Inhoud blog
  • Het achttiende historische Jubeljaar van oktober 562/september 561 v. Chr.
  • De chronologie van het evangelie van MatteŁs.
  • De holocaust of Sjoa
  • Het zeventiende historische jubeljaar en de val van Nineve
  • De datering van de Amarna-kleitabletten
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    23-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het achttiende historische Jubeljaar van oktober 562/september 561 v. Chr.

    We vervolgen deze week met onze afleveringen over de historische jubeljaren. Met het artikel van 04.04.2018 op dit blog gaven we aandacht aan het zeventiende jubeljaar dat ten tijde van de regeerperiode van koning Josia en de val van Nineveh viel.

     

     

    De val van Nineveh was door de profeet Nahum (1:1-15) aangekondigd. Aan het einde van de oordeelsaankondiging door Nahum volgt het belangrijk vers 15 waar staat: Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften!

    Nahum 1:15 Zie, op de bergen de voeten van de vreugdebode die heil verkondigt. Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften! Want voortaan zal de snoodaard niet meer door u heentrekken, hij is geheel en al uitgeroeid. (NBG Vertaling 1951)

     

    Kan het duidelijker? Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften!

    Dit zijn de feesten waaronder ook het jubeljaar, dat in het derde Bijbelboek Leviticus hoofdstuk 25:9-12 beschreven staan. Het zeventiende jubeljaar is op deze wijze als absoluut historisch op de tijdsbalk verankerd en bevestigd de wijze van tellen van de wetenschapper William Whiston (1667/1752).

    De wijze van rekenen met de Bijbelse sabbat- en jubeljaren heb ik van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V) overgenomen. Ik heb dertig jubeljaren uit zijn lijst geselecteerd en op een tijdsbalk ondergebracht. Vanaf het eerste jubeljaar in 1395/1394 v. Chr. na de inname van het Beloofde Land Kanašn tot het openbaar worden van Jezus Christus als de Messias in 27/28 AD zijn er niet toevallig we dertig jubeljaren. Hierna een opsomming van de jubeljaren die we met onze artikelenreeks al behandeld hebben.

    Exodus jaartal: 1483 v. Chr. Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.

    Jubeljaren en jaartallen v. Chr.:    Historische periode:

    1.       1395/1394                             Richter OthniŽl

    2.      1346/1345                                      Ruth 6:6

    3.      1297/1296                             Richter Ehud

    4.      1248/1247                             verdrukking Jabin

    5.      1199/1198                              Richter Thola

    6.      1150/1149                              verdrukking Ammon

    7.      1101/1100                              Richter en profeet SamuŽl

    8.      1052/1051                             Saul

    9.      1003/1002                                     Salomo

    10.    954/953                               Rehabeam

    11.     905/904                               Josafat

    12.     856/855                                Joas

    13.     807/806                               Amazia

    14.     758/757                                Uzzia

    15.     709/708                               Het 14de jaar van Hizkia

    16.     660/659                               Manasse

    17.     611/610                                  Josia- val van Nineveh

    18.    562/561                               Jaar 37 ballingschap Jojachin

     

    Deze week gaan we verder met het achttiende historische jubeljaar van oktober 562/september 561 v. Chr.

     

     

    Op het bijgevoegde tijdschema voor de periode van 606 tot 593 v. Chr. merken we het eerste en het tweede sabbatjaar in de cyclus van het achttiende jubeljaar. Bovenaan de tijdschema staan de jaartallen volgens de westerse kalender vermeld onderverdeeld in vier kwartalen. Daaronder staan de sabbatjaren en jubeljaren via een blauwe tijdsbalk uitgetekend. Een sabbatjaar liep van april tot maart in het volgend jaar en een jubeljaar volgde na zeven sabbatjaren. Het jubeljaar begon in oktober en liep tot september van het volgend jaar, een jaar waar in april een nieuwe sabbatjaarcyclus begonnen was. Dit is in een notendop de wijze van rekenen die William Whiston ons doorgegeven heeft.

    William Whiston (1667/1752) was een Engelse wiskundige, historicus en theoloog. Hij is vooral bekend door zijn vertaling van de werken van Flavius Josephus uit het Grieks naar de Engelse taal. In zijn eerder vermelde ‘dissertatie V’ geeft Whiston tien historische verwijzingen naar het houden van sabbat- en jubeljaren door het oude IsraŽl vanuit de Bijbel, de werken van Flavius Josephus en vanuit de apocriefe boeken MakkabeeŽn. Deze verwijzingen vormen als het ware een ketting waarmee men op de tijdsbalk naar het verleden kan navigeren. Aan deze lijst van tien historische verwijzingen voegde ik het historische jubeljaar van 562/561 v. Chr. toe, een jubeljaar dat met deze aflevering onze aandacht krijgt.

     

     

    Het volgende tijdschema dat ons op de tijdsbalk naar het achttiende jubeljaar loodst gaat over de periode 592 tot 579 v. Chr. Dit was een dramatische tijdsperiode voor het koninkrijk Juda. Het uitgestelde oordeel over het koninkrijk Juda tijdens het leven van koning Josia zou ten tijde van zijn zoons Jojakim, Jojachin en zijn broer Zedekia als koningen over Juda uitgevoerd worden. Via drie wegvoeringen zouden de twee stammen Juda en Benjamin samen met de Levieten naar Babylon in ballingschap voor in totaal zeventig jaar lang weggevoerd worden. Eťn jaar voor elk jaar dat zij in hun lange geschiedenis over honderdtwintig sabbatjaren heen, zeventig keer het sabbatjaargebod genegeerd hadden. In de zomer van 586 v. Chr. zou ook de Tempel te Jeruzalem door de BabyloniŽrs vernietigd worden. Het ontvolkte land had daarop van het jaar 605 tot het jaar 535 v. Chr. rust. Over de exacte datering van deze geschiedenis plaatste ik eerder op 31.10.2016 op dit blog een artikel: het jaartal van de vernietiging van de Tempel van Salomo door de BabyloniŽrs. Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1477868400&stopdatum=1478473200

     

     

    Het bijgevoegde tijdschema gaat over de periode van 578 tot 565 v. Chr. en toont het vijfde en zesde sabbatjaar over het sedert 586 v. Chr. ontvolkte land. De eerste wegvoering gaat terug tot 605 v. Chr., een wegvoering waar de bekende jonge DaniŽl deel van uitmaakte. De tweede wegvoering door de BabyloniŽrs geschiedde in 597 v. Chr. waarbij koning Jojachin, een zoon van Josia, na een korte regeerperiode van drie maanden gevankelijk weggevoerd werd. Jojachin werd opgevolgd door zijn oom Zedekia die de BabyloniŽrs als vazal over Jeruzalem installeerden. Het is de gedocumenteerde ballingschap van Jojachin in de Bijbel die de sleutel tot het historische achttiende jubeljaar is.

     

     

    Het laatste tijdschema voor dit artikel gaat over de periode 569/556 v. Chr. en toont het zevende sabbatjaar gevolgd door het achttiende jubeljaar in het jaar oktober 562/september 561 v. Chr. Dit jubeljaar is heel merkwaardig omdat het samenvalt met het eerste regeringsjaar van de BabyloniŽr Evil Merodach die in dat jaar zijn gestorven vader Nebukadnezar opvolgde, en dat jaar koning Jojachin van Juda in diens zevenendertigste ballingsjaar uit zijn gevangenschap verlostte. Het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin viel in oktober 562/september 561 v. Chr. en is gelijk aan het jubeljaar. Evil Merodach nam volgens de PtolemeŁs-koningslijst de scepter van zijn vader over op 11 januari 561 v. Chr. In de twaalfde maand (Adar-februari/maart) van het jaar 561 v. Chr. werd Jojachin uit zijn gevangenis verlost.

    2 Koningen 25:27 En het geschiedde in het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojakin, de koning van Juda, in de twaalfde maand, op de zevenentwintigste van de maand, dat Ewil-Merodak, de koning van Babel, in het jaar van zijn troonsbestijging, Jojakin, de koning van Juda, begenadigde en uit de gevangenis ontsloeg; 28 hij sprak vriendelijk met hem en stelde zijn zetel boven die van de koningen die met hem in Babel waren; 29 hij mocht zijn gevangenisklederen afleggen, en hij at geregeld aan zijn tafel, zolang hij leefde. 30 En zijn levensonderhoud werd hem geregeld vanwege de koning verstrekt, zoveel hij elke dag nodig had, zolang hij leefde. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het feit dat de vrijlating van Jojachin door de nieuwe koning van Babylon Evil Merodach in een Jubeljaar geschiedde, is heel opmerkelijk. De vrijlating van Jojachin was een vingerwijzing Gods voor het volk van IsraŽl in Babylonische ballingschap. Zij waren namelijk in ballingschap als straf voor het zeventig maal niet houden van het sabbatjaar-gebod in het verleden.

     

     

    Van de gevangenzetting in Babylon en Jojachin ’s levensonderhoud daar heeft de archeologie een bewijsstuk gevonden. Robert Johann Koldewey (1855/1925) was de Duitse archeoloog die tijdens de vorige eeuwwisseling te Babylon de vondst deed. Niet dat de Bijbel bewezen moet worden, maar alleen ter extra onderlijning voeg ik de archeologische vondst aan het artikel toe. In Berlijn in het Pergamon-Museum heeft men dit bijzonder Babylonisch Spijkerschrifttafeltje ontcijferd. Het document heeft het over een overzicht van leveranties van levensmiddelen zoals olie en andere producten aan de gevangengenomen koning Ja’-u-kin of Jojachin van Juda. De Babylonische kleitabletten met betrekking tot Jojachin dragen bovendien als jaartal het dertiende regeringsjaar van Nebukadnezar wat de datering mogelijk maakt.

     

    Een observatie die ik bij het bestuderen van de Bijbelse chronologie maak is de waarde die de Bijbelse Kroniekschrijver aan de datering van de Babylonische koningslijst geeft. De verovering van Jeruzalem door de BabyloniŽrs en de wegvoering in ballingschap van Juda is gedateerd aan de hand van de regeringsjaren van Nebukadnezar (2 Koningen 25:1-30).

    Vandaag weten we dat de regeerperiode van Nebukadnezar op de tijdsbalk absoluut verankerd zit vanaf zijn eerste regeringsjaar in 605 v. Chr. tot aan zijn laatste jaar in 561 v. Chr. Babylonische annalen op kleitabletten die in het British Museum te Londen bewaard worden, leren dat Nabopolassar, de vader van Nebukadnezar, eenentwintig jaar op de troon zat en stierf op de achtste dag van de maand Ab, ofwel zestien augustus, en dat Nebukadnezar daarop naar Babylon terugkeerde, en op de eerste dag van de maand Eloel of zeventien september, de troon van Babylon besteeg. Het eerste regeringsjaar van Nebukadnezar zit op de tijdsbalk verankerd via twee genoteerde zonsverduisteringen in de oudheid. De eerste vond plaats op 22 april 621 v. Chr. in het vijfde jaar van Nabopolassar, de vader van Nebukadnezar. Zijn sterfjaar is dus 605 v. Chr. De tweede zonsverduistering is die van 4 juli 568 v. Chr., in het zevenendertigste regeringsjaar van Nebukadnezar. Weer wordt 605 v. Chr. bevestigt als ankerpunt.

    Een andere observatie die ik maakt is dat geen enkele koning van IsraŽl en Juda ooit met een jaartal van een Assyrische koning werd verbonden. De Assyrische koningslijst en haar zogenaamde verankering op de tijdsbalk is bij nader onderzoek als ťťn grote puinhoop te beschrijven, co-regentschappen en het deleten van ongewenste koningsnamen waren schering en inslag. Nochtans worden meestal sinds Thiele de koningen van IsraŽl en Juda foutief met de Assyrische koningslijst op de tijdsbalk verankerd.

    De regeerperioden van de Babylonische en Perzische koningen zijn bewaard gebleven in de PtolemeŁs-canon. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, heb ik afgesloten met een appendix over de PtolemeŁs-canon en deze als betrouwbaar bevonden. Samen met de chronologische ketting van sabbat- en jubeljaren en de negenenzestig jaarweken van de profeet DaniŽl past de PtolemeŁs-canon in de overbrugging van het Oude naar het Nieuwe Testament.

    De zogenaamde stille periode die er zit tussen de profeet Maleachi en het optreden van Johannes de Doper wordt door de PtolemeŁs canon overbrugd en bevestigd door de chronologie van de sabbatjaar- en jubeljaren en door de negenenzestig jaarweken van de profeet DaniŽl.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    23-04-2018 om 09:22 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De chronologie van het evangelie van MatteŁs.

    Met het artikel op dit blog van 12.01.2018 bracht ik de chronologie van het evangelie van Johannes. Ik beloofde toen de chronologie van de gebeurtenissen beschreven door de overige evangelisten op de nieuw samengestelde schema ’s onder te brengen. De bijgevoegde tijdschema ‘s tonen ditmaal twaalf centimeter voor ťťn jaar. Met groene tijdsbalken is op het schema de sabbatjaar- en jubeljaarcyclus afgebeeld. Het dertigste Jubeljaar van september 27 AD tot oktober 28 AD zit op de tijdsbalk verankerd op basis van de studie van de achttiende-eeuwse wetenschapper William Whiston (1667/1752). Zie het artikel van 12.01.2018, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1515366000&stopdatum=1515970800

    MatteŁs begint zijn evangelie met het geslachtsregister van Jezus Christus in de lijn van Maria zijn moeder. Het is de koninklijke lijn in tegenstelling tot de evangelist Lucas die het geslachtsregister van Jezus brengt in de wettelijke lijn van Jozef, de echtgenoot van Maria. Na het geslachtsregister van MatteŁs 1:1-17, volgt de geschiedenis van de geboorte van Jezus, het bezoek van de wijzen uit het Oosten, het bloedbad onder de onschuldige (onnozele) kinderen te Bethlehem door de hand van Herodes, de vlucht naar Egypte en de terugkeer naar Nazareth (MatteŁs 1-18-25, 2:1-23). De evangelist MatteŁs gaat met zijn geschiedvertelling verder de tijd terug in dan de evangelist Johannes die zijn chronologisch verhaal begint bij de bediening van Johannes de Doper. Bij MatteŁs hoofdstuk drie gearriveerd belanden we bij het optreden van Johannes de Doper waar we de draad met het Johannes evangelie en mijn samengestelde tijdschema ’s weer opnemen.

     

     

    De beschreven gebeurtenissen in MatteŁs 3: 1-17 plaats ik op de tijdsbalk aan het begin van het vijftiende regeringsjaar van Keizer Tiberius in oktober 26 AD en dit in lijn met de berichtgeving van de evangelist Lucas die het optreden van Johannes de Doper verbindt met het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus stadhouder over Judea was (Lucas 3:1-2). Op mijn bijgevoegde tijdsbalk heb ik het vijftiende regeringsjaar van Tiberius met een gele tijdsbalk aangebracht van oktober 26 AD tot september 27 AD. Het vijftiende regeringsjaar van Tiberius van 26/27 AD is gerekend vanaf 12 AD toen Tiberius als ‘co-princeps’ van keizer Augustus over het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk benoemd werd. Deze aanstelling als co-regent vinden we in Romeinse bronnen terug: SUETONIUS, Tib. Vita, 21 a.u.c.765.

    MatteŁs 4:1-11 waar Jezus vervolgens in de woestijn beschreven wordt met de satan die Hem tracht te verzoeken tot ongehoorzaamheid aan Zijn missie, plaats ik op de tijdsbalk in oktober/november van het jaar 26 AD. Veertig dagen zou de Heiland in de woestijn zonder eten doorbrengen. Ik kan me voorstellen dat ‘de verzoeker’ Hem benaderde toen de doodshonger zich bij de Heiland inzette.

    Bij MatteŁs 4:12-25 zijn we op de tijdsbalk in december 26 AD beland. De beschreven gebeurtenissen laat ik op de tijdsbalk tot september 27 AD lopen.

    Een schijnbaar chronologisch probleem lijkt MatteŁs 4:12 te zijn waar vermeld wordt dat Johannes de Doper tijdens de beschreven epoque al ‘overgeleverd’ was. Dit betekent echter niet dat Johannes tijdens deze tijdsperiode al in de gevangenis geworpen was. Dat maakt het Johannes-evangelie duidelijk:

    Johannes 3:23 Doch ook Johannes doopte, te Enon bij Salim, omdat daar veel water was, en de mensen kwamen daar en lieten zich dopen; 24 want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen. (NBG Vertaling 1951)

    Met ‘overgeleverd’ kan alleen bedoelt zijn dat er vanuit Jeruzalem ‘navraag’ gedaan werd naar Johannes de Doper en zijn bediening. Zoals ook het Johannesevangelie doorgeeft:

    Johannes 1: 19 En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij? 20 En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet. 21 En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. 22 Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf? 23 Hij zeide: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft. 24 En er waren sommigen afgezonden uit de FarizeeŽn. 25 En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet? 26 Johannes antwoordde hun en zeide: Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet, 27 Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken. (NBG Vertaling 1951)

     

    Zoals vermeld plaatsen we de beschreven gebeurtenissen van MatteŁs 4:12-25 op de tijdsbalk vanaf december 26 AD tot september 27 AD. Tijdens deze periode verhuist Jezus van Nazareth naar KafarnaŁm aan het meer van Galilea. Daar roept Hij zijn eerste discipelen en verkondigd dat het Koninkrijk der hemelen nabijgekomen is. In april 27 AD was het zevende sabbatjaar begonnen dat aan het dertigste Jubeljaar voorafging.

    De Bergrede van MatteŁs hoofdstuk vijf tot en met hoofdstuk zeven is de grondwet van het aangeboden Hemelse Koninkrijk en hoort op de tijdsbalk thuis bij het begin van het Jubeljaar dat op 29 september met Jom Kippoer een aanvang nam. Een heel jaar lang van september 27 AD tot oktober 28 AD zou aan de generatie van Joden toen het Koninkrijk der hemelen aangeboden worden.

    De beschreven gebeurtenissen van MatteŁs hoofdstuk 8 volgen chronologisch onmiddellijk na het beŽindigen van de Bergrede. De ontmoeting met de Romeinse Centurion gevolgd door de genezing van diens knecht gebeurde onmiddellijk bij het verlaten van de berg. Het schijnbaar gelijkaardige verhaal dat de evangelist Lucas (hoofdstuk 7) brengt geschiedde een jaar later opnieuw met dezelfde Centurion of honderdman.

    De gebeurtenissen zoals beschreven in de hoofdstukken acht tot en met twaalf plaatsen we op de tijdsbalk tijdens het dertigste Jubeljaar van september 27 AD tot oktober van het jaar 28 AD. De roeping en uitzending van de apostelen zoals beschreven in MatteŁs hoofdstuk 10 hoort op de tijdsbalk aan het begin van het Jubeljaar thuis. MatteŁs hoofdstukken 11 en 12 zitten op de tijdsbalk naar het einde van het Jubeljaar toe. Johannes de Doper die als Elia (Mt. 11:14) de Messias had aangekondigd is door de overheid gevangengenomen en de Schriftgeleerden en FarizeeŽn worden in het volgende hoofdstuk door de Heiland geadresseerd als een boos en overspelig geslacht (Mt. 12:39).

    Aan het einde van het Jubeljaar blijkt duidelijk dat de Joodse generatie ten tijde van het dertigste jubeljaar Jezus niet als de Messias aanvaard heeft en het aangeboden Vrederijk verworpen is. In het Johannesevangelie zijn we dan bij hoofdstuk 6:66 op de tijdsbalk op hetzelfde tijdstip gearriveerd: “Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.”

    Vanaf hoofdstuk 13 van het MatteŁs-evangelie spreekt Jezus alleen nog maar in gelijkenissen tot het volk. MatteŁs hoofdstuk 13 plaatsen we op de tijdsbalk vanaf oktober 28 AD na het afsluiten van het jubeljaar.

    Alleen aan zijn discipelen verklaart Jezus zijn gelijkenissen. Zijn blik is vanaf nu op Jeruzalem gericht waar Hij met Pesach 30 AD als het Lam van God (Johannes 1:29) Zichzelf voor de wereld zal geven. De belofte van de Verlosser (Genesis 3:15) en de wederoprichting van alle dingen (Handelingen 3:19-21) was nabijgekomen.

    MatteŁs 13:10 De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’ 11 Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven. 12 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. 13 Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. 14 In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling:

    “Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben. 15 Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen.” 16 Gelukkig jullie ogen omdat ze zien, en jullie oren omdat ze horen! 17 Want ik verzeker jullie: vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.

    (NBG Vertaling 1951)

     

     

    Het tweede nieuw samengestelde tijdsschema leidt ons via het derde Pesachfeest van april 29 AD naar het vierde en laatste Pesach-feest van april 30 AD waar de Heiland Jezus Christus met Goede Vrijdag Zijn leven zal geven voor de zonden van de wereld. Op de derde dag stond Hij op uit de dood met veertig dagen later Zijn Hemelvaart.

    De dood van Johannes de Doper zoals beschreven in hoofdstuk 14:1-13 van het evangelie van MatteŁs volgend op de gelijkenissen plaats ik op de tijdsbalk in de winter van 28/29 AD. De beschrijving van de eerste wonderbare spijziging van ongeveer vijfduizend mannen, de vrouwen en kinderen (Mt. 14:14-21) niet meegerekend plaats ik op de tijdsbalk een korte tijd later in de wintermaanden van het voorjaar van 29 AD. Zo ook het beschreven wonder van Jezus gaande over het meer van Galilea in strijd met alle natuurwetten, waar Hij boven staat (Mt. 14:22-36). Ook hoofdstuk 15:1-20 volgt tijdens deze epoque in de winter van het voorjaar van 29 AD.

    MatteŁs hoofdstuk 15:21-28 plaatst Jezus in de omgeving van Tyrus en Sidon ten noorden van Judea. Op mijn bijgevoegd tijdschema plaats ik deze geschiedenis aan het begin van de lente in 29 AD. De tweede wonderbare spijziging van vierduizend mannen (Mt. 15:29-39) ook de vrouwen en kinderen ditmaal niet meegerekend, bij zijn terugkeer in het gebied van IsraŽl is eveneens in de lente van 29 AD te situeren. De vraag van de FarizeeŽn aan Jezus om een bijzonder teken zoals verhaalt in MatteŁs 16:1-12 volgt chronologisch onmiddellijk na de wonderbare spijziging. Daarna vervolgt MatteŁs 16:13-20 met Jezus in de omgeving van Caesarea en de belijdenis van Petrus, dat we in de zomer van 29 AD op de tijdsbalk plaatsen. De eerste aankondiging van Jezus (Mt.16:21-28) dat Hij naar Jeruzalem moet gaan en daar veel lijden zou ondergaan is eveneens in de zomer van 29 AD op de tijdsbalk onder te brengen. Naar het einde toe van de zomer van 29 AD plaatsen we de verheerlijking van Jezus op een hoge berg, vermoedelijk de Hermonberg, zoals in MatteŁs 17:1-21 beschreven. Wat zich in dezelfde tijdsperiode voordoet is de tweede aankondiging door Jezus van zijn lijden, maar gevolgd door Zijn geprofeteerde opstanding ten derde dage (Mt.17:22-23). Bij MatteŁs hoofdstuk 17:24-27 en 18:1-35 zijn we op de tijdsbalk in de herfst van 29 AD gearriveerd. De gebeurtenissen beschreven in MatteŁs hoofdstuk 19 tot en met hoofdstuk 20 plaatsen op de tijdsbalk in de wintermaanden van het voorjaar van 30 AD. Bij MatteŁs hoofdstuk 21 en verder zijn we in de lente van 30 AD gearriveerd.

     

    Ik heb het MatteŁs-evangelie (NBG 1951) met illustraties van James Tissot en Gustave Dorť met verklarende voetnoten op een PDF-document samengesteld. De illustraties (public domain) heb ik van het internet geplukt. De voetnoten zijn een synthese van de studiebijbels van Scofield, BŁllinger en Thompson. Dit zijn studiebijbels die ik al in 1975 heb aangeschaft en sindsdien met grote voldoening raadpleeg. De lezer(es) van mijn blog die eventueel interesse in dit document heeft stuur ik het graag per email door.

     

    Tot slot voor dit artikel:

    MatteŁs 27:33 En gekomen zijnde tot de plaats, genaamd Golgotha, welke is gezegd Hoofdschedelplaats, 34 Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken. 35 Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen. 36 En zij, nederzittende, bewaarden Hem aldaar. 37 En zij stelden boven Zijn hoofd Zijn beschuldiging geschreven: DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN.

     

     

    38 Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter-, en een ter linker zijde. 39 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden. 40 En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis. 41 En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en FarizeŽn, Hem bespottende, zeiden: 42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning IsraŽls is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven. 43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. 44 En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren. 45 En van de zesde (12.00 u) ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure (15.00 u) toe. 46 En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! 47 En sommigen van die daar stonden, zulks horende, zeiden: Deze roept Elias. 48 En terstond een van hen toe lopende, nam een spons, en die met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken. 49 Doch de anderen zeiden: Houd op, laat ons zien, of Elias komt, om Hem te verlossen. 50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest. 51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeŽn, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden. 52 En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt; 53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen. 54 En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving, en de dingen, die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon! (Statenvertaling)

     

    Wordt vervolgd….

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    17-04-2018 om 08:18 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De holocaust of Sjoa

    Deze maand zal het vijfenzeventig jaar geleden zijn dat op 19 april 1943 in het Joodse getto van Warschau een opstand tegen de Nazi-Duitse bezetter losbarstte. De opstand zou tot 16 mei 1943 aanhouden waarna het getto door de Duitsers volledig met de grond gelijk werd gemaakt en de resterende Joodse bevolking naar de vernietigingskampen weggevoerd. Er zaten zo een half miljoen Joodse mensen binnen het kleine woongebied van 3.3 km2 onder mensonterende levensomstandigheden samengepakt. In maart 1940 hadden de Duitsers dit getto al opgericht en er de Joden van Warschau en andere plaatsen in samengebracht. Daar werden zij prijsgegeven aan verhongering, ziekte en dood. Binnen de muren van het getto was uiteindelijk een Joodse weerstandskern ontstaan die op 19 april 1943 een gewapende opstand begon.

     

     

    Een wereldwijd bekende foto die symbool staat voor de holocaust. Overlevenden van de Warschau-getto-opstand, zowel vrouwen als kinderen, worden door SS-beulen samengedreven en weggevoerd.

     

    Het woord Holocaust is afgeleid van het Grieks en betekent Ďbrandofferí. Het woord staat voor de volledige vernietiging van een slachtoffer. Het Hebreeuwse woord Sjoa staat voor vernietiging zonder de religieuze betekenis en heeft als term voor de genocide de voorkeur bij Joden. De term kwam na de tweede wereldoorlog in gebruik ter duiding van de systematische vervolging en uitroeiing van de Europese Joden door de nazi-Duitsers en hun bondgenoten van 1941 tot 1945. Meer dan zes miljoen Joodse mensen werden uiteindelijk slachtoffer van de ontketende gruwel tegen hen. De jaren voorafgaand aan 1941 werden al gekenmerkt door de verdrukking en vele moorden van Joodse mensen in het door de Nazi-Duitsers bezette en gecontroleerde Europa. Vanaf de inval echter in Sovjet-Rusland door de Duitse legers en hun bondgenoten in de zomer van 1941 begon in het oosten achter de frontlijn onmiddellijk de fysieke vernietiging van alle daar ter plaatse aangetroffen Joodse gemeenschappen door speciaal opgerichte moordcommando ís van de Nazi Ďs.

    Dat de Duitse dictator Hitler de fysieke vernietiging van de Joden al eerder in gedachten had werd voor de goede luisteraar in binnen- en buitenland zondermeer duidelijk bij een rede van hem voor de Rijksdag op 30 januari 1939, zeven maanden voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog:

    "Ich will heute wieder ein Prophet sein: Wenn es dem internationalen Finanzjudentum innerhalb und auserhalb Europa gelingen sollte, die VŲlker noch einmal in einen Weltkrieg zu stŁrzen, dann wird das Ergebnis nicht die Bolsjewisierung der Erde und damit der Sieg des Judentums sein, sondern die Vernichtung der jŁdischen Rasse in Europa".

     

    In december 1941 bleek dat de Duitse weermacht niet in staat was geweest in een korte veldtocht het Rode Leger te vernietigen, het initiatief niet langer bij Hitler lag en dat hij te hoog gegrepen had. Daarenboven had zijn bondgenoot Japan in het verre oosten de Verenigde Staten de oorlog aangedaan en vervoegde deze industriŽle grootmacht nu volop de zijde van Groot-BrittanniŽ dat tot dan toe alleen tegen Nazi-Duitsland en zijn bondgenoten had standgehouden. Op termijn was het lot van het zelfverklaarde duizendjarige rijk bezegeld. Het jaar 1942 zou nog enkele beperkte successen van het Duitse leger aan het oostfront en in Afrika laten zien, maar in de herfst van dat jaar volgde definitief het keerpunt. Geen duizend jaar maar slechts gedurende twaalf jaar van 1933 tot 1945 zouden de Nazi ís hun ding kunnen doen.

     

    Ergens in de maand december van 1941 heeft Hitler na zijn oorlogsverklaring aan de VS verbaal de opdracht aan Himmler gegeven alle Joden op dat moment onder Nazi-Duitse controle te laten opjagen en vermoorden. Dat werd zijn drijfveer voor het voortzetten van zijn niet meer te winnen oorlog tegen de drie grootmachten: de VS, Groot-BrittanniŽ en Sovjet-Rusland. Wat volgde was de zogenaamde 'Wannsee' conferentie op 20 januari 1942, zo genoemd naar de plaats van samenkomst nabij Berlijn. Op deze conferentie van de politieke top in Duitsland onder leiding van SS ObergruppenfŁhrer Heydrich werd de vernietiging van het Europese Jodendom uitgewerkt. Een lijst van elf miljoen Joodse mensen die per land verdelgd moesten worden was opgesteld. Er werd besloten om alle Europese Joden onder nazi-controle naar vernietigingskampen in het oosten te voeren. Het hele SS-apparaat werd hiervoor in werking gesteld samen met alle bureaucratieŽn van het Duitse bestuursapparaat. Elke deportatie zou tal van administratieve maatregelen vereisen. Er moest gezorgd worden voor treinen, bewakers, bevoorrading en financiering. Voor het Jodendom in bezet Europa begon in de zomer van 1942 een periode van onbeschrijflijk leed. Overal werden Joodse mensen opgejaagd, naar verzamelplaatsen gebracht en vervolgens in beestenwagons doorheen Duitsland naar het oosten vervoerd. Er dient hierbij opgemerkt te worden dat de ambtenaren-administratie van zowel bezette als bevriende landen met de Naziís samenwerkte voor het transport van deze mensenmassa. Een triest voorbeeld van zulk een samenwerken van ambtenaren in de bezette gebieden zijn de Britse kanaal-eilanden die in juni 1940 door de weermacht veroverd werden. Vandaar zijn ook een tiental Joden door Britse ambtenaren opgepakt en aan de Naziís overgeleverd. Geen een van deze Joodse mensen heeft het transport naar het oosten overleefd. Deze geschiedenis werd mij pas bekend na het bekijken van de bekroonde BBC documentaire uit 2005: Auschwitz Ė The Nazis & The Final Solution van Laurence Rees. Het laat iets zien van de grondigheid van de Naziís van de wijze hoe zij bezet Europa op Joden uitkamden.

    In totaal zijn meer dan zes miljoen Joden het slachtoffer van de Nazi-genocide geworden. Alleen al in de vernietigingskampen in het door de Nazi-Duitsers bezette Polen: Auschwitz, Chelmno, Belzec, Sobibor, Treblinka en Maidanek werden 4.851.200 joden vermoord.

    Toen de Wannsee-conferentie plaatsvond waren zoals eerder opgemerkt al honderdduizenden Joden in westelijk Rusland bij het oprukken van de Duitse weermacht achter de frontlijn ter plaatse van kant gemaakt.

     

     

    Ergens in Oost-Europa. Liquidatie van Joodse mensen achter de frontlijn door speciale SS-moordcommando Ďs. Een foto zegt soms meer dan duizend woorden. De Joodse man die geknield voor het massagraf gelaten zijn nekschot afwacht ziet er uit Ďals een schaap dat stom voor zijn scheerders isí. Afgemat en doodsmoe getergd ondergaat hij zijn noodlot. Van de Joodse genocide zijn weinig afbeeldingen bewaard gebleven. Voor de officiŽle berichtgeving in het derde rijk was dit een taboe onderwerp. De getoonde foto zou in 1945 in Praag in het Gestapohoofdkwartier daar gevonden zijn.

     

    Nazi-Duitsland heeft de genocide niet straffeloos kunnen uitvoeren. In mei 1945 toen het land door de geallieerden onder de voet was gelopen waren haar steden verwoest en naar schatting negen miljoen Duitsers dood. Miljoenen Duitse burgers van alle leeftijden en geslacht waren in de geallieerde luchtbombardementen omgekomen. In het oosten vanaf Memel tot aan de rivier de Oder werden miljoenen Duitse burgers ontheemd en vele van hen gruwelijk door de binnenvallende Sovjet-Russen gemolesteerd. De Tsjechen maakten zich aan dezelfde misdaad schuldig door drie miljoen Duits-Oostenrijkse burgers binnen hun grenzen van 1919 brutaal nietsontziend te ontheemden. Men moet ook bedenken dat alle weerbare Duitse mannen van zestien tot zestig jaar op dat moment in het Duitse leger dienden indien zij al niet vermist, zwaargewond of gedood waren.

    Duitsland werd daarop gedurende vier jaar door de geallieerden in vier zones verdeeld en bezet. In 1949 werd in het westen de bondsrepubliek Duitsland opgericht en in de Russische zone werd een communistische satellietstaat gevormd. Het land en de hoofdstad Berlijn zou daarop nog eens veertig jaar tot 1989 verdeeld blijven. Dit zijn jaartallen die in de Bijbel dikwijls voor een periode van oordeel staan. Denk bijvoorbeeld aan de veertig jaar verblijf in de woestijn door de IsraŽlieten alvorens de nieuwe generatie het Beloofde Land Kanašn kon betreden. Daarnaast vinden we in de Bijbel een waarschuwing over een bijzondere zegening en vloek in verband met de Joodse aartsvader Abram:

    Genesis 12:1 De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. 2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. (Statenvertaling)

     

    De belofte van God aan Abraham dat eenieder die hem en zijn zaad zou zegenen gezegend zou worden, en dat een ieder die hem vervloekte, vervloekt zou worden, is door de geschiedenis heen duidelijk herkenbaar. Landen die de 'Jood' hebben vervloekt, zijn binnen ťťn generatie steeds zelf het slachtoffer geworden. Zo ook wat de zegening betreft.

    In de geschiedenis van BelgiŽ vinden we naar mijn mening een voorbeeld van een zegening. Het verhaal begint in de zomer van 1939, nog voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. De antisemitische propagandamachine van de nazi's draaide op volle toeren. Groot-Duitsland had toen ongeveer 400.000 Joden binnen zijn grenzen die het kwijt wilde en het bleek dat in feite geen enkel land ter wereld bereid was hun op te nemen. Dit feit wilden de nazi's onderstrepen toen zij hun diabolisch plan bedachten om ongeveer negenhonderd welgestelde Duitse Joden op een luxeboot (de St.-Louis) de Atlantische Oceaan over naar Cuba te zenden.

     

     

    Hun uitreispapieren mochten dan wel in orde zijn - alle met een rode 'J' gemerkt; in Havana (Cuba) ontschepen zou door Duitse agenten verhinderd worden. De wereld zou getuige zijn van het onoplosbare Jodenvraagstuk. Het schip voer daarna ook daadwerkelijk vruchteloos van haven naar haven. Zelfs de VS weigerde de negenhonderd Joden de toegang tot zijn grondgebied en uiteindelijk moest het schip de steven richting Duitsland wenden, terug over de Atlantische Oceaan. Terwijl het schip richting Duitsland voer, zetten Joodse organisaties zich in om toch een land te vinden dat deze onfortuinlijke mensen asiel zou willen verlenen. Het ging ten slotte toch maar om slechts negenhonderd zielen. Geen enkele van de grote naties gaf het schip echter toestemming om ťťn van hun havens binnen te lopen. De VS, Frankrijk en Groot-BrittanniŽ de laatste overgebleven grote democratieŽn, hielden hun grenzen en die van het mandaatgebied Palestina gesloten. Toen de St. Louis het Engelse kanaal naderde was er nog steeds geen oplossing in zicht. Ten langen laatste ging een Joodse zaakgelastigde in BelgiŽ te Brussel aankloppen. Daar vond hij wťl gehoor en wel op persoonlijk initiatief van Koning Leopold III. Op 16 juni 1939 meerde de St. Louis in de haven van Antwerpen aan en konden deze Joodse ballingen weer voet aan wal zetten. BelgiŽ stond 214 Joden toe in het land te blijven.

    Dank zij de inzet van koning Leopold III die al zijn diplomatieke relaties benutte konden ook 181 Joodse mensen naar Nederland vertrekken, 224 weken naar Frankrijk uit en 288 kregen asiel in Engeland. Deze twee laatste landen werden uiteindelijk toch bereid gevonden om enkele Joden asiel te verlenen. Intussen waren 400.000 Duitse Joden veroordeeld om in het 'slachthuisí dat Nazi-Duitsland voor hen zou worden, te blijven. Voor hen was in 1939 nergens plaats. Het zogenaamde christelijk Europa draaide de broeders van hun Heer de rug toe. De Joden van de St. Louis die op het vasteland van Europa asiel gevonden hadden, zijn later door de Nazi Ďs opgespoord en naar de vernietigingskampen in Polen weggevoerd.

    BelgiŽ had toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak een Joodse gemeenschap van ongeveer 50.000 mensen. Van deze 50.000 Joden werden er ongeveer 25.000 naar Polen weggevoerd. Slechts enkelen keerden in 1945 terug. De overige 25.000 doken onder bij niet-joodse burgers. Dit was een spontane actie, want er was helemaal niets van tevoren georganiseerd. Toen de Duitsers in de zomer van 1942 de Joden begonnen op te pakken in BelgiŽ en naar de kampen in Polen voerden, konden 25.000 Joden - de helft van de Joodse gemeenschap in BelgiŽ - spontaan bij niet-Joodse landgenoten onderduiken: zowel in Vlaanderen als in WalloniŽ. Ik geloof dat dit een uniek feit in heel bezet Europa was, met uitzondering van de heldendaad van Denemarken. Wat de ouderlijke overleveringen betreft herinner ik me zeer goed de getuigenissen van mijn grootouders aan beide zijden van de familie. Er woonden namelijk heel wat Joodse families in hun gemeente Berchem bij Antwerpen. Aan mijn vaders familiekant woonde naast hun huis in de Apollostraat een Joods gezin. Ze moeten orthodox geweest zijn want het verhaal gaat dat mijn grootvader tijdens de winter op sabbat, kolen in de kachel in hun woning deed. In de zomer van 1942 werden ook zij bij nacht en nevel plotseling weggevoerd. Mijn grootmoeder aan moeders zijde was tijdens die zomer toevallig getuige van het wegvoeren van een Joods gezin aan de Diksmuidelaan een winkelstraat te Berchem bij Antwerpen. Zij was getuige hoe een Joodse moeder naast haar op het voetpad in panische angst uitbrak bij het zien van een verhuiswagen met Duitsers voor de deur van haar woning. Blijkbaar werden niet alleen mensen afgevoerd maar was er tegelijkertijd een hele economie met hun bezittingen gemoeid. En wat had mijn grootmoeder kunnen doen? De politie bellen? Die stonden samen met Duitsers aan de deur van de Joodse woning.

    Waar ligt nu de beloofde zegen zoals ze aan Abraham voorzegt was voor het BelgiŽ van tijdens de Tweede Wereldoorlog? Het was voor BelgiŽ onmogelijk om uiteindelijk buiten het conflict tussen Frankrijk en Engeland met Duitsland te blijven. Door de eeuwen heen is het land - in feite een landbrug tussen Pruisen en Frankrijk - dikwijls het slagveld voor vreemde legers geweest. Zo ook in 1940 baande Duitsland zich een weg door BelgiŽ heen naar Frankrijk. Wat naar mijn mening in het oog springt bij het bestuderen van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog is de snelle bevrijding van BelgiŽ in september 1944 geweest. Op enkele dagen tijd werden de Duitsers uit het land verdreven. Er was heel wat schade maar in vergelijking met andere onfortuinlijke landen viel het nog mee. In dit gebeuren meen ik de zegen zoals beschreven in Genesis hoofdstuk 12 te herkennen. Dit is uiteraard een persoonlijke mening. Ik ben na de tweede wereldoorlog in 1948 geboren en probeer op basis van getuigenissen van het vorige geslacht een beeld te krijgen van de waanzin waar mijn ouders en grootouders getuige van waren.

    De zegen en de vloek van Genesis 12 over andere Europese landen herkennen en neerschrijven ligt gevoelig. In Polen is er nog maar net een strafwet gestemd tegen het gebruik van formuleringen zoals bijvoorbeeld Ďde Poolseí concentratiekampen. Lange tijd verdrongen de Europese landen zowel de door de Nazi ís bezette landen als de bondgenoot-landen met de Nazi Ďs, hun eigen aandeel in de Holocaust en sommige zijn er blijkbaar nog steeds niet klaar mee. Het antisemitisme was voor en tijdens de tweede wereldoorlog een veel voorkomend feit in vele landen in Oost-Europa waar grote aantallen Joodse mensen verbleven. De veelvolkerenstaat Polen bijvoorbeeld had naast Volks-Duitsers, Wit-Russen en OekraÔners, meer dan drie miljoen Joodse burgers binnen zijn grenzen van 1939. Aan het einde van de genocide waren er in 1945 nog slechts honderdduizend arbeid-inzetbare Joodse overlevenden. De overige drie miljoen Joodse mensen waren vermoord (Albert Speer, De slavenstaat, 1981, vierde deel: het noodlot der joden, Blz. 272). Buiten enkele zogenaamde Ďrechtvaardigení individuele niet-Joodse Poolse burgers die Joden hielpen onderduiken, kon er niet op hulp gerekend worden. En zo was de toestand in vele landen in Europa.

    De vloek van Genesis 12 herken ik in de late bevrijding van de landen van Oost-Europa die pas na de val van de Berlijnse muur in 1989 en de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 hun vrijheid herkregen.

     

    Wordt vervolgdÖ

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    10-04-2018 om 13:17 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het zeventiende historische jubeljaar en de val van Nineve

    We vervolgen deze week met onze afleveringen over de historische jubeljaren. Met het artikel van 14.03.2018 op dit blog gaven we aandacht aan het zestiende jubeljaar dat ten tijde van de regeerperiode van koning Manasse, de zoon van Hizkia, viel. Deze week gaan we verder met het zeventiende historische jubeljaar van oktober 611/september 610 v. Chr. dat ten tijde van de regeerperiode van koning Josia viel, en heel opmerkelijk: ťťn jaar na de val van Nineveh in 612 v. Chr.

    De wijze van rekenen met de Bijbelse sabbat- en jubeljaren heb ik van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V) overgenomen. Ik heb dertig jubeljaren uit zijn lijst geselecteerd en op een tijdsbalk ondergebracht. Vanaf het eerste jubeljaar in 1395/1394 v. Chr. na de inname van het Beloofde Land Kanašn tot het openbaar worden van Jezus Christus als de Messias in 27/28 AD tellen we dertig jubeljaren. Hierna een opsomming van de jubeljaren die we al behandeld hebben.

    Exodus jaartal: 1483 v. Chr. Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.

    Jubeljaren en jaartallen v. Chr.:    Historische periode:

    1.       1395/1394                             Richter OthniŽl

    2.      1346/1345                                      Ruth 6:6

    3.      1297/1296                             Richter Ehud

    4.      1248/1247                             verdrukking Jabin

    5.      1199/1198                              Richter Thola

    6.      1150/1149                              verdrukking Ammon

    7.      1101/1100                              Richter en profeet SamuŽl

    8.      1052/1051                             Saul

    9.      1003/1002                                     Salomo

    10.    954/953                               Rehabeam

    11.     905/904                               Josafat

    12.     856/855                                Joas

    13.     807/806                               Amazia

    14.     758/757                                Uzzia

    15.     709/708                               Het 14de jaar van Hizkia

    16.     660/659                               Manasse

    17.    611/610                                Josia- val van Nineveh

     

     

    Het zestiende jubeljaar, hebben we gezien in de vorige aflevering, viel ten tijde van de lange regeerperiode van koning Manasse, de zoon van Hizkia. Naar het houden van het Jubeljaargebod ten tijde van Manasse is er in de Bijbel geen absolute verwijzing te vinden. Het hierboven getoonde tijdschema laat het begin van de nieuwe serie van zeven maal zeven sabbatjaren zien. Bovenaan vinden we de jaartallen volgens de westerse jaartelling met daaronder in een lichtblauwe tijdsbalk de sabbat- en jubeljaren. Een sabbatjaar liep van april tot maart van het volgende jaar. Een jubeljaar begon in de maand oktober met Jom Kippoer en liep tot september van het volgende jaar, waar in april al een nieuwe serie van zeven maal zeven sabbatjaren van start ging. Dit is de wijze van tellen volgens William Whiston dat via elf historische verwijzingen op de tijdsbalk bevestigd wordt.

     

     

    Het tweede bijgevoegde tijdschema toont de voortgang van de zeven maal zeven sabbatjaarcyclus en de regeringswissel in Juda bij de dood van Manasse in 642 v. Chr. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Amon die kort regeerde maar in die korte tijd het geestelijke herstelwerk van zijn vader Manasse volledig teniet deed, hij voerde opnieuw afgoderij in Juda in. In het najaar van 640 v. Chr. nam Josia, de zoon van Amon, de scepter over. Onder de leiding van deze koning zou Juda een korte tijd later een geestelijke opwekking meemaken.

    Verder merken we op het tijdschema de regeerperiode van Assurbanipal in AssyriŽ en van Psammetichos in Egypte. Deze laatste was een vazal van Assurbanipal. Het Assyrische rijk strekte zich toen uit over heel het Midden-Oosten en Egypte, en leek onaantastbaar.

     

     

    De aangekondigde godsdiensthervorming waar ik bij het vorige tijdschema naar verwees ging van start in het achtste regeringsjaar van Josia, hij was toen zestien jaar oud (2 Kronieken 34;1-3). De chronologie van de regeerperiode van Josia heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 361-365, uitgewerkt.

    Het achtste regeringsjaar van Josia dat in het najaar van 633 v. Chr. aanving zit in het zesde jaar van de sabbatjaarcyclus, een jaar van dubbele zegening, gevolgd door het sabbatjaar dat in het voorjaar van 632 v. Chr. een aanvang nam. Het is geen toeval dat de jonge Josia door deze bijzondere jaren op de kalender geïnspireerd werd de God van David te zoeken.

    2 Kronieken 34:1 Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem. 2 En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David, en week niet af ter rechter hand, noch ter linkerhand. 3 Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij den God zijns vaders Davids te zoeken; en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem van de hoogten en de bossen, en de gesneden en de gegoten beelden te reinigen. (Statenvertaling)

     

    Het zesde jaar van de dubbele zegening is een belofte die we in het Bijbelboek Leviticus hoofdstuk 25:21 vinden. De akkers brachten dan dubbele vrucht voort ter overbrugging van het sabbatjaar wanneer het land moest rusten en er niet gezaaid noch geoogst mocht worden.

    IsraŽl heeft in zijn lange geschiedenis zelden het sabbatjaargebod gehouden. Volgens mij zonder twijfel als reden van winstbejag. De wortel van alle kwaad is de geldzucht leert de Bijbel (1 TimoteŁs 6:10). Van de in totaal honderdtwintig sabbatjaren vanaf het eerste sabbatjaar van april 1437/maart 1436 v. Chr. gerekend, tot en met het sabbatjaar van april 604/maart 603 v. Chr., hebben zij slechts met intervallen vijftig keer het sabbatjaargebod gehouden. Na het zeventig keer negeren van het sabbatjaargebod volgde de Babylonische ballingschap. Een ballingschap die zeventig jaar duurde ter vergoeding voor het ontvolkte land dat toen zijn sabbatrust kreeg.

     

    Het aangekondigde oordeel over Juda door de profeten van de HEERE God werd door het handelen van Josia uitgesteld en zou pas werkelijkheid worden na zijn dood. In het dertiende regeringsjaar van Josia begon bovendien de bekende profeet Jeremia zijn bediening.

    Jeremia 1:1 De woorden van Jeremia, den zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anathoth waren, in het land van Benjamin; 2 Tot welken het woord des HEEREN geschiedde, in de dagen van Josia, zoon van Amon, koning van Juda, in het dertiende jaar zijner regering. (Statenvertaling)

     

     

    Hoogstwaarschijnlijk werd het zeventiende jubeljaar door Josia opgevolgd. De Bijbel geeft hier een sterke indicatie toe.

    2 Koningen 23:24 En ook deed Josia weg de waarzeggers, en de duivelskunstenaars, en de terafim, en de drekgoden, en alle verfoeiselen, die in het land van Juda en in Jeruzalem gezien werden; opdat hij bevestigde de woorden der wet, die geschreven waren in het boek, dat de priester Hilkia in het huis des HEEREN gevonden had. 25 En voor hem was geen koning zijns gelijke, die zich tot den HEERE, met zijn ganse hart, en met zijn ganse ziel, en met zijn ganse kracht, naar al de wet van Mozes, bekeerd had; en na hem stond zijns gelijke niet op. 26 Nochtans keerde zich de HEERE van den brand Zijns groten toorns niet af, waarmede Zijn toorn brandde tegen Juda, om al de tergingen, waarmede Manasse Hem getergd had. 27 En de HEERE zeide: Ik zal Juda ook van Mijn aangezicht wegdoen, gelijk als Ik IsraŽl weggedaan heb; en Ik zal deze stad Jeruzalem verwerpen, die Ik verkoren heb, en het huis, waarvan Ik gezegd heb: Mijn Naam zal daar wezen. (Statenvertaling)

     

    Vers 26 van het hierboven geciteerde Bijbelgedeelte leert dat Josia ‘al de wet Mozes’ volgde, waar ook de sabbat- en jubeljaren deel van uitmaakten.

    Het is opmerkelijk dat de val van Nineveh, de hoofdstad van het Assyrische, plaatsvond in het jaar van de dubbele zegening over het land in 612 v. Chr. Het betekende het begin van het einde voor het Assyrische Rijk dat vooral in de achtste en zevende eeuw v. Chr. een doodsvijand van IsraŽl en Juda was geweest.

     

     

    Toen het zeventiende jubeljaar in oktober 611 v. Chr. in Juda geproclameerd werd was de Assyrische aartsvijand niet meer.

    Het waren de Meden en de BabyloniŽrs die geallieerd een einde aan de bloedstad maakten. De nieuwe wereldmachten van de oudheid tekenden zich echter voor Juda aan de horizon al af.

    De val van Nineveh was door de profeet Nahum (1:1-15) aangekondigd. Aan het einde van de oordeelsaankondiging volgt het belangrijk vers 15 waar staat: vier uw vierdagen.

    Nahum 1:15 Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet horen; vier uw vierdagen, o Juda! betaal uw geloften; want de Belialsman zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid. (Statenvertaling)

     

    De NBG 1951 vertaling heeft het als het volgt vertaald:

    Zie, op de bergen de voeten van de vreugdebode die heil verkondigt. Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften! Want voortaan zal de snoodaard niet meer door u heentrekken, hij is geheel en al uitgeroeid.

     

    Kan het duidelijker? Vier, o Juda, uw feesten, betaal uw geloften!

    Dit zijn de feesten waaronder het jubeljaar die in het derde Bijbelboek Leviticus beschreven staan:

    Leviticus 25:9 Daarna zult gij in de zevende maand, op den tienden der maand, de bazuin des geklanks doen doorgaan; op den verzoendag zult gij de bazuin doen doorgaan in uw ganse land. 10 En gij zult dat vijftigste jaar heiligen, en vrijheid uitroepen in het land, voor al zijn inwoners; het zal u een jubeljaar zijn; en gij zult wederkeren een ieder tot zijn bezittingen, en zult wederkeren een ieder tot zijn geslacht. 11 Dit jubeljaar zal u het vijftigste jaar zijn; gij zult niet zaaien, noch inoogsten wat van zelf daarin zal gewassen zijn, noch ook de druiven der afzonderingen in hetzelve afsnijden. 12 Want dat is het jubeljaar; het zal u heilig zijn; gij zult uit het veld de inkomst daarvan eten. (Statenvertaling)

     

    Het zeventiende jubeljaar van oktober 611/september 610 v. Chr. is hiermee aangetoond een historisch jubeljaar te zijn en vast verankerd als een schakel van een ketting met in totaal dertig schakels op de tijdsbalk.

    Koning Josia had eerder dit jaar mijn aandacht op dit blog met het artikel van 22.02.2018 over de identificatie van de Keretieten van de profeet Zefanja. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3056572

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    04-04-2018 om 06:41 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De datering van de Amarna-kleitabletten

    De Amarna-kleitabletten bevatten de correspondentie van farao ís vazallen in Klein-AziŽ. Zij zijn geschreven in spijkerschrift in de Akkadische oudheidtaal wat vandaag te vergelijken is met het gebruik van het Engels als internationale communicatietaal. De ontvangers van de brieven in Egypte waren de Amonhotep III en IV die in de brieven met hun Akkadische namen aangeduid worden als Nimmoeria en Nafoeria.

     

     

    Honderden kleitabletten zijn sinds 1887 in de negentiende eeuw tevoorschijn gekomen. De eerste vondst gebeurde toen autochtone Egyptenaren te Amarna toevallig kleitabletten opgroeven. Meer dan driehonderd meestal diplomatieke brieven zijn vandaag bekend en vertaald. Het moderne Amarna ligt vandaag op de plaats waar in de oudheid farao Achnaton zijn nieuwe hoofdstad Achetaton gebouwd had.

    De identificatie van de Akkadische namen van de verzenders van de kleitabletten ligt moeilijker in tegenstelling met de ontvangers van de brieven Nimmoeria en Nafoeria. Enkele veel voorkomende namen in de briefwisseling zijn die van een koning van Jeruzalem met de naam Abdi Hiba, de koning van Soemoer Abdi Hiba en een rebel met de naam Labaja die hen het leven zuur maakte.

    Geen een van de brieven is gedateerd wat het chronologisch schikken op de tijdsbalk zeer moeilijk maakt. De orthodoxe Egyptologie dateert de briefwisseling op basis van hun gebruik van de Sothis-kalender foutief in de vijftiende en veertiende eeuw voor Christus. Zie het artikel van 27.02.2017 op dit blog: over de chronologie van het oude Egypte, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1488150000&stopdatum=1488754800

     

     

    Dr. ImmanuŽl Velikovsky (1895/1979) beweerde dat de correspondentie in de negende eeuw voor Christus thuishoorde. Meer dan honderd bladzijden in zijn boek ĎEeuwen in chaosí werden aan de Amarna-kleitabletten gewijd. Volgens Dr. Velikovsky waren de Bijbelse koningen Achab en Josafat tijdgenoten van Achnaton en identificeerde hij deze koningen als de briefschrijvers Rib Addi en Abdi Hiba. Velikovsky was een omstreden onderzoeker van meerdere wetenschappelijke takken. Door zijn brede wetenschappelijke belangstelling en grote belezenheid kwam Velikovsky nochtans tot de ontwikkeling van revolutionaire theorieŽn over de oorsprong van de aarde en ons zonnestelsel. Zijn eerste boek ĎWerelden in botsingí Ė WORLDS IN COLLISION - gepubliceerd in 1950, botste op tegenstand van de academische wereld en werd verworpen. De erudiete Velikovsky sprak zich volgens hen over teveel vakgebieden uit. Met zijn werk Ďeeuwen in chaosí Ė AGES IN CHAOS - viel Velikovsky de gevestigde Egyptologie aan. Velikovsky identificeerde onder andere de briefschrijver uit Jeruzalem met de Akkadische naam Abdi Hiba met koning Josafat van Juda.

    Hierna een citaat uit ĎEeuwen in Chaosí, 1952, blz.255:

    Ö in de zaal van de historie, waar mensenmenigten uit vele eeuwen elkaar verdringen, wijs ik rechtstreeks bepaalde figuren aan, die geheel andere namen dragen  dan de door ons gezochte personen, men zegt zelfs, dat ze thuishoren in een eeuw, die wel zes eeuwen gescheiden is van de tijd van de personen die wij zoeken. Zelfs nog eer ik onderzoek doe naar de op deze wijze schijnbaar zonder recht van spreken uitgekozen personen, verklaar ik de identificatie als juist. Het kompas in mijn hand is het kompas van de tijdmeting; ik bekort met zes eeuwen de tijd van Thebe en el-Amarna en tref koning Josafat te Jeruzalem, Achab te Samaria en Benhadad te Damascus aan. Indien mijn kompas van de tijdmeting me niet bedriegt, zijn zij de koningen, die in de el-Amarna periode regeerden in Jeruzalem, Samaria en Damascus.

     

    In mijn reconstructie van de geschiedenis van de oudheid wijk ik soms van Velikovsky ís reconstructie van de geschiedenis af maar pas zijn werkmethode toe. In mijn werk ĎDe zonaanbidder Ė Achnaton, de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016, schuif ik meer dan zeven eeuwen op de tijdsbalk met als resultaat Achaz in Jeruzalem, Pekah in Samaria en Rezin in Damascus. Abdi Hiba wordt nu geÔdentificeerd met koning Achaz van Juda, Rib Addi uit de Amarna-briefwisseling wordt nu geÔdentificeerd met koning Hosea van het tienstammenrijk en de rebel Labaja is Pekah de usurpator van de troon in Samaria. De genoemde koningen van IsraŽl en Juda waren volgens de Bijbel, allen afgodendienaars en passen beter in het plaatje wat de inhoud van de briefwisseling betreft. Ik heb de grootste moeite met de identificatie van personen die volgens de Bijbel op de HERE God vertrouwden maar in hun vermeende briefwisseling met Farao afgoden dienden. Dit is al voldoende basis om de identificatie van Saul en David door David Rohl of van Josafat door ImmanuŽl Velikovsky, als de briefschrijvers af te wijzen.

     

     

    Deze opmerking neemt het spadewerk niet weg, dat Velikovsky geleverd heeft. Spadewerk dat het fundament voor de revisie van de geschiedenis van de oudheid wereldwijd legde. Bevindingen van Velikovsky haalden al eerder pijlers waarop het fundament van de orthodoxie rust naar beneden. Een goed voorbeeld is het hierna volgende citaat uit Eeuwen in Chaos hoofdstuk 6:

    Batroena: de stad die nog gebouwd moest worden

    ďEnkele malen noemde de koning van Goebla in zijn brieven de stad Batroena en deze wordt geÔdentificeerd als het oude Botrys. Meneander evenwel, een Griekse schrijver die door Josephus wordt aangehaald, verklaart over Ithobalus, de koning van Tyrus uit de negende eeuw, dat Ďhij het was die de stad Botrys in FeniciŽ stichtte.Ē De stad Botrys, gebouwd door de schoonvader van Achab, kon alleen dan in de Amarna brieven worden vermeld, als de stichting van de stad voorafging aan de Amarna periode

    Einde citaat.

     

    Conclusie:

    Een stad die nog gebouwd moest worden in de tiende eeuw, kan onmogelijk deel hebben uitgemaakt van een correspondentie met een farao die de orthodoxie foutief in de veertiende eeuw voor Christus plaatst. Een ketting is zo sterk als haar zwakste schakel. De plaatsing van de Amarna-tijd in de vijftiende en veertiende eeuw v. Chr. door de orthodoxe egyptologie, met briefwisseling over een onbestaande stad is hiermee gebleken een zwakke schakel van een ketting te zijn en dat de ketting aan een revisie toe is.

     

    De foutieve plaatsing van de Amarna-epoque in de vijftiende en veertiende eeuw v. Chr. door de orthodoxie en de correctie ervan in het licht van het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid, had al eerder mijn aandacht op dit blog. Zie het artikel van 18.03.2016 op dit blog: zijn de Habiroe van de Amarna-correspondentie de HebreeŽrs van Jozua? Zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1457910000&stopdatum=1458514800

     

    Wordt vervolgd Ö

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    28-03-2018 om 07:10 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronologie en de door farao Ahmose op de Hyksos buitgemaakte runderen

    A History of Egypt, James Henry Breasted Ph.D., Book IV, Chapter xii. The Expulsion of the Hyksos and the Triumph of Thebes.

    In the 22nd year of his (Ahmose) reign he was still using in his building operations oxen which he had taken from the Asiatics, so that this or another campaign of his in Asia must have continued to within a few years of that time.”

     

     

    De Egyptoloog J. H. Breasted maakt in zijn studie vermelding van het gebruik van buitgemaakte runderen op de Hyksos door farao Ahmose in zijn tweeŽntwintigste regeringsjaar. Breasted gaat er van uit dat de verdrijving van de Hyksos uit Egypte door farao Ahmose meerdere veldtochten vergde alvorens zij verdreven waren. Zo weten we uit Egyptische bron dat na de val van Avaris de hoofdplaats van de Hyksos van waaruit zij heel de regio controleerden, er ook veldtochten in Klein-AziŽ nodig waren alvorens de heerschappij van de Hyksos over het Midden-Oosten en Egypte gebroken zou zijn. Zo is er een driejarige belegering van de plaats Sjaroehen in Kanašn in Egyptische bronnen vermeld geworden.

     

     

    In mijn studie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 197-210, volg ik de herziening van de geschiedenis van de Oudheid zoals Dr. I. Velikovsky (‘Ages in Chaos’ of Eeuwen in chaos, 1952, hoofdstuk 2) het voorgesteld heeft. De Egyptische achttiende dynastie verhuist in zijn model van de vijftiende naar de tiende eeuw voor Christus. Relevant voor dit artikel is dat de farao ’s Ahmose tot Thothmosis III nu tijdgenoten worden van de koningen IsraŽl en Juda: Saul, David, Salomo en Rehabeam. Heel overtuigend en op wetenschappelijke basis heeft Velikovsky het orthodoxe fundament, de Sothis-datering namelijk, onderuit gehaald. Zie onder andere het artikel op dit blog van 27.02.2017: over de chronologie van het oude Egypte, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1488150000&stopdatum=1488754800

    De Hyksos uit Egyptische bron en de Amalekieten uit de Bijbel zijn ťťn en hetzelfde volk. Zij hebben voor een periode van meer dan vierhonderd jaar over Egypte en het Midden-Oosten geheerst. Een tussenperiode in de geschiedenis van Egypte die gelijk loopt met de Richterentijd in IsraŽl en gevolgd door de veertigjarige regeerperiode van koning Saul. Het was Saul die in zijn achtendertigste regeringsjaar de strijd tegen Amalek aanving en naar ‘de stad van Amalek’ oprukte. Velikovsky ’s werk leest als een detectiveboek. Hij verbindt op meesterlijke manier de verschillende bronnen die handelen over de veldtocht van Saul en die van farao Ahmose. Beide heersers hebben aan de heerschappij van de Amalekieten/Hyksos geallieerd, een einde gebracht.

     

     

    In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, heb ik de farao ’s van de achttiende dynastie met de Bijbelse chronologische gegevens als ankerpunt, op de tijdsbalk herschikt. Het belangrijkste ankerpunt en navigatiepunt op de tijdsbalk was de invasie van Juda en de plundering van de Tempel door farao Sisak alias Thothmosis III in het vijfde regeringsjaar van koning Rehabeam van Juda, in het voorjaar van 961 v. Chr. Het vijfde regeringsjaar van Rehabeam is hier gelijk aan het vijfentwintigste regeringsjaar van Thothmosis III. Vanaf dat jaartal heb ik de regeerperiode van Thothmosis III en van zijn voorgangers op de tijdsbalk gerangschikt. Het eerste regeringsjaar van Thothmosis wordt nu 986/985 v. Chr. Dit jaar loopt gelijk met het begin van de regeerperiode van Hatsjepsoet, de vrouw die voor een periode van tweeŽntwintig jaar farao over Egypte was. Thothmosis III was gedurende deze tijd ondergeschikt aan Hatsjepsoet. Na haar dood in het jaar 964 v. Chr. rukte Thothmosis III in zijn drieŽntwintigste regeringsjaar voor de eerste maal Klein-AziŽ binnen en beŽindigde de periode van vrede die er was tussen Hatsjepsoet en Salomo. Hatsjepsoet werd door Velikovsky overtuigend geïdentificeerd met de Bijbelse koningin van Scheba. De expeditie naar het land Poent door Hatsjepsoet in haar negende regeringsjaar, was naar het IsraŽl van Salomo. Salomo zat dan dertig jaar op de troon en vierde naar ik aanneem een soortgelijk Heb-Seb-festival  zoals in Egypte gebruikelijk was. De voorganger van Hatsjepsoet was haar vader Thothmosis I die veertien jaar regeerde van 1000/999 v. Chr. tot 987/986 v. Chr. De korte regeerperiode van Thothmosis II loopt gelijk met die van Hatsjepsoet. Thothmosis II was een zoon van Thothmosis I bij een bijvrouw genaamd Mutnofret, de zuster van de hoofdvrouw van farao. Thothmosis II werd de troonopvolger na de vroege dood van Thothmosis II’ twee zonen bij zijn hoofdvrouw: Wadjmose en Amenmose. Om de machtspositie op de troon van Egypte voor Thothmosis II te bevestigen werd hij in de echt verbonden met zijn halfzuster Hatsjepsoet, de dochter van Thothmosis I bij Ahmose. Zij was vermoedelijk ouder dan Thothmosis II. Thothmosis I had ook een zoon bij een bijvrouw genaamd Isis: Thothmosis III. Deze troonopvolger zou echter moeten wachten tot de dood van Hatsjepsoet alvorens de scepter in Egypte te kunnen overnemen. Thothmosis III was trouwens al als opvolger benoemd nog tijdens het leven van Thothmosis II, om reden van de ambities van zijn vrouw en halfzuster. Men kan aannemen dat Thothmosis II qua gezondheid, een zwakke persoon was en dat zijn zogenaamde regeerperiode met uitzondering van zijn eerste twee jaar, met die van Hatsjepsoet gelijk liep.

    In het vijfde regeringsjaar van Thothmosis I in 996/995 v. Chr. rukt farao Klein-AziŽ binnen en neemt o.a. de stad Gezer in. Deze stad schenkt hij aan Salomo als bruidsschat voor zijn dochter die Salomo na het beŽindigen van het werk aan de Tempel te Jeruzalem in 996 v. Chr. tot vrouw neemt. Het bestaande bondgenootschap tussen Egypte en IsraŽl werd hiermee extra bevestigd. De verkregen jaartallen zijn het resultaat van het verankeren van Thothmosis III’ vijfentwintigste regeringsjaar met het vijfde regeringsjaar van koning Rehabeam van Juda.

    De voorganger van Thothmosis I op de troon in Egypte was farao Amonhotep I met een regeerperiode van vierentwintig jaar. Zijn regeringsjaren gaan van het jaar 1024/1023 tot 1001/1000 v. Chr. De verschillende chronologische bronnen van Manetho geven afwijkende aantallen voor de regeringsduur. Africanus geeft een regeringsduur van 24 jaar op, Eusebius 21 jaar, Josephus 20 jaar en zeven maanden. Ik heb gekozen voor de periode van 24 jaar omdat dit in het gereviseerde plaatje past.

    De voorganger van farao Amonhotep I op de faraolijst was een farao met de naam Chebros of Chebron. Een naam voor wie geen archeologisch bewijs voor handen is. Hij krijgt van Manetho via de drie kopieerders, een regeerduur van dertien jaar. Ik neem aan dat hij samen met Amonhotep I geregeerd heeft. Op enkele van de overgebleven monumenten van Amonhotep I zijn er verwijzingen naar de viering van een Heb-Seb-festival. Zulk een festival werd gevierd na een regeerperiode van dertig jaar. In het geval van Amonhotep zal deze hoogstwaarschijnlijk zijn regeerjaren als co-regent met Chebron(s) meegerekend hebben. Zo arriveren we terugrekenend van het vijfentwintigste regeringsjaar van Thothmosis III, bij de farao die de Hyksos uit Egypte verdreven heeft en geallieerd met koning Saul van IsraŽl ‘de stad van Amalek’ ingenomen heeft: farao Ahmose. Hij krijgt van de kopieerders van Manetho een regeerperiode van vijfentwintig jaar. Josephus heeft hier afwijkend van Africanus en Eusebius een regeerperiode van vijfentwintig jaar en tien maanden. Op de tijdsbalk vullen we de regeerperiode van farao Ahmose in van het jaar 1062 tot 1037 v. Chr. In IsraŽl regeert dan Saul over de twaalf stammen en zitten we in het vijfentwintigste regeringsjaar van Saul. In het achtendertigste jaar van Saul begint de oorlog tegen Amalek wat gelijk loopt met het elfde regeringsjaar van farao Ahmose en de val van Avaris. Na de val van Avaris trokken de Hyksos zich terug op Sjaroehen in Kanašn waar zij uiteindelijk na een belegering van drie jaar vernietigd werden.

     

    Nu komen we aan het doel van dit artikel namelijk het inpassen van het puzzelstukje met de vermelding door Ahmose dat hij in zijn tweeŽntwintigste regeringsjaar nog gebruik maakte van buitgemaakte runderen door hem op de Hyksos.

    Hedendaagse runderen kunnen een leeftijd bereiken van vijftien tot vijfentwintig jaar afhankelijk van voeding en verzorging. Ik ga er vanuit dat de in de bouwwerken gebruikte runderen van Ahmose een hard leven hadden met een korte levensduur als gevolg. Op de tijdsbalk geverifieerd passen nochtans beide opgegeven levensduurte voor een rund. Het tweeŽntwintigste regeringsjaar van Ahmose viel in 1041/1040 v. Chr. De belegering van Sjaroehen en het einde van de Hyksos-heerschappij viel in het jaar 1047 v. Chr. in het dertiende regeringsjaar van Ahmose. Er waren aldus slechts negen jaar verstreken sinds het verslaan van de Hyksos en het gebruik van de buitgemaakte runderen.

    De leeftijd van de vermelde runderen door Ahmose op het moment van het buitmaken op de Hyksos, kennen we niet. Maar we kunnen er van uit gaan dat alleen de gezonde en jonge dieren als buit meegenomen werden. In de Bijbel lezen we een gelijkaardige geschiedenis over Saul die ook runderen en ander vee op de Amalekieten buitmaakte:

    1 SamuŽl 15:5 Toen Saul de stad van Amalek bereikt had, legde hij in het dal een hinderlaag. 6 Saul nu zeide tot de Kenieten: Gaat heen, verwijdert u, trekt weg uit het midden der Amalekieten, opdat ik u niet met hen verdelg; gij hebt immers trouw bewezen aan alle IsraŽlieten, toen zij uit Egypte trokken. Daarop verwijderden zich de Kenieten uit het midden van Amalek. 7 En Saul versloeg Amalek van Chawila af tot in de nabijheid van Sur, dat ten oosten van Egypte ligt. 8 Agag, de koning van Amalek, greep hij levend, maar het gehele volk sloeg hij met de ban door de scherpte des zwaards. 9 Saul echter en het volk spaarden Agag en het beste van het kleinvee en van de runderen, ook het naast-beste, verder de lammeren, kortom al wat waardevol was; dat wilden zij niet met de ban slaan. Maar al het vee dat waardeloos was en ondeugdelijk, sloegen zij met de ban.

     

    En hiermee past het gevonden puzzelstukje volmaakt in het gereviseerde plaatje van het revisionisme van de geschiedenis van de Oudheid.

    Zie ook het artikel op dit blog van 26.10.2016: waar lag de stad Avaris? Zie link:  http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1477260000&stopdatum=1477864800

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    21-03-2018 om 06:38 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het zestiende historische Jubeljaar van oktober 660/september 659 v. Chr.

    We vervolgen deze week met onze afleveringen over de historische jubeljaren. Met het artikel van 16.02.2018 op dit blog gaven we aandacht aan het vijftiende jubeljaar dat in de Bijbel aan de hand van de profeet Jesaja heel duidelijk als een historisch jubeljaar herkend wordt. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3055355

     

    De wijze van rekenen met de Bijbelse sabbat- en jubeljaren heb ik van William Whiston (JOSEPHUS Complete Works, Translated by William Whiston, A.M., Appendix Dissertation V) overgenomen. Ik heb dertig jubeljaren uit zijn lijst geselecteerd en op een tijdsbalk ondergebracht. Het resultaat was verhelderend. Vanaf het eerste jubeljaar in 1395/1394 v. Chr. na de inname van het Beloofde Land Kanašn tot het openbaar worden van Jezus Christus als de Messias in 27/28 AD tellen we dertig jubeljaren. Hierna een opsomming van de jubeljaren die we al behandeld hebben.

    Exodus jaartal: 1483 v. Chr. Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.

    Jubeljaren en jaartallen v. Chr.:    Historische periode:

    1.       1395/1394                             Richter OthniŽl

    2.      1346/1345                                      Ruth 6:6

    3.      1297/1296                             Richter Ehud

    4.      1248/1247                             verdrukking Jabin

    5.      1199/1198                              Richter Thola

    6.      1150/1149                              verdrukking Ammon

    7.      1101/1100                              Richter en profeet SamuŽl

    8.      1052/1051                             Saul

    9.      1003/1002                                     Salomo

    10.    954/953                               Rehabeam

    11.     905/904                               Josafat

    12.     856/855                                Joas

    13.     807/806                               Amazia

    14.     758/757                                Uzzia

    15.     709/708                               Het 14de jaar van Hizkia

    16.    660/659                              Manasse

     

     

    Het zestiende jubeljaar sinds de instelling ervan in de Wet van Mozes viel ten tijde van de regeerperiode van koning Manasse, de zoon van Hizkia. Naar het houden van het Jubeljaargebod ten tijde van Manasse is er in de Bijbel geen verwijzing te vinden. Bij het lezen van het hierna volgende Bijbelgedeelte mogen we twijfelen of de bepalingen van het jubeljaar inderdaad gevolgd werden.

    2 Koningen 21:1 Manasse was twaalf jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde vijf en vijftig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Hefzi-bah. 2 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen IsraŽls uit de bezitting verdreven had. 3 Want hij bouwde de hoogten weder op, die Hizkia, zijn vader, verdorven had; en hij richtte Bašl altaren op, en maakte een bos, gelijk als Achab, de koning van IsraŽl, gemaakt had, en boog zich neder voor het heir des hemels, en diende ze. (Statenvertaling)

     

    Op het bijgevoegde tijdschema merkt men dat er een co-regentschap van drie jaar tussen Hizkia met zijn zoon Manasse heeft plaatsgevonden. Het chronologisch verband tussen beide regeerperioden heb ik in TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 339-343, uitgewerkt.

     

     

    Met ons tweede tijdschema vervolgen we de sabbatjaar- en jubeljaartelling ten tijde van de lange regeerperiode van Manasse, koning van Juda. Bovenaan ziet u de jaartallen gebaseerd op de westerse jaartelling, onderverdeeld in vier vakjes. Op deze manier is het eenvoudig de zeven maal zeven sabbatjaren via een lichtblauwe tijdsbalk van april tot maart van het volgende jaar aan te tonen. Daaronder ziet u de regeerperiode van Manasse afgebeeld in een donkerblauwe kleur met een kalender die van oktober tot september van het volgende jaar loopt. Verder zijn op het tijdschema de koningslijsten van AssyriŽ en Egypte te vinden. In AssyriŽ neemt in 680 v. Chr. Essarhaddon na de dood van zijn vader Sanherib, de scepter over. Aan AssyriŽ geven we bij het derde tijdschema van dit artikel bijzondere aandacht.

     

     

    Het derde bijgevoegde tijdschema markeert het tweeŽntwintigste regeringsjaar van Manasse. Het is het jaar dat hij door de AssyriŽrs gevankelijk werd weggevoerd. De geschiedenis van de wegvoering halen we in de eerste plaats uit het Bijbelboek 2 Kronieken. Het exacte jaartal is ons overgeleverd in de Joodse legendes.

    2 Kronieken 33:9 Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen IsraŽls verdelgd had. 10 De HEERE sprak wel tot Manasse en tot zijn volk; maar zij merkten daar niet op. 11 Daarom bracht de HEERE over hen de krijgsoversten, die de koning van AssyriŽ had, dewelke Manasse gevangen namen onder de doornen; en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel. (Statenvertaling)

     

    Een jaartal voor de wegvoering in Assyrische gevangenschap geeft het Bijbelboek 2 Kronieken niet weer. Het zijn de Joodse legendes die ons chronologisch gezien van dienst zijn.

    Legends of the Jews, by Louis Ginzberg, 1909, Volume IV, IX, The later kings of Juda, Manasseh,

    God is long-suffering, but in the end Manasseh received the deserved punishment for his sins and crimes. In the twenty-second year of his rulership, the Assyrians came and carried him off to Babylon in fetters, him together with the old Danite idol, Micah's image. Et cetera…

     

    Op ons tijdschema merken we dat dit geschiedde tijdens de regeerperiode van Essarhaddon in AssyriŽ. Maar er is meer, de bewaard gebleven Assyrische annalen van Essarhaddon vermelden een veldtocht naar Arzani in zijn vijfde regeringsjaar. Waar ‘Arzani’ juist op de landkaart gesitueerd moet worden blijft voor de Assyriologie een vraagteken. Het is de verdienste van wijlen Dr. I. Velikovsky die aantoonde dat de Assyrische geografische term ‘Arzani’ in feite een verbastering van het Hebreeuwse woord ‘Arzenoe’ is wat ‘ons land’ betekent. Zie het artikel van 20.06.2016 op dit blog: de zoon van de AssyriŽr Sanherib: Essarhaddon, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1466373600&stopdatum=1466978400

     

     

    Met ons vierde tijdschema voor deze aflevering arriveren we bij het zestiende historische jubeljaar van oktober 660/september 659 v. Chr. dat in het achtendertigste regeringsjaar van Manasse viel. Zoals bij de aanvang van dit artikel vermeldt hebben we in de Bijbel geen indicatie of het zestiende jubeljaargebod ten tijde van Manasse gehouden werd.

    Vanuit de Joodse legendes weten we dat Manasse in zijn tweeŽntwintigste regeringsjaar door de AssyriŽrs naar Babylon gevankelijk werd weggevoerd (Legends of the Jews, by Louis Ginzberg, 1909, Volume IV, IX The later kings of Juda, Manasseh). De legende vermeldt echter niet wanneer exact hij naar Judea terugkeerde?

    Indien hij in zijn achtendertigste regeringsjaar opnieuw in zijn koningschap hersteld was, hebben we een indicatie in de Schrift dat het Jubeljaargebod gehouden werd. Dit blijkt uit het Bijbelgedeelte van 2 Kronieken hoofdstuk 33 wanneer we dit Schriftgedeelte verder citeren:

    2 Kronieken 33: 12 En als hij hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN, zijns Gods, ernstelijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen, 13 En bad Hem; en Hij liet Zich van hem verbidden, en hoorde zijn smeking, en Hij bracht hem weder te Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse, dat de HEERE God is. 14 En na dezen bouwde hij den buitenmuur aan de stad Davids, aan de westzijde van Gihon in het dal, en tot den ingang van de Vispoort, en omsingelde Ofel, en verhief dien zeer; hij leide ook krijgsoversten in alle vaste steden in Juda. 15 En hij nam de vreemde goden en die gelijkenis uit het huis des HEEREN weg, mitsgaders al de altaren, die hij gebouwd had op den berg van het huis des HEEREN, en te Jeruzalem; en hij wierp ze buiten de stad. 16 En hij richtte het altaar des HEEREN toe, en offerde daarop dankofferen en lofofferen, en zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God IsraŽls, dienen zouden. (Statenvertaling)

     

    Absolute zekerheid over het eventueel houden van het Jubeljaargebod hebben we ditmaal niet. Dat het zestiende jubeljaar niettemin een historisch feit is weten we op basis van het feit dat het past in de tijdsketen van de dertig jubeljaren die door elf historische verwijzingen op de tijdsbalk verankerd zijn. Met de aflevering van 16.02.2018 hebben we het vijftiende jubeljaar als historisch verankerd met het jaar 709/708 v. Chr. gezien en op 18.12.2017 gaven we aandacht aan het historisch verankerde achttiende jubeljaar via een artikel over een link met de archeologie: het Bijbel-historische boek 2 Koningen en de archeologie, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1513551600&stopdatum=1514156400

    Het zestiende jubeljaar zit als puzzelstukje volmaakt op zijn plaats in het geheel van het plaatje.

     

    Tot slot wil ik nog een opmerking maken over het fenomeen van de afgoderij dat in de oudheid telkens opnieuw de kop opstak in zowel IsraŽl als Juda. De oorsprong en oorzaak ligt volgens mij bij de cyclus van meganatuurcatastrofes van kosmische oorsprong die planeet aarde met intervallen vanaf de vierentwintigste eeuw v. Chr. tot de zevende eeuw v. Chr. getroffen heeft. De wereld van de oudheid was voor een lange tijd in beroering en een bron van afgoderij bij de volkeren en IsraŽl die meenden in de ‘planeten in beroering’, goden aan het werk te zien. Toen de IsraŽlieten onder leiding van Mozes in 1483 v. Chr. uit Egypte trokken namen zij hun afgoden al mee. Het bekende gouden kalf dat zij bij de berg Gods maakten was een afbeelding van een Egyptische afgod. Zie het artikel van 30.01.2017 op dit blog: de profeet Jeremia (46:15) en de Egyptische Apis-stier, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1485730800&stopdatum=1486335600

    Het is Stefanus die in 30 AD voor de Joodse raad staande deze onheilsgeschiedenis beknopt doorgaf:

    Handelingen 7:41 En zij maakten een kalf in die dagen, en brachten offerande tot den afgod, en verheugden zich in de werken hunner handen. 42 En God keerde Zich, en gaf hen over, dat zij het heir des hemels dienden, gelijk geschreven is in het boek der profeten: Hebt gij ook slachtofferen en offeranden Mij opgeofferd, veertig jaren in de woestijn, gij huis IsraŽls? 43 Ja, gij hebt opgenomen den tabernakel van Moloch, en het gesternte van uw god Remfan, de afbeeldingen, die gij gemaakt hebt, om die te aanbidden; en Ik zal u overvoeren op gene zijde van Babylon. (Statenvertaling)

     

    Stefanus citeerde de profeet Amos hoofdstuk vijf waar de god Remfan vermeldt wordt. Er is verschil in schrijfwijze van de naam Remfan, ook in het Grieks. De Septuagintvertalers noemden hem Raephan. De NBG-vertalers van 1951 vertaalden de naam naar Kewan. Deze naam staat voor de oud-Babylonische god: Kajawanu, die de planeet Saturnus voorstelde. De verering van Saturnus en de naam Saturnus kan zelfs in verband gebracht worden met Nimrod, de anti-messias van Genesis. In het oude Babylon werd de naam als ‘Stur’ geschreven, een naam met een getalswaarde van zeshonderdzesenzestig.

    Als men dan niet het geloof van Mozes heeft naar HebreeŽn 11:27 ‘die voorwaarts ging als ziende de Onzienlijke’, dan maakt men geestelijk blind en doof zijnde de verkeerde keuzes wanneer ‘werelden in botsing’ komen, en mist men zijn doel.

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    14-03-2018 om 06:41 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pesach anno 2018: vrijdag 30 maart ’s avonds tot zaterdag 7 april

    Op 30 maart van dit jaar zal het 3500 jaar geleden zijn dat de exodus uit Egypte plaatsvond. Het was in 1483 v. Chr. in de vijftiende eeuw voor Christus dat de twaalf stammen van IsraŽl op weg naar het Beloofde Land Kanašn gingen.

    Hoe ik het jaartal 1483 v. Chr. voor het exodusjaar verkregen heb is vrij eenvoudig uit te leggen. De Bijbelse chronologie van mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, is opgebouwd binnen het raamwerk van de sabbat- en jubeljaren volgens de telling van William Whiston als fundament. Er waren dertig historische jubeljaren teruggerekend vanaf het optreden van de Heer Jezus Christus in oktober 27 AD te Nazareth volgens Lukas hoofdstuk 4, wanneer de Heiland het ‘aangename jaar des HEREN’ uitriep. Het eerste jubeljaar terug de tijd viel in okt.1395/sep.1394 v. Chr. Zeven maal zeven jaar eerder waren zij in 1443 v. Chr. het beloofde land Kanašn binnengetrokken en begon de eerste sabbatjaren-cyclus. Veertig jaar daarvoor waren de IsraŽlieten in 1483 v. Chr. uit Egypte opgetrokken. De dertig jubeljaren zijn wetenschappelijk via elf historische vermeldingen op de tijdsbalk verankerd. Volgens het Bijbelboek 1 Koningen 6:1 waren het vierhonderdtachtig jaar vanaf het exodusjaar tot het vierde regeringsjaar van Salomo wanneer deze aan de bouw van de Tempel te Jeruzalem begon. Het vierde regeringsjaar van Salomo viel volgens de sabbat- en jubeljaar-telling in oktober 1004/september 1003 v. Chr. Zijn eerste regeringsjaar begon in oktober 1007 v. Chr. en zijn sterfjaar was het najaar van 967 v. Chr. Voor Salomo hebben we de veertigjarige regeerperiode van David: 1047/1007 v. Chr. en daarvoor regeerde Saul van 1087 tot 1047 v. Chr. over de twaalf stammen van IsraŽl. De koningen van IsraŽl en Juda heb ik tussen de jaartallen 967 en 586 v. Chr. op de tijdsbalk herschikt met de historische sabbat- en jubeljaren als ijkpunten.

     

    Volgens Flavius Josephus geschiedde de exodus in een jaar dat de Nisan-zon zich in het astronomische Ram of Lam (Aries)-beeld op de veertiende dag van de maand nisan bevond.

    In the month of Xanthicus, which is by us called Nisan, and is the beginning of our year, on the fourteenth day of the lunar month, when the sun is in Aries, (for in this month it was that we were delivered from bondage under the Egyptians,) the law ordained that we should every year slay that sacrifice which I before told you we slew when we came out of Egypt, and which was called the Passover; and so we do celebrate this Passover in companies, leaving nothing of what we sacrifice till the day following.

    (Flavius Josephus (Joodse Oudheden, Boek III. 10, 5.):

     

    Het gangbare exodusjaartal dat tegenwoordig gehanteerd wordt is ca. 1447 v. Chr. en dit als gevolg van het gebruik van Thiele ’s constructie van de regeerperioden van de koningen van IsraŽl en Juda en de verankering op de tijdsbalk met de chronologie van de Assyrische koningslijst. Zie het artikel van 02.12.2017 op dit blog: De knieval van de geleerde Edwin R. Thiele, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1511737200&stopdatum=1512342000

     

     

    In mijn boek Exodus, 2016, breng ik de geschiedenis van IsraŽl in het oude Egypte vanaf de aartsvader Jakob tot op Mozes. De exacte Exodusroute wordt op de landkaart uitgestippeld en de Bijbelse plaatsnamen Rameses, Sukkot en Etham op de landkaart geplaatst. De plaats van de doorgang door de Schelfzee wordt in het boek aangewezen en de berg Sinaï in ArabiŽ gelokaliseerd.

    Mijn verhaal laat ik aanvangen in het Egypte van de oudheid vanaf de aankomst van Jakob/IsraŽl in 1699 v. Chr. op het hoogtepunt van een wereldwijde hongersnood en eindigt met de Exodus uit Egypte in 1483 v. Chr., gevolgd door het geven van de Tien Woorden aan IsraŽl. De geschiedenis van IsraŽl en de Exodus halen we in de eerste plaats uit de Bijbel, daarnaast uit de werken van Flavius Josephus en uit de Joodse overleveringen en legendes.

     

     

    Maar ook de Egyptologie levert via een revisie van de geschiedenis van de oudheid verrassende resultaten. De Exodus van de IsraŽlieten uit Egypte met de gepaard gaande tien plagen betekende namelijk een ware breuk in de Egyptische geschiedenis. Volgens de revisie van de oudheidgeschiedenis waren het zogenaamde Oude- en het Midden-Rijk in Egypte contemporain met elkaar en gingen als een gevolg van de tien plagen en de exodus met de vernietiging van het Egyptische leger in de Schelfzee, samen ten onder. Binnen de revisie van de oudheidgeschiedenis van Egypte was er maar ťťn tussenperiode, die van de Hyksos, die na de Exodus Egypte overrompelden en hun heerschappij over het Midden-Oosten vestigden. De twaalf stammen van IsraŽl trokken intussen na een periode van veertig jaar in de wildernis, het Beloofde Land Kanašn binnen.

     

     

    De exodus uit Egypte geschiedde op een vrijdag. Volgens de Joodse overlevering werd de wet aan IsraŽl namelijk gegeven op een sabbatdag, op de vijftigste dag na het vertrek uit Egypte. Het is aldus een eenvoudige berekening om zeven maal zeven weken eerder de Exodus met Pesach op een vrijdag te plaatsen. Volgens Joodse telling begon vrijdag op donderdagavond na het ondergaan van de zon. En dit is een voorafschaduwing van het Lam God ‘s Jezus Christus die met Pesach op goede vrijdag in 30 AD Zijn Bloed plaatsvervangend voor de Verlossing van de wereld, gaf.

    Terug de tijd in, werden de paaslammeren door de IsraŽlieten in Egypte met veertien nisan van het jaar 1483 v. Chr., tegen donderdagavond met vijftien nisan, voor de Pesach-maaltijd bereid, en zoals opgedragen werd het bloed ter bescherming tegen de verderfengel, aan de deurposten aangebracht (Exodus 12:29-37).

    Dat dit volgens Flavius Josephus plaatsvond op het exacte moment dat de zon het sterrenbeeld Ram/Lam binnenging kan naar mijn mening geen toeval zijn (The Witness of the Stars, Rev. E. W. BŁllinger (1837/1913), Chapter IV, The Sign Aries (The Ram or Lamb).

    Diezelfde nacht nog zou de grote trek naar de berg Gods in de wildernis van Midian een aanvang nemen. In mijn boek identificeer ik de pleisterplaatsen Sukkot en Etham op hun weg naar de Schelfzee, waar een week later het achtervolgende Egyptische leger met farao op kop door ingrijpen van de HERE God zijn einde zou vinden. Vervolgens beschrijf ik de strijd van Amalek tegen het geredde IsraŽl Gods en het geven van de Tien Woorden aan Mozes.

     

    Met vriendelijke groet

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    08-03-2018 om 06:33 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-03-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een vreemde eend in de bijt voor de orthodoxe egyptologie

    In het British Museum kan men vandaag in de Egyptische afdeling een rood granieten leeuwenbeeld uit de oudheid bewonderen. Een anomalie voor de orthodoxe egyptologie is dat er meerdere namen van heersers op staan die volgens hun tijdsconstructie meer dan duizend jaar tijdsverschil met elkaar hebben. Zo staat de cartouche van farao Amonhotep III op het beeld vermeldt met daarover de naam van Toetanchamon. De Nubische koning Amanislo uit de derde eeuw v. Chr. (c. 275/260 v. Chr.) heeft zijn naam naast die van de bekende Toetanchamon uit de veronderstelde veertiende eeuw v. Chr. (volgens de orthodoxie circa 1332/1323 v. Chr.) laten aanbrengen. Het beeld stond oorspronkelijk in de tempel van Soleb in NubiŽ, het huidige Soedan.

     

     

    http://www.britishmuseum.org/research/collection_online/collection_object_details/collection_image_gallery.aspx?assetId=775539001&objectId=117626&partId=1

     

    Het tijdsverschil echter tussen de MeroÔtische heerser Amanislo en Toetanchamon van meer dan duizend jaar is te groot voor een logische verklaring en is voor de orthodoxe egyptologie ťťn van de vele anomalieŽn die als een gevolg van hun tijdsconstructie blijven bestaan. Als een gevolg van hun hanteren van een veronderstelde dubbele hantering van een kalender in Egypte Ė de beruchte Sothis-kalender Ė belandde farao Toetanchamon van de achttiende dynastie foutief op de tijdsbalk in de veertiende eeuw voor Christus.

    Het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid heeft de zogenaamde Sothis-kalender als een latere fantasie van Grieken en Romeinen ontmaskerd. Zie o.a. artikel op dit blog van 27.02.2017: Over de chronologie van het oude Egypte, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1488150000&stopdatum=1488754800

     

    De regeerperiode van farao Toetanchamon heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 345-353, bijzondere aandacht gegeven. Hij hoort op de tijdsbalk thuis in de zevende eeuw v. Chr. en is het nu logischer dat de Nubische heerser Amanislo zijn naam naast die van Toetanchamon liet beitelen.

     

    In mijn boek: de zonaanbidder, Achnaton de strenge en hardvochtige farao volgens de profeet Jesaja, 2016, beschrijf ik de familiale verbanden binnen de versmade Aton-ketters. Toetanch-amon de zoon van Achnaton, heette aanvankelijk Toetanch-aton alvorens hij de eredienst van de god Amon liet herstellen, de eerder gesloten tempels opnieuw opende en de Amon-priesters in hun ambt herstelde. In mijn boek introduceer ik een nieuwe chronologie met als basis de Bijbel, de oudheidhistoricus Herodotos en de Griekse legende over Oedipus die met Achnaton geÔdentificeerd wordt.

     

     

    Dat Toetanchamon in de zevende eeuw v. Chr. thuishoort zou door de wetenschap bevestigd kunnen worden indien de wil aanwezig zou zijn tot het breken met het voor waar houden van de zogenaamde Sothis-kalender.

    De wetenschapper drs. J.A. Van Delden, Schepping en Wetenschap, 1977, hoofdstuk 13, bijvoorbeeld maakt in zijn studie melding van het onderzoek naar rietmatten uit het graf van Toetanchamon die aan een C-14 ouderdomstest onderworpen werden en de vaststelling dat het British Museum nooit de resultaten van de ouderdomstest heeft vrijgegeven. Men gaat ervan uit dat het materiaal gecontamineerd was aangezien er een resultaat was van vele eeuwen verschil met de veertiende eeuw v. Chr. waar de orthodoxe Egyptologie Toetanchamon op de tijdsbalk plaatst.

     

    Wordt vervolgdÖ

     

    Met vriendelijke groet

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    02-03-2018 om 06:55 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-02-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De profeet Zefanja en de identificatie van de Keretieten

    Met dit artikel wil ik de identificatie van de Keretieten, een volk naar wie de profeet Zefanja (2:5) verwijst. De betekenis van de naam Zefanja is: ‘Bewaard heeft de HEERE’. Wat zo bijzonder aan de introductie van Zefanja in de Bijbel is, is zijn voorgeslacht. Zijn over-overgrootvader was namelijk koning Hizkia (724/694 v. Chr.) van Juda. De bediening van de profeet Zefanja besloeg de tijd van de regeerperiode van koning Josia in Juda. Over de chronologie van de regeerperiode van koning Josia schreef ik een hoofdstuk in TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 361-365. Koning Josia regeerde van het jaar 640 tot 609 v. Chr., een periode van eenendertig jaar. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 371-373, gaf ik in relatie tot Josia ook aandacht aan de invasie van de Scythen in Klein-AziŽ. Een Scythische invasie van Klein-AziŽ die hen zelfs tot aan de grens van Egypte bracht, maar het gebied van Josia met rust liet.

    De profeet Zefanja ’s opdracht was te profeteren tegen ‘het overblijfsel van Bašl’ en de algemene afgodendienst die aan het begin van de regeerperiode van Josia in Juda nog voorkwam (Zefanja 1: 1-5). De vermelde oordeelaankondiging moeten we op de tijdsbalk voor de godsdiensthervorming van koning Josia plaatsen. De jaartallen verstrekt het Bijbelboek 2 kronieken:

    2 kronieken 34:1 Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en hij regeerde eenendertig jaar te Jeruzalem. 2 Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN en wandelde in de wegen van zijn vader David; hij week niet af, rechts noch links. 3 In het achtste jaar zijner regering, toen hij nog jong was, begon hij de God van zijn vader David te zoeken, en in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem te reinigen van de hoogten, de gewijde palen, de gesneden en de gegoten beelden. 4 Men brak in zijn tegenwoordigheid de altaren der Bašls af; de wierookaltaren die daarop stonden, hieuw hij om; de gewijde palen, de gesneden en de gegoten beelden verbrijzelde en verpulverde hij, en het stof strooide hij op de graven van hen die daaraan geofferd hadden; 5 de beenderen der priesters verbrandde hij op hun altaren. Zo reinigde hij Juda en Jeruzalem. 6 Ook in de steden van Manasse, Efraïm en Simeon, en zelfs in die van Naftali, welke allerwegen in puin lagen, 7 brak hij de altaren en de gewijde palen af, en sloeg hij de gesneden beelden tot gruis; al de wierookaltaren in het gehele land van IsraŽl hieuw hij om. Daarna keerde hij terug naar Jeruzalem. (NBG Vertaling 1951)

     

    Het twaalfde regeringsjaar van Josia was okt629/sep628 v. Chr. De aanvang van de bediening van Zefanja zit op de tijdsbalk voor het jaar 629 v. Chr. en liep vermoedelijk gelijk met de eerste twaalf jaar van het koningschap van Josia. Het resultaat van zijn prediking (en van andere profeten) was dat de jonge Godvruchtige koning Josia zijn godsdiensthervorming in het land kon doorvoeren. Het aangekondigde oordeel door de mond van de profeet Zefanja werd voor koning Josia afgewend en uitgesteld tot op zijn opvolgers op de troon van Juda: zijn zonen Jojakim, Jojachin en vervolgens Zedekia. Deze laatste koning maakte de val van Jeruzalem in 586 v. Chr. mee met de vernietiging van de Tempel en de wegvoering in Babylonische Ballingschap. Daarvoor had de BabyloniŽr Nebukadnezar voor de ogen van Zedekia eerst diens zonen laten doden en daarna Zedekia laten verblinden. Met uitgestoken ogen werd Zedekia gevankelijk naar Babylon weggevoerd. Het was het einde van het koningschap van IsraŽl.

    De profetie van Zefanja heeft betrekking op een herkenbaar historisch gedeelte maar gaat ook dikwijls over, naar wat men de eindtijd of Apocalyps noemt. Een oordeelperiode over Juda en de volken dat ook, vandaag nog toekomst is.

    Zefanja 1:14 Nabij is de grote dag des HEREN, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des HEREN; bitter schreeuwt dan de held. 15 Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, 16 een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. 17 Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de HERE gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek. 18 Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des HEREN. Door het vuur van zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden. 2:1 Komt tot uzelf, ja, komt tot inkeer, gij schaamteloos volk, 2 voordat het besluit tot uitvoering komt – als kaf gaat een dag voorbij – voordat over u komt de brandende toorn des HEREN, voordat over u komt de dag van de toorn des HEREN. 3 Zoekt de HERE, alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des HEREN.

     

    Voorwaar, men wordt niet vrolijk gestemd bij het lezen van de oordeelaankondiging van de profeet Zefanja. Nochtans is het wat inhoud betreft dezelfde aankondiging die men bijvoorbeeld ook in het laatste Bijbelboek vind: de Openbaring van Jezus Christus. De ‘dag des HEEREN’ beslaat in het Bijbelboek Openbaring een periode van zeven jaar verdeeld in twee perioden van 3 ½ jaar. Een periode van oordeel over een mensenwereld die de Bašls volgen.

    Onze aandacht gaat met dit artikel in de eerste plaats naar het duidelijk herkenbaar historisch gedeelte vanaf Zefanja 2:4 waar het volk der Keretieten vermeld wordt. De profeet Zefanja voorspelde een oordeel over het land der Filistijnen. Een oordeel dat hij aankondigde in de periode 640/629 v. Chr. en pas in vervulling ging met de Scythische invasie van het gebied in het jaar 621 v. Chr.

    Zefanja 2:4 Want Gaza zal verlaten zijn, en Askelon tot een woestenij worden, Asdod zal men op de middag verdrijven, en Ekron zal ontworteld worden. 5 Wee u, bewoners der zeekust, volk der Keretieten! Het woord des HEREN is tegen u, Kanašn, land der Filistijnen, en Ik zal u te gronde richten, zodat er geen inwoner meer zal zijn. 6 De zeekust zal worden tot weideplaatsen, tot putten der herders en tot kooien voor schapen. 7 De kust zal ten deel vallen aan het overblijfsel van het huis van Juda; daarop zullen zij weiden; in de huizen van Askelon zullen zij zich des avonds legeren, want de HERE, hun God, zal acht op hen slaan en een keer in hun lot brengen. 8 Ik heb gehoord het gesmaad van Moab en het gehoon der Ammonieten, waarmede zij mijn volk smaadden en zich verhieven tegen hun gebied. 9 Daarom, zo waar Ik leef, luidt het woord van de HERE der heerscharen, de God van IsraŽl, voorwaar, Moab zal aan Sodom gelijk worden, en de Ammonieten aan Gomorra, een veld van distelen en een zoutgroeve en een woestenij tot in eeuwigheid. Het overblijfsel van mijn volk zal hen plunderen en de rest van mijn natie hen erfelijk bezitten. 10 Dit zal hun wedervaren voor hun overmoed, want zij hebben gesmaad en zich verheven tegen het volk van de HERE der heerscharen. 11 Geducht zal de HERE tegen hen wezen, want Hij zal alle goden der aarde doen wegteren, en voor Hem zullen zich neerbuigen, ieder uit zijn plaats, alle kustlanden der volken. 12 Ook gij, EthiopiŽrs, zult met mijn zwaard doorstoken worden. 13 En Hij zal zijn hand tegen het Noorden uitstrekken, Hij zal Assur te gronde richten en Nineve tot een wildernis maken, dor als een woestijn. 14 Kudden zullen zich daar legeren, alle gedierte, dat in troepen leeft; zowel pelikaan als roerdomp zullen overnachten op zijn kapitelen; hoort, hoe het giert door het venster; verwoesting is op de drempel, want men heeft het cederwerk vernield. 15 Dit is de uitgelaten stad, die zo onbezorgd woonde, die bij zichzelf zeide: Ik ben het en niemand anders. Hoe is zij tot een woestenij geworden, een rustplaats voor het wild gedierte! Ieder die haar voorbijgaat, zal fluiten, met de hand schudden. (NBG Vertaling 1951)

     

     

    Zoals in mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 371-374, uiteengezet bleef het land Juda bij de Scythische invasie van de kust van Klein-AziŽ ongedeerd maar werd het gebied van Asdod, toentertijd een Assyrische provincie, in 622/621 v. Chr. door de Scythen onder de voet gelopen. Alle door Zefanja vermeldde plaatsen van Gaza tot Ekron bevonden zich in de Assyrische provincie Asdod. De oudheidhistoricus Herodotos (Boek 1, 105) rapporteert eveneens over de plundering van/en het lot van Ashkelon.

    In dit gebied woonde toen niet meer de oorspronkelijke bevolking ten tijde van Saul en David, maar hadden zich daar sinds 712 v. Chr. nieuwe zogenaamde zeevolken, gevestigd. De door Zefanja vermelde Keretieten moeten met een van de zeevolken geïdentificeerd worden.

    De bekende handelsreis van Wen-Amon dateer ik in 667 v. Chr. en in die periode verbleef ook een van de zeevolken: de Tjeker, in Byblos aan de Middellandse Zeekust. Zie het artikel op dit blog van 29.09.2017: de zinloze tochten van Wen-amon, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1506290400&stopdatum=1506895200

    Ook van de AssyriŽrs onder Sargon II en Sanherib bezitten we berichten over IoniŽrs of Grieken in het oude land der Filistijnen. De Keretieten van de profeet Zefanja zijn met een van de vele zeevolken te identificeren. De Keretieten stammen hier af van de KittiŽrs, de zonen van Jawan, de zoon van Jafeth, de zoon van Noach:

    Genesis 10:2 De zonen van Jafet waren Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesek en Tiras. 3 En de zonen van Gomer waren Askenaz, Rifat en Togarma. 4 En de zonen van Jawan waren Elisa, Tarsis, de KittiŽrs en de Dodanieten. 5 Naar dezen zijn de kustlanden der volken in hun landen verdeeld, elk naar zijn taal, naar hun geslachten, onder hun volken.

     

    De Septuagint-vertalers (van Hebreeuws naar Grieks) hebben in de derde eeuw voor Christus het Hebreeuwse woord voor Keretieten vertaald met Kretenzers. Ik neem aan dat zij in hun tijd het vreemde woord Keretieten nog eenvoudig konden identificeren met Kretenzers en hiermee tegelijkertijd de herkomst van dit nieuwe volk aan de kust gaven. Hierna de Engelse vertaling van het betreffende Bijbelgedeelte uit de LXX.

    Zefanja 2:4 For Gaza shall be utterly spoiled, and Ascalon shall be destroyed; and Azotus shall be cast forth at noon-day, and Accaron shall be rooted up. 5 Woe to them that dwell on the border of the sea, neighbours of the Cretans! the word of the Lord is against you, O Chanaan, land of the Philistines, and I will destroy you out of your dwelling-place. 6 And Crete shall be a pasture of flocks, and a fold of sheep. 7 And the sea cost shall be for the remnant of the house of Juda; they shall pasture upon them in the houses of Ascalon; they shall rest in the evening because of the children of Juda; for the Lord their God has visited them, and he will turn away their captivity.

     

    Het is na het wegtrekken van de plunderende Scythen naar het noorden, dat koning Josia volgens de profetie van Sefanja (2:6), het kustgebied heeft kunnen bezetten. De macht van AssyriŽ was tanende. Zij werden al belaagd door BabyloniŽrs en Meden en de Scythen hadden net een rooftocht door hun gebied uitgevoerd. Het is in dit machtsvacuŁm dat Josia zijn heerschappij over het gebied kon vestigen. De Bijbel leert dat Josia ook het gebied van het van IsraŽlieten ontvolkte gebied van Samaria controleerde (2 Koningen 23:15-19 en 2 Kronieken 34:1-7).

     

     

    De moderne archeologie bevestigt Josia ‘s beheersen van de kust. Niet ver van Jafne-Jam hebben archeologen anno 1960 een vestingstad blootgelegd dat men de naam Mesad Hashavjahoe gegeven heeft, en dit op basis van Hebreeuwse inscripties op potscherven. De vondsten heeft men gedateerd van ongeveer het jaar 630 tot 609 v. Chr., en valt aldus binnen de regeerperiode van koning Josia van Juda. Hierna een citaat van de bekende W.F. Albright:

    "The life of the fortress could be dated within narrow limits by the typical late pre-exilic and early Ionian pottery found on the site, as well as by historical considerations, which suggest a date about 630 BCE. This would be just after the death of the Assyrian king Ashurbanipal and before the occupation of the Philistine Plain by Psammetichus of Egypt."

     

    Het gevonden aardewerk is nochtans een onderwerp van heel wat discussies onder de verschillende vak-wetenschappers. Ook hier is de orthodoxe Egyptologie en haar foutieve tijdconstructie een hinderpaal in het verklaren van het gevonden Griekse materiaal. Een bijkomende hinderpaal bij sommige wetenschappers is dat zij de Bijbel alleen als een godsdienstig boek beschouwen en niet als een historisch correct boek aanvaarden.

    Van groot belang was de vondst te Mesad Hashavjahoe van een potscherf met een Hebreeuwse brief erin gegrift. Hierna een citaat van Shmuel Ahituv met commentaar:

    "The letter is written in good biblical Hebrew, plus a possible scribal omission here or there, and the script is that of a trained scribe. The work supervisor mentioned in the text bears a clearly Judaean name, Hoshavyahu. All these factors point to a time of Judaean control over the area."

    De archeoloog J. Naveh die in 1960 de werkzaamheden op de site leidde geeft hierop het volgende commentaar:

    "The four Hebrew inscriptions together testify to this fortress having been under Judaean control at the time. ... It seems likely that Josiah placed a military governor in charge of the fortress, and that the force garrisoned there was supplied with provisions by the peasants living in the un-walled settlements in the vicinity.”

     

    Het is duidelijk dat koning Josia ‘s hegemonie zich ook over de zeekust uitstrekte. En dat dit een vervulling van de profetie van Zefanja was. Vanaf het doortrekken van de Scythen in het jaar 622/621 v. Chr. tot het jaar 609 v. Chr. controleerde Josia de buurlanden (ex-Assyrische provincies) van Juda. In het jaar 609 v. Chr. kwam Josia aan zijn einde te Megiddo, alwaar hij de doortocht van het Egyptische leger onder farao Necho II de weg wilde versperren. In het jaar 612 v. Chr. was Nineveh door BabyloniŽrs en Meden ten val gebracht en werd daarop het Assyrische Rijk verdeeld. Egypte was hier ook een van de aasgieren die hun deel van de buit wilde binnenhalen. Daarom het oprukken van farao Necho II met zijn legers langs het kustgebied naar Karkemis in het noorden aan de Eufraat. Het trieste levenseinde van Josia heb ik in een eerder artikel op dit blog beschreven op 30.01.2017, de Egyptische Apis en de profeet Jeremia, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1485730800&stopdatum=1486335600

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Apocalyps, 2009: dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar.


    22-02-2018 om 08:28 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!