Vorige week heeft de SZR motor het opgegeven. Nader onderzoek met een camera in de verbrandingskamer, leverde beelden van een gebroken klep op. Distributieketting was blijkbaar een paar tandjes versprongen. Gelukkig staat er nog een half gedemonteerd reserveblok te wachten. SZR er uit, MuZ blok er in. Nadien ga ik een poging wagen om het SZR blok te reviseren. Foto van de minicamera toont een afgebroken klepsteel
Nog wat foto's van het reserveblok in opbouw Links het donorblok, rechts de fiets met brute pech
Oeps, daar dienen nog koppelingsplaten voor besteld te worden
Vorige week, de eerste week van de paasvakantie, was een weekje Zwarte Woud in Duitsland gepland. Het moment om bij eencilindergoeoroe Bill Jurgenson in Lauffen am Neckar langs te gaan. Het blijft indrukwekkend wat Bill allemaal te vertellen en te tonen heeft. Tijd te kort om lang te blijven want ik wou ook nog een bezoek brengen aan het Deutsches zweirad und NSU-museum in Neckarsulm.
Ongeveer veertig jaar geleden werd daar een eind gemaakt aan de roemrijke NSU motor en autogeschiedenis. Meest opvallend blijft toch nog steeds de Wankelmotor, uitvinding van Felix Wankel, de trillingvrije rotatiemotor. Spijtig genoeg kreeg men het hoge verbruik en de afdichting van de rotor / verbrandingskamer nooit optimaal. Alleen Mazda heeft nog steeds wankelmotoren in produktie. (RX7)
Terug naar het museum in Neckarsulm. In de kelderverdieping staat in twee hallen zowat de ganse geschiedenis van NSU te kijk
Verder is het museum, bestaande uit ca 400 young en oldtimers van alle Europese en Amerikaanse merken, over een aantal verdiepingen verdeeld volgens volgende criteria - Motoren tot 1925
- Motoren tot 1945 - Motoren vanaf 1946 - Rensport (oa racers tot eind vorige eeuw) - Sondersport (oa de dragsters van Henk Vink en een aantal lichte motoren waarmee snelheidsrecords zijn gebroken)
Tevens is er op het gelijkvloers altijd een tijdelijke tentoonstelling. Tot eind maart was het de beurt aan MZ. Spijtig genoeg kon ik alleen nog alles zien inladen.
Een kleine foto impressie
NSU 800cc V2 uit 1909
NSU 351 SS Single uit 1936
NSU 500 SS Six days single uit 1936
Mooi vakwerk, zo'n koningsasser
NSU Renfox "Blauwal" 1954
NSU Rennmax 1953
NSU 1200 TTS met injectie
Zelfde blok, maar dan in de legendarische Munch 1200TTS van Friedl Munch
Kreidler 50cc, eencilinder tweetakt, 15pk, 8 versnellingen recordmachine uit 1965
Kreidler "Zigarre", 210,634 km/u op de zoutvlakte in Utah VS, 1965
Wankelcompressor op een 50cc NSU Baum I,waarmee ze in 1956 het wereldrecord op 196 kmh stelden. Viktoria 38,5cc wereldrecordbike, eencilinder 2,15pk bij 7600tr/min, 1951 MZ racer, 250cc tweecilinder tweetakt
DKW racer met riemaandrijving uit de jaren stillekes...
De overige honderd foto's kunnen altijd aangevraagd worden.
Vorig jaar werd een accuhouder ontworpen omdat de luchtfilterkast werd verwijderd uit de groene Sport. Toen koos ik aluminium om het gewicht te beperken. Waar ik geen rekening mee hield echter was dat het aluminium op de plooilijnen ging scheuren (trillingen hé). Vandaar, nieuw exemplaar ontworpen in 2mm inoxplaat. Zoveel mogelijk materiaal verwijderd (perforatie) om toch wat gewicht kwijt te raken. Meer details zijn te zien op onderstaande beelden. Zoals gewoonlijk is alles met autocad getekend en lasergesneden.
De Tour moet reiswaardig worden gemaakt. Hoe kan dat beter door hem te belonen met een set Traveller koffers. Via via een setje originele Hepco koffers met rekje opgesnord én opgepoetst. Het rekje afgeschuurd en voorzien van een lekker laagje zwarte Hammerite. De koffers zijn handig en staan niet echt lelijk. Tijdens het rijden merk je zelfs niet dat de hooligan nu een beetje een "reisbuffeltje" aan het worden is. Hoe het rijgedrag zal zijn met volle lading moet nog blijken. Volgende stap is het maken van een steun en installeren van een Packard Bell GPS unit.
Het gerenoveerde rekje
De Tour heeft nu een "dik gat"
Het staat hem wel en is bovendien héél praktisch geworden
Onderaan de linker koffer heb ik een plaat met isolatie voorzien want de uitlaatpijp komt wel heel dichtbij de koffer
Eindelijk zijn de verbindingslatten tussen de koplampen vervangen door een set zelfontworpen inox steunen. Het maakt het geheel weer wat leuker en beter afgewerkt, enfin dat vinden wij hier toch. Oordeel zelf met de foto's voor en na. Indien interesse, vraag gewoon de tekening bij ons op via het mail adres op de blog.
Op de groene MuZ is nu een stuurdemper gemonteerd. De demper is een FG exemplaar komende van een Ducati Monstro, met een slag van 120mm en is meervoudig instelbaar. Bijgeleverd was een stuurklem voor de UPSD vork van Ducati. Die heb ik kunnen ruilen voor een 41mm exemplaar. De andere klem past perfect rond de kleine framebuis die richting balhoofd loopt. Gelukkig is daar ruimte genoeg. Testen zal voor later zijn, als alle sneeuw en ijs is verdwenen (hopelijk vlug dus)
Inderdaad we kunnen het niet laten. Op de groene tour komt een tellerpartij van Koso. Deze keer een RS Dyno. Deze keer tweedehands aangeschaft, beetje verkrachtte bedrading en missende onderdelen, maar dat gaat de pret niet drukken.
Meegeleverd: - Display - Steuntje - Sensor watertemp - Sensorhouder - Sensor voor snelheid, vermist en dus opnieuw aan te schaffen - Bekabeling, beetje verkloot, maar dat herstellen we wel weer - Magneetjes,, maar die zijn zoek.
Zodra de alle onderdelen binnen zijn gaan we van start. Alvast een steun voor de tellerpartij uitgetekend in Autocad om te laten laseren. Materiaal, inox (want aluminium breekt na verloop van tijd)
De blauwe en groene MuZzen hebben er weer een broertje bij. Black kocht een tour in standaard trim en rommelde op een week tijd een leuk fietske in elkaar. Meeste onderdelen komen uit de stapel in de garage. Blok 24000km, frame en blok serieus afgezien van het roestspook. Wordt later aangepakt.....
De groene Skorpion voor de kleine verbouwing, samen met de vorige Tour uit onze garage,ze rijden nu vaak samen.
De Skorpîon van Blackmuzzer (de bluemuzzer dus, kan je nog volgen ) is bijna af. Laatste loodjes zijn de onderkuip en bestickering, 't is te zeggen daar wordt nog over nagedacht. Ik wil jullie zeker de laatste beelden niet onthouden. Ook de kuip heeft een vijftal lagen lak gekregen. Live op 4 september in Ossenzijl
Zoals gemeld in een vorig artikel heb ik na wat ontstekingperikelen de originele ontsteking vervangen door een programeerbaar exemplaar. Ignitech leverde een SPARKER TCIP4 aan. Deze ontsteking is reeds voorgeprogrameerd. Een cd-rom met daarop een handleiding, het programma om de curve te bewerken en de geladen curve wordt meegeleverd. Omzelf aan de slag te gaan heb je een PC / Laptop nodig met een seriele poort, ofwel een USB overgang naar serieel (rs232) indien je alleen over een PC / Laptop met USB poorten beschikt. De behuizing van de ontsteking beschikt spijtig genoeg niet over montagepunten zoals de originele unit, maar een beetje doe het zelver vindt wel een oplossing daarvoor. Wat je kan aanpassen aan de ontstekingscurve vind je uitgebreid op de website van Ignitech. Behalve max toerental en graden voorontsteking kan je een shift light aansturen en eventueel het signaal van je zijstandaard invoeren (ter beveiliging). Ik dacht dat zelfs een toerenteller aanstuurbaar is. Omdat ikzelf niet zo bijster veel weet over de parameters heb ik een curve toegestuurd gekregen van een Duitse eencilinderspecialist. Die curve geeft meer koppel en vooral, heb ik de indruk dat het blok veel vlotter oppikt in iedere versnelling. Besluit: de SPARKER is een knap staaltje electronica en een goed alternatief voor de originele Yamaha unit.
Tijdens de wereldbrand is de streek tussen West
Vlaanderen en Noord Frankrijk een belangrijke plaats geweest. Troepen van alle
nationaliteiten hebben de Duitsers daar fel bevochten. Vandaar de vele
militaire rustplaatsen die zich uitstrekken van Ieper tot een eind over de
grens.
Militaire begraafplaats in Ieper
Ieper
De start van deze rit is dan ook de markt van
Ieper.Eerst een korte rit van ca 75km
naar de markt. Het is een imposante plaats die ik mij alleen maar herinner van
een 40 tal jaren terug. Toen was deze stad een verplichte schoolreis. Bij het
naderen van Ieper word je even in een andere wereld gezogen door de vele
Militaire rustplaatsen, allen rechtlijning en vredevol, in tegenstelling tot de
oorlogsjaren. Veel over geleerd en gehoord maar gelukkig niet meegemaakt. Ik
wens het ook niemand toe!
De markt van Ieper straalt ontzag uit en is
bevolkt door vooral Vlamingen en opvallend veel Engelsen, die een glimp van het
oorlogsverleden komen opvangen. Misschien brengen ze bezoek aan een familielid
die hier is gesneuveld.
De Grote Markt
De statige gebouwen schreeuwen om aandacht en
zijn zeker een bezoek waard. Wij moeten tevreden zijn met een korte wandeling
en een vlugge koffie want een mooie rit wacht.
Bovendien is het prachtig weer dat schreeuwt om
rijden!!
Rond middaguur stappen we op.
Naar Saint Omér
De route leidt ons over de drie bekendste
heuvels in het overigens vlakke land bij de Franse grens. Ook dit maakte deel
uit van de schoolreis, veertig jaar geleden.De Rode berg, de Zwarte berg en De
Kattenberg. Eigenlijk zijn het uit de kluiten gewassen molshopen, maar toch
bieden ze telkens weer een prachtig zicht op de streek.
Vergezicht op het Vlaamse land
Zendmast
Oudste authentieke woning op één van de Vlaamse heuvels
Kerkje in Eecke
Marktplein in Saint Omér
Tegen de namiddag landen we via kleine wegen en
evenveel pittoreske dorpjes en stadjes zoals Bailleul, Godewaersvelde en
Haezebrouck, waar de tijd lijkt stil te staan, op de prachtige markt van Saint
Omer. Het is er héél druk, alweer veel buitenlandse toeristen. Prachtige
gebouwen sieren het overvolle plein. In tegenstelling tot de dorpen is deze
stad vrij modern. We nemen plaats op een van de zonovergoten terrassen en
bestellen een grand café au lait en iets
om te eten.
Veel motoren overigens, het is een echt aan en
af gerij. Blijkbaar ook een plaatsje waar je als cruiser stapsvoetsgewijs je
fiets aan iedereen wilt showen, zo lijkt het toch bewijzen een drietal HD
rijders met een tien toerkes rond het plein.
Terug op Vlaamse bodem
Tien over vier, tijd om op te krassen richting
Duinkerke – De Panne. Via Bois du Ham, Watten en Bollezeele zoeken we ons een
weg tussen het plots opdoemende drukke zware verkeer van Duinkerke naar de
Belgische kust. Wat een verschil met de voorgaande wegen!
We wurmen ons erdoor waar het kan want het gaat
anders geen meter vooruit.
In de verte duikt de kustlijn op en weten we
dat we terug op Vlaamse bodem zijn.
Op naar het strand van De Panne.
Er zit een harde wind wanneer we aan het
monument van de eerste Belgische vorst staan, in 1831 alhier aan Belgische land
gegaan zo blijkt, net als wij vandaag.
Gedenksteen voor Leopold I, de eerste Belgische vorst
Dijk van De Panne
Beslist nog een kop koffie nemen
vooraleer terug naar huis te rijden. Via Veurne rijden we richting E40. Het
gaat vlot vooruit, tot aan Oostkamp tenminste want vanaf hier gaat het
stapvoets. Gelukkig is het een ongeschreven wet om vlot tussen de file’s te
laveren, wat we ook doen. In Aalter toch maar de afrit en langs leukere
secundaire wegen naar huis.
De dagteller tikt af op 388km.
Het was weer mooi!
Route:
Ieper,
Dikkebus, Loker, Rodeberg, Zwarte Berg, Bailleul, Godewaersvelde, Hazebrouck,
St Omer, Zuytpeene, Noordpene, Watten, Bourbourg, Bergues, Duinkerke, De Panne,
Veurne.