Ik ben Frank Suys
Ik ben een man en woon in Bornem - Hingene (België) en mijn beroep is Trainer Aseptic mfg. bij Pfizer-Puurs.
Ik ben geboren op 11/11/1961 en ben nu dus 48 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Wielrennen.
Dit blog is een overzicht van 33 jaar in de wielersport.De zwarte tekst gaat terug van 1977 tot 2008, groen= 2009
Het is goed om een doel te hebben, maar het is de reis, die uiteindelijk telt
13-10-2009
Ode aan een grootheid !
Beste Frank,
Frank, ik heb U leren kennen in 1992 toen je nog bij de
juniores reed. Bijna had ik de eer om 14 dagen jou ploegleider te zijn. Je had
maar graag, als Belgische kampioen, meegegaan naar de Tour de l’Abitibi in
Canada, samen met je vriend Steve De Wolf. Maar de ronde viel juist in een
rustperiode in de opbouw naar het WK toe. Na enig overleg besloot je met pijn
in het hart om dit evenement aan je voorbij te laten gaan. Het bracht je een
bronzen medaille op in Athene.
Je was een renner naar m’n hart. Geen grootspraak, nee !
Want wat je voorspelde kwam ook uit. Dáár val ik aan, dáár ga ik winnen ! En
dat deed je ook. Je overwinning in Luik-Bastenaken-Luik was een hemels moment.
Maar wat dan gezegd van de Scheldeprijs in 1996 ? Kilometers lang reed je met
50m voorsprong op een jagend peloton. Hoe hard ze ook reden, hoeveel renners er
ook kwamen helpen, niemand kreeg dat kleine gaatje dicht. Tot op de dag van
vandaag heb ik nog niemand U dat zien nadoen. En het WK in 1999 ? Een ganse
wedstrijd met 2 gebroken polsen, om dan nog als 7e te finishen:
groot, groter, grootst !
Maar toen begon jou ster te fel te schijnen.
Verdachtmakingen, opzienbarende arrestaties, en aanslepende processen. Ook
anderen hebben dit meegemaakt. Ze kwamen er soms nog sterker uit. Waarom heeft
het jou dan wel gekraakt ? Simpelweg omdat je een lieve jongen bent, die tegen
dit onrecht niet opkon. Een echte crimineel staat ook hier boven, kan zich
alles permitteren. Jij dus niet. Ja, waarschijnlijk was er vuur waar er rook
was, maar welke prof kon er in die tijd de eerste steen smijten ? Het werd je
allemaal teveel en het ging steeds meer de verkeerde kant uit. Je wou de mensen
plezieren van op je fiets. Je wou nog éénmaal laten zien wie de echte VDB was,
maar je kwam er niet meer aan toe.
De echte helden van deze wereld sterven meestal jong en dramatisch.
Ze zijn gedoemd een kort en krachtig bestaan te leiden. Het aardse leven is
niet aan hen besteed. Hun ster schijnt veel te hevig en hoort boven aan de
hemel te staan. Zij zijn niet zoals de fake-helden waar altijd alles op z’n
pootjes valt. Daar zijn ze te eerlijk voor. Een eigenschap die in het aardse
leven niet altijd gewaardeerd wordt.
“Ik ben God niet” schreef je in je boek. Frank, Voor mij was
je dit wel ! Rust in Vrede.
Vandaag heb ik een uitstapje
gemaakt naar een Vrije Bond uit West-Vlaanderen. De LFT (weet écht niet waar de
afkorting voor staat). Ik heb pas enkele weken geleden over het bestaan van
deze Bond gehoord, en aangezien het hun laatste wedstrijd van het seizoen was,
wou ik er eens gaan proeven.
Aangezien het een criterium was,
reden alle reeksen samen. Dat betekende dus van 18 jaar tot 54 jaar !. En er
waren zelfs enkele Elite ZC van de partij. Direct na de start was het vlammen.
22 ronden, 15 bochten per ronde, kan je tellen ? Niet echt m’n dada. Naar voor
rijden zat er niet in. Niet naar achter zakken was de boodschap. Op een gegeven
moment viel er een gat, er zat niet anders op dan op de 12 een sprintje te
trekken om dat gat terug te dichten. Op het einde stond er toch nog 40km/uur op
de teller. Meer dan de helft van de renners heeft de eindstreep niet gezien !
Na een ronde of 7 trokken
vooraan 4 renners in de aanval. En er was één C (mijn reeks) mee geglipt:
Patrick Watteny. En toen deze 4 elke ronde wat meer voorsprong namen, wist ik
het zeker: Het is over voor vandaag !
En toen had ik voor één keer het
geluk aan m’n zijde. Pech voor Patrick, z’n ketting brak in 2 ! Meteen zat er
terug een winstkans in. We waren toen maar met een 20-tal renners in de groep
en na even rondkijken bleken er maar 3 C-renners aan boord te zijn. Eén daarvan
was Dirk Pieters. Johan Vervaecke, die ik nog kende van de BVWB van vorig
seizoen, had me deze renner voor de start aangeduid als “de rapste van de C’s !”).
Hem moest ik dus in het oog houden.
Op 200m van de meet was er nog
een dubbele bocht, daar moest ik vooraan zitten. Ik zat op 100m vóór de dubbele
bochten nog rond de 9e plaats, in het wiel van Pieters. Dat was te
ver. Ik begon dus daar maar al te spurten, en slaagde erin vooraan de bochten
te nemen. Pieters was verrast, ik zag hem niet meer terug ! Nr. 98 dus, op een
diefje. Want zonder de pech hadden de bloemen voor Watteny geweest.
Toeval dat ik vandaag het geluk
aan m’n kant had ? Mogelijk. Al is het verdacht dat ik net vandaag 13 jaar getrouwd ben !! ;-)
Bijna een maand na het behalen van de Belgische titel had ik
met de tricolore trui nog geen overwinning kunnen behalen. Het was inderdaad
even wennen om hierin rond te rijden. Je wordt meer in de gaten gehouden en
daar moet je mee rekening houden bij het indelen van je koers.
Net zoals in Vrasene meestal het Belgisch
kampioenschap plaats had werd er aan Café “De Pluim’ in Oosteeklo telkens
gestreden voor de titel van Oostvlaams Kampioen. Die titel kon ik niet winnen
aangezien ik in de provincie Antwerpen woon, maar ik mocht er natuurlijk wel
van start gaan. Ondanks de vele ontsnappingen kwam het op het einde toch tot
een massaspurt en eentje die me op het lijf geschreven is. Een snelle bocht op
200m van de meet die ik als eerste nam, en dan fullspeed naar de meet ! Met
enkele lengten voorsprong won ik op Nico Tijtgat, een toffe gast en goeie vriend
uit Deinze. Hij kroonde zich dan ook tot Provinciaal kampioen van Oost Vlaanderen !
Interview na de eerste overwinning in kampioenentrui.
Samen met Provinciaal Kampioen Nico Tijtgat en z'n ouders.
19 juli 1998: Vrasene: Belgisch Kampioenschap (WAOD-T)
Het Belgisch kampioenschap had, zoals alle jaren, plaats in
Vrasene, een deelgemeente van Beveren. En ondanks mijn 3 zeges de afgelopen
weken en een prima vorm, was ik die dag totaal niet zenuwachtig. Waarom ook ?
Vorig jaar favoriet, maar de goeie ontsnapping gemist. Enkele weken terug: in
winnende positie op het Provinciaal kampioenschap, maar pedaalbreuk. Ik had
voor mezelf besloten dat dit voor mij niet weggelegd was en dat ik me dan ook
niet zenuwachtig moest maken om niets. Een goeie gedachte, zo bleek.
In de wedstrijd trok ik direct zelf in de aanval, en kreeg 3
renners mee. Maar alles kwam terug. Enkele ronde later een ontsnapping met 7,
weer was ik erbij, maar weer viel de volledige groep ons op de nek. Op 4 ronden
voor het einde trokken 7 renners in de aanval en deze maal had ik me laten
verrassen. “Zie je wel, goed rijden, en als ze éénmaal wegrijden zonder jou, is
het de juiste ontsnapping. Weer niets vandaag !!”. Dat is wat me door het hoofd
schoot. Maar het maakte me zo ongelofelijk kwaad dat ik vanuit misschien wel 20e
positie uit de groep demarreerde. Enkel Timbeur kon m’n wiel houden en met z’n
tweeën reden we van de groep weg. Intussen was het verschil met de kopgroep al
zeker 20”. Maar de adrenaline bleef stromen. Ik moest en zou de leiders
bijhalen !! Bijna een volledige ronde heeft het geduurd, maar met de hulp van
Timbeur slaagde ik toch in m’n opzet. En op dat moment was ik zeker: IK en
niemand anders zou hier vandaag kampioen worden ! Bij het ingaan van de laatste
ronde was er nog een premie, en door deze spurt splitste de groep in 2. Patrick
Joos, Eddy Nachtegaele, Freddy Vlerick en ik reden van de anderen weg. In de
sprint moest ik vooral met Freddy rekening houden. Hij was zeker niet van de
traagste. Maar hij wou waarschijnlijk té graag winnen. Bij elke poging van Eddy
of Patrick om nog weg te raken, sprong hij direct op het wiel. Ik moest me dus
geen zorgen maken, het zou een sprint met 4 worden. Net voor de laatste bocht
probeerde Nachtegaele het een laatste maal, en weer was het Freddy Vlerick die
direct reageerde. Ik zat dus ideaal geplaatst. Toen op een 300m van de meet Eddy
Nachtegaele de benen stilhield, wist ik mijn moment gekomen. Ik ging vol aan en
nam enkele lengten voorsprong. Het lukte me om deze tot op de meet vast te
houden. Ik was Belgisch Kampioen !!! Hiervoor was ik renner geworden. Als kind
vond ik dit zo’n knappe trui dat ik die zelf wel eens wou dragen. En vandaag,
op 36 jarige leeftijd, werd die jongensdroom waarheid !
Een foto tijdens de wedstrijd met links van mij Timbeur. Met hem reed ik nog naar de kopgroep toe.
De Sprint. Twee lengten voorsprong op Freddy Vlerick. Verderop Patrick Joos en Eddy Nachtegaele
De wedstrijd in Adegem kende een snelle beslissing. Op de enige helling van het parcours (bijna 1 km, niet écht zwaar, maar met de wind op kop) trokken we met 4 in de aanval. Naast 3 AB-renners was ik de enige van de T-reeks. En aangezien onze voorsprong al snel geruststellend was, was de zege voor mij al binnen. In de laatste ronde keken m'n vluchtgenoten vooral naar mekaar, zodat ik nog kon wegrijden en met een halve minuut voorsprong over de aankomstlijn reed.
97 ! Een beetje te overmoedig in het
begin. In een gezamelijke VWF-wedstrijd (A, B en C’s) wilde ik de groep snel
uit mekaar trekken. Er stond redelijk wat wind en ik hoopte met een groepje
voorop te raken. 2x sprong ik zelf weg, 2x kreeg ik enkele renners mee, met oa
Mario Van Gucht en Rudy Thomas, de wereldkampioenen in de A en B-reeks. Maar
toen we terug gegrepen werden en de twee regenbogen zelf in de aanval trokken,
moest ik even passen. Genoeg om ze voorgoed zien weg te rijden. Gelukkig namen ze geen C’s mee, zodat alles er nog inzat. De benen waren zeer goed vandaag,
zodat ik nog enkele keren mee in de aanval ging, maar uiteindelijk was het de
spurt die moest beslissen wie met de bloemen naar huis ging. Met snelle mannen
als Nico De Weirdt en Etienne Claus was winst nog lang niet zeker. Gelukkig
raakte ik niet ingesloten en kon gepast naar voor schuiven. In het zog van
B-renner Dirk De Bondt kon ik alle concurrenten afhouden om m’n eerste VWF-zege
van het seizoen te boeken. De 5e overwinning van 2009 !
Op koersen in september die pas om 19u starten, moet je snel rijden om voor het donker binnen te zijn. 't Was zéér nipt vandaag
Sinds ik 2 jaar terug bij de Vrije Bonden was gestart, had
ik enkel nog maar wedstrijden bij de WAOD gewonnen. In Denderbelle kwam daar
verandering in . In de VWF-wedstrijd (cat. A) kon ik mijn uitstekende conditie
verzilveren. Van in de start trok ik er alleen vanonder. In 3 schijfjes sloten
renners aan, zodat we op het einde van ronde 2 met 7 waren. Eén van hen was
dorpsgenoot Kurt Peeters. Toen hij 12 was hadden we pas de “Klein-Brabantse
Wielerschool opgericht”. Ik was één van de begeleiders die samen met een 10-tal
“aspiranten”, waaronder Kurt, op
woensdag ging trainen en waarmee we tijdens de weekends naar de wedstrijden in
Nederland gingen. Intussen was Kurt een veelwinnaar geworden bij de Juniores
maar had bij de Elite ZC de fiets aan de haak gehangen. Hij was dit jaar terug
gestart bij de Vrije Bonden. En nu reden we dus samen voorop: hij 20, ik 37 … .
Op het einde van de wedstrijd was ik nog sterk genoeg om
elke aanval in de kiem te smoren. En door een late uitval van Vlaeminck, was ik
ideaal gelanceerd om met enkele lengen voorsprong m’n eerste VWF-wedstrijd te
winnen.
Sprintwinnaar in Denderbelle. De rare houding kwam door een windvlaag die me, door het opsteken van de armen, bijna onderuit trok. Kurt Peeters, links van mij op de foto, werd 4e
Bijna elke wedstrijd bij de 5 eersten rijden, maar niet
kunnen winnen. Dat was mijn lot na m’n eerste zege dat jaar in Dikkelvenne.
Maar op 27 juni kon het niet meer misgaan. Die dag had het Provinciaal
kampioenschap van Antwerpen plaats in, jawel, het Oostvlaamse Moerzeke. Van bij
de start trok ik in de aanval en voor de anderen van de verrassing bekomen
waren, reden we met 10 voorop. Daarbij enkel Frankie Van Hemelrijck uit St. Amands als
concurrent voor de Antwerpse titel. Nu ja, concurrent ? Ik moest hem enkel in
het vizier houden. Frankie heeft namelijk geen sterke sprint. Maar dan sloeg
het noodlot toe. 3 ronden voor het einde brak één van mijn “excentrische”
pedalen af. (Pedalen die ook een horizontale beweging hadden. Fantastisch
gevoel, maar wel niet slijtvast. Deze bestaan nu, spijtig genoeg, niet meer).
Meteen gedaan dus, geen eerste titel L.
Diezelfde avond liet ik nog nieuwe pedalen
monteren. Zelfde soort maar met nog een groter draagvlak. Was het dat of de
adrenaline na de verloren titel ? Feit is dat ik een dag later vloog! In de tweede
ronde sprong ik weg op een stuk met de wind op kop. Slecht één renner kon m’n
wiel houden. Toen ik wat later vroeg om over te nemen, kon hij niet. Na 3x
vragen had ik er genoeg van en ging wat uitleg vragen. Wat bleek ? Zijn naam
was Patrick Franssens, hij had vroeger gekoerst maar was al een paar jaar
gestopt. En omdat het in zijn eigen gemeente was, wou hij nog eens meerijden.
Ik geloofde hem en zette mij dus weer aan kop, zonder nog eenmaal te vragen om
over te nemen. De rest van de wedstrijd reed ik rond alsof ik alleen was. Alle
ronden was er een premie van 200 Bfr, die ik allemaal (een 10-tal) op zak stak.
Ik vond mezelf op een gegeven moment zelfs wat hebberig worden en stelde Patrick
voor om toch ook minstens één premie te nemen. Maar hij weigerde. Hij was al
blij dat hij mocht meerijden. De laatste kilometer was hij zelfs nog zo fair om
me alleen naar de aankomst te laten rijden. Patrick werd tweede en Evert Van
Hecke derde op … 2,5 minuut ! Een zeer mooie overwinning, die de ontgoocheling
van de dag voordien wat wegspoelde.
Alleen voorop naar de aankomst rijden. Voor een sprinter een speciaal gevoel.
Samen met Belgisch kampioen én organisator van de wedstrijd Marc De Ben.
1998 was een uitzonderlijk jaar. Voor het eerst speelde ik
vanaf de eerste wedstrijddag mee voor de overwinning. Toch zou het tot 3 mei
duren voor ik m’n eerste overwinning kon binnenhalen. Op het heuvelachtige
parcours van Dikkelvenne. Met 2 renners uit de T-reeks schoven we mee met een
6-tal AB-renners. Marc De Ben was dus m’n enige concurrent om de overwinning.
En alhoewel Marc een keigoed renner was, zonder meer de beste allround, zijn
sprint was te zwak om mij te bedreigen. In de laatste ronde lieten we het gat
vallen op de AB’s om zo onderling voor de zege te spurten. Op de foto zie je
Marc in 3e positie (B-renner Vandenbeurie hang nog tussen ons.) De
eerste seizoenszege was eindelijk binnen. Het begin van een mooie reeks !
96 !! Eindelijk! Eindelijk
nog eens een overwinning nadat ik ook mee de koers heb kunnen maken. Direct na
de start trokken we met 5 in de aanval. De C’s Guy De Jonghe, Gino Verberckmoes
en Eric Slock en de 2 “oudjes”, Patrick Bolssens en ikzelf. Er werd goed
rondgereden, al moet ik eerlijk bekennen dat Guy De Jonghe de beste was van de
5. We liepen tot 50 seconden uit maar moesten rond halfwedstrijd toch nog het
gezelschap dulden van Wim Arras, Peter Mol, Philippe Hotome en John Ackermans.
Alle 4 zijn dat C’s zodat ik in mijn reeks enkel met Bolssens af te rekenen
had. Toch was ik er niet gerust in want vorige week had ik hem slechts nipt
geklopt om de derde plaats in Melsele. Dat alles zou samenblijven, daar was ik
zeker van. Wim Arras is ontegensprekelijk de snelste en zou daar wel voor
zorgen. Net voor de laatste bocht zat Bolssens nog in mijn wiel, maar hij
verkoos blijkbaar het wiel van Arras te kiezen. Maar toen deze aanzette moest
Patrick het wiel lossen, genoeg voor mij om hem langs links voorbij te spurten.
Arras kwam eerst over de meet, voor Hotome en als derde mocht ik de bloemen
afhalen als winnaar bij de D’s.
De eerste keer dat ik een overwinning behaal
voor de ogen van m’n kleinkinderen, London en Vegas. Ze hadden zich schor
geroepen tijdens de koers, en mochten dus zeker niet ontbreken op de foto !
Van de volgende wedstrijden is er een gat in m’n archief (en
geheugen). Op 30 augustus won ik een wedstrijd in Ronsele. Een week later, 7
september was het prijs in Doorslaar en nog 2 weken verder, op 20 september,
haalde ik m’n laatste seizoenszege in Meerdonk. Dat bracht m’n totaal in 1997
op 7, wat voor mezelf een record was. De totaalteller staat daarmee op 30.
Juli 1997: Temse, Hofstade, Vrasene-niet, Oostakker
Na m’n eerste overwinning in het voorjaar, was ik wat
stilgevallen. Maar in juli draaide het plots terug zoals het moest. Ik had van
het Belgisch kampioenschap in Vrasene een hoofddoel gemaakt en bleek net op
tijd in vorm te zijn. Donderdag won ik de wedstrijd in Temse, en één dag later
was ik weer de beste in Hofstade. Ik was er klaar voor, de titel kon me niet
ontglippen. Maar waar ik niet op had gerekend was wat ze zo mooi de “favorietenrol”
noemden. Ik had die nog nooit gehad en nu dus wel. Man, man: zénuwen !!! Nog
nooit zoveel last van gehad. En tijdens de wedstrijd beterde dit ook niet. Integendeel,
het sloeg echt op de benen. Pas half wedstrijd waren de zenuwen weg, maar ook
de titelkansen. 8 renners hadden zich afgezonderd en reden met een minuut
voorsprong. Het kalf was verdronken. Uiteindelijk werd ik pas 12e en
een illusie armer.
2 dagen later reed ik m’n volgende wedstrijd, in Oostakker.
En weer was het prijs: 3 overwinningen op 6 dagen … maar geen titel !
In m’n 2e jaar bij de WAOD had ik een vergunning
genomen in de T-reeks. T staat voor Toeristen, maar vergis je niet. Echte
toeristen, die koersen niet. Die doen zondag een fietstochtje onder vrienden en
gaan daarna samen een pint pakken (verdorie, dat klinkt goed !?!). Bij de WAOD
was het enkel een naam voor een “open” reeks. Ik had het jaar voordien gezien dat
ik zowat op het niveau van de toppers in die reeks reed. Plus het feit dat ze
aparte wedstrijden en een rondje (Nazareth) reden, deed me daar een vergunning
nemen. Meestal reden we samen met de AB-reeks.
Zo ook in Zaffelare. M’n seizoenstart was al heel goed
geweest voor mijn doen, met enkele top 5 plaatsen in de eerste maanden, wat me,
als “zonnecoureur” niet alle jaren lukt. In Zaffelare had ik Johny De Nul
gespot. Johny was jarenlang de Kermiskoning bij de Profs geweest (58 overwinningen
!!) en had besloten om nog eens terug in wedstrijden uit te komen. Reeds in de
eerste ronde trok hij ten aanval. Ik direct mee natuurlijk samen met Willy De
Backer, die ik ook nog kende van uit m’n Liefhebberstijd. De eerste keer dat we
aan kop moesten komen waren we al 2 ronden verder ! Als Johny zich op de grote
molen legt, kan je maar beter gewoon in het wiel blijven ! Daarna was het een
simpele afspraak: ik 200m kop, dan Willy 200m en daarna Johny: 500m !! Zonder
problemen reden we een dikke minuut voorsprong samen. Willy en Johny waren B’s,
dus ik zat in een zetel ! In de laatste ronde hebben we Johny De Nul uit
respect alleen laten wegrijden. En ook Willy liet ik rijden, want ik wou op m’n
eentje m’n hand in de lucht kunnen steken. M’n eerste “Toeristen”-overwinning
was binnen !
Gans de wedstrijd voorop met Johny De Nul (blauw) en Willy De Backer (rood)
Bijna 2 minuten voorsprong op de groep, met dank aan Johny !
1996: Na een
onderbreking van bijna 10 jaar, waarin ik vooral andere renners begeleid had,
stapte ik zelf terug op de fiets. En, ja hoor, ik moest weer van 0 beginnen !
De eerste koers in Buggenhout: 2 km meegereden en in een afdaling uit de wielen
gereden !! En dat ging nog een tijdje door. Soms lossen, soms de koers uitrijden,
soms zelfs een (plat) prijske ! Begin juli moest ik een kleine operatie
ondergaan waardoor ik er veertien dagen tussenuit was. Dat moet niet slecht
geweest zijn want daarna begon het plots te vlotten: 10e in Beveren,
8e in St. Niklaas, 8e in Booischot. M’n 3 eerste top 10
plaatsen dat jaar. En dan kwam Temse-Velle. Ik had een goed (voor)gevoel (en,
heb ik later meerdere malen ondervonden, een goed (voor)gevoel staat meestal
garant voor een overwinning !, raar maar waar !!) De koers vond plaats op 10
augustus, de dag van de welgekende Dodentocht in Bornem. M’n vrouw had er ’s
nachts graag naar gaan kijken maar ik wou niet mee “Anders win ik morgen niet !”
Ongeloof, slecht gezind, tja nu moest ik wel winnen hé !
De wedstrijd
zelf begon nochtans niet al te best. Ik raakte wat achteraan in de smalle wegen
op de Velle, en dan is het knokken om het wiel voor U te houden. Maar ik begon
beter en beter te rijden en slaagde erin om in de voorlaatste ronde mee te
springen. De beslissende ontsnapping met 8 was vertrokken. En, alhoewel ik dat
jaar nog niet korter dan de 8e plaats gereden had, wist ik gewoon
dat ik ging winnen. Op een late uitval van, denk ik, Marc Steenberghe, reageerde ik onmiddellijk waardoor ik vanuit 2e
positie de sprint kon aangaan, terwijl achter mij een klein gaatje viel. Ik
begon dus goed op tijd te sprinten en hield aan de meet een volle lengte over.
Iedereen verrast natuurlijk. Wie ? Frank Suys ? Ene met een dagvergunning zeker ? Nee dus.
Gewoon iemand die 10 jaar niet meer op de fiets had gezeten en een half jaar
nodig heeft gehad om terug in het wedstrijdritme te komen J
Koers in Bazel, WAOD. Prachtig
parcours met een aartsmoeilijke aankomst. Een lange rechte lijn van zo’n 3-400
m die lichtjes omhoog gaat. En vandaag nog met de wind op kop ook. Onverwacht
werd het weer een massaspurt. 7 renners hebben het grootste gedeelte van de
wedstrijd voorop gereden, maar door een prachtige achtervolging in de groep
(amaai, wat ging dat hard !) kwam alles in de voorlaatste ronde toch nog samen.
In de C-reeks ( ik ben dus D) zaten Hans Verlinden en Wim Arras. Ik ben ervan
overtuigd dat dit de 2 rapsten zijn van alle vrije bonden samen. In de laatste
bocht zat ik nog iets te ver, 10e, 15e positie. Maar
gelukkig had ik op rechts nog net een gaatje om naar voor te schuiven. Net op
dat moment gingen de 2 sprintbommen aan, voorbeeldig gepiloteerd door Walter de
Veerman, de Renshaw van dienst ! Het lukte me om als enige in het wiel te
blijven, en alzo m’n 3e zege van het seizoen binnen te halen.
Categorie CD: 1.Wim Arras (Emblem, winnaar cat. C) 2.Hans Verlinden (C2) 3.Frank Suys
(Hingene, winnaar cat. D) 4.Nico De Weirdt (C3) 5.Matti De Baat (C4)
6.Marc Clerckx (C5) 7.Dirk Van Hove (D2) 8.Geert Van Speybroeck (C6)
9.Ivan Wulffaert (D3) 10.Marc Vanparrijs (C7) 11.Danny Van Oyen (D4)
12.Walter De Veerman (C8) 13.Danny Van Hoof (C9) 14.Rudy Geeraert (D5)
15.Philippe Hollebeke (C10) 16.Ko Harms (D6) 17.Françus Van Gorp (C11)
18.Dirk Goolaerts (C12) 19.Franky De Fijn (C13) 20.Walter De Smet (C14)
21.Henri De Decker (D7) 22.Evert Heckhardt (D8) 23.Marc Cossyns (C15)
24.Alain Goolaerts (C16) 25.Dominique Felde (C17) 26.Johan De Rop (C18)
27.Kees De Wijze (C19) 28.Peter Van Goethem (C20) 29.Franky Boel (C21)
30.Filip Vereecke (C22)
De massaspurt: 1e D, achter de C's: Wim Arras en Hans Verlinden
Slecht enkele dagen uitstel !
Vandaag ,m’n 2e koers in DECCA-outfit, was het prijs. 2e
overwinning van het seizoen.
Met meer dan
140 stonden we aan
de start in Merelbeke, aangezien zowel de AB’s als de CD’s moesten
samen rijden. Vorig jaar had ik daar ook nog gewonnen, dus motivatie
genoeg. Ik had
goede benen en streed tot ongeveer half wedstrijd steeds vooraan mee.
Maar gemakkelijk is dat niet op zo’n brede wegen.
Je zit van voor, raak even wat ingesloten en langs de andere kant van de weg
gaan 30 renners je voorbij. En dan moet je opnieuw beginnen. Dus nam ik het
besluit op me wat meer achteraan in de groep te zetten en de spurt af te
wachten. 6 renners reden nog weg, maar geen D’s bij. Dus laat maar rijden. De
laatste ronde kon ik mooi naar voor schuiven zodat ik in de slingerende laatste
lijn bij de eerste 10 zat. Ik slaagde erin om nog wat op te schuiven en als 5e
over de meet te gaan. Maar het voornaamste: ik had alle D’s kunnen afhouden
zodat de tweede zege binnen één week een feit was.
Op de foto , samen met de winnaar bij de C's: Arie De Moor
Categorie CD: 1.Arie De Moor (Gontrode, winnaar cat. C) 2.Mario Lammens (C2) 3.Pascal Van De Velde (C3) 4.Nico De Weirdt (C4) 5.Hans Verlinden (C5) 6.Frank Suys
(Hingene, winnaar cat. D) 7.Ivan Wulffaert (D2) 8.Patrick Watteny (D3)
9.Kurt Victor (C6) 10.Peter Kerckaert (D4) 11.Idesbald Nevejans (D5)
12.Peter Ballet (D6) 13.Philippe Hotome (C7) 14.Henri De Decker (D7)
15.Sven De Vlieger (C8) 16.Filip Vereecke (C9) 17.Steve Ferguson (C10)
18.Bart Neirynck (C11) 19.Stanny Benoot (C12) 20.Marc Cossyns (C13)
21.Henny De Bouver (C14) 22.Wim Heyndrickx (C15) 23.Rob Ocraft (D8)
24.Geert Hebbrecht (C16) 25.Marc Borghgraef (D9) 26.Daniel Denis (D10)
27.Willy Den Haese (C17) 28.X (86 Of 79) (C18) 29.Luc Puimege (C19)
30.Eric Slock (C20)
Sinds deze week ben ik lid van
het DECCA TEST TEAM. Decca had enkele maanden geleden kandidaten gevraagd om
hun nieuwste kledij een jaar lang uit te testen. Kandidaten genoeg natuurlijk,
maar slechts 8 zijn uitverkoren. En ik ben één van de gelukkigen !! Donderdag
arriveerde het basispakket. Prachtige kledij met zwart als hoofdkleur. Alles
paste mooi zodat ik er diezelfde avond al mee kon uitpakken tijdens de koers in
Beveren. En had ik niet dom gespurt, had ik er al direct de overwinning mee
kunnen binnenhalen. Van veel te ver op kop en de laatste 50m stilgevallen: 4e
pas. Het had mooi geweest !
Eindelijk. Na een desastreuze seizoenstart ben ik er eindelijk in geslaagd m’n eerste seizoenszege binnen te halen. En dan nog in de Lindenlaan in Beveren. Hoeveel keer ik daar al gekoerst heb, weet ik niet , maar winnen was me er nog nooit gelukt. Wel 5x (!!) een tweede plaats. Maar maandag lukte het dus wel. In de eerste ronden ben ik een paar maal meegegaan met een ontsnapping maar al snel had ik door dat wegrijden bijna onmogelijk zou zijn. Dus hielt ik me de rest van de koers kalm in de hoop op een massaspurt. En die kwam er ook. Bij de jongere C’s ( ik ben D) zaten de snelste mannen. Niet alleen Walter De Veerman, maar vooral Wim Arras. Deze ex-prof (PDM-Lotto), in 1987 winnaar van Parijs-Brussel, is dit jaar weer beginnen koersen. En eens een sprinter, altijd een sprinter. Ik had me voorgenomen hun wiel te zoeken en vanuit die positie de sprint te beginnen. En zo gebeurde, Arras en De Veerman spurtten schouder tegen schouder, ik mooi in hun wiel met Claus (nog een C) naast mij. Ik kon geen kant meer uit maar de snelheid lag hoog genoeg om niemand nog te laten terugkomen. Mijn kortste belager was Marc Goossens, maar die was ik op 200m voor de meet al voorbijgereden. Al bij al dus een gemakkelijke zege bij de D’s. En vooral het vertrouwen dat terug is. De eerste overwinning is binnen. Nog 7 om m’n doel te bereiken. Het zal zéér moeilijk worden (maar niet onmogelijk J )
Categorie CD: 1.Wim Arras (winnaar cat. C) 2.Walter De Veerman (C2) 3.Etienne Claus (C3) 4.Frank Suys (Hingene, winnaar cat. D) 5.Alain Mortier (C4) 6.Marc Goossens (D2) 7.Hans Van Nieuwenhuyse (C5) 8.Gino Verberckmoes (C6) 9.Carlo Schollaert (C7) 10.Keny Wille (D3) 11.Tommy Heyse (D4) 12.Georges Vergauwe (D5) 13.Henri De Decker (D6) 14.Robert Standaert (D7) 15.Kurt Van Raemdonck (C8) 16.Patrick Van Hulle (D8) 17.Geert Smet (D9) 18.Karel De Ravet (D10) 19.Johan De Rop (C9) 20.Dirk Goolaerts (C10) 21.Frank De Coninck (C11) 22.Danny Van Hoof (C12) 23.Rudy Verheyen (C13) 24.Peter Flach (C14) 25.Marc Vanparrijs (C15) 26.Kees De Wijze (C16) 27.Alain Goolaerts (C17) 28.Eric Slock (C18) 29.Bart Neirynck (C19) 30.Nic Vermeersch (C20)
Ondanks het feit dat ik in ’85 pas halfweg het seizoen gestart was, leek 1986 het “jaar teveel” te worden. Veel trainen deed ik niet meer, alleen nog veel koersen. Ik reed er dat jaar liefs 80 ! Maar de uitslagen waren er dan ook naar. Top 10 dat lukte nog regelmatig, maar slechts 3x slaagde ik erin de top 5 te halen. En niet toevallig gebeurde dat dan nog op 5 dagen tijd. (De conditie die niet genoeg onderbouwd is, verdwijnt al even snel !) Zondag was ik 3e geëindigd in Berlare door in een sprint te verliezen van Eric Vereecken (ja, die van Hulst die nu nog koerst !) en Willy De Backer (ook nog actief geweest bij de Vrije Bonden). Maandag weer 3e in St. Truiden, waar ik in ’83 nog de overwinning haalde. En woensdag was ik weer present op hetzelfde parcours in St. Truiden. 59 deelnemers, en zoals dat vroeger was, vooral renners van Zuid-Limburgse en Sport & Steun Leopoldsburg. Vrij vroeg reden we met acht weg, 5 Zuid-limburgers, 2 van Leopoldsburg en ik als vreemde eend. Ploegenspel kende men toen duidelijk nog niet, het was blijkbaar meer zaak om de eerste van de club te zijn. Toen in de laatste ronde Eric van Hove van Leopoldsburg ging, reageerde maar één renner: Koen Thijssen, ook van Leopoldsburg. Ik had rap door dat de 5 ploegmaats vooral mekaar gingen beloeren en ging dan maar zelf in achtervolging. Maar het duurde lang voor ik ze te pakken hadden. Toen de sprint werd ingezet, zat ik nog op 10m. Maar met een lange inspanning slaagde ik er op de meet in om Koen Thijssen met een wiel te kloppen. Mooie overwinning, tweede ook in St. Truiden, waardoor m’n liefde voor de Limburgse koersen nog maar eens bevestigd werd.
Dit was mijn 22e overwinningen en het zou de laatste worden in de jeugdcategorieën.Op het einde van dat jaar stopte ik er definitief (??) mee. Ik werd mecanieker bij de Club , later penningmeester, secretaris en ploegleider. M’n eerste wedstrijd als ploegleider bij de nieuwelingen was een prachtig succes. Met 30 ploegen van 5 renners en dan de 1e , 2e, 3e en 5e plaats wegkapen, met renners zoals Kurt Van Bulck, de gebroeders Borms en René Goossens, dat was een plezier om mee te maken !! . Later werd ik ook nog ploegleider van ons Damesteam. Een topteam in die tijd: Met Heidi Van De Vijver, Vanja Vonckx, Lydia Vandebosch, Krista Claes (nu Mevr. Marc Wauters), Sabine Snijers en nog enkele andere hadden we niet veel concurrentie toen. Ik deed met hen ook verschillende buitenlandse wedstrijden en met de juniores en Liefhebbers ging ik zelfs tot in Canada.
Maar het bloed stroomt waar het niet gaan kan, en 10 jaar na m’n laatste koers, kroop ik terug zélf op de fiets …
1985 was het jaar van mijn eerste come-back (er zouden er nog wel enkele volgen J). Na het vorige seizoen had ik aangekondigd te zullen stoppen. Getrouwd, vader geworden, aan’t bouwen … allemaal zaken waardoor het hoofd niet meer naar trainen en koersen staat. Maar naar de zomer toe begon het terug te kriebelen en op 2 juli stond ik terug aan de start van een wedstrijd. De resultaten waren er natuurlijk niet direct, maar met een9e plaats in Baasrode en een 4e in Berlare haalde ik in juli toch al enkele top-10 plaatsen. De rest van het seizoen was een aaneenschakeling van goede en minder goede wedstrijden, maar een overwinning zat er niet in.
Traditioneel sloten de Rupelspurters het seizoen af met hun Clubkampioenschap. Om met een goed gevoel de winter in te gaan wou ik daar nog wel iets neerzetten. Al zou dit zeker niet gemakkelijk zijn. De Rupelspurters hadden een topjaar achter de rug met maar liefst 149 overwinningen. Beroepsrenner Raoul Bruyndonckx (2overwinningen), liefhebbers Pascal Van Der Vorst (11), Francis Jansegers (9) en Dirk Van Verre (8) waren de voornaamste tegenstanders. Maar ook jongeren zoals Kurt Onclin (12) Rik Hofmans (12) en nieuweling Patrick Van Roosbroeck (19) waren in een wedstrijd over slechts 65 km niet te onderschatten. Na een wedstrijd vol schermutselingen reden we naar het einde toe met 6 voorop: Bruyndonckx, Jansegers, Van Verre, Van Dijck (Belgisch kampioen bij de Masters), Van Roosbroeck en ikzelf. Het voornaamste voor mij was de 2 liefhebbers te kloppen, maar allebei waren ze supersnel, dus moest ik het tactisch aanpakken. Van Roosbroeck en Van Dijck hadden geen concurrentie in hun reeks. Tegen hen ging ik zeggen dat ze de laatste 2 ronden om beurten moesten aanvallen. Wat ze ook deden. En wat ik hoopte gebeurde. Van Verre en Jansegers wilden duidelijk de wedstrijd winnen en gingen de vluchters telkens terug halen. Ik zat in een zetel. Op 400m van de meet probeerde Van Dijck het nog een laatste maal. Weer reed Jansegers er naartoe. Toen hij in het wiel kwam viel het even stil en toen was het mijn moment. Van op 300m ging ik aan. Jansegers was even verrast en moest een lengte goedmaken, wat hem maar half lukte J. Met een wiel voorsprong kroonde ik me voor de 2e maal tot Clubkampioen !!
De spannende sprint tegen Jansegers.
De verschillende clubkampioenen op een rij. vlnr Bodard (Jun.), ikzelf met zoon Roeland op 't stuur (Liefhebbers + algemeen), Van Roobroeck (nieuwel.) en Van Dijck (masters)
De vorm was er , zoveel is duidelijk. Na m’n zege in Messancy reed ik niet meer uit de top 10. Maar winnen, het kan er maar altijd eentje hé J. In Schellebelle was het terug mijn beurt. En ik durf gerust zeggen dat ik die dag veruit de beste was. Reeds in de eerste ronde trok ik in de aanval met Patrick Mettepenningen. Een halve wedstrijd hielden we het vol tot we werden ingelopen door een 8-tal renners. Maar ik voelde me zo goed dat ik even later terug in de aanval trok, deze keer met de Nederlander Piet Van Rij (vader van huidig renner Jeroen). Piet was één blok graniet. “Nen boenker” zoals ze bij ons zeggen. Steeds op de grote molen en niet omzien. Een ideale vluchtmakker dus, vooral omdat zijn enig zwak punt z’n sprint was. We werden niet meer verontrust en een kort sprintje was genoeg om m’n 4e en laatste zege van het seizoen te behalen (geen foto’s van deze wedstrijd L).
“Hier koers ik nooit meer !" De eerste woorden na een overwinning !!!
Aangezien ik op vakantie in het Groot Hertogdom Luxemburg had ik enkele koersen uitgekozen in het oosten van ons land. Eén daarvan was Messancy. In het uiterste zuidoosten van ons landje. Voor de start kwam ik er waaslander Jan Joos tegen. Hij vertelde me dat er 300m na de start een bocht naar rechts kwam en er ons dan een “zeer zware klim” wachtte. Ik daar dus direct naartoe om gaan te kijken. Toen ik de bocht nam ging de weg inderdaad omhoog, maar steil ?? Jan had overdreven en gerustgesteld keerde ik terug naar de start. Toen we tijdens de eerste ronde op die helling kwamen, trok ik in de aanval. Maar toen wachtte een grote verrassing: Na 200m draaide de baan naar rechts en wat ik daar zag was méér dan wat Joos me vertelde: een muur doemde op !!. Man, man wat was dat ! Ik schakelde kleiner, en kleiner, en kleiner, tot ik niet kleiner meer kon. En het bleef klimmen. Op 100m van de top werd ik door de eerste renners voorbij gereden en toen we boven kwamen hing ik in 5e positie. Na de afdaling keek ik voor het eerst om en wat zag ik ? Niemand meer ! Blijkbaar hadden we al een serieuze voorsprong. Ronde na ronde moest ik alles uit de kan halen om m’n medevluchters te volgen. Dikwijls kwam ik boven met een lichte achterstand, maar in de afdaling kon ik steeds terugkomen. De laatste ronde had ik zeker 100m achter en duurde het lang voor ik weer kon aansluiten. Pas in de laatste kilometer lukte me dat. Maar zelfs dan had ik in de sprint geen last om m’n medevluchters af te houden. De 6e eindigde op… 7 minuten. Nooit zo hard afgezien en toch gewonnen. Maar mijn besluit stond vast:Hier koers ik nooit meer !
En dat er inderdaad betere klimmers zijn bewees de Deen Ostergaard. Hij reed 2 dagen later op hetzelfde parcours …. 11 minuten sneller dan ik !!
Dinsdag. Eerst gaan werken met de vroege en daarna naar de koers in Opdorp. Slechts 37 renners aan de start maar wel enkele toppers. Onder andere hardrijder Luc Van Mol, huidig ploegleider Hendrik Redant, maar vooral plaatselijk renner Ferdi Dierickx. Ferdi had 2 dagen voordien de Ronde van België gewonnen en wou zich hier, in een koers georganiseerd door zijn supportersclub, natuurlijk nog eens laten zien. De koers bleef lang gesloten, zelfs tot bij het ingaan van de laatste ronde. Toen versnelde Luc van Mol met Dierickx in het wiel (hadden zij iets afgesproken ?). Deze gevaarlijke situatie had ik natuurlijk snel door en, samen met Patrick Van de Voorde en Peter Van Huffel, reed ik naar het tweetal toe. Het gat was direct geslagen en onmiddellijk volgende nieuwe aanvallen. Zonder succes. Op één kilometer van de meet probeerde Ferdi het nog een laatste keer. Even werd getwijfeld, maar ik wist dat ik snel moest reageren of de vogel was gaan vliegen. Ik slaagde erin het gaatje toe te rijden met Van Mol in het wiel. De andere 2 moesten loslaten. Maar toen ik op het wiel van Dierickx kwam, ging Van Mol zijn kans. Dit was te verwachten natuurlijk en gelukkig was ik nog sterk genoeg om ook deze aanval af te slaan. In de laatste 100m nam ik over om met enkele lengten voorsprong mijn tweede seizoenszege binnen te halen. Ontgoochelde gezichten aan de aankomstlijn, waar ze natuurlijk liever hun plaatselijk idool hadden zien winnen, maar ja, dat was mijn probleem niet hé
1984 werd weer zo’n jaar met een trage start. Eind mei was ik er nog niet in geslaagd om één maal bij de eerste 5 te rijden ! En toen begon juni: Vrijdagavond, koers op St. Rita in Kontich. 42 renners aan de start. En ik had het weer niet gemakkelijk. Het leek wel of ik gans de wedstrijd achter de feiten aanliep. Ik herinner me niet tijdens de wedstrijd helemaal vooraan te hebben gezeten. Maar, waarschijnlijk met wat geluk, was ik toch mee toen de groep halfkoers in 2 splitste. Met 23 bleven we over. En ook daarna regende het aanvallen. Bij het ingaan van de laatste ronde was deze groep zelfs in 4 gesplitst en zat ik in de derde ! Maar gelukkig kwam alles toch nog bij mekaar. Op 3 km van de meet moesten we nog over een viaduct over de autostrade. En blijkbaar had ik op dat moment toch wat betere benen, want ik plande daar een alles-of-niets aanval. Net op het moment dat ik aanzette, deed ook Eddy Vaes dit aan de andere kant. We vonden mekaar direct en deden een tussensprint tot boven. Genoeg om 100m voorsprong te nemen zo bleek. Nu was het zaak niet meer te treuzelen. Ik kende Eddy op dat moment niet, maar één of twee was altijd beter dan terug worden bijgehaald. En zo dacht ook m’n medevluchter erover. We slaagden erin onze voorsprong te behouden, en aangezien Vaes zich geen sprinter wist, had ik geen enkele moeite om hem te verslaan.
Na een slechte seizoenstart zonder Top 5-plaatsen dan toch onverwacht een eerste zege !!
Geen koers voor mij tijdens dit verlengde weekend ! Vorige week ging het zo slecht dat ik besliste om Dr. Tempels te raadplegen.Bloed trekken is dan meestal de enige mogelijkheid om te ontdekken wat er aan de hand is. Niets, zo blijkt, alle waarden bleken goed te zijn ! Is dit nu goed nieuws of slecht ? Want er is wel degelijk iets aan de hand. Overtraind ? of toch versleten ? Voor alle zekerheid laat ik ook nog een cardiogram van m’n hart nemen, maar laat ons hopen dat dit enkel nodig is om een probleem hier uit te sluiten. Dus momenteel zit er niets anders op dan het een weekje kalmaan te doen en niet te koersen. Normaal keer ik volgende week donderdag terug in het peloton in Beveren. En de rest van de maand heb ik me voor genomen geen twee wedstrijden na mekaar te rijden. Hopelijk keert dit rap in de goede richting, anders zou dit wel eens een tristig seizoen kunnen worden !
Na 3 overwinningen in Klein-Gelmen ging ik al eens meer richting Limburg . Zo bijvoorbeeld ook naar Sint-Truiden. 84 renners kwamen er aan de start op een prachtig parcours. Je zou er zelfs een Formule 1-wedstrijd kunnen laten doorgaan. Een bijna perfect vierkant met brede tweevaksbanen. Na enkele ronden trokken we in de aanval met 16, om vrij snel een voorsprong van 20” bijeen te fietsen. Maar dan: Psssss…, m’n achterband gaf de geest. Gelukkig was het niet ver van waar mijn vader stond met m’n reservefiets. Toen ik die genomen had kon ik nog juist bij het peloton aansluiten. En toen kreeg ik een adrenalinestoot om U tegen te zeggen. Ik reed in één ruk naar voor in de groep en trok meteen in de aanval. Edmond Grenier en Marc Hulstaert waren de twee enigen die meekonden. Maar intussen hadden we wel 30” achterstand op de 15 leiders. We draaiden rond alsof ons leven ervan afhing. Ronde na ronde konden we enkele seconden van onze achterstand afpitsen. Toen we de voorlaatste ronde ingingen waren we tot op 10” genaderd. En Grenier vond dat het welletjes geweest was. Hij zette zich op kop, met de grote molen, en reed in één ruk de resterende seconden dicht. En dat was ideaal voor mij. Ik had heel even op adem kunnen komen. Toen we aansloten ging ik direct aan de andere kant van de baan rijden en trok meteen in de aanval ! De anderen waren blijkbaar verrast, en bij het ingaan van de laatste ronde had ik 50m voorsprong. Die voorsprong zou nooit groter worden, maar ik wou niet meer afgeven. Een ganse koers vechten om vooraan te komen, dat moest beloond worden !! Alles deed pijn, maar de adrenalinestoot was sterk genoeg om dit nog even vol te houden. En het lukte. Met een voorsprong van 3 luttele seconden reed ik over de aankomst. Qua prestatie denk ik dat dit één van de mooiste uit m’n carrière is geworden. Ter illustratie: Grenier werd nog 11e, Hulstaert 17e. En de groep, die eindigde op meer dan 2 minuten !!
Halfwedstrijd: Met Grenier en Hulstaert op 30" van de leidersgroep van 15
Nog 2 ronden: achterstand 10"
Ingaan van de laatste ronde: der op en der over !!
Afgezien ! alles doet pijn ! Maar op zo'n moment voel je daar niets van !
Juni 1983, kermis in Klein-Gelmen. Zoals altijd had ik persoonlijk een uitnodiging gekregen van voorzitter Jozef Fransis. Koers om 15u, 22 rondjes van 4,9 km over het gekende parcours met 2 hellingen, 2 afdalingen en de laatste ronde rechtdoor voor een aankomst bergop. 44 renners kwamen er aan de start. Na heel wat kleine schermutselingen viel in de dertiende ronde de beslissing. Luc Mertens en Martin Wathiong trokken in de aanval. Even later kregen ze het gezelschap van Danny Van Roy en Aloïs Wouters en nog een ronde later kon ik samen met Pierrot Cuypers, Gerard Cortenray en Ronny Haesen aansluiten. Met z’n achten reden we de rest van de wedstrijd op kop. 3 ronden voor het einde ging ik terug in de aanval en enkel Cuypers en Wouters konden nog aansluiten. Wouters kende ik, hem klopte ik hier enkele jaren geleden in een millimeterspurt. Pierrot Cuypers was me totaal onbekend, al zei z’n naam me wel iets. En dat was mogelijk, want bleek dat hij het jaar daarvoor nog beroepsrenner en ploegmaat was van Fons De Wolf bij de Vermeer-Thijs ploeg en met deze ploeg zelfs had deelgenomen aan de Ronde Van Frankrijk !! Wouters bleek er door te zitten dus het werd een spurt met 2. Cuypers begon van ver op kop zodat ik ideaal geplaatst zat. Toen ik op 100m van de meet m’n aanval wou inzetten, week hij plots af naar recht. Zoals je op de foto kan zien, was er net een nieuwe asfaltlaag gelegd en was de zijkant vergelijkbaar met een grintpadje. Daar kwam ik in terecht, geen mogelijkheid om uit te wijken ! Ondanks enkele zware slippers slaagde ik er toch nog in uit het padje te raken en zelf om Cuypers in de laatste meters te remonteren ! Pierrot kwam zich direct na de aankomst verontschuldigen voor zijn toch wel onsportief gedrag. Dus streep erover, no hard feelings ! En god, wat kon het mij ook schelen ! Ik had eindelijk m’n eerste Belgische liefhebbersoverwinning vast ! En dat tussen de vele Klein-Gelmenaars die me steeds meer als een plaatselijk renner gingen beschouwen. Meer dan 100 km van huis !!
De sprint tegen Cuypers, met links de losse asfalt waar ik in geraakte.
Met de bloemen, de 3e keer al in Klein-Gelmen !!
Voozitter Jozef Fransis stuurde me alle krantenartikels op die hij van de wedstrijd kon vinden.
1983, mijn derde jaar al bij de Liefhebbers. Het seizoen leek véél beter van start te gaan dan andere jaren. In de oefenkoersen was ik 2x de beste, de vorm was dus goed. Maar net voor de eerste wedstrijd werd ik ziek, waardoor ik pas eind maart terug in competitie aantrad. Pas half mei kwam ik er terug door: 2e in St. Amands, 3e in Gentbrugge en Zaventem, 4e in Bornem en 5e in Nederokkerzeel en Tienen. Intussen waren we al eind juni. Buiten de ritzege in Spanje en het Clubkampioenschap was ik er tot nu toe nog altijd niet in geslaagd op Belgische bodem een echte liefhebberswedstrijd te winnen. Het werd hoogtijd dat daar verandering in kwam. Maar waar zou ik die eerste wedstrijd binnen kunnen halen ? Juist: KLEIN-GELMEN !!!
Waarschijnlijk heb je al gedacht: Weinig nieuws over dit seizoen! Inderdaad het gaat nog niet zoals het moet. Om het met een geijkte zin te zeggen: Ze rijden 5 km per uur te snel voor mij ! Maar geef me nog een maand …. Zolang er leven is, is er hoop.
Het tweede jaar bij de Liefhebbers was weer veel minder dan het eerste (ook bij de Juniores had ik dat voorgehad). Half juli was ik er nog niet in geslaagd één maal bij de eerste 10 te rijden !! Pas toen kwam ik in vorm. Met oa 2 tweede plaatsen in Wintam en Branst. Beide wedstrijden werd ik geklopt door de latere Olympisch kampioen in de puntenkoers, Roger Ilegems. In Wintam kwamen we apart aan, in Branst was het een massaspurt met meer dan 100 renners !
Ik was dus juist in vorm om naar de Ronde van de Kempen (de huidige Ronde van Antwerpen) te trekken. We vertrokken er met een sterke ploeg. Paul Van Campenhout, Rudy Cleemput, Eddy Claus en ikzelf, samen met de gastrenners Johan Koppen en Rudi Dexters. Dexters was onze kopman. Hij ontgoochelde niet want won oa een rit. Een jaar later zou hij naar de Profs overstappen.
Maar zelf deed ik het ook meer dan behoorlijk. Na de eerste rit mocht ik al de trui van beste jongere aantrekken. De tweede rit verloor ik al mijn kansen. Een slechte dag waardoor ik in een groep op 20’ eindigde ! Maar daarna ging het weer beter. Regelmatig mee in ontsnappingen en één zelfs die tot het einde standhield. Een vijfde plaats haalde ik die dag. En als je in de afsluitende tijdrit nog een 13e plaats haalt op 100, dan weet je dat je die ronde goed verteerd hebt.
De rest van het seizoen haalde ik nog enkele ereplaatsen, maar een overwinning zat er niet meer in. Een jaar zonder overwinningen !! Dat mag geen tweede keer gebeuren !!
vlnr: Suys, Van Campenhout, Koppen, Cleemput, Claus en Dexters
Leider in het jongerenklassement na de proloog en de eerste rit.
Ondanks de onverwacht sterke seizoenstart, slaagde ik er in m’n debuutjaar bij de liefhebbers niet meer in om nog een overwinning te behalen. M’n beste plaats haalde ik in … jawel: Klein-Gelmen J waar ik 4e werd. In de sprint om de derde plaats verloor ik van plaatselijk renner Willy Boden (weet je nog ? door hem kwam ik in Klein-Gelmen terecht). Maar geen klagen van dit seizoen. Verschillende top-10 plaatsen en zelfs een 5e in een Interclub te Hoboken. Een geslaagd seizoen.
En op het einde van dat seizoen kwam er nog een kers op de taart. Het clubkampioenschap van de Rupelspurters werd traditioneel op de laatste zondag van het wielerseizoen gereden.72 renners kwamen er aan de start uit de verschillende categorieën. Hieronder 24 Liefhebbers.
Reeds in de eerste ronde trok ik alleen in de aanval. Enkele ronden later konden nog 3 liefhebbers aansluiten: Paul Van Campenhout, Patrick Flies en leeftijdsgenoot Gino Van den Bossche. Slechts één renner kon nog komen aansluiten: Junior Herman Van Lent. Met z’n vijven moesten we wel de ganse wedstrijd knokken voor 10-15 seconden voorsprong. Daarnaast moest ik er ook nog op letten dat niemand kon weg geraken. Maar ik was sterk genoeg die dag en kon iedere poging teniet doen. In de sprint had ik geen probleem met m’n medevluchters. De titel van Clubkampioen was binnen. Er zouden er later nog 2 volgen.
18 tot 23 februari 1981: Ronde vd Catalaanse Kust (Spanje)
Beloften bestonden toen nog niet. Op je 19e moest je de stap zetten naar de Liefhebbers. Te vergelijken met de Elite zonder Contract van nu. Ik was intussen afgestudeerd en aan het werk bij het “Ministerie van Landsverdediging” !!. (in de praktijk was dit een job als klerk. Dossiers opzoeken in Kontich kazerne en doorsturen naar Brussel. Weinig werk, veel pauzes J. En aangezien de verlofregeling daar ook meeviel, kon ik reeds in februari 2 weken verlof nemen om ,onder leiding van de Cois (Herremans, vader van Christel) met een groep renners naar Spanje (Lloret De Mar) te trekken op oefenkamp. Ginder gingen we ook deelnemen aan de Ronde van de Catalaanse kust, een 5-daagse rittenwedstrijd met Spanjaarden, Nederlanders, Italianen en wij, de Belgen, aan de start. Het is me daar duidelijk geworden dat ik geen voorjaarrenner ben, door, en enkel door, de temperatuur hier in België in maart-april. In Spanje ging het wel vlot, want ondanks het feit dat ik maar pas Liefhebber was, reed ik er een beer van een Ronde. De eerste rit werd ik 14e, de 2e rit 9e, telkens door de groepssprint te winnen.
En toen kwam rit 3, een criterium in de straten van Lloret met telkens een nijdige helling naar de aankomstlijn. Half wedstrijd trok ik in de aanval en nam 15-20 seconden voorsprong. Twee ronden ( van amper 1 km) voor het einde had ik nog steeds 20’. Maar toen ging het snel. Patrick Van Damme had de ganse wedstrijd in de wielen kunnen zitten en had zich nu alleen kunnen loswerken. En bij mij was het beste eraf. Maar nu nog afgeven, dat kon toch niet ! Met de laatste krachten trok ik de laatste maal de helling op met een spurtende Van Damme achter mij. Hij resultaat kan je zien: na 30 km alleen voorop nog 1 fietslengte voorsprong !!. Dit was één van de mooiste overwinningen uit m’n carrière.
De 2 laatste ritten werd ik ook nog 2e en 3e. In het eindklassement werd ik mooi 2e na … Patrick Van Damme.
De "sprint" van de 3e rit.
Het "Masta"-team in de Ronde van de Catalaanse kust. De renners vlnr: Danny Vergauwen, Francis Jansegers, Patrick Pauwels, Alex Philips, Danny Van Riet, Dirk Van Verre, Patrick Hendrickx, Hugo De Cock, Loos, Thierry Christie, Suys, Patrick Van Damme, Neefs, JM Vernie, Benno Present, Benny Champagne. Vooraan derde van links: Cois Herremans.
Na 3 weken terug een wedstrijd gereden. Twee zelfs.
Zaterdag had ik mezelf voorgenomen om terug gewoon koersritme op te doen en me te laten meedrijven. Geen wonder dus dat, toen de groep in drie brak, ik in het laatste deel zat. Voor “de moral” heb ik op het einde de sprint van die groep nog gewonnen, maar buiten de prijzen.
Vandaag in Zeveneken ging ik het anders aanpakken. Meespringen waar ik kon. Maar in de tweede ronde gingen er een heel pak de grond op. Ik lag er niet bij, maar moest toch voet aan grond zetten. De 100m achterstand die ik daarmee opliep kon ik niet meer dichtrijden, ook niet met de hulp van nog vijf andere ongelukkigen die even later bij mij aansloten. Uiteindelijk werd ik toch nog 18e in de wedstrijd, en 10e in mijn reeks, de D’s.
Na een moeizame seizoenstart waren de 2 overwinningen meer dan welkom. Daarna ging het nog enkele weken vlotjes, zonder echter nog een overwinning te kunnen toevoegen. Op één maand tijd werden nog drie 2e plaatsen en drie 3e plaatsen gereden. Een derde overwinning zat er aan te komen. Maar voor ik het wist was m'n seizoen voorbij: Kinkhoest !! Voor zij die dit niet kennen, dat is hoesten, hoesten en nog eens hoesten. Als volwassenen is dit al enorm lastig, maar m'n nichtje, dat toen een jaar of 4-5 was en het van mij overkreeg, die heeft pas echt afgezien ! Je wenst het niemand toe. Maar voor mij was het dus afgelopen. Na een prachtig eerste jaar met 7 overwinningen, moest ik het nu met amper 2 stellen. En volgend jaar naar de Liefhebbers (Beloften bestonden toen nog niet). Hoe zou dat aflopen ? Ik ging echter niet meer dezelfde fout maken dan vorig jaar. Deze keer zou er in de winter wél getraind worden !
De wedstrijd in Eikevliet werd een clash tussen streekrenners en een duel tussen Rupelspurters en Hoboken WAC. Alhoewel…
Ik had in eigen gemeente iets te bewijzen na een, tot hiertoe, zwak seizoen. Eikevliet is een klein gehuchtje van Hingene, toen vooral gekend om z’n restaurantboot op de vijver. Vele streekrenners aan de start die toen allen reden voor, of de Rupelspurters, of Hoboken WAC. Half wedstrijd reden we met 5 voorop. De WAC’ers Frank Van De Vijver en Chris Blommaert (beiden uit Bornem) en de Rupelspurters Bart De Cock, Yvo Pauwels (Mariekerke) en ikzelf. 3 tegen 2 denk je dan. Maar toen Frank of Chris aanvielen moest ik telkens het gat dichten en toen ik het probeerde kreeg ik m’n 2 ploegmaten in m’n wiel ! Ik heb me toen eventjes héél kwaad gemaakt en dat hielp. Ze gingen nu ook achter de WAC’ers aan. Van toen af was ik zeker, ik wist me de snelste in de spurt. En zoals je ziet had ik overschot.
Daarstraks nog even gaan losrijden. Had ik beter niet gedaan ! Op enkele km van huis trok vóór mij een auto op aan een kruispunt, om dan plots alles dicht te slaan. Ik kon hem niet meer ontwijken en botste er achteraan op. Voor mezelf viel de schade wonderwel mee (buiten een buil op het voorhoofd en enkele schaafwondjes). Maar m’n fiets is er, zoals je ziet, erger aan toe ! Volledig doorgebroken ! Geen koers dit weekend Er zijn betere manieren om een seizoen te starten.
Zo goed als 1979 was, zo slecht was 1980. Als je 7x kan winnen in je eerste jaar als junior, verwacht je het 2e jaar minstens het dubbele. Nee dus ! In de eerste maanden wou het niet vlotten. Te weinig getraint in de winter ? Waarschijnlijk wel. Een 3e plaats in maart, een 4e in april en een 2e in mei. Dat was alles van top 5 plaatsen wat ik kon voorleggen. Tot er terug een koers was in Klein-Gelmen. Je weet nog wel, dat kleine Limburgse dorpje waar ik het jaar voordien m'n laatste wedstrijd won. In de 7e van de 17 af te leggen ronden viel de beslissing. Met 6 trokken we in de aanval: Paul Carmans, Marino Grossi, Werner Frans, Arno Creten, Luc Smets en ikzelf. Alleen tegen 5 Limburgers, waarvan er dan nog 4 bij dezelfde ploeg reden. Toen ik in de voorlaatste ronde op één van de hellingen versnelde, bleek er niemand te volgen. Ik nam direct 50 m en kon deze voorsprong stelselmatig uitbouwen. Met 20” voorsprong bereikte ik de aankomstlijn. De eerste maal dat ik een overwinning behaalde met voorsprong. Een tweede succes in Klein-Gelmen !
Gisteren eerste wedstrijd gereden in Oosteeklo. Was het goed ? ‘k Weet het eigenlijk zelf niet. Vrij vroeg in de wedstrijd trokken 9 renners in de aanval, waaronder 3D’s (voor zij die de WAOD-systeem niet kennen: De C en D’s starten altijd samen, de A en B’s (de jongsten) meestal een minuut voor of achter ons. Ik rij in de D-reeks) . In de 4e van de 12 ronden gingen we met 8 renners (waaronder ook 3 D’s) in de tegenaanval.
Bijna een ganse wedstrijd zijn we daartussen blijven hangen. Ik zat constant aan de limiet, wat niet goed is. Maar het feit dat ik dat bijna een volledige koers heb volgehouden is wel een goed teken. In de voorlaatste ronde kwamen de koplopers van de AB-reeks ons voorbij met, jawel, in hun zog de CD-groep ! Een steeds weerkerend probleem. Op dat moment heb ik niet meer aangedrongen en ben achteraan in de groep over de meet gebold. Aangezien ik nooit een vroege vogel ben geweest, is er dus nog geen rden tot paniek. “Goeie training” zei Wim Heyndrickx na de wedstrijd. En gelijk had hij !
1979 was dus een prachtig jaar. Als eerste jaars Junior 7 overwinningen behalen, dan ben je goed bezig. Had dit 30 jaar later (nu dus) geweest, had ik bij een ploeg naar keuze kunnen gaan, met fiets, begeleiding, oefenkampen in Spanje en nog zo veel meer. Maar toen bestond dat allemaal niet. Ik was begonnen bij de Rupelspurters en moest daar ook blijven. Geen kwaad woord van het bestuur toen. Rik, Guido en alle anderen, ze hadden het beste met ons voor. Maar goede begeleiding binnen een club bestond nu helemaal niet. Iedereen was op zichzelf aangewezen en moest het zelf maar uitzoeken. Nu zijn er naast de Profploegen, continentale ploegen, satellietploegen, enz. Van bij de nieuwelingen krijg je nu reeds prima begeleiding. Maar we gaan daar niet over klagen hé. Vroeger is vroeger, nu is nu. Een geluk dat ik geen 100 jaar vroeger geboren ben, of ik had misschien nog op houten wielen moeten rijden.
Eind september trok ik naar Klein-Gelmen. Ik ben er zeker van dat 9 op de 10 mensen die dit lezen nog nooit van Klein-Gelmen gehoord hebben. Het is een deelgemeente van Heers, in Zuid-Limburg, niet ver van St. Truiden. Voor hen die de serie Katarakt gezien hebben, het ouderlijk huis van de familie Hendrickx ligt in Klein-Gelmen, ongeveer 500m van waar toen de aankomstlijn lag. Voor mij echter is Klein-Gelmen héél speciaal geworden.
Waarom ging ik zo ver van huis koersen ? Wel, er woonde daar ene Willy Boden. Willy was naast oa Eric Vanderaerden, Dirk De Wolf, Nico Emonds en Kenny De Marteleire één van de toppers uit deze lichting. Willy was vooral héél snel, maar ik had er dat seizoen nog nooit tegen gekoerst. Dus trok ik naar “de Limburg” om de meester op z’n eigen terrein de bestrijden. Maar ik had pech (of juist niet ?), Willy was ziek en nam zelfs de start niet.
Het parcours in Klein-Gelmen kan je gemakkelijk beschrijven. Een rondje van 5 km, 2 stevige hellingen van ongeveer 500m en de rest bergaf, geen meter plat ! Normaal niet direct mijn kost, maar om één of andere reden ging het me daar goed af. Redelijk snel lag de groep (35 renners) compleet uit mekaar. Met 7 bleven we nog over voor de sprint. Deze lag na één van de lange afdalingen maar de laatste 200m ging het terug steil omhoog. Misschien had ik al wat teveel vertrouwen in m’n spurt en enkele meters voor de meet stak ik de hand al in de hoogte (PS: een lezer heeft al opgemerkt dat ik steeds één hand opsteek, m’n linker, bij een overwinning. Daar is een logische verklaring voor. Wie toen 2 handen opstak en aldus zijn stuur losliet, kreeg een boete van 500 Bfr. !). Links van mij daagde plots nog een renner op, Aloïs Wouters. Had ik nu gewonnen of niet, ik begon te twijfelen. Maar eens teruggekeerd naar de aankomstlijn kreeg ik de verlossende melding dat ik inderdaad als eerste over de meet gekomen was. Hieronder zie je de 2 foto’s van de eindsprint en zelfs nu nog twijfel ik wie er toen echt won.
Maar ja, de beslissing viel in mijn voordeel. De zevende en laatste zege in 1979 was binnen !
En waarom was dit nu zo speciaal ? Wel, als je deze blog blijft volgen zal je Klein-Gelmen nog regelmatig tegenkomen. Ik won er in totaal 3x, had er bijna zoveel supporters als in m’n eigen Hingene en kreeg er later zelfs de titel van ereburger !! Maar dit is voor een volgende keer.
Het fruitteeltbedrijf in Klein-Gelmen uit de reeks "Katarakt"
Ekeren was mijn 4e overwinning, Bornem m'n 6e. Ik ben er dus nog eentje vergeten 8 dagen na Ekeren en 5 dagen vóór Bornem had ik ook nog een wedstrijd in Haasdonk gewonnen. In het Waasland was het vooral uitkijken naar ene Mark Lucas uit Hoboken. Marc won dat jaar 20 wedstrijden, waarvan de meeste in een Wase gemeente. Maar het is niet omdat hij aan de start komt dat de anderen niet meer meetellen. Dat was blijkbaar wel wat de speaker van dienst vond want bij elke doortocht viel zijn naam, of hij nu voor- of achteraan in de groep zat. Dat werkte zo stilaan op m'n systeem en dan was ik het gevaarlijkst Het was nochtans niet Lucas die de sterkste wedstrijd reed. Luc Vloemans uit Lille mag je zonder twijfel de man van de wedstrijd noemen. Halfweg trok hij een eerste maal in de aanval. Een aanval die resulteerde in een kopgroep van 12. Even later was Vloemans terug ribbedebie. En toen we hem bij het ingaan van de voorlaatste ronde bij de lurven grepen, hapte hij even naar adem en ging er terug vandoor ! Deze maal was de goede, leek het. Op 2 km van de meet had hij nog zeker 200m voor.Op dat moment viel ik links aan, terwijl m'n ploegmaat Gino Van Den Bossche op hetzelfde moment recht aanging. We vonden mekaar direct en aangezien de rest even twijfelde (er werd natuurlijk naar Lucas gekeken ) hadden we enkel nog met Vloemans af te rekenen. En die zijn pijp was duidelijk uit. Het laatste stuk tegen de wind in was er voor hem teveel aan. Op 200m van de meet reden we hem in volle sprint voorbij. Ik wist dat ik Gino niet moest vrezen in de sprint (nochtans een steengoed renner !) zodat de 5e zege dat jaar binnen was. 3 overwinningen op 13 dagen en meteen m'n aantal verdubbeld naar 6 ! Er zou er dat seizoen (m'n eerste bij de Juniores) nog eentje volgen. Eén, zo zou later blijken, met een speciale betekenis ! Wait and see
Avondcriterium in eigen gemeente, Bornem. Aan de inschrijving had ik even een grote mond opgezet: "geef mij maar nummer 1, straks aan de aankomst zal ik toch ook de eerste zijn !". Niet mijn gewoonte, maar het zelfvertrouwen was groot die dag. tot ik aan de start stond en zag wie daar nog allemaal was. Didi Foubert, provinciaal kampioen, André Vermeiren, ook provinciaal kampioen bij de nieuwelingen, maar intussen Junior (André is nog altijd actief bij de Elite ZC, samen met z'n zoon Tom). Rudy Paeshuyse, de 2e van Ekeren. Eric Vermeiren, Tony De Preter, Peter Lemaire, .... Allemaal toppers dat jaar. En het begon dan nog te regenen ook ! Criterium en regen, die twee gaan niet echt samen. Maar niets kon me blijkbaar stoppen die dag. Het startschot werd gegeven en ik trok direct in de aanval. 5 ronden hield ik het alleen vol. Toen de groep terug bij mij kwam, bleken er nog slecht 14 renners over van de 31 die de start namen. Enkele ronden later trok ik, na een premiespurt, terug in de aanval. Enkel Luc Borms, Rudy Paeshuyse, Andre Vermeiren, Didi Foubert en Ludwig De Nil sloten nog aan, en met z'n zessen reden we de wedstrijd verder uit, al de anderen werden gedubbeld. De laatste bocht bevond zich op een 200 m van de streep, en ik had me voorgenomen om als eerste te draaien. Maar dat waren er blijkbaar nog van plan want het werd een sprint vóór de sprint. Door zeer laat in de remmen te gaan, slaagde ik in m'n opzet. Maar ... ik ging té snel door de bocht en m'n achterwiel slipte helemaal weg. Gelukkig raakte ik de boordsteen, anders had ik zonder twijfel tegen de grond gegaan. Ik schrok, maar de anderen achter mij moeten zeker even hard geschrokken zijn. Ik trok me terug op gang, nam een lengte voorsprong en kon op de meet nog net Didi Foubert afhouden. Ik had woord gehouden, nummer 1 beef nummer 1 !. Maar het had anders kunnen aflopen ! Geen foto van de aankomst. Door het slechte weer was het al donker aan't worden. Maar de supporters waren talrijk zoals je kan zien.
Na een mindere maand juli, ging het weer een stuk beter. In Ekeren-Donk was er een wedstrijd voor de "Juniores-trofee Zwan-bierworst". De naam laat het niet uitschijnen, maar toen was dit de belangrijkste trofee voor Juniores in het Antwerpse. Alle betere renners stonden daar steevast aan de start. Leider in dat klassement was Ronny Oerlemans. Achter hem was ik bij de nieuwelingen drie maal 2e geworden . Maar dit jaar had ik hem al kunnen kloppen (Mariekerke). Met Ronny, Rudi Paeshuyse en Eric Geerts trok ik halfwedstrijd in de aanval. Meteen ook de beslissende ontsnapping. De sprint zou een zware dopper worden. Alle 4 stonden we gekend als rappe sprinters. Maar ik slaagde erin om hen op 300m van de meet te verrassen en een klein kloofje te slagen, dat niemand meer dichtkreeg. De vierde zege van het seizoen was een feit.
Hieronder nog een mooi verslagje dat toen in HLN verscheen.
Even terug naar 2009. Dat internet de wereld binnen handbereik brengt is algemeen geweten. Zelfs de andere kant van de wereld wordt met één druk op de knop naar hier gehaald. En Australië heeft me altijd al gefacineerd. Al sinds we, meer dan 20 jaar geleden, een Australische wielrenner te logeren hadden die zijn geluk in de Belgische wedstrijden wou beproeven. Ik heb hem toen aangesloten bij de Belgische Club waar ik toen ook lid van was, de Rupelspurters. En nu is de cirkel rond ! Sinds vorige week ben ik lid van WARATAH VETERAN CYCLING CLUB in ... Sydney Australië !! En deze morgen werd m'n pakket met clubkleren al afgeleverd. Mooi niet ? Voorlopig zal ik hiermee enkel in Belgische wedstrijden aantreden, als enig "overseas member" van Waratah. Mogelijk krijg ik deze zomer enkele ploegmaats op bezoek of ... zit er een tripje naar "Down Under" in ?
Geen 2 zonder 3 ! Een derde overwinning op 3 weken tijd ! In Opdorp kwamen we met 53 aan de start. Het werd een ware afvalkoers. Eerst met 10 in de aanval, daarna nog met 7 en de laatste ronde werd met 5 ingegaan. Bij die 5 drie Klein-Brabanders, waarschijnlijk ook de sterkse 3 op dat moment: Walter Verstrepen uit Willebroek, Luc Borms uit St. Amands en ikzelf. Bij een uitval in de laatste ronde van ploegmaat Walter Verstrepen, kwam er een reactie van Luc Borms. Ik schoof met hem mee en de andere 2 (Gino Van den Bossche en Dirk Van Dam) moesten de rol lossen. De strijd tussen de streekrenners kon beginnen. Maar ik was er vrij gerust in. Luc en Walter waren sterke renners, maar in de sprint zouden ze er toch moeten aan geloven. Ik moest alleen zorgen dat we samenbleven. En als 3 rivalen samen voorop zijn, moet er maar eens eentje "proberen" om weg te geraken: No way ! In de sprint had ik zoals verwacht geen problemen om m'n derde van het seizoen binnen te halen De sprint met drie. Walter Verstrepen werd 2e, Luc Borms 3e
Twee weken na de eerste junioresoverwinning in Mariekerke trokken we richting Rotselaar. Inderdaad, op dezelfde plaats waar ik vorig jaar m'n allereerste overwinning behaalde. Met Wim De Wijngaert, Albert Michel, Rudi Paeshuyse, François De Vroe en Marcel De Keyser (vorig jaar 2e), onder de 35 deelnemers ging opnieuw winnen niet gemakkelijk zijn. En dat het spannend was, mag je wel zeggen. Hier een verslagje uit de krant van toen:
"Wanneer 8 renners zich voor de sprint om de overwinning aanbieden en er hiervan 5 op bijna gelijke hoogte sprinten, en er steken er dan nog 3 zegevierend de handen in de hoogte, dan hebben de aankomstrechters onvermijdelijk een probleem. Tenslotte was er over de eerste plaats weinig discussie, alhoewel niet alleen winnaar Frank Suys zeker was van z'n eerste plaats maar ook Danny Goovaerts en Guido Verschueren dachten gewonnen te hebben. Frank, ook vorig jaar winnaar in Rotselaar kon zijn eerste prijs in ontvangst nemen, maar de andere renners gingen met lege handen huiswaarts aangezien Guido Verschueren niet akkoord was met de hem toebedeelde 5e plaats en klacht indiende."
Onderstaande foto bewijst het verhaal. Probeer zelf de uitslag maar eens te maken. De officiele uitslag van de top 5 is (vlnr): Rudi Paeshuyse (2e), Michel Albert (4e), Ikzelf (duidelijk 1e dus ), Danny Goovaerts (3e) en Guido Verschueren (5e)
Kalender & Uitslagen 2009: 27/09: Desselgem: 1e 26/09: Zaffelare: 3e 20/09: Reet: 13e 19/09: Ertvelde: 5e 16/09: Retie: 16e 13/09: Poesele: 7e 10/09: Nieuwkerken-Ws: 4e 09/09: Lochristi: / 05/09: Astene: 6e 03/09: Stekene: 1e 29/08: Arendonk (BNL): 11e 27/08: Kalfort: 2e 25/08: Ertvelde: / 23/08: Kortemark (KVV):11e 19/08: Beveren: 1e 16/08: Merksem: 10e 14/08: Evergem (KVB): 3e 13/08: Heusden (KVV): / 09/08: Kap. od Bos (EK): plat 07/08: Zingem: / 06/08: Melsele: 3e 03/08: Destelbergen: 2e 31/07: Beveren: 3e 27/07: Bazel: 1e 26/07: Sijsele: 10e 21/07: Aalst: 15e 19/07: Vrasene (BK): -- 12/07: Destelbergen: -- 11/07: Hoofdplaat (EK): 6e 09/07: Vrasene: 6e 05/07: Neerpelt: 5e 01/07: St. Gillis-Waas: -- 27/06: Ertvelde: 3e 26/06: Wachtebeke: 5e 23/06: Lommel: 3e 21/06: Merelbeke: 1e 18/06: Beveren: 4e 15/06: Beveren: 1e 13/06: Wintam: 9e 06/06: Beveren: 3e 05/06: Zwijndrecht: -- 31/05: Lichtervelde: 8e 30/05: Kortemark: 5e 24/05: De Klinge: 7e 21/05: Bazel: 5e 16/05: Destelbergen: 10e 08/05: Zaffelare: 6e 06/05: Beveren: 6e 26/04: Boom: -- 25/04: Keerbergen: 17e 19/04: Turnhout: -- 18/04: Appels: 6e 14/04: Neerpelt: 21e 12/04: Ertvelde: 5e 11/04: Keerbergen: 9e 04/04: Zeveneken: 9e 29/03: Keerbergen: -- 22/03: Zeveneken: 10e 21/03: Groot-Lo : -- 01/03: Oosteeklo: --