Kris Van Dijck is politicus voor de N-VA. Burgemeester van Dessel en voorzitter van de N-VA-fractie in het Vlaams Parlement. In "kris-kras" geeft hij zijn visie op politiek en wereld. Dit vanuit zijn eigenheid, maar ook soms krachtig en scherp...
Lokaal verankeren Jongens toch, ik besef dat ik ruim een maand niet geblogd heb. Wat is er aan de hand, hoorde ik sommigen al luidop denken. Wat er aan de hand is? Eigenlijk niks, en toch weer veel. Het is een enorm drukke maand geweest en de periode die voor ons ligt ziet er niet rustgevender uit. En die drukke periode heeft heel veel te maken met 14 oktober 2012. Nog een grote acht maanden scheiden ons van de volgende lokale en provinciale verkiezingen. Geen verkiezingen als een ander, zeker niet voor mijn partij. Zeker niet voor de N-VA. Laat me naar mijn eigen arrondissement kijken. Het arrondissement Turnhout met name. Dé Kempen, zoals wij, als we dan al eens een keertje fanatiek zijn, durven beweren, want de andere stukken Kempen krijgen een bijvoeglijk naamwoord als Limburgse, Nederlands, of Antwerpse Voor- voorgeschoteld. Neen, dé Kempen zijn de zevenentwintig gemeenten van het arrondissement Turnhout. In die Kempen telde de N-VA bij opstart in september 2001 een handvol afdelingen. Het was oproeien en opboksen tegen alles en nog wat. In 2006 gingen we naar de kiezer met eigen lijsten in een vijftal gemeenten. Het was geen succes. In steden als Geel, Mol en Turnhout werden geen zetels gewonnen. Dessel was de grote uitzondering met 51,2% en een volstrekte meerderheid. In een handvol andere gemeenten gingen we in kartel. Daar met wisselend succes en een schepen in Laakdal, Beerse en Oud-Turnhout. Ondertussen is er veel water door de Kleine en Grote Nete gevloeid. Zowel bij de Vlaamse verkiezingen in 2009 als bij de federale verkiezingen in 2010 brak de N-VA in de zes Kempense kantons door en klokte overal vlot af boven de 30%. Dat moet nu verankerd worden! De voorbije periode hebben we niet stil gezeten. Spreken met en bezoeken van mensen en voordrachten houden op partijactiviteiten aller handen. En niet zonder succes… Ondertussen zijn we actief in elk van die 27 gemeenten. Geen blinde vlekken meer. Integendeel. Zoals de teller nu aangeeft zullen we in 25 van die 27 gemeenten met eigen lijsten naar de kiezer stappen. Dit is een bereik van 93% en als we naar bevolkingsaantallen gaan kijken nog een pak boven de 95%.. Ik durf te beweren dat zelfs de CD&V er in haar gloriejaren niet in lukte om zoveel lijsten met de nationale partijnaam neer te leggen. Gaan deze verkiezingen de successen van 2009 en 2010 bevestigen? Dat is niet zeker. Straks tellen lokale dossiers. Straks telt het lokaal beleid. En tellen lokale gezcihten. Maar waar ik wel zeker van ben dat is dat één kiezer op drie die ooit N-VA stemde moet kunnen overtuigd worden om dat straks opnieuw te doen. Dat is de uitdaging! De N-VA in elk dorp en stad een lokaal gezicht geven en mee de motor zijn van een sterk lokaal beleid. Daar doen we het immers voor!
Het regeerakkoord uitvoeren! “Peeters ten aanval tegen Peumans” titelt de Gazet van Antwerpen op haar eerste blad. De journalist, Paul Geudens, spreekt van: “een sneer die ook wijst op een groeiende gespannen verhouding tussen de minister-president en de voorzitter van het Vlaamse Parlement, en meer in het algemeen tussen CD&V en N-VA.” Het ‘nieuws’ wordt ook gretig overgenomen door andere media. Als bevoorrechte getuige wil ik hier toch het volgende over kwijt: Dat na het uiteenvallen van het kartel, na de verkiezingen van 2009 en zeker van 2010, na het steeds maar groeiend potentieel van de N-VA en na het vormen van een federale regering zonder N-VA en zonder een meerderheid in Vlaanderen, er spanningen zijn tussen de vroegere kartelpartners lijkt me nogal wiedes. Met het oog op de lokale verkiezingen van het najaar zal dat er niet op beteren, want hoe die ook zullen uitdraaien, het feit alleen al dat in het merendeel van de Vlaamse steden en gemeenten autonome N-VA lijsten zullen meedingen naar de gunst van de kiezer, komt voor de CD&V zeer bedreigend over. Is het sociologisch niet eenmaal zo dat beide partijen in grote mate in dezelfde vijver vissen? En dat Jan Peumans en Kris Peeters beide sterke persoonlijkheden zijn en beiden hun eigen instellening (parlement en regering) verdedigen, daar is op zich toch ook niks mee, of wel? Toch vraag ik hier van iedereen correct te zijn. In de eerste plaats omdat er in 2009 een regeerakkoord gesloten werd door drie partijen en dit voor de volle vijf jaar. Dit regeerakkoord wordt gedragen door een grote meerderheid in onze democratie en dient dus ook uitgevoerd te worden. Wie het begrotingsdebat eind december 2011 wat gevolgd heeft weet, als ie intellectueel correct is, dat toen door de regering en alle meerderheidspartijen, ook door ondergetekende, tot vervelens toe gesteld werd dat we in februari van dit jaar een grondige begrotingscontrole zullen doorvoeren. Dat er ernstig zal moeten bespaard worden. Iedereen was het er over eens dat alle pistes open dienen te liggen en dat een begroting in evenwicht het uitgangspunt blijft. Sommige ministers en parlementsleden lieten de voorbije dagen voor een stuk in hun kaarten kijken. Mag dat nog? Mij kan men niks verwijten. Ik heb aan eenieder die er mij om vroeg geantwoord dat onze kabinetten en medewerkers alle mogelijke pistes uitzoeken om een half miljard euro te besparen. Ik wil eerst een studie. Dan pas het debat. Maar wat zich nu voltrekt noopt mij toch even de puntjes op de ‘i’ te zetten. Bepaalde media doen nu hun uiterste best om een breuk te vinden tussen CD&V en SP.a enerzijds en N-VA en de oppositie anderzijds als het over De Lijn gaat. Daarom volgend citaat uit de notulen van het Vlaams Parlement, dinsdagavond, 20 december 2011, omstreeks 23 uur ’s avonds. Ik geef toe, we waren nog maar met een handvol aanwezigen en ook de minister-president was er niet, maar ik neem aan dat wat in het parlement, van op het spreekgestoelte gezegd wordt, toch nog wel enige politieke relevantie heeft: “Een aantal luxe-uitgaven zullen we moeten proberen schrappen. Ik heb vandaag ook het voorbeeld van De Lijn genoemd, met alle sympathie voor de sp.a-collega’s en voor minister Lieten. Het kan niet dat men 1 miljard euro aan De Lijn geeft met een kostendekking van 15 procent. Dat heeft niets met ideologie of met partijpolitiek te maken, want de verantwoordelijke minister is van mijn partij. Wanneer we naar die 500 miljoen euro gaan, dan zal dat soort zaken in vraag gesteld moeten worden. De kaasschaafmethode heeft immers ook haar grenzen.” Aan het woord was niet Jan Peumans, niet Kris Van Dijck of Matthias Diependaele. Ook niet minister Philippe Muyters, maar wel Erik Van Rompuy. CD&V. Of heb ik iets gemist de voorbije dagen? Neen toch. Vroeger op diezelfde dinsdag liet de heer Van Rompuy het volgende optekenen in De Morgen: “…er zullen nieuwe besparingen moeten komen. Neem nu De Lijn: de vervoersmaatschappij krijgt een klein miljard aan subsidies, maar heeft een kostendekkingsgraad van 15 procent. Dat kan niet langer. Waar de heer Geudens schrijft: “veeg eerst voor de eigen deur vooraleer u met andermans zaken te bemoeien”, als Jan Peumans suggesties formuleert, snap ik niet goed. Is Jan tot op heden niet de enige politicus die een deel van zijn loon afstaat? En wat wordt bedoeld met andermans zaken? Wordt de begroting van Vlaanderen niet door het parlement goed- of afgekeurd? Is dat dan geen zaak van het Vlaams Parlement? Van Jan Peumans en de honderd drieëntwintig anderen? Is er ondertussen iets veranderd met de bevoegdheden van de instellingen? Blijkbaar heb ik opnieuw iets gemist. O ja, en voor ik het vergeet, de begroting van het Vlaams Parlement werd eenparig goedgekeurd. Ook door CD&V dus...
Begrotingsdebat Vandaag, dinsdag 20 december, startte de tweedaagse begrotingsbespreking in het Vlaams Parlement. Hieronder mijn algemene tussenkomst van vanmiddag: Geachte Heer Voorzitter, Mijnheer de minister-president, Mijnheer de minister, Collega’s, Mijn tussenkomst tijdens deze begrotingsbespreking zal waarschijnlijk weinig verrassingen inhouden. Voor de meerderheid is deze begroting goed. Sterk onderbouwd. Gefundeerd. Voor de oppositie zwak en slecht ingeschat. Virtueel, zeggen ze. Zij zouden het heel anders en veel beter doen. Wel collega’s, Toon me één begroting, van eender welke overheid, die enkel en alleen uitgaat van zekerheden. Daarom is het een begroting. Een raming. We ramen inkomsten op basis van prognoses die ons aangereikt worden. En ja, toen we aan de begroting opmaak begonnen in de zomer, sprak het planbureau nog van een groei van 2,2%. Daar bouwden we reeds een veiligheid in, door het te houden op 1,6%... Een percentage dat later ook door het planbureau vooropgesteld werd. Voor 2011 was dat nog 2,4%. (Ik kom daar straks op terug.) We ramen ook onze uitgaven. Op basis van het beleid zoals het reeds uitgetekend werd. Door beslissingen in het verleden genomen en met oog en oor voor het regeerakkoord. En tot spijt van wie het benijdt sluit ook deze begroting opnieuw. Met de ambitie trouwens om zo ook 2012 op het einde van het jaar af te sluiten. Maar de oppositie heeft anderzijds overschot van gelijk wanneer ze stelt: (en ik citeer de VLD) “De toekomst boven Vlaanderen oogt onzekerder dan ooit. Vlaanderen zit in een moeilijke federale en Europese omgeving…” Wie het zegt. Vorige week hoorde ik nog een collega van de oppositie, op dit spreekgestoelte orakelen dat wij, politici, Vlaamse volksvertegenwoordigers, ons als in een biosfeer onder deze glazen koepel zouden wanen, en elke besef van de realiteit verloren zijn. Wereldvreemden. Ik voel me evenwel niet aangesproken… De N-VA voelt zich niet aangesproken… Bang Want als het over de ware realiteit, buiten deze koepel gaat? Inderdaad, collega’s, de mensen zijn ongerust. Mensen zijn bang. Ze zijn onzeker voor wat de toekomst brengen zal. Maar ze zijn ook boos. De economische toekomst is onzeker. Er is sprake van stagnatie, zelfs van achteruitgang. Van recessie. De Euro, als politiek project, staat onder druk. Overleeft de Euro? Overleeft de Euro-zone? Wat staat er ons te gebeuren als dat niet zo is? Wat gebeurt er met mijn spaarcenten? En de toekomst van de banken? Hoe moet het verder nu we meer en meer overgeleverd zijn aan de Moody’s en Standard and Poor’s van deze wereld. Die wikken en beschikken en die de leiding in handen schijnen te hebben als volleerde marjonettenspelers. Vandaag nog moeten we van Moody’s een bank achteruit nadat eerder de rating van België achteruitging. Vlaanderen is te veel afhankelijk van België, aldus Moody’s. We staan nog wel sterker dan de federale overheid, laat ook dat duidelijk zijn. Maar zoals gezegd, de mensen zijn bang. Ga ik straks nog wel een pensioen kunnen ontvangen en hoe staat het met de betaalbaarheid van de gezondheidszorgen? Zal die nog betaalbaar zijn als ik daar straks behoeftig aan ben? En het zuiden van het land, dat twee dagen vroeger dan voorzien naar het stakingswapen grijpt. Waar moet dat allemaal naar toe? Die ongerustheid leeft bij de man en vrouw op de straat, buiten deze ‘biosfeer’. En wij horen die ongerustheid! Veilige haven En hoe staat het dan met de overheden? Een Belgische staat die miljarden moet besparen. 11,2 miljard? 13,2 miljard? Waarvan politieke commentatoren zeggen dat het cement van de federale regering de partij is die er geen deel van uitmaakt… Een Europa dat zich niet op orde krijgt en dat zich meer en meer aftekent in een sterk noorden en een zwak zuiden. De Neuro-zone en de Zeuro-zone, waarbij de Vlaming hoopt bij het noorden ingedeeld te kunnen worden, als het ooit zover zou komen. Een breuklijn die misschien wel eens dwars door dit land loopt… Dit begrotingsdebat willen we de volgende twee dagen voeren tegen de achtergrond van wat er in België, in Europa, in de wereld allemaal aan het gebeuren is… Een reden te meer om van Vlaanderen een veilige haven te maken. Met aandacht voor zwakken. Met kansen geven aan sterken. En een budget in evenwicht, een budgettaire orthodoxie, is daartoe een stevig fundament! Een basis. Collega’s, Vorig jaar hoorde ik de oppositie eigenlijk net dezelfde kritieken geven als dit jaar. Allemaal vrij voorspelbaar en zoals daarstraks gesteld: niks nieuws onder de zon. Maar mag ik er toch even op wijzen dat de buffers en de manier waarop het hele jaar door een vinger op de knip gehouden werd, we bij machte waren om het kapseizen van de Gemeentelijke Holding op te vangen. Nu doet men daar smalend over. Maar herlees wat gezegd werd. Herinner u hoe vanuit de Gemeentelijke Holding de smeekbeden tot bij ons kwamen. Vlaanderen deed, en kon doen, wat nodig was. En ons budget ontspoorde er niet door! Wat ook opvalt zijn de tegenspraken bij die oppositie. Voor de ene liberale partij zijn we schuldenbergen aan het maken (Van Rouveroij), voor de andere liberale partij (Vereeck) zit Vlaanderen in de slappe was… En kan de geldpot niet op. Geen van beiden intimideren ons. Begroting 2012 Deze begroting werd bovendien opgesteld volgens de regels van het nieuwe Rekendecreet. Op zich is dit zeker het vermelden waard, want het noopte de administratie, en ons, tot een volledig andere manier van werken. Een operatie die blijkbaar naar ieders voldoening verlopen is, want ik hoorde er geen kritieken op. En is het niet zo, dat wat goed is, verzwegen wordt?... Sta me toe nog op twee punten even dieper in te gaan: de gehanteerde parameters bij het opstellen van de begroting 2012 en de bruto beleidsruimte. Zoals in mijn inleiding gesteld is deze begroting opgesteld met een door het planbureau vooropgestelde groei van 1,6%. Net zoals het Brussels gewest met VLD’er Vanraes dat doet. Maar daarover hoor ik Open VLD hier niks zeggen… Ondertussen weten we dat die economische groei overschat is, en de inflatie wellicht onderschat. De regering zal begin februari begrotingscontrole houden. Zo kondigde minister Muyters ook aan in de commissie algemeen beleid, financiën en begroting. Ik heb dat daar zeer goed gehoord. Mijn fractie wil dat die oefening plaatsvindt met als doelstelling dat het budget in evenwicht blijft en dat we binnen de budgettaire orthodoxie die we onszelf opleggen twee uitgangpunten overeind blijven: 1. hoe kunnen we nutteloze en inefficiënte kosten blijven vermijden; 2. hoe kunnen we de beleidsruimte die er is zo efficiënt mogelijk inzetten. Op die manier werken we aan vertrouwen en zekerheid. Twee elementen die noodzakelijk zijn voor burger en bedrijven. Dit houdt natuurlijk ook in dat wij zelf de keuzes maken en dat het niet zomaar kan zijn dat zaken die federaal door besparingsmaatregelen aldaar, afgeschaft of afgebouwd worden, zomaar door Vlaanderen kunnen overgenomen worden. Wij willen alles met open vizier bekijken, maar geen evidenties! Wij maken ‘onze’ begroting. Anderzijds kan men niet ontkennen dat de andere inkomsten, andere dan groei en inflatie, in deze begroting voorzichtig ingeschat werden. Het Rekenhof berekend dat de samengevoegde en gedeelde belastingen 26 miljoen euro te laag geraamd zouden zijn. Ook de raming van de gewestelijke belastingsontvangsten ligt 57,6 miljoen lager dan de federale raming. Hier verwijs ik ook graag naar de tussenkomst deze voormiddag toen minister Muyters al de verschillende buffers opsomde. Maar wat echt wel van de pot gerukt was, was de kritiek van collega Van Rouveroij aan minister Muyters waar hij stelde dat het Waals gewest wel grote buffers heeft aangelegd… Vlaanderen zou in Wallonië in de leer moeten gaan… Wat de heer Van Rouveroij vergat, was wel dat het budget van het Waals gewest niet in evenwicht is. Zo is het eenvoudig, buffers aanleggen en het budget in het rood laten gaan. De bruto beleidsruimte van 1 miljard 143 miljoen euro ten opzicht van 2011 wordt vooreerst aangewend voor het zogenaamde constant beleid en dit ten belope van 765 miljoen euro. Voor het effect van de indexatie dient er 424 miljoen euro extra te worden uitgetrokken tov begrotingscontrole 2011. Deze kredieten zijn enerzijds nodig voor het op kruissnelheid brengen van de overschrijding van de spilindex in april 2011, de verwachte overschrijding van de spilindex in februari 2012 en het aanleggen van een buffer voor een eventuele overschrijding van de spilindex in oktober 2012 Maar laat ons vooral niet vergeten dat de beschikbare beleidsruimte een resultante is van de onszelf opgelegde othodoxie. Neem nu het voorbeeld van onze eigen overheid; een afgeslankte overheid met 4% minder loonkost, 7,5% minder werkingsmiddelen, 30% besparing op consultancy en 30% op communicatie. En dit alles zonder sociale onvrede. De resterende netto beleidsruimte van 378 miljoen euro wordt dan weer aangewend voor: - 38,4 miljoen euro ter stimulering van arbeidsdeelname van laagverdieners; - 40 miljoen voor het instellen van een conjunctuur buffer; - Het instellen van een provisie met 60 miljoen euro beleidskredieten en 70 miljoen euro betaalkredieten voor het opvangen van de eventuele budgettaire gevolgen van de invoering van het Rekendecreet enerzijds en dringende investeringsuitgaven anderzijds; - En jawel 230 miljoen euro nieuwe initiatieven conform de uitvoering van het Regeerakkoord waaronder o 60 miljoen onderzoek en ontwikkeling o 55 miljoen wachtlijsten gehandicaptensector o 30 miljoen vernieuwd sociaal beleid o 30 miljoen onderwijs o 30 miljoen loopbaan- en competentiebeleid o 10 miljoen investeringen in infrastructuur o (15 miljoen allerlei) Tot slot liggen de betaalkredieten 85,7 miljoen euro hoger dan de beleidskredieten. Het is ooit anders geweest. Slot Mijnheer de minister-president, “Een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden”, zo luidde in de zomer van 2009 de titel van ons regeerakkoorden. Dat het beslissende tijden zijn, staat buiten kijf. Aan dat daadkrachtig Vlaanderen zullen wij blijven werken. En voor volgend jaar geen 365, maar 366 dagen, elke dag opnieuw. Op mijn fractie kan u rekenen.
Farizeeën Dexia en de Gemeentelijke Holding zijn de voorbije weken en maanden niet uit de actualiteit geweest. En geef toe, het was meestal geen fraai nieuws… Maar laat ons zeker niet vergeten dat een overheid, wees het een Vlaamse dan wel een federale, die om de haverklap gevraagd wordt om financiële instellingen te redden, daar niet zelf op zit te wachten. Laat dat in ieder geval duidelijk zijn. KBC, Fortis, Gemeentelijke Holding, Dexia. Straks Ethias? Steeds opnieuw doet men een appel op de overheid, op de politiek om reddingsboeien uit te gooien. Iedereen staat dan ook om ter luidst te roepen dat de overheid haar verantwoordelijkheid moet nemen. Niet op z’n minst de politieke wereld zelf, met als het om de Gemeentelijke Holding ging Open VLD, SP.a en CD&V op kop. Daarom vind ik het spel dat sinds gisteren opgevoerd wordt over de wijze waarop de Vlaamse regering de Gemeentelijke Holding wenste te redden een ferme slag onder de gordel. De Vlaamse regering sprong de Gemeentelijke Holding bij met het verstrekken van 40 miljoen Euro in ruil voor commercial papers, een kortlopende lening dus om tijdelijke betaalproblemen bij de Gemeentelijke Holding op te vangen. De betaalproblemen van de Gemeentelijke Holding niet oplossen zou leiden tot een failliet van de Gemeentelijke Holding. En voor wie het nog niet zou beseffen: een failliete Gemeentelijke Holding betekent massaal veel Dexia-aandelen op de markt, met een beurscrash tot gevolg, wat finaal zou leiden tot een failliet voor Dexia holding én Dexia bank. De Vlaamse regering had die ‘belegging’ onmiddellijk aan het Vlaams Parlement moeten melden, stelt collega Dirk Van Mechelen. Dit zou zij niet, of te laat gedaan hebben… Immers, als het over een ‘belegging’ ging, golden er mijns inziens zeker nog andere regels: A-rating, rendement, concurrentie, om er maar drie te noemen.Een reden te meer om te bewijzen dat wat de Vlaamse regering deed niet het opnemen van commercial papers was met het oogpunt van te beleggen. De Vlaamse Regering zat met die 40 miljoen commercial paper niet te wachten op een woekerrendement. Het was niet meer of niet minder dan het verlenen van een overbruggingskrediet. Net om de holding waarvan VLD’er Francis Vermeiren voorzitter is te redden, ging de Vlaamse regering zeer diep. Evenals de regering van het Waalse en Brusselse gewest, die in verhouding nog dieper in hun geldbuidel tastten. Nu de banbliksem uitspreken over minister Muyters en de Vlaamse regering vind ik dan ook bijzonder hypocriet. Het is als de redder die in het zwembad springt om een drenkeling op het droge te hijsen achteraf met de vinger te gaan wijzen omdat hij zich niet eerst douchte. Ik wil me niet verschuilen achter het gegeven nood breekt wet, maar als die partijen, die om ter hardst riepen om de Gemeentelijke Holding te redden, achteraf iets minder luidruchtig zijn om schuldigen aan te duiden, nu wel de Vlaamse regering als helper die niet de juiste procedure zou gevolgd hebben, op de rooster leggen, dan kan ik alleen maar concluderen dat de letter van de wet belangrijker is dan de geest er van. Mensen die die houding aannemen zijn farizeeën.
40 jaar Vlaams Parlement Vandaag werd de verjaardag 40 jaar Vlaams Parlement gevierd. Tijdens de feestzitting mocht ik namens de N-VA deze boodschap brengen: Mijnheer de voorzitter, Mijnheer de minister-president, Dames en Heren ministers, Geachte genodigden, Collega’s, “Een gebeurtenis als deze zal zich intenser dan ooit voortzetten,” waren de wijze woorden die VU-senator Leo Elaut uitsprak toen hij op 7 december 1971 de eerste vergadering van de Raad voor de Nederlandse cultuurgemeenschap voorzat. Opgroeiend in een gezin dat met z’n twee voeten in de Volksunie stond, heb ik van op afstand, maar tegelijk van zeer nabij deze evolutie mogen meemaken. Het was voor mij dan ook een stille droom ooit in een eigen Vlaams parlement te mogen zetelen… Een droom die op 13 juni 1995 waarheid werd. Het staat als een paal boven water dat deze vergadering, dit Vlaams Parlement, één van de instrumenten was waarnaar de brede Vlaamse Beweging, én het politiek Vlaams-nationalisme streefden. Een eigen parlement, waarin de keuzes van en voor onze gemeenschap zouden kunnen gemaakt worden. De rol die een partij als de Volksunie daarin speelde mag daarbij niet onvermeld blijven, maar de Volksunie deed dat niet alleen. Ook bij de andere partijen groeide het besef om België om te vormen tot een federale staat. Bij de een al met wat meer enthousiasme dan bij de ander… Bij de start van de invulling van die autonomie was België nog een unitaire staat. De ironie wil dat net door de onwil van de Franstaligen om van België een tweetalig land te maken, de kiemen werden gelegd voor twee naties. Waar de Cultuurraad nog weinig bevoegdheden, geen regering en beperkte financiële mogelijkheden had, was de gedrevenheid in 1971 al groot. Maurits Van Haegendoren sprak er al van: “we moeten niet praten, maar doen doen doen.” Een kleine vier jaar later werd in Mechelen de eerste Vlaamse Gewestraad geïnstalleerd. Van de CVP’er Raf Hulpiau mogen ons tot op vandaag volgende woorden bijblijven: “een belangrijke stap in een onomkeerbaar proces van Vlaamse zelfbeschikking.” Woorden die niet door iedereen gesmaakt werden want sommigen verlieten daarop de zaal… En dat het een moeizaam proces was, bleek ook uit het scepticisme toen op 21 oktober 1980 de Cultuurraad omgevormd werd tot een Vlaamse Raad. Enkel een fotootje in een bepaalde kwaliteitskrant (die toen nog AVV-VVK op haar voorblad afdrukte) zonder veel tekst, zonder veel commentaar… De grote stap voorwaarts, werd gezet bij de Sint-Michielsakkoorden: de rechtstreekse verkiezing van de deelstaatparlementen en dus het einde van de dubbelmandaten. Het was dus een langzaam proces waardoor dit soeverein parlement tot stand kwam. En ja, wij zijn soeverein. Zowel intern binnen Vlaanderen, als extern naar de hele wereld toe. Het is een dubbele rol die we mogen en moeten opnemen. Collega’s, Mijn fractie is er van overtuigd dat deze dynamiek niet te stoppen is. Het inspireert ons ook in ons handelen. Binnen dit parlement bezinnen we ons meer dan eens over de toekomst en hoe die zou moeten uitgetekend worden om een nog beter beleid, een nog beter bestuur voor de Vlamingen mogelijk te maken. En terecht, want dit parlement is de uiting bij uitstek van de democratie in Vlaanderen. Het werkingsgebied van de politieke partijen, namens wie wij hier zetelen, valt naadloos samen met de ruimte waarbinnen dit parlement haar bevoegdheden uitoefent. Dit Vlaams parlement valt samen met de democratie zoals die in Vlaanderen bestaat. Al de fracties hier aanwezig kunnen door ‘elke’ kiezer van ‘onze’ democratie bestraft of beloond worden. Hier werkt de democratie op haar best. Mijnheer de voorzitter, Dit parlement, als vertegenwoordiger van die Vlaamse democratie, van die Vlaamse natie, heeft nog een grote toekomst. En de uitdagingen zijn groot. Het belang van dit parlement zal toenemen. Er is een onmiskenbare en onomkeerbare verschuiving van het politiek zwaarte punt naar Vlaanderen en Europa. Proficiat aan ons allen en wie voor ons kwam, met wat geweest is. Maar laat ons vooral ambitieus vooruitkijkend naar wat komen zal.
Afwezigheid is niets waard De aanval is de beste verdediging moeten ze in de Wetstraat 89 denken. Nadat eerder collega Erik Van Rompuy vorige week op een scherpe wijze over de N-VA blogde en het een ramp noemde als de Vlaming de N-VA blijft steunen, was het nu opnieuw aan voorzitter Beke om de N-VA een venijnige sneer te geven. Waar hij eerder te kennen gaf dat het economisch programma van de N-VA het grootste geheim van de Wetstraat is (eenvoudig te vinden op www.n-va.be/standpunten/economie_werk_en_ondernemen), blijft hij herhalen dat de N-VA zichzelf buitenspel zette door in juli de nota Di Rupo af te wijzen. Op die manier probeert hij het eigen falen, het eigen miskennen van de verkiezingsuitslag, goed te praten. Beke verzwijgt daarbij wijselijk dat ook hij ooit een nota afwees. De nota Vande Lanotte, weet je nog. Alleen, toen bleef het Vlaams front overeind. Samen uit, samen thuis, was het parool van de N-VA. In juli daarentegen niks van dat alles. Overgoten met een sausje, gefabriceerd in Laken, werd de grootste partij van het land er vakkundig afgereden. De ‘staatsmannen’ mochten vervolgens drie weken vakantie nemen om uitgerust met bekwame spoed de klus te klaren. Een eindsprint die echter langer zou duren dan de grens van de magische honderd dagen. De nota Di Rupo bleek toch zo goed niet te zijn. Toch zal men straks een regering installeren die geen meerderheid heeft in Vlaanderen. Geen meerderheid bij de meerderheid van dit land. Als democraat vind ik dit hallucinant, maar meer nog wind ik me op over het beperkt protest dat ik hoor. Nu geen ‘shame’-betoging. Geen KVS-verontwaardiging. Geen baarden die blijven staan. Integendeel. Ze worden geschoren. En met die baarden de kiezer… Alhoewel. Zit de voorbode van dat protest misschien in de laatste peiling van RTBf-La Libre? Afgenomen op een moment dat het begrotingsakkoord beklonken was. En verklaart deze peiling ook niet de aanval van Beke? Want geef toe, waar men straks met een nipte minderheid in de Nederlandstalige taalgroep van de Kamer zal starten, begint deze minderheid dramatische vormen aan te nemen. De drie traditionele partijen, SP.A, VLD en CD&V, halen samen geen 40 procent meer. Nauwelijks 39,1 procent. Jawel, zeven tiende minder dan de vermaledijde N-VA die aldus Beke afwezig bleef… En derhalve niets waard is… De N-VA piekt op 39,8! De CD&V nog 12,6… De drie traditionelen spelen een erg gevaarlijk spel. Een regering vormen, die geen draagvlak heeft in de eigen democratie, maar haar legitimiteit haalt uit een politieke macht uit een andere democratie. Die van de Franse en Duitstalige gemeenschap. Bij politieke partijen waar wij als Vlaamse kiezers geen vat op hebben. Die wij niet kunnen belonen of straffen. Als zij straks, maandag 5 december 2011, voor de koning hun eed afleggen, mag de Vlaamse democratie terecht spreken van Zwarte Maandag.
Van crapuul en eerlijke vinders Je leest het met de regelmaat van een klok: mensen die beroofd worden, wiens portefeuille gestolen wordt, of erger nog, die toegetakeld worden voor een habbekrats geld, tot het leven moeten laten voor een i-pod. Wat dit laatste betreft moet ik maar verwijzen naar de moord op Joe Van Holsbeeck voor enkele jaren in het Centraalstation van Brussel. Je leest het, je hoort het, draait het blad in de krant om, en gaat verder met de sportbladzijden. Het gebeurt, maar je staat er niet of te weinig bij stil... Tot het jezelf overkomt; beroofd worden in dat Centraalstation… Gisterenochtend spoorde ik naar Brussel. Ik moest om half 10 in het parlement zijn en tegen dat uur, op een dinsdag, met een auto naar Brussel rijden, is een quasi onbegonnen werk. Eenmaal in het parlement borg ik mijn portefeuille, waarin ID-kaart, bankkaarten en wat cash geld, op in een zijzakje van mijn rugzak. De overjas kon ik zo veilig achterlaten in de vestiaire. De rugzak de ganse dag bij mij. Na mijn dagtaak in parlement en partijsecretariaat, begaf ik me samen met partijondervoorzitter Ben Weyts omstreeks half negen naar het station. Het was er niet de drukte van tijdens de spits, maar toch. Wat me sowieso opnieuw opviel was dat er heel wat mensen rondhingen die niet direct blijk geven van de trein te gaan nemen, noch er wachtende zijn om toekomende familie of vrienden op te vangen. Neen, rondhangers die er op zoek zijn naar… Op een bepaald moment scheidden de wegen tussen Ben en mij zich. Hij daalde af naar perron 4. Ik naar perron 5 voor de trein naar Turnhout. Bijna beneden aan de trap voelde ik gemorrel aan mijn rugzak die ik over één schouder droeg. In een reactie draaide ik me om, de rugzak van mijn schouder halende. In één oogopslag merkte ik dat de rits, waarin de portefeuille zat, open stond en greep de man achter me bij zijn jas met de boodschap: “jij hebt mijn portefeuille.” Alles gebeurde vliegensvlug. Hij gebaarde van krommenaas en toonde mij in zijn ene hand een gsm en wees met de andere hand een andere persoon (kompaan?) achterna, alsof niet hij, maar wel die andere de snode dader was. Daar sta je dan. Een vermeende dader voor je, nog steeds binnen handbereik, niet wetende hoeveel kompanen hij in de buurt heeft, en een andere vermeende dader op de loop. Wie achterna gaan? Wat met je rugzak waarin PC, i-pad en een tiental documenten en dossiers? Die moet zeker ook beschermd worden waardoor je beperkt bent in je handelen. Ja, daar sta je dan. Machteloos. Ik zei het onmiddellijk tegen een groep vrouwen in de buurt. “Hier word je met je ogen open beroofd en je kan niks ondernemen…”, terwijl de eerste snoodaard ook doodgemoedereerd weg stapt. Het eerste wat ik deed was naar huis bellen en mijn vrouw vragen om bank- en visa-kaart te blokkeren. Dan maak je mee wat dagelijks tientallen overkomt in trein- en metrostations, pleinen en straten, waar crapuul heerst en terroriseert. Bijna thuis kreeg ik een sms: “Ik heb u portefeuille in koningstraat,brussel gevonden. Waar kan ik het terug sturen? Mvg B.T., brussel” Opgelucht bel ik de eerlijke vinder uit Schaarbeek. Buiten het geld zit alles er nog in. De brave man bezorgde me vanochtend alles terug en volgende week gaan we er op lunchen.
Inspectie van Financiën Er zijn van die collega’s in het Vlaams Parlement die er al een week lang in lukken een sfeer te creëren waarbij burgers op de duur zouden gaan geloven dat het Vlaams Parlement haar controle taak niet kan uitoefenen. Met het adagio als je het lang genoeg met een uitgestreken gezicht en dito stem blijft herhalen, zal men het om den duur wel geloven zeker? Collega fractievoorzitter Lode Vereeck is daar zo’n krak in. Hij lijkt het zelf te geloven…. Waar gaat het over? De adviezen van de Inspectie van Financiën worden niet systematisch overgemaakt aan de parlementsleden en dat maakt van Vlaanderen een louche bestuurd orgaan. Slik. Wat is die Inspectie van Financiën? Opgericht bij decreet stelt deze inspectie adviezen op t.a.v. de regering. Deze adviezen zijn voorbereidende documenten, net als alle andere adviezen die er zijn. Wat de regering van dergelijke adviezen al dan niet overneemt in de definitieve tekst, is een politieke afweging. Dat advies van Financiën wordt geschreven vanuit de eenzijdige bril van begroting. Het houdt geen rekening met politieke keuzes die gemaakt worden door de regering. Een beleidsvoorstel van de regering enkel beoordelen aan de hand van Inspectie van Financiën is dan ook kortzichtig en bekrompen. Niet de Inspectie van Financiën bestuurt het land. De aangestelde en gecontroleerde regering doet dat. Het is aan haar keuzes te maken en verantwoordelijkheid af te leggen. Daarop kan en moet ze ook aangesproken worden. Naast de Inspectie van Financiën, als adviesorgaan van de regering, heeft het parlement het Rekenhof naast zich om haar bij te staan. Dit Rekenhof krijgt ook alle mogelijke info om haar advieswerk te vervullen. Zo krijgt het Rekenhof in het kader van de begroting bijvoorbeeld alle voorbereidende stukken: de fiches vanwege de departementen en agentschappen, de verslagen van de technische bilaterales, de excell werktabellen van Begrotingszaken. Enkel de adviezen Inspectie van Financiën niet omdat dit inderdaad interne documenten zijn, standpunten die juist tijdens de technische bilaterales worden besproken en afgetoetst met de begrotingsvragers in aanwezigheid van de Inspectie van Financiën. Het is niet omdat de adviezen van Inspectie van Financiën geschreven documenten zijn dat die nog veel toegevoegde waarde kunnen geven eens de verslagen van de technische bilaterales er zijn. Vanaf dat ogenblik zijn ze in feite gedateerd en eigenlijk niet meer bruikbaar voor een analyse van de finale begrotingsvoorstellen van de regering aan het parlement. Het Rekenhof is het trouwens daarmee eens en heeft bijgevolg ook niet meer aangedrongen om die adviezen te krijgen. Anderzijds moeten keetschoppers als mijn LDD-collega ook weten dat er decreten zijn die bepalen wat wel en niet onder de openbaar valt. Decreten die door één ieder, ook de Vlaamse regering zelf, moeten nageleefd worden. Wat zou de oppositie komen vertellen als de regering de decreten ‘niet’ zou naleven? Inzake aangelegenheden die louter binnen de bevoegdheid van de regering vallen zoals de toekenning van facultatieve toelagen, het gunnen van overheidsopdrachten, het sluiten van beheersovereenkomsten met IVA's en EVA's, moet gewezen worden op de vertrouwelijke aard van die adviezen. Zij zijn enkel gericht aan de bevoegde minister, met afschrift aan de minister van Financiën en Begrotingen en aan de Minister-president omdat zij horizontaal belast zijn met het toezicht en de coördinatie van het begrotingsbeleid. Naast de toets van de budgettaire inpasbaarheid en de wettelijkheid en regelmatigheid van een voorstel kan een advies van de Inspectie van Financiën ook betrekking hebben op de zogenaamde opportuniteit. Dit wil zeggen: is het voorstel beleidseffectief of kostenefficiënt, zijn alle mogelijke alternatieven afgewogen, is voor een zuinige oplossing gekozen, enz. Het publiek maken van dergelijke opmerkingen tast juist de impact van het advies op de latere besluitvorming aan. Het wordt dan immers een element van het zuiver politieke keuzeproces en ondergraaft daardoor de onafhankelijkheid waarmee het moet tot stand kunnen komen. Indien de Inspectie van Financiën weet dat haar adviesnota's systematisch publiek worden gemaakt gaat ze juist een vorm van 'auto-censuur' op haar analyse toepassen, zeker wat de opportuniteitsaspecten betreft, waardoor de mogelijke kritische meerwaarde ervan voor de besluitvorming verdwijnt. Met andere woorden door de adviezen systematisch openbaar te maken bekomt men net het tegenovergestelde van wat bedoeld werd: een onafhankelijk, kritisch en deskundig oordeel ten behoeve van de minister of de regering alvorens zij een beslissing neemt. En dit laatste wil ik ten allen tijden overeind houden.
Voor Ludo De voorbije dagen kwam ik Ludo verschillende keren tegen. Op de wedstrijd België-Noorwegen van de Rode Duivels dames in het Armand Melis stadion bijvoorbeeld. Maar ook op het kerkhof naar aanleiding van Allerheiligen. En op het marktplein... Hij porde me aan opnieuw een blog te schrijven. Ik liet het wat afweten, was zijn commentaar. En zelfs hij werd daar op aangesproken. “Wat is het, is van Dijck stil gevallen?” In alle sereniteit heb ik hem toevertrouwd dat ik inderdaad een zeer drukke periode achter de rug heb (en nog voor de boeg) en dat dat de reden is van iets minder productiviteit op kris-kras. Niets anders. En passant beloofde ik hem dat ik mijn volgende blog aan hem zou wijden. Vandaar de titel. Want laat ons eerlijk zijn, er is in de actualiteit altijd wel stof genoeg om over te schrijven. En stof ook om je mateloos over te ergeren. Net als het gegeven dat er nooit veel nieuws onder de zon is... En dat je bepaalde stramienen steeds ziet weerkeren… Neem nu de sluiting van FBFC Dessel. FBFC International is een fabriek in de schoot van AREVA Frankrijk dat reeds van in de jaren zestig brandstofelementen fabriceert voor kerncentrales. Na Fukushima en de sluiting van een aantal kerncentrales was het duidelijk dat de overproductie van brandstof, die er al was, zich nog scherper zou aandienen. Dit gecombineerd met de nieuwe fabriek van AREVA in Frankrijk, zouden de buitenlandse vestigingen in België en Duitsland nog meer onder druk komen. Wie verbaast het zich? Laat ons niet vergeten dat één van de concurrentiële voordelen die FBFC kende door dwaas politiek handelen gefnuikt werd. FBFC fabriceert immers ook brandstofstaven met MOX. De buur Belgonucleaire leverde die MOX-pastilles aan. Toen men de fabriek wou uitbreiden, met Frans kapitaal nota bene, trokken Molse socialisten hiertegen ten strijde. De Raad van State zou soulaas brengen. De Fransen lieten het zover niet komen en bouwden hun MOX fabriek niet in Dessel, maar wel in eigen land. Kort nadien kon Belgonucleaire Dessel de deuren sluiten. Kennis en knowhow verkasten naar het zuiden. De installaties en de gebouwen aan de Europalaan worden nu ontmanteld. Alleen afval blijft over. Het zou een voorbode zijn van wat FBFC eveneens te wachten staat. Aan dit verhaal moet ik met een wrang gevoel denken wanneer ik vandaag Louis Tobback bezig zie. Ook hij trekt naar de Raad van State. Tegen een bouwvergunning, afgeleverd door de regering waarvan de partij, waarvan zijn zoon voorzitter is, deel uitmaakt. Probeer dan het één en het ander maar eens aan elkaar te knopen. Net zoals de socialisten van Mol het Dessels bedrijf de nek kwamen omwringen, gaat de burgemeester van Leuven zich moeien met een dossier dat nog veel verder van zijn Leuvense voordeur ligt. En dan in het Vlaams parlement, met diezelfde socialisten in de meerderheid, maar aanbevelingen maken over versnelde procedures m.b.t. bouw- en milieuvergunningen. Toch brengt de Leuvense burgemeester mij op een idee. Misschien moet ook ik sneller naar rechtbanken en Raad van State stappen wanneer ik vermoed dat elders doorlopen procedures en afgeleverde vergunningen een negatieve invloed zouden hebben op Dessel en haar inwoners. En jawel hoor, ik denk dat ik die ga vinden. Dan geraak ik ook in het nieuws. Oktober 2012 voorbereiden… Als alle 308 Vlaamse burgemeesters zich diezelfde pretentie zouden aanmeten en zich zouden gaan moeien met dossiers van buiten hun gemeenten, zoals sommige rode toonbeelden doen, het zal me een mooie wereld worden. Wedden dat er dan straks in Vlaanderen niks meer zal gebouwd worden. Dan kunnen we allemaal jubelen met het banana-principe: build absolutely nothing anywhere near anybody (bouw absoluut niets in iemands buurt). Onze economie en haar groei zal er zeker wel bij varen… Man, man, man, miserie, miserie…
Nederlands aan de Free University of Brussels Naast het Nederlands hebben ook andere talen een plaats in het hoger onderwijs. Maar het voorstel van Paul De Knop, rector van de VUB, om voor anderstalige masters geen Nederlandstalig alternatief meer te voorzien in Vlaanderen is voor Vera Celis en mij een brug te ver. Meer ruimte voor het Engels mag niet ten koste gaan van het Nederlands. Deze column verscheen in De Morgen van 8 oktober 2011: We hadden niet kunnen vermoeden dat we deze discussie nog zouden moeten voeren in de 21ste eeuw. Twee eeuwen geleden vonden sommigen dat het Nederlands of het ‘Vlaams boerentaaltje’ niet geschikt was voor het hoger onderwijs. Die strijd moeten we nu toch niet meer voeren, dachten we. Maar toch… In De Morgen (6.10.11) pleit Paul De Knop voor een aanpassing van de taalregeling in het hoger onderwijs, om zo meer opleidingen in het Engels te kunnen aanbieden zonder dat er een Nederlandstalige equivalent voor is. Hij schrijft: “Het ontbreekt momenteel blijkbaar nog aan de steun van de N-VA-politici om het Nederlands los te laten. We dagen de N-VA echter uit om aan te tonen dat ze waarlijk voor Vlaanderen opkomt. Vanuit het grote denkraam van Bart De Wever moet een snelle blik op de geglobaliseerde wereld volstaan om te beseffen dat het Engels onmisbaar is, wil ons hoger onderwijs blijven meespelen op wereldvlak.” We willen rector De Knop meteen duidelijkheid geven. De N-VA is niet van plan het Nederlands los te laten, nu niet en in de toekomst niet. Dat komt inderdaad omdat wij opkomen voor Vlaanderen. Mag dat nog? Daarom vinden we dat het Nederlands een volwaardige taal moet zijn en blijven aan onze hogescholen en universiteiten. De meerderheid van de afgestudeerden komt ook nog steeds terecht in een Nederlandstalige omgeving. Met de taalregeling die tot op heden van kracht is, kunnen er volledige anderstalige, veelal Engelstalige, opleidingen worden georganiseerd. Een snelle telling leert dat men aan de VUB nu al 23 volledig Engelstalige masters kan volgen op 66 aangeboden masteropleidingen (waaronder ook de Nederlandstalige equivalenten van deze Engelstalige masters). We vragen ons af wat eigenlijk het probleem is. Of lonkt Paul De Knop nog meer naar zijn collega’s van de ULB? Meer dan een jaar geleden werd in het Vlaams parlement een akkoord bereikt over een aangepaste taalregeling voor het hoger onderwijs. Er komt wat meer soepelheid, waardoor universiteiten en hogescholen de Vlaamse studenten internationaal een sterkere positie kunnen geven en de instellingen ook gemakkelijker buitenlandse studenten en docenten kunnen aantrekken. Dat is precies wat Paul De Knop vraagt. Op bachelorniveau kan er tot 33 studiepunten in een andere taal worden aangeboden (wat overeenkomt met één semester). Masters kunnen dan weer volledig in een andere taal worden aangeboden, maar dan moet er in Vlaanderen wel minstens één Nederlandstalig alternatief zijn (d.i. de zogenaamde equivalentieregel). Een evenwichtig compromis, waar zowel meerderheidspartijen CD&V, sp.a en N-VA als oppositiepartijen Open Vld en Vlaams Belang zich volledig in konden vinden. Behalve Groen! en LDD was niemand vragende partij om de equivalentieregel af te schaffen. Dat is nooit aan de orde geweest, ook nu niet. Deze beperkte versoepeling was voor de N-VA aanvaardbaar op twee voorwaarden. Ten eerste moeten er strenge en gecontroleerde kwaliteitseisen komen, onder meer wat betreft de taalkennis van de docenten. Die is vandaag nog vaak ondermaats. Ten tweede moet er ook gekeken worden naar de noden van de samenleving. Die is niet gebaat met vakspecialisten die wel het Engelse vakjargon beheersen, maar niet kunnen communiceren met klanten, patiënten, leerlingen, werknemers, enz. Het is onzinnig dat een Nederlandstalige docent in het (slecht) Engels les geeft voor een auditorium vol Nederlandstalige studenten, die de bedoeling hebben met hun diploma in Vlaanderen aan de slag te gaan. Dat kan karikaturaal lijken, maar dergelijke absurde toestanden zijn bekend. De N-VA heeft de VUB altijd gesteund als Nederlandstalig kenniscentrum in de kosmopolitische stad Brussel en zou dat graag blijven doen. Als de rector van de VUB echter het Nederlands loslaat dan moeten wij misschien de VUB loslaten. Welke bestaansreden heeft deze universiteit dan immers nog? Waarom zou Vlaanderen nog in deze universiteit moeten investeren als ze geen Nederlandstalig kenniscentrum meer wil zijn? Het staat de rector van de ‘Free University of Brussels’ dan vrij om in zijn geglobaliseerde wereld te gaan zoeken naar investeerders, die even gul zijn als de Vlaamse Gemeenschap.
Merhaba sevgili çocuklar Een katholieke school in Lommel heeft sinds dit schooljaar een eentalige Turkse juf in dienst om het grote aantal Turkse kleuters in hun thuistaal te begeleiden. 'Zo voelen de kinderen die thuis geen woord Nederlands geleerd hebben zich veiliger', zegt directeur Danny Huijsmans. Ik lees dit op de website van De Standaard. Professoren Taalontwikkeling en minister van Onderwijs Pascal Smet juichen dit toe. Interessant is ook te weten dat dit gebeurt op vraag van de Turkse gemeenschap. Zij wilden dat hun kleuters in hun moedertaal opgevangen worden en stelden daarom zelf een juf aan die ze ook zelf betalen. De juf blijkt zelf ook geen letter Nederlands te spreken… Is dit nu normaal? Is dit de wereld niet op z’n kop? Ik heb altijd gedacht dat wanneer je naar een ander land emigreert, dat je dat doet om daar je toekomst te maken. Daar te gaan werken en leven. Daar gelukkig en oud te worden. Dat je dan naar een andere samenleving emigreert en daar deel van gaat uitmaken. Dat je niet alleen voor jezelf maar ook voor je nageslacht het allerbeste voor hebt. Blijkbaar heb ik het mis en zijn er nog tal van immigranten die zich apart blijven opstellen. Die niet de inspanningen leveren om hun kinderen de taal van hun nieuw land te leren. Erger, die kinderen op schoolleeftijd aan de poort dreigen af te zetten in een voor hen vreemde omgevingstaal. En wat doen ze dan? Niet het kind de taal van het land leren. Wel de school een leerkracht laten aanstellen die dat kind kan opvangen… Straks ook een Turkse leerkracht in het eerste leerjaar? En in het zesde? Dat jongeren die het onderwijs verlaten meertalig moeten zijn en worden spreekt niemand, ook ik niet, tegen. Zelf voel ik me nog beperkt terwijl ik me toch min of meer in vier talen kan behelpen. Maar starten deze jonge Turkse ouders niet met de verkeerde ingesteldheid? Hoe kan het dat hun kinderen geen Nederlands kunnen? Gelet op de Belgische migratiewetgeving, moet minstens één van de twee ouders toch zelf opgegroeid zijn in Vlaanderen. Waarom worden die kinderen weggehouden van die taal waarin ze straks zelf hun weg moeten maken? Ik vind dit een vorm van verwaarlozing. Die kinderen krijgen niet de kansen die ze verdienen. Dan in de school maar een Turkse juf aantrekken is, zoals boven gesteld, de wereld helemaal op z’n kop. Iedereen heeft er de mond van vol om generatiearmoede, in al zijn betekenissen, tegen te gaan. Iedereen weet dat het niet beheersen van de onderwijstaal nefast is voor de rest va de onderwijscarrière en dus generatiearmoede in de hand werkt. Om die reden ook is thuistaal een onafhankelijke indicator in het nieuwe omkaderingsdecreet basisonderwijs. En dan ga je als school bestendigen en zelfs investeren, weliswaar met niet-publieke middelen, in het niet kennen van de onderwijstaal ? Ik begrijp dat niet. Het aantal beschikbare lestijden in een school zijn eindig : elke moment dat je Turks spreekt, kan de betrokken leerling niet oefenen in het Nederlands. De school ontneemt deze kinderen belangrijke rechten ! Meer nog, we zijn er samen van overtuigd dat het kleuteronderwijs een belangrijke functie heeft. Zelfs dermate belangrijk dat we er ook studiefinanciering voor voorzien enerzijds én kinderen die te weinig naar het kleuteronderwijs zijn geweest een taaltest Nerderlands laten afleggen voor ze instappen in het lager onderwijs anderzijds. Ik vind het een hele rare pedagogische kronkel als school om dan in te zetten op Turks. Mogen die kinderen thuis Turks leren? Natuurlijk mogen ze dat. Ook zij hebben recht op het behoud van hun afkomst, taal en cultuur. Maar hen weghouden van de taal en cultuur van hun toekomst kan op geen enkele manier gerechtvaardigd worden. Neen, de school geeft mij wat dat betreft duidelijk het verkeerde signaal. PS wat ik mij trouwens afvraag is hoe de betrokken juf communiceert met haar Vlaamse collega’s … of moeten die nu ook maar Turks leren ? En hoe valt dit te rijmen met alle pleidooien tegen segregatie ? Beste ouders, als je inderdaad bekommerd bent om je kinderen en de school extra middelen wil geven uit eigen zak, zou dan een bijkomende leerkracht Nederlands geen betere optie geweest zijn?
De redelijkheid is ver zoek Vandaag wordt er niet onderhandeld. Op zich niet verrassend. Er is de voorbije 454 dagen ook meer niet dan wel onderhandeld… De schuld van de moeizame besprekingen wordt de voorbije dagen in de schoenen van MR-FDF geschoven. Zij kunnen niet akkoord gaan met de op de tafel liggende voorstellen om BHV te splitsen. Zij vragen nog meer compensaties voor wat sommige media een zuivere splitsing noemen. Ik weet niet waar die media dat halen, maar een zuivere splitsing ligt duidelijk NIET op tafel! Het splitsingsvoorstel zoals het in de nota Di Rupo staat is een reeks van compromissen waarbij de balans ver overhelt in de richting van de Franstaligen. Misschien is dat wel de beproefde tactiek; nog meer eisen om die eisen finaal te laten vallen en al die compromissen die er van bij aanvang inzaten dan zonder slag of stoot binnenhalen. Shame on you, Vlaamse onderhandelaars. Wat ik nu ga schrijven heb ik heus niet uit mijn duim gezogen. Het bilan werd door tal van instanties opgemaakt. Van de dertien Vlaamse eisen wordt er één ingewilligd. De twaalf anderen niet. De twaalf Franstalige allemaal wel. In mensentaal is de uitslag dan 24-1. Van compromissen gesproken. Veronderstel dat BHV, een eis van de Vlamingen, gesplitst wordt, wat zijn dan de 24 Franstalige ‘overwinningen’: - geen structurele hervormingen van de instellingen in Brussel; - geen responsabilisering van de deelstaten; - wel een extra financiering van Brussel met 600 miljoen euro - geen analyse van reële lasten en lusten berekening van de hoofdstedelijke functie; - geen stopzetting van financiering door Brussels Gewest van gemeenschapstaken; - wel de installatie van een ‘Metropolitane Gemeenschap’; - wel extra bevoegdheden voor het Brussels Gewest; - wel constitutieve autonomie voor het Brussels Gewest; - geen erkenning van de tweeledigheid van België; - de faciliteitengemeenten blijven niet ten volle onder de voogdij van de Vlaamse regering; - wel een bijzondere procedure voor de aanstelling van burgemeesters; - wel de mogelijkheid voor de inwoners van de faciliteitengemeenten om in Brussel te gaan stemmen; - de territorialiteitsbeginselen worden niet gerespecteerd; - de faciliteiten worden wel gebetonneerd in de Grondwet; - de taalwetgeving wordt in Brussel niet gecontroleerd, noch gesanctioneerd; - tweetalige ambtenaren in Brussel blijft niet behouden; - wel een wijziging van de taalwetgeving naar tweetalige diensten; - gerechtelijk arrondissement BHV wordt niet gesplitst; - wel bijzondere regelingen ter zake voor Franstaligen die in Vlaanderen wonen; - dit betekent bovendien geen correcte regeling voor het taalgebruik in gerechtszaken; - wel tweetalige rechtbanken bevoegd in de faciliteitengemeenten; - wel medezeggenschap van Brussels Gewest en Waals Gewest over de Brusselse ring (inclusief op- en afritten) die quasi volledig in Vlaanderen ligt; - geen lijstverbinding tussen lijsten in Brussel en Vlaanderen; - wel tweetalige lijsten in Brussel. Volgens Olivier Maingain moet de slachting stoppen. Kan jij die ‘slachting’ vinden? Ik zie in dit land één enkele slachting. Dat is het afslachten van de Belgische, grondwettelijk vastgelegde binnengrenzen en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden en plichten. Deze afslachten, niet respecteren is het stopzetten van het samenlevingsmodel. En bovendien, heren veronderstelde burgemeesters, als het zo erg is om in Vlaanderen te wonen, waarom doen jullie dat dan? Niemand verplicht jullie daartoe. Respect aub.
Deju toch… Je hebt van die mensen die in de politiek komen en onmiddellijk een aureool van grote wijsheid, deskundigheid en ik-weet-alles-beter proberen op te hangen. Soms zie je aan het monkellachje omheen hun lippen dat ze het zelf niet geloven, of erger nog, menen dat ze een fantastische zet deden. Daaraan moest ik denken toen ik senator Rik Torfs daarnet op Terzake het proces van Bart De Wever hoorde maken. Niet gezien? De professor uit Heist op den Berg meende dat Bart beter is in de studio’s van Terzake dan aan de onderhandelingstafel. Hoe weet hij dat? Van die studio, dat kan hij beoordelen, neem ik aan, maar bij mijn weten heeft de professor nog nooit met onze voorzitter onderhandeld. Punt was dat hij, en met hem CD&V voorzitter Beke samen met een schare andere in het duister gestapte politieke gezagsdragers, wil doen geloven dat de N-VA niet wil of kan onderhandelen en moedwillig aan de kant is gaan staan... Toen de PS de nota De Wever afschoot, werd er niet onderhandeld. Toen de CD&V de nota Vande Lanotte afschoot, werd er niet onderhandeld. Nu de N-VA als enige de nota van Di Rupo gefundeerd en onderbouwd afschoot, een nota die nota bene een graad slechter is dan die van de SP.a’er, waren ze er allen als de kippen bij om zonder de N-VA te onderhandelen. In Wallonië denkt men er niet aan de grootste aan de kant te laten. In Vlaanderen? Geen probleem. Ergo, nadat de N-VA eraf gereden was heeft men de urgentie even opzij gezet en een maand vakantie genomen in Luilekkerland. De eerste klip bleek genomen. Maar bon, de grootste Vlaamse partij, eraf. De partij die de internationale aanbevelingen au serieus neemt, eraf. De parasieten, aldus Ecolo, eraf. Je zou voorwaar gaan geloven zijn dat men er nu zo door zou vliegen. Maar de realiteit is anders. Niet de N-VA is het probleem. De standvastigheid om de noodzakelijke hervormingen hard te maken ontbreekt. Dat is het probleem. Neem nu het gegeven dat geen probleem zou mogen zijn en waarop het alsmaar blijft botsen: de rechten van de Franstaligen in de Rand. Welnu die hebben één fundamenteel recht. Hetzelfde recht als dat al die Vlamingen hadden en hebben die naar Wallonië emigreerden: het recht zich aan te passen. Het is pas als de Franstaligen dat echt tussen hun oren geknoopt hebben dat we de ernstige problemen kunnen aanpakken. Of ik nog in een deftig akkoord geloof met deze partijen aan de tafel? Neen! Ondertussen hebben we hier in Dessel de zomervakantie ook zo goed als opgeborgen. Traditiegetrouw start die met Graspop Metal Meeting en de laatste zaterdag van augustus afgesloten met Dessel Swingt. Het tienjarig jubileum was opnieuw een schot in de roos met pret en vertier voor jong en oud op het marktplein. En ja, de weergoden hadden we niet echt tegen ons. Mag ook wel eens na al de rampspoed van de voorbije periode. Op diezelfde Dessel Swingt avond bereikte ons dan weer een zeer leuke tijding. Dessel Sport plaatste zich voor de 1/16-finale van de Beker van België. Het mooie daaraan is de affiche Dessel – Club Brugge op woensdagavond 21 september in het splinternieuwe Armand Melis Stadion. Ik droomde er van de Club te mogen inviteren om het stadion in te spelen, maar gelet op het feit dat begin augustus de eersteklassers al aan hun competitie bezig waren, moesten we dat niet proberen. Nu krijgen we mijn blauwzwarte favorieten dan toch een kleine twee maanden later op bezoek. Of ik hiermee gelukkig ben? Zit ik die avond toch niet in Qatar zeker. Deju toch…
Opening Armand Melisstadion Op donderdag 4 augustus werd het Armand melisstadion van Dessel Sport geopend. Een beetje laat, maar hier mijn toespraak:
"Geachte Heer bondsvoorzitter, Schepenen en raadsleden, Mijnheer de voorzitter, Geachte genodigden,
Alle goeie dingen bestaan uit drie… en ik ben de vierde spreker… Maar er zijn zo van die momenten dat een mens blij én trots is burgemeester te mogen zijn. En voor diegenen die daaraan zouden twijfelen; vandaag is zo’n moment. Je mag er immers van op aan dat wat hier gerealiseerd werd zowel uniek als enig is. Dit te mogen zien gebeuren in je eigen gemeente, in je eigen dorp, en daaraan hebben mogen meewerken; daar doet een politicus het toch voor. Of niet soms? Ik verklaar me nader…
Het staat buiten kijf dat de bouw van een nieuw voetbalstadion 'de' droom was van voorzitter en oud-schepen Armand Melis. Hij kwam er voor het eerst mee naar buiten met een persmededeling die verscheen op 21 april 2005. Een nieuw stadion op gemeentegrond in Brasel en het bestaande A-terrein aan de Lorzestraat verkavelen. Op diezelfde 21 april 2005 lag hij als schepen mee aan de grondslag van een door de gemeenteraad goedgekeurd subsidiereglement waarbij de twee Desselse clubs over vijf jaar gespreid investeringssubsidies konden bekomen voor het verbeteren van hun infrastructuur. Witgoor Sport 206.250 euro. Dessel Sport 293.750 euro. Dessel Sport hield een belangrijk aandeel daarvan opzij voor dit project, zijnde bijna 161.000 euro. Daar werd de start genomen. Een jaar voordien was ook de BPA Sportpark Brasel aangepast, met daarop een locatie voor een stadion. Maar nog voor één en ander kon gerealiseerd worden, zouden de gemeenteraadsverkiezingen één en ander doorkruisen. Andere meesters, andere wetten? Vroegen sommigen zich af. Maar neen hoor. Want laat het duidelijk zijn, en nu ga ik misschien iets of wat persoonlijk. Armand en ik waren wel degelijk politieke tegenstrevers. En ook onze stijl van politiek bedrijven verschilde wel enigszins. Maar zijn droom was niet in tegenspraak met een aantal opportuniteiten die ook wij, als gemeentebestuur zagen. We vonden elkaar snel en goede afspraken werden gemaakt. Dit kwamen heel simpel hier op neer: wat ruimtelijke ordening betreft gaan we sporten in de sportzone en wonen mogelijk maken in de woonzone. En met een sociale visie daar bovenop zorgen we bovendien voor betaalbare bouwgronden. Dit laatste werd fijn uitgekiend. Omdat de gemeente, tegen een kleine vergoeding (175 euro jaarlijks geïndexeerd) de grond waarop dit stadion gebouwd werd voor 45 jaar in een recht van opstal aan Dessel Sport schonk, kwamen we dra overeen dat we een vinger in de pap kregen bij het bepalen van de verkoopprijs. Toen die vastlag deed het gemeentebestuur het volgende voorstel: “Elke bouwgrond die verkocht wordt aan jonge Desselaars zonder eigendom, doe daar 10.000 euro af. Die zal de gemeente betalen als subsidie voor het aanleggen van de wegenis en de nutsinfrastructuur.” Want vergeet niet, ook die moet de verkavelaar, zijnde Dessel Sport, bekostigen. En zo geschiede. Op 13 oktober van vorig jaar, en met de zeer vlotte samenwerking met notarissen Jean-Paul Van Ussel en Mia Willemsen, werden 20 van de 23 verkochte kavels toegewezen aan jonge Desselaars. Even later werd de subsidie voor de aanleg van de verkaveling overgemaakt: 200.000 euro. Dit laatste was dus heel duidelijk geen subsidie van de gemeente aan Dessel Sport. Het was een subsidie aan de jonge Desselse kopers! Gelooft iemand dat wanneer dit niet gedaan werd, de verkaveling niet verkocht zou geraakt worden? Zeker weten van wel , maar misschien wel met andere kopers… Begin dit jaar deed de gemeente wel een extra inspanning met de aanleg van de openbare weg Sportpark en de parking, die ook kan benut worden door o.a. BMX en sporthal, voor een bedrag van 80.404,5 euro. Zo krijgt Sportpark Brasel een invulling die vele gemeenten ons benijden: Finse piste, BMX-circuit met internationale wedstrijden, ruime sporthal die straks ook uitgebreid wordt, twee velden voor het arbeidersvoetbal, zes oefenvelden met jeugdinfrastructuur en nu dit stadion.
Maar, geachte genodigden, als ik dit project uniek en enig noem, is het niet zo zeer daarom. Met de drijvende kracht Armand Melis, zetten club en gemeente de trein op de rails. Wat volgde was voordien nauwelijks te voorzien… Want ja, op de vele momenten dat ik dit totaal project (bouw stadion en verkaveling) met Armand de schepenen en het clubbestuur besprak, had ook ik soms mijn twijfels of het allemaal wel zou lukken. Betaalbaar zou zijn. En meer nog, wie dat allemaal ter harte zou nemen. En ja, ook ik moet toegeven dat mijn twijfels toenamen toen de ziekte van Armand bekend werd. En als ik vandaag fier ben, als burgemeester, als Desselaar, als sportliefhebber, dan is het wel op de manier waarop jullie, voorzitter en bestuurders, schepenen, samen met de tientallen vrijwilligers en helpers, met eigen middelen, dit allemaal verwezenlijkten. Het zijn jullie die het deden. Niemand anders. En dit op 15 maanden tijd. Waar sport en voetbal een ware commercie geworden is, is hier in Dessel getoond wat de ware betekenis van sport is. Neen, niet geldgewin.
Mijnheer de bondsvoorzitter, Deze club lukt erin, bijna een halve eeuw lang, om in het nationale voetbal uit te komen, veelal in derde klasse, maar recentelijk nog tien jaren in tweede nationale, en dit met een eigen infrastructuur, zonder schulden, en met een jeugdwerking om “u” tegen te zeggen. Als uw aanwezigheid hier nu vanavond bij ons geen blijk van erkenning is… In onze directe omgeving zagen we clubs verdwijnen en fusioneren. Vorig jaar nog schreef ik een column, n.a.v. alweer een aangekondigde fusie in deze regio, dat straks de Desselse clubs Dessel en Witgoor Sport, dreigden te moeten kampen tegen de fusieclub FC Geel-Herentals-Meerhout-Mol-Wezel. Overal zien we clubs verdwijnen. Fusies, en vaker nog opslorpingen. Is dat de bedoeling? Niet zo in Dessel met haar twee clubs die nog steeds geschiedenis schrijven. Neen, ook de voetbalsport moet een gemeenschapsgebeuren blijven, dicht bij de mensen, waarvan samen kan gehouden en genoten worden. Wijlen Jos Mertens, boezemvriend van Armand, verwoordde het ooit nog beter toen hij een stikker ontwierp. Niet met de platgetreden slogan: “ik hou van Dessel Sport”. Wel met: “ik droom van Dessel Sport.” Dat is nog meer dan “houden van” verzekerde Jos mij toen.
Armand Melis had ook die droom. Maar in tegenstelling tot wat Marco Borsato zingt; zijn dromen niet altijd bedrog. Die droom, beste mensen, hebben jullie verwezenlijkt. En iedereen mag er van geloven wat ie wil. Maar waar ik overtuigd van ben, is dat Armand nu van hierboven toekijkt, glimlachend een sigaretje opsteekt en naar ons allen knipoogt met de boodschap: knap gedaan. Bedankt!"
Hard tegen hart Beste Bert, In 1995 kreeg ik, onder uw voorzitterschap, de kans Vlaams parlementslid te mogen worden voor de Vlaams-nationale Volksunie. Het waren moeilijke, woelige tijden. Politieke kruiperijen die resulteerden in overloperij. Herverkavelingen van het politieke landschap, bedisseld in achterkamers en voor de gewone mensen onbetaalbare restaurants. Langs alle kanten werd er aan onze ‘volksnationale’ partij getrokken of werd er op ons geschoten. De VLD was de toekomst... Jouw campagne: ‘de VU moet blijven’, was het antwoord. En we haalden het! We kregen de schwung er weer in. Ik herinner me nog het VRT journaal eind ‘97 verslag brengend over wat later zou blijken het laatste VU-congres was, waarbij Siegfried Bracke afsloot met de woorden: “Het gaat goed met de Volksunie, zeer goed.” Maar dat alles was buiten de waard gerekend. De VU was niet voldoende. Ze was te klein voor jou. De Vlaams-nationale paden zouden en moesten verlaten worden. ID21 zag het levenslicht en ons decennialang opgebouwde politieke huis, met vensters op Europa en zicht op de wereld, werd van binnenuit ontmanteld, afgebouwd en finaal gesloopt. Jij ging met een aantal volgelingen, steeds minder, je weg en onze paden kruisten elkaar nog vaak, maar samenlopen niet langer. Vandaag, beste Bert, lees ik in De Morgen je reactie op de vele haatmails aan het adres van Bart Peeters die hem te beurt vielen na zijn uithaal naar Bart De Wever. Ik heb echt niet de ambitie om het proces te maken van wat de heer Peeters allemaal vertelde bij Jan Hautekiet, maar sta me toe te zeggen dat het zeer sloganesk was en niet erg getuigde van kennis van zaken. Iedereen heeft het recht zijn of haar mening te ventileren, zeker ook artiesten, net zoals ik het recht heb daar op een beleefde manier op te reageren. De stelligheid waarmee hij de republiek Macedonië bestempelde als een land dat geen land is, vanwege haar belachelijke naam: ‘Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’, getuigt van grote onwetendheid. Mijnheer Peeters hoeft niet te weten dat de Macedoniërs hun eigen naam niet mochten, of konden gebruiken vanwege een Grieks veto toen ze in 1993 erkend wilden worden door de VN. Hij mag wel weten dat de Macedoniërs zeer goed weten waarmee ze bezig zijn en dat eerstdaags de onderhandelingen zullen starten om deze jonge republiek volwaardig lid te laten zijn van de Europese Unie. ‘De zon is ook een ster’, verwijzend naar de zon in de Macedonische vlag en de sterren van het Europese banier, is het motto van de kandidaatstelling. Macedoniër zijn om Europeër te worden, kan het mooier? Het is iets waarvan men ten tijde van de communistische dictatuur zelfs niet dromen mocht… En mag ik diegenen die te pas en te onpas naar Joegoslavië verwijzen als het over nationalisme gaat er op wijzen dat de lont van de bittere, smerige oorlog die er gevoerd werd, juist aangestoken werd door diegenen die het onafhankelijkheidsstreven van de verschillende Balkanentiteiten wensten te verhinderen? Ja, Bert, ik wil mijnheer Peeters zelfs volgen in zijn redenering van één grote kieskring. “Maak één grote federale kieskring en ik denk dat je dan een ander beeld krijgt”, luidden zijn profetische woorden. Ja, laat ons in het federaal parlement allemaal Belgen zijn. Geen taalgroepen meer, beschermde minderheden en bij de bok gezette meerderheden. Laat ons dat inderdaad doen. Maar dat hij dat eerst eens op de RTBf of RTL gaat voorstellen. Nadien spreken we elkaar opnieuw. Haatmails keur ik af, beste Bert, in alle richtingen. Sta me echter toe je te zeggen dat jij net hetzelfde doet als wat je De Wevers pretoriaans legioen verwijt. Je woordkeuze… Je vergelijkingen... Je pen is in vitriool gedoopt, Bert. Nijd, haat, afgunst, je kan het er allemaal in lezen. De terminologie waarvan je gebruik maakt om de N-VA en haar voorzitter te demoniseren is droevig. Het is hard tegen het hart van vele Vlaamsnationalisten die ooit voor jou door het vuur gingen, maar tien jaar na het ontbinden van de Volksunie o zo duidelijk...
Buik vol van geweld Gisterenavond ben ik met mijn dochter op stap geweest. Nu ja, op stap… Helena is dertien en samen met papa naar het voetbal is voor ons beiden een leuk onderonsje. De oefenwedstrijd tussen Club Brugge en Roda JC deed mij in de loop van de dag besluiten naar Nederlands Limburg, of moet ik zeggen Oost-Limburg, te rijden. De club uit Kerkrade maakte op haar webstek ook promotie voor dit vriendschappelijk treffen: 10 euro voor volwassenen en 5 euro voor kinderen. Helena zag dit best zitten en wij ruim op tijd naar het Parkstad Limburg stadion. Een hamburger en colaatje voor de match en het duel mocht voor ons beginnen. Maar heel dit vriendschappelijk familiegebeuren werd danig ontsiert door enkele tientallen imbecielen die zich in het Clubvak ophielden. Is dat supporteren? Net na de 1-0 bestormden een aantal onder hen het speelveld waarmee de eerste helft vroegtijdig afgefloten werd. En opmerkelijk, bekijk de videobeelden maar eens, van al deze hooligans niemand met clubinsignes. Niemand in blauwzwarte uitrusting… Op het einde van de wedstrijd zorgde de grimmige sfeer er bovendien voor dat al de mensen die zich in het Clubvak ophielden, het stadion niet mochten verlaten. En ja, veel mama’s en papa’s met kinderen. Net zoals wij. Vervolgens op eieren lopen om veilig de eigen auto te bereiken. Godgeklaagd; voetbal een feest! Club Brugge meldt op haar website dat het zich distantieert van de rellen in Kerkrade. Dit op z’n minst, zou ik zeggen! Club Brugge is het aan zichzelf en haar tienduizenden waardige supporters verplicht om dit crapuul te identificeren en hen verantwoordelijk te stellen voor de materiële en imago schade die ze aanrichtten. Het bloedbad dat de gek Breivik in Oslo en het eiland Utoya aanrichtte tart dan weer elke verbeelding in nog veel extremere vorm. Hoe is dit nu mogelijk? Op eigen houtje een bom gaan plaatsen en dan als een nietsontziende terminator, een uitroeier, over een eiland trekken en er de aanwezige jongeren afknallen. Als in een videogame… Ja, als in een videogame. Of het nu jongeren zijn van de socialistische partij van Noorwegen, het doet er op zich niet toe. Welke jongeren daar ook op kamp waren; dit is hallucinant. En de vergelijking met tal van games maak ik niet voor niks. Waarom leren wij jonge mensen zulke gewelddadige dingen? Blijkbaar zijn er gekken die niet het verschil kunnen of willen kennen tussen digitale fictie en reality, met alle gevolgen van dien. Dichter bij ons zie ik ook tekenen van aansporen tot geweld. Neem nu het stadbestuur van Dinant dat een schilderij tentoonstelt waarop Bart De Wever afgebeeld staat die een mes plant in de borst van koning Albert II. Dit symboliseert de politieke realiteit, stellen de kunstenaar Siob en de burgemeester van het stadje aan de Maas. Een boodschap die nog versterkt wordt door de media-aandacht in onze kranten en digitale media. De Franse kunstenaar heeft er in ieder geval het ereburgerschap van Dinant voor in ruil gekregen. Als blijk van Belgische burgerzin op ’s lands nationale feestdag kan dat wel tellen. Op één van die krantenwebsites, om De Standaard dan toch te noemen, blijft ook al maanden een haatliedje tegen diezelfde Bart De Wever te horen. Is dit op zich ook allemaal geen aanzetten tot geweld? Ik vind dus van wel. Wil men in dit land ook gekken op ideeën brengen? Om dan onze algemene verbazing te laten horen? Laat het duidelijk zijn: ik heb daar allemaal meer dan mijn buik van vol.
Groene auto’s zijn er in alle maten en kleuren De vergroening van de Belasting op Inverkeerstelling (BIV) genereert heel wat kritiek. vorige week vrijdag werd die hervorming, op voorstel van Vlaams minister van Financiën en Begroting Philippe Muyters (N-VA), principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Ik vindtde heibel compleet misplaatst. En wel daarom: Een belasting heffen, doet een overheid om twee redenen. Enerzijds om middelen te genereren die vervolgens worden ingezet om een beleid te voeren. Van een lokale, regionale of federale overheid verwacht men nu eenmaal investeringen in de levenskwaliteit van de burger. Anderzijds tracht de overheid door middel van belastingen of retributies een gedrag te sturen. Ongewenst gedrag wordt bestraft met belastingen, gewenst gedrag beloond met minder belastingen of zelfs premies. Dit is precies waarover het gaat bij de vergroening van de belasting op de inverkeerstelling. Niet de grootte van een auto maar zijn ‘groene bandafdruk’ wordt daarbij de basis voor de berekening van de belasting. De voorgestelde hervorming betekent geen belastingverhoging. Integendeel, zelfs. De tarieven zijn zodanig vastgelegd dat bij ongewijzigd gedrag de huidige inkomsten op hetzelfde niveau zullen blijven. In elke prijsklasse, dus voor elke portemonnee, zijn er tegenwoordig meer en minder vervuilende automodellen op de markt. Wie een vervuilende wagen koopt met een hogere BIV, of een milieuvriendelijke met een lagere BIV, kiest daar met andere woorden zelf voor. Wie achteraf klaagt over een belastingverhoging kijkt best even in eigen boezem. En zo komen we bij het punt dat deze hervorming beoogt: een gedragswijziging. Naast alle voordelen die een auto met zich meebrengt, kunnen we niet om dat ene enorme nadeel heen: de impact van uitlaatgassen op mens en omgeving. De hoogte van de belasting bij inschrijving van een nieuw of tweedehands voertuig wordt vanaf nu bepaald door zijn milieu(on)vriendelijkheid. Met de CO2-component in de berekening houden we de klimaatsverandering voor ogen. Maar we houden ook rekening met de luchtkwaliteit via de euronorm van de motor, zodat ook NOx en fijn stof in rekening worden gebracht. Als de consument een lagere BIV wil betalen, zal hij een milieuvriendelijke auto kiezen. Zo simpel is het. Criticasters staan inmiddels klaar met argumenten dat bepaalde ‘grote’ auto’s minder zullen moeten betalen dan sommige ‘kleine’. De N-VA wordt in hun redenering de partij die de kleine man wil pakken om de rijke te beschermen. Deze kromme redenering neemt niet weg dat er inderdaad kleinere auto’s zijn die duurder gaan worden terwijl grotere minder aan BIV zullen kosten. Maar hebben we het niet over vergroening? Liever een grote propere dan een kleine vuile. En wie een kleine of middelgrote wagen zoekt, heeft keuze in overvloed. Groene auto’s zijn er in alle maten, prijsklassen en kleuren. Dat Groen! en pleitbezorgers voor een schoon milieu nu kritiek spuien op deze hervorming komt zeer ongeloofwaardig over. Onvrijwillig denk ik aan de Trabantjes (zie foto) die na de val van de Muur naar het Westen kwamen bollen. Inderdaad, zeer goedkope autootjes. Zo goedkoop dat ze zelfs voor de DDR-burgers betaalbaar waren. Allemaal zeer sociaal, waarschijnlijk. Alleen zijn we inmiddels ruim twintig jaar wijzer. Voor de ecologische ‘bandafdruk’ van deze tweetakt mobieltjes zou vandaag geen zinnig denkend mens meer kiezen.
Ontgoocheld in het heden, bang voor morgen De gebeurtenissen op de vooravond van de Belgische feestdag tonen wat voor een land dit is: een minderheid die beschikt en een meerderheid die knikt. Arm Vlaanderen! Het plooien van de CD&V is niet meer en minder dan het stadion verlaten; welliswaar na de verlengingen, maar voor de strafschoppen het duel bezegeld hebben. Het heeft lang genoeg geduurd. Dus alles is blijkbaar goed… In plaats van de minderheid die plooit, plooit de meerderheid. De koning liet zich gisteren gaan. Hij, zo zei hij zelf en gedekt door Leterme, maakte recht van zijn derde prerogatief: het recht om te waarschuwen. Inderdaad, hij mag (moet) waarschuwen. Maar wie viseerde hij? Wie zich aangesproken voelde trekt het schoentje aan. Ik in ieder geval niet. Want waarvoor waarschuwde de vorst? 1. Dat de regeringsvorming te lang duurt en een gevoel van ongerustheid voor de toekomst schept. 2. Dat de crisis onbegrip wekt bij de burger ten opzichte van de politiek en een vorm van poujadisme zou doen ontstaan die de democratie ernstig kan schaden. 3. Dat het aanhouden van deze toestand het socio-economisch welzijn van alle Belgen zal aantasten. 4. Dat de Belgische situatie de Europese eenmaking hypothekeert en eurosceptici en populisten de vrije baan geeft. De koning heeft gelijk!!!! En wel daarom: 1. In een normale democratie zou men doen wat de meerderheid beslist en zouden internationale aanbevelingen ernstig genomen worden. Dat gebeurt duidelijk niet. Die aanbevelingen worden genegeerd en de wil van de meerderheid wordt aan de kant geschoven. 2. Als de burger vaststelt dat na de verkiezingen net het tegenovergestelde gebeurt van wat de meerderheid van de partijen zeggen, dan haakt men af. Erger; ze stellen vast dat dit land geen democratie is. 3. Geen drastische socio-economische en institutionele hervormingen betekenen een status-quo en zullen ons in de staart van het Europees peloton doen terugdringen. Nog even en we worden er af gereden. Met de hoogste belastingen en de laagste uitkeringen van de Eurozone, gaat men de lasten nog eens verhogen voor wie werkt, spaart en onderneemt… 4. Wie zijn de grootste eurosceptici? Zijn dat nu net niet diegenen die alle Europese aanbevelingen in de wind slaan en het Belgisch schip doen afstevenen op schipbreuk? Waarover gaan de aanbevelingen van Europese Commissie, IMF en OESO? - Dat de overheidsuitgaven moeten gesaneerd worden. Meer dan het zoeken naar nieuwe inkomsten. - Dat de economische groei moet gestimuleerd en de werkgelegenheid moet verhoogd worden. - Dat de loonkosten moeten dalen. - Dat de duurtijd van de werkloosheidsuitkering moet beperkt worden. - Dat de effectieve pensioenleeftijd moet verhogen. - Dat de automatische loonindexering moet losgelaten worden. En dat alles wordt door bepaalde media en politieke groepen geduid als antisociaal. Heel Europa is asociaal. Alleen België niet! Kom nou. Dat de Vlaamse partijen plooien, wars van Vlaamse regeerakkoorden en Octopusnota’s, ontgoochelen me sterk. En geen oog en oor hebben voor de internationale aanbevelingen maken me bang. Is het een overbodig gegeven Geert Noels te citeren als hij zijn licht laat schijnen over de nota Di Rupo, basis van onderhandelingen? “De druk van de financiële markten wordt gebruikt om het sociaaleconomisch luik van de nota Di Rupo door te duwen, terwijl die op lange termijn België op een Griekse route zet.” Ja, beste lezer, ik ben dus ontgoocheld in het heden en bang voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Prettige 21 juli trouwens…
Jelle Een regendag in Vlaanderen. Typisch Belgisch zomerweer zeker? Amper 20 graden Celsius. Juli baart vaker een muis. Op weg naar de Nacht van de Atletiek in Heusden-Zolder. Regenschermen en -jasjes in de koffer. En toch… Gespannen wordt er naar de autoradio geluisterd. Sprankeltjes zonneschijn tussen de donkere wolken… Gaat het dan toch waar zijn? Wordt op de flanken van de Pyreneeën geschiedenis geschreven? Gaan we na Lucien Van Impe, een heel stuk terug in de vorige eeuw, een bergrit winnen? Bovenaan een col na ruim driekwartier klimmen? Zonder Jurgen Van den Broeck? Kan dat? Ja, het kan. Voor mijn kinderen klinkt het misschien vreemd. Meer dan dertig jaar moeten wachten op een nieuwe Vlaamse bergkoning. Voor dit huzarenstuk tekent Limburger Jelle Vanendert. Op Luz-Ardiden kwam hij al aan het poortje piepen. Daar moest hij nog de meerdere erkennen in de Spanjaard Samuel Sanchez, rijdend in Baskische loondienst. “Waar dit zal eindigen weet ik niet”, was toen Vanenderts nuchtere conclusie. Inderdaad, waar dit zal eindigen weten we niet. Een koninginnenrit met vijf tussentijdse beklimmingen (Col de Portet-d’Aspet, Col de la Core, Col de Latrape, Col d’Agnes en Port de Lers) en een slotklim naar Plateau de Beille. Vijf maal eindigde een tourrit in dit wintersportstation op 1780 meter. De vier vorige keren werd ritwinst opgetekend door de uiteindelijke tourwinnaar: Pantani (1998), Amstrong (2002 en 2004) en Contador (2007). En nu Jelle Vanendert. Als tourdebutant startte hij duidelijk in een dienende rol. Gilbert en Van den Broeck waren de grote namen bij Omega Pharme - Lotto. Rijden voor het klassement was niet het doel. Maar je ziet; alles kan verkeren. Waar we met z’n allen, na de val van Jurgen, vreesden een verder saai verloop van de Tour te krijgen met de Pyreneeën en de Alpen voor de boeg, nu dit. Jaren werd er al eens smalend gedaan over de vele leeuwenvlaggen langs de flanken van de cols: “en geen Vlaming in de kopgroepen te bespeuren…” Welnu, hier is ie dan: ‘Jelle Vanendert’. Met de bolletjestrui en dit na de Pyreneeën. Laat de leeuw maar klauwen! In Brussel wordt er heel wat minder geklauwd. Daar houden we onze adem in. Gaat de geschiedenis zich daar herhalen? Gaan we naar een regering zonder drastische hervormingen, maar wel met (zware) toegevingen? Worden daar alle Vlaamse ambities opgeborgen voor een bord Linzensoep? Voor ’s lands belang? Wat dat ook moge wezen. Worden daar de aanbevelingen van OESO, IMF en Europa van tafel geveegd? Ik vrees dat aan de Brusselse tafelen geen Vlaamse bergkoningen te vieren zullen zijn. Eerder dalers…
Trop is te veel De tweede nacht Graspop Metal Meeting zit er bijna op. Is het van de adrenaline? Weet ik veel… Ik ben om half drie thuis gekomen. Heb een tijdje slapeloos in mijn bed gelegen en ben nu maar, net half zes gepasseerd, op mijn portable beginnen tokkelen om nog eens een blogje te schrijven. Nodig, want de frequentie laat het wat afweten, niettegenstaande er onderwerpen genoeg zijn… Elke Graspopnacht sluiten we een half uur na de hoofdact af met een debriefing met alle hulp- en veiligheidsdiensten, samen met de organisatoren. Geen noemenswaardige problemen tot op heden. Hier en daar wat kleine bijsturingen en met een goed gevoel naar huis. Ja, Graspop 2011 zal weer een succes worden. Het zit goed. Even daarvoor viel in de commandopost mijn oog op een krantenartikel, meer bepaald in de Gazet van Antwerpen van donderdag 23 juni, daar door een medewerker achtergelaten. Onder de titel “Geen vergunning voor windmolens in Zandbergen”, werd ik blijkbaar zwaar op de korrel genomen. Waarom? Lees je even mee? “Electrabel heeft geen bouwvergunning gekregen van het Vlaams Gewest voor vier windturbines in het Desselse Zandbergen. Volgens het Desselse gemeentebestuur pasten de gevraagde windmolens niet in dit gebied, omdat het nog volop in ontwikkeling is. Zo wordt de KMO-zone Stenehei er verder uitgebouwd en de omgeving is geselecteerd voor de berging van radioactief afval. De overheid wil eerst die plannen laten uitwerken, vooraleer al vergunningen aan windturbines toe te kennen. De Vlaamse parlementsleden Kristof Calvo en Dirk Peeters van Groen! reageren scherp op de weigering en wijzen de Desselse burgemeester Kris Van Dyck (N-VA) als verantwoordelijke aan. "Symptomatische energiepolitiek, nieuwe technologie boycotten ten voordele van de oude", zeggen ze. "Van Dyck is een pleitbezorger van de uitbouw van de nucleaire industrie in de Kempen." HO” Nu vind ik het doodjammer dat de ondertekende HO mij niks vroeg. Want waar gaat het om? Het gebied Zandbergen, waar jaarlijks Graspop Metal Meeting plaatsvindt trouwens, ligt op het gewestplan in de zogenaamde nucleaire zone. In mijn kinderjaren was het een uitgestrekt gebied, bezaaid met restanten van zandduinen waartussen een landbouwer, onze overbuur, met noeste arbeid op deze van nature onvruchtbare grond toch vruchten trachtte te telen. Verder bevonden er zich drie nucleaire bedrijven. Sinds 1995 werd in drie fasen een deel omgezet in KMO-zone, waar honderden Kempenaars hun dagelijkse boterham verdienen. In hetzelfde gebied zullen straks de bunkers gebouwd worden om het Belgisch laag en kortlevend nucleair afval te bergen, samen met een communicatiecentrum. Het afval dat niemand wil… En dat toch ergens naar toe moet... Terwijl die planningsprocessen lopende zijn. Terwijl een milieu effecten rapportage in ontwikkeling is, diende Electrabel de aanvraag in om vier mastodonten van windturbines te plaatsen. Dit ten zuiden van de KMO-zone en op een steenworp van de hierboven vermeldde nucleaire bedrijven. Tientallen bezwaren werden ingediend. Niet vanuit een misplaatst not-in-my-backyard gegeven. Neen. En berging nucleair afval. En ontwikkeling van bedrijven. En een jaarlijks muziekfestival. Zou het kunnen dat een gebied reeds zwaar genoeg belast is? Mag dit even onderzocht worden? Mogen al die planningsprocessen even afgerond worden? Conclusie? Ik ben het eigenlijk beu dat de jongens en meisjes van Groen! steeds anderen een geweten menen te moeten aanmeten. Begrijpen zij nu echt niet dat voor iedereen trop wel eens te veel is? Dat een lokale gemeenschap niet alle lasten op haar schouders kan nemen? Wij dragen zorg voor het nucleair afval. En heavy metal fans van over de hele wereld zijn vijf dagen lang meer dan welkom. Willen anderen de windmolens voor hun rekening nemen? Of anders gezegd, hebben de beide heren een windturbine in eigen tuin staan? Eerst zelf het goede voorbeeld geven jongens, en dan anderen het pak gaan aanmeten. Ach ja, tussen mij en Groen!? Het zal nooit goed komen. En eigenlijk vind ik dat helemaal niet zo erg…
Franstaligen maakten déclic Vandaag één jaar geleden, 13 juni 2010, mocht ik in de redactielokalen van Knack met collega’s van CD&V, Open VLD en SP.a, mijn commentaren formuleren op de avond van de eclatante verkiezingsoverwinning van de N-VA. Dat het vormen van een regering moeilijk zou worden, met een partij die niet zou plooien, stond als een paal boven water. Maar dat na één jaar de teller nog op nul zou staan, dat verwachtte niemand. Nu ja op nul, toch nog niet met resultaat… En toch is er ondertussen in dit land veel veranderd. Zeker in de geesten. En niet in het minst in het Zuiden des lands. Franstalig België heeft de déclic gemaakt. Lees Christophe Deborsu (RTBf) in De Standaard, geschreven door de pen en de geest van een aimabele Waal. Bart De Wever maakt de Vlaming bewust van het Vlaming zijn, en maakt de Waal bewust van het einde van België. Christophe schrijft het zo: “Het voorbije jaar hebt u (bijna) heel Wallonië bekeerd. Jawel. Dat leest u goed. U houdt de publieke opinie in het Zuiden nog veel meer in uw greep dan in het Noorden. Net als u denken steeds meer Walen dat dit ‘tweelandenland’ – úw beeld – binnenkort opgaat in twee, drie of zelfs vier aparte staten.” Deborsu staat daar niet mee alleen. Wat schrijft Rik van Cauwelaert van Knack: “Maar dat station zijn Franstalige toppolitici al langer gepasseerd, valt in regeringskringen te horen. ‘In Vlaanderen wordt onvoldoende beseft dat het de Franstalige partijen, en de PS van Elio Di Rupo in het bijzonder, echt menens is met hun Plan B, zoals ze de splitsing van het land noemen.’ Dat zei een Vlaamse minister in de regering van lopende zaken net op het moment dat de strenge aanbevelingen van de Europese Commissie binnenliepen om de Belgische economie te hervormen. Hij voegde er aan toe: ‘De Franstalige partijen geloven eigenlijk niet meer in het voortbestaan van België. Het komt er bijgevolg voor hen op aan tijd te winnen – en dat mag jaren duren - , er zo voor zorgend dat Wallonië en Brussel, wachtend op de definitieve breuk, financieel kunnen aansterken.’ Blijven de Franstalige partijen op die stelling kamperen, dan bieden zelfs nieuwe verkiezingen geen uitkomst meer.” En van waar komt dan wel die kritiek op de N-VA houding? Uit Vlaanderen. Ja zeker. Of wat te denken van Brigitte Raskin? In haar open brief aan Bart De Wever: “En zie u nu staan, de verongelijkte spelen of de bereidwillige uithangen. Waar de knoop precies zit, weet ik niet. Maar dat u niet de man van kaliber bent die hem zult ontwarren of desnoods doorhakken, weet ik wel zeker.” Mevrouw Raskin weet de knoop niet zitten. Het is een niet onbelangrijke passus uit haar epistel: “waar de knoop precies zit, weet ik niet.” Wel mevrouw Raskin, ik weet precies waar die knoop zit. 1. Dat mensen politici vragen die na de verkiezingen doen wat ze voor de verkiezingen beloven. Daar draait democratie om, nietwaar? 2. Dat in dit tweelandenland, waar Noord anders stemt dan Zuid, dat een schier onmogelijke opdracht is. 3. Dat de heer De Wever, en met hem, de hele N-VA meer belang hechten aan het functioneren van die basisdemocratie zoals beschreven in punt 1, dan aan het innemen van zetels om net het tegenoverstelde te doen van wat voor de verkiezingen voorgehouden werd. Wil jij die knoop ontwarren? Misschien wel. Verhofstadt en Leterme gingen ons voor… Niet met die knoop te ontwarren, maar hem te laten voor wat ie was. Moet ik er nog bijvertellen wat daar van geworden is? Neen, beste lezer, het grote verschil met het verleden is dat Vlaanderen nu niet plooit. “La Belgique sera latine ou ne sera pas”, zei Charles Rogier, de langst zetelende premier van België ooit. Het waren blijkbaar profetische woorden, die met de dag meer en meer waarheid worden…
MIVB cultuur… De MIVB, de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel, is vandaag mijn steen des aanstoots. Niet omdat ik een verbinding miste. Niet om één of ander incident. Want eerlijk gezegd, ik heb tot op heden, als gebruiker, alleen nog maar positieve ervaringen gehad. Nee, ik erger me mateloos aan wat kenbaar werd als de zogenaamde afspeellijsten in de metrostations. Dat men muziek speelt op publieke plaatsen vind ik zeer positief. Het creëert een aangenamere sfeer en naar mijn bescheiden mening worden de mensen, de bezoekers er ook rustiger van. Muziek verzacht de zeden. Een oud spreekwoord maar ook onderwerp van ernstig wetenschappelijk onderzoek. Ook meen ik te kunnen putten uit eigen ervaring. Eén en ander zette me er tevens toe aan om tijdens de openingsuren van ons gemeentehuis de onthaalmedewerkster te vragen zachte muziek door de luidsprekers te laten galmen. De Brusselse vervoersmaatschappij besliste echter om geen Nederlandse of Franstalige muziek te spelen. Dit om de communautaire rust te behouden. Er wordt enkel Engelstalige, Spaanse en Italiaanse muziek gespeeld. Ook geen Slavische, geen Duitse… Nou moe. Wie kan mij een hoofdstad noemen waar de eigen cultuur verbannen wordt om de rust te behouden? Een land met drie officiële talen, maar ze mogen niet weerklinken in de metro… Eén en ander zou ingegeven zijn doordat men klachtenbrieven kreeg. Wel nu, als je het mij vraagt, zo’n klachtenbrieven horen sitopresto thuis in de vuilbak. Classement verticale. Geen Frans of Nederlands in de metro? Gaan we straks de KVS, de Ancienne Belgique, de Munt, de Bozar, en al die andere cultuurtempels sluiten als er Nederlandse of Franse opvoeringen zijn? Ook in school alleen maar Engels, Spaans en Italiaans? Lekker anderstalig zijn? Neen, best lezer, dit begrijp ik echt niet. Als Brussel graag het etiket op kleeft van een mondiale, meertalige stad, hoe haalt men het dan in z’n hoofd om muziek van eigen bodem te weren? Is Brussel niet nog steeds, wars van alle meertaligheid, de tweetalige hoofdstad? Nederlands-Frans? Als afgeleide moeten we nogmaals de vraag stellen in wat voor land we eigenlijk leven. Meer en meer stel ik vast dat naast deze Brusselse instelling ook federale diensten, overheidsinstellingen, of organisaties die zich richten tot alle mensen zowel ten noorden als ten zuiden van de taalgrens, om de goede vrede te bewaren, het maar in het Engels doen. Dit toont aan dat men het duidelijk niet begrepen heeft. Wij Vlamingen zetten ons niet af tegen het Frans. Wij zetten ons in voor onze eigen cultuur. Voor onze eigen taal. Het Nederlands. Dat is opkomen voor, en respect eisen voor. Daarom dames en heren van de MIVB: speel muziek. Speel veel muziek. Speel alle muziek. Ook de Franse, de Nederlandse en de Duitse. Toon, Brussel, dat je het aankan de hoofdstad te zijn van en voor de eigen mensen.
Dit land is een regelrechte schande Alle shames en frietrevoluties ten spijt; dit land is een regelrechte schande. Blijkbaar zijn sommige zichzelf wanende jonge Vlaamse intellectuelen ziende blind. Zij spannen de kroon om samen met oude krokodillen uit alle traditionele partijen de N-VA te beschimpen. Hun appel blijkt steeds meer in dovemansoren te vallen, want laat ons eerlijk zijn, de meeste Vlamingen hun ogen zijn open gegaan. Ondertussen leunt Wallonië doodgemoedereerd achteruit. Elke dag van blijvende impasse, is elke dag kassa! Lees de VIVES-studie. Hoor de commentaar van Rik Van Cauwelaert. Is het niet duidelijk? Dit land, en met haar de zes miljoen Vlamingen, worden tot op de laatste drup uitgeperst. Shame!!!!!! De voorbije dagen zagen twee wetenschappelijke studies het levenslicht. Eerst het VIVES-onderzoek. VIVES staat voor Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving van de KUL. Het berekende de impact van de rentelast op de federale staatschuld. Goed voor 12,3 miljard euro in 2007 en de vaststelling dat deze rentelast goed is voor een bijkomende transfer vanuit Vlaanderen naar Brussel en Wallonië van 5,7 miljard euro. Samen met de transfers tussen de regio’s in het kader van de Bijzondere Financieringswet en de Sociale Zekerheid betekent dit een transfer van Vlaanderen naar de twee andere gewesten van 11 miljard euro op jaarbasis. Jaar op jaar! Keer op keer! Als je partijvoorzitter bent van de grootste partij in Wallonië, zou je dan niet voor minder achteruit leunen en de tijd haar gang laten gaan? Wie wint er niet graag jaarlijks de Lotto? Lang leve de solidariteit! En voor wie de studie van de Leuvense universiteit in twijfel trekt, en ja die zijn er in Vlaanderen, kwam daar één week later het CERPE-onderzoek bij. Het Centre de recherches en Economie Régionale et Politique Economique van de Namense universiteit, kwam tot de vaststelling dat het primair tekort van de Waalse overheid opliep van 1,7 miljard euro in 2006 tot 6,2 miljard euro in 2010. En dit terwijl, nog volgens dit Waals onderzoek, we in Vlaanderen een overschot op het primair saldo boekten van 4,3 miljard. Dit betekent, beste lezer, dat de structurele toename van de Belgische staatschuld, door federaal en Waals wanbeleid, voor een enorm risico zorgt van een verdere toename van de rentelast via de zogenaamde rentesneeuwbal. En daar is, zeker, de N-VA NIET verantwoordelijk voor! Ik hoor minister Turtelboom vanmorgen op de radio graag zeggen dat Bart De Wever een twijfelaar is. Je zou het verdorie voor minder zijn: Grootste staatsschuld; hoogste loonlasten; laagste pensioenen; laagste uitkeringen; deelstaten die niet geresponsabiliseerd zijn en partijen die de noodzaak van hervormingen niet inzien. Neen, Annemie, Bart De Wever is geen Guy Verhofstadt, noch een Yves Leterme. Gelukkig maar… Bart wil gerust aan zet komen, maar dan moet er bereidheid zijn om drastische hervormingen door te voeren. Hervormingen die broodnodig zijn om onze welvaart veilig te stellen.
Het heden wordt verleden Vandaag speelde KFC Dessel Sport, spelend in derde nationale A, haar laatste wedstrijd in haar stadion in de Lorzestraat. Alzo werd een punt gezet achter een tweeëntachtigjarige traditie waarvan recentelijk nog tien jaar in tweede nationale. Ik herinner het me nog als gisteren, eind jaren zestig, met vader mee naar het voetbal. Wegens zijn handicap had hij een vaste stek in de kantine, aan het raam, pal achter één van de doelen. Het was de tijd dat de ploeg, geschraagd door eigen talent, op vijf jaar tijd van tweede provinciale naar derde nationale doorstootte. Als eerste provincialer werd de ploeg pas in de zestiende finale uit de beker van België gewipt door Standard Luik. Het waren gouden jaren met een gouden lichting. Mijn toenmalige nonkel was speler en, alhoewel vaak niet in de kern, toch mijn favoriet. Legendarisch waren vooral de derby’s tegen dorpsgenoot KFC Witgoor Sport. De club van over de gracht, die telkenmale net voor Dessel een promotie wist te versieren. Zij bereidden als het ware de weg en als ze tegen elkaar uitkwamen werd er gespeeld op het scherp van de snee. Zowel tussen als naast de lijnen. Er kwamen al eens meer toeschouwers opdagen dan dat er mensen in Dessel woonden… Zo populair was het Dessels voetbal. Ik zag er nog een jonge Georges Leekens de revue passeren; overgekomen van Houthalen, samen met zijn broer René, die keeper was. Men heeft me altijd verteld dat men René wou en er Georges bij moest nemen. Niet getreurd. We zijn er nog steeds fier op. Enkele jaren later mocht ik zelf vaak opdraven. Het was de tijd dat de kleinsten, en dat waren in die tijd de pre-miniemen, de voormatch speelden. De A-ploeg warmde zich op op een aanpalend oefenterrein dat midden de zeventiger jaren plaats moest maken voor nieuwbouw. We waren met zoveel dat de meesten onder ons maar één helft mochten meedoen. Ik, als ik kon, koos voor de tweede helft. Dan waren er al meer toeschouwers… En dat vond ik echt wel leuk. Niet dat ik een groot talent was, maar ik kon genieten van de aanmoedigingen. KFC Dessel Sport ontstond in 1926 en sloot op driekoningendag onder stamnummer 606 aan bij de KBVB. Het was een fusie avant la lettre van twee vriendenclubs, genaamd Alberta en Flandria. De eerste was al actief tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van Flandria daarentegen is niks meer geweten. Op kermiszondag 25 augustus 1929 werd het terrein aan de Lorzestraat ingespeeld. Een internationale wedstrijd tegen een ploeg uit Eindhoven. De voorloper van wat nu PSV is? Wie weet… De juiste geschiedenis ken ik niet maar de club lukte er nadien wel in om dit terrein ook zelf te verwerven. Een zet die hen nu geen windeieren legde. Het was de droom van de vorig jaar overleden voorzitter, Armand Melis, om aan de jeugdterreinen, op gemeentegrond, een nieuw stadion te bouwen. De verkaveling van het legendarisch terrein aan de Lorzestraat en een beperkte gemeentelijke subsidie moest het financieel mogelijk maken. Armand brouwde de plannen, maar het eindresultaat kan hij spijtig genoeg niet aanschouwen. Daarom ook dat ik fier ben een beetje mee te kunnen helpen aan het realiseren van die droom. De grond voor de bouw van een nieuw stadion werd in erfpacht gegeven. De verkaveling werd goedgekeurd en in oktober vorig jaar konden eenentwintig jonge Desselaars aan een schappelijke prijs een bouwgrond verwerven. Niet in het minst omdat de gemeente ook daarvoor een financiële tussenkomst deed. Ook het recentelijk op de gemeenteraad goedgekeurd dossier om de toegangsweg tot het nieuwe stadion en de parking aan te leggen, passen daarin. Maar waar ik nog veel fierder op ben, is te zien hoe tientallen mensen zich dagelijks inzetten om het nieuwe stadion gestalte te geven. Samen maken ze er iets van om trots op te zijn. Vandaag werd in de Lorzestraat een punt gezet achter een uitermate boeiende geschiedenis. Met heimwee werd een blad omgeslagen. Wat zo vertrouwd was, is plots verleden tijd. Maar niet getreurd, want in augustus start een nieuw verhaal. Wordt in Brasel een nieuw hoofdstuk geschreven. En wie weet, opnieuw voor meer dan driekwart eeuw. Ik wens het de club en de toekomende generaties alvast zeer oprecht toe.
FCB of FCB? Voor diegenen die het nog niet wisten; op voetbalgebied heb ik twee liefdes: FCB en FCB. Het blauwzwarte van Vlaanderen en het blaugrana van Catalonië. En je mag er van op aan, ik kan er fel in opgaan. Zeker bij Club Brugge. Puntenverlies, laat staan een verliesmatch en mijn dag is nog moeilijk goed te krijgen. Bij avondmatchen is die dan gelukkig snel voorbij, al moet ik eerlijk toegeven dat de ochtend erna ook pijnlijk is. En ja, je moet me er niet op wijzen. Ik weet het al. Ik heb een paar slechte (voetbal)jaren achter de rug. Maar, een goed supporter geeft nooit op en laat zijn ploeg niet in de steek. Maar… Na zondagavond is er toch een vlekje te bespeuren op mijn blauwzwart supportershart. Ik ga me niet uitspreken of het al dan niet gepast was dat Karel Geraerts, na de puntendeling tegen Lokeren, zijn hart luchtte. Onprofessioneel klinkt het vanuit de Brugse bestuurskamers. Misschien wel. Maar zou het ook kunnen dat dit net getuigde van een enorme ontgoocheling? Een vechter, een strijder als Karel. Gaf het misschien niet erder blijk van een zeer grote betrokkenheid en de pijn die daarmee gepaard gaat? Alleen hij zal het weten… Wat echter wel bij mij blijft hangen en vanwaar het vlekje op mijn hart? Meent men het echt dat de voertaal in onze Westvlaamse club het Engels gaat worden? Ma vent toch. En dan komt mijn andere liefde. Het andere FCB bij mij naar boven. Laat me zeggen het “grote” FCB. Het FCB met wereldsterren uit een tiental verschillende landen. Met als voertaal: het Catalaans. FC Barcelona is het symbool van de Catalaanse natie. De vedetten, van welke origine ook, worden contractueel verplicht zich het Catalaans eigen te maken. De taal van nauwelijks 6 miljoen Catalanen, terwijl het Nederlands de moedertaal is van ruim 22 miljoen Europeanen Jaarlijks fietsen ze, verplicht, Montserrat op. De “heilige” berg van de Catalanen. En bij elke thuismatch passeren ze, vooraleer ze het veld betreden, de kapel met de Zwarte madonna, patrones van Catalonië. Sport én identiteit. Voor de Catalaan gaat dat hand in hand. De slogan van de club is niet voor niks: “més que un club”, “meer dan een club”. Neen, ik zie de spelers van Brugge nog niet naar de Ijzertoren fietsen, memoriaal van de Vlaamse ontvoogding. Een vlakke rit nochtans. En in de catacomben van Breydel zie ik ook niet onmiddellijk een kapel opgetrokken met de beeltenis daarin van Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen. Dat hoeft helemaal niet. Daar zijn wij Vlamingen te nuchter voor. Maar een beetje identiteit besef? Zie je het volgend jaar al gebeuren? De Brugse defensie met in doel Gentenaar Cosemans en voor hem de Vlamingen Hoefkens, Van Gijseghem en Simaeys, aangevuld met de Nederlander Donk en de Zweed Frederik Stenman, die Nederlands spreekt als jij en ik: “Do you take over? What do you say? Watch out…” Als dat maar goed komt. Voor Nabil Dirar kan het misschien wel helpen. “Fuck you”, is vrij universeel. Ach neen, dat laatste is mijn slecht karakter. Wat ik gewoon wil zeggen is: blijf aub dé ploeg van Vlaanderen. Supporterskernen van Opgrimbie tot De Panne. Draag mee die identiteit uit en schreeuw het uit zoals het zondagavond uit duizenden kelen klonk: Pak joender sjarpe en steekt em omhoge Oed junder greed en tis ok Zwoi junder oarms no links en no rechts En me zingen ollemolle meeee: Blauw en Zwart forever Blauw en Zwart moet zien 't Zien de kleuren van de Club, wor damme supporters van zien, BLAUW-ZWART!
Verwerken buitenlands afval Gaan Groenen nooit naar de tandarts? Laten ecologisten nooit röntgenstralen nemen? Of is collega Calvo tegen kankerbehandeling door middel van bestralingen? En moet dat afval dan niet verwerkt worden? Dat hij dat dan met evenveel woorden zegt, neen? O, mag het uitsluitend eigen afval zijn? Is dat dan zoals eigen volk? Waar is de Europese gedachte nu plots naartoe? Of de wereld ons dorp? Blijkbaar past dat nu niet allemaal in hun dogmatisch denken. Wat is dat nu toch allemaal, zeg? Daarover gaat het in essentie als er vandaag keet geschopt wordt over de verwerking van buitenlands afval bij Belgoprocess! Het bedrijf Belgoprocess in Dessel is gespecialiseerd in de verwerking van nucleair afval. Ze heeft daar een expertise in opgebouwd die onze veiligheid ten goede komt. Over dat nucleair afval wordt in onze media steeds met een groot afgrijnzen gepraat. Wat men wel vergeet is dat al dat afval afkomstig is van menselijke activiteiten die eenieder ten goede komen. Die vaak noodzakelijk zijn. Is het niet voor de aanmaak van elektriciteit, dan wel over medische toepassingen. Een röntgenfoto, een scan, tot zelfs bestralingen bij het behandelen van kankerpatiënten, het genereert allemaal nucleair afval. Zo verderfelijk is dat allemaal! Al dat in België geproduceerd afval, van de kerncentrale van Doel over jouw lokaal ziekenhuis, tot uit de praktijk van jouw tandarts om de hoek, wordt in Dessel verwerkt, verbrand, geperst, gestabiliseerd, geconditioneerd en opgeslagen. Jouw afval, waarvoor Belgoprocess zorg draagt. Om dat allemaal in optimale omstandigheden te laten gebeuren worden kosten nog moeite gespaard. Dure installaties die in de eerste plaats moeten instaan voor een verwerking zonder weerslag voor buurt of omgeving, noch voor mens of milieu. De CILVA-installatie (Centrale Infrastructuur voor Laagactief Vast Afval) is er zo één. De belangrijkste installaties binnen CILVA zijn een oven en de supercompactor, een pers van 2.000 ton. Om al het in België geproduceerd afval er te verwerken, draait de installatie op minder dan 40% van zijn mogelijkheden. Daardoor stockeert men vaak afval totdat men voldoende heeft om de oven aan te maken. De streekactoren uit de Kempen van zowel politieke als syndicale aard, als ook de werkgeversorganisaties, allen verenigd in RESOC, zijn al meer dan tien jaar vragende partij om op gecontroleerde wijze de installaties in te zetten voor het verwerken van laagactief vast afval uit het buitenland. Daarbij keert het verwerkt afval terug naar het land van herkomst, evenals het afval geproduceerd in het verwerkingsproces. Dit alles maakt een optimale werking mogelijk en genereert sowieso arbeidsplaatsen. Het is een win-win voor iedereen. Wie kan daar tegen zijn? Opnieuw rijst mijn ergernis ten top als men mensen bang wil maken. Mag ik de aanstokers vragen consequent te zijn en geen gebruik te maken van medische nucleaire toepassingen als ze ze zelf nodig hebben? O ja, en ook dat nog: Groen! pretendeert een groot geheim aan het licht gebracht te hebben. Sorry jongens, maar de Desselse burgers die zich op vrijwillige basis inzetten in het lokaal partnerschap STORA weten dit al lang. Ik zie echt geen probleem als het over transparantie gaat.
Springt Vlaanderen bij? Tot slot van het actualiteitsdebat over de eventuele overname van de staatsschuld door Vlaanderen en de nota van het Federaal Planbureau over de budgettaire gevolgen van de staatshervorming keurden de Vlaamse meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement vandaag een actualiteitsmotie goed, ingediend door mijzelf, Koen Van den Heuvel (CD&V) en John Crombez (SP.a). Is Vlaanderen bereid een deel van de federale staatsschuld over te nemen? Zo ja, onder welke voorwaarden? En wat met de piste van het Federaal Planbureau om in het kader van de zesde staatshervorming een deel van het overheidstekort over te nemen door bij de overheveling van bevoegdheden slechts een deel van de middelen over te dragen? Deze twee vragen vormden de basis van een actualiteitsdebat dat vandaag in het Vlaams Parlement plaatsvond. Vlaanderen leverde de laatste jaren zware besparingsinspanningen. Dankzij die budgettaire maatregelen realiseert de Vlaamse overheid vanaf 2011 een Vlaamse begroting in evenwicht. Daarmee is Vlaanderen, samen met Beieren de enige (deel-)staat in Europa die daarin lukte! We stellen wel vast dat de federale overheid en de sociale zekerheid vandaag verantwoordelijk zijn voor 85 procent van het gezamenlijke begrotingstekort in ons land. Een tekort dat ruim 5% van het BBP is…. En zoals gezegd is het tekort in Vlaanderen nul. Dat zegt wel iets over België, Wallonië, Brussel,… Tegen die achtergrond moet het duidelijk zijn dat wij in de diverse Vlaamse beleidsdomeinen die aanzienlijke besparingsinspanning leverden de komende jaren géén extra besparingen opleggen om de putten in de federale begroting te dichten. Maar dat betekent niet dat we onze verantwoordelijkheid om de toekomst voor de mensen veilig te stellen gaan ontlopen. Integendeel. Alleen is het in de eerste plaats aan de volgende federale regering om budgettair orde op zaken te stellen. Voor ons kan het niet dat de Vlaamse bevolking een dubbele inspanning moet leveren, omdat anderen dezelfde noodzakelijke inspanning weigeren te doen. Met de goedgekeurde motie vraagt het Vlaams Parlement de Vlaamse Regering: - het begrotingsevenwicht dat dit jaar wordt bereikt ook de komende jaren van deze legislatuur aan te houden. - de komende jaren de nodige budgettaire ruimte te creëren voor de ontwikkeling van nieuw beleid voor de Vlaamse economie en samenleving. - in de Vlaamse begroting geen overschotten te boeken met als doel de structurele gaten in de federale begroting te dichten. - de mogelijkheid te onderzoeken een deel van de pensioenbijdrage voor de Vlaamse ambtenaren ten laste te nemen van de Vlaamse begroting. - duidelijke afspraken te maken over de verdeling van de impact van mogelijke renteschommelingen. Een laatste, en elementair punt, is de vraag aan de Vlaamse Regering pas een akkoord te sluiten over een mogelijke bijdrage aan het wegwerken van het federale begrotingstekort en de Belgische staatsschuld indien is voldaan aan volgende voorwaarden: - Er moet een akkoord zijn over een zesde sociaal-economische staatshervorming, met een voldoende ruime overheveling van bevoegdheden. - Een aanzienlijke uitbreiding van de fiscale capaciteit en fiscale autonomie van de regio’s. - De aanwezigheid van een instrument van financiële responsabilisering in de financieringswet. - Het principe ‘wie betaalt, bepaalt’ moet ook worden doorgetrokken naar andere domeinen. - Eenzelfde verantwoordelijkheid als Vlaanderen aan de dag legt moet ook worden opgenomen door de andere deelstaten. Met andere woorden; het zal niet Vlaanderen alleen zijn dat opnieuw de kastanjes uit het vuur mag halen.
Deze Morgen Het weekend dient zich weer hectisch aan. Een drukke agenda, sportende kinderen, maar toch ook een aantal gezinsactiviteiten. Vanmorgen vertrok mijn vrouw met onze krant, waardoor ik voor de gelegenheid langs de krantenwinkel reed en me eens een paar “andere” kranten aanschafte. Het Nieuwsblad en De Morgen. Van deze laatste droop het vitriool er weer af. Iets dat ik nu niet zomaar laat passeren… “N-VA staat alleen”, “De N-VA irriteert iedereen”, “N-VA-fractie valt uiteen in kaf en koren”, het zijn drie titels waarmee de toon gezet wordt. Ja, dat zal zo moeten zeker in een land waar de democratie geen kans krijgt. Waar blokkeringen de status quo betekenen en op hoerageroep kunnen rekenen. Vooral ter linker zijde. In het eerste artikel mag afscheidnemend gouverneur van de Nationale Bank, de in de adelstand verheven Waalse socialist Guy Quaden, zonder blikken of blozen, noch tegenspraak, verklaren dat: “acht maanden na de verkiezingen zou je normaal al een volwaardige regering moeten hebben en hadden de verkiezingsbeloften vergeten moeten zijn. Maar dat is niet het geval.” Hoor je dat, beste lezer? Verkiezingsbeloften dienen enkel om je te lokken. Om je te verleiden en vervolgens zo snel als mogelijk opgeborgen te worden. Verhofstadt was er een krak in. Leterme deed het niet slechter. Integendeel. Hij werd groot door net die houding van Verhofstadt te hekelen. Hekelen en vervolgens dat gedrag overnemen. Van Obgrimbie tot De Panne, weet je nog? Hoe pervers kan een menselijk handelen zijn? Dat er een partij is in Vlaanderen die andere normen hanteert met betrekking tot het mandaat dat ze kreeg, werkt inderdaad irriterend. Geen kabinetten betrekken zonder inhoudelijke garanties, men heeft het nog niet te vaak gezien in dit land. De laatste peiling van VRT - De Standaard toont aan dat onze kiezers dat waarderen en steunen. Meer nog, meer dan vijftig procent van de Vlamingen zien een stem voor de N-VA wel zitten. En ik wil niet utopisch zijn, maar de anderen wezen gewaarschuwd. Of is de irritatie waarover het onafhankelijk dagblad bericht eerder frustratie?... Kan natuurlijk ook. Onze professor staatsrecht Johan Vande Lanotte heeft het dan weer helemaal anders begrepen. Als wij zijn kritiek delen en stellen dat de regering van “pseudolopende zaken” haar boekje te buiten gaat, noemt hij dat van de N-VA niet consistent. Bij hem is dat “anders”. Als dat allemaal nog niet voldoende is gaan ze in het laatste geciteerde artikel ook nog eens lekker de man spelen. Ze gaan de parlementsleden ordenen: kaf en koren, A-klasse, tweede linie, enz. Tot op het persoonlijke toe wanneer het over ziekte gaat. Met welke pretentie zeg? Bij mijn weten zingt iedereen zoals hij of zij gebekt is en is elk parlementslid, van welke partij ook, aangeduid door de kiezer. Democratisch! Heeft daar iemand problemen mee? Hoe pretentieus van een gazet. En ja, hoe bekwaam, gedreven of gebekt het parlementslid ook, ze hebben stuk voor stuk maar één knopje om tijdens de stemmingen op te drukken.
Klak af! Als je met het openbaar vervoer van de Kempen naar Brussel reist, en terug, dan mag je er van op aan dat je steevast aan een avontuur begint. Vertragingen, aansluitingen missen, tot treinen die geannuleerd worden, je krijgt het er allemaal bij. Voor een Kempenaar is treinen echt wel een beetje reizen. Ontdekkingsreizen! Net als zo velen anderen heb ik ook al meer dan eens machteloos staan sakkeren op het perron. Dat het huilen je nader staat dan het lachen. Klachtenbrieven vul je dan al lang niet meer in. Wie leest die trouwens nog? Er zit dan ook niet veel meer op dan de auto te nemen en zo de tijd in de file te verbijten… Gevolg is wel dat ik per dag minstens vier uur gefrustreerd aan mijn stuur zit te draaien. En toch zijn er mensen die echt niet anders kunnen. Die al die miserie moeten ondergaan om op tijd op werk of op school te zijn. Daarenboven zijn zij dan nog eens meer dan hen lief is het slachtoffer van stakingen. Aangekondigd of niet, erkend door de vakbond of niet, de reiziger is de dupe. De gewone man of vrouw. Hij of zij van wie diezelfde vakbond beweert er voor klaar te staan. Als die brave mensen dan op eigen kracht op een vrije dag even gaan winkelen, botsen ze alweer op hun belangenbehartiger. Nu in de vorm van een stakingspiket die hem of haar de toegang tot de winkel verhindert. Waar zijn ze in godsnaam mee bezig? Die gewone man neemt dat niet meer. En terecht! Ik sta met verwondering te kijken hoe de mensen dit niet langer lijdzaam ondergaan. Zo lees ik gisteren de geplande actie van Annelies Aerts in Gazet van Antwerpen. De jonge dame roept de reizigers op om op 31 maart te staken. Om zelf het openbaar vervoer eens droog te leggen. Laat ze maar rijden. Zonder passagiers. Zonder inkomsten. Prachtig initiatief. Alleen de vakbonden zullen er niet wakker van liggen. Geen ticketverkoop, geen inkomsten. De vakbonden malen er om. Is het niet de overheid die bijpast? Wat is dan het probleem? Gemeenschapszin zie ik bij hen niet veel. Een andere facebookgroep pakt het iets directer aan. Het ABVV verhindert ons onze werkplaats te verlaten? Welnu een koekje van eigen deeg. Wij zullen eens de kantoren van het ABVV komen blokkeren. Wij niet op tijd naar huis? Jullie ook niet. Meer dan 2.000 mensen boden zich reeds aan. Klak af voor diegenen die de handschoen opnemen. Actievoeren? Jazeker. Het is een democratisch recht. Maar medemensen gijzelen om de eigen agenda te dienen? Neen, dat is er over. De mondige samenleving pikt dit niet meer. Tegenreacties blijven dan niet uit. En ja, wie zijn achterste verbrand moet op de blaren zitten. Eigen schuld dikke bult. De mondige samenleving niet waar.
Pacificatie? Terwijl alle ogen gericht zijn op de nieuwe koninklijke onderhandelaar Wouter Beke, gaat het stokebranden spelen en Vlaminkjes pesten in dit land onverminderd voort. Wat te denken van volgende oekaze? Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel staat voor enorm grote uitdagingen. Kreunend onder haar eigen succes, wordt er keihard gewerkt. In vaak verouderde gebouwen, maar met gedreven en toegewijde leerkrachten wordt er kwaliteitsvol onderwijs verstrekt. Terwijl de Nederlandstalige partijen bij de laatste regionale verkiezingen in Brussel slechts 11,3% van de stemmen wisten te verzilveren, lopen 20% van de Brusselse kinderen school in het Nederlandstalig onderwijs. Het succes is te wijten aan verschillende factoren waarbij steevast drie elementen naar voor geschoven worden die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Er is meer discipline, de kwaliteit wordt geprezen en kinderen die er afstuderen zijn tweetalig. Daarnaast zijn er echter ook twee problemen. Ten eerste moeten we vaststellen dat door de grote aantrekkingskracht op niet-Nederlandstalige leerlingen, er soms geen plaatsen meer vrij zijn voor kinderen wiens thuistaal Nederlands is. Daarnaast komt door de grote instroom van niet-Nederlandstaligen de kwaliteit onder druk te staan. Een klas waarin meer Nederlandsonkundigen dan wel Nederlandskundigen zitten, boet in aan kwaliteit. En is het daar niet om te doen? Topkwaliteit blijven leveren? Voorbije zomer werd door de decreetgever ingegrepen. In onderwijsdecreet XX werden bepalingen voorzien waardoor kinderen wiens thuistaal het Nederlands is een zekere vorm van bescherming krijgen. 55% van de vrije plaatsen moeten bij voorrang toegewezen worden aan deze kinderen, nadat eerst al de broertjes en zusjes, ook van de anderstaligen, voorrang kregen. Bepalen wie Nederlandstalig is, is (zeker in de Brusselse context) nog niet zo eenvoudig. De taal van het diploma van de ouders is belangrijk en of ze al dan niet slaagden in een taalexamen. Hoe moeilijk ook, alles werd netjes uitgewerkt in de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement en verankerd in de onderwijsdecreten. En wat gebeurt er nu? De Franse gemeenschapsregering stapte begin van de week tegen deze bepalingen naar het Grondwettelijk Hof en vraagt de vernietiging van deze bepalingen. Waarom? Met welke finaliteit? Ik begrijp het niet. Waar ik dacht dat er een zekere “pacificatie” zou zijn met het oog op de federale onderhandelingen, wordt opnieuw het tegendeel bewezen. Mag Vlaanderen geen kwaliteitsgaranties inbouwen? Moet men opnieuw stokken in onze wielen komen steken? Ik ben de laatste om te stellen dat wie niet Nederlandstalig is in Brussel , dan maar bij de Franstaligen moet geteld worden. De thuistaal in Brussel is voor veel kinderen heel vaak iets anders dan dat. Maar een minimumvertegenwoordiging van 45% niet-Nederlandstaligen is toch ook niet niks wel? Als de Franstaligen een zelfde probleem ervaren als wij, met name dat de kwaliteit van het Frans van vele kinderen, te wensen overlaat, dan moeten we dat probleem samen bekijken en op een gestructureerde manier aanpakken. Hoe kunnen we zorgen voor een degelijk taalbeleid voor die kinderen wiens toekomst in dit land ligt? Dat is niet het Turks, Berbers, Albanees of Arabisch. Wel het Nederlands én het Frans. Dat probleem pak je dan samen aan. Via inburgering. Via taallessen. Niet door vernietigingsprocedures bij het Grondwettelijk Hof. Dat is oorlogstaal. Voor mij hoeft het dan niet meer.
Vlaanderen in Actie De basis van mijn tussenkomst tijdens het actualiteitsdebat van vandaag in het Vlaams Parlement m.b.t. ViA en de cohesie in de Vlaamse regering. Geen rekening gehouden met de veelvuldige onderbrekingen: Mijnheer de voorzitter, Dames en heren ministers, Collega’s, Politiek is niet voor watjes. En een deugdzaam beleid voeren, is geen kinderspel. Toch heeft dit parlement regeerperiodes gekend waarin de oppositie de regering verweet “een leuke bende” te zijn, “een vriendenclubje. “Voor elk wat wils”, klonk het verwijt toen de budgettaire ruimte dat toeliet. Nu de Vlaamse Regering niet dat leuke groepje zou zijn, is het ook weer niet goed. Mevrouw Vogels, Mevrouw Ceysens … De sfeer in de Vlaamse Regering is –naar ik verneem – zelfs beter dan vroeger. Neen, collega’s, over ieder van ons wordt wel eens in minder aangename termen gesproken. Wie daar niet tegen kan, zoekt best een andere job. Het is logisch dat ministers, hun fractie en hun partij zich regelmatig buigen over hun functioneren in de ploeg. Dat ze een balans opmaken en een SWOT-analyse opstellen. De sterktes en de zwaktes evalueren. De gevaren en de kansen voor henzelf als minister, hun fractie en hun partij. De bewoordingen waarmee een en ander verwoord werd, waren echter ongelukkig gekozen. Ja, wij bestieren Vlaanderen, wat “maar een zakdoek groot is”, zoals u schrijft. Vlaanderen is wat het is, mevrouw de minister. Maar ook een land dat maar een zakdoek groot is, verdient een goed bestuur en een slagkrachtige overheid. Deze regering tekent daarvoor. Daar moet niet smalend over worden gedaan. Dat in de regering van vorige vrijdag alles is uitgepraat, getuigt van volwassenheid. Zo hoort het ook, want was het niet net die collegialiteit die werd geschonden? Dames en heren van de oppositie, Mijnheer Vereeck, u vraagt tot vervelens toe wat deze regering doet en waar de N-VA zit in de regering. Wel, het antwoord stond vorige week te lezen in de mail van minister Lieten. Ten eerste zorgt VIA voor een consequente strategie en beeldvorming over het ambitieuze toekomstplan dat deze regering in Vlaanderen wil verwezenlijken tegen 2020. Over dat toekomstplan, Vlaanderen in Actie, is al veel gezegd en geschreven. En er zal in Vlaanderen ook nog veel over worden gesproken! Want VIA moet een sterk merk worden. En de vlag van Vlaanderen in Actie moet door de hele Vlaamse Regering worden uitgedragen. Want VIA is geen wasmiddel. VIA is een project dat Vlaanderen vorm geeft in de toekomst. Het geeft de krijtlijnen van onze toekomst aan. Vlaanderen in Actie heeft als doel Vlaanderen tegen 2020 in de top van de vijf best presterende Europese regio’s te brengen. En VIA, Vlaanderen in actie, is de kapstok waaraan het Vlaamse Regeerakkoord hangt. De positie van de N-VA in de Vlaamse Regering is heel duidelijk. Onze partij levert de trekkende minister voor de hefboom slagkrachtige overheid binnen het VIA-project. En wij nemen onze volledige verantwoordelijkheid daarin. De initiatieven van onze ministers illustreren dat. Ik denk aan de interne staatshervorming en de efficiëntere overheid waar minister Bourgeois voor tekent. Verder denk ik aan de vereenvoudiging in de regelgeving rond ruimtelijke ordening, waar minister Muyters samen met de andere collega’s van de regeringploeg hard aan werkt. Uiteraard blijft VIA niet beperkt tot deze hefboom maar worden door de Vlaamse Regering ook andere stappen voorbereid of gerealiseerd: - het Vlaams Energiebedrijf, - de innovatie in de zorgsector: Flanders Care, - de zeesluizen in onze zeehavens, - baggerwerken in de Westerschelde, - de Vlaamse sociale bescherming, - de hervormingen van het secundair en hoger onderwijs Zelfs in budgettair krappe tijden hakt de Vlaamse Regering knopen door en werkt ze structureel aan de toekomst. De begroting in evenwicht is hier een belangrijk bewijs van. Vlaanderen is daarmee een van de twee Europese regio’s die daarmee kan uitpakken. Dat is een verdienste waar de voltallige Vlaamse Regering fier op kan zijn. Bij de N-VA hebben we de stellige ambitie het Vlaams Regeerakkoord om te zetten in daden. Loyaal en gedreven. Hard als beton –zelfs gecoat met teflon als het moet- maar ook met een groot hart voor de zes miljoen Vlamingen. Mijnheer de minister-president, Op ons kan u blijven rekenen.
3.840 dagen 249 dagen na de verkiezingen, en nog geen nieuwe federale regering. België breekt daarbij het wereldrecord. Het domineert het nieuws deze dagen en van de week staken Yves Desmet en Liesbeth Van Impe op Radio 1 van wal waarbij ze hun onbegrip de vrije loop lieten. “Hoe is dat nu mogelijk, België is toch geen abnormaal land”, liet Liesbeth zich ontvallen. Sorry, Liesbeth, maar ik vrees dat het daar nu net aan ligt. België is abnormaal omdat het ook uniek is. Nergens ter wereld wordt een regering gevormd uit de optelsom van twee democratieën. Twee democratieën dan nog die er in velerlei opzichten andere meningen op na houden. We wachten al 249 dagen op een nieuwe regering. Dat klopt. Maar het klopt evenzeer dat Vlaanderen al 3.840 dagen wacht op de grondige hervormingen die acuut waren en blijven. Ja, beste lezer, het dateert al van maart 1999, 12 jaar geleden, dat een zeer, maar dan ook een zeer ruime meerderheid in Vlaanderen via resoluties haar verzuchtingen én ambities uitsprak. Het is al 3.840 dagen dat de meerderheid in dit democratisch land haar wil uitsprak en er toch niks ten gronde veranderde... Sindsdien kenden we vier federale verkiezingen: 1999, 2003, 2007 en 2010. Na drie van deze verkiezingen ging men, op de Lambermontakkoorden van 2000-2001 na, zo goed als over naar de orde van de dag. Zonder hervormingen. Zonder structurele aanpassingen. Zonder de tering naar de nering. Zonder maatregelen voor de toekomst. Politici hebben de taak om oplossingen uit te werken, hoor en lees ik in veelvoud. Dat is juist. Maar politici hebben ook de taak na de verkiezingen uit te voeren wat ze voor de verkiezingen beloofden. Wat ze in hun campagne vooropstelden. Dat is het wat de N-VA nu doet. Al 249 dagen lang. Blijven zoeken. Blijven proberen, inclusief compromissen, maar wel met dat nog steeds voor ogen: structurele hervormingen. Dat is men niet gewoon in dit land. Dat heeft men nog nooit gezien. Dat Vlamingen hun been stijf houden en niet zwichten onder de druk om toch maar rap toe te geven. Druk vanuit het paleis. Druk vanuit Franstalig België. Druk vanuit Vlaanderen… In Vlaanderen doet een bepaalde media er alles aan om onder de noemer van redelijkheid de N-VA onder druk te zetten. Het is een verhaal dat je in het zuiden niet hoort. Daar geen oproep tot redelijkheid. Ik vermoed echter dat veel media zich vergissen. De mensen laten zich zo geen rad meer voor de ogen draaien. Al klinkt de roep van sommigen in Vlaanderen al zo sterk om te plooien. Plooien zullen we niet! Even later hoorde ik op dezelfde zender professor De Grauwe. Niet direct een man die als oud-VLD-kamerlid door het leven gaat als een Vlaamsnationalist. Hij verwoordde echter wel naadloos datgene dat de Italiaanse professor Spolaore op een N-VA studiedag op 11 juni 2005 ons kwam vertellen: kleine landen zijn de beste garantie op succes. Door de Europese eenmaking en de globaliserende economische markten zijn de schaalvoordelen voor grote landen weggevallen. De voordelen die kleine landen hebben door een homogene democratische beleidsvisie zorgen dan voor een duidelijk verschil. Als België die homogeniteit in de weg staat. Als men niet tot eenvormige oplossingen kan komen. Dan is het net als in een huwelijk: scheiden, aldus de Leuvense professor. Als N-VA proberen we toch nog maar eens om tot een vergelijk te komen, al laat mijn van nature optimistische inborst mij nu toch wat in de steek. Ook in deze vijf en een half jaar tijd verloren? O ja, in dagen? 2.075 dagen. Van records gesproken.
Greenpeacefobie Wat elke weldenkende Vlaming weet, is dat we voor het leeuwendeel van onze energievoorziening aangewezen zijn op kernenergie. Daar was en is ook een reden voor. Alle energiebesparende maatregelen ten spijt vreet onze moderne levensstijl steeds meer elektriciteit. In 1973, het jaar van de oliecrisis, werd meer dan de helft van onze elektriciteit opgewekt door middel van de verbranding van aardolie. Kernenergie, afkomstig van de BR3 in Mol, was toen goed voor 0,2% van de energievoorziening. Steenkool nam de rest voor zijn rekening. Van alternatieve energiebronnen of groene stroom was nauwelijks sprake. In de jaren tachtig steeg het aandeel van kernenergie tot 66%. Doel I, II, III en IV en Tihange I, II en III werden begrippen in Vlaanderen en Wallonië. Twee op de drie lampen brandden in mijn jeugdjaren dankzij kernenergie. En voor alle duidelijk: vandaag is kernenergie nog altijd goed voor meer dan de helft van de energievoorziening. Elke vorm van elektriciteitsproductie brengt afval met zich mee. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt CO2 vrij, bij de productie van kernenergie is nucleair afval een ongewenst nevenproduct. Zelfs de zo bejubelde zonne-energie zorgt vroeg of laat voor afval. Want ooit zullen al die duizenden zonnepanelen moeten gedemonteerd en vervangen worden. In een ideale wereld zal de volledige cyclus van energievoorziening verlopen zonder dat er nog afval aan te pas komt. Maar voor die tijd kan het geen kwaad te vermelden dat zelfs de productie van zonnepanelen energie vreet. Hoewel enkele producenten het goede voorbeeld geven en fotovoltaïsche zonnepanelen produceren met behulp van zonne-energie, zijn er ook die daarvoor energie gebruiken afkomstig van … kerncentrales. Hoog radioactief afval dat afkomstig is van de kerncentrales van Doel en Tihange werd naar La Hague in Normandië vervoerd om er ontmanteld en gerecycleerd te worden. Na behandeling keert dat afval voor opslag naar ons land terug. Voor die opslag werd in Dessel op de terreinen van Belgoprocess gebouw 136 ingericht. Omdat het verwerkte nucleaire afval warmte afgeeft, moet het nog minstens vijftig jaar afkoelen in een solide, bovengrondse bunker. Niemand betwist dat het opwekken van energie via kerncentrales ons de komende decennia opzadelt met een gespecialiseerde verwerking en strikte bewaking van nucleair afval. Wat me danig op de heupen werkt, is dat telkens een transport nucleair afval uit Frankrijk terugkeert, dat voor Groen! en Greenpeace de aanleiding is voor een nieuw rondje stemmingmakerij. Als burgemeester van Dessel vind ik het ontoelaatbaar dat ecologisten de inwoners van Dessel en omstreken trachten bang te maken. Om die reden zet ik graag nog dit puntje op mijn i: in Dessel wordt nucleair afval bovengronds opgeslagen. Dat afval wordt er volgens de meest strikte normen opgevolgd. De ondergrondse opslag van nucleair afval is onmogelijk zolang het afval niet voldoende gekoeld is. Zoals gezegd duurt het nog enkele decennia voor dat het geval zal zijn. En zelfs dan is nog niet gezegd dat het ooit zover zal komen. Er is simpelweg nog geen beslissing over genomen. Omdat die opslag nog niet aan de orde is. Groen en Greenpeace zijn onverstoorbaar in hun tendentieuze communicatie en maken ons als het moet de komende vijftig jaar bang. Telkens een transport met nucleair afval in Dessel aankomt. Want, willen of niet, bang moeten we zijn. Bang voor de toekomst van onze kinderen. Bang voor het voortbestaan van onze planeet. Greenpeacefobie. Inwoners van Dessel kregen een folder in de bus waarin de hysterie ten top werd gedreven. Linten werden langs de wegen gespannen en een geluidswagen maande de mensen aan om binnen te blijven. Ik heb daar genoeg van. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt hen de mond te snoeren. In een democratie heeft iedereen het recht om te zeggen wat ze menen te moeten denken. Maar mensen bang maken? Dat zijn praktijken en strategieën die extreem-rechts ook toepast. Het verschil tussen die laatste en Greenpeace en Groen is dat rond extreem-rechts een cordon sanitaire wordt gesmeed. Tot er voldoende alternatieven zijn om genoeg groene energie op te wekken als onze maatschappij nodig heeft, is nucleair afval een feit. En dan nog... Het afval is er en moet ergens veilig worden gestockeerd. In Dessel getroost het gemeentebestuur en NIRAS zich grote inspanningen om de bevolking goed te informeren. De lokale gemeenschap wordt optimaal bij die belangrijke zaak betrokken. Onze groene vrienden moesten blij zijn dat Dessel en zijn inwoners zoveel gemeenschapszin aan de dag leggen.
Niks nieuws onder de zon Vandaag en gisteren werden we geconfronteerd met twee voorvallen die nog maar eens aantonen dat er niks nieuws is onder de zon… Het begon gisteren met het hoogst interessant radio1-programa ‘Peeters & Pichal’ dat het onderwerp aansneed: “zijn Vlamingen nog welkom in Wallonië?” Aanleiding waren uitspraken van RTBf-journalist Christophe Deborsu (foto) die eerder van de week op ‘Reyers Laat’ aangaf dat Wallonië aan het radicaliseren is en dat Vlamingen er niet echt welkom meer zijn. Nu moet ik zeggen dat wij met ons gezin de eerste week van dit jaar een tijdje in de Ardennen vertoefden, en ik niks van radicalisering of vijandigheid ervaren heb, maar bon, toch interessant om eens te luisteren naar wat Vlamingen ervaren die in Wallonië wonen. Het waren stuk voor stuk prachtige getuigenissen. Volgend verhaal was er recht op. Het was een man die met zijn gezin uitgeweken was naar Waals Brabant en grosso modo het volgende kwam te vertellen: “En ja bij de bakker zijn ze zeer vriendelijk, want als ik na mijn bestelling in het Frans tegen mijn kinderen iets in het Nederlands zeg, dan blijven ze even vriendelijk.” Zo is dat. Ze blijven even vriendelijk!!! En zit daar nu niet net de sleutel van het probleem. Onze lieve man spreekt Frans bij de bakker. Waarom? Omdat hij in Wallonië is natuurlijk. Hele wijken worden net over de taalgrens door Vlamingen betrokken. En ja, die spreken Frans bij de bakker. En neen, zij vragen geen faciliteiten. Keer dat nu eens om. Welke taal spreekt de ingeweken Franstalige in Wemmel, Zaventem, Halle of Overijse, tot Middelkerke of Knokke toe? Je mag twee keer raden. En wat eist hij in de eerste plaats? Juist, faciliteiten. En als dat nog niet genoeg is, de uitbreiding van Brussel. Er is dus niks nieuws onder de zon. De pancarte, meegedragen in de Shame-betoging van vorige week, spreekt boekdelen: “Gedaan met Vlaamse taaleisen, een beetje bescheidenheid aub als je maar zo’n lokaal taaltje spreekt.” Of zoals mijn moeder wel eens zei in mijn puberjaren: “portemonnee open en mond dicht.” Wees hoffelijk voor elkaar en betoon respect. Kom in Vlaanderen wonen en spreek bij de bakker, slager en kapper Nederlands. Doe wat de Vlaming bij jou doet. Niet meer. Een tweede voorval was vandaag. Elio Di Rupo die met een nota op zijn schoot het koninklijk domein van Laken binnenreed. Jean-Luc Dehaene achterna met zijn: “Quid N-VA?” Toch geen mens die gelooft dat Di Rupo dat niet opzettelijk deed. Soms is het niet slecht om in je kaarten te laten kijken en de tegenspeler op het verkeerde been te zetten. De echte troeven hield hij wel achter de hand. De sneer naar de CD&V mocht er echter wel wezen. Hoe noem je zoiets op het voetbalveld? Een onvrijwillige elleboogstoot? Enkele uren later beging Bart De Wever dezelfde fout… Ook een notaatje op de schoot met de niet mis te verstane boodschap: “curieuzeneuzemosterdpot”. (zie link onderaan deze column) Ik ben benieuwd hoe ze dat morgen in de Franstalige kranten gaan vertalen. Het zal weer wel opgeblazen worden tot een staatszaak. Wedden? Inderdaad, ook dan niks nieuws onder de zon…
Burgers ten strijde tegen politieke impasse Kunstenaars, studenten en andere burgers laten van zich horen. Dat is goed. In een democratie moeten mensen zich laten horen. Zij zijn de politieke impasse beu en grijpen naar het actiemiddel: betogen, facebook, happenings,… Zij zijn niet alleen. Ik ben de impasse ook beu! Bart De Wever ook, neem dat van mij aan. Maar hoe geraak je uit een impasse in een land waar de impasse structureel ingebouwd is? In een normale democratie worden beslissingen genomen bij meerderheid. De helft plus één. Voor bijzondere wijzigingen bouwt men een bijkomende drempel in. Voor een grondwetswijziging bijvoorbeeld. Dan spreekt men van tweederde meerderheden. In zulke democratieën kan men snel regeringen vormen. Kan men keuzes maken. Het er mee eens zijn of niet, maar keuzes door een meerderheid beslist. In België werkt het anders. In België kan 20 procent blokkeren en alles tegenhouden. Hier moet tussen twee democratieën dermate onderhandeld worden dat er finaal iets uit de bus komt waar niemand zijn jongen nog in terug vindt of maatregelen dermate uitgehold worden met uitzonderingen dat beoogde doelen niet bereikt worden. Is dat democratie? Dat de kiezer alles krijgt behalve datgene wat ie vraagt? Of neem nu de artiesten van “niet in onze naam” die in de KVS een manifestatie organiseren om de solidariteit in ons land te versterken. Op hun website richten ze al hun pijlen alleen en uitsluitend op de N-VA. Straf. Alleen denk ik dat het juist een overdreven solidariteit is die geleid heeft tot de huidige impasse. Als 20 procent kan blokkeren onder het mom van solidariteit, dan krijg je wat je nu hebt. Ik schrijf hierboven over een normale democratie. Laat ons ook eens kijken naar een normaal functionerende federale staat. Daar hebben de deelstaten bevoegdheden, net als in België trouwens, en de federale staat heeft bevoegdheden. Op dat federale niveau geldt in al die landen ook de normale democratische regel: de meerderheid beslist, de helft plus één. In het Amerikaanse Congres gaat het er zo aan toe. In de Duitse Bondsdag ook. Daar kijkt men niet hoe de verkozenen uit de noordelijke staten zich verhouden ten opzichte van de verkozenen uit de zuidelijke staten (VS), noch hoe de Sakser stemt t.o.v. de Beier (D). Ergo, indien de één zich te kort zal gedaan voelen t.o.v. de ander, zal diegene die aan het kortste eind trekt de neiging hebben om die bevoegdheid naar zijn deelstaat te halen. Niet zo in België. Op het federale niveau zijn zoveel grendels en procedures ingebouwd dat een normale democratische werking onmogelijk gemaakt wordt. Stel nu dat die normale democratische regels op Belgisch niveau zouden gelden. Wedden dat het niet de Vlamingen zullen zijn die een fundamentele staatshervorming eisen? Vreemd land België. Enig in de wereld. Hier vraagt de meerderheid autonomie. En dat alles hebben we te danken aan een generatie politici die daarenboven nog een enorme staatschuld achterlieten. Dezelfde generatie waarvan nu nog een aantal het aandurft om in “voor de dag” op de radio, praatprogramma’s op TV of interviews in kranten en magazines de huidige generatie de levieten te komen lezen. Zij creëerden een onbestuurbaar land. Ja hoor, we zijn de politieke impasse beu. Maar we geraken er zeker niet uit op de manier die sommigen voorstellen. Het roepen op een regering zonder doelstellingen. Zonder plannen. Zonder regeerakkoord. Welnu daar dank ik voor. Het zou de toekomst des te onzekerder maken. Het klinkt misschien wel allemaal mooi op You-tube, maar kopen doe je er niks mee!
Wat als het parochiecentrum sluit? In het begin van de jaren zestig werd pal in het centrum van Dessel, op de hoek van de Kolkstraat en de Netestraat (die er toen nog niet was), een nieuw parochiecentrum gebouwd. Dit centrum met een (toen nog parochiale) bibliotheek, een feestzaaltje met keuken, een café en een zestal vergaderruimtes was de thuisbasis van de zogenaamde katholieke organisaties. Er werd gebouwd op grond van het kerkfabriek en de dekenij. De katholieke zuil stond nog sterk, en toen in 1971 het 700-jarig bestaan van Dessel gevierd werd, werd er aan het centrum een polyvalente zaal gebouwd met de toepasselijke naam: Zaal 700. Er kon in Dessel weinig gebeuren of het vond in het parochiecentrum en Zaal 700 plaats: trouwpartijen, koffietafels, ledenfeesten van KAV, KWB, KVG, KBG/OKRA, KVLV, CM Ziekenzorg, CVP/CD&V en anderen met liefst een k of een c in de naam, toneelvoorstellingen, tentoonstellingen, eetfestijnen, pensenkermissen van de Chiro, voordrachtwedstrijden, fuiven en bals,… Alles ging goed en het is heus nog niet lang geleden dat de CD&V (toen nog CVP) bij gemeenteraadsverkiezingen nogal tendentieus uitpakte met de duiding: partij van en voor al die katholieke organisaties die in het parochiecentrum hun thuisbasis hebben. En toch, langzaam aan kwam een verval tot stand. De bibliotheek, al lang overgedragen aan de gemeente, verhuisde in 1996 naar het gemeentelijk administratief centrum. De Zaal 700 sloot anderhalf jaar terug de deuren; slecht onderhouden en verwaarloosd. Het was een eerste uppercut. En zo ging het van kwaad naar erger. Twisten tussen eigenaars, huurder en garant lieten het ergste vermoeden: sluiting en verkoop. Vandaag is het zo ver. Eergisteren deed het de lokale CD&V naar het actiewapen grijpen. Ze vatten met z’n allen post op de hoek aan het parochiecentrum en lieten de persfotograaf de nodige kiekjes schieten met als boodschap dat ook zij geen vergaderlokaal meer hebben. En bovenal: de gemeente heeft het nagelaten om voor een alternatief te zorgen. Slik. Als mijn informatie klopt (en die klopt) werd het vorig gemeentebestuur, met CD&V-burgemeester, gevraagd het centrum te kopen. Het antwoord is nooit gekomen. Tweemaal slik. Bij deze actie heb ik drie bedenkingen: Vooreerst betreur ik deze actie omdat het eigenlijk een blamage is voor die weinige mensen die tot op het einde hun uiterste best deden om het parochiecentrum draaide te houden. Sommigen onder hen hebben er nachten van wakker gelegen, maar het aantal schouders was te beperkt om de vele lasten te dragen. Eigenlijk mag ik zeggen dat de katholieke zuil het liet afweten. Vervolgens is het niet zo dat er geen enkel alternatief is in Dessel. De sluiting van de Zaal 700 wordt al meer dan een jaar opgevangen en ook de katholieke organisaties vinden hun weg naar andere locaties. Desselse horecazaken, jeugdcentrum Spin, Sportpark Brasel, maar ook het parochiecentrum van Witgoor en zaal De Eendracht, zijn de nieuwe ontmoetingsplaatsen. En ten slotte wat Zaal De Eendracht betreft, deze werd twee jaar terug door het gemeentebestuur gekocht. Deze zaal, naast het administratief centrum, wordt reeds decennia uitgebaat door de fanfare en wordt door de aankoop vanwege de gemeente behouden voor de toekomst. Bovendien is de gemeente de plannen aan het klaarstomen om op deze plek een nieuwe zaal met les- en vergaderlokalen te bouwen. Een en ander moet natuurlijk zijn tijd krijgen. Niet alleen naar het opmaken van de plannen, maar ook om het financieel plaatje rond te krijgen want naast een nieuwe Zaal De Eendracht moet ook een nieuwe school gebouwd worden in de Lorzestraat, een lokaal voor de jeugd aan de Boeretangsedreef en een uitbreiding van de sporthal. Ook in Dessel kan alles maar één voor één. Alhoewel; ik heb een idee! Indien de nood aan vergaderlokalen voor de katholieke organisaties zo dringend is, laten we dan de handen in elkaar slaan. Ik ben er van overtuigd dat de kerkfabriek en de dekenij met de opbrengst van de verkoop van het parochiecentrum, samen met de gemeente, de plannen voor De Eendracht versneld kunnen uitvoeren. Een pluralistische ontmoetingsruimte waar alle Desselaars welkom zijn. Is dat niet mooi voor het nieuwe jaar? Wie doet er mee?
Bieden voor een frietje De vijfde editie van Music for Life staat dit jaar in het teken van de problematiek rond de aidswezen in Swaziland in zuidelijk Afrika. De aidswezen verdienen speciale aandacht in onze internationale samenwerking. Deze kinderen hebben niet de mogelijkheid om normaal op te groeien, aangezien ze op jonge leeftijd vaak al de taak van hun ouders moeten overnemen en zorgen voor hun broertjes en zusjes, die dikwijls zelf ziek zijn. In Swaziland, even groot als Vlaanderen, wonen naar schatting 60.000 kinderen wier ouders bezweken zijn aan de gevolgen van AIDS. Ongeveer een derde van deze kinderen is vanaf de geboorte zelf besmet met het HIV-virus. De actie van Studio Brussel probeert hen een hart onder de riem te steken door geld in te zamelen voor het Internationale Rode Kruis. Aidsremmers alleen zijn geen duurzame oplossing, maar ze maken het leven van deze kinderen wel draaglijker. Het Rode Kruis zal deze kinderen ook bijstaan door hen onderwijs aan te bieden. Zo krijgen ze de kans om later uit de armoedeval te stappen. De problemen van de ‘aidswezen’ reiken dus verder dan de ziekte alleen. Vaak worden ze uitgesloten uit de gemeenschap, uit een onterechte vrees voor besmetting. Als grootste partij kan en wil de N-VA niet achterblijven om deze vijfde editie van Music for Life te steunen. Een groot aantal N-VA-parlementsleden veilen zichzelf op eBay. De hoogste bieder mag mee naar zijn of haar favoriete frituur. N-VA-voorzitter Bart De Wever en Senaatsfractieleider Liesbeth Homans zullen aanstaande vrijdag de totale opbrengst van het ingezamelde geld overhandigen in het ‘Glazen Huis’ in Antwerpen. Bart De Wever zelf zal ook nog een extra inspanning leveren. Tot donderdag 23 december 17 uur kan men op de website eBay bieden voor een frituurbezoek met een N-VA-mandataris. Ook ik probeer mijn steentje bij te dragen en ben deze namiddag ingestapt. Daardoor loop ik wel wat vertraging op... Bied en ik tracteer je op een frietje met toebehoren in Den Brink.
Geachte voorzitter, Dames en Heren ministers, Collega’s,
De N-VA is niet een beetje fier met het voorliggend begrotingsdocument. De Vlaamse regering en de minister van begroting Philippe Muyters hebben puik werk geleverd. Een begroting opmaken binnen het vooropgesteld plan – een begroting in evenwicht in 2011 – is niet evident. Het is niet, zoals we dat in Vlaanderen al zolang pleegden te doen, het verdelen van de extra, budgettaire ruimte tussen de verschillende departementen. Neen, sinds vorig jaar is het besparen, snoeien over de verschillende departementen heen, en toch die sectoren die een echte wissel op de toekomst zijn (onderwijs, welzijn,…) in enige mate ontzien. Wij allen zijn parlementsleden die midden het leven staan en die de polsslag van de samenleving voelen. Die actief zijn in verenigingen. En ja, ook ons valt het zwaar dat er bespaard moet worden. We zijn dat echter aan onszelf en de toekomende generaties verplicht.
Een begroting maken is keuzes maken. Maar in dit land werden er in het verleden al te veel putten gemaakt. Vlaanderen bewijst dat een begroting in evenwicht kan. We zijn daarbij uniek in Europa (Beieren lukt daar ook in…) Welke betere wissel op de toekomst kunnen we lichten? Tijdens de debatten in de commissie werd er nogal wat gebikkeld over de minderontvangst van 94 miljoen waarmee we geconfronteerd werden. Een minderontvangst die naar boven kwam in de tijdspanne tussen het neerleggen van de begroting in dit parlement en de bespreking ervan en die een gevolg is van de aanpassing van een aantal parameters in het kader van. de bijzondere financieringswet. Dit soort van meevallers en tegenvallers als gevolg van wijzigende parameters is in feite inherent aan een raming die een begroting in essentie steeds is. Het siert de Vlaamse minister van Begroting en de Vlaamse Regering dat ze zo vooruitziend is om ook nadat de officiële parameters zijn bekendgemaakt en de initiële begroting binnen de Vlaamse overheid is opgemaakt, dat ze ook nadien toch nog zoveel als mogelijk rekening houdt met belangrijke wijzigingen in de betrokken parameters die zich op de valreep aandienen, en hiervoor dus niet te wachten op de verwachte begrotingscontrole 2011. Zo kunnen we de bespreking over de initiële begroting 2011 in dit parlement op een zo betrouwbaar en actueel mogelijke basis voeren. Trouwens, dit is een begroting die voortdurend in beweging is en zal blijven. De voorbije weken kregen we hiervan nog een duidelijke illustratie, want enkele dagen nadat de parameters voor de initiële Vlaamse begroting 2011 in dit parlement werden neergelegd heeft de OESO haar verwachtingen over de groei van de Belgische economie opnieuw verhoogd. Volgens de OESO zal de Belgische economie in 2010 immers groeien met 2,1%, en in 2011 met 1,8 %. Onze sterk exportgerichte economie geniet immers mee van het economische herstel in Duitsland, één van onze belangrijkste handelspartners. De OESO is hiermee iets optimistischer dan het Federaal Planbureau, die rekende op respectievelijk 1,8% en 1,7% groei in 2010 en 2011. Het zijn de officiële cijfers van het federaal Planbureau waar de Vlaamse overheid zich gewoontegetrouw op baseert voor haar begrotingsvooruitzichten. U weet allemaal dat ook een kleine wijziging in het cijfer na de komma van de verwachte en effectieve groei van het bruto binnenlands product (bbp) in de totale Vlaamse begroting tot een verschil van ettelijke miljoenen EURO’s in ontvangsten kan leiden. Het Rekenhof merkt in haar verslag immers op dat de gehanteerde parameters bij deze begroting 2011 voorzichtig en realistisch zijn, wat – nog steeds volgens het Rekenhof – in het verleden niet steeds het geval was. Bv. bij de begrotingsopmaak 2009 werd door de vorige minister van begroting eind 2008 nog uitgegaan van een groei van het BBP van +1% in 2009, terwijl als gevolg van de wereldwijde financieel-economische crisis die was losgebarsten in het najaar van 2008 voor 2009 eerder negatieve groeicijfers te verwachten waren. Wat naderhand ook effectief gebleken is, want in 2009 daalde het BBP in België en Vlaanderen met bijna -3%.
Zoals ik daarstraks reeds stelde: een begroting maken is keuzes maken. Het is dan aan de regering en de meerderheid om die keuzes te verdedigen. Aan de oppositie om ze te kraken en te zeggen hoe slecht het allemaal wel niet is. Zowel in de commissie, als vandaag in de plenaire, merk ik daar geen verschil in. Ik moet echter wel bekennen dat we verheugd mogen zijn hier niet een document van de oppositie te moeten bespreken. Ik verklaar me nader. De voorbije periode hebben we vaak mogen horen dat deze Vlaamse regering een gebrek heeft aan visie of daadkracht. Gisteren luidde het: een regering van foutlopende zaken. Als ik de reacties en voorstellen van de oppositie goed beluister en oplijst dan moet de Vlaamse regering inderdaad dringend een stuk ambitieuzer zijn. Zo moeten we een pak meer geld voorzien om de putten in de wegen te dichten in het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, we moeten veel meer geld voorzien voor investeringen in Onderzoek en Ontwikkeling en Innovatie, we mogen niet besparen op Onderwijs, we moeten dringend werk maken van het wegwerken van de wachtlijsten in de zorgsector, in de kinderopvang, in de thuiszorg… en ik vergeet er ongetwijfeld nog een paar... Als we dat allemaal samentellen komen we op niet minder dan 90% van de huidige begrotingsposten waar we ambitieuzer zouden moeten zijn. Maar dat is belangen na nog niet voldoende. Bovendien moeten we reserves aanleggen voor de toekomst én tegelijk ook dringend werk maken van een schuldafbouw. Samengevat: meer uitgeven en investeren, meer sparen en reserves aanleggen, en meer schulden afbouwen. Drie keren meer. Wie biedt meer? In de commissie heb ik dan al de vrees uitgedrukt dat alles dan maar moet opgehoest worden door die 10% van de begrotingsposten waarin men geen extra uitgaven aangeeft. Ik heb tot op vandaag daar geen antwoord op gekregen. Cultuur? Leefmilieu? Of neen, het overheidsapparaat dan maar en de ambtenaren? Waar het kan, moet inderdaad ingegrepen worden, en dat gebeurt ook. Niet elke ambtenaar die afvloeit wordt zomaar vervangen. Maar wat wil men dan eigenlijk in de praktijk, dat we morgen een groot aantal Vlaamse leerkrachten op straat zetten en de klassen tegelijk fors groter maken, of dat we het verzorgend personeel in de Vlaamse voorzieningen voor personen met een handicap of ouderenzorg afbouwen? Of dat we bij VDAB minder begeleiders voorzien om werkzoekenden toe te leiden naar een passende job? Als we kijken naar de effectieve evolutie van de omvang en de uitgaven voor het overheidspersoneel in de diverse Vlaamse beleidsdomeinen, dan merken we dat in de loop van 2008 en de eerste helft van 2009 nog een groot aantal extra uitgaven zijn goedgekeurd en uitgevoerd mét akkoord van de vorige Vlaamse regering.
Een andere bron van kritiek, en daar wil ik het dan bij houden, zijn de actuele betalingsproblemen in een aantal beleidsdomeinen en agentschappen, zoals bv. het IWT. Beste collega’s, hier worden we vandaag en morgen geconfronteerd met het resultaat van het beleid van het verleden. De zogenaamde ‘impliciete schuld’ waarmee we anno 2010 en 2011 geconfronteerd worden in de Vlaamse begroting is immers het resultaat van de uitvoering van beslissingen en uitgestelde facturen uit het verleden. Want tegelijk stelt het Rekenhof vast dat de huidige Vlaamse regering komaf maakt met deze praktijk door extra geld te voorzien voor betaalkredieten, en zo de kloof tussen beleids- en betaalkredieten fors te verminderen. Beste collega’s, dit is een duidelijk voorbeeld van budgettaire orthodoxie waarvoor ook het Rekenhof haar appreciatie heeft uitgedrukt. Dit betekent niet dat we blind blijven voor een aantal opmerkingen en aanbevelingen van het Rekenhof met betrekking tot de Vlaamse begroting. Het Rekenhof benadrukt dat de Vlaamse regering fundamenteel goed zit met de keuze voor een begrotingsevenwicht in 2011, maar signaleert als minpunt het tekort aan focus op de schuldontwikkeling en vraagt voor de toekomst een betere transparantie, een betere koppeling tussen de beleids- en begrotingscyclus, en dat in een meerjarenperspectief moet voorzien worden in voldoende betalingsmiddelen voor de reeds aangegane verbintenissen. Dit zijn ook voor de N-VA belangrijke aandachtspunten die we meenemen bij de opmaak en opvolging van de Vlaamse begroting in de komende jaren. Van bijzonder groot belang in dit verband is het engagement van de Vlaamse regering om een eigen Vlaamse structurele nulnorm – dus een eigen Vlaamse stabiliteitsnorm – uit te werken die de het evenwicht van de Vlaamse begroting op langere termijn kan waarborgen. In dit kader kunnen we desgevallend ook rekening houden met het resultaat van de lopende onderhandelingen over de hervorming van de Bijzondere Financieringswet. Ook het recente pleidooi van de Vlaamse minister-president dat de internationale krediet-ratings-bureaus zoals Standard & Poors in de toekomst een onderscheid zouden moeten maken bij de inschatting van de kredietwaardigheid tussen de federale overheid en de deelstaten in België past voor ons in dit kader. Een belangrijke mijlpaal voor het Vlaamse begrotingsbeleid is het ontwerp van rekendecreet dat in november 2010 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering en reeds overgemaakt werd aan dit parlement. Hiermee leggen we de basis voor een modern financieel management binnen de Vlaamse overheid. Vanaf 2012 kunnen de Vlaamse ministeries een bedrijfseconomische (dubbele) boekhouding voeren met kostenanalytische component. Door in een zogenaamde ’prestatiebegroting’ de financiële informatie te koppelen aan de geleverde prestaties en bereikte effecten, wordt een sterkere verantwoording aan dit parlement mogelijk.
Een begroting is keuzes maken. En dat is ook snoeien in uitgaven die geen zoden aan de dijk brengen. Uitgaven die het verschil niet maken. Daar valt ons inziens de afschaffing van de jobkorting onder. De efficiëntie van het gevoerde beleid verhogen en proberen met minder middelen evenveel of meer resultaat te boeken. Uit onderzoek is immers gebleken dat de jobkorting als risico inhoudt dat het vooral tegemoetkomt aan werknemers die minder verdienen doordat ze hun arbeidstijd verminderen via bv. deeltijds tijdskrediet (landingsbaan) in combinatie met fiscale voordelen zoals de jobkorting. De jobkorting blijkt dus in de praktijk geen efficiënte maatregel om méér werken lonend te maken, we kunnen het beleid dus beter heroriënteren naar andere pistes en maatregelen om werken aantrekkelijk en lonend te maken. We weten in dit verband dat met name voor mensen met een laag verdienpotentieel (zoals de laaggeschoolden) de werkloosheidsval sterk speelt. Vandaar dat de Vlaamse Regering ervoor kiest om het betrokken budget doelmatiger in te zetten via een aantal compenserende maatregelen zoals een extra investering van 15 miljoen EURO in de inkomensgebonden zelfstandige kinderopvang, zodat deze opvang ook voor lage inkomens betaalbaar wordt. En aan diegenen die kritiek uiten op de N-VA dat ze met het afschaffen van de jobkorting geen gebruik maken van de fiscale autonomie die Vlaanderen heeft, kan ik alleen maar zeggen dat we ihkv. de onderhandelingen die vandaag lopen op federaal niveau werk willen maken van de weg naar een échte fiscale autonomie voor Vlaanderen. Dat betekent dat Vlaanderen via de personenbelasting echt verantwoordelijk zal worden voor (een deel van) de eigen inkomsten én uitgaven, en dus niet via opcentiemen of kortingen.
Beste collega’s, vandaag ligt een Vlaamse begroting in evenwicht voor in dit Vlaams Parlement, dit mede dankzij een belangrijke 2e besparingsronde in 2011 van in totaal 376 miljoen EURO. Tegelijk maken we in 2011 voor 95 miljoen EURO ruimte vrij voor nieuwe beleidsaccenten. Men kan daar smalend over doen, maar een vaststaand feit is en blijft dat we met deze begroting in evenwicht tot de beste leerlingen behoren in de Europese klas en niemand in België in onze nabijheid komt. We beseffen dat de besparingen die we doorvoeren soms pijn doen. Maar we zijn er tegelijk van overtuigd dat de bevolking deze soms moeilijke beslissingen van ons verwacht. Sta me toe om nog even stil te staan bij de wijze waarop we deze besparing doorvoeren, bij de zogenaamde ‘kaasschaafmethode’. Dit wordt ongetwijfeld een nieuw woord in de volgende editie van de Dikke van Daele… :) De enige realistische en efficiënte manier om effectief en efficiënt te besparen is dus door generieke besparingsprincipes af te spreken, en vervolgens elke bevoegde minister binnen elk beleidsdomein zijn of haar huiswerk te laten maken. Men kan hierbij weloverwogen via interne compensaties bepaalde posten vrijwaren en verschuiven naar andere begrotingsposten waar meer efficiëntiewinst te boeken is. We weten dat deze werkwijze leidt tot een hogere benutting van de resterende kredieten, daarom gaan we in de begroting van 2011 uit van een extra voorzichtige inschatting van de onderbenutting. De regering heeft dus expliciet rekening gehouden met de terechte bekommernis die in het kader van de begrotingscontrole 2010 in dit parlement werd geuit over de mogelijk te hoge inschatting van de onderbenutting. Concreet gaat de regering voor 2011 uit van een verwachte onderbenutting van slechts 121 miljoen EURO. Dat dit een erg voorzichtige inschatting is mag blijken uit de vergelijking met 2009, toen bedroeg de effectieve onderbenutting nog 314 miljoen EURO. Het Rekenhof merkt op dat deze geraamde onderbenutting met slechts 0,5% van het totale budget historisch laag is, en meent dat de Vlaamse minister van begroting daarmee een goede beslissing heeft genomen. De besparingsinspanning die we leveren vormt ook een belangrijke wissel op de toekomst. Want door vandaag de nodige structurele inspanningen te leveren creëren we morgen ruimte voor nieuw Vlaams beleid. Zo maakt de Vlaamse Regering reeds in 2011 in totaal 95 miloen EURO extra budget vrij voor nieuw beleid, waaronder 45 miljoen EURO voor het wegwerken van de wachtlijsten in de voorzieningen voor personen met een handicap. We kiezen dan ook bewust voor de nodige sociale accenten in de besparingen. Geen ‘blinde besparingen’, maar zelfs een groeipad in de uitgaven voor personen met een handicap, kinderopvang, thuiszorg,… We zorgen in 2011 ook voor 300 miljoen EURO extra kapitaalsparticipaties en 10 miljoen EURO extra investeringen in spin offs van wetenschappelijke onderzoekscentra zoals Imec, VITO en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Dit komt bovenop de inspanning die we in de begrotingscontrole 2010 hebben geleverd door 140 miljoen EURO extra te voorzien voor kapitaalparticipaties in Onderzoek & Ontwikkeling. Vlaanderen levert vandaag belangrijke inspanningen. En velen vinden dat maar normaal. Maar als alle betrokken overheden in België dezelfde inspanningen zouden leveren als Vlaanderen, zou er geen probleem zijn, en hadden we ook een federale begroting in evenwicht vanaf 2011. Dat is dan ook de boodschap die we vandaag vanuit dit Vlaams parlement kunnen meegeven aan de onderhandelaars voor de federale regeringsvorming. We hopen dat de budgettaire orthodoxie die we vandaag in Vlaanderen aan de dag leggen kan inspireren om dat ook op het federale niveau te doen. Daarnaast is het duidelijk dat de noodzakelijke Copernicaanse omwenteling er enkel kan komen als we via een 6e staatshervorming kunnen zorgen voor een overheveling van een aantal cruciale sociaal-economische hefbomen naar de deelstaten. Dankzij het vooruitschuiven van de besparingsinspanning naar 2010 en een snelle terugkeer naar een begroting in evenwicht vanaf 2011 kan de Vlaamse overheid deze noodzakelijke sociaal-economische staatshervorming met vertrouwen tegemoet zien. Deze overheveling van bevoegdheden kan echter niet los gezien worden van de nodige financiële verantwoordelijkheid, van de nodige fiscale autonomie en dus zeggenschap over de eigen uitgaven én inkomsten. Want pas als we in dit land echt komaf kunnen maken met de kwalijke traditie van zakgeldfederalisme kunnen we het structurele en forse begrotingstekort van de federale overheid echt aanpakken. We moeten dus ook orde op zaken durven stellen in de federale staatshuishouding en begroting. De budgettaire discipline die we vandaag aan de dag leggen in Vlaanderen moet ook mogelijk en evident zijn op de andere bestuursniveaus, dus ook in de Federale, de Waalse en Brusselse regering. Zoals elke goede huisvader en –moeder moeten de diverse bestuursniveaus de tering naar de nering zetten, door simpelweg geen uitgaven te doen waarvoor in feite de inkomsten ontbreken. Het spreekt voor zich dat we in ons land waar de belastingsdruk reeds tot de hoogste van de wereld behoort hierbij niet moeten inzetten op nog extra belastingen en dus hogere inkomsten voor de overheid, maar net zoals we dit op het Vlaamse niveau doen de uitgaven kritisch tegen het licht houden en zo de nodige besparingsinspanningen leveren. Voor de N-VA-fractie is deze volgehouden structurele besparingsinspanning wat de bevolking van haar verkozen volksvertegenwoordigers en van de diverse regeringen in dit land mag verwachten.
Collega’s, Ik heb me in mijn tussenkomst gefocust op de begroting zelf en de omgevingsfactoren. Maar achter die cijfers zit natuurlijk een beleid. In de debatten die volgen, zal de N-VA-fractie zich focussen op die punten die voor ons belangrijk zijn. Die punten die voor ons het verschil maken en waarmee de Vlaamse regering bewijst wel degelijk goed werk te leveren. Mijn fractie is klaar om het inhoudelijk debat aan te gaan.
Quo Vadis België? Vrijdagavond heb ik een voordracht van professor Marc De Vos bijgewoond. De directeur van het Itinera Institute onderhield ons een ruim lesuur over de vraag: Quo vadis België? En in tegenstelling tot wat de titel doet uitschijnen, ging het niet over de staatshervorming. “De institutionele onderhandelingen slepen aan. Ongeacht hun uitkomst, blijven de fundamentele uitdagingen bestaan. De komende jaren hebben we daarom een afspraak met de geschiedenis. Ofwel nemen we strategische keuzes die we al te lang hebben uitgesteld. Ofwel veroordelen we onszelf tot verval. Het Itinera Institute blijft geloven in de toekomst en draagt alvast zijn steentje bij.” Lezen we op hun website. De professor brengt op zich een boeiend verhaal met naakte cijfers en logische verbanden. Door het niet nemen van beslissingen en gemiste kansen die we lieten liggen, is het eigenlijk al vijf na twaalf... Het staat alvast als een paal boven water dat de toekomst niet voorbereid werd. Begin vorige eeuw leefde één derde van de wereldbevolking in Europa. Nu nog 5%. Om onze bevolking op peil te houden zouden onze vrouwen gemiddeld 2,1 kinderen moeten baren. We halen nauwelijks 1,7. Vergrijzing en verkleuring zijn het gevolg. De wereld verandert in hels tempo en jaarlijks komen er miljoenen consumenten en hoger geschoolden bij. Europa is al lang niet meer het centraal gegeven. China, Singapore, Zuid-Korea en anderen zetten de toon en steken ons in een rotvaart voorbij. In ons Avondland zijn er veel te veel mensen die niet werken. In België leeft meer dan zeven op tien op de kap van de drie tiende anderen. Bij die zeven zijn ook werknemers geteld die met belastinggeld betaald worden… Zij zijn natuurlijk wel nodig en nuttig, maar anderen zorgen in hun levensonderhoud. Gezondheidszorg, werk, vergrijzing, pensioenen, armoede, ongelijkheid, migratie, integratie, onderwijs, innovatie, energie,… Het zijn allemaal uitdagingen, maar velen zien of ervaren het nog niet. De “sense of urgency” is bij weinigen aanwezig. Ieder zit op z’n eigen vlot en ervaart geen problemen. “Ik heb een huis, een verzekering, een baan, een loon, een auto, een pensioenkas en een bankrekening. Wat kan mij overkomen?” Het vlot dat ons die geruststellende zekerheid biedt, is echter op drift op de wereldzeeën. En ondertussen bakkeleit men in dit land verder over de staatshervorming en wordt er aan deze problemen niks gedaan, hoor je de professor tussen de regels fulmineren. En dat is allemaal de schuld van de huidige politieke klasse. Daar haak ik af. Ik onderken de problemen zoals ze door Itinera geduid worden en als politicus sta ik te popelen om ze aan te pakken. Maar daar gaat nu net die staatshervorming verdorie over. Alle entiteiten de plicht geven om de problemen aan te pakken. Niet teren op de ander. Niet het gevoel van de ander moet maar solidair zijn met mij en zo sla ik me er ook wel door. Neen, het is ook niet ieder voor zich. Het is ieder zelf de handen uit de mouwen steken om het tij te keren, en dan pas solidariteit! Dit zal zeker gepaard gaan met onpopulaire, zeer onpopulaire maatregelen. Maar we zijn het aan onszelf en al diegenen die na ons komen verplicht. Ja, ik kijk met ontzag naar die landen waar men niet alleen maatregelen wil nemen, maar ze ook kan nemen. In ons land regeert de dictatuur van de minderheid. En daar word je moe van.
Voetbal een feest… Geen WK in de Nederlanden. Vandaag werden de kandidaturen voor 2018 en 2022 goedgekeurd door de FIFA. Mijnheer Blatter stak het niet onder stoelen of banken. Voetbal is ook verliezen. Op die manier wilde hij al zalven, nog voor het verdict viel. En dat klopt. Als er negen kandidaten zijn voor twee organisaties, dan zijn er meer ontgoochelden dan winnaars in de zaal. De volgende dagen zal er in ieder geval veel inkt vloeien over wat het resultaat is van de geheime stemming binnen de FIFA-cenakels. En ja, ik heb er ook zo mijn gedacht bij. De voorbije weken en maanden liet ik het al vaker ontvallen dat een gewone (what’s in the name) westerse democratie niet meer zal kunnen meedingen. Onze sociale rechten, plichten en zekerheden, onze wetten en regels zijn vak niet te pruimen voor instanties als FIFA. Belastingsverminderingen en dansen naar de pijpen van de heren uit Zurich is niet iedereen gegeven. Gelukkig maar. En moet dan de uitslag van vandaag ons verbazen? In 2018 Rusland. Het zal de zweem naar corruptie bij de toewijzing in ieder geval niet doen afnemen. En in 2022 Qatar. Godbetert Qatar. Ik nodig u uit. Google eens naar Qatar. Geen 1,7 miljoen inwoners. Pure woestijn, met natuurlijk olie in de bodem. 11.400 km² groot en onderverdeeld in 10 gemeenten. Waarvan acht gemeenten 30.000 inwoners of minder tellen. En qua bestuursvorm: een emiraat. Geen verkiezingen en politieke partijen zijn er verboden. Alhoewel, er is een adviesraad die de emir 'kan' adviseren over het te voeren beleid. Geef toe, de belangrijkste sport, het grootste sportevenement, dat zich gaat nestelen in de schoot van een dictatuur. Ja, voetbal een feest...
Waalse export Vanmorgen luisterde ik met stijgende verbazing naar het nieuws op Radio 1. Er zouden twee strafklachten lopen tegen evenveel Belgische bedrijven die nucleaire producten uitvoerden naar Iran, zonder daarvoor de nodige vergunningen te hebben. Zonder daarvoor de nodige aanvragen ingediend te hebben. Dat verklaarde minister Magnette (PS) gisteren op een vraag aan Groen!-kamerlid Kristof Calvo. Zijn vraag handelde evenwel over het al dan niet door de Vlaamse Regering inspannen van een procedure bij het Grondwettelijk Hof over de export van kernmaterialen en kernuitrustingen. De uitvoer van dergelijke producten die een militaire toepassing kunnen hebben, hoort immers de gewesten toe. Zijn verklaring over deze inbreuken deed iedereen richting Vlaanderen kijken. Ook de verslaggeefster van de VRT die het met evenveel woorden vroeg aan de heer Calvo: “hier heeft men dus een Vlaamse vergunning voor nodig?” Je kan begrijpen dat ik vanuit verschillende oogpunten met zeer veel belangstelling luisterde en ook mijn collega Marc Hendrickx in het Vlaams Parlement in stelling bracht om hierover aan Minister-President Kris Peeters een actuele vraag te stellen. Waarom die uitermate belangstelling van mij? 1. De belangrijkste nucleaire bedrijven in Vlaanderen bevinden zich in Dessel en Mol… 2. Zowel ikzelf als mijn fractie eisen een strikte toepassing van de strenge Vlaamse uitvoerwet m.b.t. wapens en materialen die een militaire toepassing kunnen hebben. En wat blijkt nu? Jawel het verarmd uranium komt uit Wallonië en werd vorig jaar geleverd door MDS Nordion uit Fleurus. En het zirconiumpoeder werd in 2008 uitgevoerd uit eveneens een niet Vlaams bedrijf. Kristof Calvo sprak zijn ontgoocheling uit over het belabberde beeld dat ons land opnieuw tentoonspreidt in de wereld. Inderdaad. Erg, heel erg. Waarom de minister deze problematiek naar boven haalde als hij vragen kreeg die over de Vlaamse regering handelde, is mij een raadsel. Hij lukte er alvast in om de Vlaamse overheid, Vlaamse bedrijven en dus heel Vlaanderen verdacht te maken. Neen minister Magnette moet een andere reden gehad hebben… Wat mij bezighoudt is of er dienaangaande vergunningen gevraagd werden aan het Waals Gewest en/of het Brussels Gewest. Over de uitvoer van het zirconiumpoeder is mij nog niet heel duidelijk of het een Waals dan wel een Brussels bedrijf betreft. En nogmaals, wat is dan die reden? Het verdacht maken van alles wat met nucleaire export te maken heeft? Mag ik hem dan toch vragen om zeer erg op te passen. Neen, we zijn niet bezig zoals in de jaren veertig toen het Manhattenproject, waar de twee atoombommen het resultaat van waren, tot uitvoering gebracht werd met Belgisch uranium. En neen, ik ga er niet vanuit dat de Waalse bedrijven de intentie hadden om Iran in de mogelijkheid te stellen nucleaire wapens te fabriceren. Laat ons eerlijk zijn. Het verarmd uranium waarvan hier sprake is, is de beschermingsmantel, de verpakking van isotopen voor medische toepassing en het zirconium wordt inderdaad gebruikt in kerncentrales, en ‘kan’ gebruikt worden voor nucleaire wapens. Roestvrij staal ook… De juiste context dan graag en niet moord en brand aub. Blijft natuurlijk wel overeind dat ik er erg op sta dat de regels strikt toegepast worden; ten noorden en ten zuiden van de taalgrens. Daaraan kan en mag niet getornd worden. Ik kijk dan ook met belangstelling uit naar de gevolgen van de beide strafklachten. We gaan dat met de nodige aandacht blijven volgen.
Leegstand aanpakken In de loop van de maand oktober kregen alle eigenaars van Desselse huizen, die niet bewoond zijn, een schrijven toegestuurd. Bedoeling is een volledig overzicht te bekomen van de status van deze woningen. De kadastrale gegevens werden m.a.w. naast de bevolkingsregisters gelegd. De eigenaars krijgen de kans en de tijd om te melden waarom de woning “leeg” staat. Misschien wordt ze gebruikt voor beroepsdoeleinden. Misschien als tweede verblijf. Misschien heeft men plannen tot renovatie of sloop. Zaak is dat we leegstand én verwaarlozing willen tegengaan. Wie na één jaar, zonder goede reden, nog op de lijst zal staan, zal moeten betalen. Leegstand belasting. Waarom, hoor ik je al vragen. En jij niet alleen, want vele eigenaars spreken me daar ook op aan. Moeten we weer meer belastingen betalen? We betalen al zoveel… Waarom toch deze leegstand belasting? Grond en woningen zijn schaars. Doordat de vraag hoger is dan het aanbod stijgen de prijzen. Ook in het landelijke Dessel worden geen normale prijzen meer betaald. Nu ja, voor mij toch niet normaal… Anderzijds zien we dat woningen leeg blijven staan. Het waarom ontgaat me daarbij. Is dat speculatief? Kan. Ik wil ze in ieder geval op de markt krijgen. Als huur- of koopwoning. Mij om ’t even. Als ze maar beschikbaar komen. Sommige eigenaars zien een verhuur echter niet zitten. Te veel aanpassingen, denken ze, en men vreest wanbetalers en moeilijkheden met potentiële huurders. Daarom werken we vanuit Dessel ook samen met het Sociaal Verhuurkantoor Zuiderkempen (zie website hieronder). De werking is eigenlijk poepsimpel. Het verhuurkantoor huurt de woning, ondersteunt je eventueel bij noodzakelijke aanpassingen (subsidies bijvoorbeeld) en verhuurt verder. De eigenaar is zeker van zijn maandelijks inkomen en zorg voor zijn eigendom. Mensen met een laag inkomen en de hoge marktprijzen niet aankunnen, krijgen opnieuw perspectieven. Daarnaast zijn lege en verwaarloosde woningen in het straatbeeld echt geen gezicht. Zeker niet als het over de dorpskernen gaat. Als overheid die zelf investeert in het openbaar domein en mankracht noch moeite spaart om een deftig en verzorgd uitzicht na te streven, mag minstens hetzelfde verwachten van haar huiseigenaars. Ik wil niet dat door hun gedrag onze inspanningen de mist ingaan. Zo simpel is dat. De oppositie stemde in Dessel tegen omdat ze tegen nieuwe belastingen zijn. In de grond moet ik ze gelijk geven. Ik ben ook tegen nieuwe belastingen. Ik hoop dat deze nieuwe belasting voor geen extra inkomsten zal zorgen maar dat alle leegstaande woningen straks zullen bewoond zijn. De woonmarkt zal dan in ieder geval beter draaien en we moeten niet langer aankijken tegen verwaarloosde en slecht onderhouden gevels. Sociaal en netjes. Kan iemand daar tegen zijn?
Vaarwel makker! Eergisteren namen we afscheid van mijn vriend en gemeentesecretaris van Dessel, Joël Blommaerts, plots overleden op dinsdag 12 oktober. Joël werd 42 jaar. Hieronder vind je mijn afscheidsrede op het einde van de kerkelijke plechtigheid.
Hoi makker, Hoe vaak heb ik je met die woorden mogen begroeten, daar twee hoog in het administratief centrum. Hier nu staan, Joel, is wel het laatste wat ik wil. Waarom? Waarom nu al? Maar ik kan niet anders. Niet om te oordelen of te veroordelen. Maar om te getuigen. Om afscheid te nemen van onze secretaris. Van een vriend. Ik was nog maar een paar maanden burgemeester in 1995 toen jij onze gemeentesecretaris werd. De directeur van het gemeentebestuur. Jij was mijn toeverlaat op het gemeentehuis. De rots. Niet alleen voor mij. Maar voor iedereen op en rond de gemeente. Voor al diegenen die in die 15 jaar bestuursverantwoordelijkheid droegen, van welke kleur of gezindheid ook. Voor ons personeel. Was er een probleem? Luidde het antwoord: Joël. Wisten we ergens geen raad mee? Joël. Moest er iets gebeuren? Joël. Jij was de toeverlaat. Het luisterend oor. De man die wel een oplossing zag of vond. De vriend van velen. En je kon het. Moest er iets meegedeeld worden? Waren er spanningen? Jij loste het allemaal op. Zo gewoon. Je was een pracht van een secretaris. Een schitterend mens. Ook op privé vlak klikte het. De oudejaarsavonden, weet je nog? De reis naar Spanje. De barbecues en watergevechten. Zo veel mooie herinneringen die niet kunnen weggewist worden. Ik denk wel, Joël, dat ik mag zeggen dat we elkaar kennen. Hoe vaak hebben we niet samen gezeten? Jij en ik, op jouw of mijn bureau. Vertellend over het werk en over ons leven. Over die grote en kleine dingen die ons bezighielden. Verwachtingen en dromen, geluk en plezier, maar ook ontgoochelingen en tegenslagen. We lachten en we sakkerden. Ik denk niet dat we veel geheimen voor elkaar hadden. Neen, geheimen deelden we met elkaar. Daarom ook dat ik het mag en kan zeggen: “het leven viel je zwaar, Joël. Te zwaar.” Liefde en trouw… Twee woorden. Twee kernbegrippen waarop jij je leven bouwde. Op je werk en je familie. Met je pa en ma en tante Simone. Maar meer nog, je gezin. Je hield van je werk en je familie, maar bovenal van je gezin. Kirsten, Chiara en Heleen. Je zag ze graag. Voor dat gezin had je veel over. Heel veel. En toch moest je dat lossen. En waar we je kennen als een toegewijd, rationeel denkend man, zag je het even niet meer. Op dat moment sloeg het noodlot toe. Gebeurde wat we niet voor mogelijk hielden. Eén onbewaakt moment… waarop Joel even Joël niet meer was… Ja, Joël, je hebt gestreden. De ultieme strijd. En verlossing voor ’t leven gezocht in de dood. Het enige wat ons nu rest is leegte. Eén grote leegte. En die komt keihard aan. Geen Joël meer om lief te hebben. Geen Joël meer thuis. Geen Joël meer in ons gemeentehuis. Je laat een grote leemte na, makker. En we missen je. Heel hard! Rust nu maar, want rust, daar was je zo naar op zoek. Rust en vrede. Ik bid ervoor dat je ze gevonden hebt. Dat is het enige dat ik nog voor je kan doen. Vaarwel mijn vriend. Ooit zien we elkaar terug!
Vlaams-nationalisme: opium voor het volk? De bijdrage van meer dan 200 culturele iconen uit Vlaanderen ‘Het is de solidariteit die een cultuur groot maakt’ (De Morgen 19.10.10), is illustratief voor de heersende vooroordelen tegenover het Vlaams-nationalisme, geprojecteerd op de N-VA. Samengevat luidt het: Vlaams-nationalisten zijn bekrompen mensen, die huiveren voor al wat vreemd is en groepsegoïsme als de enige vorm van solidariteit beschouwen. Lang geleden was het Vlaams-nationalisme een terechte vorm van protest tegen de sociale en culturele achteruitstelling van het Vlaamse volk, maar tegenwoordig draait het alleen om geld, waarbij men een enggeestige Vlaamse identiteit gebruikt om het volk rechts-liberale ideeën door de strot te rammen. Kortom: identiteit is het nieuwe opium voor het volk. Het is onmiskenbaar zo dat het Vlaams-nationalisme niet langer de uiting is van het verzet tegen de discriminatie van de Vlamingen. Het ‘kaakslagflamingantisme’ van weleer telt vandaag nog maar weinig aanhangers. Vroeger werd men Vlaamsgezind omdat men door zijn Vlaming-zijn werd beperkt: de tijd dat Vlamingen werden gediscrimineerd omdat zij geen Frans spraken, of juist bewust Nederlands spraken, de tijd dat Vlamingen moesten opkomen voor zichzelf om te kunnen zijn wie zij zijn. Bestaat dat nog? Ja, in Brussel en de Vlaamse Rand. Voor de rest van Vlaanderen behoort dat tot het verleden. Vandaag vormen wij een dynamische gemeenschap met een sterke economie. Een jonge Vlaming voelt zich in weinig of niets belemmerd door zijn afkomst, door zijn of haar Vlaming zijn. ‘Blocked mobility’, het idee dat je geblokkeerd bent in je sociale mobiliteit omdat je bent wie je bent, is de krachtigste motor voor een nationale of emancipatorische beweging. Maar vandaag hebben de meeste Vlamingen daar geen last meer van. Het Vlaams-nationalisme zoals dat door de N-VA wordt belichaamd (want er zijn ook andere varianten) zet zich niet enkel in voor de sociale rechten van de Vlamingen, maar ook voor hun democratische rechten. De Vlaamse (politieke) gemeenschap zit geblokkeerd in een ondoorzichtig staatkundig systeem. Allerlei grendels en mechanismen, ooit ontworpen ter bescherming van de gemeenschappen in dit land, zijn de jongste jaren in toenemende mate een rem geworden op de toepassing van elementaire democratische principes. België is geen werkbare democratie, ze is een geblokkeerde democratie. En die verschuiving van ‘blocked mobility’ naar ‘blocked democracy’ kenmerkt het moderne Vlaams-nationalisme. Waarom zijn Vlaams-nationalisten pro-Europees? Omdat onze identiteit inderdaad gelaagd is. Omdat wij geloven dat, in dat ‘leven in kringen’, de Vlaamse en de Europese politieke ruimte twee sleutelniveaus zijn om onze democratie te organiseren. Wij zijn niet bang om vragen te stellen bij gevestigde machtsbastions en om te ijveren voor nieuwe democratische structuren. De auteurs van de bijdrage zien daarin vooral de gedeelde Vlaamse en Europese ambitie om aan sociale afbraakpolitiek te doen. Het Belgische status quo is volgens hen de laatste beschutting tegen de Vlaamse en Europese hervormingswoede, die niets meer is dan verkapte asociale besparingsdrang. Wij ontkennen niet dat de huidige economische en financiële situatie ons zal verplichten tot besparingen. Niet om de sociale verworvenheden af te breken, zoals de auteurs stellen, maar juist om die te beschermen. Als wij geen fundamentele hervormingen doorvoeren, hoeven we ons over twintig jaar geen zorgen meer te maken over de sociale zekerheid. Ze zal er dan niet meer zijn. Als Vlaams-nationalisten dragen wij een sociale verantwoordelijkheid tegenover onze eigen gemeenschap én andere gemeenschappen. Uiteraard is die verantwoordelijkheid het zwaarst tegenover de zwakkeren in de samenleving! Evenmin willen wij mensen een culturele identiteit opdringen. Elke identiteit is een sociale constructie en is daardoor ook onderhevig aan verandering. Het heeft geen zin een identiteit te verabsoluteren en lijstjes aan te leggen van voorwaarden waaraan je moet voldoen om ‘Vlaming’ te (mogen) zijn. Voor ons kenmerkt identiteit zich juist door haar kracht om nieuwe elementen in zich op te nemen, door dynamische processen van insluiting. Een identiteit die zichzelf betonneert, is ten dode opgeschreven. Een open identiteitsconcept is de beste basis voor een democratische, solidaire en inclusieve samenleving. Als Vlaams-nationalisten hebben wij de ambitie om onze gemeenschap te schragen op een identiteit die aan anderen – ook mensen van andere culturen! – de kans biedt om lid te worden van die gemeenschap. Wij zijn er ons van bewust dat er vormen van nationalisme bestaan die een andere definitie hanteren. Dat nationalisme is niet het onze.
Auteurs : Lieven Dehandschutter, Vlaams volksvertegenwoordiger N-VA en lid van de Commissie Cultuur Wilfried Vandaele, Vlaams volksvertegenwoordiger N-VA en lid van de Commissie Cultuur Mede-ondertekenaars : Danielle Godderis-T’Jonck Vlaams volksvertegenwoordiger N-VA en plaatsvervangend lid van de Commissie Cultuur Kris Van Dijck, N-VA-fractievoorzitter Vlaams Parlement
Opnieuw een gat er bij! Vandaag stelt men de open vraag in Ter Zake: “hoe lang nog zal de ster van De Wever schijnen?” In een kleine vijf minuten brengt men de portretten van Bart De Wever en Yves Leterme. De verschillen. De gelijkenissen. Boeiend allemaal, maar toch. Ook ik mocht het vandaag uitleggen voor de camera’s van Villa Politica. Eén vraag van mevrouw Linda De Win vond ik wel top. Ze gooide me de “wederzijdse” verwijten tussen PS en N-VA voor de voeten. Ik kreeg een bloemlezing te horen over wat men in de Franstalige kranten vandaag allemaal over de N-VA en in hoofdzaak Bart de Wever schrijft: een leugenaar, autoritair persoon, echte horror, ziekelijke vent, kan niet onderhandelen, wil geen oplossingen, en ga zo maar door… Echte karaktermoorden. Toen ik vroeg hoe het nu met die “wederzijdse” verwijten zat en wat wij dan wel allemaal over de PS zeggen, werd het enkele seconden stil. Ik moest onmiddellijk aan collega Ann Brusseel van Open VLD denken, die gisteren nog in de media commissie haar beklag maakte over het feit dat de VRT de Franstalige politici te weinig aan bod liet komen. Klopt Ann, ze zouden wat meer moeten uitzenden wat die dames en heren allemaal op RTBF en RTL uitkramen. De ogen van nog meer Vlamingen zouden opengaan, maar de beide gemeenschappen zouden niet dichter naar elkaar toegroeien zoals jij hoopt. Wel integendeel. En neen, wij schelden niet. Wij stellen alleen vast dat het zo niet gaat. Vandaag weer een mooi voorbeeld van hoe het misloopt. Terwijl wij in Vlaanderen een begroting in evenwicht indienen voor 2011, bereikte de tijding ons dat het geraamde verlies van 400 miljoen euro van het Waals Gewest voor 2009 volgens de laatste cijfers oploopt tot bijna 900 miljoen euro. 36 miljard oude Belgische franken. Als ik goed geïnformeerd ben een goede 13% meer dan de geraamde inkomsten (ongeveer 7 miljard euro) Bangelijk. En dan maar voetbaltribunes betoelagen en zo oneerlijke concurrentie creëren… Het Europees stabiliteitspact? Daar hebben ze aan de samenvloeiing van de Samber en de Maas (daar ligt het Waals Parlement, zie foto) blijkbaar nog nooit gehoord. We weten allemaal dat we in België, opgelegd door Europa, in een strak begrotingspak zitten. Vlaanderen is de beste leerling van de Europese klas, maar de federale staat, en nu ook het Waals Gewest, doen ons naar de staart afzakken. Dat verdient de hardwerkende Vlaming niet!!! En daar is het ons nu net om te doen bij deze federale onderhandelingen. Wanneer zal er een nieuwe federale regering zijn? Ik weet het niet. Maar het zal er één moeten zijn met een regeerakkoord dat die toestanden definitief aanpakt.
De N-VA laat zich niet inpakken De boodschap die voorzitter Bart De Wever vanmiddag namens de partij bracht, was niet alleen duidelijk, ze is ook zeer urgent. Nu drastisch hervormen, nu de fundamentele verandering, of het zal zonder de N-VA zijn. Wij gaan geen posten opnemen voor de posten. Wij willen de toekomende generaties in de ogen kunnen kijken. We zien allemaal wat er rondom ons gebeurt. In heel Europa wordt de tering naar de nering gezet. In heel Europa zet men zich in stelling om de toekomst voor te bereiden. En dat zal nodig zijn als we het huidig peil van welvaart en welzijn willen behouden. De wereld is de uitdaging. Europa beseft het, maar in België lijkt de status quo het enig haalbare. Erg. Heel erg. Zo met de toekomst van onze kinderen spelen. In een land waar je tweederde meerderheid moet hebben om iets in beweging te brengen, waarbij nog eens de helft van een taalrol kan blokkeren, trekken de “hervormers” altijd aan het kortste eind. In die impasse zit het land al sinds 2007. De negatie wint. De “non” heeft het voor het zeggen. Wat kan je daar tegen plaatsen? Op zich is het wel ontroerend hoe sommigen er nu weer als de kippen bij zijn om te fulmineren hoe goed het was, wat er op tafel ligt. Hoe dicht we weer bij een akkoord stonden. Franstalige politici mochten het gisteren op de Zevende Dag nog eens met evenveel woorden verklaren. Vandaag was het op RTBF aan Laurette Onckelinx. Toen Alexander De Croo er in april de stekker uittrok, luidde het ook ten allen kanten dat men op een zucht was van een akkoord. Ik weet niet wat voor die heren en dames een zucht betekent op een tijdslijn; een windvlaag staat zeker symbool voor de eeuwigheid. Anderzijds waren collega’s van de CD&V ook niet mals voor aanvang van hun partijbureau. De onvermijdelijke Eric Van Rompuy was geïrriteerd omdat N-VA een ultimatum stelde zonder ruggespraak met CD&V. Wat er ook van zij, de N-VA is alleen verantwoording schuldig aan haar kiezers. Zij gingen met de N-VA een engagement aan. En dat engagement willen we nakomen. Ik schreef het de voorbije weken ook al een paar keer. Verantwoordelijkheid en responsabilisering. Dat zijn onze kernboodschappen. Verantwoordelijk voor in én uit. In een gemeente is dat de normaalste zaak van de wereld: belastingen innen op het niveau van de keuzes die je maakt, van de uitgaven die je wil realiseren. Voor de gemeenschappen en de gewesten geldt die regel niet. Zij kunnen en mogen alleen maar uitgeven. Dat omkeren. Daar is het ons om te doen. Het blijft evenwel een verbazende vaststelling dat Franstalig België als de dood is voor verantwoordelijkheid. Willen ze niet of kunnen ze niet? Ik ben er zeker van dat het niet willen is. En dat op zich is ook verbazend; dat België het enige land is in de wereld waar de minderheid neen zegt tegen meer autonomie. Neen, in België moet dat nog afgekocht worden ook. Als de Vlaming maar betaalt.
Septemberverklaring Vandaag vond in het Vlaams Parlement het debat plaats over de septemberverklaring van de Vlaamse regering. Hieronder mijn tussenkomst. "Mijnheer de voorzitter, Dames en Heren Ministers, Beste collega’s, Vandaag bewijzen we in Vlaanderen dat we een regering hebben die er staat, een regering die in staat is om moeilijke beslissingen te nemen en om knopen door te hakken. De voorbije dagen werden hiervoor 2 duidelijke bewijzen geleverd: 1. de beslissing van de Vlaamse Regering in het Oosterweel-dossier 2. de opmaak van een Vlaamse begroting in evenwicht in 2011. Ik ga in deze tussenkomst eerst wat dieper in op het evenwicht in de Vlaamse begroting, en zal vervolgens hier een aantal conclusies aan verbinden met betrekking tot de beslissing in het Oosterweel-dossier, de noodzaak van een interne staatshervorming binnen Vlaanderen en de lopende onderhandelingen over de staatshervorming en federale regeringsvorming binnen België. Vanaf 2011 gaan we dus voor een evenwicht in de Vlaamse begroting, een evenwicht dat we in de rest van deze legislatuur verder zullen aanhouden. Sta me toe om even stil te staan bij het uitzonderlijke belang van deze prestatie. Met deze begroting in evenwicht behoren we immers tot de beste leerlingen in de Belgische en Europese klas. Ter vergelijking: het gezamenlijke tekort van alle Belgische overheden samen schommelt anno 2010 rond 5% van het bruto binnenlands product. In het Europese stabiliteitspact wordt als norm een begrotingstekort van 3% vooropgesteld. Met een begroting in evenwicht vanaf 2011 voldoen we in Vlaanderen dus nu reeds ruimschoots aan deze Europese begrotingsnorm. We leveren in 2011 dus een verdere en aanzienlijke besparingsinspanning in Vlaanderen. In totaal stelt de regering niet minder dan 376 miljoen EURO extra besparingen voor in de Vlaamse uitgavenbegroting in 2011. We beseffen dat dit soms pijn zal doen. Maar we zijn er tegelijk van overtuigd dat de bevolking deze soms moeilijke beslissingen van ons verwacht. Alle Vlamingen die actief zijn als zelfstandige of als werknemer in de private sector hebben sinds het najaar van 2008 de gevolgen van de financieel-economische crisis vaak rechtstreeks en aan den lijve ervaren. Er werd in het bedrijfsleven als gevolg van de crisis immers vaak fors bespaard op diverse uitgavenposten. Beste collega’s, ik ben ervan overtuigd dat diezelfde Vlaamse belastingsbetaler, en we behoren in ons land tot de hoogste belastingsbetalers in de wereld, dat deze belastingsbetaler het onverantwoord zou vinden als wij vanuit de overheid zouden beslissen om deze pijnlijke inspanning gewoon aan ons voorbij te laten gaan. Ook voor ons is het dus de tering naar de nering zetten. Het is voor N-VA echter geen kwestie van ‘besparen om te besparen’, om te laten zien dat we de politieke moed hebben om dit te doen. Neen, we vragen aan elke betrokken minister, aan elk beleidsdomein om zijn huiswerk te maken. Net zoals in 2010 leggen we ook in 2011 hierbij een aantal generieke principes op, met als belangrijkste de nominale 0-groei op de niet-loongebonden kredieten, 1,5% extra besparingen op loonkredieten, 2,5% extra besparing op werkingsmiddelen en 10% extra besparing op communicatie en consultancy. Dus geen blinde besparing, maar responsabilisering van de diverse ministers en beleidsdomeinen om de eigen uitgaven kritisch voor het licht te houden, en waar mogelijk en opportuun de nodige saneringen door te voeren. De besparingsinspanning die we leveren vormt ook een belangrijke wissel op de toekomst. Want door vandaag de nodige structurele inspanningen te leveren creëren we morgen de nodige ruimte voor nieuw Vlaams beleid. Zo maakt de Vlaamse Regering reeds in 2011 in totaal 95 miloen EURO extra budget vrij voor nieuw beleid, waaronder 45 miljoen EURO voor het wegwerken van de wachtlijsten in de voorzieningen voor personen met een handicap. De regering kiest dan ook bewust voor de nodige sociale accenten in de besparingen die we doorvoeren. Dus geen ‘blinde besparingen’, maar zelfs een groeipad in de uitgaven voor personen met een handicap, kinderopvang, thuiszorg,… We zorgen in 2011 ook voor 10 miljoen EURO extra investeringen in spin offs van wetenschappelijke onderzoekscentra zoals Imec, VITO en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Dit komt bovenop de inspanning die we in de begrotingscontrole 2010 hebben geleverd door 140 miljoen EURO extra te voorzien voor kapitaalparticipaties in Onderzoek & Ontwikkeling. We leunen in Vlaanderen dus niet zelfgenoegzaam achteruit, maar werken dag na dag verder aan een beter en efficiënter bestuur. Zo zorgen we voor snellere vergunningen in de ruimtelijke ordening door de vrijstellingsregeling te verduidelijken en de melding in te voeren. Bovendien mogen we nog dit jaar de eerste gevolgen verwachten van het werk van de commissie versnelling. Met de goedkeuring van het nieuwe Rekendecreet heeft de regering ook de basis gelegd voor een werkbaar en modern financieel management van de Vlaamse overheid. We leggen ook de nodige sociale en ecologische accenten via de Vlaamse kinderbijslag en de oprichting van het Vlaams energiebedrijf. Voor de oprichting van dit Vlaams energiebedrijf is voor 200 miljoen EURO aan kapitaalparticipaties voorzien. We kiezen hierbij bewust niet voor de creatie van nog een extra subsidiekanaal in de sector van de groene energie, maar zetten volop in op onderzoek en ontwikkeling in de energiesector, via het aanmoedigen van investeringen in de ontwikkeling van nieuwe productietechnieken. We maken ook werk van een interne staatshervorming binnen Vlaanderen. Want deze interne staatshervorming is broodnodig, collega’s. Het is een noodzakelijke voorwaarde om een slagkrachtige overheid te realiseren. Niet enkel moet deze interne staatshervorming zorgen voor een meer overzichtelijke bestuurlijke organisatie, ook moet dit leiden tot efficiëntie-verhoging en betere dienstverlening voor de man en vrouw in de straat. De klemtoon moet hierbij komen te liggen op de lokale besturen enerzijds en de Vlaamse overheid anderzijds, met een rol voor de provincies in verschillende grondgebonden bevoegdheden. Dat de regering hierbij niet over één nacht ijs gaat, mag duidelijk zijn uit de hoeveelheid werk die al in dit dossier gestoken is. Een consultatieronde bij VVSG, VVP en andere stakeholders heeft binnen de Vlaamse Regering geleid tot een consensus over het groenboek Interne Staatshervorming zoals dat vandaag in dit parlement voorligt. Zo kunnen we tegen het einde van dit jaar tot de nodige beslissingen komen om dit verhaal, dat intussen al twintig jaar meegaat, met het nodige draagvlak in concrete beleidsdaden om te zetten. Vlaanderen staat niet stil als bestuursniveau. We verwelkomen dan ook het ontwerp van Handvest met de Grondrechten van de Vlamingen dat de minister-president aankondigde. Dit Vlaams Parlement is immers de uitgelezen plaats om tot een voldragen en ambitieuze Vlaamse grondwet te komen, rekening houdend met de input van de minister-president, maar ook met het resultaat van de 6e staatshervorming die vandaag wordt voorbereid en met de proeve van Vlaamse grondwet die we tijdens de vorige legislatuur samen met onze voormalige kartelpartner hebben voorbereid. En als sommigen in ons land dromen van de as Wallo-Bruxelles, dan moeten ze ook respecteren dat we vanuit Vlaanderen met evenveel recht werk maken van de as Vlaanderen-Brussel. We laten Brussel immers niet los vanuit Vlaanderen. En voor degenen die beweren dat er slechts 5% Vlamingen wonen in Brussel, die mogen mij dan eens komen uitleggen hoe het komt dat 20% van de Brusselse jongeren school lopen in het Nederlandstalig onderwijs? Vlaanderen is geen eiland in de wereld. Daarom verwelkomen we uitdrukkelijk uw plan voor een versterkte samenwerking met Nederland op basis van onze gemeenschappelijke taal. Want samen met Nederland is ons taalgebied niet zo klein als we soms denken. Zo heeft een onderzoek van het tijdschrift ‘Le Francais dans le monde’ uitgewezen dat Nederlands op de 6e plaats staat in de internationale rangschikking. De top 4 van internationale talen is volgens dit onderzoek Engels, Frans, Spaans en Duits. Deze rangschikking is ondermeer gebaseerd op het aantal sprekers, de aanwezigheid van de taal op internet, het aantal staten waar de taal officieel is, en het aantal vertalingen van en naar de taal. Beste collega’s, het vraagstuk van de begroting en de vereiste besparingen ligt ook op de onderhandelingstafel bij de lopende federale regeringsvorming. De federale overheid is immers verantwoordelijk voor niet minder dan 85% van het gezamenlijke begrotingstekort van alle Belgische overheden samen. Het is dus in de eerste plaats aan de volgende federale regering om budgettair orde op zaken te stellen. De Europese Unie maakt intussen werk van een strengere begrotingscontrole voor de landen van de eurozone. Diverse Europese lidstaten hebben alvast recordbesparingen aangekondigd, waaronder onze buurlanden en belangrijkste handelspartners Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. In Vlaanderen zullen we dankzij de nodige inspanningen reeds in 2011 een begroting in evenwicht kunnen voorleggen. In de periode 2012-2014 houden we dit begrotingsevenwicht verder aan. Vlaanderen streeft geen overschotten na ‘om de federale putten te dichten’. Dit werd overigens expliciet afgesproken in het Vlaams Regeerakkoord waarin vermeld staat dat we ‘Voor de periode 2012-2014 een begrotingsevenwicht realiseren maar geen overschotten. Zo hebben we ruimte en tijd om het nieuwe beleid uit het regeerakkoord te implementeren en Vlaanderen zowel sociaal als economisch klaar te maken voor de toekomst’. We gaan geen dus geen overschotten boeken zodat de federale overheid tekorten kan blijven boeken. Want als alle betrokken overheden in België dezelfde inspanningen zouden leveren als Vlaanderen, zou er geen probleem zijn, en hadden we ook een federale begroting in evenwicht vanaf 2011. Dat is dan ook de boodschap die we vandaag vanuit dit Vlaams parlement kunnen meegeven aan de onderhandelaars voor de federale regeringsvorming. We hopen dat de daadkracht om tot beslissingen te komen en de budgettaire orthodoxie die we vandaag in Vlaanderen aan de dag leggen kan inspireren om ook op het federale niveau tot de nodige beslissingen te komen die de bevolking van ons verwacht. De belangrijkste sleutels hiervoor liggen vandaag op het federale niveau. De realisatie ervan zal dus vooral afhangen van het beleid van de volgende federale regering en de stap die we kunnen zetten in de verdere staatshervorming. Het is duidelijk dat de Copernicaanse omwenteling waar de minister-president uitdrukkelijk naar verwees in zijn Septemberverklaring er enkel kan komen als we via een 6e staatshervorming kunnen zorgen voor een overheveling van een aantal cruciale sociaal-economische hefbomen naar de deelstaten. De overheveling van bevoegdheden kan echter niet los gezien worden van de nodige financiële verantwoordelijkheid, van de nodige fiscale autonomie en dus zeggenschap over de eigen uitgaven én inkomsten. Want pas als we in dit land echt komaf kunnen maken met de kwalijke traditie van zakgeldfederalisme kunnen we het structurele en forse begrotingstekort van de federale overheid echt aanpakken. De kiezer heeft op 13 juni klare taal gesproken. Vandaar dat de Vlaamse partijen zowel de vraag naar een overheveling van bevoegdheden als de vraag naar financiële responsabilisering expliciet op de federale onderhandelingstafel hebben gelegd. We moeten dus orde op zaken durven stellen in de federale staatshuishouding en begroting. De budgettaire discipline die we vandaag aan de dag leggen in Vlaanderen moet ook mogelijk en evident zijn op de andere bestuursniveaus. Zoals elke goede huisvader en –moeder moeten ook de diverse bestuursniveaus de tering naar de nering zetten, door simpelweg geen uitgaven te doen waarvoor in feite de inkomsten ontbreken. Het spreekt voor zich dat we in ons land waar de belastingsdruk reeds tot de hoogste van de wereld behoort hierbij niet moeten inzetten op nog extra belastingen en dus hogere inkomsten voor de overheid, maar net zoals we dit op het Vlaamse niveau doen de uitgaven kritisch tegen het licht houden en zo de nodige besparingsinspanningen leveren. Beste collega’s, dit principe van budgettaire orthodoxie is ook van toepassing op de beslissing in het Oosterweel-dossier. Het kan immers niet zijn dat het ene bestuursniveau de kostprijs van de eigen beleidskeuze zomaar doorschuift naar een ander bestuursniveau. In het geval van de Oosterweelverbinding zal het dus het Antwerps stadbestuur zijn dat de meerkost van de tunnel zal moeten dragen, een meerkost die wordt geraamd op 353 miljoen EURO. Het logische gevolg van deze beslissing wordt dus een strak budgettair beleid in de stad Antwerpen, want gelet op de reeds erg hoge belastingsdruk is ook in de stad Antwerpen een verdere belastingsverhoging wat ons betreft niet aan de orde. Vlaanderen bewijst met deze beslissing in het Oosterweel-dossier dat het mogelijk is om in ons land tot een eerbaar compromis te komen, zonder ons in een eindeloze crisis te storten. De Antwerpse en Vlaamse bevolking heeft immers recht op een oplossing van het mobiliteitsprobleem. Met respect voor de democratische besluitvorming hebben we deze oplossing mogelijk gemaakt in een dossier dat inmiddels al meer dan 10 jaar aansleept. Beste collega’s, slagkrachtig bestuur is mogelijk op het Vlaamse niveau. De goede prestaties en reputatie van de Vlaamse regering zet voor ons de roep naar meer bevoegdheden voor de deelstaten nog meer kracht bij."
Kan De Wever wat Leterme niet kon? Kan De Wever wat Leterme niet kon, is de titel van het boekje van Michael Van Droogenbroeck. Het verschaft achtergrondinformatie bij de laatste verkiezingen, het dossier B-H-V en de noodzaak om tot een verregaande staatshervorming te komen. De titel op zich is een heuse uitdaging voor Bart De Wever. 100 dagen na de verkiezingen zou je echter de vraag kunnen stellen of het überhaubt wel mogelijk is, te kunnen wat Leterme niet kon… Was diens analyse correct, eind juli 2008, toen hij stelde dat we gebotst zijn op de grenzen van het Belgsich federalisme? De aanpak van Bart De Wever is alleszins fundamenteel anders dan die van Yves Leterme drie jaar terug. Waar Leterme duidelijk de boodschap bracht: ik ga naar de 16 (de ambtswoning van de Belgische premier) en nu zullen we eens gaan klappen, liet Bart De Wever er geen misverstand over bestaan: de 16 kan hem geen zier schelen. De inhoud van de onderhandelingen, de inhoud van de staatshervorming des te meer. Een prachtige opener om de dialoog te starten, met aan de overzijde een op het premierschap hunkerende Elio Di Rupo. Verder kan gesteld worden dat de gesprekken, tot voor kort, vrij discreet gevoerd werden. Geen ronkende verklaringen aan toegangspoorten, noch lekken naar buiten terwijl men nog rond de tafel zat. En toch… Kan de Wever wel lukken? In een normale democratie kiezen de mensen het beleid. Zij kiezen voor partijen en politici, die dan op basis van hun electorale sterkte hun plannen, visie en gedachten in beleid omzetten. Dat is de normale werking van een democratie. Dat is de theorie. Politici en partijen die hun woord niet nakomen, die niet of het tegenovergestelde doen van wat ze de kiezer voorspiegelden, worden de eerstvolgende stembusslag door die kiezer meedogenloos afgestraft. Onze Belgische democratie is zo’n gedrocht dat je onmogelijk kan uitvoeren wat je voorstelt. De graad van compromissen sluiten is zo groot, dat beloond worden voor het beleid quasi uitgesloten is. Als er rechts gekozen wordt, krijgt de kiezer een links beleid… Net het tegenovergestelde van wat hij kiest. Wie gelooft die mensen dan nog? Het brengt ons heel democratisch bestel in gevaar. Niet alleen de geloofwaardigheid. Mensen haken gewoon gedegouteerd af. Bovendien zijn er in dit land vaak zes partijen nodig om een regering te maken. In Groot-Brittannië vreesden ze al dat regeringsvorming onmogelijk zou zijn, toen bleek dat er twee partijen nodig waren… Terwijl de kleine partijen in zo’n monstercoalitie respect vragen, terecht trouwens, en ook delen van hun programma willen verzilverd zien, worden de “groteren” om staatsmanschap gevraagd en moeten dermate veel water in de wijn doen waarbij er van die wijn niet veel meer overblijft. Opnieuw: wie gelooft die mensen dan nog? Dit tij doen keren is ook de reden van een verregaande staatshervorming. Geef de mensen het beleid dat ze kiezen. Een links beleid als dat de keuze is. Een rechts als dat hun voorkeur wegdraagt. Maar zelfs die ommekeer valt in dit land o zo moeilijk te maken. Een beleid op maat kan niet, mag niet, zeker niet wanneer we het over de centen hebben. Het evolueren naar de grondbeginselen van wat democratie is, is zelf onderwerp van compromissenvoerend bochtenwerk en derhalve op zich gedoemd om te mislukken. “Wie gelooft deze mensen nog”, dreigt dan ook het verwijt te worden dat aan elk politicus kleeft. Of toch niet? In deze val mag de N-VA niet trappen. Zij zal als eerste die neerwaartse spiraal moeten doorbreken. Ze is dat als Vlaamsnationale partij aan zichzelf verplicht. Ja, de volgende dagen zijn (opnieuw) cruciaal. En voor wie er nog aan twijfelt; de N-VA kan wel degelijk compromissen sluiten. En wil dat ook! Maar, en dat is het verschil met anderen, niet ten koste van alles. Eerbare compromissen JA, plat op de buik gaan NEE.
Wouter begrijpt het niet Wouter Van Besien begrijpt de neen van de N-VA niet. Kent hij de geschiedenis dan niet? Daar moet je heus niet zo ver voor teruggaan. Vijfentwintig jaar slechts, toen een eerste en tweede fase van de staatshervorming voltooid werd, maar de zogenaamde derde fase, het hoofdgerecht waarop Vlaanderen wachtte, tot Sint-juttemis uitgesteld werd. Mijn partij, de Volksunie, zat in een catch twenty-two, kon niet vooruit of achteruit en moest met lege handen naar de kiezer. Moet ik er een tekening bij maken bij wat het gevolg was? De partij lag in de lappenmand en kwam het nooit meer te boven. Ik was pas politiek actief en herinner me het als was het gisteren. We waren bekocht. En ja, Wouter begrijpt dat niet. N-VA’ers des te meer… Maar dat is nog niet alles. Je zal gemerkt hebben dat ik de voorbije weken en maanden niets schreef over de consultatieronden en pre-formatie die daarop volgde. Als je wil dat zaken slagen, onthoud je je best van publieke commentaren. Neem van mij aan dat mijn zwijgen alleen maar daar mee te maken heeft. Ik moest vaak op mijn tanden bijten. Zonder evenwel de toekomst te willen hypothekeren wil ik het volgende kwijt. Als we welvaart en welzijn willen behouden in deze contreien – en daar gaat het toch om, neen? - dan moet er dringend gehandeld worden. De staatschuld moet teruggedrongen worden en mensen moeten aan het werk. Belangrijk daarbij is dat de verschillende overheden, alle overheden, geresponsabiliseerd worden. Dat ze allen verantwoordelijkheid moeten opnemen. Niet alleen voor de uitgaven, maar ook voor de inkomsten. Dat de franstaligen niet moeten blijven denken ongestraft aan een federale uier te kunnen trekken, gespijsd door het noorden, waarbij we straks allemaal samen failliet zijn. En dat is het nu net wat niet kan in dit land. Een vraag tot het opnemen van verantwoordelijkheid wordt eerst afgedaan als een verarming en moet vervolgens afgekocht worden. Als je afspraken wil maken over een correcte financieringswet waarbij de eigen verantwoordelijkheid centraal komt te staan, moeten er eerst miljoenen vooraf genomen worden voor Brussel. Niet voor Vlaanderen. Niet voor Wallonië. Neen, alleen voor Brussel. Heeft Brussel extra en andere noden? Zeker. Maar Brussel heeft ook kansen. Wat moet ik er als Vlaming van denken als ik kijk naar dat megalomane Brussel? Ik word gevraagd hen van te voren extra geld te geven en voor het overige word ik er weggehoond. Of wat te denken van het laatste voorval waarbij men ons wil denigreren tot een minoriteit van slechts 5%. En in onze Nederlandstalige scholen zitten 20% van de Brusselse kinderen… Vreemd… Dit alles is echt niet ernstig. Velen lijken nu naar de N-VA te kijken. Dat mag. Maar men zal nu ook wel moeten weten waar het voor ons op staat: verantwoordelijkheid, verantwoordelijkheid en nog eens verantwoordelijkheid. Zo niet, van deze boer geen eieren.
De omgekeerde wereld Volgens het kabinet van onderwijsminister Pascal Smet stonden vorig schooljaar honderd en een 65-plussers voor de klas. Meestal ging het om vervangingen maar wie voltijds bleef werken, heeft nu een inkomensprobleem. Leerkrachten die tot juli 2010 voor de klas stonden, ontvangen immers pas vanaf januari 2011 hun rechtmatig pensioen en hebben bijgevolg een aantal maanden gewoon geen inkomen. Hoe kan dat nu? Onderwijs is gemeenschapsmaterie en dus Vlaams maar pensioenen zijn een federale bevoegdheid. Blijkbaar zijn beiden niet op elkaar afgestemd… In Vlaanderen kunnen leerkrachten langer aan de slag blijven als ze dat willen maar federaal wordt dit afgestraft. Lesgeven als 65-plusser wordt immers beschouwd als een bijverdienste. Eenmaal de bruto inkomensgrens van 21.000 € overschreden, ontvangt de leerkracht die langer aan de slag blijft geen pensioen meer dat jaar. Het is absurd dat mensen die langer willen werken, financieel gestraft worden. Langer werken moet financieel beloond worden. Het kan niet dat een leerkracht die langer dan verplicht les geeft, inkomen verliest t.o.v. iemand die deze extra inspanning niet doet. Leerkrachten die langer werken zijn twee keer goed voor de samenleving. Ze doen het lerarentekort, zeker in bepaalde vakken, minder voelen en ze verhogen de tewerkstellingsgraad waardoor ze de pensioenkasten, die onder druk staan, ontlasten.. Iedereen die dat wil, moet mijns inziens kunnen blijven werken na de pensioengerechtigde leeftijd. Wanneer iemand effectief op pensioen gaat na die periode van verlengde activiteit, moeten de pensioenrechten vanaf de eerste dag in voege treden. Er moet dus een naadloze overgang komen tussen werken en op pensioen gaan. Dit zou niet alleen voor het onderwijzend personeel moeten gelden maar voor iedereen die op de arbeidsmarkt actief is. Langer werken mag niet langer beschouwd worden als een “bijverdienste” die gepenaliseerd wordt door pensioenverlies. Ik roep de bevoegde ministers op federaal en Vlaams niveau dan ook op om een regeling uit te werken die langer werken, stimuleert en beloont. Dit moet er ook toe bijdragen dat ons pensioensysteem betaalbaar blijft. Zoals het systeem vandaag bestaat, is er geen enkele aanmoediging om langer aan de slag te blijven, hoe graag men dat ook wil. Integendeel. Werken bestraffen en stoppen belonen. Het is de omgekeerde wereld.
Straffe kost (bis) Toerisme en landkaartjes, het gaat moeilijk samen. In dit land toch niet. Wat gaat hier eigenlijk nog wel samen? Na de Franstaligen laten ook de kustburgemeesters zich horen. Lippens wil zelfs de samenwerking met Toerisme Vlaanderen stopzetten. "Brussel is bovendien volgens Toerisme Vlaanderen een Vlaamse stad in de plaats van een afzonderlijk gewest. Ons land is al zo complex voor buitenlanders. Wil men het begrijpelijk maken dan moet dit op een correcte manier gebeuren", aldus Lippens. De Knokse burgemeester vindt het onaanvaardbaar dat "topambtenaren die deze kaarten tekenen beschermd worden, terwijl een kind in het lager onderwijs hier radicaal voor gebuisd zou worden. Indien de politieke wereld geen maatregelen neemt om dit wanbeleid een halt toe te roepen, dan zal ik alle kustburgemeesters oproepen om het samenwerkingsverband met Toerisme Vlaanderen op te zeggen.” Mijnheer Lippens, vraag is wie hier gebuisd is. Toerisme is een gemeenschapsmaterie en ja Brussel hoort tot de Vlaamse Gemeenschap. Dat kind in de lagere school zou, indien het bij mij in de klas zat, meer punten krijgen dan jij. Kijk eens naar de website van OPT, Office de Promotion du Toerisme de Wallonie et de Bruxelles, http://www.opt.be. Daar niks op aan te merken? Ik wel hoor. 1. Dat Brussel en Wallonië samen afgebeeld worden? Geen probleem. Dat is de Franse Gemeenschap. Maar de Duitstalige Gemeenschap, dat ook in het Waals Gewest ligt, wordt in één keer geannexeerd, mooi donkerblauw ingekleurd alsof het tot de Franse Gemeenschap behoort. Maar promotie voor Eupen of Sank-Vith? Geen denken aan. Hoeft ook niet, maar gebruik dan een juist kaartje! Er circuleren ook kaartjes waarbij Voeren bij Wallonië hoort. Toeval? 2. Zonder scrupules kleven zij op dit alles de noemer “België”. Onder de titels: “Ontdek België” en “De Evenementen in België”, passeer je alleen maar in Brussel en Waalse steden. Dàt is dus België voor het OTP. Géén Gent, Brugge of Antwerpen. Géén Knokke. Géén kust. Dat is niet België… Ik zou dus toch maar twee keer nadenken vooraleer je de samenwerking stopzet. Of heeft Knokke die samenwerking niet nodig? Zou me ook niks verbazen…
Straffe kost Franstaligen, excuseer, de Franstalige Grieks-Belgische staatssecretaris voor Toerisme binnen de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Gewest (COCOF), Christos Doulkeridis van Ecolo, stoort zich aan het kaartje van Vlaanderen dat door Toerisme Vlaanderen gebruikt wordt. Hij vindt het niet kunnen dat zij een kaart hanteren waarbij Brussel in Vlaanderen ligt. Straffe kost. Kan iemand mij een kaartje tekenen waar Brussel niet in Vlaanderen ligt? Ik zou toch eens graag deelnemen aan de fractievergaderingen van Groen-Ecolo. Neen, ik plan geen overstap. Ik zou, zou ik zeggen, er eens een vlieg willen zijn. Voor de camera enerzijds de goede Belgen uithangen en anderzijds in de pers vallen over prentjes. Van schizofrenie gesproken. Dat moeten daar boeiende vergaderingen zijn. Wat is dat nu? Weet de staatssecretaris niet dat toerisme een gemeenschapsbevoegdheid is? En dat ook Brussel deel uitmaakt van de Vlaamse Gemeenschap? Meer nog. Brussel behoort samen met Antwerpen, Gent, Brugge, Mechelen en Leuven tot het selecte kransje van Vlaamse kunststeden. Binnen de VGC, Vlaamse gemeenschapscommissie binnen het Brussels Gewest, is trouwens niemand bevoegd voor toerisme. Nederlandstalig Brussel maakt integraal deel uit van Vlaanderen. Zo simpel is dat. Misschien zou mijnheer Doulkeridis beter zijn wagentje aan zowel Vlaanderen àls aan Wallonië hangen. Moet ik mij ook ergeren als ik in Zaventem, in Vlaanderen, op “Brussel-nationaal” uit het vliegtuig stap en daar rond de oren geslagen wordt met “WalloBrux” als toeristische propaganda voor Wallonnië én Brussel als één Siamese tweeling. Waar zitten daar de Brusselse Vlamingen? Wie is hier de enggeestige? Mijnheer Doulkeridis is hiermee ook niet aan zijn proefstuk. In het verleden heeft hij ook al zeer duidelijk lansen gebroken voor de uitbreiding van Brussel. Dit liet hij straks drie jaar geleden optekenen in De Standaard: ’Ik ben geen fetisjist’, zegt Doulkeridis. ’Als je objectief kijkt, is het evident dat Brussel moet worden uitgebreid. De stad moet met haar hinterland verbonden worden. Elke sociaaleconomische studie zal dat bevestigen. Dat heeft niets te maken met symbolen of taalkundige kwesties. Laten we daar even abstractie van maken, al besef ik ook dat symbolen niet uit de politiek weg te denken zijn. Maar als men mij kan bewijzen dat ook maar één Vlaming één gram geluk bij zou winnen door B-H-V te splitsen, dan zou ik een splitsing het overwegen waard vinden.’ Enfin, nu heeft Toerisme Vlaanderen Brussel verbonden met haar (welliswaar) Vlaamse hinterland en nu is het ook weer niet goed voor de staatssecretaris. Heeft het dan toch met taal te maken?...
Decreet Van Dijck Vandaag sprak het Grondwettelijk Hof zich uit over de vordering tot schorsing van het door het Vlaams Parlement goedgekeurde decreet over de faciliteitenscholen; het zogenaamde decreet Van Dijck. Na twee en een half jaar en drie belangenconflicten door het Vlaams Parlement eind 2009 gestemd. De vraag tot schorsing kwam er vanwege 633 ouders, 53 leerkrachten en de zes gemeentebesturen van de betrokken faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand. “Het decreet wordt geschorst”, luidde het op het radionieuws. Wat is er nu geschorst en wat blijft er over eind? Basis van het door mij ingediende decreet is de stelling dat Vlaanderen bevoegd is voor onderwijs op haar grondgebied, het betaalt en zoals het in een behoorlijk functionerende democratie betaamt is de overheid die betaalt en organiseert ook degene die controleert. Ik noem dat verantwoordelijkheid dragen. Daarom eist Vlaanderen van deze scholen dat ze door de Vlaamse overheid opgelegde eindtermen en ontwikkelingsdoelen hanteert. Dat de Vlaamse inspectie dit moet controleren en dat de scholen moeten aansluiten bij een door de Vlaamse overheid erkent CLB, centrum voor leerlingenbegeleiding. Het Grondwettelijk Hof schorst de bepaling over de inspectie, vraagt uitstel zodat de door de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen kunnen ingevoerd worden en is akkoord met de verplichting om aan te sluiten bij een Vlaams CLB. Ga ik nu met mijn decreet op mijn bek? Het Grondwettelijk Hof zegt dat het wel degelijk de Vlaamse overheid is die de normen vastlegt. Niet de Franse Gemeenschap. Het territorialiteitsprincipe, dat voor mij heilig is, blijft overeind. Op basis van afspraken uit 1970, die volgens het Hof nog steeds gelden, is het evenwel de Franse inspectie die moet toezien opdat die, door Vlaanderen opgelegde normen, gehaald worden. Het Hof noemt dat geen bevoegdheid. Wel een “praktische afspraak”. De Franstalige inspectie moet dat verslag dan ook vertalen en overmaken aan de Vlaamse overheid. Vlaanderen is het dat finaal oordeelt of de kwaliteit al dan niet gehaald wordt. De Franstalige inspecteurs moeten dus gaan doen wat wij met het decreet de Vlaamse inspecteurs wilden laten doen. Zij zullen daar ook op aangesproken en indien nodig afgerekend worden. Het toezenden van deze inspectieverslagen aan de Vlaamse overheid werd in het verleden steevast geweigerd. Vandaar mijn decreet natuurlijk… Dit arrest legt die verplichting nog eens expliciet op. Het is in die optiek een serieuze stap vooruit. Zo zullen we eindelijk kunnen merken of in deze faciliteitenscholen ook uitvoering gegeven wordt aan wat de wetgever in 1963 reeds voorzag. Met name vier lesuren Nederlands in het derde en vierde leerjaar en acht lesuren Nederlands in het vijfde en zesde leerjaar. Ook de kwaliteit van dat Nederlands onderricht zal kunnen getoetst worden. Het Grondwettelijk Hof gaat in haar arrest ook voluit voor wat het noemt “federale loyauteit”. Zullen de Franstaligen dan eindelijk gaan begrijpen dat ze de school in Komen moeten financieren. Net zoals wij dat wettelijk verplicht zijn. Niet alleen begrijpen, maar ook daadwerkelijk doen! De advocaat van de Franstaligen sprak over dit arrest in termen van: “een overwinning voor de Franstaligen.” Zo is ook de perceptie als je zegt dat het decreet geschorst is natuurlijk. Nadere lezing werpt echter een andere kijk op de zaak. We zullen eens zien of ze bij het implementeren van de consequenties nog over een overwinning zullen spreken. Ik kan, jou lezer, in ieder geval al één ding toevertrouwen: de soap is nog niet ten einde.
Actie Scherpenheuvel Volgens een bepaalde Vlaamse krant zou ik nu niks aan het doen zijn en genieten van een buitensporige vakantieregeling en dito verloning. De Gazet van Antwerpen berekende het jou vorige week allemaal voor. Ik heb het evenwel zo druk dat ik amper toekom aan het schrijven van een nieuwe column. Daar is behoefte aan want de “Actie Scherpenheuvel” die ik samen met zes andere collega’s opzette doet wel wat stof opwaaien. Heel veel positieve reacties. Een aantal kritische. Maar ook een paar afwijzende, ronduit scheldende. Waar gaat het hem mij nu juist om? En, waar gaat het hem niet om? Ik verwoordde het zo ook op de persconferentie die we maandagmiddag organiseerden. Door de negatieve berichten over pedofilie en kindermisbruik in de kerk, dreigen duizenden priesters, zusters, paters, lekenhelpers en anderen mee gesleurd te worden in een sfeer van verdachtmaking. Dat verdienen ze niet. Natuurlijk keuren we kindermisbruik af. Deze kinderen en jong volwassenen zijn en blijven immers de grootste slachtoffers. Een litteken dat ze heel hun leven meedragen. En ja, de schuldigen moeten aangepakt worden. Ook diegenen die wisten en lieten betijen veroordelen we. Ik durf zelfs verder gaan. Ik ben boos op hen, want zij hebben daarmee duizenden anderen mee in diskrediet gebracht. Voor mij moet het gerecht haar werk doen. Ook het instituut Kerk dient haar lessen te trekken uit dit alles. Maar dat moet zij zelf doen. Dat is niet aan mij als politicus. Onze actie viseert evenwel de duizenden in de kerk die geen schuld treffen. Die zelf machteloos moeten toekijken. Hen willen we een hart onder de riem steken. Zij verdienen het. Duizenden onder hen zetten zich dagelijks in: in onderwijs, in welzijn, in de sociale en culturele sector, in het jeugdwerk, in catechese. Zeven parlementsleden nemen het initiatief met een open oproep aan iedereen om zich aan te sluiten. Het is een uitnodiging. Niks moet. Dit kan je via de webstek www.actiescherpenheuvel.be . Hier vind je ook de integrale tekst van de actie. Finaal is het de bedoeling deze mensen figuurlijk in de bloemetjes te zetten op zaterdag 21 augustus in Scherpenheuvel. Niet in één of andere kathedraal of paleis. Wel in Scherpenheuvel. Symbolisch. Een bedevaartsoord waar gedurende decennia Vlamingen naar toe trokken; te voet of met de fiets.
Frustraties alom Wat een blijk van frustraties toch, die reacties op Jan Peumans’ toespraak op de 11 juli-viering van gisteren op het stadhuis in Brussel. Een Brussels parlementslid van de VLD die blijkbaar niet weet welke resoluties haar partij ooit stemde, laat staan dat in haar partijprogramma het confederalisme naar voor geschoven wordt, vond het nodig te roepen dat Jan Vlaanderen besmeurde. Bovendien blijkt ze nog actief te zijn bij het Willemsfonds. Wat is dat nu toch met die Vlaamse liberalen? Eerst de federale regering laten vallen omdat het niet straf genoeg kon zijn en nu een speech over identiteit afwijzen als te nationalistisch. Ik heb de indruk dat de VLD met haar eigen identiteit worstelt. Ik denk dat ik voor de vijftiende keer op het stadhuis was. Denken jullie nu werkelijk dat ik het steeds eens was met wat socialistisch parlementsvoorzitter De Batselier of zijn liberale opvolgster Marleen Vanderpoorten naar voor bracht? Neen toch. Heb je mij of iemand van mijn partijgenoten ooit horen roepen? Tact is blijkbaar niet iedereen gegeven. Als je er niet tegen kan wat iemand zegt, applaudisseer dan niet, of blijf dan weg. Zo zal je mij ook nooit zien bij de gestelde lichamen. Op het gedrag van mevrouw Ampe passen minstens excuses. Of is dit de nieuwe stijl? Ook anderen ventileren hun frustraties in de kranten van vandaag. Spreken over identiteit kan voor hen niet, maar en passant betreurt men het dan wel dat Jan niet over de Brusselse identiteit sprak. Wat is dat dan, die Brusselse identiteit? Wie omschrijft die een keer voor mij? In het Nederlands als het kan. Een kritische noot over Reynebeau wordt hem ook verweten. Dat die man in zijn schrijfsels en op televisie anderen er door trekt, moet kunnen. Dat is de verdraagzaamheid die blijkbaar alleen maar in één richting mag werken. Niet iedereen mag kritisch zijn. Zeker niemand van de N-VA. Zo komt men er dan ten slotte bij dat de toespraak van Jan de federale onderhandelingen er niet gemakkelijker op zal maken. Wat had men gedacht? Dat de N-VA haar hele geloof over boord zou gooien? Kom nou. Me dunkt dat zijn oproep zeer duidelijk was. Meer dan een uitgestoken hand. De Vlaamse parlementsvoorzitter brak wel degelijk een lans om vanuit de twee identiteiten, de twee grote gemeenschappen van ons land, samen een toekomstproject uit te tekenen. Dat men dan in bepaalde Brusselse kringen zal moeten inbinden is blijkbaar aangekomen. Of kunnen diegenen die Jans toespraak er over vonden, mij dan hun invulling van het confederalisme eens geven? Enfin, de Brusselse schepen van Vlaamse aangelegenheden Jean De Hertog die als eerste sprak, spande de kroon. Hij bejubelde Brussel als hoofdstad van Vlaanderen, Brussel (gewest?) en Europa. Hij krijgt geen kritiek. Dat hij België vergat wordt met de mantel der liefde toegedekt. Een Brusselaar die een Nederlands spreekt dat er van ver op lijkt, mag blijkbaar wat meer…
Oranjegevoel Toen ik gisterenavond thuiskwam trof ik ons zoontje Brecht aan voor het televisietoestel, in een Spaans voetbaltruitje met de nr. 9: Torres. De wedstrijd Spanje – Duitsland was voor één kwart gespeeld. “Wat krijgen we nu,” was mijn eerste reactie: “supporter jij voor Spanje?” “Nu wel, maar zondag natuurlijk voor Nederland. Maar, voke, ik heb nog geen Holland-shirt…”, was zijn laconiek antwoord. Bovendien vertelde hij me een opmerkelijk plan. De avond daarvoor, tijdens de wedstrijd Nederland – Uruguay, had hij met een aantal van zijn voetbalgenoten (U 11 van Dessel Sport) een plan gesmeed. Ook zij willen (later) meedoen met de wereldbeker. Het plan luidde als volgt: we geven de provincie Luxemburg aan Luxemburg, Wallonië aan Frankrijk en Vlaanderen voegen we bij Nederland. “Dan kunnen ook wij meedoen. Iedereen content”, was zijn conclusie. Ik stond op het punt hem het nummer van informateur Bart De Wever te geven… Zo sluipt het Oranjegevoel onze huiskamer in. Ik ben daar echt niet beschaamd om, wel integendeel. Ik krijg er rillingen van als ik uit duizenden kelen het Wilhelmus hoor zingen. En hoe gepast de woorden van de volkslied. Zeker op de vooravond toen nog niet geweten was wie de mogelijke tegenstander zou worden als de finale zou bereikt worden; Duitland of Spanje? Het Duitsland van Willem de Zwijgers bloed, of het Spanje van de koning die hij eerde…* Het wordt Spanje. Het land dat geen volkslied heeft. Wel een hymne. Wel een melodie. Maar geen woorden. Over het grootste deel van het Iberisch schiereiland, Portugal buiten beschouwing gelaten, klinkt dan een la-la-la… De Spaanse nationale ploeg? Zeven kernspelers van Barcelona, de kroon van Catalonië. Van de elf spelers vijf Catalanen, twee Castilianen, één Andalusiër, één Asturiër, één Bask en één van Tenerife. Maar wel wervelend voetbal. Een streling voor het oog. De stijl van het grote Barça. De adepten van de “Masia”, de boerderij waar de jeugdopleiding van Barcelona zich bevindt. De Catalanen Puyol, Pedro, Piqué en Xavi, maar ook de Castiliaan Iniesta en de Argentijn Messi werden er gevormd. Het wordt voor mijn voetbalhart een verscheurende keuze. Barça of onze broeders uit het Noorden, maar waartussen ook innige banden groeiden: Johan en Jordi Cruyff, Koeman, Van Bommel, Rijkaard, Frank en Ronald de Boer, Bogarde, van Bronckhorst, Cocu, Davids, Hesp, Kluivert, Neeskens, Overmars, Reiziger, Witschge, Zenden,… Allen droegen ze het escudo van de Catalaanse trots. Het is dus zondag als het ware een beetje Barça – Barça... Ik kies zondag voor het noordelijke…
Kris Van Dijck
* Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed, den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood. Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.
De potten die de ketel verwijten Kritiek geven mag. Kritiek geven moet. Maar kritiek geven is pas zinvol als ze ook geloofwaardig is! Het laatste wat N-VA kan verweten worden is dat wij geen pogingen ondernamen om het zogenaamd lijstshoppen, om het kandideren op andere niveaus dan waar men een mandaat heeft, aan banden te leggen. Is het daar niet dat de discussie begint? Pogingen genoeg: in 2001-2002 Danny Pieters, in 2004 Geert Bourgeois en vorig jaar nog in de Kamer door de heer Jambon. Ook CD&V ondernam daartoe een poging in 2003, op voorstel van Servais Verherstraeten en Dirk Claes. Waar waren die partijen al die keren die nu hoog van de toren blazen bij de eedafleggingen van de ministers Bourgeois en Muyters? Of is het dat men de problemen alleen maar ziet als men in de oppositie zit? Iedereen vindt het bij zijn of haar eigen partij wel geoorloofd, en vindt het bij een ander er over… In 2004 trok premier Verhofstadt de Europese lijst. Patrick Dewael duwde de Vlaamse lijst als federaal minister van Binnenlandse Zaken en in datzelfde jaar nam staatssecretaris Van Quickenborne ontslag als staatssecretaris om hier de eed af te leggen, vervolgens opnieuw staatssecretaris te worden en zich hier te laten opvolgen. Diezelfde Van Quickenborne legde in 2003 in de Kamer de eed af als opvolger van Marc verwilghen om even later zelf opgevolgd te worden door Miquel Chevalier. Bart Somers zou burgemeester blijven van Mechelen, maar verscheen in het Vlaams Parlement nog niet eens twee en een half jaar later als minister-president. Geloofwaardigheid! In 2002, 2003, 2004 en 2009 was de VLD niet thuis. Nu blijkbaar wel! Andere partijen lieten Vlaamse ministers de lijsten trekken voor de Kamer, nietwaar collega’s van Groen!. De uitslag was van die aard dat beide dames, Vogels en Dua, in de Vlaamse regering ontslag namen als minister en zich lieten vervangen. Het waren toch verkiezingen voor een ander niveau, of ben ik mis? Bij CD&V zag ik federaal vice-premier Steven Vanackere in 2009 de eed afleggen als Brussels parlementslid, om even later opnieuw de rangen van de federale regering te vervoegen. Bij SP.a zie ik ook collega’s gaan en komen telkens er op andere niveaus verkiezingen geweest zijn… Vlaams Belang heeft zich natuurlijk nooit zorgen moeten maken over wie, waar minister is. Toch staan ook al hun “kopstukken” op alle lijsten die maar mogelijk zijn, en shoppen ze er dat het een lieve lust is. Zo zou ik nog een tijd kunnen doorgaan. In Vlaanderen… In Wallonië… Wat Lijst De Decker betreft kan ik kort zijn. Toon mij een lijst waar Jean-Marie niet opstond. Om maar te zeggen dat eenieder eens voor de spiegel mag gaan staan. Moesten wij alleen dan heiliger zijn de paus? Dezer dagen zijn velen in de ban van het wereldkampioenschap voetbal. Stonden honderdduizenden Vlamingen langs het parkoer van de Ronde van Frankrijk. In al die sportwedstrijden gelden regels. Het is niet zo dat de ene voetbalploeg geen en de andere drie vervangingen mag doorvoeren. Of dat de ene alleen de bal en de andere de man mag spelen. Noch dat voor de ene de buitenspelregel wel, en voor de andere niet geldt. Zo zullen in de Tour alle kandidaat tourwinnaars zelf de cols over moeten en geen hulpmiddelen mogen inzetten. In de politiek is het net zo. De regels die er zijn, zijn er voor iedereen. Willen we die veranderen? Jazeker, maar dan ook voor iedereen! Als N-VA werden ook wij gevat door vervroegde federale verkiezingen. Ook bij ons was het alle hens aan dek en trachten op een paar dagen tijd zo sterk mogelijke lijsten te maken. Zonder pre-campagnes om nieuwe mensen te lanceren. Ook wij moesten naar het front met onze “beste” kandidaten. Die kandidaten werden ook gevraagd dat te doen. En voor wie dat poenpakkers noemt. Ik daag de goegemeente uit: Hoeveel Vlaamse en Europese parlementsleden stonden een maand terug niet op de lijst? Hoeveel van hen investeerden niet in een campagne ten bate van hun groep, van hun partij? Tijd en middelen. Niemand van hen verdient daar nu één eurocent méér door. Ik hoop dat al diegenen die nu kritiek hebben, straks bondgenoot zullen zijn om écht voor die aanpassingen van de kieswetgeving te gaan. Onze teksten liggen klaar.
Nil volentibus arduum Zeven jaar geleden, juni 2003, eerste verdieping, Barricadenplein 12, 1000 Brussel. Ik zie ons daar nog zitten: Geert Bourgeois, Frieda Brepoels, Bart De Wever en ikzelf. Op de puinen van de Volksunie trachtten we het Vlaams-nationalisme met een modern verhaal, met een vernieuwende boodschap op het politieke toneel te plaatsen. Het leek ons allemaal te mislukken. De N-VA wankelde. Een kiesdrempel van 5% werd enkel in West-Vlaanderen gehaald. Alleen Geert haalde een kamerzetel binnen. In het Vlaams Parlement waren Jan Loones, wijlen Chris Vandenbroeke en ikzelf naar de achterste banken verbannen. De kneusjes van het Vlaams Parlement zoals Het Laatste Nieuws titelde. Het geld was zo goed als op. Het personeel werd afgedankt. Het secretariaat werd verkocht. We zaten aan de grond. Er werd met ons hardop gelachen. We zaten er verslagen bij; daar in het kantoor van de partijvoorzitter. Daar waar de Anciauxs, Schiltzen en Gabrielsen ooit heersten. Het einde leek nabij. Een finaal punt achter het Vlaamsnationalisme zoals wij dat invullen. Toch hielden we niet op. Het is van toen dat op mijn bureau een steen ligt met de inscriptie: “alleen dode vissen drijven mee met de stroom.” We zochten en vochten ons een weg in politiek Vlaanderen. We werden vergruisd, maar hielden niet op. We troostten onszelf met de woorden van de Vader des Vaderlands: “Het is niet nodig te hopen om te ondernemen, noch te slagen om te volharden.” We gingen door. We gingen in kartel met de CD&V met wie we een nieuw verhaal in én voor Vlaanderen schreven. We kochten en verbouwden een nieuw secretariaat. Langzaam stonden we op. 2004: intrede in de Vlaamse regering en aan het roer een nieuwe, jonge begeesterende voorzitter. 2006: onze stempel gezet in gemeenten en provincies en als klap op de vuurpijl een volstrekte meerderheid in Dessel 2007: doorbraak van het kartel op federaal niveau en paars gebroken. 2008: ontgoocheld en met een bedrogen gevoel braken we met het kartel. Opnieuw werd een stap in het duister gezet. Een stap in het onbekende. 2009: een onverhoopt resultaat met zestien verkozenen in Vlaanderen en een zetel in het Europees Parlement. Tien nieuwe Vlaamse parlementsleden deden hun intrede. Tien nieuwelingen zonder enige parlementaire ervaring. Sommigen zelfs zonder enige ervaring in de politiek. Zij vonden er hun weg en de N-VA vormt er sindsdien een solide formatie. 2010: een verkiezingstsunami trekt door het land en straks zit er een nog grotere groep in Kamer en Senaat, met in verhouding nog meer nieuwkomers. Op zeven jaar tijd de grootste fractie van het land. We moeten daar niet bevreesd voor zijn. Gaan ze dat aankunnen, wordt er al gepreveld. Jazeker, waarom niet? Nieuw bloed, nieuwe initiatieven, nieuwe gedrevenheid. En bovenal parlementsleden met een ideaal die ook beseffen dat het allemaal niet vanzelf gekomen is. Dat dit alles slechts mogelijk geworden is door de wil die we hadden om te slagen. Daar zit onze kracht! Wij hebben de woestijn gezien, gevoeld en geproefd. Wij weten wat incasseren is. Wij laten ons niet zo snel uit het lood slaan. En bovenal; bij ons heerst nog een echte loyaliteit. Geen gespin van binnenuit om eigen mensen op de bek te zien gaan. Niets van dat alles. De N-VA staat er, en ze staat er goed! Laat het een boodschap zijn aan allen in Vlaanderen: de aanhouder wint, want voor zij die echt willen, is niets onmogelijk! Mag ik zeggen fier en trots te zijn daar aan te mogen meewerken?
Dorpspolitiek in de Wetstraat De scheldbrief die de inwoners van Dessel van CD&V in de bus kregen, geeft blijk van een paniekreactie voor zondag. Na het buitenland bang gemaakt te hebben voor N-VA, is het nu aan de Desselaar. Dit omdat de opcentiemen op de onroerende voorheffing van 700 opgetrokken werden naar 900, nog steeds bij de laagsten in Vlaanderen! Ik ben benieuwd of ze in hun opzet slagen. In Dessel is het zo dat o.a. investeringen van het vorig bestuur de kosten van de gemeente uit de pan doen rijzen. Sportpark Brasel en de toeristentoren Sas-4 vergen extra personeel, verwarming, onderhoud. Met de eigenaars van de kinderopvang (grond in Witgoor en oud gebouw in Dessel) werden riante huurovereenkomsten afgesloten. Over de ganse lijn namen de brutolonen voor het personeel toe, terwijl er extra personeel aangenomen werd. Er ging steeds meer geld naar politie, onderwijs en de werking van het OCMW. Voor hulpbehoevenden! De kosten voor het huisvuil groeiden door het dak. Als je ons niet gelooft, vraag het aan IOK. Als het gaat over de extra investeringen die we aan de renovatie van onze pastorij moesten doen, waarvan we een sociaal huis maakten? De vorige bestuurders hadden het te klein ontworpen. Niet iedereen kon er in. Goed bezig mannen (ja vorige bestuurders waren allemaal mannen)... Voor die uitbreiding moesten we dezelfde materialen gebruiken aan dezelfde tarieven. Voordien door CD&V gekozen! En ondertussen namen we de beslissing om een extra pensioenreserve aan te leggen voor onze contractuele personeelsleden. Mensen die later een erg laag pensioen zouden hebben. Allemaal heel sociaal als je het mij vraagt. In 2002 verhoogden CD&V, VLD en SPA de opcentiemen van 564 naar 700. Toen luidde het dat het nodig was. Wel, nu is het ook nodig! We deden dat niet verdoken. We deelden het de Desselaar zelf mee. We schreven het al in de Betrokkenheid (N-VA maandblad in Dessel) en in het gemeentelijk infoblad De Desselaar van januari. We publiceerden het op de website van de gemeente en het verscheen in verschillende kranten. Nu komt CD&V er mee voor de dag, met de hoop de kiezer, bij godbetert federale verkiezingen, van ons af te wenden. Wij denken evenwel dat de Desselaar dezelfde behoefte heeft als pakweg de inwoner van Mol en Balen. Dat ook hier geïnvesteerd en gewerkt moet worden. Hoe zit het in die twee gemeenten met een CD&V bestuur? Hoe zit het daar met de opcentiemen? Reken je even mee? Wie in Dessel 250 euro betaalt, betaalt in Mol 347 euro en in Balen 389 euro. Wie in Dessel 400 euro betaalt, betaalt in Mol 556 euro en in Balen 622 euro. Vergeet ook niet dat de Desselaar maar 6% op de personenbelasting betaalt. De inwoners van Balen en Mol hoesten 8% op. Zo slecht is het in Dessel! De investering in de villa Verbeeck om er een politiewijkpost van te maken zal straks inkomsten genereren. De politiezone moet daarvoor huur betalen. De befaamde draaideur van het gemeentehuis is noodzakelijk om minder mobiele mensen toegang te verlenen. Niet nodig in de ogen van de christendemocraten? Goed om te weten. En keer op keer orakelen ze dat we moeten investeren in speeltoestellen. Als we dat dan doen, is het ook niet goed. Bovendien zit er meer dan 4 miljoen euro in het spaarpotje en komt daar straks nog 750.000 euro bij. In 2007 toen we begonnen zat er slechts 2 miljoen in. De leninglast nam van 2000 tot 2006, onder CD&V, toe met 6,7%. Bij ons verminderde die met 23.3% op drie jaar tijd. Van 2000 tot 2009 is dit een daling van 18,2%, en in 2010 wordt de schuld nog verder afgebouwd. Wat N-VA niet doet, is voor eigen gebruik in de kas graaien. Dat is iets wat CD&V niet kan zeggen. We kunnen best begrijpen dat goedkope taal sommige burgers aanspreekt, niemand betaalt graag meer geld. Maar met dergelijke brief de mensen wat onvolledigheden wijsmaken, daar is niemand bij gebaat. Hoe kan je nu in een bestuur nog samenwerken met dergelijke oppositie? Waar kan er een band van vertrouwen zijn? Neem het van ons aan… een verhoging van de onroerende voorheffing zou een noodzaak geweest zijn voor elk bestuur dat het goed voor heeft met gezonde gemeentefinanciën. CD&V maakt er nu alleen politiek misbruik van! Naar wij kunnen aannemen zijn de Desselaars voldoende verstandig om dit alles te doorzien.
Stop de paniekzaaierij Sommige politici en media proberen paniek te zaaien bij de mensen. Sommigen vonden het zelfs nodig om over een “De Wever-spread” te spreken. Vandaag wordt aangetoond (o.a. door Geert Noels op zijn website: http://www.econoshock.be/2010/bart-de-wever-effect-in-oostenrijk/ ) dat de N-VA en eigenlijk de hele verkiezingscampagne met die plotse stijging van de spread niets te maken heeft. Dat dit land het internationaal slecht doet en weinig vertrouwen inboezemt bij de financiële markten, komt door de gigantische staatsschuld, het recent opnieuw fors gestegen begrotingstekort en het gebrek aan groeikracht in België. Dit lijkt ons veeleer de verantwoordelijkheid van die partijen die de voorbije jaren de lakens hebben uitgedeeld in de federale regering dan van een bescheiden oppositiepartij als de N-VA. De val van de regering draagt wellicht niet bij tot dat vertrouwen, maar ook die val kan bezwaarlijk de schuld van de N-VA genoemd worden. Desalniettemin hebben wij vandaag onze verantwoordelijkheid genomen en de internationale pers bij elkaar geroepen om hen gerust te stellen dat er helemaal geen reden is voor paniek. Dit land gaat door een moeilijke fase en moet drastisch hervormd worden, maar de splitsing staat niet op de agenda. De N-VA roept alle partijen in dit land op om te stoppen met paniekzaaierij, ten minste als men zichzelf nog een verantwoordelijke partij wil noemen. Samen met Vlaams viceminister-president Geert Bourgeois, Europees parlementslid Frieda Brepoels, professor socialezekerheidsrecht Danny Pieters en EVA-voorzitter Eric Defoort lichtte Bart De Wever voor de verzamelde binnenlandse en buitenlandse pers het partijprogramma toe en beantwoordde hij hun vragen. Hieronder vindt u de verklaring die zij aflegden.
***
"Een overwinning van de N-VA zal niet het einde van België betekenen: wij willen geen revolutie, maar een zachte evolutie naar betere structuren. Onze tegenstanders in België blijven verwarring zaaien, ook al weten ze goed genoeg dat wij geen revolutie prediken, maar stap per stap willen gaan. Zij spelen met vuur. Zij nodigen de wolven in de schapenstal uit. Vandaar dat wij de markten gerust willen stellen. Maar wij willen meteen ook een oproep doen aan het adres van CD&V en van al onze tegenstanders. Een oproep tot staatsmanschap. Stop met de paniekzaaierij voor binnenlands electoraal gebruik, want het kan internationaal lelijke gevolgen hebben. Dit is onverantwoord.
Een overwinning van de N-VA zal wel betekenen dat er eindelijk financieel orde op zaken gesteld wordt in dit land. Door de deelstaten financiële verantwoordelijkheid te geven is de N-VA de beste garantie op een snelle afbouw van het begrotingstekort. Met een drastische besparingsoperatie zoals in onze buurlanden zullen we de financiële markten snel gerust kunnen stellen.
Duitsland kondigt aan dat het 80 miljard zal besparen, Nederland 30 miljard. Welnu, België moet zich in datzelfde traject inschrijven en zelf tegen 2015 22 miljard besparen. België moet de ambitie hebben om tot het groepje landen binnen de EU te behoren die een strikt begrotingsbeleid en gezonde staatsfinanciën nastreven. In Vlaanderen leeft dit debat al een tijdje. In Franstalig België moet dat besef nog groeien. Eventuele reden voor ongerustheid is dus veel meer het voorlopig nog onvoldoende besef bij de Franstaligen i.v.m. de nood aan drastische besparingen, dan wel een electoraal succes van de N-VA. Meer nog, een succes van de N-VA zou de markten vertrouwen moeten inboezemen. Want alleen dan zal er werk gemaakt worden van een cultuur van financiële verantwoordelijkheid.
Een lange regeringsvorming hoeft niet gevreesd te worden, zeker niet als het van de N-VA afhangt. Wij zijn geen vragende partij om naar oeverloze onderhandelingen te gaan en weer maanden aan te modderen. Als de politieke wil bestaat om naar een confederaal model te gaan, dan moet dat binnen een normale termijn tot een akkoord kunnen leiden. Als blijkt dat men geen grote stappen wil doen, dan zal het zonder ons zijn. Dan zullen we het geen maanden laten aanslepen.
De N-VA wil ook een beter bestuur van Brussel. De geweststructuur heeft geleid tot slecht beleid: verdrievoudiging van de werkloosheid, achteruitgang van de fiscale inkomsten, stijging van de criminaliteit, institutioneel waterhoofd… Wij willen efficiëntere structuren voor Brussel: minder politici, minder instellingen, een beleid gericht op activering en een financiële gezondmaking. Wij zien voor Brussel een structuur als stad, veeleer dan als gewest, maar staan open voor onderhandelingen hierover. Op één voorwaarde: het status quo kunnen we niet langer aanvaarden, er moet iets veranderen. Brussel moet beter kunnen.
Laat ons van de nood een deugd maken. Externe financieel-economische druk moeten we als een hefboom gebruiken om de noodzakelijke hervormingen in dit land door te voeren. In het verleden was er ook steeds internationale druk nodig. Laat ons dit opnieuw doen. De N-VA is alvast bereid om haar verantwoordelijkheid te nemen. Meer nog, wij zijn de beste garantie voor die broodnodige hervormingen. Wij roepen alle partijen dan ook op om te stoppen met verkiezingspraatjes alsof we ons nog 7 miljard euro extra uitgaven kunnen permitteren. We zullen integendeel de broeksriem moeten aanhalen. En als we dat op een verstandige manier doen, kunnen we dat doen zonder de mensen al te zeer te treffen."
Criminaliteitsbestrijding is kerntaak Een veilige leefomgeving is één van de belangrijkste noden van mensen. Het is een basisbehoefte. Een overheid moet daar ook op inzetten. Zij is daartoe verplicht. Zij is daartoe gelegitimeerd. Dat je het heft in eigen handen kon nemen is niet meer van hier, noch van deze tijd. Maar doet de overheid dat voldoende? Een aantal recente gebeurtenissen en wezenlijke tekortkomingen doen mij concluderen dat we schromelijk te kort schieten. Dat we abdiceren. Dat we wetenschappelijke evoluties en technische mogelijkheden niet voldoende benutten. Het begint al bij de preventie. Toen ik een paar weken terug in Londen was, werd ik van op elke hoek van de straat in het oog gehouden door camera’s. Het heeft mijn bezoek niet minder prettig gemaakt. Wel mijn veiligheidsgevoel bevorderd. Herinner je de, opnieuw communautaire, discussie in ons land toen er onbemande verkeerscamera’s geplaatst werden? Niet alleen om op grote schaal pakkeman te spelen. Wel om de overdreven snelheden te lijf te gaan. De verkeersveiligheid te doen toenemen en minder verkeersslachtoffers te maken. Kijk maar eens hoe de voet van het gaspedaal gelicht wordt zodra er een camera opduikt. Resultaat van die discussie evenwel: honderden camera’s in Vlaanderen, een enkele in Wallonië. Alleen wat de opbrengst betreft is elke Belg dan weer gelijk. Of toch weer niet. Want omdat Wallonië groter is in oppervlakte krijgen ze meer middelen uit het verkeersboetefonds… gespijsd door de camera’s. Maar ook in de criminaliteitsbestrijding laten we kansen liggen. Bij vele delicten zou camerabewaking niet alleen preventief werken. De kans om daders te identificeren, te pakken, te vervolgen en te straffen zou er alleen maar bij toenemen. Maar, er zijn nog altijd verhelderende geesten in dit land die vinden dat privacy nog altijd belangrijker is dan het pakken van daders. Camera’s zijn dan nog altijd meer uitzondering dan regel. Onze privacywetgeving lijkt er meer op om criminelen te beschermen. Niet de slachtoffers. Niet de burgers. Wel ik ga daar niet meer in mee. Een ander voorbeeld. In vele delicten, zeker wanneer het om de persoonlijke integriteit gaat, vindt men DNA-stalen van de dader(s). Het kan toch niet zo moeilijk zijn om systematisch een DNA-data-bank aan te leggen. Dat doorheen de jaren opgebouwd wordt. Net zoals ze van mij weten waar, en met wie, ik samen woon, mogen ze ook mijn DNA-gegevens opslaan. Beeld je in dat we van elke burger de DNA-gegevens zouden hebben. Hoeveel eenvoudiger zouden we geen daders kunnen pakken. Bij inbraken. Bij moorden. Bij zedenfeiten. Ook hierin bestaat er een kloof tussen het Noorden en het Zuiden. Waar we dat in Vlaanderen vanuit een functionaliteit bekijken en er de positieve kanten van inzien. Zeggen ze in het Zuiden: non! En dus gebeurt er weinig of niks. In België bestaat een lijst van 20.000 mensen van wie het DNA gekend is. In het Verenigd Koninkrijk zijn er dat 4 miljoen. Zeg nu niet dat er daar twintig keer meer mensen wonen. 10 miljoen t.o.v. 60 miljoen. Van een verschil gesproken. Finaal belanden we dan bij het vervolgingsbeleid. Jonge criminelen die losgelaten worden terwijl de agent van dienst het PV nog aan het typen is. Het zijn clichés die echter nog al te vaak de krantenkoppen halen. En waar zijn! Het voorbije weekend in Bilzen nog. Als er dan toch plaatsen zijn in de instellingen, enkele dagen later, zijn de vogels gevlogen. Wat hadden ze gedacht? Dat die braaf thuis gingen zitten wachten? Kom nou. Probeer die gasten (en hun ouders, want zijn ze niet minderjarig?) dan maar eens tot andere gedachten te brengen. Ze lachen er mee. Ik zou het ook doen, ware het niet om mee te wenen. Neen, criminaliteitsbestrijding is een kerntaak en die moeten we zeer ernstig nemen.
Brugpensioen op 52 Voor de afslanking van Carrefour wordt wederom naar het brugpensioen op 52 gegrepen. “Met maximum 10 miljoen euro per jaar, red ik duizenden jobs,” klonk de verdediging van Joëlle Milquet. Hoe meer ze haar kreet: l’union fait la force, laat weerklinken, hoe meer ze in de praktijk de verdeeldheid in dit land etaleert. En van de CD&V weten we het niet. De één zegt ja, de andere zegt eigenlijk neen… Akkoord dat de breuklijn niet met de taalgrens loopt, maar ik stel toch vast dat in Vlaanderen een ruime meerderheid (en wat zal het zijn na 13 juni?) niet langer gelooft in het vangnet van het vervroegd brugpensioen. En toch wordt het opnieuw toegepast. Lopende zaken? In ieder geval tegen de wil in van de meerderheid! Dat er duizend banen verdwijnen bij Carrefour, betreur ook ik. Maar grijpen naar het instrument van het collectief brugpensioen is immoreel. En ik heb daar verschillende redenen voor. Als Jef, Mia of Pierre in een kleine onderneming, in faling, herstructurering of afslanking, aan de deur gezet worden, dan bestaat deze opvang niet. Van Jef, Mia en Pierre wordt dan verondersteld dat ze hun plan trekken. Stempelgeld en een zoektocht naar een nieuwe betrekking. Als we dat in absolute cijfers bekijken zijn het nog steeds meer mensen in deze categorie die hun werk verliezen. Voor hen geen grote krantenkoppen. Geen overlegstructuren die in gang schieten. Wanneer het een grote onderneming betreft, staat de overheid klaar met een zak geld. Een zak geld die eigenlijk leeg is. Wie blijft dat betalen? Wie blijft die putten vullen? Ik dacht dat dit land de ambitie had om de Lissabon-doelstelling m.b.t. werkzaamheidsgraad na te streven: 70%. Noodzakelijk om het systeem draaiende te houden. Laat ons dat aub niet of nooit vergeten. We zitten nu aan 62%. Groeien van 62 naar 67%, wat de N-VA nastreeft, doet sommigen al duizelen van wat dat absolute cijfer betekent (de 500.000 weet je nog). Laat staan de 70%. Wat zeker is, is dat we niet in die richting evolueren als we maar met brugpensioenen blijven rondstrooien. Bij Colruyt, Delhaize en de zelfstandige kleinhandel zijn honderden banen te begeven, wat het wat mij betreft nog immoreler maakt. Vind ik dat niet erg voor diegenen die wel moeten afvloeien, zeker wel. Maar brugpensioen op 52 is niet langer mogelijk. Iedereen weet dat we met z’n allen langer zullen moeten werken om onze welvaart te handhaven. De N-VA vindt niet dat de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar omhoog moet, maar wel de effectieve pensioenleeftijd, die vandaag gemiddeld amper 60 jaar bedraagt. Allerlei stelsels van brugpensioen moeten we geleidelijk aan afbouwen, maar met respect voor de mensen die nu reeds in dit systeem zitten. We moeten streven naar een loopbaan van 40 tot 45 jaar, afhankelijk van de zwaarte van de jobs. De minister van Werk beslist in dit land blijkbaar alleen over het collectief brugpensioen op 52. Lees: ze kan letterlijk in de grabbelton graaien. Dit is onverantwoord.
Laat de kiezer kiezen De verkiezingen moeten nog plaatsvinden. Jij, kiezer, moet je nog uitspreken en de exclusieven tegen de N-VA vliegen in het rond. Mijn column van gisteren kondigde het al aan: Wat morgen weer? Ik vrees dat ik het nog twee weken zal mogen uithouden. Ecolo, FDF en Open VLD willen niet met de N-VA onderhandelen. Allez wat de laatste betreft Guy Vanhengel toch niet. Het FDF vind ik echt niet erg. Ik heb ook weinig zin om met die francofiele übermenschen te praten. Het is lachwekkend Maingain te moeten horen zeggen dat hij niet met separatisten praat. Beseft die man wel dat het aan typen als hem ligt dat het samenleven hier niet kan? Wij maken geen aanspraak op andermans grondgebied. Deden we nooit. Keer op keer moeten wij ons verdedigen. Hij kiest voor de aanval. Dat is zijn handelsmerk: de kolonisator. Lebensraum. Maar wat mankeren die andere zogenaamde democraten toch zeg? Is Guy Vanhengel vergeten dat de ooit-aanstaande-schoonvader van zijn dochter, Karel De Gucht, verklaarde dat België zal verdampen? Klapt Guy niet meer met hem? Kan zijn. Maar wij zeggen eigenlijk niet meer dan liberaal De Gucht. Of weet hij niet waar zijn partijgenoten Tommelein, Somers, Van Biezen en anderen ooit voor stonden. Zij zetten VU-congressen op stelten om de partij toch maar stelling te laten nemen voor een republiek Vlaanderen. Jeugdzonden? Waarschijnlijk… Onderhandelen, praten, besturen met het hierboven geschetste FDF? Er warme koekjes mee bakken? Daar ziet de Brusselse minister geen graten in. Neen, dat is de kartelpartner van de geloofsgenoten. Ons kent ons. De Franstalige ecologisten mogen niet in het rijtje mankeren met een ondertoon van de uitvinders van de cordons. Voor hen verandert er niks. Zij stelden al in 2007 niet met de N-VA te praten. Je moet maar durven. Ik zie Ecolo-staatssecretaris Deleuze hier in Dessel nog aankomen. Om het hoogradioactief afval uit La Hague in Dessel te krijgen was ik blijkbaar wel goed genoeg als gesprekspartner. Wat mij echter vooral stoort is de lak aan democratische ingesteldheid die de heren vertonen. Je moet maar durven. Is het niet in een democratie aan de kiezer om de kaarten te schudden? En is het dan niet aan de gekozenen om te zien met welke meerderheid men een beleid kan voeren? Exclusieven stellen staat daar haaks op. Het is je middenvinger opsteken naar de kiezer. Als respect kan dat getuigen. En dus, kiezer, jij moet het daar mee doen. Je leert er in ieder geval uit wie wil samenwerken en wie niet. Ik zou ze allemaal een neus zetten als ik jou was. Zien wie er dan een grote mond heeft.
Kris Van Dijck
NB. Vandaag, 28 mei, wordt Guy Vanhengel toch enigszins teruggefloten. Dat is niet de eerste keer. Toen de VLD er de stekker uittrok was het heel onduidelijk wat Vanhengel daar van vond. Ook daar moest hij terugkomen op zijn stappen. Guy Vanhengel? Je hebt een probleem.
Ambitie tonen Als N-VA politicus kan ik me nu al afvragen: wat morgen weer? Er gaat immers geen dag voorbij of iemand roept op om niet voor de N-VA te stemmen of wordt de N-VA links of rechts gebasht. Het waarom dat men niet voor de N-VA mag stemmen is dan nooit erg duidelijk. Zeker als je ziet in welke impasse het land nu zit. Dehaene beet vorig jaar de spits af. Hij zei dat de mensen niet voor kleine partijen mochten stemmen. De kiezer gehoorzaamde. De N-VA haalde 13% en was daarmee opslag geen kleine partij meer. Dank u Jean-Luc. Dit jaar komen ze langs verschillende kanten aanzetten met klap op de vuurpijl professor Torfs die zijn instap in de politiek legitimeerde door op te komen tegen de N-VA. Allemaal tegen de N-VA. Waarvoor ze wel opkomen? Joos mag het weten. Veel mist en onduidelijkheid. Als N-VA scheppen we die duidelijkheid wel. En ook dat is voor sommigen een doorn in het oog. Neem nu het volgende: Binnen Europa werden een paar jaar terug ambitieuze Lissabon-doelstellingen geformuleerd. Eén van die doelstellingen was een werkzaamheidsgraad van 70% tegen 2010. D.w.z. dat tegen 2010 70% van de mensen in de arbeidsleeftijd ook daadwerkelijk aan het werk zouden moeten zijn. Noodzakelijk om de boel draaiende en betaalbaar te houden. Denk maar aan sociale zekerheid, gezondheidszorgen, pensioenen, en ga zo maar door. Omdat we in België met een serieuze achterstand zitten wat dat betreft (62% in 2010) stellen we als N-VA dat we tegen 2015 toch aan 67% zouden moeten kunnen geraken. Een jaarlijkse groei van 1%... Van 62% naar 67%... En dan zitten we nog onder de Europese doelstelling… Die groei betekent in absolute cijfers een toename van 500.000 jobs. Dat getal poneren was er blijkbaar te veel aan. Die duidelijkheid scheppen was er over. Die ambitie in concrete cijfers omzetten, is volgens verschillende media bluffen. “Dat cijfer gaat hen achtervolgen”, lees ik professor De Vos verklaren. Jawadde, jongens. Procenten omzetten in absolute cijfers en de N-VA is een bende fantasten. Begrijpen wie kan. Zeg dan ineens dat de Lissabon-doelstellingen niet deugen. Maar waarom onderschreven we die dan wel? Alle voorgaande federale regeringen deden dat zonder morren. Of is de afwijzende reactie nu het plat op de buik gaan voor datgene dat we gewoon aan het worden zijn? De lamlendigheid en geen enkele ambitie meer vertonen? Niet met ons. Neen, het klopt dat we van die 500.000 geen fetish mogen maken. En dat doen we ook niet. Maar het is wel gewoon een vertaalslag. In Vlaanderen schrijft elke krant, elke politoloog, elke econoom, al jaren dat we ons activeringsbeleid dringend moeten versterken. Dit op het Europees gemiddelde brengen betekent plus 500.000 voor heel België. Daar leggen wij onze ambitie! Die doelstelling is indrukwekkend, maar zegt ook iets over hoe diep we al weggezakt zijn. En welke achterstand we moeten inlopen. Tussen 2000 en 2008, jaren van hoogconjunctuur, is de werkzaamheidsgraad in Europa toegenomen met 3,3%. In België met slechts 2,2%. De achterstand werd dus groter. In Wallonië en Brussel is slechts 57% en 55% van de bevolking op actieve leeftijd effectief aan het werk. Daar is nog veel ruimte voor progressie. En het is nodig! Met structurele ingrepen: staatshervorming (en dus responsabiliseren), versterkte activering (inclusief langer werken) en een forse loonlastverlaging van 2 miljard euro waarbij RSZ-bijdragen voor kinderbijslag en gezondheidszorg geleidelijk uit de loonkost gehaald worden, moeten we de weg effenen om uit het dal te kruipen.
Dat is duidelijk! De Open VLD van Alexander De Croo heeft het voordeel van de duidelijkheid. Als ze deze keer menen wat ze zeggen toch… Soms wel een verrassende duidelijkheid. Wat mij betreft een beetje in de goede, maar veel meer nog in de slechte, zeer slechte, richting. Laten we met dat laatste beginnen. In politiek Vlaanderen bestond er, dacht ik, een grote consensus om de befaamde resoluties van 1999 als uitgangspunt te blijven nemen als straks de noodzakelijke staatshervorming onderhandeld wordt. Ruim drie weken voor de stembusslag trekt voorzitter De Croo al een dikke streep door die plannen. In een dubbel interview met Charles Michel op RTBf stelt hij dat alles wat over sociale zekerheid gaat federaal moet zijn. De resoluties, mee getekend door André Denys, toen in de oppositie en VLD fractieleider, en door zijn fractie voor de honderd percent gestemd, liggen daarmee in de prullenmand. Ook De Croo’s pleidooi voor een federale ontwikkelingssamenwerking gaat dezelfde richting uit. Erger nog. Dat is reeds gecommunautariseerd. Op papier dan toch… De VLD wil alles wat te maken heeft met “externe relaties” federaal houden. Betekent dat ook de klok terug voor buitenlandse handel? Benieuwd wat Fientje Moerman daar van denkt. Neen, toch niet, ik weet wat die daar van denkt: Vlaams moet dat zijn! De stoerheid waarmee de liberale jongens en meisjes er voor een paar weken de stekker uit trokken krijgt nu wel een heel andere dimensie. Het ging niet om het Vlaamse been dat stijf gehouden werd. Men wilde geen Leterme die gedurende een half jaar mooie sier zou kunnen maken op de Europese fora om zo met een blinkend blazoen volgend jaar naar de keizer te stappen. Neen: spek en veren en zelf op de stoere borst kloppen was het parool. De huidige bocht m.b.t. de Vlaamse resoluties wijzen alvast in die richting. Het is dan ook duidelijk dat voor een onderhandeling waarbij men van voor de aanvang al niet de witte vlag opsteekt, niet bij Open VLD moet zijn. Er dienen grondige hervormingen te komen! Zoals hierboven geschreven wil ik eindigen met een positieve noot. De voorstellen van de N-VA voor geloofwaardigheid in de politiek, een half jaar geleden door Jan Jambon in de Kamer voorgesteld en door Open VLD weggewuifd en weggelachen, pronken nu op de blauwen hun visitekaartje. Een staaltje van het betere knip- en plakwerk waarmee ze nu het nieuws halen. Onder de titel ”een nieuwe start voor de politiek” proberen ze onder Alexander De Croo hun maagdelijkheid te herwinnen. Ik geef ze de voorkeur van de twijfel. Nieuwe meesters, nieuwe wetten. Ik hoop alleen maar dat het nu op dat punt oprecht en gemeend is. Want daarin faalde de oude VLD tot op heden keer op keer.
De gele trui Veel, om niet te zeggen bijna alles, staat de laatste dagen in het teken van de aanstaande verkiezingen. En er wordt vaak wild om zich heen getrapt. Niet in het minst naar de N-VA. Maar niet alleen naar de N-VA. Wel naar alles en iedereen dat een beetje “te Vlaams” zou kunnen zijn. Het zotste eerst zou ik denken. Een losse greep uit een aantal van die feiten: In de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement gisteren boog VLD-fractieleider Sven Gatz het hoofd voor de hypocrisie van burgemeesters in Halle-Vilvoorde die enerzijds de verkiezingen boycotten, maar wel zelf aan de verkiezingen deelnemen. Walter Pauli in De Morgen over die zelfde burgemeesters: “Bij zo’n normvervaging valt de zedenloosheid van sommige priesters en bisschoppen nog mee.” Beseft die man wel wat hij schrijft? Heeft hij ooit met slachtoffers van kindermisbruik gesproken? Wat hadden beide heren anders gedacht? Dat diegenen die in de spits spelen om hun ongrondwettelijke kieskring gesplitst te krijgen aan de kant zouden gaan staan? Elk regime zou niet liever hebben dan dat haar tegenstanders zouden afhaken. Zich zouden overgeven. Is het liberaal gedachtegoed enerzijds en de linkse rebellie anderzijds in ons land zo ver geërodeerd? De salons van het establishment wennen! Over Pauli in de De Morgen gesproken. Na de banbliksem van Luc Cortebeeck heeft ook hij het op de N-VA gemunt. Terwijl elk weldenkend mens inziet dat de Belgische structuren niet werken, zijn er toch nog die dat allemaal aan de N-VA wijten. À propos, de N-VA zat ook niet aan tafel hé toen de boel ineenstuikte. Neen, dat waren op SPa na al die andere partijen die Luc Cortebeeck verantwoordelijkheid toedicht: CD&V, VLD en Groen!. Sorry, mijnheer Pauli, de N-VA creëert die problemen niet hoor. Ze inventariseert die wel (wat heus niet moeilijk is), analyseert ze en stelt remedies voor. Meer niet. En als steeds meer mensen haar daarin volgt is dat niet de oorzaak, wel het gevolg. En zo komt men dan weer in waarschuwingen te vervallen die bol staan van cliches. Dat aan de N-VA weinig of niks goeds is. Ze kan geen compromissen sluiten en weet niet te besturen. Dat de N-VA voor de helft van haar bestaan bestuursverantwoordelijkheid draagt in de Vlaamse regering wordt dan even vergeten. Dat wij in Dessel met een absolute meerderheid, maar ook in vele andere gemeenten in coalitie, besturen al evenzeer. Wat Dessel betreft heb ik Le Soir al uitgenodigd. Ze mogen eens komen kijken… Kan tot interessante vergelijkingen leiden. Of dat de N-VA een verborgen agenda heeft: “pas op, het zijn separatisten! Ze willen het land kapot”. Guy Van Hengel was hier de hevigste. Hij wilde minister Muyters even een lesje komen geven over begrotingsevenwichten. Een man die zelf met de beste wil van de wereld de bodem van zijn eigen begrotingsgat niet ziet. Wie bestuurt hier eigenlijk het land kapot? Of anderen: “de N-VA maakt al een bocht!” Welke bocht? Wij zijn realisten hé. Wij willen dit land hervormen en de Vlaamse natie vormen. We stellen vast dat ook VLD en CD&V het confederaal model nastreven. Wat wil dat zeggen? Juist, ja, alle bevoegdheden aan de deelstaten en vervolgens samen beslissen wat nog samen gedaan wordt. In onderling respect en met beider volle overtuiging. Wij willen hard maken wat andere partijen in hun programma’s schreven. Of was dat om te lachen? Wij durven dus veranderen. De weg van de geleidelijkheid. De weg van de democratische meerderheden. De gele trui gaat wat mij betreft deze week naar het antwoord van Siegfried Bracke (DS 18 mei) op het geschrijf van Koert Debeuf, de man die over CVP, CD&V, NCD en VLD woordvoerder van Guy Verhofstadt werd, één dag eerder (DS 17 mei). In de Kempen vragen we dan: “Moet er nog zand zijn?”
Nu durven veranderen ACV-kopman Luk Cortebeeck roept op alleen maar voor partijen te stemmen die hun verantwoordelijkheid nemen. Ik ben het daar mee eens: N-VA dus! Straks reeds tien jaar lang verkondigen wij aan iedereen die het horen wil dat de aanpak van onze economische en sociale problemen niet anders kan dan met een verregaande staatshervorming. Wij zeggen dat niet alleen. Alle Vlaamse partijen zegden dat. Het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering zegden dat. De president van Europa en de uittredende premier zegden dat. N-VA en CD&V, en met hen tal van ACW- en ACV- militanten en mandatarissen, zegden dat en beloofden aan de kiezer in 2007 niet in een federale regering te stappen zonder die ommezwaai, die “Copernicaanse” revolutie, om alzo eindelijk werk te kunnen maken van de echte problemen van mens en samenleving. Aan mijnheer Cortebeeck nu om te vertellen wie dienaangaande woord hield. Zij die toch de Wetstraat 16 binnen gingen? Zij die een regering maakten zonder die hervorming. Zij die, als ze al maatregelen namen, dit tegen de wil in van de meerderheid in Vlaanderen deden? Zij die na drie jaar er met lege handen de stekker uit moesten trekken? Ik meen mij te herinneren dat de heer Cortebeeck in het najaar 2007 mee stond te huilen met de wolven in het bos om toch maar zo snel mogelijk een regering te vormen. We kregen Verhofstadt, Van Rompuy en Leterme er bovenop. Drie jaar immobilisme was het gevolg. Partijen die verantwoordelijkheid nemen zijn die partijen die ook doen wat ze zeggen. Nu meer dan ooit! Langs de andere kant probeert men ook ruis op onze boodschap te krijgen. Het Vlaams Belang doet al het mogelijke om ons in de hoek te duwen van de “niet-echte”. Men begint dan met termen te zwaaien van separatisme, confederalisme, federalisme,… Alsof de mensen daar een boodschap aan hebben. Waar de N-VA voor staat is zo klaar als pompwater: Vlaanderen lidstaat van Europa. Maar wij denken niet dat daarvoor op dit moment een politieke meerderheid te vinden is. Wat we wel zien is dat CD&V en Open VLD in hun partijprogramma’s het confederale model nastreven. Dit wil zeggen alle bevoegdheden bij de deelstaten en vervolgens zien wat we in Belgisch verband nog samen doen. Dit realiseren zou ons al een serieuze stap vooruit doen zetten. Het gaat ten gronde uit van een zelfstandige keuze. En daar gaan we voor. Realistisch, stap voor stap en in gesprek met de Walen. Want ook zij hebben alleen maar te winnen bij een goed werkende, efficiënte overheid, op maat. ACV’ers in Noord en Zuid hebben er alleen maar voordelen bij. De kiezer weet dus zeer goed wat hij of zij aan de N-VA heeft. Ik meen mijnheer Cortebeeck ook, als hij eerlijk is. Daarom een vieze slag onder de gordel vanochtend in de Corelio-kranten. De N-VA was blijkbaar goed genoeg om de CD&V door middel van een kartel terug in pole-position te brengen. Maar daar zou het voor ACV dan ook mogen en moeten ophouden. Ik betreur dat op het moment dat meer en meer mensen de noodzaak van hervormingen inzien. De roep op verandering meer en meer begint te weerklinken, het net de grootste vakbond van ons land is die nu al aan de kant gaat staan. Wij zullen er de volgende weken alles aan doen om de kiezer duidelijk te maken van wat er op het spel staat en dat een langere status quo echt geen optie meer is. Niks veranderen en met z’n allen in sneltreinvaart de dieperik induiken, of nu durven veranderen en een nieuwe dynamiek tot stand brengen. Aan jou, lezer, om te oordelen wie er hier verantwoordelijkheid opneemt.
Liegen? Kwaliteitskrant De Standaard maakt er op haar webstek een halszaak van dat Bart De Wever en Siegfried Bracke gelogen zouden hebben. Want… Nog vooraleer er een akkoord was dat Siegfried wel degelijk de overstap van de VRT naar de politiek, en meer nog, naar de N-VA zou zetten, werd dit door beiden ontkend. Wat moesten ze? Eerst aan de heren en dames melden dat ze gaan praten? Misschien hun toestemming vragen? Natuurlijk konden ze niet anders dan ontkennen. Eenieder die op de hoogte was kon niet anders. Ofwel moest je slechte intenties hebt. Want om iets te laten mislukken, dan moet je het voortijdig melden. Wij niet dus. Ik daag de dames en heren van De Standaard uit. Stel dat mijnheer Dobbelaere zin zou hebben om de redactie te verlaten en voor (bij wijze van voorbeeld) De Morgen wil gaan schrijven. Ik neem aan dat hij dan eerst zijn ontslag zal indienen om vervolgens bij De Morgen te gaan solliciteren. Is wat wij deden liegen? Neen! Is dit het achterste van uw tong niet laten zien? Zeker. En maar normaal ook. Nieuws is pas nieuws als de kogel door de kerk is. Als de beslissing gevallen is. Als er feiten zijn. Sinds gisteren is er een feit. Siegfried Braecke zet de stap naar ons. Ik ben daar ook uitermate blij om. Hij is welkom. Eenieder die onze analyse maakt en die daaruit dezelfde conclusie trekt, is welkom bij ons. Als dat iemand is die gedurende dertig jaar, als een bevoorrechte waarnemer, de politiek van op de eerste rij volgde. Iemand die niet direct aan onze partij gelinkt werd. Dan is de verrassing des te groter. Dan is de boodschap ook des te sterker. Ik was gecharmeerd voor de vier redenen die hij aangaf om voor de N-VA te kiezen. Het is al negen jaar ons handelsmerk. Het geeft aan dat we moeten doordoen. Nu meer dan ooit.
Een dag ondernemen Mevrouw Milquet had daarnet op de radio een niet mis te verstane boodschap aan de Vlamingen. De Franstaligen hebben hun institutionele atoombom, de alarmbelprocedure, boven gehaald (nog een geschenk van vader Eyskens) en haar boodschap: “tijd voor de vrede, geen circus en nu heel rustig blijven…” Zo is dat in dit land. Een wet die de kieswet in overeenstemming brengt met de grondwet is een circus. Men gooit een kernbom waarbij niet de meerderheid, wel de minderheid haar wil oplegt. Om ten slotte terug te keren naar de orde van de dag. Denkt men. Zo simpel is het evenwel niet. Opnieuw wordt bewezen dat België geen democratie is. En de Franstaligen die dan denken dat daarmee de kous af is en dat de Vlamingen dat opnieuw slikken. Ik kan me daar alvast niet bij neerleggen en vanuit die verontwaardiging zal ik straks op de kiezer toestappen. Trop is te veel. Vandaag stapte ik even in een andere wereld. Op initiatief van UNIZO en het Vlaams Parlement mocht ik voor één dag in de huid kruipen van een ondernemer. Nadat Yves Geboers van de firma GEBO twee dagen in mijn voetsporen liep in Brussel, was het nu aan hem om mij in zijn wereld te introduceren. Ik wist wel wat GEBO doet (Dessels putboringsbedrijf), maar echt een kijk nemen in het bedrijf is toch eens iets anders. Van zeer dichtbij even proeven van de werking van een onderneming die de voorbije jaren enorm groeide. Een bedrijf van putboorders dat evolueerde van uisluitend drinkwaterputten naar toepassingen in energie-opslag-systemen en verticale bodemwarmtewisselaars. Staaltjes van innovatie en zoeken naar nieuwe toepassingen, gebaseerd op duurzaamheid en energie-efficiëntie. Na een eerste babbel in de kantoren aan de Stenehei met o.a. Kristof Thijssens van UNIZO, zouden we ons voor het merendeel van de dag in Nederland ophouden. Op zich toch ook al opmerkelijk: een Kempens familiebedrijf met een ellenlange referentielijst bij onze noorderburen. Voor mij als “groot-Nederlander” des te boeiender… Na het overlopen van de agenda van de maandelijkse verkoopvergadering en het uit de doeken doen van de technieken die GEBO toepast, tijd voor het veldwerk. Eerst een werf inspecteren in Reusel. Tussen twee bestaande woningen wordt een put geboord van 130m diep. De eigenaar, toch een man op jaren, gaat zijn woning renoveren en gooit zijn CV en radiatoren buiten. Hij gaat voor de bodemwarmtewisselaar en de warmtepomp. Vloerverwarming in de winter en de passieve koeling in de zomer. Geen CO2-uitstoot. Geen onderhoudskosten. En dit gepaard met lage energiekosten. Je moet het maar doen. De veiligheidslijst wordt er afgepunt. Een intern controlesysteem dat z’n deugdelijkheid bewees. In Rijen bezoeken we school De 5 Eiken. Een volledige nieuwbouw. Hier werd vier jaar terug gekozen voor een energie-opslag-systeem met open bronnen. Warmte in de winter. Afkoeling in de zomer. En een zeer tevreden directeur. In Breda hebben we een overleg met de zaakvoerder en de accountmanager van Hydreco. Hydreco is een onderdeel van Brabant Water. Vanuit hun expertise als drinkwatervoorziener en om de ondergrond van Noord-Brabant zelf onder controle te houden, gooiden ze zich op de markt van koude- en warmteopslagsystemen. Los van de technieken die ze toepassen zijn ze ook vernieuwend in de manier van aanpak. Ze zorgen voor een ontwerp op maat, laten de werken uitvoeren en blijven eigenaar van de installatie. Is het in kantoren, publieke gebouwen of een privéwoning? Ze verkopen je warmte in de winter en koelte in de zomer. Het was aan ons hen te overtuigen van de kwaliteiten van GEBO en de opportuniteit om samen te werken. Benieuwd wat de toekomst brengen zal… Zo zie je maar dat ook in onze KMO’s duurzaamheid, innovatie en vernieuwing troeven zijn. Wat ze wel allemaal nodig hebben is een overheid die ondersteunt, die faciliteert en kansen biedt. Ik heb de boodschap begrepen.
Open brief aan Stijn Meuris In Gazet van Antwerpen van vandaag roept muzikant journalist Stijn Meuris op om bij de aanstaande verkiezingen (als die er komen) niet te gaan stemmen. Hij is ontgoocheld en noemt zichzelf geen kiesvee. “Ik vind gewoon dat alles misloopt. De hele politieke klasse heeft mij zwaar teleurgesteld. Dit land zakt steeds dieper weg naar het middenveld op de welvaart-, onderwijs- en economieranglijsten, en niemand reageert.” Ik kan mijnheer Meuris’ ontgoocheling zeer goed begrijpen. Als hij de juiste analyse zou maken zou hij evenwel een andere conclusie trekken. Daarom deze open brief aan hem en al diegenen die zijn mening delen: “Geachte Heer Meuris, Ik kan jouw ontgoocheling zeer goed begrijpen. Wat er in dit land gebeurt, maar vaker nog niet gebeurt, tart inderdaad elke verbeelding. Ik kan je echter niet over de hele lijn volgen. Ik ga je trachten te overtuigen van het feit dat je niet de juiste analyse maakt en derhalve ook niet de juiste conclusie trekt. Eerst haal je uit naar het aantal verkiezingen. Vreemd. Want al die verkiezingen de voorbije tien jaar gingen steeds om reguliere verkiezingen en democratisch vastgelegd. Voor de gemeenten en provincies in 2000 en 2006, om de zes jaar. Voor Vlaanderen en Europa om de vijf jaar. In 2004 en 2009. En voor het federaal parlement om de vier jaar; in 2003, 2007 en normaal gepland in 2011 die weliswaar kan vervroegd worden. Ik begrijp niet hoe je dit rijmt met de stelling: “ik ben een grote fan van verkiezingen, maar ik ben geen kiesvee.” Welke van al deze verkiezingen was er voor jou te veel aan? Ergo, ik denk dat er in vele gemeenten, provincies én in Vlaanderen goed gewerkt wordt. Met daadkracht. Dat het federaal mis loopt moet je mij niet vertellen. Maar ligt dat niet aan het systeem? Een land dat bestaat uit twee democratieën. Probeer dat maar eens overeind te houden. Schier onmogelijk… Twee jaar geleden kreeg ik van een Nederlandse journalist voor Elsevier de vraag waarom het zo moeilijk is om in België een regering te maken. Ik trachtte het hem uit te leggen met een voorbeeld: Stel je voor dat op een mooie dag zowel in Nederland als in Duitsland verkiezingen gehouden worden. In Nederland speelt de Nederlandse politieke agenda. Gaat het om de problemen in Nederland en wikken en wegen de kiezers de Nederlandse partijen, programma's, beloften en politici. In Duitsland speelt zich hetzelfde af. Zij het over de Duitse problemen. De Duitse uitdagingen. De Duitse kansen. Met in de hoofdrol de Duitse partijen en de Duitse politci. Stel je nu voor dat wanneer ’s avonds laat de stemmen geteld zijn in Den Haag en Berlijn beide politieke werelden de opdracht krijgen samen één regering te vormen. Wars van de uitslagen in beide landen. Onmogelijk was het overtuigende antwoord van de Nederlandse journalist. Hij begreep me! Conclusie is dan ook niet weglopen, zoals jij vraagt te doen, mijnheer Meuris, maar net het heft in eigen handen nemen: Vlaams staatsmanschap! En die stap ook durven te zetten. Doe je mee?”
Eyjafjallajökull Voor diegenen die vragen hebben bij mijn lange afwezigheid op deze blog. Ja, ik ben op verlof geweest. Neen, geen drie weken… Wel zeven dagen. De eerste week van de paasvakantie met name. Vorige week was ik te gast in Spanje en Catalonië om er twee voordrachten te geven over de maatschappelijke aanpak en meerwaarde van een bergingsinstallatie van nucleair afval in je gemeente. AMAC (vereniging van Spaanse gemeenten met nucleaire installaties op hun grondgebied) nodigde me uit als “alcalde” van Dessel voor wat men een ervaringsdeskundige noemt. Hun woorden. Dinsdag vloog ik naar Madrid en was te gast bij dertien burgemeesters in de streek rond Pastrana. In Yebra mocht ik voor een 150-koppig publiek mijn verhaal brengen. Als je weet dat er 400 mensen wonen, een niet onaardige opkomst. Woensdag was ik in Asco, aan de oevers van de Ebro. In Catalonië. Een plek met een gruwelijk verleden. In 1938 werd er de laatste noemenswaardige slag geleverd in de Spaanse burgeroorlog. Meer dan 100.000 mensen lieten er het leven. Ook daar een schare burgemeesters en tientallen geïnteresseerden. Hier moesten we het eind uur in de gaten houden, want om 22uur zou Barça op de buis komen en geen Catalaan die dat missen wilt. Neen, de concurrentie met Messi kan ik niet aan… Op donderdag zou ik vanuit Barcelona naar huis vliegen. Zou… Want de Eyjafjallajökull kwam letterlijk roet in het eten gooien. Een verlengd verblijf in Cataloniës hoofdstad was van dan af mijn deel. Gelukkig was ik niet alleen. Samen met twee lotgenoten, Peter en Stijn, tegen het lijf gelopen op de luchthaven, geraakten we weg. Op zaterdag. Drie vreemden die de handen in elkaar sloegen en zich een weg naar huis zochten. Met de auto tot Montperlier en vervolgens met de TGV naar Brussel. Om 10 uur aan de Passag de Colom vertrokken en om 23u30 thuis. Ruim dertien uur later. En dit over land. Niet slecht, wel? Maar eens terug in ons land voel ik me op een andere vulkaan . Die van BHV. Ik ben er niks gerust in. Wat gaat deze eruptie teweegbrengen? Hoeveel stof gaat ie uitbraken? Naar waar zal die aswolk drijven? Met welke gevolgen? Ik zie als in een flash-back ontelbare Vlaamse politici de revue passeren en over de jaren heen allerlei grote verklaringen afleggen. Van alle partijen! “Geen prijs voor de splitsing van BHV”, spreken ze in koor en tekenen ze met hun vergulde pen. Of neen, niet alle partijen. Niet van Groen! Nu zijn net zij het achter wiens steun men hengelt. Ecolo-Groen! zou goed zijn om respectievelijk een twee derde en een Vlaamse meerderheid te leveren. Iets waarmee CD&V en VLD zouden kunnen gedepanneerd worden. Wie zit dus aan tafel? Alle Franstalige partijen en aan Vlaamse kant oranje, blauw en groen. Bijna de helft van het Vlaams electoraat is niet vertegenwoordigd. Mag ik schrijven dat ik er niks gerust in ben? Ik vrees dat ik straks met heimwee moet kijken naar de fierheid van mijn Catalaanse vrienden. Alleen, de Vlamingen is mijn volk. Ik heb er geen ander…
Maingains en Langewappers Voila, dat weten we dan ook weeral. Minister Geert Bourgeois, de N-VA en de Vlaamse regering (lees Vlaams regeerakkoord) zijn als de Duitse bezetter. Mijnheer Maingain heeft gesproken. De man die voor de Vlaamse media weigert Nederlands te spreken en zelf burgemeester is van het tweetalige Sint-Lambrechts-Woluwe, vergeet er wel bij te zeggen dat minister Bourgeois minister is in z’n eigen land. Wie is nu eigenlijk de bezetter? Het ergste vind ik dan nog dat geen enkele Franstalige minister de heer Maingain terugfloot, laat staan terecht wees. Integendeel. Vlaanderen mag ten allen tijden geschoffeerd worden. Als ze hun portemonnee maar open houden. Alles even op een rijtje. In drie van de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse rand zijn de burgemeesters wel benoemd. Daar zijn ook Franstaligen bij. Niet zo in Kraainem, Linkebeek en Wezembeek. En dat is maar normaal ook. Van een burgemeester wordt verwacht dat hij de wet naleeft en de wet doet naleven. Indien dat niet zo is. Dan geen benoeming. Zo simpel is dat. Dat besluit nam tot tweemaal toe minister Marino Keulen (VLD). De huidige minister zegt hetzelfde. Terecht! Geen nieuwe elementen. Geen nieuwe inzichten. Wat had men verwacht? Dat minister Bourgeois zou zeggen: de gouverneur van Vlaams-Brabant en Marino Keulen hadden het mis. Die drie hebben niks misdaan. Kom nou. Nu is hij wel de bezetter. Net voor de plenaire van deze middag en tijdens de zitting kreeg ik inzicht in een duister akkoord. Alles is blijkbaar onderdeel van een grote deal. Eerst de VRT, nadien mevrouw Vogels, gooiden me voor de voeten dat Bourgeois dit mocht verklaren als compensatie voor de Langewapper. Ja watte. De N-VA zou daar gezichtsverlies lijden en dan met Bourgeaois op communautair vlak mogen scoren. Ze hebben het beiden mis want we hebben niks gezicht verloren. De mobiliteit in en rond Antwerpen is ernst. De drie burgemeesters niet. Zeg dat ik het schrijf. De N-VA ijvert voor een globale aanpak van de mobiliteitsproblemen in de brede Antwerpse regio en dat is nu beslist. De N-VA ijvert in Antwerpen voor de sluiting van de ring en dat is nu beslist. De N-VA ijvert voor het door de BAM uitgewerkte tracé en dat is nu beslist. De N-VA was er van overtuigd dat een brug de beste oplossing was en wat is daar nu over beslist? Indien een tunnel technisch haalbaar is. Indien aan alle randvoorwaarden voldaan wordt, zoals het vrachtwagen vrij maken van de Kennedytunnel. Indien de tunnel niet duurder is. Indien de tunnel voldoet aan alle veiligheidsvoorschriften. En indien de tunnel geen extra vertraging oploopt, dan gaan we voor de tunnel. Je zou wel dom zijn om anders te beslissen indien aan al die voorwaarden voldaan wordt. Maar indien aan één van die voorwaarden niet voldaan wordt, wordt de brug gebouwd. Dat is beslist. Dat is duidelijk. Ik denk niet dat iemand daarin gezichtsverlies lijdt. Zeker de N-VA niet. Gelieve de drie burgemeesters niet meer eer te geven. Zij zijn passé.
Werken om te leven De laatste dagen is er veel te doen over onze pensioenen. Over de pensioenleeftijd. Over de betaalbaarheid. En terecht. We worden alsmaar ouder, gelukkig maar, maar dat heeft ook gevolgen voor het maatschappelijk evenwicht. Ik ga even kort door de bocht, maar wat stel ik vast? We studeren tot ons 20. We werken tot ons 55. En we sterven op ons 80. We dragen 35 jaar bij en voor 45 jaar laten we ons betalen. Geen enkel model kan dat blijven trekken. Gedurende heel ons jong leven rekenen we op de overheid. Het begint al in het moederhuis. Vervolgens de crèche, de kinderopvang en heel ons onderwijssysteem dat stukken van mensen kost. Meer dan veertig procent van de Vlaamse begroting. In de periode dat we bijdragen leveren reken we ook op de overheid om ons ten dienste te zijn. Mobiliteit, gezondheidszorgen en ziekteverzekering, werkloosheidsuitkeringen, veiligheid, vrijetijdsvoorzieningen, tot zelfs ons dagelijks afval, we kijken naar de overheid. En als we onze beroepscarrière afronden willen we dat alles verder gezet zien. Een navenant pensioen hoort ons deel te zijn. De maatschappelijke discussie die gevoerd wordt is dan ook zeer relevant. Om niet te zeggen noodzakelijk. Ons sociaaleconomisch model staat onder druk. We moeten dus handelen. Dat we langer zullen moeten werken ligt dan ook voor de hand. Toen de pensioenleeftijd op 65 jaar gelegd werd, werden de mensen dat gemiddeld niet eens. Nu willen we liefst zo jong mogelijk op pensioen. Zeker nu we ons nog goed voelen. Dan kunnen we reizen, fietsen, sporten, van het leven genieten… Los van de budgettaire noodzaak om langer te werken, moet er ook in de geesten iets veranderen. Als we spreken over langer werken, is dit steeds met een ondertoon als spreken over een straf. Dat mensen hun bobijntje op is in zware beroepen, zal ik niet ontkennen. Daar moet rekening mee gehouden worden, zeker weten. Maar ik zie ook mensen vertrekken die zeker nog een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Laat mij dan het zware woord “arbeidsethos” gebruiken. De vanuit een persoonlijke ethiek voortspruitende wil om te werken. De eerste keer dat ik er met in aanraking kwam was bij mijn vader zaliger. Hij benijdde mensen die konden gaan werken. Iets wat voor hem, met zijn zware handicap onmogelijk was. Kunnen gaan werken was voor hem geen straf. Het was een voorrecht. Net zoals er ook nog steeds mensen zijn die geen werk vinden en daardoor in een spiraal terechtkomen van negatief zelfbeeld met alle gevolgen vandien. Al is dat natuurlijk een heel andere discussie. Die dimensie van arbeidsethos mis ik als ik hoor praten over de pensioenen en over werken. Laat ons werken zien als een meerwaarde voor onszelf als individu, voor onze omgeving en voor de samenleving. Je brengt iets bij en wordt er voor beloond. En daaruit arbeidsvreugde puren. Het moet geen leven worden om te werken. Maar wel werken om te leven. Dat kan toch ook mooi zijn, neen?
Hoe heet ie ook al weer? Als politicus is het niet zo moeilijk om op TV te komen. Daarvoor moet je niet altijd grote initiatieven nemen. Op het juiste moment op de juiste plaats, zou je misschien denken? Neen, een blooper, een uitschuiver volstaat. Wie herinnert zich minister Muyters niet meer, die onmiddellijk het etiket kreeg dat hij niet kon tellen, omdat hij bij het citeren van een som één verkeerde teller gaf. Dat de uikomst 117 moest zijn, was door een ieder geweten die het dossier kende. Hij bewees me alvast van de week het tegendeel toen men het in De Standaard over de gebrekkige kennis van algebra had. En of Philippe Muyters tellen kan! Of premier Leterme die op de trappen van de Sint-Goedele kathedraal in Brussel de Marseillaise aanhief toen men hem op 21 juli vroeg of hij de Brabançonne in het Frans kon zingen. Nu was het mijn beurt. Althans onrechtstreeks, want het falen lag niet bij mij, wel bij mijn collega. Sinds juli vorig jaar zijn professordoctor Lode Vereeck (LDD) en ik collega’s. We zitten niet alleen samen in het Vlaams parlement, beiden zijn we ook voorzitter van onze respectievelijke fractie. Dit maakt dat we elke maandagmiddag samen zitten in het uitgebreid bureau van het Vlaams Parlement. Meer nog, we zitten er broederlijk naast elkaar. Hij rechts van mij. Links van mij Filip Watteeuw van Groen!. Op dinsdag namiddag komen we elkaar tegen in de commissie Algemeen Beleid, Financiën en Begroting. En op woensdag kruisen we meer dan eens de degens in de voltallige vergadering van het Vlaams Parlement. Eergisteren was het niet anders. Vanaf 14 uur stond het actualiteitsdebat m.b.t. de begroting en uitspraken van verschillende ministers geagendeerd. In uitgesteld relais te volgen op Villa Politica. Toen Lode Vereeck van op het spreekgestoelte betoogde waarvoor de teruggestorte KBC-gelden konden aangewend worden, onderbrak ik hem. Ik vroeg hem gewoon of hij al zicht had op het wanneer dat die middelen zouden terugkomen. Wij hebben daar nog geen zicht op moet je weten en Lode Vereeck zou ons kunnen helpen indien hij dat wel wist (zo liet hij het toch uitschijnen) en het ook ons zou meedelen. Dan zouden wij daar ook al rekening mee kunnen houden. Gevat door mijn vraag, kon hij in zijn antwoord niet op mijn naam komen. “Neen, mijnheer de v…, hoe heet ie ook al weer?”, was genoeg om een hit te worden op de VRT-nieuwswebsite en als opener in Phara van donderdagavond te fungeren. Bij deze laatste zou het gelegen hebben aan de overdreven toename van nieuwe (sic) N-VA-parlementsleden. Ja, voor wie is dit nu beschamend? Voor mij? Die al vijftien jaar in het Vlaams Parlement zit en er heus niet alleen kom om er woensdagavond even te stemmen. Ik vermoed dat de evaluaties van de verschillende media die het laatste decennium doorgevoerd werden dat wel zullen bevestigen. Of toch het geheugen van collega Vereeck? Nu ja, het weze hem vergeven. Iedereen kan even een black-out hebben zoals hij nadien ook ruiterlijk toegaf. Zeker in namen. Hoe dikwijls worden de namen van collega’s Verstrepen en Verstreken niet verwisseld. Of Decaluwe en Caluwe? Nu ja, als het dat maar is.
Is hier nog iemand verantwoordelijk? Gisteren was het weer van dat. Geen sneeuwval. Geen overvloedige regenval of storm. Toch was het opnieuw wachten op de trein naar de Kempen. En dat is meer regel dan uitzondering. Gisteren vertrok de trein van 17u42 met 20 minuten vertraging met als gevolg overal wachten en met 45 minuten vertraging aankomen in Tielen. Om 17 uur commissievergadering gedaan en om 20 uur op het gemeentehuis van Dessel arriveren. Welgeteld 80 kilometer in vogelvlucht. Is dit nog ernstig? Zo riep onlangs een conducteur op de trein van Brussel over Mechelen, Lier, Herentals en Lier naar Turnhout het volgende af net voor we het station van Herentals binnenreden: “De reizigers met bestemming Olen, Geel, Mol, Neerpelt, kunnen uitzonderlijk hun overstap nemen.” Oef, de trein uit Antwerpen had ook vertraging. Vandaar die uitzondering… Was het niet om te huilen, je zou er mee lachen. Zou het niet eerder logisch zijn dat een overstap uitzonderlijk “niet” kan genomen worden dan “wel”? Normaal schrijf ik daar niet vlug over, maar is me toch te veel als ik dit alles link aan wat ik vandaag op de Knack-website lees. Het getuigt mijns inziens van een non-management: In december 2006 zou de NMBS zestig nieuwe locomotieven besteld hebben bij Siemens. Zestig! 3,52 miljoen euro per locomotief. 211 miljoen euro in totaal. Ze zouden moeten geleverd worden tussen januari 2009 en juni 2010. En ja, er zijn er al vijftien gloednieuwe geleverd. Uitgerust met het Europese veiligheidssysteem ETCS. Jij hebt ze nog niet gezien? Begrijpelijk. Ik ook niet. De vijftien locomotieven staan te verkommeren in depots. Ze zijn uitgerust voor het Duitse net, op basis van wisselstroom, maar functioneren niet op het Belgisch net met gelijkstroom. De productielijn zou zelfs zijn stopgezet nadat de tweeëndertigste locomotief van de band rolde. Begrijp jij dat? Ik niet. Ik stel me gewoon de vraag hoe dit kan. Is hier nog iemand verantwoordelijk? Moet je er dan verbaasd van zijn dat treinen naar de Kempen meer niet, dan wel op tijd rijden, neen toch?
Eind maart is eind maart De start van de plenaire zitting van het Vlaams Parlement werd woensdag opnieuw misbruikt door LDD om een scene te maken. Toen de vlieger van collega Lode Vereeck niet opging, begaf hij zich als een weerlicht naar buiten om z’n punt te maken voor TV Limburg, aanwezig in het halfrond om minister Lieten te volgen die voor één dag in de huid kroop van een radiojournaliste. Het punt dat Vereeck hoopte te maken? Dat voorzitter Jan Peumans niet deugt en een marionet is van de meerderheid. Dit laatste beweren is hetzelfde als zeggen dat de aarde vierkant is. Slaat nergens op en geen kat die het gelooft. Media en parlement; ja het is een verhaal apart. Zeker voor politici die geen kans onverlet willen laten om te scoren. Of voor politici die te pas, en nog vaker te onpas, informatie laten lekken of vertrouwelijke gegevens verspreiden om in de kering op een goed plaatje te komen voor de eigen eer en glorie. Voor wat, hoort wat, niet waar? Ja, ze zijn er. Ik ga hier geen namen noemen, maar ik zie ze, ik hoor ze, ik lees ze. Waar ging het nu woensdag eigenlijk over? Naar aanleiding van het Oosterweeldossier en de mobiliteit in en rond Antwerpen heeft de Vlaamse regering een radiostilte ingebouwd. Een stilte die zeer goed nageleefd wordt en die mogelijk maakt dat er intern ernstig gewerkt wordt aan een goede beslissing. Is daar iets fout aan? Neen toch. Toch vond de oppositie het maandag tijdens de vergadering van het Uitgebreid Bureau (bestuur van het parlement) opportuun aan te dringen op een actualiteitsdebat. Reden? Een alternatief voorstel van het Forum 2020, vorige week publiek gemaakt en uitspraken van prominente politici als Patrick Janssens, Vlaams volksvertegenwoordiger voor de SP.a en burgmeester van Antwerpen, en Bart De Wever, Vlaams volksvertegenwoordiger en voorzitter van meerderheidspartij N-VA. Op het uitgebreid bureau waren we er met z’n allen snel van overtuigd dat het Forum 2020 ook in het Vlaams Parlement een “forum” moest krijgen. Het was voorzitter Jan Peumans, tevens voorzitter van de commissie Openbare Werken, die er onmiddellijk een opening voor maakte op de eerstvolgende commissiezitting nu donderdag. Gisteren dus. Toch drong het gemeenschappelijk oppositiefront aan om een actualiteitsdebat te organiseren om de “verdeeldheid” in de Vlaamse regering bloot te leggen. Als je tot vervelens toe bevestigt dat de Vlaamse regering in de loop van de maand maart zal beslissen, dan begrepen mijn collega’s van SP.a, CD&V en ikzelf niet echt wat de meerwaarde van zulk een debat, nog voor het alternatief in commissie voorgesteld werd, zou zijn. Voorzitter Jan Peumans telde de kopjes en stelde vast dat er geen meerderheid was voor dat debat. Hij dicteerde dat niet. Hij acteerde dat. De oppositie dreigde dan maar om de vergadering te verlaten en het werkstuk “Plenum 2009-2014” van de voorzitter niet te bespreken. Hierop concludeerde de minister-president dat als de oppositie daar zo een halszaak van maakt, hij met plezier een actualiteitsdebat wilde aangaan, met wel die bemerking dat men echt geen grootse verklaringen moet verwachten. Eind maart is eind maart! En nu terug naar woensdagmiddag: Toen Jan Peumans de zitting opende vroeg Lode Vereeck het woord. Hij begon een verhaal af te steken waarbij hij de voorzitter viseerde als zijnde de man die een actualiteitsdebat onmogelijk maakte. Hij danste naar de pijpen van de meerderheid aldus de fractievoorzitter van Lijst De Decker. Vreemde vaststelling als je het mij vraagt. Als een groep mensen moet beslissen en de meerderheid van die groep neemt een standpunt in, dan is het toch logisch dat dat uitgevoerd wordt, neen? De helft plus één die beslist. Niet voor iedereen dus. Democratie is niet zo eenvoudig als dat het eruit ziet. O ja, en het actualiteitsdebat zelf dan? Niks nieuws becommentarieerden de kranten. Zoals te verwachten was nietwaar?
FC Geel-Herentals-Meerhout-Mol-Wezel Het is heus nog niet zo lang geleden dat de twee Desselse voetbalclubs Dessel Sport en Witgoor Sport in het nationale voetbal uitkwamen tegen directe buren Verbroedering Geel, KFC Herentals, Verbroedering Meerhout, Sport Vermaakt Mol of Wezel Sport. En dit met wisselend succes. Het zorgde voor een gezonde, sportieve dorpsrivaliteit. Bovendien was het vooral een verdienste voor de Desselse clubs, komende uit de kleinste gemeente van de vijf. Dat een gemeente, van toen geen 9.000 inwoners, elke zondag om kwart voor zes met twee clubs in de nationale voetbaluitslagen zat was opmerkelijk op zich. De vijf hoger genoemde clubs kwamen, met enige terughoudendheid wat Meerhout betreft, toch uit duidelijk veel grotere gemeenten. Maar ook net over de provinciegrens speelden we ooit tegen Lommel en Overpelt Fabriek, toen twee aparte clubs. Een beetje minder terug in de tijd gingen deze vijf Kempense clubs een fusie aan. Wezel met Mol (2002) en Geel eerst met Herentals (1999, waar één jaar later wel VC Herentals opgericht werd)) en vervolgens met Meerhout (2008). Ook daar komen wij hen tegen. In het seizoen 2009-2010 in derde nationale B Dessel Sport tegen Racing Mol-Wezel en Witgoor Sport in vierde nationale C tegen Verbroedering Geel-Meerhout. Nu het competitie-einde in zicht aan het komen is en Dessel Sport nog mee bikkelt voor de prijzen en Witgoor Sport zich nestelt in de middenmoot zou de fusiedrift van onze buren verder gaan. Straks zal de megafusie van eens twee clubs uit Mol en de paradepaardje uit Herentals, Meerhout en Geel leiden tot één ploeg (…) in derde nationale. Ik vind dit erg. Wat is nu de bedoeling? Wat heeft de voetballiefhebber daar nu aan? Waar is de fierheid gebleven om een eigen club, een eigen ploeg te hebben? Gaat het over de leefbaarheid? Kan, maar waarom moet er in ons voetbal zo veel boven de eigen stand geleefd worden? Indien we wat minder op tafel (of ook onder de tafel?...) zouden leggen voor spelers met vedetteallures zou het dorpsvoetbal kunnen blijven bestaan. Ik breek hier dus een lans voor de club onder de kerktoren. Is dat in vierde? Goed! In derde? Nog beter! In tweede (zoals Dessel Sport tien jaar vol hield)? Een dikke proficiat! Maar ook in provinciale wordt gevoetbald. Als er geen erkenning is voor de eigen kleuren en de eigen geschiedenis, dan moet men er ook niet versteld van staan dat de toeschouwer en de vrijwilliger afhaken. Ons voetbal gaat zo wel echt de verkeerde kant uit wanneer het volkse gegeven dreigt verloren te gaan. En de faillissementen volgen… Wordt dit het einde? Het wordt hoogtijd dat men vanuit de voetbalbond ingrijpt. Een betaalde, professionele top. Ja, eventueel samen met Nederland. En daarnaast een niet-betalend, met-de-voeten-op-de-grond kwaliteitsvol voetbalgebeuren in dorpen en gehuchten. Waar het geld niet naar de voetballers, maar wel naar de ondersteuning, de infrastructuur, de trainers gaat. Mag ik zeggen dat ik fier ben dat in Dessel die twee clubs dat nog wel kunnen. Dat ze beiden nog apart vermeld worden op zondagavond. Maar hoe lang nog? Ik wens hen alvast alle succes toe.
De ware aard Begin jaren negentig werd mijn partij, de Volksunie, bijna geofferd voor de nieuwe formatie: VLD, Vlaamse Liberalen en Democraten. Het was de droom van Guy Verhofstadt (toen PVV) en Jaak Gabriels (uittredend VU-voorzitter). Een fusie van de PVV met de Volksunie om een Vlaams liberale formatie te vormen. Een formatie die een einde zou maken aan het Belgisch immobilisme. Vefhofstadts burgermanifesten tekenden de weg uit. Velen geloofden in het sprookje en wie dat niet deed werd smalend weggelachen. De sirenenzang kon hen bekoren, want in verschillende golven over één decennium gespreid vonden mandatarissen en parlementsleden van de Volksunie hun weg naar de VLD en gingen er prominente rollen spelen. Maar het opslorpen van de Volksunie lukte niet en het Vlaams accent van de VLD werd een lachertje. Interessant als het van pas kwam, maar even snel verguisd als de Belgische macht op het spel stond. Ik hoor het Verhofstadt nog zeggen in de zomer van 2003, op de vooravond dat de regering Verhofstadt II van wal stak en ik hem het op communautair vlak pover regeerakkoord verweet: “Ik kan niets eisen, want anders gaat Di Rupo met de CD&V besturen…” En dan spreken we nog niet over de niet zo fraaie titels die Vlaams-nationale politici naar hun hoofd kregen van de liberale kopmannen: karakteriëlen, mentaal gehandicapten,… Enkele jaren later verliet de ultra-liberale republikein Jean-Marie Dedecker de VLD. Hij passeerde even bij de N-VA. Zijn boodschap op de partijraad om samen met hem van de N-VA een liberale formatie te vormen viel niet in goede aarde. Even later stond LDD op de politieke kaart. In de ogen van sommigen stak ze zelfs de N-VA op “Vlaams” vlak naar de kroon en wist zo een enkeling te overtuigen. In het Vlaams Parlement trachten ze dit ook week na week te bewijzen, en dit soms met de gekste voorstellen. Maar goed, dat is hun volste recht. Zij zitten in de oppositie en de N-VA maakt deel uit van de meerderheid. Dit betekent in groep de stemhouding bepalen. In samenspraak met de collega’s van CD&V en SP.a. Je kan dat betreuren, maar het is de realiteit. Geen andere. Toch de ware aard van LDD is nu boven gekomen. En dit bij monde van mijn aimabele collega professor Boudewijn Bouckaert, voorzitter van de commissie Onderwijs. Hij vindt dat de fut er uit is bij LDD en verklaart dat de nieuwe voorzitter van Open VLD, Alexander De Croo, hem uitermate kan bekoren. De man die zeker niet staat te springen om de Vlaamse kaart te trekken. Integendeel, want waar de VLD eind vorig jaar nog een motie goedkeurde in het Vlaams Parlement waarin gesteld werd een belangenconflict in te roepen indien federaal minister Joëlle Milquet met haar voor Vlaanderen nefaste banenplan zou doorgaan, verklaarde de jongste partijvoorzitter vorige week in Ter Zake dat niet te doen. Aan vecht-federalisme doet hij niet mee. Slik… De liefdesverklaring van Bouckaert enkele dagen later kan dan wel tellen. Slijmen de eens dissidente VLD’ers zich een weg terug richting Melsenstraat? Mij niet gelaten. Maar laat de lokroepen nu maar voor goed stoppen. Het Vlaamsnationalisme is geen liberalisme. En dat is maar goed ook.
Vlaanderen laat Brussel niet los Vlaanderen en Brussel, het is een apart verhaal. Onze eigenste hoofdstad waar de Vlamingen veruit in de minderheid zijn. Of beter gezegd, net zoals alle anderen in de minderheid zijn. In Brussel kom je de wereld tegen en één dominante groep bestaat er al lang niet meer. Achter de gevels is Frans niet langer de dominante taal. Al doen Franstalige politici dat nog zeer graag uitschijnen. Zeker als ze zich op basis van getallen willen afzetten tegen de Brusselse Vlamingen. Ik woon in vogelvlucht 85 km van Brussel en trek me de toekomst van deze stad wel aan. Zeker wat onderwijs betreft. De Brusselresolutie waar het Vlaams Parlement zich achter schaarde kwam mede van mijn hand. Maar er is meer, veel meer: Bedelende moeders met kinderen in stations. Bedelaars aan de verkeerslichten. Duizenden kinderen die niet terug te vinden zijn in de schoollijsten. Hogescholen die verhuizen omdat studenten niet op straat kunnen komen. Inbraken in auto’s. Schiet- en steekpartijen die door Brussels burgemeester Thielemans als een fait divers geduid worden. Kalachnikovs voor een prikje te koop, met 50% reductie als je ze per twaalf koopt. Enzovoort. Waar moet dat naartoe? Gelukkig ben niet alleen ik bezorgd. Vele politici roeren zich. Terecht. Maar ook weer vreemd. De problemen worden blijkbaar alleen door de Vlaamse politici herkend en erkend. Vlaamse politici van binnen en buiten Brussel. Smet, Vander Taelen, onze eigenste Paul De Ridder en Ben Weyts, enzovoort. En hoe reageren de Franstalige politici? “De Vlamingen communautariseren de Brusselse problemen.” “Wij maken een verfijndere analyse…” “De Vlamingen willen de macht nemen.” Ja, als het alleen de Vlamingen zijn die de problemen én zien én willen aanpakken… De Franstaligen bewijzen opnieuw dat dit land uit twee naties bestaat. Maar nu mag Vlaanderen minder dan ooit Brussel loslaten. Nu staat alles op het spel. Het gaat over het behoud van “onze” hoofdstad. Een landmark in de wereld. Zowel politiek als economisch. Deze stad moet bevrijd worden van charlatans die wel bevoegd maar niet verantwoordelijk zijn. Structuren afgeschaft waarbij paraplu’s kunnen opengetrokken worden. Geen op een zucht na 1.000 politici die op korte tijd bij hun kiezers willen scoren en waarbij het soms maar op enkele tientallen stemmen meer of minder aankomt om verkozen te zijn. Neen, structuren die kunnen werken, beslissen en beleid voeren. Eén stad, één politiezone, met sterk gedecentraliseerde gemeenschapsvoorzieningen. Dat is de grote uitdaging. Het is eigenlijk al vijf na twaalf. Nu talmen is het afschrijven van de stad. Is het afschrijven van één miljoen mensen. Is het afschrijven van een toekomst voor Vlaanderen.
Oordeel zelf Mag ik even, heel even, vragen aan al diegenen die nu met scherp schieten op de afwezigheid van de heer Peumans op het paleis bij de nieuwjaarsdrink van de gestelde lichamen, even te lezen wat de aldaar gehouden koninklijke toespraak aan debat te weeg bracht in het Vlaams Parlement, net vier jaar geleden? En kijk waar dit land nu staat...
Foei, foei, foei,… Vandaag rijd ik met collega-schepen Herman Minnen naar Brussel. Herman reed eens graag mee naar het Vlaams Parlement. Life het vragenuurtje bijwonen is toch nog altijd eens iets anders. Gevolg is dat ik me nu in de passagiersstoel kan zetten, met de PC op de schoot e-mails verwerken. Maar ook de kans wat meer naar buiten te turen… Daarom dit bloggetje en de titel hierboven zegt, denk ik, genoeg. De bermen van de E34 van Turnhout naar Antwerpen liggen vol afval. Blikjes, papiertjes, doosjes, zakjes, flesjes,… Wat is de mens toch een smerig dier. Wonen wij nu echt graag op een vuilnisbelt? Ik kan daar met mijn verstand niet bij. Ik denk dat er weinig landen zijn waar de huisvuil- en afvalophaling zo goed georganiseerd is als in Vlaanderen. Gemeenten, privé-bedrijven, containerparken, vuilbakken op parkings en op alle hoeken van de straat, en nog volstaat dat niet. Mensen klagen dan weer dat ze veel moeten betalen voor hun afval. De vervuiler betaalt geldt voor de ander, niet voor mij, denken ze. Niets is natuurlijk minder waar. Weet diezelfde burger hoeveel hij als belastingbetaler ophoest om die smurrie langs onze autosnelwegen, straten en pleinen te laten ruimen? Vlaams gewest en gemeentebesturen zouden met dat “weggesmeten” geld heel wat andere, veel nuttigere dingen kunnen doen. En dan spreek ik nog niet over het zicht. Wie wordt daar nu beter van? In Dessel proberen we clubs, verenigingen en scholen te mobiliseren om zwerfvuil te ruimen. Ze krijgen daar een vergoeding voor. Mooi meegenomen voor de kas en een ontlasting van de gemeentearbeiders, maar al bij al uitgaven die zouden kunnen vermeden worden als we allemaal een beetje meer verantwoordelijkheid zouden nemen. Langs de E19 is het al niet veel beter… Foei, foei, foei,…
1 tegen allen, allen tegen 1 Wat ik in eigen gemeente al tien jaar ervaar, begint ons nu ook in Vlaanderen parten te spelen. Het is het lot dat me beschoren ligt, maar waar ik wonderwel mee om kan gaan… Laat me even duiden: In Dessel groeide de N-VA (voordien Volksunie) gestaag uit tot wat ze nu is. Een partij met een volstrekte meerderheid die bestuursverantwoordelijkheid draagt en daar ook toe in staat is. Elf zetels op negentien. Verkiezing na verkiezing werd dit opgebouwd. Startend in 1964 in een gemeente, die typisch voor de Kempen, bestuurd werd door een CD&V (CVP) meerderheid. Om die hegemonie van christendemocraten te breken werden in 1982 al plannen gesmeed. Alle toenmalige partijen (de voorlopers van wat nu SP.a, VLD en N-VA zijn) samen in een monsterverbond. Bindmiddel? Samen tegen! De N-VA deed daar toen al niet aan mee en koos onomwonden haar eigen weg. Met een positief verhaal. Het was ook mijn keuze. Het legde onze partij geen windeieren, want wars van alles groeiden we met ups en downs naar 51%. Zo werden we de vijand van en voor alle andere partijen. Sinds 2000 is het een verhaal van allen tegen ons. Die strategie wordt duidelijk verder gezet. In die maten zelfs dat de drie traditionele partijen onlangs 25 km buiten Dessel zouden zijn gaan vergaderen om ons in 2012 met een gemeenschappelijke lijst (CD&V-SP.a-VLD) te bekampen. Bindmiddel? Samen tegen! In het Vlaams Parlement waren we, toch zeker ten tijde van de splitsing van de Volksunie, dat ongevaarlijke, zij het wel sympathieke, partijtje. Het partijtje van Geert Bourgeois. Maar ook in Vlaanderen kozen we onze eigen weg. Ook het kartel met de CD&V paste daarin. We bleven steeds ten volle op onze autonomie en op onze strepen staan. Het einde van het kartel bewees dat ten overvloede. Toen anderen hun woord braken, bleven wij het gestand. Als N-VA brachten we ook steeds een positieve boodschap. We spraken de kiezer niet naar de mond en kenden onze tocht door de woestijn. Maar dat “onze” waarheid ooit zou pakken? Daarvan waren we overtuigd. Sinds juni vorig jaar veranderde veel. De N-VA won als enige de verkiezing. Het was een donderslag. Een verrassing. Niemand zag het in die proporties aankomen. De studie van TNS-Dimarso deed er nadien nog een schep bovenop. De N-VA won niet alleen van iedereen. Ze zou bovendien nog een groot groeipotentieel hebben. De sympathieke kleine werd plots de grote bedreiging. De peiling in Le Soir van vandaag zal dat zeker niet temperen. De N-VA klopt af als tweede grootste partij in Vlaanderen. Wie durfde dat acht maanden terug voorspellen? De sfeer wordt al vlug die van 1 tegen allen en allen tegen 1. Gespin in de media. Aanvallen op kopstukken. Schelden en onwaarheden. Bindmiddel? Samen tegen! Alleen; men zou het in Vlaanderen toch stilaan geweten moeten hebben. Het beste wat een partij kan overkomen is de schietschijf te worden om de kiezer over te laten lopen.
Jan Peumans is wel een goed voorzitter Vandaag werd ik gevraagd voor de Zevende Dag. Onderwerp van debat het ontwerpplan van parlementsvoorzitter Jan Peumans om de werking van het Vlaams Parlement te verbeteren. Om de inhoud meer aan bod te laten komen. Om het parlement nog beter haar basisopdracht te laten vervullen. Om met andere woorden de kwaliteit op te krikken. Al vlug ging het, zoals te vrezen was, niet over het plan van aanpak. Wel of Jan Peumans al dan niet een goed voorzitter is. Een proces dat we niet zouden maken… Dat werd me toch voorgehouden… Wat we op z’n minst kunnen zeggen is dat Jan Peumans een gedreven en begeesterend parlementsvoorzitter is. Geen mummie die vooraan zit. Wel iemand die actief het parlement leidt. En parlementair pur sang. En daar heeft niet iedereen het op begrepen. Is het afgunst? Is het jaloezie? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dat meespeelt. Ook het feit dat de N-VA een electorale bedreiging is voor vele andere partijen (cfr. Dimarso-studie) zal daar zeker toe bijdragen. Op 6 januari werd het ontwerp van actieplan bezorgd aan de fractievoorzitters, van meerderheid en oppositie met de vraag dit actieplan intern binnen de fracties te bespreken. Zo open is de voorzitter! Dit actieplan borduurt verder op de actieplannen van de vorige parlementsvoorzitters terwijl de huidige voorzitter met elke fractievoorzitter een gesprek voerde om te peilen naar wat er bij de verschillende fracties leeft. Het resultaat is het ontwerp. Lode Vereeck van LDD kon echter niet wachten op een bespreking ten gronde in het uitgebreid bureau. Dé instantie binnen het parlement om dit debat te voeren. Neen, hij verpatste het aan De Standaard en mocht er in ruil zijn gedacht over ventileren. Het resultaat is wat het is. Niet het actieplan is nu onderwerp van debat. Wel de parlementsvoorzitter. Zo zou de heer Peumans zijn collega’s schofferen als ie voorstelt cursussen debatteren en spreken in het openbaar aan te bieden. Wat is daar mis mee? Parlementsleden kunnen al jaren cursussen Frans volgen. Sessies informatica. Bedrijfstages lopen. Dit aanbod uitbreiden getuigt van een kleuterklasmentaliteit orakelen de criticasters. Nou moe. Misschien had voorzitter Peumans geen namen moeten noemen. Maar is het schofferend als je zegt dat iemand briljante ideeën heeft, maar ze niet zo goed verwoord kan krijgen. Hem of haar hefbomen aanreiken is nobel. Het getuigt van een bereidheid om voor iedereen het licht te laten schijnen. Het is geen schande dat je geen goed redenaar bent. Iemand de kans ontnemen om zich bij te schaven evenwel des te meer. De harde roepers in het parlement die we nu horen moeten zich alvast niet aangesproken voelen. Voor hen misschien een cursus bescheidenheid?... Jan Peumans zou ook te veel vragen onontvankelijke verklaren. Want hij is van de meerderheid, voegt men daar dan in één adem aan toe. Dat ook commissievoorzitters die lid zijn van de oppositie vragen onontvankelijk verklaren verzwijgt men dan zedig. Intellectuele correctheid is niet aan de orde als iemand aan de schandpaal moet genageld worden. Zeker als hij er zelf niet bij is om zich te verdedigen. Klap op de vuurpijl van het debat vanochtend was de slotvraag of het wel kies is dat de parlementsvoorzitter niet naar de receptie van de gestelde lichamen gaat. Dat is de jaarlijkse receptie op het koninklijk paleis waar de Belgische beau monde toegesproken wordt door zijne majesteit de koning. Natuurlijk kan de parlementsvoorzitter daar weg blijven. Als hij niet gaat, gaat de eerste ondervoorzitter. Net zoals parlementsleden kunnen weigeren koninklijke onderscheidingen in ontvangst te nemen. En heus die zijn er! Ondergetekende is zo iemand…
De schande al lang voorbij In de Senaat ondervroeg Geert Lambert (Groen!) minister Daerden (PS) over “onze” pensioenen. Je weet wel, hét onderwerp dat de socialisten steevast naar voor schuiven als ze om onze stem komen vragen en door Geert Lambert terecht geduid als één van de belangrijkste politieke uitdagingen voor de nabije en verdere toekomst. Aangezien de te verwachten vergrijzing zich reeds vanaf dit jaar zal laten gevoelen, aldus de senator, wou hij weten hoe de minister de problemen zou aanpakken. Hoe het stond met de hervormingen van de pensioenstelsels. Hoe de pensioenen betaalbaar zouden blijven. Wat de Luikse socialist ten tonele voerde was om je een breuk te lachen. Indien hij cabaretier was… Maar dat is hij niet. Hij is minister. En het decor was geen schouwburg, wel de Senaat. Het was dus om te wenen… Hier alvast het antwoord van de minister (voor de mimiek, gebaren en lallende houding verwijs ik naar de filmpjes hieronder): “Mijnheer de voorzitter, Waarde collega’s, We zijn ons al jaren bewust van het probleem van de vergrijzing en dat ondanks de opeenvolgende regeringen het probleem onopgelost blijft. Zijt akkoord? ha ha ha Onopgelost blijft. Als we vrij zijn ons werkelijk over dit probleem te buigen en het te bestuderen in z’n geheel, lijkt het mij niet goed om overhaast te werk te gaan. Dit zou immers weer kunnen leiden tot puur demagogische en electoralistische schijnoplossingen. Sinds m’n aantreden heb ik contact opgenomen met de verschillende sociale gesprekspartners en verschillende vertegenwoordigers van oudere verenigingen om te proberen de zaak af te ronden. Tot eind december, tot eind december, werden er vele vergaderingen gehouden. Werkzaamheden zijn in het ……. en ik hoop van harte om in de komende weken een eerste tussentijds verslag te kunnen indienen bij de regering. Voor mij. Voor mij. Dit verslag zal een soort groen boek worden. Groen boek worden. ha ha Dat hopelijk de groene rare vaststellen. Ja, ik hoop dat. Ha hè Het groene boek zal vervolgens onderworpen worden aan een brede discussie die, wat mij betreft, wat mij betreft, moet aanvaarden in de verenigde commissies van de Senaat en de Kamer. Als de voorzitter akkoord is. hè ha Ik weet wat dat is. We zullen zien. Aan het einde van deze brede discussie hoop ik voor het einde van de eerste helft van 2010, 10 hè hè, een samenvattend verlag, wit boek, wit boek, wit boek, op dat ogenblik wit boek hè te kunnen voorleggen aan de verenigingen. Groen boek en daarna wit boek. Hè Die zal ook zien als vertrekpunt voor de discussie over het Belgische EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2010. Dank u.” Tot zover het antwoord van de man die voor uw en onze pensioenen gaat zorgen. De VRT vond het op haar webstek blijkbaar nog humoristisch: “Michel Daerden doet zijn verhaal met verve.” De N-VA vraagt het ontslag van deze minister, niet in het minst omdat hij dronken zou zijn geweest. Van andere werknemers wordt ook niet getolereerd dat ze dronken op hun werk verschijnen aldus mijn partij. Naaste medewerkers, de minister zelf en sommige senatoren ontkennen nu met klem dat de minister dronken was. Hij is altijd zo… De minister laat zelfs meedelen dat hij die aantijgingen hartsgrondig beu is. Awel, als hij altijd zo is. Als hij daar nuchter stond. Dan is het wat mij betreft nog erger. Dan is dat nog meer een reden om die man onmiddellijk zijn bons te geven. Onze toekomst in zo iemand z’n handen? Dit is de schande al lang voorbij. Laat hem in Luik populair zijn. Zijn er nog Vlamingen die in zulke ministers vertrouwen hebben? En kom niet af met het fabeltje dat hij toch moeite doet om Nederlands te spreken. Een clown heeft er niks aan. Komt die man ons eigenlijk uitlachen? Quelle pays!
Wat een eindjaar… De kerst- en nieuwjaarsperiode haalt een mens volledig uit zijn ritme. Op zich niet slecht. Zo eens de riem er af. Meer tijd voor gezin en familie. Het werk even naar het achterplan. Helemaal kan dat natuurlijk niet. Muizenissen blijven in je hoofd spelen. Normaal ook. Iemand die begaan is met z’n werk kan dat niet helemaal bannen en ik reken me ook bij die categorie. Het parlement sluit wel veertien dagen de deuren, maar burgemeester ben je dag na dag, 24 uur op 24, week na week. Zo lang je je niet laat vervangen natuurlijk. En wanneer ik niet naar het buitenland ben, doe ik dat niet. En ook in deze periode zijn er zorgen. Grote en kleine. Echte en vermeende. Toch probeer ik ze allemaal even ernstig te nemen. Zo gingen we de kerstvakantie in met de nodige hinder door sneeuw, ijs en vrieskou. Zowel schepen Flor Van Noppen als ikzelf raakten niet tijdig in Dessel voor de gemeenteraad. Op donderdag 17 december raakte Brussel ingesneeuwd waardoor ik mijn auto in het parlement liet en me met de trein naar Dessel spoedde. Maar ook daar kommer en kwel. Een afgelaste trein want de machinist zat in de file… Flor probeerde het wel met de auto. Hij was vijf uur onderweg… Op mij moesten ze maar vijf minuten wachten en ik was niks te vroeg want de oppositie stond op het punt te vertrekken zodat het quorum niet bereikt zou worden. Dat het een belangrijke raad was met uiterst belangrijke punten kon hen blijkbaar worst wezen. Een spelletje spelen naar aanleiding van mensen die vastzitten in het verkeer door overmacht. Mooi is dat. De winterse taferelen tekenden zowel voor een witte kerst (geef toe, zelden te zien bij ons), als ook voor de bijhorende inzet van het gemeentepersoneel. Wegen en fietspaden ruimen. Zout strooien. Onze gemeentediensten deden weer hun uiterste best. De hoofdbanen bleven steeds vlot bereidbaar. De zijwegen is een ander paar mouwen, maar zout strooien op wegen waar nauwelijks verkeer over rijdt is als dweilen met de kraan open. Het is de combinatie van strooien en stuk rijden. Twee nachten voor Kerstmis werd er dan weer met een jachtgeweer op onze wijkpost van de lokale politie geschoten. Een venster aan diggelen en hagel in kast, binnenmuur, verlichting en binnenschrijnwerk. Op de gemeenteraad werd ik nog weggelachen voor het feit dat we in onze nieuw te bouwen wijkpost (wordt overmorgen aanbesteed voor volgend jaar) kogelwerendglas voorzien. Dat dit wettelijk verplicht is werd onder de mat geveegd met het argument dat Dessel Chicago niet is. Toch wel dan? In ieder geval iets om ons ernstig zorgen over te maken. Nu schiet een onverlaat (of waren ze met meer?) op een verlaten wijkpost. Straks op een woning? Wat als er zich toch iemand achter dat glas bevindt? Dit zijn geen grappen meer en ook geen te banaliseren vandalisme. Dit is ontolereerbaar. Maar ook op menselijk vlak brengt deze feestperiode pijn en smart. Meester Freddy, leerkracht in het vierde leerjaar van de gemeentelijke basisschool van Dessel centrum, de Kangoeroe, overleed vandaag. Mijn dochter zat in de laatste klas waar hij nog een volledig jaar les aan kon geven. Vorig jaar werd bij hem kanker vastgesteld. Hij vocht moedig terug en had de stellige ambitie terug naar school te komen. Hij droomde er van om zeker tot zijn zestigste voor de klas te staan. Het mocht niet zijn. Ik heb zelden mensen gezien die zo moedig hun ziekte, hun lot droegen en van hun dierbaren zo vredevol afscheid konden nemen. Ik ben blij dat ik hem op kerstdag nog kon zeggen hoe we zijn werk waarderen. Hoe wij hem danken voor zijn inzet voor “zijn” school, maar ook voor onze Desselse gemeenschap. Dat hij zeker iemand is die een steen verlegde in de rivier. Hoe we elkaar innig en dankbaar de hand schudden. Voor de allerlaatste keer elkaar recht in de ogen keken en bij het buiten gaan de hand opstaken. “Ik deed gewoon mijn plicht”, was zijn berustend antwoord. Maar zo evident is dat niet. Je moet het toch maar doen. En meester Freddy deed dat! Bedankt Fred!!!
En de Zenne zwart als inkt, stinkt… Ja, ik weet het, ik ben er wat laat mee. Maar wat een drukte de voorbije dagen. Finalisatie begrotingsbespreking in Vlaanderen. Zelfde in Dessel. Politieke actualiteit en dito agenda die me van hier naar daar doen hollen. Maar wees gerust: alles onder controle. Toch meen ik dat ik wat er de voorbije dagen gebeurde, niet kan laten passeren. Daarom met wat vertraging: Terwijl de wereld verzamelt in Kopenhagen om zich te buigen over het milieu. Om een vervolg te breien aan Kyoto en de opwarming van de Aarde tegen te gaan. Terwijl meer dan honderd “Belgische deskundigen” hun licht laten schijnen in Denemarkens hoofdstad, vindt hier een milieuramp plaats. Een paar jaar terug zaten we met de commissie onderwijs op het terras van Baron van Zon in Hombeek. Een prachtig etablissement op 150 meter van de Zenneboorden. Een terras badend in de zon, in de koelte van parasols, maar ook in de stank van de openriool die de Zenne toen nog was. De Europese hoofdstad kieperde met bakken haar vuil in deze zijrivier van de Ruppel, van de Schelde. Het was een heugelijk moment, enkele jaren terug, toen het waterzuiveringstation Brussel-Noord in gebruik kon genomen worden. Eindelijk. Brussel moet zowat de laatste Europese stad geweest zijn die haar water ging zuiveren. Niet direct het toonbeeld. Niet direct de beste leerling van de klas. Gestaag kon er van dan af gewerkt worden aan de kwaliteit van de Zenne. Het gitzwarte slib werd langzaam bruin, lees ik een boordbewoner verklaren. Watervogels vonden er opnieuw hun stek en de vispopulatie nam met rasse schreden toe: brasem, paling,… Prachtig. Guido Gezellens O krinkelende winklende waterding zou geïnspireerd kunnen zijn op het leven in deze herboren rivier. Maar, dat is allemaal buiten de waard gerekend het Brussels Gewest. Een reeds lang aanslepend conflict doet gebeuren wat niet te beschrijven is. Sinds 25 november wordt het vuile water geloosd. Zo maar. Het Vlaams Gewest wordt op 9 december in kennis gesteld van het “probleem”. In kennis gesteld! Veertien dagen na datum. Moorddadig! En het waterzuiveringbedrijf Aquiris en Brussels Ecolo-minister Evelyne Huytebroeck schuiven elkaar de hier wel zeer toepasselijke Zwarte Piet toe. Een Ecolo-minister!!! N-VA vraagt haar ontslag. Dat is nog het minste. Beeld je in dat het over een fractie van nucleaire lozing zou gaan. Dat zou verzwegen worden... Jongens, jongens, alles wat Groen en Ecolo is zou om het hardst moord en brand roepen. En de Zenne? Opnieuw zwart als inkt, die stinkt. Met dank aan Brussel. Of zoals minister Pascal Smet hier net in het Vlaams Parlement zich liet ontvallen: de Groenen aan het bestuur in Brussel en de vissen sterven in Vlaanderen. Erg, heel erg.
Een monddood parlement? Op maandagmiddag wordt de agenda van het Vlaams Parlement opgesteld. Dit gebeurt door het Uitgebreid Bureau. Deze vergadering bestaat uit de parlementsvoorzitter, de zes ondervoorzitters, de drie secretarissen en de zeven fractievoorzitters. Zeventien parlementsleden van meerderheid en oppositie die alle partijen in het parlement vertegenwoordigen, beslissen over de agenda. En ja, dit gebeurt niet altijd per consensus. Hoeft ook niet. Indien nodig wordt er gestemd. En zoals het in elke democratie past, wordt goedkeuring gegeven aan dat voorstel dat door de helft plus één goedgekeurd wordt. Zo lagen er maandag drie vragen tot interpellatie klaar voor goedkeuring die allen handelden over het ontslag van de heer Wauters van de VRT. Er werd beslist dat die vragen de dag nadien zelfs, op dinsdag, aan de agenda zouden toegevoegd worden van de commissie Media. Snel en efficiënt! Eventueel ingediende moties zouden dan sowieso nadien ook nog eens plenair behandeld worden. Maar daar wringt nu het schoentje. De verenigde oppositie vond dat het parlement monddood gemaakt werd… De vragen moesten plenair komen aldus de door zichzelf uitgeroepen behoeders van de parlementaire democratie. En kop van jut was voor hen parlementsvoorzitter Jan Peumans (foto). Vreemd. 1. Als een beslissing genomen wordt in het daartoe gelegitimeerde orgaan, dan dacht ik dat dat ook dient uitgevoerd te worden. Wat een parlementsvoorzitter er ook van denkt. De stemming was acht voor de commissie, zeven voor de plenaire en één onthouding. Niet de voorzitter besliste. Het Uitgebreid Bureau besliste! 2. Het argument dat het Vlaams Parlement monddood gemaakt wordt is wel straf als we sinds begin oktober al zeven actualiteitsdebatten voerden. Steeds op vraag van de oppositie… 3. Ik wist niet dat het werk in een commissie, open en voor iedereen toegankelijk, ondergeschikt is en gelijk staat met “wegmoffelen”. 4. De fractie die nu het hardst roept, met name Open VLD, zag er evenwel geen graten in om vier jaar terug naar aanleiding van de BHV-crisis het Vlaams Parlement een week lang te sluiten. En ja, ook met de goedkeuring van ene JMDD toen… Nu één minuut stilte houden is dan ook bijzonder hypocriet. Toen mocht er nergens gesproken worden. Ook niet in de commissie… Vergeten? Nu ja, ieder speelt zijn spel en ieder heeft z’n rol. Maar enige rechtlijnigheid zou hier niet misplaatst zijn. De conclusie blijft evenwel dat er in dit parlement nog heel wat gefrustreerden rondlopen die nadat ze jaren neerbuigend neerkeken op de N-VA, het de N-VA, laat staan Jan Peumans, moeilijk kunnen gunnen.
Het is misschien vreemd, maar langs deze weg wil ik je publiek waarschuwen. De kans dat je voor de derde maal “afgemaakt” wordt is zo reëel. Ik vind dat je dat niet verdient. Niet als politicus. Niet als mens. Straks is het zes jaar geleden dat we een ambitieus project voor Vlaanderen in de steigers zetten. Jij was voorzitter van de CD&V. Ik algemeen secretaris van de N-VA. We vonden elkaar om samen te spannen. Om de handen in elkaar te slaan. Om de impasse te doorbreken en een politieke lijn uit te zetten die van ons een incontournabele formatie moest maken die moest resulteren in een sterke staatshervorming. Het is nu niet het moment om heel dat verhaal hier uit de doeken te doen. Maar wat bleek was uw eigen boute vaststelling, in de zomer van 2008, dat we gestuit waren op de grenzen van het coöperatief federalisme. Het “non” vanuit Franstalig België bleef even hardnekkig klinken en jij was het die finaal ten onder ging met het verwijt: “hij kan het niet.” Wat gebeurde was wel het laatste wat we in 2004 voor ogen hadden. De gemoederen werden zodanig bespeeld dat Vlaanderen zich neerlegde bij wat elk zichzelf respecterend volk nooit zou aanvaarden: een federale regering die niet kan buigen op een meerderheid bij de meerderheid. Een Belgische regering die geen meerderheid heeft in Vlaanderen. Nu je opvolger, Herman Van Rompuy, met veel bravoure uitgewuifd wordt kom jij terug in het vizier. Terwijl sommige Franstalige krachten al veto’s uitspraken, wordt vanuit je eigen partij de weg geëffend. Maar laat het duidelijk zijn. Die dossiers waarover je anderhalf jaar geleden struikelde, zijn net die dossiers die ook niet door je opvolger opgelost werden. Neen, het zijn net die dossiers die hij vakkundig vooruitschoof. Alsof de verlossing vanuit Europa in het plan past. Want is dat niet zo? Herman Van Rompuy nam drie klippen: migratie, begroting en terugdraaien nucleaire uitstap. Hij trekt als een “grote” mijnheer naar Europa en de hete aardappelen worden doorgeschoven… Kan hij daar veel aan doen? Mag ik je nu al voorspellen dat krantenkoppen ooit zullen uitschreeuwen dat Van Rompuy er nog maar was? En nu zou het terug aan jou zijn. Dezelfde lijdensweg. Dezelfde vernederingen. Want, neen, het zal niet aan jou liggen. Het zal niet aan jou zogenaamde onkunde liggen. Het zal je weer door anderen onmogelijk gemaakt worden. Dat verdien je niet. Misschien is er toch één uitweg indien je de Wetstraat 16, ondanks het ontbreken van een meerderheid in Vlaanderen wat volgens mij echt niet kan, niet links wil laten liggen. Laat gewoon de democratie haar werk doen. Laat de regels van de grondwet primeren op het politieke spel en trap niet in de val van uitzichtloze onderhandelingen waarmee geen enkel eer te rapen zal vallen. 1. Onderhandel niet over BHV. Wat per wet kan gestemd worden met een gewone meerderheid, laat dat gestemd worden. Of is België geen parlementaire democratie? 2. Laat de federale regering handelen binnen de lijnen, uitgezet door de grondwet. Hou het federaal beleid binnen de eigen federale bevoegdheden en stop de initiatieven op het terrein van gemeenschappen en gewesten. Dit bespaart je eigen begroting. Als het is om de roestige vadsigheid voort te zetten of, nog erger, om de Vlaamse kiezers te bedriegen, begin er dan niet aan. Begin er niet aan als men nu al niet de bereidheid toont om serieuze hervormingen door te voeren. Begin er niet aan, want wees gerust, sinds vorig jaar is er eigenlijk niks veranderd. Waarom zouden de VLD en de Franstaligen je nu niet hetzelfde willen aandoen: de man van 800.000 stemmen moet en zal mislukken ofwel zijn gezicht verliezen. In ieder geval, beste Yves, gun je tegenstanders niet de pret om je opnieuw te zien falen.
De Van Rompuy-hype Als je zo in de ochtendfile meer dan twee uur in de wagen gezeten hebt, dan mag je er van op aan dat je heel goed weet wat het nieuws van de dag is. Vier nieuwsuitzendingen, ‘voor de dag’ en het eerste driekwart uur van ‘Peeters en Pichal’. Het kan tellen. En het grote nieuws begin deze week was dat er geen nieuws was. Net zoals de vroegere, dramatische zoektochten naar vermiste kinderen waarbij men steevast naar een reporter ter plaatse ging om de boodschap te krijgen dat er nog niks of niemand gevonden was, werd van de week het nieuws gedomineerd door het feit dat er nog geen beslissing viel in het aanduiden van een Europees president. Wordt ie het of wordt ie het niet was hét nieuws in Vlaanderen over de toekomstige carrière van premier Herman Van Rompuy. In Franstalig België was het nieuws eerder het veto tegen Leterme en in de rest van Europa ging het leven zijn gewone gang… In ons land lukken de media er steevast in om van geen nieuws, groot nieuws te maken. Je kan het gekste niet bedenken, maar men vindt altijd wel een resem mensen die hun licht kunnen laten schijnen over dat feit dat er nog niet is. In dit geval de beslissing over de eerste president van Europa. Awel, ik ga daar ook een keer mijn gedacht over schrijven… Waarom zou Herman Van Rompuy geen Europees president mogen worden? We mogen hem deze stap in zijn carrière toch gunnen en het is goed voor België hoor ik de meeste commentatoren al verklaren. Ja, ook vooraanstaande leden van de oppositie stellen dat. Awel, als Herman Van Rompuy het echt goed voor heeft met dit koninkrijk, en ik ga er nog steeds van uit dat hij dat is, dan moet Herman blijven. Een jaar geleden werd hij met ware scheepskabels binnengetrokken in de Wetstraat 16. Niet omdat hij dat zelf wilde, weet je nog? Integendeel zelfs. Hij deed dat omdat hij gevraagd werd. Gevraagd om de natie te redden. Het belang van het land noodzaakte hem daartoe. Hij werd geroepen. En, hij gehoorzaamde. Plichtsbewust als ie is. Zijn antwoord in de Kamer donderdag lag in dezelfde lijn: “Ik ben geen kandidaat, maar als je gevraagd wordt, kan je niet weigeren.” Zelfde logica als een jaar terug, als je het mij vraagt. Maar waar is het belang van dit land nu? Hij is nog niet weg of er wordt al communautair gestreden over zijn opvolging. Dit koninkrijk gaat dat nooit overleven. Echt, Herman, dit mag je niet doen. België gaat er aan ten onder. Je moet blijven! Echt! En als je dan toch wil gaan, zorg dan voor een waardige opvolger. Mag ik een suggestie doen? Hij wordt door iedereen over het hoofd gezien. Een man die echt in de voetsporen kan treden van Herman. Een man ook die het voorbije jaar plichtsbewust op één lijn met Herman bleef. Een man die zo loyaal is dat we hem het laatste jaar niet meer hoorden over BHV en de splitsing daarvan. Iets wat geen Christendemocraat hem voordien kon beletten. Een man die de lijn consequent zou kunnen doortrekken. Waarbij zelfs de achternaam vertrouwd in de oren zal blijven klinken: Eric Van Rompuy!
Hypocriet De schorsing van de topsporters Yanina Wickmayer en Xavier Malisse blijft voor beroering zorgen. Ook in het Vlaams Parlement zal het zeker aan de orde komen. Begrijpelijk ook. Topsporttalent en in zonder jong topsporttalent wordt geacht gesteund en gekoesterd te worden. Ook door de overheid. En die overheid doet dat ook. Met contracten. Met opleidingen. Met subsidies. Met coördinatie. Wat nu echter gebeurt staat daar schijnbaar haaks op… Ik begrijp dan ook zeer goed de woede en gevoel van onmacht van de betrokkenen, hun directe omgeving en hun supporters. Ik begrijp ook het ongeloof van de goegemeente. Maar wat me nu wel mateloos stoort is de verontwaardiging van sommige politici (o.a. Caroline Gennez in Terzake) en oud-medewerkers van de vorige minister van Sport (om dokter Chris Goossens, die ik trouwens altijd zeer erg gewaardeerd heb, niet direct te noemen…). Als je zulk een decreet maakt, als je zulk een decreet stemt (unaniem dan nog), dan weet je dat dit vroeg of laat te gebeuren staat. Toch vreemd dat nu net diegenen die het dichtst bij de vorige minister van Sport, Bert Anciaux, stonden die dit decreet ter stemming voorlegde, nu op de eerste rij staan om te zeggen hoe slecht dit decreet wel is… Erger nog: met een vinger naar Philippe Muyters, de huidige minister van Sport, wijzen en de schijn wekken dat hij dat kon vermijden, terwijl die daar in de verste verte niks aan kan doen. Het decreet zelf en alle inbreuken dateren immers van voor zijn aantreden! Dat vind ik hypocriet. Ik krijg nu heel wat kritieken te lezen over hoe wij onze eigen sporters fnuiken. Hoe Vlaanderen heiliger wil zijn dan de paus. Enzovoort. Maar als een grote mijnheer als Jacques Rogge verkozen, en ondertussen herkozen, werd als voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, net omdat hij van de strijd tegen doping zijn handelsmerk maakte, staan we wel allemaal te juichen. Zijn we de schorsing van Rasmussen dan ook al vergeten? Uit de Tour geplukt omdat er geknoeid was met zijn whereabouts. Deze harde, zware straf had kunnen, moeten vermeden worden. In plaats van wild in het rond te schoppen zouden begeleidende artsen en juristen uit de omgeving van de bewuste atleten ook eens beter de hand in eigen boezem steken. Ik denk dat artikel 3 ten vierde van het decreet medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening duidelijk is: “Voor de toepassing van dit decreet wordt onder dopingpraktijk verstaan, de overtreding van de sporter voor dopingcontroles buiten wedstrijdverband, onder meer door te verzuimen, de vereiste informatie over de verblijfplaats mee te delen, of door zich niet beschikbaar te houden op de verblijfplaatsen die men heeft aangegeven. Elke combinatie van drie gemiste controles en/of aangifteverzuimen binnen een periode van achttien maanden wordt hierbij beschouwd als een overtreding.” En de minimum straf is nu eenmaal één jaar. Nu moet je mij eens uitleggen hoe een rechter daarvan kan afwijken. Ook de topsporters en hun entourage – managers, dokters en juristen die toch alles zo nauwgezet bijhouden – wisten dat. Wij als overheid zullen alvast alles in het werk stellen zodat ons schaars talent in Vlaanderen niet verloren gaat en optimaal kan begeleid worden. Dit is blijkbaar niet enkel nodig op het terrein maar ook naast het terrein... Vlaanderen heeft steeds in de punt gespeeld als het over de strijd tegen doping gaat. Het eerste decreet medisch verantwoord sporten dateert van 1991. Nu Vlaanderen als bijna eerste de WADA-code, die internationaal geëerbiedigd en gerespecteerd wordt, omgezet heeft in een wet, is het opeens niet goed. Laat het duidelijk zijn: ik blijf voor 100% achter het opzet van het decreet staan dat ik tweeënhalf jaar geleden, samen met al mijn collega’s trouwens, stemde. We mogen daar niet op inbinden. Tenzij misschien de strafmaat aanpassen - indien dit kan volgens de WADA-code – en de mogelijkheid voor een beroepsprocedure in Vlaanderen zelf instellen. Die lijn moeten we doortrekken en ook de lat internationaal omhoog krikken. Als we straks het Europees voorzitterschap waarnemen mag onze minister van Sport, Philippe Muyters, die kans niet laten liggen. Hij zal dat ook niet doen. Wat ik daarenboven ook wil doen is mee zorgen dat de implementatie van dit decreet en de opvolging ervan door atleten en sporters beter ondersteund kan worden. Elementen als niet kunnen inloggen, geen verbindingen kunnen maken, e.d. moeten opgevangen worden. We moeten instrumenten en procedures ontwikkelen waarbij praktische moeilijkheden uitgesloten worden. Dit moet kunnen. Sportend Vlaanderen heeft een stevige uppercut gekregen, maar KO zijn we nog lang niet.
Het zogenoemde decreet-Van Dijck op de onderwijsinspectie in de faciliteitengemeenten - onlangs goedgekeurd in het Vlaams Parlement - heeft volgens zeven PS-mandatarissen uit de Vlaamse rand 'enkel tot doel deze scholen onder druk te zetten en de faciliteiten terug te dringen' (DM 3/11). 'Vreemde hersenkronkel', aldus Kris Van Dijck.
Sinds wanneer is een controle op de kwaliteit van onderwijs gelijk aan het onder druk zetten van een school? Bedoelen de PS-mandatarissen in hun opiniestuk (DM 3/11) dan dat deze kinderen geen kwaliteit verdienen? Ik hoop te mogen aannemen van niet. Maar hoe dan ook slaan ze de bal compleet mis. Want waar gaat het nu werkelijk om?
Hoewel het legitiem is om aan te sturen op een wijziging van de grondwet, is ze vandaag wat ze is. Daar kan geen unitarist, federalist of separatist omheen. De grondwet legt de basisregels vast waarop de democratie in een land georganiseerd wordt. Dát negeren is staatsgevaarlijk. En toch stel ik vast dat het steevast de Franstaligen zijn die de basisregels van de grondwet met voeten treden, keer op keer bevoegdheden willen uitoefenen op andermans terrein. En als kers op de taart geen kans voorbij laten gaan om te pleiten voor een uitbreiding van "hun gebied". Wie is er dan staatsgevaarlijk?
Welnu, de grondwet bepaalt dat onderwijs een gemeenschapsbevoegdheid is. Uitgezonderd drie bepalingen die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren - de leerplichtleeftijd, de diploma-erkenning en de pensioenregeling - heeft de Vlaamse Gemeenschap dus volheid van bevoegdheid op haar grondgebied. Dit betekent echter ook dat niemand op een ander zijn grondgebied mag optreden. Die volheid van bevoegdheid is geen recht. Het is een plicht! En dus is het 'niet controleren van het door een gemeenschap gesubsidieerd en erkend onderwijs' niet minder dan plichtsverzuim. Dat wij Vlamingen daar al jaren verandering in willen brengen, verdient applaus. Geen boegeroep.
Toen ik las dat de PS'ers opriepen tot een onderhandelde oplossing als enige uitweg uit wat zij een conflict noemen, dacht ik: vreemd. Aangepord door het Vlaams Parlement hebben Vlaamse onderwijsministers meer dan twintig jaar geregeld aan hun deur gestaan met de vraag om tot een onderhandelde oplossing te komen. Maar ze kwamen stuk voor stuk van een kale reis thuis. Laat ons elkaar dus geen blaasjes wijsmaken. Het is persoonlijker dan dat. Hoe leg je anders uit dat de Franstaligen geen enkel probleem maken van de Franstalige scholen in Duitstalig België die door de Duitstalige Gemeenschap geïnspecteerd worden?
Waar is men eigenlijk bang voor? Dat zou blijken dat het onderricht van de taal van de gemeenschap waar de scholen zich bevinden, met name het Nederlands, maar navenant is? Of dat de kinderen zouden doorstromen naar het Nederlandstalig secundair onderwijs? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hier opnieuw een superioriteitsgevoel spreekt van 'La Francité' ten aanzien van de Nederlandse taal en cultuur.
Stellen dat het decreet snel, snel werd goedgekeurd zoals de opinieschrijvers doen, is de wereld op zijn kop. Tussen de stemming in de commissie en deze in de plenaire vergadering zaten door de obstructie van drie (!) Franstalige belangenconflicten twee kostbare jaren. Méér dan genoeg, vonden wij. Neen, beste PS-mandatarissen. Net de houding van de Franstaligen, zeker wanneer ze in Vlaanderen komen wonen en weinig of geen respect opbrengen voor onze taal en cultuur, zet het samenleven in dit land onder druk. Het is juist jullie handelen dat de roep om een autonoom Vlaanderen luider doet weerklinken.
Het ‘kaakslag-franskiljonisme’ “Een belediging”, “een kaakslag”, “een provocatie”,“een catastrofe”, “een aantasting van de rechten van de Franstaligen”, het was weer een en al verontwaardiging omdat het Vlaams Parlement besliste de bevoegdheden, die Vlaanderen grondwettelijk bezit, ook gewoon uit te oefenen. Vroeger deed men lacherig over het zogenaamde “kaakslag-flamingantisme”, maar er bestaat nu zeker een “kaakslag-franskiljonisme”. CDH-voorzitster Joëlle Milquet en haar minister van Franstalig Onderwijs Marie-Dominique Simonet (foto) zijn daar de vaandeldragers van en volgen het gehuil van MR, FDF en PS. De Franstaligen zullen het ooit wel leren. Onderwijs in Vlaamse gemeenten – ook als dat Franstalig onderwijs is – is een bevoegdheid van de Vlaamse gemeenschap. Dat werd unaniem gestemd in het Vlaams Parlement, uitgezonderd natuurlijk Christian Van Eycken van de Union Francofone. De Franstalige Brusselaars werden ‘in snelheid gepakt’ en kennelijk dus helemaal verast door het Vlaams Parlement. Dat parlement heeft het aangedurfd niet te wachten op een vierde belangenconflict van het Brussels parlement. Wat hadden de Vlaamse parlementsleden moeten doen? Zeggen aan onze Franstalige broeders: pas op hoor, word wakker, haal maar het volgende belangenconflict uit de kast om Vlaanderen te koeioneren op een terrein waar de Franstaligen gewoon niets te zeggen hebben? Hadden we dat blokkeringsspelletje ook nog met de Francofone Brusselaars moeten afspreken, zoals het blokkeren van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde door de federale regering wordt afgesproken met de Duitstalige gemeenschap? Welke mensenrechten worden nu weer geschonden? Vlaanderen – dus de Vlaamse belastingbetaler - financiert volledig het onderwijs in het Vlaamse landsgedeelte, dus ook het Franstalig onderwijs in de faciliteitengemeenten. Vlaanderen is dus ook verantwoordelijk voor de inspectie op dat onderwijs. Met dit decreet slaagt de N-VA - die aan de basis lag - erin om de kwaliteit van dit Vlaamse Franstalige onderwijs te waarborgen, zoals dit gebeurt voor alle andere kinderen die in Vlaanderen wonen. Tot nu had de Vlaamse overheid geen enkel zicht op die kwaliteit. Dat was eigenlijk een discriminatie. Door dit decreet worden alle kinderen in het basisonderwijs gelijk behandeld, ook zij die in de Vlaamse faciliteitengemeenten Franstalig onderwijs volgen. De Vlaamse gemeenschap trekt zich niet terug, zoals de Franstaligen dat in Komen wel deden. Welke rechten kunnen daar nu mee geschonden zijn? Is een betere garantie voor kwaliteit in het onderwijs zo bedreigend? Ik ben bijzonder opgetogen dat het decreet nu gestemd is met unanieme Vlaamse steun. Toen mijn voorstel van decreet eind 2007 werd goedgekeurd in de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement, schreeuwden de Francofonen moord en brand en begon er een carrousel van belangenconflicten. Drie keer al: eerst door de Franse gemeenschap, vervolgens de CoCoF ( de Franse gemeenschapscommissie van het Brussels parlement) en tenslotte het Waals parlement. Dit keer hebben we niet gewacht op een vierde koeioneertruc. Het heeft nu echt wel lang genoeg geduurd. De Francofonen kondigen aan naar het Grondwettelijk Hof te stappen. Daar hebben we geen enkel probleem mee. Voor de N-VA was het gebruik van belangenconflicten een misbruik. Als er een conflict zou kunnen zijn dan is het een grondwettelijk conflict. Wij passen de grondwet toe. Als men dat anders wil interpreteren, dan dient daar inderdaad het Grondwettelijk Hof voor. De Franstaligen zullen het ooit nog wel eens door hebben dat Vlaanderen zijn bevoegdheden optimaal wil gebruiken en niet wil overlaten aan wie daar niet bevoegd voor is. Ze zijn dat misschien nog niet gewoon, maar ze kunnen alvast wennen aan de idee.
Begrijpen wie kan… De manier waarop de Franstalige partijen reageren en onze nationale media berichten over het feit dat het Vlaams Parlement vandaag mijn decreet over het faciliteitendecreet goedkeurde tart nu eens werkelijk alle verbeelding. Voor de achthonderdste keer stel ik dat wij niet meer doen dan onze door de grondwet opgelegde verantwoordelijkheid nemen. Met name: scholen in Vlaanderen vallen onder de inspectie van de Vlaamse gemeenschap. Die in Wallonië onder die van de Franse gemeenschap en die in de Oostkantons onder de Duitstalige gemeenschap. En die in Brussel of de Franse of de Vlaamse gemeenschap. Van Wie anders? En wij wensen dat alle scholen in Vlaanderen aan een aantal kwalitatieve criteria voldoen. Heeft daar iemand problemen mee? Blijkbaar wel. Dat de Duitstalige gemeenschap de inspectie uitoefent op de Franstalige scholen in de Oostkantons, is nooit voor iemand een probleem geweest. Maar de Vlaamse inspectie in de rand? Oela… het kot is te klein. De Vlamingen zijn plots de stokebranders en zouden een klimaat creëren dat niet geschikt is voor een communautaire dialoog. Alsof die er de voorbije vijf jaar wel was…. Voor wat zien de Franstaligen ons eigenlijk? Dit ruikt naar racisme. Misschien moeten ze bezuiden de taalgrens, in Brussel en de Rand toch eens de OESO rapporten er op na lezen en dan zullen ze beseffen dat onze kwaliteitsstandaarden nog zo slecht niet zijn. Neen, beste lezer, eigenlijk zou ik vandaag blij moeten zijn. Na twee jaar eindelijk een decreet goedgekeurd. Wat een democratie lijden kan… Maar de manier waarop dit bejegend wordt, geeft mij een bevestiging van het feit dat dit land geen democratie aan kan. En ook in Vlaanderen schiet men schromelijk te kort. Wie kan mij het tegendeel bewijzen?
Het SCK naar af De verklaring die de premier vandaag aflegde in de federale kamers kwam alvast niet tegemoet aan de verwachtingen die we in de Kempen hebben. Integendeel. Geen extra geld voor het StudieCentrum voor Kernenergie (SCK). Geen investering in het Myrrha-project… Dit betekent niet meer of niet minder dan een mokerslag voor de toekomst van de nucleaire sector in mijn regio. Als er één ding duidelijk is: geen eurocent voor het broodnodige geld voor het Myrrha-project betekent immers evenveel als de afbouw van het SCK in Mol en alle gevolgen van dien. Rest onze regio dan toch alleen maar het nucleair afval? Een nucleair kerkhof zonder veel extra meerwaarde? Ik zal me daar als burgemeester èn als Vlaams volksvertegenwoordiger ernstig over bezinnen. Het SCK is decennialang een gerespecteerde speler geweest op het nucleaire wereldtoneel. Omdat straks ook de BR2 reactor zijn levenseinde zal bereiken, is er nood aan een nieuwe reactor. Modern en innoverend genoeg om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Dit moet Myrrha worden, wat staat voor: Multi-purpose hYbrid Research Reactor for High-tech Applications. Onderzoekers van het Studiecentrum voor Kernenergie werken in een internationaal kader aan het ontwerp van een innovatieve en multifunctionele onderzoeksinstallatie die de naam Myrrha kreeg. Deze installatie beantwoordt aan de hoge eisen gesteld voor: - het onderzoek rond materialen voor huidige en toekomstige kernreactoren; - het onderzoek rond transmutatie van afval met hoge radiotoxiciteit (met als doel de tijdschaal voor berging sterk te reduceren); - de productie van medische radio-isotopen. Een belangrijk onderdeel van Myrrha is de zeer krachtige deeltjesversneller. Samen met onze universiteiten wil het SCK verzekeren dat deze deeltjesversneller gebruikt kan worden voor fundamenteel onderzoek. Momenteel is een dergelijke installatie niet voorhanden in België en zijn fysici aangewezen op installaties in het buitenland. De Myrrha-deeltjesversneller zal ook voor buitenlandse onderzoekers interessant zijn, omdat de installatie op verschillende vlakken complementair zal zijn aan de bestaande buitenlandse onderzoeksinstallaties. Het zal het SCK opnieuw haar prominente rol geven. Gespreid over 12 jaar zou er vanuit de federale begroting daarvoor een investering moeten komen van 400 miljoen euro. Startend vanaf volgend kalenderjaar. Veel geld! Maar het is dit of niks. Naast dit federaal geld komt ook Europa over de brug terwijl prognoses uitwijzen dat elke geïnvesteerde euro een terugverdieneffect van 12 euro zal genereren. In de begrotingsopmaak voor 2010 is er blijkbaar niets voorzien. Dat de PS dwars lag, was al langer geweten. Ook dat Open VLD en CD&V voorstander waren... Opnieuw wordt bewezen wie het hier in dit land voor het zeggen heeft! Hoe de federale overheid dit rijmt met de toekomst van het studiecentrum is mij erg onduidelijk. De eis die wij vanuit Dessel en Mol stellen om het laag actief afval hier te bergen in ruil voor o.a. het overeind houden van de nucleaire kennis in de streek krijgt dan ook een serieuze deuk. Het minste wat de Kempen kan verwachten is dan ook een heel, maar dan ook een heel duidelijke uitleg. Wordt zeker vervolgd…
Lange Wapper Net zoals vele Kempenaars moet ook ik bijna dagelijks de afstand Kempen-Antwerpen of Kempen-Brussel overwinnen. Het is een ongelijke strijd die happen uit mijn agenda haalt. Die werkt op mijn gemoed. En die meermaals de stressbarometer op orkaan laat staan. Dessel-Brussel, vogelvlucht 80 km, over Antwerpen 104 km, wordt ’s morgens meermaals een expeditie die je twee en een half uur tot meer dan drie uur langs Vlaamse wegen stil doet staan. Eerst Antwerpen. Dan Brussel. Over Lummen is een alternatief. Nu ja, alternatief? Qua tijd dezelfde proporties. Ik moet erkennen dat ik een half-timejob achter het stuur van mijn auto zit: blik op oneindig en zoveel mogelijk verstand op nul. Neem de trein, hoor ik sommigen mij aanbevelen. Ik nodig heel Vlaanderen uit eens één week - niet langer dan één week – te doen wat tienduizend Kempenaars dagelijks moeten doorstaan. Stilvallende treinen. Dieselmotoren die het laten afweten. Deuren die niet opengaan. Remmen die blokkeren. Treinen met “technische problemen” die de doorgang voor anderen belemmeren. Aansluitingen die niet gehaald worden. Wissels die vastzitten. Seinhuizen die afbranden. En bovenal een oorverdovend gebrek aan informatie. Ik hoor vaak het verwijt dat er zo weinig Kempenaars op politieke kabinetten werken. Dat verbaast je toch niet? De helft van de tijd “onderweg”. De Kempen liggen heus niet ver van Brussel, maar de gebrekkige verkeersinfrastructuur en de talrijke ontbrekende of onvoldoende werkende schakels zorgen daar wel voor. Mag ik dan zeggen dat ik met grote ogen sta te kijken naar het Antwerps schouwtoneel? Discussies over Lange Wappers, bruggen en tunnels. De mainport die onbereikbaar is en een ring die een muur van vrachtwagens en auto’s vormt. Grote feesten op en rond Antwerpen Centraal. De prachtige kathedraal waar je zo onderdoor kan rijden. Alleen Mol blijft bijna onbereikbaar... Moet ik nog zeggen hoe ik en vele Kempenaars volgende week zondag stemmen zouden? Wij blijven echter het lijdend voorwerp…
Nu saneren om straks te groeien Naar aanleiding van de start van het politiek werkjaar hield ik vandaag deze tussenkomst in de plenaire zitting: “Mijnheer de minister-president, in de uitdagingen die u namens de regering schetste, staat Vlaanderen niet alleen. Vlaanderen is geen eiland en deelt in grote mate de grote uitdagingen met de rest van Europa. Dat Europa wordt stilaan het 'oude' continent. Het is economisch wel welvarend en sociaal rechtvaardig, maar het moet natuurlijk op de tanden bijten in een globale economie waar de concurrenten snel of sneller vooruitgaan. Ik denk dan niet alleen aan de Verenigde Staten maar ook aan Aziatische tijgers, de BRIC-landen enzovoort. Vaak zijn het economieën die weinig of geen sociale regels kennen. Wat deze uitdaging betreft, is Vlaanderen geen uitzondering. De economische crisis heeft ons harder dan ooit met die bestaande ongelijkheid geconfronteerd. Maar deze crisis die econoom Geert Noels de Econoshock noemt, biedt ook kansen. Onze arbeidsmarkt en economie zullen er misschien wel anders uitzien. Deze crisis kan ook een catharsis zijn, ook voor de overheid die een evenwicht moet vinden tussen saneren, besparen en investeren. Deze crisis dwingt de overheid in de eerste plaats tot zelfreflectie bij het besparen. Zij moet zich afvragen welke uitgaven essentieel zijn voor welvaart en welzijn in Vlaanderen, voor de economie en voor een rechtvaardig sociaal beleid. Daarnaast dwingt de crisis de overheid in het kader van enkele bijkomende uitgaven, in totaal 254 miljoen euro in 2010, selectief en secuur te zijn. Wat zijn nu de noden, maar ook, hoe zal onze toekomst eruit zien? Wat de besparingen betreft, moet een en ander nog uitgeklaard worden, aldus de kritiek van de oppositie. Wat wel zeker is, is dat deze regering alleszins selectief gaat besparen. De welzijnssector zal niet moeten besparen, integendeel, men zal daar bijkomend investeren. Asociaal is deze regering dus niet. Wij horen de oppositie graag zeggen dat zij exacte cijfers wil, dat het plaatje nog niet klaar is, enzovoort. Wat wel klaar is, is het globale plaatje van investeringen en besparingen per beleidsdomein. De exacte cijfers volgen binnen drie weken als de begroting hier in dit parlement ingediend wordt en de begrotingsbesprekingen kunnen worden aangevat. Het lijkt me nogal evident dat het concrete plaatje ook nog moet worden ingevuld. Het is een nieuwe regering die na een cesuur van campagne en onderhandelingen zware beslissingen moet nemen in tijden van economische crisis. Haast en spoed is dan ook zelden goed.
Voor de verkiezingen heeft ook mijn fractie een oproep gedaan, bij monde van huidig minister Bourgeois, om een begrotingscontrole uit te voeren. Die is toen niet gebeurd. Wij zoeken nu onder de verantwoordelijkheid van minister Muyters naar efficiëntiewinsten op de eigen werking van de overheid. We gaan na welke taken we efficiënter kunnen aanpakken en vermijden dat de dienstverlening hieronder lijdt. “Die methode is beter dan brute, van bovenaf opgelegde besparingen”, lazen we gisteren nog in een Vlaamse krant. Met andere woorden, de politiek zet de grote lijnen, principes en de doelstellingen uit, zodat in een tweede fase en in samenwerking met de betrokken departementen wordt gekeken waar de gevraagde efficiëntiewinsten gerealiseerd kunnen worden. En ja, een deel van de besparingen gebeurt bij de burger. De jobkorting is al aangehaald. Die moet inbinden. Ze wordt niet afgeschaft. Ze wordt wel heel selectief ingezet. Collega's, we moeten ons geen illusies maken. Alle besparingen zullen ergens wel pijn doen. Het is wel gemakkelijk om hier een lijstje af te rammelen met wat allemaal niet mag. Er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden. We zijn er echter wel van overtuigd dat de bevolking kan aanvaarden dat ook zij inspanningen moet leveren als ze inziet dat er een 'sense of urgency' is, als ze ziet dat eenieder hierin mee zijn verantwoordelijkheid draagt, als ze ziet dat deze besparingen leiden tot beterschap nadien, dat er een visie achter zit en dat de overheid het voorbeeld geeft. Want voor elke euro die we nu besparen bij de mensen, gaan we twee euro besparen op het eigen overheidsapparaat. Ja, wij hebben ook een paar eenmalige maatregelen genomen. In totaal zal het gaan om 250 miljoen euro. Daartegenover staat maar liefst 1,3 miljard euro aan structurele besparingen. Een uitzonderlijke conjuncturele inzinking - sommige sprekers hebben het over de grootste naoorlogse crisis - moet men niet volledig met structurele ingrepen opvangen. Er is een evenwicht tussen beide. Met volledig structurele ingrepen kan men niet anders dan snijden in de investeringen en dan ondermijnt men het economische herstel. Eenmalige maatregelen zijn gerechtvaardigd om de impact van een eenmalige crisis mee te helpen counteren. Maar ik heb het daarnet al gezegd: ze mogen niet leiden tot een beleid met zware betalingen nadien. Daarnet ging het over sale-and-leaseback tegen wanverhoudingen of over overnames van pensioenfondsen waarover je nadien ook de verantwoordelijkheid moet dragen. Als we de toekomstige begrotingen niet bezwaren, is er geen probleem met eenmalige maatregelen. Zeker niet als ze slechts een klein deeltje uitmaken van het gehele besparingsplaatje.
Wij durven dus zeggen, mijnheer de minister-president, dat we trots zijn dat deze Vlaamse Regering wél nog in staat is om te besparen. Dit in tegenstelling tot andere regeringen in dit land. In Vlaanderen wordt wél nog belang gehecht aan begrotingsdiscipline. Nu hoor ik sommigen zeggen dat we te veel inspanningen leveren, al zijn dat vaak de mensen die een week eerder zeiden dat we een jaar eerder een begrotingsevenwicht moeten bereiken. Willen die mensen dan dat ook in Vlaanderen de schulden oplopen? Willen zij dat we wat sommigen - en ik plaats mijzelf in dat rijtje - een Belgisch wanbeleid noemen, ook in Vlaanderen inbedden? Dat is niet de manier waarop wij als N-VA Vlaanderen willen besturen. Wel stellen wij samen met u vast dat de andere regeringen, in tegenstelling tot de Vlaamse Regering, weinig tot niets doen. Zij die België zo graag overeind willen houden, willen daar blijkbaar zelf weinig inspanningen voor leveren. Wij vinden dat, vanuit de N-VA, een zeer interessante vaststelling. Maar als wij nu besparen, kunnen wij, in tegenstelling tot andere overheden, straks beleidsruimte creëren. Die zal de komende jaren expliciet aangewend worden voor een eigen beleid met een zware sociale component. Een nieuw sociaal beleid, waarbij wij als Vlamingen zelf onze klemtonen leggen. Wij denken dan aan hospitalisatieverzekeringen en aanvullende kinderbijslag. Maar ook een eigen Vlaamse energiemaatschappij zal de bakens doen verzetten. Op die manier zullen we later kunnen inspelen op maatschappelijke evoluties. Dat is essentieel in een geglobaliseerde, superconcurrentiële wereld. Flexibele mensen maar ook een flexibele overheid. Meer zelfs: nu al besparen we meer dan nodig, zodat we nu al kunnen beginnen met een nieuw beleid, dat vooruitloopt op onze ambities. Want wordt er nu ook geen ruimte vrijgemaakt om aan kapitaalparticipaties te doen, onder andere voor investeringen die kunnen worden aangewend in de Vlaamse energiemaatschappij? Onze investeringen zijn derhalve gericht en zullen duidelijk effect hebben. Ze passen in een groter verhaal.
Inderdaad, collega's, er gaat veel geld naar economie. Onder meer met een investeringsplan en een werkgelegenheidsplan. Maandag mochten we nog aanhoren dat de VDAB eind augustus nog 36.000 openstaande werkaanbiedingen telde. Dat is inderdaad minder dan de voorgaande jaren. Maar omscholing naar knelpuntberoepen blijft nodig. Onder meer in de zorgsector, de groene economie enzovoort. Deze plannen bouwen voort op het relanceplan, herstellen het vertrouwen en passen in de lijnen van Pact 2020 en ViA. Laat ons ook denken aan de renovatiepremie, die indirect banen schept. Ook de bijkomende investeringen in kinderopvang zijn gerechtvaardigd vanwege de hoge noden. Ook zij kunnen en moeten meer mensen naar de arbeidsmarkt leiden. Daarom zijn zij belangrijk voor de economie.
Aangezien ik me rigoureus aan het tijdsschema wil houden, zal ik mijn toespraak afronden. Ik wil er tot slot nog even op aandringen het inburgeringsbeleid grondig uit te bouwen. Het inburgeringsbeleid, een van de nieuwe maatschappelijke uitdagingen van de voorbije decennia, is de voorbije jaren eindelijk in een consistent beleid vertaald. We mogen hier niet te erg op beknibbelen. Dit is, zeker in het licht van de daarnet aangehaalde politiek van de federale regering, de basis van onze samenleving. Dezelfde ideeëngang geldt in onze ogen voor de problemen die in verband met Brussel ontstaan. Die uitdijende hoofdstad zet de Vlaamse rand onder druk. Iedereen kent onze visie. Wat de uitvoering van het Vlaams regeerakkoord betreft, weet iedereen waarop wij, samen met de andere meerderheidspartijen, willen inzetten. Ik sluit af met twee citaten. Het eerste citaat komt uit een krant. Net als politieke partijen, mogen ook krantenberichten elkaar tegenspreken. Ik haal deze uitspraak aan omdat ik ze mooi vind: "Conclusie: de Vlaamse Regering heeft goed werk geleverd. Het is niet allemaal leuk nieuws, maar de ingrepen waren noodzakelijk." Het tweede citaat komt uit de column van Jong N-VA: "Optimism is a moral duty, maar daadkracht ook.””
10 jaar STORA Dit weekend wordt tien jaar partnerschap STOLA-STORA gevierd. Het partnerschap dat zich buigt over de berging van nuleair afval van de categorie A (laag en kortlevend) in de gemeente Dessel. Op zaterdagavond vond een feestzitting plaats met vier gastsprekers: de heer Hugo Draulans, voorzitter STORA, de heer Jean-Paul Minon, directeur-generaal NIRAS, de heer Robert Leclère, CEO Synatom en ikzelf. Hieronder mijn toespraak.
"Als ik terugdenk aan tien jaar STORA, dan kan ik niet anders dan in de eerste plaats terugdenken aan de manier waarop dit tot stand gekomen is. Er zijn immers zo van die ankermomenten in mijn geheugen die toch wel de weg plaveiden naar dit succesverhaal. Mijnheer Minon heeft dat verleden, dat ontstaan uitvoerig geschetst. Maar ik herinner me, als de dag van gisteren, de TV-beelden van de zeebergingen en het trachten te verhinderen daarvan door de zodiacs van Greenpeace. Met resultaat en een algemeen internationaal verbod dat daar op volgde. Ik herinner me de eerste ontmoeting in het gemeentehuis, begin 1989, 20 jaar geleden, met de heren Decamps en Meyers. Respectievelijk de verantwoordelijken van Niras en BP. Mijn voorganger Blancquaert die bij zijn inhaling als burgemeester toenmalig minister van binnenlandse zaken Tobback, aanwezig in Dessel, de mantel uitveegde met de boodschap dat top-politici in dit land niet hun verantwoordelijkheid nemen. Herkenbaar… Mijn confrontatie met de betogers in Halen in 1995: “Not in Our BackYard”, was hun slogan. Mijn gesprek, ik dacht één of twee jaar later, eenentwintig hoog in de Madou-toren, met professor Erik Vanhove van de UA en waar mijn visie getoetst werd aan een andere, geïntegreerde aanpak. De gedachtewisselingen en de briefings, in de Il Perugino, in de Noordstraat in Brussel, een fijn Italiaans restaurant waar de “Mama” de plak zwaait, gelegen midden in de driehoek van de kantoren van NIRAS, het Vlaams Parlement en het toenmalig VU-secretariaat aan het Barricadenplein. Mijn eerste terreinbezoek aan El Cabril in Spanje met Bob Van de Plas en Jef Claes. De gesprekken in het schepencollege om niet alleen het partnerschap op te richten, maar het ook vorm te geven. En de bewuste keuze daarbij om dit verhaal te schrijven over de grenzen van meerderheid en oppositie heen. STOLA en STORA zelf zorgde ook voor aangename herinneringen. De tientallen werkvergaderingen en het navergaderen in het keukentje beneden in het gemeentehuis. Waarbij ik vaak medelijden had met Evelyn, die dan nog naar Leuven moest… De buitenlandse bezoeken: Zweden, Frankrijk, Spanje,… En de internationale contacten die daaruit voortvloeiden. Waarbij Dessel als enige Belgische gemeente lid werd van GMF (Group of European Municipalities with Nuclear Facilities) en daardoor ook de gemeente Dessel op de international kaart zette. De spanningen die er soms ook wel eens rezen, zoals dat in elk goed huishouden wel eens het geval zal zijn zeker, en waarbij het vertrouwen al wel eens op de proef gesteld werd. Niet alleen tussen NIRAS en Dessel, maar ook intern in Dessel. Zoals eind 2003 toen naar aanleiding van een incident met betrekking tot de nucleaire belasting het partnerschap even “on-hold” gezet werd en er een tijdelijke breuk kwam in het Dessels front. Maar bovenal het veelvoud aan overlegmomenten met Hugo Draulans die gedurende deze tien jaar acht jaar de raad van bestuur voorzat, gedurende twee jaar nam toenmalig burgemeester Michel Meeus die taak op zich, en er een dagelijkse opdracht van maakte. En zo zou ik nog even kunnen doorgaan.
Maar als burgemeester ben ik op de eerste plaats fier. Fier omdat we er als kleine gemeente in lukken onze decretale opdracht te koppelen aan een maatschappelijk probleem dat in dit land niet opgelost geraakte. We koppelen het er niet alleen aan. We zorgen ook voor oplossingen en dit met wisselende coalities, met wisselende bestuursploegen. Als gemeente zijn wij verplicht op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Maar bovendien stelt het gemeentedecreet dat wij een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van de gemeentelijke bevoegdheden moeten verzekeren. Waarbij de inwoners zo veel mogelijk bij het beleid betrokken worden en waarbij gezorgd wordt voor openheid van bestuur. De voorbije weken heb ik als lid van de commissie ad hoc in het Vlaams Parlement, op een iets directere wijze kennis mogen nemen van het verhaal dat op dit moment Antwerpen en de hele brede regio er rond beroert. Het verhaal van de BAM, Oosterweel, brug en tunnel. Ik zie in dat verhaal gelijkenissen met het project berging categorie A-afval waarvoor deze vereniging in essentie opgericht werd: een probleem oplossen waarvoor niet direct een draagvlak bestaat… Als ik na tien jaar het bilan opmaak. Zowel naar ingezette geldmiddelen als naar de stand van zaken hic et nonc, dan mogen we als Desslaars, en ook als Mollenaren, zeggen: “Met heel Antwerpen, maar niet met ons…” Wij deden dat op onze manier. Rustig en sereen. Doordacht en weloverwogen. Niet met grote verklaringen of tafelspringerij. Maar steeds resultaatsgericht en het algemeen belang voor ogen. Als ik vandaag velen hardop de vraag hoor stellen (en terecht) of het realiseren en uitvoeren van grote projecten, grote infrastructuurwerken nog kan. Of daar een maatschappelijk draagvlak voor kan gevonden worden. Dan is mijn antwoord: “Yes we can”; “Ja dat kan.” Maar dan zal er enorm veel moeten geïnvesteerd worden in overleg, goede communicatie, dialoog en discussie. Zal men het algemeen belang voorop moeten blijven stellen. En moet er een basis van wederzijds vertrouwen zijn. Als dat niet zo is, dan moet je er niet aan beginnen.
Tot slot, en dat is voor vandaag, denk ik toch wel het allerbelangrijkste, wens ik mijn oprechte erkentelijkheid uit te drukken voor al diegenen die deze tien boeiende jaren mee mogelijk maakten. Die zorgden voor dat vertrouwen. Was het als vrijwilliger, of professioneel. Was het namens een vereniging of puur op zelfstandige basis. 10 jaar STOLA en STORA hebben jullie allen "samen" gerealiseerd. Namens mijzelf en het voltallige gemeentebestuur: een hartelijke dankjewel en op naar de twintig!"
Het koorddansen van Thyssen “De CD&V is niet meer de CVP” of “Le vieux CVP est arrivé”, wat is het nu? Eieren of jong, zoals men in de Kempen pleegt te zeggen. Voorzitster Marianne Thyssen heeft vandaag tijdens haar gastcollege alleszins één ding duidelijk gemaakt. Het is: “le vieux CVP est arrivé.” Ja jongens, de klok wordt minstens acht, en meer, jaren terug gedraaid. Voorbij het vernieuwingscongres van Kortrijk. (zie link onderaan) Al begrijp ik echt haar drijfveer niet. Voor welk heil zet men de toekomst van de eigen gemeenschap, van het eigen kiespubliek, op de helling? De N-VA was opnieuw de schuldige: “Zie je ons al op korte termijn een federale regering maken met de N-VA aan tafel?” dixit de voorzitster van Vlaanderens grootste partij als hét argument om niet voor samenvallende verkiezingen te zijn. Wel met de PS. Wel met het FDF. Dat is blijkbaar allemaal geen probleem. Toch niet met de N-VA… Waarvan akte. Ze maakt het ons als prille meerderheid op Vlaams niveau alvast niet gemakkelijk... En dat als grootste coalitiepartner die buiten de minister-president nog drie andere excellenties levert en daarmee toch ook de morele verantwoordelijkheid om ploeg te vormen. Wat is er van de Vlaamse CD&V gebleven? Ik kijk met belangstelling uit naar de eerste weken in het opnieuw op te starten Vlaams Parlement. Eén ding zal ze toch moeten begrijpen; vroeg of laat moet er gekozen worden. Ook door de christendemocraten. Meerdere meesters dienen is nooit geen lang leven beschoren geweest. En dat is een wijsheid, zo oud als de mensheid. Maar los van wat ze predikt, lees ik wat ik lees. In het Vlaams regeerakkoord! Marianne Thyssen kan de N-VA tegenspreken over de essentie van het Vlaams regeerakkoord waar we voor de 100% uitgaan van de eigen kracht. Wil Kris Peeters haar afwijzing bevestigen? Niet uitgaan van de eigen middelen? Niet alleen geen schulden maken, maar ook geen overschotten boeken? De eigen middelen niet voor 100% inzetten om de noden te ledigen die in Vlaanderen heersen? Voor alle duidelijkheid staat er nog steeds op bladzijde 95: “Voor de periode 2012-2014 realiseren we een begrotingsevenwicht maar geen overschotten. Zo hebben we ruimte en tijd om het nieuwe beleid dat opgenomen is in dit regeerakkoord te implementeren en Vlaanderen zowel sociaal als economisch klaar te maken voor de toekomst.” De CD&V voorzitster zou er beter aan doen de federale en de Brusselse entiteiten, waar ze mee bestuurt, tot de orde te roepen en ze aan te manen om orde op zaken te zetten en de noodzakelijke maatregelen te nemen. Maar dat doet ze duidelijk niet. En wijst ze volgende passus ook af? “We maken maximaal gebruik van onze eigen bevoegdheden binnen het grondwettelijk en wettelijk kader. We hanteren de in de wetgeving voorziene instrumenten wanneer andere overheden op ons bevoegdheidsdomein ageren.” Ze weze dan ook gewaarschuwd. Wij, de N-VA, zijn niet de kartelpartij van weleer die mathematisch niet nodig was. Wij zijn nu meer dan ooit een volwaardige regeringspartner. Noodzakelijk én bovendien loyaal. Wat dit laatste betreft moet ze echt wel zien dat ze niet met vuur speelt, noch in de eigen voeten schiet. Die loyaliteit, die liefde, moet van twee kanten komen. En dat engagement verwacht de Vlaamse kiezer. Ook van de CD&V. Of heeft Marianne vandaag, op 22 september 2009, de campagne op gang willen blazen voor de federale stembusslag die er aan gaat komen? Vlaams blazen als het Vlaamse verkiezingen zijn en Belgisch als de federale assemblés moeten gekozen worden? Een staaltje koorddansen om de kool en de geit te sparen? Ze doet maar en die handschoen willen we des te liever opnemen. Het is immers dezelfde kiezer die oordeelt. Ik kijk met belangstelling uit naar het Belgisch palmares waarmee ze de kiezer zal bekoren. Ik beweeg mij voldoende midden de mensen en kom alvast in voldoende middens om te weten dat de Vlaming van die boer geen eieren meer behoeft. De CD&V zou er dan ook verstandig aan doen om eindelijk, ondubbelzinnig, de Vlaamse kaart te trekken. Al is het na het gastcollege van Marianne Thyssen vandaag wel meer dan duidelijk. De CD&V mag dat niet. De CD&V kan dat niet. De CD&V wil dat niet. In alle drie de gevallen pijnlijk na al wat de voorbije jaren gezegd en bewezen werd.
Wie neemt hier zijn verantwoordelijkheid? De voorbije jaren mochten we het meermaals horen en lezen. Van concurrerende partijen. Van zogenaamde opiniemakers in kwaliteitskranten. Van Wetstraat-watchers. De N-VA kiest voor de verrotting. De N-VA is slecht voor onze economie. De N-VA brengt ons aan de rand van de afgrond. En ga zo maar door. Ik kan het niet laten even verder door te bomen op het artikel dat ik hier vorige week samen met Jan Jambon neerpende. Als ik vandaag de jongerenorganisaties van zowel CD&V als Open VLD bezig hoor, dan kan ik niet anders. Beide partijen steunen het federaal minderheidskabinet en krijgen nu de wind van voren van hun eigen jongeren. En terecht! Wanneer gaat die komedie nu eens ophouden? Als men zo verder doet heeft men geen oppositie meer nodig… Dat Van Rompuy met zijn regering en met dit land recht op een muur afstevent vind ik op zich niet zo erg. Het instituut België kan me werkelijk gestolen worden. Maar dat daarmee de welvaart en welzijn van tien miljoen Vlamingen en Walen op de helling komt te staan, beroert me wel. De federale regering bestuurt niet. En als ze dan al iets doet, dan is het net tegen de zin van de Vlamingen. Lag men in Vlaanderen wakker van opnieuw een regularisatiegolf? De hoeveelste al? Ik vrees echter dat de mensen nog lang niet beseffen wat er boven hun hoofd hangt. Beseffen ze hoe dramatisch de financiële situatie zich aftekent? Hoe de kosten in bijvoorbeeld de gezondheidszorgen de pan uitrijzen? Hoe de schuldenlast hand over hand toeneemt? Nu reeds 30.000 euro per Belg. Dat de pensioenen op de helling komen te staan? Ook daarvoor hebben we geen oppositie meer nodig om eventueel paniek te zaaien. Dat deed de bevoegde minister Michel Daerden (foto) zelf al, of net niet, door te verklaren dat er geen problemen zijn tot… 2015. Nog zes jaar… Terug naar onze jongerenorganisaties nu. Jong CD&V vindt bovendien dat de Vlaamse regering het goed doet. De Open VLD jongeren vinden dat niet. Zij vinden dat de Vlaamse regering belastingen verhoogde door de jobkorting af te schaffen. Correctie: de jobkorting voor de lage lonen is behouden. Maar inderdaad. De Vlaamse regering meent dat het geen tijd is om cadeautjes uit te delen die één weinig zoden aan de dijk brengen en twee waarvan de geldmiddelen veel adequater kunnen ingezet worden. In duurzame investeringen bijvoorbeeld. Wat denk je dat een goedverdiener met z’n jobkorting doet? Die investeren in de aankoop van iets, ze laten rollen of veilig stellen op een spaarboekje? Velen doen het laatste, en je kan het de mensen niet kwalijk nemen. De Vlamingen spaarden nog nooit als heden ten dagen. Is men anderzijds al vergeten dat ook Guy Verhofstadt akkoord was met deze afschaffing om toch maar mee in de Vlaamse regering te kunnen zetelen? Vreemde jongens die liberalen. Philippe Muyters moet als N-VA minister over de Vlaamse financiën waken. En hij doet dat goed. Ook al probeert federaal begrotingsminister Van Hengel, nog zo'n vreemde jongen, hem aan te wrijven dat hij niet kan rekenen… waarop De Tijd zelf ging calculeren en titelde dat Muyters' rekenkunde beter was dan die van zijn federale confrator (zie link onder vorig artikel). Hij doet dat goed en niet om de Belgische federale schatkist te dienen. Niet om het Belgisch staatshuishouden te redden. Neen, wel om er voor te zorgen dat we straks weer volop beleid kunnen voeren in Vlaanderen. Schulden wegwerken en overschotten doelbewust inzetten. Voor gezinnen. Voor zwakken. Voor investeringen. En dit in het belang van zes miljoen Vlamingen. Als er over verantwoordelijkheden gesproken wordt en over het opnemen daarvan - sorry voor mijn pretentie - maar dan durf ik samen met de N-VA mijn hand opsteken. Wij doen het toch maar!