Inhoud blog
  • Waarom leerlingen steeds slechter presteren op Nederlandse scholen; en grotendeels ook toepasselijk op Vlaams onderwijs!?
  • Waarom leerlingen steeds slechter presteren op Nederlandse scholen; en grotendeels ook toepasselijk op Vlaams onderwijs!?
  • Inspectie in Engeland kiest ander spoor dan in VlaanderenI Klemtoon op kernopdracht i.p.v. 1001 wollige ROK-criteria!
  • Meer lln met ernstige gedragsproblemen in l.o. -Verraste en verontwaardigde beleidsmakers Crevits (CD&V) & Steve Vandenberghe (So.a) ... wassen handen in onschuld en pakken uit met ingrepen die geen oplossing bieden!
  • Schorsing probleemleerlingen in lager onderwijs: verraste en verontwaardigde beleidsmakers wassen handen in onschuld en pakken uit met niet-effective maatregelen
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onderwijskrant Vlaanderen
    Vernieuwen: ja, maar in continuïteit!
    04-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reacties op 'Onderwijs niet klaar voor 21ste eeuw' vanwege prof. Wim Van den Broeck en Raf Feys

    Reacties op ‘Onderwijs niet klaar voor 21ste eeuw’ ( Nieuwjaarsboodschap KLASSE, jan. 2014)

    In KLASSE van januari  2014 verscheen de bijdrage 'Het onderwijs in Vlaanderen niet klaar voor de 21ste eeuw'. Prof. Wim Van den Broeck en Raf Feys, hoofdredacteur Onderwijskrant reageerden op dit interview met Dirk Van Damme (OESO).

    1. Prof. Wim Van den Broeck (VUB)

     Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen en daar is de eerste beschuldiging van het conservatisme van de Vlaamse leerkracht al. We hebben er zoals verwacht niet lang op moeten wachten. Ook een gelukkig nieuwjaar! Maar misschien komen beroepsinnovatoren dit jaar dan toch eens wat verder dan de grijsgedraaide platen en komen ze echt vernieuwend uit de hoek en dalen ze uit hun ivoren toren neer om aan die hardleerse Vlaamse leerkrachten precies uit te leggen hoe ze moeten differentiëren, vooral in het secundair onderwijs. Maar alvorens ze daar aan beginnen, willen we natuurlijk toch ook eens vernemen welke wetenschappelijke onderbouwing ze kunnen voorleggen voor een dergelijke ‘innovatieve’ werkwijze. We wachten het met spanning af want in de PISA-vergelijkingen van 2012 vinden we daar maar weinig steun voor, integendeel in de Aziatische toplanden met hun sterk collectieve cultuur hebben ze van differentiatie nauwelijks gehoord!

    Zeer terecht dat gewezen wordt en nu kennelijk ook met cijfers onderbouwd wordt dat er in ons onderwijs teveel tijd gaat naar niet vakinhoudelijke zaken. Dat zeggen we al zo lang, maar dit is natuurlijk niet de schuld van de leerkrachten, maar wel het directe gevolg van het voortdurend bestoken van het onderwijs met allerlei maatschappelijke taken die jawel, door het onderwijsbeleid worden opgelegd of tenminste aangemoedigd.

    2             Reactie van Raf Feys

    Volgens OESO-orakel en sociaal-pedagoog Van Damme is  'Het onderwijs in Vlaanderen niet klaar voor de 21ste eeuw' (zie KLASSE, januari 2014 en kranten).  Hij beweert o.a. dat leraars te weinig begaan zijn met het stimuleren van de betere leerlingen. Uitgerekend kabinetschef Van Damme lanceerde destijds samen met minister Vandenbroucke de dwaze slogan 'de kloof dempen' - ook de slogan van de PISA-en OESO-kopstukken. Ons onderwijs was zogezegd goed voor de sterkere leerlingen, maar zwak voor de zwakkere. Samen met Vandenbroucke lanceerde hij ook de eerste plannen voor de invoering van een nivellerende gemeenschappelijke eerste graad s.o.

    Als de leraars en docenten de niveaudaling - als gevolg van de nivellerende eindtermen e.d.- aanklaagden, dan werden ze door de beleidsmakers teruggefloten. En nu lamenteren dezelfde beleidsmakers over het onderpresteren van de betere leerlingen en wijzen ze met de vinger naar de leraars.

     Van Damme is een van die vele stuurlui aan wal die zich geroepen voelen om de echte stuurlui te vernederen. Dat dit gebeurt in het overheidstijdschrift KLASSE is geen toeval. Geluksgoeroe Leo Bormans slaagde er gedurende twintig jaar in om als KLASSE-hoofdredacteur duizenden leraars elke maand ongelukkig te maken. In januari 2000 orakelde KLASSE dat we nog les gaven zoals in de tijd van Ambiorix. In januari 2014 beweren Van Damme en KLASSE ongeveer hetzelfde.


    04-01-2014 om 13:34 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    Tags:Klasse, Dirk Van Damme
    >> Reageer (0)
    03-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onderwijs: VSKO keurt BNM-schijninclusie goed , maar Mieke Van Hecke is tegenstander schijninclusie!?

    VSKO & VVKBuO keuren BNM-ontwerpdecreet en schijninclusie goed, maar VSKO-chef Mieke Van Hecke houdt achteraf pleidooi tegen schijninclusie (Raf Feys & Stella Brasseur)

    1          Katholieke onderwijskoepel onderschrijft BNM-decreet en schijn-inclusie

    1.1       Katholiek onderwijsnet onderschrijft BNM-decreet     

    De onderwijskoepels ondertekenden het BNM-ontwerpdecreet  dat haaks staat op de visie van hun achterban, de overgrote meerderheid van de leraars, directies en ouders. Dat de katholieke koepel dit onderschreef bleek al uit de reactie van Richard Timmerman, secretaris-generaal VVKBuO  in het VRT-programma ‘Vandaag’ van 8 november. Timmerman was naar eigen zeggen gematigd positief over de goedkeuring van het BNM-ontwerpdecreet (radioprogramma ‘Vandaag’ van 8 november: “Omdat het een eerste stap is in de goede richting zijn we meegegaan met het decreet.” Het is de Guimardstraat nochtans bekend dat de meeste leerkrachten en directies niet akkoord gaan met het decreet. Ook een aantal lerarenbonden namen officieel afstand . Op de Codis-vergadering (directeurs s.o.) van mei 2013 namen vertegenwoordigers van de directies secundair onderwijs ook nog afstand. Blijkbaar houdenTimmerman en co hier geen rekening mee.

    De scholen moeten bereid zijn ‘redelijke aanpassingen’ door te voeren om kinderen met een handicap op te nemen in de gewone klas. Op de vraag wat men verstaat onder redelijke aanpassingen, antwoordde Timmerman aarzelend en simplistisch: b.v. de trappen wegwerken zodat leerlingen in een rolstoel toegang krijgen, de methodische aanpak van de leervakken wijzigen … Hij gaf wel toe dat de term ‘redelijke aanpassingen ‘ vrij vaag blijft en dus ook tot veel discussie zal leiden.

    Hij gaf ook toe dat het niet vereist is dat de inclusie-leerlingen principieel de eindtermen halen. De scholen en leerkrachten mogen leerlingen dispenseren. Timmerman besefte wel dat het decreet tot een verhoging van de werklast zal leiden, aangezien elke school bij verwijzing naar het buitengewoon onderwijs ook  eerst zal moeten aantonen dat ze voldoende maatregelen genomen heeft om die kinderen te integreren. Volgens Timmerman zal de inspectie hierover oordelen. Ouders kunnen volgens Timmerman bij afwijzingen ook nog steeds beroep aantekenen bij het gerecht, want ‘fysische inclusie’ is volgens hem  een absoluut recht. Timmerman hoopte wel dit niet op een tornado van processen zou uitdraaien.

    2   VVKBuO pleitte steeds voor radicale inclusie

    Het verwondert ons niet dat de koepel van het katholiek onderwijs en het Vlaams Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs’ (VVKBuO) het BNM-decreet onderschreven.  In de teksten van het Verbond van het katholiek buitengewoon onderwijs werd de voorbije 17 jaar  steeds gesteld dat voor inclusie-leerlingen mocht afgeweken worden van het gemeenschappelijk programma en dat men voor elk kind maar een onderwijs op maat moest organiseren.  In 2008 nog schreef secretaris-generaal  Karel Casaer samen met zijn VVKBuO-team het boek ‘Buitengewoon-Gespecialiseerd. Onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.’(Garant, 2008). Het VVKBuO koos resoluut voor inclusief onderwijs “dat er van uit gaat dat iedereen volwaardig aan het gewone maatschappelijke leven moet kunnen participeren, en dus ook aan het gewone onderwijscircuit. Er wordt meer aanpassing gevraagd aan de gewone school, het schoolteam moet meer adaptief werken, meer op maat van elke leerling. Het schoolsysteem moet zijn programma kunnen aanpassen aan de onderwijsbehoeften van de leerling en dus ook het standaardprogramma of gemeenschappelijk curriculum bijsturen in functie van de leerling met zijn specifieke behoeften.” Curriculumdifferentiatie moet leiden tot onderwijs op maat van elk inclusiekind. We lazen verderop dat een leerling van leerzorgniveau 3 vaak een ‘specifieke onderwijssetting in het gewoon onderwijs’ zal nodig hebben met een voor die leerling volledig uitgewerkt individueel handelingsplan, waarin de leerdoelen, leerinhouden en onderwijsmethode beschreven staan, met een leertraject volledig op maat van die leerling”

    We lazen ook. ... “Dit betekent dat de onderwijsvisie van het VSKO (Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs) geen evolutie naar meer onderwijs op maat of naar meer inclusief onderwijs in de weg staat. Er vallen nog teveel leerlingen uit de boot, omdat er vooral onderwijs op maat van de gemiddelde leerling aangeboden wordt. Er blijkt dus een grondige analyse en bijsturing van de onderwijspraktijk noodzakelijk te zijn om deze onderwijsvisie te ondersteunen. ... “

    Machteld Verbruggen, die 2 jaar geleden nog secretaris-generaal van het buitengewoon katholiek onderwijs was –in opvolging van Karel Casaer -  manifesteerde zich eveneens als een voorstander van radicaal inclusief onderwijs en van het recht op fysische inclusie. Op een studie-avond te Brugge op 12 juni 2012 debiteerde ze hiervoor volgende simplistische argumentatie. “Zonder bril, zou ik ook gehandicapt zijn. Dankzij mijn bril kan ik nu ‘gewoon’ zien en meedoen. Dankzij een redelijke aanpassing, een kunstbeen, kan Oscar Pistorius participeren  aan gewone loopwedstrijden  ....”  Als er volgens het VVKBuO een adequate afstemming zou zijn binnen het gewoon onderwijs dan zouden leerlingen met een verstandelijke of andere handicap blijkbaar niet langer gehandicapt zijn. Als men voor leerlingen met een handicap passende maatregelen treft, dan kunnen die bijna allen ‘gewoon onderwijs’ volgen.” De inclusie-leerlingen moeten dus mee optrekken binnen de gewone klas, maar tegelijk moet de leerkracht inspelen op hun allerindividueelste behoeften. De in het buitengewoon onderwijs opgebouwde expertise op pedagogisch, psychologisch en (vak)didactisch vlak is ineens ook niet belangrijk meer. De aanwezige directeurs en leden van schoolbesturen ergerden zich op de Brugse vergadering van 12 juni 2012  aan Verbrugges betoog en aan haar simplistische en misleidende vergelijkingen.

    Voor Verbruggen secretaris-generaal werd had ze al in opdracht van de onderwijsminister een rapport geschreven over het VN-verdrag waarin ze dit verdrag veel radicaler interpreteerde dan andere rechtsgeleerden. Wijzelf en de meeste scholen waren best tevreden dat Machteld Verbruggen na 2 jaar de Guimardstraat verliet. We hadden gehoopt dat de nieuwe secretaris-generaal , Richard Timmerman,  meer afstand zou nemen van (schijn)inclusie . De ondertekening van het BNM-decreet en zijn reactie  erop in het radioprogramma ‘Vandaag’ van 8 november hebben ons ten zeerste ontgoocheld.

    2          Mieke van  Hecke: pleidooi tegen schijn-inclusie; maar niet  tegen BNM-decreet

    We citeren nu even het pleidooi van Mieke Van Hecke tegen schijninclusie in Caleidoscoop, december 2013. Van Hecke: “Zelf herken ik me in de juridische interpretatie die men vanuit de KU Leuven aan het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap vooropstelt. Men vertrekt van het gegeven dat elke onderneming of instelling een finaliteit heeft. Wanneer de deelnemers aan die onderneming die finaliteit kunnen halen en daartoe de intrinsieke competenties hebben, moet men er alles aan doen om de drempels die er vanuit een beperking zijn, te beslechten. Dat wil echter niet zeggen dat men voor iemand die deze finaliteit niet kan halen, een apart aanbod moet kunnen doen in dezelfde organisatie.

    Toegepast op het gewoon onderwijs betekent dit dat als een leerling met een beperking de intrinsieke talenten heeft om een bepaalde opleiding te kunnen volgen (dus om het gemeenschappelijk curriculum te volgen), wij dus alles zullen doen wat we kunnen doen, maar zonder aan de essentie van die finaliteit te raken. Als kinderen de finaliteit van een richting aankunnen (o.a. bepaald door het leerplan maar ook door de attitudes en persoonlijkheid nodig om een bepaalde studierichting aan te kunnen), dan mogen we inspanningen vragen van alle andere kinderen, andere ouders en de school om maximale hulp te bieden. ...Men mag ons gewoon onderwijs niet vragen dat onze zorg veel breder gaat. De leerkracht heeft immers ook nog een opdracht van basiszorg naar de totaliteit van de klasgroep. Aan gedifferentieerd werken zijn ook grenzen. Het is niet door iemand als een GON-begeleider twee uren in de week in de klas een leerkracht te laten ondersteunen in het omgaan met bepaalde functiebeperkingen, dat we dat kind de maximale mogelijkheden geven om zich te ontwikkelen. Ik denk dus dat we in verband met inclusie een zuiver discours moeten voeren. ...

    Op dit moment hebben ouders de perceptie dat er voor elk kind wel plaats is in het gewone onderwijs. Ik denk dat we daarmee noch het onderwijs noch het kind in kwestie een dienst verlenen.. We moeten de lat in ons onderwijs houden zoals ze nu is en we mogen niet belanden in het honoreren van de inspanning met een diploma. Om het misschien wat vreemd te zeggen: op het einde van de rit moet iedereen dus de finaliteit halen. Een verkeerd begrepen inclusieverhaal (d.w.z. voor elk kind een plaats in het gewone onderwijs) kan er opnieuw voor zorgen dat kinderen met specifieke noden achteraan in de klas belanden of dat men in grote scholen zelf opnieuw aparte BuO-klasjes gaat maken. Dat willen we vermijden. ...Voor onze onderwijsmensen is die grens erg belangrijk. Door de idee ‘alles moet kunnen’ in het gewone onderwijs is het logisch dat scholen en leerkrachten zeggen: ‘We beginnen er niet meer aan!”

    Het VSKO en Mieke Van Hecke onderschreven het BNM-ontwerpdecreet, maar Mieke Van Hecke pleitte achteraf tegen schijninclusie waartoe dit decreet zal leiden.


    03-01-2014 om 10:54 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    Tags:VSKO, schijninclusie, Mieke Van Hecke
    >> Reageer (0)
    02-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Krtische analyse BNM-decreet en oproep tot verzet (Raf Feys & Stella Brasseur)

    Kritische analyse BNM-decreet en oproep tot verzet  (Raf Feys en Stella Brasseur)

    1          BNM-decreet van 8 november en receptie

    Het ontwerpdecreet betreffende belangrijke en noodzakelijke maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (=BNM-decreet) werd op 8 november definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering. Op de blog ‘Onderwijskrant Vlaanderen’ riepen we al op 8 november op tot verzet tegen het BNM-decreet.

    Het BNM-decreet wekt vooreerst de indruk dat de problemen die leerlingen met een handicap in het gewoon onderwijs ervaren, in de eerste plaats het gevolg zijn van een onaangepaste school.  “De nieuwe visie op handicap ziet handicap niet louter als een persoonlijk probleem, maar als een afstemmingsprobleem tussen de klas- en schoolcontext en de specifieke onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de jongeren.” De problemen die leerlingen  met specifieke behoeften op vandaag in een gewone school ervaren, zijn dus volgens het decreet vaak eerder een  probleem (handicap) van de school zelf dan van die leerlingen.    

    De (gewone) scholen moeten dan ook volgens het decreet voortaan alle leerlingen toelaten die mits een redelijke aanpassing kunnen opgenomen worden in een gewone klas. Het aftoetsen van de (vage) omschrijving ‘redelijke aanpassing’ vervangt de term draagkrachtafweging in de vorige ontwerpteksten. Aanpassing mag b.v. ook dispenseren of inperken van het leerprogramma inhouden.  Ook leerlingen die te weinig profijt kunnen halen uit het volgen van de gewone lessen, hebben volgens het BNM-decreet dus recht op inclusie. Het zal voor de scholen ook moeilijk worden om leerlingen nog naar het buitengewoon onderwijs te sturen. Het is allang bekend dat de meeste praktijkmensen tegenstander zijn van zo’n soort inclusie. Dit bleek ook uit de massale ondertekening van een petitie die Onderwijskrant hierover in 2007 verspreidde (zie Onderwijskrant nr. 141). Verderop maken we duidelijk dat volgens ons voor  inclusie-leerlingen niet  in sterke mate mag afgeweken worden van het gemeenschappelijk curriculum en van de eindtermen.

    Veel passages uit het decreet zijn zo vaag en dubbelzinnig opgesteld dat allerhande interpretaties en betwistingen mogelijk zijn. Denk b.v. aan de omschrijving van het mogen afwijken van het gemeenschappelijk programma  door inclusie-leerlingen : ‘het vooraf vrijstellen van doelen op zo’n manier dat de doelen van het onderwijs nog in voldoende mate bereikt kunnen worden”. De COC-vakbond gewaagt terecht van “buitensporig ingewikkelde en soms onleesbare regels”. Dit verklaart ook waarom zo weinig mensen - directies en schoolbesturen incluis –  geneigd zijn om de decreet-tekst te bestuderen, en waarom er zo weinig reacties verschijnen. 

    De voorstanders van radicale inclusie, de hardliners, zijn ook niet tevreden. Zij vinden dat het decreet niet radicaal genoeg is. Ze hebben bezwaren tegen de formule ‘mits een redelijke aanpassing’. Ze vinden dat alle leerlingen op basis van het verdrag van de Verenigde Naties recht hebben op inclusief onderwijs – ook b.v. type 2-leerlingen, leerlingen met ernstige gedragsstoornissen ... “Elk kind moet in het gewoon onderwijs een eigen leertraject kunnen volgen, in zijn eigen tempo en aansluitend bij zijn mogelijkheden, behoeften en interesses.”  Ook Groen vindt dat het decreet niet ver genoeg gaat.

    We stelden vast dat de verschillende onderwijskoepels positief reageerden op het ontwerpdecreet. In de hierop volgende bijdrage verwijzen we naar de instemmende reactie van Richard Timmerman,  de secretaris-generaal van het verbond van het katholiek buitengewoon onderwijs (VVKBuO). Timmerman: “Omdat het een stap is in de goede richting zijn we meegegaan met het decreet.”  Hij erkende ook dat volgens het decreet inclusieleerlingen mogen afwijken van het gewone leerprogramma en een apart leeraanbod kunnen krijgen. Tot onze verwondering lazen we echter in de maand december in het tijdschrift ‘Caleidoscoop’ een interview met Mieke Van Hecke, VSKO-kopstuk, waarin deze tegen een apart leeraanbod pleitte: “We moeten bij de interpretatie van het VN-verdrag  vertrekken van het gegeven dat elke onderneming of instelling een finaliteit heeft. Wanneer de deelnemers aan die onderneming die finaliteit kunnen halen, moet men er alles aan doen om de drempels die er vanuit een beperking zijn, te beslechten. Dat wil echter niet zeggen dat men voor iemand die deze finaliteit niet kan halen, een apart aanbod moet kunnen doen in dezelfde organisatie (in het gewoon onderwijs) “ Die terechte stelling van Mieke Van Hecke  en interpretatie van het VN-verdrag staat haaks op de goedkeuring van het BNM-decreet door Van Heckes onderwijskoepel en de VVKBuO-standpunten van de voorbije 18 jaar.  Raar, maar waar (zie volgende bijdrage.)

    De meeste onderwijsvakbonden stelden een protocol op bij het ontwerpdecreet waarin ze in sterke mate afstand namen van het decreet. De COV-vakbond ging merkwaardig genoeg wel voor het grootste deel akkoord en opperde veel minder principiële bezwaren.

    In het VLOR-advies over de beleidsbrief 2013-2014 van december 2013 schrijft de VLOR: “Een van de dossiers dat met een gebrek aan tijd kampt, is de vooropgestelde inwerkingtreding van het ontwerp van decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (M-decreet) op 1 september 2014. Dat is zowel op het vlak van schoolorganisatie als op het vlak van competentieontwikkeling van leerkrachten veel te snel. Op zo’n korte tijd is het onmogelijk om een school en haar leerkrachten voor te bereiden op zo’n  ingrijpende veranderingen.Daarnaast zijn er ook te weinig middelen om een aantal doelstellingen te realiseren. In de lijn van het vorige voorbeeld verwijst de Vlor naar het gebrek aan middelen om de professionalisering van leerkrachten en CLB-medewerkers te organiseren. Die professionalisering is net een essentiële hefboom om het M-decreet te doen slagen.” Op een eerste gezicht zijn we tevreden met dit VLOR-standpunt, maar anderzijds wekt de VLOR  de indruk dat de Raad in principe wel akkoord gaat met het M-decreet.  Ook minister Smet merkte terloops op dat de VLOR blijkbaar geen principiële bezwaren had. De VLOR zelf heeft in zijn vele inclusie-adviezen en - publicaties vanaf 1996, steeds voor verregaande vormen van inclusie gepleit heeft. De VLOR heeft nooit als principiële voorwaarde gesteld dat inclusie-leerlingen voldoende profijt moeten kunnen halen uit het volgen van de gewone lessen en het gemeenschappelijk leerprogramma. Daarom hebben we vanaf 1996 veel aandacht besteed aan het bestrijden van de VLOR-adviezen en-rapporten over inclusief onderwijs, leerzorg ... Daarom vinden we dat ook nu de VLOR geen duidelijk standpunt inneemt. In het advies vinden we b.v. niets terug van de principiële bezwaren van de COC-vakbond en van de overgrote meerderheid van de leraars en directeurs.

    In 2007 werd ons al gezegd dat onze Onderwijskrantpetitie tegen de geplande invoering van het leerzorg-project van minister Vandenbroucke niets zou uithalen, omdat er al een uitgewerkte conceptnota voorlag. We zijn blijven strijden en met succes: de al goed gekeurde conceptnota werd in 2008 weer afgevoerd. Vandenbroucke besefte blijkbaar net op tijd dat zo’n decreet dat afgewezen werd door de leraars en directies nefast zou zijn voor hem en zijn partij bij de verkiezingen van 2009. We blijven ook nu verder strijden tegen het BNM-ontwerpdecreet. We hopen vooralsnog op verzet en op het afvoeren van dit ontwerpdecreet van minister Smet. Ook ervaringen met zo’n inclusieve projecten in het buitenland wijzen op het feit dat dit niet haalbaar is.  Veelal wordt lippendienst bewezen en in typisch inclusieve landen als Engeland, Noorwegen, Ijsland ... is de afbouw al bezig (zie punt 5).  

    2          Enkele  ingrijpende hervormingen

    2.1       Principieel recht op gewoon onderwijs    en gemeenschappelijk curriculum niet langer gemeenschappelijk

    De belangrijkste verandering betreft het ‘principieel’ recht op gewoon onderwijs. Enkel nog als een school onredelijke inspanningen/aanpassingen zou moeten doen, kan een leerling nog doorverwezen worden naar het buitengewoon onderwijs. Voor leerlingen  die in het normaal onderwijs gestart zijn (b.v. in het eerste leerjaar)  moeten scholen kunnen aantonen dat ze alle mogelijke inspanningen hebben gedaan om deze kinderen mee te laten draaien in het gewone onderwijs, voor zij een verslag/advies voor het buitengewoon onderwijs kunnen geven. De school heeft dus enkel het recht om een inschrijving te ontbinden na de bevestiging en het bewijs dat zij disproportionele maatregelen zou moeten nemen.

    Met dit decreet wordt aan leerlingen een principieel recht op regulier onderwijs geboden – aldus ook Theo Mardulier, topambtenaar departement onderwijs, op de VVN-Studiedag over Inclusief Onderwijs van 4 december 2013. Minister Smet zei op 8 november  in het journaal wel dat inclusieleerlingen  het gemeenschappelijk programma moeten kunnen volgen, maar volgens het decreet  blijkt dit niet het geval te zijn.. De overheid geeft aan scholen immers de bevoegdheid om af te wijken van dat gemeenschappelijke curriculum: “zij kunnen aan dat curriculum voor individuele leerlingen doelen toevoegen en individuele leerlingen vooraf vrijstellen van het bereiken van doelen” (zij het op voorwaarde dat de ‘doelen van het onderwijs’ nog ‘in voldoende mate’ bereikt kunnen worden).

    Om een kind nog te kunnen doorverwijzen naar het buitengewoon onderwijs, moet de school  eerst voor zo’n kind het ‘volledige zorgcontinuüm’ uitgeprobeerd hebben. Hierdoor kan het traject dat de school, de leerkrachten, de ouders  en het CLB hiervoor moeten doorlopen vrij lang uitlopen en veel energie vergen. Dit decreet zal ertoe leiden dat voor minder en minder leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften de toegangsdeur naar het buitengewoon onderwijs wordt gevonden en dat tegelijk de kwaliteit van onderwijs voor de gewone leerlingen en leerlingen met beperktere zorgproblemen zal aangetast worden. We krijgen ook de indruk dat of ouders (en hun kinderen) niet langer het recht zullen  hebben om  b.v. vanaf de start van het eerste leerjaar, of na het eerste trimester van het eerste leerjaar,  voor het blo-basisaanbod (combinatie van type 1 en 8) te kiezen. Men kan ze toch moeilijk dit recht ontnemen.

    Marjan Coopman, secretaris van het Christelijk Onderwijzersverbond die het nefaste decreet wel (grotendeels) ondertekende, relativeert die kritiek en stelt: “Een rechtstreekse toegang vanuit het gewoon kleuteronderwijs naar het basisaanbod buitengewoon onderwijs is mogelijk voor kinderen voor wie de aanpassingen in het kleuteronderwijs al disproportioneel of onvoldoende zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te blijven meenemen.” We twijfelen aan deze interpretatie aangezien het kleuteronderwijs enkel ontwikkelingsdoelen kent en geen te bereiken eindtermen of getuigschrift. Op basis van een advies van de kleuterschool zal men moeilijk leerlingen kunnen verbieden te starten in het eerste leerjaar. En eens ze gestart zijn zal het veel tijd en inspanningen kosten om aan te tonen dat ze daar niet thuis horen. De COC-vakbond  concludeert terecht in haar protocol van niet-akkoord: “Scholen zullen meer dan vandaag moeten motiveren waarom ze aan bepaalde onderwijsbehoeften niet tegemoet kunnen komen en bijvoorbeeld geen vrijstelling van doelen kunnen verlenen. In de praktijk dreigt het verplicht afwijken van het gemeenschappelijk curriculum veeleer de regel te zullen worden in plaats van de uitzondering die het zou moeten zijn.

    We betreuren dat het COV het afwijzende COC-standpunt dienaangaande niet gevolgd  heeft  en niet resoluut een protocol van niet akkoord formuleerde; het COC en andere vakbonden deden dit wel. Het decreet heeft nochtans nog meer nefaste gevolgen voor het basisonderwijs dan voor het secundair onderwijs. In het secundair onderwijs zal het wel leiden tot een ontwrichting van  het beroepsonderwijs. Het COV formuleerde een halfslachtig  protocol  en daarin lezen we:: “Het COV kiest er voor om geen globaal ‘akkoord’, maar ook geen globaal ‘niet-akkoord’ over dit decreet. ... Het COV  is positief omdat ‘kinderen waarbij de zorgvraag de draagkracht van de gewone school overstijgt, nog steeds een beroep kunnen doen op gespecialiseerde hulp in het buitengewoon onderwijs. “  We lezen wel verderop: “COV is b.v. wel bezorgd dat de mogelijkheid  om te dispenseren mogelijk het gemeenschappelijk curriculum kan uithollen.”

     2.2      Sterke reductie van type 1 en 8  & vervanging door vage ‘basisaanbod-school’

    In het buitengewoon onderwijs komt er een type 9 bij voor autistische leerlingen. Een grote ingreep is het feit dat het decreet de toegang tot type 1 en 8 wil moeilijk maken en dat type 1 en 8 voortaan  één nieuwe vorm van buitengewoon onderwijs vormen, de  zogezegde basisaanbod-scholen.  Ook dit zal veel verschuivingen en veranderingen met zich meebrengen. Waar moet men terecht met de overtallige leerkrachten en welke leerkrachten hebben voorrang op wie?  Leerkrachten die al vele jaren les geven in type-1 zullen plots moeten lesgeven in het gewoon lager onderwijs. Enz.  

    Er zal  b.v. ook binnen die nieuwe basisaanbod-scholen gezocht moeten worden hoe ze die nieuwe gedifferentieerde instroom van leerlingen de juiste ondersteuning kunnen aanbieden. Zo zullen leerkrachten die enkel ervaring hebben met type-1-leerlingen, plots ook les moeten geven aan type-8-leerlingen – en omgekeerd.  Het verwondert ons in dit verband dat het COV zo enthousiast is over de nieuwe typologie voor het buitengewoon onderwijs en vooral over de samensmelting van type 1 en type 2 tot ‘basisaanbod’.  Het COV schrijft: “Hiermee wordt eindelijk een punt gezet achter de subjectieve doorverwijzing naar de verschillende types van het buitengewoon onderwijs. Het was onrechtvaardig dat leerlingen met dezelfde ‘specifieke noden’ (NvdR:type 1 en 8?) op een verschillende manier omkaderd werden.” 

    Dit  BNM-decreet zal het een enorme impact hebben op heel wat aspecten van het onderwijs, zowel in het gewoon als in het buitengewoon onderwijs, onder andere bij de leerlingenbewegingen, de oriënteringen door het CLB, de weigeringen van leerlingen door scholen, de lerarenbewegingen, de lerarenopdrachten …

    2.3     ‘Bijzondere maatregelen’ hebben impact op alle leerlingen

    De COC-vakbond schrijft ook terecht dat de titel van het decreet wel de indruk wekt dat er alleen belangrijke en noodzakelijke maatregelen genomen worden voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. “Dit is niet zo. Dit ontwerp van decreet breidt deze maatregelen meteen uit naar alle leerlingen door remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen, het handelingsgericht werken, het denken vanuit een zorgcontinuüm met brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg in te schrijven in het decreet basisonderwijs, de codex secundair onderwijs en het CLB-decreet. Alle maatregelen in dit decreet scheppen zo een klimaat dat de scholen zal dwingen tot aanpassingen voor potentieel alle leerlingen. Zo zullen de gevolgen van dit decreet een veel bredere impact hebben op zowel het gewoon als het buitengewoon onderwijs dan de titel aangeeft. ... We verwijzen naar de artikelen II.2 en III.13 die uitdrukkelijk vermelden dat het hier gaat om maatregelen die van toepassing zijn op alle leerlingen én in het bijzonder op leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.”

    Er is verder ook nog de impact op de gewone leerlingen. De grote aandacht voor de inclusie-leerlingen zou ook leiden tot minder aandacht voor de gewone leerlingen en tot minder extra-zorg voor de gewone zorgleerlingen. Het overlegplatform GOKINZO-Vlaanderen (Gelijkeonderwijskansen Inclusief Zorgverbreding) voerde  eind 2008  actie rond het leerzorgdecreet. Het overlegplatform vreesde terecht dat door het leerzorgdecreet de gewone zorgverbreding nog meer in het gedrang zou komen.

     

    3          Geen gemeenschappelijk programma meer, aantasting van leerrecht

    3.1       Visie van Onderwijskrant

    We verzetten ons in Onderwijskrant al sinds 1996 tegen inclusief onderwijs dat aanstuurt op schijn-inclusie, LAT-inclusie of learning apart together. Voor ons moet het ‘gewoon’ onderwijs zoveel als mogelijk open staan voor alle leerlingen die het gemeenschappelijke programma kunnen volgen, die voldoende profijt kunnen halen uit dit soort onderwijs. Leerlingen voor wie dit niet geldt, hebben recht op aangepast of buitengewoon onderwijs.

    Op de blog ‘Onderwijskrant Vlaanderen’ schreven we op 8 november dat het leerrecht primeert op fysische participatie – of integratierecht. Leerlingen die te weinig profijt kunnen halen uit de normale lessen hebben geen baat bij LAT-inclusie: learning apart together. Zij en hun ouders hebben recht op aangepast of buitengewoon onderwijs met een ruimere omkadering e.d. Fysische integratie is geen echte integratie. Ook in Finland zitten leerlingen die onvoldoende voordeel kunnen halen uit de gewone en gemeenschappelijke klassen, in aparte klassen . LAT-inclusie bemoeilijkt ook het leerproces van de gewone leerlingen. Ook voor deze grote groep geldt het recht op optimale ontwikkelingskansen. Leerlingen met b.v. een louter fysische handicap die de gewone lessen kunnen volgen, kunnen wel geïntegreerd, maar dan moet het decreet daar wel de nodige financiële middelen voor de aanpassing van het schoolgebouw en leermiddelen voor voorzien.

    Vanaf 1996 proberen we in Onderwijskrant en elders duidelijk te maken dat de inclusie van kinderen die een groot deel van de lessen niet kunnen volgen, nadelig is voor deze kinderen en dat de overgrote meerderheid van de leerkrachten dit ook nefast  en niet haalbaar vinden. We wezen ook herhaaldelijk op de inclusie-lippendienst en schijninclusie in het buitenland. Inclusie-hardliner en  professor Frank De Fever bevestigde destijds dat er in  de meeste landen - zelfs Noorwegen  - vooral sprake was van lippendienst. Als unieke illustratie van geslaagde inclusie verwees De Fever naar Juan uit Catalonië die tijdens de les over klimaatverschijnselen mag ‘meedoen’ door een tekening te maken over het winterlandschap. Volgens inclusie-hardliner Karel Casaer, tot voor een paar jaar secretaris-generaal VVKBuO, was een kind dat tijdens een les cijferen kan ‘meedoen’ door gewoon de cijfers te benoemen ook al echt geïncludeerd. Twee schoolvoorbeelden van schijninclusie (learning apart together). En wat betekent inclusie in het secundair beroepsonderwijs voor leerlingen die niet verder geraakt zijn dan het metend rekenen eerste graad lager onderwijs?  De filosofie van echt inclusief onderwijs en het principe van recht op passend onderwijs staat o.i. haaks op voorstellen om inclusieleerlingen sterk aangepaste of  individuele leertrajecten te laten volgen en niet te onderwerpen aan de eindtermen.

    3.2       COC-vakbond: aantasting gemeenschappelijk leerprogramma          

    Vanaf het VLOR-advies van 1998 hebben we steeds betreurd dat in de verschillende inclusie-ontwerpen en zelfs in de VLOR-adviezen  die door de onderwijskoepels - en veelal ook door de vakbonden - ondertekend werden, die basisprincipes van echte inclusie/integratie en recht op onderwijs nooit werden voorop gesteld.  We merken nu wel dat in 2013 verschillende onderwijsvakbonden het BNM-decreet niet onderkenden en een protocol van niet-akkoord opstelden. De belangrijkste bezwaren van de COC-lerarenbond  hebben te maken met het feit dat het decreet schijn-inclusie mogelijk maakt en dat ‘het gemeenschappelijk curriculum niet meer gemeenschappelijk is. ... Voor COC is het duidelijk dat dit ontwerp van decreet niet zal leiden tot de beoogde doelstelling: leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zullen niet ten volle en op voet van gelijkheid kunnen participeren aan het klasgebeuren. Van de scholen van het gewoon onderwijs mag verwacht worden dat zij getuigschriften en diploma’s uitreiken die de ‘geijkte’ waarde hebben die de gemeenschap er aan hecht. Door scholen toe te laten (in de praktijk door ze onder druk te zetten) af te wijken van de goedgekeurde leerplannen wordt deze waarde op de helling gezet.”

    De COC concretiseert dit bezwaar als volgt: -  het vooraf vrijstellen van doelen op zo’n manier dat de doelen van het onderwijs nog in voldoende mate bereikt kunnen worden, doet vragen rijzen bij de waarde van elk van die doelen afzonderlijk-  wanneer leerlingen vooraf vrijgesteld worden van het bereiken van doelen komt de gelijke behandeling van leerlingen in het gedrang. Leerlingen zonder specifieke onderwijsbehoeften dreigen dan immers strenger beoordeeld te worden dan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Van leerlingen zonder specifieke onderwijsbehoeften wordt immers verwacht dat zij doelen bereiken die voor de studiebekrachtiging van de studies blijkbaar niet noodzakelijk zijn. Als alle leerlingen van die doelen vrijgesteld worden – wat omwille van het gelijkheidsprincipe een logica is die zich opdringt, dan werkt de overheid met dit decreet een nivellering van het onderwijs in de hand.

    -    de bevoegdheid om doelen toe te voegen of te schrappen moet volgens COC een centrale bevoegdheid zijn. Daarom mag de overheid die bevoegdheid niet doorschuiven naar de individuele scholen. Leerplannen worden immers opgesteld door experten terzake en door de inspectie goedgekeurd op basis van de eindtermen vastgelegd door het Vlaams Parlement. De scholen hebben niet de deskundigheid in huis om leerplannen aan te passen in functie van de specifieke onderwijsbehoeften waarmee leerlingen zich kunnen aandienen. Ze hoeven deze deskundigheid ook niet in huis te hebben. Volgens COC komt het aan de leerplanmakers toe om vooraf zelf in de leerplannen de doelen af te lijnen die niet noodzakelijk zijn. In dezelfde zin komt het aan het Vlaams Parlement toe om te bepalen welke eindtermen niet noodzakelijk zijn voor een studiebekrachtiging. De overheid ontloopt haar verantwoordelijkheid wanneer zij deze bevoegdheden doorschuift naar de lokale scholen.-    onderwijs is een collectief gebeuren. Van leraren kan niet verwacht worden dat zij per leerling aangepaste leerplannen volgen.”

    4          Afbouw van inclusief onderwijs in buitenland, aparte klassen in gidsland Finland

    In het BNM-debat van de voorbije jaren viel op dat de pleitbezorgers niet meer verwezen naar voorbeelden uit het buitenland. Noorwegen is het land dat destijds veel geprezen werd omwille van zijn doorgedreven inclusief onderwijs met maar een paar % leerlingen in het buitengewoon onderwijs. Uit PISA en uit TIMSS  bleek  echter steeds opnieuw  dat Noorwegen bijzonder zwak scoort en veel meer leerlingen telt die bijzonder zwak scoren … dan in Vlaanderen en in buurland Finland.

    In Finland geven de beleidsmakers voorrang aan het leerrecht boven het fysisch integratierecht. In Finland zitten veel leerlingen met een handicap – 8,5% van de totale leerlingenpopulatie – in aparte klassen. Daarnaast zijn er niet minder dan 22,5% die parttime buitengewoon onderwijs volgen; dit zijn leerlingen die voldoende profijt kunnen halen uit een groot deel van de gewone lessen, maar voor een aantal lessen aparte en aangepaste instructie krijgen in aparte klassen. (Terloops: we merken dat er in Vlaanderen zelfs veel te weinig centen zijn voor het GON.)

    In Noorwegen leidt inclusie niet tot minder aangepaste leerkansen voor de inclusieleerlingen en precies door de aanwezigheid van bepaalde inclusie-kinderen worden ook de andere leerlingen van de klas benadeeld. Wiskundige onderwerpen als de tafels van vermenigvuldiging die bij ons op het programma van het tweede leerjaar staan, komen in Noorwegen pas in het vierde leerjaar aan bod. We zouden dus kunnen stellen dat in Finland en Vlaanderen ook de zwakste en zwakkere leerlingen meer faire leerkansen krijgen dan in Noorwegen en dat het buitengewoon onderwijs op termijn een integratie in het maatschappelijk leven bevordert i.p.v. afremt. In Ijsland wordt het inclusief onderwijs weer afgebouwd.

    In Engeland wordt al 10 jaar onomwonden toegegeven dat inclusie in de praktijk niet haalbaar en nefast bleek en dat men zich heeft vergist. De invoering  leverde vooral schijninclusie en lippendienst op: payinglip-service to a politcally-correct notion. In de praktijk werd radicale inclusie veelal omzeild: “de kinderen worden praktisch alleen gemixt in de gangen en tijdens speeltijden en lunchperiodes.”  Er worden vaak aparte klassen ingericht. Er kwam ook weer meer waardering voor het buitengewoon onderwijs. Een vooraanstaand adviseur van de minister die vroeger een soort inclusief onderwijs invoerde, schreef in 2004: “De regering moet opnieuw scholen voor buitengewoon onderwijs bevorderen voor kinderen waarvoor regulier onderwijs niet rendeert” (Times Educational Supplement, 23 april 2004). Op het congres van 2004 al  formuleerde een van de grootste Engelse onderwijsvakbonden het volgende besluit: “Het congres eist dat de ministers in aparte afdelingen voor kinderen met bijzondere noden voorzien en dat ze opnieuw werk maken van voldoende gesubsidieerde aangepaste en alternatieve scholen voor leerlingen met gedragsmoeilijkheden”  (Times Educational supplement, 16 april 2004). 

    In Nederland is er al jaren veel discussie over het leerzorgproject ‘Passend onderwijs’ dat gelijkenissen vertoont met ons BNM-project. De resultaten van 19 jaar ‘Weer samen naar school’ vielen tegen: meer i.p.v. minder leerlingen in het buitengewoon onderwijs en lange wachtlijsten en een grote groep kinderen  die nergens binnen geraken en soms een toevlucht zoeken in Vlaamse b.o.-scholen.  Als gevolg hiervan kozen beleidsmensen enkele jaren geleden voor de vlucht vooruit, een meer radicaal inclusieproject met de verhullende naam ‘Passend Onderwijs’.  Er kwam telkens uitstel; maar per 1 augustus moet het ingevoerd worden. Er is momenteel enorm veel verzet en men voorspelt dat veel probleemleerlingen nergens meer een plaats en/of passend  onderwijs zullen vinden.

    5          Besluiten

    Ons fundamenteelste bezwaar tegen de inclusie-projecten van de voorbije 17 jaar slaat op het feit dat inclusie ingaat tegen de ontwikkeling en het welzijn van de inclusieleerlingen en een totale en nefaste breuk zou betekenen met de huidige onderwijsaanpak. Volgens ons primeert het leerrecht - van zowel de gewone leerlingen als de b.o.-leerlingen  - op het recht op fysische  inclusie.

    Bij inclusie gaat het in de praktijk veelal ook om lippendienst en schijninclusie. Het gaat vaak om fysieke inclusie en niet om integratie en echt meedoen in het leerproces en klasgebeuren. Inclusieleerlingen voelen dit vaak nog meer als uitsluiting aan. We betreuren dat we dit fundamenteel bezwaar niet aantroffen in de VLOR-adviezen van 1998, 2006 en 2007 en in de standpunten van de koepels van de netten en de lerarenbonden. Vanaf 1996 waren we (bijna) de enigen die luidop protesteerden tegen de vele inclusieplannen, de opeenvolgende VLOR-adviezen (1998, 2006, 2007) en VLOR-rapporten (1996, 2005), het project ‘Onderwijs op maat’ van minister Vanderpoorten, het  leerzorg-project van minister Vandenbroucke (2007-2009) en het recentere BNM-project van minister Pascal Smet. 

    Ons verzet zijn we blijven volhouden en we hebben er in Onderwijskrant veel bijdragen aan gewijd. In februari 2007 hielden we ook een peiling & petitie bij leerkrachten en scholen om ons verzet kracht bij te zetten. We stimuleerden ook de scholen en leerkrachten om druk uit te oefenen op hun koepels, op de vakbonden en op de politici. Vervelend is dit keer wel dat we binnen de regeringspartijen nog geen enkele dissidente stem noteerden.

    Na bijna 20 jaar van verzet tegen de invoering van schijninclusie, blijven we nog steeds pleiten tegen LAT-inclusie en voor voorrang van het recht op leren op het recht op fysische inclusie. Aansluitend bij ons fundamenteelste bezwaar stelden we verder dat een leerkracht ook niet in staat is om naast het gewone programma totaal aparte programma’s voor inclusie-leerlingen te verzorgen. Dit zou ook ten koste zijn van zijn verantwoordelijkheid en aandacht voor de andere leerlingen. We plaatsten het criterium individuele draagkracht van de doorsnee-leerkracht  en draagkracht van de school dus pas op de tweede plaats. Pas in derde instantie formuleerden we bezwaren tegen inclusie die verband houden met een gebrek aan passende omkadering, competentie van de leerkrachten en centen. We roepen ook dit keer iedereen op tot verzet tegen het BNM-ontwerpdecreet. Het decreet zou niet leiden tot een geslaagde inclusie, maar tot een illusie. Tegelijk vinden we dat er – net zoals in Finland – meer moet geïnvesteerd worden in remediëring in het gewone onderwijs (NT2 inbegrepen) en in herwaardering van het buitengewoon onderwijs.

     


    02-01-2014 om 22:53 geschreven door Raf Feys  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Tags:BNM-decreet, buitengewoon onderwijs, inclusief onderwijs
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!