Inhoud blog
  • Waarom leerlingen steeds slechter presteren op Nederlandse scholen; en grotendeels ook toepasselijk op Vlaams onderwijs!?
  • Waarom leerlingen steeds slechter presteren op Nederlandse scholen; en grotendeels ook toepasselijk op Vlaams onderwijs!?
  • Inspectie in Engeland kiest ander spoor dan in VlaanderenI Klemtoon op kernopdracht i.p.v. 1001 wollige ROK-criteria!
  • Meer lln met ernstige gedragsproblemen in l.o. -Verraste en verontwaardigde beleidsmakers Crevits (CD&V) & Steve Vandenberghe (So.a) ... wassen handen in onschuld en pakken uit met ingrepen die geen oplossing bieden!
  • Schorsing probleemleerlingen in lager onderwijs: verraste en verontwaardigde beleidsmakers wassen handen in onschuld en pakken uit met niet-effective maatregelen
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onderwijskrant Vlaanderen
    Vernieuwen: ja, maar in continuïteit!
    18-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs.Voor type-8 leerlingen straks geen passend onderwijs meeer!

    Het afwaarderen van kinderen in het Passend Onderwijs (Sven Snijer in trouw, 10 februari 2014)

    De keerzijde van het Passend Onderwijs:

     (Toegepast op Vlaanderen:  type 8-leerlingen zullen   geen passend onderwijs meer vinden= ofwel te hoog niveau van gewoon onderwijs, ofwel te laag niveau van basisaanbod)

    De-medicaliseren, normaliseren en ontzorgen zijn de toverwoorden van het kabinet bij de Transitie. Het verdwijnen van het Speciaal Basis Onderwijs (één niveau onder het reguliere onderwijs) is een onderdeel van deze nieuwe filosofie. Want kinderen op het SBO hoeven zich niet meer anders te voelen. Ze mogen nu gewoon meedoen met normale kinderen en dat ingewikkelde gedoe met die labeltjes moet maar eens afgelopen zijn. Wat een verfrissende kijk op een ingewikkeld probleem! Of toch niet?

    Een weg omhoog, een weg naar beneden

    Als je een tussensegment wegbezuinigd (het SBO, Speciaal BasisOnderwijs – type 8), dan zijn er twee richtingen voor plaatsing van deze kinderen, waarvan er één naar boven voert en één naar beneden. De nadruk wordt bij het plan voor Passend Onderwijs gelegd op de weg ‘omhoog’, het verwachtingsvolle ‘normaliseren’ waar de overheid zo hoog over opgeeft.

    Het normaliseren dat door veel ouders van een speciaal kind als stigmatiserend wordt ervaren, omdat het een bagatellisering is van de problematiek die veel van deze kinderen hebben en een miskenning van de goede zorg die ouders (en onderwijzers) het kind geven dat wel degelijk anders is, maar niets minder waard. Het is die weg naar beneden die mijn interesse heeft bij de blije plannen van het kabinet, omdat je nooit hoort spreken over wat de gevolgen zijn voor kinderen die het SBO net redden en die de overstap naar het reguliere onderwijs niet zullen kunnen maken. Gaan die ook juichend een trapje omláág?

    Testen en inschalen

    De toegankelijkheid van het onderwijs wordt helemaal niet vergroot voor kinderen die anders zijn, als we bijvoorbeeld kijken naar de toegenomen eisen van de overheid richting scholen om kinderen te testen op hun vaardigheden. Want dit betekent voor veel kinderen waarvan de sociaal-emotionele ontwikkeling wat achterloopt op hun cognitieve vaardigheden, dat ze minder goed ‘testbaar’ zijn en op grond van de testuitslagen afgeserveerd kunnen worden naar lager onderwijsniveau. Terwijl wanneer ze iets meer de tijd zouden hebben gehad voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling, een jaartje later misschien wel goed hadden gescoord. Juist bij deze kinderen is niet altijd duidelijk wat hun echte leerniveau is (vanwege autisme, etc) en er druk op zetten door prestatieleren maakt het niet beter, omdat dit de werkelijke oorzaak niet serieus neemt. Moet zo’n kind dan maar naar een school voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)? Dat zou een degradatie inhouden waar het kind helemaal niet bij gebaat is.

    Er zijn genoeg ouders die het al vervelend vinden dat hun kind naar Speciaal Basis Onderwijs moet, laat staan dat het door de onmogelijkheid van plaatsing op een reguliere school zou worden teruggestuurd naar een ZMLK.

    Maar het staat natuurlijk heel mooi omschreven in de voorlichting over het Passend Onderwijs, alsof het allemaal één grote verbetering gaat worden:

    “Scholen krijgen de plicht om ervoor te zorgen dat een kind dat niet op hun school kan worden geplaatst, elders een passende plek vindt  Om deze zogeheten zorgplicht waar te kunnen maken, moeten schoolbesturen gaan samenwerken in een regionaal netwerk: basisscholen gaan samenwerken met cluster 3 en 4, …“

    Passend Onderwijs?

    Wat hier eigenlijk te lezen valt is dat reguliere basisscholen die kinderen uit het SBO krijgen die ze niet kunnen plaatsen, mogen dumpen op cluster 3 en 4-scholen. En dit is automatisch ‘passend’, omdat wanneer ze het normale niveau niet aankunnen (omdat het tussensegment SBO –ons type 8 - waar ze eigenlijk thuis horen is weggehaald), in het nieuwe stelsel een school met lager niveau het enige is wat voor ze overblijft. Deze kinderen moeten dus onder hun niveau gaan functioneren, terwijl andere SBO-ers op hun tenen mogen gaan lopen op het regulier basisonderwijs en hun autisme -of ADHD-‘knopje’ maar even moeten uitschakelen als ze naar een klas gaan met dertig leerlingen.

    Goedkoper?

    Het meest lachwekkende aan deze operatie, die voor een groot deel natuurlijk door bezuinigingen is ingegeven, is dat het SBO-onderwijs helemaal niet zoveel duurder is dan het reguliere onderwijs, terwijl het Speciaal Onderwijs (cluster 3 en 4) wel twee maal zoveel kost per leerling als het SBO! Met andere woorden, de gepromoveerde kinderen worden niet veel goedkoper, maar de gedegradeerde kinderen worden wel twee maal duurder. Knap rekenwerk. Voor SBO-onderwijs kunnen kinderen dicht bij huis terecht en voor speciaal onderwijs moeten ze vaak ver reizen, wat weer kosten geeft voor busjesvervoer, etc.

    Tweedeling in het onderwijs

    In plaats van het normaliseren van kinderen die een beetje anders zijn, creëert het kabinet juist een hardere scheidslijn tussen kinderen die normaal zijn (of zich zo moeten gedragen) en de kinderen die ‘niet normaal’ zijn. Met het weghalen van het SBO (=ons type 8) is bovendien de mogelijkheid weggenomen voor ZMLK-kinderen om door te groeien naar SBO-niveau, zodat hun emancipatie alleen maar wordt bemoeilijkt. Een noodzakelijke tussenschakel wegnemen die voor de broodnodige geleidelijkheid zorgt bij het opschalen en afschalen van de onderwijsgraad voor kinderen bij wie het leren niet vanzelf gaat, zorgt voor een tweedeling van wel of niet ‘goed genoeg’.

    Onze dochter was een half jaar terug moeilijk te testen, omdat ze het belang van een test niet inzag. Ze deed daarom een jaartje over zodat ze meer de tijd kreeg voor het ontwikkelen van de cognitieve vaardigheden, nadat ze sociaal-emotioneel eerst flinke vooruitgang had geboekt. Haar leervermogen ging opeens enorm vooruit en komende test-resultaten kunnen wij met gerust hart tegemoet zien. Dit is de school waar ze thuis hoort. Regulier onderwijs is te hoog gegrepen, maar een  niveau lager zou haar geestelijk beschadigen, want mijn kind is niet gedragsgestoord en ook niet dom. Nu al staan er klassen leeg op de SBO van ons kind, omdat er geen indicaties meer worden afgegeven voor SBO-onderwijs. Een trieste ontwikkeling waardoor veel kinderen straks tussen de wal en het schip zullen vallen.

      http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3591461/2014/02/06/Uit-alles-blijkt-dat-scholen-niet-weten-wat-ze-te-wachten-staat.dhtml

    mmm

    18-05-2014 om 10:04 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:type-8-leerlingen, passend onderwijs, M-decreet
    >> Reageer (0)
    17-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Zorgen omtrent inclusie van kinderen met gedragsproblemen

    Zorgen van ouders met kinderen met gedragsproblemen omtrent inclusie/passend onderwijs  (vergelijkbaar met M-decreet): 63% van de ouders vreest  dat kinderen  minder aandacht zullen krijgen in gewoon onderwijs. Het zijn analoge problemen die we zullen ervaren bij de invoering van het M-decreet op 1 september 2015.

    Nota van 0udervereniging Balans (ADHD) in samenwerking met  Nederlandse Vereniging voor Autisme

    De zorgen en suggesties voor oplossingen inzake het welslagen van passend onderwijs, van leden van Balans en de NVA, zetten wij hieronder uiteen aan de hand van vijf thema’s.  (waar over ouders wordt gesproken gaat het hieronder, tenzij anders aangegeven, over ouders die lid zijn van Balans of de NVA.) Uit de enquête blijkt namelijk o dat hoewel een kleine meerderheid van het totaal aantal ouders (55%) vindt dat een kind met een beperking een toegevoegde waarde heeft in het reguliere onderwijs, 63% toch vreest dat kinderen hierdoor minder aandacht krijgen.

    De thema’s 

           De zorgen van ouders over de voorwaarden bij de uitvoering van passend onderwijs.

           De specifieke problemen van leerlingen met een niet-zichtbare beperking.

           De problemen van de thuiszitters.

           De samenwerking met de ouders.

           De rol van besturen en directies.

    1. Zorgen van ouders over de voorwaarden bij de uitvoering van passend onderwijs

    Zoals in de brief al aangegeven komt uit de enquête onder ca 1500 ouders naar voren dat van de 679 ouders van Balans en de NVA bijna 50% van de Balans of NVA ouders, de Wet passend onderwijs, geen goed idee vindt. Zij maken zich vooral zorgen over de sociaal emotionele veiligheid van hun kinderen en het gebrek aan kennis en vaardigheden bij leraren over de aanpak van specifieke problemen op het terrein van leren en gedrag.

    Een van de meest opvallende uitkomsten uit de enquête is, dat 76% aangeeft dat de leerkracht/docent niet voldoende is toegerust om een kind met een probleem op het gebied van leren en gedrag, in een reguliere klas, les te geven. Ook de huidige groepsgrootte is volgens hen een belemmering om deze leerlingen onderwijs op maat te kunnen bieden. Bovendien vrezen ze dat de extra tijd die hun kind vraagt op verzet zal stuiten bij andere ouders. Uit de enquête blijkt namelijk ook dat hoewel een kleine meerderheid van het totaal aantal ouders (55%) vindt dat een kind met een beperking een toegevoegde waarde heeft in het reguliere onderwijs, 63% toch vreest dat kinderen hierdoor minder aandacht krijgen.

    Ouders noemen als oplossing “meer handen (en hoofden!) in de klas en minder administratiedruk.” Een ouder verwoordde het kernachtig met: “Administratiedruk weg, aandacht voor de leerling terug.” In dat verband werd ook benadrukt dat schoolleiders en teams elkaar maximaal dienen te ondersteunen bij de uitvoering van de Wet op het passend onderwijs. “Laat het niet over aan de enkele leraar,” verzuchtte een ouder. Er is al te veel uitval bij deze beroepsgroep.

    Ouders pleiten daarom voor extra ondersteuning in de klas dan wel (tijdens een deel van de lesweek) een kleine parallelgroep voor kinderen die specifieke aandacht nodig hebben. Dit zou ook voor de hoogbegaafden wenselijk zijn. Verder vinden zij dat er juist ook voor de cluster 3 en 4 kinderen voldoende mogelijkheden moeten zijn om in kleinere groepen te werken. En ten slotte vrezen de ouders dat de zorgplicht van scholen niet volledig tot uitvoering zal komen en scholen zich, zoals nu ook vaak het geval is, zullen beroepen op een capaciteitsprobleem (artikel 40, lid 5 Wet primair onderwijs). Dan staan ouders machteloos.

    2.Veiligheid

    Wat betreft het aspect van veiligheid geven ouders aan dat leerlingen met een beperking vaak meer dan gemiddeld behoefte hebben aan positieve bekrachtiging. Ouders bedoelen daarmee een gepaste bejegening, kennis van het specifieke kind, structuur, duidelijkheid, rust, weinig prikkels en de nadruk op wat de leerling wel goed doet . Als praktische oplossing noemen zij “het instellen van een zogenoemde “VIP ruimte”. Bijvoorbeeld een eigen klaslokaal waar de leerlingen die daar behoefte aan hebben terecht kunnen voor begeleiding, antwoorden op hun vragen en bespreking van hun problemen. Ook wordt genoemd “een vaste coach die op gezette tijden met de leerling zijn dag/week doorneemt”. Dat wordt vooral in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs belangrijk gevonden.

    “Geef deze leerlingen de ruimte om hun schoolloopbaan op een aangepaste manier in te vullen” is het advies van de ouders. “Sluit aan bij hun specifieke leerstijl en zie in elk van hen een potentieel waardevol lid van de maatschappij. Zie het vervolgens als een uitdaging om ze daar op voor te bereiden.” Ook noemen ze het “ronde tafel gesprek met de kinderen zelf met de vraag wat zij nodig hebben om te kunnen functioneren”.

    Bij passend onderwijs hoort naar mening van de ouders ook passende toetsing. Zij zien dat niet alleen als taak voor de scholen, maar ook voor de overheid. Ze noemen het zeer noodzakelijk dat ook de wijze van examinering bij het centraal examen een aandachtspunt wordt. “Voorkomen moet worden dat scholen die zich nu al inzetten voor de talenten van kinderen, in de problemen komen met de inspectie”. Als voor die situatie geen oplossing wordt geboden dan vrezen ze dat scholen wederom zullen besluiten te discrimineren door kinderen, in verband met hun beperking, bij het examen onder hun niveau te plaatsen.

    Ouders suggereren: “Herstel het vertrouwen in docenten door hen ruimte te bieden waar het gaat om de invulling van het onderwijs en de wijze van examinering van de leerling. Docenten hebben de deskundigheid om te bepalen op welke wijze de kennisoverdracht kan plaatsvinden en welke wijze van toetsen de kennis en kunde van de leerling meetbaar maakt.” Ouders constateren dat gezien de soms complexe problematiek die bij een leerling met een beperking speelt, het soms niet mogelijk is om in alle situaties te werken met de standaard examinering.

    1. Competentie

    Om de competentie van leraren te stimuleren suggereren ouders: “Laat alle PABO-studenten een stageperiode volgen binnen het speciaal onderwijs. Laat leraren/docenten voorlichten door medewerkers van het speciaal onderwijs. Laat leraren een module volgen waarin ervaringsdeskundige ouders samen met leerkrachten uit het speciaal onderwijs ervaringen kunnen uitwisselen en handvatten kunnen geven voor aanpak en begeleiding in de praktijk.” Ook het instellen van een registratiesysteem voor de bijscholing van leraren op dit specifieke terrein, wordt wenselijk geacht. Evenals lessen van ervaringsdeskundige ouders in de opleidingen.

    1. Leerlingen met een niet-zichtbare beperking

    Ouders van kinderen met een niet-zichtbare beperking geven in de enquête aan dat zij vaker bang zijn dat het storende gedrag van hun kind mogelijk gedragsproblemen bij andere kinderen kan uitlokken. Ook zijn er zorgen dat het gedrag dan niet gezien wordt als een beperking maar als gewoon lastig gedrag. Hier ligt mogelijk een verband met het gegeven dat bijna alle ouders in de enquête zeggen geen bezwaar te hebben tegen een blind of doof kind of een kind met een lichamelijke beperking. Maar 33% wel bezwaar heeft tegen een kind met het syndroom van Down en een kind met een gedragsstoornis.

    Ouders noemen het essentieel dat de leerkrachten oog hebben voor de niet-zichtbare beperkingen van deze leerlingen en de vaardigheden bezitten om hiermee om te gaan teneinde de talenten van deze kinderen een kans te geven. Dit zien onze ouders als de belangrijkste voorwaarde voor het welslagen van de invoering van het nieuwe stelsel. Als die voorwaarde niet aanwezig is, dreigt volgens de ouders het gevaar dat hun kinderen vanwege hun gedrag (dat vaak een signaal is van niet welbevinden), hun recht op onderwijs te verliezen en thuis komen te zitten.

    1. Thuiszitters

       

      De groep kinderen die een vrijstelling heeft voor de inschrijvingsplicht, omdat zij niet leerbaar zouden zijn, is explosief gegroeid. Hun ouders zijn vaak ten einde raad. Enerzijds omdat hun kind wordt uitgesloten van het schoolleven en anderzijds vanwege de te verwachten leerachterstanden. Veel kinderen zijn geplaatst in onderwijsopvangvoorzieningen zoals de Time-Out, Rebound, Herstart, Op de rails, waar geen sprake is van een volwaardig onderwijsaanbod. Veel kinderen staan op een school ingeschreven maar worden niet toegelaten tot de lessen of worden apart gezet in een lokaal alleen. Ouders geven de suggestie: “Maak experimenten en best practices inzichtelijk. Scholen zouden zich vrij moeten voelen om met succesvolle experimenten voor maatwerk naar buiten te treden. Nu vrezen scholen het oordeel van de accountant, de inspectie of de leerplichtambtenaar.” Voor die situaties is volgens ouders een maatregel waarbij “het geld  de leerling volgt” een noodzakelijke voorwaarde omdat veel scholen alleen dan bereid  blijken om een leerling een tweede kans te bieden.

    Als naast de Wet passend onderwijs niet wordt voorzien in een reparatietraject voor de groep die nu geen toegang heeft tot onderwijs, zullen deze kinderen door de onderwijsinstellingen worden afgeschreven. Het dient bovendien duidelijk te worden waar ouders zich kunnen melden als het recht van hun kind op onderwijs met voeten wordt getreden. Kortom: De groei van het aantal thuiszitters vereist dat er een noodplan komt voor kinderen die nu niet naar school kunnen omdat zij aansluiting met schoolonderwijs missen.

    1. Samenwerking met ouders

    Samenwerking tussen school en ouders heeft bij Balans en de NVA altijd hoog op de agenda gestaan. Balans heeft hiervoor zelfs een Award in het leven geroepen die dit jaar voor de tiende keer uitgereikt zal worden aan de school die door de ouders wordt voorgedragen vanwege de goede samenwerking rondom een kind dat extra aandacht nodig heeft. Tot onze grote schrik blijkt uit de enquête van CNV onderwijs (4 april jl ), dat de helft van de jonge docenten het onderwijs wil verlaten. Als een van de redenen noemen zij de problemen met betrekking tot ‘mondige respectloze ouders’. Dit is voor ons verbijsterend.

    Bij het steunpunt passend onderwijs krijgen wij van onze ouders juist signalen dat zij zich vaak geremd voelen om extra aandacht voor hun kind te vragen en met de leerkracht ervaringen te delen hoe hun kind in het dagelijks leven aangepakt en benaderd kan worden. Omdat zij ook zien dat de leerkrachten vaak zwaar belast zijn. Ze voelen zich vaak schuldig als hun kind overlast geeft en tegelijk ook machteloos omdat het welzijn van hun kind op het spel staat. Zij hebben immers de plicht en het recht om voor het welzijn van hun kind op te komen (artikel 2 EP EVRM). Hoewel zij niet bepalen hoe het onderwijs wordt vormgegeven blijven ze verantwoordelijk voor het welzijn en de ontwikkeling van hun kind, ook op school!

    Vaak voelen ouders zich juist afhankelijkheid van de goede wil van de leraar en de school. Omdat ze hun kind aan de school toevertrouwen verwachten ze dat de leerkracht als professional ziet wat er voor hun kind van belang is. Het vertrouwen moet vervolgens wel door de school en de leerkracht worden vormgegeven en waargemaakt. De conflicten met ouders ontstaan vooral als het belang van hun kind wordt veronachtzaamd en het kind daardoor te lijden heeft.

    Om te kunnen beantwoorden aan hun opdracht om zorg te dragen voor het welzijn en de ontwikkeling van hun kind, zijn ouders aangewezen op de steun van scholen. Maar ook scholen kunnen het niet alleen. Om te voorzien in een onderwijsstelsel dat voldoende ruimte biedt voor het onderwijs aan ieder kind, zullen ouders en scholen de overheid moeten aanspreken. Het is aan de overheid om ervoor zorg te dragen dat de onderwijswet- en regelgeving ouders en scholen daarin niet belemmert maar ondersteunt. De schoolbesturen moeten specifieker uitdragen in het beleid en in het handelen dat zorgleerlingen welkom zijn in het reguliere onderwijs en niet als een door te schuiven lastig pakketje worden gezien.

     

    De Bilt, 29 april 2014 mmm

    17-05-2014 om 21:04 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:inclusie, gedragsproblemen, M-decreet
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Ook kleuters moeten onderwezen worden!

    Daniel Willingham (blog) : Children need to be taught

    Please note: A few people have told me that they have trouble finding my column on RealClearEducation.com. If you would like an email notification when I post a new column, please just email me, and I'll ping you when I post.

     You often hear the phrase that small children are sponges, that they constantly learn. This sentiment is sometimes expressed in a way that makes it sound like the particulars don’t matter that much; as long as there is a lot to be learned in the environment, the child will learn it. A new study shows that for one core type of learning, it’s more complicated. Kids don’t learn important information that’s right in front of them, unless an adult is actively teaching them. 

     The core type of learning is categorization. Understanding that objects can be categorized is essential for kids’ thinking. Kids constantly encounter novel objects; for example, each apple they see is an apple they’ve never encountered before. The child cannot experiment with each new object to figure out its properties; she must benefit from her prior experience with other apples, so that she can know, for example, that this object, since it’s an apple, must be edible.

     But how can a child tell which properties of the apple are incidental (e.g., it has a long stem) and which properties are true of all apples (it’s edible)?  The child must ignore many incidental properties, and hold on to the important properties that are true of all apples.

     Previous research shows that by age three or four, children are sensitive to linguistic cues about this matter. They appropriately attach significance to the difference between “This apple has a long stem” and “Apples are good for eating.” “This apple” signifies that the information provided applies only to this particular apple; “Apples” indicates a generalization about all apples.

     A recent study (Butler & Markman, 2014) examined whether there are cues outside of language that guide children in resolving this problem. The researchers tested the possibility that children are sensitive to adults teaching them; if an adult deliberately highlights a property for the child’s benefit, that presumably is a property of some importance, and one that is characteristic  of all objects of this sort.

     Children (aged 4-5) were shown a novel object and were told that it was a “spoodle.” There was a brief test to be sure that the child got the name right, and then another, irrelevant task. The experimenter began to clean the materials from this other task, and this is when the special property of the spoodle came into play; spoodles are magnetic.

     In the pedagogical condition, the experimenter said “Look, watch this” and used the spoodle to pick up paperclips. In the intentional condition, the experimenter used the spoodle to pick up paperclips, but did not request the child’s attention or make eye contact. In the accidental condition, the experimenter feigned accidentally dropping the spoodle on the clips. In all of the conditions, the experimenter held the spoodle with the paper clips clinging to it and said “wow!”

     

     Next, the child was presented 16 objects and was asked to say which were spoodles. Half were identical to the original spoodle, and half were another color. In addition, half of each color were magnetic and half were not.

     So the question is which property kids think makes an object a spoodle: appearance (i.e., color) or function (i.e., magnetism). The data are shown here:

     Picture 

    These children were clearly quite sensitive to the non-verbal teaching. Recall that in the Intentional condition, the adult used the spoodle’s function purposefully. The child could easily infer that magnetism is an important property of spoodles. But the children didn’t. Appearance made a spoodle a spoodle for these kids.

     Yet when the adult did the exact same thing, but also made plain to the child her actions were for the child’s benefit, that she was teaching, then the child understood that magnetism held special significance for spoodle-hood.

     I think this study has an interesting implication for differences in kids’ preparedness for schooling, associated with their home environment. We tend to focus on differences in the richness of experiences available to kids. That’s important, but this experiment provides a concrete example of small differences in parenting may have important consequences for children’s learning. “Little sponges” don’t learn certain types of information, even in a rich environment. They have to be taught.

     

     Reference:

     Butler, L. P., & Markman, E. M. (2014). Preschoolers use pedagogical cues to guide radical reorganization of category knowledge. Cognition, 130,  116-127.

    mmm

    17-05-2014 om 16:01 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:kleuteronderwijs, onderwijzen
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Open brief aan alle leraars - De leraar spreekt ...

    Open brief aan alle leraars - De leraar spreekt...

      

    OPEN BRIEF AAN ALLE LERAARS

    De leraar spreekt…

    Mei 2014

     Beste collega’s,

    Ik wil graag tot u spreken. Diep verontwaardigd ben ik over enkele wansmakelijke uitspraken die onlangs in de pers verschenen over de leraar: leraren zouden niet bekwaam genoeg zijn. Leraren hebben een te laag intellectueel niveau. Een onderzoek van de Vlaamse Scholierenkoepel concludeerde in de pers dat leraren ongemotiveerd en uitgeblust zouden zijn. De Nederlandse schrijver Herman Koch schreef in de Morgen:  ‘Mensen met een persoonlijkheid worden geen leraar.’

    Ja natuurlijk, sommige van deze uitspraken werden achteraf gekaderd, genuanceerd en gemilderd. Maar ze waren toen al uitgesproken of gepubliceerd. Ik voel mij zeer beledigd en gekleineerd door deze uitspraken: ze treffen mij niet alleen als leraar, maar ook als mens. Heel mijn zijn wordt onderuit gehaald omdat ik als ‘uitgeblust’ en als ‘iemand zonder persoonlijkheid’ word afgeschilderd. En ik zeg u: ik pik dit niet. Ik kan dit niet pikken: ik heb te veel zelfrespect en ik ben te trots op wat ik doe. Mijn beroepseer en meer nog, wie ik zelf ben, staan hier op het spel.

    Eind 18de eeuw publiceerde de filosoof Immanuel Kant zijn antwoord op de vraag: ‘Wat is Verlichting?’ Verlicht was volgens hem de mens die uit zijn onmondigheid treedt. Met andere woorden: de mens dient te spreken, dient mondig te zijn. Volgens Kant ben je zelf schuldig aan die onmondigheid. Want om te spreken heb je moed nodig! Wel, ik wil graag spreken.

    Eind april verscheen het verslag “De staat van het onderwijs” van de onderwijsinspectie in Nederland. En ja, ik weet het, het Nederlandse onderwijs verschilt van het onze. Maar de conclusie zal u bekend, ja zelfs herkenbaar in de oren klinken: de Nederlandse leerling gaat met plezier naar school, maar kan weinig enthousiasme opbrengen voor het leren. De innerlijke motivatie van de leerling ontbreekt of is slechts beperkt aanwezig. Beste collega’s, ligt daar niet het failliet van het onderwijs?

    De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa publiceerde dan weer een essay over het failliet van de roman. Om te schrijven, aldus Wieringa, heb je nochtans weinig nodig: een potlood en een stuk papier en je kunt beginnen. De vergelijking is snel gemaakt. Om les te geven, heb je in essentie ook niet veel nodig. Ik denk hierbij spontaan aan het (geromantiseerde) beeld dat ik heb van Socrates. De leraar die in een eenvoudig gewaad de straat optrok om in dialoog te treden met leerlingen en hen zo tot bepaalde inzichten bracht.  Een leermeester en een leerling, bij elkaar gebracht op basis van een wil, een innerlijke motivatie. Het is een minimum, een noodzakelijk minimum. Socrates, de archetypische leraar, was niet bekommerd om het materiële, maar onderwees onbezoldigd.

    En - in de woorden van Quintilianus - ‘Is het de plicht van leraren om onderwijs te geven;  van de studenten wordt verwacht dat zij zich leergierig opstellen. De ene plicht kan niet zonder de andere.’ Dat is het noodzakelijke minimum. Als een van beiden het laat afweten, stopt het verhaal, stopt de les.  Dan  tuimelen ze samen als ongeleide projectielen de duisternis in. Leraar, leerling of beiden hebben hun plicht verzuimd. De leraar wordt dan de verdorde ambtenaar die vlucht in routine. De leerling verzuimt het leergierig te zijn: hij wentelt zich in lamlendigheid. De hartstocht is ver weg. Hoe is het zover kunnen komen?

    De moed om te spreken. Wie durft luidop zeggen, dat de overgang van inhoudsgericht onderwijs naar vaardigheidsonderwijs een mislukking is geweest? Dat het zelfstandig begeleid leren met  de leraar als coach misschien een verkeerd idee was? Wie durft luidop zeggen, dat wij en onze leerlingen als proefkonijnen worden ingezet? Kijk naar de verwarring en onwetendheid rond bijvoorbeeld onderzoekscompetenties met alle gevolgen van dien.

    Het zal inderdaad geen toeval zijn, dat het toekomstige leraars soms aan inhoud ontbreekt, want zij worden voortdurend opgeleid rond het HOE, maar niet rond het WAT. En zou dat ook niet een oorzaak van het gebrek aan innerlijke motivatie bij onze leerlingen kunnen zijn?

    Bovendien, en nu verwijs ik even naar iets uit mijn eigen ervaring, wat te denken van een leerplan (voor mij geschiedenis) dat bestaat uit tientallen bladzijden in een apart soort taal gesteld. Een leerplan vol onleesbare zinnen en met onbegrijpelijke en dus onuitvoerbare doelstellingen, dat de test van verstaanbaarheid niet zou doorstaan? Wat moeten we daarmee? En tegelijk wordt van mij verwacht dat ik aan taalbeleid doe. Deze situatie is zeker herkenbaar. Het zijn allemaal stroppen om onze nek, die wellicht ook onze innerlijke motivatie en liefde aanvreten. Is dit het onderwijs dat wij willen?

    De moed om te spreken. De stroppen om onze nek, zoals de economisering van het onderwijs. De Pisarapporten bijvoorbeeld: sinds 2001 tekenen ze de krijtlijnen van ons onderwijs mee uit. Alleen, die berusten op zuiver economische – lees meetbare - criteria en zo wakkeren ze de concurrentie  tussen de landen om het beste onderwijs aan. En o jee, het onderwijswalhalla Finland is gezakt in de ranking. Nu komt het denken over onderwijs in economische termen, doelgericht en efficiënt. Nu streven ze naar grote, gefuseerde onderwijsinstellingen met managers aan het hoofd.  Liever  leerlingen opleiden tot nuttige, volgzame en in slaap gewiegde burgers die kunnen worden ingezet in de samenleving. Liever dat dan hen intellectueel uit te dagen, intrinsiek en algemeen te vormen tot kritische mensen met een vrije geest. Heeft iemand van ons ooit voor het onderwijs gekozen uit economische doelstellingen? Ik denk het niet. Noem mij een bedrijf waar je als werknemer je eigen schrijfgerei en papier meebrengt of misschien zelfs je iPad of laptop. Zijn wij van nature steriele bureaucraten? Ik denk het niet. De klachtenstroom over de eeuwige administratieve strop om onze nek is niet nieuw. Wordt er echt naar ons geluisterd? Ik denk het niet.

    Hoe naïef ben ik geweest te denken dat nu net het onderwijs één van de weinige onafhankelijke domeinen is in een democratische samenleving.  Een domein waar niet de eenheidsworst, maar de diversiteit primeert. Wel, ik heb mij vergist. Hoe kunnen wij leraars, directie en scholen, ons werk doen, wanneer de juridisering van het onderwijs, de psychologisering van de maatschappij en de competentiegerichtheid van het onderwijs ons dat belemmeren? Erger nog: dit alles getuigt van een wantrouwen tegenover ons. En welk resultaat levert dit op? Jongeren die innerlijk minder gemotiveerd zijn en de ongelijkheid die toeneemt in plaats van afneemt. De privéscholen zijn in opmars, net als thuisonderwijs. Heb je nog langer een school nodig om te leren?

    ‘Geef de leraar zijn klas terug’ schrijft filosofe Joke Hermsen. ‘Laat leraars leraars blijven’ aldus Mia Doornaert. Roepende stemmen in de woestijn. Toen onze minister van onderwijs zich onlangs liet ontvallen dat niet alle doelstellingen bereikt hoeven te worden, dacht ik: ‘Schaf ze dan af, want ze staan onze vindingrijkheid in de weg, ze verwarren ons en verstikken ons mateloos’. ‘Schrijf duidelijke leerplannen van enkele bladzijden lang en geef ons onze autonomie terug. Vertrouw in ons kunnen en luister naar wat wij denken over wat goed onderwijs is vanuit de concrete praktijk en onze jarenlange ervaring. En neen, wij willen niet aan de kant staan in de klas. Wij willen als mensen van vlees en bloed centraal aanwezig zijn in de klas en tussen de leerlingen staan om hen te bezielen met de liefde voor ons vak vanuit wie wij zijn.’

    Beste collega’s, ik keer even terug naar het begin. Wordt het niet eens tijd dat wij, de leraars, die zeer talrijk zijn, de moed vinden om te spreken? Wordt het geen tijd om ons te verenigen en om zelfs ongehoorzaam te zijn uit zelfrespect, uit fierheid en uit liefde voor ons beroep? Ik durf  zeggen: 'Ik wil opnieuw maatschappelijke waardering voor mijn beroep krijgen’. Ik durf zeggen: ‘Ik ben bekwaam en ik heb wel degelijk persoonlijkheid.’  En read my lips: ik ben nog lang niet uitgeblust, wel integendeel, ik zit vol vuur en passie! En ik hoop jullie met mij!

     

    Anneke Coessens, leerkracht Heilig-Hartcollege Wezembeek-Oppem

     

     



    Anneke Coessens    Contact opnemen met de auteur van de petitie

    *Voornaam
    *Achternaam
    *Plaats
    *Land
    functie
    naam van de school
    *E-mailadres
    Uw handtekening openbaar maken?

    17-05-2014 om 15:42 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:Open brief aan alle leraars. De leraar spreekt ...
    >> Reageer (0)
    14-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ook EPO-sociologen Nicaise, Van Houtte …minachten (ervaringskennis) van leerkrachten

    Belangrijkste onderwijsexperts, de leraars, buiten spel bij onderwijshervormingen. Ook  EPO-sociologen Nicaise, Van Houtte …minachten (ervaringskennis) van leerkrachten

    1.Negatie van (ervarings)kennis van praktijkmensen

    In het Rapport Dijsselbloem over de vervreemding van het onderwijsbeleid in Nederland, lezen we:  “De beleidsmakers negeerden de kennis van de belangrijkste onderwijsexperts, de leraars. De praktijkmensen  werden niet geraadpleegd door de beleidsmakers en hervormers.”   Ook in de context van de hervormingsplannen voor ons secundair onderwijs - tijdens de vele hoorzittingen en bij het opstellen van de hervormingsplannen -  werden de  leraars, de praktijkmensen, niet geraadpleegd.  Tijdens de hoorzittingen b.v. werden een 20-tal ‘experts’ uitgenodigd, maar geen enkele leraar.

    De bekende Nederlandse socioloog Van Doorn hekelde enkele jaren geleden al  de grote bemoeizucht van sociologen e.d. met het onderwijsbeleid en het feit dat ze zoveel invloed uitoefenden op het beleid : “Intellectuelen hebben zich te veel opgeworpen als ideologen, vertegenwoordigers van de wetgevende rede die de ervaringswijsheid van de gemiddelde burger bij voorbaat afdoen als een manifestatie van vooroordelen, onbegrip en onwetendheid. Democratie is de politiek van het menselijk tekort en in die politiek dient common sense het uitgangspunt te vormen. Maar de tendens is onmiskenbaar: de wetenschap nestelt zich meer en meer in het hart van de politiek. Het punt is echter dat voorspellen té moeilijk voor de (mens)wetenschap is. Precies daarom hebben we de politiek, die de eigen broek moet ophouden. Het is dan ook niet de politiek die steeds wetenschappelijker wordt, maar de wetenschap die zich steeds breder maakt omdat de politiek het laat lopen. Sommige wetenschap, denk ik op kwaaiere momenten, is politiek met voetnoten.”

    Ook Sommer zette in de Volkskrant met een verwijzing naar Van Doorn vraagtekens bij deze gang van zaken en bij  de ‘verwetenschappelijking’ van het onderwijs(beleid).  Sommer stelde: “Iedere beginnende methodoloog weet dat naarmate wetenschappelijke uitspraken harder, worden, het belang ervan met rasse schreden afneemt”, (Vk, 7.4.09). Hij zette vraagtekens bij wat hij de nieuwe hype noemde : de verwetenschappelijking van het onderwijs. Politici moeten volgens hem dan ook niet te rade gaan bij b.v. sociologen, want die kunnen niet vertellen wat goed onderwijs is. “Ze moeten”, aldus ook Sommer,  in de eerste plaats naar leraars en ouders  luisteren.“

    2.EPO-sociologen Nicaise, Van Houtte …minachten de  (ervarings)kennis- en wijsheid van de leerkrachten en pretenderen dé waarheid te bezitten

    De sociologen Van Houtte en Nicaise schrijven in het ‘Voorwoord’ van hun EPO-boek ‘Het Onderwijsdebat’ dat de vele kritiek  op de hervormingsplannen - vooral vanwege de leraars -  irrationeel en onproductief is.  Tegelijk pretenderen zij de ‘wetenschappelijke evidentie’ pro hervorming te verkondigen en dat er bij de wetenschappers eensgezindheid hieromtrent bestaat. Zij werken met argumenten en de tegenstanders van de hervorming met ‘slogans’.  We citeren even hun betoog in het ‘Voorwoord’.

    Nicaise, Van Houtte, Spruyt & Kavadias stellen zich voor als onderwijsdeskundigen en beweren: “ De geplande hervorming van het secundair onderwijs doet stof  opwaaien. Dat doet ze nu al een paar jaar. Vooral bij het begin en het einde van het schooljaar worden opiniepagina’s volgeschreven en laaien de debatten bij momenten hoog op. Dat debat wordt niet altijd netjes gevoerd. Onderwijs beroert. Daardoor haalt de emotie het al eens van de rede, worden argumenten vervangen door slogans en worden de grootste doembeelden van stal gehaald. Zo’n debat is zelden productief. Dit boek tracht de rede een grotere plaats te geven in het debat. Het is geschreven door een groep wetenschappers die de onderwijshervorming nauw volgen, die in het verleden onderzoek verrichtten naar thema’s die nauw aansluiten bij die hervorming, of de hervorming zelfs bepleit hebben. De afgelopen jaren is er inderdaad veel onderzoeksmateriaal verzameld over het Vlaams (secundair) onderwijs. Dat studiemateriaal kan beter gebruikt worden dan tot nog toe het geval was. Het huidige onderwijsdebat mist immers diepgang en gaat vaak voorbij aan de wetenschappelijke evidentie die voorhanden is.”


    14-05-2014 om 21:46 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:sociologen, Onderwijsdebat, hervorming s.o., Van houtte, Nicaise
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Grootschalige scholengroepen & enveloppefinanciering: grootste bedreiging van kwaliteit Vlaams onderwijs

    Vooraf: in de verkiezingsdebatten komt de geplande invoering van grootschalige scholengroepen en enveloppefinanciering jammer genoeg zelden of nooit ter sprake. Het is nochtans de grootste bedreiging van de kwaliteit van het Vlaams onderwijs.

    Grootschalige scholengroepen en eveloppefinanciering: veel meer nadelen dan voordelen  

    Rector Rik Torfs: schaalvergroting in het onderwijs leidt veelal tot vervreemding.                                                           

    1. Prof. Peter Vlerick: hoorzitting loopbaanpact 17 jan 2013

    “Schaalvergroting heeft, theoretisch gezien wellicht een aantal positieve economische effecten, bijvoorbeeld budgettair. Tegelijk kunnen er evenwel heel wat minder positieve sociale effecten opduiken. Uit wetenschappelijk onderzoek en ervaring in de ziekenhuissector waarin schaalvergroting welbekend is, weet de spreker dat schaalvergroting in het onderwijslandschap, om redenen van bestuurlijke efficiëntie, gepaard kan gaan met een verhoogde mate van formalisatie of bureaucratisering (bijvoorbeeld regels, procedures enzovoort), een toename van de horizontale complexiteit (bijvoorbeeld grotere teams of werkeenheden/meerstudenten/meer personeel) en verticale complexiteit (bijvoorbeeld meer hiërarchische niveaus).  Dit alles neemt toe, terwijl tegelijk elke school deels afstand moet doen van de eigen autonomie en cultuur, met implicaties ook voor de arbeidscontext van de leerkrachten (bijvoorbeeld jobvereisten). Prof. Vlerick vreest dan ook op termijn voor nog meer demotivering bij de praktijkmensen. Hij ziet ook weinig gegadigden om in een dergelijk ‘multinational-concept’ als CEO op te treden.”

     2. Prof. Eric Verbist: minder i.p.v. meer pedagogisch leiderschap (dec. 2013)

    Volgens minister Smet en het VSKO zal de bestuurlijke schaalvergroting er vooral toe leiden dat de directeurs zich meer kunnen inlaten met hun pedagogische taak. In de praktijk merken we echter precies het omgekeerde.  Prof. Eric Verbist getuigde op een recente VVKBaO-studiedag dat de ervaringen in Nederland met schaalvergroting veelal een omgekeerd effect sorteren (Forum, december 2013, p. 8). We citeren even: “In functie van het takenpakket van de directeur was er inderdaad de verwachting dat de bestuurlijke schaalvergroting voor de directeur een taakverlichting zou meebrengen. Zo zou de directeur zich vooral op het kernproces van het onderwijs kunnen richten: het onderwijsleerproces. Maar bij  het realiseren van de bestuurlijke schaalvergroting liep het evenwel mis. In de praktijk blijkt dat nogal wat grote schoolbesturen zelf voor planlast en werkdruk bij de schooldirecteurs zorgen. Concreet dienen schooldirecteurs toch nog eenzelfde taken-pakket als voorheen in te vullen. Maar directies zelf gaan ook niet steeds vrijuit. Directeurs gingen zich soms meer op administratieve taakgebieden focussen. Proberen ze zo de moeilijkere aspecten van het educatief leiderschap wat te ontvluchten?”

    Prof. Verbist concludeerde: “Een structurele ingreep, zoals een bestuurlijke schaalvergroting, is dus geen garantie om het onderwijskundig leiderschap van de directeur meer gewicht te geven.” We voegen er aan toe: het tegendeel is waar. Zelfs de invoering van de scholengemeenschappen had al een negatief effect. Directeurs geven momenteel minder pedagogische leiding, er zijn veel minder klasbezoeken, minder niveaucontrole via door de directeur zelf afgenomen testjes voor spelling, e.d.

     3. Adviesbureau Berenschot: minder i.p.v. meer bestuurlijke efficiëntie & geldverspilling

    Twee onderzoekers van het Nederlands adviesbureau ‘Berenschot’ stelden vorig jaar vast dat er bij onderzoek van grootschalige scholengroepen in Nederland bleek dat er geen bestuurlijke schaalvoordelen optraden en dat de (bestuurlijke) overhead-efficiency niet hoger, maar zelfs lager is (Rapport: Wie heeft de overhead gezien?, zie Internet).

    Schaalvergroting zorgde dus niet voor meer bestuurlijke efficiëntie. “In grote scholengroepen wordt altijd een bovenlaag (koepel, overhead) gecreëerd waar veel geld naar toe gaat ten koste van het lesgebeuren”, aldus de onderzoekers. “Erger nog dan de grotere bestuurlijke omvang is de wijze waarop bestuurd wordt – het afstandelijk bestuur, en dus ook minder betrokkenheid bij de organisatie, al te vaak onbeschaamd graaien aan de top ... Ook politici beseften dat de schaalvergroting te ver was doorgeschoten en veel nadelige effecten en bestuurlijke problemen opleverde. “Het begrip ‘de menselijke maat’ en ‘small is beautiful’ deden hun herintrede in politieke milieus”. Er is ook een streven naar defusie en er werd een fusietoets ingevoerd. Volgens het subsidiariteitsprincipe moeten de verantwoordelijkheden op een zo laag mogelijk niveau liggen.

    4. Negatieve ervaringen schaalvergroting Vlaams hoger onderwijs

    Uit de invoering van grootschalige hogescholen blijkt dat schaalvergroting er leidden tot afstandelijk bestuur en tot omvangrijke hogeschoolkoepels,  tot complexiteit allerhande, tot vervreemding,  tot demotivering van docenten, vaak ook geldverspilling, schoolbesturen die weinig afweten van hoger onderwijs ...   Volgens de concepttekst van het VSKO zal men ook – net als in het hoger onderwijs – werken met enveloppefinanciering die rechtstreeks toegekend wordt aan het bovenschools bestuur. De vooropgestelde  enveloppefinanciering leidde in het hoger onderwijs tot besparingen en tot allerlei perverse effecten als b.v. minder bevoegde docenten.

    De 7 lerarenopleidingen in Nederland die autonoom bleven (met 600 à 900 studenten) presteren stukken beter dan deze die toetraden tot multisectorale hogescholen: de beste accreditatie-beoordeling, meer docenten en centen, meer democratisch en nabij bestuur, bestuursleden die iets afweten van de lerarenopleiding (ook in Vlaamse hogescholen is dit laatste veelal niet het geval). Geen enkele van de 7 lerarenopleidingen denkt eraan toe te treden tot een hogeschool. Dit jaar slaagde een 8ste Nederlandse lerarenopleiding erin om  weer autonoom te worden.

    5. Bezorgde DIVO-directeurs (vrij s.o.) (DIVO-bulletin: juni 2013)

    “Wat zal de inbreng van directies in de‘geabsorbeerde’ schoolbesturen nog kunnen en mogen  zijn?  Wat zal de relatie van de pedagogisch gedreven en verantwoordelijke directeur/directieteam  zijn ten opzichte van de zich vernieuwend professionaliserende raden van bestuur?  Gaan de schoolbesturen niet alleen vanuit patrimonium - waarvoor administratieve oplossingen bestaan - maar ook vanuit opvoedingsprojecten en studieaanbod reageren?”

    6. F. Brinckman: Lid directiecomité Jezuïetencollege Turnhout

    “Voor het hervormingsplan grote scholengroepen  is er bij de achterban geen draagvlak. De leerkrachten vrezen onduidelijkheid en chaos. Schoolbesturen van heel wat vrije scholen zijn bezorgd dat hun pedagogisch project en dus ook de vrije keuze van onderwijs verloren gaat. Bovendien is er geen wetenschappelijke onderbouw voor grote bestuurlijke entiteiten. ... Onderzoeken naar de goede schoolgrootte, zowel uit economisch-financieel als uit pedagogische oogpunt, verwerpen unaniem supergrote schoolentiteiten van duizenden leerlingen. In te grote scholen (groepen) neemt de sociale cohesie af. Wanneer dit cement afbrokkelt, neemt ook het welbevinden en dus ook de leermotivatie af. Ook in Nederland komt men terug van de té grote scholengroepen. Je hoort meer en meer het woord 'defusie'. Ervaring en onderzoek wijzen uit dat megascholen er meer nadelen opleveren dan voordelen, niet alleen economisch, maar ook pedagogisch. ... De commissie Dijsselbloem (2008) die enkele jaren geleden het tanende Nederlandse onderwijs doorlichtte, was ook niet mals voor de managers aan de top van de piramide.

    ... Naast een financieel-economische en een pedagogische reden, is er nog een derde argument dat tegen té grote scholengroepen pleit. Omdat alle scholen binnen die grote scholengroep zullen verplicht worden om één financieel beleid te voeren, verliezen die scholen hun financiële autonomie - de werkingsmiddelen worden immers in één pot gestoken. Hierin verschillen de nieuw op te richten scholengroepen van de huidige scholengemeenschappen. De top van de piramide die over de werkingsmiddelen beschikt, kan haar eigen directieven opleggen aan de lokale directies, die slechts uitvoerders worden. Wie niet financieel autonoom is, kan immers geen eigen pedagogisch beleid voeren, inspelend op de concrete noden.

    7. Prof/ Edith Hooge: slechte band tussen werkvloer en onderwijsbestuur

    Op 21 juni 2013 hield Edith Hooge haar oratie als bijzonder hoogleraar ‘Multi-governance of educational organisations’ getiteld ‘Besturing van autonomie, over de mythe van bestuurbare onderwijsorganisaties’. Hooge stelt hierin dat je onderwijs niet kunt besturen als een manager. Het proces is immers ‘heel indirect, onvolkomen en moeilijk beheersbaar’. Een pleidooi voor een meer realistisch en vruchtbaar perspectief op onderwijsbestuur.  Hooge pleit voor een betere verbinding tussen onderwijsbestuur en werkvloer dan momenteel het geval is. ‘Het onderwijsbestuur zou moeten aansluiten bij de kennis, ervaring en inzichten van diegenen die worden bestuurd: leraren, hun leidinggevenden, leerlingen, ouders en andere lokale betrokkenen bij onderwijs.’  ... Het vertrouwen in het bestuurlijk vermogen en de integriteit van onderwijsbestuurders lager dan ooit. mede vanwege incidenten zoals bij InHolland en de Vrije Universiteit Amsterdam. Door de mythe van de bestuurbare onderwijsorganisatie door te prikken staat de weg open voor de zoektocht naar een realistisch en vruchtbaar perspectief op onderwijsbestuur, meent Hooge.

    Tussendoor: in het ‘onderwijsparadijs’ Finland staat kleinschaligheid centraal!

    8. Massaal verzet tegen schaalvergroting en enveloppefinanciering in 1995-1996

     

    In de ‘Beleidsprioriteiten 1995-1996 van het duo Van den Bossche-Monard (gesteund door A. Boone, secr.-generaal. VVKSO) was de centrale gedachte schaalvergroting s.o. gekoppeld aan enveloppefinanciering naar het model van het hoger onderwijs. We citeren even uit de beleidsbrief ‘School maken in Vlaanderen’: “Naar analogie van de financiering van de hogescholen wordt ook in het secundair onderwijs een systeem van enveloppenfinanciering ingevoerd. Scholen of samenwerkingsverbanden van scholen zullen één globaal bedrag ontvangen waarover ze zelfstandig kunnen beschikken. Ze moeten zelf uitmaken hoe ze dat bedrag zullen aanwenden en over verschillende posten – personeel, werking, uitrusting – zullen verdelen. Rekening houdend met dit nieuwee gegeven (de schoolleiding als enige verantwoordelijke) kan men een onderscheid maken tussen de pedagogische leiding enerzijds en het materieel-technische beheer anderzijds. Wat dit laatste betreft moet gedacht worden aan een voldoende grote schaal.”   

     

    Er kwam in1995-96 massaal protest vanwege schoolbesturen en scholen, de onderwijsvakbonden, de ACV-vakbond, het ABVV en de ACLVB . Schaalvergroting en enveloppefinanciering waren ook belangrijk thema’ van de betoging en staking in februari 1996.

     

    In Brandpunt (COC-vakbond) van november 1995 lazen we in het edito: “Het is voor minister Luc Van den Bossche onvoldoende duidelijk gebleken dat de onderwijsvakbonden, COC voorop, zich radicaal uitspraken tegen enveloppefinanciering in het secundair onderwijs. Het zwijgen van de onderwijskoepels over de voorgestelde nieuwe financieringsvorm was nochtans veelbetekenend. Of zou de minister hier verhullend zwijgen als instemmen geïnterpreteerd hebben? In dat geval heeft de minister wel geluisterd naar  de koepels, maar niet naar de  directeurs. Een eenstemmig afwijzen van de enveloppefinanciering  in het secundair onderwijs door het Vlaams interprofessioneel vakbondsfront (ACV-ABVV-ACLVB) werd gewogen, maar dus te licht bevonden om er mee rekening te houden. Een overduidelijke uitspraak van ACW-voorzitter Theo Rombouts (Visie 20.10.95) met als ondertoon de plicht van de overheid om verantwoordelijkheid op te nemen – en niet af te schuiven , mocht evenmin baten.”  

     

    In Brandpunt van november 1966 lazen we: “Ook het ACV heeft duidelijk de techniek van de budget- of enveloppefinanciering in het onderwijs afgewezen. Dit is sinds het ACV-congres van 19 oktober 1966 een krachtig en duidelijk ACV-standpunt.”  De techniek van de budgetfinanciering is voor het COC onaanvaardbaar.”  In dezelfde bijdrage werd verwezen naar  op de negatieve ervaring met de enveloppefinanciering in het hoger onderwijs.

     

    Het bestuur en de directies van het St. Jozefsinsituut van Torhout  schreven in die tijd een vlammende brief naar de leden van de Vlaamse Raad en de onderwijsverantwoordelijken van de eigen onderwijskoepel (A. Boone e.a.). De Torhoutse scholengroep schreef o.a.: “De geplande schaalhervorming is te weinig onderbouwd met degelijk studie- en cijfermateriaal dat de effecten op macro-, meso- en micro-gebied kwalitatief en kwantitatief beschrijft. ...  Enveloppefinanciering kan ook enkel begrepen worden als een blinde maatregel die de onmacht van de Vlaamse Gemeenschap tot uiting brengt om het onderwijs volgens een rationeel  normenplan te beheren. ... “

     

     


    14-05-2014 om 15:27 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Tags:grootschalige scholengroepen, enveloppefinanciering
    >> Reageer (0)
    12-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Beste politici, Vlaams onderwijs overtroeft uw Fins onderwijsparadijs!

    Beste politici, Vlaams onderwijs overtroeft uw Fins onderwijsparadijs!

    PISA-2012-wiskunde: 531 punten versus 519


     PISA-wiskunde-toppers: 25% versus 14%


     Resilience: 10,3% versus 7,5% (Resilience:= aantal kansarme leerlingen dat toch een hoge score behaalt.)

    .Schooluitval in 2013: officiële Eurostat-cijfers: Vlaanderen amper 7,5% -Finland 9,3% Aantal 24-jarigeVlaamse meisjes dat op 24 jaar nog geen diploma behaald heeft is verwaarloosbaar: 4%

    Finland is een land met weinig allochtone en kansarme leerlingen en met de zo geprezen gemeenschappelijke lagere cyclus s.o.
    Indien we zouden corrigeren voor de achtergrondskenmerken dan is de voorsprong van Vlaanderen nog een flink stuk groter.

    Finland wordt nog steeds voorgesteld als hét modelland door Masterplan, EPO-sociologen, koepels onderwijsnetten…

    12-05-2014 om 16:33 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    Tags:Finland, PISA, resilience, schooluitval
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs. Succesvolle eerstge graad biedt meer onderwijskansen en leidt tot minder schooluitval
    Vlaams onderwijs en vooral ook onze eerste graad s.o. de beste leerlingen van de Europese klas, maar succesvolle eerste graad moet per se verdwijnen

    Vlaanderen is ook inzake gelijkheid de beste leerling van de (Europese) klas volgens studies van Woessmann, Hofman, Van den Broeck ... Ook prof. Jaap Dronkers kwam vorig jaar op basis van PISA-2009 tot de conclusie dat de Vlaamse autochtone leerling...en minstens even goed presteren inzake gelijkheid als de Finse.

    Vlaanderen is ook de beste leerling van de klas inzake schooluitval (geen diploma behalen):. Volgens Eurostat was er in 2013 amper 7,5% uitval; het Europees gemiddelde is 12,7% (= jongeren die op 24 jaar nog geen diploma behaalden).In 'De sociale staat van Vlaanderen' schrijven de professoren Jan Van Damme, Bieke De Fraine, Ides Nicaise ... dat de beperktere uitval in Vlaanderen mede een gevolg is van onze gedifferentieerde eerste graad gekoppeld aan het vroeg aanbieden van technische opties.

    Toch proberen sociologen als Jacobs, Nicaise, Spruyt, Van Houtte, Elchardus ..., beleidsverantwoordelijken en kopstukken van onderwijsnetten de Vlamingen nog steeds wijs te maken dat onze succesvolle eerste graad slecht functioneert, de kansarme leerlingen discrimineert en de schooluitval bevordert. Niets is minder waar.

    Dat onze eerste graad heel slecht functioneert is ook de basisboodschap die de sociologen verkondigen op de EPO-debatten over het boek 'Het Onderwijsdebat' . In de voorstelling van dit EPO-boek van begin april lazen we nochtans dat de Vlaamse leerlingen inzake ongelijkheid absoluut niet slechter presteren dan in andere landen. De titel 'Onderwijsdebat' is ook totaal misleidend omdat de socio-logen geen gesprek/debat met andersdenkenden/critici willen/durven aangaan.

    12-05-2014 om 09:53 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    Tags:eerste graad, schooluitval, gelijkheid
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!