Inhoud blog
  • Download dit boek in pdf
  • Download dit boek als PDF
  • METAMANAGEMENT (SLOT)
  • METAMANAGEMENT (vervolg)
  • METAMANAGEMENT
    Metamanagement
    Het beste uit de preventieve gezondheidsleer
    22-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.METAMANAGEMENT (vervolg)

    Sport als compensatie

    De mens uit de oertijd hoefde zich geen trainingsschema op te leggen: hij deed niets liever dan bewegen. Dat hij niettemin geen tachtig werd zoals de westerling van vandaag, had heel andere oorzaken. Zijn bestaan was hoogst onzeker, en werd bedreigd door talloze ziekten en gevaren die heden overwonnen zijn.

    Ook de landbouwer hoefde niet supplementair aan sport te doen. Pas met de verstedelijking en de industrialisatie die de gespecialiseerde kasten van ambtenaren en bedienden voortbracht, kwam er verandering in het leefpatroon van velen: voor het eerst in de geschiedenis waren er massa's mensen die nog amper fysieke inspanningen hoefden te doen om te kunnen overleven. En rond dezelfde tijd gingen spontaan ook meer mensen aan sport doen. De sport of het spel ontstonden telkens daar waar de mens zijn dagelijkse, natuurlijke portie lichaamsbeweging moest ontberen.

    De tegenstrever in de natuur verdween op de achtergrond, en ook de menselijke competitiedrang die steeds naar nieuwe uitdagingen zoekt, wilde bevredigd worden. Sport werd competitiesport competitiesport, en zo kwam van het ene het andere. Alras gingen sportlui zich oefenen om aan grote competities deel te kunnen nemen. Dat was bijvoorbeeld nog zelden het geval ten tijde van de antieke Olympische Spelen, toen de bode, Louis Spiridon genaamd, van Athene naar Marathon liep om daar de overwinning te melden, en bij zijn aankomst dood neerviel - omdat hij de afstand, die wij heden kennen als de marathonafstand, helemaal ongetraind had afgelegd.



    Na de val van het Griekse en later het Romeinse rijk, was van sport nog weinig sprake. In het Westen werden in 1896 door Pierre baron de Coubertin de moderne Olympische Spelen Olympische Spelen gesticht, en pas dan kwam met de competitiesport de ontwikkeling van de training pas echt goed op gang. Maar van een grondig bestudeerde training was nog lang geen sprake. De voorbereiding voor de wedstrijd bestond uit gewone 'oefening', dat wil zeggen dat de werper wierp, de springer sprong, en de loper liep.

    De ontdekking van de uithoudingstraining

    Wat betreft de uithoudingstraining uithoudingstraining, die ons hier aanbelangt, werd door dr. Ernst van Aaken van Aaken de volgende evolutie opgetekend: "Omstreeks 1920 liep men de wedstrijdafstand tot driemaal per week, tegen de tijd, zoals in het boek Langstreckenlauf in 1922 door dr. Philipp Heinz Hein werd aanbevolen". Onder leiding van dr. Peltzer Peltzer begaf Nurmi Nurmi zich in de daarop volgende jaren aan intervalltraining (- hij liep herhaaldelijk kortere afstanden in een scherp tempo), en hij werd recordhouder. Maar Emile Zatopek die op training relatief grote afstanden in een traag tempo liep, oogstte meer succes succes. In de periode 1947-1960 ontdekten Cerutti uit Australi‰, Lydiard Lydiard uit Nieuw-Zeeland, Jan Mulak uit Polen en dr. van Aaken uit Duitsland onafhankelijk van elkaar de schadelijkheid van de intervalltraining en de optimale uithoudingstraining. Atleten die deze methode volgden, bleken onklopbaar. Onder hen bevonden zich naast Nurmi en Zatopek ook de legendarische Ron Clarke Clarke (10.000 m, AUS), Roger Moens (800 m, Belgi‰), Eddy Merckx (wielrennen, Belgi‰), Harald Norpoth Norpoth en tientallen anderen.

    De basisstelling van de uithoudingstraining luidt, dat snelheid en kracht slechts in beperkte mate kunnen geoefend worden, terwijl het uithoudingsvermogen steeds van doorslaggevende aard blijkt inzake het leveren van topprestaties topprestaties. Het uithoudingsvermogen betreft immers niet zozeer de spierkracht of het reactievermogen, dat aangeboren is, maar wel het totaalsysteem van het hart hart- en bloedvatenstelsel bloedvatenstelsel, alsook de kwaliteit van de stofwisselingsprocessen op het niveau van de lichaamscellen. De uithoudingstraining zorgt immers voor spectaculaire verbeteringen van de energieleveringsprocessen in de cel, onder meer doordat zij tot gevolg heeft dat het aantal mitochondri‰n mitochondri‰n (de 'ademhalingskrachtcentrales' ademhalingskrachtcentrales' van de cel, zoals dr. van Aaken van Aaken ze noemt) sterk in aantal gaat toenemen. Zelfs honderd meterlopers bleken hun prestaties in niet geringe mate te kunnen opdrijven mits ze zich aan regelmatige duurlooptrainingen onderworpen.

    Tien voordelen van de uithoudingstraining

    1. Oefen gedurende langere perioden met een zeer geringe belasting belasting. Zorg ervoor dat je tijdens het oefenen nog een rustig gesprek kan voeren, dan weet je zeker dat je a‰roob a‰roob traint, dit wil zeggen dat je een maximaal zuurstofopnamevermogen ontwikkelt.

    2. Deze vorm van uithoudingstraining brengt vanzelf je lichaamsgewicht in evenwicht evenwicht.

    3. Deze training zorgt voor een ideale pols pols.

    4. Alle lichaamscellen worden optimaal doorbloed.

    5. Duurtraining verbetert aanzienlijk de kwaliteit van de spiercellen zonder dat ze 'opgeblazen' worden, en ze vermeerdert het aantal bloedvaatjes bloedvaten in de spieren en in het hart hart.

    6. Het hartvolume neemt toe, de rustpols daalt, de ademhalingscapaciteit van de longen neemt toe, een te hoge zowel als een te lage bloeddruk worden genormaliseerd.

    7. Ophoping van het spierkrampen veroorzakende melkzuur is zo goed als uitgesloten en het energiepotentieel van de cellen wordt geoptimaliseerd door de voortdurende excretie van natrium en water en de opname van kalium kalium.

    8. De haemoglobine haemoglobine- en de myoglobinewaarden stijgen geleidelijk, waardoor het lichaam steeds over meer zuurstof beschikt.

    9. Een matige belasting van het beenderstelsel beenderstelsel, versterkt dit in aanzienlijke mate, en hetzelfde geldt voor de pezen pezen, de gewrichten en de spieren spieren.

    10. Het lichaam leert zuiniger omspringen met energie energie, wat tenslotte het verouderingsproces aanzienlijk kan vertragen.

    Duizend vormen van uithoudingstraining

    Uithoudingstraining is niet gebonden aan ‚‚n sporttak: je kan zowel lopen als ski‰n ski‰n, fietsen fietsen, zwemmen zwemmen, wandelen wandelen, volleyballen volleyballen, rolschaatsen en noem maar op. Zolang het gaat om sportinspanningen die je bij manier van spreken al pratend kan beoefenen gedurende minstens een half uur per dag, is er sprake van uithoudingstraining uithoudingstraining. Je hebt geen gesofisticeerde toestellen nodig, geen apparatuur of geen specifiek terrein. Vanzelfsprekend kies je een omgeving uit waar je het best voelt, waar de lucht of het water nog gezond zijn, en waar het veilig is. Je kan ook afwisseling brengen in je activiteiten zoals het je zint. Van groot belang is wel dat je nooit tegen je zin blijft oefenen, want als je niet langer ten volle kan genieten van de inspanningen, betekent dit dat er iets fout aan het lopen is. Soms is het wel lastig om een training te starten, bijvoorbeeld als je alleen bent, of als het weer niet mee zit, maar na de training moet je steeds een gevoel van tevredenheid hebben; je mag zeker nooit zo vermoeid zijn dat je eetlust of je normale slaap er onder lijden. Gedurende de eerste maanden van de training kunnen er een paar heel normale aanpassingsproblemen opduiken, maar denk er aan dat je beter heel stapsgewijs tewerk gaat dan onmiddellijk resultaten te willen zien. Weet goed dat, telkens als je 'forceert', je een stap achteruit doet. En ben je de vijfendertig voorbij, of heb je nooit voordien aan sport gedaan, start dan nooit met trainen zonder eerst een arts te raadplegen. Een algemene check-up is immers altijd voordelig. Een trainingsschema hoef je zelfs niet te hebben, omdat je zal ervaren dat je er week na week vanzelf op vooruit gaat.

    Om te onthouden: Uit jarenlange ervaring in de topsport is gebleken dat de uithoudingstraining de lichaamstraining is met de beste en de duurzaamste resultaten: in tegenstelling tot de vele varianten van krachttraining, verhoogt zij de kwaliteit van die lichaamsfuncties die cruciaal zijn voor de algemene gezondheidstoestand en van de energieleveringscapaciteit op het niveau van de lichaamscellen. De beste training is deze waar je met volle teugen van geniet; ze mag geen buitensporige inspanningen vergen en ze moet dagelijks en gedurende zo'n uurtje worden volgehouden.

    9. Het 'negatief dieet'

    Tot nu toe hebben we het eerste facet van onze grondregel in grote lijnen behandeld: wij moeten meer bewegen, en in het bijzonder moeten wij ons beperken tot die inspanningen die ons uithoudingsvermogen verbeteren. Bekijken we nu eens het tweede facet van onze basisregel, dat de brandstoffen betreft, en dat luidt: eet minder.

    De handel in wondermiddeltjes

    Inzake gezondheid zijn er weinig of geen onderwerpen die al zoveel inkt hebben doen vloeien als het hete hangijzer van voeding en dieet dieet. Zoals een echte modetrend steekt haast jaarlijks een of ander nieuw 'superdieet' de kop op dat in de kortste keren de hele wereld verovert en het gedrag van het goed bemiddelde deel van de mensheid in verregaande mate bepaalt - of beter: ontwricht. Niet zelden worden deze eet-rages gekoppeld aan een hele levensfilosofie en, waar het de producent daarvan om te doen is, aan een uitgebreide en zeer winstgevende handel. In de vorm van handleidingen, wonderpreparaten wonderpreparaten, kruiden kruiden, thee‰n thee, elixirs elixirs, tot en met zalfjes en pilletjes, wordt de bevolking volgestouwd met dat soort van dure maar alles behalve werkzame 'amuletten' amuletten' die gezondheid, fitheid fitheid, schoonheid schoonheid, geluk en succes beloven aan hun gebruikers. Niemand die er wat op tegen heeft, want zo'n zaken geven aan de economie een altijd welkome impuls. Maar in heel wat gevallen berokkenen bepaalde extreme di‰ten een soms niet geringe schade aan de gezondheid van tallozen. We hebben het dan nog niet gehad over de huwelijken die aan een plotseling veranderde keuken opgeofferd worden.

    In bepaalde gevallen, zoals bij anorexia nervosa anorexia nervosa of magerzucht, ligt de schuld voornamelijk bij de pati‰nt. Maar soms ook is het onevenwichtig karakter van het dieet verantwoordelijk voor een achteruitgang van de gezondheid van haar adepten. Zo kan een ongecontroleerd en strikt vegetarisch dieet bloedarmoede veroorzaken, wat tot de dood kan leiden.

    Planteneter of vleeseter?

    Op grond van de lengte van zijn darmstelsel darmstelsel, kan uitgemaakt worden dat de mens een alleseter is - het darmstelsel van planteneters is immers veel langer dan dat van roofdieren roofdieren. In tijden van nood kunnen we ons weliswaar en zelfs gedurende meerdere jaren behelpen met alleen maar plantaardig voedsel voedsel, en onze nood aan dierlijke eiwitten dierlijke eiwitten hangt ook af van het klimaat klimaat, van het werk dat we doen, en van onze gewoonten gewoonten. Vis kan vlees perfect vervangen en ook wie eieren eet, is geen echte planteneter planteneter. Maar wie alle producten van dierlijke oorsprong systematisch uitsluit, dreigt na verloop van tijd tekorten te ontwikkelen aan bepaalde vitaminen of zelfs eiwitten die niet in planten te vinden zijn, en die het lichaam van bepaalde mensen zelf niet meer kan aanmaken. Het is immers zo, dat een 'verwend' lichaam bepaalde functies kan verleren. Het meest sprekende voorbeeld is dat van het misbruik van antibiotica antibiotica, dat kan resulteren in een fatale afgang van het immuniteitssysteem immuniteitssysteem. Ook bepaalde vormen van diabetes zijn wellicht te wijten aan het 'lui' worden van de pancreas pancreas. Een ander voorbeeld is de productie door de maagwand van het enzym 'lab-ferment' lab-ferment' dat voor de vertering van melk zorgt: wie een tijdlang geen melk meer drinkt, verliest het vermogen om dat ferment nog aan te maken. Op dezelfde manier kan het gebeuren dat mensen die altijd vlees gegeten hebben, snel ziek worden als zij overstappen op een louter plantaardig dieet dieet, terwijl anderzijds mensen die nooit vlees gegeten hebben, er ook geen behoefte aan hebben. De grens tussen nood en 'verslaving' verslaving' is soms moeilijk te trekken omdat het ons sowieso ontbreekt aan absolute criteria inzake de beoordeling van onze eetgewoonten en ons gedrag in het algemeen. Wat voor de ene mens goed is, kan fataal zijn voor de andere: een dieet dat voor iedereen zonder onderscheid optimaal is, is pure nonsens, want op meerdere punten verschillen wij allemaal heel grondig.

    Het geheim van het 'negatief dieet'

    Zo is een grootoom van mij vandaag drie‰nnegentig geworden. Hij heeft levenslang hard gewerkt, verkeert in een uitstekende gezondheid en bewerkt nog dagelijks zijn moestuin. Wellicht kent hij zelfs niet de betekenis van de term 'dieet', maar wat meer is: sinds zijn jeugd eet hij elke dag precies hetzelfde: een glas water in de ochtend, enkele boterhammen met een gedroogde worst en koffie 's middags, en als avondmaal: aardappelen met gebraden worst in vette botersaus. Dit is niet een dieet van hem, maar een gewoonte. Hij eet die dingen elke dag gewoon omdat hij ze lekker vindt. Er is vanzelfsprekend geen ouderling die hem niet benijdt.

    Dit alles neemt niet weg dat enkele algemeen geldige opmerkingen kunnen gemaakt worden. Want eigenlijk eet die grootoom van mij niet zo ongezond. Niet omwille van wat hij eet, maar omwille van wat hij niet eet en drinkt. Hij is namelijk geheelonthouder geheelonthouder. Hij heeft nooit alcohol gedronken of suiker gegeten. Hij heeft nooit gerookt. Hij heeft geleefd met een minutieuze regelmaat en vrijwel zonder ongezonde stress stress. Hij heeft dagelijks hard gewerkt en na zijn pensioen heeft hij met die gewoonte niet gebroken. Hij is elke dag op tijd naar bed gegaan. Hij is een minzaam man en heeft nooit echt ruzie gehad met zijn medemensen. Het geheim van zijn goede gezondheid ligt niet in de vele dure wondermiddeltjes die men vandaag bij de apotheek kan kopen, maar in de hele waslijst van de dingen waaraan hij verzaakt heeft. Het superdieet is daarom geen opsomming van de dingen die men zeker en vast tot zich moet nemen, maar het is een lijst van dingen die men ten allen prijze moet laten. Want wat baat het als men altijd alle verkeersregels strikt in acht neemt, behalve bijvoorbeeld de voorrang van rechts? Het is daarom vaak veel handiger om zich aan bepaalde verboden te houden, dan om minutieus de ingewikkeldste di‰ten te volgen en zichzelf 'als compensatie', zoals het dan heet, bijvoorbeeld het genot van alcohol te veroorloven. Zelfs met de allerbeste voeding zal alcoholmisbruik uiteindelijk leiden tot tekorten aan bepaalde vitaminen en mineralen mineralen, waaronder kalium kalium, wat tot een plotselinge dood kan leiden.

    Enkele belangrijke geboden en verboden

    Alcohol, tabak of om het even welke andere drug die de werking van het centraal zenuwstelsel beïnvloedt, hetzij met een prikkelende, hetzij met een verdovende werking is uit den boze omdat dit de regelmaat van het algehele functioneren van het organisme verstoort. Een uitzondering kan gemaakt worden voor het matig ‚n regelmatig gebruik van bepaalde heel licht opwekkende of sedenterende middelen, zoals een glaasje bier bier, een kop koffie of een kopje thee thee.

    Hetzelfde geldt voor elk gedrag dat afwijkt van het normale gedrag, in het bijzonder inzake de tijdstippen waarop men werkt, eet en slaapt. De arbeid in ploegendienst ploegendienst, waarbij arbeiders afwisselend gedurende de dag en de nacht moeten werken, zou ten strengste moeten verboden worden omdat zij de werking van het centraal zenuwstelsel totaal ontregelen en tot levenslange letsels kunnen leiden. Heel wat spijsverteringsstoornissen en darmklachten darmklachten, met slepende ongemakken en ziekten tot gevolg, maar ook slaap slaap- en concentratiestoornissen die de hoofdoorzaak vormen van vaak dodelijke verkeersongevallen vormen de kostprijs van nacht- en ploegenarbeid. Het staat vast dat het veranderen van de zomer- naar de wintertijd en omgekeerd, een drastische verhoging van het aantal ongevallen op de weg meebrengt. Als men beseft dat het hier gaat om een verschuiving van de gewone activiteiten met amper één uur, dan kan men zich wel voorstellen wat een verschuiving met acht of met twaalf uur tot gevolg moet hebben. Het menselijk aanpassingsvermogen is beslist heel groot, maar de nood aan recuperatie moet heel ernstig genomen worden. Er bestaan ook hier geen vaste en voor iedereen geldige regels: elkeen moet voor zichzelf uitmaken wat z'n optimaal leefpatroon optimaal leefpatroon is. Maar eenmaal men dit patroon gevonden heeft, houdt men zich er ook het beste aan. Regelmaat is tenslotte het geheim bij uitstek van een lang leven. Zo evenaren weinigen de regelmaat die beoefend wordt in kloostergemeenschappen kloosterlingen, maar het is wel een feit dat kloosterlingen gemiddeld tien jaar langer leven dan gewone burgers.

    Wat geldt voor de regelmaat inzake slaap slaap- en werktijden, geldt ook voor de eettijden en de eetgewoonten eetgewoonten. We hebben allen geleerd dat dierlijke vetten vetten, zoals bijvoorbeeld boter boter, heel schadelijk zijn voor het hart en de bloedvaten bloedvaten. Niettemin spelen ook hier de levensgewoonten sterk mee: landbouwers die hun leven lang dagelijks boter gegeten hebben, zullen deze vetstoffen met gemak afbreken, terwijl iemand die voor het eerst in zijn leven boter eet, wellicht ziek zal worden. Ons lichaam kan in principe bepaalde vetstoffen 'onschadelijk' maken of omzetten... op voorwaarde dat het gezond is en dat het daartoe getraind is.

    Wees op uw hoede met betrekking tot het gebruik van geneesmiddelen geneesmiddelen. Zo'n vijfentwintig jaar geleden publiceerde de filosoof Ivan Illich in het kader van zijn theorie over de groeiende contraproductiviteit in welvaartsstaten welvaartsstaten, een aantal rapporten, waaronder ook een boek over de iatrogene of ziekmakende effecten van de hedendaagse geneeskunde geneeskunde. Terecht wees hij er op dat de geneesmiddelenindustrie moet beschouwd worden als een van de meest gevreesde bedreigingen voor onze gezondheid gezondheid. Vooral het soms totaal onverantwoorde voorschrijfgedrag van artsen, meer bepaald inzake de uiterst verslavende slaap slaap- en kalmeermiddelen kalmeermiddelen, de eetlustremmers eetlustremmers, en alle drugs die de werking van het centraal zenuwstelsel op de een af andere wijze be‹nvloeden zijn de grote boosdoeners. Het aantal verslaafden aan stemmingsveranderende middelen stemmingsveranderende middelen, slaappillen en peppillen bedraagt nu reeds meer dan een vijfde van de bevolking van de 'beschaafde' wereld en het neemt nog gestadig toe. Noodgedwongen wordt nu reeds voorzichtiger omgesprongen met het voorschrijven van antibiotica antibiotica, maar het is helaas te laat, want heel wat ziekten zoals longontsteking of tuberculose tuberculose, welke enkele jaren geleden probleemloos konden behandeld worden, behoren heden weer tot de gevaarlijkste aandoeningen omdat de microben die ze veroorzaken, door het overmatige gebruik van antibiotica een hoge resistentie ontwikkeld hebben tegen deze geneesmiddelen. Een weg terug is er helaas niet meer, zoals ons ook het verhaal van de insecticiden leert: nu elke landbouwer een heel intensief gebruik maakt van deze verdelgers verdelgers, kan niemand zich nog veroorloven om ze niet meer te gebruiken.

    Schuw een overmatige consumptie van mediatieke informatie mediatieke informatie. Het is vandaag zo dat de westerling gemiddeld zes uur per dag voor zijn televisiescherm doorbrengt. Hij verkeert in de waan zich te ontspannen, maar hij beseft niet ten volle dat hij zodoende niet alleen beroofd wordt van zijn tijd (‚‚n vierde van zijn leven!) maar ook van zijn nachtrust nachtrust. Bovendien is de mediaconsument het slachtoffer bij uitstek van de reclame reclame, waarvan de gulden regel van de volgehouden herhaling feilloos elkeen de das omdoet. Zonder het te weten gaan televisiekijkers specifieke genotsmiddelen consumeren, gewoon omdat zij het voorbeeld volgen van de TV-sterren die hetzelfde doen. Op dezelfde manier kweken zij gewoonten aan die ongezond zijn, niet beseffend dat hun voorbeelden op TV slechts rollen vertolken. De berichtgeving en het nieuws zijn heden gericht op de kijkcijfers en bekommeren zich van langs om minder om de impact van de vaak stresserende verslaggevingen op het gemoed en de rust van de kijkers. Zij trekken alsmaar de aandacht en putten op die manier op den duur de consument volledig uit. Hij begint gebukt te gaan onder allerlei ongemakken en stress stress-symptomen, maar zelden realiseert hij zich dat TV-kijken wel eens de grote boosdoener kon zijn. Steeds meer mensen die hun TV-toestel buiten gooien, ondergaan een zodanige transformatie in de goede zin, dat zij spontaan anderen aanzetten om hetzelfde te doen. Zij kennen weer een gezonde nachtrust, ze hebben meer tijd, ze gaan niet gebukt onder de schuldgevoelens waarmee de reclame hen opzadelt en ze besparen, rechtstreeks en onrechtstreeks, een flinke som geld.

    Wie vast, stopt de tijd

    In navolging van Christus werd in de katholieke kerk katholieke kerk tot voor kort nog een jaarlijkse vastenperiode van veertig dagen in acht genomen. De bedoeling was, zich door het ontzeggen van wereldse zaken fysiek en psychisch te zuiveren, en zo de waarde van het geestelijk leven geestelijk leven te herontdekken. Eenzelfde functie heeft de vasten in de maand ramadan vandaag nog in de moslimgemeenschap moslimgemeenschap.

    De fysieke en psychische weldaad van de vastenpraktijk is wijd en zijd bekend. Zo blijkt bijvoorbeeld uit dit verhaal. De Hunza's, een Aziatische volksstam, werd door oorlog in twee gesplitst. De twee stamdelen gingen elk aan een andere oever van hun rivier wonen: de overwinnaars palmden de vruchtbare oever in. De verliezers moesten zich tevreden stellen met de magere grond, die slechts opbrengsten had voor acht maanden, zodat er de overige vier maanden moest gevast worden. En wat bleek? In de rijke stamhelft werd men gemiddeld 75 jaar oud; in de arme stamhelft 110. Wie vast, veroudert blijkbaar heel wat trager.

    Het verhaal van de Hunza's klinkt fantastisch, maar research met ratten toonde precies hetzelfde aan: een rattenpopulatie die op het randje van de hongerdood werd gehouden, leefde een half leven langer (9 jaar) dan een populatie die overvloedig gevoed werd (6 jaar).

    Nochtans is het roekeloos experimenteren met vastenkuren niet ongevaarlijk. Behalve het feit dat ons lichaam niet meer gewend is aan ontberingen, moeten we dagelijks water water, mineralen en vitamines vitaminen in voldoende hoeveelheden blijven opnemen, en ook een weinig voedsel voedsel, bijvoorbeeld één sobere maaltijd.

    Wie wil vasten vasten, moet eerst z'n lichaam wennen aan de nieuwe situatie. Dit kan het best gebeuren door nu en dan eens ‚‚n dag te vasten; later kan men dan overstappen naar vastenkuren van meerdere dagen. Belangrijk is dat men tijdens het vasten de gewone bedrijvigheid volhoudt; lukt dat niet meer, dan heeft het lichaam voedsel nodig en dient de vastenkuur be‰indigd te worden.

    De gewenning is nodig omwille van het feit dat een vastend lichaam moet overschakelen voor zijn energievoorziening. Wie eet, haalt zijn energie uit de bloedsuikers bloedsuikers. Wie daarentegen vast, moet zijn vetreserves aanspreken. Het overschakelen van bloedsuikers naar lichaamsvet lichaamsvet, vergt van het lichaam een zekere inspanning inspanning. Marathonlopers ervaren die overschakeling omstreeks de lastige vijfendertigste kilometer, het moment waarop de meesten opgeven.

    Lichaamsvet is een zeer rijke reservebrandstof reservebrandstof: om daarvan ‚‚n kilogram te verbranden, moet men vier marathons na elkaar lopen lopen. Dat een loper na een marathon nochtans tot meer dan vijf kilogram lichter weegt, is hoofdzakelijk te wijten aan vochtverlies.

    Vrouwen hebben het makkelijker dan mannen om hun lichaamsvet aan te spreken; zij zijn van nature hormonaal beter uitgerust tegen de uitputting.

    Wie echt vast, ondervindt dat na amper drie dagen het knagende hongergevoel volledig verdwijnt. Dat betekent dat het lichaam zich met succes heeft aangepast. Het is echter nodig dat men soep en vruchtensappen blijft eten, en ook een weinig brood. Wie vast, ervaart dit als een weldaad. De zintuigen en de geest worden scherper. Een regelmatige vastenperiode zuivert en versterkt de mens.

    Gewichtsverlies

    Per minuut wordt in rust 0,25 liter zuurstof verbruikt, zodat er ‚‚n achtste van een gram lichaamsvet verbrand wordt. Dat geeft per dag 360 liter zuurstof of dus 180 gram vet vet. Maar voor wie wil vermageren is vasten niet de ideale oplossing, want het lichaam begint dan zuiniger om te springen met voedsel voedsel, en het begint ook sneller te stockeren. Wie na een vastentijd weer normaal gaat eten, kan daarom algauw zwaarder worden dan voordien. Voor wie wil afvallen is sporten zeker veel beter dan vasten.

    Om te onthouden: Wat je consumeert is zeker belangrijk. Maar er zijn geen wonderdi‰ten en ook geen vaste regels die altijd en voor iedereen gelden. Soms is het veel belangrijker je eraan te houden om bepaalde dingen niet te consumeren of te doen. Regelmaat inzake leefgewoonten, het vermijden van druggebruik en nadelige stress en voldoende nachtrust nachtrust, zijn gulden gezondheidsregels. Mits het in acht nemen van enkele voorzorgen, is de aloude vastenkuur een weldaad voor de mens van vandaag.

    10. Het management van de rust

    Naast het management van de stofwisselingsprocessen en dat van de training training, verdient het beheer van de rust bijzondere aandacht, want de rusteloosheid is een van de ergste kwalen die de manager kan teisteren.

    De slaap

    Een tijdelijk gebrek aan slaap kan weliswaar worden ingehaald indien het gaat om hooguit een paar dagen, maar dergelijke voorvallen moeten tot het uiterste worden beperkt. Elk levend organisme eist zijn rust op, en wanneer een lichaam niet voldoende slaaptijd krijgt, zal het concentratievermogen gedurende de waaktijd verslappen en zo wordt de schijnbaar 'gewonnen' tijd dubbel en dik terugbetaald. Bovendien zal een onuitgerust lichaam uit zelfbescherming gedurende de waaktijd spontaan en haast onmerkbaar heel kortstondige slaappauzes inlassen. Iemand die in dat geval verkeert, kijkt met de blik op oneindig, en lijkt slechts een korte wijle 'verstrooid'. In principe is hier weinig op tegen, maar in sommige gevallen zorgen deze kortstondige slaapverstrooiingen voor dodelijke ongevallen. Het is bekend dat steeds meer truckers op die manier achter het stuur 'in slaap vallen' en verongelukken. Als men niet fris is, lijkt de tijd sneller te gaan omdat er dan meer dergelijke perioden van 'afwezigheid' optreden, en de uiteindelijke balans in gevallen van slaaptekort is tijdverlies: men kan immers de eisen van de natuur niet naast zich neerleggen.

    Ongeveer een derde van ons leven brengen wij al slapend door. Wij doen dat in cycli van ongeveer acht uur, dagelijks. Bij mensen die afgezonderd worden van het daglicht daglicht, wordt deze cyclus geleidelijk langer: zij construeren zich dagen die tot achtenveertig uur tellen en zelfs meer. Het dag- en nachtritme dag- en nachtritme is schijnbaar geen heilig huisje, maar anderzijds werd in deze experimenten geen rekening gehouden met de invloed van het daglicht op ons organisme organisme. Wij weten intussen dat lichtsterkte en bewustzijn nauw met elkaar verstrengeld zijn. In de noordelijk gelegen streken waar maandenlang de zon nauwelijks te bekennen is en de dagen heel kort zijn, komen in die perioden veel meer depressies depressie voor en ook een groot aantal zelfmoorden zelfmoorden. Dat geldt trouwens ook voor mensen die voortdurend 's nachts moeten werken. Anderzijds wordt sinds enkele jaren in de wereld van de psychiatrie met veel lof gesproken over de succesrijke zogenaamde 'lichttherapie' lichttherapie', waarbij depressieve pati‰nten helemaal opleven.

    Managers en intellectuelen in het algemeen dromen twee en een half uur per nacht, en dat is zowat een uur langer dan arbeiders: hoe meer verantwoordelijkheid men draagt, hoe meer 'droomarbeid' droomarbeid' er nodig is om de druk daarvan de verwerken. Paradoxaal genoeg werken onze hersenen ook harder gedurende de slaap slaap, en zij worden ook beter doorbloed dan tijdens de waakfase. Dromen is noodzakelijk: wie verhinderd wordt te dromen, ontwikkelt reeds na enkele dagen agressief gedrag en hij gaat ook hallucineren hallucineren. Langslapers zijn meestal piekeraars piekeraars, terwijl kortslapers levenslustiger zijn: wie zich minder zorgen maakt, heeft ook minder tijd nodig om die zorgen te verwerken. Sinds kort weet men ook dat mensen niet zelf bepalen of zij hetzij ochtendmens hetzij avondmens zijn: een verschillend bioritme bepaalt het moment waarop men ontwaakt, en dat hangt samen met bepaalde veranderingen van de lichaamstemperatuur lichaamstemperatuur, die interindividueel heel sterk kunnen verschillen.

    Naast de slaapduur slaapduur, die weliswaar individueel verschilt, is ook de kwaliteit van de slaap uiterst belangrijk. Onderzoek heeft aangetoond dat slapen in een muisstille omgeving een veel hoger rendement geeft dan in een omgeving met nachtlawaai. Mensen die in de buurt van luchthavens wonen, vertonen allen eenzelfde syndroom, gaande van algemene nerveuze klachten nerveuze klachten tot zelf een grondige aantasting van het immuunsysteem immuniteitssysteem. Dat is niet te verwonderen als men weet dat de slaap het belangrijkste middel is voor de fysieke en psychische recuperatie recuperatie. Proefdieren (katten en ratten) die men verhindert om te slapen, sterven onherroepelijk na amper dertien dagen.

    Voldoende slaap van goede kwaliteit, het liefst gedurende een vaste periode van de dag, is onontbeerlijk voor een goede gezondheid en voor een optimaal prestatievermogen prestatievermogen. Men kan de eisen van de natuur ook hier niet omzeilen: tijd willen winnen door minder te slapen, rendeert uiteindelijk niet. En tenslotte mag men de slaap ook niet beschouwen als een noodzakelijk kwaad. Shakespeare beschreef de slaap als volgt: "De slaap, die 't warnet van de zorg ontrafelt,/ De dood van elke leefdag, 't bad der moeden,/ De balsem van 't gewond gemoed, het tweede,/ Ja, hoofdgerecht van 's levens dis".

    Vermoeidheid vermoeidheid, oververmoeidheid en ziekte

    Gezonde vermoeidheid treedt op wanneer, na een periode van activiteit, het lichaam rust nodig heeft om te herstellen. Gewoonlijk treedt deze vermoeidheid 's avonds op, maar ze komt ook vaak voor na het middageten, enerzijds omdat de spijsverteringsorganen veel bloed onttrekken aan de rest van het lichaam en, anderzijds, omdat een volle maag een rustgevend signaal naar de hersenen stuurt, die dan bepaalde, licht bedwelmende endorfinen produceren.

    Een gevoel van vermoeidheid kan ook optreden zonder dat men zich ingespannen heeft, bijvoorbeeld in gevolge zuurstoftekort zuurstofgebrek, wat zich laat kennen door een herhaaldelijke en onbedwingbare geeuwhonger geeuwhonger. Geeuwhonger kan er op wijzen dat men echt slaap nodig heeft, maar het kan ook een eerste teken zijn van de gevreesde koolstofmonoxidevergiftiging ingevolge kacheluitwasemingen in een gesloten ruimte. Is er geen sprake van kacheluitwasemingen, dan zal het volstaan een frisse neus te halen en een weinig lichaamsbeweging te nemen teneinde die vermoeidheid ongedaan te maken.

    In dat laatste geval is sprake van valse vermoeidheid valse vermoeidheid. Ze treedt op bij mensen die noch slaaptekort hebben, noch ziek zijn, en paradoxaal genoeg volgt zij uit een gebrek aan lichaamsbeweging lichaamsbeweging. Zuurstoftekorten zuurstofgebrek maken het lichaam immers loom, en langdurige inactiviteit kan het aantal myoglobinekernen in de lichaamscellen danig doen verminderen, dat de levenskrachten er letterlijk moeten aan geloven. Bovendien werkt een tekort aan lichaamsbeweging spieratrofie in de hand: de spiertonus verzwakt dan, en de bloeddruk daalt; ook neemt de haemoglobineconcentratie in de bloedbaan af, zodat weer minder zuurstof kan getransporteerd worden. Men raakt in een vicieuze cirkel en wanneer men op de koop toe wat hypochondrisch aangelegd is, gaat men alras geloven dat men oud en ziek aan het worden is, terwijl de remedie tegen deze vorm van fysische regressie er eenvoudig in bestaat om dagelijks een half uurtje te wandelen wandelen, te fietsen of te lopen lopen.

    Oververmoeidheid komt eigenlijk veel minder frequent voor dan valse vermoeidheid valse vermoeidheid. Oververmoeidheid herkent men het best aan het feit dat men niet meer kan slapen of dat men koortsdromen heeft. Overdaad in de training training, meer bepaald intervalltraining intervalltraining, veroorzaakt oververmoeidheid bij menig atleet. Ten gevolge van oververmoeidheid raken de lichaamsreserves uitgeput en verliest het lichaam zijn weerstand: men raakt vlugger ge‹nfecteerd en geblesseerd.

    Een laatste vorm van - dodelijke - vermoeidheid kan optreden bij uitputtingstoestanden ten gevolge van zout- of mineralenverlies door het overvloedig zweten bij overmatige inspanningen. Zouten zorgen immers voor de geleiding van zenuwprikkels en voor de hele waterhuishouding van de lichaamscellen. 'Uitdroging' uitdroging' kan daarom hartritmestoornissen veroorzaken met fatale afloop. Gelijkaardige cellulaire uitdroging kan ook optreden door alcoholmisbruik alcoholmisbruik, met dezelfde gevolgen. Wie aan sport doet, moet daarom niet alleen voldoende drinken drinken: het is van belang dat hij ook voldoende eet, of tenminste een sterk mineraalhoudend water gebruikt.

    Stress

    Stress is sinds vele jaren de kwaal bij uitstek van de manager manager. De term 'stress' werd ingevoerd door professor Hans Selye uit Canada, en hij duidt op een alarmreactie waartegen het organisme zich wapent door zich op een specifieke manier aan te passen. Die aanpassing kan zeer wenselijk zijn, wanneer zij bijvoorbeeld bestaat uit een verhoogde alertheid, maar ook naargeestig, bijvoorbeeld wanneer het lichaam maagzweren gaat vormen. Men weet intussen dat maagzweren veroorzaakt worden door bacteri‰n, en dat ze met eenvoudige antibiotica kunnen bestreden worden, maar inzake de vatbaarheid voor deze aandoening blijft stress een rol spelen. Het blijft trouwens ook maar de vraag of het de stress is die de ziekte uitlokt, ofwel de ziekte die de stress veroorzaakt - bijvoorbeeld in het geval van bepaalde hartaandoeningen hartziekten. Wellicht bestaat er een oorzakelijkheidsverband in de beide richtingen.

    Stress is niet zomaar een verwerpelijk verschijnsel: we hebben allen stress nodig om goed te kunnen presteren. Mensen die de stress systematisch ontvluchten, leren zich niet aan te passen, en ontwikkelen zich ook niet zoals het hoort, want elk leerproces begint met de stress van de frustratie frustratie, die de opvoedeling moet leren interpreteren als een uitdaging, waarna hij de koe bij de horens moet vatten teneinde te kunnen overwinnen. Het probleem ligt daarom veeleer bij onze omgang met stress. Tegen stress-situaties kan men zich het beste wapenen door ze te voorzien, wat inhoudt dat men lastige scenario's van tevoren inoefent of traint. Het principe van de training is inderdaad verwant met de beginselen van elk leerproces en van elke intellectuele ontwikkeling ontwikkeling. Intelligentie is in wezen aanpassingsvermogen, en het vermogen om zich aan te passen is afhankelijk van oefening of training. Zelfontwikkeling op alle gebieden is daarom het belangrijkste wapen tegen stress, en het garandeert ook de best mogelijke strategie voor een optimale kanalisering van stress.

    Een toverformule voor psychische rust

    Tenslotte rijst de praktische vraag hoe men ongewenste en overbodige psychische spanningen psychische spanningen het best kan verdrijven. Er bestaan weliswaar verschillende methoden. Vooreerst kan men z'n toevlucht nemen tot geneesmiddelen geneesmiddelen, meer bepaald tranquillizers en roesmiddelen roesmiddelen. Deze strategie is echter niet aan te raden: naast de onmiddellijke nadelen voor gezondheid en veiligheid, hebben deze middelen steeds een verslavend effect. Dat betekent dat, indien men er een gewoonte van maakt om z'n spanningen te verdrijven met pillen of met drank drank, men op den duur spanningen opbouwt van zodra men de pillen of de drank mist, dus van zodra men nuchter is. In nuchtere toestand voelt de verslaafde verslaving zich ziek; zijn probleem is dat hij onder invloed moet zijn om zich een beetje gezond of normaal te voelen. Zijn aanvankelijk probleem was bijvoorbeeld stress in gevolge overwerk, maar daaruit ontstaat alras een nieuw en veel ernstiger probleem, namelijk stress in gevolge het ontberen van de vermeende stress-bekampende middelen. De verslaafde scheept zichzelf aldus op met een nieuw en veel ernstiger stress-probleem. Omdat bovendien de verslavingsstress veel erger is dan de arbeidsstress, leidt het nieuwe stress-probleem ook nog tot verwaarlozing van het werk. Kortom: de oplossing met pillen is een straatje zonder einde.

    Een tweede mogelijkheid voor het bekampen van stress biedt zich aan: verstrooiing in andere psychische activiteiten - bepaalde hobby’s, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van verzamelingen, het spelen (kaartspel, schaakspel, gokken,...) of het zich toeleggen op de beoefening van een wetenschappelijke discipline. Deze vorm van afleiding biedt inderdaad enig verzet, maar van echte ontspanning kan hier nog steeds geen sprake zijn, om de eenvoudige reden dat alle menselijke geestelijke activiteiten aan elkaar verwant zijn. Als wij overstappen van de ene activiteit naar de andere, gaan we niet zomaar even een heel ander stukje van onze hersenen gebruiken: het zijn nog steeds dezelfde hersenen die doorwerken, en de spanning blijft.

    De derde en ideale mogelijkheid brengt wel een volwaardige psychische ontspanning mee, en zij bestaat uit de radicale methode van de fysische inspanning inspanning. Het beste middel om de geest te ontspannen, bestaat erin dat men het lichaam tenvolle inspant. Om verschillende redenen is deze methode feilloos en perfect.

    Ten eerste vergen fysieke inspanningen, zoals de beoefening van de uithoudingstraining uithoudingstraining, zoveel van het lichaam lichaam, dat de geest vanzelf moet afhaken. Iemand die gespannen is, en die een ommetje gaat lopen lopen, zal nog wel enkele minuten met kopzorgen zijn, maar alras moet zijn geest het opgeven omdat alle aandacht naar het lichaam gaat. De fysieke inspanning dwingt de aandacht van de loper zich op het lichaam te concentreren, en precies dat is zijn redding.

    Ten tweede zit het in de natuur ingebakken dat het lichaam zich van psychische spanningen psychische spanningen loutert door het 'lijden': spanningen vertalen zich in het lichaam tot meetbare fysiologische toestanden en reacties (verhoogde bloeddruk bloeddruk, pols en adrenalineproductie) en die vinden hun natuurlijke uitlaatklep in fysieke activiteit - zoals hoger beschreven: omdat ons lichaam nog steeds reageert zoals dat van de oermens oermens. Men kan z'n spanningen letterlijk 'afreageren' in fysieke activiteiten, en als men na deze 'ontladingen' dezelfde fysische constanten opnieuw meet, kan men vaststellen dat ze zich genormaliseerd hebben. In die zin heeft de beoefening van uithoudingssporten een werking die ergens analoog is aan die van de slaap slaap. Een combinatie van de twee geeft de ideale remedie tegen stress stress: wie psychisch gespannen is, kan het best een uurtje lopen vooraleer in bed te kruipen. Op die manier wordt ook een ideale nachtrust gegarandeerd.

    Om te onthouden: Slaap steeds voldoende; op slaap kan je niet besparen. Vermoeidheid kan ook valse vermoeidheid valse vermoeidheid zijn: een moeheid in gevolge zuurstoftekort zuurstofgebrek en bewegingstekort bewegingstekort. En slapeloosheid is een teken van oververmoeidheid of van psychische spanning. De beste remedie hiertegen is een louterende uithoudingstraining uithoudingstraining.

    11. Het management van het zelfvertrouwen

    De manager is een ondernemer ondernemer, en wie onderneemt, heeft in de eerste plaats nood aan zelfvertrouwen zelfvertrouwen. Het zelfvertrouwen is een van de grootste troeven van de ondernemer. Zelfvertrouwen, of geloof in zichzelf, is niet zomaar een gave die uit de lucht komt vallen of een erfelijke eigenschap erfelijke eigenschap. Zelfvertrouwen wordt aangekweekt. Iemands zelfvertrouwen is groter naarmate hij tot meer in staat is. Durf is ‚‚n component van het zelfvertrouwen, maar als die durf niet door kennis en kunde geschraagd werd, zou ze slechts roekeloosheid betekenen: achter elk gezond en stevig zelfvertrouwen gaan mogelijkheden schuil. Mensen verliezen hun zelfvertrouwen wanneer ze hun dierbaren verliezen, hun gezondheid gezondheid, of hun kapitaal. Het zelfvertrouwen is daarom niet een abstracte eigenschap: het is een tastbare, re‰le steun.

    Fysieke onafhankelijkheid

    Onafhankelijkheid geeft zelfvertrouwen zelfvertrouwen, afhankelijkheid ondermijnt het. Wij leven in een tijdperk van verregaande onderlinge afhankelijkheid. Op zich is deze vorm van 'onzelfstandigheid' heel positief, omdat een gezonde samenwerking voor iedereen voordelig is en de zelfstandigheid van de maatschappij bevordert. Maar wanneer die afhankelijkheid te groot wordt, wordt ze onvermijdelijk contraproductief. Indien de geciviliseerde mens zich zou afscheuren van de maatschappij, dan zou hij beslist niet lang overleven. Hij hangt als het ware letterlijk vast aan de distributienetten van water water, energie en informatie. Verder is hij van voor zijn geboorte aangewezen op de hulp van specialisten inzake zijn gezondheid gezondheid, zijn opvoeding opvoeding, zijn voeding, en noem maar op. Tenslotte is hij zelf ook 'gedoemd' zich te specialiseren teneinde zich op zijn beurt voor anderen onmisbaar te kunnen maken.

    Het menselijk zelfvertrouwen heeft dus een sterk voorwaardelijkheidskarakter: het is gelieerd aan het vertrouwen in de maatschappelijke samenwerking. Wij kunnen op de beide oren slapen, tenminste zo lang onze maatschappij goed draait. Vandaar heeft de moderne mens dan ook moeten leren leven met een vorm van onzekerheid die de primitieve mens primitieve mens niet in die mate kende. De oermens vertrouwde voor alles en nog wat op het goed functioneren van zijn lichaam lichaam. Zijn lichaam zorgde er voor dat hij kon eten, dat hij een dak boven zijn hoofd had, dat hij zich kon verplaatsen, verdedigen en behelpen op alle mogelijke domeinen. De meeste van deze functies zijn heden overgenomen door vaklui en door instrumenten. Ons lichaam hoeft niet meer getraind te zijn voor de jacht jacht: fysieke uithouding, kracht kracht, lenigheid lenigheid, allerlei behendigheden, scherpe zintuigen en feilloze instincten zijn niet langer nodig om te overleven, want al deze functies werden overgenomen door instrumenten en maatschappelijke structuren. Onze natuurlijke fysieke vermogens zijn er daardoor ook sterk op achteruitgegaan, en wij merken pas hoe hulpeloos wij geworden zijn wanneer die instrumenten het eens laten afweten. Wie op de pechstrook van een verlaten weg belandt, aanroept zowaar alle heiligen. Een onvoorziene stroomonderbreking van amper enkele uren, berokkent alleen al wegens het uitvallen van de diepvriesmotoren grote schade aan alle burgers. En een kortstondige onderbreking van de distributie van televisiebeelden schept alom ergernis en verveling. Terecht kunnen wij ons ter gelegenheid van zo'n gebeurtenissen afvragen of wij ons niet veel te afhankelijk hebben laten worden van allerlei apparaten, en of wij niet beter af waren met toch maar een beetje meer fysieke zelfstandigheid. Want wie altijd kan terugvallen op zijn lichamelijke krachten, is niet alleen in noodsituaties bevoordeeld, maar ook en vooral wint hij aan zelfvertrouwen omdat hij reeds op voorhand afgerekend heeft met heel wat 'moderne onzekerheden'. Wie kan bogen op een degelijk fysiek uithoudingsvermogen uithoudingsvermogen, hoeft niet te vrezen voor de pechstrook langs de verlaten autoweg: hij neemt niet de vele risico's waarmee heel wat mensen moeten leven, en die forse inperking van risico's zet het zelfvertrouwen kracht bij. Alleen al de idee dat men zich in noodgevallen uit de slag kan trekken, geeft een gemoedsrust die de moeite loont. De basis van het zelfvertrouwen is voor een groot stuk niets anders dan de wetenschap dat men zich kan vertrouwen op z'n lichaam.

    Fysieke competitiviteit

    De mens is een competitiewezen. Voor de primitieve mens primitieve mens had de competitie een vrijwel louter fysiek karakter, terwijl wij vandaag wedijveren met andere dan lichamelijke middelen. Competitief is hij die over de meest geavanceerde competitiemiddelen beschikt, terwijl de fysieke competitiviteit of de lichaamskracht helemaal op het achterplan is verdwenen. Ten onrechte, want zij is eigenlijk fundamenteel onmisbaar. Waarom? De bekwaamheid tot wedijveren is, psychologisch gezien, de vrucht van gekanaliseerde agressie agressie. Agressie is een puur animale drift en, zoals bijvoorbeeld ook de overlevingsdrang, een levensnoodzakelijk natuurlijk gegeven. Nu zijn mensen rationele wezens: zij hebben hun driftleven gesublimeerd en gekanaliseerd. In feite schuilt daarachter een vernuftig cybernetisch mechanisme, een staaltje van intern psychisch zelfmanagement, dat gegroeid is in de loop van onze ontwikkeling en beschaving beschaving. Maar hoe geavanceerd onze competitiemiddelen ook zijn: aan de basis van onze competitiviteit ligt nog altijd die oerdrift oerdrift. Zouden wij die oerdrift verliezen, dan zouden wij niet meer aan competitie doen - ook niet meer op een gesublimeerde manier. Gelukkig herbeleeft elk individu in de loop van zijn ontwikkeling de ganse geschiedenis van de mensheid - weliswaar in versneld tempo - en zo beleven wij in het kinderlijk spel onze oerdriften nog quasi zoals onze verre voorzaten. Wij ervaren daarbij hoe zich onze agressie transformeert tot de factor competitiviteit in het spel en in de sport sport. Nu is het een bekend gegeven dat kinderen die niet hebben kunnen spelen, eenmaal volwassen geworden, te kampen hebben met ernstige psycho-sociale stoornissen psycho-sociale stoornissen. Maar bijna in hetzelfde bedje ziek zijn die volwassenen die van hun kindertijd vervreemd zijn, omdat zij het verleerd hebben te spelen. Daarom blijven spel en sport ook na de kindertijd van enorm belang met betrekking tot het 'wakker houden' van de natuurlijke fundamenten van alles wat wij ondernemen. Wanneer wij als het ware 'spelend' werken, zijn we tevens beter in staat om te relativeren wat we eigenlijk doen, en behoeden we ons voor het vastroesten in een mechanisch arbeidspatroon waar de gezonde en waarachtige competitiviteit eigenlijk uit verdwenen is omdat ze herleid werd tot de omgang met zielloze tabellen en cijfers. Ons natuurlijk enthousiasme enthousiasme, dat de motor van ons handelen hoort te zijn, is dan opgedroogd. Wij kunnen ons daar het beste tegen wapenen door, naast de arbeid, ook aan spel en sport een belangrijke plaats te geven in ons leven.

    Om te onthouden: Het zelfvertrouwen is geen erfelijke eigenschap erfelijke eigenschap: het wordt verworven door het inoefenen van bekwaamheden. De basis van elk stevig zelfvertrouwen is een goede gezondheid en een gezonde competitiviteit die door sport en spel kan ontwikkeld en behouden worden.

    12. Het management van de jeugd

    In dit hoofdstuk gaat het niet over het leiding geven aan de jeugd, maar over het management van onze eigen jeugd. Met andere woorden betreft het hier de vraag hoe wij oud kunnen worden en niettemin jong blijven. Het onderwerp in kwestie spreekt tot de verbeelding van al wie de gemiddelde leeftijd bereikt heeft, en de menselijke verzuchting naar onsterfelijkheid wordt daarom ook sinds mensenheugenis op alle mogelijke en onmogelijke manieren uitgebuit. In zekere zin terecht, kankert de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer hierover als volgt: "In onze vroege jeugd zitten wij klaar voor het leven (...) zoals kinderen voor het doek in het theater, blij en vol spanning wachtend op de dingen die komen gaan. Gelukkig maar dat we niet weten wat er werkelijk gaat komen. (...) Desalniettemin wenst iedereen zichzelf een hoge ouderdom toe, een toestand dus waarin we tot onszelf zeggen: vandaag gaat het slecht en elke dag zal het nog slechter gaan, totdat het allerergste komt".

    Toch zijn het niet allemaal fabeltjes die de ronde doen. Het uitgebreid medisch maar ook het statistisch vergelijkend onderzoek van de voorbije decennia is hoopgevend, althans voor diegenen die er een levenswandel in wijsheid op nahouden, in die zin dat wij steeds beter die factoren kunnen onderscheiden die voor het bereiken van een hoge leeftijd in de beste gezondheid doorslaggevend blijken te zijn. Niemand kan zichzelf verzekeren om oud te worden en jong te blijven, want heel wat factoren hebben wij niet in de hand. Maar onze kansen om gezond oud te worden nemen ongetwijfeld merkbaar toe wanneer wij bepaalde 'eenvoudige' richtlijnen volgen.

    Vooreerst is het een fabeltje dat managers jong sterven. Wel is het zo dat zij vaak in de verleiding komen om ongezond te leven: niet zozeer de arbeidsdruk arbeidsdruk, maar alles wat daarbij kan komen, blijkt nogal eens een nefaste invloed te hebben op de gezondheid gezondheid. En dat geldt zeker niet alleen voor managers.

    Een hoge leeftijd heeft niet alleen nadelen. Onze opvattingen over de ouderdom worden in hoge mate cultureel bepaald. Zo worden bejaarde Eskimo's die zich niet langer dienstbaar kunnen maken voor hun stamgenoten geacht om zich af te zonderen en zich te laten doodvriezen. Bij andere volkeren worden ouderlingen vereerd als goden, en bepalen zij in een raad van wijzen de politiek politiek.

    In onze contreien worden bejaarden bejaarden, trouwens net als kinderen, steeds vaker in tehuizen ondergebracht omdat hun familieleden het te druk hebben om voor hen te zorgen. Zelfstandig blijven tot op de hoogste leeftijd is dan ook de droom van elke gepensioneerde. Maar die zelfstandigheid hangt vanzelfsprekend voor een groot stuk af van de gezondheidstoestand van de betrokkene. Wij leven nu eenmaal in een maatschappij die heel meedogenloos kan zijn.

    Het leven van elk levend organisme wordt begrensd aan de beide tijdseinders door de geboorte en de dood dood. Daar tussenin voltrekken zich een aantal groei- en aftakelingsprocessen met betrekking tot uiteenlopende facetten van het bestaan. Dieren blijven vaak langer gezond dan mensen, maar op verschillende punten is de mens bevoordeeld: het hoogtepunt van onze fysieke kracht ligt in de eerste helft van ons leven, maar tal van andere bekwaamheden bereiken hun piek veel later. Slechts zelden worden bijvoorbeeld wiskundige stellingen ontdekt na de leeftijd van veertig jaar - tenzij dan waar het genie‰n betreft - maar in het algemeen blijven onze intellectuele prestaties groeien omdat op heel wat gebieden de rijpheid en de ervaring doorslaggevend zijn. Een biljartkampioen kan gerust een vijftig-plusser zijn en een schrijver kan op vijfenzestig zijn meesterwerk neerzetten. Naarmate we ouder worden, neemt de levenswijsheid toe, en van filosofen die de kaap van de zestig nog niet overschreden hebben, wordt gezegd dat ze nog jong zijn. Bij uitstek managers zouden tot op de hoogste leeftijd vitaal moeten blijven, want de maatschappij heeft er alle voordeel bij om de stuurlui van onze wereld te kunnen blijven raadplegen.

    Geriatrie vandaag

    Of de maximum leeftijd van de mens kan worden verlengd, is nog lang niet zo zeker. Mensen die, zoals mevrouw Calmant Calmant uit het Franse Arles, de 'maximum leeftijd' leeftijd van honderdtwintig met een viertal jaren overschrijden, zijn weliswaar zeldzaam, maar minder zeldzaam dan pakweg vijftig jaar geleden. Het aantal honderdjarigen is trouwens spectaculair toegenomen in de afgelopen halve eeuw. De gemiddelde leeftijd van de Belg, de Nederlander, de Canadees, de Amerikaan en de Japanner zit fors in de lift; hij ligt nu tussen achtenzeventig en ‚‚nentachtig, en neemt jaarlijks nog met enkele maanden toe. Wie de tachtig reeds bereikt heeft, heeft zeker nog een tegoed van enkele jaren, en als de bejaarde van het vrouwelijk geslacht is, komen daar nog eens vijf jaar extra bij. En de kloosterling mag hopen op negentig.

    Wat men niet met zekerheid kan zeggen over de maximum leeftijd leeftijd, kan met des te meer garantie gezegd worden over de levenskwaliteit levenskwaliteit: dank zij de moderne geneeskunde geneeskunde, of beter: de gezondheidsleer gezondheidsleer, zijn fitte tachtigers en negentigers niet langer uitzonderingen. Alle kritiek op de medische sector, de massavoedselproductie en het jachtige leven ten spijt, mogen wij ook van onze oude dag een relatief hoge levenskwaliteit verwachten.

    Waarom wij oud worden en tenslotte moeten sterven, is een vraag waarop nog geen eenduidig antwoord werd gegeven. Een aantal theorie‰n geven ons wel een beeld. Vroeger werd algemeen aangenomen dat met het ouder worden het afweermechanisme onomkeerbaar verzwakt, totdat het op een dag begeeft. De belangrijkste verklaring vandaag ligt in de theorie van de zich opstapelende vergissingen in het DNA DNA, telkens wanneer dat ter gelegenheid van celvernieuwingen gekopieerd wordt. In de beide gevallen zou de bestrijding van de veroudering verouderingsproces onmogelijk zijn. Maar vanzelfsprekend zou het ook niet wenselijk zijn voor de mensheid, die in 1999 qua aantal de kaap van de zes miljard overschreden heeft, indien het leven van iedereen met pakweg dertig jaar zou verlengd worden. Oud worden is tevens nog steeds een voorrecht voor de bevolking van de ge‹ndustrialiseerde landen. Mede wegens het hoge kindersterftecijfer kindersterftecijfer, worden mensen in ontwikkelingslanden gemiddeld niet ouder dan vijftig, of soms slechts veertig jaar.

    Factoren van de levensduur

    Kan je voorspellen hoe oud je zal worden? Tests voor het berekenen van de persoonlijke levensverwachting zijn er vandaag in overvloed, maar het is uitsluitend aan hun sensationeel karakter dat ze hun massasucces danken. De test die het er nog het best van allemaal lijkt af te brengen, is de naar zijn ontwerper genoemde Hijgden Higdon-test Higdon-test. Aan de hand van vragen en antwoorden in multiple-choice-vorm, worden aan de testpersoon punten toegekend op basis waarvan hij dan z'n levensverwachting kan berekenen. Omdat de ontwerper van deze test zijn parameters baseerde op wetenschappelijk gefundeerde statistieken, kan men wel enig belang hechten aan de factoren die hij verantwoordelijk acht voor onze levensduur levensduur. Op een rijtje zijn het de volgende zestien punten:

    1. De feitelijke leeftijd leeftijd: hoe ouder men is, hoe meer kans men heeft om de gemiddelde leeftijd te overschrijden.

    2. De erfelijke belasting erfelijke belasting belasting: doodsoorzaken van verwanten.

    3. Het geslacht: vrouwen leven langer, maar dan alleen op voorwaarde dat ze niet ge‰mancipeerd zijn.

    4. Het lichaamsgewicht lichaamsgewicht: zwaarlijvigheid be‹nvloedt de levensverwachting in negatieve zin.

    5. Het alcoholverbruik alcoholverbruik: misbruik wordt fors bestraft, maar gelegenheidsdrinkers met ‚‚n of twee consummaties per week krijgen een pluspunt.

    6. De slaap slaap: de oudsten slapen gemiddelde zes tot acht uur per nacht, en wie een middagdutje doet, wordt nog een stuk ouder.

    7. Het preventief geneeskundig onderzoek preventief geneeskundig onderzoek kan meermaals je leven redden: tijdig ontdekte kwalen kunnen immers vaak verholpen worden.

    8. Het roken roken: rokers verkorten hun leven met meerdere jaren.

    9. Het lange afstandslopen of een andere uithoudingssport laat je langer leven op voorwaarde dat je je niet overgeeft aan stresserende competitie competitie.

    10. De Burgerlijke stand: ongehuwden en ongehuwd samenwonenden leven minder lang, opnieuw omwille van de stress (- maar deze regel dateert van meer dan twintig jaar geleden en mag nu wellicht gerelativeerd worden). Een uitzondering vormen weliswaar de kloosterlingen die Higdon Hijgden niet vermeldde: zij worden gemiddeld tien jaar ouder.

    11. Het psychologisch type psychologisch type: optimisten en ochtendmensen leven langer.

    12. De factor 'zekerheid' zekerheid': wie veiligheidsmaatregelen in acht neemt, krijgt extra punten.

    13. De factor opvoeding opvoeding: hooggeschoolden leven langer, maar wellicht is dat te wijten aan het feit dat zij ook van een hoger inkomen kunnen genieten genieten, wat de bestaanszekerheid verhoogt.

    14. De sociale status: hoe hoger de status, hoe groter de levensverwachting - wellicht om dezelfde redenen als hier boven.

    15. De factor geluk geluk: tevredenheid en liefde verlengen het leven. Een later plaatselijk onderzoek in Vlaanderen anno 1999 toonde ook aan dat mensen die wekelijks de zondagsmis bijwonen, enkele jaren ouder worden dan burgers die geen geloofsrituelen praktiseren.

    16. De motivering om fit te zijn: de wil om oud te worden, helpt ook om dit doel te verwezenlijken.

    Levenskracht

    De theorie dat sommigen mensen vroeger oud worden omdat ze over een geringer levenspotentieel zouden beschikken, is geheel uit de lucht gegrepen. De levenskracht, in zoverre er zoiets bestaat, is veeleer vergelijkbaar met een som geld, en hoe lang men het daarmee kan volhouden hangt in de eerste plaats af van de wijze waarop men daarmee omspringt. Maar zuinigheid met de levenskrachten is niet altijd de manier bij uitstek om ze niet te verkwisten: het in onbruik raken van onze mogelijkheden is veel eerder te vrezen. Zo blijven onze spieren en onze gewrichten langer gezond als we ze blijven gebruiken. En dat geldt zeker en vast ook voor onze hersenen, die tenslotte het ganse lichaam co”rdineren. Op onze zintuigen zintuigen, zoals onze ogen en oren, moeten we daarentegen zuinig zijn, want misbruik en overprikkeling berokkenen onomkeerbare schade. Vroegtijdige doofheid is een vaak onderschatte handicap, die in onze oorverdovende wereld steeds vaker en ook vroeger optreedt en die zowel de veiligheid als de ontwikkeling van het individu in het gedrang brengt.

    Soms rijden de krakende karren inderdaad het langst, zoals een oud spreekwoord zegt, terwijl krachtige naturen niet zelden in roekeloosheid hun ondergang vinden. Zoals minder begaafden die zich niettemin goed trainen, het in de sport verder kunnen schoppen dan natuurtalenten die de training verwaarlozen, zo gaat het er vaak in het hele leven aan toe: zwakkelingen van wie men het niet verwacht, overleven meermaals hun nochtans sterkere leeftijdsgenoten. Hoe wij met onze levenskracht omspringen, is even belangrijk als die kracht zelf.

    Wij hoeven niet af te takelen

    Andermaal dokter Ernst van Aaken van Aaken wijst er op dat vele fysieke defici‰nties ten onrechte aan het ouder worden toegeschreven worden, terwijl ze daarmee helemaal geen verband hebben. Als wij ouder worden, en we worden doof, dan schrijven we dat aan onze leeftijd toe, terwijl de oorzaak meestal moet gezocht worden in het feit dat wij ons gedurende vele jaren hebben blootgesteld aan overdadige geluidshinder geluidshinder. Maar ook aderverkalking en hartziekten hebben met de ouderdom geen uitstaans: ze resulteren uit de (verkeerde) levenswijze die men er jarenlang op na hield. Om zich volwaardig verstandelijk te kunnen ontwikkelen heeft een mens jaren de tijd nodig, maar het is niet die leeftijd zelf die het verstand vormt. Net zomin kunnen wij de zogenaamde ouderdomskwalen aan onze leeftijd toeschrijven, al hebben we wel een flink aantal jaren nodig om bijvoorbeeld onze longen kapot te roken roken. Dat wij verslijten is nu eenmaal onvermijdelijk, maar we bepalen voor een groot stuk mee of dit met veertig ofwel met negentig het geval zal zijn. Zo hebben lijkschouwingen bij oorlogsveteranen uit Vietnam uitgemaakt dat tot ‚‚n vijfde van de gesneuvelden in de leeftijdsgroep van de 18- tot 35-jarigen al leden aan aderverkalking.

    Bij internationaal onderzoek naar ziekten van het hart en van de bloedsomloop werd ook vastgesteld dat in de na-oorlogse periode (1952-1967) deze kwalen verdrievoudigden, wat zou te wijten zijn aan een toenemende overconsumptie.


    23-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.METAMANAGEMENT (SLOT)

    Dokter van Aaken's geriatrie

    In 1977 hield de genoemde pionier van de uithoudingstraining een voordracht, die qua actualiteit nog niets ingeboet heeft, en die de veelzeggende titel droeg: "60 Jahre lang 10 Jahre alt bleiben". Een beknopte weergave van zijn standpunten is hier zeker op zijn plaats.

    Ernst van Aaken betoogt dat wij oud worden omdat onze cellen veranderen, maar het prestatievermogen van heel wat (getrainde) tachtigjarigen verraadt dat hier meer dan enkel de leeftijd in het spel is, want zij presteren nog zoals tienjarigen.

    Celveranderingen ingevolge de ouderdom beginnen in de bradytrofe weefsel weefsel, dat zijn weefsels met geringe doorbloeding en kleine bloedvaten bloedvaten, zoals kraakbeenderen en pezen pezen, de wandbekleding van de grote bloedvaten, enzovoort.

    Door een verhoogde stofwisseling worden in de cel optisch actieve stoffen geproduceerd die de celademhaling bevorderen waarbij ATP (Adenosine-Tri-Phosforzuur) en AMP (Adenosine-Mono-Phosforzuur) gevormd worden. Sutherland Sutherland (Nobelprijs 1971) bewees dat de cyclische AMP het systeem van hormonen en membranen danig stuurt, dat de optische activiteit behouden blijft. Topsporters blijken tien maal meer AMP te hebben dan terminale kankerpati‰nten kankerpatiënten, en ook veel minder melkzuur.

    Nu wordt AMP gevormd uit ATP op voorwaarde dat er genoeg zuurstof aanwezig is voor de celademhaling celademhaling, waarbij energie en afvalstof (waterstof en koolzuur) gevormd worden. Valt de celademhaling stil, dan ontstaat een teveel aan waterstof, en daardoor ontstaan fouten (mutaties) in het genetisch materiaal genetisch materiaal. De structuurgenen hangen af van een operator (Jacob en Monod, 1965) en ze worden door een repressor samengevoegd met micromoleculen in de eiwitsynthese. Bij een optimale zuurstoftoevoer wordt de operator afgesloten, maar bij zuurstoftekort zuurstofgebrek en wateroverschot wordt hij geopend, waardoor een ongeremde eiwitsynthese ontstaat: de cellen produceren dan onophoudelijk eiwitten - ze zijn veranderd in kankercellen kankercellen.

    Deze hypothese verklaart wat kanker is, maar ze verklaart ook waarom het verouderingsproces vertraagt als men aan uithoudingstraining doet. Dr. van Aaken deelt deze theorie met Szent Gy”rgit (Nobelprijswinnaar en uitvinder van de vitamine C).

    Alleen door uithoudingstraining kan de zuurstoftoevoer vertienvoudigd worden en worden kanker en veroudering verouderingsproces voorkomen. Ook wordt op die manier oververzuring tegengegaan, zodat hartinfarct voorkomen kan worden.

    Om te onthouden: Oud worden heeft niet alleen nadelen. Vooral als men gezond kan blijven, is de ouderdom een zegen. Ouderdomskwalen hebben bovendien niets te maken met het aantal jaren dat men geleefd heeft, maar wel met het aantal jaren dat men z'n lichaam misbruikt heeft. Aftakeling op hoge leeftijd is zeker geen noodlot. Wij beschikken vandaag over de kennis om levenslang gezond te blijven.



    Literatuur

    Aaken, van, Ernst, Dauerbewegung als Voraussetzung der Gesundheit. Beitrage zur Gesundheitsvorsorge Heft 4, Lebenskunde Verlag und Vertrieb GmbH, Düsseldorf 1974.

    Aaken, van, Ernst, Die schonungslose Therapie. Ein Gesundheits-Brevier, Pohl-Verlag, Celle 1977.

    Aaken, van, Ernst, Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsfähigkeit, Pohl-Verlag, Celle 1975 (3. Auflage), p. 17.

    Aaken, van, Ernst, van Aaken method, World Publications by Runner's World Magazine, California 1976.

    Bauwens, Jan, Het einde der tijden, Serskamp 1999.

    Edington, D.W. en Edgerton, V.R., The biology of physical activity, Houghton Ginsburg and Sylvia Opper, Prentice-Hall Inc., Englewood Cliffs, New Jersey 1969.

    Higdon, Hal, Testen Sie wie lange Sie leben, in: Spiridon Laufmagazine, nr. 3/'77, p 8-11.

    Illich, Ivan, Grenzen aan de geneeskunde geneeskunde. Het medisch bedrijf - een bedreiging voor de gezondheid? Het Wereldvenster, Baarn 1979 (1978). Vertaling: D.L. Uyt den Bogaard. Oorspr.: Medical Nemesis - The Expropriation of Health, Marion Boyar, London 1975.

    Illich, Ivan, Naar een nieuwe levensstijl. Voorwaarden voor een gelukkiger samenleven, Het Wereldvenster, Baarn 1976 (1973). Vertaling: A.J. Emous. Oorspr.: Tools for conviviality, Illich, 1973.

    Jung, C.G., Bewusztes und Unbewusztes. Beitrage zur Psychologie, Fischer, Frankfurt am Main 1971.

    Lydiard, Arthur L., Das systematische Mittel- und Langstreckentraining. Beitrage zur sportlichen Leistungsförderung, Band 2, Verlag Bartels & Wernitz KG, Berlin Munchen Frankfurt 1977 (2. Auflage), herausgegeben von B. Wischmann.

    Overbeke, van, M., Chomsky, taal tussen weten en geweten, Het Wereldvenster, Baarn 1978

    Penrose, Roger, Shadows of the Mind. A Search for the Missing Science of Consciousness, Vintage, London 1995 (Oxford University Press 1994).

    Romijn, Herms, Het slapend en dromend bewustzijn bewustzijn. Hersenonderzoek, psychoanalyse, parapsychologie, Ambo, Baarn 1979.

    Schopenhauer, Arthur, Parerga und Paralipomena, (vertaling naar het Nederlands van H.J. Pott).

    Shakespeare, William, Macbeth.

    Stewart, Ian, Life's other secret. The new mathematics of the living world, Penguin books, London 1999.

    Van Steenbrugge, K., Grijsloke 2000, Grijsloke 2000. Zie: http://www.bloggen.be/kris/


    Noten

    Zie: Bauwens, Jan, Het einde der tijden, Serskamp 1999.

    Zie: van Aaken, Ernst, Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsfähigkeit, Pohl-Verlag, Celle 1975 (3. Auflage), p. 17.

    Zie: Penrose, Roger, Shadows of the Mind. A Search for the Missing Science of Consciousness, Vintage, London 1995 (Oxford University Press 1994).

    Ibidem.

    Zie bijvoorbeeld: Stewart, Ian, Life's other secret. The new mathematics of the living world, Penguin books, London 1999.

    De term 'negentropie' (- een samentrekking van: 'negatieve entropie') is afkomstig van Pierre Teilhard de Chardin.

    Zie: van Aaken, Ernst, Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsfähigkeit, Pohl-Verlag, Celle 1975 (3. Auflage), p. 229vv.

    Zie onder meer: (1ø) van Aaken, Ernst, Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsfähigkeit, Pohl-Verlag, Celle 1975 (3. Auflage), p. 229vv; (2ø) van Aaken, Ernst, Die schonungslose Therapie. Ein Gesundheits-Brevier, Pohl-Verlag, Celle 1977; (3ø) van Aaken, Ernst, van Aaken method, World Publications by Runner's World Magazine, California 1976; (4ø) van Aaken, Ernst, Dauerbewegung als Voraussetzung der Gesundheit. Beitrage zur Gesundheitsvorsorge Heft 4, Lebenskunde Verlag und Vertrieb GmbH, Düsseldorf 1974; (5ø) Lydiard Lydiard, Arthur L., Das systematische Mittel- und Langstreckentraining. Beitrage zur sportlichen Leistungsförderung, Band 2, Verlag Bartels & Wernitz KG, Berlin Munchen Frankfurt 1977 (2. Auflage), herausgegeben von B. Wischmann.

    Zie ook: van Aaken, Ernst, Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsf„higkeit, Pohl-Verlag, Celle 1975 (3. Auflage), p. 240vv.

    Zie: Illich, Ivan, Grenzen aan de geneeskunde geneeskunde. Het medisch bedrijf - een bedreiging voor de gezondheid? Het Wereldvenster, Baarn 1979 (1978). Vertaling: D.L. Uyt den Bogaard. Oorspr.: Medical Nemesis - The Expropriation of Health, Marion Boyar, London 1975. Alsook: Illich, Ivan, Naar een nieuwe levensstijl. Voorwaarden voor een gelukkiger samenleven, Het Wereldvenster, Baarn 1976 (1973). Vertaling: A.J. Emous. Oorspr.: Tools for conviviality, Illich, 1973.

    Romijn, Herms, Het slapend en dromend bewustzijn . Hersenonderzoek, psychoanalyse, parapsychologie, Ambo, Baarn 1979.

    Shakespeare , William, Macbeth. De vertaling werd overgenomen uit het werk van Herms Romijn waarnaar hoger verwezen werd.

    Volgens dr. E. van Aaken was uitdroging ook de uiteindelijke doodsoorzaak van de wielrenner Tom Simpson in de Ronde van Frankrijk in 1969. Zie: Ernst van Aaken, Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsfähigkeit, Pohl-Verlag, Celle 1975 (3. Auflage), p. 63 en 83.

    Zie: Jung, C.G., Bewusztes und Unbewusztes. Beitrage zur Psychologie, Fischer, Frankfurt am Main 1971.

    Schopenhauer, Arthur, Parerga und Paralipomena, paragraaf 155 IV, 317; naar de vertaling van H.J. Pott.

    In dit verband schrijft dr. M. van Overbeke: "(...) wetenschappelijk onderzoek blijkt met het voortschrijden der jaren (dat wil zeggen met het afsterven van de hersencellen) af te nemen, terwijl de wijsgerige bezinning mettertijd toeneemt". Zie: Overbeke, van, M., Chomsky, taal tussen weten en geweten, Het Wereldvenster, Baarn 1978, p. 11, voetnoot 1.

    Een nog oudere versie van die theorie dateert uit de tijd van Sigmund Freud die in een beknopt werkje, De psycho-analyse en het levensmysterie, het ouder worden wijdt aan het groeiende onvermogen van de lichaamscellen om de zich ophopende afvalstoffen de baas te blijven. Onder de benaming 'radicalen' radicalen' gaan deze afvalstoffen trouwens opnieuw een cruciale rol spelen in bepaalde theorie‰n van de huidige geriatrie geriatrie.

    Zie: Higdon, Hal, Testen Sie wie lange Sie leben!, in: Spiridon Spiridon. Magazine für Langstreckenlaufer, nr. 3/'77, p. 8-11.

    Zie: Aaken, van, Ernst, Programmiert für 100 Lebensjahre. Wege zur Gesundheit und Leistungsfähigkeit, Pohl-Verlag, Celle 1975 (3. Auflage).

    Ibidem.

    Ibidem.

    ------------------------------




    Foto

    Boeken van dezelfde auteur.
    Om een boek te lezen, klik op de prent van de flap.

    Foto

    Foto

    Foto

    EN FRANCAIS:
    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Beluister hedendaagse klassieke muziek van dezelfde auteur: klik op de prent van de weblog hieronder.


    Foto


    Archief per week
  • 15/02-21/02 2010
  • 23/02-01/03 2009
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006

    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!