Kies Keurig
Links
  • Uitleg bij sommige links
  • Winkel / Recensies
  • Preken
  • Mijn engelstalige website (uitgebreider)
  • Mijn kerk
  • Website van een christelijke geschiedkundige
    Zoeken in blog

    Inhoud blog
  • IJsjeschristendom en Erfzondeleer
  • De Mens en zijn Zoektocht naar Voldoening en naar God
  • De Verkiezing in het Oude Testament
  • Persoonlijke Relatie met God in het Oude Testament
  • De Antichrist
  • Jeremia 11:11 uitgelegd
  • Onvoorwaardelijke Gehoorzaamheid
  • Zuiver van Hart
  • Waarin Geloven Pinksterchristenen?
  • Het Geloof in de Godheid van Christus is Noodzakelijk
  • Kladversie van "Het Geweten en de Gouvernementele Visie op het Zoenoffer in Relatie tot Evangelisatie"
  • Het Einde vanaf Het Begin
  • Dr. W.F. Dankbaar over Dwaalleraar Marcion
  • Dr. W.F. Dankbaar over De Gnostiek
  • Niet buigen
  • Jezus huilde
  • De 'Grote Toorn' over Israël (2 Koningen 3:27)
  • God bezoekt 2 Prostituees - De Parabel van De 2 Prostituees
  • Advent - De Verwachting van De Wederkomst van Christus
  • Romeinen in Perspectief
  • Waarom Ik hou van Mijn Lokale Kerk
  • De Drie-Eenheid in Jesaja 48:12-13,16
  • Genesis 3:22 leert niet dat De Mens aan God Gelijk is geworden
  • Een Facebook Gesprek over De Gouvernementele Theorie van Het Zoenoffer
  • Volgens De Bijbel zou Jij Dood moeten zijn
  • Winkel / Recensies
  • William Booth over De Gaven van De Geest volgens Gordon Lindsay
  • John Wesley over Het Calvinisme volgens Gordon Lindsay
  • Leiders zijn niet gebaat bij Huldeblijken
  • Wat We in De Kerk nodig hebben
  • De Grenzen van Het Land van Belofte
  • Bijbels Verschil tussen Vreemdeling en Onbekende
  • Het Zondvloedverslag uit Het Gilgameš-Epos en Oudere Teksten versus Het Bijbelse Zondvloedverslag
  • Het Babylonische Scheppingsverhaal versus Het Bijbelse Scheppingsverhaal
  • Genesis 10 is geen Interpolatie
  • Tõledõt
  • Één Paar of Zeven Paar
  • Het Verschil tussen De Namen Jahwè en Elohim
  • Het Bewijs van Onze Liefde voor Jezus
  • Losprijs Model van Het Zoenoffer
  • Uitleg over Links
  • 5 Redenen om De Sabbat te houden
    12-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.IJsjeschristendom en Erfzondeleer

    Als bijbelgelovige christenen hebben we de taak om alles te onderzoeken en enkel het goede te behouden. Het slechte moeten we dus verwerpen (1 Thessalonicenzen 5:21). Dit geldt ook voor bepaalde leerstellingen. Iemands manier om de Bijbel te interpreteren zou niet zoals het kiezen van een ijsje mogen zijn. In het protestantisme denken mensen soms dat ze het recht hebben om de Bijbel te interpreteren naar hun eigen goesting. Dit heeft als gevolg dat vele mensen met nieuwe leringen komen die haaks staan op datgene wat de eerste christenen geloofden.

    In tegenstelling tot het vorige worden we vanuit de Bijbel aangemoedigd om te strijden voor het geloof dat eens en voorgoed de heiligen werd overgeleverd (Judas 1:3). Er is één waar geloof, één ware geloofstraditie, één waar christendom, zoals altijd al verkondigd door de ware christenen maar er zijn vele valse leraren die valse leringen verkondigen. Paulus zei het als volgt: “Beste Timoteüs, verdedig de juiste uitleg van het goede nieuws, die ik je geleerd heb. Pas op voor de valse leraren en voor alle praatjes waarmee ze God beledigen. Zij noemen het kennis, maar het is onzin” (1 Timoteüs 6:20, BGT). Er kan nog veel meer verteld worden over deze valse leraren (zie ook 2 Petrus 3:14-17) maar om het eenvoudig te houden kunnen we stellen dat het mensen zijn die denken dat ze over geheime kennis beschikken en daarom het recht hebben om de Bijbel uit te leggen zoals zij het willen. Omdat de christelijke Kerk al bijna twee millennia bestaat, moeten we ons afvragen of we onderweg niet beïnvloed geweest zijn door dwaalleren die ingaan tegen de vroegchristelijke traditie en de Bijbel. Daarom is het goed als we alles toetsen (1 Thessalonicenzen 5:21) en dagelijks de schriften onderzoeken om te toetsen of datgene wat wordt verkondigd al dan niet de waarheid is (Handelingen 17:11). Dit geldt ook voor leerstellingen zoals de erfzondeleer, die ik al jarenlang heb onderzocht, omdat ik geloof dat het belangrijk is om dit te onderzoeken. Het volgende is slechts een korte samenvatting. Meer zou kunnen gezegd worden, maar het is een kwestie van het kort te houden.

    Opwekkingsleider Charles Finney zei al in de 19de eeuw over de erfzondeleer: “Deze doctrine is een struikelblok zowel voor de kerk als voor de wereld, oneindig schandevol ten overstaan van God en walgelijk ten overstaan van God en het menselijk verstand. Ze zou verbannen moeten worden van elke preekstoel, van elke leerstelling en van deze wereld. Ze is een overblijfsel van heidense filosofie, en werd door Augustinus tussen de leerstellingen van het christendom geplaatst. Iedereen die de moeite doet om dit te onderzoeken kan dit te weten komen” (Lezingen over Systematische Theologie, p. 340). Charles Finney kon spreken vanuit ervaring, aangezien zijn evangelisatie ervoor zorgde dat honderdduizenden zich werkelijk bekeerden. In plaats van de erfzondeleer te promoten plaatste Charles Finney, zoals de bijbel dat doet, de verantwoordelijkheid voor de zonde bij elk zondigend individu.

    In de vorige eeuw is het duidelijk aangetoond door Ernesto Bonaiuti (Het Ontstaan van Augustinus’ Idee van de Erfzonde, p. 161-175) dat de erfzondeleer hoogst waarschijnlijk door Augustinus rond het einde van de vierde eeuw is overgenomen vanuit een specifieke bron (“het Ambrosiaster document”). Het auteurschap van deze specifieke bron blijft een mysterie. Wel weten we met absolute zekerheid dat Augustinus (geboren in het jaar 354, gestorven in het jaar 430), door de verkondiging van de erfzondeleer, inging tegen de traditie van de eerste christenen.

    Hier zijn enkele geschriften die de vroegere traditie representeren. Merk op dat deze geschriften niet compatibel zijn met de erfzondeleer en dat ze dikwijls tegen de leerstellingen van de dwaalleraren schreven:

    * Ignatius, die gestorven is in het jaar 108, zei:  “Ik bedoel niet dat er twee verschillende menselijke naturen zijn, maar er is één mensheid , soms behoort iemand aan God, soms aan de duivel. Als iemand een ware gelovige is, dan is hij een man van God maar als hij ongelovig is, dan is hij een man van de duivel, zo geworden, niet van nature, maar door zijn eigen keuze” (Aan de Magneziërs 5, lange versie).

    * Justinus de Martelaar, de eerste christelijke apologeet, gestorven in 165 na Christus, schreef: “Als een mens slecht [in de zin van zondig] gemaakt zou zijn, dan zou hij geen straf verdienen, omdat hij niet slecht uit zichzelf zou zijn (…)” (Eerste Apologie 43). En: “God heeft de mens niet geschapen zoals bomen en beesten zonder de macht om te kiezen; want hij die geen hand heeft in zichzelf goed of slecht maken, maar die zo al geboren is, kan geen eerlijk oordeel krijgen, want zowel het goede als het slechte zijn zo vanuit hunzelf maar enkel zoals ze gevormd zijn door de hand des oordeels [hij bedoelt over een tijdsperiode]” (uit hetzelfde document).

    * Johannes Chrysostomus, een tijdgenoot van Augustinus, schreef: “Dat een mens zou gestraft moeten worden voor wat een ander heeft gedaan lijkt niet in overeenstemming met de rede. (…) Voor het feit dat toen hij [Adam] zondigde en sterfelijk werd, en zij die uit hem voortkomen dit ook zouden moeten zijn, is niets bijzonders [lichamelijke dood]. Maar hoe zou daaruit volgen dat door zijn [Adams] ongehoorzaamheid iemand anders een zondaar wordt? (Preken op Romeinen 10)

    Zoals u kan zien: de vroege christenen geloven dat de zonde van Adam enkel lichamelijke dood als gevolg heeft [Genesis 3:19,22-24]. De geestelijke dood is ieders eigen verantwoordelijkheid en de officiële leerstelling van de erfzonde bestond niet voor Augustinus (Gustav Friedrich Wiggers, Een Historische Presentatie van Augustinisme en Pelagianisme uit de Originele Bronnen, 299-326).

    Merk ook op dat als de Bijbel in zijn geheel wordt bekeken, al snel blijkt dat deze niet compatibel is met de erfzondeleer:

    * Genesis 3 rept met geen woord over erfzonde als een gevolg van Adams zonde. Wel is er sprake van de lichamelijke dood (tot stof terugkeren en geen toegang tot de boom van het leven hebben).

    * Psalm 51:7 leest in een goede vertaling: “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen” (NBG). Het onderwerp is de moeder, niet koning David. Om een voorbeeld te geven: “Zie, ik ben in een onrechtvaardige omgeving geboren, en met vuistslagen heeft mijn vader mij grootgebracht.” De zondaar is hier de vader en niet het kind. Psalm 51 gaat over Davids overspel met Bathseba. David erkent dat hij zondig is. Onverwachts de zonde op Adam verschuiven zou niet passen in de context. En indien het wel over David zou gaan, dan volgt nog niet dat deze psalmtekst op iedereen van toepassing is.

    * Ezechiël 18 gaat lijnrecht in tegen de erfzonde: “De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid van de vader (…); de gerechtigheid van de rechtvaardige zal op hem zijn, en de goddeloosheid van de goddeloze zal op hem zijn” (vers 20).

    * De Bijbel leert dat de bozen God kenden, maar dwazen werden (Romeinen 1:21-22, dus niet zondig/dwaas waren geboren), dat ze de goddelijke waarheid verruilden voor de leugen (Romeinen 1:25, ze kenden de waarheid), dat ze allen zijn afgedwaald als schapen (Jesaja 53:6/Romeinen 3:12, (een schaap is) niet afgedwaald geboren), dat hun hart is verhard (Handelingen 28:27/Hebreeën 3:8, dus onverhard geboren), enzovoort en zo verder, …

    Waar was de verloren zoon in de gelijknamige gelijkenis (Lukas 15:10-32) vooraleer hij koos om de wereld in te trekken? Bij de Vader. Was de zoon al verloren voor hij koos om de Vader te verlaten? Het antwoord is: “Neen!” “Wij zijn het die Gods paden verlieten, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.” (HTB, Jesaja 59:12) “Maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.” (NBG,  Jesaja 59:2) Niet de ongerechtigheid of zonde van Adam.

    * De erfzondeleer wordt in Romeinen 5 (en 3) ingelezen. Dit is niet de oorspronkelijke betekenis van de tekst. Als we de Romeinenbrief per hoofdstuk zouden samenvatten, dan bekomen we een soort van opbouw: Romeinen 1: de heidenen zijn zondig. Romeinen 2: ook de Joden zijn zondig. Romeinen 3: dus zijn we allen zondig (Paulus is een oosterling: hij bedoelt niet noodzakelijk ieder individu – Westers denken - maar beide groepen). Romeinen 4: door vertrouwen in God zoals Abraham (impliceert verbond en gehoorzaamheid) worden we allen gerechtvaardigd. Romeinen 5: Adam bracht de geestelijke dood in de wereld. Deze geestelijke dood is op Adams nakomelingen (heidenen en Joden) gekomen omdat ze allen hebben gezondigd (niet: in Adam, dit is een verkeerde vertaling van vers 12, zie ook vers 14 over mensen die niet zo gezondigd hebben). Mensen die Romeinen 5:12 graag uit de context nemen, moeten rekening houden met verzen 18 en 19. We weten dat Christus voor alle mensen gestorven is en dat hieruit niet volgt dat alle mensen automatisch gered zullen zijn. Hetzelfde moet dus gelden voor de kant van Adam. Adam zondigde, hieruit kan niet volgen dat alle mensen automatisch zondaars worden (anders valt Paulus’ vergelijking uit elkaar). Zoals alle mensen Adam hebben gevolgd tot veroordeling en dood, zo kunnen alle mensen Christus volgen tot rechtvaardiging en leven, zoals Paulus al uitlegde in Romeinen 4. Dit is een keuze zoals duidelijk wordt in Romeinen hoofdstuk 3 tot 5.

    * “van nature” in Efeze 2:3 kan geïnterpreteerd worden als een aangeboren natuur of een aangekweekte natuur door gewoonte (zoals Thayers’ Grieks of Adam Clarke’s commentaarstuk op Efeze 2:3, een duidelijk voorbeeld van een aangekweekte natuur is Jeremia 13:23). De kleine context van Efeze 2:3 geeft een aangekweekte natuur van persoonlijke zonden weer (vers 1-3). Zoals ik daarstraks kort besprak, geloofden de vroegste christenen niet dat de mens met een zondige natuur geboren is. Dit geloofden juist de dwaalleraren. De context van de Efezebrief gaat over het vernieuwen van het denken; het loskomen uit zondige gewoontes.

    Enkele positieve stellingen over kinderen uit het Nieuwe Testament:

    * “In die tijd kwamen de leerlingen bij Jezus en zeiden: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk der hemelen?’ Hij riep een kind, zette het in hun midden en zei: ‘Ik verzeker jullie, als je niet verandert en wordt als kinderen, kom je het koninkrijk der hemelen niet eens binnen. Wie zich dus klein maakt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen. En wie één zo’n kind bij zich ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij. Maar wie één van deze kleinen die op Mij vertrouwen ten val brengt, kan beter met een molensteen om zijn nek in volle zee gegooid worden” (Matteüs 18:1-5, WB).

    * “Toen bracht men kinderen bij Hem, met de bedoeling dat Hij hun de handen zou opleggen en voor hen zou bidden. Maar de leerlingen wezen hen terecht. Jezus zei: ‘Laat die kinderen en verhinder niet dat ze bij Me komen, want van zulke kinderen is het koninkrijk der hemelen’” (Matteüs 19:13-14, WB).

    * “(…) wees kinderen in het kwaad” (1 Korintiërs 14:20, NBV; indien kinderen zondig zijn, valt Paulus’ vergelijking uit elkaar).

    * “Wees als pasgeboren kinderen” (1 Petrus 2:2, WB).

    De vraag is: “Wiens standpunt volg je? Dat van de eerste christenen of dat van Augustinus, die op het einde van de vierde eeuw na Christus een nieuwe leer begon te verkondigen? Wat willen wij blijven verkondigen? Het ware christendom of een latere herinterpretatie?”

    In het begin van dit document werd aangetoond dat we niet zomaar kunnen kiezen wat we geloven en verkondigen (ijsjeschristendom).  Jezus zei hieromtrent zelfs: “Ik zeg u: over ieder zinloos woord dat de mensen spreken, zullen ze verantwoording moeten afleggen op de dag van het oordeel. Want op grond van uw woorden zult u rechtvaardig bevonden worden en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden” (Matteüs 12:36-37, WB). Ook Jakobus zei dat leraren strenger geoordeeld zullen worden (Jakobus 3:1). Het zou goed zijn als de protestantse kerk en individuele protestanten minder aan ijsjeschristendom zouden doen en meer tijd zouden investeren om de vroege kerkgeschiedenis te bestuderen en te toetsen of ze al dan niet in het ware geloof zijn (2 Korintiërs 13:5).


    26-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Mens en zijn Zoektocht naar Voldoening en naar God
    “De Heer ziet neer vanuit de hemel, Hij speurt de mensen af of er ergens een wijze is, iemand die zoekt naar God” (Psalm 14:2, Willibrordvertaling).

    Een baby wordt geboren zonder kennis, is afhankelijk van zijn ouders, en heeft een natuurlijke drang tot zelfbevrediging. Dit is een natuurlijk instinct waar niets verkeerd mee is. Een kind heeft ook een godsbesef (Romeinen 1:21). Het is de bedoeling dat het kind later reageert op zijn onwetendheid/afhankelijkheid en zijn godsbesef en juist dáárom God zoekt (Handelingen 17, Psalm 14:2). Zo zal hij leren om God boven al en zijn naaste als hemzelf te beminnen (Mattheus 22:37-39).


    De duivel en maatschappijen onder leiding van de duivel (2 Korinthe 4:4) spelen in op de natuurlijke drang tot zelfbevrediging en willen dat de mens een “kortere” weg zoekt (Mattheus 4). Dit egoïsme leidt niet tot een uiteindelijke bevrediging maar het leidt tot de dood (Romeinen 6:23, Jakobus 1:14-15).


    De mens moet zich niet lam laten maken door zijn eigen zonden of het bedrog van anderen (1 Timotheüs 4:2) maar tot inkeer komen en tot God terugkeren (Handelingen 17:30) - terugkeren tot Christus, de Goede Herder die leven in overvloed, en zelfs Zijn eigen leven geeft (Johannes 10:10-11)! - Atheïsme wordt in de Bijbel als een pure dwaze mening omschreven (Psalm 14:1). Het is het negeren van het natuurlijke godsbesef (Romeinen 1:21). De gevolgen zijn overduidelijk. Om er maar een paar te noemen: vervuld zijn van ongerechtigheid, boosheid, hebzucht, slechtheid, nijd, bloeddorst, ruzie, bedrog, kwaadaardigheid, roddel, laster, haat tegenoverstaande van God, vermetelheid, verwaandheid, protserigheid, vindingrijkheid in het kwaad, ongehoorzaamheid aan ouders, onverstandigheid, onbestendigheid, zonder liefde en zonder mededogen zijn (zie Romeinen 1:29-31). Daarom geeft de Bijbel ons het volgende, nuttige advies: “Vrees God en onderhoud zijn geboden; daar komt voor een mens alles op aan” (Prediker 12:13b, Willibrordvertaling). Een mens die God vreest, zoekt naar Hem vanuit onwetendheid en vindt Hem als zijn meest waardevolle Leraar en Vriend voor dit leven en voor het hiernamaals.


    28-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Verkiezing in het Oude Testament

    'Redding en verkiezing. Lange tijd speelde het begrip verkiezing een belangrijke rol in de theologie van het Oude testament. Het was een begrip, waarmee men Gods werk met betrekking tot Israël in zijn totaliteit typeren wilde. Er werd veelomvattend gesproken van de "verkiezingstradities" van Israël" (zo bijvoorbeeld K. Galling), waarmee men het oog had op de geschiedenis van de aarsvaders, het exodusbericht en nog andere teksten. (Zie THAT I, 1971, S. 275-300; aldaar wordt de overige literatuur).

    Er moet echter op gewezen worden, dat in de aldus getypeerde teksten het werkwoord bhr (verkiezen) niet voorkomt. Wanneer het Oude Testament vertelt, wat er gebeurt is, gebruikt het dat woord nooit. Wordt het woord gebruikt, dan heeft het de funktie van een interpretatie achteraf. Uit de verte van een veel later tijd kijkt het terug naar wat er gebeurd is om er een duiding aan te geven. Niet door Gods verkiezing is Israël tot zijn volk geworden, maar door een daad van redding in den beginne. Daarover naderhand reflekterend, verklaarde men Gods werk door te zeggen, dat Hij Israël uitverkozen had. Men kan dat duidelijk merken aan de manier, waarop het woord in het Oude Testament gebruikt wordt (ik verwijs naar het artikel van H. Wildberger in THAT I, S. 275-300: "In het oudtestamentische onderzoek bestaat er bijna consensus over, dat er niet vóór Deuteronomium expliciet over Israëls verkiezing gesproken is", S. 284). Men is het er ten volle over eens, dat het begrip verkiezing eerst in Deuteronomium deugdelijk gemunt werd. De locus classicus is Deuteronomium 7, 6-8:

    "U heeft Jahwe, uw God, uit alle volken
    op den aardbodem uitverkoren
    om zijn eigen volk te zijn.
    Niet omdat gij talrijker waart dan enig ander volk.
    Maar. omdat Jahwe u liefhad
    en den eed hield, dien Hij uw vaderen gezworen had,
    heeft Jahwe u met een sterke hand uitgeleid
    en u verlost uit het diesthuis..."

    Uit deze tekst blijkt duidelijk dat het begrip verkiezing een interpretatie is. De redding uit Egypte wordt achteraf zo uitgelegd, dat ze plaatsvond, omdat Jahwe Israël "uit alle volken op den aardbodem" verkozen had om aan dit volk deze daad van redding te voltrekken. Deze verklaring is in Deuteronomium 7 in verband gebracht met het gebod tot rigoreuze afzondering van de Kanaänieten en hun religie. Inderdaad is de passus Deuteronomium 7, 6-8 de motivering van het gebod tot afzondering dat in Deuteronomium 7, 1-5, en vervolgens in vers 9-11 opnieuw - nu parenetische kontekst: in Deuteronomium is het van levensbelang, dat het eerste gebod ingeprent wordt met het oog op het gevaar van syncretisme. Dat impliceert echter ook, dat verkiezing verkeerd begrepen is, als men er pretenties uit afleidt. En wat er in Deuteronomium 7, 6-8 nog slechts impliciet gezegd wordt, staat er in Amos 3, 2 in alle scherpte ("U alleen heb ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken"). Alleen in verband met de paranese krijgt verkiezing zin: vanwege het gevaar van afval wordt Israël het eerste gebod voorgehouden. Op grond daarvan lijkt het niet raadzaam om het begrip verkiezing te generaliseren en dan abstract te spreken over het uitverkoren volk. Zulke abstracte generalisaties kunnen gemakkelijk aanleiding geven tot pretenties, die ten onrechte uit het begrip verkiezing afgeleid worden.

    Tegen een algemeen gebruik van het begrip verkiezing pleit ook het feit, dat het woord verkiezing niet voorkomt in de formering va  tradities aangaande Gods reddende daad in den beginne, maar ook niet in de lange ketting van overgeleverde woorden, die daaraan herinneren (zie boven). Het is dan ook geen toeval, dat de profeten vóór de ballingschap het begrip verkiezing Gods bijna geheel vermijden.* Daarom kan men niet zeggen, dat het begrip verkiezing de sleutel is, waarmee het hele Oude Testament ontsloten kan worden; gebruikt men het dan moet men in het oog houden, dat zijn betekenis begrensd is.'

    bron: Claus Westermann, Hoofdlijnen van een Theologie van het Oude Testament (1981), 45-46.

    voetnoot:

    * Amos 3, 2: "U alleen heb Ik gekend (jada'ti) uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken". Jada'ti moet niet vertaald worden met 'verkozen' (L. Köhler had zich al daartegen gekeerd); dit 'gekend' immers moet men verstaan in de zin van kennis-making in de ontmoeting.


    15-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persoonlijke Relatie met God in het Oude Testament

    "In de geschiedenis van het heilswoord stuiten wij op het feit, dat de enkeling ongeveer even vaak aangesproken wordt als het volk. Hieruit blijkt, dat Gods werk zich per se niet beperkt tot het Godsvolk, tot Israël, maar integendeel met dezelfde intensiteit op de enkele mens gericht is. En dan niet slechts op de enkeling in zoverre hij deel uitmaakt van het volk Gods, maar ook op de enkeling eenvoudigweg als mens. Dat wordt duidelijk uit het verhaal van de schepping van de mens, in het boek Job, in de wijsheid; in het bijzonder geven de psalmen er uitdrukking aan, waarin niet alleen leed en vreugde van het Godsvolk, maar ook van de enkele mens onder woorden gebracht worden. De persoonlijke relatie met God heeft in het Oude Testament naast Israëls verhouding met God een belangrijke plaats. Beide zijn niet gladweg identiek met elkaar en het zou een ontoelaatbare verkorting zijn van wat het Oude Testament over God zegt, wanneer men daar geen acht op slaat. Een kort overzicht kan dat duidelijk maken: De oergeschiedenis (Genesis 1-11) gaat over de mens, voordat de mensheid uiteengevallen was in volken en godsdiensten; met zijn mogelijkheden en grenzen is de mens een schepsel, dat voor zijn Schepper staat. In de geschiedenis van de aartsvaders (Genesis 12-50) wordt aan de enkele mens in de kring van zijn familie fundamentele betekenis toegemeten, ook met het oog op de latere geschiedenis van het Godsvolk. In de volksgeschiedenis blijkt steeds weer, dat de persoonlijke Godsrelatie van de enkeling in de kring van zijn familie een noodzakelijk element van die historie is. Men hoeft slechts te denken aan Davids familiegeschiedenis of aan de klaagliederen van Jeremia. De Godsrelatie van de enkeling in zijn persoonlijk leven maakt evenzeer deel uit van Israëls eredienst als die van het volk in zijn geschiedenis. Dat blijkt vooral uit de grote betekenis van de individuele psalmen in het Psalter. Tijdens de ballingschap worden familie en enkeling opnieuw de dragende factoren van Israëls religie en in de diaspora blijft dat zo. Het boek Job legt er getuigenis van af, dat het lot van een enkeling, van iemand die lijdt voor Gods aangezicht, het Godsvolk iets te zeggen heeft van beslissende betekenis, ook wanneer het geen Israëliet is, die lijdt. Ten slotte moet men denken aan de sterke humane trek, die door het hele Oude Testament in de universalistische tendens, die veel van de profetieën over de volkeren eigen is. Wezenlijk voor dat wat het Oude Testament over God zegt, is, dat naast de geschiedenis van God en zijn volk ook de enkele mens in zijn persoonlijk leven, in de kring van zijn familie, gewaardeerd wordt als Gods tegenspeler, juist in zijn simpele mens-zijn."

    bron: Claus Westermann, Hoofdlijnen van een theologie van het Oude Testament (1981), 70. Westermann verwijst naar R. Albertz, Persönliche Frömmigkeit und offizielle Religion (1978).


    14-12-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Antichrist
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De apostel Johannes vertelde ons dat in de dagen waarin hij leefde, er al vele antichristenen waren in de wereld en hij spreekt over de geest van de antichrist (1 Johannes 4:3). Een antichrist en een misleider is iemand die ontkent dat Christus in het vlees gekomen is (2 Johannes 1:7). Dit was typisch voor het gnosticisme ten dage van Johannes. Gnostici geloofden dat het vlees slecht is en de geest goed is. Daarom was de gnostische versie van Christus een soort van spookgestalte, die niet geboren was uit de maagd Maria (tegen Mattheüs 1:20, 23). De vroege kerk schreef hevig tegen deze ideeën en vele christenen denken dat de schrijvers van de vroege kerk wonnen tegen deze groepen maar, mijn mening is dat, spijtig genoeg, deze ideeën gewoon, stap voor stap, de kerk zijn binnengeslopen onder Ambrosiaster, Origenes, Ambrosius, Hieronymus, Augustinus,… Je merkt het vandaag de dag nog in spreekwoorden zoals: “We zijn allen geboren in een zondige natuur/zondig vlees, we kunnen niet zonder elke dag te zondigen omdat we zonde overerven van Adam maar Jezus zondigde niet omdat Hij een ander soort vlees heeft.” Dit is een geest van wetteloosheid die zonde herdefinieerd en er een onvermijdelijk ding van maakt, in plaats van een daad die komt vanuit de wil (zie 1 Johannes 3:4 en volgende). Door her herdefiniëren van kernleringen (tegen Judas 1:3), creëert dit een “excuus” voor religieuze zondaars (tegen Mattheüs 7:17-23). Ik geloof dat deze dingen u duidelijk zullen worden indien u 1 & 2 Johannes en de geschriften van de vroege christenen bestudeerd.

    Ik denk dat goedbedoelende katholieken en orthodoxen geloven dat de antichrist was vernietigd, toen Gnosticisme zogezegd verslagen was en protestanten denken dat het gaat om een soort van toekomstige leider, terwijl de duivel de kerk probeert te corrumperen van binnenuit.

    “Hieraan moet gij den Geest Gods kennen: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is van God; en iedere geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is niet van God; en dit is de geest van den antichrist, van welken gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu alreeds in de wereld.”  – 1 Johannes 4:2-3 (Luther vertaling)


    >

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!