Inhoud blog
  • De oorsprong van Put, een zoon van Cham, de zoon van Noach…
  • Farao Psammetichos volgens de faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos
  • Elf dag reizen zijn het van Horeb, door den weg van het gebergte Seir, tot aan Kades-barnea
  • Farao Sethos volgens de faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos
  • Het Bijbelboek Openbaring en het herstel van Israël
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    24-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De oorsprong van Put, een zoon van Cham, de zoon van Noach…

    Sinds mijn boek: De Nieuwe Orde in opkomst, 1985, ISBN 90-73739-01-2, gepubliceerd werd zijn er 34 jaar verlopen. Het was een eschatologische studie met focus op de wederkomst van Jezus Christus. Sindsdien heeft er zich een verdere (en niet voorziene) ontwikkeling naar het begin van de zogenaamde Bijbelse eindtijd voorgedaan. De vraag die zich stelt is of het boek vandaag nog actueel is? Het boek was naar Nederlandstalige normen een besteller, kende vier herdrukken met uiteindelijk vijfduizend verkochte exemplaren. Al vele jaren is het boek uitverkocht en alleen nog in gespecialiseerde antiquariaatzaken verkrijgbaar. Ik heb al enkele malen op dit blog sinds 2015 aandacht aan mijn boek van eertijds gegeven. De bedoeling is op onderdelen van mijn boek van toen stil te staan en een evaluatie maken.

     

     

    Met de aflevering van deze week op mijn blog wil ik het Bijbelse Put of Libië onder de aandacht brengen. In de Hebreeuwse grondtekst staat er Put dat met Libië vertaald werd. Put is een bondgenoot van Magog die in de eindtijd mee tegen het nationaal herstelde Israël zal oprukken. Een toekomstige wereldoorlog die de profeet Ezechiël in detail voorspelde en beschreef.

    Ezechiël 38:1 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: 2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem, 3 En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal! 4 En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen; 5 Perzen, Moren en Puteers met hen, die altemaal schild en helm voeren; 6 Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u. 7 Zijt bereid en maakt u gereed, gij en uw ganse vergadering, die tot u vergaderd zijn; en wees gij hun tot een wacht. 8 Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij komen in het land, dat wedergebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen Israëls, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als hetzelve land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allemaal zeker zullen wonen. 9 Dan zult gij optrekken, gij zult aankomen als een onstuimige verwoesting, gij zult zijn als een wolk, om het land te bedekken; gij en al uw benden, en vele volken met u. (Statenvertaling)

     

    De leider van de eindtijdcoalitie die tegen Israël oprukt is Gog uit het land Magog. Dit land heb ik met de aflevering van 22.10.2018 op dit blog aandacht gegeven. Het artikel luidde: Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1540159200&stopdatum=1540764000

     

     

    © Grosser Historischer Weltatlas, Herausgegeben vom Bayerischen Schulbuch – Verlag, 1954, (bewerkt door de auteur)

     

    De oorsprong van Put vinden we in het Bijbelboek Genesis. Put was een zoon van Cham verwekt na de Grote Vloed. Cham was één van de drie zonen van Noach. Drie stamvaders waar de huidige wereldbevolking op teruggaat.

    Genesis 10:6 En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaän. 7 En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan….

    ….. 20 Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

     

    Bij de spraakverwarring in het najaar van 2239 v. Chr. begon ook Put vanuit Sinear aan zijn grote trek naar nieuwe vestigingsgebieden (zie: TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 13-25). Zie ook het artikel van 27.06.2016, Genesis van de eerste beschavingen na de Grote Vloed, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1466978400&stopdatum=1467583200

     

    De Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus is een grote hulp in het plaatsen van het Bijbelse Put op een hedendaagse landkaart. Josephus die in de eerste eeuw van de westerse tijdrekening leefde, heeft namelijk de volkerenlijst van het Bijbelboek Genesis hoofdstuk tien op de landkaart van zijn tijd geplaatst. Over het volk Put schrijft hij dat zij Libië gesticht hebben en zich Putieten noemden. Dit Libië van de oudheid blijkt ook een grotere oppervlakte ingenomen te hebben dan de hedendaagse staat Libië. Zo schrijft Josephus dat er in Morenland of Mauritanië een rivier was die in zijn tijd de naam Put droeg. Nog belangrijker is Josephus’ vermelding dat het Bijbelse Put het grondgebied van de Romeinse provincie Afrika besloeg. Een gebied dat vandaag Tunesië, Tripolitanië en het oosten van Algerije beslaat. Hierna het betreffende citaat:

    Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek 1, hoofdstuk 6.

    2. The children of Ham possessed the land from Syria and Amanus, and the mountains of Libanus; seizing upon all that was on its sea-coasts, and as far as the ocean, and keeping it as their own. Some indeed of its names are utterly vanished away; others of them being changed, and another sound given them, are hardly to be discovered; yet a few there are which have kept their denominations entire. For of the four sons of Ham, time has not at all hurt the name of Chus; for the Ethiopians, over whom he reigned, are even at this day, both by themselves and by all men in Asia, called Chusites. The memory also of the Mesraites is preserved in their name; for all we who inhabit this country [of Judea] called Egypt Mestre, and the Egyptians Mestreans. Phut also was the founder of Libya, and called the inhabitants Phutites, from himself: there is also a river in the country of Moors which bears that name; whence it is that we may see the greatest part of the Grecian historiographers mention that river and the adjoining country by the apellation of Phut: but the name it has now has been by change given it from one of the sons of Mesraim, who was called Lybyos. We will inform you presently what has been the occasion why it has been called Africa also.

     

     

    Naar de Bijbelse eindtijdperiode getransponeerd betekent dit dat men met het ontstaan van een federatie van Noord-Afrikaanse landen moet rekening houden die in de toekomst samen met Magog tegen het herstelde Israël zullen oprukken. Vandaag negen jaar na de Arabische lente van 2010 een utopie. De uitdrukking ‘Arabische Lente’ staat voor een golf van opstanden en revoluties in de Arabische wereld die begon op 18 december 2010 in Tunesië en zich daarna uitbreidde naar Libië, Egypte, Jemen en een burgeroorlog in Syrië veroorzaakte waar de gevolgen vandaag in de regio nog nazinderen. De staat Libië is vandaag de facto opgedeeld in meerdere gebieden waar zogenaamde warlords de dienst uitmaken. De olierijke provincie Cyrenaica is momenteel afgescheiden van Tripolitanië. De verwachting op basis van de profeet Ezechiël is dat eens de Noord-Afrikaanse landen zich in een federatie zullen verenigen en hun plaats in het eindtijdscenario innemen. Hier een jaartal op plakken is onmogelijk. Het gehele profetische plaatje moet namelijk kloppen alvorens men meent boude uitspraken te kunnen doen. Hoofdstuk 38:1-9 van de profeet Ezechiël heb ik bij de aanvang van mijn artikel geciteerd. De chronologie van de profetie is als het volgt: op Gods tijd (38:4) zal Magog met zijn bondgenoten tegen het nationaal herstelde Israël optrekken. Volgens 38:7 zijn zij dan herbewapend en toegerust. Israël is dan (38:8b) uit het gebied van vele volken bijeengebracht en leeft in gerustheid, zonder (veiligheid)muren (38:11) en poorten. Als aan deze profetische voorwaarden voldaan is zal Magog getrokken worden, en niet eerder: 38:9 ‘Dan zult gij optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u’.

     

    De conclusie moet zijn dat bij de vervulling van de profetie van Ezechiël het ene detail op een chronologische tijdsbalk gezien, niet voor het andere kan geschieden. Eerst dient het nationaal herstelde Israël in (schijn)vrede te leven en dan pas is de voorwaarde vervuld voor de overige details van de profetie. De schijnvrede is op basis van andere profetieën, het resultaat van een verbond dat Israël met de koning van het noorden-Assyrië, de pseudovredevorst, zal aangaan.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    24-06-2019 om 09:25 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Farao Psammetichos volgens de faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos

    Met onze aflevering van 03.06.2019 op dit blog behandelden we Herodotos’ Sethos. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?ID=3162333

    Deze week gaan we verder met het identificeren van de Griekse namen die Herodotos via zijn faraolijst doorgaf. De twaalf farao ‘s die Sethos opvolgden waren de Ramessieden waarvan Psammetichos uiteindelijk de belangrijkste werd. Het identificeren van de faraonamen van Herodotos’ faraolijst wordt nu eenvoudiger. Psammetichos vinden we namelijk ook terug in de faraolijst van de Egyptische oudheidhistoricus Manetho.

    Hierna de faraolijst van Herodotos. In de linker kolom staan de Griekse namen vermeld met rechts hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

    Sethos                 2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 709 v. Chr.

     

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos   2 :152        Psamtik – 675/621 v. Chr.

     

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

     

    Volgens de faraolijst van Manetho behoort Psammetichos tot de zesentwintigste dynastie. Het originele manuscript van Manetho ’s Egyptische geschiedenis is verloren gegaan maar werd gekopieerd door Flavius Josephus, Africanus en Eusebius. Bij Josephus vinden we geen vermelding over Psammetichos, maar Africanus en Eusebius plaatsen hem beide op de lijst als vierde en vijfde farao van een totaal van negen farao ’s voor de zesentwintigste dynastie. Africanus kopieerde een regeerduur voor Psammetichos van 54 jaar en Eusebius in afwijking van Africanus vermeldt 45 jaar. Herodotos geeft Psammetichos een regeertijd van 54 jaar wat ook overeenstemt met de gegevens van de monumenten in Egypte.

    Herodotos Boek 2:157 but as for Psammetichos, he was king over Egypt for four-and-fifty years, of which for thirty years save one he was sitting before Azotos, a great city of Syria, besieging it, until at last he took it: and this Azotos of all cities about which we have knowledge held out for the longest time under a siege.

    De geschiedenis over Psammetichos zoals Herodotos het van de priesters bij zijn bezoek aan Egypte genoteerd heeft vindt men in Herodotos’ Boek 2:151-154. Zie de hierna vermelde link voor de Griekse tekst met Engelse vertaling: http://www.sacred-texts.com/cla/hh/hh2150.htm

     

    Wat de priesters niet aan Herodotos bij zijn bezoek aan Egypte in de vijfde eeuw v. Chr. vermeld hebben is het feit dat Psammetichos aanvankelijk een Assyrische vazal onder Assurbanipal is geweest. Het toegeven dat Egypte perioden van vreemde overheersing gekend heeft was blijkbaar een taboe onderwerp. Geen enkele Egyptische oudheidbron verwijst overigens naar het Assyrische Rijk. Een observatie die de bekende Egyptoloog Alan Gardiner maakte in zijn opus magnum: EGYPT OF THE PHARAOHS, Egypt under foreign rule, page 341. Nochtans werd zelfs de hoofdstad Thebe in het verre zuiden van Egypte door de Assyriërs ingenomen, merkt Alan Gardiner op. Deze observatie van Gardiner geeft ook een verklaring voor het feit dat geen enkele Egyptische bron naar de Bijbelse exodus verwijst en/of de tien plagen daaraan voorafgaand. Klaarblijkelijk was dit ook een taboeonderwerp in het Egypte van de oudheid, net zoals met de Assyrische overheersing.

     

     

    Hoewel Psammatichos als vazal van Assyrië zijn loopbaan begonnen was kon hij zich aan het einde van zijn bewind onafhankelijker van Assyrië opstellen naarmate de binnenlandse problemen in Assyrië toenamen. Toen Assyrië door de gemeenschappelijke slagen van Babylon en Medië ten onder ging, heeft hij nog tegen deze landen strijd gevoerd. De vernietiging van het Assyrische Rijk betekende het ontstaan van een machtsvacuüm waar de nieuwe heersers hun deel van wensten in te nemen.

    De regeerperiode van vierenvijftig jaar voor Psammetichos wordt verder bevestigd door de Apislijsten. De Egyptoloog Cecil Torr geeft in zijn werk een overzicht van de zogenaamde Apis lijsten met betrekking tot de zesentwintigste dynastie:

    “The bull Apis, born on day 19 of month 6 in year 53 of king Psammetichos, died on day 6 of month 2 in year 16 of king Necho, aged 16 years 7 months 17 days. Thus, year 16 of Necho would have been year 70 of Psammetichos; so Psammetichos reigned 54 years.”

    De regeerperiode van Psammetichos heb ik op de tijdsbalk ondergebracht van 675 v. Chr. tot 621 v. Chr. en dit maakt hem een tijdgenoot van de koningen Manasse, Amon en Josia van Juda. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 375-384, geef ik aandacht aan de zesentwintigste dynastie en de verankering er van op de tijdsbalk. Ik wijs in mijn werk op het ontbreken van enig archeologisch bewijs van de zesentwintigste dynastie in het zand van Egypte. Geen enkele mummie, begraafplaats of tempel is tevoorschijn gebracht. Herodotos maakt gewag van enorme schatten die de farao ’s Psammetichos tot Amasis bijeenbrachten. De juiste ligging van de hoofdplaats Saïs blijft een discussiepunt. Een reden voor de revisionist van de geschiedenis van de oudheid Dr. I. Velikovsky, de zesentwintigste dynastie van Manetho als alter ego ’s van de negentiende dynastie te herkennen. Volgens Velikovsky was Psammetichos identiek met farao Seti I van de negentiende dynastie. Op mijn blog heb ik in het verleden enkele artikels dienaangaande geplaatst. Dat de zesentwintigste dynastie een fabricatie van Manetho was en dat deze farao ’s in wezen alter-ego ’s van de farao ’s van de negentiende dynastie waren wijs ik af. Ik zie farao Seti I (XIX) niet als identiek met Psammetichos (XXVI) maar als een ondergeschikte co-regent die met zijn legereenheid aan de veldtochten van Psammetichos deelnam of in opdracht van de ouder geworden Psammetichos veldtochten naar Klein-Azië ondernam. Ook onder de opvolger van Psammetichos: Necho II, voerde Seti I nog veldtochten uit. Het was het boek: C. Verburg, Farao nagerekend, 1976, dat me op deze denkpiste zette en een eyeopener was. Farao Seti I maakte met zijn legergroep deel uit van het leger van farao Psammetichos en daarna van farao Necho II. Zie het laatste betreffende artikel op dit blog van 11.06.2018, Farao Sethos van Manetho ‘s negentiende dynastie, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1528668000&stopdatum=1529272800

    De stad Pa-Kanaan die farao Seti I belegerde en innam kan nu met Azotos of Asdod geïdentificeerd worden. Een kuststad die Psammetichos volgens Herodotos gedurende dertig jaar belegerde.

    Herodotos Boek 2:157 but as for Psammetichos, he was king over Egypt for four-and-fifty years, of which for thirty years save one he was sitting before Azotos, a great city of Syria, besieging it, until at last he took it: and this Azotos of all cities about which we have knowledge held out for the longest time under a siege.

     

    In TIJD en TIJDEN, 2015, schreef ik ook een hoofdstuk over de Scythische invasie van Klein-Azië in de zevende eeuw v. Chr. (blz. 371-373). Een invasie die Psammetichos volgens Herodotos aan de grens van Egypte kon afwenden.

    Boek 1:105. Thence they went on to invade Egypt; and when they were in Syria which is called Palestine, Psammetichos king of Egypt met them; and by gifts and entreaties he turned them from their purpose, so that they should not advance any further: and as they retreated, when they came to the city of Ascalon in Syria, most of the Scythians passed through without doing any damage, but a few of them who had stayed behind plundered the temple of Aphrodite Urania. …

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    17-06-2019 om 08:57 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Elf dag reizen zijn het van Horeb, door den weg van het gebergte Seir, tot aan Kades-barnea

    Met het artikel van deze week neem ik de draad weer op met de aflevering van 20.05.2019: Chronologie en reisroute van veertig jaar wildernis voor Israël, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1558303200&stopdatum=1558908000

     

    Volgens het Bijbelboek Deuteronomium 1:1-2 waren het elf dagreizen vanaf de berg Gods Horeb waar ze de Tien Woorden in ontvangst namen tot aan Kades-barnea, de plaats waar de twaalf verspieders naar Kanaän uitgezonden werden.

    Deuteronomium 1:1 Dit zijn de woorden, die Mozes tot gans Israël gesproken heeft, aan deze zijde van de Jordaan, in de woestijn, op het vlakke veld tegenover Suf, tussen Paran en tussen Tofel, en Laban, en Hazeroth, en Dizahab. 2 Elf dag reizen zijn het van Horeb, door den weg van het gebergte Seir, tot aan Kades-barnea. 3 En het is geschied in het veertigste jaar, in de elfde maand, op den eersten der maand, dat Mozes sprak tot de kinderen Israëls, naar alles wat hem de HEERE aan hen bevolen had;…

     

     

    Op de bijgevoegde kaart uit de voortreffelijke ‘The MacMillan Bible Atlas’ merken we de oudheidkaravaanwegen die zowel start- als eindpunt van de Israëlieten toont. Van de Horeb (blauwe stip) ging het naar het noorden via Eilath/Ezeon-geber en daarna verder langs de koninklijke weg (King ’s Highway) oostelijk van de wadi el araba tot de afslag westelijk naar Kades-barnea via de weg door het gebergte van Seïr. Op een hedendaagse kaart zijn dit ongeveer vierhonderd kilometer afstand tussen beide punten of een gemiddelde van zesendertig kilometer per dag.

    Dat de identificatie van de berg Gods Horeb met de berg Jabal al Lawz in Arabië in tegenstelling tot de traditionele plaats in de huidige Sinaïwoestijn correct is wordt aannemelijk wanneer we de reisroute vanaf de Horeb naar Kades bestuderen. Het hierna volgende Bijbelgedeelte maakt alleen zin met de berg Gods gesitueerd in Arabië. Het is belangrijk de tekst door te nemen en op de hierboven vermelde landkaart de reisroute te volgen.

    Deuteronomium 33:1 Dit nu is de zegen, met welken Mozes, de man Gods, de kinderen Israëls gezegend heeft, voor zijn dood. 2 Hij zeide dan: De HEERE is van Sinaï gekomen, en is hunlieden opgegaan van Seir; Hij is blinkende verschenen van het gebergte Paran, en is aangekomen met tien duizenden der heiligen; tot Zijn rechterhand was een vurige wet aan hen.

     

    Wanneer we dit Bijbelgedeelte vanaf de traditionele berg op het hedendaagse schiereiland Sinaï inlezen gaat de beschreven reisroute verloren. Wanneer we echter vanaf de berg Gods in Arabië vertrekken krijgt de reisroute van Deuteronomium 33:1 echt zin. Na het vertrek vanaf Horeb in noordelijke richting komen we vooreerst in Seïr aan en daarna over het gebergte Paran tot aan de Egyptische grens. Seïr bevond zich in het dal van het Seïr-gebergte. Op een hedendaagse kaart is dit Shera in Jordanië vooral bekend vanwege de Nabateese oudheidstad Petra die daar uit de roze gekleurde zandstenen rotsen is gehouwen. Ook de profeet Habakuk verwijst naar deze route wanneer deze de komst van de HEERE God beschrijft.

    Habakuk 3:1 Een gebed van Habakuk, den profeet, op Sjigjonoth. 2 HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens. 3 God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof. 4 En er was een glans als des lichts, Hij had hoornen aan Zijn hand, en aldaar was Zijn sterkte verborgen. 5 Voor Zijn aangezicht ging de pestilentie, en de vurige kool ging voor Zijn voeten henen. 6 Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen der eeuw zijn Zijne.

     

    Volgens Deuteronomium 1:2 kon men de reis in elf dagen afleggen. Ik neem aan dat dit op de rug van een lastdier gerekend is. De profeet Elia deed er namelijk enkele eeuwen later veertig dagen over alvorens de berg Gods vanuit Berseba te bereiken. Zie het artikel van 22.09.2017 op dit blog: de tocht van de profeet Elia naar de berg Gods Horeb in Arabië, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1505685600&stopdatum=1506290400

    De vermelde elf dagreizen van Deuteronomium 1:2 zullen de tijdsduur onder de beste omstandigheden hebben voorgesteld. De Israëlieten die ruim een jaar na de exodus vanaf de Horeb aan hun trek naar Kades begonnen hebben er overigens langer dan elf dagen over gedaan.

     

    In het tweede jaar sinds de Exodus in 1482 v. Chr. in de tweede maand, dat de Joodse maand Iar of april/mei volgens de westerse kalender is, op de twintigste dag van die maand Iar verhief de wolk des HEEREN boven de tabernakel zich en begonnen de Israëlieten aan hun trek naar de grens van het Beloofde Land Kanaän nabij Kades (Numeri 10:11-14).

    Het Bijbelboek Numeri hoofdstuk 33 geeft de reisroute van pleisterplaats naar pleisterplaats aan. Een hoofdstuk dat in het artikel van 20.05.2019 volledig geciteerd werd.

    Numeri 33:1 Dit zijn de reizen der kinderen Israëls, die uit Egypteland uitgetogen zijn, naar hun heiren, door de hand van Mozes en Aäron. 2 En Mozes schreef hun uittochten, naar hun reizen, naar den mond des HEEREN; en dit zijn hun reizen, naar hun uittochten.

     

     

    Numeri 33:15 En zij verreisden van Rafidim, en legerden zich in de woestijn van Sinaï. 16 En zij verreisden uit de woestijn van Sinaï, en legerden zich in Kibroth-thaava. 17 En zij verreisden van Kibroth-thaava (lustgraven), en legerden zich in Hazeroth. 18 En zij verreisden van Hazeroth, en legerden zich in Rithma.

     

    De aanvang van de trek onder leiding van ‘de wolk des HEEREN’ vanaf Horeb tot Kades wordt gedetailleerd weergegeven vanaf Numeri 10:33:

    Numeri 10:33 Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren. 34 En de wolk des HEEREN was des daags over hen, als zij uit het leger verreisden. 35 Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden! 36 En als zij rustte, zeide hij: Kom weder, HEERE! tot de tien duizenden der duizenden van Israël!

     

    Wat een reis vol blijdschap had moeten zijn werd echter integendeel een reis van klagende mensen die alleen met zichzelf bezig waren. Na drie dagen al begon het klagen en kwam bij hen het Egypte dat zij een jaar eerder onder grote verdrukking verlaten hadden, opnieuw in gedachten. Ondanks de slavenarbeid was het eten blijkbaar van die aard geweest om er nu met heimwee naar te verlangen.

    Numeri 11:1 En het geschiedde, als het volk zich was beklagende, dat het kwaad was in de oren des HEEREN; want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontstak, en het vuur des HEEREN onder hen ontbrandde, en verteerde, in het uiterste des legers. 2 Toen riep het volk tot Mozes; en Mozes bad tot den HEERE; en het vuur werd gedempt. 3 Daarom noemde hij den naam dier plaats Thab-era, omdat het vuur des HEEREN onder hen gebrand had. 4 En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israëls wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? 5 Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook. 6 Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man(na) voor onze ogen! 7 Het Man(na) nu was als korianderzaad, en zijn verf was als de verf van den bedolah. 8 Het volk liep hier en daar, en verzamelde het, en maalde het met molens, of stiet het in mortieren, en zood het in potten, en maakte daarvan koeken; en zijn smaak was als de smaak van de beste vochtigheid der olie. 9 En wanneer de dauw des nachts op het leger nederviel, viel het Man op hetzelve neder. 10 Toen hoorde Mozes het volk wenen door hun huisgezinnen, een ieder aan de deur zijner hut; en de toorn des HEEREN ontstak zeer; ook was het kwaad in de ogen van Mozes.

     

    Het elfde hoofdstuk van het Bijbelboek Numeri verhaalt hoe de HEERE God vervolgens trekvogels afleidt (11:31-34) en over het bivak van de Israëlieten in de woestijn op lage hoogten laat overvliegen zodat ze gemakkelijk te vangen waren. De Statenvertaling heeft hier ‘kwakkelen’ staan wat een oud Nederlandsch woord voor ‘kwartel’ is. Een trekvogel uit de familie der fazanten. Tot walging toe zouden zij dit vlees tot zich moeten nemen. Gedurende dertig dagen vertoefde de wolk des HEEREN op dezelfde pleisterplaats alvorens naar de volgende pleisterplaats op weg naar Kades te vertrekken.

    Numeri 11:19 Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen; 20 Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?

     

    Als een gevolg van een zeer grote plaag waar ze mee getroffen werden noemden ze de pleisterplaats: Kibroth Thaava, wat lustgraven betekent.

    Numeri 11:33 Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag. 34 Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest.

    35 Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.

     

    Het is belangrijk om nu het morrende volk van de periode in de wildernis voor de geest te halen. Een homogene groep was het niet die een jaar eerder uit Egypte vertrokken waren.

    Exodus 12:37 Alzo reisden de kinderen Israëls uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens. 38 En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.

     

    Het waren niet alleen de Israëlieten die uitgetrokken waren maar ook een grote groep van ‘vermengd volk’ die samen met de Israëlieten als een gevolg van de tien plagen een totaal geruïneerd Egypte achterlieten. Dat zij een mengeling van volk waren was nochtans het probleem niet. Voor God maakt het niet uit van welk volk men afstamt of tot welke taalgroep men behoort. Wat belangrijk is dat men ‘gelooft’ wanneer men geroepen wordt. Deze regel geld overigens over alle bedelingen Gods heen zowel van verleden, heden als toekomst.

    Johannes 1:10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. 11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. 12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; 13 Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

     

    De Israëlieten verdeeld over twaalf clans gingen terug op de aartsvader Jakob die in 1699 v. Chr. vanwege een wereldwijde hongersnood naar Egypte trok en daar asiel kreeg en het land Gosjen toegewezen kreeg. Een familieverband van zeventig mensen waren ze aanvankelijk geweest. Over de chronologie en algemene geschiedenis van deze periode schreef ik eerder een artikel op dit blog op 06.03.2017: de eerste drieduizend jaar sinds Genesis – chronologie Jozef tot Mozes, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1488754800&stopdatum=1489359600

    Toen de Israëlieten in Egypte tot een groot volk uitgroeiden werden ze als een gevaar beschouwd en veroordeeld tot slavenarbeid waarbij ze voorraadsteden van tichelsteen voor farao moesten bouwen. Vanuit deze verdrukking hadden ze op de God van Abraham, Izaak en Jakob geroepen voor uitredding.

    Exodus 2:23 En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israëls zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God. 24 En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob. 25 En God zag de kinderen Israëls aan, en God kende hen.

     

    Het antwoord van de HEERE God was Mozes die als toekomstige verlosser in de wildernis voorbereid was. Deze geschiedenis heb ik eerder in een artikel op 03.04.2017 op dit blog gebracht: de eerste drieduizend jaar (vervolg) - de chronologie van Mozes tot de Exodus, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1491170400&stopdatum=1491775200

    De geestelijke toestand van het volk der Israëlieten dat uit Egypte geleid werd wordt door Paulus in het Nieuwe Testament als waarschuwing doorgegeven:

    1 Korintiërs 10:1 En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 2 En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 3 En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 4 En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 5 Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 6 En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. (Statenvertaling)

     

    De Exodusgeneratie der Israëlieten was getuige geweest van de vernietiging van het Egyptische leger in de Schelfzee nadat zij op bijzondere wijze aan de vernietiging door de hand van farao ontsnapt waren. De wolkkolom die hen leidde en de doortocht op het droge door de Rode Zee heen was als een doop geweest. Het manna en het water uit de rots dat hen daarna in de wildernis in leven hield was al een beeld van de komende Messias. De Tien Woorden of de Wet hadden ze aangenomen en hierbij volmondig verklaart dat zij die houden zouden. Dat was hun vrijwillige keuze geweest. De Wet zagen zij echter als een louter plichtenleer zonder dat er ooit een verandering van hun hart plaatsvond. De definitie van het geloof is de volgende:

    Hebreeën 11:1 Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. 2 Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen. 3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden. (Statenbijbel)

     

    Na de dertig dagen oponthoud te Kibroth Thaava ging de reis naar Kades verder.

    Numeri 11:35 Van Kibroth Thaava verreisde het volk naar Hazeroth; en zij bleven in Hazeroth.

     

    Numeri 33:17 En zij verreisden van Kibroth-thaava (lustgraven), en legerden zich in Hazeroth. 18 En zij verreisden van Hazeroth, en legerden zich in Rithma.

     

    Het volgende oponthoud zou de pleisterplaats Hazeroth zijn. Gedurende zeven dagen zouden zij daar bivakkeren vanwege een bijzondere geschiedenis.

    Numeri 12:1 Mirjam nu sprak, en Aäron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen. 2 En zij zeiden: Heeft dan de HEERE maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de HEERE hoorde het! 3 Doch de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren.

     

    Te Hazeroth zouden de Israëlieten zeven dagen bivakkeren als een gevolg van de quarantaine periode die Mirjam, de zuster van Mozes, kreeg opgelegd vanwege haar melaatsheid. Samen met haar broer Aäron hadden zij ‘tegen’ Mozes gesproken in verband met diens Kuschietische vrouw. Deze geschiedenis wordt verhaalt in Numeri 12:1-16. Hoe, wanneer en waarom Mozes een Kuschietische vrouw tot echtgenote genomen had vinden we verder in de Bijbel niet vermeld? Het is de Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus die deze geschiedenis brengt (Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek II,x.1-2). Het was tijdens de periode van Mozes als jongeman en prins van Egypte toen hij een veldtocht tegen de Nubiërs ondernam dat hij met Tharsis, de dochter van de koning van de Nubiërs, naar Egypte terugkeerde. In mijn boek EXODUS, 2016, blz. 47-58, behandel ik uitgebreider deze geschiedenis. Bij zijn overijlde vlucht naar Midian heeft hij de Kuschietische Tharsis moeten achterlaten. Veertig jaar later heeft hij de inmiddels ook bejaarde Tharsis meegevoerd. De Egyptenaren zouden zich zeker tegen haar gekeerd hebben. De actie van Mozes kan men vanuit zijn natuur verklaren: zeer zachtmoedig dat hij was, meer dan alle mensen, die op den aardbodem waren.

     

    Numeri 12:15 Zo werd Mirjam buiten het leger zeven dagen gesloten; en het volk verreisde niet, totdat Mirjam aangenomen werd. 16 Maar daarna verreisde het volk van Hazeroth, en zij legerden zich in de woestijn van Paran.

     

    Het is vanuit de woestijn van Paran dat de twaalf verspieders naar het Beloofde Land Kanaän werden uitgezonden.

    Numeri 13:1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 2 Zend u mannen uit: die het land Kanaän verspieden, hetwelk Ik den kinderen Israëls geven zal; van elken stam zijner vaderen zult gijlieden een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen. 3 Mozes dan zond hen uit de woestijn van Paran, naar den mond des HEEREN; al die mannen waren hoofden der kinderen Israëls. …

     

    Numeri 13:20 Ook hoedanig het land zij, of het vet zij of mager, of er bomen in zijn of niet; en versterkt u, en neemt van de vrucht des lands. Die dagen nu waren de dagen der eerste vruchten van de wijndruiven.

     

    Volgens de Joodse overlevering in de Seder Olam werd het land Kanaän door de twaalf verspieders verkend vanaf 28 Sivan (mei/juni) tot 9 Ab (juli/augustus) en dit op basis van de vermelding in Numeri 13:20 dat het de dagen der eerste vruchten van de wijndruiven was.

     

    Op basis hiervan kunnen we berekenen dat de tocht vanaf de berg Gods Horeb tot Kades een periode van ruim achtendertig dagen in beslag nam. Hun vertrek aan de berg werd gedateerd op de twintigste dag van de tweede maand Iar. Hun aankomst te Kades werd volgens de overlevering gedateerd op de achtentwintigste dag van de derde maand Sivan.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    10-06-2019 om 10:36 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-06-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Farao Sethos volgens de faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos

    Met onze aflevering van 13.05.2019 op dit blog behandelden we Herodotos’ ANYSIS, de blinde farao uit de gelijknamige stad Anysis, die we met Achnaton identificeerden. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?ID=3158659

    Deze week gaan we verder met het identificeren van de Griekse namen die Herodotos via zijn faraolijst doorgaf. De farao die Anysis opvolgde kreeg de naam Sethos van Herodotos.

     

     

    Herodotos is mijn naam, ik kom uit Halikarnassos en maak hierbij het verslag wereldkundig van het onderzoek dat ik heb verricht om de herinnering aan het verleden levend te houden en de grootse, indrukwekkende prestaties van de Grieken en andere volken te vereeuwigen.

     

    De oudheidhistoricus Herodotos schreef zijn historisch verslag ongeveer tussen de jaren 450 en 420 voor Chr. De Romeinse staatsman Cicero noemde hem in diens tijd ‘de vader der historie’. Halikarnassos, de plaats waar hij geboren werd, lag aan de zuidwestkust van het huidige Turkije. In Herodotos’ tijd was het een Griekse kolonie. Herodotos was de eerste classicus die een gedetailleerd verslag over Egypte neerschreef. Herodotos reisde het gehele land door tot aan de grens met Nubië. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, (blz. 43, 310, 345, 371, 375, 385) gaf ik heel wat aandacht aan Herodotos. De Egyptische koningslijst van Herodotos is niet volledig. Hij vermeldt weliswaar een bestaande lijst in zijn tijd van 330 koningen (Boek 2:100) die na de eerste farao Menes over het land regeerden, maar geeft geen namen op. Al die namen slaat hij over om daarna (Boek 2:102) alle aandacht op Sesostris en diens opvolgers te richten.

    Hierna de betreffende faraolijst van Herodotos. In de linker kolom staan de Griekse namen vermeld met rechts hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

     

    Sethos                 2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 709 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

     

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    De opvolger van Anysis volgens Herodotos’ faraolijst was Sethos. Hierna het citaat uit Boek 2:

    141. After him (Anysis) there came to the throne the priest of Hephaistos, whose name was Sethos. This man, they said, neglected and held in no regard the warrior class of the Egyptians, considering that he would have no need of them; and besides other slights which he put upon them, he also took from them the yokes of corn-land which had been given to them as a special gift in the reigns of the former kings, twelve yokes to each man. After this, Sanacharib king of the Arabians and of the Assyrians marched a great host against Egypt. Then the warriors of the Egyptians refused to come to the rescue, and the priest, being driven into a strait, entered into the sanctuary of the temple and bewailed to the image of the god the danger which was impending over him; and as he was thus lamenting, sleep came upon him, and it seemed to him in his vision that the god came and stood by him and encouraged him, saying that he should suffer no evil if he went forth to meet the army of the Arabians; for he himself would send him helpers. Trusting in these things seen in sleep, he took with him, they said, those of the Egyptians who were willing to follow him, and encamped in Pelusion, for by this way the invasion came: and not one of the warrior class followed him, but shop-keepers and artisans and men of the market. Then after they came, there swarmed by night upon their enemies mice of the fields, and ate up their quivers and their bows, and moreover the handles of their shields, so that on the next day they fled, and being without defense of arms great numbers fell. And at the present time this king stands in the temple of Hephaistos in stone, holding upon his hand a mouse, and by letters inscribed he says these words: "Let him who looks upon me learn to fear the gods."

     

    Herodotos beschrijft zijn Sethos als een priester van Hephaistos die na zijn troonsbestijging de Egyptische militaire kaste niet bijzonder hoog achtte en hun daarom ondermijnde door bepaalde voorrechten die zij onder de vorige farao ’s genoten af te nemen. Hij was van mening geen leger nodig te hebben. Daarna beschrijft Herodotos hoe een nakende Assyrische invasie van Egypte de noodzaak van een leger duidelijk maakte en hij met een militieleger van vrijwilligers naar de grens nabij Pelusium optrok. De naam van de Assyrische koning is Sanherib. Een koning die ook in de Bijbel vermeld wordt en in 709 v. Chr. in het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia van Juda Jeruzalem belegerde maar daar verslagen werd. Datzelfde jaar trok Sanherib voorafgaand tegen Egypte op.

    Farao Sethos kunnen we ontegensprekelijk in de tweede helft van de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk onderbrengen. De identificatie wordt ook via de verschillende historische bronnen mogelijk. De veldtocht van Sanherib tegen Egypte wordt verhaald op diens zogenaamde prismastele die bewaard is gebleven. Een nederlaag werd op de prismastele niet vermeld, integendeel! Hierna het betreffende citaat:

    “…. The officials, nobles, and people of Ekron, who had thrown Padi their king—bound by oath and curse of Assyria— into fetters of iron and had given him over to Hezekiah, the Judahite—he kept him in confinement like an enemy— their heart became afraid, and they called upon the Egyptian kings, the bowmen, chariots and horses of the king of Meluhha [Ethiopia], a countless host, and these came to their aid. In the neighborhood of Eltekeh, their ranks being drawn up before me, they offered battle. With the aid of Assur, my lord, I fought with them and brought about their defeat. The Egyptian charioteers and princes, together with the Ethiopian king's charioteers, my hands captured alive in the midst of the battle. Eltekeh and Timnah I besieged, I captured, and I took away their spoil”.

     

     

    Sanherib vermeldt de koningen van Egypte in het meervoud samen met de koning van Ethiopië die hij bovendien krijgsgevangen nam. Egypte en vooral de Nijldelta was in de achtste eeuw v. Chr. een lappendeken van dynastieën die ieder over hun deel van de delta heersten. Een eigennaam geeft Sanherib echter niet op. De krijgsgevangen Egyptische koningen en prinsen voerde hij mee tot voor de poorten van Jeruzalem dat onder Assyrische belegering lag. Zij waren daar getuigen van de ondergang van het Assyrische leger waarbij de Engel des HEEREN in de Pesachnacht 185.000 Assyrische soldaten vernietigde. Zie het artikel op dit blog van 04.12.2018, de Assyrische koning Sanherib chronologisch in lijn met de Bijbelse koning Hizkia van Juda gebracht, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1543791600&stopdatum=1544396400

    Een Joodse legende leert dat na de vernietiging van het belegerende Assyrische leger te Jeruzalem de Joden de volgende morgen het Assyrische bivak binnentrokken en daar de farao van Egypte en de Ethiopische koning Tirhaka van hun ketenen verlosten, en huiswaarts zonden.

    “…..In view of all the wonders God had done for him, it was unpardonable that Hezekiah did not feel himself prompted at least to sing a song of praise to God. Indeed, when the prophet Isaiah urged him to it, he refused, saying that the study of the Torah, to which he devoted himself with assiduous zeal, was a substitute for direct expressions of gratitude. Besides, he thought God's miracles would become known to the world without action on his part, in such ways as these: After the destruction of the Assyrian army, when the Jews searched the abandoned camps, they found Pharaoh the king of Egypt and the Ethiopian king Tirhakah. These kings had hastened to the aid of Hezekiah, and the Assyrians had taken them captive and clapped them in irons, in which they were languishing when the Jews came upon them. Liberated by Hezekiah, the two rulers returned to their respective realms, spreading the report of the greatness of God everywhere. And again, all the vassal troops in Sennacherib's army, set free by Hezekiah, accepted the Jewish faith, and on their way home they proclaimed the kingdom of God in Egypt and in many other lands.”

    The Legends of the Jews, Boek IX,

    In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 307-311, breng ik de aangehaalde historische bronnen samen en lever een historisch plaatje waar de verschillende puzzelstukjes hun plaats vinden. De Bijbel is hierbij de leidraad. De farao die de oudheidhistoricus Herodotos met de (Griekse) naam Sethos doorgeeft is dezelfde persoon als farao (Hebreeuws) So uit de Bijbel. Het is ook boeiend op te merken wat de buiten-Bijbelse bronnen weglaten, niet vermelden. We hebben al gezien dat Sanherib nergens melding van zijn nederlaag maakt. Maar ook Herodotos kreeg van de Egyptische priesters met wie hij over deze epoque in gesprek ging, niet de volledige waarheid te horen. Zo wordt de krijgsgevangenneming van de Egyptische en Ethiopische prinsen en edelen op het slagveld bij Eltekeh door Sanherib niet vermeld. Volgens de eerder geciteerde Joodse overlevering werd de farao van Egypte waarvan de naam niet wordt meegedeeld, te samen met de Ethiopische koning Tirhaka door de Joden uit Jeruzalem van hun ketenen bevrijd en huiswaarts gezonden. Zij waren getuigen geweest van de vernietiging van het belegerende Assyrische leger voor de poorten van Jeruzalem. Volgens de Joodse overlevering keerden zij huiswaarts verkondigende de grootheid van de God van Israël. Maar deze informatie was ten tijde van Herodotos door de Egyptenaren al lang verwijderd. Wat historisch na ongeveer 275 jaar voor hen van waarde overbleef was de vermelding van een veldslag tegen het leger van Sanherib en een standbeeld van de farao die in zijn hand een muis vasthield met op de sokkel van het beeld een opschrift met de boodschap om de goden (meervoud) te vrezen.

    De bekende wetenschapper Isaac Newton die een revisionist van de geschiedenis van de oudheid was, schreef ook zijn mening over farao So neer. Volgens Newton was de Ethiopiër Sabakoos of Sabacon die Herodotos beschreef de Bijbelse farao So. En mogelijk schrijft Newton, was Sabacon identiek met Sethon of Sethos. Hierna het betreffende gedeelte dat ik van het internet plukte:

    In the Dynasties of Manetho; Sevechus is made the successor of Sabacon, being his son; and perhaps he is the Sethon of Herodotus, who became Priest of Vulcan, and neglected military discipline: for Sabacon is that So or Sua with whom Hoshea King of Israel conspired against the Assyrians, in the fourth year of Hezekiah, Anno Nabonass. 24. Herodotus tells us twice or thrice, that Sabacon after a long Reign of fifty years relinquished Egypt voluntarily, and that Anysis who fled from him, returned and Reigned again in the lower Egypt after him, or rather with him: and that Sethon Reigned after Sabacon, and went to Pelusium against the army of Sennacherib, and was relieved with a great multitude of mice, which eat the bow-strings of the Assyrians; in memory of which the statue of Sethon, seen by Herodotus, was made with a Mouse in its hand. A Mouse was the Egyptian symbol of destruction, and the Mouse in the hand of Sethon signifies only that he overcame the Assyrians with a great destruction. The Scriptures inform us, that when Sennacherib invaded Judæa and besieged Lachish and Libnah, which was in the 14th year of Hezekiah, Anno Nabonass. 34. the King of Judah trusted upon Pharaoh King of Egypt, that is upon Sethon, and that Tirhakah King of Ethiopia came out also to fight against Sennacherib, 2 King. xviii. 21. & xix. 9. which makes it probable, that when Sennacherib heard of the Kings of Egypt and Ethiopia coming against him, he went from Libnah towards Pelusium to oppose them, and was there surprised and set upon in the night by them both, and routed with as great a slaughter as if the bow-strings of the Assyrians had been eaten by mice. Some think that the Assyrians were smitten by lightning, or by a fiery wind which sometimes comes from the southern parts of Chaldæa. After this victory Tirhakah succeeding Sethon, carried his arms westward through Libya and Afric to the mouth of the Straits: but Herodotus tells us, that the Priests of Egypt reckoned Sethon the last King of Egypt, who Reigned before the division of Egypt into twelve contemporary Kingdoms, and by consequence before the invasion of Egypt by the Assyrians.

    (THE CHRONOLOGY OF ANCIENT KINGDOMS AMENDED. A SHORT CHRONICLE from the First Memory of Things in Europe, to the Conquest of Persia by Alexander the Great, by Sir ISAAC NEWTON, London, MDCCXXVIII, 1728 AD)

     

    Het boeiende aan de studie van Newton is dat deze onderzoeker van de achttiende eeuw uitsluitend werkte met het historische materiaal dat toen voorhanden was via de Bijbel, Flavius Josephus, Herodotos, Diodorus en andere oudheidhistorici. Het archeologische terrein in Egypte lag toen nog braak en zou pas voor het Westen toegankelijk worden na de veldtocht van Napoleon in Egypte in de negentiende eeuw. Maar de eerder vermelde oudheidhistorici had Newton door en door in de grondtekst bestudeerd en toen al had hij een revisie van de Egyptische geschiedenis neergepend waar heden heel wat bruikbare puzzelstukjes in te vinden zijn.

     

    In mijn eerder vermelde studie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 307-311, identificeer ik farao Sethos van Herodotos met farao Zet van de drieëntwintigste dynastie van Manetho. Volgens het studiewerk van Donovan A. Courville (The Exodus Problem and its Ramifications, Chapter XVIII) was de laatste farao van dynastie XXIII met de naam Zet gelijk aan ‘Sethnakht’ de grondvester van de twintigste dynastie. Sethnakht was volgens Courville een overgangsfiguur tussen de twee dynastieën. De orthodoxe Egyptologie heeft niet veel informatie over deze koning en veel over zijn afkomst en leven wordt gespeculeerd.

     

    Farao ‘Sethos’ van Herodotos wordt opgevolgd door ‘twaalf koningen’ die ieder voor een tijd over een gebied van Egypte heersten. Later zou één van hen: farao Psammetichos, de alleenheerschappij overnemen.

    Herodotos Boek 2:

    147. but I will now recount that which other nations also tell, and the Egyptians in agreement with the others, of that which happened in this land: and there will be added to this also something of that which I have myself seen. Being set free after the reign of the priest of Hephaistos, the Egyptians, since they could not live any time without a king, set up over them twelve kings, having divided all Egypt into twelve parts. These made intermarriages with one another and reigned, making agreement that they would not put down one another by force, nor seek to get an advantage over one another, but would live in perfect friendship: and the reason why they made these agreements, guarding them very strongly from violation, was this, namely that an oracle had been given to them at first when they began to exercise their rule, that he of them who should pour a libation with a bronze cup in the temple of Hephaistos, should be king of all Egypt (for they used to assemble together in all the temples). …

     

     

    De identificatie van de Sethos van Herodotos met Sethnakht de grondvester van de twintigste dynastie ligt voor de hand wanneer we in de twaalf koningen van Herodotos als opvolgers van Sethos, de Ramessieden willen herkennen. Tien Ramessieden die samen met Necho en Psammetichos de twaalf koningen van Herodotos uitmaken. Het is een passend puzzelstuk dat men via deze identificatie kan invoegen.

    De orthodoxe Egyptologie heeft op basis van haar foutieve veronderstelling dat er een dubbele Sothis-kalender in het oude Egypte in gebruik was, farao Sethnakht in de twaalfde eeuw v. Chr. geplaatst van 1185 tot 1182 v. Chr. en laat de Ramessieden daarna in opeenvolging regeren en niet tegelijkertijd zoals Herodotos het doorgaf. Eerder schreef ik op dit blog op 27.02.2017 een artikel over de chronologie van het oude Egypte, waarin het gebruik van de Sothis-kalender weerlegd wordt. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1488150000&stopdatum=1488754800

    Volgens Herodotos behoren Sethos en de twaalf koningen op de tijdsbalk aan het einde van de achtste eeuw v. Chr. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de invallen van de zeevolken ten tijde van Ramses III nu ook aan het einde van de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk onder te brengen zijn. De invallen van de zeevolken en de chronologische revisie gaf ik aandacht in mijn boek ‘De Zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja’, 2016, blz. 149-158, met Appendix 1. Het boek begon ik als inleiding met het beleg van Troje dat gereviseerd nu aan het begin van de achtste eeuw v. Chr. plaatsvind. De zogenaamde duistere eeuwen van Griekenland ’s vallen nu weg en krijgen hun historische plaats op de tijdsbalk. O      f hoe belangrijk het onderzoek van Herodotos’ rangschikking van de farao ’s vanaf Sesostris is.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

     

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    03-06-2019 om 09:41 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Bijbelboek Openbaring en het herstel van Israël

    Deuteronomium 28:64 En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen. 65 Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel. 66 En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn. 67 Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult. (Statenvertaling)

     

    Het hiervoor geciteerde Bijbelcitaat gaat terug tot het voorjaar van 1443 v. Chr. aan de vooravond van de inbezitneming van het Beloofde Land Kanaän door de twaalf stammen van Israël. Dit Woord van God werd door Mozes uitgesproken kort voor zijn dood. De geschiedenis van Israël volgend op de intocht in Kanaän werd gekenmerkt door vallen en opstaan in hun verbond met de HEERE God. Uiteindelijk werden zij in 70 AD, veertig jaar na de verwerping van de Messias, uit het land gerukt en begon hun wereldwijde verstrooiing of diaspora. De Romeinen onder leiding van Titus vernietigden toen de Tempel en Jeruzalem. Geen steen bleef op de andere staan, het leek alsof het definitief met Israël voorbij was. Het Europese christendom dat later binnen het Romeinse Rijk politieke macht verwierf, leek in de plaats van Israël geplaatst te zijn. Nochtans leert de Bijbel een herstel van de Israëlieten in het oude land der vaderen, zowel geestelijk als nationaal.

    Deuteronomium 30:1 Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft; 2 En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 3 En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had. 4 Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen. 5 En de HEERE, uw God, zal u brengen in het land, dat uw vaderen erfelijk bezeten hebben, en gij zult dat erfelijk bezitten; en Hij zal u weldoen, en zal u vermenigvuldigen boven uw vaderen. (Statenvertaling)

     

    Het eerder vermelde christendom is niet te verwarren met de Bijbelse Ekklesia, het Lichaam van Christus, dat sinds Pinksteren 30 AD over de eeuwen heen ‘uit’geroepen wordt en bestaat uit individuele Joden en niet-Joden zowel mannen als vrouwen (Efeze 2:14-22). Het is een organisme dat vandaag in de wereld verborgen is (Matteüs 13:44). De relatie onderling tussen Christus en christenen is er één zoals tussen vrienden en niet een zoals tussen een heer en zijn dienstknechten (Joh. 15:12-15). Ook de bedeling van de Genade, volgend op de bedeling onder de Wet (Galaten 4:24) zal echter ooit afgesloten worden, waarna de draad met het oude Israël, dat wonder boven wonder over de eeuwen heen in de volkeren-zee bewaard is gebleven, door God opnieuw opgenomen wordt. Voor een overzicht van de bedelingenleer, zie de hierna vermelde link met een artikel dienaangaande uit het Zoeklicht van 11/2016, link: http://www.dekoningkomt.nl/debedelingenleer.html

    Het laatste boek van de Bijbel in het Nieuwe Testament gaat inhoudelijk volledig over het herstel van Israël in de toekomst.

    Openbaring 1:1 De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft; 2 Dewelke het woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft. (Statenvertaling)

     

     

    © Map Public Domain, bewerkt door de auteur. De zeven Gemeenten in de Romeinse provincie Asia kregen op de kaart een blauwe omkadering.

     

    Vooraleer het Bijbelboek Openbaring de toekomstige gebeurtenissen als vooraf geschreven geschiedenis behandelt wordt de oude geschiedenis van Israël in de zeven brieven geadresseerd aan zeven gemeenten in Klein-Azië, zeer herkenbaar weergegeven. De zeven gemeenten bevonden zich in de volgende plaatsen: Efeze, Smyrna, Pergamon, Thyatira, Sardes, Philadelphia en Laodicea. De zeven plaatsen lagen in het westelijke gedeelte van de Romeinse provincie Asia tegenover de Egeïsche zee. Het karakter van de zeven plaatselijke Gemeenten was heel verschillend van elkaar en was een type van de geschiedenis van het oude Israël vanaf de Exodus tot de komst van de Messias. Volgens de Bijbelvorser C.I. Scofield (1843/1921) hebben de zeven brieven aan de zeven Gemeenten een viervoudige toepassing: (1) lokaal, naar de Gemeenten die in 93 AD daadwerkelijk zijn aangesproken; (2) vermanend, voor alle Gemeenten in alle tijden als beproevingen waarmee ze hun ware spirituele staat in de ogen van God kunnen onderscheiden; (3) persoonlijk, in de vermaningen aan hem "die een oor heeft", en in de belofte "aan hem die overwint"; (4) profetisch, als het onthullen van zeven fasen van de geschiedenis van de Gemeenten tot het einde. Volgens punt 3 zijn de brieven voor de christen in de huidige bedeling als vermaning en bemoediging gegeven zoals overigens heel de Schrift (Romeinen 15:4 en 1 Korintiërs 10:6).

    Het woord: Gemeente in onze Bijbelvertaling is een vertaling van het Griekse woord: EKKLESIA. Een Grieks woord dat in de Bijbel ook gebruikt wordt voor de aanduiding van ‘kring’ en/of ‘vergadering’ wat de betekenis van het woord EKKLESIA weergeeft. Het woord werd ook in het oude Griekenland gebruikt voor een vergadering van burgers ‘uit’ geroepen tot een publieke positie. De geestelijke lessen in iedere brief zijn in tegenstelling tot het historische niet aan een tijdsperiode gebonden. De Bijbelse Nieuwtestamentische Gemeente is een vergadering, een kring van gelovige individuen, zowel mannen als vrouwen en bestaande uit zowel niet-Joden als Joden die over de eeuwen heen door God ‘uit’ geroepen worden.

    Alle zeven brieven zijn iedere keer gericht aan de engel der gemeente: ‘Schrijf aan de engel der Gemeente te …’. Hier kan alleen maar de Joodse gemeente of synagoge mee bedoelt zijn. Tussen de Ekklesia, het lichaam van Christus, en de Heer Jezus Christus, het hoofd van de Ekklesia, staat er namelijk geen engel of andere tussenpersoon. “Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn, daar ben Ik in uw midden”, zegt Christus tot iedere kring van christenen, zonder tussenpersoon. De in de wereld verborgen Nieuwtestamentische gemeente is bovendien standenvrij:

    Galaten 3:27 Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. 28 Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus Jezus…

    Colossenzen 3:10b … die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, 11 waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus.

     

    In God ’s relatie met het oude Israël bevonden er zich tussenpersonen. De profeet Daniël vestigt bijvoorbeeld de aandacht op de aartsengel Michael in diens bijzondere relatie en bediening tot Israël.

    Daniël 12:1 En te dier tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.

     

    In Psalm 82 wordt naar engelenmachten als goden over volken verwezen. Goden die op God ’s tijd ook geoordeeld zullen worden.

    Psalm 82: 1 Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden; 2 Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela. 3 Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme. 4 Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand. 5 Zij weten niet, en verstaan niet; zij wandelen steeds in duisternis; dies wankelen alle fondamenten der aarde. 6 Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten; 7 Nochtans zult gij sterven als een mens; en als een van de vorsten zult gij vallen. 8 Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natiën.

     

    Ik meen hier aangetoond te hebben dat engelen als tussenpersonen altijd in een bijzondere relatie tot Israël gestaan hebben zoals ook de brief van Paulus aan de Hebreeën vermeld:

    1:14 Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?

     

    Het is aldus niet verwonderlijk dat de brieven van Christus aan de zeven gemeenten in Asia aan engelen gericht zijn. De eerste brief van Christus was gericht aan de engel der Gemeente te Efeze. Hierna het betreffende Bijbelgedeelte:

    Openbaring 2:1 Schrijf aan den engel der Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechter hand houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt: 2 Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die uitgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden; 3 En gij hebt verdragen, en hebt geduld; en gij hebt om Mijns Naams wil gearbeid, en zijt niet moede geworden. 4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 5 Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 6 Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaieten haat, welke Ik ook haat. 7 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.

     

    De brief aan Efeze beschrijft de geschiedenis van het oude Israël vanaf Pinksteren 1483 v. Chr. met het geven van de Tien Woorden op de berg Gods in de wildernis, vijftig dagen na de Exodus uit Egypte. Het was de periode van ‘ondertrouw’ van Israël op weg naar het Beloofde Land Kanaän. De profeten Hosea en Jeremia beschrijven de bijzondere liefdesverhouding tussen de HEERE God en Zijn verbondsvolk tijdens deze periode. De betekenis van ‘Efeze’ is dan ook de ‘lieflijke’.

    Hosea 11:1 Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.

    Jeremia 2:1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. 3 Israël was den HEERE een heiligheid, de eerstelingen Zijner inkomste; allen, die hem opaten, werden voor schuldig gehouden; kwaad kwam hun over, spreekt de HEERE.

    Deuteronomium 7:6 Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn. 7 De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. 8 Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.

     

    De Israëlieten die hiervoor beschreven worden waren de jonge nieuwe generatie die in de wildernis geboren werden en opgroeiden. Hun ouderen werden na hun weigering om het Beloofde Land in geloof binnen te trekken veroordeeld tot een rondzwerven in de wildernis. In de achtendertig jaar die daarop volgden zijn zij allen in de wildernis aan hun levenseinde gekomen (Numeri 14:28). Zij zijn ‘de kwaden’ waar in Openbaring 2:2 naar verwezen wordt. Tien van de twaalf verspieders die het Beloofde Land verkenden kwamen vol ongeloof terug en overtuigden het volk dat zij allen zouden omkomen indien zij Kanaän zouden binnentrekken. De Kanaänieten waren naar hun mening te sterk.

    Numeri 13:31 Maar de mannen, die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij zullen tot dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij. 32 Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen Israëls, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hetzelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte. 33 Wij hebben ook daar de reuzen gezien, de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen. (Statenvertaling)

     

    Zie ook de brief van Paulus aan de Hebreeën 3:15 Terwijl er gezegd wordt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is. 16 Want sommigen, als zij die gehoord hadden, hebben Hem verbitterd, doch niet allen, die uit Egypte door Mozes uitgegaan zijn. 17 Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn? 18 En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren? 19 En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof. (Statenvertaling)

     

    Zie het artikel op dit blog van 20.05.2019: Chronologie en reisroute van veertig jaar wildernis voor Israël.

    De betekenis van de zeven sterren en de kandelaren van Openbaring 2:1 wordt in het twintigste vers verklaart. Schrift verklaart zich met Schrift!:

    Openbaring 1:20 De verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn rechter hand, en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten.

     

    Dit zijn gegevens die we in het Oude Testament terugvinden:

    Leviticus 26:11 En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen. 12 En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn. 13 Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.

     

    Deuteronomium 23:14 Want de HEERE, uw God, wandelt in het midden van uw leger, om u te verlossen, en om uw vijanden voor uw aangezicht te geven; daarom zal uw leger heilig zijn, opdat Hij niets schandelijks onder u zie, en achterwaarts van u afkere. (Statenvertaling)

     

    De HEERE God wil niets anders dan een volmaakte liefdesrelatie met zijn verbondsvolk. Het fundament hiervan is ‘de eerste liefde’ zoals ze alleen tussen twee geliefden bestaat. Men mag dan als individu nog zo ijverig zijn in werk, arbeid en al de andere punten die in vers twee aangehaald worden, indien men de eerste liefde verlaat is het alles voor niets geweest. Indien men zich hiervan niet omkeert wordt de kandelaar die men moet zijn door de HEERE God uiteindelijk weggenomen, en is men geen lichtdrager meer in een duistere wereld. Dit is bij het oude Israël letterlijk in vervulling gegaan. Zij zijn na de Exodus als lichtdrager begonnen (Exodus 19:1-6 en Jesaja 49:6) maar faalden al kort na de dood van Jozua en de inname van Kanaän. De HEERE God had de generatie van de intocht gewaarschuwd dat er zeven verdrukkingen zouden volgen indien zij hun ingeslagen weg zouden aanhouden. In mijn laatste uitgave: Dertig Jubeljaren, 2018, blz. 15-21, heb ik de zeven historische verdrukkingen geduid. Ook na de zevende verdrukking: de zeventigjarige Babylonische Ballingschap, volharden zij in de keuze van hun weg en dit ondanks de vele onheilswaarschuwingen door de profeten en leiders geleverd. In de volheid der tijden openbaarde zich de Messias, de knecht des HEEREN, zoals door de profeet Jesaja hoofdstuk 53, voorspelt, maar ook het aangeboden heil in Jezus Christus werd afgewezen. Tijdens de periode die het Bijbelboek Handelingen beschrijft werd Israël nog opgeroepen alsnog de opgestane Heer en Heiland Jezus Christus aan te nemen (Handelingen 2:36, 3:12, 7:1-60, 28:17). Het is opmerkelijk dat het Bijbelboek Handelingen eindigt met de geschiedenis van de evangelieverkondiging van Paulus aan de voornaamsten der Joden te Rome, een prediking die afgewezen werd.

    Handelingen 28:24 En sommigen geloofden wel, hetgeen gezegd werd, maar sommigen geloofden niet. 25 En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; als Paulus dit ene woord gezegd had, namelijk: Wel heeft de Heilige Geest gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze vaderen, 26 Zeggende: Ga heen tot dit volk, en zeg: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. 27 Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze. 28 Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen. 29 En als hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel twisting hebbenden onder elkander.

     

     

    © Reverend Clarence Larkin (1850–1924). Het schema hierboven toont het tijds-dal van bijna tweeduizend jaar dat de profeten van het Oude Testament niet te zien kregen wanneer zij over de komst van de Messias en het herstel van alle dingen profeteerden (Romeinen 16:25-26, Efeze 3:9). De profeten van het Oude Testament zagen één bergtop de komst van de Messias voorstellende en niet de tijdskloof van 30 AD tot op heden tussen beide bergen. Tijdens deze periode wordt de Ekklesia gevormd en is Israël als heilsorgaan (tijdelijk) opzijgezet.

     

    De periode van dertig jaar tussen 30 AD met de uitstorting van de Heilige Geest, de beloofde andere Trooster, over de eerste Gemeente te Jeruzalem en 60 AD met het definitieve afwijzen van Jezus als de geprofeteerde Messias door Israël werd gekenmerkt door een bijzondere prediking tot het Joodse volk. Gedurende dertig jaar deed zich tijdens de Gemeentesamenkomsten het fenomeen van de tongentaal voor. Gemeenteleden die in een vreemde taal en engelentaal in de samenkomst een boodschap van God doorgaven. In de eerste Korintiërsbrief van Paulus krijgt dit fenomeen aandacht via instructies die tijdens de samenkomst in acht dienden genomen te worden (1 Kor. 14:1-40). Die instructies waren blijkbaar hoogstnodig vanwege de verwarring die zich in Korinthe voordeed. In 1 Korintiërs 14:21 haalt Paulus hierbij de profetie van Jesaja aan:

    Jesaja 28: 11 Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken; 12 Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen. (Statenvertaling)

     

    1 Korintiërs 14:20 Broeders, wordt geen kinderen in het verstand, maar zijt kinderen in de boosheid, en wordt in het verstand volwassen. 21 In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere. 22 Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet dengenen, die geloven, maar den ongelovigen; en de profetie niet den ongelovigen, maar dengenen, die geloven. (Statenvertaling)

     

    Na de gebeurtenissen zoals in het Bijbelboek Handelingen hoofdstuk 28 beschreven hield het fenomeen van de bijzondere tongentaal op en verstomde deze gave:

    1 Korintiërs 13:8 De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

     

    Gedurende dertig jaar zou de Heilige Geest van de HEERE God de deur voor Israël op een kier laten en kregen zij gelegenheid alsnog Jezus Christus aan te nemen en de ‘tijden der wederoprichting aller dingen’ te laten aanvangen. Zoals Petrus het te Jeruzalem in 30 AD verkondigde:

    Handelingen 2:38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. 39 Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.

     

    Handelingen 3:19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren, 20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; 21 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.

     

    In 60 AD zo een dertig jaar na Pinksteren met het begin van de Gemeente werd de kandelaar weggenomen. Een nieuwe bedeling in Gods handelen met de mens nam hier een aanvang. Vanaf nu zou ‘de zaligheid Gods den heidenen gezonden worden’. De Efeze-brief van de apostel der heidenen: Paulus, dateren we in het jaar van de gebeurtenissen van Handelingen hoofdstuk 28. Over het Israël van het Oude Verbond kwam een verharding van Godswege:

    2 Korintiërs 3:12 Dewijl wij dan zodanige hoop hebben, zo gebruiken wij vele vrijmoedigheid in het spreken; 13 En doen niet gelijkerwijs Mozes, die een deksel op zijn aangezicht leide, opdat de kinderen Israëls niet zouden sterk zien op het einde van hetgeen te niet gedaan wordt. 14 Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt. 15 Maar tot den huidigen dag toe, wanneer Mozes gelezen wordt, ligt een deksel op hun hart. 16 Doch zo wanneer het tot den Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen. (Statenvertaling)

     

    Na het afsluiten van de huidige bedeling der genade, een tijdsperiode die geen Oudtestamentische profeet ‘gezien’ heeft, zal de draad met het oude Israël opgenomen worden en worden zij door de HEERE God hersteld: geestelijk en nationaal in het oude land der vaderen. Het Bijbelboek Openbaring leert dit duidelijk. De zeven brieven aan de zeven Gemeenten waar het Boek mee opent nemen de draad op met de geschiedenis van Israël vanaf het geven van de Wet of Tien Woorden met Sjavoeot in 1483 v. Chr. tot aan de komst van de Messias.

     

    Tot slot wil ik opmerken dat de brief van Paulus aan de heidenchristenen (Efeze 3) te Efeze haaks staat op de brief aan de Joodse Gemeente in diezelfde plaats. Wanneer we de inhoud van de brief van Christus aan de Gemeente te Efeze in het boek Openbaring vergelijken met de Efeze-brief van Paulus blijkt duidelijk dat we met twee verschillende bedelingen of huishoudingen Gods in de tijd te maken hebben. Het hoofdthema van de Efeze-brief van Paulus is ‘het geheimenis van de roeping der heidenen'. Paulus ontvouwt Gods plan om mensen uit elk volk, zowel vrouw als man van welke afkomst ook, samen te brengen in Christus. In dit Lichaam is iedereen gelijk. Dit Lichaam is de Gemeente van Christus. De Efeze-brief van Paulus leert dat een mens alleen door genade behouden kan worden.

    Efeze 2:4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, 5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden), 6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; 7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. 8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; 9 Niet uit de werken, opdat niemand roeme. 10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen. 11 Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt; 12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. 13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. 14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, 15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; 16 En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende. 17 En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren. 18 Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader. 19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; 20 Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; 21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; 22 Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

     

    Met een te volgen aflevering wil ik de brief van Christus aan de Gemeente te Smyrna bespreken: de tijdsperiode van Israël in de wildernis op weg naar het Beloofde Land.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    28-05-2019 om 13:20 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronologie en reisroute van veertig jaar wildernis voor Israël

    In het Bijbelboek Numeri hoofdstuk 33 vinden we de samenvatting door Mozes opgesteld, van de reizen van het volk Israël vanaf de Exodus uit Egypte tot de intocht in het Beloofde Land Kanaän veertig jaar later. Zij hebben weliswaar geen veertig jaar nodig gehad tot het bereiken van de grens van Kanaän. Daar arriveerden zij één jaar na de exodus uit Egypte al, maar weigerden toen het land in geloof binnen te trekken uit vrees voor de inwoners. Het oordeel was een verblijf in de wildernis aan de buitenrand van de grenzen van het Beloofde Land, totdat de generatie van de exodus vanaf twintig jaar en ouder in de wildernis gestorven zou zijn. Hoofdstuk 33 van het Bijbelboek Numeri geeft de reizen van Israël weer van pleisterplaats tot pleisterplaats en begint de reisroute vanaf Rameses in Egypte in de eerste maand Nisan (maart/april), op de vijftiende dag der eerste maand; daags na het Pascha toen het leger van Israël aan haar grote trek begon. Ik ga hierna het volledige hoofdstuk 33 citeren met de bekende namen der pleisterplaatsen in vette druk weergeven. De meeste namen van de pleisterplaatsen in de wildernis zijn vandaag moeilijk te identificeren. Dat de pleisterplaatsen zich echter in de wildernis zuidelijk en oostelijk van Kanaän aan de grenzen van Edom en Moab bevonden staat buiten twijfel. Er bestaat heel wat verwarring over de reisroute van de Israëlieten. Het grote struikelblok voor velen is de egyptologie en de datering van de geologische aardlagen in Kanaän aan de hand van de Egyptische tijdlijn. Men zoekt namelijk bewijs van de intocht van de Israëlieten in de verkeerde aardlagen. Dit onderwerp heeft de voorbije vier jaren al heel wat aandacht op mijn blog gekregen. Het meest recente artikel dienaangaande dateert alweer van 28.01.2019, de late datering van de exodus, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1548630000&stopdatum=1549234800

     

    Numeri 33:1 Dit zijn de reizen der kinderen Israëls, die uit Egypteland uitgetogen zijn, naar hun heiren, door de hand van Mozes en Aäron. 2 En Mozes schreef hun uittochten, naar hun reizen, naar den mond des HEEREN; en dit zijn hun reizen, naar hun uittochten. 3 Zij reisden dan van Rameses; in de eerste maand, op den vijftienden dag der eerste maand, des anderen daags van het pascha, togen de kinderen Israëls uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren; 4 Als de Egyptenaars begroeven degenen, welke de HEERE onder hen geslagen had, alle eerstgeborenen; ook had de HEERE gerichten geoefend aan hun goden. 5 Als de kinderen Israëls van Rameses verreisd waren, zo legerden zij zich te Sukkoth. 6 En zij verreisden van Sukkoth, en legerden zich in Etham, hetwelk aan het einde der woestijn is. 7 En zij verreisden van Etham, en keerden weder naar Pi-hachiroth, dat tegenover Baäl-sefon is, en zij legerden zich voor Migdol. 8 En zij verreisden van Hachiroth, en gingen over, door het midden van de zee, naar de woestijn, en zij gingen drie dagreizen in de woestijn Etham, en legerden zich in Mara. 9 En zij verreisden van Mara, en kwamen te Elim; in Elim nu waren twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich aldaar. 10 En zij verreisden van Elim, en legerden zich aan de Schelfzee. 11 En zij verreisden van de Schelfzee, en legerden zich in de woestijn Sin. 12 En zij verreisden uit de woestijn Sin, en zij legerden zich in Dofka. 13 En zij verreisden van Dofka, en legerden zich in Aluz. 14 En zij verreisden van Aluz, en legerden zich in Rafidim; doch daar was geen water voor het volk, om te drinken. 15 En zij verreisden van Rafidim, en legerden zich in de woestijn van Sinaï. 16 En zij verreisden uit de woestijn van Sinaï, en legerden zich in Kibroth-thaava. 17 En zij verreisden van Kibroth-thaava, en legerden zich in Hazeroth. 18 En zij verreisden van Hazeroth, en legerden zich in Rithma. 19 En zij verreisden van Rithma, en legerden zich in Rimmon-perez. 20 En zij verreisden van Rimmon-perez, en legerden zich in Libna. 21 En zij verreisden van Libna, en legerden zich in Rissa. 22 En zij verreisden van Rissa, en legerden zich in Kehelatha. 23 En zij verreisden van Kehelatha, en legerden zich in het gebergte van Safer. 24 En zij verreisden van het gebergte Safer, en legerden zich in Harada. 25 En zij verreisden van Harada, en legerden zich in Makheloth. 26 En zij verreisden van Makheloth, en legerden zich in Tachath. 27 En zij verreisden van Tachath, en legerden zich in Tharah. 28 En zij verreisden van Tharah, en legerden zich in Mithka. 29 En zij verreisden van Mithka, en legerden zich in Hasmona. 30 En zij verreisden van Hasmona, en legerden zich in Moseroth. 31 En zij verreisden van Moseroth, en legerden zich in Bene-jaakan. 32 En zij verreisden van Bene-jaakan, en legerden zich in Hor-gidgad. 33 En zij verreisden van Hor-gidgad, en legerden zich in Jotbatha. 34 En zij verreisden van Jotbatha, en legerden zich in Abrona. 35 En zij verreisden van Abrona, en legerden zich in Ezeon-geber. 36 En zij verreisden van Ezeon-geber, en legerden zich in de woestijn Zin, dat is Kades.

     

     

    De voortreffelijke atlas van J. B. Wolters, 1961, schafte ik in 1975 bij het begin van mijn studie van de Bijbel aan. Het was de eerste atlas van een inmiddels hele privéverzameling die ik sindsdien opbouwde. Sinds het ontstaan van het www-internet kwamen daar nog ettelijke interessante kaarten bij. De kaart van J.B. Wolters is voortreffelijk omdat het via één rode lijn de trek van de Israëlieten toont zonder vraagtekens erbij. Dat men de berg Gods in de Sinaïwoestijn plaatste heeft te maken met de christelijke traditie die toen niet in vraag werd gebracht. Via een blauwe lijn heb ik de trek vanuit Egypte tot de berg Gods in Arabië gecorrigeerd aangebracht. Van daar af gaat het via een rode lijn naar Kades waar we de draad weer opnemen. Vanuit Kades keerden zij na geruime tijd terug naar het gebied van Ezeon-Geber aan de Schelfzee daarbij het gebied van Edom omcirkelende. Vandaar ging het naar het noorden toe, naar het Beloofde Land.

     

    37 En zij verreisden van Kades, en legerden zich aan den berg Hor, aan het einde des lands van Edom. 38 Toen ging de priester Aäron op den berg Hor, naar den mond des HEEREN, en stierf aldaar, in het veertigste jaar na den uittocht van de kinderen Israëls uit Egypteland, in de vijfde maand, op den eersten der maand. 39 Aäron nu was honderd drie en twintig jaren oud, als hij stierf op den berg Hor. 40 En de Kanaäniet, de koning van Harad, die in het zuiden woonde in het land Kanaän, hoorde, dat de kinderen Israëls aankwamen. 41 En zij verreisden van den berg Hor, en legerden zich in Zalmona. 42 En zij verreisden van Zalmona, en legerden zich in Funon. 43 En zij verreisden van Funon, en legerden zich in Oboth. 44 En zij verreisden van Oboth, en legerden zich aan de heuvelen van Abarim, in de landpale van Moab. 45 En zij verreisden van de heuvelen van Abarim, en legerden zich in Dibon-gad. 46 En zij verreisden van Dibon-gad, en legerden zich in Almon-diblathaim. 47 En zij verreisden van Almon-diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo. 48 En zij verreisden van de bergen Abarim, en legerden zich in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho. 49 En zij legerden zich aan de Jordaan van Beth-jesimoth, tot aan Abel-sittim, in de vlakke velden der Moabieten. 50 En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende: 51 Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Wanneer gijlieden over de Jordaan zult gegaan zijn in het land Kanaän; 52 Zo zult gij alle inwoners des lands voor uw aangezicht uit de bezitting verdrijven, en al hun beeltenissen verderven; ook zult gij al hun gegotene beelden verderven, en al hun hoogten verdelgen. 53 En gij zult het land in erfelijke bezitting nemen, en daarin wonen; want Ik heb u dat land gegeven, om hetzelve erfelijk te bezitten. 54 En gij zult het land in erfelijke bezitting nemen door het lot, naar uw geslachten; dengenen, die veel zijn, zult gij hun erfenis meerder maken, en dien, die weinig zijn, zult gij hun erfenis minder maken; waarheen voor iemand het lot zal uitgaan, dat zal hij hebben; naar de stammen uwer vaderen zult gij de erfenis nemen. 55 Maar indien gij de inwoners des lands niet voor uw aangezicht uit de bezitting zult verdrijven, zo zal het geschieden, dat, die gij van hen zult laten overblijven, tot doornen zullen zijn in uw ogen, en tot prikkelen in uw zijden, en u zullen benauwen op het land, waarin gij woont. 56 En het zal geschieden, dat Ik u zal doen, gelijk als Ik hun dacht te doen. (Statenvertaling)

     

    Hierna volgen nog enkele accenten wat de chronologie van de veertig jaren betreft. Het Bijbelboek Exodus 19:1 leert dat de Israëlieten in de derde maand na de exodus uit Egypte, op dezelfde dag, in de woestijn aan de berg Gods arriveerden. Het vertrek uit Egypte hebben we gezien geschiedde op 15 nisan van het jaar 1483 v. Chr., en hun aankomst bij de berg Gods viel in de derde maand op 15 Siwan. Een dag later besteeg Mozes alleen de berg Gods. Dit is een geschiedenis die algemeen goed bekend is. Mozes krijgt op de berg het Woord van God, geschreven op stenen tabletten. Terwijl Mozes veertig dagen en veertig nachten op de berg Gods verblijft, keert in de aanbidding van een gouden kalf, het volk van Israël hem de rug toe, terug naar de goden van Egypte. Deze bekende geschiedenis verhaalt Stefanus in het Nieuwe Testament in 30 AD opnieuw voor de leiders van Israël, toen:

    Handelingen 7:36 Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren. 37 Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israëls gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen. 38 Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinaï, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven. 39 Denwelken onze vaders niet wilden gehoorzaam zijn, maar verwierpen hem, en keerden met hun harten weder naar Egypte; 40 Zeggende tot Aäron: Maak ons goden, die voor ons heengaan; want wat dezen Mozes aangaat, die ons uit het land van Egypte geleid heeft, wij weten niet, wat hem geschied is. 41 En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen. 42 En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis Israëls? 43 Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon. 44 De tabernakel der getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk geordineerd had Hij, Die tot Mozes zeide, dat hij denzelven maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had;

     

    De tabletten met het Woord van God die Mozes bij zijn eerste verblijf op de berg Gods ontvangen heeft, verbreekt hij voor de ogen van de Israëlieten, die tijdens zijn afwezigheid in hun hart naar de goden van Egypte waren teruggekeerd. Daarna gaat Mozes opnieuw de berg op (Deuteronomium 9:17-19), voor veertig dagen en veertig nachten.

    Tweemaal veertig dagen later zijn we haast drie maanden verder en volgens de Joodse overlevering in de Seder Olam was het pas met Jom Kippoer, de grote Verzoendag in de maand Tisjri (september/oktober) 1483 v. Chr., dat Mozes van de berg Gods kwam en de bouw van het Heiligdom met de ark van het verbond begon. Het volk Israël werd vergeven en kreeg nogmaals een kans tot het bereiken van hun doel.

    Exodus 39:42 Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israëls het ganse werk gemaakt. 43 Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.

     

     

    Eén jaar na de exodus was de tent der samenkomst in de woestijn in de maand april 1482 v. Chr. klaar.

     

    Exodus 40:16 Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij. 17 En het geschiedde in de eerste maand, in het tweede jaar, op den eersten der maand, dat de tabernakel opgericht werd….

    Exodus 40:34 Toen bedekte de wolk de tent der samenkomst; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde den tabernakel. 35 Zodat Mozes niet kon ingaan in de tent der samenkomst, dewijl de wolk daarop bleef, en de heerlijkheid des HEEREN den tabernakel vervulde. 36 Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israëls voort in al hun reizen. 37 Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd. 38 Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israëls in al hun reizen.

     

    De datering van het wonen van de HEERE God, de Sjekinah of de Heerlijkheid des HEEREN, in de wolkkolom in de tent der samenkomst, valt naar Exodus 40:17, in de eerste maand van het tweede jaar sinds de Exodus uit Egypte, op de eerste dag van die maand ofwel april van de westerse kalender in het jaar 1482 v. Chr. en vierden zij veertien dagen later hun eerste Pesachfeest in de woestijn:

    Numeri 9:1 En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende: 2 Dat de kinderen Israëls het pascha houden zouden, op zijn gezetten tijd. 3 Op den veertienden dag in deze maand, tussen twee avonden zult gij dat houden, op zijn gezetten tijd; naar al zijn inzettingen, en naar al zijn rechten zult gij dat houden. 4 Mozes dan sprak tot de kinderen Israëls, dat zij het pascha zouden houden. 5 En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinaï; naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israëls.

     

    Vijftig dagen later zouden ze de woestijn van Sinaï – de berg Gods – op hun trektocht naar het Beloofde Land, verlaten.

    Numeri 10: 11 En het geschiedde in het tweede jaar, in de tweede maand, op den twintigsten van de maand, dat de wolk verheven werd van boven den tabernakel der getuigenis. 12 En de kinderen Israëls togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinaï; en de wolk bleef in de woestijn Paran. 13 Alzo togen zij vooreerst op, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.

     

     

    Vanuit de wildernis rondom de berg Sinaï, trokken ze in mars kolom naar de woestijn van Paran.

    Numeri 12:16 Maar daarna verreisde het volk van Hazeroth (zie 33:17), en zij legerden zich in de woestijn van Paran.

     

    Het is vanuit de woestijn van Paran nabij Kades dat twaalf verspieders naar het Beloofde Land Kanaän werden uitgezonden.

    Numeri 13:1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 2 Zend u mannen uit: die het land Kanaän verspieden, hetwelk Ik den kinderen Israëls geven zal; van elken stam zijner vaderen zult gijlieden een man zenden, zijnde ieder een overste onder hen. 3 Mozes dan zond hen uit de woestijn van Paran, naar den mond des HEEREN; al die mannen waren hoofden der kinderen Israëls.

     

    Dit is een geschiedenis die algemeen bekend is. De twaalf verspieders verkennen gedurende veertig dagen het land, komen terug met druiventrossen die ze amper kunnen dragen, bevestigen dat het een land van melk en honing is, kortom een vruchtbaar land van overvloed. Maar tien van de twaalf verspieders overtuigen het volk dat het land onneembaar is vanwege de sterkte van de inwoners. Met zekerheid zouden zij ten onder gaan moesten ze pogen het land in te nemen. Het zijn alleen Jozua en Kaleb die geloof hebben en het land willen binnentrekken. Het volk echter laat zich overtuigen door de tien ongehoorzame verspieders en weigert binnen te trekken. Het resultaat is dat alle volwassenen van twintig jaar en daarboven gedoemd worden in de woestijn aan de rand van het Beloofde Land te blijven, tot zij allen gestorven zijn. De nieuwe generatie zou samen met Jozua en Kaleb achtendertig jaar later in 1443 v. Chr., het Beloofde Land binnentrekken.

    Numeri 14:28 Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, indien Ik ulieden zo niet doe, gelijk als gij in Mijn oren gesproken hebt! 29 Uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen; en al uw getelden, naar uw gehele getal, van twintig jaren oud en daarboven, gij, die tegen Mij gemurmureerd hebt. 30 Zo gij in dat land komt, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. 31 En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen ten roof worden! die zal Ik daarin brengen, en die zullen bekennen dat land, hetwelk gij smadelijk verworpen hebt. 32 Maar u aangaande, uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen! 33 En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn. 34 Naar het getal der dagen, in welke gij dat land verspied hebt, veertig dagen, elken dag voor elk jaar, zult gij uw ongerechtigheden dragen, veertig jaren, en gij zult gewaar worden Mijn afbreking. 35 Ik, de HEERE, heb gesproken: zo Ik dit aan deze ganse boze vergadering dergenen, die zich tegen Mij verzameld hebben, niet doe, zij zullen in deze woestijn te niet worden, en zullen daar sterven!

     

    Na de oordeelaankondiging van Numeri 14:28-35 was er een poging van de Israëlieten toch het Beloofde Land vanuit het zuiden binnen te rukken, maar werden naar het woord van Mozes smadelijk door de Kanaänieten en Amalekieten verslagen ( Num. 14:40-45) en teruggedreven tot Horma toe.

    Te Kades-barnea zouden de Israëlieten lange tijd vertoeven. De Joodse overlevering volgens de Seder Olam laat hen gedurende negentien jaar, de helft van de achtendertigjarige wildernistocht, te Kades verblijven (Deut. 1:46).

    Deuteronomium 2:14 De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.

     

    De trek door de woestijn van pleisterplaats naar pleisterplaats, na deze gebeurtenissen, staat in het Bijbelboek Numeri hoofdstuk 33 gedetailleerd beschreven. In totaal waren er tweeënveertig pleisterplaatsen op hun reis door de wildernis. De trek van de ene pleisterplaats naar de andere geschiedde onder leiding van ‘de wolk des HEEREN’ zoals we in Exodus 40:36-38 eerder gelezen hebben.

    Exodus 40:36 Als nu de wolk opgeheven werd van boven den tabernakel, zo reisden de kinderen Israëls voort in al hun reizen. 37 Maar als de wolk niet opgeheven werd, zo reisden zij niet tot op den dag, dat zij opgeheven werd. 38 Want de wolk des HEEREN was op den tabernakel bij dag, en het vuur was er bij nacht op, voor de ogen van het ganse huis Israëls in al hun reizen.

     

    Het getal tweeënveertig ‘42’ zien we ook in het Bijbelboek Openbaring vermeld. Daar niet als een getal dat 42 pleisterplaatsen voorstelt maar als een getal dat de toekomstige tijdsperiode weergeeft dat een gelovige rest van de Israëli’s een ballingschap in de over-Jordaanse woestijn doorbrengt terwijl in Israël en de wereld het eindtijd-’beest’ beter bekend onder de naam antichrist, gedurende tweeënveertig maanden (Openbaring 13:) zijn ding mag doen. Aan het einde van die tijdsperiode, ook Jacob ’s benauwdheid genoemd, zal de Koning der koningen en de Heer der heren Zijn koninkrijk oprichten en Israël definitief herstellen. Het meest recente artikel op dit over dit onderwerp dateert van 25.02.2019, het dal Achor, een deur der hoop…, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1551049200&stopdatum=1551654000

     

    Over de tijdsperiode van achtendertig jaar geeft Mozes geen jaartallen door. Het waren wat chronologie betreft achtendertig ‘stille’ jaren. We weten niet hoelang zij telkens op hun trek door de wildernis in de tweeënveertig vermelde pleisterplaatsen verbleven hebben. Het veertigste jaar echter, het jaar van de intocht, is nauwkeurig weergegeven tot op de dag, maand en jaar toe.

    De jongeren tot en met twintig jaar wiens leven gespaard werd groeiden tijdens deze periode samen met de nieuwe generaties die in die achtendertigjarige periode in de woestijn geboren werden, tot volwassenen op. En nu tot een volk dat op de HEERE God vertrouwde. De Bijbel noemt dit de bruidstijd van het oude Israël.

    Jeremia 2:1 Het woord des HEREN nu kwam tot mij: 2 Ga, predik ten aanhoren van Jeruzalem: Zo zegt de HERE: Ik gedenk de genegenheid van uw jeugd, de liefde van uw bruidstijd, toen gij Mij gevolgd waart in de woestijn, in onbezaaid land; 3 Israël was de HERE geheiligd, de eersteling zijner opbrengst; allen die daarvan wilden eten, zouden schuld op zich laden, onheil zou over hen komen, luidt het woord des HEREN.

     

    Hosea 2:13 Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart. 14 Ik zal haar aldaar haar wijngaarden geven, en het dal Achor maken tot een deur der hoop. Dan zal zij daar zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dage toen zij trok uit Egypte.

     

    Het Bijbelboek Numeri hoofdstuk 33 geeft een samenvatting van alle reizen van pleisterplaats tot pleisterplaats in de wildernis. Andere reisvermeldingen zoals in Numeri 21:1-35 dienen naar best vermogen in Numeri 33 ingevoegd te worden. De pleisterplaatsen bevonden zich rond omheen het gebied van Edom in het gebergte van Seïr (Deuteronomium 2:1), zoals de bijgevoegde landkaart uit de Bijbelatlas van J. B. Wolters aantoont. Alle pleisterplaatsen vandaag identificeren is niet meer mogelijk. Ik neem aan dat net zoals het geval was bij Sukkot de Israëlieten dikwijls zelf namen aan hun pleisterplaatsen gaven (Exodus, 2016, blz. 79-80). De archeologie (wanneer ze eerlijk is) kan ook geen soelaas brengen, aangezien de Israëlieten gedurende veertig jaar een nomadenbestaan leidden, dat geen sporen in de grond nalaat.

     

    In Egypte is het overigens op dit gebied nog erger gesteld waarbij heelder hoofdsteden tot op heden niet geïdentificeerd werden, door de archeologie tevoorschijn gebracht. Een voorbeeld is de hoofdplaats Itj-taoey van de twaalfde dynastie waar de juiste ligging tot op heden een vraagteken blijft (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 89/98). Een ander voorbeeld is de hoofdplaats Saïs van de zesentwintigste dynastie waar twijfel over de juiste ligging bestaat. De Koninklijke begraafplaats van de farao ’s van de zesentwintigste dynastie met alle pracht en praal door de oudheidhistoricus Herodotos (boek 2:169/170) beschreven werd tot op heden niet gevonden (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 375/384). Nog een voorbeeld is de hoofdstad Avaris die de Hyksos volgens Manetho bouwden. Tegenwoordig wordt de plaats Tell el Daba in de Nijldelta als het Avaris van de oudheid geïdentificeerd alhoewel heel wat vragen blijven. Zie het artikel van 21.05.2018 op dit blog: Waar lag de vestingstad stad Avaris en wie bouwde ze?, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1526853600&stopdatum=1527458400

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    20-05-2019 om 08:12 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herodotos’ ANYSIS, de blinde farao uit de gelijknamige stad Anysis

    Met onze aflevering van 06.05.2019 op dit blog behandelden we farao Asychis van de Egyptische koningslijst volgens de oudheidhistoricus Herodotos. Hij werd geïdentificeerd met farao Bocchoris uit de achtste eeuw v. Chr. Na farao Asychis regeerde volgens Herodotos een blinde man uit de stad Anysis, wiens naam eveneens Anysis was. Hierna de faraolijst van Herodotos samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

     

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

     

    Sethoos               2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 716 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    Hierna het betreffende gedeelte over farao Anysis uit het werk van Herodotos:

    Book 2:137. and after him reigned a blind man of the city of Anysis, whose name was Anysis. In his reign the Ethiopians and Sabacos the king of the Ethiopians marched upon Egypt with a great host of men; so this blind man departed, flying to the fen-country, and the Ethiopian was king over Egypt for fifty years, during which he performed deeds as follows:-- whenever any man of the Egyptians committed any transgression, he would never put him to death, but he gave sentence upon each man according to the greatness of the wrong-doing, appointing them work at throwing up an embankment before that city from whence each man came of those who committed wrong. Thus the cities were made higher still than before; for they were embanked first by those who dug the channels in the reign of Sesostris, and then secondly in the reign of the Ethiopian, and thus they were made very high: and while other cities in Egypt also stood high, I think in the town at Bubastis especially the earth was piled up. In this city there is a temple very well worthy of mention, for though there are other temples which are larger and built with more cost, none more than this is a pleasure to the eyes. Now Bubastis in the Hellenic tongue is Artemis, … …

     

     

    Achnaton uit Achet-aton

     

    De oudheidhistoricus Herodotos brengt in zijn tweede boek (Boek 2, 137-140) het verhaal van een blinde farao met de naam Anysis, een naam die eveneens met een stad in Egypte verbonden was: Anysis. Wie was deze farao wiens naam Herodotos noteerde in de vijfde eeuw v. Chr. toen hij in Egypte met de priesters aldaar navraag deed naar hun geschiedenis? Let op: de naam Anysis is bij Herodotos een Griekse versie van een faraonaam. De tijdsperiode waar we Anysis op de tijdsbalk moeten onderbrengen is de achtste eeuw v. Chr. Dit blijkt onder meer met de vermelding van de Ethiopiër Sabakoos als tijdgenoot die in de achtste eeuw v. Chr. thuishoort. Na de regeerperiode van Anysis volgde de regeerperiode van farao Sethos die volgens Herodotos Boek 2, 141, een tijdgenoot van de Assyriër Sanherib was. De regeerperiode van Sanherib is via de Bijbelse koning Hizkia vast op de tijdsbalk verankerd met de jaren: 705/680 v. Chr. (TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: Kroniek van koning Hizkia van Juda, blz. 327-330).

    De erudiete Dr. Immanuel Velikovsky (1895/1979) legde in zijn studie ‘Oedipus and Akhnaton, 1960, deel I, De blinde koning’, eveneens de link met de blinde Anysis van Herodotos en identificeerde in zijn boek: ‘Oedipus and Akhnaton, (1960)’, farao Achnaton met Anysis en met Oedipus uit de Griekse legende. Een legende die men overigens nooit tot een Griekse historische gebeurtenis heeft kunnen terugvoeren. Velikovsky heeft echter aangetoond het hier geen specifiek Griekse legende betreft maar dat het in wezen gaat over een historische tragedie uit het oude Egypte. Hij identificeert de Oedipus van het Griekse Thebe overtuigend met farao Achnaton van het Egyptische Thebe. Zijn werk leest als een waar detectiveverhaal, zoals bijvoorbeeld op de wijze waarop hij naspeurt naar de verhouding van Achnaton met zijn moeder Teje, nadat hij zijn vader Amonhotep III vermoord heeft. En Achnaton ‘s dochter Beketaton, verwekt bij zijn moeder. De relatie met zijn vrouw Nefertete enzoverder. De bewijzen die Velikovsky aanhaalt zijn zondermeer overtuigend: de blinde incestueuze Oedipus is dezelfde persoon als Achnaton, die ook in een later stadium van zijn regeerperiode met blindheid getroffen werd.

     

     

    In mijn boek ‘De zonaanbidder, de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016, borduurde ik verder op de bevindingen van Velikovsky. Dat Anysis met Achnaton geïdentificeerd kan worden blijkt uit het feit dat er nooit in heel de geschiedenis van het oude Egypte, meer dan één farao geweest was waarvan de persoonsnaam en de hoofdstad één en dezelfde waren. En farao Achn-aton van de achttiende dynastie is die ene farao die zijn naam aan de door hem nieuw gebouwde hoofdstad: Achn-aton, gaf. Dit is ook de piste die wijlen Dr. Bronson Feldman volgde. In een publicatie van ‘Catastrophism and Ancient History, Proceedings of the Second Seminar of catastrophism and ancient history, 1983, The Blind Pharaoh’, gaf de professor alle krediet aan Velikovsky met diens identificatie van Anysis met Achnaton, en voegde er aan toe dat de Griekse naam Anysis een verbastering is van het Egyptische Aton maar dan veranderd naar ‘Anyt. De naam ‘Aton’ of ‘Aten’ werd door de priesters waar Herodotos mee sprak nog altijd met afkeer uitgesproken, stelt Bronson, en vandaar de wijziging in ‘Anyt’. Dit verklaart dat één en ander voor Herodotos onduidelijk bleef na zijn gesprekken met de Egyptische priesters. Anysis alias Achnaton blijkt bij nader onderzoek namelijk één en dezelfde persoon geweest te zijn als Cheops. Volgens de Griekse legende bracht Oedipus een ballingschap door op een duineneiland. Dit stemt volgens Feldman, overeen met de geschiedenis die Herodotos in verband met Anysis brengt. Farao Anysis moest als een gevolg van een Ethiopische invasie onder leiding van Sabacos, in een moerasland vluchten waar hij vijftig jaar zou verblijven. Na het vertrek van de Ethiopiërs (of Nubiërs) kwam de blinde Anysis uit zijn ballingsoord tevoorschijn en zette daarna zijn heerschappij verder.

    De invasie van de Ethiopiër Sabacos of Sjabaka zit chronologisch verankerd met het jaar 722 v. Chr., het stervensjaar van koning Achaz van Juda met een meganatuurcatastrofe dat toen de oude wereld trof. De natuurramp was de aanleiding voor de Ethiopiër Sjabaka om in zijn tweede regeringsjaar Egypte binnen te vallen De invasie betekende ook het einde van de vierentwintigste dynastie doordat Sjabaka zoals we gezien hebben in het artikel over Asychis, farao Bocchoris op een brandstapel terechtstelde.

    Wanneer we de tijdsperiode van vijftig jaar Ethiopische heerschappij volgens Herodotos Boek 2, 137, vanaf 722 v. Chr. hanteren arriveren we op de tijdsbalk in het jaar 672 v. Chr. Dat is volgens mijn reconstructie van de geschiedenis van het oudheid-Egypte het laatste regeringsjaar van farao Eje alvorens Horemheb de heerschappij naar zich toetrok en de Ethiopiërs uit Egypte verdreef. Zie het artikel van 12.11.2018, Farao Eje van de achttiende dynastie alias Kreon van de Griekse legende, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1541977200&stopdatum=1542582000

    Het wegtrekken van de Ethiopiërs zoals Herodotos (Boek 2,139) het vermeld, gebeurde in werkelijkheid met het leger van Horemheb op hun hielen. Van Horemheb is er namelijk een vermelding van een veldtocht naar Koesj bewaard gebleven.

     

    De orthodoxe Egyptologie heeft farao Achnaton in de veertiende eeuw v. Chr. op de tijdsbalk geplaatst en dit op basis van hun foutieve veronderstelling dat er een Sothis-kalender in het oude Egypte in gebruik was. Het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid heeft dit weerlegd. Zie o.a. het artikel op 18.02.2019 op dit blog, de kalender van het oude Egypte nagerekend…, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1550444400&stopdatum=1551049200

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    13-05-2019 om 07:55 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-05-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Egyptische faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos (vervolg)

    De faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos heeft al geruime tijd op dit blog mijn aandacht. Met de aflevering van 29.04.2019 behandelde ik de controversiële koningen Cheops, Chefren en Mykerinos van Herodotos, de bekende piramidebouwers die chronologisch gezien in de achtste eeuw v. Chr. thuishoren. Ik schrijf controversieel omdat de orthodoxe egyptologie deze koningen met heersers van de vierde dynastie van Manetho verbind. De identificatie van Cheops, Chefren en Mykerinos met de farao ’s Amonhotep IV, Smenkhkare en Toetanchaton is voor velen een breekpunt en een brug te ver. Het is wachten op de archeologie om eventueel een verwijzing naar de historische bouwer van de grote piramide in een alsnog verborgen kamer te vinden.

    Maar eerst nu de volledige faraolijst van Herodotos samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos           2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

     

    Asychis               2 :136        8ste eeuw v. Chr.

     

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

    Sethoos               2 :141         tijdgenoot Sanherib, Assyrië – 716 v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    De opvolger van de laatste piramidebouwer Mykerinos is een farao die van Herodotos de Griekse naam Asychis meekreeg. Het is een naam die in geen enkele bekende (Griekstalige) koningslijst voorkomt. Hierna het citaat van Herodotos over Asychis:

    Book 2:136. After Mykerinos the priests said Asychis became king of Egypt, and he made for Hephaistos (Ptah) the temple gateway which is towards the sunrising, by far the most beautiful and the largest of the gateways; for while they all have figures carved upon them and innumerable ornaments of building besides, this has them very much more than the rest. In this king's reign they told me that, as the circulation of money was very slow, a law was made for the Egyptians that a man might have that money lent to him which he needed, by offering as security the dead body of his father; and there was added moreover to this law another, namely that he who lent the money should have a claim also to the whole sepulchral chamber belonging to him who received it, and that the man who offered that security should be subject to this penalty, if he refused to pay back the debt, namely that neither the man himself should be allowed to have burial when he died, either in that family burial-place or in any other, nor should he be allowed to bury any one of his kinsmen whom he lost by death. This king desiring to surpass the kings of Egypt who had arisen before him left as a memorial of himself a pyramid which he made of bricks, and on it there is an inscription carved in stone and saying thus: "Despise not me in comparison with the pyramids of stone, seeing that I excel them as much as Zeus excels the other gods; for with a pole they struck into the lake, and whatever of the mud attached itself to the pole, this they gathered up and made bricks, and in such manner they finished me." Such were the deeds which this king performed;…

     

    Heel veel informatie ter identificatie van Asychis met namen van de overige Egyptische koningslijsten hebben we niet. Dat ook hij in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoort is zeker. Zijn opvolger Anysis uit de stad Anysis wordt door Herodotos namelijk met de Assyriër Sanherib verbonden. Een Assyrische koning waar in de Bijbel naar verwezen wordt bij de belegering van Jeruzalem in 709 v. Chr. ten tijde van de regeerperiode van koning Hizkia van Juda. Egypte was in die periode een lappendeken van dynastieën die ieder over hun deel van Egypte de plak zwaaiden (De zonaanbidder, 2016, blz. 65-75). Er zijn aldus meerdere kandidaat-farao ’s voorhanden ter identificatie van Herodotos’ Asychis. Herodotos beschrijft zijn Asychis in de eerste plaats als een wetgever en dit vereenvoudigt de identificatie. Een farao-wetgever voor deze periode is Bakenranef of Bocchoris. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 301-306, heb ik een hoofdstuk aan deze farao besteed.

     

     

    In de achtste eeuw v. Chr. was Egypte als een lappendeken van een aantal huizen of dynastieën die elk over hun deel van het land heersten. Farao Bocchoris alias Asychis behoorde tot de vierentwintigste dynastie met de hoofdplaats te Memfis.

     

    Volgens de historicus Diodorus van Sicilië was Bocchoris een van de zes grote wetgevers van Egypte: hij regelde het verbintenissenrecht en verbood slavernij op grond van schulden (1.65, 79, 94). De Egyptische oudheidhistoricus Manetho die in het Grieks zijn geschiedenis van Egypte in de derde eeuw voor Christus neerschreef, vermeld twee bijzondere gebeurtenissen uit de tijd van Bocchoris’ bewind. De eerste gebeurtenis is de rampenprofetie van het lam, een verhaal dat door auteurs als Claudius Aelianus (De Natura Animalis 12.3) later eveneens vermeld werd. De tweede gebeurtenis die Manetho vermeld, is de gevangenneming van Bocchoris door Sjabaka van de vijfentwintigste dynastie en het feit van de terechtstelling van Bocchoris op een brandstapel. Het verankeren van de regeerperiode van farao Bocchoris op de tijdsbalk heb ik uitgevoerd via diens laatste regeringsjaar te verankeren met het tweede regeringsjaar van farao Sjabaka van de vijfentwintigste dynastie. Het tweede regeringsjaar van de Kuschiet Sjabaka wordt namelijk door een Apis-stele verbonden met het zesde regeringsjaar van Bocchoris. Daarenboven leert Manetho dat Sjabaka farao Bocchoris omgebracht heeft door hem op een brandstapel te plaatsen. De Ethiopische vijfentwintigste dynastie heb ik verankerd via de regeerperiode van farao Tirhaka die bij naam in de Bijbel vermeld staat. De meganatuurcatastrofe van het voorjaar van 722 v. Chr. in het sterfjaar van koning Achaz van Juda, is volgens mijn reconstructie gelijk aan het zesde regeringsjaar van Bocchoris, het jaar in Egypte van ‘de profetie van het lam’, dat eveneens een meganatuurcatastrofe beschrijft.

    De Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus (Against Apion, Book 1.34 en 2.2) vermeldt farao Bocchoris in zijn betoog tegen Apion die deze farao foutieve lijk met de Exodus verbond. Volgens mijn reconstructie van de geschiedenis van de oudheid maakte Bocchoris de terugtrekking van het Judese leger van koning Uzzia uit Egypte mee. Zie het artikel van 08.12.2017 op dit blog: Azarja de koning van Juda, heerser over Klein-Azië en Egypte in de achtste eeuw v. Chr., zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1512342000&stopdatum=1512946800

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    06-05-2019 om 11:19 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Egyptische faraolijst van de oudheidhistoricus Herodotos (vervolg)

    We vervolgen deze week met de faraolijst van Herodotos. Op 04.03.2019 gaven we aandacht aan de farao ’s Sesostris en Pheros en identificeerden hen met twee farao ’s van Manetho ’s achttiende dynastie: Thothmosis III en Amonhotep II. Herodotos die in de vijfde eeuw v. Chr. Egypte bezocht en daar met de priesters over de oude geschiedenis van Egypte sprak geeft een faraolijst door met unieke Griekse namen die afwijken van de Griekse namen van Egyptische farao ‘s die ons via de Egyptische oudheidhistoricus Manetho bereikten. Het is een hele opdracht om de namen van Herodotos met historische farao ’s te identificeren. Een moeilijke opdracht weliswaar maar geen onmogelijke. Met onze aflevering van 11.03.2019 op dit blog behandelden we de farao ’s Proteus en Rampsinitos en identificeerden hen met de farao ’s Thothmosis IV en Amonhotep III van Manetho ’s lijst. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3147858

    De orthodoxe Egyptologie verwerpt de rangschikking van Herodotos’ koningslijst aangezien deze niet past in hun reconstructie van de oude geschiedenis van Egypte gebaseerd op het vermeende gebruik toen van een dubbele kalender: de Sothis-perioden. Volgens hen zijn de namen van Herodotos niet in opeenvolging genoteerd. Sesostris bijvoorbeeld, de eerste farao die Herodotos na de voortijd opgeeft behoort volgens hen tot het Midden-rijk en wordt op basis van de dubbele Sothis-kalender in de negentiende eeuw v. Chr. als Sesostris III van 1878 tot 1841 v. Chr., gedateerd. De tweede naam die Herodotos doorgeeft: Proteus, komt ook niet voor in enige (Griekstalige) koningslijst van Egypte maar wordt op basis van de Trojaanse oorlog in de twaalfde eeuw v. Chr. geplaatst. Maar ook de chronologie van Griekenland en Klein-Azië is aan een revisie toe. Zie het artikel op dit blog van 30.07.2018: De datering van de val van Homeros’ Troje, link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1532901600&stopdatum=1533506400

    Hierna de betreffende faraolijst van Herodotos samen met hun historische verankering op de tijdsbalk:

    Herodotos                    Boek:                   historische verankering op tijdsbalk:

    Sesostris             2 :102        Thothmosis III, Rehabeam – 961 v. Chr.

    Feroos/Pheros    2 :111                   Amonhotep II – 941 v. Chr.

    Proteus               2 :112         Thothmosis IV – 800 v. Chr.

    Rampsinitos       2 :121         Amonhotep III – 776 v. Chr.

    ^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

    Cheops                2 :124        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Chefren               2 :127         piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    Mykerinos          2 :129        piramidebouwer – 8ste eeuw v. Chr.

    ^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

    Asychis                2 :136        8ste eeuw v. Chr.

    Anysis                 2 :137         tijdgenoot Sabakoos – 8ste eeuw v. Chr.

    Sethoos               2 :141         tijdgenoot Sanherib – 8ste eeuw v. Chr.

    12 koningen        2 :147         Ramessieden

    Psammetichos    2 :152         675 v. Chr.

    Neko                   2 :158         Neko – 605 v. Chr.

    Psammis             2 :159

    Apriës                 2 :161         Hofra

    Amasis                2 :172         525 v. Chr.

     

    Wanneer we de koningslijst van Herodotos als een lijst beschouwen van een opeenvolging van farao ’s die ooit over het oude Egypte heersten, blijkt dat de piramidebouwers met de namen Cheops, Chefren en Mykerinos in de achtste eeuw v. Chr. op de tijdsbalk thuishoren. De farao ’s die na Mykerinos komen behoren namelijk allen tot die bepaalde eeuw. Farao Anysis (die we in een nog te volgen artikel zullen bespreken) was een tijdgenoot van de Ethiopiër Sabakoos of Sjabaka van de vijfentwintigste dynastie. Zijn opvolger was volgens Herodotos farao Sethoos die een tijdgenoot van de Assyriër Sanherib was. Al deze koningen zitten op de tijdsbalk verankerd in de achtste eeuw v. Chr. Zo ook de piramidebouwers Cheops, Chefren en Mykerinos, volgens Herodotos. Na de voorspoedige regeerperiode van Rampsinitos die Egypte orde en grote welvaart bracht heeft Herodotos Cheops op de tijdsbalk geplaatst die het land in korte tijd in ellende stortte.

    Herodotos Book 2:124. ‘Down to the time when Rhampsinitos was king, they told me there was in Egypt nothing but orderly rule, and Egypt prospered greatly; but after him Cheops became king over them and brought them to every kind of evil: for he shut up all the temples, and having first kept them from sacrificing there, he then bade all the Egyptians work for him. So some were appointed to draw stones from the stone-quarries in the Arabian mountains to the Nile, and others he ordered to receive the stones after they had been carried over the river in boats, and to draw them to those which are called the Libyan mountains; and they worked by a hundred thousand men at a time, for each three months continually. Of this oppression there passed ten years while the causeway was made by which they drew the stones, which causeway they built, and it is a work not much less, as it appears to me, than the pyramid; for the length of it is five furlongs and the breadth ten fathoms and the height, where it is highest, eight fathoms, and it is made of stone smoothed and with figures carved upon it. For this, they said, the ten years were spent, and for the underground chambers on the hill upon which the pyramids stand, which he caused to be made as sepulchral chambers for himself in an island, having conducted thither a channel from the Nile. For the making of the pyramid itself there passed a period of twenty years; and the pyramid is square, each side measuring eight hundred feet, and the height of it is the same. It is built of stone smoothed and fitted together in the most perfect manner, not one of the stones being less than thirty feet in length.

     

     

    De orthodoxe Egyptologie heeft de bouw van de piramiden op het Gizehplateau met farao ’s van de vierde dynastie van Manetho verbonden: Choefoe, Chafre en Menkaoere. Nochtans berust hun identificatie van Cheops, Chefren en Mykerinos met Choefoe, Chafre en Menkaoere op zwakke grond!

    De muren aan de binnenzijde van de grote piramide zijn namelijk blank. Geen enkele hiëroglief of enige afbeelding met verwijzing naar een eventuele architect, koning of afgod zijn op de muren te vinden. Uitsluitend in de drukverminderingskamer boven de koningskamer is er in de grote piramide met rode inkt de naam Choefoe aangebracht. Het was in het jaar 1837 dat de onderzoeker Howard Vyse de ontdekking van de naam van de bouwer wereldkundig maakte. Hij had zich op gewelddadige wijze (niet professioneel) door middel van gebruik van dynamiet een weg naar de drukverminderingskamer boven de koningskamer gebaand. De zogenaamde ontdekking van de naam Choefoe in rode inkt gebeurde aan het einde van een duur archeologisch seizoen van onderzoek. De ontdekking van de bouwer van de grote piramide kwam zodoende op tijd om de gemaakte kosten te rechtvaardigen. Dat is één theorie. Hoogstwaarschijnlijk zijn de inkt-inscripties door Vyse zelf aangebracht.

     

    Wat weinig of geen aandacht krijgt is het feit dat van alle drie zogenaamde piramidebouwers-farao ’s van de vierde dynastie graftombe ’s gevonden zijn, wat onlogisch is indien de piramiden op het Gizehplateau als laatste rustplaats voorzien waren. Zo heeft Menkaoere een niet afgewerkte piramide op de begraafplaats van de vierde dynastiekoningen en is hij volgens onverklaarbare redenen aan de bouw van een tweede piramide op het Gizeh-plateau begonnen. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 77-88, ga ik hier uitvoerig op in. Van Seneferoe, de voorganger van Choefoe, bestaan er drie piramides die aan hem worden toegeschreven. Een van deze piramides kan van Chafre geweest zijn. Ook van Choefoe is een extra graftombe tevoorschijn gekomen, een vondst die echter door de orthodoxie niet wordt opgemerkt. Het is een piramide (of de restanten ervan) die in april 2002 door een Zwitsers/Frans team van Egyptologen op een site te Aboe Roasj ontdekt werd. De piramide ligt niet ver van de piramide die aan Djedefre, een zoon van Choefoe wordt toegeschreven. In de restanten van de ontdekte piramide zat een grote Alabaster plaat met de inscriptie: HR MD DDW HWFW dat de Horus naam van Choefoe is. Hoogstwaarschijnlijk heeft men de ware laatste rustplaats van Choefoe vlak naast de piramide van zijn zoon Djedefre tevoorschijn gebracht. Wanneer men afbeeldingen van de piramiden-constructies tussen enerzijds het Gizeh-plateau en anderzijds het bouwwerk van Djedefre en Choefoe te Aboe Roash vergelijkt valt onmiddellijk de erbarmelijke staat van de piramiden op. Waar is de kennis gebleven die aan de grondslag van de piramide van Cheops lag in vergelijking met die van Djedefre en Choefie te Aboe Roash?

    Een volgende vaststelling is dat de familierelatie tussen Cheops, Chefren en Mykerinos onderling zoals Herodotos die beschrijft niet overeenstemt met de farao ’s Choefoe, Chafre en Menkaoere van de vierde dynastie van Manetho. Volgens Herodotos was Mykerinos een zoon van Cheops en Chefren de broer van Cheops. In de vierde dynastie is Menkaura echter een kleinzoon van Choefoe. Alleen bij de godsdienstfanatici Cheops, Chefren en Mykerinos alias Achnaton, Smenkhkare en Toetanchaton klopt het familiale verband van Herodotos.

    Voor de Egyptologie is dit een detail dat niet afdoet aan hun foutieve identificatie van Choefoe, Chafre en Menkaoere met Cheops, Chefren en Mykerinos. Zij nemen Herodotos sowieso niet serieus. De naam van Choefoe in hiërogliefenschrift met rode inkt in de drukverminderingskamer boven de koningskamer (op een meest onwaarschijnlijke plaats) aangebracht is voor hen doorslaggevend? Dat de binnenmuren van de piramiden in afwijking met alle andere bouwwerken in het Egypte van de oudheid, blank zijn is geen probleem? Nochtans hebben de beeld loze binnenmuren alleen zin bij een afwijzen van het Egyptische veelgodendom door Cheops.

    De piramiden op het Gizehplateau hebben al langer mijn aandacht. Op 07.06.2017 schreef ik op dit blog een artikel: door wie werd de grote piramide op het Gizehplateau gebouwd en wanneer? Link: https://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1496613600&stopdatum=1497218400

    Anno 2002 werd vanuit de koninginkamer in de grote piramide door het bekende ‘National Geographic Genootschap’ in samenwerking met de Egyptische autoriteiten onderzoek in de zogenaamde luchtschachten gedaan. Met een geavanceerde kleine computer gestuurde robot-camera-tractor werd doorheen een eerder ontdekt deurtje in de zuidelijke luchtschacht met een steenboor een andere deur blootgelegd. Wat zich hier eventueel achter bevindt blijft alsnog een vraagteken. Het is intussen wachten op het voortzetten van dit boeiende project.

     

    Wanneer we Herodotos’ faraolijst voor correct houden en vooral de opgegeven farao’ s in opeenvolging over Egypte zien heersen, dan wordt Rampsinitos alias Amonhotep III opgevolgd door Cheops/Achnaton.

    Daarna volgde Chefren/Smenkhkare, gevolgd door Mykerinos/Toetanchaton. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 345-353, heb ik de identificatie van Herodotos’ Mykerinos met Toetanchaton, beter bekend als Toetanchamon aangetoond. Ook de piramide van Mykerinos werd door dezelfde ontdekkingsreiziger kolonel R. W. Howard Vyse in 1837 onder handen genomen. Ook de binnenmuren van de piramide van Mykerinos zijn blank bevonden. Geen afbeeldingen van enige afgod of koning zijn voorhanden. De enige uitzondering is de naam van Menkaoere in hiërogliefenschrift met rode verf geschreven op de voor de rest blanke muren aangebracht. Men kan aannemen dat Vyse dezelfde pot rode verf gebruikte als in de grote piramide waar hij de naam Choefoe in de bovenste drukkingskamer op de muur aanbracht. In mijn studie TIJD en TIJDEN, geef ik aandacht aan de sarcofaag die door Vyse in de piramide van Mykerinos ontdekt werd. De sarcofaag bevatte de restanten van een doodskist maar geen stoffelijke resten van de farao. Van de basalten sarcofaag werd door Vyse een ets gemaakt.

     

     

    En deze afbeelding is de enige illustratie vandaag voorhanden van de sarcofaag. De sarcofaag in kwestie werd namelijk in 1838 naar Engeland naar het British Museum verscheept, maar het schip dat de sarcofaag vervoerde, leed in de buurt van Livorno (Italië) schipbreuk en ging verloren. De doodskist werd op een ander schip verladen en vond wel haar plek in het British Museum. Volgens het deskundige commentaar van het British Museum behoort de kist (of wat er van rest) tot de periode van de zesentwintigste dynastie. Een dynastie die op de tijdsbalk in de zevende en zesde eeuw v. Chr. verankerd zit. Voor de orthodoxie is het een raadsel hoe een kist uit de zesde eeuw v. Chr. in een grafkamer van het derde millennium v. Chr. kon terecht komen. Men gaat er van uit dat er ten tijde van de zesentwintigste dynastie een poging tot restauratie van het graf is uitgevoerd. Deze veronderstelling blijft echter gissen, en levert vraagteken op vraagteken. Want het gaat niet alleen om de gevonden doodskist, ook de afgebeelde basalten sarcofaag op de ets van Vyse, wordt door specialisten niet ten tijde van de Egyptische vierde dynastie gedateerd, maar eveneens in de zesde eeuw v. Chr., ten tijde van de Saïtische periode. Met deze twee gegevens voorhanden: de sarcofaag en de kist, kunnen we redelijk goed besluiten dat de piramide van Mykerinos niet in ongeveer 2500 v. Chr. gebouwd werd maar eerder rond 700/600 v. Chr. En dat de chronologische reconstructie die ik in ‘TIJD en TIJDEN, 2015, heb aangeboden, wel degelijk steek houdt. Herodotos heeft dan wel degelijk goed naar zijn gastheren in Egypte geluisterd en het verhaal van de Aton-ketters in de achtste eeuw v. Chr. ondergebracht.

    Mykerinos alias Toetanchamon zou bij zijn aan de macht komen zijn vaders daden Cheops/Achnaton zo goed mogelijk herstellen en de gesloten tempels van Egypte na een periode van 106 jaar opnieuw laten openen.

    Herodotos 2:129. After him, they said, Mykerinos became king over Egypt, who was the son of Cheops; and to him his father's deeds were displeasing, and he both opened the temples and gave liberty to the people, who were ground down to the last extremity of evil, to return to their own business and to their sacrifices: also he gave decisions of their causes juster than those of all the other kings besides. Etcetera…

    De beschrijving van de historicus Herodotos past volkomen in het historische plaatje dat we kennen in de geschiedenis Toetanchaton, de zoon van Achnaton, die bij het aan de macht komen, zijn naam zou veranderen van Toetanch-‘aton’ naar Toetanch-‘amon’ en de eredienst aan de god Amon herstelde.

     

     

    Met mijn boek ‘De zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja’, 2016, heb ik mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid betreffende deze epoque verduidelijkt. De Aton-ketters hebben veel langer geregeerd dan hun door de orthodoxe egyptologie gegunde regeerperiode. Hun tirannieke regeerperiode liep in werkelijkheid van 739 v. Chr. tot 671 v. Chr. waarna generaal Horemheb de macht verkreeg en daarop een beeldenstorm in Egypte doorvoerde. Alles wat herinnerde aan de onheilsperiode van de Aton-volgers werd vernietigd. Wat overbleef waren ‘rags and tatters’ waar de egyptologie vandaag meer mee tracht in te vullen dan mogelijk is. Tenzij men Herodotos wat deze epoque betreft naar waarheid zou waarderen.

     

    De conventionele Egyptologie gunt Achnaton een regeerduur van slechts zeventien jaar en dit op basis van het hoogste jaartal dat in de ruïnes van Achetaton het huidige Amarna, is aangetroffen. Maar dit blijft bij het ontbreken van andere verifieerbare gegevens, gissen.

    De Egyptische oudheidhistoricus Manetho vermeldt de Aton-aanhangers in zijn koningslijst niet maar geeft alternatieve namen op die ons in staat stellen de regeerperiode van de Aton-ketters ongeveer te bepalen. Recent schreef ik op dit blog een artikel dienaangaande op 12.11.2018. Zie link:

    http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1541977200&stopdatum=1542582000 en scrol naar beneden.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    29-04-2019 om 06:57 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-04-2019
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De volgorde van de gebeurtenissen bij de opstanding van Jezus Christus

    Alle vier evangelisten: Matteüs, Markus, Lukas en Johannes, berichten over de gebeurtenissen op zondagmorgen 9 april 30 AD: de opstanding uit de dood van de Heer Jezus Christus. Wat logisch is want de opstanding van Christus is het hart, de kern van het evangelie.

    Paulus aan de Korintiërs, 1 Korintiërs 15:1 Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat; 2 Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt. 3 Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; 4 En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; 5 En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven. 6 Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen. 7 Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen. 8 En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. 9 Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb. 10 Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.

     

     

    De bedoeling van dit artikel is de chronologie van de beschreven gebeurtenissen door de evangelisten te rangschikken. De definitie van chronologie is de volgende: volgorde van tijdstippen, waarop gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Ons Nederlandse woord ‘chronologie’ komt uit het Grieks: ‘K R O N O L O G I A. ‘Kronos’ betekent tijd en ‘legein’ betekent ‘zeggen’ of ‘vertellen’. Chronologie is de ruggengraat van alle geschiedschrijving. ‘Chronos’ en ‘Chronologie’ en neemt in de Bijbel een belangrijke plaats in. Hierna vooreerst de vier betreffende Bijbelgedeelten over die gedenkwaardige zondagmorgen:

    Matteüs 28:1 En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien. 2 En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde den steen af van de deur, en zat op denzelven. 3 En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw. 4 En uit vrees van hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden. 5 Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was. 6 Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.

     

    Marcus 16:1 En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden. 2 En zeer vroeg op den eersten dag der week, kwamen zij tot het graf, als de zon opging; 3 En zeiden tot elkander: Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen? 4 (En opziende zagen zij, dat de steen afgewenteld was) want hij was zeer groot. 5 En in het graf ingegaan zijnde, zagen zij een jongeling, zittende ter rechter zijde, bekleed met een wit lang kleed, en werden verbaasd. 6 Maar hij zeide tot haar: Zijt niet verbaasd; gij zoekt Jezus den Nazarener, Die gekruist was; Hij is opgestaan; Hij is hier niet; ziet de plaats, waar zij Hem gelegd hadden.

     

     

    © Gustave Doré (1832/1883)

     

    Lucas 24: 1 En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar. 2 En zij vonden den steen afgewenteld van het graf. 3 En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet. 4 En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen. 5 En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden? 6 Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was, 7 Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.

     

    Johannes 20:1 En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena vroeg, als het nog duister was, naar het graf; en zag den steen van het graf weggenomen. 2 Zij liep dan, en kwam tot Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet, waar zij Hem gelegd hebben.

     

    De volgorde der gebeurtenissen wanneer we de vier verhalen bundelen, is de volgende:

    Drie vrouwen: Maria Magdalena, Maria de moeder van Jezus, en Salome, vertrekken naar de graftombe, gevolgd door andere vrouwen die specerijen bij zich hebben. De drie vinden de steen weggerold, en Maria Magdalena gaat dit de discipelen meedelen (Lucas 23:55, 24:9; Johannes 20: 1-2). Maria, de moeder van Jakobus en Joses, komt dichterbij de graftombe en ziet de engel des Heeren (Matteüs 28:2). Zij gaat terug om de andere vrouwen te ontmoeten die met de specerijen aan het volgen waren. Intussen komen Petrus en Johannes aan, die door Maria Magdalena ingelicht werden. Zij kijken in de tombe en gaan weg (Johannes 20:3-10). Maria Magdalena arriveert vervolgens terug aan de graftombe, ziet de twee engelen en daarna Jezus (Johannes 20:11-18). Op een woord van Jezus gaat zij de discipelen inlichten. Maria (moeder van Jakobus en Joses) heeft ondertussen de vrouwen met de specerijen ontmoet en keert met hen terug. Zij zien de twee engelen (Lucas 24:4- 5, Markus 16:5). Ook zij horen de blijde boodschap van de engelen en gaan vervolgens de discipelen opzoeken en ontmoeten hierbij Jezus (Matteüs 28: 8-10).

    De tekst hierboven is een vrije vertaling van het commentaar van de Bijbelvorser C. I. Scofield (1843/1921) op Matteüs hoofdstuk 28, zie link: https://www.biblestudytools.com/commentaries/scofield-reference-notes/matthew/matthew-28.html

     

    Een vaststelling na het lezen van de betreffende Bijbelgedeelten is dat vrouwen de eerste getuigen en verkondigers waren van de opstanding van de Heer Jezus Christus. Vrouwen waren ook aanwezig geweest bij de kruisiging van Jezus en waren daar ook gebleven tot aan Zijn sterven toe (Matteüs 27:55-56 en Johannes 19:25). Van de apostelen wordt alleen de aanwezigheid van Johannes vermeld (Johannes 19:25-27). De andere mannen waren blijkbaar ondergedoken. De vrouwen waren aanwezig toen Jezus' lichaam van het kruis werd genomen en maakten dat het dood gefolterde en leeggebloede lichaam van Jezus zo goed mogelijk verzorgd (Lucas 23:55-56) in het graf van Jozef van Arimatea geborgen kon worden. De apostelen waren op dat moment nergens te bespeuren. Alleen Nicodemus en Jozef van Arimatea worden ter plaatse vermeld om de begrafenis te organiseren (Johannes 19:38-42).

    Aan Jozef van Arimatea wil ik hier iets meer aandacht geven. De evangelist Matteüs beschrijft hem als een rijk man (Matteüs 27:57) en ook als een discipel van Jezus. De evangelist Markus noemt Jozef van Arimatea: ‘een eerlijk raadsheer’ die al zijn moed bijeen vergaarde en naar Pilatus ging en vroeg en verkreeg het lijk van Jezus ter bijzetting in zijn voor zich voorziene graftombe.

    Marcus 15:42 En als het nu avond was geworden, dewijl het de voorbereiding was, welke is de voorsabbat; 43 Kwam Jozef, die van Arimatea was, een eerlijk raadsheer, die ook zelf het Koninkrijk Gods was verwachtende, en zich verstoutende, ging hij in tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. 44 En Pilatus verwonderde zich, dat Hij alrede gestorven was; en den hoofdman over honderd tot zich geroepen hebbende, vraagde hem, of Hij lang gestorven was. 45 En als hij het van den hoofdman over honderd verstaan had, schonk hij Jozef het lichaam. 46 En hij kocht fijn lijnwaad, en Hem afgenomen hebbende, wond Hem in dat fijne lijnwaad, en leide Hem in een graf, hetwelk uit een steenrots gehouwen was; en hij wentelde een steen tegen de deur des grafs. (Statenvertaling)

     

    Volgens de normale gang der zaken zou Jezus samen bij de andere criminelen begraven zijn. Het was de moedige actie van de rijke raadsheer Jozef van Arimatea dat Jezus in een nieuwe graftombe gelegd werd. Samen met Nicodemus heeft Jozef van Arimatea het lichaam van Jezus verzorgd en in zijn uit een rots gehouwen graftombe geborgen.

    Johannes 19:38 En daarna Jozef van Arimatea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg. 39 En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloe; omtrent honderd ponden gewichts. 40 Zij namen dan het lichaam van Jezus, en bonden dat in linnen doeken met de specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven. 41 En er was in de plaats, waar Hij gekruist was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest. 42 Aldaar dan legden zij Jezus, om de voorbereiding der Joden, overmits het graf nabij was.

     

    Volgens de evangelist Lucas maakte Jozef van Arimatea deel uit van het Sanhedrin waar Jezus in de nacht van Zijn gevangenneming voorstond. Hij vermeldt namelijk Jozef van Arimatea als zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man die niet mede in hun raad en handen bewilligd had.

    Lucas 23:50 En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man, 51 (Deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimatea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; 52 Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. 53 En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.

     

     

    © Rembrandt, De kruisafname, 1633 AD, Rijksmuseum Amsterdam

     

    Dat Jezus bij Zijn dood in het graf van een rijke gelegd zou worden werd zo een zevenhonderddertig jaar eerder door de profeet Jesaja voorspeld toen deze het lijden van de komende Messias vooraf beschreef. Met de vermelde tijdspanne neem ik afstand van een hypothetische deutero-Jesaja die tijdens de Babylonische Ballingschap opgetreden zou zijn.

    Jesaja 53:1 Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard? 2 Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. 3 Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht. 4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. 5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. 6 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. 7 Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. 8 Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest. 9 En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is. 10 Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. 11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. 12 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft. (Statenvertaling)

     

    Voor wie interesse heeft, op 24.12.2018 publiceerde ik een artikel op dit blog over: De volgorde van de gebeurtenissen bij de kruisiging van Jezus Christus, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1545606000&stopdatum=1546210800

     

    Ter conclusie zien we dat bij de opstanding uit de dood van Jezus Christus het alleen vrouwen zijn die getuigen. Het is aan de vrouwen dat Jezus’ persoonlijk verschenen is. Wat heel opmerkelijk is wanneer we dit in het licht van de Midden-Oosten-cultuur zien waar vrouwen als getuigen als niet betrouwbaar gelden. Het lijkt er op dat de ‘mannelijke’ apostelen sinds de gevangenneming van Jezus gevolgd door zijn kruisiging en sterven in verwarring waren en niet aanspreekbaar, dit terwijl de vrouwen bij hun positieven bleven. Wanneer vijftig dagen later met Pinksteren de Heilige Geest, de door Jezus beloofde Trooster (Johannes 14:26, 16:13-14) over de honderdtwintig discipelen te Jeruzalem verzameld wordt uitgestort, geschiedde dit over mannen én vrouwen daar vergaderd (Handelingen 1:13-15).

    Het laatste hoofdstuk van de Romeinenbrief van Paulus geeft een beeld hoe het er in de gemeenten van het eerste uur in de stad Rome circa 50/60 AD aan toe ging, vooral de positie van de vrouw in de eerste gemeente is verrassend. Na de leerstellige vijftien hoofdstukken van de Romeinenbrief volgt het zestiende hoofdstuk met persoonlijke mededelingen van Paulus gericht aan verschillende individuen, zowel mannen als vrouwen. Vrouwen blijken hier zonder discriminatie een belangrijke rol in de Ekklesia of Gemeente gespeeld te hebben. De eerste persoon die Paulus (16:1-2) aanbeveelt is de genaamde Febe, een vrouw die de functie van ‘Diakonon’ in de Gemeente uitoefende en zij diende volgens Paulus door de Christen-Romeinen behandelt te worden gelijk het de heiligen betaamde. Dit staat haaks op de minderwaardige rol van de vrouw daarna in het gevestigde christendom sinds Constantijn de Grote. Het volgende dat opvalt is dat de Ekklesia van het eerste uur het zonder kerkgebouwen, tempels of kathedralen deed. In de plaats daarvan bestonden er meerdere zogenaamde huisgemeenten in Rome (16:3-4, 10, 11, 16). De christenmensen van het eerste uur kwamen bij elkaar thuis samen en braken brood en dronken een beker wijn ter nagedachtenis van hun Heiland Jezus Christus, wiens wederkomst zij spoedig verwachtten. Zij spraken elkaar aan als broer en/of zus en dit in ongeveinsde liefde tot elkaar, gedragen en verbonden door de Liefde van de opgestane Heer en Heiland Jezus Christus die in afwachting van Zijn wederkomst hun de Trooster gegeven had: de Heilige Geest van God de Vader. De boodschap van Paulus was tot dan toe een verborgenheid geweest, was aan geen enkele profeet van het Oude Testament ooit geopenbaard geweest.

    Romeinen 16:25 Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; 26 Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is gemaakt; 27 Den zelven alleen wijzen God zij door Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. (Statenvertaling)

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Dertig Jubeljaren, 2018, zie link: https://www.bol.com/nl/p/dertig-jubeljaren/9200000101929798/?suggestionType=searchhistory&bltgh=jLyCAgDUe71UKHV4eLlBLQ.1.7.ProductImage&fbclid=IwAR1FW-GC4SRsGCLFOa0BP_MG9IXEYx3Uo2Ugz3s6x74aPfO0kexdKcN4hqU

    Kronieken van de koningen van Israël, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

    Dit boek kan inmiddels volledig online gelezen worden via de volgende link: https://jezusleeft.weebly.com/exodus.html

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar)


    22-04-2019 om 09:57 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 25/03-31/03 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 11/03-17/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 04/02-10/02 2019
  • 28/01-03/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 01/01-07/01 2018
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 05/11-11/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!