KERK & TOERISME BRUSSEL v.z.w. wil het Brusselse in hoofdzaak religieuze kunstpatrimonium beter bekend en toegankelijk maken door informatie, animatie, onthaal en vorming, in een christelijk en kunsthistorisch perspectief.
MB Maria Bogaert PW Paul Wieërs GvE Guido van Eeden LF Luk Faems MG Michel Govaerts JPVB Jean-Pierre Van Binnebeek
KERK EN TOERISME BRUSSEL
27-04-2012
IN MEMORIAM DOLF VAN TONGERLOO
IN MEMORIAM DOLF VAN TONGERLOO
Vrijdag 13 april is E.H. Dolf van Tongerloo, voormalig onderpastoor van de Sint-Michiel-en-Goedelekathedraal, op 89-jarige leeftijd overleden. In 1923 in Lier geboren, priester gewijd in 1948, was hij eerst leraar aan het Sint-Pieterscollege te Jette, waar hij ook dirigent was van het knapenkoor Cantabile. (Lees meer)
Zoals voor andere feesten is Pasen een feest vol
symboliek.Het ei, de paashaas en het
paasvuur behoren tot de symbolen van het grootste kerkelijk feest van het jaar.
Het ei
is symbool voor de
opstanding, dus voor Pasen.
Vandaag nogop
Paaszaterdag of op Paaszondag verstoppen ouders eieren die hun kinderen iets later
mogen zoeken.
Het verstoppen van eieren gaat terug tot een oude gewoonte:
eieren werden in akkers begraven om ze vruchtbaar te maken.
Met Pasen worden eieren ook geschilderd.Dit is een eeuwenoude traditie.Men kleurde de eieren in de kleuren van het
altaar en liet ze in de kerk wijden.De
heldere kleuren stonden voor het zonlicht en de lente.
De Paashaas
Is symbool voor de
vruchtbaarheid , vanwege de voortplantingsdrang van de haas.
Het verhaal doet tevens de ronde dat de haas eigenlijk een
vogel was die zich misdragen had.Voor
zijn straf werd hij in een haas veranderd en mocht hij alleen met Pasen eieren
leggen die hij moest verbergen.
Het Paasvuur
Vuur is symbool voor reiniging en vruchtbaarheid.
Vroeger werden op hoogten vuren aangestoken om de winter te
verjagen.Het Paasvuur heeft dus een
heidense herkomst.
Max van der Linden werd op 1 juni 1922 in Nodebais (Waals Brabant) geboren.
Hij werd in een landelijke omgeving opgevoed en in 1941 ging hij naar het Seminarie van Mechelen dat hij in 1945 verliet.Nadat hij 4 jaar in de keramiekschool van Ter Kameren in Brussel gestudeerd had, installeerde hij zijn atelier in 1952 in de boerderij van Agbiermont in Nodebais.
(Foto Internet)
Hier wijdde hij zich aan het beroep van keramist en ontving hij tal van bezoekers en vrienden uit alle horizonten.
Het werk van Max van der Linden werd sterk beïnvloed door een brede bekommernis om het sacrale over te brengen.Het is verankerd in het dagelijkse en landelijke leven.Thema’s zoals muziek, eenzaamheid, dood en angst maar ook solidariteit en ontmoetingen in onze hedendaagse wereld komen sterk aan bod.
Voor Max van der Linden heeft ieder van ons een sacrale boodschap voor de toekomst van de mensheid.
De kruisweg van de Sint-Niklaaskerk van Ottenburg
De kruisweg is één van de waardevolste kunstwerken van de kerk.Hij werd in de jaren negentig besteld en vervaardigd en past uitstekend in de classicistische omgeving van het bedehuis.
Jezus wordt ter dood veroordeeld.
“Ecce homo”: de menigte eist zijn kruisiging.
Jezus neemt het zware kruis.
“Toen brachten ze Hem naar buiten om hem te kruisigen” (Marcus 15, 20)
Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis
Jezus valt.Niet alleen een mens die valt.Gods Zoon valt.
Als je valt, ben je nog niet mislukt.Zelfs Jezus is gevallen.Dan mag ik, en dan mag jij ook vallen.
Jezus ontmoet zijn H. Moeder
"Uw wonden zijn groot als de zee en niemand die u geneest" (Klaagliederen, 2, 13)
Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen
De eerste mens die in de geschiedenis Jezus’ Kruis heeft gedragen is geen leerling geweest, heeft er niet voor gekozen, maar is ertoe gedwongen.Dat zijn dingen die tot nadenken stemmen.
Veronica droogt het gelaat van Jezus af
Zij ontvangt het mooiste cadeau, het gezicht van Christus dat in de zweetdoek werd gedrukt. Hoe meer men geeft, hoe meer men zich toewijdt, hoe meer men vergeeft en hoe meer Christus ons leven zal bepalen !
Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis
"Zoals een lam dat naar het slachthuis geleid wordt, zoals een schaap dat stom blijft voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend" (Jes 53,7).
Jezus ontmoet de wenende vrouwen van Jeruzalem
"Als men de groene boom zo behandelt (= de onschuldige Christus), wat zal er dan met de dorre boom gebeuren ? (= de zondaars)".“Als iemand verenigd blijft met het groene hout, zal hij vele vruchten dragen.”Ontroostbaar klinken hun klaagkreten, even ontroostbaar hun verdriet, hun woede en protest.
Vrijdag 13 april is E.H. Dolf van Tongerloo, voormalig onderpastoor van de Sint-Michiel-en-Goedelekathedraal, op 89-jarige leeftijd overleden. In 1923 in Lier geboren, priester gewijd in 1948, was hij eerst leraar aan het Sint-Pieterscollege te Jette, waar hij ook dirigent was van het knapenkoor Cantabile.
Het succes van zijn koor was Mgr. Boone, deken van de Brusselse hoofdkerk, niet ontgaan en zo werd Dolf Van Tongerloo begin september 1956 zijn medewerker, met als opdracht de koormuziek nieuw leven in te blazen. In de beginjaren ontstonden zo het Kerkkoor, het Collegium Musicum, de Koralen van Sint-Goedele, het Jeugdorkest, het Meisjeskoor en de mannenstemmen. Nadien de gregoriaanse Schola en in 1983 koos hij voor een professioneel kathedraalkoor, de Capella. Tot voor enkele maanden was hij steeds aanwezig op de wekelijkse repetitie. De Zondagsmuziek en de Kathedraalconcerten kwamen onder zijn bezielende leiding tot stand. Ook zette hij zich in voor een nieuwe beiaard en een nieuw orgel.
Ook op religieus en sociaal vlak was zijn inzet groot. Denken wij hierbij aan godsdienstlessen (basisschool Vlaamsesteenweg), vormselcatechese, oecumenische vieringen, internationale jeugdclub. Hij was aalmoezenier van de kunstenaars en had oog voor de noden van de mensen uit het nachtleven. Hij stond in 1980 mee aan de wieg van Kerk en Toerisme, waarbij hij de eerste syllabus voor de gidsen van Kerk en Toerisme heeft samengesteld. Zoals hij daarvoor jongeren het mooie van het Evangelie en de muziek leerde ontdekken, zo heeft hij ook zijn laatste taak als aalmoezenier in de rusthuizen vervuld.
Niettegenstaande zijn bekende bescheidenheid heeft niemand meer bijgedragen tot de naam en faam van de Sint-Michiel-en-Goedelekathedraal.
'Levensecht' was niet voor niets de naam van zijn liturgisch tijdschrift. Hij liet zich inspireren door de mensen rondom hem. Eucharistie was voor hem het samen beleven van het geloof, wat zeker het geval was bij de vieringen in de toren (Wildewoudstraat 14). Steeds koppelde hij in zijn homilie het Woord aan het actuele.
Zijn werkkracht was legendarisch. Zo stond vakantie niet in zijn woordenboek. Als animator en vernieuwer heeft hij zich steeds ingezet voor de taken die hem werden toevertrouwd. Koppig als hij was, slaagde hij erin datgene te realiseren wat hij wilde bereiken.
In naam van ontelbare vrienden, bedankt Manneke om U ontmoet te hebben.
De kruisweg van de St-Niklaaskerk in Ottenburg - 2
De Kruisweg van de St-Niklaaskerk in Ottenburg - deel 2
Jezus valt voor de derde maal onder het kruis
Links een farizeeër die tracht zichzelf te rechtvaardigen. "Wee u, farizeeërs, huichelaars ! Gij lijkt op gekalkte graven die er van buiten wel mooi uitzien, maar van binnen vol zijn met doodsbeenderen en allerhande onreinheid" (Mt 23,27).
Jezus wordt van zijn klederen beroofdXML:NAMESPACE PREFIX = O /> Jezus wordt van zijn klederen ontdaan om ons te kunnen bekleden met zijn genade in het Doopsel.
Jezus wordt aan het kruis genageld
Het mysterie van het kruis begon reeds in de stal van Bethlehem ...Zo vaak spijkeren wij, mensen, elkaar vast op voorbije zwakheid en tekortkoming.
Jezus sterft aan het kruis
Jezus sterft, Johannes noteert de laatste woorden van Jezus. Eén ervan is gericht tot zijn moeder : "Vrouw, ziehier uw zoon". Maria wordt Moeder van de Kerk, zij neemt onder haar mantel heel het Godsvolk bij zich. Achter Johannes bevindt zich een priester die Eucharistie viert. "Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed". Deze woorden verwijzen naar het laatste avondmaal en de Lijdensweg van Jezus.
Jezus wordt van het kruis afgenomen
De mooiste van de mensenkinderen komt verminkt terecht in de armen van zijn moeder. Al zijn discipelen, zelfs de apostelen, hebben hem verlaten, op enkele vertrouwelingen na.
Jezus wordt in het graf gelegd
De vrouwen uit Galilea, Jozef van Arimatea, de heilige Maagd en Nicodemus leggen het lichaam van Jezus neer in de graftombe. Het lijk is symbool van het lot van alle mensen : de dood.
De engel met de opgeheven vinger verkondigt dat hij zal verrijzen. En de verrezen Christus verzekert ons : als wij via het Kruis gaan, zullen wij deel hebben aan zijn Verrijzenis.
BROODJE BRUSSEL Programma april en mei telkens van 12.30 tot 13.30 gratis rondleiding
6 APRIL 2012 : DE KATHEDRAAL
Meer dan 300 jaar werd er aan dit gebouw
gewerkt. In die lange periode evolueerde de
gotische stijl, van primitief naar vlammend.
Een prachtig staaltje Brabantse gotiek.
11 APRIL 2012 : DE GOEDE BIJSTANDSKERK
Een beetje verstopt in het oude centrum van
Brussel ligt deze barokke kapel . Gekend als
vertrekplaats voor Santiago di Compostella. Een beetje onbekend, vandaar onbemind.
26 APRIL 2012: DE ZAVELKERK
Een kerk in vlamgotiek. Rijkelijk versierd. Eén van de mooiste van Brussel. Prachtig praalgraf van de familie Turn & Tassi.
3 MEI 2012. DE MINIEMENKERK
Opnieuw een niet zo gekende kerk aan de rand van de Marollenwijk. De kerk is het enige wat overblijft van een groot klooster uit de 17e eeuw. De Miniemenkerk houdt het midden tussen Vlaamse barok en Neoclassicisme.
MEI 2012. TER KAMEREN (datum moet nog vastgelegd worden)
Een bezoek niet alleen aan de kerk maar aan de volledige site van de Ter Kameren abdij. Eén pareltje uit de Middeleeuwen.
24 MEI 2012 DE SINT-NIKLAASKERK
Op een steenworp van de Grote Markt. Een rijk stukje Brusselse geschiedenis.
---------------------------------------------------------- Reserveren verplicht : 080013700 gratis nummer Activiteit is gratis door
VZW Kerk en Toerisme Brussel
De Kerk van de Rijke Klaren
staat nog altijd in het hartje van Brussel.Inmiddels zijn de zusters reeds twee eeuwen uit het straatbeeld van de
stad verdwenen.Maar de Arme Klaren zijn
er nog altijd.Meer over deze
merkwaardige orde.
De
Heilige Clara
De clarissen zijn een
vrouwelijke contemplatieve orde die in de Middeleeuwen door de Heilige Clara
gesticht werd.
Clara werd in 1193 in
Assisi geboren. Nadat ze sterk onder de indruk was gekomen van het leven van de
twaalf jaar oudere stadsgenoot Franciscus (1182-1226), verliet zij op 18 maart 1212 het
huis van haar ouders om zich aan te sluiten bij Franciscus.
Als dochter van een
rijke Italiaanse edelman zou zij worden uitgehuwelijkt om zo het bezit en het
aanzien van de familie te verstevigen.
Door zich tot
Franciscus te wenden gaf ze haar maatschappelijke positie op enlegde zich toe op een leven
van radicale armoede.
In de geest van de pas ontstane broederschap stichtte
zij, in San Damiano een nieuwe orde van slotzusters.Zij wilde, zoals Franciscus, de arme Christus
volgen en leven volgens het evangelie.
Zijzal de geschiedenis ingaan als de eerste
vrouw die een kloosterregel schreef. Door haar naam CLARA“de lichtende” werd zij de patrones van het
weer. Vandaar de gewoonte om
eieren te brengen naar de clarissen om goed weer te bekomen.
De nieuwe orde kende al snel succes en
trok alsmaar meer jonge vrouwen aan.Armoede was één van de orderegels.In tegenstelling tot de bestaande orden wilde Clara zonder bezittingen
leven, wat in die tijd ondenkbaar was: eigendom was in de Middeleeuwen één van
de enige bronnen van inkomen.De
clarissen werden dus opgedragen zich van elke vorm van persoonlijk bezit te
ontzien, vandaar de naam “arme klaren”.
De
Heilige Clara (bron Internet)
In 1216 verkreeg ze
van Paus Innocentius III het voorrecht om in armoede te leven.De talloze pogingen van de overheid om haar
een andere regel te doen aanvaarden noopten haar tot het schrijven van haar
eigen regel, de eerste die ooit door een vrouw opgesteld werd en die door Paus
Innocentius IV enkele dagen voor haar dood op 11 augustus 1253 goedgekeurd
werd.
Arme klaren en rijke klaren
In 1263 vaardigde Paus
Urbanus IV een andere regel uit, die de zusters toeliet te leven van de
opbrengst van hun bezittingen.De
clarissen die ingingen op deze tweede regel werden de ‘urbanisten’ of ‘rijke
klaren’ genoemd.
Dit viel o.a. in goede
aarde bij de stad Brussel die niet happig was op bedelordes.Zij gaf haar akkoord op 5 mei 1345 en verbood
het bedelen.Zo kwamen de rijke klaren
in het straatbeeld van Brussel terecht.
De urbanistenkloosters
werden rijk omdat ze veel goederen en eigendommen bezaten en daardoor
omvangrijke inkomsten hadden. Een reactie was haast niet te vermijden.Er ontstond in onze streken een dubbele
hervormingsbeweging.
Zo startte Colette
Boëllet (1381-1447) uit Corbie in het begin van de 15e eeuw (1408)
vanuit Bourgondië en Picardië een grote hervorming waarbij zij het herstel van
de oude en strenge eerste regel van de heilige Clara in vele kloosters opnieuw
invoerde.Zo ontstonden de “Coletinen”
of “arme clarissen”.
In Gent werd door
Coletta in 1443 een klooster gesticht waar de volstrekte armoede als
belangrijkste streefdoel gold.
De H.
Coleta van Corbie in Gent overleden (bron Internet)
Een tweede
hervormingsbeweging ontstond onder impuls van de minderbroeders.De eerste gemeenschap ontstond in Brussel in
1503 niet ver van het Begijnhof in de Van der Elststraat.Nadat een pestepidemie talloze slachtoffers
had gemaakt, drong het stadsbestuur aan op het oprichten ervan.Franciscaanse ‘grijze zusters’ – onder invloed
van Pater Diederik Coelde -kregen als
opdracht te bidden opdat de kwaal niet zou terugkeren en volgden de eerste
regel van de heilige Clara.
Woelige tijden
Religieuze
gemeenschappen kregen het in de volgende eeuwen hard te verduren.
Zo werden de arme (en
ook de rijke) klaren tijdens de Calvinistische periode (1578-1585)
verdreven.De plunderingen van de
kerken, de verbanning van de religieuze ordes, het verbod van katholieke
erediensten ontmoedigden de zusters ; zij kregen het bevel zich terug te
trekken in hun families. Na de overgave van de stad op 10 maart 1585 werden de
religieuze orden hersteld.
Op het einde van de 18de
eeuw verbood Jozef II de contemplatieve orden ; in 1783 werd het klooster van
de arme klaren in Brussel gesloten.Na
een korte terugkeer in 1790 werden de zusters definitief tijdens de Franse
periode (1796) uit hun huis weggejaagd.
De 19de
eeuw bracht een heropflakkering.Door
toedoen van pater-jesuïet Jean-Baptiste Boone (1794-1871) en de inzet van
zuster Marie-Dominique Berlamont (1799-1871) abdis van de Arme Klaren-Coletinen
te Brugge kon een gemeenschap te Brussel gevestigd
worden.Graaf Guillaume de Limburg
Stirum en gravin Constance de la Serna traden
als ‘syndic’ op en zorgden voor financiële hulp.Een huis in de Van Moerstraat werd
aangekocht.Op 7 september 1843 was het
dan zover : tien zusters (onder wie twee buitenzusters) konden het werk van de
H. Clara voortzetten.
Het opzet moet
succesvol geweest zijn want 8 jaar later was het huis te klein en werd gezocht
naar een ruimere locatie.Op de hoek van
de Kapucijnenstraat en de Blaesstraat (in het hartje van de Marollenwijk) werd
een stuk grond van 33 a gekocht.Het
klooster werd snel gebouwd en op 9 juli 1852 namen de zusters er hun intrek.
Iets later, in 1854, werd begonnenmet
de bouw van een kapel.
De Kerk van de Rijke Klaren staat nog altijd in het hartje van
Brussel.Inmiddels zijn de zusters reeds
twee eeuwen uit het straatbeeld van de stad verdwenen.Maar de Arme Klaren zijn er nog altijd.Meer over deze merkwaardige orde.
Ik was 15 toen ik me aanmeldde
Gedurende meer dan een
eeuw zijn de Arme Klaren gehuisvest in het hartje van de Marollenwijk. Hoewel
ze van de buitenwereld afgezonderd leefden, hebben ze in die periode de vinger
aan de pols gehouden van alles wat leefde in de binnenstad.Zij konden inspelen op het hartelijk en warm
temperament van de marolliens en stonden dichtbij de naakte realiteit van iedere
dag en hadden een klare kijk op wat er enkele straten verder gebeurde.
Maar toch leefden ze
afgezonderd, “cloîtrées”, zoals ze zelf zeggen.De regel was : niets zien en niet gezien worden.
In de schaduw van het Justitiepaleis in de Kapucijnenstraat stond in
het hartje van de Marollen het klooster van de Arme Klaren (het donkere gebouw
rechts op de foto)
(foto uit het archief van de zusters Clarissen).
Twee van de drie
zusters, die nadien nog in Loonbeek verbleven, waren in het marollenklooster
vrijwillig ingetreden en denken nog met een zekere nostalgie aan deze
periode.‘Ik was 15 toen ik me aanmeldde’ vertelt zuster Claire. ‘Men heeft me teruggestuurd en gevraagd te
wachten tot ik 18 was’.
Zuster Claire : “Men heeft me
gevraagd te wachten tot ik 18 was”.(eigen foto)
“…deze mensen hebben iemand nodig die voor hen bidt…”
De roeping van de
zusters ging duidelijk gepaard met een diepgaande overtuiging. Zuster Colette
woonde in Sint-Gillis en kende de buurt van het Zuidstation zeer goed. “Er waren zoveel noden dat mijn rol in een
gewoon leven een druppel in de zee zou geweest zijn.Als kloosterlinge zou ik voor iedereen kunnen
bidden.Dankzij het gebed kon ik meer
armslag krijgen en tot een daadwerkelijke actie overgaan.”
Zuster Colette : “Dankzij
het gebed kon ik tot een daadwerkelijke actie overgaan”(eigen foto)
De zusters Clarissen tijdens het gebed.De tweede zuster vertrekkend van rechts
is zuster Colette (Foto uit het archief van de zusters clarissen).
Zij hebben gekozen voor de Arme Klaren.Het was een keuze voor een bepaalde armoede,
alleszins voor soberheid. "Dit geeft
je meer vrijheid ten aanzien van wat er rond je gebeurt", vertelt
zuster Claire verder. "Er zijn tal
van mensen die opgevreten zijn door hun activiteit ; deze gunt hen geen tijd
meer om eventjes tot bezinning te komen. Deze mensen hebben iemand nodig
die voor hen bidt opdat zij tot inkeer kunnen komen en tot waardevolle
handelingen zouden overgaan."
“…
we wisten exact wat er zich buiten afspeelde…”
Een deel van de zusters was afkomstig van
een Brusselse gemeente en kon zodoende de Brusselse mentaliteit beter dan
wie ook begrijpen en op afstand deelnemen aan de gemoedsgesteldheid van de
inwoners van de binnenstad.Zij voelden
zich thuis in de Marollen, daar waar arme mensen wonen, en zij werden ook
gerespecteerd en gedragen door hun buren.In moeilijke momenten konden ze rekenen op de solidariteit van de hele
wijk. Tijdens de oorlogbezweken op
enkele weken tijd vijf zusters tijdens een griepepidemie. Zij waren
ondervoed en de kloostergemeenschap was niet bij machte in te staan voor een
aangepaste verzorging. Er werd een beroep gedaan op de Jezuïeten die
overal gingen vertellen dat de zusters van honger stierven. Er kwam een grootse
solidariteitsactie tot stand ; iedere marollien legde zijn steentje bij, hoe
klein het ook was, en de overblijvende zusters waren gered. "Dat waren de Marollen” zegt zuster
Colette, “een grenzeloze hartelijkheid"
.
Zo was er ook de jaarlijkse braderij. .Zij begon op 12 september (de datum van de
kerkwijding in de collegiale Sint-Goedele) en duurde tot 29 september (het
feest van Sint-Michiel, de patroonheilige van Brussel).Luidsprekers op iedere hoek van de straat
zonden 24 uur op 24 muziek uit afgewisseld met boodschappen en berichten over
evenementen.‘We konden moeilijk tijdens deze soms nog warme maand ramen en deuren
sluiten’, vertelt zuster Claire.“Wij volgden dus alle feestelijkheden op de
voeten wisten exact wat er zich buiten
afspeelde”.
Ook van geuren werden ze niet gespaard.In functie van de richting van de wind kregen
ze alle parfums van de Côte d’Orfabriek ofwel alle geuren van de nabijgelegen
koffiebranderij van Jacqmotte binnen.
Zuster Eudonie : ondanks haar 92
jaar nog altijd een aanstekelijke glimlach (eigen foto)
Het zwembad en geruchten van onteigening
Toen de stad Brussel een zwembad op een
braakliggend terrein naast het klooster liet bouwen, werden ze voor goed in het
nauw gedreven ; graag hadden ze zelf uitgebreid maar de prijs lag veel te
hoog.
Het zwembad bracht veel hinder met zich mee :
lawaai, minder licht door de hoge muren maar vooral rook en as.Bovendien werd het op een bepaalde afstand
van de straat gebouwd; er was sprake van de Kapucijnenstraat te verbreden over haar
hele lengte. Dit zou betekend hebben dat de zusters voor het voorste deel
van het klooster zouden onteigend worden. Op dit gedeelte stond het
gebouw dat de 'buitenzusters' herbergde. Zij waren zusters van de 'derde orde'
en mochten het gebouw van de 'binnenzusters' of ‘koorzusters’ niet delen (pas
later zijn ze Clarissen geworden). Overtuigd dat ze zouden onteigend
worden, werd gezocht naar een andere locatie.Het Blauwhof van Loonbeek werd weerhouden.
Men slaagde er niet in het bestaande gebouw te
verkopen. Er waren wel geïnteresseerden, maar de dreiging van onteigening
hing als het zwaard van Damocles boven ieders hoofd. Uiteindelijk werd
het gebouw aangekocht door de Stad Brussel door tussenkomst van Paul Van Den
Boeynants. "En we kregen op de
koop toe nog een premie voor afbraak van een krotwoning", vertellen de
zusters en ze moeten er nog mee lachen.
…40 jaar in Loonbeek-Huldenberg…
Voor de arme klaren kwam het Blauwhof in Loonbeek in
aanmerking als nieuwe vestigingsplaats. Zij konden er leven volgens de regels van Sint-Franciscus in afzondering en gebed.
Bovenaan
van links naar rechts : de zusters Marie-Josephe,
Marie-Madeleine, Marie-Claire, Véronique, Marieke, Gabrielle (abdis), Marie de
Jésus, Marie-Aimée, Françoise, Marguerite Marie (tuinvrouw).
Tweede rij van links naar rechts : de zusters Colette,
Angèle, Gertrude, Josephine.
Derde rij van links naar rechts : Claire, Marie des Anges
Ontbreken : de buitenzusters en twee reeds overledene zusters.
Groepsfoto genomen op 9 september 1967 (uit het archief van de zusters
Clarissen)
In 2004 verlieten de drie overblijvende
zusters Clarissen Loonbeek. Na meer dan 40 jaar discrete
aanwezigheid namen ze hun intrek in het Franciscaner klooster van
Vogelzang te Woluwe.
Op het ogenblik herbergen de gebouwen, naast
een gemeenschap van franciscanen, de parochie O.-L.-V. der genade en een
internationaal opleidingscentrum voor de missies.Men vindt er ook een gemeenschap van
Clarissen die wegens kloostersluitingen dit oord vervoegen. "La communauté
Sainte Claire" telt vandaag een tiental zusters.
Bronnen
Dank aan de zuster clarissen.
Na 40 jaar aanwezigheid in het
Blauwhof verlaten de zusters Clarissen Loonbeek. J.-P. Van Binnebeek. Heemblad Huldenberg
2004_1
De zusters Clarissen hebben
Loonbeek verlaten. J.-P. Van Binnebeek.Heemblad Huldenberg 2004_2
In de Sint-Katelijnekerk werd O.L.Vrouw van Affligem
vereerd. Ingevolge de sluiting van deze kerk zal dit beeld een andere locatie
moeten krijgen. Dit beeldje uit de 17de eeuw werd gesculpteerd uit de restanten
van een beeld afkomstig van het klooster van de Benedictinessen van Affligem.
Het oorspronkelijke beeld werd vernield door de beeldenstormers in 1580, meer
bepaald door een knecht van de abdij die sympathiseerde met de geuzen.
Over dit beeld bestaat een mooie legende. Wanneer in
1146 de H. Bernardus van Clairvaux een bezoek bracht aan deze abdij, begroette
hij dit beeld met een “Ave Maria”. Daarop boog het beeld het hoofd en
antwoordde “Salve Bernarde”. De hele monnikengemeenschap was er getuige
van, zo luidt de legende.
Dit voorval gaf de aanzet tot de verering van Onze
Lieve Vrouw aldaar. Zij zal vereerd worden in de hoedanigheid van O.L.Vrouw van
de Vrede. In de Sint-Niklaaskerk vinden we ook een O.L.Vrouw van de Vrede, met
de bijkomende vermelding: “a peste, a fame et bello libera nos Maria
pacis” (Verlos ons van de pest, de hongersnood en de oorlog, Maria van de vrede). Dit
waren dus de gruwelen waar de bevolking aan bloot stond.
De link tussen Affligem en vrede is begrijpelijk als
we de historie van deze abdij kennen. Immers deze abdij was de belangrijkste in
de Nederlanden. Door haar ligging op de grens van Vlaanderen en Brabant was ze
zeer kwetsbaar. Haar faam en haar rijkdom waren de aanleiding tot vele
plunderingen. Zij zal dan ook in de loop van haar geschiedenis vele tegenslagen
kennen. O.L.Vrouw van de Vrede werd aldaar niet onterecht aanroepen.