Senegal en Gambia
Inhoud blog
  • Dag 15
  • Dag 13 & 14
  • Dag 12
  • Dag 11
  • Dag 10

    Zoeken in blog


    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     


    12 tot 27 maart 2014
    26-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 15

     Dag 15 - woensdag 26 maart 2014                                                            Banjul - Amsterdam

     Vandaag is het vroeg opstaan want we moeten om 9u op de craft-market zijn voor onze tafeldoek. Als we om 8u45 op de markt aankomen, is de naaister nog aan mijn broek bezig.

    Wij haasten ons naar het stoffenwinkeltje, maar daar moeten we nog wachten want de zuster is met de stof onderweg. Als zij 15 min later aankomt, heeft zij een stofje bij met dezelfde tekening maar in andere kleuren!! Het is niet eenvoudig om uit te leggen dat wij daar niets mee kunnen doen. Als we de lengte van de stof meten is er eentje van 3.6m, dus juist lang genoeg voor de tafel. Het is maar 220 Dalasi en dus neem ik de lap mee: wij zullen thuis wel zien. We pikken vlug mijn broek op die klaar is en past.  Als wij het hotel binnen komen, zitten de Nederlands reeds in de lounge en 20 min later zijn wij er ook gedoucht en al.

    Wij moeten wachten want we worden pas om 13u opgepikt voor de transfer naar de luchthaven voor onze terugvlucht naar Nederland. Dat lijkt ons tamelijk laat want er is een  andere groep die al om 11u30 opgepikt is en die moeten dezelfde vlucht als wij hebben. De rit verloopt vlot en ook het inchecken, hoewel er een rij staat aan te schuiven. Veel is er in de taxfree zone niet te zien en we maken dat we door de veiligheidscontrole zijn. Wij belanden in een grote hal naast het tarmac en Aad heeft een plaats voor ons vrij gehouden. Om onze dalasi op te krijgen, kopen we een broodje en een Cola. De vlucht vertrekt op tijd en in Schiphol pikken wij onze valiezen vlug op. Wij nemen afscheid van de Aad, Majo, Tako en Janneke en nemen de bus naar de parking, betalen en hebben een vlotte rit naar huis.

    Wij zijn weer een ervaring rijker en ik ben gerust gesteld dat de operatie aan mijn been voorlopig niet te veel problemen meer oplevert.


    26-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    25-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 13 & 14

    Dag 13 - maandag 24 maart 2014                           Kotu

     Deze morgen bij het ontbijt zien wij Taco en Janneke reeds profiteren van de zon. Omdat wij geen zin hebben om in de zon te gaan liggen, besluiten we om een wandeling langs het strand te maken waar we speciale schelpen zoeken. Langs het strand komen we regelmatig restaurantjes tegen en bestuderen we de menu's want we willen nu wel eens ergens anders eten dan in ons hotel. Eindelijk vindt ik op het menu scampi's en daar het al 13u is besluiten wij iets te gaan eten. De scampi's kunnen we alleen bij het diner krijgen en dus eten we nu maar een slaatje en we komen deze avond wel terug. Het is hier heerlijk zitten op een verhoogd terras met een prachtig zicht op de zee en het strand. Om niet terug door het zand te moeten, keren we langs de straat terug. Wij wandelen via een craft-market en hopen nog een mooi masker te vinden. Tevergeefs maar bij een naaister kom ik te weten dat zij een broek op maat wil maken. Wat verder zie ik prachtige stof voor een tafeldoek maar die is slechts 3.2m, dus niet lang genoeg. Zonder iets te kopen, wandelen we terug naar ons hotel. In de bar komen onze Hollanders tegen en spreken af om 6u naar het restaurant te vertrekken. Omdat we nog voor het eten van de zonsondergang willen genieten, drinken we een aperitief op het terras. Een prachtig zicht met leuke mensen als gezelschap. Het wordt een gezellige avond met lekker eten en drinken.

    Overnachting: Sunset Beach Hotel   Kotu Stream Road, Kotu      Serrekunda The Gambia

    Dag 14 - dinsdag 25 maart 2014                               Kotu

     Omdat ik de schelpen die wij gisteren meebrachten mooi vind, vertrekken we na het ontbijt terug naar het strand. Ditmaal wel in badpak zonder fototoestel maar met plastik zakken. Het is onze bedoeling om genoeg schelpen te verzamelen om thuis een schaal te vullen want aan onze kust zijn er bijna geen meer te vinden. In onze kamer worden de schelpen goed gespoeld en buiten in de zon te drogen gelegd.

    Na de lunch grabbel ik mijn gemakkelijk broek en gaan we naar de naaister. Na wat gepingel, komen wij een prijs van 750 dalasi overeen. Als zij hoort dat de broek tegen de volgende dag 11u klaar moet zijn, tracht zij de prijs op te drijven. Ik hou mijn been stijf en de broek zal gemaakt worden voor 750 dalsi. Vandaar naar het volgende winkeltje om te kijken of we geen 2 stukken stof aan elkaar kunnen laten zetten om zo aan 4m te komen als tafellaken. Het is niet eenvoudig om aan hun verstand te brengen dat we 2 stukken van dezelfde kleur willen maar zij zullen er voor zorgen dat die er morgen om 9u zijn en wij zullen hen dan uitleggen wat ze ermee moeten doen.

    We haasten ons naar het hotel want om 18u hebben Jean en ik een afspraak voor een massage. Na de massage die Jean ook bevallen is, vertrekken we met Aad en Majo terug naar het restaurant waar we gisteren lekker gedineerd hebben. Het wordt onze laatste gezellige avond samen en het eten is weer lekker.












    25-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    23-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 12

    Dag 12 - zondag 23 maart 2014                        Kotu

     Om 10u worden we door onze bus opgepikt voor een excursie naar het Makasutu Cultural Forest.  Dit  is gesticht door de Engelsen James English en Lawrence Williams en ligt ten zuidoosten van de internationale luchthaven, rond een van de vele kreken (zijtakken van de Gambia rivier). Makasutu betekent 'heilig bos' in Mandinka, een van de lokale talen. Het cultuurhistorisch park is een plek om kennis te maken met de lokale mensen en cultuur. Het park bestaat uit mangrovebossen, wetlands, savanne, palmbossen en een kleurige fauna van vogels, varanen en bavianen. Na een dik uur draaien we een zandweg in waarover onze chauffeur ons zonder problemen brengt tot aan het park. Te voet trekken wij via smalle paadjes tussen hoge bomen tot wij bij een metalen uitkijktoren met bijhorende bar en zwembad komen. Wij krijgen een welkomstdrankje en Jean klimt naar de top van de 4 verdiepen hoge toren en omdat hij lang wegblijft waag ik mij ook aan de klim. Het uitzicht van hier boven is de inspanning waard. We hebben een zicht over een groot deel van het reservaat en zie mooi de meander in de rivier. Het lijkt immens. Beneden worden we opgewacht door een lokale gids voor een wandeling over een droog deel van het park en wij leren veel bij over de bomen en waarvoor ze door de lokale bevolking gebruikt worden.

    Ik ben verbaast dat veel planten die bij ons ook gekend zijn, hier als medicijnen gebruikt worden. Er zitten  veel vogels hoog in de bomen en ze zijn moeilijk te fotograferen, maar als we plots midden in een grote groep bavianen staan, kunnen de fototoestellen hun werk doen. Omdat we ons niet gerust voelen tussen deze apen vertelt de gids ons dat als wij hen negeren zij ons met rust zullen laten omdat ze ons dan niet als vijand beschouwen.

    We vervolgen onze natuurwandeling op zoek naar apen, mangoesten, vogels, varanen en bavianen. We dringen verder het bos in en ontdekken een kleine boerderij. In een hutje zit een oude man, die volgens de gids 105 jaar oud is. Deze 'holy man' is een van de oudste Maraboes (toekomstvoorspeller en medicijnman) van Gambia. Hij leest de hand van Aad door een spiegeltje te plaatsen in zijn handpalm. Hij brabbelt een paar onverstaanbare zinnen, maar voor de gids is het duidelijk: hij belooft een lang leven vol voorspoed. Natuurlijk is een kleine bijdrage voor dit goede nieuws welkom. We bezoeken de palmklimmers die sap uit de palm verzamelen voor palmwijn, maar we vinden  de klimmer niet dus moet onze gids maar een stukje in de bomen kruipen om te tonen hoe zij daar in klimmen. Natuurlijk mogen we zelf ook een poging doen. Jean onze held wil dat ook wel eens proberen en het lukt hem ook nog, maar hij wordt wel vlug terug gefloten. Zonder palmwijn te proeven gaan wij door het bos tot bij de uitkijktoren.

     Hier stappen we in een pirogue (uitgeholde kano) voor een tochtje door de mangrove. De peddelaar achterop stuurt het bootje behendig door de mangrove, terwijl wij genieten van de natuur. Na een halfuur leggen we aan bij een steiger en lopen we via een bospad naar een kunstnijverheidscentrum. De kunstenaars bieden hier hun zelfgemaakte houtsnijwerk, sjaals, kleden e.d. aan. Wat verder komen we terug bij de centrale ontmoetingsplaats aan. We moeten nog op de lunch wachten en ondertussen komen er verschillende groepen aan. De lunch bestaat uit domoda, een typisch Gambiaas gerecht van rijst met vis en pindasaus.  De bavianen die tot dan toe redelijk op afstand bleven, worden brutaler en rukken langzaam op in de richting van onze tafels.  Als toetje krijgen we een banaan wat niet echt handig blijkt en vraagt om moeilijkheden. De bavianen belagen ons van alle kanten. De Gambianen proberen ze weg te jagen, maar ze dringen toch door tot aan onze tafel en proberen alles te grijpen. Een van de bavianen pakt een bananenschil, een ander heeft bijna een blikje cola te pakken en er drinkt een baviaan aan een flesje. Het eten wordt vlug weggehaald en de Gambianen  gooien de bananenschillen het bos in. De bavianen gaan er achteraan en verdwijnen in de bush.

    Inmiddels hebben leden van de Jola stam plaatsgenomen onder de grote baobab. Zij tonen hun zang en dans en we mogen zelf ook meedoen. Af en toe wordt er met een scheef oog naar boven gekeken waar de bavianen met veel lawaai elkaar achterna zitten tussen de takken. Wij vragen aan onze gids om wat vlugger naar ons hotel terug te kunnen. We zakken af tot bij de bus en brengen nog een bezoek aan een houtbewerkingsmarkt.  Hier zien we mannen houten beeldjes maken met primitieve middelen, er komt geen enkele machinale bewerking aan te pas. Jean koopt hier zijn spelletje nadat hij de prijs meer dan gehalveerd heeft en ik heb wat verder minder geluk bij het pingelen naar een masker. De verkoper  wil het niet laten voor de prijs die ik voorstel en mijn truuk om te vertrekken en het dan toch nog te kopen voor mijn prijs mislukt.  Tijd om terug te gaan heb ik niet meer, want iedereen zit in de bus op mij te wachten.  Ik heb er nog spijt van en hopelijk vindt ik nog ergens een masker dat mij bevalt. Terug in het hotel laat ik mij samen met Majo masseren in het hotel: een meisje met zalige handen en ik geniet...

    's Avonds eten wij samen in het hotel en nu worden wij naar ons bed gezongen door een vreselijke stem.

    Overnachting: Sunset Beach Hotel   Kotu Stream Road, Kotu      Serrekunda The Gambia

     
















    23-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    22-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 11

    Dag 11 - zaterdag 22 maart 2014                       Kotu

     Wij verschijnen om 9u aan het ontbijt en zijn nog niet de laatste want 10 min later komen Aad en Majo bij ons zitten. We spreken met hen af om per taxi naar Senegambiastraat te gaan. Om 11 uur vertrekken we en Taco en Janneke gaan niet mee want dat zullen grote zonnekloppers blijken te zijn. Buiten het hotel staan taxi's te wachten en er hangt een prijslijst met de gangbare tarieven. De prijzen zijn altijd voor een heen en terugrit en de chauffeur blijft 2u wachten, maar wij vragen dat hij ons daar afzet en pas om 16u weer oppikt. Het bezoek valt wel tegen want er zijn enkel hotels, cafés, banken en kleine voedingswinkels te zien. Gelukkig vinden we aan het einde van de straat een Craft-market.  Iedereen verzoekt ons om in zijn winkeltje te komen kijken wat niet mogelijk is. Ik laat mij wel verlijden om binnen te gaan in een winkeltje waar veel kinderkleren verkocht worden. Resultaat: een kleedje voor Fien. Wij zien prachtig houtwerk, juweeltjes, stoffen en nog veel meer. Jean speelt wat verder een typisch Afrikaans spelletje met een verkoper maar uiteindelijk vindt hij het zelfs na het afpingelen nog te duur. Ik koop 4 met de hand geschilderde doeken en hoop dat de meisjes ze mooi zullen vinden.

    Wij hebben nog tijd over en gaan  een pizza eten en blijven we nog wat babbelen bij een lekker drankje. De hele discussie gaat er over hoe die oudere mannen/vrouwen aan een mooi jong zwartje geraken. Wie spreekt wie aan; wij zullen het nooit weten want niemand van ons vier wil het uitproberen.

    Terug in het hotel besluiten wij terug samen in het hotel te dineren. Tijdens het eten is er een voorstelling van Ganese dansen. Zij plooien als elastiekjes en zij schijnen een skelet van rubber te hebben. Het is wel enorm veel lawaai waardoor het gesprek stilvalt en wij ons terugtrekken in ons kamer. Om 11u is alle herrie voorbij en kunnen wij van onze nachtrust genieten.

    Overnachting: Sunset Beach Hotel   Kotu Stream Road, Kotu      Serrekunda The Gambia










    22-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    21-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 10

    Dag 10 - vrijdag 21 maart 2014                               Toubacouta – Barra - Banjul

     Reisafstand 70 km                                                                                                                          

    Hoewel het maar een korte rit is tot aan de grens met Gambia, ontbijten wij al om 6u30  en zijn we om 7u op weg.  In de bus geeft Sogui ons de verklaring voor dat vroege vertrek: "De ferry vertrekt tussen 7u en 10u en we moeten de grens over, dus vertrek je best op tijd".

    Het landshap wordt stilaan groener en er komen meer bomen. Aan de grensovergang in Karang regelt Sogui alle visum formaliteiten zonder dat wij er bij moeten zijn. Dat is een luxe die Jean en ik nog niet vaak gehad hebben. We rijden na een half uur oponthoud The Gambia binnen. Met een oppervlakte van 11300 km2 is Gambia ongeveer één vijfde van Nederland en België samen. In feite is Gambia een lange strook land, doorsneden door de rivier de Gambia. Het land is nauwelijks breder dan 30 km, met uitzondering van de kuststrook, die ongeveer 70 km haalt, de ingang tot de rivier Gambia is daarbij inbegrepen. Vanaf het uiterste westen tot aan de oostelijke grens met Senegal is de afstand circa 320 km. Gambia wordt aan drie zijden ingesloten door Senegal, een land dat ruim 17 keer zo groot is en waarmee nauwe banden bestaan. De munteenheid is de Dalasi, 53 Dalasi = 1€.

    Gambia is een vruchtbaar land dat rijk is aan pinda’s, bananen, mango’s, meloenen en citrusvruchten. Er groeit fruit in overvloed. De traditionele Gambiaanse gerechten worden meestal bereid met de belangrijkste producten van het land zoals pinda’s, rijst, couscous en kip. Je kan er genieten van een eindeloos aanbod van verse vis. De lokale specialiteiten zijn de ‘Lady Fish’ en de ‘Snappers’. De inkomsten van Gambia komen van de uitvoer van groenten en fruit en het toerisme. Er is praktisch geen industrie buiten het in Gambia gebrouwen bier, Julbrew, dat een vergelijking met de bekende merken goed kan doorstaan.

    De bus brengt ons door een steeds groener landschap naar Barra waar we de ferry naar Banjul, de hoofdstad van Gambia, gaan nemen. De bus parkeert bij de toegang naar de ferry, maar de poort is nog gesloten. Wij profiteren hiervan om onze Fna te wisselen naar Dalasi en met geen enkele van onze kaarten kunnen wij geld uit de muur halen. Rond 10u komt onze gids voor Gabia aan en de groep wordt aan hem overgedragen. We nemen nog vlug afscheid van Sogui en Abdoe en hopen dat wij door de Gambianen even goed verzorgd zullen worden. We volgen onze gids naar de poort en na wat gepraat, opent de politieman de poort voor ons en zo kunnen wij rustig ons plaatsje op de ferry uitzoeken. Als de poort geopend wordt, zien we een mensenmassa op de boot afkomen.

    Nu hebben we wel eens meer een tochtje met een veerboot gemaakt, maar dit slaat werkelijk alles! Een oude roestige schuit, die in België waarschijnlijk al 25 keer was afgekeurd en daar gaat werkelijk van alles op. Van gammele vrachtwagens, een taxi die het niet meer doet en erop en eraf geduwd moet worden, mensen met allerhande koopwaar op hun hoofd, tot geiten en schoenenpoetsers, een kleurrijk maar oh zo rommelig geheel, een avontuur op zich! Ondertussen worden Jean zijn sandalen geplakt, genaaid en gekuist. We kruisen een aantal grote lokale boten die vol zitten met mensen die allen een oranje reddingsvest dragen, een heel speciaal zicht. Van de gids komen we te weten dat dit voor de Ganezen een vluggere en goedkopere manier is om over te steken. Na zo’n 3 kwartier varen over the Gambia River kwamen we in Banjul aan.

    Hier worden we door een bus opgewacht en hoewel er binnen plaats genoeg is voor de bagage, vliegt deze toch op het dak. Omdat niemand heeft kunnen pinnen, willen wij alle zes langs een bank voor we naar ons hotel gaan. We hebben dit bij een bank of zes geprobeerd, maar nergens werden onze kaarten aanvaard en toch stond er overal 'Visa accepted'. Dit is geen ramp want elke koppel heeft nog voldoende Euro's en dus rijden wij uiteindelijk naar het Sunset Beach Hotel waar we 5 nachten zullen verblijven. In de lounge krijgen wij ons lunchpakket dat Sogui ons nog meegegeven heeft en de Nederlands vertrekken onmiddellijk naar hun kamers. Wij moeten nog een uur wachten omdat onze kamer nog gepoetst moet worden. Jean en ik gaan op verkenning in het hotel en op het strand waar zich een aantal restaurants en een kraft market bevindt. Wij eten samen met Majo en Aard in het restaurant van het hotel en kruipen daarna  moe in ons bed met het idee dat we morgen mogen uitslapen.  De airco heeft het lekker koel gemaakt want het is hier warmer dan in Senegal.

    Overnachting: Sunset Beach Hotel   Kotu Stream Road, Kotu      Serrekunda The Gambia


     













    21-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    20-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 9

    Donderdag 20 maart 2014                                                            Toubacouta

    Vandaag zijn Jean en ik om 9u als laatsten aan het ontbijt. Ik verheug mij al op een dagje zonder geplande excursie en gewoon wat genieten van de wondermooie omgeving en het zalige zwembad. Na wat aandringen van mijn kant wil Jean wel gaan vissen en Taco is onmiddellijk te vinden om mee te gaan. De prijs is hetzelfde voor 2 of 3 personen en dus kan Sogui ook mee. Om 14u30 vertrekken zij om een paar uurtjes te gaan vissen op de rivier. Janneke en ik gaan hen uitwuiven. Sogui is blijkbaar heel opgetogen dat hij mee mag. De zon is al een poos achter de horizon verdwenen als onze vissers aanmeren. In emmer liggen een 10-tal vissen die ze aan de schipper meegeven. Ik heb de dag met Majo en Aad aan het zwembad doorgebracht, ik ben foto’s gaan trekken van de vleermuizen en heb een hele tijd alleen op de aanlegsteiger gezeten. Zalig: de stilte en een machtig uitzicht om niet snel te vergeten. ’s Avonds heerlijk gegeten en ’t is eraan te zien dat de eigenaar een Belg is want alles is tot in de kleinste puntjes verzorgd.



















    20-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (3)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    19-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 8

    Woensdag 19 maart 2014                                              Kaolack - Toubacouta

    Reisafstand 70 km

    Vandaag is een relax dag want we vertrekken pas om 9u. Wij zeulen onze koffers mee naar de uitgang en zoals elke morgen verdwijnen Sogui en Abdoe voor wij ontbeten hebben om de bagage al in te laden. Nu is het tussen de ‘pindavrachtwagens’ niet zo druk en kunnen we even stoppen om foto’s te nemen. Wat verder stoppen we bij de lokale markt van Kaolack. Kaolack is een bruisende stad en de lokale bevolking komt dagelijks naar de markt om verse producten in te kopen. We wandelen door smalle met ijzeren platen overdekte straatjes met allemaal kraampjes waar ik wat foto’s tracht te nemen. Niet zo eenvoudig, want de meeste mensen willen niet op de foto en dikwijls mag ik zelfs hun koopwaar niet fotograferen. Op ons pad zien we zelfs een kanjer van een dode rat liggen: lekker, vers product!! Hoe de mensen zo willen leven, blijft ons nog altijd een raadsel maar ze lachen altijd en zijn meestal zeer vriendelijk en ze schijnen gelukkig te zijn.

    Na ons marktbezoek, rijden wij in zuidelijke richting naar het dorpje Toubacouta, gelegen aan de rand van Delta Saloum National Park. Dit enorme natuurreservaat van 76.000 hectare is een van grootste nationale parken van Senegal. Door het variërende landschap met kilometerslange mangrovebossen, is dit park een thuis voor vele vogelsoorten.

    Rond 13u komen we in ons hotel “Keur Saloum” aan. Machtig mooi gelegen in de delta van de Senegal. Na een welkomstdrankje wordt elke koppel in een huisje, een rond hutje, ondergebracht. Veel tijd om de valiezen open te ritsen, hebben we niet want we worden voor de lunch verwacht. Om 16u vertrekken we voor een boottocht door dit NP om te eindigen bij een eilandje waar honderden vogels hun rustplaats zoeken voor de nacht. De doorgang tussen de mangroven is soms heel groot en op andere momenten kunnen we de planten langs ons bootje horen schrapen. Wij zien een Goliath reiger en wat groene apen. We varen een smal kanaaltje in en zitten ingesloten in de mangrove. Impressionant, de planten lijken wel bovenop hun wortels te staan, geen enkele stam of tak komt lager dan de hoogwaterlijn. Wij leggen aan bij een eilandje dat enkel bestaat uit gemalen schelpjes en maken een wandeling naar het hoogste punt. Van hier hebben we een prachtig uitzicht en krijgen een idee van de uitgestrektheid van de mangroven in dit gebied. Ik luk erin om foto’s te nemen van de kleine groene papegaai die heel moeilijk te vinden is.

    Het is bijna zonsondergang en we haasten ons naar een plaats waar grote witte reigers, aalscholvers, comorans en king fishers komen slapen. Omdat dit gebied helemaal door water omgeven is, hebben ze hier niet veel vijanden te vrezen. Als we uitgekeken zijn op de zwermen vogels die hier landen in de bomen varen we volle gas terug naar het hotel. De Senegalezen zijn niet graag meer buiten als het donker wordt en dat gaat hier vlug. Wij vonden deze tocht nogal teleurstellend: het landschap was prachtig maar van de aantallen vogels die men zegt dat wij hier zouden zien, trekken wij wel een paar nullen af!!

    Na een verfrissende douche vertrekken Jean en ik naar het restaurant voor het diner. Tot nu toe is het eten ’s middags en ’s avonds goed meegevallen, op enkele uitzonderingen na. Omdat we morgen de dag vrij hebben, blijft iedereen, zelfs Sogui nog wat napraten. Ik maak van de gelegenheid gebruik om samen met onze lopende vogel-encyclopedie, de namen van de vogels op te schrijven.

































    19-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    18-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 7

    Dinsdag 18 maart 2014                                   Saint Louis - Touba - Kaolack

    Reisafstand 360 km

    Vandaag loopt de wekker af om 6u want we vertrekken om 7u30 naar Touba, waar we de grootste en meest imposante moskee van Senegal gaan bezoeken. Voor we Touba bereiken, stoppen we bij een groep gieren die een geit aan het oppeuzelen zijn. Hoe gieren onderling kibbelen om te mogen eten is wel raar om van zo dichtbij mee te maken. Lelijke beesten met een kale kop en rare oogjes!

    Touba is een heilige stad ongeveer 170 kilometer ten oosten van Dakar. De stad werd in 1887 gesticht door sjeik Amadou Bamba, nadat hij – mediterend onder een baobab – een visioen had. Die boom staat er nog steeds, op de begraafplaats naast de moskee. Bamba stichtte de Islamitische Broederschap der Mouriden. In de eerste jaren was het maar een kleine gemeenschap, maar er kwamen wel veel gelovigen bij Bamba op bezoek. De Fransen waren bang dat Bamba met zijn volgelingen een oorlog tegen hen zou beginnen. Daarom stuurden ze hem in ballingschap, eerst naar Gabon (1895 tot 1902) en vervolgens naar Mauritanië (1903 tot 1907). Bamba was niet van plan geweld te gebruiken tegen de Fransen en toen ze dat doorkregen, gingen de Fransen met hem samenwerken. Vlak voor zijn dood gaf Bamba opdracht een moskee te bouwen, maar die zou pas tientallen jaren later in 1963 af zijn. De hoogste minaret is 87m hoog en van kilometers ver te zien. Na de dood van Bamba in 1927 groeide het aantal aanhangers voortdurend en daarmee ook het aantal inwoner in Touba. De laatste jaren neemt het aantal inwoners zelfs explosief toe. In 1988 woonden er 125.000 mensen in Touba, nu zijn het er naar schatting al 700.000.

    Touba heeft dan ook een speciale status en de Senegalese regering heeft er weinig vat op. De stad wordt bestuurd door afstammelingen van Bamba. De moskee is voor de Mouriden een belangrijker pelgrimsdoel dan Mekka. Ieder jaar trekken 3 miljoen gelovigen naar Touba tijdens het Grand Magal: daarmee wordt de terugkeer van Bamba uit ballingschap gevierd.

    Door de opeenvolgende kaliefs is er gewerkt aan de uitbreiding en verfraaiing van het gebouw. Zelfs nu is men aan het verbouwen: er wordt nog een vijfde minaret gebouwd en van de vier andere heeft men de marmerplaten afgebroken en is men bezig de minaretten met mozaïek te bezetten. Binnen in de moskee wordt op veel plaatsen de mozaïek vernieuwd.

    Na Touba hebben we nog maar een klein stukje geasfalteerde weg en gaat het verder via aardewegen naar het dorpje Ndem waar wij een handwerkcentrum gaan bezoeken. Wij zien een meisjes wol kammen en spinnen tot draad. In een lokaal ernaast staan een paar weefgetouwen zoals bij ons in de middeleeuwen. Buiten onder een afdak zitten een man en een jongen met een heel smal weefgetouw doeken van een 100m lang te weven. Wij zien een man handtassen maken, vrouwen die stoffen olifantjes maken waarop Janneke en ik onmiddellijk verliefd zijn. Hier worden stoffen met natuurlijke grondstoffen gekleurd en gefixeerd. Met een betonmolen wordt een soort ronde briketten gemaakt. Deze mensen behelpen zich met eenvoudige hulpmiddelen maar een commerciële geest hebben ze nog niet. In het winkeltje gaan Janneke en ik naar de olifantjes zoeken, maar die zijn er niet. Als wij ernaar vragen, krijgen we te horen dat ze niet verkocht worden omdat ze bij een bestelling horen. Resultaat: er wordt niets gekocht.

    Wij lunchen bij de Baye Fall gemeenschap: een gemeenschap die ijvert om in de streek gemaakte of geteelde producten aan een eerlijke prijs te verkopen. Hun geestelijk leider, ‘marabout’ is de kok en voor de eerst keer laat iedereen het grootste deel in zijn bord achter: niet te vreten! Aad zijn gezicht spreekt boekdelen.

    We trekken weer verder en na een half uurtje rijden over een bumpy road komen we terug op asfalt terecht. In Kaolack verlaten we de grote baan en rijden tussen met apennootjes geladen vrachtwagens en bergen nootjes. Van hier wordt er jaarlijks 1 500 000 ton nootjes naar het buitenland verstuurd. Juist buiten deze heksenketel komen we op onze verblijfplaats “Le Relais de Kaolack” toe. Voor we gaan dineren, denkt iedereen een duik in het zwembad te nemen, maar niemand doet het omdat er te veel stof van de apennootjes op het water drijft. Het wordt een gezellige babbel bij een glaasje wijn op het terras aan het water. Weer vroeg onder de lakens want morgen hebben we weer een drukke dag voor de boeg.


























    18-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    17-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 6

    Dag 6 - maandag 17 maart 2014        Saint Louis - National Park Djoudj - Saint Louis

    Reisafstand 120 km

    Na een vroeg ontbijt om 7u30 vertrekken we naar National Park Djoudj. Dit park is gelegen aan de grens met Mauritanië en is de eerste plaats, na de Westelijke Sahara waar permanent water te vinden is. Hierdoor is het tijdens onze wintermaanden een thuis voor honderden vogelsoorten en staat het bekend als een van de beste parken ter wereld om vogels te spotten. Eens we de grote baan verlaten, rijden we kilometers en kilometers over een onverharde weg tussen niet bewerkte velden. Sogui vertelt dat dit vroeger allemaal rijstvelden waren, die maar 2 maanden in het regenseizoen gebruikt konden worden. Nu is de overheid begonnen met het graven van irrigatiekanalen zodat de plaatselijke bevolking het hele jaar door rijst zal kunnen telen. Wat verder stoppen wij bij een Peul-dorp waar echte nomaden tijdelijk verblijven. We worden door de vrouwen en een bende kinderen verwelkomd en er is slechts 1 man te bespeuren. De anderen zijn bij de kuddes en komen slechts om de 3 à 4 dagen naar huis terug. De huizen zijn hier uit leem en stro gebouwd, in tegenstelling tot de stenen huisjes van eergisteren. Sogui vertelt dat het goed mogelijk is dat deze nomaden hier binnen een maand niet meer wonen en hoe lang ze op één plaats blijven, wordt door de hoeveelheid voedsel voor de koeien bepaald.

    Aan de ingang van het NP kopen we eerst tickets en maken er ook een sanitaire stop van. We rijden nog ettelijke kilometers over onverharde wegen naar het vertrekpunt van een boottocht. Net na het afmeren zitten we al tussen de witte pelikanen. Wat verder begint de pret; we zien verschillende soorten reigers, ibissen, aalscholvers, visarenden, ijsvogels, lepelaars, pelikanen… De pelikanen vliegen mooi in formatie door de lucht, de sternen fladderen rond de boot en vormen een stoet achter ons bootje.  Prachtig om zien in de strakblauwe hemel. We varen naar een inham in de rivier waar de baby pelikanen zijn en we zien er honderden. De baby’s zijn in december geboren en zijn al best groot, maar ze zijn makkelijk herkenbaar doordat ze nog grijs en bruinachtig zijn. In Kenia op het Naivashameer zagen wij ooit enorm veel pelikanen maar dit kan er mee wedijveren. Op de terugtocht zien we nog een krokodil tussen de oeverbegroeiing en die wordt uitgedaagd tot ze het water in gaat. Iets verder zitten er 3 varanen ook goed verscholen tussen de planten.

    Terug aan land spot iemand een rotspython in het gras van de berm. Die zie je hier niet zoveel, we hebben dus geluk zelfs al krijgen wij de kop niet te zien! Omdat we nog wat moeten wachten, loop ik al verder tot op een betonnen brugje van waar ik als enige van de groep een Squacco Heron en King Fishers zie. Het is ondertussen 13u en we stoppen in het restaurant bij de uitgang van het park voor de lunch. Na het eten ga ik hier nog opzoek naar vogeltjes en Sogui wijst mij een Afrikaanse uil aan.

    Deze reis is niet zo druk als onze vorige groepsreizen, maar de gids tracht ons toch op schema te houden. We keren naar Saint Louis terug langs de fameuze dam (die voor de irrigatie bij de rijstboeren zal zorgen). Wij mogen hier geen foto’s van maken omdat dit ook de grensovergang is met Mauritanië. In de stad rijden we via de Eifelbrug en de drukte bij de vissershaven is weer overweldigend. Honderden mensen lopen door elkaar met koopwaren op hun hoofd, de ezelskarretjes worden door de smalste doorgangen gestuurd, de kinderen zitten op de zanderige grond te spelen en de geiten lijken overal te zijn. Indrukwekkend om te zien maar wij prijzen ons elke dag gelukkig dat wij hier niet geboren zijn.

    Terug aan ons hotel is het nog te vroeg voor de lunch en Jean en ik gaan nog wat langs de Senegalrivier wandelen. Sogui heeft ons op het hart gedrukt dat de plaatselijk bevolking niet vijandig of afwijzend staat tegenover blanken. We gebruiken onze vrije tijd om nog wat mooie foto’s te maken van de omgeving. Ik worstel af en toe nog met mijn nieuw toestel maar elke dag leer ik weer wat bij. Terug bij onze kamer profiteer ik nog een uurtje van de zon op ons terras. Een lekkere douche en dan naar het diner en vroeg onder de wol want morgen is het weer vroeg dag.






































    17-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (2)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    16-03-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 5

    Dag 5 - zondag 16 maart 2014                                      Lompoul woestijn - Saint Louis

    Reisafstand 150 km

    ’s Morgens loopt de wekker af om 6u45 want de zon komt op om 7u. We trekken vlug onze kleren aan en gaan postvatten op een niet te steile heuvel. Tussen twee hutjes hebben we een prachtig zicht op de opkomende zon. De zon wordt getemperd door lichte bewolking maar als de wolken even verdwijnen, tovert de zon prachtige schaduwen op het zand. Hier genieten we nog een poos van want we moeten pas om 8u aan het ontbijt zijn. Een geluk dat wij hier niet zelf onze valiezen door het zand en de duinen moeten sleuren. De chauffeur van de 4x4 denkt dat hij Parijs-Dakar aan het rijden is en wij worden goed door elkaar geschud in de laadbak, maar we komen toch heel aan bij onze bus.

    Met Abdoe achter het stuur van onze bus rijden wij door een eentonig landschap; droog, zanderig met weinig begroeiing en de niet weg te denken Acacia’s en Baobabs. De dorpjes zijn wel leuk om te zien, maar het is verschrikkelijk om te zien hoeveel afval er langs de weg ligt. Het lijkt wel of de plastiek zakjes hier groeien. Het milieu is blijkbaar niet de grootste zorg voor de Senegalezen.

    We stopten bij een Baobab die volledig uitgehold is. Volgens Sogui, onze gids, zijn alle Baobabs in min of meerdere maten hol van binnen. Deze is volgens de ene groep geleerden 500 jaar oud en volgens een andere groep 800 jaar. Het is in elk geval de oudste van Senegal en wellicht van Afrika. De holle bomen werden vroeger gebruikt om lijken in te begraven.

    Onze eindbestemming voor vandaag ligt helemaal in het Noordwesten van Senegal: St.-Louis, de eerste Franse nederzetting in Afrika, gesticht in 1659. De stad strekt zich uit over een gedeelte van het vasteland, een eiland in de rivier en een deel van de  Langue de Barbarie, een schiereiland tussen de Senegal rivier en de Atlantische Oceaan. Wij bereiken het eiland over de 500m lange Pont Faidherbe, die oorspronkelijk werd gebouwd als brug over de Donau door Eifel. In 1897 werd de brug hier heen gebracht en ze wordt nu nog altijd gebruikt.

    Op het eiland gaan we eten; een stoofpot met rijst en Majo vraagt om alleen maar brood want zij is de eerste die last heeft van diarree. Wij hopen dat wij mogen ontsnappen aan ‘de toerista’. Na de lunch maken we met paard en kar een ritje door het historisch centrum en de vissershaven. Abdou gaat Majo in het hotel afzetten en komt ons later oppikken aan het einde van de vissershaven. Op het eiland bevond zich vroeger het Europese kwartier waar wij nu nog de garnizoensgebouwen en de magazijnen zien. Op de kade staat een in 1864 gebouwde stoomkraan. De vlakbij gelegen kathedraal werd in 1828 gebouwd. Ondanks het moderne voorkomen is het de oudste kerk in Senegal. De rit brengt ons door slecht onderhouden straatjes langs grote, vervallen huizen met smeedijzeren traliewerk, houten balkons en veranda’s. De Senegalezen zijn volop aan het restaureren en de gebouwen die klaar zijn zijn prachtig. Wij rijden langs het paleis van de Gouverneur, een fort dat uit de 18de eeuw stamt maar nu is het een regeringsgebouw en een praktisch herkenningspunt. Aan weerszijde van het stadsplein zijn de kazernegebouwen volop in verbouwing. Aan het einde van het plein steken wij een brug over die ons naar het schiereiland brengt, midden in de vissersgemeenschap, Guet N'Dar genaamd, het levendigste gedeelte van de stad. Van op de brug hebben we een prachtig zicht op de vissersboten die langs de oever gemeerd liggen. De kleurrijke boten steken af tegen het zand en de vissers zijn druk in de weer met hun netten. Door het zeer drukke Guet N'Dar rijden we nog altijd met paard en kar naar de bus die ons naar het hotel Merloz brengt. Wij rijden nog langs het Moslimkerkhof, waar elk graf versierd is met het visnet van de afgestorvene. Saint Louis, een van de eerste koloniale steden van West Afrika en de oude hoofdstad van Frans West Afrika. De stad wordt door velen beschouwd als de eerste Europese stad in West-Afrika, staat op de UNESCO werelderfgoedlijst vermeld en dat mag ook want het is een uniek zicht.

    Wanneer wij in het hotel Merloz aankomen, hebben we nog wat de tijd voor we gaan dineren. Wij willen wat aan het zwembad gaan liggen maar de kussens op de ligstoelen zijn erg vuil. Jean doet wel een duik in het koude water en ik zit nog wat in de zon op ons terras. Janneke en Taco zitten in de kamer naast ons. We krijgen lekker vis te eten maar de graten zijn verschrikkelijk. Rond 10u liggen wij in ons bed onder het muggennet want morgen moeten we om 7u30 al ontbijten.






















    16-03-2014, 00:00 geschreven door Jean en Marleen  

    Reageer (0)
    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Archief per week
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!