Mijn nieuwste boek (Uit het schuim van de zee) behandelt de hele Griekse mythologie in 136 verhalen. Het is te verkrijgen in de boekhandel vanaf 1 augustus 2011.
FLAUW EN PUBERAAL, MAAR... GOED BEDOELD.
Dit soort verhaaltjes vindt u bij de vleet ('n 200-tal) op www.bloggen.be/kris
24-05-2012
Geëngageerd gedicht.
Geëngageerd gedicht:
ceo’s, pdg’s,
topmanagers
met hoge weddes,
dienstwagens,
ontslagpremiën
en bonussen allerlei…
ik gun het hun
van harte
- dáár niet van -
en in feite
zou ‘k het gunnen
aan iedereen…
maar wat me kwelt:
- ‘k had zo graag
een antwoord
op de vraag -
wat doen die lui
met al dat geld?
Commentaar bij de eerste strofe:
Aanleiding tot dit gedicht is het verschijnen van de memoires van Jean-Luc Dehaene, die (als we de media mogen geloven), gepensioneerd en dus op non-actief zijnde, nog steeds grote sommen binnenrijft. Maar eerlijkheidshalve dient hier aan toegevoegd: hoge (en dikke) bomen vangen veel wind en andere, kleinere en dunnere bomen, rijven vaak nog véél grotere sommen binnen dan Jean-Luc.
Commentaar bij de tweede strofe:
‘k Zou het vooralgunnen aan allen die gebrek lijden en in ’t bijzonder die sukkelaars die ’s winters hun nachten doorbrengen in het Sint-Pietersstation in Gent, gewikkeld in een heerlijk warme wollen deken.
Commentaar bij de derde strofe:
En daarmee weten we nog steeds niet wat “die lui” doen met al dat geld. ’t Zou alvast een heel goede bestemming kunnen krijgen…
’t Is de laatste tijd weer al kwel en kommer in de media. Bijna niets dan slecht nieuws. Hier en daar slechts een lichtpuntje. Laat ik het lichtpuntje voor ’t laatst houden. De donkere bladzijde open ik meteen: over de seksuele aberraties in onze maatschappij, de sexuele intimidatie van de vrouwen, de ongewenste intimiteiten en dat soort zaken.
Mag ik om te beginnen iets duidelijk stellen? Dat afwijkend seksueel gedoe is niet typisch voor onze tijd. Het bestond vroeger ook. Het kwam alleen niet of nauwelijks aan bod in de media. “Kindermisbruik” was overigens geen “voorrecht” van de katholieke scholen: in mijn memoires (O jerum jerum jerum, 2006, pag.33) heb ik zo’n geval van verregaande “seksuele intimiteit” van een leraar met een van zijn leerlingen beschreven, en dat speelde zich af in een niet-katholieke school…
De gevolgen van dat onbehoorlijk seksueel gedrag kunnen soms heel ernstig zijn voor de “slachtoffers” en een enkele keer ook voor de “daders”. Maar deze laatsten verdienen natuurlijk niet beter, hoor ik u al zeggen, beste lezer. Neem nu Pol V. die door het uitlekken van zijn ongewenst seksueel gedrag in ’t verleden nu een burgemeesterssjerp aan zijn neus ziet voorbijgaan. Een peulschil natuurlijk als men het vergelijkt met die talloze vrouwenlevens die hij verwoest heeft. Het geval van Pol V. doet mij denken aan het geval van één van mijn vrienden, die gynecoloog was, nu gepensioneerd. Hij had de onhebbelijke gewoonte sommigen van zijn patiënten een lichte “vriendschappelijke” tik tegen het achterwerk te geven bij het afscheid, nadat hij ze, nota bene, tijdens de raadpleging van binnen en van buiten had bepoteld. Soms was die vriendschappelijke tik zelfs een “vriendschappelijke kneep”, hetgeen hem de bijnaam “de billenknijper” bezorgde. Iedereen die de dokter een beetje kende wist dat en niemand die er over viel. Volledigheidshalve moet ik er aan toevoegen dat hij zo’n “supervriendelijk afscheid” voorbehield voor dames van middelbare leeftijd en rijpere dames, zeg maar voor diegenen die allerminst aanspraak hadden kunnen maken op de titel van miss België. Hij had geen andere bedoeling dan die “minderbedeelden” een hart onder de riem te steken, alsof hij wilde beduiden: ondanks je ziekte, ondanks het “onappetijtelijk” onderzoek van daarnet vind ik jou best nog aantrekkelijk. Bij een jonge schoonheid – ze konden mij enkel maar bekoren als ze aangekleed waren, zei hij – zou hij dat “billenknijpend afscheid” nooit toegepast hebben. Daarvoor was hij veel te ernstig. Ik ben er vast van overtuigd dat hij nooit bewust enige “verkeerde” handeling heeft verricht. Maar dat hijzelf vaak sexueel misbruikt werd, dáár ben ik evenzeer van overtuigd: meerdere malen kwamen vrouwen met een smoesje’s mans advies en tegelijk een “grondig” gynecologisch onderzoek aanvragen. En nadat hij zo’n dertig jaar billenknijpend door het leven was gestapt werd zijn ziekenhuiscarrière bruusk onderbroken. Een drietal “slachtoffers” haddensamen een klacht ingediend, gesteund door een advocaat die niet tot de geringste kon gerekend worden. De ziekenhuisdirecteur kon niets anders dan de dokter ontslaan, met pijn in ’t hart weliswaar want dokter V. was een uitstekend verloskundige en chirurg.Uiteindelijk heeft hij een privé-praktijk gehouden, gedurende vijf jaar, tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Het zijn vijf rustige jaren geweest, zonder de stress die het ziekenhuisleven met zich meebrengt. Dat ontslag? Eén van de beste dingen die mij overkomen zijn, placht hij te zeggen. Het werd overigens nooit aan het klokzeel gehangen en maar weinig mensen hebben geweten dat hij niet vrijwillig in het ziekenhuis is opgestapt.
Nog zo’n geval, waarvan de media dezer dagen bol staan is dat van Jos G. Een man van radio en teevee, tevens auteur van vooral korte verhalen. Hij wordt aangeklaagd door een dame waarmee hij jaren heeft samengewerkt en zelfs een tijdje mee heeft samengewoond. Nu, een jaar of veertig na de feiten, klaagt ze hem aan voor ongewenste seks en voor het feit dat hij haar om de haverklap bont en blauw zou geslagen hebben. Dat laatste kan ik nauwelijks geloven. U moet namelijk weten dat Jos G. een mager schriel mannetje is. Je zou hem, bij wijze van spreken, zó kunnen wegblazen. Een beetje uit de kluiten gewassen vrouwmoet zich tegen zo iemand heus wel kunnen verdedigen. Maar laten we de stok in twee doen. Slagen? Akkoord. Maar bont en blauw? Laten we het enkel maar op bont houden. Of op blauw. En “om de haverklap”? Laten we zeggen: af en toe eens, “als ’t pás gaf”…
Maar ik had ook nog goed nieuws achter de hand. Een, weliswaar zeldzaam, lichtpuntje. De kroonprins van het Groot-Hertogdom gaat trouwen met een Belgische. Ze is van zwaar adellijken bloede natuurlijk, en ze woont in Anvaing. De blauwbloederigeaanstaande bruid woont weliswaar in Wallonië, maar dan toch in een dorpje dat vlak bij de Vlaamse grens ligt, een grensgemeente van Ronse, en waar zeer veel Vlamingen wonen. En ze heeft een universitair diploma: ze is germaniste! En ze kent vier talen: Frans, Engels, Duits en Russisch.
Van al mijn dierbare afgestorvenen zijn tante Jenna en tante Irma mij het dierbaarst, mijn ouders niet te na gesproken. Tante Jenna is de linkse op de foto. Ze woonde in Anzegem, in ’t begin van de Wortegemse steenweg, op een paar honderd meter van de kerk. Ze had er een kruidenierswinkeltje en daar is nu de pralinenwinkel van Leonidas gevestigd. Tante Irma woonde in een klein huisje achter de kerk. Dat huisje heeft samen met nog een paar andere huisjes plaats moeten maken voor een flatgebouw… Ofschoon de beide tantes elk een eigen woning hadden, verbleven ze de laatste jaren van hun leven vrijwel steeds in elkaars nabijheid, de ene dag in het huis van tante Jenna, de andere dag in het huis van tante Irma. Achteraan het huis aan de Wortegemse steenweg was een koertje en daar stond een bijgebouw, dat ze het washuis noemden. Achter de raampjes van het washuis stonden vier postuurtjes in porselein. Op de foto zijn ze goed te zien tussen de twee poserende tantes. In ’t midden: twee vrijwelidentieke beeldjes, voorstellende een peuter die fier en geduldig de wacht houdt naast iets wat een huisje zou kunnen zijn, of een staande klok of misschien wel een duiventil… voor één duif. Maar méér was ik geïntrigeerd door de koppeltjes aan de zijkant: links vraagt het knaapje aan het meisje of ze zijn liefje wil worden, rechts keert hij zich boos van het meisje af – omdat zij iets verkeerds gezegd heeft – en nu probeert zij op haar beurt weer in zijn gunst te komen. Dat is het verhaal dat de tantes aan de beeldjes koppelden en ik was erdoor gefascineerd. In huis, goed verstopt in een kast bewaarde tante Irma nog een ander beeldje. Het was van kostbaarder porselein dan de beeldjes van tante Jenna en er was nog een veel wonderbaarlijker verhaal aan verbonden. Af en toe, bij uitzonderlijke gelegenheden en als ik heel braaf was geweest, ging de deur van de kast open enmocht ik dat beeldje aanschouwen en naar het bijbehorende verhaal luisteren. Tientallen keren heb ik het verhaal gehoord en nooit heeft het mij verveeld. Het beeld stelt eenklein jongetje voor en een meisje met een pop. Bij het jongetje ontbreekt de rechter hand. “Wil je mij?” vraagt het jongetje “maar ik moet je bekennen dat ik maar één handje heb”. “Geeft niets” zegt het meisje “want ook ik ben niet zo’n goede partij: ik heb reeds een kind!”
De vier beeldjes van tante Jenna zijn verdwenen. Het “kostbare” beeldje van tante Irma eveneens. Ten minste, dat dacht ik. Enkele dagen geleden is het opgedoken op mijn zolder, in een kartonnen doos tussen allerlei rommel. Jaren zijn Sander en Katlijn deerlijk verwaarloosd geweest. Maar nu ze op mijn blog staan kan de hele wereld ervan genieten (klik hier: www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=1802493). Van de vergeetput naar de eeuwige roem!...
DE LANGESTRAAT(foto genomen rond 1960, vóór het café "De twee Vlaanders" t.g.v. de jaarlijkse kermis)
Extreem lang is ze niet, de Langestraat, maar toch lang genoeg om een behoorlijk traject te hebben in zowel het Westvlaamse Anzegem als het Oostvlaamse Elsegem. Dé straat uit mijn kinderjaren. De straat is nu bijna volgebouwd en er wonen mensen die hun buren niet eens kennen. Toen kende iedereen iedereen. Ikzelf woonde in de Broekstraat, een uitloper van de Elsegemse Langestraat. Ha, er waren wel degelijk verschillen tussen de Anzegemseen de Elsegemse Langestraat. Het Anzegems klinkt een beetje anders dan het Elsegems en café’s waren er alleen aan de Elsegemse kant. Zes stuks: “De twee Vlaanders”, “Den Anker”, “De nieuwe Vlasbloem”, “De Zwemkom”, “De Jazzband” en “Café Roger”. Genoeg om telkenjare, rond eind juni, een flinke wijkkermis te houden. Ach, die jaarlijkse kermis in de Langestraat! Het begon op zaterdag in de namiddag. Er hingen een stuk of vier luidsprekers, waaruit muziek klonk tot héél laat in de avond. Van die muziek van toen kon ik als kleine jongen heerlijk genieten in mijn zacht bedje: ik liet mijn slaapkamervenster wagenwijd openstaan om “alleen op de prairie” en “de jodelende fluiter” beter te laten binnendringen. De zondag was er weer muziek van in de morgen en iedereen keek uit naar het grote evenement van de dag: de wielerkoers. ’t Was een koers voor nieuwelingen, jongens van een jaar of achttien: voor mij waren het stuk voor stuk helden. De grotere kerels waren gebrand op “het groot bal” dat na de koers gehouden werd in het kleine danszaaltje dat bij het café “De nieuwe Vlasbloem” hoorde. Van alle café’s was “De nieuwe Vlasbloem” mij ‘t meest vertrouwd omdat die uitgebaat werd door Achiel Callens (Makker Kallies in de volksmond). Achiel was een zéér populaire figuur. Hij is de tweede van links op de voorste rij. Naast hem (derde van links) zit de burgemeester Emiel Declercq. Hij is zo’n veertig jaar lang burgemeester geweest in Elsegem, een eenvoudige landbouwer, de enige burgemeester die er in Elsegem is geweest die niet van adel was. Vóór hem waren er de opeenvolgende burggraven de Ghellinck d’Elseghem, en na hem kwam de fusie met vier andere gemeenten. In feite was het mijn nonkel Richard, de gemeentesecretaris, die toentertijd de touwtjes in handen had in de gemeente. Nonkel Richard had drie jaar middelbare studies gedaan en nog enkele maanden “bestuurswetenschappen” gestudeerd. Voor dié tijd was hij een geleerd man, die in zijn eentje beredderde wat er in Elsegem te beredderen viel. Achter de burgemeester staat Achiels vrouw, Gusta. Beiden waren goed bevriend met mijn ouders en Achiel en mijn grootvader Gustaaf waren erg “close”. Daar kwam nog bij dat Achiels kleinzoon mijn beste jeugdvriend was en bij zijn grootouders inwoonde. In de nabijheid van “De nieuwe Vlasbloem” stond een frietkot en op ’t hof van café “Den Anker” stond een schiettent en een draaimolen. De maandag waren er volksspelen en de klassieke valiezenkoers. Die koers werd telkenjare gewonnen door Maurice Dekeyzer – iedereen noemde hem Kiekske Keizers – een klein ventje dat al vrij bejaard was en niet veel kracht meer in de benen had, zodat het ieder jaar moeilijker werd om hem te laten winnen… maar het moést nu eenmaal, want Kiekske was de keizer en die moést winnen, want ’s anderendaags, de dinsdag, diende de kermisafgesloten te worden met een feestelijke stoet met praalwagens, ter ere van de keizer, die daarna iedereen tracteerde in al de café’s tot groot jolijt van allen en totgrote ergernis van Lieske, Kiekske Keizers halve trouwboek. Ik denk dat Kiekske zich nooit gerealiseerd heeft dat ze hem “lieten winnen”.
Halverwege de jaren vijftig begon het succes van “De nieuwe Vlasbloem” te tanen en dat had veel, zoniet alles, te maken met het feit dat Irene, de wondermooie dochter van Achiel, de ware had gevonden en ermee getrouwd was. Ik was toen al groot genoeg om alleen op café te gaan. Als een volleerde tooghanger in “De twee Vlaanders”: dat was heel erg stoer – het woord “macho” was toen nog niet uitgevonden. De uitbater was Omer Kiekens – uiterst links onderaan – die later opgevolgd werd door de alom gekende en geliefde en helaas te vroeg gestorven Piet Vankempen (bovenste rij, vierde van rechts). Piet heette in feite Michel Dekimpe, maar bijna niemand wist dat. Hij was “Piet” van in zijn prille jaren, genoemd naar de befaamde Nederlandse baanwielrenner Piet Vankempen. Niet dat ze op elkaar leken, maar omdat de achternamen een beetje gelijkluidend waren, naar ik vermoed. ’t Was enkel maar op zondagmorgen, na de hoogmis in Grijsloke, dat ik in “De twee Vlaanders” binnenging en ééns in de vijf weken was dat ook om mijn haar te laten knippen. Achteraan in een hoek van ’t café, en alleen op zondagmorgen, oefende Roger Kiekens dáár het vak van haarkapper uit. Roger was een zachtaardige zeer begaafde jongeman: naast belastingcontroleur was hij ook een getalenteerd accordeonspeler. De prijs voor een “kapbeurt” was belachelijk laag: vijf frank, en dat was precies de prijs van een pint bier. Het was maar logisch dat die prijs opgetrokken werd. Ineens ging het naar twintig frank: nog steeds goedkoop, maar toch een prijsstijging van… driehonderd percent! Een verschil van drie pinten. Vanwege die drie pinten heb ik daarna twee keer mijn haar laten knippen bij Tillie Kok, een bejaarde man in het Anzegems deel van de Langestraat, en die het nog steeds deed voor vijf frank. Maar Tillie praatte almaardoor en zijn adem rook niet al te best, zodat ik na die twee keer teruggekeerd ben naar Roger Kiekens… en ik heb er geen pint minder om gedronken. Roger is de tweede van rechts op de onderste rij. Zijn lief vrouwtje, Maria, is de derde van rechts op de middenste rij. Ze is vorig jaar ter ziele gegaan, een lot waaraan er pas twee ontsnapt zijn tot op de dag van heden: Roger Kiekens zelf en Gabriëlle, de fiere dame achter hem, de vierde van rechts. Al die anderen zijn dood. Ik zit er met betraande ogen naar te kijken. Die foto, hij lijkt zo recent. Al die lieve mensen die ik stuk voor stuk zo goed gekend heb en met wie ik ben opgegroeid. Ze zijn er niet meer, net als de kermis. Net zo min als die mensen zal de kermis nog ooit terugkeren, want alle café’s van de Langestraat zijn weg en er woont daar nu veel te veel volk in al die nieuwe huizen. Maar de geboortegrond, die is er nog. Het ouderlijk huis renoveren en hier weer komen wonen, is mijn lang gekoesterde droom. Maar de bouwvergunning voor de renovatie is afgekeurd en er moet een nieuwe aangevraagd worden. Dat brengt slapeloze nachten mee voor deze bejaarde hartlijder en op zijn minst drie maanden vertraging. Op mijn leeftijd betekenen drie maanden vertraging heel wat! Als de goedkeuring er ooit nog kómt, wel te verstaan… Misschien moet ik de titel van mijn memoires wijzigen: “Adieu Elsegem” in plaats van “Terug naar Elsegem”. Of “Niet terug naar Elsegem”?
Eindelijk heb ik mij weer verzoend met HLN (Het Laatste Nieuws). De liefde kan niet van één kant komen, had ik gedacht. Maar waarom niet eigenlijk? vraag ik mij nu af. Ik heb mij zelfs meteen een abonnement aangeschaft en ik beklaag het mij niet: in de weekend-editie van HLN waren er meteen al een half dozijn artikelen die mij geraakt hebben:
Artikel 1:
In Waregem heeft een man zijn vrouw met een bijl doodgeslagen. Ze hadden samen twee kinderen.Het lijkt erop dat de man een harde werker was. In de tuinbouw.Toen hij vorige week op een kwade dag “uitgeregend” thuiskwam, vroeger dan gewoonlijk, stond zijn lieve echtgenote opgedirkt en geparfumeerd te wachten op haar “amant”, een éénbenige bankdirecteur. Ze zouden samen naar de sauna gaan. De “doodbrave tuinaannemer” – een man kan ook wel eens té braaf zijn – moet zich in zijn werkplunje dodelijk vernederd gevoeld hebben. Met een bijl heeft hij haar dus doodgeslagen. Een familiedrama. In een opwelling van woede. Als de man zich Jef Vermassen kan permitteren mag hij, naar mijn bescheiden mening, op een vrijspraak rekenen.
Artikel 2:
Steve Stevaert zou een gebroken man zijn. De schuldige zou ene Houda E. zijn, een Marokkaanse, wier minnaar hij was. Eigen schuld, zou mijn moeder zaliger gezegd hebben. En ze zou er ongetwijfeld aan toegevoegd hebben: wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten. En ze had nog meer van dergelijke spreuken in haar repertorium. Hoe vindt u deze: “Als ge in een stront roert, dan stinkt hij”?
Artikel 3:
Een jonge vrouw heeft haar pasgeboren kind vermoord. Mede dank zij een goede advocaat komt zij er van af zonder effectieve gevangenisstraf. Maar bij de juryleden zullen de laatste woorden van de beklaagde zelf ongetwijfeld de grootste indruk nagelaten hebben: “Wat ik gedaan heb, was niet eerlijk tegenover mijn dochtertje. Ik heb haar geen kans gegeven. Maar ik zou u willen vragen om mij vandaag niet al mijn kansen te ontnemen”. Tegen dergelijke spontane woorden kan geen enkele verdediging, geen advocaat, geen openbaar ministerie, geen jury, geen rechter, tegenop. En wie wordt er in dit hele verhaal doodgezwegen? Een man die mijns inziens nochtans heel veel respect verdient: de vader van de vermoorde baby! Zijn bloedeigen kind is vermoord, met voorbedachten rade, en hij stelt zich niet eens burgerlijke partij. Dat getuigt alleszins van een tomeloze en onvoorwaardelijke liefde voor de moeder van zijn vermoorde kind en van een oneindige bescheidenheid. Hij heeft zich volledig op de achtergrond gehouden, zodat niemand weet wie hij eigenlijk is. Of zou er geen vader zijn? Natuurlijk wél! Ik kan mij moeilijk voorstellen dat het hier om een “in vitro fertilisatie” is gegaan. En spontaan zwanger worden, zomaar, zonder dat er mannelijk zaad aan te pas komt, daar is alleen de Heilige Maagd Maria in geslaagd, meer dan tweeduizend jaar geleden en sindsdien niemand meer…
Artikel 4:
Een kwarteeuw geleden stortte in de Kortrijkse deelgemeente Bellegem een onbemande Russische MIG-straaljager neer op een woning. Het was rond elf uur in de ochtend. Van het huis bleef alleen nog puin over, geen steen stond nog op een andere. De enige persoon die in het huis verbleef, een zeventienjarige jongeman was, vanzelfsprekend, op slag dood. Enkele ogenblikken vóór de crash was een gevaarte rakelings boven ons huis gescheerd. Mijn vrouw en ik waren beiden thuis. Ze vliegen gevaarlijk laag, zei ik. ’t Zijn de Russen die komen, zei mijn vrouw, maar ze méénde het niet. De mensen waren toen al lang niet meer bang voor een invasie van de Russen. En toch… ’t wáren de Russen! Wat was er in feite gebeurd? Kort na ’t opstijgen in Rusland had een straaljagerpiloot vastgesteld dat hij vrijwel geen brandstof had. Hij had zich met zijn parachute in veiligheid gebracht, nadat hij zijn toestel zo had ingesteld dat het normaliter moest neerstorten in de Baltische Zee. Maar… ’t was anders gelopen. ’t Zal je kind maar wezen en je huis! Eén kans op tien tot de hoevéélste dat die straaljager precies dáár neerstort?! Op het doodsprentje van de jongen stond “omgekomen in een vliegtuigongeval”. In de dagen die volgden zijn op de baan Kortrijk-Doornik, die vlak naast de plaats des onheils loopt, nog twee “ramptoeristen” verongelukt. Tom Lanoye heeft over deze tragedie een boek geschreven, waarvan de titel luidt “Heldere hemel”. Het boek wordt gedrukt op 900.000 exemplaren. Prijs: gratis te verkrijgen in de boekhandel bij een aankoop van minstens 12 euro. Het boek wordt uitgebreid besproken in de “Stadskrant Kortrijk” van 1 april, tegelijk met een boek van mij: “Uit het schuim van de zee”. Míjn boek wordt op nog niet eens 900 exemplaren gedrukt en het kost 18,95 euro. Van twee maten en twee gewichten gesproken!
Artikel 5:
Schrijnend is ook het verhaal van de kleinzoon van Spiridon Louis, de winnaar van de eerste Olympische marathon. Die kleinzoon, die in het bezit is van de kostbare trofee die Spiridon toentertijd kreeg voor zijn prestatie, is dermate verarmd door de crisis dat hij zich verplicht ziet die trofee te koop te stellen. Zielig… (Aan Spiridon Louis zal ik een apart verhaal wijden, op deze blog of op één van mijn andere blogs, www.bloggen.be/dzeus of www.bloggen.be/kris ).
Artikel 6:
Maar zeker en wis: niet alles is kwel en kommer in de krant. Dat bewijst artikel 6. Het gaat over ene Carlos Brito. Deze man heeft dermate goed werk geleverd bij het bierbedrijf Inbev, dat hij bovenop zijn wedde een bonus krijgt van honderdvijftig miljoen euro, zeg maar een “dertiende maand”. Zoiets kunnen we alleen maar toejuichen, want goed werk mag en moet beloond worden. En toch zijn er mensen die zich negatief uitlaten over die bonus. Zo hoorde ik op TV een universiteitsprofessor, die ook al geen kleine wedde zal hebben, klagen dat hij tweeduizend jaar zou moeten werken voor een bedrag dat gelijk is aan de bonus van Brito. Ach, wat klaagt die professor? Wat moet ík dan zeggen: ik moet precies twintigduizend jaar pensioen trekken om aan honderdvijftig miljoen euro te komen. En hoort u míj klagen? Wat zóu ik ook: ik krijg dat pensioen(tje) zomaar in de schoot geworpen, zonder daar een klop voor te doen. Brito daarentegen… En hoort u Jean-Luc Dehaene klagen? Die heeft amper een goede vier miljoen euro gekregen van Inbev en da’s nogal wat minder dan Brito! Toegegeven: Jean-Luc zal nog wel andere bronnen van inkomsten hebben, maar toch, zo’n gewichtig man stuur je niet met een kluitje in het riet! Niettemin – wat mijzelf betreft dan – vind ik het spijtig dat ikzelf, na vierendertig jaar trouwe dienst in ’t ziekenhuis, nooit een bonusje gekregen heb, zelfs niet ‘n héél kleintje. Zo’n klein afscheidscadeautje had er toch wel af gemogen zeker? Een polshorloge bijvoorbeeld. Neen, beslist geen gouden. Zo’n digitaaltje met een plastieken armbandje, zoals men ze kan kopen in grootwarenhuizen of op de markt, daar was ik al dik tevreden mee geweest. ’t Is tenslotte enkel maar de “geste” die telt, nietwaar. Maar… niets!
Uw brief van eergisteren 7 maart heb ik in goede orde ontvangen. In de brief herinnert u mij eraan dat u mij een aantal weken geleden een vragenlijst hebt gestuurd, waarin u mij vroeg om deel te nemen aan een studie naar autobezit, in opdracht van autofabrikant SKODA, dewelke regelmatig aan een deel van zijn klanten vraagt hoe tevreden ze zijn over hun auto en over de door SKODA verstrekte dienstverlening: dit wordt gedaan om de producten en diensten constant te kunnen verbeteren en om te kunnen blijven voldoen aan de verwachtingen van de klanten met betrekking tot veranderingen, waaronder veiligheid en betrouwbaarheid…
(Zeker en wis, een zéér lovenswaardig initiatief).
U vermeldt verder in uw brief dat u zeer dankbaar zou zijn indien ik de tijd zou kunnen nemen om de vragenlijst in te vullen en terug te sturen. Voor het geval ik de vragenlijst niet meer zou hebben, voegt u bij de brief een nieuw exemplaar.
(Spring rustig wat zuiniger om met uw dankbetuigingen, geachte heer Goubitz: mijn tijd is niet kostbaar, ik heb tijd zat. En de vragenlijst heb ik inderdaad niet meer. Verticaal geklasseerd, zoals dat heet, en dat lot heeft ook de nieuwe vragenlijst reeds ondergaan. Ik leg direct wel uit waarom.)
Aangezien u slechts met een klein aantal SKODA-bezitters contact hebt, zoals u verder in uw brief beweert, rekent u op mijn “vrijwillige” medewerking. En aan ’t eind van de brief dankt u bij voorbaat voor mijn “bereidwillige” medewerking.
(Tot die kleine elite te behoren van SKODA-bezitters die hun tevredenheid mogen uitspreken, streelt natuurlijk mijn ijdelheid en uw voorbarige dankbetuigingen steek ik ook met graagte op zak. En dat ik het desalniettemin vertik om aan uw enquête deel te nemen? Omdat ik eindelijk mijn kans wil grijpen om weerwraak te nemen voor hetgeen mij reeds bijna twee jaar kwelt. Het verhaal volgt hierna.)
Een kleine twee jaar geleden kochten wij, mijn vrouw en ik (wij behoren nog tot die zeldzame paren die met gemeenschap van goederen getrouwd zijn) een auto SKODA OCTAVIA. Omdat mijn vrouw gebrand was op een houten dashboard (in feite: simili-houten) en dat soort dashboard alleen bestond bij een bepaald subtype van SKODA OCTAVIA, beval de verkoper ons dus dat subtype aan, dat weliswaar… tweeduizend euro duurder was. Maar wat wilt ge: ce que femme veut, Dieu le veut ! Dat subtype bleek achteraf in twee uitvoeringen te bestaan : met een simili-houten en met een simili-zilveren dashboard. Toen ik de auto ging halen bleek het er een te zijn van de tweede soort en dat zag ik pas toen ik er mee thuis kwam. We vonden het dashboard allebei lelijk, mijn vrouw en ik, minder mooi dan het dashboard van het gewone (en tweeduizend euro goedkopere)type. De verkoper gaf toe dat hij een fout had gemaakt, dat hij slordig was geweest bij het invullen van de aankoopbon en hij bood daarvoor zijn welgemeende verontschuldigingen aan. Omdat ikzelf ook een fout had begaan – ik had niet voor ontvangst mogen tekenen! – konden wij spijtig genoeg geen aanspraak maken op enige tegemoetkoming.
En ziet u, mijn beste Goubitz, nu de kans op wraak, waar ik al jaren op belust ben, mij zomaar in de schoot geworpen wordt, kan ik die onmogelijk laten voorbijgaan: ik vul de vragenlijst lekker niét in en u komt dus niét te weten hoe tevreden ik ben over de auto en over de door SKODA verstrekte dienstverlening. Ha, de smaak van de wraak kan zoet zijn! Maar om u te bewijzen dat ik niet rancuneus ben: laat SKODA mij die tweeduizend euro terugbetalen (met 0,5% interest als het even kan en 0,25% getrouwheidspremie, zoals op 't spaarboekje) en ik veeg de spons erover. Stuur mij dan nogmaals, d.i. ten derde male, de vragenlijst en ik zal ze met plezier invullen alsof er niets gebeurd was…
En ik had nog zo beloofd, lieve lezer, dat ik u niet meer zou vermoeien met politieke beschouwingen. Maar zoals u ziet, ik kan het niet laten: de strijd tussen de vier belangrijke republikeinse kandidaten om de nominatie voor het Amerikaans presidentschap boeit mij te zeer. En meteen kan u hieruit leren dat beloften er niet alleen zijn om gehouden maar ook om gebroken te worden.
Mitt Romney is de man aan wie de beste kansen worden toegedicht. Geboren in 1947. Eén van zijn voornaamste troeven schijnt te zijn dat hij slim is, vooral als het er op aankomt met geld om te gaan. Een economische bolleboos dus, hetgeen zeker welgekomen is in deze economisch barre tijden. Getuige daarvan het feit dat hij steenrijk is. Sommigen noemen hem “zo rijk als Cresus”. En werkzaam! Alle rijkdom vergaard met noest “zaken doen”… Daarenboven schijnt hij erin te slagen op zijn fabelachtig inkomen amper dertien percent belastingen te betalen. Hij is ook een vrijgevig man, tegenover de armen. Zoals in onze eigen gewesten de kasteelheren van nobelen bloede, die eveneens weinig belastingen betaalden doch kwistig broden uitdeelden aan de armen van het dorp en daardoor alom zeer geliefd waren. Mitt is ook een zeer godsdienstig man, hetgeen ongetwijfeld een pluspunt is in een land als Amerika. Hij behoort tot “De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen”, zijnde… de Mormonen. Met zijn echtgenote Ann Davies heeft hij vijf zonen en, voor zover mij bekend, géén dochters. Te veel dus om de wereld te behoeden voor overbevolking, maar alleszins te weinig voor de regels van de Mormoonse godsdienst, die net als de katholieke godsdienst de geboortebeperking verwerpt, als die tenminste niet gebeurt volgens de periodieke of algehele “onthouding”. Een prachtig stel natuurlijk, die vijf jonge krachtige zonen. En toch huiver ik bij de gedachte aan wat die vijf, door de schuld van moeder Ann,boven het hoofd kan komen te hangen. U hebt het ongetwijfeld óók gezien op de TV, waarde lezer, hoe zij, tijdens een of andere electorale massabijeenkomst Mitt voorstelde als “haar man”, tevens de vader van “deze vijf knappe zonen, hier aanwezig”. Hybris! Kwalijke hoogmoed! Kent u het verhaal van Niobe niet, de door verdriet versteende moeder? Dan moet ik u verwijzen naar mijn boek “Uit het schuim”, hoofdstuk 22 (zie mijn blog www.bloggen.be/dzeus). Niobe was koningin van Thebe. Ze had zeven knappe zonen en zeven knappe dochters, een aanvaardbaar aantal voor een gezonde vrouw die geen periodieke onthouding toepast. Ze was zo fier op haar kroost dat ze zich verheven voelde boven de godin Leto, die ocharme twee kinderen had, het mochten dan nog Apollo en Artemis wezen. Edoch, meedogenloos werden de veertien doodgeschoten door Apollo en Artemis. Zo straffen de goden “hybris”!
Mitt zelf acht zich reeds gewonnen in de strijd om de nominatie. Daarom richt hij zijn pijlen niet eens meer op zijn drie belangrijke tegenkandidaten, maar wel op Obama zelf. En ook Ann zal ongetwijfeld, zij het dan niet met zoveel woorden, aangestuurd hebben op een vergelijking vanhet nakomelingschap van haar en Mitt met het pover kroost van Michèle en Barak. Amper twee! En dan nog meisjes! En… zwartjes! Wee u voor de goden, Ann: hybris is een kwalijk ding, dat wel eens als een boemerang op uw eigen hoofd zou kunnen terechtkomen!
Rick Santorum. Amper 54 en daarmee het kakenestje. Hij is katholiek en ongetwijfeld de heiligste van de vier; misschien nog wel heiliger dan de paus. We weten van hem dat hij een hartsgrondig tegenstander is van abortus: onder géén beding! En dat hij met zijn vrouw Karin zeven kinderen heeft. Dát gaat al meer in de richting van het ideale aantal van de modale vruchtbare vrouw: veertien… Van Rick is ook bekend dat hij voor 99,99 % heterosexueel is. Omdat in deze materie 100 % nu eenmaal niet bestaat. Ieder individu is namelijk voor een zeker percentage “hetero” en voor het overige percentage “homo”. Dat bij de meerderheid van de bevolking het heterogehalte overweegt is voorzeker een factor die bijdraagt tot het in stand houden (en hoe!) van de wereldbevolking. Ricks heterogehalte is niet alleen fenomenaal hoog, van homo’s heeft hij niet zo’n hoge pet op, om het voorzichtig uit te drukken. Voor hem zijn “vuile manieren” die niet tot zwangerschap leiden, op zijn minst laakbare feiten, zoniet zware doodzonden, zoals de pastoors en de bisschoppen ons altijd hebben voorgehouden. Op het niveau van moord en godslastering.
Over Rick Santorums houding tegenover een nieuwe oorlog in het midden- of verre Oosten is minder bekend. Maar dat geldt voor alle vier de kandidaten. Ach, dat zien we dan wel…
Newt Gingrich is geboren in 1943, 69 jaar oud en dus niet meer van de jongste. Een man met een goedig sympathiek voorkomen. Spijtig genoeg heeft de man een paar domme uitspraken gedaan. Eén ervan gaat over het verbod op het afschaffen van de kinderarbeid onder de arme klassen: “anders komen die kinderen toch maar in de criminaliteit terecht”. Sommigen nemen hem dat standpunt kwalijk. Nog kwalijker wordt hem genomen het feit dat hij aan zijn derde vrouw toe is. Maar hij heeft plechtig beloofd dat hij vanaf heden niet meer vreemd zal gaan en dat hij nummer drie eeuwig trouw zal blijven. Ach, iedereen verdient wel een tweede kans; al is dat bij Newt in feite reeds de derde…
Zijn belangrijkste campagnepunt is het plan om het aantal staten van de U.S.A. met één eenheid uit te breiden: op de maan! Asjemenou… Bijzonder geslaagd vond ik zijn antwoord op de vraag van een journalist omtrent zijn mislukte huwelijken. “Wat heeft dat in vredesnaam te maken met het presidentschap?” was Newts wedervraag. Dat is wat men noemt “lik op stuk”. Het antwoord was zo gevat dat de journalist er bij stond als een gestraft kind en dat Gingrich op slag mijn voorkeur wegdroeg. Voor een tijdje, want er komt nóg beter.
En da’s nu mijn favoriet, zie: Ron Paul. Zevenenzeventig jaar oud: een man met levenservaring. Laat zo’n man een dubbele ambtstermijn doen. Dan is hij nog president op zijn vijfentachtigste. Zou dát geen mooi record zijn? Lang geleden – want de pensioengerechtigde leeftijd al lang voorbij – is Ron Paul gynecoloog geweest. Duizenden baby’s ter wereld gebracht. Zo iemand kent het leven, van vóór en van achter, van binnen en van buiten. Hoe staat Ron tegenover abortus? Hij is er tegen, maar niet zo radicaal als Santorum en daarenboven vindt hij dat die kwestie geen federale materie is: daarover moet iedere staat afzonderlijk kunnen beslissen. Zoals ze dat nu al doen met de doodstraf. De doodstraf? Daar is Ron eveneens tegen. Over het homohuwelijk wenst hij zich helemáál niet uit te spreken: hij noemt het een “levensbeschouwelijke aangelegenheid”.
Wat Ron Paul evenwel torenhoog boven de drie andere kandidaten doet uitstijgen, althans naar mijn gevoel, is zijn voorstel om de inkomstenbelasting af te schaffen. Een sociale maatregel waar iedereen kan achter staan, tenzij de superrijken, diegenen met de allerhoogste inkomens, die – zo is het overal ter wereld – vrijwel géén inkomstenbelastingen betalen. Hiermee zou ik dan ook een oproep willen doen aan ál mijn Amerikaanse lezers om te stemmen voor Ron Paul. Ook al uit sociale overweging. Rons appeltje tegen de dorst – van toen hij nog gynecoloog was, weet je wel – is waarschijnlijk al grotendeels opgesoupeerd en het ouderdomspensioen stelt ongetwijfeld weinig voor in Amerika. Niemand kan het hem dan ook kwalijk nemen dat hij nog wat wil bijklussen. Het enige nadeel dat zijn leeftijd meebrengt is mijns inziens het risico dat hij zich, bij al te langdurige vergaderingen, wel eens genoopt zou kunnen voelen om de zaal te verlaten vanwege een dringende plasbehoefte. Al zouden ze natuurlijk kunnen overwegen om een piskwartiertje in te lassen, om het uur bijvoorbeeld, een gebruik dat bij de studentenclubs sedert jaar en dag in voege is. Maar wat er ook van zij, ik kan mij niet voorstellen dat de vriendelijke, goed gemanierde Ron ooit de zaal zou verlaten, zonder eerst zijn vingertje op te steken, met een vraag aan de voorzitter “mag ik alstublieft pipi doen?” zoals Dubbeljoe Bush hem dat ooit heeft voorgedaan.
En wat is Rons houding tegenover de oorlogvoering in onder andere het Middenoosten? Dat blijft voorlopig nog een beetje onduidelijk. Bij geen van de vier grote kandidaten lijkt dit overigens een hoofdpunt te zijn in hun campagne. Als het eenmaal zover is zullen ze wel zien of ze oorlogje gaan voeren. Een paar schurkenstaten plat bombarderen, met enkele miljoenen doden, ja dat zou nog eens wat zijn. En daarover beslist natuurlijk alleen de president, dáárvoor hoeft hij zijn vingertje niet op te steken. Miljoenen doden!? Zou dat geen doodzonde zijn in de ogen van de kerk? Bijna zo erg als pakweg een homosexueel misdrijf? Bijlange niet! Wel integendeel. Oorlog voeren is immers strijden voor het vaderland. En is het vaderland niet het hoogste goed? In tijd van oorlog mag en moet toch iedereen doden.
Maar we dwalen af van de essentie van dit betoog. Laten we ons allen scharen achter Ron Paul. Dan wordt de wereld weer mooi.
de Griekse mythologie in 136 verhalen (geïllustreerd)
Een perfect eindejaarsgeschenk voor uw cultuurminnendefamilieleden, vrienden en kennissen.
Vanaf 1.1.2012 is het boek enkel nog te verkrijgen bij de auteur (prijs 18,95 euro). Bestellen via tel. 056.215944 of via mail kvansteenbrugge@gmail.com. Voor leveringen in België worden geen verzendkosten aangerekend. Vermelden indien u een gesigneerd exemplaar wenst. Levering binnen de drie dagen.
Mijn nieuwste boek "Uit het schuim van de zee" is te koop in de boekhandel vanaf 1 augustus 2011. Het behandelt de hele Griekse mythologie in 136 verhalen.