Foto
Foto
Foto

O jerum jerum jerum…

Mijn memoires

(2006, 206 p., 17,95 €)

Te bestellen via mail:

kvansteenbrugge@gmail.com

(geen verzendkosten)

Odysseus op Aiaia
De omzwervengen vanOdysseus
(2013, 100 p., 11,45 €)
Te bestellen via mail
kvansteenbrugge@gmail.com
(geen verzendkosten)
Mijn nieuwste boek "Uit het schuim (van de zee)", de Griekse mythologie in 136 verhalen, 402 p., kan besteld worden via mail (kvansteenbrugge@gmail.com) of via mijn telefoonnummer 056.215944. Prijs: 18,95 euro (er hoeven geen verzendkosten betaald te worden).
Foto
Bezoek Zerar op www.bloggen.be/zerar

VERHAALTJES UIT DE GRIEKSE MYTHOLOGIE:
www.bloggen.be/dzeus
elke maandag en elke vrijdag een nieuw verhaal!

Inhoud blog
  • Bibliografie
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (38)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (37)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (36)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (35)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (34)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (33)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en LoopclubGrijsloke (32)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (31)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (30)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (29).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (28)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (27)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (26)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (25)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (24)
  • Santiago de Compostella.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (23)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (22)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (21)
  • BIBLIOGRAFIE
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (20)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (19)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (18)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (17)
  • Mijn laatste drie boeken...
  • De 33e Dwars door Grijsloke.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (16)
  • Europa en de eurobiljetten.
  • Het eerste blogboek.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (15).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (14)
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (13).
  • Epocriet.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (12).
  • Een bestseller.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (11)
  • EEN PERFECT CADEAU.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en loopclub Grijsloke (10).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (9).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (8).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (7).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (6).
  • De 31e Dwars door Grijsloke.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (5).
  • Quizzzz.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (4).
  • Vijf jaar geleden.
  • Uit het schuim van de zee.
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (3).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en loopclub Grijsloke (2).
  • De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (1).
  • Toneelschrijven: een lucratieve zaak.
  • MYTHOLOGISCH BLIJSPEL.
  • Waarom?
  • ZEVERARIJ...
  • Panta rei.
  • Februari.
  • Januari-dialoog.
  • Pietje van 't Hazegras.
  • Niveaus.
  • Onze lieve Heeren.
  • Nieuwjaarsgedichtje.
  • Oudejaarsgedichtje.
  • Over Kerstmis, de paus en Zeyneppeke.
  • Acribie.
  • Reactie op Oostends verhaal.
  • Oostende.
  • Tantezegger.
  • Gravensteenfeesten met Valeer en Freddy, maar... zonder Mico.
  • Cassandra d'Ermilio.
  • Academische zitting!
  • Allerheiligengedicht.
  • Econoshock (brief aan J. Vanlichtervelde).
  • Brief aan W.D.: over azijn, kanker en mitochondriën.
  • Gedichtje voor mijn Tony.
  • Spelenderwijs, godverdomme.
  • Bravo, Jean-Luc!
  • Het antwoord van de filosoof.
  • Brief aan Jan Bauwens, over kunst.
  • En nu: directeur!
  • Gearriveerd (foto)
  • Brief aan Willy Debyser.
  • Reis naar Griekenland (stripverhaal).
  • Afscheid van het Revalidatiecentrum.
  • Wondjes likken...
  • De 28e Dwars door Grijsloke: afgang van de macho's.
  • Tante Sidonie in Peking.
  • Duivensport olympisch?
  • Loezen en flamoezen.
  • Goed nieuws.
  • Grijslokes Olympische maagden.
  • Ronde van Frankrijk.
  • De krant van 18 juli 1940.
  • Gaarne uw mening, Jack.
  • Bauwens over Boonen.
  • De mammelokker.
  • Gisteren was het achtenzestig jaar geleden dat...
  • Plagiaiku's.
  • Brief aan een collega.
  • Ik ga nog even door.
  • Over toebrouks en snelzeêkers.
  • De haan en de high-koe.
  • Het Laatste Nieuws.
  • Het cordon, schematisch.
  • Brief aan Marc Vanhoye.
  • Bloch.
  • Achilleus' wraak (To Margos).
  • Over Hugo Claus, Alzheimer en euthanasie.
  • De nacht van de geschiedenis.
  • Vrije meningsuiting.
  • Griekse mythologie.
  • Professor Sebruyns.
  • Vera Janacopoulos.
  • Valentijn.
  • Schone Kunsten.
  • Het cordon doorbroken.
  • "Een brief... professor".
  • Theseus en Prokroustes.
  • Aan al mijn lezers...
  • Het mooiste kaartje kwam van de vrederechter.
  • Over dokter Deberdt (uit "Meneer Doktoor").
  • Leo Vantorre.
  • Leo Debudt.
  • Fragment uit "De bezetting van het Gravensteen" door Buth.
  • Eigen schuld.
  • Professor Vandendriessche.
  • Nog een brief aan Jack Vanlichtervelde.
  • Joseph uit de Gekko.
  • De foto...
  • Freddy Strumane is weer in 't land: fotoreportage.
  • Brief aan de praeses van moeder Laetitia.
  • Brief aan Jack Vanlichtervelde.
  • november: allerheiligenmaand.
  • Lompe boerkes.
  • Rommelaere & co.
  • Percussieve sublimatie.
  • Het symposium van 3 oktober.
  • Emeriti, Eelbode en Glam.
  • Gesplitst.
  • Justine Henin.
  • Uit het dagboek van Jack Vanlichtervelde.
  • Krantenkop.
  • Gedicht voor Annelies.
  • Nabeschouwingen bij de 27e Dwars door Grijsloke.
  • 2000: GRIJSLOKE 2000 (verzameld werk over Grijsloke)
  • Het woordje van de stichter.
  • Over de Heuvelenloop en... Puk.
  • Nummer 25.
  • Over twee neuropsychiaters.
  • Tollardrieheuvelenloop te Kooigem op 8 juli 2007.
  • Brief aan Jan Bauwens.
  • Zuster van Houwelingen.
  • O jerum jerum jerum...: een hit!
  • Tony 65.
  • Verjaardagen.
  • Goed nieuws en slecht nieuws.
  • (vervolg)
  • (vervolg)
  • Ameland.
  • Darwin of God?
  • Voilà.
  • De krant van 6 april.
  • Het einde komt in zicht.
  • Bij Kalypso.
  • Anzegem en Grijsloke te boek.
  • Feinsin.
  • Het afscheidsmaal.
  • Odysseus praat met de schimmen.
  • Een avondje Gent.
  • In het rijk der doden.
  • Vertrekkensklaar voor de onderwereld.
  • 365 dagen later.
  • Een jaartje geduld...
  • De Gouden Poort.
  • Spectaculaire ontwikkelingen op Aiaia.
  • Op mijn plaats gezet.
  • Brief aan professor van Togenbirger.
  • Meer over Odysseus.
  • Odysseus, ja of neen?
  • De trilogie.
  • De schone dagen van Sint Jan.
  • Bij mijn vriend Raymond Creus.
  • Jack Vanlichtervelde.
  • Malthus.
  • Nieuwjaarsgedichtje.
  • Beste wensen.
  • Over leugens en onzin.
  • De rest is nonsens.
  • De oorlog van Troje.
  • Brief aan Willy Debyser.
  • 't Studentenspieghelken anno 1960.
  • 't Studentenspiegelken herrezen.
  • Het continuum.
  • Filosofie over leven en dood.
  • Een dochter voor het leven.
  • Theo Thijssen.
  • Aan alle Vlaamse toneelverenigingen.
  • Met Mico naar de Gravensteenfeesten.
  • De 57e Gravensteenfeesten.
    Zoeken met Google


    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    dogontheblog
    www.bloggen.be/dogonth
    DE GRAVENSTEENFEESTEN WAREN WEER GOED DIT JAAR! IO VIVAT!
    Gedichtje:

    Mijn Gent

    Je was mijn ál:
    mijn moederborst,
    mijn bierkanaal.

    Mijn knusse woon,
    mijn vaste stek,
    mijn dierbaar oord.

    Mijn jongensdroom,
    mijn wijsheidsbron,
    mijn levensschool.

    Mijn plantentuin,
    mijn Bijloke
    en mijn Rozier.

    Mijn Aula en mijn Brug,
    mijn Amber
    en mijn Nat King Cole.

    Mijn stoverij met friet,
    mijn Meiresonne,
    mijn Kuiperskaai.

    Mijn studentenclub,
    mijn bleke maan,
    mijn Gravensteen.

    Mijn stad,
    waaruit ik
    ál mijn heimwee put.

    Mijn Gent!

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    bolder
    www.bloggen.be/bolder
    Blog als favoriet !
    Startpagina !
    Mijn favorieten
  • bloggen.be
  • grijsloke.be
  • Willekeurig Bloggen.be Blogs
    visieopfilosofie
    www.bloggen.be/visieop
    Een piepklein liefdesgedichtje.

    'k Zou je willen kussen.

    'k Zou je zoveel keren
    willen kussen
    als er sterren
    aan de hemel staan,
    als er korrels liggen
    op het strand,
    ... en nog veel meer.
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    celebritynews
    www.bloggen.be/celebri
    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto

    Vrouwelijke BV's:
    (mijn TOP 3)
    1. Tanja Dexters
    2. Tine Van den Brande
    3. Annelies Beck
    4. Esther Sels
    5. Annelies Rutten (ik kan maar geen geschikte foto van haar vinden; ik wacht dus maar tot ze er mij zelf een stuurt)

    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    roeland
    www.bloggen.be/roeland
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    roeland
    www.bloggen.be/roeland

    Het toneelstuk "DE TWISTAPPEL" is een dolle klucht die gaat over de oorsprong van de Trojaanse oorlog. Voor inlichtingen: www.bloggen.be/kris/archief.php?ID=855455  of mail kris.vansteenbrugge@skynet.be .

    SCHRIJVELARIJ
    over: GENT, GRAVENSTEEN, GRIEKENLAND, GRIJSLOKE, GEZONDHEID, GENEESKUNDE, GEHOOR, G-PLEK.
    ...........Voor verhaaltjes uit de Griekse mythologie, surf naar www.bloggen.be/Dzeus ...........Voor recente cursiefjes, surf naar www.bloggen.be/pierpont ...........PICTAIKU'S (de allernieuwste kunstvorm) vindt u op www.bloggen.be/pictaiku
    01-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bibliografie

    BIBLIOGRAFIE Kris VANSTEENBRUGGE 

    °Anzegem 4.6.1940

    Keel-neus-oorarts sedert 1971

    Gepensioneerd sedert 2006.

    *Boeken i.v.m.  “Dwars door Grijsloke”

    Dwars door Grijsloke. 1982, uitg. eigen beheer, 112 p., paperback, gratis te verkrijgen via mail (kvansteenbrugge@gmail.be) zolang de voorraad strekt.

    De mens… een loopdier. 1984, uitg. eigen beheer, 112 p., paperback, gratis te verkrijgen via mail (kvansteenbrugge@gmail.be) zolang de voorraad strekt.

    Grijslokes Olympiade. 1997, uitg. eigen beheer, 112 p., paperback, gratis te verkrijgen via mail (kvansteenbrugge@gmail.be) zolang de voorraad strekt.

    Grijsloke 2000. 2000, uitg. eigen beheer, 336 p., paperback, gratis te verkrijgen via mail (kvansteenbrugge@gmail.be) zolang de voorraad strekt.

    *Boeken i.v.m.  de Griekse mythologie

    Uit het schuim van de zee. 2011 (3e druk), uitg. Heras, 408 p., paperback, de tekst kan gratis verkregen worden via mail (kvansteenbrugge@gmail.be) en het boek  kan geleend worden in de openbare bibliotheken (er zijn ook nog enkele exemplaren te koop à 25 euro, verzendkosten inbegrepen).

    De twistappel. (toneel) 2013, uitg. SMB (shop my book), 80p., kan besteld worden bij de uitgever en de tekst kan ook gratis verkregen worden via mail (kvansteenbrugge@gmail.be).

    Strijdtoneel Troje. (toneel) 2013, uitg. SMB (shop my book), 93 p., kan besteld worden bij de uitgever en de tekst kan ook gratis verkregen worden via mail (kvansteenbrugge@gmail.be).

    Odysseus op Aiaia. (toneel) 2013, uitg. SMB (shop my book), 100 p. kan besteld worden bij de uitgever en de tekst kan ook gratis verkregen worden via mail (kvansteenbrugge@gmail.be).

    *Blogboeken.

    Verhaaltjes uit de jaren 2006 t/m 2015, alle te lezen op www.bloggen.be/kris en www.bloggen.be/pierpont.pierpon  


    Eerste blogboek – schrijvelarij. (cursiefjes uit de jaren 2006-8) 2013, uitg. SMB (shop my book), 426 p., kan besteld worden bij de uitgever en de verhaaltjes kunnen ook gelezen worden op bovengenoemde blog(s).

    Tweede blogboek – zeverarij. (cursiefjes uit de jaren 2009-11) 2014, uitg. SMB (shop my book), 350 p., kan besteld worden bij de uitgever en de verhaaltjes kunnen ook gelezen worden op bovengenoemde blog(s).

    Derde blogboek – zwanzerij. (cursiefjes uit de jaren 2012-15) 2016, uitg. SMB (shop my book), 375 p., hard cover, kan besteld worden bij de uitgever  en de verhaaltjes kunnen ook gelezen worden op bovengenoemde blog(s).

    *Andere.

    50 jaar Gravensteenfeesten. (mede-auteur)1999, uitg. UGent, 155 p., hard cover, te bestellen bij de uitgever indien niet uitgeput.

    Een dochter voor het leven. (toneel) uitg. Almo, 44 p., paper back, te bestellen bij uitgever.

    Pictaiku. (de allernieuwste kunstvorm) 2016, uitg. SMB (shop my book), .. p., hard cover, kan besteld worden bij de uitgever (Free Muketeers) en de verhaaltjes kunnen ook gelezen worden op bovengenoemde blog. DE ALLEREERSTE PICTAIKU’S IN BOEKVORM, DOOR DE “UITVINDER” VAN DE PICTAIKU: EEN WERELDPRIMEUR!

    *Autobiografie.

    O jerum jerum jerum… 2006, uitg. Free Musketeers, 205 p., paperback, kan besteld worden bij de uitgever of geleend in de openbare bibliotheken.

     

    (In bewerking:  Vierde Blogboek   en  Tweede Pictaikuboek


    Afbeeldingen van alle werken op www.bloggen.be/kris/archief.php?ID=2394016    



     


     

    01-09-2017 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (38)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 38: Lang leve DDG!

    We zijn met ons verhaal, ei zo na, in de voetsporen beland van het hedendaagse DDG en de Loopclub, dewelke geen van beide nog weg te denken zijn. In 2015 en 2016 is het duidelijk dat er een standvastige koers wordt gevaren en dat Grijsloke gelanceerd is voor nog minstens duizend jaar. Het aantal deelnemers is gestabiliseerd rond de 700 en dat lijkt nu net het ideale aantal, een aantal dat Grijsloke aankan. Weliswaar heel wat minder dan in de gloriejaren van een kwarteeuw geleden, maar daar staat tegenover dat de loopclub veel actiever is geworden dan in de beginjaren. Ze zijn beslist niet op een paar handen te tellen, degenen wier leven zinvoller is geworden dank zij de wekelijke zondagochtendtrainingen. En wat al vriendschapsbanden zijn er niet gesmeed. Onbegonnen werk om weer eens de talrijke activiteiten en de roemrijke sportprestaties van onze beste clubleden in binnen- en buitenland te belichten. Velen hebben de laatste paar jaar de clubrangen vervoegd en verheugend is het vast te stellen dat een aantal, die tien of twintig jaar geleden de stal hebben verlaten, nu terugkeren. Verheugend is ook  dat de banden met het Verenigd Koninkrijk steviger worden, via de jaarlijkse verbroedering met de Hastingsrunners, zowel in Hastings als in Grijsloke. Ja, er is veel nieuw en jeugdig bloed, maar ook de ouderen haken niet af: gaat het lopen niet meer, dan wordt er gewandeld op zondagmorgen. Zeven kilometer, anderhalf uur…

    Het leven is een lach en een traan. Laat het niet anders zijn in Grijsloke. Er zijn tranen gevloeid in 2015. Voor Martine Debosschere heeft het noodlot wel heel hard toegeslagen. Zestien jaar geleden (28.12.1998) zeeg haar echtgenoot Patrick, een van onze actiefste leden, op een kille decemberdag dood neer toen ze samen aan ’t joggen waren in Grijsloke en op 20 april 2015 had het fatum hetzelfde lot in petto voor Martines broer Noël, die vriendelijke man die eveneens lid was van onze club. Hij stortte ineen bij de aankomst van de Vijfkerkenloop in het domein “de Ghellinck” te Elsegem. Anderhalf jaar later, op 14 december 2016 ging Ann Vindevogel van ons heen. Een beminnelijker dame kan men zich niet voorstellen. Tot de laatste paar weken vóór haar dood kwam ze trouw naar de wekelijkse training, lief en opgewekt tot de laatste snik. Ze was zevenenvijftig, even oud als Noël. Ze was de moeder van Jelle Demaré, die ik kende van de jaarlijkse studentikoze Gravensteenfeesten in Gent. Tijdens het academisch jaar 2012-13 was hij, negenenveertig (!) jaar na mij (O jerum…) senior seniorum, zegge de preses van het hele Gentse studentenheir.

    Met Ruben Decoutere hadden we in 2015 een super begaafde knaap als clubkampioen in het veld. En in 2016 was het Frederic Vandenheede dewelke die eer te beurt viel. Frederic die al meerdere DDG podiumplaatsen in de wacht had gesleept was ondertussen een volwaardig clublid geworden. Een versterking die kan tellen. Kampioen bij de vrouwtjes was Griet Demeyer, twee jaar tereke.

    DDG in 2015. In de 6,7 km moest onze Stephen Soetaert enkel voor Francis Van Steenbrugge de duimen leggen en bij de vrouwtjes stond Charline Vanneste weer op het hoogste schavot. De grote koers werd gewonnen door een onbekende klepper, Mohamed Blirouk (Birouk Mohammad vlgs. andere bronnen) met 19” voorsprong op een flinke tweede, Nico Serroen. Ook hier was de eerste bij de vrouwen dezelfde als in 2014: Ann Parmentier.

    DDG in 2016.  Hans Omey schreef de korte koers op zijn naam. Bij de dames kwam Charline Vanneste als eerste over de meet, voor het derde jaar op rij. Voor een dergelijke prestatie moeten we teruggaan tot Katja Merlin in 1996 (hoe zou ’t nu nog zijn met mooie Katja?). De lange koers werd dit jaar met één ronde ingekort vanwege de hitte. Bij de dames ging de zege naar Annelies Deketelaere. Bij de heren: kolfje naar de hand van Francis Vansteenbrugge, die met deze prestatie voor de tiende (!) maal zijn plaats kreeg op het podium van DDG, waarvan niet minder dan zes maal op het hoogste schavot. Heeft iemand er bezwaar tegen dat ik mijn naamgenoot bij deze uitroep tot “Mister Dwars door Grijsloke”?

    En verder… We schrijven 2017. DDG is levend en kerngezond. Wie van de pioniers van 1981 had dit ooit durven dromen: de euforie van de beginjaren, de bloei van de club, de 37e die voor de deur staat. Wijzelf lopen niet meer, maar wij genieten nog van de zondagse “wandeling” in clubverband en we houden niet op ons te verheugen in onze nakomelingen. De toekomst van Grijsloke lijkt meer dan ooit verzekerd. 

    De geschiedschrijving laat ik nu aan een ander over. In stijl, met een vers dat ik ontleend heb aan onze grote dichter Guido Gezelle, zijnde de laatste strofe van “Boerke Naas” (1)  

    Hier stoppe ik.

    Dichte een ander nu

    ne voois op DDG.

    ’t Is waar, ’t en is ’s werelds grootste niet

    maar ’s werelds mooiste is het zeker wel.

    Kris Vansteenbrugge.

    Voor de verhalen van de voorbije jaren: www.bloggen.be/kris.

    (1) Lees het verhaal van Boerke Naas op www.bloggen.be/pierpont (vanaf 1 mei 2017)

     


    17-04-2017 om 16:24 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-01-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (37)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 37: 2014, mooi en meedogenloos.

    Een mooi jaar voor onze loopclub. Ongetwijfeld. De club bulkt van het looptalent. Van piepjong tot… iets minder jong.  Voor “jong” staat Robin Demeestere, zoon van Lieven en Annick en provinciaal kampioen bij de pupillen. Met 14 overwinningen en 2 tweede plaatsen op 16 wedstrijden in ’t jaar 2013 was Robin de trofee van Sportverdienste van de stad Anzegem ten deel gevallen. Voor “iets minder jong” staat Monique Bauters die zopas wereldkampioene marathon was geworden in de categorie 65+.  De clubcross in maart kreeg bij de vrouwen een podium om van te snoepen: Sophie Christiaens, Griet Demeyer, Sylvie Christiaens. Bij de mannen werden de podiumplaatsen bezet door een jeugdig trio dat in de toekomst ongetwijfeld hoge ogen zal gooien: Stephen Soetaert, Ruben Vercouter en Bjorn Desmet. Naast de talloze traditionele clubactiviteiten was er dit jaar véél goed nieuws, o.a. vanwege opa Gilbert die in de Anzegemse bib gelauwerd werd omwille van zijn haiku’s die een jaar lang werden tentoongesteld. Er werd een quizploeg op de been gebracht die al meteen een succesje uit de brand sleepte (het hoofd en de benen! weet je wel). In februari werd een Valentijnloop georganiseerd waaraan achtenvijftig lopers deelnamen, naast twaalf wandelaars; allen werden beloond met pralines, ideaal voor verliefde harten. Mooi was ook de verbetering die aangebracht werd aan ons clubhuis “De Kleine Kluis”, op het gebied van acoustiek, centrale verwarming, douches, warm water, airco… En wat gedacht van de feestelijke huldiging in de maand september van ’s lands grootste marathonloper aller tijden, tevens lid van onze club, Aureel Vandendriessche? Er was ook een tentoonstelling en… de aanwezigheid van ’s lands beste atleten uit de ’60 en ’70-er jaren.

    Een mooi jaar, zeer zeker, maar tegelijk een meedogenloos jaar, een annus horribilis! Tegen ’t eind van de maand bereikte ons het ontstellend nieuws van het plotse overlijden van onze bekwame en geliefde clubdokter Luc Termote, 58 jaar oud. Het voorjaar was nog niet ten einde maar de zondagse trainingen werden al weer gehouden op het zomerparcours, toen onze ongeëvenaarde trainer Gilbert Terras – hij liet zich gaarne “opa Gilbert”noemen – ter ziele ging. Tijdens de homilie die ik tijdens de begrafenis mocht houden, noemde ik hem de veelzijdigste Anzegemnaar van de 20e en het begin van de 21e eeuw, en ik eindigde met één van zijn tarijke haiku’s, één waaruit blijkt hoe hij naar het einde toe zijn krachten voelde achteruitgaan, evenals het licht van ogen, maar ook hoe hij optimistisch was in verband met een nieuwe generatie: Licht en duisternis / de zon zakt zienderogen / terug naar morgen. Op 21 september ging de Ieperse marathonloper Willy Lemaire van ons heen. Hij was lid van onze club. Het aantal marathons door hem gelopen zal niet met twee cijfers te schrijven zijn. Onnoemelijk goede herinneringen draag ik met me mee, aan deze kleine eenvoudige man met de grote snor, “marathon Willy” van Bachten-de-Kupe: we hebben samen marathon gelopen in Chicago, in Zuid-Afrika, in Honolulu… En alsof dat allemaal nog niet genoeg was overleed op 25 oktober onze Engelse vriendin Brenda Boyle, ten gevolge van een slepende ziekte. Twee maand eerder had ze haar laatste wedstrijd gelopen: in Grijsloke! Twintig Dwars door Grijslokes, op zijn minst, had ze op haar palmares staan. De gulhartigheid die de lieve Brenda uitstraalde, de  warmte van haar enthousiaste omhelzingen… ze zijn ongeëvenaard.

    Dwars door Grijsloke kreeg er dit jaar een koersje bij: via de Ketsersdreef, over 3,2 km. De winnaar was Thomas Deconinck; bij de vrouwen was het Sylvie Christiaens. In de koers over 6,7 km kwam Francis Van Steenbrugge ditmaal slechts als tweede over de meet: hij moest de duimen leggen voor Steven De Loose. Onze Stephen Soetaert was derde. Charline Vanneste was eerste vrouw. Op de grote afstand (18,9 km) was het nog eens Oost-Afrika boven met Mohamed Berok. Hij won vóór Nico Serroen. Primus bij de dames was hier Ann Parmentier. Nieuwbakken voorzitter Wim Vanrijckegem – eindelijk eens een “échte loper” aan het roer! – kon al bij al fier zijn: het aantal deelnemers lag een  stuk (meer dan honderd) hoger dan ’t vorig jaar en dat beloofde voor de toekomst.


    01-01-2017 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-11-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (36)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 36: De jaren 2011-13.

    2011 was een feestelijk jaar voor de club. Op de nieuwjaarsreceptie, waar naar goede gewoonte, burgemeester en schepenen aanwezig waren werd eraan herinnerd dat Loopclub Grijsloke dertig jaar geleden het levenslicht zag. In het januari-nummer van het clubblad kregen twee clubleden een speciale vermelding: Carline Deseyn en Jean-Marie Vandenheede. Carline ging het jaar in als Belgisch kampioene marathon; met 35 marathons op haar palmares kon ze evenwel nog niet tippen aan de 101 van haar vader Jan. Jean-Marie had op oudejaarsavond nog snel een marathon meegepikt in Meerssen (bij Maastricht), waarmee de teller bij hem op 50 kwam te staan, nog net vóór zijn vijftigste verjaardag op 3 januari.

    Van de klassieke clubactiviteiten (filopori, bedevaartloop, Beukenhof, weekend aan zee, oriëntatieloop…) weze nog eens het crosskampioenschap van de jaren 2011-13 vermeld. Bij de dames werden respectievelijk Christine Hanssens, Sofie Christiaens en Ria Dereu als winnaar gekroond. Bij de heren  was er drie jaar na elkaar geen kruid gewassen tegen onze opkomende ster Stephen Soetaert. En het was diezelfde Stephen Soetaert die Loopclub Grijsloke definitief op de kaart zette in het Verenigd  Koninkrijk (voor zover dat nog nodig was…) door geweldige prestaties in de superzware halve marathon van Hastings, de grootste loopkoers op Britse bodem (na de London Marathon). In 2012 werd Stephen 17e (in 1.15.13) en in 2013 werd het een 7e plaats in 1.13.42. Twee jaar na elkaar werd hij hiermee gekroond tot eerste buitenlandse atleet en wat meer is… telkenmale viel Loopclub Grijsloke de eer van eerste buitenlandse club te beurt.

    Op 20 en 21 oktober 2012 was er een weekend Amsterdam en op 8 november 2013 trokken we ons beste pak aan voor de première van de Vlaamse film “Marina” in Kinepolis Kortrijk… uitsluitend voor Loopclub Grijsloke. Maar er was ook droefenis: op 4.12.2012 moesten wij afscheid nemen van een trouw en minzaam clublid: Marc Sardeur, echtgenoot van Anneke Dhaene, die tot op heden nog iedere zondagmorgen op post is op de wekelijkse training in Grijsloke.

    Qua aantal deelnemers waren de jaren 2011-13 “matige” jaren. Het aantal lopers aan de finish bedroeg  703 in 2011, 740 in 2012 en slechts 604 in 2013, waarmee meteen het absoluut “diepterecord” (tot op heden) werd gevestigd. En dat een week nadat de vernieuwing van Grijslokes dorpskern was gevierd… Zat die vermaledijde “13” er weer voor iets tussen?

    In de 7 km-wedstrijd was Fabrice Laga (reeds winnaar in 2007) de beste in 2011, vóór een Oost-Afrikaan, Frederic Van den Heede (reeds winnaar in 2010) en ons beloftevol clublid Stephen Soetaert. In 2012 was Francis Van Steenbrugge de winnaar. Door zijn overwinning in de 10 mijl twee jaar tevoren had Francis bewezen dat hij het ook kon op de lange afstand. Soetaert was nu derde. In 2013 tenslotte was Francis eerste, vóór Frederic. Het was voor beiden reeds de zesde keer dat ze op het podium stonden van Dwars door Grijsloke. Bij de vrouwen was de overwinning weggelegd voor Ulrike Debie (2011), Sylvie Verthé (2012) en Axana Dheedene.

    De grote afstand (10 mijl in 2011 en 2012, 21 km in 2013) werd in 2011 gewonnen door Stijn Fincioen, in 2012 door Stijn Vandevelde (zijn 3e overwinning en 5e podiumplaats) en in 2013 weer door Stijn Fincioen, vóór onze Dimitri Delombaerde die hiermee vriend en vijand verbaasde. Bij de vrouwen won Veerle Vanlinden voor de tweede maal in 2011 en Ria Tienpondt voor de derde maal in 2012. In 2013 was Trui Depondt eerste.

    01-11-2016 om 06:47 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-09-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (35)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 35: Dertigste editie: weer een jubileum.

    Dertig jaar “Dwars door Grijsloke”, da’s een flink stuk van een mensenleven. Een jubileum. Loopclub Grijsloke en het clubblad (INFO loopclub Grijsloke) zijn één jaartje jonger, maar dat neemt niet weg dat we ze in een zelfde hulde betrekken. Dertig maal proficiat dus, want ’t is dertig jaar goed geweest. Onze trainer en duivel-doet-al Gilbert Terras heeft al die jaren de leiding en de verantwoordelijkheid over de club en het clubblad op zich genomen, maar voor dit jaar heeft hij zich voor wat het clubblad betreft laten bijstaan door Hans Noyelle. Hans heeft zich van zijn taak als eindredacteur naar behoren gekweten. Met zijn rubriek “Het Startschot” houdt hij ons telkens voor wat de club de komende paar maanden in petto heeft. Er zijn talrijke weerkerende rubrieken:

    - De trainingskalender van de club: met de clubactiviteiten  voor de komende twee maanden;

    - De rubriek “Wist u…?”: met het relaas van allerlei spectaculaire, hilarische, ophefmakende of onwaarschijnlijke gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in de schoot van Loopclub Grijsloke. Soms is het héél droevig nieuws: zo lezen we in het eerste nummer van 2010 dat Etienne Thomas ons op 69-jarige leeftijd voor altijd heeft verlaten. Hij was een fervent loper en één van onze trouwste leden. Daarenboven was hij beroepsrenner geweest en zou hij naar verluidt eens Rik Van Looy geklopt hebben in de spurt. Een alleropbeurendst weetje staat ook in dit eerste nummer: Rudy Desmet heeft het embleem van Dwars door Grijsloke (de twee lopers) laten tatoeëren op zijn onderbeen. Eeuwige trouw! Dank u, Rudy.

    - In “Grijsloke on tour” vertellen leden van de club over hun deelname aan een (meestal) buitenlandse marathon, vaak geïllustreerd met foto’s van hun exploot en gekruid met bijhorende zonderlinge en/of pikante verhalen.

    - De loper van de maand (of het jaar): het is de bedoeling dat alle actieve leden in de mate van het mogelijke op een dag aan de beurt komen, want iedereen wil wel eens in het zonnetje gezet worden.

    - Nieuw is het artikel “Straffe mannen”. Dit jaar wordt hier telkens een “straffe man” of een “macho” in de bloemetjes gezet. Onder “macho” verstaat men in onze loopclub:”een gepensioneerd lid van de club, die zijn sporen in de loopsport heeft verdiend, blijk geeft van een goed tooghanger te zijn, weinig spreekt, zij het omdat hij niet durft, niet kan, niet wil of niet mag (van zijn vrouw bv.) en blijk geeft over een goede intelligentie te beschikken. Zes macho’s passeerden dit jaar de revue: Luc Termote (onze clubdokter, die weliswaar niet aan alle macho-voorwaarden voldeed), Jean-Marie Planckaert, Johan DHaene, Gilbert Moerman, Lucien Voet, Ivan Amez.

    … (naast de andere rubrieken over de vele uitstappen, verrassingsreizen, oriëntatietochten en jubileumvieringen) De klassieke weekenduitstap was toe aan zijn 20e editie (voor de 10e maal aan zee) en ook de filoporitest was al aan zijn 10e uitgave. O, wat gaat het vlug…

    De wedstrijd in augustus kon bezwaarlijk een tegenvaller genoemd worden. Er waren 805 inschrijvingen en dat was het hoogste aantal wat in de periode 2006-2015 werd genoteerd. De 7 km werd gewonnen door Frederic Van den Heede, die na verscheidene top-3 plaatsen in vorige jaren eindelijk de vreugde van de overwinning mocht smaken. Bij de dames kwam de eer toe aan Sofie Christiaens. Zij is beroepsmilitair en heeft reeds vele militaire kampioenentitels op haar palmares, dit alles tot grote vreugde van haar vader Theo die niet alleen zelf een voortreffelijk langeafstandloper is, maar tevens een van de trouwste leden van onze loopclub. Francis Van Steenbrugge  die in ’t verleden vooral in de kortste afstand had geschitterd, behaalde dit jaar een mooie overwinning in de 10 mijl en op diezelfde afstand deed Ria Tienpondt haar overwinning van 2007 nog eens over.



    01-09-2016 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (34)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 34: De jaren 2007-2009.

    De laatste paar jaar (2005-6) werd het voorzitterschap van Dwars door Grijsloke waargenomen door Gerrit Glabeke, maar door ziekte moest Gerrit afhaken en toen kwam er weer een dame aan ’t bewind: Martine Crommelinck. De tijd van de lange voorzitterschappen (Robert Forêt 1981-90, Claudine Dejonghe 1991-2005) leek voorbij want na drie jaar zou ook Martine er de brui aan geven. Voor de loopkoers waren dit allerminst de succesrijkste jaren: het aantal deelnemers aan de finish bedroeg in die drie jaar, gemiddeld genomen, nog geen zevenhonderd. Dat lieten ze in de loopclub nochtans niet aan hun hart komen. De clubkleuren werden verdedigd in tal van grote loopkoersen in binnen- en buitenland. We pikken er lukraak een paar uit… In oktober 2007 trokken we met vijfenvijftig clubleden naar Reims: 15 namen er deel aan de 10 km, 10 aan de halve marathon, 5 aan de marathon. In het voorjaar van 2009 namen 17 leden van Loopclub Grijsloke deel aan de marathon van Rotterdam: Kurt Vanmarcke liep daar een schitterende tijd (2.51.58). Vele activiteiten van de loopclub waren traditie geworden, niet meer weg te denken. Ik noem er enkele: de bedevaartloop op moederkensdag (de 2e zondag van mei), de nachtelijke oriëntatieloop (de 1e zondag van december), de verbroederingsloop met de Beukenhofjoggers, de verbroederingsfeesten met de Hastingsrunners in maart (in Hastings) en augustus (in Grijsloke), en bovenal het verlengd winterweekend dat nu zijn vaste stek scheen gevonden te hebben aan zee, in Nieuwpoort.

    Er was evenmin gebrek aan competitie tussen de clubleden onderling. De filoporitest was ook al een jaarlijkse traditie geworden en kende een groeiend succes. Jan en Elke Ottevaere vormden in die jaren een haast niet te kloppen team. Een andere jaarlijkse krachtmeting was de clubcross. In 2007 was Geert Windels de beste. Dat jaar schitterde Geert ook in de zware 20 km van Brussel met een tijd van 1.19.06, als eerste van een dozijn deelnemende (en ook finishende) Grijslokenaren. Bij de dames werd Charline Dewaele crosskampioen. In 2008 en 2009 was het weer Charline, maar bij de mannen stond er nu telkens geen maat op het meesterschap van Dimitri Delombaerde.

    Op 15 juli 2007 heeft Lucien Taelman Abraham gezien, ’t is te zeggen: onze “mister DDG” en super-langeafstandloper vierde zijn vijftigste verjaardag. Dat jaar overleed Remi Vanmarcke op 84-jarige leeftijd. Hij was de grootvader van onze Anzegemse top-wielrenner Sep Vanmarcke. In 2005 had hij nog deelgenomen aan DDG en hij was jarenlang trouw op post geweest bij de wekelijkse trainingen. Zelfs op zijn tachtigste had hij een mooi atletisch lichaam en als hij in een begenadigde dag was moest menig jongeling (van in de zestig) op de tanden bijten om zijn tempo te volgen – schrijver dezes kan daarover meepraten. Het bericht van zijn heengaan kwam dan ook als een droevige verrassing. In 2008 leverde ons trouw clublid Tony Vandendriessche een opzienbarende prestatie: hij trok naar de marathon van Boston en werd daar 6821e op vijfentwintigduizend deelnemers, in een tijd van 3.30.28. Weliswaar een stuk trager dan zijn vader Aureel in 1963 toen hij deze, toentertijd grootste marathon ter wereld won tegen alle beste marathonlopers, Olympisch kampioen Bikila Abebe incluis (*). Een prestatie die Aureel in 1964 nog eens overdeed. Wat ons clublid Willy Lemaire  in 2009 op 61-jarige leeftijd verwezenlijkte is zeker ook het vermelden waard: “marathon Willy” liep in Griekenland de authentieke marathon, van Marathon naar Athene, ten voordele van Artsen zonder Grenzen. Het was zijn 110e marathon!

    Hoe verliepen de koersen, dwars door Grijsloke, in de “Crommelinck-jaren”?...

    1/ De 7 km mannen. Frederic Van den Heede, die in 2001 en 2003 reeds 2x op het ereschavot had gestaan, voegde nog twee podiumplaatsen toe aan zijn erelijst (3e in 2007, 2e in 2009). Het hoogste schavotje moest evenwel nog komen voor Frederic, één van onze trouwste deelnemers en grootste “podiumpakkers”. Op dat hoogste schavotje stonden in deze periode: in 2007 Fabrice Laga, in 2008 Dimitri Caby (derde overwinning en zevende podiumplaats in DDG), in 2009 Dieter Van de Walle.

    2/ De 7 km vrouwen. In 2007 won Veerle Vanlinden vóór Ann Parmentier. Beiden zouden in de toekomst overschakelen naar de 10 mijl en op die langste afstand meer dan één keer als primus over de meet komen. In 2008 won Els Verthé voor de derde keer en in 2009 was de overwinning voor onze Annie Vermeulen uit Kluisbergen.

    3/ De 10 mijl mannen. In 2007 was “het podium” quasi hetzelfde als het vorig jaar (1e Vandevelde, 2e Clyncke); enkel Caby, die het nu eens op de langste afstand had geprobeerd, kwam daar een stokje vóór steken door de derde plaats af te snoepen van tweevoudig winnaar Ghirma. In 2008 namen de Oost-Afrikanen weerwraak met een eerste, tweede en negende plaats (resp. El Hachimi, Gemeda en Tedros). Vandevelde moest vrede nemen met “brons”. Ook in 2009 was er geen derde overwinning voor Vandevelde: ditmaal moest hij zijn meerdere erkennen in Hans Reigel, een atleet uit Lebbeke..

     4/ De 10 mijl vrouwen. Van 2007 t/m 2009 ging de zege naar resp. Ria Thienpont, Veerle Vanlinden en Veerle Dhaene.

    (*) De tekening van onze grote kampioen Aureel Vandendriessche is van Jan Bauwens, filosoof en veelzijdig kunstenaar, die in lyrische bewoordingen de eerste medaille van Dwars door Grijsloke bezong in het boek "Grijsloke 2000". Het boek is gratis te verkrijgen door ieder clublid die zich inschrijft voor DDG 2016.

    01-07-2016 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-05-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (33)
    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 33: DDG komt een zware slag te boven.


     
    Een van de zeldzame foto's van Roger Dejonghe

    In ‘t begin van ‘t jaar 2006 was onze koers 25 jaar oud en ons bereikte het ontstellend en bloedstollend bericht dat Roger Dejonghe was overleden. Plots! De meerderheid van de leden van DDG kenden Roger niet eens en toch… weinige insiders zullen mij tegenspreken als ik beweer dat hij, na het afscheid van Lucien Van Lancker in 2000, de belangrijkste rader was in de DDG-machinerie. Men beweert wel eens dat achter iedere sterke man een sterke vrouw staat. In het geval van “Dwars door Grijsloke” stond achter voorzitster Claudine een beresterke man: Roger! Een man die geleefd en gewerkt heeft voor de koers, twintig jaar lang, dag en nacht: contacten onderhouden en nieuwe contacten leggen met de sponsors, met de deelnemers, de gemeentelijke overheden, de leveranciers, het rode kruis, de verslaggevers, de aankomstrechters… Dat weinigen hem gekend hebben komt doordat hij de bescheidenheid in persoon was en zich niet onder de mensen begaf. Nooit verliet hij zijn woning; hooguit ging hij wat werken in zijn moestuin of vertoonde hij zich een enkele keer in zijn voortuintje met zijn geliefde hond Bari. Daar keek hij naar de lopers die voorbij zijn huis passeerden en hij installeerde daar een verfrissingspost met drank en sponsen. Ook de wielerkoersen die de Kwaremont aandeden bekeek hij gaarne live, maar dan van in zijn woning… met de verrekijker.

    Roger was niet alleen een harde werker voor de koers, hij was tevens een briljante geest en dat is hij geweest van kinds af aan. Wij liepen samen school, hij was steeds de eerste van de klas met een puntenpercentage dat de honderd benaderde. Jammer dat ziekte hem in later jaren parten speelde. Begin 2006 gaf Roger plots de geest. Hij zat gebogen over zijn bureau, werkend voor DDG. Ik omschrijf hem het liefst als volgt: een zeer lieve en innemende man die een klare kijk had op alles, een man die nooit gelijk wilde krijgen, ofschoon hij dat altijd wel hád.

    Velen hebben gevreesd dat dit droevig heengaan de doodsteek zou betekenen voor DDG, maar zoals wij nu weten, is dat, God zij dank, niet het geval geweest. De 26e uitgave van DDG kende een gelukkig verloop. In de club waren er activiteiten voor jong en oud. Niets van wat in ’t verleden goed was geweest, werd overboord gegooid: de uitstappen, de trainingen, de clubkampioenschappen, de feestjes, de reizen naar binnen- en buitenlandse wedstrijden. De filoporitest van dat jaar was er één uit de duizend.

    In de korte afstand stond er geen maat op Dimitri Caby en op diezelfde afstand was het ditmaal Els Verthé de haar tweelingzus Sylvie opvolgde op het hoogste schavotje (het vorig jaar was het net andersom geweest). Zus Sylvie had zich dit jaar immers aan de grote afstand (10 mijl) gewaagd en die wedstrijd had ze dan ook met glans gewonnen tegen de winnares van ’t vorig jaar, Patricia Delvael. Maar wie stond daar als derde op het schavot? Niemand minder dan de Zeelse Katja Merlin.  In 1988 (ze was toen nog piepjong) won ze de 7 km voor ’t eerst en ze zou dat in totaal niet minder dan 6 x presteren (er kwamen ook nog twee tweede plaatsen bij). Haar laatste overwinning was in 2001 (telkens op de kortste afstand). De jaren die volgden bleef ze afwezig… tot nu. Meteen de grote afstand en een 3e plaats. Was het een tegenvaller voor mooie Katja? Wat er ook van zij, tot op de dag dat ik deze regels schrijf heeft ze zich niet nog eens in Grijsloke vertoond. En dat is jammer: haar aanwezigheid liet telkens menig mannenhart sneller kloppen.

    Toch ging de meeste aandacht uit naar de mannenloop over 10 mijl. Zouden de Oost-Afrikanen, en dan in ’t bijzonder Waldu Ghirma, voor de derde opeenvolgende maal domineren? Dat was duidelijk zonder Stijn Vandevelde gerekend, een jongeman uit Otegem. Ook Christophe Clyncke, die de vorige jaren respectievelijk 1e, 3e en 2e was geëindigd, moest zich bij het meesterschap van Vandevelde neerleggen. Waldu Ghirma werd slechts derde.

    2006! Het jaar dat Claudine afscheid moest nemen van haar echtgenoot. Het jaar ook dat zij het voorzitterschap van Dwars door Grijsloke doorgaf aan Gerrit Glabeke.. Vijftien jaar lang had zij dat voorzitterschap waargenomen. Ze zou evenwel in de jaren die volgden de organisatie met raad en daad blijven steunen en na de zondagse trainingen was zij vrijwel steeds aanwezig in het clublokaal. Haar naam zal altijd verbonden blijven aan de loopkoers “Dwars door Grijsloke”.

    Kris Vansteenbrugge,

    www.bloggen.be/kris; www.bloggen.be/dzeus; www.bloggen.be/pierpont; www.bloggen.be/zerar.


    01-05-2016 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-03-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en LoopclubGrijsloke (32)


    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.


    Deel 32: De mijl en… Afrika boven.

    In de loop der jaren - de allereerste DDG niet te na gesproken -  werd er in Grijsloke maar weinig gesleuteld aan de twee belangrijkste wedstrijden. De kortste wedstrijd is tot op heden zo goed als onveranderd gebleven: zeven kilometer (bij benadering!). Enigszins anders toch verging het de langste koers. En eerste verandering was er gekomen in 1992, toen de eerste van 3 marathons werd gelopen. Er diende toen een landmeter aan te pas te komen: stel u maar eens voor dat er een nationaal of wereldrecord zou gelopen worden en dat het record niet zou gehomologeerd worden, wegens incorrecte afstand… Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om de “twintig kilometerwedstrijd” eens exact op te meten. En wat bleek? Die twintig km. bleek er nauwelijks negentien te zijn… Er werd van de nood een deugd gemaakt en de “20k” werd vanaf 1992 een heuse, exact opgemeten, halve marathon. Daartoe werd een kleine ronde ingelast via de Ketsersdreef, als aanloop tot de drie grote ronden. Maar… het aantal deelnemers aan de “20k” daalde in de loop van de komende tien jaar tot één derde (737 finishers in 1990 tgo. 246 in 2001). Een halve marathon, op het zwaarste parcours van Vlaanderen, was voor de meesten moeilijk te verteren. Er werd wijselijk beslist om de langste afstand in te korten tot 10 mijl, een dikke 16 kilometer. Die wijziging kwam de lange afstand wel enigszins ten goede, maar kon niet verhinderen dat het totaal aantal deelnemers aan beide koersen (met inbegrip van de kinderwedstrijden) nu definitief onder de duizend daalde. In Grijsloke maalde men niet om die achteruitgang. Een kleiner aantal deelnemers kwam de organisatie ten goede, de lopers spraken nog steeds vol lof over Dwars door Grijsloke en… de organisatoren van vele stratenlopen zouden maar wat blij geweest zijn met een deelnemersveld als het onze.

    Merkwaardig verschijnsel: boerde de koers wat achteruit, de club bloeide als nooit tevoren. Het aantal leden van Loopclub Grijsloke mocht ondertussen op minstens vijfhonderd geschat worden (meer dan tweehonderd families!) en het aantal activiteiten nam in evenredigheid toe. Voor vele clubleden – de ouderen niet in het minst – waren de looptraining op zondagmorgen en de “nabeschouwingen” tussen pot en pint, een onmisbaar en niet weg te denken ontspanningsmoment geworden.  

     

    2004 was het jaar dat de Oost-Afrikanen hun intrede deden in Grijsloke. Vier zwarte mannen stonden aan de start van de 10 mijl: Ghirma Woldu, Aman Gemeda, Abdi Kouma en Theogenes Munyeshyaka. Aan de finish waren ze respectievelijk 1e, 2e, 4e en 6e. Enkel de winnaar van 2002 Christophe Clyncke (3e) en de Dendermondse veteraan (cat. M6 = 50-60jarigen) Ion Damian slaagden erin een wig(je) te drijven tussen al dat gekleurd geweld. Damian, een atleet met Oost-Europese roots, was een gerenomeerd veldloper geweest en later een van ’s lands beste stratenlopers. Ook bij de vrouwen was het een Oost-Afrikaanse die er met kop en schouders bovenuit stak: Monia Aboulahcen. Met een tijd van 59’54” finishte zij amper negen seconden na de beste man van onze club, Carlo Verleyen. De tweede dame, Patricia Delvael, en de derde, onze Annie Vermeulen, dienden zo maar eventjes resp. 8’45” en 9’18” toe te geven. De 7 km. werd gewonnen door Francis Van Steenbrugge voor Dimitri Caby en bij de dames was Els Verthé iedereen te vlug af.

     

    In 2005 stond Ghirma Woldu weer op het hoogste schavotje van de 10 mijl. Clyncke was tweede en de 46-jarige gewezen winnaar Filip Vanhaecke derde. Bij de dames was winnares Patricia Delvael zo’n drie minuten sneller dan ’t jaar ervoor. In de 7 km speelden Dimitri Caby  en Francis Van Steenbrugge haasje-over ten opzichte van ’t vorig jaar: Dimitri haalde het met 3”. SylvieVerthé volgde haar tweelingzus Els op als winnares van de kortste afstand. 


    01-03-2016 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-01-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (31)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 31: Opflakkering (2002 en 2003).

    De vrees dat het aantal deelnemers nu gestaag in dalende lijn zou gaan werd een halt toegeroepen in 2002. Aan de aankomst waren er bijna 200 deelnemers meer dan ’t jaar te voren (1168 om precies te zijn) en ook in 2003 was dat aantal nog boven de duizend. De filoporitest in ’t voorjaar was reeds een begrip en begon al even traditioneel te worden als die andere voorjaarsevenementen: de verbroederingsloop met de Beukenhofjoggers, de bedevaartloop, het weekend aan zee, de clubcross… In 2002 werd die cross gewonnen door een van de allergrootste atleten van onze loopclub, Philiep Steelandt. De “geklopten” waren ook niet van de minsten: Carlo Verleyen, Wim Van Rij-ckegem (onze huidige voorzitter) en Dimitri Delombaerde. In 1983 had Philiep Steelandt zich in Grijsloke onsterfelijk gemaakt, na een heroïsche strijd om de eerste plaats met Peter Daenens die toen gold als een van ’s lands grootste medaillekandidaten voor de Olympische Spelen. Pas op het laatste moest Philiep de duimen leggen. Achttien jaar later (augustus 2001) zou hij een nog heroïscher prestatie leveren in… China. Hij nam er deel aan een langeafstandswedstrijd (“De Zijderoute”) in 11 etappes. Er werd onder meer door het Himalayagebergte gelopen; extreem hoog en koud dus. Er waren woestijn- en stadslopen, een “tijdrit” en de beklimming van de fameuze Chinese muur waarbij duizend treden dienden overwonnen te worden. Er was ook een tocht van 160 meter onder de zeespiegel, bij een temperatuur van 40 tot 50 graden. Philiep won meerdere etappes en werd tweede in de eindstand. Er waren 184 deelnemers van over de hele wereld…

    Sfeer en gezelligheid, vernieuwing en avontuur stonden hoog in het vaandel. Getuige daarvan de oriëntatietocht in 2002 van Loopclub Grijsloke in de Ardennen (Viroinval), de fakkeltocht en de nachtelijke “bietenwandeling” in datzelfde jaar, de nachtelijke oriëntatietochten rond het feest van Sinterklaas… In 2003 trokken meer leden van de club dan in andere jaren naar de “Course des Terrils” in Frankrijk omdat die koers dat jaar… ’s nachts werd gehouden. Een van de loopwedstrijden waar wij met velen heentrokken was de Zuidersterloop in Capelle a/d IJssel bij Rotterdam (twee jaar eerder waren wij er ook al geweest).

    Op 22 mei 2002 bereikte ons het droevig bericht van het overlijden op 85-jarige leeftijd van Albert Debeurme. Hij was één van de vijf échte pioniers-van-het-eerste-uur van Dwars door Grijsloke: samen met Gaston Depoorter, Jules Waelkens, Robert Forêt en Kris Vansteenbrugge (cf. boek “Grijsloke 2000”, foto pag. 26; enkel de laatste twee zijn nog in leven). Albert was een geboren en getogen Anzegemnaar. Hij liep school in Grijsloke (kleuterschool en eerste drie jaar lager onderwijs). In 1981 poseerde hij als vlijtige leerling in de oude klas (cf. boek “Grijsloke 2000”, foto pag. 14). Hij werd huisarts en vestigde zich in Marke. In de streek van Kortrijk was hij een van de populairste en meest geliefde artsen. Hij was verknocht aan de loopsport en was zelf een gedreven langeafstandsloper bij de veteranen. Tot aan zijn dood heeft hij zijn volkse en kwajongensachtige mentaliteit behouden. Zijn speels karakter komt perfect tot uiting in zijn boek “Spelenderwijs”: niemand heeft ooit met meer liefde geschreven over zijn geboortestreek en eerste levensjaren  (uittreksels uit het boek op www.bloggen.be/kris/archief.php?ID=74370). 

    De korte koers (7 km) werd zowel in 2003 als in 2002 gewonnen door Maarten Vergote uit De Pinte. Dimitri Caby was telkens tweede. Dimitri zou in de komende vijf jaar evenveel keer op het erepodium staan, waarvan drie keer op het hoogste schavot. Ook bij de vrouwen zagen we die twee jaar dezelfde overwinnaar: de Oudenaardse Hilde Vanhessche, die eerder ook al twee eerste en één tweede plaats in de wacht had gesleept, maar die we na 2003 niet meer hebben teruggezien. In de grote koers (21 km) was het in 2002 de Bruggeling Christophe Clyncke die De Bergé, de winnaar van ’t vorig jaar, in een spannende spurt achter zich hield. In later jaren zou de getalenteerde Clyncke die prestatie niet meer kunnen herhalen; wel werd hij nog 3x tweede en 1x derde. In 2003 haalde Patrick Vanderstraeten (uit Tubize) een gemakkelijke overwinning. Bij de vrouwen slaagde Siska Matton er in 2002 niet in haar zege van 2001 te hernieuwen: Marijke Guillemijn uit Langemark was die dag te sterk. En in 2003 was de Maldegemse Roossie Van der Jeught de beste vrouw op de halve marathon. 

    01-01-2016 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    01-11-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (30)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 30: Minder deelnemers, hitterecord en Gella.

    Op de uitslagenlijsten van de 21e Dwars door Grijsloke komen amper 977 namen voor. Onder de duizend! Sedert de tweede editie van onze loopkoers (1982) was dit niet meer voorgekomen. Akkoord, de brandende zon, de nooit geziene hittegolf zal er ongetwijfeld voor gezorgd hebben dat velen er de brui aan gaven vóór de eindmeet was bereikt, maar toch… Het vorig jaar waren er nog 1332 die de finish hadden gehaald, zijnde 355 méér… De kranten maakten geen gewag van deze terugval, maar ze blokletterden des te meer over de onmenselijke hitte waarin werd gelopen, over de vierduizend sponsen  en de talrijke tuinslangen die voor afkoeling dienden te zorgen, over de dringende oproep van de organisatoren naar de deelnemers toe om toch maar niet te “forceren” en over… Gella Vandecaveye, één van onze grootste sportvrouwen aller tijden, meervoudig Europees en wereldkampioene judo, die hier voor ’t eerst aan een stratenloopwedstrijd deelnam. Achteraf verklaarde Gella o.a. het volgende:

    (uit “info LOOPCLUB GRIJSLOKE, jaargang 19, nr 6)

    “Germain Lapere, die een vriend des huizes is, had mij al verscheidene keren gezegd hoe tof jullie wedstrijd wel is en dat ik zeker eens moest deelnemen. Aangezien ik na het wereldkampioenschap een rustpauze van twee maanden in het judo had gepland en ik in die periode mijn conditie onderhoud met allerlei andere sporten, paste dit ook goed. Jullie hadden trouwens de primeur, want ik heb nooit eerder aan loopwedstrijden deelgenomen. Ik heb mij inderdaad goed geamuseerd: ik werd hartelijk ontvangen, er was een gemoedelijke sfeer, het parcours is schitterend en de zon was van de partij. Wat wil je nog meer. Reken er maar op dat ik nog terugkom”.

    Gella finishte als 185e van 593 aangekomenen in de 7 km. Katja Merlin stond (na vijf jaar) weer, en voor de zesde maal, op het hoogste trapje in deze wedstrijd, een record dat moeilijk te evenaren zal zijn. Bij de mannen was het de plaatselijke Garry Van de Walle die de Waregemnaar Frederic Van den Heede met negen seconden klopte voor de eerste plaats. Vanaf 2007 zou Frederic bijna niet meer van het podium weg te slaan zijn… Wie ook op zoek ging naar een record op de grote afstand was drievoudig winnaar Didier Knockaert. Al vroeg bouwde hij een flinke voorsprong op, maar één tegenstander had hij helaas over het hoofd gezien: de ongenadige zón! Na 15 km was zijn pijp uit en hij gaf ze dan ook maar aan Maarten. De overwinning was hier voor de minder bekende Bart De Bergé uit Bredene. Geen vierde overwinning dus voor Knockaert. Het record bleef op drie. Bij de dames was het weer Siska Matton op de 20 km.

    Wat de loopclub betreft was er van een terugval geen sprake. Wel in tegendeel. Wat volgt is slechts een greep uit de sportieve clubactiviteiten anno 2001:

    - februari: clubkampioenschap cross;

    - maart: het jaarlijks weekend aan zee, met name in Nieuwpoort (twee overnachtingen in de Floreal; tot op heden 2015 is deze formule onveranderd gebleven!);

    - april: verrassingsreis met twee bussen naar Dordrecht alwaar deelgenomen werd aan loopwedstrijden over 1, 2, 5 en 10 km;

     de verbroederingsloop met de Beukenhofjoggers is reeds aan zijn vijfde uitgave en stilaan een klassieker aan ’t worden;

    - mei: de eerste filoporitest, een uitvinding van trainer Gilbert Terras; het woord staat (ten onrechte) nog steeds niet in de dikke Van Dale maar in het clubblad nr 1 van 2001, jaargang 19, wordt het omschreven als “combinatie van trajecten oriëntatie (lopen/fietsen), afgewisseld met diverse testen op de stopplaatsen”;

     - oktober: voor de marathon van Amsterdam wordt een heel week-end uitgetrokken; een tiental leden van de club nemen er aan deel; een opmerkelijke prestatie is die van onze Jan Deseyn, 61 jaar, die er aan zijn 90e marathon toe was.


    01-11-2015 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (29).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 29: Grijsloke 20(00).

    Het jaar tweeduizend. Het had zo lang onbereikbaar ver in het verschiet gelegen. En plots was het daar: het einde van het tweede millennium. Voor Grijsloke het einde van een tweede decennium…

    Ter gelegenheid van de 20e Dwars door Grijsloke werden de drie brochures die eerder verschenen waren in verband met onze loopkoers, gebundeld tot een vrij lijvig boek: “Grijsloke 2000”. Bij die gelegenheid paste ook een bijzonder aandenken voor de deelnemers: een zilveren lopertje aan een dito halskettinkje. Dit mooie juweeltje was ongetwijfeld mede verantwoordelijk voor het feit dat de daling van het jaarlijks aantal deelnemers die na 1990 was ingezet een halt werd toegeroepen. Maar het ideaal dat velen voor ogen hadden “2000 (deelnemers) in (’t jaar) 2000” bleef bij “wishfull thinking”. Wat niet wegneemt dat 2000 een succesvol jaar was: we vinden 1332 namen terug op de uitslagenlijsten (een pak meer dan de drie vorige jaren), het aantal toeschouwers deed denken aan dat van de allergrootste jaren en het avondfeest in de grote tent met het optreden van “Katastroof”  lokte veel volk. Deze Antwerpse volksgroep stond wekenlang op nummer één in de Vlaamse Top 10, met o.a. “Met de waaiven niks als last”, een slogan die allerminst van toepassing was op onze loopclub, wel integendeel. De pers was vol lof over deze 20e editie en sommige journalisten hadden in hun ijver inderdaad tweeduizend lopers geteld. Bijzonder verheugend was het aantal jongens en meisjes in de jeugdreeksen: 208! Zij immers waren het die de toekomst van DDG moesten verzekeren. Eentje zou doorbreken in de wielersport: Sep Vanmarcke (5e in de 1500 m). Die toekomst lachte ons toe en diegenen die voorspeld hadden dat Grijsloke het jaar 2000 niet zou halen waren lelijk in het ongelijk gesteld.

    De 7 km bij de mannen werd gewonnen door de bijna-veteraan Jos Maes (weer een grote naam op de erelijst) vóór Francis Vansteenbrugge. Het was de eerste verschijning van Francis op het ereschavot, maar het was allerminst de laatste: niet minder dan zes maal zou hij dat in de toekomst herhalen, waarvan vier maal op de hoogste trede! En Francis is nog lang niet versleten… Bij de dames kwam Marianne Verbauwhede als eerste over de meet in de 7 km. Zoals in 1973 en 1977 was het Didier Knockaert die de grootste afstand op zijn naam schreef en bij de dames was het Siska Matton (nóg een grote naam uit de Belgische atletiekgeschiedenis) die hier met de eerste prijs ging lopen.

    Over de activiteiten van de Loopclub en de loopprestaties van de leden in binnen- en buitenland, zullen we kort zijn: onveranderlijk op hoog niveau, een millenniumwissel waardig. Of laten we er toch één uitpikken: ons trouw clublid Monique Bauters uit Ouwegem behaalde in de maand juni in Torhout de titel van Belgisch kampioene maraton bij de veteranen. Een grote internationale carrière stond nog voor de deur: ook daar zou ze de allerhoogste trap bereiken…

    01-09-2015 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-07-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (28)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 28: De post-olympische jaren.

    De jaren die volgden op Grijslokes Olympiade waren “themaloos”. De periode van de medailles was definitief voorbij. Daardoor verminderde de belangstelling van de pers en in de jaren 1997-98-99 stelden we een flinke daling vast van het aantal deelnemers aan DDG. In de uitslagenlijsten vinden we voor die jaren nog resp. 1259, 1282 en 1201 namen terug.

    Een nieuwigheid was de invoering van speciale koersjes voor de kinderen tot 12 jaar (500, 1000 en 1500 m) ter vervanging van de 3 km-loop. Die kinderwedstrijden vielen erg in de smaak, zowel bij onze jongste deelnemers als bij het publiek en tot op de dag van heden zijn ze op het programma van DDG gebleven.

    We kunnen stellen dat de 20 km in het tweede decennium beheerst werden door het trio Deleu-Deruddere-Knockaert. Deruddere (’91, ’92 en ’95)  en Knockaert (’93, ’97 en 2000) wonnen in die periode elk driemaal. Deleu (’94 en ’96) won tweemaal en behaalde daarenboven nog drie andere podiumplaatsen. Slechts twee keer gingen anderen met de eerste prijs lopen: in 1998 was het de minder bekende Koen Lefevre uit Poperinge en in 1999 gaf de 40-jarige gewezen Belgisch marathonkampioen Filip Vanhaecke iedereen het nakijken. Van 1996 tot en met 1999 was de 20 km bij de vrouwen een kolfje naar de hand van Bernadette Jansseune en ook in de 7 km was er één die de plak zwaaide: Hilde Van Hessche (enkel in 1998 moest ze in Ann Kinthaert haar meerdere erkennen). In de 7 km mannen stond Anzegem in vuur en vlam voor dorpsgenoot Christ Ooghe. Drie jaar tereke was hij als tweede geëindigd, na de ongenaakbare Gino Van Geyte, die zoals reeds gezegd tot de nationale loperselite behoorde. Maar in 1999 stond  onze “melkboer” eindelijk op het hoogste schavot: zeventien jaar na Frans Schiettecatte ging onze gemeente weer met een hoofdvogel lopen!

    Had de loopkoers de laatste jaren iets van haar succes ingeboet, voor de loopclub was dat allerminst het geval. De jaarlijks terugkerende evenementen waren  vaste waarden geworden: het weekend aan zee, de bedevaartloop, de oriëntatietochten, de verbroederingen met de Hastingsrunners uit Engeland en met de Beukenhoflopers uit Vichte, het clubcrosskampioenschap, de course des Terrils en… noem maar op. Grijsloke was vertegenwoordigd op talrijke marathons. Soms werd er een heel weekend voor uitgetrokken: Reims, Echternach… In december 1997 namen een dozijn leden van de club deel aan de marathon van Honolulu, aan het ander uiteinde van de wereld, op het parcours van de iron man!

    Die laatste jaren van het tweede millennium verliepen evenwel niet zonder kommer en kwel. Op 28 december 1998 overleed Patrick Vanhoutteghem, één van onze waardevolste clubleden. Hij was vooraan in de veertig, echtgenoot van ons bestuurslid Martine Debosschere en zelf noeste werker voor DDG en de loopclub. In het clubblad van januari 1999 stond te lezen:

    … Hij was jong en zeer begaafd en veelzijdig, beminnelijk en kunstzinnig…

    en verder:

    … zou het waar zijn dat God, net als de Griekse goden, diegene die hij echt bemint, vroeg tot zich roept, d.i. jong laat sterven?...

    Verdriet slijt? Jawel, maar Patrick wordt nog steeds gemist in Grijsloke, op de zondagse trainingen en erná in het clubhuis…


    01-07-2015 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-05-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (27)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 27: De Godenloop.

    Dwars door Grijsloke 1996 betekende het einde van Grijslokes Olympiade (1991-1996). Dit jaar werd de Olympische periode afgesloten met een godenloop: twee Griekse goden – en niet van de minste – stonden op de deelnemerslijst. Jammer genoeg waren de jaloerse weergoden niet van de partij. Het had de vorige dagen hard geregend en ook nu werden we gezegend met een druilerige regendag. En dat was wellicht de voornaamste reden waarom de 2000 deelnemers waarop gehoopt was, niet opnieuw werden gehaald. Maar het kon natuurlijk niet anders of de godenloop kende een daverend succes. Hierna volgt de beschrijving van dit sensationeel evenement zoals beschreven in het boek “Grijslokes Olympiade” (1997):

    Zeus heeft zijn twee meest geliefde kinderen naar Grijsloke gestuurd: Apollo en Athena. Op 31 augustus 1996 stonden ze aan de start van de 7 km-wedstrijd met de respectievelijke borstnummers 1998 en 1999. Apollo in zijn gouden kleed, met lier en boog en pijlenkoker. Athena in volle wapenrusting, gehelmd, met schild en speer en op de borst de kop van Medusa.

    Goden zijn geen partij voor de mensen. Amper tien minuten na de start verscheen Athena al in de laatste rechte lijn die leidt naar de aankomst; dáár had Apollo zowat vijftig meter achterstand. De eerste stervelingen volgden op vele minuten… Er ging een schokgolf doorheen de massa toeschouwers aan de aankomst en er was ook ongeloof.

    En of het spannend werd! Apollo naderde immers zienderogen op zijn tegenstandster. Toen hij, op amper een paar honderd meter vóór de aankomst, Athena dreigde in te rekenen, deed zij met haar speer de zonnegod struikelen wat haar weer een tiental meters voorsprong opleverde. Apollo aarzelde nu niet meer om ook zijn wapen te gebruiken. Lopende nam de “van-verre-treffende” een pijl uit zijn koker en spande de boog. Athena werd in de rug getroffen. Ze slaakte een door merg en been snijdende schreeuw, deinsde even achteruit, zag hoe Apollo haar voorbijsnelde…

    Hoewel gewond – waar zij getroffen was vertoonde haar kleed een grote rode vlek – herpakte ze zich vliegensvlug, zoals alleen goden dat kunnen. Terwijl Apollo zegezeker en triomfantelijk zwaaiend met zijn boog op de eindmeet afstevende, voelde hij opeens de scherpe punt van Athena’s speer, die zijn hals doorboorde. Apollo stuikte nu zwaar gewond ten gronde. En weer stroomde het bloed de Grijslokeberg naar beneden, zoals in de tijd van de messenvechters.

    Het publiek sidderde. Athena zegevierde. En niemand dacht er ook maar over haar te diskwalificeren, want dát weet men in Grijsloke ondertussen wel: de goden strijden met ál hun middelen en ze hebben hun eigen wetten.

    Een sterveling zou het niet overleefd hebben. Apollo echter krabbelde overeind, briesend als een leeuw van woede en pijn, aanroepend zijn vader Zeus en verwensingen uitend aan het adres van zijn halfzuster Athena. Strompelend en uitgeput door het overvloedige bloedverlies kwam hij door de finish, met een achterstand van hooguit twintig seconden. Beide goden werden in dezelfde hulde betrokken, beiden kregen een grote lauwerkrans. De verblufte toeschouwers keken al uit naar de strijd die de stervelingen te leveren hadden, op minuten achterstand.

     

    Die strijd werd gewonnen door Gino Van Geyte, niet de eerste de beste want Belgisch kampioen op de 5.000 m. Hij had die dag nog een kluif aan onze Anzegemse dorpsgenoot Christ Ooghe, die schitterend tweede werd. Bij de dames werd verduiveld “topje” Katja Merlin voor de vijfde maal primus! De zuurstofrijke lucht (bij dit regenweer) en een superieure Gino Deleu (de winnaar van 1994) zorgden voor een toptijd in de halve marathon: 1u 07’ 26”(op dit super-lastig parcours!). Gino hield nummer twee, Geert Deruddere, netjes op afstand en weerhield deze laatste aldus van een vierde overwinning. Eerste vrouw in de halve marathon was Bernadette Jansseune.

    Nog te vermelden dat de 3 km. wedstrijd voor -12 jarigen gewonnen werd door Diego Vandewalle (bij de jongens) en onze Sophie Christiaens (vorig jaar ook laureate) bij de meisjes. En dat er dit jaar geen medailles waren voor de deelnemers, maar wel een speciaal ontworpen veelkleurige T-shirt met de Olympische ringen, waarmee meteen herdacht werd dat honderd jaar geleden de moderne Olympische Spelen werden gesticht.

    foto's van de godenloop op www.bloggen.be/kris v.a. 1/6 a.s.

    01-05-2015 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-03-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (26)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 26: Het jaar van de apotheose.

    Het was reeds aangekondigd op ’t eind van ’t vorig jaar: in 1996 zouden de goden deelnemen aan Dwars door Grijsloke. De Griekse wel te verstaan. Als dank omdat ze via de medailles vijf jaar lang in de belangstelling hadden gestaan in Grijsloke. Welke godenploeg de oppergod Zeus zou afvaardigen was nog de vraag…

    De loopclub zette weer zijn beste beentje voor en deed zo mogelijk nog beter dan het vorig jaar, met activiteiten het hele jaar door. Om er enkele te noemen… In het winterseizoen: o.a. de Nieuwjaarsreceptie, het weekend aan zee, de wafelbak, het eerste cross-kampioenschap (in Oudenaarde). In het lenteseizoen: o.a. de paaseierenloop, de bedevaartloop, de verbroederingsloop met de Hastingsrunners op 12 en 13 mei. In 1991 hadden een tiental dapperen van de Engelse club en vijf lopers van ónze club een estafetteloop ondernomen van Hastings naar Oudenaarde. En nu exact vijf jaar later was de tijd rijp voor een tocht in tegenovergestelde richting. Grijsloke was vertegenwoordigd door Gilbert Terras en Maurice Adams (die er in 1991 ook al bij waren) alsook Christine De Schamp, Hendrik Van Herzeele, Peter Vansteenbrugge en Eric Vancoppenolle. Een foto (uit de krant) van de start (op de grote markt van Oudenaarde) van deze heroïsche verbroederingsloop  kunt u zien op www.bloggen.be/kris. 


    In het zomerseizoen was het alle hens aan dek voor de “godenloop”. Daar vertellen wij u over in een volgende aflevering, maar dat het een weergaloos succes werd kunnen we, voor diegenen die het niet mochten beleven, nu reeds verklappen. En in het najaar waren er nog o.a. het souper van de loopclub, het Sinterklaasfeest en de nachtelijke oriëntatieloop, een nieuwigheid van opa Gilbert: een schot in de roos en voor herhaling vatbaar, zoals blijken zou.

    Ook op zuiver sportief vlak was 1996 een groot jaar voor onze club. Met talrijke stratenlopen in binnen- en buitenland, waaronder veel halve en hele marathons. Nieuw was de marathon van Reims waarvoor een tweedaagse reis werd uitgetrokken. Het juniorteam beleefde eveneens een hoogconjunctuur in die dagen (zie foto uit de krant op www.bloggen.be/kris).


    Marc Waelkens, één van onze beste marathonlopers werd dat jaar een internationale beroemdheid. Echter niet in de loopsport. Ons vriendelijk en bedeesd Marcske bokste op 10 februari in het Duitse Cottbus voor de wereldtitel lichtgewichten tegen de gerenommeerde Duitser Marco Rudolph, die een zilveren medaille had behaald op de Olympische Spelen van ’92 en die als profbokser nog geen enkele partij had verloren. Onze Marc had van zijn veertien profkampen er dertien gewonnen en nog maar één verloren (op punten). Hij was een meester in het ontwijken van slagen en voor zover mij bekend heeft Marc in zijn hele loopbaan niet éénmaal kennis gemaakt met het canvas. In 1994 was hij Benelux-kampioen geworden. De zaal in Cottbus was uitverkocht. De Duitse pers besteedde ruime aandacht aan de hoofdkamp Rudolph-Waelkens en deze kwam uitgebreid op TV. Didier Libbrecht bevond zich onder de toeschouwers. In ons clubblad van maart/april schrijft Didier het volgende:

    Vriend Marc verloor deze wedstrijd op punten, doch kon de ring met opgeheven hoofd verlaten; hij hield het immers 12 ronden vol tegen deze gerenommeerde Duitser die kon rekenen op de steun van 3000 supporters (tegen 4 voor Marc). Onmiddellijk na de eerste gongslag toog Marc ten aanval tegen de 11 cm grotere tegenstander en bezorgde deze zelfs enkele moeilijke momenten in de vierde ronde. Marcske bleef maar aanvallen en trachtte de ontwijkende Rudolph af te matten; deze haalde echter telkens zwaar uit op de counter (voordeel van lichaamslengte), doch kreeg Marc niet neer. Het werd een technisch hoogstaande, zeer spannende partij. Beide boksers kregen een staande ovatie van een tevreden publiek.


    01-03-2015 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (25)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke

    Deel 25: Het jaar van de godin.

    Grijsloke 1995, de vijftiende Dwars door Grijsloke: een lustrumjaar, het jaar van de Athena-godin-van-de-wijsheid. De loopclub was tot volle bloei gekomen en mocht met recht gerekend worden tot één van de succesrijkste loopclubs van het land. Nooit waren er zoveel activiteiten geweest als dát jaar:

    - de wekelijkse zondagochtendtraining gevolgd door de “après-training”-babbel + drink;

    - feestjes en recepties ter gelegenheid van Nieuwjaar, Pasen, Sinterklaas…;

    - souper voor de clubleden;

    - het jaarlijks lente-weekend in de Ardennen;

    - verscheidene oriëntatietochten in en rond Grijsloke;

    - de bedevaartloop naar Kerselare;

    - de wafelbak;

    - de verbroederingsfeesten met de Hastings runners;

    - deelname in clubverband aan stratenlopen (waaronder talrijke marathons) in binnen- en buitenland, met als uitschieter de marathon van Honolulu (sic!) waar een dozijn Grijslookse lopers en loopsters de eer van de club gingen verdedigen, in een 42 km-wedstrijd met meer dan vijftigduizend deelnemers (een wereldrecord op dat ogenblik).

    Ondanks het feit dat de marathon van Grijsloke die de vorige drie jaar op het programma stond, telkens een mooi succes had gekend en het aantal deelnemers zelfs in stijgende lijn was gegaan, zou het bij die drie afleveringen blijven. Om organisatorische redenen. Geen marathon meer dus. De andere wedstrijden bleven evenwel massaal veel lopers lokken. Velen hadden als motief: de verzameling medailles met Griekse goden vervolledigen. Sommige kranten blokletterden dat we de tweeduizend deelnemers hadden gehaald; één krant schreef “Na vijftien jaar blijft Grijsloke loopfeest voor duizenden sporters”; anderen hielden het bij “de 2000 net niet gehaald”. De laatsten hadden het bij het rechte eind… Er is alleszins weer sport van de bovenste plank te beleven geweest in dat jaar van Athene. De overwinning in de 3 km ging naar Sofie Christiaens (bij de meisjes) en naar Pieter Desmet (bij de jongens). Sofie is op heden een van onze trouwste clubleden en nog steeds een knappe loopster (in alle betekenissen van het woord). Pieter Desmet heeft het gebracht tot één van de beste veldlopers en steeplelopers van het land: 2x Belgisch kampioen in de 3000 m steeple en 1x in het veldlopen. Stephane Rousseau schreef met een fraaie tijd van 19’55” de 7 km op zijn naam. Hij klopte daarbij de winnaar van 1993 Derek Kaczmarchky, die toen het wedstrijdrecord op zijn naam schreef met 19’45”. Winnaar bij de vrouwen was weer eens Katja Merlin, een lust voor het (mannelijk) oog: haar vierde overwinning in Grijsloke en ook dát was een record. De 21 km was voor de grote favoriet Geert Deruddere. Voor de derde keer reeds winnaar van de grote afstand in Grijsloke en daarmee evenaarde hij de prestatie van Joos Casteele. Opmerkelijk was de vierde plaats van Tour-de-France-renner Luc Wallays. Bij de dames was de eerste plaats, net als ’t vorig jaar voor de Nederlandse Jeanne (of Jeannine of Jeany) Janssen. Ook nog te vermelden dat onze Engelse ouderdomsdeken en super-veteraan Bill Bailey ook weer van de partij was.

    Onder de titel “Standbeeld De Loper voor Gijzelbrechtegem uitgesteld” lezen we in een regionaal blad, anno 1995: Het Anzegems gemeentebestuur stelt de creatie van het standbeeld De Loper voor zijn kleinste gemeente Gijzelbrechtegem uit, wegens de slechte financiële toestand. Op de begroting 1995 was 350.000 frank ingeschreven. “Wij kunnen het ons niet permitteren. Onze gemeentekas is er heel slecht aan toe”, zegt schepen van financiën Marleen Titeca.

    Twintig jaar later is er nog steeds geen standbeeld in Grijsloke. Tja, slechte financiële toestand, ’t is van alle tijden, en… van uitstel komt soms afstel, nietwaar?  



    01-01-2015 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-11-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (24)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 24: Het roemrijkste jaar.


    De veertiende Dwars door Grijsloke stond in het teken van Herakles, de grootste en roemrijkste held die de mensheid ooit heeft gekend. Het jaar 1994 is dan ook het roemrijkste geweest uit de geschiedenis van DDG en de loopclub. Gezamenlijke clubactiviteiten zoals (onder andere!) het Viroinval-weekend, de ½ marathon van Hastings, de marathon van Parijs, de bedevaartloop, activiteiten waar iedere club kan van dromen, verzonken in het niet bij dat groot evenement: het Grieks avontuur, het hoogtepunt van Grijslokes Olympiade). Een reis doorheen het hele Griekse vasteland waarbij alle belangrijke sites, musea en atletiekstadions uit de klassieke oudheid werden bezocht. In de antieke theaters werden door de leden van de loopclub drama’s opgevoerd van Aeschylos, Sophocles en Euripides. En in de vier antieke stadions (Olympia, Delphi, Nemea en Isthmia) , waar een paar duizend jaar geleden de Panhelleense Spelen werden gehouden, werden die Spelen door de leden van de club overgedaan. Volgens de regels van de kunst! Winnaar van het eindklassement over de vier Spelen was Hendrik Vanherzeele (zie foto van onze Olympisch kampioen



    U kan de reis van Loopclub Grijsloke naar Griekenland uitgebreid volgen op mijn blog www.bloggen.be/kris. Aan de linker kant ziet u “Inhoud blog”. Begin bij het nr. 76 (van boven te beginnen) en lees daarna verder de verhalen nr. 75, nr. 73, nr. 72, enz. tot nr. 27. In totaal dus 50 verhalen, rijk geïllustreerd met foto’s.


    Men kan zich indenken dat er dat jaar tijdens Dwars door Grijsloke hard gestreden werd voor de medailles. De meeste aandacht (zeker van de pers) bleek nog uit te gaan naar de marathon, die voor de derde maal te reke gewonnen werd door Lucien Taelman. Was Joos Casteele dé “mister Grijsloke” van het eerste decennium, er zou al heel veel moeten gebeuren om Lucien Taelman van die titel weg te houden voor wat het tweede decennium betreft. En of Lucien uitgeput was na deze zwaarste aller Vlaamse marathons? Bijlange niet! Hij nam een paar uur later nog deel aan de 7 km. Eerste vrouw in deze moordende marathon werd Annie Van Butsele op de 29e plaats.


    Maar laten we bij dit alles toch niet de “klassieke” DDG-afstanden vergeten: 3, 7 en 21 km. Winnaar van de 3 km wedstrijd bij de jongens was Pieter Desmet, die later een van ’s lands beste veldlopers en steeple-lopers zou worden (meerdere malen Belgisch kampioen geweest). Bij de meisjes werd een Anzegemse, Sarah Dejaeghere primus. De 7 km race werd gewonnen door Koen Vanderbeken bij de mannen en door de flamboyante Katja Merlin bij de vrouwen (die kunsttoer zou Katja later nog enkele keren herhalen). De langste wedstrijd, waarvan de afstand opgedreven was tot een complete halve marathon (iets meer dan 21 km, en dat was in 1993 in feite ook reeds het geval geweest) werd gewonnen door Gino Deleu, terwijl bij de vrouwen de Nederlandse Jeany Janssen de plak zwaaide. Opvallend dat in de 7 en de 21 km de mooiste ereplaats weggelegd was voor leden van onze loopclub die heden ten dage nog steeds trouwe deelnemers zijn aan Dwars door Grijsloke en die nog vrijwel iedere zondagmorgen trouw op post zijn voor de wekelijkse training. Het zijn twee van de allerbeste hardlopers die Loopclub Grijsloke ooit gekend heeft. Hun namen zijn resp. Johan Santens en Filip Steelandt. En laten we het relaas over dit wonderjaar beëindigen met te wijzen op de mooie prestatie van de 81-jarige Engelsman Bill Bailey in de halve marathon en op het feit dat in dat jaar het “Juniorenteam van Loopclub Grijsloke” boven de doopvont werd gehouden. 


    01-11-2014 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Santiago de Compostella.
    De Tuna de Derecho vóór de kathedraal.
    zie: www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=2574637



    05-09-2014 om 22:29 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (23)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 23: Aflevering 13, Apollo met een rouwbandje…



    Het jaar van de dertiende Dwars door Grijsloke, het derde jaar van Grijslokes Olympiade, het jaar van Apollo: de loopclub bruiste meer dan ooit en de verwachtingen waren extreem hooggespannen. Het weekend in Viroinval, de halve marathon van Hastings en de hele van Rotterdam, de bedevaartloop naar Kerselare waren hoogtepunten in een voorjaar dat bulkte van de activiteiten. Van 17 tot 31 mei wachtte Gilbert, Didier en mijzelf een zware doch o zo aangename taak: de voorbereiding in Griekenland van de grote tocht van Loopclub Grijsloke, in 1994, naar de bakermat van onze beschaving en van de Spelen. Een reis waarbij het hele Griekse vasteland werd doorkruist. Een ongeëvenaarde mix van cultuur, sport, bier en plezier. Bij onze thuiskomst stond een flinke delegatie van de club ons op te wachten in de luchthaven. Het kon niet anders of de Griekenlandreis van ‘t komend jaar zou een topper van jewelste worden.

    De 7 km. werd dit jaar gewonnen door een onbekende Derek Kaczmarchky. De naam van de winnares bij de dames klonk meer vertrouwd in de oren: Petra Delove, dezelfde van ’t vorig jaar. De 21 km. was voor Didier Knockaert en bij de dames Martine Van de Gehuchte. In de 3 km. voor jongeren hernieuwde Dimitri Laga zijn zege van 1992; het eerste meisje was Delphine Mattelaer. De aandacht bleek dit jaar echter meer uit te gaan naar de marathon. Weer was Lucien Taelman almachtig en in een veel betere tijd dan vorig jaar: 2.36.42, een geweldige tijd als we rekening houden met de fenomenale zwaarte van het parcours. De eerste bij de vrouwen was Viviane Vanderhaeghen. Het merkwaardige is dat beiden zes dagen tevoren hadden deelgenomen aan de gerenommeerde marathon van Middelkerke, en daar tweede waren geworden in hun respectievelijke categorie. Zeer sterke prestaties werden in die marathon neergezet door twee leden van onze club. Marc Waelkens, de gentleman-bokser die Benelux-kampioen is geweest en slecht op een haar na een Europese titel heeft gemist, werd vijfde in 2.49.39 en onze 53-jarige veteraan Jan Deseyn eindigde met 2.54.15 op de zevende plaats.

    ’t Was het jaar van Apollo, van de zonnegod, de god van de muziekkunst en van de geneeskunst, de gelukbrengende god, die echter met zijn pijlen ook dood en vernieling kon zaaien! Wij, organisatoren van Vlaanderens mooiste loopkoers zweefden die dag op wolkjes. Geen vuiltje bleek er aan de lucht… Tot de hulpdiensten van het rode kruis de melding kregen dat er een man gevonden was, bewusteloos, achter een haagje. De man diende gereanimeerd te worden en men slaagde erin zijn hart weer te laten kloppen. Helaas, men had de man te laat opgemerkt, zijn hart had te lang stilgestaan, zijn hersenen waren te lang zonder zuurstof gebleven. Hij werd afgevoerd naar de kliniek alwaar hij nog slechts enkele dagen in leven kon worden gehouden: een flinke atleet van rond de veertig, een goede loper wiens naam op de voorste pagina van uitslagenlijst van de 7 km prijkt. De behandelende cardioloog was Jean-Marie Bergen, die zelf een trouwe deelnemer was geweest aan vorige afleveringen van Dwars door Grijsloke, maar er dat jaar niet kon bijzijn vanwege zijn wachtdienst in de kliniek. En… hoe grillig en hoe grimmig kan het noodlot toeslaan: bij het schrijven van deze regels verneem ik het overlijden van dokter Bergen, amper 62 jaar oud!    

    Maar het leven gaat verder, natuurlijk. Ook in Grijsloke. De Course des Terrils in september bijvoorbeeld. En in de killige herfstmaanden, van oktober tot december, vijf gezellige vrijdagavonden in het (nu verdwenen) atelier van Charles Bockland: diavoorstellingen ter voorbereiding van de grote Griekenlandreis, met de laatste avond een Grieks feest (Griekse maaltijd, Griekse dranken, Griekse dansen…)


    Een historische foto (hij verscheen in een aantal dagbladen, in kleur!) van Didier en Gilbert in het antieke stadion van Delphi, alwaar zij een toerist (een chirurg uit Besançon) de techniek van het discuswerpen bijbrachten.

    01-09-2014 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    01-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (22)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 22: Het jaar van Poseidon, de marathon en... de Engelsen.

    Het jaar van Poseidon (1992) was er voor de loopclub één dat bomvol activiteiten zat. Om er enkele te noemen: het weekend in Viroinval, de marathon van Rotterdam, de bedevaartloop van en naar Kerselare, de 50 km-ultraloop in Kluisbergen, de Course des Terrils, de Kerstcorrida te Deerlijk en… de Gapersstoet in Anzegem. Ha, die Gapersstoet op 28 juni! De bijdrage van Loopclub Grijsloke aan de stoet stond helemaal in het teken van “Grijslokes Olympiade” en van de Spelen op Griekse bodem die de club gepland had voor 1994. Voor een kleine “impressie” laat ik hier even Johan Steeland aan het woord (uit het clubblad van juli-augustus 1992):

    “Reeds kort na de middag heerste er een ongewone drukte in het zaaltje van Grijsloke. Men waande er zich achter de schermen van een toneelgezelschap. Kostuums werden gepast, mannen tooiden zich met vervaarlijk uitziende baarden. Jonge meisjes, in het dagelijkse leven dromend van een zonverbrande teint, lieten zich nu gedwee met talk omtoveren tot melkwitte maagden…

    … Een laatste kiekje, nog snel de Olympische fakkel aangestoken, en dan ging het richting station, waar de stoet van start ging. Oppergod Zeus was van de partij samen met een paar collega’s, waaronder natuurlijk Poseidon, diegene waarrond het dit jaar allemaal te doen is. Een paar Griekse atleten uit de oude doos zorgden voor het sportieve element. Onder een stralende hemel (de goden waren ons natuurlijk goed gezind) en grote belangstelling trok de stoet voorbij. En dat we niet onopgemerkt voorbijtrokken, was te horen aan de reacties van het publiek…

    … Aan het eind van het traject stak Aphrodite met haar fakkel het Olympisch vuur aan; ze werd hierbij geholpen door onze fiere burgemeester. Daarna werd de stoet ontbonden in de tuin van Gilbert. De goden en de atleten waren op slag weer zware jongens, de maagden veranderden zienderogen weer in frisse 20ste eeuwse verschijningen.”



    Vooraan Aphrodite; daarachter 16 maagden met een zelfgeweven kleed voor de godin Hera; voorlaatste rij v.l.n.r. Zeus, Poseidon, Apollo, Herakles, Athena; op de achterste rij de atleten.



    De vier Olympische disciplines: v.l.n.r. discuswerpen, verspringen, speerwerpen, hardlopen.

    Het was ondertussen wel duidelijk dat de Olympische gedachte die Grijsloke uitdroeg, was aangeslagen bij het publiek, bij de lopers en… bij de pers. Terloops gezegd, in 1991 hadden we reeds een groot succes gekend met onze eerste medaille uit de reeks “Grijslokes Olympiade”: de medaille had een plaats gekregen in het paleis voor Schone Kunsten in Brussel ter gelegenheid van de tentoonstelling “Sport in Hellas” aldaar. De medaille anno 1992 met de beeltenis van Poseidon moest voor de eerste niet onderdoen…

    Op 29 augustus 1992 kwamen de Engelsen, de “Hasting Runners” voor ’t eerst in groten getale naar Grijsloke. Zeven onder hen hadden reeds “onopvallend” deelgenomen aan onze loopkoers in 1991, ter gelegenheid van een bezoek aan Oudenaarde, één van Hastings’ zustersteden: Stan Milton, Bill Bailey, Ted Weeks, Rod King, Tim Hardwick, Paul Cabban en Roger Mandry (de laatste vier komen nog steeds telkenjare met de Hastings Runners naar Grijsloke afgezakt). Die eerste kennismaking zal ongetwijfeld erg in de smaak gevallen zijn bij onze Engelse vrienden: de omloop, de ambiance, de organisatie, het publiek, de Zeus-medaille. Roger Mandry schreef in een uitgebreid artikel voor ons clubblad d.d. januari/februari 1992 (vertaling door Joost Vinckier) o.a. dit:

    …Een fantastische medaille; er komen er nu nog vier tot 1995 om het honderdjarig bestaan van de moderne Olympische Spelen te vieren. De achtergrond van de Griekse mythologie zorgde voor een interessante en enige gebeurtenis…

    In dat artikel drukt Roger Mandry de hoop uit dat Dwars door Grijsloke één van de jaarlijkse uitstappen van de Hastings club zou worden. En die hoop is bewaarheid: van 1992 tot heden (we schrijven 2014) hebben de runners van over ’t Kanaal geen enkele keer op ’t appel ontbroken. Met zijn zeventienen stonden ze in 1992 aan de start (of waren het er achttien? Rod King liep zowel de 7 als de 20 km). Onder hen: Jamie Hernon, één van Engelands beste afstandslopers. Dat Hernon iedereen het nakijken zou geven in de 20 km. race, daar waren de Hastings runners van overtuigd. Maar… Jamie beet zijn tanden stuk op de Grijslookse bergen en hij eindigde uiteindelijk slechts zesde. Een vooraanstaande Engelse krant blokletterde:

    Jamie Hernon, winner of the Battle of Hastings Road Race in 1990, clocked 61 min 42 sec to finish sixth in the Festival of Running at Grijsloke, near twin town Oudenaarde”.

    De eerste drie plaatsen in de marathon – de eerste marathon van Grijsloke en “Belgium’s toughest marathon” zoals een Engelse sportkrant schreef! – werden ingenomen door ultralopers, lopers voor wie een marathon maar “een korte afstand” is. Winnaar werd onze eigen Lucien Taelman. De tweede, Paul Beckers, die in Torhout 264 km had gelopen in 24 uur, had tot bij het ingaan van de laatste van de zeven ronden, gelijke tred gehouden met Lucien, maar moest in de laatste ronde nog drie en een halve minuut prijsgeven. De derde was Lucas De Groote, wereldkampioen 100 km. bij de veteranen. Amper acht deelnemers bereikten de finish binnen de drie uur en dat heeft alles te maken met de zwaarte van het parcours: 22 serieuze hellingen, waaronder zeven maal de Pikkelstraat! Eén van die acht: onze dorpsgenoot, en net als de winnaar lid van onze club, Jan Deseyn. Jan telt heden ten dage 74 lentes en is nog steeds actief als loper. Prachtige prestatie van de Engelse triatleet Gordon Merfield (15e in 3u06’39”): samen met zijn echtgenote Wendy was deze knappe veteraan per fiets overgekomen uit Hastings. Twee Engelse dametjes – ernstige Jeanette Hardwick en frivole Julie Stoddart – finishten vlotjes binnen de 3u30’. Van de 64 aangekomenen hadden er amper drie meer dan vier uur nodig.

    Was de marathon een opzienbarende nieuwigheid in Grijsloke, de meeste aandacht ging toch nog steeds naar de klassieke afstanden. Op het hoogste schavot bij de mannen stond weer Geert Deruddere. Dat jaar was Geert wellicht de absolute top in het stratenlopen: had hij immers ook niet de 20 km. van Brussel op zijn naam geschreven? Tweede was een andere topper: Gino Deleu, voor wie in de komende jaren die hoogste podiumplaats ook nog zou weggelegd zijn. De winnaar van de 7 km. was eveneens dezelfde als het jaar tevoren: de sterke Chileen Angel Aguilar. En dat was ook het geval voor de 20 km. vrouwen: hier triomfeerde Carine Verhaeghe, voor het derde jaar op rij. Alleen op de erelijst van de 7 km. vrouwen kregen we een nieuwe naam: Petra Delove. Winnaar van de jongerenloop over 3 km. was Dimitri Laga. Vierde en eerste meisje: Sara Platteau. Twee deelnemers-veteranen verdienen hier nog een speciale vermelding: Henri Bastien en René Marckx. Bastien, 83 jaar en nog een gemiddelde snelheid van 10,567 km. per uur over de 7 km.: fenomenaal! Henri, die pas op zijn drieënzestigste was beginnen joggen had twintig jaar later eenenvijftig marathons en zevenentwintig 100 km-wedstrijden op zijn actief… En René Marckx: één van ’s lands allerbeste veteraan-lopers over de middenafstand geweest. Waagde zich, net als het vorig jaar, aan de 7 km in Grijsloke en kwam als eerste in zijn leeftijdscategorie over de streep, om daarnaast als een volleerde speaker de andere wedstrijden te verslaan. René was een innemende persoonlijkheid, flink van de tongriem gesneden, vertrouwd met de loopsport, en die in de jaren die volgden met zijn vlotte enthousiaste commentaar de toeschouwersmassa kon opzwepen en aldus ongetwijfeld in belangrijke mate bijgedragen heeft tot het succes van onze loopkoers. Henri en René: ze zijn Grijsloke trouw gebleven tot hun laatste snik.

    De twaalfde Dwars door Grijsloke was dus weer een formidabel succes geweest, vlekkeloos over de hele lijn. Zou er iemand op dat ogenblik zó dekatriafoob geweest zijn dat hij had kunnen vermoeden dat de volgende editie zou overschaduwd worden door een dramatisch incident?

    www.blogge



    01-07-2014 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-05-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (21)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 21: DDG 1991, een groots decennium ingeluid.

    Met de elfde editie was dus een tweede decennium gestart, het “Olympisch decennium”. Ongetwijfeld de grootste, de roemrijkste en meest bewogen periode uit de geschiedenis van onze loopkoers, ondanks het feit dat het record van het vorig jaar, nl. tweeduizend deelnemers, nooit meer werd geëvenaard (was het de afwezigheid van Lucien Van Lancker die zich dan toch liet voelen?). De meeste kranten gewaagden niettemin van “meer dan tweeduizend” en zelfs van “enkele duizenden” deelnemers, hetgeen dus lichtjes overdreven was. De publieke belangstelling in dit “jaar van Zeus” was bijzonder groot en het sportief niveau lag hoog. Winnaar van de 7 km werd de Chileen (!) Angel Aguillar. Dat hij geen ééndagsvlieg was zou hij nog bewijzen in de toekomst. De winnares bij de vrouwen heette Sophie Vandezande. De 20 km was voor Geert De-ruddere, toentertijd één van ’s lands beste “stratenlopers”. Hij zou het niet bij deze ene overwinning in DDG laten. Op het hoogste schavotje bij de dames: Carine Verhaeghe. Met 114 aangekomenen was de 3 km voor de -12 jarigen een bevredigend experiment: winnaar was ene Bjorn Vandriessche. Kortom: Claudine (Mevrouw Dejonghe-Speleers), de nieuwe voorzitter van DDG, had reden te over om tevreden te zijn over deze elfde editie.

    De eerste medaille van Grijslokes Olympiade viel bij de meeste deelnemers in goede aarde. Een origineel werk van de Kortrijkse kunstenaar Jaak Vanneste (de schoonbroer van ex-premier Leo Tindemans): gestanst bas-reliëf in rood koper, diameter 6,3 cm, voorstellende de oppergod Zeus, met in de rand uitbeeldingen van verhalen die verwijzen naar de mythologische oorsprong van de Olympische Spelen in het Oude Griekenland.




    1991 is ook het jaar waarin Loopclub Grijsloke een eigen achtkoppig bestuur kreeg, dat los stond van het bestuur van de loopkoers. Voorzitter was Marc Antoin. In later jaren zou Marc de loopsport vaarwel zeggen en de fakkel overgeven aan Daniël Malfait. De loopclub was nu tot volle bloei gekomen. De activiteiten waren legio. Er waren natuurlijk de wekelijkse trainingen op zondagmorgen, dewelke ook al eens doorgingen “op verpaatsing”: het Beukenhof in Vichte, het domein de Ghellinck in Elsegem, de Gavers in Deerlijk, de Kluisberg… De bedevaartloop Kerselare-Grijsloke was reeds een traditie aan ’t worden: iedere eerste of tweede zondag van mei. Op 1,2 en 3 maart trok de club naar een vakantiedorp in Viroinval (bij Couvin in de provincie Namen) voor een sportief verlengd week-end. Het was een schot in de roos. Ook dát is een traditie geworden: telkenjare rond dat tijdstip een verlengd week-end met meer dan honderd leden, zij het dat de locatie in later jaren verschoven werd van Wallonië naar de eigen kust.

    Meer en meer lopers van de club gingen de eer van Grijsloke verdedigen tot ver in het buitenland. Steeds vaker ging de loopclub in groep deelnemen: de Course des Terrils in Raimes (F) bijvoorbeeld zou nog jaren lang een vaste plaats bekleden in veler agenda. Opvallende prestaties kwamen van de Anzegemnaren Jaak Demeulemeester (marathon in 2u29) en Jan Deseyn (eerste veteraan in de marathon van Athene) en van ons oudste clublid André Osselaer die in zijn categorie (75+) wereldkampioen marathon werd en Europees kampioen 10 en 25 km. Christine De Schamp, Carine De Bosscher en Jos David ontpopten zich tot echte ultralopers in het Belgisch kampioenschap 50 mijl (80 km!) in Oostakker. Onze eigen Lucien Taelman, die reeds zijn strepen als ultraloper had verdiend, moest in deze koers slechts de duimen leggen voor Jean-Paul Praet die toen absolute wereldtop was. Christine De Schamp en Carine De Bosscher waren in die tijd hét vrouwelijk uithangbord van Loopclub Grijsloke, hét bewijs dat het lopen van ultralange afstanden echt iets voor vrouwen is. Spijtig genoeg heeft Carine ondertussen de loopschoenen aan de wilgen gehangen. Christine is nog steeds een trouw clublid en nog steeds maalt ze haar kilometertjes af langs velden en wegen, al zijn de wekelijkse trainingen op zondagmorgen aan haar blijkbaar niet meer besteed.

    Een hoogtepunt, dat een enorme invloed zou blijken te hebben op de verdere geschiedenis van DDG en de loopclub, was de verbroederingsloop in 1991, tussen de gejumeleerde steden Oudenaarde en het Engelse Hastings. Een aflossingsloop waarvan de organisatie door onze club in handen werd genomen. Op 9 mei  werd er gelopen van Hastings naar Dover, op 10 mei van Oostende naar Oudenaarde. Voor Grijsloke namen de volgende lopers deel: Maurice Adams (zaliger), Luc Desmet, Gilbert Terras, Carlo Verleyen en Joost Vinckier. Het was het begin van een hechte band tussen onze loopclub en die van Hastings. Vanaf 1992 zou Loopclub Grijsloke telkenjare in maart een flinke delegatie afvaardigen naar de halve marathon van Hastings, en even trouw zouden de lopers van Hastings eind augustus deelnemen aan DDG, Vlaanderens mooiste. Tot op de dag van heden is daar geen verandering in gekomen.  



    01-05-2014 om 10:37 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BIBLIOGRAFIE

    BIBLIOGRAFIE


    0nwi



    100 pag., hardcover (rood) of paperback (geel). Klassieke tragedie in een nieuw kleedje. Het is een verhaal van liefde en hartstocht, gebaseerd op het eeuwenoude verhaal van de omzwervingen van Odysseus na de oorlog van Troje.

       De Twistappel, 90 pag., paperback.

    Over de aanleiding tot de Trojaanse oorlog. Een dolle klucht die echter geen afbreuk doet aan de "mythologische realiteit.In winkelmandje

    Strijdtoneel Troje, 93 pag., hardcover.

    Toneelstuk in drie bedrijven, waarin het laatste en beslissende jaar van de Trojaanse oorlog wordt behandeld, op een boeiende en bijwijlen grappige manier. Met "De Twistappel" en "Odysseus op Aiaia" vormt het een trilogie.





    Eerste blogboek, 425 pag., paperback. In dit boek bundelt de auteur zijn cursieve schrijvelarij van de jaren 2006-8. Geen onderwerp gaat hij uit de weg, geen item is hem te gek. Vaak niet zonder een vleugje ironie.

    Tweede blogboek, 350 pag., hardcover. Na het uitzonderlijk succes van BLOGBOEK 1, kon het niet anders of er moest een BLOGBOEK 2 volgen... Op de omslag: Brownie en Blanche, de schaapjes waarvan sprake op de pagina's 202/3 en 272/3.

    Bovenstaande boeken (alle verschenen in 2013) zijn te verkrijgen bij de uitgever:

    voor “Odysseus op Aiaia”:

    surf naar  www.shopmybooks.com/BE/nl/book/kris-vansteenbrugge-4/odysseus-op-aiaia 

    voor “Strijdtoneel Troje”:

    surf naar  www.shopmybooks.com/BE/nl/book/kris-vansteenbrugge-3/strijdtoneel-troje

    voor “De Twistappel”:

    surf naar  www.shopmybooks.com/BE/nl/book/kris-vansteenbrugge-5/de-twistappel

    voor “Eerste Blogboek”:

    surf naar  www.shopmybooks.com/BE/nl/book/kris-vansteenbrugge/eerste-logboek-schrijvelarij

    voor “Tweede Blogboek”:

    surf naar  www.shopmybooks.com/BE/nl/book/kris-vansteenbrugge-2/tweede-logboek-zeverarij-1 


    De twee onderstaande boeken (“0 jerum jerum jerum…” en “Uit het schuim van de zee”) zijn nog enkel bij de auteur te verkrijgen. Beide boeken kenden reeds een buitengewoon succes en werden voorgedragen voor de Gomio-prijs. Ze kunnen ook ontleend worden in de openbare bibliotheken.




    De boeken over Grijsloke (Dwars door Grijsloke, Grijslokes Olympiade, De heksen van Grijsloke, Grijsloke 2000) zijn niet meer te koop. De eerste twee kunnen geraadpleegd worden in sommige openbare bibliotheken en een aantal exemplaren zijn nog gratis te verkrijgen door de leden van de Loopclub Grijsloke, op zondagmorgen in de kantine van de club.

    29-03-2014 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (20)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 20: Grijslokes Olympiade.

    1991: het tweede decennium is ingetreden. Het organisatiecomité kent nu dertien bestuursleden (waarvan er anno 2014 nog amper een paar actief zijn) en het ontslag van Lucien Van Lancker blijkt geen al te diepe sporen te hebben nagelaten. Enkele weken vóór de elfde Dwars door Grijsloke wordt een luisterrijke persconferentie gehouden in het gemeentehuis van Anzegem in aanwezigheid van talrijke personaliteiten: de plaatselijke autoriteiten alsook een aantal fameuze sportlui. Mark Smet is er: de eerste Belg die erin geslaagd is de marathon te lopen in 2u10’00”. En dan is er René Marckx zaliger, één van onze beste veteranen-lopers en die jarenlang de microreportage zal verzorgen tijdens de komende Dwars door Grijslokes. René heeft Gerard Van Nuffelen meegenomen, een 56-jarige Antwerpenaar die vele malen Belgisch en ook Europees kampioen is geweest op alle langeafstandsnummers en zopas zelfs de wereldtitel heeft veroverd op de 10 km. Niet te verwonderen dat Gerard verkozen is tot “de veteraan van het jaar”. Gerard Van Nuffelen heeft overigens al een paar keer deelgenomen aan DDG, waarin hij zich telkens als eerste veteraan heeft geklasseerd.

    Zijn er belangrijke mededelingen te doen aan de pers? En of! Naar analogie met “De Levensloop” van de voorbije jaren, zal de loopkoers in de komende vijf jaar een thema meekrijgen: de Spelen in het Oude Griekenland. In 1985 heb ik dit idee reeds naar voor gebracht. Een jaar eerder immers had onze loopclub veel succes gekend tijdens de Gapersstoet met een praalwagen die het Griekse thema bespeelde (zie deel 11). Voor dat vijfjarenplan heb ik toen de naam “Grijslokes Olympiade” bedacht, maar omdat Lucien Van Lancker met een gelijkaardig idee op de proppen kwam (“De Levensloop”) werd mijn voorstel toen voor enkele jaren in de ijskast gestopt. Maar in 1991 is de tijd rijp voor “Grijslokes Olympiade”. De Olympische folder van het vorig jaar is daarvan de voorbode geweest (zie deel 17). Weer zal er een serie van vijf medailles zijn. Elke medaille zal de mythologische oorsprong van één van de Panhelleense Spelen (waarvan de Olympische er één waren) behandelen en zal vergezeld zijn van een brochure (van 16 pagina’s) met “tekst en uitleg”. De journalisten hebben er een vette kluif aan: sport in combinatie met cultuur (de Griekse mythologie)! Geen wonder dat er in de loop van de maand augustus (de 11e DDG is op 31.8) ellenlange artikels verschijnen over Grijslokes Olympiade, over Vlaanderens mooiste stratenloop, in alle dagbladen en in verscheidene weekbladen, met foto’s van het 13-koppig bestuur.

    En dan is er nóg een nieuwigheid. Voor ’t eerst staat er een loopkoers voor jongeren onder de twaalf jaar op het programma. Afstand: drie kilometer.

    De verwachtingen zijn hoog gespannen. Sommigen verwachten 2500 deelnemers en twee kranten blokletteren: “Met meer dan tweeduizend deelnemers behoort deze joggingklassieker bij de top-vijf in België".





    01-03-2014 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-01-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (19)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 19: Een droom die maar half uitkwam.

    En Lucien Van Lancker vertelt verder:

    In 1987 bij de voorbereidingen van de  7de Dwars door Grijsloke moest er gezocht worden om “Dwars door Grijsloke” een nog grotere uitstraling te geven en te laten uitgroeien tot een internationale massajogging.

    “Grijsloke-Levensloop” was aan haar derde editie toe en stevende af op een nog groter succes. We waren ervan overtuigd dat alle deelnemers aan de massaloop, doordrongen waren van de gedachte dat afstandslopen hun levensritme bepaalde en dat uithoudingstraining de gezondheid verbetert en de conditie op peil houdt.

    Deze gedachte wilden we verder blijven uitstralen, ver over onze grenzen heen. Daarom keken we uit naar buitenlandse organisaties die er dezelfde idealen op na hielden, organisaties die lopen zagen als vrijetijdsbesteding, recreatiesport waar men beter en gezonder van wordt.

    De organisatoren van “La Course des Terrils” uit Raismes Frankrijk, de “Dr. Ernst Van Aaken Gedachtnislauf” uit Waldniel, Duitsland en “Terneuzen Graauw” uit Graauw, Nederland, vonden we bereid om samen met “Dwars door Grijsloke” de koppen bij elkaar te steken om voor het eerst in Europa een “Europajoggingcup” in het leven te roepen.

    Deze cup zagen we niet als een tornooi waar er met miljoenen gesmeten werd, maar een organisatie waar sport in de reinste zin van het woord beleefd wordt. We wilden laten zien dat er nog sport was om de sport en niet om het geld. Aantonen dat ‘elke deelnemer een overwinnaar is’, zoals de Amerikaanse dokter Sheehan ooit schreef. We wilden laten zien dat ons lichaam en geest een wonderbaar instrument vormen in dienst van onze samenleving, in een streven naar vrede en liefdevolle samenwerking.

    Niet minder dan 148 langeafstandslopers, uit de 4 landen, namen deel aan dit tornooi van vier wedstrijden. Door optelling van de punten, behaald in elke wedstrijd, werd een klassement opgemaakt. Jacques De Meulemeester uit Anzegem won deze eerste Europajoggingcup.

    In 1988 werden de organisatoren van de “Grand Prix R. Schuman” uit Luxemburg (Centre Europeën) bereid gevonden om als vijfde land onze rangen te komen versterken.

    De “Dr. Ernst Van Aaken Gedachtnislauf” werd vervangen door de “ 2de Rheydter Citylauf” uit Mönchengladbach, Duitsland. Deze tweede Europajoggingcup kreeg 152 deelnemers.

    Door innerlijke spanningen tussen de organisatoren van “Dwars door Grijsloke” werd de  3de editie enigszins afgezwakt, maar kreeg toch nog 98 deelnemers aan de start van de 5 wedstrijden, die dezelfde waren van 1988.

    Bij de organisatie van de 4de editie in 1990, had ik de bedoeling om elk jaar een land meer te betrekken bij de organisatie, om tegen het jaar 2000 alle landen van Europa, toen nog 12,  aan de start te krijgen van de 20ste “Dwars door Grijsloke”.

    “Dwars door Grijsloke” was echter niet langer bereid om aan de organisatie mee te werken, dit om budgettaire redenen. Ik trok me terug uit de organisatie van Dwars door Grijsloke en kreeg als steun voor de Europa-joggingcup  de “Grote Prijs 25 km. Veteranen” uit Brugge. Ook deze editie was een succes en kreeg een 90-tal deelnemers.

    In 1991 werd de organisatie opgedoekt. Omdat ikzelf niet kapitaalkrachtig genoeg was zag ik het niet meer zitten.

    Nu, in 2013, blijf ik erbij dat met de steun van “Dwars door Grijsloke”,  “Terneuzen - Graauw”, en veel sponsoring, in het jaar 2000, Grijsloke het toneel zou geworden zijn van een massajogging, met als deelnemers een vertegenwoordiging van alle lidstaten van Europa. Meer zelfs: in 1990 was de idee inmiddels gerijpt om in het jaar 2000 alle grenzen van Europa symbolisch open te lopen, met als sluitstuk de grenzen Frankrijk - België in de 20 km.van Grijsloke. 

    Europa naar Grijsloke brengen was mijn droom. Door omstandigheden een droom gebleven.

    En nochtans ……

    Lucien Van Lancker 

    Tot zover de man die Grijsloke groot gemaakt heeft. Na tien edities "Dwars door Grijsloke" haakte hij af en bleef ontgoocheld achter, zij het niet verbitterd. Een delegatie van alle landen van het verenigd Europa telkenjare naar Grijsloke brengen, op de laatste zaterdag van augustus, was zijn levensdroom geweest. Een droom die niet is uitgekomen. Zoals de meeste dromen...

    01-01-2014 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-11-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (18)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 18: Dwars door Grijsloke en Lucien Van Lancker.

    Wat heeft Lucien Van Lancker, de grootste Grijslokenaar aller tijden, bezield om af te haken in 1990, het jaar dat Dwars door Grijsloke zijn grootste succes heeft gekend? We hebben het hem met zijn eigen woorden laten vertellen. Lucien maakt van de gelegenheid gebruik om eerst nog in ’t kort een eigen visie te brengen over de eerste jaren van ons aller loopevenement dat hem zo nauw aan het hart lag… en nog steeds ligt:

    In 1981 werd ik gevraagd door dokter Kris Vansteenbugge en dokter Albert De Beurme om de organisatie van Dwars door Grijsloke op gang te trekken. Hun grote idool Jacques Serruys van ‘Fit-Veteraan’ had zopas ‘Dwars door Brugge’ in het leven geroepen.

    Er werd een bestuur opgericht waarbij mijn schoonbroer, Robert Forêt, tot voorzitter werd gebombardeerd. Dit was een terechte keuze. Met Robert en Christiane werd organiseren een feest.  De vergaderingen, en er waren er zeer veel, verliepen altijd bij hen thuis en steeds was er koffie, taart en nog veel meer. Dit betekende dat zelden een bestuurslid ontbrak want taart, koffie en een druppel waren in die periode een lust voor iedereen. De vergaderingen gingen toen over koetjes en kalfjes en soms was men zelfs vergeten om over DDG te spreken op het einde van de vergadering.  Geen probleem want ikzelf had een enorme ervaring met ‘Omloop Kluisbergen’ een organisatie die parallel loopt met DDG en wat praktische zaken betreft nagenoeg dezelfde noden had als onze organisatie. Met Jacques Dejonghe, voorzitter Omloop Kluisbergen, hebben we dan ook uren, dagen en maanden zitten babbelen over onze organisaties. U moet weten dat Jacques toen een collega was  in de Centrale van Ruien en er ’s nachts tijd zat was om onze problemen op tafel te leggen, problemen waarvan wij beiden veel hebben geleerd.

    Op de laatste zaterdag van augustus 1981 kwam dan de 1ste DDG. Was me dat een dag. Hoewel alles perfect voorbereid was, liepen vele zaken in het honderd. Murphy achterna: alles wat kón misgaan liep ook mis. Daniël Lesenne, computerman en programmeur van dienst, trok zich de haren uit het hoofd: ik was namelijk vergeten het uur te noteren waarop de lopers gestart waren halverwege de Grijslokeberg. GSM’s bestonden toen nog niet en ik had de taak om het uur van vertrek te noteren van de zeven km. Buiten adem, komende aan de aankomst, wist ik niet meer wanneer de lopers vertrokken waren. ‘Hoelang zijn ze al vertrokken’ riep Daniël me toe? ‘Laten we zeggen een tiental minuten, denk ik’ en voilà de computer kon beginnen lopen.  Wonder boven wonder zaten we niet ver van de reële tijd en kreeg iedereen een nogal mooie tijd toegerekend. Ramp bij de aankomst rechtover het huis van Gilbert Pannecoucke in de Bouvelostraat nummer 4. Daniël had zijn camionette verkeerd opgesteld zodat hij de lopers niet zag aankomen.  Met drie, vier man werden dan de nummers van de lopers naar de camionette doorgeschreeuwd. U kunt zich indenken hoeveel deelnemers er kwamen reclameren dat ze verkeerd in de uitslag stonden. Maar dankzij een perfecte video-opname van Hubert Algoet werd ‘s anderendaags een correcte uitslag gemaakt en naar iedereen opgestuurd. Nog vele andere anekdotes zou ik kunnen vertellen over deze eerste Dwars door Grijsloke.  Het resultaat was schitterend: ongeveer 600 deelnemers en allen keerden voldaan terug naar huis. Want ze hadden een gedrukte uitslag en dat gebeurde nergens, tenzij in Dwars door Brugge, waar Siemens hun schouders onder de computer hadden gestoken.  De prijzenpot was ook tamelijk groot en wonder boven wonder, de lopers kregen een medaille, de mooiste die ze ooit gekregen hadden met daarbovenop nog een uitslag en prachtig diploma met de handtekening van de voorzitter, iets enigs in die periode.

    Het volgend jaar moest alles beter, grootser en mooier. De omloop werd gewijzigd, we hadden een paar goede sponsors waaronder de Kredietbank, Becel, garage Toyota-Marc Messiaen en Datakor, computerfirma uit Kortrijk. Nu nog loopt Remi Parmentier met het truitje van Datakor en dit na 32 jaar. Een heuse vierkleurenfolder werd opgemaakt, geen enkele organisator kon zich dat toen veroorloven. De prijzenpot werd opgevoerd en de deelnemers konden weer genieten van een diploma en een schitterende medaille, de eerste van een serie van drie: de bronzen, de zilveren en de gouden medaille. De eerste drie lopers van elke categorie kregen een prachtige beker en een podiumfoto die thuis werd opgestuurd. En of ze er blij mee waren! We kregen een twaalfhonderd deelnemers aan de start, ongeveer 600 voor de zeven km. en 600 voor de halve marathon. Een heuse tent van vijftig op twintig meter, in de weide van boer Marc achter de kerk zorgde voor een unieke sfeer tijdens en na de wedstrijden. 36 vaten bier werden er toen getapt. Helaas…we hadden het te groot gezien… na de wedstrijd einde september keken we op tegen een berg schulden van 300.000 BF. Drukkerij Arijs uit Kluisbergen zat met de gebakken peren: ons drukwerk konden we niet betalen….

    En nu… derde Dwars door Grijsloke?

    Geen geld, enkel en berg schulden…. gedaan met Dwars door Grijsloke??  Niemand wist van onze problemen en financiële moeilijkheden, enkel een fantastische naam en een enorme bekendheid hadden we overgehouden van onze tweede editie.

    Begin februari besloot het bestuur de schulden te vereffenen uit eigen zak. Alle bestuursleden, behalve één, stortten 15.000 BF in de clubkas. Hiermee waren de schulden betaald en konden we terug van meet af beginnen. 

    De laatste zaterdag van augustus 1983 werd een succes met ongeveer 1600 deelnemers.

    En zo ging het verder, bij elk volgend jaar wat deelnemers meer om in 1988 en 1989 zo’n 2000 lopers aan de start te krijgen. In 1987 werden  de geleende gelden aan de bestuursleden terugbetaald. 

    1989 was het sluitstuk van ‘Grijsloke Levensloop’, een  programma dat gestart was in 1985 en waarbij 5 prachtige medailles werden uitgereikt.  ‘Levenslicht’ 1985 - ‘Jeugddromen’ 1986 – ‘Levensleed’ 1987 – ‘Levenslied’ 1988  – en ‘Avondschemeringen’ 1989, waren de thema’s. Deze medailles ontstonden uit de gedachte dat ‘in beweging zijn en lopen’ noodzakelijk zijn om een gans leven gezond en levendig te blijven.

    Vanaf 1998-1999 was Dwars door Grijsloke dus aan de top van zijn kunnen gekomen: 2000 deelnemers en 10.000 toeschouwers. Met ‘Avondschemeringen’, het einde van de ‘Levensloop’, was Dwars door Grijsloke voor mij genoeg geweest. Ik keek uit naar een nieuwe uitdaging.

     

    * Omdat dit verhaal te lang dreigt te worden, volgt de ontknoping pas in het volgend nummer…

    01-11-2013 om 09:57 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-09-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (17)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 17: Hét recordjaar!

    De tiende Dwars door Grijsloke was er één om niet te vergeten. In de allereerste plaats vanwege het aantal deelnemers: 2008 (sommige bronnen gewagen van 2028). Wat er ook van zij, de kaap van de tweeduizend was bereikt en het had er de schijn van dat onze massaloop uit zijn voegen ging barsten. Dat groot aantal deelnemers - en een navenante toeschouwersmassa -   werd in de jaren die volgden nooit meer geëvenaard.

    Ter gelegenheid van dit jubileumjaar waren er weer heel wat vernieuwingen. Voor ’t eerst waren er geen medailles en ook geen diploma’s. Daarentegen werd een schitterend zilveren juweeltje (een lopertje voorstellend) aan een dito halskettinkje ontworpen voor de deelnemers (zie www.bloggen.be/kris). Heden ten dage wordt dit kleinood nog met fierheid gedragen door “deelnemers van toen”. 


    Jongeren tot 12 jaar kregen hun eigen loopkoers over 3 kilometer. Voor ’t eerst werd een klassement voor clubs opgemaakt, iets wat ook de tand des tijds zou doorstaan. En Dwars door Grijsloke had zich geëngageerd als startlocatie voor de “Belgium runnerscup 1990”, de (nationale) “ersatz” voor de ter ziele gegane (internationale) Europajoggingcup.

    Met Joos Casteele kreeg de 20 km-wedstrijd een schitterende winaar. Tussen nooit geziene hagen van toeschouwers bereikte hij de aankomst in 1u00’36”, een tijd die gezien de drukkende hitte van die dag ronduit schitterend kon genoemd worden. “Joos Casteele, mister Grijsloke” blokletterden de kranten. Terecht, want dit was zijn derde overwinning in de 20 km, en in die tien jaar was trouwe deelnemer Joos niet van het podium weg te denken geweest. Carine Verbeke uit Wervik finishte als eerste dame in de 20 km. Op de korte afstand zegevierden Geert Bekaert en Myriam Dumont. Een heel bijzondere vermelding verdient ouderdomsdeken Henri Bastien. De 82-jarige uit Silly, bij Charleroi, die sedert het ontstaan van de koers in 1981 geen enkele maal op het appel had ontbroken, liep dit jaar, gezien de hitte, enkel de 7 km. In tegenstelling tot vorige jaren wanneer hij telkens naast de 7 km. ook de 20 km. voor zijn rekening had genomen! Een krachttoer die hij bij latere edities nog zou herhalen… Het warme weer was overigens de oorzaak van een ongezien aantal opgaven: in de 20 km. alleen al honderdzevenenzestig!

    In ons landeke eindigt een warme zomerse dag vaak met een “donderslag bij heldere hemel”. Die donderslag kwam er die avond. Lucien Van Lancker, de geniale motor van Dwars door Grijsloke, kondigde tijdens de feestelijke viering van de laureaten van de koers en in een bomvolle tent af, dat hij afzag van verdere deelname aan de organisatie. Grijsloke stond perplex: was dit de doodsteek voor DDG en dat op het hoogtepunt van zijn roem? Was DDG denkbaar zónder Lucien? Zouden we die klap te boven komen?

    En we kwámen de klap te boven. Binnen de kortste keren werd een vergadering belegd onder de bestuursleden, wier aantal onder de leiding van voorzitter Claudine Dejonghe-Spileers ondertussen tot veertien was opgelopen: Joseph Beel, Gilbert Terras, Tom Ampe, Albert Debeurme, Octaaf Decandt, Didier Lib-brecht, Paul Vandenberghe, Ronny Vandendriessche, Jules waelkens, Hubert Algoet, Marc Devloo, Marc Messiaen en ikzelf. Een decennium was afgerond, het decennium van de Levensloop.  Een tweede decennium zou volgen en het zou in het teken staan van de Olympische gedachte. De folder van de 10e DDG waar de foto’s van alle winnaars van de voorbije wedstrijden verenigd stonden op een Olympische lauwerkrans (zie www.bloggen.be/kris), had reeds aangegeven welke richting de komende jaren zou worden ingeslagen.


    01-09-2013 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn laatste drie boeken...
    Mijn laatste drie boeken (alle gegevens in de marge links), zijn ook "elektronisch" te verkrijgen, op aanvraag via mail (kvansteenbrugge@gmail.com) of via de "reageer-knop". Dat kost u uiteraard niets.

    17-08-2013 om 11:45 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    16-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De 33e Dwars door Grijsloke.
    U komt toch ook naar Vlaanderens mooiste stratenloop? Supporteren of beter nog... deelnemen.




    16-08-2013 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    01-07-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (16)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 16: Levenslied, avondschemering en… generatieloop.

    In 1988 werd er gelopen voor de medaille “Levenslied”. Dat jaar zegevierde Carlo Desaever uit Koksijde op de korte afstand en Gino Braekeveldt uit Deinze op de lange afstand. Dat jaar ging misschien nog meer aandacht uit naar de vrouwelijke winnaars. De flamboyante Zeelse Katja Merlin wekte met haar 26’51” op de 7km – en niet alleen dáármee – aller bewondering, en deed menig mannenhart sneller kloppen. Absolute topper was Francine Peeters uit Borgloon, die toen zowat de beste afstandloopster van het land was en een fenomenale tijd neerzette op de 20 km, die later nooit meer benaderd werd: 1.09.45.

    Het jaar 1989 (’t jaar van de laatste Levensloopmedaille “Avondschemering”) was er een van vernieuwingen.

    Er waren belangrijke wijzigingen in het bestuurscomité: een aantal waardevolle elementen waren de ploeg komen versterken en er werd een nieuwe voorzitter aangesteld, mevrouw Dejonghe, zijnde ons aller Claudine, die het bijna twee decennia zou uitzingen en wier naam onlosmakelijk verbonden blijft met “Dwars door Grijsloke”. Zij volgde Robert Forêt op die zich in alle stilte teruggetrokken had in Kerkhove, alwaar  voor hem een grote carrière als café-baas lag weggelegd.

    Er werd voor steeds meer variatie gezorgd in de wekelijkse trainingen. Zo lees ik in het infoblad van de Loopclub dat de wintertrainingen van januari tot maart telkens plaatsgrepen op een andere locatie: Kluisberg, domein de Ghellinck, Wortegem-bos, Ronse (deel van de WK-omloop), Beukenhof Vichte, Gaverdomein Harelbeke, Heirweg (oriëntatietocht), Vichtsesteenweg (voetbalvelden), Lozer-bos…  De “motor” van die trainingen, Gilbert Terras, tevens verantwoordelijk uitgever van het clubblad, werd dat jaar overigens weer laureaat van de Sportverdienste in Anzegem.

    En er was de eerste bedevaartloop naar Kerselare. Wie op ’t idee is gekomen is mij ontgaan, maar een succes was het zeker en… het werd een blijvertje, een jaarlijkse traditie (dit jaar dus reeds de vijfentwintigste keer!). Willy Depraeter schrijft daarover in Het Nieuwsblad, anno 1989: “Als de zon in het land is krijgen de sportievelingen van Dwars door Grijsloke telkens de kriebels en voelen ze zich verplicht om te stunten. Deze keer trokken ze met zeventig man lopend op bedevaart naar Kerselare … Zondagochtend om acht uur woonde men daar de mis bij die opgedragen werd door deken Jozef Beel, die samen met zijn parochianen terugliep naar Grijsloke”. Voor een goed begrip: Jozef Beel was recentelijk lid geworden van het bestuurscomité van Dwars door Grijsloke, maar “deken” was iets te hoog gegrepen – er diende te staan “diaken”…

    Een andere innovatie – dat idee kwam weer van Lucien Vanlancker – was de Generatieloop. Ziehier wat daarover te lezen staat in de folder van dat jaar: “Met de medaille AVONDSCHEMERING bereiken we de laatste episode van de LEVENSLOOP, waarbij de oudere mens het moment gekomen acht om de levenstaak en levensboodschap door te geven aan een nieuwe, prille generatie. Om dit op een aanschouwelijke manier voor te stellen, hebben we gekozen voor een Generatieloop, bestaande uit een trajekt van 900 m, dat de ouderen (vanaf 40j.) in gesloten groep afleggen om dan te worden afgelost door hun ‘opvolgers’, de nieuwe, jeugdige generatie (tot en met 12j.) die een afstand van 3 km (de eerste 2 km in groepsverband, de rest in hun eigen gewenst tempo) dienen te overbruggen”. Die “Generatieloop” zou de daaropvolgende jaren vervangen worden door een heuse wedstrijd over 3 km (voor jongeren tot 12 jaar) en later door de verschillende jeugdreeksen over 500, 1000 en 1500 meter, zoals we ze nu nog steeds kennen.

    Het aantal inschrijvingen bleef gestaag stijgen, mede dank zij de buitenlandse deelneming, hetgeen we te danken hadden aan de Europajoggingcup, dewelke ook in 1989 op het programma stond. Maar nog werd het streefcijfer van 2000 deelnemers niet gehaald: dat zou pas het volgend jaar bereikt worden….

    De 20 km-wedstrijd werd gewonnen door de tamelijk onbekende Dendermondenaar Leo Brusselmans in de nochtans uitstekende tijd van 1.00.58. De 7 km was voor Gerdy Roose uit Wevelgem in 20’15”, vóór Carlo Desaever, de winnaar van ’t vorig jaar. De nummers één bij de vrouwen, Marleen Triest uit Vilvoorde (20 km in 1.19.08) en Kathy Declerck uit Waregem (7 km in 27.20) konden de “vrouwelijke prestaties” van ’t vorig jaar niet doen vergeten. Een grootse prestatie werd geleverd door Henri Bastien (uit Tilly bij Charleroi): na eerst de 7 km gelopen te hebben, liep hij ook nog de 20 km, dewelke hij beëindigde in 2u10’34”. Niet slecht voor… een 80-jarige!

    Voor de negende en laatste keer werd er in 1989 een diploma uitgereikt aan iedere loper die de zware Dwars door Grijsloke onder de knie had gekregen. Slechts enkelen (waaronder ikzelf) hebben daarom getreurd. Hoe die diploma’s uit de pionierstijd eruitzagen kunt u zien op www.bloggen.be/kris.




    En de Europajoggingcup? Die leek wind in de zeilen te hebben. Die zomer stond in het Wekelijks Nieuws te lezen: “De bedoeling van de Europajogging is namelijk tegen 1992 alle landen van de EG erbij te betrekken zodat het aantal wedstrijden opgevoerd wordt tot maar liefst 12”. Het zou helaas anders lopen. In 1989 kende de Europajoggingcup reeds zijn zwanenzang.

    01-07-2013 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Europa en de eurobiljetten.

    In mijn boek “Uit het schuim van de zee” (de Griekse mythologie in 136 boeiende verhalen, 404 pag., uitg. 2011) kunt u het verhaal lezen van Europa, de prinses die door de Griekse oppergod Zeus, in de gedaante van een stier, werd ontvoerd. Haar beeltenis prijkt op de nieuwste bankbiljetten van 5 euro, nl. het kopje aan de rechterkant, alsook het watermerk hetwelk u ziet onder de handtekening van Mario Draghi als u het briefje voor een lichtbron houdt.




    Het beeld is afkomstig van een schilderij op een meer dan tweeduizend jaar oude Romeinse vaas (een mengvat) die zich bevindt in het Louvre in Parijs. Ook de stier is afgebeeld op de vaas.

    Hierna volgt een uittreksel uit het boek:

    Poseidon, de god die heerste over de zeeën, was de broer van de oppergod Zeus. Net als zijn broer was hij zeer gevoelig voor vrouwelijk schoon. Libya, een kleindochter van Zeus en Io, zoals we in het vorig verhaal gezien hebben, was een van de velen die door Poseidon bemind werden. Dat resulteerde in een tweeling: Agenor en Belos. Agenor trok vanuit zijn geboorteplaats in Egypte naar Tyrus in Kanaän, waar hij koning werd. Hij kreeg zes nakomelingen: één dochter en vijf zonen. De dochter heette Europa. En wie ontbrandde in liefde voor deze schone maagd? Zeus! Om haar te versieren had hij een ingenieus plan bedacht. Hij gaf zijn zoon Hermes de opdracht het vee van Agenor naar de zeekust van Tyrus te drijven, alwaar Europa vaak vertoefde. Hij veranderde zichzelf in een stier en begaf zich tussen het vee. Europa merkte het dier op en raakte in vervoering door de indrukwekkende gestalte, de schitterende witte vacht en de grote trouwe ogen. De stier liet zich gewillig strelen door het meisje en nodigde haar uit op zijn rug plaats te nemen. Pas was dit geschied, of hij zette het op een lopen, recht de zee in, en waar het water te diep werd begon hij te zwemmen. Europa was niet weinig geschrokken, ze schreeuwde het uit van angst en ze riep de goden ter hulp. Maar de stier had geen oren naar haar smeekbeden en in een razend tempo zwom hij alover de Middellandse Zee tot hij het eiland Kreta bereikte. Aan de zuidelijke kust van het eiland ging hij aan land, op een plaats waar nu de stad Gortyna ligt. Hier nam hij weer zijn normale gedaante aan. Onder de schaduw van een reusachtige olijfboom had hij betrekking met Europa. De boom staat daar nog: ik heb hem met eigen ogen gezien. In een nabijgelegen grot schonk Europa het leven aan een zoon, de latere koning Minos, legendarisch heerser in de machtige burcht van Knossos, en naar wie de Minoïsche cultuur zou genoemd worden. In diezelfde grot kreeg Europa nog meerdere malen het bezoek van Zeus en ze schonk hem later nog twee zonen: Rhadamanthys en Sarpedon.

    Op het thuisfront in Tyrus was men ondertussen zeer bezorgd en bedroefd vanwege de verdwijning van Europa. Vader Agenor stuurde uiteindelijk zijn vijf zonen uit naar alle windstreken om hun zuster te zoeken. Hij legde hun meteen het verbod op het ouderlijk paleis nog te betreden zolang Europa niet teruggevonden was…

    Het vervolg van ’t verhaal kunt u verder lezen op pag. 47-49 van het boek of door te surfen naar www.bloggen.be/dzeus/archief.php?ID=14 en scrollen naar nr.10 “Europa en Kadmos”. U vindt er ook een tekening van Europa op de stier, door J. Bauwens.


    29-06-2013 om 14:26 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-06-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het eerste blogboek.
    Daantje Vlaemynck leest mijn cursiefjes op deze blog niet, of nauwelijks. En ik kan hem geen ongelijk geven: het is allemaal baarlijke onzin. En dat zal Daantje er ook wel van vinden. Maar het takvolle Daantje kleedt het wel anders in: “Dat lezen op het computerscherm is erg vermoeiend voor de ogen en men krijgt er pijn van in de rug en de nek. Helemaal anders dan een boek lezen, bijvoorbeeld”. De verhaaltjes uitprinten is evenmin een optie, want Daantje beschikt niet over een printer. En wat doe je dan, als schrijver: je laat al die onzin uitgeven in een lijvig, keurig boek van 426 pagina’s, prijs 27,09 euro. “OK” zegt Daantje, “ik koop het boek wel als het, over afzienbare tijd verramsjt wordt en tegen een paar euro te koop aangeboden wordt bij “De Slegte”, zoals de boeken van Brusselmans, of als ik het gratis kan krijgen bij een of ander weekblad zoals het boek ‘Godverdomse dagen op een godverdomse bol’ van Dimitri Verhulst”. Wat Daantje niet weet is dat  mijn boeken alleen “print-on-demand” uitgegeven worden, waardoor ze nooit in boekenwinkels zullen terecht komen (ook niet bij De Slegte) en waardoor er dus nooit één boek teveel zal gedrukt worden en er dus niets zal te verramsjen vallen. Laat ze nu maar komen, de grote uitgeverijen - en nu ik een succesrijk schrijver aan ’t worden ben zit dat er dik in - ze zullen allemaal bot vangen: ik blijf zweren bij “print-on-demand”.

    Het boek zal vermoedelijk verschijnen na de grote vakantie. Meteen verdwijnen dan alle cursiefjes (van eind 2005 tot en met 2008) van deze blog. Daantje staat meteen voor de keuze. Ofwel nog snel alles nalezen op het scherm, ten koste van ogen en rug en nek. Ofwel zich een printer aanschaffen. Ofwel 27,09 euro neertellen. Ofwel het hele zootje negeren. Ik denk dat hij voor het laatste zal kiezen… tenzij ik hem toch nog kan overtuigen met het voorwoord van  mijn “Eerste BLOGBOEK: schrijvelarij”.

    In dit boek  is mijn cursieve schrijvelarij van de jaren 2006 tot en met 2008 gebundeld. Geen onderwerp ben ik uit de weg gegaan, geen item was mij te gek.

    De kunst is het eerste item. Vooreerst zijn er Herman Brusselmans en Piet Huysentruyt, de twee grootsten, dé paradepaardjes van de Nederlanstalige literatuur in Vlaanderen. Dan volgen op respectabele afstand en in alfabetische volgorde: Albert Anckaert, Hugo Claus, Albert Debeurme, Guido Gezelle, Gerrit Komrij, Constant Permeke, Edith Piaf, Roger Raveel, Rembrandt van Rijn, Stijn Streuvels, Theo Thijssen, Vincent Van Gogh, José Van Laere, Paul Van Ostaijen, Dimitri Verhulst … en da’s nog maar een greep uit de velen die “gewogen en gewikt” worden. De “moderne literatuur”, de haiku-achtige en de scabreuze, worden op de korrel genomen en u maakt kennis met de allernieuwste literaire kunststroming: de plagiaiku.

    Een heel bijzondere plaats is voorbehouden voor Buth (Leo Debuth) die de link vormt naar een tweede item: Gent, het heerlijke studentenleven en de Gravensteenfeesten. Passeren de revue: de studentenjaren van weleer (in alle toonaarden bezongen in “O jerum jerum jerum…”, anno 2006), moeder Laetitia, het seniorenkonvent, Etienne Planchon, Mico Claeys, Freddy Strumane, de friture Njora, de brievenbus van Theo Lefèvre, de dubbele moord in de Bennesteeg, de lichting ’65, de professoren, Raymond Creus, de hedendaagse symposia, de Gentse gemeentepolitiek en… teveel om op te noemen.

    Omdat de Griekse mythologie  mijn stokpaardje is komt ook Hellas aan bod: zowel het nieuwe als het oude Hellas. Ik noem enkel Socrates, Rhodos, mevrouw Korevaar van de Montessori-school in Rotterdam en Grijslokes Olympiade, hetgeen mij naadloos brengt tot de sport en meer in ’t bijzonder tot…

    … Vlaanderens mooiste stratenloop Dwars door Grijsloke, de loopclub, de macho’s, de bedevaartloop, Ted Weeks, Rodney King, de Heuvelenloop in Kooigem, Johan Morreel, Dirk vanneste en Louis Glorieux (brother Louis). En om andere sporten niet te kort te doen: Jean-Marie Pfaff, Kim Gevaert, Tia Hellebaut, Briek Schotte, de Ronde van Frankrijk.

    Een aantal pagina’s wordt ingenomen door brieven aan BV’s: Jan Bauwens, Jack Vanlichtervelde, Marc Vanhoye, Willy Debyser en de raadselachtige, maar o zo geleerde, professor Omsk van Togenbirger de Waelekens.

    En dan zijn er de grote wereldproblemen: de opwarming van de aarde, de overbevolking, dementie, euthanasie, het probleem “België”, de politiekers en de CEO’s, om er maar enkele te noemen…

    Tevens komen talrijke beroemdheden aan bod: dokter Deberdt, professor Strüben, Fernand Devuyst, Jean-Luc Dehaene, Mahatma Ghandi, en vele anderen. Enkelen worden over de hekel gehaald, zij het op een beschaafde manier. Hetzelfde geldt overigens voor mijn eerbare familieleden: van mijn verre voorouders peetje en meetje Craeyenest tot Georges, de genealoog, en Hendrik Maveau.

    Hartverwarmende gebeurtenissen worden beschreven, zoals daar zijn: de miss-verkiezingen, de songfestivals, het Steenbrugge-bier, de straatliedjes van weleer en mijn Tony, Ameland, Leeuwarden en tax-free Monaco.

    Droevige gebeurtenissen ga ik evenmin uit de weg: mijn zwanenzang als dokter, de dood van Bobby, de vliegtuigramp van Bellegem, de drie jaar ellende in Oostende.

    Dit alles is nog maar een greep uit het aanbod, beste lezer. Ik wens u veel leesgenot en ongetwijfeld steekt u er ook nog wat van op.

    Kris.


    Voorontwerp: de cover van het boek zal er ongeveer zó uitzien, maar dan véél mooier!




    19-06-2013 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (15).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 15:  De Europajoggingcup.

    Op 22 juni 1987 kregen de mensen van de geschreven pers – toentertijd zaten ze in Grijsloke niet om een persconferentie verlegen – en een aantal “Grijsloke-VIP’s” deze uitnodiging in de bus (namens “het bestuur van Dwars door Grijsloke”):

    Betreft: Persconferentie 7e massaloop “Dwars door Grijsloke” op 29 augustus 1987.

    U wordt vriendelijk uitgenodigd tot het bijwonen van onze bijzondere persconferentie die doorgaat op maandag 6 juli 1987 om 19 uur stipt in het parochiezaaltje aan de kerk van Grijsloke, Gijzelbrechtegemsteenweg te Anzegem. Ditmaal zal de persconferentie internationale belangstelling genieten. Wij zijn er immers in geslaagd om, voor het eerst in België en in samenwerking met de organisatoren van de loopwedstrijden uit SCHWALMTAL-WALDNIEL (Duitsland), RAISMES (Frankrijk) en GRAAUW (Nederland), de “EUROPA JOGGING CUP” in het leven te roepen. Elke organisatie zal door een afvaardiging worden vertegenwoordigd op deze bijeenkomst. Videobeelden over de omloop en de omgeving van de buitenlandse wedstrijden zullen worden vertoond. Het wordt een bijzonder interessante ontmoeting. Daarom durven wij ten stelligste op uw aanwezigheid rekenen.

    De eerste europajoggingcup kon niet anders dan een succes worden. Lucien Van Lancker had er zich de ziel uit het lijf voor gewerkt. In 1987 werd er gestart met vier deelnemende landen:

    1° België met “Dwars door Grijsloke” op 29 augustus.

    2°Frankrijk met “La course des Terrils” in Raismes, bij Valenciennes op 4 oktober. Een buitengewoon  zware loopwedstrijd alover de terrils (reusachtige hopen steenafval uit de mijnbouw) die in Noord-Frankrijk en in andere voormalige mijnbouwgebieden het landschap (ont)sieren. Deze koers was in Grijsloke geen onbekende: ze was aan haar vierde editie toe en verscheidene leden van de loopclub hadden er minstens één keer aan deelgenomen.

    3° Duitsland met de achtste Internationaler Straszenlauf Rund um Waldniel (10 oktober), die door dokter van Aaken in ’t leven was geroepen en die sinds de dood van deze “joggingpaus”, die Grijsloke zo genegen was (hij overleed in 1984), de naam “Dr. Ernst  van Aaken Gedächtnislauf” had meegkregen. Ik herinner mij nog dat wij met een delegatie van Loopclub Grijsloke in alle piëteit het graf van de wereldberoemde sportdokter hebben bezocht. Daar bestaat een foto van, dewelke vroeg of laat nog wel eens op mijn blog (www.bloggen.be/kris) terechtkomt.

    4° Nederland, met de afsluitende stratenloop Terneuzen-Graauw op 28 november: “… hossen en crossen over, langs en onder de steile Zeelandse afsluitdijken…” zoals we konden lezen in Het Nieuwsblad van 30 november.

    Niet minder dan 248 deelnemers hebben aan de vier wedstrijden deelgenomen. Het was de beloning voor een puike organisatie: bussen waren ingelegd om de deelnemers op te halen op verscheidene plaatsen in Vlaanderen, voor alle 248 deelnemers was er een prachtig souvenir (de “Europajoggingcup”) en voor degene die zich bij optelling van punten het best had geklasseerd over de vier wedstrijden was, zowel voor de mannen als voor de vrouwen, de “Super-Europajoggingcup”. Die supercup werd in de wacht gesleept door de man die toen het paradepaard van onze loopclub was: Jaak Demeulemeester. Geen wonder dat Jaak dat jaar in Anzegem verkozen werd tot sportman van het jaar 1987. Over gebrek aan erkenning kon men in Grijsloke dat jaar overigens niet klagen: zoals eerder gezegd kreeg Lucien Van Lancker de prijs van de sportverdienste.

    Voor de tweede europajoggingcup, in 1988 (cf. www.bloggen.be/kris)  kwam Luxemburg als vijfde land de rangen vervoegen met de “Grand prix Robert Schuman”. Wat Duitsland betreft viel de keuze nu op de “Rheydter Citylauf” in Münchengladbach-Rheydt. Dat de “Dr. Ernst van Aaken Gedächtnislauf” uit de boot viel was vooral te wijten aan de eerder geringe belangstelling in Waldniel. Dokter van Aaken zou het betreurd hebben…

    Over hoe het de Europajoggingcup verder vergaan is hoop ik Lucien Van Lancker zelf aan het woord te kunnen laten in één van de volgende afleveringen.    






    01-05-2013 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (14)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 14: Jeugddromen en Levensleed.

    Het jaar daarop (1986) stond Nadine Sadones weer op het hoogste schavotje bij de dames 20 km, maar Joos Casteele moest net als in 1994 zijn meerdere erkennen in een Belgische marathonkampioen: dat jaar was het Danny Pauwelijn, die eindigde in 29’17”, een verbetering van het record van Frans Schiettecatte met éénentwintig seconden. Op het uitslagenblad stond zijn gemiddelde snelheid: “slechts” 19.533 km/u. Dat komt omdat het gemiddelde berekend werd op de “werkelijke” afstand, die… beduidend onder de 20 km lag. Niettemin een fenomenale prestatie die nooit meer zou verbeterd worden. Carlo Desaever en Claudine Baert triomfeerden op de kortste afstand.

    In 1987 werd Joos Casteele wél weer winnaar en nu was het Nadine Sadones die de duimen moest leggen (winnares Andrea Van Bost). De 7 km ging naar Gerdy Roose en bij de vrouwen viel de grootste eer te beurt aan Mia Deprez, zijnde het piepjonge nichtje van Gilbert Terras. Gilbert voorspelde haar een grote loopcarrière… Voor deze zevende editie waren 1908 sportievelingen ingeschreven. Tweeduizend deelnemers? We waren er bijna, maar nog niet helemaal.

    “Jeugddromen” was de medaille van de 6e DDG: lopende en spelende kinderen op de weg naar het Bouvelobos. Daar hoorde de volgende tekst bij: “Lopen als fysieke en mentale ontwikkelingstherapie bij de jeugd, in functie van hun toekomst. Sport – lopen vooral – leidt niet alleen naar een betere fysieke conditie, maar heeft ook een grote positieve invloed op de mentale ontwikkeling. Het is dé weg naar een aangename en zinvolle levensstijl”.

    En voor de 7e DDG was er de medaille “Levensleed”:  een jonge knaap en een jong meisje lopen de steile Bouvelostraat op, naar de kapel van Grijsloke, met op de voorgrond een door leed getekende moeder die een zwaar kruis torst. De bijhorende tekst: “Lopen als revalidatietherapie voor lichamelijke en geestelijke kwalen zoals oorlog, invaliditeit, ziekte, stress, wanhoop en ellende”.

    Parallel met de steile opmars van de loopkoers liep in de jaren ’86 en ’87 de groei van de loopclub. In groten getale kwamen ze iedere zondagmorgen naar Grijsloke afgezakt (of liever: opgeklommen) naar de Grijslookse heuvelrug voor de wekelijkse looptraining, gevolgd door een gezellige “après-jogging” in de kantine. Ze kwamen niet alleen uit de streek van groot-Anzegem, maar ook uit Wortegem-Petegem, Oudenaarde, Waregem, Ronse, Kluisbergen, Avelgem, Zwevegem, Kortrijk, Kruishoutem, Deerlijk, Harelbeke, Kuurne, Wevelgem… Het tweemaandelijks clubblaadje van Loopclub Grijsloke kreeg zijn definitieve vorm. De samenstelling ervan is tot op de dag van heden min of meer onveranderd gebleven: dezelfde rubrieken (loopkalender, uitslagen van de clubleden in de belangrijkste wedstrijden, tips i.v.m. voeding, training, gezondheid, portret van een jogger, weetjes, nieuwtjes, filosofische beschouwingen) en dezelfde verantwoordelijk uitgever (Gilbert Terras). Opa Gilbert, zoals hij zich op heden graag noemt, viel in die jaren de eer te beurt die hij ruimschoots verdiende vanwege een ruim twintigjarige carrière als sportmonitor, als voorzitter van de Anzegemse sportraad en als de man die de sportieve touwtjes van de massaloop Dwars door Grijsloke in handen heeft: in het Astoria-hotel in Brussel werd hij in 1986, samen met nog enkele anderen, door de toenmalige minister van cultuur gehuldigd en in Anzegem werd hij laureaat van de sportverdienste.

    In de jaren 86-87 was het stratenlopen in Grijsloke dus in volle opgang: het was de tijd van de grote persconferenties, de talrijke krantenartikels, de originele medailles en het druk bijgewoonde avondfeest op die laatste zaterdag van augustus. Grijsloke had een loopkoers met een filosofie. De leden van de loopclub namen deel aan loopwedstrijden in alle uithoeken van het land en ook buiten de landsgrenzen. Om er maar enkele te noemen: de kerstcorrida van Deerlijk, de internationale veteranenloop in Brugge, de Gulden Sporen marathon, de Course des Terrils in Noord-Frankrijk, Dwars door Brugge, de midwintermarathon in Apeldoorn, de Sirenejogging in Middelkerke…  tot  het wereldkampioenschap op de weg voor veteranen in Netanya (Israël!). Hoeveel kilometers Albert Debeurme en ikzelf niet getraind hebben voor dat wereldkampioenschap, in de Kortrijkse parken (zie foto uit een krantenknipsel van 9/3/1978 op www.bloggen.be/kris)!

    Was Gilbert Terras de sportieve motor van de club, Lucien Van Lancker, de bedenker van het begrip “Levensloop”,  was het brein van de organisatie. In 1986 verschenen door zijn toedoen in de kranten allerhande artikels over Grijsloke, zijn geschiedenis en zijn bewoners. Grijsloke stond nu definitief op de kaart in Vlaanderen. Maar Lucien wilde de faam van Grijsloke en zijn koers (waaraan in 1987 reeds een paar honderd buitenlanders deelnamen) uitdragen tot ver buiten de grenzen, met de Europajoggingcup. In 1987 kreeg hij daarvoor de prijs van de sportverdienste van de stad Anzegem. Over de Europajoggingcup zal ik het hebben in een volgende aflevering.



    Op de folder van 1987: de tweede en de derde medaille van de "Levensloop", met daaronder een verwijzing naar de boeken van "Dwars door Grijsloke" (in 1997 zou nog een derde boek verschijnen, nl. "Grijslokes Olympiade" en in 2000 werden de drie boeken gebundeld tot "Grijsloke 2000").

    01-03-2013 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-01-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (13).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 13: Levenslicht.

    De marathon van Moskou van 8 augustus 1985 werd gelopen bij een temperatuur van 38° Celsius in de schaduw, langs de oevers van de Moskwa-rivier. Geen hellingen dus, maar… evenmin schaduw. Het smeltend asfalt kleefde aan de schoenzolen. Een paar hebben er dit onmenselijk avontuur niet overleefd. Zowat de helft van de lopers kwamen na de aankomst in een veldhospitaal terecht. Onder hen drie van de vier die de kleuren van Grijsloke hadden verdedigd: Erwin Verheyde, Frank Veldeman en schrijver dezes. Erwin Verheyde was de enige die onder de vier uur was gefinisht: onder de gegeven omstandigheden een mooie prestatie. Eén was er ongeschonden uit het avontuur gekomen: Frans Veldeman, de vader van Frank, zestig jaar oud en aan zijn eerste marathon toe! ’s Anderendaags werden de vier Grijslookse lopers, samen met de andere buitenlandse deelnemers,  door de organisatoren getrakteerd op een uitgebreid diner. Veldeman junior kon er niet bij zijn: hij lag nog steeds in de kliniek… We hadden hem vervangen door een corpulente ingenieur uit Zwevegem die als niet-loper de reis met Grijsloke had meegemaakt. Een afgevaardigde van de president van de toenmalige Sovjetrepubliek kwam ons alle vier persoonlijk gelukwensen met de formidabele prestatie, en een trofee overhandigen, zonder zich blijkbaar af te vragen hoe die dikke ingenieur uit Zwevegem dat in godsnaam had klaargespeeld.

    Vier Grijslokenaren slechts aan de start (én aan de aankomst). In dat opzicht geen groot succes dus. Een man die we zeker ook aan de start hadden verwacht - maar die het om onduidelijke redenen  had laten afweten - is Didier Libbrecht, als wij mogen afgaan op een krantenartikel (met foto), verschenen in de week vóór de vierde Dwars door Grijsloke (cf. www.bloggen.be/kris). Hij zat toen nog niet in het bestuur van DDG, maar daar zou weldra verandering in komen. Didier zou in de jaren die volgden één van de belangrijkste pionnen worden, zowel van het organisatiecomité van de koers als van de loopclub: een ware duivel-doet-al.



    Een paar weken later was er de vijfde Dwars door Grijsloke. Het thema van de medaille: LEVENSLICHT (foto van de medaille op www.bloggen.be/kris).    



    Lopen in het teken van jonge vrouwen, aanstaande moeders. Bij deze gelegenheid zal de nadruk gelegd worden op het gezondheidsaspekt van het lopen als voorbereiding tot een nieuw leven. Deze medaille krijgt de symbolen van gezondheid, eenheid, hoop, natuur, dankbaarheid, geboorte en nieuw leven. Plaats op de omloop is de dorpskom, met als centraal punt de kerk waarrond Dwars door Grijsloke draait.

    Deze tekst staat te lezen op de folder. Hij is van Lucien Van Lancker. Bij “aanstaande moeders” had Lucien voorzeker  Marianne Demeulemeester in gedachten, het nichtje van onze pionier, wijlen dokter Albert Debeurme.  In 1982 had Marianne, vijf maanden zwanger zijnde, in Grijsloke de 20 km-wedstrijd gelopen in de mooie tijd van 1.54.36 (cf. foto van Marianne na haar aankomst: www.bloggen.be/kris).


    En zou er iemand wezen die meer van die dorpskom en van die kerk houdt dan Lucien? Als over acht maanden de 33e Dwars door Grijsloke van start gaat zal Luciens vernieuwde dorpskern er ongetwijfeld florissanter dan ooit bijliggen.

    Er waren weer meer deelnemers dan het vorig jaar, al was de “2000” nog lang niet gehaald; wat niet wegneemt dat de journalisten van de meeste kranten er wel degelijk tweeduizend hadden geteld. De 7 km-wedstrijd werd gewonnen door Stefaan Seynhave die ook al in 1982 had gewonnen. De 20-km wedstrijd werd op naam geschreven van Joos Casteele, die in de vier vorige edities eveneens het erepodium had gehaald. Bij deze eerste overwinning zou het voor Joost niet blijven. Tegen ’t einde van het decennium zou hij de titel van “mister Dwars door Grijsloke” krijgen. Bij de vrouwen triomfeerden Winnie Vuylsteke (7 km) en de “bloedmooie” Nadine Sadones (20 km).


    01-01-2013 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Epocriet.

    Epocriet.

    Dit wordt dus meer dan waarschijnlijk het woord van het jaar: “Epocriet”. Ik heb meer dan één reden om dat te geloven.

    Ten eerste. Epocriet klinkt als hypocriet. Doe zelf de proef en zeg eens van iemand dat hij of zij epocriet is: iedereen zal “hypocriet” verstaan. En waardoor werd de wereld in 2012 het meest beroerd? Precies: de val van Lance Armstrong. De wielrenner die wereldkampioen werd, de strijd tegen kanker won en daarna nog zevenmaal op rij  de Ronde van Frankrijk , de man die  LIVESTRONG  in ’t leven riep, de stichting die voor talloze lijders aan kanker over de hele wereld een enorme steun was bij het overwinnen van hun ziekte. Een sportman met een image nog groter dan de Eiffeltoren: van zijn voetstuk gevallen, verguisd en ontdaan van al zijn eretitels en van zijn zeven overwinningen in de Tour de France. De man die het “gezond leven” gepromoot heeft en zelf doping nam bij ’t leven! De hypocriet…

    Ten tweede. Erytropoietine, kortweg “epo”. Lance Armstrong was bijlange niet de enige die het nam. In de Tour de France van 1999 bijvoorbeeld was onze landgenoot Kurt van de Wouwer met zijn elfde plaats de best geklasseerde van degenen die geen doping hadden genomen. En vóór de term “epo” zijn intrede deed in de wielermilieus was er al een tourwinnaar van wie ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid durf beweren dat hij een of andere vorm van bloeddoping nam: een grotere hypocriet dan Armstrong, een “epocriet” wiens boekje ik niet wens open te doen. Hoewel, als ’t woord eenmaal officieel gekozen is als hét woord van ’t jaar, ik wel een tipje van de sluier zal oplichten, op  www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=2061164 . 

    20-11-2012 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (12).
     

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 12: De Levensloop.


    Over de prestaties van Loopclub Grijsloke in de marathon van Moskou zullen we het hebben in het eerstvolgend nummer. En de loop van Grijsloke naar Athene? Dat werd in de diepvries gestopt… tot in 1994. In de negen jaar die volgden zou dat idee uitgroeien tot een absoluut hoogtepunt van sport en cultuur. Maar in 1985 was de loopclub duidelijk nog niet rijp voor het Grieks avontuur.

    Lucien Van Lancker, die toen op het toppunt van zijn creativiteit was, kwam met een schitterend project op de proppen. Het was voor eenieder duidelijk dat de serie medailles van de voorbije drie jaar (goud-zilver-brons) het doel niet had gemist. Wie de bronzen medaille had behaald kwam geheid het jaar daarop terug voor zilver en ’t jaar dáárop voor goud. Lucien stelde daarom een nieuwe serie medailles voor, ditmaal over vijf jaar. Voor de periode 1985-1989 bedacht hij de naam “GRIJSLOKE-LEVENSLOOP”. Elk van de vijf medailles kreeg een plaats toegewezen op de medaillehouder die voor de gelegenheid werd vervaardigd. En elke medaille kreeg een naam toebedeeld die zó geplukt kon zijn uit het werk van Vlaanderens roemrijkste prozaschrijver, tevens onze dorpsgenoot: Stijn Streuvels. “Levensloop” had een dubbele betekenis. Ten eerste, de “loop” in Grijsloke, waar het thema nog steeds was: gezond leven door uithoudingstraining, d.i. lopen voor het leven. Ten tweede, de levensloop van de mens, van de wieg tot het graf, gesymboliseerd door de afbeeldingen en de Streuveliaanse namen op de medailles: Levenslicht (1985), Jeugddromen (1986), Levensleed (1987), Levenslied (1988), Avondschemering (1989).

    Dat de formule aansloeg bewijst het feit dat in de komende vijf jaar het aantal deelnemers gestaag bleef stijgen. De kaap van de tweeduizend deelnemers kwam nu echt in zicht. Het aantal leden van de loopclub bleef ook aangroeien en hetzelfde kan gezegd worden van het aantal bestuursleden dat nu aangegroeid was tot dertien. Twee pioniers van het eerste uur hadden er de brui aan gegeven: Gaston Depoorter (+) en Jean-Pierre Clement. Zes waren er bij gekomen. De totale ploeg bestond nu uit: Robert Forêt, Marc Messiaen, Lucien Van Lancker, Jules Waelkens, Octaaf De Candt (+), Roger De Jonghe (+), Kris Vansteenbrugge, Tom Ampe, Jozef Beel, Albert Debeurme(+), Gilbert Terras, Paul Vandenberghe en Hubert Algoet (de laatste drie maken in 2012 nog steeds deel uit van het bestuur). In die tijd was Lucien Van Lancker het brein van de koers en de onbetwiste voorman. Hij koesterde grootse grensoverschrijdende plannen voor Dwars door Grijsloke. Waarover later…





    01-11-2012 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-10-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een bestseller.

    "Uit het schuim van de zee" is reeds aan zijn derde druk toe. Het wordt een ware bestseller. U leest er alles over op www.bloggen.be/dzeus .

    27-10-2012 om 10:21 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (11)

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 11: 1984, een groot jaar met (té) grootse verwachtingen.

    In het najaar van 1983 had ik mijn eerste marathon gelopen en niet de eesrste de beste: de enige echte authentieke marathon, in Griekenland, van Marathon naar Athene! Op een zwaar bergachtig parcours en in een verzengende hitte. Anders dan Pheidippides, een vijftal eeuwen vóór Christus, had ik die race overleefd, al heeft het aan een zijden draadje gehangen. Desalniettemin raakte ik meer en meer in de ban van het afstandlopen en… van de Griekse mythologie. Ik stelde mij tot doel de Olympische gedachte te laten doordringen in Grijsloke. Dat resulteerde in een tweede boek over Grijsloke (De mens… een loopdier), in verscheidene voordrachten die ik ’t allen kante ging houden (over het langeafstandlopen en over de Griekse mythologie) en in een “Grijslookse” deelname aan de Anzegemse Gapersstoet met als thema “Van Marathon tot Grijsloke” (zie foto van onze praalwagen op www.bloggen.be/kris).

    Ondertussen hadden de leden van de Loopclub niet stil gezeten. Zij waren present op alle mogelijke joggings in het Vlaamse land en ze hadden hopen folders en affiches bij met als doel: zoveel mogelijk deelnemers en toeschouwers te lokken naar de vierde Dwars door Grijsloke op 25 augustus 1984. De jaarlijkse persconferentie ontbrak natuurlijk niet en dat resulteerde in een paar dozijn artikels (soms ter grootte van een volle pagina) in dag- en weekbladen. Om u een idee te geven van wat er medegedeeld werd, volgt hier een kort uittreksel uit hetgeen op 23/8 in het Nieuwsblad te lezen stond onder de titel “Grijsloke loopt storm voor massaloop”:

    Zaterdag beleeft het kleinste dorpje van België inzake oppervlakte opnieuw zijn hoogdag en groeit het voor één dag uit tot het mekka van de loopsport in ons land. Niet minder dan 2.500 deelnemers worden er verwacht voor Dwars door Grijsloke, de massaloop die eigenlijk veel meer inhoud heeft dan veel andere joggings. Daarvoor tekent het organiserend komitee met dokter Kris Vansteenbrugge op kop. Hij is de man die een volledige theorie opbouwde rond het joggen en dit als een perfekt antwoord ziet op de gevaren van de moderne welvaartsziekten als kanker en hartinfarkt. Onder het motto aan de eigen gezondheid te werken komen sportievelingen uit geheel Vlaanderen en van ver daarbuiten naar Grijsloke. Ook het parkoers, maar vooral de perfekte organisatie zorgen voor het succes. Aan ideeën in Grijsloke ook geen gebrek: volgend jaar neemt men deel aan de maraton van Moskou en in 1986 loopt men van Grijsloke naar Athene.

    Achteraf zou blijken dat het allemaal iets te hoog gegrepen was. Wat niet wil zeggen dat de 4e DDG geen groot succes was. Wel integendeel. Het record qua aantal deelnemers en toeschouwers was weer fel verbeterd en op de erelijst van deze “gouden” Dwars door Grijsloke mochten we winnaars van het allerhoogste gehalte bijschrijven: de 20 km werd gewonnen door de gewezen Belgisch maratonkampioen Jan Van Leirsberghe, de 7 km door Peter Daenens die enkele weken eerder nog de halve finale in de 3000 m steeple had bereikt tijdens de Olympische Spelen in Los Angeles en de avond voordien nog had deelgenomen aan de Memorial Vandamme – Peter Daenens heeft het later ook nog tot Belgisch marathonkampioen gebracht. Na de koers was er een geslaagd en druk bijgewoond dansfeest in de feesttent. De feestvreugde kon niet op. Maar de 2.500 deelnemers werden bijlange niet gehaald. Na het weekend varieerden de cijfers in de kranten van 1700 tot 2000 en ook dat was nog een beetje overschat. Een realistisch cijfer was te lezen in het gemeentelijk infoblad:

    De 4e uitgave overtrof nog eens alle voorgaande. Deze keer waren er ongeveer 1600 deelnemers aan de twee wedstrijden. Die deelnemers kwamen uit alle hoeken van het land; er was zelfs een internationale belangstelling want er waren Italianen en heel wat Nederlanders aan de start. Ook de publieke belangstelling was reuze, zoveel volk heeft men in Grijsloke nog nooit gezien.

    Het zou nog zes jaar duren voor de kaap van de 2000 deelnemers werd bereikt. En de marathon van Moskou en de loop van Grijsloke naar Athene? Ook te hoog gegrepen? Dat zal blijken in een volgende aflevering.




    .
    De praalwagen van Loopclub Grijsloke in de Gapersstoet. V.l.n.r. Jules Waelkens (secretaris DDG), Robert Forêt (voorzitter DDG), Martine Vandenheede (clubdokter), Lucien Van Lancker (hoofdorganisator DDG), Kris Vansteenbrugge (stichter DDG), Remi Ervin (sponsor en lid van de loopclub).

    01-09-2012 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN PERFECT CADEAU.

    Uit het schuim van de zee (2011), 402 pag.,

    de Griekse mythologie in 136 verhalen (geïllustreerd)

    Een perfect cadeau voor uw cultuurminnende  familieleden, vrienden en kennissen.

    Vanaf 1.1.2012 is het boek enkel nog te verkrijgen bij de auteur (prijs 18,95 euro).
    Bestellen via tel. 056.215944  of  via mail  kvansteenbrugge@gmail.com.
    Voor leveringen in België worden geen verzendkosten aangerekend.
    Vermelden indien u een gesigneerd exemplaar wenst.
    Levering binnen de drie dagen.


     



    15-08-2012 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en loopclub Grijsloke (10).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 10: Zes proefkonijnen in de aanloop naar de derde editie.

    Vanaf 8 mei 1983 was er iedere zondagmorgen looptraining in Grijsloke en dat zou nimmer veranderen tot op de dag van heden. Voortaan zou er slecht één enkele zondag in ’t jaar geen training zijn: de dag ná de koers, d.i. de dag ná de laatste zaterdag van augustus. We hadden ons al van in den beginne opgesteld als gezondheidspredikers, en als trouwe volgelingen van dokter van Aaken wilden we nu ook het bewijs leveren dat lopen geschikt is voor iedereen ongeacht leeftijd en geslacht en dat het de gezondheid ten goede komt. We zochten en vonden zes “proefkonijnen” : (nu citeer ik uit “Grijsloke 2000”, pag.128) een groep van zes vrouwen, allen met gezondheidproblemen allerhande, zwaarlijvigheid, hoge bloeddruk, hartkloppingen, psychische en psychosomatische klachten, moeheid, e.d. De zwaarste onder hen woog 104 kg. Géén van de zes was in staat meer dan honderd meter achtereen te lopen. Wij beloven hun dat ze na één jaar training de 20 km lange Dwars door Grijsloke vlot zullen uitlopen. In de loop van dat ene jaar wordt wekelijks (voor sommige zaken maandelijks) nagegaan wat de invloed van de uithoudingstraining is op het hart (polsfrekwentie, polsrecuperatie, bloeddruk, electrocardiogram), de vetsamenstelling van het bloed, het lichaamsgewicht, enz. Op heden, na enkele maanden, zijn de zes lopende Eva’s (Carine, Evelyne, Marie-Jozef, Martine, Rosanne en Rosi) goed op weg om het gestelde doel, de 20 km te bereiken. Ze zijn er zelf van overtuigd dat het zal lukken. Vriendschap, kennismaking met anderen, een nieuwe vorm van ontspanning, prestatiedrang, zichtbare en meetbare verbetering van de lichaamsfysiek, zich fitter voelen: de zes lopende vrouwen van Grijsloke hebben hun Mekka ontdekt (foto’s van die zes lopende vrouwen kunt u vinden in het boek op pag. 143).

    Dat “gezondheidsthema” kwam  natuurlijk weer uitgebreid aan bod in de persconferentie, die zo stilletjesaan een  jaarlijkse traditie aan ’t worden was in de maand die de koers vooraf ging. Drie foto’s van die persconferentie staan op pagina 136 van het boek. Een heel bijzondere persconferentie door de aanwezigheid van een drietal memorabele genodigden. Eerst was er onze eigen legendarische Aureel Vandendriessche, de grootste marathonkanmioen die ons land ooit gekend heeft. Dan was er Mark Smet, de eerste Belg die de marathon liep in 2.10. En tenslotte, in het hoekje, uiterst rechts op bovenste foto, Jan Bauwens, de onvolprezen filosoof, die jaren lang en tot op heden nog, in vaak lyrische bewoordingen de lof heeft gezongen van Dwars door Grijsloke. Ook de kranten zongen de lof van Dwars door Grijsloke met talloze artikels en foto’s.

    Het bleek allemaal zijn vruchten af te werpen. Vijftienhonderd deelnemers, dat was zowat de helft meer dan ’t jaar ervoor, stonden aan de start op 27 augustus 1983. Voor de meesten was het hem te doen om de sport, om de eer, om de prestatie op het lastigste en tegelijk het mooiste loopkoerstraject van Vlaanderen, om het diploma en om de medaille, weliswaar identiek aan die van ’t vorig jaar, doch ditmaal in zilver. Maar er was niet alleen de kwantiteit. Met Peter Daenens, die de 7 km-wedstrijd won, hadden we zowat de beste Belgische atleet van ’t ogenblik in huis gehaald. En toch moest onze eigen Filip Steelandt maar weinig voor hem onderdoen. In de 20 km-wedstrijd won Paul Pieters voor de tweede maal vóór één van ’s lands beste veldlopers van die tijd, Walter Wackenier. Bij de vrouwen won de nationale belofte Anja Debrabant in de 7 km, terwijl de wereldberoemde Brugse veterane Denise Alfvoet de plak zwaaide in de 20 km vóór de bloedmooie Ronsische Nadine Sadones.    

     

     

    01-07-2012 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (9).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 9: De loopclub steekt definitief van wal.

    Na twee uiterst geslaagde edities van “Dwars door Grijsloke” en met een sprankelende toekomst in ’t verschiet, was de tijd rijp om “het bestuur” met enkele eenheden uit te breiden. Eerst was er Gilbert Terras, die nu ook officieel dé trainer van de club werd: bestuurslid en trainer, twee functies die hij op heden nog steeds bekleedt. Dan was er Pol Vandenberghe, een stevig uit de kluiten gewassen Grijslokenaar en verdienstelijke afstandloper, die nog steeds de duivel-doet-al is van het bestuurscomité. En tenslotte: de flamboyante Marc Messiaen, geboren en getogen in Grijsloke, en geslaagd zakenman (als concessiehouder van Toyota in Kortrijk). Marc heeft DDG reeds verscheidene jaren vaarwel gezegd, maar de jaren dat hij hier actief was heeft hij in hoge mate bijgedragen tot de groei en de bloei van onze loopkoers. Zijn eerste grote verwezenlijking was het organiseren van een tweedaagse busreis naar de  loopkoers op de Nürburgring, de koers van dokter Ernst van Aaken. Na dezes vereerd bezoek van enkele maanden tevoren waren we hem dat verschuldigd. De koers was, zoals ik reeds het vorig jaar had kunnen ervaren, bijzonder zwaar, vanwege de zware hellingen, minstens zo lastig als Dwars door Grijsloke of de have marathon van Hastings. De verwezenlijkte tijden moeten volgens dokter van Aaken vergeleken worden met die van een 25 km-loop op een vlak parcours. Onze beste man, Willy Vanmeerhaeghe behaalde een schitterende 45e plaats op zesduizend deelnemers, in een tijd van 1u17. Onze drie nieuwe bestuursleden waren allen van de partij: ze zetten tijden neer van 1u41 (Gilbert Terras), 1u49 (Pol Vandenberghe) en 2u12 (Marc Messiaen). Zelf finishte ik in 1u54 en dat leek mij lang niet slecht. In totaal bereikten veertien Grijslokenaren de finish. Er waren achtentwintig supporters meegereisd: voor elke loper twee…

    In het voorjaar van 1982 waren er al gezamenlijke looptrainingen geweest in Grijsloke, maar van een echte loopclub was er toen nog geen sprake. Die kwam er pas in het najaar, met het verschijnen van de eerste lidkaarten (prijs: 100 frank). Op de lidkaarten stonden de data van de geplande activiteiten: telkens om 9 uur de zondagmorgen verzamelen aan de kerk van Grijsloke. De eerste activiteit was op 14 november en misschien kunnen we die datum (14.11.1982) weerhouden als de dag waarop Loopclub Grijsloke écht van de grond kwam. Van november tot en met april waren er 12 “trainingen”, d.i. twee in de maand, en het was “multidisciplinair” opgevat, want op de kaart staan o.a. vermeld: balspelen, turnoefeningen en een fietstocht van 25 km. Vanaf de maand mei waren de trainingen iedere zondag, op de omloop van Dwars door Grijsloke: verzamelen aan de kerk om 8.45 uur. Waarom dat kwartiertje vroeger? U verneemt het, waarde lezer, in de volgende aflevering. Het heeft te maken met eens groots opgezet wetenschappelijk onderzoek van onze pas aangestelde (toen nog) piepjonge clubdokter Luc Termote in samenwerking met onze trainer Gilbert Terras, nu beter gekend als … opa Gilbert.

    01-05-2012 om 20:32 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (8).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 8: De tweede Dwars door Grijsloke.

    Dwars door Grijsloke had nu volop wind in de zeilen. De sympathie van zovele grote sportnamen die wij hadden mogen ervaren tijdens de sportavond van 13 maart, de voordracht van dokter Ernst van Aaken, het boek “Dwars door Grijsloke”, de grote artikels in dag- en weekbladen (ook in de nationale edities), de zondagochtendtrainingen in Grijsloke, de onverdroten inzet van de organisatoren die present waren om de loopkoers te promoten op alle grote en minder grote stratenloopwedstrijden van het land: al die zaken droegen er toe bij om van de tweede Dwars door Grijsloke tot een in de streek ongekend niveau te tillen.

    Enkele nieuwigheden werden ingelast. Er werden veranderingen aan de omloop aangebracht (van 1982 tot op heden werd er overigens vrijwel niet meer aan de omloop gesleuteld), in de 20 km-wedstrijd zou de Pikkelstraat niet meer dan driemaal beklommen worden en de 5 km-wedstrijd werd verlengd tot 7 km. Er werd een nieuwe medaille ontworpen, maar het hoofdmotief (de twee jonge lopers met de kapel) werd behouden. Het was een “bronzen” medaille. De bedoeling was in 1983 met een gelijkaardige “zilveren” medaille voor de dag te komen en in 1984 met een “gouden”. Dat zou ongetwijfeld de lopers motiveren om de komende jaren weer deel te nemen. Dat het een goed idee was, zou blijken… Kleedkamers, inschrijvingen, podium, prijsuitdelingen, etc., verhuisden van de zaal Lugano naar een grote tent in een weide die dicht bij de start- en aankomstplaats was gelegen: veel practischer.

    We werden beloond met duizend deelnemers en grote koppen en superlatieven in de pers. In hun enthousiasme vergaloppeerden sommigen zich: zo blokletterde het toen erg populaire “Fit Veteraan” (het latere Loopmagazine):  Duizenden deelnemers aan de 2e Dwars door Grijsloke. En de ondertitel luidde: Nooit voorheen bracht een
     
    stratenloop in Vlaanderen zo’n massa op de been
    . Dat laatste was niet eens fel overdreven. En zeggen dat acht jaar later dat deelnemersaantal nog zou verdubbeld worden…

    Winnaar van de 7-km race werd de Wevelgemnaar Stefaan Seynaeve, die ‘t vorig jaar derde werd en dus nu voor de tweede (en niet voor de laatste!) maal op het podium stond. De winnaar van de grote wedstrijd (de 20 km)  van vorig jaar nam toch deel, in tegenstelling tot wat wij in deel 4 verkeerdelijk lieten uitschijnen. Maar Paul had op dat ogenblik niet de grote conditie te pakken; hij werd toch nog vijfde. De tweede (Joos Casteele) en derde (Johan Demeyer) van ’t vorig jaar waren nu respectievelijk derde en vierde. Winnaar met overdonderend meesterschap (méér dan drie minuten voorsprong op de tweede en zelfs meer dan vijf minuten op Paul Pieters!) werd onze dorpsgenoot, de Anzegemnaar Frans Schiettecatte. Frans was op dat ogenblik amper twintig jaar en behoorde reeds tot de allerbeste 5 km-lopers van het land. Hij was in de wieg gelegd om in de voetsporen te treden van het roemrijke en wereldbekende trio Anzegemse afstandlopers Frans Herman, Aureel Vandendriessche en Roger Deweer. Eilaas, Frans had een foutieve loopstijl: de afrol van zijn voeten was niet goed, in de plaats van op zijn hielen kwam hij bij iedere pas op zijn tenen terecht en dat bracht allerlei ortopedische kwetsuren met zich mee, waardoor zijn ster zo snel uitdoofde als ze gerezen was. Van latere deelnames was er voor Frans Schiettecatte geen sprake meer. Zijn tijd werd nooit meer geëvenaard: 59 min. 38 sec. over 20 km, een tijd om van te duizelen, en dat op een dergelijk onmenselijk lastig parcours! Er dient eerlijkheidshalve gezegd dat die twintig kilometer naderhand amper… 19 km bleken te zijn. Al hebben wij, organisatoren, dat nooit openlijk willen toegeven. Wij waren er overigens van overtuigd dat die 19 km. in Grijsloke er op zijn minst twintig waard waren. Tweede was dat jaar ene Gary Peace uit het Antwerpse. We hebben die vreemde eend later nooit meer terug gezien…


      Op pagina 180 van "Grijsloke 2000"...

    01-03-2012 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (7).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 7: Dokter van Aaken.

    Kort na de tweede wereldoorlog begon de Duitse dokter Ernst van Aaken zijn theorieën over het belang van uithoudingstraining te verkondigen, via talloze artikelen en voordrachten overal ter wereld: uithoudingstraining als middel om gezondheid te behouden en gezondheid te herwinnen. Met zijn glasheldere argumenten en wetenschappelijk gefundeerde theorieën slaagde hij erin, veel tegenstand vanwege vastgeroeste opvattingen ten spijt, om vrouwen, kinderen en hoogbejaarden tot het langeafstandslopen te bewegen. Aldus had deze geniale gezondheidswerker – en zelf langeafstandsloper – de basis gelegd voor wat, eerst in Amerika en later in Europa, zou uitgroeien tot een ware joggingrage.

    Ik had de “paus van het langeafstandslopen” leren kennen in september 1981, kort na de eerste Dwars door Grijsloke dus. Ikzelf had toen de loopmicrobe al helemaal te pakken en ik had mij ingeschreven voor de Nürburgringloop (op het 23 km. lange en bijzonder lastige autocircuit) waarvan dokter van Aaken de stichter en mede-organisator was. Tot mijn stomme verbazing vernam ik daar dat deze beroemde wetenschapper en sportman door het leven ging met twee kunstbenen: jaren tevoren had men zijn beide benen moeten amputeren, na een zware aanrijding tijdens het joggen… Naar aanleiding van deze eerste kennismaking stuurde hij mij op 30 september een brief en een geschenk. De brief was een pleidooi voor het langeafstandslopen, het geschenk was een exemplaar van zijn laatste boek “Zivilisationskrankheiten und ihre Verhütung” met als ondertitel “Krebs und Herzinfarkt müssen nicht sein”. Dat was het begin van een zeer vruchtbare correspondentie die ik met dr. Van Aaken heb gevoerd tot aan zijn dood in 1984. Hoewel we elkaar amper drie keer ontmoet hebben, rekende ik hem tot mijn vrienden, en… misschien was dat wel wederkerig, rekening houdend met het feit dat hij mij met regelmatige tussenpozen één van zijn boeken opstuurde. Het mooiste was misschien nog wel dat hij mij toestemming gaf tot het vertalen van een deel uit het boek dat hij mij ter kennismaking had gestuurd. Ik was toch al van plan geweest een (niet al te lijvig) boek te schrijven over Dwars door Grijsloke. Het zou een boek van 120 bladzijden worden en ik gaf het de dubbele titel “Dwars door Grijsloke – Kanker en hartinfarct moeten niet zijn”. En het allermooiste: hij zou in hoogsteigen persoon naar Grijsloke komen om daar een voordracht te houden over uithoudingstraining (zijn eerste in Vlaanderen) en tezelfdertijd het boek met zijn vertaalde tekst te signeren!

    26 juni 1982 is een onvergetelijke dag geweest voor Dwars door Grijsloke. ’s Werelds beroemdste sportarts kwam in de ruime raadzaal van het voor de gelegenheid zwaar bevlagde gemeentehuis, een voordracht geven. De zaal zat afgeladen vol en er waren talrijke prominenten aanwezig. De titel van de voordracht luidde: “Vogel fliegt, Fisch schwimmt, Mensch läuft und bleibt dadurch gesund”. De voordracht was in het Duits, maar van Aaken had een tolk meegebracht die alles netjes in het Nederlands umzetste. Bijna drie uur duurde de uiteenzetting, maar de ideeën die de grote geleerde naar voor bracht, waren dermate revolutionair en gefundeerd en zijn spreekstijl was zo aangenaam dat de aandacht geen ogenblik verslapte. Na de voordracht werden er geschenken en eremedailles uitgewisseld en wie een boek gekocht had kon het laten tekenen. Dokter van Aaken beantwoordde ook nog allerhande vragen van journalisten en andere aanwezigen, lopers en “toekomstige lopers”. Achteraf onderhield hij zich nog met verscheidene aanwezigen die om raad kwamen vragen in verband met hun gezondheidstoestand. Tot een gezellig onderonsje kwam het nog met enkele bestuursleden van “Dwars door Grijsloke” en in ’t bijzonder met dokter Albert Debeurme voor wie van Aaken een bijzondere sympathie had opgevat. Zijn sympathie ging overigens uit naar alle aanwezigen. Ontroerd dankte hij bij het afscheid voor het warme onthaal dat hem te beurt was gevallen. Zijn afscheidswoorden “So etwas habe ich noch nie erlebt” (zoiets heb ik nog nooit beleefd) waren spontaan en gemeend. Tot zijn auto uit het zicht verdween wuifde dokter van Aaken tot afscheid.

    We hadden een hoogdag beleefd in de geschiedenis van “Dwars door Grijsloke”, één die waarschijnlijk nooit meer zou overtroffen worden. De faam van onze loopkoers was nu definitief gevestigd. Meer dan ooit waren wij, bestuursleden, ervan overtuigd dat wij goed bezig waren.

    De kranten, ook in de nationale edities, wijdden grote artikels aan het gebeuren. Alles werd op video opgenomen. De video-opname bestaat nog steeds en wie er een kopie van wil kan die ongetwijfeld bekomen bij TV Hubert Algoet, Anzegem.



    Ik had de eer dokter van Aaken voor te stellen. Vlnr: Raf d'Hollander (tolk), dr. van Aaken, ikzelf, Albert Debeurme.

    03-01-2012 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-10-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (6).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 6: De basis voor de Loopclub wordt gelegd.

    Het groot sportfeest van 13 maart had de aanwezigen extra gemotiveerd voor het lange-afstandslopen. Velen die nooit aan hardlopen hadden gedaan, begonnen “goesting” te krijgen. Die goesting moest gevoed en in goede banen geleid worden, zo dacht ik, en velen met mij. Het lag voor de hand dat het houden van gezamenlijke looptrainingen daartoe het geëigend middel. Waar konden die trainingen het best plaats grijpen? In Grijsloke zelf, natuurlijk. Bijeenkomst aan de kerk, de zondagmorgen, op een nader te bepalen uur, en onder leiding van een bekwame trainer. We hadden er één in ons organisatiecomité: Tom Ampe, kinesist én regent lichamelijke opvoeding. Het kon niet beter treffen! Tom verklaarde zich bereid…

    En op 25 april 1982 was het dan zover: de eerste gezamenlijke looptraining. De pers en de lokale radio hadden veel aandacht besteed aan deze primeur en zo kwam het dat er zovelen waren komen opdagen dat de fotograaf ter plaatse een breedhoeklens diende te gebruiken om alle opgekomen sporters op één beeld te vereeuwigen (zie foto op pag. 32 van het boek “Grijsloke 2000”). Een uitgebreide video-opname van deze allereerste training heb ik nog steeds in mijn bezit. Onze toplopertjes van heden waren toen nog lang niet geboren, de kinderen van toen hebben de middelbare leeftijd bereikt, de knappe veertigers zijn nu de “bejaarde macho’s” die nu alleszins beter zijn in ’t zwanzen en in ’t pinten pakken dan in ’t lopen, en van de ietwat ouderen van toen zijn er helaas verscheidenen reeds ter ziele gegaan. Tempus fugit, of, anders gezegd, de tijd vliegt snel! O jerum jerum jerum…

    Achttien weken scheidden ons nog van de “grote dag”, zijnde de tweede Dwars door Grijsloke. Er werd een loopprogramma opgesteld dat het voor iedereen, man of vrouw, jong of oud, dik of dun, mogelijk moest maken een Dwars door Grijsloke te lopen, zonder al te veel moeite of pijn. Tom Ampe deed zijn best om zich als trainer zo goed mogelijk van zijn taak te kwijten. Aan capaciteiten ontbrak het hem allerminst, wel aan… tijd. Tom was immers – en is nog steeds – een uitstekend kinesist, en uitstekende kinesisten hebben doorgaans veel werk, ook op… zondagochtend. Er moest dus uitgekeken worden naar versterking. En daar was Gilbert Terras. Net als Lucien Vanlancker een jaar eerder, kwam Gilbert ons in de schoot vallen, als een geschenk uit de hemel. Gilbert was er één van de fameuze Anzegemse lopersschool van het midden van de twintigste eeuw, waartoe grote namen behoren als Frans Herman, Aureel Vandendriessche en Roger Deweer. Het was sommigen van het organiserend comité bekend dat Gilbert in ’t verleden verscheidene sportieve activiteiten had georganiseerd en begeleid. En Gilbert liet het hem geen tweemaal vragen: samen met Tom Ampe zou hij de sportievelingen van Grijsloke en omstreken klaarstomen voor de tweede Dwars door Grijsloke.

    Vier maanden werd er dus getraind op de fameuze omloop van Grijsloke. En er waren er die gingen deelnemen aan joggings in de buurt. Ze waren present in Nieuwenhove, in Vijve en in Elzele, alwaar ze een trofee behaalden voor de club met het grootste aantal deelnemers: ze hadden zich namelijk ingeschreven als leden van… joggingclub Grijsloke. De kiem van Loopclub Grijsloke was gelegd. Dé extra stimulans kwam er in ’t midden van die vier maanden. Op 26 juni kwam de paus van het lange-afstandslopen naar Grijsloke, de wereldberoemde Duitse dokter Ernst van Aaken. Hoe dat tot stand gekomen is en hoe het allemaal verlopen is, verneemt u een volgende keer.


    (de eerste gezamenlijke looptraining op 25 april 1982)

    31-10-2011 om 11:25 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-09-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De 31e Dwars door Grijsloke.
    Dwars door Grijsloke is qua aantal deelnemers weliswaar niet meer wat het een kwarteeuw geleden geweest is, maar qua belangstelling, organisatie en ambiance is het ongetwijfeld nog steeds de meest tot de verbeelding sprekende stratenloop van Vlaanderen. Kortom: Vlaanderens mooiste. 
    In bijlage een paar krantenknipsels...




    06-09-2011 om 04:01 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-08-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (5).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 5: Meer dan alleen maar de loopkoers.

    Tijdens de maanden die volgden op deze eerste, zó geslaagde, Dwars door Grijsloke bleef het organisatiecomité allesbehalve op zijn lauweren rusten: er moest méér komen dan alleen maar die loopkoers op de laatste zaterdag van augustus. En er kwam meer. Eerst was er de groots opgezette “FEESTAVOND DWARS DOOR GRIJSLOKE” op 13 maart 1982 in het ontmoetingscentrum in Kaster. Dan waren er de looptrainingen die vanaf begin mei tot eind augustus gehouden werden in Grijsloke en die aan de basis zouden liggen van de latere “Loopclub Grijsloke”. En last but alleszins not least was er op 26 juni 1982 een evenement in de grote zaal van het gemeentehuis in Anzegem, waarover grote artikels gepubliceerd werden in de nationale pers en waardoor Grijsloke plots bekend werd tot buiten de landsgrenzen.

    De feestavond bestond uit: 1° een geanimeerde causerie met drie van de grootste gewezen afstandslopers van ons land, zijnde John Doms, Marcel Vandewattijne en onze lokale vedette Aureel Vandendriessche; 2° “een film over  Vlaanderens grootste loopwedstrijd” door Hubert Algoet (bedoeld werd wel degelijk Dwars door Grijsloke…); 3° dansfeest onder leiding van WLS Disco-show.

    Over die “geanimeerde causerie” schrijf ik op pagina 25 van “Grijsloke 2000”:

    Op 13 maart 1982 vierde Dwars door Grijsloke feest. Drie groten uit de geschiedenis van de Belgische atletiek waren uitgenodigd. Drie “goden” naar wie  ik als knaap, o zo zeer heb opgezien. Had men mij toen verteld dat ik met die drie idolen ooit nog eens gezellig een hele avond pinten zou drinken, ik had het niet kunnen geloven…

    JOHN DOMS, de eerste Belg die er in slaagde het wereldkampioenschap veldlopen – toen nog Landencross –  op zijn naam te schrijven. ’t Was in 1948. John was toen 24 jaar en pas anderhalf jaar met lopen begonnen! Een lieve sympathieke man met een zachte stem.

    En MARCEL VANDEWATTIJNE, een half dozijn maal Belgisch veldloopkampioen geweest. Zijn naam prijkt in het Guinness Recordboek vanwege de ongelooflijke prestatie twintig jaar opeenvolgend te hebben deelgenomen aan het wereldkampioenschap veldlopen: van 1946 tot en met 1965! Marcel was telkens zenuwachtig in het vooruitzicht van de grote confrontaties en die Landencross die hij toch zo graag eens gewonnen had, heeft hij wellicht dáárdoor nooit op zijn naam kunnen schrijven. Driemaal werd hij tweede…

    Tenslotte: AUREEL VANDENDRIESSCHE, Anzegemnaar! Van 1956 tot en met 1964 ononderbroken Belgisch marathonkampioen. ’s Lands grootste marathonloper aller tijden. Ooit zelfs de beste langeafstandsloper ter wereld. Zo in 1960 toen hij favoriet was voor de Olympische marathon in Rome, een wedstrijd die hij niet had mogen verliezen maar tóch verloor. De oorzaak? Het heeft te maken met dokter Albert Debeurme en met… soep van beendermerg. Een opzienbarend verhaal, door Aureel op 13 maart 1982 uit de doeken gedaan in aanwezigheid van diezelfde dokter Albert Debeurme. De soep ontbrak evenmin: ze kon door alle aanwezigen geproefd worden! En Aureel vertelt op een boeiende manier van die keer dat hij in de marathon van Boston – toentertijd het ware wereldkampioenschap – de legendarische olympische kampioenen Abebe Bikila en Mamo Wolde in de vernieling liep. Hij is steeds de altijd lachende olijke Aureel gebleven.

    John Doms schreef mij enkele weken later: “Hartelijk dank voor de fijne avond. Het was een geweldige ontmoeting met Marcel. Enig!”

    Drie topatleten, die eenmaal de grootste krantenkoppen hebben gehaald, vanaf 1982 aan de start in Dwars door Grijsloke! Laat de berg van Grijsloke dan maar daveren op zijn grondvesten: applaus voor John, voor Marcel en voor Aureel!!!

     

    Geen van de drie heeft zich ingeschreven voor die tweede Dwars door Grijsloke, hoezeer we daar ook hadden op gehoopt. Aureel Vandendriessche zou wél eens aan de start gestaan hebben van een latere editie, maar de finish heeft hij toen niet gehaald… Bij zijn brief had John Doms een foto gevoegd van zichzelf met de lauwerkrans na zijn overwinning in de Landencross: de foto staat op pag. 24 van “Grijsloke 2000”.



    (Over de eerste looptrainingen in Grijsloke en over het wereldschokkend gebeuren op 26 juni 1982 zullen we het hebben in de volgende aflevering)





    25-08-2011 om 21:56 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-07-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Quizzzz.
    Wie van mijn geachte lezers kent dit schilderij?

    1/ Naam van het schilderij?

    2/ Wie is de schilder? (multiple choice):
    -Albert Anckaert
    -Leon Desmet
    -Roger Raveel

    3/ Waarde van het schilderij? (multiple choice):
    -350 €
    -3.500 €
    -35.000 €

    Wie de drie vragen juist beantwoordt krijgt een waardevolle prijs.



    01-07-2011 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (4).

    De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke.

    Deel 4: de eerste echte Dwars door Grijsloke.

    Er waren weinig minder dan zevenhonderd deelnemers komen opdagen, op zaterdag 29 augustus 1981: voor de eerste échte Dwars door Grijsloke! Ik weet nog goed dat Jules Waelkens het uitschaterde van ’t lachen tijdens één van de vele vergaderingen, toen iemand zei dat er misschien wel méér dan tweehonderd deelnemers zouden zijn. Méér dan twééhonderd, in Grijsloke? Onmogelijk!...

    Maar Lucien was in ’t geheel niet verwonderd over dit succes: hadden we de loopkoers op een zondag georganiseerd, dan waren er, naar zijn oordeel, wel twee keer zoveel deelnemers geweest. En waarachtig, dat succes was niet zomaar uit de lucht komen vallen. We hadden er met zijn allen hard aan gewerkt: vier maanden lang, van half april tot de week vóór de koers, hadden wij het land doorkruist, alle stratenlopen afgeschuimd. Hubert Algoet legde al die koersen vast op video-tape en na de wedstrijd kwamen de deelnemers elkaar verdringen rond “de stand van Dwars door Grijsloke” alwaar ze zichzelf konden zien lopen op het scherm – video stond toen nog in de kinderschoenen. Hubert liet tussendoor ook videobeelden zien van het parcours van Dwars door Grijsloke en Lucien vond het een goed idee om de oudere lopers gratis een borreltje oude klare te schenken. Dat schept een band, zei Lucien, en hij wist wie er zéker ging komen. Wat wij de deelnemers te bieden hadden was ook niet mis: vooreerst was er de prachtige originele medaille (waarover eerder  sprake, zie ook www.bloggen.be/kris 1.7.2011), en verder voor elke deelnemer een diploma, een lunchpakket en een prijs, plus een dertigtal trofeeën, waaronder één van het gemeentebestuur en één van… het ministerie.

    De publiciteit bleef overigens niet beperkt tot representatie op joggings overal te lande: er werden stickers gedrukt (cf. www.bloggen.be/kris 1.7.2011; zou iemand nog in het bezit zijn van zo’n sticker?) en folders, reclameboekjes en twee soorten affiches (zéér grote van de sponsorende sportschoenen New Balance en kleine knalrode met zwarte opdruk). Maar ’t mooiste van al, en ’t bewijs dat we ’t groots wilden aanpakken, was zeker wel de persconferentie in ’t gemeentehuis van Anzegem. Naast de organisatoren van de koers, waren al de notabelen van de gemeente uitgenodigd en vertegenwoordigers van alle belangrijke dag- en weekbladen. Er was royaal spijs en drank en er waren er maar weinigen die hun kat hadden gestuurd. En er waren ook twee vertegenwoordigers van de legendarische Anzegemse lopersschool uit de jaren ’50 (twee ervan, Frans Herman en Aureel Vandendriessche behoorden tot de absolute wereldtop): Roger Deweer en Gilbert Terras. De eerste is jaren lang een grote steun geweest voor de organisatie van onze loopkoers en de tweede heeft in 1982 het organisatiecomité vervoegd en is in geen tijd uitgegroeid tot de legendarische trainer van de loopclub. Speeches werden gehouden door Lucien Van Lancker, die vooral de praktische kant belichtte van het groot sportgebeuren dat het piepkleine Grijsloke (0,78 km²!) te wachten stond, en door de twee dokters die in het comité zaten, zijnde Albert Debeurme en ikzelf. We legden de nadruk op het belang van uithoudingstraining – lopen in ’t bijzonder – voor de gezondheid en we deden het met zoveel vuur dat de dagen erna grote artikelen verschenen in wel een dozijn kranten met titels als: “Dwars door Grijsloke: lopen voor de gezondheid”, “Genezen zonder dokter in Grijsloke” en “Twee Kortrijkse geneesheren organiseren stratenloop in Grijsloke”.

    Er waren 430 deelnemers aan de start van de 20 km. Ook de Anzegemse reus Ansold bevond zich tussen de deelnemers. De burgemeester (O. Bekaert), twee gewezen burgemeesters (H. Vindevogel en G. Vandemeulebroucke) en een toekomstig burgemeester (de huidige, V. Gerniers) poseerden mee voor de indrukwekkende foto, dewelke de maandag daarop in verscheidene kranten verscheen. De wedstrijd kende een spannend verloop. De winnaar was Paul Pieters, wonende in Waregem, maar afkomstig van het zeer nabije Elsegem. Zijn broer Filip was tweede in de 5 km-wedstrijd. Paul zou later nog éénmaal deelnemen, in 1983, en wéér winnen. Filip werd een zeer trouwe deelnemer en in de jaren die volgden heeft hij de ereplaatsen opgestapeld. Tweede in de 20 km-loop was ene Joos Casteele. Joos zou de koers driemaal op zijn naam schrijven en in de jaren die volgden heeft hij in Grijsloke een erelijst bijeengelopen die tot op  heden waarschijnlijk nog niet geëvenaard werd.

    Nog dit. De inschrijvingen en de prijsuitreiking hadden plaats in zaal Lugano (afgebroken begin 2011!), in… Elsegem. Dat was onpraktisch en niet voor herhaling vatbaar. Maar al bij al: die eerste echte Dwars door Grijsloke was méér dan geslaagd. Er wachtte DDG een roemrijke toekomst.


    De allereerste medaille



    De allereerste sticker

    01-07-2011 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-06-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vijf jaar geleden.

    Details van boek: o jerum jerum jerum…

    Zoeken op ISBN, naam auteur of titel
    op ISBN, naam auteur en titel
    Afbeelding van boek: o jerum jerum jerum…

    o jerum jerum jerum…

    o jerum jerum jerum is een zuiver autobiografisch werk. Kris beschrijft de gelukkige na-oorlogse kindertijd en de ellendige kostschooljaren, waarna de glorierijke studententijd in het geliefde Gent aanbrak, de gelukkigste periode in Kris’ bestaan. Het verdere leven als keel-neus-oorarts dat erop volgde was enkel maar ‘om den brode’, en in dit boek kijkt Kris vol heimwee terug op het bruisende, baldadige studentenleven met al zijn emoties en zijn romantiek. In zijn verhaal over die mooie jaren die nimmer meer terugkeren legt Kris zijn diepste zieleroerselen bloot op een ontwapenende en humoristische wijze, vaak echter met een cynische en pessimistische ondertoon, niemand ontziend, ook zichzelf niet.

    Formaat: A5
    Afmeting: -
    Uitvoering: Paperback
    Afwerking: Gelijmd gebrocheerd
          Aantal pagina's: 206

    16-06-2011 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Uit het schuim van de zee.
    Er is de laatste weken hard gewerkt aan het boek "Uit het schuim van de zee" (de Griekse mythologie in 136 verhalen). Hier een ontwerp voor de cover (voor- en achterkant) van het boek, dat waarschijnlijk zal verschijnen tijdens de grote vakantie. Hierbij ook één van de 17 verhalen uit het boek, die op een ludieke manier geïllustreerd zijn door de talentrijke Vlaamse illustrator-cartoonist Kurt Vangheluwe.  







    8. Arachne.

     

    Athena, godin van de wijsheid en de wetenschappen, was een “bijna” perfecte godheid. Zij schonk de mensheid allerlei nuttige werktuigen: de ploeg is er één van, en het weefgetouw. En zij leerde de mensen de kunst van het weven. Toch had ze ook haar kleine kantjes...

    Nooit is Athena verliefd geweest, nimmer heeft zij kinderen gebaard. Wie haar naaktheid aanschouwd had, hetzij met opzet, hetzij per ongeluk, strafte ze met blindheid. Dat ervaarde een sterveling, Teiresias, die haar verraste terwijl ze zich baadde. Ze ontnam hem het licht uit zijn ogen. Doch achteraf kreeg ze daar spijt van en ter compensatie schonk zij hem de gave van de helderziendheid en de voorspelling, een gave die hij ook na zijn dood mocht behouden in de onderwereld. Er is evenwel een ander verhaal over de beroemde ziener Teiresias, hoe hij blind werd en de gave van de profetie kreeg, maar dat vertel ik  een andere keer.

    Zoals alle goden wenste ook Athena naar waarde geëerd te worden. Als ze zich op dat gebied te kort gedaan voelde, kon ze vaak meedogenloos uit de hoek komen. Ziehier wat Arachne is overkomen. Zij was een meisje uit de streek van Miletos in Klein-Azië. Als kind reeds had Arachne een buitengewone aanleg voor kunst. Athena zelf bemoeide zich met haar opvoeding en leerde haar de fijnste knepen van de weefkunst. Weldra was het meisje in staat, naar sommigen beweren, om mooiere stukken te weven dan Athena zelf, en alom werd zij geprezen vanwege haar kunst. Maar de roem steeg haar naar het hoofd en ze begon hoogmoedig te worden: menselijke “hybris”, die de goden verafschuwen. Aan al wie het horen wilde, vertelde ze dat ze Athena ver overtrof in de kunst van het weven. Ze ontkende daarenboven dat ze ook maar iets van de godin geleerd had. Ze beweerde dat ze alles uit zichzelf kon. Toen Athena dat vernam, ging ze bij Arachne op bezoek, vermomd als een oud vrouwtje. Ze probeerde Arachne tot nederigheid te bewegen en haar wat meer eerbied en dankbaarheid te doen betuigen jegens haar leermeesteres en jegens de goden. Maar Arachne riep uit in al haar hoogmoed:

    - Laat ze zich dan met mij meten, als ze durft, uw godin. Laten we beiden een weefstuk maken, opdat iedereen kan oordelen hoezeer ik haar overtref. 

    Daarop legde Athena, uitermate ontstemd, haar vermomming af en zij ging met Arachne de wedstrijd aan om ’t mooiste weefstuk. Arachne weefde een kunstwerk dat de goden voorstelde op de Olympos. Het bleek van zo’n perfectie te zijn dat de prestatie onmogelijk kon geëvenaard, laat staan verbeterd worden. En Athena, verre van toe te geven dat het meisje iets onovertrefbaars had gemaakt, beschimpte het werk van Arachne, zeggende dat ze de goden had afgebeeld in onzedige houdingen en dat het werk allerminst getuigde van eerbied voor de goden. Ze scheurde het werk aan flarden en dreigend liep ze op Arachne toe. Deze werd plots bevangen door een panische angst en ze vluchtte naar haar vaders atelier, alwaar ze zich met een touw ophing aan een balk. Toen Athena het levenloze lichaam van het meisje aanschouwde, kreeg ze spijt van haar brutaal optreden: ze veranderde het dode lichaam in een spin en ze droeg haar op verder te weven... tot in eeuwigheid.

    13-05-2011 om 13:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-04-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (3).

    Deel 3: in 1981 wordt het menens.

    Na de fameuze ontmoeting met Albert Debeurme in  januari 1981 (cf. deel 1) ging het allemaal zeer snel. We belegden een vergadering met het organisatiecomité van ’t vorig jaar (cf. deel 2), weer ten huize van Robert Forêt. Het comité had toen nog geen voorzitter en omdat Robert, naast zijn woonkamer, ook zijn bierkelder ter beschikking stelde, kon het voorzitterschap hem niet geweigerd worden. Veel beslissingen werden er die eerste dag verder niet getroffen. Alleen deze: dat de koers het best kon doorgaan op de laatste zaterdag van augustus, zijnde tevens de laatste zaterdag van de grote vakantie. Onthutsende vaststelling: niemand van de zeven aanwezigen bleek over voldoende organisatorische kwaliteiten te beschikken.

    - Ik ken iemand, zei Robert, die verstand heeft van organiseren. ’t Is mijn schoonbroer, Lucien Van Lancker. Als we die erbij kunnen betrekken, zitten we op rozen. Maar de man heeft een druk leven, en het is niet eens zeker of het idee van een loopkoers in Grijsloke hem zal aanstaan. Iemand zal het hem moeten vragen: ík durf het alvast niet…

    Lucien was een multi-getalenteerd man en een duivel-doet-al: voorzitter van de Kerkfabriek, bestuurslid van allerlei verenigingen, organisator van de legendarische Nachten van Grijsloke…

    Ík was degene die het “durfde” vragen. Weinigen kenden Lucien beter dan ik. Was ik niet een jaar lang samen met hem op kot geweest in Gent? En of hij het initiatief genegen zou zijn? ‘t Vorig jaar had hij de hoofdprijs geschonken (cf. deel 2)! Daarenboven was ik ervan overtuigd dat Lucien niets beter vroeg dan zijn geliefd Grijsloke een evenement te bezorgen dat het kleinste dorp van het land (0,78 km²) weer op de kaart zou zetten, nu de Nachten van Grijsloke ter ziele waren gegaan.

    Lucien zei noch ja noch neen. Hij vroeg twee weken bedenktijd. Want, zo zei hij, zo’n organisatie vraagt een grote inzet, en als ik mij daarvoor engageer, wil ik het  goéd doen. Ik was er vrijwel zeker van dat het antwoord “ja” zou zijn…

    En het wás “ja”. Dwars door Grijsloke was gered. En wát er tijdens die eerstvolgende vergadering ten huize van voorzitter Robert Forêt al niet beslist werd!...

    Er zouden twee koersen gelopen worden: één over 5 en één over 20 km. Ik mocht het parcours uitstippelen. Dat was toen nog flink afwijkend van het huidig parcours (cf. boek Grijsloke 2000, p. 9 en p. 180). Een jaar later zou het in een andere vorm gegoten worden, waaraan tot op de dag van heden nog maar weinig gesleuteld werd.

    Er werd beslist dat iedere deelnemer die zijn koers zou uitlopen (net zoals in Dwars door Brugge) een medaille moest krijgen, een diploma en… een lunchpakket. Daarenboven zouden er trofeeën zijn voor verschillende laureaten + een aantal prijzen (giften van milde sponsors en sympathisanten),  via een tombola onder de deelnemers te verdelen. De medaille werd ontworpen door Ludwine Debeurme, dochter van Albert. In ongelooflijk lyrische bewoordingen bezingt Jan Bauwens deze eerste medaille (cf. Grijsloke 2000, p. 146-147). Het kapelletje met de twee jeugdige lopers die erop afgebeeld staan, is hét logo geworden van onze loopkoers. De medailles van Dwars door Grijsloke bleken zeer gegeerd te zijn. Tijdens latere edities zou er nog dertien keer een medaille zijn: telkens een origineel ontwerp. Diploma’s zijn er slechts een achttal keer geweest. En van het lunchpakket werd reeds het volgend jaar afgestapt wegens “nergens voor nodig” en “té arbeidsintensief”…

    En er kwam nog zoveel meer bij kijken: de zorg voor de inschrijvingen (voorafinschrijvingen én op de dag van de koers), de borstnummers (die moesten we toen nog zélf maken!), de bevoorradings- en verfrissingsposten, de tijdopname en de uitslagenlijsten en een multifunctionele zaal waar de inschrijvingen, de prijsuitreikingen en de “cérémonies protocolaires” zouden kunnen plaatsgrijpen. Moeilijkheid: in heel Grijsloke was geen zaal te vinden…

    En bovenal: sponsors vinden en publiciteit maken, de wereld kond doen dat in Grijsloke iets heel groots te gebeuren stond. Er zou nog veel moeten vergaderd worden en er was veel werk voor de boeg. Lucien zou alles in goede banen leiden.

     

    24-04-2011 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-03-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en loopclub Grijsloke (2).

    Deel 2: de állereerste Dwars door Grijsloke.

    Grijsloke is met voorsprong de allerkleinste zelfstandige gemeente (ik bedoel: met burgemeester en schepenen en gemeenteraadsleden en zo) die ons land ooit gehad heeft. Niet wat het aantal inwoners betreft, wel qua oppervlakte: mijn zijn 78 hectare is het welgeteld drie keer zo groot als de Place de la Concorde in Parijs. Loop daar maar eens “dwars door” en je hebt al lang de aankomst bereikt vóór er nog maar sprake kan zijn van een tweede adem. En toch vonden we voor onze eerste langeafstandsloop in Grijsloke geen betere naam dan “Dwars door Grijsloke”. In het voorjaar had ik deelgenomen aan “Dwars door Brugge”, een loopkoers van 15 km doorheen de stad Brugge,

    die toen aan zijn eerste editie was, als ik mij niet vergis, en die op heden nog steeds bestaat, als ik mij niet wéér vergis. Naar analogie met de koers in Brugge leek “Dwars door Grijsloke” mij een erg geschikte naam…

    ’t Was dus op ’t einde van de grote vakantie (de laatste zaterdag) van ‘t jaar 1980. In Grijsloke, ten huize van Robert Forêt, zou het allemaal wat professioneler aangepakt worden. De auto werd uit de garage gehaald, zodat deze dienst kon doen als inschrijvingslokaal. En er werd een heus organisatiecomité gevormd. Dat bestond, naast Robert Forêt en ikzelf, uit Hubert Algoet (de enige nog steeds in functie zijnde), Jules Waelkens, Tom Ampe en Gaston Depoorter zaliger. Het zijn respectievelijk de 1e, 2e, 5e en 6e v.l.n.r. op de foto in het boek “Grijsloke 2000” (verschenen in 2000, 336 p.) op pagina 26 – nieuwe clubleden die het boek nog niet in hun bezit hebben kunnen het verkrijgen (gratis!) op simpele aanvraag, zolang de voorraad strekt!  

    Robert had een met de hand geschreven briefje aan de kerkdeur gehangen (vandaag grote loopkoers “Dwars door Grijsloke”; iedereen mag deelnemen; prachtige  prijzen ). Er was geen inschrijvingsgeld te betalen en er waren twintig prijzen, door het comité inderhaast bijeen gescharreld. Er ontstond een lichte paniek toen bleek dat éénentwintig deelnemers zich aan de inschrijvingstafel meldden. We konden er toch niet één met lege handen huiswaarts sturen… Maar de vrouw van Robert loste dit probleem gezwind op door een koekebrood, vers van de bakker, te voorschijn te toveren: dát was dus de prijs voor de éénentwintigste.

    De start was aan de woning van Robert. Via de Dwarsstraat en de – letterlijk! – adembenemende – en later wereldberoemd geworden – Pikkelstraat naar ’t Kruiske, en dan via de kapel naar de kerk. Twee kilometer: twee keer dwars door Grijsloke, een kéér heen, een kéér terug. Peter Vansteenbrugge, die de twee vorige edities in de Broekstraat ook al op zijn naam had geschreven, won de koers. Jules, die relaties had bij “De Weekbode” zorgde ervoor dat de uitslag van de “Eerste Dwars door Grijsloke” in de krant prijkte: een weliswaar piepklein artikeltje, maar toch… de volledige uitslag. De winnaar kreeg de prijs die geschonken werd door Lucien Vanlancker: een kunstig uit ivoor gesneden beeld! Hoe weinig kon Lucien toen bevroeden dat hij degene zou zijn die “Dwars door Grijsloke” naar ongekende hoogten zou leiden… Wie het koekebrood ten deel is gevallen is mij onbekend. Jammer voor de winnaar dat de koers ’t jaar nadien in één klap ging postvatten onder de allergrootste stratenlopen: de spons werd geveegd over al het strovuur van de voorbijgaande jaren en in 1981 zou de échte “eerste Dwars door Grijsloke” gelopen worden, met kleppers waartegen Peter ten enenmale tekort schoot.

    (We zijn nu al twee afleveringen ver en we zijn nog niet eens aan de eerste échte Dwars door Grijsloke, maar geen nood: de loopkoers, de club en dit blad gaan nog een eeuwigheid mee…)


    01-03-2011 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-01-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geschiedenis van Dwars door Grijsloke en Loopclub Grijsloke (1).

    Deel 1: de voorgeschiedenis.

    Er was eens een groep joggers die er een paar maal in de week op uit trokken voor een gezond looptochtje door de velden. Na het lopen dronken ze een pintje en ze bleven nog wat napraten. En stilaan groeide het idee om een stratenloopkoers te organiseren. En zo geschiedde. En het werd een succes…

    Maar zo is het in Grijsloke niet gegaan. Toen in 1981, op de laatste zaterdag van augustus, zeshonderd deelnemers aan de start stonden van de eerste Dwars door Grijsloke, was er nog geen sprake van een joggingclub. Het idee van een “grote” Dwars door Grijsloke werd geboren begin januari 1981 in een feestzaal in Marke tijdens een Nieuwjaarsreceptie van de Kortrijkse atletiekclub. Mijn collega Albert Debeurme zaliger,  een fervent afstandloper, en ikzelf leerden elkaar dáár pas goed kennen en dat ondanks het feit dat we beiden geboren en getogen Anzegemnaren waren en onze kinderbroekjes versleten hadden in hetzelfde schooltje in Grijsloke (in het boek “Grijsloke 2000” staat een foto van ons beiden, naast elkaar poserend op een schoolbank, onder het goedkeurend oog van zuster Mariette).

     Uit "Grijsloke 2000", pagina 14.

    En is dát nu de échte oorsprong van Dwars door Grijsloke? Bijlange niet! Dáárvoor dienen we nóg drie jaar terug te gaan in de geschiedenis, tot de zomervakantie 1978. Robert Forèt, toen woonachtig in Grijsloke en nu een legendarische cafébaas in Kerkhove, en ikzelf, kwamen op het idee, teneinde de verveling te verdrijven, een rondje te lopen met start en aankomst aan mijn geboortehuis in de Broekstraat, via de kerk van Kaster. Met onze respectievelijke kinderen en enkele van hun vriendjes erbij zouden we er een echte wedstrijd van maken. Mijn moeder vond het allemaal prachtig en ze beloofde na de wedstrijd een prijs te schenken aan alle deelnemers. De koers zelf verliep niet helemaal vlekkeloos. Robert was ondergedoken in een maisveld en had een kortere weg genomen, zodat hij diende gediskwalificeerd te worden. En op de negende deelnemer werd tevergeefs gewacht: die was helemaal de weg kwijt geraakt en was dus verdwaald langs de Vlaamse wegen. Pas na een uur zoeken werd hij teruggevonden en kon de plechtige prijsuitreiking plaatsgrijpen: een frisco voor elke deelnemer! Het erepodium bood plaats aan alle negen. Er bestaat een foto van. Ter gelegenheid van de 10e Dwars door Grijsloke is die foto verschenen in de Streekkrant. Een jaar later kreeg de loopkoers van de Broekstraat een tweede editie, maar er waren nog slechts vijf deelnemers, zodat mijn moeder nog slechts vijf frisco’s diende uit te reiken. En nog een jaar later dreigde de hele koers in ’t water te zullen vallen. Eén van de redenen was dat  moeder had aangekondigd niet meer te zullen sponsoren met frisco’s, nadat ik had voorspeld – en dat was maar om te lachen – dat er dat jaar wel twintig deelnemers zouden zijn. Het feit dat haar huis zou gebruikt worden als kleedkamer voor zóveel deelnemers zal haar eveneens afgeschrikt hebben… We doen het dan maar in Grijsloke, zei Robert, en ík zal mijn huis wel ter beschikking stellen! En zo geschiedde: ’t was eind augustus 1980.

    (Hoe het verder verlopen is leest u in de volgende edities: de geschiedenis van Dwars door Grijsloke en van Loopclub Grijsloke is er een van vele afleveringen).


      Het Wekelijks Nieuws, 1990.     

    01-01-2011 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-08-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Toneelschrijven: een lucratieve zaak.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  Interview met Dimitri Frenkel Frank, één van Nederlands belangrijkste toneelschrijvers       (°1928 +1988).


    Interviewer : - Toneelschrijven, mijnheer Frenkel Frank, kan men daar goed van leven?
    Dimitri Frenkel Frank : - Zéér goed! Alleen... financieel gaat het moeilijk.

    [Uit "Een bloemlezing aforismen en citaten" door Gerd De Ley, 1969]



    07-08-2010 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-08-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MYTHOLOGISCH BLIJSPEL.
     DE TWISTAPPEL (toneelstuk)

    Klik op de afbeelding om de link te volgenAvondvullend blijspel (Kris Vansteenbrugge, 2004) in twee bedrijven voor 6 dames en 7 heren. Uitgegeven door Toneelfonds J. JANSSENS(rechten@toneelfonds.be).

    Korte inhoud: Alle goden van de Olympos komen naar het huwelijksfeest van koning Peleus met de nimf Thetis. Ook Eris, de godin van de twist, die nochtans niet uitgenodigd is, komt opdagen en gooit flink wat roet in het eten. Voor de mooiste godin aanwezig heeft ze een geschenk bij: een gouden appel. Drie godinnen maken er aanspraak op. Na heel wat gekrakeel duidt Zeus, de oppergod, iemand aan als scheidsrechter: Paris, een prins van Troje. De troubles die daaruit voortvloeien zijn aanleiding tot de beroemde Trojaanse oorlog. Een stuk met veel humor!

     

      Rara: Hoeveel keer werd dit toneelstuk in Vlaanderen opgevoerd? Mooie prijzen te winnen. Tip: een getal van 2 cijfers.

    06-08-2010 om 22:47 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (3)
    04-06-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waarom?

    Liefste blogbeest,
    Wat zoekt u in godsnaam nog op deze blog?
    Sinds maanden schrijf ik alleen nog verhaaltjes op  
    www.bloggen.be/pierpont 
    Waarom surft u niet eens daarheen?
    Zéér genegen,
    Kris.

    04-06-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    13-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZEVERARIJ...

    Vanaf heden kunt u mijn verhaaltjes lezen op een nieuwe blog.

    13.02.2009  Oude wijn in een nieuwe zak.
    14.02.2009  Valentijngedichten.
    22.02.2009  En dát voor een meisje!
    23.02.2009  Meetjesland.
    27.02.2009  Met dank aan de minister.
    06.03.2009  Paris Hilton pimpt haar ride.
    12.03.2009  Flauw en puberaal.
    17.03.2009  Het gedicht.
    23.03.2009  Vroeger waren wij veel jonger.
    23.03.2009 De gustibus...
    27.03.2009  De roste muis.
    03.04.2009  Schamper.
    17.04.2009  EQ en chance.
    26.04.2009  Goed nieuws voor gedetineerden.
    27.04.2009  De krant van 't weekend.
    05.05.2009  Het museum Dhondt-Dhaenens.
    12.05.2009  De Libris Literatuurprijs.
    22.05.2009  Laetitia 80 jaar!
    24.05.2009  Philippine.
    01.06.2009  Het Liegend Konijn.
    05.06.2009  Brief aan een muziekkenner.
    09.06.2009  Politiek.
    23.06.2009  Van twee socialisten.
    26.06.2009  Een slechte koeibok.
    06.07.2009  De hedendaagse kunst ontmaskerd.
    08.07.2009  Tolardrieheuvelenloop en de Tontekapel.
    13.07.2009  Horizon verruimd.
    27.07.2009  Het mirakeldorp.
    31.07.2009  Aan de mannen van de Kloosterhoek.
    02.08.2009  Doutzen.
    03.08.2009  De crisis is voorbij.
    11.08.2009  Vlaanderens mooiste.
    01.09.2009  Brief aan de clubdokter van Loopclub Grijsloke.
    02.09.2009  Gezegd blijft gezegd.
    18.09.2009  Westkapelle, vrouwentennis en come-backs.
    26.09.2009  Lierke plezierke.
    07.10.2009  Petronella verkoopt haar Cadillac.
    21.10.2009  ...àl mijn heimwee...
    29.10.2009  Gapen en scheiten.
    02.11.2009  November doet een beetje zeer.
    04.11.2009  Hoe zeere vallen ze af.
    12.11.2009  De kus op de trein.
    16.11.2009  Beloven.
    18.11.2009  18 november: een memorabele dag.
    03.12.2009  Dokter José Van Laere.
    12.12.2009  Preventieve gezondheidszorg.
    27.12.2009  Dura lex...
    28.12.2009  Mooie poëzie.
    01.01.2010  Gelukkig Nieuwjaar.
    04.01.2010  Goede voornemens.
    18.01.2010  Brief aan Marcel Vanthilt.
    29.01.2010  Mensen van eenvoudigen huize.
    03.02.2010  What's in a name?
    13.02.2010  Voor jou.
    28.02.2010  De rollen omgekeerde.
    10.03.2010  Vrolijk en minder vrolijk nieuws.
    25.03.2010  Bertand en de actualiteit.
    30.03.2010  Ergernis en hoge bloeddruk.
    15.04.2010  Liefdesgodinnen.
    27.04.2010  Het hart van een paard.
    01.05.2010  Eén mei.
    15.05.2010  Mijnheer Dupont.
    21.05.2010  Een klein pietje.
    26.05.2010  Adieu Pierre.
    12.06.2010  Het mooiste gedicht: drie genomineerden.
    27.06.2010  Irmaatje.
    29.06.2010  Tsjoep en Lala.
    05.07.2010  Over haiku's en Gilbert Terras.
    07.07.2010  Marc en de schapen van Herakles.
    23.07.2010  Onzin over beroemde en minder beroemde citaten.
    26.07.2010  Potjeslatijn.
    03.08.2010  Praag. 
       


    U zit dus wel niet helemaal fout, beste lezer, maar voor de écht "actuele" verhaaltjes moet ik u toch verwijzen naar mijn nieuwe weblog "ZEVERARIJ".
    Surf dus onverwijld naar www.bloggen.be/pierpont  
    Met dank, bij voorbaat... 
                                                    
    Kris.

    13-02-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Panta rei.

    Er gebeurt veel in ons sympathiek landje. Wie de media er niet op naslaat, weet dat niet. Wie het wel doet is weliswaar goed geïnformeerd, maar daarom niet altijd gelukkiger, want “nieuws” is meestal “slecht nieuws”, indachtig de oude spreuk “géén nieuws, goed nieuws”. Maar misschien heb ik dat wel verkeerd voor, want wat voor de ene slecht nieuws is, hoeft dat niet te zijn voor een ander. Zegt het spreekwoord immers niet “de een zijn dood is de ander zijn brood”? Er is zelfs een Frans spreekwoord dat zegt: “Maladie de voisin réconforte et même guérit”! Mijn moeder zaliger vond dit een verwerpelijk spreekwoord: geen haar op haar hoofd dat eraan dacht zich te verheugen in het ongeluk van een ander. Zo zat zij niet in elkaar en ze durfde wedden dat niemand van haar vrienden, haar familie, haar buren en kennissen, zo in elkaar zat, boer Michels misschien niet te na gesproken. Maar… waarom waren haar troostende woorden dan, tegenover iemand aan wie een ongeluk was overkomen: “Troost u, want zoiets, en wie weet nog véél erger, staat ons misschien ook nog te wachten”?

    Staf Pierrepont kan er van mee spreken. Een dag of tien geleden – ’t was een dag na de slachtpartij in het kinderdagverblijf van Dendermonde – hebben dieven zijn voordeur gekraakt en al het geld plus de kostbaarheden van zijn vrouw meegenomen. Die lieve Anna is van de ene dag op de andere depressief geworden. Ze is nu onder psychiatrische behandeling, slikt medicamenten bij de vleet en wil zo snel mogelijk verhuizen. Niet te verwonderen: àl haar dierbare kleinoden en de familiejuwelen, die haar moeder haar geschonken had, de dag voor ze stierf!  Anna had haar moeder plechtig beloofd dat ze er op haar beurt zorg voor zou dragen opdat niets voor het nageslacht zou verloren gaan… Staf heeft nu alle buitendeuren laten voorzien van veiligheidssloten en hij heeft een alarminstallatie gekocht, plus… een pistool. Overreageren, noem ik dat, en onverstandig. Want weet Staf dat hij niet mág schieten op inbrekers? Tenzij de inbreker zelf eerst schiet. En dan nog. En dat, als de inbreker ongewapend is, hij hem enkel met de vuisten mag te lijf gaan? Maar, Staf is oud en in een lijf-aan-lijf moet hij het ongetwijfeld afleggen tegen de bandieten. Staf zal dus schieten. De boeven zijn gewaarschuwd. Hij wil er desnoods de rest van zijn leven voor in den bak. Vier jaar geleden hebben ze zijn auto gestolen. De auto stond voor zijn deur geparkeerd. Staf zat op dat ogenblik in zijn living een partijtje te schaken met de buurman, op een meter of tien afstand van het gebeuren! En als ze nog een keer komen zal Staf schieten, zoveel is zeker. De buren, de vrienden en kennissen hebben goed praten van “troost u Staf, want wat in Dendermonde is gebeurd, is toch véél erger”, Staf heeft er geen boodschap aan en Staf zal schieten. Ik weet het wel, het is mijn plicht, ik moet het hem uit het hoofd praten, maar ik vrees dat het mij niet lukt en… dat Staf zal schieten. En dat is alleszins géén goed nieuws. En dat Staf zijn lidmaatschap bij de groenen opgezegd heeft vind ik al evenmin goed nieuws. De groenen zijn te tolerant voor die boeven, zegt Staf. Groen en veiligheid gaan blijkbaar niet samen. Ja, dat is jammer. Hopelijk wordt Staf nu geen “ultra-rechtse” rakker. ’t Zou niet mooi zijn… voor een linkshandige!

    Het meeste slecht nieuws bereikt ons via de kranten, de radio en de televisie. Eergisteren nog een reportage gezien over een verkeersprobleem in Gent. Daar staat namelijk, aan het begin van een weg die naar de zeehaven leidt, een snelheidsbeperkend verkeersbord: 10 km per uur. Het is een vrij lange weg en het is voor niemand duidelijk waarom daar geen 70 km per uur zou mogen gereden worden. De automobilisten hebben daar alle moeite van de wereld om hun motor draaiende te houden bij die lage snelheid en bij 15 km per uur, zegge vijftig procent boven de maximaal toegelaten snelheid, riskeren ze een zware boete en intrekking van hun rijbewijs. Eén troost: bij die lage snelheden werken de snelheidsmeters van de politie niet. De grootste politieinstantie van Gent verklaart dat het verwijderen van het bord geen optie is, omdat niemand blijkt te weten wààrom dat bord er eigenlijk staat. En als men niet weet waarom het er staat, kan men dus ook geen reden aanvoeren om het te verwijderen. Logisch, toch! En toch zie ik een uitweg uit deze impasse. Hierbij doe ik een oproep tot de talrijke inbrekers die ons landje rijk is. Laat één van jullie nu dat verkeersbord stelen. Dat moet een koud kunstje zijn voor jullie. Verricht eens een goede daad, belangloos, als compensatie voor het leed dat Stafke en zovele andere eerlijke landgenoten aangedaan wordt met het “illegaal werk” dat jullie “in ’t zwart” verrichten en dus zonder ook maar één cent belastingen te betalen.

    Op TV zag ik een interview met Christine Van Broeckhoven, professor in de moleculaire genetica aan de universiteit van Antwerpen en één van de grootste autoriteiten op het gebied van onderzoek naar o.a. de ziekte van Alzheimer. Een zware taak, zult u zeggen, want ze is daarenboven ook nog huisvrouw en dito moeder. Maar daar houdt het niet mee op. Ze heeft ook nog een full-time job in de politiek. Het mens moet zich steendood werken. Of ze het doet voor het geld? werd haar in het interview gevraagd. Het antwoord op deze tactloze vraag was verbijsterend: “Ik verdien nu precies hetzelfde als toen ik nog niet in de politiek was”! Kijk, daar kan ik mij nu zo bijzonder over opwinden: dat mens wordt niet eens betaald voor haar werk in de politiek, ze draait haar k… af voor niets, uit puur idealisme. Ook dat vind ik dus geen bijzonder goed nieuws.

    Beter nieuws is dat we verlost zijn van de twee die in de Willem Tellstraat in Gent een jongen neergestoken hebben. De rechter heeft hen opgedragen het land te verlaten. En voor één keer zijn ze gehoorzaam geweest. Bravo!

    Gaat u, beste lezer, ook soms gebukt onder bergen goed en minder goed nieuws, en duizelt u bij de gedachte dat alles verandert, dat alles in een nooit eindigende beweging is, dan heb ik voor u althans één remedie: surf naar de weblog van O. van Togenbirger, met lengten voorsprong de knapste filosoof van ons land… en van vele landen daarbuiten (www. bloggen.be/omskvtdw). Zopas heb ik van Togenbirgers verhaal van 1 februari gelezen: “Panta rei”. De rust en de vrede zijn weer helemaal teruggekeerd in mijn ziel.

    06-02-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    04-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Februari.

    En zo zijn wij, lieve lezer, al voor de vierde maal sedert het ontstaan van mijn weblog, in de maand februari aangeland. In zijn boek “De Maanden” schrijft Stijn Streuvels over de maand februari dat ze een stuk korter is dan de andere maanden en dat men er, alsof ze nog niet kort genoeg was, om de vier jaar nog een dag van af doet. Een haast onbegrijpelijke fout toch, voor iemand als Streuvels! Maar waar ben ik in ’s hemelsnaam over aan ’t zeuren. Wie leest er nu Streuvels nog? Wie weet er heden ten dage of Streuvels een schilder was of een schrijver? Of een koereur misschien uit de gloriejaren van de flandriens, lang nog vóór Briek Schotte? En allicht zullen er maar weinigen meer zijn die de naam “Streuvels” ooit gehoord hebben. Buiten West-Vlaanderen dan, omdat daar zowat elke gemeente een straat heeft die naar de schrijver genoemd is.  Maar ook in West-Vlaanderen neemt zelfs de grootste nerd geen boek van Streuvels meer ter hand. Je zou wel gek moeten zijn, aangezien we in ons Nederlands taalgebied nu over zoveel hoogstaander literatuur beschikken, die ons gebracht wordt door zoveel betere schrijvers! Ik noem er slechts één: Brusselmans…

    Maar laten we niet afdwalen en bij onze maand blijven. Ze heeft vele bijnamen: de onvolprezen scheurkalender “De Druivelaar” dicht haar de naam “dooimaand” toe, maar ze is ongetwijfeld beter gekend als “sprokkelmaand”, al weten we niet met zekerheid hoe ze aan die naam geraakt is. Het zou alvast niets te maken hebben met “hout sprokkelen”, maar misschien wel met het oud Nederlands woord “spronkelen”, dat “springen” betekent, vanwege het feit dat het aantal dagen in februari “verspringt”. Vaker horen we nochtans als verklaring dat de naam “sprokkelmaand” zou verwijzen naar de “spurcalia”, een soort oud-Germaanse vruchtbaarheidsfeesten, die jaarlijks gehouden werden in februari.

    In overeenstemming met “dooimaand” is de weerspreuk “met Lichtmis valt de sneeuw op een hete steen”. Met Lichtmis is het vergaan zoals met Streuvels: naar de lappenmand verhuisd! In mijn kinderjaren – en dat is vele decennia geleden –  was Lichtmis een niet onbelangrijke feestdag. Die dag, 2 februari, herdacht men de opdracht van de zes weken oude Jezus in de tempel en wat véél belangrijker was: het was een vrije dag! Maar toen bestond de krokusvakantie nog niet…  Ook mooi meegenomen was dat ieder rechtgeaarde huismoeder op die dag pannekoeken bakte. Niet voor niets gold de spreuk: “Geen vrouwke zo arm, of met Lichtmis maakt ze haar panneke warm”.

    Andere voor de hand liggende namen voor februari zijn: regenmaand, slijkmaand, schrikkelmaand, korte maand… Maar hoe kort is februari nu eigenlijk? Achtentwintig dagen dus, en om de vier jaar, telkens als het jaartal deelbaar is door vier, krijgt ze een dagje méér – hoort ge mij daarboven, Stijn? Maar daarmee is de kous niet helemaal af. Als het jaartal immers op twee nulletjes eindigt, dan komt er géén dag bij, tenzij het getal dat overblijft nadat we de twee nulletjes weggeveegd hebben ook nog eens deelbaar is door vier. En zo begrijpt u dus, waarde lezer, waarom de jaren 1800 en 1900 geen schrikkeljaren waren en waarom het jaar 2000 wel een schrikkeljaar was, d.i. een jaar met een dagje meer, een dagje dat ridderlijk toegekend wordt aan het al zo stiefmoederlijk  bedeelde februari.

    Maar schrikkeljaar of niet, februari blijft de maand met het minste aantal dagen, en daardoor komt het dat februari de maand is waarin  de boeren het minste klagen, de pastoors het minste vragen en de vrouwen het minste zagen…    

    En als u mij nu vraagt waar de naam “februari” zelf vandaan komt, dan moet ik u het antwoord schuldig blijven, al zou ik er een lief ding durven op verwedden dat het komt van een of andere derde-rangs-god uit de klassieke oudheid.   Maar genoeg nu: zo’n kort maandje is niet waard dat we er nog langer over doorbomen.

    04-02-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Januari-dialoog.

    Dit super-haaikoe-achtig gesprek dat ik op deze laatste dag van de nieuwjaarsmaand opving, kan noch wil ik u onthouden, beste lezer. Hier gaat het:

    - Ja?
    - Nú, Ari!

    Hetgeen alweer bewijst dat een goed gesprek niet noodzakelijk lang hoeft te zijn. In dit geval niet méér dan 7 letters...
    Het doet denken aan de wedstrijd tussen Cats en Vondel, om het kortste puntdicht.
    Cats was als eerste aan de beurt. Hij maakte een vetvlek op Vondels pak en dichtte: "vet smet".
    Vondel gaf Cats een oplawaai, met deze tekst erbij:"ik tik".
    Maar Cats tikte terug en realiseerde meteen het kortste puntdicht dat bekend is in de Nederlandse taal: "u nú".

    31-01-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pietje van 't Hazegras.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het verhaal dat ik nu ga vertellen speelt zich af in lang vervlogen tijden, lang nog voor de geboorte van Christus.

    Op een klein eiland in de Middellandse Zee, niet ver van de kust van Klein-Azië, woonde een jongetje, samen met zijn ouders en zijn twee oudere broers in een huisje op de heide. Het eiland had nogal te lijden onder de droogte, omdat het er niet vaak regende. De plantengroei was er dan ook niet weelderig. Rondom het huisje van het jongetje – Pietje was zijn naam – groeide nochtans heerlijk mals gras en daarin stoeiden allerlei lieve diertjes: hazen, konijnen, eekhoorntjes… Men noemde die plek “’t Hazegras” en het jongetje noemde men op school “Pietje van ’t Hazegras”.

    Pietje was een pienter baasje. Toen hij amper een jaar of acht was, overtroefde hij zijn beide broers in rekenen, alhoewel dezen al in ’t middelbaar zaten en eigenlijk ook niet van de domsten waren. Op zijn verjaardag kreeg Pietje van zijn ouders, zijn dikke oom Pompidones en zijn drie tantes, telkens “nuttig speelgoed”, zoals passerdozen, gradenbogen, meetlatten, en dergelijke. Iedereen wist maar al te goed dat Pietje geen boodschap had aan een voetbal of een draaitol of een hoepel, waar andere kinderen van zijn leeftijd zo blij mee waren.

    Op een keer had Pietje voor zijn Nieuwjaar niet minder dan vier tekendriehoeken gekregen. Zonde, dacht Pietje, aangezien ik er in feite maar één kan gebruiken. Hij legde de vier driehoeken voor zich op de tafel, zo dat ze twee vierkanten vormden. Een lange tijd zat hij zwaar in gepeinzen verzonken. En plots, als door een wesp gestoken, sprong hij op van zijn stoel, luid roepend:

    - Eureka, ik heb het gevonden!

    - Wat heb je nu weer gevonden? vroeg zijn moeder.

    - Dat in een rechthoekige driehoek de som van de kwadraten van de rechthoekszijden gelijk is aan het kwadraat van de schuine zijde! juichte Pietje triomfantelijk.

    Maar moeder toonde niet de minste belangstelling.

    - ’t Zal me wat, zei ze.

    De enige die geïnteresseerd was in Pietjes uitvinding was oom Pompidones.

    - Kan je ook bewijzen dat je stelling klopt? vroeg oom.

    Vlug maakte Pietje toen een tekening op een groot blad papier:
    (zie tekening bovenaan)

    - Ziet ge hierin twee vierkanten, oom Pompidones?

    - ‘k Zou wel blind moeten zijn om het niet te zien.

    - Laten we nu van beide vierkanten de oppervlakte berekenen.

    - Doodsimpel: zijde maal zijde. Het buitenste vierkant heeft dus als oppervlakte (a + b)², het binnenste c².

    - En als we het binnenste van het buitenste aftrekken, oom Pompidones?

    - Dat is dan (a + b)² - c², mijn dierbare neef, al zou ik begot niet weten waar jij heen wilt.

    - En is dat verschil dan niet eveneens gelijk aan de som van de oppervlakten van de vier driehoeken?

    - Voorwaar en wis, daar is geen speld tussen te krijgen.

    - En wat is de oppervlakte van één zo’n driehoek?

    - Dat is a maal b, gedeeld door twee. Maar zijn dat zaken die jullie al leren op school?

    - Bijlange niet: ik heb dat geleerd in de boeken van mijn broers Euristides en Polyphrastos. En de oppervlakte van de vier driehoeken samen, oom Pompidones?

    - Vier keer a maal b, gedeeld door twee, dat is dus twee keer a maal b.

    - Betekent dat dan niet dat we kunnen stellen dat (a + b)² - c² gelijk is aan 2 ab?

    - Zeer zeker, mijn jongen, en ik voel dat we de ontknoping nabij zijn, al snap ik het nog steeds niet helemaal.

    - We zijn er inderdaad bijna, oom. Eerst nog even haakjes wegwerken: (a + b)² kunnen we toch ook schrijven als a² + 2ab + b²?

    - Dat meen ik mij te herinneren uit de lessen van algebra, ja. Maar dat jij dat al weet, zeg!

    - Zodat we kunnen schrijven dat a² + 2ab + b² - c² = 2 ab. Als we nu aan beide zijden van het gelijkteken 2 ab aftrekken en c² optellen, dan krijgen we toch: a² + 2ab + b² - c² - 2 ab + c² = 2 ab - 2 ab + c².

    - En waaruit volgt dat a² + b² gelijk is aan c².

    - Dat hebt gij goed begrepen, oom Pompidones.

    - Jij wordt nog wereldberoemd, mijn jongen. Hiervan moet de pers op de hoogte gebracht worden.

    En de pers werd op de hoogte gebracht en Pietje van ’t Hazegras werd wereldberoemd, als wiskundige, sterrekundige en natuurkundige, en ook als filosoof. Hij werd een van de grootste geleerden – zoniet de allergrootste – die de wereld ooit gekend heeft. Talloos zijn de ontdekkingen die hij heeft gedaan en nog voor de lente weer in ’t land is, kom ik zeker nog eens op de proppen met één van zijn uitvindingen. Maar met geen enkele vinding heeft hij de wereld meer kunnen beroeren dan met zijn stelling over de rechthoekige driehoek. Vijfentwintig eeuwen later brengt hij nog steeds jong en oud in vervoering met zijn stelling, de stelling van Pietje van ’t Hazegras.

    Ik mag u, trouwe lezer, niet verhelen dat Pietjes echte naam Pythagoras was. Men heeft dan maar die naam gebezigd voor de mooiste wiskundige stelling: ’t is algebra, ’t is meetkunde en… ‘t is filosofie, die mij ontroert, tot schreiens toe. De stelling van Pythagoras, bijgenaamd “Pietje van ’t Hazegras”!

    20-01-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Niveaus.

    Nieuwsberichten allerlei hebben mij overvallen in deze eerste helft van de nieuwjaarsmaand. De meeste heb ik over mij heen laten gaan. Laat de groten der aarde zich er maar over buigen, heb ik zo bij mezelf gedacht. Drie heb ik er weerhouden. Het zijn er drie van zeer verschillend niveau: internationaal, nationaal en regionaal.

    Het eerste – dat van het internationale niveau, weet je wel – betreft de Britse prins Harry. Onlangs is namelijk uitgelekt dat deze belangrijke jongeman, derde in de rij voor de troonopvolging in Groot-Britannië, een inwoner van Pakistan zou bestempeld hebben als “een Paki”. Dit onoorbaar feit heeft zich voorgedaan in 2006. Men heeft het ongetwijfeld al die tijd pogen stil te houden, maar nu is het dan, ten langen leste, toch uitgelekt. Als daar maar geen conflict uit voortvloeit dat de hele wereld in vuur en vlam zet! Je zal maar inwoner zijn van Pakistan en dan “Paki” genoemd worden. Of je zal maar “Beloetsji” genoemd worden of “Portu”, als je inwoner bent van respectievelijk Beloetsjistan of Portugal…

    Het tweede betreft een buitenlandse klepper die sedert enkele maanden in ons land in de gevangenis zit voor moord. In feite moest hij al op vrije voeten zijn, want er zijn procedurefouten gebeurd, maar via allerlei slinkse knepen is men er tot op heden in geslaagd hem toch nog vast te houden. De man heeft een moord bedreven, zo zegt men. So what? – vrij vertaald: et alors? Wat telt is dat er procedurefouten gebeurd zijn en dus hoort die man vrijgelaten te worden: dat zegt de wet. We leven immers in een rechtstaat en wat de wet zegt, moet nageleefd worden. Anders gaat onze samenleving toch naar de verdoemenis. Of niet soms? Dura lex, sed lex! En plots gaan mijn gedachten nu uit naar wat Rik Demonts, een verre kennis van mij, enkele jaren geleden is overkomen in een Aziatisch land. Hij was er betrokken geraakt in een dodelijk verkeersongeval. Hém trof geen schuld en daar zijn ze ook achter gekomen… drie maanden na het ongeval. Maar zo lang heeft de man opgesloten gezeten, in dat verre land, in een cel van twee op drie, op water en brood, en een paar ratten als enig gezelschap. Immers, daar maalt de molen van de wet langzaam. Net als in ons land overigens. En het weze nogmaals gezegd: de wet dient nageleefd te worden. Dura lex, sed lex!

    Het derde feit is van zeer plaatselijk niveau: regionaal nieuws dus. Een geval van negationisme, dat zich heeft voorgedaan in de kantine van Loopclub Grijsloke. Iemand, wiens naam en geslacht ik hier niet wens te vermelden, heeft het aangedurfd openlijk te verklaren dat Tanja Dexters nimmer “miss België” is geweest! Als dat geen geval van negationisme is! Laten we het woord even opzoeken in “de dikke Van Dale”, editie 1992: woord onbekend. Ook in 1999 was het woord nog onbekend bij “de dikke”. De laatste editie heb ik mij niet meer aangeschaft, want ik beschik nu over “wikipedia” en daar wordt negationisme gedefinieerd als het ontkennen of extreem minimaliseren van in het algemeen aanvaarde historische gebeurtenissen. “Ontkennen” doe je door bijvoorbeeld te beweren dat Merckx nóóit de Ronde van Frankrijk gewonnen heeft, dat de uitroeiing van de joden tijdens de tweede wereldoorlog niet heeft plaatsgegrepen, dat Napoleon de slag bij Waterloo niet heeft verloren, dat… Tanja Dexters nooit miss België is geweest. “Minimaliseren” doe je door te beweren dat Merckx bijvoorbeeld maar éénmaal de Ronde van Frankrijk heeft gewonnen of dat Adolf er destijds niet zes doch slechts één miljoen om zeep heeft geholpen. Wat er ook van zij: negationisme moet streng aangepakt worden. Wat algemeen aanvaard en historisch bewezen is, dient iedereen te weten. Té veel domheid dient gestraft te worden. En toch wens ik de persoon die zich zo foutief heeft uitgelaten over Tanja Dexters nog een kans te geven. De reden waarom ik zijn naam niet vermeld. En hierbij had ik het bewijs willen brengen van wat toch als een algemeen aanvaarde historische gebeurtenis moet beschouwd worden: een foto van Tanja Dexters als miss Belgique 1998. Maar nog net op tijd zie ik dat het hier om auteursrechtelijk beschermd materiaal gaat. Spijtig voor u beste lezer, maar voor hij 't weet wordt een mens voor de rechter gesleept en dan hangt hij, tenminste... als er geen procedurefouten gevonden worden.

    En ja, ‘k zou het haast vergeten, er is nog nieuws gekomen, zij het van een zéér beperkt niveau. Laten we het “familiaal nieuws” noemen. Mijn kleindochter heeft het mij laten weten, telefonisch. In de school hebben ze geleerd over de stelling van Pythagoras – Pietje van ‘t Hazegras, zoals ze in Oostende zeggen: van een rechthoekige driehoek is het kwadraat van de schuine zijde gelijk aan de som van de kwadraten van de beide rechthoekszijden. Als dat geen goed nieuws is! Uitstekend nieuws!

    13-01-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onze lieve Heeren.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    U, die ongetwijfeld de politiek op de voet volgt, hebt het natuurlijk reeds door: de titel slaat op onze lieftallige spiksplinternieuwe minister Veerle Heeren en niet op een veelvoud van de enige ware God, zijnde Onze Lieve Heer.

    Het goede nieuws komt dezer dagen dus uit Limburg. Dit lieve snoesje is benoemd tot minister van welzijnszorg. Eergisteren heeft ze verklaard dat ze aan haar man heeft gevraagd of ze die functie mocht aanvaarden. Ziehier hoe dat ongeveer in zijn werk is gegaan:

    Ze ging alvoor haar echtgenoot staan:

    “Ach, lieve man, mag ik naar de regering gaan?”

    “’t Is mij al eens waar dat gij gaat,

      als gij maar voor ieders welzijn zorgt

     … en als gij uw eer maar wel bewaart!”

    Kan men zo’n snoezepoes iets weigeren? De echtgenoot heeft dus "ja" gezegd. En als al die Vlaamse eega’s er nu eens een goede gewoonte van zouden maken om manlief te vragen “mag ik die jurk kopen?” of die hoed, die handtas, die schoenen… ’t Resultaat zou ’t zelfde zijn, maar ’t leven zou er een stuk rooskleuriger uitzien. De nieuwe minister heeft alvast de toon gezet. Ze heeft nu vijf maand de tijd om voor ons aller welzijn te zorgen. Ik twijfel er niet aan dat ze er zal in slagen: ik voel mij trouwens al veel beter, alleen maar door het bekijken van dat poezelig lachebekje.

    En toch is er iets wat mij een heel klein beetje onzeker maakt. Heeft onze nieuwe minister eergisteren niet verklaard dat Vlaanderen voor tweehonderd procent op haar kon rekenen? En heeft ze gisteren niet verklaard dat ze zich voor driehonderd procent zou inzetten voor haar job? Kijk eens aan, beste lezer – en laat het mij weten als het er op lijkt dat ik tegendraads ben –, maar het moet mij van het hart dat ik een beetje ongerust ben wat die procenten betreft. Tot waar reiken de mogelijkheden van onze gelukbrengster? Hoe hoog ligt haar lat? Klaarblijkelijk niet op de normale honderd procent. Maar hoe hoog dan wel? Op vierhonderd procent? Dat zou dan betekenen dat we voor de helft op haar kunnen rekenen en dat ze zich voor drie vierden voor haar job zal geven. Dat andere vierde zal dan wel voor haar echtgenoot bestemd zijn en dat is naar mijn gevoel niet eens overdreven. Heeft hij per slot van rekening niet – zij het met een simpele “ja” – mede beslist over het welzijn van alle Vlamingen? Ach, uiteindelijk denk ik niet dat we ons zorgen moeten maken. Het zou mij niet verwonderen dat het schattige lieveheersbeestje er voor zorgt dat in ons Vlaanderland het welzijnsniveau in de komende vijf maanden stijgt tot een duizelingwekkende hoogte.

     

    En nu we het toch over Onze Lieve Heer hebben… Is het u opgevallen, beste lezer dat ik in mijn nieuwjaarswens de religieuze toer ben opgegaan? Iemand heeft er op gereageerd met de vraag “of het door gods zegen komt dat er om de vijf seconden een kind sterft van de honger”. Laten we eerst de vraag beantwoorden of God wel degelijk bestaat. Wie die vraag, zoals professor Etienne Vermeersch, negatief beantwoordt, moet Hém dus niet de schuld geven van al die ellende. Maar als hij wél bestaat? Dan wéét ik het niet… al ben ik geneigd aan te nemen dat Hij dan wel oneindig goed moet zijn en niet in staat om kindertjes te laten verhongeren. Bij wie ligt dan wél die schuld? In mijn vorig verhaaltje, over “Kerstmis, de paus en Zeyneppeke”, heb ik een tipje van de sluier opgelicht, van hoe ik er over denk. Maar til daar maar niet te zwaar aan. Het staat u  natuurlijk vrij er anders over te denken. Ik ben immers de goede, alwetende, wijze God niet. Met andere woorden: ík ben Onze Lieve Heer niet.

     

    07-01-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    01-01-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuwjaarsgedichtje.

    ‘k Wens dat je in ’t jaar 9,

    met Gods en Allahs zegen

    en met een knipoog van Aphrodite,

    volop van ’t leven moogt genieten!

    01-01-2009 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oudejaarsgedichtje.

     

    ’t Oude jaar had slechter kunnen zijn,

    misschien niet veel, maar toch…

    Of ’t nieuwe zal beter wezen,

    dat weten wij pas over een jaar:

    dat is toch zonneklaar…

    31-12-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over Kerstmis, de paus en Zeyneppeke.

    Oef, de kerstdagen zijn voorbij! Ik ben er niet kwaad om.  Maar nu moet u niet denken, beste lezer, dat ik niet blij ben met Kerstdag. Ik zou het voor geen geld willen missen: de kerstsfeer, de kerstmuziek, de kerstboom en het stalletje, het kerstdiner, de cadeautjes van de kerstman, het gezellig samenzijn met de familie en last but not least… de kerst-mis in Grijsloke. Amper drie- of vierhonderd inwoners telt Grijsloke, maar het schooltje “De Verrekijker” behoort tot de absolute topklasse. De vertolking van het kerstverhaal door de kleutertjes (!) was fenomenaal. Ze hebben dan ook een applaus gekregen zoals ik het nog nooit in een kerk heb gehoord. De grotere kinderen zongen zich de ziel uit het lijf en er waren er ook die gitaar speelden. Alles ter ere van het kindeke Jezus. De kerk zat – en stond – stampvol en tot tweemaal toe wensten de mensen elkaar de vrede en ik ben er zeker van dat velen het écht meenden. Bij het verlaten van de kerk kreeg iedereen snoep en een gedachtenisprentje. Wat kan godsdienst toch mooi zijn…

    Maar ’t moet niet alle dagen Kerstmis zijn. ’t Zijn immers drukke en vermoeiende dagen, zeker als men al een jaartje ouder wordt. En al dat lekker eten en drinken komt een mens zijn gezondheid niet ten goede, weeral, als hij al een jaartje ouder wordt. Laten we het nu maar even wat kalmer aan doen en rustig nagenieten tot Nieuwjaar. Dan wordt het feest nog eens overgedaan – hopelijk zullen we ook dat overleven.

    In al die kerstdrukte heb ik niet eens de tijd gevonden om de krant te lezen. Ik neem dus vandaag de kersteditie van Het Laatste Nieuws ter hand. In Australië zitten ze opgescheept met een miljoen dromedarissen en dat is veel te veel: het wordt een echte plaag, zoals ze daar de konijnenplaag gekend hebben en de kangoeroeplaag. Vierhonderdduizend van die dieren gaan ze nu afmaken. Vierhonderdduizend van die grote mooie sympathieke dieren! Die hadden toch beter nooit kunnen geboren worden. Geboortebeperking hadden ze moeten toepassen, wat de paus van Rome daar ook moge over denken.

    In dezelfde krant lees ik dat de wereldbevolking het laatste jaar weer met 82 miljoen is toegenomen en dat we nu exact met 6,75 miljard zijn op aarde – nu ja, exact, tot op één na heeft men ze niet geteld natuurlijk. In België is de bevolking eveneens gestegen, ondanks het dalende geboortecijfer maar “dank zij” de immigratie. In Vlaanderen, Wallonië en Brussel samen zijn er nu 10.666.865 – hier heeft men ze dus wél tot op één na geteld.

    Een paar honderd jaar geleden heeft Malthus de wereld voorgehouden dat de mensheid zou afstevenen op een catastrofe als er niets zou gedaan worden om de wereldbevolking binnen de perken te houden. Weinigen hadden oren naar de theorie van Malthus en daar is ze nu, de catastrofe. Maak u maar geen illusies, beste lezer, nooit meer raakt de wereld nog uit deze economische crisis. Of er dan niets gedaan werd om de bevolkingsaangroei te remmen? Toch wel. Er is wat aan geboortebeperking gedaan, maar… lang niet genoeg. En in Afrika – geen Bush die zich daar zorgen over maakt – worden mensen dagelijks bij bosjes afgemaakt, maar… (door de lezer zelf in te vullen).

    En weer in diezelfde krant komt de paus op de proppen met zijn sexuele moraal. De kerkvader vindt de milieuvervuiling – die vanzelfsprekend een gevolg is van de wereldoverbevolking – geen groter probleem voor de mensheid, dan de “tegennatuurlijke sex”, waaronder dan grosso modo verstaan wordt: alle sex die niet leidt tot voortplanting. Wat, in godsnaam, brengt geestelijke leiders ertoe om te verkondigen dat sex in feite verfoeilijke zonde is, tenzij onder zeer strikte voorwaarden, die leiden tot voortplanting? Men zou haast denken dat de Schepper hier een steek heeft laten vallen…

    Ongebreidelde voortplanting lijkt voor de katholieke kerk wel het hoogste goed. Maar ook andere religies delen dezelfde opvattingen. Omdat hun god het zo wil. De god die spreekt bij monde van de geestelijke leiders, zoals, ten tijde van het oude Hellas, de god sprak bij monde van de orakelpriesters. Ook de Romeinen waren voorstanders van kroostrijke gezinnen en ook bij hen rustte er een taboe op sex. In dat opzicht verschilden ze van de Oude Grieken, die heel tolerant waren op dat gebied. De Grieken waren een relatief vredelievend volk, die Aphrodite, hun godin van de liefde, alle eer bewezen, terwijl ze voor hun oorlogsgod Ares alleen maar afkeer voelden. Ze waren, in tegenstelling tot de Romeinen, niet uit op gebiedsuitbreiding. Deze laatsten brachten grote legers op de been. Iedere mannelijke nieuwgeborene was een potentiële krijger en daarom dus moest de voortplanting op hoog toerental draaien. Voor de katholieken was het doel gelijkaardig: allemaal zieltjes, in de strijd tegen de andersdenkenden.

    Heel opwindend – en opwarmend – in de kerstdagen was de verkiezing van Zeynep Sever (Zeynep is de voornaam) uit Molenbeek, tot Miss België: Zeyneppeke van Meulebeek! Een Turks meisje van negentien jaar dat twee jaar geleden nog zesde was bij de verkiezing van miss Turkije. Tja, in Turkije hebben ze blijkbaar mooier volk dan bij ons… Wat er ook van zij, Zeynep Sever is een heel lief ding: een betere keuze had men niet kunnen maken. En wat zo bijzonder knap is aan Zeyneppeke: ze woont nog maar een paar jaar in Molenbeek en ze praat al behoorlijk Frans! Mens sana in corpore pulchro, noemen ze dat. Maar u wil natuurlijk ook gaarne mijn reactie horen op de nederlaag van mijn favoriete, Cassandra d’Ermione. Ten eerste vind ik het geen echte nederlaag: een tweede plaats is toch mooi, nietwaar? En ten tweede: nu ik Cassandra aan ’t werk gezien heb, vind ik dat ze met die tweede plaats nog goed wegkomt. Haar foto in de krant van enkele weken geleden had bij mij overdreven verwachtingen gewekt, méér dan ze heeft kunnen inlossen. Misschien zijn haar onortodoxe antwoorden dan toch niet met helderziendheid in verband te brengen… En daar komt nog bij dat ze mij niet eens een bedankje heeft gestuurd voor de publiciteit die ik voor haar heb gemaakt. Een kerstkaartje of zo, of een simpel e-mailtje: wat had dat mijn hart verblijd! Laat ik het dus maar houden op Zeyneppeke.

    En laten we, nu het Kerstmis is, allen bidden tot de Heer dat hij ons behoede voor dwaze pauselijke uitspraken, die mensen in verwarring brengen, en laten we hopen dat er weldra een paus komt die zich ernstig gaat bezighouden met hetgeen het mensenras het meest bedreigt: de overbevolking. Wij, als dappersten onder alle Galliërs, houden ons bevolkingscijfer ondertussen wel op niveau, dank zij de instroom van Zeyneppekes…

    27-12-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Acribie.

    In het oktobernummer van de “Nieuwsbrief van Klassieke Talen” van het Montessori Lyceum van Rotterdam, heeft Anneke Korevaar, lerares klassieke talen, een hoogstmerkwaardige en interessante berekening gemaakt: op 16 april a.s. zal het precies 3187 jaar geleden zijn dat Odysseus, koning van Ithaka, na een afwezigheid van twintig jaar, thuiskwam van de Trojaanse oorlog en de 129 “vrijers”, die zijn echtgenote omzwermden, doodschoot. Een hele prestatie van Odysseus: hij stond er immers vrijwel alleen voor, alleen tegen 129 man. Maar ook een hele prestatie van Anneke Korevaar. Ze baseert zich op de berekeningen van de wiskundige Constantino Baikouzis en de sterrenkundige Marcelo Magnasco, beiden werkzaam aan de Rockefeller University in New York.

    Op 16 april 2009 zal het dus precies 3187 jaar geleden zijn. Bijna niet te geloven toch, dat men dat zo precies kan bepalen. Ik zie u, beste lezer, al het voorhoofd fronsen, in opperste twijfel. U broedt al direct op een kritische vraag, die u Anneke wil stellen. Maar ze is u een stap voor. Ze begint haar artikel met “Ja ja, zal wel… en op welke dag ontwaakte Doornroosje? Sommige dingen moet een mens helemaal niet willen weten: die behoren tot het rijk van de sprookjes”. Dan volgt evenwel een wetenschappelijk gefundeerd betoog, dat leidt tot de exacte datum: 16 april van het jaar 1178 voor Christus. Kritisch blijft ze nochtans wel, die Anneke Korevaar, want ze laat zich nog ontvallen dat de theorie pas opgaat als we er mogen van uitgaan dat die hele oorlog met Odysseus erin, ueberhaupt heeft plaatsgevonden. Dat doet mij denken aan het verhaal van de man die exact berekend had hoe groot het monster van Loch Ness was, maar er voorzichtigheidshalve aan toevoegde: vooropgesteld dat het bestaat… Natuurlijk heeft de oorlog van Troje plaatsgevonden: ontneem ons die droom niet, Anneke! En een sprookje is het al zeker niet. Hooguit een legende, of een sage. Het verschil met een sprookje zit hem hierin dat dit laatste totaal niet aan tijd of plaats gebonden is. Sagen zijn het wel…

    Hoe komt Anneke Korevaar nu tot de conclusie dat we dus weldra de 3187e verjaardag mogen vieren van Odysseus’ thuiskomst en van de afslachting van de vrijers? Ze maakt simpelweg een sommetje: 1178 + 2009 = 3187! En daarin heeft ze zich deerlijk vergist, want de berekening moet er uitzien als volgt: 1178 + 2009 – 1 = 3186. Waarachtig! Doodgewoon, omdat het jaar “nul” nooit bestaan heeft. Trek dat maar eens rustig na, beste lezer.

    Maar of ik er goed aan gedaan heb schrijfster van dit allermerkwaardigste artikel op die fout opmerkzaam te maken, of het niet getuigt van een verregaande pietluttigheid? Maakt één jaartje verschil op meer dan drieduizend jaar eigenlijk wat uit? Wat er ook van zij, Anneke heeft mij bedankt voor de “acribie” (van Daele: “uiterste nauwkeurigheid, vnl. m. betr. t. filologische werkzaamheden”). Maar misschien heeft ze dat wel ironisch bedoeld, misschien heeft ze wel degelijk “pietluttigheid” bedoeld… alhoewel… ik vind, dat als je zo’n berekening maakt, tot op een dag nauwkeurig, een verschil van een heel jaar wel degelijk iets uitmaakt.

    Al bij al ben ik blij dat ik mevrouw Korevaar op die fout gewezen heb. Had ik het niet gedaan, dan had het mooie woord “acribie” nu nog niet tot mijn vocabularium behoord, want die Dikke van Daele heb ik dus wel degelijk nodig gehad. Ik zal het woord vanaf heden overal gebruiken waar ik anders “mugge(n)zifterij” of “miere(n)neukerij” zou geschreven hebben, omdat ik, zoals u ziet, nogal wat last heb met die tussen-n. In “de dikke”, 12e editie 1992, staan beide woorden zonder die “n”, maar in de 13e editie 1999, staat de “n” er wel. Ja, de spellingregels waren tijdens die zeven jaar veranderd, maar zijn ze ondertussen al niet wéér veranderd? Overigens heb  “muggezifterij”, zonder “n” dus, nooit goed gevonden, omdat de regel toen voorhield dat er een “n” diende te staan als het om meer dan één exemplaar, in casu een mug, ging… En meer en meer geraak ik er van overtuigd dat we beter af zouden zijn met “mugzifterij” en “mierneukerij”, zoals ik betoog in de inleiding van mijn boek “O jerum jerum jerum…” (2006). Ieder redelijk mens die mijn voorstel tot ultieme wijziging en vereenvoudiging van de Nederlandse taal gelezen heeft, is het daar volkomen mee eens.

    Maar laten we het, van de hak op de tak springend, nog maar eens hebben over Odysseus. Ongetwijfeld volgt u de verhalen van deze Griekse held op mijn weblog www.bloggen.be/dzeus en dan weet u dat hij dus net ontsnapt is aan het gevaar van de verleidelijke Sirenen. Normaliter had hij rond eind maart thuis moeten komen, maar het artikel van Anneke Korevaar indachtig, zal ik het verhaal een beetje rekken en ik zal er zorg voor dragen dat hij pas op 16 april thuiskomt, precies 3186 jaar nadat het écht gebeurd is.

    En dan die “acribie” waar ik zo blij mee ben. Al moet het mij van het hart dat ik nog meer in mijn nopjes ben met “swaffelen”, het Woord van het jaar. Sinds jaar en dag loop ik rond met het idee om een boek te schrijven over iemand die een verwoed beoefenaar is van de edele kunst van het swaffelen, iemand wiens leven als het ware beheerst wordt door het swaffelen, een “swaffelaar” dus. Merkwaardig toch dat er voor zo’n interessante bezigheid, zo’n veralgemeend volksgebruik, dat al beoefend werd in de oudheid en zelfs door Adam in het Aards Paradijs, dat dus in feite zo oud is als de mensheid zelve, dat er daarvoor niet eens een woord bestond. Eindelijk kan ik dus nu mijn boek schrijven: “ De Zwaffelaar”. Tja, begin maar eens een titel te verzinnen voor zo’n boek als je dat woord niet hebt…

    17-12-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reactie op Oostends verhaal.

    Als reactie op het Oostends verhaal van vorige week, kreeg ik de volgende, enigszins laconieke e-mail: 
    "halo ik ben yves campana maar weet niet wie je bent". Een korte vraag dus. Ziehier mijn "bondig" antwoord:

    Beste Yves Campana,

     

    Dat jij de echte Yves Campana bent, die ik in mijn jeugdjaren heb gekend, daar zou ik iets kostbaars durven op verwedden. Al ben ik niet helemáál zeker. Ik vraag mij immers af: hoe is het mogelijk dat hij zich mij niet meer herinnert? Wij hebben toch drie jaar lang in eenzelfde klas gezeten en… hij heeft mij per slot van rekening van de verdrinkingsdood gered.

    Als jij je middelbare studies niet in 1957 beëindigd hebt in de latijn-wetenschappelijke afdeling in het Koninklijk Atheneum van Oostende, dan is deze brief – ik heb een voorgevoel dat het een lange wordt – niet echt voor jou bestemd. Maar nogmaals: ik acht de kans heel erg klein dat jij het niet bent.

    Dat jij je dus niets meer herinnert van mij, staat toch in schril contrast met het feit dat ikzelf mij iedere medeleerling van die klas nog levendig voor de geest kan halen. Maar, het dient gezegd, jij als sportman had een veel bredere horizon, een veel uitgebreidere kennissenkring dan ik. En ikzelf was een erg onopvallend schepsel, een sukkel eigenlijk.

    Ik weet nog perfect hoe jij er uitzag: met voorsprong de knapste atleet van de klas. Altijd zeer kortgeknipt haar, gebronzeerde huid, een rijzig en gespierd lichaam. Jij behoorde samen met een oudere broer en ook een jongere broer – die heette Roch, als ik mij niet vergis – tot de kernploeg van de Oostendse basketbalploeg, die toen ook al één van ’s lands topploegen was. En sta mij nu toe dat ik nog eens die oude studiemakkers ten tonele voer. Hoevelen zou jij je er nog van herinneren? Op een stuk of drie na ken ik nog al hun familienamen, al ben ik van zowat de helft hun voornamen vergeten. Maar hun aller beelden zijn mij bijgebleven… alsof het gisteren was.

    Twee van de meest ernstigen waren Roland Calcoen en Werner – of was het Walter? – Vandezande. Ze waren beiden niet groot van gestalte. Calcoen zag er uit als een wijze professor met zijn bril met zware montuur: hij was zachtaardig en goed. Vandezande had golvend zwart haar en wat verbeten trekken. Een moedige jongen, die flink studeerde.

    Twee spichtige “leptosome” types waren Verschoore en Pira, wier voornamen mij ontgaan zijn. Verschoore had een erg bleke huid en ook zijn haar was wit. Pira leek mij een pietje precies, niet uitbundig genoeg – maar wie geeft mij, droogstoppel als ik was, het recht zo over hem te oordelen?

    Desplenter was een goedlachse blozende kerel. Ik herinner mij dat hij vaak een bruinlederen jas droeg. Hij was een paar jaar ouder dan ik, maar ik vond hem een uitstekende schoolmakker. Ik had zo het gevoel dat hij niet op zijn plaats zat in de latijnse afdeling: daarvoor zag hij er te “praktisch” uit en met teveel gezond boerenverstand begaafd. Blomme vond ik ook wel een geschikte knaap. Hij had iets met zijn ogen, loenste een beetje. Hij droeg zijn haar à la brosse. Een paar jaar geleden zag ik in de krant een overlijdensbericht van ene Blomme en ik denk dat het van hem was: de leeftijd en de voornaam, die ik mij toen nog herinnerde, klopten. God hebbe zijn ziel.

    Henaut had een weelderige rosse haardos, die goed verzorgd was. Hij was nogal opvallend en chic gekleed en hij sprak met een licht Frans accent. Ik denk overigens dat Frans zijn moedertaal was. Dat hij minder punten kreeg voor Frans dan ikzelf vond ik de “on-logica zelve”: Henaut beheerste het Frans perfect, terwijl ik nog niet eens vlot de weg kon vragen of boodschappen doen in de taal van Molière. Een goede vriend van Henaut was Remi Fuertes, maar die zat in de latijn-wiskundige afdeling. Ze spraken Frans onder elkaar. Remi was groot en zwaar: een imponerende en autoritaire figuur. Ik kende Remi Fuertes van in de kostschool. Remi leek mij voorbestemd om de allerhoogste functie te bekleden in het leven. Het zou mij verwonderen als hij het niet héél ver heeft gebracht.

    Uit veel zachter hout gesneden was Ronny Billiau, de langste slungel van de klas. Hij had een wat verdikte onderlip en hij kon schaapachtig lachen. Ik had sterk de indruk dat Ronny er plezier in schepte om zich sulliger voor te doen dan hij was. Een beetje de “risee” uithangen, het ging hem goed af.

    Een lolbroek was Olav Permentier. Een knappe jongen, die erg in de smaak viel bij de meisjes en die zelf ook niet vies was van het andere geslacht. Omdat ik in den beginne zijn naam niet kon onthouden, noemde ik hem eens Boris – wat óók Russisch is – en zo ben ik hem blijven noemen. Hij was mijn beste vriend uit de klas, maar dat ik hem Boris noemde zal hij niet geapprecieerd hebben, want hij noemde mij tenslotte eveneens Boris. Ja, dat stond wel gek, twee schoolvrienden die elkaar aanspraken met Boris, terwijl geen van beiden Boris heette… ’s Maandags vertelde Olav, alias Boris, mij van zijn veroveringen in het week-end. Het waren vaak meisjes van onze school, die hij mij aanwees tijdens de speeltijd. Ach, wat was ik vaak jaloers op hem; ik had toen nog lang niet het lef om met meisjes om te gaan. Maar het dient gezegd: Olav was een paar jaar ouder dan ik. Dat hij mij, die toch helemaal zijn tegenpool was, te vriend hield, had ongetwijfeld een praktische reden: ik hielp hem bij zijn schoolwerk en ik liet hem gewillig van mij afschrijven tijdens de schriftelijke ondervragingen. Aan de studie veegde Olav een beetje zijn voeten: onbezorgd ging hij door het leven. Ik herinner mij nog dat hij in zijn opstel schreef: “pachtige pijzen”: dat krulletje achteraan de “p” leek zo erg op een “r” dat hij het overbodig vond om die “r” er nog eens bij te schrijven…

    Dan waren er nog twee wier naam ik kwijt ben, twee die dezelfde achternaam hadden. Ze leken helemaal niet op elkaar. Het waren dan ook geen broers, wel neven. Maar zelfs dat vond ik verwonderlijk: de ene was een jong speels baasje met lachend bol aangezicht en drager van een korte broek, de andere leek erg volwassen en wijs. En er was ook nog Daniël Capelle. Hij zat óók in de kostschool. Ik kan mij niet voorstellen dat vrolijke Daniël ooit ruzie gehad heeft met iemand, zelfs niet met de studiemeesters. Behalve Daniël Capelle en ikzelf, waren er in onze klas nog drie “kostschoolgangers”: Eric Goormachtig, Redgy Verbrugge en Fernand Vandyck. De eerste twee waren op studiegebied geen hoogvliegers en ik denk dat ze allebei een jaar hebben moeten overdoen, zeker Eric Goormachtig. Deze laatste heb ik later nog teruggezien aan de universiteit: hij ging er studeren voor apotheker. Ik vroeg mij af wat hij daar kwam doen, hij die het al zo moeilijk had gehad in de middelbare school. Maar Eric slaagde telkenjare met onderscheiding, iets wat mij nooit gelukt is. En als ik mij niet vergis is hij later aan het hoofd komen te staan van een zeer grote apotheek in Roeselare.

    Het verhaal van Fernand Vandyck is allesbehalve leuk. Maar wie weet, misschien is alles achteraf nog goed gekomen met hem. Ik kan er mij nu nog over opwinden als ik bedenk wat Fernand Vandyck tweeënvijftig jaar geleden is overkomen. Laat ik beginnen met te zeggen dat Fernand een keurige jongen was, een jongen met goede manieren, die altijd netjes gekleed ging. Hij droeg een vlinderdasje en had een snorretje. Kortom, een jongen die iedere ouder van jonge dochters zich als schoonzoon zou wensen. Op een dag had een studiemeester zijn kamer doorzocht in de kostschool. Die inbreuk op de privacy was toentertijd niets bijzonders. Die ijverige studiemeester had zelfs zijn portefeuille doorzocht, op zoek naar condooms en liefdesbrieven – de liefde zal toen wel taboe geweest zijn. En wat vond de studiemeester: een condoom. Men vroeg Fernand niet om uitleg: op staande voet werd hij uit de school gezet. Laten we hopen van niet, maar misschien heeft zijn leven daardoor een heel slechte wending genomen. En wáárdoor? Door het bezit van een condoom, waarvoor dertien à veertienjarigen heden ten dage met goede punten beloond worden op school. Fernand was bijna negentien!

    De oudste van de klas was Ponjaert. Die hield ervan de meisjes van de klas verlegen te maken met schuine moppen. Dat lukte ook wel enigszins, maar niet bij Rosette Huwel. Zíj moest in niets onderdoen voor de jongens. De andere vier – de meisjes Aelvoet en Candaele, Vera Deprez en die ene van wie ik de naam vergeten ben – waren toch wel van het timide type zoals dat toentertijd voor een jonge vrouw betaamde. Vera Deprez was erg klein van gestalte. Ik weet nog dat ze haar hart verloren had aan de beste student van de school, een zekere Soens of Soenens. Die haalde in ’t laatste jaar grieks-latijn boven de negentig procent en ging later studeren voor… ingenieur! De liefde was wederkerig, als ik mij niet vergis. Opvallend voor de meisjes van onze klas, Rosette Huwel niet te na gesproken, was dat ze erg snel bloosden. Vooral bij het meisje Candaele vond ik het schattig: haar lachend sproetenkopje met hoogopstaand kroezelend donker haar, lichtte op als een vuurtorentje, als ze in verlegenheid gebracht werd of anderszins opgewonden raakte. Het meisje met de vergeten naam had een weemoedig Mona-Lisa-glimlachje: ’t was pas als ze bloosde dat we ons realiseerden dat er bloed door haar frêle lijfje stroomde.

    Als ik zou beweren dat er één van de vijf meisjes uit de klas mij diep beroerde, dan zou ik een onwaarheid vertellen. In de Latijn-Wiskundige klas was er nochtans eentje waar ik ’s nachts wel eens wakker van lag. Ze heette Pattijn. Ik weet niet eens of ik haar voornaam ooit gekend heb. Ik meen me te herinneren dat wij toen, merkwaardig genoeg, elkaar aanspraken met de familienaam. Wat er ook van zij, Pattijntje zal vele jongensharten sneller hebben doen slaan. Het woord sex-appeal bestond toen nog niet, maar voor háár had het moeten uitgevonden worden. Ik vond dat ze daar niet op haar plaats zat in die latijn-wiskundige afdeling. Ik vond haar te mooi voor de wiskunde. Eigenlijk vond ik haar te mooi voor álles. Voor álles, behalve de liefde. Maar, basta.

    Ondertussen is bij mij, mijn beste Yves Campana, de zekerheid gegroeid dat jij wel degelijk dé Yves Campana bent, de enige echte. Anders had je toch geschreven “ik héét Yves Campana” en niet “ik bén Yves Campana”. Ik heb een perfect fotografisch beeld van al die leerlingen van toen –  jij inbegrepen natuurlijk –  in mijn brein opgeslagen. Alleen weet ik niet goed hoe ikzelf er uitzag in die tijd. En als jij je niets meer herinnert van die grijze vleugellamme mus die ik was, treur daar dan niet om. Het bewijst alleen dat jij ten minste een goed stel hersenen hebt, die in staat zijn onbenullige dingen uit te bannen waardoor er plaats vrijkomt voor nieuwe indrukken. Het bewijst, met andere woorden dat het spook dat Alzheimer heet, nog lang niet in ’t verschiet is.

    Hoe heb jij het overigens gesteld in ’t leven? Het zal je ongetwijfeld maar matig interesseren, maar toch wil ik je vertellen dat ik na de jaren in Oostende, helemaal veranderd ben. Van die asociale bekrompen onsportieve nerd is nog iets behoorlijks terecht gekomen. Vijf jaar later was ik senior seniorum aan de Gentse universiteit, wat zoveel betekent als de meest studentikoze van alle studenten! En op veertigjarige leeftijd ben ik aan sport beginnen doen: hardlopen. Ik heb marathons gelopen in alle uithoeken van de wereld, van Honolulu tot Zuid-Afrika en van Chicago tot Moskou. Enkele jaren geleden heb ik zelfs de prijs van sportverdienste van de gemeente Anzegem gekregen voor mijn sportieve loopbaan en als organisator van een van Vlaanderens populairste stratenlopen.

    Weet je dat jij pas de derde bent van de klas, van wie ik een teken van leven krijg? Na Eric Goormachtig. En na Blomme – nu ja, teken van leven…

    Een hartelijke groet!

     

    Kris Vansteenbrugge

    15-12-2008 om 13:45 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oostende.

    Wat, in godsnaam, heeft mij bezield om dit week-end naar Oostende te trekken. Het mooie herfstweertje? Eénenvijftig jaar en vier maanden geleden had ik nochtans gezworen nooit meer een voet op Oostends grondgebied te zetten…

    Of zou het kunnen dat mijn einde nadert, dat een bovenaardse kracht mij drijft naar de plek waar ik nooit meer wilde komen? Men moet zich toch met zijn vijanden verzoenen vooraleer men sterft?

    De school in de Leon Spilliaertstraat ziet er verlaten uit. Nogal begrijpelijk voor een zondag, nietwaar? Maar daar staat nog steeds “Koninklijk Atheneum” op, en misschien wordt hier nog wijsheid bijgebracht, zoals weleer. Kunt u zich voorstellen dat ik nu voor ’t eerst opmerk dat bovenop de school een beeld prijkt van Athena, de godin van de wijsheid? Het gebouw loopt door tot in de Rogierlaan, aan de andere kant van het huizenblok. De indrukwekkende voorgevel ziet er erg vervallen uit. Hier was de ingang van de kostschool, waar ik de drie ellendigste jaren van mijn leven heb doorgebracht. De zware voordeur is in een erbarmelijke staat: ze lijkt wel duizend jaar oud. Er hangt een soort spandoek naast de deur, waarop staat “Leefschool DE VLIEGER”. Ik heb het opgezocht op ’t internet: het is een “Ervaringsgerichte basisschool van het Gemeenschapsonderwijs”! Tja…

    De immense koninklijke gaanderijen maken een al even vervallen en desolate indruk als het “Koninklijk Atheneum” annex kostschool. Drie keer per week moest ik met de andere kostschoolgangers naar het strand en ’t was achter de hoge dikke zuilen van die gaanderijen dat ik mij verstopte om niet in het zand te moeten lopen: dat zand bezorgde mij zweetvoeten. Ik heb ze nog, die zweetvoeten…

    De kursaal maakt nog steeds grote indruk: ik heb er mijn grootste triomfen gevierd. Maar te welken prijze?...

    Wat er ook van zij, ik heb me met Oostende verzoend en ik ben er blij om. En om het voor u, beste lezer, allemaal een beetje minder raadselachtig te maken, laat ik hier een uittreksel volgen uit mijn boek “O jerum jerum jerum…” (*). Een hoofdstukje, waarvan de titel luidt: “Oostende, drie jaar ellende”…

     

    Na drie jaar middelbaar onderwijs stuurde vader mij, op aanraden van mijnheer Hoebeke, naar het Koninklijk Atheneum van Oostende. Die school stond aangeschreven als een van de beste van het land en er was een kostschool. Daar zou ik, per definitie, nette manieren leren…

    Er waren een kleine honderd leerlingen in die kostschool. Velen van die kostschoolgangers kwamen uit welgestelde doch vaak ontwortelde gezinnen. Ze kwamen uit Gent, Brussel, Antwerpen. Er was uitschot bij van de ergste soort.

    We sliepen in een reusachtig grote slaapzaal, in chambrettes. Studeren gebeurde in één groot lokaal, alle internen samen, onder toezicht van een studiemeester. Er waren drie studiemeesters, die elkaar afwisselden: Pulle, Kuifje en Tarzan. Van deze laatste herinner ik mij ook nog de échte naam: Lingier. Het ontzag dat deze drie heren inboezemden was nihil. Als ze vooraan in de studiezaal zaten werden ze bekogeld met stukjes krijt, papierproppen, sponsen en dies meer. Daarom gingen ze meestal achteraan staan om te surveilleren. Straf geven deden ze enkel aan de brave leerlingen. De "zware jongens" werden ongemoeid gelaten: daar waren de studiemeesters bang van. Ik herinner me dat er op een dag een nieuwe studiemeester kwam, een die het stevig zou aanpakken, ook "het zwaar krapuul" dus. Hij heette Debeuf. De derde dag - Debeuf stond vooraan en had toevallig zijn rug naar de klas gekeerd - zoefde er een dolk rakelings naast zijn hoofd en boordde zich met de punt in het bord. Het mes bleef vervaarlijk lang natrillen. Debeuf verliet de studiezaal en we hebben hem daarna nooit meer teruggezien. Dat er vroeg of laat een dodelijk slachtoffer zou vallen in de kostschool van Oostende, daar twijfelde ik niet aan. In de drie jaar die ik er heb doorgebracht, heb ik het niet meegemaakt, doch enkele jaren later is het wél gebeurd. Een leerling had een medeleerling doodgestoken. Het stond in de krant. Het verbaasde mij niet.

    Voor de maaltijden zaten we aan grote tafels, een twaalftal, acht man per tafel. De oudsten en de stoutmoedigsten zaten vooraan, aan de kant waar het eten werd opgediend. De onmondigen, zoals ik, zaten achteraan. Het eten werd op de tafels gezet en de leerlingen moesten het zelf verdelen. Ge ziet van hier hoe er verdeeld werd! De stukken vlees waren van ongelijke grootte. Altijd was er wel een heel klein stukje en dat viel mij dan ten deel. Het gebeurde dat ze mij zelfs dat klein stukje niet gunden. Eén keer ben ik zo vermetel geweest daarover mijn beklag te doen bij de studiemeesters. Het gevolg was dat ik daarna dagen lang vrijwel niets meer te eten kreeg…

    's Avonds was er vaak smeerkaas voor op de boterham. Zo goed als niemand vond dat lekker. Ik evenmin. Toch was ik blij als er 's avonds smeerkaas was, want dan kreeg ik meestal de portie van de anderen ter compensatie van het biefstuk dat ze mij 's middags hadden afgepakt en zo kon ik dan mijn hongerige maag nog enigszins stillen. Soms werd ik overladen met smeerkaas: de risee van de school. Ook de studiemeesters leken het allemaal wel grappig te vinden. Tot er besloten werd tot een "smeerkaas-boycot"…

    Er werd overeengekomen dat iedereen zijn kaasje na het avondmaal zou meenemen naar buiten en het tijdens het daaropvolgend recreatie-halfuurtje tegen één van de schoolmuren zou plakken. Lafaards als ik, van wie vaststond dat ze dat tóch niet durfden, mochten hun kaas ook aan een ander geven, die dan de klus voor hen zou klaren. Op een afgesproken teken werden de smeerkazen tegen de muren gekwakt, onder luid gejoel van al de kostschoolgangers. Ik joelde mee. Was ik te laf om zelf tot actie over te gaan, ik zou tenminste blijk geven van enige sympathie met de oproermakers. Het huilen stond mij nochtans veel nader dan het lachen. Daar bengelde mijn kaas tegen de muren van het internaat. Ik had er hem zo willen van aflikken. Mijn maag deed pijn van de honger. Maar ik lachte, ik durfde niet anders…

    Een studiemeester pakte me bij de kraag en bracht me bij de econoom van het internaat. Waarom ik? Omdat ik zowat de enige was van wie de studiemeesters niets te vrezen hadden. En toch. Wie zegt dat ik hem geen mes tussen de ribben had geduwd als ik daar op dat ogenblik over beschikt had? Een moegetergd dier maakt soms rare sprongen…

    Ik was "op heterdaad betrapt". Ik zwoer met zóveel klem dat ik niets gedaan had, dat mij uiteindelijk alleen maar het openlijk sympathiseren met de actie ten laste werd gelegd. En… dat was al even subversief als de rest. Ik was de enige die moest boeten voor de smeerkaas-affaire: voor straf één week-end in de kostschool binnenblijven! Mijn ouders werden op de hoogte gebracht van mijn wangedrag. Vader slikte alles wat de kostschoolautoriteiten hem meedeelden. Hij vond het opperbest dat ze mij hardhandig aanpakten. Op zíjn medewerking mochten ze rekenen en… ze konden gerust zijn, híj zou er nog wel een straf bovenop doen. Meer dan ooit raakte vader ervan overtuigd dat ik op die kostschool op mijn plaats zat en dat ze mijn misdadige neigingen daar wel in de kiem zouden smoren…

    Als ik toen over een revolver had beschikt en het hele zootje, mijn vader inbegrepen, had neergeknald, dan had niemand daar enig begrip voor kunnen opbrengen. Alleen de Almachtige God had immers weet van de verzachtende omstandigheden. Voor hetzelfde geld had ik de grootste massamoordenaar uit de geschiedenis kunnen zijn. Ik was veertien jaar.

    En toch ging het allengs beter. Het pesten werd misschien een beetje minder of misschien werd ik er wel een beetje aan gewend - maar went zoiets wel? - Vader en moeder stuurden mij in 't midden van de week een meestal opbeurende brief en dat deed mij wel deugd. Jazeker, zij meenden het goed. Nu zij er al jaren niet meer zijn, ben ik blij dat ik de brieven nog bewaard heb.

    Eerlijkheidshalve dien ik te vermelden dat ik enkel gepest werd in het internaat. Op de schoolbanken tijdens de lesuren was er van pesten zo goed als geen sprake. De overgrote meerderheid van de leerlingen in mijn klas waren van Oostende en met hen had ik geen nare ervaringen. In tegenstelling tot de school in Waregem zaten we er in grote klassen met zo'n dertig leerlingen. Maar net als in Waregem ben ik in Oostende steeds de eerste van de klas geweest en dan nog wel met grote voorsprong op de tweede. En dat ondanks het feit dat ik er niet goed kon studeren. We hadden dagelijks één tot anderhalf uur studie en het studeren in die tumultueuze studiezaal ging bijlange niet zo goed als in mijn stille kamer thuis. Studeren buiten de studiezaal was daarenboven verboden. Eenmaal ben ik betrapt op studeren in de chambrette. Ik kreeg er een ernstige waarschuwing voor. Nog één zo'n zware overtreding en ik kon wel buitenvliegen, werd mij gezegd. Naar degene die het mes naar Debeuf geworpen had, werd daarentegen, voor zover mij bekend, nooit gezocht. Ze hadden hem immers toch niet durven straffen…

    Een nare ervaring was die keer toen ik bijna verdronk in het zwembad. Zwemmen hoorde bij de lessen lichamelijke opvoeding. Ik was nog nooit in een zwembad geweest, laat staan dat ik kon zwemmen. Ik wist zelfs niet dat er naast een ondiepe ook een diepe kant was. Daarenboven was ik bijziende en had ik voor het zwemmen mijn bril afgezet. Zodoende ging ik te water aan de diepe kant, waar de anderen zich zo goed als allemaal bevonden. Ik gleed in de diepte, kreeg maar geen grond onder de voeten. Een ontzettende paniek maakte zich van mij meester en ik probeerde om hulp te roepen. Het zoutwater versmoorde mijn kreten en verschroeide mijn longen. Ik weet hoe het is, te verdrinken in zoutwater. Afschuwelijk.

    Toen ik halvelings bij bewustzijn kwam lag ik aan de rand van het zwembad en mensen waren bezig het water uit mijn lijf te persen. Yves Campana had mijn leven gered door mij nog tijdig uit de diepte op te vissen. Achteraf heb ik vernomen dat ik tweemaal spartelend boven water was gekomen en dat diezelfde Campana mij telkens weer in de diepte had geduwd. Hij had gedacht dat ik maar deed alsóf ik niet kon zwemmen, dat ik maar een grap uithaalde. Ik, die nog nooit een grap had uitgehaald!

    Na dit voorval kreeg ik twee jaar dispensatie van zwemmen. Het derde jaar heb ik dan toch een beetje schoolslag geleerd. En toen ik Oostende verliet was ik een "gebrevetteerd" zwemmer: vijfentwintig meter schoolslag! In 't later leven heb ik die prestatie evenwel nooit meer herhaald. De breedte van de zwemkom is voor mij meer dan genoeg. En aan de ondiepe kant! De schrik voor het water zal mij altijd bijblijven.

    Het derde en laatste jaar in Oostende had veel draaglijker kunnen zijn, ware er niet de kwestie geweest van de kamertjes. De laatstejaars mochten immers over een eigen kamer beschikken, waar ze alleen en rustig konden studeren. De kamers, die zich op de eerste en tweede verdieping bevonden, waren ten getale van zeventien en dat waren er dat jaar twee meer dan het aantal laatstejaars. Het jaar dáárvoor was er één kamer op overschot geweest en die hadden ze gegeven aan de oudste van de voorlaatstejaars. Die ene kamer was dan ook de minst aantrekkelijke, de zogenaamde "doorgangskamer". De doorgangskamer bevond zich op de tweede verdieping en was eigenlijk gemaakt van een kleine gang die de linker kant van het gebouw verbond met de rechter. Via die kamer kon men dus van de kamers van de tweede verdieping links naar de kamers van de tweede verdieping rechts, en omgekeerd, of anders diende men via de eerste verdieping te gaan, met de trap.

    Omdat er dat jaar dus twee kandidaten waren voor de doorgangskamer - de twee voorlaatstejaars - en men moeilijk kon kiezen en niet gaarne een van beiden wilde ontgoochelen, werd de doorgangskamer … aan mij gegeven.

    De kamer, waar ik zo mijn hoop op gesteld had om eindelijk rustig te kunnen studeren, was erger dan de studiezaal. Om de haverklap kwam er iemand door mijn kamer en dat ging meestal gepaard met een "vriendschappelijke klop" op mijn schouder of tegen mijn achterhoofd. Velen voelden zich daarenboven geroepen om een praatje te slaan. Mijn deur vergrendelen had geen zin: ze bleven er op beuken tot ik uiteindelijk toch opendeed.

    Studeren deed ik vooral tijdens de luttele uren die ik thuis in Elsegem kon vertoeven, van zaterdagmiddag drie uur tot zondagavond vijf uur en tijdens de Kerst- en Paasvakantie. Al werd het studeren tijdens de Paasvakantie dat jaar op een vreselijke manier verstoord…

    De laatstejaars hadden zich in het hoofd gehaald dat  na het laatste examen de bloemetjes maar eens flink moesten buitengezet worden. Er zou tot in de late uurtjes gefuifd worden in de café's van Oostende, met geld dat in de loop van het jaar moest "verdiend" worden. Iedere laatstejaars intern diende daartoe repen chocolade te verkopen aan de andere internen en aan de externen. De repen waren van het merk "Jacques": fondant, double rhum, fuilleté praliné, enzomeer. Ze werden gekocht in dozen van honderd, tegen twee frank per stuk. Verkoopprijs: vijf frank.

    Net als de anderen verkocht ik dus repen chocolade, overigens zeer tegen mijn zin, want ik wist maar al te goed dat ik aan de eindejaarsfuif niet zou deelnemen.

    Drie dagen vóór het begin van de Paasvakantie werd ik bij "de stekker" geroepen. De stekker, dat was mijnheer Suys, de studieprefect. Zij bijnaam ontleende hij aan de vorige studieprefect die in de herfst altijd met een stok met metalen punt rondliep en daarmee de afgevallen bladeren "opstekte". Voortaan was "stekker" dus synoniem van studieprefect: men sprak dus ook van de stekker van Brugge of van de stekker van Veurne…

    Iemand had mij aangeklaagd als verkoper van chocolade tegen woekerprijzen. De stekker begon met de mededeling dat ik een vergrijp had gepleegd waarvoor mij normaliter de verdere toegang tot de school diende ontzegd te worden. Omdat ik echter zo'n buitengewoon goede leerling was, en mijn uitsluiting teveel stof zou doen opwaaien, volstond een alternatieve straf. Op mijn rapport van het tweede trimester zou ik nul op dertig krijgen voor het vak "opvoeding en wellevendheid" en ik diende een strafwerk te maken: de "oratio pro Milone" van Cicero in de conjunctief schrijven! Voor die taak kreeg ik precies drie weken tijd. De "oratio pro Milone" is een heus boek: ik zag mijn studieplannen voor de Paasvakantie in duigen vallen…

    De stekker voorspelde mij een onzalige toekomst, zeker als ik mijn intelligentie verder zou gebruiken op de manier zoals ik nu bezig was. Geld aftroggelen van medeleerlingen, die dat geld zelf misschien gingen stelen van hun ouders die het vaak ook niet al te breed hadden! Het leek er wel op of ikzelf de oorzaak was van alle honger en ellende in de wereld. Ik had mijzelf kunnen verdedigen door te zeggen dat ik ertoe verplicht werd dit handeltje te drijven en dat al de anderen het ook deden. Maar nog liever duizend oratio's pro Milone in de conjunctief schrijven dan als klikspaan de wraak van de bende laatstejaars te moeten ondergaan!

    En tóch studeerde ik in de Paasvakantie, van de morgen tot de avond. 's Nachts schreef ik de oratio pro Milone in de conjunctief…

    Toen ik na de vakantie de kostschool betrad, bleek daar heel wat opwinding te zijn. De stekker was er achter gekomen dat alle laatstejaars internen schuldig waren aan de chocolade-verkoop. Ik zwoer dat ik niet geklikt had en, wonder boven wonder, men scheen mij te geloven. Ik had daarbij het geluk dat er sedert enkele weken een soort "hetze" ontstaan was tegen een van de studiemeesters, die de bijnaam Kuifje droeg. Híj kreeg de schuld. Nog diezelfde dag stonden de muren van de kostschool volgeschreven in grote krijtletters: "Kuifje verrader" en "Kuifje Judas". Het was een pak van mijn hart.

    De stekker keek heel somber toen ik mijn oratio pro Milone ging afgeven. Ik zei, vermits het toch al bekend was, dat de anderen het dus ook hadden gedaan. Hij werd er alleen maar kwader door. Of ik daarmee misschien mijn eigen wandaad wilde goedpraten? Of wilde ik misschien dat mijn vrienden ook zouden boeten, dat zij dezelfde straf zouden ondergaan als ik? Hij kon toch moeilijk aan vijftien man een dergelijke straf opleggen, vooral nu de eindexamens voor de deur stonden. Of ik misschien mijn punten voor "opvoeding en wellevendheid" kon terugkrijgen? Geen denken aan! Of durfde ik soms beweren dat ik mijn straf niet verdiend had? Naast een geniepige aftroggelaar en woekeraar was ik ook nog een brutaal en arrogant mannetje!

    In weerwil van de doorgangskamer, het verlies van de punten voor opvoeding en wellevendheid en het strafwerk in de Paasvakantie, was ik op 't einde van mijn laatste jaar middelbaar de eerste van de klas met achten- tachtig procent, zijnde vijftien procent meer dan de tweede. Bij de prijsuitdeling in het Kursaal van Oostende mocht ik net als de twee vorige jaren het podium betreden onder het spelen van de Brabançonne, om er de gelukwensen te ontvangen van een aantal hoge heren, met voorop de burgemeester van de stad, tevens minister, Van Glabeke. Onder hen ook: de stekker. Er werd mij een medaille overhandigd waarop een gespierde man was afgebeeld die met inzet van al zijn krachten een rotsblok probeerde op te tillen. Het onderschrift luidde: "wilskracht".

    Vader en moeder en tante Irma hebben de ceremonie meegemaakt, drie jaar na elkaar, en ze glunderden van fierheid, ieder jaar een beetje meer. Maar zíj noch iemand anders zouden ooit kunnen beseffen hebben hoezeer ik die medaille verdiende. Dat ik in Oostende drie jaar lang het hoofd boven water heb kunnen houden getuigde inderdaad van een bovenmenselijke wilskracht.

    Achteraf bekeken ben ik ervan overtuigd dat al die ellende had kunnen vermeden worden. Als ik het mocht herdoen zou ik bij de kennismaking met het studiemeesterscorps een ketel soep nemen en die uitgieten over het hoofd van één van hen. Gevreesd door de studiemeesters en gerespecteerd door mijn medeleerlingen zou ik ongetwijfeld drie aangename jaren tegemoet gegaan zijn. Dat ik dát van die soepketel heb nagelaten beschouw ik als een van de twee grootste fouten die ik in mijn leven heb begaan. De tweede zou weldra volgen: ik ging geneeskunde studeren…









    (*) Het boek "O jerum jerum jerum..." kan ontleend worden in de openbare bibliotheken van o.a. Kortrijk, Waregem, Gent, Oostende, Anzegem, Wortegem-Petegem... Het kan ook besteld worden bij de uitgeverij Free Musketeers of via de boekhandel.

    08-12-2008 om 17:53 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    06-12-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tantezegger.

    Beste Kriszegger,

     

    Uw brief van vorige week heeft mij verrast, en niet in de alleraangenaamste zin. Neem nu die aanspreektitel: “Beste Janzegger”. Ik vind het “bij de haren getrokken” en om het met een Multatuliaanse term te zeggen: buitenissig. Maar ik wil best nog enigszins tolerant zijn en voor één keer met je meegaan. Voor één keer, hoor je. Het moet niet al te gortig worden. Ik weet overigens maar al te goed wat je bezielt. Eén kans op honderd dat ik mij daarin vergis. Maar laten we de gebeurtenissen eerst eens op een rijtje zetten.

    Op een kwade herfstdag, ’t was kort na Allerheiligen, schreef je mij, met wat ik best “onverholen fierheid” zou willen noemen, dat je een nieuw woord had ontdekt. In een of ander tijdschrift, als ik mij nu niet vergis. Het woord was “tantezegger”. Wetende hoe vlot jij met taal omgaat, twijfel ik er geen ogenblik aan dat je onmiddellijk moet gesnopen hebben dat “neef” werd bedoeld. Maar omdat je het woord nooit eerder had gehoord en dus moet gedacht hebben dat het een onbestaand woord was, heb je daar een taalkundige redenering over opgezet. “Tantezegger” zou een letterlijke vertaling zijn van een woord uit een of andere primitieve taal – zeg maar Kiswahili, om maar een voorbeeld te noemen – waar ze geen eenvoudig woord hebben voor “neef” en het dus moeten stellen met genoemde kinderachtige omschrijving.

    Ik weet bijna zeker dat je ontgoocheling enorm groot was toen ik je antwoordde dat er voor mij niets vreemds was aan het woord, evenmin als aan “oomzegger”. Ik heb immers vier jaar boven de Moerdijk gewoond en daar zijn die woorden vrij gewoon of om het iets genuanceerder te zeggen: daar baren ze geen opzien. En waarom zouden ze? “Oomzegger” en “tantezegger” zijn héél praktische woorden. Als ik het over mijn “oomzegger” heb weet je tenminste dat het gaat om het kind van mijn broer of zuster. Als ik het over mijn “neef” heb, weet je dat niet! Het woord “neef” zou, als het gaat om een “oom- of tantezegger”, moeten gebannen worden uit de Nederlandse taal. Weet je, mijn beste Bestekriszegger, dat onze Nederlandse taal zowat de enige ter wereld is voor wie een “oomzegger” (in ’t Frans: neveu) over dezelfde kam geschoren wordt als een… neef (in ’t Frans: cousin), zegge een Vlaamse kozijn?

    En dan kom jij op de proppen met “zoonzegger” voor “vader” en “grootvaderzegger” voor “kleinzoon” en dies meer, met als enige bedoeling om kei-practische woorden als “tantezegger” en “oomzegger” te ridiculiseren. Of zou ik mij daar weer in vergissen? Dan zeg ik toch dat het mij spijt en vraag ik je ootmoedig om vergiffenis.

    Maar hoe dan ook, je moet nu ook niet denken, Bestekriszegger, dat ik geen begrip kan opbrengen voor je reactie. Je steigert gewoon omdat je het woord niet kent en je wenst het niet te kennen omdat het je niet vertrouwd in de oren klinkt. Maar leg eens een beetje goede wil aan de dag en oefen een beetje – laten we zeggen gedurende een weekje of twee, drie – op “tantezegger” en “oomzegger”. Misschien mag ik daarna beweren dat ik van jou een “tantezegger”-zegger heb gemaakt, terwijl ik er in vier jaar niet in geslaagd ben de Hollanders te leren wat een “uurwerk” is of een “camion”. Boven de grote rivieren kennen ze zeker en vast nog steeds enkel het “horloge” en de “vrachtwagen”. En van mijn “zeker en vast” zullen ze vast en zeker raar opkijken, en ze zullen denken dat ik grappig wil zijn. Trouwens, wij zouden wis en zeker eveneens raar opkijken als iemand voor de dag zou komen met “zeker en wis”. Maar oefen een beetje op “zeker en wis” en je zal het op den duur, zeker en wis, niet eens meer zo gek vinden.

    Maar het dient gezegd, Bestekriszegger, we zijn al niet meer van de jongsten – ik zéker niet – en dan leert een mens niet meer zo gemakkelijk als in zijn prille kinderjaren. Ik weet nog goed hoe mijn eigen kinderen hun vriendjes leerden dat ze in Vlaanderen kakken en pissen en hoe de hele kleuterschool ermee besmet werd. Het heeft vele moeders rode kaken bezorgd, maar ze hebben die super-smerige woorden er toch uit gekregen. En heden ten dage poepen en plassen ze er weer lustig op los, in dat kleuterschooltje in Capelle aan den IJssel…

    Ik groet je, mijn beste Bestekriszegger, maar ’t is dan wel de laatste keer dat ik het doe op deze manier…

     

    Bestejanzegger.

    06-12-2008 om 03:08 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    24-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gravensteenfeesten met Valeer en Freddy, maar... zonder Mico.

    Woensdag 19 november 2008: Gravensteenfeesten.
    Naar mijn gevoel lag er een domper – geen uitstaans met de gelijknamige studentenclub – op de 59ste herdenking van de Gravensteenbezetting: de afwezigheid van Mico, de student der studenten, die nog nooit zijn kat had gestuurd…

    In alle toonaarden heb ik geprobeerd de onrust onder de studenten te bedaren: Mico was ziek, Mico had gastro-enteritis, peritonitis, oesofagitis, salpingitis, meningo-encefalitis, sinusitis, pyelonefritis, cholecystitis, mastoiditis, synovitis, osteochondritis, balanitis en nog een paar dozijn andere itissen…, het kon de ongerustheid maar weinig bedaren. Ik mocht nog zo hard betogen dat Mico er ’t komend jaar weer bij zou zijn, dat hij zelfs beloofd had van ’t komend jaar drie dagen te blijven, er bleef een zweem van onzekerheid hangen. Niemand durfde het uitspreken, maar ik ben er zeker van dat velen zich angstig afvroegen: Mico zal het studentenleven toch zeker niet de rug toegekeerd hebben? Of anders moet het met zijn gezondheid wel héél erg gesteld zijn…

    Gelukkig was Freddy Strumane er. Hij was senior seniorum in 1964-65, het jaar ná mij… Al die jonge studenten, ’t zouden onze kleinkinderen kunnen zijn. Maar we hebben bijlange nog niet al onze pluimen verloren: een salamander commanderen kunnen we nog als de besten! Freddy was dus, vierenveertig jaar geleden, mijn opvolger als preses van het Seniorenkonvent. In ’t begin van dat academisch jaar leende Freddy mijn lint – ’t was maar voor één dag –,  maar Freddy trok er mee naar Khartoum in Soedan. Daar heeft hij het lint – naar ik uit doorgaans redelijk goed ingelichte bron heb vernomen – voor een grote som geld verpatst aan een steenrijke oliesjeik. Nu ligt die sjeik – steeds volgens die doorgaans redelijk goed ingelichte bron – begraven in een reusachtig mausoleum, met mijn lint over de rechter schouder… Telkens als dit verhaal ter tafel komt, lacht Freddy fijntjes: hij vertikt het om dit verhaal te bevestigen, maar ontkennen doet hij het evenmin…

    Het aantal pro-seniores seniorum, die er op die 59e Gravensteenfeesten van vorige week verder nog aanwezig waren, is niet groter dan vijf! In chronologische volgorde: Peter Spiliers (1993-94, een hiaat van 29 jaar!), Jean de Chaffoy (2001-02), Micha De Ridder (2004-05), Jan-Bart De Muelenaere (2005-06), Jern Vermeiren (2007-08). En dan was er, vanzelfsprekend, de huidige senior seniorum Cedric Dierens. Met hem heeft het Seniorenkonvent het wel getroffen, denk ik.

    Een tegenvaller was toch wel dat Jaak Algoed, senior seniorum 1953-54, het liet afweten, voor ’t eerst sinds jaren…

    Maar wie er nog steeds bij is: Valeer Van Overwalle, één van de twee nog overgeblevenen van de zes pioniers-initiatiefnemers van de grootste studentengrap aller tijden, de bezetting van het Gravensteen in 1949. Valeer is de bescheidenheid zelve. Hij bedankt dan ook voor de eer als hem voorgesteld wordt deel te namen aan de stoet, als eregast in de praalwagen, naast de senior seniorum himself. Dit jaar doet hij evenmin het herhaal van de Gravensteenslag: zijn stem draagt niet ver genoeg meer. Maar als wij samen het Gravensteen en de feestvierende studentenmassa verlaten, doet Valeer toch zijn verhaal, voor mij alleen. Eerbiedig en met ongeveinsde bewondering luister ik naar zijn objectief relaas, al heb ik het al wel honderd keer gehoord. Ach, telkenjare moet Valeer dit nog eens kunnen vertellen…

    Ik laat u, beste lezer, meegenieten, middels een uittreksel uit een uitgebreid artikel over de bezetting van het Gravensteen, dat ik lees in het programmaboeje van de 59e Gravensteenfeesten. Het artikel is ook reeds verschenen in Ons Verbond, jaargang 69, nr. 1, oktober 2005 (auteur: Akim Willems).

     

    Plots fietsten twee pandoeren over het Veerleplein. Ze wuifden zelfs vriendelijk terug naar al die jolige studenten op de kantelen van het Gravensteen. De vriendelijkheid veranderde snel toen een van hen door een projectiel geraakt werd. Ze smeten hun fiets aan de kant en begonnen op de poort van het Gravensteen te bonken. Al snel bleek dat de studenten niet echt veel zin hadden om de poort te openen; de pandoeren trommelden versterking op. In een mum van tijd stond het Veerleplein vol agenten en nieuwsgierige Stroppendragers die zagen hoe de machteloze arm der wet door de studenten vanaf de kantelen bestookt werd met rot fruit en spottende slogans.

    Dezelfde mensenmassa zag ook hoe even later de brandweer ter plekke kwam en met ladders en waterslangen trachtte de burcht te veroveren op de studenten. Zonder succes weliswaar. De brandweerman die probeerde het gravensteen binnen te dringen werd door de studenten met behulp van een stok van de kantelen weggeduwd. In doodsangst wiebelend op zijn ladder, zo vertelde Hubené, schreeuwde de man om genade omdat hij “vader van vijf zonen” was.

    In zijn onmacht vuurde de politiecommandant enkele pistoolschoten af, maar de knallen gingen verloren in het gejoel en gezang van de studenten en het ontploffen van de voetzoekers die Hubené gemaakt had. Ondertussen was zelfs de rijkswacht van Dendermonde opgetrommeld om versterking te bieden.

    … Pas rond vijf uur in de vooravond vonden politie, rijkswacht en brandweer hun paard van Troje: voor de eerste maal werd de gloednieuwe Metzladder van de brandweer gebruikt in Gent. Die werd helemaal uitgeschoven tot aan de top van de toren van het Gravensteen die niet door studenten bezet was omdat de deuren op slot zaten. Felix de Hemptinne zag dit gebeuren en zorgde ervoor dat hij, met behulp van een touw, uit het Gravensteen ontsnapte alvorens de burcht onder een regen van matrakslagen door de politie op de studenten werd heroverd.

    …Valeer Van Overwalle veinsde een epilepsieaanval en liet zich afvoeren om vervolgens met de ziekenwagen naar huis gebracht te worden. Een uur later stond hij terug op het Veerleplein om, samen met de steeds groter wordende mensenmassa, te zien hoe zijn strijdmakkers meegevoerd werden voor verhoor. Pas laat op de avond werden de studenten, per twee en om het kwartier, weer vrijgelaten. De grap haalde de nationale en de internationale kranten en aangezien de publieke opinie de studenten zo goed gezind was, werd uiteindelijk van vervolging afgezien.

     

    En wat lees ik verder in datzelfde programmaboeje? Er is waarachtig een nieuwe Albrecht Rodenbach opgestaan, die, de Gentse student, het Gravensteen en Valeer Van Overwalle ter ere, een ballade geschreven heeft, waarvan hier eveneens een uittreksel:

     

    Huivrend schudt Van Overwalle zijn linker been en valt er door.

    Een bloedstraal speerst. Hij zwijmelt op den grond

    en een dokter, inmiddels toegesneld, verklaart: “Hij is niet meer gezond,

    want een vallende ziekte deed hem sneven tegen den grond”.

    Afgrijselijk schoon! Het bloed plakt tegen zijnen mond,

    “Bier!” smacht hij, “o, flikken, laaft mij met dat bier!”

    “O, pompieren, spuit mijn bloed af met dien zoeten drank!”

    “O, dokter, verbind mijn wonden met die zoete medicijn van drie frank

    het glas!” – “Bier” zucht hij en wanhopig zich rechtend

    kwetst hij een pandoer, en in ’t bliksemen der matrakken vechtend,

    bezwijmt en zieltoogt hij, zucht nog eens “o, bier”, spuigt bloed en sterft.



    Afbeeldingen:
    1. Programmabrochure;
    2. Uit de programmabrochure: foto van de bestorming van het Gravensteen door brandweer, rijkswacht en politie (1949);
    3. Fragment van een reuzegrote tekening van de bezetting van het Gravensteen (Leo Debuth, 1949);
    4. Idem;
    5. Foto 19.11.2008: links Valeer en Freddy, rechts Peter Spiliers en Kris;
    6. Idem: Kris, Christiane (mevr. Van Overwalle) en Valeer.












    24-11-2008 om 17:33 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cassandra d'Ermilio.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Dit wordt weer eens een stukje naar aanleiding van een krantenartikel, namelijk uit de weekend-editie van Het Nieuwsblad. Ach, als een mens de krant toch niet had!...

    Het artikel gaat over een Waals meisje uit Quaregnon: donkerharig, bloedmooi en kandidate Miss België. Ze heet Cassandra d’Ermilio. De achternaam wijst bijna met zekerheid op een Italiaanse afkomst. De voornaam verwijst naar een figuur uit de Griekse mythologie: prinses Cassandra van Troje. Over deze laatste wil ik het hebben in een inleidende beschouwing. Die inleiding is vanzelfsprekend totaal overbodig voor de trouwe lezers van mijn weblog over de Griekse mythologie (www.bloggen.be/dzeus) waar Cassandra meer dan eens aan bod komt…

    Men hoort te weten dat Cassandra een van de aantrekkelijkste vrouwelijke wezens was uit de klassieke oudheid. Zij was de dochter van de Trojaanse koning Priamos. Twee van haar broers waren: Hektor, Trojes dapperste krijger, en Paris, die Helena van Sparta schaakte en daardoor de oorlog van Troje veroorzaakte. Cassandra was zo onbeschrijflijk mooi dat de god Apollo niet aan haar charmes kon weerstaan en verlangde met haar “het bed te delen”. Zij beloofde aan zijn wensen te zullen voldoen als hij haar eerst de gave van de helderziendheid verleende. Daar ging Apollo gewillig op in, maar Cassandra verbrak haar belofte en ze liet de god niet toe in haar bed. Hierdoor ten zeerste ontstemd, had Apollo niets liever gewild dan die gave ongedaan te maken, maar dáár zijn goden nu eenmaal niet toe in staat. Wel bezwoer hij dat niemand ooit enig geloof aan haar voorspellingen zou hechten. Cassandra heeft de Trojaanse oorlog voorspeld en ze heeft de Trojanen gewaarschuwd dat het binnenhalen van het houten paard hen fataal zou worden. Toen koning Agamemnon haar als oorlogsbuit meenam naar Mykene, voorspelde zij dat ze allebei zouden gedood worden door Agamemnons echtgenote. En omdat inderdaad niemand haar wilde geloven, zijn al die rampen uitgekomen.

    Maar dat is, beste lezer, meer dan drieduizend jaar geleden gebeurd. Genoeg dus over Cassandra, de mooie profeterende prinses van Troje, die door niemand geloofd werd. Laten we dus maar gauw terugkeren, met onze beide voetjes op de grond, naar de heerlijke realiteit, ’t is te zeggen naar de al even mooie Cassandra d’Ermilio. En wat staat er in de krant? Dat Cassandra d’Ermilio dom zou zijn! So what? Miss België is tot dusver nog altijd een schoonheidswedstrijd, dunkt me. De miss moet in de eerste plaats mooi zijn! Is ze ook nog intelligent dan is dat mooi meegenomen. Zoals het mooi meegenomen was dat de winnares van “de slimste mens ter wereld”, Annelies Rutten, ook nog “leuk om te zien” was, leuker dan verscheidene nationale misses van de laatste jaren.

    Toch wil ik hier ter discussie stellen, de vraag of mooie Cassandra uit Quaregnon nu werkelijk dom is. Wát is het gegeven? Cassandra schat het aantal bollen van het atomium op tien, het aantal Belgische koningen op vijftien. Zij ziet de nationale feestdag op 21 september en op de vraag in welk jaar “expo ‘58” plaats vond, antwoordt zij met haar lief stemmetje: je ne sais pas. Allemaal diepzinnige en profetische uitspraken. Met die tien bollen bewijst zij toch even dieper na te denken dan de andere kandidates die het aantal op negen taxeren, want elk van die bollen staat voor één van de Belgische provincies, die ten tijde van de bouw van het atomium ten getale van negen waren, maar nu ten getale van… tien zijn. En omdat zij, als Walinnetje, ongetwijfeld unitarist is – een prachtige eigenschap toch voor een nationale miss! – voorziet zij nog een lang leven voor het Belgenland, nog negen koningen lang. Maar ’t zouden er natuurlijk ook drie keer drie (één voor Brussel, één voor Vlaanderen en één voor Wallonië) kunnen zijn, voor het geval mijn voorstel van september 2007 het toch nog haalt (zie mijn cursiefje “gesplitst” d.d. 19.9.2007). Tel bij die negen de zes koningen waarmee we al gezegend zijn geweest en wat bekomt u dan? Precies: vijftien! ’t Moet zijn dat mijn voorstel voor een gezamenlijke nationale feestdag voor de drie koninkrijkjes, op 6 januari, het niet zal gehaald hebben. Onze mooie helderziende heeft het immers over 21 september… een schitterend compromis tussen 21 juli en 27 september (Waalse feestdag). Getuigt dat alles niet van een haast bovennatuurlijk verstand?

    Blijft natuurlijk de vraag naar het jaar van “expo ‘58”. Hoe zou u, gewaardeerde en verstandige lezer, reageren als men u zou vragen wanneer de oorlog ’14-18 heeft plaatsgegrepen? Ik durf wedden dat u zou denken dat de vraagsteller u voor de gek houdt en dat u, weemoedig het hoofd schuddend, zou zeggen: ik weet het niet…

    ’t Zal toch zeker niet waar zijn dat dit onwezenlijk mooi Waals creatuurtje, Cassandra d’Ermilio, zo deerlijk zal miskend worden als haar Trojaanse naamgenote, voor wie zij zowel in schoonheid als in wijsheid nauwelijks moet onderdoen. U weet dus, lieve lezer, wat u te doen staat, als het ogenblik daar zal zijn dat uw mening gevraagd wordt: sms Cassandra!

    18-11-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    14-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Academische zitting!
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    (Na mijn toespraak op 29 oktober l.l. vroeg de senior seniorum, Cedric Dierens, mij of ik hem de inhoud van mijn voordracht kon bezorgen. Ik heb hem beloofd mijn best te doen om alles wat ik daar verteld heb, op papier te zetten… en op mijn blog, ten behoeve van mijn trouwe lezers. En omdat belofte schuld maakt, ziehier:)

     

    Mijnheer de rector, senior seniorum, mevrouw de senator, andere hoogwaardigheidsbekleders, commilitones, commilitoneskes en, waarom niet, schachten en schatinnekes,

     

    Toen de senior seniorum mij, enkele dagen geleden, vroeg of ik bereid was een toespraak te houden, ter gelegenheid van de viering van het 75-jarig bestaan van het Gents Seniorenkonvent, popelde mijn hart van vreugde. In de aula nog wel! Dat geluk was mij nog nooit te beurt gevallen. Het onderwerp van mijn uiteenzetting werd helemaal aan mijzelf overgelaten: iets waarover ik het liefst sprak, een onderwerp dat mij goed lag… Is er één onderwerp waarover eens mens liéver spreekt, dan over zichzelf? Ik zal het dus over mezelf hebben…

    Eénenvijftig jaar geleden – éénenvijftig jaar en drieëntwintig dagen, om precies te zijn –  stond ik hier, vóór de aula, aan de overkant van de straat, als bange schacht, met bevende knieën, een schouwspel gade te slaan, dat grote indruk op mij maakte. Een stuk of twintig professoren, in zwarte toga en met zo’n vierkante “pet” op – van waar ze plots opgedoken waren, was mij niet duidelijk – schreden de trappen op die naar de indrukwekkende poort van de aula leidde. Zelf mocht ik de aula niet binnen, net zo min als de meeste anderen die zich buiten het gebouw hadden verzameld. Wat er zich daarbinnen verder heeft afgespeeld heb ik ’s anderendaags vernomen via de krant: toespraken, en zo… Maar zoals ik al zei: het schouwspel had indruk op mij gemaakt en een gevoel van dankbaarheid overviel mij, jegens mijn ouders, die mij in staat stelden om te gaan studeren aan de universiteit. Ik nam mij voor hun vertrouwen niet te beschamen…

    Tussen de professoren had ik er één gezien die nog iets beter getooid was dan de anderen. Hij droeg een soort bontkraag, een witte met zwarte stippen – ’t kan ook een zwarte met witte stippen geweest zijn: dát was de rector. Het hoogst haalbare aan de universiteit, zo leek het mij toe. Ik dorst er niet aan denken dat ikzelf ooit rector zou worden. Voor alle duidelijkheid: ik bén het ook nooit geworden…

    Ik was een maand of twee student in Gent, toen een medestudent mij meenam naar een clubavond van het Seniorenkonvent. Er was zeer veel volk. Vooraan zaten de tenoren, de bestuursleden. Mijn vriend vertelde mij wie de cantor cantorum was, de zedenmeester, de schachtentemmer, de secretaris, de penningmeester. Ze hadden een groot lint met de kleuren van ’t SK, geel en blauw. En dan die man in ’t midden: die had een nog breder lint, hij droeg een mantel om de schouders en met een stok dirigeerde hij het hele gebeuren. Dat was de senior seniorum. De naam van de toenmalige rector ben ik vergeten, maar de naam van die senior seniorum is mij bijgebleven: Theo Biesemans. Senior seniorum, dát was het hoogst haalbare aan de universiteit. Dát was wat ik wilde worden. Maar een beetje realist was ik, simpele, schuchtere, dwaze,  bange schacht toch wel: dat zou ik wel nóóit bereiken…

    Maar het wonder voltrok zich. Vijf jaar later was ikzelf senior seniorum. Mijn geluk kon niet op. Modelclubavonden leiden, een menigte studenten toespreken van op de kantelen van het Gravensteen, in pitteleer het Gravensteenbal openen met de marraine van Leuven – Gent had toen nog geen marraine: het vervulde mij met trots en het maakte mij de koning te rijk. Op alle clubavonden werd ik uitgenodigd en telkens als ik de zaal betrad, hief men te mijner ere het “ io vivat” aan.  Maar… aan alle liedjes komt een einde. Ik maakte mijn laatste clubavond mee in de schoot van mijn eigen regionale club, Moeder Laetitia, op een avond in mei. ’t Was in Afsnee, in de Nenufar. Op ’t einde van de avond werd zoals gewoonlijk de Oude Roldersklacht gezongen. Hoe vaak had ik die Oude Roldersklacht weliswaar ingetogen doch onbekommerd meegezongen! Maar nu was het anders. De mooiste levensperiode werd afgesloten. We waren ons niet bewust geweest dat er ooit een einde zou aan komen. Nu was het einde daar. Vele vrienden zouden we nooit meer terugzien. Dikke tranen bolden over mijn wangen toen die Oude Roldersklacht werd gezongen: O jerum jerum jerum, o quae mutatio rerum. Hoe intens, hoe ontroerend klonk de tweede strofe: Waar zijn zij die voor ’t Gentsche bier hun laatste cent verdronken? Als wereldbazen op de zwier, met volle potten klonken. Zij gingen, ’t hoofd gebogen voort, van hier naar ’t stil geboorteoord.

    Ik was afgestudeerd en dus trok ik mij terug in ’t stil geboorteoord. Legerdienst, enkele jaren buitenland en… naar Gent kwam ik niet meer. Geen stad was mij dierbaarder en ik koesterde de jaren die ik in Gent had doorgebracht in mijn binnenste als een kostbaar kleinood. Maar iets onverklaarbaars weerhield er mij van naar Gent terug te keren. Ik was als het ware bang dat die mooie herinneringen erdoor zouden bezoedeld worden. En toen ik het dan toch eens waagde en in de Sint-Pietersnieuwstraat studenten mijn pad kruisten, was er niemand die mij groette. Logisch natuurlijk: niemand kende mij nog. Ik had er één bij de strot willen grijpen en hem toeschreeuwen: “Kent ge mij dan niet? Ik ben de senior-seniorum!” Ik nam mij voor alleen nog naar Gent te komen als er geen studenten waren: in de week-ends en tijdens de vakanties. Op de Gravensteenfeesten durfde ik mij alleszins niet meer te vertonen. Ik was gewoon bang: ik zou schromelijk uit de toon vallen, het verleden bederven.

    Er kwam een kentering, de dag dat mijn oude vriend Mico Claeys mij een jaar of vijftien geleden voorstelde om samen naar de Gravensteenfeesten te gaan. Híj had tenminste het contact met het studentenleven nooit verloren. En weer was het alsof een wonder zich voltrok. Plots kenden ze mij weer, de “commilitones”, ik was allesbehalve “een vuile bourgeois”, ik was weer één van hen. Jaar na jaar mocht ik als eerste de grote salamander commanderen in het Gravensteen – in  dat die eer mij te beurt viel komt alleen doordat ik de oudste was. Ik begon dat op de duur wel een beetje gênant te vinden en ik belde er een stuk of tien op, die in de jaren vóór mij senior seniorum waren geweest. Maar, óf ze hadden het te druk, óf ze waren te oud of te ziek, óf ze waren reeds naar de eeuwige jachtvelden vertrokken – wat dus wel een héél serieus “alibi” was… Eén was er die onomwonden verklaarde dat hij gewoonweg niet durfde. En weet ge wie die sukkel was: Theo Biesemans, mijn held, mijn groot voorbeeld! Als ik goed geïnformeerd ben, is hij een paar jaar later gestorven… van verdriet, veronderstel ik.

    Tot vóór twee jaar, in ’t jaar 2006, was ik de oudste pro-senior seniorum op die Gravensteenfeesten. Vorig jaar was daar immers Frans Verberckmoes die negen jaar vóór mij preses was en die het gras van vóór mijn voeten kwam wegmaaien. Het was overigens in ’t jaar 2006 dat ik besloot mijn memoires te schrijven. Te vroeg, naar sommigen beweren. Ik vond van niet. Ten eerste ben ik van mening dat men zijn memoires dient te schrijven als men het eerste stadium van dementie nog niet voorbij is, dat is als de schade nog beperkt is tot het vergeten van namen van bekenden en het dichtritsen van de broek. Het tweede stadium maakt een schrijver te enenmale ongeschikt: ik bedoel wanneer hij de gezichten van bekenden niet meer herkent en vergeet zijn rits ópen te doen… En ten tweede: wat zal er in de jaren die mij eventueel nog resten, nog te beleven vallen? Wat is er nog te beleven geweest ná dat afscheid in de Nenuphar? Bitter weinig. Ik heb mijn memoires de titel gegeven “O jerum jerum jerum…”, de klacht van de student die met volle teugen van het studentenleven heeft genoten en die nu sterven gaat. Tachtig procent van het boek gaat over dat studentenleven. Al de rest is bijzaak.

    Ik wens aan al de commilitones, de commilitoneskes, de schachten en de schatinnekes een prachtig studententijd toe, zoals ikzelf er één heb gekend. Ik wens hen in hun later leven de nostalgie toe naar die heerlijke studententijd, een nostalgie die pijn doet aan het hart. Maar ik kan u verzekeren: ’t is een zoete pijn. En aan de afgestudeerden wens ik toe dat zij, net als ik, vroeg of laat de weg terugvinden.

    Het ga jullie goed.





    14-11-2008 om 16:22 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-11-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Allerheiligengedicht.
    Afscheid van een geliefde.

    'k Heb je bemind,
    'k heb zoveel van je gehouden,
    'k heb je zo lief gehad.

    'k Wou dat het
    nu niet voorbij was.

    'k Wou dat alles nog beginnen moest.

    01-11-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Econoshock (brief aan J. Vanlichtervelde).

    Beste Jack,

     

    Vooreerst hartelijk dank voor de mooie dag die we bij jullie hebben mogen doorbrengen in de stille Kempen. ’t Was weer eens een verademing in deze bange tijden van crisis.

    Sinds jaar en dag ben jij een fervent lezer van Het Laatste Nieuws. Je hebt dus ongetwijfeld het artikel op pagina 5 van de krant van gisteren 27 oktober gelezen. De schrijver is weer Dietert Bernaers (pseudoniem van Dieter Bernaerts?), dezelfde die enkele dagen geleden het artikel over DCA heeft geschreven, het wondermiddel tegen kanker, waarover we het nog uitgebreid hebben gehad. Een knapperd, die Dietert. Het artikel gaat over een boek van ene Geert Noels, een slimme gast in geldzaken. Het boek is uitgegeven bij Houtekiet en het kost 29,95 euro. De titel van het boek: “Econoshock”. Er is ook een ondertitel: “Hoe zes economische schokken uw leven fundamenteel zullen veranderen”. De eerste schok is de zogenaamde “demografische schok”. Bernaers aan het woord: “De wereldbevolking is de vorige 40 jaar verdubbeld. We moeten ons de vraag stellen hoeveel mensen onze aarde eigenlijk aankan”. Is dat niet volkomen te rijmen met de leer van Malthus? Weet je nog dat ik je begin vorig jaar – op 4 januari 2007 om precies te zijn – een brief geschreven heb over het malthusianisme? Weet je nog dat ik toen schreef…

     

    Waarover gaat de leer van Malthus, ofte het “malthusianisme”? Dat de exponentiële groei van de wereldbevolking niet zal bijgehouden worden door de economische groei, waardoor onvermijdelijk afgestevend wordt op een catastrofe, de zogenaamde “malthusiaanse catastrofe”. Malthus zelf was er niet zeker van hoe de catastrofe van de uiteindelijke totale maatschappelijke ellende kon voorkomen worden en óf die  überhaupt te voorkomen is. Oorlogen en epidemieën zijn er om de bevolkingstoename in te dijken: als dusdanig zeer nuttig. Maar Malthus zag meer heil in geboortebeperking. Hij noemt abortus en contraceptie. Hij was een voorstander van het gebruik van condooms en hij bracht ze zelf aan de man. Hoe zeer zou hij de moderne waaier van contraceptiemogelijkheden niet toegejuicht hebben, mocht hij in deze tijd geleefd hebben!

     

    … en na enige uitweiding over de malthusianisten in mijn eigen familie:

     

    Heeft Malthus ondertussen gelijk gekregen? De totale catastrofe is er na tweehonderd jaar niet gekomen. Nóg niet. Niemand kan ontkennen dat de bevolkingsgroei niet onbeperkt kan doorgaan en dat grotere oorlogen en grotere epidemieën dan degene die we tot op heden gekend hebben, zullen nodig zijn om de wereldbevolking binnen de perken te houden. Onze katholieke kerk draagt, bij monde van de pausen, alvast haar steentje bij door het verbieden van condoomgebruik, waardoor de ziekte aids haar kans geboden krijgt. Anderzijds werkt dat condoomverbod, evenals het verbod van andere anticonceptiva, in tegenovergestelde zin. En dan is het nog maar de vraag naar welke kant de balans doorslaat. Misschien is dat wel een nul-operatie. Zoals  dat bij de kikkers gaat: van de duizenden kikkervisjes die één kikker produceert, krijgen er slechts een paar  de kans om op te groeien tot een volwassen kikker. De anderen gaan dood. Allemaal zieltjes voor de hemel. Over een mogelijke overbevolking in de hemel heeft Malthus, die nochtans dominee was, zich bij mijn weten niet uitgesproken…

     

    En de andere “schokken” van Noels? Ik denk dat ze alle tot Malthus te herleiden zijn: overbevolking! Voor drie van die schokken is het zelfs voor de “volslagen leek” duidelijk: de Chinese schok, de energieschok, de groene schok… Dat de malthusiaanse catastrofe aangebroken is, wees daar maar zeker van. Jij was er net zo goed als ikzelf van overtuigd dat die er ooit zou komen. Maar omdat ze al een paar honderd jaar op zich liet wachten, hadden we nooit gedacht dat ze er nu zo snel zou komen… Anders hadden we ons geld thuis bewaard, in een kluis, diep in de grond, of op spaarboekjes… We waren niet ingegaan op de goedbedoelde adviezen van onze fiscale adviseurs en we hadden ons geld niet belegd in goede-huisvader-aandelen en in allerlei fondsen. Ons appeltje tegen de dorst, dat als aanvulling van ons pensioentje moest dienen, is nu nog slechts een hálf appeltje. En wie weet wordt dat half appeltje niet nog eens gehalveerd? Een degelijk rusthuis zit er voor ons wellicht niet meer in. Maar de malthusiaanse catastrofe heeft alvast ook enkele positieve kantjes. We kunnen honderden creatieve besparingen doen. Die heerlijke kostbare gerechten die Bea ons bij ieder bezoek voorzet, kunnen best vervangen worden door frietjes met stoverijsaus en appelmoes, en de uitgelezen wijnen door een eenvoudig biertje. Het zal best lekker zijn, onze gezondheid zal er niet onder lijden en het zal herinneringen oproepen aan onze studentenjaren. Kop omhoog, Jack, en blijf positief denken. Vooral positief denken, Jack.

     

    Groeten voor jou en kusjes voor Bea,

     

    Kris.

     

    P.S. Heb ik je al verteld dat ik morgen een speech mag houden in de aula van de Gentse universiteit, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Seniorenkonvent? En dát in aanwezigheid van de rector en andere hooggeplaatsten. En of ik dáár fier op ben!

    28-10-2008 om 14:33 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brief aan W.D.: over azijn, kanker en mitochondriën.

    Beste Willy,

     

    Op deze kille maar zonnige herfstdag wil ik het met jou, die toch klinisch bioloog en biochemicus bent – zij het gepensioneerd –, hebben over azijnzuur en een paar derivaten ervan. Bij zo’n onderwerp voel jij je natuurlijk als een vis in ’t water. Komaan, hier gaan we dan…

    Jan met de pet weet dat wijn op den duur azijn wordt, of althans wijnazijn. En wie een beetje organische scheikunde heeft gestudeerd weet dat de gewone azijn die onze lieve echtgenotes in de keuken gebruiken, een oplossing is van azijnzuur in water: één deel azijn voor zo’n vijfentwintig delen water. Allicht wat minder bekend is dat azijnzuur gemaakt wordt door koolmonoxide (dat “populair” giftig gas) te laten reageren met methylalkohol. Jou hoef ik natuurlijk niet te wijzen op het verschil tussen dit laatste product en het heerlijk roesbrengend ethylalkohol – dat ene lettertje, een “emmetje”, maakt inderdaad een wereld van verschil. De beide genoemde giftige stoffen laat men dus met elkaar reageren, onder bepaalde voorwaarden van druk en temperatuur en met behulp van een “catalysator”. En alzo ontstaat azijnzuur. Kun je nog volgen? Jij wél natuurlijk! Om het nog even in ’t kort samen te vatten: methylalkohol + koolmonoxide à azijnzuur. Of nog korter: CH3OH + CO à CH3COOH. Zo worden er wereldwijd in de chemische industrie jaarlijks vele miljoenen liters – of zijn het er miljarden? – geproduceerd. Volledigheidshalve moet ik er aan toevoegen dat er nog andere manieren bestaan om azijnzuur te bereiden. Maar dat zou ons misschien te ver leiden. Misschien zitten we nú al te ver. ’t Zou mij daarenboven niets verwonderen als jij je aan ’t afvragen bent, waarom ik in godsnaam over azijnzuur aan ’t lullen ben. Geduld, mijn beste Willy, de verantwoording komt. Maar eerst wil ik nog wijzen op het enorm belang van azijnzuur in de chemische industrie, voornamelijk in de bereiding van allerhande kunststoffen. En verder – en dan kom ik helemáál in jouw vak terecht – speelt het een belangrijke rol in de biochemie, bijvoorbeeld als bestanddeel van acetylcholine, wat toch één van de belangrijkste neurotransmittors is in ons lichaam. En dan wil ik ook nog wijzen op drie producten die afgeleid zijn van azijnzuur, nl. het (mono)chloorazijnzuur (MCA of CH2ClCOOH), het dichloorazijnzuur (DCA of CHCl2COOH) en het trichloorazijnzuur (TCA of CCl3COOH). Het zijn moleculen waarbij respectievelijk één, twee en drie chlooratomen de waterstof van de methylgroep vervangen hebben. Dit taaltje heeft voor jou natuurlijk geen geheimen. Niettemin kan ik mij voorstellen dat je, nu je rustig van je pensioen aan ’t genieten bent, daar liever niet al te veel mee geplaagd wordt. Maar even geduld: stilaan komen we dichter bij de ontknoping…

    Eerst nog even vertellen dat zowel het monochloor- als het trichloorazijnzuur geen onbekenden zijn voor mij. Ik kende ze als producten die caustisch zijn voor huid en slijmvliezen. Het laatste heb ik in mijn praktijk vaak gebruikt bij de behandeling van neusbloedingen, voor het dichtschroeien van bloedvaatjes. Ook allerlei huid- en slijmvliesletsels, granulatieweefsel en kleine gezwelletjes zoals wratjes en poliepjes, kwamen in aanmerking voor een behandeling met trichloorazijnzuur. Het dichloorazijnzuur daarentegen was voor mij nochtans een gesloten boek, tot ik het vier dagen geleden leerde kennen, via een artikel in de week-end editie van Het Laatste Nieuws: DCA, WONDERMIDDEL TEGEN KANKER? (Twee volle pagina’s, auteur Dietert Bernaers). Er worden voorbeelden aangehaald van terminale kankerpatiënten die genezen zijn door het gebruik van DCA. De werking van het DCA zou, volgens dat artikel,  als volgt te verklaren zijn:

    DCA schakelt de energiefabriekjes in de cel, de mitochondriën, weer aan. In tumorcellen zijn de mitochondriën uitgeschakeld, waardoor ze kunnen blijven delen en woekeren want de mitochondriën sturen ook de celdoding. Als DCA de mitochondriën weer activeert, dwingt dat de abnormale cel tot ‘zelfmoord’. Tegelijk zou DCA op gewone cellen geen invloed hebben.”

    Een theorie natuurlijk, die door wetenschappelijk onderzoek zou moeten getoetst worden. Maar laat ik nu eerst een persoonlijke opvatting over het ontstaan van kanker uit de doeken doen. Het heeft veel met calorieën te maken… Je mag het ook voorleggen aan je zoon, professor Zeger Debyser, die op het gebied van kankeronderzoek toch één van ’s lands grootste autoriteiten is. Ziehier:

     

    De opgenomen calorieën worden door ons organisme gebruikt om energie te leveren. Het teveel aan calorieën wordt opgestapeld onder de vorm van vet. Wanneer de stapelplaatsen (voornamelijk de onderhuidse vetlaag) vol zitten, d.i. verzadigd zijn, en er steeds méér calorieën aangevoerd worden dan er verbruikt worden, dan heeft het organisme een probleem. Het moet namelijk iets aanvangen met die overtollige calorieën: het moet ze kwijtraken!

    De wijze waarop onze voedingsstoffen de nodige energie leveren om ons lichaam in stand te houden en aan onze levensbehoeften te voldoen is de verbranding of oxidatie. Te vergelijken met de wijze waarop de kachel energie (= warmte) levert door de verbranding van brandstoffen. In ons lichaam gebeurt de verbranding in onvoorstelbaar veel kacheltjes, nl. zeer kleine  korreltjes die in onze lichaamscellen aanwezig zijn. Die korreltjes noemt men mitochondriën. De brandstof komt via de darm en het bloed in de lever terecht en wordt daar omgezet in een  koolhydraat (een suiker) bestaande uit zes koolstofatomen (C6H12O6), zijnde de brandstof waarop de mitochondriën zijn afgesteld. Deze wijze van energielevering is bijzonder zuinig (zeer hoog rendement!) en de afbraakproducten die daarbij ontstaan (“de asse”) zijn koolzuurgas (kooldioxide of CO2) dat via de longen wordt uitgeademd en water (H2O), niet in het minst “vervuilend” dus voor het organisme. Dat energieleveringsproces in ons lichaam kan dus schematisch als volgt worden weergegeven: C6H12O6 (de brandstof) + O2 (de zuurstof) à CO2 + H2O + energie. Of om de rekening te doen kloppen: C6H12O6 + 6 O2 à 6 CO2 + 6 H2O + energie. Dat wil dus zeggen dat in het “zuinig en milieuvriendelijk mitochondriënkacheltje” een suikermolecule wordt verbrand (d.i. verbonden met zuurstof) en dat daarbij een (maximale) hoeveelheid energie vrijkomt, naast de niet-vervuilende afvalstoffen water en koolzuurgas.

    Het probleem ontstaat dus wanneer de brandstoftoevoer (zeg maar: calorieëntoevoer) veel groter is dan de energie-eisen die het lichaam stelt, en de “stapelplaatsen” vol zitten. Hierbij dient opgemerkt dat de ene persoon een veel geringere stapelingscapaciteit heeft dan de andere en bij wijze van spreken al “vol” zit, zonder dik te zijn… Te veel brandstof dus, die het organisme moet zien kwijt te raken, zonder daarom te veel energie te produceren. Om dat doel te bereiken wordt overgeschakeld op “vergisting”, d.i. de zogenaamde anaërobe (d.i. zonder zuurstof) afbraak. Hierbij wordt een suikermolecule afgebroken tot twee moleculen melkzuur (C3H6O3). Bij dit laatste proces komt maar een héél klein beetje energie vrij. Dus: C6H12O6à 2 C3H6O3 + weinig energie. Het afbraakproduct melkzuur is evenwel niet “milieuvriendelijk”: de cel wordt te zuur en dreigt te sterven…

    De cel ziet geen andere mogelijkheid om zich te verdedigen tegen die verzuring dan door zich te delen. Op die manier worden de zure producten over twee cellen verdeeld. Direct na de deling bevatten de dochtercellen maar half zoveel mitochondriën omdat deze laatste zich in eerste instantie gaan verdelen over de nieuwe cellen en zich pas later zelf gaan delen in die nieuwe cellen. Blijft nu de verzuring aanhouden door blijvend overaanbod aan brandstof (en eventueel ook door zuurstoftekort) dan delen die cellen zich opnieuw, vóórdat hun aantal mitochondriën weer op het normale peil gekomen zijn. De “kleindochtercellen” hebben aldus nóg minder mitochondriën en zo gaat het verder tot bepaalde cellen hun aëroob vermogen totaal verloren hebben en verworden zijn tot cellen die alleen nog over een anaëroob mechanisme beschikken en proberen te overleven door zich voortdurend te delen. Gevolg: ongecontroleerde groei. Kanker!

     

    Zijn de mitochondriën in de kankercel uitgeschakeld? Of zijn ze te gering in aantal? Werkt DCA echt? En hoe werkt het? Onderzoeken maar, zou je zo denken. Edoch, ziehier wat Wikipedia ons daarover leert:

    “Omdat DCA reeds een bestaande organische verbinding was op het moment dat de eventuele werkzaamheid tegen kanker ontdekt werd, is het juridisch niet mogelijk om deze stof te patenteren. Om die reden is het voor de farmaceutische industrie niet interessant om onderzoek te doen naar DCA: door het ontbreken van een patent is het immers onmogelijk om de zeer hoge onderzoekskosten ooit terug te verdienen. Een eventueel vervolgonderzoek kan dus helaas alleen plaatsvinden als er een geldschieter gevonden kan worden die bereid is te aanvaarden dat hij zijn geld nooit meer terug zal zien”.

    Ik heb het probleem voorgelegd aan mijn wijze vriend Jack Vanlichtervelde. “Zou de staat dat onderzoek niet kunnen financieren?” heb ik hem gevraagd. En weet je wat hij geantwoord heeft? “Ben je mal? De staat heeft daar geen enkel belang bij. Wel in tegendeel!”

    Daar moeten we het dus mee doen. Misschien kan Lance Armstrong helpen? Die steunt het kankeronderzoek. Belangeloos. Dat zegt men toch…

     

    Gegroet, mijn beste Willy, en bedankt om dit alles te lezen, en wees vooral niet bang om er jouw gedacht over te zeggen. Vergeet vooral niet je lieve vrouwtje Lieve een kusje te geven, in mijn naam.

     

    Kris.

    23-10-2008 om 03:02 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gedichtje voor mijn Tony.

    In een kartonnen doos op zolder staat een bedje van balatum en in dat bedje ligt Tony, mijn dierbaarste vriendje uit mijn kleuterjaren. Een broertje of een zusje heb ik nooit gehad, zelfs geen huisdiertje - de haantjes Peetje en Sugar niet te na gesproken. Er was enkel... Tony. Vandaag ben ik hem weer eens gaan groeten en ik heb hem een kusje gegeven of zijn verhakkeld neusje. Aan hem heb ik het hiernavolgend gedichtje gewijd (uit mijn dichtbundel "Er is geen god voor hondjes" - requiem voor Bobby en drie dozijn kleine tedere liefdesgedichtjes - 2004):

    Voor mijn Tony.

    Zestig jaar na datum
    haal ik je weer
    uit je bedje
    van balatum.

    Je petje staat
    wat scheef
    en je neusje
    is geschaafd.

    Je was mijn troost,
    mijn toeverlaat.
    Tony mijn, kom hier,
    kom aan mijn hart,
    ik ben weer vier.

    Ik bid de Heer
    dat als ik weldra
    weg ben uit dit leven
    er nog iemand wezen mag
    die om jou zal geven.


    17-10-2008 om 17:32 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    16-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spelenderwijs, godverdomme.

    In mijn vorig verhaal heb ik laten doorschemeren dat ik een boek aan ’t lezen ben van Dimitri Verhulst, onze meest succesrijke Nederlandstalige schrijver. Tot voor een paar weken moest hij Piet Huysentruyt en Herman Brusselmans laten voorgaan, maar met zijn laatste boek “Godverdomse dagen op een godverdomse bol” is het dus… bingo! Driehonderdduizend exemplaren in één week tijd, dat moet je verdienen! Waarschijnlijk is Dimitri daarmee nu de grootste Nederlandstalige schrijver aller tijden. Vorig jaar was hij met “De helaasheid der dingen” al de béste, nu is hij dus ook de grootste. En zeggen dat men met duizend exemplaren in Vlaanderen reeds aan een bestseller toe is…

    Het boek waar ik, beste lezer, mij nu doorheen aan ’t worstelen ben is inderdaad “Godverdomse dagen op een godverdomse bol”. Uit doorgaans min of meer redelijk goed ingelichte bron heb ik vernomen dat de oorspronkelijke titel “Godverdomse dagen op een godverdomse bol, godverdomme” was, maar dat ze – de uitgever? –  om een of andere duistere reden die laatste “godverdomme” hebben weggelaten. Hetgeen spijtig is, want “godverdomme” is een woord dat erg goed aanslaat, ook in het buitenland – zo heb ik een Engelse vriend die maar één Nederlands woord kent, namelijk “godverdomme” –, want laten we niet vergeten dat een bestseller als “Godverdomse dagen op een godverdomse bol” binnen de kortste keren in alle talen zal vertaald worden. Spijtig dus van die laatste godverdomme, die ze er afgehaald hebben. Al kunnen ze die er natuurlijk altijd weer aan toevoegen. Kunt u zich voorstellen, waarde lezer, dat er bij onze Oosterburen ook maar iemand zou kunnen weerstaan aan een boek waarvan de titel luidt: “Gottverdammte Tage auf einen gottverdammten Ball, godverdomme”? Geschreven door de grootste Nederlandstalige schrijver van deze tijd.

    Het dient evenwel gezegd dat ik er mij nog niet helemaal doorheen gewerkt heb: hoogstaande literatuur laat zich niet altijd vlot lezen, ligt soms wat zwaar op de maag. Het deed mij denken aan de levertraan, waarvan ik, kort na de oorlog, dagelijks een grote soeplepel moest naar binnen werken. En ofschoon ik toen al besefte, hoe jong ik ook was, dat die levertraan onontbeerlijk was voor mijn lichamelijke gezondheid, toch liet ik telkens hevig protest horen: de smaak van levertraan is afschuwelijk! Een compromis drong zich op en was gauw gevonden. Dezelfde hoeveelheid levertraan werd toegediend in vier porties, vier keer een kleine koffielepel, telkens afgewisseld met een lepeltje honing. Een draaglijke toestand.

    De wetenschap dat het werk van Dimitri Verhulst, ondanks de bittere smaak, al even onontbeerlijk is voor mijn geestelijke gezondheid als levertraan indertijd voor mijn lichamelijke gezondheid, en de herinnering aan de levertraan-historie uit mijn prille kinderjaren, in combinatie met het feit dat mijn oog gisteren viel op het boek “Spelenderwijs” van Albert Debeurme, bracht mij op een lumineus idee, een van de meest lumineuze die de laatste tijd bij mij opgekomen zijn: een lepeltje “godverdomme”, een lepeltje “spelenderwijs”, een lepeltje “godverdomme”, een lepeltje “spelenderwijs” en ga zo maar door… Een voorbeeld moge het héél duidelijk maken:

     

    … ’t Heeft zich, als zovelen die het water ontwijdden en verlieten, verdeeld in houders van kloten en dragers van spleten. Maar ’t is, met uitzondering van een voor de rest niet ter zake doende bonobo, het enige schepsel en zal ook het enige schepsel blijven waarbij de reu de teef langs de voorkant neemt en volpompt met een nageslacht; zo kan de reu de haat en de angst zien op het ruwe smoelwerk van de teef, de aversie, de walging. ’t Paart in de stank van elkanders tanden, de ene met de andere en de ander na de één...

    (uit: Godverdomse dagen op een godverdomse bol, 2008)

     

    … maart 1917. Het vriest nog dat het kraakt en ’t is nog putje winter. De Schelde is toegevrozen, dat zelfs paarden met kar en al er nog veilig kunnen over rijden.

    Grote ellende in het derde oorlogsjaar laat zich overal voelen.

    ’t Zit kavezwart al alle kanten, maar in de Statiestraat 38 bij Irma en Benoni komt een derde kindje ter wereld...

    (uit: Spelenderwijs, 1992).

     

    … Zie de uitgelatenheid waarmee het paar dagen oude, nog onder de baarmoederslijmen zittende schepsel bij de achterpoten wordt gepakt en met zijn hoofd tegen de stenen gesmakt. Het bloed gutst alle kanten op, de stront pruttelt eruit bij wijze van overlijdensact. Kindje dood…

    (uit: Godverdomse dagen op een godverdomse bol, 2008)

     

    … Bijna overal was de ruige ondergrond bestrooid met scheerlingen van Spaanse hagen en palmstruiken. Hier en daar ook met breed lang lis, doormengd met blaadjes van pioenebloemen. Vóór de kapel lag er een tapijt van geverfd zagemeel, waar alleen de pastoor met het Heilig Sakrament mocht op terten…

    (uit: Spelenderwijs, 1992).

     

    … ’t Spoelt de vagina met zure melk en loten van de acacia. ’t Steekt kwintappels en dadels en honing in haar liefdesspier. En als ook dat niet helpt, dan smeert ’t haar hele warme binnenkant vol met in azijn gedrenkte kamelenmest…

    (uit: Godverdomse dagen op een godverdomse bol, 2008)

     

    … Aan ’t Veerd werden we de Schelde overgezet, op een bootje, dat reize op ’t water lag, tot in de meersen van Melden, en dan ging het bergop, door een groot bos. En als ik moe werd, mocht ik op de schouders van grootvader, Leo Vanhoutte, ons moeders vader. Meewiegend had ik van boven goed uitzicht over alles rondom mij. Vlak vóór mij voelde ik de zwetende hals van Leo, die voor de gelegenheid een rode doek met witte bollekes droeg…

    (uit: Spelenderwijs, 1992).

     

    … ’t Schijt aanvankelijk nog stront maar gaandeweg schijt ’t ook water. ’t Schijt maar hele dagen aan doch nooit genoeg opdat ’t ook zijn ziekte zou mogen mee uitschijten. Slijm en gal en hier en daar nog andere drab loost ’t langs de bovenkant. ’t Kan geen lichaamsspleet meer hebben of er moet vettigheid uit sijpelen

    (uit: Godverdomse dagen op een godverdomse bol, 2008)

     

     

    … De zware trekpaarden zijn zeer vroeg in ons leven verschenen. Gezeten op de snak van een dokkerende driewielkar, mochten we een stukje van het kordeel vasthouden en in bewonderinge zijn voor hun machtige zwetende achterlijven. Als ze stilvielen aan een mennegat, gingen we ons spiegelen in hun grote donkere ogen. Ze roken altijd zo deugddoende en het was ons grootste contentement ze te strelen in de warme nek en hun namen te fluisteren: Bella, Vos, Sara, Jenny. Of we zagen ze de ploeg sleuren en volgden dan de dikke schellen zwarte aarde, die langs de blinkende riesters naar boven krulden, om dan gekeerd en juist verpasse gedraaid te gaan neerliggen…

    (uit: Spelenderwijs, 1992).

     

    Mocht iemand de lust bekruipen een van beide boeken te kopen… Het boek “Godverdomse dagen op een godverdomse bol” is overal te koop in alle goede en zelfs in minder goede boekenwinkels, al kan ik mij moeilijk voorstellen dat u het, beste literatuurliefhebber, nog niet in uw bezit hebt. Het boek van mijn vriend Albert Debeurme, die helaas reeds enkele jaren geleden ter ziele is gegaan, kunt u nergens meer kopen en… míjn exemplaar leen ik voor geen geld ter wereld uit. Maar troost u, trouwe lezer, u die mijn brief aan Jan Bauwens gelezen hebt, geschreven op 30 september laatstleden: aan “Spelenderwijs” verliest u geen kunstwerk, om de simpele reden dat Albert geen “gerenommeerd” kunstenaar was. U verliest er hooguit dat lepeltje honing mee dat een écht kunstwerk als “Godverdomse dagen op een godverdomse bol” een beetje verteerbaar maakt…







    16-10-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bravo, Jean-Luc!
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    ’t Is crisis en omdat crisis geen leuk onderwerp is om over te schrijven heb ik er tot op heden geen inkt aan verspild en geen papier aan vuil gemaakt. Maar nu vind ik dat ik toch echt niet om Jean-Luc heen kan. De redder des vaderlands! Of liever, de redder van Dexia, want Jean-Luc kan nu eenmaal niet alom tegenwoordig zijn. Had de wereld over meerdere Jean-Lucs beschikt dan was er al lang geen crisis meer. En wat zo bijzonder is: Jean-Luc doet het gratis. Ach, we zijn dat van hem wel gewoon. Zo heb ik u al verteld – op 21 maart laatstleden – dat Jean-Luc genoegen neemt met een fles wijn als hij ergens een voordracht gaat houden. Mannen van zijn kaliber vragen daar duizenden, ja soms tienduizenden euro voor! Nogal wat anders dan het geval Verwilst. Om Fortis naar de kloten te helpen – excuseer mij, ik ben een boek van Dimitri Verhulst aan ’t lezen – krijgt Verwilst een bonusje van vijf miljoen euro. Ja, ze konden er bij Fortis niet buiten, het was contractueel vastgelegd. Ik heb dat voor de lol eens uitgerekend: die vijf miljoen euro brengen op een spaarboekje maandelijks een rente op die tien keer zo groot is als het pensioen van de modale gepensioneerde loontrekker of zelfstandige, zoals  Jean-Luc bijvoorbeeld.

    U vraagt zich af, trouwe lezer, hoe ik daar zo zeker van ben, dat Jean-Luc het gratis doet. Het antwoord luidt weer: omdat hij het zelf gezegd heeft, gisteren op TV. Men vroeg of hij voor het redden van Dexia net zo’n grote beloning kreeg als Verwilst. Jean-Luc viel uit de lucht. Een beloning? Neen, daar was écht niet over gepraat. Afwachten dus of hij misschien toch nog iets krijgt van Dexia. Veel zal ‘t allicht niet zijn, misschien een fles wijn. Foei Dexia, om mensen voor u te laten werken zonder voorafgaande loonafspraken.

    Maar niets dan lof dus over Jean-Luc. De altruïst. Eén minpuntje misschien. Toen men hem op de TV vroeg of men voor Fortis niet dezelfde gunstige regeling had kunnen treffen als voor Dexia, leek het of Jean-Luc een beetje kribbig werd, een beetje kwaad zelfs. Ach, laten we het er maar op houden dat zelfs het beste paard al eens een kleinmenselijk kantje ten toon spreidt. Quandoque bonus dormitat Homerus, plachten de Romeinen te zeggen. In navolging van Horatius…

    10-10-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het antwoord van de filosoof.

    Het antwoord van de filosoof.

     

    In de 5e eeuw vóór Christus waren de filosofen de grootste geleerden. Alle menselijk weten en denken behoorde tot hun domein. Ze waren gerenommeerd vanwege hun kennis en de ideeën die ze verspreidden. Heden ten dage bestaan ze nog, de filosofen, al worden ze soms “lapzwanzen” genoemd. Enkelen zijn nog steeds zeer veelzijdig qua kennis en ideeën. Sommigen zijn zelfs “gerenommeerd” al hebben ze die “gerenommeerdheid” vaak enkel aan de TV te danken en in veel mindere mate aan hun wijsheid. De ideeën van deze laatsten worden evenwel hoog aangeslagen. In sommige kringen.

    Jan Bauwens, veelzijdig filosoof en kunstenaar, reageert enigszins verontwaardigd – al is dat woord veel te sterk – op de vraag die ik hem, middels mijn brief van 30 september, in de mond heb gelegd: hoe word ik een gerenommeerd kunstenaar? Ik weet maar al te goed dat die vraag nooit bij hem is opgekomen. U, beste trouwe lezer, die mijn stijl kent, zult best begrijpen dat het niets meer is dan een provocerende kwajongensstreek van mijnentwege, een plagerij als het ware. En is “plagen” niet een beetje “liefde vragen”? Liefde… of een antwoord op de vraag: is “iets” kunst omdat de maker ervan een kunstenaar is, of is “iemand” een kunstenaar omdat zijn werk kunst is?

    En dat antwoord is er gekomen, dezelfde dag nog. Ik citeer een passage uit het antwoord van de filosoof:

     

    …eigenlijk komt dit neer op de huldiging van het simpele en zeer democratische principe: "Klant is koning".

    De hier aan de orde zijnde klant nu, is op zoek naar een specifieke koopwaar, welke niets of niemand minder is dan een leiderfiguur. En hebt gij dat verhaaltje al gehoord van die steeltjesverzamelaars? Dat gaat immers over de leiders en hun volgelingen...

    Een kind loopt in een speelbos rond en het begint steeltjes van bladeren te verzamelen. Niemand vraagt waarom het dit doet, maar meer kinderen zien het en zij gaan ineens hetzelfde doen: ook zij verzamelen steeltjes en als ze er een handvol van hebben, brengen ze die naar dat ene kind dat eerst aan het verzamelen is gegaan. Ze weten niet waarom, maar dat deert hen blijkbaar niet: het lijkt voldoende dat zij klakkeloos aannemen dat het eerste kind weet waarom.

    Dat 'eerste kind' is dus een leiderfiguur, en een leiderfiguur is een figuur die zin geeft aan wat zijn volgelingen doen. De volgelingen namelijk, kennen de zin niet van wat ze doen. Evenmin trouwens als hun leider. Maar de leider onderscheidt zich van zijn volgelingen in het feit dat hij tenminste een zin voorwendt. Niemand vraagt hem er om: het volstaat dat hij die indruk wekt door gewoon nimmer in twijfel te trekken wat hij doet. Hij wordt gevolgd, en het enige wat hij daarvoor hoeft te doen, bestaat in het verzwijgen van het feit dat hij zelf niet weet waarom of waarheen. Hij bedriegt en zijn bedrog wordt gezocht en gekocht en vaak ook duur betaald. Dat bedrog heet klaarblijkelijk 'zin'.

    Of dat een beetje gek is? Ha, is de toestand waarin wij, mensen, ons bevinden, dan ook niet een beetje gek? Het eindeloze universum met daarin, helemaal verloren gedraaid, die aardbol... De tijd die alles verteert en doet verdwijnen... Onze geliefden en tenslotte ook wijzelf die recht in de armen lopen van de dood... Misschien moet de ene gekte met de andere bestreden worden. Alvast zijn redelijke antwoorden op dergelijke absurde vraagstukken sowieso volstrekt ongeloofwaardig, en is bedrog het enige overblijvende soelaas - wie zal het zeggen?

     

    Een dag later is er een tweede brief gekomen. Ook daaruit kan ik niet nalaten te citeren:

     

    Ha, zijn wij intussen niet al te oud geworden om ons nog te ergeren aan deze zaken? Immers, als op zeker moment de eb zich gaat voordoen, het getijde van het zich terugtrekken van het leven, het 'gaan' dat vrijwel naadloos bij het 'komen' aansluit en er derhalve onmiddellijk op volgt: zijn wij dan nog in staat om onszelf nog langer te bedwelmen met de illusies die de jeugdige onwetendheid zo verbazend treffend kentekenen? En zien wij op datzelfde moment niet al die schitterende voordelen van die onwetendheid in, die ons dan voor het eerst voorkomt als een zegen waarvan wij het geluk nooit hebben bevroed? Maar te laat is het dan om nog op onze stappen terug te keren, want wat men weet kan niet meer ongedaan worden gemaakt, dat is een entropiewet, verwant aan de onomkeerbaarheid van de tijd, en het ei dat zij legt en uitbroedt, brengt een reusachtig kuiken voort dat Nostalgie heet en dat luide kreten slaakt die misschien wel de enige geluiden in het ganse universum zijn die het recht hebben om 'kunst' te worden genoemd...

     

    Het antwoord volstaat. Ruimschoots.

    02-10-2008 om 20:34 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brief aan Jan Bauwens, over kunst.

    Beste Jan,

     

    Sta mij toe dat ik deze brief schrijf in de “jij-vorm”, ofschoon wij in de gewone omgangstaal de “gij-vorm” gebruiken…

    Al enige tijd loop ik met het idee rond om het met jou eens over kunst te hebben in een echte brief. De aanleiding tot deze brief is dubbel. Eerst is er je verhaal over Croxhapox. Vanzelfsprekend horen jouw portretten thuis op  www.bloggen.be/portretten  en niet op Croxhapox. Heeft Croxhapox soms iets met moderne kunst te maken? De tweede aanleiding heeft namelijk óók met moderne kunst te maken. Of ten minste met een uitspraak van Flor Bex, vorige week op TV. Flor is, als ik het goed voor heb, directeur van het MUHKA, het museum voor hedendaagse kunst in Antwerpen. Ik heb Flor Bex nog gekend toen wij samen studeerden aan de Gentse Universiteit. Hij was lid van de studentenclub AB (Antwerpen Boven). In het academiejaar 60-61 was hij secretaris en in 61-62 vice-preses van het Gentse SK, ofte seniorenkonvent. In zijn museum waakt hij (weeral als ik mij niet vergis) over een paar kunstwerken die tot de absolute wereldtop mogen gerekend worden, waartoe ook behoren: het Lam Gods, de Mona Lisa, de Venus van Milo, de Hermes van Praxiteles… Eén van die kunstwerken is de zogenaamde “kakmachine” van ene Wim Delvoye. Een veelzijdig kunstenaar alleszins, want hij tatoeëert ook varkens. Maar we dwalen af van de essentie. Iemand was zo vermetel aan Flor Bex de vraag te stellen die al zo lang op mijn lippen brandt: “stel dat één van die moderne topkunstwerken zou blijken gemaakt te zijn door het eerste het beste straatkind, zou dat dan nóg kunst zijn?”. En waar ik verwacht had dat Flor minstens een halve seconde over zijn antwoord zou nagedacht hebben, bleek dat allerminst het geval te zijn. Het antwoord luidde: “dan zou het géén kunst zijn!

    Vind je dat een beetje gek, mijn beste Jan? De verklaring is nochtans doodsimpel: een meesterwerk is pas een meesterwerk als het gemaakt is door een gerenommeerd kunstenaar en anders heeft het géén waarde, nul komma nul! En dan vraag je mij: hoe word ik dan een gerenommeerd kunstenaar? Kijk, zo’n vraag had ik nu van jou niet verwacht. Dat noem ik nu spijkers zoeken op laag water. Die vraag werd overigens evenmin aan Flor Bex gesteld…

    Maar goed, laten we dan toch maar op je vraag ingaan. Snij je oor af. Al is dat misschien niet origineel genoeg. Of ga naakt viool spelen voor het koninklijk paleis. Of spring van de Eiffeltoren. Een spectaculaire val met de fiets op het jaagpad langs de Dender daarentegen lijkt mij te enenmale onvoldoende. En het kan kwalijke gevolgen hebben… Heb jij dat niet aan den lijve ondervonden? Maar goed, je vindt ongetwijfeld wel iets. Daar ben je creatief genoeg voor. Wordt dus maar gauw gerenommeerd en dan ligt de wereld voor je open. Veelzijdig als jij bent kun je dan alle kanten uit: de literatuur, de muziek, de grafische kunsten…

    Een gerenommeerd kunstenaar is alleszins Dimitri Verhulst. Vorige week heeft hij in één klap driehonderdduizend exemplaren verkocht van zijn laatste boek, waarvan de titel luidt “Godverdomse dagen op een godverdomse bol”. Al moet hier een kleine kanttekening bij gemaakt worden. Het boek werd eigenlijk niet verkócht: het was… gratis, bij aankoop van de Humo. Hoe zou iemand als ik bijvoorbeeld daar kunnen tegen op tornen. Mijn laatste boek kost 17,95 euro en het is slechts via de post te bestellen bij de Nederlandse uitgever. Daar komen dus nog eens een zevental euro verzendingskosten bij. Niet te verwonderen dat er zelfs nog geen driehonderd van aan de man gebracht zijn: nog geen duizendste van “Godverdomse dagen op een godverdomse bol”. Komt daarbij dat ik geen gerenommeerd schrijver ben en dat, achteraf gezien de titel “O jerum jerum jerum…” slecht gekozen is. Want “o jerum jerum jerum” betekent in feite niets anders dan “godverdomme godverdomme godverdomme”. Dát had het dus moeten zijn. De keuze van de titel is héél belangrijk voor een boek. Mijn volgend boek zal naar alle waarschijnlijkheid “De kut” heten. Ik laat mij in deze inspireren door een boek van een Engelstalige schrijfster, waarvan de naam mij nu ontsnapt en van wie reeds vierhonderdentien miljoen boeken werden verkocht. Dat boek heet “De kus”. En ik zal vragen aan “Het Laatste Nieuws” of ze mijn boek niet gratis kunnen geven bij één van hun week-end kranten. Na al de publiciteit die ik voor hen gemaakt heb in mijn cursiefjes kunnen ze mij dat pleziertje moeilijk weigeren. Daar komt nog bij dat ik afzie van mijn ereloon – ik schrijf per slot van rekening niet om den brode – en dat ze dus enkel de uitgever van het boek zullen hoeven te betalen. Weer honderdvijftigduizend euro uitgespaard voor Het Laatste Nieuws.

    En nu komt het, mijn beste Jan. Als we dan allebei gerenommeerd zijn, zullen we niet meer te stuiten zijn. Meesterwerken bij de vleet zullen wij produceren. Te beginnen met de mythologische verhalen: ik schrijf de teksten en jij maakt de tekeningen. We hebben nu al dagelijks tussen de honderd à tweehonderd lezers op het blog. Die driehonderd duizend, dat moet kunnen. We hebben enkel nog een naam voor het boek nodig. Denk daar nog maar eens goed over na: iets met “godverdomme” in de titel of met “kut”. Maar, laten we op de feiten niet vooruitlopen: eerst gerenommeerd worden! Dan loopt het vanzelf. Of zoals ze in Nederland zeggen: dan loopt het als een tiet. En laat ik nu maar eindigen zoals jij dat zelf altijd pleegt te doen:

     

    Met de beste groeten en wensen!

     

    Kris.

    30-09-2008 om 12:03 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En nu: directeur!

    Soms lijkt het levenseinde bezaaid met rozen. Laat dat nu met mij het geval zijn!...

    Eenieder, of bijna eenieder, en alleszins de trouwe lezer van mijn cursiefjes, weet dat ik sedert eind 2007 “professor” ben. Mijn pensioen is dan ook op passende wijze aangepast: een veelvoud van een gewoon werknemerspensioen. Dat ik eind vorige maand in het revalidatiecentrum opgestapt ben, zal u, trouwe lezer, evenmin ontgaan zijn. Nooit eerder had daar iemand tot zijn achtenzestigste gewerkt! Tijdens mijn afscheidsfeest stonden allen – en dat zijn er rond de honderd – met de tranen in de ogen, de directeur incluis. Ikzelf ben zowat de enige die zich flink gehouden heeft. Geen traantje weggepinkt. En dat om dezelfde reden als Kim Gevaert bij haar afscheid: als ik begin te wenen weet ik van geen ophouden meer en daarom kan ik er dus maar beter niet aan beginnen, dacht ik zo bij mezelf.

    Vanzelfsprekend zal ik mijn dagen nu niet in ledigheid slijten. Mijn telefoon staat dezer dagen immers roodgloeiend. Bij manier van spreken, natuurlijk. Patiënten bij de vleet. En omdat ik nu professor ben zou ik een drievoudig tarief moeten aanrekenen, anders gelooft niemand dat ik een échte professor ben. Ik ben er niet slimmer op geworden natuurlijk, maar ik doe wel alsof. Dat ik de laatste tijd wel erg vergeetachtig ben, hindert niet. In tegendeel, dat staat goed voor een professor. Met de patiënten praat ik nu niet meer zoveel als vroeger over hun ziekte. Gewichtig mompelen daarentegen gaat mij steeds beter af en babbelen, over koetjes en kalfjes.

    Eén probleem is er wel: ik mag niet méér bijverdienen dan zo’n dikke duizend euro in de maand. Eén euro méér en ze nemen mij mijn pensioen helemaal af, dat groot pensioen, weet je wel, dat een veelvoud is van het gewoon pensioen. Toch niet te geloven!... Mag ik misschien een suggestie doen aan onze minister van vereenvoudiging, de heer Kwikkelbornee? Laat de gepensioneerde zelfstandige zijn duizend euro in de maand bijverdienen – en belasting en sociale bijdrage op dat bedrag betalen – en neem hem alles af wat hij daar bovenop verdient. Maar ontneem hem, om de liefde Gods, zijn groot pensioen – dat veelvoud – niet, omwille van die ene euro.

    Er zal dus niets anders op zitten dan mijn kliënteel te beperken en ik zou ook maar beter afzien van het professorale drievoudige ereloon, al zal dat laatste mijn prestige allerminst ten goede komen. En eens de duizend euro binnen, kan ik maar beter gedurende de rest van de maand gratis werken, hetgeen natuurlijk ook weer niet goed zal zijn voor mijn prestige. Of… ik zou in ’t zwart moeten werken. Hé, dat zoiets nog nooit bij mij opgekomen is. Dat zou alvast mijn prestige niét schaden. Ik heb tenminste nog nooit iemand zich laatdunkend horen uitlaten over een professor die in ’t zwart werkt.

    Mij dunkt dat velen genezen alleen al door mijn geleerde blik. Ik leg hun nog zelden uit aan welke ziekte ze precies lijden – ook al omdat ik het vaak niet wéét – maar ik ben wel in staat zó geleerd te kijken dat ze ervan overtuigd zijn dat ik het wél weet en ze dus in goede handen zijn.

    En dan is er nog mijn luxueuze dienstauto, die mijn vorige werkgever – die hier niet vermeld wenst te worden – mij levenslang gratis ter beschikking stelt, alle kosten inbegrepen. Hetgeen nogmaals gelijkstaat met één werknemerspensioen. Aangezien de onderhandelingen met de autofabrikant zijn afgesprongen, vermeld ik het merk van de auto hier eveneens niét.

    Maar mijn ultieme doel blijft natuurlijk: directeur worden! Die grote droom van mij heb ik reeds verwoord in mijn memoires (“O jerum jerum jerum…” anno 2006). Hier volgt een kort fragment uit dat boek:

     

    Maar nu word ik dus lekker tóch directeur. Ik ga de oude bakkamer van het huis in de Broekstraat inrichten tot museum. De oven waarin we tijdens de oorlog zelf ons brood bakten, is er nog. De inkom zal gratis zijn, consumptie inbegrepen. En ik zal de directeur zijn van het museum. Het ontwerp van mijn visitekaartje is al klaar...

     

    U wil natuurlijk gaarne weten hoe dat visitekaartje er precies zal uitzien. In het boek staat het afgebeeld. Mocht u er geen meer kunnen bemachtigen – omdat het uitverkocht is bijvoorbeeld – dan kan ík er misschien nog wel een versieren voor u, mijn waarde lezer. Aarzel niet met mij contact op te nemen. Het visitekaartje bevindt zich op pagina 203, de op één na laatste pagina. De teneur van die laatste pagina is somber. Pessimistisch. Maar toen wist ik nog niets van mijn bevordering tot professor, noch van mijn groot pensioen, noch van het feit dat ik zo gemakkelijk iets zou kunnen bijverdienen, noch van mijn dienstauto… Ik moet er eens over nadenken om mijn memoires te herschrijven. Als directeur…

    En wat mij daar nu opeens te binnen schiet: ik moet dringend weer eens contact opnemen met professor Omsk van Togenbirger de Waelekens. We zijn nu immers collega’s. Ik noem hem nu doodgewoon en ongecomplexeerd… Omsk!

    25-09-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gearriveerd (foto)
    "Twee doctoren die gearriveerd zijn" (Lieve Debyser-Ringelé)



    24-09-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brief aan Willy Debyser.

    Beste Willy,

     

    Er is groot nieuws van de culinaire wereld. De “nouvelle cuisine” was een grapje. Dat heeft de grote Franse kok Bocuse verklaard. Ik heb het uit Het Laatste Nieuws van enkele dagen geleden. Lees zelf maar:

     

    Bocuse: “Nouvelle cuisine was een grapje”

    Culinaire smulpapen zijn met nouvelle cuisine jarenlang in het ootje genomen. “Het was inderdaad weinig eten op een veel te groot bord”, geeft de Franse driesterrenkok Paul Bocuse toe. “Mensen riepen wel eens ‘niks op het bord, veel op de rekening’ of ‘hoe groter het bord, hoe kleiner de gerechtjes’. Wel, ze hadden gelijk. Nouvelle cuisine was een grapje onder meesterkoks. Maar het concept sloeg aan omdat iedereen in de jaren ’60 slank wilde zijn.” (SVDE)

     

    Natuurlijk was het een grapje – dat heb ik altijd al geweten – maar dan wel een erg vervelend grapje, dat verdomd lang heeft stand gehouden. Het is mij maar al te vaak overkomen dat ik na zo’n “uitgebreid” nouvelle cuisine diner, na middernacht, mijn hongerige maag ben gaan stillen in het frietkot of thuis heerlijke gebakken patatjes heb klaargemaakt met – o toppunt van proletarisme – een lekkere braadworst en appelmoes.

    Een enkel blaadje witlof in ’t midden van een groot bord, met schuin daarover, over de ganse breedte van het bord, een dun streepje groene mayonaise en ergens aan de kant van het bord een vingerhoedje rotte ganzeleverpastei, met ook soms nog een klein tomaatje ter grootte van een kers: het is jarenlang het summum geweest van gastronomisch vernuft.

    “Mundus vult decipi” leerden wij in de latijnse les: de wereld wil bedrogen worden. Voor Bocuse moet de lol er na veertig jaar af geweest zijn. “Jullie zijn allemaal beetgenomen en jullie hebben het nog steeds niet door!” ja, dat moet nu voor mijnheer Bocuse de ultieme kick zijn… De sadist.

    Maar nu iets anders. Iets over literatuur. En als het over literatuur gaat Willy, jij weet dat, word ik bloedserieus. Gisteren werden zo maar eventjes driehonderdduizend exemplaren aan de man gebracht van het laatste boek van Dimitri Verhulst. Het boek heet “Godverdomme” of zo iets. Je leest het goed: driehonderdduizend exemplaren, op één dag. Een record dat misschien nooit meer zal  verbeterd worden, zelfs niet door Piet Huysentruyt! Meteen verovert Dimitri Verhulst daarmee zijn plaats bij Vlaanderens drie topauteurs. Dat trio – Dimitri Verhulst, Piet Huysentruyt en Herman Brusselmans – behoort zonder meer tot de absolute wereldtop. Van die drie geniet uiteindelijk Brusselmans mijn voorkeur. Ik heb voor jou een kort stukje gecopieerd uit een van zijn laatste boeken. De titel luidt: “Een dag in Gent”. Ik kreeg het boek twaalf dagen geleden als geschenk ter gelegenheid van mijn afscheid van het revalidatiecentrum.

     

    Ik bloosde. Als het over seks gaat ben ik vaak een verlegen jongetje. Desondanks raapte ik al m'n moed bij elkaar en vroeg ik: ‘Buffelt hij je ook anaal in je dikke reet?’

    ‘Alleen als ik hem daarom vraag. Hij zit er niet echt op te wachten dat z’n tamp vol stront hangt.’

    Ik bloosde weer. ‘Die kun jij er toch aflikken?’ zei ik.

    ‘M’n eigen stront van een lul likken? Ik val nog liever dood.’

     

    Echt hoogstaande literatuur als je het mij vraagt. Het gaat dus uitstekend met onze Vlaamse letteren. En met deze optimistische noot beëindig ik mijn brief.

    De groeten aan je lief vrouwtje. Overigens hartelijk bedankt voor de foto die ze van ons beiden gemaakt heeft en die ze betiteld heeft als "twee doctoren die gearriveerd zijn", waarop ik dan reageer met "gearriveerd, jawel, maar nog niet helemaal..."
    Het ga jullie goed.

     

    Kris.

    24-09-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reis naar Griekenland (stripverhaal).
    "Lucrèce, Etienne, Kris en Johan naar Griekenland"
    Dit stripverhaal is getekend door Jimmy Wyseur, graficus, Roeselare.













    13-09-2008 om 00:57 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Afscheid van het Revalidatiecentrum.

    Hartelijk dank!

     

    In de allereerste plaats voor de vele gelukkige jaren die wij samen hebben doorgebracht. Als er één dag in de week was waar ik telkens verlangend naar uitkeek, dan was het wel de dinsdag.

     

    Dank voor 11 september 2008. Een dag om nooit te vergeten. Een dag om de vingers van af te likken (ook letterlijk). Dank aan de directie, Luc en Rudy, die dit mogelijk hebben gemaakt. Een afscheid dat mij weemoedig stemt, maar niet verdrietig. Een gevoel van blijheid overheerst, omdat ik zovele jaren heb mogen samenwerken in een equipe waar iedereen mij lijkt geapprecieerd te hebben en van mij gehouden heeft. En óf die gevoelens wederkerig waren!...

     

    Dank ook voor de gelukwensen, de kusjes, de geschenken (hadden jullie echt niet moeten doen…) en de spitsvondige attenties. “Man bijt hond op Overleie” en het stripverhaal over de reis naar Griekenland zijn pareltjes van kunst en spiritualiteit die niet te overtreffen zijn. Ze krijgen de beste plaats in mijn stripotheek en ik zal ze levenslang koesteren. Waar heb ik het verdiend ooit nog eens de hoofdrol te mogen spelen in een stripverhaal?! Misschien hoef ik nu zelfs niet eens meer directeur te worden…

     

    Speciaal woordje van dank aan “mijn assistente” Ann Neyrinck met wie ik al die jaren lief en leed heb gedeeld.  Ik had mij nóg zo voorgehouden haar daarvoor te bedanken in mijn afscheidsspeech. Maar… was het de stress, of kwam het door mijn rugpijn? Het is er dus niet van gekomen en dat zal mij zeker nog dagenlang achtervolgen. En ze heeft nóg zo’n mooi gedichtje voorgelezen te mijner attentie. Wat de loopschoenen betreft, het is prima kwaliteit. Hopelijk gaat het nu niet verder bergaf met mijn gewrichten. Als ik ooit nog een marathon loop zal zíj de eerste zijn die het te weten komt.

     

    Aan de mensen van LOS… Op een goede dag, op een dinsdagmorgen, om 10 uur, zal ik daar plots weer staan. Jullie willen dat toch zo graag? Of was dat maar om te lachen?

     

    Een dikke zoen, een warme handdruk en… tot ziens!

    Kris


    Nu kan ik, beste lezer, precies raden wat er in u omgaat. U zit met de prangende vraag: dat stripverhaal over die reis naar Griekenland, wat is daar van aan? Morgen krijgt u het antwoord op deze blog voorgeschoteld. Speciaal voor u, omdat u het mij vraagt...



    12-09-2008 om 16:40 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wondjes likken...

    (Dit is een verhaal uit de oude doos. Het is geschreven  in de nacht van 25 op 26 augustus 1984, na de 4e Dwars door Grijsloke. Ik kon de slaap niet vatten vóór ik al mijn frustraties van me afgeschreven had… Dit verhaal werd gepubliceerd in “Fit Veteraan”, toentertijd een populair tijdschrift voor veteranen-joggers)

     

    Donderdag 23 augustus. Lucien Van Lancker ziet er moe uit en getrokken.

    - Kris, zegt hij, ik doe het niet meer. Komend jaar trek ik me niets meer aan van Dwars door Grijsloke.

    - Je doet te veel, zeg ik. Té veel hooi op de vork nemen, zoals men zegt. Het werk zou beter verdeeld moeten worden. Als jij je komend jaar uitsluitend met de inschrijvingen zou bezig houden?

    - Neen en nog eens neen, ik geef het helemaal op. Ik ga eraan kapot, mijn gezin gaat eraan kapot. Mijn vrouw en ik praten niet meer met elkaar, we blaffen naar elkaar. Geloof me, dit is het laatste jaar. Ik kán er niet mee doorgaan. Kijk hier: één op de drie inschrijvingen zijn onvolledig. Zeker, vaak kan ik de gegevens terugvinden in de lijsten van vorig jaar. Toch heb ik al zo’n tweehonderdvijftig mensen moeten opbellen of aanschrijven. Dit jaar alleen al heb ik met de auto zo’n vierduizend kilometers afgebold, uitsluitend voor Dwars door Grijsloke. Mijn telefoonrekeningen lopen hoog op. En… hoe denk je dat we er nu uitkomen? De tenten moeten nog opgesteld, vijfhonderd meter nadar moeten t’ allenkant op de omloop en op de aanvoerende wegen geplaatst, parkeer- en inrijverboden en omleggingstekens moeten nog afgehaald, iemand moet de wedstrijdklok van Jacques Serruys gaan halen naar Brugge, strepen en pijlen moeten getrokken worden op de wegen, spandoeken moeten gehangen worden, op nog minstens tien plaatsen moeten prijzen afgehaald worden, er moeten duizend stoeltjes en honderdtwintig tafeltjes afgehaald, de WC’s en de waterleiding zijn nog niet geïnstalleerd, het doek met “finish” moet gehaald worden naar Heestert, de fanfare is nog niet gevraagd, er moeten nog vijftig wegwijzers geplaatst worden vanaf de E3 tot in Grijsloke, er moet vanavond een repetitie gehouden worden met het Rode Kruis en de CB-ers, er moeten nog hopen drukwerk afgehaald, de kleedkamer in de fabriek moet nog schoongemaakt, de geluidsinstallatie moet nog geplaatst, de tapinstallatie, de dansvloer, het podium, de dranken, het uitslagenbord. Zes man moeten met zijn allen nog minstens zes uur werken aan het klasseren van de borstnummers en het startpistool moet nog gehaald. We hebben al tweehonderdvijftig medewerkers en toch is er nog niemand voor het uitdelen van de uitslagenlijsten. Ik zie er geen gat meer in. We komen er nooit mee klaar. Geloof me, het wordt een ramp…

     

    Twee dagen later: de onvermijdelijke “Dwars door Grijsloke”!

    Net vóór de aankomst laat mijn vrouw de doos met genummerde bonnetjes voor het bekomen van een “eventuele prijs” op de grond vallen. alles door elkaar! Arme lieve vrouw! Ze had zich nog zo voorgenomen om het er vandaag piekfijn van af te brengen. Háár dag is fataal bedorven. Er is niets meer aan te doen. Want daar komen ze al aan. “Aankomstorde” staat er op de bonnetjes gedrukt en er klopt niets meer van. De eerste krijgt nummer 101, de tweede 102, de derde 103… Verderop zijn een moeder en haar dochter vlak achter elkaar geëindigd: de ene krijgt nummer 609, de andere 425. Hou kan dat nou? Wat voor een organisatie is me dat? Aan de finish van de 20 km zie ik een meisje van een jaar of twaalf over de meet lopen in een tijd van rond de één uur twintig. Ze is de eerste vrouw. Die is overduidelijk door de mazen van de controle geglipt en heeft een ronde te weinig afgelegd. Ik merk het nog net vóór ze door de computer zal geregistreerd worden. Door zoiets wordt de hele uitslag vervalst en het leidt tot onvoorstelbare kritiek. Dát moeten we dus vermijden. Ik spurt er naartoe, ik roep dat men haar niet mag registreren. Nog tijdig kan ik haar bij de arm grijpen. Op ’t ogenblik dat ik haar toeschreeuw dat ze een ronde te weinig afgelegd heeft, grijpt ze met beide handen de nadarafsluiting vast en het lijkt wel of ze in zwijm gaat vallen. Ik wil haar plat laten liggen op de grond, doch iemand van de familie duwt me opzij en draagt het meisje theatraal in de armen naar de ambulance. Iedereen moet kunnen zien wat er aan de hand is. Dat heeft nota bene dokter Vansteenbrugge op zijn geweten. Een uitgeput kind zó doen schrikken! Als ze er nu maar niets van overhoudt… Een half uur later komt de vader agressief en lichtjes aangeschoten op mij af. Het meisje loopt naast hem, blakend van gezondheid. Ik herken haar nog en zeg dat ze er goed uitziet, met mijn excuses voor mijn kordaat optreden van daarnet. Dat ze er goed uitziet, dáár is de vader nog niet zo zeker van, en… schijn bedriegt soms. Schandalig vindt hij het dat ze geen medaille gekregen heeft: alsof veertien kilometer hardlopen nog niet genoeg is voor zo’n kind. Hij betwijfelt overigens sterk dat ze niet de volle twintig kilometer gelopen heeft. De reden dat ze geen medaille heeft is eenvoudig: door het incident is ze niet bij de medaillepost voorbij gekomen. Natuurlijk verdient ze de medaille. Kijk, hier heb ik er nog een, alstublieft. Het meisje lacht nu blij. Vrolijk huppelt ze naar het frietkraam. De vader blijft kwaad kijken: híj is beslist niet tevreden. Als ze er wat van overhoudt krijg ik het alleszins nog te horen.

    Een vriendelijke atleet uit Oudenaarde roept mij even terzijde. Hij wil niet moeilijk doen. Alleen even iets verduidelijken. Of ik weet dat er een paar zijn die geen inschrijvingsgeld betaald hebben? Ja, ik weet het. Leden van de V.A.L. Men had me vorig jaar al gezegd: laat “Dwars door Grijsloke” inschrijven bij de V.A.L., dan wordt het gepubliceerd in de V.A.L.-kalenders en dan zijn de deelnemende V.A.L.-atleten in orde met de bondsreglementen. Waarom dan niet, eigenlijk? Dat dus maar even gevraagd aan de secretaris van mijn eigen atletiekclub (ik ben zelf lid van de V.A.L. en daarvoor betaal ik jaarlijks 700 frank). Een paar dagen geleden vertelde iemand mij dat er een kans was dat sommige leden van de V.A.L. zouden eisen mee te lopen zonder betaling, hetgeen we zouden moeten toestaan, omdat “Dwars door Grijsloke” nu eenmaal voorkomt op de V.A.L.-kalender. En ja hoor, even vóór de start is men me komen zeggen dat het geval zich inderdaad voordoet. Wat kan ik anders doen dan beslissen dat ze niet hoeven te betalen? Ik wéét het dus. En de loper die het me vertelt wil heus niet moeilijk doen want hij gunt ons wel de 200 frank inschrijvingsgeld. Alleen: hij waarschuwt ons dat er nog véél andere leden van de V.A.L. zijn die wél inschrijvingsgeld betaald hebben en het nu misschien gaan komen terugeisen. Wat staat er ons nog te wachten? Dus: geen V.A.L. meer komend jaar?

    Iemand komt erover klagen dat er weer enorme stagnatie is geweest vóór de aankomstlijn bij de 7 km. Vorig jaar was dat óók zo. Gaan we het dan nóóit leren? Toch moet gezegd dat er dit jaar nóg meer deelnemers waren en dat het nu toch al iéts vlotter ging. Overigens geen problemen bij de 20 km, wat dát betreft.

    Een heer komt vragen of er een trofee is voor hem. Hij is tweede in zijn leeftijdscategorie. Helaas, zeg ik, dit jaar is er enkel een trofee voorzien voor de eerste van elke categorie (er zijn vierentwintig categorieën!), niet voor de eerste drie. Eigenlijk zijn het geen echte trofeeën. Een lid van ons organiserend comité kent namelijk iemand die mooie pentekeningen maakt, en dat lid kwam op het idee om originele pentekeningen, ingelijst en achter glas, te geven als ereprijs aan de eersten. Misschien, zo werd geopperd, zullen die pentekeningen – met “Grijsloke” als onderwerp – een ereplaats krijgen in de woonkamer van de loper, terwijl trofeeën toch vaak op zolder belanden. Er waren een honderdtal tekeningen voorzien, doch bij veertig was de tekenaar ziek gevallen en toen was maar beslist dat enkel de eerste van elke categorie er één zou krijgen. Maar we hadden vergeten die verandering te melden aan de computer en die had net als vorig jaar een sterretje geplaatst bij de eerste drie van elke categorie en… een sterretje kon toch niet anders dan een trofee betekenen, temeer daar er vorig jaar wél een voorzien was voor de eerste drie.

    - Als het zo zit, zegt de man verbitterd, zult ge mij hier nooit meer zien. Ieder jaar kom ik naar Grijsloke met nog een aantal lopers. We komen van ver. Vorig jaar was ik vierde in mijn categorie en ik viel toen net buiten de trofeeën. En nu ik tweede ben in mijn categorie is er maar één trofee per categorie. Neen, onder die omstandigheden ziet ge mij hier beslist nooit meer terug. Daarenboven vind ik dat ge met zo’n hoog inschrijfgeld en zo’n hoog aantal deelnemers veel te snel rijk gaat worden.

    Ik denk aan de spaarcenten die telkenjare door de leden van het comité moeten bijgepast worden. Ik vertel de man dat de medailles en de uitslagenlijsten alleen al meer dan 200 frank per deelnemer kosten. Dat hij er rekening moet mee houden dat met tweeduizend deelnemers de uitslagenlijsten niet 10 x zoveel kosten als met tweehonderd deelnemers, maar 100 x zoveel (er zijn niet alleen 10 x meer exemplaren te verdelen, ieder exemplaar is ook 10 x omvangrijker!). Ik leg hem verder uit dat er voor de uitslagen van de “4e Dwars door Grijsloke” 225 kg. papier en drie liter drukinkt nodig zijn geweest. Hij begrijpt het allemaal niet te best. En de medaille kan naar zijn gedacht nooit méér dan 60 frank gekost hebben. Ik zeg dat de medaille maar weinig minder dan 200 frank gekost heeft en dat we hem een copie van de factuur zullen opzenden. Hij gelooft het niet. Zelfs als  we hem de copie opzenden zal hij het nog niet geloven. Overigens willen we gaarne van hem vernemen wie ons dergelijke medailles kan leveren aan 60 frank…

    Hij blijft verbitterd. Hij zal niet meer terugkeren naar Grijsloke. Ik vertel het aan Lucien, een half uur later. Had je nu maar gezegd dat hij tóch een trofee kon krijgen, zegt Lucien, we moeten ons best doen om iedereen tevreden te stellen. Net als ik wil zeggen dat de man zo kwaad was dat hij nu al wel lang naar huis zal zijn, zien we hem in de buurt van het podium. Hij loopt nog steeds te morren over de trofee die hem toekomt en die hij niet krijgt. “En het stond nochtans in de folders: de eerste drie…” beweert hij. We weten zeker dat het niet waar is. Lucien speelt een beetje toneel. Verbauwereerd kijkt hij mij aan en zegt: “Die man verdient inderdaad een trofee! We hebben er nog wel één in reserve. Hier die tinnen schaal. Er staat een plaatje op: speciale prijs Dwars door Grijsloke 1984”. “Zo moet ik het niet, ik wil op het erepodium” zegt de man. Akkoord, op het podium dan maar… Straks zullen er wel zijn die uitleg komen vragen over deze heer op het podium. Lang duurt het inderdaad niet. “Een beetje een speciaal geval” leg ik uit. Ik moet luid roepen, want de interpellant is een beetje doof en er is veel lawaai in de tent. Maar zo gemakkelijk kom ik er niet van af. Hij wil meer uitleg. Het kost me gegarandeerd mijn stembanden en ik moet dringend de uitslag nazien om uit te maken wie de volgende is die we op het modium moeten roepen. Ogenblikje, zeg ik, en ik ruk me los.

    Een dame die tweemaal op het erepodium is gekomen en benevens een T-shirt en een polshorloge twee pentekeningen ontvangen heeft, komt vragen waar we de polshorloge gehaald hebben, omdat het eigenlijk meer een kinderhorloge is. Ze zou het willen omruilen. Ik weet echt niet meer waar de horloge vandaan komt. Of ik dat toch maar eens wil uitzoeken en het haar later, schriftelijk misschien, eens wil laten weten? Ik beloof haar dat ik mijn best zal doen.

    Iemand komt naar me toe met een lint in de hand. De medaille is er afgegleden en verloren gegaan. Of ik voor een andere medaille wil zorgen? Ik noteer zijn naam en beloof al het nodige te zullen doen. Hij geeft mij het lint.

    Iemand uit Antwerpen heeft autopech gehad en heeft daardoor de start niet meer gehaald. Hij vraagt of we hem vanavond of morgen het parcours kunnen laten lopen onder “officieel toezicht” opdat hij de medaille zou kunnen verdienen. Ik zeg dat dat niet gaat, maar ik draag hem op de omloop in zijn eentje te lopen, dat we hem op zijn erewoord zullen geloven en hem de medaille zullen opsturen.

    Een oude kennis houdt mij staande. Begrijpt niet dat ik nu geen vijf minuutjes tijd voor hem kan vrijmaken, omdat ik zogezegd op tien plaatsen tegelijk moet zijn. Een weerzien na verscheidene jaren, nauwelijks van aard om de oude vriedschapsbanden te verstevigen…

    Een bejaarde dame komt schuimbekkend op me af. Ze noemt het een schande dat men een ongeletterde Corsicaanse gastarbeider geen medaille geeft. Ik leg uit dat de man laattijdig ingeschreven was en dus de medaille zal toegestuurd krijgen. Ieder woord van mij wekt haar woede nog meer op. Ze heeft het over “racisme” en “nazisme”. Ik heb geen medaille in mijn zak. Er zullen er bijgemaakt worden. Ik kijk of mijn zoon in de buurt is, van wie ik de medaille zou kunnen afschooien. Ik vind hem niet. Willy Mahieu staat enkele meters verderop. Of die zijn medaille voorlopig wil afstaan? Hij zal zijn medaille gaan halen in de auto. Het zal minstens vijf minuten duren, want de auto staat ver. Het duurt inderdaad vijf minuten en al die tijd houdt de vrouw niet op mij de huid vol te schelden. Tot ik haar de medaille overhandig. Ze neemt het eremetaal beet, kijkt er bewonderend naar en knijpt mij dan stevig in de arm. “Wat zal Giancarlo blij zijn. Volgend jaar komen we zeker terug. Het was zó”, zegt ze en ze maakt de veelbetekenende hoogschattende geste met de duim hoog in de lucht. Wat leven we toch in een rare wereld!

    De uitslagenlijsten van de 7 km. zijn later klaar dan gepland. Het duurt tot bijna drie uur na de koers. Ik vind het zelf erg vervelend. Ik weet dat onze computerman erg bekwaam is en een getrainde ploeg en degelijke apparatuur ter beschikking heeft. Niettemin had hij al bijna een uur eerder klaar moeten zijn. “U wacht opzettelijk lang met de uitslagen” zegt een man “om ons zo lang mogelijk hier te houden, opdat ge veel drank aan ons zoudt kunnen verkopen. Maar bij mij pakt dat niet: ik heb mijn eigen koelbox meegebracht”.

    Oef! De uitslagenlijsten zijn klaar. “In de rij staan!” schreeuwen degenen die ze moeten uitdelen. Ge ziet dat van hier, zegt een jongedame terwijl ze zich met de ellebogen naar voor werkt, om hier te staan tot vanavond laat zeker!

    Een dame vertelt tegen iedereen die het horen wil dat ze ten onrechte niet in de uitslag voorkomt. Zoiets heeft ze nog nooit meegemaakt. Dat ze uitgerekend in Grijsloke niet in de uitslag voorkomt! We beloven haar een uitslagenlijst op te maken waar ze wel in voorkomt. Er bevindt zich namelijk een blanco plaats in de buurt waar ze meent geëindigd te zijn: misschien was haar borstnummer wel gescheurd en onvoldoende leesbaar. Voor elk twijfelachtig geval wordt er een plaats open gelaten teneinde de juiste naam achteraf te kunnen bijdrukken. Een gecorrigeerde uitslag zal haar worden opgestuurd. Ze blijft ongelukkig. Als ze vandaag de gecorrigeerde uitslag niet in handen krijgt zal ze het overal rondvertellen. Want recht moet geschieden. Enfin, we kunnen het vandaag onmogelijk klaarspelen. En ach, het overal rondvertellen doet ze toch.

    Een jongeman die op het erepodium komt is niet opgetogen met de pentekening die hij als trofee ontvangt. Die hang ik ten hoogste in de WC, zegt hij. Over de T-shirt die hij gekregen heeft is hij evenmin tevreden: als er nu nog “Dwars door Grijsloke” had opgestaan… De extra-prijs, een paar loopschoenen, daar is hij wél over te spreken.

    Echt woedend zijn twee veteranen uit de kuststreek. Ze schreeuwen honderd uit tegen Lucien en tegen mij en ze laten ons geen kans er een woordje tussenin te brengen. Bij de ene kan je de verachting voor “Dwars door Grijsloke” zo van zijn gezicht aflezen. Ze hebben kennelijk vorig jaar allebei een trofee behaald en nu is er geen prijs of trofee voor hen weggelegd. Een schande, zegt de ene, dat ze een oud mannetje van zesenzestig in de kou laten staan, terwijl die vrouwen zo geëerd worden. Hij doelt onder andere op Netty Saive uit Eindhoven, die als derde vrouw, en eerste van haar leeftijdscategorie, tweemaal op het podium heeft mogen plaatsnemen. Als we uiteindelijk toch aan ’t woord mogen komen zegt Lucien dat ze gelijk hebben en dat ze inderdaad een extra-beloning ruim verdiend hebben. Ze zullen een pentekening, ingelijst en achter glas, opgestuurd krijgen. Maar ze zouden het nu direct willen krijgen en dat gaat natuurlijk niet. Het lijkt er niet op dat hun gevoelens tegenover “Dwars door Grijsloke” veel zullen verbeteren door het opsturen van de pentekeningen. We moesten die beide heren maar eens bij hen thuis gaan opzoeken als ze wat kalmer zijn, heeft Lucien nog gezegd tijdens het avondfeest. En alleszins gaan we de tweede en de derde van elke categorie alsnog een pentekening bezorgen.

    Over het avondfeest gesproken: één enthousiaste drukke bedoening. Jammer dat een paar jeugdige baldadigaards hun bierglazen aan scherven hebben geslagen in de tent, die opgesteld stond in de weide van boer Van Moorleghem. Eén stukje glas in de weide kan mij een koe kosten, heeft de boer nog gezegd. Het wordt nog uren zoeken naar stukjes glas: één achtergebleven stukje zou wel eens het einde van “Dwars door Grijsloke” kunnen betekenen!

    Een moeder met zoontje aan de hand komt haar beklag doen. Bartje heeft nochtans héél zijn rondje uitgelopen en tóch geen prijs! Eigenlijk zielig voor zo’n kind. Wat voor barbaren zijn het in Grijsloke dat ze zo’n lief klein jongetje een prijsje weigeren? Bartje had weliswaar een bonnetje gekregen aan de aankomst, maar het nummertje dat erop stond was niet in de prijzen gevallen. Waarom geven ze dan bonnetjes als er toch geen prijs mee te verdienen valt? Daar wordt zo’n kind toch afschuwelijk door gefrustreerd… Als je niet iedereen een prijs kan geven, moet je er maar liever niet aan beginnen. Dat komt ervan als je over de achttienhonderd deelnemers hebt en maar twaalfhonderd prijzen.

    En weer komt er iemand klagen dat de uitslagen zo lang op zich laten wachten, van de 20 kilometer. De laatste deelnemer is nochtans amper anderhalf uur binnen. Ik vraag de man eens goed na te denken en mij dan antwoord te geven op de vraag: “Waar te wereld zijn, bij een stratenloop van dergelijke omvang, de volledige uitslagenlijsten sneller klaar dan in Grijsloke?”. In Brugge, zegt de man, de 25 km. voor veteranen in Brugge. Wanneer zijn de uitslagen dan klaar in Brugge? vraag ik. Om vier uur stipt, zegt hij. Maar dat is daar dan toch ook zo’n vier uur na de wedstrijd? O jawel, zegt hij, maar daar weet ge tenminste dat het om vier uur is. Hij gaat meteen weg, want voor hem is de discussie afgelopen en in zijn voordeel beslecht.

    Iemand heeft als prijs een pak diëetvoeding gekregen, met shaker en twee dozen vitamines, totale verkoopwaarde ongeveer achthonderd frank. “Eet gij dat?” vraagt hij mij. “Ik eet dat niet,” zegt hij. “Kan ik er u soms een plezier mee doen?” Ik kan het pak nu niet aannemen. Waar moet ik er mee heen? Zal hij het pak nu weggooien?

    Na de laatste wedstrijd heeft een kind in een glasscherf getrapt, een ander is door een wesp gestoken. Er moet dringend een dokter bijgehaald. Merkwaardig toch dat we dit jaar méér ongevallen te noteren krijgen ná dan tijdens de wedstrijd.

    Ik heb zopas een mededeling gedaan. Ik spring via een plooistoeltje van het podium. Maar het stoeltje kantelt en klapt dicht. Ik hoor een gekraak en voel tegelijkertijd een hevige pijn in mijn rechter onderarm, zo’n vijftal centimeter boven de pols. Heb ik mijn arm gebroken? Neen, gelukkig niet. De botten zitten nog stevig op hun plaats. Ik laat niet blijken hoeveel pijn het doet. Niet kinderachtig zijn nu, in het bijzijn van al die mensen. Mijn vrouw vindt zó al dat ik met die hele Dwars door Grijsloke mijn prestige deerlijk door de modder sleur. Ach, waar is prestige goed voor?

    Schande, roepen de vrouwen. Waarom zijn onze kleedkamers zo vér? En waarom zijn er daar geen WC’s? Gelijk hebben ze. Dat we dáár niet aan gedacht hebben. Dat ruikt inderdaad naar discriminatie. Maar ja, alles is zo primitief in Grijsloke. Er is gewoonweg niéts. Géén zaal, géén douches, géén parking. Gelukkig hebben we boer Van Moorlegem die zijn weide ter beschikking stelt. Verder behelpen we ons met tenten waarvan de huurprijs rond de vijftigduizend frank bedraagt, en geprefabriceerde WC’s. Er is wel stromend water op de weide en er zijn wasbassins.

    Iemand komt mij vertellen dat enkele deelnemers ten onrechte een medaille hebben gekregen bij de aankomst. De zaak zit zó… Wie 200 frank inschrijvingsgeld had betaald, had recht op een medaille, in tegenstelling tot degenen die maar 50 frank hadden betaald. Bij de deelnemers die voor de medaille hadden betaald, was op het borstnummer een sticker geplakt van de sponsorende bank. Enkel diegenen met een sticker kregen de medaille bij de aankomst. Toen de bankdirecteur bij de start tussen de talrijke lopers-met-sticker er ook enkele zag zonder sticker, moet hij gedacht hebben de organisatoren ter wille te zijn door er zelf nog enkele te plakken… op de stickerloze borstnummers. Vandaar.

    De start van de 7 km. was slecht, morren enkelen. Bij nazicht van de videobeelden blijkt dat het inderdaad zó is geweest. Van bij de start is het dus al misgegaan. Lieve Heer!

    Maar dan heb je dít dan weer. Van alle kanten komen er gelukwensen met de puike organistie. Van Fernand Tonneau, Marc Smet, Carlos Lagaisse, Joos Casteele, Hugo Van Krunkelsven, Robert Van de Bogaerd… Ach, waar begin ik aan? Er zijn er honderden die met gelukwensen komen. Alles is perfect geweest. De ambiance, het weer, de volkomen verkeersvrije omloop, een zee van toeschouwers, de verzorging (sponsen, drinken), de fanfare, de aanmoedigingen en de steun van het publiek, de hulpposten (drie dokters, twee vaste en verscheidene mobiele rode kruisposten, twee volledig uitgeruste ambulances, overal CB-ers op de omloop), de bevoorrading aan de aankomst (cola, yogourt) en noem maar op. Heus, een perfecte organisatie. Neen, wees gerust, er viel echt niets op aan te merken vandaag. Een vlekkeloze organisatie. En het schreien staat me nader dan het lachen.

    Waarom doen we het, Lucien? Waarom in ’s hemelsnaam? Jij vooral zult er nog weken lang dag en nacht werk mee hebben: uitslagen, diploma’s, medailles, trofeeën en achtergebleven prijzen en kledij opsturen, klachten behandelen, uitslagen corrigeren, rekeningen vereffenen, materiële schade herstellen, enzovoort. Jij vooral, omdat jij de grote veelzijdige alomtegenwoordige man bent, die overal een mouw weet aan te passen. Maar je zult ook overstelpt worden met brieven uit verscheidene landen, die beginnen met “Beste Lucien”, “Cher Lucien”, “Dear Lucien”, “Lieber Lucien” en zelfs “Caro Lucien”, en waarin “Dwars door Grijsloke” geroemd wordt en waarin ze jou bedanken. Ik weet dat je dan op slag al het doorstane leed zult vergeten en dat je dan wenen zult van geluk, zoals je op 25 augustus bij momenten geweend hebt van wanhoop en ellende.

    Waarom doen we het, Lucien? Waarom steken we er onze energie en onze centen in, terwijl velen denken dat we er een mooie bijverdienste aan hebben? Als ze echt ontevreden zouden zijn, zou het dan kunnen dat ons aantal deelnemers telkenjare dermate groeit? Hebben we dit jaar niet ei zo na de kaap van de tweeduizend deelnemers bereikt? Weet je wat ik denk, Lucien? Ik denk dat we “Dwars door Grijsloke” nóóit moeten opgeven.

     

    (En hoe is het verder gelopen? Reeds na de 10e editie

    - toen was er een record-aantal inschrijvingen van boven de 2000 – heeft Lucien Van Lancker er de brui aan gegeven. Hij had Dwars door Grijsloke groot gemaakt. Hij had een nog véél grootser plan : het organiseren van een “Europa-jogging” cup, in verscheidene Europese landen, waarbij Grijsloke centraal zou staan. Dat plan heeft hij helaas maar gedeeltelijk kunnen verwezenlijken, door gebrek aan medewerking… Zijn ontgoocheling is evenwel niet van die aard geweest dat ze hem belet heeft tot op heden één van de vurigste supporters van Dwars door Grijsloke te blijven. Ikzelf ben pas na de 24e editie uit de organisatie gestapt. Maar Grijsloke, met zijn loopkoers en zijn loopclub, zal een deel van mijn leven blijven, tot het einde van mijn dagen…)

    02-09-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    01-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De 28e Dwars door Grijsloke: afgang van de macho's.

    Dwars door Grijsloke: ’t zit er weer op. En of het geslaagd was! Eén minpuntje: het aantal deelnemers is weer eens achteruit gegaan. En misschien is er nog een tweede minpunt: met de macho’s lijkt het allesbehalve goed te gaan. Jean-Marie is komen supporteren. Deelnemen was er niet bij. Dat wisten we eigenlijk al van te voren. Hij is al enkele weken onder doktersbehandeling wegens rugklachten. Ursin was in geen velden of wegen te bespeuren. Oók gekwetst? Iedereen heeft er het gissen naar. Mysterie! Johan is ook enkel maar komen supporteren. Dat er iets was met zijn voet, dat wisten we al een tijdje, maar het had hem niet weerhouden van de wekelijkse trainingen. Zodus… En Jaak. Is gestart in de 7 km. wedstrijd, doch heeft er na een paar honderd meter reeds de brui aan gegeven. Vanwege een spierverrekking of zoiets. Al dient gezegd dat hij anderhalf uur later de 10 mijl gelopen heeft, zij het in een tijd, die voor hem althans, zwaar ondermaats was. En ikzelf? Driehonderdeenendertigste op driehonderdvijftig aangekomenen. Beschamend. Maar ik heb een alibi natuurlijk. Kniepijn! Met haken en ogen hangen ze nog aaneen, die macho’s. Dat de aftakeling zo snel zou gaan: wie had het ooit durven denken?!

    En morgen verneemt u op deze site, beste lezer, hoe het er een kwarteeuw geleden aan toeging tijdens Dwars door Grijsloke.

    01-09-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tante Sidonie in Peking.

    Vlaanderen en Nederland samen één land? Ik heb er altijd wel oren naar gehad. Maar er hebben zich de laatste tijd dingen voorgedaan waardoor ik de fusie niet helemaal meer zie zitten. Enkele dagen geleden zijn de Hollanders begonnen met stokken in de wielen te steken van onze nationale Vlaamse sport, door te beweren dat duivensport geen sport is. Denk eens aan: duivensport géén sport, ik kan er nog steeds niet van slapen! En nu wéér treffen ze de Vlaming in zijn grootste sportieve trots, door te zinspelen op haar hoog… Sidonia-gehalte! Ze bedoelen daarmee dat er een zekere fysieke gelijkenis bestaat tussen ons langwerpig hoogspringend troetelkind Tia Hellebaut en tante Sidonie. Dat klópt natuurlijk wel, maar weten zij dan niet dat die uitspraak precies dáárom zo pijnlijk overkomt, dat de waarheid kwetst? Natúúrlijk weten zij dat! Ze willen ons gewoon kleineren. Onder die voorwaarden wil ik alvast geen fusie met Nederland. Jawel, samen zouden we nu achttien olympische medailles gehaald hebben, maar denkt ge dat die Hollanders het niet zouden uitgekiend hebben dat de inbreng van dat achterlijk Vlaams landsgedeelte maar twee stuks bedraagt? Kaaskoppen van onder en vooral van boven de Moerdijk, luistert allen goed: ik eis verontschuldigingen, of ik stem tégen de fusie. Hebben we ons niet reeds genoeg laten couillonneren, hebben we in ’t verleden al niet te veel naar uw pijpen gedanst? Neem nu, jawel, tante Sidonie. Onder druk van de Hollanders heet ze nu… Sidonia. Belachelijk! En Schalulleke dan. Die heet nu, weer onder druk van de Hollanders,… Schanulleke. Belachelijk! Maar wees er maar zeker van – Willy Vandersteen mag dan nog bezweken zijn voor de Hollanders – dat het gros van de Vlaamse lezers het nog steeds heeft over tante Sidonie en Schalulleke.

    Maar dit terzijde. Hopelijk heeft Tia zich de uitspraak van onze lieve Noorderburen niet al te zeer ter harte genomen. Tia is een knappe lieve sportvrouw. Ik was een fiere Vlaming toen ze daar in Peking minzaam glimlachend op het ereschavot stond, zonder dat er tranen aan te pas kwamen. Tia heeft daarenboven een gave die o zo zeldzaam is bij het schone geslacht: ze spreekt slechts als ze iets te zeggen heeft. Ik zou haar willen vragen: Tia, wilt ge mijn vrouw worden?

    Maar ik wil het natuurlijk met u ook hebben over enkele andere “landgenoten” in Peking. Aan de vrouwtjes van de vier maal honderd kan alleszins niet voorbijgegaan worden. Zilveren medaille, dank zij een vlekkeloze stokwisseling. In geen enkel land kunnen ze de stok zo goed doorgeven als bij ons. En wie heeft hen dat bijgebracht? Rudy Diels, hun trainer. Hier hebben de meisjes hard voor getraind, zegt Rudy Diels, en ze hebben er honderdentien procent voor geleefd. Hoe bedoelt Rudy dat, die honderdentien procent? Letterlijk? Dan zit er bij Rudy een vijs los: méér dan honderd procent bestaat niet! Figuurlijk? Dan moeten ze in de toekomst nog méér hun best doen. Sommige sportlui beweren immers tot tweehonderd, sommigen zelfs tot driehonderd procent voor hun sport te leven…

    Ontroerend was het optreden van Frédéric Xhonneux (uit te spreken als “Oneu”). Tijdens de tweede dag van de tienkamp verscheen deze atleet aan de start van de 400 meter-proef met zijn gewone trainingsschoenen aan de voeten, zonder spikes dus. Na enkele meters staakte hij de strijd. Hij verklaarde achteraf nooit de bedoeling gehad te hebben die 400 meter uit te lopen, vanwege een kwetsuur. Waarom hij dan toch aan de start was verschenen? Om nog eens de Olympische sfeer op te snuiven, om nog eens de Olympische vlam te zien branden en om nog eens op het TV-scherm te komen. Mijn supporters zien mij toch al zo weinig, verklaarde de gekwetste Frédéric. De Hollanders zullen blij zijn dat hij er uit is. Ze slaagden er maar niet in zijn naam behoorlijk uit te spreken en dat komt omdat ze maar niet kunnen begrijpen waarom men “Xh” schrijft, als men het niet uitspreekt. Het is een kwestie van “cachet” denk ik. Zo heb ik, jaren geleden, iemand gekend – ik zweer u dat het waar is – die O heette, simpelweg O, in één letter. Hij had een winkel in hoorapparaten, in het Brusselse, en misschien heeft hij die winkel nu nog. Uit commercieel oogpunt geen zeer geschikte naam dunkt me, want de O werd verward met het cijfer “nul”. Daarenboven had de man vaak last met de administratie. Bij het invullen van formulieren werd er hem op gewezen dat hij zijn hele naam moest invullen en niet enkel de eerste letter. Zelf heb ik hem aangeraden zijn naam te veranderen in “Xhaults”: het zou een boel administratieve problemen van de baan helpen, het zou veel meer “cachet” hebben en het zou maar weinig kosten, omdat het – jaja, beste Hollandse lezer – nog altijd als “O” zou uitgesproken worden. Ik denk dat hij mijn voorstel in overweging genomen heeft, maar bij mijn weten is hij daar (nog) niet op ingegaan.

    En dan is er nog het Vlaamse roeikoppel – of is het “peddelkoppel”? – dat door een Chinees duo met een paar tienden van een millimeter werd geklopt voor de derde plaats in de halve finale van het roeien “twee zonder stuurman” – maar ’t kan dus ook “peddelen” geweest zijn. Nooit iemand gezien met meer ingehouden woede dan de oudste van de twee roeiers c.q. peddelaars. “Ontgoocheling” noemden ze dat op de VRT. Men zou voor minder ontgoocheld zijn: de man zijn hele wereld was in elkaar gestort, alles waar hij jaren had voor geleefd lag nu aan diggelen. Het leek erop dat het leven voor deze man geen zin meer had. En dat alles door de stomme schuld van zijn mederoeier c.q. peddelaar, die vooraan in de boot had gezeten en dus het ritme van de slagen had aangegeven. Welnu, dat ritme was véél te snel geweest in ’t begin, en dat hadden ze op ’t einde moeten bekopen. Náást de ontgoochelde man stond de schuldige. Ootmoedig gaf deze zijn fout toe. Ik denk dat alleen menselijk fatsoen verhinderd heeft dat hij ter plaatse en vóór het oog van de camera de schedel werd ingeslagen door zijn vriend, de “ontgoochelde” roeier-peddelaar. En toch ben ik ervan overtuigd dat de marktwaarde van de meest ontgoochelde roeier-peddelaar aller tijden, niet te lijden heeft gehad onder die nederlaag. Wel in tegendeel. Want hoe was het ánders gelopen? Onze twee (ex)vrienden hadden de finale gehaald, waren daarin ongetwijfeld laatste of voorlaatste geworden en misschien voorgoed in de anonimiteit gegleden. Nu staan ze voor eeuwig te boek als de meest “ontgoochelde” roeiers-peddelaars uit de geschiedenis van de moderne Olympische Spelen. En zeker de helft van de Vlaamse bevolking leeft in de overtuiging dat ze het brons aan hun neus hebben zien voorbijgaan. Brons op een haar na!...

    25-08-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Duivensport olympisch?

    Heb ik u, geachte lezer, al verteld dat ik lid ben van het Internationaal Olympisch Comité, het IOC, en dat ik daar een serieuze vinger in de pap heb? Neen? Dat heeft dan enkel te maken met het feit dat ik bescheiden ben. Niet zo bescheiden als Jean-Marie Pfaff natuurlijk, maar toch…

    Waarom ik het bij deze nu tóch zeg? Omdat ik héél kwaad ben. Zelfs een beetje woedend. Komt me daar een of andere Hollander, die blijkbaar een en ander te zeggen heeft, verklaren dat duivensport… geen sport is! Net nu ik een voorstel heb ingediend om van de duivensport een Olympische sport te maken.

    Eerst zijn er de vliegdisciplines. Een korte vlucht over 10 km, een middellange over 100 km en een marathonvlucht over 1000 km. Voor doffers en duivinnetjes, dat maakt dus zes wedstrijden, goed voor achttien medailles. En dan zijn er nog de loopwedstrijden, een honderdtal, vijftig voor de doffers en vijftig voor de duivinnetjes. Er zijn zes verschillende loopafstanden (50 m, 100 m, 200 m, 400 m, 800 m en 1500 m) en vier verschillende loopstijlen: de gewone pas of “schoolpas”, de wippas met beide poten tegelijk of “vlinderpas”, het achteruitlopen of “rugpas” en de “vrije pas”. Verder zijn er nog aflossingswedstrijden per land over vier afstanden, de individuele “wisselpas” over de twee kortste afstanden, alsook de “wisselpas” per landenploegen over de drie kortste afstanden. Negentig loopwedstrijden in totaal. Met de zes vliegwedstrijden maakt dat dus tweehonderdachtentachtig medailles.

    Eén was er die mijn voorstel belachelijk vond. Een ander vond het potsierlijk. Jacques Rogge zelf daarentegen vond het een goed voorstel. Dat ik een van de eersten geweest ben om hem te feliciteren bij zijn verkiezing tot IOC-voorzitter is Jacques niet vergeten. Toen hij nog een jongeman was heb ik hem gekend, in ’t begin van de jaren zestig: we studeerden toen beiden aan dezelfde faculteit. Toch schitterend hoe zo’n simpele ortopedisch chirurg, uit een boerendorp uit de streek van Deinze, het gebracht heeft tot de grote baas van de Spelen. Dat Jacques mijn voorstel steunt zal natuurlijk ook te maken hebben met zijn Vlaamse reflex. Als ons landje ergens goed in is, dan is dat toch zeker wel de duivensport. Van die tweehonderdachtentachtig medailles moet Vlaanderen er toch minstens een derde van kunnen binnenrijven. Dat zou nog eens wat anders zijn dan de nul-komma-nul waarop het bij de Spelen in Peking dreigt uit te draaien!

    Veel begrip heeft mijn voorstel ook gevonden bij mijn vriend Zwentibold. Zwentibold is een pinguïn. Hij woont in Antwerpen. Hij betrekt daar, samen met verscheidene gevleugelde en ongevleugelde vrienden, een soortement appartement, en hij beschikt er over een groot en zeer goed uitgerust zwembad. “Zwentibold” is hoe ík hem noem. Zijn echte naam is Domino, of zo… Niet dat Zwentibold loopwedstrijden voor duiven zo’n briljant idee vindt. Een hardlopende duif vindt hij zelfs een beetje zielig, maar beslist niet zieliger dan een hardzwemmende homo sapiens. Michael Phelps, de prachtatleet-met-borstkas-als-een-kleerkast, die tegen amper acht kilometer per uur voortsukkelt in het water, terwijl honderden reporters staan te brullen over een “moordend tempo”, dát vindt Zwentibold pas zielig. Al ben ik maar een kleine nietige pinguin, zegt Zwentibold, ik zwem vijf keer sneller dan wonderboy Phelps. Daarenboven kent hij een vis die wel dertig keer sneller door het water klieft dan Phelps. Zou de hardlopende duif dan lachwekkender zijn dan de hardzwemmende mens? Zwentibold – alias Domino, of zo – denkt van niet.

    Honderd medailles voor Vlaanderen zouden het er kunnen zijn. Niet denkbeeldig dat een zielepoot er zou uitspringen, die zielepoot Michael Phelps overtroeft met tien gouden medailles en zodoende de nieuwe koning van de Spelen wordt. Maar… helaas, de kans is groot dat mijn voorstel nu niet zal aangenomen worden. En dat alles door die verdomde uitspraak van die ellendeling van een kaaskop, die gesteld heeft dat duivensport in feite geen sport is!...

    20-08-2008 om 17:26 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Loezen en flamoezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     


    Lily Allen heeft een ongeluk gehad. Het stond in de weekend-krant van Het Laatste Nieuws. Het ongeluk heeft zich voorgedaan in Londen. Lily was op weg naar haar ex-vriend Ed Simons. Ze had een drukke en zware dag achter de rug van shoppen, wandelen met de hond en bezoekjes brengen. En toen ze uit haar auto stapte is het ongeluk plots gebeurd: haar linker borst viel uit haar truitje!

    “Oeps!...”, zo beëindigt de journalist zijn artikel. Béter had ik het zelf niet kunnen zeggen. De journalist is JBR. U vraagt zich misschien af, beste lezer, of dat allemaal wel écht gebeurd is. Of zijn fantasie JBR soms parten gespeeld heeft? Welnu, het antwoord op de eerste vraag is “ja”, het antwoord op de tweede “neen”! Want – hoe enorm kan toeval zijn – PN was in de buurt en die heeft, in koelen bloede, het ongeluk op de gevoelige plaat vastgelegd.

     

    Tja, ongelukken gebeuren nu eenmaal, en daarmee zullen we moeten  leren leven. Opwekkender nieuws is de aankondiging die Herman Brusselmans doet in diezelfde krant: zijn eerstvolgend boek zal de titel dragen “Loezen en Flamoezen”. Ik sta alvast te trappelen van ongeduld. U toch ook?  Ik durf er mijn reputatie op verwedden dat het een wereldhit wordt van het allerhoogste niveau… en een Nobelprijs. In 2011 bijvoorbeeld: ’t zou wat zijn, honderd jaar na de enige Nobelprijs voor literatuur ooit door een Vlaming behaald, namelijk de Gentenaar Maurice Maeterlinck, die schreef… in ’t Frans. Eindelijk zal onze schoolgaande Vlaamse jeugd nog eens fier kunnen zijn op een schrijver van eigen bodem, die daarenboven nog schrijft in de eigen taal. “Loezen en Flamoezen”! Nogal eens wat anders dan “De Vlaschaard” van Stijn Streuvels, waarmee de jeugd in mijn tijd opgezadeld werd. De eerste les ging over de titel: waarom er stond “de vlaschaard” en niet “de vlasgaard”. Een héél lesuur waren we daarmee zoet. Hoeveel boeiender zal dat eerste lesuur dan niet zijn over “Loezen en Flamoezen”!? Geïllustreerd met foto’s van PN.

    11-08-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Goed nieuws.

    Wat doet een gepensioneerd iemand als ik, een gedreven cursiefjesschrijver, tijdens de vacantiedagen en in zijn vrije tijd? Ik hoor u al reageren, beste lezer: heeft een gepensioneerde dan nog vakantie, laat staan vrije tijd? Maar dan bent u even uit het oog verloren dat het in mijn geval gaat om een “gepensioneerde met toegelaten bijverdienste”.

    Het antwoord luidt: lezen, onder andere. Ik heb het nog eens met Hugo Claus geprobeerd. Aan “Het Verdriet van België” ben ik jaren geleden eens begonnen, omdat het een bestseller was. Verder dan een tiental bladzijden ben ik toen niet geraakt. Bij deze nieuwe poging heb ik er rond pagina zestig de brui aan gegeven. Die lijdensweg kan ik mijn stramme hersens niet aandoen: het boek telt rond de zeshonderd bladzijden… Maar omdat ik koste wat het kost een boek van mijn beroemde stadsgenoot wilde lezen heb ik er dan maar een genomen met veel minder bladzijden: “Het Verlangen”. Zwaar karwei! Zoiets blijft op de maag liggen. Ik heb het doorgespoeld met “Pastoor Campens zaliger” van Ernest Claes: een verademing. Wie schreef ook weer over Hugo Claus: “Rot van talent, maar vooral rot”?

    De kranten bieden evenwel een behoorlijk alternatief. Naast het onvermijdelijk slecht nieuws is er ook goed nieuws en daar kan een cursiefjesschrijver – gedreven, zoals ik al zei – bijna onbeperkt uit putten. Laat ik dan toch maar eerst – bij wijze van aperitief – beginnen met een minder goed nieuwsfeit, uit De Gentenaar van gisteren. ’t Is in feite ronduit slecht nieuws. Bij een grote bank hebben ze een man ontslagen omdat hij zijn werk niet goed zou gedaan hebben. Zijn naam en zijn foto staan open en bloot in de krant. Het is, geloof ik, niet eens zwart op wit bewezen dat die man wel degelijk in de fout is gegaan. En dan zó te schande gesteld worden! Er staat ook bij dat de man een ontslagpremie – een “oprotpremie” zoals het ook wordt genoemd –  ontvangt van vijf miljoen euro. Niet mis, zult u zeggen, daar kan hij twintig villa’s mee kopen. En toch is het slecht nieuws: wat maalt zo’n man immers om geld? De man is zijn job kwijt en zijn eer heeft een ferme knauw gekregen. Wie kent immers niet het spreekwoord: geld verloren, iets verloren, eer verloren, meer verloren, god verloren, ál verloren? Hopen we dus maar dat onze bankier god nog niet kwijtgespeeld heeft, dan is voor hem toch nog niet álles verloren. Uit mijn kinderjaren herinner ik mij nog heel goed dat vader ontslagen werd. Vader was metser, een uitstekend vakman, die nooit iets mispeuterde en nooit zijn werk verlette. Maar wat wilt u: het bouwbedrijf waar hij werkte moest drastisch inbinden en de werklui met de minste ancienniteit werden ontslagen. We zaten zonder inkomen. Van een “oprotpremie” had toen nog nooit iemand gehoord en vader zou het geld zelfs niet aanvaard hebben: vader zou nóóit geld aanvaard hebben waarvoor hij niet had gewerkt. “Naar de dop gaan” was toen geen verplichting, maar als je niet ging kreeg je ook geen werklozensteun. En vader ging niet. Deels omdat hij, zoals ik al zei, geen geld wenste te ontvangen waarvoor hij niet gewerkt had. Maar ook omdat hij daar niet te kijk wilde staan, waardoor het hele dorp in géén tijd zou weten wat hij angstvallig verborgen wilde houden: de schande van ontslagen te zijn op het werk en te moeten leven van een aalmoes… Gelukkig had vader al na een paar weken ander werk en buiten moeder en ikzelf en nog een paar familieleden heeft niemand geweten dat vader ooit werkloos is geweest. Maar met die mijnheer van de bank is het dus véél en véél erger gesteld. Misschien vindt hij wel nóóit meer een job en daar staat hij toch maar lekker aan de schandpaal, te kijk voor een kolossaal publiek, tot ver buiten onze grenzen. Maar, genoeg nu! We schakelen over naar beter nieuws.

    Kim Gevaert. Ze stopt met haar atletiekcarrière na het zomerseizoen, lees ik in Het Laatste Nieuws van eergisteren. In zekere zin is dat spijtig, maar Kim is gelukkig en blij. Waarom zouden ook wij dan niet blij zijn? Ze zal overigens niet in een zwart gat vallen of de schande van de werkloosheid moeten dragen. Ze kan een job krijgen bij de Memorial Van Damme, ze kan aan de slag gaan op het ministerie bij Bert Anciaux, ze kan terecht bij een managementsbureau, ze kan aan het werk bij de tv-zender Vitaya en tenslotte kan ze iets doen met haar diploma van logopediste. En zeggen dat er mensen zijn met drie universitaire diploma’s die nergens aan de slag kunnen… Wat Kim ook zo gelukkig maakt is dat ze nu kindjes gaat krijgen. Ze heeft weliswaar nog geen verloofde, maar ze is toch al twaalf jaar “samen” met Djeke Mambo. Misschien gaat ze zich nu verloven met Djeke en krijgt ze van hem – na twaalf jaar onthouding! – een heleboel kindjes. Koffie-met-melkkleurige kindjes, want met andere zou Djeke dan waarschijnlijk weer niet al te gelukkig zijn.

    Er staat ook een foto van Kim in de krant. De blijheid en het geluk kan de lezer zó van haar gezicht aflezen. En voor wie dat niet kan: Kim schreeuwt het van de daken hoe blij ze is. Ze zal blij zijn als ze goed presteert tijdens de Spelen, maar ook als ze niet goed presteert zal ze blij zijn. En ze zal blij zijn bij haar afscheid op de Memorial Van Damme. Uw dienaar zal daar, bij leven en welzijn, eveneens aanwezig zijn. Zoveel blijheid wil ik live meemaken. Ontroerend toch hoe sommige sportmensen steeds op hetzelfde thema hameren. Bij Kim Gevaert is het “blijheid en geluk”, bij Jean-Marie Pfaff is het “nederigheid en eenvoud”. Twee schitterende sportlui: de ene blij, de andere wars van enige pretentie ondanks alle succes. Goed nieuws dus, in het kwadraat!

    Ander goed nieuws is dat in Meise de penisbloem in bloei staat. Het staat in de Gentenaar van gisteren. Mét foto. Jammer is dan weer dat de bloei amper één of twee dagen duurt. Maar wat wilt u: mooie liedjes duren niet lang. En misschien is het maar beter zo. Met die lijkgeur…

    Dat Lien Van de Kelder weldra uit de kleren gaat op vtm heb ik dan weer gelezen in Het Laatste Nieuws van eergisteren. Ongelooflijk goed nieuws toch voor ieder mens, of ’t zou een afschuwelijke zuurpruim moeten zijn.

    En dan is er nóg goed nieuws, dat weliswaar niét uit de krant komt. Een vriend van mij heeft voor ’t eerst zijn pensioen getrokken. Een zelfstandigenpensioen. Weliswaar niet genoeg om er een auto op na te houden, maar ruim genoeg om er gezond van te leven: bruin brood met karnepap, zelfgekweekte groenten, veel lichaamsbeweging, algehele rookstop en… slechts af en toe een pintje.

    07-08-2008 om 17:16 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grijslokes Olympische maagden.

    De Olympische Spelen staan weer voor de deur. En amper zal het Olympisch vuur gedoofd zijn of daar is er alweer Dwars door Grijsloke, ’s werelds mooiste stratenloop. Niet ongepast dus om het begrip “Grijslokes Olympiade” van onder het stof te halen.

    Iedereen – op een enkele uitzondering na – weet dat een gewone Olympiade een periode van vier jaar beslaat. Grijslokes Olympiade daarentegen – en dat weten een aantal van mijn jongere trouwe lezers waarschijnlijk niet – heeft zes jaar geduurd, van 1991 tot en met 1996. Uit die periode stammen de vijf unieke medailles die elk één van de vijf grote Spelen in het oude Griekenland symboliseerden. Naast de Olympische Spelen waren daar immers ook nog de Isthmische Spelen (in Isthmia, bij Korinthe), de Pytische (in Delphi), de Nemeïsche (in Nemea, op het schiereiland Argolis) en de Panatheneïsche (in Athene). De eerste medaille (zie foto nr. 1) werd geslagen in 1991 ter gelegenheid van de 11e Dwars door Grijsloke. Ze symboliseert de Olympische Spelen, die gewijd waren aan de oppergod Zeus en hun oorsprong hadden in Olympia, in het N.W. van de Peloponnesos. Daar regeerde koning Oinomaos. Deze had een wondermooie dochter, Hippodameia. Vele koningszonen dongen naar haar hand, maar Oinomaos wilde haar niet afstaan. Hij stelde alle huwelijkskandidaten voor hemzelf in een wedren-met-paarden te bekampen. Diegene die er zou in slagen hem in die wedren te verslaan, kreeg Hippodameia als bruid. Slaagde hij daar echter niet in, dan wachtte hem de dood!

    Toen prins Pelops de wedstrijd aanging, waren er hem al dertien dapperen voorgegaan: hun hoofden stonden als afschrikwekkende voorbeelden vastgespiest op lange stokken bij de ingang van ’s konings kasteel. Maar ditmaal liep het anders. Oinomaos brak zijn nek tijdens de race, door een valse sabotagestreek van Pelops – afgebeeld in de rand van de medaille –, waarbij ook de verliefde Hippodameia in het komplot zat. Teneinde de goden te danken om het welslagen van de onderneming en tezelfdertijd verzoening voor zijn misdaad af te smeken, stelde Pelops de Olympische Spelen in, ter ere van de oppergod Zeus. Hippodameia zelf had tot Hera gebeden en nu wilde ze de oppergodin danken door zestien maagden een kleed te laten weven dat de dag van de Spelen naar de tempel van Hera diende gebracht te worden. Diezelfde dag zouden die zestien maagden daarenboven hun eigen Spelen houden: de Heraïsche Spelen. Die Spelen bestonden uit een loopwedstrijd over ongeveer 165 meter, zijnde zes zevenden van de afstand die door de mannen diende afgelegd te worden. Vooraan startten de jongsten, achteraan de oudste meisjes. Ze liepen in korte rokjes die ongeveer tot aan de knieën reikten, met loshangende haren en de rechter schouder evenals de rechter borst ontbloot. De wedstrijd werd op hetzelfde Olympisch stadion gelopen als de wedstrijd van de mannen. De winnares kreeg een olijfkrans en een deel van de koe die aan Hera geofferd werd; tevens kreeg ze de toelating een beeld van haarzelf met inscriptie van haar naam aan te brengen in Hera’s tempel.

    Dit alles geschiedde zo’n vijftienhonderd jaar vóór Christus. Hoe het verder allemaal gelopen is, is niet goed bekend. Uitslagen van de wedstrijden uit die tijd heeft men niet en ongetwijfeld zijn de Spelen in later jaren verwaterd… tot de draad weer opgenomen werd in 884 vóór Christus. Van toen af zijn de Spelen in het oude Griekenland écht de geschiedenis ingegaan: van toen af werden immers de namen van de winnaars genoteerd en die namen zijn tot op heden bewaard gebleven. Van vrouwelijke deelname was toen echter bijlange geen sprake meer. Méér zelfs: het was verboden voor vrouwen, althans voor getrouwde vrouwen, om zelfs maar de Spelen bij te wonen. Op overtreding van die wet stond de doodstraf! De reden was dat de sporters naakt liepen, hetgeen ook het geval was voor de scheidsrechters. Al dient gezegd dat tijdens de eerste zeven Spelen er nog een lendendoek gedragen werd. Tijdens de zevende Spelen gebeurden er echter twee zaken die leidden tot de afschaffing van de lendendoeken. Eerst was er de atleet die tijdens de ren zijn lendendoek verloor, erover struikelde en zijn nek brak. En dan was er een andere die eveneens zijn lendendoek verloor en “met slaande trom” de wedstrijd won. Zijn tegenstrevers protesteerden omdat hij daardoor bevoordeligd was… Dit alles leidde ertoe dat vanaf de achtste Olympische Spelen alle deelnemers en scheidsrechters poedelnaakt ten tonele verschenen.

    Was preutsheid de oorzaak dat de vrouwen geweerd werden op de Spelen? Bijlange niet! Mannelijke naaktheid was in die tijd allerminst taboe. Ten bewijze daarvan de mannelijke standbeelden, waarbij, in tegenstelling tot de vrouwelijke standbeelden, de geslachtsdelen allerminst verhuld werden. Overigens gold het verbod enkel voor getrouwde vrouwen, al dient gezegd dat de ongetrouwden evenmin kwamen, simpelweg omdat ze geen interesse hadden, zo wordt gezegd… En de getrouwde vrouwen? U dient te weten dat degenen die het voor het zeggen hadden vaak oudere heren waren, die er al niet meer zo fris uitzagen en dat de vergelijking met de jonge naakte atletische lichamen van de deelnemers bij hun echtgenotes fel in hun nadeel zou zijn uitgevallen. Vandaar… Toch gebeurde het dat een vrouw tot Olympisch overwinnaar werd gekroond, namelijk in de paardenrenwedstrijd. De winnaar was namelijk de eigenaar of eigenares van het paard, die daarom niet eens het stadion hoefde te betreden.

    In 394 na Christus werden de Spelen verboden door de Romeinse keizer Theodosius, als zijnde “heidens”… tot baron Pierre de Coubertin ten tonele verscheen met zijn “moderne Olympische Spelen”, die van start gingen in 1896. Toen namen er nog geen vrouwen deel, maar dat veranderde snel, reeds bij de tweede uitgave, in 1900, al heeft het nog geduurd tot 1984 voor de eerste marathon voor vrouwen op het programma stond. Een van de grootste pleiters voor die vrouwenmarathon was dokter Ernst van Aaken, de man die in 1982, ter gelegenheid van de 2e Dwars door Grijsloke, een “marathon-voordracht” heeft gehouden in het gemeentehuis van Anzegem.

    Maar laten we nu terugkeren tot “Grijslokes Olympiade”. Het hoogtepunt was ongetwijfeld in 1994, toen Loopclub Grijsloke haar Spelen organiseerde op Griekse bodem, en wel op de authentieke antieke stadions: de Olympische, de Isthmische, de Pythische, de Nemeïsche en de Panatheneïsche. Hierover en over de mythologische oorsprong van de vijf Panhelleense Spelen kan u lezen in “Grijslokes Olympiade”, het boek dat verscheen in 1997 (zie foto’s nr. 6 en 7: cover en achterflap van het boek). Er wordt verhaald hoe de Griekse stadions werden veroverd door een dozijn stoere Grijslookse mannen, maar ook door een half dozijn Grijslookse maagden!

    Enkele jaren tevoren hadden we in Grijsloke al geoefend met maagden, en wel ter gelegenheid van de Gapersstoet in Anzegem. Op foto nr. 2 ziet u de 16 maagdekens die eraan deelnamen. U merkt de ontblote rechter schouder. Het ontbloten van de rechter borst (of de plaats waar die weldra zou ontluiken) was natuurlijk te hoog gegrepen. Op foto nr. 3 ziet u ze met het kleed voor Hera. In Griekenland waren er  maar zes. Het was dus roeien met de riemen die we hadden. Daarenboven waren het geen prille tieners meer en kon er – bij enkelen althans – aan de maagdelijkheid flink getwijfeld worden. Maar de vindingrijkheid van de Grijslokenaars is groot. Op de weg van Nauplion naar Epidauros is er een klooster, Agia Moni. In de buurt van dat klooster is er een bron, de Kanathosbron. Hier nam de oppergodin jaarlijks een bad teneinde haar maagdelijkheid telkens weer te hernieuwen en zodoende haar gemaal genoegen te doen. U begrijpt het, beste lezer, bij het zien van foto nr. 4: de meiden helemaal onderdompelen in het water van de Kanathosbron leek ons niet nodig. Even het bolletje overgieten met het heilig water, door de priesteres van Hera, zou ruim volstaan om van de zes deelneemsters perfecte frisse maagdekens te maken. U ziet ze aan de start in Olympia (foto nr. 5) !...

     

    (Het boek “Grijslokes Olympiade” is helaas niet te koop. U kan het nog wel gratis verkrijgen ter gelegenheid van een training in Grijsloke op zondagochtend om 9 uur, of ter gelegenheid van de 28e Dwars door Grijsloke op zaterdag 30 augustus; gelieve in beide gevallen vooraf een mailtje te sturen naar  kris.vansteenbrugge@skynet.be )
















    29-07-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ronde van Frankrijk.

    Is het omdat het onderwerp de mens koud laat dat hij er, na negenhonderdvierentachtig dagen dagboek, nog met geen woord over gerept heeft? Of ligt het onderwerp hem zó nauw aan het hart dat hij aarzelt zijn gevoelens daaromtrent aan de openbaarheid prijs te geven?

    Hebt u, lieve lezer, gedacht dat ik er ook dit jaar zou aan voorbijgaan? Dan moet het er nu uit, ik wil het niet langer verzwijgen: ik ben verslingerd aan de Ronde, al van in 1948. Ik was toen acht jaar oud. Die ronde werd gewonnen door de Italiaanse campionissimo Gino Bartali, die dat tien jaar eerder ook al gepresteerd had. Tweede was Briek Schotte, de “flandrien”. Bartali en Schotte, het waren mijn helden. De enigen die in mijn wielerminnend hart datzelfde niveau hebben bereikt zijn Fausto Coppi en Rik Vansteenbergen. Zelfs de in Meensel-Kiezegem geboren Vlaming Eddy Merckx kon mij in latere tijden minder bekoren. Toen Coppi één jaar later Bartali versloeg, werd hij voor mij de grootste aller tijden, en dat is hij gebleven, tot op de dag van vandaag. De andere goden uit mijn kinderjaren waren Ferdi Kübler en Hugo Koblet, allebei Zwitsers, en de Bretoen Louison Bobet. Louison won drie keer op een rij en dat had voorheen nog niemand gepresteerd. De Brusselaar Flup Thijs won weliswaar in 1913, 1914 en 1920, maar… niet op een rij dus. Ook Vlaanderen had voor mij nog een aantal goden, zij het van een ietwat lagere rang. In de eerste plaats Stanneke Ockers, die nooit won, maar wel een paar keer tweede werd. Ook Marcel Janssens werd één keer tweede. Die viel vooral op door zijn smal gezicht. Nooit een coureur gezien met zo’n smal gezicht. En Jan Adriaenssens dan, die het nooit verder gebracht heeft dan derde – wat natuurlijk ook héél mooi is – maar die vooral opviel door de interviews die hij steevast beëindigde met groeten aan allerlei familieleden en kennissen en… aan zijn verloofde uit Wevelgem. Hij zei nooit “aan mijn verloofde”, maar altijd “aan mijn verloofde uit Wevelgem”. Had hij er elders misschien nog eentje zitten? Eentje dat liever onvermeld bleef? Jan Adriaenssens was van Ruisbroek Sauvegarde en dat ligt niet zomaar op een boogscheut van Wevelgem. Zou hij die “verloofde uit Wevelgem” aan de haak geslagen hebben na de koers Gent-Wevelgem? En de vraag die mij nu nog het meest bezig houdt: zou hij d’r uiteindelijk mee getrouwd zijn? En dan vermeld ik alleen nog Jos Planckaert omdat hij ook eens tweede geweest is en ook wel omdat hij net als Briek Schotte van mijn geboortestreek was. Jos is onlangs overleden. IJzeren Briek heeft ons een paar jaar geleden reeds verlaten…

    Na de drie overwinningen van Louison Bobet was het met de échte wielergoden gedaan. In 1956 won de brave krullebol Roger Walkowiak, onbekend bij het grote publiek. Hij had in die ronde geen enkele rit op zijn naam geschreven en ná die ronde heeft hij, voor zover mij bekend, nooit meer een koers gewonnen. Akkoord, Anquetil won de Ronde vijf keer. Merckx won ook vijf keer en telkens met brio en panache. Vijf keer de Ronde winnen bleek daarna niets bijzonders meer. Hinault deed het, met minder brio dan Merckx. En dat het ook helemaal zónder brio kon bewees Indurain. Deze Spaanse Miguel heeft met zijn vijf overwinningen minder geschiedenis geschreven dan zijn landgenoot Federico Bahamontes, die maar éénmaal won, maar in 1954 op de hoogste berg van de Ronde, iedereen ver achter zich liet, op de top een ijskreempje bestelde en rustig likkend de achterkomers opwachtte. Bahamontes – velen zullen het niet weten – heette eigenlijk Martin. “Bahamontes” was de naam van zijn moeder, en het betekent “over de bergen”. Een passender naam had men niet kunnen bedenken voor de beste klimmer aller tijden, de “arend van Toledo”. Nomen est omen!

    Onvergetelijk was ook de prestatie van Wim Van Est. Hij was de eerste Nederlander die erin slaagde de gele trui te bemachtigen. Het was in het jaar 1951, het jaar dat Koblet won. Bij de afdaling van de col d’Aubisque reed Wim, met de gele trui om de lenden, in een ravijn. “Wim Van Est viel 90 meter diep: zijn hart stond stil, zijn Pontiac liep”. De renner Wim Van Est en de horloges Pontiac zijn hiermee de geschiedenis ingegaan. Ook een straffe prestatie leverde de donkere Algerijn Abdel-Kader Zaaf. Tijdens een snikhete dag was hij uit het peloton ontsnapt. Om zijn dorst te lessen had hij onderweg meer geestrijk vocht tot zich genomen dan goed voor hem was, zodat hij van zijn fiets tuimelde en in een korte roes verzonk. Nog voor het peloton eraan kwam schoot Abdel-Kader wakker, greep zijn fiets en vervolgde zijn weg… in de verkeerde richting, het peloton tegemoet. Het bracht hem geen ritzege op, maar wel wereldfaam.

    Een prestatie die kon tellen in mijn ogen van tienjarige knaap was die van de Roeselarenaar Maurice Blomme in 1950. Maurice won een rit met zowat een half uur voorsprong. Als hij dat nog eenmaal herhaalt heeft hij de gele trui te pakken, dacht ik bij mezelf. Maar Maurice was in die rit boven zijn krachten gegaan: ’s anderendaags gaf hij op. Drie weken later reed hij een koers in Anzegem. Na de aankomst ging ik hem bewonderen toen hij zich stond te wassen op het koertje van café “De Vogelzang”. Een waar privilege was het, zo dicht te mogen staan bij de man die een heldendaad had verricht in de Ronde, en zijn bloot mager lichaam te mogen aanschouwen.

    Nooit heeft een Vlaming, een Westvlaming van Bachten de Kupe, voor meer sensatie gezorgd dan Michel Pollentier, de man van het peertje. Hij werd betrapt met een rubberpeertje vol onbezoedelde urine onder de oksel: een ingenieuze truc, bedoeld om de dopingcontroleurs te misleiden. Aan dat peertje heeft Michel de eeuwige roem te danken. Van dat peertje, dat weet iedereen nog. Maar dat Michel toen “in ’t geel stond” en die ronde had kunnen winnen, wie weet dát nog?

    Ik heb mij natuurlijk ook verdiept in de geschiedenis van de Rondes van vóór de oorlog en in de heroïsche verhalen van de Flandriens. Wie het meest tot mijn verbeelding spreekt is Lucien Buysse. Hij won in 1926, op 34-jarige leeftijd, de langste Ronde uit de geschiedenis, met een voorsprong op de tweede van bijna anderhalf uur, iets wat nooit iemand hem had voorgedaan en evenmin heeft nagedaan. Lucien Buysse was immens populair. In de jaren twintig gaven vele Vlamingen hun pasgeboren zoon de naam Lucien en ze hoopten stilletjes dat hij een even grote coureur zou worden als Buysse. Het gebeurde zelfs dat een veelbelovend knaapje dat bijvoorbeeld Frans heette, de bijnaam Lucien kreeg en die naam zijn leven lang meedroeg. Zo weet er in Anzegem vrijwel niemand dat Lucien Deruyck, één van hun grootste B.A.’s (Beroemde Anzegemnaars), in feite Frans heet…

    Lucien Buysse had al eerder de Ronde moeten winnen, ware het niet dat hij in dienst had moeten rijden van de Italiaan Ottavio Bottecchia, die twee jaar tereke won, in 1924 en 1925. Een jaar later werd Ottavio op training doodgeslagen door een Italiaanse wijnboer, nadat hij, teneinde zijn dorst te lessen, een trosje druiven had gestolen uit de wijngaard van de boer. De ware toedracht van deze zaak is pas veertig jaar later aan het licht gekomen toen de boer zijn misdaad opbiechtte, op zijn sterfbed.

    Drama’s hebben zich natuurlijk ook afgespeeld ín de Ronde. Er waren er die door brute pech een zekere overwinning verspeelden. Zo bijvoorbeeld de Fransman Eugène Christophe in 1913, nog vóór de eerste wereldoorlog dus. Hij brak zijn vork en moest vijftien kilometer te voet naar de dichtstbijzijnde smidse om daar eigenhandig de herstelling uit te voeren.

    Zware valpartijen zijn legio in de ronde en toch kan ik er mij amper twee herinneren met werkelijk dramatische afloop. Eerst was er de veelbelovende en supergetalenteerde jonge Franse renner Roger Rivière die in 1960, na een val bij de afdaling van een col, zwaar verlamd geraakte, voor de rest van zijn leven. Die “rest” heeft overigens maar kort geduurd. Rivière is amper veertig jaar geworden. In 1995 viel de Italiaan Fabio Casartelli in de afdaling van de col du Portet d’Aspet. Hij stierf ter plekke.

    Het meest wereldschokkend drama is dat van de Engelsman Tom Simpson, bij de beklimming van de Mont Ventoux in 1967. Men is het erover eens dat er doping mee gemoeid was. Tom was een uitstekend renner, had vele grote koersen gewonnen en was wereldkampioen. Voor een overwinning in de Ronde had hij alles veil… Daags na zijn overlijden mocht zijn landgenoot en ploegmakker Barry Hoban de rit winnen, als eerbetoon aan Tom Simpson. De sympathieke Barry kreeg er weldra nog een cadeau bovenop: de weduwe en de twee dochtertjes  van zijn vriend. Het nieuwe koppel werd een paar jaar later ook nog verrijkt met een dochter.

    Merkwaardig toch dat de prestaties van Merckx en Armstrong mij minder beroerd hebben dan die van Bartali, Coppi, Kübler, Koblet en Bobet. Het zal wel iets met nostalgie te maken hebben, maar het heeft ongetwijfeld ook te maken met de mystiek die er in die jaren hing rond de Ronde. Nu kunnen we de renners volgen op het TV-scherm, van de start tot aan de aankomst, “live”! Er was toen enkel de radio en de krant. Veel werd aan de verbeelding overgelaten en we stelden ons de “reuzen van de weg” en hun “heldendaden” nog veel groter voor dan ze in werkelijkheid al waren.

    Vraag mij wie in mijn kinderjaren in een gegeven jaar de Ronde heeft gewonnen en ik zal u terstond en zonder nadenken het juiste antwoord geven. Maar vraag me niet wie vorig jaar of het jaar dáárvoor heeft gewonnen. Drie jaar geleden was het Armstrong. Hij won toen voor de zevende keer op rij. En dat voor iemand van wie beweerd wordt dat hij teelbalkanker heeft gehad, zelfs met uitzaaiingen in de hersenen. Operaties, bestralingen en chemotherapie hebben hem er bovenop geholpen. De eerste keer dat Lance de ronde won vonden we dat een wonder, een medisch wonder. Maar allengs raakten we er aan gewoon en toen hij voor de zevende keer won, tja… Vergelijk het met iemand die met een houten been te voet een reis om de wereld zou doen. We zouden het onvoorstelbaar knap vinden. Maar als hij dat zeven maal doet: tja…

    Aan vrouwelijke belangstelling en amoureuze avonturen heeft het Lance Armstrong niet ontbroken, ondanks de teelbalproblemen. Merkwaardig toch dat de meest opzienbarende liefdesaffaires uit het wielermilieu betrekking hebben op twee van de grootste ronderenners aller tijden: Fausto Coppi en Jacques Anquetil. De eerste hield er een geheimzinnige maîtresse op na. Ze was de vrouw van zijn huisdokter en ze vergezelde hem tijdens de wedstrijden. Er hing een waas van geheimzinnigheid rond deze dame, die altijd in het wit gekleed ging. De mysterieuze witte dame! Ook de vijfvoudige rondewinnaar Anquetil snoepte de vrouw van zijn huisdokter af, Jeannine. Omdat zij geen kinderen meer kon krijgen, probeerde hij het met haar dochter. Twee vrouwen in zijn huis, daar kwam ruzie van en tenslotte legde “monsieur Jacques” het aan met de vrouw van Jeannines zoon, zijn aangetrouwde stiefdochter dus, bij wie hij eveneens een kind verwekte.

    Mooie Jacques is de enige renner van wie ik weet dat hij regelmatig een sigaret rookte. Hij is gestorven aan maagkanker toe hij pas drieënvijftig was. Zijn eeuwige rivaal daarentegen, Raymond Poulidor, die telkens weer in ’t zand moest bijten tegen Anquetil en daarom ook “de eeuwige tweede” werd genoemd, is voor zover ik weet, nog steeds in blakende gezondheid en geniet in Frankrijk nog steeds van zijn reputatie als de sympatiekste ronderenner van alle tijden. Poulidor stond niet minder dan acht keer op het podium bij het einde van de Ronde: drie keer tweede en vijf keer derde. Nooit heeft iemand die prestatie geëvenaard. En, symbolisch voor deze sympatieke underdog en haast niet te geloven: niet één keer heeft Poupou de gele trui mogen omgorden.

    Maar laten we het nu toch maar liever hebben over die Ronde waar we nu midden in zitten. Opvallend is dat er geen enkele Vlaming staat in de eerste twintig, doch wel drie Luxemburgers. Dat klein landeke heeft overigens vier keer de Ronde gewonnen: tweemaal met Frantz, eenmaal met Faber en eenmaal met Gaul. In verhouding tot het aantal inwoners zou dat voor Vlaanderen gelijk staan met honderdtwintig overwinningen en voor Frankrijk met vijfhonderd! Het enige land dat ik in staat acht om in de toekomst nog beter te doen dan Luxemburg – verhoudingsgewijs althans – is Monaco. De kleine republiek is reeds goed op weg: vorig jaar haalden ze immers de groene trui binnen met Tom Boonen. Waarom Tom er dit jaar niet mag bij zijn is mij overigens een raadsel. Wegens cocaïnegebruik en omdat hij een voorbeeldfunctie heeft? Hebben wij niet allemaal een voorbeeldfunctie? Eerder zou ik hem schorsen wegens zijn roekeloos autorijgedrag waarmee hij het leven van anderen in gevaar brengt. Met dat verwerpelijk cocaïnegebruik brengt hij slecht zijn eigen gezondheid in gevaar en prestatiebevorderend is het niet. Wel prestatiebevorderend is het erythropoietine(EPO)gebruik waaraan de twee Spanjaarden en de Italiaan Ricco zich hebben schuldig gemaakt – “ricco” is het Italiaans voor rijk en het wordt uitgesproken met de klemtoon op de eerste lettergreep –. Ik ben blij dat die Ricco eruit ligt. Wat had me dat baasje een irritant pretentieus overwinningsgebaar! Coppi zou zoiets nooit gedaan hebben, en Bartali, Kübler, Koblet en Bobet evenmin. Eerst met opgestoken wijsvingers ten hemel wijzen en daarna met diezelfde wijsvingers op zijn borstkas timmeren, als om te zeggen: die god van daarboven, dat ben ik. Of: die kracht van mij, die komt van daarboven. Mijn voeten! Uit een ampulle EPO komt zijn kracht.

    Ik betwijfel of er in ’t verleden veel rondewinnaars zijn geweest die zuiver op de graat waren. Ik heb alvast weet van één die EPO moet gebruikt hebben. Als ik mijn mond zou voorbij praten zou dat waarschijnlijk stof doen opwaaien. Maar wees gerust, ik zál mijn mond niet voorbij praten, vanwege het beroepsgeheim, weet u wel…

    En vraagt u mij nu wie deze Ronde gaat winnen? Kadul? Ik weet het niet. Ik vind Kadul een rare kwast en meer wil ik daar niet over zeggen. Maar als ik Michaël Boogerd met een brede Toon Hermanslach hoor verklaren dat Kadul een laffe coureur is, ga ik toch steigeren. “Laf” is hier niet het juiste woord, Michaël. Dan was Zoetemelk véél laffer! En jóuw manier van koersen dan? Erg dapper, dat wel, en schoon om te zien, maar… dom.

    Maar jawel, hoor, ik heb een favoriet: een Amerikaan, wiens grootouders afkomstig zijn uit Laarne bij Gent. Hoe die er uit ziet? Ik heb er geen benul van. Komt vrijwel nooit in de actualiteit. Zijn naam: Christian Vandevelde, maar dan heel anders uitgesproken, op zijn Amerikaans. Waarom híj de Ronde moet winnen: ik heb er geen andere reden voor dan dat het een voornaamgenoot is van mij en… omdat mijn intuïtie het mij ingeeft. Hopen nu maar dat dáár geen EPO achter zit.

    En tot besluit. De Ronde, ach, ze is nog mooi, maar ’t is niet meer zoals weleer. Zoals in de tijd van Thomas Pips, Lange Lo, Kilo en Kwartje. Komaan Buth, neem die tekenpen nog eens ter hand, en breng voor ons weer de brandende Touractualiteit in beeld, en laat ons weer muisjes zoeken. En al beeft uw hand misschien een beetje, uw fans van weleer zullen het door de vingers zien. Komaan Buth, ge kunt het nog!

    18-07-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    11-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De krant van 18 juli 1940.

    Op zolder, in een donkere hoek van het ouderlijk huis aan de Broekstraat heeft achtenzestig jaar lang een krant gelegen in een oude kartonnen doos. Het is "DE GENTENAAR - DE LANDWACHT" van 18 juli 1940. Die krant wordt dus over een week achtenzestig jaar en is precies 44 dagen jonger dan schrijver dezes. Gisteren heb ik ze bij toeval ontdekt en van onder het stof gehaald. Die 18e juli is, naar mijn moedertje zaliger mij altijd heeft voorgehouden, de gelukkigste dag van haar leven geweest. Aan de basis van dat geluk lag een artikel uit deze krant waaruit bleek dat haar geliefde echtgenoot "Van Steenbrugge Cyrille" nog in leven was en ongetwijfeld weldra zou huiswaarts keren. Hoe zeer had ze niet gevreesd dat vader in het oorlogsgeweld was omgekomen en nooit zijn enig kind zou mogen aanschouwen!... Ze moet de krant zorgvuldig opgeborgen hebben en misschien is het wel de bedoeling geweest dat ik ze op een dag zou terugvinden. Die dag was dus gisteren. Rond de tijd dat vader "uit den dode verrezen is", zo kan men in de krant lezen, is Marie-Adolphine Miele overleden, alsook Henricus-Carolus Paynjon. Er blijkt ook uit dat Grisolles ten noorden van Toulouse ligt. Ik heb altijd gedacht dat het ten zuiden van Toulouse gelegen was, hetgeen blijkt uit een uittreksel uit mijn memoires (O jerum jerum jerum... 2006).
    De ongelukkigste dag uit moeders leven was toen vader stierf op 8 juni 1973. Ze heeft hem nog twaalf jaar overleefd. In al die jaren is ze nooit meer gelukkig geweest. Het huwelijk van mijn ouders was er een met veel liefde...




    Uittreksel uit "O jerum jerum jerum...":

    Ik ben dus geconcipieerd in de nazomer van 't jaar 1939, toen de tweede wereldoorlog een aanvang nam met de Duitse inval in Polen. Toen op 10 mei 1940 de grote aanval in het Westen begon, werd vader gemobiliseerd en naar Frankrijk gestuurd, naar Grisolles, een dorp ten zuiden van Toulouse, in het departement Tarn-et-Garonne. Vader is daar nooit echt in gevaar geweest en vechten heeft hij er niet moeten doen, maar voor moeder was het een harde dobber. Omdat ze vreesde dat vader misschien nooit meer zou terugkeren, heeft ze er nog aan gedacht mij Cyriel te noemen zoals hij, maar uiteindelijk werd het Christiaan, omdat ze die naam samen al eerder hadden gekozen. Cyriel werd mijn tweede voornaam. Net zo min als nonkel Roger hebben mijn ouders er ooit rekening mee gehouden dat ik ook een meisje had kunnen zijn…

    Daar was nog bijgekomen dat enkele dagen na vaders vertrek, onze Vlaamse mensen hun huizen verlieten, op de vlucht voor het Blitzkrieg-voerende Duits geweld, richting kust. Zo ook mijn hoogzwangere moeder. Samen met haar ouders, tante Jenna, tante Irma en diens schoonfamilie vond ze een tijdelijk onderkomen bij boer Nayaert in Ruddervoorde. Toen ze op 29 mei weer thuis kwam, één dag nadat het Belgisch leger zich had overgegeven, plukte ze al rijpe kersen van onze boom, en het is daarna nooit meer gebeurd dat de kersen al rijp waren in mei. Zes dagen later, op 4 juni, zag ik het levenslicht*, in het kliniekje van dokter Rommens in Anzegem. 's Anderendaags reeds ging moeder met mij naar huis, naar Elsegem. Ik ben dus een geboren Anzegemnaar, maar getogen in Elsegem. Ja, zó heb ik het altijd goed gevonden. Die vierde juni zijn ook John Massis en Germain Heyse geboren. Dat was, afgezien van onze geboorte, overigens geen onbelangrijke datum in de geschiedenis van de tweede wereldoorlog. Het was het einde van de operatie Dynamo, de reddingsoperatie* die tien dagen had geduurd en waarbij enkele honderdduizenden Britse en Franse soldaten via de haven van Duinkerken over het Kanaal naar Engeland konden overgebracht worden, aldus ontsnappend aan het moordend Duits geweld. Die vierde juni was het ook dat Churchill zijn overbekende speech hield: wij zullen strijden, op de stranden en op de landingsbanen*, in de straten en in de velden en op de heuvels en we will never surrender!

    Enkele weken later is vader dan thuisgekomen, met de trein. Moeder liep hem tegemoet. Hij tilde haar wel een meter op van de grond en drukte haar teder in zijn armen. Ik lachte toen vader mij zag. Hij lacht al naar mij, zei hij fier en hij heeft toen zijn soldatenkepie* op mijn hoofdje gezet en tranen van geluk geweend.

     

    11-07-2008 om 23:50 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gaarne uw mening, Jack.

    Brief aan Jack Vanlichtervelde.

     

    Beste Jack,

     

    Anderhalf jaar geleden – ’t was rond de jaarwisseling – hadden we het over het malthusianisme, de theorie van Malthus. Herinnert ge u dat nog? Sta mij toe dat ik hier nog even de theorie definieer. Dat de exponentiële groei van de wereldbevolking niet zal bijgehouden worden door de economische groei, waardoor onvermijdelijk afgestevend wordt op een catastrofe, de zogenaamde “malthusiaanse catastrofe”. Herinnert ge u ook dat ik toen voorspeld heb dat die catastrofe voor de deur stond, dat ze zich ongetwijfeld binnen de komende paar decennia zou voltrekken en dat de kans er dik inzit dat wij die catastrofe nog zouden meemaken? Welnu, die catastrofe is er reeds: de economie is in vrije val en ze zal nooit meer goed komen.

    Malthus was een fatalist en volgens hem was die catastrofe onvermijdelijk. Geboortebeperking zou theoretisch een oplossing kunnen bieden, maar zelf twijfelde hij eraan of die maatregel in voldoende mate uitvoerbaar was. Wat zien we? Ondanks de geboortebeperkende maatregelen die wereldwijd genomen worden, is de wereldbevolking nog nimmer zo snel toegenomen als dat op heden het geval is. Maar vooral het aantal mensen dat deelneemt aan de verdeling van de koek neemt in een duizelingwekkend tempo toe: de één of twee miljard chinezen – ik ben even de tel kwijt – bijvoorbeeld en de immigranten die uit “onleefbare streken” komen. Met “de koek” bedoel ik in de allereerste plaats… olie!

    Een paar honderd jaar geleden, toen het nog allemaal niet om olie draaide, werd er anders geleefd in onze contreien. De vrouwen werden een keer of twintig zwanger, ze baarden gemiddeld een dozijn kinderen, waarvan er pakweg de helft de volwassen leeftijd bereikten – dat de bevolking niet nog sneller aangroeide kwam ook door de beperkte gemiddelde levensduur –. Dat was de normale gang van zaken, ofschoon er toen ook al in enige mate aan geboortebeperking werd gedaan. Let wel: geboortebeperking was verboden door de godsdienst. Wanneer een vrouw in ’t eerste jaar na haar huwelijk niet zwanger werd, trok de pastoor er heen om te zien wat er aan de hand was, of er in het jonge gezin geen zondige praktijken werden op na gehouden van “coïtus interruptus” of iets in die zin… Zo is er het verhaal van Rommeke Sanders: mijn moeder heeft het mij verteld. Toen ze pas getrouwd was, ging de pastoor er regelmatig op bezoek om haar te wijzen op haar plicht om veel kindertjes op de wereld te zetten. Toen ze er een dozijn had, vertikte de pastoor het bij Rommeke nog binnen te gaan want hij kon niet tegen het lawaai van al die huilende snotterende kinderen en tegen de doordringende stank van de kak- en pisdoeken. Zaadlozing – en het daarbij horend orgasme – dewelke niet tot zwangerschap, zegge nieuw leven, kon leiden, was des duivels, zware doodzonde dus. Over het “onnodig” vrouwelijk orgasme heb ik nooit een uitspraak vanwege moeder de Kerk gehoord. Of dachten ze dat dát niet bestond? Over betrekkingen met een vrouw die al zwanger was, of een die de vruchtbare levensperiode voorbij was, heb ik ook nooit een duidelijke uitspraak gehoord: niet écht doodzonde denk ik, maar wel… af te raden.

    In die tijd stond het afdrijven van een embryo van een paar weken oud, gelijk met doodslag met voorbedachten rade, moord dus. In het hiernamaals werd het veel zwaarder aangerekend dan het doden van honderd ketters, ongelovigen waar geen bekeren aan was. Wie onder dwang de dood verkoos boven het loochenen van zijn god, was een martelaar en werd heilig verklaard. Wie daarentegen zich liet doden of zichzelf van het leven beroofde omdat hij ongeneeslijk ziek was en ondraaglijke pijnen leed, beging een zware doodzonde, werd bij andere zware zondaars in ongewijde grond begraven en mocht al blij zijn als zijn kinderen en kleinkinderen voor zijn wraakroepende zonde niet gestraft werden met een verbod om hun plechtige heilige communie te doen, zoals ook het geval was voor  kinderen van gescheiden ouders. Al dient er gezegd dat er vroeger weinig echtscheidingen waren. Het hoefde daarom niet altijd allemaal koek en ei te zijn in het huishouden. Dat hoorde ik, geen week geleden, zeer treffend verwoorden op de VRT door een “stand-up comedian”, in dezer voege: “Vroeger was alles véél beter. Er werd toen zo goed als nooit gescheiden. Al gooiden de echtelieden hun hele huisraad naar elkanders hoofd aan diggelen, al neukte de man het hele dorp plat, al kwam hij iedere dag stomdronken thuis, al sloeg hij de vrouw op geregelde tijdstippen bont en blauw,  ze bleven bij elkaar, uit… liefde!

    We zijn het gewend geraakt dat het met de economie op en af gaat. Doch wees er maar zeker van dat het nu alleen nog bergaf zal gaan. En de prijs van de olie zal alleen nog maar naar omhoog gaan. Weldra zullen er alleen nog “bedrijfswagens” rijden, maar ook dát zal onbetaalbaar worden. Tot men, over tien à twintig jaar misschien, eindelijk zal inzien dat zon, water, wind en spierkracht genoeg energie kunnen leveren voor de hele wereldbevolking, die tegen die tijd weliswaar tot de helft of tot een vierde zal herleid zijn. De economische ineenstorting zal immers gepaard gaan met ongekende volksvernietigingen door oorlogen en epidemieën: de malthusiaanse catastrofe. Dat is het zelfregulerend effect van de natuur. Want de natuur, mijn beste Jack, bezit regulerende krachten die wij met ons verstand niet kunnen begrijpen. Wist gij dat er in tijden van langdurige oorlogen, waarbij vele manschappen sneuvelen, meer jongetjes geboren worden dan meisjes? Wonderbaar toch!

     

    Gaarne uw mening, Jack, per kerende post.

     

    Uw vriend en oude strijdmakker,

     

    Kris

    03-07-2008 om 00:28 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bauwens over Boonen.

    Mijn dochter noemde haar professor in de filosofie steevast "lapzwans" en het vak zelf "lapzwanzerij". Mijn zoon daarentegen heeft ooit zijn gewezen leermeester de filosoof Etienne Vermeersch een buitengewoon verstandig man genoemd "omdat hij zich altijd laat leiden door de rede", ofschoon hij het lang niet altijd met hem eens is. Waren Socrates, Plato en Aristoteles lapzwanzen? Ik zou daarop "neen" durven antwoorden. Werden zij indertijd - en dat is pakweg zo'n 2500 jaar geleden - immers niet tot de verstandigste mensen van hun tijd gerekend? En toen krioelde het van de verlichte geesten in het oude Griekenland!

    Openstaan voor de rede en daarmee alle domeinen van de menselijke geest bestrijken, is dat niet waaraan de filosoof moet voldoen?

     

    Jan Bauwens, filosoof uit Serskamp, niets menselijks is hem vreemd. En dan heb ik het over literatuur, beeldende kunst, muziek, godsdienst, wiskunde, natuurkunde en de andere wetenschappen. Ook de politiek, de media en de sport. Waar staan de media vol van, de laatste tijd? Tom Boonen, topwielrenner, weliswaar woonachtig in Monaco, maar geboren op Vlaamse grond en die de Vlamingen maar al te graag als een van de hunnen beschouwen. Over “de zaak Boonen” schrijft Jan Bauwens op 12 juni, onder de titel “Reklamepanelen met voorbeeldfunctie!?”:

    “Wielergod aan de drugs”, blokletteren de media, maar ze liegen en ze zijn bovendien bijzonder hypocriet: zoals zijn prestaties bewijzen, is deze wielergod volstrekt niét aan de drugs, doch integendeel haast erger nog: hij is aan de schandpaal. En de verantwoordelijken daarvoor zijn sensatiegeile media die voor geld tot alles in staat blijken, desnoods tot het neerhalen van een gewone volksjongen die zijn ganse jeugd opofferde en die dankzij een uitzonderlijk strenge levenswandel en een haast onmenselijk harde training, een dagelijkse bron van vreugde werd voor menig Vlaamse volksmens... die de eigen verzuchtingen in deze god weerspiegeld mag zien.

    De wielergod wordt nu geweigerd in de Ronde, naar verluidt omdat wielergoden een "voorbeeldfunctie" zouden vervullen. En dit is nu wel eventjes de maatschappelijke hypocrisie ten top gedreven.

     

    Hier eindigt het betoog natuurlijk niet, beste lezer. De rest kunt u lezen op de weblog van de auteur-filosoof www.bloggen.be/tisallemaiet.

    En nu hoor ik een van mijn trouwe lezers zich afvragen wat míjn mening is in “de zaak Boonen”. U bent ontgoocheld natuurlijk als ik u vertel dat ik daarover (nog) geen mening heb. U noemt mij een mossel, omdat ik (nog) geen mening heb. Maar Socrates had toch ook niet altijd een mening. Soms was hij er zelfs fier op, geen mening te hebben. Toen hem gevraagd werd of een bepaald mythologisch verhaal écht gebeurd was, placht hij te antwoorden: “de enen zeggen zus, anderen zeggen zo, maar de wijzen twijfelen en… ik wil mij niet van deze laatsten distantiëren”. Zou ik dan dwaas zijn om over “de zaak Boonen” (nu nog) geen mening te hebben? Was ik dwaas toen Maria Debosscher zaliger mij vroeg, jaren geleden, kort voor haar dood:

    - Wat denkt gij over de hemel? Zou hij bestaan of zou hij niet bestaan? De pastoor zegt dat de hemel bestaat, dat daarover geen twijfel mogelijk is. En de pastoor is toch een verstandig man! Maar daar staat tegenover dat Maurice Defoort bij hoog en bij laag beweert dat er onmogelijk een hemel kan bestaan, en niemand zal toch durven beweren dat ook Maurice geen verstandig man is, zeker… Daarom vraag ik het aan u, want ook gij zijt een verstandig man, gij hebt gestudeerd.

    Ik heb haar toen in eer en geweten geantwoord:

    - De pastoor en Maurice Defoort zijn, in tegenstelling tot wat gij denkt, Maria, geen verstandige mensen. Maar ik, Maria, ik ben wel degelijk een verstandig mens: ik wéét het niet, ik twijfel…

    Maria glimlachte. Ik had de indruk dat mijn antwoord haar voldoening schonk en ik had ook de indruk dat ze het meende toen ze mijn hand vastpakte en zei:

    - Gij zijt inderdaad de verstandigste… ik geloof u.

    20-06-2008 om 21:43 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De mammelokker.

    Mammelokker! Geen mens die het woord verstaat, of hij moet Gentenaar zijn. “Tiete(n)zuiger” zal ongetwijfeld veel verstaanbaarder overkomen, zowel boven als onder de Moerdijk. En zo weet u meteen, beste lezer, wat een “mamme” is en wat een “lokker” is: een “vrouwenborst” dus en… een “zuiger”. Het zal u dus ook niet verwonderen dat zuigen in ’t Gents “lokken” is, althans als men “zuigen met de mond” bedoelt, want het woord “stoflokker” komt, voor zover mij bekend, niet voor in het Gents dialectwoordenboek.

    Dat mijn “lokker” een oude man is, die in een bordeel de borst van een jonge vrouw in de mond neemt, tot daar nog aan toe. Maar als ik u vertel dat die man de vader is van de jonge vrouw, dan wordt het al heel wat griezeliger…

    U vraagt zich natuurlijk af, u die trouw mijn cursiefjes leest, waarom ik deze  toer opga. Ik, die er steeds zorg voor gedragen heb alle incestueuze obsceniteiten uit mijn pen te bannen. Ze verdient de doodstraf! hoor ik sommigen onder u al roepen, want onze godsdienst laat het niet toe. En toch, sla deze bladzijde niet om, want wat nu volgt is te harer – en ook te mijner – verdediging.

    De man heet Cimon en de jonge vrouw heet Pero. Het verhaal zou een Romeinse legende zijn, maar het gebeuren heeft zich waarschijnlijk afgespeeld in het oude Griekenland. Dat laatste zou mij alleszins niet verbazen, want de enige keer dat ik de naam Pero nog tegengekomen ben, is in de Griekse mythologie. Die Pero was de kleindochter van de zeegod Poseidon en de zuster van Nestor, koning van Pylos. Ze moet zéér mooi geweest zijn…

    Maar keren wij terug tot déze Pero. Haar vader Cimon was een krijgsman die in ongenade gevallen was bij zijn koning, wegens ontrouw aan die koning. Samen met drie anderen, eveneens ontrouwe opstandelingen, werd Cimon in een kerker geworpen, om er de hongerdood te sterven. De vier mochten éénmaal daags bezoek ontvangen doch er mocht hen geen voedsel toegediend worden. Alle bezoekers werden dan ook grondig afgestast om er zeker van te zijn dat zij geen voedsel binnensmokkelden. Sommigen beweren dat de bezoekers zelfs helemaal uitgekleed werden. Het duurde niet lang of de mannen werden bleek en graatmager en weldra stierven ze van uitputting. Tenminste, drie onder hen. Cimon bleef er stralend uitzien, blozend en gezond. De bewakers vonden dat zeer bevreemdend. Het kon niet anders of het dagelijks bezoek van Cimons dochter, Pero, moest hier voor iets tussen zitten. Bij haar eerstvolgend bezoek werd Pero twee keer zo grondig afgetast – volgens sommigen helemaal uitgekleed – vooraleer zij in haar vaders kerker mocht binnentreden. Brandend van nieuwsgierigheid keken de cipiers door het sleutelgat van de gevangenisdeur. Vóór hun ogen speelde zich het fantastisch schouwspel af, lieve lezer, dat ook u kunt aanschouwen, als u een bezoekje brengt aan de Gentse lakenhalle naast het belfort. In later jaren werd die lakenhalle omgevormd tot gevangenis en werd er een cipierswoning aangebouwd. Welnu, boven de ingang van die cipierswoning vindt u een bas-reliëf, uitbeeldend dit indrukwekkend tafereel: een jonge vrouw, pas bevallen van een kind, geeft de moedermelk aan haar vader. En het mooie eraan is dat het verhaal voor beiden een gelukkig einde heeft gekend. De gevangenisbewaker ging zijn bevindingen melden aan de koning. En deze, ongetwijfeld geen ongevoelig man, was dermate ontroerd door zoveel ouderliefde, dat Pero ongestraft bleef en Cimon zijn vrijheid terugkreeg.

    En als u het nog niet kende, dan kent u het nu, het verhaal van de mammelokker. Bent u dan niet blij dat u dit gelezen hebt? En als u de mammelokker nog niet gezien hebt, laat daar maar gauw verandering in komen: ’t es ’t ziene weert!

    12-06-2008 om 18:07 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    05-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gisteren was het achtenzestig jaar geleden dat...

    Op 4 juni, zag ik het levenslicht*, in het kliniekje van dokter Rommens in Anzegem. 's Anderendaags reeds ging moeder met mij naar huis, naar Elsegem. Ik ben dus een geboren Anzegemnaar, maar getogen in Elsegem. Ja, zó heb ik het altijd goed gevonden. Die vierde juni zijn ook John Massis en Germain Heyse geboren. Dat was, afgezien van onze geboorte, overigens geen onbelangrijke datum in de geschiedenis van de tweede wereldoorlog. Het was het einde van de operatie Dynamo, de reddingsoperatie* die tien dagen had geduurd en waarbij enkele honderdduizenden Britse en Franse soldaten via de haven van Duinkerken over het Kanaal naar Engeland konden overgebracht worden, aldus ontsnappend aan het moordend Duits geweld. Die vierde juni was het ook dat Churchill zijn overbekende speech hield: wij zullen strijden, op de stranden en op de landingsbanen*, in de straten en in de velden en op de heuvels en “we will never surrender”! [dit komt uit “0 jerum, jerum, jerum…” verschenen in 2006, eveneens op de vierde juni]

    Mijn verjaardag is tamelijk onopgemerkt voorbij gegaan en zo heb ik dat het liefst. Toen ik nog een kind was werd er helemaal niet druk gedaan om een verjaardag. Ik had broertjes noch zusjes en buiten vader en moeder was er waarschijnlijk niemand die mijn geboortedatum kende. Maar vader en moeder wensten mij geen “gelukkige verjaardag” en denk nu maar niet, beste lezer, dat ze niet het allerbeste voor hadden met hun enig kind. Wel duizend maal integendeel! Verjaardag wensen was toen doodsimpel niet de gewoonte bij ons. Meestal dacht ik er zélf niet aan, dat het mijn verjaardag was. Het was moeder die er mij aan herinnerde. Bijna ieder jaar bracht ze mijn geboorte ter sprake. ’t Was, voor zover ik mij niet vergis, nooit de vierde juni, maar wel de vijfde. Haar oog viel op “De Druivelaar”. Kijk, kijk, zei ze, ’t was gisteren zoveel jaar geleden dat ík in Rommens kliniekske lag om ú te kopen. En dan kwam weer het verhaal van de oorlog. Ze had het over zichzelf: die vierde juni is waarschijnlijk de belangrijkste dag van haar leven geweest. Het leek wel of die vierde juni háár verjaardag was. Ik gunde het haar. Ze was pas één of twee dagen terug van de vlucht toen mijn geboorte zich aankondigde. Op een boerenkar had ze in haar hoogzwangere toestand dagenlang door het Vlaamse land gehotst en vader zat in de oorlog. Ik was drie maand oud toen vader mij voor ’t eerst zag…

    Later, toen ik getrouwd was en kinderen had, werden de verjaardagen wel degelijk gevierd, met cadeautjes en etentjes. Vaak keek ik er naar uit, naar die verjaardagen. Nu wordt ik liever met rust gelaten. Het liefste nog zou ik hebben dat moeder lief mij vannacht komt bezoeken en zachtjes in mijn oor fluistert: jongen, ’t was gisteren achtenzestig jaar geleden dat ik in Rommens kliniekske lag…

    05-06-2008 om 17:54 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    03-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Plagiaiku's.


    Enkele weken geleden wist ik niet eens wat een haiku was en kijk eens wat ik nu al uit mijn mouw schud: vijf stuks!

     

    haiku nummer 1:

    corruptie mensenrechten

    gebrek aan respect

    de deur blijft open

     

    haiku nummer 2:

    anke een onbekende

    blanke man

    senator ongeschonden

     

    haiku nummer 3:

    de nieuwe kasseien

    zien er mooi uit

    een fietspad in dolomiet

     

    haiku nummer 4:

    alweer relativeren

    pezen die pijn doen

    kunnen niet scheuren

     

    haiku nummer 5:

    krijsende meiden

    vettige ondergrond

    en een moddergevecht

     

    Ik weet het, beste lezer, u staat perplex. U had natuurlijk niet verwacht dat ik in staat was om op die korte tijd zo’n hoog niveau te bereiken. Een normaal mens doet daar veertig jaar over. Maar… halt! Vóór u over mij in superlatieven gaat denken moet ik u opbiechten dat mijn haiku’s in zekere zin plagiaat zijn. Wat zeg ik: in zekere zin? Het ís plagiaat: het zijn “plagiaiku’s”. Voorzeker wordt ik nu voor de rechtbank gedaagd, maar ik zal mijn bronnen vermelden en dat zal mijn straf ongetwijfeld verlichten… Of is er geen gerechtigheid meer in dit land, misschien? Hier zijn ze, de bronnen. Ze komen alle uit de krant “Het Laatste nieuws” van heden 3 juni 2008.

     

    Bron van plagiaiku nummer 1 (uit het internationaal nieuws, pag. 1):

    “… Het begon allemaal met de verklaringen van minister Karel De Gucht over de corruptie en de schending van de mensenrechten in Congo. Aanvankelijk leek het wel over ‘de toon’ van De Gucht te gaan en zijn gebrek aan respectDe deur blijft open...” get. LUK VAN DER KELEN.

     

    Bron van plagiaiku nummer 2 (uit het nationaal nieuws, pag. 1):

    ... Anke Van dermeersch… is in Brussel op straat aangevallen door een onbekende, blanke man… de senator zelf kon ongeschonden ontkomen.” get. VDAA.

     

    Bron van plagiaiku nummer 3 (uit het regionaal nieuws, pag. 15):

    … De werken verlopen vlot en de nieuwe kasseien zien er mooi uit… Er komt een fietspad in dolomiet” get. PETER LANSSENS.

     

    Bron van plagiaiku nummer 4 (uit het sportnieuws, pag. 26):

    … verder kon ze de miserie alweer relativerenpezen die pijn doen, kunnen niet scheuren” get. MM.

     

    Bron van plagiaiku nummer 5 (uit het sportnieuws, pag. 25):

    get. FILIP DEWULF.

    Hetgeen meteen betekent dat we op onze honger blijven zitten tot… Wimbledon, tot wij mooie hijgende en jankende Maria weer op het scherm te zien krijgen.

    03-06-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-05-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brief aan een collega.

    Beste Herman,

     

    ’t Is alweer een tijd geleden – een jaar of twee, als ik mij niet vergis – dat je door één van je patiënten deerlijk werd toegetakeld: schedelbreuk, gebroken neus, gebroken ribben… En toch, wees blij, dat je er het hachje niet hebt bij ingeschoten. ’t Had veel erger kunnen zijn, nietwaar? Ik mag hopen dat je er geen hersenletsel aan over gehouden hebt.

    Je vraagt je natuurlijk af waarom ik je deze brief schrijf. Het is om mijn medeleven te betuigen, naar aanleiding van het artikel in Het Laatste Nieuws van woensdag 21 mei. Een paar jaar na de feiten is dus uitspraak gedaan door de rechtbank: een weloverwogen uitspraak ongetwijfeld, aangezien ze er zo lang over nagedacht hebben. De rechter vindt het niet billijk jou een schadevergoeding toe te kennen, “rekening houdende met het grote verschil in vermogen tussen de dokter en de dader”. Dat de zesentwintigjarige dader minder vermogend is dan de zesenzestigjarige dokter kan ik mij voorstellen, maar de formulering doet vermoeden dat men er van uitgaat dat jij een zéér vermogend man bent. Kijk, dáárvan was ik nu niet op de hoogte. Heb jij de rechter inzage gegeven in je bankrekening? Dát had je nou niet moeten doen, Herman. Hoge bomen moeten immers in staat zijn om veel wind te vangen, zal de rechter geoordeeld hebben. In jouw geval zijn dat zware klappen geweest met de ongetwijfeld serieuze fysieke en psychische nasleep, de werkonbekwaamheid, de medische kosten, de advocaatskosten en – geen mens die het kan geloven –  de gerechtskosten, die allemaal te jouwen laste vallen. Dat zal je leren onvermogenden, zeker als ze nogal opvliegend zijn, onder je cliënteel te dulden en je eigen vermogen kenbaar te maken aan de rechter! Misschien ook moet je in sommige gevallen wat “toeschietelijker” kunnen zijn. Zo heb ik bijvoorbeeld in mijn hele carrière nooit geweigerd een bepaald medicijn of een aantal dagen werkonbekwaamheid voor te schrijven als dat mij “met aandrang” werd gevraagd.

    Kan ik veel meer doen dan je mijn sympathie betuigen, mijn beste Herman? Je weet waarschijnlijk wel dat ik geen ziekenhuispraktijk meer heb. Anders had ik jou met het meeste genoegen een gratis behandeling aangeboden, voor het geval je er nog een neusletsel aan over gehouden mocht hebben, dat chirurgische therapie zou vereisen. Neen, geen dank: trouw aan de oude Hippocratische eed heb ik mijn collega’s en hun gezinsleden immers te allen tijde gratis behandeld…

    Maar om het nu over een luchtiger onderwerp te hebben – om het gesprek over een andere boeg te gooien, zoals men zegt – , heb je naar de halve finale van het Songfestival gekeken? Natuurlijk wel. En heb je een stem uitgebracht? Natuurlijk niet. Om voor “O julissi” te kunnen stemmen had je immers naar het buitenland moeten trekken, en dat zou tóch geen zin gehad hebben: er zitten veel te weinig Vlamingen in het buitenland. Voor een ander lied stemmen? Wat zouden we! Je vermindert er de eigen kansen mee en… buiten “O julissi” was er, mijn inziens, maar weinig goeds. Vind je het grappig dat ik het daarover heb? Het komt gewoon doordat er in diezelfde krant van 21 mei nogal wat over nagekaart wordt. “Jammer” en “onbegrijpelijk” (!), wordt er geschreven, maar… komend jaar zullen we wel met een beter lied voor de dag trachten te komen.

     

    Met genegen groeten en hou je haaks!

     

    Kris.

    29-05-2008 om 00:00 geschreven door Kris Vansteenbrugge  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (2)


    Foto

    Wenst u mijn memoires te lezen: u kan het boek lenen in de bibliotheek of kopen. Voor alle inlichtingen: zie op 4 juni 2007 onder de titel "O jerum, jerum, jerum...: een hit!"

    O jerum jerum jerum…

    Mijn memoires

    (2006, 206 p., 17,95 €)

    Te bestellen via mail:

    kvansteenbrugge@gmail.com

    (geen verzendkosten)


    Foto

    Mijn nieuwste boek "Uit het schuim (van de zee)", de Griekse mythologie in 136 verhalen, 402 p., kan besteld worden via mail (kvansteenbrugge@gmail.com) of via mijn telefoonnummer 056.215944. Prijs: 18,95 euro (er hoeven geen verzendkosten betaald te worden).
    Lees iedere maandag en iedere vrijdag een nieuw verhaaltje uit de GRIEKSE MYTHOLOGIE op www.bloggen.be/dzeus

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !



    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek
  • rra0it96k7co
  • aqpfxx
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)
  • goede morgen
  • herinneringen

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Zoeken in blog


    Liefdesgedichtje

    Mijn lief,
    'k wil me vermeien
    in je tepelhoven,

    een huisje bouwen
    op je venusheuvel
    van satijn.

    'k Wil in 't putje
    van je navel toeven
    en altijd bij je zijn.


    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.


    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!