Patty De Vos Reinaertgallerij Winkel 3 Grote Markt 61 9100 Sint-Niklaas
Medjugorje België en Nederland
01-01-2010
Volgende boodschap van Maria
Volgende boodschap van Maria
25 juli 2010 aan Marija Pavlovic voor de hele wereld Nieuwe projecten tijdens 2010
Vanaf september wordt onze medewerker Frederick seminarist. Vol enthousiasme gaat hij ons tweewekelijks, onder een aparte rubriek: "De weg naar het Heilig priesterschap," zijn wedervaren vertellen als priesterstudent.
Alles, maar dan ook alles wat u wel en nog niet weet over de profetieën van de Heilige Malachias over de Pausen. Elke profetie komt uitgebreid aan bod [aanvangsdatum 28 juni].
Onze Lieve Vrouw van Guadalupe [Broeder Joseph]
Het grootste boekdeel van A.C. Emmerich, over het Openbare Leven van Jezus.
Dan komt ook de langverwachte vertaling van het boek op het blog, dat de Heilige Theresa van Lisieux steeds bij zich had: "Fin du Monde présent et mystères de la vie future," van Abbé Arminjon. [Broeder Joseph]. Broeder Joseph houdt er blijkbaar van om de lezers van dit blog extra te verwennen. De goede man herleeft, omdat hij zo'n nuttig werk kan leveren voor de mensen, want deze lectuur heeft niet iedereen in de boekenrek staan.
Na Onze Lieve Vrouw van Quito en Onze Lieve Vrouw van Belpasso, gaan we deze keer dieper in op Onze Lieve Vrouw van San Nicolàs de los Arroyos. Allen zijn goedgekeurde verschijningen die verwijzen naar de tweede komst van Jezus. [Mario Lossie]
Nog 7 nieuwe heel lange interviews met de zieners en Jelena Vasilj door Janice O'Connell [Henk]
Ondertussen is het verhaal van Onze Lieve Vrouw van Lourdes aangevat. Na het verhaal over de verschijningen volgen alle brieven die Bernadette Soubirous heeft geschreven.
Heel goed nieuws: Frederick gaat zich bezighouden met het vertalen van alle boodschappen van OLV van Anguera, vanaf 1987 tot nu. De rubriek van Anguera zal dus regelmatig worden aangevuld. In het dagelijkse nieuws brengen we u van deze aanvullingen op de hoogte.
De vertaling van het boek "Notre-Dame de Kibeho" van Immaculée Ilibagiza, over één der grootste genociden in de wereld: Rwanda 1994. [Broeder Joseph]
Elke maandag wordt "365 dagen met mijn engelbewaarder" aangevuld en dit tot 31 december [Henk] Dit kunt u terugvinden onder de rubriek gebeden.
Bid dagelijks het twaalfjarig gebed dat de Heer heeft doorgegeven aan de Heilige Birgitta van Zweden [zie rubriek gebeden]. De genaden zijn enorm. Hou vol!
Vrijwilligers-medewerkers [Engels-Nederlands en Frans-Nederlands] zijn steeds welkom.
Eigen gebeden van kinderen, voor Onze Lieve Vrouw of Onze Lieve Heer, komen steeds op het blog.
Uw dagelijks geestelijk voedsel: donderdag 29 juli 2010
Lezing uit het boek Jeremia 18,1-6. Het woord, dat Jahweh tot Jeremias richtte! Sta op, en ga naar het huis van den pottenbakker beneden; daar zal Ik u mijn opdracht doen horen. Ik ging naar beneden naar het huis van den pottenbakker. Deze was juist bezig, een pot te draaien op de dubbele schijf. Maar de pot, die de pottenbakker uit leem wilde maken, mislukte onder zijn hand; toen begon de pottenbakker opnieuw en maakte er een andere pot van, juist als hij wilde. Nu werd het woord van Jahweh tot mij gericht: Zou Ik niet als deze pottenbakker met u kunnen handelen, huis van Israël, spreekt Jahweh? Waarachtig, als leem in de hand van den pottenbakker zijt gij in mijn handen, huis van Israël!
Psalmen 146(145),2-6. Zolang ik leef, wil ik Jahweh prijzen, Mijn God verheerlijken, zolang ik besta! Vertrouwt niet op vorsten, Op mensen, die niet kunnen helpen: Is hun adem heen, ze keren terug tot het stof, En het is met hun plannen gedaan. Gelukkig, wien de God van Jakob blijft helpen, Wiens hoop is gevestigd op Jahweh, zijn God: Die hemel en aarde heeft gemaakt, De zee met wat ze bevat. Jahweh, die trouw blijft voor eeuwig,
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 11,19-27. Waren er veel Joden naar Marta en Maria gekomen, om haar hun rouwbeklag te doen over haar broer. Zodra Marta Jesus’ aankomst vernam, ging ze Hem tegemoet; Maria bleef thuis. En Marta zei tot Jesus: Heer, zo Gij hier waart geweest, was mijn broer niet gestorven. Maar zelfs nu weet ik nog, dat God U zal geven, wat Gij Hem vraagt. Jesus sprak tot haar: Uw broer zal verrijzen. Marta zeide Hem: Ik weet, dat hij verrijzen zal bij de opstanding op de jongste dag. Jesus sprak tot haar: Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; en wie leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven voor eeuwig. Gelooft ge dit? Ze zeide Hem: Ja, Heer; ik geloof, dat Gij de Christus zijt, Gods Zoon, die in de wereld komt.
1. Medjugorje: Interview van Janice O'Connell met Mirjana [deel 4]
Elke keer als ik een ongelovige zie, weet ik wat hem te wachten staat
Interview
Een compilatie gedurende verscheidene jaren van verschillende uitgegeven interviews met Mirjana volgt:
Janice: Mirjana, ik stelde vast dat momenteel in 1991 pelgrims tot op jouw drempel van je deur hier in Medjugorje komen. Geeft u elke dag, zoals de andere zieners, algemene interviews? Mirjana: Ik zie slechts af en toe pelgrims.
Janice: Heeft u een boodschap voor de pelgrims? Mirjana: Mijn boodschap is voor alle mensen. Bid voor de ongelovigen. Dit is een speciale periode van genade. Onze gebeden brengen echt veel bij. De Gezegende Moeder vraagt aan al haar mooie kinderen van de wereld om te bidden voor de ongelovigen zodat ook zij kunnen komen in het koninkrijk van de hemel.
Janice: Mirjana, geeft u veel private interviews? Mirjana: Neen. Ik geef weinig interviews.
Janice: Waarom? Mirjana: Dat is omdat de Gezegende Moeder het zo wil.
Bron: Janice T. Connell
Vertaling: Henk
2. A.C. Emmerich: Het bitter lijden van Onze Heer Jezus Christus. [Aflevering 199]
Hoofdstuk 6. De Kruisiging
Jezus wordt aan het kruis genageld
Jezus, een beeld van ellende, werd door de rakkers op het kruis uitgestrekt. Hij ging zelf neerzitten en zij duwden Hem op Zijn rug, trokken aan zijn rechterarm, tot de hand kwam liggen boven het nagelgat in de rechter kruisbalk, en bonden Zijn arm vast. Een van de beulsknechten ging geknield op Zijn borst zitten, een andere hield de hand van Jezus open, de hand die zich gesloten had, en een derde zette de lange, zware nagel met de spits-gevijlde punt in het dikke deel van de Heer Zijn gezegende rechterhand en sloeg met de ijzeren hamer woeste slagen. Een zoet en helder, hoewel gebroken weegeschrei klonk uit de mond van Onze Heer. Zijn bloed spatte op de rakkers hun armen. Het touw dat om Zijn hand was gebonden, werk stukgetrokken en met de driekantige nagel mee in het nagelgat gedreven. Ik heb de hamerslagen geteld, maar voelde mij zo lijdend en afgemat nadien, dat ik niet meer weet hoeveel het er waren. De Heilige Maagd jammerde zacht en scheen onttogen aan het uiterlijk gebeuren, terwijl Magdalena geheel buiten zichzelf was.
De boren die de kruisigers gebruikten, waren grote stukken ijzer, in de vorm van een Latijnse T. Er was nergens hout aan. Ook de grote hamers waren met steel en helemaal van ijzer en uit één stuk, zij hadden ongeveer dezelfde vorm als de houten sleggen waarmee de schrijnwerkers op de beitels slaan.
De nagels, die Jezus deden huiveren toen Hij ze zag, waren zo lang, dat zij nagenoeg een duim uitstaken aan beide kanten van de vuist die ze vasthield. Hun kop, iets verheven in het midden, had de grootte van een kroondaalder. Zij waren driesnedig, die nagels, van boven zo dik als een gewonde duim, van onder als een kleine vinger en spits aangevijld. Zij gingen door de kruisarmen heen en hun spits was nog een beetje te zien aan de achterzijde.
Nadat zij de rechterhand van Onze Heer hadden vastgenageld, ontdekten de kruisigers dat Zijn linkerhand, die eveneens op de kruisarm gebonden was, niet tot bij het nagelgat kwam, dat zij ongeveer een paar duim te ver hadden doorboord. Zij slingerden nu de touwen alleen om Jezus’ linkerarm, schoorden zich met hun voeten tegen het kruis en trokken zo hevig en zo lang, tot Jezus’ linkerhand op de plaats reikte, waar zij de nagel moesten inslaan. Jezus jammerde hartroerend. Zij rukten zijn armen helemaal uit het gelid, Zijn oksels waren een wijde holte en aan Zijn ellebogen zag men de beenderen alsof zij bloot lagen. Zij borst welfde zich hoog naar boven, Zijn knieën waren opgetrokken ter hoogte van het onderlijf. De kruisigers knielden neer op Zijn armen en Zijn borst, bonden Zijn armen vast en sloegen de tweede nagel in Zijn linkerhand. Het bloed fonteinde en tussen de hamerslagen in klonk de zoete, heldere jammerklacht van Onze Heer. Jezus’ armen waren nu in een rechte lijn uitgestrekt, zodat zij niet meer de schuinslopende dwarsstukken van het kruis bedekten; men keek door die stukken en de okselholten van de Gekruisigde heen.
3. Biografie Heilige Jean-Marie Vianney [Aflevering 199]
Preken
De slechte dood
Als ge me vraagt, broeders, wat men dient te verstaan onder een slechte dood, geef ik u ten antwoord: wanneer iemand sterft in de bloei van zijn leven, in goede gezondheid, in het bezit van alles wat zijn hart begeert, gehuwd, waarbij hij vrouw en kinderen moet achterlaten, dan lijdt het geen twijfel of deze dood is wreed. Koning Ezechias zei: "Waarom, o God, moet ik sterven in het midden van mijn jaren, in de bloei van mijn leven?" En hij vroeg de goede God om uitstel.
Anderen zeggen dat sterven onder de handen van een beul of aan de strop een slechte dood is. Sommigen noemen een schielijk overlijden een slechte dood, bijvoorbeeld getroffen worden door een bliksem, verdrinken of doodvallen van een dak. Weer anderen beweren dat het een slechte dood is, wanneer men sterft aan de pest of aan andere besmettelijke ziekten.
En toch, ik zeg u, broeders, dat er in geen van deze gevallen sprake is van een slechte dood. De dood van iemand die in de bloei van zijn jaren sterft, is niet minder kostbaar in de ogen van de Heer, mits hij goed heeft geleefd. We hebben zoveel heiligen die in de bloei van hun jaren gestorven zijn. Het is ook geen slechte dood onder de hand van een beul te vallen. Alle martelaren zijn door beulen ter dood gebracht. Zelfs een schielijk overlijden is nog geen slechte dood, mits men voorbereid is. We hebben zoveel heiligen die schielijk gestorven zijn. De Heilige Simeon werd op zijn zuil door de bliksem getroffen. Sint Franciscus van Sales stierf aan een beroerte. Neen, broeders, sterven aan de pest hoeft niet eens een noodlottige dood te zijn: Sint Rochus en Sint Franciscus Xaverius zijn beiden aan deze ziekte overleden.
Vertaling: Chris De Bodt
4. Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! [Aflevering 199]
Hoofdstuk 28. Lijden en herstel
Nicky: Wat nog kunt u vertellen over het lijden? Maria: Vraag maar!
Nicky: Met de kennis dat er vele soorten mensen bestaan en wat er uit onze ziel voortkomt, nooit mag worden onderschat, kunnen sommigen aan God vragen om meer te mogen lijden. Stelt u een gebed voor, voor diegenen die hiertoe de neiging hebben? Maria: Over het algemeen zeker niet. Mensen die in deze wereld leven en die anderen hebben waarvoor ze verantwoordelijk zijn, hoeven dit absoluut niet te doen, want hun lijden zal op de ene of andere manier toch komen. Gebeden voor extra lijden zou enkel moeten voorbehouden worden voor zij die een kloosterleven lijden, voor hen die enkel verantwoordelijk zijn voor zichzelf en die steeds hulp rondom zich hebben. Zij kunnen de wens hebben om dit te doen, maar anderen niet. In mijn geval heb ik er nooit om gevraagd maar ik laat alles wel gebeuren voor het welzijn van de Zielen in het Vagevuur. En ik heb niet voor een familie gekozen. Aldus kan ik mijn hele leven aan hen schenken. Ook hier is mijn geval verschillend van dat van de meeste andere mensen.
Nicky: Of het nu gaat om de levenden of om de zielen, is er een bepaalde zonde voor dewelke u het meeste hoeft te lijden? En als dat het geval is, wat is dan deze zonde? Maria: Voor zowel onder de levenden als onder de zielen is dit zeker en vast de Communie in de hand.
Nicky: Hebt u er ooit over nagedacht om er minder over te praten? Maria: Neen. Het is mijn Godgegeven plicht om de mensen te vertellen over het Vagevuur en het is eveneens mijn plicht om alles in volle waarheid mee te delen wat de Arme Zielen mij hebben verteld over de toestand van de Kerk. Hoe kan ik dingen weglaten, enkel om het mij meer aangenaam te maken als het over de toestand van de Kerk gaat. De Arme Zielen hebben mij verteld dat de huidige toestand de slechtste is die er ooit is geweest. Dan zou ik zeker geen ware vriendin van de zielen zijn.
Recentelijk gebeurde het dat ik door een priester werd uitgenodigd om de parochie te spreken, maar ik mocht één onderwerp niet aanhalen. Toen ik hem vroeg wat dit onderwerp was, antwoordde hij: "Communie in de hand." Toen in daarop de zielen vroeg wat ik moest doen, vertelden zij mij: "Zonder de volle waarheid komt er ook geen lezing." Ik heb de priester hetzelfde gezegd.
Op dezelfde wijze zal ik nooit toestaan dat enig boek of artikel wordt uitgegeven over mij als de uitgevers weigeren over het onderwerp van de Communie in de hand te schrijven.
Bron: Nicky Eltz
Vertaling: Chris De Bodt
5. Fatima's in Lucia's eigen woorden: Hoofdstuk 2. Lucia's kinderjaren [aflevering 43]
Lucia’s uitstekend geheugen
Misschien zal er iemand zich afvragen: Hoe kunt u zich dit alles herinneren? Hoe? Ik weet het niet. Onze Lieve Heer, die de talenten uitdeelt zoals Hij deze het beste acht, heeft mij dit goed geheugen toebedeeld. Hij alleen weet waarom. En daarnaast, voor zover ik weet, is er dit verschil tussen gewone en buitengewone dingen: Als we spreken over een louter schepsel, zelfs wanneer we spreken, hebben we de neiging om te vergeten wat er is gezegd, terwijl bovennatuurlijke dingen dieper in de ziel zijn geschreven, zeker als we ze zien of horen, zodat het niet gemakkelijk is om te vergeten.
Vertaling: Chris De Bodt
6. Film: Moses [4/23]
Mozes wordt geboren in omstandigheden die verre van ideaal zijn. Drie maanden lang moet hij als kind verborgen worden gehouden. De wrede Farao van Egypte had bevolen alle kinderen van de Hebreeuwse slaven ter dood te brengen. Uiteindelijk kunnen zijn ouders hem niet langer verborgen houden en wordt hij in een biezen mandje toevertrouwd aan het water van de Nijl. het lijkt alsof God het volk van de Hebreeen aan hun lot heeft overgelaten. ze moeten slavenarbeid verrichten tot ze er dood bij neervallen. Mozes krijgt de opdracht om het volk te redden uit de greep van de Farao en hij weet als godsgezant het volk uit Egypte weg te halen. het volk wordt bevrijd, weg van de slavernij en onderdrukking. Op weg naar het beloofde land Kanaan ontvangen ze bij de berg Sinai de tien geboden en uiteindelijk komen ze bij het land 'overvloeiend van melk en honing'. Mozes zelf echter zal het land nooit betreden...
Deze Amerikaanse TV-film uit 1996 staat onder regie van Roger Young. Met Ben Kingsley [Mozes], Frank Langella [Mermefta], Christopher Lee [Ramses II], Enrico Lo Verso [Joshua] en David Suchet [Aaron]. De film duurt 188 minuten.
7. Het Laatste Geheim. Hoofdstuk 37: "Ik zal uw Moeder zijn."[Aflevering 249]
Er was geen duidelijke boodschap, maar in de buurt van Frankfurt benadrukte Maria opnieuw een tijd van "bevingen."
"Arme zondaars," zou ze naar verluidt in Corsica in 1899 gezegd hebben.
En op 8 september 1900 doodde een orkaan en een vloedgolf meer dan zesduizend mensen in Galveston, Texas. Het hele eiland werd overstroomd door het zeewater, men zag enkel nog drijvend puin en surrealistische bliksemschichten. Het eiland, dat ooit een beroemde feeststad was geweest ["Beëlzebub en de Duivels" was het recente thema van een plaatselijke "Mardi Gras"], werd bedekt met een twee en een halve centimeter dikke laag van stinkend slijm. Een artikel in National Geographic beschreef het als "een tafereel van lijden en verwoesting zoals men nog nooit gezien had in de geschiedenis van de wereld" en het was een bijzonder droevige dag omdat 8 september Maria’s officiële verjaardag was.
Bron: Michael Brown
Vertaling: Mario Lossie
8. Taizé: Frère Roger Schutz, biografie [Aflevering 144]
Hoofdstuk 8. Uit de Patstelling
Het gevaar van de ‘institutionalisering’
In die tijd is Taizé bijna een instelling geworden in het Franse religieuze landschap, tenminste een unicum waarnaar velen verwijzen. Paris Match wijdt er een lange bijdrage aan met prachtige foto’s. Jean-Marie Paupert, toen een boegbeeld van het ‘progressieve’ katholicisme [volgens zijn eigen uitdrukking], publiceert zijn eerste boek over Taizé. Een prachtig boek, goed opgesteld en meer een kroniek en een al opbouwende legende dan geschiedenis, is geschreven in overstemming met Broeder Roger en onder toezicht van de Gemeenschap. Tot slot wenst Jean-Marie Paupert dat zijn boek ‘nieuwsgierigheid, zin en wens om naar Taizé te gaan’ zou ingeven. Hij looft de ‘kostbare kleinoden van de broeder prior’ als ‘misschien het grootste geestelijk werk uit onze tijd’. Het werk was door de uitgeverij Fayard aan de beroemde katholieke historicus Daniel-Rops gevraagd maar zijn overlijden in juli 1965 had zijn werk onderbroken en Paupert nam het over. Het boek eindigde met een uitgebreid nawoord van de filosoof Paul Ricoeur, van protestantse afkomst en een vertrouwde gast in Taizé. Hij sprak vol lof over de ‘losse liturgie’ van de Bourgondische gemeenschap.
In dit jaar 1967 kreeg de Gemeenschap van Taizé de ‘Watelerprijs voor de Vrede’ toegekend. Deze prijs ging sinds 1931 jaarlijks naar een personaliteit of een vereniging die ‘het beste de vrede had gediend’. In het verleden hadden Jean Monnet, Unicef en Willem Visser’t Hooft hem gekregen. Voor de Gemeenschap was het de eerste openbare eerbetuiging.
Deze steeds bredere aandacht en deze herkenning zouden Broeder Roger tevreden moeten stellen. De kleine hervormde Gemeenschap van het begin is groots uitgebreid. Alle vijfenzeventig Broeders waren protestanten maar afkomstig uit hervormde, lutheraanse, presbyteriaanse, anglicaanse, methodistische, enz. Kerken. Een orthodox Centrum en een franciscaanse fraterniteit waren in de buurt gevestigd. Vier gemeenschappen van vrouwelijke religieuzen zorgden voor het onthaal van steeds talrijker bezoekers en jongeren [tweehonderd duizend in 1966]. De actie van de Gemeenschap breidde uit: in ‘haar moeite om de armen te bereiken’ waren sinds meerdere jaren kleine fraterniteiten in verschillende werelddelen gevestigd, de laatste in de herfst van 1966, het zwarte getto van Chicago, in samenwerking met de franciscanen, en het Braziliaanse Recife sinds 1967, in een gemeenschap met de benedictijnen.
De intellectuele productie van Taizé [boeken geschreven door sommige leden en in verschillende talen omgezet] en de stoffelijke productie [de glasramen van Broeder Eric, aardewerk en keramiek van Broeder Daniel], haar gezangen en liturgie kregen een almaar breder gehoor.
Broeder Roger [nu de vijftig voorbij] kon blij zijn met de uitstraling van zijn stichting en de invloed die herkend was. Nochtans als hij, zoals elke onrustige mens, tuk was op herkenning en fier over zijn welslagen, vreesde hij de institutionalisering die de armslag beperkt. Hij legde dat duidelijk uit tijdens een ontmoeting met de prominenten van de COE.
Vertaling: Broeder Joseph
9. Jezus' tijdgenoten [aflevering 73]
Falco
Quintus Pompeius Falco [ca. 70 - 140] was een Romeins legeraanvoerder en politicus. Hij behoorde tot de patriciërsstand. Hij volgde de duistere Caius Julius Quadratus Bassus [102/103-104/105 na J.C.] op als Romeinse gouverneur van Judea. Zijn volledige naam luidde Quintus Roscius Murena Silius Decianus Vibullus Pius Julius Eurycles Herculanus Pompeius Falco. Falco begon zijn carrière als tribunus militum van het legio X Gemina. Vervolgens streed hij onder keizer Trajanus in de Eerste Dacische oorlog [101-102] als legatus legionus van het legio V Macedonica. Na de oorlog werd hij geëerd met de ornamenta triumphalia. Na de Eerste Dacische oorlog werd Falco legatus Augusti pro praetore van de provincia Lycië/Pamfylië [dat in die tijd door één "legatus" bestuurd werd].
Van ca. 105-107 was hij legatus Augusti pro praetore van Judea, waarbij ook het legio X Fretensis onder zijn bevel viel. Uit deze tijd is een aanbevelingsbrief uit Rome van Plinius de Jongere, toen hoog ambtenaar gelast met het onderhoud van bedding en kaaien van de Tiber en de riolering van de stad Rome, bewaard gebleven. Het is een voorbeeld van de briefliteratuur die toen gebruikelijk was in de gecultiveerde middens van de hoofdstad van het Rijk.
Vertaling: Broeder Joseph
10. Recente heiligenlevens
Eerbiedwaardige Edel Quinn [1907-1944]
Edels innerlijke leven maakte voortdurend vorderingen, zelfs in die mate dat een vriendin, die later een Kartuizernon werd schreef, dat ze Edel Quinn kende rond het jaar 1930-1931 toen Edel zo’n drieëntwintig jaar oud was: "Sinds het begin (van onze vriendschap) was ik er van overtuigd dat ik contact had met een uitverkoren ziel. Men voelde bij haar een bewustzijn van leven in de goddelijke aanwezigheid. Ze sprak er niet over, maar haar persoonlijkheid straalde een sfeer van gemoedsrust uit. Toch was ze de vrolijkheid zelve. Dat was één van de meest buitengewone aspecten van haar hele gedrag: volkomen natuurlijk en blijkbaar met het grootste gemak, combineerde ze een diep innerlijk leven met alle voordelen van sociaal succes: jeugd, charme, slimheid, graag plezier maken, onschuldige vrolijkheid, een vurig gevoel voor humor, een pienter oordeel, een talent voor muziek, en vaardigheid in sporttakken zoals tennis, dansen en golf, wat ze allemaal heel graag deed maar later opgaf om haar vrije tijd aan het apostolaat van het Legioen van Maria te wijden."
Het nam wat tijd in beslag om haar roeping in het leven te overwegen, en toen ze er zeker van was maakte ze regelingen om de Orde der Clarissen in Belfast te vervoegen. Haar intrede was gepland voor april 1932. Ze was vijfentwintig jaar oud. Haar vrienden waren verbaasd door haar beslissing, maar weken later kregen ze de onaangename verrassing dat ze tuberculose had opgelopen en naar een sanatorium was gebracht. Sommigen staken de schuld op haar dieet omdat ze vastte, dikwijls maaltijden miste, en geen melk, boter en vlees at.
Bron: Joan Carroll Cruz
Vertaling: Mario Lossie
11. Onze Lieve Vrouw van Lourdes: Brieven van Bernadette [Aflevering 88]
Aan haar petekind Bernadette Nicolau
Nevers, 26 augustus 1876
Mijn liefste Bernadette,
Ik dank je voor het goede nieuws over de familie. Ik ben verheugd te vernemen dat jullie alien in goede gezondheid verkeren. Ik vraag Onze Lieve Heer jullie daarin te bewaren.
Ik bid mijn lieve Meter zich niet zo om mijnentwille te kwellen. Ik voel me de laatste dagen al wat beter. Ik heb niet veel pijn, ik voel me alleen erg zwak. Mijn maag weigert voedsel, vandaar dat ik er zo lang over doe weer op krachten te komen. Ik voel me al wat beter, dus nogmaals kwel u niet: ik word verzorgd als een pasgeboren baby. Ik ben nogal beduusd door alle goede dingen die onze vereerde Moeder-Overste mij geeft, nog afgezien van de goede zorgen die de verpleegster mij geeft. Alle lieve Zusters zijn goed voor mij. Ze zeggen vaak dat ze elk wel een deel van mijn pijn zouden willen overnemen, zodat ik kon hollen als vroeger. Dat maakt me aan het lachen, en dan zeg ik hun dat mijn grootste verdriet er op dit moment uit bestaat dat ik niet met hen kan meedoen. De gewone gang van zaken van mijn geliefde communiteit volgen, dat zou voor mij ware vreugde betekenen.
Wees verzekerd, mijn liefste Meter, dat ik u niet vergeten ben, op uw naamdag, bij Onze-Lieve-Heer en de Heilige Maagd, evenmin als mijn lieve petekind, ik hoop dat zij u troost zal brengen. Ik vraag u mijn zus niet te vertellen dat ik pijn lijd. Het ga je goed, lief petekind, ik besluit met jullie alien allerinnigst te omhelzen en me in jullie gebeden aan te bevelen,
Heel haar leven leed Bernadette aan astma, waarvan sommige aanvallen haar op het randje van de dood brachten. In 1854, Bernadette is dan tien jaar oud, verliest haar vader de molen. In 1855 wordt Lourdes getroffen door een cholera-epidemie, waarbij ook Bernadette geïnfecteerd raakt. Zij wordt ernstig ziek en ondervindt de rest van haar leven de gevolgen. Wanneer vader Soubirous door een ongeval aan één oog blind raakt en zijn diensten niet meer kan verhuren, komt het van kwaad tot erger. Het gezin met vier kinderen moet zijn intrek nemen in een hok van 3,72 bij 4,40 meter, het cachot, een voormalige gevangeniscel die enkele jaren eerder gesloten was omdat het er te vies was, vochtig en vol ongedierte.
Tot overmaat van ramp wordt Soubirous gearresteerd wegens een vermeende diefstal van twee zakken meel. Hij verdwijnt voor enige tijd achter de tralies. In september 1857, enkele maanden voor de verschijningen, wordt Bernadette, omdat er te veel monden te voeden zijn, uitbesteed aan haar vroegere min Marie Laguës in het aangrenzende dorpje Bartrès. Daar hoedt zij de schapen en past zij op de kinderen. Bernadette, die niet kan lezen en schrijven, krijgt van haar min de eerste catechismuslessen ter voorbereiding op de eerste communie, die zij op haar veertiende zal doen. Bernadette's moeder Louise beschrijft haar als een kind met "een uitgesproken neiging tot vroomheid." Zij maakte graag rustaltaartjes in de meimaand en bezat een eenvoudige rozenkrans die zij in het Frans kon bidden, een voor haar vrijwel onverstaanbare taal. Deze rozenkrans draagt zij bij zich tijdens de eerste verschijning.
13. Malachias: De 111 profetieën over de Pausen
Profetie 3: Ex Magnitudine Montis [Van de grote berg] [vervolg]
Eugenius III [1145-1153]
Echte naam: Bernardo Pignatelli di Montemagno
In 1144 heroverden de moslims onder leiding van Zengi de stad Edessa na een beleg van vier weken. De bevolking van de stad werd grotendeels uitgeroeid. Twee jaar later werd Zengi door een van zijn eunuchen vermoord. Zijn leger plunderde zijn bezittingen en viel uiteen. Zodra in Jeruzalem bekend werd dat Edessa was veroverd door de troepen van Zengi nam koningin Melisende contact op met Raymond van Poitiers, prins van Antiochië. Zij besloten de bisschop van Jabala naar de Paus te sturen om te vragen een nieuwe kruistocht te organiseren. Hoewel de stad Edessa ver van Jeruzalem verwijderd is, was de val van Edessa een schok voor de christenen.
Paus Eugenius III riep op tot een nieuwe grote kruistocht. Ook Bernardus van Clairvaux predikte een nieuwe kruistocht. De Paus schreef de bul ‘Militia Dei’. De Tempeliers kregen nu het recht eigen kerken te bouwen en kerkhoven te beheren. De koning van Frankrijk, Louis VII, had tijdens een conflict met de Graaf van Champagne diens kasteel in band gestoken. Daarbij was het dorp Vitry-sur-Marne ook in brand gevlogen. De naar de kerk gevluchte burgers kwamen allen om toen de kerk in brand vloog en instortte. Het verbranden van een kerk met 1300 christenen werd Louis VII zwaar aangerekend door Bernard en Paus Eugenius. Ter verzoening beloofde Louis op kruisvaart te gaan. Hij riep de adel bijeen in Bourges in 1145. Weinig leenmannen waren bereid Louis te volgen. Rond Pasen in 1146 volgde een tweede bijeenkomst te Vezelay. Bernardus van Clairvaux predikte hier en ditmaal was het succes groter: er werd besloten tot een kruistocht. Bernard van Clairvaux wist koning Koenraad III ook te bewegen deel te nemen aan een kruistocht. Louis benoemde abt Suger tot zijn plaatsvervanger tijdens de kruistocht. Paus Eugenius III gaf de Orde de Tempeliers het recht een rood kruis op hun witte mantel te dragen.
Tijdens zijn pontificaat hield Eugenius III een aantal synodes: in Parijs, Reims en in Trier. De synodes waren bedoeld om het kerkelijk leven te hervormen. Daarnaast sprak Eugenius zijn lof uit over het leven van Hildegard van Bingen.
Chris De Bodt
14. Valentina Papagna: Nieuwe Boodschappen
Valentina Papagna verhuisde in 1955 van Slovenië naar Australië, na eerder moeilijke tijden tijdens haar kinderjaren. Na de plotse dood van haar man, in 1988, startten haar visoenen en boodschappen van Onze Heer Jezus en Onze Hemelse Moeder. Vanaf die tijd evolueerde ze tot een zeer vrome, Rooms-Katholieke vrouw. Zij krijgt de volledige steun van haar geestelijke begeleider en parochiepriester, Vader Valerian Jenko. Zij wenst haar ervaringen en boodschappen te delen, dit enkel om de mensen te helpen dichter bij God te komen en te groeien in heiligheid naar Jezus' en Maria's wens. Als grootmoeder leidt ze nu een eenvoudig en rustig familieleven. Zij vermijdt elke publiciteit, maar is wel genoodzaakt om de boodschappen die haar worden doorgegeven, openbaar te maken, omdat ze niet enkel voor haarzelf zijn. Voortaan zullen haar boodschappen in dit blog worden vermeld.
24 maart 1010: Maria, hulp der Christenen
Onze Heilige Moeder sprak: "Mijn lieve kinderen, de meeste Christenen vieren vandaag Mijn Feest van Onze Lieve Vrouw, Hulp der Christenen. Mijn Zoon vertrouwde Mij deze titel toe om Mijn Christen kinderen te helpen. Ik ben heel gelukkig dat ik Mijn kinderen kan leiden en helpen, vooral hen die dit feest in dit land vieren [Autralië].
Ze keek mij aan met een lach op het gelaat en zei dan: "Weet u dat dit land ooit heel Christen was, maar ondertussen hebben heel wat mensen met een verschillende achtergrond heel wat atheïsme met zich meegebracht en nu is Australië atheïstisch geworden bij minstens twee derden van de bevolking. U ziet de kaarsen in de Kerk. Als u een kaars doet branden stelt dat voor dat uw geloof levend is. Maar als de kaars uitdooft, rest er alleen duisternis en, tenzij er elke keer opnieuw een kaars wordt aangestoken door het gebed en de goede werken, zal de vlam niet meer aanwakkeren. Het spijt Mijn kinderen, dat u tussen al deze ongelovigen moet leven. De regering tracht de maatschappij beperken op te leggen door het ontkennen van God, maar indien er geen God zou zijn, zou er helemaal niets bestaan. Mijn kinderen, God houdt zoveel van u, maar het doet Hem pijn aan het hart dat zo veel mensen afvallen van het ware geloof. Troost Hem met gebeden en moedig het volk aan om terug te keren tot God. Ik zegen u allen op deze heel bijzondere dag."
Hierop verdween Onze Lieve Vrouw in de naam van de Vader en en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
1. Medjugorje: Interview van Janice O'Connell met Mirjana [deel 3]
Elke keer als ik een ongelovige zie, weet ik wat hem te wachten staat
Inleiding
Medelijden voor de ongelovige en voor het verspilde leven weegt werkelijk zwaar op Mirjana. Ze zegt: "Ze verkiezen dingen van voorbijgaande aard. Zij verspillen hun leven met dingen die zij niet bij zich kunnen houden."
Ze weet wat er komen zal. "Bid," smeekt ze. "Bid voor de ongelovigen. Ze weten niet wat er hen te wachten staat! satan is de grote leugenaar. Hij belooft alles. Hij wil de vrede, de vreugde, het geluk allemaal vernietigen. Een synoniem voor satan is pijn." Op een zekere dag, verklaarde Mirjana, "Ik heb de hemel gezien! Niets, absoluut niets op aarde is een onvriendelijk woord waard." Mirjana, de woordvoerster van de ultieme verschijning van de Gezegende Maagd Maria, die zichzelf de Koningin van de Vrede noemt, zegt "De Gezegende Moeder komt in liefde en genade en brengt de zekerheid mee dat het leven na de dood zo prachtig is en dat we momenteel slechts glimpen van liefde en vreugde kunnen opvangen. De hemel is het allerbelangrijkste wat er bestaat."
Mirjana’s naam bestaat uit 2 delen: "mir," wat in het Kroatisch "vrede" betekent, en "jana" wat Johannes betekent. De Gezegende Moeder verscheen voor het eerst op het feest van Johannes de Doper nl. 24 juni 1981. Zijn boodschap was: "Bekeer u, het Rijk Gods is op handen."
De zieners, vooral Vicka, verklaarden dat God elke persoon, elk schepsel op aarde een naam gaf met een vrije wil. Gevraagd naar de bron van deze informatie, zegde Vicka, "De Gezegende Moeder zei dat, alvorens God de wereld schiep, Hij ieder van ons kende. Hijzelf noemde en kende ons vooraleer Hij de wereld schiep. Hij ademde ons uit uit de liefde van Zijn hart in de schoot van onze moeder. Als je wilt weten wie je werkelijk bent, zoek dan de bijbelse betekenis op van jouw naam."
Als één van de zes zieners moet ook Mirjana trouw zijn aan de boodschappen van de Gezegende Moeder. Ook zij moet bidden en vasten. Haar leven staat open voor onderzoek en toezicht van de wereld. Zij verdraagt het binnendringen in haar privéleven voor de liefde van God en de Gezegende Moeder.
Bron: Janice T. Connell
Vertaling: Henk
2. Onze Lieve Vrouw van Anguera, Bahia, Brazilië.
Special over Pedro Régis [2/2]
De eerste boodschap
Op 1 oktober 1987 was Pedro in gesprek met zijn zussen op hun slaapkamer toen een jonge vrouw aan hem verscheen. Hij herkende haar als de vrouw die hem een paar dagen eerder geholpen had. De jonge dame vroeg om de zussen de slaapkamer te doen verlaten. Ze sprak tot hem en gaf hem een boodschap, met de vraag om dit niet te onthullen tot Ze toestemming had gegeven. Ze vroeg hem iedere dag de rozenkrans te bidden en op zoek te gaan naar een priester. Pedro begon te beseffen dat het om een verschijning ging, maar betwijfelde of het niet gewoon zijn eigen verbeelding was.
Op 10 maart 1987, een maand gewijd aan Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans, was de familie samen met Pedro de rozenkrans aan het bidden. Opeens hoorde Pedro een vrouwelijke stem die van buiten het huis kwam. Hij vroeg een van zijn zussen om dit uit te zoeken. Toen ze terug kwam zei ze dat er niemand buiten was. Hij hoorde het een tweede keer. Een van zijn zussen ging opnieuw naar buiten, zonder resultaat. Hij hoorde het een derde keer en nu ging Pedro zelf naar buiten.
Niet ver van de veranda van het huis was een heuvel waar Pedro een intens licht zag dat hem dwong om naar de heuvel te lopen. Haastig ging hij er naar toe. Zijn familie was in de war en probeerde hem tegen te houden. Ze dachten dat hij zelfmoord wou plegen door zichzelf in het meertje naast de heuvel te werpen. Echter zijn zus, Valdeci, zag ook een licht op die plaats. Een andere zus, Iraci, die zich aan de kledij van Pedro vasthield, vroeg de familieleden om hem te laten gaan en vergezelde hem.
Bij aankomst op de heuvel was hij teleurgesteld daar het intense licht verdwenen was. Toen draaide hij zich om waarop plotseling de jonge vrouw verscheen die hij eerder had gezien, omgeven door een groot licht. Een vreemde kracht dwong hem voor haar neer te knielen. Toen stelde de jonge vrouw zich voor: "Wees niet bang. Ik ben de Moeder van Jezus. Ik ben hier omdat Ik je nodig heb om Mijn arme kinderen te helpen die Mijn hulp nodig hebben. ’ De jonge dame vertelde Pedro dat hij nu genezen was van de aanvallen. Ze vroeg hem om elke zaterdag naar die plaats terug te komen.
Op zaterdag, 10 oktober 1987, verscheen de Koningin van de Vrede, gaf hem een boodschap en vroeg de ziener om dit op te schrijven. Het is de eerste boodschap die Onze Lieve Vrouw aan het publiek gaf te Anguera.
Vertaling: Frederick
3. A.C. Emmerich: Het bitter lijden van Onze Heer Jezus Christus. [Aflevering 198]
Hoofdstuk 6. De Kruisiging
Jezus ontkleed en met azijn gelaafd
Toen, even daarna, de beulsknechten Jezus bij de armen pakten, Hem aan Zijn armen, waarmee Hij probeerde Zijn naaktheid te bedekken, wilden oprichten om Hem op het kruis te werpen, ontstond in de kring van de vrienden grote verontwaardiging, luid gemor en gejammer over de schande die men Jezus aandeed. Jezus’ Moeder bad vurig: zij stond op het punt, haar sluier los te maken, doorheen de massa te dringen tot bij haar zoon en hem de sluier aan te reiken, opdat hij zich zou kunnen omhullen. Maar God verhoorde haar gebed, want zie, daar sprong een man, die dwars door al het volk was komen afgelopen, met opgeschorte kleren en buiten adem over de aarden wal temidden van de rakkers en gaf Jezus een doek. Onze Heer nam dankbaar deze doek aan en wond hem zo om Zijn middel, zodat Hij het uiteinde, tussen de benen door, nog kon vastmaken aan de rugkant.
De door God, dankzij het smeekgebed van de Heilige Maagd, gezonden helper van Onze Heer had in de onstuimigheid van zijn doen iets gebiedends. Hij hief zijn vuist dreigend naar de beulsknechten op en zei alleen: "Laat deze arme mens toe om zijn naaktheid te verbergen, hoor je!" Hij sprak met niemand anders en verdween even vlug als hij gekomen was. Die man was Jonadab, een neef van de Heilige Jozef, uit de buurt van Bethlehem, de zoon van de broer aan wie Jozef, na Christus’ geboorte, de ezel had verpand. Hij was geen besliste vriend van Jezus, had zich vandaag ook op afstand gehouden en schuw overal om zich heen geloerd. Toen hij vernam hoe Jezus werd ontkleed door de geselaars, ontstak hij in gramschap, en bij het naderen van de kruisiging overviel hem in de tempel een geweldige angst. Terwijl Jezus’ Moeder op Golgotha smeekte tot God, voelde Jonadab plotseling een onweerstaanbare drang in zich. Hij moest de tempel verlaten en naar de Calvarie snellen om er de naaktheid van de Heer te bedekken. Hij voelde het branden in zijn ziel: de schande van Cham, die de spot had gedreven met de blootheid van de bedronken Noach, en zoals een andere Sem moest hij ijlings heenlopen om de naakte wijnperstreder een stuk kleding te bezorgen. De kruisigers waren nu Chamieten, en Jezus stelde de bloedige druiven voor de nieuwe wijn van de Verlossing voor, op het ogenblik dat Jonadab verscheen met het doek. De daad van deze laatste was de vervulling van iets zinnebeeldigs, en deze daad werd beloond, zoals ik later gezien heb en nog zal vertellen.
4. Biografie Heilige Jean-Marie Vianney [Aflevering 198]
Preken
Op wie heeft de duivel het gemunt?
Het grootste van alle ongelukken is om niet bekoord te worden. Dan immers hebt ge alle reden om te geloven dat de duivel u als zijn eigendom beschouwt en dat hij slechts op uw dood wacht om u naar de hel te slepen. Niets is zo gemakkelijk om te begrijpen. Neem een Christen die het heil van een ziel niet wil verwaarlozen: alles wat hem omringt, prikkelt hem tot het kwaad! Dikwijls kan hij zelfs zijn ogen niet opslaan zonder te worden bekoord, ondanks zijn gebeden en zijn verstervingen. En een oude zondaar, broeders, die zich misschien al twintig jaar dagelijks overgeeft aan losbandigheden, beweert rustig dat hij niet wordt bekoord! Wat zijt gij diep ongelukkig, vriend! Juist gij moest sidderen, omdat ge uw bekoringen niet kent! Als ge immers volhoudt dat ge niet bekoord wordt, wilt ge daarmee als het ware zeggen dat er geen duivel bestaat of dat hij al zijn energie heeft verbruikt in zijn strijd tegen de Christenen. "Wanneer ge geen last hebt van bekoringen," zegt de Heilige Gregorius, "dan komt dat omdat de duivelen uw vrienden, uw raadslieden en uw herders zijn. Zij laten u in de loop van uw armzalig leven met rust, maar op het einde van uw dagen sleuren ze u in de afgrond." En de Heilige Augustinus zegt dat het de grootste beproeving is om niet op de proef gesteld te worden, want de duivel spaart alleen de verworpenen, die door God verlaten zijn en geheel in de macht staan van hun hartstochten.
Vertaling: Chris De Bodt
5. Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! [Aflevering 198]
Hoofdstuk 28. Lijden en hertel
Nicky: Wat nog kunt u vertellen over het lijden? Maria: Behalve het leven zelf en de tijd dat we hier zijn om goede dingen te doen, is het lijden het grootste geschenk van God dat er bestaat. Terwijl we hier lijden, ontvangen we nog steeds de genade om goede dingen te doen, maar eens dat we in het Vagevuur zijn, is dit voor altijd gedaan. Het lijden geneest altijd iets en wij moeten op God vertrouwen dat het altijd voor ons eigen goed is en voor Zijn eer.
Er is een enorme genade dat uitgaat van het lijden en dat ik zou willen benadrukken. Het is in het lijden dat de mensen elkaar en elkaars hart vinden. In het lijden wordt de andere persoon belangrijk en zonder het lijden zijn de meeste mensen geneigd om enkel aan zichzelf te denken. Het Westen kent dit probleem tot in de hoogste graad en in het herstel dat God spoedig over het Westen zal brengen zullen de mensen in hun lijden opnieuw elkaar vinden. Daaruit zullen vele goede dingen voortkomen en het beste uit de mensen, die nu enkel aan hun volgende en grote huis of auto denken. Ook dit is een zuiveringsproces. En zo eindigt wat wordt beschouwd als een grote ramp, dikwijls in een grote genade en een groot geschenk van God.
Nicky: Wanneer het lijden van satan komt, is dit dan verschillend dan wanneer het van God komt? Maria: Al het lijden komt van God, is het zelfs in die mate dat Hij eveneens het lijden door satans toedoen toelaat. Maar, als we het herkennen als een lijden dat van satan komt is het onze plicht om deze persoon naar een exorcist te brengen, terwijl, als het lijden van God komt, de exorcist hiertegen niets zal kunnen ondernemen. Sommige mensen hebben gezegd: "Ik hoop dat God me niet te veel liefheeft!" Ik kende een moeder die aan haar zoon, die voor Priester studeerde, zei: "Vertel aan God dat Hij alles met u mag doen." Hierop antwoordde hij: "Neen, want dan zal Hij veel te veel vragen van Mij." Dit is niet waar, wees ervan overtuigd dat God nooit meer van ons zal vragen dan dat wij kunnen dragen.
Bron: Nicky Eltz
Vertaling: Chris De Bodt
6. Fatima's in Lucia's eigen woorden: Hoofdstuk 2. Lucia's kinderjaren [aflevering 42]
Lucia’s aantrekkingskracht
Het kan uit dit verslag blijken dat er, in mijn dorp, mij niemand geen liefde of genegenheid meer toonde, maar dit is niet zo. Er was een gekozen gedeelte van Gods kudde die een bijzondere genegenheid voor mij toonden. Dit waren de kleine kinderen. Ze renden naar me toe om me te overweldigen met vreugde en als ze wisten dat ik de schapen ging hoeden in de buurt van ons klein dorpje, kwamen hele groepen met mij mee om samen met mij de dag door te brengen. Mijn moeder zei: "Ik weet niet welke aantrekkingskracht u hebt op kinderen! Ze rennen u achterna alsof ze naar een feest gaan!" Ikzelf voelde me niet rustig temidden van zo’n vrolijkheid en om deze reden probeerde ik uit hun buurt te blijven.
Hetzelfde gebeurde met mijn gezellen te Vilar en ik durf bijna te beweren dat nu hetzelfde gebeurt met mijn medezusters. Een aantal jaren geleden, vertelde Moeder Overste me, die nu Provinciaal Overste is: "U hebt zo’n invloed op de Zusters dat, indien u dat wil, heel wat goeds kunt doen." En nog onlangs zei de Moeder Overste in Pontevedra mij: "Tot op een zekere graad bent u verantwoordelijk tot Onze Heer voor de staat van hartstocht of het veronachtzamen van de regels, door onze Zusters, omdat hun hartstocht toeneemt of afneemt tijdens de ontspanningsmomenten. Wat de anderen u ook maar zien doen, doen ze u na. Bepaalde onderwerpen die u naar voor bracht tijdens de ontspanning, hielpen de andere Zusters om de regels beter te begrijpen en deden ze beter naleven."
Waarom? Ik weet het niet.
Misschien is het een talent dat de Heer mij heeft geschonken en waar Hij een grote waarde aan hecht. Indien ik wist hoe ik er moest mee omgaan, ik zou het Hem duizendmaal terugschenken.
Vertaling: Chris De Bodt
7. Film: Moses [3/23]
Mozes wordt geboren in omstandigheden die verre van ideaal zijn. Drie maanden lang moet hij als kind verborgen worden gehouden. De wrede Farao van Egypte had bevolen alle kinderen van de Hebreeuwse slaven ter dood te brengen. Uiteindelijk kunnen zijn ouders hem niet langer verborgen houden en wordt hij in een biezen mandje toevertrouwd aan het water van de Nijl. het lijkt alsof God het volk van de Hebreeen aan hun lot heeft overgelaten. ze moeten slavenarbeid verrichten tot ze er dood bij neervallen. Mozes krijgt de opdracht om het volk te redden uit de greep van de Farao en hij weet als godsgezant het volk uit Egypte weg te halen. het volk wordt bevrijd, weg van de slavernij en onderdrukking. Op weg naar het beloofde land Kanaan ontvangen ze bij de berg Sinai de tien geboden en uiteindelijk komen ze bij het land 'overvloeiend van melk en honing'. Mozes zelf echter zal het land nooit betreden...
Deze Amerikaanse TV-film uit 1996 staat onder regie van Roger Young. Met Ben Kingsley [Mozes], Frank Langella [Mermefta], Christopher Lee [Ramses II], Enrico Lo Verso [Joshua] en David Suchet [Aaron]. De film duurt 188 minuten.
8. Taizé: Frère Roger Schutz, biografie [Aflevering 143]
Hoofdstuk 8. Uit de Patstelling
De eerste internationale Jongerenontmoeting
Het ‘stoute staaltje’ van september 1966 was er maar omdat het meteen na de weigering van kardinaal Bea kwam. Maar de pers had het verstikt. Maar ze maakte wel gewag van een ander initiatief in Taizé: de ‘jongerenfraterniteiten’, een andere poging om uit de patstelling te geraken. Het idee kwam van Broeder Roger. Hij voorzag al om een nieuwe internationale ontmoeting te houden het jaar daarop en het lanceren van ‘kleine fraterniteiten’ was een manier om de geest van eenheid en solidariteit, die de eerste dagen had bezield, door te trekken.
Onder de titel ‘Krachtlijnen voor het komende jaar’ werd de oprichting van ‘kleine fraterniteiten’ van jongeren uit alle geloofsstrekkingen voorgesteld. ‘Naar het beeld van de christelijke gemeenschappen in de oertijd, zouden ze toegewijd bidden, alles verdelen en door hun vrijwillige aanwezigheid onder de mensen een teken van eenheid in naastenliefde betekenen, tekenen van het nakende Rijk.’ Onder studie of beroepsleven zouden ze zich inzetten met solidaire en helpende acties voor de armste.
De prior dacht dat het gemeenschappelijke en broederlijk leven van Taizé jongeren, indien niet door hen nagebootst in de wereld, toch zou inspireren: "Kunnen we de jongeren niet laten deelnemen aan ons experiment? Kan wat we voor het leven ervaren niet tijdelijk geprobeerd worden?" Een jaar later werden bijna tachtig fraterniteiten opgericht in verschillende landen.
Tot daar had geen enkele belevenis van Taizé zo de aandacht van de pers gehaald, zelfs niet de inhuldiging van de kerk van de Verzoening: zesentwintig bijdragen in totaal gingen over deze eerste internationale ontmoetingen met jongeren. Ze waren meestal positief en een stak er boven uit door de vrije toon ervan. Op 24 september 1966 in was dominee Finet in Réforme tegelijk lovend en kritisch. Hij betreurde dat de protestantse Vereniging niet was uitgenodigd op de bijeenkomst en ‘dat een protestantse gemeenschap, van Zwitserse oorsprong en op Franse bodem gevestigd, de regels van de gastvrijheid verwaarloosde.’ Met zijn gebruikelijke vrijheid zei hij: "Een zin van Broeder Schutz steekt me de keel uit als een visgraat: ‘We zijn het slachtoffer van de vier eeuwen oude echtscheiding’" Slachtoffer? Neen: getuigen, meende Albert Finet, overtuigd dat alleen de Kerken van de Hervorming het ‘zuiver Evangelie’ hadden geërfd. Volgens hem waren de katholieken van het rechte pad geraakt. De onstuimige, maar zeer geëerde stichter van Réforme besloot toch: "Als we denken aan de stagnerende bureaucratie die elke Kerk overlaadt is Taizé een oase, een stroom levend water."
Met de zorg om geen meningsverschillen te zien uitgestald in de belangrijkste protestantse krant van Frankrijk nodigde Broeder Roger dominee Finet uit. Dit bezoek en de gesprekken met Broeder Roger leidden tot een uitgebreide bijdrage op de voorpagina van Réforme: "Taizé benaderen."
De lof voor Taizé en zijn stichter ontbrak niet. Maar sommige twijfels bleven: "de uitgesproken achting en zichtbare voorkeur waarmee de gemeenschap van Taizé de Roomse prominenten opzoekt en onthaalt [...] verwonderen me des te meer dat hetzelfde lot niet toekomt aan de protestantse overheid." Als strenge hervormde, die diep beïnvloed is door de theologie van Karl Barth, uitte de directeur van Réforme ook wat ironisch zijn twijfel rond de liturgie: "Ik kan niet weglaten dat de liturgische weelderigheid van Taizé, waarvan ik de esthetiek en de schoonheid smaak, me soms van de enige noodzaak verwijderen. Ik vrees een fataal verval dat, van kaars naar kledij, beelden oproept en van de wierook een weg naar het religieuze en mystieke verwacht die Jezus met veel humor minachtte." Tot slot bevroeg hij zich over de theologische standpunten van Taizé: "Ik ben niet altijd overtuigd dat de theologische gedachte van Taizé, in de lofwaardige zorg om de Eenheid te bevorderen, steeds uitsluitend op de Schrift berust."
Vertaling: Broeder Joseph
9. Jezus' tijdgenoten [aflevering 72]
Fadus
De Joodse opstand
Eveneens aan het begin van Fadus' bewind kwam hij in conflict met de hogepriester. Destijds, toen Marcellus prefect van Judea werd [36 na Chr.], had Lucius Vitellius [de toenmalige gouverneur van Syrië] bepaald dat kleding van de hogepriester door de priesters zelf bewaard mocht worden. Fadus was echter van mening dat de symbolisch beladen kleding wel eens aanleiding tot opstanden kon geven en wilde zelf deze kleding buiten de Joodse feesttijden om in bewaring houden, zoals voor Vitellius' bepaling gebruikelijk was geweest. Fadus werd daarbij gesteund door Cassius Longinus, de toenmalige gouverneur van Syrië.
Het conflict werd uiteindelijk voorgelegd aan Claudius, die op aandringen van Herodes Agrippa II oordeelde dat de Joodse priesters zelf de hogepriesterlijke kledij in bewaring mochten houden, zoals Vitellius destijds had bepaald.
Fadus had, veel meer dan de prefecten die eerder Judea bestuurd hadden, te maken met groeiende anti-Romeinse gevoelens onder de Judeese bevolking. In 46 na Chr. werd Fadus opgevolgd door Tiberius Julius Alexander.
Vertaling: Broeder Joseph
10. Recente heiligenlevens
Eerbiedwaardige Edel Quinn [1907-1944]
Volgens Moeder Thomas Aquinas, herinnerde men haar in de lagere schoolklassen als "een echte rakker op school, niet stout, maar altijd vol kracht, levenslust en vrolijkheid, en altijd te vinden om iemand een poets te bakken. Ze was het middelpunt van elke groep die plezier maakte of kattenkwaad uithaalde..." Het kind had ook een andere zijde. "Hoewel ze zorgeloos en levendig was, was ze nooit slordig in haar werk of haar voorkomen. Haar onbaatzuchtigheid en bereidheid om ten dienste te staan, waren opmerkelijk. Ze was een geboren organisatrice, en alles wat ze deed, deed ze goed."
Twee jaar lang ging ze naar een kostschool in Engeland, waar men zich haar herinnerde als een heel principiële leerlinge, volkomen betrouwbaar, met aandacht voor elke taak, en bijna overdreven vriendelijk. Omwille van haar vaardigheden werd ze verkozen tot kapitein van het cricketteam, en haar andere activiteiten waren tennis, dansen en piano spelen.
Maar haar gelukkige schooldagen kwamen ten einde toen het gezin zich in Dublin vestigde. Het gezinsinkomen daalde, waardoor Edel genoodzaakt werd om haar steentje bij te dragen aan de financiële steun van het gezin. Edel was zeventien jaar oud. In haar enthousiasme om het gezin bij te staan, volgde Edel handelsonderricht, en na het afstuderen kreeg ze een secretariaatsfunctie bij ‘Chagny Tile Works’. Haar werkgever bestempelde haar als een modelwerkneemster, en een perfecte secretaresse die snel al haar taken beheerste en ze foutloos uitvoerde.
Vermits ze het oudste kind was, wendde het gezin zich instinctief tot haar om advies te vragen, want ze had bij alle gezinsleden een bijzondere plaats in hun harten. Haar vader noemde haar zelfs "Grootje," waarmee hij aantoonde hoe wijs en rijp hij haar aanbevelingen vond.
Bron: Joan Carroll Cruz
Vertaling: Mario Lossie
11. Recente heiligenlevens
Eerbiedwaardige Anita Cantieri [1910-1942]
De rijpheid van haar ziel was tot die mate gevorderd, dat ze zichzelf aan God wilde geven. Uit een nota die ze schreef weten we, dat Anita voor het eerst een religieuze roeping had gehad toen ze twaalf jaar oud was. Tijdens één van haar uitstapjes voor de missies, keerde ze terug naar huis en reed met haar fiets een steile helling af toen haar remmen het begaven. De dood leek onvermijdelijk, maar ze had het besef om zichzelf volledig aan Jezus te geven als ze ongedeerd bleef. Ze kwam thuis, ongedeerd en uitermate gelukkig. Vermits ze ongedeerd was gebleven, besefte ze dat God haar aanbieding had aanvaard.
Naarmate ze ouder werd zorgden haar contacten met de Zusters van de H. Dorothy en de gesprekken met haar biechtvader ervoor, dat haar verlangen naar een religieus leven versterkt werd. Haar ouders waren echter niet zo blij om haar te moeten verliezen. Ze hadden altijd gehoopt dat één van hun zonen voor het priesterschap zou kiezen, maar geen van hen leek daartoe geneigd. Vooral haar moeder probeerde Anita van mening te doen veranderen, maar de tussenkomst van bepaalde priesters die Anita kenden, brachten haar moeder op andere gedachten.
Op voorstel van haar vader liet ze zich fotograferen met haar lange vlechten over haar schouders. Ze gaf toe dat ze zich hier ongemakkelijk bij voelde omdat ze het ijdel vond, maar ze gehoorzaamde.
Bron: Joan Carroll Cruz
Vertaling: Mario Lossie
12. Onze Lieve Vrouw van Lourdes: Brieven van Bernadette [Aflevering 87]
Aan haar petekind Bernadette Nicolau
Nevers, 11 januari 1879
Mijn lieve kleine petekind,
Je brief bezorgde mij een intense vreugde. Alles wat jullie aangaat, heeft mijn belangstelling, want ik draag jullie allen steeds tedere gevoelens toe. Ik dank je voor de goede gebeden die je voor mij gedaan hebt. Ik op mijn beurt bid dat je verstandig, gehoorzaam en vroom mag blijven. Ik vind het jammer dat je de school gaat verlaten terwijl je nog zo jong bent. Dit is het moment waarop je het meest zou moeten profiteren, nu je iets ouder bent en verstandiger.
Nou ja, niemand is tot het onmogelijke gehouden. Als je nodig bent als hulp van mijn peettante, moet je daar iets voor opofferen. Zeg haar, je moeder, dat ik aan haar denk wanneer ik pijn lijd en dat ik mijn lijden vaak aan God opdraag omwille van haar, van jou en van je broers. Ik dank mijn peettante voor haar bedoeling mij iets via mijn broer op te sturen. Ik ben haar daarvoor net zo dankbaar als wanneer ik het zou bezitten. Wanneer je de gelegenheid hebt mijn lieve Moeder en de Zusters te ontmoeten, wil je dan zo vriendelijk zijn hun mijn goede wensen voor het nieuwe jaar over te brengen. Verzeker hun dat ik de mooiste herinneringen aan hen bewaar.
Het ga je goed, mijn lieve kind, ontvang een liefdevolle kus van je liefhebbende peettante,
Zuster Marie-Bernard Soubirous
[...] je zult vast lachen om mijn onbezonnenheid, ik ben te moe om nog eens opnieuw te beginnen, adieu.
Bernadette was het oudste kind uit een gezin van negen.5 Vijf kinderen overleden bij hun geboorte of zeer jong. Jean werd een jaar na Bernadette geboren, in 1845, en stierf twee maanden oud. Jean-Marie, geboren in 1848, werd twee jaar oud. Justin werd geboren in 1855 en stierf in 1865. Nog een broertje Jean werd geboren in 1864. Hij stierf zeven maanden oud. In 1866 werd nog een meisje geboren dat enkele minuten na haar geboorte stierf; haar naam komt niet voor in de registers van de burgerlijke stand. Bernadettes zus Marie, als kind liefkozend Toinette genoemd, kreeg zes kinderen; daarvan heeft zij er vijf ten grave gedragen; de jongste, Jean-Alexis, stierf vijfendertig jaar oud, zonder nakomelingen. Het drama en de droefenis rondom deze gebeurtenissen komen in Maries briefwisseling met Bernadette uitvoerig aan de orde. Bernadettes "broertje"Pierre [hij is vijftien jaar jonger dan Bernadette] krijgt twee kinderen, die beiden vroeg komen te overlijden. Hoewel de dood het geslacht Soubirous dus altijd dicht op de hielen zat, zijn er dankzij Bernadette’s broer Jean-Marie (vernoemd naar zijn overleden broer] vandaag de dag nog altijd nakomelingen.
15. Malachias: De 111 profetieën over de Pausen
Profetie 3: Ex Magnitudine Montis [Van de grote berg]
Eugenius III [1145-1153]
Echte naamBernardo Pignatelli di Montemagno
Bernardo werd tot paus verkozen op 15 februari 1145 en overleed te Tivoli op 8 juli 1153. Op dezelfde dag dat Paus Lucius stierf, was er al een felle tegenstand van de inwoners van Rome tegen de wereldse macht van de Paus. Daarom besloot Het Heilige College om de Paus vlug te begraven en zich terug te trekken in afgelegen kloosters, waar ze unaniem Bernardo Pignatelli tot Paus verkozen. Door de woelige toestand was het voor hem onmogelijk om Rome als residentie te kiezen. Hij was abt van een Cisterciënzerklooster even buiten Rome. Zijn verkiezing tot paus in februari 1145 kwam mede door het gebrek aan belangstelling, en gedeeltelijk door zijn vriendschap met Bernardus van Clairvaux, op dat moment de meest invloedrijke geestelijke in de katholieke kerk. Bernard was overigens niet voor zijn verkiezing, omdat hij meende dat Pignatelli de vereiste kwaliteiten miste. Eugenius won het hart van het volk door zijn minzaamheid en vrijgevigheid. Hij bleef het ruwe habijt van Bernardus van Clervaux verder dragen onder zijn pauselijke kledij. De Heilige Antonius van Padua omschreef Eugenius III als een der grootste en meest gekwelde pausen.
Eugenius verbleef gedurende het grootste deel van zijn pontificaat buiten Rome. Hij werd in het klooster van Farfa ingehuldigd. Rome stond onder invloed van Arnold van Brescia, die het verzet aanvoerde tegen de wereldlijke macht van de pausen. Eugenius III zocht hulp bij steden die zich tegen Rome verzetten. Met die hulp slaagde hij er voor een poos in zijn positie in Rome te vestigen, maar niet voor lange duur. Via Viterbo en Siena kwam hij uiteindelijk in Frankrijk terecht.
Chris De Bodt
14. Valentina Papagna: Nieuwe Boodschappen
Valentina Papagna verhuisde in 1955 van Slovenië naar Australië, na eerder moeilijke tijden tijdens haar kinderjaren. Na de plotse dood van haar man, in 1988, startten haar visoenen en boodschappen van Onze Heer Jezus en Onze Hemelse Moeder. Vanaf die tijd evolueerde ze tot een zeer vrome, Rooms-Katholieke vrouw. Zij krijgt de volledige steun van haar geestelijke begeleider en parochiepriester, Vader Valerian Jenko. Zij wenst haar ervaringen en boodschappen te delen, dit enkel om de mensen te helpen dichter bij God te komen en te groeien in heiligheid naar Jezus' en Maria's wens. Als grootmoeder leidt ze nu een eenvoudig en rustig familieleven. Zij vermijdt elke publiciteit, maar is wel genoodzaakt om de boodschappen die haar worden doorgegeven, openbaar te maken, omdat ze niet enkel voor haarzelf zijn. Voortaan zullen haar boodschappen in dit blog worden vermeld.
20 maart 1010
Ik was uitgenodigd bij een gebedsgroep om er te gaan praten. Mijn heel bijzondere vrienden hadden in deze bijeenkomst en een verblijfplaats voorzien. Het was een prachtige spirituele bezinning en ik dankte de Heer voor de genaden die Hij ons geschonken had.
Onze Heer verscheen heel gelukkig en vreugdevol aan mij. Hij zei: "Valentina, Mijn kind, de bijeenkomst die u zojuist hebt bijgewoond was heel succesvol. De mensen tot wie u Mijn Heilig Woord hebt gesproken waren zo gelukkig om Het te horen. Ze wensten niet dat de bijeenkomst ophield. Waar u ook gaat, bemerken de mensen u en benaderden zij u en u sprak met hen en u gaf hen hoop. Toen u op de laatste dag Mijn boodschappen voorlas en erover praatte, raakte u de harten van alle aanwezigen. Mijn kind, u maakt Me zo gelukkig, u bewijst mij zo prachtig de eer. Vertel hen, Mijn kind, dat ik steeds aanwezig ben, evenals Mijn meest Heilige, geliefde Moeder, maar ook engelen en heiligen en u ontving allen van Mij een bijzndere zegen."
Dank u, Heer Jezus, voor al Uw genaden en zegeningen die U ons gaf.
Later, tijdens de nacht, verscheen de Heilige Rita in mijn kamer en vroeg mij de mensen te zeggen om haar te aanroepen en te vragen voor tussenkomst.
Zij zei: "Ik zal persoonlijk pleiten bij de Heer voor wat ze ook vragen en de genaden zullen worden verleend, hoe moeilijk ze ook mogen zijn. Valentina, vertel de Italianen dat ik meer dan gelukkig zou zijn om voor hen te kunnen bidden." Toen verdween ze glimlachend. De Heilige Rite is een mooie en beminnelijke Heilige.
1. Medjugorje: Interview van Janice O'Connell met Mirjana [deel 2]
Elke keer als ik een ongelovige zie, weet ik wat hem te wachten staat
Inleiding
Mirjana heeft de toekomst van de wereld staan op een mysterieus stuk perkament, dat zij alleen kan lezen. De Gezegende Moeder overhandigde haar dit perkament. Daarop staan de dagen en de data van de tien geheimen en de kastijdingen voor de zonden van de wereld, geschreven.
Mirjana heeft enkele vreselijke ontmoetingen met satan gehad. Ze kent satan en zijn trucs door eigen ervaring. Ze vroeg mij om alle mensen op aarde te waarschuwen dat satan echt bestaat en hij wil Gods kinderen beroven van hun erfenis, het hemelse koninkrijk, behaald door de overwinning van Jezus op het kruis. Ze zei dat de Gezegende Moeder haar vertelde dat Zij haar in feite toestond om de kracht en de verleiding van satan te ervaren.
Mirjana zegt dat wanneer het eerste geheim, dat haar werd toevertrouwd, wordt verwezenlijkt de kracht van satan zal gebroken worden. Ze zegt dat de Gezegende Moeder haar verteld heeft dat hij daarom momenteel zo agressief is. satan heeft immense kracht gedurende de twintigste eeuw gekregen; een kracht die hij nooit tevoren heeft gehad en nooit meer zal hebben. Mirjana beweert dat de Gezegende Moeder haar dat gezegd heeft. Volgens de zienster is er momenteel een grote kosmische strijd aan de gang voor onze zielen. De strijd gebeurt tussen het "zaad" [kinderen] van Maria en het "zaad" van de slang [kinderen] van satan. De Eeuwige Vader gaf satan een laatste uitdaging voor Zijn Kerk, in de twintigste eeuw, en zelfs een tijd daarvoor en een stuk in het derde millenium. Volgens Mirjana zijn er drie dingen die satan niet wist:
De Eeuwige Vader zou "Maria" zenden, de "vrouw" van Zijn Verbond met Zijn volk om de zielen die in de tijd van de grote duisternis strijden te waarschuwen, aan te moedigen en de zielen te helpen die strijden in deze tijd van grote duisternis.
De Eeuwige Vader zou grote hoeveelheden aan genade in de wereld toelaten zoals nooit tevoren in de geschiedenis van het mensdom is gebeurd.
De Eeuwige Vader zou gekozen zielen zenden die een standvastig geloof en vertrouwen hebben niettegenstaande elke aanval van satan.
Bron: Janice T. Connell
Vertaling: Henk
2. Medjugorje: verslag van het bezoek van Vr. Pétar Ljubicic, die hiermee, afgelopen donderdag, ons klein landje vereerde Van onze medewerker-verantwoordelijke uit Nederland, Jos De Bres
Beste Chris.
Jouw vakantie zit er nu op en ik hoop dat je jouw accu weer hebt kunnen opladen! Ik heb een paar drukke dagen achter de rug. We hebben gisteren de verjaardag van mij en mijn vrouw Annemie gevierd en tevens ons 40-jarig huwelijk.
Ik wil je nog vertellen dat het bezoek van pater Pétar druk bezocht was! We zijn moeten uitwijken naar een grotere kerk en die was behoorlijk vol bezet. Er moesten nog stoelen bijgehaald worden. Pater Pétar vertelde dat het grootste gebed dat God lief heeft, de H. Mis is. Het is de grootste genadegave van Onze Lieve Heer. Ook werd natuurlijk weer veel aandacht gegeven aan het sacrament van de verzoening, en het grote belang hiervan voor ons mensen om ons steeds weer met God te verzoenen.
Er was een prachtige misviering met daarbij 13 concelebranten! De Medjugorjesfeer was goed merkbaar aan de liederen die er tijdens deze viering werden gezongen.
Pater Pétar was goed op dreef en kon de aanwezigen zeer geïnteresseerd doen luisteren. Hij beschreef diverse wonderbaarlijke genezingen welke in Medjugorje in de loop der jaren hebben plaats gevonden! Ook werd natuurlijk de nieuwe commissie aangehaald en dat de zieners binnenkort naar Rome gaan en dat er een grote kans bestaat dat pater Pétar daar ook wordt uitgenodigd. Hij zei letterlijk dat er voor een heiligverklaring minimaal twee wonderen moeten zijn gebeurd. In Medjugorje zijn in de afgelopen jaren zo veel wonderen gebeurd, dat de erkenning c.q. heiligverklaring eigenlijk vanzelfsprekend is.
Natuurlijk werd er ook over de tien geheimen gesproken, echter, er was geen "nieuw nieuws" te vermelden. Tien dagen van te voren wordt hij ingelicht en dan volgen er 7 dagen van vasten en gebed en wordt het aan de hele wereld medegedeeld!!
Pater Pétar kreeg een warm applaus en er werd medegedeeld dat hij volgend jaar zal terugkomen, samen met een nog niet nader genoemd persoon uit Medjugorje. Op het einde kreeg de chauffeur van pater Pétar, een Duitse meneer, de gelegenheid om het verhaal van zijn bekering te vertellen!! Ook hij kreeg applaus en daarna kregen alle mensen, die dat wilden, de handen opgelegd!!
Veel dank gaat uit naar de organisatie van deze bijzondere bijeenkomst, t.w. Mia Stassen en Paul Grauls en hun team van medewerkers!!
In Christo,
Jos de Bres.
3. Onze Lieve Vrouw van Anguera, Bahia,Brazilie.
Special over Pedro Régis [1/2]
Tot aan de eerste verschijning
Voor de verschijningen in Anguera begonnen, had Pedro Regis te lijden onder aanvallen zonder enige medische verklaring en dit voor een periode van ongeveer 18 maanden. De verschillende artsen konden geen sluitende diagnose vaststellen. Hij onderging tal van neurologische en cardiologische onderzoeken. De artsen vertelden hem dat hij volkomen gezond was. Het was een tijd van grote nood voor zijn ouders en familie. Volgens zijn vaststelling voelde hij zich ziek tot flauwvallen toe, keerde enige tijd later terug tot bewustzijn maar zonder enig teken van ziekte.
Op 29 september 1987 ging Pedro Regis terug naar school waar hij een opleiding tot leerkracht volgde in Bonfim de Feira, in de buurt van Anguera. Toen hij uit de bus stapte, voor een klein schooltje in de buurt van zijn huis, voelde hij zich plots niet goed. Een vriend, Celestino Silva Santa Cruz die met hem meeliep, haastte zich naar Pedro’s familieleden om hulp te zoeken. Op dat moment, toen hij het gevoel kreeg flauw te vallen, zat Pedro Regis op de grond zonder in de gaten te hebben vlak bij een mierenhoop te zitten. Toen verscheen een jonge vrouw [hij dacht dat het een non uit de buurt was die recent uit Italië kwam te verhuizen] die ongeveer 20 jaar oud leek, gekleed in het wit met een witte sluier die haar gezicht bedekte. Hem benaderend sprak ze : "Ik zal je helpen. Ik zal je uit de mierenhoop halen." Met veel gemak nam zij hem bij z’n armen, tilde hem op en volgens Pedro, [aangezien hij zich met zijn benen niet in staat achtte te wandelen] nam Ze hem mee naar de inkomsthal van de kleine school die op ongeveer 300 meter van zijn huis gelegen was. Deze school bestaat nog steeds. Vanaf dat punt weet Pedro niet meer wat er gebeurde.
Enige tijd later arriveerden zijn familieleden die hem bewusteloos aantroffen. Toen hij opnieuw tot bewustzijn kwam, vroeg hij naar die jonge vrouw die hem geholpen had. Zij begrepen niet waar Pedro het over had. Ook Pedro begreep niet wat er gebeurd was. Een interessant gegeven is dat Pedro’s lichaam volledig bedekt was met mieren, maar dat hij geen enkele beet had opgelopen.
Vertaling: Frederick
3. A.C. Emmerich: Het bitter lijden van Onze Heer Jezus Christus. [Aflevering 197]
Hoofdstuk 6. De Kruisiging
Jezus ontkleed en met azijn gelaafd
De beulsknechten rukten Onze Heer de mantel af, die zij om Zijn bovenlijf hadden gebonden. Zij maakten de gordel los, waaraan zij hun touwen hadden vastgeknoopt, ontdeden Hem van Zijn eigen gordel en trokken het witwollen opperkleed, dat een sleuf had en met riemen voor de borst werd dichtgesnoerd, over Zijn hoofd. Vervolgens namen zij de lange, smalle doek van Zijn schouders, en daar zij de bruine, naadloze rok, door Zijn moeder vervaardigd, niet over de brede kroon konden trekken, rukten zij Hem de kroon af, zodat de wonden in Zijn hoofd weer opengingen. Dan schortten zij de rok op en haalden hem zo, onder gehoon en vermaledijdingen, over Zijn hoofd vol bloed en wonden.
Daar stond nu de Mensenzoon: sidderend, besmeurd met bloed, door builen en striemen, drogende en lopende wonden, gevlekt en geschonden. Hij had alleen nog het korte wollen scapulier en de lendendoek aan. Het scapulier zat tegen Zijn wonden geplakt en was in de nieuwe, diepe schouderkwetsuur gedrongen, die de kruislast had veroorzaakt, en dat deed Hem geweldig veel pijn. Zonder het geringste mededogen trokken de rakkers het scapulier van Zijn borst, en Jezus stond daar bijna helemaal naakt, vreselijk gezwollen en als doorkorven, de schouder opengereten tot op het been, met plukjes wol hier en daar aan de wondkorsten en in het opgedroogde bloed.
De beulsknechten rukten Hem nu het laatste stuk kleding af: de doek om Zijn lenden. Gans naakt, kromde de Heer zich van schaamte, en toen Hij onder de handen van de rakkers dreigde neer te zinken, zetten zij Hem op een steen, die zij haastig aanrolden, en boden Hem te drinken uit de kruik met gal en azijn, doch Hij wendde zwijgend Zijn aangezicht naar de andere kant.
4. Biografie Heilige Jean-Marie Vianney [Aflevering 197]
Preken
Op wie heeft de duivel het gemunt?
Luister wat hij aan zijn vrienden schrijft: "Beste vriend, ik wil u deelgenoot maken van mijn droefheid en u een beeld geven van de ellende die de duivel mij veroorzaakt. Dikwijls is de hitte van de zon in deze uitgestrekte eenzaamheid bijna niet te verdragen en dan word ik door een onweerstaanbaar verlangen naar de genoegens van Rome overrompeld. De smart en de bitterheid waarvan mijn ziel is vervuld, doen mij dag en nacht een stroom van tranen storten. Ik verberg mij op de meest afgelegen plaatsen om er tegen mijn bekoringen te strijden en mijn zonden te bewenen. Mijn lichaam is totaal misvormd en bedekt met een ruwharig kleed. Ik heb geen ander bed dan de naakte grond en tot voedsel dienen mij rauwe wortels en water, ook als ik ziek ben. Ondanks al die strengheid voelt mijn lichaam nog behoefte aan de eerloze genoegens waardoor Rome is verpest. Mijn geest bevindt zich te midden van de schone vriendinnen met wie ik de goede God zo vaak heb beledigd. In deze woestijn, waarheen ik mijzelf heb verbannen om de hel te ontvluchten, tussen deze sombere rotsen waar ik geen ander gezelschap heb dan schorpioenen en wilde dieren, wordt mijn lichaam, dat voor mijzelf reeds dood is, nog door een onzuiver vuur bestookt. De duivel durft het zelfs nog genoegens aan te bieden. Vernederd door bekoringen, waarvan de gedachte me al van ontzetting doet sterven, niet meer wetend welke boete ik mijn lichaam moet opleggen om het voor God te bewaren, werp ik me op de grond aan de voet van mijn kruis. Ik bespoel het met mijn tranen, en als ik niet meer schreien kan, sla ik mezelf met stenen op de borst tot het bloed me uit de mond loopt, en ik schreeuw om barmhartigheid tot de Heer medelijden met me krijgt. Wie zal zich voor kunnen stellen hoe ellendig ik me voel in het vurig verlangen de goede God te behagen en Hem alleen lief te hebben? Steeds immers zie ik me geneigd om Hem te beledigen. Wat een smart! Help mij, beste vriend, door uw gebed, opdat ik de kracht zou vinden om weerstand te bieden aan de duivel, die mijn eeuwige ondergang gezworen heeft."
Hebt ge ’t gehoord, broeders? Dat is de strijd waaraan de goede God Zijn grootste heiligen blootstelt. Wat zijn wij te beklagen, broeders, als we niet hevig met de duivel te kampen hebben! Naar het schijnt zijn we vrienden van de duivel: hij laat ons zogenaamd met rust, hij sust ons in slaap met het smoesje dat we een paar gebeden hebben verricht en een paar aalmoezen hebben gegeven. Als je bijvoorbeeld een kroegloper vaagt of hij wel eens bekoord wordt, zal hij enkel zijn schouders ophalen en antwoorden dat hem niets in de weg zit. Vraag eens aan dat lichtzinnige meisje wat voor strijd zij te voeren! Lachend zal zij je ten antwoord geven dat ze zelfs niet weet wat bekoring eigenlijk is. Aan de verschrikkelijkste bekoring valt ge ten offer, broeders, juist wanneer ge niet wordt bekoord. Want dat is de toestand van diegenen die de duivel bewaart voor de hel. Als ik goed durfde, zou ik u zeggen dat hij er zich speciaal voor hoedt om hen te bekoren en hen lastig te vallen over hun verleden, uit vrees dat hun ogen open zouden gaan...
Vertaling: Chris De Bodt
5. Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! [Aflevering 197]
Hoofdstuk 28. Lijden en herstel
Nicky: Denkt u dat het lijden dat u vrijwillig op u neemt gelijkaardig is aan het lijden in het Vagevuur? Maria: Ja, dat lijkt me zo. Eenmaal de pijn mijn lichaam heeft verlaten, blijven er geen littekens achter of enige andere neveneffecten. Dat betekent dus dat de pijn zich volledig in de ziel bevindt en dit doet me denken dat de pijnen in het Vagevuur gelijkaardig zijn.
Nicky: Als we iemand zien die veel lijdt, kunnen wij dan voor hem opkomen en zijn lijden opofferen aan God voor de zielen in het Vagevuur? Maria: Ja, maar het heeft niet dezelfde waarde als een persoon die het uit zichzelf doet.
Nicky: En als het iemand dit doet, maar het na een tijdje opgeeft omdat hij niet geduldig genoeg is, en het daarna opnieuw opoffert, heeft dit dan enige waarde? Maria: Opnieuw ja, maar ook heeft het niet dezelfde waarde dan dat dit in één keer zou gebeuren.
Nicky: Als een persoon al zijn toekomstig lijden opoffert aan God, heeft dit dan dezelfde waarde als hij een huidig lijden opoffert? Maria: Ja, als het met een oprecht hart gebeurt en God kent de harten.
Nicky: Als dus iemand lijdt en het niet aan God schenkt, gaat de waarde van het lijden verloren! Maria: Met betrekking tot die specifieke ziel en het naar de Hemel gaan, ja, maar meestal gebeurt het lijden omdat er iets in het verleden is gebeurd en dat is dan uiteraard hersteld. Met of zonder Gods hulp, staat God dit toe. Hij is zuivere liefde en weet precies wat het beste is voor ons.
Bron: Nicky Eltz
Vertaling: Chris De Bodt
6. Fatima's in Lucia's eigen woorden: Hoofdstuk 2. Lucia's kinderjaren [aflevering 41]
Verdere herinneringen aan Jacinta
Ik vergat te zeggen dat Jacinta, toen ze naar het ziekenhuis ging in Vila Nova de Ourem en daarop in Lissabon, wist ze ze niet meer zou genezen, maar het enkel was om te lijden. Lang voordat er haar iemand had gesproken over de mogelijkheid van een opname in het ziekenhuis van Vila Nova de Ourem, zei ze op een dag: "Onze Lieve Vrouw wil dat ik naar twee ziekenhuizen ga, niet om te genezen, maar om meer te lijden voor de liefde van Onze Heer en voor de zondaars."Ik ken de preciese woorden niet van Onze Lieve Vrouw in deze verschijning aan Jacinta alleen, want ik vroeg haar hier nooit om. Ik hield er me aan om louter te éren wat ze me bij gelegenheid toevertrouwde en in dit verslag probeer ik niet te herhalen wat ik reeds in het eerste gedeelte over Jacinta heb vermeld, om alles niet hoeven te rekken.
Vertaling: Chris De Bodt
7. Film: Moses [2/23]
Mozes wordt geboren in omstandigheden die verre van ideaal zijn. Drie maanden lang moet hij als kind verborgen worden gehouden. De wrede Farao van Egypte had bevolen alle kinderen van de Hebreeuwse slaven ter dood te brengen. Uiteindelijk kunnen zijn ouders hem niet langer verborgen houden en wordt hij in een biezen mandje toevertrouwd aan het water van de Nijl. het lijkt alsof God het volk van de Hebreeen aan hun lot heeft overgelaten. ze moeten slavenarbeid verrichten tot ze er dood bij neervallen. Mozes krijgt de opdracht om het volk te redden uit de greep van de Farao en hij weet als godsgezant het volk uit Egypte weg te halen. het volk wordt bevrijd, weg van de slavernij en onderdrukking. Op weg naar het beloofde land Kanaan ontvangen ze bij de berg Sinai de tien geboden en uiteindelijk komen ze bij het land 'overvloeiend van melk en honing'. Mozes zelf echter zal het land nooit betreden...
Deze Amerikaanse TV-film uit 1996 staat onder regie van Roger Young. Met Ben Kingsley [Mozes], Frank Langella [Mermefta], Christopher Lee [Ramses II], Enrico Lo Verso [Joshua] en David Suchet [Aaron]. De film duurt 188 minuten.
8. Het Laatste Geheim. Hoofdstuk 37: "Ik zal uw Moeder zijn."[Aflevering 248]
Een wetenschapper, bedreven in geneeskunde en fysica onderzocht de plaats om de vermeende verschijningen te bewijzen of te weerleggen, maar zoals zoveel onderzoekers op zo veel andere plaatsen, was hij niet in staat om fysieke wetenschap te gebruiken om iets te bevatten dat niet fysisch was. Hoewel de meeste van de plaatselijke geestelijken er oorspronkelijk vijandig tegenover stonden, veranderde hun sceptisme in geloof toen ze het met hun eigen ogen zagen of wanneer anderen hen het bewijs leverden, en in 1890 werd er een mooie Gotische kerk gebouwd. "Ik zelf kan getuigen dat ik de heilige plaats bezocht heb, en, na een tijdje gebeden te hebben, zag ik de verschijning van de Heilige Maagd," schreef Bisschop Macarone-Palmieri van Bojano. "Het beeld van O.L.V. verscheen eerst zwak en vaag, maar na verloop van tijd verscheen ze in de gedaante en verhoudingen van de voorstelling van de Moeder der Smarten in een religieus tijdschrift. Buiten mezelf en de grote menigte wiens namen in het officiële rapport staan, waren er de vicaris-generaal van het bisdom, de aartspriester van de kathedraal, en veel andere geestelijken die de verschijningen zagen."
In Spanje werd de Maagd opnieuw gekroond op 13 oktober 1889, en hoewel dat een blijde gebeurtenis was, erkende de Kerk in 1892 een wenend beeld in de Italiaanse stad Campocavallo.
In het noordelijke Franse dorp Tilly sur Seulles, zagen tientallen nonnen en schoolkinderen de Maagd van 3 maart tot 26 juli 1896. Het was buitengewoon hoe ze uit het schoolraam naar een weide konden kijken en haar gedurende lange tijd zien. "In de velden, op zo’n kilometer afstand, zagen ze, zo duidelijk als mogelijk is van op zo’n grote afstand, een gedaante van O.L.V. zoals ze op de Wonderdadige Medaille staat, met haar handen uitgestrekt en omringd door een ovaal van oogverblindend licht," schreef William Walsh.
Bron: Michael Brown
Vertaling: Mario Lossie
9. Taizé: Frère Roger Schutz, biografie [Aflevering 142]
Hoofdstuk 8. Uit de Patstelling
De eerste internationale Jongerenontmoeting
Op zondagmorgen waren er twee Eucharistievieringen geweest. Het protestantse Avondmaal werd door de dominees van de Broeders van Taizé geconcelebreerd. Tijdens de plechtigheid spraken twee Broeders hun eeuwige geloften uit in de handen van de prior: een Zweed, de zoon van een lutheraanse bisschop, en een Duitser, ook een lutheraan. Daarna werd er een katholieke mis geconcelebreerd door Mgr. Maryin, zes bisschoppen en andere priesters. Eén onder hen vertelde later hoe sommige deelnemers de intercommunie beleefden, ondanks de oproepen van kardinaal Bea, die al niet meer in Taizé was: "Ik was één van de concelebranten en deelde de communie uit: onder de communicanten herkende ik hervormde christenen aan het kruis van de Heilige Geest dat ze droegen." Tijdens het eerst gevierde protestantse Avondmaal hadden ook jonge katholieken gecommuniceerd.
Niet alleen had de pers geen commentaar gegeven rond deze wilde intercommunie, broeder Roger beweerde in een schrijven: "We waren nooit voorstander van een intercommunie die op een nog groter misverstand zou uitdraaien. In hun brede welwillendheid en hun zorg om wat Taizé hen vroeg, aanvaardden deze 1.400 jongeren edelmoedig deze onmogelijkheid." De werkelijkheid was anders, zoals aangehaald.
De praktijk van intercommunie werd een terugkerende kwestie in de volgende jaren. In 1967 werd door het Directorium over oecumene dat het Secretariaat voor de Eenheid der christenen uitgaf een principe herhaald. ‘De deelname van de uit het katholiek geloof gescheiden broeders, en vooral aan de eucharistie, biecht en ziekenzalving is verboden’, maar, toegegeven, in uitzonderlijke gevallen [‘bij levensgevaar of dringende noodzaak’] is communie van niet katholieken toegestaan, aan de afgescheurde broeder [...] indien hij van een geloof getuigt dat met de Kerk strookt.’ Datzelfde jaar was voor de Groep van Dombes de intercommunie het gespreksthema waarvoor, zonder de theologische knelpunten te negeren, een ‘thesis’ in zes punten werd uitgewerkt: "Mogen de Kerken van de Hervorming en de katholieke Kerk een gelegenheidsdeelname aan hun respectieve eucharistievieringen overwegen?" Max Thurian publiceerde ook een pleidooi ten voordele van dit standpunt.
De stelling van Taizé was kwetsbaar, voor sommigen dubbelzinnig. Indien Broeder Roger met aandrang de katholieke Kerk vroeg om de intercommunie toe te laten, heeft hij ze zelf nooit openbaar ingesteld. Er waren altijd aparte diensten en, al heel vroeg [vandaag ook nog] hingen er aan de deur van de kerk affiches die de diverse eucharistische diensten onderscheidden. Maar in feite heeft de intercommunie altijd bestaan in Taizé, in een wel onschatbare mate.
Vertaling: Broeder Joseph
10. Jezus' tijdgenoten [aflevering 71]
Fadus
De twist werd bijgelegd door Claudius die voor de status quo koos. Maar een andere opstand zal een band leggen tussen Fadus en het Nieuwe Testament. Een zelfverkondigde profeet, Theudass genaamd, trok met een menigte goedgelovige Joden naar de Jordaan met de belofte het wonder van Jozua bij de verovering van Canaan over te doen. De waterscheiding zou hen toelaten met droge voeten de stroom over te steken en zo aan iedereen bewijzen dat Theudas wel degelijk de door God aangeduide generaal was om de Joden te bevelen in hun strijd tegen de Romeinen.
Een eskadron ruiters door Fadus gestuurd stormde op de rebellen af en maakte een einde aan de krachttoer van Theudas. Hijzelf werd aangehouden en onthoofd, zijn hoofd als een trofee gedragen door Jeruzalem. De Handelingen der Apostelen halen een toespraak van Gamaliel de Oude voor het Sanhedrin aan: de beroemde farizeeër citeerde het geval Theudas om de ijdelheid te bewijzen van godsdienstige bewegingen die Gods steun niet genieten.
Vertaling: Broeder Joseph
11. Onze Lieve Vrouw van Lourdes: Brieven van Bernadette [Aflevering 86]
Aan haar peettante, tante Bernarde
Nevers, 27 december 1876
Mijn goede en lieve meter,
Ik wil de eerste dag van het jaar niet voorbij laten gaan zonder u het beste voor het nieuwe jaar te wensen. Ik verzeker u dat ik mijn gebeden, hoe zwak ook, ter uwer intentie en voor de noden van uw lieve familie tot de Heer richt. Ik heb het heerlijke vertrouwen, goede en lieve meter, dat mijn beide neven en mijn lieve nichten u steeds meer tot troost strekken, ook in de toekomst, als zij zich tegenover uw goede en liefdevolle raadgevingen steeds gehoorzaam en volgzaam opstellen.
Ik bid mijn nichten of ze mij in hun gebeden niet willen vergeten, vooral wanneer ze naar de Grot gaan. Ik geloof dat Lucile een beetje boos op mij is: omdat ik geen bericht meer van haar krijg, vraag ik me vaak af waarom. Nu, ik geloof dat ik het gevonden heb. Ik herinner me dat zij me een keer uit Saint-Pé geschreven heeft. Ik ben totaal vergeten haar te antwoorden; ik vraag haar of ze het mij niet kwalijk wil nemen. Het is geen onverschilligheid van mij, maar een nalatigheid die ik zeer betreur. Hoe gaat het met mijn lieve petekind? Houdt ze veel van de Goede God? Is ze verstandig? Ik wou dat ik nieuwjaarsgeschenken had die ik haar kon sturen, maar ik ben erg arm, ik heb niets, helemaal niets. Wel bid ik tot het Heilige Kind Jezus om haar Zijn liefde als nieuwjaarsgeschenk te geven, en dat Hij haar almaar vromer mag maken, evenals haar zussen. Ik draag haar op jullie allen een dikke kus van mij te geven.
Mijn lieve meter, u zult niet tevreden zijn als ik deze brief verstuur zonder over mijn gezondheid te spreken. Ik voel me beter, maar mijn maag is bepaald niet meegaand. Daarom doe ik er deze keer zo lang over te herstellen. Maar het ontbreekt me niet aan goede zorg: ik ben beduusd van al die goedheid die mijn oversten en vriendinnen mij betonen. Ik besluit, mijn goede en lieve meter, door u allerinnigst te omhelzen, evenals mijn lieve nichten.
Bernadette Soubirous is geboren op 7 januari 1844 in de molen Boly, de voorlaatste van de vijf molens aan de voet van de grote steile rots waarop de burcht gelegen is die Lourdes beheerst. Haar vader is de vierendertigjarige molenaar Francois Soubirous. Haar moeder is de achttienjarige molenaarsdochter Louise Soubirous-Casterot. Bernadette, die, zoals haar biografen schrijven, de molenstenen vanuit haar wieg hoorde kraken, zal op haar sterfbed verklaren: "Ik ben vermalen tot een graankorrel."
Met dit aan het molenaarsleven ontleende beeld doelde Bernadette op de lichamelijke pijn en haar ziekten, maar het beeld kan ook worden betrokken, niet op de verschijningen zelf [die zij als een bijzonder voorrecht beschouwde], maar op de gevolgen ervan voor haar persoonlijke leven. De belangstelling die haar ten deel viel, de roem die het haar reeds vroeg, meteen na de verschijningen, maakten het haar onmogelijk om gewoon over de straat te lopen. De eisen die mensen aan haar stelden, de plannen die men voor haar maakte [goed- en minder goedbedoeld], dat alles hing haar als een molensteen om de nek. Daarbij kwamen het lichamelijke en persoonlijke leed en haar zwakke gezondheid.
Gerardo werd geboren in Bologna [datum onbekend] en stierf te Rome op 15 februari 1145. Eerst was hij regulier kanunnik te Bologna. In 1124 werd hij kardinaal-priester en van 1125 tot 1126 was het pauselijke gezant in Duitsland. Tijdens het pontificaat van Innocentius II werd Gerardo driemaal gezant in Duitsland, en het was voornamelijk door hem dat koning Lotharius III twee veldtochten ondernam naar Italië om Innocentius II te beschermen tegen de antipaus Anacletus II. Tegen het einde van het pontificaat van Innocentius II werd hij pauselijk kanselier en bibliothecaris.
Op 12 maart 1144 werd hij tot Paus verkozen. Zijn pontificaat was er een vol moeilijkheden en als we de bewering van Gotfried van Viterbo in zijn Patheon mogen geloven, trok hij aan het hoofd van een klein leger naar Rome, in een dispuut met de senaat. Hij leed een nederlaag en liep ernstige verwondingen op door stenen die naar hem werden geworpen. Een aantal dagen later overleed hij. Tijdens zijn pontificaat maakte hij een einde aan het dispuut tussen de Bisschop van Tours en de Bisschop van Dol. Hij was de orde der Premonstratenzers of Norbertijnen bijzonder genegen.
Malachias’ omschrijving is een zinspeling op de familienaam van de Paus. ‘Cacciare’ is het Italiaans voor verdrijven en ‘nemici’ zijn de vijanden.
Chris De Bodt
14. Valentina Papagna: Nieuwe Boodschappen
Valentina Papagna verhuisde in 1955 van Slovenië naar Australië, na eerder moeilijke tijden tijdens haar kinderjaren. Na de plotse dood van haar man, in 1988, startten haar visoenen en boodschappen van Onze Heer Jezus en Onze Hemelse Moeder. Vanaf die tijd evolueerde ze tot een zeer vrome, Rooms-Katholieke vrouw. Zij krijgt de volledige steun van haar geestelijke begeleider en parochiepriester, Vader Valerian Jenko. Zij wenst haar ervaringen en boodschappen te delen, dit enkel om de mensen te helpen dichter bij God te komen en te groeien in heiligheid naar Jezus' en Maria's wens. Als grootmoeder leidt ze nu een eenvoudig en rustig familieleven. Zij vermijdt elke publiciteit, maar is wel genoodzaakt om de boodschappen die haar worden doorgegeven, openbaar te maken, omdat ze niet enkel voor haarzelf zijn. Voortaan zullen haar boodschappen in dit blog worden vermeld.
2 juni 1992
's Avonds had ik last van griep, toen de Heilige Maria mij bezocht. Ik begon te bidden en vroeg mij af: "Waarom ben ik zo ziek?" Maar nog terwijl ik mij aan het beklagen was, verscheen de Heilige Maria met een beminnelijke glimlach. Ze zei: "Het spijt ons erg dat u ziek bent, maar deze ziekte en het ermee gepaard gaande lijden, wordt u door Mijn Zoon gegeven. Wenst u de reden te kennen voor dit lijden?"
"Het is voor Medjugorje, opdat de plannen van Mijn Zoon en Mij zouden worden verwezenlijkt. De duivel probeert dit te vernietigen. Alstublieft, aanvaard met liefde al het lijden dat wij u geven. U en de boodschappen die wij u geven, zijn verenigd met Medjugorje. Wij weten hoeveel u van Medjugorje houdt.
Daarop gaf de Heilige Moeder mij de zegen en met nog steeds dezelfde beminnelijke glimlach, verdween ze. Ik was heel gelukkig met wat de Heilige Maria mij had verteld en aanvaardde de opoffering voor dit doel.
1. Medjugorje: Interview van Janice O'Connell met Mirjana [deel 1]
Elke keer als ik een ongelovige zie, weet ik wat hem te wachten staat
Inleiding
Mirjana Dragicevic-Soldo, de tweede zienster die de Gezegende Maagd zag op 24 juni 1981, was de eerste zienster die alle 10 geheimen ontving. Ze was de eerste zienster bij wie de dagelijkse verschijningen van de Gezegende Moeder stopten. Als jonge vrouw is ze gemoedelijk. Ze heeft aanleg voor mode en dat weerspiegelde haar leven in Sarajevo, de stad die ooit een kosmopolitische stad was. Kort samengevat is Mirjana intelligent en bezit zij het intelligentiepeil van iemand die aan de universiteit van Sarajevo gestudeerd heeft. Ze is getrouwd met een medestudent Marco Soldo, de neef van de inmiddels overleden Franciscaanse psycho-theoloog Vader Slavko Barbaric, die ook de spirituele begeleider is van de zieners. Zowel Marco als Mirjana praten gemakkelijk Engels en hebben veel gereisd. Zoals bij de ziener Ivan, is de favoriete sport van Marco basketbal. Hij is groot, atletisch, vrij spiritueel en zorgt op een beschermende manier voor Mirjana. Hij en Mirjana zijn de ouders van Marija, op 9 december 1990 geboren en Veronika, die het levenslicht zag op 19 april 1994.
Mirjana is geboren op 18 maart 1965. Zij is de dochter van Jozo Dragicevic, een röntgenoloog in het hospitaal. Haar moeder werkte als verkoopster in een boetiek. Mirjana heeft een broer die 15 jaar jonger is dan zij. Haar familie leefde in Sarajevo vóór de burgeroorlog van 1991. Haar grootmoeder leeft in Medjugorje, bij wie zij haar zomervakanties doorbracht. Mirjana, Marco en hun dochters hebben een eigen huis in Medjugorje. Gedurende de burgeroorlog in 1992 leefde de familie in ballingschap. Mirjana kent momenteel 10 geheimen.
Mirjana stipt aan dat ze een zware last draagt omdat de Gezegende Moeder haar de tien geheimen heeft toevertrouwd die naar men zegt de tuchtiging voor de zonden van de wereld betreffen. Soms, als men Mirjana iets vraagt over de geheimen, geeft ze de indruk dat de voorspelde rampen zo erg voor de wereld zijn dat ze dikwijls het lijden, dat met deze kennis gepaard gaat, niet kan dragen. In feite, zegt Mirjana, dat als de Gezegende Maagd haar niet hielp, ze het niet zou volhouden. Terwijl ze spreekt over de geheimen, werd haar gevraagd: "Zijn de geheimen zo erg?" Ze antwoordde, "Ja, elke keer ik een ongelovige zie, weet ik wat hem te wachten staat. Het is dikwijls meer dan dat ik kan dragen."
Bron: Janice T. Connell
Vertaling: Henk
2. Medjugorje: Vragen en antwoorden
Vraag: Is het een toeval dat de zieners zo heten bij hun voornamen?
Antwoord: Neen. Onder meer Mirjana en Vicka hebben in een interview duidelijk gezegd dat hun voornaam geen "toeval" is. Het antwoord hierop moeten we zoeken in de werking van de Goddelijke Voorzieningheid en de Heilige Geest, maar uiteraard: "Gods wegen zijn ondoorgrondbaar." De namen van de zieners en hun betekenis zijn:
Mirjana: "Mir" + "Jana" of "Vrede" + "afgeleide van Johannes [Jahweh is genadig], maar in de slavische landen heeft de naam een bijkomende, bijzondere betekenis: "God is verzoenend." Ook nog afgeleid van Myriam, wat hetzelfde is als "Maria."
Marija: Maria
Vicka: afgeleid van Vida, wat "leven" betekent. Dat is de reden waarom de drie boekdelen van Vicka over Maria's leven, waarvan de informatie, door de Heilige Moeder zelf, aan Vicka is doorgegeven, de titel "Leven" meekrijgt. Op dit ogenblik is het nog niet geweten wanneer Onze Lieve Vrouw het licht op groen zal zetten om ze vrij te geven. Vicka zegt dat alles klaar is hiervoor.
Ivanka: Over het algemeen is het afgeleid van "Johannes" [Jahweh is genadig], maar in de slavische landen heeft de naam een bijkomende, bijzondere betekenis: "God is verzoenend."
Ivan: Over het algemeen is het afgeleid van "Johannes" [Jahweh is genadig], maar in de slavische landen heeft de naam een bijkomende, bijzondere betekenis: "God is verzoenend."
Jakov: Afgeleid van Jacobus [de Meerdere], de patroonheilige van de parochie Medjugorje
Mirjana gaat in haar antwoord hierop zelfs nog een stap verder en zegt dat ook onze voornaam geen toeval is en dat het nuttig is om de Bijbelse betekenis er van na te gaan. Een verdere verduidelijking over het hoe en waarom hiervan, heeft Mirjana niet gegeven. En Vicka gaat nog een stapje verder: "uw naam wordt u niet door uw ouders gegeven, maar door God. Reeds vóór de Schepping kende God u reeds bij naam."
3. Medjugorje en Garabandal groeien naar elkaar toe
Ramp in de Golf heeft een heel hoog Garabandalgehalte
We noteren 20 april 2010. Vandaag is het de eerste verjaardag van het overlijden van Mari-Loli Mazon, het enige meisje uit Garabandal aan wie Onze Heilige Moeder de datum van de Waarschuwing heeft medegedeeld. Praktisch tot op de seconde, één jaar na het overlijden van Mari-Loli Mazon, ontploft Deepwater Horizon. Een lek wordt geslagen op de zeebodem, van waaruit de olie in grote hoeveelheden in het Golfgebied begint te stromen. Half juli is er nog steeds geen oplossing gevonden voor het probleem en is er ondertussen zowat een half miljard liter olie in de zee terechtgekomen. De grootste olieramp ter wererld, waaraan geen einde komt. Ondanks alle modernste wapen-, wetenschaps- en ruimtetechnieken kan niemand een oplossing bedenken om dit euvel op te lossen.
Het Garabandalgehalte van deze ramp houdt hiermee niet op, want op 16 juli 2010, na bijna drie draanden, vindt men een voorlopige oplossing om het lek te dichten, door een nieuwe kap over het lek te plaatsen. 16 juli is niet zomaar een datum. Op die dag wordt het Feest van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel gevierd en onze Lieve Vrouw van Garabandal gaf zichzelf de benaming "Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel." Het blijft echter een voorlopige oplossing en niemand weet op dit ogenblik wat de uiteindelijke uitkomst zal zijn.
Ook de boodschappen van 2 mei en 2 juni hebben veel met Garabandal te maken:
Maandelijkse boodschap van Maria aan Mirjana Dragicevic van 2 mei 2010 voor hen die Gods liefde nog niet kennen:
"Lieve kinderen, vandaag vraagt de Goede Vader, via Mij, om u, met uw zielen vol van liefde, op te maken voor een geestelijk bezoek [Engelse versie] geestelijke reis [Kroatische versie]. Lieve kinderen, wees vol van genade, heb oprecht berouw over uw zonden en verlang naar het goede. Verlang hier ook naar in naam van hen die er niet toe zijn gekomen om het volmaakte van het goede te kennen. U zult God meer behagen. Dank u!"
Maandelijkse boodschap van Maria aan Mirjana Dragicevic van 2 juni 2010 voor hen die Gods liefde nog niet kennen:
"Lieve kinderen, vandaag vraag Ik u, om door vasten en gebed de weg vrij te maken, langs dewelke Mijn Zoon in uw harten zal binnentreden. Aanvaard Mij als een moeder en een aankondigster van Gods liefde en Zijn wens om uw redding. Bevrijd uzelf van alles uit het verleden dat u tot last is en u een gevoel van schuld geeft, van alles dat u tot dwaling en duisternis bracht. Aanvaard het licht. Word herboren in de gerechtigheid van Mijn Zoon. Dank u."
Beide boodschappen doen ons denken aan de "Waarschuwing," één van de geheimen van Garabandal en ongetwijfeld maakt het ook deel uit van de eerste drie geheimen van Medjugorje.
4. Onze Lieve Vrouw van Anguera, Bahia, Brazilië: Nieuwe boodschap
Boodschap 3347 van 18/7/2010
Lieve zonen en dochters, Ik ben uw Moeder die veel van u houd. Ik dank u voor alles wat u doet voor de plannen van God. Vertel aan iedereen dat God haast heeft en er geen tijd te verliezen is. Ga terug naar Hem die uw enige ware Verlosser is. Kruis uw armen niet. God heeft haast. Laat niet voor morgen wat u vandaag moet doen. Ik ken ieder van u bij naam en weet wat u nodig hebt. Sterkte. Verlies de moed niet in uw beproevingen. Draag uw kruis met vreugde, want dat is de enige manier om de overwinning te behalen. Ik sta aan uw zijde. Wees zachtmoedig. Aanvaard Mijn oproepen. De mensheid zal nog veel beproevingen ervaren. Mensen gaan weg van God en weten niet waar heen te gaan. Ik lijd om wat u te wachten staat. Het nest van de adelaar [Verenigde Staten] zal worden binnengevallen met grote vernietiging tot gevolg. Terreur zal zich verspreiden en Mijn arme kinderen zullen huilen en jammeren. Zoek kracht bij Jezus. Luister naar Zijn woorden en ontmoet Hem door de Heilige Eucharistie. Ik spreek ten beste bij mijn Jezus voor ieder van u. Voorwaarts zonder vrees.
Vertaling: Frederick
Opmerking: Morgen en overmorgen een tweedaagse special over de ziener van Anguera, Pedro Régis
5. A.C. Emmerich: Het bitter lijden van Onze Heer Jezus Christus. [Aflevering 196]
Hoofdstuk 6. De Kruisiging
Jezus ontkleed en met azijn gelaafd
Vier beulsknechten gingen nu de zeventig schreden ver, in noordelijke richting, naar de kerker in de rots; zij haalden er Jezus uit, die daar tot God gesmeekt had om sterkte en Zich nogmaals voor de zonden van Zijn vijanden als zoenoffer had aangeboden. Onder slagen en spotwoorden sleepten de rakkers Onze Heer voor het laatste stuk van Zijn lijdensweg. Het volk keek toe en schimpte. De soldaten, die de orde handhaafden, hielden zich stroef en ernstig. Door de rakkers die binnen de aarden wal waren gebleven, werd Jezus met wrede hardheid ontvangen.
Toen de heilige vrouwen Jezus zagen naderen, gaven zij geld aan een man en verzochten hem, dat geld, samen met de kruik vol gekruide wijn, naar de beulsknechten te dragen, opdat zij de Heer van die wijn te drinken zouden geven. De schurken gaven Jezus echter de wijn niet maar dronken hem, nadien, zelf uit. Zij hadden daar twee bruine kruiken staan; de ene bevatte gal en azijn, de andere een soort aftreksel van azijn met balsem en mirre. Van die laatste drank hielden zij de geboeide Heiland een beker aan de lippen; Hij proefde even, maar dronk niet. Er bevonden zich achttien rakkers op de plaats van de terechtstelling: de zes geselaars, de vier kerels die de Heer hierheen hadden gevoerd, de twee die de touwen aan het uiteinde van de kruisstam hadden vastgehouden, en de zes kruisigers. Een deel van hen was bij Jezus, een deel bij de moordenaars bezig en allen zopen tussen het werk in. Het waren vuile, halfnaakte, kleine, sterke mensen, met vreemde gezichten, warrig haar en een stoppelbaard; gruwzame beestachtige schepselen. Om geld dienden zij de Romeinen en de Joden.
Dit allemaal moeten zien was voor mij des te verschrikkelijker, daar ook het boze dat voor de anderen onzichtbaar bleef, mij in zijn eigen vorm en gedaante onder de ogen trad. Ik zag namelijk grote, vreselijke duivels aan het werk onder die gruwzame mensen. Het was of zij hun alles ter hand stelden, hun in alles behulpzaam waren en raad gaven. Ik zag eveneens hoe talloze kleine, gruwelijke soorten afschuwelijk en giftig ongedierte, daar in het rond zwermden en als het ware de omgeving donker maakte; zij sprongen in de mond en binnen in de borst, zaten op de schouders van diegenen die slechte, kwaadaardige gedachten koesterden of vloek- en schimpwoorden uitbraakten. Boven de Heer echter ontwaarde ik tijdens de kruisiging vaak grote figuren van wenende engelen en andere glorieuze verschijningen; de gezichten waren echter onduidelijk. Zulke engelen van het medelijden en de vertroosting zag ik ook boven de Heilige Maagd en de goedgezinden, die zo dus gesterkt en opgebeurd werden.
6. Biografie Heilige Jean-Marie Vianney [Aflevering 196]
Preken
Op wie heeft de duivel het gemunt?
Zolang de Heilige Augustinus een losbandig leven leidde, besefte hij nauwelijks wat het zeggen wou om bekoord te worden. Hij waande zich in vrede, zoals hij zelf vertelt. Maar vanaf het ogenblik dat hij de duivel de rug wou toekeren, kreeg hij het met hem aan de stok. Het werd een adembenemend gevecht, dat vijf jaar duurde. Augustinus weende de bitterste tranen en deed de zwaarste boete. "Ik worstelde in mijn ketenen," zei hij. "De ene dag meende ik overwonnen te hebben, maar de volgende dag lag ik alweer tegen de grond. De wrede en hardnekkige strijd moest ik vijf jaar lang volhouden. Maar tenslotte gaf de goede God mij de genade van de overwinning."
We zien ook hoe Sint Hieronymus op de proef gesteld wordt, als hij zich aan de goede God wil geven en een bezoek wil brengen aan het Heilig Land. In Rome overvalt hem een nieuw verlangen om zich aan zijn zielenheil te weiden. Hij verlaat de stad, vestigt zich in de diepste eenzaamheid van een woestijn en doet alles waartoe zijn liefde tot God hem inspireert. Intussen schijnt de duivel, die voorziet dat de bekering van Sint Hieronymus ook anderen tot inkeer zal brengen, van wanhoop te sterven. Er is geen enkele vorm van bekoring, of hij wendde ze tegen de kluizenaar aan. Ik geloof dat er nooit een heilige is geweest die zo hevig op de proef werd gesteld als de Heilige Hieronymus.
Vertaling: Chris De Bodt
7. Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! [Aflevering 196]
Hoofdstuk 28. Lijden en herstel
Nicky: Vertellen zij u dan hoelang het zal duren? Maria: Neen, slechts uitzonderlijk en dat is het ergste eraan: de onwetendheid van de duur ervan, maar die ene keer was het drie uur.
Nicky: Aanvaardt u deze pijnen op een regelmatige basis of meer tijdens bepaalde perioden? Maria: Ik aanvaard alles wat mij wordt gevraagd, maar tijdens de vasten maken ze hun aanwezigheid heel sterk bekend door het lijden dat ik voor hen draag. Op andere tijdstippen gebeurt het wanneer ze het ook vragen.
Nicky: Neemt u vandaag nog evenveel lijden op u als tijdens de begindagen? Maria: Neen, nu is het minder, ook al omdat ik veel meer naar lezingen ga dan tijdens de beginjaren en deze lezingen helpen de zielen ook heel veel.
Nicky: Toen u nog jonger was, had u dan enig idee dat u later naar vele steden in Europa zou gaan om er lezingen te geven in grote zalen gevuld met mensen? Maria: Nooit! Ik zou luidop gelachen hebben en binnenin zelfs bang geweest zijn door er enkel aan te denken. Maar God heeft mij de sterkte en de moed gegeven om dit te doen en ik zie dat het veel goeds teweegbrengt en voor dit ben ik Hem zeer dankbaar.
Nicky: Hebt u ook grote angsten op u genomen zoals de angst die Jezus meemaakte in de Tuin van Gethsemane? Maria: Neen, tot op vandaag is dit niet gebeurd.
Nicky: De tijdspanne: drie uren voor twintig jaar, zoals u eerder vermelde, is deze altijd hetzelfde of soms verschillend? Maria: Voor alle gevallen is deze volledig verschillend en dat komt omdat er een oneindig aantal niveaus zijn in het Vagevuur. Een Arme Ziel vertelde mij dat tien jaar in de bovenste lagen veel, veel gemakkelijker is te verduren dan twee dagen in de diepste lagen. Daarenboven moeten we bedenken dat een ziel langzaam door alle niveaus moet gaan om uiteindelijk op het hoogste niveau uit te komen, maar ze kunnen ook van het diepste niveau recht naar de Hemel gaan.
Bron: Nicky Eltz
Vertaling: Chris De Bodt
8. Fatima's in Lucia's eigen woorden: Hoofdstuk 2. Lucia's kinderjaren [aflevering 40]
Epiloog
Ik denk, Zijn Excellentie, dat ik juist de meest mooie bloem heb geplukt en het meest verrukkelijke fruit uit mijn kleine tuin, die ik nu plaats in de genadevolle handen van de Goede Heer, die u vertegenwoordigt. Bid opdat hij de herft mooie vruchten van zielen voor het eeuwige leven zou laten voortbrengen. En daar Onze Lieve Heer behangen vindt in de nederige gehoorzaamheid van de minste van Zijn schepselen., eindig ik met de woorden van Haar, die God, in zijn oneindige genade, mij als Moeder, Beschermer en Voorbeeld geeft geschonken, en eveneens dezelfde woorden waarmee ik begon: "Zie de dienstmaagd des Heren! Dat Hij verder gebruik zou maken van Haar, zoals Hij het beste denkt."
Vertaling: Chris De Bodt
9. Film: Moses [1/23]
Mozes wordt geboren in omstandigheden die verre van ideaal zijn. Drie maanden lang moet hij als kind verborgen worden gehouden. De wrede Farao van Egypte had bevolen alle kinderen van de Hebreeuwse slaven ter dood te brengen. Uiteindelijk kunnen zijn ouders hem niet langer verborgen houden en wordt hij in een biezen mandje toevertrouwd aan het water van de Nijl. het lijkt alsof God het volk van de Hebreeen aan hun lot heeft overgelaten. ze moeten slavenarbeid verrichten tot ze er dood bij neervallen. Mozes krijgt de opdracht om het volk te redden uit de greep van de Farao en hij weet als godsgezant het volk uit Egypte weg te halen. het volk wordt bevrijd, weg van de slavernij en onderdrukking. Op weg naar het beloofde land Kanaan ontvangen ze bij de berg Sinai de tien geboden en uiteindelijk komen ze bij het land 'overvloeiend van melk en honing'. Mozes zelf echter zal het land nooit betreden...
Deze Amerikaanse TV-film uit 1996 staat onder regie van Roger Young. Met Ben Kingsley [Mozes], Frank Langella [Mermefta], Christopher Lee [Ramses II], Enrico Lo Verso [Joshua] en David Suchet [Aaron]. De film duurt 188 minuten.
10. Het Laatste Geheim. Hoofdstuk 37: Ik zal uw Moeder zijn."[Aflevering 247]
Het visioen op de muur van de plaatselijke stenen kerk duurde twee uur lang, en verlichtte de muur als sneeuw. Het licht steeg soms tot boven de geveltop, en toonde een tafereel uit de hemel, in totale stilte. Soms bewogen de personen in de verschijning. Maar ze bleven voornamelijk gewoon staan en keken in de richting van de getuigen, terwijl er engelen rondzweefden.
Dit schilderij zou de Mariologie ingaan als een visioen van historisch belang, maar Maria verscheen ook in minder gekende gevallen aan mensen zoals Thérèse van Lisieux, die op 13 mei 1883 van een ziekte genezen werd terwijl ze naar een beeld in Frankrijk keek, aan de andere kant van het Engelse kanaal. "Plotseling verscheen de Heilige Maagd in alle schoonheid voor mij, ik had nog nooit zoiets moois gezien," vertelde de Kleine Bloem. "Haar gelaat was bedekt met een onuitsprekelijke weldadigheid en zachtheid, maar het was de betoverende glimlach van de Heilige Maagd die tot in het diepste van m’n ziel binnendrong."
Op die dag, 13 mei, werd in Italië een beeld gekroond en het was ook in Italië dat men Maria in het bisdom van Bojano, nabij Castelpetroso zag als de Moeder der Smarten. Het visioen vond plaats op een rotsberg, en het was heel ongewoon. Er kwam een licht uit de rotsspleten en het was in dat licht dat men verschillende beelden van Maria zag, soms als een standbeeldje, misschien ook als een schilderij, en op een keer ook vergezeld door Michaël en een schare engelen, of natuurlijk met het Kind in haar armen. Men zag haar in verschillende hoedanigheden, O.L.V. van Genade, O.L.V. van de Rozenkrans, O.L.V. van Carmel, en O.LV. der Zeven Smarten, waarbij de laatste op een paar dagen vierduizend bezoekers aantrok. Hoewel het eerst door de plaatselijke priester vanuit de preekstoel als zinsbegoocheling werd bestempeld, was een andere ongelovige priester er getuige van toen hij in één van de rotsspleten keek en de Maagd met het Kindje zag, en vervolgens ook Christus met de doornenkroon, bedekt met bloed.
Bron: Michael Brown
Vertaling: Mario Lossie
11. Taizé: Frère Roger Schutz, biografie [Aflevering 140]
Hoofdstuk 8. Uit de Patstelling
De eerste internationale Jongerenontmoeting
Op 4 juni 1966 kondigde Broeder Roger in Le Monde voor begin september eerstkomende een ‘internationale jongerenbijeenkomst’ in Taizé aan. Eerst aarzelde de Gemeenschap: "Zou dit onthaal het monastiek gemeenschapsleven niet verstoren?"
Maar vanaf begin de jaren 1960 ontving Taizé jongeren. Meestal kwamen die niet alleen en op eigen initiatief. Ze kwamen in groep of op ‘bedevaart’ met hun aalmoezeniers. Ofwel namen ze deel aan de ‘jeugdwerven’ in de zomer [vijf in 1966]. Lange tijd werden de jonge katholieken op andere data dan de protestanten ontvangen.
In 1966 werd een beslissende stap gezet. De geplande ontmoeting was omvangrijk en richtte zich tot jongeren van alle geloofsstrekkingen en uit alle landen. Eerst werd de benaming ‘Jeugdmeeting’ weerhouden, maar een meer vredige ‘internationale Jeugdontmoeting’ haalde de bovenhand.
Alle prominenten werden gevraagd: kardinaal Bea, voorzitter van het Secretariaat voor de Eenheid der Christenen, kardinaal Martin, aartsbisschop van Rouen, kardinaal Villot, aartsbisschop van Lyon en andere katholieke, anglicaanse en lutheraanse bisschoppen. De prior van Taizé had ook de nieuwe secretaris generaal van de COE aangesproken, Eugen Carson Blake maar, aangezien Blake in september niet in Europa was, liet hij zich verontschuldigden. Hij bezocht de gemeenschap echter in oktober en, in tegenstelling tot zijn voorganger, hield hij altijd vredevolle en vertrouwelijke relaties met Taizé aan, stuurde hen bemoedigende boodschappen en kwam hij dikwijls langs. "God is zo goed ons een secretaris generaal te geven die boven alles een echte herder is," schreef Broeder Roger hem weldra. De aanwezigheid van Hubert Beuve-Méry, stichter en directeur van Le Monde was dan weer een verrassing, maar was te danken aan de nauwe persoonlijke band die hij sinds 1957 met Broeder Roger had.
De ontmoeting ging door van 2 tot 4 september. 1.200 à 1.500 jongeren waren op de heuvel verzameld, de helft Fransen, de andere helft uit een dertigtal landen en verschillende werelddelen afkomstig [waaronder een honderdtal Afrikanen, Aziaten en Latijns-Amerikanen]. De deelnemers waren vooral katholieken en protestanten, slechts enkelen waren orthodox. Ze verbleven niet in de buurt van de Gemeenschap, maar in Ameugny waar het onthaalcentrum uitgebreid werd met tenten.
Twee thema’s lagen ter discussie: ‘Onze solidariteit met de armen, met de ontwikkelde landen’ en ‘Een hedendaagse oecumene’. De conferenties die door genodigde sprekers werden gegeven werden opgevolgd door gesprekken in groepjes, onderbroken door drie dagelijkse gebedsdiensten en de Eucharistieviering. Zondag was geen conferentiedag.
Vertaling: Broeder Joseph
12. Jezus' tijdgenoten[aflevering 70]
Fadus
De Joodse opstand
Onder het bewind van keizer Claudius werd Cuspius Fadus de eerste procurator van Judea tussen 44 en 46 na J.C. Van 41 tot 44 was Judea onderdeel geweest van een vazalstaat onder koning Herodes Agrippa I. Toen deze in 44 echter overleed, besliste keizer Claudius dat Judea opnieuw een Romeinse provincie zou worden, zoals ook vóór Agrippa's koningschap over het gebied het geval was geweest. Wel werd de provincie uitgebreid met de gebieden Galilea en Perea [eerder behoorden alleen het eigenlijke Judea, Idimea en Samaria tot de provincie Judea]. Ook bepaalde Claudius, in lijn met de bestuurshervormingen die zijn keizerschap kenmerkten, dat de Romeinse provincie niet door een praefectus maar door een procurator bestuurd zou worden. Cuspius Fadus was de eerste procurator van de provincie.
Het recht om hogepriesters te benoemen lag in deze periode bij Herodes van Chalkis. Ongeveer in dezelfde tijd dat Fadus' bewindsperiode begon, benoemde Herodes Jozef ben Kamei als hogepriester.
Tussen 41 en 44 na J.C., als herkenning voor door Agrippa I bewezen diensten bij zijn troonsbestijging als keizer, benoemde Claudius Fadus tot koning van Judea, Samarië en Galilea. Tijdens die drie jaar maakte het herstel van het koningschap in Judea het ambt van gouverneur overbodig, vermits Agrippa het beheer droeg. Zijn bestuur werd gekenmerkt door politieke en godsdienstige rellen. De inwoners van Perea [Transjordanië] kwamen in opstand met deze van de Griekse stad Philadelphia [het huidige Amman] omwille van hun respectievelijke grenzen. Fadus koos partij voor Philadelphia dat tot de afhankelijke stedenbond Dekapolis behoorde.
Vertaling: Broeder Joseph
13. Recente heiligenlevens
Eerbiedwaardige Edel Quinn [1907-1944]
Veel van de heilige personen in dit boek, verrichtten grote liefdadigheidswerken waarbij ze de zieken en de armen hielpen, onderwezen, en deelnamen aan allerlei ambten, maar geen enkele deed dat lijdend aan tuberculose zoals Edel Quinn, die vanaf de leeftijd van vijfentwintig jaar tot aan haar dood op vierendertigjarige leeftijd, in de wijngaard van de Heer werkte. Ondanks haar ziekte, stond zij tijdens die negen jaar ten dienste van anderen, steeds vol vreugde, en voortdurend met O.L.V. als haar rolmodel.
Edel Maria Quinn werd op 14 september 1907 geboren te Ierland, in Greenane, nabij Kanturk, een klein stadje in County Cork. Ze was het eerste kind van Charles Quinn, een bankdirecteur, en Louise Burke Browne. Vier dagen na haar geboorte werd ze gedoopt door Pater Green, in de Kerk van de H. Maria te Castlemagner. Haar moeder wilde haar Adèle noemen, met een "e" aan het einde, maar de priester legde het verband tussen haar naam en het verkleinwoord van de bloem Edelweiss, en op één of andere manier bleef de naam Edel hangen. Nadat ze omwille van haar vaders’ tewerkstellingen een paar keer verhuisd waren, vestigde het gezin zich uiteindelijk in Dublin. Op dat moment was het gezin al uitgebreid met drie meisjes, Leslie, Mona, en Dorothea, en één jongen, Raphael. De kinderen groeiden op in een sfeer van vreugde, vrijheid en wederzijds begrip met Edel, de oudste, als leidster.
Bron: Joan Carroll Cruz
Vertaling: Mario Lossie
14. Onze Lieve Vrouw van Lourdes: Brieven van Bernadette [Aflevering 85]
Aan haar nichtje Lucile Pene
Nevers, 3 november 1876
Lieve nicht,
Ik heb je brief die me zo veel plezier deed, nog niet eerder kunnen beantwoorden; de enige reden voor deze vertraging is mijn slechte gezondheid. Ik voel me thans lets beter; toch kan ik de ziekenzaal nog niet verlaten.
Ik was zeer bezorgd, lieve nicht, toen ik hoorde dat je je man eraan moest herinneren dat men op zondag naar de mis dient te gaan. Ik vrees voor jullie, als ik eraan denk dat Onze Lieve Heer gezegd heeft dat we voor alles net koninkrijk van God en zijn rechtvaardigheid moeten zoeken. Hij belooft dat al het andere er ons vervolgens bij gegeven zal worden. Ik dring erop aan dat jullie de heilige zondag naleven. Werken op zondag zal jullie niet rijk maken; integendeel, je zult ongeluk over jullie en jullie kinderen afroepen. Alsjeblieft, doe dat niet. Jullie moeten een voorbeeld zijn, niet alleen voor mensen uit de stad, maar ook voor vreemden die naar Lourdes komen.
Ik vraag je mijn respect over te brengen aan mijn lieve oom en mijn lieve tantes, en ook aan mijn lieve meter.
Ik beveel mijn neven en nichten aan hun religieuze plicht steeds trouw te vervullen. Ik vraag jullie allen voor mij tot de Heilige Maagd te bidden, elke keer wanneer jullie naar de Grot gaan. Het ga je goed, lieve vriendin.
Je nicht, die je innig omhelst, Zuster Marie-Bernard Soubirous
PS: Mag ik je vragen deze brieven van mij zo snel mogelijk bij Marie en mijn broer Pierre te bezorgen.
In 2008 was het honderdvijftig jaar geleden dat de verschijningen van Lourdes plaatsvonden. Achttien verschijningen in de grot Massabieille bij de rivier de Gave, net buiten Lourdes, aan Bernadette Soubirous, een veertienjarig meisje dat niet lezen of schrijven kon. Toen de eerste verschijning zich voordeed, was Bernadette alleen. Haar zusje en een vriendinnetje waren bezig hout te sprokkelen, iets verderop. Bernadette zag "een witte dame," die zich later zou identificeren als de Onbevlekte Ontvangenis of, zoals iedereen in Lourdes al zei, nog voordat Bernadette het bevestigde, de heilige maagd Maria. Het zou de enige keer zijn dat ze alleen was. Bij de tweede verschijning gingen twaalf meisjes met haar mee, maar alléén Bernadette kan Haar warnemen en bij de derde verschijning werd zij vergezeld door twee dames uit het dorp die een boodschap van gene zijde verwachtten. Bij de vierde verschijning vergezelden haar moeder en enkele tantes haar. Daarna liep heel Lourdes uit. Bij de veertiende verschijning waren achtduizend mensen aanwezig. Begin eenentwintigste eeuw reizen jaarlijks ongeveer vijf miljoen pelgrims naar Lourdes.
Vormen de verschijningen een mysterie, een ander mysterie betreft haar dood. Nadat zij is overleden in 1879, wordt het lichaam van Bernadette in 1909 uit de grafkelder gehaald en "geschouwd," zoals het kerkelijk recht bij het proces tot heiligverklaring vereist. Het blijkt geheel gaaf en onbedorven. Ook bij de tweede "herkenning," in 1919, wordt het in ongeschonden toestand aangetroffen. Wanneer haar lichaam ook in 1925 nog geheel intact blijkt, wordt het niet meer in zijn grafplaats teruggezet. Met haar handen om een rozenkrans gesloten voor een nooit eindigend gebed ligt Bernadette thans opgebaard in de kapel van het klooster in Nevers, waar zij bijna honderddertig jaar geleden overleed.
Het leven van Bernadette is uitvoerig gedocumenteerd en beschreven. Reeds vanaf de tweede of derde verschijning werd zij ondervraagd door instanties van de politie. Kerkelijke autoriteiten stelden een officieel onderzoek in. Hun rapporten zijn bewaard gebleven. Verder zijn er de getuigenverhoren en de verslagen van pelgrims en andere bezoekers. In 1868 verschijnt de eerste biografie.
Van Bernadette zelf zijn meer dan honderd brieven bewaard gebleven, geschreven in Lourdes en Nevers.
16. Malachias: De 111 profetieën over de Pausen
Profetie 1: Ex Castro Tiberis [van een kasteel aan de Tiber]
Paus Celestinus II [1143-1144]
Echte naam: Guido de Castello
Guido de Castello’s geboortedatum is onbekend. Hij werd kardinaal in 1128. In 1140 werd hij pauselijk gezant te Frankrijk waar hij zich het ongenoegen van de Heilige Bernardus van Clairvaux op de hals joeg omwille van de bescherming tot hij verleende aan Arnold van Brescia. Guido was van adellijke afkomst. Al vroeg in zijn studietijd was hij een bewonderaar van de theoloog en filosoof Petris Abaelardus, iets waartegen hij later gewaarschuwd werd door Bernard van Clairvaux die Abaelardus beschuldigde van dwalingen.
In december 1127 werd Guido door paus Honorius II verheven tot kardinaal-diaken met de titeldiakonie Santa Maria in Via Lata. Onder paus Innocentius II volgde zijn promotie tot kardinaal-priester met de titelkerk San Marco.
Tijdens het pontificaat van Innocentius vervulde Guido diverse diplomatieke functies; hij was pauselijk legaat in Keulen en Aken en werd naar Rogier II van Sicilië gezonden om daar de legitimiteit van paus Innocentius II te verdedigen. Deze was vanaf zijn aantreden geconfronteerd met een tegenkandidaat, Anacletus II. Guido’s missie was om internationale erkenning te krijgen voor de claim van Innocentius op de pauselijke troon.
Op 26 september 1143 werd Guido in het Lateraans Paleis te Rome verkozen tot paus, waarbij hij de naam Celestinus aannam. Zijn kroning vond plaats op 3 oktober 1143, na eerst tot bisschop te zijn gewijd.
Celestinus’ pontificaat telde slechts 164 dagen. Belangrijkste feit werd de opheffing van het interdict dat zijn voorganger had uitgesproken over Franse steden. Dit interdict was een gevolg van het protest van de Franse koning Lodewijk VII tegen de benoeming van Pierre de la Chatre tot aartsbisschop van Bourges. Tegen de wil van de koning werd hij toch gekozen, maar door de koning ervan weerhouden zijn ambt te vervullen. Uiteindelijk zou deze twist leiden tot een strijd in Noord-Frankrijk waarbij ongeveer duizend gelovigen de dood vonden bij een brand in een kerk. Op verzoek van de Franse koning bemiddelde Celestinus in de kwestie, wat uiteindelijk leidde tot de acceptatie van de gekozen aartsbisschop.
Door zijn vroegtijdige dood zou hij niet betrokken worden bij het dreigende conflict dat ontstond met Rogier II van Napels.
Op 9 januari 1144 vaardigde Celestinus II de bul Milites Templi uit, waarmee hij opriep de Tempeliers te beschermen en de gelovigen opriep te doneren aan de orde. De bul zou de basis vormen voor de rijkdom en het succes van de orde.
Tijdens drie consistories creëerde Celestinus 13 kardinalen.
Paus Celestinus II overleed op 8 maart 1144 in Rome, waar hij begraven werd in de Sint-Jan van Lateranen basiliek. Hij werd opgevolgd door Lucius II.
De Heilige Malachius verwijst naar zijn geboorteplaats Città di Castello, gelegen aan de oever van de Tiber.
Chris De Bodt
17. Valentina Papagna: Nieuwe Boodschappen
Valentina Papagna verhuisde in 1955 van Slovenië naar Australië, na eerder moeilijke tijden tijdens haar kinderjaren. Na de plotse dood van haar man, in 1988, startten haar visoenen en boodschappen van Onze Heer Jezus en Onze Hemelse Moeder. Vanaf die tijd evolueerde ze tot een zeer vrome, Rooms-Katholieke vrouw. Zij krijgt de volledige steun van haar geestelijke begeleider en parochiepriester, Vader Valerian Jenko. Zij wenst haar ervaringen en boodschappen te delen, dit enkel om de mensen te helpen dichter bij God te komen en te groeien in heiligheid naar Jezus' en Maria's wens. Als grootmoeder leidt ze nu een eenvoudig en rustig familieleven. Zij vermijdt elke publiciteit, maar is wel genoodzaakt om de boodschappen die haar worden doorgegeven, openbaar te maken, omdat ze niet enkel voor haarzelf zijn. Voortaan zullen haar boodschappen in dit blog worden vermeld.
28 mei 1992
's Avonds knielde ik neer voor mijn bed, toen een Engel aan mij verscheen in een schitterend licht. Hij leek mij niet ouder dan zo'n veertien jaar. Hij droeg lang, blond haar, top op de schouders en droeg een lang wit kleed.
Na een tijdje wandelde er een mooi, jong meisje rond in de kamer, omgeven door een gouden uitstraling.
Glimlachend zei ze: "Ik ben de Heilige Philomena. Onze Heer heeft mij persoonlijk gezonden om u te bedanken voor uw gebeden tot mij. Ik kniel constant neer voor God om tussen te komen voor de mensen die mij vroegen om voor hen te bidden. Mijn gebeden zijn heel krachtig. Zoals u kunt zien is mijn Engel altijd bij mij om, overal waar ik ga, mij te begeleiden en over mij te waken."
De Heilige Philomena is heel mooi, vol van goedheid en liefde. Zij droeg een lang wit kleed dat tot aan de grond reikte, zonder gordel. Haar donker, golvend haar viel mooi tot over haar schouders en op haar hoofd bevond zich een kroon met witte bloemen. In haar handen droeg ze een langstammige, witte lelie, een beetje zoals de Lelie van de Heilige Jozef.
Vertaling: Chris De Bodt
18. 365 dagen met mijn engelbewaarder
"365 dagen met mijn engelbewaarder" is bijgewerkt tot en met 8 augustus [zie rubriek gebeden].
Maandelijkse boodschap van Onze Lieve Vrouw aan Marija Pavlovic voor de hele wereld:
"Lieve kinderen, opnieuw vraag Ik u om Mij met vreugde te volgen. Ik wens u allen te leiden naar Mijn Zoon, uw Redder. U bent er zich niet van bewust dat u zonder Hem geen vreugde en vrede, noch een toekomst of het eeuwige leven kan hebben. Maak daarom, kleine kinderen, goed gebruik van deze tijd van vreugdevol gebed en overgave. Dank om aan mijn oproep gevolg te hebben gegeven."
Wat mij onmiddellijk opvalt aan deze boodschap:
Normaal zegt Onze Lieve Vrouw steeds: "Maak goed gebruik van deze tijd van Gods genade." Vandaag echter zegt Zij: "Maak goed gebruik van deze tijd van vreugdevol gebed en overgave."
1. Zij die op de Paaseilanden wonen zullen moeten kiezen
Voor voetbalfans op de Paaseilanden wordt het vandaag een moeilijke keuze: ofwel kijken naar de finale van de Wereldbeker ofwel kijken naar een fenomeen dat veel zeldzamer is: een totale zonsverduistering.
De laatste zichtbare totale zonsverduistering op de Paaseilanden, geschiedde zo'n veertien eeuwen geleden. Vele zonsverduisteringstoeristen hebben zich begeven naar het nabije Tahiti en de Cookeilanden, voor deze astrologische gebeurtenis. Niet alleen de gedachte om een totale zonsverduistering te kunnen bekijken tussen de raadselachtige beelden die het eiland bewonen kan worden gezien als een dubbel kosmische gebeurtenis, als u daarbij nog eens de keurige overlappende tijd toevoegt van de finale van de wereldbeker voetbal tussen Spanje en Nederland, dan maakt het van deze elfde juli een driedubbele kosmische gebeurtenis, want de schaduw zal de aarde beginnen raken om precies veertien minuten voor de aanvang van de finale en verdwijnen om precies 37 minuten na de finale, tenzij er verlengingen zouden komen. Zo'n zeldzame gebeurtenis en tijdspanne kan men gewoon niet overschatten.
2. In Obdam wordt vandaag gebeden voor de Hollandse ploeg
In het dorpje Obdam, ten noorden van Amsterdam, zal de Kerk er vanbinnen volledig oranje uitzien vandaag. Eerwaarde Paul Vlaar, zijn koor en de gelovigen zullen allemaal in het oranje gekleed zijn en bidden tot God om een overwinning voor Nederland af te dwingen. De mis zal tijdig aanvangen om de finale van de voetbalwedstrijd te kunnen zien. De kaarsen, de piano, en zelfs de snacks bij de koffie, tijdens de receptie: alles zal oranje gekleurd zijn.
"Ik zal een bijzonder gebed bidden tot de Heer en preken over de voetbalwedstrijd," zei Vlaar afgelopen donderdag.
Hij verwacht in zijn kleine kerk honderden gelovigen en de Rooms-Katholieke priester ligt er duidelijk op gebrand, want het is de eerste Nederlandse Wereldcupfinale in 32 jaar: "heel het land zal meeleven."
Vanaf morgen nemen we wat rust. We zijn terug op 25 juli.
De video van de verschijning van Maria aan Mirjana van 2 juli is te bekijken in het tekstvak van die datum
9 juli 2010
1. Medjugorje: Mirjana gaf reeds eerder aanwijzingen dat het eerste geheim een regionale gebeurtenis betreft [slot]
"In afwachting van het eerste geheim moeten de mensen hun hebzucht en hun gebrek aan respect voor God uitroeien," waarschuwde Mirjana. Zij verwees daarbij naar Sarajevo, waar een gemene oorlog zou heersen. Zij haalde de zonden van het vloeken en verwensingen aan in Gods naam. Zij zegt dat zij niet weet of haar geheimen dezelfde zijn als deze die zijn doorgegeven aan de overige zieners, behalve dan voor het derde geheim wat het "grote teken" betreft dat voor altijd zal verschijnen op de Heuvel der Verschijningen [de Podbrdo]. "Er is een mirakel nodig om de goddeloosheid te stoppen."
"Maar nu is het vooral noodzakelijk, zei ze, om de jonge mensen te bekeren." Zij haalde daarbij in het bijzonder de nood aan om te bidden voor de zielen van anderen en van zichzelf. Er zijn mensen die denken: "Ik ben goed. Ik heb het niet nodig om voor mijzelf te bidden. Niemand weet hoe goed of slecht hij is. Dat is iets waar God zal over oordelen."
Mirjana en de andere zieners uit Medjugorje [dat nooit veroordeeld is geweest door het Vaticaan] hebben gezegd dat ze minstens zouden in leven blijven tot aan het "Grote Teken", of het derde geheim. Op het moment dat dit is neergeschreven waren ze allen dertigers en de priester aan wie Mirjana de geheimen zal onthullen is een vijftiger. Zij zegt dat de geheimen zich op een soort papier bevinden dat aan haar werd toevertrouwd door de Heilige Maagd. "Eigenlijk is het geen papier, maar eerder een soort ongebruikelijk materiaal," zei Mirjana, "Maria gaf mij instructies hoe er mee om te gaan en wat er mee te doen. Zij vroeg mij ook om een priester aan de duiden [die het papier zal ontvangen], omdat de dag nadert dat ik tijdig dit papier zal moeten overhandigen aan deze priester. Ik moet het hem tien dagen op voorhand overhandigen, zodat ook hij genoeg tijd zou hebben om zich hierop voor te bereiden. Onze Moeder zal hem de genade verlenen om het eerste geheim te kunnen lezen. Ziet u, indien iemand anders naar dit papier zou kijken, zouden ze iets totaal verschillend zien. Maar hij zal Haar genade ontvangen opdat hij de geheimen zou kunnen lezen. Eenmaal hij het eerste geheim heeft gelezen, drie dagen voor het zal plaatsvinden, en na zeven opeenvolgende dagen van vasten en bidden, zal hij het openbaar moeten maken en daarna mag hij doen wat hij maar ook nodig acht om te doen."
Bron: Michael Brown
Vertaling: Chris De Bodt
2. Helderziende octopus Paul voorspelt vandaag wie wereldkampioen wordt
De voetbalwereld zit niet meer tot zondagavond in spanning om te weten wie wereldkampioen wordt. Deze namiddag zal octopus Paul uit het Sea Life-aquarium van het Duitse Oberhausen voorspellen of ofwel Nederland ofwel Spanje met de opperste glorie gaat lopen. Eerder op de dag berichtten enkele nieuwskanalen dat Nederland het uitverkoren land was, maar het bleek om een hoax te gaan.
De inktvis is inmiddels uitgegroeid tot een waar orakel én de ster van het WK. Paul, de helderziende octopus, heeft tot nog toe alle uitslagen van Duitsland, waaronder de winst tegen Engeland en Argentinië, tijdens dit WK juist voorspeld. Het beest wist zelfs te voorspellen dat Servië de Duitsers zou verslaan met 1-0 in de groepsfase. Of hij echter ook over de gave beschikt om andere teams te ontleden, is nog de vraag. 'Straffe Paul' zal vooraf ook in de wedstrijd voor plaatsen drie en vier, die tussen Duitsland en Uruguay, een winnaar aanduiden.
De verzorgers van Paul in het Aquarium Sea Life in het Duitse Oberhausen stimuleren het dier om een voorspelling te doen door mosselen in twee glazen bekers te plaatsen. Op elke beker plakt de vlag van een land. De mossel die het eerst door Paul wordt gekozen wordt beschouwd als zijn pronostiek.
"OctoPaul"
Voor de match tussen Duitsland en Spanje ging Paul aanvankelijk af op de Spaanse mossel, maar ging vervolgens boven de Duitse beker zweven. Uiteindelijk koos hij toch voor de Europese kampioen.
In zijn carrière van helderziende heeft Paul het nog maar een keer bij het verkeerde eind gehad, namelijk bij de finale tussen Spanje en Duitsland in Euro 2008. De octopus voorspelde toen een zege voor Duitsland, maar het was Spanje die met de overwinning ging lopen met 1-0. De Duitse fans hoopten nu dat het omgekeerde ging gebeuren.
Paul is ondertussen wereldbekend. Al wordt de bizarre, maar goedbedoelde gimmic niet door iedereen gesmaakt. Na de voorspelling van de kwartfinale waarbij Paul Duitsland boven Argentinië verkoos, dreigden de Argentijnen ermee dat ze de octopus zouden doden en in een paella zouden verwerken. Gefrustreerde voetbalfans hebben al doodsbedreigingen geuit aan zijn adres, terwijl de recepten met tientallen binnenstromen in Oberhausen.
3. Nederlandse stervoetballer is nu een vrome katholiek
De Argentijnse krant "The Argentinean daily La Nacion," plaatste deze week het verhaal van de Nederlandse stervoetballer Wesley Sneijder, die het winnende doelpunt maakte tegen Brazilië tijdens de kwartfinales, eerder deze week. Het artikel gaat over zijn bekering en doopsel, kort voordat hij naar Zuid Afrika vertrok voor het WK-tornooi.
In het artikel met de naam "Het spirituele doelpunt van een Nederlandse Voetbalster", vertelt journalist Mariano De Vedia dat Wesley "volledig hernieuwd" aankwam in Zuid Afrika.
Einde mei bekeerde hij zich tot het Katholiscime en werd hij gedoopt in een kapel te Milaan, waar de schitterende voetbalster zijn thuisploeg is. Het was zijn vriendin, de Nederlandse actrice en model Yolanthe Cabau, geboren in het Spaanse Ibiza, die hem overhaalde. Sindsdien krijgt Sneijder vele lofbetuigingen. Beiden hebben nu besloten om in Ibiza in het huwelijk te treden, nadat de Wereldkampioenschappen Voetbal zijn beëindigd.
Wesley en Yolanthe
Maar niet alleen Yolanthe speelde hierin een rol, ook zijn boezemvriemd en voorman bij Inter Milaan, Javier Zenetti en ook een praktizerend katholiek, dient vernoemd te worden. Sneijder zei dat hij onlangs een mis bijwoonde met zijn ploeggenoten en "diep bewogen" was om het geloof te omarmen. Nu heeft hij ingetekend voor catecheselessen bij de kapelaan van Inter Milaan.
Het artikel zegt verder dat hij in Zuid-Afrika, samen met Yolanthe, elke dag bidt, de mis bijwoont en de communie ontvangt. Hij draagt de Rozenkrans rond zijn nek, een "geschenk" van zijn vriendin. "Het geloof geeft mij kracht," zegt Wesley. "Mijn overtuigingen maken me sterk en vastberaden. Elke dag bid ik samen met Yolanthe het "Onze Vader en vóór elke wedstrijd zoek ik een kalme plaats op om even te bezinnen en te bidden."
Sneijders team dwong de WK-finale af na de overwinning tegen Uruguay vorige dinsdag, een wedstrijd die Nederland met 3-2 won. En nu is het uiteraard duimen voor zondag en wij, als Vlamingen, duimen uiteraard mee.
4. A.C. Emmerich: Het bitter lijden van Onze Heer Jezus Christus. [Aflevering 194]
Hoofdstuk 6. De Kruisiging
Maria en haar vriendinnen trekken naar Golgotha
De heilige schare kwam bij het huis van Veronica, en zij traden er binnen, daar Pilatus, die met zijn ruiters en twee honderd soldaten terugkeerde van de poort, juist in de straat verscheen. Zij weenden en jammerden, toen zij in het huis van Veronica de zweetdoek met het aangezicht van Jezus te zien kregen, en meteen prezen zij de barmhartigheid, door Onze heer aan Zijn trouwe vriendin betoond. Zij namen de kruik wijn mee, die het Veronica niet gegund was geweest, de Heer toe te reiken, en gingen verder, naar de stadspoort en vandaar naar Golgotha. Veronica vergezelde hen, terwijl nog meer goedgezinde, meestal pas langs de weg door medelijden aangegrepen lieden, onder wie vele mannen, zich bij de stoet kwamen vervoegen, die op een onbeschrijfelijk ontroerende wijze, in volmaakte orde, door de straten trok. Het was een bijna grotere stoet dan die van de kruisdragende Jezus, ongeteld het volk dat Hem naliep.
De vreselijke pijnen en smarten die Maria op deze weg doorstond, toen zij de plaats van de kruisiging zag en de berg beklom, kan men niet verwoorden; het waren al de pijnen en smarten van Jezus, die zij leed in haar ziel, en daarbij het gevoel van het achterblijven. Magdalena was er verschrikkelijk aan toe, als dronken en zwijmelend van smart. Zij werd om zo te zeggen van de ene pijn in de andere geslingerd. Nu eens kwam zij stom, en dan sloeg haar stomheid over in gejammer, nu eens leek zij heel verstard, en dan begon zij plots haar handen te wringen, haar weeklachten veranderden in bedreigingen; zij moest voortdurend door anderen ondersteund, beschermd, vermaand en verborgen worden.
Aan de westkant, waar de glooiing zacht is, stegen zij naar boven en gingen zij in drie groepen, die zich achter elkaar hielden, rondom de aarden wal staan. Jezus’ Moeder, haar nicht, Maria van Cleophas, Salome en Johannes traden het dichtst bij de muur; Martha, Maria Heli, Veronica, Johanna Chusa, Suzanna en Maria Marcus stonden iets verder om Magdalena heen, die zich niet kon beheersen. Nog verder af stonden zes of zeven anderen, terwijl goedgezinde mensen zich tussen de groepen opstelden, als verbindingspersonen. De bereden Farizeeërs hadden hier en daar in de buurt van de muur postgevat, en aan de vijf ingangen bevonden zich Romeinse soldaten.
O, de blik van Maria: haar staren naar de plaats van de marteling, naar de bergkruin, naar het vreselijke kruis dat voor haar lag, naar de hamers, de touwen en de wrede nagels, die men bijeen had gegooid, naar de afschuwelijke, halfnaakte, vloekende beulsknechten, hier en daar, temidden van al die dingen, aan het werken en handelend als dronken mannen! De stammen van de kruisen van de moordenaars waren reeds opgericht; men had er enkele gaten in geboord en stokken in die gaten geslagen, op de wijze van sporten. Jezus’ afwezigheid vergrootte en verlengde de marteling van Zijn moeder. Zij wist dat haar zoon nog leefde, zij verlangde hem te zien, zij sidderde bij de gedachte hem te zien, zij zou hem zien in de allergruwelijkste foltering.
Weersgesteldheid: In de morgen, tot ongeveer tien uur, toen het vonnis werd uitgesproken, viel er af en toe hagel neer. Terwijl men Jezus naar Calvarieberg voerde, klaarde de hemel op en scheen plots de zon. Nu, tegen twaalf uur, kwam een roodachtige, doffe nevel voor de zon hangen.
5. Biografie Heilige Jean-Marie Vianney [Aflevering 194]
Preken
Op wie heeft de duivel het gemunt?
Kijk broeders, de eerste bekoring waarmee de duivel iemand die een beter leven wil beginnen, lastig valt, is het menselijk opzicht. Hij durft niet voor de dag te komen en verbergt zich voor de vrienden met wie hij vroeger plezier heeft gemaakt. Als je hem zegt dat hij toch wel een beetje veranderd is, schaamt hij zich. Hij vraagt zich steeds maar af wat de anderen zullen denken, tot hij uiteindelijk de moed verliest en voor de ogen van de wereld geen goed meer durft te doen. Als de duivel hem niet kan vangen door middel van het menselijk opzicht, tracht hij een buitengewone vrees in hem op te wekken: dat zijn biechten niet goed zijn, dat zijn biechtvader hem niet voldoende kent, dat zijn goede voornemens op niets uitlopen, dat hij geen steek verder komt en evengoed op kan houden, dat de gelegenheden tot zonde onvermijdelijk zijn, en zo verder.
Hoe komt het toch broeders, dat een ziel die in zonde leeft en nauwelijks aan haar redding denkt, niet de minste last van de duivel ondervindt, terwijl alle hellebewoners tegelijk op haar neer schijnen te vallen, als zij van gedachte verandert en naar de goede God begint te verlangen? Luister wat Sint Augustinus ons daarover zegt: "Ten opzichte van de zondaars gedraagt de duivel zich als een cipier die verschillende misdadigers achter slot en grendel houdt. Hij heeft de sleutel van de gevangenis veilig in zijn zak en maakt zich geen ogenblik zelf ongerust dat er iemand zal ontsnappen. Zo handelt satan tegenover een zondaar die er niet aan denkt om zijn leven te beteren. Hij doet zelfs geen moeite om hem te bekoren. Dat beschouwt hij als tijdsverlies. De zondaar wil immers toch niet anders. Hij is er integendeel alleen op uit om zijn boeien nog te versterken. Het heeft dus geen nut om hem lastig te vallen. De duivel laat hem met rust, voor zover een zondaar tenminste weet wat rust is. Hij tracht de ware aard van zijn zielsgesteltenis zoveel mogelijk voor hem verborgen te houden, althans tot zijn dood, en dan geeft hij hem een aller verschrikkelijkste beeld van zijn levensloop om hem tot wanhoop te brengen. Maar met iemand die besloten heeft om zijn leven te veranderen en af en toe te wijden aan de goede God, gaat het heel anders."
Vertaling: Chris De Bodt
6. Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! [Aflevering 194]
Hoofdstuk 28. Lijden en herstel
Nicky: Wanneer de zielen van de Priesters tot u komen, Maria, wat gebeurt er dan als ze geen familie of aanverwanten hebben die voor hen kan "inspringen" nadat ze komen te sterven? Maria: Ze hebben mij. Ze hebben goede vrienden en ik ben één van hen.
Nicky: Zelfs hen die u niet persoonlijk kende? Maria: Uiteraard. Ik zal steeds doen wat ze vragen.
Nicky: Ook lijden op u nemen? Maria: Hmm ...
Nicky: Wenst u hierover te spreken? Maria: Jezus geeft ons nooit meer dan dat we aankunnen. Een lange tijd geleden nu kwam er een Priester die zei dat, als ik drie uur lijden op mij zou nemen, hem dit zou sparen van twintig jaar in het Vagevuur. Ik ging akkoord omdat mijn Priester mij had verteld dat ik alle verzoeken moest op mij nemen, en deze zijn er altijd. Spoedig voelde ik zo’n pijn over heel mijn lichaam dat ik roerloos bleef en mijn eigen verblijfplaats niet meer herkende. Maar de vreugde bleef, omdat het mij heel duidelijk bleef welk resultaat dit voor de Priester zou opleveren. Maar na een tijdje dacht ik dat het wel drie dagen zou duren in plaats van drie uren. Dan, zo spoedig als het kwam, verdween het eveneens en ook werd ik er mij van bewust dat ik steeds op dezelfde plaats was gebleven. Ik keek op mijn uurwerk en het had tot op de minuut precies drie uren geduurd.
Bij andere gelegenheden is het plaatselijke pijn. Zo had ik voor een lange tijd pijn aan mijn rechterarm en wat ik ook deed of hoe ik mijn arm ook hield, de pijn bleef dezelfde. Dit was voor een ziel die iemand laatste wilsbeschikking had vervalst en uiteraard belastte dit de arm waarmee hij schreef en werkte.
Wanneer we het lijden op ons nemen met Gods liefde, dan wordt alles voor ons mogelijk en komen er de beste vruchten uit voort. Met andere woorden: het lijden, het kruis zonder de liefde is te zwaar, maar liefde zonder een kruis bestaat niet.
Bron: Nicky Eltz
Vertaling: Chris De Bodt
7. Fatima's in Lucia's eigen woorden: Hoofdstuk 2. Lucia's kinderjaren [aflevering 37]
Vaarwel tot Fatima
Uiteindelijk was de dag van mijn vertrek vastgesteld. De avond ervoor ging ik nog eens langs bij alle mij bekende plaatsen om afscheid te nemen. Mijn hart was doorstoken van eenzaamheid en verlangen, want ik was er zeker van dat ik nooit meer een voet zou zetten op de Cabeco, de Rots, Valinhos, of in de parochiekerk, waar Onze Lieve Heer Zijn werk van Genade was begonnen, en de begraafplaats, waar de stoffelijke resten lagen van mijn geliefde vader en van Francisco, die ik nooit kon vergeten. Ik nam afscheid van onze bron, die reeds was verlicht door de bleke stralen van de maan, en van de oude schuur, waar ik zo dikwijls lange uren doorbracht om de schoonheid van de sterrenhemel, het wonder van de zonsondergang en zonsopgang en de schoonheden van het paradijs te aanschouwen.
Zonder afscheid te nemen van iemand, vertrok ik de volgende dag om twee uur in de ochtend, vergezeld van mijn moeder en een arme arbeider, Manuel Carreia, die naar Leiria ging. Ik hield mijn geheim ongeschonden voor mij. We gingen lang de Cova da Iria, en zo kon ik daar ook afscheid nemen. Voor de laatste keer bad ik er de Rozenkrans en zolang deze plaats nog in zicht bleef, keerde ik mij regelmatig om, om een allerlaatste afscheid te nemen. We kwamen aan te Leiria om negen uur ’s morgens. Daar ontmoette ik Dona Filomena Miranda, die door Zijne Excellentie was belast om mij te vergezellen. Deze dame zou later mijn peetmoeder worden bij het afleggen van mijn geloften. De trein vertrok om twee uur in de namiddag en daar stond ik dan in het station, gaf aan mij moeder een laatste omhelzing, liet haar achter, bedolven onder het verdriet en in overvloedige tranen. De trein vertrok en hiermeer werd mijn hart ondergedompeld in een oceaan van eenzaamheid en gevuld met herinneringen die ik nooit zou vergeten.
Vertaling: Chris De Bodt
8. Het Laatste Geheim. Hoofdstuk 37: "Ik zal uw Moeder zijn." [Aflevering 246]
Heel invloedrijk in de spirituele ondergrond en immens populair in Oostenrijk, was een geheimzinnig occultist met witte baard, die lange loshangende kledij droeg. Naar verluid was de magiër op een morgen naar een heuvel gegaan die uitkeek over Wenen, zong z’n speciale bezweringen, en begroef negen wijnflessen in de vorm van een aloud symbool, de swastika.
Was het daarom dat men Maria zo vaak in Oostenrijk zag? Was het daarom dat men haar in Dolina bij drie herderskinderen zag?
In Cap-De-La-Madeleine in Quebec, op de noordelijke oever van de St. Lawrence rivier, probeerde een priester een kerk te bouwen op de plaats van een historische kapel. Hij wilde stenen uit een steengroeve aan de andere kant van de rivier laten hakken en over de bevroren rivier laten trekken, maar toen de winter uitzonderlijk mild was en er geen ijsvorming was, bad de priester, Pater Luc Desilets, en de volgende dag begonnen harde winden ijsschotsen op te stapelen tot er de volgende morgen een overspanning was die sterk genoeg was om de lading te ondersteunen. Hoewel hij gepland had om de oude kapel te vervangen, liet Pater Desilets ze staan, als geschenk voor de Heilige Moeder. In 1888 zagen hij en een andere priester die in de kapel aan het bidden was, de ogen van een beeld, die normaal naar beneden gericht waren, omhoog gaan en recht vooruit staren. Voor Desilets leek het "als in de verte kijken. Haar gezicht was soms ernstig en soms bedroefd."
Dit waren geen leuke tafereeltjes. Het was ernstig. Maria was een moeder, maar ze kon het terrein van de vijand bestormen en vertrappelen zoals een profeet uit het Oude Testament. In India bekeerde ze een heidense leraar en in Pompei kwam ze Bartolo Longo ter hulp, een voormalig satanist die zich wou bekeren, maar diep ontmoedigd was over z’n vorige levenswijze. Hij hoorde haar stem, die zei: "Hij die de Rozenkrans verspreidt, zal gered worden." Longo begon de Rozenkrans te verspreiden en te promoten. In het Franse Lyon wenste Maria devotie voor een medaille van de "Verlaten Moeder" en in Vallensanges, Frankrijk verscheen ze aan een dertienjarig meisje, Jean Bernhard in een klaverveld, een weende ze om de zonden van de mensheid en het komende oordeel. In Polen bezocht ze 160 maal vier zieners in Dietrichswalde, en op een regenachtige avond in 1879 verscheen ze aan veertien Ierse getuigen in de verlaten stad Knock, die was geplunderd geweest door voedselschaarste. Daar werd ze gezien in een levend schilderij, samen met de H. Jozef en een man waarvan ze dachten dat het Johannes de Evangelist was, die het Boek der Openbaringen vasthield.
Bron: Michael Brown
Vertaling: Mario Lossie
9. Taizé: Frère Roger Schutz, biografie [Aflevering 139]
Hoofdstuk 8. Uit de Patstelling
Leidende experimenten
Er komen steeds meer experimenten: "Een losse missie in Nederland, de preken van een broeder in presbyteriaanse en anglicaanse parochies in Portugal, nieuwe reizen naar de Verenigde Staten van Amerika en missies in West Frankrijk." Zo lag Broeder Roger in de eerste maanden van 1966 aan de basis van een initiatief waarvan hij hoopte dat het ‘een leidend experiment in de oecumene’ zou worden. Hij had al lang contacten met de lutheraanse dominee Marchand van Belfort en richtte met hem de ‘Week van de oecumenische vasten’ op. De zorgvuldige voorbereiding van die ‘missie’ gebeurde in samenwerking met de plaatselijke katholieke clerus. Het kwam er op neer voor alle christenen van Belfort [katholieken, protestanten en orthodoxen] gedurende een week van de Vasten elke avond samen te komen om te bidden, gedachten uit te wisselen en eenmalig een avondmaal te verzuimen. Van maandag 23 tot zondag 29 maart hadden meer dan zestig vergaderingen plaats onder leiding van de Broeders van Taizé met drie katholieke priesters van Rumilly [‘al enkele jaren op weg mat de Gemeenschap van Taizé’] en dominees. Vrijdag werden allen uitgenodigd om een maaltijd te verzuimen en een gelijkwaardige bijdrage te storten te voordele van Dahomey. De ‘Missie van Belfort’ eindigde ’s zondags met een gezamenlijke plechtigheid in de katholieke Sint-Teresia kerk. Katholieken, protestanten en orthodoxen baden samen en zetten een ‘concelebratie van het Woord’ op touw. De prior van Taizé, die niet aan de bijeenkomsten in de week had deelgenomen, hield de preek. Het blad "La Croix" onderstreepte: "Deze gezamenlijke woordliturgie is zeker de eerste in Frankrijk."
Broeder Roger zag in dit gebeuren ‘een mirakel van de Heilige Geest’: "de uitbarsting is gebeurd, de vooruitgang is onomkeerbaar." Als spreekbuis van de christenen in Belfort verklaarde hij: "Ze zijn overtuigd dat dit niet volstaat. [...] Ze vragen om samen naar God te luisteren [...]."
Nochtans werd het experiment niet overgedaan. De aarzelingen in sommige protestantse middens werden bevestigd. De hervormde Kerk in Frankrijk publiceerde na haar nationale Raad van oktober 1966 een zeer voorzichtige mededeling die tegelijk ergernis en reserve toonde: "Vanuit verschillende hoeken meermaals gedwongen uitleg te verstekken over initiatieven, keuzes en verklaringen aan de Gemeenschap van Taizé toegewezen, verklaart de nationale Raad niet bevoegd te zijn om vragen te beantwoorden die rechtstreeks aan de Gemeenschap dienen te worden gesteld. Hij herhaalt ook dat Taizé zichzelf een ‘cenobietengemeenschap, internationaal en interdenominationaal" noemt.
Taizé was een bijna universeel aantrekkingspunt. Amper een maand na de missie van Belfort kwamen een duizendtal studerende jongens en meisjes te voet uit Lyon, begeleid door hun aalmoezeniers. Pas ter plaatse begonnen ze te bidden tijdens een nachtdienst om 22 uur gepland.
Ook verbleven voor drie dagen orthodoxe priesters en leken uit Frankrijk, België, Spanje en Portugal in Taizé. Mgr. Meletios, exarch van de patriarch van Konstantinopel en de metropoliet Emilianos die dezelfde patriarch vertegenwoordigde bij de COE waren erbij. Dit was in Taizé het eerste initiatief van formaat dat van het pas opgerichte orthodoxe Centrum uitging.
In de daarop volgende maand augustus op het feest van de Verheerlijking werd een andere vergadering gehouden met een van hoogstgeplaatste prominenten van de orthodoxe Kerk, de metropoliet Meliton die afgevaardigd werd door patriarch Athenagoras. Bij die gelegenheid publiceerde Broeder Roger opnieuw een boek onder de titel Unanimité dans le pluralisme [‘Pluralistische Eensgezindheid’]. Het ging om een ‘herziening van de Regel van Taizé’, die werking en geest van de Gemeenschap bundelde rond drie krachtlijnen: een ‘gezamenlijke schepping’ blijven, ‘Gods gebeuren afwachten’ door ‘persoonlijke toestemming’ van al haar leden.
Op zaterdag 6 augustus, feest van de Verheerlijking ging Mgr. Meliton de byzantijnse liturgie voor in de kerk van de Verzoening die drie uren duurde en die vele deelnemers voor het eerst bijwoonden. Hij eindigde met een toespraak waarvan de inhoud de prior van Taizé alleen maar kon beamen: "Om de Kerk te horen moet de wereld het gezicht van de Kerk zien te verheerlijken, zoals de Apostelen Christus zagen verheerlijken. De Kerk moet opnieuw haar origineel uitzicht tonen: één, heilig, katholiek en apostolisch. Het wordt tijd dat de verantwoordelijken in de Kerken hun geplande theologisch onderzoek en de uitwisseling van broederlijke boodschappen overstijgen en concrete beslissingen nemen, op het gevaar de christenen teleur te stellen en de oecumene te blokkeren en zelfs af te bouwen. Elke Kerk moet alle inlijvingsijver en rechterlijke bevoegdheid op eenzelfde locatie vermijden."
Tijdens de maaltijd die de genodigden met de prior en twee of drie Broeders deelden liep het gesprek over de intercommunie en haar knelpunten. "Ze blijft de grote hoop voor de Broeders van Taizé, zei een katholiek getuige. Maar ze zien dat die thans niet mogelijk is. Max Thurian spoort me aan en wenst dat de katholieke Kerk eindelijk zegt wat ze denkt over de hervormde Kerk. [...] Zichtbaar lijdend stelde Max Thurian me al die vragen. Het is het drama van Taizé."
Vertaling: Broeder Joseph
10. Jezus' tijdgenoten [aflevering 82]
Elioneus, zoon van Kantheras
Zie Simon Kantheras [zoon van Boethos]
Elymas
Elymas, ook bekend onder de naam Bar-Jezus [Zoon van Jezus], noemde zich een tovenaar en een Joodse profeet die deel uitmaakte van het personeel van de Romeinse proconsul van Cyprus, Sergius Paulus. In de stad Paphos ontmoette Elymas Sint Paulus en Barnabas uit Cyprus. De proconsul had Paulus uitgenodigd om zijn godsdienstige gedachten voor te leggen. Elymas sprak Paulus tegen omdat hij hem als een rivaal aanzag. Volgens de Handelingen der apostelen maakte Paulus de tovenaar blind door zijn charismatische macht. Getuige van de hogere macht van Paulus geloofde Sergius Paulus in zijn onderricht en bekeerde hij zich. Hoewel de anekdote waarschijnlijk apocrief is getuigt ze van de charismatische sfeer die heerste in het primitieve christendom, niet alleen in Palestina maar ook in de Grieks-Romeinse omgeving en bij Paulus.
Vertaling: Broeder Joseph
11. Eucharistische Mirakelen [Aflevering 99]
De twee wonderen van Stich, toen West-Duitsland [1970]
Op donderdag 11 juni werden de doeken grondig onderzocht door de pastoor en de Zwitserse priester. Beide waren ze niet in staat om de vlekken op natuurlijke wijze te verklaren. De doeken werden gefotografeerd en daarna naar een chemisch laboratorium gebracht voor een analyse. De resultaten van dit onderzoek werden verteld aan de priester door Zuster Marta Brunner van het poliklinisch instituut van de Universiteit van Zurich. In haar brief aan hen, die ook door de onderzoekers was ondertekend, verklaarde ze dat doeken door vier verschillende mensen was onderzocht, zonder dat iemand van hen iets afwist van de gebeurtenis op het altaar. Ze schreef:
Ik heb uw strikte verzoek opgevolgd, en enkel gevraagd of de vlekken op de doeken afkomstig waren van wijn, bloed of iets anders. De resultaten van de vier onderzoeken concludeerden dat het ging om menselijk bloed. Ook verklaarde de directeur van het klinisch lab dat in zijn mening het hier zeer waarschijnlijk zou gaan om een man in dodelijk lijden.
De personen die betrokken waren bij het onderzoek waren de directeur van het Chemisch Lab, Het hoofd van het Bloedcontrole Lab, een student die medicijnen studeerde en het hoofd van het laboratorium voor de analyse van bloedingen.
12. Recente heiligenlevens
Eerbiedwaardige Anita Cantieri [1910-1942]
In haar testament verdeelde ze haar weinige bezittingen, en verzocht ze dat er op haar graf een eenvoudig houten kruis zou komen, met de datum van haar geboorte en dood, en als naam: "Deo Gratias." Haar wensen werden niet vervuld, want op de marmeren plaat staat er te lezen: "30-3-1910 - 24-VIII-1942, Anita Cantieri, Volgelinge van Jezus aan het Kruis, Zoekster van de hemelse kerk. Ze vroeg om enkel de woorden ‘Deo Gratias’ op haar graf."
Elke dag komen er verzoeken voor relikwieën, stukjes van haar kledij, en voor toestemming om in haar kamer te bidden.
Anita's reden voor haar zaligverklaring werd ingediend in 1977. In 1991 werd ze Eerbiedwaardig verklaard.
Bron: Joan Carroll Cruz
Vertaling: Mario Lossie
13. Onze Lieve Vrouw van Lourdes: Brieven van Bernadette [Aflevering 84]
Aan haar nicht Lucile Pene
Nevers, 21 mei 1873
Lieve nicht,
Ik dank je voor de gebeden die je voor mij gedaan hebt, evenals voor die van je lieve familie. Bid minder voor mijn gezondheid en veel meer voor mijn arme ziel. Vraag Onze-Lieve-Heer of hij van mij een religieuze naar zijn hart wil maken. Gezondheid bezat ik altijd genoeg, maar liefde voor Onze-Lieve-Heer bezit ik nooit genoeg.
Ik vraag je mijn respectvolle en innige groeten aan mijn ooms en tantes over te brengen. Zeg je kleine broertje dat hij braaf en gehoorzaam moet zijn aan zijn papa en mama. Hij moet verstandig worden, want hij bereidt zich voor op zijn Eerste Communie.
Ik draag Marie op mijn neefjes en nichtjes Nicolau namens mij te omhelzen, evenals de kleine Bernadette Vignes, van wie ik veel hou. Stuur mij een bericht over hen wanneer je mij schrijft.
Het ga je goed, lieve nicht, vergeet me niet bij de Heilige Harten van Jezus en Maria.
Je geheel toegewijde nicht,
Zuster Marie-Bernard Soubirous
14. Ongeschonden Lichamen: Don Bosco [1815-1888]
Don Bosco Vlaanderen: Maria Mazzarello
Net in die tijd [1864] bracht Don Bosco een bezoek aan Mornese. Maria Mazzarello bleek gefascineerd door de manier waarop Don Bosco zich tussen zijn jongeren bewoog. In hem zag ze gerealiseerd wat zij in Mornese wilde uitbouwen.
Er groeide een samenwerkingsverband en in 1872 kwam de vraag van Don Bosco om een zustercongregatie op te richten die 'voor de meisjes zou doen wat hij en zijn salesianen voor de jongens deden'. Maria Mazzarello werd de eerste overste van de zusters van Don Bosco. In haar voetspoor ontstond een heuse congregatie.
Maïn stierf op 14 mei 1881. Tien jaar later zetten de eerste zusters van Don Bosco voet aan wal in België.
15. Malachias: De 111 profetieën over de Pausen
Levensbeschrijving
In het jaar 1595 werden de profetieën voor het eerst openbaar gemaakt door Arnold de Wyon, een Belgische Benedictijner monnik [het maakte deel uit van zijn boek "Lignum Vitae"]. Plots blijkt er in een exemplaar uit 1820 een 112de profetie toegevoegd aan het originele manuscript. Naar verluidt zou deze later toegevoegd zijn door de Orde der Benedictijnen. Er bestaan hier rond echter zoveel verzonnen verhalen dat ik het enkel bij de vermelding van de profetie laat:
"In persecutione extrema S.R.E. sedebit Petrus Romanus, qui pascet oues in multis tribulationibus: quibus transactis ciuitas septicollis diruetur, & Iudex tremêdus iudicabit populum suum. Finis. In een tijd van uiterste vervolging, zal de zetel van de Heilige Roomse Kerk bezet worden door Petrus Romanus, de het schip zal voeren door vele rampspoeden, waarbij de stad van de zeven heuvels, Rome, zal worden vernietigd en de verschrikkelijke rechter zijn volk zal beoordelen. Einde."
Het feit dat de bovenvermelde profetie later werd toegevoegd en dat een van zijn beste vrienden, de Heilige Bernardus van Clairvaux, nooit enige vermelding van zijn profetieën heeft gemaakt, hebben velen aan het twijfelen gebracht over de authenticiteit van deze profetieën. Wie echter alle profetieën doorneemt en blijft twijfelen, kan echter niet anders dan tot het besluit komen dat "deze zogenaamde fraudeur" dan wel zelf een enorme gave had om dingen te voorspellen.
16. 365 dagen met mijn engelbewaarder
"365 dagen met mijn engelbewaarder" is bijgewerkt tot en met 8 augustus [zie rubriek gebeden].
1. Medjugorje: Mirjana gaf reeds eerder aanwijzingen dat het eerste geheim een regionale gebeurtenis betreft [deel 6]
"Eerst en vóór alles is het noodzakelijk om veel te bidden," benadrukt ze. Vele mensen vragen mij om voor hen te bidden. Dat is mooi, alléén denken sommigen dat mijn gebeden béter zijn dan hun gebeden, maar voor God zijn alle oprechte gebeden goed. Maar als ik beloof om te bidden, dan heb ik die belofte na te komen. Het meeste bid ik nu voor de bekering van de mensen, bijzonder in het vooruitzicht van de geheimen."
Mirjana zegt dat ze in Medjugorje moet zijn wanneer het eerste geheim zich begint te ontvouwen. Zij zegt dat ze niet weet of er grote aantallen mensen naar Medjugorje zullen komen, maar dat er bekeringen zullen zijn.
"Ik ben nooit vertrouwd geweest met dergelijke ernstige feiten," zegt Mirjana, opnieuw verwijzend naar de geheimen. "Ik had nooit kunnen geloven dat Maria op een dergelijke wijze naar de wereld zou komen, en nam eerst de geheimen luchtig op, alles kwam zo plots. Mijn geheugen moest allemaal die dingen verwerken, die nauwelijks te verwerken zijn ... en dat Ze dan nog zulke ernstige dingen toevertrouwt aan mij. Ze verklaarde ons alles en gaf ons preciese instructies én Ze gaf ons een soort kracht, Ik bedoel een bijzondere sterkte dat er ons van weerhoudt om te veel dingen vrij te geven over de geheimen. Dikwijls bevond ik mij in een situatie, dat ik er dicht bij kwam om een geheim te onthullen, maar dan ging er plotseling iets door mijn hoofd. Dan wordt ik stil en vraag mijzelf: waarmee ben ik bezig, wat scheelt er met mij? Het feit is dat Maria ons onbekwaam maakt om de geheimen openbaar te maken." Bron: Michael Brown
Vertaling: Chris De Bodt
2. A.C. Emmerich: Het bitter lijden van Onze Heer Jezus Christus. [Aflevering 193]
Hoofdstuk 6. De Kruisiging
Maria en haar vriendinnen trekken naar Golgotha
Nadat de Heilige Maagd de kruisdragende Jezus in zo’n smartelijke omstandigheden ontmoet had en bewusteloos was neergezonken, werd zij door Johannes Chusa, Suzanna, Salome van Jeruzalem, Johannes en de neef van Jozef van Arimathea, door heel het groepje dat de soldaten achteruit hadden gedreven, teruggebracht in het huis; en de poort viel dicht tussen haar en haar beminde, zwaar beladen, mishandelde zoon. De liefde echter, en het verlangen om bij haar kind te zijn, alles met Jezus te lijden tot het einde toe, gaven Maria een bovennatuurlijke kracht. Haar vriendinnen, het hoofd omsluierd, liepen met haar mee naar de woning van Lazarus, in de buurt van de Hoekpoort, waar de andere heilige vrouwen, naast enkele kinderen, samen zaten bij Magdalena en Martha, weenden en jammerden. Vandaar dan trokken zij, met zeventien, weer heen en volgden ze de lijdensweg van de Heer.
Ik zag hen allen, waardig en vastbesloten, zich niet bekommerend om de smaad van het volk en door hun treurnis eerbied afdwingend, in strenge mantels gehuld, over het Forum komen en er de grond kussen, op de plaats waar Jezus het kruis op Zijn schouder genomen had. Dan legden zij heel de weg van smarten af, die men de Heer had doen gaan, vereerden elke plaats waar Hij geleden had, en Maria, evenals diegenen die dieper binnenin waren verlicht, zochten te treden in Zijn voetsporen. De Heilige Maagd, alles innerlijk voelend en aanschouwend, leidde het voortschrijden en verwijlen op deze kruisweg: elke plaats drukte zich levendig af in haar ziel, zij telde de schreden en zegde haar gezellinnen, waar Jezus overal geleden had.
Op deze manier werd de meest ontroerende en oudste devotie van de Kerk voor het eerst in het minnende moederhart van Maria gegrift met het zwaard waarvan Simeon had geprofeteerd. Over Maria’s lippen kwam die devotie tot haar lijdensgenoten en zo tot ons. Dat is de heilige overlevering, van God aan het hart van de moeder, en van het moederhart aan de harten van de kinderen. Zo plant de traditie van de Kerk zich voort. Wanneer men de dingen ziet zoals ik ze te zien krijg, blijkt een dergelijke overlevering nog krachtiger, levendiger en heiliger dan welke andere ook. Van oudsher hebben de Joden de plaatsen vereerd, waar iets heiligs, iets dat hun aan het hart ging, was geschied. Zij vergaten geen enkele plaats die hen aan een hoger gebeuren herinnerde, richtten gedenkstenen op, pelgrimeerden daarheen en baden. Zo ontstond de Heilige Kruiswegoefening, niet opzettelijk en na verloop van tijd, maar direct en natuurlijk uit het doen van de mensen en Gods bedoelingen met Zijn volk, dankzij de trouwste moederliefde als het ware in de nog warme voetsporen van Jezus, die het allereerst de kruisweg was gegaan.
3. Biografie Heilige Jean-Marie Vianney [Aflevering 193]
Preken
Op wie heeft de duivel het gemunt?
"Maar wie worden er dan wel bekoord?" zult gij mij vragen. Stil, broeders, en luister goed. Het meest bekoord worden diegenen die, met Gods genade, alles op willen offeren voor het heil van hun arme ziel, die afstand willen doen van alles wat men op deze wereld zo begerig nastreeft. Niet één duivel, maar hele legers achtervolgen hen. Met man en macht trachten ze hen in hun netten te drijven. De geschiedenis geeft er ons een mooi voorbeeld van: Eens bevond Sint Franciscus van Assisië zich met al zijn volgelingen op een groot veld, waar zij kleine rieten huisjes hadden gebouwd. Dat was een prachtige gelegenheid om boete te doen. Daarom liet Franciscus alle instrumenten verzamelen die zijn volgelingen bij hun verstervingen gebruiken. Ze werden als stro aan zijn voeten opgestapeld. Op dat ogenblik schonk God een jongeman de genade van een visioen. Zijn engelbewaarder verscheen hem in levenden lijve. Deze wees hem op al zijn goede ordebroeders, aan zijn rechterkant, die maar niet genoeg van hun boetedoeningen schenen te kunnen krijgen.
Maar aan de andere kant toonde zijn engelbewaarder hem een troep van 18.000 duivels, die aan het beraadslagen waren hoe zij Franciscus’ volgelingen op de proef konden stellen. Eén van hen riep: "Jullie begrijpen er niets van! Die lui zijn veel te nederig! Ze denken nooit aan zichzelf en altijd aan God. Hun leidsman zorgt er wel voor dat we niemand van hen te pakken krijgen. Laten we wachten tot Franciscus dood is, dan zullen we een paar jongelui zonder roeping de orde binnen zien te smokkelen. Pas als de eerste ijver verslapt, hebben we kans!" Een eind verderop zag de jongeman een duivel heel alleen bij de stadspoort zitten, blijkbaar om de bewoners van de stad te bekoren. Toen vroeg hij zijn engelbewaarder waarom er duizenden duivels op de been waren om het kleine groepje van Franciscus te bestoken, terwijl er voor de hele stad amper één nodig was, die bovendien rustig op zijn hurken zat. De engel gaf hem ten antwoord dat de mensen van de wereld niet extra op de proef gesteld hoeven te worden, omdat ze zelf al voldoende geneigd zijn tot het kwaad. Maar de volgelingen van Franciscus hielden vast aan het goede, ondanks alle verlokkingen van de duivel.
Vertaling: Chris De Bodt
4. Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! [Aflevering 194]
Hoofdstuk 28. Lijden en herstel
Nicky: Als we aan Jezus zouden vragen om ons Vagevuur hier op aarde te mogen doen, zal Hij dan dit verzoek beantwoorden? Maria: Dit is niet altijd het geval, maar het gebeurt. Ik ken het geval van een priester en een vrouw die tezamen in het ziekenhuis lagen. Beiden waren ziek, maar waren nog goed genoeg om uit bed te kunnen en ze konden wat tijd tezamen doorbrengen. Zo gingen ze dikwijls samen buiten en leerden elkaar daarbij tamelijk goed kennen. De vrouw, die niet te oud was, vertelde aan de Priester dat ze dat precies gevraagd had aan Jezus: dat ze genoeg kon lijden hier op aarde om recht naar de Hemel te kunnen gaan. Hierop zei de Priester: "Dat zou ik nooit durven te vragen. Dat is een beetje te uitdagend." "Neen," zei de vrouw, "Als ik dat van mijn Jezus vraag, vertrouw ik op Hem dat Hij mij deze wens zal toestaan."
Een religieuze zuster ginds kende beide van hen en wist dat de vrouw dikwijls die woorden had gezegd en zo kwam de jonge vrouw op een dag te sterven en spoedig daarop ook de priester. Korte tijd later verscheen de priester aan de zuster en vertelde haar: "Als ik zo vroom geweest was en zo op Jezus vertrouwd had als die vrouw, zou ik ook recht naar de Hemel zijn gegaan, zonder langs het Vagevuur te moeten langsgaan."
Nicky: Worden gehele steden of zelfs landen gestraft, of zoals u het verkiest te zeggen, "hersteld door God voor zonden begaan in het leven?" Maria: Ja, dat gebeurt.
Nicky: Zo, als iedereen vandaag dus in het Westen zijn eigen zonden zou beginnen te biechten en gaan te bidden en extra herstel doen met goede werken voor hun relatief onmiddellijke voorouders, zou dit het herstel, waarvan u zegt dat het spoedig door God naar de wereld zal worden gezonden, aanzienlijk verminderen? Begrijp ik het zo juist? Maria: Ja, dat is waar. Zo eenvoudig is het. Bid en biecht en bid daarna voor de overleden familieleden en doe wat extra goede daden voor hen en God zal vast en zeker het herstel dat hij heeft gepland, en dat voor de ongelovigen onverwacht zal komen, verzachten.
Bron: Nicky Eltz
Vertaling: Chris De Bodt
5. Fatima's in Lucia's eigen woorden: Hoofdstuk 2. Lucia's kinderjaren [aflevering 36]
Lucia’s eerste ontmoeting met de Bisschop
Het was rond deze tijd dat Zijne Excellentie werd aangesteld tot Bisschop van Leiria, en uw Lieve Heer de zorg van de arme kudde die het zo vele jaren zonder herder had moeten stellen, aan u toevertrouwde. Er waren onwillige mensen die me probeerden schrik aan te jagen over de komst van Zijne Excellentie, net zoals ze dit eerder hadden gedaan met een andere heilige priester. Zij vertelden mij dat Zijne Excellentie alles wist, dat u de harten kon lezen en diep binnendringen in het geweten en dat u nu al mijn misleidingen zou ontdekken. Verre van mij schrik aan te jagen, wakkerde het bij mij eerder de wens aan om u te spreken en ik dacht bij mezelf: "Als het juist is dat hij alles weet, dan zal hij weten dat ik de waarheid spreek." Daarom aanvaardde ik met graagte het voorstel van een vriendelijke dame uit Leiria om mij tot bij u te nemen. Daar bevond ik mij, vol hoop, in het vooruitzicht van dit gelukkige ogenblik.
Uiteindelijk kwam de dag en de Dame en ik gingen naar het Paleis. We werden uitgenodigd om binnen te gaan en in een kamer geleid waar we een tijdje diende te wachten. Een paar ogenblikken later, kwam de secretaris van Zijne Excellentie binnen en sprak vriendelijk met Dona Gila, die mij had begeleid. Af en toe stelde hij mij vragen. Daar ik reeds twemaal was te biechten geweest bij de secretaris, kende ik hem reeds, en het was daarom heel aangenaam om met hem te spreken.. Een beetje later kwam Eerwaarde Dr. Marques dos Santos binnen. Hij droeg schoenen, een gesp en was dik ingeduffeld in een warme jas. Daar het de eerste keer was dat ik een priester op een dergelijke wijze gekleed zag, trok dit mijn aandacht. Toen liet hij een hele reeks vragen op mij los. Er leek wel geen einde aan te komen. Van tijd tot tijd glimlachte hij, als beleefde hij plezier aan mijn vragen, en het leek dat het moment dat ik tegen Zijn Excellentie zou kunnen spreken, er nooit zou komen. Uiteindelijk wendde Uw secretaries zich opnieuw tot de dame die mij vergezelde. Hij vertelde haar dat, wanneer Zijne Excellentie zou komen, zij mocht beschikken om de tijd elders door te brengen, aangezien Zijn Excellentie een privaat gesprek met mij wou hebben. Ik was verheugd toen ik dit hoorde en ik dacht bij mezelf: daar Zijne Excellentie reeds het hele verhaal kent, zal Hij mij niet te veel vragen stellen en zal hij alleen zijn met mij. Wat een zegen!
Toen Zijne Excellentie binnentrad, kwijtte de goede dame haar heel goed van haar taak en zo had ik het geluk om met u alleen te spreken. Ik ga nu niet beschrijven wat er tijdens dit interview gebeurde, omdat Zijne Excellentie dit alles zich heel zeker veel beter herinnert dan ik. Om de waarheid te vertellen, toen ik Zijne Excellentie mij met zo’n vriendelijkheid zag ontvangen, zonder de minste poging om mij onnodige of nieuwsgierige vragen te stellen, enkel bezorgd voor het goede van dit kleine, arme lam die de Her aan u had toevertrouwd, dan was ik inderdaad overtuigd dat Zijne Excellentie inderdaad alles wist en twijfelde ik geen ogenblik om mijzelf volledig in uw handen te geven. Daarenboven, stelde Zijne Excellentie enkele voorwaarden die ik, omwille mijn aard, heel gemakkelijk vond zodat ik alles wat Zijne Excellentie tot mij zei volledig geheim zou houden. Ik hield mijn geheim voor mezelf tot op de dag dat Zijne Excellentie de toetemming vroeg van mijn moeder.
Vertaling: Chris De Bodt
6. Het Laatste Geheim. Hoofdstuk 37: "Ik zal uw Moeder zijn." [Aflevering 245]
In Duitsland zelf waren de verschijningen zo overvloedig, dat ze duidelijk een waarschuwing waren voor iets. Er waren verschijningen aan zowel de oostelijke als de westelijke grenzen, vooral in de regio die gekend is als de Elzas, waar er verschijningen in Krüth en Wittelsheim zouden geweest zijn. Er kwamen ook berichten van verschijningen uit Guisingen, een maand later gevolgd door berichten van een paar kinderen in Medelsheim die, hoewel de oorlog met Frankrijk voorbij was, waarschuwden voor een nakend "bloedbad."
Het meest opvallende was Marpingen, Duitsland, waar drie achtjarigen begin 1876 gedurende veertien maanden verschijningen en geheime boodschappen kregen. De vermeende verschijning was zo beroemd dat de kinderen in hechtenis genomen werden, politieagenten het dorp bezetten, en de verschijningen bespot werden door mensen als Otto van Bismarck.
Sommigen verklaarden dat ze de hel open zagen gaan en massa’s duivels zagen. In Schotland waren er aan het eind van de jaren 1800 minstens vier berichten over het "monster" van Loch Ness, en in de Verenigde Staten was er een reeks van UFO waarnemingen. Volgens de legende had Paus Leo XIII op 13 oktober 1884 in Rome een visioen van de duivel, waarin die meer macht kreeg voor de volgende eeuw. Dat visioen kunnen we niet bevestigen, maar datzelfde jaar schreef Paus Leo een encycliek waarin hij de bedreiging van de Vrijmetselaars ten zeerste afkeurde.
In het Franse Pellvoisin zag Estelle Faguelle Maria een duivel verjagen tijdens de eerste van vijftien vermeende verschijningen. Ik kan niet instaan voor alle gelijkaardige gevallen, maar ze waren zeker en vast levendig en ze gebeurden te midden van een grote opleving van occulte krachten. In Frankrijk verkondigden de beste wetenschappers en politici van het land openlijk het humanisme en vervoegden Vrijmetselaarsloges, terwijl neopaganistische sekten in Duitsland, die andere rituelen maar dezelfde naturalistische filosofie hadden, een snelle opmars maakten. Deze organisaties zouden al vlug aloude mystieke symbolen doen herleven en ideeën hebben met Germaanse of "Arische" superioriteit.
Bron: Michael Brown
Vertaling: Mario Lossie
7. Taizé: Frère Roger Schutz, biografie [Aflevering 138]
Hoofdstuk 8. Uit de Patstelling
De aantrekkingskracht van Taizé
In afwachting van die gewenste ‘eenheid’ werd Taizé de referentie voor vele katholieke congregaties en katholieke verenigingen.
Sinds 1964, zoals eerder gezegd, verbleef er een kleine franciscaanse gemeenschap in Taizé. Met drie of naargelang de periode, hielden de paters Franciscanen zich bezig met het onthaal van de deelnemers aan ingerichte bijeenkomsten en waren er meer en meer betrokken bij het doen en laten van de Gemeenschap.
In maart 1966 kwamen pater Koser, minister generaal van de Franciscanen, met vijfentwintig provinciale oversten uit Frankrijk, Duitsland, België, Nederland, Oostenrijk, Zwitserland en Canada samen in Taizé om herziening van de Constituties van hun orde, voorzien in het generaal Kapittel van volgend jaar, voor te bereiden. Uitzonderlijk werd de prior uitgenodigd op de gesprekken als ‘waarnemer’. Het was de eerste keer dat een niet katholieke buitenstaander dergelijke vergadering bijwoonde.
Vervolgens kwamen in mei kloosterzusters van een Belgische congregatie in de XIIIe eeuw gesticht in Doornik, de Zusters van Sint-Andries, naar Taizé als gevolg van een voorstel van Broeder Roger: "Wij hebben de Zusters van Sint-Andries nodig en zij hebben ons nodig." Er werd hen gevraagd om de ‘bezoeker van de tentoonstelling te onthalen’. Op het einde van de zomer zal Broeder Roger hen voorstellen te blijven en tot op heden zorgen de Zusters, nu in Ameugny gevestigd, voor het onthaal van groepen en de begeleiding van de bestendige medewerkers.
In juni kwamen benedictijnen van verschillende abdijen in Frankrijk en België [En-Calcat, Les Dombes, Clerlande en andere] voor drie dagen naar Taizé. De groep Liturgie en Abdij hield haar jaarlijkse sessie onder leiding van pater Robert Gantoy. Een van deelnemers legde uit hoe de diensten en de liturgie van Taizé de lopende hervorming van de diensten en de liturgie van de benedictijnenabdijen beïnvloedde: "in de uitwerking en de uitnodigingen voor deze sessie was er een akkoord tussen de Gemeenschap en de monniken van Clerlande waartoe pater Gantoy behoort. Ik denk te mogen zeggen dat, dankzij misschien de contacten tijdens het concilie in Rome, er banden van verstandhouding geweven werden tussen de monniken en de Broeders van Taizé. [...] Meer zelfs, de evolutie van de liturgie na het concilie en het invoeren van het Frans liggen ook aan de basis van deze toenadering. Taizé had ervaring met Getijden in het Frans en monniken van verschillende abdijen die de genade kenden er onthaald te worden zoals ik, hadden daarin een bron en een levend experiment gevonden dat zeer interessant is."
Nog in juli, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het overlijden van Charles de Foucauld, vergaderden in Taizé een honderdtal vertegenwoordigers van de diverse religieuze families die zijn spiritualiteit en zijn voorbeeld navolgen [Kleine Broeders van Jezus, Kleine Zusters van Jezus, Kleine Broeders van het Evangelie, Kleine Zusters van het Evangelie, fraterniteiten van leken, enz.] voor enkele dagen rond pater Voillaume en hun beschermende bisschop Mgr. de Provenchères, aartsbisschop van Aix-en-Provence. Het thema van de vergadering was: ‘Welke betekenis heeft het contemplatieve leven in de hedendaagse wereld?’ De prior van Taizé nam deel aan de vergaderingen.
Het is duidelijk dat de katholieke wereld aangetrokken werd door een gemeenschap buiten de normen die vernieuwend en gedurfd scheen. Taizé bekoorde, in een periode waar alles weer ter discussie werd gesteld en door het concilie schijnbaar bevorderd. De katholieke kritiek was nog niet hoorbaar. Gewichtige steun werd steeds vaker verleend, soms ook gezocht zoals bij pater de Lubac: ‘Wij beschouwen U als een inspiratiebron’ schreef Max Thurian.
Henri de Lubac aanvaardde graag een boekbespreking te schrijven over Het levende Woord in het concilie dat de twee stichters in april 1966 publiceerden. Nochtans meldt hij dat er ‘een groot twistpunt blijft’: voor de katholieken moet het leergezag van de Kerk de Schrift uitleggen. Schutz en Thurian vrezen echter dat dit leergezag ‘wel eens boven de Schrift zou staan en niet door Gods Woord kan beoordeeld worden.’
Vertaling: Broeder Joseph
8. Jezus' tijdgenoten [aflevering 81]
Eleazar, de exorcist
Tijdens de eerste Joodse opstand tegen Rome [66-70 na J.C.] genoot Eleazar, misschien een Essener, een stevige reputatie als exorcist. Flavius Josephus was de ooggetuige van een meesterlijke demonstratie door Eleazar opgevoerd in het bijzijn van Vespasianus, zijn zonen, zijn officieren en soldaten. Tijdens de zitting bevrijdde de exorcist meerdere mannen bezeten van duivels. Hij deed hen aan een ring ruiken met wortels voorgeschreven door koning Salomon, groot expert in de geheimen van de natuur et auteur van gewijde toverspreuken. De geur van de wortels deed de bezetene niezen en het uitspreken van de toverspreuk voor duiveluitdrijving doemde de duivels langs de neusgaten te vluchten. De bezetene viel flauw. In naam van Salomon beval Eleazar de duivel nooit meer weer te keren. Om zijn demonstratie kracht bij te zetten plaatste Eleazar een kom vol water naast zijn patiënten en beval de duivel om deze vol te morsen bij zijn heengaan. Deze demonstratie van Eleazar doet denken aan de duiveluitdrijving die Jezus van Nazareth uitvoerde. Ook hij beval de duivels de bezetene te verlaten en nooit meer terug te keren [Mk 1,25 - 9,25], maar hij gebruikte geen toverspreuken en maakte er geen schouwspel van. De late Joodse literatuur over toverij haalt ook de ring van Salomon, versierd met een edelsteen, aan, of een ring waarop de heilige naam van God was gegraveerd.
Vertaling: Broeder Joseph
9. Eucharistische Mirakelen [Aflevering 98]
De twee wonderen van Stich, toen West-Duitsland [1970]
Stich is de kleinste van drie gehuchten die samen een parochie vormden in de Beierse regio van West-Duitsland in de buurt van de Zwitserse grens. In 1970 werden alle drie de gehuchten bediend door een priester van het Heiligdom van Maria Rhein, dat nog stamde uit de Romeinse tijd. Omdat de parochiepriester ziek was kwam er een Zwitserse priester die zijn taken waar zou nemen en bereidde zich voor om de Tridentijnse mis op te dragen in de kapel van Stich om acht uur in de avond van dinsdag 9 juni 1970.
De mis verliep op de traditionele manier tot na de consecratie, toen de priester op de corporale naast de kelk een kleine roodkleurig vlek zag die uitgroeide tot de grote van een munt. Toen hij de kelk verhief voor het volk zag hij nog een rode vlek op de plek waar de kelk had gestaan. Hij dacht dat de kelk lekte en voelde met zijn hand langs de onderkant van de kelk, maar die was helemaal droog.
Na de mis onderzocht de priester de drie kleden die over het altaar lagen: de corporale; een kleine smalle doek daaronder die diende als tweede corporale, en het lange altaarddoek die over het hele altaar hing. Omdat alles helemaal schoon was kon hij de vreemde vlekken niet verklaren. Hij borg de bevlekte doeken op op een veilige plaats en de priester ging naar de pastorie om het incident aan de zieke priester te vertellen.
10. Recente heiligenlevens
Eerbiedwaardige Anita Cantieri [1910-1942]
Bij een andere gelegenheid vertelde de dokter haar dat hij geen verklaring had dat ze er nog was, behalve als mirakel van God. Nadien merkte Anita op, dat haar toestand haar in volledige overgave aan de genade van God overliet, vermits ze altijd in dodelijke toestand was.
Haar acht jaar van martelaarschap waren nu bijna ten einde. Op 23 augustus ontving ze de laatste sacramenten en het Viaticum ... het voedsel voor de overgang doorheen de dood naar het eeuwige leven ... die ze met vreugde in ontvangst nam. Maar op 24 augustus, het feest van de H. Bartolomeüs de Apostel, de patroonheilige van haar parochie, de dag dat ze voorspeld had dat ze zou sterven, vroeg ze aan haar zus om haar handen in gebedshouding te vouwen, vermits ze dit niet meer zelf kon doen. En dan, terwijl men de feestdag vierde, vertrok Anita naar haar hemelse beloning. Ze was in het wit gekleed, als symbool voor haar onschuld, en in haar handen had ze een kruisbeeldje en een rozenkrans.
Zij die haar tijdens haar leven hadden bezocht, en zij die van haar spiritualiteit gehoord hadden, kwamen samen in het huis om naast haar lichaam te bidden. Velen zeiden, dat ze na hun gesprek met Anita de moed hadden gekregen om terug te keren naar de sacramenten. Anderen verklaarden dat ze dankzij Anitas gebeden en aanmoediging, hun beproevingen konden aanvaarden. Toen men haar naar de kerk bracht om de laatste zegeningen te ontvangen, werd ze bezocht door grote menigten, en een enorme processie, voorafgegaan door verscheidene priesters, vergezelden haar lichaam naar het kerkhof, waar het te rusten werd gelegd in het graf van haar vader die haar in de dood was voorgegaan.
Bron: Joan Carroll Cruz
Vertaling: Mario Lossie
11. Onze Lieve Vrouw van Lourdes: Brieven van Bernadette [Aflevering 83]
Aan haar nicht Jeanne Vedere
Nevers, 30 maart 1875
Lieve nicht,
Het is overbodig u te vertellen welk geluk ik onderging toen ik vernam dat Onze-Lieve-Heer uiteindelijk uw wens heeft verhoord door u het vurige verlangen te laten realiseren dat u al zo lang koesterde, namelijk uzelf op een bijzondere manier aan Hem te wijden. Het lijkt me dat u tegenwoordig verlangend omgaat met kruis en lijden, om hem zo uw liefde en dankbaarheid te betuigen.
Mijn lieve nicht, vraag Onze-Lieve-Heer of hij mij een vonkje van Zijn liefde wil geven. U moest eens weten hoeveel ik daarvan nodig heb! Ik vraag u, beloof mij alle dagen voor mij te bidden dat ik een vrome en vurige religieuze zou worden, wat slechts een klein streven is. Ik reken op uw goedheid, niet?
U zult ongetwijfeld vernomen hebben dat ik mijn beide ouders verloren heb. Ik vraag u zo goed te zijn zo nu en dan tot Onze-Lieve-Heer te bidden voor de rust van hun dierbare ziel. Ik zou u zeer erkentelijk zijn indien u hen in de gebeden van uw communiteit wilt aanbevelen, evenals mijzelf, mijn zus en mijn beide broers. Ik zal u niet vergeten in mijn gebeden, hoe zwak ook.
Wilt u, vraag ik u, lieve nicht, mijn diepe respect betuigen aan uw Eerwaarde Moeder Abdis, evenals aan uw geachte Moeder de Novicen-meesteres, en mij in hun dringende gebeden aanbevelen. Wilt u, vraag ik u, mij niet vergeten wanneer u uw dierbare ouders schrijft en hun mijn diepe respect betuigen.
Excuseer, lieve nicht, dat ik zo getreuzeld heb u te schrijven, ik ben altijd erg lui in het opnemen van de pen.
Het ga u goed, mijn lieve nicht. Ik laat u in de Heilige Harten van Jezus en Maria.
Zuster Marie-Bernard Soubirous
12. Ongeschonden Lichamen: Don Bosco [1815-1888]
Don Bosco Vlaanderen: Maria Mazzarello
Maria Mazzarello, ook wel 'Maïn' genoemd, werd geboren in Mornese, een dorpje in Noord-Italië, op 9 mei 1837. Ze groeide als oudste van tien kinderen op in het gehucht 'Mazzarelli', enkele kilometers van de dorpskern.
Toen ze 12 jaar was, verhuisde het gezin naar de Valponasca, waar ze werkten in de wijngaarden van de markies Doria. Maïn was in die periode ook geëngageerd in de parochie, waar ze zich aansloot bij een groepje jonge vrouwen die hun geloof via gebed, vorming en engagement gestalte wilden geven. Daar leerde ze geloof en inzet met elkaar te combineren. Haar vensterraam, dat uitkeek op de parochiekerk van Mornese, is intussen legendarisch geworden.
In het Italië van die tijd brak de industrialisatie door. De levensomstandigheden waren er ongemeen hard. Maria Mazzarello werd geraakt door de aanblik van de jonge meisjes in Mornese, die steeds minder kansen kregen. Daarom richtte ze voor hen een naaischooltje op, zodat ze de kans kregen een ambacht te leren, zich te vormen, te ontspannen, ...
13. Malachias: De 111 profetieën over de Pausen
Levensbeschrijving
Angelo Giuseppe Roncalli werd paus Johannes XXIII [1958-1963]. "Pastor et Nauta" [Herder en Zeeman]. In 1953 werd hij door Pius XII tot kardinaal van Venetië aangesteld. Venetië, een stad in het water. Paus Paulus VI [1963-1978] werd "Flos Florum" [Bloem der Bloemen]. Zijn echte naam was Giovanni Battista Montini en zijn embleem bevatte drie lelies. Paus Johannes Paulus I [1978] werd door Malachias omschreven als "De medietate lunae" [van de halve maan] en kijk naar zijn echte naam, Albino Luciani , waarbij de eerste twee letters staan voor de helft van luna of maan. Hij was geboren in Canale d'Ogardo, Belluno, [mooie maan] en werd paus op 26 augustus 1978, slechts voor een maand, van de ene halve maan naar de andere. Karol Wojtyla gaf zichzelf de pauselijke naam Johannes Paulus II [1978-2005]. Malachias noemde hem "De labore Solis" [van het werk van de zon]. Hij werd op 18 mei 1920 geboren tijdens een totale zonsverduistering en werd op 8 april 2005 ter aarde gedragen tijdens een totale en hybride zonsverduistering.
1. Medjugorje: Mirjana gaf reeds eerder aanwijzingen dat het eerste geheim een regionale gebeurtenis betreft [deel 5 ]
"De enige zekerheid is dat de wereld zich naar het kwade heeft gekeerd en dat het eerste geheim nodig is om te worden wakker geschud. Het zal de wereld doen stilstaan en de mensen doen nadenken," zei Mirjana in dit interview, dat ik verkreeg tijdens het schrijven van mijn boek "The Final Hour," maar dat nog niet is uitgebracht. "Nooit heeft er een tijd bestaan zoals deze, nooit werd God minder geëerd en geëerbiedigd dan nu, nooit hiervoor hebben er zo weinig mensen gebeden tot Hem. Alles lijkt belangrijker te zijn dan God en dat is de reden waarom Hij zoveel weent. Bovendien wordt het aantal ongelovigen steeds groter en groter. Terwijl zij streven naar een beter leven, is God voor de mensen overbodig en niet noodzakelijk meer geworden. Daarom ben ik heel bedroefd voor hen en voor de wereld. Zij beseffen niet wat hen te wachten staat. Als ze ook maar een kleine, vluchtige blik zouden mogen werpen op de geheimen, als ze het konden zien, zouden ze zich wel op tijd bekeren. Maar, aangezien de tien geheimen, die God ons via de Gospa doorgeeft, nog steeds niet zijn aangevat, kunnen ze zich nog steeds bekeren en uiteraard vergeeft God altijd diegenen die zich met oprecht berouw bekeren."
"Iets zoals een ramp?" vroeg Fr. Ljubicic bij een andere gelegenheid.
"Neen," antwoordde Mirjana, "het zal niet iets zijn dat zo enorm is. Dat zal later komen. De eerste twee geheimen zijn absoluut niet streng en wreed. Wat ik bedoel is, ja, ze zijn streng, maar niet zo ernstig als de daaropvolgende geheimen.
Mirjana, die steeds zeer discreet was met betrekking tot de geheimen en ze zelfs openlijk relativeerde [waarbij ze kritiek uitte op hen die spectaculaire profetieën doorgeven], zei niettemin dat de geheimen van die aard zijn dat ze dikwijls "verward" is en op het punt staat om te "wenen."
Bron: Michael Brown
Vertaling: Chris De Bodt
2. A.C. Emmerich: Het bitter lijden van Onze Heer Jezus Christus. [Aflevering 192]
Hoofdstuk 6. De Kruisiging
Jezus op de Golgotha. Zesde en zevende val en Jezus inkerkering
De Farizeeërs te paard bleven staan aan de westkant van de plaats van de terechtstelling, waar de berg een zachte helling heeft. De kant naar de stad toe, die men opklom met Jezus en de twee moordenaars, is woest en steil. De nagenoeg honderd Romeinse soldaten uit het Zwitserse grensgebied stonden gedeeltelijk hier en daar op de berg, gedeeltelijk rondom de aarden wal. Enigen van hen bevonden zich bij de moordenaar die men, om ruimte te winnen, niet direct naar boven had gevoerd, maar een beetje beneden de top, waar het pad zuidwaarts afbuigt en op hun rug tegen de bergwand had doen liggen, de armen nog steeds gebonden aan de dwarsbalken. Een grote massa volksmensen [hoofdzakelijk gemene lui, vreemdelingen, knechten, slaven, heidenen en vele vrouwen, allemaal mensen die niet voor verontreiniging bang hoefden te zijn] verdrong zich op de cirkelvormige plaats, terwijl er op de hoogten in de buurt altijd meer lieden bijkwamen, van hen die naar de stad trokken. In het Westen, op de berg Gibon, stond de hele bevolking van één van de Paaskampen tezamen in in groep. De meesten keken van ver toe, sommigen traden dichterbij.
Het was ongeveer kwart voor twaalf, toen Jezus, binnen de muur gesleept, onder Zijn kruis neerstortte en Simon van Cyrene werd weggejaagd. Zij trokken de Heer aan de touwen omhoog, bonden de dwarsbalken los en legden ze voorlopig naast de stam. Ach, hoe ellendig en droevig, hoe gebroken, bleek en met bloed bevlekt ...een beeld van verschrikking! ... stond de arme Jezus daar op de plaats van de marteling. Zij rukten Hem weer tegen de grond, en riepen spottend: "Wij moeten zien of de troon naar uw maat is, koning!" Maar Jezus ging zelf gewillig op het kruis liggen; was Hij niet zo ellendig er aan toe geweest, Hij zou het vlugger hebben gedaan en de rakkers hadden Hem niet eerst tegen de grond moeten rukken. Zij rekten Zijn leden uit en maakten tekens, waar de handen en voeten kwamen. De Farizeeërs schimpten en scholden de hele tijd.
3. Biografie Heilige Jean-Marie Vianney [Aflevering 192]
Preken
Op wie heeft de duivel het gemunt?
Misschien denkt ge bij uzelf: "Wie zouden er nu eigenlijk het meest bekoord worden?" De dronkaard en de kwaadspreker natuurlijk, de wellusteling die zich met zijn hele lichaam in de vuiligheid stort, en ook de vrek, die alles grijpt en vangt wat hij kan! Neen, broeders, neen, die niet! Integendeel, de duivel veracht hen, of liever: hij houdt hen tegen! Hij is bang dat ze hun boosaardig leven te vroeg zullen beëindigen. Hoe langer ze leven en hoe meer kwaad ze doen, hoe meer zielen ze door hun slecht voorbeeld naar de hel zullen slepen.
Als de duivel bijvoorbeeld die oude onkuisaard zijn gang had laten gaan, zou hij misschien al op zijn vijftien- of twintigjarige leeftijd gestorven zijn. Dan had hij dat jong meisje niet meer van haar maagdelijkheid kunnen beroven. Dan had hij haar niet mee kunnen trekken in de afschuwelijke poel van zijn zonden, en ook die andere vrouw had hij dan niet kunnen verleiden en die jongeman zou het kwaad, waarin hij nu misschien tot zijn dood verstokt blijft, nooit hebben leren kennen. Als de duivel de dief er toe had aangezet om geen enkele kans onbenut te laten, zou hij allang gegrepen zijn en geen gelegenheid meer gehad hebben om zijn buurman tot diefstal te brengen. Als satan die dronkenlap bijvoorbeeld niet een beetje gematigd had, was hij beslist in zijn liederlijkheid omgekomen. Hoe langer hij nog drinken kan, hoe meer zielen hij zal meelokken op het slechte pad. Als de duivel die muzikant, die zaalhouder of die herbergier bij de een of de andere ruzie van het leven had beroofd, zouden er heel wat minder jongelui bedorven zijn. Sint Augustinus leert ons dat de duivel dergelijke mensen zelden lastig valt, integendeel, hij veracht en bespuwt hen.
Vertaling: Chris De Bodt
4. Nicky Eltz en Maria Simma: Get us out of here!! [Aflevering 192]
Hoofdstuk 27. Mariaverschijningen
Nicky: Heeft Onze Lieve Vrouw van Medjugorje ooit gezegd dat de oorlog ginds deel uitmaakt van de waarschuwingen voor de wereld die aan de zieners zijn gegeven? Maria: De waarschuwingen zijn geheim, maar Vicka is daarover ondervraagd en haar antwoord was: "neen, de oorlog maakt geen deel uit van de waarschuwingen." Hier vroeg de persoon het volgende: "Als deze ongelofelijk verschrikkelijke oorlog geen deel uitmaakt van de waarschuwingen, hoe groot moeten de waarschuwingen dan wel niet zijn?" Hierop antwoordde Vicka: "U hebt zojuist uw eigen vraag beantwoord." En over hetzelfde onderwerp hebben twee anders ziensters, Marija en Mirjana ook geantwoord. Marija zei: "Deze oorlog is een kruis voor ons, Kroaten, en een waarschuwing voor jullie," terwijl Mirjana zei dat "alles wat we over de geheimen moeten weten zich in het Boek der Openbaringen bevindt."
Toch moeten we ons nooit of nooit ongerust maken, want elke vrees komt van satan. Als we bewust met God trachten te leven, elke dag, dan zal Hij ons beschermen voor alles wat er voor ons ligt. Biddende mensen zullen veilig zijn, maar zij die niet bidden zullen afgesneden worden van elke bescherming en alles moeten ondergaan. Zo eenvoudig is het, en wij moeten op God en Zijn Moeder vertrouwen met het vertrouwen van kleine kinderen.
Nicky: Het moet wel gevaarlijk geweest zijn om naar Medjugorje te reizen tijdens deze jaren. Maria: Ja; satan doet alles wat in zijn mogelijkheden ligt om ons niet aan Medjugorje te doen denken, maar, ondanks de verschrikkelijke, satanische oorlog, is Medjugorje nooit ontoegankelijk geweest. Als de mensen zich geroepen voelen om te gaan, moeten ze zich niet laten leiden door de verwarrende en oneerlijke pers. Ook mogen ze zich niet laten leiden door de verzekeringsmaatschappijen of verklaringen die gedaan zijn door hun regeringen. Zij moeten enkel vertrouwen op Onze Lieve Vrouw, Haar engelen en de Arme Zielen om hen te begeleiden in deze genadevolle bedevaart.
Nicky: Anders dan de kennis dat Medjugorje een plaats is waar Maria dagelijks verschijnt, wat betekent Medjugorje voor u en wat zal deze plaats worden voor de mensen die daarheen gaan? Maria: De verschijningen van Maria vinden ginds plaats, zeggen de Arme Zielen. Ze zeggen niet dat ze denken dat ze ginds plaats vinden. Maar wat uw vraagt betreft, voorspel ik dit voor diegenen die naar ginds gaan: eerst en vooral is het een leerschool voor het gebed en als iemand daaraan ook maar een beetje deelneemt, verandert het spoedig in een school van liefde. Daar leidt Maria ons weg van de goddeloze en liefdeloze wereld in een allesomvattende wereld van God en liefde, zoals wij nooit eerder hebben beleefd.
Nicky: Wat is de mening van de Paus over Medjugorje? Maria: Hij heeft dikwijls ten gunste van Medjugorje gesproken tijdens de afgelopen jaren, maar er zijn vele hooggeplaatsten in de Kerk die zijn uitspraken wensen verborgen te houden voor de gelovigen. Pas onlangs drukte hij zowel aan de regering als aan de kerkelijke leiders van Kroatië zijn wens uit om naar Medjugorje te gaan bij zijn volgende bezoek. Hij heeft ook diverse persoonlijke gesprekken gehad met een aantal zieners uit Medjugorje.
Bron: Nicky Eltz
Vertaling: Chris De Bodt
5. Fatima's in Lucia's eigen woorden: Hoofdstuk 2. Lucia's kinderjaren [aflevering 35]
Lucia in slechte gezondheid
Kort daarna bereikte mij het nieuws dat zij opgenomen was naar de Hemel. Daarop werd haar lichaam teruggebracht naar Vila Nova de Ourem. Mijn tante nam mij er op een dag heen, om er te bidden naast de stoffelijke resten van haar kleine dochter, in de hoop van mij wat af te leiden. Maar tot lange tijd daarna, bleef mijn verdriet alleen maar groeien. Wanneer het kerkhof ook maar open was ging ik op Francisco’s graf zitten, of naast dat van mijn vader en kon ik daar vele uren doorbrengen. Mijn moeder, besloot Godzijdank, enige tijd hierna om naar Lissabon te gaan en mij met haar mee te nemen. Met de vriendelijkheid van Dr. Formigao en een goede vrouw die ons bij haar thuis ontving, en aanbood om mijn opvoeding te betalen in een kostschool, nam ik het besluit om te blijven. Mijn moeder achtte het, na het raadplegen van een aantal artsen, nodig om te worden geopereerd aan de nieren en de wervelkolom, maar de artsen konden haar leven niet garanderen, daar zij ook aan haar hartzwakte leed. Daarom ging zij naar huis en liet zij mij over aan de zorgen van de vriendelijke dame. Toen alles klaar was en de dag overeengekomen was voor mijn intrede in de kostschool, werd er mij medegedeeld dat de overheid op de hoogte was van mijn verblijf te Lissabon en mijn verblijfplaats zocht. Daarom nam die lieve dame me mee naar het huis van Dr. Formigao en bleef ik voor een aantal dagen verborgen, zonder dat het mij werd toegestaan om de Heilige Mis bij te wonen.
Uiteindelijk kwam de zus van Zijne Excellentie om mij bij mijn moeder te nemen met de belofte om de toelating te regelen voor mij om kostschool te volgen bij de Zusters van de Heilige Dorethea in Spanje. Ze zou mij later komen halen. Al dit gebeuren verstrooide mij enigszins en zo begon de benauwende droefheid stilaan te verdwijnen.
Vertaling: Chris De Bodt
6. Het Laatste Geheim. Hoofdstuk 37: "Ik zal uw Moeder zijn." [Aflevering 244]
Eugène staarde er wel vijftien minuten naar en meldde het dan aan z’n vader, broer en buren. Ze konden niet allemaal de Maagd zien maar er waren tenminste vijf anderen die het wel konden zien en de verschijning duurde meer dan drie uren.
Terwijl de toeschouwers de Rozenkrans baden, werd Maria’s gedaante groter. Toen de Rozenkrans beëindigd was, begon zich in de lucht een ongelooflijk witte perkamentrol uit te rollen, en spelde woorden alsof elke letter door een onzichtbare hand geschreven werd.
Het speelde zich af onder de voeten van de Maagd, en de kinderen riepen elke letter die verscheen.
"Maar bid, mijn kinderen..."
De woorden waren van goud.
"God zal jullie spoedig verhoren," was de volgende zin die verscheen, gevolgd door "Mijn Zoon staat Zichzelf toe om ontroerd te worden."
Die woorden waren onderlijnd en achteraf kwam men te weten dat op dat moment, tijdens diezelfde nacht, Duitse troepen die zich klaar hielden om het nabijgelegen dorp Laval aan te vallen, plots teruggeroepen werden door het Opperbevel van Duitsland. Binnen de tien dagen was de oorlog met Frankrijk voorbij.
Bron: Michael Brown
Vertaling: Mario Lossie
7. Taizé: Frère Roger Schutz, biografie [Aflevering 137]
Hoofdstuk 8: Uit de patstelling
Het oecumenisch ongeduld
Op 26 januari 1966 en iets meer dan een maand na het einde van het tweede Vaticaans concilie gaf Broeder Roger een conferentie in Parijs over ‘het concilie en de verwachting naar eenheid’, in het kader van een oecumenische bijeenkomst in de kerk van Saint-Jean-de-Montmartre op initiatief van en voorgezeten door vicaris generaal Mgr. Hottot.
De ‘onderlinge communie’ [de mogelijkheid voor een protestant om te communiceren in een katholieke, anglicaanse of orthodoxe dienst en omgekeerd] die al lang in omloop is bij de protestantse Kerken, was niet toegelaten door de katholieke Kerk. Deze wens werd al uitgedrukt in ‘Dynamique du provisoire’ en Broeder Roger herhaalde het onvermoeibaar zonder zijn angst te verbergen: "De huidige golf van oecumene zal wegzakken als niet allen die in de Eucharistie geloven rond dezelfde tafel verzameld worden."
Enkele maanden later ging hij weer ten aanval in een boodschap aan de Saint-Victor abdij in Marseille ter gelegenheid van de plechtige wijding van het nieuwe hoofdaltaar in de abdijkerk: "De dialoog alleen is niet genoeg. De oecumenische golf zal wegvallen indien de dag uitblijft waarop al degenen die geloven in de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie verenigd rond dezelfde tafel zitten."
In maart 1966 publiceerde de Congregatie voor het geloof een ‘Instructie’ die een lossere tuchtregel voor ‘gemengde huwelijken’ [tussen katholieken en niet katholieken] beschreef. Zo werd de verbanning uit de Kerk opgeheven voor de katholieken die ‘een huwelijk aangaan voor een niet katholieke minister’. Daar waar vele niet katholieke prominenten [de secretaris generaal van de COE, de nationale synode van de hervormde Kerk in Frankrijk, de primaat van de anglicaanse Kerk] hun teleurstelling uitten, verheugde de prior van Taizé zich over een ‘bevrijdende’ beslissing en loofde hij Paulus VI als een moedig man.
Hij hoopte weer: "We moeten volhouden in afwachting van God. De eenheid zal opduiken als we het niet meer verwachten, als een bliksem in de nacht."
Vertaling: Broeder Joseph
8. Jezus' tijdgenoten [aflevering 80]
Eleazar, zoon van Yair
Massada
De leider van de joden, Eleazar Ben Yair, voorzag dat de Romeinen hen de volgende morgen zouden bereiken. Hij verzamelde zijn mensen om zich heen en hield een van de meest dramatische redevoeringen uit de geschiedenis: "Het leven is een ramp, niet de dood. In de dood zijn alle mensen gelijk. Hetzelfde lot wacht de lafhartige en de moedige. Kunnen wij de smaad van de slavernij verdragen? Kunnen wij toezien dat onze vrouwen onteerd worden en onze kinderen geknecht? Nu wij nog vrij zijn en in het bezit van onze zwaarden, laten wij ze gebruiken om onze vrijheid te behouden. Laat ons sterven als vrije mensen omringd door onze vrouwen en kinderen. Laten wij ons haasten. Eeuwige roem zal ons ten deel vallen, wij hebben de prijs uit de handen van onze vijanden gegrist en hun niets anders om over te triomferen overgelaten dan de lichamen van diegenen, die de dood verkozen door de eigen hand."
Zo beschreef Josephus het tragische einde van 960 mensen, die verkozen zelfmoord te plegen in plaats van zich over te geven aan hun vijanden. Nadat de mannen hun vrouwen en kinderen hadden gedood, werden door het lot tien mensen aangewezen om de anderen te doden. Iedereen die nu gekozen werd om gedood te worden legde zich neer naast de lichamen van zijn vrouw en kinderen, zichzelf overgevend aan de handen van diegene die hem moest doden. Nadat de tien mannen hun afschuwelijke taak volbracht hadden, lieten zij het opnieuw aan het lot over wie van hen de andere negen zou doden.
Massada en de houding van deze radicale Zeloten hebben in het huidige Israël een grote symbolische betekenis. 'Massada mag nooit meer vallen,' is een uitspraak die is opgenomen in de door de soldaten af te leggen eed.
Vertaling: Broeder Joseph
9. Eucharistische Mirakelen [Aflevering 97]
Het wonder van Dubna, Polen [nu Rusland] [1867]
De mensen uit de parochie ... ze waren zeer devoot ... hielden in het geheim de Veertiguursaanbidding op 5 februari 1867. De monstrans stond op het altaar toen de gelovigen, die het er het dichtst bij stonden, zachte stralen licht zagen komen van de Hostie. Toen verscheen ineens het duidelijke beeld van Onze Heer in het midden van de Hostie!
De parochiepriester die de ceremonie leidde onderzocht het wonder gronding. Een aantal mannen van de congregatie kwamen ook naar het altaar om de verschijning voor zichzelf te zien ... maar, of uit angst of uit respect, was geen van hen instaat om het altaar te betreden. De verschijning duurde tot aan het eind van de aanbidding. Alle aanwezigen mochten het wonder aanschouwen ... zowel de katholieken die daar voor de aanbidding aanwezig waren, als de schismatieke mensen die uit nieuwsgierigheid waren gekomen.
Het nieuws van de gebeurtenis verspreidde zich snel door de buurt ook door het dorp. Omdat het wonder ook was aanschouwd door schismatieke mensen was dit wonder al gauw bekend bij de autoriteiten. De priester werd daarom voor het hoofd van de politie gebracht om een verklaring af te leggen. De gegevens werden toen naar de Gouverneur van Zjytomyr gebracht. Hij dreigde iedereen die over het wonder sprak gevangen te nemen. De priester gaf toch een gedetailleerde omschrijving aan zijn bisschop, die, bang dat de overheid de kerk zou sluiten, verzocht om stil te blijven over dit onderwerp.
Ondanks dat het nieuws over dit wonder in het geheim en in stilte werd verspreid was het al snel bekend in het hele land Polen .... tot grote Hoop en Vreugde van de gelovigen die in afwachting waren van het herstel van hun natie en de terugkeer van de vrijheid om hun katholieke geloof weer te mogen uitoefenen.
10. Recente heiligenlevens
Eerbiedwaardige Anita Cantieri [1910-1942]
Uiteindelijk kreeg ze te maken met voortdurende hartkloppingen. Anita wendde ze ten goede aan door te bidden: "Lieve Heer, elke hartklopping is er één van liefde voor U." De tumor zaaide zich uit van de darm naar de maag en in de luchtpijp. Er was een chirurgische ingreep nodig, die ze gehoorzamend toeliet.
Bovenop de pijnen die ze doorstond kwam er ook pijn van geestelijke aard, met name angst dat ze niet op de juiste manier zou sterven. Ze zei: "Ik streef in deze aanvallen om te vertrouwen in de liefde van God." Tijdens deze momenten werd ze bijgestaan door Pater Nazzareno, en gehoorzaamde ze blindelings naar de aanbevelingen van haar spirituele begeleider. "Ik neem mijn toevlucht tot gehoorzaamheid en dan wordt ik gekalmeerd," zei ze.
Naast alle reeds vermelde pijnen, kreeg Anita er nog drie andere te doorstaan: reuma, longproblemen, en ontsteking van de ingewanden. Anita was in staat om een kort bericht naar een priester te schrijven waarin ze vermeldde: "Jezus is zo goed voor mij dat hij me laat deelnemen in het lijden van het kruis."
Bron: Joan Carroll Cruz
Vertaling: Mario Lossie
11. Onze Lieve Vrouw van Lourdes: Brieven van Bernadette [Aflevering 82]
Aan haar broer Pierre
Nevers, 8 december 1872
Mijn lief broertje,
Ik dank je voor het goede nieuws over de familie. Ik ben vooral blij te vernemen dat onze neef Pierre Vignes bij jou in Garaison is. Ik raad jullie beiden aan lief te zijn, vlijtig je huiswerk te maken en veel te houden van de goede God en de Heilige Maagd, opdat zij ons mogen beschermen. Op die manier zullen jullie je lieve en gewaardeerde leraar tevredenstellen. Ga door, mijn lieve vriendjes, om welwillend tegemoet te komen aan zijn zorg en vaderlijke inspanningen, de goede God zal jullie liefhebben en zegenen. Ik ben heel tevreden met de goede voornemens die je op retraite gemaakt hebt, vooral dat je de goede God en de Heilige Maagd met heel je hart wilt liefhebben; dat vraag ik alle dagen voor jou. Bijna had ik aan jouw voornemens deze nog willen toevoegen: om Jezus te behagen zal ik bijzonder mijn best doen in de klas, om geen tijd te verliezen. Vaarwel, mijn lieve kleine Pierre, breng mijn respect over aan de Heer Overste door mij in zijn dringende gebeden aan te bevelen. Ik vraag hem mijn dank te aanvaarden voor al het goede dat hij voor jou doet. Ik omhels jullie, mijn lieve vrienden, allerinnigst, en ik beveel me aan in jullie gebeden opdat ik een ijverige religieuze mag worden. Laten we ook bidden voor de arme zondaars, en voor onze Heilige Vader, voor de heilige Kerk. Laten we de dierbare zielen in het vagevuur niet vergeten, vooral die van onze lieve verwanten.
Vaarwel, mijn lief broertje, vergeet mij niet bij de Heilige Harten van Jezus en Maria. Daar ontmoet ik jou,
Je toegewijde zus,
Zuster Marie-Bernard Soubirous
Hier mijn adres:
Zuster Marie-Bernard Soubirous, Moederhuis van de Zusters van Barmhartigheid, Saint-Gildard, Nevers.
13. Ongeschonden Lichamen: Don Bosco [1815-1888]
Oratorio
De vier salesiaanse opvoedingsdoelen liggen volledig in de lijn van dit oratoriocriterium.
2010 werd door de salesianen uitgeroepen tot Don Ruajaar. Don Rua, de eerste opvolger van Don Bosco, overleed immers honderd jaar geleden.
Michele Rua werd op 9 juni 1837 geboren in Turijn, Valdocco, de wijk waar Giovanni Bosco enkele jaren later zijn Oratorio zou vestigen. Hij ontmoette Don Bosco voor het eerst in september 1845, in het Refugio van Markiezin de Barolo. Zijn moeder bereidde Michele voor om in de wapenfabriek van zijn vader te gaan werken, maar in het najaar van 1852 ging Michele op internaat bij Don Bosco en trok het kerkelijke habijt aan. Iets later schrijft hij zich in voor de lessen filosofie aan het seminarie. Op 26 januari 1854 wordt Michele de leider van het groepje dat op voorstel van Don Bosco belooft om een jaar lang een ‘praktische oefening in de naastenliefde’ te doen. Het groepje noemt zichzelf ‘salesianen’, naar hun voorbeeld, Sint-Franciscus van Sales.
Stilaan wordt Michele de eerste medewerker van Don Bosco. Op 25 maart 1855 is hij de eerste ‘salesiaan’ die geloften uitspreekt. Na zijn priesterwijding, in juli 1860, nemen zijn verantwoordelijkheden steeds toe. In 1865 wordt hij prefect van de congregatie. Don Bosco bereidt hem geleidelijk aan, maar ook nadrukkelijk voor om zijn opvolger te worden en in 1885 wordt hij benoemd tot vicaris. Iedereen ziet in hem de persoon die de erfenis van Don Bosco het beste kan verderzetten. Na de dood van Don Bosco wachtte Don Rua de zware taak om de congregatie te leiden. In 1894 bracht hij een bezoek aan onder andere België en Nederland. Don Rua stierf op 6 april 1910. Zijn zaligmakingproces startte in 1922 en op 29 oktober 1972 werd hij door Paulus VI zalig verklaard.
14. Malachias: De 111 profetieën over de Pausen
Levensbeschrijving
Paus Pius X [1903-1914] noemde hij "Ignis Ardens" [brandend vuur]. Zijn echte naam was Giuseppe Melchiarre Sarto en het was onder zijn pontificaat dat Wereldoorlog I begon en de wereld voor de eerste keer in brand stond. Benedictus XV [1914-22] was "Religio Depopulata." Tijdens zijn pontificaat begon het communisme, wat vernietigend was voor het geloof. Paus Pius XI [1922-1939] is "Fides Intrepida" [Onwankelbaar Geloof]. Hij regeerde onder ongelofelijke druk van de duistere krachten van het nazisme en het fascisme, maar sprak zich absoluut uit tegen hen en het communisme. Pius XII [1939-1958] "Pastor Angelicus" [Engelachtige Herder], toonde een grote affiniteit voor het spirituele en kreeg visoenen van zowel Jezus als Maria die nooit werden openbaar gemaakt. Na een van deze visioenen zei hij: "de mensheid moet zich voorbereiden op een lijden zoals ze nog nooit heeft meegemaakt." Om zijn vertrouwen in de Moeder van God te verstevigen, kreeg hij het identieke visioen van het zonnewonder in Fatima toen hij rondwandelde in de tuinen van het Vaticaan. Hij schreef tot een van zijn kardinalen; "Ik was aan het lezen en verhief mijn papieren toen ik getroffen werd door een fenomeen dat ik nog nooit gezien had. De zon, die toen hoog stond, werd zoals een matgele bol, omgeven door een stralenkrans, en ik kon, zonder het minste ongemak, blijven staren naar de zon. De zon begon rond zichzelf te spinnen, en bewoog zich in alle richtingen, van links naar rechts, van boven naar onder en omgekeerd."