Ondernemers in West-Vlaanderen : Frans Saint-Germain en Salons Saint Germain
Uit Het Laatste Nieuws van zaterdag
1 december 2007
·
Frans Saint-Germain woont met zijn vrouw Ria Clyncke
(49) aan de Blanckaert in Woumen. Samen hebben ze vijf kinderen: Bert (28),
Stijn (27), Annelies (26), Tim (25) en Ann Sofie (23).
·
In
1986 zijn Frans en Ria gestart met Salons Saint Germain aan de Grote Markt in
Diksmuide. Al 29 jaar baten ze een vishandel uit.
·
Salons
Saint Germain beschikt over drie feestzalen waar in totaal 800 mensen
gezamenlijk kunnen tafelen. Daarnaast beschikt de zaak over een gereputeerde
traiteurdienst over het hele land.
·
Er
werken 24 vaste personeelsleden, waaronder 17 koks. Er zijn ook 250
gelegenheidswerknemers, bijvoorbeeld voor de drukke weekends.
·
Frans Saint-Germain is bestuurslid bij verschillende
culinaire verenigingen en heeft als kok verschillende diploma’s op zak.
Mijn droom? “Ik wil nog voor de
koning koken”.
Salons
Saint Germain heeft naam en faam in Diksmuide en ver daarbuiten. Toch heeft
chef-kok Frans Saint-Germain maar
laat zijn roeping gevonden. «En nu zou ik mijn keuken voor geen geld meer
willen missen.»
KOEIEN
MELKEN
«Ik
groeide op tussen de koeien. Mijn ouders hadden een landbouwbedrijf in
Houthulst. We waren met zeven kinderen thuis en helpen op de boerderij was niet
meer dan logisch. Vroeger ging ik eerst naar de vroegmis als koorknaap, daarna
kwam ik terug naar huis om de koeien te melken om dan naar school te spurten.
We gingen nooit op restaurant. Dat bestond toen nog niet. Mijn moeder kon wel
heel goed koken en ze gebruikte enkel de beste producten. Ik heb de kookmicrobe
van haar gekregen. Mijn vader was meer een noeste werker. Ik zat in de Chiro,
de KLJ en de jeugdraad. Het leiderschap heeft er altijd wel ingezeten.»
GESTOPT
MET SCHOOL
«Na de
lagere school trok ik naar het VTI in Diksmuide, maar dat was eigenlijk niets
voor mij. Op de theoretische vakken behaalde ik goede punten, maar voor de
technische onderwerpen slaagde ik maar net. Op mijn zeventiende ben ik gestopt
met school en heb ik bijna twee jaar als hulpje-van-alles gewerkt in een
confectiebedrijf. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om later kok te
worden. Het was mijn zus die me overtuigde. Ik was al achttien, maar toen is
het snel gegaan. Ik ging aan de slag in restaurant Boerenhof in Kortrijk. Dat
was zes dagen op zeven heel hard werken, en op mijn enige vrije dag volgde ik
een opleiding tot restauranthouder. Door het vele werk viel heel mijn sociaal
leven weg.»
TUSSEN DE
POTTEN
«Exact een
maand na ons huwelijk begonnen we een vishandel. We hadden toen nog geen geld
genoeg om een eigen restaurant te beginnen. In 1986, acht jaar later, hadden we
wel een spaarpotje. We hebben een oude cinemazaal aan de Grote Markt in
Diksmuide verbouwd en uitgebreid tot wat het nu is. De eerste keren dat het
huis helemaal vol zat, was ik echt trots. Daarnaast gaan we ook buitenshuis
koken op grote evenementen zoals Waregem Koerse. We hebben daarvoor een mobiele
keuken. Mijn grote droom is eens mogen koken voor de koning. Op weekdagen hou
ik me vooral bezig met administratief werk. Maar in het weekend sta ik tussen
de potten. Ik zou mijn keuken voor geen geld willen missen. Ook thuis ben ik de
kok.»
GEEN
STRESS
«In
tegenstelling tot de traiteurdienst zullen we onze accommodatie in Diksmuide
niet meer uitbreiden. ln de kwaliteit zullen we uiteraard blijven investeren.
Zo wordt de keuken begin volgend jaar helemaal vernieuwd. Sommigen vragen zich
af of deze job geen enorme stress met zich meebrengt. Ik moet toegeven dat ik
soms wel stress heb, maar je leert er mee omgaan. Een goede voorbereiding en
vertrouwen in je personeel is de basis van alles. Het succes van Salons Saint
Germain is zijn prijs-kwaliteitverhouding, en de gulheid bij de bediening. Het
is moeilijk in te schatten of deze formule over tien jaar nog even succesvol
zal zijn. Ik zou graag nog lang doen wat ik nu doe. Twee zonen werken ook in
het restaurant, maar ik wil ze niet in een bepaalde richting duwen.” (KLAAS
DANNEEL)
“Diksmuide is gulden middenweg
tussen boerengat en grootstad”
·
«Ik
ben trots om West-Vlaming te zijn. West-Vlamingen zijn harde werkers en heel
gedreven. Mensen uit andere provincies zijn iets rustiger.» ·
«Ik
zou nooit willen verhuizen uit West-Vlaanderen. Onze vrienden en familie wonen
hier, en ik wil niet dat mijn sociaal leven wegvalt. We wonen hier mooi in
Diksmuide. Heus de gulden middenweg tussen een boerengat en een grootstad.» ·
«Op
onze vrije dinsdag gaan mijn vrouwen ik soms eten bij collega's, zoals bij
Geert Van Hecke in de Karmeliet in Brugge. Ook op reis wil ik de gastronomie
van het land leren kennen.» ·
«Tijdens
vrije momenten gaan we wel eens fietsen in Knokke-Heist richting de Nederlandse
grens. Ik kan ook genieten van een wandeling in de BIanckaart in Woumen en in
het bos van Houthulst. Ook de zee behoort tot mijn favoriete plekken.» ·
«West-Vlaams
is mijn taaltje. Daar kan ik me het makkelijkst in uiten. 'Judjuk', zoals in
het liedje 'Blanche en zijn peird' van Willem Vermandere, is een van mijn
favoriete uitdrukkingen. Het wil zeggen: Komaan, we vliegen erin.» (KLDZ)
01-12-2007, 00:00 geschreven door Irene 
|