Inhoud blog
  • Bruce Springsteen and the E-Street Band
  • Michael Kiwanuka
  • Jonathan Jeremiah
  • John Cale
  • Alice Cooper
  • Gotye
  • Red Hot Chili Peppers
  • Steve Earle
  • CW Stoneking
  • Anna Calvi
  • Bony King of Nowhere en Midlake
  • Toots Thielemans
  • Paul Simon
  • KT Tunstall
  • Selah Sue
  • A tribute to Alan Lomax
  • Richard Thompson Band
  • Hannelore Bedert
  • Lambchop
  • ZZ Top & The Doobie Brothers
  • Steve Miller Band
  • Carlos Santana
  • Peter Gabriel
  • Isobel Campbell and Mark Lanegan
  • Chris Isaak
  • Mark Knopfler
  • Snow Patrol
  • Eric Clapton & Steve Winwood
  • Jamie Lidell
  • Hannelore Bedert
  • Tindersticks
  • Randy Newman
  • 65daysofstatic
  • Heaven 17
  • The Temptations & The Four Tops
  • Angie Stone
  • Joss Stone
  • Chris Rea
  • Lyle Lovett en John Hiatt
  • David Gray
  • Marianne Faithfull
  • Wilco
  • Massive Attack
  • Status Quo
  • Fleetwood Mac
  • Emiliana Torrini
  • Daniel Lanois
  • Moby
  • Ray Davies
  • Donna Summer
  • David Byrne
  • Steely Dan
  • Ry Cooder en Nick Lowe
  • Eagles
  • Morrissey
  • Bruce Springsteen and the E-Street Band
  • Elbow
  • Me First and the Gimme Gimmes
  • Patrick Watson
  • Zappa Plays Zappa
  • Lily Allen
  • Liam Finn
  • Jackson Browne
  • Bob Dylan
  • Lenny Kravitz
  • Razorlight
  • Johann Johannsson
  • Antony and the Johnsons
  • Lyle Lovett
  • Grace Jones
  • Franz Ferdinand
  • John Legend
  • Metallica
  • Luka Bloom and Band
  • Selah Sue
  • Seasick Steve
  • dEUS
  • Raymond
  • Sigur Ros
  • Tony Joe White
  • Herbie Hancock
  • Lambchop
  • Luna Twist
  • John Mayall and the Bluesbrakers
  • Stephen Stills
  • Elliott Murphy
  • Paul Weller
  • Steve Wynn
  • The Lemonheads
  • Alanis Morissette
  • Grace Jones
  • Macy Gray
  • Melee
  • Counting Crows
  • Elbow
  • Bruce Springsteen
  • John Fogerty
  • Stephen Malkmus
  • The Police
  • Iggy & the Stooges
  • Mark Knopfler
  • Willard Grant Conspiracy
  • Madrugada
  • Alison Kraus & Robert Plant
  • Elliott Murphy
  • Tindersticks
  • Sebadoh
  • Mavis Staples
  • KT Tunstall
  • PUSA
  • Electric Eel Shock
  • John Scofield
  • Jools Holland
  • James Taylor
  • Youssou Ndour
  • Alicia Keys
  • Think of One
  • Joe Bonamassa
  • James Blunt
  • The Cure
  • 65daysofstatic
  • Dirty Dozen Brass Band
  • Eels
  • Steve Wynn
  • Jim Cole
    Foto
    Muziek 2008 - 2011
    (Meer dan) 1 jaar gratis concerten
    Verslagjes van concerten in 2008 & 2009 & 2010 & 2011
    13-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bruce Springsteen and the E-Street Band
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Bruce Springsteen and the E-Street Band
    Estadio Olympico, Sevilla

    Heel lang geleden zag ik in Vorst Nationaal een oud, amechtig en verschrompeld mannetje een persiflage geven op de legendarische James Brown. Het mannetje heette James Brown. Het pseudo-optreden was zo erbarmelijk, dat ik een jaar later wéér naar Vorst ging, voor hetzelfde mannetje. Want ik kon niet geloven dat de grote James Brown zo intens slecht was. Ik had me jammer genoeg niet vergist. En ik leerde dat zelfs de allergrootste artiesten een vervaldatum hebben. Een dag waarop hun stem het begeeft, hun vingers te stram zijn om gitaar te spelen, hun goesting om het publiek te plezieren verdampt is.

    Het is een self-fulfilling prophecy, natuurlijk, en ze gaat al een hele tijd mee: ooit zal ook de Boss te oud zijn om op te treden. En dan zullen we naar zo'n concert staan kijken, zullen we blij zijn dat hij het maar een uur meer volhoudt, en zullen we vol weemoed naar huis terugkeren, denkend aan weleer. Aan de tijden van urenlange marathonshows, aan de Boss-time, aan uitsmijters als Twist & Shout. Spijt zullen we hebben, dat we het concert te veel meemaakten, het concert dat de herinnering bedoezelt.

    Die dag is nog niet aangebroken. De opener van het Europese luik van de Wrecking Ball-tour, in een stomend heet Sevilla, maakte meteen duidelijk dat 1. Springsteen zelfs op zijn 62ste nog de energie, de stem en de goesting heeft van een jong veulen
    2. De dood van the Big Man een klap was, maar wel is verteerd en opgevangen.
    3. De muziek nu echt samenkomt: de rock van de E Street Band wordt perfect aangevuld met de vrolijke folk van de Seeger Sessions Band.

    Hij kan het dus nog steeds, én hij doet het nog altijd. Drie uur lang in een snikheet Sevilla (meer dan 35 graden), aan het hoofd van een utigebreide E-Street Band, door veertig jaar muziekgeschiedenis gaan. Wat een altijd ideale set oplevert van nieuw werk en pure crowd pleasers. Van bij de opener Badlands mocht Jake Clemons, neefje van, al even zijn vier maatjes-koperblazers achteraan het podium in de steek laten, om vooral een solo te geven. En hoezeer ik Clarence ook mocht, moeten we eerlijk blijven: muzikaal was bij de Big Man het vet al veel langer van de soep. De Rising-tour was zelfs dramatisch slecht, toen zijn gezondheid het helemaal liet afweten. Maar nu is hij dus méér dan waardig vervangen. Méér dan.

    Veel nieuw werk dus ook, zo'n zeven nummers uit Wreckin Ball. Het zijn fijne nummertjes, slim opgebouwd en met veel schwung gespeeld - hier komen de Seeger Sessions plots heel dichtbij. De blazers, de viool van Sister Soozie, het orgel en de backing vocals (en zelfs extra percussionist): het zorg voor een nog vollere sound. Ja, het kan. In die nieuwe nummers is de Boss boos - op banken, op kredietverstrekkers, op huiseigenaars. In zijn speech (in het Spaans) heeft hij het over zijn sympathie met de Indignados, en juicht iedereen luid.

    Wel - ik vind de Boss niet zo heel erg boos op Wrecking Ball. Ja, de plaat is minder vrijblijvend dan zijn vorige (waar hij overigens niets uit speelde), maar boos? Neen, bij Darkness was hij boos - toen beten de gitaren en vlogen de vonken van de songs, toen lag het tempo hoog en was er geen ruimte voor licht en vrolijkheid en dansen. Badlands, Adam Raised a Cain, Darkness: je kreeg schrik van die nummers en van de man die ze zong. Wrecking Ball is een plaat met dansliedjes, met haast vrolijke deuntjes. De enige bite zit in de teksten - maar hoe geloofwaardig is het om een multimiljonair, die springpaarden voor zijn dochter in België koopt, over Inidgnados te horen praten? Ja, liever een rocker die wél een geweten heeft dan een die doet alsof zijn neus bloedt. Maar je moet er ook niet in overdrijven, vind ik. Maar goed. Het optreden dus.

    De Boss hield het tempo strak, schonk ons een stomend The Ties That Bind, een grandioos Death to my Hometown en een pakkend Trapped. Opvallend ook, trouwens: die Spanjaarden zijn compleet zot. Nog fanatieker, nog luider, nog enthousiaster dan wij. In My City of Ruins een eerste keer de krop in de keel: Springsteen stelt zijn groep voor, en vraagt of we iemand missen... Het indrukwekkende (maar niet uitverkochte) Olympisch Stadion roept natuurlijk luid om Clarence - waarna de Boss zegt: als jullie hier zijn, en als wij hier zijn, dan is hij hier ook. Case closed, back to the musid.

    En die muziek ging dus weer reizen in de tijd: Out in the Street en het nieuwe Jack of All Trades, een donker en dreigend Candy's Room, een opzwepend She's the One, Darlington County op verzoek,... De soultour op met de Apollo Medley, en de Boss die de zoveelste keer het podium afdweilt, het publiek induikt, duidelijk geniet. En dan: eindelijk de rock die het pleit wint, met Because the Night en Nils Lofgren die alle duivels ontbindt, en duidelijk maakt dat gitaren het nog altijd voor het zeggen hebben in New Jersey. Een accordeon is een keertje leuk, die viool zorgt voor een extraatje en die koperblazers houden de sfeer erin. Maar uiteindelijk is de gitaar de zweep waarmee ze het publiek geselen.

    Wanneer je denkt dat hij zijn stem verliest, dat hij leeggezweet is, dat het nu echt wel goed is geweest, net dan geeft hij er een laatste keer een ferme snok aan. Een verzoekje (I'm going Down), de spots op het publiek gericht en vlaaam: Born to Run, Dancing in the Dark, Bobby Jean en 10th Avenue. Neen, niemand doet het hem na. Want niemand anders schreef dit soort songs, en niemand anders kan ze zo energiek brengen. In 10th Avenue, op het orgelpunt, de climax, zet hij alles stil: 'The Big Man Joined the Band', en het hele Estaio Olimpico zwijgt. Tranen vloeien wanneer op de grote videoschermen beelden verschijnen van die Big Man. Ja, we missen hem toch. Springsteen staat erbij, in zijn gekende pose - en als een echte Boss geeft hij het sein om dit te vergeten en verder te spelen, het feest voort de zetten.

    Drie uur lang, drie uur aan een stuk, drie uur in de hitte. Na het optreden strompelen we terug naar de stad. Rugpijn. Kniepijn. Krampen. "We worden oud", zegt iemand in het gezelschap. En ik denk: de kans is eigenlijk groter dat Springsteen op een dag denkt: 'die Peter is toch te oud geworden voor m'n optredens, misschien houdt hij er beter mee op, nu het nog een beetje gaat.'

    Set List
    1. Badlands
    2. We Take Care of Our Own
    3. Wrecking Ball
    4. The Ties That Bind
    5. Death to My Hometown
    6. My City of Ruins
    7. Trapped
    8. Out in the Street
    9. Jack of All Trades
    10. Candy's Room
    11. She's the One
    12. Darlington County
    13. Shackled and Drawn
    14. Waitin' on a Sunny Day
    15. The Promised Land
    16. Apollo Medley
    17. Because the Night
    18. The Rising
    19. Lonesome Day
    20. We Are Alive
    21. Land of Hope and Dreams
    22. Rocky Ground
    23. I'm Goin' Down
    24. Born to Run
    25. Dancing in the Dark
    26. Bobby Jean
    27. Tenth Avenue Freeze-Out

    13-05-2012 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (1)
    30-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Michael Kiwanuka
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Michael Kiwanuka
    AB, 30 april 2012
    Verslag: ja

    Michael Kiwanuka. 24 jaar. Oegandese Londenaar. Zoetgevooisd. Trad op als voorprogramma van Adèle. Wordt vergeleken met Bill Withers, Otis Redding en Van the Man. En werd begin dit jaar door de BBC uitgeroepen als 'The Sound of 2012'.  En vooral dat laatste wéégt: je vraagt je af wat dat soort druk met een mens doet. Sterke schouders die die last kunnen dragen.

    Kiwanuka lijkt met die stress aardig om te kunnen gaan. De AB Box was in een mum van tijd uitverkocht, maar toch wou hij er geen concert in de 'grote' zaal van maken. Na het optreden ging hij vrolijk cd's signeren, en trok hij héél veel tijd uit om te praten met de fans. En op het podium amuseerde hij zich, net als zijn groep. Allemaal goede tekenen, dus.

    Is hij de nieuwe Bill Withers? Ach. Hij is net zoveel de nieuwe Withers, als Joss Stone de nieuwe Aretha Franklin is. Niet, dus. Het is ook compleet van de pot gerukt om iemand met welgeteld één cd op zijn actief, te gaan vergelijken met artiesten die tientallen jaren (ok, in het geval van Otis iets minder lang) zo wisselvallig presteerden als ze wilden. Artiesten van wie we alleen het goede, de hoogtepunten onthouden. Kiwanuka is een beginneling - we kunnen hem alleen beoordelen op die ene plaat, en op dat ene optreden, van een uur. 

    Ja, dat optreden was goed. Beetje glad, zonder veel risico's. Maar: wat een stem. En wat een groep - de groep stond volledig in functie van de man en de songs te spelen, nergens een spatje egotripperij te bekennen. Kiwanuka grasduint wat door verschillende stijlen - wat blues, veel funk en soul, een snuifje rock en wat gospel. Met die stem als bindmiddel - de stem die natuurlijk best tot uiting komt in de solo-momenten. Wanneer hij zijn organist, zijn gitarist, bassist, drummer en percussionist alle vijf het podium af stuurt, en drie liedjes alleen zingt - 'de liedjes zoals ze ontstaan zijn, just me and my guitar' - en je in de AB een muis hoort lopen. 

    Maar hij is er natuurlijk nog niet. Zijn nummers zijn nog ongelijk qua niveau, Home Again is een wereldnummer dat je naar de keel grijpt en tegelijk zoetjes doet meewiegen, maar zo zijn er nog niet genoeg. Het zal net daar van afhangen of de man het ook echt zal maken, en alle beloftes zal kunnen inlossen: goede nummers. Op basis van de volgende platen, en het materiaal dat hij daaruit meebrengt naar podia, zal later blijken of hij het zoveelse instant-succes-hype-talentje was, of een blijver. Of: over vijf jaar weet ofwel niemand meer dat ze vanavond in de warme AB stonden, ofwel beweren 10.000 mensen dat ze erbij waren, die keer, toen Michael Kiwanuka nog niet zo helemaal wereldberoemd was.

    30-04-2012 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    01-04-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jonathan Jeremiah
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Jonathan Jeremiah
    AB, 1 april 2012
    Verslag: ja

    De nieuwste hype uit Engeland, de laatste beste zanger ooit, de meest recente ontdekking... Jonathan Jeremiah. Je moest al geweldig hard je best doen om niet met de man te worden geconfronteerd: in zowat alle radio- en televisieprogramma's kwam hij een acte de présence geven, en hij voelt zich niet te beroerd om de kleinste zaaltjes op te zoeken. En dat allemaal met één cd op zak - 'A Solitary Man', een cd waarvan wordt verteld dat hij hem schreef tijdens een eenzame reis door de VS, en dat het zeven jaar duurde voor hij genoeg geld hard verdiend (als nachtportier) om de plaat op te nemen. Maar dat kunnen ook marketingverzinsels zijn, natuurlijk.

    Feit is dat meneer Jeremiah vorig jaar in de AB Club voor drie man en een hond speelde, en vanavond de grote zaal helemaal vulde. En dat hij daar zelf ook wel van schrok. En dat was géén marketing-stunt. Zoals wel vaker het geval met hypes, of met groepjes/zangers/juffrouwtjes die één plaat uit hebben, was het vooral vraag of ze het zouden kunnen waarmaken. Of ze sterk genoeg zijn om de grote AB-zaal ook te boeien.

    Jeremiah kon het. Het publiek - dat vooral uit dames bestond - deed dan ook niet echt moeilijk. Ze slikten de vrijblijvende, aardige liedjes als zoete koek. Ook in de meest vervelende momenten geloofden ze in het sprookje dat er iets schoons gebeurde op het podium - not, dus.

    De man heeft een redelijk geweldige stem, die in de beste momenten doet denken aan zwarte soulzangers uit de jaren zestig en zeventig. Maar hij doet er zo verdomd weinig mee: hij houdt het braaf, gecontroleerd, beredeneerd. Nauwelijks risico's in de hele set - songs werden identiek opgebouwd en nagespeeld (cello of piano, bas en drums vallen in, gitaar kleurt onopvallend mee en de trombone (!) ondersteunt alles - en ronduit vervelende momenten. Jammer genoeg.

    Happiness, zijn grootste hit, zorgde voor een unicum: het nummer werd onderbroken door/voor een trombone-solo, en de zaal ging compleet uit de bol. Het zal nog maar zelden gebeurd zijn: een volle AB die wild wordt door een trombone-solo.

    Maar goed. Jonathan Jeremiah is als een Franse landwijn. Als je 'm in de juiste omstandigheden drinkt, is die bijzonder lekker - en kan hij zelfs de belofte van meer, beter in zich houden. Maar niet alle landwijnen worden daarom grand crus: daarvoor heb je meer dan één goede jaargang nodig. Met andere woorden: laat meneer Jeremiah nu asjeblieft een paar nieuwe platen opnemen, zodat hij ietsje meer materiaal heeft om ons een avond lang te boeien.

    01-04-2012 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    12-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.John Cale
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    John Cale & Band
    C-Mine, Genk
    Verslag: ja

    John Cale
    was vrijdag zeventig geworden, en kwam die mijlpaal luister bijzetten in - hou je vast - Genk. Op de oude mijnsite is daar een geweldig complex neergepoot, waarbij ook een mooie concertzaal hoort. En die C-Mine mocht dus de grote mijnheer Cale ontvangen. Het was geen match made in heaven: de C-Mine is jammer genoeg iets te veel cultureel centrum - met zachte pluche zetels, met een ouder en bezadigd publiek dat Cale afwisselt met voorstellingen van een plaatselijke toneelvereniging. Of zo leek het toch. Na de nummers: een beleefd applaus. Tijdens de nummers, na een indrukwekkende solo: geen reactie. Alleen helemaal op het end sprongen wat mensen recht voor een zogenaamde staande ovatie. Jammer, jammer, jammer.

    Want het makke publiek had wel degelijk een invloed op de heer Cale. Hij heeft natuurlijk één en ander meegemaakt: in de jaren zestig speelde hij in New York ooit een experimenteel muziekstuk van (asjebleift) 48 uur. Toen had één man het als publiek het hele optreden volgehouden. Daarna richtte Cale samen met Lou Reed de legendarische Velvet Underground op, om die groep na laaiende ruzies weer te verlaten. En vanaf de jaren zeventig onderscheidde hij zich als producer, liedjesschrijver, performer en - vooral - notoir coke-head. Van de jaren zestig, zeventig en tachtig herinnert hij zich niet zo erg veel - dus ook niet de grote zalen die hij toen kon vullen.

    Met Cale weet je vooraf eigenlijk nooit wat je zult krijgen. De man schreef fantastische, melodieuze dingen, en wanneer hij bijvoorbeeld 'Paris 1919' uit 1973 uitvoert met symfonisch orkest, weet je dat het een haast zeemzoete avond (zij het met een stevige angel) wordt. Maar net zo goed kan hij compleet loos gaan in experimentele muziek, noise, waarin dissonanten, jankende gitaren en onvolgbare ritmes de boel verzieken. Het dEus-effect, zeg maar: mooie songs kunnen schrijven, ze ook nog eens aardig kunnen brengen - maar ze halfweg verkloten, bewust.

    In Genk had Cale zijn drie vaste muziekanten meegebracht - denk ik, want hij stelde ze niet aan ons voor. Dustin Boyer mocht schitteren op gitaar, Joey Maramba speelde funky bass en de glansrol was weggelegd voor drummer Michael Jerome. Cale stond vooraan op het podium, grotendeels achter zijn synthesiser gekluisterd, af en toe zette hij een stap opzij om een gitaar te omgorden. De drie muzikanten op een respectabele afstand achter hem, letterlijk in de schaduw van de meester.

    En ze hadden er zin in, in het begin: we kregen een ontzettend strakke, uitgepuurde rocker, een beest van een funknummer (Bluetooth), een halve rap (Hey Ray - grappig bovendien) en een ballad als eerste vier nummers. Vier liedjes, vier genres, en allemaal retestrak gespeeld. Het werd melodieus, soms poppy, zonder de gevreesde solo's die in gejank konden uitmonden. Ja, sommige liedjes duurden wat lang en ja, het was af en toe best repetitief. Maar man, hij heeft een stem die je niet loslaat. Zonder de grootste of zuiverste zanger ooit te zijn, grijpt de stem je vast en laat ze je niet meer los.

    Jammer genoeg ging het optreden niet naar een climax. Lag het aan dat makke publiek? Aan de jetlag? Aan de jaren? Feit is dat de aankondigingen van songs (ze speelden voornamelijk nieuw werk) steeds korter en sporadischer werden. Feit is dat ze na een uur en drie kwartier van het podium verdwenen, en niet terugkeerden voor de toch verwachte bisronde. Feit is dat dat een domper op de feestvreugde zette. Maar evenzeer: feit is dat 'Amsterdam' een onwaarschijnlijk hoogtepunt was.

    John Cale was dus meer dan oké - de man laat zijn muziek spreken, en spant zich nog in om die muziek te brengen. Beleeft af en toe lol op het podium - een sardonisch lachje toen ze in het laatste nummer toch nog loos gingen in een synth-gitaarduel, waar de drum en bass alles bij elkaar hielden. Heeft een aantal draken van songs - die eighties-new wave-disco drummachines hoefden voor mij niet echt. Maar is op zijn minst geen aansteller die mompelend doet alsof hij interessante dingen te vertellen heeft, zoals die andere overlever van de Velvet Underground.

    12-03-2012 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    02-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alice Cooper
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Alice Cooper
    AB, 2/11/2011
    Verslag: ja

    Vincent Furnier is 63 jaar, en slaagt er als Alice Cooper nog steeds in de AB uit te verkopen. De t-shirts van AC/DC, Iron Maiden, Motörhead waren gestreken, spanden rond de bolle buiken, want iedereen die metal een béétje een warm hart toedraagt, wou de Godfather van de shock-rock wel eens zien. Nu het nog kon. Want 63 is 63, natuurlijk.

    Alice Cooper was de eerste om horror met metal te combineren. De zombies, mummies, het bloed, de maskers van talloze metalgroepen is dus allemaal dank zij Cooper de muziek ingeslopen. In de jaren zeventig en tachtig zorgden zijn show voor ophef: de guillotines, de kippen en slangen, het bloed: de goegemeente vond het allemaal niet kunnen. Nu we probleemloos 'Exotische liefde' en 'Boer zoekt vrouw' op tv kunnen verteren, stellen die shows natuurlijk niet zoveel meer voor - maar toch doet Alice Cooper het allemaal nog netjes. Omdat het moet, ongetwijfeld - KISS probeerde ook ooit om het zonder make-up en plateauschoenen te redden, vergeefs.

    De boa constrictor, de degen met dollarbiljetten, de gigantische frankenstein-pop, de onthoofding,... Het zal er allemaal in. Niemand die teleurgesteld naar huis kon gaan. Ook niet, toch wel verrassend, omwille van de muziek.

    Want Alice Cooper, en dat vergeten we toch wel eens, heeft fan-tas-tische nummers geschreven. Classics, ook buiten het genre. Het wondermooie How you're gonna see me now stond niet op de setlist, maar daar heb ik als tiener vaak genoeg op geweend. Maar al de rest dus wel: I'm Eighteen, Billion Dollar Babies, No More Mr. Nice Guy, Hey Stoopid: ze zaten vooral in de set, zetten alles en iedereen in vuur en vlam, zorgden ervoor dat dit één van de hele grote AB-avonden leek te gaan worden.

    Maar het liep fout - met zwakke nummers, nieuwe songs, met het publiek dat niet langer meezong en daardoor pijnlijk duidelijk werd dat Alice Cooper gewoon vals stond te zingen (pijnlijk vals zelfs), een drumsolo (heeeeelp! een drumsolo), en veel stoere poses van gitaristen: het middendeel was zelfs te slecht om slaapverwekkend te kunnen zijn.

    Gelukkig herpakte de jonge groep rond de oude man zich prima. Feed My Frankenstein, Clones (dat veel beter klonk dan de eighties-versie op plaat), en natuurlijk: Poison, I Love the Dead, School's Out en Elected. Heerlijk. Met zulke nummers, met de drie loeiende gitaren (waarvan één toebehoorde aan een bekoorlijke blonde deerne), een pompende bas en stampende drummer en met een volle AB, kan zelfs Sam Gooris het niet meer kapot krijgen. Hou dat beeld even vast: vier gitaren op een rij, een drum, een guillotine en een elektrische stoel op het podium, en daartussen Sam Gooris die Poison zingt. Jaja, de horror doet het 'm nog steeds.

    02-11-2011 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    30-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gotye
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Gotye
    AB, 30 oktober 2011
    Verslag: ja

    Wouter De Backer is een Bruggeling die op zijn tweede (!) naar Australië verhuisde. We zouden hem gewoon een Australiër genoemd hebben, had hij deze zomer niet totaal onverwacht - maar daarom niet onverdiend - een wereldhit gescoord met het aandoenlijke nummer Somebody that I used to know. Hij is dus een Bruggeling, een Belg zelfs. Met een enkele hit de AB uitverkopen is geen uniek gegeven - velen hebben het hem al voorgedaan. De meesten onder hen gingen grandioos af: te weinig vlees aan het been, te veel water in de soep, te vroeg om de zaal echt in de ban te krijgen en te houden. Menige hype werd in de AB tot de ware proporties herleid - we noemen geen namen, of het zou The XX moeten zijn.

    Gotye bleef bij zijn maidenconcert in 'eigen' land aardig overeind. In een korte set (nauwelijks een uur) overtuigde hij: dit is geen ééndagsvlieg. Hij ziet eruit als een slungelachtige nerd, zijn Vlaams is aandoenlijk ('Bedankt om veel stil te zijn', of 'We spelen een keer meer nummer'), maar zijn muziek: hmm, ja. Flarden Massive Attack, af en toe een Crowded House met ballen, een Milow met smaak.

    Met een bassist, een drummer en een sampler-tovenaar en Wally zelf in het midden tussen sample-machines, drumtoestellen en andere lawaaitoestellen, hield hij het concert in dat ene uurtje goed in gang. De filmpjes die op de achtergrond werden geprojecteerd waren nice, zij het overbodig, maar de songs bleven overeind. Liam Finn, die hier ooit in de Club stond, kon dat bijvoorbeeld niet: de song laten primeren op de klank, op het effect. Gotye deed dat dus wel - de haren stonden overeind bij Heart's a Mess (ook op het podium: de vier keken stomverbaasd toen het publiek de song overnam), Eyes Wide Open was krachtig, mooi, rechttoe rechtaan. En Somebody that I used to Know was een aardig hoogtepuntje. Met de zangeres Kimba op het scherm geprojecteerd.

    Dat was, vreemd genoeg, ook het moment dat ik het allemaal iets té netjes en gelikt en gelukt vond. Want om een zangeres op een scherm feilloos te laten meezingen, moet je song ook tot op de halve seconde getimed zijn. Met andere woorden: je wéét dat veel klanken en effecten uit computers komen, maar eigenlijk was het net iets té. De stemmen klonken goed, té goed - zo dacht je plots.

    Ja, het is detailkritiek. Gotye slaagde met glans voor zijn examen. Maar, zoals het Bruggelingen dezer dagen ook betaamt, gaven ze het in de laatste minuten toch nog uit handen. Totaal foute bisnummers, een Aldi-Motown-sound, foute tempo en foute toonaard, in de hoop de zaal nog even helemaal uit het dak te doen gaan. Wat dus mislukte. En trouwens ook totaal overbodig was. Jammer, toch.

     

    30-10-2011 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    16-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Red Hot Chili Peppers
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Red Hot Chili Peppers
    Ahoy Rotterdam, 16 oktober 2011
    Verslag: ja

    De RHCP roepen heel gemengde reacties op. Voor de ene is het één van de weinige echte supergroepen, die telkens weer fantastische songs afleveren en voor stomende optredens zorgen. Voor de andere is het een zootje ongeregeld dat telkens weer met dezelfde hamer op dezelfde spijker klopt, en al lang zijn ziel verkocht. I'm with you, de eerste plaat in vijf jaar tijd, deed vermoeden dat die laatsten gelijk kregen: opvallend veel zwak materiaal, en een formule die echt wel wordt uitgemolken. Het vertrek van gitarist John Frusciante was koren op de molen van die critici: Josh Klinghoffer is misschien wel een toffe peer, maar hij is geen genie als Frusciante.

    In hun wereldtournee laten ze België voorlopig links liggen, dus trokken we naar Rotterdam. Waar een propvolle Ahoy helemaal klaar was voor een RHCP-feestje. En het begon ook goed: het nieuwe en flauwe Monarchy of Roses werd meteen gevolgd door Dani California. Duizenden smart phones lichtten op, er werd luid meegezongen, de groep klonk strak en goed. Anthony Kiedis, nu met kortgeknipte haren en een afgrijselijke porno-snor, speelde snel zijn jasje uit om zijn tatoos te showen, bassist Flea zag er nog net zo gespierd en getekend uit als weleer, en de mannen hadden er zin in.

    Maar toen al liep het fout: de klank viel uit, en de groep speelde door alsof er niets aan de hand was. Een halve minuut, een minuut duurde het - en je hoorde ze spelen, alsof op het podium van die grote zaal een transistorradiootje stond te spelen. De klank kwam weer goed, en de sfeer was er niet eens uit - de zaal bleef enthousiast verder doen. Scar Tissue bewees dat Kiedis een rapper is en geen zanger, en dat zijn stem duidelijk werd bijgestuurd. Vierde nummer: Ethiopia. En net als het land, werd het een regelrechte ramp. Weer viel de klank helemaal uit, langer deze keer, en kwam het eigenlijk niet meer goed. De rest van het optreden speelden ze aan zestig procent van het normale volume, was het geluid helemaal uit balans, viel af en toe de gitaar gewoon weg, klonk zijn stem eens te luid en dan weer te zacht, en galmden de drumsalvo's van Chad Smith doorheen de zaal. Er leken twee groepjes te spelen: de echte Peppers vooraan op het podium, en achteraan in de tribune een slechte tribute band die alles twee seconden later naspeelde.

    Waarom werd er niet gewoon even gestopt om het een en het ander bij te sturen? Dat hadden we aan de computers te danken. Het podium was indrukwekkend aangekleed met een gigantisch LED-scherm (de volledige breedte van het podium en zeker vijf, zes meter hoog); daarboven hingen acht andere schermen die stegen, zakten, draaiden - en op al die schermen werden animaties getoond, of close-ups van de band. Een wervelende, schitterende show. Maar: wel een show die helemaal voorgeprogrammeerd is, en netjes door computers wordt aangestuurd. Ik stond net naast de kerel die het spul bediende - af en toe op een knopje drukken voor een overgang, méér kon hij niet ingrijpen.

    Het hele optreden was dus eigenlijk een grote videoclip, waar de muzikanten live op speelden. En de clip kreeg voorrang op de muziek. Want zo'n computer stopzetten en weer opstarten, was blijkbaar geen optie. Wat een zonde. Een absoluut klotegeluid, veel te zacht - je begreep zelfs de bindteksten niet. Mensen die ongelukkiger en ongeduldiger werden - hoewel ze toch probeerden. Zowel de groep als het publiek wou er iets van maken, en Otherside, Look Around, Under the Bridge (het kampvuurmoment van de avond), Higher Ground, Californication: iedere keer weer kwam de sfeer erin, leek het toch goed te komen. Tot er weer een gitaarsolo wegviel, tot de drum(aan)slagen zodanig weerkaatsten dat je niet meer wist in welke song ze nu zaten.

    Jammer maar helaas, dus. In de bissen leek het even goed te komen, klonk het allemaal weer voller en steviger. Maar toen was mijn kalf al verdronken, én verwerkt in een broodje Unox. Volgend jaar kunnen de RHCP revanche nemen. Op Pinkpop, Werchter, of andere festivalweiden.

    16-10-2011 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    10-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Steve Earle
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Steve Earle & the Dukes & Duchesses
    AB, 10 oktober 2011
    Verslag: ja

    Steve Earle: wie kent hem? Geen kat, we moeten daar eerlijk over zijn. Nooit op MTV gedraaid, nooit in enige hitlijst opgedoken. Of het moeten de lijstjes zijn, die recensenten sinds 1986 opmaken over hun beste platen van het jaar. Daar kreeg Earle wis en zeker een plaatsje, af en toe. Het bleek in ieder geval in de AB: onbekend is onbemind. Nauwelijks volk, dus. En dat is een zonde, een doodzonde. Want Steve Earle moeten we koesteren, met ons allen.Zodat hij heel, heel lang door kan gaan.

    De man toonde in een optreden van 2,5 uur immers aan hoe onze muziek van vandaag in elkaar zit. Waar alles vandaan komt. Hoe alles aan elkaar hangt. Country, bluegrass, Americana, oude rock 'n' roll, harde hedendaagse rock, zeemzoete ballads, jolige Keltische folk, blues... Natuurlijk kan de eerste de beste saaie bilbliothecaris je hetzelfde verhaal vertellen, en illustreren met de juiste boeken en platen. Maar Steve Earle hoeft niet eens te doceren: hij is een zodanige klasbak dat hij door gewoon te spelen en te zingen de muziekstijlen laat leven, naar elkaar klauwen, verwijzen.

    Hij is intussen 56 jaar, en het archetype van wat in flauwe sitcoms als hippie wordt opgevoerd. Dikke buik, purperen hemd, kalend en toch de laatste slierten grijs haar in een paardenstaart in de nek, een lange, grijze volle baard, lullen over vrede en fulmineren tegen het systeem, om de drie woorden twee fucks gebruiken. En, zoals het echte hippies betaamt: rechts van hem een bloedmooie rosse krullenbol op viool en gitaar, links van hem een nog mooiere rosse op keyboards en gitaar en accordeon. De Duchesses. Die ene, nog mooiere, is trouwens zijn vrouw, Alison Moore. Zijn zesde vrouw, hoewel hij zeven keer is getrouwd. Juist: van die zeven trouwde hij twee keer met dezelfde, met Alison Moore. Wie haar versie van Sam Cooke's 'A Change is Gonna Come' hoorde, begrijpt waarom.

    Maar goed, Earle dus. Voor hij in 1986 zijn eerste plaat uitbracht, had hij er al een leven als songschrijver opzitten. In een liedjesschrijvershuis in Nashville componeerde hij plaatjes voor countrysterren en voor de oude rockers als Carl Perkins. Zijn eerste plaat flopte, maar hij kreeg dus een herkansing. In de AB had hij het uitvoerig over herkansingen: hoe hij zodanig zwaar aan de heroïne zat, dat hij van de aardbol verdween, uiteindelijk in de gevangenis terechtkwam, daar afkickte. Hoe hij zijn zoon van veertien kreeg toevertrouwd, tegen wil en dank. Hoe Brokeback Mountain (waarin een song van hem werd gebruikt) hem de kans gaf een oud nummer nieuw leven in te blazen, en hetzelfde gebeurde met zijn carrière. Hoe New Orleans een tweede kans kreeg...

    Zijn laatste platen zijn hommages aan Hank Williams en aan zijn grote mentor, Townes Van Zandt. Het was die laatste die hem de muziekwereld binnen trok - maar zijn naam viel niet één keer tijdens het optreden. Earle vertelde anders genoeg - mooie verhalen, grappige verhalen. Over politiek, discriminatie, wapens, het leven.

    En tussen die verhalen door: wonderbaarlijke muziek. Hij nam je mee naar een Ierland van weleer, met opzwepende folk. Hij vertelde het verhaal van een jonge Ierse mijnwerker die as immigrant in de VS vol energie vocht voor het leven waarin hij geloofde, en voor de vakbond die hem steunde. Meteen erna: diezelfde Ierse immigrant op het einde van zijn leven, wanneer hij beseft 'he's fucked'. Aangrijpend, mooi. Earle gaf ons mooie bluegrass - een nummer dat hij schreef voor de tweede plaat van Alison Kraus en Robert Plant. Maar die plaat kwam er nooit, dus nam hij het nummer zelf op. Earle ging moeiteloos over naar rock, om af te sluiten met een zinderend, door gitaren mismeesterde The Revolution Starts Now. In de bissen gingen we de Hank Williams-toer op, en ook dat was een mooie rit.

    Ik had het geluk het hele optreden lang op de eerste rij te kunnen staan. En wat opviel: de intense liefde die Earle en zijn groep hebben voor de muziek die ze brengen. Er wordt gelachen op het podium, maar vooral muziek beleefd. Daarom moeten we Earle koesteren. Want er zijn nooit genoeg rasmuzikanten als hij.

    10-10-2011 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    07-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CW Stoneking
    Klik op de afbeelding om de link te volgen CW Stoneking and the Primitive Horn Orchestra
    Botanique, 7 oktober 2011
    Verslag: neen

    Wat was nu eigenlijk het belangrijkste? De waanzinnige zelfrelativering van Stoneking? Het plezier dat van het podium spat? De fijne muziek? Of de erbarmelijke omstandigheden waarin je het optreden moest bijwonen - omdat de Botanique de zaal eivol propte?

    Speelt allemaal geen rol. Te onthouden:de 37-jarige Australiër is één van de betere entertainers die je dezer dagen in een concertzaal aan het werk kunt zien. Zijn muziek is niet bepaald voor de hand liggend - vooroorlogse blues, gespeeld op banjo of een oude bluesgitaar, begeleid door drums, trompet, trombone en bas of tuba. Lange verhalen, vol miserie, je kent het genre wel. Zijn stem is die van de zatte Tom Waits - schrapend, knarsend, zoekend. Geen idee hoe iemand uit het verre Australië een liefde ontwikkelt voor New Orleans blues, laat staan hoe hij er zo diep kan inkruipen dat hij nieuwe standards kan schrijven, maar hij doet het.

    Met een wit pakje, vreemd opgeschoren kapsel en zijn blikken gitaar staat hij daar op dat podiummetje in de Botanique. De zaal stamvol, te vol, je kunt de man nauwelijks het applaus geven dat hij verdient. Hij vertelt lange verhalen - vrijwel allemaal verzonnen, maar uitermate grappig, en de perfecte inleiding voor de vaak al even wacko liedjes. Jungle Lullaby is geweldig, Love me or Die opzwepend. En ze grijpen je allemaal bij de keel, dank zij zijn stem, die uit een lang geleden afgesloten graftombe lijkt te komen.

    Grappig, dus. Zelden zo'n perfecte combinatie van zanger en stand-up comedian aan het werk gezien als deze Stoneking. Wanneer hij alleen het podium opkomt: "Mijn groep vindt sommige van mijn liedjes zodanig vervelend, dat ze niet willen meespelen. Ik mag dit dus alleen doen. Joepie." Of een lang verhaal over hoe hij door de jungle van Afrika trok, en zijn avonturen met ons wil delen. "Ah, je gelooft me niet. Nochtans heb ik het heel netjes genoteerd, zodat jullie nu kunnen meeleven alsof je het echt meemaakt, en dat zonder enig gevaar voor jullie gezondheid."

    Het had iets langer mogen duren, maar misschien is het met deze Stoneking wel als met Fawlty Towers: je kunt alleen vrezen dat het na het einde slechter was geworden, maar je zult het nooit weten. Fluitend trokken we de nacht in, onbevreesd,

    07-10-2011 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)
    03-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anna Calvi
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Anna Calvi
    AB, maandag 3 oktober 2011
    Verslag: ja

    Ook nog nooit van Anna Calvi gehoord? Maakt u zich vooral geen zorgen: u bent in goed gezelschap. Anna Calvi is een groep, genaamd naar de Britse zangeres eh... Anna Calvi. Door de BBC uitgeroepen tot grootste talent van 2011, en dan weet je het al: hype, hype, hype. Kenners rollen over elkaar heen om toch maar iets positiefs te kunnen declameren over de dame/groep, woorden schieten tekort om het immense talent te omschrijven. En vergelijkingen en verwijzingen, manman: de nieuwe Patti Smith, PJ Harvey, Siouxie, Nina Simone. Brian Eno vindt haar geweldig, en de vaste PJ Harvey-producer werkt voor haar. Indrukwekkend palmares.

    Hypes hebben het vaak bijzonder moeilijk in de AB. Herinner u bijvoorbeeld de XX, die roemloos de mist in gingen. De druk, de onrealistische verwachtingen, gewoon te vroeg, te weinig inhoud? Geen idee - misschien is zo'n hype per definitie een over het paard getild muzikant. Anna Calvi had één groot voordeel: ze maakte een diepe, diepe indruk toen ze in februari het voorprogramma van Grinderman mocht verzorgen. Ook toen al schoten de superlatieven bij de connaisseurs te kort om de prestatie te bewierroken.

    Enfin, u begrijpt: ik ging met heel veel reserves in de AB staan, die warme nazomerse maandagavond. Mij zouden ze niet liggen hebben, met hun stomme hypes. Maar zie. Iets na negen stapt een onzeker meisje het podium op, een veel en veel te grote gitaar omgegespt. De zaal wordt muisstil en houdt de adem in wanneer die gitaar begint te schreeuwen, janken en jammeren. Calvi tovert meteen een nieuwe wereld tevoorschijn, een eigen universum met ongewone klanken, rare ritmes, vreemde patronen. Haar bizarre gitaarspel is maar een deel van de verklaring waarom dit zo apart is - ze slaat geen noten aan, maar maakt cirkeltjes met haar rechterhand, waardoor ze meteen ook een hoeks ritme in haar gitaarspel legt.

    Maar na dat instrumentale voorgerechtje moest ze me nog echt met verstomming slaan. Met haar stem. Een opera-diva-stem die luid de AB inrolt, tegen de muur kaatst en je dan bij je nekvel grijpt. Zo'n stem. Conclusie, na twee nummers: wat een wijf.

    Calvi had haar vaste groepje meegebracht. Een drummer en een percussioniste (die af en toe ook een pomporgel bediende). Meer niet. In een drietal songs kwam er ook nog eens een extra gitarist het podium opgeslopen, maar de drie volstonden om die parallelle Calvi-wereld te scheppen. En die wereld, dames en heren, is een zeer bizarre wereld.

    De sterkte van Calvi is dat ze niet vast te pinnen is op één bepaalde richting. Tijdens het optreden bleek dat echter ook haar zwakte te zijn. Het ene moment betoverde ze je met klanktapijten, ritmes en een bezwerende stem - de Elvis-cover Surrender was pure David Lynch. Wachten op de dansende dwerg op het podium, op de log lady, op andere rare creaturen. Even later haalde ze zo zwaar uit met die stem van haar, dat je er voorwaar bang van werd. Scott Walker stond grijzend in de coulissen: zo zou hij het ook doen, mocht hij nog leven - de brave kindjes bang maken met akelige zang. En nog wat later, in SUzanne and I, klonk Calvi in een retestrak rocknummer als de jonge Patti Smith. Hevig, stevig, smachtend, verlangend, zelfzeker. In Desire kwam alles dan samen, als een woeste uithaal, een ultieme poging om de wereld te redden.

    Neen, het was geen gemakkelijke avond. Neen, ik zal nooit Calvi opzetten op een zonnige zondagmiddag, om even te bekomen van het aperitief. En neen, doorbreken zal ze waarschijnlijk nooit echt doen. Muzikanten zullen haar aan de borst blijven drukken, de incrowd zal haar blijvend koesteren. Maar ze wordt vast nooit een Elbow - voor haar muziek zijn er gewoon niet genoeg fans. Oh ja - als ik dan toch ook even aan name-dropping mag doen... Heel heel lang geleden zag ik in Londen een jonge Britse new-wave artieste aan het werk.In een kleine concertzaal verleidde ze moeiteloos onze 17-jarige hormonenhuishouding - met haar stem, haar bezwerende muziek, haar act, haar Riders on the Storm--cover. Na het optreden gingen we een handtekening vragen, in haar kleedkamer - en zag je de verbazing in de ogen van de blonde Annabel Lamb. Sindsdien nooit nog wat van gehoord, een lot dat ik Anna Calvi noch toewens noch toedicht. Maar zo af en toe deed ze me er wel aan denken - de vette knipogen naar de duistere eighties-new-wave waren dik ok.

    03-10-2011 om 00:00 geschreven door Peter VDB  


    » Reageer (0)


    Writing about music is like
    dancing about architecture
    (Laurie Anderson)
    13 mei:

    BRUCE SPRINGSTEEN AND THE E-STREET BAND

    Sevilla


    Sommige verslagjes op Radio 1 zijn nog te beluisteren via de Exit-site.
    http://tinyurl.com/ylr3kgw



    En zo...
  • PVDB
  • Boss
  • The Lake
  • Neil
  • Youssou
  • Willy
  • HA!
  • AB
  • Club
  • Bal

    Mail



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!