omdat het een punt zet achter iets wat zinvol was.
Iets dat een deel van je leven was geworden.
Iets dat van 'ons' was...,
mensen waarmee je samen een kunst-vreemde weg bewandelde.
Afscheid nemen tracht je te verdragen,
omdat je in je hart vele herinneringen meedraagt
in diepe dankbaarheid.
Daarom dit opstarten van een 'blog' (-gen) met als inhoud: 'nostalgie' uit de vijftiger jaren rond de kerk en de marktplaats van Stekene met zijn talrijke cafés, herbergen....In het café: St-Hubertus (wat tevens logementhuis was voor voornamelijk douaniers) ben ik opgegroeid van af mijn geboorte tot mijn drieëntwintigste jaar én ..... als enig kind.
Ons café was bovendien 7 dagen op 7 open . Dit was verplicht van de'n cafe-eigenaar-'brouwer'.
Dorpsfiguren, zonder ook maar één diploma op zak maar met een benijdenswaardige mensenkennis onder hun 'klak',
kwamen er hun dagelijkse 'export' drinken.
En 'leugens' dat daar vertelt werden.....'leugens'...!!
Deze verhalen heb ik gebundeld als: 'grensverhalen', (een achttal in het totaal en vroeger bekent als nieuwjaarbrief)
Ik had het voorrecht, gedurende dertig jaar, verschillende koren te hebben mogen dirigeren waaronder het 'Ruysscheveldekoor' uit Stekene (19 jaar lang) en wil graag mijn visie of meer; inventie over: voorzitter, bestuur,dirigent,koorleden enz. ...aan U, geachte lezer en toch met een persoonlijk licht gevoel van ongeinviteerde tafelgenoot, kenbaar maken. Het palmares van het Ruysscheveldekoor is niet niks: O.L.Vrouwkathedraal Antwerpen, St-Goedelekathedraal Brussel, Parijs, (Saint-Madeleine) Londen, Wenen, (Sankt-Stephansdom) tot driemaal toe in de Dom van Keulen (Klik op foto) met het Te Deum van G.Bizet, Praag, (Bisschoppelijk paleis) Rome, (Kerk van de Friezen) en vergeten wij de talrijke Wieneravonden niet. ..
Het is geschreven tussen 4 januari en 14 april 2006 en omvat ongeveer een 60-tal A4 pagina's.
Het geheelkreeg de naam mee: TOSCA. Neen, niet de opera van G.Puccini maar:
Hoe meer de jaren verstrijken, hoe meer je droomt (letterlijk) van een ver verleden, ingecalculeerd met huidige personages
.In neem er maar enkele passages uit waarvan ikzelf kan getuigen.
In de wintermaanden opstaan met twee 'bevroren' snottebellen onder mijn neus want er was geen 'chauffage'...uit mijn hoog ijzeren bed glijden, mij wassen met zuiver, zeer koud 'pompwater' waarvan de hendel naast ons 'gazevuur' hing.
Je droomt van kameraden die je in een halve eeuw niet meer gezien hebt...je eerste kalverliefde (want in die tijd was ons gezegd geworden; als je hand in hand loopt met een meisje, kwamen er kindjes van (?)) en wij geloofden dat natuurlijk. En ...ho wee als ons ouders dat zouden teweten komen, dan was ons 'kot' te klein...) Ik droom nog steeds van die vriedelijke Ward, die met kar en paard, elke maandag rond 22u., van het station richting drie schouwen over de kasseiën dobberde.
Een schoolvak waarvoor ik met een geveinsde ziekte geen examen heb afgelegd en nog steeds schuldgevoelens aan over gehouden heb.
De zomerse avonden dat geburen samentroepten, keuvelden over plaatselijke aktualiteit meestal met een grote portie overdrevenheid, maar het hoorde erbij. Kamiel van Looy, vaste bewoner van ons logementhuis, (zijn broek dobberde, met weinig feministische aantrekkelijkheid tussen zijn bekken én knieën en het topeinde van zijn rechter wijsvinger was steeds opvallend ommanteld door een bruine,genicoteerde kleur...)
Maar Kamiel, die kon vertellen...,vertellen ...en sterk overdreven, maar ..dat mocht .. in die tijd.
Zoals reeds eerder gezegd, ons café paalde aan de marktplaats en daar stopten ook de lijn-bussen.
Soms gebeurde het dat een seizoenarbeider, die terug kwam van 'den bieet' er uitstapte met op z'n rug de bekende groene 'zak' ....
en recht in ons café binnenstapte, misschien omdat aan het café-venster het bord 'taxi' hing.
Voor ons 'café-schuif ' was het voor de rest van de dag, 'werkendag en bovendien, de 'klant' zou veilig naar huis (kunnen) gevoerd worden in geval van ongecontroleerd, overdadig alcoholgebruik... en meestal was dat zo.
En Stiene uit onze straat, een ietwat gebocheld mens met een opvallend mannelijke gelaatsuitdrukking en die nooit een goed gebenedijd woord over haar lippen kon krijgen wanneer er over mannen werd gepraat.
Dat waren,volgens haar, 'stuk voor stuk' profiteurs en cafélopers. "d'Er deugt niets aon...aon al die mann'n"!
Maar aangezien zij ongehuwd..., zonder kinderen én...er warmpjes inzat, kreeg zij toch nog veel 'vrouwvolk' over de vloer.(?)
Eigenlijk ga ik de laatste tijd vrij vroeg naar 'boven', mij nestelen in mijn bedstee met een versleten, onbetaalbare zachte, occasionele matras die mijn knokige dijën omsluiten terwijl mijn hoofd zich laat 'kussen' op de klanken van klara.
Onbewust passeert er dan weer een 'droom- revue' over 'de'n goeiën oude'n tijd'....
Onlangs liep ik over de marktplaats van onze gemeente en zag, in een bushokje, Roger staan wachten op de autobus richting St-Niklaas.
Ikzelf herkende hem dadelijk en dit na meer dan 45 kontaktloze jaren.
Mijn nieuwsgierigheid leidde mij naar hem toe: zijn aantrekkelijk aangeboren aura met uitermate een vriendelijk uitstraalende lach,
zoals toen hij, een halve eeuw geleden, elke dag brood ronddroeg bij de dorpsbewoners.
Roger was nog met hand gemaakt, dat zag je.
In al die jaren was hij opvallend weinig veranderd, zijn immer goed gemutstheid was gebleven.
Toen wij elkaar de hand schudden, herkende hij mij eveneens wat de re-kennismaking een duidelijk positieve richting gaf.
Bijna op hetzelfde moment nodigden wij elkaar uit op het nuttigen van een koffie ergens in een taverne aan de marktplaats.
In een mum van tijd werd de tijd van toen opgerakeld waarbij hijzelf een zeker genoegen uitstraalde.
1958 Was het jaar van de wereldtentoonstelling in Brussel én... de opkomst van het expo-brood dat je zelf niet meer hoefde te snijden.
Daarmee had ook ons Moeder afgedaan om, de eerste snede, een kruisteken met het broodmes te maken over het brood.
Mijn Vader was taxichauffeur en wanneer er klanten naar Brussel moesten gevoerd worden mocht ik soms mee.
Geloof het niet, maar ofwel bij het doorrijden of het terugkomen moest ik 'plaats' nemen in de kofferbak van onze Chevrolet belair aangezien elke plaats binnen de auto bezet was. Ik gaf daar niet om. Het was steeds een belevenis..naar Brussel te mogen meerijden.
Het was de tijd waarin wij ons haar in een 'kiekengat' kamden..., de winkel reclame maakte met 'pataten' te koop...de scoubidou's, hoela-hoepen,
zeesletsen (schoeisel) en 'nonnen' (tollen) beeldig gebruikt werden.
Kamiel, die elke dag vanuit het 'hospice' (rustoord 'Zoetenaard') naar den hoek van café 't Anker waggelde, kromgaande gelijk een' pikke' (handzeis) zich rechthoudend op en 'soort' wandelstok, terwijl de pruim-nicotine uit zijn mond zabberde.
De brave man is 'maar' eind van de tachtig geworden. (?)
Ik herinner me nog dat in de maand juni van de vijftiger jaren,( en wellicht jaren daarvoor) de processie uitging met het heilig sacrament en ik daar sterk tegenop zag omdat dan de ellenlange 'weire' (haag) van onze'n hof moest geknipt worden met en eenvoudige haagschaar.
De 'weirscheirelingen' moesten dan dienen voor strooisel op de straat en als ik dan een kinderlijke negatieve gelaatstrek gaf aan mijn Vader, gegarandeerd er een houten klomp naar mijn hoofd vloog en meestal was deze goed gericht en stond ik te 'kajuten',(wenen) niet van lichte pijn, maar omdat ik mijn eigen zinnetje niet kreeg. (Voor dit 'optreden' ben ik hem nog steeds dankbaar)
Zuster Leopoldien, (kleuterklas) ons dagenlang kleurpapier liet knippen zover dat onze vingertjes er blauw van uitsloegen. Het zou nog kleurrijker worden met gespaard zilverpapier voor de kindjes uit Congo.
Tevens was er een straffe concurentie in het verzamelen van prentjes van de Jacques-chocolade met afbeeldingen van filmsterren met name: Kim Novak, Romy Schneider, Jeanne mansfield...., en een enkeling had ook Marlyn Monroe op zak maar vertikte het om haar ook maar te 'mangelen' (ruilen) met b.v.J. Weismüller, Fred Astair, Charlie Chaplin én Clark Gable samen.
Onze 'laveurs' (knikkers) hadden alle kleuren van de regenboog en ook de zelfgebakken 'bolletjes' waarvan wij de potaarde uit het Stekens gelaag gingen halen.
Roger wist mij te vertellen dat, bij kermissen en jaarmarkt de herbergen bomvol zaten en in ons café..., accordeonvirtuoos, Simon Borrijn en 't Jef 'Scheunweer' (slagwerk) op een leeg biervatenverhoog stevige volkse ambiance brachten....er enkel, tijdens de jaarmarktdag een échte neger, nougat kwam verkopen. Voor mezelf was dit eerder vreemd en dierf bij deze 'zwarte' man nooit dicht in de buurt komen.
Ik herinner mij, dat tijdens de koude wintermaanden een 'buze' leemen op onze Leuvense stoof, warmte afgaf en 'ammats' (soms) 'ne poef' gaf dat mijn Moeder potten en pannen ter plaatse liet vallen van 't verschieten. 's Zondags werd er met antraciet of 'eikes' gestookt, want voor dagelijks gebruik was dit te duur in aankoop en dat kon 'de'n bruinen niet trekken'.
Het sportevenement in Stekene was de vermaarde motorcross in de gelaagputten. En elk jaar op Pinksteren, en ongelooflijk maar waar, het was altijd prachtig weer. Men zou gaan denken dat Christus iets te maken zou gehad hebben met motoren...? De 'stasiestraete' slokte dan zoveel (Hollanders) fietsers dat de bewoners , vanaf 's morgens reeds op de straat gingen zitten om het fietsspektakel af te zien. Stekene was fier op dit sportevenement wat trouwens een prachtige organisatie inhield en de bestuursleden wéééééééken lang nagenoten over het beoogde succes. Voor zover ik me kan herhinneren was er een dodelijk ongeval in al die jaren van aktiviteiten, m.n. ene Baetens.
Het heeft mij altijd geboeid naar het lichtje te staren dat speels, op het plafond, 'tekeningskes' maakte. Dit kwam door het kleine 'koterhaakgaatje' in één van de stoofringen wanneer de Leuvense stoof brande en uiteraard, wanneer de '5watt-lamp nog niet was aangeknipt.
De Sinterklaasperiode vond ik minder aangenaam, alhoewel ik zijn paard heb opgevreeën met wortels, bieten ... en voor de heilige man zelf, onze mooist gesculpteerde houten schoen had klaar gezet. Op die zaterdagavond zat ik maar te wachten onder de Leuvense stoof (In onze café was er een seriekaarting aan de gang) tot ik iets zou horen in de schouw om dan alsof een peleton tshéé-thséévliegen achter me zaten, naar onze bovenkamer te vluchten en om mijn gezicht te verduiken onder het beddenlaken, met het allerheiligste gezicht der gezegende sacramenten wanneer ik maar een illusie van een vreemd geluid in onze ellenlange schoorsteen kon horen.
Het was de tijd dat de kerkoverheid nog een centrale, niet alleen christelijke, maar evenzeer een gemeentelijke plaats innam.
Ik herinner nog levendig Z.E.Heer Pastoor Weyn, geassisteerd door drie onderpastoors,( Oelbrandt, De Malsche en Matheeus.) m.a.w. drie 'missen' per dag....(?)
Jaarlijks werd er, o.a.door Pastoor Weyn St-Pieters-penning rondgehaald en ik weet zeker dat zijn 'zakje' aardig wat centjes bevatte.
Boven zijn 'mooie-man-zijnde', ( mocht ik een vrouw geweest zijn......... , hij ging uit mijn handen niet) zijn vaderlijk-ernstig aureool en zijn charismatische uitstraling was hij dé weldoener van ons dorp.
Aangezien ik onder de kerktoren woonde, werd ik vlug 'aangepielt' (aangesproken) om misdienaar te worden. Mijn Moeder vond dat goed want:
"Als de'n onderpastoor dat vroeg kon je niet weigeren"! Avonden Latijn inoefenen ten huize van de'n onderpastoor....!
Op achtjarige leeftijd moest ik dan het "Confiteor Deo omnipotenti" aan de voet van het altaar opzeggen, maar ik geloof dat O.L.Heer daar niet veel van begrepen zal hebben. 'Amets' (soms) moest de priester mij bijspringen om de'n draad van al die vreemde woorden niet kwijt te raken wat mij herhaaldelijk is overkomen. Tussen het Epistel en het Evangelie moest er een 'zwaar' missaalboek, van de ene naar de andere zijde van het altaar 'gedragen' worden hetgeen telkens een hele onderneming was om niet te struikelen over onze misdienaarsrok.(Stel je voor....)
Die was altijd té lang of te kort en bij sommige 'rokken' ontbraken meestal een sliert knopen.
Tijdens de consecratie moesten wij juist achter de priester neerknielen en zijn 'sleppe' (kazuifel) optillen met de linkerhand en de rechter bediende de 'bel', schudden, driemaal omhoog en terug schudden, dit twee maal in totaal.Wij konden ons, in deze 'status' niet permiteren, tijdens het stiltste van de mis, ook maar één 'misstap' te begaan.
Daarom kan ik telkens opnieuw genieten van de bioscoopfilm 'DeWitte' naar het boek van Ernest Claes. Ja...misdienaars zijn een speciaal ras....
Mijn vader had de jaarlijks terugkerende gewoonte, op oudejaarsdag, te 'beiren'. (ontlasting uit het 'huisken', buiten-w.c wegwerken) en waar wij woonden was dat 'toilet' rijkelijk ver verwijderd van de hoving. Het toiletpapier bestond uit een dik reclameboekje van een groot textielfabriek uit St-Niklaas en waarvan je de juiste afmeting niet beter kon knippen.(Je kreeg er nog een rijkelijke modeshow van diverse 'pluimage' in beeld bij.)
Met een open kruiwagen met daarop een zinken ton met het 'goedje', moest Hij telkens twee heuvels over en het deponeren op de plaats waar de aardbeiplanten zouden fruiten.(Ongeveer 40 meter ver.) "Daarvan zou'n ze goe groeien..." en dat was zo.
Om de schade van het overlopend 'goedje' te minimaliseren (de ton werd tot de rand gevuld) en om toch maar zo weinig 'over en 't weer' te moeten lopen, legde Hij er een 'baele' over maar het was onvermijdelijk dat af en toe er een 'geut' overboord spatte..en een zekere natuurlijke geurigheid ons te beurt viel....!!!
Eenmaal per week werd de Gazet Van Antwerpen gekocht omdat die het grootste formaat had en gedurende gans de week dan dienst kon doen als 'tafelkleed'. Eigenlijk hadden wij dan, gedurende de 'maaltijd' altijd leesvoer onder onze ogen. Geloof het of niet maar als wij onze boterhammen smeerden, zagen deze soms ietwat zwart van de inkt...., het viel ons eigenlijk niet zozeer op. Bij het lezen van de ongevallen las ik eens mijn naam bij de uitslagen van de muziekacademie...(?)Eén enkel bord deed dienst zowel voor de soep, de gekookte aardappelen en (eventueel) de pudding.Onze'n ietwat kreupele hond was de enige die, likkebaardend, zat te wachten om de'n afwas te doen. Ikzelf heb eens meegemaakt, niet Stekene, dat de koster een schaal met hosties op de grond liet vallen en ze onmiddellijk sakraliseerde met een "Miljaarde non ......!!!" en er bovendien nog enkele in zijn mond stopte als ochtend ontbijt. Als je voorbij de kerk reed of ging, was het gepast een kruisteken te maken ....en kon je zien aan de naar beneden gelaten 'blaffeturen' (vensterluiken) met daarvoor twee staande 'kruisen', altijd geplaatst door 't Jef Nobels, dat in dat huis iemand overleden was en nam men eerbiedwaardig zijn hoed of pet af. Het duurde soms een tijdje eer 't Jef, met de kruisen tot aan het huis kwam omdat iedereen hem tegenhield om te vragen "Wie is er deud". Het was de tijd dat ik 's morgens om 5u30 in de sacristie moest zijn: .....'op ...maar nog niet wakker' om dan met de pastoor de h.communie te gaan ronddragen bij de zieke en bejaarde mensen met in mijn ene hand een lichtlantaren en in mijn andere een 'bel'.Sommigen deden hun voordeur open en knielden nederig als wij er 'passeerden'. Een 'machtig' gevoel gaf me dat. De tijd dat bij een 'begrafenis' (uitvaart) in de kerk zelf, een half uur voor de dienst, het 'de profundis' door de assisterende priesters werd gezongen en onmiddellijk daarna de overledene werd afgehaald in de polenlaan, dorpstraat of kerkstraat en wij als misdienaars de stoet voorafgingen met twee 'vaenen'. (vaandels in de hand) Deze moesten wij stevig vasthouden of, bij enige wind, sloegen deze tegen de kasseien en wij wilden ons zeker niet voordoen als 'krawuteleirs'. (onhandigen) Dat wilde dan ook zeggen dat wij, tijdens de schooluren, ontslagen werden om b.v. de godsdienstles bij te wonen en ...met een ferm honorarium van 20 fr.als 't ware schooiden voor dit 'prévilege'.
Het was de tijd dat hout gezaagd werd met een St-Jozefzaag en dat enkel op kerkelijke hoogdagen; drukker Engels, 'tJef' en 'Fiel' Tack (beiden kolenhandelaars en 't Jef droeg soms een 'boale kolen' waarvan het gewicht sterk concurreerde t.o. zijn eigen lichaamsgewicht) en mijn Vader de drie klokken liet galmen over ons dorp én dit op onderlinge afspraak. Mijn ouders waren geen prakiserende katholieken maar elke losse trede naar de klokken toe wist mijn Vader blindelings liggen. Het was een weelde als je deze mannen met hun voeten de 'zwingel' zag bedienen om de kerkelijke hoogdag luister bij te zetten. Ook ' Fiel den draaier' was vaak op het appél omdat hij dagelijks het torenuurwerk moest opwinden wat later door mijn Vader is overgenomen.
Het was de tijd dat wij als 'quintet' (vijf schoolkameraden, m.n. de Janssens, de flapore, de puuste en ikzelf) elke dinsdagavond verzamelden bij den Toine. Zijn ouders waren aangesloten bij een toneelgezelschap en hielden de dinsdagavond toneelrepetitie, dus hadden wij 'het gat' vrij om stiekem een sigaretje of twee te roken. Het meest van al, maar dat zei niemand van ons, hadden wij oog voor de vijf jaar oudere zus van Toine. Een beeldschoon meisje dat enkel in 't week-end van het pensionaat thuis was. Ik weet zeker dat wij daar allemaal een beetje verliefd op waren ...maar niemand zei daar iets over.
Het was de tijd dat de eerste centrale verwarming in de kerk werd geïnstalleerd, maar daarvoor moest er een vrij grote put gegraven worden aan de buitenkant van de sacristie. Heel vroeger werden de overledenen begraven rond het kerkgebouw en het gevolg van dit graven was, dat er een paar beenderen van het skelet mee naar boven kwamen en door de werklui op een hoopje werden gelegd. Het 'oude kerkhof' zoals wij dat momenteel noemen was een ideale plaats om door kinderen, rovertje of indiaantje te spelen omwille van het drukke struikgewas. Voor wij 's morgens als (quintet)naar de lagere school trokken, verzamelden wij soms op deze plaats. Tot onze verbazing hadden wij deze skeletten waargenomen. Meestal kwamen wij, zonder onderlinge afspraak tezamen aan de'n elektriekpaal op den hoek van de Polenlaan en de 'Stasiestraete' omdat daar, elke morgen, rond acht uur, 'Stansken', een ongebruikte jonge weduwe en wonende naast 'de kromme stiffe', haar 'blaffeturen' (vensterluiken) opende ........in haar peignoir...wat soms speelse openingen liet zodanig dat wij onze ogen de kost gaven een tipje van haar slaapkleed te zien. Van ons vijftal had één jongen geen oog voor deze dagelijks gratis-zondige jeugdkriebels. Hij is gaan studeren en op latere leeftijd monnik geworden.Maar die keer, op het 'oude kerkhof' waren wij geenzins op ons gemak met die doodshoofden. Wij tekenden ze graag maar nu werden wij geconfronteerd met de realiteit. Eén 'durver' nam toch een 'been' mee en stak dat in zijn 'cannasiére' (boekentas) om daarmee op de speelplaats van onze school te pronken.
De eerste les van de dag was altijd godsdienstles en meester Frans ging het vandaag hebben over .....'de opstanding van de doden'!!!
Wij zagen het al bij het binnenkomen van de klas, toen een grote pancarte het bord 'versierde'. Een allesomzeggende illustratie, wat uiterlijk de tand des tijds getart had en waarbij men een beeldvorming kreeg om nachtmerries van te krijgen. Grafzerken zouden openbreken en daaruit zouden skeletten tevoorschijn komen die terug levendige mensen zouden worden. Meester vertelde dat zo boeiend, die wij de rest van ons leven nooit meer zouden vergeten wat: "De opstanding van de doden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven" werkelijk betekende. Wij (het quintet) voelden ons, na deze les, helemaal niet op ons gemak en het meest van al nog; 'de puuste' die anders zo ruig over kwam en nu een kleur kreeg die wij van hem niet gewoon waren. Ikzelf dacht: wanneer er nu stante-pede een opstanding zou komen...hoe zou deze dode zijn been terugvinden? Nee, wij voelden ons allemaal een beetje schuldig. Tijdens de middagpauze glipte 'de puuste' door de schoolpoort met onder zijn 'trui' het fameuze 'been en ...alsof een peleton chéé-chéévliegen achter hem zaten, spurtte hij terug naar het 'oude kerkhof' om het 'been' voorzichtig op het hoopje beenderen te leggen. "Voilà" mompelde hij," die'n dooien moet zelf maar uitzoeken welk been van hem was" en in een mum van tijd stond hij terug op de speelplaats.
Tijdens de eerste dag van het schooljaar werd er een 'lei' én één griffel uitgedeeld, maar als je het ongeluk had een 'lei' te krijgen (deze moesten schooljaren meegaan) die vol onuitwisbare krassen vertoonde, moest je er het hele schooljaar verder mee stellen.
1956 was ook het jaar dat ik mijn eerste stappen zette in de muziekwereld, althans voor wat het in onze café doorging, mét een juke-box.'Tante Leen en Johnny Jordaan grijs werden gespeeld. Ik kreeg van mijn ouders een 'accordeon' in de hoop dat ik later een groot accordeonvirtuoos zou worden zoals b.v.Oscar De Naayer 'van de radio'.
Maar om accordeonvirtuoos te worden moest ik ook muzieklessen nemen en Abdon Van Gassen was bereid gevonden om mij wegwijs te maken in die, wat ik later zou ervaren als aparte wereld van musici. Mijn Vader (smid) laste een 'trottinet' (fietspet) in elkaar (met volle banden) waarmee ik mij naar de privéwoning van Abdon zou kunnen verplaatsen om de wekelijkse lessen bij te wonen. Eén keer verloor ik mijn evenwicht aan de hoek van de molenberg- en de dorpstraat. Een lidteken van 5cm. op mijn kuitbeen is na 52 jaar nog altijd de herinnering aan mijn zorgeloze jeugdjaren.
Ons Moeder vond dat ik zèèr goede vorderingen maakte en liet mij inschrijven aan de N.I.R.-uitzending: 'Ontdek de ster'. Een auto was in die tijd een luxe, maar aangezien mijn Vader naast smid, cafébaas, klokkenluider, horlogedraaier, bovendien ook nog taxichauffeur was, bezaten wij zo'n mooie auto: Chevrolet Belair. Wij werden uitgenodigd om naar het Casino (zie foto) van Gent te rijden om daar mee te dingen voor de préselecties. Zowel voor m'n ouders als mezelf was dit, in die jaren, een hele onderneming. Ik had mijn vingers blauw geoefend op het lied van 'Tante Leen': "Veel bittere tranen...".
Tijdens de auditie had ik een muziekstaander meegenomen, alhoewel dit absoluut niet nodig was, maar "....dat gaf meer présense" zei mijn Moeder.
Enfin.....Maar mijn accordeon was dermate groot dat ik er niet over kon kijken én de muziekstaander een weinig functionele waarde had.
Met een ongedwongen kinderlijke overgave begon ik aan: "Veel bittere tranen". Ik ben nu nog steeds overtuigd dat ik dat foutloos vertolkt heb.
Maar nog geen minuut later ging het 'belletje' van één van de juryleden 'dat het voldoende was'!!! Ik dacht bij mezelf,'amaai, da's zijn straffe gasten die zo vlug konden weten hoe virtuoos ik wel kon spelen'!
Ze hebben mij niet meer opgeroepen voor een volgende auditie.....!
Het was de tijd dat wij de zaterdagvoormiddag nog naar school moesten en broeder directeur elke laatste zaterdag van de maand, in alle klassen, alfabetisch ons rapport kwam aflezen. Ik moet zeggen, ik keek daar niet naar uit. Met een gericht oog bezag hij mijn rapport (mijn punten waren dermate laag) en uit zijn, anders zo aimabel figuur, straalde telkens opnieuw zoiets van: ....'.Wat moet dààr van komen....!!!' Toch heb ik altijd van broeder Benjamin gehouden, hij had het imago van iemand die veel wijsheid in pacht had zonder het ook maar één seconde te uiten. Zo'n vader-
figuur die je pas ontdekt wanneer je hem geen vragen meer kunt stellen. Iemand die door de erosie van zijn levenswandel (hij was weeskind) gelatenheid vertoont en toch een bezorgdheid uitstraalt naar de jeugd van morgen zonder in een monoloog te eindigen. Broeder Benjamin had iets uniek's, iets wat men in geen enkele opleiding kan terug vinden.
Naast ons woonde Martha Potters die samenwoonde met haar broer Raphaël en een klein kruidenierswinkeltje openhield. Martha verkocht ook zeer speciale mosterd uit een Keulse pot en als mijn Moeder mij dan om 2fr.mosterd stuurde en Martha, altijd vriendelijk, tevoorschijn kwam, en hoorde van mijn 'bestelling' viel haar gezicht enigzins op de grond.Op een velletje boterpapier werd mijn 'commisie' verhandeld.Raphaël daarentegen was een verwoed visser en samen met 'Zeuntsjen Vogelaere' uit de kerkstraat mocht Raphaël, één keer per maand, gaan vissen in St-Gillis. De 'viskodde' van beide heren stak zowel vooraan als achteraan van hun fiets, één meter vooruit. En telkens opnieuw maar ..... telkens opnieuw kwamen zij 'zat' naar huis wat Martha in de verste verte niet kon appreciëren en nu "het laatste keer zou geweest zijn"!!! Zij stond telkens op uitkijk vanachter haar 'etalage' naar café 'den belle-vue' te staren, want dat was telkens hun laatste 'kapelleken'. Ik kan echt niet beschrijven hoe het gezicht van Martha er telkens uitzag maar Lucifer zal er zijn zuster meerdere keren in herkent hebben. Op een oude postkaart van Stekene staan, buiten mezelf en mijn Vader, ook Raphaël gefotografeerd, voor zijn winkeltje en café St-Hubertus. Aan de andere zijde van ons café woonde Albert De Smedt en had twee vrij mooie dochters. Dus, al was ik enig kind, ik had altijd wel speelvriendinnetjes. Daarnaast Juleken Verbeeck met Paula en hadden een elektriciteitswinkel.
Juleken, met zijn onmisbare stenen pijp in de mond, was eveneens een verwoed pallingvisser en trok er 's nachts vaak op uit om op zijn eigen visputten, (Oost-Eindeken) die begeerde vissoort bezittelijk te maken. Eventjes verder overlopen; naast Juleken woonde De Tollenaere in een grote textielwinkel die Bertha beheerde. Verder woonde, in een opvallend smal huisje als deel van het huis 'Tack',' Charel den draaier' met 'Mie Cent'. Zij ging 's zondags het stoelgeld ophalen in de kerk. In hetzelfde huis 'Tack' woonde Jef (kolenhandelaar) en Fiel samen met echtgenote en grootmoeder. Iets verder, de fotograaf; Van Vossel; de taxi-chauffeur, begrafenisondernemer, caféhouder enz... 'Gust Siki'. Daarnaast weer, de aantrekkelijke gezusters Behiels met een schoenwinkel enz, enz...
Transformeer de cursieve teksten in het Steken's dialect.
Wat ik Roger onthouden heb, was mijn puberteins contact met Polydoor Mutsaert. Ik weet nog als gisteren, toen mijn Moeder mij naar 'Door Musse' stuurde om een rieten mandje te gaan afhalen. "Hij weet er al van," zei ze nog.
'Door' was van thuis uit mandenvlechter en afkomstig uit de streek van Klein-Brabant. (Bornem) Met mijn overjaarse fiets teisterde ik de kinderkopjes van de kerkstraat om mij, via de'n heikant over de'n teirlinck naar 'Door's' woning te begeven. Mijn Moeder had mij perfect beschreven waar 'Door' ergens woonde. Op en klein binnenkoertje liep een uiterlijk ietwat oudere, slordig geklede man waarvan ik dacht; dàt moet 'Door' zijn.
"Ha...jongen heer...komt gij eens naar mijn 'tsjiepkes' (kleine kuikentjes) kijken?" Door deze rechtstreekse confrontatie doddelde ik even maar was het hek van de dam.
"Mijn Moeder heeft gevraagd of dat gij nog een rieten mandje staan had?"
"Ja, ja..., kom maar eens binnen in mijn 'atelier', dan kunt ge er zelf eentje uitkiezen," was prompt en gastvrij zijn antwoord. "Uw moeder heeft er mij al over gesproken."
Ik was er mij, op dat moment niet van bewust welke een ontluikende vriendschapsband er ontloken was en gans mijn verdere leven zou blijven meedragen.
In de nogal stoffelijke, weinig aantrekkelijke 'stal', stonden enkele wasmanden die weinig etalagefierheid vertoonden.
Na een tijdje zei 'Door' me: "Weet ge wat.., ik ga er voor u eens een heel mooie van maken met twee 'flosjes' aan weerskanten."
Ons Moeder was eigenlijk niet kwaad toen ik terug thuis kwam...zonder mandje. Waarom is me nog altijd niet duidelijk. (alhoewel...)
'Door' is gans de week in mijn hoofd blijven rondhangen en ik was blij, toen ik de volgende zaterdag terug naar 'Door' mocht gaan.
Wonende in een zeer landelijke, rustige straat leefde deze doorbrave man meer in zijn stalling dan in zijn huis. Zijn vrouw Greta (althans ik dacht dat zij gehuwd waren maar later vernam ik dat dat niet zo was) was een soort bazig type waarover ik niet ga uitweiden....zij verdroeg mij niet ... als kind voel je dat vlug aan. Zat nooit in haar 'kot', liep tot de middag in haar 'peignoir'..., kende de café's van gans het dorp... en 'Door' moest maar zelf ervoor zorgen dat hij op zijn minst 's avonds iets te eten vond.
Ik heb steeds maar één beeld van 'Door' onthouden: altijd een klak op die, in de loop der jaren zich aangepast had aan het hoofd van 'Door',... diepe gelaatsnerven...een grijze stoppelbaard....bretellen....(van elk van de gaatjes van de bretellen was er maar één broeksknop beschikbaar) en... steeds op klompen die er nog het frist van al voor kwamen.
Bij de vele malen dat ik ben hem was, (later dus) had hij steeds een welkomstvraag klaar. "Hoeveel 'laveurs' en 'kallebassen' hebt ge vandaag afgeschoten?" of...."Hoe is't met 't lief?" of ...."Hoe is't met uw moeder...?"
Maar hij vertelde evenzeer over zijn 'kiekens', duiven..., zijn vroeger leven als mandenmaker enz. en ook, het kwam mij allemaal over alsof er tussen ons geen leeftijds verschil was.
'Door' had weinig contact met de buitenwereld, dit tegenover vroeger toen hij nog in Bornem woonde en dagdagelijks sociale contacten had met de talrijke dorpsbewoners maar uit deze periode had hij een zeker stilzwijgen.
Hij verdroeg de dagen met houtsnijwerk.
Uit blokken boomstammen kerfde hij kleine postuurtjes die her en der verspreid stonden in "zijn stal"
Hetgeen me sterk opviel was; dat in de vloerdals van de stalling een mozaïk met witte steentjes gelegd was met de letters PAPA. (Hij had dat zelf gelegd.) Heel af en toe kwam Greta naar de stal met één of andere taak die 'Door' nog moest uitvoeren en vergezeld van de nodige trammelant.
"Door"...trekt straks maar een beetje schone kleren aan want mijn zuster komt deze avond.." vergezeld, voor de zoveelste maal, met een lawine van kwetsende woorden.
Polydoor had geen verse kledij, dat kon je ruiken als je ben hem in de buurt kwam, maar dat vertelde Greta er niet bij en bovendien, mijzelf stoorde dat helemaal niet. Ik kende die aparte 'geur'... vanuit ons café.
Bij het buitengaan riep zij nog met de bedoeling dat ook ik dat goed zou horen: "Ja....gij kunt er ook niet aan doen dat ge half 'zot' zijt, hé..."!
Ik zag dat zijn rechterhand opvallend begon te beven ....Hij staarde door het kleine bewebte venstertje naar de wit gekalkte muur aan de overzijde.... Er vloeide een traan over zijn wang. Ik had het gezien, ook al trachtte hij dit te verbergen.
Met een kinderlijke eenvoud ging ik naar 'Door' toe ...gaf hem mijn 'zakdoek' om zijn waterige ogen af te drogen.
"'Doooor'...' je hebt zeker heel veel van uw Vader gehouden.." tezelfdertijd wijzend naar de vloermozaïek?
'Door' hurkte zich naast mij neer en legde zijn arm rond mijn schouder. "Kijk mijne grote vriend," sprak hij, "de P is die van Polydoor, de A is van Alice, de tweede P is de eerste letter van Pièrre en de tweede A is van Aline....en....als jij heel, héél groot gaat zijn dan zal ik U dat eens vertellen....
Praktisch elke week fietste ik naar 'Door' en mijn Moeder die anders wel opmerkingsgezind was, had daar geen enkel bezwaar tegen. Ik had een echte vriend gevonden maar was mij, op mijn leeftijd, over de diepe betekenis van het woord 'vriend' niet bewust. Ik voelde het aan als een bijzondere opa.
In de nazomer van datzelfde jaar vernam ik in 'Den direct' een kruidenierswinkel vlak naast het gemeentehuis, dat 'Door Musse' dood was.
Dat was een ontzettende zware klap voor mij, ongeloofwaardig bovendien. Ik had er enkele dagen voordien nog geweest en 'k had niets opvallends gemerkt. Ja, hij liep lichtelijk kreupel maar dàt kon niet de reden zijn van zijn overlijden.
"Hij heeft zich opgehangen, de'n onozelaar. Greta zal daar zeker niet treurig om zijn," was de winkelpraat.
Zelfdoding was, in die tijd taboe voor de katholieke kerk, dus was er geen uitvaartdienst in de kerk en werd "Polydoor" letterlijk begraven zonder verder gevolg ....maar er was en grote vriend van mij overleden.
Eén week na zijn overlijden ben ik naar zijn 'stal' geweest in de hoop Greta niet tegen het lijf te lopen. Zijn 'woonstal' was onaangeroerd gebleven sinds mijn laatste bezoekje. Behalve de postuurtjes, die waren verdwenen en... wat mij, in die 'bezoeken' telkens interigeerde was; een houten deur in de 'stal' zelf die steeds toe bleef en waarover 'Door' nooit sprak ook al waren onze 'babbeltjes diversieel. Aanvankelijk dacht ik dat het een soort 'huisken' moest geweest zijn zoals bij ons thuis. Ik moest weten wat er zich achter die vreemde deur afspeelde. Bij het knarsend openen van de deur bevond ik mij in een zeer klein vertrekje. Een bedledikant met daarop een aloude gelapte bedsprei die dermate overhoeks lag net zoals iemand zopas uit zijn bed gestapt was. Het 'hoofdkussen' vertoonde duidelijke vochtige kringen en zo te zien, in geen jaren gewassen. Boven het bed hing een houten kruisje, (vermoedelijk door 'Door' zelf gemaakt) en daaronder een plank met de gegraveerde tekst: Eli,Eli lama sabachtani.
Naast zijn bed stond een schamel ovalen tafeltje met een foto van een jonge Polydoor én een vrouw die helemaal niet op Greta leek. In hun armen hielden zij elk een klein kindje. Ik dacht onmiddellijk aan de vloermozaïk PAPA. De houten postuurtjes die zich voordien in de stalling bevonden,
stonden nu opgesteld op het tafeltje. Pas nu zag ik dat dàt de H.Familie (foto) was: ...een kersttafereel. Maria, Jozef, een kribbetje, een os een en ezel, een onafgewerkt kerststalletje. (Pas nu kon ik het geheel bevatten.) Ik ben toen neergeknield voor het tafeltje en voor de laatste keer de dichte aanwezigheid van 'Door' gevoeld...in gedachten waren wij bij elkaar..daar was ik rotsvast van overtuigd. Ik heb toen het Mariabeeldje meegenomen en het op het kerkhof bij zijn houten kruisje geplaatst: 'Polydoor Mutsaert.1890-1958' met onder zijn naam nog een zinken plaatje met een vreemd nummer.
Vaak ging ik terug naar het kerkhof om wat te praten met mijn vriend en later heb ik het Mariabeeldje terug meegenomen en ligt hier, na vijftig jaar voor mij op mijn werktafeltje. Elk jaar zet ik dit beeldje bij de kerststal en terwijl ik dit verhaal beëindig, rolt er een traan over mijn wang ...denkende aan Polydoor Mutsaert ... en voel zijn arm rond mijn schouders. Hoe dieper de vriendschap geworteld is, hoe moeilijker het afscheid.
Mijn blogs zullen afgewisseld worden met enerzijds: 'Mijn Stekense jeugdjaren' en anderzijds het 'Ruysscheveldekoor' om het geheel 'iet of wat' aantrekkelijk te maken. (?) Graag had ik U, beste lezer, ook nog geconfronteerd met een 100-tal korte filosofische bedenkingen, verweven tussen mijn adolescentiejaren en het koordirigentenschap ... maar ik wil U niet helemaal 'belasten'....
Mijn gesofistikeerd potlood nodigt mij uit tot een 'ontlading' van reeds jarenlang verdoken volgzaamheid over: jeugdherinneringen; filo-religie en voornamelijk een uitgeschreven, persoonlijke visie over 19 jaar Ruysscheveldekoor. Ikzelf beschouw het als een boeiende, religieuse aantastelijkheid. Een post-cardiologische onderworpenheid, die een fragile L.A.T.-relatie ombuigt tot een, naar mijn gevoel, aangenaam verpozen in een post-actieve realiteit.
M.a.w., "'k Ga m'n gedacht eens zeggen!"
Verdeeld over acht hoofdstukjes waarbij voorzitter, bestuur, dirigent, koorleden enz. in een 'verdoken' beeld (algemeenheid) worden gebracht.
Functionaliteit...verwachting ...betrachting t.o. realisme..., is in een koor zingen: vrij-zinnig of vrijzinnig ....maar vergeten wij vooral niet: het genoegen van sociaal geëngageerdheid binnen een culturele gemeenschap en nog zoveel meer....
Eigenlijk zwoegt het geheel met een epidurale bevalling.
Vermoedelijk vind ik geen gesprekspartner, maar bied mij des-al-niet-te-min aan.
De naam TOSCA verwijst naar: TO=Tony, S=Sebastiaan en CA= Carlo en is geschreven tussen 4 januari en 14 april 2006 en omvat zowat 60 A-4 pagina's. (En Puccini zit er voor niets tussen.)
Wat is datgene wat wekelijks 'beslag' op U legt?
Concrete antwoorden gaat U, beste lezer, hierin niet terugvinden omdat ieder voor zichzelf dit bepaald. Ondergetekende laat zich verdwalen in een labyrint van een onsamenhangende prospectus, (kunst) en veronvolledigen mijn bekommerd gedachtengoed.
We kunnen ons de vraag stellen: waarmee, waarvoor, waarvan, waarom engageren wij ons...
laten we ons verleiden tot....?
Het heeft ontegensprekelijk een psychosociale, humane en natuurlijk artistieke waarde, dat is algemeen geweten.
Maar elk koor heeft zo zijn 'geaardheid', dewelke niet altijd onderling 'accordeerd' met bv. voorzitter...dirigent e.z.m. Een spanningsveld dat ieder voor zich moet trachten te vermijden.
Kunst is als: een religieus boek lezen op zoek naar antwoorden die je nooit vindt. (Moogt vinden.)
Eigenlijk is mijn verhaal een projectie van verleden,
Geloof kan een 'uiterlijke' verkondiging zijn om uitgestoken handen van mede-lotgenoten bij te staan. Alvast biedt het U een desolaat landschap waarin ge U stort met op de ene handpalm: de bijbel. De andere biedt bescherming voor waakzaamheid en...wankelbaarheid en laat mij achter met ontelbare vragen. Wat je niet hebt kun je niet doorgeven en toch ...en toch beschouw ik het als een goedaardig gezwel dat toast met mijn dagelijks agnostisch denkpatroon enerzijds en de functionaliteit van 'dienende' kunst, anderzijds. Als ik al mijn gedachten en gevoelens zou kunnen
neerschrijven in de overtuiging van volmaaktheid, zou dit een absoluut fantoom zijn, een gevaarlijk iets omwille van de drang naar volmaaktheid. (Suïcidaal) In zijn creatief proces, heeft de 'Creator' op de zesde dag van zijn schepping, (althans volgens het Genesisverhaal) aandacht besteed aan de mens. Maar naar mijn gevoel heeft Hij ietwat zijn verantwoordelijk ontlopen wanneer het gaat over diezelfde mens die zijn zondagse 'rustdag' zou bewieroken.
Hem verheerlijken met monumentale koorwerken. Dit gebeurt in aanwezigheid én activisme van de totale mens, dus, ook de vrouw.
Of was het de 'schuld' van de hogere clerus die eeuwenlang de vrouw geweerd heeft voor 'een artistieke lofprijzing binnen en liturgieviering'?
Enkel mannenstemmen verzorgden b.v. de Gregoriaanse gezangen, vrouwen waren niet geweerd...erger nog..., niet geduld.
Gelukkig is er een positieve kentering waar te nemen waarbij de vrouw een schrale participiële inbreng toebedeeld krijgt, niet alleen naast het altaar maar ook ervoor. Koor-aktievistische en daarmee ook filosofische artistieke pijnigingen (het is kunstbeoefening) zijn voor de overwegend grote meerderheid, een welgekomen verademing na een dagelijkse 'sleur' en voor die enkeling (dirigent bv.) een boeiende, blinde zoektocht naar zelfbevrediging. De meeste koormuziek bestaat uit religieuse teksten, althans de meesterwerken, maar, en nu geef ik en zeer persoonlijke omschrijving; het hiernamaals waarover koorteksten toch vaak gaan, het eeuwig leven, bestaat uit iets wat niets met het leven te maken heeft.
Zelfs dat 'iets' is nog te ver gegrepen maar ...er is iets......
Uit bovenvermelde schriftuur kan men zich de vraag stellen: is kunst zinnig? (Zowel profaan als religieus)
Is het zinnig te denken dat 'tijd en ruimte' al dan niet bestaat.....gevolg daarvan: is het zinnig dat 'kunst' bestaat.
Met bescheiden, humane ingesteldheid,'geloof' ik dat er voor alle mensen, in dat 'iets', rechtsgeldigheid moet bestaan, hoe paradoxaal dat ook moge wezen. (Hemel en hel bestaan niet.) Maar onze christelijke, futuristische opvoeding na een periode van blinde adolicentiejaren, binnen geïntegreerde normaliteit, kunsteld zich weerom, laat ons maar zeggen: antieke aanwezigheid.
Ook onder de vleugels van een gedreven ouderlijk idealisme leidt dit naar opstandigheid. Anderzijds is dit een gezonde situatie. Waarom?
Het houdt 'kandidaturen' bezig en pas als het er niet meer is, worstelt men met een schuldgevoel.
Maar wat heeft dat te maken met het actief beleven van koormuziek?
Het antwoord volgt nadat het volgende mij nog van het hart moet.
Kunst beoefenen, dus ook koorzingen, draagt in zich een vreemde 'substantie'. Voor de liefhebber een aangenaam idyllisch tijdverdrijf, voor de professional, een uitdagend idool, een tijdelijke euforie met tezelfdertijd een angstgevoel voor morgen.
Voor hem/haar geldt een zoektocht naar de waarheid.....oplossing.....verstaanbaarheid.....gevoelsuitdrukking ....die enige bevrijding die er maar niet komt. Dit is zeker socialiserend, tegelijkertijd demoraliserend.
Het smaakt naar consumptieve concert-piramides waarin de aanwezigen zich verschuilen 'achter' bontjassen.
De toerist verplaatst zich het liefst naar verre continenten, om bij een weldadige thuiskomst de medebewoners in alle, tevens ongevraagd tonaliteiten graag te woord te staan. De mens vertegenwoordigt het schepingsverhaal, tezelfdertijd vernietigt hij zijn eigen leefwereld.
God, gij moest dat geweten hebben! Was je zo vermoeid of bekoort door die mens die U zo zou bewieroken? Ik geloof het niet, daar ben je te God voor. Cultuur brengen en daar hoort ontegensprekelijk ook koormuziek bij, blijft een uitdaging binnen b.v. gemeentelijke en hoe kan het ook anders, polytionele samenleving. Sartre en Camus propageerden de zinloosheid van het bestaan.
Ik duik weg van hun overtuiging, maar voel, als muziekpedagoog, de adem van hun aanwezigheid.
Een verleidelijke verpakking (out-fit) stimuleert tot aankoop. De titel van een boek dekt niet altijd de verwachtte genoeglijkheid.
Een steevaste partijkaart-achtige overtuiging schaadt het mooie socio-culturele én culturele leven, wat de artistieke diversiteit ook moge wezen.
Laat ons a.u.b. niet goochelen met schadelijke decibels. Het kunnen zeggen: "Er was veel volk" is een uitlaatklep voor de organisatoren, maar staat soms ver weg van de culturele waarden. Overtuigd van eigenwaarde, binnen een kosmos van artistieke onvoldaanheid.
Kunst is universeel, geput uit het verleden...heden...maar de ziel troont zich op een gouden zetel van onaantastbaarheid.
Financiële tegemoetkomingen zijn een meer dan zalvende olie. Het biedt perspectieven.
Voor veel verenigingen een welgekomen iets.
Hoeveel verenigingen houden een bestuursvergadering met als een agendapunt: hoe kunnen wij ons financieel 'redden'?
Het 'Ruysscheveldekoor' geniet van een benijdenswaardig voorrecht. Mijn persoonlijke, spirituele (althans dat denk ik toch) bijdrage baseerde zich op jarenlange comfortabele aanwezigheid als dirigent. Verbale overdracht, uiterlijke genoegdoening en theoretische onderlegdheid boden mij bewapende weerstand...aanvaardbaarheid. Een dirigent vult zijn kruik die nooit vol raakt. Een gedachtegang zou kunnen luiden; 'als één strandkorrel mij een antwoord geeft over 'wat is kunst', zou ik diep ontgoocheld zijn.
Een dirigent behoort tot de 'cabarretières' en soort Popov... boeiende mensen maar ook hij/zij weent in zijn circus-karavaan.
Ik kan geen zinnig antwoord geven op wat 'talent' eigenlijk inhoud. Natuurlijk zal de modale luisteraar de lof toezwaaien naar de 'concertant', maar opent, naar mijn gevoel, niet de poort naar maagdelijke volwassenheid.
Orthodoxie, Protestantisme, Angelikanisme, Mormoonisme, Katholicisme, e.z.v. ,vertegenwoordigen, ieder op zich, een stevige zelfstandige paraatheid maar behoren toch tot een soort Emmaüsgangers.
Raar..., iedere mens wil oud worden....maar niemand wil zo genoemd worden.
Koorleden proeven van vocale 'kunst' ik bedoel hiermede: de diverse aspecten van het persoonlijk zich uiten in een zoekende verklaring naar vage kunstzinnigheid. Een onmogelijke opdracht. Maar juist dàt schept nieuwsgierigheid bij het individu. Een reden om uw lichtbeeld te verlaten en een rebeliaanse stemsteun te geven aan vocale kunst, wat je ook nooit...., maar nooit zult bevatten. Het is steeds op weg zijn naar....
Schilderkunst, bouwkunst, beeldhouwkunst, literatuur en muzikale kunst, dragen het onmenselijke, zich nooit te laten analyseren!!!
Ik hoor U denken: een fuga kan men toch analyseren? Zéker, maar er is meer....de verhouding van klanken, m.a.w. de harmonie, ritme, e.z.v....
Die verhouding vinden wij ook in de kosmos...het heelal....zonder einde,.... dus ook zonder begin.
De diepere grond het welke onmogelijk kan verwoord worden daarom onvolmaakte kunst geworden is en ontoegankelijk blijft!
Eigenlijk geniet ik van een stilstaande kerkgemeenschap want stilstaan is een werkwoord. Een vroegere Pastoor zei me eens deze wijze gedachte: "De Kerk moet eerst leeg zijn vooraleer ze terug kan vollopen."
Een primaire overgangssituatie en daar moeten wij tegen kunnen.
Niet tegen staande deze eerder demoraliserende visie over de zin van kunstbeleving, kan het U misschien troosten dat dit een heel persoonlijke mening is en ik kan me best voorstellen dat zeker niet iedereen mijn mening zal delen.
Niet tegen staande deze eerder negatieve proloog over zin en zinnigheid, ben ik ervan overtuigd dat 'ons', uw koor, geschiedenis schrijft op het gemeentelijk, regionaal en laat me toe te zeggen nationaal vlak met activeringsmodaliteiten gerugesteund door niet professionalisten, maar zéér gemotiveerde mensen. U dus. Dat is vandaag en toekomstgericht uw blijvende opdracht. Dat vraagt inzet van uwentwege, ondersteund door een ijverig (voltallig) bestuur het welke goed met U menen maar dat zal U wel bekent zijn.
Het 'Ruysscheveldekoor' is en blijft mijn 'Petekind. Spijts corpolentieële afwezigheid bij diverse kooropluisteringen of optredens verblijf ik steeds met ondergewaardeerd verdoken enthousiasme én bezorgdheid. Mijn absenteïsme heeft een vervelende psychmedische reden. (Emetofobie) waarover ik niet ga uitwijden. Het vreet dagelijks aan mijn Godsovertuiging gericht naar de raadselachtige parabel van de 'talenten'. Hoe graag zou ik mijn orgelervaring ten dienste willen stellen van koren en/of solisten en zo terug in de sociale omgeving wil verzeilen; de nood hieraan is zeer groot, maar een fobie kluisterd mij aan een onaanvaardbare impotentie.
Als ik dit neerschrijf besef ik, schriftuurlijk, dat mijn woordgebruik ontoereikend is tegenover mijn diepe gedachten. Het concureerd deels op sympatisch wijze mét elkaar maar... met het gevaar in een monoloog te eindigen en dat wil ik best vermijden.
En nog...zou het kunnen dat er ook een 'hiernamaals' bestaat met een totale afwezigheid van menselijke modellisering?
Ik ben er 'heilig' van overtuigd! Het is de Geest die ons verder dan de horizont drijft en voorbij het heelal doet 'leven'. Wanneer 'God' mijn broer mocht zijn, was ik beschaamd denkende aan bv. aardbevingen (zoveel doden) waar geen mens iets aan kan doen!? Dit is natuurlijk een eerder gemakkelijke denkpiste Het is het 'hier-nu-maals' schrijft en accentueert een bekende kerkjurist.
Het allerbelangrijkste van 'bestaan' is niet de gezondheid maar het geloof in een rechtvaardige eeuwigheid.
Dit is evenzeer vatbaar voor stevige kritiek. (Tijd en ruimte bestaan niet) 'Eeuwig....gelukzalig', is een menselijke, gevoelsmatige gedachte...de broodnodige 'adem', geput uit dat ene boek: De Bijbel'. Toch bezingt (letterlijk) men de lof van 'Hem' die niemand kent, misschien door gebrek aan alternatieven?
('Ik heb niets anders') Bijbelse literatuur met soms stevige contrapuntische onverstaanbaarheid, stuwen mij naar een desolaat landschap...en toch....!
Tijd en ruimte bestaan dus niet, wel in een menselijk voorstellingsvermogen maar dan blijven wij stilstaan.
"Mijn rijk is niet van deze wereld", zei Christus. Ik begin de uitspraak, de gedachte te aanvaarden. Ik voel mij als een veroordeelde met een bevoorrechte gesprekspartner, maar het woord 'rijk' stoort me. Zolang ik geloof behoor ik tot het merendeel der mensheid, het schuimt mijn geloof en schuwt mijn overtuiging.
Massa-hypnose tasten mijn eigenzinnigheid aan. Je wenst niet te struikelen om anderen vertwijfelt achter te laten.
Een proces van verdriet draagt ieder voor zich.... Alleen dus!
"Aan de overkant zie je elkaar terug", zijn bazalte, metallieke condensoren. Als God zich kenbaar zou maken vernietigt hij een menselijke samenleving.
Toch is de Bijbel een geïnspireerde 'party-fuif' waarvan bv. koorleden de onmisbare 'garçons' zijn. Een goede service takelt de smaakpapillen.
Mijn favoriete religieus lied is: 'Een mens te zijn op aarde....' (I.C.L.Z 306) "Is komen uit het water en staan in de woestijn....'.
Een illusie van 'wonderkoor' is mij veel minder genegen dan eenvoudige, menselijke impact. Nog steeds zoekt de mens naar vaste grond.
Laat ons Bijbelse kinderen zijn en blijven die een inventieve draad uit het verleden bestaren. Een koor kan voeding geven aan kritische 'toeschouwers'
Laat datzelfde koor zich opstellen achter de rug van Evangelie-verkondigers.
Het opbreken van een bestaande (koor)-gemeenschap, kan wonden veroorzaken maar tevens een vernieuwde adem invoegen.
Hier manifesteert zich weerom een gevoelige snaar. Het 'afgeschreven' worden uit een 'populair' elite groep, verdraagt geen aanvaarding.
Bv. koorbeoefening en menselijkheid staan dan met gekruiste sabels tegen over elkaar. Tijd zalft.....soms.
Hoger vermelde passages zijn gevoelig voor kritiek Des al niet te min koester ik mij in mijn eigen 'geloofsovertuiging.
Een koor kan bijdragen tot zinvolle, vocale bevestiging van al-oude schrifturen. Een koor is ook, in mindere mate, onderhevig aan buitenkerkelijke activiteiten. Profane liederen zijn en vormen een aangename verpozing, veel reëler dan geestelijke, zwaar contrapuntische polyfonie.
Maar dit laatste vormt vaak een deugdzame bron van een financieel inkomen. Popularisme is een veroudering in onze liturgische menopauze.
Zij blinderen een met kruisen gestokte toegang waar wij nu aan voorbijgaan zonder nog een kruisteken te maken.
Het steeds herhalen van populaire liederen is in vele parochies, een herkenbare springplank naar een morgen die er (nog steeds) niet komt.
Vernieuwde liedkeuzen stuiten vaak op een a-absorberende ontvangkelijkheid en ...liturgie in het kader van eerste-of plechtige communie, vormselactiviteit... is een welkome ouderlijke, attractieve aanwezigheidsdéfilé. Een gevolg van een 'voedseltekort' binnen het eucharistisch gebeuren.
Een koor participeert met de priester, diaken, organist, en vergast de aanwezigen met uitgelezen liederen in het totaliteitsgebeuren.
Financieel gedwongen en vruchtbare componisten leefden in een tijd waarin mirakels niet mochten getoetst worden aan wetenschap, maar zijn dankbare 'gesprekspartners'.
Van persoonlijke ontwapening als 'gelovige' naar actieve koorkunstbeoefening, opent het de weg naar een soms gefrustreerde gedachte maar biedt het, desalniettemin een heilzaam gevoel.
Als taal (geloofsgedachten) ondersteund wordt door 'muzieknoten', geeft dit bestanddelen dewelke niet door alle liturgisten in dankbaarheid wordt afgenomen wanneer het net iets te lang duurt. (?)
Fantasierijke, minder boeiende bladvulling dwingen mij tot een oponthoud.
De 'goeên ouên tijd', vaak, door velen een gespreksonderwerp nà het weer. Elkeen praat erover, maar weinigen willen er terug naartoe...het leven zoals het vroeger was....! "Er is nog nooit iemand terug gekomen" zegt men in de volksmond, maar dat kan ook niet vermits de 'dood' geen tijd kent...!
We verplaatsen ons naar 1959, het jaar na de wereldtentoonstelling in Brussel 'Expo 1958'. De 'pijp toebak' was al enkele jaren achter de rug en wielerlegende: Stan Ockers had ook al zijn pijp aan Maarten gegeven.(Verongelukt op de wielerbaan.)
Toen....toen gingen wij nog 'mulders' (meikevers) vangen in de wegel die leidde naar het nieuw voetbalplein van Stekene sportief, of....kochten wij ons voor 5fr. een 'mussekip' Een 'merelkip' was net iets groter maar ... kostte 7fr.en dat was boven ons totale budget.
Mijnheer Leon (onze huisbaas, enfin, 't was meer madame) en later de steeds goed geluimde en fluitende of zingende Achiel die met kar en paard de bierbakken Angle-Belge afleverde in de talrijke herbergen.
'Piet Pulle' wiens huis afbrande op een kermiszondag, stroopte de paling terwijl je erbij stond. (Ook met kar en paard.)
Op een doordeweekse dag de kerkgangers soms te 5u30 aan het kerkportaal stonden te wachten voor de vroegmis van 06u. De misdienaars, in het schip van de Kerk en 'zo fier als een gieter' stonden te 'kleppen' met een ellenlang 'zeel' in hun handen, vaak op..... maar nog niet wakker en bovendien voorzien waren van een misdienaarsrok met de nodige ontbrekende 'knopjes'.
Tijdens de zondagnamiddag-vespersdienst (wij waren Chirojongens en 'marcheerden' vanuit ons chirolokaal aan de polenlaan richting kerk en de rieten biezen van de kerkstoel moesten in onze knieën gemerkt zijn anders hadden wij geen goeie vespersdienst meegemaakt) de pastoor af en toe zijn bonnet afnam om een licht hoofdbuiging te maken. Als akkolieten hadden wij het raden ernaar waarom hij dit op gepaste tijden deed. Later heb ik vernomen dat dit, wanneer de cantor-organist het 'Gloria Patri et Filio et Spiritui sancto' inzette, de pastoor zijn hoofddeksel afnam.
Toen ik, tot in 1952 op 'den teirlick' woond, herinner ik me nog dat mijn Vader een 'pierrewiet' gevraagd had aan een gebuur om te verhuizen naar de polenlaan. Ik liep door de kerkstraat aan zijn zijde, mijn hand stevig vasthoudende aan de 'verhuiswagen'. De poeders van 't wit kruis (niet de moderna van Dr.De Man verkochten als broodjes. Albert van Stiene de klootere verborg deze in zijn stofjas want Stiene mocht niet weten alhoewel zijzelf er, per dag, enkele tot zich nam en wie kent de 'greust' ( en dat was echtte) van Edgarken niet meer? Elke jongeling wide lid worden van de 'Melkbrigade' al was het maar om de begeerde stikker 'M' die je dan op uw vest kon plakken. 'Jef Scheunweer' voor een huwelijksplechtigheid, kanonschoten afvuurde op de marktplaats. Dit oud gebruik is bijwijlen terug in voege. Misschien is dat wel nodig voor al die boze geesten weg te jagen. De echte Sint-Niklaas kwam zeker geen anderhalve maand te vroeg en de jongens 'laveurden' (knikkeren) alsof hun zielsrust er van afhing.
Een plankje met gaatjes dat wij gebedeld hadden bij de schrijnwerker en waarboven elk gaatje een cijfer stond. Hoe kleiner het gaatje waar je, op enige afstand, door moest knikkeren, hoe meer 'marebollen' (knikkers) je hiervoor in de plaats kreeg. Tevens bestond er 'putje' schieten, en 'ne'n eup' afschieten, meestal op vijf 'dals' (tegel) afstand.
Weet je nog.... toen wij 'stekelbakjes' gingen vangen in het beekje dat liep naast de spoorweg route in de nieuwstraat? We namen een afgedankte borstelsteel (en dat was dan werkelijk een heeeele afgedankte want dat toonde wat 'chieker' dan een tak van een wilgenboom) bedelden wat naaigaren van ons Moeder af......prikten een gaatje in een kurk (dopper), en een vishaakje konden kon wij kopen bij De Maesschalck in de dorpstraat. (In onze kinderlijke eenvoud een stekelbaarsje aan de haak te kunnen slaan.(?) Vooraf hadden wij ons 'kalliesensap' klaar gemaakt in een limonadefles, maar nog voor wij goed en wel aan onze 'visput' toekwamen, was ons bruin-schuimend goedje reeds verorbert. Maar dat was het minste van onze zorgen; we gingen,... als we mochten van 'thuis'.... en dat was niet altijd evident, op weg om een paar visjes in onze emmer te krijgen.
De goeiën ouden tijd....in dat jaar (1959) ik op mijn neus gevallen ben en mijn neus brak. "Met een koud washandje zou dat wel genezen..." zei mijn Moeder. Gans mijn leven heb ik er een kromme neus aan overgehouden, maar ja..., er zijn veel ergere dingen des levens. En als wij dan eens een 'valling' (verkoudheid) hadden, werd er bruin papier met de was van vetkaarsjes op ons borst gelegd. En zowaar ... het hielp, want enkele dagen nadien waren wij volledig ontlast van hoestbuien. De pul-over (trui) die wij aanhadden, was natuurlijk gebreeën door ons Moeder zelf, uit wol die al eerder dienst had gedaan. Vaak mocht ik dienst doen om een 'trui' mee te helpen uitrafelen. Ik moest dan de trui vasthouden en zij bond het op een 'bolletje sette'. Enkele dagen later werden er dan een paar wollen kousen van gemaakt en als deze dan ook weer versleten waren werden ze nog gestopt ook.... (Een heel kunstwerk als je het mij vraagt.)
Van de lagere school heb ik nog tal van herinneringen.... tot zelfs mijn allereerste schooldag toe.
Meester Leo, (later hoofdinspecteur l.o. geworden) verwelkomde ons dermate vriendelijk, dat wij alle vrees voor 'die grote school' onmiddellijk overwonnen hadden. Meester Jan (2de studiejaar) uit Lokeren, in de klas rondliep met altijd een regel (meetlat) in zijn handen en er ons soms letterlijk mee op de vingers tikte. Ik kan hem nog tot op een haar na beschrijven. Broeder Tarsisius, van de derde klas, zorgde in de winter voor de ijsbaan op de speelplaats. In de vierde klas stond meester Frans, klein van gestalte waar toch menig schrik van had alhoewel ik hem maar één keer aan iemand's oor heb zien trekken... op volle speelplaats én...na het belsignaal. Iedereen moest stilstaan en zwijgen. Hij ging naar desbetreffende leerling... greep hem bij zijn oor...een paar keer over-en-'t weer getrokken zodoende dat de arme stakker er een paar dagen hoofdpijn zal van overgehouden hebben. Vermits meester Frans, op zondagvoormiddag de gemeentelijke bibliotheek openhield en met zijn prachtig handschrift, het boeknummer had genoteerd (wij zochten soms naar boeken met een hoog Romeins cijfer) had hij elk schooljaar toch opvallend veel leerlingen uit zijn klas op visite. Broeder Amati (een extern broeder) kwam één keer per jaar, geheel onverwachts en in elke klas,een fantastisch verhaal vertellen. Hij kon dat op zo'n unieke wijze dat wij geplakt waren aan zijn lippen. Wanneer het gerucht de ronde deed dat 'de'n broeder met het rode hoofd' die dag in de school was, kreeg onze meester nog weinig belangstelling in de voorafgaande lessen. Die harde schoolbanken en........ met onze armen voortdurend op onze rug kon dit alles nog wel verdragen.
Meester Merckx was een verwoed turnliefhebber, hij kon ons oefeningen voordoen tot in de perfectie. Het resulteert tot op de dag van vandaag nog steeds als een zeer kranig voorbeeld voor ons allen. (Maakt zeer regelmatig een wandeltocht van enkele km. en toevallig: ......de man wordt vandaag precies 95 jaar jong!) Ik herinner me op een snikhete zomerse dag, wij op de speelplaats 'gymnastiekoefenigen' deden en één van mijn klasgenoten het zo afmattend vond dat hij een 'zonnesteek' veinsde. Hij ging flauw vallen...deed wat onsamenhangende bewegingen.... en legde zich toch met enige voorzichtigheid, achter de rug van de meester op de grond, in de hoop voor eeuwig en altijd, ontlast te worden om in de snikhete zon te moeten turnen. Meester Dhondt die kon werkelijk iemand hypnotiseren. Hij vroeg eens een leerling zijn naam op het schoolbord te schrijven maar voegde er aan toe dat hij zijn krijt niet op het bord kreeg en... dat kwam uit, wat de leerling ook probeerde. Sindsdien is mijn interesse voor hypnose steeds in stijgende lijn blijven voortwoekeren. Van broeder Angelicus hield toch ieder van ons, op 't einde van de week, een blauwe plek over in de bovenarm. Ik denk nu niet zozeer dat dit optreden getuigde van enige pedagogische waarde en.... 'k ben nog steeds op zoek naar enige, eerlijke verklaring....!
Ik herinner me nog toen broeder Gabriël met de fiets, galant op weg was naar één of ander tuin-ideoloog en onderpastoor Oelbrandt, met zijn virtuoze rijstijl hem rakelings voorbij stak, zodat de arme broeder bijna zijn evenwicht verloor en waarschijnlijk enkele, niet al te christelijke woordjes met O.L.Heer zal gesproken hebben. (Onderpastoor Oelbrandt verplaatste zich op een Vespa-scooter en wij noemen hem 'de crosser'. Men hield zijn hart vast maar anderzijds was zijn zieleheil toch gewaarborgd.(?) Wanneer hij van het Gildenhuis (kaarting) richting kerkstraat 'vloog', scheerde hij, in de bocht, rakelings over de straatstenen alsof het het circuit van Francochamps zelf betrof.
Broeder Juliaan, (die op vrij jonge leeftijd, evenals broeder Canisius overleden is) was voor mij een God. Hij studeerde, na de schooluren heel vaak op het kerkorgel en ik wachtte hem op tot wanneer hij met zijn damesfiets en wapperende soutane en ....antieke 'carnasiëre' voorbij onze café fietste. In een mum van tijd stond ik, op het dokzaal naast hem en bewonderde zijn orgelstijl.(steevast het preludium in C van J.S.Bach) Ik had reeds enige notenleer kennis opgedaan maar had toch enige moeite om het notenbeeld te volgen en op het juiste moment zijn pagina om te draaien, wat hij ook wist te waarderen. Ik herinner; me dat tijdens de kermisdagen, Fic-fac, Wardsjen en Kamiel (Van Looy) de processie van Echternach overdeden. Arm in arm, met een licht gevoel van alcoholische overdaad, het ganse voetpad kleineerden en een deel van de straat gebruikten om zich al zingend (of iets in die aard) naar de volgende herberg te begeven.
De goeien oude'n tijd die nooit zal terugkeren....en " Alles is vergankelijk" zei Odivius.
Wijzelf hadden een zeer lange hoving die liep vanaf de polenlaan (nr.6) tot waar vroeger apotheek Laekeman gevestigd was, zodat talrijke andere tuintjes aan de onze grensden. In één van die huisjes woonde Kamiel, een figuur die zo uit een of andere roman van Cyriel Buysse gestapt kon zijn en hij herinnerde me steeds aan de legendarische toneelakteur Bob Storme. (Boer Coene in 'wij heren van Zichem' avn Ernest Claes.)
Kamiel hield van tuinieren, dat merkte men aan de netheid van zijn tuintje. Roken of drinken deed hij niet, nochtans was hij een gelovig mens.
Ik herinner mij hem als een grote, struise, grijsende man halfweg de zestig met steeds een 'kiel' aan. Een hart vol goedheid maar zelfs nog te bescheiden om het aan iemand te tonen. Zijn iet-wat strenge gelaatsuitdrukking was een soort masker van een diep-goed mens.
Vanaf het prille voorjaar tot diep in het najaar stond hij elke namiddag, gedurende ongeveer een half uurtje met de armen gekruist over zijn haag geleund, kijkende over de hovingen van Albert De Smedt, 'Jef Tack en de weilanden van wed. Van Hoye alsof hij zijn eigen heden en verleden voor zich zag uitgetekend.
Kamiel zelf had zijn ganse leven op de polenlaan gewoond en..... hij sprak daar niet graag over. Heel waarschijnlijk overmande hem telkens opnieuw dat heimwee en nostalgische uit een vorig leven. Pas vele jaren later heb ik zijn stilzwijgendheid begrepen.
Kamiel had twee zonen; Karel, en was getrouwd met Iréne. Zij woonden schuins tegenover Kamiel. Zijn tweede zoon noemde Emiel, 18 jaar, die leed aan het Down-syndroom. (Mongolisme)
Kamiel, was sinds 1941 weduwnaar. Zijn echtgenote overleed kort na de geboorte van Emiel en .... heeft dat nooit kunnen verwerken.
In die tijd bestonden nog weinig instellingen waar andersvalide kinderen werden opgevangen en..... anderzijds zou Kamiel dat nooit gewild hebben.
Ikzelf had geen broers of zussen zodat ik, tijdens mijn speels-onbezorgde kinderjaren contact zocht met Emiel. Het ging zelfs zover dat ik dagdagelijks Emiel ging opzoeken in hun bescheiden woning aldaar en ....om de'n 'toer' niet te via de 'stouziestraete' (Stadionstraat) had ik een klein gaatje in de 'weire' (haag) gemaakt zodat wij, via de hoving direct contact met elkaar konden vinden. Als kenwijsje floot ik het toendertijd bekende 'Tom Pyliby en dra stond Emiel daar. Hij was in feite geen gemakkelijk jongetje om mee te spelen ....hij moest steeds winnen in gelijk welk spel ....en raar maar waar... ik kon het van hem verdragen. Soms 'laveurde' (knikkeren) ik moedwillig slecht om hem het plezier van de overwinning te gunnen. Hij schaterde dit dan uit van vreugde en mijn onkunde werd door hem flink in de verf gezet.
Kamiel had dat verschillende malen, stilzwijgend gade geslagen en knipoogde naar mij wat mijzelf een goed gevoel gaf.
Karel, de oudste zoon van Kamiel, heb ik zelden gezien vermits hij in continu nachtploeg werkte (Beveren) en dus overdag sliep.
'Dan leupt hij nie altij veur m'n voeten en 't brengt nog goe op, euke....' kon je zo aflezen van haar gezicht.
Elke zondag staken Emiel en ikzelf, hand in hand, de straat over tot bij Karel. Hij woonde, samen met Iréne schuins tegenover Kamiel.
Eigenlijk hadden veel meer genoegen om tegen de papegaai van madame Boets, die net naast Karel woonde, enkele niet alledaagse woordjes te roepen. Hij zat steeds voor het raam.
Madame Boets was een alleenstaand kranig oudje van eind de tachtig, nog opvallend 'te been' maar was zeer hardhorig. Zij was, bij mijn weten, de enige in Stekene die een papegaai bezat.
Toch herinner ik mij één uitspraak van Karel dewelke mij is bijgebleven: "Jongen,... als ge later een vrouw kiest, kiest ze dan met uw oren en niet met uw ogen". Zijn vrouw, Iréne, herinner ik mij des te meer. Zij was een ander paar mouwen:...... 'smoorde' gelijk de ketters en kon, als 't moest, twee stenen doen vechten....
Telkens als Karel ook maar iets deed, hetzij in het huis of daarbuiten was dit in de ogen van Iréne verkeerd en vergenoegde zij zichzelf met een resem van ongepaste bemerkingen aan het adres van de arme Karel. Ook al was ik nog kinderlijk, ik had soms 'compassie' met hem. Noch de buurt, noch haar broer of zussen vonden de weg naar haar woning. De deurbel klonk enkel voor 'de getuigen van Jehova.
Bijna dagelijks 'slefferde' (open schoeisel met zware hiel) Iréne doorheen het smalle gangetje naast de woning van Kamiel, om te kijken of er geen dorpsnieuws te rapen viel, maar veel meer nog....om te controleren of Leonie, de weduwe van Prudent Van Nieuwenhuyse, niet al te veel bij hem kwam buurten. Het was algemeen geweten dat Kamiel er warmpjes inzat en het zou een regelrechte ramp zijn mocht zo'n erfenis,
hoe klein ook, aan Leonie zou geschonken worden. "En Emiel....die zou toch niet kunnen genieten van het financieel erfdeel vermits hij 'gehandicapt' was en nog minder...het niet zou kunnen beheren.......," had zij zich eens laten ontvallen.
Nadien heb ik vaak gedacht dat dàt haar leven was, hazen op het geld alhoewel zij zelf geen kinderen had.
Kamiel was zich van dit alles wel bewust en liet haar betijen.... evenals haar man Karel, die niet zou moeten riskeren in opstand te komen tegenover haar 'gedrag'. Nee, Iréne was nu niet het model van onderdanigheid, dat hoorde je zelfs aan haar onaangename hoge spreektoon.
Om toch in de gunst te blijven van geburen en ....haar bezorgdheid om Kamiel uit te spreiden, schrobde zij, elke week, het 'plancier'...,droeg zij geregeld een volle wasmande 'vuil' goed buiten (waarvan ik vermoed dat er ook eigen 'was' bij zat) ... liet het dagen staan in de keuken van Kamiel zodanig dat ook Leonie en eventueel anderen dit zouden opmerken. Haar transparante ijverzucht moest steeds gezien worden!
Haar kat was haar karakteriële uitlaat: ...."mee wa veur vuile poêten komde gij weer bin'n, allé, maekt da ge Godv...buiten zijt".
Deze en vele andere uitspattingen waren heel vaak voor Karel bedoeld wanneer deze 'sukkelaar' nog maar in de buurt was en wist wat hem onrechtstreeks 'bevolen' werd.
Toen Kamiel 8O jaar 'oud' werd ben ik hem eens gaan opzoeken in nog steeds dezelfde woning in de stadionstraat maar deze keer ging ik ook langs het zijpoortje en overmeesterde mij een herinnering aan een nostalgisch verleden het welke nooit ver is geweest.
De twee schilderijen (stillevens) hingen nog steeds op dezelfde plaats in zijn leefruimte en het bescheiden meubilair begon tekenen van ouderdom te vertonen. Ik vond dat hij niet zo érg verouderd was en.... 'een rusthuis was voor oude mensen' zei hij vaak.
"Ha, Tony,... komt gij mij eens goedendag zeggen?"
Ik nam plaats op een rieten stoel die ik nog herkende uit mijn speeltijd met Emiel.
En Kamiel vertelde...vertelde over dat nooit terug komende verleden en mijn vriendschappelijk contact met Emiel.
Emiel was op 28 jarige leeftijd overleden (1969) en verbleef tot zijn dood, thuis bij zijn Vader.
"Wilt ge die schuif eens open trekken en neemt die'n rode boek er eens uit".
Ik nam het schrift met opvallend, op de keerzijde, de rekentafels van tien erop vermeld. "Zoek eens de tekst wat ons Dora ooit geschreven heeft
vlak na het overlijden van ons Veerleken".
De eerste pagina's waren ingevuld met rekeningen van de kruidenierswinkel (Martha Potters) maar ik vond vlug datgene wat Kamiel bedoelde; de tekst van de hand van Dora bij het verlies van hun kind en daarop volgend een tekst die zij geschreven had in haar laatste levensdagen.
"Ik wist niet, Kamiel, dat jullie een dochtertje hebben gehad.." zei ik ietwat schromelijk. Na enige aarzeling antwoordde Kamiel: "Op mijn leeftijd kun je niet meer 'schreien' maar mijn hart weent nog steeds wanneer ik aan dat alles terugdenk. Een ouder die zijn kind overleefd, heeft voor de rest van zijn leven een soort schuldgevoel (Veerleken overleed enkele dagen na haar geboorte, 1940) en.... nog groter was mijn verdriet bij het verlies van ons Dora......Ik moest haar in haar moederverdriet ondersteunen en zelf had ik soms de kracht niet meer om het allemaal te verwerken.
Eigenlijk heeft onze'n Karel, in die periode ons recht gehouden zonder dat dat ventje het zelf maar kon beseffen.
Een jaar later is onze'n Miel geboren,... in het begin van den oorlog. Werkloosheid....rantsoenering (foto) ...en bovendien...., ons Mieleken zou een Mongooltje worden en dàt heeft ons Dora niet meer kunnen verwerken....zij is ziek geworden...ongeneeslijk ziek.
Enkele dagen voor haar overlijden schreef zij in dat boekje een tekst waar zij wellicht maanden in gedachten aan gewerkt had want zij schreef het in één 'ruk' uit....lees dat ook maar eens voor...."
Ik herkende flarden van deze tekst maar kon hem niet thuis brengen. Later is het me duidelijk geworden; de tekst hing, ingekaderd, aan de muur in de keuken, maar had daar, als kind weinig belangstelling voor.
Onmiddellijk nadat ik deze laatste regel gelezen had vervolgde Kamiel zelf met het slot van het gedicht alsof het dagdagelijks in zijn hoofd circuleerde.
'k Had graag nog wat bezielt,
en..., wat je ooit hebt gezegd,
weet dat ik altijd van je hield,
ook al heb ik mij nu neergelegd
Terwijl hij dit zei, zag ik dat zijn ogen lichtelijk traanden.
Op datzelfde moment kwam Leonie binnen gewandeld en zag onmiddellijk dat Kamiel geëmotioneerd was. Haar houding verraadde dat zij dit meermaals moet meegemaakt hebben en zette zich naast Kamiel neer op een met riet gebiesde stoel.
Ik merkte aan het gezicht van Kamiel een zekere menselijke, begrijpbare opstandigheid. Ook Leonie had dit opgemerkt en legde haar hand op de schouder van Kamiel. Er ontstond een moment van stilte...eigenlijk.... een welgekomen stilte.
In de week die daarop volgde, evalueerde ik datgene wat Kamiel mij zoveel jaren geleden allemaal vertelt had en voornamelijk, zijn vaderlijke glimlach, telkens toen ik Emiel liet winnen bij ons spel.
Mijn literaire bescheidenheid vertelt of overtuigt mij niet, na lezing genomen te hebben van o.a. theologen, humanisten,filosofen....maar juist de zoekende mens is misschien een model van het 'Christelijk onderweg zijn'! Kardinaal Daneels zei ooit: "Geen enkel priester of religieus kent het ware verhaal maar voor mij betekent geloof mijn enige liefde".
Prof.Schillebeeckx schreef: Ik kan geen zinnig woord zeggen over het hiernamaals maar...het is er!
In december 1979 is ook de levensdraad van Kamiel doorgeknipt. Leonie vond hem op een namiddag, levenloos in zijn geëigende zetel en ... net alsof hij ingeslapen was en zich voorbereid had op een lange reis. Op zijn schoot lag het rode schriftje van zijn vrouw Dora en op de grond, een schrijfpen.
Leonie vervolgde haar levenswandel in dezelfde trant als waarmee zij Kamiel jarenlang vergezeld had: gedienstig, vriendelijk, voor elkeen een goed woordje en als er een hemel bestaat, zal zij er niet in maar...los-door gevlogen zijn. Zij overleed op 7 juli 1991 in een waas verzorgingstehuis, bijgestaan door de beste verpleging.
Karel is, kort na het overlijden van zijn Vader, in een diep dal gesukkeld. De onmogelijke samenleving met Iréne, de vroege dood van zijn Moeder, het overlijden van zijn broer Emiel en zusje Veerleke. Karel had het zichzelf wel anders voorgesteld. Een depressief syndroom was het gevolg van dit alles hetgeen door Iréne met onverschilligheid werd gevolgd en bovendien, in het dorp en in quasi alle tonaliteiten, verkondigde zij dan wél, welke een 'sleure' van een vrouw zij wel was om met zo'n zieke man 'opgescheept' te zitten.
Eind 1980 zijn beiden, na heel wat herrie, gescheiden. Iréne eiste de woning van Kamiel op (Karel had de woning geërfd) en ook; zij verdedigde zich met: "Da's toch maar normaal.... hij is 't afgebold". Karel woont momenteel in Beveren en is de trotse vader van twee stiefdochters.
En steeds moet ik terugdenken aan de schriftuur van Dora, hetgeen zij meer dan zestig jaar geleden neerschreef en...aan de woorden die Kamiel, in hetzelfde schriftje eraan toevoegde:
Een voorzitter bezit niet altijd een benijdenswaardige functie. Hij/zij zorgt bv. voor een voorafgaandelijke strakke registratie van de door het bestuur vooropgestelde agendapunten. Voorzitter worden is een aangename, persoonlijke status-bevestiging met talrijke superlatieven dewelke ik hier niet wens uit te smeren. Anderzijds beschikt hij/zij niet over een dagelijks, majestueus, appetijtelijke dessert en zo meer, zoals de rococo-casstraten destijds. Zij dragen 'rouw en trouw', de spanning en ontspanning, de eb en vloed ...een twee-persoons-contact en zo veel meer...
En toch is er steeds datzelfde: je kan niet zonder de andere.
We spreken dan nog niet zozeer over de personele beschikbaarheid. Dit vraagt om een verdoken inzet het welke niet steeds met gebalanceerde gewaardeerdheid wordt onthaald.Een voorzitter laat zich soms (ver)leiden door een geraffineerde inspraak van zowel bestuurs- als koorleden zelf. Een voorzitter 'dient' en maakt tezelfdertijd een evaluatie van het aangebodene. Een introverte erkenning met aanwezige psycho-cellen.
(Psycho-cellen verduisteren een onverwoordbare maar gevoelsmatige kracht.)
Zij delven het onderspit tegenover uiterlijk vertoon en blijven een 'ondertoon'. Maar .... een ondertoon is afhankelijk van een grondtoon.
Moeilijker definieerbaarder dan de pleijade van bovenharmonieken en zo blijven we maar 'bezig'.
Kennis is macht, maar intellect is geen synoniem van gelukkig zijn.
Een voorzitter krijgt soms een schrale oogst van datgene waarvoor hij zijn taak opgenomen heeft. Hij staat soms met zijn/haar rug tegen de muur.
Maar...de achterzijde van een altaar bezit vaak een zeer constructieve opbouw en staat, gelukkig, ook met de 'rug' tegen de muur. De voorkant parelt bijbelse legenden uit enz.
De moderne mens vraagt om een totaliteitsbeeld en ....nieuwsgierigheid is soms de voorbode van ontgoocheling. Voor een voorzitter zijn meningsverschillen een rijke bron van informatie. Zij onthullen, binnen en naast geprogrammeerde samenkomsten, het 'perpetuum mobile', het steeds opnieuw...De bestuursleden k(n)ielen in het vaarzog van hun positionele voorzitter ter bevestiging van hun bestuursaanvaarding.
Een voorzitter verdraagt resistensieële inbreng.
Kritische beschouwingen van medebewoners.
Het siert de goed bedoelde lakei-achtige inbreng van koorleden en zijn meestal van voorgaande aard.
Een voorzitter filtert dit. De natuurkundige Galileo stond alleen met zijn theorie maar had het bij het rechte eind.
Dit alles en nog wat...is een uitdagende opdracht voor eender welk 'president'. Een voorzitter 'moet' 'dirigeren' naar zijn bestuursleden toe.
Ook koorleden moeten onrechtstreeks betrokken worden, het geeft hen op zichzelf een gevoel van medeverantwoordelijkheid soms gekruid en gekruist met persoonlijk, bescheiden opstandigheid als gevolg van bezorgde openhartigheid. Dat hoort zo.
Een voorzitter tref soms een ondankbare taak, met geblindeerde status en staande midden en tussen het volk. Mede-participant van artistieke denkbare pistes, dilettante muzische onverstoorbaarheid en dankbaar tafelgenoot.
Een voorzitter op weg naar die geheimvolle 'materie, (koorzang) met een bewegwijzering van enthousiaste mensen in de wetenschap dat kunst steeds onbereikbaar blijft.
'Het doel heiligt de middelen', maar zo eenvoudig is het ook weer niet. Wie denkt de waarheid te verkondigen toont zichzelf, blijft zichzelf, met of zonder bestuurlijke inspraak. Er bestaat geen verzekeringspolis tegen ongevraagde nachtrustverstoring en wie van ons kent een 'aangename snurker'?
Een voorzitter sluit 'huwelijken' zich stilzwijgend bewust van de aanwezigheid van consonanten en dissonanten.
Hij/zij creeërt spreekwoordelijk een tweede zuil, afstandelijk van de eerste, om samen één schoonheid te tornen. M.a.w., hoe meer mensen men verenigt, hoe groter de kans op ontsporing. De stem van de leden is zelden bemoedigend. (Dit en ...dat...) en vormen soms een telefonische belasting van activisten die het trouwens goed bedoelen. Een voorzitter is een mére: Burgemeester en moeder tezelfdertijd. Twee luisterende oren hebben meer zegkracht dan die ene, sterkste spier van ons menselijk lichaam. (Tongspier)
Een voorzitter zou moeten beschikken over een macro-bestendig doorgeefluik, maar de disgenoten zijn soms karig aanwezig op gevaar af dat er zich, na verloop van tijd, een micro-bestendig klimaat ontwikkelt en.... als 'wrevelig' overkomt bij sommige bestuursgenoten. (Het d.b.)
En toch hoort bij het voorzitterschap een be-koor-lij-ke taak. Dit zou nogal spijtig zijn mocht dit over het hoofd gezien worden.
Een eigen kandidatuur is nog geen bevestiging van het te worden. Men wordt gekozen onder de bestuursleden.
Een erkenning naast een virtuele infectie.
Een uitdaging het welke je niet wil ontwijken en ...'een Abba' laat zijn kinderen niet in de steek.
Een brede rug, reeds geballast door psycho-humane bezorgdheid, (niet zelden familiaal) moet plaats vrijhouden voor bagatelle, obscure koorinterventies.
Maar aan de voordeurklink hangt steeds het label: A.U.B., stoor me.
Voor mij ligt een oude, waardevolle, verkreukte fotokaart van Stekene, met zicht op onze straat (polenlaan) waarbij onze buurman Raphaël (De Potter), mijn Vader en ikzelf, met 'bananenbroek', 'bretellen' 'veloschoenen' én een 'spieke' (kort geknipte haardos) fier stonden te modelleren. (1957)
Een 'portrettentrekker' die net voor het standbeeld opgesteld stond en er zo stads en vreemd uitzag, gaf de indruk gans de polenlaan te fotograferen en dat allemaal uit zo'n klein toestelletje.Hij had geen bezwaar tegen onze aanwezigheid en wij gingen, zoals dat gebruikelijk was bij het nemen dorpsfoto's, midden op straat staan om zeker te zijn vereeuwigd te worden.
En die man die kende zijn werk: vanaf de vrij grote winkel van Martha Steel, (hoek stadionstraat) en café 'Belle-Vue' (café) tot een heel groot deel van de polenlaan was in het vizier gezet.
Ik denk niet dat deze post-kaart-foto rijkelijk verkocht is geworden, althans ik heb hem maar eenmalig 'tegengekomen' en die hangt, vergroot
in mijn kamer.
Om en rond de marktplaats woonden: 'Miekenleer', 'Masta Zies', de gezusters Nobels, (café) 'Den Anker', (café) 't Jef Nobels, 'Beir Scheunweer', (coiffeur) de'n unieke 'greust' van Edgarken, 'De Graaf van Vlaanderen', (café bij Lady Weyn) Mr. Van den Broeck, (textielwinkel)
'Stiene de Klootere, (beenhouwerij en voordien gewoond op de Polenlaan nr6, veehandel Demedt) de gebroeders 'Veugeleirkes', en menig anderen. Ieder van hen had een waardemeter in het dorpsleven. Iedereen wist van iedereen wel wat te vertellen en men verdroeg dat van elkaar.
Op warme zomeravonden kwam men samen en staande of meer nog, gezeten voor een of andere woning en wisselde men de laatste nieuwsberichten uit. Tot 22u....want dan vloog de'n (kerk-) uil, elke avond, vanaf het gemeentehuis richting kerkstraat en was dat het sein
De talrijke dorpsverhalen doen je denken aan een vervlogen verleden zoals dat van 'Sooi' toen hij, flink aangeschoten, van de kermis terugkeerde en
zijn laatste 'kourtjeskluit' (25 centiemen) in de bus van het St-Antonius-kapelletje (St-Jozeflaan) trachtte te deponeren en onmiddellijk daarop prompt een luid en duidelijk antwoord hoorde: "Dank U wel...., Sooi"!
Het waren twee kommiezen (douaniers) die aan de achterzijde van het kapelletje stonden te schuilen tijdens hun diensturen, maar ....'Sooi' had deze niet opgemerkt.
'Sooi', stante pede ontnuchtert en een beroerte nabij, nam zo snel als enig zins in zijn mogelijkheden lag, zijn 'steunfiets' en waggelde in de richting waarvan hij dacht dat dàt de kortste weg naar huis was in de heilige overtuiging dat er en mirakel met hem gebeurt was.
Hoe 'Sooi' het ook tegen Gusta trachtte te verhalen waarom hij 'deze' keer te laat thuis was, was voor Gusta de zoveelste 'onnozele' praat waaraan zij
geen minste aandacht of verstaanbaarheid gaf en bleef, als feministische tegenprestatie... weer dagen zonder beeld en klank, maar daaaaar was 'Sooi' al lang aan gewend. 'Sooi' bleef voor de rest van zijn leven overtuigd van dit miraculeus gebeuren.
Foto: Ralph Benatzky (Componist 'Im weissen Rössl')
Ik herinner dat enkel tijdens de kermis (kerkmis) bij ons thuis een 'kortlet' mocht gekocht worden tegenover de traditionele, vette, goedkope 'carbonade'. Het kermisvlees werd dan klaars gemaakt in 'madeira-saus om duimen en vingers af te likken. Waarschijnlijk kwam dat recept nog uit het kookboek van 'den boerinnenbond'.
Ons Moeder vroeg dan telkens: "Tony, rijd eens om drie magere korteletten bij Mieke'n"? Vroeger en nu nog dacht ik altijd dat mager iets was met weinig vlees aan. Ik moet toen een jaar of twaalf geweest zijn en talrijke Stekenaars herinneren zich nog dat zij bij 'Caar De Ruiser' elke dag hun fiets konden stalleren tegen 5fr.per week. (Zij die te St-Niklaas of elders werkten en met het openbaar vervoer zich verder verplaatsten.)
Elke vrijdagavond stond ons Moeder dan elke bus die van St-Niklaas kwam op te wachten om het 'velogeld' te ontvangen.
Er waren er ook bij die 'toevallig' de vrijdag hun fiets niet stalleerden maar...de week daarop had ons Moeder hun bij de kraag en op een niet al te beleefde manier hen verzocht alsnog hun 'boete' te vereffen. Ik kende dat uit persoonlijke ervaring, weliswaar op andere vlakken...
Mijn Vader had er later iets op gevonden om bv. des winters niet meer buiten hoeven te staan wachten en installeerde een blikken busje tegen de muur met een kanaaltje dat rechtstreeks uitgaf in de 'keuken'. En als iemand 'riskeerde' er een 'kourtsjeskluit' in te deponeren i.p.v. 5fr. werd hij/zij steevast opgewacht bij het ophalen van de fiets, weerom begeleid door een flinke scheldpartij dat iedereen kon horen.... en terecht trouwens.
en ook nog; het kwam zoet binnen. Het verschil in val-geluid tussen 5fr. en 0,25 centiemen leer je vlug......
Ik had dus dagelijkse keuze tussen een resem 'velo's' van diverse pluimage om de 'korteletten' bij Mieke'n te gaan halen alhoewel het eigenlijk niet zo ver van bij mij thuis was. Ik koos een fiets met een veel te hoge 'buize' en een zadel waar ik geen blijf mee wist, maar ja....het toonde vrij stoer.
Ik had daar een rede voor want, naast Mieke'n woonde een keurig pensionaatsmeisje.
Ik was verliefd op haar,... ik beschouwde haar als 'mijn lief'.... maar zij wist het niet. Aan mijn klasgenoten vertelde ik het in alle tonaliteiten want wie geen 'lief' had was niet bij de tijd en bovendien...mijn 'lief' zat op pensionaat waarmee ik hen nog duidelijker de pas afsneed.
Die bewuste zondag 'koerste' ik in grote 'potversnelling' naar de'n beenhouwer bij Mieke'n, in de hoop dat ik 'mijn lief' op straat tegen zou komen. Alsof het mij was ingegeven; zij stond daar, samen met haar vriendinnetje te keuvelen voor hun pronkrijke gevel.
Ik trapte de pedalen van mijn fiets in derde versnelling met een air alsof ik met het grootste gemak, zelfs Fred De Bruyne zou kunnen voorbijsteken om zo haar aandacht op mij gevestigd te krijgen.Tevergeefs.
Ons Moeder had mij een 'kaabaa' (vierkante platte boodschappentas) meegegeven maar ....deze schoot tussen de spaken van mijn wielen en alles blokkeerde. Als over kop maakte ik kennis met de kinderkopjes en dit had zij wél gezien.
Met een tomatenhoofd en een blauwe neus stond ik op, alsof ik Johnny Weismüler in hoogst eigen persoon was en ... zo'n schrammetje mij
niet deerde. Ik moest vooral geen 'gezichtsverlies lijden en ..alhoewel mijn hoofd duizelde stapte ik redelijk gezwind bij Mieke'n in de winkel binnen.
Aan de'n vrij hoge 'toog' met opvallend blauw-Delftse tegels bestelde ik de opdracht: "Drie korteletten en mijn moeder heeft gezegd dat het magere moesten zijn." Mieke'n, zelf klein van gestalte, antwoordde dan: "Ha...'t is ons Tonneken." Elk kind kreeg van haar altijd een bolleken gehakt als snoepje. Tezelfdertijd zag zij dat mijn hoofd licht bebloed was en riep haar man 'Ston' erbij.
(Zijn werkelijk naam was Gaston Ysebaert die, onmiddellijk na de tweede wereldoorlog in ietwat duistere omstandigheden vanuit West-Vlaanderen in Stekene was verzeild geraakt.) Een man die zeker niet de tippen van zijn schoenen kon zien omwille van zijn grote gestalte en corpulentie en zolang ik hem mocht kennen, steeds een propere beenhouwerskiel droeg en de bestellingen aan Mieke'n overliet.
"Met een nat washandje zou dat zeker vlug helpen" zei Mieke'n overtuigend en daarmee kon ik het stellen.
Veertig jaar later ben ik Gaston gaan bezoeken, nog steeds op hetzelfde adres in de kerkstraat maar de vroegere winkel was inmiddels een zeer kwalitatieve, eerder monastieke leefruimte geworden. Aan de muur hingen vier, met koper omkaderde gezegden:
Gaston zat onderuit in zijn 'chesterfield'-zetel en staarde naar de foto die stond op de fraaie eiken balk boven de open haard.
Naast de foto hing een tekst die Gaston gekregen had van de pastoor t.g.v. zijn afscheid van het kerkkoor:
Een keurig woord,
een krachtig lied
dringt door tot in het hart,
ook al zingt men zelve niet.
De foto zelf was genomen op de trappen van de basiliek van Lourdes. (Frankrijk) Het was een eerste buitenlandse reis na meer dan veertig jaar 'commerce' die zij samen ondernomen hadden. Ze zouden nu kunnen genieten van een welverdiende rust met uitstapjes en af en toe een dagreisje daar hun beider gezondheid, volgens 'den doktoor' optimaal was.
't Was hun eerste maar ook hun laatste 'tocht' samen.
Ik voelde dat ik Gaston niet direct uit zijn gepeins mocht halen en nam, ongevraagd, plaats op een van de gewatteerde stoelen en ....luisterde.
"Ze Tony 'jong', 'k woon nu al meer dan vijftig jaar op Stekene, da's voorbij gevlogen. Als je jong bent denkt ge daar niet aan ...ho... da's nog heel ver weg denken zij dan. Nu het 'gepasseerd' is, overdenk ik wat er allemaal gebeurt is in al die jaren en eigenaardig, ik kan het me nu beter voorstellen dan jaren geleden. Ook 's nachts, tijdens het dromen beleef ik mijn jeugdjaren opnieuw....en nu zéker ...nu ons Mieke'n overleden is vandaag juist één jaar geleden. Ze mochten mij allemaal voorgaan om te sterven maar nu begin ik er anders over te denken...."
Toen wij onze winkel hier begonnen, was dat 'den enen klant na den anderen'. We verdienden goed onze'n boterham en hebben elk jaar wat opzij kunnen zetten.....en waarvoor heeft het nu eigelijk gediend....? 'k Was jarenlang stichtend of of medebestuurslid van verschillende 'bonden' hier in Stekene onmiddellijk na de'n oorlog en ...al zeg ik het zelf, de aangroei van de leden steeg behoorlijk ...maar wat ben ik er uiteindelijk mee?
'k Zit hier nu alleen met een foto en een televisie ....dag in dag uit.Voor de rest zit ik hier tussen vier muren....en da's erg...ge zoudt er de muren van oplopen en de 'bonden', waar ge zoveel voor gedaan hebt laten u vallen gelijk ne'n steen.
Ons Mieke'n heeft vele avonden alleen gezeten omdat vergaderingen mij 'opeisten'.
Toen ons Mieke'n nog leefde besefte ik dat niet maar als ge alleen valt, begint ne'n mens te peinzen.
Ge moet dat eerst meemaken vooraleer ge daar over kunt praten. Mijn leven is nu ook gedaan...'k wil vlug naast haar liggen op het kerkhof.
Het is een troost dat ik niet alleen ben in zo'n situatie maar een schrale troost.
Had ik dat allemaal toch maar beseft we zouden veel meer van het leven genoten hebben. We hebben het goed gehad in de 'commercie', maar nogmaals, wat ben ik er nu mee? 'k Heb drie eigen huizen en 'k heb niets tekort alleen dat ene: af en toe een 'klapken' is goed genoeg.
We hebben spijtig genoeg geen kinderen en dat heeft Mieke'n ook gekwetst al heeft zij dat nooit laten blijken.
(Dit, beste lezer, kan ik getuigen want, kinderen gingen graag bij Mieke'n naar de winkel ...omwille van dat 'bolleken' 'gekapt'.)
Ja, ja, de'r komen hier 'amets' (soms) wel eens een weduwe binnengevallen maar da's enkel om te 'lutzen' (ondervragen) hoeveel ik, bij manier van spreken, op mijn rekening staan heb.
En Gaston vervolgde: "Toen ons Mieke'n nog leefde ging de'n telefoon nog af en toe van vrienden en kennissen ....nu belt er niemand meer, 't is alsof ge van de'n wereldbol verdwenen zijt. Vriendschap da's een heilig woord en een woord van iemand is heilig als vriendschap....maar een mens wordt daar soms diep van ontgoocheld.
Ons Mieke'n had heel graag kinderen gewild. 't Zou voor ons kinderen niet goed geweest zijn bij manier van spreken, zij zou ze véél te véél verwent hebben. Zij heeft daar, in stilte, diep onder geleden en méér dan geleden...., maar, het was medisch niet verantwoord....en om verder te gaan, in enen bond zou ik graag mijn laatste levensjaren gesleten hebben en dat was het kerkkoor.
Ons Mieke'n moest dan haar plan wel trekken in de winkel als er een begrafenisdienst (uitvaart) was, want dan ging ik meezingen.
Sedert ik in Stekene woon was ik lid van het koor, maar... op een normale 'repetitieavond werd er ons medegedeeld dat er een herstructurering ging plaats vinden binnen de koorstemmen en ik viel er af.....
Al zeg ik het zelf; 'k was de'n beste van heel 't kerkkoor die goed zijn stem kon houden....''k was er altijd direct mee 'weg' en bovendien, ik deed het enorm graag".
"Ja, Gaston, ik kan begrijpen dat dat pijnlijk moest geweest zijn, maar onze stem gaat toch maar een tijd mee en dan moet men begrijpen dat het beste eraf is", reageerde ik in de wetenschap dat het weinig inhoud had.
Onmiddellijk hierna en om het onderwerp niet nog gevoeliger te maken dan dat het al was, greep ik nogal drastisch in met de vraag:
Gaston ,die afgelopen jaar een levenstransformatie had meegemaakt bij het overlijden van Mieke'n, dacht na.
"Als ik mijn geloof niet zou hebben zou ik alles 'ne schup' geven, dan heeft niets maar dan ook niets nog zin. 'k Heb een rotsvast eigen geloof en daar dank ik God voor. Dat ik iets zal meemaken dat boven elke menselijk denken staat is mijn geloof, maar het heeft geen zin ons dit te trachten voor te stellen.
We zullen elkaar niet zien met onze ogen noch horen met onze oren of voelen met onze handen, geen zins, maar weten dat jij het bent....met onze geest. Het menselijk lijden dat over-lijden heen is."
De periode dat ik Gaston bezocht lag tussen kerst-en nieuwjaar. Rondtrekkende kinderen wisten dat zij, bij het zingen van een kerst liedje, bij Mieke'n altijd wel een 'centje' kregen en toen der tijd zij nog de winkel runde op een ' bolleken gekapt' konden rekenen.
Gaston had in deze donkere dagen, de moed niet meer om de voordeur te openen voor de zangertjes. De herinnering van vroeger was te groot en te emotioneel. Hij heeft het nooit geuit, maar was altijd diep gelukkig dat Mieke'n zo goedhartig was tegen over de kinderen....een beetje alsof elk kind hun kind zou kunnen zijn.
In het dorp had men de indruk dat Mieke'n hartelijker en socialer was dan Gaston, maar een uiterlijk 'bazige' man heeft dikwijls een hart van 'koekebrood'...zonder veel woorden...en dat heb ik ook bij Gaston ervaren.
Gaston woont momenteel in een privé-bejaardentehuis en bij mijn laatste contact zei hij mij:
"'k Hoop dat onze'n lieve heer mij vlug komt halen....da'k rap bij ons Mieke'n ben.....".
Bestuursleden zijn de waakzame spreekbuis van soms ingehouden koristische gedachten. Koorbestuurders die bv. de voornaam niet kennen van hun leden, zijn, naar mijn gevoel, misplaatste dragers van een huidig massief cultureel patroon voor o.a. bestaanszekerheid waarvoor zij dan, met misschien blindelings vertrouwen aangeduid zijn door de leden of ...bij gebrek aan kandidaturen.
Aangeduid door hun openbare of interne spraakzaamheid, verwerven zij een al dan niet 'gezocht' waardig profiel.
Als een bestuur een ruggesteun (corset) is, schort er meestal iets aan de patiënt net zoals men een religieus boek zou kopen: om 'het' ultieme antwoord te vinden, staan er vaak meer vragen in vermeld dan verwachtte antwoorden.
Een bestuur participeert mee aan geloofsuitstraling in de dubbele betekenis van het woord: geloven in wat men zingt én geloven in de vereniging
als cultureel erfgoed. 'Zingen is dubbel bidden' een overjaarse Franciskaanse uitspraak, maar wat een kanjer van aktieverings-psyche.
Het gaat niet alleen over zingen alleen, maar: de totaliteit van het menselijk aanwezig zijn binnen bv. een Eucharistisch gebeuren.
Men verwacht van elkeen die bijdraagt tot dit 'gebeuren', dus ook van koorbestuursleden, dat zij modelleren of althans een eerlijke egocentrische uitstraling nastreven. Natuurlijk heeft een bestuur een meer dan alleen maar een mede-administratieve 'functie'.
Het 'totaliteitsbeeld' 'moet' nagestreefd worden wil men een vereniging dragen met gezonde unanimiteit.
Samen met voorzitter, dirigent, pianist/organist én koorleden, engageert een bestuur zich binnen een steeds onvoldane kunstuitstraling doch met bekoorlijke genoegzaamheid en...ontegensprekelijk aanvechtbare vocale interpretaties. Ik bedoel hiermede: de interpretatie van koormuziek uit de, voornamelijk renaissance, baroktijd. Menig dirigenten vliegen elkaar in de haren wanneer zij elkaars interpretatie horen. Elke dirigent heeft zo zijn eigen visie over een bepaald werk en ....negeert de restanten van zijn of haar voorganger en zo puilt de koormap soms na enige jaren uit van eerder ingestudeerde koorliteratuur. Vele verleden componisten zouden verwondert opkijken wanneer zij hun eigen werk zouden te horen krijgen (tevens de perfectie van het instrumentarium) anno 2006.
Maar goed, dit vormt het 'probleem' niet van bestuursleden.
Hun taak bestaat erin de totale continuïteit te behartigen van de koorvereniging, d.w.z. inclusief de 'grillen' van de dirigent. Het is algemeen geweten dat dit soms wel eens een struikelblok vormt voor menig koorbestur. Anderzijds, en ik wil dit toch wel benadrukken, dat er bij een wisselwerking van dirigenten, een gezonde situatie ontstaat, namelijk het kennismaken met diverse benaderingen van individuen bij koormuziek,
maar moet ook ....de humane (dus wars van kunst) sociale profilatie van een nieuw dirigent (leren) accepteren. Wanneer een koorbestuur slordig omspringt met de noden van 'hun' vereniging, verliest het zijn identiteit.
Dit gebeurt nauwelijks bij een bloeiende gemeenschap, maar toch ...het gebeurt.
Verandering van spijs doet eten en....een goed glas wijn drinkt men niet, men proeft er telkens opnieuw van.
M.a.w. een bestuur moet ook kunnen beslissingen nemen die niet alledaags zijn maar het totale koorleven ten goede komt.
Een ander teer punt is het aantrekken van jonge mensen binnen het koor. Talrijke koren zwoegen hiermee.
Maar, is het ook niet zo dat naast het generatie-interval ook de programmatie hierin een zeer belangrijke rol speelt? En hierin zou het bestuur een flinke medezeggenschap moeten hebben in overleg met de dirigent. Jongeren zijn niet gebrand op uiterlijk vertoon of onverstaanbare polyfonische textuur.
Decibels verdwazen nog meer hun reeds lichamelijke beperktheid (gehoorschade) en primeren t.o. 'goed bedoelde partituren' uit een grijs maar daar tegenover zeer waardevol verleden.
Gedécoleteerde tekstuele christelijke schrifturen bieden geen soelaas meer voor morgen. Anderzijds, indien er een stevig antwoord zou
bestaan, bestaat het gevaar voor een vervroegde suïcidale aanslag.
Dilettanten bevinden zich in een abrikale vestiging waar het goed vertoeven is en voelen geen concurrentie tegen over de professionalist.
De geschiedenis herhaalt zich telkens opnieuw. Een volle zaal toehoorders met amateuristische uitvoerders, schenkt meer bevrediging dan een half lege zaal met bv.semi-professionelen. Allereerst zou men over de nodige infrastructuur moeten beschikken! (?)
Het is nog steeds beschamend dat de gemeente Stekene wel over een mooie sportaccommodatie beschikt (terecht) en geen multicultureel centrum. Een teer punt wat al jaren aansleept en bestuursverenigingen kwetsbaar maakt bij goed bedoelde initiatieven.
Op vrij korte tijd kwam er een atletiek piste op Stekene. Gevolg, naast de gezonde sportbeoefening, waren er tevens de resultaten voor een vrij grote groep jonge sporters.
Blijkbaar is er wel nood aan ...maar een gebrek aan doortastende argumenten naar de sponsers toe.
Betaalbare concepten ( en dat ligt in de kunstwereld meer dan gevoelig) en infrastructurele mogelijkheden zouden een meer dan welkome 'cadeau' betekenen voor initiatiefnemers (bestuursleden) en men zou zich niet moeten beperken tot regionale uitstraling, alhoewel dit ook op zichzelf
Parochiale koren voelen geen hinder wat betreft een 'onderdak'. Integendeel, zij hebben keuze's indien zij multi-parochieel zouden kunnen functioneren. (2006?) en, om de c.d's. te bannen uit wat een liturgie zou 'moeten' zijn, m.a.w. uitgenodigd worden tot het actief beleven, dan mag het denken over een pluralistische koorgemeenschap niet ver weg zijn.
Bestuursleden moeten overwegen 'draagmoeder' te zijn van toekomstige volwassen volgelingen en hier herhaalt zich opnieuw dat gevoelige punt:
hoe dit in realiteit brengen? Reeds eerder is gezegd geworden dat de programmakeuze (polyfonische liederen) heel gevoelig ligt bij 'jongeren'.
Een pasklare oplossing is er niet. En,.... is het U nog niet opgevallen dat jonge, talentvolle dirigenten vaak grijpen naar iet-wat moderne compositie's, dikwijls meegekregen vanuit hun opleiding of compositorische vorming als toekomstig musicus?
Zeker niet iedereen (koorlid) is vertrouwd met deze modernistische benadering en uitvoeringspraktijken.
Koorjubilarissen staan soms wel eens argwanend tegenover 'the new art'.
In de kunstgeschiedenis is het er nooit anders aan toegegaan dus...is er niets nieuws onder de zon.
Ikzelf heb met lede ogen moeten ervaren dat er een stille exodus van jong-volwassenen ontstond bij een aanhoudend instuderen
van klassieke (populair-klassiek) koorcompositie's. Alles was begrijpbaar maar...'k'had toch stil verdriet....'.
Ik voelde mij in een steppe, op zoek naar een oase.
Een pasklare consensus lag niet voor handen en eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen, mijn kwaliteiten lagen op dat vlak (moderne koormuziek) eerder aan de krenterige kant.
Voorzitter, bestuur, dirigent en instrumentale begeleiding bij opluisteringen of concerten, vormen de hartslag van een muziekvereniging maar...
zonder uitvoerders sta je nergens. Eigenlijk bepalen de leden de 'groei en bloei'. Het verwachtingspatroon van deze laatsten ligt
differentieel, afhankelijk van de waarde (koorbeoefening) die het individu er aan geeft.
Hapjes en drankjes mogen een aangename verpozing vormen maar geen opvulling zijn van een eerder 'slappe' bestuursvergadering want dan ontstaat er erosie.
Een ander teer punt waar menig koorverantwoordelijke mee te kampen heeft is; het aantrekken van jonge kandidaat-koristen.
Niet altijd verantwoorde lied keuze's kunnen 'rebellerende' jong-volwassenen misschien meer overtuigen dan een wekelijks engagement van onverstaanbare polyfonische vreemde en bovendien antieke koorliteratuur, hoe waardevol deze ook moge wezen. Een koorbestuur moet al zijn 'artistieke' verleidingstechnieken bovenhalen wil dit resulteren in een aangroei van de zo begeerde jong-enthousiastelingen.
Dit is niet eenvoudig. Waarom?
Er is een verdoken generatiekloof, zowel wat het familiale betreft als het programmatische. (Jonge gezinnen hebben het moeilijker een keuze te maken tussen een ongeschreven huishoudelijk regelement en een 'ontspannen' door-de-weekse avond-verpozing.)
Dit punt ligt natuurlijk gevoelig bij dirigenten die 'scanderen' dat een koorrepetitie geen ontspanning maar wel degelijke een inspanning verreist en ...dat is zo!
Het gevolg hiervan is: dat een bestuur, met wellicht enige moeite, maatregelen moet durven treffen, weg van hun identiteit maar in het belang van de 'medebewoners'. Ik bedoel hier mee, bv. het opvallend absenteïsme van steeds dezelfde leden die toch durven meegenieten van praktikale, financiële voordelen of ....a-sociale, afstandelijke ongeintrigeerdheid vertonen.
Geef erkenning,.... vertrouwen aan koorleden, spreek hen aan met hun voornaam en zij krijgen vleugels, ook aan diegenen met matige stemkwaliteiten en dan druk ik mij in alle bescheidenheid uit. Spreek hen aan met hun voornaam en niet over "de dié of.... de'n die'n...". Het behoort tot de totaliteit van het engagement als 'bestuursfunctionaris. Uiterlijk vertoon is een substantieve vorm van innerlijke kwetsbaarheid.
Stembanden zijn substantieve, onderdanige impulsen van een ...ergens reactionair hersenbrein. Op een totaliteit van 100%, amper 0,1%.
Een miljardennota binnen een absurde levensverwachting. Terloops, 97% van onze hersenen moeten nog ontgonnen worden.
Een bestuurlijke vraag zou kunnen luiden: "Wat heb ik gedaan....?" maar zou veeleer moeten luiden: "Wat zou ik nog kunnen doen....?".
Als je de schaduw bekijkt zie je de zon niet. Vele kunstreferaten verwijzen naar het verleden, belichamen het heden en morgen is tijdloos...
Een poort of abri om zich achter of onder te verschuilen. Indien er een bewuste individuele bestuursaanwezigheid is en gekoppeld wordt aan collectieve uitstraling, test het een persoonlijke overtuiging in het kader van algemene volgzaamheid!
Een bestuurslid mag zich niet enkel draperen met volgzame mensen die wekelijks een zoektocht ondernemen naar een beperkte zaligverklaring.
Hij/zij bevindt zich in een relatief precaire situatie, m.a.w. enerzijds, het zich nuttig voelen binnen een gemeenschap met ideologische streefkracht en anderzijds, het ontoerijkbare vermogen naar die onvatbare, 'verdomde' LAT- kunstrelatie. En toch is dit dualisme een gezonde situatie. Waarom?
Het streeft naar een voldoening...., het zoeken naar een collectief antwoord op datgene waar men zich wekelijks voor inzet en...dat toch nooit vatbaar is.
In mijn dankbare dirigentenervaring mocht ik genieten van muzikale hoogdagen. Uiteraard,... maar eveneens keek ik uit naar de bestuursvergaderingen. Daar werden de toekomstige activiteiten besproken. Niet dat voorzitter, bestuur en ikzelf telkens op dezelfde golflengte zaten, maar dat werd snel bedekt met: wat leek een soort (moderne) 'baby-borrel'-receptie. Altijd goed bedoeld en bovendien, elkeen had een uitstraling van bezorgde aanwezigheid gericht naar 'behoeftige' koorleden.
Samen (bestuur en koorleden) hebben wij mogen ervaren dat operette- en operamelodiëen het absenteïsme trotseerden en hebben mij verleid de ingeslagen weg grotendeels te blijven volgen. Een ander soort voorstelling: het werd populair klassiek met behoud van traditionele literatuur.
Sporadisch werd ook het deelnemen aan koor tornooien te berde gebracht.
(Operette-melodieën zijn nu eenmaal niet populair in een koor wedstrijd)
Voor veel verenigingen zijn de hieraan verbonden financiële gage een welkome bron van inkomsten waar zij zich maanden voor moesten inspannen.
Ikzelf ben mij terdege bewust van het label dat aan een tornooi verbonden is, .... ook met ontgoochelingen moet rekening houden,
gelet op de geleverde inspanning.
Jury en dirigenten zijn soms collega's van elkaar en je begrijpt het al....het is niet wat ge kent maar wie ge kent. Tot zelfs in de hoogste regionen van de internationale muziekwereld. Natuurlijk moet er enig niveau zijn, maar ikzelf heb jarenlang ervaren dat, bij twijfels over de gepresteerde voordracht van een kandidaat, het vaak richting positief ging als men de titularis 'kende' ....!
Nee,.... voor mij geen wedstrijden omwille van a-objectieve karakter.
Voor het Ruysscheveldekoor doet dit eigenlijk weinig ter zake vermits zij kunnen rekenen op het regelmatig 'gesponserd' opluisteren van voornamelijk uitvaartdiensten.
Vanaf begin 20-ste eeuw, vertoeven koor programma's in een modernistisch landschap of althans heeft men een keuze: modaliteit naar rato van de kwaliteiten van het koor. Muziekgeschiedenis laveert zich aan dergelijke 'toestanden' maar de verantwoordelijke (dirigent) opteerde meestal voor een 'Perosi' opdracht. Ik bedoel hiermede: overwint de 'boerenzaal' de aula? Of nog anders; is de keuze van de dirigent bepalend en doorslaggevend t.o. bestuur en koorleden? Leven sommige dirigenten niet in een fictieve eufonie wat de keuze van de koorwerken betreft?(Moeilijkheidsgraad.) De nuchterheid van een bestuur kan voor een zalvend soelaas opteren, maar ik zou niet in hun schoenen willen staan.
Het nieuwjaarsconcert in Wenen bekoort miljoenen kijkers. Herkenbare melodieën doorbreken terecht of niet, het dagboek van modernistische
muziekliteratuur en dikwijls stel ik mij de vraag waar de concurrentie ligt tussen het muzikale genot en een: "Ziet ge mij.." toestand.
Och, beiden zullen zich met elkaar kunnen verzoenen ware het niet dat de musicus soms in een andere leefwereld vertoeft.
Zonder misprijzen, maar bestuursleden hebben vaak een niet zodanige muzikale bagage als een dirigent, enfin dat veronderstel ik toch.
Dit wil daarom niet zeggen dat de inspraak van besuursleden minder efficiënt zou moeten zijn.
Ik geef een voorbeeld: bestuursleden zijn vaak meer betrokken bij het plaatselijk gebeuren,... het reilen en zeilen op een gemeente dan een gastdirigent en dit verschil is toch niet onbelangrijk.
Opvallend is; dat in de instrumentale wereld het afhaken van een dirigent vaker voorkomt dan bij vocale ensembles.
En toch is dit, in het geheel gezien, niet slecht. "Verandering van spijs doet eten...".
Heb je tien dirigenten, je zult tien verschillende benaderingen hebben van: gestiek, interpretatie, instrumentale ervaring...en vooral dat bijzondere element: de humaniteit; het verstaanbare overbrengen van kunst wat op zichzelf reeds zo moeilijk is.
Muzieknoten zijn maar een bewegwijzering naar hoofdzakelijk: gevoel's uitingen.
Kunst laat zich niet analyseren, men kan er ten hoogste over spreken.
Hogere schriftuur is een summiere weergave van datgene waarin ik mij als dirigent, gedurende 29 jaar mocht profileren en ook een beetje 'profiteren'.
Een bestuur moet zich soms acrobate 'toeren' uitvoeren met onder zich een 'netkous' voor veilige landing; een voldoening of desolate ontgoocheling.
Positivisme werkt aanstekelijk en ...voorbijgaand, negativisme griffelt zich in een niet ondergaande zon.
De boer vanachter zijn paard...
de smid tegenover zijn aambeeld....
de pottenbakker tegenover zijn roulement,
ieder zijn waarheid.
Intellectualisme is een onhoudbare 'vooruitgang',
vooruitgang zal zich steeds moeten vergenoegen met het verleden.
Vernieuwing is geen synoniem vàn vooruitgang,
maar maakt er wel deel van uit.
De bestaanszekerheid van een koor, en het totale cultuurbeleid, wordt gedragen door de motivatie van bestuursleden, inclusief gezagsdragers van een gemeente.
Het is een verzegelde gedachte waarvan ik jarenlang een stille getuige mocht zijn. Cultuur blijft een wassen beeld van wat reeds was en een fragiele gedachte van wat de toekomst brengen zal.
Daartussen ligt onze eigen boetserende hand, zowel individueel als collectief.
Stekense cultuurhistorische uitstraling met korte, hevige gemeenschapsondersteuning (bv. de uitvoering van de Matthäuspassion) zouden voor een koorbestuur modelleerend moeten werken. Autonomie én cultuurspreiding gaan niet samen, je hebt de andere nodig.
Helaas is er in 'mijn' gemeente weinig plaats voor een dergelijke ideologische gedachte. Een partij-politiek engagement verstoort (-de) jarenlang een, door modale mensen opgezet en meer dan waardeerbare cultiveringsaktiviteit.
Ikzelf kan hier geen pasklare wit-zwart oplossing verzinnen, hiervoor liggen de wonden te diep. (Presentatief)
Ik wil ze graag nog eens opsommen: bouwkunst, schilderkunst, beeldhouwkunst, muzische kunst én literatuur.
Misschien is Stekene wel een té groene gemeente....!
Toch .... is er gedurende de laatste tien jaar (?) en positieve kentering waar te nemen. (Maar dit is een ander hoofdstuk waarover ik het graag in een andere blog zou willen hebben.)
Daarvoor o.a. 'dient' een (koor)-bestuur. Zij hebben een bevoorrechte plaats gericht naar dienstbaarheid binnen een geïnteresseerde gemeenschap.
Zij vormen de hartslag... en laat hen, in Gods naam, niet verdwalen in een labyrint van vertwijfelde medebewoners en sympathisanten.
Het herfstseizoen was al een flink stuk opgeschoten toen een fris najaar's zonnetje dermate prikkelend op mij werkte, dat ik zeer uitzonderlijk de fiets nam en de 'Stekense vlasroute' op zijn landelijkheid ging testen en inderdaad, zonder problemen volgde mijn vehikel het geasfalteerde pad onder de ommorika's en dennennaalden door, tot mijn aandacht werd gevestigd naar een alleenstaand bouwvallig huisje.
Ik wist dat een zekere Ward daar woonde. Ik kende hem nog van jaren geleden toen wij thuis nog 'café' hielden...aan de markt.
Ward kwam er steevast, elke zaterdagnamiddag nadat hij van de autobus was gestapt, zijn serie 'exspors' drinken. (Ward was dokwerker)
Weinig mensen hadden behoefte hem eens te gaan opzoeken.
Zijn familie was vervreemd van hem. Zijn vrouw, die hem één dochter en drie zonen 'schonk', was meer dan dertig jaar geleden overleden.
Enkel Maria (er was geen enkele familiale band met haar) had een zeker privilege. Je zou haar de communie geven zonder te biechten te gaan.
Op een vaste dag in de week fietste zij naar een winkeltje net over de Belgisch-Nederlandse grens voor Ward z'n aller noodzakelijkst levensonderhoud.
Ik kon niet nalaten bij Ward even binnen te 'springen'. Alvorens ik de kans kreeg op de achterdeur te 'kloppen' werd mijn aanwezigheid door een hondegeblaf aangekondigd en zo te horen....geen pekineesje...!
"Ja ....wat is't?" riep van binnenuit een ietwat brute stem. Ik ben het....Tony De Ruysscher....de zoon van Oscar en Anna....mag ik binnen komen..?"
Geen direct antwoord wat ik als 'ja' beschouwde en hopende dat hij mij nog zou herinneren van vroegere jaren.
"Zoekt U een stoel en zet je."
In een mum van tijd had ik de woonruimte ogenschijnlijk gefotografeerd. Ward zat wat weggezakt in een, voor hem, gemakkelijke zetel.
Het éne been vooruitgestrekt en het andere op de ashouder van de Leuvense stoof.
De hond, zo tussen het merk van Tervuurse herder en een labrador, bleef onrustig onder de stoel van Ward liggen, steeds klaar om op bevel van z'n baasje drastisch in te grijpen.
"Ha...zijt gij de'n zoon van Oscar en Anna Van Gassen....van de'n Hollandse'n Heikant? Die heb ik goed gekend. Milidju, milidju....,
die heb ik goed gekend hoor. 'k Ging altijd mijn fiets zetten bij jullie zetten...weet je dat nog en.... gij zijt gij nogal gegroeid gij...!
Gij zijt toch die'n 'muziekspeler' hé?" Voor ik de kans kreeg de betekenis van 'muziekspeler' te omschrijven, vervolgde Ward zijn verhaal.
"En weet je dat nog, in jullie's 'café'....daar altijd een vrouw van de markt, (zaterdag's) ze verkocht prei en saladeplantjes en hield haar kraampje in het oog vanuit ons café. (Haar kraampje stond er inderdaad af en toe verweesd bij.) "Zij had een hoofd gelijk een 'koppenjager'...een echte 'wanne'."
Ik waag mij aan een poging de taal van Ward om te zetten in het Steken's dialect.
"Zoek 't ou ne stoel en zet ou".
Ha, gij zij de zeune van ...."
"die ak goe gekaent, ging altij mijne vélo bij ulder zett'n, wete da nog....gij zij gegrued..."
"En wete da nog in ulder café, dat'er altij un vra zat van de mart, ze verkueupte prei en salouplantses, ze altij mé ne kop gelijk ne koppejouger, un echt wanne, ze was maor goe genoeg om mee ur tremen op de stoof te zitt'n, kruisken of deuzonde as't nie waor is.
jou, da was ne scheune tijd. De jonge gasten mangelden laveurs aon 't kabien van de stousiestraete.. amets zouten't em ur bovenaorms oppeen vlogen de peetsesschoenen naer ulderen kop, omda 't ur teveel gefuukt en gesaleurd wier in 't peutzen of bozzeken schieten terwijl da 't ter den iënen of de'n ander'n kwiebus op ston te geileugen of te kivvezakken... die krawuteleirs da ze zagen...zeg dakketikke ou gezéé aen en veur nekourtseskluit konde twintig laveurs mangelen. Sooë de zeun van dike'n wuus, die at altij sparrewuuters in z'n zakk'n om te kun'n smijten as 't neudig was, miestal vreef ij die nog ies ieest over z'n snotkiëse.....
Nou gou'k iëst m'n eirebozzeken nieker zoek'n want subiet is't weeral ouved en 'k moet nog vanaales d'oene. Milidjuu, waer ek m'n talleure bergsepielepap nou weer gezet, da's ier ammets soms ne'n annekesnast ja.
Behoefte, behoefte, eet'n ze da mee ne lepel misschien...dur moe hier genenen op mijn'n 'n of kom'n, ze'n ier niets verloren, derbei, gij pest toch nie zekerst hé da onze'n lieve'n eer in ne peireleir geboren is hé....
Een bestuur wordt gekozen door de leden en normaliter hoort een dirigent daar niet bij. Het is aan de bestuursverantwoordelijken een dirigent aan te duiden, tenzij de 'statuten' dit anders zouden vermelden, bv. door de voltallige koor aanwezigheid, maar dit lijkt mij geen haalbare kaart noch gezonde situatie.
Nochtans heeft een dirigent een ongeschreven machtspositie die hij/zij, naar eigen goeddunken, 'moet' invullen.
Men verwacht van de dirigent dat hij/zij z'n duifjes tortelt, niet teveel, niet te weinig. De vruchtbaarheid van een fruitboompje kan genoeglijke beeldvorming verdragen naar de koorleden toe en vormt een mogelijke toegangspoort mét een bv. humaan-artistieke uitstraling vanuit de dirigent zelf, maar ...daarmee... ben je er nog niet wat betreft collectieve tevredenheid.
Elke dirigent heeft een eigen voorkeur naar de kwaliteit van de koorwerken toe maar houd evenzeer rekening met de mogelijkheden die een koor aan kan wat evident is.
Inderdaad, een dirigent vormt de hoofd-toegangspoort. Hij/zij bezit een aureool van monopolisme en ontwijkt één of meerdere jaren een verloofdencursus. (Intern overleg)
Het kan hem/haar onverwachts een imago bezorgen 'onhandelbaar' te zijn, althans in de ogen van 'disgenoten' of....kan kathedraal-hoge toppen scheren of....of ....!
Vandaag een hosanna en morgen: " Kruisig hem"!
Dit gebeurt natuurlijk minder vaak bij amateur verenigingen in vergelijking met professionele groepen. (Je zou er versteld van staan.)
Hij moet zichzelf privilegiëren door zijn lied keuzes. Koor- en begeleidingsinterpretatie's zijn zijn alleen heersend domein, al dan niet geteisterd of bewonderd door medebewoners.
Niet altijd even gemakkelijk....wanneer hij/zij zich bovendien ook nog moet ontfermen over bijvoorbeeld organisatorische aspecten.
Zoals een bestuur zijn verantwoordelijk moet opnemen, zo geldt dat ook voor een dirigent. Hij/zij weet goed genoeg dat zijn werk vanuit verschillende invalshoeken kritisch wordt geobserveerd. Dit hangt grotendeels af van de gekarakteriseerde ingesteldheid van elk individu.
Eventuele inspraak moet verdraagzaam geassimileerd worden gericht naar 'een goed gevoel'. (Totalitarisme)
'Vandaag' krijgt een amateur-dirigent een steeds moeilijkere, concurrentiële opdracht vanuit de bachelor's en master's-opleidingen en geloof me, deze jong-getalenteerden komen er aan, zowel op instrumentaal en vocaal, als op compositorisch vlak.
Daarentegen voelen jong afgestudeerden zich weinig aangetrokken door een 'senioren koor' maar gebruiken dit aan als springplank (opstapplaats)
naar de 'scala van Milaan'. Het vormt een vrijblijvende 'training' met soms een welkome, financiële tegemoetkoming.
Daarenboven ontvangt deze jongeling een tribunaal applaus waarvoor hij/zij de rug keert...
De ivoren toren van de dirigent is beeldspraak geworden. Laat-middeleeuwse vestigingen tonen imposante verdedigingstechnieken zich onbewust van latere toeristische aantrekkelijkheid.
Een dirigent maakt 'misbruik' van een dichter, misschien eveneens van een componist, maar hij blijft toch maar de uitgever van het
'waarde materiaal'. Waarom?
Een perfecte uitvoering tref je nooit..., het is steeds een benadering van...(en dat maakt 'kunst' zo boeiend en tevens onmenselijk) en de 'creator'...hij mag zich niet uiten in een persoonlijke,objectieve ontlading.
Een dirigent heeft meer dan alleen maar een 'voor- en nazing'-functie.Een verantwoordelijkheidsfunctie, en hierin schuilt het woord 'woord' dat hij moet boetseren tot een gevoelsmatige tonalisatie.
Groot meesterlijke preludia en fuga's van bv. barokaanse grootmeesters op een elektronisch Johannesorgel vertolken,
(hoe verleidelijk deze naam ook moge klinken) is even 'zondig' als een restaurateur die een ' elexier d' Anvers' serveert met een stevig 'Leffe'.
Dirigent, Jef Van Hoof vloekte alle Goddelijke, mystieke en fictieve personages bijeen, met hun al dan niet aanspreekbare titels, wanneer er onder de toon werd gezongen. Eigen aan deze Vlaamse componist met zijn uitgesproken, niet al te christelijk vocabularium, straalde hij een overtuiging uit die menig aanwezige op het St-Jansplein (zangfeest) in Antwerpen niet onberoerd liet. Zijn gevraagde aanwezigheid als status symbool van Vlaamse liederen, gaven hem verbale overtuigingskracht door ieder aanvaard. Dit past wel voor massazang, maar is, intern, weinig bespreekbaar.
Sommigen onder ons zullen zich nog de generale 'repetitie' in Gent herinneren ter voorbereiding van de concertuitvoering 'im Weissen Rössl' van de componist Ralph Benatzsky. Als dirigent overtuigde Prof. Duliez ons met zijn accurate opmerkingen over 'hoe het zou moeten klinken, maar sommigen, o.a. ikzelf, vibreerden meer van schrik dan vanuit een natuurlijk stemgebruik....!
(Even had ik het vervelende gevoel met 'acute stemband-poliepen' opgezadeld te zitten.)
Ik bedoel hiermede: elke dirigent benadert een koorwerk op zijn geëigende manier en niet steeds volgens de modale aanvaarding van de koristen.
Nog een voorbeeld waarbij de labiliteit van een dirigent op de proef kan worden gesteld.
Al-oude podatussen, clivissen enz. (gregoriaans)..zijn, vanonder een monnikskap, onderhevig geweest aan de grilligheid van de dag.
Een uitsluitend 'mannen jargon' waarvan wij eeuwen lang de naweeën nog ondervinden. De 'verificateur' stelt zich ontvankelijk op te midden van getuïlereerde tochtgenoten. Het moet voor een dirigent toch een onveilig gevoel geven, maar ... hij staat niet alleen. De vrouw in een koorgemeenschap, is overwegend in de meerderheid. Dit is voor een dirigent misschien wel be-koor-lijk maar niet altijd een even gemakkelijke opdracht. Sinds een halve eeuw is er een emancipatie binnen het koorleven waarneembaar, zelfs zo 'sterk' dat men decennia lang op zoek moet gaan naar 'mannenstemmen'. Sinds de encycliek 'Moto Proprio' (1903) en ruim daarna, had de vrouw geen zeggingskracht binnen de katholieke kerk. In de tweede helft van de 20 -ste eeuw is er een opmars voelbaar, een embryo op het domein van muzische kunsten.
Dirigente's 'dringen' zich op. (goed bedoeld) en wanneer zal een bv. nieuwjaarsconcert gedirigeerd worden door een dame, en dan spreek ik niet over hun compositorisch talent....
In een brief van Mozart, gedateerd op 14 juli 1789, getuigt hij het volgende; Een vrouw moet respect afdwingen, anders wordt er over haar 'gekletst'.
Niemand meer dan mannen spreken over vrouwen. Vrouwen hebben een stilzwijgende behoefte. Mannen uiten zich in een machtslustige dwazigheid..., huldigen zich met een gewaad van uiterlijke mondigheid..., om nadien te verdwalen in een monoloog!
"'t Kan verkeren" zei Bredero.
Persoonlijk voelde ik mij een 'God de Vader' midden en voor een aantrekkelijke gemeenschap.
Enthousiasme won het van kunst.
Tekorten kon ik weg borstelen met papyrus-argumenten. Argus-ogen vermeed ik, alhoewel ik besefte dat sommige 'opstandelingen' recht van spreken hadden. Steeds diezelfde gedachte: een zoektocht naar waarheid, ook met mijn harnas van contrapuntische en/of fugatisch allooi.
Een koor kan zichzelf etaleren door een ruime presentie en staaft hierdoor de algehele kwaliteiten van een dirigent maar ook, uiteraard, de verdiensten van een actief bestuur.
Een dirigent grijpt naar gevoelsmatige, aanvaardbare, genoeglijke en waardevolle koor literatuur. In onze abstracte wereld van moderne vocale muziek, zal een dirigent volhouden om zijn imago niet te schaden binnen een gedragen, culturele communiteit, uiterlijke immuniteit met ingehouden stille overtuigingskracht naar zijn 'discipelen' toe. Wie heeft de wijsheid in pacht?
Wijlen Karel Aerts (gewezen radio-producer en dirigent van het Leuvens kinderkoor) vatte het als volgt samen: "Als je wilt weten welke kwaliteit een koor bezit, laat hen Gregoriaans zingen...". Een uitspraak dat applaus verdient maar...hier is toch een 'maar' aan verbonden.
Gregoriaans hoorde thuis in het 'mannen' -jargon' en 'wanneer je een vacuüm doorprikt, bevorder je de sterfelijkheid' moet één of andere 'paarse heer' gedacht hebben...?
De encycliek 'Moto Proprio' uit 1903, revaloriseerde het gregoriaans tot een sanctum sanctorum, (Het heilige der heiligen) maar de vrouw bleef verweest achter tot in de tweede helft van de 20-ste eeuw. Musicologen, met een flinke theoretische basis maar ...met een duidelijk gebrek aan praktische vorming, kunnen zich niet beroepen op pragmatische historiek. (Gregoriaans)
Er ontstond een, zij het eerder bangelijke opkomst van vrouwelijke dirigenten.
Met een aangenaam participieel gevoel mogen wij er ons de dag van vandaag in verheugen dat zij volwaardige deelgenoten zijn en bovendien aanvaard worden in dat aparte wereldje van dirigenten-musici.
Met alle moderne middelen hebben wij, tot op heden geen afdoend bewijs over Gregoriaanse uitvoeringspraktijken.
Het blijft lonken naar de 21-ste eeuw. ( Eerst-daags (?) komt er een doctoraat-thesis uit over dit gevoelig onderwerp.)
Conclusie...een dirigent bevind zich op glad ijs wanneer hij/zij deze materie ter hand neemt maar beschikt over een wapenschild met als opschrift:
'De kunst vloeit steeds vanuit de mens.'
De wereld van het professionalisme is ongenoeglijk hard, a-benijdenswaardig. Kennis en wetenschap bieden een maatschappelijke verantwoordelijkheid,... een status,... maar is daarom niet altijd een maatstaf voor aanvaardbare samenwerking binnen een bv. gemeentelijk-culturele samenwerking. Onkennis daarentegen biedt soms een eerlijk, uitzinnig fantasme.
Eerlijkheidshalve wordt mijn genot naar live-uitvoeringen van koren overschaduwt door (mag ik het stellen) professionele, analytische en uiteraard auditieve waarnemingen. Klanksamenstellingen laten zich moeiteloos baggeren door een geoefend gehoor, wat je toch mag veronderstellen van een 'doorsnee' dirigent. Laten zij zich ook niet 'vastpinnen' op een vruchtbare levenspassage, in de hoop een onnavolgbaar erfgoed na te laten.
Dit zou alleen maar duiden op een ongezond egocentrisch eergevoel en verliest men zijn menselijke waarde.
Maar wat met een dirigent die zich dit alles laat welgevallen?
Een genieter dus, met assistentie van onvolprezen pré- en interludia.
Bloemen vormen vaak een post-nataal decoratief 'livings-verschijnsel', en drapeert z'n gedachte over een al-dan-niet geslaagd concert!
Een dirigent 'bemoederd' zijn 'kinderen'. Elkeen van ons draagt een ouderlijk instinct in zich,... bescherming bieden maar ook geleid willen worden.
Van een dirigent verwacht men dat hij/zij een gezagsdragend aureool bezit. Hij moet soms op de toppen van zijn tenen staan wil hij niet gediskwalificeerd worden. Hij loods hen doorheen een a-wetenschappelijke wereld van drijfzand.
Bescheidener gezegd: doorheen een labyrint met kunstzinnig-verwarde uitstraling,... een weg naar bevrijding die er nooit komt in een massief menselijk leven. De Franse filosoof Camus zou dit zeker beamen.
Claque's behoren tot het verleden maar vormen toch stille uitlopers van het heden. Sympathische aanwezigheid, grootouderlijke supporters ...
kunnen een 'zaal' decoreren. De dirigent leidt (begeleid) zijn koristen naar een oase van een fictieve overwinning. Een fata-morgana of tijdelijke voldoening. Dit laatste heeft hij in gedachten maar kankert in zijn ego-eerlijkheid.
Een dirigent moet een 'plejade' van 'noten' bezitten en eigenaardig genoeg; moet op het 'moment suprême' de duc zijn en stilzwijgend toeluisteren.
Een dirigent bezit de 'arrogantie' steeds met zijn rug naar het publiek te staan en draait zich pas om wanneer hij een erkenning hoort.
Een hoogst merkwaardige attitude en toch sub-normaal, wat nooit sporen nalaat.
Dirigeren stoelt op twee belangrijke entiteiten, namelijk:
enerzijds vertrouwen geven en anderzijds vertrouwen uitstralen.
Daarmee is lang niet alles gezegd, maar het vormen, naar mijn gevoel, toch essentiële substanties binnen een artistieke creatieve vereniging.
Een dirigent profileert zich als betrouwbaar naar koristen toe maar moet zich, in stilte, distantiëren van:
dit is het nu!
Hij houd deze gedachte voor zichzelf zonder verder gevolg, maar soms met een onderbroken nachtrust.
Een dirigent geeft zachtaardige bemerkingen wanneer het hem/haar niet bekoort op basis van b.v.wetenschappelijke uitvoer- en andere praktijken.
Wie bezit de waarheid?
Componisten voelen zich soms geharnast door onbehaaglijke 'vertalingen' (uitvoeringen) van hun eigen compositorisch 'materiaal'.
De ontgoocheling volgt op de vraag: "Wat is kunst". Er is geen zinnig antwoord op te vinden.
Dit laatste vormde steevast mijn ouverture-conferènce in een auditorium.. Nogmaals, een antwoord kon ik niet geven en verschool me achter een praktijk-achtig klank idioom. (Piano) Het verstrooide de aanwezigen, maar verketterde mijn persoonlijke schijnheiligheid.
Ik had geen antwoord en heb geen antwoord en...gelukkig maar,(?) maar dit kweekt toch frustratie's.
Het voedde enkel een luik van testamentaire zwakheid... of toch niet...
'Kunst is een middel om gedachten en gevoelens uit te drukken' vormde een betrouwbare gedachte, zonder balsem en in de wetenschap dat dit vatbaar is voor gevoelige luisteraars.
Een dirigent 'verschuilt' zich achter een partituur waarvan hij/zij, nogmaals, een 'goddelijke' alleen heersende personaliteit bezit en dit gesterkt wordt door transparante nieuwsgierigheid van koristen.
Een dirigent is steeds een 'poursuivant', een achtervolger omdat hetgeen hij doorgeeft, reeds bestaat.
Een dirigent is een zendeling die anderen deelgenoot wil maken van zijn eigen 'rijkdom'.
Ook nu weer cirkelt de gedachte: moet men niet eerst zelf 'bezitten' eer men 'iets' overtuigend kan doorgeven? En dat geldt vooral voor tekstinhoud wanneer het een vocaal werk betreft. Moet men zich niet eerst transformeren naar de gedachtengang van bv. uw 'partner', om tot een boeiende en wellicht verrijkte gesprek's inhoud te komen? Een primaire, pedagogische gedachte, toch?
Dirigenten die met een gedreven kennis en wulpse armslag een koor tracht te imponeren, zal geen 'lang leven beschoren zijn'.
Wij kunnen ons ook de vraag stellen: biedt actieve koor beoefening (religieus) voldoende garantie voor de 'eeuwige gelukzaligheid'?
Op zichzelf een schamele vraag, maar bij nader denkwerk vertegenwoordigen koristen toch een belangrijke plaats voor het altaar,
gescheiden door: én dirigent én 'priester'.
Een voorgedragen bijbeltekst wordt ondersteunt door (polyfonie) liederen om het geheel nog meer gestalte te geven.
Het is de crème-au-beure van een reeds belegde cake.
Een dirigent is verantwoordelijk voor esthetiek, (en dit is bescheiden uitgedrukt) de koorzanger voor de geloofwaardigheid van de inhoud
en dit is op zich zelf zeker geen eenvoudige opdracht.
In een kerkgebouw klinken protestantse liederen (als gevolg van het 2de Vaticaans concilie en bij gebrek aan) nog steeds als verzegelde antiquariaten. (Kon ik hier maar schrijven; verslavende bruikbaarheid.) Stevige 'zuilen' (vaak koralen) met daaronder een kritisch-artisonale aanwezigheid. Het vormt telkens een uitnodiging voor gastvrijheid (?) overvleugeld door gotische gewelven....maar de stoelen blijven leeg.
Zowel Sebastiaan, Carlo als ikzelf hadden (hebben) ieder op zich een aparte, auditieve, persoonlijke voorstelling van en over een koorpartituur, gericht naar de uitvoeringsmogelijkheden binnen het aanbod. (Koor)
Ik kan mij van de indruk niet ontdoen dat menselijke waarden primair staan t.o. bekoorlijk uitgevoerde koorliteratuur, maar het blijven beiden kinderen van hetzelfde gezin. Koordirigenten lezen referaten over ver-verleden uitvoeringspraktijken, duikelen in hedendaagse koor composities en daartussen ligt hun marktwaarde. Een dirigent moet dan toch 'onveiligheid' voelen maar...de historiek geeft hem 'carte-blanche' en hij weet dat!
Toch blijft een dirigent een éénzaat. Hij voelt zich een Nazireeër én Emmanuël tezelfdertijd,... een lang verwachtte, een gezondene die op weg is, op zoek is naar de mystieke waarheid van 'kunst' dat ver verborgen ligt achter dat 'volmaakt' Goddelijk' gevoel wat de dirigent zelf, laat staan zijn 'onderdanen' zal kunnen 'aanraken.
God zal het weten en als Hij het weet, is hij voor mij geen God.
Bemoedigende woorden klinken het 'hardst' aan een sterfbed....
Na voorgaande algemeen beeld van een dirigent (wat verre van volledig is) heeft een dirigent ook een benijdenswaardige en dankbare functie.
Dikwijls een zeer rustige avond voor het merendeel van mannelijke thuisblijvers maar zij vormen de ho... zo nodige supporters.
"Hoe komt het dat mijn vrouw naar U luistert en thuis heb ik er geen handen aan te steken....", was een jarenlange oorkonde van duurbare sympathisanten van het koor dewelke ik, met ingehouden fierheid diverse malen heb mogen aanhoren.
"Omdat zij aan kunst doet...." zou op dat moment een zwak antwoord geweest zijn, maar demonische confraters hielpen mij hun huwelijksgeluk niet aan flarden te 'dirigeren'.
Een dirigent kan zijn 'frustraties' kwijt. Hij moet er wel voor zorgen dit te uiten binnen aanvaardbare moraliteit, vocale verantwoordelijkheid, gekruid met een vleugje humor. Indien een dirigent er in slaagt dit 'onderdeel' te composteren, is dit een belangrijk deel van het totale gebeuren.
Een dirigent draagt een laurierkroon van heilige muzikale kennis met daaronder een gedegen psycho-analyticus en nog zoveel meer.....
(Manager, performer enz, enz ...) Een dirigent moet de 'master' zijn, geruggesteund door een actief, betrouwbaar bestuur.
Het tweede vatikaans concilie had vooral aandacht voor vernieuwde liturgie, opende hierdoor de vele mogelijkheden tot een actieve deelname.
Mooie voorstellingen die getoetst worden aan een eerlijk geloof waarbij het liturgische-muzikale een ware metamorfose onderging.
Koor en dirigent verplaatsen zich van het oksaal naar het hoogkoor maar de dirigent blijft met zijn rug naar de aanwezigen staan alhoewel hij een mede-liturgist is. Ik herinner me nog wat Prof. Ambrosius Verheul ( gewezen abt van de keizersbergabdij in Leuven) met zijn aangenaam Hollands accent en verheven enthousiasme ons, onmiddellijk na het tweede Vaticaans concilie, (1962-65) trachtte duidelijk te maken. (De stencils waren nog nat van de inkt.)
"Jullie..., toekomstige muziekpedagogen...neem jullie's verantwoordelijkheid ..ook binnen het liturgisch gebeuren."
Ik herinner het me nog als gisteren.
We kregen gestencilde bladen met als hoofding: 'De functionaliteit van het gezongen woord tijdens de eucharistieviering'.
Goed en wel, maar ...als ik terugblik tussen de vernieuwing (1965) en nu, zijn we wel op schriftuurlijk vlak een heel eind gevorderd, maar de broodnodige actieve deelname blijft afwezig. Meer dan een halve eeuw later hebben wij nog geen gemoedsrust. De stormloop van Luthers-Evangelische waarden hadden minder tijd nodig en beschikte uiteraard niet over moderne computer-technieken zoals in deze tijd.
Het Concilie van Trente (1590-1604) verbood onverstaanbare tekst-polyfonie en legde compositorische kunst aan banden.Giovanni Pierluigi da Palestrina haalde de 'kastanjes' uit het vuur....
Stilte is vaak een ideale gesprekspartner.
Is naar mijn gevoel vrij zinnig
en de nood hieraan groot
binnen een liturgische viering.
Een consensus dringt zich op.
Lied-stilte.
Gezocht wordt (wat er al lang had moeten zijn in vergelijking van bv. het protestantisme) naar broodnodige employé's die 'komen uit het water en staan in de woestijn'.
Ga maar eens naar een voetbalstadion waar twee ploegen elkaar bekampen Waar supporters met oorverdovende, weliswaar korte, krachtige scanderingen hun 'keel' openzetten. Vraag aan ieder van hen of ze kunnen zingen...de meesten zullen antwoorden:" Nee..." maar de tribunes daveren wanneer ze gezamenlijk hun clublied aanheffen.
...En daar sta je dan... in het hoogste gebouw van een parochie....als dirigent.
Foto: ( Een jonge) Johan Sebastiaan Bach. (1685-1750)
De voorganger omgeeft zich het liefst door secondanten waaronder een dirigent die mee ploegt om het 'akkerland' zichtbaar én hoorbaar aantrekkelijk te maken, en.... in een gebouw dat meestal een cultuurhistorische waarde bezit maar geen garantie meer biedt voor 'zieltjeswinning'.
Het zoekend antwoord voor morgen is de adem van het heden. Tussen beiden ligt er een tijdloze hamstering.
Zolang een 'lieken' aangevoeld wordt als opvulling van een eucharistisch gebeuren (erger nog; tijdverspillend) zijn we fout bezig.
Zoals reeds eerder geschreven, liturgie betekent o.a. ook het actief beleven van een persoonlijke overtuiging in een 'stramien' van collectiviteit
met het gevaar voor ondoordachtzaam popularisme. (Keuze van liederen)
Een dirigent ankert zich op het verleden, (muziekgeschiedenis) exponeert het heden (koorherhalingen) en voelt zich lotgenoot voor dat mystieke 'morgen'. Twijfel is de eerste poort naar wijsheid.
Wees overtuigt dat een dirigent steeds het beste met zijn koorleden voor heeft, dat hij/zij hen wil dragen op 'vleugels van papier'.
Hij heeft een onmogelijke opdracht U te begeleiden naar datgene waarvan geen dichter-filosoof-componist ook maar een zinnig antwoord kan bedenken want het is Kunst en nogmaals...kunst laat zich niet vertalen.
Het Pinkstergebeuren baadt in een taalvaardigheid maar behoud zich het recht op antwoord.
En daar sta je dan... als dirigent...... weeral....!
Een koordirigent koppelt, overwegend religieuze muziekliteratuur aan 'volgzame' mensen in de hoop dat dit leidt tot waakzame attentie vanuit de koorleden zelf. (Keuzewerken) Hij moet soms afstand doen van zijn dagelijkse geëngageerdheid om zich telkenmale opnieuw voor te stellen als vernieuwde 'master' bij de wekelijks samen komende koorgemeenschap.
Een dirigent enthousiasmeert mensen waarbij hij hoopt dat ze zijn volgelingen worden en blijven. (?)
Een dirigent heeft verdoken vragen over uitvoeringsmodaliteiten (reeds eerder aangehaald) en dit juist is het wondere.
Het kan 'knagen' aan zijn eigen identiteit...,eerlijkheid.
Kunst fascineert hem/haar..., het is levensadem..., aangename maar tevens een vergankelijke verstrooiing.
Laat 'God' (wie of wat dan ook) hem/haar nooit een antwoord geven.
Een ambitieus dirigent plaatst zich steeds in een cocon om later een mooie vlinder te worden. Hij laat zich niet kennen, (hij bemint kunst) kan zich ook niet kenbaar maken (risico) want dat zou schade kunnen veroorzaken aan zijn imago (onkunde) en ... pas als de bladeren gevallen zijn, zie je het vogelnest.
Spreken en zingen vormen onderdelen van de ziel en een 'goedmenende' dirigent 'verrijkt zich in mensenkennis door verdraagzaamheid.
Indien hij dit voortdurend zou uiten kan het leiden tot ongemeen absenteïsme. Hij kan ook kiezen voor een 'kortstondig' verblijf om nadien, met opgeheven hoofd de 'kudde' te verlaten.
(Vaak met het achterlaten van compositorisch materiaal wat in vele gevallen niet meer gebruikt wordt.)
Waarvoor kiest een dirigent? Een kamerkoor van semi-professionele zangers... of voor zestig, als uniforme aanwezige leden, die zich laten onderdompelen in klankrijk bad van genoeglijkheid?
Een dirigent kneed 'kunst' (?) maar niet zonder de medewerking van zijn medemensen.
Hoe heerlijk is het niet wanneer je als koorlid een 'schouderklopje krijgt van de dirigent...maar ook omgekeerd voelt dit aangenaam aan.
Een wederzijds: "Ge hebt het goed gedaan", sentimenteren zowel koorleden... als een dirigent.
Het laat alle musicologen-professionelen met een straatlengte achter.
Een dirigent geniet maar, wanneer al zijn 'passagiers' het gevoel hebben veilig geland te zijn.
Als je op weg bent naar kunst, koester je vooraf de mens.
Dit houdt ook een 'gevaar' in.
Mensen herken je wanneer zij/hij over iemand spreekt. (karakter )
Ongecontroleerde uitspattingen kunnen kwetsend werken temeer omdat je het goed met hen meent en...
kunst heeft in het verleden wel meerdere 'schijnhuwelijken' opgeleverd.
Maar diezelfde mensen schenken je globaal, een pontificaat van ongewijd vertrouwen.
De Kerk beoogt een bekoorlijke uitstraling. Indien ze hierin 'cum laude' zou slagen wacht ons ongetwijfeld een nieuwe 'leegloop'.
Uiterlijke aantrekkelijkheid creëert soms een pad naar levenslange verbondenheid. Er is steeds een wisselwerking tussen:
'spanning en ontspanning' ...'eb en vloed' ...in- en uitademen....arsis en thesis en zoveel meer.
Een hand wast men nooit alleen...!
Het Bijbel's boek vermeld vaak citer's en cymbalen, psalmen en dergelijke maar nergens, in datzelfde boek kon ik ontdekken dat Jezus de Nazireeër zong. Dit wil daarom niet zeggen dat 'Hij' dat niet zou kunnen als we de betekenis van 'zingen' relativeren en ombuigen tot een uiting van persoonlijk geloven in iets. (Cfr.vorige blog's.)
En daar sta je dan alweer als dirigent....je vindt geen 'parkeerplaats'.
Het punt is: welke betekenis geven wij aan 'zingen' in een koor?
A-tonaliteit, modaliteit, dodecafonie, hele- en zigeunertoonladders enz. zijn noodwendig maar verzuren de moderne tonaliteiten.
Hoe vaak worden werken uitgevoerd van bv. Stockhausen, Goeyvaerts...?
Een Petrus-volgeling mag zich niet vast ankeren aan verdedigingstechnieken dewelke behoren tot het grijze verleden.
'Wat hebben ze ons allemaal wijs gemaakt' ...hoort men wel eens bij mensen van de derde jeugd.
En toch hadden die 'gelovigen' een stevigere houvast, ook al was er stilzwijgende nevel van twijfels.
Ik herinner me nog als kind, dat élke priester voor het altaar, het epistel en evangelie (en nog veel meer) m.a.w.de geprogrammeerde teksten vocaliseerden.
Het kwam in hen niet op het zo niet te doen. Ook niet, met voor ons, een onbegrijpbare taalverkondiging. (Latijn) en dat had misschien wel zijn intellectuele charme omdat het voor de aanwezige 'christen' niet verstaanbaar wàs.
De meeste parochie's beschikken over een senioren(-kerk)koor, maar het laatste woord van hun vocale bijdrage is nog niet verademd of priester staat reeds, vanuit zijn 'stoel', voor de eucharistische tafel...het moet allemaal snel gaan en hieraan heb ik mij dikwijls geërgerd.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat priester en dirigent met de rug naar elkaar staan bij misvieringen.
Elke mens is in staat een 'melodietje' te zingen en het gaat er hier niet om, hoe we dat zingen, maar veeleer de kracht van waaruit wij dat vanuit onze eigen geloofsovertuiging uiten.
M.a.w. het wàt men zingt (tekstinhoud) is naar mijn gevoel bijzonder belangrijk.
Het is de dirigent die zalft met de 'talenten' waarover hij mag beschikken.
De laatste dagen van Johannes-Paulus II sierden deze Paus in zijn liturgische aanhef van misschien onverstaanbare tekstueel-vocale 'aanhef' zonder enige accentuatie van aanstellerij maar dit verdient applaus.
Buiten de huidige Paus weet ik er niet veel die de belangrijkheid van dit 'modelleren' (het zingen bedoeld) uitstraalden.
Ze lieten het over aan 'anderen', en ... wie bv. de kerst- of paasviering op t.v. volgt weet dat zelfs het Vaticaans koor geen nood heeft aan tenoren....(?)
Maar er is 'iets' dat 'vertrouwen' noemt. Een dirigent is hiervan op de hoogte. Hij maakt bezit van; neemt beslag op universele intelligentie en met de nodige diplomatie verwerft hij enige waardering, wat naar mijn gevoel toch een belangrijk onderdeel vormt van zijn totale aanwezigheid.
Het wordt van hem verwacht, zo niet, is er gevaar voor vroegtijdig erosie bij de koorleden.
Het is niet meer voldoende dat je van 'iets' alles weet, (Conservatoriumopleiding) maar veeleer verwacht de 'ontvanger' dat een dirigent van alles 'iets' weet (Lemmensinstituut) in de brede betekenis van het woord.
Dit was een algemene gedachte die tijdens mijn opleiding aan het Lemmensinstituut circuleerde binnen het studentenmilieu.
Een goede 'service' activeren de smaakpapillen... toch....?
Een dirigent kan zich de vraag stellen:"Geef ik 'mijn' koorleden een beperkte verzadiging van boeiende genoeglijkheid, of...
een avondvullend programma". M.a.w. 'hun avond is weeral gepasseerd'....!.
Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat deze laatste gedachte ongevraagd in mijn hoofd circuleerde na een 'koorherhaling.
Ik troostte me dan met de woorden:"Een vriend luistert altijd, ook al is hij er niet" en begon aan mijn zoveelste nachtelijke evaluatie over: koordirectie in 'samenzang' met koorleden.
M.a.w.,de 'dux' (leider) en de 'comes' (meegaande)
Persoonlijk geniet ik (mee) van het tot stand komen van het 'Ruysscheveldekoor' met tastbare, weliswaar unieke, sfeervolle flitsen uit het verleden.
In de epiloog ga ik trachten de beginjaren van het Ruysscheveldekoor te schetsen vanaf 1979 tot......
Het Ruysscheveldekoor.
Iets waar ik trots op ben en zal blijven.
Talrijke videobeelden zijn hiervan mijn stille getuigen. Een dirigent die 'blaakt' van zelfvertrouwen,
(enfin, zo uit hij zich toch naar compagnen toe) mag zich dan ook verwachten aan gezonde post-observatieve kritiek.
Een nieuwkomer eet de resten van gisteren en eergisteren en ontvangt dit als voorgerecht voor morgen.
Ikzelf blijf achter met een prachtig bloemstuk.
Een te vroeg 'afscheid' wat ikzelf niet in handen had.
Vertederd door het verleden.
Ik moest aanvaarden dat dit behoort tot de menselijke gedrags-psychologie en... had het daar moeilijk mee.
Ik oversliep het daglicht omdat de nacht mij een rijkelijk aanbod gaf van diepgaande ego-analyse.
Dit negatieve gevoel werd nog meer geaccentueerd door onbegrip van enkelingen binnen het (ons) koor en ..ik mocht (kon) hen geen antwoord geven over het 'waarom' van mijn onverwachts 'stoppen' als dirigent.
Verdere persoonlijke en oppervlakkige innocente 'verklaringen' verleiden mij niet voor verdere duidelijkheid.
Ik kan een imago van Benedictijnse allergie vertonen, een soort goedertierende 'Lam Gods' aflevering.
Wanneer iemand het échte antwoord zou weten, zal hij/zij overtuigd zeggen:
4 Maart 1964. De eerste frisse zonnestralen waagden zich over het maagdelijk landschap dat klaar lag om bewerkt te worden en doorkliefd werd door één lange rechtte dreef, gekorseteerd door rijen stoere knotwilgen. Het is de streek tussen de Nederlandse grens en Stekene met zijn talrijke smokkel- en 'komiezenpaadjes'. Enkel fietstoeristen en af en toe een boer met kar en paard, naargelang het seizoen, maakten gebruik van dit stukje ongerept natuurschoon.
In één van die weinig witgekalkte huisjes met vooraan het 'plansier' (stoep) en een zitbank, of wat er op leek, bewoonde bijna 50 jaar lang Hendricus (Rieken) Martinus Verley, een eenvoudig maar toch belezen man samen met zijn echtgenote Germaine.
Het huisje had bovendien een opvallend mooi voortuintje.
Zoals velen in de streek was 'Rieken', heel vroeger, vlasser geweest, maar zoals velen moeten stoppen met de stiel omwille van 'economische' inflatie.
Toch was hij nog 'jong' genoeg om 30 dienstjaren te sprokkelen aan den 'ijzeren weg', (NMBS) en genoot sinds kort van zijn pensionering. Hier en daar wel een 'reuma-scheut' in de ledematen deerden hem niet.
Germaine daarentegen was nog zeer te been. Een T.V. of auto bezaten zij niet en Germaine deed ook alles met de fiets.
Haar enige ontspanning was het kerkkoor waar zij stipt en in de mate dat de weersomstandigheden het toe lieten, aanwezig was op alle koorherhalingen en mis-opluisteringen.
'Rieken' vond dit goed, niet tegen staande hij een passief socialist was geworden toen, juist na de 2de wereldoorlog, een stukje weiland, dat paalde juist achter hun huisje, verpacht werd aan de zoon van een bestuurslid van de 'kerkfabriek' daar, waar hijzelf er sterk op gehoopt had dit weiland te kunnen pachten vàn de kerkfabriek.
Dit heeft bij 'Rieken' , die een tuinliefhebber was, kwaad bloed gezet tegen over alles wat met de kerk en de parochie te maken had. Hijzelf kwam
weinig buitens huis en het nieuws uit het dorp zou Germaine wel komen vertellen als zij bv. van de 'repetitie' kwam. Daarom had hij geen bezwaar dat zij koorlid was en bleef van de parochie.
'Rieken' genoot met volle teugen van de eerste, vroege voorjaarszon. Gezeten op de bank voor hun woning; met de onweerstaanbare pijp gevuld met grove Semois tabak; naast hem zijn hond van een soort boxers-ras, overschouwde 'Rieken' de landerijen.
Reeds bijna 50 jaar lang kende hij elke boom...elk vogelgeluid...en nog steeds boeide het hem...de ongerepte natuur...de rust waar hij zoveel van hield. Zijn dagblad 'De Volkskrant' dat naast hem lag, interesseerde hem op een morgen als deze niet zozeer.
"Moete gij een wièrme kom kaffe emmen Rie", (Warme tas koffie) vroeg Germaine vanuit de voordeur.
"Neeju" antwoordde 'Rieken', bezonken in gedachten.
"Moete gij dan iets aenders ein..." (Moet gij iets anders hebben.)
"Neeju,neeju....'t is goe" was zijn lichtelijk nors antwoord.
Germaine voelde algauw dat 'Rieken' meer genoot van de morgenzon dan van haar aanwezigheid.
"'k gae van de'n noene (namiddag) patatten mé pillekessaase en salou maok'n, is da goe? (Aardappelen met stukjes spek en salade.)
Germaine wist maar al te goed dat dit een 'feestmenu' was voor 'Rieken'.
"Jou, jou" (ja, ja) was zijn kort antwoord.
"Zeg Rie, edde gij al ies gepeisd da we...." (Hebt gij al een gedacht...)
Rieken onderbrak haar fors met: "Is da ost welle...ge doe maer oppe...'t is allemael goe...ge moe da nie altij vraegen, al wa da gij klaermaekt is goe...
da wete toch al lang'r as vandaege.... (Is't nu bijna gedaan, ge doet maar, het is allemaal goed, ge moet dat niet altijd vragen, al wat gij bereid is goed, dat weet je toch al langer als vandaag.)
"Nee neeju, maer edde gij al ies gepeisd op onz'n zubilée....da's binn'n un paer maenden hé...de'n 18 augustus...da wete toch nog welle hé...
en wa damme allemael gaen dune" vervolgde Germaine met een toch lichte terughoudendheid. (Hebt gij al eens gedacht aan ons jubileum, de 18 augustus, dat weet je toch nog wel hé, en wat we allemaal gaan doen.)
Rieken was duidelijk niet op zijn gemak met deze vraag en had er zich ook niet aan verwacht.
"Ik mieende da ons Emmily daer ging veur zorg'n, die ging toch alles op poeëten zett'n hé...saem mee euren kwibus en daerij...ons Emmily kom goe overeên mee de paster...as ze mij maer goe mee grust laeten...we gaon d'r nie vele aon doene".
(Ik dacht dat ons Emmily dat in orde ging brengen, die ging toch alles in orde brengen,samen met haar man en ook, ons Emmily kent de pastoor goed, dat ze mij maar gerust laten, men moet er niet veel aandacht aan besteden.)
Germaine wilde toch, dat na 25 jaar elkaar graag zien en vervolgens 25 jaar van elkaar leren houden en daarna elkaar trachten te behouden,
hun 50 jarig huwelijksjubileum, samen met hun twee 'kinderen' optimaal zou verlopen maar wist ook vooraf dat 'Rieken' zou trachten het te minimaliseren.
Het kerkkoor was al lang gevraagd.... maar 'Rieken' in de kerk krijgen was een ander paar mouwen.
Hij zou nog éénmaal in de kerk komen maar dan zouden ze hem wel moeten binnen dragen..."tussen vier planken" had hij verteld na de pacht's ontgoocheling.
Met een feministische maar brave koppigheid vervolgde Germaine:
"'k Heb daer euk mee de paster over geklapt...veur die messe...ei ging ies afkom'n om mee ou te praeten...hij moe toch weten wa zegg'n hé 'Rie'. (Ik heb daar ook met de pastoor over gesproken voor die misviering, hij gaat eens langs komen om met u te spreken, hij moet toch weten wat te zeggen, hé 'Rie'.)
"Ge weét, Germaine,da'k gee'n past'r op mijn'n n'of nog wil...da ons Emmily da maer gaet expliceren."
Germaine hielde het ijzer warm en vervolgde: "'k En zondag de paster de'r zelf over gesprok'n..., ij ging ies afkomm'n."
"Jae jae..da ede al gezei", antwoordde 'Rie' bitsig.
Germaine voelde dat dit eerste hoofdstuk 'nood' had aan een afsluiting en verdween terug in de huiskamer.
Het poëtisch, naturalistisch gevoel van 'Rieken', het genot van de eerste morgenwarmte, de voorjaarslucht, enz. was duidelijk naar een andere golflengte verplaatst.
Hij overpeinsde de gegeven situatie.
Na enig tijd riep hij Germaine die aanstonds bij hem stond.
"Germaine, en wanniëer komt die'n paster danne?"
'Rieken' zou zich optimaal willen voorbereiden om met de parochiepastoor te 'praten' en hem zijn bewierookte zaligheid te geven in verband met de verpachting van dat stuk weiland, jaren geleden en waar hij zo naar getracht had en wat bovendien nog 'zwaar op z'n maag lag'.
"Awel, ij é gezee da as hum geeên begravinge é ij vandaog zou komm'n."
( Hij heeft gezegd dat, als hij geen uitvaartdienst heeft, hij vandaag langs zou komen.)
"En wannier is't da tanne?" (Wanneer is het?) vroeg 'Rieken' aanstonds.
"Awel, vandaege...in de veurmiddag, as ij giën begravinge é", (vandaag, in de voormiddag, als hij geen uitvaartdienst heeft.) reageerde Germaine bescheiden in de weteschap dat dit voor 'Rieken' niet in goede aarde zou vallen.
"Milijaarde, nonde dju, koste mij da nie ëer zegg'n, ge gou hieël turp vertell'n da'l socialist geworden ben en zuust da vertaalde mij nie. (?....kon je me dat niet eerder vertellen, ge gaat heel het dorp vertellen dat ik een socialist geworden ben en juist dat vertelde ge me niet.)
Vorige week vond ik bij de middagpost het driemaandelijks tijdschrift stemband#6.
Ieder die het goed meent met koorzang, zou dit op zijn minst 'moeten' doorbladeren en nadien, met enige aandacht, ook lezen.
Wat graag zou ik teksten in mijn blog willen overnemen en wat hebben wij toch een rijkdom aan informatie.
Om U toch enigerwijze te sensibiliseren over de inhoud:
Dirigenten. (L Van Deyck)
Van logopedist tot stemtherapeut.(Dick De Bruycker)
Gewenste competenties van een vocal-coach.
En verder nog tal van interessante bijdragen.
Och, eigenlijk is er zoveel in de aanbieding maar er moet een enthousiasme, véél inzet en geloof aanwezig zijn om de Steken'se koor-cultuur met interne en externe activiteiten te 'sponseren'.
Waarom kunnen bepaalde steden dat wél en Stekene niet? (Bv.Tongeren, Gent, Mechelen.....)
Dat het Ruysscheveldekoor de begeerde titel van Cultureel ambassadeur (klik op foto) in het vaandel mag dragen strekt hen tot eer.
De vraag (verwachting) luidt nu, of zij deze titel ook willen verzilveren.
Ook Stekene bruist van de creativiteit tijdens de WAK. (Info-folder)
Dat woordje 'tijdens' (tijdelijk) stoort een cultuur-liefhebber en bovendien: 'creativiteit' is een zeer breed begrip dat dit keer hoofdzakelijk gericht is naar plastische kunsten, waarvoor 'applaus' trouwens.
Elkeen die met cultuur begaan is, of het zelf beoefent, gaat een rechtstreekse confrontatie aan met een 'eigenzinnige' ideologie,
m.a.w. cultuur is steeds een uitdaging voor elkeen die ermee begaan is.
Ik kan mij van de indruk niet ontdoen dat hier wel degelijk een 'Adler'-gedachte (psychoanalist) achter schuilt, zonder zelf te begrijpen wat het 'verhaal' is.
In het cultuurbeleidsplan 2008-2013, staat vermeld op pagina 15, dat Stekene 4 koren heeft.
Het lijkt mij wat discriminerend voor 'ons' Steken's koorleven, aangezien ik meen te weten dat er, vanaf het schoolkoor tot en met het kerkkoor toe, 8 koren bestaan.
En wat, als deze koren bijvoorbeeld de handen in elkaar zouden slaan om een groots project op touw te zetten?
Ik kom er in de epiloog van deze blog's graag op terug.
"En ...sins waniêre word'n d'r mijns'n in de kerke begraov'n...da's zeker al 200jaere geleeên as't nie miêr is da't ur nog mijns'n in de kêrke zijn begraov'n, as't nie miêr is....op 't kerkhof jou...of lieg'k misschien?" (Sinds wanner worden er mensen in de kerk 'begraven, dat is zeker al 200 jaar geleden als het niet meer is dat er nog mensen in de kerk zijn begraven als het niet meer is.)
'Rieken kreeg het op zijn heupen als hij nog maar dacht dat de pastoor langs zou komen.
Hij zou hier nog een hele resem aan kunnen voort breien, maar verzonk in gedachten en ...
Germaine trok zich terug in de wijsheid dat de zwaarste onweersbui geleden was.
Afwegend wat nu het belangrijkste was; genietend van de voorjaarszon of de overdenking van hun gouden huwelijksjubileum.
'Rieken' wist het zelf ook niet meer...
'Rieken' soesde in een licht slaaproes toen hij gewekt werd door het geluid van de scharnieren van het toegangspoortje aan de voortuin.
Een man, totaal kaalhoofdig, eind van de veertig, met opvallende vrijetijdskleding en met aan zijn hand een fiets met omgekeerd stuur,
wandelde vol belangstelling door het kleuren-mozaïek van de krokussen richting 'Rieken'.
'Rieken' dacht; 'weer zo'n 'marteko (dommerik) die de weg komt vragen naar de grenspaal.
De pastoor kon het niet zijn want die reed niet met zo een fiets en zijn ook properder gekleed.
Terwijl de 'vreemdeling' laveerde tussen de krokussen en zijn fiets plaatste tegen een acaciaboom zei hij:
'Rieken', die zijn 'franse pots', voor het indutten, over zijn ogen had getrokken, maar toch nog, in geval van 'alarm' voldoende kon zien, zette zich iet-wat rechter op de bank terwijl hij zijn 'pots' in de juiste 'positie' bracht.
"Jaê....zolang da we gezond meugen blijv'n hé...maer ka'k ou elpen.." (Ja, zolang we gezond mogen blijven maar kan ik U helpen...)
'Rieken' reageerde met een lichte schijnheiligheid om er maar vlug vanaf te zijn en om zich nog wat mentaal voor te bereiden op de komst van mijnheer pastoor.
"Jawel, ik kom uwen gouden jubileum eens doornemen, Germaine heeft mij dat afgelopen zondag verteld en ook uw dochter Emmely sprak mij daarover... hoe dat we dat gaan 'arrangeren'.
"Dan zijde gij de past'r danne?", (zijt gij depastoor ) vroeg 'Rieken', heel wat bescheidener dan tegen Germaine daarnet.
"Jawel, 'Rie', ik ben uwen pastoor....de'n grote'n baas van hiervoor heeft mij ooit geroepen....ik ben de helper van uwen Schepper, de Creator die onze natuur zo mooi heeft gemaakt en waar wij zo van kunnen genieten hé 'Rie'."
"Ja,... maer nie te gelieêrd gaen dune mee die moeilukke woord'n hé,... de'r steken veel geleerd'n zich achter weg zulle en...waer 't verstand zit kan giên hour groôn" ( Ja maar niet te geleerd gaan doen met die moeilijke woorden, er steken zich veel geleerden achter weg en waar het verstand zit kan geen haar groeien)antwoordde 'Rieken' licht venijnig, "en daerbij..vraeg tan maer ies aen aenen boas om mij van mijn'n reumatiek te genez'n."
(En daarbij, vraag maar eens aan uwen baas om mij van mijn reuma te genezen.)
Foto: Giovanni Pierluigi da Palestrina. (1525-1594)
'Rieken was toch wel lichtelijk geschrokken van de 'verschijning' maar zou dat zeker nooit getoond hebben... Een pastoor in burgerkleding...
Hij herinnerde zich nog van heel vroeger, dat pastoor's enkel maar met lange 'rokken' met véél 'knopjes' vooraan...., met een bonnet op hun hoofd......, vaak rijdend op een 'oma-fiets', een zeker respect afdwongen.
In enkele seconden moest 'Rieken' bekomen van deze 'religieuze' overval want hij was toch, per slot van rekening, een 'straf' socialist geworden nadat de vrijgekomen pachtgrond hem 'ontfutselt' werd.
'Rieken' vervolgde alsof 'lucifer' zijn triomfantelijke buit binnen had: " En a's ge dan toch bezig zij met uw'n fameuz'n baes van hierboven, vraegtd'em dan euk (ook) ies (eens) om onz'n André te genez'n...oune (uw) baes die kan toch alles, hé...'t zelf op 't waetre leup'n. (Water lopen)
Zie zo, dat was er uit, dacht 'Rieken'.
"André" antwoordde de pastoor nieuwsgierig.
"Ja, onz'n André...weete gij da nie...de mans'n (mensen) weet'n pertan (nochtans) altij mieér as da ge zelf peist,as ze maer slecht kunn'n vertaal'n... dan voel'n ze zich goe. en... eet ons Germaine da neuit gezei ( nooit gezegd) van onz'n André."
"André..?" vroeg de pastoor met verbale nieuwsgierigheid en ook...om misschien een verdwaald-gelopen 'zieltje' te winnen.
(André woonde, sinds zijn huwelijk, in St-Niklaas en was daar onderwijzer van beroep.)
"Die zi 't al zes maenden in't zothuis van sinneklaos en wete waarom....omda 't un nie geluisterd ée naer z'n vaedere...'k hem em zoé gezei dat 't um un meisken moest kiez'n mee z'n oor'n en nie meé z'n oeêgen. ij moest 'malgré da scheps'l emm'n en nou zit ij meé de gebakk'n peiren....un vra is toch machtig é meniéer de pastre.
We ebben twieê kleinkind'ren.....die mochten ier nueêt komm'n van da scheps'l, weet'te gij wa da wil zêgg'n?
Een scheun opgetailleurd model ja...un lêupende smikdêuze...alle wek'n naor de coiffeur of 't schil nie veele...of naor da spellement om toch maor bruin te word'n....zé God-van Marije alleis eur zesde studiejaor gedoune....maor ziede mijn'n hond...kijkt ies naor zijne kop...da's giën schoonheid mee zij'n kop..maor da's traouste en 't liefste bieest dat 't ur rondleupt op g'eul de weireld;..zeg't dakke tikke ou gezée enne.....
Z'enne ier iéne kiêr gewist...mee ulder duéps'l...da's alles.....Veur ons Germaine is da pijnluk zulle...weete gij da?"
'Rieken' wreef eventjes over zijn waterige ogen en vervolgde:
"Schêunheid en mans'lijkheid da gou moeilijk soum'n zulle...en van ne'n ongeleuvig'n ne'n halve'n geleuvige'n maoken, da's vrieêd moeilijk'r dan van
"Die verblijft al zes maanden in een psychiatrische instelling te St-Niklaas en weet je waarom....omdat hij niet geluisterd heeft naar zijn vader...,'k heb hem zo gezegd dat hij een meisje moest kiezen met zijn oren en niet met zijn ogen..., hij moest kost-wat-kost dat meisje hebben en nu zit hij ermee opgezadeld. Een vrouw is toch machtig hé mijnheer pastoor.
We hebben twee kleinkinderen... die mochten van haar hier nooit komen, begrijp je wat dat betekent voor ons.
Een mooie verschijning ja....een wandelende beauty-case, gaat alle weken naar de haarkapper of het scheelt niet veel of naar de zonnebank om toch maar een bruine kleur te krijgen.
Ze heeft verdorie juist maar haar zesde studiejaar gedaan...maar kijkt naar mijn hond...kijkt eens naar zijn kop...,
dat is zeker niet fraai met zo'n kop maar dat is het trouwste en liefste dier dat er rond loopt over gans de wereld,... zo is dat.
Ze hebben hier éénmaal geweest.... met het doopsel...dat is het zowat.
Voor ons Germaine is dat pijnlijk weet je.
Esthetiek en humanisme gaat moeilijk samen...en van een ongelovige een halve gelovige maken is moeilijker dan van een halve gelovige een gelovige te maken, maar kom, 't is moeilijk te realiseren.
Germaine, die alles vanuit de gang terughoudend had gevolgd, kwam bij hen staan. knikte bescheiden tegen de pastoor en ging naast 'Rieken' op de bank zitten.
'Rieken' ging onweerstaanbaar verder met zijn gedoog.
"Vanaf 't begin zaa'k da 't ur nie veel goe was aon eur...u model jao, maor daor zijde wa mee, z'at niets te kort want onz'n André dee 't ur nog wa aschranse bij, 't sjein z'n schoolmiésterschap.
Goestinge da's kuup hé meneer de past're..'t was allemaol nie genouderd ...ze wilde winkel en wabeke saom'n...ze moest all's aene...
as uk eur moest ziene...,k' zou'n eur e peire stoov'n op z'n zachts't gezee...
Germaine kwam tussenbeide: "Allée, allée 'Rie' da zal allemoal wel goe kom'n".
Onze'n André wee ta allemaole nie meer...de sukkeleir...hij besaft da nie miér. Da's nie veur niets da 't hij in 't zothuis zit.
Hij ee neuit iets meugen vertal'n aon z'n mannekes...bij 't minste sprong ze d'r veur en ge moe wet'n da't hij al mieer as twintig jaor schoolmiéstre was hé, dan weete toch wel iets om kind'ren te kweeken hé. Toen z'em weggestok'n eine, ein Germaine en ikke z'n kleer'n moet'n gaon saomen raopen
omda 't em zou keunen vertrekk'n om da zij al in Antwerp'n zat mee de kind'rs...in un ...hoe noem'n ze da nou euk wér..un soort gymnasstiekhuis...saom'n mee ur vriendinne as ge wét wa da'k bedoel..
Weete wa dam'n in z'n uis euk nog gevond'n eane,...z'n dagboek...de sukk'laire."
'Rieken' kreeg opnieuw waterige ogen en haalde zijn 'wittebolletjes-zakdoek' boven, wreef deze over zijn ogen en vervolgde:
"Van in het begin zag ik dat er niet veel goeds aan haar was, een mooi model maar daar zijt ge 'vet' mee. Ze had geen geldnood.
André deed er nog verzekeringen bij naast zijn onderwijzer functie.
Wanneer het u bevalt, koop je het ook. 't Bracht allemaal niets op. Ze wilde alles hebben. (Bis)
Germaine kwam tussenbeide: " Maar 'Rie' toch, 't zal wel goed komen."
Onze André beseft het niet meer, de ongelukkige, hij beseft het niet meer
Het is niet voor niets dat hij in een psychiatrische instelling verblijft. Hij heeft nooit voor zijn kinderen mogen 'vader' zijn, bij het minste verzette zij zich ertegen en weet je, hij was toch al twintig in functie als onderwijzer, dan weet je toch wel iets van opvoeding.
Germaine kwam tussenbeide: " Maar 'Rie' toch, 't zal wel goed komen."
Toen hij geïnterneerd werd, hebben Germaine en ikzelf zijn kledij gaan samen zoeken omdat hij enig zin's zonder problemen zou kunnen vertrekken. Zij verbleef in Antwerpen met de kinderen in een hoe noemt men dat een fitness-centrum samen met haar vriendin als je weet wat ik bedoel.
En weet je wat wij in zijn huis nog gevonden hebben, zijn dagboek...
'Rieken' kreeg opnieuw waterige ogen en nam zijn 'witte-bolletjes-zakdoek' en wreef over zijn ogen.
Foto: Michaël Praetorius. (1571-1621) Klik op foto.
M'nhiér de past're, da's ongeleufeluk wa da 'tour in stou..., nie te geleuv'n..da's echt nie te geleuv'n, ze mook em zoê slacht bij de mans'n...ze keek in zijne porte-monée, vertaalde oun alle man hoe kolleirig ij wel kon zijne terwijl da'k onze'n André toch wel goe genoeg kan zék'r,
ij dee ta veur goe te doene.
't Is sjuust, e kind da trekt altij naor z'n moed're, daor keunde as vaed're weinig of niets aon duune en oe miér de moed're toegeeft, hoe mind're
de vaod're iets te zaagen é. Ge zie toch euk, mennieer de past're, wa da 't er allemaol verkiéerd leupt, de'n dag van vandaoge!
Ze sliep'n al jaor'n niemer tueup. vaneigest gij kunt da nie weet'n wa da ta isas past're ...maor oe dikwels ze em ee verweet'n veur da tij naor schoole ging..., 'k zeg altij, veur da ge ne mens verwit moete altij ieést ies in de spieg'l kijk'n en daernae meu'de spreken.
Maans'n van soort kunn'n amaats art zijne.
Ij wist alleis nog nie waor da ze naor 't schoole zou'n gaene, zij commandeerde da allemaele....wa moest 't oare van komm'n.
Het 't ergste veur em was en da ston in zijne cahier...da z'n vra aenhield mee un and're vra, da zag toch genoeg hé m'nhieer de past're.
Onz'n André is van misérie beginn'n drink'n zô erg da tij nou in 't zothuis zit.
Geramine die zie 't our van af zulle, ze zal da neuit tieun'n maor nog ne kieer, da's allemaole vrieed erg.
Ge zou ons ies un plezier doene moeste em ies gaon bezoek'n gint're in Sinneklaos.
Mijnheer pastoor, het is ongelooflijk wat er instaat, 't is niet te geloven, het is echt niet te geloven. Zij praatte zo negatief tegenover de mensen...ze doorzocht zijn geldbeugel..ze vertelde aan iedereen hoe opstandig (razend) hij wel is...terwijl ik onzen André zelf toch goed genoeg ken...hij deed dat ter goeder trouw.
't Is juist, een kind is meer aanhankelijker aan zijn Moeder, daar kun je als Vader weinig tegen in brengen.
Hoe meer de Moeder toegeeflijker is hoe minder de Vader iets te zeggen heeft.
Ge ziet toch ook mijnheer pastoor wat er allemaal fout loopt de dag van vandaag.
Ze slapen al jaren niet meer samen, natuurlijk kunt U dat niet weten wat dat betekent als pastoor, maar hoeveel maal zij hem vernederd heeft, al vorens hij naar 't school ging werken... Ik meen, dat vooraleer men iemand vernederd, men zelf eerst eens in de spiegel moet kijken en daarna mag je spreken.
Mensen van afkomst kunnen soms 'hard' zijn. Hij wist nog niet eens waar zijn kinderen onderwijs kregen, zij besliste dat allemaal.
Wat moest er van geworden. Het ergste voor hem was,...en dat stond in z'n dagboek, dat hij dacht dat ze 'aanhield' met een andere vrouw...dat betekent toch genoeg hé mijnheer pastoor?
Onze'n André is van armoede beginnen drinken.. zo erg..dat hij nu in een psychiatrische instelling verblijft.
Germaine verdraagt veel leed hoor...ze zal dat nooit uiten, maar nogmaals..'t is allemaal erg.
Ge zou er ons een genoegen mee doen mocht je hem eens gaan bezoeken in St-Niklaas."
De pastoor, die met opvallende pastorale bereidheid, het verhaal aanhoorde, reageerde met overtuiging: "Rie, ik zal niet nalaten, binnen de eerstvolgende dagen, André te gaan bezoeken en ik doe dat niet alleen uit respect voor jullie maar ook vanuit humane overtuiging."
Op dat moment was het wenselijk dat er in het gesprek een rustpauze was.
Germaine die niets afwist van het dagboek van André, had haar hand op de schouders van 'Rieken' gelegd, net zoals 'Rieken' dat deed,
telkens zij van St_Niklaas terugkwam (Elke week reed zij met de fiets naar St-Niklaas enkel om André te bezoeken) en Germaine, terug thuis gekomen, een stil Moeder-kind-verdriet moest verwerken.
Na dit gesprek werd er veel minder uitvoering gesproken over het nakende jubileeum feest, maar je merkte aan 'Rieken' dat zijn hart gelucht was.....en dat tegenover een pastoor!!! Dat had hijzelf in de verste verte niet durven bedenken.
Toch kon hij zich niet inhouden en begon als Luciferiaanse aanklager over God en al zijn heiligen een pleidooi te houden wat inhoudelijk zeer boeiend was.
Bij het verlaten van de woning fluisterde 'Rieken' nog in het oor van de pastoor dat hij, in de homilie van hun jubileummis, Germaine maar eens flink in de 'bloemekes' moest zetten...zij verdiende dat.
Emmily en haar echtgenoot, samen met André waren in de dank mis aanwezig en toonden een bijzonder positieve indruk na tot groot genoegen van Germaine en 'Rieken'.
En de 'past'r', ja.... die was blijkbaar de 'preek' van 'Rieken' nog niet vergeten maar haalde toch al zijn pastorale talenten boven om beiden, spreekwoordelijk, in de bloemetjes te zetten. Hij was ook uitgenodigd op de receptie maar ...heeft hiervoor toch, in alle eerlijkheid, van harte bedankt.
Waarom?
Ziet dat 'Rieken' begon over de pachtsontgoocheling van dat stukje weiland!!!.
Nee, de pastoor nam geen risico want 'Rieken' was wel in staat om op zo'n gelegenheid (Jubileum) aan ieder die het horen wilde, zijn ongenoegen en de onrechtvaardigheid die er gebeurt was, in alle toonaarden uit te bazuinen. Nee...dat risico wilde de pastoor niet nemen. Hij zou dat wel "compenseren", zei hij, wanneer hij eens in de buurt van 'Rieken's' huisje zou komen...., maar dat is nooit niet meer gebeurt....!!!
Toch bleef voor hen beiden een onverwoordbaar pijnlijk gevoel van machteloosheid bij.....hun kleinkinderen die zij niet hebben mogen zien opgroeien....hun, de zo broodnodige grootouderlijke liefde niet hebben kunnen (mogen) geven en...er was ook nog André...
'Rieken' overleed op kerstavond 24 december 1964, het jaar dat hij zijn gouden huwelijksjubileum mocht vieren. Hij werd 74 jaar oud.
Germaine verbleef nog tot 1966 in het bescheiden huisje wonen, met een uitstekende verzorging van haar dochter Emmily tot zij stierf op 10 juni 1978 in de mooie leeftijd van 87 jaar?
De pijn, het verdriet over André heeft zij al die jaren in stilte gedragen. Zolang het in haar mogelijkheden lag en met de hulp van Emmily, bleef zij André bezoeken in St-Niklaas die tot op heden nog steeds verblijft in 't zothuis'.
Niets speciaals buiten de BHV-polimieken, (5 minuten politieke moed...)
De pedofilie-'schandalen' (het is een weinig aanvaardbare ziekte en bovendien, naar mijn gevoel, nog maar het topje van een.... 'vulkaan'.)
Een olievlek groter als Vlaanderen die onze blauwe planeet 'treitert',
Die vulkaan in IJsland, met die onuitspreekbare naam, die het vliegverkeer, gedurende dagen, in 't honderd laat lopen en reizigers die een begrijpbare opstandigheid vertonen.
Voor de rest verloopt alles vrij normaal.... tenzij....?
Zondag 2 mei ll. herdachten wij de overlijdensdag van de Tsjechische componist: Antonin Dvorak, (1841-1904).
Van zijn 7 symfonieën is de 5de (Uit de nieuwe wereld)( 1893) en zijn Amerikaans 'bitsig' strijkkwartet, ook wel negerkwartet genoemd, het meest geprogrammeerd
Niet tegen staande zijn vrij omvangrijk compositorisch oeuvre en vrij intellectualistische opleiding, is hij een 'onbemind man' gebleven.
Mijn 'blog-plaats' is bijna opgebruikt en eigenlijk wil ik het hebben over de laatste editie van de Stekense kronijcke, (mei 2010) wat tweemaandelijks verschijnt en waar menig groot-Stekenaar met belangstelling naar uitkijkt... leest of op zijn minst; doorbladerd.
Als 'muziekspeler' (zie blog Googl;, tony de ruysscher Stekene en zijne..., titel blog 'Ward' ,3 april 2010) trof mij de foto op pagina 4 van Robert Schumann. Mijn allereerste gedacht was; Schumann....,dat is diegene die de grondgedachte gelegd heeft voor de één making van Europa....terwijl zijn imago (foto) mijn idee niet bevestigde en zowaar het dé Robert Schumann (1810-1896) betrof als componist uit de romantische periode.
(Laat U, beste lezer, niet te zeer beïnvloeden door het woord 'romantisch'. De man heeft wat meegemaakt....
Een prachtig initiatief van Vormingplus Waas en Dender en de plaatselijke dienst voor Cultuur en Toerisme.
Toch kan ik mij van de indruk niet ontdoen dat er dit jaar nog andere componisten zouden kunnen herdacht worden wiens muziek de belangstellende misschien reeds gehoord heeft op de belangrijkste dag van zijn/haar leven, maar waar de interesse reeds op 'nachttarief' (?) stond.
Het initiatief is een aanrader, alhoewel ik toch zou opteren voor drie verschillende componisten (en waarom ((ook)) geen beeldhouwer, schilder of literator) op drie avonden i.p.v. één componist voor drie avonden.
Maar goed, het gebeurt en dat is op zichzelf verdient applaus en bovendien, 'bij Robert Schumann aan huis',is altijd wat te beleven.
Meer als een decennium jaar geleden vertolkte de laureate van de Koningin Elisabeth wedstrijd, pianiste Sylvia Traey, de Kreisleriana (klik op foto) (gecomponeerd in1838 en herzien in 1852) van Schumann in de toenmalige gebedsruimte van het OCMW van Stekene, in organisatie van kunstvereniging FOCUS.
P.s. Vergeten wij ook niet de vermelding te lezen: (op dezelfde pagina) Vlaanderen feest en de agenda (laatste pagina) van de activiteiten gedurende de maanden mei en juni alhoewel ik mijn twijfels heb over de realisatie van sommige activiteiten.
Zoals het oude Kramers Nederlands woordenboek (1957) vermeld: gemeenschappelijke zang en het woord 'gemeenschappelijk' zou, naar mijn gevoel, wel onderlijnt mogen worden.
Opvallend is: dat het woord koorlid hierin niet eens vermeld staat???
Dus nooit meer zeggen: "Ik ben koorlid van...." maar lid van de/het...(naam van het koor).
In het grote Winkler Prins woordenboek (oude editie) beginnen 23 woorden met koor-, maar hier wordt evenzeer het woord koorlid 'angstvallend' vermeden, erger nog: niet vermeld....
Dan maar grasduinen in de enige, echte, algemene muziek-encyclopedie... en zowaar....ik vond 12 woorden die met koor begonnen......, hoopgevend.... maar ook nu vond ik geen definitie van het woord; koorlid.
Een simplistische verduidelijking: koorlid: lid van een koor dus, kan me niet boeien vermits ik een te groot dankbaarheidsgevoel in me heb tegenover deze mensen.
Conclusie: encyclopedisch gezien bestaat het woord; koorlid niet!!! Een reden te meer om deze mensen even in beeld te zetten.
Echte computerfreak's zullen scanderen:" Waarom heb je dat niet opgezocht bij Google, dàt is pas up-to-date".
Mijn kansarm antwoord zou zijn: "Ik ben te computer-bleu". (Onkunde)
Toch ga ik een poging wagen met mijn 'vocabularium', alhoewel dat niet eenvoudig is vermits het (weeral) kunst minnaars zijn, of zijn het kunst-behoeftigen, een omschrijving van een 'koorzanger' te benaderen. Herhaaldelijk heb ik reeds geschreven dat kunst niet te beschrijven is, althans de diepe ziel. Juist dààrom is het kunst.
Een kunstenaar kan zich verschuilen achter een flamboyante levensstijl, dat was vroeger zo, waarom zou dit nu anders zijn.... hij/zij is kunstenaar en dat vormt al een excuses zonder tegenspraak....!
Koorleden hebben deze inspraak niet want zij zijn en blijven volgelingen.
Zij zijn de 'proevers' van dienst.
Waarom?
Eerst moet het 'menu' samengesteld worden, (compositie) daarna geserveerd (dirigent) en pas daarna verorbert door actievelingen. (koorleden).
't Is maar waar je het accent legt: bv. bEdelen of bedElen... wat een verschil...!
Over kunst schrijven, zolang het de historiek betreft, is gemakkelijk. Maar wanneer je de homo-novus die de 'art' beoefent, tracht te definiëren, lijkt mij dat een uitdaging, zo niet een onmogelijke opdracht.
Koorleden..., ik hou van hen. Misschien omdat ik 'den muzikale baas' was en psychologen dit zeker zouden onderschrijven als het 'Adler-syndroom'.
Foto: Giovanni Pierluigi da Palestrina. (1525(?)-1594)
Koorleden vormen een gemeenschap, ieder met persoonlijke inzet en geëigende 'kwaliteiten' om de mystieke vocale kunst-wereld te benaderen, te beleven.... een fictief beeld te krijgen van een perfecte voordracht. Zij staan op de eerste drempel van een piramide met daarachter een fata-morgana.
Samen iets 'bewandelen' .... elkaars hand vasthouden en ook loslaten.
Op 't eerste zicht, weinig hoopgevend, en toch vertoeft men graag in 'gezelschap'....., in gemeenschap waar actieve kunstbeoefening een secundaire prioriteit heeft. De kracht van het samen boetseren aan een koorwerk, bevat kristallen van eigenwaarde.
Ieder voor zich exponeren ze een uitstraling van genoeglijke verpozing, een savoir-vivre, of, in uitzonderlijke gevallen, scepticisme.
Koorleden zijn in wezen 'prachtige' mensen. Waarom?
Zij laten zich leiden door één persoon, de dirigent! En ...raar maar waar...ook volwassenen hebben daar behoefte aan, voelen zich geborgen in een wereld van mystieke 'kunst'. Het ouder-kind en kind-ouder gevoel is en blijft een levenspartner.
En zeg me waar een dirigent zich niet goed zou voelen als iedereen zich 'moet' schikken naar de 'dag-grillen' van zijn muzisch verantwoordelijkheid.
Hoe dat dat komt?
Zeer waarschijnlijk door het theoretisch drijfzand waarin de koorzanger vertoeft bij het beoefenen zijn of haar hobby en weinig kans vertoont een David-Goliath alliantie aan te gaan.
Koorleden vormen het 'embryo' (toekomstige voorstelling, 'concert uitvoering) van een vereniging.
Datzelfde embryo vertoont wel het geslacht, (hoe het klinkt tijdens de koor herhalingen) maar behoudt zich het recht op toekomstige, raadselachtige volwassenheid. (moment-suprême ofte wel de concert- uitvoering zelf.)
De rode draad doorheen al mijn blog's is: heeft een dirigent het recht om koorleden een beeld op te hangen van volmaakte kunst terwijl deze niet bestaat...niet vatbaar is, althans wat het auditieve betreft.
Hij/zij 'bespeeld' 'zijn' koorleden of maakt op een vriendelijke en uiterlijk gedisciplineerde manier 'misbruik' van hun goedhartigheid door zijn of haar imago-uitstraling.. M.a.w.: "Wat ik zeg; zo wordt het uitgevoerd." Het vormt een confidentieel uitgangsbord in de relatie tussen dirigent en de koorzangers.
Koorleden zijn zijn toetsenbord.
Koorzingen: het creëert emotionele momenten..., herinneringen aan..., ingehouden fierheid over...geschiedkundige beelden...enz. e
Anderzijds is er dat sociaal engagement dat zeker niet onbelangrijk is.
Koorleden ontwijken, vaak onbewust, dit dualisme (sociaal contact en actief zingen) en dat is hun voorrecht.
Kunst-filosofie verrijkt wel de geest, maar niet de 'portemonnaie'. 'k Weet ook niet of dit vak wel een onderdeel vormt van de faculteit filosofie, maar wat ik meen te zeggen: het antwoord op essentiële vragen over filosofie lijken steeds een zeepbel te zijn.
M.a.w. als je het aanraakt, spat het uiteen en zolang je het niet aanraakt vertoont het wondere kleuren.
Men verdwaalt steeds verder in een persoonlijke overtuiging die je constant alarmeert voor 'morgen' en dat vormt vaak een obstakel voor je onmiddellijke omgeving.
En..., in een koor zingen behoort als onderdeel tot de kunstbeoefening, hoe differentieel het kwaliteitslabel dit mag en kan verdragen.
Een koorzanger draagt medeverantwoordelijkheid.
Dit alles heeft een niet onbelangrijk engagement binnen het gemeenschapsleven met en bijzonder sociale, artistieke inbreng.
Ik kan dit niet genoeg benadrukken.
Een bron zal zich een weg banen naar de zee om nadien terug bron te worden.
Het is makkelijker over cultuur te spreken dan er daadwerkelijk iets aan te doen. (*) Zeer zeker geen eenvoudige opdracht omdat er een confrontatie heerst tussen het medialandschap (aanbod van radio en t.v.) en 'succesrijke' plaatselijk belangstelling door gewillige sympathisanten.
Maar wanneer actievelingen, (koorleden) misschien met eigenzinnige aanwezigheid, mee aan een moeilijk weg timmeren, (cultuur) moet dit kunnen leiden tot uiterlijke zelfvoldoening, zelfs in een gemeenschappelijke configuratie.
Zelfvoldoening: de toegang tot...., en het 'beleven' van de muzische kunst (en andere componenten in zijn totaliteitsbeeld) is voor het individu, (koorzanger) een doelgerichte en meestal aangename uitdaging ondersteund door een klankvariabele doolhof van onverstaanbare contrapunctiek.
De luisteraars laten het zich wel bevallen.
* cf. Stekene en zijne.... Bloggen: 'weekblad' en/of 'stemband'.
Met een steengoede voorzitter, een bestuur dat 'en bloc' presteert en een ijzersterke dirigent...maar zonder 'akkerland' zal men niet kunnen ploegen.... geen kooralmen oogsten, ook niet met het bezit van de beste graankorrels.
Koorleden eigenen zich , met frisse tegenzin of enthousiasmerende inbreng, een primaire plaats toe met als medepassagier:
Spreken is zilver.
Zwijgen is goud.
Luisteren is diamant.
Zingen is briljant.
En mens zijn is platina.
Voor de koor herhaling; vlug hier en daar wat nieuwsberichten mee ritsen...
Tijdens de koor herhaling: een artistieke onderdanigheid 'verluiden'.
Nà de koor herhaling: een ongevraagde slaaploosheid.. (De melodie blijft hardnekkig in je hoofd circuleren en je troost uzelf dan maar met de gedachte:....och, opoffering baart kunst!)
Zonder koorleden; geen koor, welke ook de begaafdheid van de dirigent of de sociaal-culturele inspraak of dergelijke van het koorbestuur moge wezen.
Een soort christelijk demonisme.
Waarom?
Zoals reeds eerder vermeld: kunst laat zich niet ontleden, verraadt zichzelf niet en toch nodigt het telkens opnieuw uit.
Het 'fantomisme' van muziek beoefening.
Geboeid door wat oppervlakkig toereikend is, maar niet vatbaar, laat staan verstaanbaar.
Het wekelijks conclaaf van realisme (nieuwsberichten) tegenover expressieve koorzang en ....
ietwat 'stout' mag ik er aan toevoegen..., een stevige 'service' aan je partner die geniet van een luxueuze vrijgezellenavond.
'Gedachten en gevoelens' is het antwoord op de vraag: "Wat is kunst?" Een erfenis op basis van 26 letters en daarmee moeten wij het stellen!
Veel en veel te weinig om gevoelswaarden te beletteren.
Daarnaast concurreert het muzistische..., maar ook dit brengt beide muzenisse-onderdelen in een zwakke eufonische danigheid.
Doordachte, samengestelde klanken zijn een troosteloze zoektocht naar allerlei vormen van ontlading, onzelfzekerheid van de componist die geniet van tijdelijk 'applaus'.
Hij/zij geniet van, zoals psycho-analist Adler zou 'zeggen', een machtspositie met blind zelfvertrouwen.
Zoals reeds eerder gezegd, het lijdt tot suïcidale 'ontgoocheling' en voorbeelden uit de kunstgeschiedenis bevestigen deze zienswijze.
En koorleden...zij zitten aan de broodmaaltijd van de gastheer. (Kunstenaar)
Zolang zij zich bewust zijn van denken, occulteert het zich naar mogelijk's een aangename verpozing, (koorherhaling) en de 'dichter' biedt hen een weerbaarheidsfactor in het trachten te begrijpen van datgene wat de 'creator' bedoeld.
Daarom is het verstaanbaar dat meerdere herhalingen van het zelfde lied,voor de zogenaamde 'zwakke' weggebruikers, als excuses kan en 'moet' aanvaard worden omdat zij lotgenoten zijn en zich bevinden op dezelfde periferie.
Koorleden zijn ook vaak betrokken bij andere nevenswaardige, sociaal-culturele activiteiten en worden daarom soms voor een keuze gesteld.
"Welk belang hecht ik aan....of ...wat boeit mij het meest...of...of..."
Even een rechtzetting: de vulkaan eyjafjallajökull ligt niet in Finland zoals eerder vermeld in de blog 'Kronijcke', maar in Ijsland.
Met mijn excuses.
Ook nog dit: bij de Klik op foto is er steeds een koorwerk geprogrammeerd uit het liedrepertorium van het Ruysscheveldekoor wat in een grijs verleden of actueel, zich in één van de koormappen zou moeten bevinden.
Koorleden moest men 'bronzeren' met bladgoud, dragers van het verleden en het heden...vangrail's voor de toekomst.
We zien later wel... en het nù is reeds voorbij.
Woorden staan primair tegenover klanken en kunnen soms troostend maar ook zeer kwetsend zijn wanneer ze naar mensen gericht worden.
De overkant is er maar biedt geen ruimte voor overtuigende theologische zekerheid. (Religieuze werken)
Een geslaagde overbrugging is nog steeds een welkome levensverlenging, maar zoals steeds...tijdelijk.
Millos Forman's 'Amadeus' theatrale filmproductie puilt uit van prachtige, kostumering, (Film-Oscar's) maar geeft inhoudelijk (levensloop) een te zwakke voorstelling van de componist Johannes,Chrisostomus, Wolfgang, Gottlieb, Amadeus Mozart.
De film-titel beschermd deels de inhoud.( Hetzelfde geldt voor literatuur, beeldhouwkunst, schilderkunst ...).
Ook hier zou Antonio Salieri in zijn vuistje gelachen hebben.
Koorleden zijn 'onbezoldigde' figuranten.
"Je hebt goed gezongen" vormt de omlijsting van voldoening in het licht van de spot.
Een fictieve voldoening vertaald zich niet in een café na bv. een opluistering van een uitvaartdienst.
Ik hou mijn hart vast bij de gedachte dat dit routine wordt. (is). Ik verdwijn dan met een gedrapeerde, beschamende oorkonde als medestichter, heel wat anders dan een eervolle voldaanheid met een verleden, geparticipeerde inbreng.
Je voelt je als een "Erlkönig" maar dan in de betekenis van de Vader... zelf te paard'
Koorleden zijn een schakel van de muze-maatschappij, net zoals de mens een schakel vormt in 'zijn' (Gods) schepping en .... als de mens dan in de 'hemel' zou komen mag er geen hel bestaan! (...en toch hoop ik dat er in het 'vagevuur' een computer zal zijn...(?)
Hemel én hel samen, bestaan niet.
Een dirigent trekt al zijn registrale zelfkennis...met cocktail-achtige diplomatieke service open zonder verbaliseren, om koorleden een 'zuurstofrijke' avond te bezorgen.
Het smaakt aangenaam maar wat drink je? En toch zijn de disgenoten (=staande tafelgenoten) belangrijker dan eender welke consumptie.
Zingen is gezond....en niet onbelangrijk, zangers (amateurkunsten) zijn vaak aangename gesprekspartners.
Bloedtesten (Universiteit Frankfurt) bewijzen dat zingen gezond is, het vervangt immunoglobulin A en cortisol!
Zingen activeert het ganse lichaam en de geest. Zingen bevordert...., voedt de algemene gezondheidstoestand van het totale lichaam.
Therapeuten zouden hier toch een grotere aandacht kunnen en moeten aan besteden.
'Zwarte bollekens' (muzieknoten) zijn vreemde verdraagzame, zeer goede exeflor's.
Iemand die zingt, verspreid gezond-bacteriologische zuurstof, in aantal niet te schatten...!
Bezorgde grootouders laten 'potten en pannen' vallen voor wat het waart is wanneer hun kleinkind een gespetterde serenade (wenen) als ongenoegen geeft bij een pas gekregen speelgoedje.
A.u.b., geeft dat kindje een kans zijn 'longen' uit te zetten, het ondervind heus geen pijn.
Maar ja, grootouders zijn er ho'ooooo... zo gevoelig aan en tonen 'stante pede' een gepaaide verzwakking tegenover hun oogappel.
Ik ben benieuw of wij als grootouder ook zullen 'zondigen' (wegsmelten) aan de krododilletraantjes van ons eerstgeboren kleinkindje!!!
In een koor zingen betekent ook dat de tekstuele verstaanbaarheid zich een prioriteit toeeigent t.o. samengestelde klanken niet-tegen- staande beiden 'broeders' van elkaar zijn, waar ' stilte' een schaduwrijke arena vormt.
Het valt mij op hoe moeiteloos men schrijft, gemakkelijkheidshalve, analyse's maakt over klassieke muziekwerken. Ik kan het ten hoogste aanvoelen en dat is op zichzelf reeds een rijkdom. Toch ben ik bang dat de taal van de muziek mijn 'verstand' zou verzuren en ontgoocheld zou worden over 'kunst'. (Indien dat niet reeds het geval is.)
Ook koorleden kunnen zich vragen stellen bij een 'voorbijgaande' analyse van een koorwerk.
Steeds boeiend als men een 'poort' opent naar mystieke beleving. Het schept een drang een muziekwerk opnieuw te horen, ...misschien zelfs te beluisteren...op zoek naar raakpunten met het ego-centrische. Het vraagt een ultieme inspanning waarvan je weet dat je verzeilt in een desolaat landschap omdat het gevoelswaarden betreft.
Ter verduidelijking: Prof. E.Vermeersch (Moraalfilosoof) heeft ooit gezegd: "Ik heb geweend bij het beluisteren van Händel's Messiah.
Zonder arrogantie...., maar ik kan hem volgen.
En daar sta je dan ook weer als koorlid, sterker nog;.... als vertolker...
In het post-catechismus tijdperk en 45 jaar na het 2de Vaticaans concilie met talrijke hervormingen (zeker wat de uitstraling van de liturgie betreft) is er geen actieve verbetering te bespeuren bij gebrek aan 'zuurstof'.
Laat ons naar niemand een steen werpen en onszelf troosten als Emmaüsgangers.
Kerkleiders sleutelen aan de bevrijdingsgedachte...'God bestaat'.
Natuurlijk bestaat God, maar als Hij iets heeft van wat wij ons menselijk kunnen voorstellen is hij zelf kind van...en leveren wij ons over aan dat mystieke 'licht'. De schriftuur: 'Ik heb de mens gemaakt naar mijn beeld en gelijkenis' stevent af op mijn persoonlijke onaanvaardbaarheid. Zelf Luther zal hiermee niet 'lachen', daarvoor is hij een unicum in zijn reformatorishe, ketterende gezonde opstandigheid.
Een koorlid wordt geleidt in de periferie van een geestelijke confrontatie en 'geëxamineerd' in zijn persoonlijke geloof's uiting. (Zang)
door o.a. de wekelijkse koorherhaling. Dat is een, bij eerlijk zelfonderzoek, moeilijke opgave. Gelukkig bieden profane liederen een uitlaat naar ... bijna schreef ik: ontspanning, maar dat is het ook niet wanneer je in 'koor' zingt!
Ik heb begrepen dat liturgie niet ophoud met een gevoelsmatige homeliale bedrevenheid, de gave van het (schrijvende) woord is niet meer voldoende om mensen te sensibiliseren voor hun toekomstig zielenheil. Het vormt een belangrijk onderdeel, met het accent op.... een deel van...
Een priester die zegt:" Ik kan niet zingen" verbergt hier een vertwijfelde, participiële geloof's inbreng in zijn toch reeds wankele positie.(?)
Zingen behoort, op dat moment niet tot hoogstaande, artistieke verkondiging, dat is pure bijzaak voor de voorganger maar maakt wel deel uit van een aangename liturgische viering.
Naar mijn gevoel 'ruikt' het meer naar een schuldbelijdenis dan naar een geloofsbelijdenis, maar beiden behoren ook nu weer tot het 'broederschap'.
Samen met de dirigent en de eventuele instrumentale begeleiding, zorgen koorleden voor het uitzingen van Evangelisch geïnspireerde liedteksten.
Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat hier stilzwijgende opstandige gedachten verweven worden met misschien wel mooie polyfone klanken en dit als zalving aanvoelt voor tekstvertolking, gericht naar persoonlijke overtuiging.
Modernisme gaat al eeuwen mee. Het is een 'gastgezin' van weldaad met telkens opnieuw struikelende vernieuwingen, onaanvaardbare volgens 'de observator.
De midden- en laat twintig-eeuwse mens was voorzichtig geworden in zijn evaluatie over 'kunst'.
Terecht trouwens, maar het is en was smaakloze kaviaar voor de modale 'consument' en eigenlijk is gans de kunstgeschiedenis, grosso modo, hierop gebaseerd.
Vernieuwingen, door de dirigent aangebracht, worden door koorleden met belangstelling onthaald... tot op het moment dat deze ook een herverdeling binnen de stemverhouding inlast.
Een andere zitplaats..., een gebuur die 'nooit zijn stem kan houden'...de zichtbaarheid die belemmerd wordt, (in het gunstige geval) kan aanleiding geven tot een wankele presentie of tot zelfs een volledig afhaken uit de vereniging.
Maar laat ik toch niet té negatief doen over de zin van koorzingen.
Integendeel.
Sommige dirigenten durven wel eens uit hun 'sloefen' schieten en het wordt dan ervaren door de koorzangers als....."'t is nooit goed...".
Bedenk dan dat hij/zij het altijd goed met u meent.
Buiten het sociale en de geestelijke verrijking is er ook nog, en bovendien, de niet onbelangrijke gezondheid's factor waar een lid van een koor in participeert.
Daarmee wordt deze trilogie vervolledigd.
Een zaal waar de koor herhalingen worden gehouden is geen fit-nes-centrum, maar als je de moderne visie's over 'koor training' volgt, (optimale stem-conditie) kan je je, in 't vervolg, maar beter voorzien van een zit- of ligmatje... voor de grond-vocalise-oefeningen om presbyfonie, (algemene stemverzwakking) spieratrofie (vermindering van het spiervolume) pharyngitis, tonsillitis (keelontsteking) en andere '-titissen' in bedwang te houden.
Gewrichten vertonen, met de ouderdom,een reumatische, artritisse en voor sommigen tendenitische (maar dit laatste kan 'over' gaan (?)) onoverkomelijkheid.
Dit kan geen mens ontwijken.
Wel uitstellen, door, zoal iedereen ze wel kent: wandelen, fietsen, zwemmen om de meest populairste te noemen.
Maar zingen bevordert een positieve geestelijke gesteldheid, het bespeelt miljarden hersencellen, en die hebben dan 'geen tijd' om te 'piekeren' of dergelijke.
Zij worden voortdurend geactiveerd en hebben minder kans om, buiten het onderwerp (koorlied) aan negatieve 'zaken' te denken.
Een neus-keel-en oorspecialist zal je daar hééééél veel over kunnen vertellen hoe gezond en nuttig, zingen wel kan zijn... maar ook anderen.(?)
Zingen in een koor is voor de huisarts een teloor.
De nood aan stilte, aan beziiningsmomenten, tasten onze aanwezigheid aan binnen een Eucharistieviering. (Ook als luisteraar en/of...geloofszoekende.)
(Momenteel is de Koningin Elisabeth-wedstrijd voor piano aan de 'gang' en de stilte-momenten, voor een concertvirtuoos, b.v. bij sonate's, zijn de moeilijkste 'passages'!
Anders dan een koor wanneer zij zich te weinig hebben laten horen komt er ongetwijfeld reactie vanuit de leden zelf.
Velen hebben afstand gedaan van het Godshuis als gevolg van ondervoeding en ... onbetrouwbaarheid, maar daar; tegenover, àls God zich kenbaar zou maken, ben ik overtuigt dat dit een onmogelijke levensverwachting inhoud. Ik durf er niet aan denken.
En daar participeert een koorzanger dan aan mee!
Gelukkig bestaat er ook nog de profane koorliteratuur..., om eens 'uit te waaien' maar procentueel in de minderheid. Koorzangers, och het zijn volgzame 'schapen' maar daar spreekt de bijbel toch ook over...'dat ene schaapje' dat verloren gelopen gewas....
een goede herder (dirigent) maakt zich daar grote zorgen over...
Steeds datzelfde: prakiserende kunst is onaantastbaar, maar het blijft boeiend.
Laat me toe te zeggen; tijdelijk boeiend omdat het ontegensprekelijk vragen oproept.
Dat moet ook zo, daar voor is 'kunst' te uniek.
En in realiteit, het is allemaal tijdelijk en heeft geen fundamentalisme. Ook ruimte bestaat niet en hier toets ik de overtuigende filosofie van de franse denker Albert Camus:
'De zinloosheid van het bestaan!!!'
Het blijft een chaos van menselijk denken en dat is zo frustrerend.
En anderzijds, en dit is nu net het 'aangename'... als we ons geen vragen meer stellen zou het een 'ellende' zijn. (Een el zonder einde, heel veel dus.)
In zijn 'Kurplatz' Leipzig heeft J.S.Bach, talrijke meesterwerken bedacht tussen lange homeliën door en het kan niet anders dan dat hij, voor zijn speeltafel (orgel) zijn vruchtbaarheidswater kwijt wilde.
De Matthäus-passie (1729) van J.S.Bach graaft naar diep-religieuse gedachten met 'behulp' van klanken, onnavolgbaar in wat betreft compositorische ijver en toch boeit het steeds opnieuw, omdat het, tot op heden niet te evenaren is, zelf's niet een kwart millennium jaar later...?
Foto: W.A.Mozart. (1756-1791)
Vermoedelijk het meest gelijkende, tevens onafgewerkt schilderij van Mozart uit 1782.
Koorzangers genieten van en privilege, geven aandacht (Koorherhalingen) en ontvangen naderhand applaus. (Concert).
Koorzangers genieten van harmonische samenklanken, na een periode van volgzaamheid.
Dit flirt natuurlijk met de inhoud van wàt men zingt en... kan bevriend geraken met bv. atheïsme. Maar niet 'geloven' is ook geloven. 't Is maar zoals men het bekijkt.
Alternatieven verschuilen zich tussen de alfa en de omega, een zoektocht naar ...
Gelukkig storen de koorzangers zich hier weinig aan en zitten mee aan een rijk gevulde tafel van verleden compositorische en literaire aanbiedingen.
Negatieve sensoren kunnen een positieve invloed hebben, en wanneer je de tweede 's' vervangt door een 'i', kan het 'roulement' een andere, gevoelige wending nemen.
Ik dwaal af, eigen aan en op zoek zijnde naar een 'kompaan' bij voorkeur literaturist.
(Geen musicus, omdat het gevaar voor meningsverschillen groot is alvorens wij in 'discussie' zouden gaan, maar anderzijds ...toch aangenaam zouden laveren tussen 'die mey playsant' en Carminaanse, ostinatieve klankzuilen.
Nogmaals, zonder koorzangers geen koor, zij vormen de almen van een rijk akkerland.
Ik was op zoek naar een foto uit 1922 van 'de lesten stuyver' in Klein-Sinaai en op het voorplan, gans de familie DeRuysscher. (Kinderen uit het tweede huwelijk van Marie-Louisa D'Hooge.(1869-1941))
Ik vond deze niet onmiddellijk maar wat ik wel vond waren foto's uit het 'Ruysscheveldekoor-archief, krantenknipsels (1980 enz.) van een eerste opluistering en bovendien een C.D. opname van een kerkconcert waarschijnlijk uit 1998 waar zij o.a. zongen: 'Va pensiero' uit Nabucco van G.Verdi; Sanctus van Bruckner; Ave Verum van W.A.Mozart; twee negro-spirituals o.a. Deep river en mijn eigen requiem met orkestrale begeleiding.
Een aangename verassing.
Ik hoop dit in de toekomst, allemaal op deze blog te krijgen van uit...video- en geluidsopnames, casetterecorder, foto's van toenmalige kranten (sommige koorzangers (-ster's) zagen er toen vrij jong uit moet ik zeggen)
Het 'Ruysscheveldekoor' bezit, tot op heden, een wisselende, koristische inbreng, zowel voor 'restaurateurs' (dirigenten) als genodigden, (koristen)
en bezit een 'zilveren' penning, wat voor Stekense 'messenvechters, toch tot eerbaarheid strekt naast een benijdenswaardige c.v.
Wanneer ik de laatst genomen foto bekijk, (t.g.v. het 30 jarig bestaan) zijn er voor 50% nieuw gegadigden (gezichten) bij gekomen.
Sommige zijn ons voorgegaan naar de plaats waar zij, met volle overgave over gezongen hebben. (Overleden)
Sommigen zijn tot het koor toegetreden of uitgetreden, juist omwille van het feit... dat er een dirigenten-wissel was.
Mijn persoonlijke ervaring betrof overwegend, een aangenaam contact met reeds druk bezette gegadigden.
Dé uitdaging voor mezelf was: kandidaat koorleden bieden zich aan....dus...doe er, in Gods naam, iets mee!
Stel ze niet teleur..., geef hen vertrouwen hét te kunnen...
Ik herinner nog (en talrijke andere koorherhalingen) één van de eerste koorherhalingen in het leraarslokaal van de gastvrije broeders van Liefde in de nieuwstraat.
Een dame maakte mij er, bescheiden, attent op dat haar buurvrouw iets totaal anders zong dan zijzelf en... dat kon gewoon niet...!
Ik trachtte duidelijk te maken dat dit driestemmige koormuziek betrof en dat het een normaliteit was dat iemand een ander 'voizeken' zong.
De volgende 'repetitie' aanvaarde zij dat als 'doodsimpel'... gaf nieuwkomers zelfs enige uitleg wat dat (polyfonie) eigenlijk wel inhield..., "en dat zij zeker geen 'krawuteleirs' mochten zijn om in zo'n koor te mogen zingen".
Op momenten ( en ook meer) verplichte ik mezelf aan een bewuste ego-centrische gehoorstoornis deel te nemen, zonder uitstraling.
Maar dat (zelfvertrouwen) moet eerst vanuit de dirigent zelf komen, ook al weet hij/zij zelf wel, en in alle stilte, dat er water bij de wijn moest gedaan worden.
Een 'mens' houd dat voor zichzelf.
Dat is een onderdeel van kunst-beoefening: een euforie tegenover een zachte ontgoocheling.
Humanisme won het van het artistieke en dat is vatbaar voor stevige kritiek.
Het gaf een ongeëvenaard aangenaam gevoel van 'naastenliefde' en dan vergaat, naar mijn gevoel, 'kunst' in het niets.(en daar ben ik als muziekpedagoog, nog steeds van overtuigd)
En wanneer er geen koorrepetitie, is, heerst er onwennigheid in 'des huizes'.
Je bent vertrouwd met het wekelijks patroon, het ontmoeten van mensen onder de mensen. Een collectieve inspanning, (ja wel) ieder met eigen talenten; stemkleur..., kennis...; verwachting naar wat komen gaat...; hoe de dirigent er 'vandaag' tegen aan gaat, (met klamme handen of met uitbundige armenzwaai) ...wat de laatste 'nieuwsberichten zijn....enz, enz.
Kunst en cultuur bedrijven, kunst is als eten en drinken met deze uitzondering: dat je wel moet eten wat de 'pot kookt' maar dat stoort geen zins.
De bediening (dirigent) is van goede kwaliteit en haalt het tegenover bv. een paar Dombrofskiaanse barsten in het plafond als gevolg van overtuigend zingen van het Poolse Nationale volkslied; af en toe de verwarming die uitvalt; diegene die altijd te laat komt op de 'repetitie; uw plaats die toevallig benomen is; het programma (uitvaartdienst) dat je ongewild niet in de bus gekregen hebt; de buur die een ongevraagde verkoudheid heeft en bovendien zijn/haar koorpartituren niet op orde heeft,.... maar voor de rest wil je voor geen geld ter wereld de koorherhaling missen.
In deze, voor België althans, hoogdagen van de professionele klassieke muziek met de Koningin Elisabeth wedstrijd oftewel concours Reine Elisabeth,
voor piano, beleven wij hoogdagen in ons toch al on-harmonieus klein landje.
Maar op het vlak van muziek-wedstrijden organiseren, zijn wij toch echt toonaangevend.
Ikzelf volg het niet op de voet maar dit jaar wilde ik echt weten waarom er geen Belgen in de halve finale hun 'kunnen' mochten laten horen.
83 kandidaten waarvan 21 uit Zuid-Korea, 16 uit Rusland en drie Belgen.
(1 Nederlander die de finale haalt.)
Waar staan wij met onze Belgische piano-virtuozen?
Je zou gaan twijfelen wanneer een Belgisch pianist aan het woord is!
Het viel mij trouwens sterk op dat er, tijdens een intervieuw met gerenomeerde Belgische pianisten een hemelsbreed verschil in 'uitleg' te horen was i.v.m.de interpretatie van een Mozart concerto gespeeld door één van de kandidaat finalisten.
De ene zei: " Deze kandidaat is meer dan een finaleplaats waardig...'de andere sprak ...een robot-uitvoering....(?)
Om den duur ga ik mijn eigen visie nog waarderen ook?
Dit bewijst hoe vreemd 'muzische kunst' en hoe relatief een beoordeling wel is.
Ieder in eigen overtuiging, maar men zou zich het recht toe eigenen om te twijfelen aan de muzische onderlegdheid van sommige, en zeker niet van de minste, grote piano virtuozen.
Als professionelen het onderling niet eens zijn...dan pas spreken we over KUNST, welke vreemde magie dit ook moge inhouden.
Misschien juist daarom!
Wie een graantje wil meepikken: vanaf vandaag 24 mei 2010 begint de finalewedstrijd.
(Zonder Belgen)
Dit is een concours van wereldniveau.
De top van internationale pianisten, vaak gewezen finalisten van deze prestigieuze wedstrijd, zetelen in de jury en vonden onze Belgische kandidaten onvoldoende presterend.
Moeten wij ons licht gaan opsteken in bv. Zuid-Korea?
(Volgens het ochtend nieuws 'rommelt' het daar ook weeral...!)
Misschien wel, maar laat ons a.u.b bescheiden blijven in onze, schijnbaar overtuigende uitspraken...!
P.s. Tot mijn topfavorieten behoren: Evgeni Bozhenov, Tae-Yyung Kim en Jeng-Hai Park.
Afwachten hoe sterk hun zenuwen zijn in de loop van de week....
Het heeft geen schijn van kans te beweren dat zingen ongezond zou zijn en mocht U toch twijfelen aan de positieve kracht van zingen,, hier volgen nog enkele tips:
- zingen verband spanningen.
- het geeft de mens een grotere ego-overtuigingskracht.
- het raakt gevoelsbanen.
- het lichaam krijgt meer zuurstof, dus ook energie.
- je leert andere mensen kennen en soms ontstaan hierdoor onverwachte blijvende vriendschappen.
- het gelaat krijgt een gratis 'massage-behandeling'.
- je komt in contact met niet alledaagse muziek van goede kwaliteit.
- tot zelfs in bejaardenhome's wordt het wekelijks zang uurtje als een weldaad beschouwt
omdat het de geest blijft activeren.
- zingen is zo oud als de mensheid, alleen werd het in de loop der tijden gecultiveerd.
- wie in een koor zingt is (meestal) een aangename gesprekspartner.
Kortom, zingen houd je jong.
Waarom schrijf ik dit allemaal?
De evaluatie laat ik aan Uzelf over, gedane zaken nemen geen keer,en als ik mijn eigen teksten lees, krijg ik tranen in de ogen...uit 'compassie...' en toch blijf ik me afvragen waarom 'Sartre' zijn filosofie neerschreef?
Maar over het Ruysschereveldekoor behoud ik een diepgewortelde, blijvende fierheid.
Een opluistering op 15 augustus 1989 in de wereldberoemde Sankt Stephansdom in Wenen behoort tot mijn beste herinnering. (Waar het huwelijk van Mozart met Constanze Weber, op 14 augustus 1782 plaats vond)
En ..... hoe wij daar zijn terecht gekomen...???
Het raakt me telkens opnieuw bij, soms geêmotioneerde gesprekken met (ex-)koorleden over het verleden, maar dit is inmiddels ook vèr-leden tijd en sommigen onder hen verblijven reeds in dat ene mystieke van het leven....!
De 'actualiteit' vraagt om gedegen, verantwoordde creativiteit. Geen eenvoudige opdracht voor bestuursverantwoordelijken...maar koorleden bieden zich aan.
P.s. uit: 'De oude doos':
In het prille begin van het R.K. (lees Ruysscheveldekoor en niet Rooms Katholiek) bracht Etiènne Dieleman, (zou vandaag zijn verjaardag vieren) net voor de opluistering van een kerkelijke hoogdag door het R.K.-koor, een grote hoeveelheid, versneden verse wortelen mee..., deelde deze, op zijn geëigende manier uit met de slagzin:" Voilà, hier gaat ge nog veel beter van kunnen zingen...". Inderdaad, wortelen eten houd de mooie ogen in stand en bevorderen de stemkwaliteit, maar het is uit den boze deze vlak voor een concert of opluistering te nuttigen. Eveneens een 'thee met honig' is goed voor de stembanden... en als je wat 'bedeesd' van aard bent doet, een glaasje wijn wonderen.
En ook nog dit...., toen een sopraantje, bij zaadhandel Dhondt, een zakje kanarie-zangzaad was gaan kopen en het uitdeelde aan de koorzangers..... (Prachtig toch...)
Foto: Strauss-monument in Wenen.
Klik op foto. (= unieke opname van Robert Stolz als dirigent naast de jonge Peter Alexander.)
Hoe ouder men wordt, hoe meer het verleden een aangenaam 'beslag' op u legt.
Symptomen van miljarden hersencellen die, beeldmatig en geestelijk een verouderingsproces op gang zetten. Als je vecht tegen de tijd, verlies je altijd.
Ons café, gelegen op de polenlaan nr.6, was tot 1952 een beenhouwerij van Stiene 'de klootere' en Albert De Smedt. (Veehandelaar). Beiden zijn daarna naast café van 'Lady's' gaan wonen in de dorpstraat. (Lady was taxichauffeur en bezat eveneens een fietsenplaats. Voor 5fr.week kon men er zijn fiets kwijt. Dat bracht mijn ouders op de idee dezelfde bron van inkomsten te 'organiseren' en velen zullen zich nog herinneren dat je bij 'Caar' ook uw fiets kwijt kon wat toch een lichte concurentie betekende voor Lady Weyn.
Het huis moest een logementhuis blijven met op het eerste verdiep een tamelijke grote, open ruimte met daaraan palend drie grote en één kleine kamer voorzien van de nodige slaapmeubilering, d.w.z. een ijzeren bed met dito 'ressort' en een 'casse-pau om zich te wassen.
Het huis was eigendom van mijnheer en madame 'Leon' een brouwerij in de dorpstraat en wij moesten daar het 'ambetante' maandelijkse bedrag van 800fr. voor betalen. Maandelijks moest ik dat gaan afgeven bij 'Madame Leon' aan het opvallend grote herenhuis in de dorpstraat.
Ons Moeder had ofwel:"Wat moeten we weeral gaan eten vandaag of ...'t is weer een dure maand, van de maand....(huur)" dikwijls als beginnend gespreksonderwerp.
De verhuis gebeurde met een 'pierewiet' vanuit de'n 'teirlinck' door de kerkstraat naar de polenlaan. Heel véél moest er niet verhuist worden.(?)
Ons café moest, en dat was een huurvoorwaarde, dagelijks toegankelijk zijn.
(Dit gebeurde dan ook... tot begin de jaren zestig.)
Toen Marlène de Wouters, gisteravond (Dinsdag 25 mei 2010) in vlekloze meertaligheid aankondigde: " Gelieve niet te hoesten tijdens het concert..." kon ik mijn lach niet inhouden.
Tijdens mijn 'misdienaars-carrière' werd er wèl gehoest onmiddellijk na de consecratie, het was een vorm van erkenning, geloof's participatie voor dat mystieke gebeuren dat de 'priester' voor het altaar uitvoerde, ook al was het in onverstaanbaar latijn, maar misschien of juist dàt vormde de vreemde 'introïtus' van persoonlijke zielezaligheid.
Marc Erkens (Departementshoofd van het Lemmens instituut) vergeleek het, in zijn geëigende virtuoze, aangename sprekerstijl, dat je een belangrijke voetbalwedstrijd ook 'live' moet meemaken wil je het volledig meebeleven.
Juist..., maar daar mag je roepen, tieren, hoesten, kabaal maken zoveel je maar wil... als het je favoriete ploeg maar een hart onder de riem kan steken en dit als twaalfde man...
En het weze gezegd...een twaalfde man is nu niet direct een ideale 'plaats' om een finale-wedstrijd als Koningin Elisabeth af te sluiten...!
Zaterdag a.s. is er het Eurovisie-Songfestival finale en zonder een Nostradamus-gevoel te scanderen weet ik nu reeds welk programma op de buis komt; dit laatste of de Koningin Elisabeth wedstrijd finale en belangrijk natuurlijk, de uitslag.
Het zal in uitgesteld 'relais' zijn.
Vandaag start in Eeklo de ronde van België voor wielrenners.
't Zal toch ook geen Koreaan worden zeker...?
Tussen haakjes, ik moet mijn menig herzien wat betreft de drie (primus) laureaat finalisten na het horen van de Koreaan Park die, na de halve finale tot mijn persoonlijk top behoorde. Nee dus....!
Gelieve niet te 'niezen', kuchen of nog minder te hoesten, tijdens deze wedstrijd, het kan de kandidaten uit hun concentratie brengen...
Gelieve dus ook niet luidop te lachen met wat hierna volgt....!
De wedstrijd van gisteravond....
Als ik de commentaren van de panelleden vanuit de loge hoo,r met mevr. Katelijne Boon als intervieuwer, overweeg ik sterk om mijn 'commentaar' te toetsen aan deze en (toevallige) gasten uit het 'publiek'. (Of eerder, en dat zou het eigenlijk moeten zijn..luisteraars, maar zij zijn het wèl.)
Het valt mij telkens op hoe verschillend de indrukken zijn van gevestigde Belgische top pianisten,.... de ene spreekt van 'sublieme vertolking' de andere... met ''gematigd' enthousiasme.
Ikzelf ben zeker geen wedstrijd-freak, verre van.
Waarom?
"Degustibus non est disputandum" was, is, en blijft een onverzettelijk gedachte, waarmee je alle kanten uit kunt. (Ook bij internationale 'concours'.)
Wat ontegensprekelijk 'floreert' en wij als luisteraars ervaren is, .. naarmate het optreden van de kandidaat vordert, er een rijpere, overtuigendere prestatie van het desbetreffende pianowerk volgt, en dat is zeer opvallend en bovendien erg menselijk...het vertrouwen groeit...
Maar,... de jury is niet van gisteren...
Eerst een eigen keuze pianosonate die kans maakt om te verwateren omdat er in het achterhoofd, onmiddellijk hierna, een opgelegd werk moet vertolkt worden.
Bij mijn allereerste analyse (=beluistering) vond ik dit zeker geen gelukkig uitgekozen werk uit de 147 inzendingen voor het 'concours' (Compositie) wat nadien bevestiging kreeg van de pannelleden.
Het zal zeker de concert programmatie niet sieren in één of ander wereld's continent.
(Maar daar spreken we zelfs niet meer over.) Laat componisten maar ideologeren over hun eigen creatie, ik heb nog altijd het gevoel dat zij wel ooit eens 'groot' zullen worden maar dat zal wel na hun bewust 'zijn' gebeuren!
De Minnaar van deze wedstrijd zal de duimen moeten leggen tegen over Koreanen en andere. Deze Cassanova is misschien wel de publiekslieveling, maar kunst laat zich niet inpalmen door claque's en bovendien was hij té 'aandachtig' voor het opgelegd werk.
Wie kan (zal) de eerste zijn om dit verplicht werk uit het hoofd te spelen...
Een immense uitdaging...Enkel de groten kunnen en durven dit aan.
Ik kijk er naar uit. Maar tot op heden is er, voor mij, nog geen uitgesproken 'primus inter pares'.
Elke dag werd er koffie opgeschonken van het merk de 'Zwarte kat' en niet van bv. 'Den Arabier' of 'Rombout'
Waarom wij ons aan dat ene merk hielden weet ik niet maar ik vermoed dat andere koffiemerken net iets duurder waren en....
(Was er ook geen koffiebranderij schuins tegenover de nieuwstraat in Stekene, genaamd 'Carlo-koffie'?) Ik heb een sterk vermoeden.
Misschien ook, omdat wij 'op den boek' van Martha Potter's stonden en een blokje milkanasmeerkaas,...een 'latje chocolade-perette....2fr.mosterd op een boterpapiertje....(rechtstreeks geschept uit een Keulse mosterdpot) heel gemakkelijk op de poef werd afgehaald zonder enig problemen. Tot op de'n dag (dat kon soms maanden duren) dat aan Martha gevraagd werd om de rekening te maken.
Martha deed dat manueel, keurig, zeer netjes. Ik vermoed dat dat voor haar een 'luxe-avond' moet geweest zijn om al die cijfer (met datum) over te schrijven op een afzonderlijk velletje (-s) papier.
De makelij van de koffiekan moet van 'goede huize' geweest zijn niettegenstaande ze hier en daar een uiterlijk teken van ouderdom (schilfering) vertoonde en ho wee wanneer die 'kaffiekanne' leeg was.
Erger was het gesteld met 'de mueur', (warmwaterketeltje)
Die vertoonde blutsen en builen,.... maar niemand die daar ergernis aan gaf.
De koffie werd in de voormiddag 'opgegoten' en in de namiddag werd de'n 'ambras' (reeds gebruikt koffiegeruis) opnieuw gebruikt voor de 'schoftijd'.
Pas 's anderendaags werd het 'kafeebozzeken' uitgeschut om opnieuw gevuld te worden.
Trouwens, de koffie moest je nog zelf malen in een koffiemolen, wat ik ontelbare malen met enthousiaste tegenzin heb mogen doen. (Gemalen koffie was ook weer net iets te duur in aankoop.)
De opkomst van de fluitketel 'rook' naar modernisme en werd zo maar niet 'klakkeloos' aanvaard.
Gisterenavond heb ik gekeken én geluisterd naar de Koningin Elisabethwedstrijd wat ik, in geen jààààààren gedaan heb. Ja, het wordt soms ook een 'kijkspel', alhoewel dit niets maar dan ook niets voor de luisteraar iets te betekenen zou mogen hebben.
Dergelijke hoogst kunstvolle klanken (compositorische 'vaardigheid') projecteert men naar het hart... én de ziel. Het ontwijkt visuele inmenging want dat is schadelijk voor dat éne...het gevoel... en kan aanleiding geven tot een humane, desastreuze, verdere levenswandel.
Voor de eerste maal waren, zowel de panelleden alsook de professionele 'zaaltoehoorders' (Marc Erkens en Peter Ritzen, van wie we nu wel genoeg weten dat hij vaak in China en omstreken vertoeft) het sprakeloos eens.
Wij hoorden een kandidaat-winnaar m.n.Kim Tae-Hyung. (Leerling van de in München docerende pianovirtuoze Elisso Virdaladze en zetelt bovendien in de jury wat een niet onaardig voordeel oplevert alhoewel we dat niet mogen scanderen, noch fluisteren.)
Toch blijft het uitkijken naar bv. de Bulgaar Eugeni Bozhanov, van wie ikzelf, tot in de halve finale, hoge verwachtingen koester. (Niet alleen omdat hij Glen Gould allures uitstraald maar overheerlijke Bach vertolkingen presenteert. En mocht hij als zevende eindigen krijgt hij nog altijd een, naar Bulgaarse normen, fiks bedrag (4000 euro) van de ...nationale loterij.(?)
Màààààààààààr, in de loge en als ik het goed gehoord heb, sprak mevr. Boon tegenover de heer Vanbeckenvoort over een Let (Andrejs Osokins) die "zijn smoel" (bek) mee had....???? Dit gaat er over.
Ik heb een stil vermoeden dat Katelijne zich niet al te zeer op haar 'gemak' voelt te midden van Belgische eminente piano virtuozen en als ik eerlijk moet zijn ...waar is Fred Brouwers gebleven?
Vermits ons café een logement huis was, verbleven er op zeer regelmatige basis voornamelijk 'duanier's' die vanuit de vier windstreken in Stekene verzeilden.
Zij werkten twee maal vier uur per etmaal op onregelmatige uurbasis, m.a.w. een shift van bv.00u. tot 04u. en van 16u. tot 20u.
Ik heb daar aangename herinneringen aan omdat sommigen mijn speelkameraadjes waren in het voetballen en biljarten. (Roger De Bosschere uit Oostakker en Bernard ....(?) uit Roeselare.)
Op de zolder stond een afgedankte tapbiljart en om zijn (duanier) uurtjes te verdrijven speelde de logé samen met mij. Er was straffe spelers-concurentie (winning-pot) alhoewel meerder 'tappen' op de biljart los stonden(?) ammuseerden wij ons toch 'kostelijk'.
Wat mij later opviel was, dat zij 'straffe' boekenwurm's waren wat ik, als kind en 'kandidaat' speelgenoot, in die periode, niet zo erg wist te appreciëren.
Maar...het waren fijne mensen die weinig genot hadden van een 'hotelverblijf' maar nooit één opmerking hadden als logé. Hun werkuren waren zéér onregelmatig met als gevolg dat de middagmaaltijd door ons Moeder werd weggewuifd als: "Roger, ge weet de kelder zijne en as g' honger hebt... snij d'ou dan maer ne'n boterham af..."
In diezelfde open ruimte (zaaltje) kwam later het ingewikkelde radarwerk van het kerktoren uurwerk te staan. (Verhuisde van de kerktoren naar de Polenlaan)
Dit radarwerk moest dagelijks 'opgewonden' worden' wat jarenlang door 'Fiel den draaier', echtgenoot van 'Mie Cent' en woonde in een deel van het huis Tack,
volbracht werd. Mijn Vader was zijn opvolger tot de electrificatie van het uurwerk dit 'ambt' in de historische kerkboeken verdween. Oscar wist de losse treden onderweg naar het 'horloge', blindelings liggen alhoewel hij zeker geen praktizerende kerkganger was.
Tot op vandaag heb ik, met steeds groeiende belangstelling, gekeken en voornamelijk geluisterd naar deze uitputtende piano wedstrijd van wereldformaat en daar mogen wij, als Belgen, terecht fier over zijn. Als je merkt welk grote namen er in internationale dertien koppige koppige jury zetelen, wordt je al 'onpasselijk'... als luisteraar alleen al.
Een negatief punt in deze wedstrijd is, het ontbreken van onze Belgische pianisten!
Toen ik gisterenavond mevr.Kim Kyu Yeon, ( verdient 12 de plaats) de keuze-sonate hoorde vertolken, dacht ik bij mezelf dat toch één van de drie Belgische kandidaten toch wel in staat zou moeten zijn deze Koreaans op zijn minst te evenaren...! (In deze finale van twaalf kandidaten.)
Over het opgelegd werk van de Koreaan Jeon Minje is reeds vijf dagen lang een negatief beeld (compositorisch) geschetst en naar mijn gevoel ook terecht.
Wat mij sterk verwonderde was de contraversiële versie's tussen de panelleden uit de loge, de twee zaal luisteraars anderzijds (Erkens en Ritzen) en een toevallige gevestigde waarde uit de pianistieke wereld.
Om een voorbeeld te geven: wanneer het over de Bulgaar Evgeni Bozhanov ging met de vertolken van een Van Beethoven sonate (écht subliem, uniek gebracht) en Daniël Blumenthal sprak, dat zo'n 'pianist' nooit in zijn klas nog maar zou mogen beginnen studeren....(omdat hij onvoldoende pianist was) rezen mijn haren ten berge (En naar ik vermoed, ook van anderen.)
Ieder zijn mening.
Nu nog uitkijken wat de laatste kandidaten, deze avond, er terecht van gaan brengen.
Je moet stalen zenuwen hebben om je door dit alles heen te loodsen.
Omstreeks 23u zal de laatste noot gespeeld zijn en geef ik (onmiddellijk op deze blog) mijn prognose-uitslag op gevaar af van een persoonlijk debacle.
Vanaf 00u30 kan het jury verdict verwacht worden.
Nog dit meegeven: had de Bulgaar Bozhanov zijn attitude wat bijgeschaafd, op het einde van zijn optreden, had hij heel waarschijnlijk de eerste laureaat van deze wedstrijd geworden. Toch vermeld ik hem nu reeds samen de Koreaan Kim Tae Hyung.
Een mooie afsluiter zou zijn: eerste en laatste plaats voor de Koreanen.(?)
Nog even wachten naar Claire Huangci en Denis Kozhukhin,..... je weet maar nooit...
''t Is weer voorbij....." zou de Nederlandse cabaretièr Gerard Cox gezongen hebben.
Hier is wel een verschil tussen theater- en -podium.
Laat het ons daar niet over hebben.
Ik heb genoten van deze Koningin Elisabeth-wedstrijd voor piano...misschien nog het allermeest om de tegenstrijdigheden van prominente muziek- of andere pianovirtuozen, vooral, wanneer zij voor de camera verschenen. Zij zijn nu eenmaal 'kunstenaar' en zijn (gelukkig) niet te vatten (gevoelsverstaanbaarheid).
Kunstenaars denken over een aureool van onaantastbaarheid te beschikken, althans zo stralen zij dat ook uit.
Dat moet zo omdat zij over KUNST spreken en hun medemens in eenzame gedachten achter laten zonder zelf te beseffen waar dé waarheid, het ultieme moment, de ziel's analyse en vele, vele andere betrachtingen aanwezig of gezocht kunnen worden.
Dit laatste is al een eerste stap waarvan ik hoop dat hij/zij dit nooit of nooit ontdekt.
Er waren, in deze finale tien mannen en twee vrouwen, gelukkig gedirigeerd door een (Amerikaanse) dirigente Marin Alsop die 'cum laude' verdient...
Maar... men vraagt om het kuchen en hoesten, tijdens het concert, te vermijden (?)...
Haar 'hielgeschuifel' terwijl zij dirigeert, is dan toch ook te vermijden wanneer er een klankopname is. Een dirigent moet binnen de perken (verhoog) blijven, eventueel gedrappeerd met tapis-plein. Gelukkig wordt er in de professionele muziekwereld geen onderscheid gemaakt tussen prioretaire, allesoverheersende masculaire 'geslachten'.
Maar dat komt nog wel... bij het ontwakend bewustzijn van 'eeuwenlange onderdanig vrouw zijn'. De eerste vonk is gegeven door dirigente Aslop. Zij is de eerste vrouwelijk dirigente van zo'n muziekwedstrijd en de instrumentisten... zij zagen dat het goed was!
En...wanneer gaan die muziek-intellectuelen eens leren, om te spreken over:
Van Beethoven en niet Beethoven...!!!! Jij zegt toch ook niet Beckevoort maar toch Vanbeckevoort..., (om zo maar een 'lucratief' voorbeeld te nemen).
Ofwel schiet mijn Germaanse leerstof te kort ofwel die van die heren en dame's...maar ik heb niemand, in deze zes dagen, horen spreken over een sonate van Van Beethoven.
Als slotakkoord nog even dit: alle 24 laureaten waren en zijn virtuozen, 's wereld's beste onder de besten.
Ieder van hen verdient applaus!
Moge hun carrièrre bezaaid worden met korrels waarvan niemand weet welke vruchten het zal voort brengen.
Dàt, is het mystieke, tevens ondraaglijke van kunstbeoefening.
Ik zeg altijd:"Als mijn kiekens maar eieren leggen..."!
Uitslag Koningin Elisabeth wedstrijd voor piano 2010.
1° Denis Kozhukhin.
2° Evgeni Bozhanov.
3° Hannes Minnaar.
4° Yuri Favorin.
5° Kim Tae-hyung.
6° Kim Da Sol.
P.s. uitnodiging tot het lezen van mijn blog: Koningin Elisabeth wedstrijd 2010 van 28 mei ll. en ook blog Koningin Elisabeth wedstrijd 2010 van 29 mei ll.
Ik kan er niet genoeg van krijgen, ik bedoel de Koningin Elisabeth wedstrijd voor piano.
(En moet ik daar dan 62 jaar voor geworden zijn...?)
Ik kan het uitleggen.. maar vertik het om U daarmee te confronteren en U bovendien onaangenaam leesgenot voor te schotelen.
Als ik niet meer weet wat te vertellen, start ik wel met een blog (-gen) waarom (waarop) ik gestrand ben, op mijn 23 jaar, met de muziekstudie.
Een uitslagprognose geven van een Koningin Elisabethwedstrijd, gelijk welke discipline, is een loterij Wie er echt mee begaan is heeft het gevoel van in een (vergeef me) assisen zaak, als jurylid, te fungeren.
Verantwoordelijkheid op te nemen.
Je beslist mee over de toekomst van een méér dan getalenteerde 'jongeling' (-gen).
Enkele korte, in morse-stijl, persoonlijke bedenkingen.
De bescheiden, grote winnaar (Denis Kozhukhin) vertolkte een 'kleine' sonate van Jozef Haydn.
Persoonlijk droeg het niet mijn voorkeur wat de interpretatie en 'lichte toets aanslag' betreft.
De moeilijkheidsgraad van deze sonate lag te laag voor zo'n gerenommeerde wedstrijd als deze. Ook andere kandidaten kozen voor het zekere voor het onzekere, maar als het treffelijk vertolkt wordt (bv. totaal in zijn licht-roccoco tijdskader wordt geprojecteerd enz.) kan ik er best mee leven. De vertolking van een sonate gespeeld door Kim Tae-Hyung zal ik me blijvend herinneren. Hij kreeg maar een vijfde plaats.
Maar hoe komt dat toch dat er een verschil is in beoordeling...ze spelen toch allemaal dezelfde noten, dezelfde ritmiek die genoteerd staat....dezelfde harmonie.
Dat is juist 'kunst', het onverklaarbare, het verder, dieper uitstralen van datgene wat er reeds geschreven staat. Het is enkel maar te benaderen, niet te vatten. Dat mag ook niet, het zou een menselijke desastreuze ontgoocheling betekenen. Het fantoom van kunst is dat het de ziel befoeterd, uitdaagt en datzelfde fantoom weet dat het de overwinnaar is en blijft. En de mens...hij ontgint, elk jaar opnieuw, met persoonlijke overtuiging.
Maar met dat wazig beeld van eerlijke onkunde.
Laureaten van de Koningin Elisabeth wedstrijd 2010. Het ga jullie goed
En morgen.. komt 'Ward'sen champetter', (Edward DeRoos)op bezoek.
Nee, hij was geen pianovirtuoos maar had wel een heel persoonlijke band met O.L.Heer.
Vermits het een logementhuis was, werd het ook wekelijks (maandag) geverifieerd.
Dit moest gebeuren door een politieagent, of een gevolmachtigde.
Opvallend vaak door Edward De Roos (Ward'sen champetter) tekens tussen 21u en 22u..... met het nodige 'pintje' (-s) erbij.
'Wardje' was populair in gans onze dorpsgemeenschap, een graag geziene 'champetter' die ik nooit ook maar een 'proces' heb zien uitschrijven. Hij hield het bij een brave verwittiging, als hij het al over zijn hart kon krijgen.
Goed...'Wardje' kon wel eens tegen O.L.Heer uitvliegen maar echte vakmannen hadden hun eigen 'vocabularium' en bovendien had de toenmalige onderpastoor Oelbrandt tegen mijn Vader geantwoord, toen hij vroeg:" Mijnheer de'n onderpaster, magge 'k ik soms eens vloeken... as'k op m'n vingers klop...?"
"Oscar as da de pijn kan verzachten, dan meugde gij da zéker's..."
Het andere logementhuis betrof 'den Belle-vue' waar jarenlang dezelfde duanier verbleef.
De diversiteit van personages als logé, liep uiteen. Van rijkswachter tot een groep installateur's van het kerkuurwerk. (Electrificatie van de kerktoren uurwerk).
Van een onverwachte echtscheiding tot een verdwaalde jongeling...steeds kon men bij ons terecht zonder verdere 'commentaar'.
Al schrijf ik het zelf maar ons café trok meer op een spiegelpaleis. Niet minder dan zes spiegels sierden de muren en ik herinner me nog dat, toen Pastoor Weyn om zijn jaarlijkse 'St-Pieters-penning' kwam, hij mij stevig in mijn bekken vastgreep..., mij, voor de spiegel omhoog stak en tegen mijn Moeder zei: " Kijk Anna, dat wordt nog n'en pastoor..." alhoewel ikzelf overtuigd was dat ik 'coiffeur' ging worden. Ik wilde gaan concureren tegen 'Beir scheunweer' die mijn 'frou-frouke'n' altijd knipte zoals geen ander en er in het cafeetje wel dorpsnieuws te rapen viel alhoewel dat niet altijd geschikt was voor jeugdige 'snotter's'. (Bv. een recent scheidingsgeval wat toen zéér uitgzonderlijk was...)
Klik op foto.
Victimae paschali laudes, voor het eerst gezongen door het R.K.koor in 1981.
U zult zich misschien afvragen waar het 'toilet' zich bevond.
Wél...het 'huisken' en de 'pisseine' bevonden zich net achter het café.
Het plassen gebeurde in een zinken bakje, amper 70cm. breed en ...niemand die zich stoorde aan z'n privacy,.... ik vermoed..integendeel soms...!
De drukste dag van de week was uiteraard de zondagmorgen, wanneer ' 't achtchen' (achturenmis) uit was.(Derde zondagsmis op rij, m.a.w. om 6u., om 7u. en daarna de acht urenmis.)
De boeren, sommigen kwamen vanuit de 'barlabuize' en 'de'n berg', hun kaartje leggen, na een harde werkweek, en er werd telkens op 't scherp van de snee gekaart. Dat kon je trouwens goed horen.
De horlogeketting blonk op hun 'jacket' alhoewel zij dat als de grootste normaliteit verdroegen.
De 'roskopf' werd te pas en te onpas uit het vestzakje bovengehaald om te kijken 'hoe laat' het was, alhoewel dat helemaal niet nodig bleek.
Op hetzelfde moment vroeg dan een medespeler, die niet beschikte over een dergelijk attribut, een sigaar (merk uiltje) aan 'de patron' (meestal was ik van dienst) om niet onder te moeten doen voor zo'n 'uniek' zakuurwerk én.. de 'kaartvijand'.
De eerder kleine tafeltjes moeten van uitstekende kwaliteit geweest zijn want.... zoals die 'heren' op tafel sloegen bij een eventuele 'pandoer'.... dat tart de verbeelding.
Met niet al te sacrale woorden werd O.L.Heer er soms bijgeroepen naarmate de gegeven situatie en het 'spel' (kennis) van de 'medemaat' het liet afweten....
(Of O.L.Heer ook ne'n kaarter was, durf ik 'begot' niet beweren maar Hij was allezin's van 'de partij'.)
Ik sliep boven het café en ik wil nu niet beweren dat ik, bij zo'n goddelijke 'uitspattingen' tijdens de kaartingen, uit mijn bed 'donderde', maar vele zondagmorgenden werd ik wakker door een litanie van aanroepingen dewelke ik in de 'cathechismus' zeker niet kon terugvinden.
Eén keer per jaar werd er een serie-kaarting uitgeschreven en moest drukker Cyriel Engels (Bokkestraotsen) zorgen voor de de nodige affichering. (kleine aankondigingen met zo'n 'boogschutter' op de voorpagina. Het was hét 'blazoen van: er was iets te doen....
Of het nu 'kaarting...schieting of 'pierbollen was, het stak hem zo nauw niet,..en niemand die zich hierover zorgen maakte.)) Dat was voor hem geen probleem omdat hijzelf een verwoed schutter was. Volk had je toch!
Maar...de eerste prijs was, tijdens een pierbolling, en dat herinner ik me nog zeer goed, een konijn...Zelf gekweekt..
Het werd door de kandidaat-spelers, voor de 'wedstrijd', bij het nekvel genomen, gewikt en handmatig gewogen en waarschijnlijk heeft de kwaliteit van het konijn een rol gespeeld bij de concentratie voor het 'bollen'.
Pieér (Petrus De Mayer uit de Kiekenhaag) ...die kon er wat van.
Hij bracht al een 'baole' mee naar 't café alvorens hij had gewonnen, om het 'kornijn' erin te steken.
Hoe dan ook, ik was er als de kippen bij om telkens de 'aat'n' recht te zetten na een zoveelste poging om de 'zot' omver te 'pieren'.
Het was niet gemakkelijk vermits de vloertegels, hier en daar uiterlijke tekenen van slijtage vertoonden.
Tussen het café en de smidse bevond er zich een rookstalletje amper 1 m2 groot waar bijna wekelijks enkele vlezige 'hespen' in gerookt werden door de jongste zoon van 'Stiene de klootere'. Houtschilfers zorgden ervoor dat er voortdurend een aangename, rokerige walm op de'n hof hing. Het gebeurde wel eens dat ik een aardappel op een stukje ijzer spieste en...als dan de gerookte hespen werden verwijderd, ik stiekem het kleine zinken poortje terug opdeed om mijn 'delicatesse', (aardappel in de schil) als volwaardige kok te 'roken'. Het duurde soms wel erg lang.... maar de smaak van een aardappel in de schil, (ne'n gekookte patat dus) loog er niet om.
De smidse was voorzien van een ruime werkbank met twee grote bankschroeven waarvan je duidelijk aan de vorm van de hendel kon zien dat er door de gebruiker 'power' mee gemoeid was.
Wat eerst opviel was: de vrij grote 'draaibank' die door Oscar niet zo erg veel gebruikt werd, maar een streling voor het oog was als hij deze 'bediende'.
Eén lange as met bobijnen motoriseerde een boor-, een zaag-, een slijpmachine tezelfdertijd. Ik weet zeker dat één lezer van deze blog zich dat nog zal herinneren.
En ten laatste was het 'smesvuur' met electrische windturbine (-ken), 'geassisteerd' door een aambeeld en een kleine, gietijzeren kolenbak gevuld met water om het gloeiende ijzer af te koelen na het smeden ervan.
Het zaagmachine was niet mijn beste vriend.
Het was een vervelend 'ding'. Wanneer je er uren aan zat om bv. een baggette ijzer van 6 meter lang, 12mm. op 12 mm.dik, (geleverd door 'Het Metaal' in de plezantstraat te St-Niklaas) in kleine stukjes moest zagen en elk stukje zo'n 10 minuten duurde... en als je dan zo'n 77 stukjes moest doorzagen begrijp je dat dat niet aantrekkelijk was voor een kind met duidelijk nog speelse kriebels in zijn lichaam.
Ik probeerde soms de zaag een duwtje te geven om het iets vlugger vooruit te laten gaan...
maar lap..., de ijzeren zaag brak in twee en daar was mijn Vader niet al te gelukkig mee.
Hij grabbelde in zijn glazen confituurpotje dat hij ergens hoog verborgen hield...haalde er
17 fr uit, en stuurde me naar de Maesschalck in de dorpstraat (waar ik ook voor 2fr., vishaakje ging halen.) om een 'ijzer'n zougsken'.
Tijdens de vakantiedagen moest ik meehelpen in de smidse en dierf pas 's avonds vragen of ik mocht gaan trainen met de voetbalploeg, want... dàt was mijn 'leven'.
Ons Moeder gaf mij dan een bezorgde opmerking: "Moete gij nu weeral uw benen vanonder uw 'gat' laten schuppen...!!!
Met een dokwerkerszak, het werd beleefd: voetbalzak genoemd, gevuld met de blauw-gele kleur kousen van Stekene sportief en een paar voetbalschoenen waarvan de'n tip omhoog stond door de'n ouderdom en geleend van de club, trok ik naar het sportterrein in de 'stasiestraote' in de overtuiging dat er een tweede 'Pol Van Himst' geboren was.
En telkens ik aan de ingangspoort van het terrein kwam, keek ik naar de 'triomfboog' met de gesmede letters: 'Dr.Eugeen Roggeman', waaraan ik met weinig kinds-enthousiasme had aan 'meegewerkt'.
De smidse (attelier of gewoon stal genoemd) straalde iets uit van een verleden nostalgie.
Aan de ringen in de deels gecementeerde lemen muur kon je nog merken waar de koeien indertijd waren gebonden.
Ook nog de restanten van voederbakken 'verklapten'' dat er voordien een veehandelaar had gewoond. Geloof het of niet maar in de kleinere stal ernaast stonden gedurende enkele dagen twee kamelen van een rond trekkend circus. Deze kamelen vertoonden weinig aanstalten om zich zomaar te laten leiden onder de tamelijk lage dwarsbalk van deze stal.
Hierin slaagde de circusartiest (kamelendrijver, clown en acrobaat tezelfdertijd...)
Ik herinner me nog dat, op een zaterdagmorgen diezelfde man, in ons café vroeg aan Oscar en Omér B..... om met twee hem, (circusartiest van amper 65 kilo) al was het maar één cm. op te tillen... maar dat hen dat niet zouden lukken...
Ze kregen het briefje van twintig frank dat deze artiest onder zijn voeten legde, indien zij dat wél konden.
Nu...mijn Vader en de jonge Omér B. waren beiden eerder 'forse' mannen en in aanwezigheid van talrijke café gasten kregen zij deze 'artiest' geen millimeter van de grond, hoe zij dit ook maar probeerden.
Na deze pogingen stapte de man, gewoon opzij,..... raapte het twintig-frank briefje op ...ging, alsof dit de normaalste zaak van de wereld was naar de'n 'toog' om verder te proeven van zijn pintje bier terwijl de bezoekers met verbazing aan de grond genageld bleven...en zéker mijn Vader.... want Vader's zijn toch altijd sterk....
De klik op foto waren, vanaf Ruysscheveldekoor 2, (12 maart 2010) tot op heden, fragmenten uit:'Overzicht liederen Ruysscheveldekoor' wat daarom niet wil zeggen dat zij ooit uitgevoerd of geprogrammeerd geweest zijn. (Ik denk hier bijzonder aan de talrijke operette-titels dewelke misschien niet een muzikale prioriteit genoten bij dirigent-opvolgers of bestuursleden maar toch een grote vorm van popularisme en eigenwaarde 'vertolkten' vanuit het totale koorgebeuren zelf.
'Scheune lieke's duren nie lang....' Ik heb ook geen 'reserve' meer om U, geachte bezoeker, te confronteren met wat 'ooit' in de map van het koor stak en misschien, om verstaanbare redenen, verwijderd zijn geworden, wat ik toch betreur....!
Het laatste fragment is de 'Sanctus' van Filke met 'schitterde' videobeelden. (???) maar waar ikzelf mooie herinneringen aan gehad heb bij het 'instuderen'.
Ik weet zeker dat één van alle andere 'nomen nescio' bezoeker's dit zeker weet te appreciëren.
Geniet van de melodie, ritme, maar vooral van de....nostalgie!
Ik hoop nog steeds het talrijke foto- en videomateriaal op deze bloggen te kunnen 'scannen' en incalculeren.
Het wordt, naar mijn gevoel, wel in de vergeethoek 'gedumpt' niet tegen staande zijn historische, niet te ontwijkende incalculatie in de geschiedenis van Stekene.
Het bezat een centrale benijdenswaardige plaats binnen het dorpscentrum. (Marktplaats.)
En laat me toe ook onze 'geburen' te schetsen.
Naast het (ons) café woonde Albrecht (Albert) De Smedt, een loodgieter met een renderende winkel van 'stoven' en,..... wat voor die tijd modern was, 'sanitair'.
Ik was steeds 'jaloers' omdat zij (Albert) beschikten over een aparte w.c. (terwijl ik (wij) onze behoeften moesten doen nadat wij eerst 'de'n bril van 't huis'ken' weg hadden genomen ...en zittende op een plank die reeds gebarsten was, keken wij 'in de'n dieperik'.. en als we 'actief' waren... kregen we soms de'n terugslag.. op onze blote kont...?
Blaadjes van een bekend textielbedrijf te St-Niklaas waren van het perfect-afgemeten formaat en begeleiden een visuele, aangename tijdsverpozing voor ...je weet wel...
En we kregen er bovendien nog een prikkelbare lingerie-show bovenop.
Albert en Madeleine (Goossens) hadden twee flinke zonen én ook twee aantrekkelijke dochter's en dàt was, in mijn vroege puberjaren, een enorm voorrecht als buurjongen en speelkameraadjes.
Albert zelf heb ik bijzonder leren waarderen als koorlid van het R.K.- koor.
Zong graag, (waarschijnlijk is er een genetische verklaring te vinden bij 'peetsen' Smedt) was quasi altijd aanwezig tijdens de koorherhaling, ontbrak nooit tijdens een kooruitstap of week-end, en was nefast een verdediger van de Vlaamse koorliteratuur.
"Albert, ....waar je ook bent, ...ik had een grote bewondering voor U, ...dat weet je wel."
Café 'St-Hubertus' heb ik, in mijn zorgeloze kinderjaren nooit horen vernoemen.
Daar tegenover sprak men gezwind over: 'de'n Anker',... de gezusters 'Noebels',... 'Beirken Schêunweer',... Walgraeve's'... 'Bij Lady's',... Maria Verlent,... de'n Tirol,... bij 'Gust Siki's,... de'n 'Belle-Vue'....van Nielande's (Dorpstraat)' En bij ons was't van ....bij De Ruiser's.
Elk huisje, in de dorpskern heeft, een bijzondere waarde, en nog meer de bewoners ervan.
Naast 'de'n Belle-vue' woonde 'Wiesken' Mortier, en elke'n dag ging Hij, rond 16u., groeten, van op de marktplaats naar het Godshuis. De kerk dus. (?)
En ik, als zogenaamde Katholiek ..of algemener;... Christen, heb bezwaar aanwezig te zijn in de wekelijkse 'zondag'smis!
'Wiesken' bedoelde het echt véél hartelijker dan ikzelf mij kan voorstellen en mijn christelijke attitude, in vergelijking met 'Wiesken', beschamend is! (Maar dat is ook menselijk.)
Je zou het er tegenwoordig voor laten (week-end mis) en dan verwijs ik naar het debâcle waarin de huidige katholieke kerk zich bevindt.
Maar het zal al eeeeeeuwen bestaan hebben, ....vanaf er 'leven' was..maar met de mantel der liefde (macht) toe bedekt geweest zijn...!
En wat met het celibaat...!!!
Hoe is het 'gods naam mogelijk' dat 'wijdelingen' in geen geval betrekkingen mogen hebben... of waren het alleen maar gelachtsgenoten waar zij verdoken liefdesverklaringen mochten mee hebben? (Cfr.Pausen en vele andere, hogere geestelijken...gewone geestelijken?)
Het is verstaanbaar, maar bij een strikte opvolging van deze regel (celibaat) kunnen er toch geen nakomelingen geboren worden!!!
En hoe moeten wij dan God eren?
Wenst 'God' dàt? Het is een modale vraag maar het antwoord zal wel veel intellectueler en ingewikkelder liggen dan ik mij kan voorstellen.
Foto: Saint Madeleine. Parijs.
Klik op bijlage. Dit is een eenvoudige 'live' klankopname van het Ruysscheveldekoor uit 1998, tijdens een kerkconcert in Stekene op vrijdag 17 april 1998. Negro Spiritual: Deep River Voor de begeleidende beelden zorgt 'mijn' computer...(?)
Wanneer de 'siréne' (brandweer) ging, bediend door Cortebeeck, (die een mooie moderne kleerwinkel open hield in de dorpstraat, samen met zijn broer) was ik er altijd als eerste bij om de 'pompiers' te zien aankomen gelopen. De brandweer kazerne (?) was gevestigd, heel vooraan in de 'stousiestraote' en had een oppervlakte van ongeveer 70 m2. waarin de brandweerwagen altijd vertrekken's klaar stond.
Meestal liepen zij, met de linkerhand hun helm vasthoudend en de andere hand hun kettingen en soms ook om hun brandweerkledij hoog te houden omdat zij meestal, in deze onverwachte omstandigheden, weinig tijd hadden tot zelfinspectie.
En klinken dat die 'kettingen' deden. Als kind had ik daar een zeker schrik van en... ik houd nu enkel waardering over.
Eén van eersten die kwamen aangelopen was Waltérken (Mieken Leer) onmiddellijk gevolgde door 'Fiek-faksken' (loodgieter uit de dorpstraat en zangliefhebber) en 'ondercommandant' Steel.
Kort daarna verscheen dan de commandant...onze meester Albert Dhondt.
Hij vertoonde absoluut geen greintje paniek of wat er ook op mocht gelijken.
Hij straalde, vanonder zijn witte commandant-helm, zo'n benedictijnse geruststelling uit dat je, als brandweerman, vooraf wist: alles komt hier in orde' en dit zonder ook maar één commando-woord te gebruiken.
Ondertussen waren menig buurtbewoners, op de'n hoek van de 'stousiestraote' samen getroept om het 'schouwspel' in oog te nemen want was het telkenmale...
En natuurlijk met de vraag: "Waor is't...?"
Meestal toonde 'Ward'sen Champetter' (verkeer regelen) zijn zoveelste beste zijde en diende de vraagstellenden rijkelijk van antwoord.
Als dan de brandweerwagen reeds met loeiende sirènes vanuit het portaal vertrok
(wat voor mij steeds een happening betekende) en een 'pompier' te laat op het appél verscheen, twijfelde deze brave man er niet aan om met de fiets de brandweerwagen te 'achtervolgen'...zo ging dat in die tijd.
Foto: Friezenkerk. (Rome)
Klik op bijlage.
Ruysscheveldekoor (senioren) zingen het 'Gloria' in Es uit de mis van Arnfelser.
Als ik zo verder afdwaal in de 'staoziestraote', moet ik mij beperken tot één opvallend attribuut, de straatspiegels. Vastgepint op de arduinen vensterbank aan de straatkant. Vanuit de 'schoonste kamer' binnenin, kon men dan gans de straat overschouwen; Bv.de oude kranige madame Boets had er zo een geïnstalleerd maar zij was meer bekent om haar sprekende papegaai.
Tegenover de brandweerkazerne woonde ,naast 'de'n brigadier', George S.(Tabakswinkel). George had in zijn auto (Buick ?) een lichte 'bluts' en vroeg aan Oscar om deze er uit te 'blutsen'. (Volkstaal) Met gebruik van een eenvoudige 'bolhamer' en een 'tegen-ijzer' zou Hij het wel klaren.
Nooit in mijn leven heb ik mijn Vader zoveel 'godsvruchtige' woorden tegen O.L.Heer horen gebruiken als in die week!
Als die 'schietgebedekens' zouden kunnen meetellen voor zijn 'zielezaligheid' had Hij zeker geen concurrentie in hoeveelheid.
In de meimaand trok ik vaak naar de dreef van het 'nieuwe' voetbalterrein.
Deze dreef was gedecoreerd met een een 'weire' (haag) waarin talrijke meikevers ( witten mulder) hun 'huishouden' hielden. Samen met Freddy J. ging ik op 'strooptocht'.
Een leeg doosje 'stekken' en een groen blaadje er in geperst, zorgden voor een tijdelijke nieuwe verblijfplaats voor deze gevleugelde 'beestjes'.
Foto: O.L.Vrouw kathedraal. Antwerpen.
Klik op bijlage.
Het Ruysscheveldekoor zingt: 'Were you there'. (Negro Spiritual) 1998, H.Kruiskerk Stekene.
Als je dat nu vertelt aan je kleinkinderen spreken zij van:" Onze'n pépé is 'Alzheimer' aan't krijgen!"
Wat zijn dat, de zeven weken?
Zeven weken voor je plechtige kommunie en vormsel, elke schooldag naar de zeven-uur-mis gaan en elke week ondervraagd te worden over de catechismus....!
Ieder haalde zijn acteurstalenten boven, m.a.w. ...dook weg achter dat op dat moment al te kleine boekje (catachismus)...of kreeg een acute aanval van 'niezerij' ...of...of.
Het hing er van af welke onderpastoor aan de beurt was om ons te ondervragen...en dat scheelde een slok op een borrel.
Er was maar één kandidaat vormeling die zowel de vragen als de antwoorden wist.
'Wie is God?'
'Waar is God?'
Het mooie hieraan was dat onmiddellijk na de mis, wij met ongeveer een zeven-tal jongens naar de school liepen om daar onze zo gezegde boterhammen op te eten.
Hier kwam niets van in huis! Waarom?
De speelplaats was nog maagdelijk leeg en wij konden ons uitleven in het voetbalspel.
Foto: Sint Michiel en St-Goedelekathedraal. Brussel.
Bijlage: Ruysscheveldekoor zingt het 'Sanctus van Anton Bruckner. Stekene;1998.
In de 'stouziestraote' bevonden zich nog, eind vijftiger jaren, vier café's. Een reden te meer om elk jaar er nog een straat-kermis bovenop te houden. Stekenaars konden er wat van en lieten geen gelegenheid voorbij gaan dit, met de 'absolutie' van de echtgenote, in geuren en kleuren te vieren, zelfs nevenstraten werden er telkens bij betrokken en zo deelden de café's van 't centrum mee in de 'feestvreugde' en waren het de laatste 'kapellekes die de 'gasten' aandeden en werden de 'kasseistenen' getest op hun egaliteit door benevelde café-bezoekers. 'Stouziestraoteneiren'' waren sociaal voelende medeburgers die niet wensten het genoegen voor zich alleen te houden. Hierin woonden ook de altijd goedschalkse 'Co' met zijn 'Matiel'. Wanneer 'Co' drie woorden sprak was er altijd en lachsalvo mee gemoeid. Het waren uitstekende klanten, niet alleen tijdens de kermisdagen maar evenzeer in het week-end. Het was hun vast levenspatroon en bovendien, ik heb 'Co' nooit zonder 'Matiel' op café zien gaan.
De kermis was een excuses om te vragen aan ons ouders om ook eens naar de cinema (Nova of de Rio) te mogen gaan.
Het werd de zaal waar de meeste meisjes zouden naartoe gaan en hadden veel minder interesse over de inhoud van de te vertonen filmvoorstelling.
Ik ging 'schooien' bij Paula en 'Zuleken' Verbecke (polenlaan 10) want daar hing de filmaffiche met onderaan het kortingsbonnetje van 5 fr.bij afgifte. (Dat scheelde toch weer wat in onze, al te bescheiden kermisprée.)
Tijdens de kermisdagen mocht ik in het grote bed van mijn ouders slapen met op het achterplan de oorverdovende geluiden van de autoscooter (Heyninck) viel ik in slaap om 's anderendaags wakker te worden in mijn eigen bed..,wat ik lange tijd niet zo verstaan heb hoe dat dàt kon zonder wakker te worden.
Foto: Dom van Keulen.
Bijlage: Kon.Harmonie: De Ware Vrienden samen met het Ruysscheveldekoor.
'Ich bete an die macht der Liebe'. Dimitri Bortniansky.
Bij 'Cockskes' werden er op zeer regelmatig tijdstip 'schietingen' georganiseerd en zo ook, zij het in midere mate in 'de'n Anker. (Bovenzaal)
Er stond zowaar een 'prange'! (Liggende wip)
Buiten een enkeling met een moderne tweedelige boog, bezat elke 'schutter' een houten, uiteraard ééndelige boog waarbij de 'pees' nog moest aangetrokken worden met behulp van een knie.
Van een compoundboog was er nog geen sprake...!
Ik had een stil vermoeden dat, de dag na de 'schieting' in vele 'schuttershuizen' wel beeld maar geen klank was.
Iets wat ik me nog zéér goed herinner is de stichting van de Burgelijke
(Civiele) bescherming. (Van de Velde)
Kandidaten moesten wekelijks een lessenreeks volgen in de gebouwen van de rijks basisschool. Het werd bijzonder goed bijgewoond mede onder impuls en enthousiasme van o.a. Robert van Wielendaele.
Foto: Pius X basiliek in Lourdes. (Frankrijk)
Klik op bijlage: 'Tu es Petrus' (Jespers) Gezongen door het Ruysscheveldekoor in de H.Kruiskerk van Stekene. (1998)
Als overgang naar een volgende 'aflevering' bloggen, met als titel: 'Koordag', wil ik U graag, als preludium, een beperkte analyse geven van een 'Requiem'- compositie dat ik in mijn vorig leven heb gecomponeerd.
Het is geen zins mijn bedoeling dit te toetsen aan eender welk bestaand muziekwerk met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitslabel.
De 'wereldcreatie' (?) vond plaats in de H.Corneliuskerk in Lamswaarde.(N) met orkestbegeleiding van het kamerensemble 'Ostinato' en aan de piano Paul Valaert.
Historiek.
De tekst zelf dateert reeds vanaf de tiende eeuw en werd ontleend aan het apocriefe boek, 'de deel Ezra. (2.34 en 35) Het is een heidens gebruik om na de verjaardag van de overledene een Eucharistie-(viering) te houden met een broodmaaltijd waarin deze tekst met modale 'tonaliteit' werd gezongen. (Eveneens in de 10de eeuw).
De eerste meerstemmigheid, voor zover bekend, is van de hand van de Vlaamse componist Johannes Ockeghem. (1420?-1495?)
Dat van de componist Dufay (1400?-1474) is namelijk verloren. Deze laatst genoemd componist eerste religieus werk van enige waarde, noemde: 'Missa Caput' (1440?)
Eigenlijk allemaal de moeite waart om zelf in de muziekgeschiedenis te grasduinen.
Een aanrader...!
Groote namen van componisten die deze tekst gebruikten om hun geloof te verzilveren met eerbiedwaardige polyfonie, waren: Berlioz, Mozart, Verdi, Fauré en niet te vergeten, de Franse componist Maurice Duruflé wiens requiem wel eens durft uitgevoerd worden door het betere amateurkoor.
Tekst:
Requiem aeternam, dona eis Domine,Heer, geef hun de eeuwige rust,
et lux perpetua luceat eis.en het eeuwig licht verlichte hen.
Te decet hymnus, Deus in Sion,U, o God, komt de lof toe,
et tibi reddetur votum in Jerusalem;en aan U worde de gelofte in Jerusalem toegebracht.
exaudi orationem meam,verhoor mijn gebed,
ad te omnis caro veniet.tot U kome alle vlees.
Amen.Amen.
Foto: Maurice Duruflé. (1902-1986)
Klik op foto.
Klik op bijlage:
Het Ruysscheveldekoor + Kamerorkest 'Ostinato' + pianist Paul Valaert zingt 'mijn' Requiem. 17 april 1998.
Dit werkje is ontstaan met een 'walm' van rebelliaans, christelijk schuldgevoel.
Het baadt in een zeker opstandig 'aroma' vanuit persoonlijke ingesteldheid.
Een 'post-natale' restant van het 2de Vaticaans concilie (1962-1965) waarin drastische, zij het noodzakelijke hervormingen binnen de Katholieke kerkgemeenschap werden doorgevoerd maar tot op heden zijn onduidelijk, tevens onaanvaardbaar imago moet
kenbaar maken.
Dit Requiem is in het totaal twee maal uitgevoerd en ik heb een stil vermoeden dat ik er de derde maal ook zal bij zijn tijdens een 'live' gezongen versie (of cd) met condoleante aanwezigen die deze confrontatie niet 'durven' ontwijken.
De 'uitnodiging' stel ik toch nog even uit...(?)
Maar het vormt eigenlijk niet het hoofdbestanddeel.
Wat dan wel?
Het doorprikken van 'het antwoord' op Christelijke zinnigheid.
Een zoektocht naar...
Een Emmaüsgang....in de wetenschap dat het ook mij niet gaat (mag) lukken een stevig antwoord te vinden op levensnoodzakelijke religieus-filosofische, historische vragen.
Het is en vormt dag-dagelijks een dilemma waarbij ik zelfs niet een keuze kan maken.
Maar goed...we hebben nog materiaal om onze frustraties aan kwijt te raken zoals daar is:
de muzische kunsten. Ter illustratie volgt een hierna een voorbeeld.
Het werk opent door de strijkers met een open kwint-harmonie,d.w.z. dat de tonaliteit niet bevestigd wordt! Het ijle...het 'ik' dat verdwaald in het kosmische....
Na enige aarzeling antwoord de piano met een vallende kwint in het lage register.
De strijkers hernemen de kwint-harmonie, nu met een iets groter interval.
Weerom antwoord de piano erg aarzelend met dezelfde kwint afstand in hetzelfde lage register. (Antwoord schuldig)
De strijkers (instrumentaal) blijven 'de vraag' stellen en nodigen (dagen) de koristen (vocaal) uit tot een antwoord.
Alhoewel men zich zou kunnen laten verleiden door de tekst om een eerder een ingetogen klankvoorstelling te prefereren, vermeld de partituur een fortissimo voor de koristen. (Requiem aeternam!!!)
Dit is een uiting van christelijke onmacht bij de 'homo novus' t.o. de bijbelse schriftuur, m.a.w. de geloofsleer of wat wij er, individueel, zelf van maken..
Foto: Gabriël-Urbain Fauré. (1845-1924)
Klik op foto.
Klik op bijlage.
Requiem van TDR. Ruysscheveldekoor + kamerensemble 'Ostinato' + pianist Paul Valaert tijdens een concert H.Kruis Stekene. (17 april 1998)
Het koor opent met een nogal reactionaire uitlating (Requiem aeternam) maar ook voor hen klinkt geen exacte tonaliteit's bepaling
De 'vraag' wordt voor de derde maal opnieuw gesteld (Petrus-verloochening) door het orkest met een blijvende ingehouden aarzeling van de piano.
Dit maal kan het koor de vraag niet meer ontwijken en zowel bassen als tenoren (unisono) eigenen zich het recht van eerste antwoord met een volmaakt gebroken akkoord, echter in dalende lijn wat op zichzelf niet zo overtuigend over komt. (Twijfel)
De sopranen en de alten souteneren de eerder gezongen versie met een duidelijk overgoten feminisme.
Dona eis Domine.
Met een schijnbare zelfverzekerde 'lieflijkheid' zetten de bassen een kort motiefje in dat onmiddellijk gevolgd wordt, in imitatieve vorm, door tenoren, alten en tenslotte de sopranen die het geheel naar een hogere klanksfeer brengen.
Tevergeefs...
Foto: W.A.Mozart op zijn sterfbed, met zijn vrouw Constanze (Weber) tijdens het componeren van het Requiem het welke door hemzelf nooit is voltooid.
Klik op foto.
Klik op bijlage.
Herhaling Requiem van TDR. H.Kruiskerk. 17 april 1998.
De piano neemt het schijnbaar lieflijk motiefje van de koristen over en leidt hen naar het...
Et lux perpetua. (Het eeuwige licht)
Jozef De W... maakt zich bij deze 'opname' onsterfelijk., Deze brave, enthousiaste en goedhartige man zet net iets te vroeg in....waarschijnlijk uit ideologie...
Een eerder stevige, majestatische harmonisatie (verbinding I-VI) accentueert het eeuwige licht.
Luceat eis Domine. (Zij worden verlicht)
Sopranen geven de aanhef gevolgd door alten, tenoren en tenslotte de bassen. In omgekeerde volgorde van het eerder gehoorde 'dona eis Domini'.
De sopranen benadrukken het geheel (luceat eis) waarbij alle koristen het woord Domine bijtreden.
Te decet hymnus Deus in Sion
Het volgend fragment krijgt zowat hetzelfde beeld als in het eerste gedeelte (Dona eis Domine) maar ditmaal in een gebroken septiemakkoord, ingezet door de bassen gevolgd door de tenoren, alten en sopranen en het hymnus Deus in Sion wordt tot twee maal toe herhaald.
Een korte pianointerventie laat de koristen toe nogmaals het 'te decet hymus...' uit te zingen.
De piano neemt het korte motiefje over en leidt hen naar...
Foto: Guiseppe Verdi. (1813-1901)
Klik op foto.
Klik op bijlage. (Requiem van TDR gezongen door het Ruysscheveldekoor)
Et tibi redetur. (Gelofte) Bescheiden, terughouden, aarzelend, wordt het 'et tibi redetur' tot 4X toe herhaald in telkens trapsgewijze stijgende melodie gevolgd door het, tot 5X toe en tevens in vreugde verwachting, het Jerusalem. Dit vormt het muzikale hoogtepunt ... Het einddoel...Het eeuwig leven. Na dit 'euforische' kort gedeelte volgt de ontnuchtering...een piëteitsvol, onderdanig terugkeren naar de 'vraag'... naar de sfeer van de aanvang. De piano brengt de koristen terug in het realiteitsgevoel.
Exaudi. (Verhoren)
Een smeekbede, ingezet door de bassen, met een ietwat brave dissonant (als opstandigheid bedoeld) bijgetreden door de alten en bij de derde herhaling, de sopranen. Het totale klank idoom blijft eerder in het lage stemregister als uiting van onderdanigheid tot de 'machtige' Schepper.
Orationem meam. (Ons gebed)
Opvallend is hier dat enkel de basstemmen, na een herhaalde oproep van de damesstemmen een geruststellende 'exaudi' laten horen met een terugkerend neerwaards kwintinterval.
Foto: Lorenzo Perosi. (1872-1956)
Klik op foto.
Bijlage: Requiem van TDR gezongen door het Ruysscheveldekoor.
De basstemmen herhalen het volledige' exaudi, orationem meam', onmiddellijk gevolgd door de alten, sopranen en tenoren.
Het orkest onderbreekt dit stretto en de piano doet ons herinneren aan het beginmotief. (Steeds met de a-tonaliteitsbepalende, open kwint)
Ad te omnis caro veniet.
In meerdere verrassende tonaliteit's wijzigingen besluit het koor, orkest en piano met....
Amen.
Berustend....
Gelaten....zonder enige vorm van arrogantie in christelijke wetenschap met een desolaat landschap, eindigt dit Requiem (6'20'') met evenveel vragen...., net zoals het begonnen was......
Ik ben mij zeer bewust dat deze schriftuurlijke benadering ontoereikend is t.o. het uiteindelijke doordrongen worden van het klankmedium.
Het is volstrekt niet mijn bedoeling, dit werkje in de top-100 te plaatsen maar gewoon
samen met jullie, beste lezers, een sluier op te lichten van wat die mystieke, onontginbare wereld van de muziek aan te bieden heeft.
Foto: Tony De Ruysscher. (1947-.....)
Klik op bijlage: Requiem van TDR door het Ruysscheveldekoor.
Woensdag is jouw vrije dag...geheiligd aan, 'er even tussen uit...' Alhoewel...
Geen dweil- noch stofdag of eender welk ander storend tijdsverdrijf dat je met enthousiaste tegenzin moet klaren.
Sinds de 'kinderen' uit huis zijn is het jouw vrije en volledig eigen keuze-dag.
Behalve dan uw eigens't Ruysscheveldekoor.
En bovendien; een 'koorrepetitie' hypnotiseert uw gedachte:' ik moet er zijn'.
Je beslist een dagje 'Sinterklazen'. Je neemt je autootje, die hier en daar, tijdens een onbewaakt moment, wel wat 'blutsjes' vertoont, maar geen mens die zich hier aan stoort.
In de voormiddag kuier je in een bekende winkelstraat...., staat regelmatig stil voor een opvallende boetiek met geetaleerde piéce-unique's die bedoeld zijn voor eerder slanke dame's en is een zoveelste aantasting van uw karakterieële Rubensiaanse overtuiging.
'Iets verderop vind ik misschien een mooi Prince-de-gal, Pied-de-poule of 'debardeurken'
aan dezelfde financiële voorwaarden voor vrouwen met een maatje méér' denk je dan.
Maar dit laatste heeft zelfs 'Lucifer' gehoord.
Een voorwaardelijk overwinning....! Het versnelt uw pas zonder op te vallen.
'Mannen verstaan dit toch niet en hun romantische beschikbaarheid behoort tot het pensioenfonds' denk je dan maar.....
Foto: Abdij van Zevenkerke. (Brugge)
Klik op bijlage: Het Ruyssheveldekoor zingt: 'De Heilige stad'.
Tijdens de middagpauze verken je een taverne die U wel bekend is en besteld een Croque-monsieur met een pousse-café, om aan de Parijse 'haute-couture' er een 'haute-cuisine' van te maken. De dag 'passeert' met een licht 'cat-walk' genoegen zonder, eens te meer 'uitbundige' uitgaven. Integendeel, je voelt U heer en meester te hebben kunnen weerstaan aan de weinig gestoffeerde maar en daarentegen duurdere etalage-textiel.
Bij thuiskomst, deel je dit mede aan je 'trouwboek' maar hij toont weinig respectabele aandacht aan uw zoveelste, stilzwijgende triomf van karakteriële ingesteldheid. Integendeel...zelfs het dagelijke drie-gangen-menu bekoort hem niet meer en behoort tot het 'dagelijks' ritueel.
Het is ondertussen woensdagavond geworden. Een vluchtige blijk in de spiegel vraagt om hier en daar nog wat bij te 'plamuren' vooraleer ge U naar de 'repetitie-ruimte' (Gildenhuis) begeeft. In de gang 'passeer' je achteloos een mooi omkaderde muurtekst en waarvan je geen opvallende belangstelling meer vertoont, maar ho wee indien het niet meer haaks zou hangen....
Een huwelijksfoto scheiden deze verzegelde teksten.
Mocht je deze allen verwijderen, resteren er nog drie vergeelde herinneringen.
Foto: St-Michielskerk Gent.
Klik op bijlage: Ruysscheveldekoor + kamerorkest 'Ostinato' vertolkt; 'Ave Verum' van W.A.Mozart.
Nadat ge uw echtgenoot, die afgmat, moe....en 'zieltogend' (?) nog ligt na te 'soezen' van een 'zware' werkdag met hapjes en drankjes, (zoveelste receptie) een hoorbare wangkus hebt gegeven, vertrek je met jouw fiets via de achterdeur, naar het koor.
Het koor geeft je een corpulente, ergo-therapeutische, sociale geëngageerde voldoening binnen een relatief kleine gemeenschap.
De gepikkelde fiets vertoont, door gewichtig gebruik, ouderdomsverschijnselen.
De fiets is uw 'verloofde' en daar moet ge wat kunnen van verdragen.
Geen punt...maar de fietsbanden staan al wekenlang op 'half-zeven'
Terug naar binnen om die sukkel van een 'trouwboek' voor de zoveelste maal hierop attent te maken. Maar ook nu bleef het erbij.
Een verwachte echo, meermaals door U bekent, ontglipt aan een eerder contractuele huwelijksbetekenis.
"In goede en kwade dagen...." zei de pastoor...in de H.Mis , maar uw echtgenoot zijn gedachten stonden reeds op 'nachttarief'....!
Foto: Bad-Oeyenhausen. (D)
Klik op bijlage: Ruysscheveldekoor zingt het 'Panis Angelicus' van C.Franck. Begeleiding: Kon. Harmonie: 'De Ware Vrienden'.
Freudiaanse psycho-analyse verstevigen uw zo gezegde inwendige zwakheid, maar dit keer biedt resistentie een wekenlang ingehouden brave 'uitspatting'.
Tevergeefs echter.
Uw echtgenoot klatert enkele onduidelijke zinnen als: "Als ge uw stembanden wilt 'smeren' rijdt ge beter met 'ne velo' met halfvolle banden...dan 'schoddert' gans uw lijf, inclusief uw stembanden...awél...ge krijgt er zelf een gratis fitness-beurt boven op als ge via de kerkstraat rijdt...!!!
Binnensmonds mompel je enkele verwarde 'alleluia's' om de eerstvolgende nachtwake 'Lumen Christe' niet te schaden.
Als muren konden fluisteren en
matrassen konden spreken...?
Foto: Carrolus Boromeuskerk. (Antwerpen)
Klik op bijlage: Ruysscheveldekoor (Senioren) zingen het 'Kyrie' van Arnfelser.
Je neemt, voor de lieve vrede, een geëigend initiatief en gaat op zoek naar die steeds onvindbare fietspomp die eigenlijk al lang bij één van de gehuwde 'kinderen' is 'verzeild' geraakt.
Natuurlijk vindt je deze niet,...maar denkende aan één of andere polyfone, cantabile partituur, die je straks misschien in handen krijgt, geeft het je blinde energie.
"Zingen doe je niet alleen met je stem maar met gans je lichaam" had de dirigent onlangs nog gepredikt.
Vreemde ogen dwingen meer dan een wijze uitspraak van uw overjaars jubileum kompaan.
Dus...dan maar wéér met halflege fietsbanden op pad......(!)
De gedachte van: 'half-volle fietsbanden, terroriseren lichtelijk uw hersenen maar feministische eigenschappen staven uw voornemen:
'Ook met 'platte banden' ga ik de straten 'clean' maken...meer nog ...'teisteren.
'Mijn handschrift beitelen op kasseien...en Mac Adam laten voelen dat ongevoegde 'plateau's' nog bestaan...!'
Foto: Sportpaleis. (Antwerpen 27 april 1986)
Klik op bijlage.
Het Ruysscheveldekoor zingt het 'Va pensièro' uit de opera 'Nabucco'. (G.Verdi)
"Mijn metalen, gebrekkig vehikel zal kunnen meegenieten van de groene long van het Waasland..." Het geeft je een Adleriaans gevoel waar Freund ook zijn analyse mee kan meten.
Eigenlijk woon je niet zo ver van de 'repetitieruimte' en vermits je, zoals steeds 'goed op tijd bent', kan je nog een keuze maken: over de markt 'dobberen' om enkele bijzondere lichaamsdelen uit hun evenwicht te brengen, of...zoals Rudi Carrell het zo mooi zong: "Samen, een straatje...!" Het vormt een fysieke inspanning maar vormt tevens een zéér goede, algemene conditionele voorbereiding tot het koorzingen en bovendien wilt U een prospectieve identiteit nalaten binnen het (uw) koorgebeuren. Met andere woorden; U gebruikt uw 'roll's-royce' om Carrell's woorden te bevestigen en de Kyoto-normen mede te ondertekenen.
Met gekotteteerde, wulpse doch kuise pedaalslag, begeeft ge U naar het Gildenhuis, maar met 'ommetjes' en daarover beslis je nu zelf helemaal alleen...zonder inspraak van 'tweeden'.
Klik op bijlage: Het Ruysscheveldekoor zingt het 'Ave Verum'. (W.A.Mozart)
Enige denkpiste's doorkruisen uw imaginaire denkbeeld...
Langs de Hamerstraat...dan zing het liedje: "Een smidje in zijn smidse...die zong..."
Op de'n Teilinck mompel je; 'Veel vijven en zessen..ja...'
In de Hellestraat denk je dan; hier zitten veel advocaten en...kunstenaars.
In de 'Nachtegaalstaart is het hek van de dam en zingt een complete passage uit:
'Les pêcheurs du pérles' om uw geabonneerd lidmaatschap van het koor te voorzien van
gestaafde metalliek.
In de Polenlaan herinner je je nog het zingen van het Pools Nationale volkslied, waarvan het refrein (Mars, mars, Dombrofski....) nog steeds sporen nalaat in het plafond van het Gildenhuis.
In de Bettestraat houd je één minuut stilte kwestie van het verleden indachtig te blijven.
Op de 'Brugge' (Brugstraat) denk je aan: "Sur le pont, d'Avignon...' of je kiest langs de Molenstraat en je denkt aan; 'Daarbij die molen...'
Of je kiest voor de oude spoorwegroute.
Als voorbereiding.."In een klein stationnetje..."
Ondertussen geniet je van het zonlicht die nipt aan de horizont.
Op Bosdorp..." 't Zijn zott'n die waarken...."
Komt U eventueel langs de Polenlaan en Oost-Eindeken..."Moeke...daor stou ne vrijer aan de deur..."!
Indien je het advies van je wederhelft zou volgen (maar dat doe je niet, alleen al om dàt hij het hilaristisch voorgesteld heeft (?)) zou je langs de Kerkstraat kunnen fietsen met een blik op het OCMW en via de Frans Van Brusselstraat voorbij het kerkhof 'passeren'.
Dit geeft aanleiding tot het bescheiden Gregoriaanse 'Requiem'.
Je zingt het binnensmonds.
(Ondertussen ken je al wat van 'Requiem's'.)
Je komt in de Pastoor Annaertstraat, en recht tegenover het 'oude' politiekantoor tref je een naturalistisch landschap waarvoor de groene partij zou tekenen.
Hier houd je één minuut stilte en beslist dan, stilzwijgend en hoofdschuddend verder te fietsen.
Nog geen straat verder (Potaarde) en met verdoken vragen zoem je "Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb..."
Toegekomen aan het Gildenhuis: "De Gilde viert...".
Je zingt dit in zéér bescheiden mate, omdat nog laatkomers U vergezellen.
Je komt te laat....maar je hebt hiervoor een gedegen reden...je hebt onderweg reeds ingezongen en tracht dat (tijdens de koffiepauze) aan de dirigent duidelijk te maken.
Ik wil het U niet onthouden, beste lezer, maar op één van de routes wordt de beschreven dame, ongevraagd geconfronteerd met Stiene, een alleenstaande vrouw die op haar twee knieën de voordeurdrempel 'zeemt'.
Met een 'spaghetti-topje' aan waarvan je als 'mannemens' alleen maar kunt dromen tijdens de eerste huwelijksnacht, etaleert zij gans haar machtig vrouw zijn en examineert elke mannelijke fietser op evenwichtstoornissen en automobilisten op stuurcorrectie.
Je kent haar vanuit de vrouwenbeweging.
Je weet dat 'Stiene' een meer dan afstandelijke houding heeft tegen over alles wat nog maar enig zins met de kerk te maken heeft.
Een 'flapuit' met het hart op de tong, maar niet iedereen is daar mee gediend.
In de weinige gesprekken die zij met buurtbewoners heeft, stuurt zij het gesprek vaak naar de richting van het anti-christelijke en haar persoonlijke visie.
'Est modus in rebus'. (Er zijn grenzen...)
Een aanvaardbare reden voor deze 'allergie' is de bijgebleven gedachte vanuit haar kinderjaren ...
De 'omgang' van een 'gewijde', 'gezalfde' priester met haar jongere broer moest het daglicht schuwen en heeft haar wonden niet kunnen helen.
Nadien, jaren later, komt natuurlijk het negativisme en in alle toonaarden door 'Stiene' gebruikt,..... maar toch met een zeker waarheidsserum.
'Stiene' is afkomstig uit een randgemeente van Antwerpen maar na haar huwelijk (dat inmiddels al, wegens scheiding, tot het verleden behoort) in Stekene is verzeild geraakt.
" .......een belabberde onderpastoor die de letters van dat 'dikke' boek ontvreemd (zij bedoelde de bijbel).... die geen oogopslag naar de 'aanwezigen' vertoont.....of eerlijkheidshalve, niet kan (?)....en in het dagelijkse leven, zijn ware geaardheid verschool onder zijn zwarte rok (Soutane)..daarvoor toon ik weinig respect.
En die lange kleren (Albe en kazuifel) die hij voor het altaar draagt?
Ge gaat me toch niet vertellen dat dàt geen onnatuurlijk, genoeglijk gevoel geeft bij die 'manzieke' 'schepselen?
"Lees de 'gazette' maar eens.......! " vervolgde 'Stiene'...
"In Amerika moesten ze, in stilte, Godshuizen verkopen om schadeloosstelling te geven aan de 'slachtoffers'...en vroeger (eind juni) gingen 'ze' nog 'rond' voor St-Pieters-penning...om het huishouden van het Vaticaan te 'voeden'....!!!!"
Met 'god......er's en nog ne'n eind daaraan was het er af.....
Het moet bij haar (Pedofilie) erg diep gezeten hebben.
'Stiene' was van dat 'soort' volk. Dat hoorde je zo...maar zij kon dit ook op een matig bescheiden manier gezegd hebben.
Het vervolg van de inhoud ga ik U, beste lezer, besparen. Dit zou kunnen leiden tot een onverdraagzame blijvende stoornis in een afgeschermde katholieke burcht.
Ondergetekende is amateur-pianist en voelt zich de zoon van Willem Tell.
Het deert U niet, want juist karakteriële individuen zoals 'Stiene' zijn potentiële prematuren voor het koor en de wonderen zijn de wereld nog niet uit...
Persoonlijk heb ikzelf het ook meegemaakt dat...bij de binnenkomst van een nieuwkomer in het koor, er iemand fluisterde: "Wa komt die ier doene...." en eerlijk gezegd...Uzelf zou ook niet graag hebben dat 'Stiene' zich zou aanmelden als koorlid.
Wat 'Stiene' ook scandeert, een taak als Pastoor is zeker niet te benijden.
Om uw ingehouden ongenoegen te verdrijven ga je maar weer uw fietszadel 'treiteren' en laveert ge via uitdagende, gesofistikeerde voortuintjes....
Maar uw genot is van korte duur.
In de verte hoor je het ellendig geluid van een grasmaaier met Pièrre als 'duwpaard'.
Je herinnerd je hem als sympathisant van het koor.
Een hypnotische geestelijke 'roeping', een onweerstaanbare drang (Art.71 van het wetboek) drijven U naar datgene waarvoor je vroeger het bestaan niet mocht kennen, namelijk: mannen 'ronselen'
Voorzitter en dirigent hadden het zo dikwijls reeds te kennen gegeven en met alerte bescheidenheid gevraagd.
Anderzijds maak ik van deze gelegenheid gebruik, U en uw familie, uit te nodigen voor een gratis barbecue, op een nog nader te bepalen datum. Dus niet volgend week-end zoals op deze blog foutief wordt aangekondigd.
Uitsluitend en alleen inschrijven via deze blog.
Indien U op de bijlage klikt, wordt de 'route' beschreven dewelke U dient te volgen,
bij voorkeur via: Windows Internet Explorer
of ook via 'Google'.
Een andere bijlage dateert van 26 mei 1984. (Foto)
Het Gents Symfonisch Studie-orkest, voorbereid door Prof. Duliez.
Op 81 jarige leeftijd en met benijdenswaardige energie, maakte hij zich 'kwaad' omdat de 'sopranen', tijdens de algemene 'repetitie' in Gent, niet 'hoog' genoeg zongen.
Ikzelf, als titularis van ons koor, stond te rillen op mijn benen.
Ik had het Ruysscheveldekoor, onvoldoende voorbereid...!
(Zo voelde ik het toch aan...!)
Foto: Ruysscheveldekoor, samen met het Gents Symfonisch Studieorkest
in de H.Kruiskerk van Stekene, met de vertolking van:
'Im weissen Rösll' van R.Benatsky.
Wie herkent zich hierop nog?
Hiervan bestaat ook een cassette-opname.....
En waarbij onze 'arme', geliefde Pastoor Omèr Vermeersch, nadien,
nog een vermanende brief van het Bisdom Gent ontving....,
'..wegens onzedelijke programmatie in een Godshuis...'
en dat Hij (Pastoor Vermeersch) dit, in de toekomst, ten strengste moest verbieden.
(Juni 1984)
Als 'God' mij de tijd geeft, zal ik met genoegen én met enige fierheid en mede,
dank zij de zorgzaamheid van Louisa,
een galerij van 'historische' krantenartikels, oude foto's, cassette-opnamen, videobanden .....
'opgefleurd' met humoristische anekdoten....publiceren op deze blogs.
Op een dag als deze en zittend in mijn al te beperkt 'bureau'-ken', kijk ik naar de 'reuze'-foto'
(Jeugdkoor en Ruysscheveldekoor, Pinksteren 1980) die al jaar en dag boven mijn hoofd hangt en mij inspiratie, 'zuurstof' bieden tot het 'schrijven' van deze blogs.
Mijn gedachten verdwalen, verstuiven dan naar hen die momenteel in het 'Koor der Engelen' zingen!
Beste Ruysschevelderkens en geachte lezer (-s)....
Vandaag is het woensdag.
Net zoals de beschreven dame in deze blogs zich, op een (te) zonnige, vrije dag als deze, tijdens de avonduren, (lees niet foutief a.u.b.) met de fiets naar het Gildenhuis begeeft om zich onder te dompelen in de sfeer,
in die vreemde wereld van de koor kunst,
zo wens ik jullie een mooie dag en/of een vruchtbare 'koorherhaling' en...
Je denkt dan: 'Dit 'antiek' geval zal al haar zwaargewicht in de schaal werpen om die éne mannenstem te imponeren, meer nog...te overtuigen van levenslange beroemdheid wanneer hij bij het Ruysscheveldekoor zou aansluiten....'.
Geen enkele Clark Gable, Roger Moore, Louis Mariano, Benjamin Gili of zelf's meerdere Richard Gere's weerhouden U, in het belang van 'uw' koor, deze 'sukkelaar' van zijn ellendig 'ding' (grasmachiene) te ontdoen.
'Marika Rocks' en Mireille Mathieu's (sopranen en alten) heeft het koor genoeg, maar er ontbreken nog enkele Pavarotti's en Rebroffs.
Je zal hem 'bepamperen'....al was het een 'pilipatoaan'. (Parelhoen)
Toch voel je even een opwelling van verleden jeugdsentiment.
'In nood mag en moet iedereen dopen' stond in de catechismus.
Sneller dan uw schaduw, pedaleer je richting het geluid en de idyllische tuintjes schichten aan U voorbij om deze brave man uit zijn 'lijden' te verlossen zonder dat 'Lucifer' er zijn handen kan in wassen....
Je ziet het voor u....je voelt het...hier zit vis in het water en met deze gedachte programmeer je je onbevlekte reputatie-charme's in de gedachte hem levenslang te strikken. (Voor het koor wel te verstaan.)
De oude Grieken kenden nog geen verwijdering van celuïtis of selliconen-infrastructuur, maar wisten wel van wanten bij passerende, natuurlijke bevoorrechten.
Je merkt het van ver.
Zweetdruppels parelen vanonder zijn breed-gerande zonnehoed via voorhoofdrimpels en wangnerven...om uiteindelijk te verdwalen in een ruige, onverzorgde kinbaard.
Je zal hem spreken over een samenkomst waar mannen op handen gedragen worden zonder zelfs Bach, Mozart of Van Beethoven te vernoemen maar....veeleer over een frisse pint bier wat op dat moment zéér welkom zou zijn.
Vrouwen hebben nu eenmaal dat 'iets' meer intelligente op hun domein en laat het voor ons 'mannen' een troost zijn dat dàt reeds gebeurde in den 'hof van heden' met 'rare' gevolgen van dien.
Met: 'Geen drank, geen klank' zal je jouw feministische machts-overtuiging in de aula nazinderen...ook zonder 'topje'.
Een zelfs schichtige voorbereiding treft reeds half werk...!
Je begeeft U naar de plaats van 'onheil'.
Johnny Jordaan zong het reeds eerder: " 't Zijn rokken die waaien...en zwieren en zwaaien...!"
Foto: St.-Jacob-op-den-Koudenberg. (Brussel)
Bijlage: Orgelconcert (life) door mezelf vertolkt op september 1970, in de H.Kruiskerk (Scheyvenorgel) van Stekene. Preludium en Fuga in G van J.S.Bach.
Indien U het zou overkomen, ontlast dan zo'n man die met frisse tegenzin zijn opdracht vervult van verdere belasting.
Schenk hem een aangenaam, fictief tijdelijk gevoel 'in the picture' te staan bij het R.V.-koor.
Laat U leiden door eigen menselijke gevoelswaarden ook al verdragen half-volle fietsbanden geen antwoord, evenals een 'aangenaam-snurkende' echtgenoot.
Vrouwelijke charme is door God geschonken,. Dus laat hem niet ontgoocheld achterwege.
Een beeldhouwer heeft graag aandacht voor het gecreeërde, en is het voor hem/haar niet frustrerend wanneer je er achteloos aan voorbij zou gaan?
Chippendeals bepleisteren fitness-centra omwille van enige 'noodwendige' aantrekkelijkheid.
Eerder vrouwen spreken over karikaturale: "Force's of army..".
Of zij het 'menen' ...durf ik mij, nog niet 'bijkan's' uitspreken.
Het risico van scheiding zou zich bevruchten aan dergelijke 'uitspattingen'.
Ik anker me vast op een uitspraak van mijn gewezen huisarts: "Wie werkelijk wil verdikken is het nog moeilijker dan 'verslanken,' (Mager dus) en denk ik aan een oud Sinaai's gezegde.
Klik op bijlage: Orgelconcert (life) september 1970 in de H.Kruiskerk (Scheyvenorgel) van Stekene.
In de overtuiging dat het koor er toe bijdraagt het cultureel erfgoed van uw eigenste gemeente omhoog kan tillen, bespeeld ge alle tonen van een notenbalk...!
(En dat zijn er verschrikkelijk veel)
Geplaveid door eerder vermelde gedachten laten uw fietsbanden nog diepere sporen na..
En als je dan uiteindelijk arriveert aan het Gildenhuis moet het 'werk' nog beginnen.
Koorzingen vraagt een redelijke inspanning en is geen ontspanning maar niet iedereen deelt deze gezonde mening....of laat het toch niet blijken...
Een wekelijks ritueel...met in gedachten: 'Een 'ambetante' 'repetitie' leidt dikwijls tot een goede uitvoering.
Maar ook deze 'al oude' gedachte begint te oxyderen. Bittere medicijnen geven de beste resultaten.
Zegt men toch...maar ja.. men zegt zoveel.(?)
Tijdens de koorherhaling geniet U van het pruttelend geluid van de 'perculator' en de daarmee verbonden aimable geur van koffie.
Er kondigt zich een 'pauze' aan.....
Een weldaad voor de 'vrouwelijke' koristen...
Een ongenoegen voor de dirigent...en hij/zij beproefd U met eerder correctionele opmerkingen en nooit aflatende zelfgenoegzaamheid.
Nordhausen. (D) Stadstheater.
Klik op bijlage. Orgelconcert door mezelf in de H.Kruiskerk, Stekene, op het Scheyven orgel. (September 1970) Orgelkoraal nr. 3 in a. (C.Franck)
Genialiteit reikt dicht bij de hardhorigheid en uw dirigent heeft er duidelijk last van...?
Hij vertikt het U te laten gaan. (Koffiepauze)
'Nu moet ik 'profiteren' is zijn wekelijks terugkerend,inhoudend begrip. Maar dit houdt hij/zij voor zich zelf.
Optimale aandacht,.. een goed stemgebruik enz...maar de tenoren hebben een hoorbaar gebrek aan 'smeersel'.
Hun stembanden 'schroeien' dicht wegens té hoge en veelzijdig gebruik van de stemtessituur.
(Dat kan je 'tegenkomen' wanneer je een koorwerk zingt van bv. Palestrina of een tijdgenoot....en tevens gecomponeerd werd wanneer er nog goed-betaalde castraten bestonden.)
"Pas als het behoorlijk samen klinkt, mag je aan de pauze...." is zijn sterkte, en het spoort je aan een extra inspanning te leveren.
Het tweede deel van de koorherhaling vergenoegt zich in het herhalen van de voordien opgedane kennis en..uw dirigent, (althans,volgens uw persoonlijk idee) vertoont duidelijke tekenen van otoscierose. (Een vergroeing van het binnenoor.)
Hij (dirigent) weet wel beter....
De week daarop overvalt U, bij het binnenkomen van de 'grote zaal' en bij het zien van de aanwezigen, een ongevraagd 'vapeurken'...
Uw dipomatiek charme-offensief heeft vruchten afgeworpen... maar niet alleen bij Pièrre....
Men herkent iemand wanneer hij/zij over iemand spreekt!
t.d.r.
Goede lezers, ik leg er even de 'blog' af tot 18 augustus e.k.
De eerste koorherhaling én bovendien ...een onvergetelijke dag-datum in de archieven van 'ondergetekende'. Ik hoop, uit de grond van mijn hart, dat "Och Gottekes toch...de'n diên mee z'n gezeêver", (?) toch nog voldoende inspiratie (zuurstof) vind om het verhaal van het Ruysscheveldekoor 'voorlopig' af te werken.
Om de spreekwoordelijke draad niet te verliezen, wordt er elke dag een foto uit de 'ou d'ueuze' op deze blog geplaatst.
Beste lezer, cultuur is een uitdaging voor elkeen die ermee 'verveeld' zit.
Er is natuurlijk een diversiteit tussen het 'onderwerp': Bouwkunst.
Beeldhouwkunst.
Schilderkunst.
Muzische kunst.
Literatuur.
De draagwijdte (tevens de belangstelling) hangt af van de geïnteresseerde die een uitermate,waardering vertoont voor het gepresteerde 'werk' (kunst) uit sympathie, maar voor hem/haarzelf een gelukkige 'vreemde' bedoening blijft.
Kunst laat en mag zich niet laten analyseren,(ontleden)... laat staan....verwoorden!
De homo nuovo zou hierin een 'flater' begaan,... het zou tijdverlies zijn voor die 'eeuwige' zoektocht naar dàt gene waarvan wij (de homo sapiens) nooit in het 'hart' hebben mogen kijken. Dit zou onmenselijk, on-wezelijk zijn, in het Genesis verhaal van ook maar één levendig 'iets'.
Toch....en toch daagt het 'ons' uit. Het boeiende van een tochtgenoot. (Heb jij al één dag zonder 'muziek' (kunst) geweest???)
Je zou het 'missen' mocht de radio 'stil' blijven.
Een mens is zo gecultiveerd (of denkt dat toch, amper een paar millenniums jaar geleden door door zijn 'voorgangers') en waar staan wij?
Intelegentie=matematisme. (Dat is ((relatief))gemakkelijk.)
Kunst = het niet bespreekbare...het niet kunnen verklanken (woorden) door een 'mens'.
De betrachting hiervan ligt erg hoog, elkeen met eigen inzicht's waarden, maar bij een individuele 'ondervraging', lijdt dit tot een ofwel amicale genoegdoening (claque's) of..en in bredere mate..tot een,... laat ons hopen,... boeiend gesprek's verloop.
Vergelijkbaar met het 'onderwerp': Theologie, Godsdienst, Moraal en vele andere en nefaste gespreksonderwerpen, waar je niet met de modale mens, (en gelukkig zijn die er) over kunt 'discussiëren'. (En..wie is nu de gelukkige, en een onvermijdelijke volgende vraag luidt:
Wat is dat...geluk? En dan val ik terug terug op het arsis-thesis gevoel, spanning en ontspanning, tractie en contractie om het levens begin een onbezorgd medemenselijk en tevens uniek 'moederlijk' in nature te 'begeleiden'.
Ik heb 'God-zij-dank' geen alles-omvattend antwoord en dat maakt me 'rijk'.
In 1920 stond in New-York een 'artiest' naakt op een verhoog tijdens zijn tentoonstelling.
"Kijk".... zei hij.. ik bén kunst...
Hij mag geen gelijk krijgen, maar deed wel een uitzonderlijke poging.
Daarom is kunst ongrijpbaar maar wel een goede 'vriend' waar jullie, (koorzangers) wekelijks, een 'verhaal' rond weven met harmonieën, samen klanken en andere ondersteunende, artistieke alternatieven.
Het doet enerzijds deugd, maar met enig denkwerk, toch ontgoochelend.
Prettige, deugddoende koorvakantie aan allen en ieder-één!
Allereerste dag uitstap naar Ieper (1981) met een opluistering in de
O.L.Vrouwkerk en waar bovendien voor het allereerst de naam Ruysscheveldekoor in palm van Gods hand stond (staat) geschreven. (Enfin....volgens de priester toch.....)
Kooravond in de zaal van de meisjesschool op 6 november 1982. Gastkoor: Chorgemeinschaft BENGEL. (D)
Klik op foto.
Klik op bijlagen:
1° Nostalgie.
2° Fotokaart van Bengel-Mosel. (D) 3°Optreden Chorgemeinschaft Bengel o.l.v. Carl Laas. 4°Aan tafel met voorzitter Gerd Vockensperger en Yolanda Ruelens. 5°....en het werd gezellig..... (?) (Wie kent nog 'Der Arrie op deze foto?)
6° Tekening van TDR door Willy De Witte op 7 mei 1983 tijdens een kooravond in Bengel. (D)
1° de bijlagen bij talrijke blogs, door een manuele fout van mezelf, niet meer beschikbaar zijn. (Bij de 'herdruk' zullen deze bij elke blog toegevoegd worden.)
2° de huidige bijlagen kunnen het best bekeken én beluisterd worden met Google Chrome.
Bij Internet Exploirer ontvang je alleen maar het beeld.
1° Straat in Salzkotten. 2° Foto met links vooraan Wolfgang Rust. Voorzitter en inspireerende kracht naast de ' Singgemeinschaft Salzkotten'. 3° Koorvoorbereiding voor het concert. 4° De laatste foto is afkomst uit een dagblad.
Vanaf morgen, woensdag 18 augustus, start deze blog opnieuw met een vervolg van foto's uit de 'oude' doos.
Begin september zal het slotgedeelte vàn en over het 'Ruysscheveldekoor' op deze blog geplaatst worden, althans een persoonlijk bewaarde impressie. (?)
Succes op 12 september tijdens het KOFFIECONCERT!
Toch een persoonlijke 'noot'. (Ik ben muzikant. ((Denk ik toch...)))
Vandaag bestaat deze blog 200 dagen,
'Awél'..... 'applaus'!
Als gepensioneerde durf ik niet te 'concureren' met de parate kennis over 'computer'-gebruik (algemeen) ....met de 'jeugd' van vandaag...
Praktisch zal het wél héél wat beter zijn...maar... inhoudelijk heb ik een verzwegen fierheid..?
(Maar ook dit zal van den 'oude'n' tijd zijn en verdrinken in een eerder gekend, door ons toch, bewuste alledaags verschijnsel.)
Stekene had, buiten zijn twee 'fanfare's' ook nog twee 'zangkoren'.
Spijtig bestaat er, in de 'analen' hierover krenterig, m.a.w. weinige informatie.
Daarom 'probeer' ik er 'iets' aan te doen (Ruysscheveldekoor) wat betreft de 'actualiteit' ( eind 20-ste eeuw) culturele gemeentelijke ((Stekene)) bedrijvigheid alhoewel dit toch eerder parochieële 'ondersteuning' is!!!!!
(Voor dit laatste woord bestaat een unieke 'Franse' vertaling.. maar daar zijn de meeste priesters of religieuzen weinig gevoelig voor..!)
Ik verwijs naar de humane én eerlijkheidshalve uitspraken van Omér.
Een gekend Stekenaar.
Daarover later 'iets' meer....
( Ik durf me niet uitlaten over de financieel tegemoetkomingen dewelke een koor 'ontvangt' t.g.v. bv. van een uitvaart-opluistering.)
Het was vroeger anders...
Cultuur-activisten moesten hun ideologie opgeven omwille van de beperkte, (als we daarover al mochten spreken) organisatie van een 'zuurstof'programma uit, bv. een
(En dat omvat méér dan één menselijke gedachte kan veronderstellen....)
De geschiedenis van de 'Niederlandische' en voornamelijk VLAAMSE herauten ( Als buur-land van België) (aub) (schilderkunst en muziek. ((7 in totaal)) is 'iets' waar wij fier over kunnen zijn.)
Ontegensprekelijk.
En misschien daarom, als onderdeel van...
de verspreiding van culturele 'klanken' uit de mond van...,
vanuit de hand van...klankvormend een gedicht... een tekst...een benadering van de 'persoonlijke' maar altijd ontgoochelde ervaring om met 'Kunst' te concurreren is naar mijn gevoel een voorrecht. (Maar creeërt ook een suïcidale en in de onmiddellijke omgeving , een mens-onaanvaardbare overleving.)
Het antwoord MOET uitblijven en..dàt maakt het zo boeiend.
Ik begrijp dat hoger vermelde tekst én overtuiging, gevoelig is voor oppositie.
De poort van een misschien boeiend gesprek....maar laat ons nooit een antwoord vinden..!
Dàt zou mijn ontgoocheling zijn, zonder dat ik dat zou uiten, om U, in de waan te laten, overtuigd te zijn van dé ultieme, alles-omvattende, zowel spraak-virtuositeit en alle andere vreemde'klanken' die U zouden kunnen helpen om uw 'overtuiging' enige gestalte te geven.
"Doe zo voort" zou ik zeggen....maar Camus en Sartre en menig andere, voor zichzelf overtuigende universitaire professoren wisten het twee eeuwen geleden al.
Eveneens de start van een volgehouden, m.m.v. enthousiaste 'zangers' én 'zangeressen', in een gemeente-politiek labyrint, met een weinig aantrekkelijk cultuurbeleid, volgehouden '1302' idealisme,
dat het Ruysscheveldekoor in de sporthal, (bij gebrek aan) een' hapening' organiseerde, dewelke in de analen van de gemeente Stekene, een bescheiden plaats verdient.
1° foto:Jeugdkoor van Stekene o.l.v.Zuster Lieve Wieme.
Ik vermoed dat er nog weinig mensen weten dat dichteres, Alice Van Meirvenne, (zuster van Alfons tevens Rome-prijs winnaar) geboren in Haasdonk,'ooit' een tekst geschreven heeft voor het Ruysscheveldekoor.
Ik vrees dat 'Tante Alice', want zo werd zij, in de kindermond genoemd,
zich toch enigzins vergist heeft in de plaats- en de 'geboorte' naam van 'ons' koor niet tegen staande haar goede bedoelingen en alhoewel Haasdonk toch niet zo bijster ver verwijderd 'ligt' van Stekene.
Tevens had zij een tekst geschreven voor het toenmalig Jeugdkoor van Stekene
wat, helaas, in de vergeethoek is verzeild.
Toch nog er even aan toevoegen dat...één van de allereerste polyfone liederen, wat het 'Ruysscheveldekoor' gezongen heeft van haar (tekst) en mijn (compositie) hand was:
'De vreugde van de kleine dingen...!'
Wanneer je er even, textueel (humanistisch) bij stil staat, ontdek je de waarde van de inhoud, de talenten van de dichteres én... de uitgezongen ideologie van de uitvoerders!.
Ik laat je (tekst) het ..zomaar...geworden.
Klik op foto.
Klik ook op bijlage voor 'levenszuurstof' of.... hoe je het ook noemen wilt..
Het verslag van Marieke Missine (als zangpedagoge) van 14 september 1983 (!)
En..... wat mij bijzonder opvalt, in het 'traditioneel' verslag, is de slotzin...
'Een rijkdom voor zo'n kleine gemeente als Stekeene !!!!!'
Getekend op ...28 december 1983!
Dit behoort tot de archieven van het Ruysscheveldekoor!
En pas gisteren zag en hoorde ik de youtube-versie van 'Stekene zingt' ( 9 juli 2010)
op het marktplein van Stekene.
'Kedeingedeing, kedeingedeng, sjou-sjou....' (sorry voor de schrijfwijze maar zéér waarschijnlijk: klanknabootsende 'woorden' en dat vinden we ontegensprekelijk terug in de 'oude' o.a. vlaamse volksliederen.)
Malle Babbe....(?)
'Ik mis je zo....',
'Geef me een kus...'
en andere populaire 'schlagers'.
Maar, ik mag mij toch een persvrijheid (als het daarmee ophoud) veroorloven.
In die zin.
Vlaanderen heeft een verleden dat ONTEGENSPREKELIJK een stempel gedrukt heeft op het kunsthistorisch 'plantsoen'. (Ook in zijn totaliteit=7 kunstvormen)
Ons eigen volk 'trok' naar 'Zuid-Europa', (4 eeuwen geleden) en in een bepaalde sporttak is dat, tot heden, nog zo!
Het marktplein was voortreffelijk 'gevuld' met overwegend jonge gegadigden.
'Was het misschien door het veelvuldig aankondigen van deze activiteit?'
Als ik 'eergisteren' de web-site van de gemeente Stekene bekeek,
vond ik, onder muzikale ensembles:.'nougabollen'. (Figuurlijk).
Stekene zingt...!
Een mooi initiatief...maar in de huidige caleidoscoop van politieke onverstaanbaarheid,
mogen wij niet verzinken in, ook plaatselijke euforisme van zelfstandigheid.
"Een mens kan niet zonder de andere..." schreef Godfried.....................Bomans.
Met deze propageer ik het Koffie-concert op 12 september 2010.
Je kan daar horen hoe een Stekens koor grasduint in de literatuur van Europeese (Wereld) muziek-literatuur, en Vlamingen willen toch een hand uitsteken (-e) naar een zelfstandige autonomie. Bovendien dienen er zich, in dit concert, jong 'getallenteerde' (ver-) 'tolken' aan, die , met jong idealisme, jagen op 'erkentelijkheid' maar tevergeefs concureren met een tijdelijke onvolwassenheid. (Macht zou Adler geschreven hebben.)
Maar macht over 'Kunst' beheer en beheerst je niet... onmogelijk...en dàt is weer één van de mystieke auditieve-visuele 'aspecten' van: wat is kunst?Als je 'groot' wil worden..transformeer je dan naar de gedachtengang van je 'gesprekspartner'. (En een geconstrueerd (?) en gestructureerd cultuur-beleids-plan,
kàn niet concureren met de practicale inbreng van Stekenaren, (of anders genoemd een plaatselijke 'muzikaal ensemble' dewelke toch het imago, ver boven de Stekense grenzen heeft uitgezongen...!)
Dit is een héél persoonlijke en lang niet 'zuurstof-rijke' gedachtengang van een 'artiest'
die Stekene diep in zijn hart draagt.
Meer dan de 'rijkdom' van wat 'kunst' in zich verbergt.
Waarom? Het is niet omdat je 'Musicoloog' 'Muziekpedagoog' bent dat je daarom waardevolle, historieke documenten vanonder het stof kunt halen, en dat het daarom ook waardevolle 'kunstwerken' zijn...!!!
Ruysscheveldekoor zingt in de Saint-Madeleine te Parijs. (F)
Ik kan mij, op dit moment, niet herinneren 'hoe' het 'Ruysscheveldekoor' in de Saint-Madeleine is 'binnengeraakt!
Waar o.a. grote componisten-organisten hun artistiek levens-deel hebben (ver-)gebruikt.
Voor mezelf, als 'muzikant' kom ik er wél 'op'. ( Bij een herdruk van deze bloggen.)
Maar daar bent U, geachte lezer, weinig mee gediend...!
Het zal wel 'iets' geweest zijn zoals in de bijlage t.g.v. de opluistering in de Sankt-Stephansdom in Wenen....!
Mens...wat heb ik daar 'gelogen' en kreeg accute aanvallen van gehoorstoornissen.
Bovendien vroeg Prof. Planyavski, (Dommusiekdirektor) in een voorafgaandelijke correspondentie, een 'kassette' van het 'Ruysscheveldekoor'!
Hij was, per slot van rekening toch verantwoordelijke voor wat er zich in de Sankt-Stephansdom in Wenen zou 'afspelen'.
Maar mijn kennis van 'Duits' was op dat moment te onvoldoende om te te begrijpen. (?)
Mij voordoende, in de schriftuur, als.Prof. Dr. De Ruysscher....
en de 'poorten' werden geopend...!!!!!!
In de Saint-Madeleinekerk, had de koster van dienst, een geëigende afstandelijkheid,
tot het verbaal onsympathieke toe.
"Het mocht zéker niet te lang duren!" had hij mij op een weinig aantrekkelijke wijze gezegd..
Maar ook mijn 'frans' is bij (bewuste) momenten een 'scheinheilige' vorm van onvolwassenheid.
(Voor het goede doel...en in nood mag en moet iedereen dopen.)
Maar deze on-christelijke zalf-wijdingen, hebben niet alleen kosters.
(Weinig gastvrij...maar hij mocht zich 'buigen' over een Gods-populair gebouw in de wereldstad Parijs...en daar had ik uiteindelijk geen verhaal tegen.)
Ik kon alle aartsengelen incalculeren, vertalen of ten laatste,. argumenteren...voor 'hem' mocht het allemaal niet te lang duren...ook al kwam je van België of... al was het van de Sancta- Piëtro-basiliek uit Rome.
En een koor uit Antwerpen... (ik schreef niet Stekene, omdat dàt weinig invloed zou hebben t.o. de correspondent) gaf schijnbaar een illusoire en stante-pede valium-infectie t.o.mijn 'gesprekspartner'.
"Wij zijn er toch geweest hé"... was voor mijzelf een grote voldoening buiten het auditief gebeuren.in deze Saint-Madeleinekerk in Parijs.
Met fierheid wil ik hier ook onze 'begeleider' de heer Maurice Truyers, in vermelden die met grootse bescheidenheid ons 'Ruysscheveldekoor' heeft begeleidt aan het orgel.
Mijn mail-adres is, zowel voor inkomende als uitgaande post:
Geblokkeerd.
Daarom 'doe' ik het langs deze (blog-) weg.
Hoe moet ik mijn (onze) betalingen dan verrichten? (Via telenet...???)
Het confronteert mij met 'ouderdoms verschijnselen.
Maar daar ben ik écht, aan beide kanten van mijn gehoor, (en dat is toch 'gevormd') onaanspreekbaar voor.
Zelfs onhandelbaar... maar dat 'accompagneerd' andere, zéér gevoelige, humane correspondenten, m.a.w. medebewoners van 'mijn zijn' in een huiselijke atmosfeer.
Nietaltijd (?) gemakkelijk. (Wat een taalgebruik?)
Sinds gisterenmorgen 'doe' ik tevergeefse pogingen...
Maakt dat mee!!!
Willen betalen...en het lukt niet.(?)
'Gebeld' (telefoneren) naar internet op het nummer 015 666666666666666666666666'.
"Druk nu op..... kiest U voor één....(wacht) kiest U voor twee (wacht) kiest U voor drie (wacht). kiest U voor vier (wacht) wil U terug naar.. druk op het 'sterretje'."
Je krijgt dan een 'wacht-melodietje' te horen waarmee ik (als muzikant) mezelf absoluut niet mee kan identificeren. (Een elektronisch gezwel van Vivaldi of tijdsgenoten...)
Het wordt des te pijnlijker en met Opa-geduldigheid, wanneer er een 'stem' 'opduikt' die mij verteld dat ik 'even' aan 'de lijn' moet blijven...en weet je...'ik krijg verdorie een;
'toet, toet, toet, toet....'
'Waarschijnlijk wéér mijn telefoonrekening niet betaald...' denk ik dan.
Je zwijgt in alle talen om dit niet mede te delen aan uw echtgenote, want anders is de zoveelste 'knullige' aanstelling van uw eigens't persoon en daar ben je nog tè jong voor.
Je geeft Uzelf een absolutie zonder zelf's Onze-Vaders en Wees-gegroeten...of
Akte van berouw...!
Vermits wij nog over een 'oud' (-e) fax-telefoon-fotocopie-toestel beschikken, en tevens een doolhof van 'cijfers en letters' 'lukt' het me niet, althans op dat 'gepensioneerd' toestel, (ook al is het in zwart-wit!) om zelfs.... betalingen te verrichten.
Wedden dat ik een 'recommendé' krijg, met een 'sur-plus' van 7% achterstallige verzendigskosten.................!
(Ook weer via internet...en mijn mail-box 'functioneert niet...!!!)
U zult terecht wel zeggen: 'Hoe hebt U dan uw rekening gekregen...?'
Via de post.!!!!
En die laten niks ( links) liggen.
En ik wil dit ook zo houden als 'gepensioneerde' ..........
Met al dat 'modern' gedoe...!
Je zou er nog de 'seskes' van krijgen...! (Oud Steken's gezegde, maar nog altijd beter dan bv.wanneer men over iemand zegt dat hij/zij lijdt aan de 'teiringe'................ '
Ik moest dit even kwijt.....!
P.s. Dit verdwijnt natuurlijk van deze blog...
Dank voor het begrip én het ..lezen!
Inmiddels is het in orde gebracht, dus kan ik terug versturen.....en ontvangen!
Wellicht, zoals velen, die 'uitkijken' naar het actuele Steken's gebeuren...
Gaat het over 'Onderwijs'...., pensioenen...., mogelijkheden voor toekomstige grondeigenaars...en talrijke andere sensibele hoofdstukken.. ?
Het raakt ons altijd... ook al hebben wij er niet 'stante pede' iets mee te maken maar...
het 'verkoopt'!
We 'lezen' het toch maar.
Het 'belangt' ons aan, hiermee bedoel ik niet zozeer Nationaal of Confederaal maar louter onze geëigenste' gemeente en ons eigen belang.
En natuurlijk is mijn, als gepensioneerde, sensibiliseringsproces niet 'afgelopen'.
Gepensioneerde=iemand die (bv.) met Cultuur te maken heeft en een immens en tevens ontgoochelende immagistratuur te 'verwerken' heeft, is niet met deze; een 'afgeschreven'' bejaarde'.
Ik herinner me nog:
"Wat komen die '''oudjes' hier doen.. die moesten al lang in hun bed liggen..." voor een optreden van het R.V-koor voor een 11 juli-viering in de sporthal van Stekene.
Dat heeft me gekwetst als dirigent! (Van die 'oudjes)
Kunst én Cultuur... och God, wat is het verschil..?
Gelukkig is er geen verschil....humaan-erger nog, wij denken aan: dàt er een verschil is...
maar dat 'denkproces' ( voor wie er zich mee 'bezig' houdt) is op zich zelf een voorrecht.
De Emaüsganger, op zoek naar de Vader... die Hij/Zij niet mag vinden.
Dé oplossing van Kunst én Cultuur.
Laat ons vooral 'bekvechten' om.. populariteit...erkenning....macht...en de 'ziel' van het verhaal van de 'creatieveling', de 'sukkelaar', de éénzaat...beluisteren......, bekijken!
Gewoon erbij zijn is een vorm van verstuifde, mystieke zelfverloochening...
Jawél.
Het geeft hem/haar 'zuurstof' wat hij/zij, uitwendig (auditief en visueel) wil ontvangen of verspreiden, maar beiden zijn deelgenoten van een tijdelijk levens-proces.
En dan laten we, God zij dank, de kunst een afstandelijkheid,
een onaantastbaarheid,
maar met een sensibel, humaan gevoel van onmacht, ter zijde laten.
Dit is, o.a. de 'kracht' dat vreemde machstvertoon wat in elke mens zich (ver-)'schuilt'.
De rode draad in mijn 'bloggen' over het 'Ruysscheveldekoor',
hun wekelijkse 'trachten te benaderen' van wat een 'componist' eigenlijk bedoelde,
de 'overtuigende' evaluatie van een dirigent, en het ontvankelijk zijn voor zijn/haar voor uw persoonlijke analyse, zijn secondanten van een introvert, d.w.z. niet psyche-gevoel.
En daarin ben jij de hoofd monitor...(-trice)
Maar wat dan wél?
Wat 'biedt' mij een gevoel van 'overmacht'?
(Misschien een verantwoordelijkheidsgevoel...en dàt is 'mooi'.)
De CULTUUR van onze gemeente Stekene.
Vraag eens aan een schilder, beeldhouwer,literaturist, muzikant....wat hij/zij heeft bereikt?
(M a.w. componisten= samenstellers)
Hun antwoorden leiden tot een 'benadering' en...dàt is 'gezond' maar concureren vaak met eigen populariteit.
Een laatste punt: zondag 12 september 2010 is er een koffieconcert in zaal Toermalijn.
Zoek in de Stekense Kronijcke...?
Accoustisch weinig aantrekkelijk (voor dirigent én uitvoerders) maar de accomodatie kan concureren met het beschamende gemeentelijke gastvrijheid waar toch héél wat verenigingen mee te doen hebben..
Dit duurt sinds jààààààààààààààren.
Ik ben ....en blijf fier over Stekene.
Maar als Cultuur-Idealist, bereikt het zijn 'hoogwater'. (Cfr.andere blog-reformatie's)
Een ander hoofdstuk zal verwijzen naar.........Omèr, die, naar mijn gevoel, 'de ziel' raakt van menig actieveling.
Meer nog; hij, als wiskundige,(?) wil een eerlijke confrontatie aangaan met een modale, gewezen dorpsgenoot, die in zijn vrije tijd, aartsengel Lucifer, z'n biechtgeheimen toevertrouwt..., gecastreerd werd tot in hemelse zaligheid, en daarna...voor z'n computer zit....!
't Klinkt wél arrogant! (Moet ik van mezelf zeggen!)
Maar wat is:
een journalist zonder lezers?
Een blog-'idioot' zonder belangstelling.
Een koordirigent zonder 'zangers'?
En dit rijtje is verre van volledig.
Het schuilt (macht) in ieder mens
In ieder van ons dus.
In een mondeling examen van psychologie, vroeg de Prof. aan me:
"Een aap zit in een, niet vergrendelde, maar wel dichte kooi.
Hoe geraakt die aap er uit?"
Ik voelde steevast dat een eenvoudig en logische antwoord mij het gevreesde; onvoldoende zou bezorgen.
En wat is een mens zonder medemens?
(Cfr. Godfried Bomans.)
(Foto)
"Ik kan geen zinnig woord zeggen over het 'hiernamaals', maar dàt het bestaat, weet ik zéker..." schreef Prof. Schillebeecks.
Onze 'Creator' heeft het geweten, (Aards Paradijs) maar had blijkbaar weinig gevoel en begrip voor de voortplanting en dan stellen zich minimum twee vragen:
'Ofwel expirimenteerde 'god' met een creatief wezen...
of wel is er incest gepleegd door één van de twee zonen!
(Cfr. Genesisverhaal ).
Dit is nog maar het begin van een gedurfd, tevens 'gecultiveerd' aard-bewoners-denken uit de tweede helft van de 20 ste eeuw.
En toch vroeg Eva aan Adam:
"Houdt ge nog van mij...?"
Adam antwoordde:
"Van wie anders?"
Werkelijk uniek.
Als je een pracht van een 'Blog' wilt zien, druk op het gastenboek van deze blog.
Ik ben Tony De Ruysscher
Ik ben een man en woon in Pauwel Hauweplein 1 9190 Stekene.(B) (België.) en mijn beroep is Gepensioneerd docent..
Ik ben geboren op 30/06/1947 en ben nu dus 63 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Koormuziek, filosofie, religie....
Wij hebben drie zonen en één kleinzoon.
Ik hoop dat deze bloggen U mogen bevallen.