Geschriften
Inhoud blog
  • Om af te sluiten, vrije wil of niet?
  • Karl Popper en de vrije wil
  • Vrije Wil
  • De geest wakker houden
  • L'Ascension du mont Ventoux

    Zoeken in blog



    21-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Om af te sluiten, vrije wil of niet?

     

    Ik werd wakker om drie uur deze morgen, was nog aan het redeneren over vrije wil of niet. Dacht er aan dat ik, hoewel gebonden aan mijn dagelijkse blog, wel zou kunnen stoppen indien ik dit zou willen, maar dat ik het niet kan willen, dat ik me niet kan opleggen er mee te stoppen. Ik ben trouwens overtuigd dat ook mijn vrienden: beeldhouwer, schilder, poëet, niet kunnen stoppen met de vorm van kunst waar ze mee bezig zijn, zelfs al zouden ze het willen. Iets weerhoudt ons allen het te doen, het leven, herkomst en opvoeding, de omstandigheden waarin we zijn opgegroeid, alle hebben ons zo gevormd, hebben ons zo geslepen. We ontkomen er niet aan, zelfs indien elke creatieve activiteit zou ophouden, we zouden verder gaan in gedachten.

    Dit is, uiteindelijk, mijn besluit wat de vrije wil betreft: het is niet omdat ik iets niet ‘wil’ doen dat ik het niet zou kunnen doen; alleen doe ik het niet. Daarna komt de vraag: ‘Waarom doe ik het niet, hoe komt het dat ik het niet wens te doen? En ik weet niet waar ik het antwoord hierop zoeken moet, want hier beginnen de vele gevoeligheden en vanwaar deze komen weet ik niet.

    Er verder over uitweiden, zou mijn geloofwaardigheid in het gedrang brengen, ik heb me een tijdje laten verleiden door Karl Popper en zijn boek, maar wat mijn geschriften betreft dit moet volstaan, zo niet wordt wat ik schrijf onleesbaar, wat ik niet wens. Wat niet belet dat Popper voor mij een uitdaging is en blijft en ik hem verder lezen zal, tussendoor. Hij is een van de grote figuren van de twintigste eeuw en zijn essays, verzameld in ‘La Connaissance objective’, zijn mijlpalen. 

    Maar toch nog dit: ik denk aan het beeld van Charles Sanders Peirce, in zijn ‘Collected Papers’- waar Popper naar verwijst - die tot het besluit komt ‘que toutes les horloges sont des nuages en dat dus enkel wolken (van deeltjes) bestaan.

    Als ik me plaats op het standpunt van die elementaire deeltjes en ik zie om me heen, dan is het effectief een wolk van deeltjes dat ik zien zal, deeltjes en de openingen er tussen. Dit is wat ik zien zou van het Universum, een enorme massale wolk van trillende deeltjes –snaren zegt Witten – die met elkaar in verbinding staan en, denk ik toch, inlichtingen uitwisselen met elkaar.

    Als ik van hier uit vertrek, heb ik moeite om te denken aan een vrije wil die aanwezig zou zijn in de wolk deeltjes dat het lichaam is. Eens ik die wolk verlaat echter heb ik moeite te geloven dat ik geen vrije wil zou hebben. Het komt er dus op aan van uit welk standpunt men het bekijkt, maar het is bevreemdend als ik beide standpunten met elkaar tracht te verzoenen. Ik beweeg me dus op heel glad ijs want, het is niet omdat ik iets niet wil doen dat ik het niet zou kunnen doen, stoppen bv met mijn blog.

    Waar kom ik dan eigenlijk uit: beschikken we over een vrije wil – ongeacht waar we staan en hoe we er staan - om te beslissen wat we willen en hoe we het willen of, zijn het de omstandigheden – en deze zijn heel ruim te zoeken – die bepalen wat we willen en hoe we het willen, en ons de indruk laten, dat we de weg die we zijn ingeslagen vrij en onafhankelijk hebben gekozen?

    Persoonlijk denk ik dat het vooral de omstandigheden zijn die onze wil en onze weg bepalen en dat het heel moeilijk is, gewild en vrij tegen die omstandigheden in te gaan.

    Met dit voor ogen, hoe groot is onze vrijheid tot doen en laten?

     

    21-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    20-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Karl Popper en de vrije wil

     

    Ik ben gisteren in een netelige positie beland. Zeggen met Compton dat de vrije wil niet bestaat is een domein betreden dat voor mij, arme sterveling, niet toegankelijk is en het ook nooit is geweest. Ik moet het hebben van mezelf en van wat ik hier of daar opdoe in boeken. Ik moet dus, na gisteren Compton aan het woord te hebben gelaten, horen nu wat Popper erover denkt en hoe, eventueel, Compton opgestaan is uit zijn ‘waanidee’.

    Popper behandelt dit probleem over de vrije wil in zijn toespraak voor de Universiteit van Washington van 21 april 1965, met als onderwerp: ‘Des nuages et des horloges’, waarbij hij een gaswolk, of een wolk vliegjes stelt tegenover een staande klok. De wolk waarvan de handelingen onmogelijk te voorzien zijn, tegenover de klok waar deze wel te voorzien zijn. Hij plaats de ene wolk links en de andere rechts en tussenin kan hij bv. de dieren meer naar links, de planten meer naar rechts, en de auto’s in functie van hun betrouwbaarheid naar rechts toe, ‘et, peut-être à l’extrème droite faudrait-il placer le système solaire.’

    Maar zegt hij de Newtoniaanse revolutie heeft voor een andere stellingname gezorgd namelijk, wat C. S. Peirce naar voor schoof: ‘alle wolken zijn horloges’, want in de horloges ook is de moleculaire structuur ervan een wazig gegeven – de edelsteentjes in een uurwerk kennen een moleculaire agitatie bij warmteverschillen – dus beweert Peirce: al wat is zijn wolken.

    Ik resumeer in enkele paragrafen  een deel slechts van de toespraak van Popper, en dan nog, in welke mate ook ben ik erin geslaagd een deel van de sluier over zijn ‘wolk vs horloge’-voordracht op te lichten?

    En dan verschijnt bij hem Compton op het voorplan die beweert (zie 19 juli) dat al wat gebeurt in een wereld van atomen, elementaire deeltjes en krachtvelden voorafgaandelijk fysisch is bepaald, inbegrepen al onze bewegingen en aldus al onze handelingen. Zo dat al onze gedachten, al onze gevoelens, al onze inspanningen niet de minste praktische invloed hebben op wat gebeurt in de fysische wereld.

    Popper onderlijnt dat het probleem dat Compton onder ogen ziet, een ernstige discussie noodzaakt. Het is gedragen door de theorie van de fysica die de wereld ziet als een fysisch gesloten geheel van atomen, elementaire deeltjes, en krachtvelden, die met elkaar verbonden zijn en op elkaar inwerken, er niet kan worden tussen gekomen van buiten uit. Het is deze vergrendeling van het systeem dat, volgens Compton, aan de basis ligt dat de vrije wil van de mens uitgesloten wordt.

    C’est un cauchemar, zegt Popper, parce qu’il affirme que le monde entier avec tout ce qu’il contient, est un gigantesque automate, et que nous ne sommes rien d’autre que de petits rouages, ou des sous-automates dans le meilleur des cas. Il détruit ainsi, en particulier, l’idée de créativité.

    Ik ga hier niet verder op in, de waanidee van Popper en van Compton, ligt in het veld van de fysici en filosofen, het beroert ons niet. We denken vrij te zijn in onze beslissingen en wellicht is dit zo, maar er is een maar, de beslissingen die we nemen worden sterk bepaald door de omstandigheden waarin we ons bevinden, gekleurd door de persoon die we zijn in onze genen. We beslissen, totaal vrij, met de fiets de Mont Ventoux te beklimmen, echter waarom namen we deze beslissing, wat zette ons er toe aan dat het begin was van de ‘vrije’ beslissing die we namen? Waren we nog wel totaal vrij toen we ze namen, was het niet omwille van de omstandigheid waarin we verzeild waren en, alles in gereedheid gebracht aan de voet van de berg, waren we nog wel vrij de tocht niet te doen?

    Dit is waar je terecht komt als je het waagt een boek van Karl Popper te openen op een dag in juli. Ik had het anders gewild. Maar de vraag die ik me nog altijd stel: waarom ben ik op 18 juli naar beneden gekomen met het boek van Popper in de hand, was het uit vrije wil?

     

    20-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    19-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrije Wil

     

    Bosduiven in de ceder, vroeg, heel vroeg zijn ze er. Ik denk dan telkens aan mijn broer die ging, hij noemde ze houtduiven maar ik houd het bij de naam die ik altijd heb gehoord, het blijven de bosduiven uit mijn verre jeugd, te ver nu al, opdat er nog veel zou van overblijven. Eigenlijk maar enkele flarden meer, kleine feiten, impressies, amper het melden waard, maar ze zijn er, ze duiken op, zo maar. Ik zoek er niet naar, ik droom er niet meer in weg, want het heeft geen zin te diep te gaan kijken, het is meer pijn dan wat anders, pijn om wat voorbij is die nu berusting is geworden. Mijn leven was wat het was en is, het kon helemaal niet anders geweest zijn, afhankelijk, nu gezien, van enkele luttele details, maar wat was, was zoals het geschreven stond in het boek, als ik psalm 139 geloven mag. Ik had dus maar de weg te volgen die stond uitgestippeld. Ik heb dus geen enkele reden om te zeggen, ware dit er niet geweest er zou dat niet gebeurd zijn want:

    ‘What might have been is an abstraction / remainig a perpetual possibility / only in a world of speculation’, wist mijn kameraad T.S.Eliot. Ik weet het wel mijn weg stond niet vooraf uitgestippeld maar vloeide voort uit de omstandigheden - en wat deze betreft is een oogcontact soms bepalend - die we, o zo graag toeval noemen, maar waarin ik, de ene omstandigheid volgende op, en komende uit een andere, verwikkeld geraakte en dit, geconditioneerd door mijn omgeving, én, wat ik steevast geloof, door de stand van sterren en planeten, de dag van mijn geboorte/de dag van mijn conceptie, dit alles is bepalend geweest voor waar ik nu sta en hoe ik nu ben. Als het boek van psalm 139, geschreven zou geweest zijn, ware het de resultante geweest, ogenblik na ogenblik van alle omstandigheden waarin ik terecht zou komen.

    Ik haalde gisteren mijn Karl Popper[1] nog eens naar beneden. Heb er om een onbepaalde reden in gebladerd, gezocht naar wat onderlijnd stond. In verband met wat ik hoger schreef citeert Popper het boek ‘Freedom of Man’, van Arthur Holly Compton (1892-1962, Nobelprijs Fysica 1927), waarin hij de New Physics betrekt bij de discussie over de vrije wil van de mens:

    ‘C’est la question fondamentale de la morale, c’est un problème vital pour la religion, et c’est le thème d’une recherche active dans les sciences : l’homme est-il un agent libre? Si (…) les atomes de nos corps obéissent à des lois physiques aussi immuables que les mouvements des planètes, pourquoi entreprendre? Quel sens y a-t-il à faire plus ou moins d’efforts si nos actions sont déjà prédéterminées par des lois physiques.’

    Want, zegt Compton al wat gebeurt in een dergelijke wereld: est physiquement prédéterminé y compris tous nos mouvements et, par conséquent, toutes nos actions. Si bien que toutes nos pensées, tous nos sentiments, tous nos efforts ne sauraient avoir aucune influence pratique sur ce qui se passe dans le monde physique.’(p. 334).

    Karl Popper noemde dit ‘le cauchemar du déterminisme[2] physique’

    Dit is een ongewoon verdict, maar is het wel zo? Later meer hierover.



    [1] Karl Popper: ‘La Connaissance objective’, Aubier, traduction intégrale de l’anglais et préfacé par Jean-Jacques Rosat, 1991 ; Originele titel : ‘Objective Knowledge’,Oxford University Press, 1972. Chapitre : ‘Des nuages et des horloges.’ pag. 319.

    [2] Determinisme: leer volgens welke onze wilsbepalingen en handelingen geheel door voorafgaande en uiterlijke omstandigheden bepaald worden, die dus de vrijheid van de wil ontkent. (Van Dale).

     

    19-07-2017, 07:25 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    18-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De geest wakker houden

     

    Zo is het ook dat ik elke morgen/dag vertrek van uit een zelfde punt om aan te komen op een plaats waar ik nog niet was. Soms neem ik zelfs een weg die ik al eens nam om dan, gekomen aan een tweesprong, de andere, onbekende richting te kiezen. Op mijn punt van vertrek voel ik me als een beeldhouwer die in zijn atelier een mooie blok hout staan heeft, geplaatst op een piédestal, duidelijk zichtbaar. Elke morgen als hij zijn atelier betreedt wordt hij er mee geconfronteerd, weet hij dat het wacht om bewerkt te worden. Maar hij wacht nog, omdat hij nog niet weet waar de eerste beitelslag te plaatsen.

    Ik, heb hoogstens enkele boeken naast mij die wachten om geopend te worden, wijze boeken, geleerde, overtuigende boeken die ik las en waarin ik met zacht potlood onderlijnd heb wat ik terugvinden wil op het gepaste ogenblik. Ik ben nu eenmaal zo ingesteld. Vroeger nam ik die zinnen over in mijn dagboek en vulde deze aan met wat commentaar. Vandaag reken ik op mijn geheugen en de inspiratie van het ogenblik, zoals ook mijn vriend de beeldhouwer, hij weet wellicht nog niet precies waar hij, na zijn eerste beitelslagen, zal uitkomen, ook een schilder weet het niet na zijn eerste penseel trekken, alles gebeurt initieel van uit de ondergrond van ons zijn, van uit een soort niemandsland, waar we bij goede momenten, glorierijk kunnen uitkomen.

    Meer is het niet, hoewel het al heel wat is; hoewel het lijkt op een kleine verrijzenis, een opstaan uit het onevenwichtige, het geslotene, uit een dood veld van plantenresten waaruit dan na de donkerste nacht een totaal nieuwe plant ontstaat onder de vorm van een plotse idee, een eureka van een idee die de wereld verder helpt ontstaan; of dan toch de indruk geeft nieuw te zijn, alsof er nog iets totaal nieuw zou kunnen ontstaan, alsof alles niet begrepen is in wat is, ook het nieuwe, ook het onbekende dat zich nog een tijd verschuilt in het bekende.

    Er is inderdaad, hoe we het draaien of keren, niets nieuws onder de zon, al wat is komt voort uit wat is, is er dus van lang voorheen aanwezig in potentie, ook de laatste zin die ik vandaag hier neerzetten zal, al ken ik hem nog niet, hij is er al. Ik moet enkel nog even wachten om hem te zien verschijnen, voortvloeiend uit wat ik nu aan het optekenen ben. Of ik er gelukkig zal mee zijn moet ik nog afwachten, tot vandaag toe meen ik altijd een dergelijke zin gevonden te hebben, waarom dan niet, rekenend op mijn goed gesternte, vandaag.

    En waar kom ik dan uit als ik luister naar T.S. Eliot, geïnspireerd door Juan de la Cruz (1542-1591): ‘And what you do not know is the only thing you know / And what you own is what you do not own / And where you are is where you are not[1].

    Dan ook, wat ik schrijf is wat niet nodig was te schrijven, het staat er al ergens, en stond het er nog niet het zal er morgen staan, misschien zelfs als de zoveelste overlapping van wat er veel vroeger stond.

    Het is maar een spel, een spel van de geest om jou wakker te houden, ingesteld op wat van het land van de geest is, en meer nog opdat mijn geest wakker blijven zou, toch nog een tijdje.



    [1] T.S.Eliot: Four Quartets – East Coker, verzen 143-145, Faber & Faber editions.

     

    18-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (1)

    17-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.L'Ascension du mont Ventoux

     

    De plaats waar we wonen is stilte, is rust, is bezinning, maar we waren toch in Arles in 2005 – hoe is het mogelijk, twaalf jaar geleden al – we stonden daar op 28 november voor de etalage van een boekenwinkel, toen mijn oog viel op een dun boekje, met een titel waar velen van dromen: ‘L’Ascension du mont Ventoux’: Petrarque[1]. Ik ben de boekenwinkel binnengegaan en heb, een gelukkig man, het boekje gekocht.

    Een droom van een boekje, met bladen die nog los te snijden waren, uiterst verzorgd, het papier, zacht en warm aanvoelend en prachtig van druk. Ik heb de bladen ervan – had eigenlijk twee exemplaren moeten kopen, een om onaangeroerd te laten en een om te lezen - met een scherp mes, met schroom los gemaakt. Ik hoefde het nog juist te lezen om het volledig te bezitten. Maar als boek was het een klein kunstwerk.

    Heb er in het begin lange tijd mee gewacht, het lag naast mij als ik las of schreef, Ben het eindelijk dan toch gaan gelezen en heb met zacht potlood de zinnen onderlijnd die ik nu terug ga opzoeken. Het bevat amper 44 pagina’s, 33 ervan zijn beschreven, de onbeschreven overige maken het precies tot wat het is, een juweel van een boek, klein in volume maar groot van inhoud.

    Het is het verhaal van een tocht naar de top van de Ventoux in de vorm van een brief, op 26 april[2] gericht van uit Malaucène, een dorpje gelegen aan de voet van de Ventoux, gericht aan zijn professeur de theologie, Dionigi da Borgo San Sepolero:

    ‘Aujourd’hui mû par le seul désir de voir un lieu réputé par son hauteur, j’ai fait l’ascension d’un mont le plus élevé de la région, nommé non sans raison Ventoux.’

    Petrarca verbleef sinds zijn jeugd in le Palais des Papes in Avignon en elke dag, werd hij geconfronteerd - comme tu le sais par ce destin qui règle la vie des hommes -  met het zicht van de Mont Ventoux. De confrontatie met de berg werd zo intens dat hij op een dag besloot de berg te beklimmen met zijn jongere broer, Gherardo, de enige die hem paste als gezel, samen met twee dienaars. De beschrijving van de tocht leert ons niet zoveel over de omstandigheden, alleen dat hij, in tegenstelling tot zijn broer, het lange, maar lichter stijgend pad heeft gekozen, terwijl zijn broer de directe weg naar de top heeft gevolgd.

    Maar het is boven op de top, waar ze samen zijn gaan neerzitten, dat Petrarca een klein boekje, un volume minuscule, les Confessions d’Augustin, dat hij altijd op zich droeg willekeurig opent, om luidop te lezen voor zijn broer:

    Et les hommes vont admirer les cimes des monts, les vagues de la mer, le vaste cours des fleuves, le Circuit de l’Océan et le mouvement des astres et ils s’oublient eux-mêmes. 

    Waarbij hij plots beseft wat hij al lang had moeten weten, zelfs de heidense filosofen wisten het: qu’il n’est rien d’admirable en dehors de l’âme, qu’il n’est rien de grand en dehors de sa grandeur. De tocht van Petrarca wordt een les naar de wijsheid, want: ‘Alors, satisfait jusqu’ à l’ivresse de la vue de cette montagne, je tournais les yeux de l’âme vers moi-même.’

    En kwaad op zichzelf voor de bewondering die hij droeg voor de aardse zaken, weigerde hij verder te lezen en verzonk hij in diepe gedachten. De woorden die hij gelezen had waren voor hem geschreven, alleen voor hem. Des te meer omdat hij, precies op het ogenblik dat hij het boekje opende, hij zich de woorden herinnerde die Augustinus had gedacht toen hij het Boek van de Apostel, had geopend en toen had gelezen: 

    Ne vivez pas dans les festins, dans les débauches, ni dans  les voluptés impudiques, ni dans la lutte, ni dans l’envie ; mais revêtez-vous de Notre Seigneur Jésus-Christ, et ne faites pas de vos concupiscences une providence charnelle. 

    En dat  Antonius ook zoals hij, een identiek gebeuren had meegemaakt toen hij, bij het lezen van de Apostel, gevallen was op de woorden: Si tu veux être parfait, va, vends ce que tu possèdes et donne aux pauvres, viens, suis-moi et tu auras un trésor dans le ciel. En ook Antonius las deze woorden alsof ze voor hem geschreven waren en hij won het Rijk der Hemelen, schreef zijn biograaf Athanase. 

    De tocht naar de top van de Ventoux was dus de tocht naar de openbaring voor Petrarca, maar hij zou dit pas zeventien jaar later, in 1353, neerschrijven als zijn tocht naar de verlichting en de verheffing naar God. 

    Is voor de vele moedigen die met de fiets de top van de Mont Ventoux bereiken, hun inspanning ook een passage naar de verlichting en de overwinning op ‘les passions qui jaillissent des instincts de la terre’? 



    [1] Pétrarque: ‘L’Ascension du mont Ventoux’, traduit du Latin par Denis Montebello, Préface de Pierre Dubrunquez. Séquences, 1990

    [2] De tocht zou plaatsgevonden hebben in 1336 en de definitieve vorm van de brief pas 17 jaar erna in 1353 geschreven zijn, leert ons het voorwoord van Pierre Dubrunquez. Petrarca was 32 jaar toen hij de beklimming deed.

     

    17-07-2017, 06:45 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    16-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De grens die nader komt

     

    Ik vind een brief terug van een vriend, een brief van 11 maart 2012. Het ging over een wijsheid neergeschreven door Claude Lévi-Strauss, op de vooravond van zijn negentigste jaar:

    Il y a aujourd’hui pour moi un moi réel, qui n’est plus que le quart ou la moitié d’un homme, et un moi virtuel qui conserve encore une vive idée du tout. Le moi virtuel dresse un projet de livre, commence à en organiser les chapitres, et dit au moi réel : C’est maintenant ton affaire, c’est toi le seul qui voit la totalité.

    La vie se déroule à présent dans ce dialogue très étrange.’

    Ik ben aangekomen waar Lévi-Strauss zich bevond toen hij deze woorden schreef. Ik ook heb het gevoel dat er in mij een persoon is, een virtuele, die me aanzet om te schrijven, die me ‘s morgens uit mijn bed jaagt, omdat hij weet dat deze de beste momenten zijn om te schrijven. Maar - en ik weet dit nu - het is hij niet die schrijft, het is altijd de man, voor de helft nog man, die het denkwerk van de virtuele volbrengt. Het resultaat van deze vreemde dialoog is de tekst die verschijnt als blog.

    Erger ware geweest indien de dialoog niet vruchtbaar ware geweest, indien er geen blog ware uit voortgekomen, indien er geen zichtbaar resultaat, hoe minimaal ook, ware van overgebleven. Nu die dialoog er is, moet ik hem, de virtuele, dankbaar zijn om zijn aanwezigheid, moet ik hem vragen vooral niet als een schaduw te verdwijnen, me niet achter te laten in mijn eenzaamheid van wat me nog rest als man.

    Ik had, in de tijd van de brief, nog een hele tijd voor de boeg alvorens de jaargrens, waar hij toen stond, te bereiken. Ondertussen is het zo ver. Is er iets gewijzigd in die dialoog van jaren her?

    Uit de woorden van Lévi-Strauss meende ik en meen ik nog, begrepen te hebben dat hij nog altijd ideeën had, dat zijn geest nog altijd op volle kracht bezig was, maar dat zijn reële ik het liet afweten. Is het dit niet dat hij bedoelde, het is toch wat ik vrees dat me zou kunnen overkomen eens de grens overschreden.

    Ik moet me er dus tegen wapenen, ik moet een verwittigde man zijn, niet toelaten dat hij, mijn virtuele ik, het laat afweten. Ik moet hem koesteren, hem verleiden met wat ik schrijf. Het is het enige wapen dat ik bezit, volharden in mijn proberen hem te verleiden, wat niet zo eenvoudig is. Want hoe blijf je in staat je vrouw te verleiden. Het is zo wat hetzelfde probleem moet je maar denken, en  blijven zoeken hoe je er het best in slaagt.

    Dit is dan mijn taak van elke morgen, er is geen ontkomen aan, want deze blog is al enige tijd mijn leven geworden, neemt die weg en ik ben maar een kwart, een zucht mens meer. Wat ik niet wil zijn en waar ik niet wens aan te komen. We zijn geschapen naar Gods gelijkenis, niet als lichaam natuurlijk, Hij ware een grote sukkelaar indien het zo was, maar geschapen naar wat Hij in essentie is: niets anders dan spirit, geest, en als dusdanig overal en in alles aanwezig.

    Om mijn virtuele ik te verleiden kan ik niet anders dan te vertrekken – wat ik ook gisteren schreef – van uit deze gelijkenis.

     

    16-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (1)

    15-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ruggensteun

     

    James Joyce: ‘The past is consumed in the present and the present is living only because it brings forth the future’.

    T.S.Eliot: ‘Time present and time past / Are both perhaps present in time future, / And time future contained in time past. / If all time is eternally present / All time is unredeemable’. (‘kan niet worden teruggewonnen’, Servotte vertaalt dit door ‘onverlosbaar’).

    Joyce schreef dit in Dublin en in Trieste 1914; Eliot in London 1959. Ik schreef hierover sinds een tijdje nu al, een ruggensteun hebben we allen nodig, vooral in het hart van een ontboezeming. En, elk optreden van mij is een ontboezeming.

    Je weet het al lang, jij die me leest, jij die de moed hebt in te gaan op mijn woorden en mijn pagina op te zoeken, zich afvragend wat ik nu wel kan geschreven hebben, in welke gedachten ik me nu heb bloot gegeven, hoe ik me ‘ontboezemd heb’; hoe ik zaken heb verkondigd die lang voor mij en lang voor Joyce en Eliot opgetekend stonden op oude perkamenten, zaken die, hoe kan het anders, neerkomen op een verheerlijking van het ‘nu’, het nu dat tezelfdertijd verleden is en toekomst. Het onvatbare, onomkeerbare ‘unredeemable’ nu. Of de tijd die niet is en toch is, gelezen van uit het punt in het verleden, dat voorbij is en het punt in de toekomst dat op ons afkomt met de snelheid van het steeds maar vernieuwende nu.

    Mijn schrijven is hiervan het duidelijkste bewijs, elk woord ervan is én verleden én toekomst en slechts een ogenblik heden en, het heden is het zijn, is het zijn van alles wat is, en ‘alles wat is’, is van het onnoembare, en daar ga ik weer, ik kan geen ogenblik gewoon mens zijn. Ik, de schrijver in mij,  wil telkens alles ophemelen - letterlijk te nemen, als dichter naar de hemel toe – om binnen te treden in het onbekende landschap van de geest, ‘the mindscape’.

    Mijn optreden elke dag, mijn speach, onthult zich, lijk een vlinder die traag, beetje bij beetje, vrij komt uit zijn pop, of lijk een plant die opschiet uit de gezwollen korrel zaad en zijn weg zoekt naar buiten, naar het licht. Het is op deze wijze ook dat mijn woorden tevoorschijn komen, verweesd eens ze daar staan, maar tevens verbaasd, zoals de vlinder, zoals het sprietje plant, er staan en zien hoe wonderlijk de wereld is.

    Mijn speach is dan ook een ruiker van woorden. Ik zoek er de mooiste uit en schik ze; is een ikebana van gedachten, neergezet op de meest sprekende, prangende, betekenisvolle wijze. Denk dan mijn vriend, dat ik aan bloemschikken doe, dat ik mijn ruikers symbolisch wil, gecentreerd op wat van het leven is, in een ademloze – eigenlijk waanzinnige - poging om uit te komen daar waar het zijnde zich mengt met het eeuwige en het eeuwige met het nu; het nu dat en verleden en toekomst is, alles gebundeld, alles verstrengeld lijk een wikke om de korenstengel. en nog iets in meer, de daad zelf van de omwikkeling en de verwondering om de kracht die de omwikkeling op gang brengt.

    Elk woord dat ik schrijf gaat steeds dezelfde richting uit, deze van het onzichtbare.

     

    15-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    14-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ontaards

     

    Kan het zijn dat je op een bepaald ogenblik in je leven, het punt bereikt dat je leeg geschreven bent, totaal leeg; dat je niet meer weet hoe aan een nieuwe dag te beginnen? Je bent nochtans vroeg opgestaan, je hebt gezien dat - nog steeds ver naar het noorden toe - in het oosten de zon is opgestaan in een gloed van vuur en als je neerzit hoe het licht je omhult, echter niet zoals de vorige dagen – zo meen je toch – met woorden die de beelden aftastten die in jou zijn opgestaan. Er zijn geen beelden nu, je had te weinig slaap, je bent te vroeg opgestaan, je hebt je gedwongen naar beneden te gaan en te schrijven wat je te binnen viel. Hopende dat het, zoals het de duizenden morgens ervoor is gegaan, het je ook ditmaal lukken zou.

    Je weet echter al lang dat je geen meesterschrijver bent, dat je beperkt zijt in je mogelijkheden, dat je verbaasd staat over wat een jonge Joyce wist te schrijven. De vele zinnen die je in zijn ‘Artist as a young man’ hebt onderlijnd toen je er de mogelijkheid toe had bewijzen het, want je aarzelt om het boek, na lezing, terug in zijn rek te zetten, je kunt er nog niet van scheiden. Zinnen weliswaar die jij ook geschreven hebt, ooit, en opgesloten zitten in blogs, waar ze zullen blijven zitten.

    Je noteerde er een, gisteren nog, over Stephen Dedalus aan wie, in zijn jeugd, de vraag werd gesteld of hij er niet aan dacht toe te treden tot de orde van de Jezuïeten, maar hierop negatief had geantwoord, die zich later, het ogenblik herinnerde ooit een bos te hebben betreden en hij ‘had lifted up his arms and spoken in ecstacy to the sombre nave of the trees, knowing that he stood on holy ground and in a holy hour[1].

    Jij ook hebt dergelijke momenten gekend en erover geschreven. Momenten dat je je voelde ‘opgehemeld’, verheven te zijn; te weten dat je op een gewijd ogenblik, op gewijde grond stond als je het bos betrad. Je dacht wel niet aan de God, waar Joyce het over heeft en je dacht ook niet zoals hij, Joyce, er later over dacht, maar het waren, in het bos, telkens grote ogenblikken, die de vergelijking doorstonden van het gevoel dat hij kende als hij binnen ging in een kathedraal, zelfs volstond het binnen te gaan in een romaans kerkje. Onlangs nog kende hij dit gevoel toen hij binnen stond in het romaanse kerkje van Afsnee, ook omdat hij wist dat hij daar stond op grond die geheiligd was door de gedachten van de geslachten voor hem die, die plaats geheiligd hadden.

    Een gevoel ook dat hij kende en terug ontmoette toen hij gisteren schreef over het eiland Iona. Je kunt je niet ontdoen, de geschiedenis van het eiland kennende, overvallen te worden door een gevoel van schroom als je voet aan wal zet, als je daar de kathedraal betreedt. Het gebouw heeft wel niet het de allure van een gotische kathedraal, maar het is er een omdat het op Iona staat en dit is voldoende om er een kathedraal van te maken. Dit maar om te zeggen hoe bepaalde plaatsen als sacrale plaatsen kunnen aangevoeld worden en, ook het bos is zo een plaats.

    Als ik dit dan lees bij Joyce, wat hij schrijft over het betreden van een bos, dan weet ik dat hij dit gevoel van mij heeft gekend in zijn jeugd, een gevoel dat hem niet meer verlaten heeft. Wel zal hij een andere betekenis gegeven hebben aan het woord God, zal het uitgezworven zijn tot iets kosmisch, en dit kosmische ontmoet je op vele plaatsen in zijn werk. Joyce is, als hij schrijft, meer van de kosmos dan van de aarde en dit ben ik ook, je moet van de kosmos zijn om te kunnen schrijven, een vriend beeldhouwer, en een andere poëet en schilder herhalen dit regelmatig - en nu ook heb ik me er naar toe geschreven, mijn gedachten zijn van een dofheid overgegaan naar een lichtheid, hebben volume verworven, zijn uitgegroeid tot waar ik ze hebben wilde, zwevend boven de aarde.

    Ik denk dan aan de brandende braamstruik uit de Bijbel en de stem van God die tot Mozes zegt dat hij op gewijde grond staat en dat hij zich ontschoeien moet dat hij dus blootvoets in de aarde moet staan – de Islam nam dit over - om zijn woord te aanhoren, of het letterlijk bedoeld werd door God weet ik niet, het zal wel, wat ik wel weet is dat je je ontschoeien moet in gedachten als je plaatsen als een bos of, een kathedraal betreedt. Je moet anders zijn, je anders voelen, je moet ontaards zijn. En ik herhaal, je moet, en ik ondervind dit telkens, de aarde verlaten als je schrijven wilt, als je schilderen of beeldhouwen, of componeren wilt.

    Echter, zo komt het me over, je doet het vandaag beter niet indien je wenst gehoord te worden.



    [1] J.Joyce: ‘A portrait of the artist as a young man’, p.232

     

    14-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    13-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Iona, the holy Isle

     

    Vooraf:

    Een vriend maakte me attent op een artikel in de ‘Times online’[1] handelend over het Hebriden eilandje Iona, waar de Ierse monnik, Colombanus, in de VIde eeuw, samen met twaalf gezellen, aan land was gegaan op wat nu genoemd wordt ‘ the holy Isle’. Het is, gelegen op de westkust van Schotland, te bereiken vertrekkende van uit Oban, met de boot naar the Isle of Mull. Restanten er gevonden, nu al 60 jaar geleden, werden pas nu met ‘radiocarbon dating’ vrij precies gedateerd als van de zesde eeuw.

    Op 26 september 2014 schreef ik al een blog: ‘Iona een evocatie’. Het bericht in de ‘Times online’ was meer dan een aansporing om mijn woorden van toen te herschrijven en, mijn twee bezoeken aan dat mystieke eiland te herbeleven. Er zijn heel wat dergelijke plaatsen, maar weinige zijn er die Iona overtreffen. Vraag me niet waarom, maar om dan toch een reden op te geven, Iona zit in mijn genen. 

     *

    Zo die morgen, met de wagen, de oude pelgrimsweg volgend, over het eiland Mull naar het dorpje Fionnphort toe: een spreken en een verwachtend zwijgen onder de bijna-regenlucht; een tocht over het land van Mull, langs meren, over heuvels en dalen, met hier en daar, in alle schroomheid, witte vlekken van huizen in een niet te noemen verlatenheid.

    En even stil gehouden, even uitgestapt: een loch in de verte, wat bomen even ver, naast een eenzaam huis, en het simpele leven in hen gedaald. En, terwijl de aarde zich om haar zon door het Universum slingert, beroert hij met de ogen de mossen aan zijn voeten, het tere haarmos met de huif, het bekermos glimmend van vocht en licht, rillend in de kleine wind en denkt hij er omheen, de onzichtbare korrels sporen die neerwaaien op zijn handen tot ver over de aarde.

    Een sperwer schiet naar de grond toe en er hangt een schreeuw. Denkt hij: ik ben rust en ontvankelijkheid, ik ben ruimte en herinnering, ik ben verleden, maar vooral ik ben het nu, ik ben landschap en het landschap is oneindigheid in mij. En denkt hij nog, van de dichter Macdiarmid las ik ooit: 

    The Rose of all the world is not for me / I want for my part / only the little white rose of Scotland / that smells sharp and sweet – and breaks the heart. 

    En verder rijdend, uit een draai van de weg tot hen gekomen, en zo lang al aanwezig in hun verbeelden, Iona, heel dichtbij alsof ze het, over de smalle strook water heen, bijna raken kunnen. Het is een realiteit nu van groen en heuvels geworden, het is een geblokte donkere kathedraal naast een handvol huizen geworden, een baken, een toevlucht, het einde van een pelgrimstocht.

    De kleine ferry glijdt over het helderste water, spiegelkleuren van geelgroen tot blauwgroen. Zijn hand in het water voelt hij de koelte ervan in zijn vingertoppen. En als de boot aanlegt onder een immense koepel van luchten, betreden ze een strook land van eeuwen her, van druïden en Kelten van monniken en nonnen, van vele geslachten die er waren, lang voor hen.

    Het is de herinnering aan wat nog kleeft aan de steiger waar ze aanleggen, aan de grond waar ze hun voeten zetten, aan de smalle huizen, aan de afgebrokkelde muren van wat eens de ‘nunnery’ was.

    Ze staan bij het eeuwenoude, hoge Keltisch kruis dat het symbool, de geest van Christus is. Ze lopen over de resten van het oude kerkhof waar eens de Schotse koningen werden begraven. Ze wandelen binnen in de schemerige maar o zo sobere kathedraal en: 

    Instead of monks’ voices / the lowing of cattle shall be heard. 

    Als ze terug buitenkomen, een trage regen valt over de aarde. In een roerloze boom, een roerloze tortel en een vers komt terug:

    Mon cheval arrêté sous l’arbre qui roucoule, Je siffle un sifflement plus pur… Et paix à ceux, s’ils vont mourir, qui n’ont point vu ce jour. Mais de mon frère le poète on a eu des nouvelles. Il a écrit encore une chose très douce. Et quelques-uns en eurent connaissance.

    Hoe groot is thans de vriendschap in hen en hoe arm hij die dit alles verwoorden wil. Want weinig talrijk zijn zij die dit lezen zullen, doch deze weinigen zullen broeders zijn met hem en met Saint-John Perse die deze verzen schreef[2].

    Het is dan dat het mirakel van het licht zich voltrekt. De wolken zijn opengeschoven en de zon springt lijk een waterval over de wereld. Alles is nu kleur en verrukking: de ruïnes van het klooster, de lage muren langs de weg, de trosjes dwergvarens gevat en levend tussen de oude stenen, de gouden fuchsiahagen en de schittering van de zee ver beneden hen. Ze kopen wat spijs en drank in de souvenirshop en wandelen langs de kustlijn het eiland in, de heuvel op en stijgen, als hadden ze vleugels, over rotsen en weiden tot de hoogste top, jong, overmoedig en vrijer dan ooit.

    Boven de wereld van eilanden en water breken ze het brood. De zon brandt hun handen en wintergelaten en de wind joelt in hun haar, in hun gedachten, in hun woorden. Dit ook is al herinneren als ze afdalen terug naar het vlekje wit strand, naar het turkooisgroen van het water, terwijl boven hen een leeuwerik zingend ten hemel stijgt:

    Op het hagelwitte strand van Iona spoelen kleine takjes wieren aan, donkerrood, karmozijn, levend in de palm van zijn hand. Hij ziet hoe teer ze zijn, hoe wonderlijk van vorm en hoe de kleur, met licht doormengt als van robijnen is naar de uiteinden toe. Ondoordringbare wereld van het intense, roekeloze leven waarover zijn adem is en zijn verbazen.

    Op het hagelwitte strand spoelen takjes wieren aan, tussen schelpen, rottende resten van planten en beenderen van vogels, overspoeld, weggeduwd en terug gezogen en van de oceaan is het komen en het keren van de zingende golven, is het licht erover, is er de eeuwigheid.

    Het is maar een onooglijk strookje strand, een inham tussen de rotsen en het beginpunt van de glooiing naar de top van het eiland toe. Omheen het eiland is de breeklijn van de branding, de glanzende oceaan, uit deinend tot in de grijze oneindigheid van vele eilanden, ongenaakbaar, onveranderlijk van in het begin der tijden tot het einde ervan. Terwijl hij, onachtzaam, de kleine blaadjes wieren gladstrijkt over zijn handpalm, terwijl meeuwen wegschieten over het water en over het land. Terwijl het licht de tijdloosheid doorkruist en zij deel ervan, barrevoets in het water.

    Avonden lang zal hij over zijn woorden gebogen zijn.


    [1] Archaeologists have found conclusive evidence that a wooden hut traditionally associated with St Columba at his ancient monastery on Iona dates to his lifetime in the late sixth century. Carbon dating showed that hazel charcoal, unearthed in an excavation of a wattle and timber structure on Iona 60 years ago, are from the period that the Irish missionary founded the Inner Hebridean monastery. The structure is believed to be the monk’s cell where he prayed and studied in isolation. 

    [2] Saint-John Perse :  Œuvre poétique I : Anabase : p. 162, Gallimard 1960.

     

    13-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    12-07-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Er zijn zonder er te zijn

     

    Wat is er, dat me verheugt of stoort deze morgen, deze nieuwe dag die ik inga, de onzichtbare muur voor mij van het ‘zijn’ die ik doorbreken moet wil ik ergens, het kan ook nergens, aankomen waar ik nog niet was en niet dikwijls meer komen zal, omdat de tijd - die niet is - ontbreken zal?

    Of, hoe begin ik deze onbeschreven, maagdelijke dag na wat de nacht me bracht en waaruit ik nieuw en ook niet helemaal nieuw, ben opgestaan? Ik heb het gevoel grote dingen te moeten schrijven wil ik nog gehoord worden, dingen die ook nog heel ongewoon moeten zijn in een wereld die bol staat van berichten allerlei.

    Ik heb, wil ik in zijn, een Harry Potter uit te vinden, in een land dat nog niet is, en er een hoge woning bouwen in het laatste dorp ervan – das letzte Dorf der Welt, und die das Dorf verlassen wandern lang - alle ramen gesloten op de eeuwigheid met, in de vele kamers, boeken gestapeld of in rekken tegen de wanden; kamers waar je doorheen wandelen kunt, alle deuren open, in een stilte die van vorige tijden is.

    Je bent er heen gegaan nadat de aarde je verstoten heeft, je bent er, denkt je, alleen, om alle boeken die er zijn, boeken over de oude en de nieuwe God - andere zijn er niet, zijn er ook niet nodig - te nemen, te doorbladeren en te lezen; want je beheerst alle talen en alle schrijfwijzen die er te kennen zijn. En je weet vooral dat je er zult verblijven tot je zelf boek geworden bent en het stoort je niet omdat het hier de regels zijn.

    Dit is dan, van alle ogenblikken in je leven, het grote ogenblik dat niet ophouden zal zo lang je lezen blijft over wie die God eens was en hoe hij geworden is wat en wie hij nu is geworden. En nog, maar het is nog maar een kleine opening, hoe hij uit de oude en de nieuwe tevoorschijn is gekomen als een totaal andere, een zucht van wat Hij vroeger was.

    Je hebt de tijd, die evengoed geen tijd is, want de woning met de boeken is ook gelegen in het tijdloze, zelfs in jou heeft het tijdloze zich gevestigd en lezend heb je dit tijdloze omhelsd en uitgedragen, als een wimpel waarmede Christus, leert ons Dante, de Hel is binnen getreden. Je bent er lang. Je las wat je lezen moet, tot je komt aan het allerkleinste boekje dat er geborgen ligt, en met vergrootglas in de hand  heb je de ene zin gelezen die op de waarheid lijkt afgestemd:, ‘ God is, zonder er te zijn.’

    Je neemt er genoegen mee. Je bent er mee voldaan. Hij is er, en toch is Hij er niet, omdat Hij er niet zichtbaar is, niet zichtbaar alsof we weten zouden hoe een God zou kunnen zijn.

    Hier stopt het dus voor ons: Hij is er zonder er te zijn, echter, van uit het gebinte van het dak een stem: ‘ Zonder er te zijn, kan het niet dat Hij er is.

    Maar het Leven is, en toch, je ziet het niet, het is er zonder er te zijn. Het is niet omdat je het niet ziet, dat je van het leven zeggen kunt dat het er niet is.

    Je tijd is op. Je wandelt door de vele kamers van de woning die er niet is. Je bent er zonder er te zijn, je las er alle boeken die er niet waren, je hoefde ze slechts even in gedachten aan te raken om te weten tot welk besluit je komen zou, één regel maar in het kleinste boekje van de massa: God – Hij of Het of Zij die we zo graag God noemen - is er, zonder er te zijn.

    Waar, in godsnaam, kom je hier mee terecht?

    12-07-2017, 00:00 geschreven door Ugo d'Oorde  

    Reageer (0)

    Archief per week
  • 17/07-23/07 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 25/12-31/12 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2021
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 01/04-07/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 25/02-03/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 11/02-17/02 2013
  • 04/02-10/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 14/01-20/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 17/09-23/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 27/08-02/09 2012
  • 20/08-26/08 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 16/07-22/07 2012
  • 09/07-15/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012
  • 30/01-05/02 2012
  • 23/01-29/01 2012
  • 16/01-22/01 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 02/01-08/01 2012
  • 24/12-30/12 2012
  • 19/12-25/12 2011
  • 12/12-18/12 2011
  • 05/12-11/12 2011
  • 28/11-04/12 2011
  • 21/11-27/11 2011
  • 14/11-20/11 2011
  • 07/11-13/11 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 10/10-16/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!