Inhoud blog
  • Het achtentwintigste historische jubeljaar van oktober 72 v. Chr. /september 71 v. Chr.
  • De Assyrische koning Salmaneser V chronologisch in lijn met de Bijbelse koningen van Juda en IsraŽl gebracht.
  • Een vreemde eend in de bijt van de gevestigde egyptologie
  • Het zesentwintigste historische jubeljaar van oktober 170/september 169 v. Chr.
  • Het zevenentwintigste historische jubeljaar van oktober 121/september 120 v. Chr.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    KRONOS
    chronologie - archeologie - oudheid
    15-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het achtentwintigste historische jubeljaar van oktober 72 v. Chr. /september 71 v. Chr.

    Met de aflevering van 24.09.2018 op dit blog bracht ik de historische jubeljaren van oktober 170 v. Chr. /september 169 v. Chr. en oktober 121 v. Chr. /september 120 v. Chr. onder de aandacht. Deze week vervolgen we met het achtentwintigste historische jubeljaar van oktober 72 v. Chr. /september 71 v. Chr. Tijdens deze tijdsperiode regeerden de HasmoneeŽrs over Judea. Vijf namen zien we op onze schema ’s vermeld worden: Hyrcanus I, Aristobulus, Alexander Janneus, Hyrcanus II en Aristobulus II.

     

     

    Tijdschema 116/103 v. Chr.

     

    In 89 v. Chr. werd Hanna de profetes uit de stam van Aser geboren. Ik vermeld deze gebeurtenis aangezien zij ťťn van de twee getuigen was bij het opdragen van Baby Jezus in de Tempel te Jeruzalem in het jaar vijf voor Christus. Bij het opdragen van Jezus was zij ongeveer vierentachtig jaar oud wat maakt dat zij gerekend vanaf vijf v. Chr. in het jaar 89 v. Chr. geboren werd.

     

     

    Tijdschema 102/89 v. Chr.

     

    Toen Jezus te Bethlehem in de vijfde maand Ab of juli/augustus van de westerse kalender in het jaar vijf voor Christus geboren werd, werd hij naar de wet van Mozes veertig dagen later in Jeruzalem door zijn ouders in de Tempel aan God opgedragen. Dit zijn verordeningen naar het Bijbelboek Leviticus 12:1-4 die Maria en Jozef volgden. Hierna het Bijbelgedeelte uit het Lucasevangelie dat deze geschiedenis brengt:

    Lucas 2:21 En toen acht dagen vervuld waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij ook de naam Jezus, die door de engel genoemd was, eer Hij in de moederschoot was ontvangen. 22 En toen de dagen hunner reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen, 23 gelijk geschreven staat in de wet des Heren: Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here, 24 en om een offer te brengen overeenkomstig hetgeen in de wet des Heren gezegd is, een paar tortelduiven of twee jonge duiven.

    25 En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van IsraŽl, en de heilige Geest was op hem. 26 En hem was door de heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had. 27 En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte der wet, 28 nam ook hij het in zijn armen en hij loofde God en zeide:

    29 Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord, 30 want mijn ogen hebben uw heil gezien, 31 dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: 32 licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk IsraŽl. 33 En zijn vader en zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd. 34 En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in IsraŽl en tot een teken, dat weersproken wordt 35 – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan –, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden.

    36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van FanuŽl, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd, 37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag. 38 En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.

    39 En toen zij alles volbracht hadden, wat volgens de wet des Heren te doen was, keerden zij terug naar Galilea, naar hun stad Nazareth.

    (NBG Vertaling 1951)

     

    De twee getuigen bij het opdragen van de Heer Jezus te Jeruzalem waren een oude man genaamd Simeon en een oude vrouw genaamd Hanna. Voor de priesters van dienst in de tempel die dag waren Jozef en Maria maar een gewoon jong koppel uit de provincie met hun boreling. Bovendien sprak het koppel met een tongval waar in Jeruzalem door velen op neergekeken werd (Lucas 26:73). Aan deze priesters ging de komst van de Messias als kind voorbij, behalve aan de twee getuigen, twee oude mensen in Jeruzalem.

    De twee getuigen van de HERE God te Jeruzalem bij het opdragen van de boreling Jezus waren twee oude mensen; een man en vrouw, niet twee mannen, maar een man ťn een vrouw. En dit volgens de Scheppingsorde:

    Genesis 1: 27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

     

    En de vrouw is in deze geschiedenis een volwaardige getuige en als getuige gelijk aan de man. Geen onderscheid. In de Bijbel zijn man en vrouw aan elkaar gelijk. Dit in tegenstelling met de Midden-Oosten-cultuur waar vrouwen als getuige als onbetrouwbaar gelden. Zie bijvoorbeeld de Koran, Soera 2:282 “En neemt het getuigenis aan van twee uwer mannen, doch indien er niet twee mannen zijn, dan ťťn man en twee vrouwen, behorende tot hen, die gij aanvaardt van de getuigen, voor het geval, dat ťťn van haar beiden dwaalt, zodat de andere van beiden haar eraan kan herinneren.” De Koran volgens de vertaling van Prof. Dr. J. H. Kramers.

    Van Hanna staat er bovendien in het Lucasevangelie geschreven dat zij profeet was en de dochter van FanuŽl uit de stam Aser. Dat God twee oude mensen als getuigen gebruikte en daarbij ook een vrouw, is dan ook opmerkelijk. Oude mensen namelijk die naar de wijsheid van de wereld meestal afgeschreven zijn. Dit alles behoort tot ‘de dwaasheid der prediking’ (1 KorintiŽrs 1:21) waar Paulus in zijn eerste brief aan de KorintiŽrs naar verwees.

     

     

    Tijdschema 88/75 v. Chr.

     

    De regeerperiode van Aristobulus II is chronologisch van belang omdat de oudheidhistoricus Flavius Josephus vermeld dat wanneer de hogepriester Aristobulus zich tot koning uitriep dit geschiedde 471 jaar en drie maanden na de bevrijding uit de Babylonische Ballingschap.

    Flavius Josephus, Joodse oorlogen, Boek I, iii.

    1. FOR after the death of their father, the elder of them, Aristobulus, changed the government into a kingdom, and was the first that put a diadem upon his head, four hundred seventy and one years and three months after our people came down into this country, when they were set free from the Babylonian slavery. Now, of his brethren, he appeared to have an affection for Antigonus, who was next to him, and made him his equal; but for the rest, he bound them, and put them in prison. He also put his mother in bonds, for her contesting the government with him; for John had left her to be the governess of public affairs. He also proceeded to that degree of barbarity as to cause her to be pined to death in prison.

     

     

    Tijdschema 74/61 v. Chr.

     

    De vermelding van de tijdsperiode door de oudheidhistoricus Flavius Josephus geeft ons een mogelijkheid tot het uitvoeren van een kruispeiling op de tijdsbalk. Wanneer we vanaf het einde van de Babylonische ballingschap in oktober 535 v. Chr. met de tijdschijf van 471 jaar en drie maanden rekenen arriveren we op de tijdsbalk in januari van het jaar 66 v. Chr. voor het eerste jaar van Aristobulus II. Volgens Josephus regeerde hij voor een periode van drie jaar en vier maanden wat ons op de tijdsbalk naar het voorjaar van 63 v. Chr. loodst.

     

    De verankering op de tijdsbalk van de tijdsperiode van 471 jaar en drie maanden wordt bovendien bevestigd door de vermelding van een bijzonder sabbatjaar tijdens de regeerperiode van Aristobulus. De geleerde William Whiston verwijst in zijn vertaling van de werken van Josephus naar het herkennen van het sabbatjaar bij het lezen van Josephus’ werk:

    Joodse Oudheden Boek XIV, ii.2.

    2. But God punished them immediately for this their barbarity, and took vengeance of them for the murder of Onias, in the manner following: While the priests and Aristobulus were besieged, it happened that the feast called the passover was come, at which it is our custom to offer a great number of sacrifices to God; but those that were with Aristobulus wanted sacrifices, and desired that their countrymen without would furnish them with such sacrifices, and assured them they should have as much money for them as they should desire; and when they required them to pay a thousand drachmae for each head of cattle, Aristobulus and the priests willingly undertook to pay for them accordingly, and those within let down the money over the walls, and gave it them. But when the others had received it, they did not deliver the sacrifices, but arrived at that height of wickedness as to break the assurances they had given, and to be guilty of impiety towards God, by not furnishing those that wanted them with sacrifices. And when the priests found they had been cheated, and that the agreements they had made were violated, they prayed to God that he would avenge them on their countrymen. Nor did he delay that their punishment, but sent a strong and vehement storm of wind, that destroyed the fruits of the whole country, till a modius of wheat was then bought for eleven drachmae.

    Commentaar van William Whiston: Nor is it unlikely that it was the circumstance of the sabbatic year, when they had no new harvest, that occasioned the price of grain to be so extravagant and severe to them. This was many years after the Jews in Judea had deserted God ‘s true religion, and God had thereupon deserted them, that so sad a scarcity and dearth came upon them on the sixth and on the sabbatic year, which otherwise God would certainly have preserved for them from. Of which their desertion of them, more presently.

     

    Hierna een opsomming van de jubeljaren die we met onze artikelenreeks al behandeld hebben.

    Exodus jaartal: 1483 v. Chr. Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.

    Jubeljaren en jaartallen v. Chr.:    Historische periode:

    1.       1395/1394                             Richter OthniŽl

    2.      1346/1345                                      Ruth 6:6

    3.      1297/1296                             Richter Ehud

    4.      1248/1247                             verdrukking Jabin

    5.      1199/1198                              Richter Thola

    6.      1150/1149                              verdrukking Ammon

    7.      1101/1100                              Richter en profeet SamuŽl

    8.      1052/1051                             Saul

    9.      1003/1002                                     Salomo

    10.    954/953                               Rehabeam

    11.     905/904                               Josafat

    12.     856/855                                Joas

    13.     807/806                               Amazia

    14.     758/757                                Uzzia

    15.     709/708                               Jaar 14 jaar van Hizkia

    16.     660/659                               Manasse

    17.     611/610                                  Josia- val van Nineveh

    18.     562/561                                Jaar 37 ballingschap Jojachin

    19.     513/512                                  Darius I

    20.    464/463                                Artaxerxes I

    21.     415/414                                 Nehemia

    22.    366/365                                Artaxerxes II Mnemon

    23.    317/316                                 Griekse overheersing

    24.    268/267                                Griekse overheersing

    25.    219/218                                 Griekse overheersing

    26.    170/169                                 Griekse overheersing

    27.    121/120                                  MakkabeeŽn periode

    28.    72/71                                    MakkabeeŽn periode

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Verwacht voor november 2018:

    Dertig Jubeljaren

    Korte inhoud:

    Dertig verifieerbare historische Jubeljaren zitten er op de tijdsbalk voor het oude IsraŽl vanaf de inname van het land Kanašn in de vijftiende eeuw voor Christus tot aan het openbaar worden van de Messias.

    Het gebod op het Jubeljaar was een belangrijk onderdeel van de Tien Woorden van de HEERE God dat met Sjavoeot (Pinksteren) vijftig dagen na de Exodus op een sabbatdag aan de IsraŽlieten gegeven werd. Het doel van het Jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijk individueel verlies van land en andere bezittingen aan het einde van een zeven maal zevenjarige sabbatjaarcyclus en met Jom Kippoer in het negenenveertigste jaar te herstellen via een Losser aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke. Door middel van de Tien Woorden en in het bijzonder van de Wet op het Jubeljaar zou in het Beloofde Land de ideale maatschappij werkelijkheid worden en dit in contrast met de buurvolken die in de lijn van de tegenstander van het eerste uur Nimrod sindsdien een samenleving op basis van slavernij en uitbuiting kenden. Het negeren van het Jubeljaargebod door de IsraŽlieten hield de voorzegde zware straf van de verwijdering uit het Beloofde Land in.

    Diegene die in de oudheid de onfortuinlijke in het Jubeljaar in zijn of haar bezit herstelde werd de GoŽl of Losser genoemd. In geestelijk opzicht is de wet op het Jubeljaar een gelijkenis, een beeld van de Messias die bij Zijn komst alles herstellen zou. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het openbaar worden van de Messias bij de aanvang van het dertigste Jubeljaar geschiedde. Bij zijn tweede komst zal Hij volgens de profeet Jesaja hoofdstuk 61 dan ook een Jubeljaar uitroepen en alles definitief herstellen.

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    15-10-2018 om 08:06 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Assyrische koning Salmaneser V chronologisch in lijn met de Bijbelse koningen van Juda en IsraŽl gebracht.

    We vervolgen deze week onze afleveringen over de koningen van AssyriŽ in relatie tot IsraŽl met Salmaneser V, de zoon en opvolger van Tiglath Pileser III. Net zoals Tiglath Pileser III staat Salmaneser V bij naam in de historische Bijbelboeken vermeld. De regeerperiode van de Assyrische koningen Pul en Tiglath Pileser behandelden we op 17.09.2018. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3114745

    Het belangrijkste wapenfeit van Salmaneser V in de Bijbel is de inname van Samaria en de wegvoering van de tien stammen van IsraŽl in Assyrische ballingschap geweest. 

    2 Koningen 18:9 Het geschiedde nu in het vierde jaar van den koning Hizkia (hetwelk was het zevende jaar van Hosea, den zoon van Ela, den koning van IsraŽl) dat Salmaneser, de koning van AssyriŽ, opkwam tegen Samaria, en haar belegerde. 10 En zij namen haar in ten einde van drie jaren, in het zesde jaar van Hizkia; het was het negende jaar van Hosea, den koning van IsraŽl, als Samaria ingenomen werd. 11 En de koning van AssyriŽ voerde IsraŽl weg naar AssyriŽ, en deed hen leiden in Halah, en in Habor, bij de rivier Gozan, en in de steden der Meden. 12 Daarom dat zij de stem des HEEREN, huns Gods, niet waren gehoorzaam geweest, maar Zijn verbond overtreden hadden; en al wat Mozes, de knecht des HEEREN, geboden had, dat hadden zij niet gehoord, noch gedaan. (Statenvertaling)

     

    Ook de Joodse oudheidhistoricus Flavius Josephus schrijft dat Salmaneser V verantwoordelijk voor de inname van Samaria was:

    1. WHEN Shalmaneser, the king of Assyria, had it told him, that [Hoshea] the king of Israel had sent privately to So, the king of Egypt, desiring his assistance against him, he was very angry, and made an expedition against Samaria, in the seventh year of the reign of Hoshea; but when he was not admitted [into the city] by the king, he besieged Samaria three years, and took it by force in the ninth year of the reign of Hoshea, and in the seventh year of Hezekiah, king of Jerusalem, and quite demolished the government of the Israelites, and transplanted all the people into Media and Persia among whom he took king Hoshea alive; and when he had removed these people out of this their land he transplanted other nations out of Cuthah, a place so called, (for there is [still] a river of that name in Persia,) into Samaria, and into the country of the Israelites. Ö Ö

    Joodse Oudheden Boek IX, xiv. 1, volgens de vertaling van het Grieks naar het Engels door William Whiston.

     

     

    De inname van Samaria en de wegvoering van de tien stammen van IsraŽl in ballingschap wordt door de Assyriologie echter aan Sargon II op basis van diens bewaard gebleven annalen toegeschreven: 

    ď7. I (Sargon) besieged and occupied the town of Samaria, and took 27,280 of its inhabitants captive. I took from them 50 chariots, but left them the rest of their belongings. I placed my Lieutenants over them; I renewed the obligation imposed upon them by one of the Kings who preceded me

    (The Annals of Sargon, [Excerpted from "Great Inscription in the Palace of Khorsabad," Julius Oppert, tr., in Records of the Past, vol. 9 (London: Samuel Bagster and Sons, 1877), pp. 3-20])

     

    Dat Sargon II in het licht van 2 Koningen 18:9 een leugenaar en een geschiedenisvervalser was, wordt door de Assyriologie niet in vraag gebracht. In zijn annalen schrijft Sargon II dat Ďhijí Samaria belegerde en het innam. Verder schrijft hij dat hij een luitenant over Samaria gesteld heeft, net zoals zijn voorganger-koning deed van wie hij de naam niet doorgeeft. Voorwaar, geen betrouwbare geschiedenisbron.

    Hoogstwaarschijnlijk is Sargon II verantwoordelijk voor een Ďdamnatio Memoriaeí in AssyriŽ, naar zijn voorganger Salmaneser V toe.

    Betreffende Salmaneser V heeft de Assyriologie slechts acht eponiem-jaren ter beschikking om een en ander op de tijdsbalk in te vullen. De Bijbel en de werken van Flavius Josephus leveren heel wat historische informatie en extra regeertijd voor Salmaneser V waar de Assyriologie geen gebruik van wenst te maken.

    Wat de Bijbel betreft wil de orthodoxe Assyriologie wel aannemen dat Salmaneser V, Samaria belegerd heeft, maar maakt daarmee echter een foute identificatie vanuit de eponiemlijst, met Samaria. Men gaat er namelijk van uit dat het vermelde Shamarain in de Eponiemlijst, Samaria zou zijn. Tijdens de eponiemjaren van Mahde, Assur-ishmeani en Salmaneser wordt er gewag gemaakt van een campagne tegen Shamarain. Hoewel deze plaatsnaam afwijkt van het Assyrische Samerina voor Samaria, heeft men toch voor de identificatie van Shamarian voor Samaria gekozen. Tegen deze identificatie spraken al eerder historici zoals o.a. Albright (geciteerd door Merrill F. Unger, Israel and the Aramaeans of Damascus, Chapter X, voetnoot 33).

    Shamarain of beter geschreven Shabarain is te identificeren met Sibraim terwijl Samaria; Samarina blijft.

    De belegering en inname van Samaria door Salmaneser V, nam drie jaar in beslag, een tijdsperiode die in de Eponiemlijsten ontbreekt.

    De conclusie zou moeten zijn dat het duidelijk is dat er hiaten in de Eponiemlijsten voorkomen. Een conclusie die de aangeboden constructie van de Assyriologie naar beneden haalt.

     

    Buiten de eponiemlijsten is er een fragment van een cilinder gevonden dat heden in het British Museum (K.38345) bewaard wordt. Het is een memoriaal tekstcilinder dat te Borsippa in de tempel van Nabu geplaatst werd. De inscriptie zelf is beschadigd en niet volledig. De eindtekst maakt echter duidelijk dat we een schriftelijk document van Salmaneser V in ons bezit hebben. Hierna de tekst, zoals gepubliceerd door Daniel David Luckenbill, Chicago, 1926:

    829. Ö who did not bow in submission at his feetÖ the mention of his nameÖ his word (?) ÖbringingÖ hastely before himÖ those not obedient to my (?) command Ö that Ö he caused to be surrounded, surrounding the townÖ the god in whom he trustedÖ with his help not draw my (?) yoke Ö who carried off Ö and was turning (them, it) to himself (his known use) Ö his word and the mention of his name they did not fear, and did not dread his rule Ö overflowed his land (?) and laid it low like a deluge Ö his own Ö fell upon him and his life was no more Ö I (?) carried off and brought to Assyria. 830. I am Salmaneser the mighty king, king of the universe, king of Assyria, king of the four regions of the world, viceroy of Babylon, king of Sumer and Akkad, son of Ö, king of Assyria; most precious scion of Assyria, seed of Royalty, of the eternal daysÖ of Borsippa, whose site (?) had been damaged by the violence of the mighty floodsÖ its damage I repaired and strengthened its structure.Ö May Nabu look upon the temple with delight.

     

    Het document bevat geen opgave van regeertijd maar is interessant vanwege het feit dat Salmaneser V zich onderkoning van Babylon noemt. Van belang is ook de verwijzing naar het herstel van de tempel van Naboe als het gevolg van het geweld van een grote vloed. Op de tijdsbalk uitgetekend komt voor dit in AssyriŽ genoteerde fenomeen het jaar van de meganatuurcatastrofe van 722 v. Chr. in beeld. Zie o.a. het artikel van 06.08.2018 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1533506400&stopdatum=1534111200 en scrol naar beneden.

     

    De val van Samaria vond volgens de Bijbelse chronologie plaats in 717 v. Chr. (Zie TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: voorjaar 717 v. Chr., de wegvoering van de tien stammen, blz. 312-320).

     

     

    © Robert De Telder, Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017

     

    Drie jaar eerder in het voorjaar van 720 v. Chr., begon de belegering van Samaria door het Assyrische leger van Salmaneser V. Na de inname van Samaria, begon Salmaneser V datzelfde jaar een campagne tegen SyriŽ en FeniciŽ, leert de Joodse historicus Flavius Josephus. Een historisch gegeven dat haaks op de Assyriologische constructie staat. 

     

     

    © Robert De Telder, Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017

     

    2. And now the king of Assyria invaded all Syria and Phoenicia in a hostile manner. The name of this king is also set down in the archives of Tyre, for he made an expedition against Tyre in the reign of Eluleus; and Menander attests to it, who, when he wrote his Chronology, and translated the archives of Tyre into the Greek language, gives us the following history: ďOne whose name was Eluleus reigned thirty-six years; this king, upon the revolt of the Citteans, sailed to them, and reduced them again to a submission. Against these did the king of Assyria send an army, and in a hostile manner overrun all Phoenicia, but soon made peace with them all, and returned back; but Sidon, and Ace, and Palsetyrus revolted; and many other cities there were which delivered themselves up to the king of Assyria. Accordingly, when the Tyrians would not submit to him, the king returned, and fell upon them again, while the Phoenicians had furnished him with threescore ships, and eight hundred men to row them; and when the Tyrians had come upon them in twelve ships, and the enemy's ships were dispersed, they took five hundred men prisoners, and the reputation of all the citizens of Tyre was thereby increased; but the king of Assyria returned, and placed guards at their rivers and aqueducts, who should hinder the Tyrians from drawing water. This continued for five years; and still the Tyrians bore the siege, and drank of the water they had out of the wells they dug." And this is what is written in the Tyrian archives concerning Shalmaneser, the king of Assyria.

    Joodse Oudheden, Boek IX, xiv. 2, volgens de vertaling van het Grieks naar het Engels door William Whiston.

     

    Flavius Josephus verhaalt dat Salmaneser V na de val van Samaria, een beleg van Tyrus begon dat vijf jaar zou aanslepen. Samen met de driejarige belegering van Samaria zijn dit in totaal acht jaren die in de Eponiemlijsten van de regeerperiode van Salmaneser V, ontbreken. Op basis wat de oudheidhistoricus Flavius Josephus doorgeeft is het zondermeer duidelijk dat de eponiemlijsten die betrekking op Salmaneser V hebben, onvolledig zijn en hiaten vertonen!

    De belegering van Samaria door Salmaneser V liep vanaf 720 v. Chr. tot 717 v. Chr., waarna hij in hetzelfde jaar een belegering van Tyrus voor een periode van vijf jaar tot 712 v. Chr., ondernam. De historische regeerperiode van Salmaneser V besloeg zo een veel langere periode dan de Eponiemlijsten laten verstaan.

    Hierna breng ik een reconstructie van de regeerperiode van Salmaneser V op basis van de Bijbelse gegevens en van de Joodse oudheidhistoricus: Flavius Josephus. Samen met de fragmentarische eponiemgegevens is het mogelijk een en ander logisch op de tijdsbalk onder te brengen.

    Zoals uiteengezet in ĎDe Assyriologie herziení, 2012, was Salmaneser V al in 735 v. Chr. door Tiglath Pileser III als co-regent aangesteld.

     

    731/730 Tijdens het eponiem van BÍl-Harran-bÍla-usur, de gouverneur van Guzana, veldtocht tegen [...].©almaneser [V] beklom de troon.

    730/729 Tijdens het eponiem van Marduk-bÍla-usur, de gouverneur van Amedi, de koning bleef in het land.

    Commentaar: een eufemisme voor Ďnietsdoení

    729/728 Tijdens het eponiem van Mahde, de gouverneur van Nineveh, veldtocht tegen [Shamarain].

    728/727 Tijdens het eponiem van AĻĻur-iĻmanni, de gouverneur van Kalizi, veldtocht tegen [Shamarain].

    727/726 Tijdens het eponiem van ©almaneser, de koning van AssyriŽ, veldtocht tegen [Shamarain].

    Commentaar: Shamarain is niet te verwarren met Samerina of Samaria.

    726/725 Tijdens het eponiem van Inurta-ilaya, de opperbevelhebber.

    725/724 Tijdens het eponiem van NabŻ-taris, de gouverneur van [...]ti.

    724/723 Tijdens het eponiem van AĻĻur-nirka-da'in, de gouverneur van [...]ru.

    Hiaat in de eponiemlijsten tot op Sargon II

    720/717 belegering van Samaria door het leger van Salmaneser V.

    717 val van Samaria

    717/712 hetzelfde jaar van de inname van Samaria rukt Salmaneser V met zijn leger naar Tyrus op en begint een belegering van vijf jaar. Sargon II is hier sinds het voorjaar van 719 v. Chr. mede-koning van Assur. 

     

    Ik neem aan dat Salmaneser V in het vijfde jaar van de belegering van Tyrus in 712 v. Chr., aan zijn einde gekomen is. Hoogstwaarschijnlijk werden hij en zijn troepen die rond de stad Tyrus gelegerd waren, door de invasie van de Zeevolken in de Levant, weggevaagd. Voor de orthodoxie is het einde van Salmaneser V overigens in raadsels gehuld.

    Voor de invallen van de zeevolken gereviseerd naar de achtste eeuw v. Chr., zie: De zonaanbidder, 2016, appendix 1, blz. 149-158.

    De orthodoxie meent Salmaneser V te kunnen identificeren met de Babylonische koning I≤loulaios van de PtolemeŁs-canon. Hierna volgt het relevante gedeelte van de canon:

    Nabonassar (NabonassŠros):         27.02.747Ė22.02.733

    Nabu-nadin-zeri (NadŪos):            23.02.733Ė21.02.731

    Nabu-mukin-zeri en Pulu             22.02.731Ė20.02.726

    Ululai (IloulaŪos):                     21.02.726Ė19.02.721

    Marduk-apla-iddina II                    20.02.721Ė16.02.709

    Arkeanůs (Sargon II)                     17.02.709Ė14.02.704

     

    Maar op basis van wat we uit de Bijbel en de werken van Flavius Josephus historisch gereconstrueerd hebben, is er geen reden meer om de moeilijke identificatie met Iloulaios te zoeken. We kunnen gerust Iloulaios als BabyloniŽr op de troon van Babylon laten. Hoogstwaarschijnlijk volgde Salmaneser V de politiek van zijn voorganger Tiglath Pileser III die met een schatplichtig Babylon vrede nam. Op het eerder verwezen cilinder in het British Museum noemt hij zich overigens een Ďviceíroy een onderkoning van Babylon.

     

    Wordt vervolgdÖ

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Verwacht voor het najaar van 2018:

    Dertig Jubeljaren, 2018

    Korte inhoud:

    Dertig verifieerbare historische Jubeljaren zitten er op de tijdsbalk voor het oude IsraŽl vanaf de inname van het land Kanašn in de vijftiende eeuw voor Christus tot aan het openbaar worden van de Messias.

    Het gebod op het Jubeljaar was een belangrijk onderdeel van de Tien Woorden van de HEERE God dat met Sjavoeot (Pinksteren) vijftig dagen na de Exodus op een sabbatdag aan de IsraŽlieten gegeven werd. Het doel van het Jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijk individueel verlies van land en andere bezittingen aan het einde van een zeven maal zevenjarige sabbatjaarcyclus en met Jom Kippoer in het negenenveertigste jaar te herstellen via een Losser aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke. Door middel van de Tien Woorden en in het bijzonder van de Wet op het Jubeljaar zou in het Beloofde Land de ideale maatschappij werkelijkheid worden en dit in contrast met de buurvolken die in de lijn van de tegenstander van het eerste uur Nimrod sindsdien een samenleving op basis van slavernij en uitbuiting kenden. Het negeren van het Jubeljaargebod door de IsraŽlieten hield de voorzegde zware straf van de verwijdering uit het Beloofde Land in.

    Diegene die in de oudheid de onfortuinlijke in het Jubeljaar in zijn of haar bezit herstelde werd de GoŽl of Losser genoemd. In geestelijk opzicht is de wet op het Jubeljaar een gelijkenis, een beeld van de Messias die bij Zijn komst alles herstellen zou. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het openbaar worden van de Messias bij de aanvang van het dertigste Jubeljaar geschiedde. Bij zijn tweede komst zal Hij volgens de profeet Jesaja hoofdstuk 61 dan ook een Jubeljaar uitroepen en alles definitief herstellen.

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    08-10-2018 om 07:40 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-10-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een vreemde eend in de bijt van de gevestigde egyptologie

    In 2016 heeft ‘The Temple Mount Sifting Project’ in IsraŽl de vondst in Jeruzalem van een amulet met de naam van farao Thothmosis III er op vermeld, bekend gemaakt. De vondst dateerde al van vier jaar eerder maar werd pas in 2016 publiek gemaakt nadat ‘the Israel Antiquities Authority’ haar onderzoek afgesloten had.

     

     

    De amulet kwam tevoorschijn tijdens het uitfilteren van het puin dat onder de Tempelberg weggegraven werd. Beneden het Islamietisch heiligdom op de Tempelberg, dat gebouwd werd in 691 AD op de plaats waar voorheen de Tempel stond, werd in 1999 door het Islamietisch bestuur, onderaards een extra gebedsruimte gegraven. De Tempelberg bleef ook na de verovering van Oost-Jeruzalem door de IsraŽli’s op het Jordaanse leger in 1967, onder Arabisch-Islamietisch bestuur. Het puinafval van deze operatie wordt sindsdien door de IsraŽlische autoriteiten minutieus naar archeologisch materiaal onderzocht. Ook jonge vrijwilligers zijn hier welkom. De amulet werd bij het zorgvuldig onderzoeken van het tempelberg-puin door een IsraŽlische vrijwilligster van slechts acht jaar oud gevonden. De vondst van een Egyptisch amulet met de naam van een farao erop was dan ook een verheugende gebeurtenis.

     

    Dat de Egyptische naam van farao Thothmosis III er op vermeld staat, werpt echter tegelijkertijd heel wat vragen op. De gevestigde Egyptologie geeft deze farao namelijk een regeerperiode van 1504 tot 1450 v. Chr., en een belangrijke vraag is nu hoe dat amulet in het puin van de Tempelberg verzeilde, een Tempel die pas in de periode 1003/996 v. Chr. gebouwd werd? Voor dat Salomo de Tempel daar liet bouwen was die plaats alleen maar een dorsvloer geweest voor louter landbouwkundig gebruik. Het is dan ook een anomalie voor de gevestigde egyptologie. Een vreemde eend in de bijt.

    De archeologen die in IsraŽl aan het werk zijn dateren hun vondsten aan de hand van de datering van de orthodoxe Egyptologie, die de verschillende Egyptische dynastieŽn van de oudheid op basis van het vermeende gebruik van een dubbele kalender, op de tijdsbalk geplaatst hebben. Farao Thothmosis III van de achttiende dynastie verzeilde op deze manier in de vijftiende eeuw v. Chr. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 27-42, breng ik de geschiedenis van deze geschiedenis.

     

    Het dateren van bepaalde archeologische vondsten in IsraŽl op basis van de orthodoxe Egyptologie, leidt dan ook dikwijls tot verlegenheid. Eťn voorbeeld van zulk een verklaring voor het verzeilen van een amulet met de naam Thothmosis III er op, is de volgende die ik van het internet plukte:

    “The amulet may have been buried in earth brought to the Temple Mount to be used as fill for the expansion of the Mount in Second Temple period,” writes Zachi Dvira in the Temple Mount Sifting Project announcement. “This earth probably originated in the slopes of the Kidron Valley near the Temple Mount, an area which contained tombs of the Late Bronze Age (1550–1150 B.C.E.).”

     

    Het is uitsluitend het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid dat uitkomst biedt. Het Laatbrons tijdperk dient gereviseerd naar de tijdsperiode: 1007/860 v. Chr., in plaats van de orthodoxe jaartallen: 1550/1200 v. Chr. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: de opgerichte steen van Jozua te Sichem, blz. 133-141.

    Farao Thothmosis III hoort op de tijdsbalk niet in de vijftiende eeuw v. Chr. thuis maar in de tiende eeuw v. Chr. en is niemand minder dan de Bijbelse farao Sisak die na de dood van Salomo in het vijfde regeringsjaar van de zoon en troonopvolger Rehabeam, de Tempel te Jeruzalem plunderde. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 220-224 en het artikel op dit blog van 20.03.2017: De Bijbelse farao Sisak, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1489964400&stopdatum=1490569200 en scrol naar beneden naar het volgende artikel.

    Het vinden van een amulet met de naam van Thothmosis III er op vermeld in het puinafval van de Tempelberg krijgt alleen zin met Thothmosis III op de tijdsbalk verankerd ten tijde van de Tempel van Salomo.

    Laat ons even summier de geschiedenis van de Tempelberg bestuderen. Op de hierna vermelde afbeelding zien we het oude Jeruzalem ten tijde van koning David.

     

     

    Koning David die over IsraŽl regeerde van 1047 tot 1007 v. Chr. veroverde de burcht Jeruzalem op de Kanašnietische Jebusieten in het achtste jaar van zijn regering, in het voorjaar van 1039 v. Chr. Voorheen had hij gedurende zeven jaar zijn residentie in Hebron in Judea. Op de kaart merken we hoe het Jeruzalem van de oudheid strategisch op een berg gebouwd was. Het noordelijke gedeelte van de berg was toen nog onbebouwd. Het is dezelfde berg Moria waar de aartsvader Abraham met zijn zoon Izaak naar toe moest in 1851 v. Chr.

    Genesis 22:1 En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik! 2 En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal. 3 Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongeren met zich, en Izak zijn zoon; en hij kloofde hout tot het brandoffer, en maakte zich op, en ging naar de plaats, die God hem gezegd had. 4 Aan den derden dag, toen hief Abraham zijn ogen op, en zag die plaats van verre. (Statenvertaling)

     

    Het Heilige der Heiligen van de Tempel van Salomo was over de plaats gebouwd waar de gelovige Abraham in het opdragen van Izaak, door de HEERE God gestopt werd.

    Op de berg Moria bevond zich in de tiende eeuw v. Chr., de dorsvloer van de Jebusiet Ornan, een ruimte die David van Ornan kocht voor de som van zeshonderd gouden sikkelen.

    1 Kronieken 21:18 Toen zeide de engel des HEEREN tot Gad, dat hij David zeggen zou, dat David zou opgaan, om den HEERE een altaar op te richten op den dorsvloer van Ornan, den Jebusiet. 19 Zo ging dan David op naar het woord van Gad, dat hij in den Naam des HEEREN gesproken had. 20 Toen zich Ornan wendde, zo zag hij den engel; en zijn vier zonen, die bij hem waren, verstaken zich; en Ornan dorste tarwe. 21 En David kwam tot Ornan; en Ornan zag toe, en zag David; zo ging hij uit den dorsvloer, en boog zich neder voor David, met het aangezicht ter aarde. 22 En David zeide tot Ornan: Geef mij de plaats des dorsvloers, dat ik op dezelve den HEERE een altaar bouwe; geef ze mij voor het volle geld, opdat deze plage opgehouden worde van over het volk. 23 Toen zeide Ornan tot David: Neem ze maar henen, en mijn heer de koning doe wat goed is in zijn ogen; zie, ik geef deze runderen tot brandofferen, en deze sleden tot hout, en de tarwe tot spijsoffer; ik geef het al. 24 En de koning David zeide tot Ornan: Neen, maar ik zal het zekerlijk kopen voor het volle geld; want ik zal voor den HEERE niet nemen wat uw is, dat ik een brandoffer om niet offere. 25 En David gaf aan Ornan voor die plaats zeshonderd gouden sikkelen van gewicht. 26 Toen bouwde David aldaar den HEERE een altaar, en hij offerde brandofferen en dankofferen. Als hij den HEERE aanriep, zo antwoordde Hij hem door vuur uit den hemel, op het brandofferaltaar. 27 En de HEERE zeide tot den engel, dat hij zijn zwaard weder in zijn schede steken zou. 28 Ter zelfder tijd, toen David zag, dat de HEERE hem geantwoord had op den dorsvloer van Ornan, den Jebusiet, zo offerde hij aldaar; 29 Want de tabernakel des HEEREN, dien Mozes in de woestijn gemaakt had, en het altaar des brandoffers, was te dier tijd op de hoogte te Gibeon. 30 David nu kon niet heengaan voor hetzelve, om God te zoeken; want hij was verschrikt voor het zwaard van den engel des HEEREN. (Statenvertaling)

     

    Deze geschiedenis heb ik in mijn boek TIJD en TIJDEN, blz. 193, chronologisch in het jaar 1007 v. Chr. op de tijdsbalk geplaatst. Het was het laatste regeringsjaar van David. In het najaar van 1007 v. Chr. zou David sterven en ging het koningschap naar de jonge Salomo. Vier jaar later zou Salomo aan de bouw van de Tempel op de berg Moria beginnen.

     

     

    Op de bijgevoegde afbeelding merken we de uitbreiding van Jeruzalem met bouw van de Tempel van Salomo op de dorsvloer van de Jebusiet Ornan. Zuidelijk van de Tempel bouwde Salomo zijn paleis en het zogenaamde ‘Huis van de Libanon’, dat hij versierde met driehonderd gouden schilden. Het zijn overigens deze schilden die we op een tempelmuur van Thothmosis III te Karnak in Egypte afgebeeld terugvinden, met de exacte vermelding erbij van: driehonderd gouden schilden.

     

    Het lijkt mij meer zinvol dat bijvoorbeeld een officier van het leger van Sisak/Thothmosis III tijdens de plundering zijn amulet verloor, en niet ergens in Megiddo in de vijftiende eeuw v. Chr. Dit is uiteraard ťťn mogelijke verklaring van meerdere.

    De Tempel van Salomo werd in 586 v. Chr. door de BabyloniŽrs vernietigd en later in 535/517 v. Chr., door de teruggekeerde ballingen uit Babylon: Ezra en Nehemia, herbouwd. In het jaar 20 v. Chr. begon Herodes de Grote in zijn achttiende regeringsjaar aan de herbouw van de Tempel (zie TIJD en TIJDEN, 2015, blz. 437-441). Deze Tempel werd in 70 AD, veertig jaar na de verwerping van de Messias, door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt. Geen steen bleef op de andere staan, staat er geschreven: volledige vernietiging dus. Veel later in 691 AD werd op dezelfde plaats de zogenaamde Arabisch-Islamietische achthoekige rotskoepel door kalief Abd al-Malik gebouwd. Dit Islamietische heiligdom wordt binnen de moslimwereld tot op heden als de derde heilige plaats na Mekka en Medina beschouwd.

    Ik breng dit historische overzicht in het bijzonder ter aantoning van de vraagtekens die er bestaan rond de datering van het gevonden amulet van Thothmosis III in het puinafval van de Tempelberg, als een gevolg van het uitgraven van de berg onder de rotskoepel. De archeologen die er vanuit gaan dat het daterings-keurslijf van de Egyptologie wetenschappelijk correct zou zijn en hun vondsten aan de hand ervan dateren, blijven hier met een vreemde eend in de bijt zitten.

     

     

    Tot op het ogenblik dat Salomo in het jaar 1003 v. Chr. de bouwwerken aan de Tempel liet aanvangen, is de berg Moria een kale plaats geweest. Abraham had daar een altaar van stenen opgericht en de latere eigenaar in de tiende eeuw v. Chr.: de Jebusiet Ornan, gebruikte het als een dorsplaats. Hij was trouwens bezig met het dorsen van tarwe toen koning David hem na een meganatuurcatastrofe benaderde, en heel het gebied van hem , ter oprichting van een altaar, voor veel geld kocht. Tijdens de lange Richterenperiode van de twaalf stammen, een periode die vooraf ging aan het verenigd koninkrijk van IsraŽl onder Saul, David en Salomo, wordt de plaats nooit als een cultische plaats in de Bijbel aangeduid.

     

    De enige zinnige verklaring voor het verzeilen van een amulet met de naam van Thothmosis III in het puin van de Tempelberg is dat Thothmosis III een tijdgenoot van Salomo en Rehabeam was.

     

    Wordt vervolgd..

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

    Recente publicaties:

    Verwacht voor het najaar van 2018:

    Dertig Jubeljaren

    Korte inhoud:

    Dertig verifieerbare historische Jubeljaren zitten er op de tijdsbalk voor het oude IsraŽl vanaf de inname van het land Kanašn in de vijftiende eeuw voor Christus tot aan het openbaar worden van de Messias.

    Het gebod op het Jubeljaar was een belangrijk onderdeel van de Tien Woorden van de HEERE God dat met Sjavoeot (Pinksteren) vijftig dagen na de Exodus op een sabbatdag aan de IsraŽlieten gegeven werd. Het doel van het Jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijk individueel verlies van land en andere bezittingen aan het einde van een zeven maal zevenjarige sabbatjaarcyclus en met Jom Kippoer in het negenenveertigste jaar te herstellen via een Losser aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke. Door middel van de Tien Woorden en in het bijzonder van de Wet op het Jubeljaar zou in het Beloofde Land de ideale maatschappij werkelijkheid worden en dit in contrast met de buurvolken die in de lijn van de tegenstander van het eerste uur Nimrod sindsdien een samenleving op basis van slavernij en uitbuiting kenden. Het negeren van het Jubeljaargebod door de IsraŽlieten hield de voorzegde zware straf van de verwijdering uit het Beloofde Land in.

    Diegene die in de oudheid de onfortuinlijke in het Jubeljaar in zijn of haar bezit herstelde werd de GoŽl of Losser genoemd. In geestelijk opzicht is de wet op het Jubeljaar een gelijkenis, een beeld van de Messias die bij Zijn komst alles herstellen zou. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het openbaar worden van de Messias bij de aanvang van het dertigste Jubeljaar geschiedde. Bij zijn tweede komst zal Hij volgens de profeet Jesaja hoofdstuk 61 dan ook een Jubeljaar uitroepen en alles definitief herstellen.

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    01-10-2018 om 08:49 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het zesentwintigste historische jubeljaar van oktober 170/september 169 v. Chr.

    Met de aflevering op dit blog van 27.08.2018 brachten we de geschiedenis van het vierentwintigste en vijfentwintigste jubeljaar. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1535320800&stopdatum=1535925600

     

    Deze week vervolgen we op dit blog met het zesentwintigste en zevenentwintigste historische jubeljaar.

     

     

    De nieuwe cyclus van zeven x zeven sabbatjaarweken die ons naar het zesentwintigste jubeljaar leidt brengt niet veel nieuws aan het licht tenzij dan dat het land Judea tijdens deze tijdsperiode nog steeds een twistappel was tussen de Griekse koninkrijken: Egypte en SyriŽ.

     

     

    Tijdschema 200/187 toont het derde en het vierde sabbatjaar van de zesentwintigste jubeljaarcyclus met daaronder de regeerperioden van de Grieks-Syrische vorst en de Grieks-Egyptische vorst.

     

     

    Tijdschema 186/173 v. Chr. toont het vijfde en zesde sabbatjaar van de zesentwintigste jubeljaarcyclus. In het jaar 175 v. Chr. merken we op het tijdschema dat in het Grieks-Syrische Rijk het bewind van Antiochus IV een aanvang neemt.

     

     

    Tijdschema 172/159 v. Chr. toont het zevende sabbatjaar gevolgd door het zesentwintigste jubeljaar dat met Jom Kippoer in oktober 170 v. Chr. afgekondigd werd.

    Judea maakte tijdens deze periode nog altijd deel uit het Grieks-Syrische rijk dat vanuit de hoofdstad AntiochiŽ het gebied overheerste. Op de troon zat de Grieks-Syrische vorst Antiochus IV Epiphanes, wat de ‘stralende’ betekende. De Joden maakten er echter ‘Epimanes’ van, wat ‘de gek’ betekende.

    Antiochus IV was een despoot die zijn religie aan alle overwonnen volken in het oosten wilde opdringen. Hij vaardigde in 167 v. Chr. een bevel uit dat men ook in Judea aan de god Zeus zou offeren. Het zou het begin van de bekende opstand van de MakkabeeŽn worden. Volgens het apocriefe boek 1 MakkabeeŽn 2:1-28, zond Antiochus ambtenaren naar Judea ter afdwinging van dit bevel. Te Modeïn de woonplaats van de Joodse priester Mattatias, begon de opstand. De religieuze ambtenaren van Antiochus IV die het offeren aan de god Zeus wilden afdwingen werden door Mattatias gedood waarna deze zich met zijn zonen in de woestijn terugtrok en een volksopstand ontketende.

    Mattatias behoorde tot een Joodse priesterfamilie van de orde van Jojarib, een van de vierentwintig priestergroepen die volgens een rol-beurt dienst deden in de Tempel te Jeruzalem. Volgens Flavius Josephus heette Mattatias' vader Johannes, zijn grootvader Simon en zijn overgrootvader AsmoneŁs. Naar deze overgrootvader is de familie van de HasmoneeŽn genoemd en vandaar de naam HasmoneeŽrs voor de latere priester-heersers over Judea.

    Mattatias zou in 165 v. Chr. sneuvelen waarna zijn zoon Judas de MakkabeeŽr de leiding van de opstand overnam. De eindoverwinning heeft ook Judas niet meegemaakt. Hij sneuvelde in de strijd tegen het Grieks-Syrische leger in 160 v. Chr. Na zijn dood nam zijn broer Jonathan MakkabeŁs de leiding over.

    In de tussentijd was de Tempel te Jeruzalem door Antiochius IV verontreinigd. Gedurende de periode van 168 tot 165 v. Chr. zou de Tempel te Jeruzalem door een anti-godsdienst verontreinigd worden. Deze toestand was in het jaar 554 v. Chr. lang voor de feiten door de profeet DaniŽl (8:1) voorzegd:

    DaniŽl 8:9 En uit ťťn daarvan kwam weer een horen voort, die klein begon, maar die zeer groot werd tegen het zuiden, tegen het oosten en tegen het Sieraad, 10 ja, zijn grootheid reikte tot aan het heer des hemels, en hij deed er van het heer, namelijk van de sterren, ter aarde vallen, en vertrapte ze. 11 Zelfs tegen de vorst van het heer maakte hij zich groot, en Hem werd het dagelijks offer ontnomen en zijn heilige woning werd neergeworpen. 12 En een eredienst werd in overtreding ingesteld tegenover het dagelijks offer; en hij wierp de waarheid ter aarde, en wat hij ook deed, gelukte hem. 13 Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zeide tot degene die gesproken had: Hoelang zal dit gezicht gelden – het dagelijks offer en de ontzettende overtreding, het prijsgeven van het heiligdom en het vertrappen van het heer? 14 En hij zeide tot mij: Tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom in rechten hersteld worden.

     

    In december van het jaar 165 v. Chr. werd de Tempel te Jeruzalem door Judas de MakkabeeŽr in zijn rechten hersteld. Het Joodse Chanoeka-feest dat tot op heden jaarlijks gevierd wordt heeft hier zijn oorsprong. Ook de Heer Jezus Christus vierde dit feest zoals in het Johannesevangelie hoofdstuk 10:22 beschreven staat. Zie het artikel op dit blog van 12.01.2018: de chronologie van het Johannes-evangelie, zie link: http://bloggen.be/Robertdetelder/archief.php?startdatum=1515366000&stopdatum=1515970800

     

    Hierna een opsomming van de jubeljaren die we met onze artikelenreeks al behandeld hebben.

    Exodus jaartal: 1483 v. Chr. Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.

    Jubeljaren en jaartallen v. Chr.:    Historische periode:

    1.       1395/1394                             Richter OthniŽl

    2.      1346/1345                                      Ruth 6:6

    3.      1297/1296                             Richter Ehud

    4.      1248/1247                             verdrukking Jabin

    5.      1199/1198                              Richter Thola

    6.      1150/1149                              verdrukking Ammon

    7.      1101/1100                              Richter en profeet SamuŽl

    8.      1052/1051                             Saul

    9.      1003/1002                                     Salomo

    10.    954/953                               Rehabeam

    11.     905/904                               Josafat

    12.     856/855                                Joas

    13.     807/806                               Amazia

    14.     758/757                                Uzzia

    15.     709/708                               Jaar 14 jaar van Hizkia

    16.     660/659                               Manasse

    17.     611/610                                  Josia- val van Nineveh

    18.     562/561                                Jaar 37 ballingschap Jojachin

    19.     513/512                                  Darius I

    20.    464/463                                Artaxerxes I

    21.     415/414                                 Nehemia

    22.    366/365                                Artaxerxes II Mnemon

    23.    317/316                                 Griekse overheersing

    24.    268/267                                Griekse overheersing

    25.    219/218                                 Griekse overheersing

    26.   170/169                                Griekse overheersing

     

    Scrol naar beneden voor het artikel over het zeventwintigste jubeljaar.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    24-09-2018 om 08:48 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het zevenentwintigste historische jubeljaar van oktober 121/september 120 v. Chr.

    We vervolgen met het zevenentwintigste historische jubeljaar. Een nieuwe tijdschijf van zeven maal zeven jaren leidt ons naar het volgende jubeljaar met uiteindelijk bij het dertigste jubeljaar: het openbaar worden van de lang verwachte Messias.

     

     

    Tijdschema 172/159 v. Chr.

     

    Schema 172/159 toont het eerste sabbatjaar in de nieuwe cyclus van het zevenentwintigste jubeljaar. We hebben al gezien dat de Joden zich onder leiding van Mattatias en Judas MakkabeŁs konden vrijvechten van de Grieks-Syrische overheersing. De Tempel te Jeruzalem die door Antiochus IV Epimanes gedurende 1150 dagen verontreinigd was, werd door Judas MakkabeŁs hersteld. Volgens de oudheidhistoricus Flavius Josephus zaten er 126 jaar tussen de inname van Jeruzalem door Herodes de Grote in 37 v. Chr. en het begin van de Hasmonese Priesterdynastie.

    Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek XIV, xvi. 4.

    4 b. And thus did the government of the Asamoneans cease, a hundred twenty and six years after it was first set up. This family was a splendid and an illustrious one, both on account of the nobility of their stock, and of the dignity of the high priesthood, as also for the glorious actions their ancestors had performed for our nation; but these men lost the government by their dissensions one with another, and it came to Herod, the son of Antipater, who was of no more than a vulgar family, and of no eminent extraction, but one that was subject to other kings. And this is what history tells us was the end of the Asamonean family.

     

    Jonathan MakkabeŁs, de broer van Judas MakkabeŁs, was de eerste hogepriester van de nieuw opgezette dynastie der HasmoneeŽrs. Ik meen op basis van de tijdschijf die Flavius Josephus opgeeft dat Jonathan MakkabeŁs het hogepriesterambt te Jeruzalem opnam in 163 v. Chr. en dit los van het gezag dat de Grieks-Syrische en Egyptische vorsten nog meenden te kunnen uitoefenen over Jeruzalem.

     

     

    Tijdschema 158/145 v. Chr.

     

    Tijdschema 158/145 toont het tweede en het derde sabbatjaar. Al onze aandacht gaat nu naar de nieuw opgerichte priester-dynastie van de HasmoneeŽrs te Jeruzalem. Op het bijgevoegde tijdschema merken we de bedieningsperiode van Jonathan MakkabeŁs.

     

     

    Tijdschema 144/131 v. Chr.

     

    Het volgende tijdschema 144/131 toont het vierde en het vijfde sabbatjaar op weg naar het afsluitende zevende sabbatjaar gevolgd door het zevenentwintigste jubeljaar.

    De hogepriester Jonathan MakkabeŁs kon zich voor een periode van zeventien jaar redelijk goed onafhankelijk van het Grieks-Syrische Rijk opstellen, maar werd uiteindelijk door hen met een list gevangengenomen en gedood. Hij werd opgevolgd door Simon MakkabeŁs die gedurende acht jaar het ambt van hogepriester en leider zou kunnen uitoefenen. Ook Simon sneuvelde in de strijd om de onafhankelijkheid van Judea ten overstaan van het Grieks-Syrische Rijk. Hij werd opgevolgd door Johannes Hyrcanus. Op mijn tijdschema 144/131 heb ik een blauwe verticale tijdsbalk aangebracht om een bijzonder accent aan het vijfde sabbatjaar te geven.

    De geleerde William Whiston voegt in zijn Engelse vertaling van het werk van Flavius Josephus een interessante voetnoot toe dat het eerste jaar van Johannes Hyrcanus met het sabbatjaar verbindt.

    19. Hence we learn, that in the days of this excellent high priest, John Hyrcanus, the observation of the Sabbatic year, as Josephus supposed, required a rest from war, as did that of the weekly sabbath from work; I mean this, unless in the case of necessity, when the Jews were attacked by their enemies, in which case indeed, and in which alone, they then allowed defensive fighting to be lawful, even on the sabbath day, as we see in several places of Josephus, Ant. B. XII. ch. 6. sect. 2; B. XIII. ch. 1. sect. 2; Of. the War, B. I. ch. 7. sect. 3. But then it must be noted, that this rest from war no way appears in the First Book of Maccabees, ch. 16., but the direct contrary; though indeed the Jews, in the days of Antiochus Epiphanes, did not venture upon fighting on the Sabbath day, even in the defense of their own lives, till the Asamoneans or Maccabees decreed so to do, 1 Macc. 2:32-41; Antiq. B. XII. ch. 6. sect. 2.”

    Hierna het relevante gedeelte uit het werk van Flavius Josephus, Joodse Oudheden, Boek XIII, viii,

    1. SO Ptolemy retired to one of the fortresses that was above Jericho, which was called Dagon. But Hyrcanus having taken the high priesthood that had been his father's before, and in the first place propitiated God by sacrifices, he then made an expedition against Ptolemy; and when he made his attacks upon the place, in other points he was too hard for him, but was rendered weaker than he, by the commiseration he had for his mother and brethren, and by that only; for Ptolemy brought them upon the wall, and tormented them in the sight of all, and threatened that he would throw them down headlong, unless Hyrcanus would leave off the siege. And as he thought that so far as he relaxed as to the siege and taking of the place, so much favor did he show to those that were dearest to him by preventing their misery, his zeal about it was cooled. However, his mother spread out her hands, and begged of him that he would not grow remiss on her account, but indulge his indignation so much the more, and that he would do his utmost to take the place quickly, in order to get their enemy under his power, and then to avenge upon him what he had done to those that were dearest to himself; for that death would be to her sweet, though with torment, if that enemy of theirs might but be brought to punishment for his wicked dealings to them. Now when his mother said so, he resolved to take the fortress immediately; but when he saw her beaten, and torn to pieces, his courage failed him, and he could not but sympathize with what his mother suffered, and was thereby overcome. And as the siege was drawn out into length by this means, that year on which the Jews used to rest came on; for the Jews observe this rest every seventh year, as they do every seventh day; so that Ptolemy being for this cause released from the war, (19) he slew the brethren of Hyrcanus, and his mother; and when he had so done, he fled to Zeno, who was called Cotylas, who was then the tyrant of the city Philadelphia.

     

    Het sabbatjaar van april 135/maart 134 v. Chr. is voor William Whiston ťťn van de tien illustraties die hij opgeeft wat de historische betrouwbaarheid van zijn sabbatjaar- en jubeljaar-telling bevestigd.

     

     

    Tijdschema 130/117 v. Chr.

     

    Het tijdschema 130/117 toont het zesde en het zevende sabbatjaar gevolgd door het zevenentwintigste jubeljaar. We bezitten geen informatie over het wel of niet houden van het jubeljaargebod door de Joden tijdens de periode dat de HasmoneeŽr Johannes Hyrcanus hogepriester was.

     

    Hierna een opsomming van de jubeljaren die we met onze artikelenreeks al behandeld hebben.

    Exodus jaartal: 1483 v. Chr. Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.

    Jubeljaren en jaartallen v. Chr.:    Historische periode:

    1.       1395/1394                             Richter OthniŽl

    2.      1346/1345                                      Ruth 6:6

    3.      1297/1296                             Richter Ehud

    4.      1248/1247                             verdrukking Jabin

    5.      1199/1198                              Richter Thola

    6.      1150/1149                              verdrukking Ammon

    7.      1101/1100                              Richter en profeet SamuŽl

    8.      1052/1051                             Saul

    9.      1003/1002                                     Salomo

    10.    954/953                               Rehabeam

    11.     905/904                               Josafat

    12.     856/855                                Joas

    13.     807/806                               Amazia

    14.     758/757                                Uzzia

    15.     709/708                               Jaar 14 jaar van Hizkia

    16.     660/659                               Manasse

    17.     611/610                                  Josia- val van Nineveh

    18.     562/561                                Jaar 37 ballingschap Jojachin

    19.     513/512                                  Darius I

    20.    464/463                                Artaxerxes I

    21.     415/414                                 Nehemia

    22.    366/365                                Artaxerxes II Mnemon

    23.    317/316                                 Griekse overheersing

    24.    268/267                                Griekse overheersing

    25.    219/218                                 Griekse overheersing

    26.    170/169                                 Griekse overheersing

    27.    121/120                                MakkabeeŽn periode

     

    Wordt vervolgd…

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    24-09-2018 om 08:44 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Assyrische koningen Pul ťn Tiglath Pileser III chronologisch in lijn met de Bijbelse koningen van IsraŽl gebracht.

    De aflevering van deze week vervolgt met de herziening van de chronologie van de Assyrische koningen van de negende en achtste eeuw v. Chr. Met de aflevering van 20.08.2018 behandelden we de koningen van AssyriŽ: Salmaneser IV, Assur Dan III, Assur Nirari V en de legendarische Sardanapallos die we in chronologische lijn met de koningen van het tienstammenrijk brachten. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3109332

    Als een gevolg van het linken van Salmaneser III op de tijdsbalk aan de historisch-verifieerbare regeerperiode van Achab van IsraŽl (Zie het artikel van 02.07.2018 op dit blog, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3102210)

    ontstaat er in de achtste eeuw v. Chr. een tijdsperiode van 782 tot 761 v. Chr. waar de Bijbels-Assyrische koningen Jareb en Pul kunnen ondergebracht worden evenals de legendarische Sardanapallos.

     

     

    © Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, Robert De Telder

     

    Het zijn als het ware puzzelstukken van een ‘jigsaw-legpuzzel’ die met elk toegevoegd passend stukje het historische plaatje zichtbaar maken. De Bijbels-historische koningen voor deze periode zijn Jareb (Hosea 5:13 en 10:6) en de niet bij naam genoemde Assyrische koning (Jona 3:1-10) die zich op de doemprediking van Jona, tot de God van IsraŽl voor uitredding keerde. Het onderbrengen van de legendarische Sardanapallos op de tijdsbalk doen we via zijn identificatie met een van de Mitanni-koningen. Mitanni-koningen die zoals we al eerder gezien hebben, niemand anders dan de Assyrische koningen van de achtste en zevende eeuw v. Chr. zijn.

    De Bijbelse koning van AssyriŽ ten tijde van de profeet Jona kan moeilijk met Sardanapallos geïdentificeerd worden. De ene koning roept namelijk bij een crisis een vasten uit en keert zich tot de God van IsraŽl voor uitredding en de andere zijn motto is: ‘Eet, drink en bemin, want al het overige is niet veel waard’.

    Volgens mijn revisie van de geschiedenis van de oudheid is de Bijbelse koning Pul de opvolger van Sardanapallos op de troon van Assur.

    Met het vermelden van Pul als een te onderscheiden Assyrische koning van Tiglath Pileser III botsen we onmiddellijk met de gevestigde Assyriologie. De Bijbelse koningsnaam Pul komt namelijk niet in de Assyrische koningslijst voor. Er bestaat wel een Babylonische koning Pulu of Poros die volgens de PtolemeŁs-canon, op de troon van Babylon zat van 22.02.731 tot 20.02.726 v. Chr. De orthodoxie gaat er van uit dat de Babylonische Pulu of Poros met Tiglath Pileser III te identificeren is die onder een Babylonische troonnaam over Babylon heerste. Zuiver chronologisch gezien kan dit echter niet aangezien er ongeveer een periode van dertig jaar tussen de Bijbelse koning van AssyriŽ Pul, en de Babylonische Pulu of Poros, zit. Volgens de grondtekst van de Bijbel zijn Pul ťn Tiglath Pileser wel degelijk twee van elkaar te onderscheiden koningen.

    1 Kronieken 5:25 Maar zij hebben tegen den God hunner vaderen overtreden, en de goden der volken des lands nagehoereerd, welke God voor hun aangezichten had verdelgd. 26 Zo verwekte de God Israels den geest van Pul, den koning van Assyrie, en den geest van Tiglath-Pilneser, den koning van Assyrie, die voerde hen gevankelijk weg, te weten de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse; en hij bracht hen te Halah, en Habor, en Hara, en aan de rivier Gozan, tot op dezen dag. (Statenvertaling)

     

     

    © Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, Robert De Telder

     

    Het Bijbelboek 1 Kronieken 5:26 heeft het volgens de Statenvertaling duidelijk over twee koningen. Ook de LXX Septuagint Bijbelvertaling (Hebreeuws/Grieks) heeft de twee AssyriŽrs als twee te onderscheiden koningen vertaald:

    1 Chronicles 5:26 And the God of Israel stirred up the spirit of Phaloch king of Assyria, and the spirit of Thagla-phallasar king of Assyria, and carried away Ruben and Gaddi, and the half-tribe of Manasse, and brought them to Chaach, and Chabor, and to the river Gozan, until this day.

     

    De Joodse historicus Flavius Josephus zag Pul en Tiglath Pileser III ook als twee afzonderlijke Assyrische koningen:

    Joodse Oudheden, Boek IX, xi.1. …And after this manner it was that this Menahem continued to reign with cruelty and barbarity for ten years. But when Pul, king of Assyria, had made an expedition against him, he did not think meet to fight or engage in battle with the Assyrians, but he persuaded him to accept of a thousand talents of silver, and to go away, and so put an end to the war. This sum the multitude collected for Menahem, by exacting fifty drachme as poll-money for every head; after which he died, and was buried in Samaria, and left his son Pekahiah his successor in the kingdom, who followed the barbarity of his father, and so ruled but two years only, after which he was slain with his friends at a feast, by the treachery of one Pekah, the general of his horse, and the son of Remaliah, who laid snares for him. Now this Pekah held the government twenty years, and proved a wicked man and a transgressor. But the king of Assyria, whose name was Tiglath-Pileser, when he had made an expedition against the Israelites, and had overrun all the land of Gilead, and the region beyond Jordan, and the adjoining country, which is called Galilee, and Kadesh, and Hazor, he made the inhabitants prisoners, and transplanted them into his own kingdom. And so much shall suffice to have related here concerning the king of Assyria.

     

    De voortreffelijke Statenvertaling van de Bijbel werd door meer recente vertalingen wat betreft het vertalen van het woordje ‘en’ in de grondtekst, niet gevolgd. De NBG 1951 en de NBV 2004 volgden het gezag dat de wetenschap der Assyriologie intussen verworven had, en negeerden de grondtekst van de Bijbel zoals de Statenvertaling het correct vertaalde:

    1 Kronieken 5:26 Zo verwekte de God Israels den geest van Pul, den koning van Assyrie, en den geest van Tiglath-Pilneser, den koning van Assyrie,…

     

    Zowel NBG als NBV voegden woorden aan de grondtekst toe zodat Pul en Tiglath Pileser III in lijn met de Assyriologie, als ťťn en dezelfde koning neergezet kunnen worden:

    1 Kronieken 5:26 wekte de God van IsraŽl de geest op van Pul, de koning van Assur, namelijk de geest van Tillegatpilneser, de koning van Assur, en deze voerde hen weg: de Rubenieten, de Gadieten en de helft van de stam Manasse. En hij bracht hen naar Chalach, Chabor, Hara en de rivier van Gozan, waar zij zijn tot op de huidige dag. (NBG 1951)

     

    1 Kronieken 5:26 ..Daarom zette de God van IsraŽl koning Pul van AssyriŽ, ook bekend als Tiglatpileser, ertoe aan om hen als ballingen weg te voeren. Hij bracht hen naar Chalach, Chabor, Hara en de rivier van Gozan, en daar wonen ze tot op de dag van vandaag. (De Nieuwe Bijbelvertaling NBV 2004)

    Godzijdank dat we vandaag de Statenvertaling in ons bezit hebben. Het oud-Nederlandsch neem ik er graag op de koop toe bij. Met wat inspanning en goede wil is het nog altijd best verstaanbaar.

     

    De beschreven invasie van het gebied van het tienstammenrijk in het Bijbelboek 1 Kronieken 5:26 dateren we in 768 v. Chr. en dit op basis van de Seder Olam (The Rabbinic View of Biblical Chronology, translated and with commentary by Heinrich W. Guggenheimer, 1998, blz. 195). De Joodse overlevering leert namelijk dat er een periode van 59 jaar zat tussen de vernietiging van het leger van Sanherib voor Jeruzalem in het veertiende regeringsjaar van Koning Hizkia van Juda, (zijnde 709 v. Chr.), en de eerste Assyrische invasie volgens 1 Kronieken 5:26. Het jaartal 709 v. Chr. als veertiende regeringsjaar van Hizkia werd bekomen door het linken van de regeerperiode van Hizkia van Juda aan het vijftiende jubeljaar. De constructie van Edwin R. Thiele waarbij de chronologische gegevens van de Bijbel met de Assyrische koningslijst aangepast werden wijzen we af. De Assyriologie dwingt voor het kiezen 701 v. Chr. als jaartal voor de belegering van Jeruzalem door Sanherib, wat een foutief verschil van acht jaar op de tijdsbalk betekent.

    De Seder Olam leert dat de AssyriŽrs met regelmaat het gebied van IsraŽl en Juda zijn binnengevallen. Ook in de ‘Legends of the Jews, Louis Ginzberg, (Hoofdstuk IX, The Two Kingdoms Chastised), lezen we dat de Assyrische invasies over verschillende jaren verspreid liepen.

     

    Wanneer we de verkregen chronologische gegevens op de tijdsbalk aanbrengen blijkt dat de eerste invasie van Pul ťn Tiglath Pileser III in het gebied van het tienstammenrijk geschiedde tijdens de periode van anarchie zonder koning op de troon in IsraŽl.

    De tweede Assyrische invasie in het gebied van het tienstammenrijk vond plaatst in het eerste regeringsjaar van Menahem in 763 v. Chr. Koning Menahem van het tienstammenrijk regeerde historisch-verifieerbaar van 763 v. Chr. tot het voorjaar van 753 v. Chr. Deze jaartallen zijn het resultaat van het verankeren van het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia met het vijftiende sabbat- en jubeljaar van 709/708 v. Chr., en vanaf dit ankerjaar op de tijdsbalk naar de regeerperiode van koning Uzzia van Juda te navigeren. De regeerperiode van Menahem is namelijk gelinkt aan die van koning Uzzia van Juda. Zie TIJD en TIJDEN, 2015, hoofdstuk: Kroniek van koning Uzzia, blz. 279-284.

    De regeerperiode van de Bijbelse koning van AssyriŽ: Pul, zit op de tijdsbalk verankerd vanaf het jaar van de meganatuurcatastrofe in 776 v. Chr. De Babylonische Pulu of Poros van de PtolemeŁs canon is te onderscheiden van de Bijbelse Pul als koning van AssyriŽ en blijft als koning van Babylon behouden met de regeerperiode 731/726 v. Chr. Zie ook TIJD en TIJDEN, 2015, appendix 6: De PtolemeŁs-canon.

    Hierna het Bijbelcitaat dat de AssyriŽr Pul met Menahem verbindt.

    2 Koningen 15:17 In het negenendertigste jaar van Azarja (Uzzia), de koning van Juda, werd Menahem, de zoon van Gadi, koning over IsraŽl; hij regeerde tien jaar te Samaria. 18 Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN; hij week al zijn dagen niet af van de zonden die Jerobeam, de zoon van Nebat, IsraŽl had doen bedrijven, 19 Pul, de koning van Assur, trok tegen het land op; Menahem gaf Pul duizend talenten zilver, opdat deze hem zou bijstaan om het koningschap in zijn hand te bevestigen. 20 En Menahem hief dit geld van IsraŽl, van alle vermogende lieden, om het de koning van Assur te geven: vijftig sikkels zilver per hoofd. Toen keerde de koning van Assur terug en bleef daar niet in het land. (NBG Vertaling 1951)

     

    In mijn studie ‘De Assyriologie herzien, 2012, Appendix I: Mitanni, toonde ik aan dat het zogenaamde Rijk van Mitanni in wezen een fictief rijk was, door de moderne Egyptologie gecreŽerd. Het Mitannische Rijk wiens vorsten met de farao ’s Amonhotep III en IV correspondeerden is niets anders dan het Assyrische Rijk van de achtste eeuw v. Chr., een eeuw waar ook de Amarna-tijd thuishoort. Op basis van deze identificatie identificeerde ik de Bijbelse Pul als de vader van Tiglath Pileser III en dit op basis van de identificatie van Pul’ s alter ego in het Mythische Mitanni: Suttarna. Zie ook het artikel op dit blog van 24.03.2014: Het mythische rijk Mitanni. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1395615600&stopdatum=1396220400

     

    De regeerperiode van Pul laat ik aanvangen in het jaar van de meganatuurcatastrofe 776 v. Chr., na de dood van de legendarische Sardanapallos alias Artatama. Bij de dood van Pul werd deze opgevolgd door zijn zoon Tiglath Pileser III alias Tusjratta. Tusjratta correspondeerde zoals eerder opgemerkt met de Egyptische farao ’s Amonhotep III en IV. Dertien brieven in de vorm van kleitabletten van Tusjratta zijn bewaard gebleven en maken deel uit van de Amarna-briefwisseling. Het is brief EA17 van Tushratta aan Nimmoeria alias Amonhotep III dat heel wat licht werpt op de troonsbestijging van Tiglath Pileser III en de perikelen op dat gebied. De tijdsperiode die ik hier behandel kreeg ook heel wat aandacht in mijn boek: De zonaanbidder, 2016, blz. 45-51. Het was de tijd ook dat een Assur Uballit, een zoon van Assur Nadin Ahe, met farao correspondeerde. Een periode duidelijk met meer dan ťťn troonpretendent in AssyriŽ. In de Bijbel zijn het Pul ťn Tiglath Pileser III die als koningen van AssyriŽ vermeld worden. Tiglath Pileser III heeft hierbij geruime tijd samen met zijn vader Pul als co-regent geregeerd. Dat wordt duidelijk wanneer we op een tijdsbalk de regeerperiode van koning Menahem chronologisch aanbrengen. Zowel Pul als Tiglath Pileser zijn met Menahem verbonden. In de bewaarde annalen (Annals of Tiglat Pileser III, ANET 3 283) van Tiglath Pïleser III verwijst hij naar Menahem van Samaria.

     

    De gevestigde Assyriologie heeft op basis van de eponiemlijsten voor Tiglath Pileser III een regeertijd van het jaar 745 tot 727 v. Chr., wat niet overeenstemt met de Bijbels-chronologische gegevens over koning Menahem van IsraŽl met de jaren 763 tot 753 v. Chr.

    Bovendien hebben we in de bewaarde annalen (Chapter XIV, I, 770) van Tiglath Pileser III een vermelding over koning Azaria/Uzzia van Juda:

     

     

    © Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, Robert De Telder

     

    Koning Azaria van Juda wordt door Tiglath Pileser III beschreven als de leider van een coalitie van Klein-Aziatische koningen tegen hem gericht. Koning Uzzia/Azaria van Juda heeft Bijbels-chronologisch een regeertijd van het jaar 803 tot 750 v. Chr. In het jaar 776 v. Chr. werd Uzzia/Azaria echter met melaatsheid geslagen en in quarantaine geplaatst. Zijn zoon Jotham werd toen tot aan zijn dood, als co-regent aangesteld. We moeten aannemen dat de verwijzing naar Azaria van Juda als de leider van een Klein-Aziatische coalitie door TPIII, in de periode van 803 tot 776 v. Chr. op de tijdsbalk te plaatsen is, tijdens zijn gezonde periode. Het is dezelfde periode dat Uzzia/Azaria ook Egypte onder zijn controle had (De Zonaanbidder, 2016, blz. 36-39).

    Het moet duidelijk zijn dat de chronologische constructie van de Assyriologie voor deze tijdsperiode, onverzoenbaar met de Bijbels-chronologische gegevens is. De enige conclusie is dat er hiaten in de Eponiemlijsten voorkomen! Zelfs de constructie van Edwin E. Thiele in het verkorten van de regeertijd van de koningen van IsraŽl en Juda voor deze tijdsperiode mist wanneer we de eerste helft van de regeerperiode van Azaria met Tiglath Pileser III verbinden, haar doel. Ik meen dat het jaar van de zevende olympiade in 748 v. Chr. gepaard gaande met een meganatuurcatastrofe verantwoordelijk is voor een hiaat in de eponiemlijsten. Zo dadelijk wil ik dit verduidelijken.

     

     

    © Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, Robert De Telder

     

    Dat er een onderbrekingen in de eponiemlijsten vastgesteld kunnen worden heb ik in de aflevering van 20.08.2018 aangetoond. Het eponiem van Nergal-nasir, de gouverneur van Nisibis, meldt een opstand in Kalhu: [746/745] 783/782 Tijdens het eponiem van Nergal-nasir, de gouverneur van Nisibis, opstand in Kalhu.

    Tussen rechte haken staan de jaartallen van de Assyriologie met rechts daarvan de gereviseerde jaartallen aan de hand van de chronologie van de koningen van IsraŽl.

    De opstand in Kalhu moet zich over heel het land uitgebreid hebben en luidde aldus een periode van nooit eerder geziene anarchie in. De Assyriologie laat volgens de eponiemlijsten Assur Nirari V in 745 v. Chr. opgevolgd worden door Tiglath Pileser III. Maar dit klopt niet met de historische realiteit.

    Ik meen dat de usurpator Tiglath Pileser III verantwoordelijk is voor het creŽren van een hiaat een ‘damnatio memoriae’, in de geschiedenis van AssyriŽ.

    Volgens mijn herziening laat ik AĻĻur-nirari V na een periode van anarchie opgevolgd worden door de Sardanapallos van de Griekse legende, gevolgd door Pul en Jareb. De eponiemlijst laat ik in 761 v. Chr. na een tijdshiaat van eenentwintig jaar vervolgen met Tiglath Pileser III.

     

    Scrol naar beneden voor het vervolg van dit artikel met de eponiemlijsten (met commentaar) die betrekking op Tiglath Pileser III hebben.

     

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    17-09-2018 om 08:49 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Assyrische koningen Pul en Tiglath Pileser III chronologisch in lijn met de Bijbelse koningen van IsraŽl gebracht. (vervolg)

    Hierna volgen de eponiemgegevens met betrekking op Tiglath Pileser III. De jaartallen tussen rechte haken zijn van de orthodoxie, de jaartallen tussen kromme haken zijn de gereviseerde jaartallen:

    Jaar 1 [745/744] (761/760) Tijdens het eponiem van Nabû-bela-usur, de gouverneur van Arrapha, in Ajaru, de dertiende,. In TaĻrÓtu, hij naar Mesopotamia.

    Commentaar: Tijdens zijn eerste regeringsjaar leidde Tiglath Pileser III een veldtocht tegen Babylon en voerde campagne in het noorden en zuiden van BabyloniŽ.

    Jaar 2 [744/743] (760/759) Tijdens het eponiem van Bêl-dan, de gouverneur van Kalhu, veldtocht naar Namri.

    Jaar 3 [743/742] (759/758) Tijdens het eponiem van Tiglath-pileser, de koning van AssyriŽ, daar gebeurde een bloedbad onder de Urarturieten in Arpad.

    Commentaar: Tijdens zijn derde regeringsjaar leidde Tiglath Pileser III een veldtocht tegen Urartu. Van deze veldtocht zijn de annalen van zijn paleismuren te Kalhu/Kalah (gedeeltelijk-fragmentarisch) bewaard gebleven. In het verloop van zijn veldtocht tegen Urartu beweerd Tiglath Pileser III schatting of tribuut ontvangen te hebben van een aantal koningen van de kust (Middellandse Zee), waaronder hij koning Azaria van Juda als de leider van een Assyrisch-vijandelijke Klein-Aziatische coalitie van koningen vermeld. Verder vermeldde hij o.a. Rezin van Damascus, Menahem van Samaria, Sibitti-bi’li van Goebla en vele meer. Zo is er ook bijvoorbeeld de vermelding van een Arabische koningin Zabibe, wat toch verwondering opwekt: een vrouw op de troon in het ArabiŽ van de achtste eeuw v. Chr.! Onvoorstelbaar vandaag.

    Jaar 4 [742/741] (758/757) Tijdens het eponiem van Nabû-da'inannil, de opperbevelhebber, veldtocht tegen Arpad.

    Jaar 5 [741/740] (757 /756) Tijdens het eponiem van Bêl-Harran-bêla-usur, de paleis maarschalk, veldtocht naar hetzelfde; de stad werd genomen na drie jaar.

    Jaar 6 [740/739] (756/755) Tijdens het eponiem van Nabû-etiranni, de opperdienaar, veldtocht tegen Arpad.

    Jaar 7 [739/738] (755/754) Tijdens het eponiem van Sin-taklak, de maarschalk, veldtocht tegen Ulluba; Birtu werd ingenomen

    Jaar 8 [738/737] (754/753) Tijdens het eponiem van Adad-bêla-ka'in, de gouverneur van AĻĻur, Kullania werd ingenomen.

    Commentaar: De stad Kullania was dezelfde plaats als het Bijbelse Kalno waarnaar de profeet Jesaja ten tijde van koning Achaz van Juda, verwijst.

    Jesaja 10:5 Wee den AssyriŽr, die de roede Mijns toorns is, en Mijn grimmigheid is een stok in hun hand! 6 Ik zal hem zenden tegen een huichelachtig volk, en Ik zal hem bevel geven tegen het volk Mijner verbolgenheid; opdat hij den roof rove, en plundere de plundering, en stelle het ter vertreding, gelijk het slijk der straten. 7 Hoewel hij het zo niet meent, en zijn hart alzo niet denkt, maar hij zal in zijn hart hebben te verdelgen, en uit te roeien niet weinige volken. 8 Want hij zegt: Zijn niet mijn vorsten al te zamen koningen? 9 Is niet Kalno gelijk Karchemis? Is Hamath niet gelijk Arfad? Is niet Samaria gelijk Damaskus?

    Van het achtste regeringsjaar van Tiglath Pileser III bleven ook de oorspronkelijke annalen van zijn paleismuren te Kalah/Kalhu bewaard. Hieruit leren we dat hij tijdens de campagne naar Kullania/Kalno opnieuw tribuut ontving van Menahem van Samaria. Een historisch puzzelstukje dat past in het gereviseerde plaatje.

    Jaar 9 [737/736] (753/752) Tijdens het eponiem van Bêl-emuranni, de gouverneur van Rasappa, veldtocht tegen MediŽ

    Commentaar: Het negende regeringsjaar van Tiglath Pileser bracht hem opnieuw naar MediŽ, waar grote gebieden van geannexeerd werden.

    Van deze veldtocht is de bekende ‘Iran-stele’ bewaard gebleven. De stele (waarvan de tekst zwaar beschadigd is) verwijst nogmaals naar Menahem van Samaria als schatplichtig aan Tiglath Pileser III. Ook is er een verwijzing naar Sibitti-bi’li van Goebla.

    Jaar 10 [736/735] (752/751) Tijdens het eponiem van Inurta-ilaya, de gouverneur van Nisibis, veldtocht tegen de voet van de berg Nal.

    Jaar 11 [735/734] (751/750) Tijdens het eponiem van AĻĻur-Ļallimanni, de gouverneur van Arrapha, veldtocht tegen Urartu

    Jaar 12 [734/733] (750/749) Tijdens het eponiem van Bêl-dan, de gouverneur van Kalhu (Kalah-Nimrud), veldtocht tegen Filistea

    Commentaar: Voor het twaalfde regeringsjaar van Tiglath Pileser hebben we alleen de summiere vermelding van de eponiemlijst: veldtocht tegen Filistea. Dit als een gevolg dat de betreffende annalen van zijn paleismuren te Kalhu verloren gingen. Essarhaddon een latere Assyrische heerser, recycleerde de tegels voor gebruik in zijn eigen paleis. Voor een historicus is dit vandaag een spijtige zaak. We kunnen ons voorstellen dat de muren van Tiglath Pileser III ’s paleis te Kalhu/Calah een chronologisch verhaal van al zijn veroveringen brachten. Wat gereconstrueerd kon worden uit de rotzooi die Essarhaddon ervan maakte is vandaag als een fragmentarische puzzel waarvan het plaatje ontbreekt. De orthodoxe Assyriologie heeft alle puzzelstukjes binnen het kader van de eponiemlijsten trachten in te vullen.

    De Assyrische veldtocht naar Filistea van 750 v. Chr. past in de Bijbelse gegevens betreffende de beschreven invasie van IsraŽl in de dagen van Pekach:

    2 koningen 15:29 In de dagen Pekah, den koning van IsraŽl, kwam Tiglath-pilezer, de koning van AssyriŽ, en nam Ijon in, en Abel-beth-maacha, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar AssyriŽ.

    Een jaar later in 749 v. Chr. tijdens het eponiem van AĻĻur-da'inanni, trok Tiglath Pileser III tegen Damascus op.

     

    Jaar 13 [733/732] 749/748 Tijdens het eponiem van AĻĻur-da'inanni, de gouverneur van Mazamua, veldtocht tegen Damascus.

    Het jaar 748 v. Chr. was een meganatuurcatastrofe-jaar en verantwoordelijk voor een nieuwe breuk in de Eponiemlijsten. Het volgende eponiem van Nabû-bêla-usur met de beschreven veldtocht tegen Damascus zit in de revisie van de geschiedenis van het oudheid-AssyriŽ verankerd met koning Achaz van Juda in het jaar 737 v. Chr.

    Heel opmerkelijk: een jaar na de meganatuurcatastrofe van 748 v. Chr. begon in Babylon de Nabonassar-era met een noodzakelijke kalenderhervorming. Het jaar 748 v. Chr. was ook het moment dat het leger van Uzzia/Azaria in het jaar van de zevende olympiade, uit Egypte werd teruggetrokken (De zonaanbidder, 2016, blz. 33-44

     

    De derde Assyrische invasie dateer ik in het jaar 736 v. Chr. in het tweede regeringsjaar van koning Achaz van Juda.

    De aanleiding voor het opnieuw oprukken van Tiglath Pileser III tegen Damascus, was een schrijven aan de koningen van Assur door een in het nauw gedreven koning Achaz van Juda, die door de geallieerde legers van Samaria en Damascus aangevallen werd.

    Jesaja 7:1 Het geschiedde nu in de dagen van Achaz, de zoon van Jotham, de zoon van Uzzia, de koning van Juda, dat Rezin, de koning van Aram, met Pekah, de zoon van Remalia, de koning van IsraŽl, tegen Jeruzalem ten strijde trok; maar hij kon in de strijd daartegen de overhand niet behalen.     

    2 Kronieken 28:16 In die tijd zond koning Achaz het verzoek tot de koningen van Assur hem te helpen.   

     

    De beschreven invasie van Pekah geallieerd met Rezin, in Juda kan chronologisch nauwkeurig gedateerd worden in het jaar 736 v. Chr. Zie De Zonaanbidder, 2016, blz. 102.

    Op basis van dit aangereikt Bijbels tijd-navigatiepunt verankeren we het eponiem van Nabû-bêla-usur met de veldtocht van Tiglath Pileser III tegen Damascus, met het jaar 736 v. Chr.

    Jaar 25 [732/731] 736/735 Tijdens het eponiem van Nabû-bêla-usur, de gouverneur van Si'imme, veldtocht tegen Damascus.

    Jaar 26 [731/730] 735/734 Tijdens het eponiem van Nergal-uballit, de gouverneur van Ahizu-hina, veldtocht tegen ©apiya.

    Commentaar: De veldtocht tegen Sapiya voerde Tiglath Pileser III naar het zuidelijke gebied van Babylon, en deze veldtocht is ook fragmentarisch bewaard gebleven via de gereconstrueerde annalen van zijn paleismuren te Kalhu/Kalah.

    Jaar 27 [730/729] 734/733 Tijdens het eponiem van Bêl-lu-dari, de gouverneur van Tille, de koning bleef in het land.

    Commentaar: de uitdrukking: ‘de koning bleef in het land’ is een eufemisme dat op niets doen slaat. We zijn alleen in het bezit van de eponiem-vermelding. Van de annalen op de paleismuren te Kalah bleef als informatie over dit jaar, niets bewaard.

    Jaar 28 [729/728] 733/732 Tijdens het eponiem van Liphur-ilu, de gouverneur van Habruri, de koning nam de hand van Bêl [].

    Commentaar: de uitdrukking ‘de koning nam de hand van Bel’, wijst op het koningschap over de stad Babylon. Volgens de orthodoxe Assyriologie was Tiglath Pileser III onder zijn Babylonische naam Pul, koning over Babylon. Een identificatie die we eerder afwezen. De Bijbelse Pul zit op de tijdsbalk ten tijde van koning Menahem van IsraŽl en is chronologisch gezien te onderscheiden van de Babylonische Pul van de PtolemeŁs-canon.

    De Babylonische koningen die contemporain met Tiglath Pileser III waren, zijn Nabu-shuma-ishkun (761-748 v. Chr.) en Nubu-nasir of Nabonassar (748/734 v. Chr.).

    Tiglath Pileser III heeft verschillende veldtochten naar het gebied van Babylon ondernomen en grote delen ervan geannexeerd. Of hij daadwerkelijk ook de hoofdstad Babylon ooit binnengemarcheerd is blijft een vraagteken. De Babylonische koningslijsten vermelden hem niet.

    Jaar 29 [728/727] 732/731Tijdens het eponiem van Dur-AĻĻur, de gouverneur van TuĻhan, de koning nam de hand van Bêl; de stad van Hi[...] werd ingenomen.

    (Hiaat tot aan de troonsbestijging van TPIII ’s opvolger: Salmaneser V)

    [727/726] 730/729 Tijdens het eponiem van Bêl-Harran-bêla-usur, de gouverneur van Guzana, veldtocht tegen [...].©almaneser [V] beklom de troon.

     

    Conclusie: In de reconstructie van de regeerperiode van Tiglath Pileser III zijn er meerdere breuken in de Eponiemlijst vastgesteld. Vooreerst was er een periode van co-regentschap met Pul vanaf 768 v. Chr., het jaar van hun gezamenlijke veldtocht naar IsraŽl volgens 1 Kronieken 5:25-26. Vanaf het jaar 761 v. Chr. hebben we dertien eponiemen tot 748 v. Chr. ingevuld. Daarna stelden we een breuk in de Eponiemlijst vast tot 736 v. Chr., waarna de vijf laatste eponiemen historisch geplaatst konden worden.

    Men kan bij deze revisie van de geschiedenis van de oudheid de schouders ophalen en stellen dat de vak-wetenschappers het bij het rechte eind hebben. Voor hen kan er over de rangschikking van de Assyrische koningen op de tijdsbalk niet gediscuteerd worden. De Bijbel is voor hen een louter godsdienstig boek en historisch niet betrouwbaar. Wanneer de Bijbels-chronologische gegevens niet passen in de Assyrische constructie, dan zijn het de Bijbelse gegevens die dienen aangepast en niet andersom.

     

     

    Intussen blijven vele vraagtekens aangaande de regeerperiode van TPIII bestaan. De afkomst van Tiglath Pileser III is in de Assyriologie zelfs omstreden. Er bestaat namelijk twijfel over zijn afstamming. De Assyriologie had hem aanvankelijk als de zoon van Assur Nirari neergezet, maar een latere archeologische vondst weerlegde dit. Op een steen-inscriptie stond Tiglath Pileser III vermeldt als de zoon van Adad Nirari? (KAH,I, Nos. 21-23. Ancient records of Assyria and Babylonia by Daniel David Luckenbill, Chicago, 1926). De tegenstrijdigheid betreffende het zoon-schap van Tiglath Pileser III is binnen de Assyriologie tot op heden niet opgelost. Het is boeiend om het commentaar van de Assyrioloog Luckenbill aangaande de annalen van Tiglath Pileser III te lezen:

    “The annals of Tiglath Pileser were engraved upon the slabs of the rebuilt central palace at Calah. These slabs were later removed by Essarhaddon to be used in his southwest palace of the same city. As a result of the removal and retrimming of the stone, the annals have come down to us in a fragmentary state. Without the aid of the Eponym lists with notes it would have been impossible to arrange the fragments in their chronological order, and, even so, future discoveries are likely to show that the arrangement now generally accepted is wrong.”

     

    Ik noteer dat Luckenbill trouw bleef aan de veronderstelde onverbreekbaarheid van de eponiemlijsten en deze als een hulpmiddel zag voor de gefragmenteerde annalen van TPIII op de tijdsbalk te rangschikken. Ik meen echter aangetoond te hebben dat er wel degelijk meerdere hiaten in de eponiemlijst ten tijde van TPIII voorkomen en deze niet langer als dusdanig bruikbaar zijn. Het commentaar van Luckenbill is veelzeggend en verraad de verlegenheid van een Assyrioloog aangaande de regeerperiode van TPIII. Het zijn naar mijn mening alleen de historische Bijbelboeken en Flavius Josephus die ons in staat stellen alle informatie die we vandaag aangaande Tiglath Pileser III hebben, opnieuw chronologisch op de tijdsbalk te herschikken.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    17-09-2018 om 08:46 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De datering van de wegvoering van Elia met een vurige wagen met vurige paarden.

    Met het artikel op dit blog van 06.08.2018 bracht ik een aflevering van: een cyclus van meganatuurcatastrofes van kosmische oorsprong in de oudheid, verdeeld over vier afleveringen. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1533506400&stopdatum=1534111200 en scrol naar deel 2

     

    In het betreffende artikel gaf ik twee mogelijke jaartallen op die in aanmerking komen voor de datering van de meganatuurcatastrofe van kosmische oorsprong waarbij de profeet Elia weggevoerd werd: 885 of 887 v. Chr. Het eerste vermelde jaartal 885 v. Chr. was het resultaat van het terugrekenen in de tijd vanaf 776 v. Chr. toen de moeder van alle verwoestingen planeet aarde trof in een cyclus van meganatuurcatastrofes die sinds het derde millennium voor Christus de aarde van de oudheid teisterden. Het is de studie van de geleerden Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer, met hun boek ĎThe Long Day of Joshua and Six Other Catastrophesí, dat al langer op dit blog mijn aandacht heeft. Zij leveren een tijdschema van een cyclus van catastrofes van 2484 v. Chr. tot 701 v. Chr. waarbij zij zeven rampen van kosmische oorsprong identificeren die planeet aarde in de oudheid teisterden. De aardbeving ten tijde van koning Uzzia van Juda heb ik op basis van de Bijbelse chronologie gecorrigeerd naar het jaar 776 v. Chr. De geleerden Donald W. Patten, Ronald R. Hatch and Loren C. Steinhauer tonen in hun werk aan dat de cyclus van rampen haast gelijk aan een klokwerk alle 54 jaar en zes maanden in de oudheid de aarde teisterde. Hoewel zij rekening hielden met af en toe afwijkingen in de cyclus.

    Zulk een afwijking meen ik nu vastgesteld te hebben. De alom bekende wegvoering van de profeet Elia in een vuurstorm meen ik te kunnen dateren in het najaar van 887 v. Chr.

    Het is een Joodse overlevering die volgens de Seder Olam (Part 2, Chapter 17) leert dat de wegvoering van Elia in het tweede regeringsjaar van koning Achazja van IsraŽl gebeurde:

    ďAhaziah ben Ahab ruled for two years . In Ahaziah ís second year, Elijah was hidden and will not be seen again until King Messiah will come, then he will be seen, then hidden a second time until Gog and Magog come.

     

     

    © Robert De Telder, Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017

     

    Het tweede regeringsjaar van koning Achazja, de zoon van Achab, valt op basis van de nieuwe chronologie van de koningen van IsraŽl gebaseerd op de sabbat- en jubeljaren in het jaar 887 v. Chr. De plaatsing van de regeerperiode van koning Achab van IsraŽl op de tijdsbalk aan de hand van de sabbat- en jubeljaren, heb ik in mijn boek ĎKronieken van de koningen IsraŽl, 2017, blz. 59-70, beschreven. Achab regeerde van het jaar 909 tot 888 v. Chr. Zijn zoon Ahazia volgde hem bij zijn dood op nadat deze in co-regentschap met zijn vader de troon gedeeld had. Het co-regentschap nam een aanvang toen Achab tegen de ArameeŽrs in de slag bij Ramot Gilead ten strijde trok. Een veldslag waar Achab overigens sneuvelde.

    Wat mijn aandacht trok was het feit dat koning Josafat van Juda zich daarna ook met Ahazia de zoon van Achab, geallieerd had. Beide hadden het plan opgevat een vloot van Tharsis-schepen te Ezeon-Geber uit te rusten.

    1 Koningen 22:45 En Josafat maakte vrede met den koning van IsraŽl. 46 Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, en zijn macht, die hij bewezen heeft, en hoe hij geoorloogd heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? 47 Ook deed hij uit het land weg de overige schandjongens, die in de dagen van zijn vader Asa overgebleven waren. 48 Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings. 49 En Josafat maakte schepen van Tharsis, om naar Ofir te gaan om goud; maar zij gingen niet, want de schepen werden gebroken te Ezeon-geber.

     

     

    Een artistieke voorstelling van een Fenicisch schip in nood. De Fenicische schepen stonden al model voor de grote oceaan-vaart ten tijde van de Salomo-era.

     

    1 Koningen 22:50 Toen zeide Ahazia, de zoon van Achab, tot Josafat: Laat mijn knechten met uw knechten op de schepen varen; maar Josafat wilde niet. 51 En Josafat ontsliep met zijn vaderen, en werd bij zijn vaderen begraven in de stad van zijn vader David; en zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats.

    52 Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over IsraŽl te Samaria, in het zeventiende jaar van Josafat, den koning van Juda, en regeerde twee jaren over IsraŽl. 53 En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN; want hij wandelde in den weg van zijn vader, en in den weg van zijn moeder, en in den weg van Jerobeam, den zoon van Nebat, die IsraŽl zondigen deed. 54 En hij diende Bašl, en boog zich voor hem, en vertoornde den HEERE, den God IsraŽls, naar alles, wat zijn vader gedaan had. (Statenvertaling)

     

    Josafat had eigenzinnig het plan opgevat goud uit het verre Ofir te halen en liet daarom aan de Schelfzee een vloot van Tharsis-schepen bouwen. Waar het land Ofir van de oudheid zich bevond heb ik in een eerder artikel op 13.06.2016 op dit blog onder de aandacht gebracht, zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1465768800&stopdatum=1466373600

     

    Het Bijbelboek Kronieken brengt dezelfde geschiedenis over Josafat:

    2 Kronieken 20:34 Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in de geschiedenissen van Jehu, den zoon van Hanani, die men hem optekenen deed in het boek der koningen van IsraŽl.

    35 Doch na dezen vergezelschapte zich Josafat, de koning van Juda, met Ahazia, den koning van IsraŽl; die handelde goddelooslijk in zijn doen. 36 En hij vergezelschapte zich met hem, om schepen te maken, om naar Tharsis te gaan; en zij maakten de schepen te Ezeon-geber. 37 Maar EliŽzer, de zoon van Dodava, van Maresa, profeteerde tegen Josafat, zeggende: Omdat gij u met Ahazia vergezelschapt hebt, heeft de HEERE uw werken verscheurd. Alzo werden de schepen verbroken, dat zij niet konden naar Tharsis gaan. (Statenvertaling)

     

    In verband met de keuze voor de datering van de meganatuurcatastrofe die gelijk viel met de wegvoering van Elia viel mij in het bijzonder op dat de Tharsis-schepen te Ezion Geber naar een Woord des HEEREN verbroken werden. Volgens de profeet EliŽzer zou de HEERE God de onderneming van Josafat Ďverscheurení. Het is aldus niet onwaarschijnlijk dat de meganatuurcatastrofe de oorzaak werd ter verbreking van de schepen. Daarenboven lagen de schepen voor anker te Ezion Geber niet ver van het moderne Eilat in IsraŽl aan de kop van de Schelfzee. Dezelfde as waar de ramp met de vernietiging van het Egyptische leger na de exodus in 1483 v. Chr. plaatsvond en veertig jaar later in 1443 v. Chr. de intocht in Kanašn meer naar het noorden nabij Jericho, gepaard gaande met eveneens opmerkelijke natuurfenomenen.

     

    Chronologisch uitgetekend op een tijdsbalk valt veel op zijn plaats. Koning Ahazia van het tienstammenrijk regeerde slechts twee jaar en het begin van zijn regering is verbonden met het zeventiende regeringsjaar van Josafat. Een regeringsjaar dat liep van najaar 889 tot najaar 888 v. Chr. Een jaar later in 887 v. Chr. zou Ahazia het leven al laten.

    2 Koningen 1:17 Alzo stierf hij (Ahazia), naar het woord des HEEREN, dat Elia gesproken had; en Joram werd koning in zijn plaats, in het tweede jaar van Joram, den zoon van Josafat, den koning van Juda; want hij had geen zoon. 18 Het overige nu der zaken van Ahazia, die hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van IsraŽl? (Statenvertaling)

     

    De wegvoering van Elia geschiedde zo in het najaar van 887 v. Chr. in het tweede en laatste jaar van Ahazia. Ik herhaal voor alle duidelijkheid nog even het citaat uit de Seder Olam

    ďAhaziah ben Ahab ruled for two years . In Ahaziah ís second year, Elijah was hidden and will not be seen again until King Messiah will come, then he will be seen, then hidden a second time until Gog and Magog come.

     

    Wat chronologisch gezien opvalt wanneer uitgetekend op een tijdsbalk, is dat het stervensjaar van Ahazia en opvolging door Joram van IsraŽl volgens 2 Koningen 1:17 plaatsvond in het tweede jaar van Joram van Juda. Dit betekent dat ook Joram van Juda als co-regent van Josafat werd benoemd vooraleer Josafat zich geallieerd met Achab tegen de ArameeŽrs ten strijde trok. Dit lijkt schijnbaar in strijd met 2 Kronieken 21:5 maar is het niet. Het co-regentschap van Joram van Juda lost namelijk een probleem op dat Bijbelvorsers al langer dan vandaag bezighoudt. 2 Kronieken 21:12 schijnt namelijk te leren dat Joram van Juda nog een schrijven, een brief van de profeet Elia ontving in de periode na de dood van Josafat? Volgens een Joodse legende was dat ook het geval:

    Elijah's removal from earth, so far being an interruption to his relations with men, rather marks the beginning of his real activity as a helper in time of need, as a teacher and as a guide. At first his intervention in sublunar affairs was not frequent. Seven years after his translation, he wrote a letter to the wicked king Jehoram, who reigned over Judah. (Legends of the Jews, Louis Ginzberg, 1909, Volume IV, Chapter VII Elijah)

     

     

    © Robert De Telder, Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017

     

    Het is een fantastisch allerongelooflijks verhaal dat de legende leert die we aan de Bijbel moeten toetsen. Een opdracht die Paulus in het Nieuwe Testament ons leert: 1 Thessalonicenzen 5:21 Beproeft alle dingen; behoudt het goede.

    De conclusie in het licht van 2 Koningen 1:17 is dat de brief van Elia aan Joram van Juda geschreven werd tijdens de regeerperiode van Joram als co-regent met zijn vader, vooraleer Elia werd weggevoerd.

    Er bestaan andere theorieŽn ter verklaring van het schrijven van een brief door Elia na zijn wegvoering aan koning Joram van Juda. De Bijbelse Encyclopedie KOK bijvoorbeeld leert het volgende:

    ďMeer dan zeven jaar na de hemelvaart van Elia ging een schrijven van hem naar de goddeloze koning Joram van Juda, waarin de Here hem een zwaar oordeel aankondigt wegens zijn afgoderij en de moord op zijn familieleden, 2 Kron. 21:12-15. Wij hebben dus in deze brief te doen met een profetie, door Elia zelf op schrift gesteld.Ē (Bijbelse Encyclopedie J.H.KOK Ė KAMPEN, 1975)

    De samenstellers van de Bijbelse encyclopedie hebben in tegenstelling tot de Joodse legende gekozen voor een meer logische verklaring voor het schrijven van de brief door Elia.

    Nochtans levert de toepassing van chronologie als ruggengraat van alle geschiedschrijving, een meer plausibele verklaring voor het schrijven van een brief door Elia geadresseerd aan Joram van Juda.

     

    Het dateren van de meganatuurcatastrofe van kosmische oorsprong in het tweede en laatste regeringsjaar van koning Ahazia van IsraŽl in 887 v. Chr. heeft als resultaat dat de legendarische zondvloed van Deucalion nu ook met meer nauwkeurigheid op de tijdsbalk kan ondergebracht worden. Wanneer teruggerekend in de tijd vanaf oktober 887 v. Chr. met een tijdschijf van 54 jaar en zes maanden arriveren we in maart/april van het jaar 941 v. Chr. voor de ramp die over Egypte kwam tijdens de regeerperiode van farao Misphragmuthosis/Thothmosis III.

    Over de zondvloed van Deucalion schreef ik eerder op dit blog op 13.03.2017 een artikel. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1489359600&stopdatum=1489964400

     

    Volgens het studiewerk van Donald W. Patten was de planeet Mars in de oudheid de oorzaak en boosdoener van Ďwerelden in botsingí. Hierna een citaat van Patten met een beschrijving van een interactie tussen Mars en de aarde in de oudheid:

    ďOn one or two occasions of the Mars fly-bys, Mars was as close as 70.000 miles from Earth, and at such a distance would appear 50 times as large as the Moon, would reflect 100 times as much sunlight as the Moon (since its albedo or reflectivity is 15% compared to the lunar 7%). Mars at that distance would create tidal effects possibly as much as 350 times as intense as the average lunar tides experienced today. Thus earthquakes plus blizzards of meteors were experienced. Under such circumstances ancient Teutons might well implore Thor to control his ďcelestial sonĒ Tyr or Tiwes.Ē

     

    De beschrijving van Patten geeft een beeld van de tekenen aan de kosmische hemel die in een cyclus iedere keer een horrorschouwspel voor de oudheidvolken waren. Op het hoogtepunt van een interval na 54 jaar en zes maanden leek het alsof telkens het einde van de wereld daar was. De heidenvolken meenden in de planeten in beroering hun goden aan het werk te zien. Alleen de profeten van de God van IsraŽl: JHWH, wisten toen beter.

     

    Wordt vervolgdÖ

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Verwacht voor het najaar van 2018:

    Dertig Jubeljaren, 2018

    Korte inhoud:

    Dertig verifieerbare historische Jubeljaren zitten er op de tijdsbalk voor het oude IsraŽl vanaf de inname van het land Kanašn in de vijftiende eeuw voor Christus tot aan het openbaar worden van de Messias.

    Het gebod op het Jubeljaar was een belangrijk onderdeel van de Tien Woorden van de HEERE God dat met Sjavoeot (Pinksteren) vijftig dagen na de Exodus op een sabbatdag aan de IsraŽlieten gegeven werd. Het doel van het Jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijk individueel verlies van land en andere bezittingen aan het einde van een zeven maal zevenjarige sabbatjaarcyclus en met Jom Kippoer in het negenenveertigste jaar te herstellen via een Losser aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke. Door middel van de Tien Woorden en in het bijzonder van de Wet op het Jubeljaar zou in het Beloofde Land de ideale maatschappij werkelijkheid worden en dit in contrast met de buurvolken die in de lijn van de tegenstander van het eerste uur Nimrod sindsdien een samenleving op basis van slavernij en uitbuiting kenden. Het negeren van het Jubeljaargebod door de IsraŽlieten hield de voorzegde zware straf van de verwijdering uit het Beloofde Land in.

    Diegene die in de oudheid de onfortuinlijke in het Jubeljaar in zijn of haar bezit herstelde werd de GoŽl of Losser genoemd. In geestelijk opzicht is de wet op het Jubeljaar een gelijkenis, een beeld van de Messias die bij Zijn komst alles herstellen zou. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het openbaar worden van de Messias bij de aanvang van het dertigste Jubeljaar geschiedde. Bij zijn tweede komst zal Hij volgens de profeet Jesaja hoofdstuk 61 dan ook een Jubeljaar uitroepen en alles definitief herstellen.

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    10-09-2018 om 08:07 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Prinses Ano: een vreemde eend in de bijt

    Anomalie is een Grieks woord dat via de Franse taal als leenwoord in het Nederlands terecht kwam.

    Anomalie staat voor een tegenspraak in een theorie die binnen een bepaald model of paradigma niet verklaard kan worden. Die anomalie is als een vreemde eend in de bijt die de hele bestaande theorie op zijn kop zet.

    Het is met dit onderwerp dat ik enkele artikels aan het voorbereiden ben ter plaatsing op mijn blog. Een blog dat handelt over het revisionisme van de geschiedenis van de oudheid. Vooral het oude Egypte en AssyriŽ krijgen veel aandacht. Beide wetenschappen hebben in de negentiende eeuw, begin twintigste eeuw chronologieŽn van koningslijsten gelanceerd die haaks op de chronologie van de historische Bijbelboeken staan.

     

     

    © Christoph Marx

     

    De uitgevoerde schikking van de Egyptische dynastieŽn op de tijdsbalk aan het begin van de twintigste eeuw spant hierbij de kroon. Door het hanteren van het gebruik van een veronderstelde Sothis-kalender in het oude Egypte werd de geschiedenis van Egypte onnatuurlijk uitgerekt en zit men er soms tot zeshonderd jaar op de tijdsbalk naast.

    De geschiedenis van IsraŽl en haar aartsvaders zoals in de Bijbel gebracht loopt voor het belangrijkste gedeelte gelijk met het oude Egypte. Meermaals waren er in de loop der tijden interacties tussen Egypte en Kanašn en zijn beide onlosmakelijk met elkaar verbonden. Abraham bijvoorbeeld is ten tijde van een hongersnood naar Egypte getrokken en zo verzeilde zijn vrouw Sarai in de harem van een niet bij naam genoemde farao. Daarna kunnen we in het Bijbelboek Genesis lezen over een andere hongersnood van zeven jaar lang met de aartsvader Jozef die het tijdens deze periode tot onderkoning van Egypte schopt. Later volgt de verdrukking en slavernij van het IsraŽlitische volk in Egypte met daarop de tien plagen en de Exodus uit Egypte onder leiding van Mozes naar het Beloofde Land Kanašn. De bovenvermelde historische feiten worden in de Bijbel op de tijdsbalk tussen de twintigste en de vijftiende eeuw voor Christus gedateerd. Aldus vonden er volgens de Thora een aantal interacties tussen Kanašn en Egypte plaats. Interacties die zowel in de Bijbel als in Egypte genoteerd werden. Zo is er bijvoorbeeld de vermelding in Egypte van een hongersnood ten tijde van de regering van farao Zoser van de derde dynastie die zelfs nauwkeurig zeven jaar duurde. Dezelfde tijdspanne die het Bijbelboek Genesis voor de hongersnood van Jozef vermeldt. Het Bijbelboek Exodus geeft de farao van de verdrukking ten tijde van Mozes een regeerperiode van de som van 2 x 40 jaar. In de faraolijst van Manetho, een Egyptische historicus uit de derde eeuw voor Christus, vinden we slechts ťťn farao vermeld met zulk een lange regeerperiode, namelijk in de zesde dynastie: farao Pepi II. Twee aanwijzingen die aantonen dat de geschiedenis zoals beschreven in de Bijbelboeken Genesis en Exodus contemporain met die van het Oude Rijk van Egypte was. Niets hiervan vinden we echter als een gevolg van het gebruik van de Sothis-kalender door de orthodoxie in de geschiedschrijving over Egypte terug.

    In het model van de revisionist van het eerste uur Dr. I. Velikovsky veroverden de Bijbelse Amalekieten die hij identificeerde met de Hyksos van Manetho na de exodus van de IsraŽlieten, Egypte. Na de vernietiging van het Egyptische leger in de Schelfzee lag het land namelijk open en bloot voor een invasie. Zie mijn boek EXODUS, 2016, blz. 107-124.

     

     

    Na de heerschappij van de Hyksos dat als een tussenperiode in de Egyptische geschiedenis zit, nam het Nieuwe Rijk in Egypte een aanvang. Voor Velikovsky waren de eerste farao ís van de achttiende dynastie rond 1000 v. Chr. tijdgenoten van de Bijbelse koningen Saul, David en Salomo, de tijd van het verenigd koninkrijk IsraŽl. In het model van de Egyptologie echter belandde de achttiende dynastie vanaf de zestiende eeuw v. Chr. op de tijdsbalk. Of zo maar even zeshonderd jaar verschil in tijd. 

    Hierna een citaat uit ĎEeuwen in Chaosí, 1952, blz.255, dat de werkmethode van Velikovsky beschrijft:

    Öin de zaal van de historie, waar mensenmenigten uit vele eeuwen elkaar verdringen, wijs ik rechtstreeks bepaalde figuren aan, die geheel andere namen dragen  dan de door ons gezochte personen, men zegt zelfs, dat ze thuishoren in een eeuw, die wel zes eeuwen gescheiden is van de tijd van de personen die wij zoeken. Zelfs nog eer ik onderzoek doe naar de op deze wijze schijnbaar zonder recht van spreken uitgekozen personen, verklaar ik de identificatie als juist. Het kompas in mijn hand is het kompas van de tijdmetingÖ zaal van de historie, waar mensenmenigten uit vele eeuwen elkaar verdringen, wijs ik rechtstreeks bepaalde figuren aan, die geheel andere namen dragen  dan de door ons gezochte personen, men zegt zelfs, dat ze thuishoren in een eeuw, die

    Toen Velikovsky zijn bevindingen in boekvorm in de tweede helft van de twintigste eeuw publiceerde werd hij door de academische wereld hevig aangevallen. Zijn boeken WORLDS IN COLLISION (1951) ĎWerelden in botsingí, gevolgd door AGES IN CHAOS ĎEeuwen in Chaosí (1952), werden verworpen. De autodidact Velikovsky moest binnen zijn eigen vakgebied blijven en werd verguisd.

    We zijn nu vele decennia later met sindsdien de opkomst van heel wat revisionisten van de geschiedenis van de oudheid die op hun beurt de orthodoxe egyptologie weerlegd en eigen varianten uitgewerkt hebben. Want ťťn ding staat als een paal boven water: de Sothis-kalender is definitief ontmaskerd als een hoax van de oude Grieken en Romeinen van weleer.

    Wat mij persoonlijk betreft in mijn studie van de chronologie van de oudheid, blijf ik de reconstructie van Velikovsky in grote lijnen volgen, vooral dan zijn identificatie van het Nieuwe Rijk als contemporain met de koningen van IsraŽl. Zie onder andere het meest recente artikel over dit onderwerp op dit blog van 21.03.2018, link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?startdatum=1521414000&stopdatum=1522018800

     

     

    Een anomalie voor de gevestigde Egyptologie is de vondst van een Egyptisch artefact dat de achttiende dynastie met de tijd van Salomo in de tiende eeuw v. Chr. verbindt. Het kunststuk is een vaas met de naam ANO er op vermeld. Het is dezelfde naam die in de Griekse Septuagint-Bijbel vermeld wordt als de naam van de Egyptische vrouw van Jerobeam, een tegenstander van Salomo en de eerste koning van het afgescheurde tienstammenrijk. In mijn boek TIJD en TIJDEN, 2015, Prinses Ano Ė de Egyptische vrouw van Jerobeam, blz. 217-219, heb ik dit aangehaald.

    Dr. I. Velikovsky verwijst in zijn werk ĎEeuwen in chaosí in hoofdstuk 4 naar dit Egyptisch kunstvoorwerp en geeft in de voetnoten de opslagcode van het Metropolitan Museum of Art in New York op: 10.130.1003. Zestig jaar na de publicatie van Velikovsky ís boek kan men heden via het internet de kunstschatten van het Metropolitan Museum of Art te New York opzoeken en via de code toegang tot een afbeelding van de vaas in kwestie krijgen.

    De Septuagintbijbel is een Griekse vertaling van het Oude Testament, dat teruggaat tot de derde eeuw voor Christus. Volgens de overlevering zouden zeventig Joodse geleerden gewerkt hebben aan de vertaling ten tijde van de regering van de Griekse koning van Egypte Ptolemaeus II Philadelphus (285/246 v. Chr.) en deze Bijbel was bestemd voor zijn groeiende bibliotheek van AlexandriŽ. Hierna het Bijbelgedeelte van de Septuagint over de prinses in kwestie:

    Septuagint III Kings 12:24

    And there was a man of mount Ephraim, a servant to Solomon, and his name was Jeroboam: and the name of his mother was Sarira, a harlot: and Solomon made him head of the levies of the house of Joseph: and he built for Solomon Sarira in mount Ephraim; and he had three hundred chariots of horses: he built the citadel with the levies of the house of Ephraim; he fortified the city of David, and aspired to the kingdom, And Solomon sought to kill him; and he was afraid, and escaped to Susakim king of Egypt, and was with him until Solomon diedÖ.

    Ö Ö Ö And Jeroboam heard in Egypt that Solomon was dead: and he spoke in the ears of Susakim king of Egypt, saying, Let me go, and I will depart into my land: and Susakim said to him, Ask and request, and I will grant it thee. And Susakim gave to Jeroboam Ano the eldest sister of Thekemina his wife: she was great among the daughters of the king, and she bore to Jerobaom Abia his son: and Jeroboam said to Susakim, Let me indeed go, and I will depart.

     

    Voor mij is het de logica zelve dat de Septuagint vertalers van de Hebreeuwse Bijbel in de derde eeuw v. Chr. in Egypte heel wat historisch genoteerde bijzonderheden kenden en dit aan de Bijbelvertaling hebben toegevoegd. Zij hadden toegang tot dezelfde bronnen die Manetho de Egyptische historicus, enkele jaren later ten tijde van koning PtolemeŁs III zou gebruiken voor de samenstelling van zijn Egyptische geschiedenis (zie Flavius Josephus, Tegen de Grieken Boek I,73).

     

    Op deze wijze kan een vaas ten tijde van de achttiende dynastie met de naam Ano er op vermeld gelinkt worden aan Jerobeam en Salomo en gedateerd in de tiende eeuw v. Chr. Het is een van de puzzelstukjes die het historisch gereviseerde plaatje tevoorschijn doet komen.

     

    Wordt vervolgd Ö

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder

     

    Recente publicaties:

     

    Verwacht voor het najaar van 2018:

    Dertig Jubeljaren, 2018

    Korte inhoud:

    Dertig verifieerbare historische Jubeljaren zitten er op de tijdsbalk voor het oude IsraŽl vanaf de inname van het land Kanašn in de vijftiende eeuw voor Christus tot aan het openbaar worden van de Messias.

    Het gebod op het Jubeljaar was een belangrijk onderdeel van de Tien Woorden van de HEERE God dat met Sjavoeot (Pinksteren) vijftig dagen na de Exodus op een sabbatdag aan de IsraŽlieten gegeven werd. Het doel van het Jubeljaar was om uiteindelijk alle mogelijk individueel verlies van land en andere bezittingen aan het einde van een zeven maal zevenjarige sabbatjaarcyclus en met Jom Kippoer in het negenenveertigste jaar te herstellen via een Losser aan de rechtmatige eigenaar terug te geven. De toepassing van de wet betekende een garantie tegen blijvende verarming van onfortuinlijke. Door middel van de Tien Woorden en in het bijzonder van de Wet op het Jubeljaar zou in het Beloofde Land de ideale maatschappij werkelijkheid worden en dit in contrast met de buurvolken die in de lijn van de tegenstander van het eerste uur Nimrod sindsdien een samenleving op basis van slavernij en uitbuiting kenden. Het negeren van het Jubeljaargebod door de IsraŽlieten hield de voorzegde zware straf van de verwijdering uit het Beloofde Land in.

    Diegene die in de oudheid de onfortuinlijke in het Jubeljaar in zijn of haar bezit herstelde werd de GoŽl of Losser genoemd. In geestelijk opzicht is de wet op het Jubeljaar een gelijkenis, een beeld van de Messias die bij Zijn komst alles herstellen zou. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het openbaar worden van de Messias bij de aanvang van het dertigste Jubeljaar geschiedde. Bij zijn tweede komst zal Hij volgens de profeet Jesaja hoofdstuk 61 dan ook een Jubeljaar uitroepen en alles definitief herstellen.

     

     

    Kronieken van de koningen van IsraŽl, 2017, zie link: https://www.bol.com/nl/p/kronieken-van-de-koningen-van-israel/9200000086650052/?suggestionType=searchhistory

     

    EXODUS, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/102331

     

    De Zonaanbidder, 2016, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/87999

     

    TIJD en TIJDEN, 2015, Zie link: http://boekscout.nl/shop/ViewProduct.aspx?bookId=5579

     

    De Assyriologie herzien, 2012, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/76234

     

    De Tweede Wereldoorlog door de ogen van een neutrale Belg, 2007, zie link: http://www.bravenewbooks.nl/books/69343

     

    Genesis versus Egyptologie, 2009, dit boek is uitverkocht maar kan online gelezen worden op de hierna volgende link: http://jezusleeft.weebly.com/genesis-versus-egyptologie.html

     

    Apocalyps, 2009, (dit boek is uitverkocht maar op een PDF-document gratis op eenvoudig verzoek per email bij de auteur verkrijgbaar).


    03-09-2018 om 07:55 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-08-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het vierentwintigste historische jubeljaar van oktober 268/september 267 v. Chr.

    Met onze aflevering van 13.08.2018 brachten we de historische periode ten tijde van het drieŽntwintigste jubeljaar. Zie link: http://www.bloggen.be/robertdetelder/archief.php?ID=3108382

    Voor Judea betekende het de overgang van een Perzische overheersing naar de Griekse overheersing. Deze week vervolgen we met de historische periode ten tijde van het vierentwintigste jubeljaar.

     

     

    Tijdschema 312/299 v. Chr.

     

    We geven op onze tijdschema ’s vooral aandacht aan de Griekse vorsten noordelijk en zuidelijk van Judea: SyriŽ en Egypte. De Griekse vorsten in deze gebieden hebben dikwijls om het bezit van Judea gestreden. In Egypte zien we na de Diadochen-oorlogen Ptolemeus I Soter op het toneel verschijnen en in SyriŽ is het Seleucus I Nicator die het gebied noordelijk van Judea controleert.

    Verder merken we op tijdschema 312/299 v. Chr. het eerste en het tweede sabbatjaar in de cyclus van het vierentwintigste jubeljaar.

     

     

    Tijdschema 298/285 v. Chr.

     

    Het volgende tijdschema 298/285 v. Chr. toont het derde en het vierde sabbatjaar met daaronder via een donkerblauwe tijdsbalk de zeventig jaarweken van de profeet DaniŽl voor deze periode. Het land Judea stond onder Grieks bestuur.

     

     

    Tijdschema 284/271 v. Chr.

     

    Het volgende tijdschema 284/271 v. Chr. toont het vijfde en zesde sabbatjaar van de vierentwintigste jubeljaarcyclus.

    Daaronder staan de Grieks-Syrische en de Grieks-Egyptische heersers voor deze periode vermeld.

     

     

    Tijdschema 270/257 v. Chr.

     

    Het tijdschema 270/257 v. Chr. toont het zevende sabbatjaar gevolgd door het vierentwintigste jubeljaar. Voor deze periode bezitten we geen historische informatie over het wel of niet houden van het jubeljaargebod door het nageslacht van de teruggekeerde ballingen uit Babylon sinds 536 v. Chr. Het is de zogenaamde stille periode tussen het optreden van de laatste profeet van het Oude Testament Maleachi en het optreden van Johannes de Doper in 26 AD.

     

    Hierna een opsomming van de jubeljaren die we met onze artikelenreeks al behandeld hebben.

    Exodus jaartal: 1483 v. Chr. Begin sabbatjaartelling: 1443 v. Chr.

    Jubeljaren en jaartallen v. Chr.:    Historische periode:

    1.       1395/1394                             Richter OthniŽl

    2.      1346/1345                                      Ruth 6:6

    3.      1297/1296                             Richter Ehud

    4.      1248/1247                             verdrukking Jabin

    5.      1199/1198                              Richter Thola

    6.      1150/1149                              verdrukking Ammon

    7.      1101/1100                              Richter en profeet SamuŽl

    8.      1052/1051                             Saul

    9.      1003/1002                                     Salomo

    10.    954/953                               Rehabeam

    11.     905/904                               Josafat

    12.     856/855                                Joas

    13.     807/806                               Amazia

    14.     758/757                                Uzzia

    15.     709/708                               Jaar 14 jaar van Hizkia

    16.     660/659                               Manasse

    17.     611/610                                  Josia- val van Nineveh

    18.     562/561                                Jaar 37 ballingschap Jojachin

    19.     513/512                                  Darius I

    20.    464/463                                Artaxerxes I

    21.     415/414                                 Nehemia

    22.    366/365                                Artaxerxes II Mnemon

    23.    317/316                                 Griekse overheersing

    24.   268/267                               Griekse overheersing

     

    Deze week breng ik twee afleveringen over de historische jubeljaren. Voor de aflevering van het vijfentwintigste jubeljaar, scrol eenvoudig verder naar beneden.

     

    Wordt vervolgd…

    Met vriendelijke groet,

    Robert De Telder


    27-08-2018 om 09:04 geschreven door Robert De Telder  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 06/01-12/01 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!