Kris Van Dijck is politicus voor de N-VA. Burgemeester van Dessel en voorzitter van de N-VA-fractie in het Vlaams Parlement. In "kris-kras" geeft hij zijn visie op politiek en wereld. Dit vanuit zijn eigenheid, maar ook soms krachtig en scherp...
De Van Rompuy-hype Als je zo in de ochtendfile meer dan twee uur in de wagen gezeten hebt, dan mag je er van op aan dat je heel goed weet wat het nieuws van de dag is. Vier nieuwsuitzendingen, ‘voor de dag’ en het eerste driekwart uur van ‘Peeters en Pichal’. Het kan tellen. En het grote nieuws begin deze week was dat er geen nieuws was. Net zoals de vroegere, dramatische zoektochten naar vermiste kinderen waarbij men steevast naar een reporter ter plaatse ging om de boodschap te krijgen dat er nog niks of niemand gevonden was, werd van de week het nieuws gedomineerd door het feit dat er nog geen beslissing viel in het aanduiden van een Europees president. Wordt ie het of wordt ie het niet was hét nieuws in Vlaanderen over de toekomstige carrière van premier Herman Van Rompuy. In Franstalig België was het nieuws eerder het veto tegen Leterme en in de rest van Europa ging het leven zijn gewone gang… In ons land lukken de media er steevast in om van geen nieuws, groot nieuws te maken. Je kan het gekste niet bedenken, maar men vindt altijd wel een resem mensen die hun licht kunnen laten schijnen over dat feit dat er nog niet is. In dit geval de beslissing over de eerste president van Europa. Awel, ik ga daar ook een keer mijn gedacht over schrijven… Waarom zou Herman Van Rompuy geen Europees president mogen worden? We mogen hem deze stap in zijn carrière toch gunnen en het is goed voor België hoor ik de meeste commentatoren al verklaren. Ja, ook vooraanstaande leden van de oppositie stellen dat. Awel, als Herman Van Rompuy het echt goed voor heeft met dit koninkrijk, en ik ga er nog steeds van uit dat hij dat is, dan moet Herman blijven. Een jaar geleden werd hij met ware scheepskabels binnengetrokken in de Wetstraat 16. Niet omdat hij dat zelf wilde, weet je nog? Integendeel zelfs. Hij deed dat omdat hij gevraagd werd. Gevraagd om de natie te redden. Het belang van het land noodzaakte hem daartoe. Hij werd geroepen. En, hij gehoorzaamde. Plichtsbewust als ie is. Zijn antwoord in de Kamer donderdag lag in dezelfde lijn: “Ik ben geen kandidaat, maar als je gevraagd wordt, kan je niet weigeren.” Zelfde logica als een jaar terug, als je het mij vraagt. Maar waar is het belang van dit land nu? Hij is nog niet weg of er wordt al communautair gestreden over zijn opvolging. Dit koninkrijk gaat dat nooit overleven. Echt, Herman, dit mag je niet doen. België gaat er aan ten onder. Je moet blijven! Echt! En als je dan toch wil gaan, zorg dan voor een waardige opvolger. Mag ik een suggestie doen? Hij wordt door iedereen over het hoofd gezien. Een man die echt in de voetsporen kan treden van Herman. Een man ook die het voorbije jaar plichtsbewust op één lijn met Herman bleef. Een man die zo loyaal is dat we hem het laatste jaar niet meer hoorden over BHV en de splitsing daarvan. Iets wat geen Christendemocraat hem voordien kon beletten. Een man die de lijn consequent zou kunnen doortrekken. Waarbij zelfs de achternaam vertrouwd in de oren zal blijven klinken: Eric Van Rompuy!
Hypocriet De schorsing van de topsporters Yanina Wickmayer en Xavier Malisse blijft voor beroering zorgen. Ook in het Vlaams Parlement zal het zeker aan de orde komen. Begrijpelijk ook. Topsporttalent en in zonder jong topsporttalent wordt geacht gesteund en gekoesterd te worden. Ook door de overheid. En die overheid doet dat ook. Met contracten. Met opleidingen. Met subsidies. Met coördinatie. Wat nu echter gebeurt staat daar schijnbaar haaks op… Ik begrijp dan ook zeer goed de woede en gevoel van onmacht van de betrokkenen, hun directe omgeving en hun supporters. Ik begrijp ook het ongeloof van de goegemeente. Maar wat me nu wel mateloos stoort is de verontwaardiging van sommige politici (o.a. Caroline Gennez in Terzake) en oud-medewerkers van de vorige minister van Sport (om dokter Chris Goossens, die ik trouwens altijd zeer erg gewaardeerd heb, niet direct te noemen…). Als je zulk een decreet maakt, als je zulk een decreet stemt (unaniem dan nog), dan weet je dat dit vroeg of laat te gebeuren staat. Toch vreemd dat nu net diegenen die het dichtst bij de vorige minister van Sport, Bert Anciaux, stonden die dit decreet ter stemming voorlegde, nu op de eerste rij staan om te zeggen hoe slecht dit decreet wel is… Erger nog: met een vinger naar Philippe Muyters, de huidige minister van Sport, wijzen en de schijn wekken dat hij dat kon vermijden, terwijl die daar in de verste verte niks aan kan doen. Het decreet zelf en alle inbreuken dateren immers van voor zijn aantreden! Dat vind ik hypocriet. Ik krijg nu heel wat kritieken te lezen over hoe wij onze eigen sporters fnuiken. Hoe Vlaanderen heiliger wil zijn dan de paus. Enzovoort. Maar als een grote mijnheer als Jacques Rogge verkozen, en ondertussen herkozen, werd als voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, net omdat hij van de strijd tegen doping zijn handelsmerk maakte, staan we wel allemaal te juichen. Zijn we de schorsing van Rasmussen dan ook al vergeten? Uit de Tour geplukt omdat er geknoeid was met zijn whereabouts. Deze harde, zware straf had kunnen, moeten vermeden worden. In plaats van wild in het rond te schoppen zouden begeleidende artsen en juristen uit de omgeving van de bewuste atleten ook eens beter de hand in eigen boezem steken. Ik denk dat artikel 3 ten vierde van het decreet medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening duidelijk is: “Voor de toepassing van dit decreet wordt onder dopingpraktijk verstaan, de overtreding van de sporter voor dopingcontroles buiten wedstrijdverband, onder meer door te verzuimen, de vereiste informatie over de verblijfplaats mee te delen, of door zich niet beschikbaar te houden op de verblijfplaatsen die men heeft aangegeven. Elke combinatie van drie gemiste controles en/of aangifteverzuimen binnen een periode van achttien maanden wordt hierbij beschouwd als een overtreding.” En de minimum straf is nu eenmaal één jaar. Nu moet je mij eens uitleggen hoe een rechter daarvan kan afwijken. Ook de topsporters en hun entourage – managers, dokters en juristen die toch alles zo nauwgezet bijhouden – wisten dat. Wij als overheid zullen alvast alles in het werk stellen zodat ons schaars talent in Vlaanderen niet verloren gaat en optimaal kan begeleid worden. Dit is blijkbaar niet enkel nodig op het terrein maar ook naast het terrein... Vlaanderen heeft steeds in de punt gespeeld als het over de strijd tegen doping gaat. Het eerste decreet medisch verantwoord sporten dateert van 1991. Nu Vlaanderen als bijna eerste de WADA-code, die internationaal geëerbiedigd en gerespecteerd wordt, omgezet heeft in een wet, is het opeens niet goed. Laat het duidelijk zijn: ik blijf voor 100% achter het opzet van het decreet staan dat ik tweeënhalf jaar geleden, samen met al mijn collega’s trouwens, stemde. We mogen daar niet op inbinden. Tenzij misschien de strafmaat aanpassen - indien dit kan volgens de WADA-code – en de mogelijkheid voor een beroepsprocedure in Vlaanderen zelf instellen. Die lijn moeten we doortrekken en ook de lat internationaal omhoog krikken. Als we straks het Europees voorzitterschap waarnemen mag onze minister van Sport, Philippe Muyters, die kans niet laten liggen. Hij zal dat ook niet doen. Wat ik daarenboven ook wil doen is mee zorgen dat de implementatie van dit decreet en de opvolging ervan door atleten en sporters beter ondersteund kan worden. Elementen als niet kunnen inloggen, geen verbindingen kunnen maken, e.d. moeten opgevangen worden. We moeten instrumenten en procedures ontwikkelen waarbij praktische moeilijkheden uitgesloten worden. Dit moet kunnen. Sportend Vlaanderen heeft een stevige uppercut gekregen, maar KO zijn we nog lang niet.
Het zogenoemde decreet-Van Dijck op de onderwijsinspectie in de faciliteitengemeenten - onlangs goedgekeurd in het Vlaams Parlement - heeft volgens zeven PS-mandatarissen uit de Vlaamse rand 'enkel tot doel deze scholen onder druk te zetten en de faciliteiten terug te dringen' (DM 3/11). 'Vreemde hersenkronkel', aldus Kris Van Dijck.
Sinds wanneer is een controle op de kwaliteit van onderwijs gelijk aan het onder druk zetten van een school? Bedoelen de PS-mandatarissen in hun opiniestuk (DM 3/11) dan dat deze kinderen geen kwaliteit verdienen? Ik hoop te mogen aannemen van niet. Maar hoe dan ook slaan ze de bal compleet mis. Want waar gaat het nu werkelijk om?
Hoewel het legitiem is om aan te sturen op een wijziging van de grondwet, is ze vandaag wat ze is. Daar kan geen unitarist, federalist of separatist omheen. De grondwet legt de basisregels vast waarop de democratie in een land georganiseerd wordt. Dát negeren is staatsgevaarlijk. En toch stel ik vast dat het steevast de Franstaligen zijn die de basisregels van de grondwet met voeten treden, keer op keer bevoegdheden willen uitoefenen op andermans terrein. En als kers op de taart geen kans voorbij laten gaan om te pleiten voor een uitbreiding van "hun gebied". Wie is er dan staatsgevaarlijk?
Welnu, de grondwet bepaalt dat onderwijs een gemeenschapsbevoegdheid is. Uitgezonderd drie bepalingen die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren - de leerplichtleeftijd, de diploma-erkenning en de pensioenregeling - heeft de Vlaamse Gemeenschap dus volheid van bevoegdheid op haar grondgebied. Dit betekent echter ook dat niemand op een ander zijn grondgebied mag optreden. Die volheid van bevoegdheid is geen recht. Het is een plicht! En dus is het 'niet controleren van het door een gemeenschap gesubsidieerd en erkend onderwijs' niet minder dan plichtsverzuim. Dat wij Vlamingen daar al jaren verandering in willen brengen, verdient applaus. Geen boegeroep.
Toen ik las dat de PS'ers opriepen tot een onderhandelde oplossing als enige uitweg uit wat zij een conflict noemen, dacht ik: vreemd. Aangepord door het Vlaams Parlement hebben Vlaamse onderwijsministers meer dan twintig jaar geregeld aan hun deur gestaan met de vraag om tot een onderhandelde oplossing te komen. Maar ze kwamen stuk voor stuk van een kale reis thuis. Laat ons elkaar dus geen blaasjes wijsmaken. Het is persoonlijker dan dat. Hoe leg je anders uit dat de Franstaligen geen enkel probleem maken van de Franstalige scholen in Duitstalig België die door de Duitstalige Gemeenschap geïnspecteerd worden?
Waar is men eigenlijk bang voor? Dat zou blijken dat het onderricht van de taal van de gemeenschap waar de scholen zich bevinden, met name het Nederlands, maar navenant is? Of dat de kinderen zouden doorstromen naar het Nederlandstalig secundair onderwijs? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hier opnieuw een superioriteitsgevoel spreekt van 'La Francité' ten aanzien van de Nederlandse taal en cultuur.
Stellen dat het decreet snel, snel werd goedgekeurd zoals de opinieschrijvers doen, is de wereld op zijn kop. Tussen de stemming in de commissie en deze in de plenaire vergadering zaten door de obstructie van drie (!) Franstalige belangenconflicten twee kostbare jaren. Méér dan genoeg, vonden wij. Neen, beste PS-mandatarissen. Net de houding van de Franstaligen, zeker wanneer ze in Vlaanderen komen wonen en weinig of geen respect opbrengen voor onze taal en cultuur, zet het samenleven in dit land onder druk. Het is juist jullie handelen dat de roep om een autonoom Vlaanderen luider doet weerklinken.
Het ‘kaakslag-franskiljonisme’ “Een belediging”, “een kaakslag”, “een provocatie”,“een catastrofe”, “een aantasting van de rechten van de Franstaligen”, het was weer een en al verontwaardiging omdat het Vlaams Parlement besliste de bevoegdheden, die Vlaanderen grondwettelijk bezit, ook gewoon uit te oefenen. Vroeger deed men lacherig over het zogenaamde “kaakslag-flamingantisme”, maar er bestaat nu zeker een “kaakslag-franskiljonisme”. CDH-voorzitster Joëlle Milquet en haar minister van Franstalig Onderwijs Marie-Dominique Simonet (foto) zijn daar de vaandeldragers van en volgen het gehuil van MR, FDF en PS. De Franstaligen zullen het ooit wel leren. Onderwijs in Vlaamse gemeenten – ook als dat Franstalig onderwijs is – is een bevoegdheid van de Vlaamse gemeenschap. Dat werd unaniem gestemd in het Vlaams Parlement, uitgezonderd natuurlijk Christian Van Eycken van de Union Francofone. De Franstalige Brusselaars werden ‘in snelheid gepakt’ en kennelijk dus helemaal verast door het Vlaams Parlement. Dat parlement heeft het aangedurfd niet te wachten op een vierde belangenconflict van het Brussels parlement. Wat hadden de Vlaamse parlementsleden moeten doen? Zeggen aan onze Franstalige broeders: pas op hoor, word wakker, haal maar het volgende belangenconflict uit de kast om Vlaanderen te koeioneren op een terrein waar de Franstaligen gewoon niets te zeggen hebben? Hadden we dat blokkeringsspelletje ook nog met de Francofone Brusselaars moeten afspreken, zoals het blokkeren van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde door de federale regering wordt afgesproken met de Duitstalige gemeenschap? Welke mensenrechten worden nu weer geschonden? Vlaanderen – dus de Vlaamse belastingbetaler - financiert volledig het onderwijs in het Vlaamse landsgedeelte, dus ook het Franstalig onderwijs in de faciliteitengemeenten. Vlaanderen is dus ook verantwoordelijk voor de inspectie op dat onderwijs. Met dit decreet slaagt de N-VA - die aan de basis lag - erin om de kwaliteit van dit Vlaamse Franstalige onderwijs te waarborgen, zoals dit gebeurt voor alle andere kinderen die in Vlaanderen wonen. Tot nu had de Vlaamse overheid geen enkel zicht op die kwaliteit. Dat was eigenlijk een discriminatie. Door dit decreet worden alle kinderen in het basisonderwijs gelijk behandeld, ook zij die in de Vlaamse faciliteitengemeenten Franstalig onderwijs volgen. De Vlaamse gemeenschap trekt zich niet terug, zoals de Franstaligen dat in Komen wel deden. Welke rechten kunnen daar nu mee geschonden zijn? Is een betere garantie voor kwaliteit in het onderwijs zo bedreigend? Ik ben bijzonder opgetogen dat het decreet nu gestemd is met unanieme Vlaamse steun. Toen mijn voorstel van decreet eind 2007 werd goedgekeurd in de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement, schreeuwden de Francofonen moord en brand en begon er een carrousel van belangenconflicten. Drie keer al: eerst door de Franse gemeenschap, vervolgens de CoCoF ( de Franse gemeenschapscommissie van het Brussels parlement) en tenslotte het Waals parlement. Dit keer hebben we niet gewacht op een vierde koeioneertruc. Het heeft nu echt wel lang genoeg geduurd. De Francofonen kondigen aan naar het Grondwettelijk Hof te stappen. Daar hebben we geen enkel probleem mee. Voor de N-VA was het gebruik van belangenconflicten een misbruik. Als er een conflict zou kunnen zijn dan is het een grondwettelijk conflict. Wij passen de grondwet toe. Als men dat anders wil interpreteren, dan dient daar inderdaad het Grondwettelijk Hof voor. De Franstaligen zullen het ooit nog wel eens door hebben dat Vlaanderen zijn bevoegdheden optimaal wil gebruiken en niet wil overlaten aan wie daar niet bevoegd voor is. Ze zijn dat misschien nog niet gewoon, maar ze kunnen alvast wennen aan de idee.
Begrijpen wie kan… De manier waarop de Franstalige partijen reageren en onze nationale media berichten over het feit dat het Vlaams Parlement vandaag mijn decreet over het faciliteitendecreet goedkeurde tart nu eens werkelijk alle verbeelding. Voor de achthonderdste keer stel ik dat wij niet meer doen dan onze door de grondwet opgelegde verantwoordelijkheid nemen. Met name: scholen in Vlaanderen vallen onder de inspectie van de Vlaamse gemeenschap. Die in Wallonië onder die van de Franse gemeenschap en die in de Oostkantons onder de Duitstalige gemeenschap. En die in Brussel of de Franse of de Vlaamse gemeenschap. Van Wie anders? En wij wensen dat alle scholen in Vlaanderen aan een aantal kwalitatieve criteria voldoen. Heeft daar iemand problemen mee? Blijkbaar wel. Dat de Duitstalige gemeenschap de inspectie uitoefent op de Franstalige scholen in de Oostkantons, is nooit voor iemand een probleem geweest. Maar de Vlaamse inspectie in de rand? Oela… het kot is te klein. De Vlamingen zijn plots de stokebranders en zouden een klimaat creëren dat niet geschikt is voor een communautaire dialoog. Alsof die er de voorbije vijf jaar wel was…. Voor wat zien de Franstaligen ons eigenlijk? Dit ruikt naar racisme. Misschien moeten ze bezuiden de taalgrens, in Brussel en de Rand toch eens de OESO rapporten er op na lezen en dan zullen ze beseffen dat onze kwaliteitsstandaarden nog zo slecht niet zijn. Neen, beste lezer, eigenlijk zou ik vandaag blij moeten zijn. Na twee jaar eindelijk een decreet goedgekeurd. Wat een democratie lijden kan… Maar de manier waarop dit bejegend wordt, geeft mij een bevestiging van het feit dat dit land geen democratie aan kan. En ook in Vlaanderen schiet men schromelijk te kort. Wie kan mij het tegendeel bewijzen?
Het SCK naar af De verklaring die de premier vandaag aflegde in de federale kamers kwam alvast niet tegemoet aan de verwachtingen die we in de Kempen hebben. Integendeel. Geen extra geld voor het StudieCentrum voor Kernenergie (SCK). Geen investering in het Myrrha-project… Dit betekent niet meer of niet minder dan een mokerslag voor de toekomst van de nucleaire sector in mijn regio. Als er één ding duidelijk is: geen eurocent voor het broodnodige geld voor het Myrrha-project betekent immers evenveel als de afbouw van het SCK in Mol en alle gevolgen van dien. Rest onze regio dan toch alleen maar het nucleair afval? Een nucleair kerkhof zonder veel extra meerwaarde? Ik zal me daar als burgemeester èn als Vlaams volksvertegenwoordiger ernstig over bezinnen. Het SCK is decennialang een gerespecteerde speler geweest op het nucleaire wereldtoneel. Omdat straks ook de BR2 reactor zijn levenseinde zal bereiken, is er nood aan een nieuwe reactor. Modern en innoverend genoeg om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Dit moet Myrrha worden, wat staat voor: Multi-purpose hYbrid Research Reactor for High-tech Applications. Onderzoekers van het Studiecentrum voor Kernenergie werken in een internationaal kader aan het ontwerp van een innovatieve en multifunctionele onderzoeksinstallatie die de naam Myrrha kreeg. Deze installatie beantwoordt aan de hoge eisen gesteld voor: - het onderzoek rond materialen voor huidige en toekomstige kernreactoren; - het onderzoek rond transmutatie van afval met hoge radiotoxiciteit (met als doel de tijdschaal voor berging sterk te reduceren); - de productie van medische radio-isotopen. Een belangrijk onderdeel van Myrrha is de zeer krachtige deeltjesversneller. Samen met onze universiteiten wil het SCK verzekeren dat deze deeltjesversneller gebruikt kan worden voor fundamenteel onderzoek. Momenteel is een dergelijke installatie niet voorhanden in België en zijn fysici aangewezen op installaties in het buitenland. De Myrrha-deeltjesversneller zal ook voor buitenlandse onderzoekers interessant zijn, omdat de installatie op verschillende vlakken complementair zal zijn aan de bestaande buitenlandse onderzoeksinstallaties. Het zal het SCK opnieuw haar prominente rol geven. Gespreid over 12 jaar zou er vanuit de federale begroting daarvoor een investering moeten komen van 400 miljoen euro. Startend vanaf volgend kalenderjaar. Veel geld! Maar het is dit of niks. Naast dit federaal geld komt ook Europa over de brug terwijl prognoses uitwijzen dat elke geïnvesteerde euro een terugverdieneffect van 12 euro zal genereren. In de begrotingsopmaak voor 2010 is er blijkbaar niets voorzien. Dat de PS dwars lag, was al langer geweten. Ook dat Open VLD en CD&V voorstander waren... Opnieuw wordt bewezen wie het hier in dit land voor het zeggen heeft! Hoe de federale overheid dit rijmt met de toekomst van het studiecentrum is mij erg onduidelijk. De eis die wij vanuit Dessel en Mol stellen om het laag actief afval hier te bergen in ruil voor o.a. het overeind houden van de nucleaire kennis in de streek krijgt dan ook een serieuze deuk. Het minste wat de Kempen kan verwachten is dan ook een heel, maar dan ook een heel duidelijke uitleg. Wordt zeker vervolgd…
Lange Wapper Net zoals vele Kempenaars moet ook ik bijna dagelijks de afstand Kempen-Antwerpen of Kempen-Brussel overwinnen. Het is een ongelijke strijd die happen uit mijn agenda haalt. Die werkt op mijn gemoed. En die meermaals de stressbarometer op orkaan laat staan. Dessel-Brussel, vogelvlucht 80 km, over Antwerpen 104 km, wordt ’s morgens meermaals een expeditie die je twee en een half uur tot meer dan drie uur langs Vlaamse wegen stil doet staan. Eerst Antwerpen. Dan Brussel. Over Lummen is een alternatief. Nu ja, alternatief? Qua tijd dezelfde proporties. Ik moet erkennen dat ik een half-timejob achter het stuur van mijn auto zit: blik op oneindig en zoveel mogelijk verstand op nul. Neem de trein, hoor ik sommigen mij aanbevelen. Ik nodig heel Vlaanderen uit eens één week - niet langer dan één week – te doen wat tienduizend Kempenaars dagelijks moeten doorstaan. Stilvallende treinen. Dieselmotoren die het laten afweten. Deuren die niet opengaan. Remmen die blokkeren. Treinen met “technische problemen” die de doorgang voor anderen belemmeren. Aansluitingen die niet gehaald worden. Wissels die vastzitten. Seinhuizen die afbranden. En bovenal een oorverdovend gebrek aan informatie. Ik hoor vaak het verwijt dat er zo weinig Kempenaars op politieke kabinetten werken. Dat verbaast je toch niet? De helft van de tijd “onderweg”. De Kempen liggen heus niet ver van Brussel, maar de gebrekkige verkeersinfrastructuur en de talrijke ontbrekende of onvoldoende werkende schakels zorgen daar wel voor. Mag ik dan zeggen dat ik met grote ogen sta te kijken naar het Antwerps schouwtoneel? Discussies over Lange Wappers, bruggen en tunnels. De mainport die onbereikbaar is en een ring die een muur van vrachtwagens en auto’s vormt. Grote feesten op en rond Antwerpen Centraal. De prachtige kathedraal waar je zo onderdoor kan rijden. Alleen Mol blijft bijna onbereikbaar... Moet ik nog zeggen hoe ik en vele Kempenaars volgende week zondag stemmen zouden? Wij blijven echter het lijdend voorwerp…
Nu saneren om straks te groeien Naar aanleiding van de start van het politiek werkjaar hield ik vandaag deze tussenkomst in de plenaire zitting: “Mijnheer de minister-president, in de uitdagingen die u namens de regering schetste, staat Vlaanderen niet alleen. Vlaanderen is geen eiland en deelt in grote mate de grote uitdagingen met de rest van Europa. Dat Europa wordt stilaan het 'oude' continent. Het is economisch wel welvarend en sociaal rechtvaardig, maar het moet natuurlijk op de tanden bijten in een globale economie waar de concurrenten snel of sneller vooruitgaan. Ik denk dan niet alleen aan de Verenigde Staten maar ook aan Aziatische tijgers, de BRIC-landen enzovoort. Vaak zijn het economieën die weinig of geen sociale regels kennen. Wat deze uitdaging betreft, is Vlaanderen geen uitzondering. De economische crisis heeft ons harder dan ooit met die bestaande ongelijkheid geconfronteerd. Maar deze crisis die econoom Geert Noels de Econoshock noemt, biedt ook kansen. Onze arbeidsmarkt en economie zullen er misschien wel anders uitzien. Deze crisis kan ook een catharsis zijn, ook voor de overheid die een evenwicht moet vinden tussen saneren, besparen en investeren. Deze crisis dwingt de overheid in de eerste plaats tot zelfreflectie bij het besparen. Zij moet zich afvragen welke uitgaven essentieel zijn voor welvaart en welzijn in Vlaanderen, voor de economie en voor een rechtvaardig sociaal beleid. Daarnaast dwingt de crisis de overheid in het kader van enkele bijkomende uitgaven, in totaal 254 miljoen euro in 2010, selectief en secuur te zijn. Wat zijn nu de noden, maar ook, hoe zal onze toekomst eruit zien? Wat de besparingen betreft, moet een en ander nog uitgeklaard worden, aldus de kritiek van de oppositie. Wat wel zeker is, is dat deze regering alleszins selectief gaat besparen. De welzijnssector zal niet moeten besparen, integendeel, men zal daar bijkomend investeren. Asociaal is deze regering dus niet. Wij horen de oppositie graag zeggen dat zij exacte cijfers wil, dat het plaatje nog niet klaar is, enzovoort. Wat wel klaar is, is het globale plaatje van investeringen en besparingen per beleidsdomein. De exacte cijfers volgen binnen drie weken als de begroting hier in dit parlement ingediend wordt en de begrotingsbesprekingen kunnen worden aangevat. Het lijkt me nogal evident dat het concrete plaatje ook nog moet worden ingevuld. Het is een nieuwe regering die na een cesuur van campagne en onderhandelingen zware beslissingen moet nemen in tijden van economische crisis. Haast en spoed is dan ook zelden goed.
Voor de verkiezingen heeft ook mijn fractie een oproep gedaan, bij monde van huidig minister Bourgeois, om een begrotingscontrole uit te voeren. Die is toen niet gebeurd. Wij zoeken nu onder de verantwoordelijkheid van minister Muyters naar efficiëntiewinsten op de eigen werking van de overheid. We gaan na welke taken we efficiënter kunnen aanpakken en vermijden dat de dienstverlening hieronder lijdt. “Die methode is beter dan brute, van bovenaf opgelegde besparingen”, lazen we gisteren nog in een Vlaamse krant. Met andere woorden, de politiek zet de grote lijnen, principes en de doelstellingen uit, zodat in een tweede fase en in samenwerking met de betrokken departementen wordt gekeken waar de gevraagde efficiëntiewinsten gerealiseerd kunnen worden. En ja, een deel van de besparingen gebeurt bij de burger. De jobkorting is al aangehaald. Die moet inbinden. Ze wordt niet afgeschaft. Ze wordt wel heel selectief ingezet. Collega's, we moeten ons geen illusies maken. Alle besparingen zullen ergens wel pijn doen. Het is wel gemakkelijk om hier een lijstje af te rammelen met wat allemaal niet mag. Er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden. We zijn er echter wel van overtuigd dat de bevolking kan aanvaarden dat ook zij inspanningen moet leveren als ze inziet dat er een 'sense of urgency' is, als ze ziet dat eenieder hierin mee zijn verantwoordelijkheid draagt, als ze ziet dat deze besparingen leiden tot beterschap nadien, dat er een visie achter zit en dat de overheid het voorbeeld geeft. Want voor elke euro die we nu besparen bij de mensen, gaan we twee euro besparen op het eigen overheidsapparaat. Ja, wij hebben ook een paar eenmalige maatregelen genomen. In totaal zal het gaan om 250 miljoen euro. Daartegenover staat maar liefst 1,3 miljard euro aan structurele besparingen. Een uitzonderlijke conjuncturele inzinking - sommige sprekers hebben het over de grootste naoorlogse crisis - moet men niet volledig met structurele ingrepen opvangen. Er is een evenwicht tussen beide. Met volledig structurele ingrepen kan men niet anders dan snijden in de investeringen en dan ondermijnt men het economische herstel. Eenmalige maatregelen zijn gerechtvaardigd om de impact van een eenmalige crisis mee te helpen counteren. Maar ik heb het daarnet al gezegd: ze mogen niet leiden tot een beleid met zware betalingen nadien. Daarnet ging het over sale-and-leaseback tegen wanverhoudingen of over overnames van pensioenfondsen waarover je nadien ook de verantwoordelijkheid moet dragen. Als we de toekomstige begrotingen niet bezwaren, is er geen probleem met eenmalige maatregelen. Zeker niet als ze slechts een klein deeltje uitmaken van het gehele besparingsplaatje.
Wij durven dus zeggen, mijnheer de minister-president, dat we trots zijn dat deze Vlaamse Regering wél nog in staat is om te besparen. Dit in tegenstelling tot andere regeringen in dit land. In Vlaanderen wordt wél nog belang gehecht aan begrotingsdiscipline. Nu hoor ik sommigen zeggen dat we te veel inspanningen leveren, al zijn dat vaak de mensen die een week eerder zeiden dat we een jaar eerder een begrotingsevenwicht moeten bereiken. Willen die mensen dan dat ook in Vlaanderen de schulden oplopen? Willen zij dat we wat sommigen - en ik plaats mijzelf in dat rijtje - een Belgisch wanbeleid noemen, ook in Vlaanderen inbedden? Dat is niet de manier waarop wij als N-VA Vlaanderen willen besturen. Wel stellen wij samen met u vast dat de andere regeringen, in tegenstelling tot de Vlaamse Regering, weinig tot niets doen. Zij die België zo graag overeind willen houden, willen daar blijkbaar zelf weinig inspanningen voor leveren. Wij vinden dat, vanuit de N-VA, een zeer interessante vaststelling. Maar als wij nu besparen, kunnen wij, in tegenstelling tot andere overheden, straks beleidsruimte creëren. Die zal de komende jaren expliciet aangewend worden voor een eigen beleid met een zware sociale component. Een nieuw sociaal beleid, waarbij wij als Vlamingen zelf onze klemtonen leggen. Wij denken dan aan hospitalisatieverzekeringen en aanvullende kinderbijslag. Maar ook een eigen Vlaamse energiemaatschappij zal de bakens doen verzetten. Op die manier zullen we later kunnen inspelen op maatschappelijke evoluties. Dat is essentieel in een geglobaliseerde, superconcurrentiële wereld. Flexibele mensen maar ook een flexibele overheid. Meer zelfs: nu al besparen we meer dan nodig, zodat we nu al kunnen beginnen met een nieuw beleid, dat vooruitloopt op onze ambities. Want wordt er nu ook geen ruimte vrijgemaakt om aan kapitaalparticipaties te doen, onder andere voor investeringen die kunnen worden aangewend in de Vlaamse energiemaatschappij? Onze investeringen zijn derhalve gericht en zullen duidelijk effect hebben. Ze passen in een groter verhaal.
Inderdaad, collega's, er gaat veel geld naar economie. Onder meer met een investeringsplan en een werkgelegenheidsplan. Maandag mochten we nog aanhoren dat de VDAB eind augustus nog 36.000 openstaande werkaanbiedingen telde. Dat is inderdaad minder dan de voorgaande jaren. Maar omscholing naar knelpuntberoepen blijft nodig. Onder meer in de zorgsector, de groene economie enzovoort. Deze plannen bouwen voort op het relanceplan, herstellen het vertrouwen en passen in de lijnen van Pact 2020 en ViA. Laat ons ook denken aan de renovatiepremie, die indirect banen schept. Ook de bijkomende investeringen in kinderopvang zijn gerechtvaardigd vanwege de hoge noden. Ook zij kunnen en moeten meer mensen naar de arbeidsmarkt leiden. Daarom zijn zij belangrijk voor de economie.
Aangezien ik me rigoureus aan het tijdsschema wil houden, zal ik mijn toespraak afronden. Ik wil er tot slot nog even op aandringen het inburgeringsbeleid grondig uit te bouwen. Het inburgeringsbeleid, een van de nieuwe maatschappelijke uitdagingen van de voorbije decennia, is de voorbije jaren eindelijk in een consistent beleid vertaald. We mogen hier niet te erg op beknibbelen. Dit is, zeker in het licht van de daarnet aangehaalde politiek van de federale regering, de basis van onze samenleving. Dezelfde ideeëngang geldt in onze ogen voor de problemen die in verband met Brussel ontstaan. Die uitdijende hoofdstad zet de Vlaamse rand onder druk. Iedereen kent onze visie. Wat de uitvoering van het Vlaams regeerakkoord betreft, weet iedereen waarop wij, samen met de andere meerderheidspartijen, willen inzetten. Ik sluit af met twee citaten. Het eerste citaat komt uit een krant. Net als politieke partijen, mogen ook krantenberichten elkaar tegenspreken. Ik haal deze uitspraak aan omdat ik ze mooi vind: "Conclusie: de Vlaamse Regering heeft goed werk geleverd. Het is niet allemaal leuk nieuws, maar de ingrepen waren noodzakelijk." Het tweede citaat komt uit de column van Jong N-VA: "Optimism is a moral duty, maar daadkracht ook.””
10 jaar STORA Dit weekend wordt tien jaar partnerschap STOLA-STORA gevierd. Het partnerschap dat zich buigt over de berging van nuleair afval van de categorie A (laag en kortlevend) in de gemeente Dessel. Op zaterdagavond vond een feestzitting plaats met vier gastsprekers: de heer Hugo Draulans, voorzitter STORA, de heer Jean-Paul Minon, directeur-generaal NIRAS, de heer Robert Leclère, CEO Synatom en ikzelf. Hieronder mijn toespraak.
"Als ik terugdenk aan tien jaar STORA, dan kan ik niet anders dan in de eerste plaats terugdenken aan de manier waarop dit tot stand gekomen is. Er zijn immers zo van die ankermomenten in mijn geheugen die toch wel de weg plaveiden naar dit succesverhaal. Mijnheer Minon heeft dat verleden, dat ontstaan uitvoerig geschetst. Maar ik herinner me, als de dag van gisteren, de TV-beelden van de zeebergingen en het trachten te verhinderen daarvan door de zodiacs van Greenpeace. Met resultaat en een algemeen internationaal verbod dat daar op volgde. Ik herinner me de eerste ontmoeting in het gemeentehuis, begin 1989, 20 jaar geleden, met de heren Decamps en Meyers. Respectievelijk de verantwoordelijken van Niras en BP. Mijn voorganger Blancquaert die bij zijn inhaling als burgemeester toenmalig minister van binnenlandse zaken Tobback, aanwezig in Dessel, de mantel uitveegde met de boodschap dat top-politici in dit land niet hun verantwoordelijkheid nemen. Herkenbaar… Mijn confrontatie met de betogers in Halen in 1995: “Not in Our BackYard”, was hun slogan. Mijn gesprek, ik dacht één of twee jaar later, eenentwintig hoog in de Madou-toren, met professor Erik Vanhove van de UA en waar mijn visie getoetst werd aan een andere, geïntegreerde aanpak. De gedachtewisselingen en de briefings, in de Il Perugino, in de Noordstraat in Brussel, een fijn Italiaans restaurant waar de “Mama” de plak zwaait, gelegen midden in de driehoek van de kantoren van NIRAS, het Vlaams Parlement en het toenmalig VU-secretariaat aan het Barricadenplein. Mijn eerste terreinbezoek aan El Cabril in Spanje met Bob Van de Plas en Jef Claes. De gesprekken in het schepencollege om niet alleen het partnerschap op te richten, maar het ook vorm te geven. En de bewuste keuze daarbij om dit verhaal te schrijven over de grenzen van meerderheid en oppositie heen. STOLA en STORA zelf zorgde ook voor aangename herinneringen. De tientallen werkvergaderingen en het navergaderen in het keukentje beneden in het gemeentehuis. Waarbij ik vaak medelijden had met Evelyn, die dan nog naar Leuven moest… De buitenlandse bezoeken: Zweden, Frankrijk, Spanje,… En de internationale contacten die daaruit voortvloeiden. Waarbij Dessel als enige Belgische gemeente lid werd van GMF (Group of European Municipalities with Nuclear Facilities) en daardoor ook de gemeente Dessel op de international kaart zette. De spanningen die er soms ook wel eens rezen, zoals dat in elk goed huishouden wel eens het geval zal zijn zeker, en waarbij het vertrouwen al wel eens op de proef gesteld werd. Niet alleen tussen NIRAS en Dessel, maar ook intern in Dessel. Zoals eind 2003 toen naar aanleiding van een incident met betrekking tot de nucleaire belasting het partnerschap even “on-hold” gezet werd en er een tijdelijke breuk kwam in het Dessels front. Maar bovenal het veelvoud aan overlegmomenten met Hugo Draulans die gedurende deze tien jaar acht jaar de raad van bestuur voorzat, gedurende twee jaar nam toenmalig burgemeester Michel Meeus die taak op zich, en er een dagelijkse opdracht van maakte. En zo zou ik nog even kunnen doorgaan.
Maar als burgemeester ben ik op de eerste plaats fier. Fier omdat we er als kleine gemeente in lukken onze decretale opdracht te koppelen aan een maatschappelijk probleem dat in dit land niet opgelost geraakte. We koppelen het er niet alleen aan. We zorgen ook voor oplossingen en dit met wisselende coalities, met wisselende bestuursploegen. Als gemeente zijn wij verplicht op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Maar bovendien stelt het gemeentedecreet dat wij een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van de gemeentelijke bevoegdheden moeten verzekeren. Waarbij de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid betrokken worden en waarbij gezorgd wordt voor openheid van bestuur. De voorbije weken heb ik als lid van de commissie ad hoc in het Vlaams Parlement, op een iets directere wijze kennis mogen nemen van het verhaal dat op dit moment Antwerpen en de hele brede regio er rond beroert. Het verhaal van de BAM, Oosterweel, brug en tunnel. Ik zie in dat verhaal gelijkenissen met het project berging categorie A-afval waarvoor deze vereniging in essentie opgericht werd: een probleem oplossen waarvoor niet direct een draagvlak bestaat… Als ik na tien jaar het bilan opmaak. Zowel naar ingezette geldmiddelen als naar de stand van zaken hic et nonc, dan mogen we als Desslaars, en ook als Mollenaren, zeggen: “Met heel Antwerpen, maar niet met ons…” Wij deden dat op onze manier. Rustig en sereen. Doordacht en weloverwogen. Niet met grote verklaringen of tafelspringerij. Maar steeds resultaatsgericht en het algemeen belang voor ogen. Als ik vandaag velen hardop de vraag hoor stellen (en terecht) of het realiseren en uitvoeren van grote projecten, grote infrastructuurwerken nog kan. Of daar een maatschappelijk draagvlak voor kan gevonden worden. Dan is mijn antwoord: “Yes we can”; “Ja dat kan.” Maar dan zal er enorm veel moeten geïnvesteerd worden in overleg, goede communicatie, dialoog en discussie. Zal men het algemeen belang voorop moeten blijven stellen. En moet er een basis van wederzijds vertrouwen zijn. Als dat niet zo is, dan moet je er niet aan beginnen.
Tot slot, en dat is voor vandaag, denk ik toch wel het allerbelangrijkste, wens ik mijn oprechte erkentelijkheid uit te drukken voor al diegenen die deze tien boeiende jaren mee mogelijk maakten. Die zorgden voor dat vertrouwen. Was het als vrijwilliger, of professioneel. Was het namens een vereniging of puur op zelfstandige basis. 10 jaar STOLA en STORA hebben jullie allen "samen" gerealiseerd. Namens mijzelf en het voltallige gemeentebestuur: een hartelijke dankjewel en op naar de twintig!"
Het koorddansen van Thyssen “De CD&V is niet meer de CVP” of “Le vieux CVP est arrivé”, wat is het nu? Eieren of jong, zoals men in de Kempen pleegt te zeggen. Voorzitster Marianne Thyssen heeft vandaag tijdens haar gastcollege alleszins één ding duidelijk gemaakt. Het is: “le vieux CVP est arrivé.” Ja jongens, de klok wordt minstens acht, en meer, jaren terug gedraaid. Voorbij het vernieuwingscongres van Kortrijk. (zie link onderaan) Al begrijp ik echt haar drijfveer niet. Voor welk heil zet men de toekomst van de eigen gemeenschap, van het eigen kiespubliek, op de helling? De N-VA was opnieuw de schuldige: “Zie je ons al op korte termijn een federale regering maken met de N-VA aan tafel?” dixit de voorzitster van Vlaanderens grootste partij als hét argument om niet voor samenvallende verkiezingen te zijn. Wel met de PS. Wel met het FDF. Dat is blijkbaar allemaal geen probleem. Toch niet met de N-VA… Waarvan akte. Ze maakt het ons als prille meerderheid op Vlaams niveau alvast niet gemakkelijk... En dat als grootste coalitiepartner die buiten de minister-president nog drie andere excellenties levert en daarmee toch ook de morele verantwoordelijkheid om ploeg te vormen. Wat is er van de Vlaamse CD&V gebleven? Ik kijk met belangstelling uit naar de eerste weken in het opnieuw op te starten Vlaams Parlement. Eén ding zal ze toch moeten begrijpen; vroeg of laat moet er gekozen worden. Ook door de christendemocraten. Meerdere meesters dienen is nooit geen lang leven beschoren geweest. En dat is een wijsheid, zo oud als de mensheid. Maar los van wat ze predikt, lees ik wat ik lees. In het Vlaams regeerakkoord! Marianne Thyssen kan de N-VA tegenspreken over de essentie van het Vlaams regeerakkoord waar we voor de 100% uitgaan van de eigen kracht. Wil Kris Peeters haar afwijzing bevestigen? Niet uitgaan van de eigen middelen? Niet alleen geen schulden maken, maar ook geen overschotten boeken? De eigen middelen niet voor 100% inzetten om de noden te ledigen die in Vlaanderen heersen? Voor alle duidelijkheid staat er nog steeds op bladzijde 95: “Voor de periode 2012-2014 realiseren we een begrotingsevenwicht maar geen overschotten. Zo hebben we ruimte en tijd om het nieuwe beleid dat opgenomen is in dit regeerakkoord te implementeren en Vlaanderen zowel sociaal als economisch klaar te maken voor de toekomst.” De CD&V voorzitster zou er beter aan doen de federale en de Brusselse entiteiten, waar ze mee bestuurt, tot de orde te roepen en ze aan te manen om orde op zaken te zetten en de noodzakelijke maatregelen te nemen. Maar dat doet ze duidelijk niet. En wijst ze volgende passus ook af? “We maken maximaal gebruik van onze eigen bevoegdheden binnen het grondwettelijk en wettelijk kader. We hanteren de in de wetgeving voorziene instrumenten wanneer andere overheden op ons bevoegdheidsdomein ageren.” Ze weze dan ook gewaarschuwd. Wij, de N-VA, zijn niet de kartelpartij van weleer die mathematisch niet nodig was. Wij zijn nu meer dan ooit een volwaardige regeringspartner. Noodzakelijk én bovendien loyaal. Wat dit laatste betreft moet ze echt wel zien dat ze niet met vuur speelt, noch in de eigen voeten schiet. Die loyaliteit, die liefde, moet van twee kanten komen. En dat engagement verwacht de Vlaamse kiezer. Ook van de CD&V. Of heeft Marianne vandaag, op 22 september 2009, de campagne op gang willen blazen voor de federale stembusslag die er aan gaat komen? Vlaams blazen als het Vlaamse verkiezingen zijn en Belgisch als de federale assemblés moeten gekozen worden? Een staaltje koorddansen om de kool en de geit te sparen? Ze doet maar en die handschoen willen we des te liever opnemen. Het is immers dezelfde kiezer die oordeelt. Ik kijk met belangstelling uit naar het Belgisch palmares waarmee ze de kiezer zal bekoren. Ik beweeg mij voldoende midden de mensen en kom alvast in voldoende middens om te weten dat de Vlaming van die boer geen eieren meer behoeft. De CD&V zou er dan ook verstandig aan doen om eindelijk, ondubbelzinnig, de Vlaamse kaart te trekken. Al is het na het gastcollege van Marianne Thyssen vandaag wel meer dan duidelijk. De CD&V mag dat niet. De CD&V kan dat niet. De CD&V wil dat niet. In alle drie de gevallen pijnlijk na al wat de voorbije jaren gezegd en bewezen werd.
Wie neemt hier zijn verantwoordelijkheid? De voorbije jaren mochten we het meermaals horen en lezen. Van concurrerende partijen. Van zogenaamde opiniemakers in kwaliteitskranten. Van Wetstraat-watchers. De N-VA kiest voor de verrotting. De N-VA is slecht voor onze economie. De N-VA brengt ons aan de rand van de afgrond. En ga zo maar door. Ik kan het niet laten even verder door te bomen op het artikel dat ik hier vorige week samen met Jan Jambon neerpende. Als ik vandaag de jongerenorganisaties van zowel CD&V als Open VLD bezig hoor, dan kan ik niet anders. Beide partijen steunen het federaal minderheidskabinet en krijgen nu de wind van voren van hun eigen jongeren. En terecht! Wanneer gaat die komedie nu eens ophouden? Als men zo verder doet heeft men geen oppositie meer nodig… Dat Van Rompuy met zijn regering en met dit land recht op een muur afstevent vind ik op zich niet zo erg. Het instituut België kan me werkelijk gestolen worden. Maar dat daarmee de welvaart en welzijn van tien miljoen Vlamingen en Walen op de helling komt te staan, beroert me wel. De federale regering bestuurt niet. En als ze dan al iets doet, dan is het net tegen de zin van de Vlamingen. Lag men in Vlaanderen wakker van opnieuw een regularisatiegolf? De hoeveelste al? Ik vrees echter dat de mensen nog lang niet beseffen wat er boven hun hoofd hangt. Beseffen ze hoe dramatisch de financiële situatie zich aftekent? Hoe de kosten in bijvoorbeeld de gezondheidszorgen de pan uitrijzen? Hoe de schuldenlast hand over hand toeneemt? Nu reeds 30.000 euro per Belg. Dat de pensioenen op de helling komen te staan? Ook daarvoor hebben we geen oppositie meer nodig om eventueel paniek te zaaien. Dat deed de bevoegde minister Michel Daerden (foto) zelf al, of net niet, door te verklaren dat er geen problemen zijn tot… 2015. Nog zes jaar… Terug naar onze jongerenorganisaties nu. Jong CD&V vindt bovendien dat de Vlaamse regering het goed doet. De Open VLD jongeren vinden dat niet. Zij vinden dat de Vlaamse regering belastingen verhoogde door de jobkorting af te schaffen. Correctie: de jobkorting voor de lage lonen is behouden. Maar inderdaad. De Vlaamse regering meent dat het geen tijd is om cadeautjes uit te delen die één weinig zoden aan de dijk brengen en twee waarvan de geldmiddelen veel adequater kunnen ingezet worden. In duurzame investeringen bijvoorbeeld. Wat denk je dat een goedverdiener met z’n jobkorting doet? Die investeren in de aankoop van iets, ze laten rollen of veilig stellen op een spaarboekje? Velen doen het laatste, en je kan het de mensen niet kwalijk nemen. De Vlamingen spaarden nog nooit als heden ten dagen. Is men anderzijds al vergeten dat ook Guy Verhofstadt akkoord was met deze afschaffing om toch maar mee in de Vlaamse regering te kunnen zetelen? Vreemde jongens die liberalen. Philippe Muyters moet als N-VA minister over de Vlaamse financiën waken. En hij doet dat goed. Ook al probeert federaal begrotingsminister Van Hengel, nog zo'n vreemde jongen, hem aan te wrijven dat hij niet kan rekenen… waarop De Tijd zelf ging calculeren en titelde dat Muyters' rekenkunde beter was dan die van zijn federale confrator (zie link onder vorig artikel). Hij doet dat goed en niet om de Belgische federale schatkist te dienen. Niet om het Belgisch staatshuishouden te redden. Neen, wel om er voor te zorgen dat we straks weer volop beleid kunnen voeren in Vlaanderen. Schulden wegwerken en overschotten doelbewust inzetten. Voor gezinnen. Voor zwakken. Voor investeringen. En dit in het belang van zes miljoen Vlamingen. Als er over verantwoordelijkheden gesproken wordt en over het opnemen daarvan - sorry voor mijn pretentie - maar dan durf ik samen met de N-VA mijn hand opsteken. Wij doen het toch maar!
Vlaanderen bespaart, de rest laat betijen Vandaag verschijnt deze vrije tribune van Jan Jambon en mijzelf in De Standaard: Gisteren haalde Dirk Van Mechelen (Open Vld) op deze pagina’s scherp uit naar de PS, maar ook naar de N-VA. Het zal niemand verbazen dat wij als N-VA zijn kritiek op de PS mee onderschrijven. De manier waarop Di Rupo, Onkelinx en Daerden de budgettaire problemen in dit land bagatelliseren, is inderdaad een schande. Alleen is het vreemd om die kritiek te moeten horen van een partij die samen met diezelfde PS in de federale regering zit en die in die regering zelf de vice-premier en minister van Begroting levert. Misschien moet Van Mechelen eerst zijn collega Guy Vanhengel op het matje roepen, want zoals Van Mechelen correct schrijft: “Een ernstige begrotingsoefening vergt politici die hun verantwoordelijkheid willen opnemen”. Laat dat nu net zijn wat zijn collega Vanhengel niet doet. Is het bovendien niet een beetje ironisch dat Open Vld de Vlaamse regering en de N-VA ervan beschuldigt aan struisvogelpolitiek te doen? De Vlaamse regering is precies de enige regering in dit land die de tering naar de nering zet. Niet voor de mooie ogen van Herman Van Rompuy, maar wel omdat dat gewoon goed bestuur is voor Vlaanderen. In Vlaanderen wordt wél nog belang gehecht aan begrotingsdiscipline. We creëren daardoor bovendien sneller beleidsruimte voor een positief Vlaams beleid vanaf 2011. De Vlaamse regering voert een aantal structurele maatregelen uit die ons op korte termijn uit het moeras moeten trekken. We zetten het mes in de werkingskosten van de overheid. In elk beleidsdomein zal bespaard moeten worden. Ook in communicatie- en consultancy-opdrachten zal flink gesnoeid worden. Voorts zal de subsidiesector moeten inbinden, waarbij we doelgerichte besparingen uitvoeren maar sociale en gezinssubsidies ontzien. Het is wél gedaan met cadeaus uit te delen waarvan de impact op onze economie niet duidelijk is. Ook in de jobkorting wordt gesnoeid, maar voor elke euro die we besparen op de mensen, besparen we 2 euros op ons eigen overheidsapparaat. Dat heet rechtvaardigheid. Een soortgelijke inspanning van de federale regering hebben we helaas nog niet mogen vernemen. De hete aardappel naar de volgende legislatuur doorschuiven, zoals Vanhengel nu doet op vraag van Di Rupo, dat is niet alleen struisvogelpolitiek, dat is gewoon misdadig. De Vlaamse regering heeft er bij de Vlaamse regeringsonderhandelingen zelf voor gekozen om in 2010 maar liefst 1,7 miljard euro te besparen. Welke inspanning leveren de federale regering, de Brusselse en de Waalse regering dan in 2010? Geen enkele! We hoeven dus van niemand lessen te krijgen. Het is aan de burgers in dit land om uit te maken wie hier nu eigenlijk een verrottingsstrategie volgt. Gezien dit alles zullen we geen overschotten meer boeken, we zouden gek zijn om dat te doen. Wij willen de welvaart van de Vlamingen veilig stellen door te investeren in onze economie, in hernieuwbare energie en in de uitbouw van een Vlaamse sociale zekerheid voor onze gezinnen. Daar zullen onze middelen naartoe gaan en niet naar het vullen van de bodemloze federale begrotingsputten. Vlaanderen kiest resoluut voor de korte pijn: het mes zal in 2010 vaak diep snijden. De keuze van de federale en Franstalige overheden om pas vanaf 2014 de broeksriem aan te halen, is niet de onze. Verantwoordelijkheid houdt echter ook in dat men de gevolgen draagt van de eigen keuzes. We constateren enkel dat zij die België zo graag overeind willen houden, daar blijkbaar zelf geen enkele inspanning voor willen leveren. Een interessante vaststelling.
Jan Jambon N-VA-fractieleider Kamer Kris Van Dijck N-VA-fractieleider Vlaams Parlement
Het gaat om meer dan een hoofddoek De commotie rond het verbod op het dragen van hoofddoeken in Antwerpse scholen en in alle scholen van het gemeenschapsonderwijs staat hoog op de maatschappelijke agenda. Je mag geen krant lezen, geen radio beluisteren of TV bekijken of je wordt er met geconfronteerd. Je mag niet buiten komen of je wordt er over aangesproken. Het domineert op dit moment op een niet te onderschatten wijze de gemoederen. Niet alleen bij de allochtone gemeenschap waarvan sommigen zich geviseerd voelen. Neen, ook bij de autochtonen. En misschien daar nog meer dan dat men zich er rekenschap van geeft. Dat we in dit land ondertussen beland zijn op een schuldratio van 30.000 euro per inwoner - 120.000 euro voor een modaal gezin met twee kinderen – en dat er voor de pensioenen geen problemen zijn tot 2015, dixit bevoegd minister Daerden, is daaraan blijkbaar ondergeschikt. De heisa die vanuit bepaalde groepen uit de migrantengemeenschap gemaakt wordt is kolen op de molen van extremistische groepen aan weerszijden van het spectrum. Het zijn fundamentalisten aan beider zijden die garen weten te spinnen want mensen beginnen bang te worden. Ik verzin dat niet. Ik stel dat vast. “Migratiestromen zijn van alle tijden. In wezen zijn het reacties op bepaalde onevenwichten: mensen die op de vlucht gaan voor culturele, politieke of religieuze verdrukking; arbeidskrachten die zich verplaatsen naar plaatsen met kennis en kapitaal; armen die rijkere gebieden opzoeken.” Zo opent het hoofdstuk migratie in het eerste ledencongres van de N-VA, meer dan zeven jaar geleden in Leuven. We gaan er immers van uit dat mensen migreren om een beter leven uit te bouwen. Om zich te “verbeteren” en dit zowel voor zichzelf als voor hun kinderen. Ik denk dan ook dat migranten er best alles aan doen om “samen” met de gemeenschap waar ze naar toe trekken, die ambitie gestalte te geven. Is het een Europeaan die naar de VS trekt of een Maghrebijn naar West-Europa. In wezen is er geen verschil. Dit doe je door de taal te leren van je gastland. Door je te enten op de regels die daar heersen. Door kortom respect te hebben voor je nieuwe omgeving. Daarvoor moet je heus niet je hele identiteit over boord gooien of je geloof afzweren. Integendeel. Maar je moet wel het evenwicht vinden opdat je nieuwe landgenoten zich ook niet door jou bedreigd voelen. Als N-VA maken wij een groot onderscheid tussen de private cultuur en de publieke cultuur. Die lijn is belangrijk om een moderne, open samenleving kansen te geven en evenwichten tot stand te brengen. In de publieke ruimte doe je niet aan segregatie. Daar moet je zoveel mogelijk die kentekenen die berusten op het maken van een onderscheid tussen "hen" en "wij" elimineren. Ik heb geen enkel probleem met islamieten in mijn omgeving. Niet in mijn familie. Niet in mijn wijk. Niet in mijn dorp. Maar ik moet dat niet aan de klederdracht zien. Waarom zou ik dat moeten zien? Wil de andere dan een statement maken? Ik ben anders dan jij? Dreigt dit niet te worden: Ik ben beter dan jij? In de publieke ruimte worden regels afgesproken. Die regels moeten door eenieder gerespecteerd worden. Je kan het daar mee oneens zijn, maar je zal ze wel naleven. Anders zet je je buiten de publieke ruimte. Niet de samenleving, maar jij hebt dan een probleem.
Het verlangen van Koen en Kris ‘Clouseau heeft zijn nieuwe single "Leve België" voorgesteld aan de voet van het Atomium in Brussel. Met het nummer houden ze een pleidooi voor België. Toch willen ze met dit nummer geen politiek statement maken. "Het is vooral een uiting van Vaderlandsliefde", zegt Kris Wauters. "We zijn fiere Belgen en ook fiere Vlamingen. Het één sluit het andere niet uit", voegt Koen Wauters daar aan toe. "Het zou waanzinnig zijn, mocht ons land niet meer bestaan."Het nummer is deels in het Nederlands, deels in het Frans gezongen. Doorbreken aan de andere kant van de taalgrens is nochtans niet meteen de ambitie van Clouseau. "De concrete boodschap voor de Waalse luisteraars is: Oui je vous aime, want we zijn allemaal Belgen", zegt Koen Wauters.’ Tot daar de mededeling op de VRT-webstek. Koen en Kris komen uit Sint-Genesius-Rode. Een gemeente die keer op keer meer verfranst. Waar men geen respect kan afdwingen voor de taal waarin de gebroeders zingen. Waar men op de gemeenteraad provoceert en de grondwettelijke realiteit negeert. Waar onze Franstalige broeders, van wie we houden, komen wonen, zonder dat ze onze taal willen leren. Een gemeente waarvan men een corridor wil maken. Met faciliteiten voor de Vlamingen dan? Waar men hen een schooltje zal geven… Zoals in Komen dan? Ze bejubelen een land waar men in haar hoofdstad nauwelijks mijn taal begrijpt. Aan de voet van het Atomium, icoon van de Expo van 58, waar men, godbetert in die tijd, één “Vlaamse dag” organiseert. En ga zo maar door. Lijden de broers aan het Stockholmsyndroom? Neen, zonder er verder op in te gaan, blijkbaar hebben we een mooi verleden… Kris wil op de weerkaarten op televisie een groter land zien staan en Koen droomt van opnieuw een EK of WK om met onze nationale voetbalploeg naar toe te gaan. Zonde dat die overwegingen in 1830 nog niet mee konden spelen. Anders had dat separatisme nooit geen kans gekregen. Ach, Koen en Kris schrijven vele mooie liedjes. Met veel sentiment. Afscheid nemen en los laten... Alleen, mijn snaar kunnen ze nu niet beroeren…
Het ei van Vandenbroeke Christoffel Columbus werd na zijn terugkeer uit Amerika tijdens een diner bij kardinaal Mendoza in 1493 door Spaanse edellieden voorgehouden dat het niet zo moeilijk was geweest om de Nieuwe Wereld te ontdekken. Anderen hadden dat ook wel gekund. Daarop verzocht Columbus de aanwezige personen een ei rechtop te laten staan. Verschillende aanwezigen probeerden dit, maar het lukte niemand en men beschouwde het als onmogelijk. Hierop pakte Columbus zelf het ei en sloeg het zachtjes op tafel. Het ei deukte in, waardoor het kon blijven staan. Vervolgens zei hij: "Het verschil, mijne heren, is dat jullie het hadden kunnen doen, maar dat ik het gedaan heb!" Aan dit verhaal moet ik denken als ik vandaag Terzake zag en bijna uit mijn zetel viel… De nieuwe minister van onderwijs, Pascal Smet, was er studiogast bij Kathleen Cools. De twee lieten hun licht schijnen over de aanpak van de taalachterstand in het multi-culturele Amsterdam. “Dat is het”, hoor ik de twee stellig argumenteren. Anderstaligen een jaar lang een taalbad Nederlands aanbieden, en dan pas de “gewone” klas in. In Amsterdam doet men het na de kleuterklas en indien nodig in een kopklas op het einde van het basisonderwijs. Kinderen met een normaal IQ blijven gefrustreerd achter als ze ervaren dat het de achterstand in het Nederlands is, die hun toekomst hypothekeert. Ze dreigen tussen wal en schip te vallen. De resultaten van de Noord-Hollandse aanpak liegen er niet om. 70% van de leerlingen die uit de kopklas komen, en wat dus leerlingen waren met een ernstige taalachterstand, doorlopen met succes het secundair onderwijs en stromen door naar het hoger onderwijs. De universiteit! “Dit is ook iets voor bij ons”, poneerde Kathleen Cools waarna ze op de volmondige steun van de onderwijsminister kon rekenen. Waarom ik bijna uit mijn zetel viel? Tien jaar terug werd mijn toenmalige Volksuniecollega Chris Vandenbroeke (foto) door de hele linkse kerk uitgespuwd omdat hij juist dat voorstelde! Meer dan eens mochten we het horen in de commissie onderwijs van het Vlaams parlement. Zowel bij minister Van den Bossche, Baldewijns als Vanderpoorten vingen hij en heel onze partij bot. Ook als hij dat met brio kaderde en uitlegde, want daarin was hij een meester. Met de stelling: “pak een jaar en geef ze een leven”, was de “conservatieve” futuroloog Vandenbroeke de “progressieve” Smet ruim tien jaar voor. Ik ben er evenwel van overtuigd dat de nieuwe minister van Onderwijs de volgende dagen in diverse linkse bladen en media zal bejubeld worden om zijn “sociale vooruitziendheid”. Alleen, professor Chris Vandenbroeke had het ei al lang rechtop gezet, al had hij nooit het geluk over de portefeuille te beschikken waarover Pascal Smet wel beschikt. En dat is het verschil met Columbus. Chris kon en wilde het wel, maar heeft nooit de kans gehad. Moraal evenwel van dit hele verhaal: het kan verkeren; al hebben we wel tien kostbare jaren en duizenden talenten verloren zien gaan… Met alle gevolgen voor onze samenleving van dien.
Van vlees en bloed Gisterenavond was Dessel Markt tot in de late uurtjes een openluchtcinema. Op het programma: een marathonuitzending van Van vlees en bloed met als speciale gasten Tom Van Dyck en Lucas Van den Eynde, alias Luc en André Vangenechten. Naast de honderden die de koude verbeten ook minister Philippe Muyters en een schare Kempense politici, waarbij de voltallige Desselse gemeente- en OCMW-raad gastheer was. Op het menu een lekkere pint en i.p.v. popcorn of chips een zwarte pens met appelmoes. Zeven afleveringen na elkaar. Goed zes uur pure kwaliteit van eigen bodem. ’t Was bijna twee jaar geleden dat ik een telefoontje kreeg van Michiel Devlieger van Woestijnvis. Of ze mij eens konden spreken. Ergens rinkelde er een belletje dat me deed herinneren aan “Red Michiel” bij de Schalkse Ruiters, een reden te meer om niet neen te zeggen. Het verhaal dat de ploeg van Woestijnvis me kwam brengen klonk als muziek in de oren. Ze waren een nieuwe productie aan het voorbereiden waarbij een Kempens slagersgezin centraal zou staan en na een zoektocht van maanden hadden ze de ideale locatie gevonden: de beenhouwerij van wijlen Frans Slegers in de Pastorijstraat in Dessel. Frans overleed jaren geleden op een veel te jonge leeftijd en nog in de fleur van z’n leven aan een hartinfarct. Echtgenote Christianne bleef de winkel nog enkele jaren draaiende houden tot zij er een punt achter zette. De beenhouwerij en winkel was eigenlijk nog maar pas ontmanteld en leeggemaakt toen Woestijnvis haar ontdekking deed. Heel het land was afgespeurd, tot Wallonië toe, om dan finaal echt in de Kempen te belanden. Hoe je het ook draait of keert, de ideale plek om het kempengevoel gestalte te geven. De vraag was of ik het zag zitten dat men een drietal maanden deze locatie zou benutten en dat de straat kon afgesloten worden op de cruciale momenten om ongehinderd te kunnen draaien. Natuurlijk zag ik dit zitten. Afspraken werden gemaakt in het college, met politie, technische dienst en alles kon voorbereid worden. De beenhouwerij werd opnieuw ingericht. Er werd een infoavond belegd voor de buurt. En de volledige cast vond een voorlopig onderkomen in een leegstaande villa. Alles paste naadloos in elkaar, ook de speciaal georganiseerde kermiskoers met honderden figuranten op de heetste dagen van juli 2008. En als er dan toch nog iets moest geregeld of afgesproken worden op het laatste moment, kon ik rekenen op schepen Erik Gys of de flexibele medewerking van de lokale politie. Het werden mooie dagen met aangename momenten. Ik denk dat de hele ploeg, zowel acteurs als medewerkers achter de schermen, zich goed voelden in Dessel. Begin dit jaar gaf het dan ook aan de Desselse gemeenschap een warm gevoel dat Van Vlees en bloed een TV-kaskraker werd. Hoge kijkcijfers (2 miljoen) op toch niet het ideale uitzendmoment. Een donderdagavond. Wat zou dat op een zondag geweest zijn? Ook de internationale erkenning en de eerste prijs in de rubriek mini-series op het internationaal televisiefestival van Monte Carlo liet ons niet onverschillig. De marathonuitzending van gisterenavond was dan ook een ideale samenwerking tussen Graspop (de organisatoren van Dessel Swingt dat vandaag plaatsvindt), Woestijnvis en gemeentebestuur. Het gaf blijk van een wederzijds vertrouwen waarbij weer iets moois tot stand kwam. En daar mogen we met z’n allen opnieuw fier op zijn.
Het geld is op Cijfers en getallen. Daar draait het vaak om. Daarstraks op het gemeentehuis kreeg ik er zo nog een aantal. Waar de gemeente Dessel nog maar een paar jaar terug de kaap van de 9.000 inwoners rondde, staat de teller nu al boven de 9.150. Het is een stijging die we zelden meemaakten. Blijkbaar zijn we een aantrekkelijke gemeente. (Voor wie daar nog aan twijfelde.) Maar ook minder rooskleurige cijfers. Tot op heden hadden we dit kalenderjaar achttien trouwers. Daar tegenover staan dan weer negentien echtscheidingen… Tot voor een paar jaar kwamen we aan een vijftig trouwers per jaar. Nu zullen we de dertig niet halen. Maar meer scheidingen dan huwelijken; meer leed dan vreugde. De cijfers die me vooral verontrusten las ik echter op de VRT-nieuws-site. Of heb je vanochtend misschien zelf professor Matthijs (foto) van de VUB op de radio gehoord? De professor gaf er commentaar op het feit dat de belastinginkomsten voor het eerste deel van dit jaar spectaculair gedaald zijn. Met bijna één vijfde! Waar de inkomsten voor het eerste deel van 2008 nog 44,7 miljard euro bedroegen, lopen die voor 2009 terug tot 36,7 miljard euro. Min 8,3 miljard euro! Dat is niet niks. Niet te wijten aan belastingverlagingen. Niet te wijten aan een bewuste politiek waarbij we het wel met minder zullen kunnen doen. Wel integendeel. De minder inkomsten hebben verschillende oorzaken ten gevolge van de wereldwijde economische crisis. Mensen gaan sparen en laten het geld niet “rollen”. Ze sparen als nooit tevoren en dat is nefast. Daarom ook vreemd dat ik op de gemeenteraad van juli van de oppositie moest horen dat we in tijden van crisis niet moeten investeren. Dit alles betekent minder BTW-inkomsten. Toename van de werkloosheid. Dit wil zeggen minder inkomsten voor de personenbelastingen. Aankoop van huis of woonst wordt uitgesteld, dus daling van de registratierechten. En ga zo maar door. En ja, ook bij de inning durft het wel eens mis te lopen. Vorige week nog een getuigenis gehoord van iemand die jaren bij de belastingen werkte. Slechte inning en ontoereikende controles. Ook daar viel de boutade dat wanneer iedereen correct zijn belastingen zou betalen, we onmiddellijk een verlaging zouden kunnen doorvoeren… Niet dus. Als we alles op een rijtje zetten ziet het er toch slecht uit, zeer slecht zelfs. En de verschillende besturen zullen het voelen. Op alle niveaus. Want is het wel de federale overheid die voor het leeuwenaandeel van de inkomsten moet zorgen, het zullen naast diezelfde federale overheid ook de gewesten, gemeenschappen en lokale besturen zijn die met de gebakken peren zitten. Zij zijn immers afhankelijk van wat de federale overheid doorstort. Dit wel op basis van ingewikkelde wetgevingen, maar als de koek, de taart kleiner wordt, zullen dat ook de spieën zijn die straks uitgedeeld worden. Onze nieuwe minister, Philippe Muyters, zal er zijn tanden in moeten zetten. Maar ook in de gemeente zullen we de gevolgen moeten inschatten. In Dessel heffen wij 6% op de personenbelastingen. Dat is weinig. Maar toch. Indien deze inkomsten niet groeien, zal er zeker iets moeten gedaan worden aan de kant van de uitgaven. Want die gaan wel fors omhoog. Daarvoor moet ik alleen nog maar de elektriciteitsfacturen onder ogen krijgen. Tering naar de nering zetten noemt men dat dan. Het water staat ons allen in ieder geval aan de lippen. En dan heb ik nog niks geschreven over de sociale zekerheid. Als dat maar goed komt… Het is niet voor niks dat ook daarvoor de N-VA plannen heeft. Nu het nog kan.
Belgenmop? Mijn jaarlijkse vakantie zit er op. Met het gezin naar Kreta. Tien dagen. Dat is ook de reden dat er de laatste weken geen nieuwe teksten verschenen op deze blog. Het was jaar op jaar twintig jaar geleden dat mijn vrouw en ik dit Griekse eiland met een autootje doorkruisten. Nu was het iets minder avontuurlijk. Al hebben we ook nu de streek verkend. Het binnenland met zijn prachtige natuur. En of Kreta op die twintig jaar veranderd is; de gastvrijheid van de Kretenzers is wel overeind gebleven. Het nieuws in België konden we wel op de voet volgen. De enige Vlaamse krant in het hotel voorhanden: Het Laatste Nieuws. Al moet ik wel zeggen dat ik meermaals, aan de rand van het zwembad, de krantenkoppen verborgen hield als er Nederlanders in de buurt waren. De Russen, Walen, Engelsen, Schotten of Fransen, nog tot daar aan toe, zij begrepen er toch niks van. Maar de volle pagina’s over opnieuw een ontsnapping was nu niet bepaald iets om naar de buitenlanders toe met te koop te lopen. Een nieuwe, droevige, maar zeer reële Belgenmop? Ondertussen zijn al wel verschillende van de voortvluchtige gangsters opnieuw gesnapt, en dat is maar goed ook, maar hoe is dat nu toch allemaal mogelijk? Soms heeft het inderdaad te maken met de infrastructuur. Denk aan de helicoptervlucht. Met netten, uitgesloten. Of aan de grote ontsnapping destijds in Dendermonde waar de sloten amper functioneerden. Maar heeft het ook niet te maken met een gebrek aan voorzienigheid én een gebrek aan verantwoordelijkheidszin? Een rondslingerende ladder, bijvoorbeeld. Of het niet doortastend genoeg bewaken van een rechtszaal? Ik kan me echt niet van de indruk ontdoen dat er ook vaak een menselijk falen aan te pas komt. Ik heb alle begrip voor werkdruk. Maar draagt eenieder, ook in de begeleiding en bewaken van gevangenen, geen verpletterende verantwoordelijkheid? Zou het kunnen dat iedereen een beetje te veel rekent op de ander. Te veel denkt, de ander zal het wel doen? Ik wil hier niemand persoonlijk met de vinger wijzen, maar wat de voorbije weken gebeurde is hallucinant. Terug in Vlaanderen was dat het eerste dat ik van de mensen te horen kreeg. Hoe kunnen mensen vertrouwen hebben in een overheid die haar grootste criminelen lopen laat? We dragen daarin met z’n allen een collectieve verantwoordelijkheid. Meer plichtsbesef in wat er van ons verwacht wordt, in welke job we ook uitoefenen, is al een eerste belangrijke stap. Laat mij dan ook met deze intentie deze eerste werkdag na de vakantie aanvatten.
Spartelen als een vis op het droge… Ik? Proberen te scoren met andermans werk. Daar is het Belang blijkbaar goed in. Ik merk dat er nogal wat mails circuleren vanuit die partij waarin ze mij viseren als een inconsequent politicus die spartelt als een vis op het droge omdat ik op 15 juli niet voor de hoogdringende behandeling van mijn eigen decreet stemde. Op zich deert het me niet wat die partij over mij zegt of schrijft. Dat laat me koud. Ik huldig immers het adagium: “Wat men zegt is minder belangrijk dan wie het zegt.” Toch wil ik in deze duidelijkheid scheppen. Al is het maar voor hen die aan mij zouden beginnen twijfelen. Waar gaat het over? In de periode 2006-2007 maakt de N-VA (ikzelf en mijn toenmalige fractiesecretaris in het bijzonder) een interpretatief decreet dat stelt dat de Vlaamse Gemeenschap ten volle bevoegd is voor de Franstalige faciliteitenscholen en dat de regels, in 1997 gestemd voor de basisscholen in Vlaanderen, ook op die scholen van toepassing zijn. Ik dien het decreet als hoofdindiener in, samen met Kathleen Helsen (CD&V), Robert Voorhamme (SP.A), Sven Gatz (VLD) en Dirk De Cock (Spirit). De Franse Gemeenschap is het daar niet mee eens, maar is ook niet akkoord om het Grondwettelijk Hof daarover een uitspraak ten gronde te laten doen. Nadat het decreet in de commissie goedgekeurd werd (december 2007), dienden achtereenvolgens de Franse Gemeenschap, de COCOF (Franse gemeenschapscommissie in het Brussels Parlement) en het Waals Gewest een belangenconflict in. Dit laatste is trouwens nog niet afgerond. Op het einde van een legislatuur vervallen alle decreten die nog niet in de plenaire vergadering goedgekeurd zijn. Dit zou dus ook met mijn decreet het geval zijn. Daarom dat ik op 30 april aandrong op een stemming: de laatste zitting en het gevaar dat we na de verkiezingen helemaal vooraan opnieuw zouden moeten beginnen. De meerderheid volgde echter niet. Tijdens de regeringsonderhandelingen legde ik dit decreet opnieuw op tafel. Er werd afgesproken om het decreet niet te laten vervallen, maar het te ontheffen van kaduciteit, van nietigheid. Dit kan indien de indieners die opnieuw verkozen zijn daarom zouden verzoeken en indien de meerderheid daarmee akkoord kan gaan. En wat lezen we in het regeerakkoord op bladzijde 99: “De meerderheidspartijen engageren zich ertoe om het interpretatief decreet faciliteitenonderwijs (decreet Van Dijck) zo snel mogelijk van verval te ontheffen en de wettelijke procedure af te ronden.” Kathleen Helsen, Sven Gatz (oppositie) en ikzelf deden wat van ons verwacht werd en het Vlaams Parlement nam dit op 15 juli ook zo aan. Mijn vrees van 30 april, de nietigheid na de ontbinding van het parlement, kwam daarmee te vervallen. Wij zetten gewoon de legale weg verder. Ik snap dus niet wat daar spartelen aan is. Op 15 juli legde het Belang mijn decreet ter stemming voor. Schoon mannen, neen? Het decreet van een ander ter stemming leggen. En ja, wij stemden tegen de hoogdringende behandeling. Ik heb immers binnen de meerderheid garanties die ik op 30 april niet had. Zo simpel is dat. Wat indien wij op 15 juli toch het decreet, op vraag van het Belang, zouden gestemd hebben? 1. Er zouden 37 ja-stemmen geweest zijn op 124 en het decreet zou niet aangenomen geweest zijn. 2. We zouden nog verder van huis gestaan hebben. 3. De meerderheid zou al op dag één gebroken zijn doordat de N-VA zich niet aan het regeerakkoord zou gehouden hebben en dit tot groot jolijt van de verenigde oppositie. Is het dit wat het Belang voor ogen had? Een gebroken meerderheid tot daar aan toe. Dat is hun werk als oppositie. Maar ook een “af” van dit decreet? Zo eenvoudig laat ik mij niet vangen hoor. Wij zetten de ingeslagen weg consequent verder en dit met de partners met wie we concrete afspraken ter zake gemaakt hebben. Conclusie dames en heren die hier heisa over maken: zonder N-VA geen decreet, zonder N-VA geen ontheffing van de nietigheid en zonder N-VA niks om over te schrijven.
Fractievoorzitter Vandaag (oei, eigenlijk gisteren, het is al na twaalven) werd ik door onze fractie aangesteld als fractievoorzitter. Twee en een half jaar geleden legde ik dat mandaat neer. Ik werd immers opnieuw burgemeester van Dessel en meende daar toen goed aan te doen. In Dessel traden we aan met een volledig nieuwe ploeg. De helft van het schepencollege had geen politieke ervaring en zat voordien noch in gemeente- of OCMW-raad. De keren dat ze op het gemeentehuis geweest waren, was op de dienst bevolking of misschien ook wel eens op de technische dienst om een vergunning aan te vragen. Nieuwe mensen, onbevangen, maar ook nood aan ondersteuning en begeleiding. In de feiten bleef ik echter ook mijn werk in Brussel ten volle doen. Getuigen, denk ik, de positieve rapporten in de verschillende media. En hoe je het ook draait of keert - en sorry voor de tegenstanders van een cumul tussen een lokaal uitvoerend mandaat en een parlementair mandaat – het één werkt bevruchtend voor het ander. Het is een win-win, in beide richtingen. Volgens een bepaalde krant zou dit fractievoorzitterschap voor mij een laatste troostprijs zijn geweest. Geen minister of voorzitter van het Vlaams Parlement… Dit is nu de laatste keer dat ik daar op terug kom: ik heb mij noch voor het één, noch voor het ander ooit opgedrongen. Niet bij mijn voorzitter, niet ergens anders. Het waren de media die mij in het kransje van de kanshebbers plaatsten. Ik dank hen daarvoor, want ook dat is natuurlijk een blijk van waardering. Al zag ik het wel zitten: voorzitter van het parlement… Maar fractievoorzitter ook, wees daar maar zeker van. Ik had er de voorbije twee en een half jaar ook een beetje heimwee naar. Als fractievoorzitter sta je toch iets meer in de vuurlijn. En als voorzitter van een meerderheidsfractie sta je ook dichter bij het beleid. In de oppositie zou me dat minder afgaan. Dan is het je focussen op en uitvergroten van wat er allemaal mis gaat. Als 99% goed is, moet je de 1% opblazen om te concluderen dat het beleid een schande is… Neen, dat is niet aan mij besteed. Dit nu wel! Een fractie van zestien gedreven parlementsleden voorzitten. Slechts zes met een parlementaire ervaring en tien nieuwkomers. Wel allemaal met expertise of kunde op hun terrein. Een groep die een eer hoog te houden heeft; om ook straks, na vijf jaar, opnieuw als beste fractie bestempeld te worden. Met deze groep aan de slag mogen gaan is dan ook helemaal geen troostprijs. Het is gewoonweg een geschenk.
Zelfbestuur De voorbije dagen zijn we zo druk bezig geweest met het finaliseren van de Vlaamse regeringsvorming, dat ik niet altijd de tijd zag om een columnpje te schrijven. Na mijn reactie op de samenstelling van de beleidsploeg vanuit onze groep (zie vorige column) wil ik hier toch nog mijn commentaar kwijt over de afwijzing vanuit Franstalig België van het Vlaams regeerakkoord. Nu hebben we al wel wat meegemaakt en zeg nooit “nooit” is ook zo een cliché, maar wat we de laatste dagen weer opnieuw hoorden… Nou moe! Dat men in Franstalig België moeilijk doet over “ons” Vlaams regeerakkoord, een mens verschiet van niks meer. Maar voor het begrip dat sommigen van “onze” journalisten via radio, krant of tv ventileren in onze huiskamers, daar snap ik dus de botten van. Wat ook hun intenties zijn, ik ben er van overtuigd dat de reactie van “de” Vlaming wel eens averechts zou kunnen zijn. Ik verklaar mij nader. Van de week werd het Vlaams regeerakkoord voorgesteld. Bezuinigen is de eerste boodschap. De tweede boodschap is investeren. Investeren in mensen èn in de economie, èn in infrastructuur. Investeren in mensen is prominent aanwezig. En dat is blijkbaar de Franstaligen een doorn in het oog. Met onze eigen middelen, ja lezer, onze eigen middelen, maken we keuzes: gezinsbeleid d.m.v. een aanvullende kinderbijslag en schoolpremie en in het domein van de sociale bescherming door een collectieve hospitalisatieverzekering uit te bouwen. Daarin willen we investeren. Dat kost de Waal geen eurocent. We doen dat met eigen middelen. En wat is de boodschap van de voorzitter van Wallonië’s grootste partij: “Ik sta open voor onderhandelingen, maar ze moeten de Franstaligen niet als voetveeg behandelen.” Ik ben maar een simpele onderwijzer, maar snap jij dat? Studiebeurzen? Elke deelstaat beslist autonoom over de grootte. Het aantal kindjes in een klas? Elke deelstaat beslist autonoom over de normen. Kinderopvang? Elke gemeenschap bouwt op eigen wijze haar capaciteit uit. De wedde van onderwijzers? Elke gemeenschap bepaalt zelf de hoogte (hoger in Wallonië dan in Vlaanderen). Maar nu de Vlamingen willen investeren in hun eigen gezinnen, hou maar…. Dat zou niet kunnen!!! Wie snapt dit nog? Ik niet meer. Ik wil het ook niet meer snappen. “Het land houdt stand door de interpersonele solidariteit”, zegt Di Rupo. Vraag is natuurlijk voor wie die boodschap bedoeld is. Als het daarvoor is dat het land in stand gehouden wordt? Stop er dan maar mee! En ook mevrouw Milquet springt op de barricade: elk kind is evenwaardig aan een ander kind; Vlaams of Franstalig. Mis, Joelle, want luister nu eens goed, naast al die voorbeelden die ik hierboven reeds opsomde. Een Franstalig kind in Linkebeek (een Vlaamse gemeente met taalfaciliteiten voor Franstaligen) krijgt, betaalt door de Vlaamse Gemeenschap, een Franstalige school in eigen dorp. Een kind van dezelfde leeftijd heeft in Komen (een Waalse gemeente met taalfaciliteiten voor Nederlandstaligen), maar spijtig genoeg Nederlandstalig, krijgt van de Franse Gemeenschap waar het woont geen school, in eigen taal, in eigen dorp. Jouw Franse Gemeenschap, zo loyaal, open en tolerant, weigert dit! En waarom? Hebben beide gemeenten, Linkebeek en Komen, niet hetzelfde statuut? Joelle, Elio en Jean-Michel, wij doen met ons geld wat wij willen. En ja, de N-VA zal daar in Vlaanderen mee over beschikken en beslissen. Is dat niet onze autonomie? Ons zelfbestuur? Is dat niet het erkennen van de gedefederaliseerde entiteiten? Van de Grondwet? De logica bij deze twee heren en dame is echter: wat wij betalen voor onze eigen mensen, doen we zelf. Wat de Vlamingen voor zichzelf doen, moeten ze ook maar voor ons betalen. Ik blijf het herhalen. Het is deze ingesteldheid die het Belgisch samenlevingsmodel ondermijnt; dag na dag, week na week, maand na maand, jaar na jaar. Mijn geduld is al lang op.
En nu aan ’t werk! Vannacht hebben we de knoop definitief doorgehakt. De N-VA stapt in de Vlaamse regering en doet dat met een heel duidelijk profiel. Geert Bourgeois wordt na bijna één jaar gerehabiliteerd, nu zelfs als vice-minister-president. Collega Jan Peumans wordt de eerste burger van Vlaanderen en gaat het Vlaams parlement leiden, nadat hij door de voltallige media enkele maanden terug al als de numero uno van het Vlaams Parlement gequoteerd werd. Bart De Wever blijft voorzitter. Hij blijft op post voor de komende twee jaar, want dan loopt ook zijn mandaat ten einde. Onze partijstatuten bepalen immers dat iemand maximum twee termijnen achter elkaar een mandaat als voorzitter mag opnemen. De verrassing kwam wel toen Bart gisterenavond zijn voorstel op tafel legde om Phillipe Muyters voor te dragen als onze tweede minister: “We leven in economisch moeilijke tijden en daarom moeten we onze toppers naar de regering sturen", was zijn analyse. Philippe Muyters (foto) leidde tot vandaag de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA, is vertrouwd met tal van politieke en sociaaleconomische dossiers en wordt alom geprezen als een klasbak. En hoe zit het met jou, hoor ik sommigen al denken en vragen. Ik ben daar zeer klaar in. De voorbije dagen ben ik in allerlei media, kranten, radio en tv meer dan eens genoemd als mogelijk minister en vaker nog als voorzitter van het Vlaams parlement. Dit feit op zich, dat je genoemd wordt, is denk ik al een erkenning. Maar in de politiek is het ook zonneklaar dat je kandidaat bent bij de verkiezingen, maar gevraagd wordt voor minister, gevraagd wordt voor parlementsvoorzitter. De keuze van de partij was anders. Ik ben burgemeester èn Vlaams volksvertegenwoordiger. Werk genoeg op de plank. En daar blijf ik voor gaan. Ik zit in een partij die straks meer gewicht in de weegschaal legt. Die mee bakens kan verzetten. Ik ben dus meer dan ooit gefocust op het mee realiseren van dossiers die belangrijk zijn voor mijn streek, voor de Kempen, voor Vlaanderen. Met die vooruitzichten voor ogen kan je je bezwaarlijk een mooiere Vlaamse feestdag toe wensen!
11 juli Straks vieren we opnieuw 11 juli, Vlaanderens feestdag. Elk volk, elke natie, heeft zo haar dag. Een moment waarop de hele gemeenschap centraal staat en waarbij de vraag mag gesteld worden: Wie zijn we? Waar staan we? Waar willen we naar toe? 11 juli heeft natuurlijk zijn oorsprong op 11 juli 1302. De Guldensporenslag en de strijd van het volk, het plebs en haar steun aan de graaf, vazal van de Franse koning, tegen de heersende klasse, de patriciërs, met de steun van het wettelijk gezag van de Franse vorst. Beslecht aan de Groeninghebeek net buiten Kortrijk. Een tijdelijke overwinning, want enkele jaren later werd dat gezag met veel machtsvertoon hersteld. De voorbije jaren heeft 11 juli evenwel een zeer moderne en publieksgerichte dimensie gekregen. Het gaat al lang niet meer om het verleden. Wel om de toekomst en het vormen van een volksgemeenschap. “Samen”, is de kernboodschap geworden. Hiervoor zijn verschillende overheden verantwoordelijk, maar ook duizenden vrijwilligers die onder het moto van Vlaanderen Feest er telkenmale opnieuw een volksfeest van maken. Ik zie die evolutie ook in eigen dorp. Staten wijken en buurten die, al dan niet ondersteunt met feestcheques, hun straat laten afsluiten. Of in de dichtstbij gelegen feestzaal, sportterrein of pleintje een feest bouwen. Al dan niet met een barbecue. De cultuurraad die samen met het gemeentebestuur het Meiplein in Witgoor omtovert in een swingpaleis en vijfhonderd mensen in het kader van Vlaanderen Zingt uit volle borst laat meezingen. 11 juli staat er, meer dan ooit. Het is een feestdag van en voor het volk. Het is meer dan een symbool. Daarom ook dat ik er fier op ben hoe dat bij ons ingevuld wordt. Niet alleen die dag zelf, maar al een hele periode daar voor.
Categorie A-afval Vorige vrijdag organiseerde NIRAS (Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen) onder de titel: een win-win voor iedereen, een studiedag over het geïntegreerd project om het Belgisch laag en kortlevend nucleair afval in Dessel te bergen. Hier volgt mijn woordje voor de ruim honderd aanwezigen:
Dames en Heren, Geachte genodigden, Het is me een eer hier vandaag spreker te mogen zijn op deze studiedag. Een eer omdat ik als burgemeester fier ben op wat we tot op heden hier in onze gemeente bewerkstelligd hebben. Als kleine gemeente zijn we samen met onze grote broer Mol uniek m.b.t. de nucleaire activiteiten. Hier ontwikkeld sinds midden jaren vijftig. Het betreft zowel onderzoek (SCK en IRMM (op grondgebied van Geel), als industriële activiteiten (FBFC International – AREVA en het vroegere BN), als facilitaire bedrijven (Transnubel en Tecnubel) en ten slotte Belgoprocess, als dochtermaatschappij van NIRAS, gespecialiseerd in de verwerking, conditionering en tijdelijke opslag van al het Belgisch nucleair afval. We spreken dan niet alleen over A-, maar ook over B- en C-afval (middel- en hoogactief). Ik kom daar zo dadelijk op terug. Nucleaire zone Deze activiteiten vinden allemaal plaats in een zone die op het gewestplan ingekleurd is als zone voor nucleaire activiteiten. Een inkleuring die je nergens anders in Vlaanderen vindt (ook niet in Doel) en zich over een oppervlakte van 9km² uitstrekt over het grondgebied van drie gemeenten: Dessel-Geel-Mol. Dit gegeven biedt mogelijkheden, maar kent ook zijn beperkingen. Want op een gewone, normale industriële zone kunnen wel nucleaire activiteiten toegestaan worden (zoals in Doel). Op een nucleaire zone worden andere, niet-nucleaire activiteiten, in principe niet toegestaan. De nucleaire activiteiten in deze regio kwamen ook tot stand in een periode dat er weinig of niks gevraagd werd aan de lokale besturen, laat staan aan de lokale bevolking. Het één kwam er na het ander. Nu zouden we dat sluipende besluitvorming noemen. Maar wat onmiskenbaar moet toegegeven worden; deze activiteiten brachten ook welvaart tot stand. Honderden, om niet te zeggen twee duizend arbeidsplaatsen. Al wil mijn slecht karakter daar toch ook wel aan toevoegen dat de keuze van de stille Kempen, mijns inziens niet één was van caritatieve aard… De open ruimte en onwetendheid van de lokale gemeenschap over de mogelijke risico’s zullen daar zeker bij meegespeeld hebben. Niet bij ons Ik denk dat ik, en voor mij de spreker van straks, Hugo Draulans die burgemeester was van 1983 tot 1988, net op tijd betrokken en actief werd bij de lokale politiek om het dossier waar we het vandaag over hebben, van zeer nabij te mogen hebben opvolgen. Want één van de eerste gesprekken die ik als jong schepen meemaakte in 1989, ging net met de directies van NIRAS en BP over de problematiek van het nucleair afval. En, de boute vaststelling dat de ganse Belgische gemeenschap de andere kant opkeek als er naar oplossingen moest gezocht worden. Excuseer mij voor de uitdrukking: wel de lusten, maar niet de lasten. Wij moesten toezien hoe over het categorie A-afval, dat hier wel opgeslagen lag, allerlei doemverhalen opdoken. Er was geen plek in België, nog maar genoemd als mogelijke bergingssite, of de actiecomités schoten er als paddenstoelen uit de grond. En overal zou besmetting volgen, zouden kinderen sterven en bloemen verwelken. Zou de toekomst teniet gedaan worden… En hoe zat het dan met onze veiligheid? Met onze toekomst? Met onze kinderen en bloemetjes? Wij hebben hier ook nog het B- en C-afval moet je weten. Toppunt was nog wel dat ik als jong parlementslid mijn toenmalig partijvoorzitter moest gaan vervangen op zo’n anti-betoging. In Halen. Ik deed dat met plezier, maar bracht er wel mijn verhaal, en dat van mijn dorp… Rol van de gemeente Dessel Neen, maar los van deze beschouwing, heeft ook deze gemeente, heeft ook Dessel een rol te vervullen. Wat zegt het gemeentedecreet, o.a. in artikel 2: “De gemeenten beogen om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet zijn ze bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang voor de verwezenlijking waarvan ze alle initiatieven kunnen nemen.” En verder in artikel 3: “De gemeenten verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van de gemeentelijke bevoegdheden. Ze betrekken de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid en zorgen voor openheid van bestuur.” Als we daar verder en dieper op doorgaan zijn er ook de algemene verantwoordelijkheden die ofwel aan de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester toegekend worden. Ik denk aan ordehandhaving, maatregelen ten gunste van de volksgezondheid, maar ook voor het afleveren van bouw- en milieuvergunningen. Dit alles maakt dus dat Dessel in een vreemde, zeer specifieke situatie terechtkwam. Sinds 16 januari 1998, nadat de federale overheid haar opdracht duidelijk formuleerde om in eerste orde een oplossing te zoeken, in die gemeenten waar reeds nucleaire activiteit ontplooid werd, was de boodschap duidelijk. En ik verklaar het zoals ik het percipieer: “Van ons werd verwacht een oplossing te bieden. Om gastgemeente, om dienstverlener te zijn voor heel België. Dit aanvaardbaar te maken en veilig.” Die uitdaging zijn we aangegaan. Die handschoen hebben we opgenomen. Samen met NIRAS. In een partnerschap. Dit gebeurde met een beslissing van de gemeenteraad op 8 juli 1999, waarmee Dessel ook de allereerste gemeente was. Daarom verwacht ik ook dat de voorwaarden waarop deze lokale gemeenschap, die van Dessel en Mol, dit aanslepend maatschappelijk probleem willen oplossen, ook daadwerkelijk uitgevoerd worden.
We leven wel in een lekenstaat “Wij leven niet in een lekenstaat, wij leven in een koninklijke staat”. Dat zei imam Nordin Taouil in het VRT-televisieprogramma De Zevende Dag, waar hij in debat ging – een debat was althans de bedoeling – met N-VA-voorzitter Bart De Wever. Uiteraard leven we wel in een lekenstaat, een staat met grote vrijheden, ook op religieus en levensbeschouwelijk vlak, maar dat betekent niet dat alle mogelijke godsdienstige regeltjes, die in het privéleven kunnen, ook nog aanvaardbaar zijn in het openbare leven. Een schooldirectie heeft het recht algemene afspraken in het schoolreglement op te nemen om de harmonie te bevorderen. De directie van het Koninklijk Atheneum in Antwerpen heeft ongetwijfeld meer dan goede redenen om een verbod in te stellen op het dragen van een hoofddoek binnen de school. Het atheneum in kwestie heeft zeker niet de reputatie allochtone kinderen te discrimineren, wel integendeel. De heisa die de jongste dagen is uitgebroken is onverdiend. De godsdienstvrijheid is absoluut niet in het gedrang. In elk geval worden moslimvrouwen weer eens flink opgejut door dubieuze uitspraken van sommige islamitische leiders. Imam Taouil, die eerst de moslimouders opriep hun dochters vanaf 1 september niet meer naar school te sturen als hoofddoeken en sluiers uit de lokalen zouden gebannen worden, draagt een niet geringe verantwoordelijkheid als voorzitter van de algemene raad van de moslimexecutieve. Na kritiek – ook uit eigen rangen - krabbelde hij wel wat terug. “Het was een noodkreet”, zegt hij nu. Het idee om het recht op onderwijs afhankelijk te maken van het dragen van een hoofddoek op school was er ver over. Vele moslimmeisjes doen het goed op school, vaak beter dan de jongens. Er is geen enkele reden om een kwetsbare groep nog eens te benadelen omwille van betwistbare semireligieuze principes. Er zijn veel verwarrende uitspraken in het debat. Als het goed uitkomt wordt gezegd dat de godsdienst en de identiteit van de moslimmeisjes in gevaar zijn, maar tegelijk stelt men dat de hoofddoek geen religieus symbool is en ook geen verplichting. De ongeschreven wetten worden blijkbaar uitgevaardigd door een aantal ‘religieuze wijzen’, die op die manier wel een grote maatschappelijke druk veroorzaken. Als het dragen van een hoofddoek geen godsdienstige verplichting is, die duidelijk in de koran staat, wat is het dan wel? Een moslimmeisje dient zich te bedekken, althans dat vinden… de mannen en de (mannelijke) religieuze leiders. De zedelijkheidsnormen verschillen wel heel erg tussen mannen en vrouwen, wat niet in overeenstemming te brengen is met de waarden van de verlichting, onze waarden. Er is weinig te merken van een Europese islam als steeds weer een aparte behandeling van mannen en vrouwen wordt verdedigd. De suggestie dat een hoofddoekenverbod zou neerkomen op discriminatie van een etnische groep is ook heel merkwaardig. De islam is geen etnische groep, maar er zijn er die dat blijkbaar per se willen. Dan is elke kritiek op de religie en zelfs op zeer betwistbare uiterlijke tekenen ook een daad van racisme. Waarschijnlijk is dat de reden waarom zoveel progressieven vandaag zwijgen als meisjes in de 21ste eeuw onderworpen worden aan zedelijkheidssymbolen, die uit de tijd zijn en hoe dan ook neerkomen op een aparte behandeling van de seksen. We horen de progressieven wel als de paus in een of ander ver land een uitspraak doet over condooms. Dan worden zelfs geforceerde resoluties gestemd in het parlement. Maar de verontwaardiging is heel klein als jonge vrouwen zelfs op onze schoolbanken onder druk worden gezet om een seksuele moraal te onderschrijven die botst met de moderniteit. Als België in de waarneming van islamitische leiders geen lekenstaat is, is dat toe te schrijven aan het gemak waarmee hun geloofsovertuiging en de symbolen van die religie weten door te dringen tot het openbaar leven. Dat is zonder meer een stap terug.
Vrijheid De Antwerpse imam, Nordin Taouil, was te zien op het Journaal. Hij trekt ten strijde tegen het hoofddoekverbod dat een aantal scholen in Antwerpen uitvaardigden. Daar gaan we weer… Recentelijk nog mocht ik het ervaren dat na een schooldebat in Antwerpen een jonge moslimdame ons politici kwam vragen waarom wij tegen het dragen van een hoofddoek waren voor leerkrachten. Ze zat zelf in de lerarenopleiding en bleek een leerkracht-in-spe te zijn met talent en bezieling. Al onze uitleg ten spijt kon en wilde zij zich niet neerleggen bij ons antwoord. Moet ook niet, maar blijven aandringen, zoals zij deed, wordt op den duur wel irritant. Het is niet omdat je blijft zeuren dat ik van mening zou veranderen. Integendeel zou ik zeggen. Het antwoord was nochtans zeer duidelijk: voor de klas ben je neutraal! Terug naar onze imam. Hij roept moslimouders op om hun kinderen niet langer naar school te sturen. Awel, daar word ik nu boos van. Alsof de schoolse achterstand van veel allochtone jongeren al niet erg genoeg is. Alsof we al niet genoeg inspanningen moeten leveren via een actief gelijke kansen beleid om ook deze jongeren optimale kansen te geven. Komt daar zo een imam tussen fietsen met de boodschap: “niet langer naar school tot we onze rechten kunnen garanderen.” Mijnheer Taouil heeft het over rechten, maar er zijn ook andere rechten. Zoals dat van die jonge kinderen. Op onderwijs bijvoorbeeld. Ouders oproepen om hun kinderen niet naar school te sturen is in deze gewoon crimineel. Het dreigt de toekomst van deze, zo al, zwakke jongeren te breken. Maar niet alleen andere rechten moeten nageleefd worden. Ook plichten! En inderdaad, we kennen geen schoolplicht, wel een leerplicht. Maar niet naar school gaan wordt wel serieus gecontroleerd. En dat is maar goed ook. Lessen dienen dan thuis gegeven te worden en ook daar gelden de normen die aan de scholen opgelegd worden. Benieuwd hoe onze vriend Taouil daarop zal antwoorden. Of denkt hij dat het uit het hoofd laten leren van de Koran volstaat? Neen, beste lezer, ik moet me behoeden om niet cynisch te worden. Maar deze imam moet dringend een lesje krijgen in rechten, plichten en vrijheden. Dat de vrijheid stopt waar de vrijheid van een ander in het gedrang komt, bijvoorbeeld. Als deze scholen merken dat steeds meer meisjes verplicht worden tot het dragen van een hoofddoek; door hun omgeving, door hun thuis, door hun imam... En dat het niet meer gaat over de vrije wil. Maar wel een opgelegde wil. Dan is het tijd om te handelen. Dan moet een samenleving die zichzelf respecteert en haar waarden en normen wil verdedigd zien, ook op tijd en stond zeggen dat er grenzen zijn. Zat het venijn trouwens al niet in de staart van het interview? “Indien deze gelovige vrouw geen hoofddoek mag dragen, voelt ze zich niet goed, voelt ze zich niet gelukkig en zal ze problemen krijgen…” Is daarmee de reden van het verbod niet aangegeven? Bij het niet dragen van een hoofddoek krijgt ze problemen… Een reden te meer opdat de overheid haar een handje helpt!!!
Dank u Karel! Toen ik vanmorgen mijn computer aanzette en naar dagelijkse gewoonte als eerste werk naar vrtnieuws.net surfte, schrok ik: “SP-boegbeeld Karel Van Miert overleden.” Niet dat ik mijnheer Van Miert persoonlijk zo goed gekend heb. Nu en dan eens ontmoet, ja. De laatste keer nog in de schminkkamer van de VRT trouwens. Maar toch ook enige betrokkenheid omdat zijn neef, mijn goede vriend Paul, schepen is voor de N-VA in hun beider geboortedorp Oud-Turnhout. En ik zijn levensgezellin, Carla Galle,ook wel eens tegenkwam in haar hoedanigheid van secretaris-generaal van BLOSO. Verrast ook omdat ik wist dat hij toch zo oud nog niet is. Maar zoals vaak; de dood komt verrassend snel en onaangekondigd. Genadeloos! Karel Van Miert zag ik in mijn jeugdjaren als de sterke man van de Vlaamse socialisten. De eerste voorzitter van de SP na de opsplitsing van de BSP-PSB. De socialisten waren immers de laatsten om die splitsing door te voeren. Als ook Kempenaar hield ik hem natuurlijk in het oog. En wat ik toen nog niet besefte was het huzarenstukje dat hij teweeg bracht: partijvoorzitter worden, zonder eigenlijk de steun van zijn eigen federatie. Voor de socialisten uit de Kempen was hij immers “genen echte”. Hij kwam van het Sint-Victor - Katholieke school in Turnhout waar hij school liep – en was derhalve geen stamboomsocialist. Toch zou hij het maken binnen de socialistische partij en duidelijk zijn stempel drukken. Karel Van Miert verdient zeker ons respect. Hij was wijs en innemend en bovenal de man die de socialisten op het Vlaamse spoor zette. Hij was de emanatie van August Vermeylens woorden uit 1900: “Om iets te zijn moeten we Vlamingen zijn. Wij willen Vlamingen zijn om Europeeërs te worden.” De titel op de website: “Boerenzoon werd machtigste man van Europa” strekt hem dan ook tot eer. Aan al zijn nabestaanden; familie, vrienden en kennissen, kan ik dan ook alleen maar op een zeer bescheiden wijze mijn oprechte blijken van rouw en medeleven overmaken, want opnieuw nemen we veel te vlug afscheid van een grote mijnheer. Bedankt Karel!
De internationale dimensie van de N-VA Het kan niet op in de Knack van deze week. Eén en al N-VA dat de klok slaat. De titels liegen er niet om: “De reïncarnatie van de VU”, “Le nouveau VU est arrivé”, “Met vereende krachten”, “Hoe kan de N-VA haar zuiverheid bewaren?” en ten slotte “VU versus N-VA”. Nu denk ik wel mijzelf te mogen categoriseren bij de kern van de partij en zowel de inhoud als stijl van binnen uit zeer grondig te kennen, sommige van deze artikelen deden niet in het minst mijn wenkbrauwen fronsen. Bij sommige uitlatingen kon ik me niet van de indruk ontdoen dat men nogal lichtvaardig een aantal zaken beoordeelde, poneerde of (bewust) in een verkeerd daglicht stelde. Respect voor de tegenstander… Politiek filosoof Stefan Rummens meent een gelijkenis te zien tussen ons en het Belang. Deze laatste zoekt en vindt een vijandbeeld in de migrant, islamiet. Wij zouden hetzelfde doen met de Franstaligen. “Net als het VB verengt de N-VA alle maatschappelijke problemen tot problemen met een bevolkingsgroep.” Nou, moe. Ik nodig hem uit eens in Dessel te komen rondneuzen waar wij het politiek verschil maken zonder een noemenswaardige Franstalige aanwezigheid in de omgeving. Die man heeft onze boodschap echt niet begrepen. Hij legt ons bovendien woorden in de mond als zouden alle problemen opgelost zijn in een onafhankelijk Vlaanderen. Dit is echt niet ernstig. Dat zeggen wij niet! Wij zeggen wel dat wij in een autonoom Vlaanderen de problemen veel adequater, sneller en op maat zouden kunnen aanpakken. De Waal is niet het probleem. Wel de structuur, het carcan. En ja, ook bepaalde Franstaligen die zich niet kunnen neerleggen bij de tweedeling van dit land in homogene taalgebieden en niets onverlet laten om imperialistische daden te stellen, eigen aan een kwantitatief grotere cultuur die de kleinere wil overvleugelen. Volgens hem nemen wij zelfs een loopje met democratische regels. De actie in Halle van TAKtivisten, Belangers en N-VA’ers tegen Franstalige affiches gaven daar volgens hem blijk van. Vreemd, neen? Het grondwettelijk hof stelt overduidelijk dat de kieskring B-H-V niet kan. En de grondwet bepaalt de eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië. Dit oplossen wordt van de weeromstuit geblokkeerd en wanneer de Vlamingen dan zeggen: nu is het genoeg en niet verder, zijn wij het opnieuw die geen respect voor de tegenstander opbrengen. Ligt het gebrek van respect niet juist bij diegenen die het arrest niet willen uitvoeren? Europa De grootste teleurstelling vind ik persoonlijk bij de vijf overeenkomsten en de vijf verschillen tussen VU en N-VA. Wat lees ik daar: “De VU riep steeds op tot solidariteit met andere volkeren in Europa die aandrongen op meer autonomie, zoals de Catalanen, Basken, Bretoenen en Schotten. Die internationale dimensie ontbreekt bij de N-VA.” Noemen ze hier juist die volkeren waar ik contacten met onderhoud… Recent ook nog de grote N-VA deelname aan de manifestatie voor autonomie van de Catalanen in Brussel over het hoofd gezien? Of Geert Bourgeois niet gemerkt die als Vlaams minister voor Buitenlandse Betrekkingen dit wél deed? Of wie kan mij een andere partij in Vlaanderen aanwijzen die “Europa” in haar baseline opgenomen heeft: “Nodig in Vlaanderen, nuttig in Europa”? Wat wel zo is, is dat de N-VA door een veto van de SLP (vroeger Spirit) in 2002 een lidmaatschap van de EVA (Europese Vrije Alliantie) ontzegd werd. Een stevig pleidooi van directeur Piet De Zaeger, medeoprichter van de EVA oud-Europarlementslid Jaak Vandemeulebroecke (N-VA) en mezelf op de algemene vergadering in Brno in het voorjaar van 2002 ten spijt. Het ligt evenwel overduidelijk in de bedoeling van de hele N-VA om die dwaasheid uit het verleden zo snel als mogelijk recht te zetten. Niemand in onze partij twijfelt er aan om die voortrekkersrol in heel Europa te spelen. We zijn er door gepokt en gemazeld. Beste Knack-redactie, gelieven er tegen volgende week zes overeenkomsten en vier verschillen van te maken...
N-VA slecht voor onze economie? Als N-VA is het even tandenbijten geblazen. Premier Van Rompuy heeft ons liever niet en Vlaams minister Ceysens meent dat het de N-VA is die buitenlandse investeerders afschrikt. Ik stel mijn blog graag ter beschikking voor deze open brief aan Patricia Ceysens, vandaag afgedrukt in De Standaard, van Piet Vandoolaeghe, advocaat en VLD-gemeenteraadslid in (jawel) Berlare. Hij is het duidelijk niet eens met partijgenote Patricia Ceysens, Vlaams minisister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel aan wie hij dit schrijven richt. Wie ben ik dan om daar nog meer woorden aan te spenderen?
Kris van Dijck
N-VA is een welgekomen partner Ik blijf een beetje op mijn honger bij uw stelling dat N-VA slecht zou zijn voor de Vlaamse economie (DS 11 juni). Een week geleden stond N-VA dichter bij Open VLD dan de SP.A (dixit Karel De Gucht). U schraagt uw stelling met twee bronnen: een studie van Ernst & Young en de commentaren die u kreeg tijdens een campagnebezoek op een markt. Dat laatste argument is op z'n zachtst gezegd een beetje magertjes. Wat de studie van Ernst & Young betreft, vrees ik dat die de N-VA niet eens vermeldt. Blijft enkel de opgeworpen taalhoffelijkheid van de N-VA die buitenlandse investeerders zou verjagen. Ik stel vast dat in Frankrijk, Duitsland, Spanje en andere Europese landen de buitenlandse investeerder door de administratie ook in het Frans, Duits en het Spaans worden bediend.In de praktijk wordt gewoon iemand intern aangeduid om de onderneming ter plekke te vertegenwoordigen. Uw kiesdistrict ligt in het centrum van Europa en we moeten dit uitspelen, maar we weten intussen wat met DHL en Sabena gebeurde. Precies waar we onze locatie konden uitspelen (en waar we dus een concurrentieel voordeel hadden), verloren we het pleit, niet in het minst door de houding van Franstalig België. Ik kan mij best inbeelden dat u het resultaat van de Open VLD teleurstellend vindt, maar stellen dat de houding van N-VA inzake taalregelgeving investeringen zou weghalen uit Vlaanderen is manifest onwaar. Daarvoor is vooral onze fiscale en arbeidsregelgeving verantwoordelijk, twee federale bevoegdheden. Op vlak van fiscaliteit en arbeidsregelgeving zitten Open VLD en N-VA trouwens op dezelfde lijn. Laten wij dus vooral hierop inzetten. We hebben nu geen nood aan achterhoedegevechten over taalhoffelijkheid, maar wel degelijk aan een verdere regionalisering van deze bevoegdheden en daar is N-VA een welgekomen partner. Buitenlandse investeerders vrezen onze fiscale en arbeidsregelgeving, niet het Nederlandstalige onthaalloket daar zullen ze wel een 'local' naartoe sturen. Piet Vandoolaeghe
Vlaming wil N-VA in regering “Zeven op de tien Vlamingen achten de N-VA alvast onmisbaar in een volgende Vlaamse regering. Dat blijkt alleszins uit een steekproef in opdracht van de krant Het Nieuwsblad. De ondervraagden werden drie coalities voorgelegd die politiek en rekenkundig het meest waarschijnlijk zijn. Daaruit blijkt dat de klassieke tripartite van CD&V, SP.A en Open VLD voor de meesten niet wenselijk is: slechts 15 procent wil een voortzetting van de huidige coalitie. 37,5 procent gaat voor een coalitie van CD&V, N-VA en SP.A, 33 procent voor CD&V, N-VA en Open VLD. Dat maakt dat in totaal 71,5 van de ondervraagden de N-VA het liefst in de regering wil zien.” Dit alles kon ik zonet op de VRT website lezen. Jawel, verkiezingszondag zindert nog sterk na. En voor wie het grote post-verkiezingsdebat van gisteren zag. Was me dat een spelletje zwartepieten. Met één bedoeling: een alibi vinden om de N-VA de deur te wijzen. Als de N-VA zegt dat er op federaal niveau een immens probleem is: 15 miljard euro te kort, de hoogste belastingen en de laagste pensioenen. Dan zijn wij “grof”. De waarheid zeggen en waarschuwen voor nog erger mag in dit land niet. Dan ben je een verrottingsstrategie aan het toepassen. Maar zo gemakkelijk zal dat dus niet gaan. De score is wat ze is, en de peiling waarnaar ik hierboven verwijs ligt duidelijk in dat verlengde. Dat al de partijen gisteren een rondje N-VA pesten organiseerden lag er vinger dik op. We spelen dus ten volle mee. Tot spijt van wie het benijdt. Ik ga hier verder geen grote uitspraken doen, maar ook in Wallonië ziet men onze opmars. Men ziet die niet alleen. Men becommentarieert die ook. Zelfs Maingain (FDF) betoont meer respect voor de “oprechtheid” van De Wever dan de “schijnheiligheid” van de anderen. Voor wat het waard is… Een eerste aanzet alleszins dat het ook in het zuiden begint te dagen. Ook zij zitten net als wij met de hoogste belastingen en met de kleinste pensioenen. Ook voor hen dikt de staatsschuld dag na dag aan. Ook zij zitten met een federale regering waar niet bestuurd wordt. Ook zij zullen stilaan beseffen dat de uier leeg is, om De Gucht te citeren. Caroline Gennez roept op tot samenvallende verkiezingen om uit de impasse te geraken. Alsof bij alle verkiezingen op één dag er in Wallonië niet centrum-links en in Vlaanderen niet centrum-rechts zou gestemd worden. Ook de beste one-liner kwam van haar. De voorzitter van de Vlaamse socialisten zegt over haar Waalse geloofsgenoten: “met de PS hebben we niks te maken.” Een beter bewijs dat we in twee landen wonen kan je van niemand anders krijgen… De N-VA is een degelijke, volwassen partij die verantwoordelijkheid durft en kan nemen. Om ons in de hoek te zetten zal men met goede papieren voor de dag moeten komen. Dat ze daar maar rekening mee houden.
537.041x dank Wat moet ik na zo’n verkiezingsdag schrijven? Gewoonweg fantastisch. 537.041 N-VAstemmen! Een fractie van 16 parlementsleden, komende van 6. Dit is 10 er bij: Bart De Wever, Liesbeth Homans, Marc Hendrickx, Vera Celis, Sophie De Wit, Jan Peumans, Lies Jans, Mark Demesmaeker, Tine Eerlingen, Willy Segers, Helga Stevens, Lieven Dehandschutter, Matthias Diependaele, Geert Bourgeois, Danielle T’jonck en ikzelf. Frieda Brepoels opnieuw naar Europa. En met Paul De Ridder het intrede van de N-VA in het Brussels Parlement. Het échte Vlaams-nationalisme staat terug op de politieke kaart. Derde grootste partij in de kieskring Antwerpen en tweede grootste in de Kempen, in het arrondissement Turnhout. Gewoonweg historisch! Met welke ingrediënten? - een voorzitter die er torenhoog bovenuit steekt; - sterke parlementsleden (getuige de rapporten in diverse kranten); - een ijzersterk programma; - consequent en rechtlijnig handelen; - betrouwbaar - en bovenal duizenden militanten die het beste van zichzelf geven. De Vlaamse kiezer verwacht veel van ons. Vandaag danken wij al die kiezers dan ook. En al diegenen die op zijn of haar manier een steentje bijdroegen tot dit succes. Maar vandaag is het ook opnieuw aan ons, gekozenen van het volk, om er met dezelfde gedrevenheid, dezelfde moed, en met een veel sterker mandaat er opnieuw tegenaan te gaan. Ik vertrek dan ook zo dadelijk, met opgeheven hoofd, naar Brussel!
Het origineel Ik kom net thuis van weer een dag campagne voeren. Gecombineerd weliswaar met mijn functie als burgemeester. En ja, ook in deze pré-electorale periode moet de gemeente bestuurd blijven. Dat hoort zo en dat doen we ook! Maar in mijn thuiskomen, net voor middernacht, ving ik nog flarden op van Phillippe De Winter, te gast bij VTM. Wat ik daar hoorde heeft me toch weer diep geraakt. En sorry voor al die mensen die mij komen bezweren dat de Vlaams-nationalisten zouden moeten samenwerken. Toch van mijnentwege volgende verduidelijking; en hopelijk voor de laatste maal: Als mijnheer De Winter komt vertellen dat hij het origineel is, en wij, N-VA, een afkooksel. Dat kiezen voor het origineel zoveel beter is. Dan heb ik maar één antwoord: Jawel Phillippe, jij bent hét origineel. Hét origineel dat er in gelukt is het ontvoogdend Vlaams-nationalisme in het verkeerd daglicht te stellen: één van uitsluiting en bang maken. Waardoor veel weldenkende mensen een aversie kregen van Vlaanderen en Vlaams. Merci daarvoor. Maar mijn Vlaams-nationalisme, en dat van mijn partij, heeft een andere authenticiteit. Het is er één van een ander allooi. Geen afkooksel. Neen, een oprecht, open, gemeend en bevrijdend Vlaams-nationalisme. Strijdend voor kansen voor éénieder die in Vlaanderen woont. Verdraagzaam, en niet etnisch gekleurd. Dat is ons origineel. En voor wie het nog niet begrepen heeft, volgend voorbeeld: Het Belang schrijft dezer dagen dat alle Vlaamse partijen, ook de N-VA, in het Europees Parlement een tekst goedkeurden waarbij men een pleidooi houdt om tegen 2050 een massale immigratie van 60 miljoen nieuwe migranten toe te laten. Ongenuanceerd. Botweg. En ze stellen dit in contrast met de vele werklozen in Europa. Ofwel kan men bij het Belang niet lezen, maar ik vermoed van wel. Of men misbruikt een aantal gegevens om desinformatie te verspreiden. En dat laatste is nu net het verschil met ons. Want wat het Belang niet vertelt is dat het Europees rapport voor eerst een stand van zaken op maakt van de bestaande toestand en de vooruitzichten voor binnen veertig jaar. Dat we op basis van de huidige bevolkingsevoluties moeten vaststellen dat er tegen pakweg 2050 een te kort zal zijn aan arbeidskrachten. Veel ouderen en veel te weinig actieven. Te weinig mensen om in de fabrieken te werken. Om in onze ziekenhuizen en rustoorden mensen bij te staan. Om onze welvaart en ons welzijn veilig te stellen. Dat is een vaststelling. Dat ontkennen is het licht van de zon ontkennen. Daaruit destilleert men in het bewuste rapport vervolgens een aantal conclusies. Onder andere dat dit “zou” kunnen opgevangen worden door een gestructureerde en gecontroleerde migratie waarbij respect en naleving van onze waarden en normen via inburgering vooropstaat. Maar ook door een nog verder doorgedreven activeringsbeleid te voeren. Door het nog meer activeren van mensen die nu niet participeren in het arbeidsproces: personen met een handicap, ouderen, langdurig werklozen, allochtonen die hier al langer zijn,... Dat men aandacht moet blijven schenken aan scholing, bij- en herscholing. Dat de waarheid en de realiteit complexer is, strookt natuurlijk niet met het opruiend en populistisch taalgebruik van het Belang. Je raaskalt dus maar door, mijnheer De Winter. Jij jouw, wij ons origineel, zou ik zeggen.
Duidelijkheid Aan al diegenen die denken dat een zoveelste dialoog ons uit de problemen zal halen. Aan al diegenen die de communautaire spanningen in dit land willen maskeren. Aan al diegenen die orakelen dat kiezen voor de N-VA ons in een impasse zal storten. Stop er aub mee! Mijnheer Vandenbroucke. Mijnheer Peeters. Mijnheer Somers. Is het nu, vier dagen voor de verkiezingen, nog niet duidelijk? Vice-premier Didier Reynders verdient een applaus. Hij is tenminste duidelijk. Hij windt er geen doekjes om. Vandaag, minder dan ooit. Hij kon het niet beter timen. Vlaamse kiezer: je bent gewaarschuwd. Na de grendelgrondwet waarmee de Vlaamse meerderheid teniet gedaan werd. Na het invoeren van het instrument van belangenconflicten waarmee Franstaligen ons kunnen blijven blokkeren. Na een oververtegenwoordiging van Franstaligen in Kamer en Senaat. Na een kiesdrempel die in Vlaanderen veel harder aankomt dan in Wallonië. Na meer Franstalige excellenties dan Vlaamse in de Belgische regering. Nadat de federale regering geen meerderheid heeft in Vlaanderen. Weten we nu waarover de Franstaligen willen onderhandelen. Niet over bevoegdheden om onze welvaart veilig te stellen. Niet om jobs te creëren. Niet om werk te verschaffen. Niet over hefbomen om de vergrijzing aan te pakken of de pensioenen veilig te stellen. Ook niet over het verbeteren en kwaliteitsvol houden van de gezondheidszorgen. Neen, niks van dat alles. De dialoog waar de traditionele Vlaamse partijen en vandaag Kris Peeters, Frank Vandenbroucke en Bart Somers op kop, toe oproepen, moet volgens de vice-premier van een regering geleid door CD&V, leiden tot: - een afbouw van de minimumvertegenwoordiging van Vlamingen in het Brussels parlement; - de benoeming van de drie incivieke burgemeesters in de Vlaamse rand; - de uitbreiding van Brussel. En pas op, Brussels SP.A minister Pascal Smet, is daar wat dat laatste betreft niet tegen. Daartegenover staat een keuze voor de N-VA. Voor een maximale benutting van onze bevoegdheden. Voor een extra kinderbijslag voor kinderen tot drie jaar. Voor een collectieve Vlaamse hospitalisatieverzekering. Voor een eigen energiemaatschappij. Voor op en top sociale maatregelen voor 6 miljoen Vlamingen. Voor een optimaal inzetten van onze eigen geldmiddelen. Voor het niet langer dichten van de anderen hun begrotingstekorten. Voor een beleid op maat van onze problemen. De vraag is dus wel degelijk waarmee, met welke strategie, we in de impasse zullen sukkelen. Bedankt, Didier. Opnieuw verdien je de prijs van de duidelijkheid. Nu is het écht aan de Vlaamse kiezer.
Als zij het al zeggen… Nu wil ik niet melig doen, maar zo vijf dagen voor de verkiezingen helpt misschien niet alles… Maar toch veel. Wat te denken van het volgende? Vanmorgen de radio gehoord? Bart De Wever kreeg in de snelle vragenronde volgende vraag voorgeschoteld: “Kamer of Vlaams Parlement?” “Vlaams Parlement”, was zijn onmiddellijk antwoord. Daarop zei Liesbeth Imbo: “Als U kiest voor het Vlaams Parlement, dat betekent dan dat Kris Van Dijck, N-VA politicus, er niet meer zal bij zijn.” Waarop Bart: “Ik denk dat u dat fout ziet. Wij gaan er van uit dat wij in Antwerpen drie zetels zullen halen en dat Kris Van Dijck als lijstduwer daar gemakkelijk zal bij zijn. Hij heeft ook in het verleden bewezen dat hij dat kan.” En dan komt haar verrassende repliek: ”Het is een risico natuurlijk, een drie sterren politicus…” Juist Liesbeth. Het is een risico. Maar nadat de Gazet van Antwerpen over mij ook al schreef: “Is een onmisbare pilaar voor de N-VA in het parlement.” En na de lovende rapporten in De Morgen en De Standaard, komen de steunbetuigingen nu wel uit zeer verrassende hoek. Bedankt alleszins! En jawel, beste lezer, ik heb de ambitie opnieuw op eigen kracht mijn zetel te halen. Ik reken daarvoor op de kiezer. Op jou. En met de vele inspanningen die mijn tientalle medewerkers en militanten leverden en nog dag na dag leveren: bussen, markten bezoeken, brieven schrijven, plakken, borden zetten, enzovoort, geloof ik er ook in. We gaan er voor; nog vijf keren slapen…
Politiek fatsoen Gisterenavond vond op Tv Eén het grote politiek Tv-debat plaats. Eén week voor de stembusslag. De kopstukken van de regionale verkiezingen kruisten de degens. Ik vond de keuze van de dubbeltjes niet altijd even geslaagd. Dat Bart De Wever niet de degens mocht kruisen over de staats(her)vorming, bijvoorbeeld, maar goed, dan maar op een thema waar we best fier op mogen zijn: politiek fatsoen. Als ik de laatste peilingen, screenings en doorlichtingen mag geloven, scoren we daar als N-VA bijzonder sterk op. Evenals op geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Ik merk het in de vele scholen en op andere fora waar ik mag “optreden”. Hoe zou dat toch komen?… September 2008 zal daar zeker toe bijgedragen hebben. Trok de N-VA niet als enige Vlaamse partij de juiste conclusies om niet deel te nemen aan de gemeenschapsdialoog? Een dialoog die aan geen enkele voorwaarde, geformuleerd in een standpunt van de Vlaamse regering, voldeed om ook echt te starten. Geduld is een mooie deugd, hoor ik nog een oud-parlementslid van ons zeggen op het N-VA congres in september 2008. maar te veel geduld wordt na een tijd lafheid. Het is dan toch ook wel genant dat P-magazine vorige week boven een interview met minister-president Kris Peeters de titel moest plaatsen: “De N-VA had gelijk!” Leuk voor ons, maar negen maanden terug wel door al de zogenaamde democratische partijen verketterd waarbij Geert Bourgeois met zachte hand uit de regering gekieperd werd. “Niet waar”, hoorde ik CD&V voorzitster Marianne Thyssen voor enkele weken in De Arenbergschouwburg zeggen: “De N-VA stapte zelf op.” Ook niet echt een staaltje van politiek fatsoen. Mag ik toch wel in herinnering brengen dat zowel Open VLD, SP.A als de VlaamsProgressieven orakelden dat minister Bourgeois er uit moest. “Zijn positie is onhoudbaar geworden”, klonk het in het Wetstraattees. Hij hield woord en dat kan niet in de politiek… Dat men hem nadien verweet zeer kritisch te zijn over de houding die de Vlaamse regering in dit dossier aannam, komt er nog eens bovenop. Van politiek fatsoen gesproken. Even van te voren hoorde ik gisterenavond weer een ander staaltje van politiek onfatsoen. Toen Phillippe De Winter onderwijsminister Frank Vandenbroucke voor de voeten gooide dat wij eenzijdig het Franstalig faciliteitenonderwijs subsidiëren, liet de socialistische voorman daar volgende woorden vallen; kort en heel even: “We zijn daar wel met procedures bezig…” Niet waar! Die zijn stopgezet! En hij weet dat heel goed. Om in het faciliteitenonderwijs na decennia orde op zaken te zetten, maakten wij een decreet. Een interpretatief decreet. Door mij ingediend en in de commissie onderwijs unaniem goedgekeurd in december 2007. Ondertussen aan zijn derde belangenconflict toe en doordat het decreet niet finaal in de plenaire gestemd werd deze legislatuur, met een eerste klas begrafenis ten graven gedragen. Over welke procedures Frank vandenbroucke het had? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat we in het beste geval in juli helemaal van voor af aan opnieuw kunnen beginnen en dat - als we ons blijven neerleggen bij al die belangenconflicten - we ten hoogste in 2011 of 2012 resultaat mogen boeken. Diezelfde Frank Vandenbroucke, die zich toch graag uitgeeft als een ernstig man, stelde al even klaar dat over de taalgrens geen duimbreed kan toegegeven worden: “Die grenzen zijn getrokken. Afgelopen.” Maar wat stelde zijn partijgenoot SP.A lijstrekker voor Brussel, Pascal Smet, enkele uren daarvoor op Mise au Point en over het “heilig” zijn van de taalgrens? “Niet voor Smet, die pleit voor een uitbreiding, om Brussel de ruimte te geven die het nodig heeft als stad. Hij pleit om te beginnen met een uitbreiding met de Waals-Brabantse gemeenten Lasne en Waterloo omdat daar nu veel rijke Brusselaars wonen die belastingen betalen in Wallonië.” (bron VRTnieuws.net) De aandachtige lezer zal ik zeker niet moeten wijzen op de woorden: “om te beginnen”. Wat “heilig” is voor de ene socialist, is dat dus duidelijk niet voor de andere. Of zit daar iets anders achter? Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen. Van politiek fatsoen gesproken.
Asociaal Ik heb net, in uitgesteld relais weliswaar, Terzake bekeken. Het ging over ideologieën. Of hoe die ideologieën al dan niet nog een rol spelen in de politiek. Even later surfte ik langs Bert Anciaux’ webstek en daar trof ik het: links is sociaal. Rechts is asociaal. En ja, beste lezer, de N-VA wordt dan, zowel op Berts blog als in Terzake, in de rechtse hoek geduwd. Of men nu mijn partij, laat staan mijzelf, rechts of links noemt, ik maal er om. Maar dat men mij eerst maar eens komt uitleggen welke lading die termen dekken. Rechts conservatief? En Links progressief? Dan is de SP.a wel echt rechts, want ik kom in Wetstraat Brussel vooral bij die partij mensen tegen die niks willen veranderen… En is de N-VA dan niet extreem links? Want wij willen een nieuwe staat creëren. Is er iets meer vernieuwend? Maar terug naar mijn belangrijkste bekommernis nu: de N-VA asociaal? Zoals sommige zichzelf verklarende linkse progressieven dat graag poneren? Even een greep uit ons programma waarmee we op 7 juni naar de kiezer stappen: - Een aanvullende Vlaamse kinderbijslag om jonge gezinnen extra te ondersteunen. 500 euro per jaar voor alle kinderen tot de leeftijd van 3 jaar. En dit om te beginnen… - Een Vlaamse hospitalisatieverzekering omdat de privé-verzekeringen veel te duur zijn. Heel Vlaanderen, collectief solidair met elkaar, in de voetsporen van onze eigen zorgverzekering. - Een Vlaamse energiemaatschappij om het monopolie van Electrabel te breken en de energiefactuur van de mensen te doen dalen. Zeker nu na Electrabel ook SPE in de handen van Parijs gekomen is. - En een Vlaamse korting op de personenbelasting voor de laagste inkomens. Zeg nu eens: wat is daar dan allemaal asociaal aan? Omdat we dat alleen in Vlaanderen willen opzetten? Was Wouter Bos minder sociaal, laat staan socialist, toen hij in het belang van de Nederlanders, zijn kiezers, maatregelen nam in het Fortisdossier die goed waren voor Nederland, maar minder voor België? Zijn het straks niet de Vlamingen, de Vlaamse kiezers, die ons opnieuw (en hopelijk ook mijzelf) een mandaat geven om een beleid te voeren voor hen? Is dat asociaal? Neen, het is onze democratische plicht! Om terug te grijpen naar Terzake van vanavond; de slogans voorbij en nu eens echt naar de inhoud... En ja, Bart De wever had gelijk. Alleen over onze slogan: “Afrit Vlaanderen. Uitrit crisis,” ontspon zich een inhoudelijk debat. Je bent er voor of je bent er tegen. Het lokt tegenspraak uit. "De toekomst wil vooruit" waar Bart Staes zo met koketteerde zegt mij alleszins niks. Opnieuw een schot van de N-VA in de roos. Een rode dan nog wel…
Eénrichtingssolidariteit Moest je nu achter de Vlaamse gevels kunnen kijken. Je zou voorwaar taferelen uit de jaren vijftig zien. De Vlaming die massaal voor zijn radiotoestel zit. Of misschien PC, al kan ik bijna geen verbinding krijgen met de bewuste websites… Overbevraagd neem ik aan. Vanavond vindt immers de ontknoping plaats van de Belgische voetbalcompetitie. De kers op de taart voor voetbalminnend België. En ja, daar hoor ook ik bij… Maar die kers is niet aan mij besteed. Ook niet aan de andere 6 miljoen Vlamingen. Waar die Vlaming wel goed is om het leeuwenaandeel van de belastingen op te hoesten en 365 dagen per jaar heel solidair moet zijn, mag hij geen deelgenoot zijn van de finale confrontatie tussen Standard en Anderlecht. Ook voor de heenwedstrijd vorige donderdag moest hij noodgedwongen passen. BeTV, een Waalse betaalzender, kocht de “alleen”rechten. Standaard, Anderlecht en de profliga lieten de 1 miljoen Euro met plezier binnenstromen. Dat daardoor zes tiende van het land sowieso uitgesloten werd, zou hen worst wezen. Ik hekelde dit donderdag reeds en riep de Vlaamse minister van Media op een initiatief te nemen. Indien jullie iets gehoord hebben van hem? Ik ook dan… Niks dus. Zou het de dialoog tussen de gemeenschappen kunnen hypothekeren? Ik ga hier niet veel meer woorden aan vuil maken, maar dat de profliga en dus ook de KBVB dit laten gebeuren, vind ik gewoonweg hallucinant. Voor diegenen die nog mochten twijfelen: de solidariteit loopt in dit land uitsluitend in één richting. Steeds in dezelfde. Van Noord naar Zuid. Zal de Vlaming het nu binnen veertien dagen eens willen tonen dat het zo wel genoeg geweest is? Ik ben benieuwd.
Het zijn niet allemaal dezelfde! Ik stapte de politiek in, in de voetsporen van mijn ouders. En als ik verder terugga in de tijd, in de voetsporen van mijn grootouders. Zij van hun kant dan weer, zowel mijn ouders als grootouders, stapten in de politiek vanuit een verontwaardiging. Een verontwaardiging die hun levens tekenden, maar waaruit ze de moed en de wil puurden om ZELF bakens te verzetten. En niet klagend en zeurend aan de kant te gaan staan om te roepen dat het allemaal dezelfde zijn. Daaraan moet ik vaak, met pijn in het hart, denken als ik door enkelingen afgesnauwd wordt in deze campagnetijden. Ja, dat gebeurt wel eens, als je de kiezer recht in de ogen kijkt op één of ander marktplein of winkelstraat. Wij zijn allemaal dezelfde; en zakkenvullers er bovenop. Ach, ze weten niet beter… Mijn ouders en ikzelf stapten in de politiek omdat wij net niet diezelfden zijn, noch willen zijn! Maar wel omdat wij het “anders” willen!!! Eigenlijk begint ons familieverhaal in september 1944. Mijn grootvader, elektricien in het dorp, werd gearresteerd op verdenking van collaboratie met de bezetter. De aanklacht werd geformuleerd door iemand die daarvoor betaald werd. Betaald door een concurrent nota bene. Van geloofwaardigheid gesproken. Resultaat: grootvader Karel Minnen maakt gedurende zes maanden kennis met onze penitentiaire instellingen, zoals dat zo schoon heet. In de volksmond: “den bak”. Turnhout en Merksplas. Hij maakt er kennis met mensen die voor hun Vlaamse overtuiging achter slot en grendel gedraaid werden. Veel mensen die weinig of niks misdeden, maar die wel de rekening gepresenteerd kregen van de massa, de volkswoede, die zich tegen alles en nog wat keerde. Inclusief kinderen. De straat was baas! Orde en tucht was een zaak van de hardste roepers. Vaak van crapuul… Ook in zijn dorp, waar ik nu burgemeester ben, werden inboedels kort en klein geslagen en werden woningen in brand gestoken. Zijn verontwaardiging krijgt van dan af een politieke dimensie: Vlaams-nationalistisch. Hij werd vrijgesproken, hoe zou het anders kunnen, maar wel op voorwaarde dat hij gedurende zes maanden niet in zijn geboortedorp, Dessel, zou komen. Voor zijn eigen veiligheid, heette dat dan. Vava, verbleef al die tijd in Schilde en ging aan de slag als elektricien bij Staf Vrelust. In 1958 werd mijn vader op de pas aangelegde E313 als zwaantje van de weg gereden. De daders hadden serieuze politieke contacten. Tot in de ministerraad. Hun advocaat was trouwens nog de krijgsauditeur die mijn grootvader veertien jaar eerder vervolgde. Zo klein is de wereld. Uitspraak van het Belgisch gerecht: fiftyfifty. Hun schuld kon niet voldoende bewezen worden. Dat mijn vader voor de rest van zijn leven met een zeer zware handicap en verschrikkelijke zenuwpijnen verder moest, mocht ons jonge gezin met mijn zus Viviane - mijn broer en ik moesten nog geboren worden - er bij nemen… Mijn vader overleed in 1997 op 67-jarige leeftijd. Hij was op. De politieke keuze van mijn familie was snel gemaakt: Volksunie. Dé partij die optrad tegen onrecht en de belangen van de Vlamingen vooropstelde. Van al de Vlamingen; zonder onderscheid in rang, stand of afkomst. Ook het lot van personen met een handicap - de zwaksten onder de zwakken – trok zij zich aan en de lokale werking van KVG kristalliseerde zich in en om mijn ouderlijke woning. Ik wou dit even kwijt aan al diegenen die denken dat wij net als de anderen zijn. Neen, mensen. Het grote verschil is misschien wel dat wij niet aan de kant gingen staan, zoals vele anderen dat wel deden en doen. Niet gingen roepen hoe slecht het allemaal wel is en voor de rest onze handen in onze zakken staken. Neen, maar zelf in de rivier stapten om te trachten keien te verleggen en de stroom van het water te beïnvloeden. Mijn grootvader door toen hij in de jaren vijftig, nadat hij zijn burgerrechten terug kreeg, onmiddellijk en zijn leven lang Volksunie te stemmen. Mijn vader om als eerste VU’er op een Desselse lijst te gaan staan. En mijn moeder door twaalf jaar voor diezelfde partij in de gemeenteraad te zetelen. Dat is het verschil! En dat wou ik hier toch even kwijt.
Rapport Met het oog op de verkiezingen van zondag 7 juni evalueren verschillende kranten de Vlaamse parlementsleden. Vandaag Gazet van Antwerpen. De voorbije weken ook al De Standaard en De Morgen. Hieronder vind je de resultaten wat mij betreft. Aan jou om te oordelen.
Kris Van Dijck
Gazet van Antwerpen Vandaag krijgen de beste 16 Vlaamse volksvertegenwoordigers uit de provincie Antwerpen (de provincie Antwerpen telt 33 Vlaamse parlementsleden) hun rapport. Althans volgens onze criteria, te weten: uitstraling, visie, werkkracht, en aandacht voor de provincie. Op de linkerbladzijde komen grote namen voor: drie fractieleiders en de voorzitster van het parlement. Zij hebben geen gemakkelijke job. Het zijn spelverdelers die de ploegmaats moeten laten scoren. Toch valt hun score een beetje tegen. De kopstukken moeten beter kunnen doen dan een 12 op 20. Rechts de échte toppers... (waaronder Kris Van Dijck) Kris Van Dijck N-VA - Dessel laatste bij effectieven, eerste bij opvolgers 15 op 20 Samen met Jan Peumans heeft hij de N-VA-fractie uitgebouwd tot een sterke, gewaardeerde groep. Heeft een brede kijk die ver over de provinciegrenzen reikt (onderwijs, sport, media) maar heeft toch een hecht Kempens front gesmeed dat beter samenhangt dan de Antwerpse bank. Kwam beter uit de verf in de meerderheid dan in de oppositie, maar dat is mede het gevolg van zijn keuze voor het burgemeesterschap van Dessel. Is een onmisbare pilaar voor de N-VA in het parlement.
De Morgen 3 sterren Degelijk parlementslid, eerst als fractieleider, vervolgens op onderwijs. Constructieve politicus die in staat is een compromis te sluiten. Daarom ook geliefd bij de collega's. Hield onder meer de pen vast bij het delicate statement over de racistische moorden van Hans Van Themsche. Het harde oppositiewerk ligt hem dan weer absoluut niet.
De Standaard 3,5 sterren Voorstel van decreet: 32 Interpellaties: 12 Actuele vragen: 28 Vragen om uitleg: 44 Tussenkomst commissie: 107 Tussenkomst plenair: 126 Moet u kennen van: Zijn columns onder de naam Kris-Kras. Als onderwijsspecialist bijzonder verdienstelijk, zeker toen N-VA nog in de meerderheid zat. Oordeel fractieleider: Een goed geoliede volksvertegenwoordiger met geweldige kennis van onderwijs en sport. Sinds hij burgemeester is, noodgedwongen iets minder actief in dit parlement.
Der Untergang ’t Is hommeles in den Belgique. Neen, niet omdat Open VLD en LDD in elkaars haren zitten. Wat had je anders verwacht? Zeker niet omdat binnen LDD nu weer een paar kandidaten, nog voor de stembusslag, al gaan lopen zijn. Dat is ten minste duidelijk; je al als onafhankelijke opstellen voor de verkiezingen. Dan moet de kiezer zeker niet het gevoel hebben bedrogen te zijn. Hij weet waaraan ie begint als ie voor deze groep ongeregelden stemt. Ook niet omdat Bart Somers, leider der Vlaamse liberalen uitpakte met een zeer oud recept. Te doorzichtig om waar te zijn. Op zijn congres orakelde hij dat er op 7 juni zal moeten gekozen worden tussen wij-liberalen die vooruit willen of de CD&V die geen keuzes kan maken. Een truc uit de oude doos. Een polarisatie tot stand willen brengen tussen CD&V en Open VLD. De Vlaming laten kiezen tussen beiden alsof er voor de andere partijen geen plaats is en dit terwijl het voorakkoord om samen te besturen al geschreven is. Daar trapt de Vlaming niet meer in. Of toch wel? Neen, het is hommeles in Walenland en dus in heel den Belgique. Men spreekt er zelfs over “oorlog”. “Oorlog” tussen de socialisten en de liberalen. Er vallen zware, zeer zware woorden. De enen staan op het punt een cordon sanitaire rond de anderen te leggen. Als dat maar goed komt, zal je denken? Neen, dat komt nooit meer goed. Nu hebben we eens een federale regering… Bestuurt door een Waalse meerderheid en aangevuld (want een ander woord heb ik er niet voor) door een Vlaamse minderheid. Maar de Forza Wallonia werkt niet. Ze ligt te vechten op de straatstenen. Wij staan er in Vlaanderen te weinig bij stil; als we er al naar kijken. Het vindt plaats in die andere democratie. Die democratie waarmee we in een permanent bilateraaloverleg zitten. Maar ook wij zullen straks met de gebakken peren zitten. De federale regering raakt nog meer dan de voorbije maanden gedemobiliseerd. Het niks doen wordt de rode draad van het regeerakkoord. Als je niks doet, kan je ook niks verkeerd doen zal men in de Wetstraat 16 denken. Sorry voor de vergelijking, maar het doet me denken aan “Der Untergang”. Want terwijl heel Europa, heel de wereld in een economische crisis zit, is hier de status quo de troefkaart. Meer nog, elkaar tegen werken en de loef trachten af te steken zal het handelsmerk worden van politiek België. En wat doet Vlaanderen? Meezinken zoals het orkest op de Titanic? Al decennialang voor het mooie weer gezorgd in dit land en nu mee de dieperik in? Diegenen die daar voor kiezen moeten beseffen dat het Oceaanwater ijskoud is… Het is voor de zes miljoen Vlamingen, en daartoe behoren ook alle allochtonen die in Vlaanderen wonen zoals ik gisteren op een Antwerps debat uitnodigend stelde, hoog tijd dat we het zinkend schip verlaten. De reddingssloepen kunnen nu nog benut worden. De katrollen kunnen nog gevierd worden. Even nog. Langer talmen zal ook die uitweg afsnijden. Ik hoop dan ook dat de Vlaamse kiezer weet wat ie doet als ie op 7 juni zijn of haar stem uitbrengt. Het is nog niet te laat, maar de klok tikt. En kom straks niet zeggen dat we het niet gezegd hebben.
Un enfant = een kind Of een kind is een kind… Is dat zo? CDH trekt van leer tegen haar geloofsgenoten uit Vlaanderen. Dat is ook niet de eerste keer. De band tussen de twee christendemocratische partijen kwam al eerder verschillende keren onder druk. Toen de CDH Lambermont goedkeurde bijvoorbeeld. En voor wie het zich nog herinnert… Het was in die tijd dat de Franstaligen hun kinderen niet konden tellen om de financieringswet correct toe te passen… Toen was Un enfant méér dan een kind. Maar dit ter zijde. De CDH is dus tegen het voorstel van de CD&V om in Vlaanderen een bijkomend kindergeld te voorzien, voorgesteld op de partij haar gezinsdag in Bobbejaanland. Nu wil ik niet discussiëren over wie eerst was, maar in publicaties van de N-VA lees ik al weken dat wij gaan voor een eigen aanvullend kindergeld. 500 euro per jaar voor elk kind tot de leeftijd van 3 jaar. Evenals voor een Vlaamse hospitalisatieverzekering en een Vlaamse korting voor de laagste inkomens op de personenbelasting. Ook een eigen Vlaamse energiemaatschappij, en na de berichten van vandaag waarbij na Electrabel nu ook SPE in Franse handen is, geen overbodige luxe… Dat de N-VA dat allemaal voorstelt, zal de CDH worst wezen. Van de N-VA zal de partij van Milquet niet anders verwacht hebben. Maar de CD&V? Ik zou me er gemakkelijk van af kunnen maken en zeggen dat de CDH niks te vrezen heeft. Want, indien men dat in Vlaanderen al wil doen, dat extra kindergeld. Indien de Vlamingen hun wil zouden durven doorvoeren, dan kunnen de Franstaligen, zonder verpinken, een resem van belangenconflicten inroepen. Vier in totaal, en met een beetje overleg vijf. Zij kunnen de democratie in België én in Vlaanderen lamleggen. Ze zullen dat niet nalaten. En Vlaanderen zal deemoedig het hoofd buigen. Het voorbije jaar heeft dat bevestigd als het ging over het faciliteitenonderwijs. Maar waarom spelen de Franstaligen dat hoog spel? Want de Vlaming begint dit wel echt op z’n heupen te werken… In hun hoofden gaat het er niet om dat een kind een kind is. Ze willen en kunnen gewoon niet aanvaarden dat Vlaanderen zijn heft in eigen handen neemt. Ze kunnen niet aanvaarden dat Vlaanderen creatief met zijn bevoegdheden omgaat. Als het aan de N-VA ligt, komt dat aanvullend kindergeld er. En nog veel meer van die maatregelen die we kunnen doorvoeren, zonder eerst te moeten overleggen of eindeloos onderhandelen. Wij hopen alleen dat de andere Vlaamse partijen mee die moed kunnen opbrengen. En mee de bereidheid tonen om zich niet slaafs neer te leggen en hulpeloos hun handen in de lucht steken bij de obstructie van belangenconflicten. Plannen maken? Ja. Verkiezingsbeloften poneren? Ook ja. Maar straks ook graag uitvoeren aub.
Més que un club Gisterenavond kroop FC Barcelona door het oog van de naald. In blessuretijd scoorde Iniesta 1-1 en katapulteerde daarmee Barça naar de finale van de Champions League in Rome. Daar mogen ze op 27 mei de strijd aangaan met een andere Engelse topclub: Manchester United. Onze media bericht over wat zij noemt de “Spaanse reus”. Mijn maag keert… Waarom ik daar nu toch even een column aan wijd? Voor een paar weken betoogden een paar duizend Catalanen in de straten van Brussel voor een onafhankelijk Catalonië. “Catalonia is not Spain”, stond op honderden meegedragen affiches geschreven. Ook diegenen die ooit in Catalonië vertoefden zullen kunnen getuigen dat zowel op de luchthavens als in het straatbeeld de geel-rood gestreepte Catalaanse vlag overal hangt. En wie het Camp Nou betreedt voelt het en leest het: “Més que un club.” Meer dan een club. En dat is ook zo. FC Barcelona is de trots van de Catalanen. De club symboliseert de gedrevenheid, fierheid en streven naar autonomie. Het is een statement voor Catalonië. Honderdduizenden Catalanen zijn lid en een voorzittersverkiezing krijgt er presidentiële allures. Alle leden hebben er stemrecht. Niet-Catalaanse spelers wordt diets gemaakt dat zij mee die fierheid moeten uitstralen. Eerste vereiste: de Catalaanse taal leren. Voor de seizoensstart fietst de hele ploeg de heilige berg Montserrat op naar het bedevaartsoord van de Zwarte Madonna, la Moreneta, patrones van Catalonië. Dezelfde Zwarte Madonna die prijkt in een kapelletje, in de spelerstunnel langswaar de spelers de grasmat betreden. Op weg naar boven worden ze aangemoedigd door duizenden uitzinnige fans. Vorige zaterdag moesten de koninklijken van Real Madrid er aan geloven. Na een vroege 1-0 werd het vlug 1-2 en de match eindigde op een vernedering: 2 – 6. Voor de 1 – 2 tekende kapitein Carles Puyol. Een afstandsschot. Om zijn vreugde te vieren trok hij zijn kapiteinsband uit. “Puyol kust zijn kapiteinsband”, was de droge commentaar van Gui Polspoel op Prime. Maar wie goed keek, en een beetje de geest van de club kent, wist wel beter. Dit was niet zo maar een kapiteinsband; het was de Catalaanse vlag. Innig omvat, gekust en fier de hoogte in gestoken. Het was een overduidelijk statement. En dit in het Bernabeustadion, de thuishaven van de aartsrivaal uit Castilië, uit Madrid, de hoofdtad van het koninkrijk Spanje. FC Barcelona; més que un club. Of zoals een Catalaanse vriend mij na de overwinning op Stamford Bridge smste: "Visca el Barça i visca Catalunya!" En de wereld mag het weten. Ook in Vlaanderen.
Voor vaderland en solidariteit Gisteren mocht ik kennis nemen van het initiatief Belgavox. Eerst dacht ik dat het iets van het leger was. Toen ik meer dan twintig jaar geleden mijn legerdienst deed, eerst een maand in Heverlee en dan de rest van het jaar in Leopoldsburg, heb ik meer dan eens mijn tijd gedood door VOX te lezen, het maandblad van de Belgische strijdkrachten. Maar neen, Belgavox is iets anders. Wat is Belgavox dan wel? Een brede groep van muzikanten en artiesten uit Vlaanderen en Wallonië hebben zich gegroepeerd in een nieuwe vzw. Zij zullen in de schaduw van het Atomium, het icoon van de wereldtentoonstelling in 1958 en het symbool van de vooruitgang, een concert organiseren. Dit concert staat in het teken van solidariteit. Prachtig, want in een democratische, humane samenleving is solidariteit het sleutelwoord. Ik ben dus voor solidariteit. Laat dat duidelijk zijn. Maar daar blijft het niet bij. Men gaat in de duiding van dit opzet naadloos over in een appel voor een solidair België waarbij de woorden vallen: “Je mag best trots zijn op je vaderland.” Ze willen de Belgische identiteit versterken, lees ik. Nu word ik pas echt wakker… Het is dus geen vrijblijvende solidariteit. Het is ook voor het vaderland… Fier zijn op je vaderland? Welk vaderland? Ik ben inderdaad fier op mijn vaderland. Maar dat is niet België. Niet het land waar wij als Vlamingen al onze rechten hebben moeten afdwingen en afkopen. Als men de oproep voor solidariteit toch in die context plaatst en vindt dat het de (Vlaamse) politici zijn die de boel vergallen, omdat ze op hun strepen staan… Wel nu, dan hoop ik dat de initiatiefnemers zullen lukken in het opzetten van een duurzame solidariteit in België. Ik mag er dan toch ook van uit gaan dat die solidariteit ook het volgende inhoudt, want de basis van solidariteit is ‘respect’. En dat houdt in: - dat wanneer Franstaligen in Vlaanderen komen wonen, zij zich aanpassen; - dat die inwijkelingen zich de taal van de streek eigen maken en niet hun taal opdringen bij bakker, beenhouwer of aan de kassa in de supermarkt; - dat men respect weet op te brengen voor de door de grondwetgever vastgelegde regels in dit land; - dat men aanvaardt dat Vlaanderen Nederlandstalig is; - dat ik in mijn eigen hoofdstad in mijn eigen Nederlandse taal overal terecht mag kunnen; - dat de democratische verzuchtingen van de meerderheid ook uitgevoerd worden; - dat men gevolg geeft aan arresten van het Grondwettelijkhof; - dat men de Vlamingen in Komen een school gunt, wettelijk trouwens verplicht (!) net zoals die wel voorzien zijn voor de Franstaligen in de Vlaamse faciliteitengemeenten; - dat decreten kunnen en mogen gestemd worden en niet steevast geblokkeerd worden met de oneigenlijke technieken van belangenconflicten; - dat de ongerijmdheid weggewerkt wordt waarbij Vlaanderen eenmaal en de Franstaligen vijfmaal een belangenconflict kunnen inroepen; - dat men de hoffelijkheid hanteert om voor een federale regering ook een meerderheid in Vlaanderen te zoeken; - dat men niet méér Franstaligen dan Nederlandstaligen opneemt in de federale regering; - dat een Nederlandstalige inwoner van het Pajottenland beroep kan doen op een Nederlandstalige MUG; - dat de Franstaligen het imago van de Vlamingen niet voortdurend in het buitenland gaan schaden en er ons niet langer afschilderen als racisten en onverdraagzamen; - dat de ongelijkheden waarbij een ziekenhuisopname in Brussel en Wallonië veel duurder zijn dan in Vlaanderen, en daardoor veel duurder zijn voor de schatkist, ook weggewerkt worden; - dat men op een even correcte en rationele wijze federale wetten naleeft en controleert; - dat belastingsdiensten niet alleen in Vlaanderen ernstig werk leveren; - dat men de verdeling van de inkomsten uit het boetefonds baseert op de inkomsten en niet het geld laat vloeien naar hen die geen initiatieven nemen; - dat voor duurzame investeringen in het spoor, o.a. rond Antwerpen, de nefaste wafelijzerpolitiek verlaten wordt; - … Als ze dat allemaal met Belgavox kunnen bekomen. Als die solidariteit kan in België. Dan zal ik met plezier op de eerste rij gaan staan, daar op de Heizel. Ik vrees echter dat dàt een illusie is, maar dat Belgavox gehanteerd wordt om die Vlamingen, om die kiezers, die wel eens op politici en partijen zouden durven stemmen die op hun Vlaamse RECHTEN staan, een schuldgevoel aan te kweken. Belgavox is dus wel degelijk politiek en lang niet zo onschuldig als dat het er uit ziet. Ik kijk nu al uit naar de dag waarop de koning opnieuw eremetaal en titels uitreikt: ridders, baronnen, Ordes, enz. Wedden dat…
Het rapport Tegenwoordig draait alles rond evaluatie. Niet alleen leerlingen, scholieren of studenten worden met de regelmaat van een klok geëvalueerd. Die eer valt heden ten dage iedereen te beurt: leraar en prof, ambtenaar en gemeentearbeider, manager en poetsvrouw. Aan die evaluaties kunnen zowel positieve als negatieve gevolgen gegeven worden. Positief is een promotie, een loonsverhoging of de toestemming om een studiejaar hoger aan te vatten. Negatief zijn dan weer zitten blijven of ontslag… Ook in de politiek wordt er geëvalueerd. Er worden oordelen geveld; door mensen, media, partijen… Doch de finale evaluatie is die op de verkiezingsdag zelf. We mogen ons echter wel de vraag stellen wat bij een politieke evaluatie de basis is voor een positieve of negatieve evaluatie. En wat al dan niet de gevolgen zijn. Sta me toe dit even te duiden op basis van wat ik nu (weer) mag vaststellen. De Standaard pakte dit weekend uit met een rapport. Op het voorblad lezen we: “De Standaard maakt het overzicht van de beste, maar helaas ook de slechtste volksvertegenwoordigers voor Vlaanderen. Een onmisbare leidraad voor de regionale verkiezingen voor zondag 7 juni.” Ik had de krant nog niet gezien en kreeg zaterdagochtend – we zaten met de burgemeesters van de Zuiderkempen al van 8 uur samen i.v.m. de brandweerhervorming – een eerste bericht binnen via mijn gsm: “Van harte proficiat met je persoonlijke score in de rating van De Standaard en met die van heel de fractie!” En wat bleek even later? De N-VA fractie (die ik twee jaar leidde) wordt als de beste fractie geëvalueerd, mijn fractievoorzitter Jan Peumans de beste volksvertegenwoordiger, en ikzelf op een eervolle – dat mag ik toch zeggen – vijfde plaats op honderd vierentwintig leden. Vijf jaar geleden, herinner ik me, kreeg ik een zelfde ranking. Ook toen in de bovenste regionen. Toen ik de top tien even van naderbij ging bekijken viel me toch wel iets op. Ik ben eens gaan kijken waar die tien parlementsleden straks bij de verkiezingen zullen staan… Van de tien, door De Standaard als beste geëvalueerde parlementsleden, is er straks één lijsttrekker. Met name mijn partijgenoot en de absolute winnaar: Jan Peumans. Van die andere negen stoppen er drie: Rudi Daems, Jef Tavernier en Patrick Lachaert. En de zes andere staan eerste of tweede opvolger. Ikzelf sta bovendien ook wel als lijstduwer, maar toch. Is dit nu niet vreemd dat, om de woorden van De Standaard te gebruiken, de smaakmakers van het parlement straks moeten afwachten of ze via opvolging kunnen terugkeren? Dat ze weliswaar het vertrouwen van hun partij krijgen, maar toch afhankelijk zullen zijn van het zetelen als minister of niet opnemen van het mandaat van andere partijgenoten en electorale kopstukken in hun kiesomschrijving? Volgens mij zegt het iets over de betekenis van ernstig parlementair werk voor de buitenwacht. Het verschil wordt voor de kiezer dus niet gemaakt in het parlement. Niet in de commissie. Niet in de plenaire… En dan nu terug naar mijn inleiding. Hoort bij een positieve evaluatie niet vanzelfsprekend een promotie? Een bevestiging? Neen, niet in de politiek. Daar gelden andere criteria: media-aandacht en bekendheid. Dat zijn daar onmiskenbaar de sleutelwoorden. Ik hoop alleen dat de kiezer de boodschap van De Standaard begrepen heeft. Dat ie goed kijkt en evalueert wie het verdient om zijn of haar vertegenwoordiger te zijn. Ik zal er dan ook alles aan doen om het hem of haar duidelijk te maken en het van op mijn moeilijke lijstduwerplek, net als vijf jaar geleden, opnieuw zelf te doen. Mijn ploeg en ikzelf zijn er klaar voor!
Absenteïsme Ik krijg van burgers vaak de bemerking, die Villa Politica volgen of beelden zien van het Vlaams Parlement, dat er toch zo’n groot absenteïsme is. Dat er zoveel lege stoelen zijn. Ik probeer in grote maten wel aanwezig te zijn en voel me in die kritiek niet echt geviseerd. Het ligt zelfs in mijn aard om mijn afwezige collega’s te verdedigen. In de zin van: er zijn nog andere activiteiten. Of: als er een onderwerp geagendeerd staat dat echt het jouwe niet is, je dan eigenlijk ook niet echt aan het werken bent door aanwezig te zijn. Dat een leraar Frans ook niet achteraan in de klas zit als zijn collega wiskunde les aan het geven is. Enzovoort. Wat er vandaag gebeurd is, breekt echter mijn klomp. Ik werd uitgenodigd door het VSK, Vlaamse Scholierenkoepel, om de voorstelling bij te wonen van hun memorandum. Ik zou er met plezier naar toe gaan. Ware het niet dat het plenaire zitting was. En op de agenda verschillende onderwijsdossiers. Ik werd, om het met de beeldspraak van de leraar te zeggen, wel in het parlement verwacht. Het was mijn les! Ik liet me dan ook vervangen bij het VSK door mijn goede medewerker Theo Francken en ik braaf naar het parlement. Toen de onderwijsdossiers aan de orde waren, het was tegen elven, werd er gemeld dat de minister, minster van Onderwijs, minister Vandenbroucke, niet aanwezig kon zijn en dat alle onderwijsdecreten zouden verdaagd worden naar de late namiddag. Wat bleek uren later? Juist, de minister, samen met een schare collega’s van de meerderheid was naar het VSK. Van Dijck, samen met Jef Tavernier en An Michiels, toevallig allemaal van de oppositie, had zich als een puber laten rollen. Of toch niet? Waar hoorde ik te zijn? Met alle respect voor het VSK, maar is het mijn taak niet in het parlement te zijn? Moesten ook de minister en de anderen daar niet zijn? Conclusie? Ik weet het niet, maar ook voor mij zijn het straks verkiezingen…
Leopold II Vandaag ben ik van een kale reis thuisgekomen. In de commissie Binnenlandse Aangelegenheden verdedigde ik ons voorstel van decreet om 15 november, de dag van de dynastie, in te ruilen voor 9 mei, de dag van Europa, als vakantiedag voor alle Vlaamse ambtenaren. Sinds 2007 is 15 november voor de parlementaire gemeenschap immers een gewone werkdag. Ons voorstel is vooruitstrevend en vernieuwend. Europa is de toekomst. Niet volgens de meerderheid in het Vlaams Parlement. Eén van de argumenten om 15 november te behouden is het gegeven dat de koning bevoegd is voor de toekenning van onderscheidingen in de nationale orden aan de ambtenaren van de diensten van de Vlaamse overheid. Het staat met evenveel woorden in de Grondwet, artikel 114 met name. Nu ben ik eens gaan kijken over welke nationale orden dat gaat. Het gaat over de Kroonorde, de Leopoldsorde en de Orde Leopold II. Alle drie kunnen verkregen worden. En raar maar waar, wat lees ik vandaag in De Standaard: “Leopoldsorde breekt Sonia zuur op. De Indiase politica Sonia Gandhi mocht bijna niet deelnemen aan de verkiezingen, omdat ze in 2006 het Belgische ereteken van Groot-Officier in de Orde van Leopold had gekregen. Een politiek rivaal zei dat het gedrag van koning Leopold II in Europa al lang werd beschouwd als de zwartste pagina uit de geschiedenis…” Nu maakt haar politiek rivaal wel een fout, want de Leopoldsorde is niet de Orde Leopold II. Het bewijst wel hoe men in het buitenland tegen dit fenomeen aankijkt. Ik moest ook onmiddellijk terugdenken aan het boek ‘De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo’ van de Amerikaanse historicus Adam Hochschild dat ik tien jaar geleden las. Op de achterflap lezen we: “In werkelijkheid is het relaas van de exploitatie van de Congo het verhaal van een van de grootste misdaden in de geschiedenis van de mensheid: een zwarte holocaust die het leven heeft gekost aan naar schatting tien miljoen mensen.” En in de inleiding: “En boven allen uit torende koning Leopold II, een man die evenzeer was vervuld van hebzucht en sluwheid, valsheid en charme als de meest complexe schurken van Shakespeare. (…) Bovendien – in tegenstelling tot veel andere grote plunderaars in de geschiedenis, van Djenghis Kan tot de Spaanse conquistadores – zag koning Leopold II nooit een druppel door geweld vergoten bloed. Hij heeft nimmer voet gezet in de Congo.” Daar ging mijn beeld van de wijze vorst, met lange witte baard, die op zijn sterfbed Congo aan België schonk, zoals ik het in de gemeentelijke basisschool van Dessel vijfendertig jaar geleden van meester Raeymaeckers mocht vernemen… Nu goed, als ik dit link aan het gegeven om toch maar 15 november te behouden, en niet het toekomstgerichte 9 mei, dan ben ik beschaamd. Beschaamd om voor het buitenland nog steeds een Belg te zijn.
De meest consequente politieker (bis) Van de Zevende Dag van vandaag ben ik opnieuw heel wat wijzer geworden. Het lichtend voorbeeld was, opnieuw, hoe kan het anders: Bart Somers. De man die zijn eigen leugens gelooft. Die zijn eigen schaduw niet kan volgen. Zo glad. Die man blijft me verbazen. Eigenlijk heeft die zijn ware roeping gemist: het Mechels Miniatuur Theater. Op 21 september van vorig jaar wijdde ik ook een columnpje aan hem. Hij verdient het opnieuw. Fantastisch, die kerel! Toen, in een debat met vier partijvoorzitters en gemodereerd door Marc Vandelooverbosch, Bart De Wever voorbeelden aanhaalde die moeten aantonen dat dit land niet langer bestuurd wordt – gewoon omdat dit land niet te besturen valt – schoot Bart Somers de hoofdvogel af. Als de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde niet gesplitst is, ligt dat aan de N-VA, aldus de leider van al de liberalen. (Van te voren had hij al duidelijk gemaakt dat Dedecker geen liberaal is.) Bart De Wever is moeilijk uit het lood te slaan, maar nu zag je zijn mond open vallen van stomme verbazing. De N-VA had alles onmogelijk gemaakt, raaskalde de burgemeester van Mechelen door. Dat hij en Steve Stevaert het waren die op de vooravond van de Vlaamse verkiezingen, welgeteld vijf jaar terug, het voortouw namen om dure eden te zweren, vergeet hij. Dat het zijn partij is die aanstuurt op belangenconflict na belangenconflict om een definitieve stemming toch maar uit te stellen, wil hij uit het collectief geheugen gewist zien. Dat hij de N-VA voor de voeten gooit niet in een regering te stappen, zonder splitsing… Welnu, mijnheer Bart, zitten wij in de regering? En voor het bedrog, ons aangedaan in de Vlaamse regering in mei 2005, werden door ons bijkomende voorwaarden afgedwongen om een strikter en doelgerichter beleid in de Vlaamse Rand mogelijk te maken. Eén van die elementen was het interpretatief decreet op het faciliteitenonderwijs. Ook hier is uw partij medeplichtig aan het feit dat we in het Vlaams Parlement niet tot een finale stemming kunnen overgaan en waarschijnlijk na de verkiezingen helemaal van voor af aan moeten herbeginnen. Somers, Vankrunkelsven, Tommelein, Van Biesen, Schiltz, Gabriels, Gatz, en al die anderen die ooit mijn partijgenoten waren: Shame on you!
De taak van een parlementslid Zou het kunnen dat ik een beetje een buitenbeentje ben in de politiek? Waarom ik dat denk? De heisa rond Jean-Marie Dedecker en Karel De Gucht weer gelezen of gehoord? Jongens, jongens toch,… Mijnheer Dedecker beweert dat hij uitsluitend zijn werk deed als parlementslid, als gekozene des volks, door de hulp van een privédetective in te roepen. Ben ik dan, aangezien ik nog nooit de diensten van privédetectives inriep, geen goed politicus? Veertien jaar mijn werk niet goed gedaan? Dan ziet het er niet goed uit voor mij als straks de kiezer over mij gaat oordelen… Ja, ik ben een buitenbeentje ten opzichte van de man uit Oostende, want ik doe op een andere manier aan politiek. Ik zoek niet constant de controverse op. In eigen gemeente tracht ik de boel te besturen samen met gedreven collega’s uit schepencollege, gemeenteraad en N-VA-bestuur en toegewijde ambtenaren en medewerkers binnen de gemeentediensten. Dat doen we op eigen kracht, met eigen middelen, met respect voor elkaar in vertrouwen en zonder achterdocht. En in Brussel doe ik mijn werk als parlementslid. Dit is decreten, resoluties en moties schrijven. En: de regering controleren. Maar niet zo, zoals mijnheer Jean-Marie Dedecker het nu doet uitschijnen. Een parlementslid moet inderdaad de uitvoerende macht controleren. Maar dat doe je niet door privédetectives in te schakelen. Neem nu het voorbeeld van Dedecker. Hij wordt, aldus zijn eigen zeggen, getypt over een te lage verkoopprijs van het gerechtsgebouw in Veurne en een te hoge huurprijs nadien. Een sale-en-lease-back-operatie waarbij de koper-verhuurder dikke winsten zou opstrijken. Bij deze koper-verhuurder zou mijnheer De Gucht en zijn hele gezin betrokken zijn. Indien dat zo is, indien dat vermoeden er is, moet mijnheer Dedecker inderdaad zijn werk als parlementslid doen. Maar dat is niet door te gaan onderzoeken wie de koper-verhuurder is. Wel wie er politiek verantwoordelijk is voor die verkoop. Wie die politieke beslissing nam en de belastingbetaler laat opdraaien. Op welke manier die verkoop en weder inhuring door de overheid verantwoord werd. Welke verantwoording de bevoegde minister (en dat was niet De Gucht) daarvoor heeft. En verder of de gehanteerde tarieven te verrechtvaardigen zijn. Daarvoor geeft de Grondwet en de wet het parlementslid meerdere instrumenten : hij kan de bevoegde minister pertinente vragen stellen of interpelleren. Hij kan het Rekenhof inschakelen om het dossier te onderzoeken en als hij een misdrijf vermoedt, dan moet hij klacht neerleggen en het gerecht laten optreden. Ook voor een parlementslid geldt hetzelfde als voor een andere burger wanneer hij vermoeden heeft over, of getipt wordt over strafrechtelijke zaken. Dan geeft ie dat door aan de bevoegde diensten: politie, parket,… En vooral, het parlementslid moet de overheid, de regering controleren. Niet de koper. Nu hangt mijnheer Dedecker opnieuw de vermoorde onschuld uit. Het parlementslid dat z’n werk doet en door het “systeem” gepakt wordt. Neen, hij moet als parlementslid de juiste kanalen gebruiken, zijn juiste taak voor ogen houden en zich ook houden aan de regels van ons parlementair systeem. Wat is zijn boodschap? Betrouwt Dedecker het Rekenhof niet? Of het Parket? Zijn ze allemaal betrokken en gekocht? Of is het gewoon omdat uitpakken met een privédetective meer spektakel is dan de juiste vragen stellen in het Parlement? “Een volksvertegenwoordiger betaalt een privédetective voor onderzoek naar vermeende fraude van een minister. Is dit een brug te ver?”, opent het Nieuwsblad vanmorgen. Voor mij is het antwoord overduidelijk: “ja”. En verder in dezelfde krant: “Dedecker veramerikaniseert de Vlaamse politiek. Goed kijken wie wint op 7 juni.” Ik zou het betreuren moest deze manier van werken in Vlaanderen vruchten gaan afwerpen. Misschien mag ik mij gelukkig prijzen dat ik ten opzicht van mijnheer Dedecker dan toch maar een buitenbeentje ben. Benieuwd welk soort politici de Vlaming écht wil.
Pasen is voor al de Christenen de belangrijkste feestdag. Zo belangrijk zelfs dat paasmaandag ook nog meegerekend wordt. Het is de tweede dag van het paasfeest. Pasen telt dus twee dagen lang. Ook andere godsdiensten en religies hebben hun feest- en hoogdagen. Ieder viert dat op zijn of haar manier. Ik denk dat we daar alleen maar respect voor moeten hebben. Iedereen heeft die vrijheid en dat is maar goed ook. Heel het paasgebeuren is hier bij ons echter zodanig ingeburgerd en deel van onze Westerse samenleving geworden dat eenieder, ook de niet- of andersgelovigen vandaag een feestdag hebben. Wat ik gisteren, op paasdag zelf, op onze openbare omroep hoorde deed me toch de wenkbrauwen fronsen…
Mag er al eens gelachen worden met geloof? Zeker. Met alles mag gelachen worden. Alleen vind ik dat humor ook iets pittigs moet hebben. Iets spiritueels. Iets creatiefs. Mag ik het een beetje ‘niveau’ noemen?
Herinner je de rellen nog in vele Europese steden omdat er in een Deense krant cartoons verschenen waarin de draak gestoken werd met de profeet Mohammed? We spreken van voorjaar 2006. Het was zelfs onderwerp van een pittig debat in het Vlaams parlement. Al de fracties kwamen toen uitvoerig tussen. Ik ben er evenwel nog steeds fier op dat ik toen als fractievoorzitter van de N-VA er in lukte een resolutie neer te pennen die meeondertekend werd door de toenmalige meerderheidspartijen en Groen!. De resolutie had twee invalshoeken: 1. de vrije meningsuiting als fundamenteel mensenrecht. 2. respect voor de diepe gevoelens bij de beleving van een godsdienst. Ze werd later op die dag unaniem goedgekeurd door alle partijen.
Waaraan stoorde ik me nu gisteren? Sinds 1 maart loopt op zondagnamiddag, op radio 1, het nieuwe programma van Pat Donnez: “Leef lang!” Hierin laat de programmamaker verschillende mensen hun licht schijnen over een hangend onderwerp. Op Pasen was dat: “Hoe leef je met God?” Nog een geluk dat er geen rellen uitbraken want het niveau kon niet tippen aan de Deense cartoons van drie jaar terug.
Zowel Philippe Geubels, Gunther Lamoot, Vitalski als de andere komieken (?) van dienst konden geen zinnig woord over hun mond krijgen over een nochtans boeiend onderwerp waarover ook wel kan en mag gelachen worden. Maar dit was helemaal niet lachwekkend én slecht gebracht. Het was de draak steken met alles wat met geloof, God, Christus of paus te maken heeft. Over abortus, euthanasie en condoomgebruik, over Jezus in een G-parade tot uw gat vegen met… Allemaal heel goedkoop, heel platvloers en kwetsend bovendien. In ieder geval niet datgene dat we in onze resolutie beoogden. Er is nog werk aan de winkel.
Nucleair afval Vanavond een leuke ervaring gehad. Ik kreeg in de late namiddag de vraag of ik bereid was naar Terzake te komen op Canvas. Studiogast om mijn licht te laten schijnen over de problematiek van de opslag van nucleair afval in Dessel en de maatschappelijke aanvaarding daarvan in de gemeente. Leuk en boeiend tegelijkertijd. Boeiend omdat het onderwerp me als burgemeester enorm interesseert en ook dagelijks bezighoudt. Leuk omdat het altijd wel een bijzondere ervaring is rechtstreeks vanuit de studio je ding te doen. Falen kan niet. Geen knippen en plakken. Het is alles of niks. Ik twijfelde er dan ook geen moment aan om ja te zeggen. (Onderaan vind je een link naar Terzake van 31 maart 2009) Na een reportage, opgenomen bij Belgoprocess in Dessel en Hades in Mol, kreeg ik de kans bij Annelies Beck tekst en uitleg te geven. Niet zo eenvoudig. In een paar minuten je punten maken in wat een avondvullend gesprek zou kunnen zijn. Er zijn toch wel een aantal zaken die we bij de problematiek van nucleair afval niet mogen vergeten. Of we het nu willen of niet, het afval is er. En of we nu voor of tegen kernenergie zijn, er zullen altijd vormen van radioactief afval geproduceerd worden, al was het maar vanuit de medische toepassingen. Zaak is dus om het zo veilig mogelijk te bewaren en te stockeren. En, laat ons dat zeker niet vergeten, ook blijvend te investeren in onderzoek ter zake. Wat het laag en kort levend afval betreft hebben we groen licht gegeven om tot een definitieve berging over te gaan in Dessel. Dit gebeurde met een grote betrokkenheid van de bevolking en met het bepalen van een resem randvoorwaarden die moeten vervuld zijn. Wat het hoog radioactief en langlevend afval betreft zijn we nog lang zo ver niet. Daar spreken we nog steeds over tijdelijke opslag. Nodig ook want veel van dit afval moet nog vijftig jaar afkoelen. Dit afval zit veilig opgeborgen bij Belgoprocess, o.a. in gebouw 136 (zie foto). Maar laat ons ook niet bij de pakken blijven zitten. We moeten mijns inziens niet alleen onderzoeken waar we dat afval straks gaan bergen. Neen, laat ons eerst eens ernstig onderzoeken of we dat afval niet verder kunnen behandelen. Nog beter scheiden en transmutatie. Omzetten. Werken aan de halveringstijden van duizenden jaren en deze terugbrengen tot hooguit tientallen jaren waarbij we na driehonderd jaar kunnen spreken van een volledig verval. Daar op inzetten zijn we verplicht voor de toekomst. En dat is geen science fiction. Het MYRRHA-project (Multipurpose hYbrid Research Reactor for High-tech Applications) dat we in het SCK (StudieCentrum voor Kernenergie) willen ontwikkelen past precies in dat verhaal. We zouden opnieuw de spits kunnen afbijten, vanuit de Kempen, en meespelen op wereldschaal wat kennis, onderzoek en kunde betreft in het domein van de kernfysica. Ook scheiden. Weet je dat het laatste decennium de gebruikte brandstofstaven in onze kerncentrales, die van Doel en Tihange, gewoon opgeborgen blijven ter plekke? Vroeger gingen die naar Frankrijk, naar Le Hague in Normandië. Ze werden er ontmanteld en de verschillende stoffen werden er gescheiden. Net zoals wij thuis al lang niet meer alles in de grijze container gooien, maar scheiden: GFT, PMD, glas, papier, KGA, en ga zo maar door. De Vlaming kent dat ondertussen wel. Een vergelijkbare scheiding in het nucleair afval zou ook daar de afvalstromen drastisch doen inperken en op maat behandelbaar en beheerbaar maken. Nog genoeg werk aan de winkel, maar daarvoor moeten beslissingen genomen worden; politieke beslissingen… En daarvoor is standvastigheid nodig. Nu mag Dessel maar een kleine gemeente zijn. Wij geven alvast het voorbeeld dat ook in dergelijke, moeilijke materies verantwoordelijkheden kunnen opgenomen worden. Wanneer volgt de "grote" politiek?
Beneliga Het was me weer een week. En het zal er de komende maanden niet op beteren. Met het oog op 7 juni is het werkterrein zo stilaan aan het verschuiven van het Vlaams Parlement naar allerlei fora op het terrein waar we de kleuren van onze partij mogen verdedigen. Van sporthallen over cultuurcentra tot scholen en conferentieruimten volgen de debatten zich in een ijl tempo op. Bestuurszaken, cultuur, onderwijs, binnenlandsbeleid, sport of media soms tot meer dan één keer per dag moet ik een knopje omdraaien om voor het juiste publiek de juiste toon aan te slaan en de juiste klemtonen te leggen. De inhoud blijft natuurlijk dezelfde maar afhankelijk van onderwerp en publiek moet de verpakking wel aangepast worden. Toch waren er buiten mijn eigen doen en laten een aantal zaken die mijn aandacht trokken, en ja ook ergerden. De twee toppers van ergernis vond ik in de kranten die ik las (en ik las van de week niet veel kranten). Vooreerst het interview met Marleen Vanderpoorten, voorzitter van het Vlaams Parlement, in De Standaard. Zij beweerde boutweg dat het Vlaams Parlement het met een pak minder verkozenen zou kunnen doen. De drie laatste rijen zouden overbodig zijn. Heb ik een geluk zeg dat ik daar net voor zit. Akkoord, niet elke collega is even actief, maar dat neemt niet weg dat ik zulk een uitspraak van de voorzitter ongepast vind. Natuurlijk kan het met minder. Ook de gemeenteraad van Dessel kan dat, zelfs de Vlaamse regering. (Dat bewijs levert de minister-president zelf door er alle bevoegdheden van Geert Bourgeois bij te pakken met alle gevolgen van dien…) Weet je, er zijn voorbeelden geweest waarbij het land bestuurt werd door één man. Ik denk niet dat dat beter was. Het andere betrof een reportage in de Gazet van Antwerpen over kernrampen. Het feit dat steeds meer Vlamingen voor kernenergie kiezen deed de krant wat tegengas geven: een overzicht van alle kernrampen of bijna kernrampen sinds kernenergie haar intrede deed. Nu ben ik de eerste, als burgemeester met toch wat nucleaire activiteiten op z’n grondgebied, om te beseffen dat er zeer omzichtig met straling en radioactiviteit moet omgegaan worden, maar als men dezelfde oefening zou maken, in dezelfde periode, over steenkoolmijnrampen en het aantal slachtoffers, weet ik wel wat de langste reportage zal zijn. Veel werd goedgemaakt door de preases van het Nederlands voetbal, Michael van Praag. Zijn voorstel tot een Beneliga, een competitie van de beste ploegen uit Nederland en België, is immers zo uit het N-VA verkiezingsprogramma gegrepen. De eerste reactie van de Belgische bondsvoorzitter was er weer één om in te kaderen. De Anderlechtsupporters gaan het niet leuk vinden om naar Amsterdam of Groningen te reizen… Slik… Is dat nu niet net de ploeg die elk jaar van Europees voetbal droomt? En ja, wat te denken van de Rijselsupporter als zijn ploeg naar Olympique Marseille moet afreizen of Hamburger SV naar München? Wat een argumenten van mijnheer De Keersmaecker. Dan toch maar provinciaal voetbal voor de KBVB? Neen, als het voetbal in de Lage Landen nog mee wil spelen op het internationale forum, zal er aan schaalvergroting moeten gedaan worden waarbij de competitie veel aantrekkelijker wordt. Voor de investeerder, en ook voor de supporter, in voetbalstadions die naam waardig. Geografisch gelegen binnen de driehoek van het Engelse, Franse en Duitse topvoetbal kan er wel degelijk iets moois bloeien wanneer Noord en Zuid de handen in elkaar zouden slaan. We zouden terug met de ‘grote’ jongens kunnen meespelen en de afstanden in deze kleine landen aan de Noordzee zullen daarbij niet de minste rol spelen. Ook voor de Anderlechtsupporter niet. Nu kunnen ze ook niet mee. Niet omdat de afstand te groot is, wel omdat het vak voor de bezoekers te weinig ruimte biedt. Ik vrees echter dat het ware probleem één van hoger staatsbelang zal zijn. De staatsgrens met de Hollanders zou wat kunnen vervagen. En dit 179 jaar na de Stomme van Portici. Leg me dan maar eens uit wie de enge nationalisten zijn als de uitgestoken hand uit het Noorden afgewezen wordt.
Zwerfvuilbusters Diegenen die me kennen, zullen het me misschien niet aangeven, maar sinds een paar weken ben ik terug vrij fanatiek aan het joggen. Fanatiek slaat dan vooral op het tijdstip waarop ik mijn kilometers afmaal. Om 6 uur ’s morgens. Ik kan er echt van genieten om dan tot omstreeks half 8 een toer door Dessel te lopen. Niet dat ik zoveel kilometers doe. Ik loop op een hartslag tussen 140 en 150, maar tracht het wel één uur tot anderhalf uur vol te houden. Het grote voordeel is dat ik me de rest van de dag super voel. Een tweede voordeel: dat ik nog maar eens met de neus op de feiten gedrukt word. Feiten die me mateloos tegen de borst stoten. Het gaat over het vele afval. Blikjes, een bepaald biermerk steekt er met verven boven uit, flesjes, eetverpakkingen, tot hele afvalzakken. Ik blijf het zeggen: ik kan er met mijn verstand niet bij. Leven de mensen nu echt graag op een vuilnisbelt? Ziet men dat nu zelf zo graag overal langs de kant? Want het is heus niet alleen in Dessel zo. Je moet eens kijken bij de op- en afritten van onze autosnelwegen… Of gewoon overal langs de kant van de weg en op pleinen… Jongens toch. Ik kan er begrip voor opbrengen dat iemand eens te snel rijdt, of door onaandachtzaamheid zelfs een keer een rood licht passeert, maar onbewust iets door het raam kieperen, daar geloof ik niet in. Hard aanpakken die onverlaten als je het mij vraagt. In Dessel worden regelmatig mensen betrapt. De boete is navenant en is eigenlijk weggesmeten geld. Toch in hoofde van de vervuiler. Van 12,5 tot 625 euro. Maar ook hier geldt het spreekwoord dat wie z’n achterste verbrand maar op de blaren moet zitten. Sinds enkele maanden werken we in Dessel met een subsidiereglement voor verenigingen of scholen die mee de strijd willen aanbinden. Ik noem ze Zwerfvuilbusters als afgeleide van de Ghostbusters die in de film van 1984 de strijd aanbonden tegen de geesten en demonen die de stad onveilig maakten om ten slotte in het finale gevecht Gozer te verslaan. De vergelijking gaat zeker op want het is een vaak onzichtbare, laffe vijand die moet bestreden worden. Verenigingen, clubs of scholen kunnen verantwoordelijkheid opnemen voor bepaalde wegtracés, wandel- en fietspaden of openbare bossen. Hier gaan ze dan drie keer per jaar het afval ruimen. De vergoeding: 50 euro per kilometer of per hectare bos, met een maximum van 1.700 euro per jaar per vereniging. Ook hier weer twee vliegen in één klap. Het ruimen zelf, maar ook het sensibiliseren van die mensen die vanuit hun club of school meedoen. Ik van mijn kant hoop dat niet alleen de overheid, maar de hele samenleving er werk van maakt en niet langer duldt dat een handvol onverantwoordelijken onze omgeving ontsieren.
Een stapje vooruit! Peilingen zijn maar peilingen, dat klopt als een bus, maar de peiling van VRT-De Standaard doet verdomd veel deugd. Ik denk dat ik zonder al te veel pretentie mag zeggen dat ik sinds oktober 2001 dag na dag mee aan de kar trek om van de N-VA een sterke, volwassen politieke formatie te maken. Buiten mijn eigen gemeente, waar we in 2006 vlot over de kaap van de 50% gingen, was het nationaal bloed, zweet en veel tranen. Tegenzittende peilingen (meer onder dan boven de 5%), een kartel waar we finaal bedrogen uitstapten en een eerste optimistische peiling in oktober, staan we nu te blinken met een percentage met een tiental voor. Het doet deugd, omdat we met het oog op de echte peiling, die van 7 juni, toch het gevoel mogen hebben dat het gaat lukken. Vitaminen opdoen om niet te versagen en door te duwen. Vitaminen ook voor die twijfelende kiezer die dacht dat een stem voor de N-VA een verloren stem zou zijn. We staan, zou ik zeggen, tussen de mensen en we hebben de stellige ambitie om daar minstens te blijven. Ik hoorde minister-president Peeters gisteren in het zeven uur Journaal zeggen dat het nog 93 dagen is en dat ze hun Vlaamse “flank” serieus zullen invullen en dat ook zullen “waarmaken”. Ik was verrast en ontgoocheld. Hadden ze dat 93 dagen geleden (of ondertussen al iets meer) eens gedaan. Samen met ons de stekker er uit getrokken. Maar neen, toen waren er garanties! Ik ben dus benieuwd hoe ze die Vlaamse “flank” nu serieus gaan invullen. Opnieuw zeggen dat ze niet in een federale regering stappen zonder staatshervorming? Opnieuw oproepen voor 5 minuten politieke moed om BHV te splitsen? Nu, ik moet hun strategie niet bepalen, maar ik denk dat de CD&V de voorbije periode duidelijk voor België koos. Werken hun ministers hard in de Vlaamse regering? Jazeker, maar alles wel in het teken van België. De Vlaamse “flank" hebben ze de voorbije periode al te open gelegd. Zelfs Erik, de broer van, zwijgt… Die “flank” nog geloofwaardig invullen? Ik ben benieuwd. Dat je ook voor je eigen volk kan kiezen bewezen vandaag duizenden Catalanen, hier in Brussel. Ik was er bij, samen met Ben Weyts (N-VA kamerlid) en Koen Huysmans (N-VA raadslid in Dessel). Zingend en leuzen scanderend stapten de in hoofdzaak jonge manifestanten van het Noord- naar het Zuid-station. Het deed een beetje vreemd aan; het luide “independentia” te horen weerklinken tussen de gevels van de gebouwen waar ik op gewone werkdagen wel eens ga vergaderen. Zij kwamen naar Brussel omdat betogen voor zelfstandigheid in Spanje niet mag. Wat een democratie! Ik voelde me goed in de groep: Vlamingen, Walen, Bretoenen, Basken, Occitanen en veel, heel veel Catalanen. Wedden dat we samen een open, verdraagzaam, tolerant en cultureel rijk Europa kunnen uitbouwen?
Belgisch-progressieve kneuterigheid Dat er geen zekerheden meer zijn in dit leven is een understatement. Zeker in dit land, zeker in het begin van deze eeuw. Vroeger werd ik door Belgischgezinde progressievelingen steevast uitgemaakt voor enge, onder de kerktoren Vlaams-nationalist. Nu de deelstaat Vlaanderen zich echter meer en meer op het internationale forum beweegt en manifesteert, waar ik alleen maar tevreden om kan zijn, zijn het diezelfde krachten die daar onverbiddelijk, ten onrechte en ongenuanceerd op inhakken. De bekendste toonzetters dezer dagen: Mia barones Doornaert en Karel zichzelf-weldra-kronende-keizer De Gucht. Zij hebben het niet begrepen op de openingen van opnieuw twee Vlaamse huizen in het buitenland. Ditmaal in New York en Madrid. Van die eerste kan ik het begrijpen. Zij heeft haar adellijke titel ook aan iets te danken. De tweede daarentegen past zijn mening en houding aan afhankelijk van de stoel waarop ie zit: Belgisch of Vlaams. Groen! schaarde zich gisteren in het Vlaams Parlement aan hun zijde. Zij waren het enige dissonant geluid in het voor het overige unaniem parlement als het ging over het buitenlands beleid van de Vlaamse regering. Waarom noem ik die houding kneuterig? De Belgische Grondwet bepaalt zeer duidelijk wat de Belgische en wat de gemeenschaps- en gewestbevoegdheden zijn. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend binnen- en buitenlands. Het buitenland is immers van niemand en dus van iedereen. Het is met andere woorden de plicht van de verschillende regeringen om conform hun bevoegdheden ook in het buitenland een beleid te voeren. Dat niet doen zou plichtsverzuim zijn en getuigen van kortzichtigheid. Sommigen pleiten daarvoor… Dat Vlaanderen zich meer en meer in het buitenland verankert is dus gestoeld op haar door de constitutie opgelegde taken. Het is onmiskenbaar zo dat Luc Van den Brande baanbrekend werk verrichtte in de jaren negentig. Nadien werd het vijf jaar stil… Tot Geert Bourgeois de draad opnieuw opraapte en er intens tegenaan ging. Minister van Buitenlands Beleid en Toerisme was een combinatie bij uitstek om bakens te verzetten. Wat hij ook deed. Alleen Madrid en New York heeft ie niet meer zelf mogen openen… Vlaanderen beschikt nu naast deze twee over huizen in Den Haag, Parijs, Londen, Berlijn, Wenen, Warschau en Pretoria en is actief bij de EU in Brussel en de multilaterale organisaties in Genève. Over heel de wereld zijn zeventig economische vertegenwoordigers actief; in Europa, Amerika, Azië, Afrika, tot het Midden-Oosten toe. Evenals culturele attachés, naast tien contactpunten voor toerisme van Den Haag over Beijing tot Tokio, die Vlaanderen op de kaart zetten. Een netwerk dat dagelijks uitgebouwd, versterkt en uitgebreid wordt. Niet voor de show. Wel om voor de zes miljoen Vlamingen een meerwaarde te betekenen en ook diezelfde Vlaming een gezicht te geven in de wereld. En, dat mag blijkbaar niet. Het nut van het Vlaams buitenlands beleid in twijfel trekken is echter niet alleen het Belgisch buitenlands beleid in vraag stellen. Het is een abdiceren van de grondwet. Mij, als N-VA’er, niet gelaten. Maar dan wel in de andere richting: een volledige ontvoogding. Wij hebben echt geen Belgische schoonmoeders nodig. Wel partners, en dat kunnen ook de Walen of Nederlanders zijn; onze naaste buren vandaag en morgen.
Sales qui? Negen jaar geleden verscheen het boek: “De charme van chaos” van Dirk Draulans. De Knackjournalist beschreef er een nakende burgeroorlog in België. Wallonië was Vlaanderen binnengevallen en de Vlaamse politieke elite het land uitgevlucht. Pure fictie, gelukkig maar. Eén van de aanleidingen: voetbalrellen na de match Charleroi – FC Antwerp. Ik had nog het voorrecht een rol te mogen spelen in dat boek. Evenals Patje boem boem Goots, toen stormfuselier van dienst bij de Great Old. Ik behoor niet tot de zogenaamde politieke elite en was dus in Vlaanderen gebleven… Daar moest ik aan denken toen ik akte nam van de berichtgeving over de aanstootgevende supportersgezangen en het door de supporters van stamnummer 1 opgehangen spandoek op Olympic waar men de Waalse openbare omroep viseerde. Ja, ook in Charleroi… Aanstootgevend? Ik begrijp het niet meer. Supportersgezangen zijn van alle tijden. En dat ze vaak van weinig smaak getuigen eveneens. Ik weet nog hoe ik als kind het Hollandse “hondelul” maar moeilijk kon plaatsen als ze het over de scheidsrechter hadden… Maar goed, terug naar dit gezegende koninkrijk. Stemt het niet positief dat de echt racistische oerwoudgeluiden zo goed als verdwenen zijn? Blijkbaar niet voldoende, want ten zuiden de taalgrens is men er vol van dat sommige Vlaamse supportsclans kreten in de mond nemen als: “Les Wallons, c’est du caca”. Of erger nog: “Les Wallons sont pédophiles.” In ieder geval beiden smaakloos. Maar dat wij al decennialang moeten luisteren naar “Sales Flamands”. Of: “Je préfère d'être singe que Flamand”, ook langs de voetballijnen, wordt dan even vergeten. Het grote verschil is dat de Vlaamse supportersscharen de Walen in hun eigen taal vernederen. Zelfs dat doen de Franstaligen niet. Als ze schelden is het in de taal van Moliére. Misschien daarom dat de meeste Vlamingen er geen aanstoot aan nemen. Ze begrijpen amper wat er gezegd wordt. Of is het gewenning dat optreedt? Dat de RTBf er zo veel aandacht aan besteedt, spreekt ook boekdelen. Zijn ze daar aan de Avenue Reyers even verontwaardigd als Franstalige politici in het buitenland de hele Vlaamse gemeenschap als xenofoob of racistisch gaan afschilderen? Of als algemene Vlaamse verzuchtingen op een dictatoriaal “non” blijven botsen? Zou het kunnen dat ook dat meespeelt als de Vlaamse supporters zich tegen de Walen keren? Of speelt alleen maar een selectieve verontwaardiging? Keur ik daarmee die gezangen goed? Neen, zeker niet. Ik ben een supporter in de ware betekenis van het woord: supporteren! Aanmoedigen! Dat is niet de andere vernederen, uitschelden of belachelijk maken. Iets wat ik spijtig genoeg ook langs het veldritparkoers hoorde de voorbije maanden en niet alleen in voetbalstadions. Maar zou het ook niet kunnen dat des te meer aandacht we aan die gezangen schenken, des te meer dit koren op de molen is? Willen die aanstokers dat net niet? Shockeren en hopen dat er over gepraat en geschreven wordt? En ja, dat het op TV komt? Willen opvallen noemen we dat bij ons. Zwijg er over, negeer het en het zal vlug gedaan zijn. Nu niet, vrees ik… Met dank aan de RTBf.
Kreten en gefluister Een politieke tegenstander kan je gemakkelijk treffen. Zeker als een zogenaamde “kwaliteitskrant” even een handje toesteekt. De waarheid speelt dan echt geen rol. Ik mocht het de voorbije dagen ervaren… Wat voorafging: Tijdens de plenaire vergadering van vorige week woensdag vond Gino De Craemer (sinds kort LDD) het nodig om van op het spreekgestoelte de N-VA onder vuur te nemen. Op zich niks op tegen. Ware het niet dat die man zijn zetel enkel en alleen aan de N-VA en het kartel met de CD&V te danken heeft. Zijn eigen verdienste: 0,000. Dankzij zijn plaats op de lijst, vierde kandidaat opvolger, en dankzij de pot waarbij zijn eigen stemmenaantal, tweede minste van de hele lijst, niet het minste verschil maakte, in 2007 als vijfde opvolger in het parlement gekatapulteerd. Nadat Geert Bourgeois ontslag nam als minister en terug naar af moest, onmiddellijk opnieuw opgevist doordat collega Jan Loones speciaal voor hem plaats maakte. Zijn woordgebruik en de manier waarop hij tegen ons fulmineerde stoorde mij enorm: “U zit hier dus te glunderen, mijnheer Bourgeois, maar uw enige verdienste is dat u vroeger dan CD&V ingezien hebt dat de dialoog op niets zou uitmonden. Ook u, mijnheer Peumans, gaat naar de verkiezingen zonder de broodnodige vette vis.” Sorry, maar ik kan daar niet tegen. Zeker omdat hij zeer goed weet, of toch zou moeten weten, wat voor inspanningen wij gedurende de voorbije maanden en jaren allemaal leverden, hemzelf incluis. Of moet ik Chroesjtsjov citeren: “zelfs een varken schijt niet waar het eet.” Daarom noemde ik hem crapuul toen hij langs mij naar zijn plaats terugkeerde. Was dit onbeleefd van mij? Ja. Had dit weinig stijl? Allicht ook. Had ik dit mogen doen? Neen. Sprak ik de waarheid? Aan de lezer om te oordelen. De stichter-voorzitter van Lijst De Decker wordt echter geroemd omdat hij zegt waarop het staat. Omdat hij geen blad voor z’n mond neemt. Mag ik dat dan ook eens voor één keer? Blijkbaar niet, want de wraak kan er om tellen. Alles te lezen op De Craemers webstek, acht bezoekers per dag, en de dag nadien uitvergroot verkocht aan de lezer van De Standaard. Zonder verifiëren, zonder controle, zonder navraag, zet de redactie van Vlaanderens zichzelf kwaliteitskrant noemende dagblad mij voor schut in de rubriek “Kreten en gefluister”. Ik zou na de splitsing van de Volksunie een akkoord gesloten hebben met de VLD, met Dirk Van Mechelen meer bepaald, om over te stappen. En passant kwamen we overeen om al het nucleair afval in Dessel te bergen. Finaal zou dat niet doorgegaan zijn omdat ook Margriet Hermans naar de VLD ging en ik mijn postje verloren zag gaan. Ik koos dan maar voor de zekerheid bij de N-VA… (slik) Hallo? Is er nog iemand bij de les? Vooreerst was ik na de splitsing van de Volksunie een vrij man. Mijn partij was weg. Toch doen deze leugens mij pijn, want ik legde mij neer bij het ledenreferendum, schikte me er naar en engageerde me voor meer dan 100% bij de N-VA. Ik onderhandelde met niemand! Men vergeet nogal gemakkelijk dat ik op het moment dat Margriet van Spirit naar VLD verhuisde als algemeen secretaris van de prille N-VA al maandenlang heel Vlaanderen aan het afreizen was voor onze “goede” zaak. Onder andere naar Brugge waar ik meer dan eens de gemoederen moest gaan bedaren om er de komst van ene Gino De Craemer aanvaardbaar te maken. Men vergeet dat ik in al die jaren dat ik politiek actief was alle aanbiedingen - en dat zijn er wel wat - van eender welke partij naast me legde. Evenzo dat ik in 2004 voor de derde keer op rij, en nu van op een onmogelijke achtste plaats, me zelf een weg naar het Vlaams Parlement werkte en twee jaar later met een autonome N-VA-lijst in eigen gemeente een absolute meerderheid behaalde (51% van de stemmen en 11 zetels op 19). Het verhaal rond het nucleair afval bewijst dan weer dat ze bij LDD, en al diegenen die dat overnemen, van dat dossier minder afweten dan een Neanderthaler van Excel. Dat De Craemer op die manier zijn gram haalt, daar maal ik om. Het bewijst alleen dat wat ik van hem denk nog zo fout niet is. Alleen, ik zal het niet meer zeggen… Maar dat De Standaard daar in mee gaat, begrijp ik niet. Ondertussen wordt het verhaal overgenomen op andere websites die de kans niet ongelegen laten om mij te treffen. En in de wereld van de politiek vind je die wel. “Het zal wel waar zijn zeker, want het staat in De Standaard,” luidt hun verantwoording. Is dit nu de nieuwe stijl van politiek bedrijven? Allerlei roddels en onwaarheden de wereld insturen rekenend op de wetenschap dat de mensen zeggen: “waar rook is, is vuur. Er zal wel iets van aan zijn.” Is dit nu nieuwe journalistiek? Daar klakkeloos in mee lopen? De plezante uithangen? Moet ik nu een klacht neerleggen? Neen, ik denk er niet aan. Die aandacht gun ik de man uit Assebroek niet. Ik wil alleen dat mijn lezers weten dat ik recht in mijn schoenen sta. Iets wat de heer De Craemer van zichzelf niet zeggen kan.
Van Opgrimbie tot De Panne Gisteren congresseerden we met de N-VA in de Grenslandhallen in Hasselt. De kleinste spruiten konden naar Plopsaland-indoor. Voor de papa’s, mama’s en grootouders werden de krachtlijnen van het N-VA verkiezingsprogramma geserveerd. Frieda Brepoels duidde de aanpak van onze campagne, congresvoorzitter Geert Bourgeois rondde de vijfentwintig krachtlijnen af die Jan Peumans, Helga Stevens, Mark Demesmaeker en ikzelf serveerden, waarna Bart De Wever de kers op de taart plaatste en ons wist te mobiliseren voor een harde kiesstrijd. Onze ambitie? Op z’n minst een volwaardige fractie in het Vlaams Parlement en opnieuw een gekozene in Europa. Vol vertrouwen, en met de kracht van onze overtuiging gaan we er ook voor. Vol vertrouwen? Inderdaad. Want welke partij hield er woord na het Vlaams regeerakkoord van 2004? Welke partij bleef tot op nu vasthouden aan de beloften die ze maakte met het oog op de federale verkiezingen van juni 2007? Maar goed, ondertussen heb ik ook genoeg ervaring in de politiek om te weten dat de kiezer je niet rap beloont voor wat je deed. Zijn of haar stem wordt hoofdzakelijk bepaald door wat je voorstelt en hoe je het verpakt. Door wat je zegt te gaan doen. Maar ook daar moeten we als N-VA niet beschaamd om zijn. Wel integendeel. Met een sterker Vlaanderen pakken we de crisis aan. En met vijfentwintig krachtlijnen gaan we voor een beter Vlaanderen. Voor één keer reken ik er echter op dat Vlamingen ook de geloofwaardigheid zullen laten meetellen. Dat ze niet alleen stemmen voor partijen die zeggen wat ze zullen doen, maar ook doen wat ze zeggen te zullen doen. En die bovendien verantwoordelijkheid kunnen en durven nemen. Anders zijn het maar woorden, woorden en nog eens woorden. Hebben we daar de voorbije jaren niet genoeg van gehad? Daarom zijn we ook zo scherp voor onze vroegere kartelpartner CD&V. Alles wat ze met ons zegden. Alles wat ze met ons opbouwden - op de eerste plaats hun Vlaamse geloofwaardigheid – gooiden ze overboord. Waarom? Hebben ze nog altijd niet begrepen dat je geen twee meesters dienen kan? Het is Vlaanderen of België. Eén van de twee, want hun belangen zijn tegengesteld… Het ergste is nog dat ze een regering in stand houden en zelf leiden die geen meerderheid heeft in Vlaanderen. Ongezien. De Vlamingen betalen de meeste belastingen, worden het meest gecontroleerd, worden tegengewerkt en trekken aan het kortste eind in de Belgische regering. In het najaar van 2007 bezwoor kandidaat premier Yves Leterme de paarse partijen en Guy Verhofstadt om zoiets nooit te doen. Zelfs niet voor een noodkabinet. Het zou, aldus de man uit Ieper, ondemocratisch zijn en getuigen van respectloosheid voor de zes miljoen Vlamingen. Zijn boodschap was toen duidelijk: indien jullie dat riskeren zullen we jullie bekampen te land, te zee en in de lucht, van Opgrimbie tot De Panne. Deze waarschuwing komt nu als een boemerang in het gezicht van de Christen Democraten. En ze kunnen er van op aan: ook dat zullen we doen! Van nu tot 7 juni.
Stop aub de PS gijzeling! Vanavond vlieg ik naar Edinburgh. Morgen neem ik er deel aan het driedaags internationaal PIME-congres. PIME staat voor “Public Information Materials Exchange” en wordt jaarlijks door de “European Nuclear Society” georganiseerd. Mij valt de eer te beurt het congres toe te spreken over het bevorderen van de publieke aanvaarding van nucleaire industrie. Natuurlijk ligt de ervaring die we in Dessel gedurende tien jaar opbouwden aan de basis daarvan. We lukten erin een maatschappelijk draagvlak te creëren om het laag en kortlevend radioactief afval in onze gemeente te bergen. Dit in samenspraak en samenwerking met de bevolking. We zijn daar, denk ik, terecht fier op. Ik heb onze ervaringen al mogen vertellen in Zweden, Catalonië, Slowakije, Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg en Engeland. Maar op zich is dat niet zo belangrijk. We doen gewoon ons werk. Wel belangrijk is wat ik de laatste dagen via verschillende bronnen mocht vernemen… De laatste weken heeft de nucleaire sector in België van zich laten horen. Het Nucleair Forum kwam met een sterke mediacampagne en daagt de mensen uit kritisch na te denken over energie, elektriciteit en de rol van nucleaire energie daarin. De woordvoerder van Greenpeace wist er niet goed weg mee. Hij haalde uit naar de woekerwinsten van Electrabel, maar een antwoord op de vraag van waar we straks onze elektriciteit zullen halen, gepaard met een strijd tegen de opwarming van de aarde en het verminderen van de CO2-uitstoot, hoorde ik niet uit zijn mond. Dat we spaarzamer moeten zijn zal niemand tegenspreken, maar de mensen wijsmaken dat we het straks met heel wat minder zullen kunnen doen, is hen op z’n minst gezegd een rad voor de ogen draaien. Het Nucleair Forum werd opgericht in 1972 en verenigt het merendeel van de ondernemingen en instellingen die zich in België inzetten voor de vreedzame toepassingen van kernenergie. Zij zijn actief in de reactorontwerp en –bouw, engineering, splijtstofbehandeling, elektriciteitsproductie, nucleaire diensten, kernafvalbeheer, nucleaire transporten, medische toepassingen en onderzoek en ontwikkeling. Natuurlijk zijn de Desselse bedrijven AREVA-FBFC en Belgoprocess, evenals het in Mol gevestigde SCK, prominent lid. Minister eist ontslag Wat mij nu geweldig tegen het hoofd stoot, is dat de Belgische minister van Klimaat en Energie, de PS’er Paul Magnette, het zo niet begrepen heeft. Hij is naar aanleiding van de aangehaalde mediacampagne in een Waalse colère geschoten en heeft zowel NIRAS, SCK als Belgoprocess op het matje geroepen. Hij eist daarbij dat de twee laatsten stante pede uit het Forum stappen. Ze moeten ontslag nemen. Je moet het maar durven: voogdijminister zijn en het niet nemen dat de bewuste instellingen of bedrijven hun eigen sector verdedigen. Tegenwerken zelfs. Het tegenovergestelde is zijn plicht. Hij moest hen danken voor de maatschappelijke uitdaging die ze aangaan. Voor de handschoen die ze opnemen. Hij moest hun bondgenoot zijn. Hen aanmoedigen. Bovendien is het vreemd dat wanneer ik namens GMF (Group of European Municipalities with nuclear Facilities) deelneem aan de werkzaamheden van de werkgroep “Transparency” van het directoraat-generaal Energie en Transport van de Europese Commissie die de lidstaten wil aanmanen zich ernstig te buigen over hun energiepolitiek en het nucleaire er duidelijk bij naar voor schuift, ik daar wel op zijn federale ambtenaren bots. Wat is het nu, mijnheer de minister? Eieren of jong? Meewerken of saboteren? Laat het duidelijk zijn dat wij in de Kempen deze schizofrenie niet langer nemen. Die gijzeling door de PS van de nucleaire sector in Vlaanderen, met name in de Kempen, moet onmiddellijk ophouden. Wij gaan voor onze ondernemingen. Voor de toekomstkansen van de sector. In Vlaanderen. In de Kempen. En als de PS dat niet ziet zitten? Pech! Overhevelen die materie. Punt aan de lijn!
Afrit Vlaanderen – Uitrit crisis Minister-president Kris Peeters werd vandaag nog maar eens op de rooster gelegd over de gemeenschapsdialoog waarvoor hij in september vorig jaar zo veel garanties had. In zijn spartelen om toch maar te duiden dat hij goed bezig is, ook al geloven een aantal oprechte burgemeesters van zijn eigen partij hem al lang niet meer, kon hij het niet laten om een sneer te geven aan de N-VA: “We zijn ook bezig met wat in het regeerakkoord staat en wat in het Vlaams Parlement over de staatshervorming is gevraagd, maximaal te realiseren. Sommigen hebben daar verkeersborden voor nodig, wij doen dat elke dag opnieuw.” Zijn nijd heeft waarschijnlijk te maken met Geert Bourgeois die hem nog steeds recht in de ogen kan kijken omdat hij, consequent als ie is, de volksverlakkerij in september al door had. Wij hebben beloften gedaan aan onze kiezers in 2004. Kris Peeters niet. Hij kwam aan boord na de stembusslag. Bovenal bewees de minister-president alvast dat ie op weg van zijn thuishaven Puurs naar Brussel de richtingaanwijzers van de N-VA al opgemerkt had. Vreemd dat hij dat met een venijnige ondertoon moest doen. De voorbije weken heeft de N-VA in meer dan één dossier gezegd dat de Vlaamse regering goed handelde (KBC, auto-industrie,…). Kris Peeters moest verheugd zijn dat wij alle vertrouwen stellen in het niveau waar hij, tot nader order, de dans mag leiden. De boodschap van mijn partij is zonneklaar: een sterker Vlaanderen = minder crisis. De crisis oplossen, dat kunnen we niet in een-twee-drie. Wij zijn geen populisten! Maar met meer bevoegdheden kunnen we ze wel veel beter opvangen en hebben we hefbomen om uit het economische dal te klimmen. Wil deze Vlaamse regering ook geen aansluiting vinden bij de Europese topregio’s? Het drama is, en de minister-president kan niet anders dan dat toegeven, dat Vlaanderen wel wil, maar niet mag; en België niet kan en soms ook niet wil (KBC). Onze voorzitter, Bart De Wever, parafraseerde op onze nieuwjaarsreceptie enkele weken geleden de dramatische woorden van William Shakespeare: “Something is rotten in the state of Belgium.” Het verschil is dat Shakespeare toneelstukken schreef. Het was drama. Het was fictie. Bij ons is het evenwel pure ernst. Pure realiteit. We gaan er mee slapen en we staan er mee op. De N-VA doet echter wat ze zegt! Het was onze ambitie om daar samen met anderen iets aan te doen. In de eerste plaats met de CD&V. In tweede orde met alle partijen uit de Vlaamse regering. Om beter te doen. Om tot werkende afspraken te komen met Wallonië. Maar we botsten op een eensgezind Franstalig ‘non’ en op een plooien van de andere Vlaamse partijen. De N-VA legt zich niet neer bij die blokkering en blijft hardnekkig de belangen van zes miljoen Vlamingen verdedigen. Omdat de klok genadeloos verder tikt en we de aansluiting met de rest van Europa dreigen mis te lopen! Afrit Vlaanderen - Uitrit crisis! Waar een wil is, is een weg. Vlaanderen heeft troeven op zak en moet die kunnen uitspelen. De N-VA laat het er niet bij en zegt waar het op staat. Dat is onze sterkte. Zonder taboes voorstellen en ideeën lanceren die ons uit de crisis kunnen helpen. En dit blijkbaar tot ergernis van de minister-president en anderen die zonder blozen hun verkiezingsbeloften inslikken.
Veldrijden is wel en geen topsport Het voorbije weekend was het Noord-Brabantse Hoogerheide erg Vlaams gekleurd. Belgisch schrijven de meeste kranten. Maar dat getuigt van slechte wil. Zijn het niet allemaal Vlamingen die ondanks de bijtende kou voor het mooie weer zorgen? Ja, allemaal! Als een sport populair is, als er medailles geoogst worden, zijn politici nooit ver weg. En, al spreek ik nu echt voor mezelf, niet allemaal om er stemmen te gaan winnen. Want geef toe, als ik met mijn kroost langs het parkoers in pakweg Loenhout sta, zal me dat geen stem meer opleveren. Neen, dan is het omdat deze volkssport ook mij aanspreekt, boeit en mee sleurt. Mij niet alleen trouwens, anders kreeg ik vrouw en kinderen niet mee… Toch zijn er politici die garen trachten te spinnen op de rug van Albert, Nys, Wellens of de andere volksidolen. Hoe moet ik anders verklaren dat liberale excellenties de beslissing die ze zelf namen om samen met minister van Sport Bert Anciaux veldrijden niet op de topsportenlijst te plaatsen nu afschieten? Is dit wat men noemt het mee huilen met de wolven in het bos rond een “slachtoffer” dat al veel wonden toegebracht werd? Met Anciaux als de prooi van dienst? Ook ik reageerde op het nieuws dat insloeg als een bom. Eén om die hypocrisie aan te klagen, maar ook om duidelijk te stellen dat veldrijden wel degelijk topsport is en dat we onomwonden kunnen spreken van topsportprestaties. Maar op de topsportenlijst staan as such is nog iets anders. En dat moeten de andere politici ook weten! De topsportenlijst bevat die sporten die op de Olympische- of Wereldspelen een discipline zijn. Dit ligt zo decretaal vast. Is het niet de verdomde plicht van een minister om als uitvoerende macht deze decreten ook correct uit te voeren? Veldrijden internationaliseert wel, maar hoort tot nader order niet in dat kransje thuis. Als ik het met de Verenigde Staten zou vergelijken zou American Football ook niet op de lijst staan. Geen Amerikaan die het in z’n hoofd zou halen om dit geen topsport te noemen. Wij doen dus ook hetzelfde niet met veldrijden! Er is dus een verschil tussen de topsportenlijst en topsport. Zo simpel is dat. Moet veldrijden daarom aan belang inboeten? Neen, zeker niet. Ook niet vanuit het beleid. De topsportenlijst is een technische lijst en spreekt geen oordeel uit. Ook niet over de sporten die er niet op staan. Als ik toch één raad mag geven aan Albert en co: ga wel in op de uitnodiging van de minister van Sport. Hij was correct en consequent.
Ze lachen ons uit Ik ben even van mijn blog geweest. Niet dat er niks gebeurde. Dat er niks te becommentariëren was, integendeel. Maar het overlijden van mijn lieve grootmoeder deed me even andere prioriteiten stellen… We hebben op een mooie wijze afscheid van haar kunnen nemen, en hoe pijnlijk ook, de wereld draait door en ook ik moet de draad terug oppikken. Voor het drama in Dendermonde schieten dan weer woorden te kort. Ook de mijne. Ik kan enkel diepbedroefd het hoofd buigen en ingetogen denken aan slachtoffers en nabestaanden… Ik hoop alleen dat al diegenen die nu heel veel pijn gedaan wordt ook de moed kunnen vinden om hun leven opnieuw zin te geven. Dat ze mensen mogen ontmoeten die hen warmte en liefde geven. Met enig uitstel wil ik toch mijn kritiek spuien over het politiek reilen en zeilen van de voorbije periode. De manier waarop de Waalse politieke strijd zijn schaduw wierp op het Vlaamse bankwezen en de Vlaamse economie spande daarbij de kroon. Door domme commentaren te geven en in een sfeer van politiek opbod om het marktleiderschap in Wallonië, slaagde de minister van financiën, Didier Reynders erin om de in hoofdzaak Vlaamse KBC in moeilijke wateren te drijven. Erger nog; het bekvechten tussen de Franstalige liberalen en socialisten maakte een optreden van de federale overheid onmogelijk. Vreemd. Als een bank met Franstalige tentakels in moeilijkheden verkeerd, is men er als de kippen bij om in te springen. Nu het in hoofdzaak om een Vlaamse instelling gaat, kijkt men bewust de andere kant op en moet het Martelarenplein, de Vlaamse regering, inspringen. Voor Wallonië een Belgische reddingsboei. Voor Vlaanderen een Vlaamse. Te lezen dat die Belgische boei ook in grote maten door Vlaanderen betaald wordt. Hoe zat dat ook weer over de solidariteit in dit gezegend koninkrijk? Weer maar eens toonden de Franstalige politici waar het hen om te doen is. Niet om het land. Zeker niet om de Vlamingen. Deze namiddag kwam in de commissie Binnenlandse van het Vlaams Parlement opnieuw het uitblijven van een splitsing van BHV ter sprake waar ondanks een arrest van het Grondwettelijk Hof belangenconflicten zich blijven opstapelen. De Vlaming laat ook dit lijdzaam gebeuren. Ik zat naast Christiaan Van Eyken van het FDF en kon het niet laten hem te vragen of zij niet lachen met de manier waarop de Vlaming zich laat doen en met zijn voeten laat spelen. Het lachje van hem dat ik daarop als antwoord kreeg, sprak boekdelen…
Een parabel… Een brave burger doet bij het gemeentebestuur van Dessel een bouwaanvraag. Hij is milieu- en energiebewust en wil fotovoltaïsche cellen plaatsen op z’n dak. De gemeente geeft hem bovendien een premie. Aangezien hij in een goedgekeurde verkaveling woont doet het schepencollege een openbaar onderzoek en er komt één bezwaar binnen. De linkerbuur is niet akkoord. Hij vindt dat niet mooi, die fotovoltaïsche cellen op het dak van z’n buur. Hij heeft ook wat afgunst, maar dat wil hij natuurlijk niet gezegd hebben… Het schepencollege weerlegt om evidente redenen het bezwaar en stuurt het hele dossier met gunstig advies door naar de diensten van stedenbouw. Na enkele maanden komt dat terug met de toestemming om bouwvergunning af te leveren. Net voor het college de definitieve bouwvergunning wil afleveren komt echter de rechterbuur binnenwandelen. Hij is ook niet akkoord. Hij komt een bezwaar indienen… Hij vindt dat ook maar niks. Hij begrijpt de afgunst van de andere buur en wil hem wat helpen. Opnieuw weerlegt het college het bezwaar, verstuurt alles naar stedenbouw en na maanden krijgt men opnieuw de toestemming om vergunning af te leveren. Op de valreep komt nu de overbuur binnenwaaien. Ook hij komt een bezwaar neerleggen. Hij is de achterneef van de linkerbuur en staat bij hem nog in ’t krijt. Een wederdienst. En na nog eens maanden procederen komt de achterbuur… Als je dan denkt dat iedereen geweest is komen ook nog de eigenaars langs van een huis dat 200 meter verder in diezelfde verkaveling staat. Een huis dat ze verhuren omdat ze zelf in Benidorm wonen… En zo kan dat spel jaren aanslepen. Kan je het je inbeelden? Wat denk je dat die brave burger, die wil investeren in fotovoltaïsche cellen, nu denkt van heel die poespas? Van de manier waarop de overheid werkt? Inderdaad; dit verhaal klopt niet. En waarom niet? Waar schort het? De periode dat men bezwaren kan indienen is voor iedereen dezelfde. Net na de bekendmaking ervan. Dus in de periode dat het openbaar onderzoek loopt. Niet zo in België. Zowel met betrekking tot de splitsing van de kieskring Brussl-Halle-Vilvoorde als met het decreet faciliteitenonderwijs wordt een bezwaar ingediend. Dat bezwaar doorloopt de hele procedure en als alles achter de rug is volgt een nieuw bezwaar van een andere instantie (lees een andere buur). Dat is de Belgische democratie. Aan dat verhaal, dat ik voor het eerst van Peter De Roover (VVB) hoorde, moet ik denken als ik vandaag lees dat het Waals parlement waarschijnlijk een belangenconflict zal inroepen met betrekking tot de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Een kieskring die in het Brussels en Vlaams gewest ligt. Welk belang de Walen hier bij hebben is me een raadsel. Maar is dat nodig? Dat belang? Wedden dat ik straks met mijn voorstel van decreet ook opnieuw prijs heb? En dan komen sommigen zeuren dat de mensen BHV beu zijn. Zou onze brave burger zijn plannen voor fotovoltaïsche cellen al niet lang opgeborgen hebben? Misschien is dat de tactiek: verzuring tot stand brengen.
Deze week (niet) in de media Onze voorzitter, Bart De Wever, is goed bezig. In zijn functie. In de Kamer. De voorbije weken ook in ‘de slimste mens’. Hij doet dat goed. En akkoord, het is maar een spel, ik word er toch overal over aangesproken. De manier waarop hij Herman De Croo de mantel uitveegde was subliem. Die man presteerde het opnieuw om Vlaams-nationalisten mentaal gehandicapten te noemen. Hoe moet ik anders zijn repliek verklaren dat Bart de uitzondering op de regel is? Vijfenveertig minuten later wist Vlaanderen wie het meest mankeert… Nog een geluk dat Bart in dat programma het verschil kan maken want op het politieke veld is het voor onze partij steeds moeilijker om door de mediamuur te geraken. Drie voorbeelden. Woensdag deden we in het Vlaams Parlement minister-president Kris Peeters spartelen. De man die eind september in hoogst eigen persoon de N-VA buiten kieperde. Hij had garanties voor de communautaire dialoog. Wij geloofden het niet langer. Hij en zijn partij wel. Woensdag moest hij toegeven dat de federale beleidsverklaring haaks staat op het Vlaams regeerakkoord. Minister Anciaux stond aan onze kant toen hij daaruit citeerde en namens de Vlaamse regering proclameerde dat er over BHV niet onderhandeld wordt. Maar daarmee was de kous niet af. “Ik zit niet in de federale regering, mijnheer van Dijck”, haalde hij naar mij uit toen ik hem vol ongeloof vroeg of dat waar is dat hij niet wist wat er in die beleidsverklaring zou staan. Het was nochtans zijn partij die die goedkeurde. Weerklank van de match Peeters – N-VA op een punt waarover het electoraal succesrijk kartel uiteenspatte in onze Vlaamse kranten: nul. Wie herinnert zich de totstandkoming van de BOM-wet nog (bijzondere opsporingsmethoden) in januari 2003? Wie weet nog welke partijen die wet maakten? Juist: rood, blauw en groen. En de CD&V die er met minister Vandeurzen nog niet in lukte om het misbaksel waarop nu zware criminelen al fluitend buiten kunnen stappen, kon aanpassen? Blijkbaar lag er een voorstel van hem ter zake klaar. Het werd door de regering Leterme echter niet behandeld. Geen consensus… Wie herinnert zich verder nog hoe in die periode toenmalig kamerlid Geert Bourgeois fel van leer trok tegen die slechte, onduidelijke wet en zelf voorstellen neerlegde? Wie zou denken dat de man nu publiek zijn gram mag halen, heeft het mis. Neen, de eerste die op de radio zijn gal komt spuwen is Renaat Landuyt. Waar zat uw partij destijds mijnheer Landuyt? Ben jij niet mee verantwoordelijk dat dit nu allemaal kan gebeuren? Er zijn met andere woorden in dit dossier weinig partijen die geen boter op hun hoofd hebben. Maar, ze zijn er. Ze krijgen echter weinig of geen gehoor in de media. Tot slot hield de N-VA donderdag een persconferentie over haar economisch relanceplan. Als daar de mensen nu niet wakker van liggen… Opkomst van de dames en heren journalisten: twee verslaggevers. De Standaard/Het Nieuwsblad en persagentschap Belga. De anderen hadden blijkbaar geen interesse. Voor hen is de N-VA slechts een one-issue partij. Iets communautairs? Daarnaar komen ze luisteren. Maar economie? Met plezier leg ik onder deze column een link naar de N-VA webstek en de rubriek programma. Zo zie je maar dat er weinig onderwerpen zijn waarover wij geen voorstellen, geen ideeën of plannen hebben. Het is toch frustrerend, neen? Een one-issue partij genoemd worden en dan voor een quasi lege zaal uw verhaal moeten doen over een bloedernstig onderwerp dat je als partij met veel zorg, aandacht en nauwkeurigheid uitwerkte. Zo wordt dat one-issue gegeven natuurlijk een self fulfilling prophecy. Als de N-VA iets te vertellen heeft, luisteren we niet. Mooi!
Villa Politica Mag ik jullie allen, waar je ook zit of bent, het allerbeste toewensen voor het nieuwe jaar. Bovenal een goede gezondheid en veel vreugde voor jezelf en al wie je dierbaar is. Vandaag heb ik het merendeel van mijn tijd gesleten met wat achterstand weg te werken op m’n bureau en wat teksten te schrijven. En… met één oog naar Villa Politica kijkend. Anders zit ik tijdens de uitzendingen van Villa Politica in Brussel. Zowel op woensdag als donderdag. Nu kon ik zelf eens aandachtig naar Villa Politica kijken: het debat naar aanleiding van de regeerverklaring van Van Rompuy Un in de Kamer. Het is vreemd. Passief kijken… Ik betrapte me erop toch steevast commentaar te geven, te bellen en te sms’en alsof ik er zelf bij zat… Het programma van vandaag werd als volgt opgevat. Stukken live-uitzending, afgewisseld met commentaren van Linda De Win en professor Carl Devos. Haar vragen blonken uit: “Is mijnheer Vanvelthoven nu de beste spreker?”, om maar een voorbeeld te geven. Weet je wat me eigenlijk het meeste opviel? En het is dat dat ik hier op mijn blog kwijtwil. Vlamingen debatteerden met Vlamingen. Walen met Walen. Niemand, of toch bijna niemand, richtte zich tot een politicus, een collega van over de taalgrens. Het bekvechten speelde zich af ten noorden de taalgrens. Ieder z’n democratie! En ten zuiden de taalgrens? Daar moet ik het antwoord schuldig op blijven. Zo snel er een Franstalige aan het woord kwam, verliet men de plenaire en ging men in de wandelgangen interviews maken. Of, men becommentarieerde de voorbije, Nederlandstalige spreker. Wat een Franstalige vertelde was blijkbaar niet belangrijk. Niet interessant. Vreemd. Want de Franstaligen zijn de meerderheid in de meerderheid. Eigenlijk kon onze openbare omroep de tweeledigheid van dit land niet beter in beeld brengen. Als een Franstalige sprak, draaide men de geluidsknop dicht en de camera zwenkte weg. Wat de meerderheid van de meerderheid wenst, denkt, meent of voorstelt werd mij totaal onthouden. Niet relevant… Of is daar geen oppositie wiens kritiek de moeite waard is? De splitsing van dit land in de geesten, in het parlement, nu ook op Villa Politica.
L’ancien CVP est arrivé De CD&V is er in gelukt om op een paar maanden tijd alle geloofwaardigheid overboord te gooien. Staatshervorming en splitsing Brussel-Halle-Vilvoorde? De Vlaamse kaarten zijn duidelijk opgeborgen. Over het laatste wil men zelfs gaan onderhandelen. En wat het eerste betreft; niet voor de regionale verkiezingen van juni 2009. Wie gelooft die mensen nog? Sint-juttemis zeker? Het Belgisch staatsbelang telt. Niet het belang van 6 miljoen Vlamingen. Om het in kaarttermen te zeggen: miserie troef. Benieuwd hoe Kris Peeters dit in het Vlaams Parlement komt duiden. We zullen hem met vroegere verklaringen confronteren. Hoe is het mogelijk? Na het opblazen van het kartel in september en het aan de deur zetten van het trio Leterme-Vervotte-Vandeurzen worden op een symbolische wijze de 1.230.000 stemmen van juni 2007 bij het huisvuil gezet. Zeg nu zelf: Yves Leterme 800.000, Inge Vervotte 135.000, Jo Vandeurzen 70.000 en de N-VA toch minstens geraamd op 225.000. Samen op de kop 1.230.000… Bangelijk. Van zuivering gesproken, aldus Luc Van der Kelen in de krant vandaag. De oude CVP is duidelijk terug. Zelfs Erik Van Rompuy kondigt al aan zich te gaan inhouden… Als dat geen capitulatie is. Voor Inge Vervotte heb ik veel begrip. Zeg nu zelf: hebben alleen Jo Vandeurzen en Yves Leterme fouten gemaakt? Fouten die dan nog moeten aangetoond worden. Reynders en De Gucht, toch ook genoemd in de Fortissaga, blijven doodleuk zitten. De minister van buitenlandse zaken heeft zelfs zicht gekregen op een bevordering naar Europa. Broeder De Wael mag zich vanaf nu de eerste burger van het land noemen als kamervoorzitter. Alleen bij de Vlaamse christendemocraten wordt naarstig gerommeld. Verder wordt er in de media opvallend weinig gesproken over het feit dat deze regering in de Kamer maar op de steun van 41 van de 88 Vlamingen kan rekenen: 46%! In Franstalig België is dat 85%. De meerderheid (Vlaanderen) is in de meerderheid duidelijk in de minderheid. Ook in de regering wordt de pariteit fel scheefgetrokken door de toevoeging van twee Vlaamse en wel vijf Waalse staatssecretarissen. Het is zonneklaar wie in dit land de macht heeft. Niet de Vlamingen. Mijnheer Van Rompuy kan wel een wijs en verstandig man zijn. Met zijn aantreden en de manier waarop is l’ancien CVP meer dan ooit terug: Vive la Belgique.
We beleven rare tijden De politici van nu kunnen het niet, is de tonaliteit in de media. Men grijpt terug naar de vorige generaties: Martens, Eyskens, Tobback, Claes, Dehaene… Niet alleen maar om hun licht te laten schijnen op de huidige donkere tijden. Neen, nu ook al om uit de impasse te geraken. Albert II heeft echt zorgen: de vroegere generatie; alsof het toen allemaal peis en vree was. In die tijd werd politieke vrede afgekocht. Kwamen hervormingen tot stand mits het betalen van geld. Veel geld. Die tijd is gedaan… Het geld is op… In zijn voorwoord in Knack van deze week is Rik Van Cauwelaert de enige die scherp uithaalt naar de ‘staatsmannen’ van vroeger. Net zoals ik twee columns terug brengt hij ‘staatsman’ Eyskens voor het voetlicht. Nog een geluk dat er journalisten zijn met een geheugen. Bovendien zijn er nu in Vlaanderen ook politici die ‘neen’ durven zeggen. Kan je het hen kwalijk nemen? Het bukken en buigen is gedaan. De huidige Vlaamse politici beseffen maar al te goed dat ze verantwoording moeten afleggen aan ‘hun’ kiezers. En dat zijn, omdat we nu eenmaal niet in een Belgische democratie wonen, uitsluitend de Vlamingen. Dat is hun referentiekader. Niet België. En neen, die politici zitten niet alleen in de zogenaamde Vlaamsgezinde partijen. Die partijen zijn trouwens vakkundig buitenspel gezet. Die politici zitten in alle Vlaamse partijen. Spreek off the record met liberalen, socialisten of christendemocraten. Met ministers en parlementsleden (liefst die van het federaal niveau) en zij zullen stuk voor stuk toegeven dat het Belgische model niet meer werkt. Het is tot op de draad versleten. Kan koninklijk verkenner Wilfried Martens dat verhelpen? Ik denk het niet. Om toch maar een schijn van staatsmanschap op te werpen duikt daar plotseling het schepencollege van Mechelen op. Burgemeester Somers en schepen Gennez. Nu als voorzitters van hun respectievelijke partijen Open VLD en SP.a. Zij orakelen om in juni al de verkiezingen samen te voegen. Niet alleen Vlaanderen en Europa, maar ook Kamer en Senaat. Vervroegde verkiezingen voor het federale dus. Iedereen in het bad. En vanaf dan wettelijk vastgelegd. Daar begrijp ik echt niks meer van. Ook voor België een legislatuurparlement zoals Vlaanderen en Europa? Nooit meer vervroegde verkiezingen? En waarom nu dan wel? De burger krijgt een degout van de politiek. Ik begrijp het volkomen. Maar is dat niet normaal in een land waar de democratische basisregels niet gerespecteerd worden: - sterk vermoeden van belemmeren rechtsgang; - uitspraken van het Grondwettelijk Hof negeren; - kieswetgeving aanpassen a la tête de client; - parlementaire Vlaamse meerderheid die gefnuikt wordt; - wetgeving opleggen die door meerderheid niet gewenst is; - regering maken die geen meerderheid heeft in de grootste deelstaat; - Franstaligen die een reeks belangenconflicten kunnen inroepen t.o.v. Vlaanderen dat dat één maal kan; - Franstaligen die steevast in het buitenland hun gram gaan halen en Vlaanderen er afschilderen als racistisch en xenofoob; - … Wanneer hoor ik daar de welbespraakte Wetstraatwatchers en slimme politologen eens een boompje over opzetten?
Financial Times 'We waren de N-VA geworden', luidde de titel van het interview met Jo Vandeurzen in de Gazet van Antwerpen drie dagen nadat het kartel sprong. Weet je het nog? Eind september 2008. De N-VA geloofde niet langer in de dialoog die door Kris Peeters opgestart werd en waarvoor de Franstaligen onvoldoende garanties boden. De N-VA zegde ook haar vertrouwen op in het kabinet Leterme Un. Het waakvlammetje waarmee we de regering gedoogden werd door een massaal bijgewoond N-VA congres uitgeblazen. De reden waarom we in kartel stapten en de ambities waarmee we de verkiezingen wonnen, werden een maat voor niets. Leterme en met hem de CD&V had die conclusie ook beter getrokken. Ze waren beter de N-VA geworden… Niet in september 2008, maar in september 2007 al. Hoe zou het hem anders vergaan zijn? Stel je voor. Na de lange onderhandelingen in Hertoginnendal de handdoek in de ring gooien met de woorden: “Kijk: Het kartel heeft de verkiezingen gewonnen. Ikzelf haalde 800.000 voorkeurstemmen. De Vlamingen willen een grondige hervorming van de staat. Ze gaven mij een duidelijk mandaat. Als dit niet kan. Als jullie dat tegenhouden. Welnu, doe het dan zonder ons. Niet met mij!” Hoe zou het hem anders vergaan zijn? Wedden dat ze hem in juni 2009 op een schild het Vlaams parlement zouden binnendragen. Hij zou nog een politieke toekomst gehad hebben. Maar neen, hij maakte andere keuzes. De Wetstraat 16 was zijn obsessie. ‘Ik ben er en ik blijf er’ werd zijn devies. De orkestleider op de Titanic. Want dat was hij, Yves Leterme. De orkestleider van een orkest dat nooit in harmonie was. Dat nooit de instrumenten op elkaar kon afstemmen. Dat steevast vals klonk. Hij brak pas toen zijn trouwste adjudant het voor bekeken hield. En België? De Titanic… Nu is de huidige crisis niet direct communautair, maar het staat toch als een paal boven water dat dit land onbestuurbaar is. Ook de Brits-internationale zakenkrant de Financial Times speculeert over het voortbestaan van België op haar voorblad vandaag. De krant waarschuwt voor een gedestabiliseerd België op een moment dat het land geconfronteerd wordt met zware economische uitdagingen. De krant brengt ook de aanslepende formatie en communautaire crisis in herinnering. België verkeert volgens de Financial Times in een soort 'permanente sfeer van verwarring en verdeeldheid' en men stelt de vraag of 'één van de meest gedecentraliseerde landen ter wereld nog kan voortleven als één entiteit'. De vraag stellen is ze beantwoorden. Dit land is ziek en stuurloos. Het Vlaams Parlement moet zich toch eens grondig bezinnen of het de touwtjes niet zelf in handen moet nemen. Dit in het belang van zes miljoen Vlamingen.
Mark Eyskens Er zijn zo van die heren die te pas en te onpas, gevraagd of op eigen initiatief, als éminence grise ten tonelen gevoerd worden, hun mening ventileren over het politiek gebeuren en hun oordeel vellen. Liefst dan nog tegen het licht van ‘hun’ tijd toen alles zoveel beter scheen te zijn. Mark Eyskens, die meer dan eens minister was en zelfs de reeks van de regeringen Martens even als premier onderbrak tussen laatstgenoemde vierde en vijfde kabinet, is zeker één van hen. ik heb toch wel mijn buik vol van zijn mediaoptreden en opgestoken vingertje. Die ergernis kreeg in hoofdzaak vorm toen hij in de zomer op de radio de huidige politieke arena een kindertuin noemde. Was dat dan zoveel anders in zijn tijd? Toch eens het onderzoeken waard… De druppel die echter de emmer doet overlopen is voor mij de uitspraak die hij nu laat optekenen in het boek van Marlène de Wouters, ‘In alle Staten’: "Cultuur is maar cultuur voor zover zij onderhevig is aan het sponseffect, aan het opslorpingseffect. Extreemrechts, het Vlaams Belang, de N-VA zijn daar tegen. Zij vinden dat we voorzichtig moeten zijn en onze cultuur moeten bevestigen en verdedigen. Zij zijn tegen emigratie, tegen de vreemdelingen en tegen de verengelsing, ook hier aan de universiteit. Zij willen al die vreemdelingen buiten." Met die “zij” bedoelt hij duidelijk ook de N-VA. De partij waarmee zijn partij, a propos, bijna vijf jaar kartel vormde en nog doet in vele localiteiten… Is die partij xenofoob en racistisch? Ik ga hier geen argumenten aanhalen om aan te tonen dat de N-VA dat niet is. Elk zinnig mens weet dat. Hij ook trouwens. Waarom dan toch die vuilspuiterij? Die leugens? Mag ik u nu ook eens tackelen, mijnheer Eyskens? Wie was die politicus Mark Eyskens eigenlijk? Bij één van de laatste verkoop van afgevoerde werken uit onze gemeentelijke bibliotheek kon ik de hand leggen op het boek ‘De Walm van de Wetstraat’, uitgegeven bij Coda in 1994. In dat boek halen de journalisten Eva Coeck en Jan Willems enkele grootschalige schandalen uit de doofpot en benen ze uit tot op het bot. Het waarom van dat boek lezen we op de achterflap: “Politici hebben aanzien en invloed. Ze dragen een grote verantwoordelijkheid. We mogen bijgevolg veronderstellen dat ze (z)onder meer vakbekwaam en integer zijn. Wanneer één van deze kwaliteiten ontbreekt, zijn de gevolgen niet zelden nauwelijks te overzien. In de schaduw van maatschappelijke en economische dossiers ontwikkelen zich vaak complexe en duistere ‘affaires’, waarin Belgische gezagdragers een wezenlijk aandeel hadden en hebben.” Het boek gaat over de jaren zeventig, tachtig en begin jaren negentig. De jaren dat ik een prille tiener was en de periode dat ik mijn eerste stappen in de politiek zette. Het zijn ontluisterende verhalen die anno 2008 onwezenlijk klinken. En wat valt mij op als ik het boek lees? De vele keren dat de naam Mark Eyskens genoemd wordt. Het begint met de fraude met de gewestplannen in de jaren zeventig, waarbij op verschillende momenten tijdens de procedure van opmaak op de verantwoordelijke kabinetten op frauduleuze wijze gekleurd en geknipt werd. Gronden kregen onder duistere omstandigheden andere kleuren. De latere Minister van Staat, en op dat moment staatssecretaris van Ruimtelijke Ordening en Streekeconomie, was niet beschroomd om zijn handelen te vergoedelijken als de ‘zorg voor de bedreigde Vlaamse meerderheid in de randgemeenten’. Dat de Groene Gordel rond de hoofdstad na het gesjoemel meer rood (=woonzone) gekleurd was dan voordien was daar onomstotelijk het bewijs van… In de begin jaren tachtig beheerde de professor uit Leuven het ministerie van Economische Zaken. Het is in die periode dat er miljoenen staatssubsidies vloeiden naar bedrijven van de Beaulieu-groep. Niet zonder enige kritiek. Niet conform de geldende regels. Ook hier trachtte de welbespraakte politicus zich er uit te praten met de stelling dat met die miljoenen staatsteun aan deze privé-onderneming de overheid een besparing doorvoerde. Indien Beaulieu failliet zou gaan, zou de staat immers al die werklozen een vergoeding moeten uitkeren… Finaal verliest Mark Eyskens alle geloofwaardigheid wanneer Walid Khaled, woordvoerder van de terreurbeweging Aboe Nidal en op haar beurt verantwoordelijk voor de zogenaamde Silco-gijzeling, doodleuk door Brussel kan wandelen. Het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens had hem een visum gegeven. Nadat de minister faalde om alles in de doofpot te stoppen weerlegde hij de roep om zijn ontslag met volgende gevleugelde woorden: “Mocht ik in de Britse regering hebben gezeten, dan was ik natuurlijk al lang opgestapt. Maar we zijn in België. Hier is de politiek een kippenhok.” Het is voorjaar 1991… Aan de lezer om te oordelen of de anekdote van vader Gaston Eyskens die toen ie premier werd de vraag hoe men hem voortaan moest aanspreken - met premier of professor - beantwoordde met: “zeg maar professor want in dit land kan iedereen premier worden”, ook op zijn zoon Mark van toepassing is...
Believers en non-believers Ik sta wat achter op mijn weblog. Niet dat er niks gebeurt, wel integendeel. Maar veel ander werk: begroting in Brussel en Dessel, heel wat dossiers in voorbereiding van de laatste gemeenteraad van het jaar, nieuw personeelsstatuut, enz. De snelheid echter waarmee minister Frank Vandenbroucke vandaag gecounterd wordt door het cdH met zijn “communautair akkoord” kan ik echter niet links laten liggen. De Vlaamse minister van Werk en zijn Waalse collega meenden elkaar gevonden te hebben en communiceerden een akkoord te hebben over de regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid. Beide socialisten hadden afgesproken die bevoegdheid in de toekomst zelf op te nemen: “Een belangrijk punt is dat alles wat te maken heeft met ondersteuning, begeleiding en opleiding van werkzoekenden, maar ook de opvolging daarvan, in één hand komt, namelijk die van de gewestregering.” Beide ministers waren er volgens Belga van overtuigd dat het arbeidsrecht, het loonbeleid en de financiering van de sociale zekerheid federale bevoegdheden moeten blijven. Vreemd van Frank Vandenbroucke, want hier neemt hij wel een loopje met het Vlaams regeerakkoord. Wordt ie niet geacht daar naar te handelen? Dat niet alles kan uitgevoerd worden, kan ik nog begrip voor opbrengen, maar zeggen dat je er van overtuigd ben dat… Niet echt loyaal van de Vice-Minister-President. Maar hoe pover het onderonsje van de socialisten ook was, de banbliksem kwam weer maar eens van Joëlle Milquet. De federale Vice-Eerste Minister en Minister van Werk laat niet met zich sollen. En daar heeft ze een achttal goede redenen voor: 1. Marcourt en Vandenbroucke horen geen cavalier seule te spelen; 2. Brussel wordt als gewest over het hoofd gezien; 3. de Franstalige eenheid in het communautaire debat wordt gebroken; 4. eerste moeten, na het débacle van de drie niet-benoemde burgemeesters, de partijvoorzitters samen zitten vooraleer er opnieuw kan gepraat worden; 5. onderhandelingen moeten collectief gevoerd worden; 6. er moet discretie heersen; 7. er kan niet in een pre-electorale periode gecommuniceerd worden ten nadele van de eenheid tussen de Franstaligen, noch ten nadele van de sociale partners die nu onderhandelen over een interprofessioneel akkoord; 8. het is niet door geïsoleerd naar buiten te komen en zonder overleg noch akkoord van de andere Franstalige partijen dat de Franstaligen versterkt zullen worden. En geef toe; is in deze tijd van economische crisis. In een periode dat we ons goed moeten bezinnen over arbeid en tewerkstelling, dat laatste element niet het belangrijkste? De Franstaligen versterken! Van prioriteiten gesproken… Het is duidelijk dat Frank Vandenbroucke een believer is. Blijkbaar wou hij in z’n eentje, met een geloofsgenoot, bakens gaan verzetten. Nu ja verzetten? Een beetje verschuiven. Ik vrees echter dat hij spoedig aan onze kant zal moeten plaatsnemen. Die van de non-believers. Want dat er van een ernstige hervorming - die naam waardig – niks in huis zal komen, is ondertussen bijna ieder weldenkend mens van overtuigd.
Chantage Zo noem ik de reactie van de Franstalige politici, hun media en sommigen aan deze zijde van de taalgrens. Wie maakt de economische crisis ondergeschikt aan de drie narren (zoals ik ze op deze blog een half jaar terug noemde – 14 april 2008) die niet benoemd worden? Wie koppelt de noodzakelijke hervormingen van dit land aan die drie uit de Rand? Noodzakelijke hervormingen om de economische regressie het hoofd te bieden. Niet minister Keulen. Niet het Vlaams Parlement dat hem hierin steunt. Niet de Vlaamse regering, die laat ons hopen, straks geen knieval gaat maken. Tot vervelens toe heb ook ik in de commissie Binnenlandse van het Vlaams Parlement gesteld dat alle burgemeesters die in Vlaanderen benoemd worden de toets van de wet moeten doorstaan. Dit is zo in Dessel, in Westerlo, in Antwerpen, en ja, ook in Linkebeek, Wezembeek-Oppem of Kraainem. Ik kan me niet inbeelden dat dit in Wallonië anders zou zijn. Voor de drie van de Rand een uitzondering maken zou een kaakslag betekenen (mijn excuses dat ik dit woord durf gebruiken) voor alle burgemeesters in dit land. Kan of wil men dat niet begrijpen? Dit alles weerhoudt de drie er zich niet van om op de respectievelijke websites van hun gemeenten zich te afficheren als “burgemeester”. Dat die drie de meerderheid van de kiezers in hun dorp achter zich hebben? Thiery 37% in Linkebeek, Van Houbrouck d’Aspre in Wezembeek-Oppem 40% en in Kraainem d’Oreye De Lantremange 25% Et alors? Ik in de gemeente waar ik woon 42%. Wil dat dan zeggen dat ook ik mij alles mag veroorloven? Neen toch. De geschiedenisboeken staan vol van typen die op een groot electoraat konden bogen, daar hun legitimiteit uit haalden en er vervolgens een knoeiboel van maakten. En dat men niet smalend komt doen over de wetsovertredingen van die drie. De taalwet, ja. Voor sommigen misschien een futiliteit, maar voor mij en voor velen met mij een basisregel, een basiswet die het samenleven van verschillende taalgroepen mogelijk moet maken. En dit op basis van respect! Is dit nu in België, in Vlaanderen, in Brussel, in Europa of Québec. Taalwetten zijn er om mensen en hun cultuur te beschermen. Om verdraagzaamheid in de hand te werken. Is dat niet legitiem? Is dat niet nodig? Die wetten met de voeten treden, er een loopje mee nemen, werkt onverdraagzaamheid en discriminatie in de hand. Dat Reynders, Di Rupo, Milquet en Durant daar ook maar eens even aan denken als ze nog een greintje om dit land geven.
Moet er nog zand zijn? Vanmorgen ben ik toch wel geschrokken van de tonaliteit in de Knack van deze week. Nu pas gelezen... Niet zozeer de onthullingen over de exuberante levensstijl dat het trio Mary, Van Hecke en Geysen er aan de Reyerslaan op nahielden. Op geen enkele manier goed te praten wel te verstaan. Ook niet de manier waarop men het duo Morel - Vanheck van het Madouplein aan de schandpaal nagelt. Ik lig echt niet wakker van wat zij privé wel of niet doen… Wel de analyse die Rik Van Cauwelaert maakt van deze regering, de artikelen over de bankencrisis en ten slotte de burgemeestersbenoemingen en de communautaire dialoog. De zinsneden liegen er niet om: - Al sinds haar aantreden rijgt de regering van de tegenwoordig van zelfvertrouwen glimmende premier Yves Leterme de mislukkingen en de nederlagen aaneen. - De Belgische regering reed vooral voor buitenlandse overheden en financiële instellingen. - Deze regering lijkt vastbesloten tot het bittere einde aan te tonen dat het federale koninkrijk België is uitgewoond. - Die communautaire dialoog lijkt dus een doodgeboren kind, al wil niemand dat voorlopig hardop toegeven. Jaren terug speelde het Dessels Amateur Gezelschap DAG een hilarisch stuk waarbij elke scene afgesloten werd met de poetsvrouw die met een emmer opkwam en de woorden uitsprak: “Moet er nog zand zijn?...” Inderdaad: moet er nog zand zijn? Plaatsvervangende schaamte. En dan te weten dat ik zo’n vertrouwen had in die man. In Yves Leterme. Er is zelfs een CD&V-parlementslid die me nog niet zo lang geleden uitlachte toen ik hem in vertrouwen vertelde voor die man gestemd te hebben. En er zijn nog meer CD&V-parlementsleden die me nu voorhouden dat het toch maar goed is dat er nu een regering is met deze financiële crisis. Het zal allemaal wel waar zijn zeker. Maar wat kopen we ervoor? In andere middens hoor ik de roep naar een Obama in België. Iemand die een positieve boodschap brengt. Iemand die weet te mobiliseren. Iemand die kan werven en ons allemaal terug op het rechte pad (sic) weet te brengen. O ijdele hoop. Want het grote verschil met Amerika en ons land, zoveel kleinier dan de States, is wel dat Amerika een natie is. Hoe verscheiden die Amerikanen ook zijn: afro, latino, native, Aziatisch of Europees. They are all Americans. België, zovele malen kleiner, is dat niet. Wij hebben geen natiebesef. Integendeel. We lachen er mee: met ons land, de politiek, het koningshuis,… België als één grote kolderbrigade. En toch probeert men de schijn hoog te houden. Andere woorden heb ik er niet voor als ik van de week naar aanleiding van Koningsdag weer een resem eretitels en adelbrieven zie uitdelen. Een vervroegde Sinterklaas voor grote mensen die zo fier als een gieter huiswaarts kunnen keren na eerst het polletje van de Vorst mogen geschut te hebben. En toch mogen we de moed niet opgeven. Alleen ongelofelijk frustrerend dat de Vlamingen zich bij dit alles blijven neerleggen. Ja, er moet nog heel veel zand zijn.
Het koekoeksjong Zo’n verlengd weekend geeft je wat respijt om een boek te lezen. Niet dat er niks anders te doen valt: 11.11.11, wapenstilstand, sportwedstrijden van de kinderen inclusief deelname aan de Cross Cup in Mol, een trouw en eetfestijnen van vier verschillende verenigingen… Maar toch, tijd om ‘Het Koekoeksjong’ van Ivan De Vadder te lezen. En dat koekoeksjong, kan het iemand verbazen, is Bart De Wever. Als afgeleide heel de N-VA natuurlijk. Het boek handelt (nog maar eens) over de politieke crisis tussen de federale verkiezingen van 10 juni 2007 en de installatie van de regering-Verhofstadt III op 21 december van datzelfde jaar. Veel nieuws leer ik er niet uit. Het zou me trouwens verbazen… Maar toch goed om alles zo nog eens op een rijtje te zien staan. Vooral de uitspraken van protagonisten doorheen de crisis. Zo is het nu wel wrang lezen dat ook de CD&V bleef herhalen niet in een regering te stappen zonder een staatshervorming. Hic et nunc weten we wel beter. Wat te denken van Pieter De Crem vorig jaar rond deze tijd: “Er zijn er nog altijd die denken dat, wanneer puntje bij paaltje komt, het raison d’état, het staatsmanschap, toch zal naar boven komen. (…) Ze vergissen zich.” En verder: “Diegenen die denken dat ze het kartel uit elkaar zullen spelen, zullen van een koude kermis thuiskomen.” Ondertussen is mijnheer al bijna een jaar minister van Landsverdediging en ligt het kartel anderhalve maand in de prullenmand. De man die mij in het boek van De Vadder evenwel het meest tegen de borst stoot is Karel De Gucht. Hij blijft maar herhalen dat de N-VA’ers de ambetanteriken zijn. “Dat zijn caractériels”, laat hij op bladzijde 203 optekenen. Zij stellen principes en hun partijstandpunt boven het belang van de staat, o schande. Hij biecht zelfs op dat hij in 2003, op verzoek van Guy Verhofstadt, met die mensen heeft gepraat… Foei, foei, foei! Maar, het klopt. Ik was er bij. De VLD wou toen een kartel met die ’caractériels’. Die ‘caractériels moesten in hun plannen zorgen dat zij de grootste werden. De grootste bleven. Zij wilden ons voor hun kar spannen. Van hun kant Guy Verhofstadt, Karel De Gucht, Patrick Dewael, Bart Somers, Bart Tommelein en André Denys. Van onze kant Geert Bourgeois, Frieda Brepoels, Bart De Wever en ikzelf. Het draaide anders uit. Hun trukken van de foor pakten niet. Misschien heeft Karel De Gucht in zijn analyse wel gelijk. Hij laat meermaals optekenen dat nationalisme en liberalisme haaks staan op mekaar. Dat zal zo wel zijn. Toch vreemd dat de VLD bol stond of staat van mensen die zichzelf ooit nationalist noemden: Bart Somers, Jaak Gabriels, Fons Borginon, Sven Gatz, Patrick Vankrunkelsven, Hugo Coveliers, Jef Valkeniers, Annemie Vandecasteele, Bart Tommelein, Luk Van Biezen,… En waarschijnlijk ben ik er nog een hele reeks vergeten. Over koekoeksjongen gesproken… Misschien daarom dat de echte liberalen zich thuis voelen bij LDD?
He ’s just a man Obama-mania, zo kan je de hipe noemen nu Barack Hussein Obama de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen heeft en straks als 44ste president zal ingezworen worden. Ook in Vlaanderen zijn de meeste politici en commentatoren er nu als de kippen bij om hem voor hun kar te spannen. Socialisten, liberalen, Christendemocraten,… allemaal hebben ze iets van Obama’s politiek. Vreemd, want als ik zie wat de democraten in de US voorstaan, kan ik dat naar onze normen maximaal centrum rechts noemen. Iets waarvoor de meesten van hierboven geciteerd hun neus ophalen. En, bovendien is ie een rasechte patriot. Wat in Vlaanderen zeker zonder begrip is… Wat er ook van zij; het waren beklijvende TV-beelden vanochtend. Heb je hem ook zien staan, tussen de menigte in Chicago? Jesse Jackson. Met tranen in z’n ogen. De dominee burgerrechtenactivist die in 1984 en 1988 tot tweemaal toe mee dong naar de nominatie voor de democratische partij. De man ook die aan de zijde stond van Martin Luther King toen die in 1968 laf vermoord werd. Wat moet er in die man, in die zijn hoofd zijn omgegaan… Het is inderdaad bewonderenswaardig wat de 47-jarige Obama presteert. Niet alleen de overwinning van een stembusslag. Maar meer nog de hoop die hij bij miljoenen mensen doet opleven. Bij Amerikanen. Bij niet-Amerikanen. Dat op zich is onvoorstelbaar sterk. Maar, ook zo teer. Zo broos. He ’s just a man, moet je weten. Hij zal dit natuurlijk nooit lezen, maar ik wens hem in gedachte toch veel sterkte, doorzettingsvermogen en overredingskracht toe. Hij zal het meer dan nodig hebben.
Waarom verhuizen? Het is vandaag de twaalfde Allerheiligen dat we naar het graf van mijn vader trekken. Gelukkig doen we dat niet alleen met Allerheiligen. Dan hoort het… Neen, gewoon. Ook zo maar eens een bezoek brengen aan het graf van vake. Maar wat er ook van zij, op 1 november is het dé dag om onze doden te herdenken. Ook in de media kan men er niet aan voorbij. Gisterenavond las ik in “Magazine”, bijlage bij de Gazet van Antwerpen, een interview met auteur Erwin Mortier (foto) dat luidt naar de titel: “Elk verdriet kent zijn eigen gisting”. Mortier krijgt er heel wat lof in toegezwaaid met zijn pas verschenen ‘Godenslaap’. Het boek wordt vergeleken met Claus’ meesterwerk ‘Het Verdriet van België’. In ‘Godenslaap’ is de 90-jarige Helena aan het woord. Ze verhaalt over de gruwelijke Eerste Wereldoorlog. De schrijver staat in het interview ook stil bij afscheid nemen. Bij rouwen. Bij het moeten loslaten van dierbaren. Het laatste half jaar heeft hij tot driemaal toe die bittere smaak moeten proeven. Maar ik deel wel zijn mening - zijn gevoel - wanneer hij stelt dat elk afscheid anders is. Dat is ook zo. Onze gevoelens tot wie ons dierbaar is, zijn ook voor iedereen totaal verschillend. Leven en sterven, het blijft de mens beroeren. De leegte die dat alles creëert blijft het grote mysterie. Maar laat me eerlijk zijn, het was de aankondiging in de donderdagkrant die me met belangstelling het artikel deed lezen. Die luidde immers als volgt: “Als Vlaanderen zelfstandig wordt, ga ik verhuizen.” Daar gaan we weer, dacht ik luidop bij mezelf. Alweer een schrijverkunstenaar die zich in de progressieve hoek wil wringen door zich negatief uit te laten over zijn eigen gemeenschap. Weer één die hengelt naar een koninklijke onderscheiding? Neen, daar moet meer achterzitten. Erwin Mortier is niet de eerste die deze gratuite uitspraak poneert. Anderen deden het hem al voor. Zelfs Margriet Hermans. Origineel was het dus op z’n minst niet. Maar waarom deed de heer Mortier deze uitspraak? Iemand die verder toch zeer erudiet en integer overkomt. Wat deed hem dit zeggen? Waarmee onderbouwde hij deze stelling? Het interview lezend en de wijsheid van de man aanhorend, namen mijn verwachtingen toe. Mijn geduld werd op de proef gesteld… Toen kwam het: “Nederland bestaat sinds de 16de eeuw, maar België is een creatie van een Londens congres! België is er gekomen om geopolitieke redenen. Irak net zo, overigens, maar al die kunstmatige landen lijken wel in te storten. Gelukkig hier zonder schieten tot nog toe. Als Vlaanderen zelfstandig wordt, ga ik verhuizen. Ik krijg alleen al bij de gedachte eraan last van claustrofobie.” Dat was het dan. Ik opnieuw een ontgoocheling rijker. Een illusie armer. Ik volg de heer Mortier helemaal. Tot en met de ‘tot nog toe’ die voor mij zo hoort te blijven. Maar zijn conclusie? Ik snap het niet. Van een kunstmatige staat, terecht, brandhout maken en vervolgens de natie waarin hij wél woont denigrerend, zonder één argument, afwijzen. Over welke claustrofobie heeft hij het? Gaat het over een gebrek aan openheid? Wat is er eng aan Vlaanderen? Ik heb geen Franstalige Belg nodig om méér Europeaan, méér wereldburger te zijn. Heeft de geschiedenis dat al niet ten volle getoond? Gaat het over te weinig verdraagzaamheid? Moeten Vlamingen lessen krijgen over omgaan met diversiteit van mede-Belgen die zelf geen enkel respect betonen voor de Nederlandse taal en cultuur? Gaat het over politiek? Wanneer we zien dat er in Vlaanderen beslissingen genomen worden terwijl de Belgische Wetstraat bol staat van immobilisme? Gaat het over cultuur? Waar wij ons zonder complexen naar het Noorden richten en verder de wereld ons dorp is? Zowel in de literatuur, de beeldende kunsten, dans, muziek, mode, enz? Neen, mijnheer Mortier, ik begrijp u echt niet. Vlaanderen is een niveau waarin zich een democratische besluitvorming afspeelt. Het is een politieke, culturele, maatschappelijke, sociale en economische ruimte. Ze moet niet uitgevonden worden. Ze is er. Ze bestaat. Meer dan de Belgische. Waarom verhuizen? Is het hier niet goed?
De problemen van de mensen Tot tweemaal op rij, op minder dan een week tijd, ventileerde ik via een perscommuniqué mijn mening over het banenverlies in de Kempen. Inclusief aanzetten om hier tegen op te treden, op korte en langere termijn. Tot op heden lees ik daar zeer weinig over… In die maten zelfs dat mensen me aanspreken, aanschrijven. Een citaat: “Kris, Ik hoor of lees ZEER WEINIG van u en N-VA ivm het enorme banenverlies in de Kempen.” Of een andere: “Waar zitten jullie politici nu?” Van een openhartige journalist kreeg ik gisterenavond het verduidelijkend antwoord: “Helaas mocht ik dat niet schrijven. Ze willen concrete info he, mensen die hun verhaal doen, directie enzo, maar geen politici die vragen hierover stellen. Tja, dat is het beleid op de redactie.” Voila. Zijn dat niet dezelfde kranten die klagen over de kloof met de burger? Moet ik dan straks een advertentie gaan plaatsen? Reclameruimte kopen? Politici zijn wel degelijk bezig met de problemen van de mensen. Werk is daar een zeer fundamenteel gegeven bij. Elke samenleving is immers gebouwd op een voldoende grote massa die werkt. Die bouwt, onderneemt, iets maakt, iets realiseert. Het is niet aan politici om banen te creëren. Wel dat aan de randvoorwaarden voldaan wordt: mobiliteit, infrastructuur, sociale zekerheid, concurrentiekracht, lasten op arbeid, onderwijs, enz. En voor diegenen die het nog niet begrepen hadden; daar gaat de staatshervorming over! Over hefbomen voor Vlaanderen. Over mogelijkheden om onze economie op peil te houden. Om de concurrentiekracht sterker te maken. Indien wij niet over die instrumenten kunnen beschikken, zullen banen blijven wegvloeien… Kranten en media die de problemen van de mensen isoleren van wat politici, van welke kleur ook, daar over denken, zeggen of schrijven, zijn mede schuldig aan het wantrouwen dat de mensen in hun vertegenwoordigers hebben. Het is een cordon dat op termijn de fundamenten van onder ons democratisch bestel weg zaagt. Geen politieke tegenspraak meer is het einde van de democratie. Beseft men dat wel?
BN2018 Vandaag is de heer Alain Courtois in de commissie Cultuur, Jeugd, Media en Sport tekst en uitleg komen geven over de kandidatuurstelling van België en Nederland voor het wereldkampioenschap voetbal in 2018. Als ik de heer Courtois één ding moet meegeven, dan is het wel zijn gedrevenheid. Zowel om een dossier op te stellen en het project te onderbouwen. Als het geloof in een niet te verwaarlozen kans om de ‘Nederlanden’ op de wereldkaart te plaatsen. “Nederland toont zich toekomstgericht. Doet België dat ook?”, daagde hij de opgekomen commissieleden uit. Die voorzet kon ik niet laten liggen: “Doet de KBVB dat ook?”, was dan ook mijn repliek. Iedereen weet dat Vlaanderen bereid is geld in voetbalstadions te pompen als er zich een voor de Vlaamse overheid erkende voetbalfederatie aandient. Het is platweg gezegd: “geen erkenning, geen centen.” Laat ons eerlijk zijn dat de kans om een wereldkampioenschap voetbal of Olympische spelen naar onze contreien te halen niet zo evident is. Het vergt jaren van voorbereiding. Jaren van plannen, investeren en werken. En bovenal, een sublieme organisatie. Alle neuzen in dezelfde richting. Kleine landen kunnen dit niet alleen. Het is weggelegd voor de grotere… Alhoewel, Japan en Zuid-Korea zijn niet direct klein en moesten zich ook aan elkaar linken… Maar goed, het toont wel aan dat duo-organisaties kansen bieden. Op Europees voetbalvlak hadden we ook al Euro2000 in België en Nederland, gevolgd door Oostenrijk-Zwitserland de voorbije zomer. De Heer Courtois was vol lof hoe de Nederlandse overheid die kampioenschappen van acht jaar geleden ook evolueerde en er de nodige lessen uit trok met betrekking tot infrastructuur, openbaarvervoer, enz. Vanuit België bleef het bij een vriendelijk felicitatiebriefje. Allez, dat is toch al iets. Op infrastructuurvlak moet er, zeker in België, wel wat gedaan worden. Stadions met minimaal 60.000 zitplaatsen voor openingsmatch, halve finales en finale en verder stadions met minimaal 40.000 zitplaatsen. Alles in totaal vijf in Nederland. Vijf in België. Stadions die bovendien vlot bereikbaar zijn en die meer zijn dan alleen maar een voetbaltempel. In België zouden er al zes kandidaten zijn (alfabetisch): Antwerpen, Brugge, Brussel, Charleroi, Genk en Luik. Alleen in Vlaanderen al is er daarvoor een goede wisselwerking nodig tussen het Vlaams Gewest (ruimtelijke ordening, ontsluiting, vervoersmodaliteiten,…) en de Vlaamse Gemeenschap, bevoegd voor sport. Bevoegd voor de beleidskeuzes. En zo kom ik weer bij het begin van het verhaal: “Doet de KBVB dat ook?” Geven we het voetbal in Vlaanderen een echte kans? Aan het voetbal zelf om dit te bewijzen.
De dialoog Voorlopig één zin daarover: Tien jaar nadat de Vlaamse resoluties gestemd werden in het Vlaams Parlement; bijna vijf jaar nadat het kartel CD&V-N-VA tot stand kwam; ruim vier jaar na het Vlaams regeerakkoord met een sterk communautair luik en vijftien maanden na de federale verkiezingen, vatte Phillippe Moureaux (PS) de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap samen als volgt: “Laten we er de schijn aan geven geschiedenis te schrijven…”. Behoeft Verder geen commentaar.
Boerenbedrog De voorbije dagen is de crisis in de banksector hét gespreksonderwerp. Hét onderwerp in het nieuws. Terecht trouwens. Het gaat over de spaarcenten en beleggingen van de hard werkende Vlaming. Zelf ben ik geen specialist ter zake. Verre van trouwens. Getrouwd zijnde met een KBC personeelslid laat ik de bankzaken aan mijn lieve echtgenote over. En, zij doet dat goed. Maar ook als leek kijk ik met stijgende verbazing toe. Wat me nog het meeste stoort, is dat diegenen die roepen dat het vertrouwen moet hersteld worden geen gelegenheid voorbij laten gaan om te waarschuwen en juist de mensen bang maken. Zo hoor ik bepaalde politici, en niet de minste, verklaren dat er geen onderzoekscommissie mag komen om de sfeer sereen te houden. Terwijl diezelfde politici een halve dag later met de tijding komen dat het gevaar nog niet geweken is. De zaken zijn ernstig en door ze zelf ook als zeer ernstig te bestempelen, maakt elk ingrijpen, elke zet naar een oplossing een held van de man die de leiding heeft. Maar ook in deze is het moeilijk te definiëren wat nu de juiste oplossingen zijn. Niemand heeft een kristallenbol. Maandag was het voor 49,9% in het kapitaal van Fortis stappen door de BeNeLux-landen nog een meesterzet. Nu, bijna één week later, wordt al getwijfeld of men niet beter ingegaan was op het overnamebod van 1,6 Euro van vorige zondag. Een bedrag dat men nu zeker niet meer krijgt, aldus Paul D’Hoore in Het Journaal. De Nederlanders deden er op het eind van de week nog een schep bovenop door de Nederlandse tak integraal over te nemen en zo wist het vriendje van Steve Stevaert, Financiën minister Wouter Bos, ons te vertellen dat zo het gezonde deel gevrijwaard wordt van besmettingsgevaar. België – Nederland: 0 – 1. De vraag volledig nationaliseren of volledig verkopen blijft hangen en de adviezen komen vaak uit verrassende hoek. Oud-liberaalkamerlid en professor Paul Degrauwe pleit nu voor een volledige nationalisering. Voor een liberaal kan dat tellen. Maar wat mij als oud-kartellist het meest stoort is de triomfkreten van kamervoorzitter Van Rompuy, waar hij het niet volgen van de N-VA door de CD&V nu bejubelt omdat er nu een stabiele regering is. Pijnlijk! Wil dat zeggen, mijnheer Van Rompuy dat wat jullie jaren verklaarden niet ernstig moet genomen worden? Dat dat maar praat was voor de vaak? Om verkiezingen te winnen? Om te lachen? Geen enkel zinnig mens wenst geen stabiele regering, maar het is niet omdat men nu blijkbaar op één lijn zit om deze crisis te bezweren dat er een hecht team op het veld staat. Straks de begroting 2009 en de federale beleidsverklaring waarin toch ook keuzes zullen moeten gemaakt worden. Die kat komt weer en al het andere is wat ze bij ons in de Kempen zeggen puur boerenbedrog.
De Waal regeert het land Bijna tien jaar nadat de Vlaamse resoluties met een grote meerderheid gestemd werden in het Vlaams Parlement (3 maart 1999). Meer dan vier en een half jaar nadat het beloftevol Vlaams kartel van start ging (14 februari 2004) en er een ambitieus Vlaams regeerakkoord tot stand kwam, liggen de kaarten verschrikkelijk slecht voor Vlaanderen. Ik verklaar mij nader: De kamer van Volksvertegenwoordigers telt 150 leden. 88 Nederlandstalige en 62 Franstalige. De huidige meerderheid, of met andere woorden het aantal kamerleden dat de regering nog steunt, telt 95 volksvertegenwoordigers. 95 op 150. 63%. Voldoende. Maar laat ons dit nu eens bekijken per taalrol. Bij de 88 Nederlandstalige leden kan Leterme nog rekenen op de steun van 42 parlementsleden. 18 Open-VLD'ers en 24 CD&V'ers. Dit is slechts 47%. De Franstaligen steunen met 53 op 62. Goed voor 85%. En als je binnen de meerderheid de verhouding bekijkt is dat 44% Vlamingen en 56% Franstaligen. Voor zover ik weet ongezien in ons bestel. De meerderheid is in de minderheid... En die meerderheid legt zich daar zonder problemen bij neer. Ongezien in de wereld. Zijn wij nu echt zo'n klootjesvolk? Il faut le faire. Maar misschien kan Caroline Gennez nu gaan helpen. Nu er alleen maar "ernstige" mensen zijn om mee te onderhandelen. Ik neem aan dat ze daar ook het FDF mee bedoelt. Ze kan dat doen met haar burgemeester. Wonderboy Somers. Dat het schepencollege van Mechelen het nu maar doet. Zonder de N-VA ligt de baan voor hen open. Ik kijk vol verwachting uit naar hun triomftocht.
Persoverzicht Franstaligen 2 - Vlamingen 0 Gazet van Antwerpen noemt het kartel hersendood. Hun tegenstanders zijn na meer dan vier jaar eindelijk in hun opzet geslaagd. Vooral aan Franstalige kant heerst euforie. Didier Reynders zal bij de volgende verkiezingen zeker met die trofee uitpakken. Hij vond Bart De Wever toch al een gevaar voor de democratie.De Fransdolle FDF-voorzitter Olivier Maingain mag binnenkort wél gezellig mee aanschuiven voor de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap, schrijft Paul Geudens.
Breuk lost niets op Het kartel gaat ten onder door gebrek aan leiderschap, zo luidt de analyse van De Standaard. Het was een geschikt wapen om verkiezingen mee te winnen en na acht jaar de oppositie te verlaten. Nu verliest Leterme alles: geen staatshervorming, geen splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, geen Vlaamse meerderheid in de Kamer en geen kartel. Voor de Franstaligen is de buit binnen. Maar de breuk in het kartel lost niets op en zaait alleen nieuwe bitterheid, besluit Bart Sturtewagen.
Dood, bijna begraven De Morgen is iets optimistischer. Het ontslag van Geert Bourgeois maakt dat de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap van start kan gaan. Ironisch genoeg heeft ze zelfs een iets grotere kans om resultaten te boeken. Maar dat geldt alleen maar als CD&V zijn achterban ervan kan overtuigen dat dit de meest verkiesbare optie is. Er blijft één levensgroot probleem, vindt Yves Desmet: de federale regering van Yves Leterme heeft geen meerderheid meer aan Vlaamse kant.
Raison d'état haalt het van kartelminnend CD&V De staatszin of de raison d'état van de oude CVP heeft het gehaald van de kartelminnaars bij CD&V, schrijft Het Nieuwsblad. Volgens Peter De Backer is het ook ondenkbaar dat de lokale CD&V-afdelingen allemaal het dictaat van de partijbonzen zullen slikken. Dat de federale meerderheid door het afhaken van de N-VA geen meerderheid meer heeft aan Vlaamse kant, is "nooit gezien". Vorig jaar noemde Leterme zo'n constructie nog "een regering tegen Vlaanderen". Is het ironie of cynisme dat Leterme nu zelf zo'n regering tegen Vlaanderen gaat leiden?
Leterme zet Peeters klem Het Belang van Limburg spreekt van één grote schijnvertoning. Zondag, na het N-VA-congres koos de CD&V-top voor het behoud van het kartel en tegen de regering. Maar Yves Leterme weigerde ontslag te nemen. En daarom moest Kris Peeters zich engageren voor de gemeenschapsdialoog. Volgens Eric Donckier kan dat de Vlaamse minister-president uiteindelijk nog een electoraal succes opleveren.
Het kartel is definitief verleden tijd Ook Het Laatste Nieuws verdedigt minister-president Peeters. Hij en zijn partij hebben het risico genomen, dat de N-VA niet heeft durven nemen. De aanwezigheid van N-VA in de regering was een belangrijk element dat een staatshervorming tegenhield. Nu N-VA is opgestapt, kunnen de Franstalige dat niet meer aanvoeren als een smoes om geen toegevingen te doen. Voor Peeters komt het er nu op aan snel enkele successen te boeken, schrijft Luc Van der Kelen.
De bom in het hoenderhok Een federale regering zonder de N-VA lijkt een klinkende Waalse overwinning, maar dat is het niet, lezen we in De Tijd. De bom onder het kartel heeft de angel uit de Vlaamse standpunten gehaald, maar een groot deel van de eisen blijft wel overeind. Frank Demets ziet toch een sprankeltje hoop. Het schrikbeeld van de Franstaligen is een regering met Vlaamse separatisten, die helemaal geen oren meer heeft naar de Franstalige eisen. Om die situatie te vermijden willen de Waalse politici wellicht uit hun loopgraven komen.
Woordspelingen troef in Franstalige kranten Voor La Capitale is het een "jour de fête", een feest: eindelijk zijn we van Bart De Wever af. Ook voor Le Soir opent het vertrek van de N-VA nieuwe kansen: "Sans la N-VA, place au dialogue". La Libre is creatief met het woord kartel: "écartelé" of gevierendeeld. En La Dernière Heure vat het samen met een woordspeling: "Leterme: rien NVA-plus".
Engels aan onze hogescholen Vlaams minister Patricia Ceysens, bevoegd voor onder meer wetenschap en innovatie, heeft gisteren bij de opening van het academiejaar aan de K.U.Leuven gepleit voor een versoepeling van de taaldecreten. Ze wil dat het hoger onderwijs in Vlaanderen dringend meer mogelijkheden krijgt om cursussen aan te bieden in het Engels. Deze taal werd door haar omschreven als "de lingua franca van de internationale wetenschap". De N-VA heeft nog maar net de hielen gelicht of de Vlaamse belangen, in dit geval die van duizenden toekomstige studenten, worden al te grabbelen gegooid. Het is niet de eerste keer dat de liberale excellentie dit poneert. Nu evenwel zonder schroom. Zonder een njet binnen de Vlaamse meerderheid? Vervang Engels door Frans en we horen dezelfde argumenten waarmee begin vorige eeuw de vernederlandsing van het universitair onderwijs door de bourgeoisie afgewezen werd. Toen was Frans de lingua franca. Voor hen toch. Meer cursussen in het Engels is geen garantie op meer kwaliteit. Integendeel. En die kwaliteit, is het daar nu net niet om te doen? De Vereniging van Vlaamse Studenten reageert gelukkig ook al scherp. In plaats van eenzijdig voor het Engels te kiezen, een taal die zeker belangrijk is, moeten we investeren in meertaligheid. Dat is meer dan cursussen aanbieden in het Engels. Durft mevrouw Ceysens ook eens nagaan hoe het staat met het niveau van het Nederlands? Toch nog steeds onze moeder- en cultuurtaal. Ook de taal die de meeste van onze afgestudeerden moeten hanteren in hun contacten met klanten, patiënten, collega’s, medewerkers,… Haar plannen zijn voorzeker een domper op de democratisering van het onderwijs. Diegenen die er alles aan willen doen om ook meer jongeren van allochtone afkomst in onze universiteiten te krijgen, wat zeker noodzakelijk is, kunnen het wel vergeten. Waarom eerst nog investeren in Nederlands tweede taal als je om verder te studeren het in het Engels moet doen? De duale samenleving ten voeten uit. Bovendien verschuift de minister op een onverantwoorde wijze de druk naar het middelbaar onderwijs. Of gaan we onze studenten onvoorbereid voor de leeuwen gooien? Heel ons maatschappelijk weefsel wordt hiermee op de helling gezet. Het ontslag van minister Bourgeois komt haar blijkbaar goed uit.
De ultieme consequentie Op een persconferentie lichtten Bart De Wever en Geert Bourgeois de partijlijn van de N-VA en het ontslag van Vlaams minister Bourgeois toe. 1. Namens de partij dankte voorzitter De Wever Geert Bourgeois voor zijn inzet en harde werk als Vlaams minister én voor het feit dat hij het kartelprogramma en het partijbelang ook nu liet voorgaan op zijn eigen positie. Bart De Wever dankte ook de 40 kabinetsmedewerkers voor hun harde werk. 2. De N-VA is altijd bereid geweest tot dialoog. Wij hebben 15 maanden lang onderhandeld en we hebben zelfs 9 maanden lang een federale regering gesteund waar we zelf niet in zitten. 3. Er komt niets van die dialoog en iedereen weet dat. De VLD en de MR hebben zelfs een geheim akkoord dat er voor 2009 niets zal gebeuren. Reynders heeft dat in La Libre Belgique al openlijk toegegeven en dit werd ons recent ook bevestigd vanuit Franstalige hoek. Vandaag werd dit in het Vlaams parlement aangehaald door onze fractieleider Jan Peumans en deed de VLD-fractie daar zelfs niet de moeite om dit te ontkennen. 4. De zogenaamde nieuwe garanties zijn gebakken lucht en compleet ongeloofwaardig. Lees wat Reynders vanmiddag reeds communiceert en dan weet je genoeg. Zelfs een schaamlapje wordt de Vlamingen niet gegund. Men doorprikt meteen de zogenaamd nieuwe garanties. In realiteit dienen ze enkel om ons als onredelijke mensen voor te stellen en zo de zwarte piet naar ons te schuiven. 5. Aangezien het duidelijk is dat er niets van komt, vinden wij dat je de mensen niet langer een rad voor de ogen mag draaien en dat je eerlijk moet zijn. Dat is wat wij gisteren op ons congres hebben gedaan en wat we ook vandaag doen. Wij klampen ons niet vast aan ons postje. Wij blijven trouw aan ons woord, aan het Vlaams regeerakkoord en het akkoord van 5 september. Helaas zijn wij daarin de enige blijkbaar. 6. De N-VA is zwaar ontgoocheld in haar Vlaamse partners. En met name in de platte machtspolitiek van Paars, die de Vlamingen nu definitief in de steek laten. Als we nu horen hoe Paarse ministers “het jammer vinden” van Geert Bourgeois ontslag heeft genomen, de dag nadat ze zijn ontslag geëist hadden, dan vragen wij ons af of deze mensen nog grenzen kennen inzake hypocrisie. 7. Wij zijn graag bereid ons ongelijk toe te geven als blijkt dat B-H-V gesplitst is voor de verkiezingen en er een grote staatshervorming gerealiseerd zal zijn. In dat geval zullen wij nederig het hoofd buigen en onze verontschuldigingen aanbieden. 8. De N-VA gaat in op de vraag van CD&V om een gesprek te voeren over het voortbestaan van het kartel. De N-VA heeft zich immers steeds als een loyale partner gedragen en zal dus ook nu loyaal ingaan op deze vraag. Het lijkt ons echter quasi onmogelijk om in een kartel te blijven wanneer de ene partner in de oppositie zit en de andere in de regering. Op lokaal en provinciaal niveau vraagt de N-VA aan haar mandatarissen en afdelingen om de lokale en provinciale kartelakkoorden loyaal na te leven.
Geert Bourgeois Bij zijn ontslag als Vlaams minister legde Geert Bourgeois onderstaande verklaring af. Ik plaats deze graag op mijn blog: "Vandaag heb ik in de ministerraad moeten vaststellen dat alle collega-ministers wensen in te stappen in de dialoog, die vrijdag nog werd afgewezen. Op 5 september nog verbond de Vlaamse regering “strikte en noodzakelijke” voorwaarden aan de start van deze dialoog. Zowel afgelopen vrijdag als vandaag opnieuw moet ik vaststellen dat aan die “strikte en noodzakelijke” voorwaarden niet is voldaan. En net als toen, beseft iedereen dat de geloofwaardigheid van deze dialoog onbestaande is. Een poppenkast verandert daar niets aan. Als ik zodoende werkelijk nog de enige ben in de Vlaamse regering die resoluut achter de uitvoering van het Vlaams regeerakkoord sta, als ik werkelijk nog de enige ben die de beloofde “strikte en noodzakelijke” voorwaarden van de Vlaamse regering ook effectief strikt en noodzakelijk vind, als ik werkelijk nog de enige ben in deze Vlaamse regering die de Vlaamse beloftes effectief wil uitvoeren, dan lijkt het mij beter dat ik deze regering verlaat. Als het nog enkel over macht en ministerposten gaat, dan kan deze regering beter functioneren zonder mij. Dat spijt mij zeer. Ik denk dat de N-VA de afgelopen jaren heel wat gerealiseerd heeft, ook in deze regering. Bijvoorbeeld de inspanningen voor de Vlaamse rand en het inburgeringsbeleid, zijn en blijven verworvenheden van de N-VA. Ook inzake mijn eigen beleidsdomeinen ben ik meer dan tevreden over de bereikte resultaten. Ik dank dan ook vanuit de grond van mijn hart mijn vele trouwe kabinetsmedewerkers voor hun harde werk, net als de vele ambtenaren waarmee ik voortreffelijk samenwerkte. De enige fout die je mijn partij en mij kan aanwrijven, is dat we voluit zijn gegaan voor de realisatie van het Vlaams regeerakkoord. Belofte maakt schuld. Ik ben dan ook diep ontgoocheld in de houding van de top van CD&V, of tenminste van sommigen in de top van CD&V. De démarches van SP.A en VLD slaan alles. Schaamteloos stonden zij gisteren onmiddellijk klaar om mijn ministerpost op te eisen. Inhoudelijke argumenten hadden ze niet. Vooral de platvloersheid heeft mij geraakt. Op het congres van de N-VA gisteren waren heel wat kinderen en jongeren. Ik denk dat zij een veel beter voorbeeld hebben gekregen van hoe politiek kan worden bedreven. Open, eerlijk, rechtlijnig. En dienstbaar aan de samenleving. Mijn ontslag mag dan ook niet bitter stemmen, maar als een signaal dat politiek ook anders kan."
De meest consequente politieker Op een partijcongres in Gent heeft de N-VA bijna unaniem beslist de steun aan de federale regering op te zeggen. 1.585 congresleden stemden voor, 7 stemden tegen en 5 onthielden zich bij de stemming over het onderstaande voorstel van het partijbestuur: “Uit het overzicht van de voorbije 15 maanden tot 15 juli blijkt duidelijk: we hebben er alles aan gedaan om een staatshervorming te realiseren. Vanaf 15 juli hebben we, ondanks alles, de kans gegeven aan de Franstaligen om een nieuwe formule uit te werken. Nu stellen we vast dat het voorstel van de bemiddelaars niet beantwoordt aan de voorwaarden van de Vlaamse Regering, zoals het verschuiven van het zwaartepunt van de bevoegdheden naar de deelstaten, het boeken van concrete resultaten vóór juni 2009 en het niet meer onderhandelen over de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Hieruit blijkt dat de Franstaligen niet over de brug gekomen zijn. De verklaringen van Didier Reynders illustreren bovendien dat ook de context van de tekst ongeloofwaardig is. Conclusie: in die omstandigheden kan de N-VA geen steun meer geven aan de federale meerderheid. Wat de verdere gevolgen zijn van onze consequente houding, hangt af van hoe onze Vlaamse partners zich zullen opstellen.” Open VLD en SP.a-vlapro zijn er nu als de kippen bij om ons uit de Vlaamse regering te keilen. Dit omdat we de federale regering niet meer steunen… Wel vreemd van SP.a-vlapro. Sinds wanneer steunen zij Leterme I? Stappen zij ook uit de Vlaamse? Mijn partij is echter een consequente partij. Het is dé partij die op de lijn van de Vlaamse resoluties blijft. Op de lijn van het Vlaams kartelakkoord. Op de lijn van het Vlaams regeerakkoord. Op de lijn van wat de Vlaamse regering als minimum minimorum eiste voor een geloofwaardige dialoog. Die met andere woorden woord houdt. Maar de prijs van de meest consequente politicus gaat vandaag ongetwijfeld naar Bart Somers. Zag je hem bezig op TV? Ik lachte me een breuk. De maskers van de N-VA zijn gevallen. Het zijn echte separatisten, fulmineerde hij. Maar Bartje toch. Ik kende hem bij de Volkunie jongeren. Ik heb hem VU-congressen op stelten weten zetten met spandoeken en slogans die er niet om logen: “Republiek Vlaanderen”. Ik heb hem zien uithalen naar wijlen Walter Luyten omdat de Volksunie niet de stap naar het “separatisme” wilde zetten. Walter en de Volksunie waren te soft voor hem. Hij zong de Brabançonne in de Aula Pieter De Somer met de woorden: “’t was in de tijd van de bleke blauw patatten…” Niet toevallig blauw… en het anti-Belgicisme kon niet op. Ik was met hem in Parijs om te protesteren tegen eerste minister Wilfried Martens omdat die deelnam aan de top van de Franstalige landen. Ik moest hem daar vrijhouden want als zoon van een VU-kamerlid had ie geen rosse frank bij. Geen Belgische. Geen Franse. Ik zat aan zijn zijde in ons eerste tv-optreden. Live nog wel. Een tribune jongeren tegenover begrotingsminister Guy Verhofstadt. Enkele rijen voor ons zat ene Yves Leterme. Ik zag hem vertrekken, samen met Jaak Gabriëls. Eerst onder de dekmantel van Centrum voor Politieke Vernieuwing. Hij deed dat met de nodige flair en met de VU-ledenlijsten onder de arm. Later bij de opstart van de VLD. Daar zou hij macht kunnen verwerven om de Vlaamse zaak vooruit te helpen.. Toen hét alibi van de VU-overlopers. Ze zouden eens wat laten zien en zij die achterbleven in de VU en samen met Bert Anciaux de “ik-blijf” campagne gestalte gaven waren naïevelingen. Ik ontmoette hem tijdens de verkiezingscampagne van 1995 op de markt in Mechelen met de slogan “na De Winter komt Somers”. Toen wist ik al dat seizoenen en oprechte politiek niet samengingen… En ja, ik zag hem bezig als minister-president van Vlaanderen. Ook toen hij met zijn kompanen Verhofstadt, Dewael, De Gucht, Tommelein en Denys in de zomer van 2003 alle moeite deed om een kartel te maken met ons. De karakteriëlen van de N-VA. Al was het maar om hun eigen posities veilig te stellen. En zo zou ik nog een tijdje door kunnen gaan. Velen noemen hem een verrader. Ne kazakkedraaier. Een blaaskaak Ze hebben het allemaal mis. Somers is de meest consequente politicus die ik ken. Zijn motief is over de jaren heen steeds eensluidend hetzelfde geweest. Altijd even consequent. Altijd even rechtlijnig. Toen hij 16 was en nu nog steeds: “Ikke en de rest kan stikke.” Als Vlaanderen straks vooruit gaat is dat niet dankzij, maar ondanks typen als hij.
Gebakken lucht Vroeger, in de lagere school van Dessel, hadden we één keer per week stillezen. Een zalig moment voor de leerkracht. Heel de klas stil. Heel de bende rustig. Een moment van diepe ernst. Na het lezen en doorworstelen van de tekst moesten we dan aan dé opdracht beginnen. Vragen beantwoorden over wat er wel of soms ook niet in de tekst stond. Onze meester verbeterde dan streng. Het was juist of het was fout. Een tussenweg was er niet. Laat staan dat er over kon gediscussieerd worden. Zovele jaren later komt die basisopleiding mij goed van pas. Alleen, lees ik wel goed? Kreeg ik in de gemeentelijke basisschool van Dessel wel de goede vorming? Want blijkbaar lezen sommigen niet wat ik lees. Of denken ze zaken te lezen die ik niet weet te bespeuren. Een mens begint zowaar te twijfelen aan z’n intellectuele capaciteiten. Neem nu de tekst van de koninklijke bemiddelaars. Blijkbaar las ik hetzelfde als mijn bijna veertig collega’s van het N-VA partijbestuur. Hadden wij een collectieve zinsverbijstering? Nog in vergadering hoorden we minister Ceysens voor de camera’s al concluderen dat dit een goede tekst is om te onderhandelen (slik). Ook de eerste perscommentaren spraken over een “evenwichtige” tekst waarmee van start kon gegaan worden. Tot het VTM Nieuws van 19uur. Eindelijk werd onze analytische geest bevestigd. Op de vraag van Dany Verstraeten waar die opende met: “Een toch wel zwakke tekst?” Was het verdikt van studiogast Rik Van Cauwelaert, hoofdredacteur Knack: “Dat is nog zwak uitgedrukt. Dit is gewoon gebakken lucht.” Een statement die kon tellen en mijn getwijfel over de school van Dessel de grond inboorde. "We hebben veel met woordenboeken leren werken en zijn veel met semantiek bezig geweest", verklaarde Langendries tijdens de persconferentie waar de drie heren de tekst kwamen voorstellen. Begrijpelijk misschien voor drie niet-Nederlandstaligen. Maar als ze daar dan toch zoveel aandacht aan besteden dan neem ik aan dat ik elk woord, elk punt, elke komma ook ernstig moet nemen. Dat er overal een bedoeling achter zit. Laat me al beginnen met de werkwoorden “kunnen” en “moeten”. Alles was Vlaanderen vraagt is in de kan-vorm geschreven. Quasi alle bepalingen worden voorafgegaan door de zin: “Dat een consensus “kan” ontstaan over de volgende punten.” Zeer vrijblijvend als je het mij vraagt. En daarin bevindt zich dan nog de ultieme angel: “zonder de interpersonele solidariteit ter discussie te stellen.” Dus niet praten over sociale zekerheid, gezinsbeleid, werkgelegenheid of fiscaliteit? Waarover dan wel? Een alinea verder vinden we dat al: een “wit blad”. En wat dat “wit blad” dan wel betekent werd vrij spoedig duidelijk gemaakt door vice-eersteminister Reynders, de hulplijn van dienst: "Parallel met de dialoog moet een onderhandelde oplossing worden gevonden voor BHV en de Brusselse problematiek in het algemeen, met de discussie over de grenzen van de hoofdstad en de benoeming van de drie burgemeesters in de Vlaamse rand." En daarmee is dan ook weer meteen aangetoond dat wat de Franstaligen belangrijk vinden in de moet-vorm geformuleerd werd. En, dat de vraag van de Vlaamse regering om elkaars territorium, elkaars grondgebied en bevoegdheden aldaar, in een geest van loyaliteit te respecteren van tafel geveegd wordt. Want wat staat in punt B bij de koninklijke bemiddelaars? “Dat aangezien de problematiek rond de kieskring B-H-V niet op de agenda van de dialoogstructuur staat, ten gepaste tijde een ander, uitgebreid onderhandelingskader “moet” in het leven geroepen worden om die problematiek overeenkomstig het federaal regeerakkoord op te lossen.” Als slag in het gezicht van de Vlaamse regering kan dat tellen. Er zit ook humor in de tekst. De bemiddelaars stellen dat “er deelakkoorden “kunnen” worden gesloten voor de regionale verkiezingen van juni 2009 en, in voorkomend geval, “kunnen” ze door de bevoegde assemblees voor die datum worden goedgekeurd.” En ik die in al mijn naïviteit dacht dat dit steeds kon in een parlementaire democratie. Daar heb ik niet direct een bemiddelaar, laat staan een koninklijke, voor nodig. Of wel? "Wij houden ons aan het Vlaamse regeerakkoord en drukken erop dat de andere meerderheidspartijen dat ook zouden doen." Deze woorden nam De Standaard op haar voorblad donderdag over van mijn toespraak in het Vlaams Parlement. Die woorden gelden meer dan ooit. Ik hoop niet ontgoocheld te moeten zijn in de Vlaamse politiek. Doch vrees het ergste.
Veronderstel… Veronderstel nu eens dat je geen flamingant bent. Dat je de communautaire spanningen dik overdreven vindt. Dat voor jou België als land maar best samen blijft. Veronderstel dat nu eens… Moeilijk, neen? Voor mij toch. Ik kan het me echt niet inbeelden. Je moet toch ziende blind zijn. Zeker met de laatste ontwikkelingen. Sinds gisteren dacht ik dat de communautaire spanningen even naar af zouden gaan. Een paar dagen toch. De malversaties aan de politietop waren de ideale bliksemafleider. Dacht ik. Je zou voor waar gaan denken dat ze speciaal uitgevonden waren om de druk op de communautaire ketel wat te verlichten. Dat dacht je dan weer maar. Want gisterenavond, onderweg naar huis, hoorde ik op de radio dat er een regeringscrisis dreigt. Niet over BHV. Niet over een staatshervorming. Niet omdat de een of andere zijn been stijf houdt. Of omdat de Franstaligen weer gekke dingen eisen zoals corridors bijvoorbeeld. Neen. Wel over het al dan niet sanctioneren van de heer Koekelberg, grote baas van de federale politie. En, je raadt het nooit, de breuklijn loopt opnieuw gelijk met de taalgrens. Open VLD en CD&V willen sanctioneren, samen met de Vlaamse oppositiepartijen met SP.a op kop. De PS doet dan weer alsof er niets aan de hand is, trouw gesteund door CDH. Of als het toch nodig is, zal het de kop van Dewael zijn aldus het Waals front. Zelfs de leerling tovenaar, in de persoon van Marc Uyttendaele (foto), is er zich mee komen bemoeien. Hoe doet ie het toch allemaal? Habran en de politietop en dat allemaal als echtgenoot van vice-eersteminister Laurette Onckelinx. Deontologie? Nooit van gehoord. Bij ons in Dessel gaat zelfs de schepen buiten op het schepencollege als een aanvraag tot bouwvergunning geagendeerd staat van de fabriek waar hij als arbeider tewerkgesteld is. Niet zo in Wallonië. Niet zo in België. In dit land kan alles. En zeg niet dat daar niemand wakker van ligt. Ik ben vanmorgen nog maar op drie plaatsen geweest en op twee van de drie werd ik er op aangesproken. Het gaat om de geloofwaardigheid van dit land. Om de geloofwaardigheid van onze samenleving. Veronderstellen dat er nog iemand in België gelooft? Het wordt me met de dag moeilijker.
De Hei Op vrijdag 12 september werd in Dessel het nieuwe opvanghuis “De Hei” voor tien mensen met een handicap geopend. Naast minister Steven Vanackere en de heer Peter Anaf van vzw De As, sprak ook ik: Mijnheer de minister, Mijnheer de voorzitter, Schepenen, Geachte genodigden En natuurlijk, beste bewoners, Vandaag is een heugelijke dag. Voor de Rusthuif. Voor de As. Voor Dessel. Opnieuw is er een belangrijke stap gezet op de lange weg die we samen moeten gaan. De lange weg waarop we als gemeenschap zorg moeten dragen voor de zwakkeren, voor hen die met een handicap door het leven moeten gaan. Een belangrijk deel van het verhaal van deze “zorg dragen voor” werd in deze gemeenten van het kanton Arendonk sinds 1982 geschreven door vzw de Rusthuif. Ik ga het hele verhaal niet schetsen. Het is bijna een hele roman… Wel de keren dat de gemeente Dessel er bij te pas kwam en natuurlijk ook mijn eigen ervaringen… In die periode, begin jaren tachtig, was er een enorme behoefte aan een activiteitencentrum voor personen met om het even welke handicap. Velen zaten noodgedwongen thuis; te verkommeren, te vereenzamen. Dit activiteitencentrum startte onder impuls van KVG Arendonk in de kantonhoofdplaats. Eén van de eerste participanten was mijn vader. Het werd een succes en van het één kwam het ander met de bouw van een waar dagcentrum en vervolgens de aankoop en verbouwing van een woonst. De gemeenten Ravels, Arendonk, Retie en Dessel pasten elk 1 miljoen BEF bij en met de bijkomende steun van wijlen Raf Van Gorp van Ravago was De Villa een feit. Het is dan al 1994. Ondertussen werden opendeurdagen georganiseerd en fietsten we voor De Rusthuif “De Acht”. Een lokale variant op De Gordel, en dit zonder verbod van niet-benoemde burgemeesters… Maar in zeker een groenere omgeving. Eind 2000 komt een werking in Dessel in het verschiet. Ik herinner me nog als gisteren het gesprek met drie ouders die hun zorgen verwoorden m.b.t. een zinvolle tijdsbesteding en kwaliteitsvolle opvang voor hun groter wordende kinderen met een handicap. Ondertussen wist ik ook van mijn moeder die in het dagelijks bestuur van het dagcentrum zat, dat men behoefte had aan extra ruimte. En, dat men interesse had om uit te breiden richting Retie-Dessel. Het leeg gekomen schooltje op de Heide en aangekocht door de gemeente, kwam in het vizier. De opeenvolgende gemeentebesturen maakten er werk van en vanaf 2001 kreeg het Desselse hoofdstuk van het verhaal haar eigen bestaan. Er werd in het scholeke getimmerd, geknutseld en tot op heden op vrijdagnamiddag gedanst. Met in de zomer een extra speelpleinwerking voor kinderen met een handicap er bovenop. Wat de nachtopvang betreft had men evenmin stilgezeten want naast De Villa kwam ook de Boomgaard in Ravels tot stand. Dessel kon en zou niet achterblijven. Op de gemeenteraad van 23 december 2004, twee dagen voor Kerstmis, kwam de erfpachtovereenkomst tot stand waarbij, naast het scholeke alhier, vzw De As (de koepel waaronder De Rusthuif werkt) “De Hei” zou kunnen bouwen. Het resultaat is wat we hier nu zien. Dit alles ging ook gepaard met een grote betrokkenheid uit de buurt. Want deze stek heeft al vele vrienden. Getuige toch ook wel volgende anekdote: Voor de aanleg van de tuin, terrassen en wandelpaden was het geld op. De klinkers werden door de gemeente aangekocht en onder leiding van schepen Herman Minnen staken tientalle vrijwilligers de handen uit de mouwen. Alles wat in Dessel klinkers legt tekende present en onder het motto “vele helpende handen maken het werk licht!” werden op vier uur tijd met een vijftigtal vrijwilligers 600m² klinkers gelegd. Ik denk dat we allen fier mogen zijn met dit project. Deze realisatie. Het toont dat in ons dorp iedereen een plekje krijgt. Of zou moeten krijgen. Want hiermee rond ik af: Mijnheer de minister, Ik wil nog graag één bemerking meegeven als je straks weer naar Brussel keert. Geen kritiek en ik weet, daar ken ik je ondertussen te goed voor, ook één van jouw bekommernissen. Het is een opdracht die ook ik ernstig wil nemen. Als volksvertegenwoordiger, als burgemeester. Hier in “De Hei” kunnen nu tien matige tot ernstige mensen met een handicap wonen. Tien. Dat is niet zo veel. Het doet me pijn dat in onze gemeente, in ons dorp nog steeds mensen hopeloos op zoek zijn om voor hun dochter of zoon een zelfde kwaliteitsvolle opvang te vinden. We hebben nu samen tien families gelukkig gemaakt. Maar laat het ons hier niet bij houden. Laat ons straks dezelfde kansen geven aan tien maal tien anderen die dit geluk nog niet mochten kennen. Vlaanderen heeft daarin een opdracht. Ook een gemeente, als je ’t mij vraagt. Ook een lokaal bestuur kan daarbij een helpende hand reiken. Wij van onze kant zullen deze weg blijven bewandelen. Ik dank van harte al diegenen die “De Hei” mogelijk maakten en hoop dat dit huis een thuis mag zijn voor al de bewoners. Voor Linda, Luk en Gie. Voor Maria, Herman, Kitty. Danny, Willy, Clara en Sonja. Het gaat jullie allen goed.
Leve België… Een paar impressies: - De tricolore vlaggen zijn bovengehaald; voor Tia en Kim. - De prins belt op gsm naar Kim. Haar antwoord: “Merci beaucoup…” - “Brabançonne voor Tia in Vogelnest”, is een videotip op Sporza. - Het estafetteviertal dat daags voor de finale de Brabançonne gingen instuderen.; wij leerden die in het zesde leerjaar… En ga zo maar door. Belgische recuperatie van de bovenste plank. Telkens een sporter internationaal presteert moet de Belgische driekleur bovengehaald worden. Waarom? Belgische driekleuren voor de inspanningen die Vlaanderen levert. Weet men dat beide dames er konden komen door hard, zeer hard te trainen, maar ook Vlaamse steun? Dat hun trainers betaald worden door Vlaanderen? Dat Tia en Kim ooit afgeschreven werden door BLOSO? Niet goed genoeg bevonden werden. Dat ze opgevangen werden door en een contract kregen bij Atletiek Vlaanderen? Tia van 1 januari 2001 tot 31 oktober 2005 en Kim van 1 januari 2001 tot 31 december 2002. Dat eenmaal ze begonnen te presteren BLOSO hen een profcontract gaf? Dat de hoofdsponsor nu nergens vermeld wordt?... Dankbaarheid en erkentelijkheid zijn nu eenmaal niet ’s werelds loon. Laat de tricoloor nog maar eens wapperen. Maar of dit België zal redden?...
Meer eremetaal met minder slogans Er is weer veel te doen rond de beperkte medaille-oogst van de Belgen op de voorbije Olympische Spelen. De teneur is kritisch. Met twee medailles – hoe mooi die ook waren – kunnen “we” niet tevreden zijn. Wil dat zeggen dat de Belgische sporters in Peking zwak gepresteerd hebben? Onzin. Op enkele uitzonderingen na hebben “onze” jongens en meisjes het beste van zichzelf gegeven en knap gepresteerd, niet alleen op deze Olympische Spelen maar ook in de vier jaren die hieraan vooraf zijn gegaan. Zij verdienen daarvoor ál ons respect. Alleen stellen we vast dat voor velen van hen het medaille-niveau te hoog lag. Willen “we” in de toekomst méér medailles behalen, dan zullen we beter moeten doen en dat met een grotere concurrentie. Niemand die van zijn stoel zou vallen als een N-VA’er deze teleurstellende resultaten zou toeschrijven aan de geldverslindende Belgische sportstructuren. En diezelfde N-VA’er aansluitend – en met veel genoegen overigens – de toptrainer in de zwemsport, Ronald Gaastra citeert die zich in deze krant liet ontvallen “dat de de splitsing van België een goede zaak zou zijn voor de topsport”. Maar zo makkelijk wil ik me er niet van afmaken. Een onafhankelijk Vlaanderen zal heus niet automatisch leiden tot meer medailles. De problemen zitten immers dieper. Want over inefficiënte structuren kunnen ook wij in Vlaanderen een woordje meepraten: BLOSO, Atletiek Vlaanderen, Wielerteam Vlaanderen, Departement Cultuur, Jeugd en Sport, BOIC, zes provinciale topsportscholen, … . We ontkennen niet dat de Vlaamse Regering veel extra middelen heeft geïnvesteerd in de topsport. Iets wat ze vooral moet blijven doen, nog meer zelfs. Maar dat geld moet in hoofdzaak naar de sporters en hun trainers gaan, niet naar federaties – lees administraties. Internationaal onderzoek toonde aan dat structuren noodzakelijk zijn als zogenaamde kritische succesfactor. Cruciaal blijft echter de relatie tussen trainer en topsporter. Beiden moeten van topniveau zijn en beiden moeten professioneel kunnen werken. Er moet daarom dringend worden nagedacht over een rechtstreekse vorm van financiering van topatleten en hun trainers in plaats van de nu bijna-exclusieve financiering via sportbonden – en federaties. Minister van Sport Bert Anciaux probeert sommige van die heilige huisjes neer te halen met zijn hervormingsplannen, maar stuit daarbij in eerste instantie op zijn progressieve kartelvrienden. Raar maar waar: enkel in ons vindt hij een bondgenoot. Ook op lokaal ruimtelijk vlak gaat een en ander mis. Infrastructuur is en blijft een belangrijk pijnpunt. Zowat alle bestuursleden van sportclubs kunnen getuigen hoe weinig gehoor ze vinden bij gemeentelijke of provinciale overheden voor het doorduwen van de noodzakelijke vergunningen. “Geen sport in mijn achtertuin” is volgens sommigen het credo. Hoe rijm je dat met een groene kijk op mens, gezondheid en milieu? Voor we dus allemaal collectief aan de populaire klaagmuur staan te jammeren, moeten we de vraag beantwoorden: willen wij eigenlijk wel investeren in sport? Durven we hiervoor een aantal moeilijke keuzes te maken? Een derde belangrijk pijnpunt situeert zich in het onderwijs. Ook hier wil ik niet te kort door de bocht gaan.. Meer lesuren L.O. op school zal de algemene gezondheid van onze kinderen zeker verbeteren, maar meer medailles op de Olympische Spelen haal je daar niet mee. Als we het over topsport hebben, moeten onze scholen veel meer open staan voor flexibele vormen van samenwerking met goed presterende sportclubs in hun buurt. Jonge topsporters zouden meer kansen moeten krijgen om hun studies op school te combineren met extra trainingsuren in hun sportclub. Dit is perfect mogelijk en op het terrein worden hier de laatste jaren al een aantal mooie initiatieven toe ontwikkeld. Maar de flexibiliteit is nog veel te beperkt en vele scholen hebben pleinvrees omdat ze zich niet gesteund voelen door de centrale onderwijsinstanties. We kunnen hier ook niet voorbijgaan aan de inflatie van topsportscholen. Van tien stuks naar zes stuks is immers niet voldoende. Ik deel de mening van Frans Van den Wijngaert dat we naar een Gentse en Antwerpse sportschool moeten evolueren, meer niet. Blijft nog over de wat zurige bodem van onze Belgische sportcultuur. Wie er een beetje uitspringt, rad van tong is en goed presteert moet en zal kortgeschoren worden. Vraag het maar aan Vincent Kompany. De manier waarop hij kennis heeft gemaakt met de schandpaal is er ver over (en zelfs voor een Olympisch kampioene hoogspringen onbereikbaar). “Belgen” houden niet van idolen en helden zoals de Amerikanen, de Chinezen en ja, ook de Nederlanders. Wij relativeren liever en scheppen er plezier in om toptalenten die soms wat vedette-allures beginnen te krijgen, opnieuw met hun twee voetjes op de grond te zetten. Lang leve Jan Modaal. Misschien zit Ronald Gaastra er dan toch niet zo ver naast en staat die Belgitude ons wel degelijk in de weg. Maar ook Vlaanderen heeft nog alles te bewijzen. Binnen vier jaar in Londen met Tia in de tribune.
Vlaamse vlag niet. Vlaamse centen wel. In België is een Vlaamse leeuwenvlag aanstootgevend… Daar gaan we weer! Een onschuldige Chirogroep, op kamp in de Ardennen, hangt een Vlaamse leeuwenvlag uit. Naast die van haar afdeling en gemeente. Op privé-terrein wel te verstaan. Dat is buiten de waard gerekend. Te weten een tolerante buur, een goede Belg waarschijnlijk, die zich daar aan ergert en parmant naar de politie stapt. Nu ben ik zelf burgemeester en voorzitter van het politiecollege in onze zone Balen-Dessel-Mol, en kan ik toch een beetje inschatten hoe wij politioneel omgaan met belachelijke klachten: classement vertical! Om het in de taal van Moliére te zeggen. Niet zo in Wallonië. Daar gaat de arm van de wet in op de ongegronde ergernis en gebiedt de jongeren ook een Waalse Haan of toch minstens een Belgische vlag te hangen. Waarom de Europese niet? Die van Frankrijk, de provincie Luxemburg of Boejoemboera? Neen, de Vlaamse Leeuw is in hun ogen verderfelijk. Het is voor hen een symbool van extremisme en fascisme. Het brengt de openbare orde in gevaar zeker? Van Vlaamse centen is men er minder vies. Solidariteit heet dat dan. Op de keper beschouwd zijn niet de Chirojongens van Emelgem-Izegem in overtreding. Wel de politiediensten van de zone Famenne-Ardenne. De gezagsdragers gaan immers ferm hun boekje te buiten. Hebben ze daar niks beters te doen? Awel, als Vlaams volksvertegenwoordiger ben ik in mijn eer gekrenkt. Het symbool van mijn gemeenschap mag overal hangen. Mijn brief aan het comité P gaat vandaag de deur nog uit.
Als kind speelden we Olympische Spelen. Bij Paul. Rechtover mijn grootouders. We hadden er plek in overvloed. Wat wil je? Een vrij gelegen boerderij en dat quasi midden in het dorp. Met vanachter een zicht tot Mol-Donk. Buiten de zwemnummers durfden we alles aan. Alleen voor het fietsen moest ik passen. Ik kon nog niet goed fietsen, weet je. Kon amper mijn evenwicht houden… Wat wil je? Wonende in het dorpscentrum langs de drukke baan Mol-Turnhout en een brouwerij pal achter het huis waardoor de eigen tuin en speelgelegenheid tot het minimum beperkt werden. Net plaats genoeg voor een schommel… Neen, wat dat betreft was Paul, die rondjes kon blijven draaien op het erf en rond de boerderij, niet te bekampen.
Het waren de Olympische Spelen van Mark Spitz. Munchen 72. Voor ons, het jonge volkje een openbaring. Olympisch goud; een droom. Maar, het waren ook de spelen van Zwarte September en als achtjarigen begrepen we daar nog niet veel van. Maar goed ook. Want Olympische Spelen was toch “vrede” en “deelnemen dat belangrijker is dan winnen”?
Dat werd ons toch voorgehouden. De Olympische gedachte! Pierre de Coubertin droomde er in 1894 van om de traditie van de Oude Grieken opnieuw in te voeren. Elke vier jaar. Hij was er van overtuigd dat internationale spelen de volkeren en landen dichter tot elkaar zouden brengen en de kans op oorlog zou verminderen. Er moesten toen nog, godbetert, twee wereldoorlogen passeren… In 1914 liet hij de Olympische vlag, die hij zelf ontwierp, goedkeuren. Hij omschreef ze als volgt: “De Olympische Vlag (…) stelt de vijf delen van de wereld voor, verenigd door het Olympisme. Anderzijds stellen haar zes kleuren die van alle nationale vlaggen voor die heden ten dage in de wereld wapperen.” Doordat de Spelen in 1916 niet konden plaatsvinden wapperde de vlag voor het eerst in Anwerpen bij de VIIde Olympiade in 1920.
Zoveel jaren later blijft die droom van vrede nog steeds een illusie. Want dan mocht de openingsshow al adembenemend zijn en de zwemrecords vallen bij de vleet, de realiteit is niet bepaald erg fraai.
Op de dag dat de wereld verzamelde in Peking vielen de Russen Georgië binnen. Halsoverkop moest de wereld zich buigen over opnieuw een gewapend conflict waarbij vele burgerslachtoffers vallen. Vrede?
Koppen toonde ons dan weer hoe Chinese kinderen opgeleid worden om ooit Olympisch goud of wereldtitels te behalen in turnen. Nu ja opgeleid? Hartverscheurende beelden van kindermisbruik en mishandeling. Landen of regimes die hun kinderen zo misbruiken zouden moeten uitgesloten worden. Ethiek in de sport? Deelnemen belangrijker dan winnen?
Onze eigen atleten hebben nog geen medailles verovert. Toch vielen er hier en daar puike prestaties te noteren. Zeilen, hockey en ja, ook in het voetbal vallen de resultaten tot op heden best mee. Al heeft de soap rond Kompany: komt ie of komt ie niet, blijft ie of blijft ie niet, wel al te lang geduurd.
Mijn kinderen kijken met bewondering naar de Spelen. Ze zijn nu zo oud als ik toen. Sporten doen ze ook: voetbal, volleybal, tennis, atletiek, zwemmen,… Niets is hen te veel. Ons credo is: niet de beste zijn, wel je best doen. En dat is maar goed ook.
Is migrant een scheldwoord? Er zijn zo van die telefoonnummers wanneer ze op het scherm van je toestel verschijnen, je automatisch op de rode knop drukt. De telefoonnummer van de krant De Morgen is er voor mij zo één. Dat ze er een andere opinie op nahouden, tot daar aan toe. Dat ze op basis van argumenten ons ongelijk willen aantonen, dat is hun goed recht. Maar dat ze op een intellectueel incorrecte wijze en met vaak halve waarheden en hele leugens ons steeds belachelijk willen maken? Wel daar werk ik niet langer aan mee. Het enige wat mij rest is om te trachten met een lezersbrief de puntjes op de i te zetten als het echt de spuigaten uitloopt. Zo ook afgelopen weekend. Zaterdag was het weer prijs. Eerst ene mijnheer Camps die zijn geld verdient door te schelden. Vandaag op ons, vorige week op iemand anders en volgende week weer op een ander slachtoffer. Nu ja, ik heb zo veel respect voor dat creatuur dat ik er verder geen aandacht aan besteed. Verder in de krant deed de column van Fabian Lefevere wel mijn wenkbrauwen fronsen. De tekst is ook terug te vinden op De Morgen 247. (247 een opmerkelijk getal… Net het aantal gemeenten waar het Vlaams Belang lijsten neerlegde bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen…) Hij meent daarin het proces van de N-VA te moeten maken. Het feit dat wij woord houden en niet in een regering willen stappen zonder een garantie op een staatshervorming, zo duidelijk afgesproken in het kartelakkoord (lees vorige column), maakt dat wij de grote schuldigen zijn en alles en iedereen gijzelen. Mijnheer Lefevere, wij gijzelen niemand. Dat men dan doordoet zonder ons, neen? Kan er geen regering gemaakt worden zonder ons? Zes kamerleden en twee senatoren. Vreemd! Maar de lezersbrief die ik schreef had te maken met volgende passage: “Nu is Geert Bourgeois Bart De Wever niet - dat zullen beide heren zelf graag willen erkennen. Maar ze lijden allebei nog steeds aan een vergevorderd stadium van kaakslagflamingantisme. Zo waren de uitspraken van Bart De Wever, gisteren in Le Soir, ronduit onsmakelijk. Hij beweert daarin dat er geen sprake kan zijn van een Franstalige minderheid in Vlaanderen. "Het zijn immigranten die zich, net als Marokkanen en Turken, moeten aanpassen", terwijl hij eraan toevoegt dat hij helemaal geen intolerante man is.” Mijn lezersbrief luidt als volgt: “Onsmakelijk In de krant van zaterdag lazen we een bijzonder negatieve analyse van de N-VA. Behalve het feit dat die volgens ons aan alle kanten rammelde, willen we één zaak rechtzetten. De journalist in kwestie, Fabian Lefevere, citeert zogezegde uitspraken van Bart De Wever (over Franstaligen die in Vlaanderen wonen) in Le Soir. Dit bewijst om te beginnen dat hij niet eens wist dat het hier om een interview op de RTBF-radio ging. Voortgaan op een lapidaire samenvatting in een Franstalige krant, en zeker in Le Soir, getuigt niet van kwaliteitsjournalistiek. Wat Bart De Wever zei op de RTBF-radio, was absoluut niet “onsmakelijk”, maar gewoon een beschrijving van de wettelijke toestand zoals die al vele tientallen jaren bestaat. Bart De Wever heeft enkel gewezen op de bestuurlijke eentaligheid van de gewesten Vlaanderen en Wallonië, die er nota bene gekomen is op vraag van de Franstaligen (een discussie van een eeuw geleden). Die maakt dat iemand die van het ene gewest naar het andere verhuist, moet aanvaarden dat daar een andere bestuurstaal heerst. In dat opzicht gaat de vergelijking op met een migrant voor wie hetzelfde geldt. Idem voor Vlamingen die in Wallonië gaan wonen. Wat is hier “onsmakelijk” aan? Of is voor deze krant het begrip “migrant” soms negatief geladen?” Nu hebben de dames en heren van De Morgen niet gebeld. Nu heb ik niet op de rode knop van mijn gsm moeten drukken. Neen, ik nam zelf het initiatief. Morgenvroeg toch eens benieuwd de krant gaan kopen.
Deadlines “Geen deadlines meer!”, kopte Gazet van Antwerpen op haar voorpagina als blikvanger voor het zaterdaginterview met premier Leterme in de Concentrakranten. “Het eerste interview met Leterme sinds ‘ontslag’”, moest de krantenlezer nog meer appetijt geven. Nu ja, ontslag?... De premier blijft geloven in een belangrijke staatshervorming. Het siert hem. Ik van mijn kant ben minder optimistisch. Maar ja, ik beschik niet over de informatie waarover hij wel beschikt. Desalniettemin, wat te denken van volgende vraag en antwoord? Vraag van de heren Donckier en Geudens: “Op 14 juli nam u tijdelijk ontslag. De koning duidde kort daarna drie bemiddelaars aan. Waar staan we nu?” Antwoord van de Eerste Minister: “In feite zijn we sindsdien niet één millimeter vooruitgegaan.” De belangrijkste boodschap die ik van de premier uit het interview begreep is de volgende: een staatshervorming realiseren kan alleen maar wanneer de partijen eindelijk eens ophouden met steeds opnieuw deadlines naar voren te schuiven. “Die zijn contraproductief”, zegt hij. “Ze schrikken af, ze zorgen er juist voor dat iedereen een slag achter de hand houdt waardoor de onderhandelingen niet opschieten. We moeten afstappen van al die deadlines. Zo gaan we er nooit komen.” Hier versta ik duidelijk een vingerwijzing, een kritiek op mijn partij; de N-VA. Wat is dat nu toch die afkeer tegen deadlines. Gaat het zich verzetten tegen deadlines een nieuwe mythe worden? Een nieuwe bliksemafleider? In de politiek draait, me dunkt, alles rond deadlines. Data, dagen, uren, waartegen vragen klaar moeten zijn. Decreten of amendementen klaar moeten liggen. Begrotingen afgewerkt moeten zijn. Tussenkomsten op punt moeten staan. De ultieme deadline is verkiezingsdag. Dan is het tijd om het rapport voor te leggen aan de kiezer. Dan moet er geëvalueerd worden. Wat beloofden we u voor de verkiezingen? Welk verkiezingsresultaat leverde dat op? Welk vertrouwen gaf u ons? En finaal: wat deed u met dat vertrouwen? Welke resultaten behaalde u? Hebt u woord gehouden? Bent u geslaagd? Is heel onze samenleving niet opgebouwd rond deadlines? De hoofdredacteur die zijn krant moet afhebben voor dat de drukpersen starten. De student die zijn leerstof onder de knie moet hebben de dag dat ie ondervraagd wordt. De burger die z’n belastingaangifte, op straf van boete, op een bepaalde dag en uur moet ingediend hebben. De arbeider die op tijd op z’n werk verwacht wordt. Dat het onderhandelen van een staatshervorming een ander paar mouwen is, dat is evident. Maar is het vragen van garanties niet normaal, mijnheer de Eerste Minister? Dat de N-VA dan een deadline stelt, is dat niet de logica zelve. Werd ons geduld niet al te lang op de proef gesteld? De belangrijkste deadline die ik mij herinner stond neergeschreven in de programmatekst van het Vlaams kartel en luidt als volgt: “Na het immobilisme inzake de staatshervorming en na het slecht bestuur van paars, is het tijd voor een doorbraak. Om die reden zal het kartel niet toetreden tot een federale regering (het staat er in 't vet) indien er in het regeerakkoord geen duidelijke afspraken worden opgenomen over de realisatie van deze Vlaamse verzuchtingen.” Het was een deadline waarmee een verkiezing gewonnen werd.
Adriaen Brouwer Vlaanderen kende grote meesters. In de zeventiende eeuw spande Antwerpen met Rubens, Van Dyck, Jordaens en Brouwer de kroon. Vele van deze werken zijn doorheen de geschiedenis uit Vlaanderen verdwenen. Ofwel werden ze gemaakt voor een buitenlandse opdrachtgever, of ze werden verkocht, of ze werden cadeau gedaan, of erger, ze werden als oorlogsbuit meegenomen. Redenen genoeg om te kunnen vaststellen dat in alle topmusea van de wereld Vlaamse topwerken hangen. Het is de vaste wil van de Vlaamse overheid en haar cultuurminister Bert Anciaux om een actieve politiek te voeren en binnen de vastgelegde budgetten oude topstukken aan te kopen. Dit verdient ook onze steun. Zo kunnen we een deel van Vlaanderens cultureel erfgoed opnieuw verwerven en onze musea er mee opwaarderen. Woensdag stelde de minister in het KMSK te Antwerpen fier “Oude man in een kroeg” van Adriaen Brouwer voor. Omdat het KMSK wel werken van de andere drie vermaarde schilders in z’n bezit heeft, liet Brouwer nog een leemte na. Nu niet langer. Mooi gewerkt. Maar, een en ander roept bij mij toch vragen op. De minister stelde op de radio het werk gekocht te hebben op een beurs in Maastricht van galerie Arnoldi-Livie uit Munchen voor een aanvaardbare prijs van 742.990,65 euro. Aldus kenners zeker deze prijs waard. Enig opzoekingswerk leert mij echter dat hetzelfde werk (beide bronnen spreken immers over het schilderij als zijnde afkomstig van de graven van Bergeyck) acht maanden terug geveild werd als lot 46 bij Sotheby’s in Amsterdam. Het werd 100.000 tot 150.000 euro geschat en werd verkocht, inclusief roepgeld, voor 360.250 euro. Vreemd. Wie adviseerde de minister dat 742.990,65 euro aanvaardbaar is? Het werk verdubbelde op korte termijn van waarde. Akkoord, de prijs van een stuk wordt mede bepaald door wat je er voor veil hebt. Maar is dit niet een beetje overdreven? Ik vrees dat er in Munchen een feestje gebouwd werd…
Gemeenschap of gewest? Zelfs over het betrekken van de deelstaten is men het in België niet eens. Wat is het nu? Een dialoog tussen de gemeenschappen of één tussen de gewesten? Is het de lezer ook nog niet opgevallen dat die beide begrippen lukraak door elkaar gehaspeld worden? In Vlaanderen spreekt men over een dialoog tussen de gemeenschappen. In Franstalig België over een gesprek tussen de drie gewesten. Sorry, maar dat is wel een hemelsbreed verschil. De discussie kristalliseert zich dan over de rol van Brussel en de Duitstalige gemeenschap. Vooral het eerste is voor Vlaanderen zeer controversieel. Mag Charles Picqué meepraten? De vraag dient eerst gesteld of die man wel begrijpt dat in zijn stad zowel de Franse als de Vlaamse gemeenschap aanwezig zijn? Kan hij daar ook naar handelen en zich zo opstellen? Ik betwijfel het. Het exclusieve Wallonië-Brussel-verhaal dat hij met Demotte aan het schrijven is staat daar wel haaks op. Erger, het is erg kort door de bocht en… kortzichtig. Als men nu vanuit Franstalige hoek toch zou willen praten, zijn de kaarten door hen zeer mooi gelegd. Met een slecht karakter en lapidair gesproken lees ik het volgende in hun voorstel: 1. We gaan met twee tegen één aan tafel zitten. 2. De Vlaamse geldbeugel moet ten allen tijden openblijven. Solidariteit heet dat. 3. Ons grondgebied moet uitgebreid worden. Lebensraum pleegde men dit te noemen… Van Vlaamse kant staat daar tegenover: de grondwet toepassen en bevoegdheden geven aan alle deelstaten. Geef toe. We zullen snel uit de problemen zijn.
Fier N-VA te zijn! De twee slimste hoofdredacteuren van Vlaanderen weten waar de schuldigen zitten voor de impasse waarin het land verzeild geraakt is. Het zijn niet de Walen. Hun "non", daar hebben ze alle begrip voor. Neen, het is andermaal de schuld van de N-VA. Yves Desmet maakte dinsdag reeds volgende analyse bij het mislukken van Yves Leterme: "Door een electorale dopingpil te nemen in de vorm van een kartel met een partij waarvoor elk compromis waarbij men zelf ook toegevingen moet doen ideologisch en electoraal een niet te verdragen gedachte is." Klopt, wij vragen ons inderdaad af welke prijs je moet betalen om 1. de grondwet na te leven en 2. bevoegdheden te verdelen, niet alleen voor Vlaanderen, ook voor Wallonië. Waarvoor zouden we een prijs moeten betalen? Voor iets dat we ook aan hen geven? B-plusser Luk Van der Kelen, en daarnaast ook nog hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws, deed er vandaag nog volgende schep bovenop: "De opmerkelijkste verklaring kwam gisteren van Bart De Wever. «Al een jaar wordt het land gegijzeld door een minderheid», zei hij. Grappig: men kan evengoed stellen dat het land gegijzeld wordt door een minderheid van zes zetels in het parlement. Die van de N-VA. In essentie is het dat waar het om draait." Als dat allemaal waar is, dan zijn wij straffe vrouwen en mannen, neen? Met om en bij vijf procent, zes kamerleden, twee senatoren, zeven Vlaams parlementsleden, één Vlaams minister en één Europees parlementslid het land al 400 dagen gegijzeld houden. Je moet het maar doen. Zegt dat niet meer over dit land dan over ons? Neen heren, in Vlaanderen is wat aan het veranderen. Ook daar zegt men nu eens "neen". Dat we als N-VA daar mee voor gezorgd hebben, staat buiten kijf. Nauwelijks een paar jaar terug was het communautaire ook voor jullie afgedaan. Ik ben fier daarin een steentje te kunnen hebben bijdragen.
Merci Le Soir De Franstalige "kwaliteits-"krant Le Soir die vorig jaar nog in een grootscheepse samenwerking met De Standaard blijk meende te moeten geven van haar vaderlandslievende inborst, laat in het vooruitzicht van 15 juli niets onverlet om Vlaanderen zwaar te schofferen. Heel verstandig als je het mij vraagt Daarnet vond ik volgende mail in cc in mijn mailbox. Ik kan deze gevoelens van velen in Vlaanderen niet beter verwoorden:
l'attention de madame Béatrice Delvaux, rédacteur en chef LE SOIR
Mevrouw,
Aangezien u in Dilbeek bent komen wonen, neem ik aan dat het mij is toegestaan om u in het Nederlands te schrijven.
Ik ben ook zo'n Bart De Wever.
Wat dacht u met mij te doen? Word ik ook tot zinken gebracht in het midden van de oceaan? Hoe gaat u dat organiseren? Moeten wij samenkomen op een bepaalde plaats, bijvoorbeeld in Breendonk, of worden wij bij nacht en ontij uit ons bed gelicht door uw stasi?
U moet eens even luisteren.
Elke dag betaal ik 4,50 euro aan transfers. Dat zou, naargelang de bron, ook 5,50 euro kunnen zijn, maar ik hou het op 4,50. Op jaarbasis is dat 1.642,50 euro. Voor een modaal gezin - man, vrouw, twee kinderen - wordt dat 6.570 euro. Elk jaar opnieuw. Omdat er 6 miljoen Vlamingen zijn tegenover 4 miljoen Walen en Brusselaars, moet u de regel van drie toepassen. Dat betekent dat elke Franstalige van zijn Nederlandstalige medeburgers jaarlijks 2.463,75 euro krijgt. Afgerond is dat 99.000 oude frank.
Mocht er in Athus, Profondeville of Houte-Si-Plout een gek zijn die mij elk jaar honderdduizend frank gaf, ik stuurde hem elke maand een brief om hem nogmaals te bedanken en ik belde wekelijks om te vragen waarmee ik hem van dienst kon zijn.
In Belgiê gaat dat anders. In België zijn de gulle gevers sale Flamins, nazi's, negationisten, racisten en egoïsten. Ze zijn bekrompen, kleingeestig, zelfgenoegzaam, onverdraagzaam en nog meer van die strekking.
Voor mij hoeft dit niet meer. Ik wens niet langer solidair te zijn met een minderheid die altijd met het handje open staat, maar verder haar onwil oplegt aan de meerderheid en elk gesprek afwijst met een hooghartig non.
Ik stel voor dat we vandaag nog een punt zetten achter de Belgische constructie. Ze werkt toch niet meer.