Wij reizen om te leren.

18-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Hulst naar Assenede

Dag 3.

Fietsknooppunten: 47 - 46- 45- 44- 43- 74- 71- 73- 29- 26- 27- 20- 13-12-Philippine -12 -88 -86 -91 -51.

Geplande afstand: 38,8 kilometer.

Woensdag 16 mei 2018. We zijn heel vroeg wakker geworden. Onze slaapkamer heeft bijna rondom ramen. Er hangen wel overgordijnen maar die kunnen niet alle daglicht buitensluiten. Na het fantastische ontbijt nemen we afscheid van onze gastheer. Onze fietsen staan klaar voor een tocht terug naar België. Het weer speelt een spel met ons. De zon schijnt maar er is heel wat bewolking die vaak voor de zon schuiven. Er staat tevens een strakke wind. Dus weer geen T-shirt dag. Vandaag fietsen we nog een tijdje door de provincie Zeeland dat voor een groot gedeelte op en onder zeeniveau ligt. Sinds de middeleeuwen wordt hier strijd geleverd tegen het water. Aanwinst en verlies van land wisselen elkaar af. Het is stipt 09:00u als we vertrekken. We moeten rechtdoor via de Tivoliweg. We steken de N290 over en gaan de eerste straat linksaf op de Parallelweg West. Even verder, links van ons, vloeit de Oude Vaart die nog ongeveer drie kilometer lang is. De voormalige waterweg vloeide van landgoed Groot Eiland richting Hulst in de vestinggracht. De Oude Vaart heeft geen scheepvaartfunctie meer. Verderop aan de driesprong is knooppunt 46.

Het is voorbij knooppunt 46, in de Havikdijk, als we een eind voor ons langs de kant van de weg een hinde zien. Haar kop verscholen tussen enkele struiken met bessen waar ze rustig van snoept. We houden halt op een behoorlijke afstand zodat ons Rina er een foto van kan nemen maar blijkbaar maken we teveel geluid. Haar kop schiet de hoogte in en onze ogen staren elkaar aan. Niet voor lang echter want als een vuurpijl loopt ze de dijk af en verdwijnt tussen de bomen. We volgen ze met onze ogen en we zijn ervan overtuigt dat een bambi haar volgt. Dit alles gebeurt in een tijdspanne van enkele seconden maar we zijn blij dat we een wilde hinde met jong gezien hebben. Nog steeds boven op de dijk hebben we een prachtig uitzicht over de Zeeuwse Vlaamse Polders. Het is een smal fietspad met aan één zijde statige hoge bomen.

Na knooppunt 45 is het nog rechtdoor via de Havikdijk. Nog meer polderlandschap dat meer en meer op een lappendeken lijkt. We kunnen er niet genoeg van krijgen. Elke vierkante centimeter landbouwgrond lijkt bezaaid of beplant. Nu is het aan de zon en de regen om haar werk doen. Hier zijn aardappel- en aspergeplantages in de meerderheid. Hopelijk wordt het een vruchtbaar jaar. Nog steeds fietsen we langs de Oude Vaart. Op de andere oever grazen bruine koeien langs nog meer waterplassen met talrijke watervogels. Een stilleven. We rijden door buurtschap Vijfhoek. Het omvat slechts ongeveer tien huizen met ca. 25 inwoners. Op de Klein Cambrondijk fietsen we opnieuw tussen het groen waar we even beschut zijn voor de wind.

Voorbij knooppunt 44 fietsen we door Luntershoek, een buurtschap in de gemeente Hulst. Het bestaat uit een tiental woningen en enkele boerderijen. Bij de Y-splitsing houden we links aan en vervolgen onze weg langs de Nieuwe Zeedijk tot het eind. We fietsen pal naast het water van de Spuikreek. De Spuikreek is een aantrekkelijk visgebied binnen de Kanaalzone.  We bevinden ons op het grondgebied van Axel.

Na een tijdje bevinden we ons in buurtschap Kijkuit. Rondom rond landbouwgrond met een eenzame hoeve. De weg loopt over de ‘Oude Linie’ gracht. Dit water vormde de grens tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568-1648). Eerste straat rechtsaf in de Liniedijk. Deze dijk werd opgetrokken om de polder onder water te zetten. Op deze manier controleerden de strijdende partijen strategische plaatsen in de frontzone. De skyline wordt gedomineerd door  windturbines. Ze zijn haast niet te tellen. Daartussen, in de verte, spotten we de wieken van de stadsmolen van Axel. Een korenmolen uit 1750 die nog regelmatig draait. De Buijzestraat brengt ons in de gemeente Axel. We rijden niet pal door het centrum. We fietsen tot aan de rotonde waar een bronzen Zeeuws paard op een hoge sokkel werd geplaatst, vlak voor de visvijver 'De Grote Kreek'. Het kunstwerk werd gemaakt in opdracht van de gemeente Axel door Josje Esselman. Op de Grote Kreek wordt veel gevist door de leden van de visvereniging. Er komen in dit water vrij veel vissoorten voor: snoek, voorn, brasem, paling en karper. Ons knooppuntenbord hangt aan een paal maar door omstandigheden werd het verdraaid zodat het lijkt of we rechtsaf moeten. Maar we moeten rechtdoor, daar is geen twijfel over want aan het volgende kruispunt is knooppunt 74.

Verderop fietsen we langs de N686 alsmaar rechtdoor. Links van ons ligt het natuurgebied de ‘Axelsche Kreek’. Een van de grootste kreken van Zeeuws-Vlaanderen. Het is een restant van de eens zo machtige stroomgeul die vanuit de Westerschelde vanuit de  Braakman, via Axel tot in Hulst stroomde en die via het Hellegat terug in de Westerschelde uitmondde. Met de indijking van de Bewesten Blijpolder in 1790 werd deze open verbinding afgesloten.

We rijden noordwaarts langs de Sasweg met zijn talrijke statige loofbomen. Aan de splitsing rechts houden door de Graaf Jansdijk. Deze dijk liep in de Middeleeuwen van Knokke via Assenede naar Terneuzen. Na de grote stormvloed van 1404 gaf de graaf van Vlaanderen Jan zonder Vrees de opdracht om deze dijk te herstellen. In 1488 brak de dijk bij Hoek door waardoor een groot aantal polders tussen Terneuzen en Assenede onder water kwam te staan. Tenminste zeven dorpen verdwenen onder de golven. Achter de oude dijk werd toen een nieuwe dijk aangelegd. Door krijgshandelingen kwam in 1584 bijna heel Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen opnieuw onder water te staan. Bij het herbedijken van de ondergelopen polders volgde men zoveel mogelijk het tracé van de oude dijk. Uiteraard volgt de dijk nu niet meer overal het oorspronkelijke tracé. Door latere inpoldering verloor de Graafjansdijk zijn taak als zeewering. Het viaduct is in 1913 gebouwd over de spoorlijn Mechelen-Terneuzen. De laatste trein reed er in 1968 onderdoor en sinds 1990 zijn de rails verwijderd. We fietsen bijna in het duister doordat de kruinen van de bomen, aan beide zijden van ons pad, in elkaar gegroeid zijn. Rechts ligt er een brug over de Spuikreek. De weg leidt naar buurtschap Schapenbout. 

We laten Schapenbout rechts liggen en fietsen rechtdoor tot in Spui. Een klein dorp in de gemeente Terneuzen met een circa 300 inwoners. Linksaf op de Spui (straat). De skyline vertoont tientallen windturbines. Het is geen zicht. Tussen de grauwe wolken komt de zon tevoorschijn en we kunnen een glimlach niet onderdrukken. Links zien we de witte beltmolen ‘Eben Haëzer uit 1807 die tot 1952 in gebruik was. De gemeente Axel kocht de molen in 1985 en liet hem restaureren. De molen draait nog regelmatig. Als het begint te druppelen stoppen we onder het bladerdek van enkele bomen om onze regenkledij aan te doen. Maar na een paar druppels is de bui al over gewaaid. Toch houden we onze regenkledij aan. Het beschermt ons tegen de strakke koude westenwind. Wat verder bevindt zich aan de linkerkant  van de weg het voormalige gebouw van de Gereformeerde kerk dat werd opgetrokken in 1941. Sinds 1974 is het een vrijmetselaarsloge.

Rechts van ons ligt Terneuzen. De Tweede Wereldoorlog begon in Terneuzen op 20 mei 1940 met het bevel van de Belgische militaire commandant aan de bevolking om de stad te verlaten in verband met een dreigend bombardement. De Duitsers trokken de stad in op 24 mei 1940. de oorlog eindigde er begin september 1944 met de vlucht van Duitse troepen over de Schelde. De Polen trokken de stad in op 20 september 1944. We blijven de Hoofdweg N61 volgen. Ons traject loopt evenwijdig met de N62. We fietsen over het kanaal Gent Terneuzen dat, in opdracht van Willem I, werd gegraven gedurende de jaren 1825-1827. We fietsen steeds over dijken. Net voor knooppunt 27 houden we halt bovenop het viaduct over de N62 waar we een weids uitzicht hebben over het omringende landschap. Een open vlakte met akkers. Geen enkele woning te bespeuren. In de verte domineert een molen het landschap. We dwarsen de N62.

Na knooppunt 20 fietsen we al op het grondgebied van Philippine. We bezoeken de stad die bekend staat als mosselstad, een traditie die overgebleven is aan de vroegere haven die in verbinding stond met de Westerschelde. In de negentiende eeuw ontwikkelde Philippine zich tot een bloeiende plaats van vissers en mosselkwekers. Door verregaande verzanding van de Braakman moest in 1900 een kanaal worden gegraven om de stad toch een verbinding te laten behouden met de zee. Maar Philippine verloor zijn belangrijke positie meer en meer aan het groeiende Terneuzen, dat direct aan de Schelde lag. De afdamming van de Braakman in 1952 betekende het einde van de mosselcultuur. Alle vestingwerken werden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe woonwijken. Wat bleef is de faam van de mosselrestaurants. Tijdens het mosselseizoen kan je hier over de koppen lopen van de vele toeristen die van een mosselmaaltijd willen genieten in één van de zeven mosselrestaurants. We houden halt bij de reusachtige mosselschelp waaruit een beetje water spuit. Het monument werd in 1988 gemaakt door J. van Driel. Professor Dokter Wisse Dekker schonk terzelfdertijd een toepasselijk bankje dat er naast kwam te staan. Het heeft de vorm van een opengeklapte mosselschelp.

De O.L.V. Hemelvaartkerk van 1862 werd in 1924 vervangen aan het Philipsplein. Deze kerk werd echter in 1944 door oorlogsgeweld verwoest. Deze koepelkerk verrees in 1953-54. De koepel heeft een doorsnede van 18 meter die geheel vrij in de lucht, zonder ondersteuning werd gebouwd. Op het Stadhuisplein zien we het voormalig stadhuis 'De Schotse Hoek' dat gebouwd werd in 1869, voor de helft als stadhuis en voor de andere helft als lagere school. In 1905 werd de school overgebracht naar een nieuw schoolgebouw 'De Meerpaal' en kwam er een bewaarschool voor in de plaats. In 1970 verloor het stadhuis zijn functie door een gemeentelijke samenvoeging. De bewaarschool was al eerder vertrokken. Nu fungeert het gebouw als cultureel centrum. De herkomst van de naam 'De Schotse Hoek' is niet achterhaald, maar heeft waarschijnlijk te maken dat de oorspronkelijke rechte hoek aan het gebouw later is vervangen door een schuine 'schotse' hoek. Vanaf 'De Schotse Hoek' kijken we over het Philipsplein waar in de tijd van de vesting het exercitieterrein lag. Nabij de historische wegwijzer staat de grenspaal, die herinnert aan de tijd (ca. 1720) dat Zeeuws-Vlaanderen onder Oostenrijks gezag stond. Ook de oude gietijzeren waterpomp doet ons denken aan de mensen die vroeger geen leidingwater hadden en daarom hier emmers water moesten vullen om thuis de kinderen en of kleding moesten wassen. Het restaurant 'In Den Vlaemschen Pot' is open en we kunnen er iets drinken. We hebben zin in poffertjes en bestellen een portie bij ons drinken. Geen enkel gedekte tafeltje is bezet. Het is nochtans voorbij het middaguur. Als we afscheid nemen van de zaakvoerder komen er toch vier personen het restaurant binnen voor een potje lekkere mosselen. 

Bij knooppunt 88 fietsen we langs grenspaal No. 319. We rijden door buurtschap Posthoorn dat slechts uit enkele wegen bestaat. Vroeger moet hier een herberg hebben gestaan met de naam Posthoorn. We rijden vlak op de grens van Nederland en België. We bevinden ons meteen in het Meetjesland, een regio van de provincie Oost-Vlaanderen. Het noordelijk deel van het Meetjesland werd gewonnen na eeuwen strijd tegen de zee. Hier in de vlakte liggen tal van dorpen begraven die ooit door de Honte of Westerschelde van de kaart werden geveegd. Vooral de Elisabethsvloed, van 1376, zette grote stukken polder voor meer dan 100 jaar opnieuw onder water. Na deze rampzalige vloed, waarbij duizenden mensen het leven lieten, werd het Meetjeslandse poldergebied nog getroffen door verschillende overstromingen. In totaal gingen liefst 17 parochies, ook in Zeeuws-Vlaanderen, verloren. Ondertussen fietsen we langs verschillende waterlopen, kreken, polders en dijken. Dit alles vormt het gelaat van Assenede. Een infobordje: 'Bodemloze Put 1808 – 2008': vertelt over de hevige noordwester-storm in 1808 en 1809 waardoor een aantal polders in Assenede overstroomden. Voor zover bekend vielen er toen twee menselijke slachtoffers te betreuren. Als we links afslaan om de Hollekensstraat te volgen rijden we over het 'Zwarte Sluiswatering 1832-1967-2007'. Een infobord werd geplaatst door het bestuur van de Zwarte Sluispolder  en onthuld op zondag 2 december 2007. Dit als herinnering aan het feit dat dan 175 jaar geleden het uitwateringskanaal naar Boekhoute werd gegraven; en bovendien als herinnering aan het plan 40-jarig bestaan van de Zwarte Sluispolder.

We rijden verder zuidwaarts. Vlak voor knooppunt 91 zien we rechts de Rode Geul. De Rode Geul is 10 ha groot en het resultaat van zware overstromingen van honderden jaren geleden. De Elisabethsvloed van november 1376 liet een spoor van dood en vernieling achter. Hele dorpen verdwenen in de golven. Toen de zee zich uiteindelijk terugtrok bleven de kreken achter als stille getuigen. Uiteraard is het een paradijs voor vogels, kleine fauna en zeldzame vegetatie. Langs ons pad is een werkman bezig een infobordje aan een paaltje over de Rode Geul. Omdat wij belangstelling tonen wil hij in geuren en kleuren vertellen wat hij allemaal weet over het water dat zich voor ons uitstrekt. Spijtig genoeg praat hij in het plaatselijk dialect waardoor we niet alles begrijpen wat hij zegt. We danken hem toch hartelijk voor zijn vriendelijke uitleg en fietsen verder. Op de hoek Oude Molen en de Hollekensstraat nemen we onze zoveelste foto van het Mariabeeldje van Assenede.

We volgen knooppunt 51 slechts voor een gedeelte. Aan ‘café Passé’ moeten we rechtsaf. Het etablissement lijkt leeg en verlaten, of het heeft net vandaag zijn sluitingsdag. We vangen nog een glimp op van de Rode Geul en links zien we het water van de Grote Geul die beiden deel uitmaken van het Asseneedse krekengebied. Het Krekenlandschap is bij overstromingen ontstaan na het wegtrekken van de zee. De Grote Geul is 14 ha. groot en kronkelt meer dan twee kilometer door de polder.

Het is iets na 15:00u als we bij ons overnachtingsadres ‘Buitengewoonslapen’ aankomen. Te vroeg blijkbaar. We bellen aan maar niets roert zich. We besluiten om verder te rijden naar Assenede dorp. Drie kilometer verder. In een supermarkt hopen we om wat avondeten te kunnen kopen.

De poldergemeente Assenede is één van de oudste gemeente van Vlaanderen. De Sint-Petrus en Sint-Martinuskerk op de Markt kende een woelige geschiedenis. De oudste delen van de kruiskerk komen uit de dertiende eeuw en tijdens de veertiende eeuw werd het koor uitgebreid. De periode 1940-1945 was een woelige tijd waarin vele gebouwen en kunstvoorwerpen verloren gingen. Ondanks langdurige gevechten had de kerk over het algemeen niet al te veel schade opgelopen. Maar toen de oorlog ten einde liep, bij de bevrijdingsgevechten in september 1944, sloeg het noodlot toe. Bij het naderen van de geallieerden beseften de Duitsers dat de uitkijktoren die ze installeerden in de kerktoren niet in handen mocht vallen van de Canadezen. Om dit ten allen kosten te vermijden, staken ze de toren, gevuld met stro en benzine, in brand. De gevolgen waren catastrofaal: de kerkklokken smolten door de hitte, de brandende torenspits viel op de bedaking van de middenbeuk waardoor de brand oversloeg naar de ganse kerk en het waardevolle interieur in vlammen opging. Vier jaar later begon men met de restauratie en op paaszondag van 1950 werd de kerk weer ingezegend. Momenteel wordt de kerk wit geschilderd. Ze is tevens open voor een bezoek.

Bij de kerk staat de schandpaal met ketting en handboei. De paal dateert uit de achttiende eeuw en werd tijdens de Franse revolutie afgebroken. In de negentiende eeuw kende de schandpaal een tweede leven als pomplichaam, het begin van zijn reis door de gemeente. Pas in 1980 verscheen hij opnieuw op zijn oorspronkelijke plaats, als een stille getuige na een woelig verleden. Het infobordje is praktisch onleesbaar geworden doordat de ketting er tegen schuurt.

Aan de overzijde werd in 1871 de pastorie gebouwd. Het voormalige gemeentehuis op de Markt nummer 4 wordt gerestaureerd. De voorgevel vermeld het jaartal 1771 en werd toen oorspronkelijk gebouwd als land- of schepenhuis. Tot 2006 waren de gemeentediensten hier ondergebracht.

We vinden een supermarkt en doen onze inkopen voor vanavond. Daarna fietsen we terug naar de Kapellestraat 60. Op ons aanbellen komt er nu toch iemand om ons te verwelkomen. We worden rondgeleid door een prachtige locatie waarop de woonwagen staat. We krijgen borden en bestek om in de woonwagen te eten. Het is er gezellig warm bij een elektrisch vuurtje. Buiten steekt er een krachtige wind op. Gelukkig moeten we nu niet fietsen. Alleen voor het sanitair moeten we nog buiten. De douche bevindt zich achter het atelier van onze gastheer die steenkapper op rust is. We hebben in totaal 47 km gefietst. Foto’s: Rina Meurs.














18-09-2018 om 08:52 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandeling Hulst

Dag 2

Dinsdag 15 mei 2018. Na een zalige nachtrust ontwaken we door de zon die langs de kieren van de gordijnen onze slaapplaats binnen gluurt. Het beloofd een mooie dag te worden met een wolkenloze blauwe lucht. Het uitgebreid ontbijt wordt, zoals afgesproken, om acht uur, naar de kamer gebracht. Het is meer dan we op kunnen, met dank aan B&B Carpé Diem. Vandaag fietsen we niet. We gaan een wandeling maken in Hulst-centrum. Slenteren langs de unieke monumentale gebouwen, struinen door de zonovergoten smalle bijzondere straatjes met een rijke geschiedenis en op tijd en stond een natje en een droogte in één van de talrijke horecagelegenheden. Hulst is een oud stadje net over de Nederlandse grens in Zeeuws-Vlaanderen. Misschien wel 'De meest Vlaamse stad van Nederland'. De dag van vandaag hoor je het niet meer, maar ik herinner me nog goed, toen je vroeger de mensen vroeg waar ze gingen winkelen of wandelen, werd er steevast Hulst genoemd. De stad is tevens één van de best bewaarde vestingsteden van de Lage Landen. De 3,5 kilometer lange wandellus over de intacte wallen is een schitterend tochtje. Deze verdedigingswal werd met aarde opgeworpen tijdens de tachtigjarige oorlog. In dit conflict in de zeventiende eeuw werd de grens tussen Nederland en België bepaald. Tot dan behoorde Hulst bij Vlaanderen. De wallen moesten de stad beschermen tegen Spaanse soldaten. De smalle steegjes van het historisch centrum zorgen voor een sfeervol decor. We wandelen terug, via de Tivoliweg, naar de wallen die de stad omsluiten, en houden halt bij de dubbele poort. Ze werd gebouwd in 1619/1620 en genoemd naar de Dobbele of Bollewerckpoort. Het jaartal boven de linker boogpoort (1771) verwijst naar een hoognodige restauratie. Oorspronkelijk bestond slechts de middelste boogpoort, maar ten behoeve van de toegenomen verkeersdrukte in 1932 werd deze uitgebreid met een tweede doorgang en een voetgangerstunnel.

Na de poort slaan we linksaf en volgen even de oude vestingwallen. De verdedigingswal, van tien meter hoog, werd met aarde opgeworpen tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Tijdens dit conflict in de zeventiende eeuw werd de grens tussen Nederland en België bepaald. Tot dan behoorde Hulst bij Vlaanderen. De wallen moesten de stad beschermen tegen Spaanse soldaten. De Nederlanden maakten toen deel uit van Spanje. Hulst wilde zich afscheiden en bouwde daarom deze moeilijk in te nemen vesting. We staan vervolgens voor de windmolen die hoog op een dijk werd gebouwd. Daar krijgen de wieken de meeste wind. De stadsmolen werd gebouwd in 1792 op last van de Generaliteit en is daarom een stuk jonger dan de aarden wal. Oorspronkelijk maalde de molen het graan voor de soldaten van het versterkte stadje. Na de Franse tijd ging de molen in particuliere handen. De molen werd door de gemeente aangekocht in 1954 en weer maalvaardig gemaakt. Boven de oostelijke ingang bevindt zich het wapen van de Generaliteit.

Langs de parking van het Galgenbolwerk komen we bij de Begijnepoort of Grauwse Poort. Gebouwd in de eerste helft van de 17de eeuw onder het bestuur van burgemeester Benjamin de Beaufort. In 1704 werd de poort vernieuwd. Het landverkeer van en naar Grauw ging door deze poort. Voor de poort lag een ravelijn dat door houten bruggen met de stad verbonden was. Een ravelijn is een buitenwerk van een vesting. Een eiland dat zich omgeven door water in de vestinggracht bevindt. Ooit bevond er zich de galg waar ter dood veroordeelde mensen opgeknoopt werden. Tot 1859 werden de poorten 's avonds gesloten met houten deuren. De rechter doorgang is begin jaren zestig van vorige eeuw gerealiseerd ten behoeve van het voetgangers- en fietsverkeer.

Langs de Begijnestraat wandelen we tot op de Grote Markt. We bezoeken de protestantse Sint-Willibrordusbasiliek. Sinds 31 mei 2009 de 'Mooiste Kerk van Nederland' genoemd. De bouw vond plaats van 1200 tot 1534 in de rijke Vlaamse cultuur. De tegenstelling Katholiek en Protestant ontstond pas in de 16de eeuw. In 1645 veroverde Frederik Hendrik de stad Hulst en gingen er veel kunstschatten verloren. De kerk werd protestant. Ook de Tachtigjarige oorlog tekende de basiliek. Door twee Beeldenstormen en de verovering van Hulst door Frederik Hendrik gingen veel kunstschatten verloren. Alhoewel de protestanten er een kale kerk van maakten kwam hierdoor wel de prachtige Gotische bouwkunst volkomen tot zijn recht. In 1806 werd de basiliek een simultaankerk toen Napoleon bepaalde dat ook de katholieken recht hadden op een gedeelte van de kerk. In 1944 werd de toenmalige toren door de bevrijders van de kerk geschoten. In 1957 stond er een nieuwe toren op. Onbegrepen en verbijsterd voor de bevolking, die een meer traditionele toren ambieerden en ook verwacht hadden. Voor de grote Sint-Willibrordusbasiliek preekt de mooiprater, Reinaert de Vos, onder andere de passie voor een familie goedgelovige ganzen. Bij de hoofdingang van de kerk staat ook nog de oude stadspomp. Vroeger was er geen waterleiding en moesten de inwoners hun water bij de stadspomp halen met emmers. Het water kwam uit een diepe bron.

Het stadhuis is een met ledesteen, een geel witte kalksteen uit Oost-Vlaanderen, bekleed gebouw met Halletoren. De dubbele adelaar werd verleend door Maximiliaan van Oostenrijk aan zijn keizerstad. Het gebouw werd in 1452 door de Gentenaren verwoest. In de strijd tegen Gent door de bevolking van Hulst in 1485 in brand gestoken. Herbouwd van 1518 tot 1534 door de Gebroeders Keldermans en Willem van Sassen. In 1844 verlaagde men de kap en werden de dakkapellen en ornamenten verwijderd. De wapenstenen in het bordes zijn afkomstig van een vroegere torenbekroning van de basiliek.

Het bronzen herdenkingsbord aan het stadhuis werd geplaatst voor de opvang van honderdduizenden Belgische vluchtelingen van WOI. De vluchtelingen werden ondergebracht bij burgers in schuren, openbare gebouwen, het gemeentehuis, de kerk en in de open lucht. Er wapperen twee vaandels aan het gebouw met de afbeelding van een Vlaamse Leeuw. Een infobord legt uit: “Graaf Philips van den Elzas verleende Hulst in het jaar 1180 stadsrechten en een aantal handelsprivileges, waaronder tolvrijdommen in Vlaanderen. Deze voorrechten waren van grote betekenis voor de ontwikkeling van Hulst. Het beroemde dierenepos Van den Vos Reinaerde herinnert aan de middeleeuwse periode. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog raakte de stad meermalen betrokken bij de strijd tussen de Spaanse en Staatse troepen. Aanvankelijk maakte Hulst deel uit van het graafschap Vlaanderen (Zuidelijke Nederlanden), totdat Prins Maurits de stad in 1591 veroverde. Enkele jaren later, in 1596, plaatste Aartshertog Albertus van Oostenrijk, die na de dood van de Hertog van Parma enige tijd landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden was, Hulst opnieuw onder Spaans gezag. Tussen 1615 en 1621 werden de stadswallen, bolwerken, contrescarpen en ravelijnen aangelegd, deze speelden een belangrijke rol bij de verdediging van de stad. Hulst zou tot 1645 deel blijven uitmaken van de Spaanse gebieden. In dat jaar werd Hulst veroverd door de Staatse troepen onder leiding van Prins Frederik Hendrik. Onder het Staatse bewind was handel op de Schelde verboden. De betekenis van Hulst als handelsstad ging hierdoor verloren. In 1795 was de verbinding met de Westerschelde volledig dichtgeslibd. Na de Tweede Wereldoorlog werd Hulst opnieuw een bloeiend koopcentrum.

De gemeentewinkel, aan de overzijde, werd oorspronkelijk gebouwd als gouverneurshuis van het kapittel van Kortrijk, de “Rijckenborch”. In de 17de eeuw ingrijpend verbouwd om als woning te dienen voor Hendrik van Nassau Siegen, de eerste Staatse gouverneur van Hulst. Begin 19e eeuw werd het pand aangekocht door de familie Seydlitz en door deze bewoond tot 1973. De voorgevel is in 1990 in oorspronkelijke stijl herbouwd. Omdat ons Rina dringend moet en omdat dit een openbaar gebouw is gaan we vragen of ze naar het toilet mag, maar we worden onder lichte dwang naar de winkelstraat verwezen.

Langs de winkelstraat, waar moeder de vrouw van één van de vriendelijkste winkelierster van de straat, van het sanitair mag gebruiken maken, komen we weer bij de Gentse poort waar we door wandelen. De poort werd gebouwd in 1780. Het front bestaat uit een stellingwerk van pilasters, een architraaf en ornamenten. De doorgang is niet recht gebouwd, maar met een kromming om vijandelijke kogels het binnendringen te beletten. De coupure in de vestingwal links van de poort is in 1902 gemaakt ten behoeve van de stoomtram “Hulst- Walsoorden”. De vestinggracht is hier gedempt. Links, aan de voorzijde van de Gentse poort werd het Reinaertmonument geplaatst dat ontworpen werd door de Antwerpse beeldhouwer A. Damen. Het monument werd in 1938 onthuld op de Houtmarkt. Na de Tweede Wereldoorlog werd het kunststuk naar hier verplaatst. De bezoeker ziet de verbondenheid van de Reinaertstad Hulst met het verhaal “Van den Vos Reinaerde” uitgebeeld. Van den Vos Reinaerde is geschreven omstreeks 1260 in een Vlaams dialect door “Willem”. Aan de overzijde van de Gentsepoort werd een beeld geplaatst op een hoge sokkel van de 'Tamboer en Vaandeldrager. Gebeeldhouwd door Nederlander Gerard Brouwer en ingehuldigd in 2005.

We dwalen langs de straatjes door het centrum. De beiaard laat van zich horen. Het is net elf geworden als we in de Steenstraat belanden bij een prachtige herenwoning. Het “Refugium Ter Duinen” dat in de 15de eeuw gebouwd werd als gevangenis (Het Steen) en later in gebruik genomen werd als Lombardenhuis. De Cisterciënzers van Duinen uit de Potterstraat kochten het als vluchthuis voor de monniken die de uithof Te Zande in het huidige Kloosterzande bewoonden.  Na 1645 in gebruik als Princehof. Omstreeks 1800 werd het gebouw ingericht als jeneverstokerij. Nadien werd het gebouw gerenoveerd als dokterswoning. Thans is hier het museum van de Oudheidkundige Kring “De Vier Ambachten” gevestigd. Het traptorentje is na de Tweede Wereldoorlog van een bekapping voorzien. Aan de overzijde werd “Het Cachot” gebouwd. Dit is het 'S Landshuis', het gerechtshuis en bestuurshuis van het Hulster Ambacht. Op 28 mei 1561 door baljuw Jan Boxtale gekocht van jonkvrouw Marye Swulfs. Eerder werd er vergaderd in een huis aan de Vlasmarkt. In 1596 werd het gebouw vernield door Spaans kanonvuur. Het was wachten tot 1710 voor het huis werd herbouwd en van een hollands-klassicistische gevel en een daktorentje voorzien. In 1844 in gebruik genomen als marechaussee-kazerne. De wapenschilden boven de ingang zijn in de Franse tijd weggehakt.  Thans is hier het VVV-kantoor gevestigd, dat net vandaag zijn sluitingsdag heeft.

Langs een oude waterpomp in blauwe hardsteen belanden we bij een oude woning op de hoek van de Steenstraat en de Pierssensstraat. Er hangt een infobordje: “Refugium van Cambron. Oorspronkelijk hadden de Cisterciënzer monniken van Cambron hun vluchthuis aan de Vlasmarkt. Na de stadsbrand van 1562 kochten zij dit huis. In de 19de eeuw is dit pand door de burgemeestersfamilie Pierssens bewoond geweest. Aan de achterzijde bevindt zich een koetshuis. In de zijgevel zijn tekens van geglazuurde bakstenen te zien. Mogelijk stellen ze odalrunen voor, tekens ter afwering van onheil”. Thans biedt een vastgoedwinkel hier zijn waren aan.

Hoog tijd voor een verfrissing. We bereiken de nieuwe Bierkaai, waarvan de uitvoering begon in het jaar 2009. Het meest in het oog springend is de waterpartij met brug. Op de plek waar nu het water is was vroeger de haven gevestigd. We wandelen voorbij het bronzen beeld dat een 'Winkelende Vrouw' moet voorstellen. Op een schaduwrijk terras van een Grieks restaurant drinken we een koel biertje en kijken in het water naar de talrijke vissen die een plaatsje zoeken in het zonnetje. Naderhand wandelen we over de brug tot aan het infobord: “De Haven van Hulst. In vroeger eeuwen kronkelde zich door Oost-Zeeuws-Vlaanderen de Hulsterhavengeul, de verbinding van de stad Hulst met de Westerschelde. De haven was eeuwenlang van groot belang voor de stad. Iedereen die turf, wijn, zout, haring of mosselen vervoerde door de haven moest daarvoor tol betalen. Toen eind vijftiende eeuw werd begonnen met de aanleg van een aarden wal en een gracht rond de stad, bleek het punt waar de haven de stad bereikte een zwakke plek in de verdediging. Daarom werd daar een indrukwekkend stenen verdedigingswerk gebouwd waarvan de huidige Keldermanspoort een restant is. Via een 30 meter lange en 6 meter hoge tunnel kon het water van de haven onder twee poorten door de stad instromen tot aan de Vismarkt. Behalve Vismarkt verwijzen ook de huidige straatnamen Overdam, Bierkaai en Oude Havensteeg nog naar het bestaan van deze stadshaven”.

We wandelen langs de waterpartij die nog sporen vertoont van de dikke oude kademuur en een pijler van de oude Vischbrugghe. De Keldermanspoort was een land- en waterpoort. Ze liet mensen en boten binnen in het vestingstadje. Bij de inval van de Gentenaars in 1491 en tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de poort verwoest en grotendeels door aarde bedekt. In 1952 werden de restanten ontdekt en is de opgraving begonnen. Sinds 2012 is de Keldermanspoort opnieuw verbonden met de binnenstad via het project Bierkaai. Voor de poort werd in 2005 een monument geplaatst van Kathleen Verhegge en Ronald de Maet “De Overwonnene”. Twee bronzen beelden staan op een voetstuk. De winnaar kijkt neer op de verliezer die zijn zwaard aanbiedt ten teken van overgave.

Na een rustpauze in de speeltuin met klim- en speelattributen uit de Tachtigjarige Oorlog wandelen we terug door de Keldermanspoort tot op de open vlakte met een hoge gemetselde stenen muur. Dit was de tuinmuur van het Franciscaner klooster. In 1448 werd het klooster, dat buiten de Asschepoort stond, afgebroken en hier op de Schelphoek in vierkante vorm herbouwd. In 1645 moesten de gebouwen ontruimd worden, waarna ze werden ingericht als weeshuis en diaconie. De verdreven paters trokken naar Sint – Niklaas. De kerk is in 1821 afgebroken. In een gedeelte van het voormalige klooster was van het begin van de 19e eeuw tot 1972 de bierbrouwerij “De Halve Maan” gevestigd. De tuinmuur is het enige dat nog herinnert aan de Minderbroeders. Vanaf hier maken we een wandeling over de intacte wallen van het vestingstadje. Langs enkele exemplaren van geschut kanonnen die nog opgesteld staan. De stadswal kronkelt omdat hij in een stervorm aangelegd werd. Dat was gemakkelijker voor de soldaten om de stad te verdedigen. Het word warmer en we besluiten om terug te gaan naar ons B&B huisje. Aan het Brederode Bolwerk dalen we de wallen af en via de Tivoliweg zijn we binnen enkele minuten terug 'thuis'. In de tuin genieten we nog lang na op een schaduwrijk plekje. Een uitstekend idee om te rusten. Morgen trekken we opnieuw verder met de fiets richting kust. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.












01-09-2018 om 09:52 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
13-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Met de fiets naar de kust

Dag 1. Van Ekeren naar Hulst.

Fietsknooppunten: 96 -54 -56 -57 -59 -41 -44 -20 -47 -50 -7 -6 -5 -71 -2 -72 -74 -81 -80 -50 -52 -49 -47. Geplande afstand: 42 km.

Maandag 14 mei 2018. Het is half negen in de morgen. Gisteren waren we nog opgetogen over de voorspelde weerberichten. Er werden middagtemperaturen verwacht van maximum 25° Celsius. Maar daar gaat vandaag niets van in huis komen. Het is mistig en er waait een strakke wind van minstens drie beaufort. Daarbij duid de temperatuur slechts 12°C aan. Een trui en een fleece jasje zijn geen overbodige luxe. En ik had gedacht dat we in een T-shirt zouden kunnen vertrekken. Niet dus. Onze fietszakken zitten vol met de nodige kleding voor vijf dagen. De duur van onze fietstocht. We zijn er klaar voor en na een foto, die één van de buren van ons samen neemt vertrekken we van Ekeren naar Blankenberge aan zee. Gust, een andere buurman, komt nog buiten staan om ons uit te waaien en wenst ons nog een behouden aankomst. We fietsen eerst via de kortste weg naar de Oude Landen. We rijden door een uniek stedelijk natuurgebied waar ook, sinds kort, BPost deels eigenaar van is. We vinden in dit domein nog een verrassend stukje wilde bosnatuur met oude wilgen en vanaf het voorjaar zingende en kwetterende vogels.

Eens uit het natuurgebied volgen we knooppunt 54. We rijden door de wijk Luchtbal verder. In deze buurt werd de tv-serie de Familie Backeljau opgenomen. Een Vlaams komische televisieserie dat tussen 1994 en 1997 werd uitgezonden. We fietsen onder de A12 door. Links van ons is de spoorweg met het station ‘Antwerpen Noorderdokken’. Wat verder rijden we onder de 'Burgemeester Jozef Masurebrug' door. Genoemd naar Jozef Masure die tussen 1977 en 1982 burgemeester van Merksem was. Vanaf hier moeten we een omleiding volgen. De Argentiniëlaan ligt volledig opengebroken. Er wordt een nieuw fietspad aangelegd zodat de straat groener en veiliger wordt. De omleiding is duidelijk aangebracht en enkele minuten later bereiken we de Noorderlaan. Als we de N180 kruisen zien we rechts het complex van de vroegere Metropolis. Het opende de deuren in 1993, maar werd in 2011 veranderd in Kinepolis. Er zijn momenteel 24 zalen. We nemen een ondersteuning meer en fietsen de Straatsburgbrug op (N101) die over het Straatsburgdok ligt. Deze brug werd in 1996 gebouwd en heeft een lengte van 264 meter. Het Straatsburgdok verbindt het Albertkanaal met de Antwerpse haven. Het dok werd gebouwd in 1930. We laten restaurant ‘Het Pomphuis’ rechts liggen. Het  bouwen van het Pomphuis begon in 1918 en duurde tot 1920. De pompen pompten het naastgelegen droogdok leeg zodat een schip onderhouden kon worden. We fietsen over de Siberiabrug en aan het eind van de Letlandstraat is knooppunt 54.

Vanaf knooppunt 54 rijden we via de Kattendijkbrug over het ‘sasdok’. Links zien we het Red Star Line Museum. De Belgische rederij die een geregelde dienst onderhield tussen Antwerpen en New York of Philadelphia. Ze werd gesticht in 1872 maar ging failliet in 1929. De Rijnkaai brengt ons tot aan hangar 27 met de ATV studio’s en knooppunt 56.

We fietsen nog meer zuidwaarts langs de verschillende kaaien. Het is even na 10:00u als we aan het Kiel in de D’Herbouvillekaai bij knooppunt 41 zijn. Rechtsaf om langs de Fietserstunnel onder de Schelde naar Linkeroever te rijden. We zijn blij dat de liften naar behoren werken en verdwijnen diep onder de grond, verlost van de wind, van de kou en de mist. We fietsen niet alleen door de tunnel. Veel mensen maken er gebruik van om van en naar hun werk te rijden. Zelfs een eenzame jogger loopt rustig naar de rechter oever. 700 meter verder is knooppunt 44.

Bij knooppunt 20 rijden we voorbij de psychiatrische gevangenis voor zowel mannen als vrouwen. Een spandoek werd aan de hoge afsluiting geplaatst en vermeld: “Van gevang naar zorg”. Een campagne van “Te Gek?” in samenwerking met de Vlaamse gevangenissen, de justitiehuizen en nog veel meer organisaties. Tijdens deze campagne werden heel wat projecten opgezet. We rijden rechtdoor via de Beatrijslaan. Links van onze rijrichting vloeit de Schelde waarvan we slechts nu en dan een glimp opvangen. Rechts zien we de Burchtse Weel dat gevormd werd door een dijkdoorbraak tijdens de Middeleeuwen. Ze werd vergroot en uitgediept tot recreatievijver. Rond 1965 werd een aanpalend dok gegraven waar prefab elementen voor de Kennedytunnel gebouwd werden. Burchtse Weel en dok werden in 2011 heraangelegd tot een slikken- en schorrengebied. Slikken zijn de delen die bij elke vloed overspoeld worden. De schorren liggen hoger en komen enkel met springtij helemaal onder water te staan. 

We arriveren in Burcht, een deelgemeente van Zwijndrecht. In de Dorpstraat verlaten we even ons knooppuntnetwerk en fietsen regelrecht naar het kerkplein met de Sint-Martinuskerk. Volgens de legende zou de kerk gesticht zijn in 910. De huidige kerk dateert echter van 1899-1904. Ze werd meermaals gerestaureerd. Het is marktdag vandaag. Er staan slechts drie of vier kramen nabij de kerk en druk is het zeker ook niet. Naast de kerk werd in augustus 1967 de eerste “stalen openluchtbeiaard” van Vlaanderen gebouwd, naar aanleiding van het 20-jarig burgemeesterschap van Paul Van Goethem. Er hangen maar liefst 37 bronzen klokken. In 1968 werd de 15 meter hoge beiaard ingehuldigd. De beiaard werd in het jaar 2000 vernieuwd. Het prachtig gerestaureerde hoge gebouw naast de kerk is de voormalige broederschool, Sint-Joseph, dat in 1908 werd opgetrokken. Boven de bakstenen toegangspoort werd het bouwjaar aangebracht in Romeinse cijfers (MCMVIII). Enkele jaren geleden werd het gebouw opnieuw gerenoveerd tot volwaardige appartementen. De pastorie op het nummer 29 werd gebouwd in 1659. Uiteraard werden de nodige restauratiewerken uitgevoerd. Op de hoek, over de kerk, nemen we een eerste sanitaire stop bij 'De Klok'. We drinken een kop koffie of thee en rusten even uit. Het is 10:41u.

We vervolgen achteraf onze weg door de Kerkstraat. Net buiten het centrum van Burcht heeft een circus zijn tenten opgeslagen. Langs het recente fietspad, langs de Schelde, zien we drie levensechte dromedarissen en een longhoorn grazen. Ze lopen vrij rond op en naast het pad. We slalommen tussen de uitwerpselen van de grote dieren. Gelukkig zijn ze niet agressief. Via de Pastoor Coplaan fietsen we over de E17, nemen de eerste straat links en fietsen op een voorbehouden fietspad, evenwijdig met de snelweg.

We rijden op het grondgebied van Zwijndrecht. We komen niet echt door het centrum. Aan de Y-splitsing maken we een scherpe bocht naar links en vervolgen onze weg langs de Nieuwlandstraat. Net buiten het centrum rijden we over een voorbehouden fietspad. De weilanden zien geel van de hoge boterbloemen. Ik gok op de 'Scherpe boterbloem', maar het kan ook één van de 600 andere soorten boterbloemen zijn. Enkele paarden grazen in de wei maar door de onaangename smaak laten de dieren de bloemen vanzelf staan. Het weer wil maar niet beteren, maar we klagen niet want de regen blijft uit. We rijden tot over de N419 of de Krijgsbaan. We rijden langs de achterzijde rond het fort van Zwijndrecht. Het fort werd in 1870 gebouwd en in 1912 gerenoveerd. Alle historische gebouwen bestaan nog, al werden er wel nieuwe loodsen bijgebouwd. Het fort is eigendom van de Belgische overheid en wordt nog steeds gebruikt door het leger. Het is dus niet toegankelijk.

Aan de eerste spoorwegovergang, voor knooppunt 50 houden we halt bij een pijlerkapel “Maria ten Doorn”. Een statieommegang uit het derde kwartaal van de negentiende eeuw. We volgen een tijdje het spoor links van ons. Hier is het rustig en een bank nodigt uit om hier te picknicken. Net buiten het centrum van Melsele spotten we in de verte de romp van een oude molen. Dit is de molen “Van Hove of de Nieuwe Molen” met vijf zolders. Gebouwd op het einde van de achttiende eeuw en in 1822 volledig gerestaureerd tot een ronde stellingmolen. Reeds in 1924 werden de wieken verwijderd. Tijdens WOII was er een Duitse uitkijkpost gevestigd. Na de oorlog maalde de molen verder met een elektromotor tot 1975. De romp doet nog slechts dienst als bergingsruimte. We fietsen richting Beveren.

Vlakbij het kasteel Cortewalle staat het kunstwerk 'Paard verdedigt veulen tegen stier', omgeven door kleurrijke lentebloemen. Kasteel Cortewalle is een Vlaamse waterburcht en dateert van de vijftiende eeuw. Met trots mag het zelfs het oudste kasteel van het Waasland genoemd worden. Het werd tot 1960 bewoond, waarna in 1966 de gemeente Beveren het domein aankocht. Het kasteel maakt momenteel deel uit van het Cultuurcentrum 'Ter Vesten'. Over het kasteel bevindt zich het 18de eeuwse koetshuis met oranjerie dat nu een taverne – restaurant is. We fietsen door het uitgestrekte park tot aan de N70.

We steken de grote drukke baan over tot bij de parochiekerk Sint-Martinus. Ze werd gebouwd in de elfde en twaalfd eeuw met Doornikse kalksteen. De toren werd in de dertiende eeuw verhoogd. In de vijftiende eeuw werd de kerk gesloopt en vervangen door een gotisch gebouw rond de behouden toren. De schandpaal dateert van april 1777. De kapiteel met vaas werd in 1984 aangebracht. De arduinen gemeentepomp op de Grote Markt heeft een diamantkop en een kroonlijst. Het monument voor de gesneuvelden van beide Wereldoorlogen trekt onze aandacht. Bij heel warm weer wordt de fontein gebruikt voor afkoeling door de plaatselijke jeugd. Waterpret verzekerd. Aan de linkerzijde van de grote baan werd het gemeentehuis opgetrokken. Het oude gedeelte werd in 1863 gebouwd. Het verving het “Landhuis” dat dateerde van 1652. Het nieuwe gedeelte, achteraan, kwam in twee fases tot stand: in 1981 en 1992. In de gevel werden de wapenschilden aangebracht van de acht deelgemeenten. In het driehoekige fronton staat de Heilige Martius afgebeeld. Het gemeentehuis heeft nog steeds zijn administratieve functie. Verder langs de winkels in de Vrasenestraat.

In Vrasene houden we kort halt bij de Heilige Kruiskerk. Reeds voor het jaar 1183 was hier al een Romaanse driebeukige kerk, maar dan zonder toren. Deze werd door volkstoename vervangen in de vijftiende eeuw met vierkante westtoren. Dichtbij staat het oorlogsmonument dat de inwoners gedenkt die zijn omgekomen of vermist tijdens de beide Wereldoorlogen. Ook werd in de buurt van de kerk de oude schandpaal van 1765 geplaatst.

Bij knooppunt 2 houden we halt naast de kapel op de hoek van de Kortbroekstraat en de Smisstraat. De kapel van de Heilige Barbara werd in 1814 gebouwd ter vervanging van een tijdens de Franse revolutie gesloopt heiligdom. Het interieur wordt prachtig onderhouden. In de Puchelstraat werd de kapel van de Heilige Rita gebouwd in het tweede kwartaal van de twintigste eeuw. Boven de dubbele deur werd het opschrift aangebracht: “Helpster in onmogelijke en hopeloze zaken”. Ook dit interieur mag gezien worden. Het beeld van de Heilige Rita staat temidden van gevleugelde engelen.

De windturbines zijn niet meer uit het landschap weg te denken. Bij knooppunt 72 draaien er maar liefst vier naast elkaar. Een bord legt uit: “In november 2012 werd het windpark Duikeldam in bedrijf genomen. Het park omvat vier windturbines, waarvan één in Sint-Gillis-Waas en drie op het grondgebied van Vrasene. Samen produceren deze voldoende stroom voor ca. 6.000 gezinnen”. We fietsen langs hectaren fruitboompjes. Reeds van ver zien we de rode appels schitteren. De akkers rondom kleuren groen. Vooral de maïs domineert de omgeving. De plantjes zijn echter nog pril. Ze staan nog maar enkele centimeters boven de grond. We kunnen nog volop genieten van weidse uitzichten. Bij de akkers met hoge ruggen vraag ik me af of er aardappelen of asperges groeien? Het lijkt of elk stukje landbouwgrond is bezaaid of beplant met groenten. Als nu het weer nog wat mee wil kan de groei beginnen. De mist houdt echter nu nog hardnekkig stand. Ook de wind wil niet luwen.

We fietsen over het Klingspoor tussen twee waardevolle natuurgebieden op een oude spoorwegbedding langs het Stropersbos. Het Stropersbos strekt zich uit langs de Belgische kant van de grens en is ongeveer 300 hectare groot. Daardoor is het één van de grootste bos- en natuurgebieden van Oost-Vlaanderen. Tussen 2001 en 2010 werd hier een groots natuurinrichtingsproject gerealiseerd om de natuur meer kansen te geven. De Clingse bossen bevinden zich aan de Nederlandse kant. We naderen het Belgische dorp Klinge. Bij het voormalige treinstation van Klinge houden we een sanitaire stop aan de 'Oude Statie'. Meteen komt de zon tevoorschijn. De wolken breken open en we zetten ons aan het enige vrije tafeltje op het terras. Proost.

Het is 15:45u als we over de grens van Nederland rijden, op het grondgebied van Zeeland. We moeten nog ongeveer 5 kilometer fietsen. We rijden door het historische drukke centrum van Hulst. In het oude vestingstadje is het feest. Op de markt, bij de kerk, draait de kermis op volle toeren. Kinderen kraaien van de pret. Hekwerken staan langs de stoeprand te wachten op de wielrenners. We fietsen langs de Dubbele poort naar de Tivoliweg tot bij het B&B huisje: 'Carpe Diem'. Onze gastheer leidt ons rond in ons moderne stulpje. Onze fietsen mogen in de garage om de batterijen op te laden. We hebben vandaag 52 kilometer gefietst. Het is zonnig geworden en een paar graden warmer. Wat later stappen we terug naar het centrum van Hulst voor een welverdiend avondmaal. Foto’s: Rina Meurs.












13-08-2018 om 09:34 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Asroute

Fietsknooppunten: 41 – 565 – 551 – 60 – 61 – 63 – 62 – 532 – 64 – 567 – 29 – 30 – 535 – 565 – 41.

Geplande afstand: 41,9 km.

Vertrek: Vlakbij het voormalige station in de Stationsstraat van As.

 

Zondag 6 mei 2018. Het is rond acht uur in de vroege morgen als we met de auto richting Luik vertrekken. Het is redelijk rustig op de ring rond Antwerpen. Het scheelt een pak als er geen vrachtwagens rijden. Een half uur later bevinden we ons al in de provincie Limburg. We zijn net het bord voorbij gereden waarop de vriendelijke Limburgers ons welkom heetten. Aardig toch? Aan afritnummer 24 verlaten we de E314 en rijden richting Tessenderlo. Ons Rina heeft van de kinderen en vrienden een Bongobon cadeau gekregen voor haar zestigste verjaardag. Een uitstekende reden om eerst eens uitvoerig te gaan ontbijten voor we onze educatieve fietstocht aanvatten. We houden halt op de parking aan de Zavelberg nabij taverne 'Ter Scoete' in Tessenderlo, aan de rand van het drieduizend hectare groot natuurgebied 'Gerhagen'. Het domein Gerhagen is de groene long van Tessenderlo. Het domein heeft een oppervlakte van 945 ha en is samen met de Merodebossen één van het grootste aaneengesloten bossencomplex van Vlaanderen. Naast het gezellige eetcafé bevindt zich het Bosmuseum. Een bezoekerscentrum dat informatie over de natuur aanbiedt.

 

In het weekend kan je hier bij taverne 'Ter Scoete' ontbijten. Voor de hongerige wandelaar en fietser staat er een uitgebreid ontbijtbuffet klaar met diverse koude en warme gerechten. Al of niet voorafgegaan met een glas bubbels. Binnen in de taverne zijn alle tafels en stoelen bezet of gereserveerd en we krijgen een tafeltje op het terras aangeboden. De temperatuur wijst momenteel 15 à 16° Celsius aan. Het wordt beslist warmer vandaag maar nu houden we nog onze truitjes aan. We zijn trouwens niet de enigen die op het terras ontbijten. Er worden zelfs nog meer tafeltjes gedekt op het enorme terras. Na afloop van ons heerlijk ontbijt vertrekken we naar de Limburgse gemeente As.

 

Een paar minuten voor 11:00u draaien we de parking op naast het voormalige station van As. Het 'Station Asch' is het ideale vertrekpunt voor een fietstocht rond en door het Nationaal Park Hoge Kempen. Het is het  oudste station van Limburg. In de jaren '20, van vorige eeuw werd dit het beginstation van de kolentreinen. Vanaf dan speelde het station jarenlang een centrale rol in de steenkoolontginning in deze streek. Van hieruit vertrokken de vele mijnwerkers en kolenwagens naar de nabij gelegen mijnen in Eisden, Waterschei en Winterslag. Het mijnverleden is hier nooit ver weg. Nu staat er een gerestaureerde trein met het smalste bezoekersonthaal van het Nationaal Park. Het vroegere stationnetje is nu een gezellig eetcafé waar je de sfeer van weleer nog steeds kan opsnuiven. Het perron doet dienst als terras waar momenteel al enkele dorstige of hongerige aan picknicktafeltjes op een consumptie zitten te wachten in het vroege lentezonnetje. Aan de overzijde van het perron staan verschillende kraampjes opgesteld. Muziek klinkt uit de luidsprekers. Vandaag is het de tweede dag van 'Smaak'. Een foodtruckfestival die het 'Station As' omtovert tot één groot sfeervol openluchtrestaurant. Van Aziatisch tot Zuid-Amerikaans, er is voor iedereen wat wils. Er is, voor straks muziek en dans, een openluchtfilm en volop animatie voorzien. Genieten tussen de treinen dus. We laten de fietsen nog even op het fietsrek en wandelen langs de geurige kraampjes naar de oude historische treinstellen die werden opgesteld. Een buffetwagen en een slaapwagon zijn aan elkaar gekoppeld. Op deze manier wandelen we tot bij de uitkijktoren.

 

De 31 meter hoge uitkijktoren is een replica van de boortoren waarmee de Leuvense professor André Dumont in 1901 op 541 meter diepte de eerste steenkool in Limburg ontdekte. Het is 'slechts' 130 trappen klimmen tot het hoogste punt. Het loont te moeite. Hier boven hebben we een weids uitzicht over de stations site en het Nationaal Park. In de verte zien we de twee hoge terrils van de voormalige steenkolenmijn, ook van de Mechelse Heide en Maasmechelen vangen we een glimp op. Na nogmaals 130 trappen naar beneden, wandelen we terug langs het gesloten bezoekerscentrum en het oude station naar de auto.

 

Voor we aan onze route beginnen fietsen we eerst langs de Stationstraat, we laten het stationnetje links liggen, en slaan dan de eerste straat rechtsaf in. Dit is de Schuttenbergstraat die we volgen tot achter de sporthal. Hier ligt, net buiten het centrum van As, de Geologische Wand, een overblijfsel van de voormalige grindhoeve Hermans. De wand van deze Grindgroeve toont de geologische afzettingen van de laatste 300.000 jaar. Via de trappentoren van 8,5 meter, kunnen we de wand op diverse niveaus bekijken. Eens boven, na 50 trappen, staan we in een gemengd bos van loof- en dennenbomen. De stilte wordt slechts onderbroken door het gezang van verschillende vogels. Een lust voor het oor. De loopbrug vormt de verbinding tussen de bodem van de groeve en het oorspronkelijk niveau. Eens terug beneden fietsen we weer naar de grote baan die we oversteken en knooppunt 41 volgen. We duiken meteen het bos in. Linksaf over een asfalt pad richting station van As. We houden een fotohalte bij het monument voor de op 21 juni 1944 neergestorte RAF Lancaster III LM580 DX-L. Een bommenwerper die hier vlakbij neerstortte met als opdracht om een olie-installatie in het Wesseling Ruhrgebied (D) te bombarderen. Het toestel steeg op in Groot Brittannië op 21 juni 1944 om 23:07u. Boven Eindhoven (NL) werd het vliegtuig beschoten door Duits afweergeschut. Op bevel van de jonge piloot Ginger Guy (22) zijn zes bemanningsleden uit het vliegtuig gesprongen. De piloot trachtte het toestel vliegend te houden maar is in valvlucht met de volledige bommenlading neergestort, hier aan het station, ongeveer op de plek van dit monument. De piloot kwam daarbij om het leven. Hij is begraven op het kerkhof van As. Het monument werd ingehuldigd op 21 juni 2014.

 

Via het smalspoor van het minitreintje fietsen we opnieuw langs de hoge uitkijktoren. Voorbij de spoorweg moeten we rechtsaf langs de parking. Het is een stevige klimming op de nieuwe fiets- en voetgangersbrug over de N75 of de Europalaan. De brug is gebouwd in 2013-2014 en heeft een lengte van 90 meter. Na knooppunt 41 duiken we het bos in van het Nationaal Park Hoge Kempen 'Mechelse Heide'. De Mechelse Heide is hét wandelgebied bij uitstek in het Nationaal Park. De wandelingen ten zuiden van deze weg brengen de wandelaar naar de hoogste punten van de Hoge Kempen met vergezichten tot in Duitsland. Op 23 maart 2006 werd het Nationaal Park Hoge Kempen officieel geopend. In dit natuurreservaat worden meer dan 5000 hectaren bos en heide beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid. De regio heeft iets bijzonders met zijn uitgestrekte natuur. Op de fiets en zelfs bij een wandeling proef je van al dat moois dat de streek te bieden heeft. Op een foldertje van “Kolenspoor” staat te lezen: 'De Hoge Kempen is het grootste bos- en natuurgebied van heel Vlaanderen. Grote waterplassen bleven achter daar waar zand en grind werd gewonnen. De hoogste 'toppen', 100 m hoog, bieden schitterende vergezichten. Het is een thuis voor tal van zeldzame en bijzondere dieren. Een ontmoeting met een ree is geen uitzondering en vlinders zoals de koninginnenpage kleuren de zomer. Bijzondere bewoners zijn de gladde slang, de mierenleeuw en de bijenwolf. Grote stenen en kleine keien getuigen van de laatste ijstijden en geven een magisch gevoel'. Als we de E314 voorbij zijn komen we automatisch bij Camping Kikmolen aan de Kikmolenstraat. Van de Kikmolen, naast de Kikbeek, rest slechts het molenhuis zonder molenrad. De korenmolen werd gebouwd in 1480 maar werd herhaaldelijk gerestaureerd en gerenoveerd. 

 

Na knooppunt 61 rijden we op het grondgebied van Maasmechelen door de gemeente Opgrimbie. We geven onze ogen de kost want we fietsen langs recent gebouwde villa's met prachtige siertuinen. We staan soms stil om van de azalea's, rododendron struiken en seringen te genieten. We proberen hun geur op te snuiven. Sommige tuinen kleuren geel van de brem die  volop staat de bloeien. Een streling voor het oog. We fietsen momenteel op een hoogte van 42 meter. We fietsen daarna langs de rand van het natuurpark.

 

Voorbij knooppunt 63 fietsen we over de 'Ziepbeek'. Het water van de beek is erg zuiver en voedselarm. Verderop rijden we terug door een uitgestrekt dennenbos dat wordt afgewisseld met heide. Het is nog te vroeg om te genieten van paars bloeiende heide.

 

Bij knooppunt 62 moeten we rechtdoor fietsen maar houden eerst een verfrissende stop bij het “IJsparadijs”. Er is niet veel plek meer in de schaduw. Het is bijna een wedloop naar een schaduwrijk tafeltje met twee stoelen. Terwijl ons Rina geniet van een Yoghurtijs met stracciatelli, offer ik mij op bij een koele verfrissende en lekkere Duvel. Het is niet alleen een komen en gaan van fietsers en  wandelaars want ook talrijke auto's houden halt op de grote parking naast het ijssalon. Naderhand  fietsen we voldaan weer verder, pal naast een grote weide met boter- en paardenbloemen die in het zaad staan. Een rukwind blaast de pluisjes de hoogte in. Het lijkt net heel fijne sneeuw. Best niet inademen. We hebben momenteel 20 kilometer gefietst. De lucht is nog steeds lenteblauw. Geen wolkje aan het firmament te bespeuren. Volgens mij meet de temperatuur meer dan 25° C aan. Goed dat we niet constant in de zon moeten fietsen. Het bladerdek in het park en de bossen beschutten ons tegen de felle zonnestralen. We rijden door Stalken, een gehucht van Zutendaal. Bij de grote veldkapel, die gewijd is aan O.L. Vrouw van Rust, houden we even halt. Het interieur oogt mooi door de vele plaasteren beelden op het altaar. De muren zijn wit geschilderd en met fotokaders behangen. Enkele stoelen nodigen uit om te mediteren. Naast en over de kapel staan twee villa's te koop. Ons Rina heeft snel haar keuze gemaakt en wil al morgen verhuizen. Maar ik denk dat mijn pensioen niet toereikend is. We blijven in ieder geval hopen op een mirakel.

 

Even verder werd een monument opgericht van Jeroen Brouwers in 2007. “De zin van het leven”. Is dit mogelijk de zin van het leven: 'Sporen achter laten?'. Verderop rijden we via een brug over de 'Bezoensbeek'. De beek ontspringt ter hoogte van Kalken en kabbelt rustig door het landschap.

 

Bij het volgen van knooppunt 29 fietsen we door het industrieterrein van Zutendaal. Het is rustig rijden momenteel omdat het zondag is. Morgen moet je hier uiterst voorzichtig zijn en waarschijnlijk slalommend tussen de trucks fietsen en heb je ogen te kort om je veiligheid te garanderen. Net voor het centrum van Genk slaan we rechtsaf. Het is heuvel op en af. Het is hier hoorbaar stil. Niets dan groen rondom ons. Goed dat er nog vogels zijn. Een lust voor het oor. We zijn de enige levende zielen. Momenteel staan we stil op een open plek met enkele hoogspanningsmasten. De hoge pylonen misstaan hier tussen het vele groen. We proberen ze weg te denken maar verderop staat er weer één. Vlakbij werd een infobord geplaatst: 'De 380 kv-hoogspanningslijn vertrekt in Zutendaal en komt na 40 kilometer toe in Maaseik'. Rechts van ons in de vallei bevindt zich recreatievijver 'Papendaalheide'. Een surfplas van Zutendaal waar ook wordt geroeid, gekajakt en gezwommen. Een afrijs eindigt net boven het water. Op het strand liggen de zonnekloppers.

 

We komen bij de muur van 'kattevennen'. Een van de poorten tot het Nationaal Park Hoge Kempen.  Hier ligt het accent op de kosmos. In de cosmodrome verken je het heelal in de 360° dome. Naast sterrenkijken kan men hier minigolven, wandelen, fietsen en paardrijden. Paardrijden is tegenwoordig een heerlijke bezigheid geworden. In draf door de bossen of galopperen langs de uitgestrekte heidevelden. In augustus wandel je door zeeën van paarse heide. Het is een heerlijke brok ongerepte natuur van 5.700 hectare met dennenbossen, paarse heidevlaktes, glinsterende vijverlandschappen en hoge rotstoppen met eindeloze vergezichten. Het Europlanetarium is één van de vijf actieve volkssterrenwachten van Vlaanderen.

 

Het is 30° Celsius als we terug bij de auto zijn. We hebben in totaal 45,8 kilometer gefietst. Het is druk nu aan het stationnetje van As. Bij de kraampjes zitten mensen te eten en te drinken. De sfeer zit er goed in. Wij rijden naar huis. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.












01-08-2018 om 07:43 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
17-07-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Etten - Leur

Dag 3, zondag 22 april 2018. Bewolkt en winderig. Niet echt het ideale weer voor een fietstocht. We besluiten om een wandeling te maken in het centrum van Etten-Leur voor we naar huis toe keren. In Etten-Leur willen we van de gelegenheid profiteren om meer te weten te komen over het leven en het werk van Vincent van Gogh. De Nederlandse kunstschilder werd geboren te Zundert in 1853 en stierf op jonge leeftijd te Frankrijk in 1890. Hij verbleef in dit dorp van 1875 tot 1882. We parkeren de auto op een gratis parking in de Wipakker (straat). De dorpjes Etten en Leur werden in 1969  samengevoegd tot één gemeente met een rijk verleden. Het dorp heeft sinds 2005 een vernieuwd centrum en dat gaan we duidelijk merken.

 

We wandelen de Wipakker teneinde en komen vanzelf op de Markt (straat). Linksaf tot bij de Sint-Lambertuskerk. Een kruisbasiliek met toren uit 1877. Net vandaag is het de grote dag voor de eerste communiekanten. Hopelijk kunnen de mooi uitgedoste kinderen genieten van een aangenaam feest zowel in de kerk als thuis. Het Heilig Hartbeeld vooraan dateert uit 1926.

 

Het oude Raadhuis, verderop aan de Markt, is het vroegere gemeentehuis van Etten. In de gevel staat het bouwjaar 1776 vermeld. Het prachtige pand met bordes doet nu vooral dienst als vergadercentrum. De meeste ambtenaren zitten sinds 2015 in het Stadskantoor aan de Roosendaalseweg.

 

Na zijn besluit om kunstenaar te worden keerde Vincent van Gogh terug naar zijn ouderlijke huis, achter de kerk, in de niet meer bestaande pastorie van Etten. Hij gaat steeds serieuzer tekenen. Naast de Van Gogh kerk, waar zijn vader predikant was, bevindt zich de voormalige kosterswoning. Dit karakteristieke en pittoreske pandje werd in 2007 verbouwd en ingericht als informatiecentrum van de Stichting Vincent van Gogh Etten – Leur. Op 19 december 2014 werd de kerk officieel geopend voor het publiek. In de kerk tonen negen kleurrijke ramen de thema's van zijn Ettense periode.

 

De Meiboom of Moeierboom is, volgens gegevens, van 1774. Vincent van Gogh begon zijn carrière in 1881, hier in Etten. Hier liet hij zich inschrijven als kunstschilder en richtte hij zijn eerste echte tekenatelier in. Vrijwel dagelijks passeerde hij dit natuurmonument, de Moeierboom. Vincent wandelde hier vaak. Hij hield van het dorpse karakter en van het landschap. In Etten vond Van Gogh inspiratie. Zijn verblijf hier was het kantelpunt in zijn leven.

 

Het uitzonderlijk beeld 'Un Stijloor' op de Markt is van kunstenaar Ron Dinven. Het beeld werd vervaardigd ter gelegenheid van het 44 jarig bestaan van de carnavalsgroep De Stijloren. Het kunstwerk werd onthuld in 1996.

 

't Kapelleke dat gewijd is aan Maria werd gebouwd in 1955. Achter de kapel werd in december 2014 de voormalig Nederlands Hervormde Kerk omgedoopt tot Van Gogh kerk. Het gebouw dateert uit de dertiende eeuw als overgebleven gedeelte van een verder verdwenen 16de eeuwse hallenkerk. De toren werd in 1771 opgetrokken. De vader van Vincent van Gogh, Theodorus, was hier van 1875 tot 1882 predikant. De kerk is sinds 1986 in gebruik als Raadzaal van de gemeente.

 

Het bronzen Vincent van Gogh beeldje werd in 1990 onthuld bij de stadskantoren ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Vincent van Gogh. Hier, ongeveer op deze plek, woonde het gezin Van Gogh van 1875 tot 1882. In de riante domineeswoning had Vincent zijn eerste atelier. Op 22 jarige leeftijd woonde Vincent niet meer bij zijn ouders, maar keert wel regelmatig terug naar het ouderlijk huis. Vaak omdat hij geld nodig heeft. In 1881, toen Vincent 28 jaar geworden was, trok hij negen maanden in bij zijn ouders, om zich volledig aan de schilderkunst te wijden. Op deze plek lag een prachtige tuin. Geheel vanuit zijn fantasie schilderde Vincent van Gogh in zijn meest kleurrijke Franse periode 'Herinnering aan de tuin in Etten'.

 

Op weg naar het Van Goghplein wandelen we langs de Nieuwe Nobelaer. Een cultureel centrum dat bestaat uit een theater, bibliotheek, een kunstuitleen en een speel-o-theek. Het complex dateert oorspronkelijk uit 1958 en werd al snel in de jaren zestig en zeventig uitgebreid. In 2014 echter besloot de gemeente tot een nieuwbouw omdat door betonrot het gebouw niet meer kon onderhouden worden.

 

Het heeft wat geduurd maar uiteindelijk vinden we het Vincent van Goghplein. De meeste inwoners weten zelf niet waar het plein zich bevind en enkelen sturen ons naar de Vincent van Gogh kerk als ze horen dat we een kunstwerk over Vincent van Gogh zoeken. Een jonge vrouw stuurt ons dan toch gelukkig de goede richting uit. Het plein bevind zich, op wandelafstand, buiten het centrum. Het kunstwerk “De zonnebloemen met de kraaien” staat te midden van een parking en werd onthuld in 2003. Het werd vervaardigd ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van Vincent van Gogh. Het bronzen beeld is 1,26 meter hoog en werd geïnspireerd op het schilderij “Het korenveld met de kraaien” dat Vincent aan het einde van zijn leven in Auvers (Frankrijk) schilderde.

 

Een prachtige afsluiter van een heerlijk weekendje in Nederland. Meer moet dat voor ons niet zijn. We wandelen terug naar de auto en rijden naar huis. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.








17-07-2018 om 01:42 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-07-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rucphenroute

Fietsknooppunten: 54-73-74-61-98-12-77-76-65-64-75-73-54.

Dag 2. Zaterdag 21 april 2018. Weer een stralende zonnige dag vandaag. We maken een tweede fietstocht door enkele Nederlandse dorpen met klinkende namen zoals Rucphen, Sprundel en Sint-Willebrord. We houden het hotel links van ons en volgen knooppunt 54. Het gebied heeft nog heel veel groen. 

Even voorbij knooppunt 54 houden we halt over de spoorweg Roosendaal – Dordrecht voor een prachtige foto van het voormalige station. Het werd opgetrokken als dienstgebouw in 1855. In 1884 werd er een verdiep op geplaatst en kreeg het de volwaardige naam van station. Vanaf 1999 werd het station omgebouwd tot winkel. Nu is het een volwaardige bloemenzaak geworden. We fietsen voorbij een tankstation langs de weg dat de bestuurders laat weten dat de E95 loodvrije benzine 1,53 euro kost. Een 20 eurocent duurder dan bij ons.

Na knooppunt 73 fietsen we via een viaduct over de E312. De Europese snelweg heeft een lengte van 160 km. Hij vertrekt ter hoogte van Vlissingen en eindigt bij het knooppunt Batadorp. Na de afdaling houden we halt bij een boerderij met een melktapperij in een blokhut. Je gooit geld in de automaat en de melk begint in de beker te stromen die je er onderhoud. De melk is fris en lekker. We zetten ons even buiten aan de picknicktafel om van dit moment te genieten. Verderop rijden we links van de Rucphenseweg op een fietspad dat afgeboord is met statige hoge loofbomen. Af en toe fietsen we in het zonnetje.

Aan knooppunt 74 wijken we af van onze route en volgen even knooppunt 72. Rechtsaf dus op de Gastelsebaan. Linksaf in de Heimolendreef tot aan de volgend kruispunt met de molen. De ronde stenen Heimolen is een beltkorenmolen die werd opgericht in 1844. In 2008 kocht de gemeente de molen en werd deze volledig gerestaureerd. Sinds 2012 draait de molen weer regelmatig door de hulp van een groep vrijwilligers. We keren terug naar knooppunt 74 en vervolgen onze weg over de Rucphenseweg die ons naar het dorp Rucphen brengt. Van ver zien we reeds de spitse kerktoren boven de daken van de huizen uitsteken. Het dorp Rucphen is gelegen in de luwte van de West-Brabantse stedenrij. Een vrijwel aaneengesloten gebied van bossen en heide bedekt één vijfde van haar grondgebied. Rucphen is een groene gemeente en heeft een rijk Rooms Katholiek verleden. De huidige Sint-Martinuskerk is een rooms Katholieke kerk van 1933. De voormalige oudere kerk en klooster dateerde van 1809 onder het bewind van het koningschap Lodewijk Napoleon. De kerk werd te klein bevonden en gesloopt. Om de kerk uit te breiden moest het klooster er ook aan geloven. De huidige toren werd in 1944 als gevolg van oorlogsschade verwoest en weer opgebouwd, echter in gewijzigde vorm. Het Heilig Hartbeeld is eveneens van 1933. Naast de kerk, staat de pastorie die dateert van 1869. Het dak werd rond 1900 vernieuwd en de garage werd in de jaren van 1920 bij aangebouwd. Het glas-in-loodraam stelt Sint Maarten en de bedelaar voor. In 2015 werd de pastorie verkocht om de nodige renovatie van de kerk te betalen. 

We verlaten het centrum en belanden bij de Rucphense bossen. De Rucphense Bossen zijn onderdeel van een omvangrijk natuurgebied van zo'n 1200 ha. Waar nu de bossen staan, lag vroeger stuifzand. Het gebied kent een uitgebreid routenetwerk voor zowel wandelaars als fietsers. Als we de Pierestraat indraaien ligt rechts het buurtschap ‘De Posthoorn’ met een enorme camping. Je vindt er staanplaatsen voor stacaravans en chalets. Het wordt onze eerste sanitaire stop. De chalet dient vandaag als rustplaats voor een verkwikkende marching waar talrijke wandelaars aan deelnemen. Op deze plek kan je even verpozen met hapje en een drankje aan democratische prijzen. Wij genieten mee.

Na knooppunt 61 fietsen we langs een open landschap met heide. We twijfelen er niet aan dat het tijdens de bloeimaand hier prachtig moet zijn. Het gebied wordt omzoomd door hoge dennen- en loofbomen. We worden verwend door het overdaad aan groen. Bomen langs ons pad en daarachter hectaren weide- en akkergrond.        

Bij knooppunt 76 zijn we pal in het centrum van Sprundel. Een rustig dorpje met talrijke parkeer mogelijkheden. We slaan rechtsaf, richting knooppunt 6, in de Sint Janstraat. Aan de Hertogstraat toornt de spitse kerktoren hoog boven ons uit de lucht in. We houden halt bij de kerk voor een paar foto's. De Sint-Johannes de Doperkerk is van 1922. De westertoren is echter ouder en dateert van eind 15e en begin 16e eeuw. Van 2012 tot 2014 werd de kerk een laatste maal verbouwd tot een multifunctionele accommodatie waarin kerkelijke en maatschappelijke activiteiten plaats kunnen vinden. Dat is duidelijk te zien aan de zijkant van de kerk. Er werden ramen en deuren aangebracht en het interieur vertoont enkele bureaus met stoelen en kasten voor archieven. In de Sint Janstraat, naast de kerk, werd in 1842 de pastorie gebouwd met aanpalende school. Ze heeft uiteraard veel verbouwingen gekend. De laatste renovatie gebeurde vier jaar geleden. Sindsdien is het pand een Brasserie geworden. We vervolgen onze weg langs de Sint Janstraat tot op de hoek bij café De Drie Zwaantjes. Hier moeten we rechtsaf in de Molenbaan. Eerste straat linksaf is de Molenerf met molen ‘De Hoop’. De stenen beltmolen werd in 1840 gebouwd op een natuurlijke of kunstmatig opgeworpen zandheuvel, de molenbelt genaamd, een aarden omwalling begroeid met gras. Op die manier werd het mogelijk om met paard en kar de molen binnen te rijden om de graanzakken te laden en te lossen. In 1970 kocht de gemeente Rucphen de molen die hem restaureerde en maalvaardig maakte. We krijgen een uitgebreide rondleiding. Vanaf de begane grond tot in de nok van de molen. De molenaar en de leerling molenaar laten zien hoe ze de wieken in de richting van de wind draaien. Het is geen werk voor watjes. De zeilen moeten aan de wieken gespannen worden omdat er te weinig wind stond. Eenmaal de wieken draaien dalen we terug af naar beneden en drinken gezamenlijk een kopje koffie. Er wordt nog nagepraat, gelachen en grappen vertelt, maar we moeten verder. We rijden terug naar knooppunt 76.

Vanaf knooppunt 65 fietsen we rechtdoor voor het centrum van Sint-Willebrord. Reeds van ver is de karakteristieke toren met de vier bij-torens zichtbaar. In 1841 werd er een parochie gesticht en een kerk gebouwd. Sinds 1885 is de gemeente een bedevaartsoord en in dat jaar werd een Lourdesgrot gebouwd vlak naast de kerk. In 1925 werd de huidige Rooms Katholieke Sint – Willibrorduskerk gebouwd. Vlak naast de kerk staat een mooie kopie van de grot van Lourdes die dateert van 1926. Voor de kerk is het processiepark dat ook in 1926 werd aangelegd. De beelden werden geplaatst tussen 1932-34. Langs de Poppestraat verlaten we het centrum en moeten we weer de E312 over en via een smalle asfaltweg passeren we grote prachtige woningen met reusachtige voortuinen. Rechts van ons zoeft een trein voorbij richting Roosendaal.

Nog voor knooppunt 73 fietsen we langs het ‘Breda International Airport’. Het vliegveld wordt voor verschillende doeleinden gebruikt zoals zakenvluchten, rondvluchten en lessen. Het vliegveld stond bekend onder de naam Seppe Airport dat in 1949 in gebruik werd genomen als zweefvliegveld. Later kwamen er de motorvliegtuigen bij. Sinds maart 2014 werd de naam gewijzigd. Aan knooppunt 54 moeten we rechtdoor tot ons hotel. De fietsteller staat op 27,5 km. Foto’s: Rina Meurs.








01-07-2018 om 00:24 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
03-06-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bosschenhoofd

Fietsknooppunten: 54-56-83-81-70-1-71-54-56 = 19 km.

Parkeren Pastoor van Breugelstraat 45. Bosschenhoofd.

 

Vrijdag 20 april 2018. Het is prachtig weer en dat zou voor het hele weekend zo zijn. Om 10:00u duidt de boordcomputer van de auto al 24°C aan. Dat is dan nog in de schaduw. Met de wagen rijden we noordwaarts. Eens over de grens van Nederland belanden we in de provincie Noord-Brabant met als hoofdstad 's Hertogenbosch. Onze bestemming, Bosschenhoofd, is slechts een half uur rijden. Peace of cake dus. Nog verder naar het noorden rijden we het dorp binnen dat een gemeenschap in de gemeente Halderberge is. De gemeente wordt omringd door landbouwgronden op heide ontginning. We plaatsen de auto op de private parking van Hotel Golden Tulip “De Reiskoffer”. Een viersterrenhotel met 56 kamers en 12 vergaderzalen. In de omgebouwde kapel wordt het ontbijt gereserveerd. Dit hotel wordt onze overnachtingslocatie voor twee nachten. Bij de incheckbalie worden we zoals steeds vriendelijk ontvangen. We krijgen nog folders toegestopt over de naburige dorpen en steden. Het is te vroeg om onze intrek te nemen en we besluiten een kleine fietstocht te ondernemen naar Oudenbosch. We hebben onze eigen fietsen meegebracht op het draagrek achteraan de auto, maar je kan hier ook fietsen huren. Straks kunnen we onze fietsen hier stallen en de batterijen eventueel opladen.

 

Om knooppunt 56 te volgen houden we het hotel rechts van ons en even verder moeten we al onmiddellijk rechtsaf. Net buiten het centrum van Bosschenhoofd worden we meteen opgeslokt door groene natuur. De bossen nodigen tevens uit voor een uitdagende wandeling. Niet alle bomen staan in volle bloei maar toch snuiven we de geur op van het jonge groen van de verschillende loofboomsoorten. Sommige bomen verbergen mooie villa's waarvan we slechts de enorme grote voortuin mogen zien. Het is nog te vroeg in het seizoen om van kleurige bloemen en planten te spreken. De kruinen van de bomen, aan weerszijden van ons pad, zijn zo in elkaar gegroeid dat ze amper zonlicht doorlaten. We genieten van de zang van verschillende vogels. We fietsen op een smalle baan die betegeld is met klinkers. Het is geen asfalt, maar toch aangenamer om op te fietsen dan oude kasseien.

 

Na knooppunt 56 fietsen we langs het Park Bosbad Hoeven 'Molecaten' waar waterpret verzekerd is. Je kan hier huren of kamperen in een bosrijke omgeving. Een ideale vakantiebestemming voor gezinnen met kleine kinderen en tieners. In het voor- en najaar is het voor de rustzoekers een heerlijke uitvalsbasis voor fiets- en wandelroutes door een Bourgondisch Brabant. Een rustbank in de buurt nodigt ons uit om te picknicken. Met zelfgemaakte boterhammen en een thermos koffie genieten we volop van de natuurgeluiden. We snuiven de zoete bosgeur op. Daarna fietsen we verder en rijden voorbij een stuk landschap met een hoge betonnen toren. Het lijkt op een oude watertoren waarvan men het reservoir heeft verwijderd. In de buurt, achter de huizen en tussen het vele groen bevindt zich het caravan- en chaletpark 'De Haspel'. Het domein heeft een oppervlakte van ongeveer 2,5 hectare. Rust en comfort verzekerd. Bij de rotonde tussen de Bosschendijk (straat) werden een serie van zestien silhouetten tentoongesteld met de naam 'De Stoet'. Een werk van beeldend kunstenaar Léon Vermunt dat werd onthuld in 2005. De figuren die achter elkaar een stoet vormen op de rotonde verwijzen naar karakteristieke elementen van Oudenbosch, zoals o.a. de kwekerijen, het verenigingsleven, het rijke religieuze leven en ook bijvoorbeeld de Zouaaf dat nog steeds bepalend is voor het beeld van Oudenbosch.

 

 

Knooppunt 83 brengt ons in het centrum van Oudenbosch waar we geen knooppuntenbordje meer vinden. Een zorg voor straks. Een belangrijke pijler in Oudenbosch is het cultureel erfgoed. De gemeente heeft een bijzonder religieus verleden, waarin de Basiliek van H. H. Agatha en Barbara een hoofdrol vertolkt. Maar er zijn meer monumentale gebouwen en kunstvoorwerpen die onze aandacht opeisen. Om te beginnen houden we halt bij de gemeentelijke begraafplaats van Oudenbosch. Naast de ingang werd op 15 augustus 1922 het Heilig Hart van Jezus geplaatst in het midden van een halfronde muur. Bovenop de gemetselde muur werd een neobarokke boog in natuursteen geplaatst die nauw aansluit op de architectuur van de basiliek. Voor het beeld is een hekwerk aangebracht. Naast de ingang laat een bordje de bezoeker weten dat op de begraafplaats Nederlandse Strijdkrachten begraven liggen. We parkeren onze fietsen bij de ingang. De rooms katholieke begraafplaats is in gebruik vanaf 1440. De meeste zerken zijn echter niet ouder dan 150 jaar. Opvallend is het praalgraf van pastoor W. Hellemons. Het graf van de huisarts, dokter Huijsmans, is voorzien van een beeld van de barmhartige Samaritaan. Het witte kapelletje van de Heilige Barbara en Heilige Agatha werd in 1894 opgericht met stenen van de in 1892 gesloopte toren van de oude parochiekerk. De kapel is open en we bewonderen het interieur. De vele stoelen voor het altaar doen vermoeden dat hier nog diensten worden opgedragen. Alles wordt mooi onderhouden. We wandelen verder langs een aantal uitbundige grafmonumenten en praalgraven. Rond de Calvarieberg werden de pastoors en priesters begraven. Bij het monument van de Nederlandse Strijdkrachten werden vooraan twee plaquettes met tekst gelegd. Dit monument brengt hulde aan de slachtoffers van de oorlog in Nederlands-Indië 1942-1945. Oudenbosch bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog van grote rampen gespaard. Zonder bloedvergieten en zonder verwoestingen werd de gemeente op 30 oktober 1944 bevrijd. We verlaten de gemeentelijke begraafplaats en wandelen met de fiets aan de hand naar rechts. Het grote kruis op de groene koepel van de basiliek toornt boven de bebouwing uit en leidt ons de weg.

 

De voorgevel van het voormalige klooster 'Sint-Anna Pensionaat' is nu onderdeel van het nieuwe gemeentehuis dat opzij nieuw werd aangebouwd. Het klooster Sint Anna werd gesticht in 1836 in opdracht van de zusters van Sint Anna met school en weeshuis. Boven de hoofdingang aan de Markt staat een tufstenen beeld van Sint Anna met Maria. Op de hoek van de Sint Annastraat is een St. Franciscusbeeld uitgehouwen. In 1925 en 1936 volgden nog uitbreidingen. Het dak is in 1959 voorzien van dakkapellen, zodat er slaapkamers gemaakt konden worden voor de zusters. Er rest nog slechts één gebouw uit 1890. De rest werd afgebroken. In 1994 verlieten de laatste zusters het gebouw. Het complex werd gerenoveerd en kreeg tot 2008 een nieuwe bestemming als raadzaal en gemeentehuis. 

 

Tussen het pensionaat en de Basiliek, aan Markt 61, staat de voormalige kloosterkapel van het Sint-Annainstituut. De Oudenbossche architect J. Speet heeft de kapel in 1888 gebouwd. De kapel werd het jaar daarop ingewijd. In 1926 en 1936 zijn de zijgalerijen verhoogd. In 1965 werd de kapel nog geheel gemoderniseerd. Vervolgens werd in 1995 het kloostercomplex verbouwd tot gemeentehuis waarbij de kapel horizontaal gesplitst werd door het aanbrengen van een verdiepingsvloer. De begane grond wordt als bibliotheek gebruikt.

 

We zijn wat te vroeg, de deuren van de Basiliek gaan eerst weer open om 13:00u. We worden toch al overweldigd door de immense afmetingen van de voorgevel van het gebedsgebouw. De basiliek is nochtans zestien keer kleiner dan haar grote broer in Rome. Het wapen van de paus en van de basiliek sieren de voorgevel. In de blakende zon wandelen we dan naar het Jezuïetenplein, aan de overzijde, van de straat waar een zonnig terras uitnodigend wacht voor een hapje en een drankje. We hebben zicht op Sterrenwacht Tivoli, het voormalig Volkssterrenwacht Simon Stevin, dat opgericht werd in 1961, en gevestigd is in het voormalige Jezuïetenklooster. Tien jaar later verhuisde de sterrenwacht naar de Bovenstraat in Hoeven wegens de grote belangstelling die duurde tot de jaren negentig. In 1994 werd de nieuwbouw plechtig geopend door koningin Beatrix. Het recreatiegebied 'Molecaten' nam de sterrenwacht over. In juli 2008 werden echter de deuren gesloten omdat er geen interesse meer was. Nu, ruim 50 jaar na het vertrek van de Sterrenwacht Simon Stevin uit Oudenbosch naar Hoeven, is in 2013 besloten om de sterrenwacht opnieuw te openen in het voormalige klooster onder de naam 'Tivoli'.

Na onze verfrissing worden we in de basiliek van de Heiligen Agatha en Barbara vriendelijk ontvangen door de plaatselijke gids. Toen hij hoorde dat we van België waren stond hij erop om ons te gidsen. Het initiatief tot het bouwen van deze Romeinse kerk werd genomen door  Willem Hellemons. Hij was pastoor van 1842 tot 1884 en had een voorliefde voor de paus en de stad Rome, omdat hij daar vanwege zijn studie jarenlang had gewoond. De kerk werd tussen 1865 en 1892 gebouwd naar een ontwerp van twee Romeinse kerken. De koepel is een verkleinde kopie van de Sint-Pietersbasiliek en de voorgevel is een kopie van de Sint-Jan van Lateranen in Rome. De inhoud van de kerk is 16 keer kleiner dan de St. Pieter in Rome. De kerk kreeg in 1912 de rang van 'Basiliek'. In de loop der jaren raakte het gebouw zodanig in verval dat aangrijpende maatregelen noodzakelijk waren. De werkzaamheden zijn in 1959 begonnen en na jarenlange arbeid in 1987 voltooid. Het duurde lang maar het resultaat mag gezien worden. De koepel heeft een middellijn van 22 meter en begint op een hoogte van 28 meter. Voor moedige mensen is het mogelijk om na de beklimming van 140 treden de indrukwekkende koepel te bezichtigen met uniek uitzicht over de omgeving. In 2006 heeft een grote verbouwing van de crypte plaatsgevonden. Alle lokalen werden nu met elkaar verbonden. De winkel heeft nu de beschikking over drie aaneengesloten lokalen en daarnaast ligt het museum met unieke, kostbare liturgische gebruiksvoorwerpen. Muren hebben prachtige schilderwerken van Cornelis Raaymakers. Vakmannen imiteerden marmer op muren en pilaren. Het is niet van echt te onderscheiden. Onze foto's spreken voor zich.

 

Het Zouavenmonument, voor de Basiliek, stamt uit 1911. Het stelt Paus Pius IX voor met aan zijn voeten een stervend lid van de Pauselijke Zoeaven. Eind negentiende eeuw richtte Paus Pius IX een internationaal vrijwilligersleger op, ter verdediging van het pauselijk rijk. De vrijwilligers werden 'Zouaven' genoemd. Oudenbosch vormde in de jaren 1864-1870 het verzamelpunt voor de Nederlandse Zouaven. Links van de Basiliek werd een beeldengroep op een sokkel geplaatst. Een plaquette vermeld: 'Ter dankbare herinnering aan de Eerwaarde Zusters van Sint Anna en Eerwaarde Broeders van Sint Louis voor hun begeleiding van de jeugd sinds 1838.'

 

Tegenover de Basiliek bevind zich de ingang van de Botanische Tuin 'Arboretum Oudenbosch', een voormalige kloostertuin. De rijke historie van de tuin is begonnen toen in 1835 de Latijnse School naar het terrein van het huidige arboretum verhuisde. In 1987 is men begonnen met de inrichting en collectievorming van het gebied tot een botanische tuin. De ingang is gevestigd in de voormalige bakkerij van het klooster. We wandelen rond in de tuin aan de achterzijde van 'Restaurant Tivoli'. Het gebouw behoorde tot de congregatie van de Broeders van Saint Louis. Ze verkochten in 1982 hun tuin voor een symbolisch bedrag aan de gemeente Oudenbosch. De broeders deden dit op voorwaarde dat het terrein onbebouwd zou blijven en de grote tuin voor de inwoners van Oudenbosch open zou worden gesteld. Een namaak Lourdesgrot, waar Bernadette Maria zag verschijnen. Het heeft iets nostalgisch. Het Heilig Hartbeeld en de schaatsvijver laten nog altijd de oorspronkelijke bestemming zien. 

 

De kapeltoren van Saint-Louis steekt boven de daken van Oudenbosch uit. Het is een baken die ons de weg wijst naar het Saint-Louisplein. De kapel werd gebouwd van 1865 tot 1866, geïnspireerd op de Romeinse architectuur. De voorkant is net als de Basiliek ontworpen naar het voorbeeld van de Sint-Jan van Lateranen te Rome. Op de kroonlijst staat de tekst 'Sinite Parvulos ad me Venire' (Laat de kinderen tot mij komen). De afwerking binnen en buiten duurde tot ongeveer 1880. De koepel is gebouwd in 1888 tot 1889. De lantaarn bovenop de koepel is geïnspireerd op de lantaarn van de koepel van Sint-Pieter in Rome. De kapel wordt spijtig genoeg alleen op zondagmiddag opengesteld voor het publiek. Het plein wordt ingesloten door het voormalig jongensinternaat 'Instituut Saint-Louis'. Het Aloysiusgebouw, links van de kapel, stamt uit 1850 en is gebouwd als tegenhanger van de Vincentiusbouw, rechts, en is geïnspireerd op de Romeinse architectuur. Boven de entree staat het opschrift 'Exemplum dedi vobis (Een voorbeeld heb ik u gegeven). Op de Aloysiustoren staat een beeld van de H. Aloysius met in zijn hand een verzilverde lelietak. In 1850 was dit het hoogste gebouw van het dorp. Op de begane grond bevonden zich de refter en de grote keuken. De eerste verdieping was in gebruik als slaapzaal. In oktober 1960 werd in de Aloysiustoren een volkssterrenwacht ingericht door broeder Erich de Rijk. Deze sterrenwacht verhuisde in 1965 naar het vroegere Jezuïetenklooster. Het gebouw bleef tot 1996 in gebruik als internaat. Hierna is het gebouw verbouwd tot appartementencomplex.

 

Het Vincentiusgebouw van het internaat Saint Louis is gebouwd in 1843, geïnspireerd op de Romeinse architectuur en geheel wit gepleisterd. Op de begane grond bevonden zich lokalen. De eerste verdieping was in zijn geheel slaapzaal. Bij de entree staan de opschriften Custodi innocentiam (bewaar de onschuld) en Castitas ni floreat institutum pereat (als de zuiverheid niet bloeit, zal het instituut ten onder gaan). In 1900 is de vleugel aan de noordzijde gebouwd. In 1909 is de bouw aan de zuidzijde uitgebreid. Vanaf 1956 was hier tijdelijk de hbs gevestigd. In 1967 werd een deel van de bovenverdieping gesloopt. Tot 2003 is het gebouw onderdeel van het internaat geweest. In 2014 zijn er appartementen in gekomen waarbij de bovenverdieping in stijl is herbouwd.

 

 

Tegenover de kapel bevindt zich de 'Voorbouw Saint Louis' die gebouwd werd in 1923. De begane grond was ingericht met een entree, ontvangstkamers en een bezoekzaal met houten wanden met daarin glas-in-loodpanelen. Deze zaal werd 'De Box' genoemd. De twee verdiepingen waren ingericht als slaapruimten met houten chambrettes en sanitair. De slaapzalen werden later verbouwd tot kleinere zalen voor de jongste leerlingen en eigen slaapkamers voor de oudere leerlingen. De voorbouw bleef tot 1996 in gebruik als internaat. Hierna zijn er op de begane grond kantoren gekomen en op de verdiepingen appartementen. Boven de voordeur zijn mooie tegeltableaus te zien.

 

Laat me duidelijk zijn: rondom de Markt (straat) werden er meerdere prachtige gebouwen opgetrokken die getuigen van een rijk leven. Elke stijl vindt men hier terug. Bijvoorbeeld: het postkantoor aan Markt 42-44 is een prachtig gebouw dat opgetrokken werd in chalet-stijl in 1899. Van deze soort 'stijl' had ik nog nooit gehoord.

 

Het voormalig raadhuis, aan Markt 31, werd gebouwd in 1776 als vrijheidshuis in opdracht van de schepenbank van Oudenbosch. Het is ontworpen door architect August Canters uit Breda. De voorgevel heeft geblokte pilasters en een hardstenen bordestrap. Tot 1972 was het een gemeentehuis, en vanaf 1975 is het Nederlands Zouavenmuseum erin gevestigd. Hier vindt men de originele uniformen, unieke schilderijen, kostbare vaandels, brieven, foto's, dagboeken, souvenirs en onderscheidingen. Vanaf hier rijden we verder in de hoop een knooppuntenbordje tegen te komen. Gelukkig is dat ook zo.

 

We wijken even af van ons fietsknooppunt en draaien de Fenkelstraat in. Bij de plaatselijke bakker kopen we enkele koffiekoeken die we op een zitbank heerlijk laten smaken. Het huisnummer 26, in deze straat, is een herenhuis dat gebouwd werd in 1562. Het huis is meermalen hersteld en verbouwd. Vanaf het Twaalfjarig bestand (1609) tot de vrede van Munster (1648) vonden in dit pand Protestantse Erediensten plaats. In het laatste jaar namen de Protestanten de Rooms Katholieke kerk en pastorie over. Vanaf dat moment werd dit representatieve pand door verschillende notabelen bewoond. In 1750 werd het eigendom van de abdij van Sint-Bernaerts en bestemt tot woning van de pastoor. In 1798 vervielen alle eigendommen van de abdij aan de Staat waarna de pastoor en kapelaans in 1804 met geweld uit het pand werden gezet. De Katholieken kregen hun oude kerk en pastorie terug en de Protestanten kregen de eigendom over dit pand. In 1809 schonk koning Lodewijk Napoleon bij een bezoek aan Oudenbosch een som geld waarmee in 1819 in de aangrenzende tuin een nieuwe kerk werd gebouwd. Het gebouw is sinds 1819 hoofdzakelijk in gebruik als pastorie.

 

Bij knooppunt 81 verlaten we Oudenbosch en slaan linksaf. We fietsen weer terug tussen de groene natuur over een asfaltweg. Een picknicktafel nodigt uit om even te verpozen. Weilanden en boomgaarden worden afgewisseld met prachtige woningen die ooit boerderijen geweest zijn. De eeuwenoude boerderijen herinneren aan de tijd dat het boerenleven het karakter bepaalde. We vervolgen onze tocht tussen akkers en weilanden, over smalle paadjes en dan weer over fraaie dreven. De talrijke akkers liggen in grote, aaneengesloten, complexen bij elkaar.

 

In de Langenbergsestraat fietsen we langs bomenrijen met een palet aan verschillende kleuren. Grote dennen wisselen af met statige loofboomsoorten. In een siertuin staat een eenzame treurwilg. De zijbermen tonen prachtige kleuren van wilde bloemen. Het hoge gras, verderop, verbergt een sloot langsheen ons traject. We fietsen op het grondgebied van Oud Gestel in Noord-Brabant. Langs de Oude Roosendaalsebaan ligt een lang stuk spoorweg dat doodloopt op een buffer. Hopelijk is de machinist ervan op de hoogte. We bereiken knooppunt 1.

 

We draaien af in de Nieuwenberg. Rechts is een afgespannen dennenbos en links zijn er hectaren landbouwgronden. Groen en nogmaals groen. We geven de ogen de kost. Het is een smal asfalt pad waar we op fietsen. In de Sint Maartenstraat rijden we al door het gebied van Zegge. Eens in de woonkern van Rucphen wordt landbouwgrond omheind en grazen er koeien waarvan sommigen in het zonnetje liggen te herkauwen. Het landschap is prachtig als de zon schijnt. Moest hier een strakke wind waaien en de regen met bakken uit de lucht vallen zouden we vloeken, ketteren, zeuren en klagen. Alhoewel dat niet helpt. In de Lage Zegstraat zien we links de spitse kerktoren boven de daken van het dorp Zegge uitsteken. Op het eind van de straat is ons knooppunt.

 

Linksaf fietsen we naar het centrum van Zegge waarvan we de charme gaan ontdekken. Het is een feit dat de knooppuntenborden ons langs de mooiste plekjes van de regio stuurt. We rijden door de O-L-Vrouwestraat met prachtige vrijstaande woningen met sierlijke voortuintjes. Bij de kerk houden we halt. De Heilige Maria Boodschapkerk en de naastgelegen pastorie werden gebouwd in 1911-1912. Bij de kerk werd in 1924 een Heilig Hartbeeld geplaatst. In 1944 leed de kerk ernstige schade waarbij de toren werd verwoest en de gewelven instortten. In 1958 werd eerst alles herstelt.

 

De kapel O-L-Vrouw van de Zeg, over de kerk, dateert van 1922 en vervangt een veel oudere kapel. Zegge is een bedevaartsoord geworden door een miraculeus Mariabeeld. Jaarlijks trekt het de kapel duizenden pelgrims. Vooral ter afsluiting van de meimaand trekt de kapel nog duizenden pelgrims aan voor de plechtige processie. We houden nog een sanitaire stop in Zegge waarbij we de dorstigen laven. Daarna fietsen we verder. Eens uit het dorpscentrum leiden de gewassen ons als een rode draad verder. De Bosschenhoofdseweg is een kaarsrechte weg met afgebakende rode fietsstroken. De weg brengt ons terug in Bosschenhoofd bij knooppunt 54.

 

Op weg naar ons hotel staan we stil voor het voormalig Retraitehuis Seppe dat in 1912 werd geopend. Het werd bestuurd door de paters Redemptoristen en de zusters van de Heilige Joseph. Tijdens WOII werd het gebouw gebruikt als toevluchtsoord. Op het eind van de jaren zestig van vorige eeuw was het een centrum van vormingswerk voor jongeren. In 1988 werden er vakantiewerken voor gehandicapten georganiseerd. Van 1997 tot 2000 werden er asielzoekers gehuisvest. Vanaf 2002 zijn er woningen in het hoofdgebouw en op het terrein gebouwd.

 

Verderop werd de Rooms Katholieke kerk, het Heilig Hart van Jezus in 1928 gebouwd op de fundatie van een kleinere kerk uit 1886 in de Pagnevaartdreef 1. De kruiskerk werd in 1944 nog door oorlogshandelingen zwaar beschadigd. In 1946 is de huidige vorm tot stand gekomen. De laatste restauratie dateert van 2008. De kapel van de Heilige Clemens dateert van 1952.

 

Het noviciaat Sint Stanislaus is in 1954 gebouwd aan de Pastoor van Breugelstraat. Vervolgens werd het pension 'Kuca Morava waar Joegoslavische meisjes werden ondergebracht die als gastarbeiders werkzaam waren maar onder een streng regiem leefden. Nu is het hotel 'Golden Tulip'. De van oorsprong Nederlandse hotelketen “Golden Tulip” bestaat al sinds 1962. De hotels vindt je ondertussen in de meeste grote steden in verschillende landen van Europa. We zijn terug ter bestemming. Tot schrijfs. Foto’s: Rina Meurs.












03-06-2018 om 10:35 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
22-05-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alblasserdamroute

Fietsknooppunten: 68 - 14 - 13 - 12 - 8 - 9 - 40 - 41 - 42 - 1 - 30 - 31 - 3 - 2 - 19 - 7 - 5 - 6 - 67 -68 = 46,6 km.

Parkeren: Fortuijnplein 25 Groot Ammers.

Woensdag 18 april 2018. Een warme zonnige dag waar niet alleen wij van profiteren. Nederland kwam massaal op straat om te wandelen en te fietsen. Het was er het weer voor. We vertrekken al vroeg in de morgen naar Groot-Ammers. Het dorp is gelegen aan de Lek-rivier en vooral bekend door de ooievaars. Door de dieren in gevangenschap te laten broeden is het ooievaarsdorp ‘Het Liesvelt’ ontstaan. Dankzij het broedprogramma gaat het goed met de ooievaar en werd het domein een streekcentrum met een veel grotere functie. Vanaf de parkeerplaats in Groot-Ammers houden we het “Gezondheidscentrum” rechts van ons en rijden de straat uit tot het kruispunt. Linksaf tot het volgende kruispunt. We wijken even af van onze fietstocht en rijden rechtdoor tot aan de Hervormde kerk. De middeleeuwse parochiekerk is een bakstenen gebouw van de 19e eeuw. Boven de zijingang werd een arduinen tegel ingemetseld met het jaartal 1898. Het jaar dat de kerk werd voltooid. De huidige kerk werd gebouwd op de plaats van een oudere kerk van omstreeks 1500. We fietsen terug tot het kruispunt en slaan rechtsaf om knooppunt 68 te volgen. De Kerkstraat ten einde moeten we rechtdoor fietsen tussen twee waterplassen. In de verte spotten we onze eerste molens.

Onze eerste molen, waar we halt houden, is de 'Gelkenes Molen'. De wipwatermolen dateert  van voor 1760, want in dat jaar werd deze molen aangewezen als peilmolen van de polder Gelkenes. De molen maalde tot in 1965 de polder Liesveld. De Gelkenes molen werd in 1979 gerestaureerd en maalt tegenwoordig op vrijwillige basis. De molen is een familiewoning en slechts op afspraak te bezoeken. Van de volgende molen is niets geweten. Er werd zelfs geen  infobord bijgeplaatst. In de bakstenen gevel van de molen werd wel een natuursteen met tekst ingemetseld. De tand des tijd heeft echter de woorden onleesbaar gemaakt. Ook bij de derde molen werd geen infobord geplaatst. Wat we wel weten is dat hij gebouwd werd in 1805. Al kan dat ook een restauratiejaar zijn. Bon, we fietsen tot bij knooppunt 68 waar de ‘Achterlandse Molen’ staat. De laatste van de vier molens aan de Molenkade, gebouwd langs het water van de Ammersche Boezem. De molen dateert van 1596 of eerder. Pas in 1866 is hij bewoonbaar gemaakt. In 1899 kreeg de molenaar toestemming een voetveer te openen op de Ammersche Boezem, vlak bij de molen. Het pontje zette tot rond 1972 voetgangers met of zonder kleine rijtuigen over. De molen heeft tot 1969 de Polder Liesveld bemaald. De molen is de dag van vandaag nog steeds bewoond. De laatste restauratie dateert van 2006 en de molen draait op vrijwillige basis. Ook deze molen is slechts op afspraak te bezoeken. Naast de molen is een brug voor wandelaars en fietsers. We moeten dus rechtsaf over het water en fietsen op de Brandwijksedijk met weidse vergezichten. We fietsen op een smalle asfaltbaan tussen groene weilanden met hier en daar een boom die voor het vee wat schaduw zorgen. Beter één boom dan geen boom. Er wordt geen prikkeldraad gebruikt om de weilanden af te boorden. Sloten, beken en kanalen nemen die taak over. Bij de in en uitgang van een weiland werden houten hekjes gezet.

De Damseweg, richting knooppunt 13, brengt ons in het dorpje Brandwijk. De wateren rondom: de Graafstroom en de Boezem zijn onderdeel van de schaatstocht 'de Molentocht'. Momenteel fietsen we tussen een brede en een smalle beek. Over het water niets anders dan landbouwgrond. Het weer is uitstekend geschikt voor het werk op het land en we zien dan ook menig tractor over de akkers rijden. Ploegen of zaaien? Een auto raast ons met volle snelheid voorbij. Je mag hier 60 p/u en dat doen ze dan ook, zonder te vertragen als ze fietsers passeren.

Bij knooppunt 13 fietsen we door Vuilendam, een buurtschap van de gemeente Molenwaard. Rechtsaf over de Gijbelandsedijk die ons door het buurtschap Gijbeland brengt dat gelegen is aan het veenriviertje Graafstroom. Een gegraven kanaal met een lengte van zes kilometer. Aan de overzijde van het kanaal zien we het lintdorp Molenaarsgraaf liggen. Een dorp in de Alblasserwaardse gemeente Molenwaard met amper 400 inwoners. Heel ver voor ons zien we reeds de wieken van een molen. Op de berm groeit en bloeit de knotwilg. De boom komt vrij veel voor in het polderlandschap langs sloten en beken. Ze geven door hun scheve groei de heersende windrichting weer. De bomen beginnen te botten en krijgen een groene lentekleur. Nostalgische beelden! De sierstruiken in de voortuintjes staan reeds in volle bloei. Bij een brug over het kanaal nemen we even de tijd voor een foto. Het is al een poos de middag voorbij maar we hebben nog geen zitbank of picknicktafel langs de kant gezien. We zetten ons dan neer op een brede aanlegsteiger tegen de groene berm op het kanaal. Een idyllisch moment. De scholen zijn uit en dat dat is duidelijk te merken aan de vele kinderen die met de fiets naar huis rijden. Bewonderenswaardig want het is druk langs het kanaal. Al moet ik toegeven dat de autobestuurders bij het naderen van de fietsende kinderen gas terug nemen en geduldig achter hen blijven rijden tot ze op een veilige manier langs de jeugd kunnen verder rijden. Het is heerlijk toeven naast het water. Er is bijna geen wind en de zon brand. Ons regelmatig insmeren met een zonnebrandcrème is geen overbodige luxe.

Voor knooppunt 12, op de baan Meulenbroek staat aan de overzijde van het kanaal een molen. We kunnen er niet bij maar een infobord werd langs ons pad geplaatst. Deze molen is de 'Middelmolen'. Een wipwatermolen waarvan niemand weet hoelang hij hier staat. De naam zegt het al; er waren hier minstens drie molens, de Zuidmolen verdween in 1952, en de noordelijke molen De Kraak die verdween al 1890. Deze drie molens maalden parallel uit op de Graafstroom. Het dichtst bij de Graafstroom stond de Westeindse molen, die ook verdwenen is. We rijden verder tot aan de volgende molen, links van ons, met info. Dit is de ‘Hofwegensemolen’. Hier stond in 1513 al een molen die in juli van dat jaar door plunderende Gelderse soldaten in brand werd gestoken. Op 29 januari 1514 stond er alweer een nieuwe molen. Om bij weinig wind meer rendement te krijgen werd de vlucht, de afstand tussen de uiteinden van twee wieken, van 24,27 meter naar 27,20 meter gebracht. Volgens het infobord is de ene wiek 30 centimeter korter dan de andere. Het verschil is van op deze afstand niet te zien. De molen werd in 2007 gerestaureerd en maalt op vrijwillige basis de polder.

Het is bijna 13:00u als we vlak naast het dorp Bleskensgraaf fietsen. Over het kanaal zien we de kerk. Boven ons hoofd zingt de vink uit volle borst. Hij 'Suskewiet' alsof zijn leven ervan afhangt. De dorpskern van Bleskensgraaf is betrekkelijk nieuw. De oude kern is door een bombardement in de vroege morgen van 12 mei 1940 volledig verwoest. Zeven mensen kwamen om het leven. Veertig huizen werden vernield. Het raadhuis werd met de grond gelijk gemaakt terwijl de kerk onherstelbare schade opliep. We fietsen rechtdoor naar knooppunt 8. Voor we het centrum verlaten houden we halt voor een foto van de Industrie- en poldermolen ‘De Vriendschap’ die in Heulenslag 3 staat. We rijden er niet naar toe maar we weten wel dat de molen werd opgetrokken in 1890 ter vervanging van een wipkorenmolen uit ca 1680. De huidige molen bleef regelmatig draaien tot 1971. Er wordt niet meer gemaald maar de molen draait nog regelmatig.

Tussen knooppunt 8 en 9 fietsen we landelijk langs ‘De Alblas’. Een riviertje met een lengte van tien kilometer dat vroeger druk bevaarbaar was. Dat is soms nog duidelijk te zien aan de boerderijen die hun voorgevel richting water hebben. Vandaag de dag wordt het water nog gebruikt voor recreatieve doeleinden. In de verte zien we drie molens aan de andere oever van de rivier staan. Van één molen draaien de wieken langzaam door het wegvallen van de wind. Aan knooppunt 9 linksaf voor knooppunt 40. We rijden op de N481. Links van ons zien we de  korenmolen ‘De Hoop’ van Oud Alblas staan. We rijden er niet naar toe. We weten wel dat de stellingmolen in 1844 werd gebouwd op de plaats van een oudere standerdmolen. De huidige molen draait nog bijna dagelijks. We fietsen rechtdoor op de Peilmolenweg (N481). We houden halt bij de Peilmolen waarvan zeker is dat voor 1527 op deze plaats al een molen stond. In 1817 brandde de oude peilmolen af. Voor iets meer dan 10.000 gulden stond er een jaar later de molen waar we nu naar kijken. De peilmolen bemaalt het oorspronkelijke peilgebied Zuidzijde van 630 ha groot. Zij maalt het polderwater circa 1,2 meter omhoog naar de lage boezem van de Nederwaard die in verbinding staat met de molens van Kinderdijk. Tot 1861 werd deze molen aan molens in de buurt met wiekenstanden, vlaggen of lampen de noodzaak tot 'malen' of 'stoppen' geseind, afhankelijk van het polder- of boezempeil. Vandaar de naam Peilmolen. De molen is bewoond. Er worden momenteel schilderwerken uitgevoerd. De schilders werken met een hoogtewerker en dragen allen veiligheidsriemen. Na de rotonde wordt de baan de N214.

Aan knppnt 41 zien we links van ons het dorp Papendrecht. Het gemeentewapen heeft als afbeelding drie molens die spijtig genoeg niet meer bestaan. In het park ‘Noorse Hoekse Wiel’ staat sinds 30 augustus 1980 een verkleinde weidemolen als herinnering aan die tijd. De molen is ondertussen gerestaureerd en draait nog vaak. We fietsen noordwaarts voor 1,7 km tot knooppunt 42.

Vanaf knooppunt 42 rijden we linksaf op Westeinde en fietsen we opnieuw naast de rivier ‘De Alblas’. De rivier volgt golvend zijn weg naar het westen tot aan de gemeente Alblasserdam waar ze sinds 1277 werd afgedamd. Net na het gemeentebord van Alblasserdam is een gezellig terras met zonneschermen die zorgen voor de nodige schaduw. We nemen er een welgekomen verfrissing. Het is druk omdat je hier bootjes kan huren. Meestal voor een rondvaart langs de molens van Kinderdijk. Het etablissement 'Het Pannenkoekhuisje' verzorgt eveneens familie uitstapjes per boot: de 'Vinkenwaard Rondvaarten'. Na onze sanitaire stop vervolgen we onze weg langs de Vinkenpolderweg tot knooppunt 1.

Bij knooppunt 1 fietsen we een stuk rechtdoor. Dwars door een gedeelte van Alblasserdam met nog enkele scheepswerven waar tegenwoordig nog slechts luxe jachten worden gebouwd. De beeldengroep op de Dam is van de Nederlandse beeldhouwer Marcus Ravenswaaij. De vier mannen beelden een beroep uit van de scheepsbouw. Het beeld werd onthuld op 10 april 1986. Tijdens WOII werd er nabij de ‘Brug over de Noord' zwaar gevochten. Bij zware bombardementen van mei 1940 werd het oude centrum en de sluis van Alblasserdam zwaar getroffen. Het Raadhuis, een kerkgebouw, winkels en bakkerijen werden totaal verwoest. De dag van vandaag telt de gemeente nog vijf kerken, een zaal van de Jehova’s getuigen en een moskee. Een gezellig centrum met talrijke winkels en uitgebreide terrasjes waarvan elke stoel bezet is. Gouden dagen voor de horeca. We fietsen naast de ‘Noord’. De Noord is een druk bevaren rivier voor de binnenscheepvaart tussen Rotterdam en het achterland. De jachthaven is uniek zo vlak bij het centrum. Een overnachting met de boot kost 1,20 per meter. Het moderne beeld op Haven-Noord werd op 18 december 2017 onthuld. Het benadrukt de toegangspoort tot werelderfgoed Kinderdijk. Het is een kunstwerk van Rosalinde van Ingen Schenau.

Na knooppunt 30 verlaten we de rivier Noord en fietsen richting Kinderdijk. Kinderdijk is een dorp dat ligt halfweg tussen Rotterdam en Dordrecht, op de plaats waar de Noord en de Lek samenvloeien tot de Nieuwe Maas. Hier zien we nog enkele scheepswerven in gebruik. We slaan rechtsaf bij knooppunt 3 en fietsen tussen de ‘Hooge Boezem van de Overwaard’ en de 'Molendijkse Nederwaard'. Al van ver zien we de wieken van de verschillende watermolens van Kinderdijk. Het gaat om 19 authentieke molens die uitsluitend te voet of per fiets goed te zien zijn. Ze torenen hoog uit boven de polders van de Alblasserwaard. Hun wieken trots in de wind. Dit is misschien wel één van de meest gefotografeerde landschappen van Holland. De voormalige molens dateren van de 15e eeuw, maar de huidige molens werden gebouwd vanaf 1738 tot 1740. De twee rijen molens zorgden voor de afwatering van de Alblasserwaard dat oorspronkelijk een moerasgebied was. Eind 13e eeuw werden de eerste dijken aangelegd om dit gebied tegen overstromingen door de zee en de rivieren te beschermen. Halverwege de achttiende eeuw verschenen bij Kinderdijk de windmolens om overtollig water weg te pompen. De typisch Hollandse molens hebben in het begin van de twintigste eeuw hun functie verloren. Moderne gemalen, eerst met stoom en later met diesel- en elektromotoren aangedreven, zorgen nu voor droge voeten. 

In museum Nederwaard ontmoeten we een echte molenaar die toont hoe een windmolen werkt. Als er voldoende wind is draaien de wieken. De hele molen is in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Het interieur, met bedstee en vintage woonkamer, stamt nog uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw toen de laatste bewoner deze molen verliet.

Buiten wacht de ijscokar. Een vriendelijke man bedient de mensen met een lach en een grapje. We zetten ons op een aanlegsteiger en genieten van de sfeer, de gezelligheid en de drukte. Na de aangename afkoeling fietsen we weer verder. Ook na knooppunt 2 fietsen we opnieuw tussen de molens die 'Het Nieuwe Waterschap' bemalen.

Vanaf knooppunt 19 fietsen we gelijk met het kanaal ‘Groote- of Achterwaterschap’. Tussendoor zien we nog meerdere molens lang het water. We kunnen er niet bij. Linksaf bij knooppunt 7. Rechts van ons zien we de Broekmolen. De wipwatermolen van Streefkerk is in 1581 gebouwd. Het opschrift duid echter 1846 aan. Wat waarschijnlijk een restauratiedatum is. De molen bleef tot 1951 in bedrijf. De laatste restauratie dateert van 2010. We dwarsen de N480 en even verder houden we halt bij een grote ronde vijver. Het lijkt of hier tijdens WOII een krater werd gemaakt door enkele bommen. Oude knotwilgen groeien er rond. Ze werden onlangs nog vakkundig gesnoeid. Verderop is knooppunt 5.

We rijden rechtdoor tot het eind bij de Lekrivier. De brede stroom met een lengte van 62 km is belangrijk voor de scheepsvaart tussen Rotterdam en Duitsland. We fietsen door de Dorpstraat van Streefkerk. Het dorp grenst aan de Lek en heeft een jachthaven. Vervolgens fietsen we door het natuurgebied 'De Kooi'. Een zandweg met putten en kuilen. Een prachtig klein gebied met een eendenvangpijp. Overal op en rond de waterplassen zitten eenden en zwanen. Met tientallen tegelijk. Het waterkieken mag hier dan ook niet ontbreken. Voorbij Streefkerk staat 'De Liefde' molen. Nadat de achtkante grondzeiler was afgebrand werd op dezelfde plaats in 1893 een stellingmolen op een vierkante voet gebouwd. In 1935 werd de bedrijfsruimte vergroot voor het malen van veevoeder. Sinds 2009 is de onderbouw van molen De Liefde in gebruik als kantoor van SIMAV, de regionale molenstichting. Vanaf knooppunt 6 is het nog 2,3 kilometer tot in Groot-Ammers. Terug naar het Fortuijnplein en onze auto. Onze fietsteller staat op 5O kilometer. Tot schrijfs. Foto Rina Meurs.
















22-05-2018 om 16:48 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
30-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tulpenroute

Fietsknooppunten: 76 – 47 – 77 – 81 – 82 – 89 – 84 – 85 – 74 – 75 – 76 = +/- 39,4 km. Parkeren: Hoek Westelijke Achterweg en West Krakeelstraat Sommelsdijk.

Dinsdag 17 april 2018. Het is 16°C, net zoals in Antwerpen, maar hier op het eiland Goeree Overflakkee staat er een strakke noordwestenwind. Als we wind in de rug hebben zullen we snel rond zijn. We parkeren onze auto pal bij de oude windmolen die hoog boven ons op de Westdijk staat. Dit is ‘De Korenbloem’ stellingmolen. Een ronde stenen korenmolen die gebouwd werd in 1705 en daarmee de oudste molen van het eiland Goeree-Overflakkee werd. Deze molen is een opvolger van een standerdmolen die op 9 december 1703 door een zware storm zodanig beschadigd werd dat men besloot tot de bouw van een nieuwe molen. Molenaars hadden tot 1918 de verplichting om éénmaal per jaar voor de armen van het dorp gratis een zak tarwe te malen. In 1973 werd de molen eigendom van de toenmalige gemeente die de molen grondig liet restaureren. We houden de molen rechts van ons en fietsen tot bij een infobord dat een tragedie herdenkt van Wereldoorlog II. In de vroege morgen van zondag 28 mei 1944, omstreeks 2:40u, verschijnt een Engelse Lancaster bommenwerper boven het dorp Sommelsdijk. Het toestel werd op de huid gezeten door een Duitse nachtjager en probeert uit alle macht te ontkomen. De uit acht leden bestaande jonge bemanning, onder leiding van Pilot-Officer Allen, is echter een gemakkelijke prooi voor de zeer ervaren Staffelkapitän Ernst-Wilhelm Modrow van het beruchte Nachtjagdgeschwader 1. Het toestel vliegt in brand, cirkelt nog een aantal keren rond boven het dorp alsof hij een geschikte plaats zoekt voor een noodlanding, maar tevergeefs. Het toestel stort met bemanning neer achter een boerderij. Daarop volgt een enorme explosie vanuit het vliegtuigwrak wanneer een achtergebleven bom ontploft. Geen enkel bemanningslid overleefd de ramp. Op 30 mei worden de resten van de lichamen op de begraafplaats van Sommelsdijk begraven. We fietsen richting knooppunt 76.

Ons eerste tulpenbollenveld vinden we links van ons, wanneer we net uit het centrum van Sommelsdijk fietsen. Het lijkt een oase van witte tulpen en van ver leek het eerst alsof er een sneeuwwittapijt lag. De kleur van onschuld en puurheid bovenop een groene stengel. In het voorjaar veranderen de akkers van Goeree – Overflakkee in een grote bloemenzee. Het landschap wordt is bont lappendeken van tulpenakkers, weilanden met vee, omgeploegde akkers en bossen. Aan de overzijde beheerst de landbouwgrond de omgeving. Toch zien we middenin een groen veld van tulpen die angstvallig zijn bloem in het omhulsel houdt. Ze hebben duidelijk nog geen zin om hun kopjes te tonen aan wandel- en fietstoeristen. Hier op de open vlakten is er minstens een windkracht van 4 tot 5 beaufort. Je zou voor minder binnen blijven. Verderop, bij een prachtige hoeve, huppelen enkele kleine kangoeroes rond. Dit zijn de echte Wallabies die klaarblijkelijk het Nederlandse klimaat goed kunnen verdragen. Kangoeroes kunnen niet tegen droogte en ze voelen zich precies thuis in dit vochtige landje. Bij de eerste zitbank staat een infobord over 'Bloemdijken Flakkee'. Verder rechtdoor tot knooppunt 76.

Op het eiland is het gevoelig kouder dan in het binnenland en dat is duidelijk te zien aan de loofbomen en sierstruiken. De stevige koude wind zorgt ervoor dat de bladknoppen nog dicht blijven. Wij fietsen nogmaals met de wind op kop halen met moeite 13 km/u. Het leek alsof we drie trappen vooruit fietsten en twee achteruit. Als ridders op een stalen ros tarten we de natuur. We vechten tegen de wind als Don Quichot tegen windmolens. We nemen een ondersteuning meer en fietsen nu op een normaal tempo. We rijden langs een perenplantage. De witte bloesems waren reeds van ver te zien en het leek alsof het net gesneeuwd had. Het zijn miljoenen bloempjes die uitgroeien tot sappig fruit. Een uniek natuurfenomeen. Ons volgende tulpenbollenveld oogt roze. De kleurige tulpen tekenen zich scherp af tegen het groene en zandkleurige landschap. We kunnen er niet genoeg van krijgen.

We rijden op het grondgebied van Dirksland. We dwarsen de N215 en fietsen pal naast de voormalige haven van Dirksland. De drie kruiwagens bij de bietenkaai zijn van kunstenaar Michel Snoep. Hij overleed ten gevolge aan de zeldzame ziekte FTD. Hij was 57 jaar jong. We fietsen door het centrum van Dirksland, waar we halt houden bij het infobord 'Trambrug over de haven'. 'In 1909 gaat er over Goeree-Overflakkee een tram rijden van de 'Rotterdamsche Tramweg Maatschappij'. Vanaf het station in Middelharnis loopt er een spoor naar Ouddorp en één naar Ooltgensplaat. De totale lengte bedraagt bijna 50 kilometer. De tram heeft tot eind 1956 op het eiland gereden. Daarna wordt de brug verwijderd. Na de Deltawerken, waarbij de haven in 1970 is afgesloten voor de scheepvaart, wordt er tussen de oude brughoofden van de RTM-brug een vast bruggetje voor fietsers aangelegd. Daar rijden we dus over en staan pal voor het bekendste gebouw van het eiland. Het ‘Van Weel-Bethesdaziekenhuis’. De eerste steen van het complex werd op 27 juli 1932 gelegd. De officiële opening vond plaats op 9 maart 1934. Het Paviljoen werd gebouwd in 1946. De nieuwe lighallen dienden voor de opvang van tbc patiënten en langdurige zieken. In 1974 wordt het ziekenhuis uitgebreid en in het Paviljoen komen kantoren.

In Korteweegje 28 werd de hoeve 'Boomvliet' gebouwd. Een boerderij uit 1698 met puntgevel, afgedekt door een rollaag. Aan de oprit werden twee gepleisterde bakstenen hekpijlers gemetseld met een smeedijzeren toegangshek. De pijlers zijn bekroond door voluten en pijnappels. Op ooghoogte prijken twee kleurrijke gemeentewapens.

We rijden door het voormalig dorp Kralingen waar net buiten het centrum van Dirksland de oude watertoren staat. Hij werd gebouwd van 1939 tot 1941. De toren heeft een hoogte van 62,50 meter. In 1944 hebben de Duitsers circa 400 kg springstof aangebracht in de acht buiten- en vier binnen kolommen waarop het reservoir rust. Ze wilden in mei 1945 de toren opblazen. Dit is echter nooit gebeurd. Een paar dagen later werd de springstof verwijderd. In 1987 wordt de watertoren buiten gebruik gesteld. Van 2007 tot 2009 was de toren als restaurant in gebruik. Sindsdien staat de toren leeg. Aan de overzijde van de straat vinden we nog een akker met fruitbomen. Van bloesems is nog niets te zien. Voor de appelbloesem is het trouwens nog te vroeg. Nog voor we bij knooppunt 81 zijn houden we halt bij een knalrood tulpenveld. Al is de kleur adembenemend mooi, het lijkt net een enorme bloedplas tussen het groen. Het is een feeëriek tafereel dat zich elk jaar rond deze tijd afspeelt. Ook hier zijn de naburige tulpenbollenvelden nog groen. Moest ik een tulp zijn, ik zou ook wachten op hogere temperaturen of op een zacht briesje voor ik mijn kopje uit mijn omhulsel zou opsteken.

Middag nadert en we zoeken een romantisch picknickplekje. Na het volgende witte tulpenbollenveld rijden we voor een gedeelte door het centrum van Nieuwe-Tonge. We komen niet voorbij de Protestantse Kerk. Het dorp heeft tijdens de watersnood van 1953 zwaar geleden. In totaal verdronken er in de gemeente 90 mensen. Aan de Molendijk houden we halt bij de korenmolen ‘D’Oranjeboom’ uit het jaar 1768. Tot circa 1960 was deze molen in bedrijf. De laatste restauratie werd in 2017 uitgevoerd. Aan de overzijde van de straat staat een bushokje. Een uitgelezen moment voor onze picknick. Even verpozen uit de wind. Dat scheelt ons ongeveer drie beaufort. De school is uit en de jeugd fiets massaal naar huis.

Ze zoeven ons voorbij en hebben er precies geen moeite mee om te fietsen. Ze zijn met ruwe weersomstandigheden opgegroeid. Of is het omdat ze in de tegenovergestelde richting rijden? Auto's blijven angstvallig op een sukkeldrafje achter de fietsers rijden door de smalle straten. De lucht hangt vol vogelgeluiden. Hoog in de bomen horen we de vink ijverig suskewieten.

We moeten gedurig opboksen tegen de wind. We juichen als we links of rechts moeten afslaan en fietsen gelijk één of twee kilometer per uur sneller. Mooie liedjes duren echter niet lang. Aan het volgende kruispunt moeten we weer afslaan en hebben we weer wind op kop. Terug naar af. Maar toch wordt elke inspanning beloond met een mooi gekleurd vergezicht. Ons volgende tulpenveld is nog volledig groen. We zijn blijkbaar een week of twee te vroeg. Langs de Oudelandsedijk werd menig landbouwgrond omgeploegd. Het is wachten tot er gezaaid kan worden. Het teeltseizoen gaat stilaan beginnen. Een week of twee weken later dan verleden jaar. Langs de grote waterloop werd een monument opgericht voor een neergestorte bommenwerper. In 2007 graaft waterschap Hollandse Delta hier een waterplas. In de grond vinden ze de restanten van het vliegtuig van eerste luitenant Robert E. Stover. De Koninklijke Luchtmacht en de gemeente Oostflakkee hebben de wrakstukken geborgen. Op de plaats van de crash staat nu een monument ter nagedachtenis aan Stover en zijn bijdrage aan de strijd voor de vrede. Tijdens een luchtgevecht verlaat Stover zijn toestel. Hij sneuvelt, omdat zijn parachute niet opengaat. Het toestel stortte neer in de ochtend van 30 juli 1943. De piloot wordt gevonden in een suikerbietenveld, 150 meter van de Molendijk bij Den Bommel. Het monument vertoont één van de vier schroeven van het neergestorte vliegtuig.

Bij elke waterplas, beek of rivier zwemmen verschillende watervogels. Zwanen, eenden en heel veel waterhoenen. Het is maar een deel van de talrijke vogelsoorten die hier jaarlijks broeden. We slaan linksaf bij knooppunt 89. Nu hebben we de wind een hele tijd in de rug. De zon gaat ondertussen schuil achter witte sluierwolken. De temperatuur zakt daardoor ook enkele graden. We hebben ondertussen al 20 kilometer gefietst. Ons volgende bloemenveld is gigantisch. Witte en rode tulpen pronken naast elkaar en doet mij denken aan de kleuren van voetbalclub Antwerp. De liefdevolle kleuren. Doordat we bovenop de dijk fietsen hebben we een prachtig uitzicht over de tulpenbollenvelden. De beste manier om te genieten van de plaatselijke cultuur. Op sommige plaatsen wordt de waterloop omzoomd met schilderachtige oude knotwilgen. Terug op de Oudelandsedijk tot knppnt 84.

Via de Oostmoersedijk fietsen we over een smal asfaltbaan tussen het groen dat slechts heel in de verte wordt onderbroken door een eenzaam huisje of een prachtige hoeve. Via de Molendijk rijden we de ‘Stad aan ’t Haringvliet' binnen. Nog voor het centrum houden we halt bij de molen 'De Korenaer'. De korenmolen werd gebouwd in 1746 ter vervanging van een eerdere standerdmolen uit 1598. De huidige molen bleef tot in 1958 in bedrijf en raakte van dan af in verval. De gemeente kocht de molen en liet hem in 1969 restaureren. We moeten niet via de kerk maar we wijken even af van onze route voor een paar foto's van het gebedshuis. Achteraan is er nog steeds de begraafplaats. De historische dorpskerk werd gebouwd rond het tweede kwartaal van de 16e eeuw. Ze kende een bewogen leven en werd in de loop der eeuwen meermaals gerestaureerd. De toren werd eerst gebouwd na een brand in 1898. Een arduinen steen vermeld: 'De eerste steen van deze toren werd gelegd op 31 juli 1923 in bijzijn van de burgemeester en de beide Wethouders.'

We volgen terug knooppunt 85 en op de hoek van de Nieuwstraat en de Achterdijk vinden we een bronzen monument van de 'Wijzende jongen' op een voetstuk van basaltblokken. Op een aluminium plaquette kunnen we met moeite “maart 2000 lezen”. Hoogst waarschijnlijk de maand en jaartal van plaatsing. Het dorp Stad aan 't Haringvliet is een echte trekpleister voor watersportliefhebbers. Naast de oude haven in het centrum is er ook een grote jachthaven aan de Zeedijk. Langs de Zeedijk fietsen we verder. Rechts van ons, boven de Zeedijk, vloeit de ‘Haringvliet’. Een voormalige zeearm van de Noordzee. Deze werd in 1970 afgesloten door de Haringvlietdam en van de zee afgesloten.

We rijden het pittoreske dorpje Middelharnis binnen dat samen met Sommelsdijk één woonkern vormt sinds 2012. Aan knooppunt 74 staat een infobord “Van Pallandtpolder” met informatie over de zandplaat voor de haven van Middelharnis, de plaat Flakkee. Middelharnis               heeft een oud centrum met een redelijk groot winkelaanbod. Aan de haven bevinden zich de talrijke cafés en restaurants die uiteraard een extra troef bieden. Een fris Belgisch biertje hoort er nu eenmaal bij. Middelharnis heeft een lange visserijhistorie. Dit en nog meer staat te lezen op het infobord bij de haven. De vele prachtige monumenten van het dorp getuigen van een rijk en boeiend verleden. Zoals het beeld van een jonge knaap op een voetstuk van basaltblokken. Het noemt de 'Kofjekoker'. Het jongste bemanningslid op een vissersboot. Op het einde van de Voorstraat rijden we recht op het prachtige oud Raadhuis af dat dateert van 1639. Het gebouw is tot eind 1986 in gebruik geweest als gemeentehuis. Op de benedenverdieping zijn nog een oude gevangenis en een gijzelkamer aanwezig. Aan de voorgevel hangen enkele hals stenen die overtreders kregen omgehangen als zij 'aan de kaak' werden gesteld. De drie beelden op de kroonlijst stellen gerechtigheid, liefdadigheid en voorzichtigheid voor. Tussen het raadhuis en de kerk werd een monument geplaatst voor de gesneuvelden van Nederlands-Indië.

We fietsen door het 'Kerkstraatje'. Een geheel gerestaureerd 17e eeuws straatje waarvan de even nummers het Streekmuseum Goeree-Overflakkee vormen. De achterzijde van dit museum wordt door de oude koormuur van de kerk gevormd. De breedte van de huisjes wordt bepaald door de vroegere steunberen van het kerkgebouw: dit is nog duidelijk zichtbaar. In de gevel van huisnummer 9 bevindt zich een gevelsteen uit 1598 afkomstig van het gesloopte veerhuis op de kaai. De Mariakerk dateert oorspronkelijk van 1499. Ze werd verschillende malen weer opgebouwd na een brand. De oorspronkelijke kerk was een stuk groter dan de huidige versie. Naast het portaal werd een steen ingemetseld met gotisch opschrift waaruit blijkt dat de kerk in 1499 werd voltooid. Voor de kerk van Sommelsdijk werd eveneens een beeld geplaatst van een kleine jongen op een voetstuk van basaltblokken. “Het Koeienwachtertje” was de jongste telg van het gezin die vroeger op de leeftijd van 9 jaar met ongeveer tien koeien op stap ging. Dit monument is een eerbetoon aan al die jonge kinderen die hun jeugd moesten missen om een paar centen te verdienen. Na een wirwar van kleine straatjes bereiken we terug de auto bij de molen te Sommelsdijk.

 

Met de auto rijden we naar Batteloord. De bekende locatie van februari 2018. Nu nog zijn er flamingo's te zien. Ditmaal aan de linkerzijde van de kleine jachthaven. Hun aantal is echter wel geslonken, maar het blijft ons tot de verbeelding spreken. Het drassige landschap voor het water kleurt grijs en wit door de verschillende soorten eenden. Het is een kabaal van geroep en gekwetter van jewelste. Er zijn buiten ons nog wandelaars en vogelspotters. Hoewel de drukte van februari niet te evenaren is. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.















30-04-2018 om 09:42 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
16-04-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Goghroute

Fietsknooppunten: 79 – 34 – 35 – 99 – 95 – 97 – 98 – 80 – 73 – 74 – 70 – 69 – 33 – 34 – 79.

Afstand: +/- 37 kilometer.

Parkeren: Berg(straat) Nuenen. Alternatief: Wettenseind 16, buiten het centrum van Nuenen.

 

Zondag 8 april 2018. We vertrekken om 9u30 vanuit Ekeren. De temperatuur wijst amper 16° Celsius aan maar er worden  temperaturen voorspelt tot 23°C in de schaduw. We snakken er met zen allen naar. Door het wegvallen van de wind blijft er nog een tijdje een sluier voor de zon hangen. Het is druk op de snelwegen in België en Nederland. Blijkbaar wil iedereen vandaag van het uitzonderlijke weer genieten. Ik kan ze geen ongelijk geven. We rijden richting Eindhoven. Om 10u40 parkeren we de auto in de Berg(straat). We bevinden ons in de provincie Noord-Brabant in de gemeente Nuenen, een dorp, dat zich situeert tussen Eindhoven en Helmond. Van hieruit vertrekken we voor onze eerste fietstocht van het jaar. De Van Gogh fietsroute bestaat uit een tocht van in totaal 335 kilometer en is onderverdeeld in vijf unieke routes. De route is gekoppeld aan de bekende fietsknooppunten en brengt de fietser langs vijf Brabantse gemeenten die een bijzondere band hebben met Vincent Van Gogh: Zundert, Tilburg, Etten-Leur, Nuenen en 's-Hertogenbosch.

 

Vincent Willem Van Gogh werd in Zundert (Nederland) geboren op 30 maart 1853 en overleed te Auvers-sur-Oise (Frankrijk) op 29 juli 1890. Vincent Van Gogh was één van de grootste schilders van de 19e eeuw, maar werd eerst na zijn dood beroemd. In december 1883 woont Vincent met zijn ouders in Nuenen waar hij niet alleen het harde boerenleven op zijn doeken schilderde maar ook enkele windmolens legde hij voor het nageslacht vast. Een kwart van zijn totale werk is in deze gemeente gemaakt. In en rond het dorp werden 18 informatiezuilen geplaatst die zijn leven en werk toelichten. In het jaar 1885 verhuisde Vincent naar Antwerpen, maar in 1886 vertrok hij richting Parijs. In mei 1890 vertrok Vincent naar Auvers-sur Oise waar hij in juli overleed aan inwendige bloedingen. Vincent en zijn broer Theo liggen begraven op de begraafplaats van Auvers-sur Oise.

 

We fietsen eerst noordwaarts, naar knooppunt 78, 600 m verder. We blijven de Berg(straat) volgen en komen automatisch in de Gerwenseweg. Aan het knooppunt zien we rechts de molen op een kunstmatige heuvel staan. Toen Van Gogh in 1883 in Nuenen aankwam, stond deze molen nog in de bouwsteigers, maar hij werd pas afgewerkt nadat een tragisch ongeval had plaatsgevonden. Tijdens de bouw stortte de molen in, waarbij een dodelijk slachtoffer viel. We zien de Roosdonckmolen  regelmatig terug in Van Goghs schilderwerken. De korenmolen werd tot zeven keer getekend door de kunstenaar. Niet alleen in zijn landschappen, maar ook in zijn portretten van wevers en boeren. De molen is in particuliere handen en is nog wekelijks in gebruik.

                                                                             

 

We rijden terug naar knooppunt 79. Links op het plein staat de oude gietijzeren waterpomp van omstreeks 1890-1899. Vooraan ligt een decoratief deksel op de gerestaureerde waterput die men tijdens graafwerkzaamheden herontdekt heeft. De waterput dateert waarschijnlijk uit 1872. Het deksel werd ontworpen door kunstenares Liesbeth Rutten. Het is een druppelvormig kunstwerk waarmee water en vuur wordt gesymboliseerd. De eeuwenoude 'Gerechts- of Dorpslinde” boom domineert het plein. Hij werd in de eerste helft van de 17e eeuw geplant. In vroeger tijd werd onder deze boom recht gesproken. Tijdens een noodweer, in 1994, braken enkele zware takken af en werden er ernstige aantastingen waar genomen. De top werd afgezaagd zodat er nog een prieelachtige linde overbleef. De boom heeft een stamomvang van 6.50 meter.

Achter de oeroude linde werd op 31 juli 1932 het stenen monument onthuld ter ere aan Vincent Van Gogh. Het beeld is een molensteen van Beierse zwerfsteen waarop een basaltblok uit Zuid-Frankrijk staat met daarin een stralende zon gebeiteld. Achter het monument noemt het plantsoen 'Prullekeshof'. Dit project werd geschonken door de 'Stichting Nuenen' als blijvende herinnering aan de Nuenenaren die geboren werden in het Millenniumjaar 2000. De namen en geboortedata zijn vastgelegd in tegels. In 1994 heeft de burgemeester van Nuenen bij gelegenheid van zijn 12- jarig ambtsjubileum in het midden een 'Koningslinde' geplant, ter vervanging van de huidige 'Gerechtslinde'. Een symbool van een onafhankelijke gemeente Nuenen.

 

We draaien linksaf zodat we het driehoekig pleintje links van ons houden en rijden terug noordwaarts, langs de Papenvoort(straat) tot bij nr 2a. Het Van Goghkerkje is een Hervormde waterstaatkerk uit 1824. Het kerkje is bijzonder schilderachtig gelegen met op de achtergrond het groen van het Park Houtrijk, een oude villatuin. Theo Van Gogh, de vader van Vincent, preekte hier van augustus 1882 tot maart 1885. Het kerkje werd in januari 1884 op doek vastgelegd door Vincent Van Gogh. Speciaal voor zijn moeder, omdat ze haar dijbeen had gebroken en niet naar de kerk kon komen. Het schilderij is in 2002 gestolen en nooit teruggevonden. In het torentje werd in 1963 een 18-klokkencarillon geplaatst. Het is de dag van vandaag een zeer gewilde locatie voor het voltrekken van huwelijken.

We stappen met de fiets aan de hand rond het gebedshuis en belanden in de straat Papenvoort. Ons Rina spot een riddermonument aan op een sokkel. Het blijkt Hertog Jan II te zijn. Het bronzen beeld werd geschonken door de Stichting Nuenen. Het herinnerd aan het feit dat de hertog van Brabant op 4 december 1300 gemeenterechten verleende. Het beeld werd op 23 april 2001 officieel onthuld. Het beeld staat aan de oprit die naar het 'nieuwe' gemeentehuis leidt. Het gemeentehuis werd in 1930 opgetrokken voor Baron van Hardenbroek van de Kleine Lindt. In 1953 werd de villa als gemeentehuis in gebruik genomen. In 1969 en 1982 vonden de nodige uitbreidingen plaats. Het kleine gebouw vooraan links is nog een gedeelte van een voormalig linnenfabriek uit 1837. Het gebouwtje deed later dienst als koetshuis, tinnegieterij en thans doet het dienst als het Van Gogh documentatiecentrum.

 

Terug tot aan Berg 29 waar we halt houden voor het Vincentre, het  voormalige Raadhuis van Nuenen, Gerwen en Nederwetten, dat dienst deed tot 1953. Aanvankelijk waren hier ook het cachot, de gemeentelijke brandweer en de botermijn. In de oorspronkelijke staat bevonden zich beneden dezelfde vensters als boven. Onder het overstekende dak bevindt zich het in zandsteen vervaardigde gemeentewapen. Links en rechts geflankeerd door de namen van de burgemeester en de wethouders. Daarboven werd een uurwerk aangebracht waarop we lezen dat het elf uur is geweest. Sinds 2010 vindt in het Vincentre een permanente expositie plaats over het leven van Van Gogh. Je ervaart hoe Vincent Van Gogh leefde en schilderde in Nuenen en zijn eerste meesterwerk 'De Aardappeleters' maakte. Nuenen is trouwens een openluchtmuseum met maar liefst 23 gebouwen en plekken in het landschap die herinneren aan de kunstschilder Van Gogh. Het gebouw dat dateert van 1874 is eveneens een VVV kantoor. 

 

Het domineeshuis aan Berg 26 heeft een rijke historie. In de voorgevel werden muurankers geplaatst met het jaartal 1749. Het pand werd gebouwd toen de gemeente verplicht werd om voor de Hervormde predikant een pastorie te bouwen. In 1766 werd hier de geschiedschrijver ds. Stephan Hanewinkel geboren. Van 1882 tot 1885 woonde de familie Van Gogh in dit huisje. Aan de linkerzijde bevindt zich nog het oorspronkelijke atelier van Vincent Van Gogh. In dit gebouw leefde en werkte de Nederlandse kunstschilder tot hij in mei 1884 zijn atelier naar een andere locatie verhuisde. Na Vincent hebben er meer kunstenaars gewoond. In het huis rechts woonde Margot Begemann. Vincent en zij werden verliefd op elkaar. Tot een relatie kwam het echter niet. Een dramatische en mislukte zelfmoordpoging van Margot dreef hen uit elkaar. Achteraf bleek uit Vincents brieven dat Margot zijn grootste liefde is geweest. Precies 175 jaar na haar geboorte werd een monument onthuld in de voortuin. De buste op hoge sokkel is gemaakt door kunstenaar Peter Nagelkerke.

 

Verderop houden we halt aan het driehoekig park met verschillende zitbanken. De groene oase werd in de 19e eeuw aangelegd met een achthoekige muziekkiosk. Ze werd opgetrokken omstreeks 1920-'25. De vroegere drinkkuil werd omgebouwd tot vijver met fontein en een sierlijk bruggetje. Hier vinden we het standbeeld van Vincent Van Gogh, bovenop een ruwe sokkel. Ongeveer zo, met tekenmap en potlood, heeft hij over de wegen en door de velden van het dorp gewandeld. Het beeld van Vincent is groter dan hij in werkelijkheid was. Vincent Van Gogh was 1,64 meter groot. Het standbeeld werd op 30 maart 1984 onthuld.

 

Ook een monument dat de 'Zusters van Liefde' herdenkt werd hier geplaatst, op initiatief van het comité '100 jaar Klooster Nuenen'. Het monument symboliseert de belangrijke bijdrage die de kloosterorden hebben geleverd aan de 'verheffing van Brabant'. In de sokkel werd een tekst aangebracht: 'Eer aan alle Kloosterorden die volk en land van Brabant de kracht gaven zich te verheffen.' Het monument werd op 13 september 1987 onthuld. Het voormalige klooster bevindt zich er tegenover. Uit de nalatenschap van Mgr. J. Cuyten (geboren te Nuenen in 1799) werd de bouw van dit gesticht mogelijk in 1887 en was beter gekend als het 'Heilig Elisabethgesticht'. Het gebouw behoorde toe aan de Zusters van de Sociëteit van Jezus, Maria en Jozef. De zusters hadden hier de zorg over onderwijs, zieken en bejaarden. Het rechter gedeelte werd in 1937 aangebouwd als verpleeghuis en kraamkliniek. Het klooster functioneerde tot 1977 waarna het gebouw een cultureel centrum werd.

 

We draaien ons 180° en kijken recht op de heilige Clemenskerk die in 1872 werd gebouwd op de fundatie van een katholieke schuurkerk met strodak. Met de restauratie van 2003 is het interieur weer zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat gebracht. In de 60 meter hoge toren hangt onder andere de Mariaklok, die uit 1490 stamt en 1420 kilogram weegt.

In het voorjaar van 1884 huurde Van Gogh een atelier bij de koster van de kerk. Het huis stond links van de kerk, nu de nummers 43 en 45. Hier schilderde Vincent de 'Aardappeleters'. Sinds 2015 staat er een bronzen beeldengroep op het plein, geïnspireerd op het schilderij van Vincent Van Gogh. Een extra stoel nodigt uit om te gaan zitten.

 

We fietsen even tot op de hoek van de Parkstraat en Boordseweg. Aan de rechterzijde werd een bronzen monument op een sokkel geplaatst van de smid te Nuenen. Op deze plaats stond van 1850 tot 1994 een Smederij-landbouwmachinefabriek met de klinkende naam 'Automobielbedrijf Antoon de Rooij'. Het beeld werd in juli 1997 onthuld. Het ontwerp is gemaakt door G. Hoock in 1917.

 

Vlak voor we het centrum van Nuenen verlaten houden we halt om een foto te nemen van de 'Opwettense watermolen'. Tussen de twee gebouwen zijn nog duidelijk de dubbele slagmolens te zien die als koren-, olie-, zaag- en volmolen dienst deden. De ouderdom is echter niet te achterhalen. Mogelijk dateert hij uit de elfde eeuw en werden ze gebouwd in opdracht van de monniken van de abdij van Sint-Truiden. Maar wellicht dateert de molen van het begin van de dertiende eeuw. De molens draaien in de Kleine Dommel. Het grote rad is van de korenmolen en heeft een doorsnede van 9,3 meter. Het kleine rad behoort tot de oliemolen en heeft een doorsnede van 7,6 meter. Ook deze molens werden door Vincent op doek vastgelegd. We verlaten het centrum en worden onmiddellijk omgeven met prachtige vergezichten. 

 

De bomen zijn nog kaal. Echt groen is er nog niet te bespeuren. Het heeft te lang koud geweest. Struiken vertonen daarentegen al wel wat kleur. We zien in de tuintjes al sierbomen en -struiken in volle bloei staan zoals de tulpenboom en het Chinees klokje. Een teken dat de lente is ingezet. Na knooppunt 35 rijden we de 'Kleine Dommel' over. De beek vormt de grens tussen Nuenen en Eindhoven en mondt uit in de Grote Dommel. We fietsen door het buurtschap Opwetten bij Nuenen dat langs de weg naar Tongelre ligt. We fietsen over de Wolvendijk en daarna over het viaduct van de A270 en slaan linksaf om over het Van Gogh Roosegaarde fietspad te rijden. Een ontwerp van licht en kleur dat een magische belevenis wordt tijdens de schemering. Het pad wordt bij valavond verlicht door duizenden fonkelende steentjes. Het project werd geïnspireerd op het schilderij “The Starry Night (De Sterrennacht)” van Vincent Van Gogh. Het fietspad is 600 meter lang. Bij knooppunt 99 moeten we rechtsaf, richting Tongelre.

 

We rijden door het centrum van Tongelre. Een stadsdeel van de gemeente Eindhoven met 2 wijken: Oud-Tongelre en De Laak. We blijven ten noorden van Oud-Tongelre. In 't Hofke stoppen we even bij het voormalige Raadhuis op nummer 15. Het Oud Raadhuis werd gebouwd in 1911 en doet sinds 1957 dienst als buurthuis en wijkcentrum. Ernaast staat een fotogeniek gebouw dat onze aandacht trekt. Deze boerderij is één van de oudste panden van Eindhoven en stamt uit 1584. Rond 1600 werd het woongedeelte uitgebreid met een opkamer, met daaronder een kelder. In de achttiende eeuw was er weer een grote wijziging in het uiterlijk van de boerderij. De gevel aan de straatkant en het stalgedeelte werden vernieuwd. De boerderij lag prominent aan het inmiddels verdwenen dorpsplein van Tongelre. In 1993 is bij archeologisch onderzoek rechts van de boerderij een afvalkuil gevonden met daarin vondsten uit de zeventiende eeuw, waaronder Delfst aardewerk en gebrandschilderd glas. Na de bocht fietsen we voorbij de prachtige gevel van de Sint-Martinuskerk. Gebouwd in 1890-'91. De torens werden nooit voltooid.

De eerste pastorie is te vinden op 't Hofke 22. Deze werd gebruikt tot 1918. Nadat de begraafplaats naast de kerk verplaatst werd, werd op die plaats een nieuwe pastorie gebouwd op 't Hofke 3. Beide gebouwen fungeren momenteel als woonhuis. Na de brede Jeroen Boschlaan fietsen we door het Villapark van wijk De Laak en bereiken na 4,3 kilometer knooppunt 95. Voor het centrum van Eindhoven werd het beton van de viaducten artistiek behandeld met graffiti.

 

 

Na knooppunt 95 rijden we door het centrum van Eindhoven. De gemeente is de grootste stad van Noord-Brabant. Er bevinden zich enkele grote parken waaronder het Stadspark dat niet alleen wandelroutes heeft maar ook een fietspad dat het park doorkruist. Ook het Henri Dumantpark, dat in 1972 werd aangelegd, is een stukje natuur in de stad waar het leuk toeven is. Ook de Dommel loopt door Eindhoven. De rivier is 120 kilometer lang, waarvan 85 km op Noord-Brabants grondgebied en de rest door Belgisch Limburg stroomt. Het Stationsplein van Eindhoven is een belangrijke uitgangslocatie. Het is hier druk door de vele Grand-cafés, overvolle terrasjes en restaurants. Het is hier behoorlijk druk van wandelaars, fietsers, bromfietsers en auto's. Oppassen is de boodschap. We zien niet direct een knooppuntenbordje en gaan te voet naast onze fiets de buurt verkennen. Een bestelwagen verkoopt ijsjes en we kunnen het niet laten. Ons eerste ijsje van het jaar. Het is prachtig weer en iedereen schijnt te genieten. Na een tijd zijn we het eens. We moeten niet richting wolkenkrabber 'Philips'. Langs de Stationsweg, onder de spoorweg met de Romeinse beelden, bereiken we knooppunt 97. Een rit van één kilometer.

 

We kijken op de Veldmaarschalk Montgomerylaan op naar de hoge flatgebouwen. Door een wirwar van straatjes komen we bij het TU terrein, de Technische Universiteit van Eindhoven. Gesticht in juni 1956 en heeft ondertussen meer dan 10.000 studenten die een diploma kunnen halen in diverse studiekeuzes. We dwarsen de Dommel nog een paar keer alhoewel we daar niet elke keer iets van zien. De rivier stroomt onder de straten verder zuidwaarts. In een boomrijke straat kunnen we nog van een tapijt van gele paasbloemen (narcissen) genieten. Op de achtergrond zien we een groot kunstwerk met bowlingbal en kegels.

In de Sumatralaan rijden we langs de 'Karpendonkse Plas', rechts van ons. De plas is aangelegd door zandwinning voor het spoorwegnet dat klaar was in 1953. Het 'meer' is omgeven door naaldbomen  en rododendron. Op het water zien we ontelbare watervogels.

 

We fietsen vervolgens naar Nederwetten. Het kleine dorp ligt in een vruchtbaar dal van de Dommel te midden van akkers, weiden en bossen. Toch bezit Nederwetten enkele bezienswaardigheden die je moet gezien hebben. Voor we het kleine dorp binnenrijden blijven we de bocht naar links volgen. We verlaten ons knooppunt in de Soeterbeekseweg. Deze weg gaat over in de Kerkhoef, die ons tot bij de Oude Toren brengt. Op deze plaats stond de eerste Sint-Lambertuskerk die dateerde van omstreeks 1250. In de 15e eeuw werd ze vernieuwd en omgevormd tot protestantse kerk tot in 1700. In 1898 werd de kerk gesloopt, maar de toren werd behouden en gerestaureerd en diende nog tot 1920 als 'luidtoren'. De klokken werden daarna overgebracht naar de nieuwe kerk. In 1938 waaide de spits van de toren af. We kunnen de toren niet betreden. Er werd een houten hekwerk rond geplaatst waar normaal renpaarden worden gedresseerd.

We rijden terug naar de Soeterbeekseweg. Bij de splitsing houden we links aan en volgen de Hoekstraat naar knooppunt 73. In de Hoekstraat op nummer 46 werd in 1894-'95 de 'nieuwe' Rooms Katholieke kerk Sint-Lambertus gebouwd. Achter de kerk is nog steeds de begraafplaats gelegen. Vooraan de kerk staat het Heilig Hartbeeld van 1930. De naastgelegen pastorie werd opgetrokken in 1895. Het is ondertussen 15:00u geworden. Tijd om de dorstige te laven. Ons Rina neemt een thee met appeltaart. Het was een grote spie en ik moest mij dan opofferen om de overschot op te eten. Maar het was lekker. We verlaten het dorp langs Broekdijk en via het buurtschap Spekt en Nieuwe Dijk bereiken we knooppunt 73.

 

In het Populierenlaantje vinden we infozuil 8. Het is alleen te zien als je goed kijkt maar vanaf dit punt schilderde Van Gogh een herfstig Populierenlaantje. De sloot onder de weg is een goed oriëntatiepunt. De weg liep hier in zijn tijd rechtdoor, direct naar de boerderij verderop. Die staat er nog steeds, maar de weg buigt inmiddels af.

 

Voor knooppunt 74 rijden we het kerkdorp Gerwen binnen. Op de plaats van de Sint-Clemenskerk hebben drie kerken gestaan: van 1350-1400 een eenvoudige stenen zaalkerk, van 1420-1612 een driebeukige kruiskerk en vanaf 1620 werd deze kerk gebouwd. Van Gogh tekende de Sint Clemenskerk in december 1883. Deze kerk is op een kleine periode na altijd katholiek geweest. Toen de kerk in 1798 weer katholiek werd verhuisde de protestantse gemeente naar een andere locatie: de protestantse kerk waar vader Van Gogh preekte. De nieuwe moderne Sint-Clemenskerk werd groter gebouwd in 1967. Achter de kerk bevindt zich een bronzen beeld van 'Het Nederlandse Trekpaard'. Gemaakt door Toon Grassens en geplaatst in 1990.  We zijn aan knooppunt 74.

 

Na de oogverblindende manege rijden we langs de gemeentelijke begraafplaats Oude Landen van Nuenen waar sinds 2011 de overledenen hun laatste rustplaats vonden. Via het viaduct rijden we  over de N270 tot bij knooppunt 69. Het grindpad dat ons naar knooppunt 33 moet brengen ligt vol putten en kuilen. We proberen ze zoveel mogelijk te vermijden. We fietsen nochtans door een bosrijk gebied. Het is één en al groen door de dennenbomen links en rechts van ons pad. Langs de kant van de slechte weg werd een infobord geplaatst met zeven namen van slachtoffers uit WOII. Het bord vermeld: 'In Memoriam. Op 29 juni 1943 stortte hier rond drie uur 's nachts een Lancaster bommenwerper neer. Deze Lancaster behoorde tot het 44 (Rhodesia) Squadron van de RAF, dat gelegerd was op Dulholme Lodge. Hij werd neergeschoten door Oberst Günter Radusch. In de nacht van 28 op 29 juni 1943 waren 608 vliegtuigen opgestegen met als doel Keulen. Hiervan keerden 25 toestellen niet terug, deze Lancaster was er één van. De zes Engelsen en de Australiër zijn begraven op de begraafplaats De Oude Toren te Woensel.'

 

Vanaf knooppunt 33 fietsen we noordwaarts tussen twee plassen. Rechts bevindt zich de vijver van de Hengelsportvereniging  't Pluimke. Links is het Laco Strandbad van Nuenen. Een recreatieplas, omgeven door een ligweide. Je kan er ook kano's en waterfietsen huren. Verderop rijden we weer over de A270 en rijden het centrum van Nuenen binnen. Na knooppunt 34 is het nog ongeveer twee kilometer fietsen tot aan onze auto. 

Foto's: Rina Meurs.















16-04-2018 om 17:17 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)


Inhoud blog
  • Van Hulst naar Assenede
  • Wandeling Hulst
  • Met de fiets naar de kust
  • Asroute
  • Etten - Leur
  • Rucphenroute
  • Bosschenhoofd
  • Alblasserdamroute
  • Tulpenroute
  • Van Goghroute
  • Goeree Overflakkeeroute
  • Ka emigreert
  • Kidnapping
  • Ka vertelt
  • De Kunstroof
  • Nieuwjaarsbriefje
  • Ka de Kabouter
  • Brechtroute
  • Zeevruchtenroute
  • Kieldrechtroute
  • Kapelle-op-den-bosroute
  • Asteneroute
  • Melleroute
  • Linieroute
  • Woudrichemroute
  • Perenroute
  • De Oude Landen
  • Tuinhalloween
  • Winterwandeling
  • De Draak
  • Druivenroute
  • Rudolf de hond
  • De Laatste Speeldag
  • Kapellenroute
  • De Merel
  • Tussen Beer- en Oubroek
  • Fitness
  • Steenhuffelroute
  • Pajottenroute
  • Mollemroute
  • Everzwijnen
  • Melay 4
  • Melay 3
  • Melay 2
  • De Pinguïns
  • Melay 1
  • De Leeuw
  • Radiokenner
  • Guldenberg 3
  • Guldenberg 2
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Archief per maand
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 03-2014
  • 02-2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    paulnick1946
    www.bloggen.be/paulnic
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    dansrustroest
    www.bloggen.be/dansrus
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    windowsgids
    www.bloggen.be/windows
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    voetstappertje
    www.bloggen.be/voetsta
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    dansrustroest
    www.bloggen.be/dansrus
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    windowsgids
    www.bloggen.be/windows
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    voetstappertje
    www.bloggen.be/voetsta

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!