Wij reizen om te leren.

22-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alblasserdamroute

Fietsknooppunten: 68 - 14 - 13 - 12 - 8 - 9 - 40 - 41 - 42 - 1 - 30 - 31 - 3 - 2 - 19 - 7 - 5 - 6 - 67 -68 = 46,6 km.

Parkeren: Fortuijnplein 25 Groot Ammers.

Woensdag 18 april 2018. Een warme zonnige dag waar niet alleen wij van profiteren. Nederland kwam massaal op straat om te wandelen en te fietsen. Het was er het weer voor. We vertrekken al vroeg in de morgen naar Groot-Ammers. Het dorp is gelegen aan de Lek-rivier en vooral bekend door de ooievaars. Door de dieren in gevangenschap te laten broeden is het ooievaarsdorp ‘Het Liesvelt’ ontstaan. Dankzij het broedprogramma gaat het goed met de ooievaar en werd het domein een streekcentrum met een veel grotere functie. Vanaf de parkeerplaats in Groot-Ammers houden we het “Gezondheidscentrum” rechts van ons en rijden de straat uit tot het kruispunt. Linksaf tot het volgende kruispunt. We wijken even af van onze fietstocht en rijden rechtdoor tot aan de Hervormde kerk. De middeleeuwse parochiekerk is een bakstenen gebouw van de 19e eeuw. Boven de zijingang werd een arduinen tegel ingemetseld met het jaartal 1898. Het jaar dat de kerk werd voltooid. De huidige kerk werd gebouwd op de plaats van een oudere kerk van omstreeks 1500. We fietsen terug tot het kruispunt en slaan rechtsaf om knooppunt 68 te volgen. De Kerkstraat ten einde moeten we rechtdoor fietsen tussen twee waterplassen. In de verte spotten we onze eerste molens.

Onze eerste molen, waar we halt houden, is de 'Gelkenes Molen'. De wipwatermolen dateert  van voor 1760, want in dat jaar werd deze molen aangewezen als peilmolen van de polder Gelkenes. De molen maalde tot in 1965 de polder Liesveld. De Gelkenes molen werd in 1979 gerestaureerd en maalt tegenwoordig op vrijwillige basis. De molen is een familiewoning en slechts op afspraak te bezoeken. Van de volgende molen is niets geweten. Er werd zelfs geen  infobord bijgeplaatst. In de bakstenen gevel van de molen werd wel een natuursteen met tekst ingemetseld. De tand des tijd heeft echter de woorden onleesbaar gemaakt. Ook bij de derde molen werd geen infobord geplaatst. Wat we wel weten is dat hij gebouwd werd in 1805. Al kan dat ook een restauratiejaar zijn. Bon, we fietsen tot bij knooppunt 68 waar de ‘Achterlandse Molen’ staat. De laatste van de vier molens aan de Molenkade, gebouwd langs het water van de Ammersche Boezem. De molen dateert van 1596 of eerder. Pas in 1866 is hij bewoonbaar gemaakt. In 1899 kreeg de molenaar toestemming een voetveer te openen op de Ammersche Boezem, vlak bij de molen. Het pontje zette tot rond 1972 voetgangers met of zonder kleine rijtuigen over. De molen heeft tot 1969 de Polder Liesveld bemaald. De molen is de dag van vandaag nog steeds bewoond. De laatste restauratie dateert van 2006 en de molen draait op vrijwillige basis. Ook deze molen is slechts op afspraak te bezoeken. Naast de molen is een brug voor wandelaars en fietsers. We moeten dus rechtsaf over het water en fietsen op de Brandwijksedijk met weidse vergezichten. We fietsen op een smalle asfaltbaan tussen groene weilanden met hier en daar een boom die voor het vee wat schaduw zorgen. Beter één boom dan geen boom. Er wordt geen prikkeldraad gebruikt om de weilanden af te boorden. Sloten, beken en kanalen nemen die taak over. Bij de in en uitgang van een weiland werden houten hekjes gezet.

De Damseweg, richting knooppunt 13, brengt ons in het dorpje Brandwijk. De wateren rondom: de Graafstroom en de Boezem zijn onderdeel van de schaatstocht 'de Molentocht'. Momenteel fietsen we tussen een brede en een smalle beek. Over het water niets anders dan landbouwgrond. Het weer is uitstekend geschikt voor het werk op het land en we zien dan ook menig tractor over de akkers rijden. Ploegen of zaaien? Een auto raast ons met volle snelheid voorbij. Je mag hier 60 p/u en dat doen ze dan ook, zonder te vertragen als ze fietsers passeren.

Bij knooppunt 13 fietsen we door Vuilendam, een buurtschap van de gemeente Molenwaard. Rechtsaf over de Gijbelandsedijk die ons door het buurtschap Gijbeland brengt dat gelegen is aan het veenriviertje Graafstroom. Een gegraven kanaal met een lengte van zes kilometer. Aan de overzijde van het kanaal zien we het lintdorp Molenaarsgraaf liggen. Een dorp in de Alblasserwaardse gemeente Molenwaard met amper 400 inwoners. Heel ver voor ons zien we reeds de wieken van een molen. Op de berm groeit en bloeit de knotwilg. De boom komt vrij veel voor in het polderlandschap langs sloten en beken. Ze geven door hun scheve groei de heersende windrichting weer. De bomen beginnen te botten en krijgen een groene lentekleur. Nostalgische beelden! De sierstruiken in de voortuintjes staan reeds in volle bloei. Bij een brug over het kanaal nemen we even de tijd voor een foto. Het is al een poos de middag voorbij maar we hebben nog geen zitbank of picknicktafel langs de kant gezien. We zetten ons dan neer op een brede aanlegsteiger tegen de groene berm op het kanaal. Een idyllisch moment. De scholen zijn uit en dat dat is duidelijk te merken aan de vele kinderen die met de fiets naar huis rijden. Bewonderenswaardig want het is druk langs het kanaal. Al moet ik toegeven dat de autobestuurders bij het naderen van de fietsende kinderen gas terug nemen en geduldig achter hen blijven rijden tot ze op een veilige manier langs de jeugd kunnen verder rijden. Het is heerlijk toeven naast het water. Er is bijna geen wind en de zon brand. Ons regelmatig insmeren met een zonnebrandcrème is geen overbodige luxe.

Voor knooppunt 12, op de baan Meulenbroek staat aan de overzijde van het kanaal een molen. We kunnen er niet bij maar een infobord werd langs ons pad geplaatst. Deze molen is de 'Middelmolen'. Een wipwatermolen waarvan niemand weet hoelang hij hier staat. De naam zegt het al; er waren hier minstens drie molens, de Zuidmolen verdween in 1952, en de noordelijke molen De Kraak die verdween al 1890. Deze drie molens maalden parallel uit op de Graafstroom. Het dichtst bij de Graafstroom stond de Westeindse molen, die ook verdwenen is. We rijden verder tot aan de volgende molen, links van ons, met info. Dit is de ‘Hofwegensemolen’. Hier stond in 1513 al een molen die in juli van dat jaar door plunderende Gelderse soldaten in brand werd gestoken. Op 29 januari 1514 stond er alweer een nieuwe molen. Om bij weinig wind meer rendement te krijgen werd de vlucht, de afstand tussen de uiteinden van twee wieken, van 24,27 meter naar 27,20 meter gebracht. Volgens het infobord is de ene wiek 30 centimeter korter dan de andere. Het verschil is van op deze afstand niet te zien. De molen werd in 2007 gerestaureerd en maalt op vrijwillige basis de polder.

Het is bijna 13:00u als we vlak naast het dorp Bleskensgraaf fietsen. Over het kanaal zien we de kerk. Boven ons hoofd zingt de vink uit volle borst. Hij 'Suskewiet' alsof zijn leven ervan afhangt. De dorpskern van Bleskensgraaf is betrekkelijk nieuw. De oude kern is door een bombardement in de vroege morgen van 12 mei 1940 volledig verwoest. Zeven mensen kwamen om het leven. Veertig huizen werden vernield. Het raadhuis werd met de grond gelijk gemaakt terwijl de kerk onherstelbare schade opliep. We fietsen rechtdoor naar knooppunt 8. Voor we het centrum verlaten houden we halt voor een foto van de Industrie- en poldermolen ‘De Vriendschap’ die in Heulenslag 3 staat. We rijden er niet naar toe maar we weten wel dat de molen werd opgetrokken in 1890 ter vervanging van een wipkorenmolen uit ca 1680. De huidige molen bleef regelmatig draaien tot 1971. Er wordt niet meer gemaald maar de molen draait nog regelmatig.

Tussen knooppunt 8 en 9 fietsen we landelijk langs ‘De Alblas’. Een riviertje met een lengte van tien kilometer dat vroeger druk bevaarbaar was. Dat is soms nog duidelijk te zien aan de boerderijen die hun voorgevel richting water hebben. Vandaag de dag wordt het water nog gebruikt voor recreatieve doeleinden. In de verte zien we drie molens aan de andere oever van de rivier staan. Van één molen draaien de wieken langzaam door het wegvallen van de wind. Aan knooppunt 9 linksaf voor knooppunt 40. We rijden op de N481. Links van ons zien we de  korenmolen ‘De Hoop’ van Oud Alblas staan. We rijden er niet naar toe. We weten wel dat de stellingmolen in 1844 werd gebouwd op de plaats van een oudere standerdmolen. De huidige molen draait nog bijna dagelijks. We fietsen rechtdoor op de Peilmolenweg (N481). We houden halt bij de Peilmolen waarvan zeker is dat voor 1527 op deze plaats al een molen stond. In 1817 brandde de oude peilmolen af. Voor iets meer dan 10.000 gulden stond er een jaar later de molen waar we nu naar kijken. De peilmolen bemaalt het oorspronkelijke peilgebied Zuidzijde van 630 ha groot. Zij maalt het polderwater circa 1,2 meter omhoog naar de lage boezem van de Nederwaard die in verbinding staat met de molens van Kinderdijk. Tot 1861 werd deze molen aan molens in de buurt met wiekenstanden, vlaggen of lampen de noodzaak tot 'malen' of 'stoppen' geseind, afhankelijk van het polder- of boezempeil. Vandaar de naam Peilmolen. De molen is bewoond. Er worden momenteel schilderwerken uitgevoerd. De schilders werken met een hoogtewerker en dragen allen veiligheidsriemen. Na de rotonde wordt de baan de N214.

Aan knppnt 41 zien we links van ons het dorp Papendrecht. Het gemeentewapen heeft als afbeelding drie molens die spijtig genoeg niet meer bestaan. In het park ‘Noorse Hoekse Wiel’ staat sinds 30 augustus 1980 een verkleinde weidemolen als herinnering aan die tijd. De molen is ondertussen gerestaureerd en draait nog vaak. We fietsen noordwaarts voor 1,7 km tot knooppunt 42.

Vanaf knooppunt 42 rijden we linksaf op Westeinde en fietsen we opnieuw naast de rivier ‘De Alblas’. De rivier volgt golvend zijn weg naar het westen tot aan de gemeente Alblasserdam waar ze sinds 1277 werd afgedamd. Net na het gemeentebord van Alblasserdam is een gezellig terras met zonneschermen die zorgen voor de nodige schaduw. We nemen er een welgekomen verfrissing. Het is druk omdat je hier bootjes kan huren. Meestal voor een rondvaart langs de molens van Kinderdijk. Het etablissement 'Het Pannenkoekhuisje' verzorgt eveneens familie uitstapjes per boot: de 'Vinkenwaard Rondvaarten'. Na onze sanitaire stop vervolgen we onze weg langs de Vinkenpolderweg tot knooppunt 1.

Bij knooppunt 1 fietsen we een stuk rechtdoor. Dwars door een gedeelte van Alblasserdam met nog enkele scheepswerven waar tegenwoordig nog slechts luxe jachten worden gebouwd. De beeldengroep op de Dam is van de Nederlandse beeldhouwer Marcus Ravenswaaij. De vier mannen beelden een beroep uit van de scheepsbouw. Het beeld werd onthuld op 10 april 1986. Tijdens WOII werd er nabij de ‘Brug over de Noord' zwaar gevochten. Bij zware bombardementen van mei 1940 werd het oude centrum en de sluis van Alblasserdam zwaar getroffen. Het Raadhuis, een kerkgebouw, winkels en bakkerijen werden totaal verwoest. De dag van vandaag telt de gemeente nog vijf kerken, een zaal van de Jehova’s getuigen en een moskee. Een gezellig centrum met talrijke winkels en uitgebreide terrasjes waarvan elke stoel bezet is. Gouden dagen voor de horeca. We fietsen naast de ‘Noord’. De Noord is een druk bevaren rivier voor de binnenscheepvaart tussen Rotterdam en het achterland. De jachthaven is uniek zo vlak bij het centrum. Een overnachting met de boot kost 1,20 per meter. Het moderne beeld op Haven-Noord werd op 18 december 2017 onthuld. Het benadrukt de toegangspoort tot werelderfgoed Kinderdijk. Het is een kunstwerk van Rosalinde van Ingen Schenau.

Na knooppunt 30 verlaten we de rivier Noord en fietsen richting Kinderdijk. Kinderdijk is een dorp dat ligt halfweg tussen Rotterdam en Dordrecht, op de plaats waar de Noord en de Lek samenvloeien tot de Nieuwe Maas. Hier zien we nog enkele scheepswerven in gebruik. We slaan rechtsaf bij knooppunt 3 en fietsen tussen de ‘Hooge Boezem van de Overwaard’ en de 'Molendijkse Nederwaard'. Al van ver zien we de wieken van de verschillende watermolens van Kinderdijk. Het gaat om 19 authentieke molens die uitsluitend te voet of per fiets goed te zien zijn. Ze torenen hoog uit boven de polders van de Alblasserwaard. Hun wieken trots in de wind. Dit is misschien wel één van de meest gefotografeerde landschappen van Holland. De voormalige molens dateren van de 15e eeuw, maar de huidige molens werden gebouwd vanaf 1738 tot 1740. De twee rijen molens zorgden voor de afwatering van de Alblasserwaard dat oorspronkelijk een moerasgebied was. Eind 13e eeuw werden de eerste dijken aangelegd om dit gebied tegen overstromingen door de zee en de rivieren te beschermen. Halverwege de achttiende eeuw verschenen bij Kinderdijk de windmolens om overtollig water weg te pompen. De typisch Hollandse molens hebben in het begin van de twintigste eeuw hun functie verloren. Moderne gemalen, eerst met stoom en later met diesel- en elektromotoren aangedreven, zorgen nu voor droge voeten. 

In museum Nederwaard ontmoeten we een echte molenaar die toont hoe een windmolen werkt. Als er voldoende wind is draaien de wieken. De hele molen is in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Het interieur, met bedstee en vintage woonkamer, stamt nog uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw toen de laatste bewoner deze molen verliet.

Buiten wacht de ijscokar. Een vriendelijke man bedient de mensen met een lach en een grapje. We zetten ons op een aanlegsteiger en genieten van de sfeer, de gezelligheid en de drukte. Na de aangename afkoeling fietsen we weer verder. Ook na knooppunt 2 fietsen we opnieuw tussen de molens die 'Het Nieuwe Waterschap' bemalen.

Vanaf knooppunt 19 fietsen we gelijk met het kanaal ‘Groote- of Achterwaterschap’. Tussendoor zien we nog meerdere molens lang het water. We kunnen er niet bij. Linksaf bij knooppunt 7. Rechts van ons zien we de Broekmolen. De wipwatermolen van Streefkerk is in 1581 gebouwd. Het opschrift duid echter 1846 aan. Wat waarschijnlijk een restauratiedatum is. De molen bleef tot 1951 in bedrijf. De laatste restauratie dateert van 2010. We dwarsen de N480 en even verder houden we halt bij een grote ronde vijver. Het lijkt of hier tijdens WOII een krater werd gemaakt door enkele bommen. Oude knotwilgen groeien er rond. Ze werden onlangs nog vakkundig gesnoeid. Verderop is knooppunt 5.

We rijden rechtdoor tot het eind bij de Lekrivier. De brede stroom met een lengte van 62 km is belangrijk voor de scheepsvaart tussen Rotterdam en Duitsland. We fietsen door de Dorpstraat van Streefkerk. Het dorp grenst aan de Lek en heeft een jachthaven. Vervolgens fietsen we door het natuurgebied 'De Kooi'. Een zandweg met putten en kuilen. Een prachtig klein gebied met een eendenvangpijp. Overal op en rond de waterplassen zitten eenden en zwanen. Met tientallen tegelijk. Het waterkieken mag hier dan ook niet ontbreken. Voorbij Streefkerk staat 'De Liefde' molen. Nadat de achtkante grondzeiler was afgebrand werd op dezelfde plaats in 1893 een stellingmolen op een vierkante voet gebouwd. In 1935 werd de bedrijfsruimte vergroot voor het malen van veevoeder. Sinds 2009 is de onderbouw van molen De Liefde in gebruik als kantoor van SIMAV, de regionale molenstichting. Vanaf knooppunt 6 is het nog 2,3 kilometer tot in Groot-Ammers. Terug naar het Fortuijnplein en onze auto. Onze fietsteller staat op 5O kilometer. Tot schrijfs. Foto Rina Meurs.
















22-05-2018 om 16:48 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
30-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tulpenroute

Fietsknooppunten: 76 – 47 – 77 – 81 – 82 – 89 – 84 – 85 – 74 – 75 – 76 = +/- 39,4 km. Parkeren: Hoek Westelijke Achterweg en West Krakeelstraat Sommelsdijk.

Dinsdag 17 april 2018. Het is 16°C, net zoals in Antwerpen, maar hier op het eiland Goeree Overflakkee staat er een strakke noordwestenwind. Als we wind in de rug hebben zullen we snel rond zijn. We parkeren onze auto pal bij de oude windmolen die hoog boven ons op de Westdijk staat. Dit is ‘De Korenbloem’ stellingmolen. Een ronde stenen korenmolen die gebouwd werd in 1705 en daarmee de oudste molen van het eiland Goeree-Overflakkee werd. Deze molen is een opvolger van een standerdmolen die op 9 december 1703 door een zware storm zodanig beschadigd werd dat men besloot tot de bouw van een nieuwe molen. Molenaars hadden tot 1918 de verplichting om éénmaal per jaar voor de armen van het dorp gratis een zak tarwe te malen. In 1973 werd de molen eigendom van de toenmalige gemeente die de molen grondig liet restaureren. We houden de molen rechts van ons en fietsen tot bij een infobord dat een tragedie herdenkt van Wereldoorlog II. In de vroege morgen van zondag 28 mei 1944, omstreeks 2:40u, verschijnt een Engelse Lancaster bommenwerper boven het dorp Sommelsdijk. Het toestel werd op de huid gezeten door een Duitse nachtjager en probeert uit alle macht te ontkomen. De uit acht leden bestaande jonge bemanning, onder leiding van Pilot-Officer Allen, is echter een gemakkelijke prooi voor de zeer ervaren Staffelkapitän Ernst-Wilhelm Modrow van het beruchte Nachtjagdgeschwader 1. Het toestel vliegt in brand, cirkelt nog een aantal keren rond boven het dorp alsof hij een geschikte plaats zoekt voor een noodlanding, maar tevergeefs. Het toestel stort met bemanning neer achter een boerderij. Daarop volgt een enorme explosie vanuit het vliegtuigwrak wanneer een achtergebleven bom ontploft. Geen enkel bemanningslid overleefd de ramp. Op 30 mei worden de resten van de lichamen op de begraafplaats van Sommelsdijk begraven. We fietsen richting knooppunt 76.

Ons eerste tulpenbollenveld vinden we links van ons, wanneer we net uit het centrum van Sommelsdijk fietsen. Het lijkt een oase van witte tulpen en van ver leek het eerst alsof er een sneeuwwittapijt lag. De kleur van onschuld en puurheid bovenop een groene stengel. In het voorjaar veranderen de akkers van Goeree – Overflakkee in een grote bloemenzee. Het landschap wordt is bont lappendeken van tulpenakkers, weilanden met vee, omgeploegde akkers en bossen. Aan de overzijde beheerst de landbouwgrond de omgeving. Toch zien we middenin een groen veld van tulpen die angstvallig zijn bloem in het omhulsel houdt. Ze hebben duidelijk nog geen zin om hun kopjes te tonen aan wandel- en fietstoeristen. Hier op de open vlakten is er minstens een windkracht van 4 tot 5 beaufort. Je zou voor minder binnen blijven. Verderop, bij een prachtige hoeve, huppelen enkele kleine kangoeroes rond. Dit zijn de echte Wallabies die klaarblijkelijk het Nederlandse klimaat goed kunnen verdragen. Kangoeroes kunnen niet tegen droogte en ze voelen zich precies thuis in dit vochtige landje. Bij de eerste zitbank staat een infobord over 'Bloemdijken Flakkee'. Verder rechtdoor tot knooppunt 76.

Op het eiland is het gevoelig kouder dan in het binnenland en dat is duidelijk te zien aan de loofbomen en sierstruiken. De stevige koude wind zorgt ervoor dat de bladknoppen nog dicht blijven. Wij fietsen nogmaals met de wind op kop halen met moeite 13 km/u. Het leek alsof we drie trappen vooruit fietsten en twee achteruit. Als ridders op een stalen ros tarten we de natuur. We vechten tegen de wind als Don Quichot tegen windmolens. We nemen een ondersteuning meer en fietsen nu op een normaal tempo. We rijden langs een perenplantage. De witte bloesems waren reeds van ver te zien en het leek alsof het net gesneeuwd had. Het zijn miljoenen bloempjes die uitgroeien tot sappig fruit. Een uniek natuurfenomeen. Ons volgende tulpenbollenveld oogt roze. De kleurige tulpen tekenen zich scherp af tegen het groene en zandkleurige landschap. We kunnen er niet genoeg van krijgen.

We rijden op het grondgebied van Dirksland. We dwarsen de N215 en fietsen pal naast de voormalige haven van Dirksland. De drie kruiwagens bij de bietenkaai zijn van kunstenaar Michel Snoep. Hij overleed ten gevolge aan de zeldzame ziekte FTD. Hij was 57 jaar jong. We fietsen door het centrum van Dirksland, waar we halt houden bij het infobord 'Trambrug over de haven'. 'In 1909 gaat er over Goeree-Overflakkee een tram rijden van de 'Rotterdamsche Tramweg Maatschappij'. Vanaf het station in Middelharnis loopt er een spoor naar Ouddorp en één naar Ooltgensplaat. De totale lengte bedraagt bijna 50 kilometer. De tram heeft tot eind 1956 op het eiland gereden. Daarna wordt de brug verwijderd. Na de Deltawerken, waarbij de haven in 1970 is afgesloten voor de scheepvaart, wordt er tussen de oude brughoofden van de RTM-brug een vast bruggetje voor fietsers aangelegd. Daar rijden we dus over en staan pal voor het bekendste gebouw van het eiland. Het ‘Van Weel-Bethesdaziekenhuis’. De eerste steen van het complex werd op 27 juli 1932 gelegd. De officiële opening vond plaats op 9 maart 1934. Het Paviljoen werd gebouwd in 1946. De nieuwe lighallen dienden voor de opvang van tbc patiënten en langdurige zieken. In 1974 wordt het ziekenhuis uitgebreid en in het Paviljoen komen kantoren.

In Korteweegje 28 werd de hoeve 'Boomvliet' gebouwd. Een boerderij uit 1698 met puntgevel, afgedekt door een rollaag. Aan de oprit werden twee gepleisterde bakstenen hekpijlers gemetseld met een smeedijzeren toegangshek. De pijlers zijn bekroond door voluten en pijnappels. Op ooghoogte prijken twee kleurrijke gemeentewapens.

We rijden door het voormalig dorp Kralingen waar net buiten het centrum van Dirksland de oude watertoren staat. Hij werd gebouwd van 1939 tot 1941. De toren heeft een hoogte van 62,50 meter. In 1944 hebben de Duitsers circa 400 kg springstof aangebracht in de acht buiten- en vier binnen kolommen waarop het reservoir rust. Ze wilden in mei 1945 de toren opblazen. Dit is echter nooit gebeurd. Een paar dagen later werd de springstof verwijderd. In 1987 wordt de watertoren buiten gebruik gesteld. Van 2007 tot 2009 was de toren als restaurant in gebruik. Sindsdien staat de toren leeg. Aan de overzijde van de straat vinden we nog een akker met fruitbomen. Van bloesems is nog niets te zien. Voor de appelbloesem is het trouwens nog te vroeg. Nog voor we bij knooppunt 81 zijn houden we halt bij een knalrood tulpenveld. Al is de kleur adembenemend mooi, het lijkt net een enorme bloedplas tussen het groen. Het is een feeëriek tafereel dat zich elk jaar rond deze tijd afspeelt. Ook hier zijn de naburige tulpenbollenvelden nog groen. Moest ik een tulp zijn, ik zou ook wachten op hogere temperaturen of op een zacht briesje voor ik mijn kopje uit mijn omhulsel zou opsteken.

Middag nadert en we zoeken een romantisch picknickplekje. Na het volgende witte tulpenbollenveld rijden we voor een gedeelte door het centrum van Nieuwe-Tonge. We komen niet voorbij de Protestantse Kerk. Het dorp heeft tijdens de watersnood van 1953 zwaar geleden. In totaal verdronken er in de gemeente 90 mensen. Aan de Molendijk houden we halt bij de korenmolen ‘D’Oranjeboom’ uit het jaar 1768. Tot circa 1960 was deze molen in bedrijf. De laatste restauratie werd in 2017 uitgevoerd. Aan de overzijde van de straat staat een bushokje. Een uitgelezen moment voor onze picknick. Even verpozen uit de wind. Dat scheelt ons ongeveer drie beaufort. De school is uit en de jeugd fiets massaal naar huis.

Ze zoeven ons voorbij en hebben er precies geen moeite mee om te fietsen. Ze zijn met ruwe weersomstandigheden opgegroeid. Of is het omdat ze in de tegenovergestelde richting rijden? Auto's blijven angstvallig op een sukkeldrafje achter de fietsers rijden door de smalle straten. De lucht hangt vol vogelgeluiden. Hoog in de bomen horen we de vink ijverig suskewieten.

We moeten gedurig opboksen tegen de wind. We juichen als we links of rechts moeten afslaan en fietsen gelijk één of twee kilometer per uur sneller. Mooie liedjes duren echter niet lang. Aan het volgende kruispunt moeten we weer afslaan en hebben we weer wind op kop. Terug naar af. Maar toch wordt elke inspanning beloond met een mooi gekleurd vergezicht. Ons volgende tulpenveld is nog volledig groen. We zijn blijkbaar een week of twee te vroeg. Langs de Oudelandsedijk werd menig landbouwgrond omgeploegd. Het is wachten tot er gezaaid kan worden. Het teeltseizoen gaat stilaan beginnen. Een week of twee weken later dan verleden jaar. Langs de grote waterloop werd een monument opgericht voor een neergestorte bommenwerper. In 2007 graaft waterschap Hollandse Delta hier een waterplas. In de grond vinden ze de restanten van het vliegtuig van eerste luitenant Robert E. Stover. De Koninklijke Luchtmacht en de gemeente Oostflakkee hebben de wrakstukken geborgen. Op de plaats van de crash staat nu een monument ter nagedachtenis aan Stover en zijn bijdrage aan de strijd voor de vrede. Tijdens een luchtgevecht verlaat Stover zijn toestel. Hij sneuvelt, omdat zijn parachute niet opengaat. Het toestel stortte neer in de ochtend van 30 juli 1943. De piloot wordt gevonden in een suikerbietenveld, 150 meter van de Molendijk bij Den Bommel. Het monument vertoont één van de vier schroeven van het neergestorte vliegtuig.

Bij elke waterplas, beek of rivier zwemmen verschillende watervogels. Zwanen, eenden en heel veel waterhoenen. Het is maar een deel van de talrijke vogelsoorten die hier jaarlijks broeden. We slaan linksaf bij knooppunt 89. Nu hebben we de wind een hele tijd in de rug. De zon gaat ondertussen schuil achter witte sluierwolken. De temperatuur zakt daardoor ook enkele graden. We hebben ondertussen al 20 kilometer gefietst. Ons volgende bloemenveld is gigantisch. Witte en rode tulpen pronken naast elkaar en doet mij denken aan de kleuren van voetbalclub Antwerp. De liefdevolle kleuren. Doordat we bovenop de dijk fietsen hebben we een prachtig uitzicht over de tulpenbollenvelden. De beste manier om te genieten van de plaatselijke cultuur. Op sommige plaatsen wordt de waterloop omzoomd met schilderachtige oude knotwilgen. Terug op de Oudelandsedijk tot knppnt 84.

Via de Oostmoersedijk fietsen we over een smal asfaltbaan tussen het groen dat slechts heel in de verte wordt onderbroken door een eenzaam huisje of een prachtige hoeve. Via de Molendijk rijden we de ‘Stad aan ’t Haringvliet' binnen. Nog voor het centrum houden we halt bij de molen 'De Korenaer'. De korenmolen werd gebouwd in 1746 ter vervanging van een eerdere standerdmolen uit 1598. De huidige molen bleef tot in 1958 in bedrijf en raakte van dan af in verval. De gemeente kocht de molen en liet hem in 1969 restaureren. We moeten niet via de kerk maar we wijken even af van onze route voor een paar foto's van het gebedshuis. Achteraan is er nog steeds de begraafplaats. De historische dorpskerk werd gebouwd rond het tweede kwartaal van de 16e eeuw. Ze kende een bewogen leven en werd in de loop der eeuwen meermaals gerestaureerd. De toren werd eerst gebouwd na een brand in 1898. Een arduinen steen vermeld: 'De eerste steen van deze toren werd gelegd op 31 juli 1923 in bijzijn van de burgemeester en de beide Wethouders.'

We volgen terug knooppunt 85 en op de hoek van de Nieuwstraat en de Achterdijk vinden we een bronzen monument van de 'Wijzende jongen' op een voetstuk van basaltblokken. Op een aluminium plaquette kunnen we met moeite “maart 2000 lezen”. Hoogst waarschijnlijk de maand en jaartal van plaatsing. Het dorp Stad aan 't Haringvliet is een echte trekpleister voor watersportliefhebbers. Naast de oude haven in het centrum is er ook een grote jachthaven aan de Zeedijk. Langs de Zeedijk fietsen we verder. Rechts van ons, boven de Zeedijk, vloeit de ‘Haringvliet’. Een voormalige zeearm van de Noordzee. Deze werd in 1970 afgesloten door de Haringvlietdam en van de zee afgesloten.

We rijden het pittoreske dorpje Middelharnis binnen dat samen met Sommelsdijk één woonkern vormt sinds 2012. Aan knooppunt 74 staat een infobord “Van Pallandtpolder” met informatie over de zandplaat voor de haven van Middelharnis, de plaat Flakkee. Middelharnis               heeft een oud centrum met een redelijk groot winkelaanbod. Aan de haven bevinden zich de talrijke cafés en restaurants die uiteraard een extra troef bieden. Een fris Belgisch biertje hoort er nu eenmaal bij. Middelharnis heeft een lange visserijhistorie. Dit en nog meer staat te lezen op het infobord bij de haven. De vele prachtige monumenten van het dorp getuigen van een rijk en boeiend verleden. Zoals het beeld van een jonge knaap op een voetstuk van basaltblokken. Het noemt de 'Kofjekoker'. Het jongste bemanningslid op een vissersboot. Op het einde van de Voorstraat rijden we recht op het prachtige oud Raadhuis af dat dateert van 1639. Het gebouw is tot eind 1986 in gebruik geweest als gemeentehuis. Op de benedenverdieping zijn nog een oude gevangenis en een gijzelkamer aanwezig. Aan de voorgevel hangen enkele hals stenen die overtreders kregen omgehangen als zij 'aan de kaak' werden gesteld. De drie beelden op de kroonlijst stellen gerechtigheid, liefdadigheid en voorzichtigheid voor. Tussen het raadhuis en de kerk werd een monument geplaatst voor de gesneuvelden van Nederlands-Indië.

We fietsen door het 'Kerkstraatje'. Een geheel gerestaureerd 17e eeuws straatje waarvan de even nummers het Streekmuseum Goeree-Overflakkee vormen. De achterzijde van dit museum wordt door de oude koormuur van de kerk gevormd. De breedte van de huisjes wordt bepaald door de vroegere steunberen van het kerkgebouw: dit is nog duidelijk zichtbaar. In de gevel van huisnummer 9 bevindt zich een gevelsteen uit 1598 afkomstig van het gesloopte veerhuis op de kaai. De Mariakerk dateert oorspronkelijk van 1499. Ze werd verschillende malen weer opgebouwd na een brand. De oorspronkelijke kerk was een stuk groter dan de huidige versie. Naast het portaal werd een steen ingemetseld met gotisch opschrift waaruit blijkt dat de kerk in 1499 werd voltooid. Voor de kerk van Sommelsdijk werd eveneens een beeld geplaatst van een kleine jongen op een voetstuk van basaltblokken. “Het Koeienwachtertje” was de jongste telg van het gezin die vroeger op de leeftijd van 9 jaar met ongeveer tien koeien op stap ging. Dit monument is een eerbetoon aan al die jonge kinderen die hun jeugd moesten missen om een paar centen te verdienen. Na een wirwar van kleine straatjes bereiken we terug de auto bij de molen te Sommelsdijk.

 

Met de auto rijden we naar Batteloord. De bekende locatie van februari 2018. Nu nog zijn er flamingo's te zien. Ditmaal aan de linkerzijde van de kleine jachthaven. Hun aantal is echter wel geslonken, maar het blijft ons tot de verbeelding spreken. Het drassige landschap voor het water kleurt grijs en wit door de verschillende soorten eenden. Het is een kabaal van geroep en gekwetter van jewelste. Er zijn buiten ons nog wandelaars en vogelspotters. Hoewel de drukte van februari niet te evenaren is. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.















30-04-2018 om 09:42 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
16-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Goghroute

Fietsknooppunten: 79 – 34 – 35 – 99 – 95 – 97 – 98 – 80 – 73 – 74 – 70 – 69 – 33 – 34 – 79.

Afstand: +/- 37 kilometer.

Parkeren: Berg(straat) Nuenen. Alternatief: Wettenseind 16, buiten het centrum van Nuenen.

 

Zondag 8 april 2018. We vertrekken om 9u30 vanuit Ekeren. De temperatuur wijst amper 16° Celsius aan maar er worden  temperaturen voorspelt tot 23°C in de schaduw. We snakken er met zen allen naar. Door het wegvallen van de wind blijft er nog een tijdje een sluier voor de zon hangen. Het is druk op de snelwegen in België en Nederland. Blijkbaar wil iedereen vandaag van het uitzonderlijke weer genieten. Ik kan ze geen ongelijk geven. We rijden richting Eindhoven. Om 10u40 parkeren we de auto in de Berg(straat). We bevinden ons in de provincie Noord-Brabant in de gemeente Nuenen, een dorp, dat zich situeert tussen Eindhoven en Helmond. Van hieruit vertrekken we voor onze eerste fietstocht van het jaar. De Van Gogh fietsroute bestaat uit een tocht van in totaal 335 kilometer en is onderverdeeld in vijf unieke routes. De route is gekoppeld aan de bekende fietsknooppunten en brengt de fietser langs vijf Brabantse gemeenten die een bijzondere band hebben met Vincent Van Gogh: Zundert, Tilburg, Etten-Leur, Nuenen en 's-Hertogenbosch.

 

Vincent Willem Van Gogh werd in Zundert (Nederland) geboren op 30 maart 1853 en overleed te Auvers-sur-Oise (Frankrijk) op 29 juli 1890. Vincent Van Gogh was één van de grootste schilders van de 19e eeuw, maar werd eerst na zijn dood beroemd. In december 1883 woont Vincent met zijn ouders in Nuenen waar hij niet alleen het harde boerenleven op zijn doeken schilderde maar ook enkele windmolens legde hij voor het nageslacht vast. Een kwart van zijn totale werk is in deze gemeente gemaakt. In en rond het dorp werden 18 informatiezuilen geplaatst die zijn leven en werk toelichten. In het jaar 1885 verhuisde Vincent naar Antwerpen, maar in 1886 vertrok hij richting Parijs. In mei 1890 vertrok Vincent naar Auvers-sur Oise waar hij in juli overleed aan inwendige bloedingen. Vincent en zijn broer Theo liggen begraven op de begraafplaats van Auvers-sur Oise.

 

We fietsen eerst noordwaarts, naar knooppunt 78, 600 m verder. We blijven de Berg(straat) volgen en komen automatisch in de Gerwenseweg. Aan het knooppunt zien we rechts de molen op een kunstmatige heuvel staan. Toen Van Gogh in 1883 in Nuenen aankwam, stond deze molen nog in de bouwsteigers, maar hij werd pas afgewerkt nadat een tragisch ongeval had plaatsgevonden. Tijdens de bouw stortte de molen in, waarbij een dodelijk slachtoffer viel. We zien de Roosdonckmolen  regelmatig terug in Van Goghs schilderwerken. De korenmolen werd tot zeven keer getekend door de kunstenaar. Niet alleen in zijn landschappen, maar ook in zijn portretten van wevers en boeren. De molen is in particuliere handen en is nog wekelijks in gebruik.

                                                                             

 

We rijden terug naar knooppunt 79. Links op het plein staat de oude gietijzeren waterpomp van omstreeks 1890-1899. Vooraan ligt een decoratief deksel op de gerestaureerde waterput die men tijdens graafwerkzaamheden herontdekt heeft. De waterput dateert waarschijnlijk uit 1872. Het deksel werd ontworpen door kunstenares Liesbeth Rutten. Het is een druppelvormig kunstwerk waarmee water en vuur wordt gesymboliseerd. De eeuwenoude 'Gerechts- of Dorpslinde” boom domineert het plein. Hij werd in de eerste helft van de 17e eeuw geplant. In vroeger tijd werd onder deze boom recht gesproken. Tijdens een noodweer, in 1994, braken enkele zware takken af en werden er ernstige aantastingen waar genomen. De top werd afgezaagd zodat er nog een prieelachtige linde overbleef. De boom heeft een stamomvang van 6.50 meter.

Achter de oeroude linde werd op 31 juli 1932 het stenen monument onthuld ter ere aan Vincent Van Gogh. Het beeld is een molensteen van Beierse zwerfsteen waarop een basaltblok uit Zuid-Frankrijk staat met daarin een stralende zon gebeiteld. Achter het monument noemt het plantsoen 'Prullekeshof'. Dit project werd geschonken door de 'Stichting Nuenen' als blijvende herinnering aan de Nuenenaren die geboren werden in het Millenniumjaar 2000. De namen en geboortedata zijn vastgelegd in tegels. In 1994 heeft de burgemeester van Nuenen bij gelegenheid van zijn 12- jarig ambtsjubileum in het midden een 'Koningslinde' geplant, ter vervanging van de huidige 'Gerechtslinde'. Een symbool van een onafhankelijke gemeente Nuenen.

 

We draaien linksaf zodat we het driehoekig pleintje links van ons houden en rijden terug noordwaarts, langs de Papenvoort(straat) tot bij nr 2a. Het Van Goghkerkje is een Hervormde waterstaatkerk uit 1824. Het kerkje is bijzonder schilderachtig gelegen met op de achtergrond het groen van het Park Houtrijk, een oude villatuin. Theo Van Gogh, de vader van Vincent, preekte hier van augustus 1882 tot maart 1885. Het kerkje werd in januari 1884 op doek vastgelegd door Vincent Van Gogh. Speciaal voor zijn moeder, omdat ze haar dijbeen had gebroken en niet naar de kerk kon komen. Het schilderij is in 2002 gestolen en nooit teruggevonden. In het torentje werd in 1963 een 18-klokkencarillon geplaatst. Het is de dag van vandaag een zeer gewilde locatie voor het voltrekken van huwelijken.

We stappen met de fiets aan de hand rond het gebedshuis en belanden in de straat Papenvoort. Ons Rina spot een riddermonument aan op een sokkel. Het blijkt Hertog Jan II te zijn. Het bronzen beeld werd geschonken door de Stichting Nuenen. Het herinnerd aan het feit dat de hertog van Brabant op 4 december 1300 gemeenterechten verleende. Het beeld werd op 23 april 2001 officieel onthuld. Het beeld staat aan de oprit die naar het 'nieuwe' gemeentehuis leidt. Het gemeentehuis werd in 1930 opgetrokken voor Baron van Hardenbroek van de Kleine Lindt. In 1953 werd de villa als gemeentehuis in gebruik genomen. In 1969 en 1982 vonden de nodige uitbreidingen plaats. Het kleine gebouw vooraan links is nog een gedeelte van een voormalig linnenfabriek uit 1837. Het gebouwtje deed later dienst als koetshuis, tinnegieterij en thans doet het dienst als het Van Gogh documentatiecentrum.

 

Terug tot aan Berg 29 waar we halt houden voor het Vincentre, het  voormalige Raadhuis van Nuenen, Gerwen en Nederwetten, dat dienst deed tot 1953. Aanvankelijk waren hier ook het cachot, de gemeentelijke brandweer en de botermijn. In de oorspronkelijke staat bevonden zich beneden dezelfde vensters als boven. Onder het overstekende dak bevindt zich het in zandsteen vervaardigde gemeentewapen. Links en rechts geflankeerd door de namen van de burgemeester en de wethouders. Daarboven werd een uurwerk aangebracht waarop we lezen dat het elf uur is geweest. Sinds 2010 vindt in het Vincentre een permanente expositie plaats over het leven van Van Gogh. Je ervaart hoe Vincent Van Gogh leefde en schilderde in Nuenen en zijn eerste meesterwerk 'De Aardappeleters' maakte. Nuenen is trouwens een openluchtmuseum met maar liefst 23 gebouwen en plekken in het landschap die herinneren aan de kunstschilder Van Gogh. Het gebouw dat dateert van 1874 is eveneens een VVV kantoor. 

 

Het domineeshuis aan Berg 26 heeft een rijke historie. In de voorgevel werden muurankers geplaatst met het jaartal 1749. Het pand werd gebouwd toen de gemeente verplicht werd om voor de Hervormde predikant een pastorie te bouwen. In 1766 werd hier de geschiedschrijver ds. Stephan Hanewinkel geboren. Van 1882 tot 1885 woonde de familie Van Gogh in dit huisje. Aan de linkerzijde bevindt zich nog het oorspronkelijke atelier van Vincent Van Gogh. In dit gebouw leefde en werkte de Nederlandse kunstschilder tot hij in mei 1884 zijn atelier naar een andere locatie verhuisde. Na Vincent hebben er meer kunstenaars gewoond. In het huis rechts woonde Margot Begemann. Vincent en zij werden verliefd op elkaar. Tot een relatie kwam het echter niet. Een dramatische en mislukte zelfmoordpoging van Margot dreef hen uit elkaar. Achteraf bleek uit Vincents brieven dat Margot zijn grootste liefde is geweest. Precies 175 jaar na haar geboorte werd een monument onthuld in de voortuin. De buste op hoge sokkel is gemaakt door kunstenaar Peter Nagelkerke.

 

Verderop houden we halt aan het driehoekig park met verschillende zitbanken. De groene oase werd in de 19e eeuw aangelegd met een achthoekige muziekkiosk. Ze werd opgetrokken omstreeks 1920-'25. De vroegere drinkkuil werd omgebouwd tot vijver met fontein en een sierlijk bruggetje. Hier vinden we het standbeeld van Vincent Van Gogh, bovenop een ruwe sokkel. Ongeveer zo, met tekenmap en potlood, heeft hij over de wegen en door de velden van het dorp gewandeld. Het beeld van Vincent is groter dan hij in werkelijkheid was. Vincent Van Gogh was 1,64 meter groot. Het standbeeld werd op 30 maart 1984 onthuld.

 

Ook een monument dat de 'Zusters van Liefde' herdenkt werd hier geplaatst, op initiatief van het comité '100 jaar Klooster Nuenen'. Het monument symboliseert de belangrijke bijdrage die de kloosterorden hebben geleverd aan de 'verheffing van Brabant'. In de sokkel werd een tekst aangebracht: 'Eer aan alle Kloosterorden die volk en land van Brabant de kracht gaven zich te verheffen.' Het monument werd op 13 september 1987 onthuld. Het voormalige klooster bevindt zich er tegenover. Uit de nalatenschap van Mgr. J. Cuyten (geboren te Nuenen in 1799) werd de bouw van dit gesticht mogelijk in 1887 en was beter gekend als het 'Heilig Elisabethgesticht'. Het gebouw behoorde toe aan de Zusters van de Sociëteit van Jezus, Maria en Jozef. De zusters hadden hier de zorg over onderwijs, zieken en bejaarden. Het rechter gedeelte werd in 1937 aangebouwd als verpleeghuis en kraamkliniek. Het klooster functioneerde tot 1977 waarna het gebouw een cultureel centrum werd.

 

We draaien ons 180° en kijken recht op de heilige Clemenskerk die in 1872 werd gebouwd op de fundatie van een katholieke schuurkerk met strodak. Met de restauratie van 2003 is het interieur weer zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat gebracht. In de 60 meter hoge toren hangt onder andere de Mariaklok, die uit 1490 stamt en 1420 kilogram weegt.

In het voorjaar van 1884 huurde Van Gogh een atelier bij de koster van de kerk. Het huis stond links van de kerk, nu de nummers 43 en 45. Hier schilderde Vincent de 'Aardappeleters'. Sinds 2015 staat er een bronzen beeldengroep op het plein, geïnspireerd op het schilderij van Vincent Van Gogh. Een extra stoel nodigt uit om te gaan zitten.

 

We fietsen even tot op de hoek van de Parkstraat en Boordseweg. Aan de rechterzijde werd een bronzen monument op een sokkel geplaatst van de smid te Nuenen. Op deze plaats stond van 1850 tot 1994 een Smederij-landbouwmachinefabriek met de klinkende naam 'Automobielbedrijf Antoon de Rooij'. Het beeld werd in juli 1997 onthuld. Het ontwerp is gemaakt door G. Hoock in 1917.

 

Vlak voor we het centrum van Nuenen verlaten houden we halt om een foto te nemen van de 'Opwettense watermolen'. Tussen de twee gebouwen zijn nog duidelijk de dubbele slagmolens te zien die als koren-, olie-, zaag- en volmolen dienst deden. De ouderdom is echter niet te achterhalen. Mogelijk dateert hij uit de elfde eeuw en werden ze gebouwd in opdracht van de monniken van de abdij van Sint-Truiden. Maar wellicht dateert de molen van het begin van de dertiende eeuw. De molens draaien in de Kleine Dommel. Het grote rad is van de korenmolen en heeft een doorsnede van 9,3 meter. Het kleine rad behoort tot de oliemolen en heeft een doorsnede van 7,6 meter. Ook deze molens werden door Vincent op doek vastgelegd. We verlaten het centrum en worden onmiddellijk omgeven met prachtige vergezichten. 

 

De bomen zijn nog kaal. Echt groen is er nog niet te bespeuren. Het heeft te lang koud geweest. Struiken vertonen daarentegen al wel wat kleur. We zien in de tuintjes al sierbomen en -struiken in volle bloei staan zoals de tulpenboom en het Chinees klokje. Een teken dat de lente is ingezet. Na knooppunt 35 rijden we de 'Kleine Dommel' over. De beek vormt de grens tussen Nuenen en Eindhoven en mondt uit in de Grote Dommel. We fietsen door het buurtschap Opwetten bij Nuenen dat langs de weg naar Tongelre ligt. We fietsen over de Wolvendijk en daarna over het viaduct van de A270 en slaan linksaf om over het Van Gogh Roosegaarde fietspad te rijden. Een ontwerp van licht en kleur dat een magische belevenis wordt tijdens de schemering. Het pad wordt bij valavond verlicht door duizenden fonkelende steentjes. Het project werd geïnspireerd op het schilderij “The Starry Night (De Sterrennacht)” van Vincent Van Gogh. Het fietspad is 600 meter lang. Bij knooppunt 99 moeten we rechtsaf, richting Tongelre.

 

We rijden door het centrum van Tongelre. Een stadsdeel van de gemeente Eindhoven met 2 wijken: Oud-Tongelre en De Laak. We blijven ten noorden van Oud-Tongelre. In 't Hofke stoppen we even bij het voormalige Raadhuis op nummer 15. Het Oud Raadhuis werd gebouwd in 1911 en doet sinds 1957 dienst als buurthuis en wijkcentrum. Ernaast staat een fotogeniek gebouw dat onze aandacht trekt. Deze boerderij is één van de oudste panden van Eindhoven en stamt uit 1584. Rond 1600 werd het woongedeelte uitgebreid met een opkamer, met daaronder een kelder. In de achttiende eeuw was er weer een grote wijziging in het uiterlijk van de boerderij. De gevel aan de straatkant en het stalgedeelte werden vernieuwd. De boerderij lag prominent aan het inmiddels verdwenen dorpsplein van Tongelre. In 1993 is bij archeologisch onderzoek rechts van de boerderij een afvalkuil gevonden met daarin vondsten uit de zeventiende eeuw, waaronder Delfst aardewerk en gebrandschilderd glas. Na de bocht fietsen we voorbij de prachtige gevel van de Sint-Martinuskerk. Gebouwd in 1890-'91. De torens werden nooit voltooid.

De eerste pastorie is te vinden op 't Hofke 22. Deze werd gebruikt tot 1918. Nadat de begraafplaats naast de kerk verplaatst werd, werd op die plaats een nieuwe pastorie gebouwd op 't Hofke 3. Beide gebouwen fungeren momenteel als woonhuis. Na de brede Jeroen Boschlaan fietsen we door het Villapark van wijk De Laak en bereiken na 4,3 kilometer knooppunt 95. Voor het centrum van Eindhoven werd het beton van de viaducten artistiek behandeld met graffiti.

 

 

Na knooppunt 95 rijden we door het centrum van Eindhoven. De gemeente is de grootste stad van Noord-Brabant. Er bevinden zich enkele grote parken waaronder het Stadspark dat niet alleen wandelroutes heeft maar ook een fietspad dat het park doorkruist. Ook het Henri Dumantpark, dat in 1972 werd aangelegd, is een stukje natuur in de stad waar het leuk toeven is. Ook de Dommel loopt door Eindhoven. De rivier is 120 kilometer lang, waarvan 85 km op Noord-Brabants grondgebied en de rest door Belgisch Limburg stroomt. Het Stationsplein van Eindhoven is een belangrijke uitgangslocatie. Het is hier druk door de vele Grand-cafés, overvolle terrasjes en restaurants. Het is hier behoorlijk druk van wandelaars, fietsers, bromfietsers en auto's. Oppassen is de boodschap. We zien niet direct een knooppuntenbordje en gaan te voet naast onze fiets de buurt verkennen. Een bestelwagen verkoopt ijsjes en we kunnen het niet laten. Ons eerste ijsje van het jaar. Het is prachtig weer en iedereen schijnt te genieten. Na een tijd zijn we het eens. We moeten niet richting wolkenkrabber 'Philips'. Langs de Stationsweg, onder de spoorweg met de Romeinse beelden, bereiken we knooppunt 97. Een rit van één kilometer.

 

We kijken op de Veldmaarschalk Montgomerylaan op naar de hoge flatgebouwen. Door een wirwar van straatjes komen we bij het TU terrein, de Technische Universiteit van Eindhoven. Gesticht in juni 1956 en heeft ondertussen meer dan 10.000 studenten die een diploma kunnen halen in diverse studiekeuzes. We dwarsen de Dommel nog een paar keer alhoewel we daar niet elke keer iets van zien. De rivier stroomt onder de straten verder zuidwaarts. In een boomrijke straat kunnen we nog van een tapijt van gele paasbloemen (narcissen) genieten. Op de achtergrond zien we een groot kunstwerk met bowlingbal en kegels.

In de Sumatralaan rijden we langs de 'Karpendonkse Plas', rechts van ons. De plas is aangelegd door zandwinning voor het spoorwegnet dat klaar was in 1953. Het 'meer' is omgeven door naaldbomen  en rododendron. Op het water zien we ontelbare watervogels.

 

We fietsen vervolgens naar Nederwetten. Het kleine dorp ligt in een vruchtbaar dal van de Dommel te midden van akkers, weiden en bossen. Toch bezit Nederwetten enkele bezienswaardigheden die je moet gezien hebben. Voor we het kleine dorp binnenrijden blijven we de bocht naar links volgen. We verlaten ons knooppunt in de Soeterbeekseweg. Deze weg gaat over in de Kerkhoef, die ons tot bij de Oude Toren brengt. Op deze plaats stond de eerste Sint-Lambertuskerk die dateerde van omstreeks 1250. In de 15e eeuw werd ze vernieuwd en omgevormd tot protestantse kerk tot in 1700. In 1898 werd de kerk gesloopt, maar de toren werd behouden en gerestaureerd en diende nog tot 1920 als 'luidtoren'. De klokken werden daarna overgebracht naar de nieuwe kerk. In 1938 waaide de spits van de toren af. We kunnen de toren niet betreden. Er werd een houten hekwerk rond geplaatst waar normaal renpaarden worden gedresseerd.

We rijden terug naar de Soeterbeekseweg. Bij de splitsing houden we links aan en volgen de Hoekstraat naar knooppunt 73. In de Hoekstraat op nummer 46 werd in 1894-'95 de 'nieuwe' Rooms Katholieke kerk Sint-Lambertus gebouwd. Achter de kerk is nog steeds de begraafplaats gelegen. Vooraan de kerk staat het Heilig Hartbeeld van 1930. De naastgelegen pastorie werd opgetrokken in 1895. Het is ondertussen 15:00u geworden. Tijd om de dorstige te laven. Ons Rina neemt een thee met appeltaart. Het was een grote spie en ik moest mij dan opofferen om de overschot op te eten. Maar het was lekker. We verlaten het dorp langs Broekdijk en via het buurtschap Spekt en Nieuwe Dijk bereiken we knooppunt 73.

 

In het Populierenlaantje vinden we infozuil 8. Het is alleen te zien als je goed kijkt maar vanaf dit punt schilderde Van Gogh een herfstig Populierenlaantje. De sloot onder de weg is een goed oriëntatiepunt. De weg liep hier in zijn tijd rechtdoor, direct naar de boerderij verderop. Die staat er nog steeds, maar de weg buigt inmiddels af.

 

Voor knooppunt 74 rijden we het kerkdorp Gerwen binnen. Op de plaats van de Sint-Clemenskerk hebben drie kerken gestaan: van 1350-1400 een eenvoudige stenen zaalkerk, van 1420-1612 een driebeukige kruiskerk en vanaf 1620 werd deze kerk gebouwd. Van Gogh tekende de Sint Clemenskerk in december 1883. Deze kerk is op een kleine periode na altijd katholiek geweest. Toen de kerk in 1798 weer katholiek werd verhuisde de protestantse gemeente naar een andere locatie: de protestantse kerk waar vader Van Gogh preekte. De nieuwe moderne Sint-Clemenskerk werd groter gebouwd in 1967. Achter de kerk bevindt zich een bronzen beeld van 'Het Nederlandse Trekpaard'. Gemaakt door Toon Grassens en geplaatst in 1990.  We zijn aan knooppunt 74.

 

Na de oogverblindende manege rijden we langs de gemeentelijke begraafplaats Oude Landen van Nuenen waar sinds 2011 de overledenen hun laatste rustplaats vonden. Via het viaduct rijden we  over de N270 tot bij knooppunt 69. Het grindpad dat ons naar knooppunt 33 moet brengen ligt vol putten en kuilen. We proberen ze zoveel mogelijk te vermijden. We fietsen nochtans door een bosrijk gebied. Het is één en al groen door de dennenbomen links en rechts van ons pad. Langs de kant van de slechte weg werd een infobord geplaatst met zeven namen van slachtoffers uit WOII. Het bord vermeld: 'In Memoriam. Op 29 juni 1943 stortte hier rond drie uur 's nachts een Lancaster bommenwerper neer. Deze Lancaster behoorde tot het 44 (Rhodesia) Squadron van de RAF, dat gelegerd was op Dulholme Lodge. Hij werd neergeschoten door Oberst Günter Radusch. In de nacht van 28 op 29 juni 1943 waren 608 vliegtuigen opgestegen met als doel Keulen. Hiervan keerden 25 toestellen niet terug, deze Lancaster was er één van. De zes Engelsen en de Australiër zijn begraven op de begraafplaats De Oude Toren te Woensel.'

 

Vanaf knooppunt 33 fietsen we noordwaarts tussen twee plassen. Rechts bevindt zich de vijver van de Hengelsportvereniging  't Pluimke. Links is het Laco Strandbad van Nuenen. Een recreatieplas, omgeven door een ligweide. Je kan er ook kano's en waterfietsen huren. Verderop rijden we weer over de A270 en rijden het centrum van Nuenen binnen. Na knooppunt 34 is het nog ongeveer twee kilometer fietsen tot aan onze auto. 

Foto's: Rina Meurs.















16-04-2018 om 17:17 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
13-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Goeree Overflakkeeroute

Zondag 18 februari 2018. Een stralende mooie dag met volop zon en geen wolkje aan de lucht. Alles zag wel spierwit door de aanvriezende mist. De temperatuur wijst maar drie graden Celsius aan. De normale temperatuur voor de tijd van het jaar zou Frank Deboosere zeggen, en dan zijn wij content. We rijden naar het noorden via de A12 Havenweg richting Bergen op Zoom. Via de N659 rijden we Tholen binnen. In Steenbergen nemen we de N257 richting Sint-Philipsland. Aan de Rijksweg 51 rijden we het gehucht Heense Molen binnen en houden onze eerste stop bij de ronde stenen 'De Vos' molen uit 1714. De molen heeft tot 1961 op windkracht gemalen en is in 1979 aangekocht door de gemeente die hem liet restaureren. Het malen van graan gebeurt nog op vrijwillige basis.                                                                                

      

We rijden verder en slaan rechtsaf op de Philipsdam en langs de Grevelingendam bereiken we het eiland Goeree-Overflakkee.

Goeree en Overflakkee waren eens twee afzonderlijke eilanden. Goeree heeft een hoge ouderdom terwijl Overflakkee aanmerkelijk jonger is. De eerste inpoldering vond plaats in 1416 en in 1751 wordt een dam gelegd tussen de twee eilanden en is er sprake van één eiland. Een eiland in de provincie Zuid-Holland. Het eiland, dat vroeger uit verschillende kleine eilandjes bestond, werd in de loop van de geschiedenis door mens en natuur bij elkaar gebracht. Dat de inwoners eeuwenlang van de landbouw leefden is nu nog duidelijk te zien in het landschap. Nu nog worden er in het voorjaar de tulpenbollen geplant die tijdens de maand april in volle bloei staan. Ze zijn een trekpleister voor fietsers en wandelaars. Het eiland wordt omsingeld door de Noordzee, het Haringvliet, het Volkerak-Randmeer en het Grevelingenmeer. Door de eeuwen heen werd het eiland regelmatig getroffen door overstromingen. De ergste overstroming was de Watersnood van 1 februari 1953. Bij deze ramp kwamen er 481 mensen om het leven. Ook Battenoord werd zwaar getroffen door de watersnoodramp. Er kwamen 35 mensen om het leven. De huisjes direct aan de haven zijn allemaal verloren gegaan. Na de ramp kreeg Battenoord een nieuwe, hoge dijk met een stevige laag asfalt als bescherming.

 

Eens op eiland is het slechts nog enkele minuten rijden tot de Battenoordsedijk bij het eeuwenoude jachthaventje van Nieuwe-Tonge. Battenoord is een gehucht en licht aan de dijk met het Grevelingenmeer, een zoutwatermeer dat door verschillende watervogels bezocht wordt.

De zeearm Grevelingen werd in 1971 door de Brouwersdam afgesloten van de zee. Er is nu geen eb en vloed meer. Het zilte karakter blijft behouden dankzij zout water dat via de Brouwerssluis binnenstroomt. Het waterpeil is nu 20 cm beneden NAP, waardoor zandbanken en slikken altijd boven water liggen. Tienduizenden vogels komen er om veilig te broeden, te rusten en te eten.

 

Links en rechts van de jachthaven is er voldoende parkeermogelijkheid. Het jachthaventje is van de watersportvereniging Battenoord die opgericht werd in 1970 en telt ongeveer 80 ligplaatsen met uitsluitend  zeilschepen en motorbootjes. De één al wat groter dan de ander. Twee prachtige schepen liggen te wachten op een nieuwe koper. Wij  beklimmen eerst de vijf meter hoge uitkijktoren naast het haventje. In de jaren vijftig en zestig, tijdens de koude oorlog, stond hier een luchtwachttoren als onderdeel van een dekkend net van observatieposten. Vanaf deze posten konden laagvliegende, vijandelijke vliegtuigen, gesignaleerd worden die niet op de radar te zien waren. Toen de vliegtuigen sneller werden en de radar verbeterde, waren deze posten niet meer nodig. De luchtwachttoren werd gesloopt en er werd een nieuwe uitkijktoren gebouwd. Er staat slechts een zacht briesje maar hier boven hou je het toch niet lang vol door de snijdende koude wind. We genieten toch van een prachtig uitzicht over het Grevelingenmeer. Een prachtig recreatieoord voor de actieve watersporter. In de omgeving kan men kite- en windsurfen of duiken en hier in Battenoord wordt tijdens het seizoen volop gekajakt. Nu en in het voorjaar kan men genieten van een uitgestrekt natuurgebied. Met onze verrekijker zien we de grauwe ganzen, rotganzen en een groep spierwitte zwanen op het water. In de verte overwintert jaarlijks een kleine kolonie flamingo's. De meeste zijn dieproos getint en samen met andere steltlopers staan ze tot aan hun knieën of enkels in het ondiepe water. Flamingo's zijn wit als ze geboren worden. Door het eten van algen, schelp- en schaaldieren krijgen ze zoveel pigmenten binnen dat hun veren verkleuren. Hun snavel is aangepast om er voedsel mee uit het water te filteren. We maken een wandeling langs het Grevelingenmeer richting Herkingen. Een wandeling van bijna vier kilometer lang tot aan de jachthaven. Met de verrekijker zien we één van de twee havens. Tientallen zeilmasten steken de hoogte in. Rechts van ons is de hoge geasfalteerde dijk waar eveneens op gewandeld kan worden.   Links, vooraan, in de slikken werden hekken en palen met prikkeldraad gespannen om de kijklus-tigen op afstand te houden. De rotganzen komen massaal op het afgespannen stuk om een graantje mee te pikken. Als de wandelaars te dicht naderen trekken ze zich schuchter terug naar het water. Op enkele strategische punten worden foto's van de vogels genomen. Vooral de flamingo's zijn erg in trek. Het is een komen en gaan van fietsers en wandelaars met verrekijkers en fototoestellen in verschillende kleuren en grootte.

 

We wandelen terug langs de hoge dijk waar we een vergezicht hebben over landbouwgrond die slechts onderbroken wordt door prachtige hoevens. Bij de auto warmen we ons op door een mok gevuld met koffie. De zon heeft het interieur van de auto goed opgewarmd. We rijden vervolgens naar het centrum van Nieuwe-Tonge. Molenwieken leiden ons tot bij de d'Oranjeboom uit 1768. De molen heeft een  gevelsteen met een oude tekst: “Deese moole is genaemt oranie boom is gesticht door Arent Zoon en Leyntje van Kasant Den eersten steen aen deesen moolen is gelegt door den jongen H. Huibregt Samuel van der Burgt aengehuuwde zoon van den H. Sebastiaen Anemaet Bailliuw van Klinkerlant Schout Secretaris van de Nieuwe Tonge Jan Dekker 16-5-1768 Mr Molemaker”.

Tot 1960 is de molen in bedrijf geweest. Sinds 1988 is de molen eigendom van de Molenstichting.

 

 

Op het hoogste punt in het centrum staat de Protestantse Kerk, omgeven door een ringvormige brede gracht met water. Enkele bruggen geven toegang tot het eiland maar ze zijn afgesloten door smeedijzeren toegangshekken dat aan de noordzijde getooid werd met hardstenen pijlers. De toren, het schip en het koor kwamen omstreeks 1500 tot stand. Het koor was voorheen als school in gebruik.

 

In de Voorstraat 2 werd in 1927 het voormalig gemeentehuis of Raadhuis gebouwd. In de voorgevel werd het beeld, uit 1776, geplaatst van 'Vrouwe Justitia', symbool van de rechtspraak. Het is momenteel niet duidelijk welke functie het gebouw nu heeft. We wilden hier een sanitaire stop houden maar hier vinden we geen etablissement om ons op te warmen of iets warm te drinken. Geen toiletten zijn voorzien. Verder dus.

 

We rijden vervolgens naar Sommelsdijk. Tijdens WOII, begin maart 1944, werden bijna 200 jonge mannen uit het dorp een maand in Kamp School geïnterneerd wegens belediging van het Duitse leger en de Nederlandse politie. Met de bouw van de kerk werd begonnen in 1464 tot eer van God en de maagd Maria. De kerk werd plechtig ingewijd in 1499. In 1632 echter brandde ze af maar werd drie jaar later weer herbouwd. Ook in 1799 werd de kerk en de toren verwoest door een brand, waarna de kerk slechts ten dele is herbouwd. Van het koor is alleen de noordelijke muur gespaard, die als achtermuur van de huisjes aan de Kerkstraat dient. De dichtgemetselde vensters zijn nog duidelijk te zien. Eerst in 1807 werd de kerk opnieuw ingehuldigd. In 1817 zijn de toren en klokken hersteld. De kerkklok wijst net geen twee uur aan. We kunnen door een traliehek tot bij de ingang maar de poort is niet open. We wandelen rond de kerk waar eenzaam een grafkelder staat van de familie Van Aerssen. Het geslacht Van Aerssen behoorden tot de rijkste families tijdens de zeventiende eeuw. Ze behoorden niet tot de adel maar werden door de prins van Oranje in de Ridderschap van Holland geplaatst. Deze grafkelder is gebouwd tussen 1611 en 1641. De kelder bevond zich vroeger in het koor van de kerk. De huidige ingang dateert van 1782 en kwam uit in de zuidelijke koormuur van de kerk. De indrukwekkende marmeren praaltombe is verloren gegaan bij de kerkbrand van 1799. Het is de laatste rustplaats van enkele groten uit de vaderlandse geschiedenis. Op een horizontale grafsteen werd een verticale herdenkingssteen geplaatst voor de voormalige burgemeester van Sommelsdijk A. J. De Graaff. Geboren op 18 februari 1844 en overleden op 6 augustus 1910. Het monument werd geschonken door 'Den Raad en De Ingezetenen van Sommelsdijk'. Er staan of liggen nog enkele oude grafstenen zerken op het voormalige kerkhof. Blijkbaar nog vooraanstaande bewoners van Sommelsdijk.

 

We wandelen verder tot bij de molen van Sommelsdijk. De Korenbloemmolen is nog één van de oudste molens van Nederland. Deze molen werd gebouwd in 1705 op de plaats van een oudere molen die op 9 december 1703 door zware storm zo erg beschadigd werd dat men besloot een nieuwe te bouwen. In 1973 werd de gemeente Sommelsdijk eigenaar die de molen liet restaureren. Het malen van graan gebeurt op vrijwillige basis.

 

Rechts, in de verte, zien we een vrijstaand gebouw met grote vitrines. Neonreclame achter een raam nodigt uit om binnen te komen. Eindelijk een café gevonden. Het was nodig want het water stond al in mijn ogen. Het Grand Café is een ouderwets café met een gaskachel. Het is er gezellig en warm. Op de hoek van de houten toog zitten slechts twee stamgasten. De andere acht hoge barkrukken zijn leeg. Een tv, op de achtergrond, toont een buitenlandse match. We drinken iets en nemen een snack als late lunch. Een uurtje later kunnen we weer verder.

We komen bij de voormalige haven van Sommelsdijk. De eens drukbevaren haven ligt er na de afsluiting in 1970 eenzaam en verlaten bij. Hier was vroeger van alles te beleven. Het laden en lossen van schepen zorgde voor de nodige bedrijvigheid. Vooral in het najaar, als de landbouwproducten werden verscheept, was het een drukte van belang. Boerenkarren reden af en aan. De vrachten werden gewogen op de weegbrug en daarna gestort op het kadeterrein. Het meeste gebruikte scheepstype was de tjalk. Nog tot ver in de twintigste eeuw werd met deze zeilschepen gevaren. Later kwamen er motorschepen in de vaart. Vanaf 12 september 2015 ligt er weer een oud vrachtschip in de haven, niet van hout maar van staal. Dit kunstwerk is samen met de contouren van het voormalige weeghuisje aangeboden aan de gemeenschap.

 

Langs de N215 verlaten we Sommelsdijk en rijden langs de toren van Dirksland. De ronde watertoren werd gebouwd in 1939-41. Door de Tweede Wereldoorlog en de strenge winter duurde de bouw twee jaar. De toren heeft een hoogte van 62,50 meter. Van 2007 tot 2009 was de watertoren in gebruik als restaurant. Maar staat momenteel leeg. Het landschap rondom is poldergrond. In de verte zien we slechts de daken van enkele hoevens. We naderen aan het eind van de N215 rijden we Stellendam binnen. We zijn slechts een paar honderd meter van de oude witte stellingmolen. Op de Molenkade prijkt de 'Korenlust', een ronde stellingmolen uit 1856. Gebouwd op de fundamenten van een voorganger die in november 1838 door een storm verwoest werd. De huidige molen is op zaterdag en op afspraak te bezichtigen.

Op een rotonde in het centrum werd een monument opgericht ter nagedachtenis aan de 69 slachtoffers die in deze gemeente verdronken tengevolge van de watersnoodramp van 1 februari 1953. Op het monument dat dateert van 1993 vluchten een vrouw en een jong meisje voor een grote watergolf. Begin van deze maand werden er bloemen en kransen neergelegd.

 

We slaan linksaf op de N57 naar Ouddorp. Het dorp heeft met 18 kilometer strand de grootste badplaats van Nederland verworven.

De Hervormde kerk heeft een opmerkelijke toren die rood/oranje geschilderd is. De uurwerken werden in de toren vervaardigd. Ze vertellen ons dat het bijna vijf uur is. Het kerkgebouw werd in 1819 opgetrokken. Op 2 juli 1820 werd de kerk ingewijd. In 1923 vonden verbouwingen plaats en werd er meteen uitgebreid. Naast de kerk werd het monument geplaatst van een man en een kruiwagen. Elks op een aparte sokkel. Een informatiebordje vermeld: 'Ter herinnering aan het 'uitmijnen' en 'omzetten' van de Ouddorpse akkers in het begin van de 20ste eeuw. Door het 'uitmijnen' ontstond het unieke zandwallengebied. Het monument werd in 1998 ingehuldigd. Een recenter monument is van 2005. Het werd geplaatst 'Ter herinnering aan de ramp met de OD1'. De vloot van Ouddorp kwam op 6 april 2005 in het nieuws toen op een viskotter Ouddorp1 drie bemanningsleden omkwamen door een bom uit WOII. De bom was in de netten terecht gekomen en aan boord bij het legen van de netten ontploft.

Naast dit monument werd een stenen monument opgericht 'Voor hen die vielen' van 1940 – 1945. De namen van de gesneuvelden werden in een arduinen steen gegraveerd.

 

Het raadhuis in de Raadhuisstraat is een schitterend monumentaal pand uit 1904. Boven de dubbele inkompoort prijkt het gemeentewapen met datum: 1901. Het gebouw herbergt momenteel de bibliotheek en Museum Ouddorp.

 

De wieken van een molen lokken ons naar de  ronde stenen stellingmolen die dateert van 1846 en is sinds 1998 eigendom van de Molenstichting Goeree-Overflakkee. In de molen is een klompenmuseum te bezichtigen wanneer de molen draait. Aan de overzijde van de straat is de begraafplaats met een parking. We brengen een bezoek aan de slachtoffers van de tweede Wereldoorlog. Als eerste zijn de twee graven van burgerslachtoffers: Eeuwit Hameeteman en Adrianus Aren Breen aan de beurt. Vervolgens rusten er meer dan 10 gevallenen uit het Gemenebest. Een uit de Eerste Wereldoorlog en de overigen uit WOII. Meer dan de helft is onbekend. Een horizontale tegel herinnert aan de watersnoodramp van 1953. Hier rust Krijn Hameeteman geboren op 8 augustus 1873.

 

We verlaten het eiland via de N57 en langs de Brouwersdam komen we op het eiland Schouwen-Duiveland. Via de N59 doorkruisen we een gedeelte van het eiland. Vlak voor het gehucht Moriaanshoofd staat de hoge korenmolen 'De Zwaan' uit 1886. Hij behoort tot de plaats Kerkwerve. De GPS loodst ons over de Zeelandbrug tot Noord-Beveland. Voor we de snelweg oprijden nabij Goes spotten we nog enkele oude windmolens.

















13-03-2018 om 12:14 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
03-03-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ka emigreert

De kabouterfamilie zit knusjes in het warme tuinhuis van het enorme achttiende eeuwse kasteel. Buiten is het donker en koud. Bitterkoud zelfs. Er wordt nog hevige nachtvorst voorspelt en er ligt al een pak sneeuw van tien centimeter als een wit tapijt op bloemperken en paden. Geen weer om buiten te staan vond de jonge kasteelvrouw enkele dagen geleden en ze verhuisde de tuinkabouters reeds naar het gezellige warme tuinhuis. Het houtkacheltje binnen ronkte als een spinnende kat. Ka klautert op de werkbank en kijkt door het enige raam naar buiten. Het begint net weer te sneeuwen. Hij knikt echter goedkeurend. Blij dat ze samen de kasteeltuin nog voor het vallen van de eerste sneeuw winter klaar hebben gemaakt. Alle dorre bladeren werden van de wandelpaden geharkt. De bloemperkjes werden vakkundig omgespit en kleurige viooltjes werden geplant. De struiken werden gesnoeid en het hout werd opgeslagen in een hoek van het tuinhuis.

 

Ka tuurt scherp naar buiten. Sneeuwvlokken worden hard tegen het raam geblazen door felle rukwinden. De sneeuw smelt door de warmte in het tuinhuis en loopt als regendruppels naar beneden. Onderaan het raam bevriest de druppel weer. Ka draait zich om en bekijkt glimlachend zijn gezinnetje van op afstand. Lisa en hun drie kinderen zitten in een halve kring rond het brandende houtkacheltje. Zwart gooit er af en toe een droge tak in. Ze noemen hun oudste zoon Zwart omdat hij zwart krulhaar heeft van bij de geboorte. Vlecht, de jongste, staat net recht en neemt een krant van de hoge stapel oud papier dat in de verste hoek van het tuinhuis wordt opgestapeld. In de lente laat de kasteelheer het papier ophalen om te recycleren. Vlecht zet zich weer naast haar moeder en begint een artikel te lezen. Haar gele lange vlechten slingeren bij elke beweging heen en weer. Sindsdien wordt het meisje Vlecht genoemd. Tijdens de wintermaanden maakt Lisa er gebruik van om de kinderen te leren lezen en te schrijven. Nu ze niet meer in de tuin kunnen werken worden de nachten te lang om niets te doen. Ze zouden er nog lui van worden. Moeder Lisa bedenkt soms allerhande klusjes zoals: breien, tafel dekken, poetsen of gezelschapspelletjes. Het leukst vinden de kinderen het zingen. Ka speelt op een zelfgemaakte panfluit en Lisa zingt de pannen van het dak. Ja, soms is het leuk. Maar de winter duurt te lang, vindt Ka. Hij zucht onhoorbaar en klautert terug naar beneden. Hij zet zich naast Lisa op een rode stenen paddenstoel vol met witte stippen.

-'Waarom gaan wij niet in Spanje wonen vader?', vraagt Klim hun jongste zoon. Ka en Lisa noemden hem zo omdat hij van jongs af aan over, in of op alles moest klimmen. Echt een kwajongen, maar hij kan al vlot lezen en verslind elk artikel in de krant. Ka fronst de wenkbrauwen.

-'Naar Spanje, zoon? Wat moeten we daar?', vraagt hij verbaast.

-'Ik lees hier een artikel over een touroperator die het land Spanje aanprijst als het aards paradijs voor mensen die van zon, zee en strand houden, vader. Aan de Costa Blanca is het altijd mooi weer. Er vertrekken jaarlijks duizenden toeristen naar de badplaats Benidorm om er te overwinteren'.

-'Kan je daar dan heel het jaar door in de tuin werken papa?', wil Vlecht weten.

-'Ja, dat denk ik wel meisje', antwoordt Ka bedachtzaam. Klim en Zwart kijken hun ouders vol verwachting aan. Ze zien zichzelf al op het strand spelen en een verfrissende duik in de zee nemen. Tijdens de zomermaanden speelden ze af en toe in de fontein van het kasteel. Een leuke afwisseling na een nacht hard werken. Ka begrijpt de kinderen, maar hier weg gaan zal echt pijn doen.

Meer dan tweehonderd jaar werkte hij hier in de tuin. Toen kwam zijn kaboutervrouwtje, Lisa, erbij en nu zijn gezinnetje compleet is met drie kinderen willen ze hier wegtrekken.

-'Ik denk dat jij het ook wel ziet zitten Ka', springt Lisa haar kinderen bij en vervolgt:

-'Je verveelt je tijdens de wintermaanden te pletter. In Spanje zouden we twaalf maanden van de twaalf buiten kunnen werken. We moeten daar alleen maar een geschikt tuintje vinden'.

-'We kunnen altijd terug komen als het niet lukt vader', laat ook Zwart zich horen. Dat trekt Ka over de streep.

-'OK, we doen het. We emigreren naar Spanje. We gaan werken in Benidorm aan zee!', roept Ka uit maar dan fronst hij weer zijn wenkbrauwen.

-'Maar hoe geraken we daar?'. Ka kijkt naar Klim die haastig in het artikel begint te neuzen.

-'Vlug', denkt hij, 'voor vader van gedachten veranderd'.

-'Met het vliegtuig, denk ik', zegt Lisa, 'maar dat is heel duur en wij kabouters hebben geen geld'.

-'Dan moeten we iets anders verzinnen Lisa', zegt Ka.

-'Misschien moeten we ons in een reiskoffer verstoppen van een toerist die naar Spanje vliegt', stelt Zwart voor.

-'Veel te gevaarlijk zoon', laat Ka horen.

-'De mensen nemen al zo veel mee in hun koffer dat er zelfs geen plaats meer is voor één kabouter. Dan is er zeker geen plaats voor vijf', zegt hij tot slot.

Dichtbij het houtkacheltje is het al een poos stil. Elke kabouter is diep in gedachten verzonken. Hoe geraken ze in Spanje? Ka schuift van zijn paddenstoel, klautert terug op de werkbank en staart naar buiten. Het is gestopt met sneeuwen en de wind is geluwd. De wolken scheuren open en de maan komt te voorschijn. Dan hoort Ka plots enkele luide kinderstemmen. Bij een groot verlicht raam van het kasteel bemerkt Ka drie kinderschoentjes. Drie kleine silhouetten van kinderen staan voor de raam uit volle borst te zingen:

-”Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan!”.

-'Maar dat is het', roept Ka plots uit,

-'Eureka, we zijn gered kinderen. Ken je Sinterklaas nog Lisa? De  goede Heilige man die elk jaar met zijn stoomboot van Spanje naar hier komt? Weet je nog?'.

Lisa en de kinderen luisteren ademloos naar Ka, maar ze schudden hun kleine hoofd. Ze weten echt niet waar hun vader het over heeft. Ka bemerkt de bezorgde blikken van zijn gezinnetje, maar hij geeft niet op.

-'Denk nog eens goed na Lisa. Sinterklaas trakteert op zijn verjaardag met cadeaus en snoepgoed aan alle brave kinderen van de hele wereld. De kinderen zetten tijdens de avond of nacht van 5 op 6 december hun schoen klaar en dan komt die brave man met enkele helpers door de schoorsteen als de kinderen slapen. Dan strooit hij wat lekkers in één of andere hoek. Weet je wel?'.

Lisa knikt nu overtuigend:

-'Ja, je hebt gelijk Ka. Dat wordt onze redding. Na zijn tocht over de daken vertrekt hij met zijn stoomboot terug naar Spanje. Wanneer komt de Sint dit jaar?', vraagt ze nog.

-'Vannacht denk ik, Lisa. In het kasteel worden volop Sinterklaasliedjes gezongen en hun schoentjes staan reeds klaar'.

-'Daar moeten we van profiteren Ka. We moeten ervoor zorgen dat Sinterklaas ons mee neemt naar Spanje. Tijd voor actie!', roept Lisa en de kabouters steken hun puntmutsen bij elkaar en smeden plannen. Enkele plannen worden afgekeurd maar nieuwe steken de kop op. Tegen middernacht echter hebben de kabouters een strategie uitgedokterd dat niet kan mislukken. Dat hopen ze toch.

 

Het is aarde donker buiten. Dikke sneeuwwolken schuiven voor de ronde maan. Het kasteel is volledig in het duister gehuld. De inwoners zijn naar bed en slapen waarschijnlijk al. De kabouters moeten in het kasteel geraken voor Sinterklaas op bezoek komt. Eerst moeten ze uit het tuinhuis. Om de tuindeur te openen hebben de kabouters een slim plan bedacht. Klim klautert op de werkbank en werpt een lasso over de klink van de deur. Hij rent zo hard hij kan en springt dan van de bank af. Als een echte acrobaat blijft hij aan het touw hangen en zijn gewicht trekt de deurklink naar beneden. Daarop duwen de andere kabouters tegen de deur zodat deze naar buiten open zwaait. Klim laat zich voorzichtig naar de grond glijden. Plan één is gelukt maar een witte laag sneeuw verspert de kabouters de weg. Ka, Klim en Zwart nemen hun schep en graven een gangetje door de sneeuw. Moeder en Vlecht volgen. Halverwege moeten ze even stoppen. Het is vermoeiend werk. De sneeuw plakt en weegt als lood op hun schepjes. Maar het is te koud om lang stil te staan.

 

Enkele minuten later staan ze dan voor de eikenhouten inkomdeur van het kasteel.

-'Je had gelijk vader', knikt Zwart, 'deze deur krijgen we niet zomaar open. Ze zit op slot en alle ramen zijn dicht om de koude buiten te houden'.

-'Zoals ik al zei kinderen, we moeten langs de schoorsteen, net als Sinterklaas en zijn knechten', vertelt Ka en hij haalt zijn schouders op, 'we hebben geen keus als we naar Spanje willen'.

-'Kom Klim en Zwart, werk aan de winkel. Jullie doen als afgesproken. Er is geen tijd te verliezen'.

Klim werpt de lasso van raam naar raam. Hij houdt het touw strak en Zwart klimt langs het touw tot op het raamtablet. Daarna helpt hij Klim naar boven. Enkele minuten later zien Ka, Lisa en Vlecht hoe de twee jongens in de schoorsteen verdwijnen. Lisa houdt haar adem in. Hopelijk gebeurt er niets. Nu moeten ze weer even wachten. Ze krijgen het koud en beginnen een beetje op en neer te springen om zich warm te houden. Dan horen ze een bekende stem:

-'Willen jullie naar binnen kabouters?'. Het is Zwart die stilletjes roept. Ze hebben op het gelijkvloers een raam kunnen open maken. Klim laat een touw zakken en Vlecht klimt als eerste naar boven en even later staan vijf kabouters in de woonkamer van het kasteel. Klim sluit het raam en daarna wordt er even geknuffeld en gelachen omdat het plannetje van Ka goed gelukt is. Maar ze zijn nog niet in Spanje. Plots hoort Ka gestommel op het dak:

-'Vlug jongens, ik hoor Sinterklaas al!' Ka kijkt zoekend rond:

-'Kijk!', fluistert hij dan, 'hier staan de schoentjes van de kinderen. Ze hebben er zelfs een wortel in gestoken en ik zie suikerklontjes voor het paard van Sinterklaas. Vlug!'.

Geen seconde te vroeg. Een oude man met een lange witte baard komt de warme huiskamer binnen. Hij draagt een mijter op het hoofd en een lange rode cape hangt rond zijn schouders. Dat moet hem warm houden. Een tweede figuur glijd langs de schoorsteen binnen. Hij ziet zwart van het roet en draagt een bruine zak over zijn schouders.

-'Zo, Opperpiet', fluistert Sinterklaas, 'dit is ons laatste huisje waar we cadeaus en snoepgoed brengen. We zijn helemaal rond'.

-'Jazeker Sint. En kijk! Op de tafel, voor het raam, bij de schoentjes hebben de brave kinderen een biertje klaar gezet. Wat denk je, Sint. Willen we er eentje drinken op de goede afloop?'. De Sint knikt en samen zetten ze zich op een stoel om samen rustig een biertje te drinken. Daarna verdelen ze de cadeaus en strooien snoepgoed in het rond.

Dan krijgt Opperpiet de kabouters in het oog:

-'Kijk Sinterklaas! Hier staan kabouters en er ligt een briefje bij'.

Sinterklaas komt erbij staan en leest over de schouder van Piet de tekst:

-'Lieve Sint. Wilt U en Piet deze kabouters mee naar Spanje nemen? Het is hier te koud voor hen. Het zijn heel harde werkers. Ze kunnen in Benidorm ook in een grote tuin werken. Zou u dat willen doen Sint? Wij zullen u altijd dankbaar zijn'. Het briefje was ondertekend met: “De kinderen van het kasteel”.

-'Willen we die kabouters zo dadelijk in een andere tuin zetten Sint?', vraagt Opperpiet, 'dan moeten we er niet mee sleuren'.

Sinterklaas bekeek bedachtzaam het briefje, fronste zijn witte wenkbrauwen en keek daarna met bijna samengeperste ogen naar de kabouters. Zag hij daar niet enkele zweetdruppels op de kaboutergezichtjes? Sinterklaas las weer de geschreven tekst en keek dan diep in de ogen van elke kabouter. De Sint glimlachte. Opperpiet kan je voor de gek houden maar Sinterklaas is een wijze oude man en begrijpt alles.

-'Nee ... nee, Piet. De “kasteelkinderen” vragen om deze kabouters mee naar Spanje te nemen omdat het hier te koud is. Dan ga je ze toch niet in andere koude tuin zetten Piet? En daarbij, we mogen de “kasteelkinderen” toch niet teleurstellen hé Piet?', zei Sinterklaas en knipoogde naar de kabouters.

-'Ha ha, Sint. Natuurlijk. Dat was maar om te lachen hoor. Natuurlijk nemen we ze mee. Kijk de zak van het snoepgoed is leeg. Zal ik ze daar in stoppen Sint?'. Sinterklaas knikt kort en voorzichtig legt Piet de kabouters in de zak.

-'Tijd om op te stappen Piet', zegt Sinterklaas nog en beiden verdwijnen langs de schoorsteen weer op het dak. Opperpiet fluit zachtjes en daar verschijnt het paard van Sinterklaas. Met de hulp van Piet klautert de Sint op zijn grijze merrie:

-'Breng ons naar de haven “Slecht Weer Vandaag”. We vertrekken weer naar het zuiden'.

 

Als Sinterklaas en Opperpiet aan boord zijn van de stoomboot worden de touwen losgemaakt en vertrekt het schip naar zee. Opperpiet haalt de kabouters uit de zak en zet ze op de kleine tafel die in de hoek van de kajuit staat. Het is nog steeds donker als de stoomboot op zee vaart en koers zet naar het zuiden. Ka luistert een gesprek af tussen Sinterklaas en de kapitein van het schip. Er wordt een zware storm voorspelt. Manu, de kapitein, vraagt om alles wat los zit vast te maken. Lisa maakt zich zorgen:

-'Wij zouden beter op de grond staan Ka. Als we vallen rollen we van tafel en breken we iets'. Ka knikt. Het schip danst ondertussen al heel gevaarlijk op de golven. De kinderen vinden het leuk en schateren het uit van pret. De storm overstemt hun gelach.

-'Kom kinderen, we klauteren naar beneden en gaan in een hoekje staan tot de storm voorbij is', gebied Ka maar het noodlot slaat toe. De storm is net op zijn hevigst en het schip trotseert net een hoge golf. De stoomboot vaart als het ware verticaal op een hoge golf. Eenmaal boven danst hij enkele seconden op het water, maar stort dan weer naar beneden. De kabouters gillen het uit en proberen elkaars handen te grijpen. Ze storten als een lawine van tafel en bonzen op de vloer waar ze kreunend blijven liggen. Sinterklaas stormt de kajuit binnen en ontfermt zich als eerste over de kabouters. Dan staat Opperpiet achter hem:

-'Is het erg, Sinterklaas?', vraagt hij een beetje schuldig. Opperpiet had de kabouters op tafel gezet en er niet aan gedacht dat ze zouden kunnen vallen. Sinterklaas neemt de schade op. Vlecht mist een stukje van haar voet en ziet scheel van de hoofdpijn. Zwart is op zijn schouder gevallen en dat moet dus gespalkt worden. Ka mist een stuk van zijn puntmuts en Lisa haar hand is rood en dik  opgezwollen.  Klim is er het ergst aan toe. Heel zijn been is gebroken. Hij kan niet meer lopen.

-'Het ziet er niet zo best uit Piet. Neem ze voorzichtig mee naar het ruim. Vertrouw ze toe aan knutselpiet. Hij moet de kabouters met plaaster terug oplappen. Daarna moet schilderpiet ze een nieuwe verflaag geven. Daar zullen ze van opknappen. In de kast ligt nog een kartonnen doos. Vul ze met stro en leg ze daar in tot we in Spanje zijn. Gaat dat lukken Piet?'

-'Ai, ai Sinterklaas. Laat dat maar aan mij over'.

 

Hoofdstuk 2

 

Een paar dagen later meert de stoomboot aan in de haven van Benidorm. Sinterklaas en zijn knecht, Opperpiet, stappen van boord en wandelen langs het strand tot bij een huisje met een grote tuin.            

-'Hier laten we de kabouterfamilie achter Opperpiet. Laat eens kijken hoe ze verzorgt werden'. Opperpiet droeg al een hele tijd een kartonnen doos onder de armen. Hij zet ze op grond, haalt  de kabouterfamilie eruit en overhandigd ze één voor één aan Sinterklaas. De Sint bekijkt elke kabouter goedkeurend. Ze zijn mooi opgeknapt door zijn werkpieten. De puntmuts van Ka is weer als nieuw. Vlecht haar voet werd mooi met plaaster bijgewerkt en Schilderpiet verloste haar van de schele hoofdpijn door haar ogen weer opnieuw te schilderen. Nu heeft ze stralende blauwe ogen. Zwart zijn schouder werd terug op zijn plaats gebracht en opnieuw in de verf gezet. Lisa kan haar hand weer gebruiken omdat schilderpiet haar terug een roze kleur gaf. Kortom de kabouters stralen en zien er als herboren uit. Sinterklaas knikt:

-'Mooi werk Piet. Nu kunnen we hen hier in het tuintje achterlaten. Voorzichtig plaatst Sinterklaas de kabouters in het tuintje en neemt afscheid:

-'Het gaat jullie goed kabouters en misschien tot ziens!'. De Sint en zijn knecht gaan terug richting haven. Zij varen met de stoomboot nog verder naar het zuiden. Onze vrienden blijven achter. Nog even blijven ze stil staan. Ze moeten nog even bekomen van de lange bootreis. Als hun ogen gewend zijn aan het maanlicht kijken ze nieuwsgierig rond. Het is intussen donker geworden en ze horen in de verte de laatste mensenstemmen wegsterven. Dan jubelen en dansen de kabouters van plezier. Ze hebben het gehaald. Ze zijn in Benidorm aan zee. Door de tralies die rond de tuin werden geplaatst zien ze de wandelboulevard langs het brede zandstrand. Op het witachtige zand werden speeltoestellen geplaatst voor kinderen. Ka hoort de zachte golven ruisen en de wind neemt het geluid mee.

-'Volgens mij had Sinterklaas ons door, vader. Hij wist blijkbaar dat wijzelf dat briefje hadden geschreven', laat Zwart zich horen.

-'Hij wordt dan ook de wijze oude man genoemd jongens, vergeet dat niet', legt Ka uit en vervolgt:   -'Het maakt niet uit. We zijn er geraakt en we staan in een grote tuin. We moeten maar eens op verkenning gaan'. Ka geeft direct het voorbeeld en neemt een pad dat een bocht neemt naar links. Plots houdt Vlecht hen tegen en fluistert:

-'Kijk daar papa. Onder die grote den. Daar staat een kabouter'. De kabouterfamilie blijft muisstil staan en kijken toe wat er gaat gebeuren maar niets roert zich. Het lijkt alsof de kabouter slaapt.

-'Blijf staan jullie', fluistert Ka, -'ik ga alleen kijken'. Ka sluipt van boom tot boom en nadert de dwerg zonder gezien te worden.

Het is nog een jonge kabouter en als hij dicht genoeg genaderd is wenkt hij zijn gezinnetje. Stil komen ze rondom de jongeman staan. De slapende kabouter is volledig in het groen geschilderd. Armen, benen, gezicht en al zijn kleren werden in het groen geverfd. Lisa legt een hand op de schouder van de jongeman. Die schrikt zo hevig dat hij de hik krijgt. Vlecht moet erom lachen en ze voelt meteen vlinders in haar buikje.

-'O! hé. Nog kabouters', hikt de groene kabouter opgelucht en stelt zich netjes voor:

-'Ik ben Groentje omdat de kinderen van de villa mij in die kleur hebben geschilderd'.

Ka stelt zichzelf en zijn gezinnetje voor. Ze praten honderd uit. Vlecht schuift dichter en dichter naar Groentje toe en probeert dan zijn hand te grijpen.

-'Kunnen wij je hier helpen met de tuin Groentje?', vraagt Ka. De wenkbrauwen van de groene dwerg gaan de hoogte in en een brede glimlach verschijnt om zijn mond.

-'Willen jullie dat doen? Dat zou pas mooi zijn. Er is hier namelijk te veel werk voor één kabouter.

Ik ben altijd moe 's morgens als ik stop met werken'.

-'Dat zagen we wel Groentje. Zullen de bewoners dat goed vinden?', vraagt Lisa.

-'Dat kunnen we uittesten, Lisa. Als het licht wordt vertrekken de bewoners op reis. Dat hoorde ik gisteren de kinderen vertellen toen ze in de tuin speelden. Het is momenteel volop zomer en het wordt hier te warm. Ik stel voor om bij het hek te gaan staan. Alsof iemand jullie daar heeft achter gelaten'.

-'Dat is ook zo', laat Ka weten en als de zon opkomt vatten ze terug post aan het toegangshek. Twee kinderen spurtten een tijdje later op hen af en sluiten de kabouterfamilie in hun armen. Ze worden geknuffeld en gezoend en daarna mee naar binnen genomen. De meisjes beginnen een uitleg tegen hun ouders in een taal die de kabouterfamilie niet verstaat. Daarna hollen ze terug naar buiten tot bij Groentje. Ka en zijn gezinnetje worden naast Groentje gezet onder de geurige groene den.

-'Hier onder de takken van de den schijnt nooit de zon', fluister Groentje, 'hier verbranden we niet'.

-'We begrijpen de taal hier niet Groentje', laat Vlecht van zich horen.

-'Daar zorg ik wel voor vrienden', zegt Groentje. -'Als de bewoners vertrokken zijn is het huis en de tuin voor ons alleen. Tijd om te werken, Spaans te leren en te zwemmen. De familie heeft een privé zwembad achteraan. Dat wordt drie weken vakantie voor ons'.

Groentje wordt vrij snel opgenomen in het gezinnetje van Ka. De toekomst lacht hun toe. Moest iemand op vakantie gaan naar Benidorm wandel dan eens op de boulevard aan het Levante strand. Aan de overzijde staat een mooie villa met zwembad.           

Er is veel kans dat jullie daar kabouters aantreffen in de schaduw van een grote den. Zwaai er eens naar. Als je geluk hebt zwaaien ze terug.

03-03-2018 om 09:25 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
14-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kidnapping

Hoofdstuk 1

 

Kim is een jonge vrouw van dertig jaar en werkt al meer dan vijf jaar in de kledingzaak van Ramona. De zaak bevindt zich in de drukste straat van de binnenstad en vandaag is het de eerste dag van de zomersolden. Je kan, bij wijze van spreken, over de koppen lopen. Niet alleen in de straat maar ook in “Ramona's modieuze stijl kleding” winkel is het verschrikkelijk druk.

   

En net vandaag zijn ze maar met zen drieën om klanten te bedienen. Mireille, hun vaste collega, is met bevallingsverlof. Ramona stelde vanochtend nog voor om het interimbureau te contacteren om bijstand te vragen. Iemand die Mireille zou vervangen. Maar Kim en Tine wuifden dit aanzoek af.

– 'Wir schaffen das' grapte Kim. Een zin die de Duitse Angela Merkel zei voor haar devies in de vluchtelingencrisis. Kim zucht diep en kijkt op haar polshorloge. Zeventien uur, nog een uur te gaan. Ze sluit de kassa nadat een klant met de kaart betaalt heeft. Ze kijkt naar gewoonte in de zaak rond. Haar blik blijft even hangen op een slecht geklede jonge man achteraan in de winkel. Volgens haar heeft ze deze klant vandaag al meer gezien. Vanmorgen en deze middag. Kim vertrouwd het niet. Tijdens de wintermaanden valt het geregeld voor dat een dakloze de winkel binnen komt om zich even op te warmen. Het zijn steeds dezelfde landlopers en Kim kent ze. Het opwarmen wordt oogluikend toegestaan. Nu is het volop zomer en het is buiten stralend weer. Deze man is geen dakloze, al kan Kim zijn gelaat niet zien door de baseballpet die diep over zijn ogen is getrokken.

 'Jan met de pet' kijkt net haar richting uit en schrikt als hij de blik van Kim op zich voelt. Hij draait zich vlug om.

– 'Wat voert die man in zijn schild? Die heeft niets goed in zijn zin', mompelt Kim en wenkt haar werkgeefster. Ramona neemt de kassa over en Kim slalomt tussen de drukte naar achteren zonder Jan met de pet uit het oog te verliezen. Plots voelt ze een hand op haar schouder die haar verhinderd verder te stappen. De hand behoort toe tot een knappe vrouw van middelbare leeftijd met een jonge slanke tienerdochter.

– 'Heeft u deze jurk ook in maatje 38, mevrouw? Het is voor mijn kleindochter, begrijpt u?'. Kim is verrast. Ze zou gezworen hebben dat het moeder en dochter was. Ze werpt een blik naar Jan met de pet, maar die blijkt het hazenpad gekozen te hebben. Nergens ziet Kim nog een baseballpet in de winkel. Maar goed dat hij vertrokken is, denkt Kim en richt haar aandacht op de twee dames.

– 'Ik kijk voor u wel even in het magazijn, komt u maar even mee'. Kim loodst de twee mee tot bij het magazijn en laat ze voor de deur wachten. Ze is blij dat ze even de drukte kan ontvluchten in het magazijn. Ze heeft de jurken met kleine maten toch al snel gevonden en staat een minuut later al terug bij het gezelschap. De dochter is heel enthousiast en neemt de jurk mee naar de paskamers. De moeder dankt Kim hartelijk en stapt dan haastig achter haar dochter aan.

– 'Geen dank mevrouw. Daar zijn we voor', roept Kim hen nog glimlachend achterna. Plots galmt de stem van Ramona door de luidspreker:

– 'Beste klanten. Binnen vijftien minuten sluit de winkel. Wilt u zich alstublieft naar de kassa begeven? Morgen zijn we terug ter uwer beschikking vanaf negen uur. Dank u wel'. Kim kijkt op haar horloge. Ze is zelf verbaast dat het bijna tijd is om te sluiten. Ze begeeft zich ook naar de kassa om Ramona te ondersteunen met inpakken en om de boel mee in de gaten te houden. Plots blijft ze als aan de grond genageld staan. Jan met de pet staat voor de balie en richt een wapen op Ramona:

– 'Het geld of je leven, bitch!', roept hij tot de eigenares van de zaak. Kim merkt dat de hand van Jan met de pet bibbert. Het is Kim duidelijk dat dit geen professioneel is. De overvaller is bang en dan wordt het gevaarlijk. Mensen gillen en lopen naar de uitgang. De meeste klanten hurken neer of gaan plat op de grond liggen. Kim nadert voorzichtig de balie en knikt naar Ramona:

– 'Doe maar Ramona. Zo veel te vlugger is hij weer weg'. Ramona graait in haar kassa en overhandigd het papieren geld aan Jan met de pet. Hij houd het wapen op haar gericht en neemt het geld aan met zijn andere hand. Dan loopt hij achterwaarts naar de uitgang, het pistool in het rond zwaaiend. Mensen gillen opnieuw en buigen hun hoofd. Dan ziet Kim haar kans schoon:

– 'Daar kom jij niet mee weg Jan', mompelt Kim en zodra Jan met de pet zich omdraait en door de deur verdwijnt sprint Kim de slordig geklede man achterna. Als Jan buiten is stopt hij het pistool in zijn lange versleten overjas en wil het op een lopen zetten als er plots iemand op zijn rug springt. Voor Jan met de pet kan reageren valt hij voorover en botst met het gelaat op de tegels. Hij hoort zijn neusbeentje kraken en proeft bloed van onvrijwillig op zijn lippen te bijten. Zijn handen worden vastgegrepen en op zijn rug bijeen gehouden.

– 'Niet met ons Jan… voor dat geld hebben wij hard moeten werken', sist Kim de rover in het oor. Ze blijft op de rug van de overvaller zitten terwijl ze zijn handen stevig vasthoud. Lang hoeft ze niet te wachten. Iemand heeft de politie verwittigt en die arriveren met veel lawaai en kabaal. Ze nemen voorzichtig het wapen uit zijn overjas en nemen dan de dief van Kim over. In een combi wordt hij afgevoerd. Twee rechercheurs nemen de verklaringen op van haar en haar collega's. Als de winkel is afgesloten begint Kim opeens te wenen en te bibberen. Het is haar plots wat te veel geworden. Nu komen de emoties los. Kim realiseert zich plots dat het evenwel anders had kunnen uitdraaien. Ramona en Tine nemen Kim mee naar het eerste beste zonnige terras om iets hartigs te drinken en om nog van het mooie weer te genieten. De drie klinken op de goede afloop en bewonderen Kim voor haar moed. Kim heft haar glas:

– 'Op Jan met de pet' glimlacht ze wrang.

 

 

 

                                                                          Hoofdstuk 2

 

Kim sluit de overgordijnen voor de raam en kijkt uit gewoonte neer op de straat. Weer bemerkt ze de geparkeerde zwarte Audi aan de overzijde van de straat. Twee dagen geleden ontdekte ze voor de eerste keer de wagen met de twee mannen. Eerst dacht ze nog dat haar ex-vriendje haar stalkte. Hij had toen ook een zwarte Audi. Nonchalant stapte ze toen op de wagen af en schrok toch wel toen ze de twee mannen met zonnebril zag zitten. Ze leken niet het minst op haar ex-vriendje. Nu ze het gordijn sloot zag ze dat de chauffeur een blik naar boven wierp. Ze zweert erbij dat de twee inzittenden haar in het oog houden.

– 'Staan ze er weer Kim?'. Eefje, haar drie jaar jongere zus en haar zoontje Brent waren op bezoek. Kim sluit de gordijnen en knikt:

– 'Zou ik paranoia geworden zijn Eefje? Ik weet het echt niet meer. Na die overval in de winkel zie ik overal slechte mannen'. Kim zet zich weer aan tafel naast haar neefje, die net een nieuwe tekening begint te kleuren. Kleuren is sinds kort een passie geworden bij haar neefje Brent, maar dat stoort Kim niet. Zelfs een volwassene kleurt de dag van vandaag graag. Ze neemt een willekeurige stift en kleurt een wolk op het blad. Brent trekt zijn wenkbrauwen op en schud zijn hoofd:

– 'Wat doe je nu Meeke?', vraagt hij en kijkt Kim diep in de ogen alsof hij kan lezen dat ze dit voor de grap doet. Kim schrikt van Brents reactie en kijkt dan waarmee ze bezig is. Met een rode stift kleurt ze de wolken. Bloedrode wolken. Het lijkt op de plas bloed van 'Jan met de pet'. Kim zucht diep en verontschuldigd zich.

– 'Het lukt vandaag niet zo goed Brent. De volgende keer doe ik beter mijn best. Is dat goed?'. Kim helpt Eefje vervolgens met afruimen. Ze hebben met zen drieën geluncht en samen beginnen ze zoals altijd aan de vaat. Gewoonlijk wordt er dan gelachen en verhaaltjes vertelt. Vandaag echter blijft het rustig en stil in de keuken.

– 'Morgen terug werken', zegt Eefje om de stilte te verbreken. Kim reageert niet. Ze is diep in gedachten verzonken.

 

Hoofdstuk 3

 

Ramona maakt zich grote zorgen om Kim. Ze heeft al een paar dagen opgemerkt dat Kim stiller is dan anders. Ramona weet dat ze met Kim moet praten maar vindt niet het goede moment. Is er wel een goed moment voor zoiets? Het is middag. Er zijn slechts enkele klanten in de zaak. Tine staat zoals gewoonlijk bij de paskamer. ‘Het moment’, denkt Ramona en wenkt Kim tot bij haar. Samen verdwijnen ze in het magazijn nadat ze Tine verwittigt heeft. Tine weet ervan en knikt.

– 'Zou je niet beter hulp zoeken Kim?', vraagt haar werkgeefster nadat de deur van het magazijn achter hen dicht valt, 'je functioneert niet meer als voorheen. Je bent verstrooit en schrikt als iemand je iets vraagt. Vooral als een man iets wil weten doe je een stap achteruit. Dit kan zo niet langer meisje!'

– 'Je hebt gelijk Ramona', zegt Kim aarzelend, 'mijn zus heeft ook al gezegd dat ik een psycholoog moet raadplegen. Maar het is die eerste stap, versta je?'

– 'Ik maak de afspraak voor je Kim. Ik betaal de onkosten en je gaat er tijdens de werkuren naar toe, afgesproken?' Kim knikt en na een knuffel gaan ze weer de zaak binnen. Het wordt weer drukker.

 

Kim geeft net het wisselgeld aan een jong koppel dat een wintertrui gekocht heeft. Ze sluit de kassa en neemt met een stralende glimlach afscheid:

– 'Dank u wel en tot ziens'. Ze volgt de twee jonge mensen met haar ogen naar de uitgang en fronst haar wenkbrauwen als ze twee deftige heren ziet binnenstappen in de winkel. De twee heren in zwart pak en met een donkere zonnebril op de neus houden de deur open voor de twee klanten die naar buiten gaan. Daarna komen ze rechtstreeks naar de kassa. Recht op Kim af. Ze herkent de twee vanuit de zwarte Audi. De linkse is een grote breedgeschouderde man. De ander zou zijn broer kunnen zijn maar is in tegenstelling een kop kleiner en tenger gebouwd. Een zwarte vilten hoed bedekt hun hoofd. De 'Men in black' blijven voor de balie staan en knikken haar toe. Kim is verstart en opent haar mond, maar er komt echter geen geluid over haar lippen.

- 'Ken jij Manuel mevrouwtje?' vraagt de breedgeschouderde krachtpatser waar niemand ruzie mee wil maken. Kim kan alleen haar hoofd schudden.

– 'Wat willen die twee van mij?' gaat er angstig door haar hoofd. Haar ogen gaan van links naar rechts. De tweede tengere 'Men in black' houd een smartphone, tot op een paar centimeter voor haar ogen. Een youtube filmpje wordt afgespeeld en Kim herkent het meteen. Het tafereel speelde zich een paar dagen geleden af. Kim ziet nu met eigen ogen hoe ze zich op 'Jan met de pet' werpt en die pardoes op zijn gezicht valt. Bloed vloeit op de straattegels. Er zijn trouwens buiten nog sporen van te zien.

– 'Dit is Manuel. Dus je kent hem wel mevrouwtje'. Kim knikt. Ze begrijpt het niet. Woede welt in haar op. Het liefst wil ze zich op twee mannen werpen en eens duchtig haar gedacht zeggen. Alleen al de gedachte doet haar knieën knikken. Vanuit haar ooghoeken ziet ze Ramona naderen. Met één enkel handgebaar houdt ze haar werkgeefster op afstand. Ze herpakt zich en reageert:

– 'Ik wist niet dat hij Manuel noemt. Wat ik wel weet is dat hij deze winkel heeft overvallen met een vuurwapen. Dat tolereren we hier niet en daarbij wie zijn jullie? Waarom staan jullie voor de deur van mijn appartement geparkeerd?'

– 'Manuel is ons 30.000 euro schuldig', verklaart de brede man zonder aandacht te schenken aan de vraag van Kim.

– 'Dat is mijn probleem niet heren', zegt Kim koel.

– 'Door jou kan hij zijn schuld niet aflossen Kim. Dus wordt dit wel jouw probleem'. Kim schrikt als ze de man haar naam hoort uitspreken.

– 'Door jouw 'heldhaftig' optreden zit Manuel achter tralies. Maar wij willen ons geld terug, begrijp je Kim? Daarom ga jij nu ervoor zorgen dat wij die 30.000 euro terug krijgen'.

Kim voelt het bloed naar haar hoofd stijgen. Lang moet dat spelletje hier niet meer duren. Ze balt haar vuisten en sist tussen haar tanden:

– 'Jullie kunnen de pot op gasten. Verlaat de winkel of ik roep de politie. Dan kunnen jullie Manuel gezelschap houden'. De beide heren zijn door Kims woorden niet het minst onder de indruk. De tengere man met zonnebril houdt weer de smartphone onder haar neus. Ditmaal met een filmpje van haar zus, Eefje. Ze zit vastgebonden op een stoel. Haar ogen rood doorlopen van het huilen. Ze hebben haar mond met ducttape afgeplakt. Kim hoort slechts een gesmoorde kreet. Kim slaat haar handen voor de mond en haar ogen beginnen te tranen. Ramona komt tot bij Kim om haar te ondersteunen. De smartphone verdwijnt.

– 'Maak dat jullie wegkomen!', roept Ramona naar de twee gangsters.

– 'Twee dagen Kim. Dan moet dat geld in ons bezit zijn. Geen politie of je ziet je zus nooit meer levend terug. Begrepen? We houden je dag en nacht in de gaten. Binnen twee dagen nemen we terug contact met je op. We weten je wel te vinden'. De 'Men in black' draaien zich om en verdwijnen langs de deur naar buiten.

Kim stort volledig in. Tine komt afgelopen met een stoel en ze hebben beiden moeite om de huilende Kim op de stoel te laten plaats nemen. Ramona vraagt aan de resterende klanten om de zaak te verlaten en sluit nadien de deur af. Kim vertelt haar collega's wat er zich net heeft afgespeeld. Ze besluit zichtbaar aangedaan:

– 'Ik had er helemaal geen idee van dat alles op het internet werd gezet. Op zich is dat niet zo erg, maar nu mijn zus erbij betrokken is, vindt ik dat allemaal verschrikkelijk'.

– 'Je moet de politie erbij halen Kim. Dat bedrag krijgen wij nooit bijeen'. Kim vind het aardig dat Ramona 'wij' zegt. Haar werkgeefster zit er voor niets tussen.

– 'Ik moet vooral eerst goed nadenken Ramona. Het beste is dat ik naar huis ga. Het spijt mij dat jullie erbij betrokken zijn. Ik neem een paar dagen verlof Ramona. Tot alles achter de rug is'.

– 'Houdt ons op de hoogte Kim. Ok?'.

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4

 

Eefje hoort zware voetstappen de trap opklimmen. Ze hoort het luide zuchten, kreunen en steunen van de zwaarlijvige vrouw die af en toe een pauze inlast om op adem te komen. Eefje draait en keert op haar stoel maar de touwen worden niet losser. Ze zal moeten wachten tot de vrouw haar los maakt. Twee maal per dag komt ze naar boven om haar te controleren en om haar te laten drinken. 'Hoe zou het met Brent zijn?', denkt Eefje, 'het is lang geleden dat ik hem nog gehoord heb. Misschien slaapt hij want het wordt reeds donker buiten'. Ze denkt terug aan de dag van de ontvoering. Twee mannen in zwart pak stonden haar eergisteren voor de deur op te wachten. Ze kwam net terug van school waar ze Brent had opgehaald. Ze schrok en toch moest ze haar lach inhouden. De twee deden haar denken aan de film 'Men in black'. Zwart pak met dito das. Zwarte zonnebril voor de ogen en een zwarte vilten hoed op het hoofd.

– 'Wat kan ik voor jullie doen heren?', vroeg Eefje glimlachend.

De breedgeschouderde man toont haar enkele seconden een badge. Te kort om werkelijk te zien wat erop stond.

– 'Wij zijn van de politie mevrouw en we willen u vragen met ons mee te rijden. Uw zus, Kim, heeft een auto ongeval voorgehad. Ze wil u en uw zoontje nog zien'.

– 'Wat? Heeft Kim een ongeval gehad? Is het erg?'.

– 'Wij brengen u tot bij haar mevrouw', laat de tengere man zich nu ook horen, 'volg ons maar'. Eefje stapt achterin de zwarte auto van de twee mannen. De tengere man stapte naast haar in. Voor Eefje goed en wel wist wat er gebeurde wordt haar een doek voor neus en mond gedrukt. Ze rook en proefde nog een doordringende zoete geur, maar dan verloor ze het bewustzijn. Ze hoorde niet hoe Brent begon te huilen en te roepen toen ook hij een doek met chloroform voor de neus kreeg. Even later werd het stil. Door de getinte ruiten had niemand iets gemerkt.

Eefje staart naar de deur die langzaam open zwaait. De dikke dame vult de hele deuropening op. Voetje voor voetje komt ze dan op Eefje af. Eerst verwijderd ze de strop uit haar mond:

– 'Waar is Brent? Waar is mijn zoontje?, vraagt Eefje met angst in haar schorre hese stem.

– 'Met de kleine is alles in orde. Hij slaapt als een roos', laat de vrouw horen. Haar stem is zwaar door het vele roken en drinken van alcohol. Ze hijgt bij elke inspanning. Als de touwen los zijn wijst de vrouw naar een andere deur. Daarachter is de badkamer. Daar kan Eefje zich wat opfrissen en naar het toilet gaan. Het is er niet hygiënisch, maar het is beter dan niets. Als ze terug bij de stoel komt krijgt ze een plastiek flesje met water. Ze drinkt het bijna in één teug uit. Dan grijpt Eefje haar kans. Ze duwt met beide handen tegen de schouders van de vrouw die prompt achterover valt. Haar hoofd bonst op de planken houten vloer. Ze vloekt als een ketter en probeert terug recht te krabbelen. Eefje stormt haar voorbij en snelt zo vlug ze kan de trappen af. Beneden lonkt de voordeur maar ze draait rechtsaf. Ze holt naast de trap de volgende kamer in. Ze komt in de woonkamer terecht en blijft even staan om rond te kijken. Geen Brent te zien. Links is nog een dubbele deur met gebrandschilderde ramen. Ze rent er naar toe en komt in een donkere voorplaats. Eerst moet ze haar ogen laten gewoon worden aan het duister, maar dan ziet ze links van haar een oude versleten canapé staan met een silhouet van een kind onder een deken. Ze fluistert zachtjes de naam van haar zoontje. Het deken beweegt en stil hoort Eefje: – 'Mama', roepen. Ze grijpt de bundel en zet de terugtocht in. Een tocht naar de vrijheid. In de verte hoort ze iemand op de trap. Eefje rent langs de trap naar de voordeur. Ze haalt het nog. De dikke vrouw staat nog op de eerste overloop te puffen en te hijgen.

– 'Als ik je te pakken krijg ga je er niet goed van zijn dame!', hoort ze haar nog zeggen. Eefje opent de deur en staat oog in oog met de twee 'Men in black'.

 

 

 

Kim staat voor het raam van haar appartement. Ze staart naar de zwarte auto die weer op dezelfde plek geparkeerd staat. Voor de zoveelste keer speelt de scene van gisteren zich in haar geheugen af. Een paar dagen geleden had Kim een overval op de winkel verijdeld en de dader Manuel aan de politie uitgeleverd. Punt uit, dacht Kim. Maar Manuel overviel de winkel omdat hij zware schulden had bij de 'Men in black'. Zo maar eventjes 30.000 euro. Dat is verschrikkelijk veel geld. Dan komen die twee schoften haar op haar werk doodleuk zeggen dat zij dat bedrag dan maar moet ophoesten. Alsof het geld zomaar op haar rug groeit. Om haar onder druk te zetten ontvoeren ze haar zus. Kim kan niet vooruit of achteruit. Morgen moet ze dat bedrag betalen. Ze moet iets doen. Maar zoveel geld heeft Kim niet. De telefoon rinkelt. Kim slikt want ze weet bijna zeker dat het haar moeder is.

– 'Met Kim', vertelt ze in de hoorn van het toestel. Ze probeert zo kalm mogelijk te praten.

– 'Dag Kim. Met mama. Het is lang geleden dat ik nog iets van je gehoord heb?'

– 'Druk, druk, druk, mama. Het zijn solden hé. Sommige dagen werken we wat langer om 's anderendaags vers te kunnen starten, begrijp je?'. Het lukt haar om overtuigend te spreken.

– 'Ik probeer al een poos om ons Eefje te bereiken. Is ze toevallig bij jou, Kim?'. Even moet Kim een brok doorslikken. Haar ogen worden opnieuw vochtig maar ze beheerst zich:

– 'Neen mama'. Het doet haar pijn om aan haar moeder te verzwijgen wat er gebeurd is. Dat Eefje ontvoerd is en dat het een beetje haar schuld is:

– 'Ze zal met vrienden op stap zijn…'. Kan Kim nog op een normale manier uitbrengen.

– 'En Brent dan?' vraagt haar moeder bezorgt: – 'Of is de kleine bij jou?'.

– 'Neen mama. Ik denk er net aan. Eefje zei dat Brent vandaag bij een vriendje ging logeren'. Het wordt te veel voor Kim. Een leugen kan nog maar gedurig jokken is niet haar natuur. En zeker niet tegen je moeder:

– 'Er wordt gebeld mama. Ik moet ophangen'. Kim laat de hoorn op het toestel neer en voelt een razende woede opstijgen. Haar bloed kookt. Ze stormt de trappen af zonder haar appartement af te sluiten. Als een briesende leeuw stapt ze op de zwarte Audi af. Ze bonst met haar vuist op het zijraam. Geruisloos zakt de ruit in de deur.

– 'Waar is Brent? Wat hebben jullie met mijn petekind gedaan?'.

– 'Met de kleine is alles in orde Kim. Momenteel speelt hij nog'. De breedgeschouderde man praat op zachte toon met haar, maar blijft door de vooruit staren. Hij gunt haar geen blik. De bijrijder toont weer zijn smartphone. Kim ziet kleine Brent spelen met legoblokken. Zijn lievelingsspeelgoed. Op de achtergrond hoort Kim een vrouwenstem maar dan zet de man het filmpje stop.

– 'Als jullie het kind maar één haar krenken mogen jullie tegelijkertijd een doodskist bestellen', zegt Kim woedend en stapt terug naar haar veilige appartement. Ze zet zich weer voor het raam en denkt diep na. Tot het donker wordt. Dan neemt ze een besluit.

 

Ze maakt licht in de gezellige huiskamer en schuift de overgordijnen dicht. Op deze manier denken de 'Men in black' dat Kim nog binnen is. Ze zet zelfs het TV toestel aan. Ze moet naar de politie. Dit kan ze niet alleen oplossen. Geen enkele bank gaat haar dat bedrag lenen. Maar de politie misschien wel. Ze moet alleen het appartementsblok verlaten zonder dat die zwarte mannen haar zien. Elk verdiep heeft twee appartementen. Kim belt aan de deur naast haar appartement. De deur wordt op een kier geopend door een heel oud vrouwtje:

– 'O, ben jij het Kim? Kom binnen'.

– 'Ik zit met een groot probleem Simonneke', vertelt Kim:

– 'Ik moet dringend weg, maar mijn ex staat aan de overzijde geparkeerd om mijn gangen na te gaan. Hij mag mij dus niet zien. Mag ik voor één keer de brandtrap gebruiken? En langs daar terugkeren ook?'. Kim mag dat. Ze hebben samen een hechte band opgebouwd sinds ze naast elkaar wonen. Als er iets is kan Simonneke steeds op de hulp van Kim rekenen. En visa versa, dat spreekt vanzelf. Langs een raam in de slaapkamer van het oude vrouwtje klimt Kim naar buiten. Ze daalt de smalle brandtrap af tot op de straat aan de achterzijde van hun appartementsblok. Stiekem kijkt ze om de hoek of de Audi er nog staat. Ze kan door de achterruit zelfs de silhouetten zien van de twee mannen. Voor haar vertrek heeft ze een zwart joggingpak aangetrokken met capuchon dat ze over haar hoofd zet. Doch neemt ze een omweg. Ze wil de kerels geen argwaan opwekken. Enkele minuten later staat ze voor het politiebureau. Ze aarzelt nog even en overweegt de gevolgen. Maar ze komt tot dezelfde conclusie. Kim kan het niet alleen. Langs een automatische schuifdeur komt Kim in een grote hal met een balie in het midden en enkele glazen deuren aan de zijkant.

Kim stapt tot bij balie en richt zich tot de dienstdoende agent.

– 'Ik had graag een rechercheur gesproken meneer de agent'. Kim lacht vriendelijk.

– 'Die mensen zijn al naar huis mevrouwtje. U mag alles gerust aan mij vertellen hoor. Dan leg ik uw probleem morgen voor aan een dienstdoende rechercheur'.

De agent neemt een pen en papier en bekijkt dan eerst het gelaat van Kim. Haar gezicht loopt rood aan en de agent zweert later dat er stoom uit haar oren kwam. Haar ogen schieten vuur en hadden het kogels geweest dan had de agent achter de balie al dood geweest.

– 'Luister …', ze kijkt naar de badge op de borst van de agent, '... Wim. Ik wordt afgeperst. Mijn zus is samen met haar zoontje gekidnapt en ik wordt gevolgd door twee 'Men in black'. Mijn geduld is op en als hier geen rechercheur is bel je er één op. Gesnopen? Of moet ik er nog een tekeningetje bijmaken?'. Kim wacht het antwoord niet af. Ze zet zich op een stoel kort bij de balie en gunt agent Wim geen waardige blik meer. Ze hoort hem zachtjes door de telefoon praten en de hoorn wordt bijna geruisloos terug op het apparaat gelegd. Kort daarop gaat één van de glazen deuren open.

– 'Komt u maar mee mevrouw', zegt een vrouwelijke agente vriendelijk. Ze maakt de doorgang vrij en naast elkaar stappen ze door een lange helder verlichte gang met nog meer glazen deuren. Bijna op het eind opent de agente een deur en wenkt Kim naar binnen. Twee rechercheurs zitten achter hun bureel maar staan op als Kim wordt binnen geleidt. Ze stellen zich voor als Vera en Dirk en bieden Kim een comfortabele stoel aan. Ook Kim stelt zich voor.

– 'Waarmee kunnen we je helpen Kim?, vraagt Vera. Dirk komt erbij zitten en beiden luisteren ze aandachtig naar het relaas van Kim zonder haar te onderbreken. Af en toe noteren ze iets op een blad papier. Kim vertelt vanaf de overval op de winkel door Jan met de pet die ze ondertussen kent als Manuel. Dat zij op haar beurt de man op de grond smakte. Feller dan ze eigenlijk wilde. Overal was er bloed. 's Nachts droomt ze er nog van. Dan vertelt Kim van de zwarte Audi voor haar appartement waarvan ze vermoed dat deze kerels haar al een paar dagen volgen en haar dan ongegeneerd komen bedreigen in de winkel. Ze vertelt van het filmpje met Manuel op Youtube en van haar ontvoerde zus en neefje. En als laatste haar vlucht langs de brandladder om naar hier te komen. Na afloop van haar relaas volgen weer tranen. Deze keer omdat ze blij is dat het eruit is. Vera zorgt voor een glas water en wacht tot Kim wat bekomen is.

– 'We moeten die Manuel ondervragen Vera. Hij weet hoogst waarschijnlijk wel wie die twee zijn vermits hij ze zoveel geld schuldig is', denkt Dirk luidop.

– 'Bel jij dan voor een afspraak Dirk', commandeert Vera en terwijl Dirk naar de telefoon grijpt richt Vera zich weer tot Kim.

– 'Is er nog iets dat ons kan verder helpen Kim? Een klein detail misschien?'. Kim pijnigt haar hersenen:

– 'Misschien die vrouwenstem op de achtergrond waar mijn neefje met de Legoblokken speelt. Ik weet niet of het u verder helpt. De stem klonk schor en hees als van iemand die veel drinkt en rookt'. Vera knikt:

– 'Het moet iemand zijn die ze vertrouwen. Het is een gok maar ik denk aan een moeder van één van die twee ontvoerders', denkt Vera luidop. Dirk werpt de hoorn op het toestel.

– 'Manuel is opgenomen in een afkickcentrum voor verslaafden. Hij zit onder de pillen. Hij valt dus af om ons te helpen'.

– 'Ken je toevallig de nummerplaat van de Audi Kim?', vraagt Vera. Kim moet echter ontkennen. Daar heeft ze helemaal niet aan gedacht.

– 'Dan proberen we het volgende. Luister Kim'.

 

Hoofdstuk 5

 

Wat later staat Kim voor het raam van haar appartement en kijkt in de donkere nacht naar de geparkeerde zwarte Audi. Hij staat er nog steeds en heeft zich blijkbaar niet verplaatst. Kim wil dat de ontvoerders haar zien en roert met een lepel in een kopje warme chocomelk. Haar hart klopt in haar keel en ze hoopt maar dat het plan van de rechercheurs lukt. Ze kijkt naar de hoek van de straat waar plots de gedaante verschijnt van een dronken waggelende man. Met een lange overjas en een hoed op het hoofd is hij totaal onherkenbaar. Hij hinkt met zijn ene voet in de goot en de andere voet sleept hij als het ware achter hem aan. Het verwonderd Kim dat hij niet valt, maar op deze manier kan een ongeluk niet uitblijven.

 

Ook de twee mannen in de auto krijgen de dronken man in het vizier. Hij nadert de auto en de twee zijn er niet gerust in:

– 'Als hij een krasje maakt op de auto gaat hij er niet goed van zijn', zegt Jeroom, de chauffeur. Stany werpt een blik naar het appartement:

– 'Die meid kruipt vandaag laat onder de wol. Andere dagen zijn we al weg. En we hebben nog werk te doen'. Jeroom reageert niet maar houd de dronken man scherp in het oog die nu vlakbij de auto is. Wat te verwachten is gebeurt. De dronken man wil de auto passeren en heft zijn ene been op. Hij is zo dronken dat zijn andere been zijn lichaam niet kan dragen en hij valt net voor het voertuig op de grond. Vloekend stapt Jeroom uit zijn comfort zone en met gebalde vuisten stapt hij op de recht krabbelende dronken man af. Stany stapt ook uit en ziet net dat het licht van het appartement wordt gedoofd. Jeroom grijpt de man vast:

– 'We moeten weg Jeroom. Het licht is uit. Laat die man met rust'. Stany heeft de grootste moeite om zijn broer te kalmeren. Een scherpe alcohollucht wordt in het gelaat van de breedgeschouderde Jeroom geblazen. Hij zou het liefst de man een paar meppen geven maar ze moeten ervan door. Hij sleept de dronken man tot tegen de gevel van de nabijgelegen woning en de twee broers stappen terug in de wagen. Enkele seconden later stuiven ze met gierende banden weg.

Daar heeft Kim op gewacht. Van zodra de auto weg rijd loopt ze naar de overkant van de straat om de arme man recht te helpen:

– 'Gaat het Dirk?'. Rechercheur Dirk kreunt en steunt tot hij op zijn twee benen staat:

– 'Een hoop blauwe plekken ga ik er van overhouden Kim. Maar de opdracht is geslaagd', zegt hij trots. Samen spurten ze tot achter de hoek vanwaar Dirk was gekomen. Daar staat een neutrale auto geparkeerd waarin Vera ernstig op een iPad zit te tokkelen.

– 'Goed gedaan Dirk. Ik heb contact'. Dirk had, toen hij voor het voertuig viel, een zendertje geplaatst aan de wagen. Vera ziet exact waar de wagen is. Dirk en Kim stappen ook in het politievoertuig. Terwijl Dirk vertrekt geeft Vera nog meer info.

– 'Toen we hier pas parkeerden heb ik stiekem een foto van de twee gemaakt en doorgestuurd naar het bureau. Ze zijn bezig met een gezichtsherkenning. Ook de nummerplaat heb ik doorgegeven en ik verwacht  er direct antwoord op. We volgen ondertussen vanop afstand de Audi en hopelijk rijdt deze naar de plaats waar ze je zus vasthouden'.

– 'Vera?', klinkt het vanuit de luidspreker.

– 'Ja, wij luisteren Sofie. Sofie is de analiste vanuit het politiebureau', verduidelijkt Vera aan Kim. Sofie gaat verder:

– 'De nummerplaat behoort bij een Audi Quattro vijf. Een dieselwagen.

Hij werd in 2009 aangekocht en staat op naam van Jeroom Vanthilt.

– 'Prachtig werk Sofie!', laat Dirk zich ook horen en tot Vera:

– 'Een van die twee mannen noemde Jeroom'. Tijdens het praten kwam er weer een dranklucht uit de mond van Dirk. De twee vrouwen in de wagen trekken een bedenkelijk gezicht:

– 'Heb jij gedronken Dirk?' wil Vera weten.

– 'Ik heb gewoon mijn mond gespoeld met whiskey. Om het echt te laten lijken', verontschuldigd Dirk zich. Weer klinkt de stem van Sofie door de luidspreker:

– 'Ondertussen is de computer met gezichtsherkenning gestopt Vera. Het gaat om Stan en Jeroom Vanthilt. Ik heb hun dossier opgevraagd en dat gaat uitsluitend om drugszaken. Een aantal keren opgepakt maar steeds vrijgesproken wegens onvoldoende bewijzen. Ze wonen al jaren samen in Brasschaat. In een villa om u tegen te zeggen'.

– 'Daar zijn ze momenteel niet naar toe. Ze rijden nog steeds richting binnenstad. Het is goed mogelijk dat ze ons naar het adres brengen waar Eefje gevangen zit', zegt Eva door de micro.

– 'Ik heb nog meer onderzoek gedaan Vera', laat Sofie horen, 'misschien toeval, maar hun villa staat sinds twee dagen te koop'. Het wordt stil in de auto:

– 'Dat snappen we niet Sofie', laat Dirk weer van zich horen.

– 'Nee, ik ook niet Dirk. Daarom zocht ik verder en raadt eens?'. Sofie wacht niet op antwoord:

– 'Jeroom heeft een vlucht geboekt voor hen beiden. Richting Porto Rico. Enkele richting. Ze zijn niet van plan terug te keren. Hun vlucht vertrekt morgen'.

– 'De puzzelstukken vallen op hun plaats', zegt Vera, 'Manuel, en misschien nog anderen, werkten voor die twee. Ze verkopen drugs en moeten dat geld afgeven aan de Vanthilts. Manuel wordt geklist en ze lopen een deel van het geld mis. Daar moet dan Kim maar voor zorgen en om haar kalm te houden ontvoeren ze haar zus en neefje. Normaal moet Kim hen morgen het verschuldigde bedrag overhandigen en kunnen ze met het geld vluchten naar hun eiland in de Caribische Zee. Kijk het icoontje blijft stilstaan. Ze zijn ter plaatse. Voorzichtig Dirk'.

Hoofdstuk 6

 

 

 

Jeroom en Stany stappen uit hun auto en gaan een oude vervallen woning binnen. Een lange gang brengt hen naast een trap tot in een kleine slecht ruikende plek die slechts verlicht is door één klein peertje. In een oude versleten zetel zit een dikke onverzorgde vrouw die geen vin verroert als de beide mannen binnen komen:

– 'Stil zijn', zegt ze dominerend:

– 'De kleine slaapt eindelijk. Hij heeft lang gehuild en roept steeds op zijn moeder. Hoelang moet dat kind hier nog blijven?'

– 'Morgen is alles achter de rug moeder. Morgen krijgen we ons geld en dan kan de kleine weg', stelt Jeroom haar gerust:

– 'Ga nu maar slapen. Wij gaan nog even naar boven'.

Krakende en versleten trappen brengt het duo naar de eerste verdieping. Aan de overloop openen ze een deur en komen ze een donkere kamer binnen. Als Stany het licht aanknipt zien ze onmiddellijk de jonge vrouw op de stoel zitten. Ze is nog steeds vastgebonden en een knevel in haar mond verhinderd haar te spreken. Eefje opent haar ogen en begint te kreunen. Meer kan ze ook niet doen. Stany komt naar haar toe en neemt de doek uit haar mond. Eefje haalt kuchend en kreunend adem:

– 'Ik heb dorst en honger en ik moet naar het toilet', kan ze stotterend uitbrengen:

– 'Waar is Brent? Waar is mijn zoontje?', ze begint te huilen bij de gedachte aan Brent

– 'Morgen zie je je zoontje, mevrouw', beloofd Stany en snijdt haar boeien los.

– 'Wat ben jij van plan?', vraagt Jeroom

– 'Mevrouw moet naar het toilet. Of wil je de grond dweilen?'. Die laatste zin doet het. Jeroom neemt uit de kast tegen de muur enkele conservenblikken met fruit. Ze zullen samen eten en dan moeten ze dringend slapen. Ze moeten morgen voor zeven uur terug voor het appartement van Kim staan. Jeroom is blij. Morgen is alles voorbij. Eens ze het geld hebben rijden ze naar de vlieghaven. Dan is het nog even wachten om in te schepen. Maar morgen begint hun vakantie. Aan hun moeder denken ze niet. Ze moet maar voor zichzelf zorgen. Dat hebben wij ook altijd moeten doen denkt Jeroom nog.

 

Ondertussen zijn Vera en Dirk met Kim in de straat toegekomen waar de zwarte Audi geparkeerd staat. Ze luisteren nog naar de stem van Sofie die ondertussen nieuwe informatie heeft verzameld: 

– 'De woning in Kasteelstraat 8, waar de gebroeders Vanthilt halt hebben gehouden, staat op naam van weduwe Filips. De moeder van de twee drugsverdelers. Ze is zeventig jaar en heel slecht ter been door haar omvang. Het enige wat ze doet is drinken en roken. De buren hebben al meermaals een klacht ingediend wegens sterke geurhinder uit het huis. Dat zal het zowat zijn Vera. O Ja, de speciale brigade staat klaar om het huis binnen te vallen. De straat is langs beide zijden afgesloten. Er kan geen kat door. Veel succes!'. 

– 'We gaan eraan beginnen. Kim blijf in de auto. We vinden je neef en je zus en brengen ze naar hier. Vang ze op'. Kim knikt. Ze slaat een zucht van verlichting. Hopelijk is alles spoedig achter de rug. Dirk houdt een vreemd apparaat op het gebouw gericht en meld door een kleine micro wat hij ziet.

– 'De warmte sensor vermeld twee personen op het gelijkvloers. Een ervan bevindt zich in een aparte kamer en ligt op een soort bed. De tweede persoon zit in een salonzetel. Ik zie drie personen op de eerste verdieping rechts. Ga jullie gang jongens'.

Kim kijkt vanuit de auto naar de speciale politie die achter elkaar de voordeur naderen. Het duurt slechts enkele seconden om de deur te openen. Dan moet ze zenuwslopend wachten. Maar ze heeft er alle vertrouwen in. Dirk en Eva stappen uit en haasten zich achter de 'special forces' naar binnen. Enkele tellen later komt Eva uit het huis gelopen met een pakketje in haar armen. Kim opent de wagendeur en neemt het lichaam over dat in een deken gewikkeld is. Ze stapt terug in en knuffelt het kind dat eerst nu begint wakker te worden. Brent kreunt en steunt maar slaat zijn armpjes rond de nek van Kim als hij haar herkent:

– 'Waar is mama?' vraagt hij met een schorre stem. Het is duidelijk dat hij dorst heeft:

– 'Mama komt direct Brent. Ze moet nog even haar handtas nemen'. Brent is gerust gesteld. Hij sluit opnieuw de ogen. Weer komen Eva en Dirk naar de auto toe gelopen. Niet te snel want ze ondersteunen een gestalte in het midden. Eefje wordt in het voertuig gezet. De zussen omarmen elkaar en beginnen te huilen. Geëmotioneerd door het gelukkig weerzien. Kim overhandigd Brent aan Eefje die maar al te blij is dat ze haar zoontje opnieuw kan knuffelen. Dirk en Eva stappen vooraan in.

– 'Onze taak zit erop meiden. De gebroeders Vanthilt en hun moeder zijn aangehouden. Ze zijn onderweg naar de gevangenis waar ze een nachtje in de cel kunnen nadenken. Morgen starten we met de ondervraging. Zien jullie een kans om morgen langs te komen voor een verklaring?'.

– 'Is morgenmiddag goed Eva?', vraagt Kim: – 'We willen echt eens goed uitslapen en daarna moeten we naar mama want die weet nog van niets'. Eefje knikt.

– 'Prachtig, waar kunnen we jullie afzetten?'.

– 'Bij mij thuis Vera', zegt Kim resoluut, 'ik maak nog iets lekkers klaar voor ons voor we onder de wol kruipen. Je kan bij mij blijven slapen Eefje, mijn bed is groot genoeg voor ons drieën'.

Dirk vertrekt. Recht naar huis.

 

Hoofdstuk 7

 

Een paar dagen later stapt Kim door de straten van de drukke stad naar de winkel. Ramona belde vanmorgen voor een afspraak om zes uur. Ze wilde Kim spreken, liefst na de werkuren. Kim keek bedenkelijk. Een afspraak met de baas is nooit een goed teken en dan nog langs de telefoon. Kim vroeg waarom ze moest langst komen, maar Ramona hing op zonder antwoord te geven. Ze keek op haar horloge. Zes uur gepasseerd. Ze komt te laat:

-'Door dat verdomde openbaar vervoer speel ik misschien mijn werk nog kwijt'. Het is het enige waar ze aan kan denken. Kim is al enige dagen afwezig en met al die drukke dagen? Eigenlijk kan ik Ramona geen ongelijk geven mompelt ze nog en dan staat ze voor de glazen deur van “Ramona's modieuze stijl kleding” winkel. De deuren zijn gesloten en binnen brand geen licht. Kim ziet zichzelf weerspiegelen in de deur en de vitrines. Ze klopt op de deur. Niets beweegt. Ze kijkt op haar horloge. Vier minuten over zes. Het kan niet zijn dat iedereen al weg is. Gewoonlijk wordt er nog gepoetst en wat nagepraat over de afgelopen dag. Kim houdt haar handen beschermend langs haar gelaat en tuurt weer door het glasraam. Opeens staat Brent vlak voor haar. Ze schrikt en houd haar hart vast. Brent straalt en opent de deur voor Kim:

– 'Kom binnen Meeke'. Van zodra Kim een stap in de winkel zet floepen de lichten aan en komen er gezichten tevoorschijn van collega's, vrienden en kennissen. Eefje, mama  en papa Danny zijn natuurlijk ook van de partij. Ramona komt op haar af:

– 'Sorry voor dat onduidelijke telefoontje Kim maar we wilden jou verrassen met familie en vrienden'.

– 'De verrassing is geslaagd' zegt Kim en begroet iedereen met een hartelijke knuffel.

14-02-2018 om 02:13 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ka vertelt

Kabouters moeten ooit een rol in mijn leven gespeeld hebben. Nu de kleinkinderen groot zijn komt de herinnering terug boven. Misschien was ‘Ka’ wel een goede schoolvriend? Of was hij gewoon een knuffel die ik mee naar bed nam? Het maakt eigenlijk niet uit. Nog een verhaaltje van Ka voor het slapen gaan.

 

 

 

Hoofdstuk 1

 

Kabouter Ka en zijn gezinnetje zaten rond een brandend kampvuur van twijgen en takken. Zwart en Klim, de twee zonen van Lisa en Ka, hadden het sprokkelhout verzameld dat na de zware storm van gisteren op het gazon was gewaaid. Uren waren ze aan het harken geweest rond de grote bomen die her en der op het domein verspreid stonden. Lisa en Ka hadden ondertussen de kleurige voorjaarsbloemen in het ronde perkje voor het kasteel geplant. De geur van verse bloemen vermengde zich met de frisse nachtlucht en bleef als een waas boven het domein hangen. Vlecht, de laatst geborene, liep af en aan met een gietertje om de bloemetjes van water te voorzien. De familie had afgelopen nacht heel hard gewerkt en ze maakten van het warme vuur gebruik om nog even gezellig samen te zitten en te praten. Nog een uur voor de zon opkwam.

-'Hoe heb je mama leren kennen, papa?', vroeg Vlecht nieuwsgierig. De jongens knikten:

-'Ja vertel papa!', riepen ze in koor. Ook Lisa knikte. Ze hoorde Ka zo graag vertellen. De jongens gooiden nog wat takken en twijgen op het vuur. De vlammen laaiden hoog op. Het hout knisperde en knetterde.

 

Hoofdstuk 2

 

Ka stond te midden van tientallen andere kabouters op het hoogste schab van een ijzeren rek in de winkel. Vijf schabben vol met verschillende kabouters. Allen waren familie van Ka. Neven, nichtjes, ooms en tantes en een hoop vrienden. Te veel om op te noemen. Af en toe werd een kabouter van het rek weggenomen en belandde dan in een winkelkarretje. De kabouter ging met de kopers mee naar hun woonplaats om daar de tuin te onderhouden. Dat is nu eenmaal het lot van een kabouter. Een paar dagen later werd er dan een nieuwe lading kabouters in een grote vrachtwagen geleverd, samen met nog andere artikelen voor de winkel. Het personeel plaatste dan de verse kabouters bij Ka op het rek. De nieuwe kabouters werden op hun beurt familie of vrienden. Ka wierp snel een blik naar de klok boven de kassa. Nog even, nog een paar minuten voor de winkel zou sluiten.

-'Het wordt tijd', dacht Ka, 'want ik krijg krampen in mijn benen'.

De juffrouw achter de kassa riep door de micro af dat de winkel ging sluiten en vroeg beleefd aan de bezoekers om zich naar de kassa te begeven. Ka sloot nog even de ogen maar verstijfde plots:

-'Kijk mama! Die kabouter pinkte naar mij!', riep een kleuter die op de arm van zijn moeder langs het rek passeerde.

-'Jazeker schat. Pink maar terug', antwoordde de jonge vrouw die zich haastte om de winkel te verlaten. Aan haar stem was duidelijk te horen dat ze haar kindje niet geloofde. 'Gelukkig maar', dacht Ka en sloeg, bijna onhoorbaar, een zucht van verluchting. Toen de laatste klanten het gebouw hadden verlaten was het de beurt aan het personeel om naar huis te gaan. Het licht werd gedoofd en de kabouters bleven alleen achter. Nog een paar minuten bleven Ka en zijn vrienden wachten om er zeker van te zijn dat niemand nog in de winkel aanwezig was of terug keerde.

 

En dan gebeurde het. Onverwachts, alsof iemand het startschot had gegeven. Elke kabouter op het ijzeren rek zuchtte en kreunde. Ze rekten zich en begonnen te praten alsof ze elkaar in dagen niet hadden gezien. Het was een mooi schouwspel. Er werden handen geschud, gelachen en schouderklopjes uitgedeeld. Enkelen deden zelfs danspasjes om hun spieren los te maken. Ka klom langs het rek naar de begane grond en draaide zich naar de massa kabouters op de schabben. Oom Pol, de politiekabouter, liet zich samen met zijn trouwe herdershond 'Bo' van het onderste schab op de grond zakken. Daar aangekomen overhandigde hij een kleine megafoon aan Ka. Op deze manier moest hij niet roepen. De roephoorn versterkte zijn stem zodat iedereen hem duidelijk kon horen.

-'Lieve vrienden', begon hij: -'Het is zo ver. We hebben weer een lange nacht voor de boeg. Iedereen gaat verder waar hij vorige morgen gestopt is. Maak er een gezellige nacht van. Bedankt'.  Alle kabouters klapten in hun handen en klauterden dan van het rek naar beneden. In groepjes vertrokken ze door de grote winkel van 30.000 m² naar hun werk. Het tuincentrum bezat alles voor de tuin onder één dak. De schilder kabouters gaven het tuinhout nog een mooi laagje verf. Enkele schoonmaak kabouters stoften de tuinmeubelen. Morgen zouden ze weer blinken als een spiegel. Bij de tuindecoratie, voor binnen en buiten, gingen enkele knutselkabouters aan de slag. Enkele nieuwe brievenbussen werden tijdens het lossen of laden zwaar beschadigd. Dan was er een afdeling met tuingereedschap. Hier haalden de kabouters hun materiaal om te werken. Voor de winkel open ging zouden ze alles weer op hun plaats zetten. In de mega grote serre groeiden en bloeiden de sierlijke bloemen en planten. Hier werkten meer dan tien kabouters. Alle éénjarige bloemen moesten gestekt worden en vervolgens in kweekpotjes overgeplant worden. De kabouters hadden nog een drukke nacht voor de boeg.

 

Hoofdstuk 3

 

Het was voorbij middernacht toen het gebeurde. Een luide knal liet elke kabouter schrikken. Iedereen stopte met zijn bezigheid en hield de adem in. Iedereen bekeek elkaar met een angstig gezicht en vroeg zich af wat er gebeurd was. Het leek eerst op een zware donderslag of was er een meteoriet in de winkel ingeslagen? Ka en oom Pol maanden iedereen aan om stil te zijn. Zij gingen eerst kijken voor ze verder zouden werken. Ze bleven in de schaduw zodat ze niet te zien waren. Achter de tuinmeubelen was een grote glazen constructie met dubbele deur die op de parking uitkwam. Een nooddeur. Deze constructie en glazen deuren waren totaal verbrijzeld door een vrachtwagen die er achteruit was ingereden. Er stapten net drie mannen uit de cabine en drongen de winkel binnen. Eén van hen liet de laadklep van de vrachtwagen naar beneden. Ze praten niet met elkaar. Ze waren er op getraind en ieder van hen wist precies wat ze moesten doen. Oom Pol hield Ka staande en fluisterde in zijn oor:

-'Dit is een ramkraak Ka. Dit zijn dieven die de winkel komen leeg roven'. Ka knikte:

-'Daar gaan wij een stokje voor steken oom. Dit laten we niet gebeuren'.

-'Waarom is het alarm niet afgegaan?', vroeg oom Pol zich af. Ka haalde zijn schouders op. Hij trok zijn oom weg van de plaats. De drie dieven begonnen inmiddels tuinmeubelen op te laden.

 

De familie was ondertussen samen gedrumd bij het tuingereedschap. Hier konden ze zachtjes praten zonder dat de dieven hen zouden horen. Ka nam het woord:

-'Vrienden we moeten die drie dieven overmeesteren en boeien. We hebben sterk touw nodig. De moeders en hun kinderen gaan naar het rek bij de kassa en verstoppen zich daar. De oudere kabouters beschermen ze daar. De rest zoekt iets om zich te verdedigen, maar let op ze mogen ons niet zien'. Het werd stil rond de kabouters. Iedereen deed wat men van hem verwachtte. Ka wenkte de jongste kabouter en wilde hem naar het rek sturen maar hij kreeg een idee:

-'Luister Wonk. Sluip ongezien naar buiten en zet de banden plat van de vrachtwagen. Gaat dat lukken?'. Wonk knikte en voelde zijn hartje sneller slaan van spanning.

-'Neem een haarspeld van je moeder mee Wonk. Weet je hoe dat werkt'.

-'Jazeker Ka. Ik heb voor de grap mijn broertje zijn fietsbanden al eens laten leeglopen'. Hij werd gelijk rood tot achter zijn oren. Dit wou hij eigenlijk niet verklappen, maar Ka lachte:

-'OK dan. Daar zullen we het later nog wel over hebben. Wees voorzichtig Wonk'. De kleine jonge kabouter ging er als een haas vandoor. Als een muis liep hij langs de muur tot bij het kapotte geraamte. Hier wachtte hij geduldig tot de dieven terug de winkel in waren en glipte dan naar buiten. In zijn broekzak had hij een paar haarspelden zitten die hij vorige week in de winkel had gevonden. Hij wilde ze aan zijn moeder geven als cadeau voor haar verjaardag. Nu kwamen de dingen nog goed van pas. Net op tijd sprong Wonk voor de voorste wielen in de schaduw. De dieven kwamen alweer terug met een tuintafel die ze de vrachtwagen induwden. Toen ze weer weg waren kwam Wonk in actie. Hij bleef volledig in de schaduw. Alleen zijn arm zou je kunnen zien die de haarspeld in het ventiel stak. Wonk hoorde hoe de lucht ontsnapte. Hij liet de speld zitten en nam een tweede uit zijn broekzak. Hij rolde zich naar de andere zijde van de wagen en stak ook hier de haarspeld in het ventiel. De lucht ontsnapte maar waar Wonk niet op gerekend had gebeurde. De dieven kwamen terug en plaatsten enkele tuinstoelen op het laadplatform toen ze iets hoorden. Ze bukten zich om nog scherper te luisteren. Dan kwamen ze voorovergebogen op het gesis af. Wonk wist dat hij een fout had gemaakt. Twee banden tegelijkertijd laten leeglopen maakte te veel lawaai. Hij moest hier weg. Hij bleef onder de vrachtwagen en toen hij zag dat de dieven bij de cabine waren rende Wonk geruisloos naar binnen. Terug tegen de muur tot bij de stand met het tuingereedschap. Hier botste hij bijna op Ka:

-'Ze hebben gezien dat de banden plat staan Ka!'.

-'Geeft niet Wonk. Goed gewerkt. De banden staan plat genoeg. Ze kunnen niet meer met de vrachtwagen weg. Nu gaan ze de dader of daders zoeken. Ren naar de kassa Wonk en blijf daar'. Wonk was al weg.

-'Vrienden nu is het onze beurt', fluisterde Ka. Hij zag hoe de dieven terug binnen kwamen. Ze slopen gebukt rond de tuinmeubelen en verspreiden zich. Elke dief ging een andere kant op. Daar had Ka een beetje op gehoopt. Drie dieven tegelijkertijd overmeesteren zou niet lukken. Een voor een was nog te doen, hoopte hij. Een dief kwam hun kant uit. Het was een grote magere man met een zwarte muts op het hoofd. Ter hoogte van twee rekken werd de man verblind door de maan en daar profiteerden de kabouters van. Ze hadden een touw tussen twee rekken gespannen en de dief struikelde. Hij probeerde zich ergens aan vast te houden maar het was te laat. Zijn lichaam smakte tegen het beton van de vloer. Zijn hoofd raakte de grond en hij bleef versuft liggen. Net lang genoeg voor de vrienden van Ka. Kabouter Klad en Blij trokken de muts over zijn ogen terwijl Ka en Pol, de politiekabouter, de handen van de dief boeiden. Kabouter Hark en Schep bonden de voeten tegen elkaar en maakten het touw vast aan een groot rek. Deze dief zou niet meer ontsnappen.

 

-'Vlug naar de serre', fluisterde Ka en ze renden zo snel als ze konden op de tweede dief af. Ka zag nog net hoe hij langs de openstaande schuifdeur de serre in sloop. Speurend van links naar rechts zocht hij de vandaal die de banden had laten leeglopen. De kabouters slopen hem stil achterna. Eens binnen duwden ze geluidloos de dubbele glazen deur dicht. Tot zover was hun plan gelukt. Als hazen renden ze langs de kant tot een paar meter voor de dief. Ka zette de roephoorn tegen zijn mond en brulde als een leeuw. De dief schrok zo hard dat hij een sprongetje in de lucht maakte en dan verschrikt bleef staan. Zijn knieën knikten van angst. Op dat moment rolden de andere kabouters een levensgrote nep leeuw tot voor de dief. Ka brulde opnieuw door de megafoon. De dief sloeg de handen voor het gelaat, draaide zich om en liep terug van waar hij kwam. Dat de deur nu dicht was zag hij niet. Met een luide knal smakte hij tegen de ruit. Een paar seconden bleef hij nog recht staan. Maar dan viel hij als een lege zak aardappelen in elkaar. Volkomen knock out. Ook hier boeiden de kabouters de dief zoals de eerste. Ze trokken een zwarte kap over zijn ogen. Nog één dief te gaan.

 

De kabouters sprinten naar de kassa. Daar zocht de derde dief in alle hoeken en kanten naar iemand die de banden van hun wagen had laten leeglopen. Tijd voor plan drie want hij naderde de schuilplaats waar de kaboutermoeders met hun kinderen zaten. Ka hield de megafoon voor de mond van oom Pol. Hij brulde:

-'Halt dief. Staan blijven. Hier spreekt de politie. Verroer je niet of ik laat de hond los!'. Ka hield de megafoon dan voor de mond van de herdershond die gevaarlijk begon te blaffen. Het geluid deed pijn aan de oren. Ook de dief hield zijn handen tegen de oren en begon te beven als een espenblad.

-'Ga op de grond liggen dief!', commandeerde oom Pol verder:

-'Trek je muts tot over je ogen en doe daarna je handen op de rug!'. De dief gehoorzaamde als een brave leerling in de klas. Toen hij op de grond lag met de armen op de rug werd ook hij vakkundig geboeid. De klus was geklaard.

 

Ka keek naar buiten en zag dat de zon op kwam. Hij wenkte al de kabouters en ze volgden hem naar de personeelskantine. Hier konden de dieven hen niet meer horen.

-'Bedankt allemaal voor jullie moed en opoffering. Er rest ons nog één ding te doen en dat is ons materiaal op te ruimen voor het personeel begint. Wat de dieven hebben stuk gemaakt laten we liggen. Alleen ons materiaal wordt netjes terug geplaatst. De verf terug in de potten en de borstels uitgewassen. Het is bijna tijd om te rusten. Dat hebben we trouwens verdiend', besloot Ka.

 

Enkele minuten later stonden alle kabouters terug keurig op hun rek. Eindelijk konden ze van de rust  genieten. Net op tijd want de winkeldeur schoof open en chef Toon kwam binnen. Toen hij de man op de grond zag liggen bleef hij even verschrikt staan.

-'Wat is hier gebeurt zeg?' vroeg hij zich fluisterend af. Hij nam zijn smartphone en de kabouters hoorden hem met de politie bellen terwijl hij de gehele zaak doorliep en inspecteerde. Toon, de chef, viel van de ene verbazing in de andere. Op elke afdeling lag een geboeide dief en in de vrachtwagen, die het grote raam had verbrijzeld, stonden  tuinmeubelen. Toon kwam terug bij de kassa toen hij de politie hoorde arriveren. Aan twee inspecteurs in uniform vertelde hij wat hij wist. -'Heeft u dan niet die gangsters overmeestert, meneer Toon?', vroeg inspecteur Tine.

-'Heef-'Neen, ze lagen geboeid toen ik hier binnen kwam. Ik begrijp het zelf niet.'

t de zaak dan geen alarminstallatie?', was de vraag van inspecteur David.

-'Jazeker meneer. Ik denk dat iemand die gisteren heeft vergeten in te schakelen, want ze staat af.'

-'Wie moest het alarm dan inschakelen?', was de volgende vraag van de inspecteur.

-'Dat is gewoonlijk het werk van ons jongste personeelslid, Bjorn. Hij verlaat als laatste de zaak en zet het alarm op. Kijk daar komt hij net aan!'. Toon wees naar een jonge fietser die net kwam aanrijden. Bjorn, de jonge fietser, schrok omdat zijn chef hem aanwees. Hij bekeek de politie agenten en de twee inspecteurs die dreigend op hem af kwamen. Hij was betrapt. In plaats van te stoppen draaide hij in een kring rond en wilde er vandoor fietsen. Inspecteur David riep iets naar de agenten in uniform en die stormden op Bjorn af. Hij wilde sneller zijn maar zijn fiets blokkeerde. Met een smak belandde hij op de stoep. En dan waren de agenten al bij hem. Bjorn gaf het op.

-'Dat probleem met het alarm is dan opgelost', zei Tine tegen David:

-'De grote vraag blijft wie de dieven geboeid heeft achtergelaten?'.

David keek achterom naar het rek waar de kabouters geduldig stonden te wachten. David grinnikte en haalde zijn schouders op:

-'Dan zullen het de kaboutertjes het gedaan hebben Tine!', zei hij. David wist niet dat er een reporter van de plaatselijke krant in de buurt was die hun gesprek afgeluisterd had. Een uur later berichtte de krant in vette letters:

-”Inbraak verijdeld door tientallen kabouters”.

 

Hoofdstuk 4

 

Ka zweeg en keek naar zijn gezinnetje. De kinderen fronsten hun wenkbrauwen:

-'Wanneer heb je dan mama ontmoet?', vroeg Vlechtje.

-'Door die kleine zin in de krant werd er een stormvloed ontketend van mensen die absoluut een kabouter wilde kopen. Sommigen wilden wel twee of drie kabouters tegelijk mee naar huis nemen. Het was echt een overrompeling. Op enkele minuten tijd was het hele rek leeg. De leveranciers van kabouters kon de vraag naar meer niet bijhouden. Ook ik werd verkocht en op deze manier belandde ik in een prachtige tuin die mooi onderhouden werd door Lisa, jullie moeder. Sindsdien zijn wij onafscheidelijk. Maar nu wordt het tijd om op te ruimen. De zon komt op. Jongens doof het vuur en strooi de as tussen de bloemen. We gaan rusten'.

01-02-2018 om 11:41 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
20-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Kunstroof

De verhaaltjes van Ka heb ik speciaal geschreven voor de kleinsten in de familie. Voor Yuna en Brent bijvoorbeeld. Al denk ik dat Joey ze ook leuk vind. Er komen nog meer avonturen van  Ka de Kabouter, maar dat is voor later. Ons oudste kleinkind, Joey, is ondertussen al een tiener geworden en ik veronderstel dat hij wat avontuurlijker is ingesteld. Omdat broer en zus soms onafscheidelijk zijn heb ik ze ook samen in een verhaal verwerkt. Ik vond dat Brent hierbij niet mocht ontbreken en dat lukte mij aardig om hem met Yuna te laten optrekken.

 

 

Hoofdstuk 1

 

Yuna en Brent bestijgen de vele trappen tot bij de ingang van het museum. Ze blijven boven even staan wachten en turen in de verte of Joey er al aan komt. Hij had beloofd zo snel mogelijk te komen. Maar in de verste verte is geen Joey te bespeuren. Ze zijn met drie van thuis vertrokken  maar onderweg komen ze een voetbalvriend van Joey tegen. Ze beginnen te praten over alles wat maar met hun sport te maken heeft en Yuna besluit om met Brent al door te stappen:

- 'Ik kom direct!', roept Joey hen nog na.

- 'Altijd hetzelfde met mijn broer', laat Yuna aan Brent weten 'als ik eens iets vraag?'. Ze zucht hoorbaar diep, neemt Brent bij de hand en wandelt de dubbele deur van het museum binnen. Vandaag loopt hier, naast de gewone expositie, een tentoonstelling van dinosaurussen. Het museum stelt ongeveer vijftig reusachtige en levensechte dinosaurussen uit verschillende tijdperken tentoon in tientallen zalen. Omdat haar neefje dol is op deze voorhistorische dieren besloten ze vanmorgen om het museum te bezoeken. Vandaag, woensdag, is het gratis voor kinderen tot en met tien jaar onder begeleiding van een ouder. Dat zou Joey voor zijn rekening nemen, maar hij is nog steeds niet komen opdagen. En dan moet zus iets anders verzinnen om binnen te komen.

 

Yuna en Brent wachten op een jong koppel dat binnen komt en aan de kassa een ticket betaalt. Daarna stappen ze kordaat met het jonge paar mee naar binnen alsof ze bij hen horen. Brent is opgewonden. Hier kijkt hij al zo lang naar uit. Hoewel hij heel enthousiast is van de dino‘s houdt hij Yuna's hand stevig vast. De beide kinderen volgen de pijltjes die het gemakkelijker maken om alle zalen te vinden en niet verloren te lopen. Yuna en Brent maken kennis met de acht meter lange Iguanodon. Hij kon tot drie ton zwaar worden. De Argentinosaurus is het grootste voorhistorisch dier dat bestaan heeft en werd maar liefst 23 meter lang. In een kleine, slecht verlichte zaal wordt het ei van een dinosaurus tentoongesteld. Het is bijna twee maal zo groot als een struisvogelei. In een volgende zaal is de Tyrannosaurus Rex te bewonderen. De laatste zaal van het museum is slechts verlicht met enkele lichtspots. In het midden staat de laatste dinosaurus op een sokkel. Het is de zeven meter lange Dilophosaurus die tot vierhonderd kilogram kan wegen. Brent bekijkt het voorhistorische dier langs alle zijden en het is duidelijk dat hij ervan geniet. Yuna is de dino's al meer dan beu en bekijkt de schilderijen aan de muur.

 

Oorspronkelijk stelt het museum schilderijen tentoon van wereldberoemde kunstschilders. Yuna's  juffrouw heeft er laatst nog over vertelt in het kader van “Kunst op School”:

– 'Als je deze week de kans krijgt om het museum te bezoeken moet je beslist het doek bekijken van “De Nachtwacht”. Het schilderij hangt normaal in Nederland, in het Rijksmuseum van Amsterdam. Het werd aan ons museum uitgeleend door middel van een ruilproject. Het doek werd tussen de jaren 1639 en 1642 geschilderd door Rembrandt van Rijn, een Nederlandse kunstschilder'. Yuna herkent het doek meteen. Ze grijpt haar neefje bij de hand en wijst naar het schilderij:

– 'Kijk, Brent, herken je dit schilderij? Bomma en bompa hebben net hetzelfde doek in hun slaapkamer hangen tegen de muur. Herken je het?' Brent bekijkt het grote schilderij en knikt:

– 'Bij oma en bompa', komen de vertederende woorden uit de mond van de kleuter.

– 'Bij onze grootouders is het een puzzeldoek van maar liefst 5.000 stukjes', weet Yuna nog:

– 'Ze hebben er maar liefst vier maanden aan gewerkt om de hele puzzel af te maken. Nonkel Danny heeft op school houtbewerking geleerd en in zijn laatste jaar, als eindstuk, een mooie grote kader gemaakt’.

--‘Vindt je dit schilderij ook mooi Brent?', vraagt Yuna nog.

– 'Veel te donker', antwoordt Brent en eigenlijk heeft hij gelijk. Maar daarom werd het doek ook

'De Nachtwacht' genoemd vanaf de achttiende eeuw. Yuna's juffrouw merkte ook op dat het schilderij de handtekening draagt van de kunstenaar. Meestal aangebracht in de benedenhoek van een doek. Rembrandt echter signeerde zijn schilderij rechts naast de voet van de musketier die achter kapitein Frans Banninck Cocq staat in het centrum van het schilderij, de persoon met het zwarte pak. Yuna probeert wat dichter bij het doek te komen om de handtekening te zien. Door de tand des tijds is de naam nog nauwelijks zichtbaar, maar toch kan Yuna de naam 'Rembrandt' lezen.

– 'Waarom moet de naam met 'dt' geschreven worden?', vraagt ze zich af en besluit om morgen haar juf daarover aan te spreken. Plots staat er een grote man naast Yuna die haar zacht maar gebiedend aanspreekt:

– 'U mag niet te dicht bij het doek komen juffrouwtje anders gaat er een alarm af!'. Yuna schrikt een klein beetje van de grote brede struise man. Hij draagt een badge op de revers van zijn jas en ze leest de naam 'Wannes':

– 'Sorry meneer Wannes, het zal niet meer gebeuren'. Wannes knikt en wandelt terug de zaal uit. Onze vrienden zetten zich op de rustbank om even uit te blazen na de vermoeiende wandeling doorheen het museum. Vlakbij staan twee volwassen mensen met elkaar fluisterend te praten. Het is het jonge koppel waar Yuna en Brent mee naar binnen zijn gekomen. Ongewild kan Yuna een paar zinnen opvangen die de man en de vrouw tegen elkaar zeggen:

– 'Dit schilderij zou mooi staan in onze chalet Mark!'.

– 'Ja, Mira, dat denk ik ook, maar praat niet zo luid. De muren hebben zelfs oren'.

– 'Hoe krijgen we dat in onze auto? Zo groot!'

– 'Sssst, we huren een gesloten vrachtwagen Mira', fluistert Mark.

– 'Gaan jullie dit schilderij kopen?', vraagt Yuna aan het koppel. Het tweetal schrikt. Ze hadden niet gedacht dat het kind hen had gehoord en Mira antwoordt:

– 'Nee, neen. Natuurlijk niet meisje. Wij hebben thuis al 'De Nachtwacht' aan de muur hangen. Niet dit mooie originele doek natuurlijk, maar een namaak. Mijn vader heeft het geschilderd. Wil je het soms zien?'

– 'Nee hoor. We mogen niet met vreemde mensen meegaan', legt Yuna uit: 'Wij wachten eigenlijk op mijn broer. Die had hier al lang moeten zijn', laat ze er nog bezorgt op volgen.

Het koppel fluistert nog tegen elkaar maar deze keer verstaat Yuna er niets van. Als ze Brent bij de hand neemt om te vertrekken houd de vrouw hen staande:

– 'Wij brengen jullie naar huis, OK? Eerst gaan we naar het schilderij kijken in ons appartement en dan brengen we jullie naar huis. Afgesproken?'

Yuna schudt haar hoofd, maar Brent knikt dolenthousiast:

– 'Ja, want ik ben heel moe en Joey komt niet'.

– 'Prachtig. Kom we gaan, zoveel te sneller zijn jullie weer thuis'. Onder lichte dwang worden Yuna en Brent langs de uitgang naar buiten geduwd. Yuna hoopt van Joey nog te zien maar haar broer laat op zich wachten.

 

Joey stopt zijn mountainbike net naast de trappen van het museum. Omdat hij te lang met zijn vriend heeft staan praten was hij eerst over huis gelopen om zijn fiets te halen. Hij is benieuwd hoe het met zijn zus en neefje is vergaan als hij plots de stem hoort van Yuna:

– 'Laten we naar huis gaan Brent!', roept ze schril en angstig. Joey verstart en ziet nog net hoe een zwartharige vrouw Yuna in een auto duwt. De deur wordt dicht gesmakt en de vrouw stapt haastig vooraan in naast de chauffeur. De zwarte BMW scheurt met gierende banden weg.

 

Joey aarzelt geen moment. Hij springt terug op zijn fiets en zet de achtervolging in. Gelukkig zijn ze in het centrum van de stad en door de drukte geraakt de auto niet snel vooruit. Ze staan meermaals voor een rood licht. Joey houdt halt op een veilige afstand en grijpt snel zijn smartphone uit zijn vestzak. Hij kreeg het ding cadeau van mama en papa met een beperkte belwaarde.

Hij moest wel beloven het toestel slechts in uiterste nood te gebruiken. Dit is zo'n “uiterste nood”.

Snel drukt hij het 112 nummer in en onmiddellijk hoort Joey een vriendelijke stem aan de andere kant van het apparaat:

– 'Noodcentrale. Met Tine. Wat kan ik voor u doen?'

– 'Ik ben Joey. Mijn zus en neefje werden net aan het museum in een auto geduwd en rijden nu door de stad. Ik volg ze met de fiets'.

– 'Joey luister! Nader niet te dicht, anders zien ze je. Kan je de nummerplaat lezen? Waar ben je momenteel?'

Het is ondertussen groen geworden en Joey volgt van op afstand de zwarte auto. Hij moet voorzichtig zijn want hij fietst slechts met één hand aan het stuur. – 'Ik ben te veraf Tine om de nummerplaat te lezen, maar ik bel terug. Ik heb niet veel belwaarde'. Joey sluit zijn apparaat af en concentreert zich op het fietsen. Het is straat in en straat uit. Hij heeft totaal geen weet waar hij is.

 

In de verte spot hij toch het kolossale rode MAS gebouw.

– 'Ik ben vlakbij het eilandje. Hier ben ik nog geweest', herinnert Joey zich. De auto nadert de Londenbrug en begint sneller te rijden. Joey spurt en begint te hijgen. Hopelijk duurt de rit niet lang meer. Hij hapt naar adem. Dan draait de BMW af naar de eerste van de vijf woontorens naast de Kattendijkdok. De wagen mindert vaart en rijdt via een open poort de ondergrondse garage binnen waar hij uit het zicht verdwijnt.

 Joey stopt bij de hoofdingang en neemt opnieuw contact op met de noodcentrale:

– 'Noodcentrale! U spreekt met Tine. Wat kan ik doen voor U?'

– 'Tine? Joey hier. De auto met mijn zus en neefje is net de ondergrondse garage binnengereden van de eerste woontoren aan de Londenbrug'.

– 'Knap gedaan Joey! Blijf daar. De politie is onderweg'.

Joey stopt zijn smartphone weg en haast zich naar de glazen toegangsdeur van de 16 verdiepingen tellende toren. De gelijkvloerse verdieping is voorbehouden aan winkelpanden maar daar heeft onze vriend vandaag geen oog voor. Hij snelt naar de liften en denkt:

– 'Als ik buiten op de politie moet wachten moeten we appartement per appartement doorzoeken om mijn zus en neef te vinden'. De lift vertrekt vanuit de garageverdieping. Joey snelt naar de eerste verdieping en wacht op de lift. Ze gaat verder omhoog. Weer een spurt naar de volgende etage. Ook hier glijdt de lift voorbij. Nog een etage hoger langs de trappen. Joey geraakt uitgeput. Op deze verdieping houdt de lift halt. Joey houdt zich schuil achter de hoek bij de traphal. Stiekem kijkt hij waar de vrouw en de chauffeur met de kinderen naar toe gaan. Vlak over de lift blijven ze voor een deur staan die de man opent. Als ze allemaal binnen zijn wordt de deur gesloten. Joey rent naar de deur om het nummer te lezen en grijpt dan weer zijn smartphone. Hij verstopt zich terug bij de trap achter het muurtje en neemt opnieuw contact op met het centrale noodnummer:

– 'Noodcentrale met Tine!'

– 'Terug met Joey', fluistert hij zachtjes: 'ze zitten in appartement 312 op de derde verdieping Tine'.

– 'De politie luistert mee en komt naar boven. Ga naar beneden Joey. De rest is voor de politie. Op het gelijkvloers wacht de mama van Brentje en ook jouw ouders staan beneden te wachten. Je hebt het goed gedaan Joey. Ik vind jou een echte held maar ik moet nu verder. Tot ziens'.

Joey neemt afscheid en als hij zijn telefoon afzet staat de politie reeds naast hem. Ook de mama's en papa van onze vrienden zijn langs de trappen mee naar boven gekomen. De ouders van Joey zijn blij dat hij in orde is. Voor Yuna en Brent wordt het nog even bang afwachten. De politie houd post voor de deur van de ontvoerders. Een kleine camera wordt onder de deur naar binnen geschoven. Op een scherm kunnen ze zien waar iedereen zich in de kamer bevindt.

– 'Het is veilig', hoort Joey iemand fluisteren. Agenten stellen zich verdekt op naast de deur. Een agent heeft een deurram met handvat vast. Hij haalt uit en zwaait het ding ter hoogte van het slot tegen de deur. Met een oorverdovende klap vliegt de deur open en de agenten stormen binnen. Joey hoort enkele kreten maar het duurt slechts enkele seconden. Kort daarop worden Yuna en Brent  reeds de gang opgeduwd tot bij de mama's of papa. Ze vliegen in elkaars armen. Joey slaakt een zucht van verluchting. Alles is nog goed afgelopen. Kort daarop wordt het echtpaar Mira en Mark met geboeide handen langs de trappen naar beneden gevoerd. Mira, de zwartharige vrouw, snikt en stamelt stilletjes een 'sorry' als ze onze vrienden passeert. Mark kleurt rood van schaamte.

Als iedereen weer beneden is wordt aan de ouders van Joey, Yuna en Brent gevraagd om een verklaring op het politiebureel af te leggen en om eventueel een klacht van ontvoering in te dienen.

 

 

Hoofdstuk 2

 

Een paar dagen later, zondagmorgen, staan onze vrienden, Joey en Yuna, met hun ouders in het museum. Het is de laatste dag dat de dinosaurussen tentoon worden gesteld en daarom willen mama en papa van deze gelegenheid gebruik maken om samen met de kinderen de tentoonstelling te bezoeken. Afgelopen woensdag had Joey geen kans gehad om de voorhistorische dieren te bekijken doordat Yuna en Brent werden meegenomen door het jonge koppel Mira en Mark. Papa en Joey kunnen maar niet genoeg krijgen van de opgestelde dinosaurussen. Bij elk dino exemplaar werd een infobord geplaatst met duidelijke informatie maar papa vertelt op zijn manier hoe de voorhistorische dieren ontdekt werden, hoe ze leefden en hoe ze 65 miljoen jaar geleden stierven. Ze praten honderd uit terwijl ze van zaal naar zaal wandelen.

 

Ondertussen bewonderen mama en Yuna de schilderijen aan de wanden en discuteren ze over aquarel- en olieverfschilderijen. Yuna leert enkele doeken kennen van wereldberoemde Nederlandse schilders zoals Vincent van Gogh en Johannes Vermeer. In de volgende zaal toont mama haar het beroemde olieverfschilderij, 'La Donna Veleta', van Rafaël. Een echt kunststuk uit het jaar 1516. Ook het werk van de overbekende Michelangelo wordt door mama opgehemeld:

– 'Hij was een Italiaanse kunstschilder en beeldhouwer en vooral bekend door zijn schilderkunst in de Sixtijnse kapel van Vaticaanstad tussen 1508 en 1512', vertelt ze Yuna nog. In de voorlaatste zaal hangt een zelfportret van Rubens met zijn eerste vrouw Isabella Brandt. De Vlaamse barokschilder woonde tot aan zijn dood in Antwerpen.

In de laatste zaal breidt papa zijn kennis nog meer uit door aan Joey te vertellen wat voor een vreedzaam dier dit voorhistorisch monster was dat hier opgesteld staat. Yuna daarentegen trekt mama mee naar het bewuste schilderij van Rembrandt.

 Alle informatie die ze kent van school wordt in geuren en kleuren aan mama vertelt:

– 'Raadt eens, mama, waar de handtekening van de kunstschilder werd geplaatst?', vraagt Yuna vergenoegd. Mama begint onderaan het doek van dichtbij te bestuderen. Ze knijpt haar ogen iets dicht om scherper te kunnen zien. Maar hoe ze ook tuurt, ze kan nergens het handschrift van de kunstenaar vinden. Ook papa en Joey komen erbij staan en zoeken mee. Yuna gniffelt in haar handen omdat ze weet dat haar familie het bewuste handschrift niet zullen vinden, toch niet onderaan het doek. Als haar juf niet had uitgelegd waar het werd geplaatst wist ook zij het niet. Mama en papa halen hun schouders op en schudden het hoofd:

– 'We geven het op Yuna. Vertel het zelf maar,' besluit mama. Yuna wijst met haar vinger naar de bewuste plaats:

– 'Doordat het schilderij al zo oud is, is het moeilijk leesbaar', begint Yuna uit te leggen als een volwaardige schooljuffrouw: 'maar kijk, hier in het centrum kan je nog net de naam “Rembrandt” lezen ...'. Ze buigt zich wat voorover om het voorbeeld te geven en slaakt een gil. Ze komt terug recht en slaat haar handen voor haar mond. Alle mensen in de zaal blijven perplex staan en staren naar het meisje dat voor tumult zorgt. Een personeelslid komt kwaad op de familie afgestapt:

– 'Mag ik u vragen om stil te zijn alstublieft. Dit is geen speelterrein'. Yuna herkent onmiddellijk de grote gespierde man die afgelopen woensdag haar was komen vragen om stil te zijn:

– 'Kijk Wannes!', fluistert Yuna de man toe: 'dit hier is niet de echte 'Nachtwacht'. Wannes schrikt en spert zijn ogen wijd open van verbazing. Ook mama en papa zijn verbaast over het gedrag en de woorden van hun dochter. Maar voor ze haar iets kunnen vragen stamelt Wannes:

– 'Hoe komt u daarbij juffrouwtje. Natuurlijk is dit het echte doek van 'De Nachtwacht'. Dat kan toch iedereen zien?'. Hulpeloos kijkt hij rond of één van de bezoekers hem gelijk geeft. Maar niemand helpt Wannes. Ondertussen is er een grote deftige heer in lichtblauw pak erbij komen staan en richt het woord tot Wannes:

– 'Wat is er aan de hand Wannes?' De aangesprokene krimpt in elkaar en stamelt:

– 'Niets ernstig meneer de directeur. Dit meisje vertelt dat het schilderij van 'De Nachtwacht' vals is. Dat kan natuurlijk niet want anders zou ik dat weten meneer de directeur. Ik verlaat nooit mijn post meneer en ….'. De directeur fronst zijn wenkbrauwen en kijkt naar het gelaat van Yuna, haar broer, de ouders en naar het bange gelaat van zijn werknemer. Vervolgens richt hij het woord tot iedereen in de zaal:

– 'Dames en heren mag ik u verzoeken om deze zaal te verlaten. U mag zich vrij begeven in de andere ruimtes maar deze zaal zal afgesloten worden voor onderzoek. Het spijt mij oprecht voor het ongemak'. De enkele museumbezoekers verlaten morrend de zaal en Wannes maakt een gebaar naar onze vrienden om ook hen uit de zaal te verwijderen. De directeur richt echter het woord tot hem:

– 'Deze mensen blijven even hier Wannes, maar als de andere mensen de zaal verlaten hebben zet jij je voor de deur en laat niemand meer binnen, behalve de politie. Als de speurders er zijn breng je hen persoonlijk naar mijn bureau. Begrepen?'.

– 'Po.. politie meneer de directeur? Maar waarom? Er is toch niets gebeurt? Het schilderij hangt hier nog'.

– 'Wannes zolang ik directeur ben zal jij doen wat ik zeg, begrepen?'.

Wannes druipt als een geslagen hond af en haast zich naar de deur die toegang geeft tot een andere zaal. Daarna richt de directeur zich opnieuw tot de ouders van Joey en Yuna:

– 'Mijn naam is Benny Donk. Zoals u hoorde ben ik directeur van het museum. Sorry voor het ongemak'. Hij richt zijn blik op Yuna:

– 'Vertel eens meisje, wat heeft dit allemaal te betekenen?'.

– 'Kijk meneer de directeur, kijk naar het handschrift. De woensdag was ik hier met mijn neefje Brent en dan zag ik dat Rembrandt met dt geschreven werd. Het viel mij op omdat ik niet begrijp waarom de naam met dt wordt geschreven. Ik weet het nog niet want ik ben het vergeten te vragen aan mijn juffrouw. Daarom dat het mij direct opviel dat dit schilderij getekend is met 'Rembrand' zonder t'.

Benny Donk grijpt in de binnenzak van zijn vest en zet een kleine leesbril op zijn neus. Hij stapt tot in het midden van het schilderij, buigt zijn romp en tuurt enkele seconden naar het doek:

– 'Je hebt gelijk meisje. Ik moet met de politie telefoneren en dan kunnen wij verder praten, akkoord?'.

Zonder antwoord af te wachten neemt Benny zijn smartphone en verwijderd zich iets van onze vrienden om ongestoord te kunnen praten. Ondertussen fluisteren mama en papa met elkaar. Ze begrijpen niets van wat er gebeurt. Maar ze vertrouwen hun dochter en moeten geduld hebben tot ze alles uitlegt:

– 'Zo, laten we naar mijn bureel gaan, daar is het een pak gezelliger. Daar staat geen geraamte dat je aanstaart', grapt Benny na zijn telefoontje: – 'Volg mij maar'. Joey ziet dat zijn zus is aangeslagen door het gebeuren, slaat zijn arm om haar schouder en volgt dan de directeur met in hun kielzog mama en papa.

 

Het bureel van de directeur is smaakvol ingericht. De muren zijn bekleed in vurenhout en hebben in het midden een schilderij met oude statige heren in kostuum. Het zijn net foto's. Tegenover de deur staat het eiken bureau van de directeur en ervoor staan twee bezoekersstoelen. Tegen de wanden staan rekken met oude boeken en nog enkele stoelen. Het geheel straalt warmte en rust uit:

– 'Kan ik jullie een drankje aanbieden. Om van de schrik te bekomen?'. Dat willen onze vrienden wel. Ze krijgen elk een frisdrank aangeboden uit een ijskast tegen de wand achter het bureau. Ze hebben net allemaal hun drankje als er op de deur wordt geklopt. Zonder antwoordt af te wachten wordt de deur geopend en het hoofd van Wannes komt te voorschijn:

– 'De politie meneer de directeur', zegt hij stotterend.

– 'Laat ze binnen Wannes en kom er zelf ook gezellig bijzitten'.

– 'Waarom directeur? Ik moet eigenlijk de deur bewaken en…'.

– 'Zitten Wannes!', roept de directeur op gebiedende wijs. Weer krimpt de werknemer in elkaar maar besluit toch te gehoorzamen. Benny begroet de twee rechercheurs die achter Wannes het kantoor binnen stappen. De twee agenten stellen zich voor als Vera en Dirk. Yuna moet nogmaals haar verhaal vertellen. De agenten luisteren bedachtzaam zonder haar te onderbreken. Daarna richt rechercheur Vera zich tot Benny:

– 'Het labo onderzoekt de zaal op sporen. Er hangen overal camera's. Heeft u daar beelden van directeur?'. Benny begint te tokkelen op het toetsenbord van een laptop die voor hem op het bureel staat. Hij klemt stijf de lippen op elkaar:

– 'Vanaf woensdag heb ik beelden, maar van afgelopen nacht krijg ik niets binnen. Alsof de camera's zijn afgesloten. Volgens mij kregen de dieven hulp van binnenuit'.

– 'U bedoelt een personeelslid, directeur?' vraagt inspecteur Dirk voorzichtig en Benny knikt bevestigend.

– 'Wannes? Weet jij hier iets meer van?', vraagt Benny streng aan de grote gespierde man die lichtjes ineengedoken op zijn stoel zit. Hij buigt zijn hoofd naar de grond:

– 'Het spijt mij werkelijk directeur. Ze beloofden 2.000 euro als ik de camera's een uurtje zou uitzetten. Mijn moeder is ernstig ziek en ik kan het geld goed gebruiken voor haar medicamenten. Die zijn peperduur. Toen ik vanmorgen mijn rekening checkte stond het bedrag er nog niet op. Ik denk dat ik gefopt ben'. Wannes begint zachtjes te wenen.

– 'Wie zijn “ze” Wannes?', vraagt rechercheur Dirk.

– 'Een jong koppel dat hier woensdag ook was. Ik dacht dat het de ouders van dat meisje en die kleine jongen waren want ze zijn samen weggegaan en in een auto gestapt'. Wannes wijst daarbij naar Yuna die op haar beurt een gil slaat, maar Wannes vertelt verder:

-'Laat op de avond, tegen sluitingstijd, kwamen ze terug en deden mij het voorstel. Ze wilden eens alleen zijn met het schilderij. Het spijt me directeur'.

Rechercheur Dirk roept een agent in uniform en laat Wannes naar het politiebureel brengen.

– 'Ik heb ondertussen beelden opgezocht van een uur voor de camera's zijn uitgevallen', verklaart Benny de directeur aan het gezelschap:

– 'Een halfuur voor de camera's werden afgesloten parkeert er een witte bestelwagen op nog geen vijf meter van de ingang. Niemand stapt uit het voertuig en dat is wel eigenaardig. Het lijkt of ze op iets wachten'. De rechercheurs knikken en Yuna herinnert het gesprek van het jonge koppel toen ze met Brent op de bank zaten uit te rusten. Ze vertelt alles aan de agenten en de directeur is fier op het meisje.

– 'Het is dus duidelijk. Dat koppel, Mira en Mark, die hier afgelopen woensdag waren kwamen poolshoogte nemen om het schilderij van Rembrandt te stelen. Ze zagen dat er camera's hingen en besloten om Wannes in te schakelen. Doordat hij geld nodig heeft voor zijn moeder moesten ze niet lang aandringen. Waarom ze eigenlijk Yuna en Brent ontvoerden is mij een raadsel'.

– 'Ik had per ongeluk hun gesprek afgeluisterd in de zaal', herinnert Yuna zich:

– 'Mira fluisterde nogal hard dat het doek van 'De Nachtwacht' heel mooi in hun chalet zou hangen. En dat ze een lichte vrachtwagen zouden huren voor vervoer. Ik dacht dat ze het schilderij gingen kopen'.

– 'Juist, en omdat Yuna en Brent hen hadden gehoord ontvoerden ze het tweetal. Gelukkig was Joey ter plaatse en konden de kinderen gered worden', besluit Benny het verhaal.

– 'Waarom zitten deze boeven dan niet achter slot en grendel?', vraagt Vera zich luid af.

– 'Omdat we nagelaten hebben een klacht in te dienen', mengt papa zich in het gesprek: – 'hun verdriet en spijt over het gebeuren was zo oprecht dat Yuna en Brent medelijden kregen met het tweetal en we verzaakten een klacht tegen hen. Alles was goed afgelopen'.

– 'En het schilderij dat nu hier in het museum hangt is het doek dat in hun appartement hing!', roept rechercheur Dirk uit die nu alles begrijpt: – 'Als het handschrift hetzelfde was geweest hadden we nog van niets geweten'.

– 'Er is goed over nagedacht', denkt Eva luidop:

– 'Yuna hoorde hen praten over een 'chalet'. Zo is het toch hé meisje?' Yuna knikt en Eva gaat verder: – 'volgens mij zitten die dieven al in de Ardennen'. Iedereen knikt bevestigend. Benny, de directeur, staat recht en gaat bij een schilderij staan dat tegen de muur hangt achter zijn stoel:

– 'Wat de dieven niet weten is dat elk schilderij of kunststuk, dat uitgeleend wordt, een chip draagt ter beveiliging. Niemand is daarvan op de hoogte. Zelfs het personeel niet. Jullie begrijpen nu waarom. Dit is een overeenkomst met alle directeurs van een museum in Europa'. Benny draait het doek van de muur weg als een deur en er verschijnt een kluis in de muur. Als de brandkast geopend is haalt de directeur er een iPad uit tevoorschijn. De rechercheurs en onze vrienden gaan dichter bij het bureau staan en kijken mee. Benny activeert de tablet en tokkelt enkele malen op het toetsenbord.

– 'Ja, kijk hier. Volgens de chip zou het doek in de provincie Namen zijn. In Emmalle dat volgens de site een kleine gemeenschap is nabij Han-sur-lesse. Een streek van vele campings met chalets. Het icoontje van de chip staat stil, dus ze moeten ter plaatse zijn en zich waarschijnlijk van geen kwaad bewust'. Vera en Dirk besluiten om naar Emmalle te rijden en de dieven zelf te vatten.

– 'Mogen wij mee?', vraagt Joey heel vriendelijk. Ook Yuna staat te springen om met een politievoertuig mee te rijden. Ze kijkt graag naar de 'Buurtpolitie' op TV en kent er dus alles van.

Mama en papa kijken naar de rechercheurs en die bekijken elkaar:

– 'Goed maar beloof dan dat jullie luisteren en in de auto blijven zitten. Afgesproken?' Onze vrienden knikken en jubelen het uit van plezier. Na de nodige formaliteiten stappen ze in de neutrale wagen van de recherche en met luide sirene rijden ze weg. Ze wuiven nog naar mama en papa, maar dan richten ze hun blik op de mensen die nieuwsgierig naar de lawaaierige auto staren.

 

De auto scheert over de linkerrijstrook van de E411 tegen de maximum snelheid. Het lawaai van de sirene en het blauw rode zwaailicht geven de anonieme wagen een snelle doorgang. Het is net zo druk als op een doordeweekse dag, al zijn er duidelijk minder vrachtwagens. Als het een dag mooi weer is willen alle mensen precies naar één en dezelfde bestemming. Na enkele minuten gebeurt het onverwachte. Eerst vertraagt het verkeer en vervolgens komen alle voertuigen tot stilstand. Rechercheur Dirk wil de auto naar de pechstrook manoeuvreren, maar het is te laat. Binnen de paar seconden zit alles potdicht. Verschillende voertuigen proberen nog langs de pechstrook aan het fileleed te ontsnappen maar ook deze rijstrook komt dicht te zitten. Dirk en Vera stappen uit en zien een paar honderd meter voor hen een zwarte rookpluim opstijgen. Minstens één voertuig heeft vuur gevat. Vera steekt haar hoofd terug in de wagen en zegt tegen onze vrienden:

– 'Wij moeten eerst hulp bieden. Een auto of twee heeft vuur gevat en er zijn misschien gewonden. Blijf in de wagen. We zijn zo vlug mogelijk terug'. Joey en Yuna knikken.

 

Er stappen verschillende mensen uit hun voertuig en ze zetten zich langs de berm in het gras. Het schijnt iets van lange duur te zijn. Ook Joey stapt uit om de benen te strekken. Het tablet van de directeur ligt op de bijrijdersstoel van Vera. Yuna neemt het vast en stapt ook uit.

– 'Als wij nu eens verder gaan Yuna', stelt Joey voor, 'langs de verhoogde berm naar beneden en al liftend naar Namen. Wat denk je ervan?'

Yuna zit met een tweestrijd. Ze wil naar de rechercheurs luisteren en in de auto blijven. Maar ze wil ook de twee dieven te pakken krijgen. Of toch zeker aan de politie uitleveren.

– 'We schrijven een briefje aan Dirk en Vera dat we op eigen houtje naar Emmalle rijden. Als we weten waar de dieven zich schuil houden bellen we terug de politie op. Wat denk je?', probeert Joey nog, 'We liften als we de gewone baan bereiken, goed?'

Yuna laat zich overhalen en samen dalen ze langs de verhoogde berm naar beneden tot op de hoofdweg. Ze weten hoegenaamd niet waar ze zijn. Eerst kijkt Joey naar de wegwijsborden welke richting ze uit moeten. Daarna steken ze beiden hun duim in de hoogte. Lang moeten ze niet wachten. Een zwarte Mercedes stopt ter hoogte van de beide kinderen en het raam wordt elektronisch naar beneden gelaten. Als Joey het hoofd in de auto steekt ziet hij een vriendelijke oude man met grijs haar en een bleke witte snor:

– 'Jonge kinderen zouden niet alleen mogen liften. Zijn jullie verloren gelopen jongelui?', roept hij, luid als een hardhorige.

– 'Jazeker meneer', jokt Joey 'we gingen wandelen en lopen al een uurtje doelloos rond. We willen terug naar onze camping in Emmalle'.

– 'Dan hebben jullie reuze geluk jongens. Ik sta ook op een camping in dat dorp. Welke camping is het?'

– 'Dat weten we niet precies meneer. We zijn de naam vergeten', weet Yuna te zeggen.

– 'Nu dan, dan rijden we naar mijn chalet en kijken we op de kaart van Emmalle. Daarop staan alle campings. Zo hoeven jullie niet doelloos rond te lopen. Afgesproken?'

Joey en Yuna zijn het ermee eens en de auto vertrekt met onze twee vrienden op de achterbank. Heel ver is het niet meer. De vriendelijke grijsaard stelt zich voor als Rik en begint te vertellen over van alles en nog wat. Het maakt het voor onze vrienden wat aangenamer tijdens de rit en minder eentonig. Na een tijdje zien ze langs de kant van de weg het plaatsnaambord met 'Emmalle' op. Ze zijn er. Joey kijkt op het iPad en wordt zenuwachtig naarmate ze meer en meer het icoontje naderen. Rik draait een camping op met de naam 'Emmalle Camping':

– 'Onze camping ligt op een prachtige locatie', vertelt Rik nog, 'in het midden van de natuur. Het is onze tweede thuis geworden. Hier vinden we rust, ruimte en gezonde buitenlucht'. Na een ruime parking houdt de auto stil voor een rood witte slagboom. Rik opent het zijraam en houd een badge voor de lezer. De slagboom gaat automatisch omhoog. Met een slakkengang rijden ze over  zandwegen tussen tenten, caravans en luxe chalets. Een poos later houdt de Mercedes van Rik halt voor een houten chalet die rijkelijk versiert is met zomerbloemen:

– 'Kom even binnen kinderen. Dan kijken we op de kaart', zegt Rik terwijl hij uitstapt en het achterportier opent. Joey is verbaast als hij op het tablet tuurt. Het icoontje wijst deze plek aan. De iPad laat weten dat het schilderij van Rembrandt 'De Nachtwacht' op deze camping is. Hier in de buurt houden de kunstdieven zich schuil. Joey moet de politie waarschuwen. De deur van de woning wordt geopend en een oude vrouw staat in de deuropening:

–'Wie heb je nu meegebracht, Rik?', vraagt ze verontwaardigd.

–'Deze kinderen zijn verloren gelopen Jeanne. Ik help ze terug op weg'. Rik slaat zijn armen om de schouders van onze twee vrienden en leidt ze via enkele trappen tot binnen in het chalet.

– 'Ga maar zitten jongens dan neem ik de kaarten erbij. Geef jij onze gasten iets te drinken Jeanne?'.

Joey denkt na.

– 'Wat moet ik nu verzinnen? Het beste is de dichtst bijgelegen camping aan te wijzen. Dan zijn deze mensen gerust gesteld en kunnen Yuna en ik verder', denkt hij.

Jeanne zorgt voor de drankjes en snijdt een vers gebakken cake in kleine plakjes. Het is lang geleden dat ze nog voor kinderen heeft gezorgd:

– 'Ach, had ik nu maar een paar kleinkinderen', zucht ze onhoorbaar, 'ik zou ze alle dagen hebben verwent zoals deze twee. Hopelijk blijven ze nog wat'.  Terwijl Joey en Rik zich over een wegenkaart buigen die op de tafel wordt uitgespreid wandelt Yuna in de leefruimte rond. De grote kamer is oud en antiek ingericht. De decoratie op de kasten en muren zijn echte curiositeiten. Engelenbeeldjes en sierlijke blauwe vazen geven kleur aan het interieur. Rond een oude buffetkast werden grote borden in Delfst blauw bevestigd. Op de antieke sierschouw tikt nog een oude klok, geflankeerd door nog oudere kandelaars. Er hangen prachtige bekende schilderijen aan de houten wanden. Allen in olieverf geschilderd.

– 'Je zou zweren dat het foto's zijn', murmelt Yuna en kijkt automatisch naar de handtekening die rechtsonder, dicht bij het kader werd aangebracht. Ze krijgt een schok. Het schilderij met het zelfportret van Rubens is ondertekent door Rembrand. Rembrand zonder 't'. Ze bekijkt het doek ernaast. Het is het overbekende schilderij 'zonnebloemen' van Van Gogh. Ook dit doek draagt het handschrift van Rembrand.

– 'Vindt je de schilderijen mooi Yuna?', vraagt Jeanne die naast haar komt staan.

– 'Ja, mevrouw, maar waarom zijn de kunststukken ondertekent met de naam “Rembrand”? En dan nog Rembrand zonder 't'.

– 'Zeg maar Jeanne hoor Yuna. Deze schilderijen zijn replica's, meisje. De kunstenaar die deze doeken geschilderd heeft zijn van de hand van mijn man Rik'. Yuna's mond valt open van verbazing. Jeanne vindt het gelaat van Yuna grappig en vervolgt:

– 'Ja zeker liefje. Mijn man is, volgens hem dan, een verre afstammeling van Rembrandt van Rijn. De handvaardigheid zit in de genen, zegt hij vaak. Mijn man tekent zijn doeken dan ook met Rembrand, maar zonder de ‘t' besluit Jeanne.

– 'Heeft Rik soms “De Nachtwacht” geschilderd Jeanne?', vraagt Yuna nieuwsgierig.

– 'Ja zeker Yuna. Toen onze dochter geboren werd schilderde Rik “De Nachtwacht”. Toen zij oud genoeg was en ging samenwonen kreeg ze het schilderij mee. Het heeft lang in haar appartement gehangen maar sinds gisteren bracht ze het hierheen en hangt het momenteel in hun chalet te pronken. Wil je het zien?'.

Yuna wist niet wat ze hoorde:

– 'Dit is wel toevallig' denkt ze bij zichzelf. Joey heeft het gesprek mee gevolgd en komt erbij staan. Op hetzelfde moment gaat achter hen de deur van de chalet open:      

– 'Dag pap, dag mam' zegt een bekende vrouwenstem die in de deuropening staat:

– 'Wie hebben jullie uitgenodigd?'.

Joey en Yuna draaien zich om en staren in het overbekende gelaat van Mira en haar partner Mark. Onze vrienden hadden ondertussen al wel vermoed dat ze bij de ouders van Mira waren terecht gekomen. Desondanks schrikken ze toch. Ook Mira en Mark herkennen het tweetal en zijn stomverbaasd.

– 'Wie we hier hebben?' zegt Mira en komt op hen af, 'hoe zijn jullie hier verzeilt geraakt?'.

– 'Waarom hebben jullie het schilderij in het museum verwisselt?', vraagt Joey en deinst met Yuna een stap achteruit. Mira stopt haar passen, knijpt haar ogen half dicht en fronst de wenkbrauwen:  

– 'Wat bedoel je jongeman?', vraagt Mark en neemt een dreigende houding aan. Mira verspert hem echter de weg. Ook Jeanne was de dreiging van Mark niet ontgaan en legt een beschermende arm om Joey en Yuna.

– 'Kennen jullie elkaar?’, vraagt Rik en kijkt zijn dochter aan. Joey vertelt:

– 'Deze twee hebben het schilderij van Rembrandt uit het museum gestolen, Rik, en een replica in de plaats gehangen. Jouw replica Rik. Een Rembrand zonder t. Voor de ruiling hadden ze de hulp van Wannes, een personeelslid. Ze hadden hem geld beloofd, maar hij heeft geen cent gezien. Wat ze niet wisten is dat het echte doek van Rembrandt een chip bevat die het schilderij volgt. Op deze manier zijn wij hier terechtgekomen. De politie is onderweg'. Een leugen om bestwil denkt Joey nog.

– 'Is dat waar Mira? Hebben jullie mijn schilderij van de hand gedaan om het echte in jullie chalet te hangen?'. Rik wordt rood van woede en komt met gebalde vuisten voor Mira en Mark staan. Ook Jeanne is van het verhaal dat Joey vertelt aangedaan. Yuna brengt haar naar een stoel bij de tafel en laat haar daarop plaats nemen.

– 'Sorry Papa! Ik hield zo van jouw schilderij “De Nachtwacht”, maar het echte in mijn bezit hebben geeft een kick, begrijp je?'. Mira begint zachtjes de wenen. Mark slaat een arm om haar heen en troost haar.

– 'Alle moeite voor niets' snikt Mira, 'het spijt me, echt!' zegt ze nog.

Op dat moment stoppen enkele auto's voor het chalet van Rik en Jeanne. Blauwe uniformen stormen de trappen op van de veranda en in de deuropening verschijnen Eva en Dirk. Als ze de toestand hebben overzien maken ze plaats voor de agenten die Mira en Mark in de boeien slaan en naar buiten geleiden. Een gratis ritje naar de cel.

– 'Zo Joey en Yuna'. Eva komt vlak voor onze vrienden staan met haar armen in de zij:

– 'Gelukkig konden we jouw smartphone signaal opsporen jongeman. Al goed dat er niets gebeurt is'.

– 'Wij zijn nooit in gevaar geweest Eva' vertelt Yuna, 'Jeanne en Rik hebben ons beschermt'.

– 'Wat gebeurt er nu met mijn dochter, mevrouw?', wil Rik weten.

– 'Dat maakt de onderzoeksrechter uit meneer. Ik veronderstel dat het schilderij hiernaast in het chalet hangt?'

– 'Ja, ik heb het zelfs nog mee opgehangen. Ik had totaal geen idee dat het doek het echte schilderij van Rembrandt was', zegt Rik tegen de rechercheurs. Ook Benny Donk komt het chalet binnen en drukt onze vrienden de hand:

– 'Bedankt voor alles kinderen'. In de deuropening verschijnen de ouders van Joey en Yuna. Ze vliegen in elkaars armen. Blij dat het spannende avontuur ten einde is.

20-01-2018 om 00:31 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
02-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuwjaarsbriefje

Een nieuwjaarsbrief is als een gedicht. Het rijmt en er zit, al dan niet, een verborgen waarheid in. Onze kinderen lazen vanaf de kleuterschool al hun nieuwjaarsbriefje voor. Hun gezichtje verstopt achter hun geïllustreerd tekstblaadje. Zo verlegen waren ze dat je amper begreep wat ze vertelden. Maar dat gaf niet. De tekst kenden ze van buiten en de ouders en grootouders waren trots. De geschiedenis herhaald zich. Nu lezen onze kleinkinderen al enkele jaren hun nieuwjaarsbriefje voor. In het begin met hun gezichtje verstoken achter hun briefje. Nu zijn ze groot en lezen ze vol trots hun nieuwjaarsbriefje voor. Luid en duidelijk zelfs. Voor ons oudste kleinkind Joey is het de laatste nieuwjaarsbrief geworden. Volgend schooljaar gaat hij naar het middelbaar.

Daarom vond ik het niet meer dan normaal dat bomma en bompa als wederdienst een nieuwjaarsbriefje zouden opstellen en voorlezen. Elks lazen we twee zinnetjes voor. De kleinkindjes vonden het grappig en leuk. Onze zoon heeft alles gefilmd en we houden het bij voor het verdere nageslacht. Lees en oordeel zelf.

Lieve Kleinkinderen

 

Dit nieuwjaarsbriefje is speciaal

Want voor ons blijven jullie ideaal.

Maak van jullie leven één groot feest

Met geluk en gezondheid nog het meest.

Vanaf nu geen ruzie of geweld, daar moeten jullie aan werken

En dan zal weldra iedereen het merken.

Bomma en bompa weten dat jullie je best op school blijven doen

Maar beloof het toch maar met een zoen.

Yuna danst graag met bomma Hip Hop

Voor hen kan het feesten niet op.

Het dansen is je beste vak

Daarin ben je echt een krak.

Jij geraakt nog in Hollywood

Want je bent echt beregoed.

Voor Joey smakt ook de deur van 2017 dicht

Doch, door een kier valt er nieuw licht.

Als je rent met je team over het groene veld

Ben jij voor ons een echte super held.

Voor team U12 kan het seizoen niet meer stuk

En wij wensen jullie nog veel geluk.

 

Van jullie kapoenen

Bomma en bompa

1 januari 2018

02-01-2018 om 11:47 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
20-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ka de Kabouter

Ik zal nooit een beroemd schrijver worden. Nooit wordt ik zo bekend als, Pieter Aspe, Cyriel Buysse, Luis-Paul Boon of Herman Brusselmans. Na een uitzending van “De slimste mens ter wereld” (2016) wist ik het zeker. Brusselmans zat daar toevallig in de jury en gewoonlijk kraamt hij daar wat onzin uit, maakt seksistische opmerkingen of hij maakt provocerende uitspraken. Meestal over vrouwen. Tijdens een korte discussie met een panellid laat hij horen ook moeilijke woorden te kennen. Woorden die nuttig zijn om een goed boek te schrijven. Ik ben de woorden onmiddellijk vergeten, laat staan dat ik weet hoe ze te schrijven. Ik zou Herman nooit geassocieerd hebben met die moeilijke woorden. Tot ik las, op Wikipedia, dat hij een opleiding Germaanse filologie gevolgd heeft op de Universiteit van Gent. Taal en letterkunde dus. Daar begin ik echt niet meer aan.

 

Ik heb ook nagedacht en getwijfeld om columnist te worden. Maar zelfs het woord vindt ik al te moeilijk om te schrijven zonder eerst de 'Van Dale' te raadplegen. En dan woorden die eindigen op een d of een t? Dat is werken met het ezelsbruggetje 't kofschip. Maar er zijn uitzonderingen in de regel. En dan is het niet leuk meer. Al die regeltjes zijn aan mij niet besteed. Is dit laatste woord met d of t? Of dt? En dan nog de 'verleden tijd', 'de verleden toekomende tijd' of 'de onvoltooid verleden toekomende tijd'? Mijn hoofd begint ervan te tollen. Ik wil schrijver worden. Maar wie zit daarop te wachten? Mijn nageslacht misschien?

 

En toch heb ik het gewaagd om kinderverhaaltjes te schrijven. Met de nodige of onnodige fouten weliswaar. Ik heb geen taal en letterkunde gevolgd, maar bij mijn weten heeft Louis-Paul Boon dat ook nooit gedaan. Mijn verhaaltjes, met levenswaarheden, zijn geïnspireerd door mijn kinderen, klein- en achterkleinkinderen. We bundelen telkens enkele verhaaltjes online in een fotoalbum. Bijna elke pagina wordt mooi geïllustreerd door, oma of bomma, mijn echtgenote Rina. Na de goedkeuring van onszelf werpen we het boekje in het winkelkarretje en dan wordt het telkens spannend afwachten. Ongeveer een week later wordt het boekje geleverd via de post of we kunnen het af halen in de dichtst bijgelegen winkel van Kruidvat of Hema. We bestellen ze gewoonlijk in drievoud. Een houden we voor onszelf. De andere twee worden feestelijk ingepakt en worden aan de zonen overhandigd. In de hoop dat bomma en bompa’s ‘werk’ ook door het nageslacht wordt gelezen.

 

Mijn beste criticus is mijn echtgenote. Ze legt me ook gedurig uit waarom sommige woorden met een d of een t worden geschreven. Steeds vergeet ik het en soms praat ze ook tegen muren, maar toch kan ik niet stoppen met schrijven. Sinds 2014 heb ik een blog dat: ”Wij reizen om te leren” noemt, maar zou misschien beter: “Wij schrijven om te leren” genoemd worden. Bon! Lees en oordeel zelf.

 

Ka de Kabouter

 

 

Een nieuwe dag breekt aan. De zon werpt lange schaduwen in het voortuintje van een groot appartementsblok. De tuin is prachtig onderhouden. Geen grassprietje of onkruid is te zien. De rozen in het ronde perkje staan fier rechtop. De azalea's zijn te bewonderen in alle geuren en kleuren terwijl ze bloeien als nooit tevoren. De borders zijn aangeplant met een passie voor wilde planten. Hier en daar werden éénjarige bloemen geplant die voor een speels effect zorgen. Kortom het is een tuintje om 'U' tegen te zeggen. Dit alles is het werk van slechts één 'persoon': Ka de tuinkabouter. Hij staat fier rechtop met een schep en hark over zijn schouder. Hij staat in de schaduw van een ronde buxus die hij nog maar pas gesnoeid heeft. Op deze plek blijft de kabouter staan gedurende de hele dag. Je ziet hem echt niet bewegen. Alleen zijn ogen gaan van de ene naar de andere kant en houden alles scherp in de gaten. Langs het tuintje wandelen enkele mensen van en naar hun werk of ze brengen en halen hun kindjes van school. Ze blijven dan enkele ogenblikken vol bewondering staan kijken naar het mooie tuintje. Daar heb je het gezin Peeters. Het jonge koppel brengt hun kleuter naar school en ze blijven dan ook een poos voor het tuintje staan. Ze glimlachen en knikken goedkeurend.

-'Kijk mama!' roept hun jonge spruit: 'daar staat een ...ka… ka…' Hij kijkt hulpeloos naar mama.         

-'Kabouter lieverd. Maar je mag hem gerust Ka noemen, hoor'.

-'Heeft Ka het tuintje zo mooi gemaakt?' vraagt hij verder. Vader en moeder glimlachen naar elkaar en knikken.

-'Ja zeker Willem. 's Nachts als alle mensen slapen wordt Ka wakker en werkt hij in het tuintje zodat het er 's morgen mooi en verzorgt uitziet'.

-'Helemaal alleen mama?' vraagt Willem nog. Vader en moeder knikken allebei. Dan sporen ze Willem aan om verder te stappen. De school wacht.

 

Ka denkt aan de woorden van kleine Willem:

-'Eigenlijk heeft de jongen gelijk. Al decennia lang onderhoud ik de tuin hier helemaal op mijn eentje. Het is tiptop in orde maar alleen is maar alleen. Het wordt tijd dat ik mij een kaboutervrouwtje zoek en daarna een grote tuin om ze samen te onderhouden. Misschien komen er wel kleine kaboutertjes!' denk de tuinkabouter nog verder.

Ka neemt een besluit. Met zijn schop en hark op de schouder trekt hij erop uit. Hij wacht niet tot het donker is. Het is een rustig dorp en langs de verschillende voortuintjes stapt hij zoekend rond of hij een kaboutervrouwtje vindt. Hij ontmoet veel tuinkabouters op zijn zoektocht. Maar het zijn geen echte. Ze zijn van plastiek. Plastieken kabouters hebben geen hart en ziel en werken niet. Sommigen zijn omgewaaid door de wind en worden overwoekerd door klimop en mos. Alleen al aan de tuintjes kan Ka zien of er echte kabouters aan het werk zijn geweest. De volgende tuin ziet er ook al niet te best uit. Het onkruid staat twee kontjes hoog. Sommige lentebloemen zijn uitgebloeid en moeten verwijderd worden. Het siergazon moet hoognodig afgereden worden. Hier is werk aan de winkel. Ka's kabouterhanden beginnen te kribbelen. Maar hij moet verder.

 

Plots komt er een kopje uit de grond tussen al het onkruid.

-'Dag Pier' groet Ka zijn vriend de regenworm.

-'Is er een vogel of een mol in de buurt?' vraagt de worm een beetje angstig.

-'Nee nee' lacht Ka want hij begrijpt wel waarom Pier de regenworm angstig om zich heen kijkt. Vogeltjes lusten af en toe wel een sappige dikke regenworm en ook de mol is een vijand van Pier.

-'Ik moet eens een luchtje scheppen' zegt Pier 'met al die onkruidwortels moet ik tweemaal zo hard werken om een gangetje te graven. Maar ik ben zo bang om boven de grond te komen om even uit te blazen'.

-'Dat begrijp ik wel Pier. Wees gerust er is geen merel, roodborstje of mol in de buurt'.

-'Dank je wel Ka, maar ik moet nu weer verder. Ik mag niet te lang boven de grond rond kruipen anders droog ik uit en sterf ik. Nou tot ziens Ka'. En Pier de regenworm verdwijnt onder de grond.

 

Een paar tuintjes verder blijft onze kabouter vol bewondering staan.

-'Wat een mooie tuin. Deze wordt zeker door een tuinkabouter onderhouden'. Ka kijkt aandachtig rond en ontdekt een nog jonge kabouter die in de schaduw staat van een Chinese pioen. De struik is 80 cm hoog en heeft prachtige grote rode bloemen. Ka stapt tot bij de kabouter en maakt een praatje:

-'Dag tuinkabouter, mijn naam is Ka, hoe maakt u het?'

-'Heel goed Ka. Mijn naam is Hak. Ze noemen mij zo omdat ik steeds met een hak bezig ben. Vindt je mijn tuintje mooi Ka?'

-'Zeker weten Hak! Het is één van de mooiste tuintjes in de buurt. Volhouden zou ik zeggen, maar nu moet ik verder'

-'Waar ga je naartoe?' vraagt Hak nieuwsgierig. Ka vertelt wat hij van plan is en Hak knikt goedkeurend:

-'Nu heb ik misschien wel goed nieuws voor je Ka. Gisteren stonden hier een paar kinderen bewonderend naar mijn tuintje te kijken en ze praten over een andere tuin waar een kaboutervrouwtje stond. Helemaal alleen'. Het kaboutergezicht van Ka klaart volledig op.

-'Waar zou dat dan zijn Hak?' wil onze tuinkabouter weten.

-'Precies weet ik het ook niet maar ze kwamen van ginder achter de hoek'.

Dat is de richting die ik wil gaan, denkt Ka.

-'Bedankt Hak. Tot ziens!'.

 

Ka verhoogt het staptempo maar in de volgende tuin wordt zijn aandacht opgeëist door het getjilp van een groep heggenmussen die een nest hebben in een bijna volledig dicht begroeide haag. Ka hoort de zangvogels met een hoge piep roepen. Een teken van gevaar. Een heggenmus zit op de grond naar insecten te zoeken voor haar kroost.

-'Wat gebeurt er allemaal mus?' vraagt Ka bezorgt. Mus begroet Ka en vertelt:

-'Aan de andere zijde van de haag loopt er een kater steeds maar heen en weer. Soms ligt ze zelfs uren op de loer. Ze wacht tot onze kleintjes uitvliegen om ze dan te vangen en te verorberen'.

Ka schudt zijn kabouterhoofd:

-'Daar zullen wij eens een stokje voor steken. Wacht maar af mus'. Ka klimt langs de takken van de haag naar boven. Eens op het hoogste punt kijkt hij over de rand en ziet inderdaad een rosse kater ijsberend langs de haag stappen. Hij ruikt de jonge vogeltjes en miauwt meelijwekkend. Ka springt als een echte para naar beneden en belandt op de rug van de rosse kat. Deze schrikt en gaat er als een haas vandoor. Ka grijpt zich vast aan de vlooienband en vindt het leuk om op de rug van een kat paardje te rijden. Aan het eind van de straat springt Ka van de kat en rent terug naar de haag. De heggenmussen tjilpen terug blijgezind. Ze danken Ka en wensen hem het beste in zijn zoektocht naar geluk.

 

In het volgende tuintje blijft Ka stomverbaasd staan. Er staan mooie lentebloemen te bloeien rondom een perk met een groen gazon. Maar van het gras is echter weinig te zien. Het is de ene molshoop naast de andere. Tientallen hopen bruine aarde steken bijna een halve meter boven de grond. Langs deze weg verlaat de mol even zijn onderaardse gangen om nestmateriaal te verzamelen. Ka schudt zijn hoofd. Dit kan zo niet langer. Hij gaat naar een molshoop en roept in de gang op de mol. Heel snel steekt de zwarte mol boven de molshoop uit.

-'Waarom maak jij in deze mooie tuin molshopen Mol?' vraagt Ka. Mol kijkt rond maar veel ziet hij niet. Een mol is niet blind maar heeft heel kleine oogjes en daar hangt zijn vacht ook nog eens voor. Dus ziet de mol haast niets.

-'O! Euh! Sorry hoor. Ik wist het niet. Waar moet ik dan naar toe?' vraagt de mol aan Ka.

De tuinkabouter tuurt scherp om zich heen.

-'Aan de overzijde van de straat is een koeienweide.' legt Ka uit aan de mol: -'Ik denk dat je beter die kant uit gaat mol. Daar stoor je niemand'.

-'Welke kant is dat Ka?' vraagt mol. Hij ziet totaal niet de weide aan de overzijde van de straat.

-'Naar het noorden mol. Aan de overzijde is de weide. Altijd maar noordwaarts'.

De mol dankt Ka en kruipt meteen onder de grond om een gangetje te graven onder de straat door tot in de weide. Onze tuinkabouter blijft in de tuin tot het donker wordt. -'Tijd voor actie!' denkt Ka dan en begint meteen de tuin onder handen te nemen. Struiken worden gesnoeid, onkruid wordt gewied, de molshopen worden terug de grond ingestampt en met graszaad ingezaaid. Tegen de morgen ziet de tuin er helemaal anders uit. De magnolia of tulpenboom geurt als nooit tevoren. De iris met haar mysterieuze trio van bloembladeren schitteren in bijzondere kleuren. Ook de kleine bloemetjes van de hyacint verspreiden weer hun heerlijke geur. Menig passant blijft verwondert bij het tuintje staan. Gisteren was dit nog een wildernis en vandaag lijkt het tuintje op een mooie prentbriefkaart. Ka is trots op zichzelf.

-'Daar doen wij kabouters het toch voor? Voor de erkenning en de mooie lovende woorden van de mensen' denk hij. Dan schiet het hem ineens te binnen dat hij verder moet. Op zoek naar een kaboutervrouwtje. Hij legt het tuingerei op zijn schouder en springt over het lage muurtje naar de volgende tuin.

 

Daar aangekomen maakt Ka kennis met een kleine cavia:

-'Wat doe jij hier cavia?' vraagt Ka.

-'Mijn adoptieouders hebben mij hier enkele dagen geleden achtergelaten' vertelt het knaagdier treurig: “Iemand neemt je wel mee naar huis” vertelden ze nog voor ze op vakantie vertrokken'.

Ka schudt zijn kabouterhoofd:

-'Het is alle jaren hetzelfde liedje' gromt de tuinkabouter:

-'Eerst willen ze een dier in huis, maar als ze op vakantie vertrekken moet het dier weer weg. Treurig is dat'. De cavia knikt begrijpend:

-'Ik loop hier al twee dagen rond maar niemand neemt me mee' snikt de cavia. Ka krijgt zowaar medelijden met het arme dier.

-'Ik breng je naar een tuintje waar kinderen wonen. Zij zullen je wel adopteren' weet Ka en neemt het knaagdiertje onder een arm. Cavia's wegen amper 500 tot 700 gram. Ze wegen dus bijna niets. Een paar tuintjes verder groeit alleen maar gras. Een uitstekende plek voor een hongerige cavia. In het huisje hoort Ka verschillende kinderstemmen en dit is dus een uitstekende plaats voor het diertje.

-'Hier moet je blijven cavia. Eet je buikje maar goed rond. Als de kinderen jou zien nemen ze je zeker mee naar binnen'.

-'Bedankt Ka' zegt de cavia nog en begint onmiddellijk van het malse gras te eten.

 

Even verder ontmoet onze tuinkabouter een oude bekende. Tante eend. Ze heeft net de straat overgestoken en houd halt bij onze vriend. Achter haar lopen acht kleine kuikentjes. -'Dat is de kroost van mijn zus' legt tante eend uit: -'Ze heeft een zware depressie van haar jongens gekregen. Tja, dan zorg ik er maar voor zeker?' vertelt de tante alsof het tegen haar zin is voor de kleintjes te zorgen. Ka weet wel beter. Tante eend heeft zelf geen kuikens  en zorgt als geen ander voor de kroost van haar zus.

-'Waar ga je naar toe tante?' vraagt Ka.

-'Het is etenstijd Ka, en wij trekken naar het park. De mensen strooien broodkruimels en daar zijn wij eenden verzot op. Soms is het wel spijtig want de meeste mensen gooien grote stukken brood in het water. Als eenden daar te veel van eten zoeken ze zelf geen eten meer in de natuur. Brood is niet echt goed voor eenden. Het zwelt in ons buikje door het vele water en gaat opnieuw gisten. Dat is dan weer slecht voor onze darmen. Het liefst en het gezondste voor ons eenden is zelf eten zoeken. Op deze manier vervelen we ons niet'. Ka knikt begrijpend en wenst tante eend veel sterkte met haar kroost.


Op de hoek van de straat komt Ka in een tuin die prachtig aangelegd is. Hij herkent het onmiddellijk: 'dit is het werk van een kaboutervrouwtje'. Tussen het kort geknipte gazon werden rechthoekige bloemperken aangebracht die op hun beurt omzoomd zijn met een laag muurtje van taxus. Elk bloemenperk heeft een andere kleur door de vele éénjarige bloemen. Ka kent al de bloemen bij naam: witte margriet, het vingerhoedskruid, het vlijtige liesje, de petunia's, de begonia's en de anjer. De bloemen verspreiden een heerlijke zoete geur. Tientallen vlinders worden erdoor aangetrokken. Kleine vogeltjes proberen in het gras nog een zaadje of insect mee te pikken. Vooraan werd een sierfonteintje geplaatst in zwart grijze kleur wat deze tuin een meer waarde geeft. Naast de fontein staat een kabouter. Een vrouwtjeskabouter waar Ka direct verliefd op wordt. Liefde op het eerste gezicht: het bestaat nog altijd.

 Ze draagt een hoge puntmuts en haar gele haar is gevlochten. Ka stapt recht op haar toe:

-'Dag mooi kaboutervrouwtje, mijn naam is Ka. Wie ben jij?' vraagt Ka nieuwsgierig.

-'Mij noemen ze Lisa. Wat kan ik voor je betekenen Ka?' vraagt Lisa. Onze tuinkabouter vertelt haar dat hij op zoek is naar een kaboutervrouwtje om samen een grote tuin te onderhouden en daarna een gezinnetje te stichten. Lisa's ogen schitteren. Hier heeft ze lang op moeten wachten. Maar eindelijk komen haar dromen toch uit.

-'Oh Ka. Ja, ik wil graag een paar kinderkaboutertjes. Maar waar vinden we een grote tuin om met ons gezinnetje te onderhouden?' vraagt Lisa bezorgt.

-'Dat gaan we samen zoeken Lisa. Ik heb jou gevonden en dan vinden we een reuzen tuin ook', zegt Ka. Hand in hand wandelen Lisa en Ka langs de tuintjes in de richting van het station.

 

Hoog in een boom langs hun pad zit een roodborstje:

-'Weet jij soms waar we grote tuinen kunnen vinden roodborstje?' roept Ka naar de vogel.

Het roodborstje komt naar beneden gevlogen tot vlak bij de twee kabouters. -'Aan het station moeten jullie linksaf en daar begint de villawijk. Rond de villa's vinden jullie super grote tuinen met vijvers en al. Daar moeten jullie naar toe'. Lisa en Ka danken de vogel hartelijk en zetten hun weg verder. Linksaf aan het station en langs de brede tuinhekken in smeedijzer stappen onze vrienden langs de villa's die omringt worden door grote tuinen. Sommige domeinen zijn met groene zeildoek afgespannen zodat niemand iets van het domein kan zien. Dit is niet wat onze twee vrienden willen. Lisa en Ka zoeken een grote tuin die iedereen mag bewonderen. Ze bereiken bijna het einde van de straat als ze voor een groen hek met brede spijlen blijven staan. Een brede asfaltweg kronkelt tussen verschillende soorten loofbomen. Het gras moet hoognodig afgereden worden. De bloemenperken moeten gewied worden. De bewoners hebben als decoratie kabouterhuisjes in de tuin gezet.

Als dat geen uitnodiging is. Langs het pad staan arduinen tuinvazen en beelden op een sokkel. Ka en Lisa  knikken goedkeurend. Ze glippen beiden door de verticale tralies van de inkompoort en in de schaduw van de talrijke bomen lopen ze tot bij een kabouterhuisje. Ze kunnen er binnen en ze willen hier voor altijd blijven wonen. Ze voelen zich er volkomen thuis. Ze kunnen vanaf nu schuilen in een huisje als het regent of sneeuwt. Ka wil onmiddellijk in de tuin beginnen werken maar Lisa wil eerst de woning van de mensen zien. Ze wil weten met wie ze gaat samenwerken. Ze wandelen door een brede dreef die afgeboord is met oude eiken- en lindebomen die hen naar een groot kasteel leiden. Ontelbare torentjes met kleine ramen steken hoog de lucht in. Het lijkt echt op een middeleeuws sprookjeskasteel. Voor het bordes werd een grote fontein aangelegd. Een grote waterstraal spuit de lucht in. Boven aan de trap is een groot zonnig terras met een decoratieve balustrade. Lisa en Ka hebben hun tuin gevonden.

 

Een paar jaar later ziet het tuinkasteel er helemaal anders uit. Wandelaars blijven vaak staan voor de afsluiting om de tuin te bewonderen. Het is een lust voor het oog om al die mooie bloemen te zien bloeien. Verwelkte bloemen worden meteen verwijderd en vervangen door nieuwe kleurrijke boeketten. De perken zijn netjes opgeharkt. Geen sprietje onkruid krijgt een kans om te groeien. Maria “de kasteelvrouw” wandelt zoals elke morgen in haar tuin en je merkt op dat ze ervan geniet. Een nieuwsgierige voorbijganger spreekt haar vanaf het toegangshek aan:

-'Goede morgen mevrouw! Mag ik u wat vragen?'

-'Jazeker wel' antwoordt de eigenares van het kasteel en komt dichtbij het toegangshek staan.

-'Onderhoud u deze grote tuin helemaal alleen, of heeft u de hulp van een enkele tuinmannen?'

-'Nee hoor!' laat Maria weten en ze praat net zo luid dat iedereen het kan horen:

-'Ik heb de hulp van een kabouterfamilie! Kijk daar staan ze. Naast het grote kabouterhuisje. Ik heb een groter moeten kopen want het gezinnetje is uitgebreid met twee kabouterjongens.

Wacht ik laat het u zien'. Ze draait zich om en tussen de bladertakken van een bloeiende struik rododendrons neemt ze iets groots en zwaars van de grond. Met een grote namaak paddenstoel stapt ze terug naar het toegangshek om het publiek te woord te staan. Maar er staat niemand meer aan het hek. Met opeen geklemde lippen schud ze haar hoofd:

-'Eerst vragen ze iets en dan gaan ze lopen'. Maria zet het kabouterhuisje terug naast Lisa en Ka:      

-'Niemand gelooft dat jullie al dit werk doen, kabouters. Maar ik weet wel beter! Zal ik jullie in het zonnetje zetten? Het is mooi weer vandaag'. Maria neemt Lisa, Ka en de twee kabouterjongens in de arm en zet ze even verder in het zonnetje weer neer. Uit het zicht van de wandelaars kan onze kabouterfamilie nog van elkaar genieten tot de avond valt. Als het donker wordt beginnen Lisa en Ka in de tuin te werken. De kabouterkinderen helpen een handje mee. Ze willen de stiel ook leren voor als ze groot zijn en op eigen benen willen staan.

20-12-2017 om 10:23 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)


Inhoud blog
  • Alblasserdamroute
  • Tulpenroute
  • Van Goghroute
  • Goeree Overflakkeeroute
  • Ka emigreert
  • Kidnapping
  • Ka vertelt
  • De Kunstroof
  • Nieuwjaarsbriefje
  • Ka de Kabouter
  • Brechtroute
  • Zeevruchtenroute
  • Kieldrechtroute
  • Kapelle-op-den-bosroute
  • Asteneroute
  • Melleroute
  • Linieroute
  • Woudrichemroute
  • Perenroute
  • De Oude Landen
  • Tuinhalloween
  • Winterwandeling
  • De Draak
  • Druivenroute
  • Rudolf de hond
  • De Laatste Speeldag
  • Kapellenroute
  • De Merel
  • Tussen Beer- en Oubroek
  • Fitness
  • Steenhuffelroute
  • Pajottenroute
  • Mollemroute
  • Everzwijnen
  • Melay 4
  • Melay 3
  • Melay 2
  • De Pinguïns
  • Melay 1
  • De Leeuw
  • Radiokenner
  • Guldenberg 3
  • Guldenberg 2
  • Guldenberg 1
  • Betuweroute Gelderland
  • De Goedgemutste Greet-route
  • La Douce France
  • La Douce France
  • La Douce France
  • La Douce France
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Archief per maand
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 03-2014
  • 02-2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    fotovreugde
    www.bloggen.be/fotovre
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    chiotslabradorpuppies
    www.bloggen.be/chiotsl
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    windowsgids
    www.bloggen.be/windows
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    frankloopt
    www.bloggen.be/franklo
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    birdyfans
    www.bloggen.be/birdyfa
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    chiotslabradorpuppies
    www.bloggen.be/chiotsl
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    aantwaarrepe
    www.bloggen.be/aantwaa

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!