Zoals in een recente bijdrage al aangekondigd, volgt hier een nieuwe reeks bedenkingen bij de wet waarmee het federale parlement het nu al wankele uitgaansleven al dan niet bewust nog wat verder de vernieling in zal helpen.
Om de leesbereidheid van mijn uiteraard talrijk publiek[1] niet te zeer op de proef te stellen, zal ik me vanaf deze bijdrage telkens om een enkel, in mijn ogen bijzonder relevant, punt beperken.
Ten eerste, hoe zit het nu eigenlijk met het argument dat mensen tegen sigarettenrook moeten worden beschermd. Op zich klinkt dit natuurlijk zeer rationeel. Wetenschappelijk onderzoek[2] heeft aangetoond dat passief roken ook schadelijke gevolgen voor de gezondheid met zich kan meebrengen. Er zijn trouwens gevallen bekend van mensen die gedurende hun hele leven nooit een sigaret hebben aangeraakt en toch aan longkanker zijn gestorven.
Alleen moet dit argument enigszins worden gerelativeerd, zeker als het om de horeca gaat. Geen enkele klant is verplicht een café te betreden en wie een hekel aan al die rook heeft, kan gemakkelijk een rookvrije zaak opzoeken. Het rookverbod in de zogenaamde tavernes of eetcafés heeft dit zelfs nog vergemakkelijkt. Personeelsleden kunnen zich in zekere mate verplicht voelen aanwezig te zijn, maar in feite is niemand verplicht zich aan een enkele, welbepaalde job te houden. Er is in de horeca een groot tekort aan geschikt en bekwaam personeel. Wie niet rookt, kan gemakkelijk een uitbater van een rookvrije zaak vinden die hem wil tewerkstellen en wie wel rook, kan gemakkelijk een plaatsje vinden achter de toog van een zaak waar nog wel wordt gerookt.
Nu kan men proberen deze tegenargumenten op hun beurt te relativeren, maar dit zou weer een zoveelste schijnmanouevre zijn. Wie een zaak betreedt, moet zich aan de huisregels houden. Als er niet mag worden gerookt, moet een klant binnen niet roken. Als er wel mag worden gerookt, kan een klant altijd weer vertrekken of proberen zijn vrienden te overtuigen een andere zaak op te zoeken. De horeca kampt met een groot tekort aan geschikte en bekwame werknemers. Het is traditioneel altijd al een sector met een grote flexibiliteit[3] geweest. Een tapper die een nieuwe job zoekt, moet daar niet lang naar zoeken. De cafébazen staan te springen om degelijk toogpersoneel. Dit werkt in beide richtingen, zowel voor rokers als voor niet-rokers.
Om dit te verduidelijken, moeten we even ingaan op de vraag wie nu eigenlijk precies een rookverbod in de horeca wil en waarom die mensen dat totaalverbod zo belangrijk vinden. De meeste beweegredenen van de antirooklobby blijven immers in de schaduw van het gezondheidsargument hangen.
Volgens mij gaat het om drie verschillende groepen, elk met zijn eigen redenen om het geplande rookverbod in de horeca te steunen. Aangezien hier nooit een ernstig onderzoek[4] naar is verricht, kan ik natuurlijk niet inschatten hoe groot deze groepen precies zijn of hoe ze zich tot elkaar verhouden.
De eerste groep is vooral bezorgd om de gezondheid der mensen, henzelf uiteraard niet uitgesloten. Alleen willen die mensen eigenlijk geen rookverbod in de horeca. Als ze eerlijk zijn, zullen ze toegeven dat ze eigenlijk een totaal rookverbod willen. Nicotine hoort, als ze hun eigen redenering doortrekken, thuis op de lijst der verboden producten, naast cocaïne, heroïne en andere drugs die in de loop der tijden verboden zijn. Het is hun recht deze mening te hebben, maar ze moeten dan ook wel eens zeggen wat ze eigenlijk willen en niet afkomen met een halfslachtige maatregel die mensen niet laat roken op die plaats waar ze daar het meest behoefte aan hebben, namelijk de plaats waar ze ook alcohol consumeren.
De tweede groep kan het minder tot geen bal schelen wat de gezondheidseffecten zijn. Ze vinden dat de rook die in cafés hangt hen stoort omdat het stinkt en vooral omdat hun kleren ervan gaan stinken.
Wie van dat eerste last heeft, moet maar pleiten voor meer ventilatie in de cafés. Ook op dat vlak moeten we de feiten onder ogen durven zien. Veel cafébazen hebben uit gierigheid, luiheid of een combinatie van beide nagelaten in degelijke luchtverversingssystemen te investeren. Een café waar niet wordt gerookt, kan trouwens ook stinken. In Nederland is er zelfs al een firma die een machine verkoopt waarmee kunstmatige, ‘gezonde’ namaak-sigarettenrook verspreidt om te voorkomen dat de klanten zich aan andere geurtjes, zoals zweet en verschaald bier, zouden storen.
Wie van dat laatste last heeft, moet zijn kleren maar na thuiskomst in de wasmand keilen. Dat doen rokers trouwens vaak ook. Iemand die met de huidige prijzen in staat is op café te gaan, heeft ook meer dan één T-shirt of pull in zijn of haar kast hangen. Bovendien gaan de meeste mensen slechts eenmaal per week echt op stap. Ik zie bijgevolg niet in waarom het deze mensen zou moeten storen de kleren die ze die avond dragen daarna bij het wasgoed te leggen.
De derde groep laat zich vooral door economische belangen leiden. De uitbaters van een zaak die vrijwillig of sinds kort wettelijk gedwongen rookvrij is, storen zich natuurlijk aan het feit dat de zaken waar nog wel mag worden gerookt een middel hebben om klanten te lokken waar zij niet tegenop kunnen. We mogen niet vergeten dat de vorige regeling door een boel uitbaters van zogenaamde eetcafés werd aangevochten. In plaats van zich te verzetten tegen het rookverbod, dat het blijkbaar klanten kostte, richtten ze hun pijlen in de eerste plaats op de horecazaken waar wel nog mocht worden gerookt. Ze vonden het blijkbaar erger dat klanten elders zaten dan dat klanten niet meer mochten roken. Wel, in mijn ogen mogen de klanten niet het slachtoffer worden van een strijd die uitbaters en zaakvoerders louter omwille van hun eigen economische belangen voeren.
Nu beweer ik natuurlijk geenszins dat mijn eigen geschriften over dit onderwerp volledig neutraal of objectief zijn. Ik zie mij verplicht mijn kritiek via allerlei kanalen op te dringen, omdat blijkbaar niemand anders die taak op zich wil nemen. Ik ben in elk geval niet bereid het verzet tegen deze repressieve maatregel exclusief aan populisten als Dedecker over te laten. Ik kan me niet voorstellen dat de linkerzijde geen hoop mensen telt die willen dat dit plan nooit ten uitvoer wordt gebracht. Ik blijf hopen dat zij zich eindelijk eens zullen roeren.
[1] Iemand moet toch de indruk wekken dat deze blog een ongezien succes kent. Ik kan dat dan maar even goed zelf doen.
[2] Aangezien dit ondertussen zo vaak in de media is verschenen en becommentarieerd, vind ik het enigszins overbodig hier zelf een overzicht van dergelijke onderzoeken en hun resultaten naar voren te brengen. Wie meer wil weten, kan die informatie gemakkelijk zelf vinden.
[3] Aangezien de horeca traditioneel ook een sector is waarin zwartwerk welig tiert, druk ik me hier nog heel braaf uit.
[4] Het zou nochtans een interessant onderwerp vormen voor een masterproef binnen de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen.
Als gevolg van het recentste incident, een achtervolging die eindigde met een schietpartij vorige zaterdag, pleiten verschillende instanties voor een zogenaamde nultolerantie in onze hoofdstad. Dit voorstel verdient toch wat aandacht, want de echte essentie van de zaak staat natuurlijk weer niet in de kranten.
Nu klinkt de vraag om de invoering van een nultolerantie natuurlijk niet progressief of tolerant, maar dat is enigszins normaal. Mensen, politieagenten of niet, worden nu eenmaal niet goedgezind als gemaskerde gangsters hen met machinegeweren bestoken. Wie met dergelijke agressie te maken krijgt, wil harde maatregelen en snelle reacties zien. Dat lijkt me nog vrij normaal.
Bovendien beschouw ik het ook niet als mijn taak de daders van dergelijke overvallen in bescherming te nemen. Wie het nodig vindt overvallen te plegen, kan sowieso al niet op mijn sympathie rekenen. Wie daarenboven tijdens zijn vlucht op de politie begint te schieten, moet niet verwonderd zijn als die zeer kwaad worden. De daders mogen nog blij zijn dat ze in België actief zijn. In bepaalde andere landen waren ze waarschijnlijk zonder enig proces neergekogeld en was in het rapport verschenen dat ze zich tegen hun arrestatie hadden verzet.
De essentie van de zaak is echter dat de invoering van een nultolerantie enkel kan indien de politie in staat is hier op een aanvaardbare manier mee om te gaan en daar heb ik met mijn eigen ogen alvast nog niet veel bewijzen van gezien. Zeker in Leuven geldt een eigenaardige conventie. Als het probleem niet ernstig is, verschijnt de politie vrij snel. Zodra ze zeker is dat er geen geweld bij te pas zal komen, kan ze veilig voor de strenge aanpak kiezen. Als het probleem daarentegen wel ernstig is, komt ze altijd te laat of, beter gezegd, net op tijd om de slachtoffers wat bij te staan terwijl de daders al lang zijn verdwenen. Zodra ze zeker is dat ze het geweld en het bijbehorende gevaar heeft weten te ontlopen, wordt ze inschikkelijk. Deze eigenaardige dualiteit is het gevolg van een onduidelijke taakomschrijving.
Het is in linkse kringen eigenlijk traditioneel de gewoonte kritiek op de politie te geven. Agenten worden vaak omschreven als fascisten, muggenzifters, gefrustreerden, machtswellustelingen en idioten. In sommige gevallen klopt dit beeld natuurlijk, maar het lijkt me een gevaarlijke veralgemening. In elk geval ben ik van mening dat een duidelijker omschrijving van wat een agent zou moeten doen ons allemaal al een heel stuk vooruit zou helpen.
Nu denkt elke politieagent dat het in de eerste plaats zijn taak is de openbare orde te bewaken en overtredingen te verbaliseren, te voorkomen of te beëindigen. In mijn ogen is dit slechts de tweede taak van deze personeelsleden. In de eerste plaats zou een politieagent zichzelf moeten zien als de lijfwacht van de rest van de gemeenschap.
Wat ik hiermee bedoel, kan ik door middel van een eenvoudig voorbeeld illustreren. Als een politieagent naar een café wordt geroepen waar een ruzie is losgebarsten, moet hij zich tussen beide partijen plaatsen. Hij moet op elk ogenblik klaarstaan om zelf de eerste mep op te vangen, zodat niemand anders gewond raakt. Zodra hij die mentaliteit heeft, zal hij voor het overige ook de nodige mentale eigenschappen hebben om met een nultolerantie en de bijbehorende macht om te gaan. Eerder vertrouw ik ze wel meer dan gangsters met vuurwapens, maar niet zo heel veel meer.
Zoals beloofd, volgt hier het tweede onderdeel van mijn mening over het geplande rookverbod in de horeca. In een vorig stukje, zonder veel streven naar originaliteit ' deel 1 ' genoemd, heb ik mijn eigen alternatief naar voren geschoven. Nu wil ik even ingaan op de voor- en nadelen[1] van het voorstel zoals het nu op tafel[2] ligt. Om het overzichtelijk te houden, splitsen we dit even op per betrokken of belanghebbende partij, in het managersjargon de stakeholders genoemd.
Voor tappers die zelf niet roken:
Voordeel: ze worden niet meer aan sigarettenrook blootgesteld
Nadeel: de sfeer daalt (zie ook bij Klanten)
Nadeel: de omzet daalt, want mensen die geregeld buiten staan te roken, consumeren minder en zijn er trouwens ook vaak niet bij als iemand binnen een rondje geeft
Nadeel: aangezien de motivatie van rokende tappers daalt, wordt het voor niet-rokende tappers moeilijker vervangers, invallers of andere vormen van collegiale steun te vinden
Saldo: onbeslist, hangt ervan af hoe erg ze die sigarettenrook zelf eigenlijk vinden, maar dat is nooit onderzocht
Voor tappers die zelf roken:
Voordeel: geen
Nadeel: het aantal klanten zal dalen, wat natuurlijk gevolgen voor de omzet heeft
Nadeel: klanten die regelmatig naar buiten gaan om te roken, drinken minder
Nadeel: het wordt zeer moeilijk om zelf te roken tijdens de diensturen, wat zeker geldt voor tappers die er alleen voor staan en bijgevolg in feite geen enkel ogenblik hun toog kunnen verlaten
Nadeel: de sfeer, die toch een belangrijk argument is om voor een job in een café te kiezen, daalt omdat slechtgezinde rokers heel de tijd van binnen naar buiten en omgekeerd moeten trekken
Nadeel: de motivatie van rokende tappers daalt, wat betekent dat collega’s het moeilijker zullen vinden invallers of vervangers te vinden
Saldo: negatief
Voor DJ’s:
Voordeel: als ze zelf niet roken, hebben ze geen last van sigarettenrook of passief roken meer
Nadeel: als ze zelf roken, krijgen ze het moeilijk een hele set zonder pauzes af te werken
Nadeel: als veel mensen vaak naar buiten gaan om te roken of gewoonweg minder op stap gaan, daalt de aandacht voor de muziek en bijgevolg het belang van de DJ in een zaak
Saldo: negatief
Voor portiers:
Voordeel: ze worden niet langer aan sigarettenrook en passief roken blootgesteld
Nadeel: aangezien veel mensen buiten zullen willen roken, wordt het veel drukker aan de ingang van de zaak, wat de controle en eventuele veiligheidsinterventies, of hoe men dat ook wil noemen, moeilijker maken
Voor het personeel aan de kassa van een discotheek:
Voordeel: ze worden niet langer blootgesteld aan sigarettenrook en passief roken
Nadeel: aangezien heel wat mensen vaak naar buiten zullen gaan om te roken, zal het aan de kassa moeilijker worden om te controleren wie al dan niet reeds heeft betaald, wat op drukke momenten dan weer tot langere wachtrijen en ontevreden aanschuivende bezoekers kan leiden
Saldo: negatief, zeker omdat de kassa meestal vlakbij de ingang te vinden is en er daar sowieso al minder rook hangt
Voor de klanten die zelf roken:
Voordeel: zelfs als men zelf blijft roken, wordt de impact van het passief roken kleiner
Nadeel: aangezien rokers worden verondersteld constant van binnen naar buiten en weer terug te bewegen, zullen ze in ons rotklimaat sneller verkoudheden en dergelijke oplopen
Nadeel: de betrokkenheid bij de sfeer in een zaak wordt kleiner, want men staat vaak buiten
Nadeel: de mogelijkheid diepgaande gesprekken te voeren, wordt om dezelfde reden kleiner
Nadeel: de mogelijkheid van de muziek te genieten, wordt eveneens kleiner
Nadeel: als de cafébaas gierig is, staat men de helft van de tijd in de regen
Nadeel: als men heel de tijd in de kou moet staan, wordt het ook moeilijker op een normale manier van een drankje te genieten, wat eigenlijk een van de bestaansredenen van de hele horecasector is
Saldo: negatief
Voor de klanten die zelf niet roken:
Voordeel: niet-rokers hebben soms last van sigarettenrook, wat in een rookvrije ruimte natuurlijk niet het geval is
Voordeel: hun gezondheid lijdt niet onder de gevolgen van het passief roken
Nadeel: rokende vrienden zullen al wat vaker weigeren mee op stap te gaan of zullen een groot gedeelte van de avond buiten doorbrengen, wat niet bevorderlijk is voor de diepgang der gesprekken
Nadeel: aangezien de rokende klanten constant in en uit zullen lopen, zullen ze, vooral in de koudere maanden, vaker in de tocht staan
Saldo: positief
Voor de omwonenden van een zaak:
Voordeel: geen
Nadeel: aangezien meer mensen buiten zullen staan, zal er ook meer lawaai op straat zijn, eventueel aangevuld met rokers die het de moeite niet vinden om binnen een toilet op te zoeken
Nadeel: ten gevolge van de grotere aanwezigheid buiten en de hierboven geschetste gevolgen daarvan kan de marktwaarde van hun woning dalen, wat natuurlijk enkel belangrijk is voor eigenaars en niet voor huurders
Saldo: negatief
Voor de politiediensten:
Voordeel: geen
Nadeel: aangezien er meer mensen op straat zullen staan, zullen er ook meer, in de meeste gevallen allicht zelfs terechte, klachten binnenlopen, wat de politiediensten ervan zal weerhouden ander werk te verrichten
Nadeel: vooral in de beginperiode zullen zij de naleving van een rookverbod moeten afdwingen of toch minstens controleren, wat hen van andere taken weghoudt en bovendien, indien overtredingen worden vastgesteld, een hoop papierwerk met zich meebrengt
Saldo: negatief
Voor de uitbaters van een horecazaak waar het roken op dit ogenblik nog niet verboden is:
Voordeel: geen, tenzij ze zelf last van de sigarettenrook zouden hebben, maar in dat geval hadden ze hun eigen zaak in het verleden even goed op eigen initiatief al rookvrij kunnen maken
Nadeel: dalende omzet omdat minder mensen op stap zullen gaan en heel wat mensen minder lang zullen blijven en/of minder zullen drinken (cfr. hierboven)
Nadeel: moeilijker personeel te vinden omdat het voor tappers moeilijk tot onmogelijk wordt nog tijdens de werkuren te roken, wat nu eigenlijk ook niet mag maar uiteraard toch gebeurt
Nadeel: dalende sfeer (cfr. hierboven), wat allicht niet voor alle uitbaters even belangrijk is aangezien sommigen het toch alleen maar voor het geld doen
Nadeel: problemen met de buren (cfr. hierboven), wat tot problemen met de politie kan leiden (cfr. hierboven)
Nadeel: uitbaters die zelf roken, mogen dat zelfs niet meer in hun eigen zaak
Nadeel: uitbaters die zelf roken, zullen niet meer zo gemotiveerd zijn om hun eigen zaak verder uit te bouwen en in dit licht initiatieven te nemen
Nadeel: meer kans op agressie op straat, wat in extreme gevallen tot materiële beschadigingen kan leiden (cfr. hierboven), waarvoor de uitbater in de meeste gevallen natuurlijk zelf zal opdraaien
Saldo: negatief
Voor de uitbaters van een horecazaak waar momenteel al niet meer mag worden gerookt:
Voordeel: de concurrentie van de niet-rookvrije zaken valt weg
Nadeel: geen
Saldo: positief
Voor de eigenaars van een gebouw waarin een niet door hen uitgebaat café, eetcafé of discotheek is gevestigd:
Voordeel: geen
Nadeel: de verwachte terugval van de aantrekkingskracht van de horeca zou tot een daling van de marktwaarde van hun gebouw kunnen leiden
Saldo: negatief
Voor de gemeentelijke overheden:
Voordeel: de hierboven al vermelde klachten over nachtlawaai kunnen een wapen vormen om zaken die niet binnen de eigen politieke agenda passen te sluiten
Voordeel: ten gevolge van het wegblijven of vroeger vertrekken van een aanzienlijk gedeelte van het cliënteel, wordt het gemakkelijker een sluitingsuur af te kondigen
Nadeel: leden van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen zullen het lastig krijgen als ze in of vlak buiten een café met ontevreden rokers worden geconfronteerd, een confrontatie die des te pijnlijker wordt als ze zelf roken
Nadeel: de onvrede van een gedeelte van de bevolking kan zich electoraal uiten, zelfs al hebben de gemeentelijke mandatarissen in kwestie niets met deze federale besluitvorming te maken
Saldo: afhankelijk van de ingesteldheid van de zetelende meerderheid
Voor de federale overheid:
Voordeel: de kosten van de gezondheidszorg zullen naar alle waarschijnlijkheid eerst licht dalen, maar dit kan op voorhand moeilijk worden bewezen
Nadeel: de kosten van de gezondheidszorg zullen op langere termijn naar alle waarschijnlijkheid stijgen, aangezien mensen die langer leven ook meer niet-terminale ziektes en aandoeningen krijgen
Nadeel: aangezien rokers meestal meer roken als ze op stap gaan, zullen de inkomsten uit de taks op de verkoop van tabak en sigaretten dalen
Saldo: financieel negatief, maar het is natuurlijk de vraag hoe doorslaggevend dit argument is
Voor de buren van rokers die graag uitgaan:
Voordeel: geen
Nadeel: rokers zullen meer thuisblijven en, om toch nog enig sociaal contact te onderhouden, vaker thuis avondjes organiseren, wat betekent dat de buren nu veel meer dan vroeger met lawaai te maken krijgen
Nadeel: de rokende buren zijn vaker slechtgezind, wat tot een verslechtering van de onderlinge verstandhouding kan leiden
Saldo: negatief
Voor het openbaar vervoer:
Voordeel: geen
Nadeel: als minder mensen op stap gaan, zullen er ook minder mensen het openbaar vervoer gebruiken en daalt het aantal reizigers op bepaalde lijnen, in het bijzonder de zogenaamde nachtbussen
Saldo: negatief, tenzij De Lijn eigenlijk van bepaalde lijnen af zou willen
Voor de taxi-sector:
Voordeel: geen
Nadeel: aangezien minder mensen laat op stap gaan, zullen er ook minder mensen een taxi nodig hebben, wat natuurlijk tot een daling van de omzet zal leiden
Saldo: negatief
Voor de verkeersveiligheid:
Voordeel: geen, tenzij men opeens wil beweren dat ongevallen niet alleen door een te veel aan alcohol of cocaïne, maar ook door een te veel aan nicotine kunnen worden veroorzaakt
Nadeel: gefrustreerde rokers zullen met een slechter humeur in het verkeer circuleren, wat tot een stijging van de verkeersagressie zou kunnen leiden, maar deze theorie zal in de toekomststatistisch moeten worden onderbouwd of weerlegd
Saldo: voorlopig onbeslist
Voor het algemeen gezondheidspeil van de bevolking:
Voordeel: minder aandoeningen die het gevolg zijn van passief roken
Nadeel: mensen die langer leven omdat ze niet aan de gevolgen van roken sterven, sterven uiteindelijk aan iets anders, maar in die tussentijd krijgen ze meestal nog een hoop andere aandoeningen
Saldo: op korte termijn positief, op langere termijn onduidelijker
Voor de nog thuiswonende kinderen van rokers:
Voordeel: geen
Nadeel: de rokende ouders blijven vaker thuis of blijven minder lang weg, wat betekent dat de kinderen meer aan de gevolgen van passief roken worden blootgesteld of, indien de ouders binnen niet roken, minstens vaker met slechtgezinde ouders te maken krijgen
Saldo: negatief
Voor muzikanten en andere performers die zelf niet roken:
Voordeel: niet langer aan sigarettenrook en de gevolgen van passief roken blootgesteld
Nadeel: moeilijker om de aandacht van het publiek te trekken of te houden aangezien heel wat mensen te pas en te onpas tijdens de performance of het optreden naar buiten trekken om te gaan roken
Nadeel: in het licht van het voorgaande wordt het allicht moeilijker om boekingen vast te krijgen, maar dat zal nog moeten blijken
Saldo: onbeslist, afhankelijk van hoe erg de betrokkenen zich aan sigarettenrook storen
Voor muzikanten en andere performers die zelf roken:
Voordeel: geen
Nadeel: het wordt moeilijker om de aandacht van het publiek te trekken of te houden (cfr. hierboven)
Nadeel: het wordt moeilijker zelf een hele set neer te zetten zonder de neiging te krijgen een rookpauze in te lassen, wat de concentratie of de kwaliteit van de performance in bepaalde gevallen niet ten goede zal komen
Nadeel: het aantal boekingen zou kunnen dalen (cfr. hierboven) maar dit kan nu nog niet worden bewezen en is afhankelijk van de mate waarin de algemene omzet van de horeca daalt
Nadeel: de sfeer tijdens concerten of performances zal niet meer dezelfde zijn, zeker niet voor personen of groepen die op een of andere manier trachten een rebels imago uit te bouwen maar niet eens een sigaret mogen opsteken terwijl ze hun rebelse teksten naar voren brengen
Saldo: negatief
Voor de toeristische sector:
Voordeel: de wetgeving wordt in ons land gelijkgeschakeld met die in de buurlanden, wat voor duidelijkheid zorgt
Nadeel: ons land verliest er weer een verkoopsargument bij, want potentiële toeristen blijven niet weg omdat ze niet roken en er in cafés wel mag worden gerookt, maar blijven wel weg omdat ze zelf roken en in cafés niet mag worden gerookt
Saldo: negatief
Voor de organisatoren van stadsfestivals en vergelijkbare grootschalige evenementen:
Voordeel: geen
Nadeel: minder bezoekers en in het bijzonder minder mensen die na een evenement nog wel willen blijven hangen om na te praten, wat in de praktijk meestal betekent een pint pakken en over vanalles praten dat niets met het evenement in kwestie te maken heeft
Saldo: negatief
Voor de leefbaarheid van onze steden en gemeenten:
Voordeel: een gedeelte van de niet-rokers krijgt eindelijk wat het wil
Nadeel: de verzuring en verbittering zullen nog toenemen, zeker als het horecabezoek significant afneemt en de straten ’s avonds nog leger worden en de mensen nog meer thuis zitten te vereenzamen
Voor de democratie als systeem van politieke besluitvorming:
Voordeel: het verbod komt op een wettelijke wijze tot stand, voor zover deze evidentie als een voordeel moet worden beschouwd
Nadeel: de meedogenloze dictatuur van de hypercorrecte meerderheid verdringt de belangen en wensen van een minderheid. In feite zou niet zo zeer de mening van alle burgers maar de mening van de mensen die geregeld de horeca bezoeken of in de horeca werken een doorslaggevend effect moeten hebben. Of anders zullen we in de toekomst eens een referendum over de Oosterweelverbinding in Kortrijk of in Nijvel houden, zonder ook maar één Antwerpenaar stemrecht te verlenen.
Saldo: formeel positief, maar eigenlijk negatief voor de interne cohesie van onze samenleving
Hoewel deze bijdrage al vrij omvangrijk is, is hiermee natuurlijk het laatste nog niet gezegd. Men mag zich dan ook aan een deel 3 en een deel 4 verwachten. Ik wil gerust toegeven dat ik vanuit een op voorhand bepaald standpunt vertrek, maar ik daag tegelijkertijd wel iedereen uit om de hierboven vermelde voor- en nadelen en de bijbehorende argumenten te weerleggen.
[1] Ik ga er hier wel van uit dat rokers het niet erg vinden zelf aan sigarettenrook te worden blootgesteld. Dat zou tenslotte vrij onnozel zijn.
[2]Meer bepaald de tafel van het federaal parlement.
Het zat er al een tijdje aan te komen, maar ondertussen is de kogel door de ten gevolge van de nieuwe kardinaal blijkbaar steeds meer leeglopende kerk. Na de ziekte en het daaropvolgende overlijden van Lucas, de alomgekende uitbater, is café Amedee in de Leuvense Muntstraat maandenlang gesloten gebleven.
Daar komt nu dus verandering in. Enkele klanten hebben de koppen bij elkaar gestoken en zullen de zaak in de vorm van een vzw verder openhouden. Hieronder volgt alvast de uitnodiging die ze verspreiden[1] voor de openingsavond. Aangezien alle informatie in dit tekstje te vinden is, vind ik het niet de moeite dit zelf nog eens in andere bewoordingen om te zetten. Copy/Paste is een handige functie.
Uitzonderlijke openingsavond Cafe Amedee
Zaterdag 30 januari vanaf 20u
De VZW Amedee nodigt U van harte uit op de uitzonderlijke openingsavond van café Amedee op 30 januari. De leden van de VZW hebben in alle stilte aan de weg getimmerd om het café Amedee en het gedachtegoed van zijn stichter/bezieler Lucas Van Langendonck verder te zetten. Nu we kunnen stellen dat de weg “rijwaardig” getimmerd is, willen we u graag deelgenoot maken van de verdere plannen.
Om 22u wil de VZW Amedee zichzelf, haar intenties en haar werking voorstellen. Wij zijn ons bijzonder bewust van de grote betrokkenheid van ieder van jullie bij het voortbestaan van het café Amedee en willen iedereen die zich geroepen voelt graag de gelegenheid geven zijn ideëen met ons te delen en zich bij de plannen van de vzw aan te sluiten. Bovendien heeft de vzw ook uw financiële steun nodig.
Hoewel het grootste deel van het nodige startkapitaal intussen bijeengebracht is, hebben we nog een buffer nodig. Daarom zullen we die avond ook:
-éénmalig consumptiekaarten verkopen (50 Euro, 100 Euro, 200 Euro en 500 Euro) om onze startstock te financieren.
-renteloze leningen uitgeven op 2 jaar om de overnamekosten te financieren.
“De toekomst van de Amedee wordt bepaald
door jullie aanwezigheid en jullie betrokkenheid!”
Het café is vanaf 20 u gewoon open (hard duwen)
De waard verstrekt in al zijn goedertierenheid dranken aan de toog
Gelieve uw bestelling duidelijk articulerend af te lezen van de kaart
[1] Een verspreiding waar ik op deze manier dus een steentje toe hoop bij te dragen.
Nu de staking bij AB Inbev, het Belgische filiaal van de Braziliaanse brouwerij AmBev, op zich trouwens het resultaat van de fusie tussen de oudere brouwerijen Brahma en Antarctica[1], achter de rug is, wordt het tijd om enkele conclusies te trekken.
Ten eerste, de publieke opinie telt. De Europese directie van InBev, die door een gelukkig toeval eveneens in Leuven is gevestigd, heeft goed kunnen zien waar de sympathie van de bevolking lag. In tegenstelling tot spoorstakingen, die bij veel reizigers en pendelaars vaak enkel op kritiek en ontevredenheid worden onthaald, had deze staking wel degelijk de steun van brede lagen van de bevolking, oftewel van de klanten die worden verondersteld de producten van de firma te kopen en te consumeren.
Ten tweede, vakbondsacties kunnen nog wel degelijk het verschil maken. Veel mensen geloofden er niet in. Dit geldt allicht zelfs voor een groot gedeelte van de stakers zelf. De bedrijfsleiding heeft echter ingebonden. De stakers hebben hun slag zonder meer thuisgehaald. Dit alles hebben ze bereikt door een oude vertrouwde formule toe te passen. In tegenstelling tot wat de collaborateurs met het corporatistisch regime beweren, zijn vakbonden duidelijk geen fenomeen van de vorige eeuw. Ze hebben nog maar eens bewezen dat ze een rol van betekenis kunnen spelen. Zonder syndicale vertegenwoordiging had het personeel het voorgestelde herstructureringsplan allicht niet kunnen tegenhouden.
Ten derde, de heer Dehaene, een politiek beest met vele tentakels en nog meer connecties, verdient te veel. Dit roept om een nieuwe eis. Dit is mijn voorstel: “Wij willen uw geld”. Het gaat niet om het geld op zich. Het gaat er niet om wie het krijgt. Het gaat niet om geld dat van andere bronnen afkomstig is. Het gaat er enkel om eens mens die te veel verdient al dat geld weer af te pakken. Al was het maar om een voorbeeld te stellen. Zij die veel geld hebben, moeten voor hun bezittingen vrezen. Sfeerbevorderend zou het in elk geval zijn.