Muziek
  • Radiohead: The king of limbs
  • Soup: Children of E.L.B.
  • Piano magic: The troubled sleep op Piano Magic
  • Gazpacho: Night
  • Talk Talk: Spirit of Eden
  • Washington: Rouge noir
  • Stars: In our bedroom after the war
  • Falloch: Where distant spirits remain
  • Susanne Sundfor: The brothel
  • Trentemöller: The last resort
    Muziek
  • The Notwist: Close to the glass
  • VNV Nation: Empires
  • The War on Drugs: Lost in the dream
  • Slowdive: Souvlaki
  • Dead can Dance: Anastasis
  • Anathema: Distant satellites
  • The war on drugs: A deeper understanding / The National : Sleep well beast
  • Verslagen
  • Pukkelpop 2008
  • Spanje (augustus 2008)
  • Arcade Fire (juni 2014)
  • De eerste ronde van het WK 2014
  • Foto
    Nachtschaduw
    Klik op de foto's om een nummer te beluisteren.
    Muziek. Muziek. En muziek.
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The war on drugs: Lost in the dream
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik heb niets met Bruce Springsteen.  Niets met Tom Petty.   Dire straits: gezaag.   The war on drugs recycleert ze allemaal op hun laatste.   Lost in the dream is een wereldplaat.   De beste van het jaar en nu al een klassieker voor de eeuwigheid.

    Het geniale zit in de productie.   Heel erg jaren '80, mijn favoriete decennium uit de muziekgeschiedenis.  Het maakt dat wat in wezen classic rock, country of folkrock is, verwordt tot iets razend spannend, een eigenschap die de genoemde genres in mijn ogen allerminst kenmerkt.

    Het geniale zit in de schizofrene spanning tussen enerzijds droeve, melancholische muziek (Adam Granduciel kampte de voorbije jaren met angstaanvallen - ik heb een zwak voor mensen met angsten) en anderzijds de opzwepende ritmes die elke song tot een feest maken.   Het is een kunst die ze van groepen als The National of Arcade Fire geleerd hebben: droefheid verpakken in weergaloze stampers waarbij stilzitten onmogelijk is. 

    Het geniale zit in de samenstelling van de plaat, die een afwisseling biedt tussen opzwepende uptempo songs en introspectieve rustige nummers, aan elkaar vastgelijmd door stukken muziek die bijna ambient aandoen, waarin weinig gebeurt maar die wel onmisbaar zijn voor het geheel (zie The Haunting idle).     Op hun allerbest zijn ze wanneer ze zinderende orkanen op de luisteraar afsturen.  Single Red eyes, het bijna smachtende Burning of het eerst ingehouden, maar later voluit gaande An ocean in between the waves.   Ogen dicht, de wereld buiten spel en dan maar dansen, dansen, dansen.  De muziek smeekt erom.  (ik ben geen danser, maar voor Lost in the dream maak ik de uitzondering.  't Is niet van willen maar van moeten).

    The War on Drugs is zelf een drug, verslavend tot in de diepste vezels.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Melancholia

    Music was my first love, and it will be my last.  Nee, ik heb helemaal niets met John Miles, en nog veel minder met Night of the Proms, maar meer waarheid kan een uitspraak voor mij niet bevatten.  En met mij ongetwijfeld ook voor vele anderen.  Voor de meisjes hun intrede doen, voor bier een dwingende noodzaak wordt is het muziek dat je adolescentie kleurt, dat je van een identiteit voorziet.  Ik dweepte met het linkse anarchisme, niet omdat ik de boeken van Bakoenin gelezen had (nu nog steeds niet), maar omdat The Levellers dat waren.  Omdat hun liberty anthem dat nu eenmaal zo wou.  Ik werd zowaar fier op het feit dat ik een intelligente loser zonder lief en zonder uitblinkersrol in eender welke sport was, niet omdat dat zo'n aangename manier van leven was, maar omdat Eels mij definieerde als een 'beautiful freak'.

    De tijden zijn veranderd, oude normen zijn gegaan en nieuwe waarden zijn gekomen, maar de liefde voor muziek is altijd gebleven.  Troost biedt ze steevast, op momenten waarop alles minder gaat, momenten van twijfel en momenten waar de angst weer toeslaat.   Maar levensvreugde en dolle euforie biedt ze evenzeer.  Eén constante slechts: muziek moet een emotie overbrengen.  Niet die emoties die de knuffelrock cd's willen aanbrengen (ze mikken op weemoed maar verkrijgen weerzin), zoals een vriend mij ooit eens meende te mogen aanraden.  Echte gevoelens.  Geloof in de muziek waar je naar luistert.   Emoties herkennen.  Schilderkunst, poëzie, literatuur noch film weet mij op dezelfde manier te ontroeren.   Puur persoonlijk uiteraard.  Even goed had deze blog over boeken kunnen gaan.  Of over film.  Of over vrouwen.  Of auto's.  Nu gaat ze over muziek.  Een opeenvolging akkoorden it ain't.  

    Er is muziek die de angst treffend weet te raken (Lacrimosa - der letzte Hilfeschrei) muziek die weemoed oproept (The Smiths - There is a light that never goes out), muziek die woede tot zelfs agressie weet te vatten (The Cure - Siamese twins), muziek die levensvreugde uit al z'n poriën uitstraalt (The Mission - Like a child again), muziek die god de definitieve knock out gegeven heeft (Depeche Mode - Blasphemous rumours, nota bene in de les godsdienst), muziek die dronkenschap verafgoodt (Tom Waits - Martha, al was het maar omdat de Kroeg altijd met dit nummer de deuren sloot) of muziek die simpelweg een totaalervaring geeft (Sigur Ros - Popplagid).  

    Muziek die in mijn ogen echt is.   Al blijven het mijn ogen maar ;-)



    » Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The Notwist: Close to the glass
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Naar een onbewoond eiland gestuurd worden en 5 platen mogen meenemen, een nachtmerrie waar ik met plezier uren voor wakker lig.   Radiohead moet erbij met OK Computer,  The Cure met Disintegration,  Violator van Depeche Mode en ( ) van Sigur Ros.  Dan wordt het spannend.   Een week zonder The National lukt niet.  Doe dan maar Boxer.   Al is die laatste ook verre van mislukt.   Cholymelan van Diary of dreams, de exponent van mijn gothicjaren.   Al kan The Cure die eventueel wel nog vervangen.   Anathema dan maar ?  Ik durf niet eens de overweging te maken welke er dan zou moeten meegaan.   Electric President met Sleep well,  The Suburbs van Arcade Fire, Automatic for the people van REM of toch maar gewoon the best of van The Smiths ?  

    Wellicht past The Notwist nog het best bij wie ik ben en wie ik ben geweest.   Dan moet Neon Golden mee.   Ik was een jonge puber toen ik al vond dat Chemicals (uit Shrink) niet thuis hoorde in Stubru's afrekening.   Het nummer had iets wat de rest niet had en wat mij liet twijfelen tussen omarmen en afstoten.  Wellicht was ik er - 15 jaar zijnde - nog niet klaar voor, maar met Neon Golden sprong de vonk onherroepelijk over.   De standaard voor de indietronica muziek was gezet en het niveau van het origineel zou meteen ook nooit meer gehaald worden.   Een fantastisch optreden in de AB enkele jaren geleden en een weergaloos nummer met hiphopper Alias (Unseen sights) zorgden inmiddels voor een liefde die nooit meer zal overgaan, hoe matig de opvolger 'The devil, you and me', ook was.

    Nu is er - weer zes jaar later - Close to the glas.   De gelijknamige single slaagde er zowaar in mijn gevoel rond Chemicals opnieuw op te roepen.   Die pompende baslijn in combinatie met dat tegendraadse ritme.    Weerzin en bewondering.   Moeilijk in alle geval.   Wordt dit nu de definitieve dood van deze Duitsers of de ultieme reïncarnatie ?    We zijn een maand na het lekken van de plaat en de puzzel stukjes zijn op hun plaats gevallen.   Dit is weer vintage Notwist, altijd gedrenkt in een oceaan van melancholie, met de typische wat droevige stem van Marcus Achter, dat Duyster heeft geïnspireerd tot hun 'tomeloze weemoed' leuze.    De conclusie wordt sterker:  dit is een hele goede plaat.   Zonder meer hun meest verscheidene, maar ook met een paar van hun allerbeste nummers altijd.   Op kop Run, run, run, een rusteloze achtbaan met bedwelmende rustmomenten.    Of Lineri, een 8 minuten durende instrumental dat de sfeer van Requiem for a dream oproept.  Het gevecht is hopeloos, de vijand wint altijd.   Maar geen slaan zonder zalven bij The Notwist.  Het hilarische accent van Acher, de vrolijke viooltjes van Into another Tune, de schoenstarende rockers (Kong en seven hour drive) die herinneren aan de jaren waarin The Notwist een ordinair stelletje garagerockers waren en een pretentieloos nummer als Casino.  "One room for us, one room for both of us.  One room for us is not available."  Een zinnetje zonder literaire waarde, maar waarom laat het dan steevast de tranen opborrelen ?  Een kunst die enkel The Notwist verstaat. 

    Ik neem er gewoon zes mee.  Neon golden mag sowieso mee, Boxer van The National kan ik ook onmogelijk thuislaten en stiekem smokkel ik deze ook wel mee.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Susanne Sundfor: The brothel
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Er was een tijd waarin ik als misogyn door het leven ging.   Vanzelfsprekend het perverse gevolg van het hebben van twee broers, het zitten op een jongensschool en het niet gezegend zijn met de looks om willekeurige vrouwen het hoofd te laten draaien.  Ter zelfbescherming kon ik niet anders dan de vrouw als een verschrikkelijk wezen te zien waar een gezonde man zo ver mogelijk uit de buurt diende te blijven.  Je kon er niet mee praten, laat staan redeneren en tot overmaat van ramp vertoefden ze liever in een cocktailbar dan in een bruine kroeg.   

    In feite wou ik ze vastpakken, vastnemen, knuffelen en zeggen hoe graag ik naar hen keek.  Hoe graag ik hen wel zag.  Het gedrag van de man is altijd tegengesteld aan zijn karakter, maar het zijn natuurlijk enkel vrouwen die dat doorhebben.

    Ik weet niet meer exact wanneer de déclic gekomen is.  Was het mijn nicht waarmee ik briefsgewijs een vertrouwensrelatie mee uitbouwde ?  Of was het toch Kim, het meisje dat mij voor het eerst het gevoel gaf dat er meer mogelijk was dan wat oppervlakkig geneuzel ?  Of was het toch gewoon mijn mama, die mij aangaf dat ook de vrouw het recht had om geapprecieerd te worden ?   Ik hou het zelf op Shirley Manson, de vurige rosse van Garbage die mij in mijn late adolescentenjaren wist te verleiden.  'I am milk.'  Likkebaarden.  'I'm waiting for you'.  Op mij ?  Echt waar ?  Het opende deuren waarvan ik het bestaan nooit had kunnen vermoeden.  Vrouwen konden zingen.  Ze konden een groep dragen.  Ze konden bloedgeil zijn.  De mannenstem was niet langer meer de enige reden om muziek te luisteren. 

    Niet geheel tegen mijn goesting zijn de tijden veranderd.  Sterker nog: de mooiste stem van dit universum hoort toe aan een vrouw.  De Noorse Susanne Sundfor heeft een stem zo hoog en zo gevoelig dat mijn hart breekt telkens als ik ze hoor.   Ze bezit een tremolo dat me door merg en been snijdt.  Meteen ook de reden waarom het overgrote deel van de mensheid zal afknappen op haar muziek; je moet haar stem ten volle willen ontvangen.  Take it or leave it. 

    Opener The Brothel zet de toon.  Ze zet nog rustig aan, met piano en haar stem op haar breekbaarst, maar al snel trekt ze alle registers open.  Achtergrondmuziek it ain't.  Met Lullaby volgt het hoogtepunt.  Opnieuw die rustige intro met haar stem die - niet erg verrassend - een kinderliedje lijkt te zingen.  Tot de electronica invalt en een overrompelend totaalspektakel begint.  Baby zal niet snel willen slapen. 

    Susanne Sundfor is groot in Noorwegen, een land waar ze goed zijn in feitelijk alles, behalve gelukkig zijn.  Dat het nog veel prachtmuziek als deze mag opleveren.

    Bijlagen:
    http://www.youtube.com/watch?v=_P-Uggd1I0I   


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slowdive: Souvlaki
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ik ben nooit een volbloed verzamelaar geweest.   Ja, ik heb mij een tijdje bezig gehouden met het verzamelen van postzegels (een waardeloze collectie ligt nu te verkommeren in het ouderlijk huis).   Zoals iedereen heb ik paninistickers verzameld (ongetwijfeld de enige reden dat ik het Standard van 1988 beter ken dan het Anderlecht van pakweg 2010).   Maar veel verder ben ik nooit gegaan, en een doorzetter in het verzamelen was ik allerminst.

    Uitzondering op die regel : de cd.  Vinyl zal altijd overleven, digitale muziek zal de muziek van heden en toekomst zijn.   Veel plaats zal de cd niet hebben in de geschiedenisboeken.  Jammer voor mij, want ik ben verknocht aan de cd als fysieke voorwerp.  Het hoesje, de typische geur, het cd-rek dat een kakafonie aan kleuren tentoon stelt.   Ik kan ernaar kijken en ervan genieten zoals anderen een aquarium kunnen bewonderen, of een mooi schilderij kunnen vereren.   Dankjewel Philips om de wereld dit kleinood toch een aantal decennia geschonken te hebben.

    Met nostalgie blik ik terug op mijn bezoekjes aan de Sint-Niklase bibliotheek.  Op de eerste verdieping lagen de cd's.  Maximaal 4 voor een tijdsduur van 3 weken.   1 euro per cd (of was het 20 frank ?) Struinen doorheen de rekken en met veel fingerspitzegefühl de cd's doorheen je handen laten glijden om er de mooiste hoesjes uit te zoeken.   En dan die spanning thuis.   Hoe zou dit klinken ?  Welk genre had ik überhaupt meegenomen ?   Misschien ken ik er wel iets van ?   Maar vooral: misschien doe ik wel de ontdekking van het jaar.    Het moet gezegd: dat gebeurde niet vaak.  Vele euro's zijn opgegaan aan ordinaire middle of the road rockmuziek zonder weerhaken.   Eén maal beluisterd en teruggebracht.   Maar vele teleurstellingen weerhielden mij er niet van dit ritueel driewekelijks te voltrekken.  

    Want één vogel maakt de lente.  Het volstond eens om het half jaar goud in handen te hebben.   En goud was Souvlaki van Slowdive zonder meer.  Wist ik veel dat ik de koningen van de dreampop te pakken had.  Een begrip in de wereld van de shoegaze muziek.   Wat een stem openbaarde zich meteen in opener Alison, verstopt in gitaren die de ambitie hadden te klinken als mist.   Het werd nog beter.  In Machine gun mengt een frèle vrouwenstem zich met gillende synths en een akoestische gitaar.   Een ruimtereis is begonnen.  Zweven tussen verschillende sterrenstelsels.  Alsof ze dat zelf ook beseffen noemen ze een nummer Souvlaki Space Station.  De ruimtereis heeft een naam.  Maar nog geen hoogtepunt.   Dat komt.   When the sun hits.   "Sweet thing I watch you"   Wat een onnoemelijke droefheid gaat er uit van dat nummer.   En wat een refrein.   Wat een ontdekking deze Souvlaki.   Er volgt nog moois, zij het niet meer zo overdonderend als When the sun hits.  Altogether is ingehouden, bijna fluisterend.   In afsluiter Dagger enkel nog twee akkoorden op een akoestische gitaar en de stem van Neil Halstead.   "The world is full of noise, I hear it all the time", klinkt het berustend.    Lawaai waar ze net 40 minuten lang voor gezorgd hebben.   Maar afkomstig uit een andere wereld in een ander sterrenstelsel.   

    Vele groepen zouden het geluid van Slowdive proberen recycleren - zie ook Beach House.  Maar Souvlaki overtreffen zou niet meer gebeuren.


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stars: In our bedroom after the war
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Er bestaat een soort mensen die gelooft dat je jouw favoriete muziek onmogelijk goed kan vinden.   Dat je er enkel naar luistert uit profileringsdrang.  Jezelf interessant maken, jezelf een intellectueel aura aanmeten, meer zit er niet achter.   Alsof ik mezelf 'uit profileringsdrang' 's avonds een uur lang onderdompel in een bad Godspeed you: black emperor.  Alsof er mij iemand zal aanbidden omdat ik The Legendary Pink Dots wel al eens uit de kast durf te halen. 

    Voor die mensen wil ik het graag bekennen en uitroepen:  ik ben dol op het meesterwerk van Stars, met de fantastische titel In our bedroom after the war.  Weer zal het evenwel niet goed zijn, want dit Canadese groepje schopt het niet tot veel airplay op de Belgische en bij uitbreiding elke radio.  Ik hoor ze al denken: 'kan hij nu niet gewoon wild worden van Muse ?  Of Kings of Leon de max vinden ?  En met Foo Fighters is toch ook niets mis ?  Sorry: nee dus. 

    Stars maakt popmuziek, pop met een hoofdletter.  Alles staat in het teken van de melodie.  Weerhaken worden vakkundig weggeborsteld onder de zeemzoete stem van zangeres Amy Millan en de bijna fluisterende stem van Torquil Campbell.   Beide stemmen gaan een dialoog aan en zorgen op die manier voor een prettige afwisseling.   Wie een plaat al gauw eentonig vindt door het gebrek aan variatie in de vocalen moet dringend Stars gaan beluisteren.   In dat opzicht doen ze wel denken aan de vroege Belle & Sebastian, nog zo'n band die pretentieloze popmuziek maakt.

    Niets laat dat echter vermoeden in de duistere opener 'the beginning after the end'.  Hier lijkt een Portishead of Archive aan het werk te zijn.  Niets daarvan echter bij 'The night starts here'.  Probeer de melodie maar eens uit je hoofd te krijgen, onbegonnen werk.  Take me to the riot beschikt over een refrein dat in een rechtvaardiger wereld door een hele Werchterweide zou moeten meegebruld worden bij het vallen van de avond.  Het album blijft verrassen door zijn voortdurende variaties en tempo en instrumentatie.  Er is de meeslepende dialoog in Personal, de feel-good-powerpop van Midnight Coward tot de epische afsluiter, waar Elbow heel wat voor over zou moeten hebben.

    Het is zondagmiddag 3 uur.  Er is niemand thuis en ik zet 'In our bedroom after the war' luid op en ik zing luid op.  En daar is nihil profileringsdrang mee gemoeid. 

    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Falloch: Where distant spirits remain
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik heb altijd een dubbelzinnige relatie met metalmuziek gehad.  Van screams en grunts moet ik bijna nooit iets weten, maar anderzijds spreekt het theatrale karakter van sommige metalplaten mij wel aan.   Zo liep ik in het verleden al warm voor de beauty and the beast metal van gothic groepen als Sins of Thy Beloved  en Tristania (door metallers liefkozend knuffelmetal genoemd), waarbij ik zelfs de grunts tolereerde.   Al gebiedt de eerlijkheid mij wel te zeggen dat ik in het prachtige All alone van Sins of thy beloved automatisch de eerste 4 minuten vooral beluisterde, waarin mijn jeugdidool Anita Auglend de vocalen voor haar rekening neemt.   Het nummer wordt daarna nog verneukt door een zanger die iets brult als 'In my eyes you see no pride'.  Konden die groepen nu nooit inzien dat met de soms prachtige maar altijd theatrale muziek ook een normale zingende stem zou kunnen samen gaan ?  Het zou voor velen in mijn situatie de sprong naar metal gemakkelijker maken.

    Met het Schotse Falloch heb ik gevonden wat ik zocht.  Loeiharde gitaren worden hier afgewisseld met elementen uit de Keltische folkmuziek en vooral: met een zanger die  51 minuten lang zingt.  Niet brult.  Niet huilt.  Niet grunt.  Alle elementen waarvan ik in de metalmuziek houdt zijn hier aanwezig, en het element dat mij telkens weer afstootte wordt hier weggelaten.  Een openbaring.   Natuurlijk zullen de die hard metalfans dit maar niets vinden en zullen zij dit eerder onder de postrock of progrock scharen.   In alle geval is het voor mij persoonlijk muziek met zware gitaren, diepe bassen en rollende drums.  En dat noem ik metal.  Bijzonder melodieuze metal en bijzonder emotionele metal. 

    De bijna folkloristische toevoegingen geven het geheel overigens een bijzonder randje.  De toevoeging van folk bij metal mag dan al niet nieuw zijn, de rustigere tussenstukken maken het geheel ook makkelijker verteerbaar en zetten de uitbarstingen extra in de verf.   Een win - win situatie lijkt me.  

    Where distant spirit remains verzeilt wel al eens in mijn cd-speler wanneer ik de slaap tracht te vatten, maar even vaak wanneer ik zin heb om in de slaapkamer - wees gerust: met de gordijnen dicht - in mijn eentje te headbangen.  Een dualiteit die zijn gelijke niet kent.

    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Het is geen sinecure meer om met twee kinderen naar de cinema te gaan.    In een van die zeldzame momenten waarop het wel kon dreef het lot - en een goede recensie in humo - ons naar The Mist van Frank Darabont.   Een geheimzinnige mist trekt over een stadje en de inwoners vinden er niets beter op dan zich te verschansen in de supermarkt, zeker nadat blijkt dat er zich in de mist creaturen schuil houden die weinig goede bedoelingen hebben.   We zien een tentakel die onder een garagepoort doorkruipt.  We zien reusachtige insekten die zich een weg proberen banen naar de inmiddels goed gebarricadeerde supermarkt.   Een typisch Amerikaanse gelovige vrouw predikt het einde van de wereld, wat in de gegeven omstandigheden feitelijk zo gek nog niet is.   Kortom, een film die tot dat moment vooral op de lachspieren werkte. 

    De hoofdpersonen, een vader en zijn zoontje (hoort het zo niet in elke Hollywoodfilm?) besluiten de chaotische situatie in de supermarkt te ontvluchten en nemen de auto om - tegen beter weten in - een gewisse dood tegemoet te rijden.   Darabont legt alle chaos en lawaai naast zich neer wanneer het duo de apocalyptische wereld buiten aanschouwt.   Enkel een doodse stilte, als wil hij de uitzichtloosheid extra in de verf zetten.   En dan komt het.   De eerste noten van The host of Seraphim weerklinken.   Dead can dances meesterwerk verdrijft de stilte maar vormt op die manier de enige juiste soundtrack bij het totale verlies van alle hoop.

    Een uur lang kitsch en kolder, maar eensklaps grijpt de film de kijker bij het nekvel.  Het valt moeilijk te zeggen of het de verdienste is van Darabont of van Dead can Dance, maar de regisseur weet nog een weergaloos beklijvend einde te breien aan de film, alweer op de tonen van The host of Seraphim.    Een avondje cinema om stil van te worden, en zo zag het er lang niet naar uit.

    Dead can Dance heeft een nieuwe plaat uit.  Anastasis is niet hun beste, maar wel een goede.   Ze leveren een mix van gothicmuziek en wereldmuziek op deze plaat, een combinatie die hen in het verleden geen windeieren gelegd heeft.   De synthesizers zijn zo nadrukkelijk aanwezig dat zelfs Depeche Mode er jaloers op zou worden.   De teksten zijn zo theatraal dat zelfs The Cure ervoor zou  bedanken.  We are the children of the sun.  Yeah right.  Maar het werkt.    En dat is wellicht de grootste verdienste van Brendan Perry (het mannelijk deel) en Lisa Gerrard (het vrouwelijk deel).   Eerstgenoemde maakt van Amnesia en Opium meeslepende nummers, die in al hun mystiek de luisteraar meevoeren naar verre oorden.   Laatstgenoemde lanceert haar typische hoge uithalen nog eens in Return of the she-king, een nummer dat in een zinderende finale naar ongekende hoogten wordt geleid door een schelle trompet en de inbreng van Perry.   Jammer genoeg is niet alles even beklijvend, zo is 'all in good time' vooral te bestempelen als 'saai.'

    Maar in alle geval staat de combi van gothic met oosterse en middeleeuwse invloeden hen beter dan de Afrikaanse invloeden die bijvoorbeeld getoond werden op Spiritchaser.   En na het beluisteren van Anastasis ben je zo weer in de mood om een vroegere plaat uit de kast te halen en word je weer meegezogen door de pracht van Severance, Cantara, Ulysses of - jawel - the host of Seraphim.

    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Trentemöller: The last resort
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De tijd die ik in Leuven doorbracht, niet meer dan een uitgelopen studentengrap in feite, leerde ik tientallen cafés kennen.  Ik bezocht iedere fuifzaal.  En met het geld dat later in het laatje kwam volgden de restaurants.  Horeca, Leuven en mezelf: een triootje waar niet velen aan kunnen tippen.   Maar één plaats was mijn stille geheim, mijn persoonlijk arcanum.   In de niet al te gewaagde veronderstelling dat dit stukje nooit gelezen zal worden mag ik er dan ook vanuit gaan dat dit nooit zal uitgroeien tot een bedevaartsoord voor melancholische zielen. 

    Het Heverleebos is een druk bezocht bos met een weinig tot de verbeelding sprekende fauna en flora.  In de weekends overlopen door joggers en ruiters is het niet meteen de beste plaats om rust en stilte op te zoeken.  Een wirwar aan wegjes kronkelt zich door het bos en maakt verdwalen tot een realistische optie.  Eén van die wegjes komt uit op een kleine open plek, met aan de ene kant het bos en aan de andere kant de drukke E40 die Brussel met Luik verbindt.  En ja, hier is het.   Vooral aan te raden bij valavond.  Een bijzonder gevoel overvalt mij hier telkens weer.  Ik ben er overigens niet uit of het een aangenaam dan wel een onaangenaam gevoel is.  Vervreemding moet het woord zijn dat hiervoor uitgevonden is.  Is het het contrast tussen het drukke verkeer dat mij geen blik waardig gunt en het bos waarin ik kan verzinken in het oneindige niets ?  

    Ga er zelf heen en je ervaart wellicht niets dat op een gevoelen die naam waardig lijkt.  Het is namelijk enkel mijn plekje. 

    De soundtrack voor een uurtje autostrade overschouwen wordt geleverd door Anders Trentemöller, voorheen een Deense DJ.  Of eigenlijk volstaan 8 minuten, maar dan moet het wel opener Take me into your skin zijn.  Opbouwen naar een climax, net niet ontploffen, terug opbouwen, bijna ontploffen om dan toch tot een extatisch hoogtepunt te komen, maar dan anders dan je al vijf minuten gedacht had.  Niet te consumeren bij daglicht. 

    The Last Resort is een gitzwarte plaat.  Er wordt niet op gezongen.  Af en toe een spoken word sample.  De beats zijn monotoon, sfeer primeert ten allen tijde op de song.  Als daar al sprake van kan zijn.  Je kan erop dansen, al lijkt dat niet de bedoeling.  Wellicht vindt hij het zelfs heiligschennis.  De plaat is gemaakt voor de koptelefoon, dan hoor je nog beter wat er knispert en kraakt.  Met dit meesterwerk creëerde Anders Trentemöller een heel nieuw genre: een hippe maketeer had het ongetwijfeld night techno kunnen noemen.   Helaas besloot de meester zelf dat popmuziek eerder zijn ding was en kwamen de opvolgers slechts sporadisch nog in de buurt van het torenhoge niveau van zijn debuutplaat.   

    Voor mij geen bezwaar.  Leuven is niet langer de stad en het bos bezocht ik in geen jaren meer.   Maar vervreemding zal mij altijd blijven achtervolgen.  Gelukkig maar.  


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Washington: Rouge noir
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Iemand moet mij toch eens uitleggen waarom sommige plaatjes verborgen voor de wereld kunnen blijven.   Waarom bijvoorbeeld heeft het Noorse Madrugada wel het Europese vasteland kunnen bereiken (terecht overigens), maar blijven de landgenoten van Washington eerder onbekend ?

    Want als er één ding kan gezegd worden, is dat er de laatste jaren met de regelmaat van de klok prachtige cd's uit het hoge noorden verschijnen (Gazpacho!  Soup!  Susanne Sundfor!  Jenny Hval!   Our broken garden!).  Allemaal baden ze in een zelfde weemoedige sfeer die ze tot uiting brengen door een breed en vaak verrassend instrumentarium, niet zelden met de toevoeging van elektronische apparatuur.   Toch klinkt niets hetzelfde, want eenieder legt de klemtoon elders.  Waar Gazpacho zich in de meesterwerken Night en Tick Tock vastbijt in een beklijvende ritmeloop kiest Susanne Sundfor voor synths, kiest Soup meer de weg van de postrock en dopen Jenny Hval en Our broken garden hun songs in de folk.

    Washington koos op zijn vorige, The astral sleep, resoluut voor americana als hoofdingrediënt.  Dat leverde een relatief luchtig plaatje op, maar met rouge noir keert het terug naar de sound van hun debuutplaat, a new order rising.  Die sound huppelt voortdurend tussen onderhuidse dreiging (die vooral in opener Rouge/noir en Andante beklemmend werkt) en lieflijk gitaargetokkel (zie Last of Eve en Another sunset), met tussenin pogingen om de perfecte popsong te creëren (Something of a voyage en Guerre de rue).
    En persoonlijk word ik veruit het meest geraakt door de bijna apocalyptisch dreigende geluiden die vooral in het begin van de plaat als een tsunami de luisteraar overspoelen.   Met de vijfde song, het prachtig getitelde 'Appendix 1: as waves shape the sea' gooien ze alles samen en bereiken ze hun magnum opus in deze bijna acht minuten durende song.  Vanuit een dreigende en verstillde opening gaat het over een eerste climax naar een nieuwe ultieme climax toe, waarbij alle registers open getrokken worden.

    Helaas trek ik het album zelden langer dan tot dit vijfde nummer.  Niet alleen was de geluidservaring zo overrompelend tot dan toe, ook halen de resterende 4 nummers niet meer het niveau van de voorgangers (ook al kan Guerre de Rue er nog wel door).  
    Soms volstaat een half uur intens genieten meer dan een uur half genieten.

    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Talk Talk: Spirit of Eden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik heb vrienden die dwepen met jaren '80 synthesizerhitjes.   Nog niet eens zo heel lang geleden trokken we elke eerste vrijdag van de maand naar het alom geprezen Musiques Dépassées, een fuif die grossiert in catchy eightiessongs, meestal bombastisch, vaak gay maar altijd met een melancholische ondertoon.  Elke keer passeerden dezelfde liedjes de revue:  Echo beach (Martha & the Muffins), Back to nature (Fad gadget), Lena (2 Belgen), Fade to grey (Visage) en de aanstekelijke stampers 'Such a shame' en 'It's my life' (enkele jaren geleden nog gruwelijk verkracht door Gwen Stefani).

    De groep die schuilgaat achter deze laatste hits is Talk Talk.  In tegenstelling tot de voornoemde overbekende deuntjes is de groep zelf schandelijk veel te onbekend gebleven.  

    Iedere fan kent het verhaal van Talk Talk.  Begonnen als een van de honderden synthgroepjes evolueerden ze tot een echte groep die het heel fraaie 'The colour of spring' op de mensheid losliet.  Het album was een perfecte mix tussen hitgevoelige songs en meer experimentele nummers, die al de kiem in zich droegen van wat later 'Spirit of Eden' zou worden.   De groep was niet gelukkig met hun status als hitgroep, dumpte zelf zijn platenfirma en stortte zich op het maken van 'iets nieuws'.  Dat nieuws kwam er eind de jaren '80 aan en heette dus 'Spirit of Eden'.  Niets hits.  Niets catchy synthlines.  Spaarzame drums, enkele gitaaraanslagen.   Enkel de typische zang van Mark Hollis herinnerde nog aan de hitjes van vroeger. 

    Het regende positieve recensies maar de verkoopscijfers werden een fiasco.  Het publiek was anno 1988 niet klaar voor muziek waarin wat ontbrak belangrijker was dan wat je hoorde. 

    20 jaar later wordt het album wel naar waarde geschat.  Zet Sigur Ros of Godspeed you: black emperor! op en je hoort de echo's van Spirit of Eden.  Naar aanleiding van de nieuwe Elbow verklaarde de groep dat het tijd werd voor hun 'Spirit of Eden', ooit, in een niet nader genoemde toekomst.   Het illustreert het respect van de moderne rockgroep voor Talk Talks meesterwerk.  In de jaren '80 was Hollis een vreemde vogel, nu is hij een genie geworden.  En zo is het maar net. 

    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gazpacho: Night
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik was nog heel jong toen ik - overigens zonder echte reden - besloot om van Noorwegen mijn favoriete land te maken.  De fjorden, bergen, bossen, elanden, ...  Alles wat Noors klonk kreeg in mijn ogen een mythische betekenis. 
    Het romantiseren van het land ging op latere leeftijd verder.   Noren stoken zelf hun eigen alcohol...  Waw!  Geen zonlicht in de winter... Waw! 
    Toen ik eindelijk vriendin èn geld had trokken we drie weken op vakantie naar Noorwegen.  Zoals altijd bleek een deel van mijn ideeën toch net iets te romantisch (pintjes aan 8 euro...  pizza aan 25 euro...  vis, vis, en nog eens vis... slik!), maar een deel werd bewaarheid (wat een landschappen!).

    Muzikaal beperkte mijn kennis zich oorspronkelijk tot Eurosongwinnaars Secret Garden - een smet op het Noors blazoen - maar toen ik de gothicmuziek ontdekte kwam ik uit bij EBM (electronic body music)-formatie Apoptygma Berzerk) en metalgroepen als The Sins of Thy Beloved (overigens: wat een zangeres!) en Theater of Tragedy.  Het klopte allemaal in het plaatje van droevige Noren die bij gebrek aan zonlicht en goedkoop bier ook droevige, donkere muziek maken.  Dat er ook Noorse muziek buiten de gothic-scene bestond, was toen nog niet in mijn opgekomen.

    Ik leerde Röyksopp kennen, dat bij tijden zowaar vrolijk klonk, en ontdekte het fantastische Madrugada, een all time favourite.  En toen was er Gazpacho.  De band startte wat onopvallend met enkele albums waarin ze bewezen goed naar bands als Radiohead, Muse en Marillion geluisterd te hebben.   Maar Night is anders, helemaal anders.  Het is een conceptalbum, en ook al is het bon ton om dan maar meteen de hakbijl boven te halen, dat verdient het album allerminst.   Het concept vind je terug in de teksten, die rond de nacht en dromen gaat, maar ook in de muziek.  De klankkleur verandert bijna 55 minuten amper, het hypnotiserend ritme waarmee 'Dream of Stone' de plaat opent zal 55 minuten lang niet meer veranderen.   De plaat kabbelt voort, soms onderbroken door een bijna klassiek intermezzo waarin viool en piano een droevige melodie ineen knutselen.
    Voortkabbelen is een correcte omschrijving voor Night, maar de pejoratieve gedachten die dit woord opwekt (ja, ook de recentste R.E.M.'s kabbelen voort), maar daar waar ogenschijnlijk heel weinig verandert - zelfde ritme, zelfde sfeer - gebeurt er onderhuids verschrikkelijk veel.   Juist doordat er aan het oppervlak niet veel verandert, hypnotiseert Night des te meer.  Sterker nog, het bedwelmt je.  Het werkt verslavend.  Je wil de volumeknop nog luider zetten.  De trip is nog lang niet gedaan. 

    Gazpacho wordt voor de gemakkelijkheid tot de progrock gerekend.  Dat opener 'Dream of stone' al ruim 17 minuten duurt zal daar natuurlijk ook wel iets mee te maken hebben, net als het feit dat op 55 minuten tijd slechts 5 nummers de revue passeren.   Een band als Marillion duikt in recensies ook vaak op, dat speelt ook mee.   Maar minstens even veelzeggend is dat naast Marillion ook Talk Talks Spirit of Eden als referentie gebruikt wordt.   Met Spirit of Eden heeft Night muzikaal niets te maken, en toch klopt de vergelijking.  Eigenlijk is Night gewoon een uniek meesterwerk, een mijlpaal binnen de Noorse muziek. 

    Overigens zal Gazpacho dit huzarenstukje nog eens herhalen met opvolger Tick Tock, dat op het ritme van een klok voortdrijft, maar iets heviger is qua gitaarspel dan Night.   Twee meesterwerken op twee jaar tijd, faut le faire.

    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Piano Magic: The troubled sleep of piano magic
    Klik op de afbeelding om de link te volgen 31 december 2008 is de datum waarop ik voor het laatst oudjaar vierde.  Meer omdat dat het laatste jaar zonder kinderen betekende dan omdat ik een fervent tegenstander ben van het hysterische massafeestgewoel dat die avond elk jaar opnieuw oproept.
    De avond verliep zoals oudjaar de vorige 10 jaar verlopen was.   We gooiden dr. Oetkerpizza's in de oven, zochten een film op die we gezamenlijk konden bekijken en dronken vooral veel bier - het etiket 'feest' moet je toch ergens mee verdienen.  De gastheer draaide plaatjes, nu ja, stopte cd's in een oude aftandse radio en liet die dan van voor tot achter afspelen, een zeldzaamheid in tijden van laptops met playlists en itunes.
    'Dit zou wel eens iets voor jou kunnen zijn', zei hij toen hij voor Piano Magic koos.  Een naam die klinkt als een compilatie van klassieke muziek van Chopin tot Mozart.  Maar piano hoorde ik niet in opener 'Saint Marie'.  Ik hoor de zanger bijna fluisterend zingen.  Plotseling verandert de muziek.  Gitaarspel dat herinneringen oproept aan The Durutti Column, daar waar de zang nu verdwenen is.  En weer verandert de muziek.  Een overstuurde beat stuurt het geheel in de war.  The Durutti Column op lsd, zou ik later ergens lezen, en beter kan ik het niet uitdrukken.

    Pas de dagen later kreeg ik de kans om 'The troubled sleep' echt te doorgronden.   En een nieuwe liefde was geboren.  Ik zou later het hele oeuvre van Piano Magic, het geesteskind van de Engelsman Glen Johnson, in huis halen.  Van de geluidscollages uit 'Popular mechanics' over het op de shoegaze leest geschoeide 'Low birth weight' tot het moderne new wave epos 'Ovations'.   Er gaan nog steeds geen twee dagen voorbij of een van de cd's haalt het tot in mijn cd-speler.   Maar 'The troubled sleep' blijft mijn favoriet.

    Misschien omdat het een perfecte doorsnede is van wat Piano Magic te bieden heeft.  'Help me warm this frozen heart' is niet meer dan gefluister op een ambient-achtige achtergrond.   'The end of a dark tired year' en vooral het geniaal nerveuze 'Speed the road, rush the lights' tonen Johnsons voorliefde voor Depeche Mode synthlijnen uit de betere new-wave van de jaren '80, bijna folk in 'The teacher's son' en de bloedmooie afsluiter 'Comets' en dreigend als in 'Luxembourg gardens', waar zangeres Angèle David-Guillou haar wanhoopskreten slaakt achter een alles vernietigende synth-drone.   Zij moet overigens zo ongeveer het beste geheim uit de muziekwereld zijn.  De zangeres heeft met Klima haar eigen groepje, maar als je haar warme, bloedmooie stem hoort kan je niet anders dan verliefd worden, beeld of niet.   Het maakt de muziek van Piano Magic compleet.

    Vrolijke muziek is het niet, en bij tijden - zoals in Luxembourg gardens - werkt het zelfs verstikkend.   Maar telkens lost Piano Magic het op zijn eigen manier op.   Luxembourg gardens laten volgen door Comets, een schattig liefdesliedje dat alle onheil uit het vorige nummer wegpoetst met het zinnetje 'I came to London to find myself, but in ten million people, where do you start?'  

    Of muziek tijdloos is kan je pas beoordelen na een jaar of twee.  Met die deadline in het achterhoofd mag het officieel gemaakt worden: Piano Magic heeft met zijn 'troubled sleep' een van de 10 beste platen aller tijden gemaakt.

    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Soup: Children of E.L.B.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Noors groepje, volstrekt onbekend, werkelijk belachelijke groepsnaam, steekt een epische dubbelcd in elkaar met een totale tijdsduur die de 80 minuten overschrijdt.  Klinkt niet meteen erg veelbelovend.   Toch maar eens luisteren misschien, want de referenties indie, pop, progrock, folk, elektronica zijn zowat de grootste gemene deler van mijn muzikale voorkeuren.
    'We share the same breath' klinkt nogal anoniem.  Progrock lijkt als omschrijving het beste te passen bij deze muziek.
    'Leaving the harbour' klinkt met zijn klikjes en bliepjes al interessanter en ik besluit door te luisteren.  Benieuwd wanneer hij begint te vervelen.
    'In memory of Richard Wright' dan.  De eerste twee minuten amper hoorbaar gezang begeleid door wat sferische synthklanken en pianogetokkel, en plots vergezelt een synhesizerloop de spaarzame instrumentatie.  Ik draai de volumeknop luider, dit wordt bijzonder interessant.   Richard Wright, gewezen toetsenist van Pink Floyd, zo leert wikipedia mij.   Een link die duidelijk maakt welke richting Children of E.L.B. zal opgaan: wars van refreinen en klassieke instrumentatie zal het album zoveel mogelijk richtingen van het universum trachten te verkennen.  Traag, snel, droevig, blij, aggressief, berustend: geen enkele emotie zal het volgende luisteruur gemeden worden. 
    Vaak gebeurt het niet dat je een cd leert kennen zonder veel verwachtingen, die zich nadien openbaart tot een meesterwerk.   Soup heeft met Children of E.L.B. zo eentje gemaakt.  80 minuten, maar vervelen doet hij nooit.  Daarvoor zorgen de Noren voor veel afwisseling.  Soms niet meer dan een piano zoals in Northern patriarch, soms opzwepend alsof de groep achtervolgd wordt door een roedel gevaarlijke wolven, zoals in Utopia of zoals in Children of E.L.B. pt. 1&2, waar de geest van Nine Inch Nails zowaar in ronddwaalt. 
    Nooit lijkt een nummer op zijn voorganger, en altijd kruisen verschillende genres en verschillende instrumenten elkaar.  
    Het is progrock, maar veel overeenkomsten met Pink Floyd, Porcupine Tree of Phideaux zijn er niet.   Misschien komen de landgenoten van Gazpacho nog het meest in de buurt.   Maar daar waar Gazpacho in zijn meesterwerken Night en Tick Tock koos voor één consistente sfeer, verandert Children of E.L.B. van sfeer zoals een kameleon van kleur.  En vreemd genoeg remt dat de eenvoud van het album hoegenaamd niet af. 
    Het blijft vreemd dat een groepje als dit in de marge moet blijven ploeteren, wellicht door het totaal ontbreken van een achterliggende marketingcampagne.  We kunnen enkel hopen dat hen in Noorwegen wel de verdiende aandacht te beurt valt en dat ze dan zoiets als een Noors fenomeen mogen worden.   Iets als het noorderlicht: heel weinig Belgen hebben het gezien, maar als je het gezien hebt weet je dat het bloedmooi kan zijn. 


    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Radiohead : The king of limbs
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Als de naam Radiohead valt, denk ik altijd terug aan 1995.  Het waren mijn tienerjaren en zoals iedere puber was ook ik op zoek naar mezelf (wat dat ook moge betekenen, het klinkt gewoon goed).  De soundtrack van mijn 16e levensjaar werd Fake plastic trees, een nummer op Radioheads tweede album The bends.  Radiohead had toen nog niet de status die het nu heeft.  In mijn beleving was ik de enige fan ter wereld.  Ik moest verschillende valse e-mailadressen aanmaken om Street spirit in Studio Brussels afrekening te stemmen.  Ik herinner mij de euforie toen het binnen kwam op nummer 30.  En nog meer toen het de week erna doorschoot naar nummer 8.  In het diepst van mijn gedachten ben ik ervan overtuigd dat ikzelf Radiohead heb groot gemaakt.   Een vijftal mailtjes van fictieve personen naar Studio Brussel, meer was het niet, maar zonder mij was Radiohead een anonieme dood gestorven.
    Het vervolg is bekend.  Er kwam OK Computer uit.  Er volgde Kid A, een album dat een werkwoord werd.   Gevolgd door Amnesiac, overigens de enige cd van Radiohead die vandaag niet in mijn cd-rek terug te vinden is.  Maar ik keerde terug naar mijn oude liefde: Hail to the thief en In rainbows heb ik honderden draaibeurten gegeven.
    Maar goed, hetzelfde gevoel als 15 jaar geleden zal Radiohead wellicht niet meer opwekken.  En heeft dat dan zozeer te maken met de meer elektronische muziek die ze sindsdien maken, of is het vooral mijn eigen leeftijd die sterke gevoelens tegenspreekt ?   Een dertiger wordt minder geraakt dan een tiener, tenzij het om je bloedeigen kinderen gaat.  Je hebt de wereld net ietsje beter door en je beseft dat het eigenlijk niet zo cool is om elke brief af te tekenen met een 'I'm a creep, I'm a weirdo'. 
    Nieuwe muziek moet ik beoordelen op de muziek, en niet langer op de gevoelens die de muziek opwekt, hoe moeilijk dat ook is. The king of limbs bestaat enkel in mp3-versie.  Jammer.  Ik ben een verzamelaar van hoesjes.  Muziek is nooit volledig zonder het hoesje.  Muziek moet je niet enkel horen, maar ook ruiken, het boekje bij de hand.   Nu staat ie enkel op mijn I-Pod en ontbreekt er iets naast In Rainbows in mijn cd-rek. 
    De stem van Thom Yorke blijft mij kippenvel bezorgen.  Heeft hij ooit beter gezongen dan in het rustige Codex ?  En is Lotus flower niet gewoon een halve klassieker in wording ?   Laat mij die nummers zingen en er blijft niets van over.  Ook de meer experimentele kant van het album - de eerste 4 nummers - worden gedragen door Yorke zelf.  In tijden waarin elektronische toevoegingen aan muziek schering en inslag zijn en de wereld kennis maakte met The Notwist, Flying Lotus en Burial is The king of limbs geen mijlpaal.  Geen vernieuwing tout court.  Alleen beschikt noch The Notwist, noch Flying Lotus, noch Burial over Thom Yorke.   En alleen dat al zorgt ervoor dat ik mijn I-Pod graag The king of limbs laat draaien.  Misschien niet meer binnen 3 jaar.  Maar voor vandaag ben ik er tevreden mee.  

    Tags:Radiohead, The king of limbs, recensie
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VNV Nation: Empires
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Ik heb nooit begrepen waarom jongeren niet tot een subcultuur willen behoren.  Waarom ze ten allen tijde de kleren van de grootste gemene deler willen dragen.   Waarom ze zich tevreden stellen met Q-music op de achtergrond.  Waarom jongens willen uitblinken in voetbal en meisjes goed willen kunnen dansen.   Waarom bij de groep horen zoveel interessanter is dan anders zijn.    Wellicht was ik gewoon te jong om de mens te begrijpen - waarmee ik niet wil beweren dat dit proces zich inmiddels wèl al voltrokken heeft.

    Toen ik de gothiccultuur leerde kennen - de foute vrienden weet je wel - was de lokroep te verleidelijk.  Lange, stijlvolle, rafelige hemden die de sfeer van vervlogen tijden uitademen: waw.   Zingen over lijden, de dood en de onbereikbare geliefde: dit was pas diepgang.  Fuiven waar de stroboscoop vervangen was door kaarsen: geweldig.  Ik zocht en vond een winkel in Antwerpen waar ik mij voorzag van gepaste kledij.  Iedere vrijdag reed ik mee met mijn gothicvrienden, die wel over een rijbewijs beschikten, om in het verre Waregem de gitzwarte steeplefuiven mee te maken.  Zei ik fuiven ?  Evenementen waren het.   Ongetwijfeld zou een rijpere medemens kunnen opgemerkt hebben dat de scheidingslijn tussen een gothicfuif en carnaval bijzonder klein was.  Ik ontmoette mensen die zichzelf vampier noemden.  Ze meenden het.  Anderen verklaarden in een doodskist te slapen.  Niemand die het ook maar waagde te lachen.   De muziek was van een onbeschrijfelijke eenvoud.  De beat monotoon, de melodie repetitief, maar de donkere baslijn en de weemoedige synthgeluidjes op de achtergrond moesten verbloemen dat dit in feite een remake van de ultratop 30 was.  De genres liepen voornamelijk uiteen van industrial (minutenlang gebeuk van een boormachine op een weerbarstige muur) over synthpop tot EBM (electronic body music, een genre dat gestoeld is op de leest van Front 242).   De betere fuiven gunden ook de meer populaire eighties new wave en de echtere gothicbands als Lacrimosa en Goethes Erben draaitijd.  

    Pas met de tijd die tot mijn ontzetting vorderde verdween mijn adoratie voor alles wat naar bloed, dood en eenzaamheid rook.   Ik besefte dat ik simpelweg bang ben voor de dood.  Dat eenzaamheid niet bepaald mijn geliefkoosde gemoedstoestand is en dat ik het lijden al helemaal geen plaats kan geven in mijn eigen leven, al het gezeik in de godsdienstlessen van vroeger ten spijt.   Al wat EBM was in mijn cd-rek verdween langzaam maar zeker.   Het moet erg lang geleden zijn dat ik Icon of Coil, Apoptygma Berzerk, Covenant of Wumpscut heb opgezet.  Meer dan laat adolescentensentiment is het niet meer.  Uitzondering op die regel is VNV Nation.

    Empires is in wezen een popplaat waar je door de dreunende beat nu eenmaal goed op kan dansen.  De trucjes zijn de trucjes die je binnen het genre overal tegenkomt.  De beat die even wegvalt, een weemoedige synthesizer die de ruimte opvult om vervolgens weggejaagd te worden door diezelfde beat.   VNV Nation heeft echter teksten die mijn ogen steevast pijn doen, wat overigens een compliment is.  Kingdom en Rubicon vooraan de cd zetten de toon.  "And I believe I will conceive to make in hell for us a heaven.  A brave new world, a promised land, a fortitude for hearts and minds.  Until I see this kingdom rise, I'll turn the darkness into light."  Ik geloof hem.  En wat een refrein.    Maar het trio dat volgt naar het einde toe moet mijn persoonlijke bijbel zijn.   Standing is mijn ode aan het leven.  "And fighting time, so hard I pray, that this moment lasts forever.  And will the world stay standing still at least for me?"   Kan iemand mij een mooiere zin aanreiken over het geluk ?  En dat nog wel van een gothicgroep.   Legion is de onderwerping aan de moeder alle emoties, de angst.  "And what will happen, will I dream ?  I am too scared too close my eyes.  For a second please hold me."  Telkens weer die mokerslag.  Darkangel is de uiting van alle opgekropte woede.  "I'm in this mood because of scorn, I'm in a mood for total war."  15 minuten die iedere emotie in mijn leven vatten.  Ik kan enkel nog meewarrig het hoofd schudden wanneer iemand dit in het rijtje van commerciële brol tracht te plaatsen.  Wat het in wezen misschien wel is.  Er is niets arty aan de muziek.  Er is niets literair aan de teksten.  De beats zijn telkens dezelfde, het instrumentarium is beperkt en de stem van de zanger is geenszins uniek.  Maar wie kan mijn leven in 15 minuten samenvatten ?  VNV Nation kan het beter dan ikzelf.







    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spanje (augustus 2008)

    Maestrazgo, een uithoek van Catalonië die doorgaat als de op één na minst bevolkte regio van Spanje, was het terrein van een zesdaagse fietstocht van hotelletje naar hotelletje.    5 redenen om ons richting Spanje te volgen, 5 redenen om de Maestrazgo toch maar links te laten liggen...

    5 keer 'ja'

    Een Europese woestijn:  Het is fascinerend om een week te verblijven in een van Europa's droogste plekken.  Regen is onbestaande in dit deel van Spanje van begin juni tot eind september en alle rivieren zijn herleid tot een hoop stenen en gras.  Enkel een naambordje met bijvoorbeeld de naam 'rio guadelope' doet herinneren dat hier 's winters water door stroomt.

    Zon en warmte:  De Belgische zomers zijn op zijn zachtst gezegd zon-onzeker.   Dat kan van deze regio bezwaarlijk gezegd worden.   In al onze naiviteit zeulden we een hele week met regenbroek, k-way en trui.  Hoogst onnodig, regen en koude temperaturen zijn hier even zeldzaam als sneeuw in België.

    Wonderlijke vergezichten:  Dat er wel degelijk ooit water stroomt doorheen de droge rivierbeddingen bewijzen de uitgesleten dalen en wonderlijke vergezichten.  Rotsen, verrassend veel groen en tientallen vale gieren bepalen het zicht.



    Schitterende dorpjes:  Her en der verspreid liggen minuscule dorpjes, vaak niet meer dan 10 inwoners.  Toch beseffen de inwoners waar de prioriteiten moeten liggen: hoe klein de dorpjes ook zijn, een bar is er altijd.   Wat de ligging betreft hebben de Spanjaarden niet op wat werk meer of minder gekeken.   Elke heuvel, elke rotsformatie is goed om een dorpje op te plaatsen. 

    Airco:  De ecologische voetafdruk zal er geen deugd aan beleven, maar nagenoeg elke hotelkamer heeft airco.   Geen onnodige luxe als je 's nachts ook van plan bent wat te slapen.





    5 keer 'nee'

    Dierenwelzijn:  Als de beschaving van een land gemeten mag worden a.h.v. zijn respect voor dieren, is Spanje een onderontwikkeld land.  Elk dorp bevat zijn arena en 'achtervolgd door stieren door de straten hollen' moet doorgaan voor feest.  Even dacht ik een heldendaad te verrichten door een lammetje, aangevallen door een hond, uit de klauwen van zijn belager te bevrijden.  Het hevig bloedend lammetje in de handen klopten we aan bij de plaatselijke boer, tevens eigenaar van de aggressieve hond.   Mits wat Spaans gebrabbel (zie de derde nee) meenden we op te maken dat de boer zijn verantwoordelijkheid zou opnemen en het lam naar een dierenarts zou brengen.  Toen we ons klaar maakten om afscheid te nemen en de boer uitvoerig 'gracias' zei, beseften we plots dat we wellicht zijn avondmaal hadden aangebracht...

    'Spaanse boerenkost':  Voor vegetariers is Spanje wat de Mc Donalds voor gezondheidsfreaks is.  Een vegetarisch slaatje bestaat uit sla, ajuin, hesp en salami.  Het hoofdmenu laat een ruime keuze toe tussen forel en een niet definieerbare substantie die omschreven werd als 'worst'.  1 voordeel voor de dierenwereld: na 9 dagen Spanje hoeft vis niet meer voor mij. 

    English?  French? :  Een Spanjaard uit de Maestrazgo spreekt Spaans en niets dan Spaans.  Een enkele hoteleigenaar keek ons aan alsof we van Mars kwamen toen we Engels spraken.  'Inglesa?  Nooit van gehoord..'  Het duurde tot dag 8 toen we iemand met kennis van het Engels tegenkwamen, en dat was op de luchthaven van Barcelona...

    43 graden:   Wat we in Vlaanderen missen, hebben ze dan weer wat te veel in Spanje.  Elke bokkensprong van de temperatuur resulteert in een hittegolf.   Wat fietsen betreft wint de voormiddag onverwachts veel aan belang...

    Op (en af):  Voor sommigen een 'ja' (waaronder ikzelf), voor meerderen een 'nee'.  De weg is nooit vlak in de Maestrazgo.  Uitschieter op onze tocht was de Puerto de Torre Miro, die gedurende een 8-tal kilometer de stijgingspercentages van de Mont Ventoux kon evenaren.   We kwamen op 6 fietsdagen 1 andere fietser tegen en tientallen locals die ons verbijsterd aankeken. 





    addendum:  Hete berglucht, winderige beklimmingen en vreselijk eten zijn blijkbaar een stimulans voor de vruchtbaarheid: ons eerste kindje Marthe zou hier verwekt worden ;-)





    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pukkelpop 2008

    Zaterdag 16 augustus:  Pukkelpop gaat zijn derde dag in, voor mij wordt het de eerste dag.

    Festivals zijn niet (meer) aan mij besteed.   Het is me er veel te druk en je zal zien dat het net de dag dat ik er ben altijd een hittegolf is of de meest doorregende dag van de maand.   Een veelbelovende affiche lokte mij uiteindelijk toch naar Kiewit.

    De voortekenen waren gunstig: stralend maar toch niet te warm weer, geen ellendig Werchterachtig aanschuiven om de main stage of de marquee te bezoeken en een van mijn festivalpartners die zich misrekende bij de drankbonnetjesverkoop en opgezadeld zat met 40 bonnetjes voor 1 dag festival (ik en mijn andere partner Jeroen hadden er eerder ook al 12 gekocht). 

    The National (Marquee, 14u55)

    Een crème van een zanger, gecombineerd met het meesterwerk dat 'Boxer' heet: dat moest het eerste hoogtepunt van de dag worden.   Zo gezegd, zo gedaan.   Na de entree van de groepsleden, een hele blazerssectie inclusief, op de tonen van Bon Iver passeerden allle uitstekende rocksongs uit Boxer en Alligator (Slow show!  Secret meeting!   Abel!  Fake empire!)  de set.   In tegenstelling tot het laatste album, waar de drums op de voorgrond gemixt werden,  waren het op de weide echter de bassen die de eerste viool speelden waardoor het subtiele gitaarspel niet altijd even goed tot zijn recht kwam.   Niettemin: knappe show! 

    Epica (The Shelter, 15u50)

    Tja, dan beloof je een vriend hem tijdens Epica te vergezellen...  Deze "symfonische gothic metal band" klinkt als Nightwish en dat is nooit een goede referentie.   Ja, Simone kan zingen.  Ja, de gitarist kan spelen.  Ja, de songs steken goed in elkaar.  Maar nee, deze muziek raakt mijn koude kleren niet.

    Bloc Party (Main stage, 20u00)

    Waar ik bij The National omringd werd door late twintigers en jonge dertigers, bevond ik mij plots temidden van joelende tieners.  De leerkracht in mij dacht even gebiedend te bevelen om "niet te crowdsurfen", of om "vooral niet zo idioot te staan doen", maar uiteindelijk zat er niets anders op dan mij te laten meedrijven op de stuwende gitaarrock van 'The fast and the furious'.   Alle bekende hits werden meegebruld (van Banquet, over Hunting for witches tot het nieuwere Flux) en een enkeling waagde zich aan een skydive avontuur.   Kele Okereke amuseerde zich kostelijk en toonde zich fier over een geboortekaartje dat duidelijk maakte dat er ook in België een Kele geboren werd.   10 jaar geleden had ik dit een geniale show gevonden, nu was het gewoon goed.

    Sigur Ros (Main stage, 22u00)

    Een concertverslag van Sigur Ros zonder de woorden 'feeëriek', 'sprookjesachtig', 'desolate landschappen' en 'geiser' is tegenwoordig quasi onbestaande.   Dat Jonsi zijn gitaar met een strijkstok bespeelt weet intussen ook wel iedereen.   En ja, zelfs de muziek van de Ijslanders heeft geen geheimen meer, getuige de laatste cd.  
    Een Nederlands lesbisch koppel interpelleerde mij vooraf over het geheim van de muziek van Sigur Ros.  'Ze hebben geen klassieke songstructuren, de falsettostem van Jonsi is hoogst ontoegankelijk en de teksten zullen hoogst waarschijnlijk ook weinig mensen over de streep trekken'.   Onder invloed van te veel 'Maes' (de 40 bonnetjes moesten op) bracht ik iets uit over de heruitvinding van de klassieke muziek, met de stem als unieke instrument, toen de eerste tonen van Glösöli mij redden uit de hachelijke situatie. 

    Misschien is hits een fout woord voor de nummers die Sigur Ros speelde, maar feit is dat ze uitpakten met hun meest toegankelijke nummers (Hoppipolla, Saeglopur, Vid spilum endalaust, Gobbledigook).  En dat deden ze meesterlijk.   Vooral kippenvel bij de beschieting van het publiek met snippers papier tijdens Gobbledigook, die het podium achter een wolk van 'sneeuw' verborg.   


    Maar het absolute hoogtepunt werd bewaard tot het bisnummer, het laatste nummer uit ( ).   Nu kregen de meeste Sigur Ros nummers een orgastisch hoogtepunt mee (Glösöli, Festival, Hafsol) , de laatste 10 minuten van hun optreden kwam dicht in de buurt van de waanzin.  Gesteund door een indrukwekkende lichtshow gierden de gitaren, violen, blazers, synthesizers en Jonsi's stem tegen elkaar op, het publiek compleet van hun sokken blazend.   Een beleefde buiging van de groepsleden maakte een einde aan een indrukwekkend optreden met een grandioze bisronde, bestaande uit 1 song van 15 minuten.  

    Elbow (Marquee,  23u35)

    'Muziek voor wie Coldplay te gemakkelijk vindt maar Radiohead te moeilijk', zo hoorde ik Elbow omschrijven.    Maar een vergelijking met Radiohead en vooral Coldplay doet Elbow onrecht aan.  De zanger - bijzonder goed bij stem - 2 violistes, 3 gitaristen die tijdens opener Starlings de trompet vastnamen deden heel hard hun best om Elbow onvergetelijk te maken. 

    Volgens Humo speelde Elbow een eigenwijze set omdat ze hun hits achterwege lieten.   Ik wist niet eens dat Elbow ooit iets gemaakt heeft dat de naam 'hit' waardig is.   Heel hun laatste cd, 'The seldom seen kid' is een juweeltje en ze putten dan ook uitgebreid uit dit meesterwerk. 

    Pukkelpop kon niet meer kapot.  Er waren nog 4 drankbonnetjes in te wisselen.


    » Reageer (0)


    Maatschappij
  • NVA - hopeloos geval
  • Onderwijs - is de leerkracht ondermaats ?

  • Laatste commentaren
  • muziek (vir (nicht))
        op Melancholia
  • Zoeken in blog



    Archief per dag
  • 09-11-2017
  • 17-06-2014
  • 15-06-2014
  • 10-06-2014
  • 25-05-2014
  • 26-02-2014
  • 25-02-2014
  • 17-02-2014
  • 16-11-2013
  • 16-12-2012
  • 15-12-2012
  • 12-06-2012
  • 17-04-2012
  • 14-07-2011
  • 18-03-2011
  • 07-03-2011
  • 06-03-2011
  • 27-02-2011
  • 18-08-2008
  • 16-08-2008


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!