A spoilerfree subjective look on COMICS, MANGA, COMICS & COMICS...
15-03-2010
Mike Mignola
Vanaf vandaag staat mijn interview met Mignola, de geestelijke vader van Hellboy, op de site van Stripelmagazine. Was een week zenuwachtig omdat ik één van mijn helden zou ontmoeten maar dit was totaal onterecht. De man bleek een sympathieke spraakwaterval van jewelste te zijn.
In 2008 kreeg "5" een Eisner voor "Best Anthology". Het was een samenwerking in eigen beheer (oplage 1000 ex.) door Gabriel Bá en zijn broer Fabio Moon (Casanova, Day Tripper), Becky Cloonan (Demo) en 2 minder gekende tekenaars, namelijk de Griek Vasilis Lolos en de Braziliaan Rafael Grampa. (Deze artiesten hebben sedertdien nog eens samengewerkt aan het griezelverhaal "Pixu" maar dan zonder Rafael Grampa.) Het tweede teken van leven door Grampa op de Westerse stripmarkt was "Mesmo Delivery", een eigenzinnige comic bij AdHouse Books met een oplage van 2000 exemplaren welke al vlug uitverkocht geraakte. Deze strip werd door de 'happy few' die het boek in handen kregen de hemel in geprezen. Ondertussen werd er op eBay uitzinnige prijzen voor geboden. Een herdruk was dus aan de orde van de dag en die is er nu gekomen dankzij Dark Horse.
In dit boekje staat het verhaal van Rufo, een stoere bonk die de job aanvaardt om een mysterieuze vracht te vervoeren. Aan zijn zijde zit Sangrecco, een Elvis-imitator, die erop moet toezien dat het contract naar behoren wordt uitvoerd. Tijdens een pitstop raakt Rufo slaags met de plaatselijke vechtbaas, iets wat voor een patser als Rufo op het eerste zicht geen probleem lijkt ...
"Mesmo Delivery" is een kortverhaal dat je na 20 minuten achter de kiezen hebt. Maar het zijn 20 zalige minuten : het rauwe, expliciete geweld spat van de pagina's, de geniale dialogen knetteren, de onvoorspelbare verhaalwendingen, de broeierige sfeer... Het leest als een mengeling tussen Grindhouse Cinema en een aflevering van "The Twilight Zone", afgeleverd door een grafisch genie.
Grampa's tekenwerk is oogverblindend mooi, zelfs al werkt hij met een beperkt grauw kleurenpalet en verbeeldt hij afstotelijke mensen, groezelige decors en gruwelijke gewelddaden. De man weet lelijkheid zo virtuoos te tekenen dat elke pagina een feest voor het oog wordt. Het is ook prachtig om zijn spel met camerastandpunten en beeldkaders te zien. Zijn tekenstijl kan men enigszins vergelijken met het werk van Frank Quitely (All Star Superman) en Paul Pope (Batman - Year 100) maar Grampa heeft duidelijk zijn unieke stijl gevonden.
Ik heb niets anders dan lof voor dit boekje. Dark Horse heeft voor deze herdruk zijn best gedaan. Bij deze voorbeeldige editie krijg je als extra's een zestien pagina's tellende 'making of' en pin-ups door Mike Allred, Eduardo Risso, Graig Thompson en Fabio Moon.
Later dit jaar verschijnt het post-apocalyptische "Furry Water & The Sons of the Insurrection" (6 issues), een samenwerking tussen Grampa en de Braziliaanse SF-auteur Daniel Pellizzari.
Als comic fanboy werd ik al vele maanden warmgemaakt voor deze hardcover, enerzijds door de zeer positieve reacties van degenen die de maandelijkse comics lazen, anderzijds door de fantastische trailers die de release van de verfilming in april aanstaande aankondigdt. Dit is niet de eerste Mark Millar-strip die wordt verfilmd, die eer gaat naar "Wanted", maar wat deze uniek maakt is dat de film al werd afgewerkt terwijl de comics (8 deeltjes in totaal) nog aan het verschijnen waren. Ook lijkt het erop dat de film, in tegenstelling tot "Wanted", de strip nog redelijk trouw volgt.
De naam "Mark Millar" doet mijn nerdboy-hartje zowiezo al wat harder kloppen want de man heeft me nog nooit teleurgesteld sedert het moment dat hij Ellis opvolgde voor "The Authority" : "Ultimate X-Men" (issues 1-33), "The Ultimates" 1 & 2, "Civil War", "Wanted", "Old Man Logan", enz... Het zijn allemaal aanraders.
Dit album draait rond David Lizewski, een ware comic nerd, die zich afvraagt waarom niemand zich ooit, in die tientallen jaren van superhelden-comics, als een superheld heeft verkleed om als vigilante de straten veiliger te maken. Wanneer de naieve tiener de proef op de som wil nemen leert hij met meer vallen dan opstaan dat de wereld van Marvel en DC ver verwijderd is van de realiteit. David's alter ego krijgt al vlug de naam Kick-Ass en het duurt niet lang voordat hij een zekere bekendheid geniet (dankzij YouTube) en op gelijkgezinde zielen stuit : Big Daddy (een ex-politieagent die zich tegen de geörganiseerde misdaad keert), Hit-Girl (zijn tienjarige dochter) en Red Mist (een jonge kerel, geïnspireerd door Kick-Ass maar met meer financiële middelen). Ik verzeker je dat Hit-Girl, ondanks haar gruwelijke daden, met haar bambi-oogjes je hart zal stelen. Zal David's optimisme en heldendrang zijn ondergang betekenen zoals het begin van het boek suggereert ?
Het geweld, zowel de taal als de actie, is zeer expliciet. Het is zelfs nogal overdreven à la Tarantino maar dat maakt het ook fun. Millar brengt hier zeker geen realistisch verhaal. Hoe levensecht sommige elementen ook mogen aanvoelen, er zijn verhaalwendingen die nogal ongeloofwaardig zijn. De dialogen zijn schitterend, Millar weet zich goed in te leven in de denkwereld van zijn protagonisten waardoor alles zo naturel aanvoelt. De zwarte humor, vol knipoogjes naar de wereld van comics, deed me enkele keren zelfs hardop lachen. De hopeloze verliefdheid van David ten opzichte van een klasgenote en de vernederingen die hij gewillig ondergaat om dichter bij haar te zijn vond ik ook hilarisch. Het verteltempo ligt hoog, de spanning wordt steeds hoger opgevoerd en als lezer blijf je geïntrigeerd verder lezen tot de laatste pagina waar Millar je een logisch en bevredigend einde voorschotelt.
Het tekenwerk van John Romita Jr. (Amazing Spider-Man) is weer schitterend. Er was wat vrees dat zijn tekenstijl zou vloeken met het zeer gewelddadige karakter van het boek maar dit bleek totaal ongegrond te zijn.
Ik heb enorm genoten van deze strip. De hype, die waarschijnlijk in de komende weken nog groter zal worden, is al voor de helft gerechtvaardigd in die zin dat het boek een topper van jewelste is. "Kick-Ass" is een geweldige team-up van Millar en Romita Jr., 2 grootmeesters in het comic genre.
The Filth was Grant Morrison's tweede project bij Vertigo na "The Invisibles". Deze bundel bevat de dertien afleveringen die verschenen tussen augustus 2002 en oktober 2003. De titel verwijst naar pornografie en een Brits scheldwoord voor de politie. In dit boek lapte Morrison alle conventies aan zijn laars. Het is een strip geworden waarbij de lezer het diepe wordt ingeduwd.
Door het complexe krankzinnige verhaal is het moeilijk om een beschrijving te geven die recht doet aan Morrison's genialiteit. Hier volgt een bescheiden poging : Greg Feely is een slonzige, vereenzaamde vrijgezel uit Londen. Het enige wezen van belang in zijn leven is Tony, zijn ziekelijke kat. Na wat boodschappen (kattenbakvulling en porno) gedaan te hebben treft de man een mysterieuze vrouw, genaamd Miami, aan in zijn douche. Zij onthult dat Greg een dekmantel-persoonlijkheid is voor Ned Slade, een geheim agent voor The Filth. The Filth is een overheidsdienst die de meest bizarre, groteske opdrachten uitvoert om de Status Q (status quo) op de wereld te behouden. Er moet Ned echter iets overkomen zijn waardoor hij zijn ware identiteit onbewust onderdrukt. Ondanks zijn geheugenverlies wordt hij meteen ingezet om een bedreiging voor de Status Q, belichaamd door zijn vroegere collega/vriend Spartacus Hughes, bij de kraag te vatten. Hiervoor wordt hij bijgestaan door Miami en Comrade Dmitri-9, een charismatische Russische killerchimpansee. Ned wil echter gewoon zijn leven als Greg terug. Het verhaal speelt zich af in 3 parallelle werelden : - de grijze groezelige werkelijkheid van Greg, - "The Crack" : een kleurrijke wereld waar de meest geschifte zaken werkelijkheid zijn, - "The Paperverse" : een 2D-stripverhaal-univerum die lijkt op de oude comics van Marvel en DC.
Het gedetailleerde tekenwerk van Weston, geïnkt door Erskine, weet de geschifte ideeën van Morrison goed neer te zetten. Met de hulp van inkleurder Hollingsworth komen we in een sfeer terecht die het midden houdt tussen het psychedelische "Yellow Submarine" en het gewelddadige, expliciete "A Clockwork Orange".
Dit boek geeft de lezer waar voor zijn geld : voor een beter begrip dien je het met zo weinig mogelijk tussenpauzes te lezen. "The Filth" is op meerdere niveaus interpreteerbaar, je kan het lezen als een maatschappijkritisch of filosofisch werkstuk vol culturele verwijzingen en bepaalde elementen zijn zeker autobiografisch geïnspireerd. Voor mij is het zo’n beetje het cyberpunk-equivalent van “The Singing Detective”.Ik snakte naar een herlezing om meer nuances te vatten. Het is dus geen snelle hap die gemakkelijk wegleest, een zeker engagement van de lezer is een vereiste. Zo werd er in het 9de deel nogal veel onthuld in een vettig Schots accent die mij met momenten nogal wat ontcijfering vergde.
Het is een fascinerend werkstuk die naar de smaak van velen te complex of te elitair zal overkomen maar voor die dekselse meerwaardezoekers een aanrader van jewelste is.
Nate Powell (1978) begon op veertienjarige leeftijd, vanaf 1992, in eigen beheer strips uit te geven. Twee jaar later beheerde hij ook het platenlabel Harlan Records en stelde de man zijn vocale talenten ten dienste van verschillende punkgroepen. Van 1999 tot 2009 was hij tewerkgesteld als verzorger in een instelling voor mensen met ontwikkelingsstoornissen, psychische aandoeningen waar hij als kind ook mee werd geconfronteerd in zijn familie.
In dit boek volgen we de belevenissen van Ruth en haar stiefbroer Perry. Op het eerste gezicht lijkt er niks mis met de twee. Het zijn typische outsiders die onopgemerkt het schoolgebeuren trachten te ondergaan. De twee lijden echter aan schizofrenie. Perry heeft conversaties met het magiër-poppetje aan het uiteinde van zijn potlood die hem gebied om bepaalde tekeningen te maken. Ruth verzamelt cicaden en andere insecten in bokalen. Ze wordt meer en meer geplaagd door zeer levendige hallucinaties van insecten. Zo zien we al zeer vroeg in het boek hoe insecten door een rooster in het plafond zich op haar storten, een zeer griezelig en onrustwekkend beeld. Ruth en Perry weten dat enkel zij deze waarnemingen hebben maar dat maakt het voor hen niet minder echt. Het verhaal vangt aan wanneer de doodzieke dementerende oma bij hen thuis intrekt. Het wordt al vlug duidelijk dat de grootmoeder ook tijdens haar leven geplaagd werd door psychische problemen, haar schilderkunst als therapeutische hobby gebruikend. De lezer is getuige van gebeurtenissen in het familieleven terwijl Ruth en Perry worstelen met hun ziekte. Nate Powell leidt ons naar een verwarrend maar bevredigend einde.
"Swallow Me Whole" is echter geen voorlichtingsboek over schizofrenie geworden maar een donker poëtisch verhaal. Het deed me soms denken aan de film "Donnie Darko" door de wijze waarop realiteit en hallucinaties samenkomen, in die mate dat de grens tussen werkelijkheid en illusie steeds dunner wordt.
Powells tekenwerk is meesterlijk. Hij weet de onrust en de horror van de situaties, zowel reëel als ingebeeld, op een perfecte wijze weer te geven. Hij doet dit door op een effectieve wijze te spelen met donkerte en schaduwen. De gezichtsuitdrukkingen zijn ook een forte van de artiest waardoor emoties als angst, frustraties en stil verdriet perfect worden neergezet. Tevens stelt hij op een virtuoze, ongeziene wijze bladschikking en lettertypes ten dienste van de de vertelling waardoor je als lezer samen met de Ruth en Perry de grond onder je voeten lijkt te verliezen.
"Swallow Me Whole" is zeker geen spek naar ieder's bek. Het is een goddelijk mooi maar desonteriënterend boek die je ongemakkelijk doet voelen. Dit is zo'n strip die je dagen na lezing bijblijft. Dit werd bevestigd door de Eisner die Powell vorig jaar in ontvangst mocht nemen voor "best graphic album". Er staat een nederlandstalige versie onder de titel "Verzwelg Me" bij Uitgeverij Sherpa in de planning maar na het een paar keer uit te stellen is er geen publicatiedatum meer opgegeven.
Momenteel werkt Nate Powell aan 2 projecten. Er is "Any Empire" (Top Shelf, 2011), over het leven in een maatschappij van wantrouwen, angst, paranoia en racisme. Een jaar later verschijnt bij First Second Books "The Silence of Our Friends", een beeldroman geschreven door Mark Long en Jim Demonakos.
Traditiegetrouw kamp ik weerom met een enorme leesachterstand, een achterstand dat nu groter wordt door mijn drukke gezinsleven alsook een naderend loopbaanexamen. Hierdoor liggen mijn blog- en recenseer-activiteiten tijdelijk stil. Hieronder mijn voorlopige top 10 van 2009. Boeken als "Stitches: A Memoir" en "Vluchtweg naar de zon" zal ik zeker nog lezen maar het zal hoogst waarschijnlijk dit jaar niet meer zijn.
1. MONSTER (Urasawa)
Ik zal er wegens tijdsgebrek onterecht geen uitgebreide bespreking aan besteden. In Urasawa's vertelling moet dokter Tenma na een foute keuze op de vlucht, niet om zijn onschuld te bewijzen maar vooral om, tegen de eed van Hippocrates in, een mens te vermoorden. Dit is groots, zowel de ganse constructie van het verhaal, de uitstekende tekeningen, de wijze waarop de karakters zijn uitgewerkt, enz... Het plaatje klopt, van begin tot eind.
Goh, wat heb ik getwijfeld om deze strip aan te kopen. Toen ik het bij mijn plaatselijke stripboer doorbladerde sprak het me op het eerste zicht totaal niet aan : prenten van schijnbaar doordeweekse mensen in een plattelandsgemeente, vaak omkaderd door nogal lange flarden tekst. Dit zag er bijna geen strip meer uit. Na enkele positieve reacties op het forum "De Getekende Reep" en wekenlange aanprijzing in de krant "De Standaard' ben ik dan toch overstag gegaan…. en heb me dit geen moment beklaagd.
Feitelijk brengt Posy Simmonds hier een vrije bewerking van Thomas Hardy's roman "Far From the Madding Crowd" uit 1874 : het verhaal van een jonge vrouw die intrekt in de boerderij die ze geërfd heeft en een lawine van passie en drama in beweging zet...
In "Tamara Drewe" speelt het verhaal zich af in Stonefield waar de succesvolle misdaadauteur Nicholas Hardiman en zijn vrouw, Beth, een schrijverskolonie uitbaten. Hij schrijft zijn romans en ondertussen verhuurt zij kamers aan schrijvers die in rust en afzondering willen werken, zowel de logerende schrijvers als haar man op elke wenk bedienend. Tamara Drewe deed vroeger marketing voor de uitgever van Nicolas maar toen ze een neuscorrectie onderging leverde dit haar een succesvolle job als columniste op. Nadat ze haar intrek genomen heeft in het huis naast de schrijverskolonie van Beth en Nicolas begint er lanzaam en zeker wat leven in de brouwerij te komen in het anders zo saaie Stonefield, waar jongens uit verveling eieren stelen om ze te gooien naar passerende auto's.
Simmonds vertelt vanuit het standpunt van 4 personages : Beth, Tamara, het plaatselijke tienermeisje Casey Shaw en de Amerikaanse schrijver/professor Glen Larson die bij de Hardisons logeert. Naast de conventionele stripplaten lezen we hun innerlijke zielenroerselen, geschreven als dagboekschrijfsels, in de lappen tekst rondom illustraties. De lezer heeft hierdoor een duidelijker beeld van emoties en drijfveren terwijl je toch nog de dynamiek van de strip hebt. Wat Simmonds hier bereikt is uniek, het heeft iets literairs zonder een roman te zijn maar het is ook meer dan een strip. Op een gezapig tempo neemt ze haar tijd om ons bekend te maken met de personages. Enkel naar het einde toe, na enkele dramatische wendingen wordt het tempo opgedreven.
De wijze waarop alle personages worden geportretteerd is de sterkte van dit boek.Je ziet mensen van vlees en bloed met hun zwaktes en verlangens, de waarheden die ze weigeren onder ogen te zien en de dromen die ze koesteren.Er is geen held of centraal personage in dit verhaal maar dat houdt je niet tegen om mee te voelen met wat er gebeurt door de herkenbaarheid van de situaties.Simmonds etaleert een enorm inlevingsvermogen zonder te vergeten hier en daar wat humor te injecteren.
Ik zou bijna vergeten te vertellen hoe sterk het tekenwerk is. Haar gezichten weten zeer goed emoties over te brengen en haar landschappen zijn gedrenkt in de sfeer van het Engelse platteland. Haar tekenstijl deed me denken aan Will Eisner en Jan Kruis : levensechtheid met een minimum aan pennentrekken.
Dit verhaal verscheen oorspronkelijk in de krant "The Guardian" en is hier nog steeds online te lezen. Voor de boekuitgave heeft de originele strip wel nogal wat aanpassingen ondergaan, gaande van inkleuring, gezichtsuitdrukkingen, dialoog, stripkaders, enz... Ondertussen wordt dit boek ook verfilmd (release : 2011) door Stephen Frears met de schoonheid Gemma Arterton in de rol van Tamara.
Garth Ennis nam vorig jaar afscheid van zijn ‘Punisher Max’-reeks. Hierin zette hij de ultieme Frank Castle neer :Een vigilante die op een meedogenloze wijze afrekent met elke vorm van criminaliteit, van drugsdealers en vrouwenhandelaars tot zelfs de markmanipulatie in de energiesector. Kenmerkend voor deze Punisher was het hogere realiteitsgehalte waarbij Frank Castle het zwijgzame type is à la Clint Eastwood’s Dirty Harry.Ennis heeft hiermee een klassieker neergeschreven die elke comic book aficionado in huis hoort te hebben.Ondertussen lijkt Jason Aaron de fakkel van deze hardcore-Punisher met succes overgenomen te hebben.Volgend jaar zal ik hier zeker dieper op in gaan.
Deze bundel herlanceert de reguliere Punisher-reeks die zich in het met superhelden bevolkte Marvel Universum afspeelt.Het schrijfwerk hiervoor wordt gedaan door Rick Remender, een kerel die mijn hart al wist te veroveren met het even fantastische als knotsgekke “Fear Agent”.
Deze eerste aflevering speelt zich af tijdens “Dark Reign” waarbij na het afslaan van een Skrull-invasie Amerika geregeerd wordt door Norman Osborn.Al van de eerste pagina’s worden we geconfronteerd met Frank Castle’s onmogelijke situatie als gewone mens in een wereld van mutanten en superkrachtige wezens, wanneer hij op de hielen wordt gezeten door de Sentry, één van de supermensen die onder Osborn’s bevel staat.Remender vult deze bundel met enorm veel actie en geweld waarbij de Punisher dankzij de hulp van een nieuwe mysterieuze handlanger, de computer hacker Henry, toch meer kans heeft tegen zijn bovennatuurlijke tegenstanders.
Jerome Opeña’s ruwe tekenwerk weet me enorm te bekoren.Hij toont zich een meester in het tekenen van dynamische actiescènes, waarbij alles gedrenkt is in een donkere sfeer. Deze sfeer en de dialogen zijn vergelijkbaar met de huidige Daredevil-reeks of Ennis’ ‘Punisher Max’.Eigenlijk lijkt deze Frank Castle enorm op de Ennis-versie, het is dezelfde ruwe bolster maar in een totaal ander universum waardoor hij gedwongen wordt om met de hulp van Henry zichzelf als een soort James Bond uit diverse crisissituaties te redden.
In zijn hart blijft Remender nog steeds een geschifte skate-punker van de Amerikaanse Westcoast wat zich uit in kleine oprispingen van absurde humor.Vanaf issue #11 werkt de man weer samen met zijn trawant Tony Moore en het lijkt erop dat tegen dan de aan krankzinnigheid grenzende geniale ideeën echt op volle toeren zullen draaien….Zoals bij Spider-Man (Ultimate & Amazing) volg ik nu van Punisher beide reeksen.
« S.O.S Geluk » en « Meesters van de Gerst », twee van Jean Van Hamme’s talrijke geprezen stripalbums waren oorspronkelijk scenario’s voor niet gerealiseerde televisieprojecten hoewel het succes van de strip« Meesters van de Gerst » uiteindelijk toch bekroond werd met een televisiereeks.Zo is zijn nieuwste striproman « De Telescoop » van oorsprong een scenario voor een televisiefilm, welke eind jaren 80 tot een roman werd herschreven (gepubliceerd bij Uitgeverij « Le Cri” »).
De protagonisten in dit album zijn vijf vrienden van ongeveer 60 jaar die, wanneer ze de balans van hun leven tot nu toe opmaken, niet veel reden tot tevredenheid hebben.Het is een hechte kliek sympathieke losers en ze delen een gemeenschappelijke kick : het door een telescoop begluren van de overbuurvrouw van Julien. Ze is een prachtige femme fatale die haar gordijnen openlaat wanneer ze zich klaar maakt voor haar seksuële escapades met een rijke projectontwikkelaar door wie ze als maitresse onderhouden wordt...Wanneer één van de vijf mannen contact met haar opneemt heeft dit verstrekkende gevolgen....
Als voormalig handelsingenieur is de financiële wereld hem niet vreemd en hij weet deze kennis, zoals hij dit voordien al deed in « Largo Winch » en « I.R.$. », om te zetten in een zeer clever, lichtjes immoreel en grappig verhaal die je van de ene in de andere verrasing doet vallen met als stelling dat alles met geld te koop is, ook liefde en geluk.
Paul Teng (De Oneven Orde, Shane, ...) zet met zijn realistische tekenstijl de personages op een zeer expressieve manier neer wat de factor inleving enorm vergroot. Dit maakt het boek een perfecte samenwerking van 2 artiesten in grote form.
Een nieuw stripalbum geschreven door Jean Van Hamme is altijd een evenement.Het gebeurt dat dit onterecht blijkt te zijn maar hier is een staande ovatie op zijn plaats.
Tucker Stone kijkt eens door een roze bril naar enkele releases van de laatste weken.... Zo leren we wat het betekent om moedig te zijn en dat er niets mis is met cactusmelk...
De Japanner Yoshihiro Tatsumi, godfather van gekiga-manga , geniet sedert de publicaties van zijn oudere werk door Drawn & Quarterly (klik)van een grotere bekendheid in het Westen.
Tatsumi werkte 11 jaar aan “A Drifting Life” : een 855 pagina’s dik boek dat het leven van deze invloedrijke artiest verhaalt van augustus 1945 tot juni 1960.Het boek begint met de capitulatie door Japan op 15 augustus 1945.Als tienjarige mangaverslindende jongen tracht hij samen met zijn oudere broer, Okimasa, zelf manga te tekenen.Als prille tiener kent hij al wat succes via publicaties in verschillende magazines.Hierdoor krijgt hij de kans om enkele keren zijn grote voorbeeld Tezuka te ontmoeten.Als Tatsumi afstudeert is hij al vlug een fulltime mangatekenaar.
Manga was toen hoofdzakelijk gericht op kinderen, waardoor hij zeer gelimiteerd was als kunstenaar.Samen met enkele zielsverwante auteurs introduceert hij uiteindelijk een donkere, meer realistische stijl waaraan hij de naam “gekiga” geeft.Zo werd Tatsumi één van de belangrijkste Japanse tekenaars in de extreem competitieve wereld van de manga.
Het boek behandelt hoofdzakelijk zijn ontwikkeling als kunstenaar alsook de ontwikkeling van de manga-industrie in Japan na de Tweede Wereldoorlog. Het is ontstellend om te lezen welke kwantiteit door de tekenaars werd geproduceerd alsook de enorme concurrentie, zowel bij tekenaars als uitgevers onderling.De lezer krijgt ook wat inzicht in de wijze waarop uitgeverijen omgingen met hun tekenaars die soms als melkkoeien werden behandeld.
Het zou natuurlijk geen autobiografie zijn zonder dat we iets te weten komen over de mens Tatsumi. Zo zien we zijn relatie met zijn teleurstellende vader alsook zijn eerste (grotendeels frustrerende) ervaringen met de andere sekse.Het interessantst is de band met zijn broer, Okimasa.We zien hem afwisselend als vijand, mentor, vriend, criticus en collega van de auteur.
In het boek heeft de auteur zowel zijn naam (in Hiroshi Katsumi) als deze van enkele anderen veranderd om zo een zekere afstand met de werkelijkheid te creëren en bepaalde mensen niet te kwetsen.
Deze uitgave had nog een extra bijlage kunnen gebruiken.Er is al een appendix die dient ter vertaling van zaken als krantenartikels, brieven en affiches. Er wordt helaas totaal geen moeite gedaan om een westerse lezer enige duiding te geven bij de belangrijkheid van bepaalde auteurs of gebeurtenissen.Hoewel er mij hierdoor zeker enkele zaken ontgingen bleef ik echter wel gefascineerd verder lezen.
Dit verrijkend verhaal over een man die van zijn hobby zijn levenswerk maakt heeft me enorm geboeid.Als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van manga of de artiest Tatsumi moet je dit zeker eens proberen.
“Battle Angel Alita” verscheen in Japan onder de naam ‘Gunnm‘ van 1990 tot 1995.
In deze strip maken we kennis met Ido Daisuke (precies een mengeling van Professor Barabas, Tante Sidonia en Ragebol).Hij woont in Schrootstad, de chaotische samenleving die zich in de schaduw van het zwevende Zalem bevindt. De inwoners van Schrootstad leven letterlijk rond het afval dat uit Zalem gedropt wordt.Op deze afvalberg is Ido, een wetenschapper, mecanicien en premiejager, vaak op zoek naar resten van robots om zo weer één samen te kunnen stellen.Hier vindt hij het hoofd en romp van een zeer oude cyborg waarvan het brein nog steeds intact is.Hij slaagt erin deze robot weer aan de praat te krijgen, helaas zonder het geheugen te kunnen restaureren.Er groeit een emotionele band tussen de twee, die als premiejagers (hunter-warriors) beginnen samen te werken om misdadigers te vatten in Schrootstad waar ordehandhaving via politie niet bestaat.Al gauw blijkt dat Alita, ondanks haar geheugenverlies, de legendarische dodelijke Panzer-gevechtskunst beheerst.Na enkele tragische gebeurtenissen geraakt Alita zeer gemotiveerd om haar oorsprong alsook het geheim achter het utopische Zalem te ontrafelen…
Het is in de eerste plaats een actieverhaal en die actie kan soms nogal verwarrend overkomen. Zo zijn er 2 volumes gewijd aan een uiterst gewelddadig spel, motorbal, vol flitsende bijna niet te volgen actie, wat voor de modale striplezer wel wat te veel kan worden. De nogal geschifte wetenschappelijke en filosofische ideeën maken het allemaal niet gemakkelijker.
Waarom is dit dan in de ogen van velen een must-read ?
Er zijn de talrijke zeer goed uitgewerkte randpersonages variërend van Yugo, de jongen die ervan droomt Zalem te bereiken, tot de wrede Desty Nova, een krankzinnige wetenschapper van Zalem die experimenteert met mensenlichamen.De reeks is grimmige cyberpunk in overdrive (niet geheel gespeend van humor en knipoogjes) met als centraal thema “Wat betekent het om mens(elijk) te zijn ?”. Er valt trouwens ook niet te kijken naast de overload aan referenties naar Blade Runner, Moebius, Robocop, meerder muziekgroepen van Judas Priest tot Blue Öyster Cult, enz… Zo is het gevecht tussen Alita en enkele ninjas in volume 7 rond pagina 30 praktisch identiek aan deze in Frank Miller’s “Elektra Lives”.
Kisihiro weet te verbluffen met immens gedetailleerde tekeningen van zowel de steeds charmerende Alita alsook de totaal absurde actiesequenties.Wanneer iemand letterlijk de hersenen wordt ingeslagen bespaart de tekenaar je geen details.Hiernaast zijn ook de emoties en evolutie van de heldin op een meesterlijke wijze neergezet.
Yukito Kishiro was zelf niet tevreden met het einde van de reeks die er veel vroeger kwam dan oorspronkelijk gepland doordat de auteur toen ziek was.Enkele jaren later kwam hij met het 12-delige “Gunnm : Last Order” op de proppen welke de laatste helft van het negende volume negeert en het verhaal verder verteld zoals het door hem bedoeld was.Voorlopig wordt er hier geen Nederlandstalige publicatie van verwacht.
James Cameron is al enkele jaren bezig met de pre-productie van een verfilming die in 2011 in de bioscopen verwacht wordt.
“Battle Angel Alita” zou ik enkel aan de science fiction-liefhebber met een zwak voor manga-gekte aanraden.
Helaas geen bespreking op mijn blog deze week. Geen zin, geen tijd, blablabla... Heb wel nogal wat manga achter de kiezen. Zo lees ik momenteel "Monster" waarvan het 18de en laatste deeltje op 4 december uitkomt alsook "Battle Angel Alita" waarvan gisteren het slot in de winkelschappen terecht kwam. Ook heb ik deze week enorm genoten van David Lapham's "Terror Inc" en ben ik momenteel aan het opgaan in de wonderlijke team-up van Brian Michael Bendis en Jonathan Hickman voor "Secret Warriors"...
"This is the story of how we came to be. Of what happened to us, and those we knew, and loved, and fought. Where it went right ... and where it went wrong."
In 1999 had J. Michael Straczyncki een 15 jaar durende succesvolle cariere als schrijver/producer van televisiereeksen achter de rug, met als hoogtepunt het grotendeels zelf geschreven "Babylon 5". Hij had sporadisch eens iets geschreven voor comics maar nu begon hij aan een eerste langlopende stripreeks genaamd "Rising Stars". Toen enkele maanden geleden het superdikke 'compendium' (1008 pagina's) met de ganse verhaallijn, inclusief de 3 spin-offs uitkwam was de prachtige cover voor mij al reden genoeg om tot aankoop over te gaan.
Het verhaal : Bij 113 kinderen uit het dorp Pederson die geboren werden binnen de 9 maanden na de inslag van een mysterieuze meteoriet beginnen zich bovennatuurlijke krachten te manifesteren. Deze kinderen, "specials" genoemd, worden in "Camp Sunshine" geplaatst om geobserveerd en begeleid te worden, zogezegd in hun eigen belang.
De oorspronkelijke 24 delen tellende strip was geen onverdeeld succes. Het boek begint als een intrigerend moordmysterie. Iemand vermoordt enkele "specials" wanneer blijkt dat de gemeenschappelijke energie, die hen superkrachten geeft, herverdeeld wordt na het overlijden van één van hen. Hierdoor worden de overlevenden sterker. Nogal vroeg, na vijf issues, wordt de dader ontmaskerd en ontspoort het verhaal tot een gevecht tussen 2 kampen van supermensen. Na het 15de deel gaat de focus meer naar hoe de wereld een vredelievender/gezondere planeet zou kunnen worden en hoe dit tegengewerkt wordt door motivaties als geldzucht, machtswellust en angst. Door het boek heen zien we hoe het de "specials" vergaat. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen denken dat Peter Dawson door zijn onkwetsbaarheid een schitterend leven moet hebben maar dit blijkt totaal niet zo te zijn. Het verhaal wordt hoofdzakelijk verteld door John Simon, bijgenaamd "Poet", van wie al in het begin van het boek onthuld wordt dat hij de laatste overlevende van de "specials" is.
Het is onmogelijk om dit boek te lezen zonder overeenkomsten te zien met vroegere klassiekers als "Watchmen", "Squadron Supreme" of reeksen als "Batman" en "Superman". In vergelijking met de televisiereeks "Heroes" gaat dit boek op een veel betere en geloofwaardige manier om met de volgende vraag : "Hoe zou de wereld omgaan met een beperkte groep mensen die over superkrachten beschikt en hoe zou de onderlinge relatie tussen deze supermensen zijn ?". Straczynski weet zich goed in te leven in zijn protagonisten en hoe hun leven zou kunnen zijn indien ze echt zouden bestaan. Het geheel is duidelijk zeer ambitieus van opzet en hij weet een boeiend afgerond verhaal te vertellen. Zo is het onmogelijk dit boek te lezen zonder het te ervaren als een afspiegeling van het mens- en wereldbeeld van de auteur en in het bijzonder als kritiek op de wijze waarop de regering van Bush Jr. handelde met de terreurdreiging als alibi.
Maar een klassieker als "Watchmen" mag je ook niet verwachten. De eerste 15-tal delen lijden een beetje onder het flitsende tekenwerk van Christian Zanier die voor een louter actieverhaal wel gepast zou zijn. Ik zat af en toe te denken dat deze strip met een andere tekenaar veel sterker zou zijn geweest. Dit wordt bevestigd wanneer Anderson hierna de penseel overneemt met een tekenstijl die meer geschikt is voor dialogen of lichaamstaal terwijl hij ook de actiescènes goed weet neer te zetten.
De spin-offs, geschreven door Straczynski's protegé Fiona Avery, die hier voor de volledigheid zijn toegevoegd, blinken uit in overbodigheid, variërend van rampzalig slecht tot middelmatig.
De troef van het hoofdverhaal is dat je een krachtige afgeronde vertelling hebt. Straczynski heeft een variatie op dit thema later op een sterkere wijze gebruikt voor het aanvankelijk magistrale "Supreme Power" maar helaas heeft hij dit nooit tot een bevredigend einde kunnen brengen. Deze reeks werd uit de voor volwassen lezers bedoelde "Max"-lijn van Marvel gehaald en veranderde van naam in "Squadron Supreme". Toen kon Straczynski er helemaal niet meer dezelfde bezieling in steken en liet hij het verhaal achter met een cliffhanger in issue 7.
Voor ik helemaal afdwaal besluit ik met te herhalen dat "Rising Stars" een goed tot zéér goed hoofdverhaal heeft maar dat de ganse verzameling geen hoogvlieger is.
Heb als geeky fanboy op zaterdag van 14 u tot 17u20 in den Expo vertoefd voor de jaarlijkse hoogmis genaamd "F.A.C.T.S". Me, myself en mijn 12jarig neefje konden zeer vlotjes binnen, geen rijen. Toen we binnenkwamen kwamen we wel meteen in een mensenmassa terecht, waarschijnlijk is er nog nooit zoveel volk op F.A.C.T.S. geweest. Ben eerst eens langs geweest bij de tekenaars, gewoon om ze eens te zien en aan sommigen (Lectrr, Kristof en Mario) eens goeiendag te zeggen. Ik hecht namelijk niet zoveel belang aan dédicaces of zo. Het viel me wel op dat je zelfs bij mensen als Suydam of Molenaar voor een tekening niet zoveel geduld moest uitoefenen. Het waren rijtjes van maximum 4 personen, da's wel wat anders dan die meters-lange rij in Breda.
De supersympathieke Glenn Fabry, vooral bekend voor zijn cover-illustraties van Ennis' "Preacher"
Romano Molenaar (Storm) toont trots zijn schets. Toffe kerel !!!
Als je enkele klassieke Marvel -en DC-bundels wou kopen kon je er wel je slag slaan. Cheap-comics.com en consoorten waren aanwezig en zo kon je massa's bundels voor 7 tot 10 euro kopen of bij anderen voor bv. 65 eurocent op de dollarprijs. Heb er zelf niets van gekocht door mijn leesachterstand en het nijpend plaatsgebrek in mijn hobbykamer. Er was daar wel één verkoper die durfde meer euro's te vragen dan de oorspronkelijke dollarprijs, een bundel van 19 dollar voor bv 21 euro. Eigenlijk valt het dan enorm op hoe een bedrijf als Marvel aan dumping doet en de markt overlaadt met goedkoper geprijsde bundels waardoor kleinere uitgevers minder kunnen verkopen. Het deed me wat denken aan Uitg. Talent waarvan er op een bepaald moment tientallen recente titels in de winkel in dumping lagen en veel strip-kopers geen strips aan een normale prijs wilden aanschaffen omdat ze het gewend waren om van die Talent-dumping te kopen. Dus foei Marvel en DC. Minder titels en minder grote oplages zou wel eens mogen. Als ik die Ultimate-titels aan 7 euro per stuk zie liggen of de bundel van Secret Invasion of Civil War voor 10 euro dan denk ik dat ik beter ook een jaartje zou wachten om ze aan te kopen waar mijn stripspeciaalzaak dan weer zou kunnen onder lijden. Mijn neefje dacht er zelfs even aan om geen comics meer te kopen en zoveel mogelijk geld te sparen om dan volgend jaar met dozen bundels F.A.C.T.S. te verlaten...
"Just Dance" voor de Wii wordt hier vol enthousiasme uitgeprobeerd.
May the force be with you...always !
Weer enorm veel standhouders gezien met beelden van Hellboy, Darth Vader en dergelijke... Heb wel het gevoel dat het elk jaar hetzelfde spul is dat ik daar zie maar ik zie het graag dus je zal me er niet over horen klagen, heb geen meter verkoopstandje overgeslaan. De verstandige consument deed er ook beter aan om eerst eens alles te bekijken vooraleer tot aankoop over te gaan. Zo zag ik een limited statue (Spiderman III) van Venom voor 300 euro bij de ene verkoper en voor 120 euro bij een andere. En wat een drukte, wat een drukte, in sommige rijen was het echt drummen om alles te kunnen bekijken, hoewel dit wat luwde na 16 u.
Heb ook wat games gespeeld : Far Cry II was er in preview te genieten alsook het Avatar-spel van de aankomende Cameron-film (beiden bij de UBISOFT-stand). Ook mijn neefje nog wat de guitarhero laten uithangen bij de stand van Activision.
Enorm genoten van de prachtig uitgedoste cosplayers, veel Star Wars-Jedi's maar ook manga-grietjes. Ben er bijna verliefd geworden op een ongelooflijk sexy zombie-verpleegster-babe... Ik vond het allemaal schitterend.
De temperatuur liep er wel wat op (hoe warm zou het er geweest zijn ???) en met momenten was het wel wat te druk tussen de rijen. Mijn neefje had misschien ook wel kunnen genieten van de cos' player-wedstrijd maar er stond zoveel volk rond gedrumd waardoor het kleine ventje eigenlijk niks kon zien dus daar zijn we niet lang gebleven. Heb ook geen wedstrijden, Q&A's of demonstratie gezien maar ik heb mijn beperkte 3,5 uur volgemaakt in die 2 hallen en moest me op het eind zelfs wat haasten om het allemaal daar gezien te hebben.
I'll be back next year.
P.S. Gekocht op F.A.C.T.S : NIKS !!! (behalve een klein speelgoedje van Wall-E voor 2 €) Komt ervan als je al te veel hebt...