Inhoud blog
  • 22e dag - donderdag 12 februari 2015 -Koh Samui-Bangkok-Amsterdam
  • 17e t/m 21e dag - zaterdag 7 t.e.m. woensdag 11 februari 2015 Koh Samui
  • 16e dag - vrijdag 6 februari 2015 - Surat Thani-Koh Samui
  • 15e dag - donderdag 5 februari 2015 - Kanchanaburi-Nakhon Pathom-Bangkok-Surat Thani
  • 14e dag - woensdag 4 februari 2015 - Kanchanaburi
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Thailand 2015
    22/01/2015 - 12/02/2015
    12-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.22e dag - donderdag 12 februari 2015 -Koh Samui-Bangkok-Amsterdam

    In de ochtend volgt de transfer naar de luchthaven van Koh Samui, vanwaar we naar Bangkok en vervolgens door naar Nederland vliegen. Aankomst in Amsterdam op dezelfde dag.

     Vlucht van Koh Samui naar Bangkok om het uur en duurt 1u5 min (+/- 260€ per man)

     Terugvlucht: Do 12-02-2015, Bangkok - Amsterdam

    Aankomstplaats

    Maatschappij

    Vlucht

    Klasse

    Vertrek Aankomst


    SCHIPHOL

    Eva Air

    BR 075

    Economy

    12:55 - 19:35 uur


    12-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.17e t/m 21e dag - zaterdag 7 t.e.m. woensdag 11 februari 2015 Koh Samui

    Vanaf vandaag kunnen wij wat later ontbijten en hier vinden we naast het brood om te roosteren ook ovenvers brood. Nog een primeur deze reis; er staat ook kaas, hesp, salami en spek op het buffet.

    De volgende dagen brengen wij door met wandelen langs het strand, goed ingewreven tegen de zon die fel doorbrand en wandelingen naar het dorpje 3km verderop waar wij wat souvenirs sprokkelen. Ik ben 2 kleedjes rijker en Jean neemt lampjes in kokosnoten mee. Wij drinken af en toe een lekkere cocktail in een bar op het strand en wij laten als masseren.

    Hoewel wij besloten hadden om niet meer rond te reizen, schrijven wij ons de tweede dag toch in om op maandag een boottrip te maken naar Angthong Marine Park.

    Wij zijn een hele dag op zee en varen naar het schitterende Nationaal Zeepark Ang Thong. Bij de eerste aanlegplaats doen wij een klim naar een ingebed meer. Wij hebben hier een schitterend uitzicht op het binnenmeer en de zee met al haar eilandjes. De kalkstenen rotsen op de eilanden zijn weelderig begroeid. Terug beneden varen wij naar een volgende aanlegplaats waar wij via een erg wiebelende steiger naar een parelwit strand gaan. Op de witte stranden staan wuivende palmen en wij kijken uit naar de eilanden die omringd zijn door koraalriffen. De kleur van het zeewater is helder turquoise. Een tropisch paradijs.

    De naam van het park, Ang Thong, oftewel ‘Gouden Kom’, verwijst naar de blauwgroene zeewaterlagune. Het verhaal gaat dat Alex Gardner, schrijver van de bestseller ‘The Beach’, hier op Ang Thong zijn inspiratie opdeed. Het boek is later verfilmd, met Leonardo DiCaprio in de hoofdrol. De beelden voor de film zijn niet geschoten op Ang Thong maar op Ao Maya op Kho Phi Phi.

    De volgende dagen wordt er nog duchtig wat afgewandeld maar ik slaag er toch in om een 4-tal uurtjes aan het zwembad door te brengen. 's Avonds eten wij in een van de omliggende restaurantjes en zoals meestal zijn diegene die langs de baan liggen lekkerder dan die op het strand, maar daar is het natuurlijk veel romantischer. Op één van deze restaurantbezoekjes komen wij in een tumult van bodyguards en security terecht. Blijkt dat familie van de koning in het hotel naar het onze verblijft.

     Accommodatie: Chaba Cabana Beach resort & Spa  160 Moo Bo Phut 2  84320 Koh Samui 

    Tel:    006677231350-9

    11-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.16e dag - vrijdag 6 februari 2015 - Surat Thani-Koh Samui

    Om 6u kruip ik tussen de ijzeren ladders en valiezen door om naar het toilet te gaan en Jean is ook al wakker. Buiten is het nog donker en alle groene gordijntjes zijn nog gesloten. Als wij terug bij onze plaats komen, staat dat mannetje van gisteren, naast ons bed. Binnen de kortste tijd zijn onze bedden terug omgevormd tot zitbanken, maar het hierbij gemaakte lawaai is de wekker voor de rest van de nog slapenden in onze wagon.

    Aankomst om 8u30 op het station van Surat Thani en iedereen moet zijn valiezen zelf van de trein sleuren en op het voetpad voor een eethuis op de stoep verzamelen. Hier krijgen we ons ontbijt: brood, roereieren met spek, confituur en thee of koffie. Jean heeft hier thee leren drinken want hij heeft last van zijn maag als hij altijd koffie drinkt, raar maar waar!

    Na het ontbijt worden we door een dubbeldek, discobus opgepikt. Met deze luxebus rijden wij naar de pier bij Don Sak, vanwaar wij per ferry naar het eiland Koh Samui varen in 90 min. Roger gaat niet mee op de ferry en neemt hier afscheid van iedereen. Jean kan hem nog juist op het laatste ogenblik een centje toesteken want het is een man met een peperkoekenhart. Hij is enorm in de weer geweest met al de zieken en zoveel zieken als deze reis hebben wij nog nooit meegemaakt. Niet de gewone diaree maar longontstekingen, griep, verkoudheden ... Er was een dame (Rita) in de groep die alleen de twee eerste dagen goed was en daarna heeft zij altijd in 't ziekbed gelegen. Plezante reis waar je centjes voor betaald hebt en waar je niets aan hebt!

    Als wij van de ferry komen, neemt een dame van de dezelfde firma het van Roger over. Op Koh Samui wonen rond de 40.000 mensen, 90% daarvan is Boeddhist. Het is een ontzettend mooi eiland met veel natuur en variatie. Koh Samui was ooit een eilandje voor de visserslui. In de loop van de tijd is het uitgegroeid tot een toeristische trekpleister. In de vroege jaren ’70 kwamen de eerste backpackers naar het eiland. In die tijd stonden er slechts een paar bungalows en de bezoekers kon je op één hand tellen. Het eiland veranderde in de jaren ’90, toen veel toeristen met boten naar Koh Samui kwamen. Vandaag de dag is Samui na Phuket het tweede meest populaire eiland van Thailand.

    Het is misschien niet het mooiste eiland, maar als je goed zoekt, vind je echt wel witte stranden, helder zeewater met fraai koraal en idyllische watervallen. De ontwikkeling van Koh Samui gaat zo langzamerhand zijn tol eisen en het is hier afgeladen vol. Het weerpatroon op Koh Samui ligt wat anders dan in de rest van Thailand. Van april tot en met september is het meestal droog op het eiland, terwijl de rest van het land dan regenseizoen heeft. Van oktober tot en met december is het juist erg nat op Koh Samui. Het droge en meest aangename seizoen op Samui loopt van januari tot en met maart.

    Op Koh Samui komen we toe in Nathon, de haven van het eiland, waar we door 3 luxe minibussen opgepikt worden en naar het hotel gebracht worden waar we onze 6 laatste nachten in Thailand zullen doorbrengen. Wij krijgen met ons tweetjes een enorme kamer met plaats voor 3 personen en een groot terras. Alleen weten wij dan nog niet dat wij veel last zullen hebben van een airco met kuren. Nadat wij onze valiezen wat opengelegd hebben en een douche gaan wij op zoek naar een restaurantje waar we iets anders kunnen eten dan rijst, bami, mihoen, mie, glasmie....   Wat de verschillende regionale keukens van Thailand met elkaar verbindt is dat zij vijf smaaksensaties met elkaar proberen te verenigen in een maaltijd, en soms ook binnen één gerecht: heet (pittig), zuur, zoet, zout en (optioneel) bitter. Ook het enthousiaste gebruik van grote hoeveelheden verse kruiden in gerechten is wat de regionale Thaise keuken verbindt en apart zet van vele andere keukens. Maar wij zijn het beu. Wij merken onmiddellijk dat het geen probleem zal zijn om hier iets anders te vinden en Jean zweert dat hij de eerste maand niets rijstachtig meer zal eten...

    Accommodatie:  Chaba Cabana Beach resort & Spa       160 Moo Bo Phut 2  84320 Koh Samui 










    06-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.15e dag - donderdag 5 februari 2015 - Kanchanaburi-Nakhon Pathom-Bangkok-Surat Thani

    Deze morgen vertrekken we weer om 8u, om een kijkje te nemen op de drijvende markt van Damnoen Saduak, de grootste van Thailand. Via een onvergetelijke boottocht door de kanalen in een grote longtail-boot worden wij naar de drijvende markt gebracht. Hier stappen we in een klein roeibootje over en varen (=wringen) ons tussen de andere boten en verkopers door. Er wordt op gehamerd om onze handen binnen de boot te houden en nu snappen we waarom. Er wordt in de talloze bootjes op het water en in de kraampjes langs de waterkant druk gehandeld en gekookt. Wij zijn hier nog tamelijk vroeg en dat is de beste tijd want dan komen alle bootjes van de lokale mensen om hun waar te verhandelen. Wij zien hier vele exotische vruchten zoals banaan, pomelo, guave, kokosnoot, mango, ananas, doerian, rozenappel en andere lokale vruchten.

    Verder wordt er nog van alles verkocht; alle dagelijkse benodigdheden, handgemaakte producten, groentes en andere etenswaren. Het is prachtig om te zien hoe een complete keuken is gebouwd in een klein bootje! De beste manier om te genieten van een originele Thaise noedelsoep of vers bereide Pad Thai (gebakken noedels) is hier in een bootje op het water. Een deel van de charme is dat de meeste handelaren gekleed gaan in traditionele donkerblauwe kleding met de iconische driehoekige strooien hoed, de favoriet van de Thaise boeren. Nadat we uitgestapt zijn, lopen Jean en ik langs de kraampjes bij het water en tussen de kanalen. Vanop een brug hebben wij een mooi uitzicht en de foto's worden aan hoog tempo opgeslagen.

    Na een koffiestop bij 'Cabbages and condoms'  rijden we verder naar Nakhon Pathom voor een bezoek aan de boeddhistische Phra Pathom Chedi, met 127m de hoogste stoepa van Thailand.  Wat Phra Pathom Chedi, betekent ´de eerste stoepa´ en is niet alleen de hoogste stoepa maar ook een mooi bouwwerk met een boeiend verhaal. Hoewel Boeddha nooit in Thailand is geweest, vertelt een legende dat hij in Nakhon Pathom heeft uitgerust na een lange wandeling. De oorspronkelijk Phra Pathom Chedi zou ter ere hiervan zijn gebouwd. Het eerste bouwwerk leek met zijn omgekeerde komvorm en zijn 39m hoge spits op Ashoka`s stupa in het Indiase Sanchi. Volgens de plaatselijke overleving is de chedi echter in de 6e eeuw gebouwd door de vondeling Phraya Pan, nadat hij de wrede Monkoning had vermoord en ontdekte dat hij zijn zoon was. In de huidige chedi staan beelden van vader en zoon. Door enkele renovaties is de top van de chedi hoger geworden. Allerlei interessante bezienswaardigheden omringen de chedi, zoals Boeddhabeelden, heilige bomen, musea en ceremoniegebouwen. De grootste verrassing is echter de grote hoeveelheden geld die hier in handen van de monniken komt door de offergaven van de pelgrims. Overal waar je kijkt zie je offerbakken en mogelijkheden om geld of levensmiddelen te offeren. Tim en Roger doen hier ook een offerceremonie om te danken voor de goede reis. Zij offeren geld en rijst en er wordt een ceremonie uitgevoerd met een kruikje water terwijl de monnik allerlei onverstaanbare gebeden opzegt via een luidspreker. Een raar zicht om een mooie, jonge Westerling zo te zien opgaan in een godsdienst die zo ver van ons afstaat.

    Na ons laatste bezoek aan een Boeddhistische bidplaats rijden we naar een hotel in Bangkok op 10 min van het station. Wij zijn veel te vroeg maar onze gidsen zeggen dat het verkeer in stad onvoorspelbaar is en de trein wacht niet. We krijgen de tijd om te voet door de stad te kuieren, maar zoveel is er nu ook niet te zien behalve de traditionele eetkraampjes en de mensen met hun plastiek zakjes met eten en drinken in. Het blijft een raar zicht. Jean en ik installeren ons de hall van het hotel voor een gezellige babbel tot aan het diner. Het eten is zeer pikant en niet warm. Tegen als iedereen gedaan heeft, worden er nog schotel bijgebracht. Wat een verspilling!

    Na het diner rijden wij richting station waar we de nachttrein van 19u30  verder zuidwaarts naar Surat Thani nemen. Tim gaat nog mee het station binnen om ons op de trein te helpen en dan neemt hij afscheid want overmorgen vertrekt hij al met de volgende groep. Op de trein heeft iedereen een genummerde plaats; wij zitten per koppel aan weerszijden van de middengang en de bagage staat in rekken in deze gang. Dus als je naar het wc wilt, is het slalommen en wat wringwerk om elkaar te kruisen. Als het donker wordt begint een kerel alle zitplaatsen om te bouwen naar slaapplaatsen en dat neemt maar 2 à 3 min in beslag per 2 slaapplaatsen. Ik zal die groene gordijntjes niet snel vergeten. Ik hoop dat ik deze nacht kan slapen want Jean die boven ligt, zal morgen zeker uitgeslapen zijn.

     Route: 200 km tot Bangkok met bus + ca 550 km met trein tot in Surat Thani

    Periode: van donderdag 05-02-2015 t/m vrijdag 06-02-2015  in de nachttrein van Bangkok naar Surat Thani.

     


































    05-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.14e dag - woensdag 4 februari 2015 - Kanchanaburi

    14e dag - woensdag 4 februari 2015 - Kanchanaburi

    Na het ontbijt vertrekken wij voorzien van zwempak, handdoeken, zonne- en muggenmelk naar de Erawan watervallen in het Nationaal Park waar wij na 80km toekomen. Deze watervallen bestaan uit zeven ‘trappen’ die wij  via een avontuurlijk pad door de jungle kunnen bereiken. Niveau 1 is via een wandelpad bereikbaar maar om niveau 2 te bereiken moeten wij al trappen doen. Elk niveau ligt wat verder weg en is moeilijker te bereiken. Jean en ik besluiten om door te gaan tot het ons echt te veel wordt. Middenin een dichtbegroeide, groene jungle, zien wij over de rotsblokken helderblauw water naar beneden stromen. Het water komt uit in verschillende terrassen, waar we de bladeren op de bodem ziet liggen en de scholen vissen voorbij zien zwemmen. Lachende toeristen spetteren in het heldere water en maken selfies in alle mogelijke posities. Bij iedere trap haken mensen af, waardoor het steeds rustiger wordt maar ook steeds mooier. Ook zijn er watervallen met witte kalkafzettingen tegen de rotsen en bomen, waardoor het water een melkachtige, blauwwitte gloed krijgt. En natuurlijk is er de laatste waterval op niveau 7: een grote, waterval die naar beneden klettert over grote, witte rotsen maar die hebben wij niet gezien want wij zijn op niveau 6 op onze stappen terug gekeerd. Ons diploma van berggeiten was ontoereikend: Jean en ik zijn blij dat we hier in gelukt zijn, al is het op ons tragere maar eigen tempo. Wij waren ooit in Plitvice in Kroatië en vonden dit maar een flauw afgietsel. Wij zijn er in elk geval in gelukt om de tocht binnen de voorop gestelde tijd te doen wat niet van iedereen gezegd kan worden (45min vertraging). Er worden dan ook boze opmerkingen gemaakt achteraan in de bus.

    Wij gaan lunchen in een restaurant dat gelegen is tussen de Kwai en het Japanse spoor van Birma naar Thailand. Wij hebben nog even de tijd om een stukje langs de spoorweg te lopen en zien heel goed hoe het spoor uit de rotsen is gekapt en over houten viaducten loopt. Langs het spoor komen wij bij een Boeddha die in een grot staat. Dieper in de grot zouden er kleine vleermuizen moeten zitten, maar omdat er zoveel mensen rondlopen, vinden Jean en ik het niet de moeite om ze te gaan zoeken. Op de terugweg stoppen we even aan een inham om apen te lokken met mais en bananen. De makaken zijn wel heel mak maar ik vertrouw ze toch niet verder dan dat ik ze zie.

    Na 200km komen we terug bij ons hotel aan en iedereen haast zich naar het zwembad want aan een paar uurtjes ‘niets doen’ hebben wij echt behoefte.

    Tim heeft ons al heel de reis beloofd dat hij ons ons terug 18jaar zou doen voelen en nu moet hij zijn woord eer aan doen. Om 19u vertrekken we voor een verrassingsavond. Als wij langs de Kwai rivier stoppen, gaan wij aan boord van een varend restaurant. Zodra we ons welkomstdrankje gekregen hebben, begint een sleepboot ons weg te trekken, de trossen worden losgegooid en het vlees wordt op de BBQ gelegd. Vanaf het midden van de rivier hebben we een mooi zicht op de verlichte gebouwen van Kachanaburi. Als wij uitgenodigd worden aan tafel, begint een DJ oldies uit de jaren 70 en 80 te spelen en zelfs Nederlandstalige songs. Op het einde van het diner varen we tussen onverlichte oevers, maar wij krijgen stilaan een verlichte brug in het zicht. Dit blijkt de ‘Bridge over the Kwai’ te zijn. Romantischer kan het moeilijk. De dansvloer loopt leeg en iedereen staat zich te vergapen aan een brug… Na de brug keert de boot en een beetje later slaagt de DJ er in om een groot deel van ons terug aan het dansen te krijgen. Zelfs ik krijgt Jean op de dansvloer dus dat betekent dat er ambiance is. Dit feestje gaat door tot we terug aangemeerd zijn. Van een geslaagde verrassing gesproken.

    Route: 200 km

    Accommodatie:  Pung Waan Resort en Spa  Moo 2 Tumbol Thamakham 72-1  71000 Kanchanaburi      

     




















    04-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.13e dag - dinsdag 3 februari 2015 - Phitsanulok-Kanchanaburi

    Voor de zoveelste keer wake-up cal om 6u en om 7u30 vertrek naar Kanchanaburi. De voormiddag is rijden en rijden, onderbroken door een koffiestop en een lunch in een zeer mooie omgeving. De prachtig aangelegde tuinen vragen om gefotografeerd te worden. Sabai, sabai zegt onze gids maar wij vinden het toch weer ‘hop, hop’ de bus in en op naar de imposante Wat Muang in Angthong, met het grootste, zittende Boeddhabeeld (92m hoog en 63m breed) van Thailand. De bouw van het standbeeld startte in 1990 en eindigde in 2008. De Grote Boeddha van Thailand is gemaakt van cement, baksteen, beton en is geverfd met goudverf. Binnenin de tempel wordt al 14 jaar in een glazen kist het gebalsemde lijk bewaard van de initiatiefnemer van dit bouwsel.

    Bij het naderen van de tempel valt mij al van ver het enorme beeld op dat boven de bomen uitsteekt. Als wij de tempel binnen komen zegt Jean onmiddellijk:’ Is dit een tempel of een Thaise koppie van de Efteling?’ Het is een nieuwe tempel en een van de weinige die een voorstelling geeft van de hel en de hemel (de Boeddhisten geloven hierin). De hel is voorgesteld met veel folteringen en bloed dat alle kanten uitspuit: ‘een gruwel Efteling’. Het is waarschijnlijk menselijk, maar we willen in alles een ander overtroeven. Waar het in het Westen om de snelste auto, de hoogste parachutesprong, de grootste pizza… gaat, is het in boeddhistische kringen niet anders,.. dat zijn ook maar mensen. Zij willen het grootste Boeddhabeeld. Het Guinness book of records staat vol van onze uitspattingen.

    Na een te kort bezoek vertrekken we naar  Kanchanaburi de hoofdstad van de provincie Kanchanaburi. Deze plaats is vooral bekend door de film "Bridge over the river Kwai". Tijdens Wereldoorlog II werkten duizenden geallieerde soldaten als krijgsgevangenen aan de Birmaanse aanvoerroute. Die moest een verbinding vormen tussen Thailand en Birma. Meer dan 16.000 geallieerde soldaten en zo'n 100.000 Aziatische stierven tijdens de aanleg van deze 415 km lange spoorlijn. Volgens de Japanse ingenieurs zou dit traject slechts na 5 jaar klaar zijn maar het Japanse leger joeg zijn gevangenen zo bruut en onverbiddelijk op dat de spoorlijn na 16 maanden klaar was. Vooral het klimaat, ondervoeding, mishandeling, tropische ziekten en het helse werktempo zorgden voor hoge sterftecijfers. Alle doden werden bij de kampen of langs de spoorlijn begraven en de Thais hebben ervoor gezorgd dat de lijken opgegraven werden en daarna op kerkhoven begraven zijn.

    Eerst brengen wij een bezoek aan het JEATH (Japan, Engeland, Australië, Thailand, Holland) oorlogsmuseum, wat zeker de moeite is. Op een aangrijpende manier wordt deze lugubere periode uit de geschiedenis in beeld gebracht aan de hand van foto’s, tekeningen en krantenartikelen. Wij "voelen" er in welke omstandigheden de soldaten en burgers onder dwang de spoorlijn aanlegden. Het museum is een replica van de bamboe hutten waar de krijgsgevangenen in verbleven. Na nog 10 min rijden komen wij bij de erebegraafplaatsen: 1 voor de Chinese soldaten en 1 voor de geallieerden. Ongeveer 7000 krijgsgevangen soldaten die meewerkten aan de Dodenspoorlijn kregen hier een laatste rustplaats.

    We rijden naar Nam Tok aan het station waar 'de brug over de Kwai' begint. De toen gebouwde metalen brug die op beton pijlers rust, is tijdens de oorlog regelmatig door bombardementen en sabotage vernield, maar steeds door de krijgsgevangenen hersteld. Het zijn steeds de twee middelste stukken die gebombardeerd werden. Deze stukken zijn met vierkanten overkappingen en de anderen zijn rond. De film werd opgenomen in Siri Lanka en geeft een houten brug weer.

    Na een rit van 454km krijgen we een diner in ons hotel ‘De Zoete Bij’. Daarna blijven wij en nog een paar koppels in de bar hangen voor een gezellige babbel en een dansje op de tonen van live muziek. Rond 22u vertrekt iedereen naar zijn bed.

    Accommodatie:  Pung Waan Resort en Spa    Moo 2 Tumbol Thamakham 72-1    71000 Kanchanaburi   

     
































    03-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.12e dag - maandag 2 februari 2015 - Chiang Mai-Lampang-Sukothai-Phitsanulok

    Na het ontbijt gaan wij op 8u op weg naar Lampang, gelegen in het noorden van Thailand. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie. In deze drukke stad met veel winkelstraten zien wij veel indrukwekkende tempels met mooie Boeddha beelden. Wij stoppen hier slechts om te lunchen en daarna rijden we verder naar het Sukhothai Historical Park.

    Het eerste Thaise koninkrijk stamt uit 1238 en het werd gesticht na een overwinning op het Cambodjaanse Rijk. Sukhothai betekent: ‘Rising of Happiness’ en was de toen de hoofdstad en het ligt midden in Thailand, ruim 400km ten noorden van Bangkok.  Sukhothai Historical Park heeft binnen de oude muren 21 historische sites waarvan vier grote (het koninklijk paleis is het belangrijkste) en daarnaast nog 70 binnen een straal van 5 kilometer. Het lukt ons absoluut niet om in 2 uurtjes alles te zien zelfs al rijden wij met een fiets. De Wat's (tempels) van Sukhothai zijn minder vervallen dan die in Ayuthaya en liggen er idyllisch bij.  Wij zien immense Boeddhabeelden en restanten van tempels omringd door lotusvijvers. Na een korte rit stoppen we bij Wat Mahatat die te herkennen is aan de grote witte Boeddha met de oranje sjaal. De architectuur van de tempels is voornamelijk gebouwd in de typische klassieke lotus-bud Chedi stijl. Wat Mahathat is voltooid in de 13de eeuw en omgeven met muren; de oppervlakte is 200m breed en 206m lang. De chedi ‘s zijn voorzien van het beroemde lotus motief en een aantal Boeddha’s zitten nog steeds naast de verwoeste kolommen. Er zijn 108 chedi’s binnen de klooster muren, genoeg te ontdekken dus…...

    Vanaf dit punt wordt het een wielerwedstrijd. Als Jean en ik stoppen om een foto te nemen, moet Jean de groep in het oog houden om de achtervolging in te zetten. De Wat Sra Si ligt op een eilandje, en herbergt een zwarte Boeddha. In een straal van 5km rond de oude stad liggen nog eens een 70-tal tempels. In deze periode ontstond ook het Thaise alfabet. Dat dit een gouden periode was, is nu nog steeds te zien aan de glimlach op de Boeddhabeelden uit die tijd. De Sukothai-periode duurde tot het midden van de 14e eeuw. Het was een schitterend park maar de tijd die wij hier kregen was veel te kort: beter een koffiestop minder en hier wat meer tijd spenderen.

    Wij rijden door naar Phitsanulok; de provinciehoofdstad met ca. 100.000 inwoners en het verkeersknooppunt van de regio. Na het diner in het hotel vertrekken we in een lange kolonne riksja’s onder politiebegeleiding naar een marktje waar je schorpioenen, waterkevers, zijdewormen en andere lekkernijen kan eten. Mmm… Ik heb het niet geprobeerd maar anderen hebben een ‘lekkere’ dikke watertor gegeten. Als zij diarree krijgen, zullen zij ten minste weten van wat. Iets verderop lopen we over een plaatselijk nachtmarktje. Meer kleren dan iets anders en overal hetzelfde.  Wat wel opvalt, is dat als wij langs een duikertje van de riolering komen, we achterover vallen van de stank. Wij moeten soms snuiven van de etenslucht die er hangt, maar een lijfreuk zoals bij de Afrikanen ruiken wij hier nooit. Zelfs de armste Thais loopt in schone kleding en onberispelijke staat over straat. Het heeft te maken met beschaving en waardigheid; beide begrippen zijn diep in de samenleving geworteld. De gevolgen daarvan zijn voor westerlingen duidelijk zichtbaar: graffiti zien wij zelden en ook zijn er nergens sporen van vandalisme te zien. Mannen en vrouwen kussen elkaar niet op straat en de ouderen lopen niet hand in hand, maar bij de jongeren is dit al aan het veranderen.                 De snorrende politieagent zorgt dat de rij riksja’s veilig terug aan het hotel geraakt en wij kunnen na een vermoeiende dag van 486km ‘buszitten’ onze beentjes te rusten leggen in een bed.                                Route: 486 km

    Accommodatie: HOTEL Mayflower Grande hotel    Sanambin Road 39   65000 Phitsanulok   

     
























    02-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-02-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.11e dag - zondag 1 februari 2015 - Chiang Mai

    Vandaag een vrije dag maar als je dacht dat wij eens langer in onze nest mochten blijven liggen ….. Om 8u staan wij al gewassen en gevoed terug op het bordes van ons hotel. (Het taaltje van die Hollanders begint door te sijpelen)

    Wij gaan een fietstocht maken op het platteland. Met minibusjes rijden wij tot buiten de stad. Onze chauffeur was even het noorden kwijt en deed er dus dubbel zo lang over als de andere. Net naast een tempel krijgen wij een Trek mountainbike met verende voorvork en een aërodynamische helm. Elegant …. Met een Engels sprekend meisje als gids fietsen wij zo’n 4u en 29 km langs niet-toeristische plekjes rond Chiang Mai. Wij maken verschillende stops maar echt mooi is het hier niet. Wij komen langs een revalidatiecentrum voor gehandicapten, een hospitaal en traditionele verbrandingsplaats voor overledenen, wat plantages en een paar kleine dorpjes en de lang verwachte rijstvelden, maar dat viel flink tegen want we zien alleen een kweekbed dat nog moet uitgeplant worden. Na Java en Bali zal elk rijsveld voor ons wel een teleurstelling zijn.

    Op de middag krijgen wij een lunch aangeboden van weer gefrituurde kip met gewokte groentjes, rijst en nog twee andere schotels. Sommige Nederlanders eten ervan alsof zij kreeft voorgeschoteld krijgen.  Jean krijgt het stilaan op zijn heupen van al dat Thais eten en als ik nu niet vermagerd ben, is het hopeloos. De wc hier maakt ons weer wat slimmer: als je geen plaats hebt voor een wastafel maak dan een tuinslag vast aan een paaltje. Handig want zo zijn je voeten ineens ook netjes. Tim (reisleider) had gezegd dat het heel goed doenbaar was, maar het is toch ietwat afzien vanwege het glooiende karakter van het landschap en ons gidsje begint almaar sneller te fietsen. Ik tracht haar uit te leggen dat zij op Speedy Gonzales lijkt, maar begrijpen doet ze het niet. De anderen worden door een mooie rode songthaew (taxibusje) naar het hotel gebracht samen met Roger, maar ik mag vooraan in een beest van een Isuzu. De Thaise dame aan het stuur blijkt de echtgenote te zijn van een man uit Peer die hier al 20 jaar woont en de fietsenverhuur doet.

    Tegen 15u zijn we terug aan het hotel en om 17u vertrekken wij met een paar songthaew naar de zondags avondmarkt van Chiang Mai. Aziaten zijn notoir slechte auto-, motor- en brommerrijders, dat is algemeen bekend. De Thais zijn daar geen uitzondering op. Sterker nog, we hebben sterk de indruk dat de Thais op het gebied van slecht en zorgeloos rijden Aziatisch kampioen zijn. Want links rijden is de wet, maar rechts rijden is vaak (tijdelijk) veel makkelijker. Sommige deskundigen zeggen dat het feit dat 97% van de Thais Boeddhist is, daaraan bijdraagt. Boeddhisten geloven immers in reïncarnatie, en als je nog een keer terugkomt om een nieuw leven te leiden, hoef je in het huidige leven niet zo voorzichtig te zijn. Tel daarbij op het sterk hiërarchische respect dat de Thais van kindsbeen af wordt aangeleerd, en je begrijpt de enige voorrangsregel die echt werkt in het Thaise verkeer: hoe groter of hoe duurder, hoe meer voorrang! Dit klikt als een grapje, maar het is de onrustbarende werkelijkheid. Net zoals het standaardgedrag van een Thai bij een aanrijding: hard weglopen en nooit meer terugkomen. In Thailand hebben ze ook 4-persoons-brommers! (en soms zelfs 5-persoons)

    Over de markt ben ik vlug uitgepraat: druk, druk … Al wat je je kan inbeelden wordt hier verkocht. Omdat wij beter weten, proberen wij zo snel mogelijk weg te komen van de rand van de markt en ja: een sjaaltje kost eerst 200 Bath dan 150 en uiteindelijk (een heel stuk weg van het drukste deel) kan ik er eentje kopen voor 90 Bath. Om 18u is het wel even een kippenvel moment want dan valt heel het openbaar leven stil; iedereen stopt letterlijk met praten of al wat hij bezig is en door de luidspreker schalt het volkslied. Moest je bij ons eens proberen?Nog typisch voor al deze marktjes is de Thai met een plastiek zakje met eten of drinken in. Thais denken de hele dag maar aan één ding: eten. Niet omdat het zulke veelvraten zijn, maar omdat ze met hart en ziel houden van lekker eten en ze de filosofie huldigen dat je beter 10 keer per dag ‘klein’ kunt eten dan 3x per dag ‘groot’. Dus eten ze de hele dag door. De Thaise porties zijn daar dan ook op berekend behalve als je met Kras op rondrit bent want dan zijn de porties gigantisch. Echt Thais eten is goedkoop doordat Thailand de grootste rijstproducent van ZuidOost-Azië is en er enorm veel groenten en vruchten in het land zelf geproduceerd worden. Voeg daaraan toe dat veel kruiden en andere eetbare zaken bij wijze van spreken langs de weg groeien, dat transportkosten in Thailand laag zijn en dat de loonkosten er een fractie zijn vergeleken met die bij ons. Natuurlijk als zij de toeristen zien aankomen, denken zij dat de dollars in Europa aan de bomen groeien…

    Moe rondgelopen, stoppen wij een armzalige songthaew waar de banken in rammelen en er zelfs geen baar in staat om je aan vast te houden. Voor 100 Bath brengt de man ons tegen een slakkengangetje terug naar ons hotel. Moe en voldaan kruipen wij om 23u onder ons laken.

    Accommodatie:  hotel Mercure Chiang Mai. Changpuak Road 183   50200 Sri Poom, Chiang Mai  














    01-02-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    31-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.10e dag - zaterdag 31 januari 2015 - Chiang Mai

    Vanochtend om 7u wake up cal en om 8u op naar de Bo Sang, paraplufabriek. Bo Sang is één van de 'Umbrella Villages'. Dit had ik me iets romantischer voorgesteld dan de grote, overdekte werkruimte waar de paraplu's worden gemaakt en de nog grotere verkoophal, waar veel meer spullen dan alleen paraplu's en parasols worden verkocht. We krijgen wel te zien hoe zo'n parasol wordt gemaakt. De paraplu's hebben een houten handvat, baleinen van bamboe en een scherm van geprepareerd rijstpapier, zijde of katoen waarop een patroon wordt getekend. Wij kopen een waaier en laten er een draakje op schilderen. Dit wordt gedaan met een klein puntzakje verf met onderin een klein gaatje, waarmee ze in korte tijd mooie schilderingen kunnen maken.

    Daarna gaan we naar een zijdefabriekje. We krijgen eerst de zijderupsen te zien die zich in een week volproppen met eten totdat ze een cocon worden. De cocons worden gekookt en hiervan spint men de zijde. De sjaaltjes lokken maar ik hou me sterk.

    Als laatste bezoeken we de grootste edelsteenverwerker van Thailand. Sjiek, sjiek en nog eens sjiek. We worden door een aantal gastvrouwen en heren een bioscoopruimte ingeleid waar een film wordt getoond in het Nederlands over het bewerken van edelstenen. Daarna worden we als een kudde koeien een deur doorgestouwd een edelsmederij in. We zien hoe sieraden en beeldjes van natuursteen gepolijst en gezet worden. Gastvrouwen staan bij je en houden je in de gaten, verder gaat de sliert toeristen. Zoals te verwachten worden wij dan naar de showroom geloodst. Verkoopsters blijven als sticky rice” aan je plakken. Een grote hal vol met vitrines met sieraden van smaragd tot emerald. Een paradijs voor elke vrouw die van juwelen houdt en wie houdt daar nu niet van? We kopen een paar oorbelletjes met 2 pareltjes. Alle mannen moeten hier hun portefeuille boven halen en de dames en heren die de centjes in ontvangst nemen bukken als knipmesjes en doen de ‘wai’ begroeting. 

    De Thais groeten elkaar niet handenschuddend, zoals wij westerlingen, maar met een ‘wai'; een combinatie van gevouwen handen en een hoofdbuiging. Dat lijkt eenvoudig, maar dat is het niet: er gaat een heel ritueel achter schuil met sociaal-culturele regels. Hoe hoger de gevouwen handen, hoe meer respect zij betonen.

    Op de terugweg naar het hotel bezoeken we nog een vlindertuin annex orchideeënkwekerij waar wij volgens Tim frietjes met echte mayonaise kunnen eten en inderdaad vinden wij deze tussen de wel 10 andere Thaise gerechten. Dat Thaise gerechten altijd heet (‘spicy’) zijn is overdreven. Weliswaar eten de Thais graag pittig tot heet. In Thaise restaurants en eethuizen staan altijd schaaltjes ‘nam prik’ en ‘nam plaa’ op tafel, zodat je zelf je eten meer ‘spicy’ kunt maken -of juist niet. Na het eten ga ik nog op fotojacht bij de orchideeën en de vlinders.

    Als we in het hotel aankomen hebben we juist 1u voordat wij naar de Thaise massage vertrekken. We gaan per koppel naar aparte lokalen en krijgen een soort veel te wijde pyjama aan. Dan worden wij letterlijk gekneed en uitgerekt van teen tot kruin. Hiervoor gebruiken de masseuses vingers, ellebogen, knieën en voeten. Ik had verwacht dat ik hier geradbraakt ging buiten komen, maar niets is minder waar. Wij komen als herboren uit het massagesalon en ik moest dringend plassen: een emmertje vol schat ik..

    We zijn juist op tijd terug aan het hotel om met een groepje te voet naar de dagelijkse avondmarkt te gaan, wat volgens Tim in 30 min. moet lukken. Na bijna 2u zijn we in de buurt???? van de markt. Wij gaan eerst iets eten in een prachtig restaurant ‘Teak House’ waar het menu uit Duits/Oostenrijkse gerechten bestaat. Niemand geeft het graag toe maar wij waren met 9 personen en er werd niets anders dan schnitzel en cordon blue besteld: lekker zonder rijst.

    Na het diner trekken wij naar de Night Bazaar en lopen langs de honderden kraampjes met al wat je je kan inbeelden. Op een bepaald ogenblik zie ik onderaan een galerij waar een tekenaar carbontekeningen aan ’t maken is. Het was voor mij liefde op ’t eerste zicht maar de anderen zeiden dat ik mij zou blauw betalen. 10 min. later vertrekt de groep naar ’t hotel en wij zoeken een ATM (geldautomaat) terwijl wij op onze passen terugkeren. Die duivelse machine praat natuurlijk alleen Thais! Wij hebben geen €100 meer op zak en ik zie het somber in maar wonder boven wonder wordt er een deal gesloten na afpingelen van 5000 naar 2800 Bath (78€). Na 20 min inpakken, afstoffen en liefdevolle strelingen, krijg ik mijn kunstwerkje in handen en ik betaal er met veel plezier 3000 Bath voor. Die man heeft het meer dan verdiend.

    Voldaan gaan wij rond 11u30 terug naar ’t hotel maar niet meer te voet. We nemen de rode taxi! Die rijden overal in Chiang Mai en je kunt ze op elk moment van de dag op elk gewenst punt laten stoppen. Zeg waar je heen wilt, spreek vooraf een prijs af en een ritje binnen Chiang Mai kost 40 á 50 Baht per persoon. Om 12u30 doen wij het licht in onze kamer uit.

    Accommodatie:  hotel Mercure Chiang Mai. Changpuak Road 183   50200 Sri Poom, Chiang Mai 
















    31-01-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    30-01-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.9e dag - vrijdag 30 januari 2015 - Chiang Rai-Chiang Mai

    Om 7u30 nemen we afscheid van Chiang Rai en gaan op weg naar Myanmar. Aan de grens kunnen wij zonder problemen oversteken nadat Tim onze paspoorten had afgegeven en wij een toeristenvisumstempel krijgen. Bij de grensovergang merken wij dat wij in een land komen waar de klok minstens 50 jaar teug gedraaid is. De wegen zijn in erbarmelijke staat, de huizen zijn nog armoediger en de mensen kijken hier een stuk stugger.

    Myanmar of Birma (officieel Republiek der Unie van Myanmar) grenst in het noordwesten aan Bangladesh en het noordoosten van India, in het noorden aan China, en in het oosten aan Laos en Thailand. In het zuidwesten heeft het een lange kustlijn met de Golf van Bengalen en de Andamanse Zee (delen van de Indische Oceaan). De hoofdstad is sinds 2005 officieel het centraal gelegen Naypyidaw (bij Pyinmana). De oude hoofdstad Rangoon (Yangon), de grootste stad van het land, wordt door onder meer België, de Europese Unie en de Verenigde Staten nog steeds als hoofdstad beschouwd.

    Over de grens worden wij door tuk-tuks opgepikt en die rijden als echte snelheidsduivels al hotsend over de putten en bulten in het asfalt (wat er nog van overblijft). Zij brengen ons naar een lokale voedselmarkt. Wat op valt is dat de mensen ingewreven zijn met een bruine vloeistof, tanaka om hun te beschermen tegen de zon en ook omdat zij het mooi vinden.

    De tuk-tuks brengen ons dat naar een klooster waar jonge novicen opgeleid worden tot monnik. De jonge kerels zijn de tempel aan ’t boenen en handwerklieden zijn de pilaren aan het versieren met kleine inlegstukjes. Geduldwerk! Wij brengen een bezoek aan de commune die het voedsel voor de monniken bereidt. Wel 15 vrouwen zijn hier aan ’t werk om een enorme hoeveelheid eten te bereiden. Twee mannen staan aan enorme ketels met kokende olie waar hele tonnen vis in gegooid worden. Wij trekken verder door het dorpje waar de mensen nog in primitieve omstandigheden leven. Een groepje vrouwen zit onder een afdak een soort bingo te spelen voor geld. De honden komen aan onze benen snuffelen en we zien de matten waar de mensen op slapen door de deuropening.

    De tuk-tuks brengen ons nu naar de Shwadegon Pagoda boven op de berg. Wij worden aan de ingang opgevangen door een vrouw en een jongetje. Zij vragen onze welke dag wij geboren zijn en wij hebben geluk dat we allebei op een vrijdag geboren zijn, dus mogen wij alles samen doen. Wij krijgen wat bloemen en wierook in onze handen geduwd, een sarong om ons midden geknoopt, onze schoenen uit en een paraplu boven ons hoofd. Pas dan brengen zij ons naar het vrijdag-boeddha-beeldje. Wij moeten 3 kopjes water over het beeldje zelf gieten, 2 over de voeten en 1 over het varken dat ervoor zit. Dan brengen zij ons naar de andere kant van het plein waar wij in de tempel verschillende gouden beelden zien: 1 Birmese, 1 Chinese en een Thaise. Wij mogen ze eerbiedig groeten en dan halen zij de prullen boven en wij kunnen niet anders dan wat centen achter laten. Terug buiten wordt een vogeltje gelost door een van de Nederlanders voor goed geluk. De tuk-tuks brengen ons nu naar een plaatselijke markt waar we wat rondslenteren voor wij terug naar de grens gebracht worden. Die moeten wij terug te voet over en wij krijgen onze passen terug.

    Op Thais grondgebied worden wij door de bus opgepikt en naar het hotel in Chiang Rai gebracht om broodjes op te halen en de rit gaat tot aan ‘cabbages and condoms’ waar wij een kop koffie drinken.

    Onze volgende halte is de Wat Phrathat Doi Suthep, 15 km van Chiang Mai. Deze tempel is voor de Thai een soort bedevaartsoord. Hij ligt op de top van een ca. 1500 meter hoge berg en vervolgens moet je nog een trap van 309 treden op geflankeerd door slangen met drakenkoppen. Wij geraken boven met een liftje. Boven gekomen blijkt dit een van de mooiste tempels tot nu toe, hoewel alle bezochte tempels wel iets speciaals hebben. Er is weer veel goud en bovendien een mooi uitzicht. Oei, nu zeg ik het weer: 'mooi' betekent in het Thais 'schaamhaar'....

    De Boeddha’s staan hier in alle kleuren en groottes en overal hoort wel een verhaal bij.

    Na een lange dag komen wij in ons hotel aan en na een douche ontbreekt het ons aan moed om nog ergens iets te gaan eten dus trekken wij naar een winkel naast het hotel waar we een Frans brood, wat kaas en een stuk chocolade kopen. Lekker smullen en dan ons bedje in want morgen wacht ons weer een drukke dag.

    Accommodatie:  hotel Mercure Chiang Mai. Changpuak Road 183   50200 Sri Poom, Chiang Mai  































    30-01-2015 om 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!