Inhoud blog
  • Euforie beleidsmakers over digitaal paspoort, overtrokken decreten leerlingenbegeleiding & inspectie, nieuwe eindtermen ...????
  • Politiek M-decreet-debat en -steekspel over terugschroeven van M-decreet: van 30 maart tot 12 april
  • Onderwijskoepels destijds euforisch over M-decreet; hoe zullen ze reageen op voorstellen voor herziening? Zullen ze nu eindelijk rekening houden met de visie van de leerkrachten?
  • M-decreet: over dogmatisch en egalitair inclusieconcept - onlangs bevestigd door Dirk Van Damme (OESO)
  • Zorgen over uitholling taalonderwijs & over niveaudaling begrijpend lezen mede n.a.v. tegenvallende PIRLS-score begrijpend lezen 10-jarigen
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onderwijskrant Vlaanderen
    Vernieuwen: ja, maar in continuïteit!
    02-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Kritiek op grote scholengroepen zoals in VSKO-plan vanuit hoorzittingen en srudies

    Kritiek op grote scholengroepen zoals in VSKO-plan

    vanuit hoorzittingen en onderzoeksrapporten

    Onderwijskrant 173 (april-mei-juni 2015: deel 5).

     

    Bedenking vooraf:  Op de vergadering van 27 april j.l. met de directeurs en bestuursleden van onze scholengroep bleek heel weinig interesse voor grootschalige scholengroepen zoals in het VSKO-plan van 8 januari j.l.  Ook uit een recente open bevraging bij directeurs lager onderwijs (West-Vlaanderen)  bleek er  weinig enthousiasme voor het VSKO-plan en voor verplichte associaties met het secundair onderwijs.  De kritieken sluiten  aan bij de kritiek op grote scholengroepen tijdens de hoorzittingen van januari 2013 van de onderwijscommissie en in tal van onderzoeksrapporten.

     

    1 Inleiding

     

    Een onderwijsman stuurde me volgende reactie na

    een eerste lezing van het VSKO-plan over de bestuurlijke

    schaalvergroting (8 januari j.l.): “Ik heb

    plaatsvervangende schaamte bij een eerste lezing

    van de recente Guimardstraattekst over de bestuurlijke

    schaalvergroting. Van de 10 (selectieve)

    referenties zijn er 5 van de OESO, 1 referentie

    verwijst naar een niet gepubliceerde tekst van ene

    Sanneke Bolhuis, 1 naar het regeerakkoord, 1 naar

    zichzelf, 1 naar Dirk Van Damme. Verder wordt een

    tekst van prof. Geert Devos misbruikt. Ze laten zo

    uitschijnen dat hun visie gedragen wordt door de

    visie van Geert Devos (pag. 12) terwijl ik zijn tekst

    juist meer lees als een waarschuwing tegen bestuurlijke

    optimalisatie.”

     

    De VSKO-kopstukken stellen de grote scholengroepen

    voor als een evident goednieuwsverhaal.

    Dat de door het VSKO vooropgestelde zegeningen

    in de praktijk veelal averechts uitvallen, mag niet

    geweten zijn. In de VSKO-tekst komen geen rechtstreekse

    verwijzingen voor naar de vele publicaties

    en rapporten over de nefaste gevolgen van grote

    scholengroepen en hun bestuurskoepels. De 10

    referenties in het VSKO-plan hebben overigens weinig

    te maken met de thematiek van de grote

    scholengroepen. Het OESO-rapport waarnaar even

    verwezen wordt, is een genuanceerd rapport over

    de voor- en nadelen van kleine en grotere scholen,

    maar niet van grote scholengroepen. De VSKO-kopstukken

    vertellen bij de verwijzing naar Dirk Van

    Damme er ook niet bij dat uitgerekend deze OESOexpert

    betreurde dat die grote scholengroepen

    enkel in het belang waren van het grote katholiek

    onderwijsnet. Van Damme wees op een OVSGstudiedag

    ook op de gevaren van grote scholengroepen

    en van het streven naar 1 officieel net.

    In de verwijzing naar een studie van de Gentse prof.

    Geert Devos wordt de indruk gewekt dat deze een

    grote voorstander is van het VSKO-grootschaligheidproject.

    In zijn spreekbeurten en publicaties

    over bestuurlijke schaalvergroting besteedt Devos

    echter veel meer aandacht aan de gevaren en

    valkuilen dan aan mogelijke voordelen.  In een volgende bijdrage

    gaan we uitvoerig in op de studie van Devos.

     

    In deze bijdrage  vermelden we een aantal kortere standpunten.

    De eerste drie werden geformuleerd op de hoorzittingen

    van januari 2013 over het lerarenpact en

    de schaalvergroting (zie punt 2). Ook prof. Devos

    kreeg het woord op de hoorzitting, maar zijn visie

    krijgt uitvoerig aandacht in een volgende bijdrage.

     In punt 2.4 komt de visie van prof. Devos ook al aan bod,

    maar in de volgende bijdrage geven we zijn visie uitvoerig weer.  

     

    2 Standpunten tijdens hoorzittingen 2013

     

    2.1 Kritiek van professor Peter Vlerick (UGent)

    “Schaalvergroting heeft, althans theoretisch gezien,

    een aantal positieve economische effecten, bijvoorbeeld

    budgettair. Tegelijk kunnen er evenwel heel

    wat minder positieve sociale effecten opduiken. Uit

    eerder wetenschappelijk onderzoek en ervaring

    weet en vermoedt de spreker dat schaalvergroting

    in het onderwijslandschap, om redenen van bestuurlijke

    efficiëntie, gepaard kan gaan met een verhoogde

    mate van formalisatie of bureaucratisering

    (bijvoorbeeld regels, procedures enzovoort), en een

    toename van de horizontale complexiteit (bijvoorbeeld

    veel scholen,duizenden studenten en honderden

    leerkrachtenn, meer personeel) en verticale

    complexiteit - meer hiërarchische niveaus.

    Dit alles neemt toe, terwijl tegelijk elke school deels

    afstand moet doen van de eigen autonomie en cultuur,

    met implicaties voor de arbeidscontext van de

    leerkrachten en plaatselijke directeurs. De heer Vlerick

    vreest dan ook op termijn voor nog meer demotivering

    en hij ziet weinig gegadigden om in een

    dergelijk “multinational-concept” als CEO op te treden.

     

    2.2 Kritiek van Roland Vermeylen

    (zelfstandig HRM-en organisatieconsulent)

     

    “Hoe groter de systemen worden, hoe meer vervreemding

    men krijgt. Zelfs in het bedrijfsleven mislukken

    niet minder dan zeventig tot tachtig percent

    van de fusies. Ze kosten veel geld, en ze slagen

    niet vanzelf. Dat moet men beseffen als men in het

    onderwijs naar schaalvergroting/associaties streeft.

    Fusies zijn altijd heel moeizame processen die nooit

    vanzelf gaan. De directeurs van de scholen dreigen

    daarbij ook - en wellicht terecht - de buffer te worden

    tussen de hogere overheid en de leraren.

     

    Het gevaar bestaat ook dat de directies van grote

    scholengroepen gaan denken in economische en

    organisatorische wetmatigheden. Wie zal daar nog

    zorgen voor het aanstekelijke vuur?

    Voor het verhogen van het beleidsvoerend vermogen

    vertrekt de nota van een individueel competentieprofiel.

    Het dient echter meer te gaan over

    groepscompetenties en processen van eigenheid.

    Een groep, een beleidsteam, is veel belangrijker

    dan een (super)directeur. Als de groep niet meewil,

    krijgt de directeur te maken met sabotage of andere

    vormen van weerstand.

     

    Met betrekking tot de schaalgrootte, meent ook de

    heer Vermeylen dat de corporate spirit op zeer grote

    schaal niet mogelijk is. Hij kleurt die gedachte met

    voorbeelden van wat decanen en rectoren van de

    Ierse universiteit tijdens een sessie tekenden bij de

    vraag om te tekenen hoe ze zich voelden. Iemand

    tekende een enorm huis met een grote voordeur en

    piepkleine achterdeur en stelde dat zijn leven erin

    bestond via de grote deur binnen te komen maar

    vooral te weten dat bij te grote druk er een kleine

    ontsnappingsmogelijkheid was. Iemand anders tekende

    het achterwerk van een olifant en liep

    erachter met een schepje dat veel te klein was om

    de grote uitwerpselen op te ruimen. Als directeur

    voelde hij zich als iemand die continu achter de

    drollen aanliep zonder ze de baas te kunnen. Dat is

    het gevolg van te grote systemen.“

     

    Reactie van prof. Boudewijn Bouckaert (voorzitter

    onderwijscommissie): “Bij de schoolgrootte is er

    sprake van een brutale schaalvergroting van de

    scholen. De top zou dan volgens de heer Vermeylen

    alleen nog oog hebben voor relatief abstracte

    en kwantificeerbare elementen, wat uitmondt

    in vervreemding van de basis. Voor de heer

    Bouckaert lijkt het vooral van belang dat de corporate

    spirit aanwezig is en blijft, met name dat men

    zich goed voelt als de school het goed doet, dat een

    leerkracht zich met de school identificeert. Er leeft

    een grote vrees dat een schaalvergroting juist dat

    groepsgevoel nog meer zal afbouwen.

     

    2.3 Kritiek van Peter Verleg

     

    In de nota over schaalvergroting leest Peter Verleg,

    ex-directeur, dat scholenassociaties/scholengroepen

    wenselijk zijn. Operaties van schaalvergroting

    zijn echter vaak moeilijk te managen, zowel

    financieel als bestuurlijk. De menselijke maat verdwijnt.

    Daarom is men in Nederland momenteel

    bezig grote fusies ongedaan te maken.

    Hij is het ermee eens dat er aandacht moet worden

    besteed aan het beleidsvoerend vermogen van de

    scholen. Hij waarschuwt echter voor een te formele

    bureaucratische structuur. Verleg hecht meer belang

    aan het vergroten van de autonomie van de

    scholen en van de professionaliteit van de leerkracht.

    Het is volgens de heer Verleg ook niet aantoonbaar

    dat schaalvergroting leidt tot de gewenste kwaliteitsverbetering.

    Ook een betere financiële sturing is niet

    aantoonbaar. Bij hele grote associaties wordt juist

    duidelijk dat de verhouding tussen wat naar het

    primaire proces gaat en de overhead volkomen uit

    balans is.

     

    Schaalvergroting kan in bepaalde gevallen nodig

    zijn, maar het blijft dan voor de spreker zeer de

    vraag of dat tot fusies moet leiden. Hij ziet meer in

    wat hij het Rabobankconcept noemt, met b.v. een

    rist scholen die autonoom blijven en met centraal

    een vorm van coöperatieve aansturing. Fusies

    slorpen veel tijd en energie op en brengen niet wat

    men ervan verwacht, stelt hij, zeker niet in een tijd

    waarin men snakt naar erkenning en dichter staan

    bij de samenleving, gezien worden en vertrouwen

    krijgen en geven. De samenleving in al zijn economiseringsprocessen

    heeft volgens de heer Verleg te

    weinig aandacht voor de burgers en staat te ver van

    alles af.” Pragmatische samenwerking zoals binnen

    de scholengemeenschappen is inderdaad nog heel

    iets anders dan fusies.

     

    2.4 Prof. Geert Devos: risico's grootschalige scholengroepen:

    rondetafelconferentie 14 maart 2014

     

    Op de rondetafelconferentie “Bigger schools, better

    governance?” somde prof. Geert Devos volgende

    risico’s van grote scholengroepen en schoolbesturen

    op ( 14 maart ’14, Brussel, OVSG & vleva):

    (a) Alienation (vervreemding) of board, schools,

    parents and students.

    (b) Law of Michels: The iron law of oligarchy states

    that all forms of organization, regardless of how

    democratic they may be at the start, will eventually

    and inevitably develop oligarchic tendencies, thus

    making true democracy practically and theoretically

    impossible, especially in large groups and complex

    organizations. The relative structural fluidity in a

    small-scale democracy succumbs to social viscosity

    in a large-scale-organization. According to the

    ‘iron law’ of Michels democracy and large-scale

    organization are incompatible.

    (c) Risk of professionalization: ‘permanent’ governors

    (for life): guarantee of competence?

    (d) Who controls the school board?

    (e) Organizations keep people busy: meer taaklast

    (f) More difficult personnel policy: vervreemding

    (g) Governability: moeilijk bij grote aantallen

    (h) Complexity: de complexiteit vergroot b.v. bij

    ‘association primary and secondary schools: different

    policy in personnel and pedagogy. What is right

    for secondary is not always right for primary.

    In wat volgt putten we uit een andere publicatie van

    prof. Devos: ‘Bestuurlijke schaalvergroting: opportuniteit

    of bureaucratische valkuil?’ (Tekst op website

    UGent). We voegen er wat commentaar aan toe.

     

     

    3 Rapport Dijsselbloem (2008) over

    nefaste gevolgen grote scholengroepen

     

    In het rapport-Dijsselbloem (2008) van de Nederlandse

    parlementaire onderzoekscommissie en

    tijdens het erbij aansluitend debat werd veel aandacht

    besteed aan de nefaste gevolgen van een

    van de belangrijkste hervormingen in het voortgezet

    02-05-2015 om 11:12 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:scholengroepen, grootschaligheid
    >> Reageer (0)
    30-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Guy Tegenbos in DS: meer dan 30 j lakei van beleidsmakers en stemmingmakerij tegen het onderwijs

    Guy Tegenbos en De Standaard: meer dan 25 jaar lakei van beleidsmakers en stemmingmakerij tegen het onderwijs

    Sinds Tegenbos in De Standaard verantwoordelijk werd voor de berichtgeving over het onderwijs merkten we dat enkel nog de visie van de machtshebbers ( ministers, Georges Monard, …) aan bod kwam. Tegenbos deed er alles aan om kritische stemmen over het onderwijsbeleid als deze van Onderwijskrant dood te zwijgen.  We illustreren nu even dat Tegebos het voorbije kwart eeuw in sterke mate verantwoordelijk  was voor de vele stemmingmakerij tegen het onderwijs. We beperken ons tot zijn ontmoedigende 1-septemberboodschappen.

    1. Zittenblijven 1990: Vlaanderen wereldkampioen

    Uit de PISA 2000-studie bleek dat Vlaanderen
    het land is waar het meest 15-jarigen nog op
    leeftijd zitten: 72 à 74 %. Toch wordt al 15 jaar de
    kwakkel verspreid dat Vlaanderen wereldkampioen
    zittenblijven is, vooral ook door de beleidsmensen
    en beleidsadviseurs. De kwakkel duikt het eerst op
    op maandag 3 september 1990. Op die dag lanceerde
    Guy Tegenbos in 'De Standaard' voor het
    eerst de kwakkel dat Vlaanderen al lang wereldkampioen
    zittenblijven was. Hij doet dit in twee bijdragen
    met als titel 'Vijfenzeventigduizend Vlamingen
    mislukken dit schooljaar' en 'Schoolmislukking is
    urgent probleem'. Tegenbos schreef: "Men kan met zekerheid
    voorspellendat dit jaar minstens 75 000 Vlaamse jongeren
    zullen mislukken op school. Niemand lijkt daar
    echt wakker van te liggen, ook al bleek al in 1984 uit
    een Unesco-onderzoek dat België tweede stond in
    de wereldranglijst inzake mislukkingen op school.
    Alleen in Trinidad en Tobago ligt het aantal mislukkingen
    in het lager onderwijs nog hoger. … In het
    secundair onderwijs mislukken jaarlijks gemiddeld
    7,44 % (!) van de leerlingen. … De Unesco-studie
    van 1984, die België ter zake als het op één na
    slechts scorend land ter wereld bestempelde, werd
    in Vlaanderen ten onrechte weggewuifd met de
    vaststelling dat de Franstalige cijfers hoger lagen
    dan de Vlaamse."

    De cijfers van de Unesco en van de OESO werden
    jammer genoeg steeds per land berekend. Tegenbos
    negeerde de grote verschillen tussen Vlaanderen
    en Franstalig België. Het aantal mislukkingen
    is in Franstalig België altijd veel groter geweest dan
    in Vlaandere. Rond 1990 waren er in het eerste
    jaar secundair onderwijs bijvoorbeeld bijna 3 x zoveel
    zittenblijvers dan in Vlaanderen, 10 % versus
    3,4 %. Volgens de raming van Tegenbos waren er
    in vrij secundair onderwijs jaarlijks per studiejaar
    7,4 % zittenblijvers! (In de eerste graad waren er in die tijd gemiddeld 2,4 %).

    2. Septemberboodscap 1991: ‘Matige kwaliteit en zittenblijven’


    Op 2 september 1991 verkondigde dezelfde Guy
    Tegenbos in 'De Standaard' opnieuw een aantal
    kwakkels die sindsdien een eigen leven zijn gaan
    leiden en een soort 'standaardopvattingen' werden.
    Tegenbos orakelde: "Het Vlaamse onderwijs is niet
    (meer) van de beste van de wereld. Voor sommige
    punten vindt men het terug in de middenmoot van
    de kopgroep; voor andere punten maar in het midden
    van het grote peleton. Dat blijkt uit internationaalvergelijkende
    onderzoeken die verwerkt
    zijn in het voorrapport dat wetenschappers opstelden
    ter voorbereiding van de bijeenkomst van de
    commissie van onderwijsexperts van de OESO. Die
    komt in november in Parijs bijeen om de drie onderwijsstelsels
    van België te evalueren. … Het OESO-voorrapport
    put zijn beoordelingscijfers vooral uit dé
    bron voor internationaal vergelijkend cijfermateriaal
    over de kwaliteit van ons onderwijs: ...
    Voor wiskunde zaten de Belgische leerlingen in de jaren zestig in
    de kopgroep. Die positie kon Vlaanderen niet meer
    handhaven. …" Vlaanderen scoort niet langer zeer
    goed in internationale kennismetingen bij leerlingen.
    Bovendien haalt het een slecht cijfer met een veel te
    hoog aantal mislukkingen en zittenblijvers' … Van
    de Vlaamse 17-18-jarigen bereikt slechts 40 % op
    de normale leeftijd de eindmeet van het secundair
    onderwijs' (Guy Tegenbos: ‘Vlaams onderwijs niet
    meer bij het beste ter wereld’).

    Tegenbos verwees hierbij dus naar het OESO-voorrapport
    'Het educatief bestel in België', een
    rapport waarvan rapporteur Johan Vanderhoeven
    tien jaar later toegaf dat de cijfergegevens over
    zittenblijven e.d. totaal fabuleus bleken. Het aantal
    overzitters in het eerste jaar S.O. was b.v. geen
    alarmerende 9 à 10%, maar slechts 3,4 % zoals uit
    studies van Jan Van Damme en Gaby Feys later
    bleek. In 1994 concludeerde prof. Jan Van Damme
    terecht dat er een heel vlotte doorstroming was in
    de lagere cyclus secundair onderwijs.

    3. 1991: Normaalscholen & regentaten deugen niet


      Ook de lerarenopleidingen kregen het vanaf 1991
    hard te verduren. Op 11 oktober 1991 blokletterde
    Guy Tegenbos in De Standaard: "Lerarenopleiding
    moest al 25 jaar van universitair niveau zijn". Ook
    Jan Adé, directeur-generaal hoger onderwijs, stelde
    op Didactief 1991 dat men tabula rasa moest maken
    van de bestaande, volledig aftandse structuren.
    Volgens Adé moesten alle vormen van lerarenopleiding
    aan de universiteit georganiseerd worden.
    De academisering stond centraal.
    Dit was het begin van de lijdensweg van de lerarenopleidingen.

    4. 1992: te duur, matige kwaliteit, jaarklasals zondebok


      Op 2 september 1992 orakelde Tegenbos opnieuw
    in 'De Standaard': "België aan top voor overzitten".
    Waar in 1990 en 1991 vooral het zittenblijven in het
    secundair onderwijs beklemtoond werd, gaat het nu om
    een kwakkel over overzitten in het basisonderwijs
    ('Mislukkingen vermijden is een kwestie van willen').
    We lezen o.a.: "Een recent EG-onderzoek plaatst
    België aan de top van het mislukken en overzitten in
    het basisonderwijs. De EG-overzit-index geeft een
    score van 0,0 voor Denemarken en het Verenigd
    Koninkrijk. Daarna komen Griekenland en Italië met
    1,2, Duitsland (2,0) en Nederland (2,4). … Aan de
    top staan Portugal (16,6) en België (19,9). … De
    problematiek van het hoge aantal zittenblijvers en
    mislukkingen in het Vlaams onderwijs is oud, maar
    is pas recent tot een sociaal en politiek probleem
    verheven, mede onder invloed van publicaties en
    van vergelijkende EG- en Oeso-studies hierover." Elders
    weerleggen we deze kwakkel. Onze ambtenaren vergaten het
    aantal leervertraagde 12-jarigen te delen door het aantal leerjaren!

    5. Nog in september 1992 blokletterde 'De Standaard':
    "Land geeft veel uit aan onderwijs, maar boekt geen
    resultaten die vergelijkbaar zijn met andere landen".


      Ook de hierop volgende jaren schreef Guy Tegenbos herhaaldelijk in 'De Standaard'
    dat ons Vlaams onderwijs 'te duur was en
    slechts van matige kwaliteit' (DS, 24.09.1992).

    6. Zittenblijven 1993. Op 30 juni 1993 wijdde Tegenbos opnieuw een lange
    bijdrage aan het probleem van het zittenblijven:


      "45 000 Vlaamse scholieren moeten jaar overdoen.
    Voor overige 815 000 leerplichtigen is vandaag het
    einde van schooljaar prettiger." Guy Tegenbos
    concludeert uit zijn berekening (schatting): "Van de
    440 000 leerlingen uit het secundair onderwijs
    krijgen er vandaag minstens 33.000 een rood cijfer.
    Gespreid over zes leerjaren levert dat een gemiddelde
    van 7,5 procent mislukkingen per leerjaar."
    Tegenbos presenteerde opnieuw fabuleuze cijfers
    over het zittenblijven. We hebben in Onderwijskrant keer op keer weerlegd
    dat het Vlaamse basisonderwijs wereldkampioen
    zittenblijven was en dat ons onderwijs te duur was.

    7. 1999 -2000: saai, oppervlakkige kennis


      Toen vanaf de studie TIMSS-1995 bleek dat onze
    leerlingen in de landenvergelijkende studies presteerden
    als de allerbesten, kon Tegenbos niet
    langer meer schrijven dat de kwaliteit maar middelmatig
    was in vergelijking met de andere landen.
    In 1999 en 2000 schreef Tegenbos dan dat het
    onderwijs nergens saaier was dan bij ons. Ons
    onderwijs was niet aangepast aan de nieuwe eisen
    van de 21ste eeuw (zie o.a. 'De Standaard' van
    september 1999 en 2000). Uit PISA 2003 bleek
    evenwel dat de Vlaamse leerlingen ook het best
    scoorden voor ‘probleemoplossend leren’.

    8. 2001 & 2002: kennisoverdracht & jaarklas zijn passé

    Op 1 september 2001 verkondigde minister Marleen
    Vanderpoorten in ‘De Standaard’ dat de leerkrachten
    voortaan niet meer vooraan in klas mochten staan:
    "De leerkracht zal niet meer vooraan, maar in het
    midden van de klas staan."
    Dit alles was opnieuw koren op de molen van Guy
    Tegenbos die telkens opnieuw verkondigde dat ons
    onderwijs het saaiste ter wereld was en dat de
    schotten tussen de onderwijsvormen in het S.O.
    moesten verdwijnen. Hij deed dit ook als lid van de
    commissie 'Accent op talent'. Hij pleitte ook voor
    een andere aanpak van de didactiek: ‘van doen
    naar kennen’ (zoals in het TSO) i.p.v. ‘van kennen
    naar doen’ (zoals in het ASO).
    Toen in 2001 bleek dat onze leerlingen voor PISA-
    2000 uitstekend scoorden voor lezen, luidde de
    commentaar van Tegenbos dat onze leerlingen wel
    goed scoorden voor kenvragen, maar niet voor
    toepassen en probleemoplossen. Niets was minder
    waar.

    Minister Vanderpoorten liet in 2002 nog eens weten
    dat het jaarklassensysteem moest worden opgedoekt.
    Guy Tegenbos sloot zich hierbij aan in zijn
    bijdrage ‘Jezuïetenuitvinding brokkelt stilaan af’.
    Tegenbos schreef: “De minister gaat met haar
    voorstel in tegen een van de taaiste organisatiebeginselen
    van het Vlaams onderwijs: het jaarklassensysteem.
    Vlamingen kunnen zich het onderwijs
    moeilijk anders voorstellen. … Zelfs de Franse gemeenschap
    reorganiseerde haar onderwijs vorig
    decennium al. Het is niet meer ingedeeld in jaarklassen
    maar in blokken die in principe telkens twee
    schooljaren bevatten (DS, 30.10.02).

    9. 2003 & 2004: afstompende middelmatigheid, bevrijden talenten, doorbreken schotten

    In 'De Standaard' van 31 augustus 2003 kregen de
    leerkrachten vanwege minister Vanderpoorten de
    kritiek dat ze conservatief en niet vernieuwingsbereid
    waren. En verder: 'Het welbevinden van onze
    leerlingen zit niet goed. Ons secundair onderwijs is
    te saai. Daardoor zijn veel mensen ook later niet
    bereid zich bij te scholen. We hanteren nog te veel
    het frontale, klassikale onderricht."
    Guy Tegenbos bleef ten onrechte
    verkondigen dat onze jongeren volgens het PISAonderzoek
    wel goed scoorden voor kennen, maar
    niet voor kunnen en problemen oplossen. Een paar
    jaar later haalden we overigens de topscore voor
    ‘probleemoplossend denken’.
    Op 1 en 15 september2004 verkondigden Peter Vandermeersch en Guy
    Tegenbos in hun commentaar dat het onderwijs verlost
    moest worden uit zijn 'zelfgenoegzaamheid en afstompende
    middelmatigheid'. Ze sloten zich aan bij
    het 'revolutionair' pleidooi van minister Vdb voor het
    'bevrijden van talenten'.

    10. 2005: zelfgenoegzaam en discriminerend

    Op 1 september werden in De Standaard het onderwijs en de leerkrachten
    Opnieuw bechuldigd van zelfgenoegzaamheid, eenzijdigheid en
    middelmatigheid. In 'Zelfgenoegzaam onderwijs'
    poneerde hij: "We staan voor grote uitdagingen.
    Ons onderwijssysteem blijft te zeer gericht op het
    cognitieve, op kennisoverdracht, en te weinig op leren
    leren. We dreigen onze geprivilegieerde positie kwijt
    te spelen aan de top van het taalonderwijs. En ons
    onderwijssysteem blijft sociaal onrechtvaardig: de
    scores van onze leerlingen zijn sterker bepaald door
    hun familiale en socio-economische achtergrond
    dan in andere landen. We kampen in ons land met
    een talent verslindend watervalsysteem waarbij een
    technische en beroepsvorming vreselijk wordt onderschat.
    Ook in het interview van Tegenbos met minister Vandenbroucke
    orakelde deze: “In geen enkel land werkt het onderwijs de sociale
    ongelijkheid zo in de hand als bij ons”.

    11. 2007 : De waterval

    In de ‘Standaard’ van 3 september 2007 klonk de
    Septemberboodschap van Tegenbos en Co weer somber. Er werd weer
    eens te meer gekankerd over de ‘waterval’ in het
    secundair onderwijs. “Ons zo geprezen onderwijs
    blijft kampen met het probleem van het watervalsysteem.
    Het desastreuze fenomeen is al decennialang
    bekend. Maar ondanks alle pogingen zijn we er
    nog niet in geslaagd die waterval te doorbreken”,
    “De gevolgen zijn desastreus voor de leerlingen die zich
    als losers voelen”. En de leerlingen die gestart zijn
    in de Latijnse richting lopen volgens Vandermeersch
    veel kans in de waterval terecht te komen en zich
    als losers te voelen: “Ook dit jaar zullen van de drie
    leerlingen die starten in een Latijnse richting, er
    twee zijn die binnen zes jaar eindigen in een andere
    richting”.


    30-04-2015 om 12:43 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Tags:Tegenbos, stemmingmakerij
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Choquerend nieuws: het gaat goed met ons onderwijs

    Mogelijk choquerend: het gaat goed met ons onderwijs (website De Morgen, 30 april)

    Tom De Cock is radiopresentator op MNM.

             
     
    2 ©THINKSTOCK
    Tom De Cock. ©rv

    'Lerarenopleiding steeds meer richting van falende studenten'. 'Onderwijs heeft nog steeds 173 loonschalen'. 'Grote screening secundair onderwijs doet vragen rijzen over nieuwe structuur'. 'Bijna 1 op 10 ASO-studenten studeert niet verder'. 'Ouders van kinderen met autisme kamperen weer aan schoolpoort'.

    Een paar willekeurige - maar echte - krantenkoppen van de voorbije maand. De artikels eronder gaan uit van eenzelfde premisse: ons onderwijs is rot tot op het bot. Scholen staan op instorten, de vakinhouden zijn niet meer wat ze moeten zijn, er is een ware braindrain door de soms dramatische arbeidsvoorwaarden van startende leerkrachten, en wat overblijft is een duf allegaartje van vastbenoemde krokodillen in een hopeloos verouderd systeem. Kortom: we moeten iets doen, of onze kinderen worden Neanderthalers die 1 + 1 moeten googelen.

    Ik heb schokkend nieuws. Het beeld dat u en ik, de publieke opinie, van ons onderwijs hebben is complete onzin. Meer nog, en ik zeg dit grof en ongeremd zoals het is: Het Gaat Goed Met Ons Onderwijs! Voilà. Het is eruit.

    Share

    'Zou het kunnen dat we met z'n allen wat minder moeten zeuren over de mannen en vrouwen die onze kinderen, vaak met ontroerend veel overgave en onthutsend weinig middelen, voorbereiden op de toekomst?'

    In mijn hoedanigheid van radiopresentator heb ik al vijf jaar op rij de eer onderwijsinstellingen in alle uithoeken van het land te bezoeken, op zoek naar De Strafste School, een prijs die MNM jaarlijks uitreikt aan de meest inventieve, sociaal geëngageerde en hartverwarmende middelbare school. De voorbije dagen deed ik 23 scholen aan, waar we uitgebreid rondgeleid werden. Van beangstigend blank tot werelddoorsnede, van ASO tot BuSO, van Kortrijk tot Lanaken. Enfin: een gezonde staalkaart van de ongeveer duizend middelbare scholen die ons landsdeel rijk is.

    Maar die plaatjes van erehagen, tifo's, ontvangsten door burgemeesters en flashmobs door duizenden leerlingen zijn niet wat ik al vijf jaar onthoud van onze inspectietochten door Vlaanderen.

    Wat dan wel? De bescheiden schooldirecteur in Wetteren die ons jurybezoek vanop een afstand volgde, met tranen in de ogen. Het was de eerste keer dat er iemand op een positieve manier naar die man zijn levenswerk kwam kijken: een bloeiende, gerenommeerde vakschool.

    De stadscampus van een tuinbouwschool in Mechelen, waar de leerlingen bij het opvoeren van een spectaculaire show niet naar ons, de wedstrijdjury, keken, maar wel naar hun held en sportleraar Jan. Zijn oordeel was voor die gasten van levensbelang, en dat gold omgekeerd ook.

    De concentratieschool in Borgerhout waar voor een bevlogen startende lerares eindeloos geduld en pure dedication veel kostbaarder tools waren dan haar boeken. En ze krijgt daar geen applaus, schouderklopjes of tifo's voor.

    Ik kan zo een paar bladzijden doorgaan.
    Na vijf jaar veldonderzoek kan ik u verzekeren: op het terrein gebeuren dingen die politici, toplui en journalisten niet weten. Het watervalsysteem van ASO, TSO en BSO is voor de gemiddelde leerkracht bijvoorbeeld al lang een spook uit het verleden.

    De toekomst van Fatima is voor diezelfde leerkracht véél belangrijker dan de hoofddoek die ze al dan niet draagt. Schoolvakanties? Die dienen om met eigen middelen en de hulp van je echtgenoot of schoonvader klaslokalen op te knappen, of vrijwillig schoolreizen te begeleiden. Directeur van een school: dat word je uit overtuiging, want voor het geld moet je het niet doen. Zorgleerkracht: een functie die vaak aan de slachtofferhulp grenst, en nooit stopt na de laatste bel.

    De soldaten die we in ons onderwijs elke dag de loopgraven uit jagen, staan er op het slagveld vaak alleen voor, en brengen het er door hun eigenzinnige plantrekkerij lang niet slecht vanaf. Er zijn uiteraard excessen en rotte appels, en hervormingen zijn zelden alleen maar slecht. Maar zou het kunnen dat we met z'n allen wat minder moeten zeuren over de mannen en vrouwen die onze kinderen, vaak met ontroerend veel overgave en onthutsend weinig middelen, voorbereiden op de toekomst? Zelfs als ze dat niet altijd even perfect doen?

    Het zal nog jaren duren voor mijn eigen dochter naar school gaat, maar ik beloof hier één ding: elk oudercontact zal, hoe scherp de discussie ook was, eindigen met een welgemeende merci aan de man of vrouw aan wie ik elke dag mijn dierbaarste bezit toevertrouw. Merci. Googel dát maar eens

    30-04-2015 om 10:39 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:De Cock, het gaat goedmet ons oderwijs
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Roger Scruton:conservatieve intellectueel over conservatief zijn, egalitaire onderwijsideologie, enz.

    Roger Scruton:conservatieve intellectueel over conservatief zijn, egalitaire onderwijsideologie, enz.

    1. Kritiek op egalitaire onderwijsideologie (zoals in ons Masterplan hervorming s.o.)

    Maar ook binnen het onderwijs is er voor conservatieven werk weggelegd. We hebben indrukwekkende onderwijssystemen overgeërfd, uitgebouwd sinds de middeleeuwen. ... Die erfenis kwam plots onder druk te staan door de idee van gelijkheid. In de loop van de negentiende eeuw werden scholen en universiteiten voor iedereen toegankelijk. Er voltrok zich een ware socialistische invasie van ons onderwijssysteem: privileges werden taboe, iedereen moest er toegang toe kunnen hebben, omdat onderwijs opwaartse sociale mobiliteit zou garanderen. Zo werd onderwijs een machine om mensen gelijk te schakelen.’

    En tegen die gelijkheid verzet je je?

    ‘Natuurlijk verzet ik me tegen dat soort gelijkheid. Onderwijs gaat niet over gelijkheid, maar over het doorgeven van kennis van de ene generatie aan de volgende. Als het beter lukt om die kennis door te geven wanneer je leerlingen selecteert die beter uitgerust zijn om de kennis ook echt in te lijven, en als dat betekent dat je hen daarvoor anders moet behandelen, dan moet je dat doen. Onderwijs mag je niet mengen met politiek. Daarom moeten we de schade die linkse egalitaire ideeën hebben aangericht, onder ogen durven zien. Ook links. Dat betekent niet dat conservatieven privileges claimen, of erop uit zijn de kansen van arme kinderen te vernietigen. Net als iedereen willen conservatieven iedereen de beste kansen geven. Maar gelijkheid is niet het enige doel in het leven. Al onze instituties brengen ongelijkheid voort. Kijk naar het huwelijk. Als ik trouw met een prachtige vrouw, dan weerhoud ik andere mannen ervan om met diezelfde vrouw te trouwen.’

    2.Waarom moeten we vandaag conservatief zijn?

    ‘Het conservatisme zoals ik het begrijp, is een natuurlijk instinct bij mensen. Het instinct om te bewaren wat goed is. Vaak zijn dat zaken die goed zijn, omdat ze zoveel tijd hebben gekost om zo te worden. Die erfenis is gigantisch, maar wordt al te vaak als vanzelfsprekend gezien. Denk maar aan ons rechtssysteem, het resultaat van vijfhonderd jaar hard werk van mensen die intussen dood zijn. We moeten onder ogen durven zien dat die verworvenheden onder druk staan. Een conservatief verdedigt de positie dat het beter is te beschermen wat werkt, dan afbraak te plegen zonder dat je iets hebt om in de plaats te stellen. Het is de natuurlijke reactie van mensen die zich ervan bewust zijn dat ze een beschaving hebben overgeërfd. Wat natuurlijk niet wegneemt dat die beschaving nood kan hebben aan verbeteringen. De conservatief kiest in dat geval voor aanpassing, eerder dan verwoesting en heropbouw.

    Het conservatisme zoals ik het begrijp, is een natuurlijk instinct bij mensen. Het instinct om te bewaren wat goed is

    En dat staat lijnrecht tegenover de vaste positie van links. Links zegt: “Er zijn problemen, we moeten die onder controle krijgen. We kennen het doel, we hebben een plan om dat doel te bereiken, en we gaan de samenleving inrichten op basis van dat plan en in de richting van dat doel: we gaan iedereen gelijk maken.” Die aanpak is in de twintigste eeuw desastreus gebleken. Natuurlijk bevindt er zich tussen deze twee posities een heel spectrum aan tussenposities. En het zou eigen moeten zijn aan conservatisme, althans zoals ik het invul, om open te staan voor dialoog. In een democratie aanvaard je dat je soms wordt geregeerd door iemand met wie je het niet eens bent. Dat is een zeldzame menselijke deugd, die bereidheid tot compromis, discussie, en onderhandeling. Maar ze moet blijvend gecultiveerd worden.’

    Zoek de fouten in volgende zin: ‘Rekto:verso praat met de conservatieve intellectueel Roger Scruton in de Google Headquarters op de derde verdieping...
    rektoverso.be

    30-04-2015 om 10:36 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:Sruton, egalitaire onderwijsideologie
    >> Reageer (0)
    29-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Grootschalige scholengroepen & besturen zoals in VSKO-plan: too big & oligarchisch to succeed!

    Grootschalige scholengroepen & besturen zoals in VSKO-plan: too big & oligarchisch to succeed! (Witboek Onderwijskrant, kapittel 4.

    Moeilijke bestuurbaarheid, vervreemding, oligarchisch en ondoorzichtig bestuursmodel, democracy

    and large-scale organization are incompatible, territoriumdrang beperkt vrijheid van onderwijs.

    “Door het grootschalige en veelkleurige (scholen)bos ziet men de bomen niet meer”

    Onderwijskrant 173 (april-mei-juni 2015)

     

    1 Grootschaligheid, centralisering

    & ondoorzichtige eenheidsworst

     

    1.1 Ondoorzichtige mastodontscholengroepen

    Op 8 januari 2015 publiceerde het VSKO zijn ‘normatief’

    hervormingsplan met als titel: ‘Naar een

    bestuurlijke optimalisering en schaalvergroting in

    het basis- en secundair onderwijs’. Het gaat in feite

    om het oprichten van grote scholengroepen met

    veelal 20 à 30 scholen, associaties van scholen

    secundair onderwijs en een groot aantal basisscholen

    uit de nabije en minder nabije omgeving.

    Het VSKO wil 150 regionale scholengroepen en besturen

    met een centrale bestuurskoepel en binnen 1

    vzw. Ook elke basisschool wordt verplicht te kiezen

    voor aansluiting bij een scholengroep secundair

    onderwijs.

     

    De VSKO-kopstukken beweren wel dat het hier niet

    zou gaan om grootschaligheid en dat dus de vele

    nefaste kenmerken en gevolgen van mastodontscholengroepen

    niet van toepassing zouden zijn.

    Niets lijkt ons minder waar. Het VSKO zelf schat de

    schaalgrootte al op 4000 à 8000 leerlingen. Dat is al

    veel en gemiddeld zelfs meer dan het aantal

    studenten op de hogescholen net na de eerste

    fusies van 1995. Maar het cijfer van 8000 is o.i. in

    veel gevallen een onderschatting. Als bijvoorbeeld

    de secundaire scholen binnen onze Brugse scholengemeenschap

    fuseren en er ook nog de vele

    basisscholen uit de regio moeten bijnemen, dan

    komen we aan 30 scholen, toch wel een mastodontscholengroep

    met heel wat meer dan 10.000

    leerlingen. En voor het kunnen inrichten van het

    domein ‘Techniek en Wetenschappen’ zouden we

    er ook nog de grote VTI-school moeten bijnemen.

     

    Met zo’n grote, niveau-overstijgende en multisectorale

    scholengroepen zou Vlaanderen zelfs een

    unicum worden inzake grootschaligheid en centralistische

    schoolbesturen. Niveau-overschrijdende

    fusies - secundair en basisonderwijs samen - komen

    in het buitenland ook zelden voor. Het grote

    verschil met de kleinschaligheid in veel landen is

    enorm. Volgens de Finse onderwijskundigen is

    precies de grote betrokkenheid van de praktijkmensen

    en van de plaatselijke gemeenschap een

    gevolg van die kleinschaligheid en van de grote

    autonomie van de vele zelfstandige scholen. In veel

    landen streeft men momenteel ook naar kleinere

    secundaire scholen - kleiner dan in Vlaanderen.

    Buurland Nederland staat bekend als een land met

    een aantal grote scholengroepen, maar daarnaast

    bestaan er nog steeds veel relatief kleine en aparte

    scholen en 1200 schoolbesturen. Ook het zelfstandig

    kunnen voortbestaan van kleine scholen is er

    wettelijk geregeld. Er zijn in Nederland ook nog

    steeds 7 zelfstandige lerarenopleidingen met 600 à

    1000 leerlingen, die overigens veel beter presteren

    dan deze die opgenomen zijn binnen multisectorale

    hogescholen. Dit jaar is er zelfs nog 1 zelfstandige

    lerarenopleiding bijgekomen die uit een hogeschool

    is gestapt. De grootste Nederlandse scholengroepen

    situeren zich vooral op het niveau van het

    middelbaar beroepsonderwijs: de Regionale OpleidingsCentra

    voor technisch- en beroepsonderwijs

    (hogere cyclus) met een groot aantal soorten opleidingen

    - gecombineerd met onderwijs aan volwassenen.

     

    1.2 Stroomlijnings- en nivelleringsoperatie:

    grootschalige & veelkleurige scholengroep

     

    Het VSKO-plan is gebaseerd op het principe van

    ‘one size fits all’, één en hetzelfde model en bestuur

    voor al die sterk verschillende scholen en schoolculturen

    uit het secundair én uit het basisonderwijs,

    een zelfde opvoedingsproject voor een lagere

    school als voor een VTI of hotel-school ... Dit alles

    betekent een gigantische stroomlijnings- en nivelleringsoperatie:

    eenheidsworst voor de sterk verschillende

    secundaire scholen (b.v. ASO, VTI,

    Hotelschool) en een nog grotere stroomlijning

    tussen basisscholen en secundaire, tussen scholen

    met sterk uiteenlopende culturen. Door het grootschalige

    en veelkleurige (scholen)bos ziet men de

    bomen niet meer. Binnen de multisectorale hogescholen

    hebben we aan den lijve de vele nefaste

    gevolgen van zo’n stroomlijningsoperatie ervaren.

    Zo’n nivellering en eenheidsworst gaan regelrecht

    in tegen een belangrijk principe in de studie over

    schaalvergroting van prof. Geert Devos. Devos

    concludeerde: “Lineaire maatregelen voor alle

    schoolbesturen lijken hoe dan ook niet opportuun.

    Daarvoor zijn er te veel grote verschillen tussen de

    besturen en de context waarin deze besturen opereren”.

    Hij wees in dit verband ook op de grote verschillen

    tussen secundaire scholen en basisscholen:

    Different policy in personnel and pedagogy *

    What is right for secondary is not always right for

    primary (Rondetafelconferentie “Bigger schools, better

    governance?” 14 maart 2014 (OVSG & vleva).

    Een directielid schreef: “In deze context zal het voor

    de schooldirecteurs ook veel moeilijker worden om

    een eigen pedagogisch beleid te voeren en de

    eigen schoolcultuur te behouden. En wie over

    weinig financiële autonomie beschikt, kan geen

    eigen pedagogisch beleid voeren, inspelend op de

    concrete noden.” Zo’n fusies zullen leiden tot aantasting

    van de eigen schoolcultuur – net zoals dit

    met de opleidingen van onze hogescholen het geval

    is. Ze zullen ook veel onzekerheid veroorzaken, de

    besluitvorming bemoeilijken en tot veel betwistingen

    leiden.

     

    2 Centralistisch en complicerend bestuursmodel,

    minder autonomie en interactie

    Het VSKO-plan wil ook binnen elke scholengroep

    een centraal en afstandelijk bestuur dat praktisch

    alle macht naar zich toetrekt – net zoals in onze

    hogescholen en in de grote scholengroepen in het

    Nederlands secundair onderwijs. We lezen: “De

    Raad van bestuur zet de pedagogische krijtlijnen uit,

    zorgt voor de eerder beheersmatige aspecten, en

    stimuleert/ondersteunt de onderwijskundige werking

    van de scholen. De vzw werkt vanuit één duidelijke

    missie, staat ook in voor het beheer van de middelen

    (omkadering, werking, infrastructuurmiddelen),

    en voor het werkgeverschap van alle personeelsleden

    van de betrokken scholen.“ Verder wil het

    plan ook professionele en betaalde bestuurders

    invoeren, naast de vrijwilligers: “De complexiteit van

    beheer en bestuur maakt het vandaag immers

    noodzakelijk om voor de diverse aspecten gespecialiseerde

    deskundigheid in huis te halen.” Binnen

    de grote scholengroep is de bevoegdheid van de

    Raad van Bestuur dus allesomvattend en de

    (betaalde) beroepsbestuurders oefenen tegelijk de

    hoogste directiefuncties uit.

     

    Op de hoorzitting van januari 2013 poneerde organisatieconsulent

    Roland Vermeylen dat ‘corporate

    spirit‘ in grote scholengroepen en organisaties niet

    mogelijk is. Prof. Boudewijn Bouckaert (voorzitter

    onderwijscommissie) sloot zich hierbij aan en stelde:

    Bij zo’n brutale schaalvergroting zou de top dus

    bijna alleen nog oog hebben voor relatief abstracte

    en kwantificeerbare elementen, wat uitmondt in vervreemding

    van de basis.” Ook Peter Verleg (exdirecteur

    lerarenopleiding) getuigde “dat schaalvergroting

    moeilijk te managen is, zowel bestuurlijk als

    financieel. De menselijke maat verdwijnt. Verleg

    waarschuwde ook voor een te formele bureaucratische

    structuur. Hij pleitte voor het tegendeel: “het

    vergroten van de autonomie van de scholen en van

    de professionaliteit van de leerkracht.” Als de school

    een grootschalige, bedrijvige en complexe organisatie

    opgelegd krijgt, dan houdt dit een bedreiging

    in van haar educatieve opdracht - waarbij

    directe interactie- en communicatieprocessen centraal

    moeten staan, aldus de bekende Duitse socioloog

    Niklas Luhmann.

     

    3 Minder bestuurlijke efficiëntie & leraar- en

    directeurschap minder aantrekkelijk

    Bij het onderzoek naar het bestuur van scholengemeenschappen

    stelde prof. Geert Devos vast “dat

    directeurs van grote scholengemeenschappen

    signaleren dat het niet evident is om in vergaderingen

    overleg te plegen met 15 of 20 scholen. De

    mogelijkheid tot onderlinge interactie is beperkt en

    de besluitvorming wordt bemoeilijkt. Ook blijkt het

    behoorlijk complex te worden om de middelenverdeling

    te berekenen en te verdelen over de verschillende

    scholen” (Devos et al., 2010).

     

    Volgens het VSKO-plan zouden de regionale scholengroepen

    straks ook nog niveau-overschrijdend

    zijn. Binnen de bestuursvergadering van onze scholengemeenschap

    met een 8-tal secundaire scholen

    stellen we ook vast dat de onderlinge interactie en

    de eigen inbreng eerder beperkt zijn. Onderhandelen

    met zoveel partners is heel moeilijk en de

    29-04-2015 om 15:16 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:scholengroepen, VSKO-plan
    >> Reageer (0)
    27-04-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Gaat het goed mis met onze hogescholen? En met onze universiteiten?

    Gaat het goed mis met onze hogescholen? En met onze universiteiten?

    1. In een lezersbrief in de krant ‘De Morgen’ (27 april)  stelt docente Griet Laenen, Howest Kortrijk, dat het goed mis gaat in de hogescholen, “in de mijne, maar ook in de andere.” Jawel, ook in de andere: we noteerden vorige week ook een protest van de lectoren van de naburige VIVES-hogeschool. Jawel, ook in de meeste universiteiten gaat het mis; in mei 2013 formuleerden de kandidaat-rectoren Rik Tofs, Herman Nys … nog en vernietigende kritiek op het functioneren van de KULeuven en op de nefaste evolutie in de universiteiten sinds de hervormingen van de jaren negentig (zie punt 2). Terloops: Onderwijskrant heeft tijdig gewaarschuwd voor de nefaste gevolgen van een aantal hervormingen.

    Griet Laenen schrijft: “In de hogescholen heeft het systeem het overgenomen van het onderwijs. Punten gaan voor, flows gaan voor, documenten gaan voor, het aantal inschrijvingen gaat vóór dit alles. We zijn managers, engineers, marketeers van ons eigen kleine onderwijsbedrijf. Snel, snel, snel. Efficiënt. Ik zie een studente en denk: “Oei, ik heb geen tijd: ik keer hem de rug toe en haast me naar mijn bureau. Ik hervat het werk, val dan stil en denk: ik keer het onderwijs nog de rug toe, dan kan ik misschien weer onderwijzer zijn. "

    2 Kritiek op bestuur en functioneren van universiteiten

    2.1 De voorbije 13 jaar werd er ook veel kritiek geleverd op het bestuur van de Vlaamse universiteiten. UA-prof.em. Rudolf Verheyen betreurde in een publicatie van 2014: “De Vlaamse universiteiten en hogescholen worden steeds meer als een bedrijf beschouwd en beheerd. Het management is sterk geprofessionaliseerd” (Quo vadis hoger onderwijs?).

    Op 9 maart j.l. schreef rector Torfs een opiniebijdrage in de krant ‘De Standaard’ met als titel 'De ziel van de universiteit'. Hierin sprak hij zich kritisch uit over de nefaste evolutie van het bestuur van dé universiteiten op het einde van de vorige eeuw in de richting van oligarchisch & bureaucratisch bestuur, regelzucht, bedrijfslogica... Kandidaat-rector Herman Nys poneerde in mei 2013: “De KULeuven is de laatste jaren op een heel oligarchische manier bestuurd, waarbij beslissingen van boven uit werden genomen en waarbij nauwelijks werd gecommuniceerd. Door deze beleidsstijl vervreemden mensen van de instelling.”
    Prof. Rik Torfs zelf hekelde in de periode 2003-mei 2013 herhaaldelijk de nefaste evolutie in het hoger onderwijs en het ondemocratisch en bureaucratisch bestuur van de KULeuven en van de AssociatieKULeuven.

    De voorbije maanden maakten we in Nederland nog een echte strijd mee tegen de bureaucratie en het oligarchisch bestuur in het universitair onderwijs. De onvredevan studenten en docenten balde zich samen in de bezetting van het Maagdenhuis, het bestuurscentrum van de Universiteit van Amsterdam. Volgens de actiegroep Rethink UvA smile-emoticon UvA-docenten) nemen de bestuurdersmanagers voortdurend beslissingen die ver verwijderd zijn van de zorgen en behoeften van studenten en docenten en dit zonder dat ze verantwoording moeten afleggen voor die beslissingen.

    Ook het ondoorzichtig bestuur en het slecht beheer van de financiën kwamen ter sprake. Zowel de Raad van Bestuur van de UvA als de onderwijsminister beloofden een aantal hervormingen door te voeren.

    Op 28 maart j.l. verscheen er in het studentenblad ‘Schamper’ een scherpe kritiek op het bestuur van de universiteit Gent: pesterijen en angst bij het personeel, discriminatie tussen werknemers, niet toegekende pensioenrechten, onwettige contracten, een financiële put van 80 miljoen ... En in het Leuvens studentenblad VETO van 8 maart verscheen de bijdrage ’Interne audit KULeuven legt pijnpunten bloot. Faculteiten weten niet wat het rectoraat van hen verwacht. Ook de studenten hebben volgens de audit hevige kritiek op de gang van zaken.” Enzovoort.

    2.2 Scherpe kritiek in Torfs’verkiezingsprogramma van mei 2013
    Ook nog in Torfs’ verkiezingsprogramma ‘Moed enoptimisme’ van mei 2013 treffen we veel kritischeuitspraken aan omtrent het bestuur van de KULeuven en van de Associatie. Torfs wees op hetdemocratisch deficit, de bureaucratie en de technocratie, de te lange beleidslijnen op bestuursvlak. We citeren even.

    "Technocratische overwegingen & administratieve overlast domineren de scène en lijken meer onmisbaar dan professoren, onderzoekers, ondersteuners en studenten die het inhoudelijke werk leveren. Bijkomende effecten zijn trouwens lange beleidslijnen en trage besluitvorming. Wij moeten terug naar de essentie van het universitair onderwijs. De administratieve omkadering moet daar volledig dienstbaar aan zijn. Niet andersom. Administratieve overlast is een rechtstreekse tegenstander van het creatieve denken. Maar alle pogingen om de administratieve overlast in te dijken, faalden tot nog toe jammerlijk. Daarom is het belangrijk sluipende mechanismen die tot overlast leiden te ontmaskeren... Zo komen we tot de vreemde paradox dat schijnbaar zorgvuldig bestuur gebaseerd op een uitgebreide regelgeving, niet alleen traag en dus duur is, maar ook efficiëntie mist. Juist daardoor wordt het bestuur onzorgvuldig.

    We moeten tegelijk vermijden dat we door de Associatie van de KULeuven worden verstikt, en dat we er onze identiteit als universiteit in verliezen. Ook moeten wij ons goed bewust zijn van het democratisch deficit dat de Associatie schept, waardoor mensen steeds sterker van hun universiteit dreigen te vervreemden. Macht mag niet de ultieme doelstelling zijn van een associatie of een universiteit.
    Ook al omdat wie macht heeft vaak gezag verliest, en juist dat laatste is belangrijk om de universiteit weer een lichtbaken in de samenleving te laten zijn.

    2.3 COBRA-plan: medezeggenschap & collegiaal bestuur als reactie op kritiek
    Nu ze zelf aan het bewind zijn beseffen rector Torfs en vicerector Didier Pollefeyt blijkbaar dat ze hun vroegere kritiek op het bestuur van de universiteit ter harte moeten nemen. In VETO van 29 maart j.l.pakt vicerector onderwijsbeleid Pollefeyt uit met de zogenaamde COBRA-hervorming. Hierbij staat o.a. de heropwaardering van de Permanente Onderwijs- Commissie’ van de faculteiten centraal. Dit beslissingsorgaan binnen elke opleiding dat door professoren, personeel en studenten wordt bevolkt, zou voortaan de basis vormen van de universiteitsstructuur. We lezen: “Door middel van jaarlijkse hearings met professoren, personeel en studenten (en dus niet enkel vertegenwoordigers) moet een fundamentele discussie over het onderwijs ontstaan. Vicerector Pollefeyt ziet het idealistisch: ‘Niet langer is er sprake van een ‘top’ die aan de basis zaken oplegt, of een plan moet ‘verkopen’. We willen vanuit de basis een brede discussie over onderwijs creëren. COBRA gaat uit van een high trust in docenten, medewerkers, studenten en programmadirecteurs.


    27-04-2015 om 11:04 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:scholengroepen, bestuur hogescholen, universiteiten
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!