Welkom op mijn blog. Hier zaai ik mijn bedenkingen, plant opborrelende gedachten en hoop ik veel reacties te oogsten. Kuier af en toe eens langs om te zien welke vruchten het afwerpt. 7 oktober 2009
Ik ben
Louise Mijn leeftijd is niet zo belangrijk. U mag ernaar raden, als u maar geen getal boven de 45 noemt. Nuttig voor reklamemakers : woorden als "gezond" en "ecologisch" trekken mijn aandacht. Het leukste in mijn werk zijn de educatieve rondleidingen die ik mag doen in de natuur voor kinderen en volwassenen. Waar ik me helemaal in kan uitleven, is schrijven en lezen én daarover schrijven. Maar ik hou ook van wandelen, in de tuin werken, koken, toneel, films, beeldende kunst, klarinet spelen en reizen.
Graag gelezen
Het verloren symbool - Dan Brown Ik denk dat het de liefde is - K. Vereecken Aangeraakt - Emma Fasol Blauwe matrozen - B. Dom Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min twaalfjarigen won - I. Victoria Het spel van de engel - C. R. Zafon In de schaduw van het palazzo - S. Montefiore De tuin van de Finzi-Contini's - G. Bassani
Nieuwsgierig naar
De branding - C. Gallay Het lot van de familie Meijer - C. Lewinsky Agatha Christie de biografie - L. Thompson De vrouw van de tijdreiziger - A. Niffenegger De tweeling van Highgate - A. Niffenegger Terra reversa - P.T. Jones
omdat een handjevol letters alles een stuk lekkerder maakt
08-02-2010
Hamamelis
Een week geleden verschenen de eerste zachtgele tekenen en nu staat de hamamelis in onze tuin volop in bloei, een beetje laat dit jaar. 'Eindelijk lente' wou ik zuchten, toen ik bedacht dat deze boom een winterbloeier is. Voor de windbestuiving van zijn bloemen is het kale winterseizoen immers ideaal. Zijn naam alleen al vind ik prachtig en de plant zelf maakt die indruk van prille, tere zachtheid helemaal waar. Een beetje googelen leert me echter dat de herkomst van de naam daar helemaal niets mee te maken heeft. Maar het Nederlandse toverhazelaar zou verwijzen naar de bloemen die tevoorschijn komen in een seizoen waarin je het niet verwacht en omdat in de zomer de doosvruchten plots exploderen en hun zaden tot tien meter ver wegschieten. Wees dus een beetje op je hoede als je op een warme zomerdag voorbij de hamamelis kuiert.
'Waarom schrijf jij?' vragen mensen me soms, op een schrijfcursus bijvoorbeeld. Dat is geen gemakkelijke vraag en 'Ik kan niet anders' is geen gemakkelijk antwoord. Maar zo is het. Als ik schrijf, ben ik een rustiger mens. Tevredener ook. Het is mijn manier om de vele woorden, bedenkingen en beelden die in mijn hoofd zitten, eruit te krijgen. Mijn gedachten op papier zetten in de meest letterlijke betekenis dus. En zo vermijd ik het dat die zelfde woorden en bedenkingen er in andere, genante situaties zouden uitkomen. Op een receptie een man aanspreken met 'U lijkt sprekend op een personage uit een James Bondverhaal,' zou wel eens verkeerd onthaald kunnen worden. Of mijn fantasie de vrije loop laten gaan over het mysterieuze leven van onze buren, zou me in onze buurt wel eens de titel van roddeltante kunnen opleveren. Dus schrijf ik. Kijk maar eens op www.ikvertel.nl. of http://www.ikvertel.nl/tableaux/index.php?intromenu=1&storyId=1684 Elke gelijkenis met buren, vrienden of kennissen berust op louter toeval.
Twee euro in de gleuf. Toets drie voor volkoren. Vanachter het verlichte glas klinkt gezoem. De draaiende lade houdt halt en het deurtje klikt open. Met mijn arm in de smalle gleuf haal ik de broodzak eruit. Hij voelt lekker warm en verse broodgeur zweeft naar buiten. Mijn maag rammelt. Broodautomaten kunnen een zegen zijn. Het deurtje klikt vast en ik vertrek. Of toch niet. Iemand houdt mijn arm tegen. Ik kijk om maar er is niemand. Shit! Mijn mouw zit geklemd tussen het deurtje. Ik ruk eraan. Hoe kan ik zo stom zijn? Nog een snok. Verdorie, weer niks. Help! Niemand in de buurt en daarnet moest ik nog aanschuiven voor een kleine file mensen die na sluitingstijd op zoek waren naar brood. In mijn jaszak voel ik naar los geld. Ik tel. Geen twee euro meer. Komaan zeg, hoe stom is dit. Geen geld bij en ook geen gsm. Het is toch maar een paar huizen verder. Ik kijk naar de gevel. Geen camera. Nochtans hangen die tegenwoordig overal. De bakker zou zich nu kunnen amuseren vanuit zijn luie zetel. Op het vensterglas hangt een papier 'bij problemen, bel ...'. Hoe dikwijls zou er al iemand gebeld hebben? 'Hallo, ik zit geklemd tussen uw automaat.' De straat is verlaten. Dan maar vlug mijn jas uit doen en naar huis hollen.
Nee, dit is niet echt gebeurd. Ik was het ding te snel af. Toch maar opletten wanneer je de volgende keer beroep doet op een broodautomaat.
Op televisie was een interview met schrijver Aster Berkhof. Ondanks zijn hoge leeftijd (bijna 90) blijft hij nog boeken schrijven. Of beter gezegd: hij dicteert ze omdat zijn ogen niet goed meer zijn. Hij typeert zijn schrijverschap met drie woorden waarvan ik er al twee vergeten ben. Nieuwsgierigheid was erbij , denk ik, maar 'ongeduld' was er zeker een van. Hij zei dat zonder dat ongeduld sommige van zijn boeken beter waren geweest. Hij nam zich ook voor om bij zijn volgende boek op zichzelf in te praten om wat geduldiger tewerk te gaan. Al relativeerde hij dat ook meteen: 'Maar ik vrees dat dat ook nu weer niet zal lukken.' Fantastisch toch? Zo'n zelfkennis en dan nog op hoge leeftijd pogen jezelf te verbeteren. Maar zou hij zonder dat ongeduld ook telkens weer opnieuw tot schrijven gekomen zijn?
Road movies horen bij mijn trieste stemming. 'This is life' lijken ze te zeggen. Alles gaat door, zelfs al gaat het niet zoals ik wou. En er is altijd iets nieuw in zicht.
Vanachter het busraam bekijk ik de lange Noorderlaan als een film waarin ik zelf de hoofdrol speel. Vanaf de Noorderplaats werpt Antwerpen deze laan als een lasso naar het noorden. Naar het het vroeger onafhankelijke Ekeren, mijn woonplaats, nu een district dat ondanks de strak aangespannen lijn nog af en toe met de horens schudt. Onderweg vertelt elke plek een verhaal.
Op de Noorderplaats eindigen de leien, of den boulevard zoals mijn grootmoeder zei. Vlak daarbij was zij geboren en getogen in de Koeikensgracht, een naam die samen gaat met verhalen over grote gezinnen met hardwerkende mensen die 's avonds voor hun huisdeur samen plezier maakten. Nu zijn hier vooral verkeer en hoogbouw, nieuwe kantoren en oude havencafées.
De Noorderlaan begint met een brug met middenin een scherpe bocht en een pop-up in mijn herinnering over een auto die hier ooit door de reling vloog. Onder de brug ligt nu het nieuwe park Spoor Noord met een veelbezochte ramp voor skaters en graffiti. En de reling naast de voorbijrazende auto's is nog steeds dun.
Onderaan de brug kom je de autokeuring tegen, een plek die ik verbindt aan de ochtenden die ik hier heb staan aanschuiven in alle vroegte om de lange wachtfiles te vermijden. Hopend op groen in die grote hal.
Daarna volgt een tweede brug, over het Albertkanaal. Ik wacht op het moment tot ik uitkom boven de puntdaken van de oude ijzeren havenhangars die nu omgevormd zijn tot kantoren en magazijnen voor bedrijfjes. Van hieruit schittert een van de mooiste uitzichten op de skyline van de stad en vooral ook op de haven, het water van de dokken en de lichters van de binnenvaart die hier aankomen of vertrekken. Ik heb ogen te weinig om om links en rechts alles in me op te nemen want het moment is kort. Over de brug belemmeren de gebouwen weer elk uitzicht.
Nu zijn we bij het Punt aan de Lijn, de voorlopige eindhalte van de trams in het noorden van de stad. Voorlopig, want binnen enkele jaren zal er opnieuw een tram naar Ekeren rijden. De aanleg van de sporen is hier al volop bezig. Kan ik me echt herinneren hoe de tram vroeger onder mijn slaapkamerraam voorbij denderde en toen plots wegbleef ? Dat moet voor 1968 geweest zijn, toen de laatste trams door buslijnen vervangen werden. Maar zeker weet ik dat ik later op de fiets nog jaren voorzichtig moest zijn om niet met een wiel in de strakke sporen gevangen te worden.
Punt andere Lijn. Hier liggen ook shoppingplezier Decathlon en de cinema Metropolis. Alles is hier mega: de filmzalen, de frisdranken, de popcorndozen, de snoepzakken en de afvalbergen. Met verbod op het meebrengen van eigen drank of snacks en controle van de tassen. Bijna iedereen die ik ken weet dat handig en trots te omzeilen. Maar de films, die blijven leuk natuurlijk.
De bushalte bij Metropolis is wellicht de drukste van de hele lijn. Op en af stappen jongeren die naar de film gaan, bewoners van de sociale appartementen en arbeiders van de beschermde werkplaats vlakbij. Vanaf hier lijkt alles op de Noorderlaan mega te worden. De verlaten gebouwen van General Motors, de gloednieuwe brandweerkazerne met blauw flikkerlicht dat aangeeft wanneer de wagens gaan uitrijden, en de woonblokken die hier niet voor niets paalblokken en torenblokken heten. Op de tiende verdieping gingen we ooit het huurcontract tekenen bij de huisbaas van ons eerste appartementje, een vriendelijk oud mannetje. Ik weet nog hoe ik daarboven van het uitzicht genoot. Enkele jaren later werden we opgezegd. Hij verkocht het appartement op aanraden van zijn zoon om zijn eigen sociale woonst te kunnen behouden.
Achter de torenblokken, nog net zichtbaar vanaf de Noorderlaan, ligt mijn oude school. Toen met strikt uniform, blauwe plooirok en das, een geruite schort en witte handschoenen om naar huis te gaan. Strenge maar lieve leerkrachten en een dikke vriendin, die niet dik was maar zo noemden we onze beste vriendinnen. Nog wat verder een huizenblok waar een andere vriendin woonde en de vroegere wijkbibliotheek, een laag houten gebouw dat al tientallen jaren staat te verkrotten. Elke keer ik er voorbij kwam was er weer een raam gesneuveld of een ander dichtgetimmerd. Waar wacht men op voor de sloop?
De politieschool beslaat de volgende hoek. Regelmatig staan de aspirant-agenten op het kruispunt waar te nemen of doen er hun eerste oefeningen in het regelen van het verkeer. Dan zie je de files al van ver staan. Tenslotte nog het tankstation waar je meestal niet moet aanschuiven en daarnaast het recyclagepark dat ons al van zoveel ondierbare dingen afgeholpen heeft.
Het concert van Eva De Roovere gisteren in CC De Mol was er eentje om heel erg van te genieten. Ik geniet nog volop na. Poëtische teksten en swingende muziek. Breekbaarheid en kracht in één persoon, in één stem. Muziek om met je ogen dicht wakker te liggen.
"Hoe schrijf ik weer een spannende bestseller zonder ditmaal iedereen op mijn nek te krijgen en zonder me al te veel te verplaatsen?" was volgens mij de vraag die Dan Brown zich stelde na het succes van de Da Vinci Code. Het Verloren Symbool is veel braver dan zijn voorganger en veel minder complex. Als lezer waan je je zelfs even in een goedkope denkpuzzel voor beginners maar dan doet Dan Brown zijn reputatie eer aan en wordt het verhaal weer uitermate spannend. Zijn zogenaamde geheim, tegelijk zichtbaar en onzichtbaar voor iedereen, is een knappe vondst en heeft een intrigerend staartje. Ik kan u de lectuur aanbevelen als u ervan houdt om blad na blad meegezogen te worden in een verhaal ten koste van uw nachtrust. Bijna tegen wil en dank worden 'nog tien minuutjes' al snel een uur.
Sientje is rosbruin met een zwarte rugstreep en zwarte lurven. Gitte is volledig wit, sik, geen lurven. ... Alle geiten van de kinderboerderij staan lekker warm bij mekaar in hun stal. Een klasje stadskinderen drumt bij het hek om hen een handje korrels te mogen geven. Sommige kinderen kijken liever van op een afstandje toe. Net als ik. Of lezen het bordje naast de deur. Net als ik. "Wat zijn lurven, juf?" Dat zou ik ook wel eens willen weten. Ik treuzel trappelend met mijn verkleumde voeten tot ik het antwoord opvang. "Dat zijn de lelletjes onderaan de kop van de geit. Een heel gevoelig plekje. Als je ze daar vastpakt, komt ze gewillig mee." Of hoe een oud spreekwoord plots heel visueel kan worden ...
Na de overheerlijke, zoete, zachte tagine van El Warda schuiven we over het gladde ijs van de Draakplaats in de richting van de Cogels Osylei. Bij de oversteek ratelt een tram voorbij met achter de gele vensters stille gezichten opgeheven naar de torentjes, sierlijke vensters en decoratieve bogen van de kleine paleizen in deze straat. Zo heb ik er als kind ook voor het eerst kennis mee gemaakt, vanachter zo'n venstertje volgde ik de arm van mijn vader die naar buiten wees. Jaren heb ik toen gedroomd over deze huizen. Hoe het er vanbinnen zou uitzien, hoe ik zelf zou wonen op zo'n magische plek. Maar niemand sprak me nog over deze straat en ik was de naam vergeten. Ik kon me ook niet meer herinneren op welke tram en met welke bestemming ik er was geweest. Ondertussen ben ik al dikwijls door deze straat gewandeld, maar nu pas, nu de tram me terug katapulteert naar die eerste herinnering, valt het laatste stukje op zijn plaats. Elf. Het was tram elf.
Ik vouw de was op en voor het eerst sinds jaren zitten daar weer babykleertjes tussen. Zo’n maatje 56 tussen de 164 en 176 en de … neen, dat verklap ik niet. Het is zo klein. Ooit paste Zoon in deze body met blauwe stippen en deze zachte zalmkleurige pyjama. En een paar jaar later probeerde ik die babbelend en lachend bij mijn beweeglijke dochter aan te trekken. Ik sluit mijn ogen. Het is alsof ik de babygeur weer opsnuif. De laatste tijd hebben ze gediend voor haar grote babypop. Maar nu, plots, is haar poppenperiode voorbij. Netjes pakte ze de aangeklede poppen in een doos voor verkoop op de rommelmarkt. En toen redde ik nipt een paar herinneringen.