Wij reizen om te leren.

02-01-2019
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leuvenwandeling

De WOI relicten blijven tot onze verbeelding spreken. Al een paar jaar willen we door het centrum van Leuven wandelen om de gebouwen en monumenten van de stad te bekijken die een zware tol eisten na de 'Slag om Leuven' die eigenlijk al begon op 4 augustus 1914 toen de Duitsers ons land binnenvielen. De bezetting van Leuven verliep vrij rustig maar toch deed het gerucht de ronde dat er Belgische soldaten in de buurt waren. De spanning liep hoog op bij de Duitse bezetter die op een bepaald moment vermoedden dat er vanuit de woningen op hen werd geschoten. Vanaf dan gedroeg de bezetter zich extreem slecht in het veroverde gebied. De onrust duurde enkele dagen en de Duitsers begonnen de huizen en de openbare gebouwen in brand te steken. De Sint-Pieters kerk brandde als een toorts waardoor de kunstwerken in het gebouw ten prooi vielen aan de vlammen. Ook het gemeentehuis werd in brand gestoken. De ergste vernieling was wel de bibliotheek. Een boekencollectie van ongeveer 900.000 stuks ging totaal verloren in een zee van vlammen. Meer dan duizend huizen gingen in de vlammen op. Daarmee was het leed nog niet geleden. Tweehonderd burgers kwamen om het leven en zeshonderd anderen werden opgepakt en naar Duitsland vervoerd om er te werken.

Na de wapenstilstand wou de Britse legerleiding van de stad één groot oorlogsmonument maken, maar dat was buiten de gevluchte inwoners gerekend. Met mondjesmaat kwamen ze terug. Met de goede wil van familie, vrienden en kennissen werd aan de wederopbouw begonnen.

 

Dinsdag 3 juli 2018. Het is buiten reeds 23° Celsius om 08:30u 's morgens. Het verrast ons niet meer want het zijn al enkele weken aan een stuk door fantastische temperaturen. Er heerst dan ook code rood in verband met brandgevaar. Gisteren werd de match België – Japan uitgezonden op TV. De achtste finale van de Rode Duivels eindigde met een 3 – 2 zege. We kunnen naar de kwartfinales. We rijden ondertussen op de ring rond Antwerpen. Het is behoorlijk druk alhoewel de grote vakantie al bezig is. Je zou toch denken dat iedereen nu aan de kust zit of ligt te zonnen. Niet dus. Om 09:30u rijden we het bord voorbij met “Welkom in Vlaams Brabant”. Het wordt heuvelachtig. Aan het kruispunt bij Machelen is het meer dan twee kilometer aanschuiven. Een reden zien we niet.

We rijden niet rechtstreeks naar Leuven. Het is daar heel druk en parkeren is totaal uitgesloten. Wij rijden naar Heverlee en het is dan 10:10u als we op de parking van de Kerspelstraat te Heverlee halt houden achter de begraafplaats. Voor ons bevindt zich het 'Arboretum van Heverleebos'. Het Heverleebos en het Meerdaalwoud bestaan al van na de laatste IJstijd. Samen meer dan 2000 ha groot. Groot genoeg om er te verdwalen, maar er bevinden zich bewegwijzerde paden en de wandelknooppunten tonen de weg. Vanaf deze parking nemen we de fiets voor een tocht van ongeveer 4 km tot het centrum van Leuven. Peace of cake, toch?

 

We rijden niet verder zonder een bezoek te brengen aan de militaire begraafplaats die naast de burgerlijke begraafplaats van Heverlee ligt. Hier rusten vele geallieerde soldaten van WOII, vooral bemanningen van de luchtvloot die rond Leuven sneuvelden. Een vijftigtal van deze slachtoffers overleed aan zijn verwondingen in het 101 Britisch General Hospital dat was ondergebracht in de vlakbij gelegen meisjesschool het Heilig Hartinstituut. Deze begraafplaats werd aangelegd in juni 1944 en wordt mooi onderhouden door de CWGC. De begraafplaats telt 30 doden uit WOI waarvan één slachtoffer niet meer kon geïdentificeerd worden. De doden waren afkomstig van een aantal kleinere begraafplaatsen uit de wijde omgeving. Verder rusten hier 988 slachtoffers uit WOII waarvan er 36 onherkenbaar waren. Vooraan werden de zerken geplaatst waar een eenheid van vrijwillige verpleegsters te rusten liggen, afkomstig  van het General Hospital.

 

We blijven de Kerspelstraat verder naar het noorden volgen. Rechts zien we achter een hoge afsluiting soldaten oefenen in de Heverlee kazerne ‘Cdt De Hemptinne’. Dit is de thuisbasis van de special forces en de jagers te paard. Momenteel stomen de officieren de soldaten klaar voor het defilé van de nationale feestdag op 21 juli. Links van ons zien we een grote Calvarieberg waar we uit nieuwsgierigheid naar toe rijden. Het is het kloosterkerkhof Annuntiaten met talrijke witte kruisjes, een calvarieberg met een levensgroot kruis waaraan een beeld van Jezus werd bevestigd. Naast het kruis staat het beeld dat Johannes de Doper voorstelt en aan de andere zijde werd Maria Magdalena geplaatst. Het jongste witte kruis dateert van 2 maart 2018, het overleden nonnetje was net 96 jaar oud geworden.  

 

We zijn nog steeds in Heverlee als we aan de Pakenstraat halt houden bij de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw van Troost waarvan de bouw begon in mei 1954. Op 15 april 1956 werd de torenklok ingewijd en in 1957 werd het bouwwerk opgeleverd. We kunnen binnen in de kerk voor een uitgebreid bezoek. Een donker en kaal interieur. De gewelven zijn in zachte tinten beschilderd met Christelijke taferelen. Naast de kerk werd in 1955 het kloostergebouw opgetrokken. Maar door een sterke afname van belanghebbende voor een roeping van priester werden de opleidingen gestaakt tijdens de jaren zestig van vorige eeuw. Er is een grote bibliotheek aanwezig die nog steeds door studenten regelmatig wordt bezocht. We mogen er niet rondlopen en worden onder lichte dwang naar buiten geloodst.

 

We zijn ondertussen in het centrum van Leuven belandt. De hoofdstad van de provincie Vlaams-Brabant ligt aan de Dijle rivier. De stad is vooral bekend om zijn universiteiten en het universitair ziekenhuis. Het is hier af en toe sterk heuvelachtig en dat gaan we nog meer ondervinden. In de Geldenaaksebaan houden we halt voor enkele foto opnames van de mooie graffiti muren op het spoorwegviaduct en aanpalende woning. Rechtsaf voor de Abdij van Park dat zich situeert in een oase van rust. Eerst fietsen we onder de Leeuwenpoort door. De toegangspoort dateert van 1725 en brengt ons de vele gebouwen van de Abdij van Park dat gesticht werd in 1129 door de graaf van Leuven. De volgende poort is de Mariapoort die genoemd werd naar de patroonheilige van de abdij. Ze werd oorspronkelijk gebouwd in de 16de eeuw. De huidige poort waar we onderdoor rijden stamt uit 1752. De abten van norbertijnen zetelden hier tot de Franse Revolutie. De abdij werd in 1789 geplunderd en voor een groot gedeelte vernield. Het Oostenrijks bestuur zette de norbertijnen op straat. In 1797 werd de abdij op militair bevel afgeschaft maar de norbertijnen kwamen terug in 1801. Het domein van ongeveer 42 ha bleef gespaard tijdens de beide Wereldoorlogen. Na een eerste erfpacht in 2003 volgde er een tweede in 2011 voor het volledige kloosterobject. Sindsdien werd er met de restauratie begonnen die opgeleverd wordt in 2025.

 

Abt Ambrosius Van Engelen bouwde een watermolen in 1534 tegelijk met de kern van de huidige Sint-Janspoort. Achter de molen en aansluitend bij de poort stond de smidse. De watermolen staat op de benedenloop van de Molenbeek. De norbertijnen verpachtten de molen aan een leek. Die maalde er tarwe, rogge en gerst, voor de abdij en voor de boeren uit de omgeving. De watermolen bleef eeuwen in gebruik omstreeks 1860 werd in het molengebouw een krachtige stoommachine geïnstalleerd die de maalcapaciteit gevoelig opdreef. De laatste molenaar, Marcel Morren, overleed in 1963. Sedertdien wordt er niet meer gemalen. 

We wandelen tussen de vele graven richting kerk. Tot de 18de eeuw lag er een grote boomgaard rond de abdijkerk en het klooster. De abdij had geen kerkhof nodig, want eertijds werd er begraven in de kerk. Sinds 1803 werd de kerk een parochiekerk genoemd en vanaf dan werd er rond de kerk begraven dat uitgroeide met religieuzen, professoren en politici. De norbertijnen hebben een eigen privé begraafplaats in de kloostertuin. Tegen de kerkhofmuur werd een replica Lourdesgrot gebouwd. In een nis staat een groot Mariabeeld. Bernadette is nergens te bespeuren.

De norbertijnen bouwden hun abdijkerk op de top van een natuurlijke helling. Al in 1131 stond er een kapel maar in de 13de eeuw werd de huidige kerk gebouwd. In 1628 werd het koor verlengd. Onder het koor, dichtbij het hoogaltaar werd een crypte gebouwd waarin de abten werden bijgezet. Er volgden nog enkele aanpassing maar in 1729 kreeg de kerk haar huidige uitzicht. Dat jaar werd ook de toren gebouwd. De kerk is afgesloten en kan niet bezocht worden.

 

Terug naar de Geldenaaksebaan en rechtsaf tot het grote kruispunt met de R23. Rechtsaf voorbij Sportoase Philipssite en opnieuw rechtsaf in de Nieuwe Kerkhofdreef voor de burgerlijke begraafplaats waar sinds het einde van de 18de eeuw begraven wordt. Hier werden de in Leuven gesneuvelde militairen en burgerslachtoffers gedurende WOI in een voorlopig massagraf begraven. In 1919 besloot de gemeente er een houten zuil als monument te plaatsen. Tijdens de volgende jaren werden tal van lichamen ontgraven om ze op een militaire begraafplaats te herbegraven. De overgebleven burgerlijke en militaire slachtoffers werden in een gezamenlijke crypte ondergebracht. Rechts achteraan, in een rotonde, werd op 27 juli 1924 het monument met crypte opgericht voor de Leuvense slachtoffers. Aan beide zijden ervan zijn de namen van de slachtoffers uitgehouwen. Terug naar de grote baan. Dwarsen de R23 en rijden naar links. We nemen de zevende straat rechts en komen in de Naamsestraat waar we halt houden bij de ‘Jezus in ’t Steentje kapel’ die gebouwd werd in 1814 ter vervanging van twee verwoeste kapellen uit 1798. Een serene plaats waar tientallen kaarsen branden. De kapel staat op het voormalige kerkhof van de Sint-Kwintenkerk. De kerk werd door Justus Lipsius beschouwd als de mooiste kerk van Leuven die men begon te bouwen in 1440 op de plaats waar voordien een kapel stond die dateerde uit de 11de eeuw. In de Eugène Gilbertstraat nemen we een foto van een reusachtige poster met de Rode Duivels.

 

We nemen de eerste straat linksaf en nemen de bocht naar rechts tot het eind. We dwarsen de straat en rijden rechtdoor via de Sint-Beggaberg. Aan het eind rechtsaf in het Groot Begijnhof. Een mega complex dat gesticht werd in 1232 en tot in de jaren 1980 onafgebroken door begijnen  bewoond. In de tientallen kleine huisjes leefden in de 17de eeuw een 360 begijnen. Sinds 1962 is het  eigendom van de Leuvense Universiteit die het liet restaureren en inrichten als woonerf voor studenten, professoren, buitenlandse gasten en medewerkers van de universiteit. We wandelen door smalle straatjes, pleintjes, tuinen en parken. We proberen de sfeer van vervlogen tijden op te snuiven. We komen bij de Sint-Jan-de-Doperkerk waaraan gebouwd werd van 1305 tot 1440 na afbraak van een oude vervallen kapel. Na ons bezoek aan het voormalige Begijnhof fietsen we terug naar de Naamsestraat. Linksaf, voorbij enkele hoge scholen die de stad rijk is. Voorbij de Parkstraat vinden we links de Van Dalecollege, rechts bevindt zich op het nummer 69 in de Naamsestraat de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen. Verderop houden we halt bij de Sint-Michielskerk.

 

De Sint-Michielskerk geldt als één van de zeven wonderen van Leuven. Deze voormalige Jezuïetenkerk werd gebouwd van 1650 tot 1671. Er worden momenteel herstellingswerken uitgevoerd aan het portaal van de kerk. Hekwerken met spandoeken sluiten de inkom volledig af. De kerk is daarom ook niet open om het interieur te bewonderen. Vanop een afstand zien we wel de voorgevel met zijn kolossale zuilen en pilasters. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk bijna volledig vernield tijdens een luchtaanval in de nacht van 10 op 11 mei 1944. De voorgevel bleef als bij wonder gespaard. De renovatiewerken duurden tot 1950.

 

In de Naamse straat werd in 1979 het beeld Renée geplaatst ter ere van Renée Depret (1914 – 2001), ereburger van Leuven en medestichter van het Handelsverbond Leuven. Ze staat symbool voor de actieve vrouw en herinnert aan de vrouwelijke studentes die in deze straat hun eerste peda (studentenkamer) kregen. De Universiteitshal, op het nummer 22 in de Naamsestraat, werd gebouwd als Markthal in het begin van de 14de eeuw. Vanaf 1431 werd de lakenhal stelselmatig ingenomen door de universiteit. Tussen 1680 en 1690 werd er een verdiep aan toegevoegd. In 1723 – 1731 werd ten behoeve van de universiteitsbibliotheek een nieuwe vleugel toegevoegd, richting Oude Markt. Tijdens de nacht van 24 op 25 augustus 1914 drongen Duitse soldaten de bibliotheek binnen en stichtten er brand. De hele bibliotheek, met meer dan 900.000 boeken, oude drukwerken en manuscripten gingen in de vlammen op. Ook tijdens WOII, in mei 1944, werd opnieuw schade aangebracht aan de universiteitshal. Het eerste verdiep stortte in. Het duurde nog tot het eind van de jaren zestig van vorige eeuw voor er met de restauratie werd begonnen. Tegenwoordig herbergt dit complex de administratieve diensten van de universiteit en het rectoraat.

 

Volgende straat linksaf en weer linksaf om op de Oude Markt 13 achter de universiteitshal te staan. Hier bevindt zich de Katholieke Universiteit van Leuven, opgericht in 1968 en had in 2013 een capaciteit van 41.225 studenten. De Oude Markt is een rechthoekig plein dat grotendeels bestaat uit horecazaken. Op het plein staat de zitbank met de Kotmadam, een geschenk van de VVV aan de stad. Het beeld werd ingehuldigd op 16 mei 1985. We rijden terug naar de Naamsestraat en slaan linksaf tot op de Grote Markt.

 

Het historische gebouw op de Grote Markt van Leuven is één van de bekendste gotische stadhuizen ter wereld en de bevolking is er dan ook trots op. En met reden. Het eerste stadhuis stond op de Oude Markt tot men in de 15de eeuw besloot om een nieuw gebouw op te trekken op de Plaetse, de huidige Grote Markt. De eerste steen werd gelegd in 1439. De bouw duurde dertig jaar en heeft drie bouwmeesters gekend. De Leuvense ‘Hall of Fame’ telt maar liefst 236 beelden die pas na 1850 op de nissen in de gevel werden geplaatst. Het zijn 220 mannen- en 16 vrouwenbeelden. Op het gelijkvloers werden de Leuvense geleerden, kunstenaars en historische figuren geplaatst. Op het eerste verdiep staan de patroonheiligen van de verschillende parochies van Leuven. Daarboven prijken de graven en de Brabantse hertogen. In de toren werden overwegend Bijbelse figuren gezet. Het gebouw overleefde de gruwelen van WOI omdat het Duitse opperbevel er was gevestigd. Sinds de verhuis van de stadsdiensten eind 2009 wordt het stadhuis enkel nog gebruikt voor plechtigheden. Aan de zijkant vinden we het toeristisch infokantoor. Het stadhuis werd zoals verwacht meerdere malen gerestaureerd.

Naast de trappen van het Stadhuis bevindt zich de Raadskelder. Ze zijn slechts open op de derde zaterdag van de maand. De kelders stammen uit de 13de en 14de eeuw en zijn momenteel in gebruik door het Koninklijk Verbond der Jaartallen die hier hun museum hebben. Een groot deel van hun kaders, foto’s, vlaggen en kostuums worden hier tentoongesteld.

 

De Sint-Pieterskerk op de Grote Markt vervangt een romaanse kerk die even breed maar minder lang was. Aan koor en schip werd gebouwd tijdens de hele vijftiende eeuw. In de 17de eeuw werd met de werken gestopt maar de kerk werd nooit afgewerkt. De twee torens hebben nooit hun volle hoogte bereikt. De kerk bleef niet gespaard tijdens de beide Wereldoorlogen. Tijdens WOI brandde het dak af en tijdens WOII werd de kerk gebombardeerd. Veel kerkschatten zijn tijdens de beide oorlogen verloren gegaan. We kunnen binnenin een kijkje nemen. Het is een prachtige kerk met veel lichtinval.

 

Met het stadhuis in de rug fietsen we naar rechts. Als we de Grote Markt ten einde zijn staan we bij een ander plein. De Rector De Somerplein werd genoemd naar de eerste rector van de ééntalige Katholieke Universiteit van Leuven. Tot 2011 was dit het Fochplein, genoemd naar de Franse maarschalk, Ferdinand Foch (1851 – 1929) die in 1918 het commando over alle geallieerde troepen nam en ze naar de overwinning leidde.

Het monument van Fonske vinden we aan de overzijde van de Bontgenotenlaan. De volledige naam luidt Fons Sapientiae, latijn voor ‘Bron der Wijsheid’. Het beeld werd ter gelegenheid van de 550ste verjaardag van de Katholieke Universiteit Leuven in 1975 aan de stad geschonken.

 

We houden het standbeeld van Fonske rechts van ons en rijden op het Margarethaplein tot het eind. Rechtsaf op het Ferdinand Smoldersplein. We fietsen voorbij drie statige gebouwen: het gerechtshof, de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel. Links van ons staat het standbeeld van Pieter Coutereel (1320  - 1373). Hij bracht in 1360 het stadsbestuur ten val en werd nadien schepen en burgemeester. Aan het volgende kruispunt linksaf in de Vaartstraat. Aan de Y-splitsing rechts houden en bij de derde straat slaan we linksaf in de Halfmaartstraat voor de Sint-Geertuiabdij. Een voormalige Augustijnenabdij die beperkt werd tot twaalf reguliere kanunniken van adellijke afkomst. Wie niet van adel was kwam er niet in. De abdij werd in 1796 afgeschaft en de gebouwen werden in loten verdeeld en als nijverheidsgebouwen gebruikt. In 1919 werd het geheel een benedictinessenabdij. De gebouwen werden hersteld en aangevuld met de Thiéry-vleugel, een fantasierijke heropbouw van gevels uit de stad die tijdens de brand van WOI vernield werden. De kerk werd tussen de 14de en 16de eeuw gebouwd. De toren is 71 meter hoog en werd pas in 1453 voltooid. In WOII liepen kerk en abdij zware schade op. Thans heeft het geheel een gemengde bestemming: administratie en wonen.

 

Verderop zien we rechts van ons het ‘Klein Begijnhof’. Een straat met twee doodlopende steegjes die in de 19de eeuw bewoond werd door begijnen. Oude documenten tonen aan dat in 1272 de huisjes al bewoond werden door een gemeenschap van vrouwen. De huisjes dateren uit de 17de-18de eeuw. We volgen verder de Halfmaartstraat. Bij de plaatselijke apotheek hangt een thermometer die +32° graden aanduidt. Tijd voor een verfrissing. Bij het kruispunt met de Mechelsestraat draaien we rechtsaf tot het eind. De Abdij van Keizersberg bevindt zich in een oase van groen. Deze benedictijnenabdij uit de 19de eeuw werd gebouwd door de monniken van de abdij van Maredsous. Een lange muur omgeeft de gebouwen en het omliggende terrein zodat het geheel doet denken aan een oude, versterkte burcht. De tuin is een openbaar park vanwaar men een mooi uitzicht op de stad heeft. We rijden terug en slaan rechtsaf in de Pereboomstraat tot het eind. Linksaf en weer tot het eind. Rechtsaf in de Tessenstraat tot het eind en rechtsaf in de Brusselsestraat tot bij de kerk.

 

We bevinden ons op het Sint-Jacobsplein bij, hoe kan het anders, de Sint-Jacobskerk. Zij was een halte op één van de wegen naar Santiago de Compostella en werd als bedevaartkerk ook een rijke kerk. Omdat haar funderingen niet sterk genoeg waren, deden zich al snel stabiliteitsproblemen voor. Het gebedshuis is dus in deze omstandigheden niet toegankelijk. 

Het standbeeld van Jozef Deveuster werd gemaakt in opdracht van de Katholieke Kring van Leuven en in 1894 ingehuldigd in het Sint-Donaaspark. In 1906 werd het kunstwerk naar deze plek overgebracht. Pater Damiaan werd geboren te Tremeloo in 1840 en stierf te Molokai in 1889.

De St-Jacobskapel bevindt zich op de hoek van de Brusselsestraat en de Pelgrimstraat met een beeld van Jacobus de Meerdere achter een smeedijzeren traliewerk. Langs de Brusselsestraat rijden we terug naar de Grote Markt. Net voorbij het UZ van Leuven fietsen we langs de ‘Romaanse Poort’ van 1218 – 1222. De Romaanse poort verleent momenteel toegang tot het cultureel centrum en is het enige overblijfsel van het Sint-Elisabethgasthuis dat hier omstreeks 1080 – 1090 gesticht werd.

We rijden naar de Bondgenotenlaan die tijdens 1914 nog Statiestraat noemde. De brede laan was de voornaamste boulevard van de stad. Halverwege de straat vinden we het standbeeld van Justus Lipsius (1547 – 1606). De man was één van de bekendste figuren van het humanisme, studeerde en woonde enkele jaren in Leuven. Het monument werd ingehuldigd in 1909. De staat schonk het beeld aan de stad ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van KU Leuven.

 

We nemen de volgende straat linksaf en rijden door de Leopold Vanderkelenstraat. Rechts zien we het moderne M-Museum. In het indrukwekkende gebouw huisvest een historische collectie van unieke 15de- en vroeg 16de eeuwse schilderijen en beelden. Naast deze collectie presenteer het museum tijdelijke tentoonstellingen van zowel oude meesters als hedendaagse kunstenaars. Verderop rijden we tot bij het Monseigneur Ladeuzeplein. De toenmalige Volksplaats werd aangelegd in 1806 en de eerste bebouwing verscheen in 1812. De imposante Centrale Bibliotheek werd gebouwd tussen 1921 en 1928 met geld dat de toenmalige president van Amerika Herbert Hoover verzamelde. Het gebouw bezit een klokkentoren met beiaard. Bezoekers worden uitgenodigd om de vijf verdiepingen van de toren te maken en op weg naar boven herbeleefd de bezoeker de verwoesting en wederopbouw van de stad. Na het vijfde verdiep heeft men vanop een balkon een mooi uitzicht over de omgeving. In de gevel zijn de namen van de Amerikaanse schenkers gebeiteld. In 1940 kreeg het plein de huidige benaming naar Paulin Ladeuze (1870 – 1940). Ladeuze was rector van de Leuvense Katholieke Universiteit en werd tot bisschop gewijd in 1929. Tijdens WOII ging ook dit gebouw bijna volledig in vlammen op. Op 16 mei 1940 werd het gebouw door de oprukkende Duitsers beschoten. Diezelfde nacht werd er brand gesticht. De schade werd na de oorlog gelukkig hersteld.

De gigantische kever die gespietst is door een 23 meter hoge inox naald op het plein is een werk van Jan Fabre dat de naam Totem kreeg. Het kunstwerk staat hier sinds 2005. Een geschenk van de Leuvense Universiteit aan de stad naar aanleiding van haar 575ste verjaardag. Vervolgens rijden we terug naar de Bondgenotenlaan 21.

 

We houden even halt voor de Stadsschouwburg. De aannemer startte de werken in 1864 en de plechtige opening vond plaats op 3 september 1867. Het gebouw werd tijdens WOI tot op de ruwbouw verwoest. Het duurde tot maart 1938 voor de nieuwe stadsschouwburg plechtig werd geopend. Tijdens bombardementen in 1944 – 45 liep het gebouw opnieuw schade op. Alles werd in 1952 vakkundig hersteld. Wat verder rijden we langs het Martelarenplein.

 

Het plein noemde tot 1918 het Stationsplein. Hier begon op de avond van 25 augustus 1914 de Duitse terreur. Duitse soldaten schoten op landgenoten omdat ze dachten dat het burgers waren, de zogenaamde ‘francs-tireurs’. Vervolgens gaf de Duitse leiding opdracht om vergeldingsmaatregelen. Burgers werden omgebracht en overal werd brand gesticht. Verschillende gebouwen gingen verloren en op dit plein werden executies uitgevoerd. De doden werden hier begraven. De sfeer was gespannen en mensen werden bang. Het terreur bleef aanhouden tot 28 augustus 1914. Het gehele Stationsplein werd eveneens zwaar getroffen door brandstichters. Ongeveer 15 burgers werden naar Duitsland gedeporteerd en kwamen eerst terug in januari 1915. 250 burgers stierven door de gruwelen van de bezetter. Na de oorlog werden 32 slachtoffers opgegraven en de hele omgeving werd heropgebouwd. Ter herinnering aan deze gebeurtenissen werd in 1925 het vredesmonument op het plein geplaatst. Tijdens WOII konden de anti-Duitse reliëfs op het monument op weinig sympathie van de bezetter rekenen. Ze werden verwijderd en vervangen door bakstenen. Tijdens een restauratie werden de reliëfs gereconstrueerd.

 

We rijden terug naar Heverlee en passeren de gevangenis ‘Leuven Centraal’. Met de aanvang werd in 1856 begonnen en in 1860 volgde de officiële openingen van de strafinrichting. Tijdens het interbellum werden werkhuizen bijgebouwd waar gedetineerden konden werken. Er ‘zitten’ hier soms tot 300 veroordeelden en 50 beklaagden.

Om 17:30u zijn we bij het kasteel van Heverlee. De heren van Heverlee bouwden een eerste kasteel in de 14de eeuw en vanaf de 16de eeuw werd het huidige kasteel opgetrokken. Vanaf de 19de – tot de 21de werden er nog ingrijpend renovatiewerken uitgevoerd aan het kasteel. De Hertog van Arenberg schonk het domein aan de universiteit in 1916. Het kasteel wordt momenteel gebruikt door de faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven. Om de dag af te sluiten hadden we een tafeltje voor twee besteld bij ‘Brasserie De Oude Kantien’. Een begrip in en rond Leuven. Niets wijst erop dat achter deze eenvoudige gevel ooit een ingetogen herberg van het kasteel van Arenberg schuilde. De sfeer is er charmant en past uitstekend binnen de eenvoud van de vierkanthoeve. Na het dessert, dat bestaat uit een koffie en een thee voor moeder de vrouw, fietsen we terug tot bij de auto in de Kerspelstraat. We hebben in totaal 20 km gefietst.




















02-01-2019 om 06:42 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
12-11-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liberationroute

Parkeren: Kerkstraat 29 te Driel Gelderland.

Fietsknooppunten: 59 – Veer – 53 – 37 – 09 – 10 – 87 – 07 – 82 – 84 – 85 – 34 – 44 – 26 – 93 – 94 – 41 – 54 – 36 – 35 – 22 – 29 – 28 – 27 – 59 – 26 - terug naar de kerk te Driel = +/- 35 km.

Maandag 25 juni 2018. Het is nog bewolkt en de temperatuur schommelt momenteel nog tussen de 15° en 16° Celsius. Te fris voor de tijd van het jaar had de weerman gisteren voorspelt. Maar ze beloofden toch een zonnige dag zonder één spatje regen. De natuur smacht echter naar hemelwater. In de verschillende natuurparken is zelfs code oranje van kracht. Wat duidt op hoog brandgevaar. De hoge uitkijktorens in de Kalmthoutse Heide worden uit veiligheidsoverwegingen overdag bemand om alles in het oog te houden. We mogen thuis de auto niet meer wassen en zelfs geen zwembadje voor de kinderen of kleinkinderen meer vullen. We gaan vandaag in ieder geval profiteren van een zonnige dag en rijden voor een verfrissende fietstocht met de auto naar Gelderland. Het is de grootste provincie van Nederland met als hoofdstad Arnhem. De provincie Gelderland werd bijzonder zwaar getroffen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De geallieerde “Operatie Market Garden” van September 1944 mislukte grotendeels, waardoor het oorlogsfront plots dwars door de provincie liep. De geallieerden wisten weliswaar Nijmegen en een deel van de Betuwe te bevrijden, maar de Slag om Arnhem veranderde de hoofdstad Arnhem, Renkum en omgeving in een ruïne.

Onderweg houden we even halt op een parking om de benen te strekken en een kopje koffie te drinken. Bij afslag 18 in Heteren verlaten we de A50 en volgen verder de instructies van onze GPS. Voor het centrum van Driel neemt moeder de vrouw een foto van een beeldje dat hoog op een kasseien sokkel staat. Het is ‘Kruuzemuntje’. Het beeldje werd aangeboden door de ‘Historische Kring’ van Driel. Het is een personage uit de gelijknamige Overbetuwse novelle van Jacob Jan Cremer (1827-1880) die in 1866 werd geschreven. Enkele minuten later rijden we door het centrum van Driel. Het dorp staat bekend om de “Slag om Arnhem”. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de plaats een belangrijke bijrol vanwege de luchtlanding en veldslag van de geallieerde troepen in september 1944. Driel werd bevrijd op 21 september 1944 door de Poolse 1ste Onafhankelijke Parachutisten-brigade onder leiding van Stanislaw Sosabowski. De brigade was bij Briel geland om in het kader van de “Slag om Arnhem” de Rijnbrug bij Arnhem vanuit het zuiden te veroveren. Veel huizen waren zwaar beschadigd.

Op het Polenplein parkeren we de auto vlakbij het Nationaal Monument voor de '1e Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade' dat onthuld werd op 16 september 1961. In de gemetselde omheining werden enkele plaquettes ingewerkt met de vele namen van de  parachutisten van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade die in 1944, tijdens Operatie Market Garden, vermist zijn geraakt. Deze operatie vond plaats op 21 september 1944 in Driel. Die dag werden ongeveer 1.000 Poolse parachutisten, onder leiding van Generaal – Majoor Sosabowski, afgeworpen. De Polen moesten met het Drielse veer de Nederrijn oversteken om de bijna geheel omsingelde Britse luchtlandingstroepen in Oosterbeek te versterken. Het Drielse veer was alleen verdwenen en een klein deel wist tijdens twee nachtelijke oversteekpogingen onder vijandelijk vuur de overkant van de rivier te bereiken. Uiteindelijk konden door de komst van de Poolse parachutisten bij Driel de restanten van de 1ste Britse Luchtlandingsdivisie uit Oosterbeek worden geëvacueerd.  We zien de wapenschilden van Polen en Warschau en het embleem van de Poolse brigade. Naast het Poolse monument werd het Sosabowski Memorial Appeal geplaatst. Het monument kwam er op initiatief van de Britse veteranen die samen met de Poolse para's streden tijdens Operatie Market Garden. Het monument werd onthuld op 16 september 2006 en herdenkt Generaal – Majoor Sosabowski. Het is een witte verticale gedenksteen met een ronde bronzen plaquette waarop de afbeelding van de Generaal-Majoor is bevestigd. De Poolse bevelhebber die leiding gaf tijdens de Slag om Arnhem. Hier vindt elk jaar in september een herdenking plaats. Tijdens deze plechtigheid die al vanaf 1946 wordt georganiseerd worden diverse toespraken gehouden. Aan het monument worden bij het Polenmonument en het Sosabowski Memorial Appeal kransen gelegd.

We stappen met de fiets aan de hand naar de overzijde van het plein tot bij de kerk van Driel. In 1796 werd de parochie gesticht en een kerk met pastorie gebouwd. Ze bleek al snel te klein zodat reeds in 1835 het gebedshuis werd vergroot en vernieuwd. In het najaar van 1868 werd op de huidige locatie de fundamenten gegoten voor de bouw van een nieuwe kerk. Op 22 december 1870 werd ze plechtig gezegend maar het noodlot sloeg weer toe tijdens WOII. De kerk bleef gespaard tot september 1944. Tijdens de 'Slag om Arnhem' werd ze samen met de pastorie zodanig verwoest dat het voordeliger was om een nieuwe kerk te bouwen.

De eerste steenlegging vond plaats in februari 1949 en een jaar later werd de huidige Maria Geboorte kerk ingezegend. Naast de ingang van de kerk werd een rechthoekig plaquette bevestigd in de muur ter herdenking aan parochiaan Johan Kosman. Een Drielse soldaat die voor zijn vaderland stierf op ‘Den Grebbeberg’ in mei 1940. Het Heilig Hartbeeld staat links voor de toren die dateert van 1960.

We kunnen de kerk binnenin ook bewonderen. Vooraan werd een prachtige muurschildering aangebracht door het kunstenaarsechtpaar Berry en Janny Brugman. Het kunstwerk werd gerealiseerd in 1982 en is een geschenk van de parochianen aan pastoor Helthuis van zijn 25-jarig priesterfeest. Achteraan de kerk heeft de 'Stichting Driel – Polen' een informatiecentrum opgericht door middel van paravents. Deze expositie belicht de strijd van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade bij het dorp Driel tijdens Operatie Market Garden. Tevens gaat het in op het ontstaan van de Poolse brigade, de oneervolle behandeling van deze Polen na het mislukken van de operatie en de vriendschappelijke band die is ontstaan uit dankbaarheid tussen de Drielse bevolking en de Poolse parachutisten. Het informatiecentrum is dagelijks open van 09:00u tot 17:00u. De toegang is gratis.

We laten de katholieke kerk rechts van ons en fietsen tot aan de eerste straat rechts. Links zien we de Nederlandse Hervormde kerk. De protestantse kerk dateert van de 14de eeuw en was oorspronkelijk gewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe. De aangebouwde verdedigingstoren met schietsleuven stamt uit 1467. Het eenbeukig schip uit de 11de eeuw is voortgekomen uit een kasteelkapel die behoorde bij de Frankische hofstede ‘De Oldenburg’. Tijdens de Reformatie, rond 1580, kwam de kerk in protestantse handen. Ze werd op 11 juni 1915 volledig verwoest door een brand na een blikseminslag maar naderhand werd alle schade netjes hersteld. Op het nabijgelegen kerkhof ligt een militair begraven van de Tweede Wereldoorlog. Gesneuveld op 24 september 1944 op 33 jarige leeftijd.

We fietsen rechtsaf tot aan de driesprong bij de hoge dijk. Een markante plek die in 2013 is gerealiseerd door de gemeente en de inwoners van Driel. Dit en nog veel meer staat te lezen op het infobord aan de trap en de twee zitbanken onderaan de dijk. We laten de dijk links van ons om knooppunt 59 te volgen. Via de helling rijden we de Drielse Rijndijk op. Achter ons zien we het stuwcomplex in de Nederrijn dat zorgt voor de waterstand tussen Driel en Amerongen op peil te houden. Links stroomt de Nederrijn. Een Nederlandse rivier en een tak van de Rijn. Vanaf de dijk hebben we een mooi uitzicht op de omgeving. De skyline op de andere oever vertoont niets anders dan groene bossen van loofhout. Rechts, beneden de dijk staan de statige hoeves met rieten daken. De zijberm is afgeboord met draad. Zo wordt vermeden dat grazende schapen op de weg terecht komen. We fietsen voorbij hectaren fruitbomen. Borden langs de weg nodigen niet alleen uit om appels en peren te kopen, maar ook schapenwol wordt aan de man gebracht. Bij de woning met de naam “Drielse veer” is knooppunt 59.

Linksaf tot bij de rivier. We nemen de veerdienst naar het noorden die gelijk vertrekt als we aan boord stappen. Het veer vaart over de Nederrijn en verbindt Driel met Oosterbeek. De zonnepanelen op de pont zorgen voor het aandrijven van de motor. De overvaart duurt slechts enkele minuten en toch zijn we verbaast als het al na het middaguur is als we aan de overzijde toekomen.

Een zitbank nodigt uit om onze meegebrachte boterhammetjes op te eten. Het is heerlijk genieten met een beker warme koffie, al is het uit een thermos. We missen alleen de zon nog.

Om knooppunt 37 te volgen fietsen we op een smal asfalt pad tussen het groen. We naderen de woonkern Heveadorp dat in het dal ligt van de Seelbeek die vanouds de grens vormt tussen Doorwerth en Oosterbeek. Tijdens operatie Market Garden lag Heveadorp aan het front. Het Dorset regiment stak ongeveer op deze plaats de Rijn over om te pogen de Duitse stellingen op de Westerbouwing te veroveren. Vervolgens lag het dorp in de vuurlinie toen de Betuwe door de geallieerden was bevrijd en de Duitse troepen zich in de stuwwal ingroeven. In april en mei 1943 werden verschillende werknemers van de plaatselijke fabriek gefusilleerd door de Duitsers omdat ze het werk neerlegden en in staking gingen. Ook John Frost en zijn bataljon trokken door Heveadorp op weg naar de Arnhemse brug. Bij die hevige gevechten raakte het dorp zwaar beschadigd.  

We fietsen niet door Heveadorp maar slaan linksaf tot bij een prachtige statige woning met het opschrift: 'De tol'. Het gebouw werd in 1901 gebouwd als tolhuis en heeft tot 1926 dienst gedaan. Het is momenteel particulier eigendom maar we nemen toch een foto. Er komt een stevige bries opzetten maar toch blijven we positief want onderweg merken we dat de temperatuur al opgelopen is tot 19° C. Rechts gaat een steile helling de hoogte in. Aan de andere zijde gaat het steil naar beneden. Het is duidelijk dat we nu echt door de hoge Veluwe fietsen. We genieten van de rust, de ruimte en de natuur, vergezeld van verschillende vogelgeluiden. Even verder vangen we nog net een blik op van kasteel Doorwerth. Het bestond al in de tweede helft van de 13e eeuw toen het werd belegerd en in brand werd gestoken. Tijdens de daarop volgende eeuwen werd het kasteel meermaals herbouwd, gerestaureerd, gesloopt en weer opgebouwd. Tijdens Wereldoorlog Twee raakte het kasteel zwaar beschadigd maar werd achteraf geheel gerestaureerd. Momenteel is het Museum voor Natuur- en Wildbeheer in het kasteel ondergebracht.

Hijgend en puffend moeten we een helling op. Er zijn af en toe stevige kuitenbijters bij. We nemen een ondersteuning meer. Bij een afdaling houden we angstvallig onze vingers bij de remmen. We fietsen vaak onder een groen bladerdek. Eens er voorbij valt het op dat de bewolking open gebroken is en de zonnestralen doorlaten. Het wordt opslag enkele graden warmer. Infobordjes naast de weg geven talrijke wandelingen aan. Het moet fantastisch zijn om hier in de bossen van de Veluwe rond te dwalen. Genietend van het gekwetter, gezang en getjilp van talrijke vogels. Op de fiets zien we nog net een boomkliever die langs de stam van een boom naar beneden kruipt, maar dan krijgt hij ons in de gaten en vliegt tussen het loof van de bomen weg.

Bij knooppunt 37 nodigt een bordje ons uit om rechtsaf in de Holleweg te rijden voor de 'Benekomse uitkijktoren'. Het is een stevige klimming die professionele wielrenners zou doen tandenknarsen. We zien geen wegwijsbordje meer naar links of rechts en fietsen rechtdoor tot aan het derde kruispunt. We staan op het hoogste punt nog wat te hijgen en te puffen. Hier wijst hetzelfde soort informatiebordje naar de uitkijktoren maar dan naar beneden. Ergens moet hier een uitkijktoren staan maar we weten niet waar. Ergens links of rechts van ons. Doelloos rond fietsen zien we niet zitten en besluiten terug te keren naar ons knooppunt. Het gaat snel naar beneden. We halen zelfs een snelheid van 40 kilometer per uur. Onverantwoord vinden we achteraf. We moesten zelfs afremmen omdat het te gevaarlijk werd. Zonder kleerscheuren bereiken we toch ons doel. Rechtsaf om knooppunt 9 te volgen.

We fietsen een tijdje naast de A50, vervolgens dwarsen we de N225 en slalommen daarna tot over de A50 tot knooppunt 10. Rechtsaf en 100 m verder is knooppunt 87. We fietsen op de Bennekomseweg langs prachtige statige woningen met grote tuinen. De eigendommen worden netjes afgesloten met ijzeren sierhekken. Ondanks de droogte staat de maïs al hoog. Op de fiets kunnen we er nog gemakkelijk over kijken en genieten dan nog van de mooie vergezichten. We fietsen al geruime tijd in het zonnetje. Een zalig gevoel. Onze trui verdwijnt in de fietszakken. We houden meermaals halt om mooie panoramafoto's te maken. Paarden grazen in een weide die geel kleurt van bloemen. Een lust voor het oog.

We rijden door Heelsum. Een dorp in de gemeente Renkum ten noorden van de Nederrijn. Tijdens WOII speelde de omgeving een belangrijke rol vanwege de luchtlanding en veldslag van de geallieerde troepen in september 1944. In de meidagen van dat jaar was Renkum het toneel van gevechten. In de ochtend van de tiende mei worden een aantal bruggetjes opgeblazen door het Nederlandse leger. Het 5e Eskadron Huzaren-wielrijders heeft zich op het Jansbergje ingegraven om de Duitsers te vertragen. Het gevecht duurt tot ongeveer 18:00u. Op 17 september 1944 vinden grote luchtlandingen plaats op de Renkumsche Heide. Britse troepen trekken naar Arnhem. Op 1 oktober wordt de Heelsumse bevolking gedwongen geëvacueerd. Het dorp loopt leeg en wordt verschillende maanden blootgesteld aan artilleriebeschietingen en plunderingen door Duitse soldaten. Na de bevrijding begint de heropbouw van het dorp. Het kolossale oorlogsmonument waar wij bij poseren werd eind september 1945 geconstrueerd. Op de 17de september 1944, omstreeks één uur in de middag, landden troepen van de 1e Airborne Division op de heide in de omgeving van dit monument. Het is een antitankgeschut met tientallen Britse afwerp containers.

Voor knooppunt 85 moeten we rechtsaf en dan linksaf over de spoorweg met slagbomen. Aan de splitsing moeten we rechts houden. We fietsen door het buurtschap Buunderkamp dat nog slechts uit enkele woningen en een hotel bestaat. De Slag om Arnhem had veel verwoesting van gebouwen tot gevolg. Een aantal woningen en het landhuis werden niet herbouwd. Er staat nog wel een hotel dat sinds 1976 van de Bilderberggroep is. Aan de driesprong is knooppunt 85.

Nog voor knooppunt 44 fietsen we voorbij hectaren koren of graanvelden. Het is rijp om geoogst te worden. Het koren deint mee met wind en kleurt goudgeel door de zon. Het is een prachtig zicht. Na ons volgende knooppunt slaan we rechtsaf langs een voorbehouden fiets- en wandelpad en doorkruisen een bosrijk gebied. We fietsen langs het natuurgebied Reijerscamp. In 1944 landden op de voormalige akkers van Reijerscamp zweefvliegtuigen met geallieerde troepen aan boord. Het begin van operatie Market Garden was een feit. Via de Duitsekampweg bereiken we het centrum van Wolfheze, een dorp in de gemeente Renkum. Ongeveer een kilometer ten zuiden van het dorp liggen overblijfselen van een eerdere vestigingsplaats van het dorp Oud-Wolfheze. Aan het eind van de  negentiende eeuw vond men in het Wolfhezerheide gebied fundamenten van een elfde eeuws kerkje. Vervolgens laten we Wolfheze achter ons en fietsen over de A50 alsmaar rechtdoor over de Bilderberglaan en de Nico Bovenweg naast de spoorweg.

Wat verder zien we aan onze rechterzijde  de eerste huisjes van Oosterbeek. Een voormalige gemeente die vooral bekend werd door de Slag om Arnhem. Tijdens WOII speelde de plaats een belangrijke rol vanwege de luchtlanding en veldslag van de geallieerde troepen in september 1944, als onderdeel van Operatie Market Garden. De kerk van Oosterbeek deed dienst als verbandpost voor de geallieerde troepen. De kerk raakte zwaar beschadigd maar werd in 1946 hersteld. Vrijwel het gehele beneden dorp werd verwoest. In hotel Hartenstein werd het hoofdkwartier ondergebracht van de Eerste Britse  Luchtlandingsdivisie. Ook dit hotel werd grotendeels verwoest, maar na de oorlog weer opgebouwd. Sinds 1980 is hier het Airborne Museum gevestigd. De meeste gesneuvelde geallieerde militairen van de Slag om Arnhem liggen begraven op de Airborne War Cemetery.

Bij knooppunt 44 wijken we af voor de Oorlogsgraven van het Gemenebest. Linksaf over de spoorweg van Oosterbeek om even knooppunt 45 te volgen tot aan de ingang van de begraafplaats. Op 5 juni 1945 begon men met de aanleg van dit ereveld. Vanaf 1952 werden de witte kruisjes vervangen door de huidige natuurstenen zerken. Op dit ereveld liggen 1754 geallieerde militairen van de landmacht, luchtmacht en zeemacht begraven die in de periode september 1944 tot april 1945 sneuvelden (plus enkele burgers van de CWGC). Van de graven zijn er 1678 van Britse, 8 van Nederlandse en 73 van Poolse militairen. Rechtover de militaire begraafplaats bevindt zich de Gemeentelijke begraafplaats die dateert van 1899. ook hier vinden we nog de bekende zerken van het CWGC. De marmeren zerken zijn van RAF Militairen. Volgens info moet er hier ook een rustplaats zijn van Nederlandse Militairen maar we vinden ze niet zo gauw en verlaten de begraafplaats langs de westzijde. Hier werd een monument opgericht voor de Parachutisten van het RAS Corps.

We keren terug naar knooppunt 44. Linksaf op de Parallelweg tot knooppunt 26. We houden even de spoorweg links van ons tot aan de Mariëndaal (straat). Dan linksaf onder de spoorwegbrug die gebouwd werd in 1845. Rechtsaf aan de viersprong. We fietsen pal naast het Mariëndaal. Een historische buitenplaats tussen Oosterbeek en Arnhem. Een prachtig gebied met golvende bouwlanden, weilanden met vee, brede lanen, bossen, beekjes en vijvers. Te midden daarvan staan prachtige boerderijen. In het hoger gelegen deel werd in 1392 het Augustijnenklooster gesticht. In 1580, tijdens de reformatie, werd dit klooster opgeheven om tussen 1587 en 1607 te worden gesloopt. De stenen werden hergebruikt om de lanen in het landgoed te verharden en door de bevolking gebruikt om hun woningen te bouwen. Op een kunstmatige heuvel ligt een zwaar verwaarloosde zevenhoekige kapel die dateert van 1939/40, de Christuskoepel met beeldhouwwerken. Gebouwd in opdracht van Mevr. De Bruijn-Van Lede uit Oosterbeek. Zij kwam in 1938 in de ban van de oproep van Koningin Wilhelmina voor ‘morele en geestelijke herbewapening’ om zo een tegenwicht te bieden aan de totalitaire fascistische en communistische ideologieën die in opkomst waren. De Christuskoepel was een anoniem geschenk van haar aan het landgoed Mariëndaal. Omdat de kapel regelmatig slachtoffer was van vandalisme werden de drie toegangen met traliewerken afgesloten. We verlaten dit prachtig gebied via de Diependalseweg, de Callunastraat en de Tormentilstraat. We houden de spoorweg rechts van ons en langs de Noordelijke Parallelweg bereiken we knooppunt 93. 

Bij knooppunt 94 bevinden we ons in Arnhem. Linksaf rijden we op het Stationsplein. Na een relatief lange bouwtijd (1997-2016) is de nieuwe OV-terminal van de stad, Arnhem Centraal met een capaciteit van 110.000 trein- en busreizigers per dag, op 19 november 2015 feestelijk geopend. Het oogt gigantisch langs de buitenzijde. Tijd voor een verfrissing. Terwijl we genieten van een sanitaire stop zien we hier hoe vlot het verkeer verloopt. Het openbaar vervoer domineert hier met trolleybussen. Het enige nog bestaande netwerk in de Benelux.

Het monument verderop van een ruiter te paard is van de ‘Rijdende Artillerie’ dat werd opgericht in 1793 en in mei 1940 werd ontbonden. Het bronzen beeld dateert van 1963.  Linksaf en voorbij knooppunt 54 fietsen we langs de langs de gezellige Looierstraat met winkeltjes naar de Johnny van Doornplein.

Even rechtdoor werd aan de rechterzijde het  Musis Sacrum complex gebouwd. Een concertgebouw dat stamt uit 1847. Het is de thuisbasis van het Gelders Orkest. Het gebouw diende tijdens de Duitse bezetting als Wehrmachtheim en konden er geen concerten plaats vinden.

Verderop aan de linkerzijde werd in de jaren 1874-1876 de Sint-Martinuskerk gebouwd. De toren heeft een hoge spits. Boven de ingang in de toren werd in 1934 een Heilig Hartbeeld geplaatst. Een geschenk van de parochianen aan hun pastoor. De kerk leed weinig schade door de Tweede Wereldoorlog. Enkel wat ruiten sneuvelden door granaatinslagen. De kerk wordt momenteel gebruikt door de Poolse gemeenschap. Terug naar knooppunt 36. Linksaf voor knooppunt 35. We fietsen pal langs het Musispark, links van ons. Een groen park met grote vijver waar regelmatig evenementen worden gehouden.

Bij de rotonde is knooppunt 35 waar we halt houden bij het ‘Airborne monument’. Het monument op het Airborneplein werd geplaatst ter nagedachtenis aan de Slag om Arnhem in september 1944. Het bestaat uit een door de oorlog beschadigde zuil van het voormalig Paleis van Justitie dat op een voetstuk is geplaatst. Tijdens de Slag om Arnhem werd het gerechtsgebouw geheel verwoest. Dit fragment van één van de zuilen dat werd bewaard als herinnering. Op 17 september 1945 werd het monument onthuld. Op de zuil staat in vergulde letters: 17 september 1944.

We wijken af van onze knooppunten om de stad een bezoek te brengen. De stad staat internationaal bekend om de Slag om Arnhem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Arnhem een belangrijke hoofdrol vanwege de luchtlanding en veldslag van de geallieerde troepen in september 1944, als onderdeel van Operatie Market Garden. Het was de grootste operatie op Nederlands grondgebied tijdens WOII. Het was voor de geallieerden en Nederland grotendeels een mislukking doordat de laatste brug niet kon worden ingenomen en het westen van Nederland mede hierdoor niet bevrijd kon worden. Hierop kreeg het westen van Nederland te maken met de Hongerwinter. Arnhem zelf werd in grote mate door bombardementen van zowel de Duitse als de geallieerde zijde verwoest. Ook werd de stad geplunderd door de Duitse bezetter toen deze de stad in 1944 lieten ontruimen.

Als we op de rotonde staan bij knooppunt 35 zien we in de verte de spitse torens van de kerken. Daar moeten we naar toe.

Verderop op de hoek van het Kerkplein en de Koningstraat werd het ‘Duivelshuis’ of het Huis van Maarten van Rossum gebouwd. Op deze plek stond in de vijftiende eeuw een stadsboerderij. In 1539 kocht veldheer Maarten van Rossum de eigendom die het in 1543 liet verbouwen en liet hij de prachtige voorgevel aanbrengen. Het Duivelshuis dankt zijn naam aan de saters; wezens met het onderlichaam van een bok en het bovenlichaam van een mens. Een sater is een duivel. Maarten van Rossum overleed in 1555 te Antwerpen aan de pest. De volgende eeuwen kreeg het pand nog verschillende eigenaars. Uiteindelijk kocht de gemeente Arnhem in 1828 het Duivelshuis aan als stadhuis ter vervanging van het vervallen stadhuis op de Markt.  

Vervolgens wandelen we tot bij de Sint-Eusebiuskerk of Grote kerk op het Kerkplein. De grootste en voornaamste Protestantse kerk van de stad. Ze bepaalt al meer dan vijf eeuwen het stadsgezicht en vertelt de geschiedenis van de Gelderse hoofdstad vanaf de middeleeuwen tot aan de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw. De kerk behoorde tot de beeldenstorm van 1578-79 tot de Rooms-Katholieke bevolking. Sinds 1964 heeft de kerk een 93 meter hoge toren ter vervanging van de oorspronkelijke toren die in februari 1945 was ingestort als gevolg van de oorlogshandelingen bij de Slag om Arnhem. Karel van Egmond werd in deze kerk begraven. Zijn praalgraf in het koor is tot op heden een belangrijke bezienswaardigheid. Met een glazen lift die dwars door de kerktoren gaat kunnen we het carillon - één van de grootste van Europa - van dichtbij bezoeken. De lift voert ons verder naar een uitzicht op 73 meter hoogte. Via een wenteltrap is een nog hoger gelegen uitzichtpunt te bereiken. Vanaf dit jaar (2018) opende twee glazen balkons aan de oost- en westzijde van de toren. Het is een spectaculair uitzicht over Arnhem, de rivier en de bossen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de bekende beelden van de Disney figuren geplaatst. Ook het imposante carillon is van hieruit goed te zien. 

Aan de overzijde van de kerk is de Markt die we volledig dwarsen. We komen bij de laatst overgebleven stadspoort van Arnhem. De stad heeft ooit vier stadspoorten gehad. De  Sabelspoort maakte deel uit van een burcht die omringd was door een hoge muur met schietgaten. Later werd de poort ook gebruikt om gevangenen en krankzinnigen in op te sluiten. Tijdens WOII werd de poort ernstig beschadigd en in 1952 herbouwd. Momenteel maakt de poort deel uit van het ernaast gelegen Provinciehuis van Gelderland. Tijd om even te verpozen op en schaduwrijk terrasje. De foto spreekt voor zich.

Terug naar het Kerkplein en linksaf tot we rechts halt houden bij het Bartokpark. Op 12 september 2013 werd het kunstwerk ‘Feestaardvarken’ onthuld dat Burger’s Zoo aan de stad Arnhem schonk ter ere van zijn 100 jarig bestaan. Het beest dat op zijn of haar rug ligt werd vervaardigd van beton en staal. Het heeft een hoogte van negen meter en de lengte bedraagt 13 meter. Terug via Kleine Oord, Broerenstraat, Turfstraat en Walburgstraat tot aan de rotonde met knooppunt 35. We volgen knooppunt 22 via de Nijmeegseweg  en rijden over de John Frostbrug. Een verkeersbrug over de Nederrijn. Een belangrijke verbinding van Arnhem noord naar Zuid en visa-versa. De brug werd gebouwd tussen 1932 en 1935. Bij de Duitse invasie in 1940 werd de brug opgeblazen door de Nederlandse defensie om de Duitse opmars te vertragen. Na de capitulatie lag er een tijdelijke pontonbrug terwijl de brug werd hersteld. In augustus 1944 was de brug klaar. De brug werd in 16 september 1978 vernoemd naar John Dutton Frost, die als luitenant-kolonel van het tweede bataljon van de Eerste Britse Luchtlandingsbrigade tijdens de Slag om Arnhem de brug bereikte, maar er niet in slaagde deze geheel op de Duitsers te veroveren. Rechts van ons, in de verte, ligt de Nelson Mandelabrug over de Nederrijn. We maken een korte lus en bereiken knooppunt 22.

Links van ons ligt Malburgen, een wijk in de stad Arnhem, vernoemd naar de voormalige buurtschap Malburgen. In 1937 begon men met de opbouw van de wijk nadat de polder Malburgen voorzien was van dijken en gemalen. Tijdens WOII waren ongeveer 360 huizen klaar en werd er duchtig voorgebouwd tijdens de oorlogsjaren. Maar door de schaarste aan bouwmaterialen en mankracht vlotte het niet. Tijdens de Slag om Arnhem werd een groot deel van Malburgen verwoest. De dag van vandaag telt Malburgen meer dan 120 verschillende nationaliteiten en kunnen we spreken van een multiculturele wijk.

Even rechtdoor tot onder de N225 en dan linksaf fietsen we evenwijdig met de provinciale weg. Na de bocht naar rechts fietsen we naast de Batavierenweg. Rechts van ons bevinden zich de Stadsblokken-Meinerswijk. Een uiterwaardengebied van de Rijn tegenover het centrum van Arnhem. De vroegste sporen van bewoning van het gebied gaan terug tot de tijd van het Romeinse Keizerrijk. In het gebied liggen een aantal cultuur-historische objecten en een buurtschap De Praets. We fietsen tot knooppunt 28.

Net voorbij  knooppunt 28 is “Park De Steenen Camer” links van ons. Een bijzonder park met een natuur- of cultuurhistorische waarde. Het park is bestemd voor de bewoners van de wijk om er te wandelen, te fietsen en te spelen. Een deel van de bewoners heeft er een moestuin. Hier sloegen Duitse militairen tijdens WOII een gat in de dijk om zo de Betuwe onder water te laten lopen. Op deze manier probeerden ze een opmars van de geallieerden te voorkomen.

We rijden onder de spoorbrug Oosterbeek door. De eerste brug dateerde van 1879 en had meerdere bogen. Op 10 mei 1940 werd de brug tijdens de Duitse aanval opgeblazen, en op 19 november werd de verwoeste brug door de Duitse bezetters vervangen door een brug uit Zaltbommel (een vestingstadje aan de Waal). Tijdens de Slag om Arnhem werd de brug opnieuw verwoest. De huidige brug kwam er in 1952. Ze werd laatst in 2004 gerestaureerd.

Aan knooppunt 27 vinden we links van ons het monument Royal Engineers en Royal Canadian Engineers van Driel dat herinnert aan de evacuatie van de overlevenden van de Eerste Britse Luchtlandingsdivisie uit Oosterbeek. Deze evacuatie, met als codenaam operatie “Berlijn”, vond plaats in de avond en nacht van 25 op 26 september 1944. De storm- en aanvalsboten, die de evacuatie van de troepen aan noordzijde van de rivier mogelijk maakte, voerde langs twee routes heen en weer over de rivier. Toen de evacuatie rond 06:00u werd gestaakt waren ongeveer 2.400 manschappen, die ten  noorden van de rivier ingesloten waren geraakt, overgezet. Zij, die nog aan de noordelijke oever wachtte om opgehaald te worden, werden krijgsgevangen genomen. Dit monument werd onthuld op 15 september 1989.

De Nederrijn, rechts van ons is een deel van de Rijn dat door Nederland stroomt. De Nederrijn is de tak van de Rijn die loopt van het Pannerdensch Kanaal bij Angeren naar Wijk bij Duurstede. Daar splitst de rivier in de Lek en de Kromme Rijn. De rivier heeft een lengte van 54 kilometer en is 80 meter breed. Terug naar de parkeerplaats voor de auto. Het is 19:15u en de fietsteller staat op 41,5 km.


























12-11-2018 om 20:28 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
16-10-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Moerkerke (Damme) naar Blankenberge

Dag 5 

Fietsknooppunten: 60-71-28 -6-34-55 -35 -90 -66 -99 -45-59 -5 -40-88 -84 -26 -76.

Geplande afstand: 21,5 km.

Vrijdag 18 mei 2018. We worden blijgezind wakker. Ondanks de zware fietstocht van gisteren  hebben we een uitstekende nacht gehad. We voelen ons fit genoeg en verheugen ons op de laatste dag op de fiets. Het is slechts iets meer dan twintig kilometer tot in Blankenberge. Peace of cake dus. We gaan aan het strand van Blankenberge wat rondkuieren en nemen de trein terug naar huis. Helemaal tot in Ekeren. Al moeten we daarvoor een boemeltrein nemen. Maar eerst ontbijten. De afspraak was om acht uur maar door omstandigheden wordt het 08:30u. Geen probleem, we hebben tijd zat. We worden naar een andere plaats gebracht waar we mochten aanschuiven aan een rijkelijke gevulde tafel met op de achtergrond zachte   klassieke muziek. Het is een continentaal ontbijt om U tegen te zeggen. Ons Rina haar ogen beginnen te fonkelen als ze naar de rijk gevulde tafel kijkt. Het gezegde: 'ontbijt als een koning' is hier duidelijk van toepassing. Al wat je je maar kan bedenken van etenswaar werd overvloedig over de grote tafel verspreidt en in de buurt op de kasten. We zijn diep onder de indruk. We wisten echt niet meer wat eerst tussen onze boterhammen of zoete broodjes te smeren. Of zullen we eerst een stuk taart nemen? Koffie en thee was vanzelfsprekend à volonté. Zelfs een glaasje met huisgemaakte likeur stond ingeschonken. De ochtendkrant ligt op een vrije stoel naast mij. Zoals gewoonlijk lees ik slechts de koppen. Na meer dan een uur later nemen we met een volle maag afscheid van het vriendelijke echtpaar.

Het is zwaar bewolkt als we vertrekken en er staat weer een strakke wind. We rijden richting Damme. We worden meteen opgeslokt door een prachtig stuk natuur met weidse uitzichten. Een stilleven van weilanden, akkers en grachten die afgeboord zijn met oude knotwilgen. We kiezen ervoor om niet door het centrum van Damme te fietsen. Dat hebben we gisterenavond nog uitvoerig gedaan en we besluiten om knooppunt 6 te volgen. We slalommen via een smal asfaltpad tot aan de Damse vaart. Een kanaal van ongeveer 15 km lang. Na de aanzet van  Napoleon begint het graven in 1810. Koning Willem I komt in de plaats van de keizer en neemt ook de plannen over van het kanaal. De Damse vaart werd dwars door het centrum van Damme gegraven zodat heel wat gebouwen moesten verdwijnen.

We rijden de Damse Vaart over waar we links de witte Schellemolen zien. Er was al sprake van een molen in 1479. De huidige molen dateert van 1867 en maalde tot 1963. De toeristische boot met zijn rad achteraan ligt aan de oever te wachten. Het schip vertrekt stipt om 15:00u en vaart over de schilderachtige Damse vaart tot Brugge.

We fietsen op de Dammesteenweg op een oude betonbaan met aan weerszijde oude knotwilgen die hoognodig gesnoeid moeten worden. Voor de rest kleurt de omgeving al zomers groen. Dit is echt een streek voor genieters. Hier fiets je met plezier door een pittoresk landschap met een mix van akkers en weiden waar we volop lentegroen vinden. We rijden op het grondgebied van Oostkerke, een deelgemeente van de stad Damme, dat in 1974 verkozen werd tot het mooiste dorp van West-Vlaanderen. We fietsen echter niet door het centrum.

Na ons knooppunt linksaf in de Pompstraat waar we gelukkig verlost zijn van de drukke Dammesteenweg. We fietsen tot het eind waar we halt houden voor een laatste foto van de kerk en de witte molen van Damme. We fietsen door een stuk mooie natuur en het zou nog mooier zijn onder een stralende zon en wat minder wind. Maar je kan niet alles hebben.

We rijden verder en komen op het grondgebied van Brugge. De omgeving is buitengewoon prachtig. De skyline kleurt groen door talrijke bomen, afgewisseld met weide- en akkerland. Plekken waar we even kunnen halt houden en wegdromen. Zullen onze achterkleinkinderen nog van zo'n uitzicht kunnen genieten?

Om 10:30u zijn we in Dudzele belandt bij de Sint-Pieters-in-de-Bandenkerk met bijhorend kerkhof. Rechts staat de ruïne toren van de 12e eeuw. Dudzele was in de middeleeuwen een bekend bedevaartsoord. Het was zo succesvol dat men met de opbrengst ervan, vanaf 1150, een grote kerk bouwde. Uit documenten uit 1161 blijkt dat Dudzele reeds een imposante kerk had. Op de viering stond een witstenen klokkentoren. Ze werd eind 16e eeuw verwoest als gevolg van de godsdienst troebelingen. Uiteindelijk zou het hele gebouw instorten. De zuidelijke traptoren werd bewaard en in 1715 werd er een klokkentoren van gemaakt, die tot nu toe dienst doet. De nieuwe kerk werd pas in 1871 gebouwd op de grondvesten van de oude. Links op de hoek staat de ons bekende kapel die dateert van WOI. Na de Eerste Wereldoorlog besliste het gemeentebestuur om een gedenkteken op te richten ter ere van de Dudzeelse gesneuvelden tijdens de “Groote Oorlog” van 1914-1918. In andere gemeenten en steden was dit een plaat, een standbeeld of een monument, alleen in Dudzele werd er een kapel gebouwd. Op 6 juli 1920 werd ze ingewijd. In de kapel wordt hulde gebracht aan de gesneuvelden en zijn er gedenkenissen te zien van de Dudzeelse oorlogsslachtoffers van beide Wereldoorlogen. In 1923 besliste het 'Komiteit van de Kapel der Gesneuvelden' om naast de kapel een ereperk voor Oud Strijders aan te leggen met uniforme zerken. We hebben ondertussen reeds elf kilometer gefietst.

Via de Herdersbruggestraat rijden we tot aan de N348. De Herdersbruggestraat is een brede straat met mooie woningen die tamelijk recent lijken. We steken het Boudewijnkanaal over via de Dudzeelse Brug. Deze werd in 1996 gebouwd om een draaibrug te vervangen die dateerde van 1906. Waar de brug precies zou komen werd een bitse strijd tussen Dudzele en Lissewege. Een infobord ter plaatse legt alles uit! Voorbij de brug moeten we eigenlijk rechtsaf slaan. We houden echter halt aan een houten zitbank met een propeller van een vliegtuig. Aan drie hoge palen hangen verschillende vlaggen te wapperen in de gure wind. Een infobord werd geplaatst als herinnering aan de bemanning van de Bristol Blenheim R3896 LS van het 15de RAF Squadron die op 7 juli 1940 neerstortte in dit kanaal. Verdere uitleg staat op het infobord dat geplaatst werd met de plechtige inhuldiging van deze herdenkingssite op 28 juni 2014 ter gelegenheid van 70 jaar bevrijding van Dudzele. Vervolgens fietsen we naast het 12 kilometer lange Boudewijnkanaal dat gegraven werd van 1896 tot 1906. Na de A11 fietsen we onder de spoorlijn Brugge-Knokke door. We bevinden ons in de Kuststreek. We blijven naast het kanaal fietsen tot knooppunt 59.

Linksaf naar het centrum van Lissewege, één van de tien mooiste dorpen van Vlaanderen. De huisjes in het oude dorpscentrum zijn sinds eeuwen wit geschilderd. Het dorp is trouwens nog volledig aangelegd met kasseien ook. Dat zie je niet alleen, dat voel je. De natuur roept en we besluiten om in dit gezellige dorp met zijn vele terrasjes een sanitaire stop te houden. Onze keuze valt bij 'Den Artist' een cultuur café waar het momenteel uitzonderlijk rustig is.

Na een natje en een droogje wandelen we met de fiets aan de hand naar de O. L. Vrouwkerk.  De gotische kerk is van de 13e eeuw. Tijdens de godsdienstoorlog, in 1586, werd de kerk door  een brand verwoest maar weer herstelt. Ze was tevens een bedevaartsoord met een mirakelbeeld van de Heilige Maria dat ook in 1586 door de Geuzen werd vernield. De kerktoren is bijna 50 meter hoog en kan in juli en augustus bezocht worden na 264 treden te beklimmen. Het monument voor de gesneuvelde soldaten dateert van 1920. Verder op het Marktplein werd een beeldengroep in brons geplaatst van Willem van Saeftinghe. Een lekenbroeder van de cisterciënzerabdij Ter Doest die een belangrijke rol speelde bij de overwinning van de Vlamingen in de Guldensporenslag van 1302. Het standbeeld, gemaakt door Jef Claerhout, werd hier in 1988 onthuld.

Aan de overzijde bevindt zich het 'Dorpspoortje'. Langs dit poortje van 1225 liep de weg naar de losplaats voor Doornikse steen voor de bouw van de kerk. Deze steen werd over de Lisseweegse watergang aangevoerd. De watergang werd met dit doel door de dorpsterp gegraven.

Aan knooppunt 40 rechtdoor de spoorweg over. Rechts het voormalige stationsgebouw van 1906. In 2009 werd het vervallen gebouw particulier verkocht en na een grondige restauratie werd er op 16 juli 2011 een tentoonstellingsruimte en kunstgalerij geopend. Sinds 2014 werd er in het gebouw een brasserie en een vakantieappartement bij gevestigd.  

Aan knooppunt 84 fietsen we naast de spoorweg tot in het centrum van Blankenberge. Eén kilometer verder stoppen we ter hoogt van het station. Het is 12:45u en we hebben precies 23 kilometer gefietst. We 'parkeren' onze fietsen aan de voorgeschreven fietsstalling. Met een bang hartje laten we ze alleen achter tot we de trein nemen. We gaan eerst poolshoogte nemen in het station. Het eerste stationsgebouw van Blankenberge werd in gebruik genomen op 3 april 1937 en werd gesloopt in 2013. Het werd vervangen door het huidige gebouw dat plechtig ingehuldigd wordt op 4 juli 2018. Het biedt meer reizigerscomfort voor de duizenden pendelaars en toeristen. We betreden de ruime hal met loketten, automaten en dergelijke meer. Het is druk aan de loketten. Een vriendelijke ambtenaar staat ons gewillig te woord en geeft ons de nodige info. Hij blijft zelfs vriendelijk als we hem een tweede keer iets vragen, gewoon om zeker te zijn. Om kort te gaan: onze trein vertrekt op perron 2 om 16:54u en rijdt van Blankenberge tot Genk. In Brussel Zuid stappen we over. Met de fiets stappen we dan om 19:20u uit op het perron van Ekeren. Het is een mondelinge overeenkomst en is dus niet bindend. Maar we zijn opgelucht als we terug uit het stationsgebouw stappen. Zo ver zo goed. We gaan nog enkele uren wandelen langs het strand. Een broodje eten en iets drinken terwijl we nakaarten over het afgelopen midweek. Al bij al veel geluk gehad met het weer. Dat was eigenlijk onze grootste zorg geweest. We werden op elke B&B goed ontvangen. We hebben heerlijk geslapen en fantastisch ontbeten. Volgens kenners: 'de belangrijkste maaltijd van de dag'. We wandelen ondertussen langs de zeedijk. Er is minder wind dan verwacht. Zelfs op het strand is het aangenaam wandelen. Op enkele strandjutters na is het strand verlaten. Het schuim wordt door de wind op het zand geblazen.

Om 16:15u staan de fietsen al in de trein. Mijn fiets wordt door de stationschef in het voorbehouden compartiment geplaatst waar geen plaats meer is voor de tweede. Normaal hangen de tweewielers aan een haak tegen het plafond, maar een e-bike hangen ze daar niet aan. Gelukkig zou ik zeggen. De andere fiets blijft in de gang staan. Er wordt mij gevraagd om hem in het oog te houden dat hij zeker niet valt bij vertrek of tijdens het afremmen. We staan het dichts bij de wagon van 1ste klas. We mogen daar plaats nemen tot aan station Zuid. Hier zitten we rustig. De trein vertrekt stipt op tijd. Dat mag ook eens gezegd worden. Het compartiment wordt niet druk bezet. Toch verwonderd het mij dat er zoveel jongeren voor eerste klas kiezen. Echt rustig zitten kan ik niet. Ik maak me zorgen om de fiets. Als hij maar niet omvalt, en als hij valt hoop ik dan maar dat er geen passagier gewond geraakt die net passeert. Als de fiets valt is er zeker schade. In Brussel Zuid komt de kaartjesknipper het compartiment openen waar de andere fiets staat. Ze helpen echter niet om de fiets op het perron te zetten. Het lukt me vrij snel. Ik was bang om tussen het perron en de trein te sukkelen maar het viel mee. Zo snel mogelijk naar de lift, afdalen naar het gelijkvloers en daar de lift naar het volgende perron te nemen voor onze verbinding naar Ekeren. De trein is hier weer op tijd. Zo snel mogelijk iemand vinden die ons helpt de fietsen te plaatsen. Zenuwslopend is het. Een compartiment met een fietslogo helpt ons, maar de fietsen inladen moeten we voor eigen rekening nemen. Het compartiment zit vol reizigers zonder fiets. Rechts zit een man met een gewone fiets. Links maakt een jonge man plaats zodat ons Rina haar fiets tegen de klapstoelen kan zetten en nog kan zitten ook. Noodgedwongen moet ik mijn fiets tegen haar fiets stallen en kan ik nog net een zitplaats bemachtigen. In Berchem stappen de meeste pendelaars uit en kunnen we onze fietsen apart opstellen en vastmaken. Normaal gesproken moet de verantwoordelijke de deur openmaken om reizigers met een fiets te laten uitstappen. De man met de gewone fiets wacht aan de deur maar niemand komt opdagen. Dan maar zijn fiets op de schouder, twee, drie treden omhoog naar het volgende compartiment en daar verlaat hij de trein. Blijkbaar is het niet zijn eerste keer dat hij dit doet. Dat zie ik ons niet doen met een elektrische fiets. No way. Als we Antwerpen bereiken komt de kaartjesknipper langs en vraagt of de man met de gewone fiets al uitgestapt is. Wat we glimlachend beamen. We drukken er nogmaals op om de deur te openen in Ekeren en hij beloofd om het niet te vergeten.

Stipt op tijd houd de trein halt in het station van Ekeren. Zoals beloofd komt de kaartjesknipper de deur openen. Nogmaals moet ik de fietsen alleen uit de trein laden. Met het gevaar tussen de trein en het perron te sukkelen. Maar eens uit de trein slaken we een zucht van verlichting. We hebben het gehaald. We zijn thuis. Een bekende auto stopt vlak voor ons. Onze oudste zoon en schoondochter, Danny en Veerle en in het bijzonder hun oogappel Brent wilden ons komen opwachten en hij dacht dat de trein wel vertraging zou hebben. Verkeerd gedacht dus. Toch leuk dat ze ons komen verwelkomen. Toch?
















16-10-2018 om 06:36 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-10-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Assenede naar Moerkerke (Damme)

Fietsknooppunten: 51 -52 -55 -61 -64 -74 -73 -76 -85 -89 -91 -16 -15 -6 -3 -65 -15 -82 -63 -60. Geplande afstand: 34,9 kilometer.

Dag 4. Donderdag 17 mei 2018.

We zijn gisterenavond als een blok in slaap gevallen. Ondanks de felle wind buiten hebben we er hier in de woonwagen bijna niets van gewaar geworden. De kleine ramen hebben dubbele beglazing en het karkas van de woonwagen werd grondig geïsoleerd. Een elektrisch vuurtje hield de koude buiten en maakte het binnen gezellig warm. De ramen konden voldoende afgedekt worden zodat er bijna geen licht doorkwam. We worden wakker rond 07:30u en wachten op het ontbijt dat men ons brengt. Buiten is de wind gelukkig wat geluwd. Het leek gisteren wel of het herfst was in plaats van lente. Nu schijnt de zon en na het lekkere ontbijt nemen we afscheid van onze gastvrouw en  -heer. Onze fietsen mochten we gisteren in het atelier stallen en daar waren we blij om want met die wind zouden ze omgevallen zijn en hoogstwaarschijnlijk schade opgelopen hebben. Onze batterijen moesten niet opgeladen worden. We kunnen nog minstens vijftig kilometer fietsen.

Bij ons vertrek volgen we nog even knooppunt 51, naar Damme, naar het westen toe. We moesten ons niet afvragen welke richting het was. De wind steekt een tandje of twee bij en we moeten weer af en toe op onze trappers staan. Als we dan afslaan naar links of rechts voelen we ons weer koning te rijk. De boordcomputer wijst onmiddellijk een snelheid aan van 18 km/u. Even toch want de volgende straat moeten we weer richting westen. We kunnen toch nog onderweg genieten van prachtige vergezichten. Het stille groene landschap is een bont lappendeken van akkers en weiden waar koeien vredig liggen te herkauwen. Ik vraag me vaak af welke dorpen er in de verte schuilgaan achter de bomen waarvan we enkel de spitse kerktorens zien.

Vanaf knooppunt 52 fietsen we op de voormalige tracé van spoorlijn 55. De sporen werden verwijderd en na de asfaltering werd dit een volwaardig fietspad. We rijden niet door het centrum van Bassevelde maar nemen wel een foto van de kerk waarvan de toren in de steigers staat. 

Aan knooppunt 64 rijden we rechtsaf door de Kaprijkestraat waar de waterloop is omzoomd met schilderachtige oude knotwilgen of -essen. De beek doorkruist een contrastrijk landschap. De bomen geven door haar scheve groei de heersende windrichting weer. Aan knooppunt 74 moeten we rechtsaf op een smal onverhard pad dat bijna dicht gegroeid is. Links bevindt zich een smalle gracht en rechts is een verhoging die de akkers aangeeft. Hier fietsen stelt onze zenuwen danig op de proef. Ik begin te slingeren en besluit om het pad te voet te doorkruisen. Voorkomen is beter dan genezen. Gelukkig is het slechts achthonderd meter. In de verte spotten we de romp van een stenen graan- en oliewindmolen. Opgericht in 1804 en in 1866 werd er een stoommachine geplaatst. De kap en het wiekenkruis zijn in 1920 door een storm afgewaaid. Op één van de akkers ligt een vracht mest. Het ligt klaar om met een tractor over de akker te verdelen. De wind waait de geur de andere kant op. De volgende straat moeten we rechtsaf en het aroma komt ons tegemoet.

Aan knooppunt 89 moeten we oorspronkelijk rechtdoor maar besluiten rechts af te slaan naar het centrum van Sint Laureins. Het dorp is een gemeente van Oost-Vlaanderen dat vooral bekendheid verwierf door zijn polders, kreken en waterlopen. De kreken zijn nog getuigen van de overstromingen vanaf de 12e eeuw. Links in de Dorpstraat houden we halt bij een hoge wegkapel. Er is net gepoetst. De stoep is nog nat en het ruikt naar javel. De kapel Heilig Hart en Heilige Blasius werd gebouwd in 1906 op vraag van de plaatselijke pastoor en weduwe De Smet-Baeyens. De dubbele glazen deur is op slot maar de twee glas-in-loodramen opzij laten net genoeg licht binnen voor een foto al moet ze getrokken worden door het glas in de deur. Er staat een Heilig Hartbeeld op het houten altaar.

Wat verder in de Dorpstraat hangt een thermometer aan de voorgevel van de plaatselijke apotheek die 19° Celsius aangeeft. We houden halt bij de Sint-Laurentiuskerk die oud is en roept om gerestaureerd te worden. De romaanse kerktoren werd in het begin van de 14de eeuw gebouwd. De kerk zelf dateert van 1554-57. Enkele jaren later moest de kerk al vergroot worden wegens het groeiende aantal parochianen. We kunnen de kerk van binnen bewonderen en dat is niet te veel gezegd. Het interieur is buitengewoon prachtig. In het hoofdkoor rijzen in mensengrootte gestalte de vier evangelisten op en de patroonheiligen: Sint-Laurentius en Sint-Blasius. Er is een rondgang met kapellen achter het altaar maar bezoek is niet toegelaten. De glasramen zijn oogverblindend. Bij het verlaten van de kerk komen we langs het bronzen Heilig Hartbeeld dat in 1947 werd geplaatst. Rondom de kerk worden momenteel werkzaamheden uitgevoerd. De begraafplaats werd ontruimd en bomen werden gerooid. Zou de kerk gerestaureerd worden?

In Dorpstraat 91 werd het gemeentehuis gebouwd op de plaats van een oude in 1894 gesloopte pastorie. In 1902 werd met de bouw gestart met op het gelijkvloers een café en conciërgewoning die dienden tot 1940. Op 1 mei 1995 werd een nieuwe administratie vleugel in gebruik genomen. Aan de voorgevel werden twee gedenkplaten aangebracht. Eén ervan is voor de '4th Canadian Armoured Division' die Sint Laureins bevrijdde in september en oktober 1944. Voor het gemeentehuis , tegen een muur van bloeiende rode rododendrons, werd een monument opgericht met een vos als afbeelding. Reynaert de Vos torent op een granieten zuiltje boven enkele eenden in zijn buurt uit. In de Reynaert-iconografie komen naast kippen echter heel wat eenden voor, wellicht als verbeelding van “Als de vos de passie preekt, boer pas op uw ganzen”. Tussen de purperen rododendrons en de groene aanplanting werd in 1920 het oorlogsgedenkteken opgericht voor de gesneuvelden van beide Wereldoorlogen. Een picknicktafel nodigt uit om onze meegebrachte lunch op te eten. De zon schijnt en we verwarmen ons aan haar warme stralen.

Zelfs een klein dorp als Sint Laureins heeft als toerist veel te bieden. Boven de daken van de huizen steekt een ronde koepel met een veelvuldig glazen torentje uit. We zijn nieuwsgierig en fietsen er na onze lunch naar toe. Het blijkt een voormalig Godshuis te zijn dat gebouwd werd tussen 1843 en 1849 om tegemoet te komen aan het leed van de armen en zieken van de streek. In 1940 en ook tijdens de bevrijding in 1944 vond de bevolking er beschutting tijdens zware gevechten. In de jaren 90 van vorige eeuw stond het pand te bekommeren. Sinds 2004 is het gerestaureerde 'Godshuis' terug open en is het een prachtig complex dat ingericht is als hotel en worden er nog vaak seminaries en feesten georganiseerd.

Op de hoek Kruiskenstraat en Caatsweg, richting knooppunt 91, houden we halt. Over de driehoekige verhoogde berm werd in 1841 de kapel van de waterhoek gemetseld. Ze is hoogdringend aan restauratie toe. Ondanks dat wordt ze nog mooi onderhouden. Het gebied  is prachtig landelijk en rustiek. Het is een feit dat de bordjes van het fietsroutenetwerk ons langs de mooiste plekjes in de regio brengen.

We fietsen nog een stuk door het Meetjesland en daarna door het Brugse Ommeland. We dwarsen het ‘Afleidingskanaal van de Leie’ of Schipdonkkanaal over de Celiebrug. De ijzeren ophaalbrug werd tijdens WOII verwoest en rond 1947 heropgebouwd. Het kanaal loopt over een lengte van 56 km vanaf Deinze tot in Zeebrugge waar ze uitmondt in de Noordzee. Het graven en afwerken van het kanaal verliep tussen 1846 en 1860. Het kanaal was samen met het Leopoldkanaal één van de eerste grote infrastructuurwerken in het jonge België. Tijdens de beide Wereldoorlogen speelde het kanaal een belangrijke strategische rol. Tegenwoordig is het Schipdonkkanaal een toeristisch lint doorheen het Meetjesland. We houden even halt bij knooppunt 15 voor een paar foto’s. Het wordt beslist een pittige tocht langs het water want vanaf dit knooppunt tot knooppunt 60 fietsen we 11,4 km langs het kanaal. Het is constant opboksen tegen de wind. De zon schijnt maar we worden er niets van gewaar. Onze jassen worden tot tegen de kin dichtgeritst. Onze kap op het hoofd en dichtgeknoopt. We halen amper een snelheid van 13 km/u. We nemen een ondersteuning meer en halen nu toch een 15 à 16 km/u. We proberen desondanks toch een beetje te genieten van onze tocht langs het kanaal. Doch blijft het een zware opgave. Maar we klagen niet want we houden het droog.

We rijden onder de Leestjesbrug van Maldegem door. Aan het volgende knooppunt 15 wijken we af naar Moerkerke. Het is nog te vroeg om naar ons slaapadres  te rijden. Op de kruising van de Waterhoek en de Vissersstraat staat de witgekalkte kapel O.L.Vrouw van de Waterhoek. Op het eind van de achttiende eeuw stond hier op deze plek al een kapel. De huidige kapel werd gebouwd rond 1870. Het is trouwens een welgekomen afwisseling dat we afwijken naar Moerkerke na de koude strakke wind waar we tegenaan moeten fietsen. De snijdende wind behoord nu toch even tot het verleden. We willen in het dorp van de gelegenheid gebruik maken om wat avondeten mee te nemen. De bebouwing neemt toe, we naderen het centrum van Moerkerke. We hebben pech de meeste winkels hebben vandaag hun sluitingsdag. De kerkklokken slaan net twee uur als we voor het kasteel van Moerkerke staan dat nog grotendeels door water omgeven is. Het prachtig slot was tijdens de middeleeuwen een omwald kasteel dat rond 1100 werd gebouwd. Tijdens de bezetting van WOII wordt het kasteel geplunderd en raken de gebouwen in verval. In 1964 wordt het kasteel gerestaureerd, vergroot en omgevormd tot etablissement voor feestelijkheden en huwelijken. In de jaren 70 en 80 van vorige eeuw werd er nog een linker- en rechtervleugel aangebouwd. Het is nu een restaurant. Op de plaats waar de huidige kerk staat stond oorspronkelijk een kapel die rond het jaar 1600 verwoest werd. Ze werd heropgebouwd maar werd in de helft van het jaar 1800 afgebroken om een grotere kerk te bouwen die in 1870 ingehuldigd werd, opgedragen aan de heilige Dionysius. Tijdens WOII kwam de kerk onder zwaar vuur te staan. De toren werd eraf geschoten maar werd netjes terug hersteld. Ook deze kerk staat momenteel in de steigers.

Terug naar knooppunt 15 en linksaf naast het water. Terug opboksen tegen de strakke wind maar het is niet ver meer. Het is rustig fietsen langs het water tot we opgeschrikt worden door de luidkeelse discussie van een paar eksters die in de groene stilte de rust verstoren. Aan knooppunt 63 slaan we linksaf. Achteraf gezien was rechtdoor rijden naar knooppunt 67 een beter idee geweest want als je daar linksaf slaat waren we sneller bij onze B&B. Maar swat, we zijn  ondertussen verlost van de gure wind. We zijn totaal (heerlijk) uitgewaaid. We worden goed ontvangen en krijgen een rondleiding in ons huisje “Natsha”. We drinken een kopje koffie en besluiten naar Damme te rijden om iets te eten.

Terug naar knooppunt 60 en vervolgens 71 en dan 28. We bevinden ons, na drie kilometer, in het centrum van Damme. Een toeristisch stadje met nog veel oude gebouwen en een lange geschiedenis. In de 17de eeuw was Damme een versterkte stad met een stervormig grondplan gevormd door zeven bastions. Het vestingwerk is gedeeltelijk verdwenen. In de Kerkstraat stoppen we op de brug over het Zuidervaartje dat werd gegraven in 1841-1848 om het overtollig water vanuit Sint-Michiels, Sint-Kruis en Asbroek af te voeren. Deze brug vervangt een ouder houten exemplaar met eveneens houten balustraden. Aan de linker kant staat nog steeds de zesdelige ophaalmechanisme.

Nog voor de kerk bevindt zich de eerste van twee kazematten. De tweede bevindt zich aan de overzijde van de weg. Dit waren vermoedelijk de soldatenverblijven of wapendepots van het 17de eeuwse Spaanse garnizoen die de middeleeuwse stadspoorten moesten bewaken. Ze werden in basaltblokken tussen de kasseien aangebracht. Momenteel is het een onderkomen als winterschuilplaats voor vleermuizen.

We fietsen tot bij de O.L.Vrouw Hemelvaartkerk. De kerk ontstond vermoedelijk in 1180. Ze werd tijdens de afgelopen eeuwen meerdere malen gerestaureerd, afgebroken, geplunderd en uitgebreid terug opgebouwd. In 1704 was de kerk zo erg in verval geraakt, bij gebrek aan fondsen, dat men genoodzaakt werd om te slopen. Het transept en het schip werden verwijderd en in 1727 werd de torenspits afgebroken. In 1807 werden toen reeds tal van grafzerken uit de kerk verwijderd. In 1890 en 1904 werden er weer restauratiewerken uitgevoerd maar haar lot was bezegeld. De westertoren is 43 meter hoog en na 209 treden, genieten we van een spectaculair uitzicht. In de verte zien we de witte korenmolen langs de Damse Vaart. Beneden ons, op het dak van het oude rusthuis naast de kerk, huizen ooievaars. Ook het interieur van de kerk zelf kan bezocht worden wat echt de moeite loont.

Elk gebouw heeft zijn eigen verhaal zoals het rustoord Sint-Jan in de Kerkstraat 33. Het was oorspronkelijk het Sint-Janshospitaal van de 13de eeuw. Daarna volgden nog uitbreidingen tot de 20ste eeuw. Het oudste gebouw van het complex werd in 1249 opgetrokken in opdracht van Margaretha II van Vlaanderen. Nu is er het oudheidkundig museum in het hoofdgebouw onder gebracht en aanpalend is het OCMW voor bejaarden gekomen.

We fietsen verder langs oude monumentale gebouwen die ons doen terugkeren naar die goede oude tijd. Ze getuigen stuk voor stuk van een rijk en boeiend verleden. De achtzijdige gietijzeren waterpomp bij huisnummer 38 dateert uit de 19de eeuw. In het waterbekken werden bloemen aangeplant.

Verderop is het stadhuis van Damme dat gebouwd werd in 1464-1467 op de plaats van een bouwvallige grotere halle van 1241. Het huidige gebouw werd herhaaldelijk gerestaureerd.  Een gedenkplaat voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog werd in natuursteen aan het stadhuis geplaatst op 23 juli 1922. Op de voorgrond staat het beeld van Jacob van Maerlant, onthuld op 9 september 1860. Hij was gekend als 'De vader der Nederlandse Letteren' die zich in Damme vestigde rond 1265 waar hij schepenklerk wordt. Hij sterft te Damme rond 1292 en word begraven onder de toren van de kerk.

Na ons diner fietsen we terug naar ons overnachtingsadres in B&B Vandenstampershoek aan de Zuiddijk 19 Moerkerke.
















01-10-2018 om 05:05 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
18-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van Hulst naar Assenede

Dag 3.

Fietsknooppunten: 47 - 46- 45- 44- 43- 74- 71- 73- 29- 26- 27- 20- 13-12-Philippine -12 -88 -86 -91 -51.

Geplande afstand: 38,8 kilometer.

Woensdag 16 mei 2018. We zijn heel vroeg wakker geworden. Onze slaapkamer heeft bijna rondom ramen. Er hangen wel overgordijnen maar die kunnen niet alle daglicht buitensluiten. Na het fantastische ontbijt nemen we afscheid van onze gastheer. Onze fietsen staan klaar voor een tocht terug naar België. Het weer speelt een spel met ons. De zon schijnt maar er is heel wat bewolking die vaak voor de zon schuiven. Er staat tevens een strakke wind. Dus weer geen T-shirt dag. Vandaag fietsen we nog een tijdje door de provincie Zeeland dat voor een groot gedeelte op en onder zeeniveau ligt. Sinds de middeleeuwen wordt hier strijd geleverd tegen het water. Aanwinst en verlies van land wisselen elkaar af. Het is stipt 09:00u als we vertrekken. We moeten rechtdoor via de Tivoliweg. We steken de N290 over en gaan de eerste straat linksaf op de Parallelweg West. Even verder, links van ons, vloeit de Oude Vaart die nog ongeveer drie kilometer lang is. De voormalige waterweg vloeide van landgoed Groot Eiland richting Hulst in de vestinggracht. De Oude Vaart heeft geen scheepvaartfunctie meer. Verderop aan de driesprong is knooppunt 46.

Het is voorbij knooppunt 46, in de Havikdijk, als we een eind voor ons langs de kant van de weg een hinde zien. Haar kop verscholen tussen enkele struiken met bessen waar ze rustig van snoept. We houden halt op een behoorlijke afstand zodat ons Rina er een foto van kan nemen maar blijkbaar maken we teveel geluid. Haar kop schiet de hoogte in en onze ogen staren elkaar aan. Niet voor lang echter want als een vuurpijl loopt ze de dijk af en verdwijnt tussen de bomen. We volgen ze met onze ogen en we zijn ervan overtuigt dat een bambi haar volgt. Dit alles gebeurt in een tijdspanne van enkele seconden maar we zijn blij dat we een wilde hinde met jong gezien hebben. Nog steeds boven op de dijk hebben we een prachtig uitzicht over de Zeeuwse Vlaamse Polders. Het is een smal fietspad met aan één zijde statige hoge bomen.

Na knooppunt 45 is het nog rechtdoor via de Havikdijk. Nog meer polderlandschap dat meer en meer op een lappendeken lijkt. We kunnen er niet genoeg van krijgen. Elke vierkante centimeter landbouwgrond lijkt bezaaid of beplant. Nu is het aan de zon en de regen om haar werk doen. Hier zijn aardappel- en aspergeplantages in de meerderheid. Hopelijk wordt het een vruchtbaar jaar. Nog steeds fietsen we langs de Oude Vaart. Op de andere oever grazen bruine koeien langs nog meer waterplassen met talrijke watervogels. Een stilleven. We rijden door buurtschap Vijfhoek. Het omvat slechts ongeveer tien huizen met ca. 25 inwoners. Op de Klein Cambrondijk fietsen we opnieuw tussen het groen waar we even beschut zijn voor de wind.

Voorbij knooppunt 44 fietsen we door Luntershoek, een buurtschap in de gemeente Hulst. Het bestaat uit een tiental woningen en enkele boerderijen. Bij de Y-splitsing houden we links aan en vervolgen onze weg langs de Nieuwe Zeedijk tot het eind. We fietsen pal naast het water van de Spuikreek. De Spuikreek is een aantrekkelijk visgebied binnen de Kanaalzone.  We bevinden ons op het grondgebied van Axel.

Na een tijdje bevinden we ons in buurtschap Kijkuit. Rondom rond landbouwgrond met een eenzame hoeve. De weg loopt over de ‘Oude Linie’ gracht. Dit water vormde de grens tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568-1648). Eerste straat rechtsaf in de Liniedijk. Deze dijk werd opgetrokken om de polder onder water te zetten. Op deze manier controleerden de strijdende partijen strategische plaatsen in de frontzone. De skyline wordt gedomineerd door  windturbines. Ze zijn haast niet te tellen. Daartussen, in de verte, spotten we de wieken van de stadsmolen van Axel. Een korenmolen uit 1750 die nog regelmatig draait. De Buijzestraat brengt ons in de gemeente Axel. We rijden niet pal door het centrum. We fietsen tot aan de rotonde waar een bronzen Zeeuws paard op een hoge sokkel werd geplaatst, vlak voor de visvijver 'De Grote Kreek'. Het kunstwerk werd gemaakt in opdracht van de gemeente Axel door Josje Esselman. Op de Grote Kreek wordt veel gevist door de leden van de visvereniging. Er komen in dit water vrij veel vissoorten voor: snoek, voorn, brasem, paling en karper. Ons knooppuntenbord hangt aan een paal maar door omstandigheden werd het verdraaid zodat het lijkt of we rechtsaf moeten. Maar we moeten rechtdoor, daar is geen twijfel over want aan het volgende kruispunt is knooppunt 74.

Verderop fietsen we langs de N686 alsmaar rechtdoor. Links van ons ligt het natuurgebied de ‘Axelsche Kreek’. Een van de grootste kreken van Zeeuws-Vlaanderen. Het is een restant van de eens zo machtige stroomgeul die vanuit de Westerschelde vanuit de  Braakman, via Axel tot in Hulst stroomde en die via het Hellegat terug in de Westerschelde uitmondde. Met de indijking van de Bewesten Blijpolder in 1790 werd deze open verbinding afgesloten.

We rijden noordwaarts langs de Sasweg met zijn talrijke statige loofbomen. Aan de splitsing rechts houden door de Graaf Jansdijk. Deze dijk liep in de Middeleeuwen van Knokke via Assenede naar Terneuzen. Na de grote stormvloed van 1404 gaf de graaf van Vlaanderen Jan zonder Vrees de opdracht om deze dijk te herstellen. In 1488 brak de dijk bij Hoek door waardoor een groot aantal polders tussen Terneuzen en Assenede onder water kwam te staan. Tenminste zeven dorpen verdwenen onder de golven. Achter de oude dijk werd toen een nieuwe dijk aangelegd. Door krijgshandelingen kwam in 1584 bijna heel Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen opnieuw onder water te staan. Bij het herbedijken van de ondergelopen polders volgde men zoveel mogelijk het tracé van de oude dijk. Uiteraard volgt de dijk nu niet meer overal het oorspronkelijke tracé. Door latere inpoldering verloor de Graafjansdijk zijn taak als zeewering. Het viaduct is in 1913 gebouwd over de spoorlijn Mechelen-Terneuzen. De laatste trein reed er in 1968 onderdoor en sinds 1990 zijn de rails verwijderd. We fietsen bijna in het duister doordat de kruinen van de bomen, aan beide zijden van ons pad, in elkaar gegroeid zijn. Rechts ligt er een brug over de Spuikreek. De weg leidt naar buurtschap Schapenbout. 

We laten Schapenbout rechts liggen en fietsen rechtdoor tot in Spui. Een klein dorp in de gemeente Terneuzen met een circa 300 inwoners. Linksaf op de Spui (straat). De skyline vertoont tientallen windturbines. Het is geen zicht. Tussen de grauwe wolken komt de zon tevoorschijn en we kunnen een glimlach niet onderdrukken. Links zien we de witte beltmolen ‘Eben Haëzer uit 1807 die tot 1952 in gebruik was. De gemeente Axel kocht de molen in 1985 en liet hem restaureren. De molen draait nog regelmatig. Als het begint te druppelen stoppen we onder het bladerdek van enkele bomen om onze regenkledij aan te doen. Maar na een paar druppels is de bui al over gewaaid. Toch houden we onze regenkledij aan. Het beschermt ons tegen de strakke koude westenwind. Wat verder bevindt zich aan de linkerkant  van de weg het voormalige gebouw van de Gereformeerde kerk dat werd opgetrokken in 1941. Sinds 1974 is het een vrijmetselaarsloge.

Rechts van ons ligt Terneuzen. De Tweede Wereldoorlog begon in Terneuzen op 20 mei 1940 met het bevel van de Belgische militaire commandant aan de bevolking om de stad te verlaten in verband met een dreigend bombardement. De Duitsers trokken de stad in op 24 mei 1940. de oorlog eindigde er begin september 1944 met de vlucht van Duitse troepen over de Schelde. De Polen trokken de stad in op 20 september 1944. We blijven de Hoofdweg N61 volgen. Ons traject loopt evenwijdig met de N62. We fietsen over het kanaal Gent Terneuzen dat, in opdracht van Willem I, werd gegraven gedurende de jaren 1825-1827. We fietsen steeds over dijken. Net voor knooppunt 27 houden we halt bovenop het viaduct over de N62 waar we een weids uitzicht hebben over het omringende landschap. Een open vlakte met akkers. Geen enkele woning te bespeuren. In de verte domineert een molen het landschap. We dwarsen de N62.

Na knooppunt 20 fietsen we al op het grondgebied van Philippine. We bezoeken de stad die bekend staat als mosselstad, een traditie die overgebleven is aan de vroegere haven die in verbinding stond met de Westerschelde. In de negentiende eeuw ontwikkelde Philippine zich tot een bloeiende plaats van vissers en mosselkwekers. Door verregaande verzanding van de Braakman moest in 1900 een kanaal worden gegraven om de stad toch een verbinding te laten behouden met de zee. Maar Philippine verloor zijn belangrijke positie meer en meer aan het groeiende Terneuzen, dat direct aan de Schelde lag. De afdamming van de Braakman in 1952 betekende het einde van de mosselcultuur. Alle vestingwerken werden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe woonwijken. Wat bleef is de faam van de mosselrestaurants. Tijdens het mosselseizoen kan je hier over de koppen lopen van de vele toeristen die van een mosselmaaltijd willen genieten in één van de zeven mosselrestaurants. We houden halt bij de reusachtige mosselschelp waaruit een beetje water spuit. Het monument werd in 1988 gemaakt door J. van Driel. Professor Dokter Wisse Dekker schonk terzelfdertijd een toepasselijk bankje dat er naast kwam te staan. Het heeft de vorm van een opengeklapte mosselschelp.

De O.L.V. Hemelvaartkerk van 1862 werd in 1924 vervangen aan het Philipsplein. Deze kerk werd echter in 1944 door oorlogsgeweld verwoest. Deze koepelkerk verrees in 1953-54. De koepel heeft een doorsnede van 18 meter die geheel vrij in de lucht, zonder ondersteuning werd gebouwd. Op het Stadhuisplein zien we het voormalig stadhuis 'De Schotse Hoek' dat gebouwd werd in 1869, voor de helft als stadhuis en voor de andere helft als lagere school. In 1905 werd de school overgebracht naar een nieuw schoolgebouw 'De Meerpaal' en kwam er een bewaarschool voor in de plaats. In 1970 verloor het stadhuis zijn functie door een gemeentelijke samenvoeging. De bewaarschool was al eerder vertrokken. Nu fungeert het gebouw als cultureel centrum. De herkomst van de naam 'De Schotse Hoek' is niet achterhaald, maar heeft waarschijnlijk te maken dat de oorspronkelijke rechte hoek aan het gebouw later is vervangen door een schuine 'schotse' hoek. Vanaf 'De Schotse Hoek' kijken we over het Philipsplein waar in de tijd van de vesting het exercitieterrein lag. Nabij de historische wegwijzer staat de grenspaal, die herinnert aan de tijd (ca. 1720) dat Zeeuws-Vlaanderen onder Oostenrijks gezag stond. Ook de oude gietijzeren waterpomp doet ons denken aan de mensen die vroeger geen leidingwater hadden en daarom hier emmers water moesten vullen om thuis de kinderen en of kleding moesten wassen. Het restaurant 'In Den Vlaemschen Pot' is open en we kunnen er iets drinken. We hebben zin in poffertjes en bestellen een portie bij ons drinken. Geen enkel gedekte tafeltje is bezet. Het is nochtans voorbij het middaguur. Als we afscheid nemen van de zaakvoerder komen er toch vier personen het restaurant binnen voor een potje lekkere mosselen. 

Bij knooppunt 88 fietsen we langs grenspaal No. 319. We rijden door buurtschap Posthoorn dat slechts uit enkele wegen bestaat. Vroeger moet hier een herberg hebben gestaan met de naam Posthoorn. We rijden vlak op de grens van Nederland en België. We bevinden ons meteen in het Meetjesland, een regio van de provincie Oost-Vlaanderen. Het noordelijk deel van het Meetjesland werd gewonnen na eeuwen strijd tegen de zee. Hier in de vlakte liggen tal van dorpen begraven die ooit door de Honte of Westerschelde van de kaart werden geveegd. Vooral de Elisabethsvloed, van 1376, zette grote stukken polder voor meer dan 100 jaar opnieuw onder water. Na deze rampzalige vloed, waarbij duizenden mensen het leven lieten, werd het Meetjeslandse poldergebied nog getroffen door verschillende overstromingen. In totaal gingen liefst 17 parochies, ook in Zeeuws-Vlaanderen, verloren. Ondertussen fietsen we langs verschillende waterlopen, kreken, polders en dijken. Dit alles vormt het gelaat van Assenede. Een infobordje: 'Bodemloze Put 1808 – 2008': vertelt over de hevige noordwester-storm in 1808 en 1809 waardoor een aantal polders in Assenede overstroomden. Voor zover bekend vielen er toen twee menselijke slachtoffers te betreuren. Als we links afslaan om de Hollekensstraat te volgen rijden we over het 'Zwarte Sluiswatering 1832-1967-2007'. Een infobord werd geplaatst door het bestuur van de Zwarte Sluispolder  en onthuld op zondag 2 december 2007. Dit als herinnering aan het feit dat dan 175 jaar geleden het uitwateringskanaal naar Boekhoute werd gegraven; en bovendien als herinnering aan het plan 40-jarig bestaan van de Zwarte Sluispolder.

We rijden verder zuidwaarts. Vlak voor knooppunt 91 zien we rechts de Rode Geul. De Rode Geul is 10 ha groot en het resultaat van zware overstromingen van honderden jaren geleden. De Elisabethsvloed van november 1376 liet een spoor van dood en vernieling achter. Hele dorpen verdwenen in de golven. Toen de zee zich uiteindelijk terugtrok bleven de kreken achter als stille getuigen. Uiteraard is het een paradijs voor vogels, kleine fauna en zeldzame vegetatie. Langs ons pad is een werkman bezig een infobordje aan een paaltje over de Rode Geul. Omdat wij belangstelling tonen wil hij in geuren en kleuren vertellen wat hij allemaal weet over het water dat zich voor ons uitstrekt. Spijtig genoeg praat hij in het plaatselijk dialect waardoor we niet alles begrijpen wat hij zegt. We danken hem toch hartelijk voor zijn vriendelijke uitleg en fietsen verder. Op de hoek Oude Molen en de Hollekensstraat nemen we onze zoveelste foto van het Mariabeeldje van Assenede.

We volgen knooppunt 51 slechts voor een gedeelte. Aan ‘café Passé’ moeten we rechtsaf. Het etablissement lijkt leeg en verlaten, of het heeft net vandaag zijn sluitingsdag. We vangen nog een glimp op van de Rode Geul en links zien we het water van de Grote Geul die beiden deel uitmaken van het Asseneedse krekengebied. Het Krekenlandschap is bij overstromingen ontstaan na het wegtrekken van de zee. De Grote Geul is 14 ha. groot en kronkelt meer dan twee kilometer door de polder.

Het is iets na 15:00u als we bij ons overnachtingsadres ‘Buitengewoonslapen’ aankomen. Te vroeg blijkbaar. We bellen aan maar niets roert zich. We besluiten om verder te rijden naar Assenede dorp. Drie kilometer verder. In een supermarkt hopen we om wat avondeten te kunnen kopen.

De poldergemeente Assenede is één van de oudste gemeente van Vlaanderen. De Sint-Petrus en Sint-Martinuskerk op de Markt kende een woelige geschiedenis. De oudste delen van de kruiskerk komen uit de dertiende eeuw en tijdens de veertiende eeuw werd het koor uitgebreid. De periode 1940-1945 was een woelige tijd waarin vele gebouwen en kunstvoorwerpen verloren gingen. Ondanks langdurige gevechten had de kerk over het algemeen niet al te veel schade opgelopen. Maar toen de oorlog ten einde liep, bij de bevrijdingsgevechten in september 1944, sloeg het noodlot toe. Bij het naderen van de geallieerden beseften de Duitsers dat de uitkijktoren die ze installeerden in de kerktoren niet in handen mocht vallen van de Canadezen. Om dit ten allen kosten te vermijden, staken ze de toren, gevuld met stro en benzine, in brand. De gevolgen waren catastrofaal: de kerkklokken smolten door de hitte, de brandende torenspits viel op de bedaking van de middenbeuk waardoor de brand oversloeg naar de ganse kerk en het waardevolle interieur in vlammen opging. Vier jaar later begon men met de restauratie en op paaszondag van 1950 werd de kerk weer ingezegend. Momenteel wordt de kerk wit geschilderd. Ze is tevens open voor een bezoek.

Bij de kerk staat de schandpaal met ketting en handboei. De paal dateert uit de achttiende eeuw en werd tijdens de Franse revolutie afgebroken. In de negentiende eeuw kende de schandpaal een tweede leven als pomplichaam, het begin van zijn reis door de gemeente. Pas in 1980 verscheen hij opnieuw op zijn oorspronkelijke plaats, als een stille getuige na een woelig verleden. Het infobordje is praktisch onleesbaar geworden doordat de ketting er tegen schuurt.

Aan de overzijde werd in 1871 de pastorie gebouwd. Het voormalige gemeentehuis op de Markt nummer 4 wordt gerestaureerd. De voorgevel vermeld het jaartal 1771 en werd toen oorspronkelijk gebouwd als land- of schepenhuis. Tot 2006 waren de gemeentediensten hier ondergebracht.

We vinden een supermarkt en doen onze inkopen voor vanavond. Daarna fietsen we terug naar de Kapellestraat 60. Op ons aanbellen komt er nu toch iemand om ons te verwelkomen. We worden rondgeleid door een prachtige locatie waarop de woonwagen staat. We krijgen borden en bestek om in de woonwagen te eten. Het is er gezellig warm bij een elektrisch vuurtje. Buiten steekt er een krachtige wind op. Gelukkig moeten we nu niet fietsen. Alleen voor het sanitair moeten we nog buiten. De douche bevindt zich achter het atelier van onze gastheer die steenkapper op rust is. We hebben in totaal 47 km gefietst. Foto’s: Rina Meurs.














18-09-2018 om 08:52 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-09-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wandeling Hulst

Dag 2

Dinsdag 15 mei 2018. Na een zalige nachtrust ontwaken we door de zon die langs de kieren van de gordijnen onze slaapplaats binnen gluurt. Het beloofd een mooie dag te worden met een wolkenloze blauwe lucht. Het uitgebreid ontbijt wordt, zoals afgesproken, om acht uur, naar de kamer gebracht. Het is meer dan we op kunnen, met dank aan B&B Carpé Diem. Vandaag fietsen we niet. We gaan een wandeling maken in Hulst-centrum. Slenteren langs de unieke monumentale gebouwen, struinen door de zonovergoten smalle bijzondere straatjes met een rijke geschiedenis en op tijd en stond een natje en een droogte in één van de talrijke horecagelegenheden. Hulst is een oud stadje net over de Nederlandse grens in Zeeuws-Vlaanderen. Misschien wel 'De meest Vlaamse stad van Nederland'. De dag van vandaag hoor je het niet meer, maar ik herinner me nog goed, toen je vroeger de mensen vroeg waar ze gingen winkelen of wandelen, werd er steevast Hulst genoemd. De stad is tevens één van de best bewaarde vestingsteden van de Lage Landen. De 3,5 kilometer lange wandellus over de intacte wallen is een schitterend tochtje. Deze verdedigingswal werd met aarde opgeworpen tijdens de tachtigjarige oorlog. In dit conflict in de zeventiende eeuw werd de grens tussen Nederland en België bepaald. Tot dan behoorde Hulst bij Vlaanderen. De wallen moesten de stad beschermen tegen Spaanse soldaten. De smalle steegjes van het historisch centrum zorgen voor een sfeervol decor. We wandelen terug, via de Tivoliweg, naar de wallen die de stad omsluiten, en houden halt bij de dubbele poort. Ze werd gebouwd in 1619/1620 en genoemd naar de Dobbele of Bollewerckpoort. Het jaartal boven de linker boogpoort (1771) verwijst naar een hoognodige restauratie. Oorspronkelijk bestond slechts de middelste boogpoort, maar ten behoeve van de toegenomen verkeersdrukte in 1932 werd deze uitgebreid met een tweede doorgang en een voetgangerstunnel.

Na de poort slaan we linksaf en volgen even de oude vestingwallen. De verdedigingswal, van tien meter hoog, werd met aarde opgeworpen tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Tijdens dit conflict in de zeventiende eeuw werd de grens tussen Nederland en België bepaald. Tot dan behoorde Hulst bij Vlaanderen. De wallen moesten de stad beschermen tegen Spaanse soldaten. De Nederlanden maakten toen deel uit van Spanje. Hulst wilde zich afscheiden en bouwde daarom deze moeilijk in te nemen vesting. We staan vervolgens voor de windmolen die hoog op een dijk werd gebouwd. Daar krijgen de wieken de meeste wind. De stadsmolen werd gebouwd in 1792 op last van de Generaliteit en is daarom een stuk jonger dan de aarden wal. Oorspronkelijk maalde de molen het graan voor de soldaten van het versterkte stadje. Na de Franse tijd ging de molen in particuliere handen. De molen werd door de gemeente aangekocht in 1954 en weer maalvaardig gemaakt. Boven de oostelijke ingang bevindt zich het wapen van de Generaliteit.

Langs de parking van het Galgenbolwerk komen we bij de Begijnepoort of Grauwse Poort. Gebouwd in de eerste helft van de 17de eeuw onder het bestuur van burgemeester Benjamin de Beaufort. In 1704 werd de poort vernieuwd. Het landverkeer van en naar Grauw ging door deze poort. Voor de poort lag een ravelijn dat door houten bruggen met de stad verbonden was. Een ravelijn is een buitenwerk van een vesting. Een eiland dat zich omgeven door water in de vestinggracht bevindt. Ooit bevond er zich de galg waar ter dood veroordeelde mensen opgeknoopt werden. Tot 1859 werden de poorten 's avonds gesloten met houten deuren. De rechter doorgang is begin jaren zestig van vorige eeuw gerealiseerd ten behoeve van het voetgangers- en fietsverkeer.

Langs de Begijnestraat wandelen we tot op de Grote Markt. We bezoeken de protestantse Sint-Willibrordusbasiliek. Sinds 31 mei 2009 de 'Mooiste Kerk van Nederland' genoemd. De bouw vond plaats van 1200 tot 1534 in de rijke Vlaamse cultuur. De tegenstelling Katholiek en Protestant ontstond pas in de 16de eeuw. In 1645 veroverde Frederik Hendrik de stad Hulst en gingen er veel kunstschatten verloren. De kerk werd protestant. Ook de Tachtigjarige oorlog tekende de basiliek. Door twee Beeldenstormen en de verovering van Hulst door Frederik Hendrik gingen veel kunstschatten verloren. Alhoewel de protestanten er een kale kerk van maakten kwam hierdoor wel de prachtige Gotische bouwkunst volkomen tot zijn recht. In 1806 werd de basiliek een simultaankerk toen Napoleon bepaalde dat ook de katholieken recht hadden op een gedeelte van de kerk. In 1944 werd de toenmalige toren door de bevrijders van de kerk geschoten. In 1957 stond er een nieuwe toren op. Onbegrepen en verbijsterd voor de bevolking, die een meer traditionele toren ambieerden en ook verwacht hadden. Voor de grote Sint-Willibrordusbasiliek preekt de mooiprater, Reinaert de Vos, onder andere de passie voor een familie goedgelovige ganzen. Bij de hoofdingang van de kerk staat ook nog de oude stadspomp. Vroeger was er geen waterleiding en moesten de inwoners hun water bij de stadspomp halen met emmers. Het water kwam uit een diepe bron.

Het stadhuis is een met ledesteen, een geel witte kalksteen uit Oost-Vlaanderen, bekleed gebouw met Halletoren. De dubbele adelaar werd verleend door Maximiliaan van Oostenrijk aan zijn keizerstad. Het gebouw werd in 1452 door de Gentenaren verwoest. In de strijd tegen Gent door de bevolking van Hulst in 1485 in brand gestoken. Herbouwd van 1518 tot 1534 door de Gebroeders Keldermans en Willem van Sassen. In 1844 verlaagde men de kap en werden de dakkapellen en ornamenten verwijderd. De wapenstenen in het bordes zijn afkomstig van een vroegere torenbekroning van de basiliek.

Het bronzen herdenkingsbord aan het stadhuis werd geplaatst voor de opvang van honderdduizenden Belgische vluchtelingen van WOI. De vluchtelingen werden ondergebracht bij burgers in schuren, openbare gebouwen, het gemeentehuis, de kerk en in de open lucht. Er wapperen twee vaandels aan het gebouw met de afbeelding van een Vlaamse Leeuw. Een infobord legt uit: “Graaf Philips van den Elzas verleende Hulst in het jaar 1180 stadsrechten en een aantal handelsprivileges, waaronder tolvrijdommen in Vlaanderen. Deze voorrechten waren van grote betekenis voor de ontwikkeling van Hulst. Het beroemde dierenepos Van den Vos Reinaerde herinnert aan de middeleeuwse periode. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog raakte de stad meermalen betrokken bij de strijd tussen de Spaanse en Staatse troepen. Aanvankelijk maakte Hulst deel uit van het graafschap Vlaanderen (Zuidelijke Nederlanden), totdat Prins Maurits de stad in 1591 veroverde. Enkele jaren later, in 1596, plaatste Aartshertog Albertus van Oostenrijk, die na de dood van de Hertog van Parma enige tijd landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden was, Hulst opnieuw onder Spaans gezag. Tussen 1615 en 1621 werden de stadswallen, bolwerken, contrescarpen en ravelijnen aangelegd, deze speelden een belangrijke rol bij de verdediging van de stad. Hulst zou tot 1645 deel blijven uitmaken van de Spaanse gebieden. In dat jaar werd Hulst veroverd door de Staatse troepen onder leiding van Prins Frederik Hendrik. Onder het Staatse bewind was handel op de Schelde verboden. De betekenis van Hulst als handelsstad ging hierdoor verloren. In 1795 was de verbinding met de Westerschelde volledig dichtgeslibd. Na de Tweede Wereldoorlog werd Hulst opnieuw een bloeiend koopcentrum.

De gemeentewinkel, aan de overzijde, werd oorspronkelijk gebouwd als gouverneurshuis van het kapittel van Kortrijk, de “Rijckenborch”. In de 17de eeuw ingrijpend verbouwd om als woning te dienen voor Hendrik van Nassau Siegen, de eerste Staatse gouverneur van Hulst. Begin 19e eeuw werd het pand aangekocht door de familie Seydlitz en door deze bewoond tot 1973. De voorgevel is in 1990 in oorspronkelijke stijl herbouwd. Omdat ons Rina dringend moet en omdat dit een openbaar gebouw is gaan we vragen of ze naar het toilet mag, maar we worden onder lichte dwang naar de winkelstraat verwezen.

Langs de winkelstraat, waar moeder de vrouw van één van de vriendelijkste winkelierster van de straat, van het sanitair mag gebruiken maken, komen we weer bij de Gentse poort waar we door wandelen. De poort werd gebouwd in 1780. Het front bestaat uit een stellingwerk van pilasters, een architraaf en ornamenten. De doorgang is niet recht gebouwd, maar met een kromming om vijandelijke kogels het binnendringen te beletten. De coupure in de vestingwal links van de poort is in 1902 gemaakt ten behoeve van de stoomtram “Hulst- Walsoorden”. De vestinggracht is hier gedempt. Links, aan de voorzijde van de Gentse poort werd het Reinaertmonument geplaatst dat ontworpen werd door de Antwerpse beeldhouwer A. Damen. Het monument werd in 1938 onthuld op de Houtmarkt. Na de Tweede Wereldoorlog werd het kunststuk naar hier verplaatst. De bezoeker ziet de verbondenheid van de Reinaertstad Hulst met het verhaal “Van den Vos Reinaerde” uitgebeeld. Van den Vos Reinaerde is geschreven omstreeks 1260 in een Vlaams dialect door “Willem”. Aan de overzijde van de Gentsepoort werd een beeld geplaatst op een hoge sokkel van de 'Tamboer en Vaandeldrager. Gebeeldhouwd door Nederlander Gerard Brouwer en ingehuldigd in 2005.

We dwalen langs de straatjes door het centrum. De beiaard laat van zich horen. Het is net elf geworden als we in de Steenstraat belanden bij een prachtige herenwoning. Het “Refugium Ter Duinen” dat in de 15de eeuw gebouwd werd als gevangenis (Het Steen) en later in gebruik genomen werd als Lombardenhuis. De Cisterciënzers van Duinen uit de Potterstraat kochten het als vluchthuis voor de monniken die de uithof Te Zande in het huidige Kloosterzande bewoonden.  Na 1645 in gebruik als Princehof. Omstreeks 1800 werd het gebouw ingericht als jeneverstokerij. Nadien werd het gebouw gerenoveerd als dokterswoning. Thans is hier het museum van de Oudheidkundige Kring “De Vier Ambachten” gevestigd. Het traptorentje is na de Tweede Wereldoorlog van een bekapping voorzien. Aan de overzijde werd “Het Cachot” gebouwd. Dit is het 'S Landshuis', het gerechtshuis en bestuurshuis van het Hulster Ambacht. Op 28 mei 1561 door baljuw Jan Boxtale gekocht van jonkvrouw Marye Swulfs. Eerder werd er vergaderd in een huis aan de Vlasmarkt. In 1596 werd het gebouw vernield door Spaans kanonvuur. Het was wachten tot 1710 voor het huis werd herbouwd en van een hollands-klassicistische gevel en een daktorentje voorzien. In 1844 in gebruik genomen als marechaussee-kazerne. De wapenschilden boven de ingang zijn in de Franse tijd weggehakt.  Thans is hier het VVV-kantoor gevestigd, dat net vandaag zijn sluitingsdag heeft.

Langs een oude waterpomp in blauwe hardsteen belanden we bij een oude woning op de hoek van de Steenstraat en de Pierssensstraat. Er hangt een infobordje: “Refugium van Cambron. Oorspronkelijk hadden de Cisterciënzer monniken van Cambron hun vluchthuis aan de Vlasmarkt. Na de stadsbrand van 1562 kochten zij dit huis. In de 19de eeuw is dit pand door de burgemeestersfamilie Pierssens bewoond geweest. Aan de achterzijde bevindt zich een koetshuis. In de zijgevel zijn tekens van geglazuurde bakstenen te zien. Mogelijk stellen ze odalrunen voor, tekens ter afwering van onheil”. Thans biedt een vastgoedwinkel hier zijn waren aan.

Hoog tijd voor een verfrissing. We bereiken de nieuwe Bierkaai, waarvan de uitvoering begon in het jaar 2009. Het meest in het oog springend is de waterpartij met brug. Op de plek waar nu het water is was vroeger de haven gevestigd. We wandelen voorbij het bronzen beeld dat een 'Winkelende Vrouw' moet voorstellen. Op een schaduwrijk terras van een Grieks restaurant drinken we een koel biertje en kijken in het water naar de talrijke vissen die een plaatsje zoeken in het zonnetje. Naderhand wandelen we over de brug tot aan het infobord: “De Haven van Hulst. In vroeger eeuwen kronkelde zich door Oost-Zeeuws-Vlaanderen de Hulsterhavengeul, de verbinding van de stad Hulst met de Westerschelde. De haven was eeuwenlang van groot belang voor de stad. Iedereen die turf, wijn, zout, haring of mosselen vervoerde door de haven moest daarvoor tol betalen. Toen eind vijftiende eeuw werd begonnen met de aanleg van een aarden wal en een gracht rond de stad, bleek het punt waar de haven de stad bereikte een zwakke plek in de verdediging. Daarom werd daar een indrukwekkend stenen verdedigingswerk gebouwd waarvan de huidige Keldermanspoort een restant is. Via een 30 meter lange en 6 meter hoge tunnel kon het water van de haven onder twee poorten door de stad instromen tot aan de Vismarkt. Behalve Vismarkt verwijzen ook de huidige straatnamen Overdam, Bierkaai en Oude Havensteeg nog naar het bestaan van deze stadshaven”.

We wandelen langs de waterpartij die nog sporen vertoont van de dikke oude kademuur en een pijler van de oude Vischbrugghe. De Keldermanspoort was een land- en waterpoort. Ze liet mensen en boten binnen in het vestingstadje. Bij de inval van de Gentenaars in 1491 en tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd de poort verwoest en grotendeels door aarde bedekt. In 1952 werden de restanten ontdekt en is de opgraving begonnen. Sinds 2012 is de Keldermanspoort opnieuw verbonden met de binnenstad via het project Bierkaai. Voor de poort werd in 2005 een monument geplaatst van Kathleen Verhegge en Ronald de Maet “De Overwonnene”. Twee bronzen beelden staan op een voetstuk. De winnaar kijkt neer op de verliezer die zijn zwaard aanbiedt ten teken van overgave.

Na een rustpauze in de speeltuin met klim- en speelattributen uit de Tachtigjarige Oorlog wandelen we terug door de Keldermanspoort tot op de open vlakte met een hoge gemetselde stenen muur. Dit was de tuinmuur van het Franciscaner klooster. In 1448 werd het klooster, dat buiten de Asschepoort stond, afgebroken en hier op de Schelphoek in vierkante vorm herbouwd. In 1645 moesten de gebouwen ontruimd worden, waarna ze werden ingericht als weeshuis en diaconie. De verdreven paters trokken naar Sint – Niklaas. De kerk is in 1821 afgebroken. In een gedeelte van het voormalige klooster was van het begin van de 19e eeuw tot 1972 de bierbrouwerij “De Halve Maan” gevestigd. De tuinmuur is het enige dat nog herinnert aan de Minderbroeders. Vanaf hier maken we een wandeling over de intacte wallen van het vestingstadje. Langs enkele exemplaren van geschut kanonnen die nog opgesteld staan. De stadswal kronkelt omdat hij in een stervorm aangelegd werd. Dat was gemakkelijker voor de soldaten om de stad te verdedigen. Het word warmer en we besluiten om terug te gaan naar ons B&B huisje. Aan het Brederode Bolwerk dalen we de wallen af en via de Tivoliweg zijn we binnen enkele minuten terug 'thuis'. In de tuin genieten we nog lang na op een schaduwrijk plekje. Een uitstekend idee om te rusten. Morgen trekken we opnieuw verder met de fiets richting kust. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.












01-09-2018 om 09:52 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
13-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Met de fiets naar de kust

Dag 1. Van Ekeren naar Hulst.

Fietsknooppunten: 96 -54 -56 -57 -59 -41 -44 -20 -47 -50 -7 -6 -5 -71 -2 -72 -74 -81 -80 -50 -52 -49 -47. Geplande afstand: 42 km.

Maandag 14 mei 2018. Het is half negen in de morgen. Gisteren waren we nog opgetogen over de voorspelde weerberichten. Er werden middagtemperaturen verwacht van maximum 25° Celsius. Maar daar gaat vandaag niets van in huis komen. Het is mistig en er waait een strakke wind van minstens drie beaufort. Daarbij duid de temperatuur slechts 12°C aan. Een trui en een fleece jasje zijn geen overbodige luxe. En ik had gedacht dat we in een T-shirt zouden kunnen vertrekken. Niet dus. Onze fietszakken zitten vol met de nodige kleding voor vijf dagen. De duur van onze fietstocht. We zijn er klaar voor en na een foto, die één van de buren van ons samen neemt vertrekken we van Ekeren naar Blankenberge aan zee. Gust, een andere buurman, komt nog buiten staan om ons uit te waaien en wenst ons nog een behouden aankomst. We fietsen eerst via de kortste weg naar de Oude Landen. We rijden door een uniek stedelijk natuurgebied waar ook, sinds kort, BPost deels eigenaar van is. We vinden in dit domein nog een verrassend stukje wilde bosnatuur met oude wilgen en vanaf het voorjaar zingende en kwetterende vogels.

Eens uit het natuurgebied volgen we knooppunt 54. We rijden door de wijk Luchtbal verder. In deze buurt werd de tv-serie de Familie Backeljau opgenomen. Een Vlaams komische televisieserie dat tussen 1994 en 1997 werd uitgezonden. We fietsen onder de A12 door. Links van ons is de spoorweg met het station ‘Antwerpen Noorderdokken’. Wat verder rijden we onder de 'Burgemeester Jozef Masurebrug' door. Genoemd naar Jozef Masure die tussen 1977 en 1982 burgemeester van Merksem was. Vanaf hier moeten we een omleiding volgen. De Argentiniëlaan ligt volledig opengebroken. Er wordt een nieuw fietspad aangelegd zodat de straat groener en veiliger wordt. De omleiding is duidelijk aangebracht en enkele minuten later bereiken we de Noorderlaan. Als we de N180 kruisen zien we rechts het complex van de vroegere Metropolis. Het opende de deuren in 1993, maar werd in 2011 veranderd in Kinepolis. Er zijn momenteel 24 zalen. We nemen een ondersteuning meer en fietsen de Straatsburgbrug op (N101) die over het Straatsburgdok ligt. Deze brug werd in 1996 gebouwd en heeft een lengte van 264 meter. Het Straatsburgdok verbindt het Albertkanaal met de Antwerpse haven. Het dok werd gebouwd in 1930. We laten restaurant ‘Het Pomphuis’ rechts liggen. Het  bouwen van het Pomphuis begon in 1918 en duurde tot 1920. De pompen pompten het naastgelegen droogdok leeg zodat een schip onderhouden kon worden. We fietsen over de Siberiabrug en aan het eind van de Letlandstraat is knooppunt 54.

Vanaf knooppunt 54 rijden we via de Kattendijkbrug over het ‘sasdok’. Links zien we het Red Star Line Museum. De Belgische rederij die een geregelde dienst onderhield tussen Antwerpen en New York of Philadelphia. Ze werd gesticht in 1872 maar ging failliet in 1929. De Rijnkaai brengt ons tot aan hangar 27 met de ATV studio’s en knooppunt 56.

We fietsen nog meer zuidwaarts langs de verschillende kaaien. Het is even na 10:00u als we aan het Kiel in de D’Herbouvillekaai bij knooppunt 41 zijn. Rechtsaf om langs de Fietserstunnel onder de Schelde naar Linkeroever te rijden. We zijn blij dat de liften naar behoren werken en verdwijnen diep onder de grond, verlost van de wind, van de kou en de mist. We fietsen niet alleen door de tunnel. Veel mensen maken er gebruik van om van en naar hun werk te rijden. Zelfs een eenzame jogger loopt rustig naar de rechter oever. 700 meter verder is knooppunt 44.

Bij knooppunt 20 rijden we voorbij de psychiatrische gevangenis voor zowel mannen als vrouwen. Een spandoek werd aan de hoge afsluiting geplaatst en vermeld: “Van gevang naar zorg”. Een campagne van “Te Gek?” in samenwerking met de Vlaamse gevangenissen, de justitiehuizen en nog veel meer organisaties. Tijdens deze campagne werden heel wat projecten opgezet. We rijden rechtdoor via de Beatrijslaan. Links van onze rijrichting vloeit de Schelde waarvan we slechts nu en dan een glimp opvangen. Rechts zien we de Burchtse Weel dat gevormd werd door een dijkdoorbraak tijdens de Middeleeuwen. Ze werd vergroot en uitgediept tot recreatievijver. Rond 1965 werd een aanpalend dok gegraven waar prefab elementen voor de Kennedytunnel gebouwd werden. Burchtse Weel en dok werden in 2011 heraangelegd tot een slikken- en schorrengebied. Slikken zijn de delen die bij elke vloed overspoeld worden. De schorren liggen hoger en komen enkel met springtij helemaal onder water te staan. 

We arriveren in Burcht, een deelgemeente van Zwijndrecht. In de Dorpstraat verlaten we even ons knooppuntnetwerk en fietsen regelrecht naar het kerkplein met de Sint-Martinuskerk. Volgens de legende zou de kerk gesticht zijn in 910. De huidige kerk dateert echter van 1899-1904. Ze werd meermaals gerestaureerd. Het is marktdag vandaag. Er staan slechts drie of vier kramen nabij de kerk en druk is het zeker ook niet. Naast de kerk werd in augustus 1967 de eerste “stalen openluchtbeiaard” van Vlaanderen gebouwd, naar aanleiding van het 20-jarig burgemeesterschap van Paul Van Goethem. Er hangen maar liefst 37 bronzen klokken. In 1968 werd de 15 meter hoge beiaard ingehuldigd. De beiaard werd in het jaar 2000 vernieuwd. Het prachtig gerestaureerde hoge gebouw naast de kerk is de voormalige broederschool, Sint-Joseph, dat in 1908 werd opgetrokken. Boven de bakstenen toegangspoort werd het bouwjaar aangebracht in Romeinse cijfers (MCMVIII). Enkele jaren geleden werd het gebouw opnieuw gerenoveerd tot volwaardige appartementen. De pastorie op het nummer 29 werd gebouwd in 1659. Uiteraard werden de nodige restauratiewerken uitgevoerd. Op de hoek, over de kerk, nemen we een eerste sanitaire stop bij 'De Klok'. We drinken een kop koffie of thee en rusten even uit. Het is 10:41u.

We vervolgen achteraf onze weg door de Kerkstraat. Net buiten het centrum van Burcht heeft een circus zijn tenten opgeslagen. Langs het recente fietspad, langs de Schelde, zien we drie levensechte dromedarissen en een longhoorn grazen. Ze lopen vrij rond op en naast het pad. We slalommen tussen de uitwerpselen van de grote dieren. Gelukkig zijn ze niet agressief. Via de Pastoor Coplaan fietsen we over de E17, nemen de eerste straat links en fietsen op een voorbehouden fietspad, evenwijdig met de snelweg.

We rijden op het grondgebied van Zwijndrecht. We komen niet echt door het centrum. Aan de Y-splitsing maken we een scherpe bocht naar links en vervolgen onze weg langs de Nieuwlandstraat. Net buiten het centrum rijden we over een voorbehouden fietspad. De weilanden zien geel van de hoge boterbloemen. Ik gok op de 'Scherpe boterbloem', maar het kan ook één van de 600 andere soorten boterbloemen zijn. Enkele paarden grazen in de wei maar door de onaangename smaak laten de dieren de bloemen vanzelf staan. Het weer wil maar niet beteren, maar we klagen niet want de regen blijft uit. We rijden tot over de N419 of de Krijgsbaan. We rijden langs de achterzijde rond het fort van Zwijndrecht. Het fort werd in 1870 gebouwd en in 1912 gerenoveerd. Alle historische gebouwen bestaan nog, al werden er wel nieuwe loodsen bijgebouwd. Het fort is eigendom van de Belgische overheid en wordt nog steeds gebruikt door het leger. Het is dus niet toegankelijk.

Aan de eerste spoorwegovergang, voor knooppunt 50 houden we halt bij een pijlerkapel “Maria ten Doorn”. Een statieommegang uit het derde kwartaal van de negentiende eeuw. We volgen een tijdje het spoor links van ons. Hier is het rustig en een bank nodigt uit om hier te picknicken. Net buiten het centrum van Melsele spotten we in de verte de romp van een oude molen. Dit is de molen “Van Hove of de Nieuwe Molen” met vijf zolders. Gebouwd op het einde van de achttiende eeuw en in 1822 volledig gerestaureerd tot een ronde stellingmolen. Reeds in 1924 werden de wieken verwijderd. Tijdens WOII was er een Duitse uitkijkpost gevestigd. Na de oorlog maalde de molen verder met een elektromotor tot 1975. De romp doet nog slechts dienst als bergingsruimte. We fietsen richting Beveren.

Vlakbij het kasteel Cortewalle staat het kunstwerk 'Paard verdedigt veulen tegen stier', omgeven door kleurrijke lentebloemen. Kasteel Cortewalle is een Vlaamse waterburcht en dateert van de vijftiende eeuw. Met trots mag het zelfs het oudste kasteel van het Waasland genoemd worden. Het werd tot 1960 bewoond, waarna in 1966 de gemeente Beveren het domein aankocht. Het kasteel maakt momenteel deel uit van het Cultuurcentrum 'Ter Vesten'. Over het kasteel bevindt zich het 18de eeuwse koetshuis met oranjerie dat nu een taverne – restaurant is. We fietsen door het uitgestrekte park tot aan de N70.

We steken de grote drukke baan over tot bij de parochiekerk Sint-Martinus. Ze werd gebouwd in de elfde en twaalfd eeuw met Doornikse kalksteen. De toren werd in de dertiende eeuw verhoogd. In de vijftiende eeuw werd de kerk gesloopt en vervangen door een gotisch gebouw rond de behouden toren. De schandpaal dateert van april 1777. De kapiteel met vaas werd in 1984 aangebracht. De arduinen gemeentepomp op de Grote Markt heeft een diamantkop en een kroonlijst. Het monument voor de gesneuvelden van beide Wereldoorlogen trekt onze aandacht. Bij heel warm weer wordt de fontein gebruikt voor afkoeling door de plaatselijke jeugd. Waterpret verzekerd. Aan de linkerzijde van de grote baan werd het gemeentehuis opgetrokken. Het oude gedeelte werd in 1863 gebouwd. Het verving het “Landhuis” dat dateerde van 1652. Het nieuwe gedeelte, achteraan, kwam in twee fases tot stand: in 1981 en 1992. In de gevel werden de wapenschilden aangebracht van de acht deelgemeenten. In het driehoekige fronton staat de Heilige Martius afgebeeld. Het gemeentehuis heeft nog steeds zijn administratieve functie. Verder langs de winkels in de Vrasenestraat.

In Vrasene houden we kort halt bij de Heilige Kruiskerk. Reeds voor het jaar 1183 was hier al een Romaanse driebeukige kerk, maar dan zonder toren. Deze werd door volkstoename vervangen in de vijftiende eeuw met vierkante westtoren. Dichtbij staat het oorlogsmonument dat de inwoners gedenkt die zijn omgekomen of vermist tijdens de beide Wereldoorlogen. Ook werd in de buurt van de kerk de oude schandpaal van 1765 geplaatst.

Bij knooppunt 2 houden we halt naast de kapel op de hoek van de Kortbroekstraat en de Smisstraat. De kapel van de Heilige Barbara werd in 1814 gebouwd ter vervanging van een tijdens de Franse revolutie gesloopt heiligdom. Het interieur wordt prachtig onderhouden. In de Puchelstraat werd de kapel van de Heilige Rita gebouwd in het tweede kwartaal van de twintigste eeuw. Boven de dubbele deur werd het opschrift aangebracht: “Helpster in onmogelijke en hopeloze zaken”. Ook dit interieur mag gezien worden. Het beeld van de Heilige Rita staat temidden van gevleugelde engelen.

De windturbines zijn niet meer uit het landschap weg te denken. Bij knooppunt 72 draaien er maar liefst vier naast elkaar. Een bord legt uit: “In november 2012 werd het windpark Duikeldam in bedrijf genomen. Het park omvat vier windturbines, waarvan één in Sint-Gillis-Waas en drie op het grondgebied van Vrasene. Samen produceren deze voldoende stroom voor ca. 6.000 gezinnen”. We fietsen langs hectaren fruitboompjes. Reeds van ver zien we de rode appels schitteren. De akkers rondom kleuren groen. Vooral de maïs domineert de omgeving. De plantjes zijn echter nog pril. Ze staan nog maar enkele centimeters boven de grond. We kunnen nog volop genieten van weidse uitzichten. Bij de akkers met hoge ruggen vraag ik me af of er aardappelen of asperges groeien? Het lijkt of elk stukje landbouwgrond is bezaaid of beplant met groenten. Als nu het weer nog wat mee wil kan de groei beginnen. De mist houdt echter nu nog hardnekkig stand. Ook de wind wil niet luwen.

We fietsen over het Klingspoor tussen twee waardevolle natuurgebieden op een oude spoorwegbedding langs het Stropersbos. Het Stropersbos strekt zich uit langs de Belgische kant van de grens en is ongeveer 300 hectare groot. Daardoor is het één van de grootste bos- en natuurgebieden van Oost-Vlaanderen. Tussen 2001 en 2010 werd hier een groots natuurinrichtingsproject gerealiseerd om de natuur meer kansen te geven. De Clingse bossen bevinden zich aan de Nederlandse kant. We naderen het Belgische dorp Klinge. Bij het voormalige treinstation van Klinge houden we een sanitaire stop aan de 'Oude Statie'. Meteen komt de zon tevoorschijn. De wolken breken open en we zetten ons aan het enige vrije tafeltje op het terras. Proost.

Het is 15:45u als we over de grens van Nederland rijden, op het grondgebied van Zeeland. We moeten nog ongeveer 5 kilometer fietsen. We rijden door het historische drukke centrum van Hulst. In het oude vestingstadje is het feest. Op de markt, bij de kerk, draait de kermis op volle toeren. Kinderen kraaien van de pret. Hekwerken staan langs de stoeprand te wachten op de wielrenners. We fietsen langs de Dubbele poort naar de Tivoliweg tot bij het B&B huisje: 'Carpe Diem'. Onze gastheer leidt ons rond in ons moderne stulpje. Onze fietsen mogen in de garage om de batterijen op te laden. We hebben vandaag 52 kilometer gefietst. Het is zonnig geworden en een paar graden warmer. Wat later stappen we terug naar het centrum van Hulst voor een welverdiend avondmaal. Foto’s: Rina Meurs.












13-08-2018 om 09:34 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-08-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Asroute

Fietsknooppunten: 41 – 565 – 551 – 60 – 61 – 63 – 62 – 532 – 64 – 567 – 29 – 30 – 535 – 565 – 41.

Geplande afstand: 41,9 km.

Vertrek: Vlakbij het voormalige station in de Stationsstraat van As.

 

Zondag 6 mei 2018. Het is rond acht uur in de vroege morgen als we met de auto richting Luik vertrekken. Het is redelijk rustig op de ring rond Antwerpen. Het scheelt een pak als er geen vrachtwagens rijden. Een half uur later bevinden we ons al in de provincie Limburg. We zijn net het bord voorbij gereden waarop de vriendelijke Limburgers ons welkom heetten. Aardig toch? Aan afritnummer 24 verlaten we de E314 en rijden richting Tessenderlo. Ons Rina heeft van de kinderen en vrienden een Bongobon cadeau gekregen voor haar zestigste verjaardag. Een uitstekende reden om eerst eens uitvoerig te gaan ontbijten voor we onze educatieve fietstocht aanvatten. We houden halt op de parking aan de Zavelberg nabij taverne 'Ter Scoete' in Tessenderlo, aan de rand van het drieduizend hectare groot natuurgebied 'Gerhagen'. Het domein Gerhagen is de groene long van Tessenderlo. Het domein heeft een oppervlakte van 945 ha en is samen met de Merodebossen één van het grootste aaneengesloten bossencomplex van Vlaanderen. Naast het gezellige eetcafé bevindt zich het Bosmuseum. Een bezoekerscentrum dat informatie over de natuur aanbiedt.

 

In het weekend kan je hier bij taverne 'Ter Scoete' ontbijten. Voor de hongerige wandelaar en fietser staat er een uitgebreid ontbijtbuffet klaar met diverse koude en warme gerechten. Al of niet voorafgegaan met een glas bubbels. Binnen in de taverne zijn alle tafels en stoelen bezet of gereserveerd en we krijgen een tafeltje op het terras aangeboden. De temperatuur wijst momenteel 15 à 16° Celsius aan. Het wordt beslist warmer vandaag maar nu houden we nog onze truitjes aan. We zijn trouwens niet de enigen die op het terras ontbijten. Er worden zelfs nog meer tafeltjes gedekt op het enorme terras. Na afloop van ons heerlijk ontbijt vertrekken we naar de Limburgse gemeente As.

 

Een paar minuten voor 11:00u draaien we de parking op naast het voormalige station van As. Het 'Station Asch' is het ideale vertrekpunt voor een fietstocht rond en door het Nationaal Park Hoge Kempen. Het is het  oudste station van Limburg. In de jaren '20, van vorige eeuw werd dit het beginstation van de kolentreinen. Vanaf dan speelde het station jarenlang een centrale rol in de steenkoolontginning in deze streek. Van hieruit vertrokken de vele mijnwerkers en kolenwagens naar de nabij gelegen mijnen in Eisden, Waterschei en Winterslag. Het mijnverleden is hier nooit ver weg. Nu staat er een gerestaureerde trein met het smalste bezoekersonthaal van het Nationaal Park. Het vroegere stationnetje is nu een gezellig eetcafé waar je de sfeer van weleer nog steeds kan opsnuiven. Het perron doet dienst als terras waar momenteel al enkele dorstige of hongerige aan picknicktafeltjes op een consumptie zitten te wachten in het vroege lentezonnetje. Aan de overzijde van het perron staan verschillende kraampjes opgesteld. Muziek klinkt uit de luidsprekers. Vandaag is het de tweede dag van 'Smaak'. Een foodtruckfestival die het 'Station As' omtovert tot één groot sfeervol openluchtrestaurant. Van Aziatisch tot Zuid-Amerikaans, er is voor iedereen wat wils. Er is, voor straks muziek en dans, een openluchtfilm en volop animatie voorzien. Genieten tussen de treinen dus. We laten de fietsen nog even op het fietsrek en wandelen langs de geurige kraampjes naar de oude historische treinstellen die werden opgesteld. Een buffetwagen en een slaapwagon zijn aan elkaar gekoppeld. Op deze manier wandelen we tot bij de uitkijktoren.

 

De 31 meter hoge uitkijktoren is een replica van de boortoren waarmee de Leuvense professor André Dumont in 1901 op 541 meter diepte de eerste steenkool in Limburg ontdekte. Het is 'slechts' 130 trappen klimmen tot het hoogste punt. Het loont te moeite. Hier boven hebben we een weids uitzicht over de stations site en het Nationaal Park. In de verte zien we de twee hoge terrils van de voormalige steenkolenmijn, ook van de Mechelse Heide en Maasmechelen vangen we een glimp op. Na nogmaals 130 trappen naar beneden, wandelen we terug langs het gesloten bezoekerscentrum en het oude station naar de auto.

 

Voor we aan onze route beginnen fietsen we eerst langs de Stationstraat, we laten het stationnetje links liggen, en slaan dan de eerste straat rechtsaf in. Dit is de Schuttenbergstraat die we volgen tot achter de sporthal. Hier ligt, net buiten het centrum van As, de Geologische Wand, een overblijfsel van de voormalige grindhoeve Hermans. De wand van deze Grindgroeve toont de geologische afzettingen van de laatste 300.000 jaar. Via de trappentoren van 8,5 meter, kunnen we de wand op diverse niveaus bekijken. Eens boven, na 50 trappen, staan we in een gemengd bos van loof- en dennenbomen. De stilte wordt slechts onderbroken door het gezang van verschillende vogels. Een lust voor het oor. De loopbrug vormt de verbinding tussen de bodem van de groeve en het oorspronkelijk niveau. Eens terug beneden fietsen we weer naar de grote baan die we oversteken en knooppunt 41 volgen. We duiken meteen het bos in. Linksaf over een asfalt pad richting station van As. We houden een fotohalte bij het monument voor de op 21 juni 1944 neergestorte RAF Lancaster III LM580 DX-L. Een bommenwerper die hier vlakbij neerstortte met als opdracht om een olie-installatie in het Wesseling Ruhrgebied (D) te bombarderen. Het toestel steeg op in Groot Brittannië op 21 juni 1944 om 23:07u. Boven Eindhoven (NL) werd het vliegtuig beschoten door Duits afweergeschut. Op bevel van de jonge piloot Ginger Guy (22) zijn zes bemanningsleden uit het vliegtuig gesprongen. De piloot trachtte het toestel vliegend te houden maar is in valvlucht met de volledige bommenlading neergestort, hier aan het station, ongeveer op de plek van dit monument. De piloot kwam daarbij om het leven. Hij is begraven op het kerkhof van As. Het monument werd ingehuldigd op 21 juni 2014.

 

Via het smalspoor van het minitreintje fietsen we opnieuw langs de hoge uitkijktoren. Voorbij de spoorweg moeten we rechtsaf langs de parking. Het is een stevige klimming op de nieuwe fiets- en voetgangersbrug over de N75 of de Europalaan. De brug is gebouwd in 2013-2014 en heeft een lengte van 90 meter. Na knooppunt 41 duiken we het bos in van het Nationaal Park Hoge Kempen 'Mechelse Heide'. De Mechelse Heide is hét wandelgebied bij uitstek in het Nationaal Park. De wandelingen ten zuiden van deze weg brengen de wandelaar naar de hoogste punten van de Hoge Kempen met vergezichten tot in Duitsland. Op 23 maart 2006 werd het Nationaal Park Hoge Kempen officieel geopend. In dit natuurreservaat worden meer dan 5000 hectaren bos en heide beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid. De regio heeft iets bijzonders met zijn uitgestrekte natuur. Op de fiets en zelfs bij een wandeling proef je van al dat moois dat de streek te bieden heeft. Op een foldertje van “Kolenspoor” staat te lezen: 'De Hoge Kempen is het grootste bos- en natuurgebied van heel Vlaanderen. Grote waterplassen bleven achter daar waar zand en grind werd gewonnen. De hoogste 'toppen', 100 m hoog, bieden schitterende vergezichten. Het is een thuis voor tal van zeldzame en bijzondere dieren. Een ontmoeting met een ree is geen uitzondering en vlinders zoals de koninginnenpage kleuren de zomer. Bijzondere bewoners zijn de gladde slang, de mierenleeuw en de bijenwolf. Grote stenen en kleine keien getuigen van de laatste ijstijden en geven een magisch gevoel'. Als we de E314 voorbij zijn komen we automatisch bij Camping Kikmolen aan de Kikmolenstraat. Van de Kikmolen, naast de Kikbeek, rest slechts het molenhuis zonder molenrad. De korenmolen werd gebouwd in 1480 maar werd herhaaldelijk gerestaureerd en gerenoveerd. 

 

Na knooppunt 61 rijden we op het grondgebied van Maasmechelen door de gemeente Opgrimbie. We geven onze ogen de kost want we fietsen langs recent gebouwde villa's met prachtige siertuinen. We staan soms stil om van de azalea's, rododendron struiken en seringen te genieten. We proberen hun geur op te snuiven. Sommige tuinen kleuren geel van de brem die  volop staat de bloeien. Een streling voor het oog. We fietsen momenteel op een hoogte van 42 meter. We fietsen daarna langs de rand van het natuurpark.

 

Voorbij knooppunt 63 fietsen we over de 'Ziepbeek'. Het water van de beek is erg zuiver en voedselarm. Verderop rijden we terug door een uitgestrekt dennenbos dat wordt afgewisseld met heide. Het is nog te vroeg om te genieten van paars bloeiende heide.

 

Bij knooppunt 62 moeten we rechtdoor fietsen maar houden eerst een verfrissende stop bij het “IJsparadijs”. Er is niet veel plek meer in de schaduw. Het is bijna een wedloop naar een schaduwrijk tafeltje met twee stoelen. Terwijl ons Rina geniet van een Yoghurtijs met stracciatelli, offer ik mij op bij een koele verfrissende en lekkere Duvel. Het is niet alleen een komen en gaan van fietsers en  wandelaars want ook talrijke auto's houden halt op de grote parking naast het ijssalon. Naderhand  fietsen we voldaan weer verder, pal naast een grote weide met boter- en paardenbloemen die in het zaad staan. Een rukwind blaast de pluisjes de hoogte in. Het lijkt net heel fijne sneeuw. Best niet inademen. We hebben momenteel 20 kilometer gefietst. De lucht is nog steeds lenteblauw. Geen wolkje aan het firmament te bespeuren. Volgens mij meet de temperatuur meer dan 25° C aan. Goed dat we niet constant in de zon moeten fietsen. Het bladerdek in het park en de bossen beschutten ons tegen de felle zonnestralen. We rijden door Stalken, een gehucht van Zutendaal. Bij de grote veldkapel, die gewijd is aan O.L. Vrouw van Rust, houden we even halt. Het interieur oogt mooi door de vele plaasteren beelden op het altaar. De muren zijn wit geschilderd en met fotokaders behangen. Enkele stoelen nodigen uit om te mediteren. Naast en over de kapel staan twee villa's te koop. Ons Rina heeft snel haar keuze gemaakt en wil al morgen verhuizen. Maar ik denk dat mijn pensioen niet toereikend is. We blijven in ieder geval hopen op een mirakel.

 

Even verder werd een monument opgericht van Jeroen Brouwers in 2007. “De zin van het leven”. Is dit mogelijk de zin van het leven: 'Sporen achter laten?'. Verderop rijden we via een brug over de 'Bezoensbeek'. De beek ontspringt ter hoogte van Kalken en kabbelt rustig door het landschap.

 

Bij het volgen van knooppunt 29 fietsen we door het industrieterrein van Zutendaal. Het is rustig rijden momenteel omdat het zondag is. Morgen moet je hier uiterst voorzichtig zijn en waarschijnlijk slalommend tussen de trucks fietsen en heb je ogen te kort om je veiligheid te garanderen. Net voor het centrum van Genk slaan we rechtsaf. Het is heuvel op en af. Het is hier hoorbaar stil. Niets dan groen rondom ons. Goed dat er nog vogels zijn. Een lust voor het oor. We zijn de enige levende zielen. Momenteel staan we stil op een open plek met enkele hoogspanningsmasten. De hoge pylonen misstaan hier tussen het vele groen. We proberen ze weg te denken maar verderop staat er weer één. Vlakbij werd een infobord geplaatst: 'De 380 kv-hoogspanningslijn vertrekt in Zutendaal en komt na 40 kilometer toe in Maaseik'. Rechts van ons in de vallei bevindt zich recreatievijver 'Papendaalheide'. Een surfplas van Zutendaal waar ook wordt geroeid, gekajakt en gezwommen. Een afrijs eindigt net boven het water. Op het strand liggen de zonnekloppers.

 

We komen bij de muur van 'kattevennen'. Een van de poorten tot het Nationaal Park Hoge Kempen.  Hier ligt het accent op de kosmos. In de cosmodrome verken je het heelal in de 360° dome. Naast sterrenkijken kan men hier minigolven, wandelen, fietsen en paardrijden. Paardrijden is tegenwoordig een heerlijke bezigheid geworden. In draf door de bossen of galopperen langs de uitgestrekte heidevelden. In augustus wandel je door zeeën van paarse heide. Het is een heerlijke brok ongerepte natuur van 5.700 hectare met dennenbossen, paarse heidevlaktes, glinsterende vijverlandschappen en hoge rotstoppen met eindeloze vergezichten. Het Europlanetarium is één van de vijf actieve volkssterrenwachten van Vlaanderen.

 

Het is 30° Celsius als we terug bij de auto zijn. We hebben in totaal 45,8 kilometer gefietst. Het is druk nu aan het stationnetje van As. Bij de kraampjes zitten mensen te eten en te drinken. De sfeer zit er goed in. Wij rijden naar huis. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.












01-08-2018 om 07:43 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)
17-07-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Etten - Leur

Dag 3, zondag 22 april 2018. Bewolkt en winderig. Niet echt het ideale weer voor een fietstocht. We besluiten om een wandeling te maken in het centrum van Etten-Leur voor we naar huis toe keren. In Etten-Leur willen we van de gelegenheid profiteren om meer te weten te komen over het leven en het werk van Vincent van Gogh. De Nederlandse kunstschilder werd geboren te Zundert in 1853 en stierf op jonge leeftijd te Frankrijk in 1890. Hij verbleef in dit dorp van 1875 tot 1882. We parkeren de auto op een gratis parking in de Wipakker (straat). De dorpjes Etten en Leur werden in 1969  samengevoegd tot één gemeente met een rijk verleden. Het dorp heeft sinds 2005 een vernieuwd centrum en dat gaan we duidelijk merken.

 

We wandelen de Wipakker teneinde en komen vanzelf op de Markt (straat). Linksaf tot bij de Sint-Lambertuskerk. Een kruisbasiliek met toren uit 1877. Net vandaag is het de grote dag voor de eerste communiekanten. Hopelijk kunnen de mooi uitgedoste kinderen genieten van een aangenaam feest zowel in de kerk als thuis. Het Heilig Hartbeeld vooraan dateert uit 1926.

 

Het oude Raadhuis, verderop aan de Markt, is het vroegere gemeentehuis van Etten. In de gevel staat het bouwjaar 1776 vermeld. Het prachtige pand met bordes doet nu vooral dienst als vergadercentrum. De meeste ambtenaren zitten sinds 2015 in het Stadskantoor aan de Roosendaalseweg.

 

Na zijn besluit om kunstenaar te worden keerde Vincent van Gogh terug naar zijn ouderlijke huis, achter de kerk, in de niet meer bestaande pastorie van Etten. Hij gaat steeds serieuzer tekenen. Naast de Van Gogh kerk, waar zijn vader predikant was, bevindt zich de voormalige kosterswoning. Dit karakteristieke en pittoreske pandje werd in 2007 verbouwd en ingericht als informatiecentrum van de Stichting Vincent van Gogh Etten – Leur. Op 19 december 2014 werd de kerk officieel geopend voor het publiek. In de kerk tonen negen kleurrijke ramen de thema's van zijn Ettense periode.

 

De Meiboom of Moeierboom is, volgens gegevens, van 1774. Vincent van Gogh begon zijn carrière in 1881, hier in Etten. Hier liet hij zich inschrijven als kunstschilder en richtte hij zijn eerste echte tekenatelier in. Vrijwel dagelijks passeerde hij dit natuurmonument, de Moeierboom. Vincent wandelde hier vaak. Hij hield van het dorpse karakter en van het landschap. In Etten vond Van Gogh inspiratie. Zijn verblijf hier was het kantelpunt in zijn leven.

 

Het uitzonderlijk beeld 'Un Stijloor' op de Markt is van kunstenaar Ron Dinven. Het beeld werd vervaardigd ter gelegenheid van het 44 jarig bestaan van de carnavalsgroep De Stijloren. Het kunstwerk werd onthuld in 1996.

 

't Kapelleke dat gewijd is aan Maria werd gebouwd in 1955. Achter de kapel werd in december 2014 de voormalig Nederlands Hervormde Kerk omgedoopt tot Van Gogh kerk. Het gebouw dateert uit de dertiende eeuw als overgebleven gedeelte van een verder verdwenen 16de eeuwse hallenkerk. De toren werd in 1771 opgetrokken. De vader van Vincent van Gogh, Theodorus, was hier van 1875 tot 1882 predikant. De kerk is sinds 1986 in gebruik als Raadzaal van de gemeente.

 

Het bronzen Vincent van Gogh beeldje werd in 1990 onthuld bij de stadskantoren ter gelegenheid van de honderdste sterfdag van Vincent van Gogh. Hier, ongeveer op deze plek, woonde het gezin Van Gogh van 1875 tot 1882. In de riante domineeswoning had Vincent zijn eerste atelier. Op 22 jarige leeftijd woonde Vincent niet meer bij zijn ouders, maar keert wel regelmatig terug naar het ouderlijk huis. Vaak omdat hij geld nodig heeft. In 1881, toen Vincent 28 jaar geworden was, trok hij negen maanden in bij zijn ouders, om zich volledig aan de schilderkunst te wijden. Op deze plek lag een prachtige tuin. Geheel vanuit zijn fantasie schilderde Vincent van Gogh in zijn meest kleurrijke Franse periode 'Herinnering aan de tuin in Etten'.

 

Op weg naar het Van Goghplein wandelen we langs de Nieuwe Nobelaer. Een cultureel centrum dat bestaat uit een theater, bibliotheek, een kunstuitleen en een speel-o-theek. Het complex dateert oorspronkelijk uit 1958 en werd al snel in de jaren zestig en zeventig uitgebreid. In 2014 echter besloot de gemeente tot een nieuwbouw omdat door betonrot het gebouw niet meer kon onderhouden worden.

 

Het heeft wat geduurd maar uiteindelijk vinden we het Vincent van Goghplein. De meeste inwoners weten zelf niet waar het plein zich bevind en enkelen sturen ons naar de Vincent van Gogh kerk als ze horen dat we een kunstwerk over Vincent van Gogh zoeken. Een jonge vrouw stuurt ons dan toch gelukkig de goede richting uit. Het plein bevind zich, op wandelafstand, buiten het centrum. Het kunstwerk “De zonnebloemen met de kraaien” staat te midden van een parking en werd onthuld in 2003. Het werd vervaardigd ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van Vincent van Gogh. Het bronzen beeld is 1,26 meter hoog en werd geïnspireerd op het schilderij “Het korenveld met de kraaien” dat Vincent aan het einde van zijn leven in Auvers (Frankrijk) schilderde.

 

Een prachtige afsluiter van een heerlijk weekendje in Nederland. Meer moet dat voor ons niet zijn. We wandelen terug naar de auto en rijden naar huis. Tot schrijfs. Foto's: Rina Meurs.








17-07-2018 om 01:42 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
>> Reageer (0)
01-07-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rucphenroute

Fietsknooppunten: 54-73-74-61-98-12-77-76-65-64-75-73-54.

Dag 2. Zaterdag 21 april 2018. Weer een stralende zonnige dag vandaag. We maken een tweede fietstocht door enkele Nederlandse dorpen met klinkende namen zoals Rucphen, Sprundel en Sint-Willebrord. We houden het hotel links van ons en volgen knooppunt 54. Het gebied heeft nog heel veel groen. 

Even voorbij knooppunt 54 houden we halt over de spoorweg Roosendaal – Dordrecht voor een prachtige foto van het voormalige station. Het werd opgetrokken als dienstgebouw in 1855. In 1884 werd er een verdiep op geplaatst en kreeg het de volwaardige naam van station. Vanaf 1999 werd het station omgebouwd tot winkel. Nu is het een volwaardige bloemenzaak geworden. We fietsen voorbij een tankstation langs de weg dat de bestuurders laat weten dat de E95 loodvrije benzine 1,53 euro kost. Een 20 eurocent duurder dan bij ons.

Na knooppunt 73 fietsen we via een viaduct over de E312. De Europese snelweg heeft een lengte van 160 km. Hij vertrekt ter hoogte van Vlissingen en eindigt bij het knooppunt Batadorp. Na de afdaling houden we halt bij een boerderij met een melktapperij in een blokhut. Je gooit geld in de automaat en de melk begint in de beker te stromen die je er onderhoud. De melk is fris en lekker. We zetten ons even buiten aan de picknicktafel om van dit moment te genieten. Verderop rijden we links van de Rucphenseweg op een fietspad dat afgeboord is met statige hoge loofbomen. Af en toe fietsen we in het zonnetje.

Aan knooppunt 74 wijken we af van onze route en volgen even knooppunt 72. Rechtsaf dus op de Gastelsebaan. Linksaf in de Heimolendreef tot aan de volgend kruispunt met de molen. De ronde stenen Heimolen is een beltkorenmolen die werd opgericht in 1844. In 2008 kocht de gemeente de molen en werd deze volledig gerestaureerd. Sinds 2012 draait de molen weer regelmatig door de hulp van een groep vrijwilligers. We keren terug naar knooppunt 74 en vervolgen onze weg over de Rucphenseweg die ons naar het dorp Rucphen brengt. Van ver zien we reeds de spitse kerktoren boven de daken van de huizen uitsteken. Het dorp Rucphen is gelegen in de luwte van de West-Brabantse stedenrij. Een vrijwel aaneengesloten gebied van bossen en heide bedekt één vijfde van haar grondgebied. Rucphen is een groene gemeente en heeft een rijk Rooms Katholiek verleden. De huidige Sint-Martinuskerk is een rooms Katholieke kerk van 1933. De voormalige oudere kerk en klooster dateerde van 1809 onder het bewind van het koningschap Lodewijk Napoleon. De kerk werd te klein bevonden en gesloopt. Om de kerk uit te breiden moest het klooster er ook aan geloven. De huidige toren werd in 1944 als gevolg van oorlogsschade verwoest en weer opgebouwd, echter in gewijzigde vorm. Het Heilig Hartbeeld is eveneens van 1933. Naast de kerk, staat de pastorie die dateert van 1869. Het dak werd rond 1900 vernieuwd en de garage werd in de jaren van 1920 bij aangebouwd. Het glas-in-loodraam stelt Sint Maarten en de bedelaar voor. In 2015 werd de pastorie verkocht om de nodige renovatie van de kerk te betalen. 

We verlaten het centrum en belanden bij de Rucphense bossen. De Rucphense Bossen zijn onderdeel van een omvangrijk natuurgebied van zo'n 1200 ha. Waar nu de bossen staan, lag vroeger stuifzand. Het gebied kent een uitgebreid routenetwerk voor zowel wandelaars als fietsers. Als we de Pierestraat indraaien ligt rechts het buurtschap ‘De Posthoorn’ met een enorme camping. Je vindt er staanplaatsen voor stacaravans en chalets. Het wordt onze eerste sanitaire stop. De chalet dient vandaag als rustplaats voor een verkwikkende marching waar talrijke wandelaars aan deelnemen. Op deze plek kan je even verpozen met hapje en een drankje aan democratische prijzen. Wij genieten mee.

Na knooppunt 61 fietsen we langs een open landschap met heide. We twijfelen er niet aan dat het tijdens de bloeimaand hier prachtig moet zijn. Het gebied wordt omzoomd door hoge dennen- en loofbomen. We worden verwend door het overdaad aan groen. Bomen langs ons pad en daarachter hectaren weide- en akkergrond.        

Bij knooppunt 76 zijn we pal in het centrum van Sprundel. Een rustig dorpje met talrijke parkeer mogelijkheden. We slaan rechtsaf, richting knooppunt 6, in de Sint Janstraat. Aan de Hertogstraat toornt de spitse kerktoren hoog boven ons uit de lucht in. We houden halt bij de kerk voor een paar foto's. De Sint-Johannes de Doperkerk is van 1922. De westertoren is echter ouder en dateert van eind 15e en begin 16e eeuw. Van 2012 tot 2014 werd de kerk een laatste maal verbouwd tot een multifunctionele accommodatie waarin kerkelijke en maatschappelijke activiteiten plaats kunnen vinden. Dat is duidelijk te zien aan de zijkant van de kerk. Er werden ramen en deuren aangebracht en het interieur vertoont enkele bureaus met stoelen en kasten voor archieven. In de Sint Janstraat, naast de kerk, werd in 1842 de pastorie gebouwd met aanpalende school. Ze heeft uiteraard veel verbouwingen gekend. De laatste renovatie gebeurde vier jaar geleden. Sindsdien is het pand een Brasserie geworden. We vervolgen onze weg langs de Sint Janstraat tot op de hoek bij café De Drie Zwaantjes. Hier moeten we rechtsaf in de Molenbaan. Eerste straat linksaf is de Molenerf met molen ‘De Hoop’. De stenen beltmolen werd in 1840 gebouwd op een natuurlijke of kunstmatig opgeworpen zandheuvel, de molenbelt genaamd, een aarden omwalling begroeid met gras. Op die manier werd het mogelijk om met paard en kar de molen binnen te rijden om de graanzakken te laden en te lossen. In 1970 kocht de gemeente Rucphen de molen die hem restaureerde en maalvaardig maakte. We krijgen een uitgebreide rondleiding. Vanaf de begane grond tot in de nok van de molen. De molenaar en de leerling molenaar laten zien hoe ze de wieken in de richting van de wind draaien. Het is geen werk voor watjes. De zeilen moeten aan de wieken gespannen worden omdat er te weinig wind stond. Eenmaal de wieken draaien dalen we terug af naar beneden en drinken gezamenlijk een kopje koffie. Er wordt nog nagepraat, gelachen en grappen vertelt, maar we moeten verder. We rijden terug naar knooppunt 76.

Vanaf knooppunt 65 fietsen we rechtdoor voor het centrum van Sint-Willebrord. Reeds van ver is de karakteristieke toren met de vier bij-torens zichtbaar. In 1841 werd er een parochie gesticht en een kerk gebouwd. Sinds 1885 is de gemeente een bedevaartsoord en in dat jaar werd een Lourdesgrot gebouwd vlak naast de kerk. In 1925 werd de huidige Rooms Katholieke Sint – Willibrorduskerk gebouwd. Vlak naast de kerk staat een mooie kopie van de grot van Lourdes die dateert van 1926. Voor de kerk is het processiepark dat ook in 1926 werd aangelegd. De beelden werden geplaatst tussen 1932-34. Langs de Poppestraat verlaten we het centrum en moeten we weer de E312 over en via een smalle asfaltweg passeren we grote prachtige woningen met reusachtige voortuinen. Rechts van ons zoeft een trein voorbij richting Roosendaal.

Nog voor knooppunt 73 fietsen we langs het ‘Breda International Airport’. Het vliegveld wordt voor verschillende doeleinden gebruikt zoals zakenvluchten, rondvluchten en lessen. Het vliegveld stond bekend onder de naam Seppe Airport dat in 1949 in gebruik werd genomen als zweefvliegveld. Later kwamen er de motorvliegtuigen bij. Sinds maart 2014 werd de naam gewijzigd. Aan knooppunt 54 moeten we rechtdoor tot ons hotel. De fietsteller staat op 27,5 km. Foto’s: Rina Meurs.








01-07-2018 om 00:24 geschreven door Luc Verschooten  

0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
>> Reageer (0)


Inhoud blog
  • Leuvenwandeling
  • Liberationroute
  • Van Moerkerke (Damme) naar Blankenberge
  • Van Assenede naar Moerkerke (Damme)
  • Van Hulst naar Assenede
  • Wandeling Hulst
  • Met de fiets naar de kust
  • Asroute
  • Etten - Leur
  • Rucphenroute
  • Bosschenhoofd
  • Alblasserdamroute
  • Tulpenroute
  • Van Goghroute
  • Goeree Overflakkeeroute
  • Ka emigreert
  • Kidnapping
  • Ka vertelt
  • De Kunstroof
  • Nieuwjaarsbriefje
  • Ka de Kabouter
  • Brechtroute
  • Zeevruchtenroute
  • Kieldrechtroute
  • Kapelle-op-den-bosroute
  • Asteneroute
  • Melleroute
  • Linieroute
  • Woudrichemroute
  • Perenroute
  • De Oude Landen
  • Tuinhalloween
  • Winterwandeling
  • De Draak
  • Druivenroute
  • Rudolf de hond
  • De Laatste Speeldag
  • Kapellenroute
  • De Merel
  • Tussen Beer- en Oubroek
  • Fitness
  • Steenhuffelroute
  • Pajottenroute
  • Mollemroute
  • Everzwijnen
  • Melay 4
  • Melay 3
  • Melay 2
  • De Pinguïns
  • Melay 1
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Archief per maand
  • 01-2019
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 03-2014
  • 02-2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    windowsgids
    www.bloggen.be/windows
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    chihuahualiefhebber
    www.bloggen.be/chihuah
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    tlissewegenartje
    www.bloggen.be/tlissew
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    beautifulday4makeup
    www.bloggen.be/beautif
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    beautifulday4makeup
    www.bloggen.be/beautif
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    movieearth
    www.bloggen.be/movieea
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    ericdemeyer
    www.bloggen.be/ericdem

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!