Inhoud blog
  • Het veertiende historische jubeljaar van oktober 758/september 757 v. Chr.
  • De chronologie van het Johannes-evangelie
  • De era van Salomo en de archeologie
  • Het Salomo-tijdperk en de archeologie
  • Het Bijbel-historische boek 2 Koningen en de archeologie
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    19-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het veertiende historische jubeljaar van oktober 758/september 757 v. Chr.

    Deze week vervolgen we onze reeks over de historische jubeljaren. Het laatste artikel op dit blog betreffende de historische jubeljaren dateert van 14.12.2017 met aandacht voor het dertiende historische jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Amazia van Juda. Een jubeljaar dat tijdens de regeerperiode van Amazia waarschijnlijk niet nageleefd werd. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3042543

    Het Bijbelse Jubeljaar was een belangrijk onderdeel uit de wet van Mozes (Leviticus 25) van 1483 v. Chr. betreffende het beheer en het eigendomsrecht over het Beloofde Land, het land Kanašn dat ze veertig jaar later in 1443 v. Chr. zouden binnentrekken. Het doel van het jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijke individueel verlies van land en rijkdom in het negenenveertigste jaar van de sabbatjaarcyclus te herstellen, en aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke.

    Hierna een nogmaals een opsomming van de jubeljaren uit het werk van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V., die we al behandeld hebben. Er waren dertig jubeljaren vanaf 1395/1394 v. Chr. met de eerste viering tot 27/28 AD, het jaar dat Jezus zich te Nazareth als Messias bekendmaakte en het ‘aangename jaar des HEREN’ uitriep.

    Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.: intocht Kanašn o.l.v. Jozua.

    Aantal en jaartallen v. Chr.:

    Historische periode:                                Historische jubeljaarverwijzing:

    v. Chr.:

    1.       1395/1394 Richter OthniŽl            geen

    2.      1346/1345          Richter Ehud               Ruth 6:6

    3.      1297/1296 Ehud & Samgar           geen

    4.      1248/1247 Debora en Gideon        geen

    5.      1199/1198  Richter Thola               geen

    6.      1150/1149  Richter Eli                   geen

    7.      1101/1100  Richter SamuŽl            geen

    8.      1052/1051 SamuŽl & Saul             geen

    9.      1003/1002 Salomo                        geen

    10.    954/953   Rehabeam                             geen

    11.     905/904   Josafat                          geen

    12.     856/855   Joas                              geen

    13.     807/806   Amazia                         geen

    14.    758/757  Uzzia                           geen

     

    Koning Uzzia alias Azaria heeft recent op dit blog al heel wat aandacht gekregen. In het artikel van 08.12.2017 identificeerde ik hem met de Aziaat Arsu van het bekende Egyptische Harris-papyrus. Een buitenlandse krijgsheer die van ongeveer 790 tot 748 v. Chr. over de Nijldelta de scepter zwaaide. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1512342000&stopdatum=1512946800

     

     

    In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 279/287, behandel ik de chronologische plaatsing van Uzzia/Azaria op de tijdsbalk. Op het bijgevoegde tijdschema met dit artikel merken we onderaan de regeringsjaren van Uzzia/Azaria. Bovenaan het tijdschema is de sabbatjaarcyclus met een blauwe tijdsbalk aangebracht.

    De tijdsbalken geven ook mijn revisie van de oudheidgeschiedenis van Egypte en AssyriŽ weer.

    In het jaar 782 v. Chr. meen ik dat de start van een ‘damnatio memoriae’ voor AssyriŽ aangetoond kan worden. Na de dood van de Assyrische koning Assur Nerari V plaats ik de legendarische Sardanapallos op de troon van AssyriŽ en vervolgens de Bijbels-Assyrische koning Jareb. In mijn boek ‘de Assyriologie herzien’ van 2012 verklaar ik een en ander. Daarnaast vul ik nog regelmatig gegevens via mijn blog aan de revisie van de Assyriologie toe. Zoals onder andere het artikel van 16.01.2017: De Assyrische koning Jareb uit de achtste eeuw v. Chr. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1484521200&stopdatum=1485126000

     

     

    Maar onze aandacht gaat met dit artikel in de eerste plaats om de historische jubeljaren. Het volgende tijdschema toont het vervolg van de sabbatjaarcyclus via de blauwe tijdsbalk bovenaan het tijdschema. Er zaten iedere keer zeven tijdschijven van zeven jaar tussen de jubeljaren in. Onderaan het schema vervolgen we de lange regeerperiode van koning Uzzia van Juda.

    In het jaar 776 v. Chr. plaatsen we de bijzondere aardbeving ten tijde van Uzzia die in de Bijbel aandacht krijgt. Recent bracht ik op 17.11.2017 een artikel op dit blog over ‘de Moeder van alle verwoestingen’ zoals ik de meganatuurcatastrofe ten tijde van Uzzia beschreef. Zie link:

    http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1510527600&stopdatum=1511132400

     

     

    Het veertiende historische jubeljaar van oktober 758/september 757 v. Chr. viel in het vijfenveertigste regeringsjaar van koning Uzzia van Juda. De Bijbel zwijgt over een eventueel zich houden aan het Jubeljaargebod door koning Uzzia. Op het tijdschema merken we dat tijdens deze periode de zoon van Uzzia: Jotham, co-regent met zijn vader was die sinds 776 v. Chr. met melaatsheid getroffen was en in quarantaine geplaatst. Over Jotham staat er in de Bijbel geschreven dat hij recht was in de ogen des HEEREN:

    2 Koningen 15:32 In het tweede jaar van Pekah, den zoon van Remalia, den koning van IsraŽl, werd Jotham koning, de zoon van Uzzia, den koning van Juda. 33 Vijf en twintig jaren was hij oud, als hij koning werd, en regeerde zestien jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jerusa, de dochter van Zadok. 34 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN; naar alles, wat zijn vader Uzzia gedaan had, deed hij. (Statenvertaling)

     

    We mogen aannemen dat ten tijde van de regeerperiode van Uzzia/Jotham het sabbatjaar- en jubeljaargebod gehouden werd.

    Het veertiende jubeljaar van oktober 758/september 757 v. Chr. was een historisch jubeljaar op basis van de schakel dat het is in de lange ketting van de dertig jubeljaren die er waren vanaf het eerste jubeljaar na de intocht in het Beloofde Land Kanašn en het openbaar worden van Jezus van Nazareth als de Messias in de synagoge van zijn thuisstad zoals door de evangelist Lucas (4:19) gebracht. Het te volgen artikel over de jubeljaren zal het vijftiende jubeljaar van oktober 709/september 708 v. Chr. behandelen. Een jubeljaar dat ten tijde van de regeerperiode van koning Hizkia viel en vanuit de Bijbel met het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia verbonden wordt en een navigatiepunt in de tijd terug op de tijdsbalk is. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de sabbat- en jubeljaren in deze artikelenreeks gebracht historisch verifieerbare jubeljaren zijn op basis van chronologische gegevens uit de Bijbel, uit de werken van Flavius Josephus en uit de apocriefe boeken 1 MakkabeeŽn. Het is een jubeljaarkalender die op de tijdsbalk door elf historische verwijzingen bevestigd wordt.

    Uiteindelijk zal de reeks over de historische jubeljaren ons leiden naar een alsnog toekomstig jubeljaar met het herstel van alle dingen zoals beloofd in het Profetische Woord van de Bijbel.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    19-01-2018 om 06:48 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De chronologie van het Johannes-evangelie

    Met het artikel op dit blog van 24.11.2017 bracht ik de geschiedenis van het eerste wonder van Jezus Christus volgens het evangelie van Johannes (2:1-25) en gaf hierbij vooral aandacht aan de chronologie van het verhaal. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3038075

    Het Pascha dat in Johannes hoofdstuk 2:13 vermeld wordt dateerde ik volgens de westerse jaartelling in de maand april van het jaar 27 AD. Zesenveertig jaar eerder was volgens Johannes hoofdstuk 2:20 de herbouw van de Tempel te Jeruzalem onder leiding van Herodes de Grote begonnen. Op de tijdsbalk was dit het jaar 20 v. Chr. Een jaartal dat we kunnen berekenen op basis van de chronologie die de oudheidhistoricus Flavius Josephus (Ant.Bk.XV, xi.1) in zijn studie doorgeeft. De chronologie van de regeerperiode van Herodes de Grote is op de tijdsbalk verankerd via vijf historische navigatiepunten en ligt wetenschappelijk vast. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 437-442.

    De evangelist Johannes geeft in totaal vier Pesachfeesten op voor de periode van het openbaar optreden van Jezus Christus. Het eerste Pesachfeest wordt vermeld in het hoofdstuk over het wonder te Kana waar de Heer Jezus Christus water in wijn veranderde. De openbare bediening van Jezus was toen al zes maanden eerder van start gegaan. Ter verduidelijking heb ik nieuwe tijdschema ’s op een grotere schaal gemaakt. De bijgevoegde tijdstabel van het artikel van 24.11.2017 was samengesteld op basis van twee centimeter per jaar op millimeterpapier met de focus op het dertigste jubeljaar van oktober 27/ september 28 AD.

     

     

    Het nieuw samengestelde tijdschema heeft nu twaalf centimeter voor ťťn jaar en is aanschouwelijk duidelijker. Met groene tijdsbalken is op het schema de sabbatjaar- en jubeljaarcyclus afgebeeld. Het dertigste Jubeljaar van september 27 AD tot oktober 28 AD zit op de tijdsbalk verankerd op basis van de studie van de achttiende-eeuwse wetenschapper William Whiston (1667/1752). Whiston was een Engelse wiskundige, historicus en theoloog. Hij is vooral bekend door zijn vertaling van de werken van Flavius Josephus uit het Grieks naar de Engelse taal: JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M., In een appendix van het lijvige boek vindt men Whiston ‘s Dissertation V, met zijn opgave van de jubeljaren in het oude IsraŽl. Vanaf het jubeljaar toen Jezus Zich als de Christus aan de Joden bekendmaakte heb ik dertig jubeljaren teruggerekend ter verkrijging van het eerste jubeljaar in 1395/1394 v. Chr., negenenveertig jaar na de inname van Kanašn door de IsraŽlieten in 1443 v. Chr. De exodus uit Egypte dateren we in 1483 v. Chr. in de vijftiende eeuw v. Chr. Dit jaar zal het 3500 jaar geleden zijn dat de Exodus op een vrijdag plaatsvond.

    Het bijzondere aan Whiston ’s opgave is zijn opmerking dat de historische sabbatjaren ononderbroken in de tijd in een cyclus van april tot maart doorliepen. In het negenenveertigste jaar van de zeven maal zeven jaarcyclus begon in oktober het jubeljaar dat tot september van het jaar daarop liep, waar intussen het eerste jaar van een nieuwe sabbatjaarcyclus al in april aangevangen was.

    In zijn vermelde ‘dissertatie V’ geeft Whiston ter wetenschappelijke bevestiging van zijn bevinding tien historische verwijzingen naar het houden van sabbat- en jubeljaren door het oude IsraŽl vanuit de Bijbel, de werken van Flavius Josephus en vanuit de apocriefe boeken van MakkabeeŽn. Deze verwijzingen vormen als het ware schakels van een chronologische ketting waarmee men op de tijdsbalk naar het verleden toe kan navigeren. Zijn schikking van de jubeljaren op de tijdsbalk liggen op deze manier wetenschappelijk vast verankerd. Aan deze lijst van tien historische verwijzingen voegde ik nog een jaartal toe dat ik bij het uittekenen op millimeter papier ontdekt had: het achttiende jubeljaar van 562/561 v. Chr. toen in het eerste regeringsjaar van de Babylonische koning Evil Merodach deze heerser koning Jojachin van Juda uit zijn gevangenis in Babylon verloste in het zevenendertigste jaar van diens ballingschap (2 Koningen 25:27). Het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin viel in okt562/sep561 v. Chr. Evil Merodach nam de scepter op 11 januari 561 v. Chr. van zijn vader Nebukadnezar over. En in februari/maart, de twaalfde maand (Adar), van het jaar 561 v. Chr. werd Jojachin uit zijn gevangenis verlost. Het feit dat de vrijlating van Jojachin door de nieuwe koning van Babylon Evil Merodach in een Jubeljaar geschiedde, is heel opmerkelijk. De vrijlating van Jojachin was een vingerwijzing Gods voor het volk van IsraŽl in Babylonische ballingschap. Zij waren namelijk in ballingschap als straf voor het zeventig maal niet houden van de sabbatjaren in het verleden. Gedurende de periode van de Babylonische Ballingschap had het land IsraŽl rust en werden de zeventig keer vergoed, dat zij in hun lange geschiedenis, sinds het in bezit nemen van het land Kanašn in 1443 v. Chr., het sabbatgebod negeerden. Een wet die leerde dat elk zevende jaar het land niet bewerkt mocht worden (Leviticus 25:1-5). Zie ook het artikel van 18.12.2017 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1513551600&stopdatum=1514156400

    Dit even ter inleiding alvorens we de gebeurtenissen die de evangelist Johannes verhaalt op de tijdsbalk onderbrengen.

     

    Johannes begint zijn evangelie met vooreerst alle aandacht voor het Woord God ‘s dat mens geworden is in de persoon van Jezus Christus:

    1:1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; 5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. (NBG Vertaling 1951)

    Vervolgens gaat Johannes in vers zes naar het historisch verifieerbare optreden van Johannes de Doper als de getuige, als de aankondiger van de nakende openbaring van de Messias of Christus. De evangelist Lucas voegt hier aan toe dat dit geschiedde in het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus stadhouder over Judea was (Lucas 3:1-2). Op mijn bijgevoegde tijdsbalk heb ik het vijftiende regeringsjaar van Tiberius met een gele balk aangebracht van oktober 26 AD tot september 27 AD. Het vijftiende regeringsjaar van Tiberius van 26/27 AD is gerekend vanaf 12 AD toen Tiberius als ‘co-princeps’ van keizer Augustus over het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk benoemd werd. Deze aanstelling als co-regent vinden we in Romeinse bronnen terug: SUETONIUS, Tib. Vita, 21 a.u.c.765.

     

    Op mijn tijdsbalk merken we dat het optreden van Johannes de Doper gevolgd door het openbaar worden van Jezus als de Christus (1:29) in de helft van het zesde jaar voorafgaand aan het zevende sabbatjaar begon. Het zesde jaar in de sabbatjaarcyclus was een jaar van dubbele zegening over het land ter overbrugging van het sabbatjaar (wanneer er niet gezaaid mocht worden) en in dit geval ook van het jubeljaar dat zou volgen. De geestelijke betekenis van het begin van het optreden van Jezus Christus in het jaar van de dubbele zegening is zondermeer duidelijk. De gebeurtenissen die Johannes vermeldt heb ik in met een blauwe tijdsbalk aangebracht. De eerste fase van beschreven gebeurtenissen loopt van Johannes 1:19 tot en met 2:25. Het was tijdens deze periode dat Jezus zijn eerste teken of wonder deed te Kana in Galilea, en in Johannes 2:13 het eerste Pesachfeest van in totaal vier pelgrim-feesten vermeld wordt.

    De tweede blauwe fase-balk geeft de periode aan vanaf Pesach in april 27 AD tot het feest der Joden (5:1). Ik neem aan dat dit feest het Loofhuttenfeest was dat dat jaar van vier tot tien oktober gehouden werd.

    De evangelist Lucas plaatst naar mijn mening de Heer Jezus daarvoor in Nazareth met Jom Kippoer waar Hij op 29 september 27 AD het aangename jaar des HEREN aankondigde. In een nog te volgen artikel op dit blog wil ik de chronologie van Lucas en MatteŁs eveneens op mijn tijdsbalk onderbrengen.

    Als inleiding kan ik al doorgeven dat de Bergrede van MatteŁs hoofdstuk 5 tot en met 7 op de tijdsbalk aan het begin van het dertigste jubeljaar te plaatsen is. De Bergrede was de grondwet van het Koninkrijk der hemelen dat Messias Jezus aan de Joden aanbood. Ook de roeping en de uitzending van de apostelen volgens het MatteŁs-evangelie hoofdstuk 10 is aan het begin van het Jubeljaar op de tijdsbalk te plaatsen. Een heel jaar lang van september 27 AD tot oktober 28 AD zou aan de Joden het Koninkrijk der hemelen aangeboden worden.

    Johannes 1:11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. 12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; 13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn. (NBG Vertaling 1951)

    Hij kwam tot het zijne en de zijnen hebben Hem niet aangenomen, werd een feit aan het einde van het Jubeljaar in oktober 28 AD. Twee blauwe tijdsbalken heb ik op mijn schema aangebracht. De eerste periode loopt tot het tweede Pesach-feest van april 28 AD dat in Johannes 6:4 vermeld wordt. De tweede blauwe tijdsbalk loopt van het tweede Pesach-feest tot aan het einde van het Jubeljaar. In Johannes 6:4-66 wordt deze tijdsperiode beschreven. De laatste zin van Johannes 6:66 luidt “Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.” Opmerkelijk vind ik dat de hoofdstukken en verzen-getallen die later aan de Bijbel werden toegevoegd, toevallig (?) uitkomen op 6:66 wat de afwijzing van Jezus als de Christus betreft.

    De gelijkenissen van MatteŁs hoofdstuk 13 laat ik na het jubeljaar op de tijdsbalk aanvangen. De Joodse generatie van toen had Jezus als Messias afgewezen en werd nu alleen nog door Hem in gelijkenissen toegesproken waarbij alleen de discipelen van Jezus Christus de verklaring te verstaan krijgen. Zijn blik is vanaf nu op Jeruzalem gericht waar Hij met Pesach 30 AD als het Lam van God (Johannes 1:29) Zichzelf voor de wereld zal geven. De belofte van de Verlosser (Genesis 3:15) en de wederoprichting van alle dingen (Handelingen 3:19-21) was nabijgekomen.

     

     

    Het tweede samengestelde tijdsschema leidt ons via het derde Pesachfeest van april 29 AD naar het vierde en laatste Pesach-feest van april 30 AD waar de Heiland Jezus Christus met Goede Vrijdag Zijn leven zal geven voor de zonden van de wereld. Op de derde dag stond Hij op uit de dood met veertig dagen later Zijn Hemelvaart. Het slot van het Johannesevangelie is alleszeggend:

    Johannes 21:24 Dit is de discipel, die van deze dingen getuigt en die deze beschreven heeft en wij weten, dat zijn getuigenis waar is. 25 Er zijn echter nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft; indien deze ťťn voor ťťn beschreven werden, dan zou, naar ik meen, de wereld zelf de boeken, die geschreven werden, niet kunnen bevatten. (NBG Vertaling)

     

    Maar het artikel gaat in de eerste plaats nu om chronologie. Johannes geeft in zijn evangelie nog enkele belangrijke historische gebeurtenissen die chronologisch op de tijdsbalk aangebracht kunnen worden.

    Zo merken we op het schema het derde Pesachfeest van april 29 AD dat in Johannes hoofdstuk 6:4 vermeld wordt. Het Loofhuttenfeest dat in Johannes 7:2-3 vermeld wordt plaatsen we in oktober van 29 AD. Vervolgens maakt Johannes melding van het Vernieuwingsfeest (Joh. 10:22-23) te Jeruzalem in de winter van 29 AD waar Jezus aanwezig was. Een Joods feest dat wij ook kennen als Chanoeka. Daarna verlaat Jezus Jeruzalem en keert terug naar de overzijde van de Jordaan naar de plaats waar Johannes de Doper het eerst optrad. Het volgende hoofdstuk 11 tot en met het laatste hoofdstuk handelt over de gebeurtenissen van af Chanoeka in december 29 AD tot Pesach april 30 AD wanneer de Heiland met Goede Vrijdag naar Zijn Woord Zich als het Lam God ’s voor de zonden van de wereld zou geven.

    Johannes 3:14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zů moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, 15 opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. 19 Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. 20 Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; 21 maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn. (NBG Vertaling 1951)

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    12-01-2018 om 06:48 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De era van Salomo en de archeologie

    Wat volgt is mijn eerste artikel voor het nieuwe jaar 2018. Een jaar van enkele belangrijke historische gebeurtenissen die we dit jaar bij leven en welzijn zullen gedenken. Zo zal het met Pesach 2018 exact 3500 geleden zijn dat de Exodus uit Egypte plaatsvond. In mei van dit jaar zal de moderne staat IsraŽl zijn zeventigjarig bestaan vieren en in november van dit jaar hoopt de auteur van dit blog de voleinding van zijn zeventigste levensjaar te bereiken. Ik heb het altijd als bijzonder ervaren in hetzelfde jaar geboren te zijn als de moderne staat IsraŽl in het oude land der vaderen in 1948. Het ontstaan van een nationale staat IsraŽl is namelijk de inleiding tot een serie van toekomstige gebeurtenissen die zullen leiden naar de Apocalyps of Openbaring van Jezus Christus.

    Het jaar 1948 was ook het jaar dat in BelgiŽ de vrouwen eindelijk het stemrecht(plicht) kregen en het land een volwaardige democratie werd.

    Ik wens al mijn lezers een gelukkig en voorspoedig Nieuw Jaar 2018 AD toe.

    “De HERE zegene u en behoede u in 2018;

    de HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig in 2018;

    de HERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede in 2018.”

    (naar Numeri 6:24-27)

     

    Met het artikel van 26.12.2017 gaven we aandacht aan de era van Salomo en diens chronologische plaats op de tijdsbalk. Het artikel begon met de vondst te Megiddo van een afbeelding van een koning op een bewaard gebleven deel van een stoel. Het ivoren artefact wordt in het Rockefeller Museum in IsraŽl bewaard en gedateerd in het Laat Brons Tijdperk. Volgens de herziene chronologie van de geschiedenis van de oudheid is dit het tijdperk van David en Salomo.

    Wanneer ik met het onderzoek van anderen bezig ben en dit in mijn eigen variant tracht in te passen, gebeurt het wel eens dat ik tot nieuwe inzichten kom. Zo trof mij de gelijkenis van het ‘hoofd van Poent’, die Velikovsky als een landvoogd van Salomo te Eloth identificeert, met de eerder beschreven afbeelding op het ivoren paneel van Salomo.

     

     

    Wanneer men beide hoofden in close up bekijkt valt onmiddellijk op dat het hoofd van de hoofdman van Poent op het tempelreliŽf van Hatshepsoet te Deïr El Bahri en het hoofd op het ivoren paneel van Megiddo, sterk op elkaar lijken. De hoofdbedekking van beide figuren is dezelfde; een nauwsluitende kap met de oren vrij, zelfs de inkepingen in de kap vindt men op beide afbeeldingen terug. Daarnaast hebben beide figuren dezelfde neus, oren en baard, zelfs de wenkbrauwen zijn identiek afgebeeld. Men zou nu kunnen opmerken dat misschien alle Kanašnieten of Aziaten door de Egyptenaren op deze wijze afgebeeld werden. Maar dit klopt niet. We hebben namelijk een overvloed aan Egyptische muurreliŽfs met afbeeldingen van Aziatische ambassadeurs e.a. waaruit blijkt dat de Egyptische kunstenaars wel degelijk onderscheid maakten tussen de verschillenden rassen en types van mensen uit Klein-AziŽ met wie ze in contact kwamen. De afgebeelde hoofdman van Poent is zondermeer een Semiet (iets dat de orthodoxe Egyptologie overigens verbaasd).

     

     

    De vraag die ik mij stel is; wie is dan werkelijk P’-r’-hw (Paroeah of Perehoe) waarnaar het reliŽf van Hatshepsoet verwijst? Is hij de landvoogd van Ezeon-Geber zoals Velikovsky beweerd of zou hij Salomo kunnen zijn? Velikovsky deed in zijn studie ‘Eeuwen in chaos’ grote moeite om Paroeah als landvoogd van Salomo te Eloth te plaatsen.

    1 Koningen 4:7 En Salomo had over geheel IsraŽl twaalf landvoogden, die de koning en zijn huis van voedsel moesten voorzien; ťťn maand per jaar rustte op ieder de plicht om te leveren. 8 En dit zijn hun namen: Ben-Chur op het gebergte van Efraïm; 9 Ben-Deker in Makas, Sašlbim, Bet-Semes en Elon-Bet-Chanan; 10 Ben-Chesed in Arubbot, hij had Soko en het gehele land Chefer; 11 Ben-Abinadab: de gehele heuvelstreek van Dor; Salomo’s dochter Tafat had hij tot vrouw; 12 Bašna, de zoon van Achilud: Tašnak, Megiddo en geheel Bet-Sean, dat naast Saretan is, beneden JizreŽl, van Bet-San tot Abel-Mechola, tot aan gene zijde van Jokmeam; 13 Ben-Geber te Ramot in Gilead; hij had de dorpen van Jaïr, de zoon van Manasse, in Gilead, hij had de streek van Argob in Basan, zestig grote steden met muren en koperen grendels; 14 Achinadab, de zoon van Iddo, te Machanaïm; 15 Achimašs in Naftali; ook hij had een dochter van Salomo, Basemat, tot vrouw genomen; 16 Bašna, de zoon van Chusai, in Aser en Alot; 17 Josafat, de zoon van Paruach, in Issakar; 18 Simi, de zoon van Ela, in Benjamin; 19 Geber, de zoon van Uri, in het land Gilead, het land van Sichon, de koning der Amorieten, en van Og, de koning van Basan, en wel als enige landvoogd in dit land. 20 Juda en IsraŽl waren talrijk als het zand aan de zee in menigte; zij aten en dronken en waren blijde. (NBG Vertaling 1951)

     

    Commentaar van Velikovsky: ‘het lijkt dat het laatste woord van 1 Koningen 4:17 tot het volgende vers behoort en het laatste woord van 4:17 tot het daaropvolgende. De tekst zou dan luiden: ‘…en in Aloth Josafat, de zoon van Paruah’. In dit geval bleef de zoon landvoogd waar zijn vader in dezelfde functie had gediend, want Aloth en Eloth zijn hetzelfde’.

    Indien de afgebeelde Paroeah als de hoofdman van het land Poent Salomo zou zijn, hoeft het toegevoegde commentaar van Velikovsky niet en laten we de punten en komma’s van de vertaalde Bijbeltekst verder met rust. De vraagtekens blijven uiteraard. Maar zou het werkelijk zo ongewoon geweest zijn voor Salomo, om de koningin van Scheba persoonlijk aan de kust te verwelkomen? De Bijbel (2 Kronieken 8:17) leert in ieder geval dat hij naar Ezeon-Geber en naar Eloth aan zee ging, om zijn vloot daar uit te rusten. Wie was dan werkelijk P’-r’-hw? Let wel op: de ontbrekende klinkers zijn later door onderzoekers toegevoegd. Ik neem voorzichtig aan dat ‘het hoofd van Poent’ op Salomo zou kunnen slaan. Absolute bewijzen heb ik niet.

    Wel is duidelijk dat te Deïr El Bahri op de tempelreliŽfs van Hatsjepsoet een Semiet afgebeeld staat en dat deze haast een exacte kopie is van de afgebeelde figuur op een ivoren paneel uit Megiddo gedateerd uit het Laat Brons. Of hoe boeiend de studie van het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid wel is.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    04-01-2018 om 10:29 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Salomo-tijdperk en de archeologie

    In het Rockefeller Museum in IsraŽl bevindt zich onder vele andere artefacten een ivoren paneel, vermoedelijk een onderdeel van een stoel-arm, met de voorstelling erop van een koning op een sfinxentroon met voor hem zijn koningin en hofhouding. De vondst werd te Megiddo gedaan en het artefact gedateerd in het Laat Brons Tijdperk.

     

     

    Het is de verdienste van David Rohl (A Test of Time, 1995, Chapter 8, The Age of Solomon) dit artefact met de era van Salomo verbonden te hebben. De orthodoxie heeft daarentegen gemeend het tijdperk van Salomo in het IJzertijdperk te moeten onderbrengen en dit als gevolg van hun volgen van de dateringsmethode van de Egyptologie en hun foutieve Sothis-kalender. Men zit namelijk door de veronderstelling van het gebruik van een Sothis-kalender in het oude Egypte er tot zes à zeven eeuwen op de tijdsbalk fout. De Salomo-era hoort thuis in het Laat Brons. Wanneer men in IsraŽl in deze aardlagen op zoek naar Salomo ’s bouwwerken gaat komt er veel meer tevoorschijn dan wanneer gezocht in het IJzertijdperk. In feite is er in het IJzertijdperk niets of weinig van Salomo ’s bouwactiviteiten te vinden en vandaar de stelling van veel wetenschappers dat de beschrijving in de Bijbel van Salomo ’s koninkrijk sterk overdreven is.

     

     

    Het is de gereviseerde chronologie van de oudheid die de aardlagen in IsraŽl correct dateert en het Laat Brons LB II a-tijdperk ten tijde van Salomo plaatst. Op deze manier hebben we in de getoonde afbeelding hoogstwaarschijnlijk een afbeelding van Salomo op zijn troon.

    David Rohl beschrijft in zijn eerder geciteerde werk in detail de afbeelding van Salomo op zijn troon met voor hem zijn Egyptische bruid. Wat op de afbeelding verder opvalt is de troon geflankeerd met twee leeuwen met mensenhoofden; de Egyptische Sfinx. De Bijbel (1 Koningen 10:18) verwijst naar zulk een troon. Rondom de troon zien we ook drie duiven afgebeeld, wat naar de vredevorst verwijst. Duiven zijn blijkbaar altijd een symbool van vrede geweestHet is een van de vele goudklompjes die men in de studie van David Rohl kan vinden.

    David Rohl ’s revisie van de geschiedenis van de oudheid laat de eerdere bevindingen van Velikovsky in verband met de bijzondere link tussen de achttiende dynastie farao ’s van Egypte en IsraŽl echter los. In het variant van Velikovsky zijn de farao ‘s Hatsjepsoet en Thothmosis III tijdgenoten van Salomo.

    Velikovsky leverde naar mijn mening het onomstotelijke bewijs dat de tempelschatten uit de tempel van Jeruzalem op een tempelmuur van farao Thothmosis III te Karnak in Egypte staan afgebeeld. Thothmosis III is de Bijbelse farao Sisak. Zie o.a. het artikel op dit blog van 20.03.2017: de Bijbelse farao Sisak. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1489964400&stopdatum=1490569200 en scrol naar beneden.

     

    De (vrouwelijke) farao die voor Thothmosis III regeerde was Hatsjepsoet die Velikovsky identificeerde met de Bijbelse koningin van Scheba. De goed gedocumenteerde reis van Hatsjepsoet naar het land Poent leidde haar naar het IsraŽl van Salomo. Te Deïr El Bahri in Egypte staat op een tempelmuur de reis naar het land Poent/IsraŽl gedetailleerd weergegeven. Zelfs de naam van de landvoogd van Poent: Paroeah (1 Koningen 4:17), staat volgens Velikovsky in de Bijbel.

     

     

    Flavius Josephus (Joodse oudheden Boek VIII, vi,5) identificeerde de koningin van Scheba als afkomstig uit Egypte. Verder geeft het Nieuwe Testament het antwoord waar Scheba gezocht moet worden. In de evangeliŽn noemt Jezus de koningin van Scheba: de koningin van het zuiden. Het Bijbelse zuiden blijkt bij de profeet DaniŽl (11:40-42) Egypte te zijn. De reis naar Poent of IsraŽl vondt plaats in het negende regeringsjaar van Hatsjepsoet, op mijn tijdsbalk 977 v. Chr. Opvallend vind ik ook het feit dat het negende regeringsjaar van Hatsjepsoet met haar reis naar Poent, gelijk valt met het dertigste regeringsjaar van Salomo. Hoewel de Bijbel met geen woord over het dertigste jaar van Salomo als zijnde iets bijzonder rept, is het mogelijk dat Salomo naar Egyptisch gebruik een Heb-Sed festival vierde en Hatsjepsoet alias de koningin van Scheba naar deze viering kwam. Het negende regeringsjaar van Hatsjepsoet in 977 v. Chr. is het resultaat van het verankeren van Thothmosis III’ vijfentwintigste regeringsjaar met het vijfde regeringsjaar van Rehabeam in 961 v. Chr. Het jaar van de invasie van farao Sisak alias Thothmosis III in Juda.

    Met Egypte was Salomo al eerder geallieerd. Salomo had zich namelijk verzwagerd met de farao door een dochter van hem tot vrouw te nemen (1 Koningen 9:16). Dat Egypte een militaire bondgenoot was, zien we door de inname van Gezer in Kanašn door de legers van Farao, waarna farao deze stad als bruidsschat aan Salomo ’s vrouw schonk. In mijn variant is deze farao: Thothmosis I.

     

     

    Hatsjepsoet was de oudste dochter van Thothmosis I en halfzuster van de jonge Thothmosis III. Hatsjepsoet, of de Griekse naam Amesses bij Josephus, regeerde 21 jaar en 9 maanden. Zij heerste aanvankelijk als coregent met Thothmosis II en na diens dood als voogd van de jonge Thothmosis III en dit vanaf 986 v. Chr. In het tweede regeringsjaar van Thothmosis III trok Hatsjepsoet alle regeringsbevoegdheden naar zich toe en regeerde als vrouwelijke farao over Egypte. Het bondgenootschap met IsraŽl dat al een aanvang genomen had onder farao Ahmose en bevestigd door Thothmosis I, de schoonvader van Salomo, werd door Hatsjepsoet verder versterkt. De bekroning was haar reis naar het land Poent, naar Salomo. Dr.I. Velikovsky gaat in zijn studie uitvoerig op alle details van de reis in. Te Eilath in IsraŽl aan de Golf van Akaba stond Paroeah met zijn hofhouding Hatsjesoet op te wachten. Zie het artikel van 02.01.2017 op dit blog: het Suez-kanaal van de oudheid, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1483311600&stopdatum=1483916400

     

     

    De aankomst te Poent staat gedetailleerd in reliŽfafbeeldingen weergegeven op haar tempelmuren te Deïr El Bahri in Egypte. Hatsjepsoet vervulde zo het Schriftwoord over haar, dat over Salomo opgeschreven staat:

    1 Koningen 4:34 En uit alle volken kwamen er om de wijsheid van Salomo te horen, van al de koningen der aarde, die van zijn wijsheid gehoord hadden.

     

    Het is de logica zelve dat Egypte als grootste buurland van IsraŽl op de roep van Salomo afkwam. De Joodse historicus Flavius Josephus schreef dat het de koningin van Egypte en EthiopiŽ was, die Salomo bezocht (Joodse Oudheden Boek VIII, vi. 5).

    Bijbelvorsers die de conventionele (chronologisch-foutieve) Egyptologie volgen, zien het verband met Egypte niet en zoeken de Bijbelse koningin van Scheba elders op de kaart. De Egyptische dynastieŽn zoals ze door de orthodoxe Egyptologie op de tijdsbalk verankerd werden kenden geen vrouwelijke farao of koningin ten tijde van Salomo rond circa 1000 v. Chr. Vandaar de reden om aan het Arabische schiereiland de voorkeur te geven als de plaats vanwaar de koningen van Scheba kwam. Zij zien een lange stoet met kamelen vanuit Jemen naar Jeruzalem trekken. Deze theorie herleidt Salomo samen met het dateren van Salomo in het IJzertijdperk tot niet meer dan een bedoeïenenstamhoofd, wat te betreuren is en geen recht aan de Bijbel doet. Het IsraŽl van David en Salomo was naast Egypte een grootmacht in de regio toen.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    26-12-2017 om 09:55 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Bijbel-historische boek 2 Koningen en de archeologie

    In 597 v. Chr. voerde Nebukadnezar de koning van Juda Jojachin weg naar Babylon en zette hem daar gevangen. Over deze in de Bijbel beschreven geschiedenis heeft de archeologie een vondst gedaan.

     

     

    2 Koningen 24:11 Zelfs kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, tegen de stad, als zijn knechten die belegerden. 12 Toen ging Jojachin, de koning van Juda, uit tot den koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijner regering. 13 En hij bracht van daar uit al de schatten van het huis des HEEREN, en de schatten van het huis des konings; en hij hieuw alle gouden vaten af, die Salomo, de koning van IsraŽl, in den tempel des HEEREN gemaakt had, gelijk als de HEERE gesproken had. 14 En hij voerde gans Jeruzalem weg, mitsgaders al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk des lands. 15 Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 16 En alle kloeke mannen tot zeven duizend, en timmerlieden en smeden tot een duizend, en alle helden, die ten oorlog geoefend waren; dezen bracht de koning van Babel gevankelijk naar Babel. (Statenvertaling)

     

     

    Van de gevangenzetting in Babylon en Jojachin ’s levensonderhoud daar heeft de archeologie een bewijsstuk gevonden. Robert Johann Koldewey (1855/1925) was de Duitse archeoloog die tijdens de vorige eeuwwisseling te Babylon de vondst deed. In Berlijn in het Pergamon-Museum heeft men dit bijzonder Babylonisch Spijkerschrifttafeltje ontcijferd. Het document heeft het over een overzicht van leveranties van levensmiddelen zoals olie en andere producten aan de gevangengenomen koning Ja’-u-kin of Jojachin van Juda. De Babylonische kleitabletten met betrekking tot Jojachin dragen bovendien als jaartal het dertiende regeringsjaar van Nebukadnezar wat de datering mogelijk maakt. Aan het einde van de regeerperiode van Nebukadnezar verloste de nieuwe heerser Ewil-Merodak, de koning van Juda uit zijn gevangenis en lezen we het volgende commentaar in de Bijbel:

    2 Koningen 25:27 Het geschiedde daarna in het zeven en dertigste jaar der wegvoering van Jojachin, den koning van Juda, in de twaalfde maand, op den zeven en twintigsten der maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het jaar, als hij koning werd, het hoofd van Jojachin, den koning van Juda, uit het gevangenhuis, verhief. 28 En hij sprak vriendelijk met hem, en stelde zijn stoel boven den stoel der koningen, die bij hem te Babel waren. 29 En hij veranderde de klederen zijner gevangenis, en hij at geduriglijk brood voor zijn aangezicht, al de dagen zijns levens. 30 En aangaande zijn tering, een gedurige tering werd hem van den koning gegeven, elk dagelijks bestemde deel op zijn dag, al de dagen zijns levens. (Statenvertaling)

     

    Het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin viel in oktober 562/september 561 v.Chr. Het was bovendien een jubeljaar, (JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M. Appendix Dissertation V) het achttiende sinds de eerste viering negenenveertig jaar na de inname van Kanašn onder leiding van Jozua in 1443 v. Chr., veertig jaar na de exodus in 1483 v. Chr.

     

    Het zevenendertigste ballingsjaar van Jojachin viel gelijk met een regeringswissel in Babylon: na de dood van Nebukadnezar nam Evil Merodach volgens de PtolemeŁs-canon de scepter op 11 januari 561 v. Chr. van zijn vader over. In februari/maart, de twaalfde maand (Adar), van het jaar 561 v. Chr. werd Jojachin uit zijn gevangenis verlost. Over de chronologische bruikbaarheid van de PtolemeŁs-canon schreef ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 482-494, een appendix.

     

     

    De vrijlating van Jojachin door de Babylonische koning Evil Merodach in een Jubeljaar was een teken Gods voor het volk van IsraŽl in Babylonische ballingschap. De zeventigjarige ballingschap was een periode dat het ontvolkte land Juda zijn sabbatrust vergoed kreeg. De IsraŽlieten hadden zelden het Jubeljaargebod gehouden en van de honderdtwintig sabbatjaren die er waren tussen de inname van het Beloofde Land Kanašn en het begin van de ballingschap hadden zij zeventig maal het sabbatjaargebod genegeerd.

     

    Het is geen toeval dat het achttiende jubeljaar van oktober 562/september 561 v. Chr. gelijk viel met het zevenendertigste jaar van de ballingschap van koning Jojachin van Juda en zijn vrijlating. Het is bovendien een bevestiging dat de rangschikking van de jubeljaren volgens de achttiende-eeuwse wetenschapper William Whiston correct is. En als kers op de taart hebben we de archeologie die vanuit Babylonische bron met de Bijbel overeenstemt.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

     

    18-12-2017 om 08:44 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het dertiende historische jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr.

    Deze week vervolgen we onze reeks over de historische jubeljaren. Het laatste artikel op dit blog betreffende de historische jubeljaren dateert van 27.10.2017 met aandacht voor het twaalfde historische jubeljaar van oktober 856/september 855 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Joas van Juda. Een jubeljaar dat ten tijde van de regeerperiode van Joas waarschijnlijk niet nageleefd werd. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3032193

     

    Hierna een opsomming van de jubeljaren uit het werk van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V., die we al behandeld hebben. Er waren dertig jubeljaren vanaf 1395/1394 v. Chr. tot september 27 AD/oktober 28 AD, het jaar dat Jezus zich te Nazareth als Messias bekendmaakte en ‘het jaar van het welbehagen des HEEREN’ uitriep. De Heiland deed dit aan de hand van het voorlezen van het profetisch Bijbelgedeelte van de profeet Jesaja in diens eenenzestigste hoofdstuk:

    Jesaja 61 1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; 2 Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, …

     

    Met Jom Kippoer op 29 september van het jaar 27 AD werd op de jubeljaarkalender het dertigste jubeljaar, sinds de instelling ervan in de vijftiende eeuw voor Christus na de exodus gevolgd door de inname van het Beloofde Land Kanašn, afgekondigd. Het is een kalender die op wetenschappelijke basis via elf historische verwijzingen het jaar 27/28 AD als het dertigste Jubelwaar aanduidt. In het recente verleden hadden zogenaamde alternatieve kalenders de aandacht en dit meestal op basis van een foutieve verwachting vanuit de eschatologie dat de wederkomst van Christus rond de periode van de bloed-manen van de jaren 2014/2015 zou plaatsvinden. Ik heb tijdens deze periode van (uiteindelijk) algemene verwarring de lendenen van mijn verstand (1 Petrus 1:13) omgord gehouden en altijd aan de ‘historische’ sabbat- en jubeljaren vastgehouden.

    Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr. bij de intocht van Kanašn o.l.v. Jozua. Aantal en jaartallen v. Chr.:

    Historische periode:                                Historische jubeljaarverwijzing:

    v. Chr.:

    1.       1395/1394 Richter OthniŽl            geen

    2.      1346/1345          Richter Ehud               Ruth 6:6

    3.      1297/1296 Ehud & Samgar           geen

    4.      1248/1247 Debora en Gideon        geen

    5.      1199/1198  Richter Thola               geen

    6.      1150/1149  Richter Eli                   geen

    7.      1101/1100  Richter SamuŽl            geen

    8.      1052/1051 SamuŽl & Saul             geen

    9.      1003/1002 Salomo                        geen

    10.    954/953   Rehabeam                             geen

    11.     905/904   Josafat                          geen

    12.     856/855   Joas                              geen

    13.    807/806 Amazia                       geen

     

     

    Het historische dertiende jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr. viel ten tijde van de regeerperiode van koning Amazia van Juda, maar vooraleer we via onze vertrouwde tijdsschema ’s op de tijdsbalk daar arriveren volgt op de bijgevoegde tijdsschema ’s nog de lange veertigjarige regeerperiode van Joas, de vader van Amazia. De tijdsschema ‘s zijn op millimeterpapier samengesteld met telkens veertien jaar per schema. De jaartallen bovenaan de tijdsbalk zijn op de westerse jaartelling gebaseerd onderverdeeld in vier vakken van elk drie maanden van januari tot december. De Bijbelse sabbatjaren staan daaronder in een blauwe balk vermeld van april tot maart. Het Jubeljaar zag zijn start in oktober van de negenenveertigste sabbatjaarcyclus en liep verder tot september van het volgende jaar waar inmiddels in april een nieuwe sabbatjaarcyclus van start was gegaan. Op het hierboven getoonde schema zien we de eerste en tweede sabbatjaarcyclus afgebeeld.

     

     

    Het volgende schema toont bovenaan met een blauwe balk de derde en vierde sabbatjaarcyclus met in 830 v. Chr. het einde van de regeerperiode van Joas, die opgevolgd wordt door zijn zoon Amazia.

    Het voorjaar van 830 v. Chr. zag vermoedelijk kosmische fenomenen aan de hemel in lijn met de catastrofetheorie via een cyclus van meganatuurcatastrofes met intervallen van 54 jaar en zes maanden. Zie recent het artikel op dit blog van 17.11.2017: de Moeder van alle verwoestingen, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3036463

    Het is opmerkelijk dat het jaartal 830 v. Chr. gekenmerkt is door het einde van de regeerperiode van Joas in Juda en van koning Joahaz in het tienstammenrijk. Opmerkelijk is ook dat Jerobeam II van IsraŽl een jaar later in 829 v. Chr. als co-regent in het tienstammenrijk geïnstalleerd werd.

    In mijn nieuw boek: ‘Kronieken van de koningen van IsraŽl’ geef ik bijzonder aandacht aan deze periode in de geschiedenis van het tienstammenrijk. Zie link voor eventuele aanschaf van het boek: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

     

    Het hierboven afgebeelde schema toont de vijfde en zesde sabbatjaarcyclus ten tijde van koning Amazia van Juda. De chronologie van de regeerperiode van Amazia heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 265-269, behandelt. Over Amazia staat er geschreven dat hij recht deed in de ogen des HEEREN:

    2 Koningen 14:1 In het tweede jaar van Joas, den zoon van Joahaz, den koning van IsraŽl, werd Amazia koning, de zoon van Joas, den koning van Juda. 2 Vijf en twintig jaren was hij oud, toen hij koning werd, en regeerde negen en twintig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Joaddan van Jeruzalem. 3 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, nochtans niet als zijn vader David; hij deed naar alles, wat zijn vader Joas gedaan had. 4 Alleenlijk werden de hoogten niet weggenomen; het volk offerde en rookte nog op de hoogten. (Statenvertaling)

    De Bijbel zwijgt over een eventueel naleven van het jubeljaar-gebod ten tijde van de regeerperiode van Amazia. Het dertiende jubeljaar viel op ons schema in het vijfentwintigste regeringsjaar van Amazia.

     

     

    Het dertiende jubeljaar van oktober 807/september 806 v. Chr. was een historisch jubeljaar op basis van de schakel dat het is in de lange ketting van de dertig jubeljaren die er waren vanaf het eerste jubeljaar na de intocht in het Beloofde Land Kanašn en het openbaar worden van Jezus van Nazareth als de Messias in de synagoge van zijn thuisstad zoals door de evangelist Lucas (4:19) gebracht.

    Het nog te behandelen vijftiende jubeljaar van oktober 709/september 708 v. Chr. op dit blog was een historisch voor honderd percent verifieerbaar jubeljaar ten tijde van koning Hizkia en is een van de vele navigatiepunten op de tijdsbalk dat onze ordening van de sabbat- en jubeljaren bevestigd. Ik kan niet genoeg benadrukken dat de sabbat- en jubeljaren in deze artikelenreeks gebracht historisch verifieerbare jubeljaren zijn op basis van chronologische gegevens uit de Bijbel en uit de werken van Flavius Josephus. Het is een jubeljaarkalender die op de tijdsbalk door elf historische verwijzingen bevestigd wordt.

    Uiteindelijk zal onze reeks over de historische jubeljaren ons leiden naar een alsnog toekomstig jubeljaar met het herstel van alle dingen zoals beloofd in het Profetische Woord van de Bijbel.

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).



    14-12-2017 om 08:32 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Azaria de koning van Juda, heerser over Klein-AziŽ en Egypte in de achtste eeuw v. Chr.

    2 Koningen 15:1 In het zevenentwintigste jaar van Jerobeam, de koning van IsraŽl, werd Azarja koning, de zoon van Amasja, de koning van Juda. 2 Hij was zestien jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde tweeŽnvijftig jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Jekolja; zij was uit Jeruzalem. 3 Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader Amasja gedaan had. 4 Alleen verdwenen de hoogten niet; nog steeds slachtte en offerde het volk op de hoogten. 5 De HERE sloeg de koning, zodat hij melaats was tot de dag van zijn dood, en hij woonde in een afgezonderd huis, terwijl Jotam, de zoon des konings, het paleis beheerde en het volk des lands bestuurde. 6 Het overige van de geschiedenis van Azarja, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken der koningen van Juda? 7 Azarja ging bij zijn vaderen te ruste en men begroef hem bij zijn vaderen in de stad Davids; zijn zoon Jotam werd koning in zijn plaats.

     

    De chronologie van de regeerperiode van Azarja of Uzzia heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 279-484, uiteengezet. Op de tijdsbalk heeft Azaria de regeerperiode van het najaar 803 v. Chr. tot het najaar van 750 v. Chr. Zijn ziekte en quarantaine plaatsen we vanaf oktober 776 v. Chr. Hij had dan zesentwintig jaar gezond en voorspoedig als alleenheerser geregeerd. Daarna werd zijn zoon Jotham co-regent tot aan zijn dood in quarantaine. Het Bijbelboek 2 Kronieken verwijst naar Azarja of Azaria met de naam Uzzia.

    2 Kronieken 26:1 Toen nam het ganse volk van Juda Uzzia (die nu zestien jaren oud was), en maakte hem koning in de plaats van zijn vader Amazia. 2 Dezelve bouwde Eloth, en bracht ze weder aan Juda, nadat de koning met zijn vaderen ontslapen was. 3 Zestien jaren was Uzzia oud, toen hij koning werd, en hij regeerde twee en vijftig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jecholia, van Jeruzalem. 4 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader Amazia gedaan had. 5 Want hij begaf zich om God te zoeken, in de dagen van Zacharia, die verstandig was in de gezichten Gods; in de dagen nu, dat hij den HEERE zocht, maakte hem God voorspoedig. 6 Want hij toog uit, en krijgde tegen de Filistijnen, en brak den muur van Gath, en den muur van Jabne, en den muur van Asdod; daartoe bouwde hij steden in Asdod, en onder de Filistijnen. 7 En God hielp hem tegen de Filistijnen, en tegen de Arabieren, die te Gur-baal woonden, en tegen de Meunieten. 8 En de Ammonieten gaven Uzzia geschenken; en zijn naam ging tot den ingang van Egypte, want hij sterkte zich ten hoogste. 9 Daartoe bouwde Uzzia torens te Jeruzalem, aan de Hoekpoort en aan de Dalpoort, en aan de hoeken; en hij sterkte ze. 10 Hij bouwde ook torens in de woestijn, en hieuw vele putten uit, overmits hij veel vee had, beide in de laagten en in de effene velden; akkerlieden en wijngaardeniers op de bergen en op de vruchtbare velden; want hij was een liefhebber van den land bouw.

     

     

    Tijdens zijn voorspoedige en gezonde levensperiode rees Uzzia/Azaria tot grote hoogten. Het Schriftwoord zegt dat hij oorlog voerde tegen de Filistijnen, hun burchten afbrak en aldaar nieuwe steden oprichtte. Ook de Arabieren (vers zeven) krijgen naast de MeŁnieten een vermelding. Ook wordt vermeld dat de Ammonieten schatplichtig aan Uzzia werden. De MeŁnieten zouden dezelfde zijn als de Maonieten in Richteren 10:12. Zij woonden in het gebied van Maon zuidoostelijk van het bekende Petra in het gebergte van SeÔr, het gebied van Edom. Door zowel de kuststreek van Filistea als het gebergte van SeÔr in de woestijn te bezetten beheerste Azarja alias Uzzia volledig de toegang tot Egypte. Zijn naam ging dan ook volgens het Bijbelcitaat tot aan de ingang van Egypte, zoals er in vers acht staat geschreven.

    2 Kronieken 26:11 Verder had Uzzia een heirkracht van geoefenden ten oorlog, uittrekkende ten heire bij benden, naar het getal hunner monstering, daar de hand van Jeiel, den schrijver, en Mahaseja, den ambtman; onder de hand van Hananja, een van de vorsten des konings. 12 Het gehele getal van de hoofden der vaderen, der strijdbare helden, was twee duizend en zeshonderd. 13 En onder hun hand was een krijgsheir van driehonderd zeven duizend en vijfhonderd, die met strijdbare kracht zich ten oorlog oefenden, om den koning tegen den vijand te helpen. 14 En Uzzia bereidde voor hen, voor het ganse heir, schilden, en spiesen, en helmen, en pantsieren, en bogen, zelfs tot de slingerstenen toe. 15 Hij maakte ook te Jeruzalem kunstige werken, bedenking van kunstige werkmeesters, dat zij op de torens en op de hoeken zijn zouden, om met pijlen en met grote stenen, te schieten; zo ging zijn naam tot verre toe uit, want hij werd wonderlijk geholpen, totdat hij sterk was. (Statenvertaling)

     

    Het Schriftwoord vervolgd met de beschrijving van de omvang van het leger van Uzzia met aandacht voor hun bijzondere uitrusting. Kunstig nieuw ontworpen militaire afweerwapens worden beschreven om pijlen en grote stenen af te schieten. Ware wonderwapens voor die tijd die maakten dat Azaria met ontzag door vriend en vijand bejegend werd. Ik stel me de vraag of de AssyriŽrs enkele decennia later deze wapens kopieerden?

     

    In IsraŽl zat tot 776 v. Chr. Jerobeam II op de troon die volgens het Schriftwoord (2 Koningen 14:28) Damascus en Hamath controleerde. De beide vorsten beheersten samen het gebied waar David en Salomo hun scepter over zwaaiden.

    Toen AssyriŽ onder de leiding van Tiglath Pileser III opnieuw buiten zijn grenzen trad verwijst de Assyrische koning in zijn bewaard gebleven (gefragmenteerde) annalen naar koning Azaria van Juda. De AssyriŽr Tiglath Pileser beschrijft Azaria hier als de leider van een Klein-Aziatische coalitie van koningen tegen AssyriŽ.

    ďIn the course of my campaign, I received the tribute of the kings of the seacoastÖ Azariah of Judah, likeÖ Azariah, the land of JudahÖ without number, reaching high to heaven and exceedingly great on earthÖ Ö which had gone over to Azariah and had strengthened himÖ like stumpsÖ exceedingly difficultÖ was barred and was highÖ were situatedÖ his egressÖ I had them bringÖ I surrounded his garrisoned towns and againstÖ I caused them to carry andÖ his greatÖ like pots I smashedÖ riderÖ AzariahÖ my royal palaceÖ inÖtribute like that of the Assyrians I laid upon themÖ and the city of KullaniÖ at his invitationÖ Ö. 19 districts of Hamath, together with the cities of their environs, which lie on the shore of the sea of the setting sun, which had gone over to Azariah, in revolt and contempt of Assyria, I brought within the border of Assyria. My officials I set over them as governors. 30.300 people I carried off from their cities and placed them in the province of the city of Ku-. 1.223 people I settled in the province of the land of Ulluba.Ē

     

    De gevestigde Assyriologie heeft op basis van haar Eponiemlijsten voor Tiglath Pileser III een regeertijd van het jaar 745 tot het jaar 727 v. Chr. uitgedokterd wat echter niet past met de Bijbels-chronologische gegevens over koning Azaria van Juda met de jaren 803/750 v. Chr. Voor mij is het duidelijk dat de chronologische constructie van de Assyriologie voor deze tijdsperiode onverzoenbaar met de Bijbels-chronologische gegevens is. De conclusie is dat er hiaten in de Eponiemlijsten voorkomen en dat de lijst aldus geen opeenvolging van koningen en gebeurtenissen voorstelt. Zie o.a. het recente artikel van 01.12.2017 over de knieval van de geleerde Edwin R. Thiele, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3039886

    We moeten bovendien aannemen dat de verwijzing naar Azarja van Juda als de leider van een Klein-Aziatische coalitie door Tiglath Pileser III, in de periode van 803 tot 776 v. Chr. op de tijdsbalk te plaatsen is, tijdens zijn gezonde periode. Dit vereist een drastische herziening van de schikking van de regeerperioden van de koningen Pul, Tiglath Pileser III, Salmaneser V, Sargon II en Sanherib op de tijdsbalk. Een herziening die op dit blog regelmatig aandacht krijgt. Zie het recente artikel over de profeet Jona te Nineveh van 14.07.2017, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1499637600&stopdatum=1500242400

     

    Het is dezelfde periode ongeveer dat Uzzia/Azarja ook Egypte onder zijn controle had (De Zonaanbidder, 2016, blz. 36-39). Mijn geciteerde boek laat ik in de inleiding aanvangen in het jaar 800 v. Chr. met de meganatuurcatastrofe waar de Hebreeuwse profeet Amos het begin van zijn bediening mee aanduidt. Het is de periode van de belegering van Troje van 800 tot 790 v. Chr., volgens mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid. Egypte werd toen sinds de dagen van koning Asa van Juda door de EthiopiŽrs of NubiŽrs overheerst. De legendarische Memnon zat in 800 v. Chr. op de troon in Egypte. Toen deze besloot Priamos van Troje tegen de Grieken te hulp te snellen marcheerde Memnon met zijn leger langs de kustroute door Klein-AziŽ naar Troje. Het gebied van Azaria/Uzzia liet hij met rust aangezien de Bijbel hierover zwijgt. Van het slagveld rondom Troje is Memnon niet teruggekeerd aangezien hij in die strijd door Achilles gedood werd. In Egypte nam farao Thothmosis IV de gelegenheid te baat om het Nubische juk af te werpen. Volgens mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid kreeg hij hierbij hulp van koning Azaria van Juda. Ik postuleer dat Azaria van ongeveer 790 v. Chr. tot 748 v. Chr. in Egypte een Judese legermacht gestationeerd had en een geallieerde van Thothmosis IV was. De luitenant-generaal van het Egyptische leger was een IsraŽliet met de naam Joeja die ook nog onder de opvolger van Thothmosis IV: Amonhotep III, zijn functie verder uitoefende. De Nijldelta was in deze periode van lappendeken van de verschillende Egyptische dynastieŽn of huizen die ieder over hun deel van Egypte heersten. Zo heb ik in mijn reconstructie van de geschiedenis van de oudheid het zesde regeringsjaar van farao Petubast van de drieŽntwintigste dynastie met het twintigste regeringsjaar van koning Azaria van Juda verbonden. Het resultaat is dat Petubast ten tijde van de eerste Olympische Spelen in 776 v. Chr. farao is. Het is Africanus, ťťn van de kopieerders van Manetho, die meedeelt dat Petubast ten tijde van de Olympische Spelen farao was. Een puzzelstuk dat hier in het plaatje past. De opvolgers van Petubast die veertig jaar regeerde, zijn Osorcho met acht jaar, Psammus met tien jaar en farao Zet (die alleen door Africanus vermeldt wordt) met eenendertig jaar. Volgens het studiewerk van de geleerde (B. Th., B.A., M.A., Ph. D.) Donovan A. Courville (The Exodus Problem and its Ramifications, 1971, Volume 1, page 303-308) regeerde Zet contemporain met al zijn voorgangers en was hij identiek met farao Sethnakht van de twintigste dynastie. In mijn artikel op dit blog van 13.10.2017 over de Bijbelse farao So ten tijde van de belegering van Samaria in 720/717 v. Chr., vermelde ik een mogelijk verband tussen So, Sethnakht en de Sethoos van Herodotos, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1507500000&stopdatum=1508104800

    Het geciteerde artikel laat de LibiŽrs rond deze tijd ook hun plaats in het lappendeken Nijldelta innemen.

    In mijn studie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 307-311, volgde ik het studiewerk van Donovan A. Courville (The Exodus Problem and its Ramifications, Chapter XVIII) en identificeerde Sethnakht met farao Zet van de drieŽntwintigste dynastie. Sethnakht was volgens Courville een overgangsfiguur tussen de twee dynastieŽn. De orthodoxe Egyptologie heeft niet veel informatie over deze koning en veel over zijn afkomst en leven wordt gespeculeerd.

    De ĎSethoosí van Herodotos wordt opgevolgd door twaalf koningen die ieder voor een tijd over een gebied van Egypte heersten. Later zou ťťn van hen: farao Psammetichos, de alleenheerschappij overnemen (Herodotos Boek 2:147).

    Naar farao Sethnakht als de grondvester van de twintigste dynastie wordt in ĎThe Great Harris Papyrusí, verwezen. Het bekende papyrus bevindt zich in het British Museum. Zie link:

    https://www.britishmuseum.org/research/collection_online/collection_object_details.aspx?objectId=114374&partId=1

     

    Het Papyrus beschrijft de chaotische toestand waar Egypte in verzeild was geraakt en waar farao Sethnakht een einde aan wist te maken. Hierna het relevante gedeelte voor ons artikel op het Papyrus:

    "The land of Egypt was overthrown from without, and every man was thrown out of his right; they had no "chief mouth" for many years formerly until other times. The land of Egypt was in the hands of chiefs and of rulers of towns; one slew his neighbour, great and small. Other times having come after it, with empty years, Arsu ('a self-made man'), a certain (KHARU) Syrian was with them as chief (WR). He set plundering their (i.e., the people's) possessions. They made gods like men, and no offerings were presented in the temples. "But when the gods inclined themselves to peace, to set the land in its rights according to its accustomed manner, they established their son, who came forth from their limbs, to be ruler, LPH, of every land, upon their great throne, Userkhaure-setepenre-meryamun, LPH, the son of Re, Setnakht-merire-meryamun, LPH. He was Khepri-Set, when he is enraged; he set in order the entire land which had been rebellious; he slew the rebels who were in the land of Egypt; he cleansed the great throne of Egypt; he was ruler of the Two Lands, on the throne of Atum. He gave ready faces to those who had been turned away. Every man knew his brother who had been walled in. He established the temples in possession of divine offerings, to offer to the gods according to their customary stipulations."

     

    Dat de Bijbelse koning Azaria/Uzzia met de Aziaat Arsu van het Harris-Papyrus geÔdentificeerd kon worden kwam voor mij het eerst aan het licht toen ik het boek ĎDie Sumerer gab es nichtí, 1988, van Gunnar Heinsohn, las. In de jaren tachtig was ik voor mijn broodwinning regelmatig in Rotterdam waar ik o.a. probeerde mijn zeecontainers van de hand te doen. ís Middags reed ik dan dikwijls naar Barendrecht waar de heer F. Kerkhof woonde, alwaar ik mijn schoofzak met meegebrachte boterhammen at. Voor koffie zorgde de heer Kerkhof. Tegelijkertijd had ik dan boeiende gesprekken met een autodidact die Meneer F. Kerkhof was op gebied van de herziening van de geschiedenis van de oudheid en voor wie ik grote bewondering had. Hij was o.a. een van de oprichters van de Evangelische Hogeschool in Amersfoort. Op een middag had hij het boek van Gunnar Heinsohn voor me klaarliggen. Toen ik het boek had doorgenomen schrok ik wel van de drastische revisie die Heinsohn doorvoerde. De titel van het boek sprak al voor zichzelf. Voor de heer Kerkhof was dit geen hinderpaal en wilde de man voor een lezing naar Nederland uitnodigen. ĎJe mag van deze wetenschappers geen schrik hebbení zei hij. Zij brengen ook dikwijls nuttige bruikbare informatie aan het licht.

    Volgens Heinsohn (blz. 175-182) lag het machtscentrum van de Aziaat Arsu/Azaria nabij Tanis. Voor Heinsohn was er slechts ťťn kandidaat ter identificatie van de verder onbekende Arsu in Egypte en dat was Azaria van Juda. Te Tell el Daba in Egypte werd door Oostenrijkse archeologen een stad bloot gelegd met een heel duidelijk Aziatische achtergrond. Gunnar Heinsohn stelt dat de blootgelegde straat grafische laag ĎFí in tegenstelling met de orthodoxe dateringsmethode, rond 750/720 v. Chr. gedateerd dient te worden en met de era van Arsu/Azaria te identificeren is.

     

     

    In de genoemde straat grafische laag met de restanten van een Aziatische nederzetting zijn ook de restanten van een beeld en een tempel van een hoogwaardigheidsbekleder tevoorschijn gekomen, een beeld dat duidelijk Syrisch-Aziatische trekken heeft. Het bijzondere kapsel komt normaal in Egypte niet voor. Indien Heinsohn gelijk heeft zijn we hier in bezit van een (beschadigde) afbeelding van koning Azaria/Uzzia die voor een hele tijd de Nijldelta zonder ontzag voor de Egyptische goden, overheerst heeft. Een mummie van de hoogwaardigheidsbekleder is niet gevonden, wat past in het Bijbelverhaal waar we leren dat Azaria/Uzzia te Jeruzalem tot aan zijn dood in Quarantaine geplaats werd nadat hij met melaatsheid getroffen werd.

     

     

    © IsraŽl-museum. Grafzerk met inscriptie van Koning Uzzia. De inscriptie luidt: ďnaar hier werden de beenderen gebracht van Uzarja koning van Juda. Open dit nietĒ.

     

    De uiteindelijke aftocht van het leger van Arsu/Azaria uit Egypte is eenvoudiger op de tijdsbalk onder te brengen. In het werk van Flavius Josephus, de Joodse historicus uit de eerste eeuw van de westerse tijdrekening, gaat deze fel te keer tegen de Griek Apion die verkondigde dat de exodus van IsraŽlieten onder Mozes ten tijde van de zevende olympiade geschiedde. Een andere oudheid historicus Lysimaechis verkondigde dan weer tot ergernis van Josephus dat de exodus tijdens het bewind en farao Bocchoris plaatsvond. Voor mij is het duidelijk dat deze oudheidhistorici het over het terugtrekken van het Judeese leger van Arzu/Azaria hadden en niet over de exodus onder Mozes. Het zijn allemaal puzzelstukken die alleen in het historische plaatje van de achtste eeuw v. Chr. passen:

    Lysimaehus says it was under king Bocchoris, that is, one thousand seven hundred years ago; Molo and some others determined it as every one pleased: but this Apion of ours, as deserving to be believed before them, hath determined it exactly to have been in the seventh olympiad, and the first year of that olympiad; the very same year in which he says that Carthage was built by the Phoenicians.

    (Flavius Josephus, against Apion Book II, 2.)

     

    De conclusie is dat de vermelding van de zevende Olympiade in 748 v. Chr. het tijdstip was van de aftocht van het leger van Arsu/Aziria/Uzzia uit Egypte.

    Het was dezelfde periode dat ook farao Bocchoris van de vierentwintigste dynastie over zijn lapje grond in de Nijldelta bewind uitoefende. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 301-306. Een lappendeken van elkaar rivaliserende huizen of dynastieŽn tot het jaar 748 v. Chr. onderdanig aan de Aziaat Arsu alias Azaria, zoals hij in het Harris-Papyrus beschreven staat. Daarna begon voor Egypte de era van farao Zet alias Sethnakht alias Sethoos gevolgd door de Ramessieden. Zij traden in het gereviseerde model van de geschiedenis van het oude Egypte samen met de LibiŽrs als de aanvalshonden van de achttiende dynastie onder Amonhotep III en IV op.

     

    Wordt vervolgdÖ

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    08-12-2017 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kronieken van de koningen van IsraŽl
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mijn nieuw boek: ‘Kronieken van de koningen van IsraŽl’, is vanaf heden op het internet beschikbaar.

    Hierna enkele gegevens:

    Formaat A5 (148mm x 210mm), papier crème papier (romandruk), binding paperback, aantal pagina's 175, boekdikte 15mm, verkoopprijs: EUR 16,50, ISBN 9789402169430

    Trefwoorden: oudheidgeschiedenis, Assyriologie, IsraŽl, tienstammenrijk, Bijbel.

     

    %%%FOTO1%%%

     

    Beschrijving:

    'Kronieken van de koningen van IsraŽl’ brengt de geschiedenis van het oude IsraŽl, het zogenaamde tienstammenrijk door middel van een nieuwe chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren. Naar het boek der ‘Kronieken der koningen van IsraŽl’ wordt in de Bijbelboeken 1 en 2 Koningen telkens aan het einde van een behandelde kroniek van een koning van IsraŽl verwezen. Het is een boek dat over de eeuwen heen verloren ging wat door elke liefhebber van Bijbelse- en wereldgeschiedenis als spijtig bevonden wordt. De geschiedenis van de koningen van IsraŽl halen we vandaag uit de historische boeken van de Bijbel, de Psalmen, uit de werken van de oudheidhistoricus Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes. De auteur geeft in het bijzonder aandacht aan de Assyriologie en de link tussen beide koningslijsten: de Bijbelse koningslijst van het tienstammenrijk en de Assyrische koningslijst. De koningen van AssyriŽ die in de Bijbel vermeldt worden werden op de tijdsbalk verankerd met de chronologische gegevens die de Bijbel doorgeeft. Het boek sluit af met een hoofdstuk naar het toekomstig herstel van IsraŽl in het oude land der vaderen waarbij in het bijzonder de stam Zebulon in verleden, heden en toekomst besproken wordt.

    De auteur Robert De Telder is een autodidact die naar de geest van de hervormer Maarten Luther: sola fide - sola gratia - sola scriptura, de Schriften onderzoekt. Hij is een revisionist van de geschiedenis van de oudheid waarbij vooral de gevestigde Egyptologie en Assyriologie aangepakt worden.

    Bestellen kan uitsluitend via de volgende link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=typedsearch

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    06-12-2017 om 10:58 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-12-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De knieval van de geleerde Edwin R. Thiele

    2 Koningen 18:9 Het geschiedde nu in het vierde jaar van den koning Hizkia (hetwelk was het zevende jaar van Hosea, den zoon van Ela, den koning van IsraŽl) dat Salmaneser, de koning van AssyriŽ, opkwam tegen Samaria, en haar belegerde. 10 En zij namen haar in ten einde van drie jaren, in het zesde jaar van Hizkia; het was het negende jaar van Hosea, den koning van IsraŽl, als Samaria ingenomen werd. 11 En de koning van AssyriŽ voerde IsraŽl weg naar AssyriŽ, en deed hen leiden in Halah, en in Habor, bij de rivier Gozan, en in de steden der Meden. 12 Daarom dat zij de stem des HEEREN, huns Gods, niet waren gehoorzaam geweest, maar Zijn verbond overtreden hadden; en al wat Mozes, de knecht des HEEREN, geboden had, dat hadden zij niet gehoord, noch gedaan.

    13 Maar in het veertiende jaar van den koning Hizkia kwam Sanherib, de koning van AssyriŽ, op tegen alle vaste steden van Juda, en nam ze in. (Statenvertaling)

     

    Het hierboven geciteerde Bijbelcitaat leert dat de val van Samaria en de wegvoering van de tien stammen van IsraŽl in Assyrische ballingschap in het zesde regeringsjaar van koning Hizkia van Juda geschiedde wat gelijk was aan het negende regeringsjaar van koning Hosea van IsraŽl. De Assyrische overweldiger van Samaria wordt bij naam genoemd: Salmaneser (V). Acht jaar later in het veertiende regeringsjaar van Hizkia vermeldt de Bijbel de AssyriŽr Sanherib die tegen de steden van Juda optrok.

     

    Wanneer men dit Schriftwoord herleest blijft er naar mijn mening geen stof tot eventuele chronologische discussie over. Het Bijbelgedeelte 2 Koningen 18:9-13 geeft duidelijk de onderlinge chronologie aan van de koningen van Juda en IsraŽl en geeft de naam op van de Assyrische heerser die Samaria innam en de naam van de Assyrische heerser die later tegen de steden van Juda optrok. Nochtans werd dit duidelijk Schriftgedeelte door de geleerde Edwin R. Thiele in zijn boek: ĎThe Mysterious Numbers of the Hebrew Kingsí, 1951, afgewezen omdat het chronologisch niet paste in de Assyrische koningslijstconstructie. Thiele schreef zelfs dat het Bijbelcitaat van 2 Koningen 18 fout was en kunstmatig aan de Bijbel toegevoegd. Zijn knieval naar de Assyriologie toe.

    De keuze van de titel voor zijn boek heb ik altijd als ongelukkig beschouwd. Wat is er zo mysterieus aan de regeerperioden van de Bijbelse koningen? Eens men begrijpt dat het afgescheurde tienstammenrijk er een afwijkende kalender op ging nahouden ten opzichte van het koninkrijk Juda valt er al een grote schijnbare moeilijkheid tot het uittekenen van de regeerperioden op een tijdsbalk weg. Het koninkrijk Juda rekende namelijk het nieuwe jaar vanaf de maand Tisjri of september/oktober waar tegenover het tienstammenrijk het nieuwe jaar in de maand nisan of maart/april liet aanvangen. Daarnaast kenden beide koninkrijken regelmatig de zogenaamde troonsbestijgingsjaren waarbij het eerste regeringsjaar van een bepaalde koning niet altijd als zijn eerste jaar gezien werd maar als zijn kroningsjaar. Dit is overigens een observatie die Thiele maakte en zijn verdienste is. Waarom dan de regeerperioden van de koningen van Juda en IsraŽl mysterieus noemen?

    De reden was de Assyriologie die als wetenschap in de twintigste eeuw een Assyrische koningslijst met datering aanbood die voor Thiele en vele anderen meer gezag had dan de Bijbels-chronologische gegevens. Het was voor Thiele onmogelijk om de gegevens van 2 Koningen 18:9-13 te verzoenen met de Assyrische gegevens betreffende de koningen Sargon II en Sanherib. Volgens de Assyriologie was het Sargon II die volgens hun uitgedokterde jaartal in 722 v. Chr. Samaria innam en de tien stammen van IsraŽl in ballingschap wegvoerde. Dat Sargon II na de dood van Salmaneser V de Assyrische geschiedenisannalen gemanipuleerd en vervalst heeft kwam niet in hun gedachten noch werd in vraag gesteld.

    Volgens de Bijbelse chronologie gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren werd Samaria in het voorjaar van 717 v. Chr. door de Assyrische koning Salmaneser V ingenomen. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 312-320. Een verschil van vijf jaar op de tijdsbalk met 722 v. Chr. Het veertiende regeringsjaar van Hizkia zit op de tijdsbalk op basis van de sabbat- en jubeljaartelling met het jaar oktober 710/september 709 v. Chr. verankerd, wat een verschil van acht jaar geeft met Sanherib in het jaar 701 v. Chr. op basis van de Eponiemlijsten.

    Het grote struikelblok is dat volgens de gangbare interpretatie van de eponiemlijsten er eenentwintig jaar zit tussen Sargon II en de val van Samaria en Sanherib met de belegering van Jeruzalem. Volgens het Bijbelgedeelte 2 Koningen 18:9-13 zit er slechts acht jaar tussen beide historische gebeurtenissen.

    Wanneer men uitgaat van de betrouwbaarheid van de Bijbel en op basis daarvan de aangeboden Assyrisch- chronologische gegevens afwijst blijft als enige oplossing het aanpassen van de datering van de Assyriologie door middel van het aanvaarden dat de regeerperioden van Salmaneser V, Sargon II en Sanherib elkaar overlapten. De conclusie is dan ook dat de Eponiemlijsten hiaten bevatten en geen opeenvolging van jaarlijkse gebeurtenissen voorstellen.

     

     

    De Assyrische koningslijst is chronologisch samengesteld op basis van de zogenaamde Eponiemlijsten. Een eponiem wordt verondersteld een Assyrische ambtenaar geweest te zijn waarnaar een nieuw jaar in AssyriŽ genoemd werd. De Eponiemlijsten gaan volgens de Assyriologie over de periode van het jaar 892 tot het jaar 648 v. Chr., een belangrijke periode ook in de geschiedenis van de Bijbelse koningen van IsraŽl en Juda. Via het eponiem van Bur Sagale werd de lijst verankerd met het jaar 763 v. Chr. en een genoteerde zonsverduistering over Nineveh. Het is de genoteerde zonsverduistering die chronologisch op de tijdsbalk verankerd kon worden dat de aangeboden Assyrische koningslijst zo gezaghebbend maakt. Het zwakke in de Assyrische koningslijst is en blijft echter dat men er gewoonweg vanuit gaat dat de lijst van koningsnamen volledig is en het voor een Assyrioloog ondenkbaar is dat er namen in de koningslijst zouden ontbreken. Daarenboven neemt men aan dat de Assyrische koningen geen overlappingen hadden wat regeerperioden met elkaar betreft.

    Dat er namen van Assyrische koningen in de lijst ontbreken kan zondermeer vanuit de Bijbel en andere bronnen aangetoond worden. Een voorbeeld is de koning van AssyriŽ die zich op de prediking van de profeet Jona tot de God van IsraŽl voor uitkomst keerde en de Bijbels-Assyrische koning met de Hebreeuwse naam Jareb die in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoort. Wat de overlappingen van Assyrische regeerperioden betreft zijn er in de Bijbel aanwijzingen ten tijde van Achaz en Hizkia dat er co-regentschappen onder de koningen van AssyriŽ waren. Ten tijde van de Assyrische belegering van Jeruzalem in het veertiende jaar van Hizkia is er bijvoorbeeld een Bijbelse verwijzing (2 Kronieken 32:1-4 ) naar meer dan ťťn Assyrische koningen die de troon met elkaar deelden. Zie ook: ĎDe Assyriologie herzien, 2012, blz. 91í. Met andere woorden: de AssyriŽr Sanherib die trachtte Jeruzalem in te nemen deelde volgens de Bijbel de troon van Assur als co-regent met een andere koning. Zie het artikel van 06.06.2016 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1465164000&stopdatum=1465768800

     

    Wordt vervolgdÖ

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, zie link: volgt in week 49 op 6 december!

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    02-12-2017 om 00:00 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het evangelie volgens Johannes en chronologie

    Johannes 2:1 En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar; 2 en ook Jezus en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd. 3 En toen er gebrek aan wijn kwam, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. 4 En Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node? Mijn ure is nog niet gekomen. 5 Zijn moeder zeide tot hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat! 6 Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. 7 Jezus zeide tot hen: Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand. 8 En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. En zij brachten het. 9 Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden wasen hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het – riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zeide tot hem: 10 Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard.

    11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem. 12 Daarna daalde Hij af naar KafarnaŁm, Hij, zijn moeder en zijn broeders en zijn discipelen, en zij bleven daar niet vele dagen.

    13 En het Pascha der Joden was nabij en Jezus ging op naar Jeruzalem. 14 En Hij vond in de tempel de verkopers van runderen en schapen en duiven, en de wisselaars, die daar zaten. 15 En Hij maakte een zweep van touw en dreef allen uit de tempel, de schapen en de runderen; en het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en hun tafels keerde Hij om. 16 En tot de duivenverkopers zeide Hij: Neemt dit alles hier vandaan, maakt het huis mijns Vaders niet tot een verkoophuis. 17 En zijn discipelen herinnerden zich, dat er geschreven is: De ijver voor uw huis zal Mij verteren. 18 De Joden dan antwoordden en zeiden tot Hem: Welk teken toont Gij ons, dat Gij dit moogt doen? 19 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. 20 De Joden dan zeiden: Zesenveertig jaren is over deze tempel gebouwd en Gij zult hem binnen drie dagen doen herrijzen? 21 Maar Hij sprak van de tempel zijns lichaams. 22 Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had. 23 En terwijl Hij te Jeruzalem was, op het Paasfeest, geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed; 24 maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende 25 en omdat het voor Hem niet nodig was, dat iemand van de mens getuigde; want Hij wist zelf, wat in de mens was. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    Een door archeologen in Jeruzalem in 1930 van de vorige eeuw opgegraven stenen watervat. Het zijn zulke watervaten die in het Johannes-evangelie beschreven staan en gebruikt werden voor de reinigingsrituelen van de Joden. Eťn metreet was gelijk aan vandaag ongeveer 39.5 liter.

     

    De evangelist Johannes brengt in zijn tweede hoofdstuk de bekende geschiedenis van het eerste wonder van Jezus Christus aan het begin van zijn bediening en geeft tegelijkertijd enkele chronologische navigatiepunten waarmee we deze geschiedenis op de tijdsbalk kunnen onderbrengen. Het wonder van het veranderen van water in wijn op de bruiloft te Kana geschiedde kort voor het eerste Pesach-feest (2:13) van de driejarige openbare bediening van Jezus Christus. De evangelist vermeldt bovendien dat dit eerste Pesachfeest te dateren is in het (2:20) zesenveertigste jaar sinds de herbouw van de Tempel te Jeruzalem door Herodes de Grote. Op de tijdsbalk is dit het jaar 20 v. Chr. Dit ankerpunt levert de oudheidhistoricus Flavius Josephus (Ant.Bk.XV,xi.1) die leert dat Herodes aan de herbouw van de Tempel te Jeruzalem in zijn achttiende regeringsjaar begon:

    “1. AND now Herod, in the eighteenth year of his reign, and after the acts already mentioned, undertook a very great work, that is, to build of himself the temple of God, and make it larger in compass, and to raise it to a most magnificent altitude, as esteeming it to be the most glorious of all his actions, as it really was, to bring it to perfection; and that this would be sufficient for an everlasting memorial of him; …. etcetera

     

    De chronologie van de regeerperiode van Herodes de Grote heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 437-442, behandelt. Zie ook het relevante artikel op dit blog van 14.04.2017: Goede Vrijdag 7 april 30 AD, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1491775200&stopdatum=1492380000

    Het eerste Pesachfeest van Jezus’ bediening dateren we in het voorjaar van 27 AD wat aansluit bij het dertigste Jubeljaar dat in het najaar van 27 AD begon. De verschillende chronologische navigatiepunten die de Bijbel aanreikt samen met de historische gegevens van Flavius Josephus bevestigen de juistheid van William Whiston ’s sabbatjaar en jubeljaartelling met het dertigste jubeljaar in oktober 27/ september 28 AD.

    Het eerste wonder van Jezus Christus kunnen we aan de hand van de hiervoor vermelde chronologische ankerpunten dateren in het voorjaar van 27 AD. Het wonder van het water dat in wijn veranderd werd spreekt tot de verbeelding. De leider van het feest die van het water proefde dat wijn geworden was had geen idee van de oorsprong van deze wijn. De man moet nochtans een connaisseur geweest zijn. Zijn commentaar tegen de bruidegom was dat men normaal eerst aan de gasten de betere wijn serveert en daarna pas de minder goede. Hij dacht dat de bruidegom de betere wijn tot het laatst bewaard had. Ik ben persoonlijk benieuwd naar deze wijn die ik meen in de alsnog toekomstige Opstanding in de stad Gods zijnde ook te mogen proeven (Lucas 22:15-16). Dit laatste zal dan mijn deel zijn op basis van mijn geloof en pure genade van Godswege zonder enige verdienste van mezelf (Efeze 2:8-10). Daarbij bedenk ik dat ook mijn geloof uiteindelijk een gave Gods is.

     

     

    De geschiedenis die de evangelist Johannes brengt met het wonder van het water dat in wijn veranderd werd, als eerste wonder van Jezus Christus, sluit tegelijkertijd alle fabels uit over wonderen die Jezus als kind volbracht zou hebben.

    Twee soera's van de Koran bijvoorbeeld vermelden eveneens wonderen van Jezus, zij het zonder chronologie of commentaar. Het gaat om Soera 3:49 en 5:110, waar verteld wordt dat Isa, zoon van Marjam (Jezus, zoon van Maria) levende vogels van klei maakt, de blinde en melaatse geneest en de doden opwekt. Volgens Wikipedia is dit verhaal vermoedelijk ontleend aan het apocriefe kindheidsevangelie van Thomas.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009,

    (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).

    24-11-2017 om 10:19 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!