Mutatie
Mutatie als motor van de evolutietheorie

Klik op een banner

09-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DNA

DNA pleit ook al in het voordeel van de creationisten.


20-06-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mutatie

Citaat uit:" het Nederlands Dagblad."

Mens is beeld, geen soort.

De afzonderlijke schepping van de mens, met zijn specifieke geestelijke vermogens, heeft hem in staat gesteld te zondigen en ook van zonde te worden verlost. Daarin onderscheidt de mens zich van dieren.

Het probleem dat orthodoxe christenen met de evolutietheorie kunnen hebben, ligt niet aan de wetenschappelijke feiten. Die zijn duidelijk: als bacteriën, planten of dieren in veranderende omstandigheden komen, kunnen nieuwe vormen, rassen of zelfs soorten ontstaan, die aan die veranderingen beter zijn aangepast. Bijvoorbeeld bacteriën die resistentie tegen antibiotica ontwikkelen, of planten die een warmer klimaat beter verdragen. Deze evolutie kan dus de vormenrijkdom in de natuur vergroten.

Ook het mechanisme voor deze evolutie is in de vorige eeuw opgehelderd. De vorm en functie van levende organismen is erfelijk vastgelegd in de genen van het DNA, die de genetische codes bevatten voor de bouwstenen van de organismen. In dat DNA kunnen, naar men meent, toevallige veranderingen optreden die dikwijls, maar niet altijd, kunnen worden hersteld. Behalve deze mutaties kunnen zich ook wijzigingen voordoen in de volgorde en aantallen van de genen, die de codes bevatten. Zulke recombinaties voegen in principe geen nieuwe informatie aan het DNA toe, terwijl mutaties veranderingen in de vorming van de bouwstenen tot gevolg hebben. Hierdoor kunnen afwijkingen in de vorm of functie van de cellen van het organisme optreden die soms zelfs fataal voor het overleven kunnen zijn. Mutaties zijn vrijwel altijd verliesmutaties, zelden of nooit is een echte winstmutatie bij bacterie, plant of dier aangetoond. Zo is resistentie op zich natuurlijk gunstig, maar berust, voor zover genetisch onderzocht, op het verlies van de factor waarop het schadelijk agens zou moeten aangrijpen.

Evolutie door mutatie en/of recombinatie werkt dus meestal genetisch verarmend en is daarom bij uitstek ongeschikt voor de ontzaglijke toename van genetische informatie in het DNA, die zou hebben moeten optreden bij een evolutie ‘van amoebe tot mens’. Dit laatste is wat men gewoonlijk onder de evolutie in de levende natuur verstaat, maar dit zou als macro-evolutie moeten worden onderscheiden van de boven besproken, wetenschappelijk vastgestelde micro-evolutie op soortniveau. Darwin heeft, bij zijn geniale voorstelling van de evolutietheorie halverwege de negentiende eeuw, weliswaar op macro-evolutie gedoeld, maar miste de genetische en biochemische kennis, die pas in de vorige eeuw is ontwikkeld.

Wel vond hij het al zeer problematisch, dat bij fossiele resten van vroegere organismen geen sporen van zo’n evolutie waren gevonden. Bij een geleidelijk voortschrijdende evolutie van lagere naar hogere levensvormen zouden overgangsvormen immers heel overvloedig moeten optreden, maar dat was toen, en is ook thans nog, niet het geval.
Fossielen, die als overgangsvorm kunnen worden geïnterpreteerd, zijn uiterst schaars. Gewoonlijk is een levensvorm in opeenvolgende aardlagen zeer constant tot hij opeens, in tal van opzichten veranderd, afgewisseld wordt door een nieuwe vorm in de hogere aardlagen. Het probleem dat christenen met evolutie kunnen hebben, is dat zij, in plaats van aan de wetenschappelijk bewezen micro-evolutie, denken aan de macro-evolutie, die niet alleen onbewezen is, maar waarvoor ook geen mechanisme bekend is.

Naar zijn aard
We weten in de landbouwveredeling dat bijvoorbeeld tarwe en honden in tal van verschillende rassen zijn te kweken, maar het blijven altijd tarwe en honden, het worden nooit gerst of katten. Blijkbaar vertonen levensvormen grenzen waarbinnen ze micro-evolutie vertonen, maar waar ze niet buiten kunnen treden (behoudens moderne methoden van genetische manipulatie die in de vrije natuur niet voorkomen).
Al in de vorige eeuw werd daarvoor het begrip ‘baramin’ ontwikkeld (‘bara’ = scheppen en ‘min’ = aard, soort). Dit vanuit de gedachte dat God volgens Genesis de oersoorten schiep ‘naar hun aard’, waaruit dan door micro-evolutie de verdere soortenrijkdom op aarde kon ontstaan. Deze idee is nog steeds in lijn met de wetenschappelijke feiten. Het blijft ook nog denkbaar dat God de micro-evolutie beïnvloedt om de vorming van nieuwe soorten te bewerkstelligen, maar dat onttrekt zich uiteraard aan wetenschappelijke toetsing. Dat al die soorten DNA bevatten, waarvan de samenstelling bij verschillende soorten grote overeenkomst kan vertonen, wekt geen verwondering. Ook de moderne ontwerper gebruikt dezelfde elementen om geheel uiteenlopende creaties vorm te geven.

Naar Gods beeld
De mens is niet geschapen ‘naar zijn aard’, maar ‘naar Gods beeld’ en fossiele resten van primaten zijn dan ook òf typisch aapachtig of duidelijk menselijk. Zijn afzonderlijke schepping met zijn specifieke geestelijke vermogens heeft de mens in staat gesteld te zondigen en ook van zonde te worden verlost. Ieder, die een huisdier heeft, kent diens aanhankelijkheid en, tot op zekere hoogte, het onderling begrip. Maar er is geen gesprek mee mogelijk, zelfs niet met een papegaai. Dieren communiceren met geluiden, gebaren en mimiek, maar het in spraak formuleren van gedachten en gevoelens is voorbehouden aan de mens. Dieren kunnen ook in meerdere of mindere mate tellen, maar dat niet doorzetten tot in het oneindige, ze hebben geen besef van oneindigheid of eeuwigheid. En al vlooit en knuffelt een apin nog zo met haar jong, het blijkt dat zelfs een chimpansee zich niet in een ander kan verplaatsen: liefde is een typisch menselijk vermogen. Het zijn juist deze drie communicatieve eigenschappen van de mens, die de omgang mogelijk maken, onderling en met God.

Dr. Johan Bruinsma is emeritus hoogleraar biologie aan Wageningen Universiteit.

Bottom of Form 0


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dr. David Rosevear


"Mutaties zijn ‘toevalsveranderingen’ in de genen en kunnen daardoor niet anders dan leiden tot verlies van informatie. Er is geen enkele positieve mutatie bekend, en de meeste mutaties zijn duidelijk een vermindering van kwaliteit."

Dr. David Rosevear
(Creation Science Movement)


16-09-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kunnen genetische mutaties positieve veranderingen teweegbrengen in levende wezens?

Kunnen genetische mutaties positieve veranderingen
teweegbrengen in levende wezens?

Auteur: Dr. David A. Demick, M.D. (patholoog)

Vertaling en voetnoten door M.V.

 

Evolutionisten zien genetische mutaties als een oprijlaan naar positieve veranderingen in levende organismen. Bijvoorbeeld, Richard Dawkins’ boek, The Blind Watchmaker [De blinde horlogemaker], tracht een godloze kosmos van toeval te bekrachtigen waarin het voorkomen van design in het leven door toeval optreedt, door de toenemende opstapeling van positieve veranderingen in de genen. Zijn betoog echter, gerelateerd aan biochemische genetica, bevat theoretische modellen die van weinig relevantie getuigen voor de werkelijke wereld.

Dus, de vraag blijft: Wat zien wij feitelijk in de wereld om ons heen wanneer we wetenschappelijke instrumentatie en observatie gebruiken? Zien wij dan deze “blinde horlogemaker” aan het werk, ergens in het ware leven, of zien wij juist het tegenovergestelde?

Mutaties

Evolutie of

Degeneratie?

Zijn mutaties verantwoordelijk voor de evolutie vanaf amoebe tot mens? Evolutionisten hebben wonderlijke krachten toegeschreven aan mutaties, de bekwaamheid om nieuwe lichaamsdelen te creëren en nieuwe dieren (amoebe tot mens evolutie). In werkelijkheid, zijn mutaties extreem gevaarlijk en richten zij een verwoesting aan in het menselijke ras en andere levende wezens.

 

Het doel van dit artikel is de armoe aan te tonen van de evolutietheorie om de feiten uit te leggen in één welonderzocht gebied van de biologie: het gebied van de menselijke genetica. Het zal laten zien hoe de feiten die door dit onderzoek aan het licht gebracht werden, aantonen dat mutaties niet als “blinde horlogemaker” werkzaam zijn, maar veeleer als een “blinde schutter”.

 

Het menselijke mutatie-probleem is ondeugdelijk
en het wordt steeds erger

 

In recente jaren werden letterlijk duizenden menselijke ziekten gecatalogiseerd die geassocieerd worden met genetische mutaties, en voortdurend worden er meer beschreven. Een recent naslagwerk over medische genetica catalogiseert zo’n 4500 verschillende genetische kwalen. Van sommige overgeërfde syndromen, die klinisch gekarakteriseerd werden in de dagen vóór de moleculaire genetische analyse (zoals het Marfan-syn­droom), werd nu aangetoond dat ze heterogeen zijn; dat is, geassocieerd met vele verschillende mutaties.

xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />

Onderhavig overzicht zal slechts de oppervlakte aanroeren van de vele recente ontdekkingen. Toch zullen de getoonde voorbeelden een dwingend algemeen principe illustreren dat het hele gebied bestrijkt.

Wat zijn mutaties?

Mutaties worden gedefinieerd als willekeurige veranderingen in het cellulair DNA. Ze veranderen de genetische code van aminozuur-reeksen in proteïnen, en zodus introduceren ze biochemische fouten in verschillende graden van ernst. Mutaties werden geclassificeerd als wissingen (verlies van DNA bases), invoegingen (verwerven van DNA bases), en vergissingen of onzinnigheden (substitutie van een DNA base).

Indien de mutaties kiemcellen aantasten (vrouwelijke eicel en mannelijke spermatozoïde), zullen ze doorgegeven worden aan de cellen van het nageslacht en zullen ze toekomstige generaties aantasten. Zulke mutaties worden “kiemlijn mutaties” [germline mutations] genoemd en zijn de oorzaak van erfelijke ziekten.

Mutaties verschijnen ook in andere populaties van lichaamscellen en zullen accumuleren [zich opstapelen], doorheen een mensenleven, zonder dat die doorgegeven worden aan het nageslacht. Deze worden “lichamelijke mutaties” [somatic mutations] genoemd en zijn belangrijk in het ontstaan van kankers en andere degeneratieve ziekteprocessen.

Wat zijn de resultaten van mutaties in het werkelijke leven? (voorbeelden)

Om het mutatieprobleem te onderzoeken, zal het handig zijn enkele voorbeelden te beschouwen van hoe mutaties hun biochemische verwoesting aanrichten.

Cholesterol-gerelateeerde mutaties

In het cardiovasculair systeem, wordt reeds lang erkend dat een circulerend hoog cholesterolgehalte in het bloed geassocieerd wordt met de degeneratie en vernauwingen van grote en middelgrote arteriën. Dit proces wordt “atherosclerose” genoemd en het is een van de belangrijkste oorzaken van hartziekten. Meer recent werd een genetisch biochemisch defect ontdekt, dat erfelijk een hoog niveau van cholesterol in het bloed veroorzaakt, bekend als “familiale hypercholesterolemie” (FH).

Deze ontregeling werd nagetrokken tot op de mutatie van een gen dat een transmembrane receptor-proteïne codeerde. Het gen ligt op chromosoom 19 en heeft ong. 45.000 base-paren met 18 exons. Zijn gecodeerde receptor-proteïne is verankerd in de membranen van alle lichaamscellen, en staat hen toe “pakjes” te vangen van vetten en cholesterol (genaamd “lage-densiteit” lipoproteïnen”, of LDL) die aangemaakt worden in de lever. De receptor-proteïne heeft 772 aminozuren die vijf functionele domeinen vormen.

Er werden ten minste 350 verschillende ziekteverwekkende mutaties van de cholesterolreceptor beschreven. Deze kunnen geclassificeerd worden volgens het aangetaste functionele domein.

 

Voorbeelden van mutaties in het cholesterol-gerelateerde LDL receptor-gen. Getoond zijn de 18 exons van het gen en verscheidene combinaties van gekende mutaties, klassen 1-5

Deze illustration is een aanpassing van een meer gedetailleerd diagram in het werk van J.L. Goldstein and M.S. Brown, “Familial Hypercholesterolemia”, in C.R. Scriver , A.L. Beaudet, W.S. Sly, en D. Valle, editors, The Metabolic Basis of Inherited Disease, 6th edition (New York: McGraw-Hill, 1989), p. 1232.

In de eerste klasse van mutatie is er weinig of geen receptor gesynthetiseerd. In de tweede is er receptorproteïne gesynthetiseerd, maar het neemt niet zijn eigenlijke plaats in, in het celmembraan. In de derde is er receptorproteïne aanwezig in het membraan, maar het linkt niet met de LDL-pakjes. In de vierde is de receptorproteïne niet in staat in het membraan te blijven. In de vijfde is receptorproteïne aanwezig in het membraan en is het gelinkt met de LDL-pakjes, maar brengt ze niet in de cel. Geen van deze zijn heilzaam.

Alle lichaamscellen hebben cholesterol nodig voor hun membranen, dus een bepaalde hoeveelheid is noodzakelijk en goed. Echter, gebreken aan dit receptorproteïne resulteren in een hoog cholesterolgehalte in het bloed, door een terugkoppelingslus. Wanneer het receptorproteïne niet werkt, blijft de cel signalen zenden voor meer cholesterolpakjes, en de lever willigt dit in. Bij homozygoten[1], zijn de cholesterolniveaus drie tot vijf keer zo groot dan het normale niveau, terwijl bij heterozygoten dit twee keer zo groot is. Dit resulteert in een snel optreden van atherosclerose, en soms tot een fatale hartziekte, al in de kinderjaren.

Cystische fibrose mutatie

Een tweede voorbeeld is de algemeen voorkomende cystische fibrose (CF)[2]. Deze multisysteemziekte tast kinderen aan en leidt tot vroegtijdige dood. Het beschadigt de longen, digestieve organen en verstopt allerlei afvoergangen, zoals bij de man het spermakanaal. Zijn verschillende effecten, van mild tot erg, zijn gedeeltelijk te wijten aan verschillende typen van mutaties die één sleutel-gen aantasten.

De biochemische basis is de mutatie van een gen dat gecodeerd is voor een transmembraan proteïneregulerend chloride ion transport. Dit gen heeft 250.000 base paren en wordt het CFTR gen genoemd. Het codeert voor een transmembraan-proteïne van 1480 aminozuren. Onderzoek naar dit gen toonde een mutatie, delta-F508, dat in haast alle klinische gevallen van CF verschijnt. Deze mutatie komt neer op een wissen van drie nucleotiden die resulteren in een verlies van fenylalanine residu op positie 508 op de peptidenreeks.

Normaal DNA

Cystische Fibrose DNA

. . . T ATC ATC TTT GGT GTT

. . . T ATC AT- --T GGT GTT

Naast deze tamelijk gewone mutatie, werden meer dan 200 andere mutaties van dit gen beschreven. Slechts enkele van deze worden geassocieerd met de meer ernstige vormen van deze ziekte, die leiden tot vroegtijdige dood, door longinfecties. Andere mutaties of combinaties van mutaties leiden tot mildere ziektetoestanden, zoals chronische pancreatitis of mannelijke onvruchtbaarheid, maar opnieuw: er werden geen heilzame resultaten geobserveerd.

Kanker

Als voorbeeld van een ziekte die voortgebracht wordt door verworven somatische mutaties, zullen we kanker beschouwen. De link tussen carcinogenesis[3] en genetische mutatie is veel duidelijker geworden.

Carcinogenen (veroorzakers van kanker) neigen ertoe ook krachtige mutagenen (veroorzakers van mutaties) te zijn. De ontdekking van “oncogenen”[4] en “tumor suppressor genen” hebben aangetoond hoe deze verwantschap werkt. Voornamelijk hebben deze genen te maken met de regulatie van de celcyclus. De oncogenen drijven het proces van cel-replicatie aan, terwijl de tumor suppressor genen dit tegenhouden. Beide zijn noodzakelijk voor een juiste celfunctie en groei. Maar mutationele schade aan componenten van beide systemen kunnen een ongecontroleerde groei van cellen veroorzaken, en dat is kanker.

Dit fenomeen kan vergeleken worden met een wagen waarin het ingedrukt gaspedaal klem zit, en tegelijk ook de remmen defect zijn. Deze mutaties zijn gewoonlijk verworven over decennia, en zo is kanker voornamelijk een ziekte van de ouderen. Echter, studies hebben aangetoond dat overgeërfde kiemlijn-mutaties van sleutel-oncogenen of tumor suppressor genen, mensen de aanleg kunnen geven om reeds kanker te ontwikkelen in de kinderjaren.

Voorbeelden hiervan omvatten kinderkankers zoals retinoblastoom[5], zowel als familiegevallen van gewonere kankers (b.v. borst- of darmkanker) die gelinkt werden aan specifieke mutant-genen (b.v. de BRCA1 en BRCA2 genen voor familiale borstkanker, en het APC-gen voor familiale darmpoliepen en kankers).

Vertonen mutaties enige positieve resultaten?

Met deze reeks menselijke ziekten die te wijten zijn aan mutaties kan men zich afvragen of er positieve effecten zijn. Naast de duizenden voorbeelden van schadelijke mutaties, die we nu reeds kennen, zou het moeten mogelijk zijn om enige positieve mutaties te beschrijven, indien macro-evolutie waar is. Deze zouden noodzakelijk zijn, niet enkel voor de ondersteuning van ‘evolutie naar grotere complexiteit’, maar ook voor het neutraliseren van de neerwaartse kracht van de zovele schadelijke mutaties. Maar, wanneer het er op aan komt positieve mutaties te identificeren, zijn evolutionaire wetenschappers opvallend stil!

Sikkelcelanemie

De mutatie die verantwoordelijk is voor sikkelcelanemie[6] werd naar voor geschoven als een voorbeeld van evolutie. De problemen hiermee zijn echter duidelijk, omdat de sikkelcel-mutatie, zoals de vele andere beschreven hemoglobine-muta­ties, duidelijk de functie verzwakt van de anders zo buitengewoon goed ontworpen hemoglobine-molecule. Dit kan in geen geval aanzien worden als een verbetering van onze levensvorm-soorten, niettegenstaande dit (door natuurlijke selectie) een verbeterde bescherming biedt tegen malaria in delen van centraal Afrika.

Kankerachtige cellulaire degeneratie

Nog vreemder is dat het proces van kankerachtige cellulaire degeneratie aanzien werd als een Darwiniaanse vorm van mutatie! Opnieuw: dit idee faalt onder een kritisch onderzoek. Boosaardige cellen kunnen moeilijk beschouwd worden als een verbetering t.o.v. hun normale tegenhangers. Ze zijn enkel “sterker” in hun replicatieve activiteit, maar zelfs dit is slechts een overdreven gebruik van de reeds bestaande cellulaire machinerie. Op vele andere belangrijke manieren, hebben ze degeneratieve eigenschappen. Ze vertonen geen winst aan informatie, maar in het algemeen een verlies of verstoring van functies.

 

Tijdens al dit onderzoek, werd niet één mutatie
gevonden die de efficiëntie deed toenemen van
een genetisch gecodeerd menselijk proteïne

 

Conclusies

Welke conclusies kunnen getrokken worden uit deze enkele voorbeelden, en talloze andere als deze? Ten eerste, dat het menselijke mutatieprobleem ondeugdelijk is en steeds erger wordt. Ten tweede, dat dit niet wordt gecompenseerd door enige waarneembare positieve mutaties.

Om samen te vatten, recent onderzoek heeft letterlijk tienduizenden verschillende mutaties aan het licht gebracht die de menselijke genen aantasten, met een waarschijnlijkheid van nog veel meer die nog te karakteriseren zijn. Deze werden geassocieerd met duizenden ziekten die elk orgaan- en weefseltype aantasten in het lichaam. De medische beschrijvingen van vele vormen van erfelijke ziekten hebben een gemeenschappelijk thema: 80-90% van de gevallen hebben personen in de familieboom aangetast, maar de overblijvende gevallen zijn sporadisch - het resultaat van altijd verhogende aantallen mutaties. In al dit onderzoek, werd niet één mutatie gevonden die de efficiëntie verbeterde van een genetisch gecodeerd menselijk proteïne.

 

Mutaties gedragen zich als een ‘blinde schutter’, een
verwoester die zijn dodelijke ‘kogels’ willekeurig
afschiet op de mooi ontworpen modellen
van de levende moleculaire machinerie

 

In plaats van een ‘blinde horlogemaker’ gedragen mutaties zich als een ‘blinde schutter’, een verwoester die dodelijke ‘kogels’ afschiet naar de mooi ontworpen modellen van de levende moleculaire machinerie. Soms doden ze. Dus, de ‘blinde horlogemaker’ is een illusie. Erger nog, het is de intellectuele en morele equivalent van een afgod - een uitvinding van de verbeelding waaraan valselijk bovenmenselijke krachten worden toegeschreven.

Verval en degeneratie

Dit onderzoek ondersteunt de realiteit van de Bijbelse vloek van verval en degeneratie over de natuurlijke wereld, zoals weergegeven in het Oude en Nieuwe testament.

Het onderstreept ook de grimmige realiteit van de toekomstige hopeloosheid van het menselijke ras, zonder de reddende interventie van God en Zijn Christus. Mutaties blijven ons langzaamaan verder schade toebrengen. Elke generatie heeft een lichtjes meer ontregelde genetische constitutie dan de voorgaande, en geen enkele hoeveelheid eugenica kan dit proces van verval omkeren. Gen-therapie mag de effecten maskeren, maar zal het onderliggende degeneratieve proces niet kunnen omkeren.

 

Mutaties zullen tenslotte de menselijke
genetische code veranderen in ‘brabbeltaal’

 

Een geringe maar beslist aanhoudende mutatiekoers, zonder enige positieve genetische verandering, zal tenslotte de menselijke genetische code veranderen in ‘brabbeltaal’. Het probleem is als dat van een dik boek, dat aanvankelijk in de perfecte grammatica werd geschreven, maar waarin aanhoudend en willekeurig letter-substituties worden toegevoegd. Het boek zal tot op zekere tijd nog altijd leesbaar blijven, maar tenslotte zal het elke betekenis verliezen. Net zoals het universum werd ontworpen om een staat van maximum-entropie te bereiken, zo ook is het menselijke ras gedoemd tot een degeneratieve dood, niet louter als enkelingen, maar als geheel.

Tot conclusie: de Christelijke hoop staat overeind als het enige licht in de duisternis. Enkel het creatieve en regeneratieve werk van Christus, zoals getoond in Zijn schepping van alle dingen (Johannes 1:3), Zijn wonderlijke genezingen, en in Zijn opstanding uit de dood, biedt de menselijke soort een ware hoop voor de toekomst.

Referenties

·         Richard Dawkins, The Blind Watchmaker: Why the Evidence of Evolution Reveals a Universe Without Design (W.W. Norton and Co., 1987).

·         Lubert Stryer, Biochemistry, 3rd edition (W.H. Freeman and Co., 1998).

·         C. Koch and N. Hoiby, “The Pathogenesis of Cystic Fibrosis,” The Lancet, Volume 341 (1993).

·         Friedman Cohn, et al., “Idiopathic Chronic Pancreatitis and Mutations of the Cystic Fibrosis Gene,” The New England Journal of Medicine, Volume 339 (1998).

·         Robert Weinberg, “Oncogenes and Tumor Suppressor Genes,” CA: A Cancer Journal for Clinicians, Volume 44, Number 3 (1994).

·         Felix Mitelman, “Chromosomes, Genes, and Cancer,” CA: A Cancer Journal for Clinicians, Volume 44, No. 3 (1994).

·         J. Defasche and J. Kastelein, “Molecular Epidemiology of Familial Hypercholesterolemia,” The Lancet, Volume 352 (1998).

·         Robbins, Cotran and Kumar, The Pathologic Basis of Disease, 5th edition (Philadephia: W.R. Saunders Co., 1994).

 

Auteur: Dr. David A. Demick, M.D. (patholoog).

http://christiananswers.net/q-eden/genetic-mutations.html

www.ChristianAnswers.Net

Christian Answers Network

 

 

E-mail:                                   verhoevenmarc@skynet.be

Homepage:                           users.skynet.be/fa390968  of  www.verhoevenmarc.be

Ga hier naar de     Nieuwste Artikelen  of  www.verhoevenmarc.be/NieuwsteArtikelen.htm

 



[1] Homozygoot: een individu, ontstaan uit een mannelijke en een vrouwelijke geslachtscel die ten opzichte van bepaalde erfelijke eigenschappen met elkaar overeenstemmen (tegenstelling: heterozygoot). De term wordt ook wel betrokken op allelenparen (genenparen, zie allel) men spreekt dan van een individu dat homozygoot is voor één of meer allelenparen. (Encarta 2002).

[2] Cystische fibrose heet ook pancreasfibrose, mucoviscoïdose of taaislijmziekte. (Encarta 2002)

[3] Ontstaan van een kanker.

[4] Oncogen: abnormaal DNA-deel (een gen) in de celkern, dat aanleiding kan geven tot ongebreidelde celdeling en groei van gezwellen. Het DNA-deel kan zijn aangetast door bijv. straling, virussen of chemische stoffen (o.a. sigarettenrook). Een andere verklaring voor het ontstaan van gezwelgroei is het niet op de juiste wijze functioneren van een regelgen (anti-oncogen of suppressorgen), dat tot taak heeft de delingssnelheid van de cel te begrenzen. (Encarta 2002).

[5] Retinoblastoom: kwaadaardige aandoening van het oognetvlies, die voorkomt bij kinderen tot het 5de levensjaar. (Encarta 2002).

[6] Sikkelcelanemie: erfelijke vorm van bloedarmoede waarbij de rode bloedcellen de vorm van een sikkel kunnen aannemen. De ziekte wordt veroorzaakt door een afwijkend hemoglobine in de rode bloedcel. Aanwezigheid van dit afwijkende hemoglobine geeft bescherming tegen infectie met malaria. Hierdoor komt sikkelcelanemie voornamelijk voor bij personen uit gebieden waar eeuwenlang malaria heeft geheerst, met name dus bij mensen van het negroïde ras. (Encarta 2002)


29-11-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verschoven lezing van DNA komt vaker voor
Bron:

Verschoven lezing van DNA komt vaker voor

Stel je een boek voor dat geschreven is in een taal zonder spaties, waarbij ieder woord uit 3 letters bestaat en het alfabet uit 4 letters. En probeer je dan voor te stellen dat je het ene verhaal krijgt door met de eerste letter te beginnen, dat je een totaal ander verhaal krijgt wanneer je met de tweede letter begint en weer een ander verhaal wanneer je met de derde letter begint. Zo is het ook met een aantal genen in de genetische code. Een stuk DNA bevat de instructies voor het maken van een bepaald eiwit, beginnend bij een bepaalde letter. Maar het bevat ook instructies voor een ander eiwit, door te beginnen bij een andere letter (nucleotide) in hetzelfde stuk (gen). De taal in het DNA heeft drie nucleotiden ('letters') per codon ('woord'). De nucleotiden zitten paarsgewijs tegenover elkaar in de dubbele schroefvorm van het DNA. Voordat de stukken DNA kunnen worden gelezen, moeten de twee helften eerst van elkaar worden losgemaakt, waardoor er twee 'regels' ontstaan. De regels kunnen allebei gelezen worden, zodat er in totaal zes verschillende lezingen kunnen zijn. Hoe vaak komen die alternatieve lezingen in organismen voor? Volgens een publicatie in PLoS Computational Biology zouden er legio voorbeelden van deze "alternate reading frames" (ARFs) kunnen zijn. Van ARFs werd voorheen gedacht dat ze zeldzaam zouden zijn in hogere levensvormen. Een internationaal team vond 40 gevallen in het menselijk genoom, maar de onderzoekers gaven aan dat het een zeer voorzichtige schatting was en dat het werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger ligt. De reden dat de ARFs nooit eerder gevonden zijn is eenvoudig volgens de onderzoekers: het ligt in onze aard "...we geloven gewoon niet dat dubbel gecodeerde genen voorkomen in eukaryoten..."
Volgens het artikel is de kans dat zulke ARFs spontaan ontstaan bijna nul, "nagenoeg onmogelijk". Ze zeiden dat het een grote verrassing was om zoveel ARFs te vinden, omdat het door natuurlijke selectie instandhouden van ARFs zeer "kostbaar" is. Dat wil zeggen: mutaties in de ene lezing hebben direct invloed op de ander lezing.
Vaak zijn de eiwitten die ontstaan uit alternatieve lezingen gerelateerd aan eenzelfde functie of proces in de cel. De onderzoekers vergeleken bekende ARFs van mensen, muizen en enkele andere zoogdieren en ontdekten dat ze zeer goed "geconserveerd" waren (daarmee bedoelen ze niet-geëvolueerd).
1Chung, Wadhawan, Szklarczyk, Pond, en Nekrutenko, "A First Look at ARFome: Dual-Coding Genes in Mammalian Genomes," Public Library of Science: Computational Biology 18 mei 2007.

Probeer maar eens een paragraaf te schrijven die op drie verschillende manieren gelezen kan worden, afhankelijk van de beginletter. Zelfs voor een doorwinterde puzzelaar zal dat nog wel de nodige hoofdbrekens kosten. Als straks blijkt dat dit in de genetische code een normaal verschijnsel is, openbaart het een verbazingwekkend hoog niveau van intelligent ontwerp. Hoe en waarom zou een blind proces zoiets doen? Heb je gemerkt dat genetici niet zochten naar deze mate van complexiteit, omdat ze niet 'geloofden' dat het mogelijk was? Door deze intelligente vorm van datacompressie zou de functionele informatie van het genoom nog wel eens veel groter kunnen zijn dan genetici ooit hebben durven geloven.
Over 'geconserveerde genen' gesproken, die zijn ook niet zeldzaam. Er zijn grote stukken DNA die hetzelfde zijn bij bijvoorbeeld vogels en mensen. Dat is erg vreemd, als je bedenkt hoe ver vogels en mensen van elkaar 'verwijderd' zijn volgens de evolutietheorie. Waarom zouden die stukken onveranderd blijven, als ze (zoals blijkt bij sommige stukken) niet belangrijk zijn voor overleving? Net als bij overeenkomsten in bouw is het veel logischer om hierbij te denken aan een gemeenschappelijke Ontwerper.

Bron: CEH 20 mei 2007

03-12-2007
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe zijn de menselijke rassen ontstaan?
Genen zijn essentieel ten aanzien van voorplanting en erfelijkheid, De genen zijn de dragers van de informatie betreffende al onze erfelijke eigenschappen,zoals kleur haar en ogen, huidtype,maar ook erfelijke ziekten. Het gen op zijn beurt is weer een stukje van het DNA dat de code omvat van een eigenschap. Genen liggen dus verspreid op de chromosomen.

Het nageslacht zal in grote lijnen alleen maar die kenmerken hebben die de stichters met zich meedroegen. Als de menselijke oertypen Adam en Eva maximaal heterozygoot (lees verschillend) zijn geweest voor hun neutrale genen, dan zal in het nageslacht die oorspronkelijke heterozygose steeds verder afnemen door isolatie, inteelt en selectie, omdat er steeds meer genen homozygoot (lees gelijk) zullen worden. Mutaties kunnen vervolgens genen die nog 'aan' staan alsnog uitschakelen, of in beperkte mate 'afgeleide' varianten veroorzaken (zoals bij de bloedgroepen bijvoorbeeld) met name onder de neutrale genen.

Leer meer...klik hier.

21-04-2008
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mutaties in genen. Prof.M.Giertych

Genen en mutaties.

 






 

















Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

 




Andere:
  • Website revolutietheorie
  • Blog revolutietheorie
  • Blog evolutietheorie
  • Forum
  • Argumenten voor evolutietheorie
  • Fossielen
  • Mutatie
  • Evolutie


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!