente verlaten. Waren in de gemeente gebleven : Eerw. Heer pastoor Van Winkel en zijne meid; Evrard Godier en zijne zieke huisvrouw Julia Wouters; Joanna Maria Van Camp, zieke ouderlinge van 86 jaren en Maria Bosmans; Norbert Heylichen; Eduard Van Leemputten en zijne huisvrouw Angelina Wenderickx; Maria Teresia Vereecken. Al dezen waren ouderlingen uitgenomen de Eerw. Heer pastoor en zijne meid. Enkel twee van die ouderlingen zijn thans (1919) nog in leven Evr. Godier en Ed. Van Leemputten. Drie personen die meenden te vluchten werden door de aankomst der Duitschers verrast en verloren het leven zoals wij verder zullen zien.

    III

    A. Houding der krijgsoverheid.


      Tremeloo is driemaal bezocht geweest door afdeelingen van het belgisch leger, namelijk den 19 augustus, den 25 augustus en in ’t begin van september.

      Den 19 augustus hebben de belgische troepen hier niet vernacht; zij zijn aangekomen in den voormiddag en tegen den middag reeds vertrokken. Ik heb de generaal en twee zijner officieren bij mij op de pastorij ontvangen; hunne namen ben ik vergeten. Van den generaal heb ik alsdan vernomen dat er spraak was den kerktoren te doen springen, doch op het ogenblik dat daarover gehandeld werd, hoorde men op geringen afstand een kanonschot en orde werd gegeven om te vertrekken.

      Ik vroeg nog aan den heer generaal of er voor mij en andere burgers gevaar bestond ter plaatse te blijven en de komst van den vijand af te wachten? Zijn antwoord was wijfelend. ’t Is, ging ik verder, dat ik meen dat het mijn plicht is hier te blijven. Dit meen ik ook, gaf hij voor antwoord.

    Bl. 6b

      De belgische troepen die hier den 25 augustus aankwamen hadden aan hun hoofd generaal De Witte. Generaal De Witte met zijnen staf heeft vernacht op de pastorij. Moed en kalmte kenschetsten den generaal en zijne officieren.

      Een mijnen opzichte waren al de belgische officieren, met dewelke ik alsdan in aanraking geweest ben, in de hoogste mate voorkomend en beleefd.

    B. Gesteltenis der soldaten.

      De opgeroepenen van Tremeloo ontvingen veelal de tijding hunner oproeping onder de wapens met neerslachtigheid en tegenzin. Aan dezen regel waren er nochtans loffelijke uitzonderingen. Later, wanneer de wreedheden van den vijand bekend wierden, is de vaderlandsliefde bij allen levendiger geworden en verscheidene soldaten van Tremeloo hebben zich onder den oorlog eerlijk onderscheiden.

      In den nacht van 24 tot 25 augustus 1914 werd Tremeloo bezet door eene afdeeling Belgische troepen onder leiding van generaal De Witte. De burgerlijke bevolking was gevlucht omdat men een gevecht op het grondgebied der gemeente vreesde, zoodat de verlatene huizen geheel en al ter beschikking waren van de belgische soldaten. ’s Anderendaags was in de huizen alles letterlijk vernield of geschonden. Ik heb een winkel gezien waar al wat er in den winkel was, dooreengeworpen lag op den vloer. De verbittering der bevolking om die handelwijze der belgische troepen was alsdan uitnemend groot, en die verbittering zou lang voortgeduurd hebben hadden de Duitschers zich niet gelast de sporen van die verwoesting te doen verdwijnen met de huizen af te branden.

      Den 24 augustus kwam een belgische soldaat die den volgenden dag aan den aanval zou deel nemen, zich bij mij aanbieden om zijne biecht te spreken.

      Den 25 augustus, terwijl het gevecht te Haecht en te Wackerzeel woede, had ik mij tijdelijk van huis begeven. Toen ik een weinig na den middag op mijne pastorij terugkeerde, vond ik deze bezet door een aantal belgische gendarmen die een welgemeend bezoek brachten aan mijnen kelder en den vloer overstroomd hadden met wijn. Naderhand kon ik bestatigen dat zij ook huiszoeking gedaan hadden. Ik had eenige gedenkenissen van gesneuvelde soldaten verzameld met het gedacht deze later aan hunne familie te bezorgen, onder deze was er een geldbeugel die 5 fr. inhield : dit geld werd weggenomen door hoogervermelde belgische gendarmen.

    Bl. 7a

      Deze feiten heb ik alhier willen aanstippen uit onpartijdigheid, en ook om aan te toonen dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tusschen de misdrijven begaan door eenvoudige soldaten op eigen krachten, en tusschen de misdrijven bevolen door de krijgsoverheid.

    C. vrijwillige dienstneming.

      In het begin van den oorlog waren er geene vrijwilligers van Tremeloo. Later hebben eenige die gevlucht waren of van de Duitschers geleden hadden, als vrijwilligers het leger vervoegd.

    IV

    Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste weken van den oorlog.


      De eerste weken van den oorlog was de burgerlijke bevolking zeer ter neer geslagen. Er werd weinig gewerkt. Sommige zelfs hadden den moed niet hunnen oogst in de schuren te halen en verschoven zulks van dag tot dag, tot dat de tijding kwam dat de belgische krijgsoverheid de paarden opeischte. Dit was voor de moedeloozen een spoorslag : om zich niet aan zwaarderen arbeid bloot te stellen, maakten zij spoedig van hun paard gebruik om den oogst binnen te halen.

      Hier en daar ontmoette men hoopjes volk waaronder maar over een ding gesproken werd : de oorlog. Gansch in het begin, wanneer de dagbladen spraken van belgische overwinningen te Luik, werd de houding van Koning en ministerie door het volk algemeen goedgekeurd; doch, toen de eerste gekwetsten te Leuven aankwamen werd al eens gezegd : men had hem maar moeten laten doortrekken. Dit kenschetst het gewoon volk dat doorgaans eene daad oordeelt volgens den uitslag.

      In het algemeen werden gedurende die eerste weken de kerkelijke diensten beter bijgewoond dan vroeger, bijzonder de mis in de week en het lof; nochtans moet ik in alle rechtzinnigheid bekennen dat die geestelijke verbetering op verre na niet aan mijn verwachting beantwoordde. Honderden menschen die den ganschen dag niets verrichtten, gaven zich evenwel de moeite niet om naar de kerk te komen : van dan af waren er velen die morden tegen de goddelijke voorzienigheid.

      Ik had op den predikstoel gezegd dat God de oorlog en dergelijke plagen toelaat om de menschen tot inkeer te brengen; dat de zonden der menschen zoowel in het nieuw als in het oud testament de oorzaken waren van openbare straffen.

    Bl. 7b 

    Ik had het voorbeeld aangehaald der Ninivieten en het volk eveneens tot boetveerdigheid en godsvrucht opgewekt :sommige vreesden niet met mijne woorden den spot te drijven en wanneer den 19 augustus een veertigtal huizen der parochie in asch gelegd werden, dan waren er die uitriepen : God straft de menschen, nu ziet men wel welke straf verdiend hebben! Negen dagen later werden de huizen van wie zoo spraken insgelijks de prooi der vlammen.

      Tremeloo stond vroeger bekend voor zijne baldadige en buitensporige kermissen. De kermis van Tremeloo werd jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus. Eigenaardig toeval of zonderlinge schikking der voorzienigheid, Tremeloo werd door de Duitschers in asch gelegd den 28 augustus, juist twee dagen voor den laatsten zondag van die maand.

      De eerste weken van den oorlog waren er ook meer communiën, doch wederom niet zooveel als men zou hebben mogen verwachten. Ziehier een vergelijkende tafel der communiën uitgedeeld sedert 1913 :
    In 1913 werden uitgedeeld 15600 communiën
    1914   15600
    1915   20100
    1916   24300
    1917   18600
    1918   17900
    In 1913 en 1914 werd nagenoeg hetzelfde getal communiën uitgedeeld; doch in 1914 bleef de parochie twee maanden lang zonder priester zodat men moet besluiten dat het getal communiën voor 1914 gestegen was.

    V

    Inval van den vijand – Gevechten op het grondgebied der parochie.


      Den 19 augustus 1914 deden de Duitschers hunne intrede in Tremeloo. Op de gehuchten Veldonck en Geetsvondel boden belgische troepen behoorende tot de 5e en 6e linieregimenten wederstand aan de overweldigers. Zes belgische soldaten zijn op dien dag op het gehucht Veldonck gesneuveld voor het vaderland; een zekere Verooft, werd erg gekwetst aan de rechterwang. Den 20ste augustus gevonden door de bevolking, heb ik hem het H. Oliesel toegediend en doen overbrengen naar het klooster van Betecom. De zes gesneuvelden werden begraven op het kerkhof alhier op vrijdag 21 ste augustus.

      Ik had zorgvuldig verzameld al wat de gesneuvelden op zich hadden ten einde dit later aan de familie te bestellen.

    Bl. 8a

    Doch al deze voorwerpen zijn tijdens mijn ballingschap in Duitschland verloren geraakt. Een naam herinner ik mij nog, het is een zekere Breyne van Gheluwvelt. De familie van een tweede woont in de paleizenstraat te Schaerbeek; een derde was geboortig van O.L.Vr. Thielt. De drie andere waren geboortig uit het Walenland. Hunne medaliën met hun stamnummer heb ik overhandigd aan generaal De Witte den 25 augustus.

      De wederstand der Belgen op het gehucht Veldonck den 19 augustus had voor gevolg dat dien dag op Veldonck en Geetsvondel 40 huizen afgebrand werden. Op Veldonck was de genaamde Karel Claes, landbouwer en vader van zeven kinderen, door de Duitschers verrast geworden. Uit schrik vluchtte hij onder zijnen oven. Hij werd door de Duitschers niet bemerkt, doch zijn huis werd in brand gestoken en de ongelukkige werd verstikt.

      Den 12 of 13 september, na den uitval uit Antwerpen, had een tweede gevecht plaats op het grondgebied der parochie. Na dit gevecht werden de lijken van vijf belgische soldaten voorlopig ter aarde besteld door de genaamde Joseph Wouters. Het waren die van twee carabiniers voor zooveel Wouters zich herinnert geboortig van Deerlijk en Schellebelle; van een grenadier; van een lancier en van een piot. Deze lijken werden later overgebracht naar het kerkhof.

      Tijdens dit gevecht werd het dak van toren en kerk erg beschadigd door de mitraljeuzen. De kerk werd getroffen door drie bommen (schrapnels). Eene verbrijzelde geheel en al de venster der vunt. Eene tweede kwam te recht boven een der kerkramen. Zij maakte een groot gat in de metserij ( voor de herstelling werden 1100 steenen gebezigd) en verbrijzelde gedeeltelijk de geschilderde raam waarboven zij te recht kwam. Twee steenen werden door de kerk geslingerd en kwamen te recht in eene geschilderde raam aan den tegenovergestelden kant der kerk. De derde bom ontplofte boven de sacristij en bracht schade toe aan eene geschilderde raam der koor.

      Andere schade werd door de gevechten op het grondgebied der parochie niet aangericht; doch, den 28 augustus, na den eersten uitval der Belgen, werden alhier moedwillig in brand gestoken 175 woningen, waaronder het huis bewoond door de zusters, gemeenteonderwijzeressen. Daarenboven werden nog afgebrand : de bijgebouwen der pastorij, dat is waschhuis en stalling; vier schoollokalen toehoorende aan de gemeente, en een lokaal dat tevens diende als bewaarschool en kapel der congregatie.

    Bl. 8b

    VI

    Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting.

    Aankomst der Duitschers in het dorp.


      Het was den 19 augustus rond 5 ure namiddag. Gansch de bevolking, uitgenomen de personen in hoofdstuk II genoemd, had het dorp verlaten. Veldonck en Geetsvondel stonden in laaie vlam. Om, zoo mogelijk, verdere brandstichtingen te voorkomen, waagde ik het de Duitschers te gemoet te gaan wanneer zij nog een vijftigtal meters van de pastorij verwijderd waren. De Duitschers gingen op twee rijen langs de zijkanten van den steenweg. De kapitein ging vooraan in ’t midden van den steenweg met blooten sabel op den schouder. Ik wendde mij tot hem en vroeg of hij iets verlangde? Hij vroeg brood. Daar ik geen brood meer had, bood ik hem drank aan, namelijk bier of wijn. Dit verlangde hij niet, doch hij vroeg verder of ik goed water had? Op mijn bevestigend antwoord en mijn verzoek tevens, gelastte hij zijne mannen water te halen op de pastorij.

      Terwijl ik met den kapitein nog sprak naderde een soldaat die hem een kas aanbood ter groote van een cigarenkas en gevuld met kardoezen ter groote van jachtkardoezen van 16 millimeters. Die kardoezen schenen geladen met een kogel. De kapitein deed met den arm eene afwijzende beweging. Later heb ik gedacht dat het misschien kardoezen waren die dienden voor brandstichtingen.

      De Duitsche soldaten verspreidden zich in het dorp. Hun eerste werk was de belgische vlaggen die wapperden aan gemeentehuis, kerk, school en gendarmerie, neer te halen. Dan broken zij binnen in de verlatene huizen en legden de hand op eetwaren, wijn en cigaren. Het overige bleef onaangeroerd. Op de pastorij en in de andere huizen waar iemand t’huis gebleven was, werd niets weggenomen. Een ruimen opzichte en ten opzichte van de personen die t’huis gebleven waren gedroegen de Duitschers zich heel fatsoenlijk.

    Twee burgers gedood.

      Terwijl de Duitschers de eetwaren in de huizen wegnamen kwam eene arme vrouw, de genaamde Florentina Verhoeven, evhtgenoote van Petrus Antoon Calluwaerts wonende te Baal, met drie kleine kinderen van Werchter naar Tremeloo. Zij had langs Werchter willen vluchten, doch had de bruggen opengevonden.

    Bl. 9a

    Nu kwam ze weenende terug te Tremeloo aan. Ik deed haar op de pastorij binnenkomen en verzocht haar aldaar den nacht door te brengen. Op den steenweg had zij een Duitscher ontmoet die haar zegde dat zij maar moest gerust zijn, dat haar geen leed zou geschieden. Die vrouw vertelde mij verder dat zij tusschen Werchter en Tremeloo het lijk van een burger had zien liggen.

      Toen ik zulks vernam begaf ik mij naar de Duitschers en verhaalde aan den kapitein hoe eene vrouw mij was komen aankondigen dat op den steenweg naar Werchter een man gedood was. Bij die woorden schoten de oogen der soldaten vlammen en zij kwamen een stap vooruit. Ik bemerkte dien indruk door mijne woorden gemaakt en hernam dat een civilist gedood was. Dit bedaarde de soldaten. Toen vroeg ik aan den kapitein of hij de goedheid wilde hebben mij twee mannen mede te geven om naar de aangeduide plaats te gaan. Hij zelf vergezelde mij met twee zijner mannen.

      Op de aangeduide plaats gekomen, vond ik het lijk eenen mijner parochianen, de genaamde Aloysius Van Geel, zoon van den eerste schepen der Gemeente en geboren te Tremeloo den 5 april 1891. Hij had de borst doorboord met eene bajonet. Bij het lijk verklaarde de hoofdman : dit is het lijk van een belgisch officier in burgerkleederen, ik heb papieren die dit bewijzen. Ik waagde het niet naar die papieren te vragen : dit kon den jongeling het leven toch niet weergeven en geen ander gevolg hebben dan de Duitschers te verbitteren.

      Welke papieren zouden de Duitschers op dien jongeling gevonden hebben? Ik veronderstel dat dit niet anders geweest is dan het pasport of eenzelvigheidsbewijs van Aloysius Van Geel. Daar in ’t begin van den oorlog de burgerwachten overal ingericht werden, zal dit stuk ongetwijfeld vermeld hebben de hoedanigheid van “korporaal der burgerwacht”, en daaruit zullen de Duitschers dan ook besloten hebben dat Van Geel een officier was van het belgisch leger. Dit is maar eene veronderstelling van mijnent wege : met zekerheid nochtans kan ik dit niet bevestigen.

      Dicht bij de plaats waar het lijk gevonden werd van Aloysius Van Geel, werd twee dagen nadien, tusschen struikgewas, het lijk gevonden van Franciscus Schepers, vader van zes kinderen waarvan vijf beneden de 16 jaar. Schepers was vroeger soldaat geweest en had zijn soldatenboekje op zak : dit schijnt te bewijzen dat Schepers door de Duitschers niet afgetast werd. Schepers was op dezelfde manier gedood als Van Geel, namelijk doorboord met de bajonet. Ik stel mij voor dat Van Geel en Schepers vermoord werden als volgt :

    Bl. 9b

      Van Geel en Schepers, beiden per velo, waren rond drie ure namiddag den weg naar Werchter opgereden (ik had rond dien tijd nog met hen gesproken). Halverwege Werchter werden zij verrast door de Duitschers die hen bevolen stil te houden. De Duitschers zullen Van Geel die het best gekleed was, eerst afgetast hebben en op hem het noodlottig eenzelvigheidsbewijs gevonden. Daarop onmiddellijk het bevel Van Geel dood te steken. Schepers dit ziende zal de vlucht genomen en een schuilplaats gezocht hebben tusschen de struiken waar hij door de Duitschers werd achterhaald en doorboord.

    vervolgd



    26-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    25-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-2
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 2

    Waarom gebrand.

      Terwijl ik met den hoofdman der Duitschers voorbij een brandend huis ging, namelijk dit van juffrouw Maria Goossens op den steenweg naar Werchter, zegde deze laatste mij dat men van daar op hen geschoten had gelijk ook van uit de andere huizen die in brand stonden. Dit zegde hij als antwoord op mijn verzoek van niet meer te branden.

      Die beschuldiging van den Duitschen hoofdman is niet alleen onwaar maar zelfs onmogelijk, daar, buiten Karel Claes waarvan ik gesproken heb in hoofdstuk V, al de inwoners der afgebrande huizen gevlucht waren eer de Duitschers zich vertoonden. Dit alleen is mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat belgische soldaten in hunnen terugtocht van die huizen zouden gebruik gemaakt hebben om zich te beschutten tegen de kogels van den vijand. De huizen werden niet in brand geschoten maar moedwillig in brand gestoken.

      In het meestendeel der woningen die den 19 augustus de prooi werden der vlammen, werden de dieren mede levend verbrand. Alvorens sommige huizen in brand te steken had men de dieren losgemaakt en in het veld gejaagd.

    Tweede bezoek der Duitschers.

      Omtrent eene uur na de intrede der eerste Duitschers in Tremeloo, kwam een tweede groep met twee automobielen om de eetwaren op te laden. De huizen werden nog eens afgezocht en al wat mondbehoeften was werd medegenomen. Op de pastorij vroegen zij wijn, doch vergenoegden zich met zes of zeven flesschen die ik hen overhandigde. Voor het overige had ik over hun gedrag ten mijnen opzichte niet te klagen.

    Bl. 10a

      Terwijl deze duitsche soldaten zich op straat bevonden, bemerkten zij op een honderd meters afstand een burger die over een veldweg ging : onmiddelijk werd er op geschoten, doch gelukkiglijk werd de mens niet getroffen.

    Deutsche patrouillen.

      Van 20 tot 23 augustus kregen we in Tremeloo regelmatig bezoek van Duitsche patrouillen. Deze werden door de bevolking steeds vriendelijk onthaald : men gaf hun eten en drinken, vooral bier en melk, fruit en cigaren. Dit vriendelijk onthaal had natuurlijk zijnen oorsprong niet in eene wezenlijke genegenheid ; het was eerder het gevolg van eene algemeene vrees en had voor doel gevreesde onheilen te voorkomen.

      De duitsche soldaten die in Tremeloo patrouilleerden waren ten opzichte van de bevolking gespraakzaam en beleefd. De brandstichtingen en andere strenge maatregelen elders genomen door de krijgsoverheid waren toe te schrijven aan het wangedrag der burgers zelf. De burgers, zegden zij, mochten gerust t’huis blijven, zij hoefden voor de Duitschers niet te vluchten; indien de burgers rustig waren zouden de Duitschers hen ook geen kwaad doen.

      Ik ben overtuigd dat vele duitsche soldaten te goeder trouw geloofden dat op zekere plaatsen de burgers op de troepen zouden geschoten hebben, alhoewel de bijzonderste verwoestingen door de krijgsoverheden op voorhand bepaald waren. Den 21 augustus rond 11 ure ’s morgens sprak ik met een duitscher die patroeljeerde en zich bevond voor de herberg van Constant Godier. Die man vertelde aan mij en aan mijnen onderpastoor dat gans Leuven afgebrand was, dat al die schoone kerken gansch kapot waren omdat de burgers aldaar op hen geschoten hadden. Ik was niet weinig verwonderd toen ik later vernam dat de verwoesting van Leuven enkel gebeurd was den 25 augustus.

    Uitval der Belgen.

      Den 23 augustus tegen den middag kreeg Tremeloo het bezoek van eene belgische patroelje en tegen den avond kwam een gepantserde automobiel der Belgen eene Duitsche patroelje aanranden op den steenweg van Werchter. Tegen den avond waagde eene duitsche patroelje zich tot in het dorp van Tremeloo om na te gaan waar de gepantserde automobiel gebleven was. Deze patroelje heb ik hooren verklaren dat de burgers niet hoefden ongerust te zijn, dat hen geen kwaad zou geschieden. Niettemin waren er zeer velen die het niet waagden den nacht in het dorp door te brengen uit vrees voor weerwraak der Duitschers.

    Bl. 10b

      Den 24 augustus rond den middag nieuw bezoek van eene belgische patroelje. Door deze werd geschoten op eenen duitscher die in de verte bespeurd werd. Tegen den avond rukte eene afdeeling Belgische troepen op langs den steenweg van Schrieck. Kanonnen werden opgesteld in de nabijheid van de tramstatie en Werchter werd beschoten met gevolg dat de Duitsche bezetting het dorp verliet.

      De Belgen bleven vernachten in Tremeloo. Den 25 augustus had een gevecht plaats op het grondgebied Werchter-Wackerzeel en Haecht. De bevoorradingswagens bleven in Tremeloo en namen in ’t begin van den namiddag den weg naar de forten alsook een gedeelte van de belgische troepen. Het grootste deel dezer troepen was na het gevecht eenen anderen weg ingeslagen. Zie hooger hoofdstuk III-B.

      Na het vertrek der Belgen kwam eene afdeeling duitsche cavalerie door het dorp, doch zonder eenige schade aan te richten.

    Een burger doodgeschoten.

      Den 25 augustus waren vijf vluchtelingen aangekomen bij Lodewijk Morris, parochiaan van Grootloo, wonende op de grens dezer parochie op het gehucht Bolloo. Een dezer vluchtelingen, Hendrik Collart van Kessel-loo wilde den 26 naar Kessel-loo terug keeren, doch gelukte er niet in en keerde rond 3 ure in de namiddag terug bij Lod. Morris. Collart en Karel Morris, zoon van Lodewijk, vluchtten het veld in bij het zien van een dertigtal duitsche ruiters die zich vertoonden in de richting van Tremeloo. Collart en Morris werden bemerkt, aangehouden, afgetast en medegenomen tot aan de Raam, eene kleine beek. Daar werden zij op den akker geplaatst met de handen omhoog en zonder meer werd er op hen geschoten. Morris alhoewel niet getroffen liet zich insgelijks vallen, doch ziende dat een Duitscher op hun afkwam met de lans, nam hij ijlings de vlucht en had geluk, tusschen het kreupelhout, te ontsnappen aan de kogels die hem achterna gezonden werden.

      Wanneer men naderhand het lijk van Collart ter begrafenis weghaalde, heeft men bestatigd dat zijne borst doorboord was met eene lans. De vermoorde werd begraven te Grootloo.

    Bl. 11a

    27 augustus.


      Den 27 augustus in den voormiddag kwamen verscheidenen burgers van Werchter naar Tremeloo gevlucht omdat de Duitschers aldaar de menschen aanhielden en de huizen in brand staken. Ik ontving op de pastorij twee ouderlingen Guilielmus Van de Velde en zijne huisvrouw. Rond 4 ure waagden zij het naar Werchter terug te keeren, doch zij werden aangehouden, met ander volk in de kerk opgesloten en den volgenden dag overgebracht naar Leuven. Van uit mijn pastorij kon ik bemerken dat te Werchter en ook buiten het dorp in de richting van Tremeloo, het een huis na het andere in brand gestoken werd.

      De brandstichters naderden Tremeloo hoe langer hoe meer en rond half zeven ’s avonds, werden op een boogscheut afstand van mijn pastorij twee huizen, dat van Lucas Goris en dat van August Michiels, in brand gestoken. Het is alsdan dat ik besloot samen met mijn huisgenooten de pastorij te verlaten om elders de nacht te gaan doorbrengen. Ik begaf mij samen met mijne meid naar de pastorij van Bael, mijn onderpastoor zocht een nachtverblijf op het gehucht genaamd Bolloo.

    28 augustus – Brandstichtingen.

      Den 28 augustus in den morgend meende ik naar Tremeloo terug te keeren. Op het gehucht Langerechte gekomen werd ik door de parochianen gewaarschuwd dat de Duitschers in het dorp waren, alles in brand staken en als bezetenen te werk gingen. Daarop begaf ik mij door de bosschen naar Heyst-Goor alwaar ik eenige oogenblikken later samen met den pastoor van ’t Goor door de Duitschers aangehouden werd en overgebracht eerst naar Aerschot en later naar Duitschland.

    Wat gebeurde er in mijne parochie den 28 augustus?

      De Duitschers die den 27 rond half zeven ’s avonds hun vernielings werk gestaakt hadden, kwamen den volgenden dag in den vroegen morgen terug om hun werk voort te zetten. Het eerste huis dat dien dag in brand gestoken werd, was dit van Arthur De Loge; daarna kwamen zij aan het huis van Victor Goossens die zijne woning nog niet verlaten had.

      Victor Goossens, schatbewaarder der kerk, was een ouderling van 70 jaren. Hij werd door de Duitschers aangegrepen en afgetast; men vroeg hem of er nogt iemand binnen was? Of er nog geld in huis was? Nadat Goossens op beiden vragen had neen geantwoord, werd het huis in zijne tegenwoordigheid in brand gestoken.

    Bl. 11b

    Dan werd Goossens verplicht de Duitschers van huis tot huis te vergezellen en gedwongen getuige te zijn van al hunne brandstichtingen.

      Vele menschen werden weer als Victor Goossens in hun huis verrast door de Duitschers. Zij werden aangehouden en onder hunne oogen werd hun huis in brand gestoken zonder dat het hun gegund werd een en ander uit de vlammen te redden. De Duitschers schenen er een heimelijk plezier in te hebben zulks te weigeren. Vrouw Karel De Ryck bidde en smeekte om toch haar dieren te mogen loslaten : het werd geweigerd en de dieren moesten levend verbranden; bij haren gebuur nochtans gingen Duitschers zelf de dieren losmaken. Guilielmus Castermans vroeg insgelijks zijn varkens te mogen loslaten : zwijnenvleesch is goed als het gebraden is, gaf men hem voor antwoord.

      Onder de personen die uit hun huis gehaald werden en het in hunne tegenwoordigheid moesten zien in brand steken, bevond zich eene vrouw van 85 jaar de genaamde Maria Theresia Vereecken, weduwe Balthasar Uytterhoeven. Hare smeekingen vermochten niet de Duitsche harten te vermurwen. Samen met andere parochianen werd zij als vee vooruit gedreven naar Werchter en in de kerk opgesloten. ’s Anderendaags mocht zij terugkeren naar de rookende puinen harer woning.

      Terwijl een groep Duitschers de huizen in het dorp en langs den steenweg op Schrieck afbrandden, waren er anderen bezig de overgebleven huizen van Veldonck door het vuur te vernietigen; anderen nog meenden de overwinning van het Duitsche vaderland te bewerken met de woningen der boterstraat in asch te leggen. Onder de huizen den 19 augustus op Veldonck afgebrand bevond zich dit van den genaamden Joseph Buedts. De arme man had met vrouw en kinderen zijnen intrek genomen in een bakhuis dat in de nabijheid zijner woning den 19 augustus was gespaard gebleven. Dit bakhuis werd den 28 augustus insgelijks de prooi der vlammen, hetgeen bewijst dat de Duitschers de hen opgelegde taak met nauwgezetheid volbrachten.

      Al te samen werden in Tremeloo afgebrand :
    Den 19 augustus 40 woningen;
    Den 27 augustus 3 woningen;
    Den 28 augustus 172 woningen;
    Daarenboven het gemeentehuis, vier schoollokalen, de bijgebouwen der pastorij en de tramstatie.

      Het is heel zonderling dat kerk, pastorij en Gildehuis gespaard bleven. Dit meen ik te mogen dank weten aan Maria, patrones der parochie onder den titel van O.L.Vr. van Bijstand.

    Bl. 12a

    Van af de eerste dagen van den oorlog werd haar beeld in de kerk ten toon gesteld en versierd.

    Een kind doodgeschoten.

      De burgers welke de Duitsche brandstichters den 28 augustus verzameld hadden in het dorp van Tremeloo en langs den steenweg van Tremeloo naar Schrieck werden vooruitgedreven tot op het grondgebied dezer laatste gemeente. Gekomen omtrent aan de plaats het Kruispunt genaamd, waar de steenwegen Tremeloo – Goor en Schrieck – Busschot elkander kruisen, gaven de Duitschers aan de aangehoudene burgers bevel zich naar Antwerpen te begeven. Daarop gingen eenige burgers den weg in naar Schrieck, anderen verwijderden zich langs den tegenovergestelden kant, het meestendeel volgden den steenweg naar ’t Goor, de Gommerijstraat genaamd.

      In de Gommerijstraat bevonden zich reeds eenige andere inwoners van Tremeloo en Grootloo die onmiddelijk de vlucht genomen hadden toen zij hoorden dat de Duitschers in optocht waren. Onder dezen bevond zich de genaamde Maria Catharina Janssens, echtgenoote van Edmond Schoovaerts, vroeger koolmijnwerker, thans soldaat bij het belgisch leger. Voor den oorlog verbleven Edmond Schoovaerts en zijne huisvrouw in het Walenland. Bij het uitbreken van den oorlog moest Schoovaerts het leger vervoegen; zijn vrouw verliet alsdan het Walenland om zich met haar kind te huisvesten bij Jan Van Essche, wonende op de gemeente Schrieck, parochie Grootloo.

      Vrouw Schoovaerts droeg haar tweejarig kind, Anna Maria, op den arm. Bij de aankomst der laatste vluchtelingen in de Gommerijstraat, kwamen de bewoners dezer straat nieuwsgierig buiten geloopen om te vragen wat er in Tremeloo gaande was en wat al dien rook beteekende. Op dit oogenblik werd er door de Duitschers in de richting der Gommerijstraat geschoten zoodanig dat de aanwezige burgers de kogels in hunne nabijheid hoorden fluiten. Iedereen sprong weg : deze in de grachten langs de straat, anderen vluchten in de huizen. Het kind dat vrouw Schoovaerts op den arm droeg werd getroffen door een kogel in den mond en was op slag dood.

      Dit gebeurde op het grondgebied der parochie Grootloo. Ik heb dit feit eventwel willen aanteekenen omdat het nauw verbonden is met de vorige gebeurtenissen op mijne parochie.

    Bl. 12b

    Waarom nog gebrand?


      De inwoners van Tremeloo, dit kan ik getuigen, hebben zich van ’t begin af ten opzichte van de Duitschers zeer correct gedragen, en hebben zich aan niet de minste daad van geweld plichtig gemaakt. Den 19 augustus, wel is waar, werd een Duitscher door de burgerwacht, wettig ingericht, gevangen genomen; doch deze gevangene werd met menschlievendheid behandeld. Daar iedereen in ’t gedacht verkeerde dat de Duitschers honger leden, was hunne eerste bezorgdheid den krijgsgevangen eten en drinken te bezorgen. Bij den koster werd hem een stuk gebraden kieken voorgezet alvorens hij naar de gendarmerie gebracht werd.

      Ter loops een woord over de gevangenneming van dezen Duitscher. Een hussard der dood te paard en gaande alleen patroeljeerde den 18 augustus op het gehucht Veldonck. Hij werd bemerkt door vier burgerwachten, de genaamden Van Houtvink Bernard, Van Cleynenbreugel Victor, Bosmans Karel en Jennes Leonard. Deze verborgen zich langs den kant van den weg en toen de Duitscher omtrent hunne schuilplaats gekomen was, sprongen ze eensklaps voor zijn paard met geen ander wapen dan een ongeladen revolver waarmede Van Houtvink den Duitscher bedreigde. Deze wilde zich doen doorgaan voor een engelschman, doch onze mannen lieten zich niet om den tuin leiden en rukten den Duitscher uit den zadel en brachten hem als krijgsgevangen naar het dorp. De aangehoudene was geboortig van Dantzig.

      Ik ben stellig overtuigd dat geen enkel Duitscher ooit geweten heeft dat een hunner mannen door burgerwachten van Tremeloo werd aangehouden, en dus is het ook wel zeker dat dit feit geen aanleiding heeft kunnen geven tot brandstichtingen. Ten andere ware dit geweest dan zou de Duitsche hoofdman mij zulks den 19 augustus wel verklaard hebben. Personen die den 28 augustus aan de Duitschers vroegen waarom zij de huizen in brand staken? Kregen voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten. Denzelfden dag toen de eerw. Heer onderpastoor op den steenweg van Aerschot – Lier aangehouden werd en vroeg naar de reden zijner aanhouding, kreeg hij eveneens voor antwoord : men heeft te Leuven op ons geschoten.

    Tremeloo kermis.

    Bl 13a

      De kermis van Tremeloo wordt jaarlijks gevierd op den laatsten zondag van augustus; dit was in het jaar 1914 den 30 van die maand. Den 28 was Tremeloo afgebrand : overal met dan rookende puinen. Dat niemand lust had om kermis te vieren hoeft niet gezegd. Den 28 was geen mensch in Tremeloo gebleven; doch den volgenden dag begonnen de menschen stilaan terug te komen want de Duitschers hadden het dorp verlaten. De eerste burgers die terug kwamen waren zij die bedacht waren op roof en plundering. In den nacht van 29 tot 30 augustus werd de pastorij bezocht en wat er kostbaar gevonden werd, zoals zilverwerk, werd geroofd.

      Den 30 in den morgend kwam zich op de pastorij vestigen mijn vorige werkman met gans zijn huishouden. Van dan af tot aan den terugkeer der Duitschers mocht geen enkel burger nog op de pastorij komen, zelfs degenen niet die voornemens waren een of ander in veiligheid te brengen. Aangaande de gebeurtenissen van die dagen heb ik van mijnen werkman niet anders kunnen vernemen dan dat er op de pastorij belgische officieren vernacht hadden, dat hij de burgers belet had op de pastorij te komen en dat hij het niet geraadzaam geoordeeld had iets in veiligheid te brengen.

      Gelijk de pastorij bezocht geweest was door roofvogels, zoo werden andere huizen ook bezocht en al wat de prooi der vlammen niet geworden was, werd de prooi der roovers ten minste daar waar de eigenaars niet teruggekeerd waren.

      Waren er in 1914 geene tenten en danszalen, toch waren er menschen die op eene andere manier kermis vierden, en vermaak en lust vonden in het goed van hunne ongelukkige medeburgers te rooven.

    Een burger verminkt.

      De genaamde Jan Baptist Minnen, een ouderling van 77 jaren, wonende te Tremeloo op het gehucht Grijze stee was den 5 september aan den arbeid op zijnen akker dicht bij de Dijle gelegen. Aan den overkant der rivier verschenen eenige Duitschers die op hem riepen. De man verstond hen niet doch stak zijne handen omhoog. Zij schoten op hem en raakten hem in zijnen rechterarm die verbrijzeld werd. Daarop vluchtte de man weg en werd gelukkiglijk niet meer getroffen. Later is zijn verbrijzelde arm afgezet in het gasthuis te Lier.

    Bl. 13b

    De gebeurtenissen van september.


      Tusschen 28 augustus en 14 september waren er in de parochie geene Duitschers meer te zien. Den 2 september had een nieuwe uitval plaats van het Belgisch leger. Belgische kanonnen te Tremeloo opgesteld beschoten Werchter en verjoegen den vijand die dat dorp bezet hield. Dan vertrokken de Belgische troepen verder op naar Werchter en Wackerzeel om daar den vijand aan te randen. Volgens mij verzekerd wordt is Koning Albert per automobiel tweemaal door Tremeloo gekomen, namelijk, den 4 september. Dit feit werd ons ook gemeld in de kerk van Aerschot.

      Den 10 september kwam de eerw. Heer pastoor van Bael naar Tremeloo om de heilige speciën weg te halen.

      Den 12 en 13 september trokken de Belgische troepen zich terug naar de vesting van Antwerpen. Den 13 rond den avond hebben de Duitschers het dorp beschoten. Er zijn alsdan drie bommen op de kerk te recht gekomen. Deze hebben de raam der vunt volkomen verbrijzeld, drie geschilderde ramen erg beschadigd en een weinig schade toegebracht aan eene statie van den kruisweg. Het dak van kerk en toren werd beschadigd door mitraljeuzen.

      Den 14 september rond 8 ure ’s morgens deden de Duitschers op nieuw hunne intrede in het dorp. Zij vestigden zich in de huizen die de prooi der vlammen niet geworden waren. In het dorp zelf was niet veel meer te rooven, doch op het gehucht Cruys werden de winkels leeggeplunderd. De molen van Cruys toehoorend aan Petrus Liekens, en gelegen op het grondgebied der gemeente Keerbergen, werd dien dag afgebrand.

      De Duitschers die zich tusschen 14 en 27 september in Tremeloo vestigden waren niet talrijk. Zij hielden zich onledig met al wat in den grond en elders verborgen was op te zoeken. Linnen en beddedeksel werd door hen geroofd. het overige dat zij lieten liggen werd door burgerlijke dieven weggehaald. In die dagen werden onrechtveerdigheden begaan door menschen die ik vroeger onder de eerlijkste der parochie zou gerekend hebben. Die onrechtveerdigheden hebben natuurlijker wijze hunne godsdienstige gevoelens geknakt.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens werd Tremeloo overstroomd van Duitsche troepen op weg naar Antwerpen.

    Bl. 14a

    De inwoners van Tremeloo die het gewaagd hadden tusschen 14 en 27 naar huis terug te keeren, namen nu wederom de vlucht of werden door de Duitschers verdreven op enkele uitzonderingen na waaronder Joseph Wouters en Bernardina Pardon.

      In den nacht van 27 tot 28 september hebben de Duitschers in de kerk geslapen. Het is dan dat zij de kerkgewaden uit de sacristij gehaald hebben volgens alle waarschijnlijkheid om er op te slapen of zich er mede te dekken. In alle geval na den 28 werden de kerkgewaden gevonden in de kerk op den vloer, te midden van stof en vuiligheid. Toen Joseph Wouters den 28 september, na het vertrek der Duitschers, in de kerk kwam, brandde op de communiebank eene bougie die bijna opgebrand was en die zeker het vuur zou medegedeeld hebben aan het communiekleed en het strooi door de Duitschers in de kerk gebracht, ware die man niet gekomen op den gepasten oogenblik om zulks te verhinderen.

      Het is waarschijnlijk ter gelegenheid van dit bezoek der Duitschers in de kerk dat al de offerblokken opengebroken werden en de brandkast op de koor en in het tweede sacristij of bergplaats eene ijzere kas verbrijzeld. Alsdan ook is uit de kerk verdwenen ongeveer 80 pond was.

      De deur der brandkast op de koor had aan alle pogingen der Duitschers wederstaan. Dan hebben zij eene groote holte gekapt in den muur nevens de brandkast links. Alzoo gelukten zij erin een gat te kappen in de zijkant der brandkast die niet uit gepantserd staal vervaardigd was zooals de deur der brandkast. Doordie opening konden zij nu de hand in de brandkast steken en deze langs binnen onderzoeken. Enkel eene zilveren remonstrans bevond zich in de brandkast. Den 28 september was deze remonstrans nog ongeschonden.

      Nog eenige Duitschers waren in Tremeloo gebleven na den verderen optocht van hun leger naar Antwerpen. Op de pastorij was al den wijn en al het linnengoed en al het beddegoed verdwenen. Er werden daar ook twee brandkasten opengebroken en daaruit geroofd eene obligatie gemeentekrediet toehoorende aan den eerw. Heer onderpastoor en daarenboven ongeveer drie honderd franken in geld. In de sacristij was de brandkast nog ongeschonden. Deze bevatte de kerkregisters en de gewijde vaten.

      Twee Duitschers die hunnen intrek hadden in het huis van Jan Van Casteren nabij de tramstatie, kwamen den 30 september of 1 october naar de sacristij en kapten eerst de brandkast uit den muur; dan verbrijzelden zij deze met eene bijl.

    Bl 14b

    Dit werk duurde van ’s morgens tot tegen den middag. Het werd door verschillige personen gehoord die naderhand zijn gaan zien wat er gebeurd was. Mathilde Michiels bevond zich in het Gildehuis in de nabijheid der sacristij; Joseph Wouters bevond zich in de kerk. Terwijl de roovers in de sacristij hun werk verrichtten zijn Duitsche officieren in de kerk geweest, een is zelfs vooruitgegaan tot aan de communiebank en heeft met de roovers gesproken. Dit bewijst ten stelligste dat de plunderingen geschied zijn onder het welwillend oog van zekere officieren.

      De Duitsche roovers hebben de registers der kerk laten liggen, doch de gewijde vaten hebben zij medegenomen naar het huis van Jan Van Casteren. Daar hebben zij tegen den avond beproefd deze te smelten in eenen ketel van gegoten ijzer. Daartoe hadden zij een hevig vuur aangelegd en den ketel gansch gloeiend gestookt. Zij moeten geene kans gezien hebben den gewenschten uitslag te bekomen, want eenige dagen later werd de ketel met de gewijde vaten, deels nog in goeden staat, teruggevonden in den waterput van de familie Van Casteren.

      Den 28 september bevond de remonstrans zich nog ongeschonden in de brandkast der koor. Twee of drie dagen naderhand lag zij verbrijzeld in de kerk. De opening die de Duitschers in den zijkant der brandkast gemaakt hadden was te klein om er deze door te halen; zij werd ongetwijfeld met geweld aan stukken gerukt en zoo uit de brandkast gehaald.

      Naderhand werd de geplunderde kerk bezocht door een Duitsche officier die twee zusters in het klooster heeft en goede katholiek is : deze heeft een groot deel van het priestergewaad alsook de stukken van de remonstrans, een kelk en eene ciborie doen overbrengen naar de zusters te Schrieck die alles bewaard en gekuischt hebben. Deze officier heeft bij de eerw. zusters een schrijven nagelaten met verzoek dit na den oorlog aan zijne bloedverwanten te zenden.

    Namen en aanteekeningen.

      Volgens ik vernomen heb van Joseph Wouters zou de pastorij in 1914 maar eenmaal bewoond geweest zijn door duitsche officiers, namelijk toen het duitsche leger in zijnen optocht naar Antwerpen door Tremeloo kwam den 27 september. Voor dezer aankomst was er nog veel wijn op de pastorij, na hun vertrek was alles verdwenen. De brandkasten waren opengebroken, in de zaal der pastorij had men verkens gejaagd. Met reden zullen wij dan veronderstellen dat den 27 september op de pastorij verbleven hebben de officieren wier namen vermeld waren op de deuren van de slaapkamers der pastorij.

    Bl. 15a

      Op de voordeur der pastorij stond de aanteekening II/14

      Op de slaapkamer van den eerw. heer pastoor : Lt. Umann en Lt. Streye. Op de kamer van den eerw. heer onderpastoor : Hptm. Amann en officiersmeis I komp. Op de kamer der meid : Lt. Wernisch; Lt. Stieglandt en Dr. Falta. Op de eerste logeerkamer : Oberst Wacke en Oberst Jozek. Op de tweede logeerkamer : Vc dt Spevae en Thalta.

    Wie heeft de pastorij geplunderd.

      Het valt niet te betwijfelen dat de Duitschers de groote plichtigen geweest zijn. Het is volstrekt zeker dat zij de brandkasten hebben opengebroken, bijna al de wijn en ook beddeksel hebben gestolen. Er hoeft evenwel bijgevoegd dat burgers ook aan de plundering hebben meegedaan. Tusschen 28 augustus en 14 september werd er op de pastorij wijn gedronken; de belgische troepen ook hebben eenige flesschen opgeëischt en daarvoor een bon achtergelaten. Een persoon door mij van diefstal overtuigd heeft in Februari 1915 eene gansche mand linnengoed en ook schoenen en andere voorwerpen teruggebracht. Twee personen die thans overleden zijn, Norbertus Heilighen en zijne huisvrouw, hebben gezien welke personen matrassen van de pastorij weghaalden. Aan vrouw Heilighen heb ik gevraagd aan het gerecht te willen verklaren wat zij gezien of van haren man gehoord had. Zij durfde niet. Aan mij heeft ze de namen der plichtigen bekend gemaakt op voorwaarde dat ik haar niet voor het gerecht zou roepen als getuige.

    Getuigenissen die betrekking hebben op feiten hooger aangehaald.

    Getuigenis van Maria Van Eyken, vrouw De Ryck.


      Wij waren naar den Loozenhoek gevlucht. ’s Morgens kwam ik met mijnen man naar het dorp om mijne beesten eten te geven. Toen dit werk gedaan was ging mijn man maar seffens terug naar onze kinderen. Vijf minuten later meende ik ook te vertrekken, maar als ik voor ons hof kwam stond er aan het huis van den secretaris een Duitscher met het geweer schietens gereed. Hij riep dat ik moest bij hem komen. Ik ging en hij kwam mij tegen tot aan het huis van Jef Coenen en vroeg of er iemand in dat huis was.

    Bl. 15b

    Ik zegde neen, die zijn gevlucht. Dan stampte hij de ruit kapot en stak het aan de gordijn in brand. Ik vroeg of ik mocht naar huis gaan om mijne beesten los te maken? Neen, zegde hij, hier blijven. Dan kwamen er nog vier Duitschen bij met Victor Goossens. Drie gingen op het hof van Edmond Anthonis; schoten den hond dood en gingen in stal en schuur om ze in brand te steken. Met de twee andere Duitschen moesten wij naar ons huis opgaan, en ik heb wel tienmaal gevraagd om onze beesten los te maken. Zij vroegen of er geen belgische soldaat in huis was? Ik zegde neen. Ik vroeg weer om mijn beesten los te maken? Ik mocht niet. Zij staken mijn huis in brand en mijne beesten moesten verbranden : eene koei, eene veers, een vet kalf, twee geiten en twee vette varkens. Als ik in het dorp aan Godier was brandde reeds alles. Wij moesten met de Duitsche troepen meegaan. In de Bolloo haalden zij Antoon Schoovaerts en zijne vrouw uit hun huis en gingen in de schuur; doch, wij moesten voortgaan, wij mochten niet omzien. Aan Victor Hermans moesten wij blijven staan en zij staken stal en schuur in brand. Dan moesten we weer voort tot aan Medard De Winter en daar staken ze weer aan stal en schuur in brand. Aan Amandus Van Dievel vroeg de Duitsche overste of er geene belgische soldaten waren, en er was een die zegde dat er belgische soldaten waren te Heyst-op-den-berg. En dan moesten wij voor de duitsche troepen gaan. En ik en Lien Van Loo zijn gaan loopen op den Schriekschen steenweg naar den ouden Dyck. En als wij er drij stappen ingeloopen waren dan schoten ze naar het volk en schoten in den arm eener moeder haar kind dood.

      Als wij in het huis van mijne schoonzuster waren te Bael, als den Duitsch naar Antwerpen ging, toen moesten wij uit het huis en den duitsch nam er zijn verblijf in; hij nam ons brood af. Ik vroeg er een van voor ons kinderen een boterham te geven en ik kreeg geen : gij moogt dat niet, zegde hij. En ze namen de kiekens en varkens en slachten ze voor hen.

      Maria Van Eycken (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Michiels-Beirinckx

      Den laatsten vrijdag van augustus 1914 kwamen hier vier Duitsche soldaten rond zes ure en kwaart ’s morgens, juist als ik met mijn peerd buiten kwam; zij hadden hunne geweeren schietens gereed. Seffens moest ik mijne handen omhoog steken om mij te laten aftasten; toen zegden zij dat zij mijn huis kwamen in brand steken.

    Bl. 16a

    Ik vroeg hun of ik mijn paard mocht inspannen, dat ik nog kleine kinderen had en er oude lieden bij ons waren, daar mijn oom en tante den nacht bij ons hadden doorgebracht. Dit wierd mij toegestaan, maar we mochten niet meer in huis komen om iets mede te nemen. Mijne vrouw die een pak wolle sargiën die in huis gereed stonden om op de kar te laden wilde redden, wierd den revolver op het hart gezet. Hij pakte het pak uit hare handen en wierp het terug in huis waar het moest verbranden. Seffens ging er een soldaat den stal in, maakte de koe los en liet de varkens uit hun kot en stak het vuur aan in de schuur, terwijl een ander het vuur aanstak in huis in de kleerkas. Toen zijn wij met hen moeten medegaan langs den steenweg op Schrieck. Aan den secretaris stonden nog soldaten te wachten; twaalf soldaten te peerd reden voor mij : daar moest ik achter rijden. Achter mij kwamen nog eenige burgers en dan voetvolk van soldaten. Onderweg hebben zij nog drij huizen in brand gestoken. Aan de kruisbrug bleven zij staan en toen zegde de overste dat wij naar Antwerpen moesten en onderweg de menschen verwittigen dat zij in aantocht waren en moesten vluchten.

      Jos Michiels (handtekening)

    Getuigenis van Guilielmus Van de Velde.

      Ik Guil. Van de Velde oud 73 jaren geboren en wonende te Tremeloo (Veldonck) heb gezien dat 9 Duitsche soldaten op het einde van augustus 1914 de huizen moedwillig in brand staken, wel 25 voor het minste dat ik gezien heb, en eenige dagen later als ik aan mijne afgebrande woning was hebben vier duitsche soldaten mij afgetast en mijn geld dat ik op zak had (4 fr. op 10 centiemen na) afgenomen; en dan hebben zij mij medegenomen naar het dorp en in een huizeke – het eenigste dat in het dorp was blijven staan en waar zij hunnen t’huis hadden – opgesloten en een uur of 3 nadien hebben zij mij weer vrij gelaten. En mijne vrouw hebben ze ook gepakt en eenen nacht in de kerk van Werchter opgesloten en ’s morgens weer in vrijheid gelaten.

      G Van de Velde (handtekening)

    Bl. 16b

    Getuigenis van Victor Hermans.


      Tremeloo den 9 februari 1919

      Den 28 augustus 1914 heb ik ’s nachts op 25 meters van ons huis geslapen in den kant. Om 3 ure ben ik opgestaan om mijne koeien te voederen. Mijne vrouw en kinderen waren ’s avonds uit vrees vertrokken. Om 5 ure hoorde ik niets en ging wat rusten op eenen stoel en een uur later hoorde ik in de buurt dorschen en dacht dat er niets was. Ik plaatste mij aan de tafel op eenen stoel en viel in slaap. Om half zeven a zeven ure hoorde ik de Duitschers op straat en keek door het venster. Ik zag er andere te peerd aan de We. Van Woensel. Ik dierf ons huis niet verlaten en deed de deuren los. Weldra hoorde ik de Duitschers mijn hof op stappen en schoten door het venster naast mij zonder binnen te komen. Ik opende zelf de deur en groette ze zeggende : heb medelijden met ons wij kunnen er niet aandoen aan den oorlog. Zij riepen : handen omhoog, en hij stak met zijne bajonet tot tegen mijn aangezicht met een streng gebaar maar stak niet. Een ander soldaat riep : tast hem af, wat hij ook deed. Hij haalde uit mijne zakken mijn geld omtrent 0.40 fr en gaf het mij terug; joeg mij op den steenweg en kwam bij eene kar met andere dorpsgenooten vergezeld met een Duitscher. Toch liet men mijne koeien los en vroeg naar de Luitenant. Na meer dan tien minuten daar gestaan te hebben stak men mijne woning in brand mij vragende of er geen personen meer in waren. Ik zegde neen in bijzijn van Frans Claes; Guil. Castermans; Ed. Van Leemputten; Victor Goossens; Joseph Michiels en zijne vrouw; We. Van Woensel; Antoon Schoovaerts; enz. Wanneer het in volle brand was, werden wij naar Schrieck opgezonden met een soldaat bij ons. De soldaat en zegde dat wij naar Antwerpen moesten gaan en dat niemand ons iets zou zeggen; wat wij dan deden. Als ik in Schrieck was kwamen de menschen buiten naar al die rook vragende. Maar de Duitschers begonnen op eens gaan te schieten en schoten op enkele meters afstand van mij een kind in de armen van den drager dood. Ik vluchtte langs Heyst-op-den-Berg naar Lier voor eene week en kwam terug tot het Belgisch leger naar Tremeloo kwam en daarna ben ik weer gevlucht naar Heyst-op-den-Berg, zoo naar Lier Antwerpen en de grenzen van Holland. Van daar naar Kortrijk en Issegem in Westvlaanderen tot omtrent 1 november als wij terug in Tremeloo kwamen

      V. Hermans (handtekening)

    Bl. 17a

    Getuigenis van Guilielmus Castermans

      Den 28 augustus 1914 in den morgend hebben de Duitschers mij uit mijn huis gehaald en geplaseerd tegen eenen mijner fruitbomen. Dan hebben zij mijn schuur, karkot en varkenskot met 12 zwijnen in brand gestoken, terwijl ik daar op 5 meters afstand moest blijven staan op zien. Ik sprak hen aan op zeer beleefden toon : heeren daar zitten nog zwijnen in. Zij antwoordden mij : zwijnevleesch is goed als het gebraden is. Dan hebben ze mij op de groote baan gebracht met andere menschen van mijn dorp en ons vooruit gedreven als eene kudde schapen van huis tot huis, en als zij nog andere huizen in brand staken moesten wij daar blijven staan zien tot alles in volle vlam was. Ik wilde vluchten, doch het mislukte mij; terwijl ik vluchtte kreeg ik wel 13 geweerkogels naar mijnen kop waar mij toch geenen enkelen heeft getroffen. Dan moesten wij verder tot op het grondgebied van Schrieck. En daar hebben ze nog geschoten en is een kind van 2 jaar in de armen zijner moeder doodgeschoten.

      G. Castermans (handtekening)

    Getuigenis van Lod. Morris, wonende Schrieck, Grootloo.

      De genaamde Henri Collart van Kesselloo met vier andere vluchtelingen had bij mij de nacht overgebracht tusschen 25 en 26 augustus. Den 26 augustus meende hij terug te keeren naar Kesselloo, doch hij geraakte niet door en kwam terug bij mij in den namiddag rond 3 ure. Een weinig later vertoonden zich 30 à 40 uhlanen op den steenweg langs den kant van Tremeloo. Collart en mijn zoon Karel vluchtten het veld in toen ze deze bemerkten. Doch zij ook werden bemerkt en aangehouden op honderd meters afstand van mijn huis. Zij moesten hunne zakken ledig maken en hunne handen omhoog steken. Uit den zak van mijnen zoon viel eene som van ongeveer 260 fr. in papieren geld. Hij vroeg of hij dit mocht oprapen. Dit werd hun toegestaan. Dan werden zij medegenomen naar den steenweg en verder in de richting van Grootloo. Gekomen aan de Raam werden zij op het land geplaatst met hunne handen omhoog. Terwijl ze daar stonden werd er op hen geschoten. Collart was getroffen en viel. Hij werd naderhand met de lans doorboord. Mijn zoon werd de klak van zijnen kop geschoten en speelde den doode alhoewel niet geraakt. De overste zond een man waarschijnlijk om beiden nog met de lans te doorsteken. Mijn zoon bemerkte dit en koos het hazenpad. Er werd nog wel dertigmaal naar hem geschoten doch gelukkiglijk zonder hem te raken.

    Bl. 17b

    Hij geraakte over de Raam in de bosschen tusschen het kreupelhout waar hij zijn leven heeft behouden. Naderhand is mijn zoon gevlucht naar Oostende en zoo naar Frankrijk waar hij gedurende twee jaren eene school bestuurd heeft. Dan heeft hij als brancardier dienst genomen in het leger.

      Moris L. (handtekening)

    Getuigenis van Jan Baptist Minnen, Tremeloo.

      Ik ondergeteekende verklaar den 5 september in het jaar 1914 op mijnen akker aan den arbeid te zijn geweest tegen de Dijle. Er kwamen op de richting van mij eenige Duitschers aan langs den anderen kant van de rivier die op mij riepen en ik riep dat ik hen niet verstond terwijl ik mijne armen omhoog stak. Maar niets kon baten ; zij schoten naar mij en mijnen rechter arm wierd verbrijzeld. Ik ging loopen terwijl zij nog maar altijd vuur op mij gaven. Gelukkig wierd ik niet meer getroffen. Jan Baptist Minnen geboren te Booischot den 15 october 1837.

      Voor vader Jos Minnen (handtekening)

    Getuigenis van Joseph Wouters.

      Den 13 september rond den avond hebben de Duitschers op de kerk geschoten en hier en daar in het dorp. Den 14 september is de vijand terug binnengekomen. De bevolking was bijna gansch weggevlucht. De huizen die nog recht stonden werden bezet door een klein getal Duitschers. De groote hoop toen ze naar Antwerpen trokken, heeft maar een nacht hier geweest. Toen hebben ze in de kerk gelegen. Toen ook werd de pastorij geplunderd. Ik heb gezien dat ze alles uit den grond haalden wat de menschen weggestopt hadden. Daarvan namen ze hemden en sargiën ; het overige lieten ze liggen. Kiekens werden doodgeslagen en opgeëten. Verkens werden op wagens geladen en weggevoerd. Hetgeen de Duitschers aan kleergoed hadden laten liggen werd door de burgers weggenomen.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    vervolgd



    25-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    24-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-3
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 3

    Bl. 18a

    Getuigenis van Philip Feyaerts, Tremeloo.

      Den 14 september 1914 om 8 ure ’s morgens zijn op Cruys 22 Duitschers waaronder een officier aangekomen. Zij waren vergezeld van een wagen met twee paarden bespannen die moest dienen om het gestolen goed op te laden. Ik heb gezien dat zij waren opgeladen hebben bij Frans Verhoeven, bij de We Van den Eynde en bij Petrus Liekens, maalder. Bij Liekens hebben zij den molen doen springen en dan in brand gestoken : daarvoor hebben ze bij ons petrol gehaald.

      Den 26 september zijn wederom eenige Duitschers bij mij aangeland. Een dezer vroeg om een slaaplijf, bretellen en kousen. Ik zegde die zaken niet te hebben. Dan ging hij naar boven om te zoeken. Doch na eenige stonden werd hij door eenen anderen geroepen. Deze kwam uit den hof waar Duitschers bezig waren het kleergoed uit den grond te halen. Zij hebben verschillende manshemden medegenomen. De ordonnance van den hoofdman gaf bevel voorts niets meer weg te nemen, en zegde dat het weggenomen den volgenden dag zou betaald worden.

      Den 27 september om 6 ure ’s morgens zijn de Duitschers in overgroot getal naar Tremeloo gekomen om verder naar Antwerpen te gaan. Dien dag werd ik uit mijn huis gezet. Zij vroegen waar ik henen wilde : naar Leuven of naar mijne familie? Ik zegde naar mijne familie. Dan ben ik naar Lier gegaan en van daar naar Gent.

      Phil. Feyaerts (handtekening)

    Getuigenis van Mathilde Michiels en Maria Wouters.

      Op het einde van september 1914 bevonden wij ons in het Gildehuis om strooi op te binden dat bij ons weggehaald was, toen wij in de sacristij hoorden kappen op ijzer. Dat heeft eenen halven dag geduurd. Rond den middag zagen wij twee Duitschers de sacristij verlaten en weggaan langs den kant van de statie. Dan zijn wij naar de sacristij geweest zien en hebben daar bestatigd dat de brandkast aan stukken gekapt was. In de sacristij vonden wij eene bijl toebehoorende aan Franciscus Gysemans. Die bijl scheen gediend te hebben om de brandkast open te kappen.

      Mathild Michiels Anna Maria Wouters (handtekening)

    Bl. 18b

    2e Getuigenis van Wouters Joseph.


      Het was op het einde van september of begin october 1914. Ik was in de kerk bezig met overschot van hooi en strooi waar de Duitschers op geslapen hadden, aan ’t bijeen doen, toen ik in de sacristij hoorde kappen op ijzer. Ik meende te gaan zien toen twee Duitschers uit de sacristij kwamen om te zien wat er in de kerk gebeurde. Dan kwam er eerst een onderofficier tot aan de communiebank waar de mannen uit de sacristij op riepen en iets tegen zegden dat ik niet kon hooren. Een tiental minuten later kwam er in de kerk een officier van het rood kruis – ik meen een geneesheer – die heeft het kappen in de sacristij ook gehoord doch is zelf niet gaan zien : hij nam de schilderingen en de kruisweg in oogenschouw en trok er van door. De soldaten die in de sacristij gekapt hadden zijn niet teruggekomen langs de kerk; zij zijn langs de sacristij uit gegaan want ik heb ze niet meer gezien.

      Het tabernakel brandkast op de koor werd kapot gekapt gedurende den nacht dat de soldaten in de kerk geslapen hebben. Den eersten dag heb ik gezien dat de remonstrans er nog in was. Kazuifels en andere kerkgewaden lagen in de kerk verstrooid : ik meen dat ze daarop geslapen hadden. In de biechtstoel heb ik roket en stool gevonden, hetgeen mij doet veronderstellen dat ze aldaar de priester hebben willen naäpen.

      Keersen stonden op de communiebank te branden en ware ik niet bij tijds gekomen om deze uit te blazen, dan zouden ze zeker het vuur medegedeeld hebben aan het communiekleed, het gewaad en het strooi.

      Jos. Wouters. (handtekening)

    Getuigenis van Bernardina Pardon, vrouw Felix Van Hoof

      Het was op het einde van september 1914 (de juiste dag kan ik niet bepalen) om 8 ure ’s avonds. Ik bemerkte dat in het huis van Jan Van Casteren een buitengewoon hevig vuur gestookt werd : de vlam sloeg in de schouw zo hoog als de zolder. Toen ging ik er naartoe om te zeggen dat ik niet durfde gaan slapen uit vrees dat het huis zou afbranden. Toen ik daar kwam zag ik over het vuur eenen ijzeren ketel hangen die gans gloeiend was; de steenen der schouw waren insgelijks gloeiend. Ik meende dat ze in den ketel aardappelen gedaan hadden en geen water, en ik deed hen bemerken dat er geen water bij was.

    Bl. 19a

    Zij antwoordden dat er geen water moest bijzijn. Dan bemerkte ik dat mijne tegenwoordigheid daar niet gewenscht was, en zij zegden mij van maar gerust slapen te gaan, dat er niets zou gebeuren. Ik keerde dan naar huis weer en wij bleven nog een tijd zitten zonder licht om daarover een oog in ’t zeil te houden. Na eene halve uur bemerkten wij dat het vuur uitging en wij legden ons ter ruste.

      Zaterdag na Velling Kermis (17 october) bemerkten kinderen dat er eene kopere lamp lag in den waterput van Jan Van Casteren. Vrezende dat de put misschien vergeven was, begon men hem leeg te scheppen en men vond niet eene kopere lamp, maar de gewijde vaten der Kerk, deels gesmolten, deels verbijzeld, anderen nog geheel in den ijzeren ketel die ik vroeger gloeiend over het vuur had zien hangen. Daaruit besluit ik dat de Duitschers ziende dat ze met het smelten niet klaar geraakten, alles in den put zullen geworpen hebben.

      B. Pardon (handtekening)

    Getuigenis der Eerweerde Zusters van Schrieck.

      ’t Was in september 1914 dat de volgende gebeurtenis voorviel. Vier zusters van het klooster van Schrieck waren nog op hunne bestemming gebleven toen bijna al de inwoners der gemeente gevlucht waren. Den derden dag dat de Duitschers dit dorp binnendrongen (dus 30 september) hielden op zeker ogenblik eenige wagens stil voor het klooster. Deze wagens waren beladen met allerhande eetwaren bestemd voor het leger. Een officier met negen soldaten kwam aanbellen en vroeg aan de kloosterzusters de toelating om het meegebrachte kerkgewaad uit de kerk van Tremeloo, bij hen binnen te brengen. Het waren kazuifels, stools, koorkappen, mantel van O.L.Vrouw, communiekleed, alben, roketten enz. enz. Ook eene remonstrantie en eene ciborie. Al deze gewaden waren in den erbarmelijksten toestand gansch doorweekt van ’t water, vuil, betrapt en verscheurd. De remonstrantie moest, volgens men kon oordeelen, met voeten betrapt zijn. De ciborie was ledig, zonder deksel en in goeden staat. Beide heilige vaten werden door den Duitschen officier met zekeren eerbied binnengebracht, zij waren met zorg in eenen witten doek gewikkeld. Na hun vertrek hebben de zusters al deze gewaden gedroogd, gereinigd en zooveel mogelijk in orde gebracht.

    Bl. 19b

    Bij dit werk vielen nog drie kleine hosties op den grond, die waarschijnlijk tusschen de gewaden gestrooid lagen. De zusters niet wetende of deze geconsacreerde hostiën waren of niet (*) en geen priester te vinden zijnde, hebben deze hosties met eerbied genut, bijna overtuigd dat zij waren dat deze geconsacreerde hostiën waren, daar de ledige ciborie was binnen gebracht.

      Ziehier nu wat deze officier nopens dit feit heeft medegedeeld aan de zusters van Schrieck : “ Ik en mijn negen soldaten hier zijn allen katholiek. Daar wij op eenigen afstand achter het leger moeten volgen met onze bevoorraadwagens, hebben we de gewoonte, telkens we een kerk ontmoeten er binnen te treden. Zoo kwamen we heden in de kerk van Tremeloo en hebben er deze gewaden op den grond gestrooid gevonden. We brengen ze u ter bewaring met verzoek ze later aan den herder der parochie weer te bezorgen. Ik ben katholiek, zegde hij, en keur ten zeerste af hetgeen in deze kerk gepleegd werd. Zeker verdienen deze door God gestraft te worden die deze heiligschennissen daar gepleegd hebben. Die man was zienlijk aangedaan en verontwaardigd over hetgeen hij in de kerk van Tremeloo had aangetroffen. Verderen uitleg gaf hij daar niet over. Hij vroeg eindelijk schrijfgerief om een brief te schrijven en verzocht de zusters dezen na den oorlog te willen zenden aan zijne twee zusters genaamd zuster Gerdula en zuster Angela, beiden religieuzen in het klooster der Urselinnen te Westfalen. Zoo ik kom te vallen, zegde hij, zullen ze aan dit schrijven kunnen zien dat ik als katholiek mijn plicht heb gedaan en als goede kristen ben gestorven : dit zal hun dan een troost wezen. Na de zusters bedankt te hebben verzocht hij hun voor hem te willen bidden en vertrok.

    Wij laten de vertaling van dien brief omtrent letterlijk volgen (**) :

      Geliefde zusters,

      Heden … september 1914, heb ik in eene kerk van Tremeloo, vele kerkgewaden en heilige vaten gered en heb ze in een naburig vrouwenklooster in veiligheid gebracht. Dezen, die de heiligschennissen in genoemde kerk gepleegd hebben, moeten door God gestraft worden. Tot hiertoe ben ik nog welvarend. Zoo ik kom te sneuvelen, zult gij aan dit schrijven weten dat ik als christen mijn plicht heb gekweten. Vaart wel, bidt voor mij.

      Zr Junilla Zr Valentina (handtekening)

    (*) Deze hostiën waren niet geconsacreerd vermits de eerw. heer pastoor van Baal den 10 september alle geconsacreerde hostiën weggehaald had.
    (**) De eerweerde zusters hebben ongelukkiglijk dien brief verloren.


    Bl. 20a

    Belangrijkheid der schade.
    Opgave der schade van kerk, bewaarschool en Congregatie.


      Vroeger hebben we reeds aangestipt dat op het grondgebied van Tremeloo 215 woningen afgebrand werden. Daarenboven het Gemeentehuis en vier schoollokalen, alsook de bijgebouwen der pastorij. Al de schade op het grondgebied der Gemeente veroorzaakt door brandstichtingen en plunderingen van allen aard werd in het begin van 1915 geschat op 1.702.351 franken.

      De schade inzonderheid aan de gebouwen der Gemeente toegebracht werd op zelfden datum geschat als volgt :
    Vier schoollokalen : voor de gebouwen 22999,54 fr.
    Voor de meubelen 1169,71 fr.
    Gemeentehuis : het gebouw 9178,51 fr.
      Meubels en archieven 12400,00 fr.
    Woning van den onderwijzer 14478,31 fr.
    Woning van de onderwijzeres 9242,07 fr.
    Gendarmerie 21603,51 fr.
      Samen 91.071,65 fr.

      Ik heb goedgevonden de schade aan kerk, pastorij, vrije bewaarschool en congregatie breedvoerig op te geven.
    Kerk.

    Voor het herstellen van het dak der kerk, het voorlopig herstellen der ramen en het herstellen van kerkdeur en sacristijdeur heeft de gemeente uitgegeven 379,60
    Het herstellen van den toren is geschat op 1951,58
    In de kerk : schade aan geschilderde ramen, kruisweg, schildering, offerblokken en stoelen 322,00
    Op de koor : gestolen een zilveren kruis en kast met 73 diamanten dat de remonstrans versierde 350,00
    Schade aan tabernakel-brandkast, remonstrans, gestoelte en beeld van den H. Dionysius 305,00
    In de vunt : 2 zilveren potjes met H.Olie en Chrisma 25,00 Schade aan de muren 17,50
    In de sacristij : Gestolen : 7 alben; een rijk geborduurde kant van eene albe afgescheurd; 13 altaardweilen; eene zwarte koorkap; 8 biechtroketten; eene koperen bel; 4 paar gouden oorbellen; 2 zilveren vaatjes voor de H Olie; 2 gouden harten; 2 gouden kettingen; een gouden ring; eene gouden broche; 2 tinnen schotels, alles geschat op 1035,50

    Bl. 20b

      Verbrijzeld of erg beschadigd : eene brandkast; schade aan gewaden; eene ciborie zilver verguld; een eremonstrans koper verguld; 4 zilveren kronen voor beelden; zilveren toren H;Barbara en zilveren scepter O.L.Vrouw; een kelk in gedreven zilver van het jaar 1552, alles geschat op 1145.-

    In de 2de sacristij : Gestolen : 85 pond was; 40 pakken bougies; 2 paar kandelabers van 3 bougies; een mantel O.L.Vr.; een bamboustok van 12 meters; zilveren ampullen met schotel in gedreven zilver van het jaar 1777 708-
    Eene ijzeren kast verbrijzeld 60-

    Op de pastorij : verdwenen : 205 flesschen miswijn 307,50
    Processiegerief bestaande uit mantels, kleederen en zinnebeelden; eene kist inhoudende de documenten der kerk 478-
    Samen 7084,68 fr.

    Pastorij

      Voor het heropbouwen van de bijgebouwen der pastorij heeft de Gemeente uitgegeven 3022,80
    Schade aan vensterraam, trapleuning, pomp; wegnemen van koper 175-
    Samen 3197,80 fr.

    Vrije bewaarschool.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der meubelen : staande bord; pupiter der onderwijzeres; 15 schoolbanken; Froebelgerief; Geschiedenisplaten; houten trede; kleerkast; kachel 463 fr.

    Congregatie.

      Schade veroorzaakt door het verbranden der volgende meubelen : altaar; 3 groote beelden; 2 kleine beelden; 4 koperen kandelaren; kruisbeeld; 4 kleine kandelaren; een kandelaber; 6 bloemvazen; 2 voetstukken; een geschilderde kruisweg; een stool; een roket, alles samen : 1135 fr.

      Alle schade werd hier berekend aan de prijzen van 1914.

    Bl. 21a

    Hoofdstuk VII

    De dagen die op den inval volgden.


      De gemeente heeft geene buitengewoone belastingen te betalen gehad of ook geene gijzelaars moeten leveren, doch het gemeentebestuur werd aanhoudend lastig gevallen door alle soorten verordeningen en opeischingen. Gevraagde mededeelingen die niet zelden moeilijke opzoekingen voor gevolg hadden en lang werk veroorzaakten, moesten op gestelde datums en dit gewoonlijk op twee drie dagen ter hunner beschikking zijn zooniet zou de gemeente erge boeten oploopen. Met een woord : wat ze van de gemeente vroegen dat vroegen ze onder bedreiging alhoewel die bedreigingen later niet uitgevoerd werden.

      De personen die hun pasport verloren moesten vijf mark betalen om een nieuw te bekomen en de secretaris was gehouden dit geld in Leuven te bezorgen op het Pasburo. Zoo had hij eens de som van vijf mark ontvangen voor een nieuw pasport, en het geld met den post naar Leuven gezonden na afhouding van de onkosten, hetzij 8 centiemen. Hij werd naar Leuven geroepen enkel en alleen om die 8 centiemen bij te betalen.

      De heer Burgemeester had aan Alfons De Cock de toelating afgeleverd om eene koei te verkoopen : hij werd naar Leuven geroepen enkel om te bevestigen dat het afgeleverd schrift van hem kwam. Dan werd uit Leuven aan Alfons De Cock de toelating gezonden … om een verken te slachten. De heer secretaris antwoordde dat er geen aanvraag was om verken te slachten maar wel om eene koei te verkoopen. Het gevolg was dat secretaris samen met Alfons De Cock naar Leuven geroepen werd.

      Dergelijke feiten hebben zich nog meer voorgedaan : om de onbeduidenste zaken werd de gemeenteoverheid naar Leuven of naar Aerschot geroepen.

      In de maand Maart 1915 kreeg ik op zekeren dag het bezoek van Dr. Kreuter, zivilkommissar te Leuven, die zich beleefd en voorkomend voordeed. Hij kwam mij verschillige inlichtingen vragen betreffende den toestand in de gemeente, de werkeloosheid, den veestapel enz. Ik heb hem alsdan ook eenige inlichtingen bezorgd die den waren toestand afschilderden en weinig vleiend waren voor zijne landgenooten : immers de toestand van Tremeloo was alsdan alles behalve rooskleurig. Hij toonde zich eventwel voldaan.

      In de maand september 1915 ontving ik van hem het volgende schrijven :

    Bl. 21b

      Mijnheer de Pastoor,

     “Ik heb het gemeentebestuur uwer gemeente gelast mij een uitgebreid verslag op te maken over hetgeen voor den winter in de gemeente nog beschikbaar is.”

     “Ik stuur u een afschrift van mijn schrijven aan ’t Gemeentebestuur en verzoek U deze in het opmaken en in het voorstellen een hand te willen aansteken.”

     “Het ware mij van groot belang ook uwe persoonlijke ervaringen en voorstellen te leeren kennen en zou u dankbaar zijn voor die mededeeling.”

      Aan dit schrijven heb ik geen gevolg gegeven en later heb ik ook geen schrijven in dien aard meer ontvangen.

      In de maand september 1916 werd ik als voorzitter van het plaatselijk Komiteit geroepen bij den heer Kommandant te Aerschot. Ik had aan een persoon die ik wel vermoedde geen onderstand noodig te hebben, den onderstand ontzegd ter gelegenheid van eenen nachtelijken diefstal door zijnen zoon gepleegd. Deze had daarover bij den kommandant eene klacht ingediend.

     “Waarom”, vroeg mij de kommandant heel plechtig, “waarom hebt gij onderstand geweigerd aan Norbert De Boeck?”

     “Omdat”, gaf ik voor antwoord, “omdat ik van gevoelen ben dat hij geen nood heeft.”

     “Maar”, vroeg hij verder, “hoe komt het dat gij die onderstand ontzegd hebt juist ter gelegenheid van dien diefstal?”

      Ik wist zeer goed waar hij henen wilde : hij hadde mij geerne eene boet of eene straf opgelegd om mij het ambt van rechter te hebben toegeëigend met te straffen voor diefstal, maar hij had zonder den waard gerekend en ik wist hem aanstonds te zeggen hoe ik ter gelegenheid van dien diefstal sommige middelen van bestaan van onzen aanklager was te weten gekomen. Ten slotte vroeg ik : “Denkt gij Mr de Kommandant, dat die persoon onderstand noodig heeft?” “Neen”, zegde hij. Het verhoor was afgeloopen.

      Als pastoor en in zaken die het bestier der parochie aangaan ben ik met de Duitsche overheid niet in aanraking geweest. Dit heb ik kunnen waarnemen dat, gedurende de eerste maanden der bezetting, vele Duitsche soldaten zich bijzonder voorkomend toonden ten opzichte van de geestelijken en deze geeren aanspraken. Doch, daar de geestelijken ten hunnen opzichte koel en onverschillig bleven, werden zij hoe langer hoe minder door de Duitschers gezocht en aangesproken.

    Bl. 22a

      In het begin van 1915 kwamen op zekeren dag eenige Duitschers in het dorp aan, zoo ik meen om een onderzoek in te stellen aangaande de brandstichtingen der Belgen. Aan vrouw Verstraeten Felix vroegen ze : “waarom hebben de Belgen die huizen afgebrand?” “Wat”, zei de vrouw, “de Belgen? de Duitschers hebben dat gedaan.” “Hebt gij dat gezien?” vroegen ze nog. “Dat heb ik gezien”, was het antwoord, “en dat hebben hier honderden menschen gezien.” Zij achten het niet noodig meer getuigen te ondervragen.

      Ik bevond mij juist aan den ingang der kerk toen ze van het huis Verstraeten kwamen. Zij kwamen op mij toe en vroegen om de kerk te zien? Ik bracht hen in de kerk en trok bijzonder hunne aandacht op de verbrijzelde brandkasten. “Dat hebben Duitsche soldaten gedaan”, zegde ik, “en meer nog, de gewijde vaten hebben zij willen doen smelten.” Nu toch hadden ze gehoord wie het gedaan had : als ze ’t nu ook maar geloofden!

    Hoofdstuk VIII
    Latere gewelddaden.


      In ’t begin van 1916 had de hoogere Duitsche overheid bepaald dat er geene opeischingen van aardappelen mochten gedaan worden voor de bezettingstroepen, doch het bleef de soldaten vrij aardappelen te koopen bij landbouwers die vrijwillig in den verkoop wilden toestemmen. Van die bepaling maakten de duitsche soldaten gebruik om de landbouwers tot verkoop te dwingen. Zij gingen de huizen der landbouwers af en overal, na een onderzoek gedaan te hebben, spraken zij in dezen zin : “gij hebt nog … zakken aardappelen, daarvan moet gij er ons … afstaan zooniet komen wij alles halen. Natuurlijk dat de landbouwer in dien verkoop toestemde uit vrees : dat heette dan een vrijwillige verkoop. Deze opeischers door de legeroversten van Aerschot afgezonden hielden geen rekening van hetgeen de landbouwers voor eigen gebruik nog mochten noodig hebben. Elke compagnie zond haren opeischer en niet zelden kwam een tweede opeischingen doen in hetzelfde huis waar de eerste reeds het uiterste gevergd had.

      In het openbaar en in het bijzonder had ik mijne parochianen verwittigd dat zij niet verplicht waren aan de Duitschers te verkoopen, doch de vrees was zoo groot dat zij niet anders durfden.

    Bl. 22b

      Ik hield er mij niet bij de menschen te verwittigen, ik protesteerde tegen de Duitschers zelf en deed de gemeenteraad ook protest aanteekenen. De officieele opkoopers door de Duitsche overheid zelf aangesteld kwamen ons protest bekrachtigen. Meer nog de Duitsche soldaten regelmatig gezonden om den voorraad te kontroleeren waren eveneens van ons gedacht.

      Door den heer burgemeester gelast met den aankoop van aardappelen in naam van de gemeente, was ik er met veel moeite in gelukt 90 zakken aardappelen aan te koopen voor de bevoorrading der arme menschen. Om daartoe te komen heb ik met behulp der officieele opkoopers en der regelmatige Duitsche onderzoekers, aardappelen aangeslagen die onder bedreiging aan troepen van Aerschot toegezegd waren.

      De gemeenteraad had te Aerschot reeds trotest ingediend. Dit hielp niet, wel integendeel, de aldaar liggende troepen kwamen meer dan ooit aardappelen opeischen.

      Dan werd er geschreven naar den Gouverneur en op dit bijzonder werd gedrukt : dat de soldaten de landbouwers dwongen aardappelen te verkoopen zonder rekening te houden van hunne eigene behoeften; dat zulks gebeurde in overtreding van zijn besluit dat aan de troepen verbood aardappelen op te eischen en hun alleen toeliet te koopen bij degenen die vrijwillig verkoopen wilden; dat de voorraad aardappelen te gering geworden was om zulke onregelmatige opeischingen te doen.

      Het generaal gouvernement, na de plichtigen alleen aanhoord te hebben, zond een antwoord dat de bijzonderste zaak ter zijde liet en alzo te kennen gaf dat zijn besluit alleen genomen was om de eenvoudige Belgen te paaien en geenszins om misbruiken in de opeischingen te voorkomen. Ziehier dien brief :

      Brüssel den 22 april 1916

      Infolge der unteren 9.10. und 11 März 1916 eingereichten Beschwerden über die Fortnahme von Kartoffeln durch deutsche Soldaten sind Ermittelungen angestellt. Diese haben nicht nur ergeben, dass die vorgebrachten Beschwerden unbegründet sind, sondern dass sie auch unwahre Behauptungen enthalten.

      In Tremeloo sind von den Truppen nur 3300 kg Kartoffeln fuer den eigenen Gebrauch entnommen, während weitere 17 400 kg. von der Verladern der Zivilverwaltung für die Bevölkerung Brüssels angekauft sind. Die Beschaffung der Kartoffeln duch die Truppen ist nur erfolgt weil festgestellt war, dass die Gemeinde einen Ueberschuss an Kartoffeln über den eigenen Bedarf besats. Daer tatächlich ein Ueberschuss vorhanden war, wird schon dadurch bewiesen, dass bisher bei 5 Bauern 1600 kg. Kartoffeln gefunden wierden, die von den Besitzern bei der Bestandsaufnahme nicht angemeldet werden sind.


    Bl. 23a

    Von den für die Notleidenden der Gemeinde vom Pfarrer zurückgestellten 9000 kg. Kartoffeln ist überhaupt nichts entnommen worden.

      Es ist ungehörig weren Sie als Gemeindevertreter Beschwerden ohne sorgfältige Untersuchung der Angelegenheit hier vorbringen. Das General Gouvernement betrachtet die Sache hiermit als erledigt.


    Deze brief is eene aaneenschakeling van kwade trouw :

      1e De Gemeente verzette zich niet tegen eene regelmatige opeisching van het beschikbare, maar wel tegen de onregelmatige en onwettige opeisching der troepen. Daarbij de troepen eischten niet zelden een zak aardappelen waar er maar twee voorhanden waren. Sprak men hen van aardappelen voor arme menschen, dan luidde het antwoord : “Mit die arme Leute haben wir nichts zu machen.”

      2e Het aangegeven getal van 3300 kg. is ver beneden de waarheid.

      3e De aanschaffing van 17400 kg. werd door de gemeente zelf bewerkt doch op rechtvaardige wijze na grondigonderzoek. De troepen wilden dit onderzoek niet afwachten : zij deden hunne opeischingen betr genoemd aftruggelarijen zonder rekening te houden van de behoeften der boeren, der burgerlijke bevolking en der armen. Het is derhalve volkomen valsch dat de troepen zich enkel zouden bevoorraad hebben na bestatiging van een overschot.

      4e Dat bij 5 boeren 1600 kg. verdoken werden bewijst niet dat de opeischingen bij anderen rechtveerdig waren.

      Bij de verkoopdagen voor het leveren der granen werden de landbouwers onmenschelijk behandeld. Sommige werden voor eenige uren in eenen hoek geplaatst omdat zij de hoeveelheid graan niet konden leveren die men van hen eischte. Er zijn ook eenige personen geweest die alsdan slagen gekregen, onder andere Felix Van der Elst die bijna doof is, en dus alles niet verstond wat gezegd werd.

      Den 30 september 1916, rond den avond, waren er op het gehucht Langerechte eenige jongelingen die zich vermaakten ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van eenen hunner makkers. Om de aloude vreugdeschoten te vervangen deden zij carburebussen ontploffen. Deutsche gendarmen waren op dat gerucht afgekomen. Hebben ze “halte” geroepen en zijn de feestvierders loopen gegaan? dat kan ik niet verzekeren. Althans er werd geschoten en Antoon Wouters een jongeling van 19 jaren werd gedood.

    Inbeslagneming van koper.

      Den 23 juli 1918 kwamen drie Deutsche soldaten zonder aanbellen de pastorij binnen. Zij verklaarden te komen voor het koper dat ik niet geleverd had niettegenstaande eene herhaalde verwittiging. Ik vroeg hunne bewijsstukken. Zij toonden mij eene machtiging om koper in beslag te nemen en geldig van 1 mei tot 31 juli 1918. Daarop gingen zij onmiddellijk aan ’t werk en wel op zulke wijze dat het afrukken der venstertoppen het breken der ruiten voor noodzakelijk gevolg zou hebben. Ik zegde dat ze gemachtigd waren koper af te halen maar dat ze niet gemachtigd waren ruiten te breken; dat ze om koperen toppen los te maken moesten voorzien zijn van eene vijl. Daarop hielden zij op en gingen bij eenen naburigen smid eene vijl halen;

      Zij hebben medegenomen : 40 koperen venstertoppen, 5 klinken en eene koperen plaat.

    Bl. 23b

    Hoofdstuk IX

      De Bezettingsjaren

    A. De Kerk.


      De schade toegebracht aan het dak der Kerk werd hersteld in het begin van 1915. De gemeente heeft die onkosten op haar genomen.

      Aan de beschadigde ramen der Kerk werd eene tijdelijke herstelling gedaan nogmaals betaald door de gemeente. De verbrijzelde gedeelten der geschilderde ramen werden dicht gemaakt met gewoon glas. De raam der vunt die vroeger ook van gewoon glas voorzien was, werd voor goed hersteld.

      Twee brandkasten door de Duitschers verbrijzeld, eene in de sacristij, de andere in de kerk waar ze voor den oorlog diende om het H. Sacrament te bewaren, werden insgelijks hersteld. Daarvoor werd door het Nationaal Komiteit eene toelage geschonken van 300 fr.

      De gewijde vaten door de Duitschers deels gesmolten, deels verbrijzeld bleven tot heden in den staat in denwelken zij teruggevonden werden. Hierbij eene lichtpunt van die gewijde vaten.

      Tot naderhand werd ons eene kleine remonstrans in leen gegeven door den eerw. Heer pastoor van Grasheide.

      Tijdens mijn verblijf in Duitschland werd mij eenen nieuwen kelk geschonken door de weledele gravin von Westerholt-de Robiana te Lüdringhausen in Westfalen.

      In 1915 ontving ik eene zekere hoeveelheid linnen van het bisdom.

      In maart 1919 werd mij eenen nieuwen zwarten kazuivel met de nodige kelkdoeken geschonken door Madame Bivorz te Brussel.

    B. De goddelijke diensten.

      Daar de heeren pastoor en onderpastoor gevankelijk naar Deutschland vervoerd werden, bleef de parochie zonder priester van 28 augustus tot 1 november. Op dien laatsten datum werden de goddelijke diensten heringericht door den eerw. pater Renatus van de congregatie der H.H. Harten. Deze heeft den parochialen dienst waargenomen tot aan de terugkomst van pastoor en onderpastoor den 21 December 1914.

      De Deutsche aalmoezeniersdienst heeft van de Kerk geen gebruik gemaakt.

    C. De eeredienst.

      Tijdens de bezettingsjaren werd de eeredienst zoo binnen als buiten de kerk uitgeoefend zoals vroeger uitgenomen de kermisprocessie die vervangen werd door eene boetprocessie gelijk op de kruisdagen.

    Bl. 24a

    In 1918 werd ook de processie van Hoogweerdig achter gelaten omdat de Heeren pastoors op de dekenij in kapittel vergaderd dien maatregel genomen hadden.

      De jaarlijksche bedevaart naar Scherpenheuvel werd nagelaten om alle moeilijkheden met de Duitsche overheid te vermijden. De parochianen deden afzonderlijke bedevaarten naar Scherpenheuvel.

      De bisschoppelijke brieven werden gelezen, sermonen gepredikt, openbare berechtingen gedaan, kruisdagen gehouden weer zoo als vroeger. De eerste bisschoppelijke brief werd door twee Duitschers afgehaald.

    D. Het bijwonen der diensten en het naderen tot de sacramenten gedurende de bezettingsjaren

      De twee eerste jaren in 1915 en 1916 werden de goddelijke diensten bijgewoond zooals vroeger, en het getal communiën was merkelijk vermeerderd. In 1917 en nog meer in 1918 werden de goddelijke diensten slecht bijgewoond en het getal communiën is ook verminderd (zie vergelijkende tabel in hoofdstuk IV).

    Waaraan moet deze verval die zich in al de omliggende parochiën voordoet, toegeschreven worden?

    Eerst voor wat het bijwonen der goddelijke diensten betreft.

    1° Voor den oorlog had men op alle parochiën een soort van menschen die zondags de mis bijwoonden meer uit gewoonte dan uit overtuiging, en die dan reeds gemakkelijk eene reden vonden om nu en dan de mis te verzuimen. Deze menschen hebben zich tijdens de bezetting allerhande redenen gesmeed om de mis geheel en al achter te laten.

      Sommige hebben de goddelijke Voorzienigheid voor hunne vierschaar gedaagd en hare werken niet volgens hunne goesting bevonden. Velen hebben zich vergrepen aan andermans goed dat zij kost wat kost willen behouden. Dit nu is een algemeen verschijnsel : wanneer het geweten bezwaard is met onrechtveerdigheden dan ontstaat er tevens zekeren afkeer voor al wat de godsdienst raakt. Er zijn ook wel huichelaars, doch in het algemeen duurt die huichelarij niet langer dan het profijt dat men daaruit trekt of voorziet.

      Een persoon had op de pastorij allerhande zaken gestolen; daarvan had ik ontegensprekelijke bewijzen en getuigen. Ik wilde die persoon niet overleveren aan het gerecht, doch wel hem overhalen zijn geweten in regel te stellen, en ik riep hem op de pastorij. Hij deed volgens ik meen gedeeltelijk restitutie, doch sedert dien dag was niemand meer van zijn huishouden in de kerk te zien.

    Bl. 25b

    De eerste maanden van den oorlog en ook voor den oorlog naderde die persoon alle maanden tot de H.H.Sacramenten.

      Hier gelijk elders worden menschen gevonden die zeggen dat zij hunne christelijke plichten verzuimen omdat het Komiteit, waarvan Mr. Pastoor deel maakt, hun het eene niet gegeven of het andere geweigerd heeft. Hoeft het gezegd dat degenen die zoo spreken eveneens tot de onverschillige of ongodsdienstigen behooren! Het plaatselijk Komiteit moest natuurlijk een reglement volgen van hoogerhand voorgeschreven. Ik ken wel brave menschen die in hunnen eenvoud zulks betwijfelen; doch, deze hebben daarom aan hunne godsdienstige plichten niet verzaakt. De algemeenheid dergenen die beweren om die reden de mis te verzuimen zijn, ofwel menschen die vroeger ook zelden naar de kerk gingen; ofwel menschen die zich leelijk vergrepen hebben aan andermans goed. Hier vinden wij de toepassing van dezen regel die op ondervinding berust : de mensch die in fout is zoekt naar verontschuldiging en niet zelden meent hij zich doelmatig te verontschuldigingen met andere menschen als de eerste oorzaak zijner fout aan te wijzen.

      Eventwel is het spijtig dat de geestelijken zich met komiteitzaken hebben moeten moeien. Alle komiteiten, vooral op den buiten, hebben twee groote vijanden ontmoet : de hebzucht en de jaloersheid. De hebzucht heeft dit eigen dat zij eigenvoordeel alleen rechtveerdig vindt. De hebzuchtige mensch is met zichzelven alleen bekommerd, en hij wil dat het Komiteit zoo niet met hem alleen dan toch met hem op de eerste plaats zou bekommerd zijn.

      Bij de hebzucht voegt zich onvermijdelijk de jaloerschheid. De hebzuchtige mensch oordeelt dat anderen altijd beter bedeeld zijn dan hij, en hij denkt nooit dat anderen kunnen meer nood hebben dan hij. Nooit heb ik mij kunnen inbeelden dat menschen zoo hebzuchtig en zoo jaloersch konden zijn als ik ze hier bevonden heb. Geen dag ging er voorbij of er werden reclamatiën ingebracht die voor oorsprong hadden de hebzucht en voor drijfveer de jaloerschheid.

      Ik ben van gevoelen dat het Nationaal Komiteit ons volk tot in den grond bedorven heeft, met hoogergenoemde ondeugden op buitengewoone wijze te ontwikkelen. Menschen die vroeger gelukkig en dankbaar waren wanneer zij op de pastorij eene telloor soep mochten halen voor eenen zieke, zullen thans eene ruime aalmoes aanvaarden zonder dat in hun hart het geringste gevoel van dankbaarheid ontstaat. Zij denken : hij moet mij dat geven en wie weet geeft hij mij wel al wat hij moet.

    Bl. 27

    Opdat de onderstand eenig goed te weeg brenge en dankbaarheid verwekke; zijn vooral twee vereischten onontbeerlijk. 1° de onderstand moet bescheiden zijn; 2° het moet dengene die ontvangt klaar zijn dat de gever hem niets verschuldigd is. In plaats van rechtstreekschen onderstand te verleenen had het Nationaal komiteit de gemeenten moeten helpen om werken van openbaar nut te doen uitvoeren en alzoo aan de noodlijdenden en werkloozen de gelegenheid te geven een daggeld te verdienen. Nu heeft men den werkman leeren rentenieren en stelen. Leegloopers zijn, of worden dieven.

      Er zijn ook onverschilligen aan dewelke de brief van zijne Eminentie over Rechtvaardigheid en Liefde eene reden verschaft heeft om hun gedrag te wettigen. Vele waarheden in dien brief vervat had ik reeds meer dan eens op den predikstoel voorgehouden, en daarom, wanneer ik dien brief voorlas was dit bij sommige menschen, van mijnentwege enkel een middel om mijne eigene gezegden op den rug van zijne Eminentie te schuiven. Vandaar misnoegdheid niet tegen zijne Eminentie maar tegen den pastoor. Het verschijnsel waarvan wij hier getuige zijn komt voort uit den geest die thans overal onder het volk heerscht : de geest van opstand tegen de overheid. De overheid is de vijand en wel die overheid die men genaken kan. Zijne Eminentie is buiten het bereik van eenvoudige en kortzichtige buitenlieden, voor hen is er niet dan de pastoor. Dit was hier bij sommigen ook het geval toen paus Pius X de communie der kinderen voorschreef.

      De priester is hoofdzakelijk aangesteld om de menschen hunne plichten voor te houden. Welnu er zijn hier vele menschen gelijk ook elders die niet anders voor oogen hebben dan hunne rechten, en die niet eens inzien dat er geene rechten zijn zonder plichten.

      Al het voorgaande in ’t kort samengevat : vele onverschilligen hebben thans hunne godsdienstige plichten geheel en al verzuimd omdat zij, in den schijn tenminste, redenen gevonden hebben om bij hunne omgeving hun gedrag te wettigen. Daarenboven de leugens en verzinsels der boozen brengen sommige brave menschen in twijfel.

    2° Eene tweede en gansch bijzondere reden van het verzuimen der goddelijke diensten is de smokkelhandel. In de jaren 1917 en 1918 was er bijna geen huishouden in de parochie dat zich niet min of meer op de smokkelhandel toelegde, en zoo kwam het dat alle zondagen honderden menschen met smokkelwaar naar Brussel gingen en de mis verzuimden. Thans is de smokkelhandel afgeloopen en met genoegen kan ik bestatigen dat de goddelijke diensten ook beter worden bijgewoond.

    Bl. 28

      Wat denken van die menschen die zondags de mis verzuimden om zich op den smokkelhandel toe te leggen?

      Sommige menschen die in de week hunne handen vol hadden met hun werk, maakten vooral van den zondag gebruik om met smokkelhandel iets bij te verdienen. Onder dezen waren er die wel niet ongodsdienstig waren, doch rechtzinnig meenden dat de gelegenheid om wat geld te verdienen eene voldoende reden was om de mis te verzuimen, gelijk de noodzakelijkheid eene reden is om zondags te werken. Zij hadden wel in Brussel kunnen naar de mis gaan; doch … dat komt er niet van.

      Er is eene andere soort van menschen die naar de mis gaan als het goed aankomt, om den tijd door te brengen; maar, is het te koud of te warm, te droog of te nat, dan gaan ze niet. Natuurlijk dat voor dezen ook het minste tijdelijk voordeel eene voldoende reden is om de mis te verzuimen.

    3° Eene derde reden waarom door sommige de zondagsmis verzuimd werd, was het gebrek aan kleederen. Deze reden geldde bijzonder voor de kinderen die in 1917 en 1918 de mis verzuimden.

    4° Het bijwonen der mis in de week door de kinderen is ook merkelijk verminderd niettegenstaande de gedurige aanwakkeringen der geestelijken en der zusters. Daarvan kunnen wederom verschillige oorzaken aangehaald worden :

    a) De onregelmatigheid in het openen der scholen. In 1917 en 1918 zijn de scholen meermaals gesloten geweest, nu eens door de overheid, dan uit hoofde van eene heerschende ziekte, dan bij gebrek aan brandstoffen enz.

    b) Het gebrek aan kleederen. Bij sommigen het gemis van de noodige kleederen, bij anderen de zorg om zoo weinig mogelijk kleederen en schoeisels te verslijten.

    c) De onverschilligheid der ouders. Hoe is ’t mogelijk dat de kinderen aan mis en communie denken, wanneer hun t’huis niet gesproken wordt dan van geld winnen met smokkelen of van andere tijdelijke zaken.

      Hier wil ik de aandacht trekken op eene gemoedsgesteltenis die men hoe langer hoe meer onder het volk waarneemt. De menschen willen betaald zijn voor al wat ze doen, zelfs voor hetgeen ze doen voor onzen Lieven Heer. Zoo de pastoor wil dat mijne kinderen naar de mis komen of te communie dan moet hij hun maar kleederen geven. Kortom voor elke geestelijke oefening die men van de menschen vraagt zou men hun een tijdelijk voordeel in de plaats moeten bezorgen. Er is hier eene arme vrouw die gewoon is te zeggen : “in de kerk geeft men niets weg!” en daarom gaat ze naar de kerk niet, tenzij wanneer er een mis gedaan wordt met uitdeeling van brood van wege het armbestuur. Er zijn er niet veel die zoo spreken, doch er zijn er meer die zo denken.

    vervolgd



    24-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    23-04-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pv WO I Tremelo-4
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van TREMELOO

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Tremelo (O.L.Vrouw van Bijstand) – Gemeente Tremelo - deel 4

    Bl. 29

    Het naderen tot de H.H.Sacramenten.

      In 1915 en 1916 vermeerdering van communiën vooral toe te schrijven aan veelvuldige communiën der kinderen.

      De twee eerste jaren van den oorlog werd er veel onderstand uitgedeeld, en het Komiteit in zijn oordeelvellen over den nood was zeer breed. Alhoewel het komiteit steeds onpartijdig was in het uitdeelen van onderstand, bleven vele menschen toch bij de gedachte dat het hun voordeelig zou zijn hunne kinderen in de week naar de kerk te zenden. Personen die vroeger hunne godsdienstplichten niet onderhielden en die in ’t begin van den oorlog al gestolen hadden wat hun onder de handen viel, kwamen in 1915 alle veertien dagen of alle maanden te biechten en te communie. Wanneer ze de overtuiging hadden opgedaan dat ze daar niets mee verdienden, bleven ze weg.

      Ongevraagd of onverzocht had het Komiteit voor zekere familie eenen bijzonderen onderstand van het werk der oorlogsweezen bekomen. Later ingevolge eene verandering van reglement werd die onderstand geschorst. Nauwelijks had ik aan die familie dit slecht nieuws aangekondigd of de kinderen hielden op in de week naar de kerk te komen en tot de H.Tafel te naderen.

      In 1916 werd in de school eene tas melk gegeven aan een honderdtal der zwakste kinderen. De kinderen die ’s morgens communiceerden mochten in de school hunnen boterham gaan opeten, en kregen alsdan hunne tas melk of wel eene tas koffie. Later toen de melk te duur werd en de opeisching der boter in voege kwam, werd zulks veranderd. Waarschijnlijk is in die verandering eene reden te vinden van het afnemen der dagelijksche communie onder de kinderen.

      In 1917 en 1918 werd de onderstand merkelijk verminderd en aan een groot getal huisgezinnen werd door de nieuwe reglementen den onderstand geheel en al ontzegd : iedere maal ontstond er ten opzichte van den Voorzitter van het Komiteit (eerw. Heer Pastoor) blijkbare misnoegdheid. Elke verandering van reglement voor de verdeeling der eetwaren maakte eveneens misnoegden. Om die reden heb ik in november 1917 mijn ontslag als voorzitter en als lid van het Komiteit aangeboden.

      Eindelijk eene reden om het verzuimen der mis en het minder naderen tot de HH. Sacramenten uit te leggen vinden wij aangehaald door onzen Heer Jezus-Christus zelf : non potestis Deo servire et …… De twee laatste jaren van den oorlog waren voor bijna al onze menschen jaren van grote verdiensten. De gedachten stonden alleen op geld winnen en niemand bekommerde zich om de wijze waarop het verdiend werd; zelfs voor de nauwgezetste menschen waren alle winsten, diefstal alleen uitgezonderd, ten volle rechtveerdig.

    Bl. 30

      Eens het geld gewonnen moest er bij velen een middel gevonden worden om er van te genieten. De kermissen werden heringericht en wel zoodanig dat de kermissen van vroeger maar eene schaduw waren van de kermissen in 1917 en 1918. Waar vroeger honderd franken verkwist werden, besteedde men er nu ten minste twee duizend. ’t Is dan ook niet te verwonderen dat men minder hield van kerk en godsdienst, te meer daar in de kerk woeker en danspartij veroordeeld werden.

      De ondervinding leert het : ’t is enkel in den nood dat de mensch begrijpt afhankelijk te zijn van een Opperwezen dat hij dan ook aanroept. Wanneer hem alles toelacht en vooral wanneer geld toestroomt, dan vergeet hij gemakkelijk zijnen God, omdat het geld in zijn hart de plaats van God inneemt : “non potestis Deo servire et ……”.

    Plechtige communie der kinderen.

     Hier heb ik niets anormaal aan te stippen voor wat de deelneming betreft. Op twee uitzonderingen na hebben al de kinderen tot de jaren gekomen aan de plechtige communie deelgenomen. Die twee uitzonderingen waren kinderen van doorslechte ouders : een heeft tot den laatsten dag de oefeningen gevolgd en is niet omgezien den dag van de plechtige communie; de andere is weggebleven na van den eerw. Heer pastoor een kostuum gekregen te hebben.

     Het bijwonen van den catechismus van voorbereiding min regelmatig geweest dan vroeger bijzonder bij de jongens; en de eerste oorzaak daarvan moet gezocht worden in het onregelmatig sluiten en openen der scholen.

     Een woord ook over de kleeding der kinderen. In 1915 werden aan een groot getal kinderen kleederen geschonken door het armbestuur en den Heer pastoor die tot dit einde stof ontvangen had van eenen vriend. Onder de meisjes die stof ontvingen om zich een kleed te laten vervaardigen waren er deze die deze stof niet schoon genoeg vonden en er andere kochten : klaar bewijs dat de ouders zich aan aftruggelarij hadden plichtig gemaakt.

     Toen de volgende jaren de kleederen door zijne Eminentie bezorgd, uitgedeeld werden, achtte ik het noodig er op te drukken dat die kleederen den dag der plechtige communie moesten gebezigd worden. Die bepaling had voor gevolg dat er minder aanvragers waren. Dit getal werd nog geringer wanneer er niet meer dan katoenen kleederen te verdeelen vielen. Daaruit besluit ik dat sommige menschen zonder gegronde redenen onderstand vragen.

    Buitengewone diensten.

     De wekelijksche dienst voor de gesneuvelde soldaten werd in den beginne goed bijgewoond. Dit duurde eventwel niet lang en op het einde van 1915 trof men in die mis geene andere personen aan dan degenen die gewoonlijk naar de mis komen.

    Bl. 31

      Jaarlijks den 19 augustus om 10 ure heb ik een plechtig jaargetijde gedaan voor de gesneuvelde soldaten en medeburgers. Ik heb daartoe den 19 augustus verkozen omdat op dien datum alhier gesneuveld zijn zes soldaten en drie burgers. De twee eerste jaren werd dien dienst buitengewoon bijgewoond doch in 1917 en 1918 was dit veel minder.

      In 1918 van april tot december werd het H. Sacrament volgens verzoek van zijne Eminentie op den eersten vrijdag van elke maand gedurende twee uren uitgesteld : buiten eenige kinderen door de zusters opzettelijk aangezegd, en enkele godvruchtige personen, waren er geen aanbidders.

    De openbare zedelijkheid.

      De openbare zedelijkheid heeft tijdens den oorlog veel te wenschen overgelaten. Gedurende de vier oorlogsjaren heb ik 34 onwettige geboortens aangeteekend, waaronder een van eene soldatenvrouw. De openbare meening heeft nog andere soldatenvrouwen van zedeloosheid beticht. Ongetwijfeld is de werkeloosheid de oorzaak geweest van het zedenbederf. Vier en dertig onwettige geboortens gedurende de jaren 1915, 1916, 1917 en 1918, dat is ruimschoots het dubbel van vroeger.

    E. De toestand der Vrije Scholen.

      Voor den oorlog bezat Tremeloo eene vrije bewaarschool en twee zondagscholen, eene voor jongens en eene voor meisjes.

      De vrije bewaarschool was ingericht door den eerw. Heer Verbeeck, vorige pastoor der parochie, ten voordeele van eene arme vrouw Maria Bosmans, die vroeger reeds eenig onderwijs verschafte aan kleine kinderen welke de ouders haar toevertrouwden tegen 50 centiemen per maand.

      Daar Maria Bosmans te oud geworden was had ik haar juist voor den oorlog op pensioen gesteld : de eerw zusters hadden de vrije bewaarschool overgenomen onder voorbehoud dat Maria Bosmans zou betaald worden gelijk vroeger en dat zij intusschen gratis het onderwijs zouden geven.

      Den 28 augustus 1914 werd het lokaal der vrije bewaarschool afgebrand, en daar er geen ander lokaal te vinden was om de kinderen te ontvangen, werden de toelagen ook niet meer uitbetaald. De gemeente nochtans is voortgegaan met jaarlijks 150 fr. te betalen voor Maria Bosmans. Verder heb ik voor haar 18 fr. per maand bekomen van het werk der bescheidene hulp.

    Bl. 32

      De toelagen voor de zondagscholen werden gedurende de bezetting regelmatig uitgekeerd; voor 1918 werden ze toegezegd, doch op heden 1 april 1919 zijn ze nog niet uitbetaald.

      Het programma bij de stichting dezer scholen bepaald, werd tijdens den oorlog ook gevolgd zonder dat eenige tusschenkomst der Duitse overheid zich heeft voorgedaan.

    F. Patronaten – Werken voor volwassenen – Liefdadigheidswerken

      Voor den oorlog bestond in de parochie een patronaat voor jongens bestuurd den E.H.Onderpastoor. dit patronaat was ingericht in het Gildehuis gebouwd in ’t begin van 1912. Daar in 1914 het meestendeel der schoollokalen afgebrand werden, bleef er geen ander middel dan klassen in te richten in het Gildehuis. Om die reden heeft het patronaat voor jongens, bij gebrek aan lokaal, sedert augustus 1914 tijdelijk opgehouden te bestaan.

      Een woord hier over de maatschappelijke werken der parochie.

      De Boerengilde was pas voor het uitbreken van den oorlog gesticht, en had nog maar twee of driemaal vergaderd. Daar het inrichten tijdens den oorlog niet gunstig scheen, werd dit werk dan ook tot later verschoven. Sedert januari 1919 is de Boerengilde in werking getreden.

      De veeverzekering was voor den oorlog zeer bloeiend : zij verzekerde meer dan zes honderd dieren. Alhoewel de veestapel sedert 1914 zeer verminderd was heeft zij eventwel hare werking voortgezet tot einde 1917. Doch het getal leden was aanhoudend verminderd en zou nog verminderen omdat de oorlog voor haar eenen anormalen toestand geschapen had. Om met meer kans van gelukken later te kunnen herbeginnen heeft de algemeene vergadering van Februari 1918 goedgevonden de werking der maatschappij tijdelijk op te schorsen.

      De pensioenkas is terug in werking getreden zoohaast de stortingen van hoogerhand aanvaard werden.

      De Spaar- en Leengilde heeft hare werking van af 1915 hervat en heeft tijdens den oorlog wezenlijke diensten bewezen door het uitleenen van geld voor aankoop van vee en voor het heropbouwen van woningen

    Bl. 33

    De belegde vergaderingen werden in gevolge de verordening van heer Gouverneur aan de Duitsche overheid medegedeeld. Slechts éénmaal hebben twee Duitschers zich op ene vergadering vertoond; andere last of moeilijkheden hebben wij langs dien kant niet ontmoet.

      De leden van Vincentiusgenootschap vergaderden vroeger alle zondagen na de hoogmis. Tijdens den oorlog heb ik meermaals beproefd die vergaderingen te hernemen. De leden kwamen dan eenige zondagen doch weldra was niemand meer te zien. Ik heb dan goed gevonden nog een weinig uit te stellen alvorens eene nieuwe poging te doen. De vergaderingen van het Vincentiusgenootschap beelden zich in dat dit genootschap nu geene reden van bestaan had omdat het Komiteit in alle noodwendigheden voorzag. Zij beseffen niet genoeg het geestelijk voordeel der bijeenkomsten.

    G. Het ontvoeren der werklieden.

      Den 18 november 1916 werden op de gemeente plakbrieven aangebracht waardoor al de mannen van Tremeloo van 17 tot 55 jaar verplicht werden zich naar Aerschot te begeven den 23 daaropvolgende. Zij moesten van het noodige voorzien zijn om desgevallend naar Duitschland te vertrekken.

      Zoo haast dit nieuws bekend was wilde iedereen naar de stad om zich kleergoed aan te schaffen. De stedelingen maakten van deze gelegenheid gebruik om geld te slaan op den rug der ongelukkige slachtoffers van de Duitschers. De prijzen van kleergoed en schoeisels werden van uur tot uur verhoogd. En toch zouden diezelfde stedelingen naderhand vuur en vlam spuwen tegen de boeren woekeraars.

      De gemeenteoverheid had eene lijst van werkeloozen aan de Duitschers medegedeeld. Het was voor de leden van den gemeenteraad, allen eenvoudige menschen, een moeilijken toestand. Werd de lijst niet gegeven dan zouden andere burgers naar Duitschland vervoerd worden en in grooter getal dan anders. Daarenboven geen enkel werkelooze zou op zich genomen hebben de familiën der weggevoerden door hun werk ter hulp te komen. Was het niet beter degenen die toch niets verrichten laten weg te nemen dan wel burgers die t’huis hoogst noodig waren? Was dit niet tusschen twee kwalen het minste kiezen? Zoo redeneerde de gemeenteoverheid.

      Zonder deze handelwijze der gemeenteoverheid te beoordeelen zonder goed of af te keuren, acht ik mij nochtans verplicht hier een woord te zeggen over de werkeloozen.

    Bl. 34

    1° Eenige persoonen, vooral huisvaders, hadden zich om den onderstand te genieten, ten onrechte werkeloozencertificaten doen afleveren.

    2° Sommige werkeloozen hadden geenwerk omdat zij er geen wilden, en op allerhande manieren trachten zij te ontsnappen aan het weinige dat hun gevraagd werd. Om niet te moeten werken verrichtten zij moedwillig slecht werk. Daar in de gemeente 215 woningen door den vijand vernield werden, had het komiteit besloten steen te bakken om alzoo de afgebranden ter hulp te komen en de werkeloozen werk te verschaffen : de moedwilligheid der werkeloozen heeft het Komiteit gedwongen na eene proef dit ontwerp te laten varen.

    3° Onder de werkeloozen waren ook eenige leegloopers, die binst den dag niet zelden den spot dreven met menschen die vlijtig werkten, en van den nacht gebruik maakten om zich middelen van bestaan aan te schaffen.

      Doch, niettegenstaande al hunne fouten en gebreken, het waren onze medeburgers; en daarom waren wij ten hoogste gevoelig aan het leed dat den vijand hun berokkend heeft met ze aan hunne familiën te ontrekken, om ze in een vreemd land de onmenschelijkste behandelingen te doen ondergaan.

      Het mededeelen van den lijst der werkeloozen werd in de gemeente verschillend beoordeeld volgens eigenbelang. De familiën der werkeloozen vonden het verkeerd, de anderen keurden het goed. Verhevene gevoelens die eigenbelang ter zijde laten, zijn hier in ’t algemeen niet gekend. Zelfopoffering beteekent hier opoffering voor zichzelf. Aldus de afkeuring van de eenen en de goedkeuring van de anderen waren niet anders dan de goedkeuring van de handelwijze der gemeente : allen zouden hetzelfde gedaan hebben.

      Eenige personen wier namen op de lijst der werkeloozen vermeld waren, werden aan het ballingschap bevrijd dank aan de tusschenkomst van Mr. Adriaen, geneesheer te Werchter. Eenige anderen door de gemeenteoverheid niet aangeduid, werden niettemin naar Duitschland vervoerd. De weggevoerden waren ten getalle van 33 waaronder 16 huisvaders en 17 ongehuwden.

      Hier laten wij de namen volgen der weggevoerden te beginnen met de huisvaders :

      Anthonis Ignatius, Baumans Alfons, Bouckhuydt Thomas, De Winter Alfons, Mastien Constant, Soetewey Alfons, Van Eyken Felix, Verhaegen Frans, Verschoren Alfons, Verstraeten Benedictus, Wouters Petrus, Van Woensel Jan Baptist, Verhoeven Andreas, Verhoeven Felix, Van Casteren Karel, Verhard Alfons.

    Bl. 35

      De Winter Gustaaf, Laureys Petrus, L’Enfant Jules, Leys Jan Baptist, Op de Beeck Frans, Storms Guilielmus, Van den Notelaer Frans, Van Eyken Jan Baptist, Verbeeck Frans, Verhoeven Lambert, Mattheus Felix, De Coster Joseph, Iwens Frans, Schoovaerts Lodewijk, Verelst Lodewijk, Storms August, Crabbé Isidoor.

      Een dezer de genaamde Van Eyken Jan Baptist, is, ten gevolge van de slechte behandelingen in Duitschland ondergaan, bezweken bij zijne terugreis naar het Vaderland, namelijk te Luik waar hij in het gasthuis gebracht werd.

      In Duitschland hadden de weggevoerde ongehoorde behandelingen te ondergaan met het inzicht hen tot het werk te dwingen. Dit blijkt uit de twee volgende getuigenissen die ik onder meer andere gekozen heb :

    Getuigenis van Alfons Soetewey te Tremeloo, Veldonck.

      Den 23 november 1916 was een der droevigste dagen van mijn leven. Even als zoveel andere jongens en huisvaders werd ik tegen wil en dank door de duitsche barbaren van vrouw en kinders weggerukt en naar Duitschland gestuurd.

      In Duitschland aangekomen werden wij in het kamp Weschede in barakken opgesloten als beesten in eenen stal, waar wij verbleven tot 1 maart 1917.

      Dan hebben ze ons naar Neerath bij Greevenbroek naar ’t werk gezonden, waar ik den zesden dag al bijna verongelukt was; zoodat ze mij met gebroken arm naar het gasthuis gedaan hebben, waar ik 42 dagen schrikkelijke pijnen, ijselijken honger en veel verdriet doorstaan heb.

      Toen mijn arm half hersteld was, moest ik terug naar ’t werk, waar ik meer slagen dan eten gehad heb, als men bieten- en raapkoolsoep en een hap slecht brood wilt eten noemen.

      Het is onmogelijk al het lijden en de ellende te beschrijven die ik daar uitgestaan heb zoo 9 maand en 7 dagen lang, en waar ik een gebrek gehaald heb voor mijn leven lang, want mijn arm doet nog altijd zeer, en nooit zal ik voor vrouw en kinderen er nog kunnen den kost mee verdienen.

    Handtekening Alfons Soetewey

    Bl. 36

    Getuigenis van Anthonis Ignatius.

      Den 23 november 1916 werd ik met een dertigtal andere burgers van Tremeloo op den kontrool te Aerschot aangehouden en weggevoerd naar Duitschland. Bij onze aankomst in het kamp te Weschede werd ons voorgelezen : “gij zijt juist als gevangene soldaten, gij moet als zulke gehoorzamen.”

      In het kamp kregen wij : ’s morgens een halve liter soort van pap; ’s middags een liter soep of pap; ’s namiddags ongeveer 200 grammen brood. ’s Avonds een liter soep of pap. Door soep moet verstaan worden water met rapen of bladeren van rapen of raapkoolen of beeten; soms was er een weinig meel in, doch ik kan niet zeggen welk.

      Dit rantsoen was maar half genoeg om onzen honger te stillen. Van honger raapten wij op : patatenschillen, pellen van visch, pellen van appelsienen en de vischgraten uit den vuilbak. Soms bekwamen wij wat overschot van de fransche soldaten; doch meermaals werden wij belet van de soldaten iets te aanvaarden.

      In het kamp moesten wij soms twee uren lang buiten staan in koude en wind.

      Eens wilde men mij dwingen te werken : om die weigering werd ik geslaan met de bajonet zoodanig dat ik ’s morgens niet meer recht kon.

      Den 1 maart 1917 werden wij naar het werk gevoerd in de provincie Rhijnland te Nerraht in eene koolgroef. Wij weigerden te werken. Dan hebben ze ons in eene barak gesloten zonder eten tot ’s anderdaags ’s morgens 5 ure. Wij hadden daar wat strooi om op te liggen. ’s Morgens om 5 ure kwamen de soldaten ons uit de barak halen en plaatsten ons in regen en wind totdat wij ons wilden aangeven om te werken. Ik met zes andere ben alzoo blijven staan tot 11 ure; de andere zijn gaan werken. Om 11 ure werden wij in een soort kelder gesloten zonder eten en zonder bed. Die bak was zeer vuil. Er stonden onder andere twee nachtkuipen die overliepen en gevuld waren met de uitwerpsels van twee russische soldaten die daar eveneens verbleven hadden.

      Den volgende dag om 9 ure kwam men ons in dien vuilnisbak melden dat wij daar zouden blijven zonder eten indien wij voortgingen met niet te willen werken. Wij weigerden nog. Om 12 ure zelfde spel. Vreezende van honger te moeten sterven hebben wij alsdan het werk aangenomen. Dan hebben wij daar dagelijks gewerkt in de koolgroef.

      Het gebeurde dat ik mij ziek bevond. Ik moest dan om een ziekbiljet gaan. De geneesheer onderzocht mij en riep uit : “laus arbeiten”. Ik was nochtans zoo stijf dat ik bijna niet gaan kon.

    Bl. 37

      Zaterdags ’s avonds werd ons opgelegd dat wij zondags ook moesten komen werken. Gingen wij niet dan kwam men ons met den stok halen en dan sloegen ze totdat wij gingen.

      Wij verdienden alzoo 12 mark per week. Daarvan werden 5 mark afgehouden voor familiegeld, zegde men, dat is om aan vrouw of ouders te zenden. Mijne vrouw heeft daar nooit iets van ontvangen.

      Om een hemd te koopen moest men een bewijs hebben van den burgemeester die dit regelmatig weigerde zoodat er onder ons waren die zonder hemd geraakten en de anderen hadden de gelegenheid niet het hunne te zuiveren. Ik ben in het vaderland teruggekeerd den 19 augustus 1917, dus na eene afwezigheid van omtrent negen maanden.

      Handtekening Anthonis Ignatius.

      Van af de eerste dagen na de wegvoering der werklieden werden er verzoekschriften ingediend aan den heer Gouverneur ten einde hunnen terugkeer naar het Vaderland te bekomen. Inzonderheid voor de huisvaders werd geene moeite gespaard. Te Leuven had men aan hunne vrouwen gezegd een verzoekschrift binnen te brengen : voor ieder dan werd een verzoekschrift opgemaakt waarin de bijzondere toestand van het huishouden uitgelegd werd. Wanneer sommige vrouwen hun verzoekschrift overhandigden werd hen zelfs gezegd dat het goed was en dat ze mochten vertrouwen hebben. Nooit is op die verzoekschriften eenig antwoord toegekomen.

       In den zomer 1917 mochten de weggevoerden de eene na den andere aan hunne familie een bezoek brengen mits belofte naar Duitschland terug te keeren om te werken. Velen hebben, na lang dralen, die belofte gedaan om hunne familie te kunnen wederzien, doch geen enkel is naar Duitschland teruggekeerd. In ’t begin hebben de Duitschers wel eenige opzoekingen gedaan om de verlofmannen terug naar Duitschland te zenden; doch, die opzoekingen bleken niet ernstig te zijn, en weldra werden de teruggekeerden geheel en al met rust gelaten.

    Bl. 38

    H. Ondersteuningswerken.

    Voor vrouwen en kinderen van soldaten.

      Zoohaast de oorlog uitgebroken was wezrd door den eerw. Heer Pastoor het gedacht opgevat onderstand te verschaffen aan de vrouwen en kinderen der opgeroepen soldaten. De heeren studenten in verlof zouden zich gelasten wekelijks eene rondhaling te doen in de gemeente. Het gemeentebestuur zou wekelijks vijftig franken verleenen. De eerste rondhaling gedaan in de week van 2 tot 9 augustus bracht meer dan honderd franken bij. Deze was gedaan zonder voorafgaande aanbeveling op den predikstoel. Op zondag 9 augustus werd dit werk aanbevolen met de volgende woorden :

      “De week die voorbij is hebben onze vaderlandslievende studenten eene rondhaling gedaan voor de vrouwen en kinderen van onze medeburgers die het vaderland verdedigen. Die rondhaling zullen wij wekelijks vernieuwen. Wij kunnen u allen niet genoeg aanzetten aan dit werk van liefdadigheid en vaderlandsliefde deel te nemen. Iedereen geve vrijelijk volgens goeddunken, en daarom zullen de studenten zich niet op nieuw aanbieden bij degenen die hunne hulp afzeggen. Eene zaak vraag ik van allen en van ieder in ’t bijzonder : dat werk, dat niets dan lof verdient, niet te beknibbelen.”

      “Het rondgehaald geld zal des zondags na het lof uitgedeeld worden in bons voor eetwaren. Al de vrouwen van binnengeroepen soldaten gelieven hun aandeel te komen ontvangen. Zijn er die het niet noodig hebben en het willen laten voor hen die nood hebben, dan moeten zij eenvoudig den bon die hun gegeven wordt terug in de beurs steken van de studenten wanneer zij rondkomen. Ik heb liefst dat allen komen den bon halen die voor hen bestemd is opdat niemand zou verlegen zijn.”

      De inval van den vijand en onze wegvoering naar Duitschland hebben aan dit werk een einde gemaakt. De opbrengst der tweede rondhaling werd op de pastorij gestolen door de Duitschers.

    Het Komiteit.

      Na onze terugkomst uit Duitschland vonden wij het Komiteit ingericht. Het Komiteit hield zich alsdan uitsluitelijk bezig met onderstand te verleenen aan de afgebranden, onderstand in brood en kleergoed.

      Later werden door het Komiteit de volgende werken ingericht : Gewone onderstand aan al de noodlijdenden; Onderstand aan de soldatenfamiliën; onderstand aan de werkeloozen; onderstand aan verminkten; oorlogsweezen en schamele armen; werk der schoolmaaltijden, der zwakke kinderen, der teringlijders.

    Bl. 39

      In December 1914 werd het komiteit samengesteld als volgt : voorzitter : Petrus Feyaerts, burgemeester; schrijver : pater René De Batseleer van de congregatie der H.H. Harten; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens; Lodewijk Dockx en Frans De Vadder.

      De eerw. Heeren pastoor en onderpastoor werden als leden van het Komiteit aangenomen bij hunne terugkomst uit Duitschland. In de maand Februari gaf Frans De Vadder zijn ontslag. Daar er van wege het provinciaal komiteit aangedrongen werd om ook een liberaal als lid van het komiteit aan te nemen, werd Prosper Fonteyn als dusdanig erkend. Deze nochtans heeft maar tweemaal de zitting bijgewoond en dan weder zijn ontslag genomen uit hoofde van zijnen hoogen ouderdom.

      In de maand Maart verliet pater René de gemeente en een weinig later nam de heer burgemeester zijn ontslag om mogelijke moeilijkheden met de bezettende macht te vermijden. Van dan af bleef het Komiteit samengesteld als volgt :

      Voorzitter : Karel Van Winkel, pastoor; schrijver : Emiel Van Giel, onderpastoor; schatbewaarder : J.B. De Wit; leden : Victor Heremans; Victor Goossens en Lodewijk Dockx.

      Victor Goossens nam zijn ontslag in 1916 en werd vervangen door Joseph Jalet. Op het einde des jaars werd nog een lid aan het komiteit bijgevoegd, namelijk Hendrik Wouters.

      In November 1917 gaven alle leden van het komiteit hun ontslag en verzochten het provinciaal komiteit in hunne vervanging te voorzien tegen 1 Januari daaropvolgende. Op aandringen van den heer Ed. Gilmont, voorzitter van het regionaal komiteit van Haacht, zijn de leden voortgegaan hun ambt uit te oefenen tot in het begin van Maart 1918 wanneer ze onwederroepelijk hun ontslag genomen hebben. De grote oorzaak van dit ontslag was de misnoegdheid onder het volk verwekt door het toepassen der reglementen over de verdeeling der eetwaren, alsmede de ondergeschikte rol welke het provinciaal komiteit van de plaatselijke komiteiten vereischte tegenover de beheerder aan denwelken de komiteitszaken geheel en al toevertrouwd werden.

      Hier laten wij nu eenige tafels volgen die den toestand van hoogeraangehaalde ondersteuningswerken telkens op 31 December weergeven :

    Er volgen nu een reeks tabellen met cijfers.

    wordt vervolgd



    23-04-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    19-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pastoorsverslagen WO I
    7

    100 JAAR GELEDEN

    7

    Pastoors rapporteren over de Eerste Wereldoorlog

     Verslag van HEIST-GOOR

    Transcriptie René Lambrechts

    Parochie van Heist-Goor (H. Alphonsus) – Gemeente Heist-op-den-Berg

    Document 1

    Verslag of geschiedenis van de parochie Sint Alfons Goor (Heist-op-den-Berg) gedurende den oorlog 1914-1918

    De ligging der parochie biedt niets merkweerdig aan betrekkelijk krijgsoogpunt : zij is eene effen oppervlakte zonder rivier, bergen ; daaruit volgt dat de krijgsoverheid alhier geene maatregelen genomen heeft tot verdediging of aanval. Niets is er weggeruimd, vernietigd of verbrand geweest.

    Vol angst en kommer waren de inwoners bij het naderen der vijandelijke legers, en allen namen de vlucht, omdat zij vernamen de vreede baldadigheden en moorderijen elders gepleegd.

    De parochie telt 5 vrijwilligers in het leger: Edm. Van Egdom, Verbist Josef, Van Tricht Adolf, De Preter Alfons en Goyvaerts Gustave.

    Weinige dagen na den inval der vijandelijke legers, keerden de meeste vluchtelingen terug, bezorgd voor hunne huizen, bezittingen. Welk was hunne teleurstellingen! De huizen waren gespaard, maar het vee was weggevoerd of geslacht; het huisraad en kleederen waren gestolen door de duitschers of door wederkeerende vluchtelingen.

    Bij den inval zijn maar drij huizen met aanhoorigheden vrijwillig in brand gestoken.

    De parochianen, van de vlucht teruggekeerd, waren getrouw aan hunne Kristelijke plichtigen. Daar de E.H. Onderpastoor als brancardier in het leger was, en de E.H. Pastoor van de duitsche op 28 augustus 1914, naar Duitschland gevoerd was, deed de E.H. Kanunnik van Tongerloo den dienst tot nieuwjaar 1915.

    Voor den inval der legers, door eenen kleine afdeeling soldaten, op 28 augustus 1914, zijn er vele parochianen uit hunne huizen, velden en straten medegenomen; zelfs moeders en kleine kinderen vonden geene genade bij de onmenschelijke soldaten.

    Bl.2

    Zij waren gedwongen in eene weide op hunne knieën te zitten, uren lang, bespot en bedreigt ; s’ avonds zijn zij als slachtvee naar de kerk van Aerschot gedreven. Daar waren, van ook andere parochie, omtrent 600 opgesloten, en verbleven daar 10 dagen. Dagelijks mochten vrouwen, kleine kinderen en oude grijsaard terugkeren.

    Op 5 september wierden de 300 overblijvers in de kerk met den beesten trein naar Duitschland gevoerd. Na twee nachten en dag, in den trein doorgebracht, kwamen zij te Sennelager, s’ nachts, aan. Het eerste vertoon, in het bos, voor het kamp, was de bust van Willem verlicht : s’ morgens voor generaal Bach verschijnen met zijnen vervloekende, smadelijke en ongoddienstige aanspraak. Daar moesten de priesters hunne kleeding verwisselen tegen het kostuum van metsersdienaars : zij onderstonden den smaad van naakt, in eene kamer te samen, door kokende wateren zoogezegd, gezuivverd te worden.

    Na eenige dagen, gebrek aan eten en slapen, versmaad en bespot wierden zij aanzocht zich naar Padenborg te begeven, maar de bisschop weigerde ons, priesters, aan te nemen ; dan naar Munster in Westphalen. Daar wierden wij door den bisschop aanveerd, en geplaast in het groot Seminarie, alwaar wij welkom waren ; goed verzorgd door de E.H. Zusters, en den E.H. Rector.

    Alles was daar uiterst goed, eten, elk eene kamer, dagelijks de mis lezen, enz. : wij stonden altijd nog onder de bewaking der soldaten, die voor ons en bij ons, in het Seminarie verbleven, totdat de krijgsraad, na onderzoek, ons vrijsprak van de beschuldiging dat de priesters hadden geschoten, het volk opgehist, hunne soldaten vermoord hadden. Wij verbleven in het Seminarie tot den zondag voor Kersmis 1914 : dus van Augustus tot December.

    De burgelijke gevangene van 't Goor (Louis De Cuyper, Aug. De Cuyper, Alf. Claes, Alf. Nijs, Leop. Liekens, Alf. Goossens, Jan Ooms, Alf. Wijns, Juul Wijns, Ant. Rens, Frans Van Nuffel) verbleven in het kamp van Senne tot hunne terugkeer Februari 1915. Beschrijven hunne ontbeeringen, mishandelingen, is onmogelijk : dit is immers het kenmerk der duitschers.

    Bl.3

    Bij de intrede der legers, werd alles door de soldaten geplunderd ; getuigen verklaren dat ze met wagens alles uit de pastorij vervoerd hebben : bedden, bedde goed, lijnwaad, meubelen en wijn. De pastorij was als een vuilen stal ; al de meubelen verbroken.

    In de kerk, zijn zij langs eene opening in de kerk gebroken ; hebben het H.Sacrament onteerd, de HH. vaten, kelken, ciboriën, remonstratie meedegenomen ; deze zijn later, in 1915, geschonden en beschadigd bij de E. Paters Minderbroeders te Leuven teruggevonden. Al de kanten van communiekleden, alben, roketten, zijn afgesneden en verdwenen, en nooit meer wedergevonden. Al de juwelen van goud en zilver, toebehoorende aan O.L.V.beeld zijn ook geroofd.

    Op 29 augustus 1918 bij den inval der duitschers zijn drij rustige burgers : Jan Cannaerts, Louis Vertommen, Alfons Vertommen, (twee maal, later nog met het meldambt). Zij vertellen met verachting hun ballingschap : zij zijn uitgeput teruggekomen en treuren nog met eene slappe gezondheid.

    Wanneer de duitsche legers verder ons land binnen rukten, na den val van Antwerpen, heeft de parochie, het algemeen juk van verdrukking gedragen : zoo als opeisschingen, huiszoekingen, boeten, processen en zware betalingen. Later zijn al de gebouwen behouden gebleven, geene moorden maar wel gevangnemingen.

    De diensten in de kerk geschieden volgens gewoonte met verbod van processiën, en wierden goed door de parochianen bijgewoond : In ’t algemeen allen volbrachten hunne Kristelijke plichten. Later is toegenomen het verzuimen der H. Mis op de zondagen ; ook het achterlaten der Paaschplicht, en dit is nu nog niet verbeterd, niettegenstaande dat er in Februari 1919 door de E. Paters Redemptoristen eene tiendaagsche missie gepredikt geweest is. De restitutie is ook niet bekend.

    Bl.4

    De plechtige communie is jaarlijks, gedurende den oorlog, door al de kinderen onderhouden geweest, gene enkele uitzondering, niettegenstaande de moeielijkheid der kleeding, is gebleken.

    De scholen zijn, als voor den oorlog, goed, door al de kinderen, bijgewoond.

    Alleen de staat van den burgerlijken staat, toont ons een klein staat van vermindering.
    jaar Geboortens Overlijdens
    1913   89   25
       14   82   29
       15   54   28
       16   74   30
       17   58   30
       19   58   39

    Het wegvoeren, naar Duitschland, van de jongens van het meldambt is een der wraakroependste euveldaden van den duitsch. De acht volgende jongelingen zijn de slachtoffers geweest : Mylemans Melchior, en Florent, Verhaegen Emiel, De Hoe£ Corneel en Fons, Vertommen Alf. (voor de tweede maal), Verbeeck Jozef en Vervoort Alfons. Zij zijn allen teruggekomen, maar in hunne gezondheid gekrenkt ; zelfs treuren nog.

    Alle huisgezinnen hebben geleden van de duitschers, van de verdrukking, opeisschingen ; eenige zijn gestraft geweest met eene mindere of meerdere geldboete, zelfs tot 4.000 fr. ; weinige door de duitsche tribunalen veroordeeld tot boete en gevang, zelfs tot verkoop van hunne haaf, dieren.

    Volgens officiële tijding zijn gesneuveld :

    1 Eerw.Heer Cannaerts,Priester in ‘t groot seminarie.
    2 Denis Geuten, hulponderwijzer, brancardier.
    3 Amandus De Haes, soldaat van de genie.
    4 Alf. De Preter, vrijwilliger.
    5 Leopold Van Loo, soldaat.
    +1 Alfons Geens, soldaat, gehuwd, is nog niet teruggevonden, is vermist en vrees dat hij is gesneuveld.

    Den 28 augustus 1914 is alhier een klein kind, in de armen zijner moeder doodgeschoten, begraven.*

    * SCHOOVAERTS Anne Maria
    ° Velaine-sur-Sambre 30.08.1912
    † doodgeschoten in de Gommerijnstraat te Schriek op 28 augustus 1914
    Waarschijnlijk begraven te Heist-Goor geholpen door de Zusters aldaar, omdat de pastoor zelf door de Duitsers was opgepakt.


    Bl.5

    Bij die inval der duitschers is Gerard Verhaegen van ’t Goor te Berlaar doodgeschoten, omdat hij vluchtte.

    De verwoesting aan bosschen is aanzienlijk ; de schoone steenwegen staan naakt, de velden zijn ontruimd : niets is er van de beplanting overgebleven.

    Wij hebben getuigen geweest van den onbermertige aftoch der duitschers : het was eene burgerlijke begrafenis : arm en ellendig.

    Wij hebben het geluk niet gehad van bij te woonen de intrede onzer legers, soldaten. Maar wij zijn getuigen geweest van de vreugde, geestdrift der Belgen bij het zien van de soldaat die bij zijne familie terugkwam.

    In de kerk, bij de intrede, prijkt eenen schoonen lijst der gesneuvelde met hunne portretten : een schoon aandeken aan hunne heldenmoed en opoffering. Zij rusten bij den Heer. Leve België.

    Getekend J. Wouters Pastoor
    Sint-Alfons-Goor 29 maart 1919


    Bl. 6-7 Document 2

    Antwoord op de brief van kanunnik Laenen :

    1. Het getal binnengeroepen soldaten : 61

    2. Jaar Communiën
    1913   27.400
    1914   28.300
    1915   36.700
    1916   40.650
    1917   36.250
    1918 opgezonden voor de rekening tot goedkeuring.

    3. Plechtige communie. Al de kinderen hebben elk jaar, hunne plechtige eerste communie gedaan.
    Jaar Plechtige communicanten
    1913   55
    1914   62
    1915   54
    1916   58
    1917   46
    1918   49
    1919   56

    Getekend: J. Wouters, Pastoor
    Goor, 13.5.19

    vervolgd


    19-01-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    01-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Overlijdens 2015-2018

     ROUWPRENTJES & ROUWBRIEVEN 
    - SCHRIEK -
    2015 - 2018

    Verbeeck Adriënne ° Schriek 1921.06.20 † Putte 2015.01.01 weduwe Heremans Emiel (B)
    Van Hof Julia ° Schriek 1931.06.01 † Leuven 2015.01.05 echtgenote Van der Veken Albert (B)
    Heremans Mieke ° Bonheiden 1981.05.24 † UZ Jette 2015.01.14 (B)
    Van Hole Alois ° Schriek 1929.10.28 † AZ Bonheiden 2015.01.16 echtgenoot Van Aken Filomena (B)
    Torfs Paula ° Schriek 1932.09.09 † wzc Wiekevorst 2015.01.17 weduwe van de heer Goovaerts Marcel (B)
    Mariën Agnes ° Heist-op-den-Berg 1952.02.17 † AZ Duffel 2015.01.20 (B)
    Goris Emile ° Begijnendijk 1948.07.06 † AZ Bonheiden 2015.01.23 echtgenoot Van Dyck Gaby (B)
    Iwens Maria ° Baal 1924.11.22 † AZ Herentals 2015.01.28 weduwe Van Essche Alfons (B)
    Volkaerts Gusta ° Schriek 1924.05.08 † AZ Bonheiden 2015.02.05 echtgenote Vercammen Julien (B)
    Van den Brande Armand ° Schriek 1930.05.23 † AZ Bonheiden 2015.02.06 echtgenoot van Gysemans Amanda (B) 
    Lens Hilda ° Schriek 1923.07.10 † AZ Bonheiden 2015.02.09 weduwe De Cuyper Albert (B)
    Van den Eynde Mariette ° Schriek 1939.04.20 † Haacht 2015.02.12 weduwe Beckers Eduard (B)
    Feyaerts Jos ° Schriek 1935.11.18 † AZ Bonheiden 2015.02.15 echtgenoot Olbrechts Yvonne (B)
    Bogaerts Malvine ° Schriek 1923.06.09 † Schriek 2015.02.23 d Bogaerts Amandus & Claes Joanna (B)
    Van den Put Jos ° Keerbergen 1940.06.09 † UZ Leuven 2015.03.01 echtgenoot Verlinden Anny (B)
    Van de Vondel Roza ° Putte 1937.05.26 † AZ Bonheiden 2015.03.03 echtgenote De Veuster Jozef (B)
    Lambrechts Emiel ° Schriek 1920.12.26 † AZ Bonheiden 2015.03.14 weduwnaar Jennen Josephine (B)
    Serneels Alfons ° Booischot 1927.06.08 † Schriek 2015.03.16 echtgenoot Verschueren Germaine (B)
    Nijs Raymond ° Baal 1924.10.17 † AZ Bonheiden 2015.03.24 echtgenoot De Weyer Melanie (B)
    Janssens Robert ° Schriek 1942.10.01 † Schriek 2015.03.29 echtgenoot Vermeulen Renilda (B)
    Lauwers José ° Gelrode 1935.11.14 † Keerbergen 2015.03.28 echtgenote Vercammen Marcel (B)
    Van Goolen Virginie ° Tremelo 1928.08.21 † WZC Tremelo 2015.03.28 weduwe Van den Acker Jules (B-P)
    Verstraeten Jos ° Schriek 1918.10.27 † WZC Tremelo 2015.04.03 weduwnaar Daans José en levensgezel Pelgrims Julia (B)
    De Weerdt Tom ° Bonheiden 1978.11.02 † Bonheiden 2015.04.02 (B)
    Van Herck Sylvia ° Heist-op-den-Berg 1923.06.12 † wzc Heist-op-den-Berg 2015.04.11 weduwe Anthonis Karel (B)
    Verbeeck Jos ° Schriek 1931.12.13 † AZ Bonheiden 2015.04.14 (B)
    Van Hove Jules ° Schriek 1931.06.07 † AZ Bonheiden 2015.04.22 echtgenoot Vonckx Amanda (B)
    Van den Broeck Jos ° Schriek 1930.10.24 † AZ Bonheiden 2015.04.25 echtgenoot Meeus Jeanne (B)
    Schroos Ivonne ° Keerbergen 1926.07.15 † Schriek 2015.04.29 weduwe Van Itterbeeck Florimond (B)
    Déaspé Ivonne ° Schriek 1919.08.26 † WZC Heist-op-den-Berg 2015.05.04 weduwe Goris Alfons (B)
    Van den Acker René ° Schriek 1928.10.02 † UZ Leuven 2015.05.12 levensgezel Stroobants Suzanne (B)
    Crock Valentina ° Jette 1930.05.28 † AZ Bonheiden 2015.05.17 weduwe Jonckheere Willy (B)
    Rosiers Irene ° Onze-Lieve-Vrouw-Waver 1938.12.31 † Schriek 2015.05.13 weduwe Van den Broeck Mon (B)
    Van den Wyngaert Jef ° Schriek 1924.08.14 † Schriek 2015.05.18 echtgenoot Van den Broeck Gerarda (B)
    De Mey Anna ° Booischot 1920.10.24 † Schriek 2015.05.31 weduwe Van Hoof Emiel (B)
    De Winter Medard ° Schriek 1930.10.16 † Tremelo 2015.05.29 weduwnaar Elsen Anna (B)
    Verlinden Greet ° Schriek 1958.05.21 † AZ Bonheiden 2015.06.08 echtgenote Viskens Eric (B)
    Pardon Godelieve ° Betekom 1937.11.13 † AZ Lier 2015.06.21 (B)
    Deffernez Oswald ° Lombise 1936.01.14 † Schriek 2015.06.18 (B)
    Kempenaers Maria ° Schriek 1929.09.10 † WZC Aarschot 2015.06.24 weduwe Wyckmans Juul (B)
    Dockx Frans ° Heist-op-den-Berg 1930.01.27 † AZ Bonheiden 2015.06.26 echtgenoot Van Loock Marieke (B)
    Anthonis Annie ° Schriek 1951.10.02 † AZ Bonheiden 2015.06.26 echtgenote Van den Wijngaert Marcel (B)
    Elsen Jos ° Baal 1928.05.14 † Schriek 2015.06.29 echtgenoot Van Craen Simonne
    Van Hof Martha
    ° Schriek 1932.05.02 † WZC Tremelo 2015.06.30 weduwe Schoovaerts Theodoor (B)
    Van Noten Anna ° Keerbergen 1921.02.21 † WZC Tremelo 2015.07.01 weduwe Florenty Alexander (B)
    Ruymaekers Irma ° Schriek 1922.10.02 † Wakkerzeel 2015.07.09 weduwe Theuniers Louis (B)
    Van den Acker René ° Schriek 1931.04.19 † Tremelo 2015.07.10 weduwnaar Eraly Josephina (B)
    Vennekens Lisa ° Geel 1920.02.25 † AZ Bonheiden 2015.07.27 weduwe Van Doninck Albert (B)
    Van den Eynde Julia ° Schriek 1926.05.21 † Heist-op-den-Berg 2015.08.02 weduwe Meys Georges (B)
    Dockx Julia ° Schriek 1922.04.29 † AZ Bonheiden 2015.08.03 weduwe Docx Denis (B)
    Anthonis Frans ° Tremelo 1925.11.09 † Keerbergen 2015.08.12 echtgenoot Castermans Anna (B)
    Claes Jacqueline ° Schriek 1942.10.28 † Putte-Grasheide 2015.08.19 weduwe Nagels Wim (B)
    Van Looy Jan ° Putte 1943.05.11 † Schriek 2015.08.26 weduwnaar Verlinden Paula (B-P)
    Uyterhoeven Jules ° Schriek 1931.01.19 † Schriek 2015.09.01 echtgenoot Mauriën Anna (B)
    Van den Eynde Maria Celina ° Schriek 1935.08.15 † AZ Bonheiden 2015.09.01 echtgenote Van den Acker Louis (B)
    Van Hof Louis ° Schriek 1930.02.20 † AZ Bonheiden 2015.09.10 echtgenoot Traban Gusta (B)
    Naulaerts Nest ° Booischot 1927.10.03 † AZ Bonheiden 2015.09.12 echtgenoot Sijmens Germaine (B)
    Huybrechts Jenny ° Heist-op-den-Berg 1937.04.12 † AZ Bonheiden 2015.09.17 echtgenote De Haes August (B)
    Silverans Jean Paul ° Brussel 1944.10.19 † Schriek 2015.09.25 echtgenoot Stevens Christiane (B)
    Op de Beeck Marcel ° Heist-op-den-Berg 1919.08.21 † Schriek 2015.10.01 weduwnaar Van Espen Maria (B)
    Van Rompaey Maria Finne ° Schriek 1925.01.07 † Keerbergen 2015.10.07 echtgenote De Coster Victor (B)
    Van Craen Alma ° Schriek 1942.08.14 † Tremelo 2015.10.12 echtgenote Roelants François (B)
    Geeraerts René ° Schriek 1925.12.24 † Schriek 2015.10.19 echtgenoot De Wever Martha (B)
    Pelgrims Jeanne ° Schriek 1933.01.18 † AZ Bonheiden 2015.10.21 weduwe Budts Isidoor (B)
    Vervloessem Jos ° Schriek 1933.02.15 † AZ Bonheiden 2015.10.21 echtgenoot Uytterhoeven Angèle (B)
    Van Oosterwyck Jan ° Schriek 1934.12.12 † Tremelo 2015.10.31 echtgenoot Van Hole Bertha (B)
    Nagels Greta ° Schriek 1952.10.27 † AZ Bonheiden 2015.11.05 echtgenote Stouten Marcel (B)
    Claes Laura ° Schriek 1914.06.06 † Rijmenam 2015.11.05 weduwe Seymus August (B)
    Van Puymbroeck Fons ° Schriek 1921.08.04 † Schriek 2015.12.06 weduwnaar Yvonne Nicolet Yvonne - levensgezel Frederickx Maria (B)
    Delen Ronny ° Heist-op-den-Berg 1956.11.13 † Schriek 2015.12.12 echtgenoot Holemans Lydie (B)
    Wouters André ° Tremelo 1953.09.09 † AZ Bonheiden 2015.12.14 echtgenoot Dijck Greta
    Wyns Celine ° Schriek 1923.02.20 † AZ Bonheiden 2015.12.25 weduwe Delen Jul (B)
    Verschoren Gaston ° Schriek 1932.11.18 † Schriek 2015.12.27 echtgenoot Hendrickx Maria (B)
    Vermeulen Jef ° Schriek 1927.06.08 † Tremelo 2015.12.27 echtgenoot Buedts Melanie (B)
    Filip Serneels ° Bonheiden 1974.06.09 † Schriek 2015.12.27 (B)
    Mauriën Joseph ° Heist-op-den-Berg 1938.03.10 † Schriek 2015.12.29 (B)
    De Brier Lucien ° Bekkevoort 1928.12.16 † AZ Bonheiden 2015.12.31 echtgenoot Kiesekoms Louisa (B)

    2016

    Van Loo Joanna Ivonna ° Schriek 1931.01.24 † AZ Bonheiden 2016.01.11 weduwe Peeters Victor (B)
    Feyens Fernand ° Erps-Kwerps 1939.04.19 † Schriek 2016.01.19 echtgenoot Uyterhoeven Mariette (B)
    Heremans Jos ° Schriek 1935.04.28 † Schriek 2016.01.24 (B+P)
    Van den Wyngaert Anna ° Putte 1918.01.31 † Schriek 2016.01.25 weduwe Dockx Alfons (B)
    Roger Verhaegen ° Keerbergen 1938.12.19 † AZ Bonheiden 2016.01.26 (B)
    Lambrechts Maria ° Schriek 1927.03.30 † Berchem 2016.01.26 echtgenote Verschoren Omer (B+P)
    Keymolen Georges ° Schriek 1934.02.14 † Kortenberg 2016.02.08 weduwnaar Vermeylen Maria (B)
    Lejon Irene ° Hever 1941.05.03 † AZ Bonheiden 2016.02.15 vrouw Verlinden Marcel (B)
    Vervloessem Maria ° Schriek 1938.08.29 † Schriek 2016.02.12 echtgenote Bries Alfons (B)
    Op de Beeck Louis ° Schriek 1940.11.02 † AZ Bonheiden 2016.02.16 echtgenoot Verelst Maria (B)
    De Weerdt Marcel ° Keerbergen 1933.11.17 † Schriek 2016.02.20 weduwnaar Goovaerts Celine (B)
    Verschueren Mil ° Schriek 1941.10.04 † AZ Bonheiden 2016.02.24 echtgenoot Daneels Suzanne (B)
    Meuris Armand ° Schriek 1933.06.17 † AZ Bonheiden 2016.03.14 (B)
    Coeck Louis ° Heist-op-den-Berg 1930.04.21 † Keerbergen 2016.03.14 weduwnaar Vertommen Malvina (B)
    Goris Benny ° Heist-op-den-Berg 1970.04.21 † Schriek 2016.03.23 (B)
    Cuypers Celine ° Heist-op-den-Berg 1925.09.04 † wzc Heist-op-den-Berg 2016.03.28 weduwe Claes Louis (B)
    Van Aken Filomena ° Niel 1933.02.27 † AZ Bonheiden 2016.04.02 weduwe Van Hole Alois (B)
    Van Dyck Irma ° Schriek 1922.07.08 † Schriek 2016.04.14 weduwe Van Dyck Albert (B)
    Janssens Marc ° 1958.06.12 † 2016.04.20 (Schriek-Grootlo)
    Verhoeven Francine ° Schriek 1942.09.01 † AZ Bonheiden 2016.04.27 echtgenote Hendrickx Alfons (B)
    Geens Leopold ° Tremelo 1927.07.11 † AZ Bonheiden 2016.04.27 echtgenoot Van Eycken Celine (B)
    Van Uffel Roger ° Schriek 1945.04.10 † AZ Bonheiden 2016.04.29 echtgenoot De Clerck Mieke (B)
    Feyaerts Adriana ° Schriek 1934.09.22 † WZC Tremelo 2016.05.04 echtgenote Van Loock Jean (B)
    Van den Acker Alfons ° Schriek 1932.04.16 † Schriek 2016.05.07 echtgenoot Vermeylen José (B)
    Van Dievel Maria ° Sint-Katelijne-Waver 1937.12.08 † Schriek 2016.05.10
    Waegemans Eric ° Etterbeek 1949.11.22 † Wilrijk 2016.05.20 (B)
    Volkaerts Jef ° Schriek 1924.07.18 † WZC Wiekevorst 2016.06.06 (B)
    Delen Julia ° Schriek 1922.05.25 † AZ Lier 2016.06.15 weduwe Verschueren Stan (B)
    Geeraerts Annemieke ° Leuven 1954.07.14 † AZ Bonheiden 2016.06.18 echtgenote Van den Eynde Robert (B)
    De Weerdt Maria José ° Schriek 1938.07.12 † Schriek 2016.06.21 echtgenote Verlinden Marcel (B)
    Verboom Jef ° Keerbergen 1936.03.16 † WZC Tremelo 2016.06.23 echtgenoot Pasgang Maria (B)
    Daans Jos ° Schriek 1940.05.29 † Schriek 2016.07.05 weduwnaar Gullentops Julia (B)
    Van den Broeck Jos ° Schriek 1932.12.05 † WZC Wiekevorst 2016.07.07 echtgenoot Buermans Lisette (B)
    Van Camp Marcel ° 07-02-1961 † 2016.07.08 (Schriek-Grootlo)
    Ceulemans Jules ° Schriek 1933.03.08 † Schriek 2016.07.11 echtgenoot De Coster Julienne (B)
    Cornelis Jan ° Betekom 1940.08.22 † AZ Bonheiden 2016.07.14 echtgenoot Van Leemputten Margriet (B)
    Rens Patrick ° Booischot 1959.06.04 † AZ Bonheiden 2016.07.19 echtgenoot Storms Rose-Marie (B)
    Feijaerts Maurice ° Schriek 1940.05.10 † Booischot 2016.07.21 echtgenoot Vonckx Lidy (B)
    Bouckhuyt Armand ° Schriek 1930.02.22 † AZ Bonheiden 2016.07.25 echtgenoot Laenen Leonie (B)
    Vonckx Maria ° Begijnendijk 1937.03.21 † AZ Bonheiden 2016.07.26 weduwe Van Dyck Gust (B)
    De Schoenmaecker Eddy ° Willebroek 1951.12.12 † Schriek 2016.07.26 echtgenoot Goossens Diane (B)
    Van den Bergh Maria Leonie ° Begijnendijk 1932.07.07 † WZC Tremelo 2016.07.27 weduwe Talemans Marcel (B)
    Feyaerts Irma ° Tremelo 1924.06.07 † WZC Tremelo 2016.07.31 weduwe Keuppens Frans (B)
    Goris Gaston ° Schriek 1955.10.21 † Schriek 2016.08.03 (B)
    De Cuyper Frans ° Schriek 1932.07.21 † Keerbergen 2016.08.20 echtgenoot Feyaerts Maria (B)
    Déaspé Maria ° Schriek 1921.08.06 † WZC Beerzel 2016.08.23 weduwe Kiebooms Jos (B)
    Thys Louis ° Schriek 1927.06.24 † WZC Putte 2016.08.25 (B)
    Van Dessel Maria ° Schriek 1949.11.29 † Bonheiden 2016.08.27 echtgenote Liekens Paul (B+P)
    Op de Beeck Joanna ° Schriek 1922.08.11 † Keerbergen 2016.08.28
    Schroos Florentine ° Keerbergen 1934.09.22 † WZC Heist-op-den-Berg 2016.08.28 weduwe Van den Put Alfons (B)
    Goris Maria ° Schriek 1929.11.13 † AZ Bonheiden 2016.09.06 weduwe Claes Frans (B)
    Peeters Maria ° Keerbergen 1930.08.03 † WZC Wiekevorst 2016.09.12 weduwe De Weerdt Leopold (B)
    Geeraerts Maria ° Leuven 1939.07.16 † Schriek 2016.09.19 echtgenote Wouters Marcel (B)
    De Preter Walter ° Antwerpen 1933.11.12 † Schriek 2016.10.03 weduwnaar Rappoort Angela
    De Preter Jeanne ° Tremelo 1924.03.23 † AZ Bonheiden 2016.10.07 (B)
    Jennen Emiel ° Beerzel 1939.10.13 † AZ Bonheiden 2016.10.11 (B)
    Ilands Walter ° Schriek 1955.08.06 † Werchter 2016.10.14 (B)
    Verhoeven Lea ° Schriek 1932.07.13 † AZ Bonheiden 2016.10.15 echtgenote Liekens Florent (B)
    Claes Julia ° Schriek 1932.05.31 † Bonheiden 2016.10.17 (B)
    Steurs Gust ° Schriek 1932.12.31 † Schriek 2016.10.18 echtgenoot De Wever Paula (B)
    Keymolen Marcel ° Schriek 1935.09.18 † Tremelo 2016.10.23 echtgenoot Mergaerts Lieke (B)
    Lambrechts René ° Tremelo 1939.10.18 † AZ Bonheiden 2016.11.18 echtgenoot Schepers José (B)
    Lauwers Maria ° Tremelo 1934.02.03 † 2016.11.19
    Koenig Jos ° Heist-op-den-Berg 1946.09.13 † Schriek 2016.11.26 echtgenoot Ceulemans Lea (B+P)
    Van Herck Paul ° Schriek 1958.08.01 † Beerzel 2016.12.14 echtgenoot Jacobs Christiane (B)
    Serneels Emiel ° Schriek 1943.06.03 † Schriek 2016.12.13 (B)
    Mariën Fons ° Schriek 1928.08.11 † Beerzel 2016.12.19 weduwnaar Lambrechts Bertha (B)
    Van Criekinge Rik ° 1941.05.02 † 2016.12.20
    Symens Nest ° Schriek 1942.11.14 † Schriek 2016.12.25 echtgenoot De Cuyper Mariette (B)
    Croonen Albert ° Beerzel 1931.01.16 † WZC Putte 2016.12.28 weduwnaar Meuris Louisa (B)

    2017

    De Winter Irène ° Schriek 1929.09.29 † WZC O.L.V.-Waver 2017.01.04 weduwe Van Dessel Emiel (B)
    Geens Achiel 'Jules' ° Rijmenam 1928.11.21 † AZ Bonheiden 2017.01.07 echtgenoot Goris Wiske (B)
    Dockx Magdalena ° Schriek 1928.01.07 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.01.12 weduwe Storms Alphons (B)
    De Cuyper Frans ° Schriek 1930.12.05 † AZ Bonheiden 2017.01.13 weduwnaar Wijns Celine (B)
    Van den Bosch Georges ° Beerzel 1937.03.21 † AZ Bonheiden 2017.01.19 echtgenoot Michiels Maria (B+P)
    Van den Broeck Julienne ° Heist-op-den-Berg 1941.04.13 † Schriek 2017.01.21 weduwe Van Hole Frans (B)
    Pelgrims Fons ° Putte 1939.12.28 † AZ Mechelen 2017.01.24 echtgenoot Vermeulen Yvonne (B)
    Pelgrims Frans ° Keerbergen 1932.05.22 † WZC Tremelo 2017.01.23 echtgenoot Pardon Marie Thérèse (Melanie) (B)
    De Haes Lennert ° 2000.08.02 † 2017.01.29 (B)
    Van Rompuy Maria ° Schriek 1932.03.08 † Bonheiden 2017.01.31 echtgenote Wauters Etienne (B)
    Hermans Jef ° Schriek 1922.12.31 † WZC Tremelo 2017.02.01 echtgenoot Verschueren Rosa (B)
    Claes Irène ° Schriek 1929.01.16 † Bonheiden 2017.02.07 weduwe Van Rillaer Jean (B)
    Lambrechts Jules ° Schriek 1932.03.14 † Keerbergen 2017.02.10 weduwnaar Van Craen Julia (B+P)
    Pelgrims Jos ° Schriek 1934.11.29 † AZ Bonheiden 2017.02.15 weduwnaar Vertongen Irma - partner Verschueren Germaine (B)
    Wielockx Delphine ° Schriek 1932.05.12 † WZC Tremelo 2017.03.01 weduwe Serneels Frans (B)
    De Potter Hendrik ° Malderen 1937.05.28 † AZ Mechelen 2017.03.03 echtgenoot Geens Julia (B)
    Heremans Gusta ° Tremelo 1924.01.22 † WZC Tremelo 2017.03.06 weduwe Verschaeren Frans (B)
    Nagels Clara ° Schriek 1924.05.16 † AZ Bonheiden 2017.03.07 weduwe Lens Frans (B)
    Timmermans André ° Keerbergen 1939.04.04 † AZ Bonheiden 2017.03.17 echtgenoot Verhaegen Martha (B)
    Van den Acker Marcel ° Leuven 1932.01.12 † AZ Duffel 2017.03.27 echtgenoot Delen Maria (B)
    Volkaerts Mon ° Schriek 1926.08.17 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.04.05 echtgenoot Goossens Angele (B)
    Van Looy Louis ° Lier 1939.06.04 † Schriek 2017.04.04 echtgenoot Wouters Julienne (B)
    Ooms Angèle )° Schriek 1933.02.02 † WZC Begijnendijk 2017.04.07 weduwe Jacobs Frans (B)
    Van Loo Philibert ° Schriek-Grootlo 1937.06.30 † AZ Bonheiden 2017.04.17 echtgenoot De Schutter Irma (B)
    Mariën Florent ° Schriek 1922.07.14 † Putte 2017.04.30 weduwnaar De Swert Octavie (B)
    Koekoekx Marcel ° Vilvoorde 1939.07.21 † AZ Bonheiden 2017.04.29 weduwnaar Vervloesem Anny (B)
    Van Looy Maria ° Rijmenam 1924.06.17 † AZ Bonheiden 2017.05.08 echtgenote Schroyens Leon (B)
    Wouters Leopold ° Betekom 1931.09.11 † WZC Aarschot 2017.05.12 echtgenoot Van Styvoort Paula (B)
    Verlinden Julia ° Schriek 1928.10.02 † AZ Lier 2017.05.22 weduwe Van den Broeck Frans (B)
    Lambrechts Martha ° Schriek 1929.03.10 † AZ Bonheiden 2017.05.23 echtgenote Scheirs Herman (B)
    Gielen Roger ° 1932.06.18 † 2017.05.26
    Tielemans Maria ° Schriek 1930.10.21 † AZ Bonheiden 2017.05.27 weduwe Baestaens Emiel (B)
    Waegemans Marc ° Etterbeek 1947.09.09 † Tremelo 2017.06.01 (B)
    Van Duvel Josephina ° Schriek 1922.12.29 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.06.03 weduwe Van Oosterwyck Jos (B)
    Keuleers Eduard ° Putte 1927.02.24 † WZC Beerzel 2017.06.10 echtgenoot Lens José (B)
    Van Wunsel Jules ° Heist-op-den-Berg 1936.06.05 † AZ Bonheiden 2017.06.21 (B)
    Cristael Emma ° Heist-op-den-Berg 1928.04.26 † AZ Bonheiden 2017.06.23 (B)
    Elia Antonio ° 1945.08.20 † 2017.07.03 echtgenoot Vansteenland Linda
    Verbeeck Ivonne ° Schriek 1924.04.22 † WZC Keerbergen 2017.07.04 weduwe Van Kelst Jules (B)
    Mariën Florimond ° Keerbergen 1943.12.17 † WZC Tremelo 2017.07.17 echtgenoot Heremans Maria (B)
    Verhaegen Frans ° Schriek 1926.11.18 † AZ Bonheiden 2017.07.24 echtgenoot Portael Hilda (B)
    Boecksteyns Madeleine ° Keerbergen 1930.08.14 † AZ Bonheiden 2017.08.05 echtgenote Vermeulen Jos (B+P)
    Van Oosterwyck Delphina ° Schriek 1932.11.13 † AZ Lier 2017.08.11 weduwe Laureys Emiel (B)
    Vermeulen Georges ° Schriek 1933.04.19 † Schriek 2017.08.13 (B)
    Scheirs Jules ° Heist-op-den-Berg 1932.12.16 † Schriek 2017.08.15 weduwnaar Cristael Sidonie (B)
    Verwimp Sylvia ° Beerzel 1939.05.21 † WZC Tremelo 2017.08.19 weduwe Van Goethem François (B)
    Van Craen Johny Frans ° Putte 1957.09.05 † AZ Bonheiden 2017.08.22 (B)
    Lens Jozef ° Schriek 1933.04.02 † AZ Bonheiden 2017.08.26 weduwnaar Cravillon Amelia (B)
    De Haes Louis ° Schriek 1931.12.17 † AZ Bonheiden 2017.09.21 weduwnaar Van Egdom Rachel (B)
    De Winter Mariette ° Schriek 1935.02.01 † WZC Beerzel 2017.09.21 weduwe De Preter Alfons (B)
    Van den Bruel Maria ° Heist-op-den-Berg 1926.10.07 † WZC Beerzel 2017.09.29 weduwe Crauwels Frans (B)
    Van Herck Louis ° Schriek 1924.07.17 † AZ Bonheiden 2017.10.08 weduwnaar Torfs Rosa (B)
    Van Eycken Celine ° Keerbergen 1923.03.31 † WZC Haacht 2017.10.11 weduwe Geens Leopold (B)
    Op de Beeck Elvira ° Schriek 1928.04.06 † AZ Bonheiden 2017.11.11 weduwe Nagels René (B)
    Volkaerts Germaine ° Schriek 1929.01.29 † AZ Bonheiden 2017.11.26 weduwe Clissen Louis (B)
    Van Hoof Francine ° Schriek 1941.11.30 † UZA Edegem 2017.11.26 weduwe Van den Bosch Louis (B)
    Van Uffel Francis ° Schriek 1946.10.19 † Schriek 2017.12.05 (B)
    De Cuyper Jef ° Schriek 1926.11.21 † AZ Bonheiden 2017.12.09 weduwnaar Wyckmans Josephine (B)
    Mees Henri ° Willebroek 1934.03.26 † WZC Wiekevorst 2017.12.15 echtgenoot Willemen Paula (B+P)
    Keymolen Marcel ° Keerbergen 1928.10.21 † WZC Tremelo 2017.12.21 weduwnaar Van Craen Julia (B)
    Verschueren Paula ° Schriek 1937.06.09 † Schriek 2017.12.22 weduwe Geeraerts Jan (B)
    Feyaerts Celine ° Schriek 1923.03.28 † WZC Heist-op-den-Berg 2017.12.24 weduwe Van Roosbroeck Oscar (B)
    Van den Eynde Jan ° Heist-op-den-Berg 1964.06.19 † Huize Eigen Haard - Aarschot 2017.12.28 (B)

    2018

    Ruymaekers Jan Emiel ° Putte 1938.06.16 † WZC Hulshout 2018.01.02 echtgenoot Bogaerts José (B)
    Op de Beeck Irma ° Schriek 1932.08.14 † AZ Bonheiden 2018.01.02 weduwe Meulders René (B)
    Van Looveren Annette ° Wuustwezel 1945.10.19 † AZ Bonheiden 2018.01.09 weduwe De Meulenaere Jozef (B)
    Op de Beeck Poldine ° Schriek 1927.03.22 † WZC Beerzel 2018.01.11 weduwe Verhoeven Frans (B)
    Van Eyken Celine ° Tremelo 1926.08.02 † AZ Bonheiden 2018.01.13 weduwe Verbeeck Albert (B)
    Van Roosbroeck Hilda ° O.-L.-V.-Waver 1935.08.20 † AZ Bonheiden 2018.01.13 (B)
    Verhaegen Gaston ° Heist-op-den-Berg 1946.05.25 † Schriek-Grootlo 2018.01.21 (B)
    Van Noten Fons ° Keerbergen 1927.01.16 † WZC Tremelo 2018.01.28 (B)
    Geets Walter ° Bonheiden 1954.07.19 † Schriek 2018.01.30 echtgenoot Hendrickx Godelieva (B)
    Van Craen Irene ° Schriek-Grootlo 1929.06.15 † WZC O.L.V.-Waver 2018.02.04 weduwe Brabants Gaston (B)
    Volckaerts Julia ° Schriek 1932.09.12 † WZC Tremelo 2018.02.06 weduwe Wauters Juul (B)
    Verschueren René ° Schriek 1933.07.22 † AZ Bonheiden 2018.02.07 echtgenoot Van der Veken Maria (B)
    Guldentops Frans ° O.L.V.-Waver 1928.09.16 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.02.17 weduwnaar Ruymaekers Julia (B)
    Verelst Maria ° Keerbergen 1927.12.04 † AZ Bonheiden 2018.02.20 weduwe Timmermans Jef (B)
    Janssens Florentine ° Schriek 1927.09.03 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.03.08 weduwe Wouters René (B)
    Vermeylen Lutje ° Keerbergen 1953.05.19 † AZ Bonheiden 2018.03.12 echtgenote Van den Wijngaert Lily (B)
    Vermeulen Julius ° Schriek 1923.05.25 † WZC Putte 2018.03.11 weduwnaar Ceuppens Maria (B)
    De Weerdt Annie ° Schriek 1944.12.28 † Schriek 2018.03.11 (B)
    Albert Hilda ° Baal 1934.05.10 † WZC Begijnendijk 2018.03.13 weduwe Van den Put Emiel (B)
    Verhoeven Louisa ° Schriek 1923.09.01 † WZC Rotselaar 2018.03.23 weduwe Beckx Frans (B)
    Huygens Ivonne ° Schriek 1927.05.28 † AZ Bonheiden 2018.03.28 echtgenote Delen Willy (B)
    Feyaerts Julia ° Schriek 1935.09.17 † AZ Bonheiden 2018.03.30 (B)
    Feyaerts Paul ° Schriek 1960.04.02 † Tremelo 2018.04.04 echtgenoot van Van Rompuy Emmy (B)
    Geeraerts Ivonne ° Schriek 1929.11.21 † WZC Sint-Katelijne-Waver 2018.04.08 weduwe Verschueren Dolf (B)
    Vervloesem Edgard ° Heist-op-den-Berg 1936.05.30 † WZC Wiekevorst 2018.04.21 weduwnaar Van Itterbeeck Maria (B)
    Verschoren Leon ° Schriek 1934.05.04 † Schriek 2018.04.23 weduwnaar Leys Maria (B)
    Engels Yvonne ° Hever 1923.12.23 † WZC Tremelo 2018.05.04 weduwe Verreth Jef (B)
    Geeraerts Jos ° Leuven 1938.03.12 † AZ Bonheiden 2018.05.10 echtgenoot Bernaerts Hilda (B+P)
    Op de Beeck Celestine ° Tremelo 1936.09.19 † AZ Bonheiden 2018.05.13 echtgenote Verhaegen Jos (B)
    Gijbels Agnes ° Antwerpen 1951.04.04 † AZ Zwolle (NL) 2018.05.20 echtgenote Verstraeten Leon (B)
    Van Oosterwijck Germaine ° Tremelo 1925.12.01 † AZ Bonheiden 2018.05.24 weduwe Goossens Mil (B)
    Schoovaerts Maria ° Rijmenam 1931.05.23 † WZC Wiekevorst 2018.05.25 weduwe Eskens Jan (B)
    Van den Dries Nand ° O.L.V.-Waver 1941.04.20 † Schriek 2018.05.25 echtgenoot Lens Jacqueline (B)
    Volders Pascal ° Bonheiden 1977.05.15 † Grootlo 2018.05.29 (B)
    Van den Put Angele ° Schriek 1929.03.21 † Schriek 2018.05.30 weduwe Verhaegen Jos (B)
    De Preter Staf ° 1937.03.20 † 2018.06.15
    Van den Put Helena ° Schriek 1922.07.17 † Schriek 2018.06.17 echtgenote Van Espen Emiel (B)
    Vereycken Debbie ° Bonheiden 1983.11.08 † Tremelo 2018.06.27 partner Hubin Bram (B)
    Nys Fons ° Schriek 1941.06.05 † WZC Tremelo 2018.06.29 echtgenoot Van Dyck Josephine (B)
    Van Loock Lea ° Schriek 1947.05.10 † AZ Bonheiden 2018.07.01 echtgenote Frans André (B)
    Van Mechelen Emile ° Schriek 1954.01.28 † Heist-op-den-Berg 2018.07.09 (B)
    Liekens Mariette ° Beerzel 1937.09.13 † Schriek-Grootlo 2018.07.09 weduwe Van den Eynde Georges (B)
    Wouters Cyriel ° Schriek 1931.11.06 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.07.24 echtgenoot Van Eyken Angele (B)
    De Coster Jeanne ° Leuven 1933.09.19 † Grootlo 2018.07.28 echtgenote Van Dessel Leon (B)
    Van den Acker Alfons ° 1941.02.03 † 2018.08.04
    Pelgrims Georges ° Schriek 1934.04.17 † Schriek 2018.08.14 echtgenoot Verschoren Helena (B)
    Liekens Florent ° Schriek 1932.03.21 † WZC Beerzel 2018.08.29 weduwnaar Verhoeven Lea (B)
    Goris Leonia ° 1927.04.02 † 2018.09.09 weduwe Brabants Albert (B)
    Van Dessel Jos ° Schriek 1940.07.16 † AZ Bonheiden 2018.09.13 echtgenoot Wuyts Simone (B)
    Op de Beeck Willy ° Schriek 1935.03.31 † AZ Lier 2018.09.14 echtgenoot Meuris Gusta (B)
    Van den Eynde Lisette ° 1947.12.27 † 2018.09.15
    Brabants Lieke ° Schriek 1926.04.22 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.09.23 weduwe Heremans Alfons (B)
    Verlinden Lut ° Schriek 1957.01.20 † WZC Tremelo 2018.09.29 weduwe Op de Beeck Louis (B)
    Dillen François ° Mechelen 1947.03.16 † Schriek 2018.10.13 (B)
    Hermans Ann ° Bonheiden 1966.06.25 † AZ Bonheiden 2018.10.14 echtgenote Kuipers Henk (B)
    Van Herck Georges ° Tremelo 1938.07.19 † AZ Bonheiden 2018.10.19 echtgenoot Van Eycken Maria (B)
    De Winter Malvine ° Schriek 1927.11.04 † WZC Haacht 2018.10.27 weduwe Schroons Emiel (B)
    Peeters Jef ° Essen 1940.05.20 † AZ Bonheiden 2018.10.27 echtgenoot Kempenaers Vera (B)
    Claes Lucienne ° Tremelo 1938.07.16 † Schriek 2018.10.28 echtgenote De Weerdt Willy (B)
    Dockx René ° Schriek 1927.09.30 † AZ Bonheiden 2018.11.03 weduwnaar Volkaerts Anna (B)
    Vermeulen Jos ° Schriek 1927.06.08 † AZ Bonheiden 2018.11.04 weduwnaar Boecksteyns Madeleine (B)
    Kempenaers Jozef ° Schriek 1934.07.06 † Schriek 2018.11.12 echtgenoot Van den Eynde Florentine (B)
    Feyaerts Irma ° Keerbergen 1932.02.17 † AZ Bonheiden 2018.11.14 weduwe Holemans Jan (B)
    Schaaff Gregor ° 1943.04.02 † 2018.11.20 echtgenoot Waegemans Anne (B)
    Imbrechts Edmond ° Schriek 1926.12.05 † WZC Tremelo 2018.11.22 weduwnaar De Roover Eveline (B)
    De Swert Marcel ° Schriek 1946.11.22 † WZC Tremelo 2018.12.10 (B)
    Meuris Georges ° Schriek 1928.11.30 † Malle 2018.12.11 weduwnaar Guldentops Yvonne echtgenoot Vanmechelen Georgette (B+P)
    Steurs Renilda ° Betekom 1950.04.10 † AZ Bonheiden 2018.12.15 weduwe Wouters Theo (B)
    Nagels Ivonne ° Schriek 1932.03.26 † WZC Heist-op-den-Berg 2018.12.18 weduwe Van den Eynde Emiel (B)
    Verhaegen Ghislaine ° Schriek 1928.01.07 † WZC Aarschot 2018.12.26 weduwe Hermans René (B)
    Van Loo Alfons ° Schriek 1952.05.21 † Heist-Goor 2018.12.29 weduwnaar Wouters Arlette (B)

    wordt vervolgd



    01-01-2016, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    07-10-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Overlijdens 1561-1575

     OVERLIJDENS uit 1561- 1575 
    KAS 87b 
    bewerkt door
    René Lambrechts

    Deze gegevens komen uit het oudste rekeningenboekje van de kerkmeesters

    Hoelmans Nicasius voor 1561

    Verdoren Jan 1561
    Tsgrooten Marie 1561
    Verstappen Joris 1561.01.26
    Hoelmans Berten 1561
    Lammittans Kateryn vrouw van Jan Gas 1561
    Hoelmans Cornelis 1561
    Vercalsteren Bastiaens 1561
    Van Hove Kateryn 1561
    Van Horyck Mergriet 1561

    dochter van Laukens Jan 1562
    de huysvrouwe van Hoolmans Lembrecht 1562
    Antonis Boon 1562
    De Winter Jan van Van Doren Cornelia 1562

    Ruysch Bastiaen 1563
    Vercalsteren Mahielis 1563
    De Cuyper Nycasis 1563

    Vercalsteren Jans 1564
    Vercalsteren Anneken 1564
    Roecx Anna 1564
    Cuypers Michiels 1564
    Vanden Moer Barbels 1564

    Vercalsteren Lysberten ende Lysbet haer dochter 1565
    De Groot Jans 1565
    Hoelmans Lambrecht 1565
    Bollens Peeter 1565

    De Hont Wouter huysvrouwe 1566

    De Roeck Jacops 1567
    Tummermans Peeter 1567

    Vermolen Jans alias Stelleken 1568
    Joostes Maria 1568
    Van Hove Hennens Ghoris sone 1568
    Ghoorts Henrick 1568

    Van Hove Ghoris 1569
    Verstappen Mergriete 1569 Peeters Symoen 1569
    Raeps Mariken 1569
    Vrints Janniken Jans dochter 1569
    Ruysch Machiel syn der huysvrouwen 1569
    Claes Wouter 1569
    Boelaerts Jan synen huysvrouwen 1569
    weduwe Claes Willem 1569
    Hoelmans Jan 1569
    Lintermans Michiel 1569
    Claes Anna 1569
    Vercalsteren Sebastiaen 1569
    Hoelmans Cornelis 1569
    weduwe Hoelmans Ziele 1569
    Timmermans Jan 1569
    weduwe Timmermans Michiels 1569
    Timmermans Lysbet 1569
    weduwe Hontss 1569
    De Groote Henrick synder huys vrouwe 1569
    Serneels Kersten 1569
    Van Hoorick Margriete 1569
    Bollens Henric huysvrouwe 1569
    Vermylen Henrick 1569
    Van Hoven Katryna 1569
    Van Calsteren Yeken 1569
    Van Doren Cornelia lasarus 1569
    Verstappen Joris 1569
    Van Doerne Jan 1569
    Verdonck Lembrecht 1569
    Gas Jan van Linken synder huysvrouwen 1569

    Skanters Marie 1570
    Verhulst Jans huysvrouwen 1570
    De Hont Willems 1570
    sCuypers Beyken Nicasius dochter 1570

    Van Doren Hank 1571
    Boghaerts Mergrieten 1571
    Schats Anniken 1571
    Vermelen Gielis huysvrouwen 1571
    Appostools Niclaes 1571

    Claes Wouter Janssone 1572
    Van Ollimens Peeters huysvrouwe 1572
    Verstappen Henrick 1572
    Cools Henrick 1572

    Vercalsteren Michiel huysvrouwe 1573
    Hoelmans Aert 1573
    Storms Elisabeth van Haeht 1573
    Voet Merten huysvrouwe 1573
    Vercalsteren Jan Claeskens 1573
    Hoelmans Kersten 1573
    Ruysch Miechiele met syn der huysvrouwe 1573
    De Groote Jan de jonghe 1573
    Smeeren Margriet 1573
    Bollens Berbel 1573
    Egghers Willem 1573

    Berchmans Symoen wyffs 1575
    Vercalsteren Peeter Peeterssone huysvrouwen 1575
    Vermolen Kersten 1575
    Vermolen Kersten huysvrouwen 1575
    Vercalsteren Henrick 1575
    Lintermans Maria lasarus 1575
    Vercalsteren Machiels Peeterssone 1575
    Verloe Andries 1575

    Van Doorene Wouter 1574
    Vanden Broecke Ydekens 1574
    Docx Jan 1574
    De Cuyper Jan huysvrouwe 1574

    wordt vervolgd



    07-10-2015, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)
    04-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geboorteakten BS 1809-

     BURGELIJKE STAND - SCHRIEK 
    Geboorteakten 1809 - 18..
    bewerkt door
    René Lambrechts


    VAN DEN EYNDE Bernardus ° Schriek 1809.01.09 om 04 u. z Van den Eynde Gommarus landbouwer 42 jaar & Liekens Joanna - aangifte op 1809.01.09 - getuigen : Holemans Joannes landbouwer 40 jaar en Nys Jacobus rademaker 53 jaar (1809-1)

    LAMBRECHTS Joanna ° Schriek 1809.01.11 om 20 u. d Lambrechts Adrianus veldwachter 46 jaar & Van Dessel Elisabeth - aangifte op 1809.01.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van den Eynde Elico landbouwer 26 jaar (1809-2)

    LAMBRECHTS Franciscus ° Schriek 1809.01.11 om 20 u. z Lambrechts Adrianus veldwachter 46 jaar & Van Dessel Elisabeth - aangifte op 1809.01.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van den Eynde Elico landbouwer 26 jaar (1809-2b)

    VAN EEDEN Joanna ° Schriek 1809.01.25 om 02 u. d Van Eeden Egidius landbouwer 31 jaar & De Winter Catharina - aangifte op 1809.01.25 - getuigen : Van Hoof Cornelius landbouwer 28 jaar en De Peuter Henricus landbouwer 56 jaar (1809-3)

    DE CLYN Philippus ° Schriek 1809.01.25 om 22 u. z De Clyn Cornelius landbouwer 29 jaar & Van Herck Joanna - aangifte op 1809.01.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 44 jaar en De Clyn Michaël landbouwer 36 jaar (1809-4)

    NAEGELS Elisabeth ° Schriek 1809.02.15 om 23.30 u. d Naegels Henricus landbouwer 29 jaar & Boeckstaens Maria - aangifte op 1809.02.16 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Naegels Alexander landbouwer te Heist-op-den-Berg 26 jaar (1809-6)

    DE RYCK Catharina ° Schriek 1809.02.18 om 21 u. d De Ryck Guillielmus landbouwer 23 jaar & Van Craen Theresia - aangifte op 1809.02.20 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van Craen Joannes landbouwer 66 jaar (1809-7)

    VAN HEERLE Joanna ° Schriek 1809.03.12 om 04 u. d Van Heerle Joannes kuiper 52 jaar & Lens Maria Theresia - aangifte op 1809.03.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Geeraerts Adrianus knecht 33 jaar (1809-8)

    VAN HERCK Maria ° Schriek 1809.04.01 om 05 u. d Van Herck Adrianus landbouwer 48 jaar & Goris Joanna Maria - aangifte op 1809.04.01 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Van Herck Joannes Baptist landbouwer 55 jaar (1809-9)

    SCHEERENS Joanna ° Schriek 1809.04.07 om 20 u. d Scherens Petrus landbouwer 24 jaar & Scheirens Elisabeth - aangifte op 1809.04.08 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Scheerens Petrus landbouwer 58 jaar (1809-10)

    RAEYMAECKERS Angelina ° Schriek 1809.04.14 om 20 u. d Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer 58 jaar & Scheerens Maria Anna - aangifte op 1809.04.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer te Heist-op-den-Berg 26 jaar (1809-11)

    VERLINDEN Joanna ° Schriek 1809.04.19 om 16 u. d Verlinden Petrus landbouwer 49 jaar & Swaelen Elisabeth - aangifte op 1809.04.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Geeraerts Adrianus dagloner 33 jaar (1809-12)

    THYS Theresia ° Schriek 1809.04.22 om 12 u. d Thys Josephus landbouwer 44 jaar & Van Hove Anna Catharina - aangifte op 1809.04.25 - getuigen : Gyselincx Cornelius landbouwer 48 jaar en Uyterhoeven Joannes Franciscus koopman te Werchter 44 jaar (1809-13)

    VERSCHUEREN Petrus ° Schriek 1809.05.01 om 10 u. z Verschueren Adrianus landbouwer 36 jaar & Verbeeck Anna - aangifte op 1809.05.01 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 45 jaar en Verschueren Franciscus landbouwer 59 jaar (1809-14)

    FEYAERTS Joannes Baptist ° Schriek 1809.05.05 om 13 u. z Feyaerts Joannes Franciscus landbouwer 31 jaar & Scheerens Anna Catharina - aangifte op 1809.05.05 - getuigen : Van den Broeck Franciscus molenaar 53 jaar en De Ryck Philippus landbouwer 53 jaar (1809-15)

    VINCX Josephina ° Schriek 1809.05.09 om 19 u. d Vincx Magdalena landbouwster - aangifte op 1809.05.10 - getuigen : De Bie Joannes landbouwer 43 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar (1809-16)

    DE BIE Rosalia ° Schriek 1809.05.10 om 05.30 u. d De Bie Joannes landbouwer 42 jaar & Goris Joanna Catharina - aangifte op 1809.05.10 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Vincx Jacobus landbouwer 36 jaar (1809-17)

    DE CEUSTER Theresia ° Schriek 1809.05.11 om 09 u. d De Ceuster Joannes dagloner 40 jaar & Van den Broeck Maria - aangifte op 1809.05.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Craen Petrus landbouwer 72 jaar (1809-18)

    VAN CRAEN Petrus ° Schriek 1809.05.14 om 03.30 u. z Van Craen Joannes Baptist landbouwer 26 jaar & Laeremans Anna Catharina - aangifte op 1809.05.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Craen Petrus landbouwer 73 jaar (1809-19)

    VERHAEGEN Theresia ° Schriek 1809.05.24 om 05.30 u. d Verhaegen Petrus landbouwer 36 jaar & Ceuls Anna - aangifte op 1809.05.24 - getuigen : Verschueren Franciscus kleermaker 27 jaar en Van Woensel Egidius landbouwer 28 jaar (1809-20)

    VAN DEN EYNDE Catharina ° Schriek 1809.05.26 om 19 u. d Vincx Carolina - aangifte op 1809.05.27 door Vincx Joannes Baptist - getuigen : De Groot Joannes Baptist schoenmaker 62 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar (1809-21)

    SCHEERENS Maria ° Schriek 1809.05.27 om 21.30 u. d Scheerens Lambertus landbouwer 39 jaar & Mombaers Maria Theresia - aangifte op 1809.05.28 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Lambrechts Joannes Baptist rentenier te Heist-op-den-Berg 27 jaar (1809-22)

    VAN POYER Joanna ° Schriek 1809.06.11 om 21 u. d Van Poyer Adrianus landbouwer 29 jaar & De Swert Theresia - aangifte op 1809.06.12 - getuigen : De Clyn Michael landbouwer 39 jaar en Van Woensel Adrianus landbouwer te Heist-op-den-Berg 28 jaar (1809-23)

    MORIS Theresia ° Schriek 1809.06.13 om 01 u. d Moris Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 29 jaar & Melis Elisabeth - aangifte op 1809.06.13 - getuigen : Verstraeten Guilielmus herbergier 37 jaar en Van Herck Egidius landbouwer te Heist-op-den-Berg 47 jaar (1809-24)

    JANSSENS Franciscus ° Schriek 1809.07.26 om 18 u. z Janssens Petrus dagloner 31 jaar & Goelen Petronella - aangifte op 1809.06.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus dagloner 34 jaar (1809-25)

    CEULEMANS Josephus ° Schriek 1809.07.07 om 03 u. z Ceulemans Petrus dagloner 41 jaar & De Winter Joanna - aangifte op 1809.07.07 - getuigen : Heremans Joannes landbouwer 51 jaar en De Peuter Henricus landbouwer 56 jaar (1809-26)

    VAN DE VLIEDT Theresia ° Schriek 1809.07.15 om 08 u. d Van de Vliedt Joannes schoenmaker 31 jaar & Van Noten Maria - aangifte op 1809.07.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Jacobus landbouwer 22 jaar (1809-27)

    VERSCHUEREN Adrianus ° Schriek 1809.07.26 om 04 u. z Verschueren Franciscus kleermaker 27 jaar & Verhaegen Elisabeth - aangifte op 1809.07.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verschueren Adrianus landbouwer 55 jaar (1809-28)

    VAN DEN BROECK Petronella ° Schriek 1809.07.26 om 07 u. z d Van den Broeck Joannes landbouwer 31 jaar & Verschueren Joanna - aangifte op 1809.07.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en De Wever Joannes Baptist landbouwer 30 jaar (1809-29)

    STORMS Joanna ° Schriek 1809.08.19 om 09 u. z d Storms Joannes landbouwer 39 jaar & Claes Theresia - aangifte op 1809.08.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Storms Antonius landbouwer 40 jaar (1809-30)

    VAN LOOCK Dorothea ° Schriek 1809.09.02 om 12 u. d Van Loock Petrus landbouwer 43 jaar & Docx Carolina - aangifte op 1809.09.02 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Houtvink Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 42 jaar (1809-31)

    VERMYLEN Regina ° Schriek 1809.09.07 om 03 u. d Vermylen Joannes Norbertus koopman 34 jaar & Wyns Isabella - aangifte op 1809.09.07 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus landbouwer 34 jaar (1809-32)

    VAN DESSEL Petrus ° Schriek 1809.09.11 om 22 u. z Van Dessel Petrus landbouwer 50 jaar & Goossens Anna Maria Theresia - aangifte op 1809.09.12 - getuigen : Verlinden Petrus landbouwer 71 jaar en De Ryck Philippus landbouwer te Heist-op-den-Berg 53 jaar (1809-33)

    WAUTERS Adrianus ° Schriek 1809.09.13 om 17 u. z Wauters Joannes Franciscus landbouwer 35 jaar & Caes Theresia - aangifte op 1809.09.14 - getuigen : Scherens Petrus landbouwer 59 jaar en Van der Roost Henricus landbouwer te Keerbergen 38 jaar (1809-34)

    WAUTERS Joannes Baptist ° Schriek 1809.09.13 om 17 u. z Wauters Joannes Franciscus landbouwer 35 jaar & Caes Theresia - aangifte op 1809.09.14 - getuigen : Scherens Petrus landbouwer 59 jaar en Van der Roost Henricus landbouwer te Keerbergen 38 jaar (1809-35)

    VAN DEN BRANDE Regina ° Schriek 1809.09.13 om 22.30 u. d Van den Brande Joannes herbergier 29 jaar woonde Dorp & De Cleyn Elisabeth - aangifte op 1809.09.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Woensel Egidius landbouwer te Heist-op-den-Berg 25 jaar (1809-36)

    VAN DER AUWERMOLEN Angelina ° Schriek 1809.09.21 om 08 u. d Van der Auwermolen Joannes Baptist dagloner 46 jaar woonde Grootlo & Caes Anna Elisabeth - aangifte op 1809.09.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus dagloner 34 jaar (1809-37)

    LAMBRECHTS Maria ° Schriek 1809.09.23 om 02.30 u. d Lambrechts Jacobus landbouwer herbergier 39 jaar woonde Dorp & Weyns Maria Anna - aangifte op 1809.09.23 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Josephus knecht 34 jaar (1809-38)

    VAN DUVEL Maria ° Schriek 1809.09.26 om 08.30 u. d Van Duvel Franciscus landbouwer 32 jaar & Claes Theresia - aangifte op 1809.09.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Geeraerts Adrianus landbouwer 34 jaar (1809-39)

    GYSEMANS Joanna ° Schriek 1809.10.27 om 04 u. d Gysemans Henricus landbouwer 38 jaar & Van Casteren Anna Elisabeth - aangifte op 1809.10.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Craen Joannes landbouwer 60 jaar (1809-40)

    DE BIE Benedictus ° Schriek 1809.11.02 om 03 u. z De Bie Gisbertus landbouwer 34 jaar & Holemans Anna Catharina - aangifte op 1809.11.02 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en De Bie Benedictus molenaar te Haacht 26 jaar (1809-41)

    SPRUYT Petrus ° Schriek 1809.11.05 om 12 u. z Spruyt Petrus landbouwer 41 jaar & Van Hove Maria - aangifte op 1809.11.06 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Bogaerts Petrus landbouwer 29 jaar (1809-42)

    RAPPOORT Elisabeth ° Schriek 1809.11.06 om 23 u. d Rappoort Joannes landbouwer 51 jaar & De Preter Maria Theresia - aangifte op 1809.11.07 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Ceulemans Henricus landbouwer te Keerbergen 46 jaar (1809-43)

    VAN RIJMENAM Josephus ° Schriek 1809.11.18 om 03 u. z Van Rijmenam Adrianus landbouwer 35 jaar & Van den Brande Maria Catharina - aangifte op 1809.11.18 - getuigen : Verstraeten Guilielmus herbergier 38 jaar en De Cat Joannes schoenmaker 22 jaar (1809-44)

    VAN HERCK Anna ° Schriek 1809.11.27 om 23 u. d Van Herck Joannes Baptist landbouwer 35 jaar & S' Jongers Anna Maria Catharina - aangifte op 1809.11.28 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Scheirens Joannes Baptist landbouwer 58 jaar (1809-45)

    VAN DEN EYNDE Joannes Baptist ° Schriek 1809.12.13 om 03.30 u. z Van den Eynde Petrus Franciscus kleermaker 34 jaar & Van den Eynde Maria Josephina - aangifte op 1809.12.13 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Eynde Franciscus kleermaker 22 jaar (1809-46)

    HOLEMANS Regina ° Schriek 1809.12.14 om 02 u. d Holemans Joannes Baptist landbouwer 32 jaar & Wyns Maria - aangifte op 1809.12.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Josephus landbouwer 24 jaar (1809-47)

    BOECKSTAENS Franciscus ° Schriek 1809.12.16 om 18 u. z Boeckstaens Joannes dagloner 25 jaar & Marien Elisabeth - aangifte op 1809.12.18 - getuigen : Van Herck Egidius landbouwer te Heist-op-den-Berg 46 jaar en Verstraeten Antonius landbouwer 29 jaar (1809-48)

    CEULEMANS Maria Anna ° Schriek 1809.12.30 om 16 u. d Ceulemans Adrianus kleermaker 49 jaar & De Peuter Philippina - aangifte op 1809.12.31 - getuigen : Ceuppens Joannes Baptist landbouwer 20 jaar en Ceuppens Joannes wever 37 jaar (1809-49)

    BRUYLANTS Joannes Baptist ° Schriek 1810.01.08 om 21.30 u. z Bruylants Elisabeth - aangifte op 1810.01.09 door Rymenams Joanna Maria - getuigen : Mylemans Joannes landbouwer 65 jaar en Ceuppens Joannes landbouwer 37 jaar (1810-1)

    VAN DEN BOSCH Theresia ° Schriek 1810.01.10 om 02 u. d Van den Bosch Egidius dagloner 25 jaar & Verbeeck Anna - aangifte op 1810.01.10 - getuigen : Goossens Franciscus landbouwer 50 jaar en Verbinnen Cornelius landbouwer 47 jaar (1810-2)

    HUYGENS Bernardina ° Schriek 1810.01.23 om 10.30 u. d Huygens Martinus koopman 39 jaar & Van Kelecom Anna Catharina - aangifte op 1810.01.23 - getuigen : Huygens Jacobus molenaar te Putte 31 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-3)

    DE PEUTER Maria ° Schriek 1810.01.23 om 17.30 u. d De Peuter Franciscus landbouwer 25 jaar & Smets Joanna - aangifte op 1810.01.24 - getuigen : Smets Antonius veldwachter te Heist-op-den-Berg 32 jaar en Van Imbeeck Franciscus koopman 49 jaar (1810-4)

    DE WINTER Elisabeth ° Schriek 1810.01.28 om 11 u. d De Winter Franciscus landbouwer 34 jaar & Van den Wyngaert Maria - aangifte op 1810.01.28 - getuigen : Van den Eede Egidius landbouwer 31 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-5)

    REYMENAMS Franciscus ° Schriek 1810.02.03 om 08 u. z Reymenams Joannes landbouwer 40 jaar & Buls Maria - aangifte op 1810.02.03 - getuigen : Michiels Franciscus landbouwer 27 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-6)

    VERSTREKEN Franciscus ° Schriek 1810.02.08 om 04 u. z Verstreken Joannes landbouwer 30 jaar & Wuyberghs Maria - aangifte op 1810.02.08 - getuigen : Wuyberghs Franciscus landbouwer 24 jaar en Wuyberghs Guillielmus landbouwer 64 jaar woonde Trommelstraat (1810-7)

    VAN HOOVE Joanna ° Schriek 1810.03.04 om 04 u. d Van Hoove Petrus Joannes wever 33 jaar & Heremans Joanna - aangifte op 1810.03.05 - getuigen : Van Hove Anselme landbouwer te Walem 28 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-8)

    VERMEYLEN Rosa ° Schriek 1810.03.03 om 11.30 u. d Vermeylen Guilielmus landbouwer 38 jaar & Engels Anna Maria - aangifte op 1810.03.05 - getuigen : Wyns Judocus landbouwer te Keerbergen 68 jaar en Vercalsteren Petrus landbouwer 22 jaar (1810-9)

    UYTERHOEVEN Theresia ° Schriek 1810.03.10 om 20.30 u. d Uyterhoeven Daniël landbouwer 36 jaar & Wouters Joanna - aangifte op 1810.03.12 - getuigen : Wouters Joannes Andreas landbouwer te Heist-op-den-Berg 39 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar (1810-10)

    CROONEN Dorothea ° Schriek 1810.03.13 om 04 u. d Croonen Joannes Franciscus landbouwer 38 jaar & Smets Anna Catharina - aangifte op 1810.03.12 - getuigen : Liekens Joannes Baptist landbouwer te Heist-op-den-Berg 34 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar (1810-11)

    WOUTERS Joanna Cornelia ° Schriek 1810.03.20 om 01 u. d Wouters Franciscus landbouwer 46 jaar & De Clyn Joanna Maria - aangifte op 1810.03.20 - getuigen : Tielemans Ludovicus landbouwer 40 jaar en Van den Broeck Franciscus landbouwer 37 jaar (1810-12)

    RYMENAMS Regina ° Schriek 1810.03.24 om 18.30 u. d Rymenams Jacobus landbouwer 29 jaar & Claes Catharina - aangifte op 1810.03.26 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Joannes Antonius landbouwer 28 jaar (1810-13)

    VAN CASTEREN Antonius ° Schriek 1810.03.25 om 10.30 u. z Van Casteren Petrus kuiper 40 jaar & Huybrechts Anna Catharina - aangifte op 1810.03.26 - getuigen : Van den Brande Joannes herbergier 30 jaar en Holemans Petrus landbouwer 54 jaar (1810-14)

    WAUTERS Franciscus ° Schriek 1810.03.27 om 02 u. d Wauters Petrus landbouwer 32 jaar & Van den Broeck Anna Catharina - aangifte op 1810.03.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Goossens Petrus landbouwer 40 jaar (1810-15)

    EGGERS Carolus ° Schriek 1810.03.30 om 03 u. z Eggers Adrianus landbouwer 37 jaar & Van Tongelen Theresia - aangifte op 1810.03.30 - getuigen : De Clyn Michael landbouwer 39 jaar en Holemans Petrus landbouwer 54 jaar (1810-16)

    NYS Joanna ° Schriek 1810.04.05 om 03 u. d Nys Franciscus landbouwer 48 jaar & Uyterhoeven Joanna - aangifte op 1810.04.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Eynde Elico kleermaker 28 jaar (1810-17)

    GYSEMANS Josephus ° Schriek 1810.04.06 om 14.30 u. z Gysemans Joannes Franciscus landbouwer 36 jaar & Van Craen Elisabeth - aangifte op 1810.04.07 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Judocus landbouwer 67 jaar (1810-18)

    MEES Theodorus ° Schriek 1810.04.16 om 22.30 u. z Mees Michaël landbouwer 38 jaar & Goris Anna Maria - aangifte op 1810.04.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Franciscus landbouwer 22 jaar (1810-19)

    GOOSSENS Dorothea ° Schriek 1810.04.29 om 02 u. d Goossens Franciscus landbouwer 51 jaar & Claes Anna Catharina - aangifte op 1810.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Petrus landbouwer 50 jaar (1810-20)

    VAN CASTEREN Joanna ° Schriek 1810.04.30 om 03 u. d Van Casteren Guilielmus landbouwer 34 jaar & Nys Maria - aangifte op 1810.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Petrus landbouwer 56 jaar (1810-21)

    VERHOEVEN Catharina ° Schriek 1810.05.08 om 01 u. d Nys Joanna weduwe Verhoeven Judocus - aangifte op 1810.05.08 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verhoeven Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 46 jaar (1810-22)

    VAN ITTERBEECK Anna ° Schriek 1810.05.30 om 12.30 u. d Van Itterbeeck Antonius landbouwer 46 jaar & Op de Beeck Elisabeth - aangifte op 1810.05.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Broeck Franciscus molenaar 49 jaar (1810-23)

    WOUTERS Franciscus ° Schriek 1810.06.05 om 08 u. z Wouters Egidius landbouwer 33 jaar & Heremans Anna Maria - aangifte op 1810.06.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Heremans Joannes Baptist landbouwer te Heist-op-den-Berg 42 jaar (1810-24)

    DE CLEYN Theodorus ° Schriek 1810.06.10 om 07.30 u. z De Cleyn Cornelius landbouwer 33 jaar & Van Herck Joanna - aangifte op 1810.06.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Wyns Cornelius landbouwer te Heist-op-den-Berg 59 jaar (1810-25)

    VAN NUFFEL Isabella ° Schriek 1810.06.13 om 01 u. d Van Nuffel Petrus landbouwer 35 jaar & Spruyt Maria - aangifte op 1810.06.13 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van Nuffel Egidius landbouwer 73 jaar (1810-26)

    VAN HOVE Franciscus ° Schriek 1810.06.15 om 03 u. z Van Hove Cornelius landbouwer 29 jaar & Dockx Joanna - aangifte op 1810.06.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Brabants Franciscus landbouwer 58 jaar (1810-27)

    VERSCHUEREN Napoleon ° Schriek 1810.06.24 om 17 u. z Verschueren Joannes dagwerker 28 jaar & Verstraeten Joanna - aangifte op 1810.06.25 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Holemans Petrus landbouwer 49 jaar (1810-28)

    VAN DE VLIET Theresia ° Schriek 1810.07.04 om 23 u. d Van de Vliet Henricus landbouwer 43 jaar & Suetens Maria Theresia - aangifte op 1810.07.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van de Vliet Petrus Antonius landbouwer te Bonheiden 48 jaar (1810-29)

    VAN HOVE Joannes Baptist ° Schriek 1810.07.04 om 23 u. d Van Hove Leonardus landbouwer 37 jaar & Verbruggen Maria Anna - aangifte op 1810.07.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Ceulemans Joannes Baptist landbouwer 28 jaar (1810-30)

    BULS Maria ° Schriek 1810.07.17 om 10 u. d Buls Andreas landbouwer 42 jaar & Liekens Isabella - aangifte op 1810.07.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Melis Guilielmus landbouwer 28 jaar (1810-31)

    BULS Petrus ° Schriek 1810.07.17 om 16 u. z Buls Andreas landbouwer 42 jaar & Liekens Isabella - aangifte op 1810.07.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Melis Guilielmus landbouwer 28 jaar (1810-32)

    VAN WOENSEL Theresia ° Schriek 1810.07.21 om 05 u. d Van Woensel Adrianus landbouwer 30 jaar & Storms Catharina - aangifte op 1810.07.21 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Storms Rumoldus landbouwer 23 jaar (1810-33)

    VERHAEGEN Josephus ° Schriek 1810.07.30 om 17 u. z Verhaegen Petrus landbouwer 38 jaar & Ceuls Anna - aangifte op 1810.07.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verschueren Franciscus kleermaker 28 jaar (1810-34)

    VERHAEGEN Joannes Baptist ° Schriek 1810.08.15 om 02 u. z Verhaegen Antonius landbouwer 31 jaar & Verschueren Anna - aangifte op 1810.08.15 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Van den Broeck Joannes landbouwer 31 jaar (1810-35)

    VAN HERCK Henricus ° Schriek 1810.08.19 om 10 u. z Van Herck Joannes Baptist landbouwer 31 jaar & De Ryck Theresia - aangifte op 1810.08.19 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Thys Joannes landbouwer 25 jaar (1810-36)

    VERSCHUEREN Josephus ° Schriek 1810.08.30 om 01 u. z Verschueren Egidius wever 48 jaar & Ludovicus Maria Theresia - aangifte op 1810.08.30 - getuigen : Van Herck Joannes Baptist landbouwer 46 jaar en De Coster Joannes landbouwer 42 jaar (1810-37)

    OP DE BEECK Carolus ° Schriek 1810.09.04 om 01 u. z Op de Beeck Andreas landbouwer 36 jaar & Calottens Joanna - aangifte op 1810.09.04 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Peeters Carolus landbouwer te Putte 45 jaar (1810-38)

    VAN HERCK Antonius ° Schriek 1810.09.03 om 23 u. z Van Herck Adrianus koopman 52 jaar & Goris Joanna Maria - aangifte op 1810.09.04 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Goossens Carolus landbouwer 27 jaar (1810-39)

    VERMYLEN Theodorus ° Schriek 1810.09.04 om 20 u. z Vermylen Joannes Baptist landbouwer 38 jaar & De Preter Joanna - aangifte op 1810.09.05 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Vermylen Cornelius landbouwer te Booischot 28 jaar (1810-40)

    DE WEVER Franciscus ° Schriek 1810.09.13 om 20 u. z De Wever Joannes Baptist landbouwer 32 jaar & Verschueren Petronella - aangifte op 1810.09.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Verschueren Franciscus landbouwer 60 jaar (1810-41)

    TRAETS Maria ° Schriek 1810.09.19 om 18 u. d Traets Franciscus landbouwer 33 jaar & De Ryck Catharina - aangifte op 1810.09.20 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 46 jaar en Traets Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 38 jaar (1810-42)

    DE MEES Regina ° Schriek 1810.09.23 om 04 u. d De Mees Adrianus landbouwer 56 jaar & Baeten Elisabeth - aangifte op 1810.09.23 - getuigen : Goossens Franciscus dagwerker 24 jaar en Holemans Petrus landbouwer 53 jaar (1810-43)

    SCHEERENS Franciscus ° Schriek 1810.09.25 om 02 u. z Scheerens Petrus landbouwer 31 jaar & Scheerens Elisabeth - aangifte op 1810.09.25 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en Scheerens Franciscus landbouwer 27 jaar (1810-44)

    VAN DEN BROECK Catharina ° Schriek 1810.10.01 om 20 u. d Van den Broeck Franciscus landbouwer 50 jaar & Eggers Maria - aangifte op 1810.10.02 - getuigen : De Clyn Cornelius landbouwer 33 jaar en Wauters Franciscus landbouwer 48 jaar (1810-45)

    VERSCHUEREN Josephus ° Schriek 1810.10.05 om 03 u. z Verschueren Franciscus landbouwer 50 jaar & Verhaegen Elisabeth - aangifte op 1810.10.05 - getuigen : De Mees Adrianus barbier 55 jaar en Somers Wynandus veldwachter 47 jaar (1810-46)

    SCHUEREWEGEN Elisabeth ° Schriek 1810.10.10 om 22.30 u. d Schuerewegen Joannes Franciscus landbouwer 33 jaar & Eskens Anna Maria - aangifte op 1810.10.11 - getuigen : De Belder Adrianus landbouwer 50 jaar en Lens Franciscus landbouwer 56 jaar (1810-47)

    ENGELS Joannes Baptist ° Schriek 1810.10.12 om 08 u. z Engels Adrianus landbouwer 45 jaar & De Hondt Aldegondis - aangifte op 1810.10.12 - getuigen : Engels Joannes Baptist landbouwer te Werchter 41 jaar en Van Houtven Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 47 jaar (1810-48)

    VAN DESSEL Maria ° Schriek 1810.10.22 om 14.30 u. d Van Dessel Petrus landbouwer 53 jaar & Goossens Anna Maria Theresia - aangifte op 1810.10.22 - getuigen : De Bie Joannes landbouwer 44 jaar en Vincx Cornelius landbouwer 62 jaar (1810-49)

    VAN DEN BRANDE Franciscus ° Schriek 1810.10.24 om 04.30 u. z Van den Brande Joannes Baptist herbergier 31 jaar & De Clyn Elisabeth - aangifte op 1810.10.24 - getuigen : Brabants Franciscus landbouwer 58 jaar en Claes Joannes Franciscus landbouwer 39 jaar (1810-50)

    CLAES Joannes ° Schriek 1810.10.24 om 06 u. z Claes Joannes Franciscus landbouwer 39 jaar & Eggers Joanna - aangifte op 1810.10.24 - getuigen : Brabants Franciscus landbouwer 58 jaar en Van den Brande Joannes Baptist herbergier 31 jaar (1810-51)

    SCHEERENS Petrus ° Schriek 1810.11.02 om 02 u. z Scheerens Joannes Baptist landbouwer 35 jaar & Van Loock Elisabeth - aangifte op 1810.11.03 - getuigen : Wouters Petrus landbouwer 28 jaar en Ludovicus Joannes landbouwer 27 jaar (1810-52)

    GEERAERTS Elisabeth ° Schriek 1810.12.02 om 00.30 u. d Geeraerts Josephus landbouwer 35 jaar & Wyns Theresia - aangifte op 1810.12.03 - getuigen : Wyns Cornelius landbouwer 66 jaar en Van den Brande Joannes herbergier 31 jaar (1810-53)

    DE WINTER Joanna ° Schriek 1810.12.03 om 13.30 u. d De Winter Josephus landbouwer 26 jaar & Rymenams Maria - aangifte op 1810.12.03 - getuigen : De Winter Joannes landbouwer 68 jaar en Goelen Adrianus dagwerker te Beerzel 31 jaar (1810-54)

    JANSSENS Joannes Baptist ° Schriek 1810.12.08 om 06 u. z Janssens Petrus dagwerker 33 jaar & Goelen Petronella - aangifte op 1810.12.08 - getuigen : Ceuppens Joannes Baptist landbouwer 22 jaar en Geens Gummarus landbouwer 26 jaar (1810-55)

    VOLKAERTS Theresia ° Schriek 1810.12.14 om 03 u. z Volkaerts Egidius dagwerker 50 jaar & Geeraerts Catharina - aangifte op 1810.12.14 - getuigen : Ceuppens Joannes Baptist landbouwer 22 jaar en Geens Gummarus landbouwer 26 jaar (1810-56)

    WOUTERS Theodorus ° Schriek 1810.12.14 om 21 u. z Wouters Adrianus Franciscus landbouwer 37 jaar & Caes Theresia - aangifte op 1810.12.15 - getuigen : Wyns Petrus landbouwer te Baal 39 jaar en Somers Wynandus veldwachter 48 jaar (1810-57)

    VAN CRAEN Joanna ° Schriek 1810.12.16 om 08.30 u. d Van Craen Joannes Baptist landbouwer 28 jaar & Laeremans Anna Catharina - aangifte op 1810.12.17 - getuigen : Scheerens Adrianus landbouwer 50 jaar en Brabants Joannes landbouwer 62 jaar (1810-58)

    LIEKENS Theresia ° Schriek 1810.12.22 om 16 u. d Liekens Joannes landbouwer 28 jaar & Geeraerts Maria Theresia - aangifte op 1810.12.22 - getuigen : Volkaerts Egidius landbouwer 50 jaar en Dom Joannes landbouwer 40 jaar (1810-59)

    VOLKAERTS Joanna ° Schriek 1810.12.30 om 02 u. d Volkaerts Petrus landbouwer 28 jaar & Wouters Maria Theresia - aangifte op 1810.12.31 - getuigen : De Cuyper Egidius landbouwer 70 jaar en Brabants Franciscus landbouwer 56 jaar (1810-60)

    WOUTERS Joannes Baptist ° Schriek 1810.12.30 om 01 u. z Wouters Judocus landbouwer 34 jaar & Machiels Theresia - aangifte op 1810.12.31 - getuigen : Van den Putte Theodorus secretaris te Putte 30 jaar en Van den Broeck Christianus landbouwer 26 jaar (1810-61)

    LIEKENS Petrus ° Schriek 1811.01.03 om 23 u. z Liekens Jacobus landbouwer 39 jaar & De Winter Anna - aangifte op 1811.01.04 - getuigen : De Winter Petrus landbouwer 64 jaar en Wyns Philippus landbouwer 51 jaar (1811-1)

    GOOSSENS Theresia ° Schriek 1811.01.12 om 07 u. d Goossens Franciscus dagwerker 24 jaar & De Mees Joanna - aangifte op 1811.01.12 - getuigen : Goossens Egidius dagwerker 50 jaar en Vermylen Joannes Baptist landbouwer 39 jaar (1811-2)

    VAN NUFFEL Franciscus ° Schriek 1811.01.19 om 17 u. d z Van Nuffel Franciscus landbouwer 27 jaar & Vincx Elisabeth - aangifte op 1811.01.20 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 51 jaar en Wyns Philippus landbouwer 51 jaar (1811-3)

    VERMYLEN Melchior ° Schriek 1811.01.31 om 23 u. d z Vermylen Joannes Norbertus burgemeester-koopman 35 jaar & Wyns Isabella - aangifte op 1811.02.01 - getuigen : Wuybergs Franciscus dagwerker te Keerbergen 57 jaar en Op de Beeck Cornelius dagwerker te Keerbergen 34 jaar (1811-4)

    VAN DEN BROECK Petrus ° Schriek 1811.02.16 om 10 u. d z Van den Broeck Franciscus landbouwer 37 jaar & Wouters Maria Theresia - aangifte op 1811.02.16 - getuigen : Colfs Petrus landbouwer 51 jaar en Brabants Joannes landbouwer 62 jaar (1811-5)

    VERSCHUEREN Maria Theresia ° Schriek 1811.02.17 om 08 u. d Verschueren Adrianus landbouwer 38 jaar & Verbeeck Anna - aangifte op 1811.02.17 - getuigen : Verschueren Petrus landbouwer 25 jaar en Nys Jacobus wagenmaker 56 jaar (1811-6)

    SERNEELS Theresia ° Schriek 1811.02.24 om 10 u. d Serneels Petrus landbouwer 44 jaar & Van den Broeck Anna Catharina - aangifte op 1811.02.24 - getuigen : Brabants Franciscus landbouwer 59 jaar en Wyns Judocus landbouwer 68 jaar (1811-7)

    VAN RYMENAM Regina ° Schriek 1811.02.25 om 02 u. d Van Rymenam Adrianus landbouwer 36 jaar & Van den Brande Maria Catharina - aangifte op 1811.02.25 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 52 jaar en Verbeeck Petrus landbouwer 28 jaar (1811-8)

    GEERAERTS Antonius ° Schriek 1811.02.28 om 08.30 u. z Geeraerts Franciscus landbouwer 33 jaar & Storms Maria - aangifte op 1811.03.01 - getuigen : Storms Antonius landbouwer 41 jaar en Vincx Joannes Baptist landbouwer 52 jaar (1811-9)

    MEURIS Catharina ° Schriek 1811.03.01 om 23 u. z Meuris Franciscus landbouwer 31 jaar & Melis Elisabeth - aangifte op 1811.03.02 - getuigen : Melis Guilielmus landbouwer 29 jaar en Goossens Egidius dagwerker 51 jaar (1811-10)

    HOLEMANS Josephus ° Schriek 1811.03.04 om 10 u. z Holemans Petrus landbouwer 54 jaar & Lens Catharina - aangifte op 1811.03.04 - getuigen : Holemans Franciscus landbouwer 22 jaar en Van Herck Joannes Baptist metselaar 38 jaar (1811-11)

    VAN DEN EYNDE Elico ° Schriek 1811.03.09 om 04 u. z Van den Eynde Petrus Franciscus kruidenier 54 jaar & Van den Eynde Maria Josepha - aangifte op 1811.03.09 - getuigen : Van Rymenam Adrianus landbouwer 35 jaar en Vincx Joannes Baptist landbouwer 26 jaar (1811-12)

    DE BRUYN Maria Louisa ° Schriek 1811.03.10 om 08.30 u. z De Bruyn Joanna landbouwster - aangifte op 1811.03.11 - getuigen : Van den Eynde Petrus Franciscus kruidenier 34 jaar en Van Rymenam Adrianus landbouwer 35 jaar (1811-13)

    VAN ROMPAEY Elisabeth ° Schriek 1811.03.24 om 03 u. d Van Rompaey Leonardus landbouwer 38 jaar & Van den Eynde Maria Theresia - aangifte op 1811.03.25 - getuigen : Van Noten Henricus landbouwer 30 jaar en Boeckstaens Petrus landbouwer 77 jaar (1811-14)

    DE PRETER Susanna ° Schriek 1811.03.26 om 04 u. d De Preter Petrus landbouwer 40 jaar & Dockx Joanna - aangifte op 1811.03.26 - getuigen : Van Loock Petrus dagwerker 45 jaar en Vermylen Guibertus student 21 jaar (1811-15)

    DE RYCK Joannes Baptist ° Schriek 1811.03.29 om 01 u. d De Ryck Guillielmus landbouwer 47 jaar & Vervloesem Elisabeth - aangifte op 1811.03.29 - getuigen : Boeckstaens Petrus landbouwer 77 jaar en Geens Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 50 jaar (1811-16)

    DE MEES Regina ° Schriek 1811.04.05 om 07.30 u. d De Mees Isabella - aangifte op 1811.04.05 door Goossens Franciscus dagwerker 25 jaar woonde Dorp - getuigen : Van Camp Petrus dagwerker 61 jaar en Holemans Petrus landbouwer 55 jaar (1811-17)

    FEYAERTS Cornelius ° Schriek 1811.04.06 om 05 u. d Feyaerts Joannes Franciscus landbouwer 35 jaar & Scheerens Anna Catharina - aangifte op 1811.04.06 - getuigen : Claes Petrus landbouwer te Keerbergen 50 jaar en Colfs Joannes Baptist landbouwer 49 jaar (1811-18)

    COLFS Elisabeth ° Schriek 1811.04.09 om 11 u. d Colfs Joannes Baptist landbouwer 49 jaar & Van den Borne Anna Maria Catharina - aangifte op 1811.04.09 - getuigen : Feyaerts Franciscus landbouwer 35 jaar en Claes Petrus landbouwer te Keerbergen 50 jaar (1811-19)

    VAN OOSTERWYCK Petrus ° Schriek 1811.04.12 om 05 u. d Van Oosterwyck Petrus Franciscus kleermaker 42 jaar & Dockx Anna Catharina - aangifte op 1811.04.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en De Preter Petrus landbouwer 40 jaar (1811-20)

    VAN HIMBEECK Theresia ° Schriek 1811.04.18 om 21 u. d Van Himbeeck Magdalena - aangifte op 1811.04.19 door Van Himbeeck Franciscus landbouwer 50 jaar woonde Haezebergen - getuigen : Rymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-21)

    MICHIELS Catharina ° Schriek 1811.05.07 om 08 u. d Michiels Franciscus dagwerker 30 jaar & Buls Joanna Maria - aangifte op 1811.05.07 - getuigen : Reymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-22)

    NYS Theresia ° Schriek 1811.05.26 om 09.30 u. d Nys Petrus dagwerker 43 jaar & Van Craen Catharina - aangifte op 1811.05.27 - getuigen : Rymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-23)

    NAEGELS Theresia ° Schriek 1811.06.01 om 06 u. d Naegels Henricus dagwerker 32 jaar & Boekstaens Maria - aangifte op 1811.06.01 - getuigen : Rymenams Joannes dagwerker 41 jaar en Goossens Egidius dagwerker 52 jaar (1811-24)

    NYS Regina ° Schriek 1811.06.08 om 14 u. d Nys Joannes Franciscus landbouwer 51 jaar & Goossens Maria - aangifte op 1811.06.10 - getuigen : Van der Auwera Guilielmus landbouwer 40 jaar en Van Herck Adrianus landbouwer 53 jaar (1811-25)

    SERNEELS Gabriël ° Schriek 1811.06.08 om 04 u. z Serneels Philippus landbouwer 40 jaar & Van den Broeck Theresia - aangifte op 1811.06.10 - getuigen : Van der Auwera Guilielmus landbouwer 40 jaar en Van Herck Adrianus landbouwer 53 jaar (1811-26)

    KETTERMANS Guibertus ° Schriek 1811.06.11 om 12 u. z Kettermans Joannes Baptist landbouwer 33 jaar & Scheerens Philippina - aangifte op 1811.06.12 - getuigen : Van Heerle Guibertus kuiper 48 jaar en Van Heerle Joannes kuiper 52 jaar (1811-27)

    GORIS Anna Catharina ° Schriek 1811.06.24 om 23 u. d Goris Franciscus landbouwer 39 jaar & Ceulemans Anna Maria - aangifte op 1811.06.25 - getuigen : Vermylen Joannes Baptist landbouwer 39 jaar en Wyns Judocus landbouwer te Baal 35 jaar (1811-28)

    VAN HEERLE Joannes Baptist ° Schriek 1811.06.23 om 02 u. z Van Heerle Joannes landbouwer 53 jaar & Lens Maria Theresia - aangifte op 1811.06.25 - getuigen : Verbeeck Antonius landbouwer 64 jaar en Storms Joannes landbouwer 43 jaar (1811-29)

    STORMS Maria ° Schriek 1811.06.25 om 18 u. d Storms Joannes landbouwer 43 jaar & Claes Maria Theresia - aangifte op 1811.06.26 - getuigen : Verbeeck Antonius landbouwer 63 jaar en Van Heerle Joannes landbouwer 53 jaar (1811-30)

    VAN CAMP Joannes Baptist ° Schriek 1811.07.13 om 11 u. z Van Camp Gommarus dagwerker 33 jaar & Uyterhoeven Joanna - aangifte op 1811.07.14 - getuigen : Van Camp Joannes dagwerker te Keerbergen 68 jaar en ??? Petrus dagwerker 45 jaar (1811-31)

    CEULEMANS Regina ° Schriek 1811.07.12 om 23 u. d Ceulemans Joannes Baptist dagwerker 46 jaar & Eggers Magdalena - aangifte op 1811.07.14 - getuigen : Van Loock Jacobus dagwerker 38 jaar en Van Loock Joannes dagwerker 34 jaar (1811-32)

    CREYNIERS Franciscus ° Schriek 1811.08.31 om 14 u. z Cryniers Guilielmus dagwerker 26 jaar & De Peuter Catharina 29 jaar woonde Haachtsebaan - aangifte op 1811.09.02 - getuigen : Dom Joannes landbouwer 39 jaar en Goossens Egidius landbouwer 54 jaar (1811-33)

    RAEYMAECKERS Elisabeth ° Schriek 1811.09.02 om 02 u. d Raeymaeckers Joannes Baptist landbouwer 61 jaar & Scheerens Maria Anna - aangifte op 1811.09.02 - getuigen : Kettermans Joannes Baptist landbouwer 33 jaar en Raeymaeckers Antonius landbouwer 25 jaar (1811-34)

    VAN OOSTERWYCK Joanna ° Schriek 1811.09.23 om 01 u. d Van Oosterwyck Cornelius landbouwer 61 jaar & Holemans Anna - aangifte op 1811.09.23 - getuigen : Serneels Petrus landbouwer 44 jaar en Van Dessel Egidius landbouwer 51 jaar (1811-35)

    GYSEMANS Theresia ° Schriek 1811.10.13 om 13.30 u. d Gysemans Henricus dagwerker 40 jaar & Van Casteren Anna Elisabeth - aangifte op 1811.10.14 - getuigen : Gysemans Joannes Baptist landbouwer te Keerbergen 30 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-36)

    VERLINDEN Anna ° Schriek 1811.10.19 om 06 u. d Verlinden Petrus landbouwer 46 jaar & Swaelen Elisabeth - aangifte op 1811.10.19 - getuigen : Rymenams Joannes landbouwer 41 jaar en Machiels Franciscus landbouwer 29 jaar (1811-37)

    TORFS Maria ° Schriek 1811.10.27 om 23 u. d Torfs Elisabeth - aangifte op 1811.10.28 - getuigen : Torfs Joannes Baptist kleermaker te Heist-op-den-Berg 38 jaar en Torfs Franciscus kleermaker te Heist-op-den-Berg 36 jaar (1811-38)

    RYMENAMS Anna Maria ° Schriek 1811.10.28 om 14 u. d Rymenams Jacobus dagwerker 30 jaar & Claes Catharina - aangifte op 1811.10.28 - getuigen : De Preter Joannes Baptist dagwerker 23 jaar en Holemans Petrus dagwerker 49 jaar (1811-39)

    DE PRETER Regina ° Schriek 1811.11.12 om 04 u. d De Preter Adrianus dagwerker 30 jaar & Van Rompaey Elisabeth - aangifte op 1811.11.12 - getuigen : De Preter Joannes Baptist dagwerker 23 jaar en Holemans Petrus dagwerker 49 jaar (1811-40)

    NICOLAY Anna Maria ° Schriek 1811.11.16 om 01 u. d Nicolay Joannes Baptist timmerman 36 jaar & Vervoort Anna Catharina - aangifte op 1811.11.16 - getuigen : Vervoort Guilielmus koopman te Keerbergen 62 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-41)

    VERBEEK Rosalia ° Schriek 1811.11.15 om 22 u. d Verbeek Joannes dagwerker 28 jaar & Van Herck Lucia - aangifte op 1811.11.16 - getuigen : Van Herck Adrianus landbouwer 50 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-42)

    VERBEECK Catharina ° Schriek 1811.11.15 om 22.30 u. d Verbeeck Joannes dagwerker 28 jaar & Van Herck Lucia - aangifte op 1811.11.16 - getuigen : Van Herck Adrianus landbouwer 50 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1811-43)

    COOLS Theresia ° Schriek 1811.11.28 om 13.30 u. d Cools Elico dagwerker 60 jaar & Lauwerens Elisabeth - aangifte op 1811.11.28 - getuigen : Van Dyck Franciscus landbouwer 50 jaar en Wauters Petrus landbouwer 48 jaar (1811-44)

    PEETERS Egidius ° Schriek 1811.12.06 om 06 u. z Peeters Joannes landbouwer 60 jaar & Stroobants Catharina - aangifte op 1811.12.06 - getuigen : Stroobants Egidius landbouwer 50 jaar en Holemans Petrus landbouwer 54 jaar (1811-45)

    DE WAGTER Franciscus ° Schriek 1811.12.04 om 01 u. z De Wagter Petrus dagwerker 24 jaar & Van Nuffel Maria - aangifte op 1811.12.06 - getuigen : Van Nuffel Joannes landbouwer 30 jaar en Van Nuffel Petrus landbouwer 38 jaar (1811-46)

    STORMS Theresia ° Schriek 1811.12.29 om 06 u. d Storms Antonius landbouwer 42 jaar & Vervloesem Francisca - aangifte op 1811.12.30 - getuigen : Vervloesem Adrianus landbouwer 76 jaar en Op de Beeck Petrus Henricus 40 jaar (1811-47)

    VAN DEN EYNDE Maria ° Schriek 1812.01.02 om 12.30 u. d Van den Eynde Gommarus dagwerker 46 jaar & Liekens Joanna - aangifte op 1812.01.02 - getuigen : Liekens Joannes Baptist 22 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-1)

    CEULEMANS Theresia ° Schriek 1812.01.08 om 23 u. d Ceulemans Petrus Franciscus dagwerker 43 jaar & De Winter Joanna - aangifte op 1812.01.09 - getuigen : Ceuppens Joannes wever 38 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-2)

    DE PEUTER Petrus ° Schriek 1812.01.17 om 17 u. z De Peuter Franciscus landbouwer 27 jaar & Smets Joanna - aangifte op 1812.01.18 - getuigen : Smets Petrus landbouwer te Heist-op-den-Berg 22 jaar en Boeckstaens Petrus landbouwer 77 jaar (1812-3)

    DU BOIS Napoleon ° Schriek 1812.01.26 z De Keyser Maria - aangifte op 1812.01.27 - getuigen : Ceuppens Joannes dagwerker 38 jaar en Ceulemans Petrus dagwerker 40 jaar (1812-4)

    GOOSSENS Theresia ° Schriek 1812.02.10 om 12 u. d Goossens Carolus landbouwer 26 jaar & Van Noten Carolina - aangifte op 1812.02.11 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer en Van den Eynde Franciscus kleermaker 23 jaar (1812-5)

    VERMYLEN Jacobus ° Schriek 1812.03.16 om 21 u. z Vermylen Joannes Norbertus burgemeester van Schriek & Wyns Isabella - aangifte op 1812.03.17 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Lambrechts Jacobus herbergier 41 jaar (1812-6)

    VERCASTEREN Joanna ° Schriek 1812.03.19 om 23 u. d Vercasteren Guilielmus landbouwer 29 jaar & De Conink Theresia - aangifte op 1812.03.20 - getuigen : De Conink Egidius landbouwer te Werchter 67 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-7)

    SCHROEYENS Catharina ° Schriek 1812.04.04 om 06.30 u. d Schroeyens Petrus landbouwer 34 jaar & Van Dessel Elisabeth - aangifte op 1812.04.04 - getuigen : Schroeyens Joannes landbouwer te Putte 70 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-8)

    VAN VLASSELAER Theresia ° Schriek 1812.04.05 om 19 u. d Van Vlasselaer Henricus dagwerker 41 jaar & Geens Joanna - aangifte op 1812.04.06 - getuigen : De Mees Adrianus barbier 41 jaar en Van den Broeck Franciscus dagwerker 24 jaar (1812-9)

    EGGERS Antonius ° Schriek 1812.04.10 om 12 u. z Eggers Adrianus dagwerker 38 jaar & Van Tongelen Theresia - aangifte op 1812.04.10 - getuigen : Geeraerts Franciscus dagwerker 36 jaar en Geyselincx Joannes dagwerker 48 jaar (1812-10)

    VAN HERCK Lambertus ° Schriek 1812.04.29 om 20 u. z Van Herck Adrianus landbouwer 58 jaar & Goris Joanna Maria - aangifte op 1812.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Van den Broeck Franciscus landbouwer 28 jaar (1812-11)

    CEULEMANS Maria Anna ° Schriek 1812.04.30 om 01 u. d Ceulemans Adrianus 50 jaar & De Peuter Philippina - aangifte op 1812.04.30 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en De Ryck Guilielmus landbouwer 25 jaar (1812-12)

    HOLEMANS Elisabeth ° Schriek 1812.05.10 d Holemans Joannes Baptist herbergier 34 jaar & Wyns Anna Maria - aangifte op 1812.05.11 - getuigen : Vincx Joannes Baptist landbouwer 28 jaar en Vincx Carolus landbouwer 43 jaar (1812-13)

    VAN DESSEL Maria ° Schriek 1812.05.26 om 20 u. d Van Dessel Petrus dagwerker 44 jaar & Van der Auwera Petronella - aangifte op 1812.05.27 - getuigen : Bogaerts Petrus landbouwer te Putte 70 jaar en Holemans Petrus dagwerker 56 jaar (1812-14)

    SCHEERENS Joannes Baptist ° Schriek 1812.06.08 om 17 u. z Scheerens Petrus landbouwer 31 jaar & Scheirens Elisabeth - aangifte op 1812.06.09 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Goris Joannes Baptist landbouwer 23 jaar (1812-15)

    GYSEMANS Petrus ° Schriek 1812.06.18 om 03 u. z Gysemans Joannes Franciscus landbouwer 39 jaar & Van Craen Elisabeth - aangifte op 1812.06.18 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 49 jaar en Geens Joannes Baptist landbouwer te Keerbergen 43 jaar (1812-16)

    WOUTERS Petrus ° Schriek 1812.07.07 om 03 u. z Wouters Franciscus landbouwer 50 jaar & De Clyn Joanna Maria - aangifte op 1812.07.07 - getuigen : Van den Broeck Christianus dagwerker 27 jaar en Van Houtven Franciscus landbouwer te Heist-op-den-Berg 45 jaar (1812-17)

    VAN DEN BROECK Adrianus ° Schriek 1812.07.12 om 17 u. z Van den Broeck Joannes Baptist dagwerker 35 jaar & Verschueren Joanna - aangifte op 1812.07.12 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en De Swert Joannes landbouwer te Baal 22 jaar (1812-18)

    VAN POYER Joannes ° Schriek 1812.07.14 om 15 u. z Van Poyer Adrianus landbouwer 30 jaar & De Swert Theresia - aangifte op 1812.07.14 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en De Swert Joannes landbouwer te Baal 22 jaar (1812-19)

    GYSELINCX Elisabeth ° Schriek 1812.07.27 om 10 u. d Gyselincx Adrianus dagwerker 46 jaar & Swaelen Joanna - aangifte op 1812.07.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Swaelen Joannes dagwerker 22 jaar (1812-20)

    GYSELINCX Catharina ° Schriek 1812.07.27 om 11 u. d Gyselincx Adrianus dagwerker 46 jaar & Swaelen Joanna - aangifte op 1812.07.27 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Swaelen Joannes dagwerker 22 jaar (1812-21)

    VERHAEGEN Petrus ° Schriek 1812.08.07 om 18 u. z Verhaegen Antonius landbouwer 34 jaar & Verschueren Anna - aangifte op 1812.08.08 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Liekens Petrus dagwerker 35 jaar (1812-22)

    VERSTRAETEN Philippus ° Schriek 1812.08.09 om 03 u. z Verstraeten Guilielmus kruidenier 41 jaar & Van den Brande Maria Theresia - aangifte op 1812.08.10 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar en Van Herck Joannes Baptist metselaar 34 jaar (1812-23)

    VAN RYMENAM Theresia ° Schriek 1812.08.11 om 02 u. d Van Rymenam Adrianus metselaar 37 jaar & Van den Brande Maria Catharina - aangifte op 1812.08.11 - getuigen : Verstraeten Guilielmus kruidenier 41 jaar en Somers Wynandus veldwachter 52 jaar (1812-24)

    ENGELS Anna Catharina ° Schriek 1812.08.11 om 17 u. d Engels Adrianus landbouwer 47 jaar & De Hondt Aldegondis - aangifte op 1812.08.11 - getuigen : De Meutter Guibertus schoolmeester 47 jaar en Vermylen Cornelius herbergier 59 jaar (1812-25)

    VERSCHUEREN Josephus ° Schriek 1812.09.13 om 01 u. z Verschueren Egidius wever 52 jaar & Ludovicus Maria Theresia - aangifte op 1812.09.14 - getuigen : Van Imbeeck Franciscus koopman 52 jaar en Verbeeck Joannes Franciscus landbouwer te Hulshout 60 jaar (1812-26)

    TRAETS Coleta ° Schriek 1812.09.15 om 08 u. d Traets Franciscus dagwerker 29 jaar & De Ryck Catharina - aangifte op 1812.09.15 - getuigen : Van Rompaey Franciscus dagwerker 49 jaar en Verbeeck Henricus dagwerker 50 jaar (1812-27)

    VAN CASTEREN Judocus ° Schriek 1812.09.29 om 02 u. z Van Casteren Petrus kuiper 45 jaar & Huybrechts Catharina - aangifte op 1812.09.29 - getuigen : Van Casteren Judocus landbouwer te Heist-op-den-Berg 43 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-28)

    VAN DEN EEDE Regina ° Schriek 1812.10.04 om 06 u. d Van den Eede Egidius dagwerker 34 jaar & De Winter Catharina - aangifte op 1812.10.05 - getuigen : Eggers Joannes Baptist landbouwer 25 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-29)

    DE WEVER Adrianus ° Schriek 1812.10.05 om 03 u. z De Wever Joannes Baptist dagwerker 34 jaar & Verschueren Petronella - aangifte op 1812.10.05 - getuigen : Verschueren Adrianus dagwerker 40 jaar en De Meutter Guibertus schoolmeester 48 jaar (1812-30)

    wordt vervolgd


    04-02-2015, 00:00 geschreven door renic
    Reacties (0)

    ARCHIEF
    Genealogie

    Doopregisters
    Geboorteakten BS

    Huwelijksregisters
    Huwelijksakten BS

    Overlijdensregisters
    Overlijdensakten BS

    Gezinnen

    Wereldoorlog I

    Archief per maand
  • 05-2019
  • 04-2019
  • 12-2018
  • 08-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 04-2016
  • 01-2016
  • 10-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 10-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 03-2013
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 03-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 06-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 11-2008
  • 07-2008
  • 05-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
    Zoeken met Yahoo


    Foto
    Steyne Hoeve 1651

    De Heren van SCHRIEK

    Foto

    De graven van Loon

    Foto

    De graven van Aarschot

    Foto

    Familie Berthout

    Foto

    Graven van Gelre

    Foto

    Huis Van Kleve

    Foto

    Huis Van Arkel

    Foto

    Graven van WEZEMAAL

    Foto

    KAREL DE STOUTE
    MARIA van BOURGONDIË

    Foto

    VAN DER LAEN

    Foto

    VAN DER NATH

    Foto

    DE BROUCHOVEN

    Foto

    VAN DER STEGEN


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!