Met de fiets naar Lourdes
Foto

Foto

Gastenboek

Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


Foto

E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.



Foto

Foto

Foto

27-08-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Welkom op onze blog.

 

Als uitdaging kan het tellen. Met de fiets vanuit Genk helemaal naar Lourdes fietsen…

Niet dat we dit jaar om een avontuur verlegen waren, integendeel zelfs. De ontdekking, strijd en revalidatie tegen borstkanker was veel meer avontuur dan we onszelf gewenst hadden. Alle plannen die we hadden, de vanzelfsprekendheid dat we konden doen wat we wilden in één klap van tafel geveegd.

Natuurlijk hadden we schrik. Maar tegelijkertijd wou Jacky, als ze een tweede kans kreeg, naar Lourdes reizen om er een kaars te laten branden.

Die tweede kans is er gekomen. Tijd om een belofte waar te maken. Tijd om naar Lourdes te reizen.

Nog even vermelden dat we dit met de fiets doen?

Om het ongeruste thuisfront op de hoogte te houden besloot ik om ze via deze blog mee te laten reizen. Met dat verschil dat Jacky en ik door weer en wind (liefst in de rug) helemaal door Frankrijk fietsen om dat kaarsje te laten branden. Bedankt voor die tweede kans.

Guido.

27-08-2011, 22:36 geschreven door Guido  

Reageer (7)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (74 Stemmen)
23-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.A Bientôt!

Het is nog net dinsdag als we afscheid nemen van Jacky's familie. We kregen een lift vanuit Lourdes en kwamen dinsdagavond bij Jacky's mama aan. Daar stond ons, ondanks het late uur, een gezellige tafel te wachten om de veilige thuiskomst te vieren.

We staan erop om met de fiets naar huis te rijden en genieten na de lange autorit van het korte nachtelijke ritje. Bijna middernacht en we hebben de hele weg voor ons alleen. De fietsen rijden zonder bagage haast vanzelf.

Bij thuiskomst staat ons weer een verrassing te wachten; de buren hebben het grasperk in een bloementuin omgetoverd en aan onze voordeur staat een mooie welkomtekst.

Als we dit tochtje nog bij onze reis rekenen is dit de allerlaatste keer dat we onze fietsen stallen. Onze trip is nu afgelopen, tijd om deze blog af te sluiten.

Maar niet vooraleer we danken voor de vele reacties, mails en steun. Waar de blog oorspronkelijk diende om het thuisfront te laten weten waar we zaten, groeide die net iets meer uit dan we verwacht hadden. Ik kon er niet alleen de route mee delen, maar ook gedachten en emoties die we blijkbaar toch in onze bagage meesleepten. Mijn bagage was alvast lichter toen ik thuiskwam.

We beseffen dat wij bij de gelukkigen horen en zouden alle lotgenoten een hart onder de riem willen steken. Een beetje bergop of wat tegenwind stelt niets voor in vergelijking met de reis die jullie ondernemen of nog moeten afwerken. Hou gewoon vol. Steun elkaar.

Het was, met fietslengtes voorsprong, de mooiste reis die we ooit beleefden. Niet alleen om een belofte in te lossen, maar ook als bevestiging voor nieuwe kansen. We hebben zweet gelaten en af en toe een traantje, we hebben gelachen, de mooiste plaatsen van Frankrijk vanuit een ander perspectief mogen ontdekken, maar bovenal hebben we immens genoten van de tocht, van het avontuur, van de pure romantiek. En van elkaar.

We kunnen het alleen maar aanraden. Spring op die fiets en maak dezelfde tocht. Je krijgt er iets voor terug dat geen enkele reisoperator je kan garanderen...

Jacky en Guido.

23-09-2011, 15:20 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (22 Stemmen)
22-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.indrukken van de reis














22-09-2011, 15:44 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (6 Stemmen)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.indrukken van de reis.


















22-09-2011, 15:41 geschreven door Guido  

Reageer (1)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.indrukken van de reis...


















22-09-2011, 15:39 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.indrukken van de reis


















22-09-2011, 15:36 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.indrukken van de reis. Aankomst Lourdes.










22-09-2011, 15:31 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.indrukken van de reis. Terug Thuis.










22-09-2011, 15:24 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (11 Stemmen)
18-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 15: Tarbes-Lourdes: 27 Kilometer. Totaal 1490 kilometer.

Zelden is het gezegde ‘De laatste loodjes wegen het zwaarst’ zo op zijn plaats geweest als vandaag, voor ons.

Er hangt een speciaal sfeertje in de kamer als we voor de laatste keer onze fietstassen klaarmaken en onze fietskleding aantrekken. We kunnen het bijna niet geloven maar we vertrekken voor onze ultieme etappe van deze reis. Een kort ritje van amper dertig kilometer, dankzij het feit dat we gisteren van het betere weer profiteerden om zover mogelijk te geraken. Het lijkt erop dat Jacky’s gekke plan gaat lukken.

Het is vreselijk guur weer buiten. De regen jaagt iedereen binnen en we moeten onze jassen aantrekken als we de tassen op de fietsen hangen. De vorige dagen keek ik telkens bedenkelijk naar de ketting van Jacky’s fiets. Eén van de schakels was zwaar toegetakeld en ook al had ik reservemateriaal bij, ik keek er niet naar uit om aan dit werkje te beginnen. Het ziet er naar uit dat de ketting het net nog kan halen.

Het is zo donker buiten dat we de lichten van onze fietsen aanzetten. We fietsen door Tarbes en zoeken zo snel mogelijk onze ontsnappingsroute uit deze natte stad. Binnen de kortste keren zijn we kletsnat en kleuren onze knieën blauw van de koude. We stoppen even maar de wind is zo koud dat we wel moeten verder fietsen om te vermijden dat we helemaal bevriezen. Nog snel even ‘Kan je het geloven? We zijn er bijna…’ en we vertrekken terug.

Van de omgeving hebben we die laatste kilometers niet veel opgevangen. Onze petten diep over het hoofd om de regen uit het gezicht te houden rijden we elk in een cocoon van diepe gedachten. Deze reis is pure symboliek geworden van de periode die we doormaakten. Vol goed moed begonnen, maar niet zeker zijn van het resultaat. Hard afzien op vele momenten en amper vorderen. Lange periodes van hevige tegenwind, regen en hitte. Bijtrappen in afdalingen en materiaalpech. Maar ook doorgaan, samen knokken. Samen beslissingen nemen over de juiste route, elkaar helpen als de wind te sterk is, als de berg te steil werd. En vooral: Niet opgeven.

We komen een wegwijzer naar Lourdes tegen. ‘Heb je het gezien?’ vraag ik. Jacky knikt verkleumd, maar met een glimlach die de zon doet verbleken.

En eindelijk, na vijftien dagen fietsen, staan we in Lourdes. We stoppen aan het bord ‘Lourdes’ en vallen elkaar in de armen. Ik zie druppels op Jacky’s gezicht en weet dat deze niet van de regen komen. Ik probeer nog een beetje stoer te doen en de regen als excuus voor mijn natte ogen te gebruiken, maar ze heeft me door. We zijn er.

Ook het schrijven van deze blog was een reis voor ons. We spraken erover en voelden dat het thuisfront meeleefde. We moesten lachen met de grappige reacties en mails en putten kracht uit de steun die we via deze weg meekregen. We hadden zelfs het gevoel dat jullie met ons meereisden, zonder het zweet en de krampen. Binnen enkele dagen, als we terug thuis zijn, schrijven we het laatste berichtje van deze blog. Geen afscheid, maar een grondig ‘Dank je wel’.

 

A Bientot!

 

18-09-2011, 18:44 geschreven door Guido  

Reageer (7)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (16 Stemmen)
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 14: Cazoubon-Tarbes; 94 Km. Totaal: 1463 kilometer

Als beloning kon het gisterenavond tellen. We zitten buiten op het terras van ons Chateau, onze verhitte huid afkoelend in de avondlucht. De lichten in het park zijn ontstoken en we worden bediend door een vriendelijke pinguin. De man heeft het postuur van een olympisch worstelkampioen maar draagt zijn smoking met zoveel allure dat het haast een eer is om door hem bediend te worden. Jacky krijgt een wijntje van het huis en ik zondig tegen alle regels in door voor mezelf een ijskoude pint te vragen. De pinguin knipoogt begrijpend.

We klinken op een geslaagde dag en weten nog niet dat we hier vanavond één van de lekkerste en meest romantische maaltijd opgediend krijgen die we ooit mochten genieten. Wat we wel weten op het moment dat de pint en het glas wijn elkaar klinkend raken: het leven is mooi.

Later, veel later op de avond, is Jacky in slaap gevallen terwijl we de route van de volgende dag bekeken. Ze is vandaag zo diep gegaan dat ik blij ben dat ze nu kan rusten. Ik bekijk de kaarten die we bijhebben, zoek wat info op internet en zie dat er veel regen wordt gegeven voor de rit van morgen. We fietsen richting Pyreneeën en op de oorspronkelijke route staan beklimmingen die weer veel zullen vragen. Ik kijk naar Jacky’s bruinverbrande huid die met de witte kussens als achtergrond lijkt te gloeien. Nog niet zo lang geleden was haar kleur bleek, haast wit als de kussens waar ze nu op ligt. Nu ziet ze er fantastisch uit.

Buiten barst een hevig onweder los, bliksems laten de kamer oplichten, donderslagen laten de oude plankenvloer rammelen en ik moet de vensters dichtdoen om de stortregen buiten te houden. Jacky slaapt door.

Ik vind een alternatieve route waardoor er enkel in het begin van de rit beklimmingen zullen zitten. Het alternatief is de vlakte van de Adour blijven volgen. Tevreden plooi ik de kaarten op en begin ik aan onze blog te schrijven.

Als we aan het ontbijt zitten horen we de regen op het dak klateren. De weersvoorspelling zit hier dus duidelijk goed. We maken de fietsen en bagage regenklaar en doen onze jassen zwijgend aan. En dan, als we onze fietsen uit de garage duwen, stopt het met regenen. Jacky lacht en we High-fiven twee keer.

We beginnen met een helse afdaling, gevolgd door enkele kilometers heuvelwerk. De jassen gaan snel uit en in de vochtige ochtendlucht kunnen we weer genieten van de prachtige vergezichten over deze natte omgeving. Mist stijgt vanuit de weiden op en de bladerdek van de bomen schudden de druppels op ons neer. Een ree loopt vanuit een maisveld de smalle weg op en springt verschrikt over de berm als we komen aanfietsen. Een buizerd vliegt op meters afstand een stukje met ons mee maar besluit dan dat deze prooi net iets teveel van het goede is. We lachen met een ezel die zo mogelijk nog harder teruglacht.

We nemen afscheid van de route uit het boek en zoeken vanaf hier ons eigen spoor. Langzaam vorderen we door de vlakte, eerst op eindeloze lange rechte wegen maar dan komen we op verbindingswegen die van dorpje tot dorpje lopen. Dit stukje Frankrijk is nog onbekend terrein voor me en ik geniet er des te meer van. Jacky geniet ook maar de zware rit van gisteren zit nog in haar benen. Afgelopen nacht, rond drie uur, schoot ze schreeuwend wakker van de krampen in haar been. Zelfs met stretchen duurde het lang voordat haar spieren terug ontspanden.

We kozen gisteren Vic-en-Bigorre uit als eindbestemming voor vandaag maar omdat we door de vlakte goed opschieten besluiten we vandaag gewoon zo ver mogelijk door te stoten en te profiteren van het feit dat het nog altijd niet regent. We ontdekken een wegwijzer naar Tarbes en lezen dat het nog 39 kilometer tot deze stad is. Op de kaart was dit onze laatste rustpauze voordat we Lourdes zouden bereiken.

‘Wat doen we?’ vraag ik, maar aan het gezicht van Jacky kan ik het antwoord al zien.

‘Doorrijden!’

‘Zeker?’ Ik weet dat het niet onverstandig is om door te rijden zolang het niet regent, maar ik zie ook dat Jacky niet zonder moeite fietst. Ze knikt heel enthousiast en we trekken onze zware fietsen terug op snelheid.

Op enkele tientallen kilometers van Tarbes voeren de wolken hun dreiging op, maar we houden een constante snelheid aan die ons niet doet forceren. We stoppen nog regelmatig om bij te drinken maar tijdens het fietsen zijn we beiden bij onze eigen gedachten. Als we inderdaad Tarbes kunnen bereiken is dit onze laatste grote rit van de reis. Lourdes ligt, bij wijze van spreken, op een boogscheut van Tarbes maar we spreken bewust niet over de Ultieme bestemming. Het is een stilzwijgende overeenkomst om het lot niet te tarten op deze laatste dagen.

De allerlaatste kilometers doet Jacky weer op karakter. Ze volgt me door de drukte van de stad en pas als de fietsen in de garage van ons hotel zijn opgeborgen houden we elkaar even stevig vast. Net op dit moment begint het terug te regenen. Ons gekke plan zou best wel eens kunnen lukken. We zijn er bijna…

A Bientot!

 

 

18-09-2011, 01:08 geschreven door Guido  

Reageer (4)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
17-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 13: Saint-Brice-Cazaubon: 113 Kilometer

Ik vond al dat de Fransen vandaag wel zeer vriendelijk waren want ze stopten spontaan als ze me zagen. Toen ik vanmiddag in een cafe mijn handen ging wassen en in de spiegel keek zag ik echter de echte reden van hun stoppen. Mijn hoofd is zo rood vanwege de zon dat ze het gewoon als een rood verkeerslicht aanzien…

Het vertrek uit Saint-Brice ging vanmorgen wat moeizamer. Het was al warm vanaf de start maar ondergetekende vergat doodsimpel ‘Het Ding’ aan te zetten zodat we ons ineens in het midden van ergens bevonden. Zonder te weten waar we juist zaten en, vooral, waar we naartoe moesten.

Die ene auto die hier per uur langskomt, stopt uitgerekend op de plaats waar wij ons proberen te oriënteren. De man wijst ons de goede richting aan en ietsje later ontdek ik mijn flater met Het Ding. Stiekem zet ik de navigatie op en krijg de bevestiging dat we terug op het goede spoor zitten. Dat goede spoor moet ons in Bazas krijgen, een laatste dorp voordat we het grootste bos van Europa binnenrijden. In de hoop dat we er nog ooit uitgeraken.

Op plan leek het simpel; even die veertig kilometer tot Bazas afhaspelen, eten en voorraad inslaan en dan de zestig kilometer bos doorkruisen om daarna nog even twintig kilometer te rijden voor het eerstvolgend hotel…

Die eerste veertig kilometer waren niet alleen zwaar heuvelachtig, maar het werd ook nog eens met het uur warmer. Pas tegen de middag slaagden we erin om Bazas te bereiken en zagen we eruit alsof we de Sahara doorkruist hadden. We moesten noodgedwongen even terug op krachten komen, in de schaduw op een terras met uitzicht op een middeleeuws plein. Toen we onze bestelling doorgaven kraakten onze stemmen en het ijs dat we bij de cola kregen verdwijn pijlsnel achter onze truitjes.

We blijven lang zitten, daar op die heerlijke plaats in de schaduw. We spreken over deze reis en wat de tocht teweegbrengt. Hoe het verder moet als we terug thuis zijn. Binnen een aantal maanden mag Jacky terug gaan werken en ze kijkt ernaar uit om haar oude positie terug in te nemen. Nog niet zo lang geleden was er twijfel over een toekomst, laat staan over terug werken. Dat we nu dit soort gesprekken kunnen hebben is een zoete zaligheid. Ik weet dat ze wat schrik heeft om te gaan werken, niet alleen door het feit dat ze lichamelijk niet meer dezelfde vrouw is, maar ook zal het mentaal terug een aanpassing vragen. Ik probeer haar gerust te stellen. ‘Als je deze tocht kan afmaken, kan je alles aan’. Ze veegt symbolisch over haar borst en ik weet wat ze wil zeggen.

Beladen met gevulde drinkbussen, zo’n drie liter water, en twee extra flessen van anderhalve liter vertrokken we dan toch eindelijk richting bos. Het was heet, zo heet dat zelfs de vogels en de krekels het lieten afweten. Het wegdek was op sommige plaatsen gesmolten zodat de banden een plakkend geluid maakten als je erover reed. Het voelde aan alsof je de ovendeur even opendeed om te zien of het brood al gebakken is.

Op onze tocht door dit woud zouden we drie kleine dorpjes tegenkomen. We concentreerden ons dus op elk volgend dorpje om de afstand te breken. Gelukkig is het ondertussen redelijk vlak zodat we onze zware fietsen snelheid kunnen geven.

Rijden op deze plek is behoorlijk vreemd. Eerst is de weg nog redelijk breed en zie je af en toe een auto of een vrachtwagen beladen met boomstammen. Al snel worden de wegen smaller en komt je slechts zelden nog iemand tegen. In Lerm-et-Musset, het eerste uitgestorven dorpje, staat een behoorlijk overdreven kerk voor de paar huizen van dit dorp. We zoeken binnen de koelte op, branden enkele kaarsen en verwonderen ons over het feit dat deze kerk in 1600 werd gebouwd. Dit is de tijd van Aramis, Athos, Porthos en D’Artagnan. Dat wij nu kunnen rondlopen in een gebouw waar de musketiers nog stappen hebben gezet, stemt ons even tot nadenken.

Wij zijn geen musketiers, voor ons geen paarden die wachten. Ons vervoermiddel heeft trappers en die moeten we nog belachelijk dikwijls ronddraaien om op onze eindbestemming te geraken.  Terug buiten is het nu nog warmer en we offeren een beetje water op om onze hoofden af te koelen. Snel in het zadel want tijdens het fietsen heb je tenminste nog iets wind.

De wegen zijn kaarsrecht en soms kan je kilometers ver kijken. We blijven goed opschieten maar we stoppen dikwijls om te drinken en even te rusten. Dit is niet het weer voor Jacky, ze kan niet tegen de warmte, niet tegen de zon op haar hoofd. Ik begin al rond te kijken naar een boshutje maar Jacky blijft doorzetten. Deze vrouw is geen trutje. Ik verplicht onszelf om elke vijf kilometer te stoppen omdat ik vrees dat we er anders helemaal niet geraken.

De volgende dorpen zijn ook uitgestorven, geen kat te zien. Ligt het aan de hitte en zoekt iedereen koelere oorden op? Onze watervoorraad begint te slinken, maar ik had nog enkele blikjes drank in de tassen die nu meer dan ooit van pas komen. De wegen blijven lang en recht maar zijn nu zo smal dat we nog net naast elkaar kunnen fietsen.

In de late namiddag belanden we terug in de beschaving als we ineens voor de drukke D933 staan. We weten dat we erover moeten, maar we weten ook dat hier de  beklimming van Parrisot wacht die zelfs met een racefiets menig wielertoerist voet aan grond doet zetten. We hebben honderd kilometer in de benen, zijn heter dan een mexicaanse peper en dragen tassen die ze bij Ryan-Air handenwrijvend in ontvangst zouden nemen wegens geld voor extra gewicht.

Maar wij zijn op pelgrimstocht, we moeten naar Lourdes en mogen niet opgeven. We durven het haast niet zeggen maar na vandaag nog twee dagen fietsen en we zijn er.

We nemen die helling, dat laatste monster van de dag. Op onze allerkleinste versnelling, tegen amper zes per uur. Ik rij zo dicht tegen Jacky dat ik haar in geval van nood kan duwen. Ik zie ze zweten en zuchten en bij momenten kijkt ze onder haar stuur door. Een klein duwtje en nog één en plots staan we hijgend boven. ‘Je bent een beest’ zeg ik tegen haar. ‘Water’ antwoordt ze.

We weten dat we nu bijna in Cazaubon zijn maar we willen nog even stoppen aan de Notre Dame des Cyclistes. Ik heb er over gelezen en er ooit een documentaire over gezien: een grote kapel dat volledig aan het wielrennen is verbonden. Alle grote wielergoden zijn er ooit geweest en hebben één of andere wielertrui achtergelaten. We mogen ons na deze twee weken ook een wielergodje noemen en lassen een laatste stop in om de kapel te bezichtigen. Ik probeer mijn trui te wisselen voor een gele trui van Anquetil maar de man blijkt ofwel een dwerg te zijn ofwel moet ik nog een paar maanden onafgebroken fietsen om dezelfde maat te krijgen.

De laatste klim naar Cazaubon stond niet echt als moeilijk aangeschreven. Maar op een dag als vandaag, met deze hitte, is de lange helling moordend. Iemand die deze blog volgt stuurde per mail vleugels door. Dit is het moment dat Jacky ze ook daadwerkelijk gebruikt. Op één of andere manier slaagt ze erin om zonder afstappen boven te geraken.

Als we gedoucht en opgefrist op het buitenterras van dit Chateau Bellevue zitten en klinken op een geslaagde dag durven we voor het eerst echt geloven dat Lourdes haalbaar is. We klinken opnieuw, ditmaal op elkaars gezondheid. En dan nog eens, gewoon omdat we dorst hebben.

A bientot!

 

 

 

17-09-2011, 06:17 geschreven door Guido  

Reageer (1)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (15 Stemmen)
16-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 12: Barbezieux-st-Hilaire- Saint-Brice: 114 km.

Voor dag en dauw op, letterlijk zelfs, want de eerste kilometers mochten we de volle maan volgen. Een bijna surrealistische ervaring om al fietsend, in de stilte van de dageraad, getuige te zijn van de geboorte van een nieuwe dag. Er was ooit een tijd dat we er niet bij bleven stilstaan, maar nu is elke dag met elkaar een luxueus geschenk dat niet te koop is.

Terwijl ik dit schrijf is de dag al voorbij. We zitten in een Hostellerie die is aangebouwd tegen een eeuwenoud Chateaux. Omringd door wijngaarden en bossen, vandaag geen stad in de nabijheid. Kikkers kwaken in de kasteelgracht, enkele uilen hebben een late conversatie en de krekels vertellen elkaar over hun avonturen op deze warme dag.  We hebben ons voorgenomen om tegen middernacht spoken te jagen in de oude toren, maar eerst nog onze blog bijwerken. 

De eerste kilometers waren weer koud, maar als we de voorspellingen mogen geloven zal het vandaag bloedheet worden. Daar hebben we nu nog geen last van want we beginnen met een stuk waar we al lang naar uitkijken. We kunnen namelijk inpikken op een oud treinspoortraject dat hervormd is tot een fietsroute van liefst veertig kilometer lang. Een asfalten loper, speciaal voor ons uitgerold in een mooi stuk Frankrijk. We fietsen ongestoord door een lange groene tunnel waar de opkomende zon voor prachtige kleuren zorgt. Af en toe een verlaten stationgebouwtje waar we aan de verweerde opschriften kunnen aflezen waar we zijn. Geen zware beklimmingen maar een zacht glooien. Een teckel met windhondambities rent een paar kilometer lang voor onze fietsen, kijkt even om en neemt dan afscheid om zijn eigen queeste te vervolgen.

Bijna veertig kilometer later hebben we welgeteld één kans om voldoende voorraad in te slaan om het volgend traject te overbruggen. Na Clérac rijden we grote sparrenbossen binnen, het glooien gaat over in klimmen en dalen, maar de uitzichten zijn zo fraai dat we na een tijdje geen superlatieven meer kunnen bedenken. De hitte rimpelt van het asfalt, de zon brandt genadeloos. ‘Het Ding’ is helemaal in vorm want navigeren is hier uitermate moeilijk. Ontelbare kleine asfaltwegeltjes kruisen en snijden elkaar zonder enige vorm van informatie. Dit is geen plaats waar we willen verdwalen.

De bossen transformeren langzaam in een ruwe en wildbegroeide omgeving. Links en rechts ontdekken we kleine vervallen kasteeltjes en boerderijen. We weten dat we straks terug door de wijnstreken fietsen maar eerst moeten we dit sprookjesland achter ons laten. We blijven regelmatig stoppen maar in dit decor kan je dit bezwaarlijk als tijdsverlies aanduiden.

Volgens onze routebeschrijving staan ons nu de wereldvermaarde wijngaarden van Pommerol en St-Emilion te wachten. Zeeën van wijnranken, links en rechts van ons, zo ver als we kunnen zien. Onze timing is twee keer perfect want we fietsen niet alleen op een windluwe dag, maar ook nog eens op een moment dat tientallen plukkers met grote manden op hun ruggen de belangrijke oogst binnenhalen. Gelukkig hangen onze manden op de fiets.

We stoppen in St-Emilion, na een lastige en hete klim. Tijdens de lange klim blijf ik me verbazen over de weerbaarheid van Jacky. De warmte, de vele kilometers en het sleuren aan de zware fiets vergen veel van haar krachten. Ook al heb ik stiekem alle zwaardere dingen uit haar tassen gehaald, ze moet nog steeds extra gewicht meesleuren. De voorbije periode is echter een veel zwaardere balast, een gewicht dat ik helaas niet uit haar tassen kan halen.

Ik wist vroeger niet hoezeer je als partner van een kankerpatient zelf betrokken raakt. Iemand die ziek is kan je verzorgen, de dokter komt en er bestaan medicijnen om te genezen. Voor gebroken benen bestaan krukken en voor verkoudheden zijn siroopjes. Je legt je wederhelft extra in de watten maar eigenlijk gaat het niet verder dan een beetje zorgen, wat extra organisatie en een gezonde dosis medelijden. Dit is anders, gaat veel dieper en maakt een wonde die niet zonder litteken zal helen. Een gloeiend kooltje schrik, minuscuul, maar nooit uitdovend.

Ik leerde echter hoe je je machteloosheid positief kan compenseren. Geen moeite was teveel om ervoor te zorgen dat er haar niets ontbrak. Moesten we naar Leuven dan had ik een tas met voorraad voor alle gevallen. Toen ze daar moest blijven installeerden we een laptop zodat we s’nachts konden chatten. De zachtste kussens en dagelijks verse lakens als ze thuis niet op kon. Een bloempje naast een onnozel beschuitje, een verstopt kaartje met opbeurende woorden. Je geneest hier niemand door, maar kan het leed tussendoor wel verzachten. En daardoor tegelijkertijd je eigen leed. Je kan er in ieder geval je eigen machteloosheid mee verdoezelen.

Boven op de heuvel, net aan de ingang naar het centrum van St-Emilion slagen we erin om een zitbank onder een boom te veroveren. We bakenen ons terreintje af met onze fietsen en houden een lange stop. Bussen spuwen hun ladingen toeristen uit terwijl andere groepen luid lachend en gillend terug instappen met armen vol wijnflessen. Volgens de brochure ontvangt dit stadje twee miljoen toeristen per jaar. Uitgerekend vandaag halen ze hier minstens de helft van.

We krijgen hoofdpijn van de drukte en duwen onze fietsen terug in gang. Snel weg en gelukkig snel terug op de uitgestorven wegen tussen de laatste wijngaarden van vandaag. Iets na Guillac duiken we een Voie Verte op, een lus van een speciaal fietspad. Met dit pad kunnen we in theorie helemaal tot onze eindbestemming van vandaag rijden.

Deze laatste tien kilometer, op dit stukje Walhalla voor de fietser, is werkelijk de kers op de taart van deze dag. We rijden in een soort kloof, perfect asfalt en zoveel te zien dat we het opgeven om het allemaal te bevatten. Dit is de meest romantische vorm van het lange afstandfietsen. We zijn te uitgedroogd, gebakken haast, om het laatste stuk ineens af te leggen maar de laatste drupjes uit onze drinkbussen laten ons toe om net op tijd in Saint-Brice te geraken.

Morgen een speciale dag; we fietsen door het grootste bos van Europa. Maar eerst… spoken jagen!

A Bientot!

16-09-2011, 06:50 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (14 Stemmen)
14-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 11: Confolens-Barbezieu-St-Hilaire; 118 km. Totaal: 1134 kilometer.

Voor degenen die zich afvragen wat een overdosis fietsen met het onderbewustzijn van een mens kan doen, heb ik hier een mooie anekdote. Op voorwaarde dat het onder ons blijft.

Het gebeurde vannacht, op het moment dat het bewustzijn afscheid van de dag neemt, de laatste seconde van het wakker zijn en de eerste seconde van de slaap. We liggen tegen elkaar en ineens beginnen de benen van Jacky in versneld tempo rond te draaien alsof ze op een denkbeeldige fiets zit.

‘Schakelen, Schat’ zeg ik, en de slappe lach doet ons tien minuten lang naar adem happen.

Vandaag, tijdens het klimmen, heeft het ons verschillende keren bijna doen afstappen omdat we er steeds opnieuw de slappe lach van kregen. De toevallige passanten hebben nog nooit twee fietsers gezien die zoveel plezier hadden omdat ze aan het klimmen waren…

 

Het moet zijn dat Confolens een soort eigen miniklimaat heeft want bij het vertrek vanmorgen was het ijskoud. Niet dat we daar dadelijk last van hadden want de opwarmingsklim was de moeite. Heel lichte miezerige regen, maar niet genoeg om de regenjassen uit te halen. Eens uit de vallei werd het zo mogelijk nog kouder en ik kon aan de ademwolkjes van Jacky zien dat ze een rustig tempo had gevonden. Een eerste stop om de handschoenen aan te doen, iets verder een volgende stop om de beenstukken aan te trekken en amper een paar meter verder ook nog een extra fleece. De lichte regen had het ondertussen laten afweten en liet een stuk Frankrijk zien waar elke fietser van droomt. Een smalle baan met perfect asfalt dat door een afwisselend landschap danst. We fietsen langs de Charente, een wild riviertje dat zich tot aan de Atlantische kust kronkelt en dat de weg doet keren en draaien als een dolle kermisattractie. We zien watervalletjes en brugjes en passeren het ene piepkleine dorpje na het andere. De meeste dorpjes zijn zo klein dat je de totale bevolking in één enkele personenwagen kan evacueren in noodgevallen. We passeren Champagne-Mouton zonder één enkele fles te zien, we vliegen door Montignac. Met elk dorpje stijgt de temperatuur en verhuizen kledingstukken terug naar de tassen. Tegen de middag lezen we liefst dertig graden op de thermometer van een uitgestorven dorpje. Onze drankvoorraad is inmiddels helemaal op en tot onze verbazing komen we geen enkel winkeltje tegen.  

We nemen afscheid van de Charente en begeven we ons in een doolhof van veldwegen die op heuvelruggen kriskas van de ene richting naar de andere richting wijzen. Hier geen borden of wegnummers en we moeten noodgedwongen de navigatie helemaal aan Het Ding overlaten. We rijden door de wijngaarden in de Cognac-streek en zien dat de oogsten zijn begonnen.

De wind die ons het leven totnogtoe zo zwaar maakte, staat vandaag helemaal aan onze kant. We durven het haast niet hardop zeggen maar merken dat hij ons een beetje in de rug zit. De voorbije week moesten we bergaf bijtrappen, vandaag kunnen we bergaf helemaal genieten van de snelheid. Wat een verschil.

Ik moet aan de voorbije dagen denken, aan het vele afzien. Tegelijkertijd moet ik aan de reacties denken die we via deze blog of per mail ontvingen. Het afzien dat wij meemaken is immers zo licht als ik het vergelijk met de voorbije maanden of als ik denk aan al die mensen die nu, op dit eigenste moment, afzien tijdens chemo of bestraling. Wij hebben de luxe om terug plannen op termijn te maken, de luxe om ervoor te kiezen deze pelgrimstocht te ondernemen. Ik denk terug aan de momenten dat Jacky niet uit bed kon komen, dat ze niet de kracht had om een glas water aan de lippen te krijgen. Ik denk aan de vrouw die we leerden kennen tijdens de chemo en die nu nog steeds aan de chemo zit om de uitzaaiingen uit haar lijf te krijgen. Ik denk aan de man die ik via mijn werk ken. Hij verloor zijn vrouw in de strijd tegen deze ziekte. Ik weet niet of ik de kracht zou kunnen opbrengen om hun lasten te dragen. Maar ik weet wel dat, als we in Lourdes zouden geraken, ik een kaars voor hen zal branden. Niet omdat ik gelovig ben, maar wel uit puur respect voor hen. Als eerbetoon voor hun moed. Geef het niet op. Nooit.

Ik weet nu, als gedwongen ervaringsdeskundige, wat het is om werkelijk de dood in ogen te kijken. Je staat er nooit bij stil, het is een ver-van-mijn-bed-show. En dan komt ineens het nieuws dat het weleens anders zou kunnen gaan. Dat je alleen kan achterblijven en dat degene die alles voor je is, je soulmate, ineens voor altijd weg is. Dat is het ware afzien. Dat is kapot gaan.

Misschien zijn we de afgelopen week een paar keer beschadigd, een beetje kapot gegaan. Maar hier op deze weg is het nu anders. Hier vinden we onszelf terug, bouwen we terug op.

De wind kan mijn gedachten lezen, begrijpt me en kiest nu onvoorwaardelijk mijn kant. Hij bouwt zijn krachten op en bundelt die in vlagen. En dan gebeurt iets wat je als ervaren fietser slechts af en toe kan meemaken. Als we op de golvende heuvelruggen tussen de wijngaarden fietsen komen we in vlagen van rugwind terecht. Voor de eerste maal op deze tocht gebruiken we onze grootste versnellingen en worden we de hellingen opgestuwd. De afdalingen nemen we met de neus op het stuur en toegeknepen ogen. We zien de velden om ons heen golven en zeilen van de ene golf in de andere. Kilometers lang ligt onze snelheid boven de dertig per uur en Jacky lacht hardop van pure vreugde. Het zweet op onze huid laat ons blinken in de zon en Het Ding kan onze vorderingen amper verwerken.

We moeten haast een anker uitwerpen om op tijd stil te geraken op onze bestemming; Barbezieu-Saint-Hilaire. We zijn uitgedroogd, moe en verbrand door de zon. Maar Lourdes is een stuk dichterbij.

A Bientot!

14-09-2011, 22:10 geschreven door Guido  

Reageer (1)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (20 Stemmen)
13-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 10: Saint-Savin-Confolens; 83 kilometer. Totaal 1016 Kilometer.

Bruno Maretti. Hoteleigenaar van Hotel La France in Saint-Savin en onze nieuwe vriend. Hij zag ons gisteren de fietsen tegen de muur van zijn hotel zetten, zag aan onze gezichten dat het een zware dag was en zorgde er dan hoogstpersoonlijk voor dat het ons aan niets ontbrak. We kregen zijn grootste familiekamer, met het beste bad en de snelste internetverbinding. In een grappig Engels, met Frans-Italiaans accent, vertelde hij ons dat we nu alleen maar moesten rusten. Hij verliest geen seconde zijn glimlach. In een achterkamer stond zijn racefiets waarmee hij dezelfde dag nog tegen de wind had geworsteld. Hij is een fietser en heeft diep respect voor het feit dat we helemaal vanuit Belgie zijn land doorkruisen. Later komt hij met veel zwier een avondmaal in de kamer serveren. ‘You eat now! Tomorrow is a hard day. Eat and rest!’ Dank je wel, Bruno.

Om zeven uur vanmorgen is het nog steeds donker. Onze voorbereidingen lopen precies wat langzamer als de voorbije dagen en het lijkt alsof we helemaal niet naar buiten willen. Niet zo verwonderlijk want vandaag wil niemand buiten de deur. De straten liggen er kletsnat en verlaten bij. Onze was is de voorbije nacht niet echt droog geraakt en voelt bij het aantrekken niet echt aangenaam. In dit weer niet belangrijk want binnen de kortste keren zijn we toch kletsnat. We maken de fietsen stilzwijgend klaar, trekken de regenhoezen over de tassen en hullen onszelf weer in de goretex jassen.

We kiezen vandaag onze eigen route en trekken ons niets aan van de route uit het boekje. We willen in dit weer geen toeristische omwegen maken maar gewoon op onze bestemming komen. Het weerbericht, en Bruno, had miezerregen beloofd maar dit gaat verder als een beetje miezeren. De regen valt niet in vlagen maar is vadsig en constant, zo dik dat je erin kan bijten, zo zwaar dat je hem haast opzij moet duwen om vooruit te komen. Ik heb mijn lichten aan en fiets achter Jacky. In elk waterdruppeltje op mijn bril zie ik een Jacky rijden. Als ik de kaart wil lezen moet ik het water van de plastieken bescherming vegen, wil ik de kilometerteller zien dan speelt mijn vinger regenwisser.

Het parcours is weer heuvelachtig, met lange beklimmingen. En toch… Toch schieten we bestendig op. Er is vandaag absoluut geen wind. Je hoort de bomen druipen, de banden een spoor maken in de plassen. Geen wind, geen gebulder. De weg die we uitgekozen hebben is helemaal uitgestorven en we kunnen de auto’s in een uur op één hand tellen. We rijden langs elkaar en zijn gewoon goedgezind. Kletsnat, maar totaal enthousiast omdat de wind vandaag zijn joker inzet. Dat maakt dat de beklimmingen gemakkelijker gaan en dat we vooral tijdens de afdalingen kunnen recuperen. Jacky klimt nu ongestoord, aan een regelmatig tempo. We vorderen, kilometer per kilometer.

Als ik terug achter Jacky fiets moet ik aan onze bandenpech van gisteren denken. Ik ben me er bewust van dat ik zonder reserveband rij en voel elk steentje, elk kiezeltje op de weg. In gedachten zie ik hoe dat ene ellendige scherp steentje aan mijn natte achterband blijft hangen. Het draait eerst een paar ronden mee en zoekt zich dan een weg in het profiel van de band. Bij elke wielomwenteling drukt het zich een beetje dieper door de band om dan uiteindelijk de binnenband te vinden.

In het eerstvolgende dorp, door Bruno als ‘Big City’ omschreven, besluiten we een warme koffie te drinken en ik vraag of er een fietsenmaker in de buurt is. Er was er eentje, die gestopt is, maar hij zou me volgens de cafebaas toch kunnen helpen. Ik krijg het adres en vind de man in het meest groezelige werkkot dat ik ooit zag. Hij spreekt geen Engels en ik weet niet hoe je binnenband in het Frans moet zeggen. Ik probeer met ‘pneu’ en wat sublieme gebaren van mijn kant en na een tijdje heeft hij door wat ik bedoel. ‘Ah non!’ Maar in een ander dorp zit wel iemand die me kan helpen. Zijn postuur verraadt dat hij zelf nog nooit heeft gefietst, laat staan in de regen even een aanzienlijke omweg gemaakt heeft. Ik zal het risico moeten lopen en zonder band verder gaan.

Op honderd meter van zijn zaakje zie ik opeens een brico. De allereerste op onze tocht. Hard in de remmen en als een weerlicht naar binnen om dan triomfantelijk binnenbanden te ontdekken. Onze missie is weer gered. Op de verpakking leer ik trouwens dat het om ‘Chambre d’air’ gaat.

We vervolgen onze weg, nog beter gezind. De weg die op de kaart behoorlijk recht en saai uitzag heeft het goed met ons voor en laat ons toch mooie stukjes Frankrijk zien. Kudden schapen die een schuilplaats onder druipende bomen zoeken, stukjes weiland, bosjes en kleine veldjes. Het regent nog steeds natte watten en we besluiten noodplan A toe te passen: een hotel in Confolens nemen, 83 Kilometer van ons startpunt.

Die beslissing geeft ons nieuwe krachten want met dit gemiddelde kunnen we de fietsen dan behoorlijk vroeg stallen. Het geeft ons de kans om onze kleren te wassen en goed te laten drogen, we kunnen de volgende routes bestuderen en slaapplaatsen zoeken. En vooral; we hebben de heerlijke luxe om morgen droge kleding aan te trekken.

We sluiten de rit met een pletsende high-five af. We zitten in Confolens, het zoveelste oude stadje. We hebben de kaap van duizend kilometer overschreden.

A Bientot!

13-09-2011, 19:43 geschreven door Guido  

Reageer (2)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (13 Stemmen)
12-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 9: Loches-Saint Savin; 97 kilometer.

Maandag, de eerste dag van een nieuwe week. Volgende week rond deze tijd weten we of we het gehaald hebben. Ik zou niet al mijn geld inzetten op de zekerheid dat we met de fiets in Lourdes geraken want de tocht is zwaar. Heel zwaar.

We worden er goed in; vertrekken uit stadjes waar we nog nooit eerder waren. Het is iedere keer weer even navigeren om zo snel mogelijk op onze route te komen, maar het gaat steeds beter. Ook al omdat we elke avond de komende route uitgebreid bekijken. ‘Het Ding’ doet ondertussen aardig zijn best om terug vriendjes met ons te worden nadat ik de instellingen nog eens aangepast heb en gewoon alle kaarten uitvinkte. Dat resulteerde in een doodsimpel schermpje; een rode streep (onze route) en een zwart pijlpuntje (onze fietsen). Als je die twee dingen in elkaars buurt kan houden zit je goed. Hij noemt geen wegen, maar windrichtingen. Vandaag heeft Het Ding zelfs een paar keer meegesproken in een beslissing, telkens toen we op kruispunten in het midden van nergens stonden, geen aanwijzingen, geen nummerwegen.

Snel weggeraakt uit Loches dus, maar een tiental kilometer moeten we noodgedwongen halt houden bij de eerste platte band van deze tocht. We hebben op dat moment al enkele stevige beklimmingen gehad als opwarmer, maar we zijn al blij dat de bewolkte hemel het water voorlopig nog kan ophouden. We rijden door een landschap dat aan een combinatie van Haspengouw en Ardennen doet denken. Geen meter plat dus. We zien de ene antieke boerderij na de andere, kleine kasteeltjes van vroegere edelen en tal van eeuwenoude, piepkleine huisjes. De weg  blijft tientallen kilometers golven, waarbij het woordje ‘golvend’ het eufemisme van het jaar is. We zweten ons, ondanks de afwezigheid van de zon, te pletter.

Omstreeks het middaguur hebben we zoveel krachten moeten aanspreken dat het hoog tijd wordt om de tank terug te vullen. Dat doen we nog net voor we een natuurreservaat induiken met meer dan tweehonderd grote vijvers. Het is nu iets minder golvend maar de wind is ondertussen hevig geworden. Natuurlijk blaast hij weer op onze neus.

Mijn tweede lekke band van de dag en ik ontdek dat onze reservebanden niet onderling wisselbaar zijn. De ventielmaat van Jacky’s banden past helemaal niet op mijn velgen zodat ik mijn reserveband moet plakken. Dat is snel gedaan, maar bij het oppompen loopt het fout als het ventiel volledig van de band scheurt. Opnieuw beginnen, een andere band plakken en vertrekken. Op dit moment rij ik dus zonder reservebanden rond en de fietsenwinkels zijn uitermate schaars.

Terug uit het natuurreservaat worden de hellingen weer veel frequenter en ik zie dat Jacky door haar krachten raakt. De felle kopwind maakt het zo mogelijk nog zwaarder en na iedere klim buigt ze iets dieper over haar stuur. Ik geef ze af en toe een duwtje, spreek op haar in en adviseer over schakelen en terugschakelen. We breken de afstand door niet over onze dagbestemming te praten, maar viseren ons gewoon iedere keer op het volgende dorp. Tijdens de beklimmingen praat ik haar tot de volgende boom, dat volgend struikje. En dan eindelijk tot de top.

Als ik ze zie afzien vraag ik me af waarom ze het blijft volhouden en waar ze de kracht ergens in dat frêle lijf blijft vinden. Hetzelfde lijf waarin werd gesneden, waarin wekenlang vier drains hingen alsof het door pijlen aangeschoten werd. Een lijf dat door chemo werd vergiftigd en week na week na week, elke dag opnieuw bestralingen moest incasseren. Een kapotte slokdarm die het eten op momenten onmogelijk maakte. Het lichaam dat verschillende maanden een catheter kreeg ingeplant die pijn deed bij elke beweging. De honderden spuiten die ze kreeg, terwijl ze zo schrik heeft van inspuitingen. Hoe heeft ze dit alles kunnen verdragen? Omdat het moest. Omdat ze wou leven. Ze wil geen afscheid nemen, er zijn nog teveel dingen die ze wil waarmaken, die ze wil doen. En eentje daarvan is; met de fiets in Lourdes geraken. Daarom gaat ze zo diep. Ik kan haar dus alleen maar steunen. Omdat er ook eens iets moet gebeuren dat ze zelf wil. Omdat ze het verdorie verdient.

Weer een klim achter de rug, weer een afdaling waar getrapt moet worden. Maar eindelijk, net op het moment dat de lucht breekt, kunnen we de fietsen tegen de muur van het hotel laten vallen. 97 kilometer. We wensen elkaar proficiat en houden elkaar even vast. Tijd voor een welverdiend warm bad.  

  A Bientot!


 

12-09-2011, 23:23 geschreven door Guido  

Reageer (5)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (16 Stemmen)
11-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 8: Beaugency-Loches; 118 KM.

Het stadje slaapt nog als we voor dag en dauw de kletsnatte smalle steegjes afdalen naar het beginpunt van onze dagroute. Het heeft vannacht geregend en we hebben regenhoezen over de bagage getrokken. Onze speciale Goretex jassen zijn voor de eerste keer op onze fietstas gebonden en binnen handbereik.

De lucht is dreigend en de zwarte wolken hangen zo laag dat je er een gaatje in kan prikken met je vinger. We weten dat het gewoon een kwestie van tijd is voordat de storm gaat losbarsten, maar we moeten verder. Een heel stuk zelfs.

We fietsen nog een stukje langs de Loire, gelukkig over goed asfalt, en zien herten argwanend stilstaan als we langskomen. Fazanten en patrijzen waaieren verontwaardigt weg als we bellen om onze plaats op te eisen. Een stukje verder belanden we in één of andere evenement voor wielertoeristen. Honderden tegenliggers groeten en wenken ons, vol respect voor de echte fietsers. Een enkeling komt vragen of hij ons de weg moet wijzen. Maar wij kennen onze bestemming, ons doel staat vast.

In Chambord, na bijna twintig kilometer fietsen, staan we perplex als we een kasteel ontdekken dat zo uit een sprookje komt. Prachtige tuinen, gesnoeide hagen en ontelbare torens. We verzeilen er zowaar op een parking waar we op een overdekte bank ons laat ontbijt gebruiken.

Als de toeristen plots met busladingen gedropt worden is het voor ons hoog tijd geworden om te vertrekken. Net als ik op de fiets stap voel ik een dikke druppel op mijn schouder vallen, een teken dat we beide ons jassen kunnen aantrekken. Geen honderd meter verder barst de bui los en vinden we onszelf in een regenbui die zelfzeker laat merken dat er meer dan voldoende is om ons even bezig te houden. De regen valt stevig en op de plassen op de straat ontstaan  grote waterbellen.

We fietsen kilometerslang door de gestage regen maar de jassen houden ons voorlopig nog droog. Ze hebben speciale kappen die ervoor zorgen we geen regen in ons gezicht krijgen. Zwijgend fietsen we, achter elkaar, door het zoveelste woud van deze tocht. De regen danst op de kappen en speelt haar eigen melodie. Ik kijk vanuit mijn kleine overdekte, afgesloten wereld naar Jacky’s rug en zie dat ze haar kap ver voorover getrokken heeft. De regen tapdanst op onze hoofden en mijn gedachten dwalen voor de zoveelste keer af…

Ook al hebben we de afgelopen nachten slecht geslapen, op deze tocht zijn de nachten anders. Een tijdje na de chemo werd ik s’nachts voor het eerst gewekt door zacht gehuil.  Jacky lag heel stilletjes langs me te wenen. Ik had het eerst niet door maar ik ontdekte dat ze huilde in haar slaap. De eerste keren dat het gebeurde dacht ik dat ze een slechte droom had, maar toen ik haar ernaar vroeg wist ze van niets.  Als ik haar wakker maak, kijk ze me verbaasd aan en kan ze zich niets herinneren. Zeldzaam zijn de nachten waar ons beiden een ongestoorde, diepe en rustgevende slaap gegund is. Iedereen ziet haar als een sterke vrouw, iemand die vol goede moed opnieuw doelen zoekt. Iemand die in deze omstandigheden zo gelukkig mogelijk wil worden. Maar tijdens de nachten ben ik de enige die getuige is van het verdriet in haar onderbewustzijn. Ik maak haar niet meer wakker, kruip enkel dichter tegen haar aan en hou haar vast.

We laten het woud voor wat het is en fietsen verder door het natte landschap. Alles wat we zien wordt vaag achter gordijnen van zwaar vallende regen. Ik voelde al een tijd geleden hoe het water zich via mijn benen een weg zocht naar sokken en schoenen. De regen heeft ondanks de jassen de weg gevonden naar huid. Eerst voelt het water koud aan, maar door de inspanningen voelen we er niets van. Ik kijk naar mijn vingers en ik moet aan gerimpelde krentjes denken. Ik weet dat Jacky ook kletsnatte voeten heeft en ik zie het water uit haar fietshandschoenen gutsen. Ze geeft niet af, geeft geen kick. Haar hoofd en schouders bewegen ritmisch tijdens het fietsen.

We kennen beiden het traject en houden halt aan wegwijzers en kruispunten om dubbel te checken om te vermijden dat we in deze omstandigheden omrijden.

Het vlakke landschap maakt plaats voor heuvels, de ene achter de andere, en regelmatig passeren we de door ons inmiddels gevreesde velden. Hectaren uitgebloeide zonnebloemen staan er wat depressief bij en buigen hun hoofden onder het vele water. De wind is ondertussen sterker geworden en steeds meer moeten we hard bijtrappen om onze snelheid rond de dertien per uur te houden. Buien waaien ons tegemoet als grijze watervallen en soms moeten we als het ware naar lucht happen om zuurstof binnen te krijgen.

We passeren een koppel fietsreizigers en we groeten elkaar begrijpend. Waar zouden ze geweest zijn of wat hebben ze nog af te leggen? Een eind verder steken we zelfs een tweede koppel voorbij. Hij rijdt op kop in een lichtblauwe regenjas en zij volgt in een gekleurde regenponcho die wappert en klappert in de wind. Op het moment dat we hen passeren regent het zo hevig dat er geen woorden gewisseld worden.

We tellen de resterende afstand eerst in stukken van tien kilometer, daarna van vijf. Het water stroomt nu werkelijk over het wegdek. Als we kracht op de pedalen zetten sopt het water uit onze schoenen en het zeemvel van onze fietsbroeken is doorweekt. Inzittenden van een langzaam voorbijrijdende auto wijzen vol medelijden naar ons en schudden het hoofd. Ze wuiven even maar ik weet dat ze onze gezichten niet kunnen zien.

We hebben nu, op de eerste twintig kilometer na, 118 kilometer afgelegd in de langste onafgebroken regenbui die ik ooit meegemaakt heb. We zijn beiden doornat. Maar zo gelukkig dat we ook deze bestemming weer konden halen; Loches. Een middeleeuws stadje waar de tijd gewoonweg stilstaat.

Ik zou dit nu in principe kunnen afsluiten. Vandaag wil ik echter even verdergaan, een kleine ode aan de dingen die ons leven belangrijk maken. Een inzicht misschien, zodat we niet vergeten waarom we zo dankbaar zijn dat we überhaupt nog samen kunnen genieten.

Omdat het vandaag tenslotte Zondag is, en ook een beetje om onszelf te belonen voor de inspanning van vandaag, besloten we om dit met een gezellig etentje te vieren. We kuierden in de piepkleine steegjes van dit stadje en ontdekten een klein restaurantje waar buiten de eigenares niemand te zien was. Ze was duidelijk trots op haar inrichting waarbij ze vooral haar eigen creativiteit had laten gelden. Er stonden gevulde boekenkasten en luie, gemakkelijke loungezetels en de muziek van grijsgedraaide Jazzplaten zorgden voor de perfecte achtergrond.

De eigenares verraste ons met een sublieme rode wijn, perfect passend bij zowel het voorgerechtje als de overheerlijke penne met zalm. We klonken op elkaar en de toekomst. Koffie met een nagerechtje, en we klonken weer op elkaars gezondheid. En plots beseften we daar, in dat kleine restaurantje, temidden van een eeuwenoude stad, dat we gelukkig zijn.

A bientot!

 

 

 

 

 

  

11-09-2011, 00:00 geschreven door Guido  

Reageer (6)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (15 Stemmen)
10-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 7: Montargis-Beaugency; 110 kilometer. Totaal: 718 Km.

Als we het rijtje afgaan moeten we morgen regen krijgen. We kregen de eerste dagen stormwind, vandaag een hittegolf, dus volgens de statistieken moet het morgen gewoon regenen. Net even de weerberichten bekeken en inderdaad: morgen moeten we de regenpakken paraat houden. Maar laten we het eerst over vandaag hebben.

De voorbije week had onze slaap veel weg van een comateuze toestand. Met uitzondering van vorige nacht. Ik weet niet waar ons hotel hun matrassen haalde, maar ik weet wel dat ze er nooit veel voor kunnen betaald hebben. Eén nacht op zo’n onding was vermoeiender dan een hele dag in het zadel. Het voordeel was dat we in het midden van de nacht de prachtige sterrenhemel ontdekten.

We hebben onze tactiek, in zoverre we tactieken hebben, aangepast. We vertrekken gewoon zo vroeg mogelijk. Dat had vandaag als gevolg dat we onszelf heel vroeg op de oevers van Canal d’Orleans bevonden.  78 kilometer onverharde maar pure romantiek. Ik vermoed dat de Fransen dit stukje paradijs vergeten zijn want er is absoluut niemand te zien. We fietsen over een smal paadje op de oevers van dit oude kanaal en vallen van de ene verbazing in de andere. We rijden door de ene postkaart na de andere. Treurwilgen dopen de toppen van hun hangende takken in het rustige water en dikke eiken vertellen verhalen over edelen die vroeger tegen hun stam een genietend dutje kwamen doen. Een muskusrat duikt verschrikt onder en een reiger vliegt een stuk langs Jacky’s fiets. We stoppen om twee zwanen goedemorgen te wensen maar moeten dan weer verder richting Orleans.

Het is warm vandaag, heel warm en we prijzen ons gelukkig dat we hier regelmatig in de schaduw van de vele bomen kunnen fietsen. Als we dan ook het ‘Forestiére D’Orleans’ dwars kruisen via een brede grindweg van bijna 15 kilometer lang, voelen we de hitte reflecteren op het bleke grind. Er is geen schaduw meer en volgens ‘Het Ding’ loopt de temperatuur op tot dertig graden. Gelukkig zijn we erop voorzien en sleuren we bijna zes liter water mee. Hier heb je geen mogelijkheden om onderweg even een drankautomaat aan te doen.

Ik ben bezorgd om Jacky. De herinnering aan alles wat voorging is nog te vers en maakt me misschien wel overbezorgd. Ik kan niet vergeten wat ze de vorige maanden heeft moeten doorstaan. Als ik vraag of het gaat knikt ze dat alles in orde is, maar ik speur naar tekenen die dat tegenspreken. Ze doet het ongelooflijk goed, maar ik weet dat ze sinds de operatie zelden echt zonder pijn is. Dat ze dit doorstaat heeft meer met karakter te maken dan met conditie.

We stoppen om de paar kilometer om te drinken en geven elkaar een High Five als we dit stuk achter de rug hebben.

Na dit woud pikken we graag terug de laatste kilometers van ‘Canal D’orleans’ mee. Maar niet voordat we eerst weer heerlijk eten en rusten op een bank met een vijfsterren-uitzicht op het kleine, oude kanaal. We zien de schepen van vroeger, getrokken door paarden of armoezaaiers die voor hun dagmaal hele dagen de zwaarbeladen schuiten naar Orleans sleepten.

We passeren vele kleine sluizen, oud en lang geleden voor het laatst gebruikt, en zoeken telkens de best berijdbare oever uit. De oude waterweg komt net voor Orleans in de Loire terecht. Op de oevers van deze rivier, ook weer onverhard, is de hitte nu werkelijk ongenadig.  Toch zijn we tevreden want vandaag stond er zoveel offroad op het programma dat regen werkelijk een ramp geweest zou zijn.

We kruisen Orleans, op een drukke zaterdag. Ik probeer kwaad te kijken als ik een paar Orleaners tegenkom. Hebben zij er niet voor gezorgd dat Jeanne d’Arc hier uiteindelijk, door een laffe list, op de brandstapel geraakte? Maar als ze vriendelijk terugknikken kan ik niet anders dan mijn hand opsteken. We zijn weer gelukkig als we de massa achter ons kunnen laten en de route ‘Loire a velo’ vinden.

Als we even in de schaduw staan, zien we een andere fietsreiziger aankomen. Rugzak, twee fietstassen en een slaapmatje gebonden op een fiets die met staaldraad aan elkaar hangt. Totaal uitgedroogd stopt hij en in zwaar gebroken Frans vraagt hij waar hij kan drinken. Als hij het vraagt moet hij enkele keren slikken om de woorden over zijn gesprongen lippen te krijgen. Om te vermijden dat we getuige zijn van zijn laatste woorden, geven we hem te drinken. Hij is Italiaan en kan, eens zijn keel is gesmeerd, vertellen over zijn reizen naar Compostella en Canterbury. Nu volgt hij de Loire van bron tot einde. Rare mensen, die fietsreizigers. We nemen afscheid van onze nieuwe beste vriend en vervolgen de warme weg naar Beaugency.

Klokslag zes, fietsen we in de smalle, steile steegjes van deze antieke stad, op zoek naar ons hotel van vandaag. We hebben 110 kilometer afgewerkt, grotendeels over onverharde maar berijdbare geheime paadjes. De douche doet deugd. Ik heb een voorgevoel dat er ons morgen best wel eens een lange douche zou te wachten kunnen staan…

A Bientot!

 

10-09-2011, 22:48 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (14 Stemmen)
09-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 6: Sens-Montargis; 75 km. Totaal 607 kilometer.


Om iets na vijf uur in de morgen schiet ik wakker van het geluid van een vrachtwagen. Het duurt een paar seconden voordat ik kan schakelen. De kamer komt me niet dadelijk bekend voor maar dan herinner ik me dat ik niet thuis in bed lig maar in het zoveelste hotel van deze week.

Gisterenavond hadden we ons bed omgetoverd in een crisiscentrum. Dat kan een beetje vreemd klinken, maar lees even verder voordat er verkeerde gedachten ontstaan.  Kaarten, gidsen, laptop, papier en pen lagen verspreid over het dekbed en ondergetekenden hingen of lagen in een positie die spierkrampen afhielden. De reden van dit beraad was eenvoudig; we vonden binnen een dag fietsen geen overnachtingsmogelijkheden. We contacteerden B&B’s en het enkel hotelletje dat na 100 kilometer op onze route lag; volzet, volzet en failliet. We hebben geen andere optie; in het midden van bossen en te ver van de volgende dorpen wil je jezelf niet terugvinden als de avond valt. Met deze wind willen we immers vermijden dat we verplicht zijn om te ver door te fietsen. De meest verstandige beslissing was dan ook de rit iets in te korten en Montargis als onze volgende bestemming te kiezen. Een dagrit van 75 kilometer, maar het alternatief was ver, te ver over de honderd.

De inspanningen van de laatste dagen, de beklimmingen en vooral de niet aflatende stormwind hebben veel geëist dus was het tijd om de wonden te likken, elkaar wat op te lappen en ons even te reorganiseren. Montargis zou het worden.

Vroeg op, dus vroeg weg. De eerste meevaller van de dag: we zaten pal op de route dus geen tijd verliezen om Sens te verlaten. De eerste kilometers gingen vlot, zeer vlot. De weg was nog druk, maar we kozen er vandaag bewust voor om onverharde wegen te mijden. Die drukke weg was gelukkig snel achter de rug en we konden nu terug de kleine fietswegen gebruiken. Maar… er was vandaag duidelijk iets aan de hand.

Op die kleine wegen konden we de krekels horen, de vogels. Ja, zelfs het suizen van het profiel van onze banden op het asfalt was hoorbaar. Het kabaal van de wind was weg!

De dreigende stormvlagen van de voorbije dagen, de beukende en vechtende wind had het opgegeven. Eindelijk had hij begrepen dat hij dit koppel niet kon kleinkrijgen. Vandaag stuurde de Coach ons een zacht briesje dat speels en vriendelijk op onze rechterschouder klopte. Een lieve streling van een oude bekende die zich schuldig voelde omdat hij ons het leven de voorbije dagen zo zwaar maakte.

We schieten eindelijk op en kunnen aan een normaal tempo fietsen. De bergen zijn makkelijker en de afdalingen zijn hemels. We genieten nu als nooit tevoren en doorkruisen tal van kleine dorpjes met namen die zo lang zijn dat je uit het dorp bent als je de naam eindelijk uitgesproken hebt. Villeneuve-sur-Yonne, Saint Martin d’ordon, La Chapelle Saint Sepulcre ontdekken we en verlaten we ook weer snel. We fietsen op paden met perfect asfalt en rijden tientallen kilometers door prachtige wouden. Er is geen verkeer, geen wind en de zon zet alles in honderden tinten groen. Massieve bomen en naaldwoud, weilanden en terug woud. We zien Robin Hood en zijn companen, everzwijnen die in de donkere bescherming van het diepe bos vluchten.

Om klokslag twaalf houden we halt op een open plek in het bos. Warme lichtstralen duiden een plaats aan in het gras en we installeren ons voor een uitgebreide picnic. Terwijl we languit liggen en proeven van de lekkernijen genieten we van het moment. We koesteren de stilte en de achtergrondgeluiden van deze wondermooie plaats. Er kruipen twee lieveheerebeestjes over onze benen en verlegen bosnimfen giechelen vanachter de dikke bomen. Een libelle draait een verkennend rondje boven onze hoofden en in de verte laat de koekoek weten dat hij terug thuis is.

We duwen onze fietsen terug op gang en kijken uit naar elke nieuwe bocht, naar elke nieuwe weg. Wat is het heerlijk fietsen.

We doen enkele fikse afdalingen en ik zie Jacky genieten van de snelheid en het bochtenwerk. Ze heeft de fiets nu beter onder controle en ik kan mijn ongerustheid opzij zetten.

Als we tenslotte aan het woud voor Montargis staan vraag ik de weg aan een eenzame passant. We moeten eerst nog een stuk klimmen en we willen zeker zijn dat we deze klim niet voor niets doen.  De man heeft Napoleon nog persoonlijk gekend en kijkt me vol ongeloof aan als ik de weg naar Paucourt wil weten. Zijn broek is opgebonden met een stuk koord en de kleur van zijn trui is al jaren onbestemd. Hij krabt over zijn rode neus, in zijn haren en nog eens over zijn neus. ‘Ken je daar iemand?’ vraagt hij. Ik leg hem uit dat we er niemand kennen. ‘En jullie doen dat… gewoon voor het plezier?’ vraagt hij nog eens. Ik bevestig en zeg dat we er gewoon naartoe willen fietsen. ‘Bon, dan moet je inderdaad deze weg volgen.’ Hoofdschuddend wandelt hij verder.

Ook hier, in de finale van de rit van vandaag, blijft het genieten tot aan de streep. Er zijn beklimmingen, maar de omgeving is om nooit meer weg te gaan. We moeten door. Lourdes wacht op ons. We houden nog één keer halt om van de plaats te genieten en de sfeer op te nemen en stappen dan op om de laatste kilometers, in afdaling, tot Montargis af te leggen.

Het is amper drie uur in de namiddag en we hebben 75 kilometer op te teller. We hebben ruim de tijd om de fietsen en onszelf te verzorgen. Vandaag kunnen we recupereren en krachten opdoen om morgen een heel stuk verder te geraken. Nu duimen voor een volgende windluwe dag.

‘Als ik dit schrijf vraagt Jacky met nadruk om haar Mama, broers en zussen, schoonzussen en schoonbroers, neefjes en nichtjes, familie en alle vrienden en kennissen te danken voor de vele berichten, reacties en steun. Het geeft meer kracht dan jullie beseffen. Bedankt.’  

 A Bientot!

 


09-09-2011, 00:00 geschreven door Guido  

Reageer (0)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (17 Stemmen)
08-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 5: Sezanne-Sens; 93 kilometer.

Ik heb de fietsen nagekeken en wil net alle bagage op de dragers zetten als Jacky in versnelde pas terugkomt van de hotelreceptie. In eerste instantie denk ik dat ze gewoon enthousiast is en zo snel mogelijk wil vertrekken.

‘Ze hebben zich vergist met de rekening’ zegt ze terwijl ze de rekening laat zien ‘ze dachten dat ik alleen was en hebben de prijs van een éénpersoonskamer genomen’ Op de rekening zien we dat de prijs exact de helft is van hetgeen we in feite moeten betalen.

Op sommige momenten heb je geen woorden nodig. Alsof we het dagelijks doen gooien we de pakken los op de fietsen en spurten halsoverkop de straat uit. Pas om de hoek stoppen we en maken we de tassen lachend vast. Als die receptiebediende ons nu gisterenavond niet had uitgelachen toen we vroegen waar we onze was konden doen hadden we misschien nog de misrekening laten rechtzetten. Nu zullen we straks een goede fles Champagne soldaat maken op haar rekening. Is deze meevaller een goed voorteken voor de dag?

Na die eerste tweehonderd meter spurt lag het tempo gelukkig wat lager en konden we de tocht echt beginnen. Vanuit Sens dadelijk in stijgende lijn naar een speciale route door het woud. Al heel snel onverhard en op sommige plaatsen behoorlijk klimmend terwijl de banden doorslipten op de ruwe kiezels. Kilometers zochten we onze weg en probeerden we recht te blijven. Net op het moment dat ik me de beste tips uit de survivalprogramma’s voor de geest begon te halen zagen we het vreemde ronde punt dat we zochten en konden we dit bos via verharde wegen verlaten.

Als je wil weten hoe de volgende 20 kilometers aanvoelen dan kunnen we jullie enkel maar aanraden om eens een dagje ardennen te doen. Met de fiets. En gepakt uiteraard. Vergeet niet om de laptop mee te nemen, stop wat boeken in je tas en enkele liters water. Best een dagje uitkiezen met minstens een windkracht 7 en dan heb je na een halve dag een goed idee.

Ik mag beweren dat ik in mijn leven al heel wat kilometers afgetrapt heb. Ik heb echter nog nooit vijfhonderd kilometer aan een stuk met tegenwind gereden. Diezelfde wind, in combinatie met de velden waarin we ook vandaag weer zitten, maakt ook vandaag weer een dag waarop je jezelf soms durft afvragen waar je mee bezig bent.

Links en rechts van ons eindeloze zeeën van mais en gerooide velden. Geen enkel obstakel om achter te schuilen. De weg golft met lange opeenvolgende hellingen waarbij je zelfs in de afdalingen amper twaalf per uur kan halen. Mits bijtrappen. Als we op de zoveelste heuvelrug bijna van het zadel geblazen worden betrekt ook de lucht. Ik kijk omhoog en zie zwarte wolkenmassa’s tekeer gaan als dreigende draaikolken in donker water. Als we hier onze regenpakken moeten aandoen kan dit het eindpunt van de reis worden.

We moeten acht kilometer tot het volgende dorpje en onze kilometerteller komt niet meer boven de tien per uur. De wind blijft bulderen. Als Jacky breekt dan zal het hier gebeuren. En komt ze niet in Lourdes.

Ik neem een laatste slok, schakel een tandje groter en ga zo kort langs Jacky rijden dat ik met mijn rechterhand haar achtertassen kan vastgrijpen. Ze kijkt me aan maar zegt niets. Tenminste dat denk ik want in dit kabaal is niets te verstaan.

Ik zoek mijn ritme en diepgebogen over mijn stuur ga ik de strijd aan. Mijn benen vinden de juiste cadans, ademhaling is diep maar regelmatig. De snelheid gaat terug omhoog.

Terwijl ik zo kort bij haar fiets zie ik zweetpareltjes in haar nek. Ik bedenk dat dit de eerste keer is dat me dit opvalt. Ze heeft altijd lange haren gehad die haar nek bedekten. Mijn lijf blijft duwen en gaat over op automatische piloot. Mijn gedachten dwalen af...

Sinds November vorig jaar is ons leven net dezelfde rollercoaster geweest als het monster dat we nu berijden. Zelfs in de afdalingen moesten we bijduwen. De symboliek van deze weg valt ineens op me en ik haal me de lijst van gebeurtenissen voor de geest. Ik vink er enkele aan, wis er een paar en sorteer de rest. Eentje doet moeilijk en ik weet niet in welke categorie ik het moet rangschikken.

Toen de eerste chemokuur vaststond zijn we samen naar de kapper gegaan om haar haar kort te scheren. Na een laatste ‘Ben je er klaar voor’ schudde ze het hoofd en sloot ze haar ogen. ‘Begin maar’. Terwijl de tondeuse het werk deed liepen de tranen uit haar gesloten ogen.

We hebben, hier op dit stuk, onze hele reis misschien kunnen redden want we kwamen in dat dorpje. Meer zelfs, want toen we de eerste beschermende huizen passeerden gaven de wolken hun dreiging op en maakten plaats voor een zonnetje.

We bestreden, veroverden en bereden de velden van dorp tot dorp. En uiteindelijk kwam de ultieme voldoening: onze eindbestemming van de dag: Sens.

Misschien kwam het een beetje raar over. Twee verwaaide, bezweette en bepakte fietsers die bij aankomst in de stad spontaan een boom knuffelden, die duidelijk genoten van muren en omheiningen en alles waar een mens zich achter kan schuilen. Die een beetje luid tegen elkaar spraken, alsof ze slecht hoorden. Maar voor beide fietsers is de wetenschap dat de velden voor immer achter hun liggen een heerlijk vooruitzicht.  Morgen een nieuwe dag. En geen velden.

A Bientot!

08-09-2011, 00:00 geschreven door Guido  

Reageer (6)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (17 Stemmen)
07-09-2011
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 4. Reims-Sezanne 95 km. Totaal 440 Kilometer

'Het Ding' (mijn GPS) versus Jacky (mijn vrouw): 0-1!

Naar Reims rijden is één ding. Eruit geraken is een ander. Ons hotel lag tegenover de Kathedraal van Reims; In het midden van het centrum van Reims. Het Ding werd er zenuwachtig van en contacteerde alle satellieten. Blijkbaar had het een slechte lijn te pakken want het duurde een kleine eeuwigheid voor een aanduiding doorkwam: 'Ga Zuid!'
Jacky, zonder kaarten, zonder gps, voelde 'dat ze die richting moest uitrijden' en na enkele honderden meters bleek dat ze ook nog gelijk had.

Geloof het of niet, maar in Reims ligt een oud kanaal waarlangs de 'Coulee Verte', een soort jaagpad, loopt. Voor ons de ideale weg om zonder druk verkeer uit Reims te geraken. We zagen tal van joggers en amuseerden ons met het typeren van de verschillende loopstijlen die we telkens met een vriendelijk Bonjour passeerden. De Quickjog, De Jumpjog, De Slowjog en de Catwalkjog...

Na enkele kilometers werd de Coulee een onverhard pad en was het tempo er weer uit. Gelukkig slechts voor even want we doken nu de wijngaarden van de Champagnestreek binnen. Tijd voor het betere klimwerk, een Ardeense Klassieker waard. De hevige stormwind van gisteren gaat iets bedaarder te werk en de zon laat ons zweten alsof we in een sauna zitten. Vandaag moeten we, hoe ironisch, liters water drinken in de champagnestreek.

Na een dertigtal kilometer komt een lange afdaling en we flirten met snelheden van vijftig per uur. We vliegen zowaar enkele dorpjes verder voordat we doorhebben dat de afdaling gedaan is. We genieten van deze tocht en fietsen constant langs elkaar en babbelen over honderd-en-één.

'Stel dat je je gek idee om helemaal naar Lourdes te fietsen kan waarmaken. Wat ga je er eigenlijk wensen als je kaarsen gaat branden?'
Ze antwoordt zonder een seconde na te denken.
'Een stel nieuwe borsten?'
Ik schud het hoofd.
'Zo'n mooie borsten, dat gaat Jesuke geen tweede keer lukken'
Ze moet erom lachen en antwoordt weer zonder pauze.
'Dan vraag ik gewoon nog een paar jaar bij.'
Ik knik gewoon. De volgende kilometers is het stil.

Toen Jacky de mededeling kreeg dat ze haar borsten zou verliezen, stopte de wereld even met draaien. De impact van zo'n nieuws kan je tijdens de eerste minuten niet verwerken. Je hersenen stoppen gewoon, maken kortsluiting en houden zich even bezig met belachelijk onbelangrijke vaststellingen. En dan gaat het licht terug aan; je weet dat het de prijs is om te overleven. Wat doe je dan? Gewoon betalen. Doen wat nodig is. Al de rest komt later. En tijdens elke dag van je verdere leven...

Het tweede stuk van de dagtocht beloofde weer van de eerste meters hels te worden. Geen kopwind, tenminste niet voortdurend, maar stevige zijwind die in de open velden vrij spel had. Onze Coach speelde weer mee. En maakte het spel hard. De zon was ook van de partij. In die mate zelfs dat het enige dat op mijn hoofd nog ontbreekt, een logo van Ferrari is.

De weg was een rollercoaster, de ene heuvel na de andere, na de andere, na de andere. Ik beloofde mezelf plechtig dat ik nooit nog iets met velden te maken wil hebben. Of het nu graanvelden, maisvelden of zelfs voetbalvelden zijn, ik moet er niets meer van hebben.

Op de één of andere manier spelen we het klaar om de kilometers af te malen en belanden we in onze bestemming van de dag: Sezanne. Op internet zagen we gisteren dat in dit stadje enkele hotels zijn maar tot onze schrik ontdekken we dat het ene na het andere 'Complet' is. Geen plaats. En dan, in het allerlaatste, kunnen we een kamer bemachtigen, net voordat andere gasten hetzelfde proberen te doen.

Het is zes uur en onze teller staat op 95. Tijd om te chillen.

Gisterenavond gaf ik onze missie weinig slaagkansen. De stormwind maakte het zo zwaar dat het zelfs voor een geoefende fietser een hele klus is. Na vandaag acht ik onze kansen, ondanks het feit dat Jacky vooral de laatste tien kilometer afzag, weer hoger in. We zitten op meer dan vierhonderd kilometer.  Ik sla nu het volgende bladzijde van onze kaartengids om. Morgen een nieuwe dag.

A bientot!






07-09-2011, 00:00 geschreven door Guido  

Reageer (4)
0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (25 Stemmen)
Foto

Archief per week
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!