Inhoud blog
  • Waarom leerlingen steeds slechter presteren op Nederlandse scholen; en grotendeels ook toepasselijk op Vlaams onderwijs!?
  • Waarom leerlingen steeds slechter presteren op Nederlandse scholen; en grotendeels ook toepasselijk op Vlaams onderwijs!?
  • Inspectie in Engeland kiest ander spoor dan in VlaanderenI Klemtoon op kernopdracht i.p.v. 1001 wollige ROK-criteria!
  • Meer lln met ernstige gedragsproblemen in l.o. -Verraste en verontwaardigde beleidsmakers Crevits (CD&V) & Steve Vandenberghe (So.a) ... wassen handen in onschuld en pakken uit met ingrepen die geen oplossing bieden!
  • Schorsing probleemleerlingen in lager onderwijs: verraste en verontwaardigde beleidsmakers wassen handen in onschuld en pakken uit met niet-effective maatregelen
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onderwijskrant Vlaanderen
    Vernieuwen: ja, maar in continuïteit!
    09-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. fantasierijke uitspraken van OESO-orakel Dirk Van Damme in sept. 2013 over ondemocratisch karakter hoger & sec. onderwijs e.d


     1. Inleiding

     

    Dirk Van Damme,OESO-onderwijsexpert, liet in de maand september weer geregeld van zich horen. In de bijdrage ‘Vlaanderen is er niet in geslaagd onderwijs te democratiseren’ orakelde hij dat we niet enkel op  het vlak van kwantitatieve deelname aan het universitair onderwijs een achterlijk land zijn, maar dat ook  de kinderen van laaggeschoolden al te weinig vertegenwoordigd zijn in onze (middenklasse) universiteit. In DS van 10 september  poneerde hij dat ook de sociale discriminatie in ons s.o. vrij hoog is en dat hij daarom voorstander is van de invoering van een gemeenschappelijke eerste graad. In de beleids-verklaring van 2004 orakelde het duo Dirk Van Damme – Frank Vandenbroucke al: “Meer en meer wordt het onderwijs zelf de bepalende factor voor de dualisering van de maatschappij.”  Van Damme volhardt blijkbaar in de egalitaire boosheid. In de regeringsverklaring lezen we dat het niet de taak is van de overheid zich te bemoeien met het hoe van het onderwijs. Hopelijk doet die regering ook iets aan de bemoeizucht van de Europese Unie, de OESO en Dirk Van Damme - die zich de voorbije jaren vanuit Parijs mocht blijven bemoeien met het hoe van het Vlaams onderwijs.        

    2.  Reactie op onterechte uitspraken over ons hoger/universitair onderwijs

     

    2.1. 60% naar universiteit als streefdoel??

     

    Op deredactie.be van 10 september lazen we met een verwijzing naar Van Damme: "Zo verwacht de OESO dat zo'n 33 procent van de jongvolwassenen in ons land naar de universiteit zullen trekken, terwijl dat in andere OESO-landen maar liefst 60 procent zal zijn.”(Vlaanderen is er niet in geslaagd onderwijs te democratiseren’).  In het radioprogamma  Vandaag van 10 september ging hij akkoord met de stelling van de moderator "dat in Vlaanderen minder dan de helft van de studenten dan in de andere OESO-landen naar de universiteit gaan: 30%  tegen-over 60% in andere landen.”  Hij stelde wel terloops dat die 60% een beetje gerelativeerd moest worden, omdat sommige vormen van ons hoger onderwijs in het buitenland als universitair beschouwd worden.

     

    Volgens Van Damme is ook al een tijdje sprake van stagnatie in de deelname aan het hoger onderwijs.  Er was de voorbije 10 jaar  geenszins sprake van stagnatie, maar van een aanzienlijke groei in ons hoger/universitair onderwijs. Het antal jongeren dat verder studeert in het hoger onderwijs is met 30% toegenomen, van 166.918 in 2005 naar 216.735 in 2013. Een 65% van de Vlaamse leerlingen starten momenteel in het hoger/universitair onderwijs. De kleine helft daarvan, een 30%, kiest voor de univer-siteit. Dit betekent dus ook dat het grootste deel van de tso-leerlingen doorstromen naar  het hoger onderwijs. “Veel te weinig”, aldus Van Damme.  Hij poneerde hoe dan ook dat 60% naar de universiteit het streefdoel moet zijn. 60% betekent  zowat 75 à 80% van de aso- en tso-leerlingen, dus ook de meeste tso-leerlingen. (En als er nog even-veel  hoger onderwijs moeten volgen, zitten we dan niet aan 120%? ). Dat alles betekent  ook dat Van Damme weinig waardering toont voor voor leerlingen die enkel een tso/bso-diploma bezitten.

     

    Het falen aan de universiteit is volgens Van Damme ook grotendeels de schuld van de universiteiten  die het falen nog te veel als een individueel probleem van de student beschouwen en niet als een gevolg van het gebrek aan passende begeleiding. Weinigen zijn het met die stelling eens. De docenten  vinden dat heel wat studenten ten onrechte univer-sitair onderwijs volgen en dat de slaagnormen de voorbije 10 jaar al te sterk zijn gedaald – mede als gevolg van de niveaudaling in het s.o. en de  door Van Damme en Vandenbroucke destijds opgelegde outputfinanciering en flexibilisering van de studies.  Het mislukken van veel studenten is vooral de schuld van de leraren. In het essay “Hoger onderwijs: een systeem met wankele grondvesten”, sprak Van Damme zich ook al denigrerend uit. Ook dar verzwijgt hij de problemen in het hoger onderwijs die een gevolg zijn van de vele hervormingen, waarvan hij een van de belangrijke architecten was. 

     

    2.2. Geen democratisering universitair onderwijs!??

     

    Van Damme stelt dat slechts 1 op de 3 van de 18%  kinderen uit de laagstgeschoolde universitair  onder-wijs volgt.  Kinderen van de hoogstgeschoolde ou-ders hebben zes maal meer kans. “Qua demo-cratisering zijn volgens Van Damme enkel geëvolueerd van een elite-universiteit naar een midden-klasse-universiteit”. De Gentse socioloog Orhan Agirdag pikte hier op in en stelde dat er  nooit spra-ke was van democratisering: “Misschien is massa-ficatie een betere term.”   Rector Rik Torfs repliceerde terecht dat universitaire diploma’s niet gelijk verdeeld moeten zijn over de verschillende sociale klassen. Er mogen  wel geen barrières zijn voor wie het hoger onderwijs intellectueel aankan” (VETO, september 2014).  In een bijdrage in Trends van mei 2013 orakelde Van Damme ook al  dat ons on-derwijs in de 20ste eeuw enkel gericht was op de selectie van de 10 à 20% beste leerlingen.

     

    In het OESO-rapport 'Education at a glance 2014' lazen we echter op 9 september dat de sociale doorstroming (upward mobility) precies het grootst is in 'Flanders, Finland en Korea' (p. 24). Meer dan 55% van de Vlamingen behaalden een hoger diploma dan hun ouders.  Toen we Van Damme hier via twitter op wezen, repliceerde hij dat de hoge mobiliteit er wel de voorbije jaren - bij de 25- à 34-jarigen - op achteruit was gegaan. Als de sociale upward mobility al decennia geleden heel hoog was dan betekent dat toch dat  er destijds al veel kinderen van laaggeschoolde ouders door-stroomden, een aanzienlijke democratisering dus en niet louter een middenklasse-universiteit. Handarbeiderskinderen die samen met ons in de periode 1958-1964 het s.o. volgden kregen inderdaad al veel doorstromingskansen. Mijn eigen klas, de wetenschappelijke A, was praktisch uitsluitend bevolkt met arbeiderskinderen die achteraf veelal doorstroomden naar de universiteit. In ons Leuvens CSPO-doorstromingsonderzoek stelden we in 1969-1970 vast dat arbeiderskinderen met een behoorlijke uitslag zesde leerjaar vrij vlot doorstrommden naar het aso. Het is dus blijkbaar zo dat de kwaliteit en structuur van onze gedifferentieerde lagere cyclus van weleer de democratisering niet afremde, maar eerder bevorderde. Men stelde nog hogere eisen aan getalenteerde arbeiderskinderen dan in het huidige eenheidstype met zijn gemeenschapelijke eindtermen en leerplannen. We kregen als a            rbeiderskinderen meer de kans om onze sociale handicaps - inzake taal e.d.- te compenseren. We moeten dus de eerste graad niet meer nivelleren, gemeenschappelijk maken, maar er eerder nog een sterke optie aan toevoegen met b.v. Engels als uitdagend vak i.p.v. Latijn, een optie die door arbeiderskinderen vlugger zou gekozen worden dan Latijn.

     

    Er zijn ook nog tal van andere redenen voor het vermoedelijk minder doorstromen van kinderen van de laagstgeschoolden naar de universiteit, redenen die Van Damme verzwijgt:  (1) Het  intellectueel afromingseffect van de (hand)arbeidersklasse als gevolg van de democratisering van het onderwijs.  (2) Aangezien die democratisering in Vlaanderen vroeger plaats vond dan in de meeste landen, is het ook begrijpelijk dat het in Vlaanderen dat al een sterkere democratisering/upward mobility mee-maakte, moeilijker wordt om een hoger onder-wijsniveau te bereiken dan dit van de ouders. (3)  Bij de 18% laagstgeschoolde ouders zitten  veel ouders van allochtone afkomst – wat vroeger veel minder het geval was. (4) Leerlingen uit lagere milieus zijn ook het meest de dupe van de niveaudaling. van de gestage ontscholing van leerinhouden en didac-tische aanpak (b.v. uitholling taalvakken, nivellerend leerplan wiskunde in eerste graad)  Als kabinetschef ontkende Van Damme begin 2007 samen met Vandebroucke nog dat er sprake kon zijn van niveaudaling en ontscholing – als reactie op de O-ZON-campagne van Onderwijskrant. Als de doorstromingskansen van de 25-à 34 jarigen er volgens  Van Damme op achteruit gegaan zijn, dan gaat het om leerlingen die ongeveer vanaf het eenheidstype van 1989 het secundair onderwijs hebben aangevat.

     

    3 .Hoe zit het met de sociale (on)gelijkheid  in ons s.o.?

     

    In het artikel ‘Tackelt hervorming ongelijkheid? In De Standaard van 10 september lazen we:  “Oeso-expert Dirk Van Damme, die als kabinetschef van minister van Onderwijs Vandenbroucke  de hervor-mingen van het s.o. in gang zette, is volgende me-ning toegedaan: ‘De structuren in het s.o. moeten veranderen. Hoe vroeger men een studiekeuze laat maken, hoe groter de impact van de sociale achter-grond. Ik ben gewonnen voor een flexibele studiekeuze tussen 12 en 14 jaar. In die zin is het huidige compromis (in het Masterplan) zo slecht nog niet.’

     

    Ons gedifferentieerd s.o. bemoeilijkt geenszins de doorstromingskansen naar het aso en het hoger onderwijs. Vlaanderen behaalde voor PISA-2012  het hoogste % leerlingen uit het laagste kwart qua sociale afkomst die in het bovenste prestatiekwart voor wiskunde presteerden. Dit wijst er op dat er (relatief gezien) ook op vandaag nog  een hogere sociale mobiliteit is dan in landen met een gemeenschappelijke lagere cyclus. Ook uit de recente studie van de Nederlandse prof. Jaap Dronkers blijkt dat Vlaanderen  er op vandaag ook nog in slaagt om Europese PISA-topscores te combineren met een hoge mate van sociale gelijk-heid en mobiliteit (zie vorige bijdrage). Prof. Wim Van den Broeck kwam in zijn recente studie tot dezelfde con-clusies.Op basis van TIMSS en PISA hebben andere  onderzoekers (o.a. Hofman e.a. & Woess-mann) aangetoond dat Vlaanderen inzake beperk-tere invloed van de sociale afkomst zelfs een top-score behaalt. (Daar in ‘gidsland’ Finland de selectie vooral vanaf het einde van het derde jaar plaatsvindt, is het ook zo dat de relatie met de afkomst in sterke mate toeneemt in de hogere cyclus s.o. Vermoedelijk krijgen we dan op het eind van het s.o. een invloed van de afkomst  die hoger is dan in het Vlaams onderwijs.) 

     

    Door het feit dat getalenteerde arbeiderskinderen in Vlaanderen in meer uitdagende opties terecht komen (Latijn en Moderne Wetenschappen) dan in landen met een nivellerende gemeenschappelijke eerste graad, krijgen ze ook volgens prof. Dronkers meer ontwikkelingsen doorstromingskansen (zie vorige bijdrage). En leerlingen die aanvankelijk iets te hoog mikten, kunnen zich heel vlot heroriënteren via de opties. Is het toeval dat de Europese landen met de hoogste PISA-2012-wiskunde-score (Vlaanderen, Zwitserland en Nederland) geen gemeen-schappelijke lagere cyclus hebben en dat in die landen het tso/bso veel beter is uitgebouwd in de lagere cyclus?  

     

    Van Damme verzwijgt dat het door hem verguisde s.o. ook inzake schooluitval beter presteert dan in  landen met een gemeenschappelijke lagere cyclus. Volgens Eurostat  was er in Vlanderen in 2013 amper 7,5% schooluitval (= jongeren tussen de 20 en 24 jaar zonder diploma). Zelfs in Finland - een land met veel minder armoede en  allochtone leerlingen, was dit een stuk meer: 9%. Kort na het verschijnen van het Masterplan verspreidde Van Damme als mede-inspirator nog de kwakkel dat Vlaanderen kampioen was inzake schooluitval; “tot 25%” poneerde hij in Knack van juni 2013.

     

    Van Damme maakte destijds als kabinetschef van minister Vandenbroucke (2004-2007) de burgers ook wijs dat ons onderwijs heel sterk was voor de sterke leerlingen, maar zwak voor de zwakkere. Er verscheen zelfs een  tv-spotje over 'de kloof dempen!’ De voorbije maanden beweerde het omgekeerde: dat we vooral te weinig toppers telden en dat de sterke leerlingen te weinig gestimuleerd werden. Van Damme stelde destijds ook - samen met minister Vandenbroucke - dat de gemeenschappelijke eerste graad  er vooral nodig was omwille van ons technisch onderwijs. In 1982 stelde minister Daniël Coens op een studiedag in Leuven dat precies de gemeenschappelijke graad van het VSO heel nade-lig was voor het tso/bso. Hij poneerde: "We moeten evolueren naar een eenheidstype , een combinatie van VSO en klassieke s.o., het type 2.“ Coens stelde terecht dat het tso/bso er vroeger beter aan toe was dan in het VSO. Ook nu zou/zal de in-voering van een brede eerste graad heel nadelig zijn voor de toekomst van ons tso/bso. 

     

     4. “Vlaamse leerkrachten te  weinig vernieuwingsgezind” ??

     

    Dirk Van Damme (OESO) poneerde in de recente bijdrage 'Are teachers really resistant to change?’ (11 augustus) dat de Vlaamse leerkrachten maar matig vernieuwingsgezind zijn.“Denmark, Hungary, Indonesia, Korea, the Netherlands and the Russian Federation have seen the greatest inno-vation-orientated change between 2000 and 2011. The state of Massachusetts in the United States, Austria and the Czech Republic show the smallest innovation-oriented change.” Ook al in Klasse van januari 2014 beweerde Van Damme dat ‘het onderwijs in Vlaanderen niet klaar is voor de 21ste eeuw’ en dat de leerkrachten te zelfgenoegzaam waren.  

    In een reactie in de VS werd opgemerkt dat de staat Massachusetts volgens de OESO wel het minst progressief is, maar tegelijk een superieure score behaalde voor PISA-2012 (561punten!).  Zou het niet kunnen dat de landen met leraars die minder ‘progressief’ zijn volgens de OESO-criteria – zoals Vlaanderen, Finland, Massachusetts, Oostenrijk - de hoogste leerresulaten behalen? Het is  door de modieuze vernieuwingsdrift dat Zweden een PISA-staartscore behaalde. Innovatie is ook bij Van Dam-mes OESO  het nieuwe ‘buzzword’ geworden. 

    5. Besluit

    Sociaal-pedagoog Van Damme orakelde  al in 2004 als kabinetschef in de beleidsverklaring: “Meer en meer wordt het onderwijs zelf de bepalende factor voor de dualisering van de maatschappij.” Zijn recente uitspraken over het ondemocratisch karakter van ons secundair en hoger onderwijs liggen in dezelfde  lijn. Hij volhardt in zijn egalitaire boosheid. Net als in 2004 voelden we ons geroepen om zijn recente uitspraken te weerleggen.  

    Vanuit Van Dammes OESO-burcht vliegen de statistische '(on)waarheden' ons  de voorbije jaren om de oren. In de gewillige kranten en andere media weerklinkt geregeld zijn apodictisch gekanker op het Vlaams onderwijs. Zo liet hij nog onlangs weten dat het aantal leerlingen in klas absoluut geen verschil uitmaakt en dat er in Vlaanderen gemiddeld amper 9 leerlingen waren per klas. In een bijdrage in Sampol van sept. 2013 beweerde hij dat er heel weinig verzet was tegen de hervorming van het s.o.  en dat dit vooral georganiseerd werd door een paar enkelingen: “Raf Feys van Onderwijskrant en Peter De Roover van de Vlaamse Volksbeweging”. 

     

     

     

     

     

     

     


    09-10-2014 om 12:36 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    Tags:Dirk Van Damme, democratisch hoger onderwijs, sociale discriminatie
    >> Reageer (0)
    08-10-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Reactie op pleidooi (Van Houtte) voor gemeenschappelijke eerste graad in BASIS (COV) van 4 oktober & weerlegging in studie van Dronkers

    In het recente nummer van Basis (4 oktober) van de  COC-vakbond   mag de mag de Gentse sociologe Mieke Van Houtte vier pagina’s lang ons  secundair onderwijs beledigen, de grond  inboren, beschuldigen van sociale discriminatie, enz.  Ze weet werkelijk niet positief te vertellen en mag er een lang pleidooi houden voor de invoering van een gemeenschappelijke/brede eerste graad. En zelfs nog na de eerste graad wordt volgens Van Houtte “het principe van de gemeenschappelijkheid best ook doorgetrokken.” (De Vlaamse sociologen pleitten steeds voor een gemeenschappelijkheid tot 15/16 jaar).

    Het COV weet dat slechts een beperkt aantal leraren secundair onderwijs (een 10%) echt voorstander is van de gemeenschappelijke eerste graad. Bij navraag bij leerkrachten van de  derde graad lager onderwijs, belangrijke ervaringsdeskundigen,  zou blijken dat  er daar nog minder  voorstanders zijn. Die leerkrachten beseffen maar al te goed dat het al uiterst moeilijk is om de leerlingen in de derde graad samen te houden, en dat het niet wenselijk  is om dat nog langer te doen.  De voorbije jaren kregen al die leerkrachten geen stem in het blad ‘Basis’ van de COV. In het jonge nummer van Basis kreeg een van onze Vlaamse egalitaire onderwijssociologen wel weer alle ruimte om ons succesvol secundair onderwijs als een kankerplek voor te stellen en te pleiten voor een radicale structuurverandering.

    Van Houtte verzwijgt dat uit PISA-2012-wiskunde eens te meer bleek  dat we de Europese PISA-topscore behaalden dankzij het feit *dat we nog veel toppers tellen (25% versus 3% in comprehensief  Zweden en 14% in Finland,   *dat ook onze zwakke leerlingen (relatief bekeken)  beter presteren dan in de meeste landen, * dat we het hoogste percentage leerlingen tellen uit het laagste kwart qua sociale afkomst die een score behalen die zich situeert bij het hoogste kwart van de PISA-score. Van Houtte verzwijgt ook dat er volgens Eurostat in  Vlaanderen  opvallend minder schooluitval is (7,5% in 2013: 20 à 24-jarigen zonder diploma) dan in landen met een gemeenschappelijke lagere cyclus als Zweden, Finland, Frankrijk, Engeland … Dat alles telt niet voor Mieke Van Houtte;  ze baseert zich vanuit haar egalitair en nivellerend standpunt  ten onrechte op de grootte van de prestatieverschillen tussen de sterkste en de zwakste leerlingen …

    We hebben in Onderwijskrant en op een hoorzitting in het Vlaamse parlement al herhaaldelijk de visie van veruit de meeste leerkrachten vertolkt (zie www.onderwijskrant.be) .   Jammer genoeg kreeg de stem van die leerkrachten nog geen gehoor in Basis.   Als reactie op de bijdrage van de Gentse sociologe Mieke Van Houtte, verwijzen we hier enkel nog naar een recente studie van twee Nederlandse sociologen, Jaap Dronkers en  Tijana Prokic-Breuer,  die in een recente studie aantonen dat het Vlaams onderwijs er wonderwel in slaagt   een grote mate van sociale gelijkheid (gelijke kansen) te combineren met een hoge effectiviteit voor alle leerlingen, dankzij zijn unieke, gedifferentieerde en stimulerende onderwijsstructuur.

    Studie van Dronkers en Prokic-Breuer

     Nederlandse sociologen  Dronkers en Prokic-Breuer:  Vlaams secundair onderwijs slaagt  erin om een grote mate van sociale gelijkheid (gelijke kansen) te combineren met een hoge effectiviteit dankzij zijn unieke, gedifferentieerde en stimulerende onderwijsstructuur

    We bekijken even de o.i. belangrijke conclusies voor Vlaanderen in de studie ”The high performance of Dutch and Flemish 15-year-old native pupils: explaining country different math scores between highly stratified educational systems (Tijana Prokic-Breuer & Jaap Dronkers, Maastricht University, 2012)

    We citeren enkele passages en conclusies over Vlaanderen. De onderzoekers wilden nagaan hoe het mogelijk dat Vlaanderen niet enkel een hoge-PISA-score behaalt, maar ook een hoge mate van sociale gelijkheid (=gelijke kansen; dit laatste is gebleken uit ander onderzoek van prof. Dronkers).

    De onderzoekers gingen uit van de volgende hypothese voor Vlaanderen. Hypothese van onderzoek over Vlaanderen, die in het onderzoek ook bevestigd werd. We stellen vast dat het Vlaams onderwijssysteem gelijke kansen tussen de leerlingen promoot zonder daarbij afbreuk te doen aan de effectiviteit (b.v. Europese topscore voor PISA-2012-wiskunde).  We verwachten dat dit bereikt wordt door het plaatsen van een groot deel van de leerlingen bij de start van het secundair onderwijs in een sterkere richtingen - ‘higher track’. (Veel leerlingen dus die kiezen voor sterkere richtingen, de opties Latijn en Moderne Wetenschappen in de eerste graad). Een uniek kenmerk van het Vlaams onderwijs is dat als gevolg van de eerder beperkte selectiviteit bij de start de meerderheid van de leerlingen toegestaan wordt  ‘to  enter highest educational track’ (= sterke richtingen). 

    Dat heel veel leerlingen mogen starten in  richtingen die hoge eisen stellen is volgens de onderzoekers heel belangrijk. In sterk selectieve systemen (o.a. Duitsland) is dit minder het geval. In tegenstelling tot comprehensieve onderwijssystemen met een gemeenschappelijke lagere cyclus -  is het tevens zo dat in Vlaanderen het bestaan van ‘lagere onderwijsrichtingen’ (lowest tracks) de mogelijkheid bieden van ‘downward mobility during secondary education’ (=tijdige en soepele overgang naar meer passende opties is mogelijk.)  We tonen in onze studie  aan dat de grote deelname aan de ‘higher tracks’ niet enkel de gelijke kansen bevordert, maar dat tegelijk de motivatie van de leerlingen om in de sterke richtingen te blijven hoger is dan  de   “We argue that next to equity benefits related to the bigger size of the highest tracks, the motivation of students to stay in the highest track is higher than the motivation to exit from the lowest track; therefore, the educational performance of all pupils can be increased.”

    Dronkers en Prokic-Breuer stelden vast dat hun hypothese grotendeels bevestigd werd in hun onderzoek.  De eindconclusie luidt: “The high Flemish scores can be partly explained by the high curriculum mobility (as indicated by the highest level of medium entrance selection). The Flemish educational system has relatively open entrance at each curriculum level in secondary school, but a high level of internal (downward) curriculum mobility (‘‘cascade model’’) as well. The ‘‘not too high but not too low’’ level of entrance selection (trying to combine the best of two solutions) and the high level of curriculum mobility within schools and between tracks improve the matching of pupils to their educational attainment and achievement. This can improve efficient learning and thus leads to high scores. Conclusie: Some entrance selection by schools can be useful to strengthen their ambition and quality, which influence the performance of their pupils.”  P.S. However, we cannot fully explain the high scores of the Flemish pupils. … Educational policy can also make a difference.

     


    08-10-2014 om 14:35 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    Tags:hervorming secundair onderwijs, Basis, Mieke Van Houtte, Dronkers, gelijke kansen
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!