Inhoud blog
  • Sex sells
  • De koningin van Fellini
  • Virtueel café
  • Een fluitje van een cent
  • Déja vu
  • Tijd voor een Wereldmannendag?
  • Luctor on stage
  • Hamerende heipalen en ziedende gitaren
  • Airwick
  • De warme bakker
  • Irish coffee
  • Liefde in de sneeuw
  • De ACN-generatie
  • iPod-kisses
  • En daarmee basta!
  • Uitvinding: lul met snuif-functie
  • Geëtst voor het leven
  • Sauna
  • Het jaar van de spiegel
  • Vuurwerk
  • 2010: toen wandelen weer mogelijk was, een regering ónmogelijk was en het kerkcrapuul in bloei stond
  • 2009: En toen kwam een olifantje met een lange slurf...
  • 2008: Alleen de aandelen van rolstoelen gingen de hoogte in
  • 2007: Le jour de gloire est arrivé!!!
  • Winter, niets dan ellende
  • België - Belgique: liefde met een vervaldatum
  • De pet van mijn opa
  • Wat is Kerst?
  • De zak van Sinterklaas
  • Niet elk einde is een nieuw begin
  • Mijn engelen slapen nog
  • Let's talk about sex
  • Wat is oud?
  • Fees(t)boek?
  • Nooit meer oorlog
  • Luctor for president
  • Trein
  • Nestbevuiling
  • Zappen is slecht voor de lijn
  • Brief aan mijn ouders
  • Cirque De l'Enfer
  • Logisch denken
  • De pure mens: een specimen dat nog op twee plaatsen te vinden is
  • Mag er een beetje gel in?
  • Recht in je schoenen
  • tien-tien-tien, de dag des Heeren
  • Trouwen is houwen!
  • In het land van de Heilige Annick, waar Chinezen thuis zijn.
  • David Robert Jones
  • Gazettenklap
  • I Still Haven't Found What I'm Looking For...
  • Venus en Mars
  • De macht van de paardenkracht
  • Dinsdagen
  • Oorden van verderf
  • Het verdriet van België
  • Bloemen op mijn graf
  • Als eieren zo groot
  • Over banken, elektriekers en Pukkelpop...
  • Dood en leven weerspiegelen in water
  • Niets mag nog.
  • Linda
    Blog als favoriet !
    Gastenboek
  • wèr ar joe, Luctor?
  • niet volledig onbaatzuchtig...
  • pedagogische academie basisonderwijs
  • Gelukkige verjaardag!
  • Herkenning

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Mijn favorieten
  • Go2
  • open directory project
  • Sente XL - de onafhankelijke website over Sint-Laureins
  • Een eigenzinnige kijk in het leven van een kunstfotograaf
  • columns in Limburg: eine inne daag neet geschrieven, eine inne daag neet gelaef
    Copyright:
    Deze teksten zijn auteursrechterlijk beschermd.
    Schending van het auteursrecht, waaronder wordt verstaan een verveelvoudiging en verspreiding zonder de vereiste voorafgaande toestemming van de auteur is een misdrijf!
    de wereld van Luctor
    Homo Sapiens non urinat in ventum
    Een bescheiden column over hoe een oud kind de wereld rondom zich ervaart...
    08-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sex sells
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ik heb ze vanmorgen even geteld, de twintig-vierkante-meter-reclameborden die ik op mijn weg naar het werk voorbij ben gereden… Negen stuks! Op de afstand die ik doe is dat bijna eentje per drie kilometer. Als je dan ook nog weet dat ik aan een gemiddelde snelheid van zo’n negentig kilometer per uur rijd, dan reken je makkelijk uit dat ik zowat om de twee minuten een seksuele prikkel krijg van zwaar uitvergrote tieten, eindeloos lange benen in sexy nylons en perfecte kontjes die lachen vanuit zongevulde slipjes. Om dan nog te zwijgen van alle damhertenoogjes en pruilmondjes die je smachtend toekijken in de hoop dat je je volgende gsm, je volgende reis of je nieuwe auto bij hen zou kopen. Billboards, Vlaanderen staat er mee bezaaid.

    Op zich snap ik dat natuurlijk wel, want de grootwarenhuizen barsten nu eenmaal uit hun voegen van de honderdduizenden verschillende  producten, die allemaal een koper moeten zien te vinden. Vroeger had je één soort spinazie, één soort maandverband en één soort koffie. Tegenwoordig is er een veelvoud aan keuze. Koffie kan je kopen in twintig verschillende smaakvarianten, spinazie is er in tientallen bereidingswijzen en elke winkel puilt uit van gigantische hoeveelheden inlegkruisjes en tampons in alle maten en vormen. Er schijnt zelfs al een tampon met suiker te bestaan voor de zuurpruimen.

    Hoedanook, wat geproduceerd wordt, moet verkocht raken en als je met je eigen product beter wil scoren dan de concurrentie, dan zal je er moeten voor zorgen dat jouw handeltje meer opvalt dan dat van alle anderen. Je kan dus maar best een reclamecampagne opzetten, maar aangezien elke concurrent óók zo denkt, kan je er maar beter voor zorgen dat jouw reclame meest in het oog springt. En zeg nu zelf, waarde lezer, wat valt nu het meeste op: een reclamebord met een potje yoghurt van merk A, een soortgelijk bord met een potje van merk B, of merk C, die op twintig vierkante meter uitpakt met een geil kijkende schoonheid die nog wat restjes witte yoghurt van haar volrode pijplippen likt…? Voor wie er nog aan twijfelde: sex sells!

    Onze maatschappij is nu eenmaal overgeseksualiseerd. Muziekvideo’s met uitdagende vrouwen die schaars gekleed rond de artiest in kwestie kronkelen, autosalons waar de duurste merken hun waar prijzen met tientallen bikini-babes op en rond de motorkap, pornofilms en –sites waarin vrouwen handen, monden en kutten te kort hebben om zich begeerlijk te laven aan de mannelijke spijs en drank,… De lijst is eindeloos. We kunnen dergelijke beelden quasi niet meer uit ons dagelijks leven bannen. Sterker nog, we zijn eraan gewend geraakt. En geef toe, seks verkoopt en lààt verkopen. We doen er trouwens allemaal duchtig aan mee. Zelfs de grootste puriteinen onder ons. Of wat dacht je van die kennis van mij, die -preuts als hij is- schande spreekt over een televisiespot waarin shampoo aan de man gebracht wordt door een halfblote dame, maar die in één adem tegen zijn vrouw zegt dat ze maar beter een korte rok en een diep décolleté kan aandoen als ze met de auto naar de keuring moet. Tja…

    Maar we dwalen af! Wat ik eigenlijk wou vertellen is dat ik vanmorgen de billboards langs de weg geteld heb, omwille van een artikeltje wat ik deze week had gelezen over de erotica-keten Pabo. Jaja, dé Pabo, de catalogus die in meer huishoudens te vinden is dan de Streekkrant, probeerde namelijk haar nieuwe catalogus te promoten door er een gratis string bij te geven. Ze hadden daarvoor een plekje aan de A12 in Aartselaar uitgekozen, waar ze een metersgroot bord aan de kant van de snelweg hadden neergepoot, met de beeltenis van een vrijwel perfect perzikpoepke in een zwarte reetveter. Een ideaal middeltje om de nog half slapende bestuurders meteen wakker te krijgen, dacht ik, maar dat was buiten het Agentschap Wegen en Verkeer gerekend. Het bord moest in no time weer verdwijnen wegens té afleidend voor de ontwakende automobilisten.

    Bij het AWV gaan ze er blijkbaar nog altijd vanuit dat mannen hulpeloze primaten zijn, die bij het minste streepje vrouwenbloot meteen zoveel bloed naar hun fluit voelen stromen dat er te weinig overblijft om hun hersenen te laten functioneren. Hilarisch, vind je niet? Hilarisch, maar helaas ook ronduit betuttelend om de gemiddelde mannelijke automobilist te degenereren tot een soort oerwezen dat zichzelf verongelukt omwille van een poster met een bloot gat. Welk stom wijf heeft dat nu weer bedacht?
    Trouwens, wat dan gezegd van de vrouwen op de weg? Van de negen billboards die ik vanmorgen geteld heb, waren er twee met knappe binken, die ook allerminst een verduidelijking van hun geile blikken nodig hadden. Eentje maakte in gebronzeerd bloot bovenlijf reclame voor ‘de ultieme mannelijke deodorant’ en hij keek daarbij zo ondeugend naar beneden dat elke voorbijrijdende dame spontaan haar rokje naar beneden trok.
    Bij de andere Mister Universe on billboard is de boodschap voor het product mij ontgaan, maar te zien aan de gigantische boebel in ‘s mans boxershort, denk ik dat het een reclame moet geweest zijn voor een soort grote familie-salami…

    Afijn, om maar te zeggen dat al dat lekkers langs de weg zeker opgemerkt wordt door zowel de mannen als de vrouwen, maar dat we die belachelijke preutsheid beter achterwege kunnen laten. Met al het geld dat in die zoektochten naar afleidende reclame kruipt, zouden we al veel putten in onze wegen kunnen opvullen, lijkt me. En sta mij toe om te menen, waarde lezer, dat dit toch nét iets belangrijker is dan het weghalen van een foto, waarop een bijna blote madame reclame maakt voor de lingerie waarin ze te zien is.

    Trouwens waar zit de eerlijkheid en de gelijkheid in deze? En ik heb het nu even niet over de snelwegen, waar het trouwens voor iedereen verboden is om reclame te maken, maar over de kleinere wegen, waar je als het ware om je oren wordt geslagen met het ene bord na het andere. Naast een hele trits andere voorwaarden, zoals de kleuren van verkeerslichten die niet in de reclameposters mogen gebruikt worden binnen een bepaalde afstand van een kruispunt, is dé grote boeman voor de reclame toch wel ‘de afleiding’.
    Bestuurders mogen niet afgeleid worden van de weg door het reclamepaneel! Dat is bottomline hét punt waar alles om draait. Toegegeven, ik zal ook sneller geneigd zijn om te kijken -en vooral iets lànger te kijken- naar een knappe vrouw in lingerie, dan pakweg naar een hond die hondenbrokken zit te vreten. Daarmee lever ik dus het levende bewijs dat lingeriereclame mij meer interesseert dan reclame voor dierenvoeding. En wat dan nog? Prima punten voor de voederproducenten -hun reclame leidt mij minder af- maar vertel mij dan asjeblief ook eens hóé die lingeriefabrikant minder afleidende reclame kan maken? Met kattenbrokken misschien? Die mens maakt nu eenmaal tetten- en billentextiel. En net zoals een schoen bij een voet hoort, zo hoort een string nu eenmaal bij een kut en een kont. Dan kan je van die lingeriefabrikant toch moeilijk verwachten dat hij zijn slipjes en beha’s rond een kattenstaart bindt om ze te promoten?
    Vice Versa ook trouwens of heeft u ooit al een kat in een damesonderbroek zien zitten om Whiskas aan te prijzen? Ik dacht het niet! Tenzij misschien voor de blikjes met muizensmaak… Als dat al zou bestaan?

    Erotiek is gewoon niet meer uit de reclame weg te denken. Het bestaat trouwens al langer dan vandaag. Als tiener werd ik wild van de knappe, blote brunette die als een nimf uit de zee kwam gestapt met een fles Fa-douchegel in haar handen, als was het een gezonde versgevangen kabeljauw.  Later kwamen de controversiële reclames van Calvin Klein, de pikante spots van Levi’s skinny-jeans en nóg veel later lachte Emmanuelle Beart van de H&M-lingerie ons sensueel toe vanuit alle bushokjes die Vlaanderen rijk is.

    Meer recent vond ik de Sloggi-campagne wel leuk, waar een aantal vrouwen rondfietsen in slips en strings in de kleuren van de klassementstruien uit de Ronde Van Frankrijk. Goed gevonden, dat wel, maar veel liever had ik daar -net als in Nederland- kontjes gezien die gehuld waren in de kleuren van het nationale voetbalteam. Maar goed, aangezien niet de Rode Duivels, maar wel Oranje mocht schitteren tijdens het WK-voetbal, moesten wij het hier in België stellen met de gele, de groene, de witte en de bolletjesstring. Gelukkig was er in diezelfde periode ook Kelly Brook die compleet zonder ‘brook’ reclame maakt voor een paar lekker zittende sneakers van Reebok.

    Toch blijft mijn persoonlijke favoriet, de initiële versie van de affiche voor de E3 Prijs Harelbeke, waar piepkleine rennertjes de heerlijke blote rondingen beklommen van het Vlaamse playboymodel Gaelle Garcia Diaz. Ik wou al bijna naar de koers kijken, alleen maar voor deze prachtige brunette met een heerlijk pruilmondje en ogen om flauw van te vallen. What a woman! Wie is Gisele Bündchen? Who the fuck is Cindy Crawford? Naomi Campbell eat your fucking heart out… Wij hebben Gaelle Garcia Diaz. Alleen van de naam al,werd ik bijna lyrisch. Tot… hoofdsponsor KBC de poster véél te sexy vond en totaal niet passend bij het imago van een bank. Weg waren plots alle rennertjes tussen borst en dal. Alle affiches werden meteen verwijderd en vervangen door nieuwe exemplaren met de koppen van een stel saaie renners.

    Hoe was de slogan van de bank ook al weer? “KBC, we hebben het voor U”?

    Ik dacht het niet!

    Luctor

    08-04-2011 om 20:19 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (12 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    02-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De koningin van Fellini
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het terras wat mijn teerbeminde en ikzelf hebben uitgekozen, zit afgeladen vol. Het is een doordeweekse avond, ik moet er ‘Amarcord’, mijn favoriete Fellini-film voor missen, maar de avondzon trekt harder dan de televisie. Zowat iedereen lijkt zijn huis ontvlucht.

     

    Mensen kuieren ontspannen door de doodgewone straat als was het een luxueuze promenade in een mondaine badplaats. De lente is in het land, de wereld ontwaakt uit zijn winterslaap. Cafés en restuarants hebben de voetpaden ingepalmd en op de vele terrasjes is geen lege stoel meer te vinden. Meer zelfs, elk terras lijkt afgeboord met wachtende mensen, klaar voor het gevecht om iedere vrijkomende stoel. Het lijken scènes uit een goedkope spionagefilm met dralende wachtenden, ogenschijnlijk alleen geïnteresseerd in de vogels, de lucht en de boompjes op het plein, maar ondertussen spiedend naar elke klant, die aanstalten lijkt te maken om te vertrekken.

     

    Omdat ik mijn terrasbuurman zopas heb zien afrekenen, weet ik dat in weinige ogenblikken ook in onze arena een struggle for chairs zal losbranden. Ik geniet al op voorhand en niet eens tien seconden nadat mijn buurman en zijn dame zijn opgestaan, zie ik de tsunami van terraswilligen vertrekken. De spionagefilm gaat naadloos over in een oorlogsprent. Vanuit alle hoeken en kanten stuiven de spionnen op de twee vrije stoelen af. Een enkeling probeert het van opzij, een magere, jonge knaap slalomt als een slang met doodsverachting tussen de tafeltjes en nog een paar anderen vechten zich de kortste weg via het gangpad, waar een gigantisch vrouwmens hen de weg probeert te versperren met een kinderwagen.

     

    Zoals zo vaak moet ook in deze race het enthousiasme de duimen leggen voor een weloverwogen tactisch plan. Met een triomfantelijke grijns neemt de knokige slangenmens één van de twee stoelen in. De verliezers druipen gelaten af. Eentje scheldt nog iets onbetamelijks tegen de dikke vrouw, die zich ondertussen, botsend tegen tafels en zittende klanten, een weg baant naar haar triomfator. Met een zucht van orkaangehalte plant ze haar dikke kont in het rieten stoeltje, dat kreunt onder zoveel lompigheid. De gigantische kinderwagen, een soort hybride kruising tussen een overdadig klassieke koets en een vervaarlijk ogende monstertruck, parkeert ze precies achter haar stoel, in het gangpad van het terras. Dat ze daarmee zowat de slagader van het café naar het terras dichtknijpt, lijkt het minste van haar zorgen.

    ‘Wij zitten en aan al de rest vegen we ons kloten…’ Je ziet het haar denken.

    Mensen zijn soms vreemde vogels.

     

    Een eerste monsterende blik leert mij dat we het niet echt getroffen hebben met onze nieuwe buren. Hij, zo knokig als een gespierde vulpen en zij zo rond als een Vietnamees hangbuikzwijn. Hij met een soort gemillimeterde neo-nazi-coupe en een nek vol tatoeages; zij met een eerder ondefinieerbare haarstijl van vettige geel-geblondeerde slierten en een gigantische uitgroei. Onder haar linker oog drie getatoeëerde tranen. Een Wim Delvoye-zwijn zou erbij verbleken. Allebei droegen ze eenzelfde soort vaalgrijs trainingspak en versleten sneakers. Ook zonder kijken ben ik ervan overtuigd dat in de kinderwagen een volgende generatie kansarmoede ligt.

     

    Maar goed, het is een zalige lenteavond, ik zit gebeiteld in tientallen surrealistische films door elkaar en mijn eega maakt rustgevende twinkelende geluidjes met het ijs en haar lepel in haar glas sangria. Even lijken Libië en Fukushima niet te bestaan. Ik ben dus absoluut niet van plan om dit fijne moment te laten verstoren door twee marginalen, die vlak naast mij hebben postgevat. Ik knik zelfs zowaar beleefd terug naar de gespierde vulpen als die zijn bek vol ontbrekende tanden naar mij bloot lacht en luidop boert. Zijn hangbuikzwijn staat inmiddels met haar immense bovenlijf in de kinderwagen gebogen en voert daar allerlei handelingen uit, die voor mij onzichtbaar blijven achter een immens hol in een vaalgrijze trainingsbroek.

     

    Maar zoals gezegd, het zal mijn pret niet bederven en ik geniet van het voortdurend wisselende schouwpel om mij heen. Serveersters die af en aan hollen met bestellingen, obers die de gasten op hun wenken bedienen, mensen die kijken en mensen die bekeken willen worden. Een film zonder begin en zonder einde. Een aaneenschakeling van scènes, gespeeld door acteurs, die hun eigen leven vertolken. Geen regisseurs die ingrijpen, geen producenten die commercieel succes moeten najagen. Hoeveel briljanter kan een film zijn zonder ooit te zijn gemaakt?

     

    En mijn marginale buren mogen dan Oscar-genomineerd zijn voor de betere bijrollen, zo ongeveer recht tegenover mij zit de onbetwistbare hoofdrolspeelster van deze prent. Haar ranke lijf beweegt amper. Alleen met haar hoofd volgt ze het leven op dit terras. In haar witte korte rokje met bijhorend jasje zuigt ze als een magneet ieders aandacht naar zich toe. Werkelijk iedereen -man én vrouw- treedt met de regelmaat van de klok uit zijn eigen gedachten om de hoofdrolspeelster te bewonderen. Bijen in een raat, bezig met zichzelf, maar voortdurend omkijkend om te checken of alles nog wel OK is met hun geliefde koningin.

     

    Het fascineert me mateloos en ik probeer uit te vlooien wat deze diva heeft, waardoor ze zich van de rest kan onderscheiden. Moeilijk! Ze is knap zonder perfect te zijn. Niet piepjong, maar zeker ook niet oud. Haar witte jasje heeft drie lage knopen en een diepe uitsnijding, die maar net de aanzet van haar borsten verbergt. Een deel van haar gezichtje zit mysterieus verscholen achter een grote zonnebril. Het lijkt een celebrity in prachtige eenvoud. Het enige wat misschien echt een beetje tot de verbeelding zou kunnen spreken is de sensualiteit van haar houding. Haar linkerbeen elegant over haar rechter geslagen, zacht wiegend met haar vrije voet, waardoor je constant de illusie krijgt dat ze bij iedere volgende beweging een minuscule glimp onder haar korte rokje zal gunnen. Je weet dat het maar héél even zal zijn en je beseft dat wie niet aandachtig genoeg is, het zal gemist hebben. Uiterst subtiel straalt ze uit dat er geen tweede kans komt.

     

    Het indringende gekrijs van een boreling rukt mijn gedachten weg uit haar zoete schoot en plant ze koud en rauw in de hybride kinderwagen op het gangpad. De knokige vulpen en zijn hangbuikwijfje kibbelen een eind weg over wiens beurt het nu is om aandacht te schenken. Geen van de twee lijkt over de verantwoordelijkheidszin te beschikken om het spontaan te doen. De vulpen zwicht voor de luider wordende stem van zijn eega. Lamlendig en verveeld rekt hij zich uit zijn stoel om een blik op zijn nageslacht te werpen. Met één hand houdt hij zijn sigaret vast en met de ander frutselt hij wat in de kinderwagen, maar het gekrijs wordt alleen maar scheller en indringender. Hij richt zich op, ruikt aan zijn vingers waarmee hij de kleine bepotelde en laat zich opnieuw in zijn stoel zakken.

    “Zeker niet gescheten”, zegt hij. “Honger waarschijnlijk.”

     

    Ik zou het in mijn ergste nachtmerries niet durven dromen, maar al snel blijkt mijn vrees bewaarheid te worden. Een uk, zó klein en verfomfaaid dat het amper een paar uur uit de moederkut lijkt geworpen, wordt uit het mobiele bedje gelicht en voor ik er erg in heb, ritst de moederkloek haar trainingsvest open en verschijnt een gigantische melktiet vanonder haar grauw-pluche truitje. Het piepkleine baby’tje lijkt haast nietig naast zo’n enorme homp vlees, maar vindt toch relatief snel -snuivend, klauwend en zuigend- zijn weg naar de moedersappen. Het gekrijs houdt meteen op van zodra het uk de donkerbruine tapkraan heeft gevonden.

    “Zie je wel… honger!”, grijnst de vulpen zijn bijna tandenloze mond wijdopen.

    Het hangbuikzwijn knikt bewonderend en lurkt rustig door aan haar sigaret, terwijl ze het laatste restje Duvel in één teug binnengiet. Multitasken, vrouwen zijn er verschrikkelijk bedreven in.

     

    Ondertussen ontstaat er in het deurgat van het café een klein dispuut tussen twee obers en een serveerster. Ze staan te veraf om te kunnen horen waarover de woordenwisseling gaat, maar er wordt druk gegesticuleerd. De serveerster druipt af met een gigantische ijscoupe die blijkbaar door niemand besteld is.

    Ook de hoofrolspeelster volgt de scene met aandacht. Even is ze niet het middelpunt van de wereld, maar van zodra de gemoederen in de deuropening weer tot bedaren komen, keren alle blikken weer naar haar. Net zoals daarvoor, hoeft ze daar niets speciaals voor te doen. Impressive!

     

    In de hoek van het terras krijgt een man ingehouden maar nadrukkelijk onder zijn kloten van zijn vrouw. Ook ik had al een tijdje gemerkt dat hij ronduit gebiologeerd in de richting van de hoofdrolspeelster zat te gapen. Naarmate de minuten verstreken, zag ik hem hoe langer hoe meer onderuit zakken om toch maar een glimp vanonder het korte witte rokje op te vangen. Ik weet niet of het hem gelukt is, maar in elk geval siste zijn jaloerse wijf hem streng tot de orde.

    Vaag, héél vaag en uiterst miniem, meende ik iets van een dromerige glimlach rond de mooie volle mond van de hoofdrolspeelster te ontdekken. Zou ze zich dan toch bewust zijn van de commotie die ze rondom zich veroorzaakt? God mag het weten.

     

    En dan, totààl onverwacht, staat ze plots op. In één vlotte beweging schuift ze haar zonnenbril nonchalant achterover in haar lange blonde lokken en kijkt ze mij vrank en recht in de ogen aan. Het hele terras lijkt enkele seconden gefreezd door deze plotse ommekeer. Niemand zegt nog iets, niemand beweegt, iedereen gaapt.

    Haar stem klinkt zacht en verleidelijk. “Ga je mee”, vraagt ze.

    “Ja”, zeg ik.

     

    Ik voel dat tientallen ogen in mijn rug branden van jaloezie als ik een half metertje achter haar het terras verlaat. Gloeiend van trots omdat de hoofdrolspeelster mijn teerbeminde is, kijk ik naar de mooie afgetekende rondingen van haar bips onder het korte witte rokje. Net onder het randje merk ik de afdrukken van de rieten terrasstoel in haar lange, blote benen.

    Achter ons ontstaat een nieuwe tsunami voor onze twee vrijgekomen stoelen.

     

    Thuis zal ik haar vragen of ze zich bewust was van het feit dat de helft van het terras onder haar rokje probeerde te gluren. Ik wed dat ze ‘ja’ zegt.

     

    Frederico Fellini is soms dichterbij dan je denkt…

     

    Luctor

    02-04-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    25-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Virtueel café
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    U heeft mij iets geleerd, waarde lezer. Echt waar! Uw verontwaardigde  reacties naar aanleiding van de column “Déja vu” waren zó talrijk dat mijn mailbox er bijna van openbarstte. Werkelijk iedereen was wel door iets geschoffeerd! Mannen schreeuwden bij hoog en laag dat ze géén versier-idioten waren, vrouwen vonden het dan weer belachelijk dat mannen naar verleidingsseminaries gingen om zich versiertrucs te laten aanmeten en zowat iedereen vond het schandalig dat ik in zoiets puurs als De Liefde durfde spreken over “jagers” en “prooien”. Aan ieder die tot één van deze drie reactiegroepen behoort, heb ik een boodschap: kust vierkantig mijn kloten en ga asjeblief uitzeiken op de maan! Daar loopt zó weinig volk rond dat je wellicht tot de slimste der natie wordt uitgeroepen!

     

    En tóch heb ik iets geleerd, waarde lezer. Een aantal reageerders noemde mijn column namelijk achterhaald. Misschien dat zij het wel bij het rechte eind hebben. Verleiden zou immers even passé zijn als pakweg de ‘Flower Power’ of ‘Mei ’68’. Anno 2011 wordt  blijkbaar niet meer versierd op café of in de jeugdclub of voor mijn part op het schijthuis… Neen, tegenwoordig heb je daar in een multimediale maatschappij een virtuele arena voor: de datingsites. Waar deze ‘fichenbakken voor een wanhopige  toekomst’ nog niet zolang geleden te vinden waren in ranzige VZW's voor de hopelozen van onze samenleving, daar zijn ze door de komst van het internet pijlsnel opgewaardeerd tot de hippe supermarkten der liefde. Rustig rondstruinen met je winkelkarretje tussen types, voorkeuren en droombeelden en meenemen waar je vandaag eens zin in hebt. Het leek me een goed idee om ook die wereld eens te gaan verkennen en eens uitgebreid te ‘shoppen’.

     

    Alleen, hoe begin je aan zo’n zoektocht als je amper de aan- en uitknop van je pc weet te vinden? Google lijkt mij een ideaal vertrekstation, al blijkt daar meteen dat ik inderdaad al heel wat virtuele treinen heb gemist. In minder dan één tiende van een seconde krijg ik liefst vierhonderdveertig miljoen pagina’s in mijn strot geramd, die op één of andere wijze gerelateerd zijn aan mijn zoekterm ‘dating’. Vierhonderdveertig miljoen! Als ik die allemaal moet doornemen vooraleer ik op jacht kan gaan, dan valt mijn eerste date gegarandeerd flauw van mijn lijkengeur van zodra ze me ontmoet. Bovendien moet je in dat gigantische aanbod ook nog de sites zien terug te vinden met de geile wijven uit je eigen regio. Wat ben je immers met een hete flamoes uit Timboektoe of Patagonië als je lul niet eens tot de achterdeur reikt…

     

    Een andere valkuil is de prijs. Nogal wat sites promoten zichzelf met ‘gratis’, ‘free’ en nog van dat aantrekkelijks, maar in de realiteit blijkt het pure bullshit te zijn. Akkoord, hier en daar kan je inderdaad wel gratis een profiel aanmaken, maar van zodra je met je winkelkarretje door de rayons wil rijden, begint je scherm neongewijs te flitsen met de logo’s van Visa, American Express, Gold Card en noem maar op. Ik heb dus al snel door dat je net als in de echte wereld, ook in dit virtuele liefdesparadijs eerst je portefeuille moet boven halen, vooraleer er dames zijn die interesse in je tonen. Omdat ik aan mijn teerbeminde heb wijsgemaakt dat ‘het voor mijn werk is’, staat ze toe dat ik onze zuurverdiende centen spendeer aan de wereld van de wildvreemde hitsigheid. Horny pussies, here I come!

     

    Ik moet eerlijk toegeven, waarde lezer, dat ik bij de opmaak van mijn eigen profiel een beetje hulp heb gevonden in de talrijke websites die je gratis op weg helpen om een zo aantrekkelijk mogelijk mens samen te stellen. Aanvankelijk snapte ik het niet zo goed, want de adviessite die ik had uitgekozen, predikte enerzijds eerlijkheid als ware het puur evangelie, terwijl het in één adem ook meldt dat je je goeie punten een beetje moet aandikken en je minpuntjes best niet vermeld… Dúúúh, zo kan ik het ook.

    Afijn, -voor ù het zegt, waarde lezer- ik besefte zélf ook wel dat eerlijkheid in mijn geval niet de meest gunstige uitgangspositie was. Het zal wellicht niet moeders mooiste zijn die zit te wachten op een dikke vetzak van boven de vijftig met twee kinderen ten laste. Voeg daar nog bij dat ik zó wankel op mijn kreupele poten sta, dat een rolstoel met ingebouwde schijtpot veel dichterbij is dan pakweg een romantische wandeling in de branding op een idyllisch eiland. Om maar te zeggen dat ik de óh zo geprezen eerlijkheid in mijn profielbeschrijving dus best een beetje geweld aandeed om toch tot een enigszins appetijtelijk geheel te komen, waar niet elke vrouw onmiddellijk weer bij wegschiet van zodra ze mij 'openklikt'.

     

    Om zeker te zijn dat er toch tenminste één vrouw op zou reageren, maakte ik dus naast mijn min of meer ‘eerlijke’ basisprofiel meteen nog twee bijkomende profielen aan. Drie Luctors op vrijersvoeten, het zou al gek zijn als er geeneen in de smaak viel…

    In het eerste fictieve profiel beschreef ik mijzelf als een adonistype. Sportief, gebronzeerd,  voorzien van een six-pack om U tegen te zeggen en een fluit waar zelfs een gemiddelde tuinslag bij opkrult van schaamte. 
    Als tweede keuze opteerde ik voor een geslaagde, niet onaantrekkelijke zakenman, die aan de leiding staat van een klein maar bloeiend IT-bedrijfje. Amper tijd voor ontspanning, maar wel bollend een chique auto, gekleed in de duurste maatpakken en dinerend in de meest exclusieve restaurants. Vanzelfsprekend!

    Bij geen enkel van de drie profielen zette ik een foto. Ik besef dat het weliswaar mijn kansen aanzienlijk zou verkleinen, maar het was in elk geval goedkoper dan nog snel een paar make-overs ondergaan om bij elk van de profielen het gepaste beeld te creëren. Mijn spannend afwachten kon beginnen.

     

    Wandelend doorheen de ‘rayons’ van verschillende datingsites -nu ik betaald had, kon ik er immers vrij rondkuieren- kwam ik al snel tot de ontdekking dat ik niet zo nodig hoefde af te wachten tot iemand op mijn profiel zou reageren. Zelf kon je ook namelijk ook actief deelnemen aan het leven van de virtuele liefde. Vrijwel elke site was ingedeeld in mannen, vrouwen en koppels. Maar voor de echte liefhebbers kon je nog veel verder doorklikken. Keuze zat! Hetero, homo, biseksueel, grote tieten, kleine tieten, geschoren of beboste kutten, pijpen als een Nilfisk, enz… Niet dat ik het heb nagekeken, maar ik wed dat je zelfs kan doorklikken tot het niveau dat de gewenste dame met haar gat moet kunnen wiegen als een waggelende Noord-Europese Korhoen.

     

    Ik leer ook algauw dat de ‘chatrooms’ eigenlijk de vroegere cafés zijn waar je met elkaar kan afspreken voor een babbeltje. Hier en daar wandel ik zo’n chatroom binnen, maar ik ben veel te bleu om mij in de gesprekken te moeien. Er is ook niemand die mij aanspreekt. Achteraf bekeken is dat ook wel begrijpelijk. Ik had geen foto toegevoegd, remember. De stamgasten zien je wel binnenkomen, maar ik begrijp dat zo’n onzichtbare nieuwe kerel niet bepaald vertrouwen opwekt voor een opwindende flirtbabbel. Want als er iets is dat ze daar kunnen in deze moderne computercafés, waarde lezer, dan is het wel flirten. Met rode oortjes volg ik de geile conversaties tussen de aanwezige stamgasten. Af en toe stijgt de temperatuur zodanig dat er twee aan mekaar voorstellen om ‘privé’ te gaan -whatever that may be- maar vaak ook gaat het gesprek gewoon door. En plein public…

    HIJ: “Ik vind je wel een aantrekkelijke vrouw en ik zou je best beter willen leren kennen”.

    ZIJ: “Ik wil je helemaal niet leren kennen, dude, maar als je mij eens staalhard wil neuken, dan ben je altijd welkom”.

    HIJ: “Misschien moeten we elkaar maar eens in real life ontmoeten. Laat ons morgen afspreken in de cafetaria van het centraal station. Ik zal te herkennen zijn aan een blauw hemd en ik zal een witte roos meebrengen.”

    ZIJ: “Laat die roos gewoon thuis, maar zorg dat je zeker je pik mee hebt. Ik ben te herkennen aan een kort zwart rokje en ik loop altijd sliploos. Dus als je overal eens gaat voelen en je pakt plots in een natte pruim, dan heb je mij gevonden. LOL.”
    My goodness...

     

    Het gesprek gaat zo nog een tijdje door en alras voel ik dat ik daar niet echt op mijn plaats ben. Ik heb tegen niemand in de chatbox gesproken en niemand heeft iets aan mij gevraagd. Meer dan een tijdje aan de toog gezeten en eens goed rondgekeken, heb ik eigenlijk niet. Wat dat betreft is een chatbox dus voor mij zoals het doordeweeks café van weleer.

     

    Afijn, om een lang verhaal kort te maken, vier dagen na mijn kennismaking met de virtuele wereld der moderne zoekenden, open ik mijn mailbox en vind ik tientallen reacties op mijn drie geposte profielen. De Adonis is de absolute topper, hoewel de meeste geïnteresseerde dames toch vragen naar een foto alvorens met mij in een virtueel gesprek te willen stappen. De zakenman doet het ook niet slecht. Minder vraag hier naar foto’s, maar wel een paar die interesse hebben om eens met mij uit eten te gaan. Zelfs eentje die werk zoekt…

     

    Alleen op mijn min of meer echt profiel is er beduidend minder reactie. Om heel eerlijk te zijn: slechts één! Een gescheiden vrouw van éénenveertig wil mij graag beter leren kennen. Haar mail is kilometerslang en staat bol van de schrijffouten. Op de ingesloten foto zie ik dat ze absoluut niet onknap is, al moet ik daar onmiddellijk aan toevoegen dat ze fenomenaal dwaas uit haar ogen kijkt. Bovendien stort ze meteen al haar ellende uit haar stukgelopen huwelijk over mij heen. Ze houdt van seks, schrijft ze, maar liefst niet van ‘al achter’. Pijpen vindt ze nog ‘tamelijk leuk’, maar ‘slikken’ doet ze dan weer niet. Ze heeft twee ‘kinders’, maar die zijn allebei al de deur uit. Ze is zelfs al oma. Haar dochter werd immers geboren toen ze zelf amper vijftien was. Misschien dat ik haar daarvan wel zou kunnen kennen, schrijft ze, want ze was al een keer op tv in een ‘program’ over tienermoeders.
    Nogal een geluk dat ze geen Noord-Europese Korhoenen kweekt, dacht ik. Twee minuten later heb ik mijn profiel op de datingsite verwijderd.  Ook de Adonis en de succesvolle zakenman!

    Leve de cafés, leve de jeugdclubs en leve de schijthuizen. Daar kon je je prooi tenminste ook nog ruiken en wie weet... proeven!

     

    Luctor

    25-03-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    20-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een fluitje van een cent
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Aaaarggg, gisteren nog eens een feestje gehad uit de echte oude doos. Heerlijk! Tientallen fantastische mensen en lachen, gieren, brullen tot in de kleine uurtjes.

     

    The morning after was navenant ellendig. Vreemd eigenlijk voor een geheelonthouder zoals ik. Een mens vraagt zich af hoe ik zonder één druppel alcohol dan toch vanmorgen aan dat brakke gevoel in mijn bek en aan die weeë maag kwam? Van zodra ik nog maar mijn ogen opentrok, wist ik al hoe laat het was. Alsof een woeste drilboor in mijn slapen tekeer ging. Om nog maar te zwijgen van die metalen spanband, die millimeter per millimeter rond mijn kop werd dichtgesnoerd. Even twijfelde ik zelfs om toch maar eens in de spiegel te checken of mijn muil niet langzaam in een snijboon aan het veranderen was. Maar goed, het feestje was super.

     

    Zo eens in de vijf jaar komen we nog eens samen. Allemaal oud-voetballers uit hetzelfde team, begin tachtiger jaren. Toen vijftien messcherpe bonken, blakend van gezondheid. Nu stuk voor stuk ouwe knarren van vooraan in de vijftig, de één al slechter op de been dan de ander. Een walhalla van knie- en heupprothesen, een bijeenkomst van buikjes op kreupele poten.

     

    De verhalen gaan aanvankelijk dan ook vooral over alle lichamelijke mankementen, die bij elk van ons in overvloed aanwezig zijn. Ze zijn het resultaat van een jeugd lang achter ballen hollen, van het niet meer kunnen ontwijken van moordende tackles en van botsingen die oorverdovend beendergekraak opleverden. Ieder verhaal kan ik met gemak linken aan mijn eigen voetbalervaringen en de tientallen opgelopen blessures. Naarmate de tijd vordert ben ik zowaar opgelucht dat ik “enkel” maar moet leven met krukken. En dan nog niet eens voortdurend. Some guys have all the luck.

     

    Naarmate de drank vloeit worden de verhalen sterker en straffer. De “weet je nog’s” volgen elkaar in ijltempo op en schateren wordt al snel bulderen. Verhalen van ‘ontsnappingen’ tijdens stages, van owngoals, van-niet-te-missen-missers en van bloopers allerhande, bezorgen mij aanhoudende lachkrampen in buik en kaken. Tegen de tijd dat de onvergetelijke douchescène van onze zwarte spits Victor Mkombé verteld wordt, ligt iedereen plat. Ik zal u de spitante details besparen, waarde lezer, maar weet dat deze zwarte medemens met stijfdicht geknepen ogen de shampoo uit zijn kroezels stond te spoelen, terwijl een ander er voortdurend shampoo aan het bijgieten was… Vier, vijf andere ploeggenoten profiteerden ervan om hem dan bij zijn meetlat lange slamassel in de douche rond te trekken. Hilarische momenten, waar ook Victor nu nog zijn stralend witte tanden om bloot lacht. “Schmerlappen”, giert hij het samen met de rest uit.

     

    Want als er nu één ding is waar voetballers altijd oog voor hebben, dan is het wel voor het fluitformaat van de ploegmaats. Ieder nieuw seizoen wordt er niet zelden met een loens oog gekeken hoe de nieuwe teamleden ‘scoren’ op meetlatgehalte. Nieuwelingen die er op het veld weinig of niets van bakken, krijgen toch ontzag in functie van het al of niet beschikken over een uit de kluiten gewassen glockenspiel. Iedere voetballer haalt immers opgelucht adem als bij de eerste trainingen blijkt dat hij niet de piccolo van het orkest is.

     

    Mannen lijken hun ego immers nogal vaak te koppelen aan de maat van hun snikkel. Draai en keer het zoals je wil, waarde lezer, maar het mannelijk gedeelte onder u zal het met mij eens zijn dat het belangrijk is te weten hoe jouw vogeltje gebekt is in het land der snavels. Niet zelden wordt dan compensatie gezocht in chique, snelle auto’s. Dat lijkt een cliché, maar ik heb er toch maar weinigen gekend die met beide voordelen mochten pronken…

     

    Nochtans, size doens’t matter blokletterde een typisch damesblad nog niet zo lang geleden. Een experte terzake vond dat alleen de extremen te vermijden waren.  Te groot schijnt pijn te doen en -putain, putain- voor de Arno’s van deze wereld is ‘’k èn e kleintje, mo ‘k schiete verre’ ook niet echt je van het.  Al de rest glipt er mooi in en uit en verschaft het nodige genot.  Het zou niet het werktuig zijn dat het verschil maakt, maar de werkman… Grote fluitdragers zouden immers zodanig bewust zijn van hun gigantische sekszwengel dat ze zich nog amper zouden afvragen wat een vrouw echt lekker vindt. Drillen en pompen kan namelijk iedereen, maar metname de grote Willy Wortel's zouden vergeten zijn om de handleiding des vrouwes grondig door te nemen. Could be…

     

    Al moeten we toch het nodige voorbehoud in acht nemen bij dit nogal kordate standpunt van deze slinger-experte. Immers, in een wetenschappelijke studie gepubliceerd in The Journal of Sexual Medicine, wordt precies het tegenovergestelde beweerd. Professor Stuart Brody van de University of the West of Scotland deed een onderzoek bij meer dan duizend vrouwen en kwam tot de bevinding dat size wel degelijk matters. Fluiten van meer dan veertien en een halve centimeter gunnen onze dames veel vaker een orgasme dan piezewieters die onder deze limiet blijven. Al dient hier eerlijkheidshalve onmiddellijk bij gezegd dat Brody’s visie eerder psychologisch dan fysisch bepaald is. Paarlustige deernes zouden het namelijk veel opwindender vinden om met een grote sergeant-majoor aan de slag te kunnen dan met een kleine rekruut, waardoor hun hitsigheid hen makkelijker tot een orgasme zou leiden.

    Een beetje zoals mijn teerbeminde altijd zegt: als de lengte en de dikte toch geen rol speelt, geef mij dan maar een groot kanon...

     

    Je zal dus als vent maar gezegend zitten met zo’n kleine pielemuis. Veel van die eerste-communie-gewapende kerels piekeren zich jarenlang suf wat er aan hun tv-worstje te doen is. Akkoord, waarde lezer, er bestaan vacuümpompen en cockringen, maar dat is volgens mij alleen te gebruiken tussen de lakens. Of zie je jezelf daar al staan in de voetbaldouche, met zo’n glazen stolp over je lulletje en dan pompen maar tot hij op aanvaardbare lengte en dikte is om er dan snel zo’n rubberen ring overheen te schuiven en dan doodgemoedereerd samen met je collega’s onder de douche te stappen? Ik dacht het niet.

    Cosmetische operaties zijn volgens het Internet zeer succesvol, maar wie er even tijd voor neemt om de echte serieuze medische websites op na te lezen, die zal al snel tot de conclusie komen dat dergelijke ingrepen bijzonder veel geld kosten, absoluut niet risicoloos zijn en in het beste geval een winst op leveren van één tot anderhalve centimeter. Alsof ze je met je piemeltje van 5 centimeter niet zullen uitlachen als je voordien drieënhalf scoorde. Ik dacht het ook niet.

     

    Inderdaad, waarde lezer, om van je mini-plassertje een grote afrikaanse ebbehouten broekslang te maken, heb je niet bijzonder veel mogelijkheden. Vroeger werd wel eens beweerd dat je er een touw moest aan vastbinden met aan het ander uiteinde een plastic zak voor een keisteen van een kilootje of twee. Maar ook dit zou ik niet aanraden. Het enige effect wat dit volgens mij kan hebben is dat je leuter na een paar weken weliswaar pikzwart wordt, maar geen millimeter langer. Tenminste als het touw strak genoeg aangespannen zit. Toch ook maar beter niet proberen, lijkt me.

     

    Neen, waarde lezer, als Onze Lieve Heer je niet bedeeld heeft met een flurk om U tegen te zeggen, dan kan je er maar beter mee leren leven. Gewoon niets van aantrekken, doen alsof het een bazooka is je waar vanop een kilometer afstand een tank mee kan opblazen en vooral véél damesbladen lezen, waarin week na week beweerd wordt dat de lengte er niet toe doet. En als het écht niet lukt om je te verzoenen met je kleine vriend, dan kan je nog altijd een zak-operatie overwegen. Dat schijnt het enige te zijn wat écht helpt. Naar verluidt is het een eenvoudige ingreep. Een fluitje van een cent, als het ware. Je balzak wordt losgesneden en gewoon een paar centimeter achteruit wordt geschoven, waardoor je lul evenveel centimeters meer diepgang krijgt. En dat is toch waar je het voor doet, niet?

     

    Alleen niet te gulzig willen zijn, want als de zak té ver naar achter wordt gezet, dan bestaat het risico dat je erop schijt…

     

    Luctor

    20-03-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    16-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Déja vu
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Woensdagnamiddag, achttien graden onder een staalblauwe lucht en een warmende lentezon. Mijn teerbeminde ondergaat op dit moment een laatste, pijnlijke behandeling. Maar het leed is geleden. Er is licht aan het einde van een twee jaar lange, donkere tunnel. Vanaf nu wordt ze alleen nog maar beter. En hoewel ik weet dat ze tijdens de behandeling pijn zal lijden, geniet ik toch van de omstandigheden. Voor het eerst sinds lang voel ik mij niet schuldig om het behaaglijk gevoel dat deze prille lente mij geeft.

     

    Ik wandel door het park aan Gasthuisberg. De laatste keer dat ik hier was, 16 augustus vorig jaar, kregen we verlossend nieuws. De prof voorspelde ons toen dat mijn eega opnieuw zou leren lopen. Ik herinner me haarscherp het hallucinante gevoel om dat verlossende nieuws te horen en terzelfdertijd een doodzieke man te zien, zijn gebroken lijf met drie buisjes gekoppeld aan evenveel baxters in een verplaatsbaar statief. Bevend als een riet voederde hij de eendjes in de kleine vijver. Zijn lichaam leefde nog, maar zijn ogen waren dood.

     

    Vandaag zijn we, dag op dag, zeven maanden verder. Mijn teerbeminde stapt opnieuw. De eendjes hebben kleintjes gekregen. Alleen de doodzieke man is niet te bespeuren. Niet aan de vijver, niet in park. Ik ben bang dat hij er niet meer is. Om één of andere reden heb ik zijn lijden gekoppeld aan het herstel van mijn teerbeminde. Mijnheer, ik ken u niet, maar ik zie u graag! Bedankt dat je daar en toen aan de vijver was. Naast pap en mam, hebben we in jou onze God gevonden…

     

    Het park leeft vanmiddag meer dan ooit. Misschien is het alleen maar mijn perceptie, maar voor mij lééft het. De tientallen perkjes met paasbloemen en voorjaarskrokussen verspreiden hun lieftalligste geuren. Vogels kwetteren dat horen en zien vergaat en de eerste insectjes dansen hun verleidelijkste lentedans. De zon lacht naar de slak die een glimmend spoor op het wandelpad achterlaat. De wereld glinstert. Overal waar ik kijk, zie ik vrijende beestjes en wandelende mensenkoppeltjes. Sommige lopen hand in hand, andere geven kusjes. Sommige koppels lachen, andere ook. Sommige fluisteren, andere zeggen niets en kijken alleen maar. Naar de staalblauwe lucht, naar de stralende zon, naar elkaar. De atmosfeer is gevuld met verleiding.

     

    Ik bedenk hoe bizar het is dat ik nog maar een paar dagen geleden een krantenartikel las, waarin ijskoud gesteld werd dat mensen niet meer kunnen verleiden. Bij de vrouwen zou het negatieve cijfer volgens de redacteur nogal meevallen, maar de mannen zouden absolute versieridioten geworden zijn. Voor gehaaide datingcoaches is dit natuurlijk gefundenes fressen. Verleidingscentra allerhande schoten als paddestoelen uit de grond en als wanhopige single krijg je keuze uit werkelijk tientallen verleidingsseminaries om je de verleidingstrucs voor veel geld eigen te maken. Ene Ross Jeffries speelt het zo mogelijk nog harder. De tweeënvijftig jarige nestor van de Temptation-community komt over dik een week van Amerika naar Europa afgezakt om elke love-nerd voor honderdvijftig euro uit te leggen hoe je vrouwen hoort te versieren. Als je binnen de negentig dagen na het seminarie geen drie vrouwen in je nest kan lullen, dan krijg je nog je geld terug ook. Hoeveel gekker kan de wereld nog worden?

     

    Maar Luctor zou Luctor niet zijn als hij hier geen oplossing voor zou proberen te vinden. Gratis, dan nog wel!

     

    In eerste instantie ben ik eens gaan rondluisteren in mijn kennissenkring en mijn directe omgeving. Hoe pakken ze het aan? Welke trucs werken? Waar zijn mannen en vrouwen gevoelig voor? Voor wie of wat gaan ze door de knieën?

     

    Mijn conclusie is simpel: verleiden is niet moeilijk. Je moet er alleen wel iets voor over hebben. Contact leggen, namelijk! En laat dàt nu tegenwoordig de grootste opgave geworden zijn. Onze maatschappij heeft ons hervormd tot einzelgangers. We leggen geen contacten meer. We praten niet meer met elkaar en al zeker niet met vreemden. Ga maar eens na bij jezelf. Je wordt uigenodigd op een feestje en de eerste gedachte die door je hoofd flitst is: ‘Fijn! Dankjewel”. Direct daarna schiet ons redeneringsvermogen in gang en beginnen we ons af te vragen hoeveel mensen we daar gaan kennen. Als blijkt dat dat er niet veel zullen zijn, dan gaan we op de rem staan. ‘Oei, met wie gaan we daar dan kletsen?’ Er zijn daar wellicht een paar tientallen mensen met boeiende levensverhalen, maar wij moeten ons zonodig afvragen met wie we gaan babbelen… We zijn namelijk geprogrammeerd om op onszelf te zijn.

     

    Bij het verleiden is dat precies zo. Het gebeurt al miljoenen jaren zo en het zal wellicht nog een paar eeuwen zo doorgaan. Tenminste als de wereld voordien niet naar de verdommenis gaat door natuur- en andere nucleaire rampen. Maar soit. Je ziet ergens de man of vrouw van je dromen, stap er dan ook op af en leg contact! Dat het niet altijd lukt, dat is nogal wiedes. Sommige mensen zijn nu eenmaal lesbisch, homo, niet geïnteresseerd of gewoon, simpelweg getrouwd. Soms zijn ze het allemaal samen. Pech gehad, er zijn nog zeven miljard andere exemplaren. Zo moeilijk kan dat dus toch niet zijn.

     

    Waar we het wel moeilijk mee hebben is de angst om afgewezen te worden. Alleen al de idee dat de ander ‘neen’ zou kunnen zeggen, maakt het ons nog moeilijker om er überhaupt op af te stappen en een gesprek mee aan te knopen. We wringen ons dan door duizend bochten en lopen in ons hoofd een rijtje openingszinnen af die nergens op slaan. Om één of andere reden denken we nog altijd dat een geslaagde openingszin de ander zal doen smelten. Forget it. De meeste van die oneliners die ik al hoorde waren ofwel seksistisch ofwel ronduit irritant. Ooit kwam een niet onknappe brunette op mij afgestapt en als introductie vroeg ze mij of ze mij al eens niet eerder had gezien.

    “Ja”, heb ik gezegd, “Dat klopt en daarom kom ik daar niet meer”. End of story. Trut.

     

    Om maar te zeggen dat je dat doorzichtige gedoe beter achterwege kan laten als je the love of your life wil veroveren. Veel meer dan woorden, is het immers de lichaamstaal van de ‘prooi’ die verraadt of je in aanmerking komt. Zorg dat de ander je gezien heeft en let dan op wat hij of zij probeert te vertellen door zijn of haar houding. Geklemde kaken en een samengetrokken mond als reactie op jouw hongerige blikken wijzen op weinig goeds. Gekruiste armen en verveeld zitten rondkijken zijn ook niet bepaald groen-licht-signalen.

    Anders is het als de ander het oogcontact met oogcontact beantwoordt. Een dergelijke reactie kan je al als een eerste positief teken inschatten. Tenzij ze staar heeft natuurlijk… Maar goed, als je merkt dat de ander simultaan je bewegingen overneemt, verzitten op de stoel, bijna gelijktijdig drinken of iets te knabbelen nemen, weet dan dat er interesse is voor je persoontje. Is de prooi een man en houdt hij zijn mond lichtjes geopend, dan spreekt daar een zeker verlangen uit. Bij vrouwen vertaalt zich dat eerder in het voortdurend aanraken van hun eigen haren of het subtiel opglanzen van haar lippen met haar tong.

    Schiet niet op de pianospeler als het eens een keertje mislukt, maar op deze eerste lentedagen wens ik eenieder die er nood aan heeft, veel plezier bij het verleiden.

     

    Ruim een uur heb ik door de Gasthuisberg-lente gekuierd als ik mijn teerbeminde weer ga ophalen. Ik vind haar in de wachtzaal en het uur pijn lijden heeft zijn sporen nagelaten. Haar lichaam is moe en gebroken na de zware behandeling. Maar haar ogen sprankelen als ze mij ziet. We rollen buiten de heerlijke namiddag in. Ze wil nog even door het park rijden en een beetje bekomen, vooraleer de lange rit weer naar huis aan te vatten. Het voelt beklemmend om voor het eerst na maanden weer een rolwagen voort te duwen. Maar mijn eega geniet. En ik met haar!

     

    “Die prof was nog een knappe man”, zegt ze. “Mooie donkere ogen en een prachtige mond, met van die volle lippen, die altijd een klein beetje uit elkaar staan.”

    Met haar vinger draait ze krulletjes door haar lange blonde haren en ze glimlacht mijmerend. Ik kijk, ik lees de lichaamstaal, maar ik zwijg. Ik besef dat ik niet jaloers mag zijn op de man die haar weer gezond maakte.

     

    Morgen word ik éénenvijftig… Maar in deze sfeer van lente en met deze vrouw aan mijn zij, voelt het als de eerste dag van de tweede helft van mijn leven.

     

    De parkbloemen geuren nog steeds,de vogels kwetteren nog dat het een lieve lust is en de atmosfeer is nog altijd gevuld met verleiding. Ik ben zot van mijn wijf!

     

    Luctor

    16-03-2011 om 18:35 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (12 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    11-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tijd voor een Wereldmannendag?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    "Het feminisme is niet dood! Tijd om de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen verder te bevechten." Het zijn de strijdvaardige woorden van zangeres Annie Lennox, naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de internationale vrouwendag, van afgelopen dinsdag 8 maart. Nu vind ik het persoonlijk nogal ongeloofwaardig om Lennox als prototype voor 'de vrouw' op te voeren -voor zover ik kan beoordelen heeft ze tet noch vorm-, laat staan dat ik haar oorlogszucht zou delen. Ik dacht namelijk dat de strijd al lang gestreden was. Dat de Dolle Mina's in de jaren zestig op de barricades klommen en rituele beha-verbrandingen uitvoerden, dààr kan ik inkomen, maar is het maatschappijbeeld intussen niet zodanig veranderd dat gelijke kansen een feit zijn? 

    Hoeveel méér kan je willen als vrouwenbeweging, vraag ik mij af? Dat ook de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen worden afgeschaft…? Eerlijk gezegd vrees ik dat de dames nóg een stapje verder willen. Óf de mannen worden afgeschaft, tout court, óf ze mogen blijven, maar dan moeten ze zich vooral op de achtergrond houden. In de ogen van de echte vrouwen-guerilla zijn mannen immers niets meer dan de mestkevers in een ideale vrouwenmaatschappij. Een noodzakelijk kwaad dat sperma levert. Een lul, waar helaas nog een heel varken aan vast hangt...

    Volgens mij gaat het trouwens al lang niet meer over gelijke behandeling. Het gaat hem over het feit dat een vrouw moet kunnen doen wat ze wil. No matter what, no matter how! De vent waarmee ze samenwoont, moet gewoon zijn muil houden en gaan werken. En zich vooral niet bemoeien met wat zijn vrouw wil! Wil ze uit werken gaan? Prima! Ze kan daar zelf over beslissen. Wil ze liever huisvrouw worden om zich dagelijks bezig te kunnen houden met het aantal koters dat ze op de wereld heeft gezet en waarvan zij -en zij alleen- bepaald heeft hoeveel het er zijn? Ook prima! Ze doet maar. Wil ze liever geen kinderen en gewoon een hele dag met haar luie reet in de zetel hangen? Moet kunnen! Iedere vrouw moet het recht hebben om zelf haar leven in te delen zoals ze wil en voor de rest moet de wereld zich daar maar naar aanpassen. En dan vooral de masculine wereld. Dààr gaat het volgens mij om! Als man krijg je in ruil de oneindige eer om je vooral gedeinsd te houden, om te mógen zorgen voor een vast inkomen, om de was en de plas te doen en om je vooral niet te bemoeien met hààr keuze. Dàt is wat de moderne vrouwenbeweging wil. Women rule!

    Alle middelen zijn goed om het gestelde doel te bereiken. Op de Internationale Vrouwendag van afgelopen dinsdag hoorde ik een Dolle Mina van het Vrouwen Overleg Komitee verkondigen dat het een schande is voor het vrouw-zijn dat een werkneemster van de Hema werd ontslagen, omwille van het feit dat ze een hoofddoek droeg... En dat op de honderdste verjaardag van de Internationale Vrouwendag. Stel je voor! Een regelrechte schande, dàt was het. Niet meer, niet minder...!!!
    Kan iemand mij misschien asjeblief eens komen uitleggen waar het verband zit? Ik zou in zekere zin nog kunnen volgen dat het een schande zou zijn dat de hoofddoek-werkneemster werd ontslagen omwille van culturele en racistische ongelijkheid, maar wat heeft die hoofddoek te maken heeft met gelijke kansen tussen mannen en vrouwen? Of dacht die Domme Mina misschien dat een mannelijke werknemer niet zou ontslagen worden als hij naar zijn werk zou komen in de traditionele klederdracht van de Bosjesmannen, inclusief het fluit-oprolsysteem? Weet je, waarde lezer, zoals zo vaak is fundamentalisme en onverdraagzaamheid het moordwapen van het ideaalbeeld.

    En dat ideaalbeeld van de Internationale Vrouwendag was initieel nochtans een prachtig uitgangspunt, vind ik. In feite was het een herdenking van de eerste vrouwenstaking op 8 maart 1908 in New York. De staking was gericht tegen de onmenselijke arbeidsomstandigheden in de textielindustrie, maar als snel breidde de beweging zich uit tot de verbetering van de vrouwenrechten in het algemeen en het vrouwenkiesrecht in het bijzonder. Drie jaar later, in 1911, mondde het initiatief uit in de Internationale Vrouwendag. Was het thema toen nog "Brood en Rozen" -een oproep voor overleven en levenskwaliteit-, later, tijdens de tweede feministische golf in de jaren zeventig, werd met "Baas in Eigen Buik" vooral rond anticonceptie en seksueel geweld gewerkt. En waar staan we nu? "Dood aan alle mannen?" Brrrr! Hoe mooi zou het zijn om de energie, die verkwist wordt aan de strijd tussen de seksen, te herkanaliseren in een gezamenlijke strijd tegen scheefgelopen gedragspatronen en fundamentalistisch denken. Daar zou je pas een eind mee vooruit komen, me dunkt.

    Wat kunnen vrouwen anno 2011 zich eigenlijk nog extra wensen, vraag ik mij af. We hebben al toegegeven dat de dames met dank aan de oestrogenen een beter immuunsysteem hebben dan mannen. Dat ze daardoor gemiddeld een aantal jaren langer leven dan mannen, is ook correct. Zeggen dat vrouwen slimmer zijn dan mannen, gaat dan weliswaar te ver, maar feit is in elk geval dat toch meer vrouwen dan mannen afstuderen en diploma's halen. Recent werd trouwens ook nog aangetoond dat vrouwen door hun groter vermogen tot luisteren, multitasking en coaching, betere bazen zouden zijn dan mannen. Ook dat onze dames slechter kunnen autorijden, durft al lang niemand meer te beweren. Bovendien is uit recent onderzoek dan ook nog eens gebleken dat ze meer feeling zouden hebben om vliegtuigen te besturen en boten over de oceanen te loodsen. Waarheen ik ook drijf, aan mijn roer staat een wijf...

    Je zou dus terecht kunnen denken dat de vrouwen werkelijk al àlles hebben en zich niets meer zouden kunnen wensen. Waarom is een Internationale Vrouwendag dan nog nodig, vraagt een mens zich af. Vrouwen zijn al baas in de tuin. 't Is te zeggen, de mannen mogen wroeten en wieden dat hun vel aan de schopsteel blijft hangen, maar vrouwen zetten wel de toon als het om de inrichting van de tuin gaat en om het type planten wat daarvoor gekocht wordt.
    Uit een andere bevraging is dan weer gebleken dat in drieënzeventig procent van de reislustige gezinnen de vrouwen beslissen wat de uiteindelijke reisbestemming wordt. Voeg daar nog bij dat het meestal de vrouw des huizes is die de centen beheert, dan rest ons, mannen, hooguit nog de zapper.
    Wordt het dan niet eerder tijd voor een Internationale Mannendag?

    Misschien wel, denkt de Amerikaanse psycholoog Paco Underhill. Naast alle facetten waarin de vrouw effectief  beter is dan mannen, onderzocht mijnheer Underhill wat vrouwen nog op hun verlanglijstje staan hebben. Het resultaat is verbijsterend. Zo blijken de dames nog een waslijst van wensen te hebben en helaas voor het mannelijk deel van de bevolking, gaan de meeste van die wensen ten koste van de man. In die mate zelfs dat de psycholoog ervan uitgaat dat het enkel 'a matter of time' is vooraleer de dames de man louter zullen aanzien als een exotisch huisdier.

     

    Eerlijk gezegd, schrok ik nogal toen ik het wanted-lijstje van de dames onder ogen kreeg. Je zou toch verwachten dat de vrouwen vooral respect en erkenning willen voor wie ze werkelijk zijn. Maar wat blijkt? In de top vijf van dingen die ze écht nog willen, staat -met alle respect- niets dan onnozelheid. De grote leegheid des levens. Zo willen de dames vooral ijsjes en snoepjes kunnen eten zonder zich zorgen te moeten maken over vetrandjes en cellulitis… Op straat willen ze graag nagekeken worden, maar dan alleen door knappe kerels… En op regelmatige basis willen ze hun liefde graag bevestigd zien door cadeautjes, zonder dat ze manlief daarvoor hebben moeten hinten. Maar bovenal willen ze allemaal een vent aan de haak slaan met de looks van Brad Pitt, met de brains van Albert Einstein en met de portemonnee van Bill Gates…

     

    Affijn, misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen, misschien was mijn dunk te hoog of misschien heb ik onze dames gewoon verkeerd ingeschat, want dit lijstje van ultieme verlangens valt mij dik tegen. Als je het mij vraagt, dan is het zelfs niets meer dan een lege doos. En geef toe, welke vrouw heeft dààr nu iets aan? Aan een lege doos, bedoel ik…

     

    Op naar 4 oktober… Werelddierendag!

    Als exotisch huisdier hebben de mannen daar tenminste ook iets aan…

     

    Luctor

    11-03-2011 om 19:56 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    06-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Luctor on stage
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Het is zover!    Het is zover!

    Theatergezelschap OXELVOGT voert een totaal-theaterproductie op met de teksten van Luctor.
    "Luctor geeft zich bloot" wordt een een intieme theatershow met muziek, video-art en vooral veel voorlees-literatuur.
    En omdat het de allereerste 'on stage' is, doet Luctor zelf ook zijn duit in het zakje...
     
    De  avant-première-voorstellingen vinden plaats in zaal Opsenter in Sint Laureins (Leemweg 24) op vrijdag 20/05 en zaterdag 21/05
    (deuren open om 19u - voostelling stipt om 20u30).
    Het spreekt vanzelf dat u daar als trouwe lezer op uitgenodigd bent!!! Meer zelfs, U mag dit niet missen!!!
     
    Het is evenwel de boodschap om vooral niet te lang te wachten om uw kaarten te reserveren en nu al te laten weten welke van de twee avonden je verkiest en met hoeveel personen je komt.
    Kaarten bestellen kan via 0471/64.20.33 of via jimmy.vanrumste@telenet.be of via lievenlive@hotmail.com of via 09/379.05.50.

    We
    laten uw kaarten dan wel aan de ingang leggen op uw naam en betalen kan je dan ter plekke. (inkom 3€ per persoon).
     
    Be there!!!

    PS: u zal het mij vergeven, waarde lezer, dat in de komende weken de columns op een trager tempo zullen verschijnen. Mijn dagen zijn voorlopig méér dan gevuld met regie en repetities!

    Tot dan (oog in oog)
    Luctor

    06-03-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (7)
    27-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hamerende heipalen en ziedende gitaren
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zaterdagavond en geen zak op tv, behalve een zoveelste kutshow die mensen moet aanzetten om centen op te hoesten voor ‘Kom op tegen kanker’. Begrijp me nu niet meteen verkeerd, waarde lezer, ik heb totaal niets tegen inzamelacties voor welk goed doel dan ook, maar moet dat altijd via televisie gebeuren? Ik geef àltijd en aan iedereen, maar ik wil ook wel eens een beetje verstand-op-nul-ontspanning. Zeker op zaterdag. Een mens heeft een week lang zijn kloten afgedraaid in de fabriek of op kantoor en als dan eindelijk je vrije zaterdagavond aanbreekt, dan krijg je me daar een zak intrieste ellende over je kop gestort… Niet normaal. Trouwens, wie kijkt daar nog naar? Geen kat! Iedereen zapt maar wat rond of kletst een eind weg. Tegen het einde, jààà dan zijn we present om te zien of het recordbedrag van vorig jaar weer werd gebroken. Hoera voor onszelf! On-be-grijpelijk… Maar goed, ieder zijn meug, zei de boer en hij neukte zijn varken.

     

    Ik herinner me evenwel dat ik een paar weken geleden een uitnodiging had ontvangen voor een optreden van een beginnend bandje. Na jaren in de muziekjournalistiek, gebeurt dat wel vaker; om niet te zeggen dat je je soms afvraagt of die klote-uitnodigingen nóóit zullen stoppen! Soit, driekwart kieper je dus -met of zonder begeleidend cd’tje- gewoon de vuilbak in, maar af en toe ben je blij dat je toch nog niet helemaal vergeten bent in de rockscene. Op een avond dat er niets anders op tv is dan een kutshow, bijvoorbeeld…

     

    Naarstig op zoek in de dozen vol oud papier -goed dat het pas maandelijks een ophaaldag is- vind ik na een kwartiertje wroeten en papierstof vreten, de uitnodiging. Er zat geen demo-cd’tje bij, maar ik herinnerde mij de uitnodiging omwille van de bandnaam ‘Worst Case Fellatio’. Welke kuttekop noemt zijn groepje nu ‘de slechts mogelijke pijpbeurt’, vroeg ik mij af?. Afijn, zoals ik al zei ‘de boer neukte zijn zeug’ en what’s in a name…

     

    Wat me vooral intrigeerde, meer nog dan de naam van de band, was de handgeschreven biografie, die bij de uitnodiging zat. Zo zouden alle leden van de groep -en dat waren er zeven, zo telde ik bij de bezetting- al een ‘ellenlange muziekcarrière’ achter de rug hebben. Het leek godverdomme wel als of het tégen hun zin was, dacht ik. Maar goed, de bio leerde mij verder dat ze na een lange zoektocht uiteindelijk de juiste mensen hadden gevonden, met dezelfde ingesteldheid en dezelfde interesses. Een demo-cd hadden ze niet bijgevoegd, schreven de ontgoochelde gepijpten, omdat die digitaal zou kunnen bewerkt zijn en derhalve een mogelijks onjuist beeld zou kunnen geven van hun live-performance. Ze gaven toe nog op zoek te zijn naar de perfectie in hun muziek en dat het niet hun intentie was om iedereen te overtroeven met beweringen dat zij de nieuwe Nine Inch Nails zouden zijn. Daar zouden wij, de concertbezoekers, wel achter komen nadat we ons door Worst Case Fellatio hadden laten slopen…

     

    Nu moet ik toegeven dat ik zelf nogal een fan ben van Trent Reznor, voorman en creatief brein achter de muziek van Nine Inch Nails en bij uitbreiding van de industriële rocksound van topgroepen als Einstürzende Neubauten, Ministry en onze eigen Front 242. De keuze tussen een avondje wall of sound rock en een saaie inzamelshow met prominente aanwezigheid van opperstrandjanet Peter Van de Veire, was dus snel gemaakt. Ook al moesten we daarvoor naar de middle of nowhere, ergens in het Westvlaamse achterland.

     

    Het is rond halftien als ik de auto parkeer op een sompig stuk land, achter de immense stallen van een varkensboerderij. De lucht is vochtig en de indringende stank van duizenden varkens irriteren mijn luchtwegen van zodra ik het autoportier open. Vanuit de verste stallen wringt een brei van oorverdovend geluid zich de koude avondlucht in. Mijn teerbeminde is al meteen in de juiste mood als ze met haar spiksplinternieuwe daim laarsjes tot boven haar enkels in de modder en de stront zakt. De ene godverdomme na de andere spuit groengiftig uit haar nochtans -over het algemeen- uiterst propere en zuiverende mondje. Onze Jarne, nog drie keer slapen en hij wordt tien, gooit zijn lange manen ruglang achterover en knipoogt in mijn richting. Zijn gezichtje verraadt spanning om wat er te gebeuren staat en tegelijk ook ingetogen monkelpretjes over de tientallen godver’s die mijn eega de lucht inspuugt. Voor hem is het zijn eerste live-optreden ooit en noch de varkensstank, noch de blubberwei zullen zijn excitement bederven. Zijn avond kan al lang niet meer stuk.

     

    Het voorprogramma verlaat net het podium als we de zaal annex leeggemaakte stal binnenkomen. Het verwondert me hoeveel volk er is en de lucht voelt broeierig, warm en vochtig. Er hangt een doordringende geur van weed. Heel de zaal door . Vooraan doet een oplegger dienst als geïmproviseerd podium en achteraan vormen een paar planken op schraagjes een bar. Op een A4’tje boven de vijfkoppige tapdienst, heeft iemand met vette alcoholstift geschreven dat er bier, colaa en watter is. Geen gezeik met glazen of bekers. Alles komt uit flesjes en alles kost één euro.

     

    Worst Case Fellatio komt zo meteen op, roept iemand vanop het podium. Wat er ook van zij, hier in dit Westvlaamse gat kan de band alvast prat gaan op een hele schare fans. Vrijwel iedereen loopt met een zelfde zwarte t-shirt rond.Vooraan, een klein geel logo van iets wat op een stijve fluit lijkt met daarboven de letters WCF. Op de rug, in een kromme boog, de voluit geschreven bandnaam in diezelfde gele letters.

    De zaal joelt als dezelfde roeper nogmaals aankondigt dat Worst Case Fellatio zo meteen zal beginnen. Flesjes gaan de hoogte in en bier, colaa en watter spatten verspillend omhoog als waren het lavende fonteinen.

     

    Lichten uit, aardedonker. Twee blauwe spots en één roze spreiden een spookachtig kleurendeken over podium en zaal. Het gejuich van de fans is oorverdovend, maar verdwijnt in het niets als een loeiharde beat door de speakers de komst van de groep aankondigt. De drummer komt op. Het gejoel van de lokale fans die hun dorpsgenoot en vriend herkennen bereikt ongekende hoogte. Hij gaat achter zijn casserollen zitten en begint gretig en vooral oorverdovend mee te kletsen met de monotone beat die nu al minutenlang uit de speakers knalt. Twee gitaristen volgen hem op de voet en pluggen in. Elk op een uithoek van het podium. De bassist komt er vlak achter aan en posteert zich ritmesectiegewijs vlak naast de drumkit.

    De twee keyboards, waarvan één uitgerust met een hele batterij computerschermen, staan vlak naast elkaar, centraal op het podium en worden bevrouwd door twee vrouwelijke groepsleden. Eentje lijkt met haar netkousen en jarretelles zo weggelopen uit een ordinaire pornofilm. Haar stevig uit de kluiten gewassen vriendin zou met haar groen KSA-t-shirtje en haar grijze rokje best wel de dochter van de varkensboerderij kunnen zijn. Als ook zij hun versterkers aanklikken en hun geluid toevoegen aan wat er al staat, dan wordt de sound zó overweldigend dat je amper nog muziek kan herkennen.

    Maar geen westvlaamse fan die erom maalt, want als ook de zanger zijn opwachting maakt, gaat het dak volledig van de stal. Bier, colaa en watter plensen op ons neer, als was het een malse regenbui. De graatmagere zangslungel van dicht aan de dubbele meter, vat wijdbeens post vooraan op het podium en blikt arrogant de zaal in. Zijn gitzwarte haren staan in pieken overeind en zijn marcelleke hangt aan zijn lijf als een vlag op een dag zonder wind.

     

    De muur van geluid zwelt zo mogelijk nòg aan en doet pijn aan mijn oren. Ik heb te doen met de duizenden varkens die in de aanpalende stallen zitten. Een ziedende bassdrum dreunt vermoedelijk een dikke zeven op de schaal van Richter en in een soort engels voor mongolen proclameert de levenloos aandoende zanger plots de eerste zinnen uit één van mijn favoriete Nine Inch Nail nummers:

    You let me violate you
    You let me desecrate you
    You let me penetrate you
    You let me complicate you
    I wanna fuck you like an animal

     

    Niet eens een uur later staan we weer buiten. Mijn eega met haar laarsjes nu vol opgedroogde modder en stront, ik met barstende koppijn en mijn zoon die vond dat het binnen stonk naar iets ‘raar’. Alle drie waren we getuige geweest van het slechtste optreden ever. Worst Case Fellatio liet ons ternauwernood ontsnappen aan een overdosis razernij, aan hamerende heipaaldrums en ziedende gitaren. Alles overgoten met een klonterige, smerige saus uit keyboards en ritmeboxen. WCF speelde geen set. Ik vermoed zelfs dat ze het niet eens probeerden. Maar hun handgeschreven biografie waren ze alvast trouw gebleven. Hun doel was bereikt. We waren gesloopt!

     

    Ik kijk naar mijn zoon, die vlak voor mij uit terug naar de auto stapt. Strakke zwarte jeans, zwarte sneakers en een zwarte sweater met een fluo doodshoofd.

    Zijn gezichtje verraadt wat hij denkt: ‘Het stonk daar naar iets raar, maar this is it! En Peter Van de Veire is een strandjanet…’

     
    Luctor

    27-02-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    24-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Airwick
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is weer eens één van die weken. Van de ene verbazing in de andere. Wat heet ‘turbulente dagen’? Stront en beulingen van zodra je je ogen opent, tot je ze weer sluit. Radio, televisie, kranten..., overal moeten bijkomende zenduren of extra pagina’s worden ingelast om het nieuws te kunnen volgen. En wat dan gezegd van ons, arme burgers, die het ene na het andere wereldschokkende te verwerken krijgen? We hebben niet eens de tijd om goed en wel met onze ogen te knipperen bij het horen dat onze Koning plots een halfzus heeft, of twee tellen later staat er zowaar een nieuwbakken bastaardbroer op?

     

    Maar goed, wààr Koning Leopold III overal met open benen werd ontvangen, dat doet eigenlijk niet terzake. Zowat driekwart van de wereld rijdt met de regelmaat van de klok wel eens een scheve schaats, waar zou je dan het recht halen om een lul met een tricolore bandje dat plezier te ontzeggen? Het Royale Zaad van Leopold was evenwel van betere kwaliteit dan dat van zoon Boudewijn en dus heeft de laatste Leopold in rij helaas ook elders af en toe prijs geschoten. Ingeborg Verdun, is daar het nakomelijk gevolg van. De plots opgedoken halfzus van onze Albert moet naar het schijnt verwekt zijn toen Leopold III zijn Koninklijke fluit herhaaldelijk in de kunstschaatsende pruim van de Oostenrijkse Liselotte Lindbeck heeft laten glijden.

    Maar er is meer: onder het motto “Moi, je suis Belge, mais mon zizi est international”, verwekte onze toenmalige vorst blijkbaar ook nog een bastaardjong bij een of andere hete francaise. Het exponent van dàt ‘schot in de doos’, Michel Didisheim, werd later kabinetchef bij zijn halfbroer Albert benoemd. Maar of de twee ooit gezamenlijk nieuwjaarsbrieven hebben voorgelezen, valt toch te betwijfelen. Om maar te zeggen dat het een heet ras is, die Van Seksen-Coburgs.

     

    En wat dan te zeggen van Vlaams Minister Ingrid Lieten (sp.a), die in een ongelukkig moment een email laat vertrekken, waarin ze over haar collega’s van de CD&V en NV-A in de Vlaamse Regering zegt dat het ‘uit teflon en gewapend beton opgetrokken gevoelloze karikaturen zijn’. Niet netjes, lijkt me.

    Erger wordt het als het rapport van het Comité P bekend gemaakt wordt. Het comité stelt daarin onomwonden dat de speurders cruciale fouten hebben gemaakt bij het onderzoek naar de moord op Annick Van Uytsel. Had men die fouten voorkomen, dan was Ronald Janssen al veel eerder aangehouden geweest en hadden Shana Appeltans en Kevin Pauwels nu nog geleefd. Ook niet bepaald om vrolijk van te worden, niet?

     

    Dat ondertussen heel de Arabische wereld in lichterlaaie staat, daar wordt een mens al evenmin opgewekt van.  Na Tunesië, Egypte, Jemen en Bahrein, lijkt de hel nu pas echt losgebarsten in Libië, alwaar beroepskampeerder Kadhafi de kanonnen nu gewoon op zijn eigen bevolking richt. Een mens vraagt zich af hoelang de wereld nóg zal toekijken vooraleer ze Kolonel Excentriekeling vanonder zijn belachelijke witte paraplu zullen wegrukken. Misschien wachten ze gewoon tot de paraplu vol rode bloedspatten zit… Dat kan ook natuurlijk.

     

    Toch kwam het meest tragische nieuws uit ons eigen land. Hét koppel van Vlaanderen, hét toonbeeld van onverwoestbaarheid, van wederzijdse tolerantie en respect, van pure liefde tussen schrijver en muze… dàt koppel is uiteen. Yep, Herman Brusselmans en Tania De Metsenaere zijn niet langer samen. Ik ben zowaar geschokt. Zeker omdat ik dacht dat Herman en Tania zowat in elkaar gesmolten waren. Hij met al zijn Hamse nukken; zij vanonder het schoonste duivenkot op spuugafstand van het Witte Huis… Ze leken voor mekaar te zijn geboren. Als pannetje en dekseltje echt bestonden, dan was het wel ten huize Brusselmans. Maar goed, het is blijkbaar over and out, al willen ze het allebei nog niet echt toegeven. Tijdelijk elkaar iets meer ruimte geven, zeggen ze. Ja, dan weet je wel hoe laat het is bij de ‘ex-drummer’ en ‘het mooie kotsende meisje’. Jammer, maar helaas.

     

    En al die gore ellende kregen we in amper een week tijd over ons heen gestort. Gelukkig is er VTM. Hoeveel droefnis er ook in de wereld is, altijd hebben ze daar in Vilvoorde wel een ‘klassevol’ programma dat een mens de kommer en kwel laat vergeten. Misschien biedt het zelfs een oplossing voor Tania en Herman Brusselmans. Er is nog hoop! Een relatiebreuk hoeft immers niet het einde van hun geluk te betekenen. Dankzij de commerciële zender. Kijk maar naar Wendy Van Wanten, die enige jaren geleden haar Franske vond uit meer dan vierhonderd kandidaten in “Wie wordt de man van Wendy”. Phaedra Hoste probeerde het daarna ook en nu is het zelfs de beurt aan Pieter Loridon, de bruingebakken basketgod uit Antwerpen, die in de Deense Jill Andersen zijn droomprinses leek gevonden te hebben, maar al even snel weer op straat stond.

     

    Wie deze week de kick-off-aflevering van “Wie kiest Pieter” heeft gezien, weet dat liefst duizend gewillige vrouwen zich hadden ingeschreven om de toekomstige van Pieter Loridon te worden. Een veertigtal uitverkorenen had de rijzige bastketter uit die duizend geselecteerd en die mochten zich deze week bij hem aanbieden op een speeddate. Het resultaat laat zich raden, beste lezer: een geil kutslijmspoor van in de zaal met wachtende kandidates tot aan het tafeltje bij de Antwerpse vrouwenmagneet, een stoel die vermoedelijk om de paar vrouwen moest worden vervangen wegens totaal doorweekt en van daaruit een nieuw kutslijmspoor naar de uitgang voor de geselecteerde dames. Voor hen die niet goed genoeg waren bevonden, restte het tranendal. Kortom een programma, nog platter dan spuitende diarree.

     

    De ex-Antwerp Giant werd in zijn zoektocht bijgestaan door drie vrienden. Zij konden in een aanpalend kamertje alle speeddate-gesprekjes volgen op een tv-scherm. Deze Raad der Wijzen werd zo’n beetje geleid door Johanneke Hagenbeek, een Hollandse nuchtere die een mediabedrijfje schijnt te runnen, maar vooral een soulmate is van Pieter. Als Pieter dan toch zo’n fantastische kerel is zoals ze hem lyrisch beschreef, waarom trouwt ze er dan zelf niet mee, vroeg ik me af?

    Afijn, in haar adviserende taak wordt ze bijgestaan door nog twee close friends van Loridon: journalist Michaël Schouwaerts en collega basketter Thomas Lamot.  Het is mij niet helemaal duidelijk geworden wat hun rol in de Raad der Wijzen is, maar aan hun commentaren te horen, gaven ze mij sterk de indruk vooral geïnteresseerd te zijn in de afvallertjes van Loridon. Het zaad van een maat kan immers nooit kwaad.
     

    Welke dames de revue passeerden in “Wie kiest Pieter”, grenst werkelijk aan het onwaarschijnlijke, waarde lezer. Het leek wel een datingprogramma voor look-alikes. Op één of andere wijze leken quasi al die vrouwen op elkaar. Ware het niet van uiterlijk, dan toch zeker van gedachtengoed. Alsof er een blik hitsige deernes was opengetrokkenn die allemaal hetzelfde uitstraalden: ‘ik ben oliedom, maar ik vind mijzelf een poppemieke mét een visie en ik ga hier meteen alles in de strijd gooien om mijn idool binnen te doen’.

    “Ooooh, gaai jet schoëin oëgen”, kirde er eentje. “Helderblauw… Amaaaaai”.

    “Môh neeje”, zei onze basketter, “Main oëgen zaain graaisgruun”.

    “Lot ma ies van diecht zien”, replikeerde het geile wijfje weer en ze boog daarbij zóver voorover dat Pieter zowat in haar décolleté verdronk.

     

    Een andere kandidate deed het nog een stuk makkelijker. Die had gewoon een naaktfoto van zichzelf meegebracht om de basketter te imponeren. Makkelijk zat en niet te veel geouwehoer. Gewoon tonen wat voor prammen je in huis hebt.

    Het miste helaas zijn effect, want Pieter stuurde haar meteen het tranendal in. Daar sta je dan met een foto van jezelf in je blote tieten voor heel Vlaanderen… Morgen bij de bakker: “En voor u mevrouw? Een melkbroodje, zeker?”

     

    Wie wel op het kutslijmspoor naar de succes-uitgang mocht schaatsen waren ondermeer een tandartse en een psychologe. Met de tweede zag Loridon zich al hele diepzinnige gesprekken voeren en de eerste was helemaal ondersteboven van Pieters prognathie. Jaja, een klasse drie zelfs. Om de Raad der Wijzen van haar goede bedoelingen voor Pieter te overtuigen ging ze zelfs in een soort breakdance-houding staan, waarvan ik dacht ‘als ze nu op haar bek valt dan kan ze zich meteen zelf een heel kunstgebit aanmeten’.

     

    Jesus, zelden heb ik zo’n platte baggertelevisie gezien. En dat allemaal om een ex-basketter van twee-meter-en-vijf in je nest te krijgen. Let op, tot zóver begrijp ik de dames wel, want Pieter Loridon is natuurlijk zondermeer een heel knappe kerel. Maar om er dan ook nog een langdurige relatie mee te beginnen…?

    Hebben die dames al eens nagedacht wat voor een belachelijk zicht het is om altijd in een bed te slapen waar twee voeten uithangen? Hebben die deernes zich al eens afgevraagd hoe het voelt als hun vent altijd over hen heen kijkt? En tot slot: hoe het voelt om constant met een kerel rond te wandelen die stinkt naar Airwick? Want als er één constante is bij grote mannen, dan is het dat ze altijd stinken naar Airwick. Ze kunnen er zelf niet aan doen, maar het is wel zo. Hoe dat komt? Wel, bij een normale man hangt het spuitertje meestal ver boven het hoofd, maar elke keer als er écht lange mannen een openbaar toilet binnengaan, dan krijgen ze die verrekte luchtverfrisser telkens vol in hun bek gespoten…

     

    Jaja, de wereld… Hij is om zeep! Vraag het maar aan de burgers in Libië.

     

    Luctor

    24-02-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    20-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De warme bakker
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het was nog schemerdonker toen ik vanmorgen de bestelling bij de bakker ging afhalen. Bijna gelijktijdig met mijn kleine Opel Corsa, stopt ook een stoere, gitzwarte Audi Q7 aan de helverlichte etalage. Prachtige wagen, knappe lijn en een grom die trilt in je buik. Het verschil met mijn doffe luciferdoos uit de vorige eeuw, kan onmogelijk groter zijn. Misschien daarom dat Q7-rijders denken dat ze op de openbare weg net iets meer rechten hebben dan klootjesvolk zoals, pakweg uw dienaar.

     

    Eerst en vooral parkeert de patser zich vlak voor mijn neus, tégen de rijrichting in, maar bovendien wringt hij zich schaamteloos tot ver over de helft van mijn afgelijnde parkeerplaats. Als het gevaarte tot stilstand gekomen is, staat hij neus aan neus met mijn Corsa’tje. Gesteld dat ik vóór de Q7 zou moeten vertrekken, dan heb ik maar één optie: opstijgen als een helicopter. Godverdomme, zondagochtend, niet eens half acht en mijn nekharen staan al meteen kaarsrecht. Ik ken dat soort volk met Q7’s. Groot, slank, donker, keurige weekendjeans, hoogstwaarschijnlijk nog een stikdure, lange openwapperende mantel er bovenop en zwaar gezonnebank-grilled. Ik voel dat ik hem ga uitschijten zoals die flapdrol nog nooit op een zondagochtend is uitgescheten.

     

    Groot is mijn verbazing als de flapdrol een aantrekkelijke centerfold-flapdrollin blijkt te zijn. Toch blijken de Q7-karakteristieken ook bij haar nadrukkelijk aanwezig. Groot, slank, donker dansend shampo-reclamekapsel, supersexy strakke weekendjeans, en een nauw aansluitend wit bloesje. Zonnebank-bien-cuit. Of wat had u verwacht? Haar kontje deint in haar jeans alsof die erop gegoten is en bij iedere stap lijken haar billetjes te zeggen ‘voel maar eens, Luctor’, ‘voel maar eens, Luctor’… Omdat zelfs bij een man als ik, de nekharen bij het zien van zoveel sexapeal toch al snel de neiging hebben om weer gematigd plat te gaan, kijk ik nog even om naar mijn doffe luciferdoosje, dat letterlijk verstikt wordt door de gigantische, dreigende neus van haar zwartglimmende King of the Road. Het is voldoende om weer pissed te worden.

     

    Bij de bakker staan op zijn minst vijftien mensen aan te schuiven. Miss Q7 en ik, incluis. Voor het eerst kan ik nu ook haar voorkant bekijken. Haar gezicht verklapt dat ze véél meer kilometers op de teller heeft, dan haar carrosserie zou laten vermoeden. Ik schat haar rond de vijftig. Op zijn minst een heel eind in de veertig. Ken je dat, waarde lezer, het soort dames dat door hippe, dure kleren en tal van cosmetische ingrepen krampachtig probeert om twintig te blijven? Zielepoten, vind ik het. Alles is zodanig perfect dat de nep eraf spat. Gefotoshopte wijven met veel poen en zonder inhoud. Wandelende plastic fortuinen zijn het. Neuscorrectietje hier, liposuctietje daar. Op tijd en stond een platbuik-operatietje en een mini of maxi faceliftje. En gaan de tetjes een klein beetje doorhangen, dan spannen we de twins toch gewoon weer op, tot het prammen zijn die elk moment kunnen exploderen.

     

    Ik schat dat mijn nieuwe vriendin zowat alles heeft wat op de cosmetische nepmarkt te koop is. Kont, buik, billen, borsten, botox, kraaienpootcorrecties, volledige facelift… noem maar op. Reflexmatig kijk ik onmiddellijk naar haar slapen en haar hals, bang als ik ben om vast te stellen dat haar velleke al zovaak is opgetrokken dat haar tepels ergens in de buurt van haar voorhoofd moeten zitten of haar schaamhaar ergens op haar keel. Gelukkig niets van dat. Al valt het mij op dat ze toch dringend iets moet laten doen aan die ouderdomsrimpels diep in haar hals.

     

    Er komen nog drie nieuwe klanten de winkel binnen en de wachtruimte wordt nu zo overbevolkt dat ik zowat tegen Miss Q7 word aangedrukt. Bij iedere ademhaling zie ik de vouwen in haar bloesje een klein beetje verschuiven, maar haar tieten lijken daarentegen van gewapend beton en weigeren ook maar één millimeter mee te werken met de persdrang van haar blouze. Ik verontschuldig mij omdat ik zowat met mijn linkerarm tegen haar rechterborst word gedrukt, maar ze glimlacht begrijpend. Ik voel dat ze zowaar haar boezem steviger tegen mijn arm drukt. En nóg een beetje…

    Het is overduidelijk dat ze zelfs geniet van deze intieme, ongewilde aanraking. Ook dàt nog. Als ik de man voor mij geen por in de nieren wil geven, dan zit mijn arm zo gevangen als een kever onder zijn schild. Ik voel haar borst weer een stuk steviger tegen mijn arm duwen. Haar geile opdringerigheid werkt mij verschrikkelijk op de zenuwen, maar ik moet toch toegeven dat zo’n neptiet een stuk zachter aanvoelt dan ik verwacht had.

     

    Ik kan weliswaar geen kant uit en de opdringerige aanraking bevalt mij allerminst. Ik vraag mij af waarom ik niets zeg. Ware het omgekeerd geweest -een hitsige vent die zijn kruis tegen een wildvreemde vrouw aanschurkt, bijvoorbeeld- dan was de winkel wellicht te klein geweest. Je ziet van hier dat die vrouw dat zomaar zou laten gebeuren... Schelden, roepen, tieren en waarschijnlijk nog een paar rake klappen op de koop toe, zouden ’s mans deel geweest zijn. Nu is het een vrouw die zich onbeschaamd aanbiedt en het enige wat ik doe, is krampachtig proberen wegwringen en mijn mond stijfdicht houden.

    Maar geef toe, waarde lezer, als man zit je sowieso in het verliezende kamp. Stel nu dat ik had beginnen schelden en roepen dat ze met haar godverdomse geile tetten van mijn lijf moest blijven en zij zou mij direct hebben gecounterd dat ik het was die mijn pollen niet kon thuis houden, wie zouden de klanten dan geloofd hebben, denk je? Voilà, muil houden, dus! En uitzweten!

    Godverdomme, ik voel een paar ranke vingers die zacht in mijn kontzak schuiven…

     

    Gelukkig verlaten op dat moment drie, vier klanten tegelijk de winkel door de uitgangdeur aan de andere kant van de wachtruimte. Iedereen schuift een stukje op en daardoor krijgen de overblijvende wachtenden een beetje meer wereld ter beschikking. Zo snel als mogelijk doe ik twee stappen opzij, zodat er tenminste een halve meter afstand ontstaat tussen Miss Q7 en mezelf. Ze kijkt rond alsof er niets gebeurd is. Onweerstaanbaar wordt mijn blik naar haar stevige boezem getrokken. Ik merk dat haar rechter tepel keihard door haar bloesje priemt. Ze kijkt zelf ook naar de hardnekkige exponent van haar eigen geilheid, gooit haar lange haren nonchalant achterover en lacht me breed, uitdagend en verleidelijk toe. Een perfect gebit. En ijswit gebleacht, of wat dacht u?

     

    Er komt geen volk meer bij in de bakkerswinkel en het bestellen loopt plots zo vlot dat een paar minuten later de uitgangdeur automatisch voor mij openschuift. De frisse ochtendlucht voelt na de verhitte winkelpassage plots veel kouder aan.

    De Q7 staat nog op zijn plaats, mijn doffe luciferdoos eveneens. Op het moment dat ik het zwartglimmend monster voorbij wandel schuift het bestuurdersraam geluidloos naar beneden. Onwillekeurig kijk in naar binnen, recht in het vriendelijk lachend gezicht van mijn wulpse aanrandster.

    “Ik hoop dat ik je het wachten iets aangenamer heb gemaakt”, zegt ze vrank. “Ik vond in elk geval dat de tijd voorbij is gevlogen.”

    “Ze zijn nép!”, zeg ik. Ik wil kwetsen, maar op iets beters dan dit flauwe verwijt kom ik niet meteen.

    Het lijkt haar totaal niet te deren. “Ik wil je wel, schrijverke”, zegt ze en zonder mijn ogen te lossen, laat ze de motor van haar jeep grommen als een wild beest. Zacht glijdt de Q7 achteruit. Als het vehikel zich terug vooruit in beweging zet om de weg op te komen, tuit ze haar felrode lippen alsof ze me een kus werpt en maakt ze met haar duim en haar gekromde wijsvinger het vernederende “klein-pietje-gebaar’. Verbouwereerd volgt mijn blik haar jeep tot ik de achterlichten niet meer kan zien.

     

    Thuisgekomen diep ik mijn wisselgeld van de bakker uit mijn kontzak. Ik voel dat er behalve een paar losse munten ook een briefje in zit. Het blijkt een naamkaartje te zijn van ene Mia D. Meteen flitst het gevoel weer terug van die paar ranke vingers die zacht in mijn achterzak schoven. Mijn teerbeminde merkt mijn verwarring en vraagt wat er scheelt. Ik leg uit wat mij is overkomen en nog voor ik iets kan doen, staat ze al met de telefoon in haar hand en belt het nummer van het kaartje.

    “Je weet toch als je ooit gecremeerd wordt dat je tetten dan zullen ontploffen”, hoor ik haar zeggen. “En als je begraven wordt dan liggen er tien jaar later nog alleen twee plasticzakjes tussen je gebeente. Ik wens je een moeilijke keuze, trut!”

     

    Ik vraag me af waarom ik daar zelf niet opgekomen ben…

     

    Luctor

    20-02-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (16 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    16-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Irish coffee
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ik zag het gewoon gebeuren vandaag. Zomaar tijdens mijn lunchpauze.

     

    Vanmiddag had ik namelijk een lunchafspraak in een daarvoor gerenommeerd restaurant. Omdat ik ruim een kwartier te vroeg was, besloot ik een kort wandelingetje te maken in de bosrijke omgeving rond het restaurant. Heerlijk in de rust van de natuur, ver weg van het geraas van auto’s en nog eventjes beschermd tegen het oorverdovend door elkaar gebabbel van lunchende zakenlui.

     

    Tijdens mijn wandeling genoot ik mateloos van de geuren die het bos vrijgaf. Eigenlijk heb ik altijd wel al een zwak gehad voor dagen zoals deze. Je kent ze beslist: van die late winterdagen, die al eens een lentejasje durven aan te trekken. Héérlijk vind ik dat. Voor het eerst in maanden het gevoel krijgen dat de zon behalve licht ook warmte uitstraalt. Al je zintuigen die automatisch switchen naar hun full power opneemfuncties en je lichaam dat binnenin lijkt te ontploffen naarmate het zich minuut na minuut gulzig mag laven aan die allereerste lenteprikkels. Een boost van kracht en energie.

     

    Groot was dus mijn verbazing als ik amper vijftig meter het bospad ben opgewandeld en plots, half verscholen, een politiecombi zie staan. Ik zie niet in dat hier snelheidsovertredingen kunnen worden begaan, net zo min als ik dit prille lentegevoel kan koppelen aan welke vorm van misdaad dan ook.

    Wat staan die gasten hier te doen, vroeg ik mij af. Alcoholcontroles zo vlak bij een restaurant, leek mij nog de meest plausibele uitleg, maar waarom dan hier? Op dit bospad? Even verderop langs de kant van de weg, ware toch logischer geweest?

     

    Het antwoord kwam snel en duidelijk. Terwijl ik nog gefocust was op het politievoertuig zelf, hoorde ik plots stemmen aan de andere kant van het bospad. Veel te gedempt om te kunnen horen wat ze zegden, maar luid genoeg om meteen zeker te zijn dat het stemmen waren. Tussen de bomen, links van mij, merk ik een oude blokhut zo’n tien meter het bos in. Ik ben er zeker van dat de hut tijdens de zomer niet te zien is vanop het bospad door de begroeiing, maar nu is alles nog kaal genoeg om vlak naast de hut twee vrijende flikken te ontwaren. Voor alle duidelijkheid, het waren wel degelijk een man en een vrouw. Gelukkig zijn politiemensen bovendien meer herkenbaar aan hun lichtblauwe hemdjes, dan aan hun donkere broeken, want ware het omgekeerd geweest, dan had ik -broek op de grond- nooit geweten dat het flikken waren. Nu wel!

     

    Was het nu tijdens hun diensturen of niet -ik zou het begot niet weten- maar het blijft toch een vreemd gezicht als je daar zo plots geconfronteerd wordt met twee ordehandhavers die elkaar staan af te lebberen midden in een bos en met hun broeken op enkelhoogte. Liggen die revolvers dan gewoon in het gras en op de rottende blaren, vroeg ik mij af? En die handboeien? Je mag er als belastingbetaler toch niet aan denken, lijkt me. Soit, feit is in elk geval dat dame flik duidelijk meer interesse had in zijn vlézig schietgeweer dan aan het echte exemplaar, wat aan zijn gordel hoort te hangen. Bovendien kreunde mijnheer flik dermate luid dat de eekhoorns ervan schrokken.

     

    Wat er ook van zij, het verkeer stonden die twee daar in elk geval niet te regelen. Tenzij misschien het geslachtsverkeer. Voorrang van links? Mijn kloten! Voorrang van onder, ja! Eerlijkheidshalve moet ik wel bekennen dat ik meteen heb kunnen vaststellen dat in elk geval deze dame van ons vrouwelijk korps tenminste over een zalig poepke beschikte. Als ze mij ooit aan de kant van de weg dwingt voor een bandencontrole, dan ga ik meteen achter haar staan als ze de bandendruk controleert. Zeker weten!

     

    Nuja, wie ben ik om te oordelen over andermans liefdesleven. Laat staan dat ik het zou véroordelen. Ik laat ons vrijend koppeltje dus verder ongestoord hun onderling geslachtsverkeer regelen en gun hen in gedachten een heerlijk moment van openbare zedenschennis. Liefde en seks tussen collega’s is nu eenmaal van alle tijden en van alle bedrijfsectoren. Als de secretaresse in de traphall mag wippen met de magazijnier, waarom zouden deze twee flikken het dan niet mogen tussen een paar beschermende bomen? ’t Is te zeggen natuurlijk, zolang ze niet betrapt worden. Want daar durft het condoom nog al eens knellen, natuurlijk. Zowel privé als professioneel.

     

    Goed onderbouwde studies hebben uitgewezen dat steeds meer hitsige collega’s hun lusten durven botvieren tijdens de werkuren. Gelukkig blijft het aantal dat expliciet neukt relatief beperkt. Slechts zeven procent van de werkende bevolking geeft toe dat ze op het werk al eens van bil gaan. Drieëntwintig procent daarentegen, knuffelt of tongzoent wel eens. Letterlijk tussen het werk door! Geef toe, waarde lezer, er bestaan minder leuke manieren om stoom af te laten en de stress het hoofd te bieden, niet?

    Toch ligt het echte aantal foefelende arbeidskrachten vermoedelijk véél hoger. Op zich is dat ook logisch, want hoewel je werk in eerste instantie een plaats is waar je je brood komt verdienen, toch blijft het ook een plek waar je acht uur per dag nauw moet samenwerken met anderen. En waar menselijke nabijheid is, daar loert verliefdheid steeds om de hoek, zeggen psychologen. In die context kan je je dan afvragen of  het dan niet normaal is dat collega’s in deze setting verliefde gevoelens kunnen krijgen? Tùùrlijk is dat normaal! En alleen al om die reden geeft meer dan zestig procent van de werkende bevolking toe dat er regelmatig geflirt wordt onder collega’s. En van flirten komen driften, zei ons vader zaliger altijd. En neem het van mij aan, ons vader was een heel wijs man!

     

    Toch houdt het merendeel van de werknemers het verstand bijeen als het op collega-seks aankomt. De angst om betrapt te worden is zeer groot. Dan mogen de trappenhall, de lift, de koffiekamer, het klassieke kopieerkot en ja, zelfs de desk van de grote baas nog zo kinky uitnodigend zijn, slechts een bijzonder klein percentage heeft de guts om dààr de broek te laten zakken.

    Meestal gebeurt het op goed afgesproken momenten buiten de bedrijfsmuren en buiten de werkuren, ver van de ogen van roddelende collega’s vandaan. Personeelsfeestjes zijn daarbij  meest in trek. You know the feeling: lekker gegeten, een glaasje wijn erbij, beetje slijmbalzeveren, beetje verbaal opgeilen en knal -na nog ettelijke Irish coffees er achteraan- gaan alle remmen plots los. Ondeugende blikken worden gewisseld, vonken knetteren over en weer en voor je er erg in hebt, sta je zoals twee flikken tussen een paar bomen, krult ze zich zuchtend en steunend op je achterbank of kijg je de pijp van je leven in een verlaten vergaderzaal.

    De werkvloer, het blijft een broeinest voor relaties en onenightstands.

     

    Wellicht, waarde lezer, heeft u tijdens het lezen van deze column al eens teruggedacht aan die keer dat het u is overkomen. Niet zo? Ook mogelijk, maar besef dan wel dat je in de kleinste groep zit. Meer dan de helft van de werkende bevolking geeft immers toe dat het hem of haar ooit wel een keer is overkomen in de loop van zijn of haar carrière. Eén of meerdere keren! Met één of meerdere collega’s. En voor u nu weer onmiddellijk de mannen alle schuld toeschuift, waar een pinneke is, daar moet ook een gaatje zijn. Mannen en vrouwen zijn wat jobseks betreft quasi gelijk verdeeld.

     

    Helaas, of  misschien gelukkig, -het is maar hoe je het bekijkt- zijn werkromances bijna altijd gedoemd om te mislukken. Eén van de voornaamste redenen hiervoor is dat er thuis vaak een ander zit te wachten en dat de sekscollega’s hun amoureuze escapades dus best voor iedereen geheim houden. Juist die taboesfeer zorgt voor zoveel druk op de verliefde schouders, dat er maar weinigen in slagen om hun werkliefde lang in stand te houden.

    Ooit zei een knappe geile deerne tegen mij: ‘Al ben je tachtig jaar en woon je in het hol van de Ardennen, er komt een dag dat ik naar je op zoek ga en dan zal ik plots voor je deur staan.’

    My ass, dacht ik en terwijl ze het uitsprak, draaide ze zich om en wiegde met dat mooie kontje mijn leven uit.

    Neeneen, sekscollega wordt meestal ex-collega. Punt.

     

    Afijn, om maar te zeggen, waarde lezer, dat de plotse confrontatie met vrijende en broekloze politieagenten een mens tot filosoferen kan aanzetten op dagen van prille en schuchtere lentesferen.

     

    Eenmaal terug in het restaurant houd ik mijn flikken-avontuur voor mezelf. Niet dat ik het mijn twee disgenoten niet gun, maar zij werken in hetzelfde bedrijf en daarenboven zijn ze al jaren dichte collega’s van mekaar. Je weet dus maar nooit welke open deuren je intrapt. Voorzichtigheid is dus de boodschap. Bovendien is hij een type waarvan je mag verwachten dat hij geen kans onbenut laat en ik denk eerlijk gezegd, dat zij er ook niet vies van is. Voor zover het typerend kan zijn, ze hebben er de looks voor. Allebei!

     

    Toch is er geen enkel moment tijdens de lunch dat ook maar enige achterdocht zou kunnen opwekken. Niet dat ik verwachtte dat ze het er nog eens vet zouden insmeren, maar ik dacht misschien hier en daar toch een minuscule aanwijzing te kunnen ontdekken. Niet dus. Integendeel! Hij verlaat de lunch en de bespreking nog vóór het dessert.

    Alleen zij en ik blijven achter in een intieme tête-à-tête, boven een collage van chocomousse, crème brulée, kaneelgebak en mascarponezalf, afgewerkt met sterfruit en passievrucht én overgoten met een warme vanillesaus.

     

    Na het dessert vraagt ze of ze mij kan plezieren met een Irish coffee.

    Mijn gat nijpt toe van angst...

     

    Luctor

    16-02-2011 om 21:47 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    11-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Liefde in de sneeuw
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Daar gaan we weer! De stress van de kerst- en nieuwjaarscadeau’s is amper verteerd of er kondigt zich alweer een consumentenfeest aan. Sint Valentijn. Dé dag van de liefde en de geliefden. Dé dag van zeemzoeterig radiogewauwel, van rozerode suikerspin, van kaartjes met roze beertjes, van ingekaderde foto’s in lijsten van pastelkleurig BLOKKER-bont en van hartjesmokken die je nooit gebruikt omdat de koffie gegarandeerd over je muil zeikt van zodra  je er ook maar uit probeert te drinken. Valentijn, hoeveel romantischer kan de commercie zich vermommen?

     


    En vermommen is inderdaad een niet toevallig gekozen woord in deze context. Er is namelijk een gigantisch verschil tussen ‘Valentijn vieren’ en ‘Valentijn kopen’. En hoe graag bloemisten, producenten, restaurants en winkelketens onze partners ook willen laten geloven dat de waarde van je cadeau evenredig is tot de graad van liefde die je voelt , toch is Sint Valentijn ooit in het leven geroepen om mensen anoniem je liefde te betuigen.

     

    Op zich is ook dàt al idioot, vind ik. Wie wordt nu beter van dat anonieme gedoe? Degene die de kaart schrijft en ze met toegeknepen billen in de bus van zijn of haar geliefde gaat droppen? Ik dacht het niet! Wat heb je er nu aan om je liefde te verklaren aan iemand die nooit zal weten wie je bent en hoe graag je hem of haar ziet? Dan kan je al net zo goed je muil houden en je de kosten van het kaartje besparen, lijkt me.

    Heeft de ontvanger er iets aan? Ik dacht het ook niet. Grafologen zijn duur en dus is het quasi onmogelijk om ooit te achterhalen welke verliefde trien of klojo ’s nachts aan jou ligt te  denken. Meer nog, nadat het wie-o-wie-gestress je zelf een week lang heeft wakker gehouden, kan je bij de dokter dertig euro achterlaten om te horen dat je oververmoeid bent en dringend slaap nodig hebt. Pure ellende, die anonieme Valentijnsberichten. Zeker weten!

     

    En dan heb ik het hier nog niet eens over de ruzies die tussen koppels kunnen ontstaan, omdat één of andere verliefde medemens (m/v) een ‘I love You-kaartje’ in je bus is komen deponeren. Leg dat maar eens uit. En ik weet godverdomme waarover ik spreek, waarde lezer. Als ik ooit die onnozele, verliefde troela vind, die vorig jaar een kaartje onder mijn deur heeft geschoven, dan vierendeel ik ze. Ik zweer het u!

    Je lacht, waarde lezer… Wel, ik wil het jou nog aan je vrouw zien uitleggen als je van je werk thuiskomt en la màmà staat je al in de deuropening op te wachten met een blik op onweer en een roze hartjeskaart in haar handen, waarop de tekst “Lieve Luctor, het is nu diep in de nacht en je moest eens weten hoe hongerig mijn kutje naar je smacht… Liefs .”

     

    Nee, geloof me, waarde lezer, die veertiende februari brengt niets dan rottigheid. Overloop de recente geschiedenis maar; je zal me gelijk geven. 1989: Ayatollah Khomeini vaardigt zijn fatwa uit tegen schrijver Salman Rushdie omwille van zijn boek ‘De Duivelsverzen’; 1991: de vuurwerkfabriek in het Nederlandse Culemborg ontploft; 2005: de vroegere premier Rafik Hariri van Libanon komt om bij een zelfmoordaanslag in Beiroet. Wielrenner Marco Pantani, dood! Soulzanger Lynden David Hall, dood! Jazzdrummer Louie Bellson, dood! Schaapke Dolly, dood! Allemaal op Sint Valentijn. Niet bepaald om romantisch van te worden, lijkt me?

    Akkoord, ex-wereldkampioen op de weg Cadel Evans werd gebóren op veertien februari. Maar of ik nu zo vrolijk word door de geboorte van een triestige plant…?

     

    Ik heb dus eens rondgezocht en proberen achterhalen waar die rozige Valentijn vandaan komt. Wel, waarde lezer, ik moet zeggen, ’t is de moeite. Valentinus zou namelijk een bisschop geweest zijn ten tijde van de Romeinse keizer Claudius II. Om het rijk in stand te houden had Claudius veel soldaten nodig. Niets mocht hun aandacht van het vechten afleiden en dus mochten de soldaten niet trouwen. Maar Valentinus vond de liefde zwaarder wegen dan de wetten van de keizer en dus trouwde hij toch een aantal soldaten met hun geliefde. Hij werd ervoor in de gevangenis gegooid. Maar doordat de bisschop zelf ook niet gespeend was van enige kriebelingen in zijn bisschoppelijke fluit, had hij zijn oog laten vallen op het piepjonge dochtertje van één van zijn cipiers. Vreemd hoeft u daar niet van op te kijken waarde lezer, bisschoppen hebben nu eenmaal blijkbaar een afwijking dat ze met hun gore poten niet van kinderen kunnen afblijven. Soit, de cipier kwam te weten dat zijn dochtertje een liefdesbriefje in haar pollen gestopt had gekregen van bisschop Valentinus en omdat er in die tijd nog geen doofpot-kardinalen bestonden, werd de bisschop gemarteld en onthoofd. Op 14 februari in 270. Als dàt geen reden is om het feest van de geliefden te organiseren…? Vreemde kerels, die feestdagbedenkers...

     

    Je zal het dus wel al begrepen hebben, beste lezer, dat ik niet echt een fervent vierder ben van de Heilige Valentijn. En ja, ik ben een man. Is daarmee het cliché bewezen dat alleen maar vrouwen vasthouden aan de commerciële traditie van Valentijn? Ik zou het niet durven beweren. Feit is dat ik geen speciale dag nodig heb om te zeggen aan mijn teerbeminde dat ik haar graag zie. Waarom zou ik me dan druk maken over de februari-omzet van de lokale bloemist?

    Driekwart van de bloemenkopers geven de ruiker trouwens niet eens af aan hun vrouw, maar aan hun lief. Is daar iets verkeerd mee? Ach wat… zolang hun lief niet mijn vrouw is, heb ik daar geen problemen mee.

    Persoonlijk vind ik het véél goedkoper om gewoon direct op de vrouw af te vragen ‘wil je met me neuken’. Daar heb je geen onkruid voor nodig. Bovendien heb je zo beduidend minder kans dat je met een ruiker betrapt wordt, die niet voor je vrouw bestemd is. Én op de koop toe is het ook nog eens veel minder tijdrovend dan er een hele avond mee op restaurant te gaan hangen. Op de tijd van een voor-, hoofd- en nagerecht, kon  je ze al vijf keer alle hoeken en kanten van een hotelkamer hebben laten zien.  Eten en drinken tegelijk!

     

    Toch koop ik elk jaar weer een Valentijnscadeautje. Mijn teerbeminde  vindt cadeautjes krijgen namelijk bijzonder fijn. En wie ben ik dan, om haar dat plezier te ontzeggen? Al moet ik toch toegeven dat het jaar na jaar moeilijker wordt om origineel te blijven, niet in clichés te vervallen en het toch nog betaalbaar te houden. Je kan het zo gek niet bedenken of ik kwam er de voorbije jaren al mee aandraven. Zo stond ik al te glimmen met een balpen met chocolade inktpatronen, met rozenknopjes voor in bad, met een spellendoos om het liefdesleven bij te kruiden… ja zelfs met een doos chocolaatjes in de vorm van zaadcellen.

    In de categorie minder evidente lovegifts kreeg ze al een tochtje op zee met een avontuurlijke zeiljacht, twee nieuwe banden toen ze nog in haar rolstoel zat, een duurloop van twee uur om endorfines te laten vrijkomen en ooit zelfs een stevige pot milieuvriendelijke ecoseks. Dat laatste kan ik u overigens zeer aanbevelen.

     

    Dit jaar heb ik nog niets. En maandag is het al Sint Valentijn! Eerst dacht ik om een picknick in de eigen woonkamer te organiseren, maar het lijkt me eerlijk gezegd nogal een belachelijk zicht om daar op de grond uit een mand te zitten vreten, terwijl de tafel met borden en bestek niet eens twee meter bij je vandaan staan… Niet dus.

    Een paintballsessie leek mij ook nog spannend. Ik vind het trouwens ongelooflijk sexy om een knap mokkel met een geweer in haar handen te zien staan. Benen ietsje open, geweer in aanslag, blik gefixeerd op je kruis en dan, rammen maar met die verfballen… Auch! Nu ik eraan denk, misschien toch ook maar beter afvoeren, dat idee.

     

    In het meer materiële genre zijn juwelen en lingerie per definitie uitgesloten, omdat ik er gewoon veel te weinig van ken om met iets deftigs naar huis te komen. En die gouden vibrator, waar deze week in zowat alle kranten aandacht aan werd besteed, is mij véél te duur. Het mag dan een heel exclusief cadeau zijn en je vrouw mag er dan ùùùùren plezier aan kunnen beleven, tienduizend euro is mij toch net iets teveel. Draai en keer het zoals je wil, massief goud of niet, in essentie blijft het een doodgewone  kutbrommer.

     

    Ach ja, waarde lezer, we zien wel. Ik heb nog zaterdag en zondag om na te denken en mijn cadeautje te gaan kopen. Eigenlijk tijd zat dus. Temeer omdat ik mijn tekst voor het bijhorend kaartje al in mijn hoofd heb. Daar hoef ik me dus al geen zorgen meer over te maken. Het tekstje zit als het ware in mijn brein gebrand. Al wekenlang! Eigenlijk al sinds het hier zo fel gesneeuwd heeft, remember? Toen heb ik iets gedaan en vanaf dat moment wist ik dat ik haar op Valentijn zou verrassen met:

     

    Ik piste jouw naam in de sneeuw, lieve schat.

    Sindsdien weet ik…

    Dat ik nooit eerder zo’n koude fluit heb gehad.

     

    Happy Valentine!

     

    Luctor

     

    11-02-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (9 Stemmen)
    >> Reageer (6)
    08-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De ACN-generatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dat mijn kinderen sms’jes sturen en ontvangen in een soort Bargoens waar ik geen fluit van begrijp, daar kan ik eigenlijk nog inkomen. Mobieltjes bestonden in onze tijd nog niet; hoe zouden wij, oudjes, dan een taal hebben kunnen ontwikkelen die past bij het hippe en blitse gsm-wereldje van vandaag? Zeg trouwens nooit meer gsm of mobieltje, want het jonge grut kijkt je dan aan alsof je uit de tijd van de oermens stamt. Nééé, tegenwoordig heet zo’n ding ‘een trilijzer’.

     

    Nuja, het zal wel zo zijn dat elke generatie zich afzet tegen de gangbare normen van de vorige generaties. Dat is de gang van de wereld, denk ik. Mode en kleding zijn daarvoor de meest dankbare middelen. Ik herinner mij dat er bij ons thuis destijds geen dag voorbij ging, zonder dat ik er wel een paar keer op werd gewezen dat er kappers bestonden. Meer nog, mijn lange haren dreven mijn ouders bij momenten tot waanzin. Zelf vonden ze mijn ruglange manen weliswaar best nog OK, maar vaak kregen ze van de buren of gewoon van wildvreemden de opmerking dat ik gedoemd was in de gevangenis te belanden. Minstens in de goot…

     

    Het zal u trouwens niet ontgaan zijn, waarde lezer, dat de jongere generatie tegenwoordig -behalve mode en kledij- ook de taal gebruikt om zich te onderscheiden van ons, de ouwe zakken. Bij momenten begrijp ik mijn eigen kroost niet meer. In eerste instantie heeft het mij al de nodige tijd gekost om te wennen dat iets niet meer ‘tof’ was, maar ‘gaaf’ en nu ik een klein beetje into the new sensation begon te komen, blijkt het plots alweer niet meer ‘gaaf’ te zijn, maar ‘vet’ of zelfs ‘moddervet’. “Yo pap, ik het een moddervette jas gezien in een echte chille winkel. Kost wel een vierhonderdje of zo en zoveel knikkers heb ik niet. Kan jij me matsen met honderd flappen, dan kom ik net toe. En liefst asap, zolang het nog sale is…”

    “Euh… pardon?”

     

    Frietjes halen doen we overigens ook al lang niet meer aan de frituur, maar aan de ‘vreetkeet’. De uitbaatster is geen knappe moeder meer, maar een ‘milf’ (mother I like to fuck) en hààr moeder is dan weer een ‘cougar’ of een ‘gmilf’. In het ene geval een oudere dame die liefst jonge mannen verleidt en haar bed in lult; in het andere geval een grandmother I like to fuck.

    Als de frietjes misvallen zijn, dan kotsen onze jongelui ze niet meer uit, maar dan ‘eten ze gewoon achteruit’. De volgende keer laten ze de frietjes dan wellicht achterwege en gaan ze lekker ‘junken’ in McDonalds of lopen ze langs de ‘italo’ voor een ‘maffiabrood’. In de middeleeuwen noemden we dat nog gewoon een pizza van de italiaan.

     

    Afijn, ik zou jullie nog kunnen uitleggen wat een ‘carjumper’, een ‘flinstone’, een ‘pointdexter’, een ‘grasnek’ of een ‘zweetjakker’ is, maar ik vrees dat het ons veel te ver zou leiden. Het is tenslotte niet mijn bedoeling om een verklarend woordenboek te schrijven voor het ACN, het Algemeen Cool Nederlands.

     

    Wat wel tot mijn ambitie behoorde was om af te toetsen hoe de sprookjes, waar wij als kinderen hele nachten angstig van wakker lagen, het tegenwoordig doen bij de jonge ACN-generatie. Geloven ze nog in meisjes met rode kapmanteltjes, die te voet door een groot donker bos moeten op weg naar oma? Zijn ze nog bang van de grote boze wolf?

    Mijn zoon van tien is overtuigd van niet. Om enigszins tot zijn verbeelding te kunnen spreken heb ik het sprookje herschreven en getransformeerd naar zijn taalgebruik en vooral ook naar zijn leefwereld. Enjoy!

     

    “Heel lang geleden, het was nog in de nillies, was er eens een tentsletje met gebit-rails,dat altijd een rode string tussen haat gatflapjes droeg. Voor haar verjaardag had ze een G-string van haar mama en een C-string van haar oma gekregen en dat was haar zo goed bevallen dat ze sindsdien altijd rode reetveters was blijven dragen. Vandaar dat haar naam ook 'Roodstringske' was.

     

    Op een dag vroeg haar moeder, op zich nog een ferme milf, aan Roodstringske of zij haar zieke oma een shoppingbag vol kant-en-klare diepvriesmaaltijden wilde brengen. Oma, zelf ook nog een vetgave cougar, woonde diep in het bos. Roodstringske  hield erg veel van haar oma en dus wilde ze hem liefst meteen scheuren.

    “Heyhey ff dimmen”, zei moeder Milf bezorgd. Roodstringske kreeg de duidelijke instructie mee dat ze  op weg naar oma Cougar wel netjes op het bostrack moest blijven!

    “Je weet maar nooit”, zei moeder Milf, “met al die aso’s en kinderlokkers die er de dag van vandaag rondlopen. Die fuckin’ geilaards zitten eerst maar wat onschuldig naar de cameltoe in je hotpants te gluren, maar voor je er erg in hebt, zit hun hand aan je molletje.”

     

    Roodstringske was toch een beetje emo van het verhaal van moeder Milf en ze beloofde om niet van het bostrack af te wijken. Onderweg besloot Roodstringske om een paar lekkere paddo’s te plukken voor haar lieve oma. Ze bleef daarbij netjes op het bostrack en terwijl ze de paddo’s aan de rand van het track aan het plukken was, stond plots een Grote Boze Pedobisschop voor haar. Roodstringske had al veel over de enge Pedopriester gehoord, maar nu zag ze hem irl.

    ‘Wat een gladjanusneuker’, dacht Roodstringske. ‘Het lijkt wel een Johnny, met al zijn blingbling, zijn beha-potske en zijn nekspoiler. Wat een kloothommel’.

     

    De pedobisschop vertelde Roodstingske dat er een eind verderop in het bos nog veel straffere paddo’s  waren en dat ze daar maar eens moest gaan kijken. Roodstringske vond het wel een bangelijk idee en deed wat de pedo had gezegd.

    Ze wist dat ze er thuis een tsunami-straf zou voor krijgen mocht haar moeder dit te weten komen, maar ze schatte die kans bijzonder minimo. Heel chill ging ze dus verder het bos in, op zoek naar nog meer lekkere hallu-paddo’s.

     

    Ondertussen scheurde de Pedobisschop naar het huisje van oma Cougar en klopte aan. Oma dacht dat het de jonge, nerdy boswachter was die een beetje in haar tuintje kwam fakken. Dat deed ie wekelijks en in ruil flashte oma Cougar telkens haar knijpkanjers eventjes voor hem. Heel af en toe, als oma Cougar voelde dat ze zelf een wettie kreeg, dan mocht het jonge boswachtertje verder gaan dan het bekijken van haar vleesbumpers en mocht hij daar bovenop ook nog eens haar brasilian gewaxte molletje verwennen.

    ‘Vandaag, was zo’n dag’, flitste het door oma’s hoofd en buik toen ze hoorde aankloppen. Het leek wel aslof ze haar Tarzan in zich voelde trillen. Zo horny was ze.

     

    Groot was dus oma’s verwondering dat ze de blingbling-pedo in de deuropening zag in plaats van haar kinky boswachtertje.  Nog voor oma iets kon zeggen, trok de pedobisschop oma Cougar tegen zich aan en smoorde haar mond met een chloroformdoekje.. 

    ‘So far so good’, dacht de pedo. ‘Dit was echt P.O.C.”.

    ASAP stripte de pedo de bewusteloze oma tot haar nakie en verborg haar in het tuinschuurtje bij het huisje. Hij trok vervolgens al haar gestripte kleren aan en ging in haar bed liggen.

     

    Toen Roodstringske bij haar grootmoeder aankwam, lag de  pedopriester al in oma’s bed te chillen. Compleet uitgedost in oma’s kledij. Van haar babydoll, over haar jartelles, tot en met haar stiletto-pumps.

    "Kom maar binnen, bitch", riep de pedo met een krakerige stem, waarvan hij hoopte dat ze een beetje klonk als de stem van de oude geile cougar. "Duw maar op de zoemer, dan gaat de deur vanzelf open."

     

    Roodstringske had niet in de gaten dat het de Grote Boze Pedobisschop was, die in haar grootmoeders chillbak lag.

    "Maar oma…", zei Roodstringske, toen ze vlak bij het bed was, "…oma,wat heeft u grote sterke armen?"

    "Dat is om kindjes zoals jij beter te kunnen vasthouden als ze willen vluchten, m'n meisje," antwoordde de boze pedopriester.

    "En grootmoeder, wat heeft u grote oren?", vroeg Roodstringske.

    “Dan kan ik beter horen of er niemand afkomt als ik de kindjes aan het misbruiken ben!", zei de pedo.

    "En oma, waar is uw décolleté met uw enorme prammen naartoe?!"

    "Ach mijn lieve kind", zei de pedo, “ik heb ze laten weghalen in de wellnesskliniek met een waardebon van de Flair. Ik hou meer van platte tietjes, zoals die van jou”.

     "En grootmoeder, wat heeft u opeens een grote mond gekregen!" riep Roodstringske uit. "Ahá, Ohó!" grauwde de pedobisschop, "Daarmee kan ik er mij beter uitlullen mocht één van mijn slachtoffers ooit totaly outfreaken en een klacht indienen".

     

    Toen Roodstringske erachter kwam dat niet haar oma Cougar, maar de Grote Boze Pedobisschop  in de chillbak lag, was het al te laat! In enkele seconden trok de pedo haar onder zijn kazuifel, alwaar ze nog een aantal andere kinderen trof. Eén voor één moesten ze tegen hun zin met de grote stinkende leuter van de Grote Boze Pedo spelen. Ze vonden het verschrikkelijk creepy,  maar ze aanvaardden hun lot. Ze hadden het immers al tegen zoveel mensen gezegd, maar er was niemand die hen geloofde.

     

    Net na de jonge, nieuwe  handjes van Roodstringske ging de Pedo een dutje doen. Hij snurkte evenwel zo hard dat een flik, die vlakbij was, het hoorde. De police-dude was net in de neighbourhood  controles aan het uitvoeren in het kader van de Bobcampagne. Twee bierlippen en een jeneverorgel had hij al hun permitje afgenomen, toen hij het gesnurk hoorde.

    De flik ging Oma Cougar’s huisje binnen en zag de Pedopriester  liggen. Hij vermoedde meteen dat het fuckin’ shit was, want de kazuifel van de pedo stond onderaan enorm pimped-up!

     

    De flik sneed het gewaad open en bevrijdde zo Roodstringske en de  andere slachtoffertjes. Samen deden de kinderen hun verhaal aan de PedobisschoppenBaas, maar die probeerde meteen alles clean-up te doofpotten. Toen dat niet lukte, is de Grote Boze Pedobisschop plots verdwenen en heeft niemand hem ooit nog gevonden...

     

    En oma Cougar… Toen de flik haar naakt, bewusteloos en willing had aangetroffen in het tuinschuurtje naast haar huisje, had hij haar onmiddellijk ge-mouth-2-mouth-d. Wat er daarna precies gebeurd is, weet niemand, maar er werd wel gefluisterd dat oma onwijs lang had gekreund tijdens de reanimatie en dat haar neukteugels vuurrood zagen toen ze buitenkwam…"

     

    En weet je wat nu zo bijzonder is, waarde lezer? Toen ik mijn zoon -wiens haar inmiddels bijna net zo lang is als dat van papa dertig jaar geleden- dit sprookje voorlas, vond hij het niet tof, niet gaaf, niet vet... neen, zelfs niet móddervet… Hij vond het groovyyyyyy!

     

    Luctor

    08-02-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.iPod-kisses
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Mijn God, er wordt wat afgelebberd en gemuild de dag van vandaag. Geef toe, donderdag 3 februari 2011 is in niets een speciale dag te noemen. Licht bewolkt, af en toe een opklaring en zo’n graadje of zeven. Een doordeweekse dag zoals zoveel andere. En toch leek het wel kusjesdag.

     

    Ik was vanmorgen nog niet eens met de auto de straat op of ik moest al toeteren voor lebberend grut. Op het voetpad, vlak voor ons hek stonden er om kwart na zeven al twee scholieren ineen gevlochten als waren het hun allerlaatste levensminuten. Ik heb ze niet herkend -daarvoor zaten ze te goed verscholen onder hun dikke parka’s en wintermutsen- maar één ding is zeker: zij hadden mij ook niet gezien. Noch gehoord! Dat eerste kan ik nog begrijpen, want kussen doe je meestal met je ogen dicht, maar dat ze mijn auto ook niet hadden gehóórd… Nuja, dat doet er overigens niet toe, feit is dat ik vriendelijk toeterde om van mijn tuinpad te mogen rijden en dat de twee tot mijn grote verbazing aaneen gevroren bleken. Tenminste dat veronderstel ik. Want plots begonnen vier benen synchroon te bewegen, terwijl die monden niet eens loskwamen. Misschien waren ze ook gewoon met hun beugeltjes ineen gehaakt. Dat kan natuurlijk ook.

     

    Hoedanook, ik was al blij dat ik van mijn tuinpad raakte en opgelucht de weg naar mijn werk kon aanvatten. Ik wuifde de twee kussers nog vriendelijk gedag, maar ze zwaaiden niet terug. Vermoedelijk waren hun ogen nog steeds dichtgelijmd. Ofwel waren ze gewoon in slaap gevallen.

     

    Afijn, niet eens vijfhonderd meter verder zet ik mijn auto aan de kant om een krant te kopen. Op het vensterbankje voor het helverlichte winkelraam, zit alweer een koppeltje stevig te tongzoenen. Goed dat ze jong en lenig zijn, bedenk ik, want het kan absoluut geen sinecure zijn om -naast mekaar gezeten en met de hoofden allebei een kwartslag naar elkaar gedraaid- die tongen in mekaars mond te houden. Als ze dat over dertig jaar met iets strammere ledematen nog eens zullen proberen, dan stroomt de zever met emmers tegelijk uit hun bek. Zeker weten. Maar goed, ze zijn jong en dus lukt het allemaal nog prima.

    “Môgge”, zeg ik, als ik ze voorbij wandel. Maar ze boren onverdroten verder naar ‘amandelolie’ en ze gunnen mij geen blik. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat ze niet eens beseft hebben dat ik op twintig centimeter ben voorbij gewandeld.

     

    Niet eens twee minuten later kom ik alweer buiten uit de krantenwinkel. De vensterbanklovers zijn nog niet van houding veranderd, maar groot is mijn verwondering als ik merk dat er inmiddels nóg een koppeltje is bijgekomen. In eerste instantie vraag ik mij af of er ergens een nest zou zitten, maar de volgende vraag die zich stelt is zo mogelijk nog belangrijker: hoe kom ik in godsnaam mijn auto nog in? Van het nieuwe koppeltje heeft de mannelijke helft zich namelijk met zijn lederen vestje tegen het portier van mijn auto geleund en zijn vriendinnetje hangt op haar beurt tegen haar liefje aangeklemd.

    “Môgge”, zeg ik opnieuw, maar ook dit stel gunt me geen blik waardig.

    Hoe kom ik hier godverdomme mijn auto in, vraag ik mij af? Straks ben ik nog te laat op mijn werk.

     

    Ik kuch nog een keer of twee, maar heel erg dichtbij komen -om recht in zijn oorschelpen te kuchen, bijvoorbeeld- durf ik niet. Eén van de twee ‘smekt’ namelijk nogal hoorbaar en ik heb eerlijk gezegd geen zin om op dit ochtendlijke uur een klodder tongzoenspuug in mijn gezicht te krijgen. Op geen enkel uur overigens. Ik merk bovendien dat een dun streepje kwijl van tussen hun tegen elkaar geperste kinnen druipt en dus blijft enige veiligheidsafstand wel aan te raden.  Probleem is en blijft natuurlijk dat ik toch op één of andere wijze in mijn auto moet zien te geraken.

     

    Als kuchen niet helpt, dan maar een storend tikje tegen de schouders. Het spijt me voor hen, maar ik kan niet anders. Twee pubergezichten komen verstoord los van mekaar en vier lamgedraaide koeienogen kijken vragend in mijn richting. Als hij evenveel baardharen had gehad dan zij puisten heeft, dan had hij er misschien toch al ietwat mannelijk uitgezien voor zijn leeftijd, maar helaas voor hem is dat niet het geval. Ik schat hem niet ouder dan zestien, maar toch moet dit haantje meteen de nodige indruk maken op zijn kippetje.

    “Wat scheelt er jong?”, vraagt hij arrogant.

     

    Ik probeer uit te leggen dat ze tegen mijn auto stonden en dat ik gehaast ben, maar de twee kijken mij aan alsof ik van een andere planeet kom en het Jupiteriaans spreek.

    “Wacht”, zegt de jongen en hij peutert onhandig twee oortjes uit zijn oren. Bij zijn vriendin merk ik nu ook twee witte draadjes die ergens uit haar jas opduiken om dertig centimeter hogerop  in haar oren te verdwijnen. Plots wordt het mij duidelijk waarom geen enkele van al de muilende scholieren mij hoorde vanochtend. Die moderne jongelui staan mekaar gewoon af te likken en ondertussen luistert elk naar zijn favoriete bandje.

     

    Op risico dat ik nu als een belerende ouwe klootzak ga klinken, vraag ik mij af wat de toegevoegde waarde van die iPod kan zijn. Kussen met je lief schudt sowieso al heel je lijf ondersteboven. Bloeddruk, ademhaling, stofwisseling, hartslag, ja zelfs je fluit, alles gaat al tongend met een ruk de hoogte in. Misschien dat dat nóg extremer is met Rammstein of pakweg Dana Winner in je oorschelpen -het zou kunnen- al heb ik toch zo mijn twijfels.

    ‘Als hij je zoent, vertelt hij een verhaal’, zegden de romantici vroeger. Misschien dat de Wii-generatie geen verhalen meer vertelt, maar de laatste hits op de iPhone meemuilt.

     

     Toch is kussen geen sinecure. Zoveel kussen, zoveel stijlen. Zoveel vrouwen, zoveel kussen. Ik vraag mij trouwens af of er door de inbreng van die iPhones in de oren nieuwe soorten kussers zijn ontstaan.  De gitaarlebber, bijvoorbeeld of de Techno-tong? Zou kunnen, hé.

     

    In mijn tijd was daar overigens nog totaal geen sprake van. Wij kenden alleen maar ‘de wasmachine’, een zoenster die zodanig in je bek zeverde dat de slijmslierten tot op haar borsten hingen. Andere types uit mijn jeugd waren ‘de staafmixer’ en ‘de vacuümpomp’. De eerste ging  als een gek in je mond tekeer ging à rato van achthonderd toeren per minuut en de tweede zoog eerst je tong naar binnen om er vervolgens op te beginnen sjieken alsof het een kauwgom was.

    Erger nog waren ‘de dooie vis’, waarbij een lamme tong onbeweeglijk in je bek werd gelegd, liefst zo diep mogelijk zodat je er bijna op moest wurgen en ‘de fijnschreper’, die door al te scherpe tanden laagje na laagje van je tong afschreepte tot er alleen een rauwe lap vol bleinen van overbleef.

     

    Maar dé zoenschrik uit mijn jeugd was ‘de sergeantkus’. Een meisje die ‘sergeantte’ -zo noemden wij dat- zoende zo stevig en krachtig dat ze meteen de indruk gaf: jij-bent-van-mij. Als ik zo’n kordate tong door mijn mond voelde woelen, was ik altijd bijzonder op mijn hoede. Voor je het wist piste ze immers tegen je schenen om haar terrein af te bakenen…

     

     

    Dikke kus

    Luctor

    03-02-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (12 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    01-02-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En daarmee basta!
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ze hebben ons mooi te grazen, de jongens van Neveneffecten. Twee weken geleden steken ze hun BASTA-vinger op naar alle belspelletjes op tv en binnen de vierentwintig uur verdwijnt al mijn nachtelijk en ochtendlijk amusement zomaar in de prullenmand. Dit geldslurpend gesjoemel moest gewoon gestopt worden, verklaren ze bij Neveneffecten!

     

    Gesjoemel? So what, vraag ik mij dan af.  Ik heb er nooit een eurocent aan gespendeerd. Dat anderen dat wel deden, tja… Ze moesten maar zo dom niet zijn, zeker? Want zeg nu zelf, om in te zien dat al die idiote zoekspelletjes zo nep waren als de tieten van Pamela Anderson, daarvoor hoef je geen lagere school gestudeerd te hebben.

    Wat er ook van zij, het was wél een superleuk alternatief voor de vroege vogels en de mensen met slaapstoornissen, vond ik. Geef toe, als je moet kiezen tussen een halve nacht klaarwakker liggen wroeten en draaien in je bed omdat je alweer de slaap niet kan vatten of een paar uur kostelijk vermaakt worden door een hele trits stomme bellers met hun nog stommere antwoorden…  Dan was, althans wat mij betreft, de keuze snel gemaakt. Ik zal ze missen, de belspelletjes.

    ‘Noem een schoeisel met drie P’s erin: een Paar Pruine Pottines!’ Hilarisch toch?

     

    Helaas is het natuurlijk niet zo dat mijn biologische klok anders is beginnen tikken sinds de belspelletjes uit de ether zijn geplukt. In de praktijk betekent dit dat de ochtend zich ook zonder wekker bij mij steevast aankondigt rond een uur of half zes. Tijdens de week geeft me dat heerlijk lang de tijd om langzaam tot de levenden te komen met beken vol koffie en de nodige pafkes. In de weekends daarentegen wil ook bij ons thuis iedereen wel eens uitslapen en dan betekent datzelfde vroeg opstaan meestal ùùùrenlang vervelen tot ook de andere gezinsleden -zo rond een uur of tien- uit hun nest rollen.

     

    Zonder de belspelletjes en met enkel de nachtelijke journaalherhalingen als alternatief, hoorde ik Jan Becaus dus zondagochtend vier keer na mekaar uitleggen dat verschillende reisorganisatoren overwogen om hun klanten uit het gevaarlijke Egypte terug te halen. Aansluitend legde Sabine Hagedoren vier keer na mekaar uit dat het voor de rest van de week barkoud zou blijven en hoe erg ik er ook op hoopte dat Club Brugge toch tenminste één keer zou verliezen,  toch wonnen ze vier keer op rij met één-nul tegen Germinal Beerschot. Telkens Ronald Vargas, die scoorde. Dat die oetlul van een beerschotse verdediger na drie keer nóg niet doorhad hoe de Brugse Venezolaan hem in de luren zou leggen, zegt veel over het intellectueel niveau van ons voetbal. Maar we dwalen af.

     

    Zappen leek mij de enige andere optie. Maar op zondagochtend is ook dat niet echt een cadeau. Je huppelt zowat van tekenfilm naar tekenfilm, van Samson naar Mega Mindy of van kerkdienst naar kerkdienst. Fijn! Waar zijn mijn verrekte belspelletjes, dacht ik en in stilte, maar daarom niet minder agressief, vervloekte ik al zappend de mannen van Neveneffecten.

     

    Op één van de commerciële zenders bleef ik toch even hangen. Terwijl een jonge, ietwat pafferige vrouw met een kapsel uit de eighties recht in de camera kijkt, hoor ik een andere vrouwenstem bijna snikkend zeggen “Ik mis hem zo…”.

    Blijkbaar ben ik midden in een gesprek beland tussen de dame in de studio en een verdrietige belster.

    “Ja maar ja Nicole”, zegt de studiodame  kordaat, “De kaarten zeggen dat je toch zal moeten loslaten, hoor. Verdriet loutert, da’s waar, maar ge kunt ook niet blíjven leven met de doden, hé. Een mens moet verder! Denk aan de kaart met De Sleutel. Dat duidt op een nieuw begin!”

    Nicole is blijkbaar dermate geschrokken van deze forse uithaal dat ze niet meer antwoordt. Alleen nog een paar gebroken snikken zijn het hoorbare teken dat ze nog geen zelfmoord pleegde.

    “Nicole, ben je daar nog?”, vraagt de studiodame opnieuw. Ze probeert een wat zorgelijk gezicht op te zetten, maar onder dat ouderwetse kapsel ziet het er allemaal een beetje potsierlijk uit. Bovendien lijkt een echt grote acteercarrière toch niet voor haar weggelegd.

    “Ja… Ik ben er nog…”. Het stemmetje is broos, angstig en amper hoorbaar.

    “Aaaah, dan is het goed. Denk aan wat de kaarten hebben gezegd, hé Nicole. Veel moed en sterkte… Dag Nicole.”

     

    Zonder dat Nicole nog de kans krijgt om iets terug te zeggen, wordt de telefoonlijn afgesloten en richt de studiodame zich naar de kijker thuis. “Zo zie je maar”, zegt ze, “Over alle problemen kan je de kaarten raadplegen. Maar ik herhaal: over geld, ernstige ziektes en privé-aangelegenheden, moet u onze privélijnen bellen. De informatie die de kaarten dààrvoor in petto hebben, kunnen we u niet via de televisie meedelen. Onderaan uw scherm ziet u de verschillende nummers, waarop u voor die discrete vragen terecht kan.”

    Dat zo’n oproep op een privélijn 1,75 euro per minuut kost en dat een telefoongesprek voor een publiek consult op het televisiescherm -zoals bij Nicole- 1 euro per oproep kost, dat vertelt de studiodame er niet bij. Dat staat in kleine lettertjes tussen de telefoonnummers en nog wat andere info. Inderdaad, onderaan het scherm…

     

    Meteen flitste een nogal ophefmakende reportage van een paar jaar geleden op de Nederlandse televisie door mijn hoofd. Er was in Nederland toen heel wat heibel ontstaan over de zogenaamde astro-programma’s, waar waarzegsters, mediums, heksen, trollen en andere kwakzalvers tarotkaarten leggen en zo argeloze bellers en belsters massa’s geld uit de zakken klopten met voorspellingen die kant noch wal raken.

     

    Ondertussen staat mijn televisie nog altijd rechtstreeks in verbinding met de zieneres van geluk en onheil uit de duistere plooien van de toekomst. De pafferige waarzegster met het oubollig eighties-kapsel heeft ondertussen alweer twee wanhopigen de toekomst voorspeld en ik heb inmiddels geleerd dat ze Mira heet. Nadat ook een derde beller met een kluitje in het riet wordt gestuurd, bekruipt mij de onweerstaanbare zin om zelf ook te bellen. Hoe zou Mira mijn toekomst in de sterren lezen? Wat zou het resultaat van haar voorspellingen zijn als ik de waarheid over mezelf een klein beetje geweld zou aandoen? Zou ze mij een lang, rijk en gelukkig leven kunnen voorspellen, omgeven door tientallen knappe, hunkerende nymfomanen of ziet ze mij eerder zwart van armoe recht op de dood afstevenen, met in mijn zog een bende lederen parkhomo’s die mij droog in mijn kontgaatje willen pakken?

    De proef om de som!

     

    Liefst vier pogingen moet ik ondernemen voor ik binnen geraak. Op zich is dat best vreemd, want gedurende de tijd die ik daarvoor nodig had, is geen enkele beller of belster tot bij Mira in de studio geraakt.  Al die tijd zat ze enthousiast maar werkloos aan de kijkers uit te leggen dat ze verschillende bundels van kaarten had. Engeltjeskaarten, liefdeskaarten, affirmatiekaarten en nog een paar soorten, waarvan ik de naam al vergeten ben. Vandaag gebruikte ze vooral de kaarten van Marie Anne Adelaide Lenormand, legde ze uit, want ze had het gevoel dat die vandaag meest kracht uitstraalden…

     

    Ik heb er ook geen idee van of ik in de drie keer dat ik niet binnen raakte ook al drie euro lichter ben gemaakt, maar soit, de vierde keer heb ik prijs. Ik rol de studio binnen, recht in de voorspellende schoot van Mira.

    “Goeiemorgen, met wie spreek ik”, vraagt ons pafferig eighties-waarzegstertje vriendelijk.

     

    Wat heet een belachelijke vraag voor een waarzegster, bedenk ik. Een helderziende die vraagt wie je bent? Waar slaat dat in hemelsnaam op? Hoort iemand met dergelijke gaven dat dan niet zelf te weten, vraag ik mij af? Maar goed, ik wil beleefd blijven en dus ban ik alle sporen van verwondering en ontgoocheling uit mijn stem.

     

    “Goeiemorgen, met Luctor”, zeg ik.

    “Dag Luctor”, zegt ze. “Op welk vlak zou jij graag weten wat de toekomst voor jou in petto heeft, Luctor?”

    “Ik wil graag weten of ik een gelukkig gezinsleven tegemoet ga”, lieg ik.

     

    Mira valt onmiddellijk in haar professionele zelve. Ze heeft nu nog maar een summiere basis van informatie over mij en dus probeert ze onopvallend en snel meer te weten te komen over mijn situatie. Alleen op die manier kan ze zich een meer accuraat beeld vormen over de Luctor met wie ze aan de lijn hangt en kan ze een paar ‘voorspellingen’ doen, die vaag genoeg zijn om in mijn leven te kunnen passen.

     

    “We zullen eens zien wat er voor jou in het verschiet ligt”, zegt ze, terwijl ze een aantal tarotkaarten op haar desk uitspreidt. Een close-up van die desk toont dat er een Ruiter bijligt, een Hond, een Berg, een Anker en nog iets wat op een soort aardeweg  lijkt. Haar wijsvinger blijft tikkend achter bij de kaart met de weg op getekend.

    “Ben jij getrouwd, Luctor?”, vraagt Mira.

    “Zie je dat dan niet in je kaarten?”, vraag ik.

    Meteen houdt de tikkende vinger op en blikt Mira me recht in de camera aan. Ik verwacht mij meteen aan een tirade of een soort banvloek van de tv-heks, maar ze herpakt zich professioneel.

    “Het Anker zou kunnen wijzen op liefdestrouw en een veilige haven.”, zegt ze, “Maar om echt zeker te zijn, zou ik dat ook nog eens moeten pendelen. Helaas hebben we daar in deze uitzending de tijd niet voor.”

     

    Omdat ik bang ben meteen uit het programma te worden gegooid, zeg ik snel dat ik inderdaad getrouwd ben. Mira’s blik ontspant weer. Ze voelt dat ze de eerste veldslag gewonnen heeft.

    “Hoe oud ben je, Luctor”, vraagt ze.

    “Dertig.”

    De leugen gaat er als pap in.

    “Kinderen”, vraagt ze?

    “Nog niet”.

    Ook die leugen slikt ze zonder problemen.

     

    De tv-uitvoering van het Orakel beschikt nu al over een pak info over wie ik ben. Ze weet dat ik een man ben van dertig jaar, dat ik getrouwd ben en nóg geen kinderen heb. Ze weet ook dat ik vroeg of ik een gelukkig gezinsleven tegemoet ga. Logischerwijs kan ze dus concluderen dat ik ófwel niet zeker ben van de liefde van mijn partner en dat ik mij afvraag of het wel zal blijven duren, ófwel dat mijn relatie wel goed zit, maar dat ik stilaan toch naar kinderen begin te verlangen. Het enige wat ze nog moet doen is proberen uit te vissen welke van de twee van toepassing is, zonder zelf al te veel te blunderen. Dat blijkt meteen ook als ze zich waagt aan een eerste, uiterst voorzichtige voorspelling. Het lijkt wel stratego wat we spelen. Waar is de vlag en waar liggen de bommen?

    “Ik zie hier de kaart van de Hond”, zegt ze. “Dat zou kunnen wijzen op een bijzonder trouwe vriendschap. Zou dat over je partner kunnen gaan?”

    “Ja”,zeg ik. “Dat zou heel goed kunnen want we houden zielsveel van elkaar”.

    “Ik dacht het al”, zegt Mira. “De hondenkaart duidt meestal op echte trouw tussen partners.”

    Ze klinkt meteen een stuk zelfverzekerder en gaat vlot op haar elan door. Al eliminerend is ze er handig achter gekomen dat mijn vraag inderdaad te maken heeft met mijn gefakete kinderwens. Als een stoomtrein op snelheid dendert ze nu door het gesprek. Recht op haar doel af.

    “Ik heb hier ook de kaarten liggen van De Ruiter en De Weg”, zegt ze. “De Ruiter duidt vaak op bezoek of op goed nieuws en De Weg geeft aan dat je leven een andere wending krijgt. In combinatie met de andere kaarten moet ik afleiden dat jullie gezinnetje wellicht zal uitbreiden.”

    Terwijl ze het zegt, glimt de overwinningsglans over heel haar gezicht.

     

    “Echt waar?”, hakkel ik gespeeld blij.

    “Dat is wat de kaarten mij vertellen”, triomfeert ze.

    “En zeggen de kaarten ook wannéér we een kindje zullen krijgen”, vraag ik.

    “Neen,”, zegt Mira, “Dat kan ik niet afleiden. Maar daarvoor kan je natuurlijk wel naar een astro-privélijn bellen. Daar zitten specialisten alle vlakken. Ook op vlak van geboortevoorspellingen.”

     

    Mira geniet duidelijk van haar overwinning en terwijl ze snel van mij afscheid wil nemen ‘omdat er nog meer mensen met levensvragen zitten te wachten’, maakt ze één cruciale fout. Uit overmoed wellicht. Ze bedankt mij namelijk voor het bellen en voegt daar in één adem aan toe dat ik zeker ook veel zwangerschapsgeluk moet wensen aan mijn vrouw.

     

    “Vrouw?”, zeg ik. “Ik heb helemaal geen vrouw. Ik woon samen met een man. Ik ben ho…”

    Ik krijg de kans niet om mijn zin af te maken. Een indringende tuut-tuut-tuut is het enige wat ik nog hoor.

    Op televisie sluit Mira ons gesprek af alsof ik niet uit de ether ben gezwierd. Sec en zonder enige vorm  van onzekerheid of aarzeling.

    “Weer iemand die tevreden is”, zegt ze. “Tijd voor een volgende beller”.

     

    Een half uur later staat mijn vrouw op.

    “Ik voel mij een beetje misselijk”, zegt ze.

    Het koud zweet breekt mij uit…

     

    Luctor

    01-02-2011 om 20:10 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    29-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Uitvinding: lul met snuif-functie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Stel je voor, waarde lezer, na een dag lang hard werken op kantoor of in de fabriek, rijd je ’s avonds de oprit van je huis op. Uiteraard floept het licht net op tijd aan en is het hek volledig opengedraaid, want de sensor van je huiscomputer heeft vanop één kilometer afstand je auto “voelen” aankomen. Het spreekt vanzelf dat de lampen op de oprit weer netjes doven van zodra je ze voorbij rijdt. Het hek sluit weer zonder dat je er moet naar omkijken en de garagepoort volgt gedwee. Op weg naar de achterdeur van je huis, blijf je netjes op het tuinpad, want de volautomatische en computergestuurde grasmaaier is volop bezig aan zijn dagtaak.

     

    Binnen ligt je lieve echtgenote languit op de bank een magazine te lezen, terwijl Piet Huyzentruyt een beetje idioot staat te doen op je zeventig inch led-flatscreen televisie.

    “Wat eten we vanavond, schat?”

    “Geen idee”, zegt ze. “Ik ben niet echt aan het volgen. Ik heb gewoon met de afstandsbediening ingegeven dat de kinderen niet thuis zijn vanavond en dat we maar met z’n tweetjes zijn”.

    “En mijn baas dan?”, vraag je verschrikt.

    “Shit! Vergeten!”

    Je teerbeminde gooit haar magazine opzij en kijkt paniekerig op de klok.

    “Hoe laat komt hij?”

    “Over een uurtje! En zijn tang van een vrouw komt mee.”


    Dan halen we het nog net, bedenk je. Gewoon de afstandsbediening nemen, Piet Huyzentruyt deleten en opnieuw ingeven ‘vis’, ‘vlees’ of ‘vegetarisch’ plus het aantal personen en de chef-kok naar keuze. De televisie en je huiscomputer coördineren de rest. Eerst wordt ingelogd bij de koelkast of alles nog in voorraad is en worden de recepten gedownload naar een hele batterij ovens en microwaves. Van zodra de koelkast biept dat alles gevonden is, komt het er enkel nog op aan om de verpakkingen te verwijderen en de producten in de insert-lade te leggen. De rest gaat vanzelf. Op de televisie kan je ondertussen bekijken hoe Pietje Huyzentruyt de maaltijd van je keuze in the good old days handmatig bereidde. En voor het geval dat er al eens een ingrediëntje mocht ontbreken, dan wordt er automatisch een email verstuurd naar de dichtstbijzijnde automatenshop.

     

    Exact vijf minuten voor je baas aankomt verstoort een monotone zoemer de rust in je huis. Je huiscomputer heeft namelijk op twee kilometer afstand het signaal van de gsm van je baas “gevoeld”. Snel nog even rondlopen of alles OK is. Met een vingerknip verandert de open haard van een zwart gat naar een knisperende bron van gezelligheid en flitsen overal in huis de tientallen flatscreen-televisies aan. Met je centrale afstandsbediening kies je nog snel welke schilderijen je er vandaag op wil weergeven. Oef, just in time.

    Met de smile van je leven sta je de baas in het deurgat op te wachten. Promotie verzekerd! Ware het niet dat Snuffel roet in het eten kwam gooien. De geluidloze huisstofzuiger was je namelijk vergeten verankeren in zijn ‘kotje’ en het dikke wijf van je baas duikelt er in ware zweefvlucht overheen en landt met haar benen wijdopen midden in je woonkamer. Haar jurk tot ver boven haar middel omhoog geschoven.
    En wat schaft de pot vandaag? Konijn met pruimen…

     

    Het lijkt een verhaal uit de verre toekomst, waarde lezer. Maar dat is het niet. In principe is het meeste zelfs vandaag de dag al realiseerbaar. Ik moest eraan denken toen ik mijn lieve eega deze middag bij de kapper ging ophalen. Ik was iets te vroeg en zat even in mijn auto te wachten. Tussen de wagen voor mij en die van mezelf zat nog een behoorlijke plaats om te parkeren. Niet echt dat je er met een limousine tussen kon, maar zeker groot genoeg voor een stevige middenklasser.

    Groot was mijn verbazing toen uitgerekend een slagschip van een duur Duits merk dacht om er zich te moeten tussen wringen. Mijn muil viel helemaal als een bakhuis open toen ik merkte dat de dame achter het stuur gewoon in haar handtas zat te grabbelen, terwijl haar dure bak zich zacht glijdend en gemillimeterd in de vrije plaats schoof. Kust nu mijn kloten... Meer kon ik niet bedenken.

     

    Akkoord, de tijd staat niet stil en de technologie gaat razendsnel vooruit, maar hier stond ik nu toch wel even met mijn bek vol tanden. Is er dan geen snelheidsmeter -of beter nog, een snelheidsbegrenzer- op technologische innovatie? Want geef toe, uitvinden is één ding, maar een uitvinding wordt pas innovatie als het nut en waarde heeft voor de afnemer. En akkoord, mijn hond zal niet van de ene op de andere dag beginnen praten, net zo min als ik mijn poes kan programmeren dat ze zich niet meer laat neuken door om het even welke krolse kater die haar pad kruist, maar een mens wordt toch klein en stil als je even nadenkt over de snelle evolutie die onze tijden nu meemaken.

     

    Vroeger ging het meer gezapig, heb ik het gevoel. Akkoord, men vond wel uit aan de lopende band, maar er wàs ook zo weinig. In 1900 vond Arthur Eichengrün de aspirine uit, maar voordien was er niets wat erop leek. Dan was het hoofdpijn hebben en de pijn verbijten. Drieëntwintig jaar later knutselde de schot John Logie Baird de eerste televisie in elkaar, maar vóór die tijd kon je alleen maar naar de radio kijken. Het gras zien groeien was wellicht nog boeiender. En in 1956 ontwikkelde de Amerikaanse patholoog Gregory Pincus samen met de gyneacoloog John Rock de eerste anticonceptiepil. Als je voorheen geen kinderen wou, dan was het… Inderdaad, vogelen en het plafond witten.

    Maar zet die drie uitvindingen bij elkaar en dan kom je tot de constatering dat het liefst zessenvijftig jaar heeft geduurd voor er iemand kon zeggen: ‘Er is weer geen kloten op tv, liefje, laat ons dus maar eens vroeg gaan slapen. Slik snel een pil om geen kindjes te krijgen en dan poep ik je tot je ogen achterstevoren staan. Hoofdpijn vanavond? Hier is een aspirine, mijn duifje’.

     

    Wat er ook van zij, na de StarWars-scene aan de kapper deze namiddag, was mijn nieuwsgierigheid in alle hevigheid opgelaaid. Ik kon echt bijna niet wachten tot ik thuis was om het internet af te struinen op zoek naar ‘de wereld die ik nog niet kende’.

    Je gelooft je ogen niet, waarde lezer. Wat ik op een aantal amerikaanse sites allemaal niet gevonden heb… Het is ronduit verbijsterend.

     

    De power-balance bandjes en en neuspleisters waarmee voetballers maar al te graag uitpakten, kennen we allemaal. Ze brachten geen kloten op en dus is de hype alweer lang achter de rug. Maar wist u ook dat er zoiets bestond als de programmeerbare autosleutel? Neen? Handig ding nochtans en Ford heeft het ontwikkeld. Gewoon even de sleutel in je computer steken, de naam van zoon- of dochterlief intikken als die de auto van pap willen lenen en via je pc kan je ingeven dat de auto niet sneller mag rijden dan zeventig kilometer per uur en dat de maximum toegelaten afstand tien kilometer is. Het einde van de slapeloze nachten.

     

    Of wat dan te denken van NyBall-washer, een wasmachine die je kleren schoonmaakt zonder water en zonder wasmiddel. Toch fijn voor het milieu, niet? Gewoon je vuile was in de trommel, een doosje speciaal geprepareerde nylon balletjes erbij kappen en wassen maar. Grote wasjes, kleine wasjes, laat maar lekker draaien. Wat schreeuwt de reclame ook alweer? Specialisten raden aan om altijd te wassen met Calgon. My ass! Kalkvorming in je wasmachine daar heeft binnenkort niemand nog last van.

     

    Nog een handigheidje lijkt me de kine-oplader voor al je klein electronisch materiaal. Gewoon je iPhone en je Blackberrie in de daarvoor bestemde houder steken en hij laadt op terwijl je wandelt en beweegt. Puur op kinetische energie. Er zijn er zelfs die opladen door lichaamswarmte, maar voorlopig zoekt men nog een oplossing om een rush naar de ziekenhuizen -op zoek naar koortsige medeburgers- in goede banen te leiden.

     

    Om maar te zeggen, waarde lezer, dat er ook nogal wat prul uitgevonden wordt. Wat dacht u bijvoorbeeld van een billendoekjesverwarmer, de push-up zwembroek of de gras-teenslippers? Vooral dat laatste schijnt momenteel in de VS heel erg in te zijn bij de stadsbewoners, die toch graag op blote voeten in het gras lopen. Gewoon je flip-flops regelmatig water geven en één keer in de week bijknippen…

    Heeft u trouwens ooit al gehoord van een sexpop voor honden? Neen? Het bestaat nochtans! Uw hitsige poedel zal voortaan niet meer op uw been komen rijden als het kutje brandt of het pikkie opstijft. Ook niet als je bezoek hebt. Makkelijk zat.

    De gas-mask-bra wil ik u zeker ook niet onthouden. Stel, je zit ergens in een terroristisch gebied en één of andere extremist pleegt een gasaanval. Geen probleem, je snokt gewoon je beha van je lijf, laat je tetten de vrije zwadder en ondertussen tover je van de speciaal bewerkte cups en de bandjes twee gasmaskers. Handig voor jou én je man!  En opwindend, me dunkt. Je zou begot hopen dat je in een gasaanval terecht komt.

    What’s next, vraagt een mens zich dan af. Hoeveel gekker moet het nog worden in deze wereld?

     

    Weet je, wat mij dan frappeert, is waarom sommige voor de hand liggende dingen over het hoofd worden gezien. Neem nu een gezonde kerel. Hoe lang draagt de man al onderbroeken? Dat moet ergens sinds de dertiende eeuw zijn geweest, schat ik. Waarom heeft er dan niemand, in al die tijd, ooit een oplossing gevonden voor dat laatste plasdruppeltje...? Áàààltijd in je onderbroek…!     

     

    Luctor  

    29-01-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    27-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geëtst voor het leven
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vorig weekend was het mij in de sauna ook al opgevallen, tatoeages zijn niet langer versieringen die exclusief voorbehouden zijn voor de  lichamen van schorriemorrie en zeebonken. De dag van vandaag heeft bijna iedereen er. Je hoeft niet langer te behoren tot het tuig met borstelige baarden en grommende motoren om je vel te laten etsen met stripfiguren, tribals of vuurspuwende draken. In sommige middens gaat het zelfs zó ver dat ik mij afvraag of het misschien toevallig een verplichting is geworden.

     

    Neem nu de voetballers. Je kan tegenwoordig geen wedstrijd op televisie meer bekijken of van de 22 spelers op het veld lopen er driekwart van keel tot pols versierd als waren het levende kleurboeken. Vorige week zag ik er zo nog eentje scoren. De bal hing nog niet goed en wel in de netten of hupla, het shirt was al uitgetrokken om uitgebreid aan publiek en camera’s te showen waarmee zijn afgetrainde bast ingekleurd was. Wat was me dat? Wel vijftig figuurtjes en teksten stonden her en der op  voor- en achterkant van het spelerslijf gesméten. Echt waar, beste lezer, gewoon blind erop gesmeten. Er zat totààl geen orde of samenhang in. Niks. Gewoon lukraak tekeningetjes neergepoot. Eerlijk gezegd deed de man mij denken aan een mobilhome met een voorruit vol tolstickers. Of erger nog, zo’n oude reiskoffer die bemazeld is met een stickertje van elke vroegere vakantiebestemming.

     

    Nóg erger wordt het als het toevallig grondig fout loopt bij het injecteren van de tatoeage zelf. Kimberley Vlaeminck, de achttienjarige wereld”ster” uit Kortrijk, herinneren we ons nog allemaal. Maar Kimberley is lang niet de enige. Neem nu Jonathan Legear, bijvoorbeeld. De voetballer bij Anderlecht, die in navolging van Julius Caesar, kwam, zag en overwon. “Veni Vidi Vici” sprak de  Jules in 47 voor Christus tot de senaat, maar helaas had de tatoeëerder van Legaer zijn Latijnse niet volledig afgewerkt en sindsdien loopt de flank van Anderlecht met ‘Vini Vidi Vici’ op zijn voorarm. Dubbele pech, want het slaat nergens op en bovendien, waar moet je daarmee naartoe? Voor Kimberley Vlaeminck viel dat nogal mee. Akkoord het domste gansje van Kortrijk staat dan wel met zessenvijftg sterretjes op haar muilke, maar zo groot waren die sterretjes nu ook weer niet. En daarenboven, voor een sterretje, niet groter dan een stuk van twee Euro kan je bij Carglass terecht. ’t Is in een kwartiertje gepiept. Dan heeft Legaer minder chance, zou ik zo denken..

     

    Nuja, begrijp mij niet verkeerd, waarde lezer, ik ben geen tegenstander van tatoeages. Integendeel. Ik zal ook nooit iemand veroordelen die zich op duidelijk of minder zichtbare plaatsen laat versieren met één of meerdere symbolen voor het leven. Iedereen doet het tegenwoordig. Neem nu onze postbode, die allerlei vreemde tekens op zijn vingers staan heeft. Of mijn overbuurvrouw met haar vlindertje op haar schouderblad. Zelfs de apothekeres, die mij mijn asperientjes verkoopt, heeft een vuurrood hartje op de binnenkant van haar pols. Al moet ik toegeven dat ik dat laatste toch een beetje raar vind. Persoonlijk zou ik toch van een apothekeres verwachten dat ze eerder voor een groen kruis zou kiezen dan voor een rood hartje, maar soit. Bovendien schijnt de knappe pillendraaister ook een zwart roosje in haar schaamstreek te hebben, maar dat gerucht heb ik helaas alleen maar van horen zeggen…

     

    Ik moet toegeven dat ik zelf ook geen onbeschreven blad ben, wat tatoeages betreft. Links en rechts op mijn schouders staan de symbolen voor de geboorte van mijn twee kinderen en net boven mijn rechter enkel staat een teken dat gelinkt is aan mijn huwelijk. Mijn eega heeft overigens precies hetzelfde teken, net boven haar linker enkel. Trouwringen waren in die tijd namelijk nog duurder dan tatoeages. Vandaar.

     

    Wat ik mij ook vaak afvraag is hoeveel mensen getatoeëerd zijn zonder dat het zichtbaar is. Een beetje zoals de wilde geruchten over het zwarte roosje van mijn apothekeres. Stel je voor dat plots zou uitkomen dat Inge Vervotte over heel haar ranke flank een zwarte panter heeft staan, die woest klauwt en daarbij met zijn rechter voorpoot maar op een haartje na haar linker tepeltje mist… Akkoord, het is niet meer dan gissen, maar geef toe, het zou kunnen. Wie zou Vervotte dan nog de ‘tante nonneke van de Belgische politiek’ durven noemen?

    Of beter nog, wat indien plots zou blijken dat Herman Van Rompuy een vervaarlijk ogende draak over heel zijn rug en zijn gat heeft staan? Zo één met vlammende ogen op een blauwe achtergrond en met twaalf gele sterren rond zijn vuurspuwende muil.  Nigel Farage zou zich wel twee keer bedenken alvorens hij Van Rompuy nog eens het charisma van een natte dweil zou toedichten. Zeker weten.

     

    Afijn, om maar te zeggen dat tattoo’s iets van alle tijden is, maar toch vooral een verschijnsel is wat de laatste jaren enorm aan populariteit heeft gewonnen. Van Ôtzi, de ijsmummie uit de Alpen, die zo’n vijfduizenddriehonderd jaar geleden leefde, wordt beweerd dat hij negenenvijftig tatoeëringen had, maar stel hem daarmee vandaag op een gemiddeld voetbalveld of festivalterrein en ze schijten hem uit voor ‘mietje’. Tijden, ze veranderen.

     

    Ik herinner mij nog goed de tijd toen ik in de lagere school zat. Van een nieuwe onderwijzer die op school toekwam, werd al snel gefluisterd  dat hij een tatoeage had staan. Niemand had ze ooit gezien, maar de veronderstelling werd gretig gevoed door het feit dat de man zomer en winter een hemd met lange mouwen droeg. De goegemeente was ronduit geschoffeerd. Ouders waren angstig en vroegen zich onder elkaar af wat er met kun kinderen zou gebeuren als ze een jaar lang in zijn klas zouden zitten. Wat kwam dat crapuul zoeken op onze school en zou hij de kinderen in het verderf sleuren? Paniek alom. Een bajesklant geeft les op onze school. Het dorp was in gevaar.

     

    Dan gaat het er de dag van vandaag wel eventjes anders aan toe. Een paar weken geleden had mijn teerbeminde namelijk spontaan ‘ja’ gezegd op de vraag of we niet een weekendje als vrijwilligers wilden komen koken tijdens een schooldriedaagse in Westende. Lisa was één van de leraressen, die de twintig pubers van het tweede middelbaar begeleidde. Al van bij het begin ontstond er commotie onder het jonge grut over deze jonge, knappe docente Nederlands. ‘Heeft mevrouw De Putter een tattoo of niet?’ Eén van de leerlingen dacht namelijk van die kleine, symmetrische tribal-vleugeltjes onderaan haar rug gezien te hebben, toen de juf voorovergebogen zat op een stoel.

    “Ik kan het amper geloven”, zei ik. “Lisa lijkt mij niet het type om met zo’n reetgewei rond te lopen.” Maar toen ik het haar vroeg, lachte ze alleen maar mysterieus.

    “Heb je dan toch een tattoo?”, vroeg ik.

    “For me to know, for you to find out”, zei ze. “Maar schrik niet, mijn rockchick-gehalte zou wel eens groter kunnen zijn dan je denkt….”

     

    Mijn fantasie was geprikkeld. Alle mogelijke vormen en thema’s van tatoeages fantaseerde ik op alle mogelijke plekken van haar jonge, strakke lijfje. Niets leek mij te matchen met de type vrouw die ze was. Het enige wat ik overhield en wat mogelijks bij haar zou passen, leek mij een gitzwarte orchidee op de wreef van haar voet, een traan juist onder haar naveltje of een afdruk van een hondenpootje op haar bips. Ik heb helaas niet kunnen achterhalen of Lisa nu al getatoeëerd is of niet, maar als ze ooit van plan zou zijn om een tattoo-shop binnen te stappen om één van mijn voorstellen op haar velletje te laten vereeuwigen, dan mag ze mij altijd bellen. Ik kom zeker kijken.

     

    Over bellen, komen kijken en verborgen tattoo’s gesproken, er is er zo nog eentje die mij bijzonder intrigeert. Trouwe lezers van mijn columns zijn al langer op de hoogte van  mijn hongerig verlangen naar de First Lady van onze gemeente. Maanden zijn alweer voorbij gevlogen. Meerdere keren is ze mij in die periode al voorbij gereden, voorbij gestapt,… en nog steeds doet ze alsof ik lucht voor haar ben. Het kan toch niet dat ze nog steeds onwetend zou zijn over mijn Luctoriaans en brandend verlangen naar haar. Veel meer nog dan de knappe Lisa, beheerst mijn burgemeesteres mijn wildste dromen.

    Zou zij getatoeëerd zijn, vraag ik mij af? In mijn verbeelding zie ik het zo voor me: het beeld van de eindeloze polders op haar rugje, de kabbelende kreken op haar zachte buik en twee prachtige vleugels op haar schouderbladen. Daarboven, in de sierlijke letters van het CD&V-logo, de tekst “Alis Volat Propriis”… Zij vliegt op eigen vleugels.

     

    Prachtig! Maar, wanneer landt ze eens bij mij?

     

    Luctor

    27-01-2011 om 20:01 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (18 Stemmen)
    >> Reageer (5)
    22-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sauna
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is niet te geloven waar ik de voorbije paar maanden al overal naartoe gesleept werd. Sinds mijn teerbeminde -na twee jaar rolstoelen- weer kan stappen, lijkt ze aan een supersonisch tempo de ‘verloren tijd’ te willen inhalen. En zeg daar als liefhebbende echtgenoot maar eens ‘neen’ op…

     

    Alle winkels van Vlaanderen heb ik al achter de kiezen, tientallen films en evenveel theaterstukken houd ik al lang niet meer uit elkaar en een gezonde wandeling aan de zee wordt bij ons niet gevolgd door een warme kop thee met een taartpunt, maar door een al even deugddoende stappartij op de Hoge Venen.

     

    Ja, ze is veranderd, mijn vrouw. Twee jaar in een rolstoel doet iets met een mens. Vroeger was ze niet eens meer onder de indruk te krijgen van de Hangende Tuinen van Babylon of pakweg een bezoek aan de oude Incastad Machu Picchu in Peru, maar tegenwoordig…? Holala… Ze hebben ergens twee stenen op mekaar kunnen leggen en hopla, iedereen de auto in en bewonderen maar. Zes keer ben ik de voorbije maand al naar het Lam Gods gaan kijken. Zés keer, alstublieft! En dan heb ik het nog niet eens over al onze bezoekjes aan alle soorten torens en belforten. Met ons entreegeld dat we de voorbije maanden in al die ondingen al betaald hebben, kunnen ze zeker al tien nieuwe torens neerpoten.

     

    Afijn, intussen ben ik er tot mijn scha en schande achter moeten komen dat haar inhaalwoede nog lang niet gestild is. Hoeveel pech kan je als liefhebbende echtgenoot hebben als dan ook nog blijkt dat de exponenten van haar inhaalwoede ongeveer parrallel lopen met jouw ergerlijkste bezigheden? Want ‘Winkelen’ en ‘Wandelen’ mogen dan al tot mijn twee hatelijkste W-woorden behoren, sinds vanmiddag is daar een waardige derde bijgekomen: Wellnessen.

     

    Mijn teerbeminde was namelijk op het lumineuze idee gekomen om mij mee te slepen naar een openbaar saunacenter. Nu is het niet de eerste keer in mijn leven dat ik geheel vrijwillig in zo’n zweetbarak ga zitten, maar om nu te zeggen dat ik een liefhebber ben van het mezelf levend te laten koken… Dat nu ook weer niet. Bovendien ben ik licht claustrofobisch, waardoor een verblijf in een kleine gesloten ruimte me sowieso al hartkloppingen bezorgt. Daarvoor hoef je me dus echt niet nog eens extra met mijn blote kont in zo’n Finse stoomketel te zetten.

     

    Soit, als mijn eega iets in haar hoofdje heeft, dan zit het niet in haar gat en dus had ze al op voorhand al mijn mogelijke excuses ontmijnd. Het saunacenter wat ze had uitgepikt had meer dan alleen maar saunahutten te bieden. In het kader dat wellness zich laat vertalen in een perfect evenwicht tussen welzijn, ontspanning en rust, had het center van haar keuze ook nog een stoombad met hete waterval te bieden, een hydro-massage, een zoutkristalbad, een kruidenjacuzzi en nog een afloelzwembad bovenop. Asjeblief!

    Bovendien, zei ze, was dit een publieke sauna en dus met veel grotere cabines dan de bloedhete privé-sardineblikjes die ik totnogtoe had bezocht. Alsof dat me gerust stelde… In mijn bloot gat en zwetend als een otter tussen tal van welgevormde bimbo’s en afgetrainde binken… Ik mocht er niet aan denken!

     

    Kan je je dus mijn opluchting voorstellen toen bleek dat het saunacenter niet alleen bijna twintig kilometer van onze thuisbasis lag en we bovendien aan de balie werden verwelkomd door een doordeweeks heerschap met een beginnend bierbuikje? Stel je voor dat hier meteen zo’n bruingebrande Adonis met een heel nadrukkelijke sixpack had gestaan, dan was ik linea recta weer naar mijn auto gelopen. Zeker weten! Gelukkig bleek het dus een gewone man, die zo uit ons kruidenrekje kon weggelopen zijn.

     

    Met een routine van ik-heb-dit-al-tienduizend-keer-gedaan, duwde de man ons elk een badjas in de armen en legde hij ons de gebruiken van het huis uit. Uitkleden, douchen, afdrogen, naar één van de sauna’s gaan, zweten, eventueel met een takkenbos op je oververhitte vel slaan om de bloedcirculatie te verhogen en weer afkoelen. Voor dat laatste konden we gebruik maken van een koude douche, legde de man uit, of van het ijskoude dompelbad in de tuin.

    “Jammer dat er nu geen sneeuw meer ligt”, voegde hij er nog aan toe. “Tot twee weken geleden lag er hier een pak van wel twintig centimeter en het was heerlijk om de klanten in de sneeuw te zien spelen”.

    Die godverdomse oetlul met zijn onnozel geruit hemdje rond zijn bierpens had dus staan loeren, bedacht ik. Het gaf me meteen zin om hem een gigantische peer op zijn voyeursmuil te verkopen, maar voor we het wisten had hij ons al naar een deur geloodst waar in sierlijke letters ‘kleedkamer’ op stond. Ik zocht naar de gebruikelijke pictogrammetjes voor heren en dames, maar daar was men hier duidelijk niet op voorzien.

     

    Gelukkig bleek de kleedkamer leeg toen we binnenstapten. Lucky me, dacht ik, want geef toe, echt fijn is het niet om door pakweg een dozijn priemende ogen bestudeerd te worden, terwijl je zo onelegant als een hangbuikzwijn uit je onderbroek staat te stappen. Van de leegstand gebruik makend heb ik me dan maar zo snel mogelijk uitgekleed en mij in mijn badjas gehesen als ware het een beschermend harnas. Terwijl mijn teerbeminde, die zich met haar godinnenlijfje om geen gêne hoeft te bekommeren, onze kleren netjes opvouwde en in het lockertje wegborg, zat ik nog snel als een bezetene de rekkerrandjes van mijn sokken weg te wrijven. Godverdomme, wat haat ik sauna’s. En al zeker de openbare!

     

    Eens de deur met ‘wellnessruimte’ gepasseerd, betrad ik een soort Romeins Walhalla van loslopende cellulitisbillen, hangtetten, bilspleten, blubberbuiken en fluitklokken in alle maten en gewichten. Het gaf me meteen de moed om mijn ingehouden adem te lossen en mijn buik zijn ronde zichzelf te laten zijn. Had ik gedurfd, ik liet een knallende scheet van opluchting.

     

    Hoewel er in de kleedkamer van daarnet een groot bord hing met een bericht dat naaktheid enkel toegelaten was in de sauna’s en de stoomcabines, leek niemand zich daaraan te houden.

    Iedere aanwezige dartelde hier vrolijk rond in zijn blote zelf. Er werd bloot gelachen en gepraat, bloot gegeten en gedronken en in de relaxzetels lagen vier vrouwen ongeneerd met de benen wijd open te keuvelen. Qua interieurarchitectuur kon je hier wel ideeën opdoen, dacht ik, al moet ik er meteen aan toevoegen dat er bij geeneen van de dames van enig duur design sprake kon zijn. Gelukkig was het ook niet de eerste keer in mijn leven dat ik een blote kut zag. Ik was dus niet onder de indruk van de variaties in vorm of beharing. Groezelige junglepussies, glimmende Kojakpruimen en alles wat daartussen zit -wat een grappige woordspeling overigens- zijn mij dus niet vreemd. Toch moest ik bij de rechtse van de vier keuvelende wijdbeense dames twee keer kijken om mijn ogen goed en wel te kunnen geloven. Een touwtje? Ik mag dan een kutkenner zijn, maar dat je er ook thee in kon zetten…???

     

    Hoedanook, de sauna zelf heb ik maar één keer gedaan. Mijn teerbeminde is wel een keer of drie gekookt en dan weer afgekoeld, maar bij mij lukte het niet. Mijn gedachten waren bovendien voortdurend bij een krantenartikel wat ik onlangs had gelezen over de finale van het ‘Sauna World Championship’ in het Finse Heinola. Een Russische deelnemer, die vorig jaar nog derde werd in het kampioenschap, is na zes minuten in een sauna van 110 graden Celcius ineen gestuikt en ter plekke overleden. Ik rekende uit dat ik met mijn conditie dus zeker niet verder mocht gaan dan zeven seconden in het zweetkot. Daarenboven had de ‘theedame’ blijkbaar exact hetzelfde moment als ons gekozen om zich te laten gaarstomen en dat leek mij nu net teveel van het goeie. Het was al voldoende dat ik wist dat ze thee aan het zetten was, maar ik wou er écht geen getuige van zijn dat ze nog een citroentje in haar theepotje zou uitknijpen bovendien.

    Met een paar kleine vingerbewegingen maakte ik mijn teerbeminde dus duidelijk dat ik het voor bekeken hield en dat ik vertier ging zoeken in het zwembad.

     

    Met een plons dook ik in het helderblauwe water, waar voor de rest niemand in zat. Alsof een mes door mijn lijf reet. Mijn adem stokte. IJs- en ijskoud was het. Mijn hart ging tekeer alsof het met alle macht uit mijn lijf probeerde te springen en mijn lul trok met de snelheid van het licht in zijn beschermende buik. Ik kon me er nog net van weerhouden om een oerschreeuw uit te stoten, maar aan de andere kant kon het mij ook geen reet schelen dat ik met veel luidruchtig geplons en gesplets naar de kant probeerde te komen. Uit dit marteltuig, was het enige wat ik kon denken. Uit, uit, uit!

     

    Rillend als een espenblad zocht ik warmte in mijn badjas. Mijn teerbeminde zag ik nog een keertje als een overrijp tomaatje heen en weer lopen tussen het zweetkot en het koude dompelbad en ik besefte hoe erg ik haar dit gunde. Liefst van al was ik direct na mijn ijswaterinfarct terug naar huis gegaan, maar de gedachte dat ze dit twee jaar –rolstoelgewijs- had moeten missen, verwarmde mijn ijskoude lijf sneller dan eender welke sauna.

     

    Ik zocht een alleenstaande relaxstoel op, bijna weggestoken in een hoekje van de wellnesszaal. Een heerlijke rust daalde over mij heen, toen ik mijn lijf langzaam en volledig uitgestrekt weer voelde opwarmen. Een knappe vrouw passeerde op minder dan een halve meter van mij en stopte bij de rand van de kruidenjacuzzi. Heel gracieus liet ze haar badmantel afglijden en zonder zich verder nog over het kledingstuk op de grond te bekommeren, stapte ze sierlijk en zelfzeker het bad in. Haar donkere haren nat  en strak achterover gekamd en haar rechter schouderblad versierd met een piepkleine tribaltattoo, waarin onmiskenbaar de letter ‘V’ verwerkt was. Je zag van ver dat haar naaktheid haar totaal niet stoorde. Ik wed zelfs dat ze het heerlijk vond om mij zonder enige vorm van belemmering te laten genieten van haar prachtige naakte lichaam. Gezeten tussen honderden waterbubbels en met haar prachtige volle borsten half onder en half boven water, bleef ze mij een paar minuten ongegeneerd aankijken. Al snel sloot ze haar ogen en rond haar mooie mond groeide een vage glimlach, intens genietend van het warme water over haar lichaam.

     

    Hoe graag was ik naar dit prachtig en opwindend schouwspel blijven kijken, maar het besef dat ik daardoor geen haar beter was dan die geile sneeuwvoyeur aan de balie, deed me opstaan en vertrekken. In een ander leven zou ik deze schoonheid beslist hebben aangesproken. Nu deed ik het niet. Ik ben perfect gelukkig met de vrouw die ik heb en de badende schoonheid heeft zeker en vast uit mijn blikken begrepen dat ik haar een stuk vond. Meer moet dat niet zijn. Misschien nog juist een heerlijk warm drankje om een fijne namiddag af te sluiten. Al zal het deze keer geen thee zijn…

     

    Luctor

    22-01-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (20 Stemmen)
    >> Reageer (8)
    06-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het jaar van de spiegel
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Gisteren belde een goede vriend op mijn voicemail om ons naar jaarlijkse gewoonte uit te nodigen bij hun thuis op de dag van de Ronde van Vlaanderen. Traditioneel springen onze dames dan alras de keuken in om de al even Hoogdaaglijke Biefstuk Friet te bereiden. Héérlijk en een dag om naar uit te kijken! Ook al omdat -terwijl de madammen koken- Peter en ik voor de vrijwillige afzondering op zijn bank aan de teevee mogen kiezen en zo proberen geen seconde te missen van Vlaanderens Mooiste.

    In één adem vroeg Peter mij ook naar mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar.


    Tjiens, da’s waar ook: een nieuw jaar, een nieuw begin, een schone lei. Hoe zit het met de voornemens van u, waarde lezer? Ook gestopt met roken? Ook gezworen om geen druppel alcohol meer aan te raken en om hoogdringend een paar kilo’s kwijt te spelen? We zijn zes dagen ver en ik vraag me af hoeveel van jouw goede voornemens nog overeind zijn gebleven…

     

    Néén, waarde lezer, dit is geen verwijt. Echt niet! Ook al dient gezegd dat mijn voornemen dit jaar loopt als een trein. Ik besef namelijk beter dan wie ook dat het volhouden van een goed voornemen geen kattenpis is. Veel meer dan ‘een goed plan voor de toekomst’ hebben goede voornemens immers meestal te maken met slechte gewoonten. En wat is nu moeilijker dan het afleren van een gewoonte. Hoe vaak nemen we niet dezelfde voornemens als vorig jaar? Dat zegt toch genoeg, niet? De eerste dagen van het nieuwe jaar lukken vaak nog wel, maar na een weekje komt er toch langzaam de klad in.

    “De collega’s vonden dat ik niet meer te genieten was op kantoor en dus heb ik tijdens de lunch maar terug een sigaretje meegerookt…”

    “Mijn vrienden vonden dat ik er bij zat als een suffe zoutzak en dus heb maar terug een biertje genomen. Eéntje kan toch geen kwaad…”

    “Het zwembad was dicht en daar stond ik dan met mijn zwembroek opgerold in mijn handdoek. Scheel van de honger. Ahja, eten voor je gaat zwemmen is niet zo gezond, zegt men. Gelukkig stond er een automaat buiten en dus heb ik een cola en een zakje chips getrokken…”

     

    Bla, bla, bla… Werkelijk àlle excuses zijn goed, maar voor je het weet zit je weer in je oude patroon en moet je voor jezelf toegeven dat je gefaald hebt. OK, nog driehonderdzestig dagen genieten en dan is het weer nieuwjaar. Gewoon opnieuw proberen.

     

    Ooit heb ik er vol vuur en passie aan meegedaan. Soms maar voor een paar uur en in de betere momenten zelfs voor een paar dagen, maar mijn verleden is duister als het op successen aankomt. Het aantal keren dat ik op 1 januari met roken ben opgehouden, is niet te tellen. Op zijn minst een keer of tien alleen en dan nog een stuk of wat keren samen met een goede vriend. Er zijn zelfs jaren geweest dat we er een weddenschap aan verbonden. Wie het eerst zou hervallen, betaalde een etentje voor de beide gezinnen. Vaak waren we nog niet eens een paar weken verder of we stonden al samen in een restauranttuin een sigaret te roken. Rillend van de kou in de ijzige januari-avondlucht, terwijl onze dames binnen lekker zaten te keuvelen.

     

    Je kan geen goed voornemen bedenken of ik heb het al bevochten. Stoppen met roken, een paar kilo’s kwijtraken, gezonder leven, meer sporten, meehelpen in het huishoudelijke werk, spaarzamer omgaan met de zuurverdiende nikkels, meer tijd en aandacht besteden aan familie en vrienden,… De lijst is quasi eindeloos en toch ben ik iedere keer weer vol op mijn bek gegaan in eerste dagen na de start. Tot grote hilariteit van mijn omgeving. Loser! Sukkel! Watje!

     

    Altijd commentaar, altijd beter weten en altijd was hùn aanpak veel beter geweest dan mijn opzet. Óf mijn voornemen was niet concreet genoeg, óf mijn doel was onvoldoende realistisch, óf ik had moeten een stappenplan opstellen… Aan de zijlijn stonden er bij iedere poging wel een aantal mensen die ‘het op voorhand wisten dat het niet zou lukken’. Hadden ze dan niet gewoon hun muil wat sneller kunnen opentrekken, vraag ik me dan af.

     

    Afijn, ze zullen het geweten hebben, want laat nu net dàt het voornemen zijn, wat ik mij voor 2011 heb gemaakt. Ik ben het beu om beleefd te blijven tegen mensen die dat totaal niet verdienen. Vanaf nu scheld ik iedereen de huid vol. Afgelopen met schijnheilig vriendelijk doen tegen mensen die me gestolen kunnen worden. 2011 wordt het jaar van de spiegel. Tijd om iedereen het beeld van zichzelf voor te hangen, zoals ze werkelijk zijn. Ik moet zeggen, mijn eerste zes dagen waren sterk en ik genoot er zodanig van, dat dit voornemen wellicht het eerste wordt waarmee ik ongeremd de rest van mijn leven zal doorgaan. Want laat ik het nu toevallig ook nog fantastisch vinden om een beetje tegen de schenen van de samenleving te schoppen.

     

    De eersten die van mijn goed voornemen mochten genieten waren ‘een vriendin’ van mijn vrouw en haar man. Op nieuwjaarsdag zelf waren we amper uit onze nest en niet eens twee koffies wakker, toen ze aanbelden. Zij, een eersteklas opschepperige bitch die twee keien kan doen vechten en hij, een droplul van het ergste soort die al blij is dat hij achterop mag huppelen en haar bazigheid gelaten verdraagt. Vindt mijn vrouw ook overigens, al is ze altijd te beleefd gebleven om het te zeggen.

    “We waren net op weg naar mijn moeder.”, zei de bitch. “Ik dacht, laten we gewoon eventjes binnenspringen en jullie een fijn nieuwjaar wensen”.

    Meteen steekt ze een verhaal af van hoe chique en duur ze wel Oudjaar hebben gevierd en hoe ongepast ze het vond dat andere restaurantgangers hun om middernacht ongevraagd waren komen zoenen.

    “Begrijp ik”, zei ik. “Da’s zowat hetzelfde als op nieuwjaardag ‘s ochtends vroeg bij mensen aan te bellen zonder dat je vooraf hebt verwittigd.”

    De bitch lacht een beetje schaapachtig en hakkelt iets onsamenhangends over ‘vrienden’ en ‘altijd welkom zijn’.

    “Klopt”, zei ik. “Hier zijn vrienden altijd welkom. Ook  zonder vooraf te verwittigen. Als je dus nu zou willen opzouten? Graag!”

    De bitch was te verbouwereerd om nog een antwoord van haar kaliber te verwoorden en vertrok zonder omkijken, haar chihuahua-echtgenoot net niet in haar handtas.

     

    Gisteren was het weer bingo.

    De gelukkige die als tweede van mijn goed voornemen mocht genieten, was die overgeschminkte en ravenzwarte spinnenweb-trut aan de kassa van de Delhaize.

    Niet eens twee maanden geleden wees ik er haar beleefd op dat ze bij het scannen een fles Bacardi twee keer had laten piepen. Of ik niet goed bij m’n hoofd was? Of ik haar verdacht van gesjoemel? Soit, een geroep en getier werd het daar aan de kassa, maar uiteindelijk bleek bij de rekening twee keer een fles Bacardi op het bonnetje te staan, terwijl er maar één in mijn karretje lag.

    Sindsdien zweet ze als een geconstipeerde otter, telkens ze me in haar rijtje ziet verschijnen. Toegegeven, ik kies sindsdien ook altijd haar kassa. Gisteren was dat niet anders.

    “Is dat het?”, vroeg ze toen ze mijn laatste product had ingescand.

    “Neen, ik moet ook nog een fles Bacardi”, zei ik, “maar die koop ik elders, want hier wordt die twee keer aangerekend.”

    Haar gezicht vertrok in duizend plooien en de schmink krakeleerde als een verflaag, die afbladdert van vocht en ouderdom.

    “Klootzak”, siste ze, maar ik genoot als nooit tevoren.

     

    Ja, waarde lezer, het belooft een heerlijk jaar te worden, want ik ken nogal wat mensen met de onhebbelijke gewoonte om hun irritante trekjes willens nillens aan anderen op te dringen. Oude mensen die denken dat hun alles gepermitteerd is, enkel en alleen omdat ze oud zijn; mannen die te pas en te onpas zitten te kakken op het vrouwelijk geslacht en vice versa; mensen die in een gesprek -en dan liefst nog midden in de uitleg van een ander- plots over iets totààl anders beginnen; vrouwen die hun vrouwelijkheid uitspelen om iets te verkrijgen; mannen die schande spreken over wie met wie vreemdgaat, maar zelf onmiddellijk hun lul achterna hollen bij de eerste de beste kut op stelten die langs loopt; Blokkers die alles gaan oplossen door de Moslims terug te sturen; politiekers die ons land aan het verkwanselen zijn uit kortzichtigheid, nonnen en priesters die niet genoeg hebben aan volwassen genitaliën; … De lijst is lang en ergerlijk.

     

    Aan allen, welkom in het jaar van de spiegel!

     

    Luctor

    06-01-2011 om 14:34 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (14 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    03-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vuurwerk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Iedereen de feestdagen goed doorgekomen? Mooi zo! Ook deze keer weer de heilige belofte gezworen dat het nu echt wel de laatste keer is geweest dat je zoveel hebt gevreten? Herkenbaar! Want laat dat toch de essentie van Kerst en Nieuw geworden zijn: pakjes open doen en tussendoor van de ene tafel naar de andere hollen. Het kleffe gevoel komt pas achteraf. Je kan het woord ‘eten’ nog amper horen, laat staan dat je nog eens een portie tussen je tanden moet wurmen. Bweuuuuk!

     

    Kerst was in die zin bij ons nogal meegevallen. De kids zouden pas tegen Oudjaar thuiskomen en dus moesten we het gezellig maken onder ons twee. Een paar hapjes en een stuk of wat drankjes en voor de rest een lekker fonduetje. Simpel en lekker samen. Ik had namelijk absoluut geen zin om een hele avond in mijn uppie teevee te zitten kijken, terwijl mijn eega alleen maar uit de keuken zou komen om alweer één van de zevenenveertig gangen op tafel te zetten en te serveren. Niet dus. Om elf uur was de fondueset alweer opgeborgen en zaten we -hoofd tegen hoofd- in de zetel te slapen.

     

    Oudejaarsavond beloofde andere koek te worden. Met het vooruitzicht dat de kids mee zouden aanschuiven, kon ik mijn teerbeminde onmogelijk overtuigen om de dis nogmaals eenvoudig te houden en dus vond ik al dagen op voorhand allerlei boodschappenlijstjes met veel en vooral peperdure producten. De overgang van oud naar nieuw beloofde alvast culinair een spetter te worden.

     

    Op het schoolbord in onze keuken stond de volledige menu al dagen van op voorhand  uitgeschreven. Aperitief met hapjes, cappucino van en met eendenborst, een stukje rog met een couscous van bloemkool en gebakken gilardeau, een bolletje champagnesorbet om wat uit te puffen en tenslotte een stukje hertenfilet met gemarineerde biet, aardpeer en jeneverbesjes. Omdat daarna toch niemand nog ‘pap’ zou kunnen zeggen, was er geen dessert voorzien. Zelfs geen pap. Gewoon koffie na. En voor wie echt nog zin had, was er een stukje gebak voorzien.

     

    Alweer véél te veel om goed te zijn dus en het gebak hebben we gisteren dan ook onaangeroerd in de vuilbak gegooid. Maar ik moet toegeven dat iedereen gegeten heeft alsof zijn leven –of was het ‘zijn lever’?- ervan afhing. Althans… bijna iedereen.

     

    Het begon nochtans allemaal opperbest. Iedereen zijn glaasje champagne als apero en voor onze Jarne een hele fles Kidibul. Ondergetekende deed het met een frisse cola, maar elke andere niet-drinker zal het met mij eens zijn dat je daardoor niet het gevoel hebt dat je iets mist. Wel integendeel!

    Afijn, we hebben nog geklonken op het voorbije jaar en daarna zijn we als hongerige leeuwen op de amuses gevlogen. De mini-terrine van zalm was heerlijk, het stukje ganzenlever met honingsaus idem dito en het glaasje met langoestine-cocktail was zondermeer top. Het beloofde weer één van die momenten te worden, waarop ik de hemel op mijn blote knieën moet danken dat mijn eega destijds voor een opleiding als kok heeft gekozen.

     

    Het laatste hapje voor we aan het eigenlijk diner gingen beginnen, moest ik helaas aan mij laten voorbij gaan. Tussen de amuses in konden we namelijk vrijuit kiezen uit tal van schotelhapjes die de salontafel quasi onzichtbaar maakten. Zo had ik al een groot aantal ansjovisjes, de nodige kaaskubusjes en een paar stukjes droge worst naar binnen gewerkt, toen ik de dadels met gandaham in het vizier kreeg. De verwachte smaakcombinatie van zoet en zout deden mij zodanig schrokkerig op het hapje inbijten dat de confrontatie met de pit eerder pijnlijk dan verrassend was. Vooraan in mijn mond krakte iets dermate nadrukkelijk dat iedereen rondom mij onmiddellijk stopte met knabbelen.

    “Het leek wel een droge tak die doormidden brak”, zei mijn dochter.

     

    Alsof een bliksemschicht mij midden in mijn hersenen trof. Beter kan ik de pijnscheut die door mijn hoofd kliefde niet omschrijven. Ik wist met zekerheid dat iets in mijn mond het begeven had. Maar wat? Mijn tong schoot als een paniekerige paling heel mijn mond rond op zoek naar ‘verandering’, maar door de aanwezigheid van het half gekauwde dadel-ganda-papje mét pit, kon ik niet onmiddellijk een correcte diagnose stellen. Spurten naar de vuilbak, alles uitspugen en mijn mond spoelen met een glas water, was het enige wat duidelijkheid zou kunnen brengen.

     

    Ik verstijfde zowat toen ik met opengesperde mond voor de spiegel ging staan. Erger nog dan de snijdende pijn, die nog altijd als een geflipte drilboor in mijn hoofd tekeer ging, was het beeld van een schietkraampop met een gapend zwart gat tussen zijn voorste tanden. Gelukkig bleek het niet de hele tand die ontbrak, maar was het enkel de vulling die het gevecht met de dadelpit verloren had. Het zicht was er evenwel niet minder dramatisch om.

    Oudejaarsavond, kwart voor acht, verrekken van de pijn en met een gigantisch gat in mijn muil. Het beloofde een heerlijk feest te worden. Bovendien, waar vind je op een oudejaarsavond een tandarts bereid om net vóór zijn eigen feestdis -of erger nog, tíjdens- een beetje in je bek te zitten rommelen en je smoelwerk weer op te kalefateren? En wat dan over mij gezegd? Ik schijt sowieso al bagger als ik naar de tandarts moet. Laat staan dat ik met een gerust gemoed op de stoel plaatsneem van een smoelsmid, die al een halve fles champagne naar binnen heeft gegoten…

     

    Mijn vertrouwen in het tandartsengild is overigens dermate beperkt dat ik in mijn leven nog maar bij twee tandartsen ben binnen geweest. De ene was niet alleen een goeie vriend, maar bovendien een begenadigd muzikant en een bezoekje aan zijn praktijk ging dus quasi altijd gepaard met een luistersessie naar zijn recentste jazzrocksongs. Zijn vaardige vingers waren ondertussen druk in de weer met de nodige tandherstellingen en voor ik er erg in had, zat ik boven bij hem in de zetel verder over muziek te lullen. Dat ondertussen mijn bijters gerepareerd waren, daar had ik amper erg in gehad. Good job!

     

    Later, toen ik al naar de andere kant van Vlaanderen was verhuisd, moest ik op zoek naar een andere muiltechnieker. Een muzikant heb ik nooit meer gevonden, al dient gezegd dat ik mijn huidige tandarts er sterk van verdenk dat hij in het achtergrondkoortje van Luc Steeno zingt. Ik weet dat je dit zal lezen, Bram, maar je weet ook dat dit geen achterklap is. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik je zeg dat je beter coiffeur was geworden. Wat voor een verwijfd stuk vreten ben jij zeg? Zelfs Dita Von Teese is een manwijf vergeleken bij jou.

    Afijn, beste lezer, toen ik de eerste keer bij Bram op de stoel zat hebben we goede afspraken gemaakt. Ik vroeg hem heel beleefd om mij geen pijn te doen en bij het negeren van mijn bede, beloofde ik hem een dermate stamp in zijn kloten dat hij zelfs in het backingkoortje van de Wiener Sängerknaben aan de slag zou kunnen. Het ontlokte hem de oneliner ‘veel beloven en weinig geven, doet een zot in vreugde leven’, maar het dient gezegd, hij heeft mij nooit pijn gedaan. Misschien ben ik gewoon zijn type niet.

     

    Wat er ook van zij, op oudejaarsavond zat ik daar nog steeds met een gat in mijn muil, met snokkende pijnscheuten doorheen mijn hele schedel en met een telefoon, waar ik enkel Brams antwoordapparaat op te pakken kreeg. Er zat niets anders op dan ouderwets de telefoongids erbij te nemen en alle tandartsen uit de streek op te bellen tot ik er eentje te pakken kreeg, die bereid was een deel van zijn feestelijkheden op te geven om mijn nieuwjaar toch nog een beetje te kunnen redden.

     

    Bij de ‘D’ had ik prijs. Een vriendelijke dame nam de telefoon op en blijkbaar maakte mijn zielig verhaal voldoende indruk op haar om mij onmiddellijk te willen helpen.

    “Kom maar af”, zei ze. “Ik zal zien wat ik kan doen.”

    Een vrouw! Ook dat nog! Mijn aangeboren schrik voor tandartsen bereikte inmiddels panische hoogten, maar de pijn was dermate dat ik geen andere keuze had.

     

    Een heldere ding-dong is duidelijk hoorbaar tot buiten als ik aanbel en een tiental seconden later zie ik binnen een licht aanfloepen en hoor ik hakjes parmantige stapjes maken naar de voordeur. Een knappe, slanke vrouw van rond de veertig opent de deur in een nauwsluitende, lange zwarte feestjurk. Ze heeft een ogenschijnlijk nonchalant Farrah Fawcett-kapsel, maar dan in kastanjebruine uitvoering. Ze lacht een mooie glimlach, maar mijn ogen verdrinken vrijwel meteen in haar eindeloze décolleté.

    “Goeienavond en excuseert u mij voor dit vervelend storen”, hakkel ik.

    Ik vecht om mijn ogen bij haar amper bedekte boezem weg te rukken, maar als ik merk dat de gure buitentemperatur onmiddellijk zijn priemend kilte-effect heeft op haar prachtige borsten, dan moet ik toegeven dat het mij meer moeite kost dan pakweg een marathon lopen met zwemvliezen aan.

    “Komt u binnen en volgt u mij maar”, zegt ze vriendelijk.

    Ze draait zich om en loopt voor me in de richting van een deur, waarop een bordje hangt met ‘spreekkamer’. Haar mooie billen dansen bij elke stap sierlijk in het aansluitend jurkje en bij iedere beweging zie je duidelijk de aftekening van haar string.

     

    Niet eens drie kwartier later sta ik weer in de koude buitenlucht. Mijn tand is gevuld en ik heb kennis gemaakt met een nieuwe tandarts in mijn leven. Ze heeft mij wellicht veel pijn gedaan, maar ik was zo gebiologeerd door haar voorovergebogen décolleté dat ik het niet eens heb gevoeld.

     

    Thuis blijk ik alleen nog maar de eendenborst te hebben gemist. Maar wie struikelt daarover als je zopas een half uur vrije inkijk hebt gekregen in een décolleté van twintig kilometer.

     

    Om middernacht schiet ik zestig euro sterrenschijters de lucht in en half uurtje later gaan we op nieuwjaarsdrink bij bevriende buren. Niemand heeft gemerkt dat mijn mond nog een beetje verdoofd was.

     

    Zelden een oudejaarsavond beleefd met zoveel vuurwerk…

     

    Luctor

    03-01-2011 om 00:00 geschreven door Luctor  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (12 Stemmen)
    >> Reageer (1)


    >

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!