Inhoud blog
  • Pan (woud, herdersleven en de muziek)
  • Pallas Athena (wijsheid, strategie, krijgskunst en het handwerk)
  • iris (regenboog)
  • Hestia (haard en familie)
  • Hermes (handel, verkeer, dieven, boodschapper van de goden)
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    griekse goden

    17-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hephaistos (smeedwerk, vuur en ambachten)

    Mythologie

    Hij had sterke armen, zoals elke smid, en onderontwikkelde benen. Hephaestus was echter ook nog mank. In Homerus' Ilias wekt zijn verschijnen bij de goden het ‘Homerisch gelach’. Voor zijn mankheid bestaan twee verklaringen. Volgens de ene was Hephaestus bij een echtelijke twist tussen zijn ouders aanwezig en toen hij zich erin mengde om zijn moeder te verdedigen, pakte zijn vader hem bij een been en wierp hem van de Olympus naar beneden. Een volk uit Thracië, de Sintiërs, dat met een volksverhuizing op Lemnos was terechtgekomen (daar was Hephaestus neergekomen bij zijn val), verpleegde hem maar hij bleef mank.

    De andere versie wil dat Hephaestus mank geboren werd en dat uit schaamte Hera besloot zijn geboorte verborgen te houden en hem van de Olympus naar beneden te gooien. Hij kwam in de oceaan terecht, waar hij opgevist werd door Tethys en Eurynome die hem opvoedden in een diepe grote donkere grot bij de zee. Toen hij volwassen geworden was besloot hij om zich te vergelden aan zijn moeder een door hem gesmede gouden troon te schenken. Toen zij daar echter op plaats nam, was ze er plotseling aan vast geketend en niemand behalve Hephaestus kon haar bevrijden. En zo, met kunstgrepen, keerde Hephaestus op de Olympus terug om Hera te bevrijden. Beide bovenstaande verhalen zijn terug te vinden in de Ilias.

    Er wordt gezegd dat Zeus, om met Hephaestus op goede voet te komen na diens terugkeer op de Olympus, besloot hem Aphrodite tot echtgenote te geven. Hoewel hij zelf lelijk was had Hephaestus altijd knappe vrouwen: behalve Aphrodite wordt nog melding gemaakt van de als "bevallig" beschreven Charis en van Aglaea, de jongste van de drie Gratiën. Van de zonen van Hephaestus zijn vooral de Argonaut Palaemon, de beeldhouwer Ardalus, de rover Periphetes, die door Theseus werd gedood, en Erichthonlos bekend.

     Cultus

    Hephaestus werd oorspronkelijk vereerd in Klein-Azië (Lycië) als demon van allerlei natuurlijke vuurverschijnselen. Vandaar kwam zijn cultus naar het eiland Lemnos. Van het eiland Lemnos kwam de Hephaestuscultus naar Athene, waar de god de beschermer van de pottenbakkers werd. De Tempel van Hephaistos werd gebouwd naast de wijk van deze ambachtslieden.

    Overigens werden alle werkingen van het vuur met Hephaestus in verband gebracht. Onder de vulkanen had hij zijn werkplaats, zoals onder de Mosychlos op Lemnos, waar de Cabeiren zijn helpers waren, en in het westen onder de Stromboli, maar voornamelijk onder de Etna, waar de cyclopen hem dienden. In Homerus' Ilias wordt zijn naam direct gekoppeld aan vuur, waar het vuur waarboven vlees wordt bereid af en toe wordt aangeduid als de 'vlam van Hephaistos'.

    Hij smeedde voor goden en helden wapens en uitrustingen, bijvoorbeeld Poseidons drietand, het schild van Herakles en het kuras van Achilles. Prometheus werd door hem in de boeien geslagen en de beeldschone Pandora was zijn schepping. Als kunstenaar in het smeden stond hij in nauwe relatie tot Athene, de godin van de kunsten. In Athene werd het feest de Chaldeia voor beide goden tezamen gevierd.

    17-05-2011 om 11:53 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Helios (zon)

    Helios (het Griekse woord ἥλιος betekent "zon") is de zonnegod uit de Griekse mythologie, zoon van het Titanenpaar Hyperion en Theia. Helios is de echtgenoot van Perseis met wie hij meerdere kinderen had, waaronder Circe, de heks die Odysseus probeerde te misleiden, Pasiphaë, de vrouw van Minos en tevens moeder van de Minotauros, en Aietes, de vader van Medea.

    Helios is verantwoordelijk voor zonsopgang en -ondergang. Met zijn stralende zonnewagen rijdt hij door de hemel en brengt de mensen licht. 's Morgens stijgt hij in het oosten op uit de oceaan (Oceanus), de wereldzee die de aarde omspoelt. Na een tocht langs de hemel daalt hij 's avonds weer in het westen neer in de oceaan. 's Nachts vaart hij op zijn zonneboot terug van het westen naar het oosten over de oceaan. Helios wordt altijd afgebeeld in een licht gewaad met een stralenkrans om zijn hoofd. Meestal zit hij in een wagen en ment hij zijn vlammensnuivende paarden. (Hij wordt ook afgebeeld met griffioenen als trekdieren)

    Helios heeft ook twee kinderen bij de oceanide Clymene, Aigle en Phaeton. Het verhaal vertelt dat de mensen niet wilden geloven dat Faëthon een zoon van de zonnegod was. Daarom ging Faëthon naar zijn vader. Hij vroeg hem een teken te geven zodat hij kon bewijzen dat hij de zoon was van de zonnegod. Na lang aandringen kreeg hij van Helios de toestemming om voor één dag de zonnewagen te besturen. De gevolgen waren noodlottig. Toen Faëthon de teugels had genomen, ging alles aanvankelijk goed. Halverwege begon hij echter bang te worden: de aarde lag diep beneden hem en om hem heen verhieven zich de sterrenbeelden. Toen de Schorpioen dreigde met zijn angel, raakte Faëthon in paniek. De wagen schoot met wilde sprongen door de lucht en slingerde heen en weer. De vurige paarden raakten de vaste sterren, later schoten ze een wolkenlaag binnen, die onmiddellijk in vlam vloog. Ook de aarde raakte in brand. Geen plek op aarde schijnt door de vlammen gespaard te zijn. Drie keer trachtte Poseidon zich uit zee te verheffen, maar werd hij door de hitte teruggedwongen. De hitte en straling drongen zelfs tot de Tartarus door, waar Hades, Charon, en alle dodenschimmen verbaasd omhoog blikten. Ten slotte maakte Zeus een einde aan de rit door Faëthon met een van zijn bliksemstralen te doden. Machteloos heeft Helios het lot van zijn zoon moeten aanzien. Op die dag, zo vertelt men, werden de bewoners van Afrika zwart, en Libië werd door verdorring tot een woestijn herschapen.

    De twee halfzussen van Faëthon, Phaetusa en Lampetia, die Helios bij de nimf Neaira had verwekt, waren zo bedroefd om de dood van hun halfbroer dat zij allebei in populieren werden veranderd.

    Helios wordt soms vereenzelvigd met de lichtgod Apollon.

    De Romeinen noemden hun zonnegod Sol.

    17-05-2011 om 11:52 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hades (dood, rijkdom, kostbare metalen en god van de onderwereld)

    Hades is een broer van Zeus, Poseidon, Hera, Hestia en Demeter. Bij de verdeling van de macht over de wereld tussen Zeus, Poseidon en hemzelf viel hem het onderaardse dodenrijk ten deel en daarmee werd hij de derde wereldheerser. Hades viel hetzelfde lot ten deel als zijn broers en zusters: hij werd opgegeten door zijn vader Kronos en later weer uitgespuugd. Ook hij nam deel aan de Titanenstrijd aan de zijde van Zeus. In zijn donkere rijk, de onderwereld, is Hades een hard en meedogenloos heerser. Hij staat aan niemand toe terug te keren naar het rijk der levenden. Verscheidene demonen en geesten zijn in zijn dienst, zoals Charon de veerman die met zijn boot de zielen van overledenen de rivier de Styx overzet tegen betaling van een obool (een geldstuk dat voor dit doel in de mond van de overledene werd gelegd).

    De attributen van Hades zijn de hoorn des overvloeds, de tweetand en Kerberos, de monsterlijke driekoppige hond die de toegang naar de Onderwereld bewaakt. Verder heeft Hades ook wel eens een zak met geld bij zich, omdat hij ook wel eens geëerd werd als god van de rijkdom. Dat is ook af te leiden van zijn naam: Ploutoon/Pluto (πλουτος = rijkdom). Ook heeft Hades een helm die hem onzichtbaar kan maken gekregen van de cyclopen.

    Hades hield van de mooie Persephone, dochter van de godin Demeter, en ontvoerde haar. Van de helden daalden Herakles, Orpheus, Odysseus, Peirithoös en Theseus in de onderwereld af terwijl zij nog leefden. Homeros beschrijft het duistere rijk en de neerslachtigheid die er heerst, zelfs voor de meest roemrijke van de helden. Hades heeft ook de bijnaam "Nil miserans" gekregen door Horatius, toch had de god van de onderwereld ooit medelijden gehad met Orpheus, en zijn vrouw Eurydice.

    Onderwereld

    Met Hades wordt ook wel de onderwereld bedoeld, zowel in de Romeinse mythologie als in de Griekse mythologie.

    De onderwereld had als gruwelijkste gedeelte Tartaros, hierin werden de schimmen of geesten van de doden naartoe gestuurd als ze slecht geleefd hadden. Voorbeelden hiervan zijn Sisyphos en Tantalos, die toen ze stierven, voor eeuwig kwellingen moesten doorstaan.

    Een lieflijker gedeelte van de onderwereld was het Elysion. Dit was de plek waar iedereen die een goed leven geleid had van vrijheid en vrede kon genieten. Volgens de verhalen komt Aeneas hier zijn vader Anchises tegen.

    Het derde en laatste gedeelte van de onderwereld was een plek zonder naam en zonder hoop of vrees. Hier werden allen heengestuurd die een normaal doorsnee leven hadden geleid. Als je hier terecht kwam, mocht je als vleermuis voor de rest van de eeuwigheid rondvliegen en rondlopen.

    17-05-2011 om 11:51 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dionysus (wijn en feesten)

    Ouders, geboorte en jeugd

    Dionysos was de zoon van Zeus en Semele, de dochter van de Thebaanse koning Kadmos[2]. De liefde die Zeus voor Semele koesterde wekte in hoge mate de ijverzucht van Hera op. Zij kwam onder een valse gedaante (Beroë) tot Semele en overreedde haar om Zeus te vragen, dat deze als bewijs dat hij werkelijk de god van de hemel was, zich aan haar in al zijn heerlijkheid zou vertonen. Door een eed gebonden moest Zeus het dwaze verzoek inwilligen, maar toen hij in de volle vuurgloed van zijn bliksem tot de ongelukkige kwam, verbrandde zij met haar huis.

    Zeus redde echter het knaapje, dat zij in haar schoot droeg en dadelijk ontsprongen uit de zuilen van het paleis klimopranken, die met hun koele bladeren het kind beschermden. Zeus borg zijn zoon in zijn dij, tot de tijd van zijn geboorte zou gekomen zijn, en toen Dionysos voor de tweede maal ter wereld kwam, gaf hij hem ter verzorging en opvoeding over aan de nimfen van Nysa. Oorspronkelijk was dit Nysa een mythisch oord; later droegen verschillende streken in Griekenland die naam. Daar werd het kind onder de trouwe zorg van de nimfen opgevoed.

    Een andere overlevering noemt Ino, de zus van zijn moeder Semele, als zijn opvoedster, en laat hem eerst tot de nimfen komen, nadat ook zij voor de vervolgingen van Hera had moeten zwichten.

    In Phrygië en Lydië bestond ook de van het oorspronkelijke Griekse verhaal afwijkende sage, dat de god in zijn jeugd aan Rhea Kybele ter opvoeding zou zijn toevertrouwd[3].

    Toen hij volwassen was, plantte hij de wijnstok en met de daaruit gewonnen drank bedronk hij zichzelf en zijn opvoedsters en de demonen van het woud, en ieder, die met hem in aanraking kwam, werd door de zoete geur van de nieuwe drank verleid en schaarde zich bij de stoet, waarmee de god begon de wereld door te trekken om de nieuwe gave, die hij de mensheid schenken wilde, te verspreiden.

     Eigenschappen

    Hij is een god, wiens gebied zich over een zeer ruim veld uitstrekt. In de eerste plaats werd hij vereerd als de god van de wijn, maar de wijn is slechts de kostelijkste van zijn gaven. Daarom werd deze ook Διόνυσου καρπός / Diónysou karpós («Dionysos' vrucht») [4]. Hij betekent de groeikracht van de aarde, zoals die zich in bos en veld, op met bronnen bedekte bergen, in vruchtdragende bomen en in grazige weiden openbaart. De wijndruif is alleen daarom de vrucht, die hem bijzonder geheiligd is, omdat zij, hoezeer uit vocht geboren, een warme gloed aan haar vruchten weet te geven en de mengeling van zwakheid en moed, van weelderigheid en kracht, waarvan de druif het symbool is, geheel en al weer wordt aangetroffen in het karakter van Dionysos.

    Maar ook alle bomen en alle boomvruchten stonden onder zijn bijzondere hoede. Daarom waren hem alle vochtige plaatsen geheiligd, voornamelijk die, waar de vruchtbaarheid van de bodem het gevolg van die vochtigheid was. Vele bronnen waren hem geheiligd, hij kon ook of zelf of door zijn dienaressen bronnen doen stromen uit rotsen, waartegen met de thyrsosstaf (Zie beneden) werd geslagen, bronnen, niet alleen van water, maar ook van wijn, melk en honing.

    Zowel de wijnbouw als de verbouw van boomvruchten vinden slechts hun plaats onder een volk, dat tot een zekeren trap van ontwikkeling is gestegen. Vandaar, dat Dionysos een god geworden is van de menselijke beschaving en zo kwam hij in nauwe verbinding met Demeter.

    Hij geeft de mensen wetten, houdt de vrede in stand, en bewijst hun zijn gunst door de goede gaven, die hij hun schenkt.

    Wijnbouw en landbouw, de gaven van Dionysos en Demeter zijn het meest inheems in Attika. Daar is de sage ontstaan van Ikarios, aan wie Dionysos zijn gave schonk, en ook die van Triptolemos, die door Demeter tot haar gezant werd uitverkoren. Maar uit Attika hebben deze beide goden nog een betere gave over de wereld verspreid dan wijn of koren; niet alleen Griekenland, maar ook de gans nieuwere maatschappij heeft aan dat landschap de trap van ontwikkeling te danken, waarop zij thans staat.

    Het krachtigst openbaart Dionysos zijn macht door de invloed, die hij uitoefent op de mens, op de gehele mens, zowel op zijn lichaam als op zijn gemoed. Door de kostelijke gave, die hij de mensen heeft geschonken, door de wijn, verkwikt en versterkt hij het lichaam en maakt hij het gemoed van zorgen vrij. Maar niet alleen door deze gave is het, dat hij het gemoed van de mensen hoger weet te stemmen; ook de werkingen, die door zijn invloed in de natuur zichtbaar worden doen zich in al haar kracht gelden op het menselijk gemoed. Hij brengt de mensen tot elkaar; hij doet, wat hem weerstreeft, voor zijn macht buigen. Al wat wild en ruw is moet zich aan hem onderwerpen; panters en leeuwen trekken zijn wagen en de meest woeste godheden van de bossen en wouden scharen zich gewillig onder zijn gevolg. Niet meer dan natuurlijk is het, dat de god, die zulk een invloed heeft op het gemoed van de mensen, ook de god is, die elke opgewonden stemming, die de geestdrift van het gemoed, die het enthousiasme verwekt. Alles wat in staat is die stemming in het leven te roepen behoort dus tot zijn gebied. Vooral geldt dit op het gebied van de poëzie en de muziek. Maar die aan Dionysos gewijde poëzie en muziek zijn heftig en opgewonden, zij kenmerken zich door plotselinge overgangen van de uitbundigste vreugde tot de diepste smart; zowel de liederen, ter ere van de god gezongen, de dithyrambos, (eigenlijk het lied, dat de dubbele geboorte van de god bezong) als de daarbij gebruikte muziekinstrumenten, de fluit en de tamboerijn, droegen tot het luidruchtig karakter van zijn feesten bij.

    Verder is Dionysos een god van de voorspelling, en ook van de reiniging. Het was vooral deze laatste trek in zijn wezen, die hem in nauw verband bracht met Demeter en hem deed opnemen onder die godheden, die vereerd werden in de Eleusinische mysteriën. In die mysteriën droeg hij de naam van Iakchos, die gewoonlijk verklaard wordt als een aanduiding van de luidruchtige gebruiken, waarmee zijn eredienst gepaard ging. De later door de Romeinen overgenomen naam Bacchus (Bakchos) schijnt dezelfde betekenis te hebben. Ook de naam Bromios, waarmee de god dikwijls wordt aangeduid, schijnt op het rumoer te doelen, waarmee de ter zijner ere gevierde feesten gepaard gingen.

    Als overwinnaar op de dood werd Dionysos ook in verband gebracht met de onderwereld. Zo wordt hij door Herakleitos gelijkgesteld met Hades.[5]


     Dionysos' omzwervingen

    Het spreekt vanzelf, dat hij op zijn tochten zowel vrienden als vijanden ontmoette en de sage weet van beiden veel te vertellen.

    Het waren vooral twee streken in Griekenland, waar men er zich op beroemde, dat de god daar reeds aanstonds met liefde en vriendelijke gastvrijheid was opgenomen. Dat waren Aitolië en Attika.

    In het eerstgenoemde landschap had Dionysos zijn intrek genomen bij Oineus (d. i. "de wijnman") en een liefdesbetrekking aangeknoopt met diens gade Althaia; volgens sommigen was de schone Deianeira de dochter van de god. Veel uitvoeriger en belangrijker is de overlevering omtrent de komst van Dionysos in Attika. Twee plaatsen dongen daar naar de eer de god het eerst te hebben opgenomen: Eleutherai[6] en Ikaria. Eleutherai was evenwel eerst in latere tijd bij het grondgebied van Attika gevoegd, zodat de Dionysos van Ikaria de echt nationale godheid was en bleef. Zijn komst aldaar wordt in de volgende legende verhaald: Ikaros, de heerser van Ikaria, nam de god, toen hij om gastvrijheid vroeg, vriendelijk op. Tot loon daarvoor gaf Dionysos hem de wijnplant en leerde hem de wijnbouw. Toen nu Ikaros de eerste wijn gewonnen had, vulde hij daarmee leren zakken en trok door het land om aan de herders die heerlijke drank rond te delen. Deze werden echter spoedig dronken en, in de mening dat zij vergiftigd waren, doodden zij Ikaros en begroeven hem onder een boom. Zijn dochter Erigone ging uit om hem te zoeken en vond eindelijk zijn graf met behulp van haar trouwe hond Maira. Vol vertwijfeling over de treurige dood van haar vader hing zij zich aan de boom, waaronder hij begraven was, op. Dionysos echter, vertoornd over de moord van zijn vriend, zond een pest over het land, maakte, dat alle Attische jonkvrouwen in razernij het voorbeeld van Erigone volgden en verplaatste Ikaros als Boötes, Erigone als de Maagd en den hond Maira als de Hondsster aan de sterrenhemel.

    De betekenis van deze mythe is duidelijk: Ikaros is de personificatie van de wijnstok, Erigone, d. i. "de in de vroegte geborene" betekent de druif, de hond is de hitte van de hondsdagen, die de vrucht tot rijpheid brengt.

     Feesten en eredienst

    De rampen, die na de dood van Ikaros over Attika gekomen waren, konden volgens een orakel niet ophouden, voor het lijk van de vermoorde gevonden was en daarop een zoenoffer voor de misdaad werd gebracht. De dode vond men niet, maar men stelde ter voldoening van de eisen van het orakel een feest in, waarop allerlei kleine beeldjes aan bomen werden opgehangen en heen en weer geschommeld onder het zingen van liederen ter ere van Ikaros en Erigone. Dit feest heette Aiora.

    Nergens werden de feesten, die met de Dionysosdienst in betrekking stonden met zoveel pracht en luister gevierd als in Attika en voornamelijk te Athene. Men moet daarbij evenwel in het oog houden, dat deze feesten nationale feesten waren van de Ionische stam en dus ook bij al de Ioniërs, die o.a. in groten getale de kust van Klein-Azië bewoonden werden gevierd.

    De Attische feesten zijn deels oogstfeesten in de winter, deels feesten van de naderende of reeds in al haar heerlijkheid prijkende lente. Het eigenlijke feest van de wijnoogst werd gevierd op de kleine Dionysiën, de Dionysiën op het land, die men in de maand Poseideon (december - januari) op het land, dus buiten de stad Athene vierde. Het was een vrolijk feest. Er werd gezongen en gedanst. De zinnebeelden van de vruchtbaarheid, die Dionysos schenkt, werden onder luid gejubel rondgedragen, liederen ter ere van Ikaros en Erigone werden aangeheven, terwijl allerlei scherts en plagerijen daarbij gebruikelijk waren. In die landelijke Dionysiën ligt de eerste oorsprong van het Atheense drama. Op een wagen trokken personen van plaats tot plaats rond, die in een samenspraak de lotgevallen van de god, wiens feest men vierde verhaalden, en ook later, toen het Atheense toneel reeds zijn hoogste trap van ontwikkeling bereikt had, trokken nog toneelspelers uit de stad rond om door hun voorstellingen luister aan die landelijke Dionysiën bij te zetten. Een eigenaardig vermaak, dat bij dit feest zeer in de smaak viel, waren de Askolia, die hierin bestonden, dat knapen onder het algemeen gelach van de toeschouwers moesten hinken op een met olie bestreken lederen zak, die gemaakt was uit het vel van de bok, die ter ere van Dionysos was geslacht.

    Op de landelijke Dionysiën volgden de Lenaiën in de maand Gamelion (januari - februari). Dit was een feest, dat in de stad gevierd werd, en het vormde als het ware het besluit van het vorige.

    Voornamelijk werd het gevierd in het Lenaion, de oudste tempel, die Dionysos in Athene had. In de allereerste plaats was het een feest van het uitpersen van de druiven en men proefde en offerde de jonge zoete most, die men ambrosia noemde. Men bekranste zich evenals de tempels van de god met klimop, men hield van het Lenaion uit een grote optocht, waarbij men, vooral van wagens af, allerlei spot en scherts aan de samengevloeide menigte ten beste gaf; toneelvoorstellingen besloten het feest.

    Dat waren de winterfeesten. Als de lente begon vierde men de Anthesteriën in de maand Anthesterion (februari - maart). Iedere dag van dit feest had zijn eigenaardige betekenis. De eerste dag, de Pithoigia, was het feest van het openen van de vaten met nieuwe wijn. Dan werd die wijn het eerst gedronken en op die dag waren de slaven vrij en gelijk aan hun meesters. De tweede dag droeg de naam van Choën, en werd gevierd door een maaltijd, waarvoor de staat het vlees leverde en waarbij prijzen werden uitgeloofd voor degenen, die het meest van de jonge wijn konden drinken. Men bekranste zich daarbij met de eerste bloemen van de lente, die, althans gedeeltelijk, later naar het Lenaion werden gebracht en aan de god gewijd. De Anthesteriën werden ook door de kinderen gevierd. Van hun derde jaar af werden de kinderen op die dag bekranst als een liefelijke personificatie van het weer jong wordende jaar. Een voornaam deel van de Anthesteriën was een offer, dat op de dag van de Choën door de edelste vrouwen van de stad in het Lenaion aan de god gebracht werd. Daarbij werd de vrouw van de archon basileus, d. i. van de overheidspersoon, die met het bestuur over de godsdienst belast was, onder geheimzinnige plechtigheden, waaromtrent de daarbij tegenwoordige vrouwen bij ede verplicht waren een voortdurend stilzwijgen te bewaren, in de echt verbonden. Waarschijnlijk was dit een symbolische herhaling van de verbintenis omstreeks deze zelfde tijd van het jaar gesloten tussen Dionysos en Ariadne.

    De derde dag eindelijk van de Anthesteriën droeg de naam van Chytren (d. i. "het pottenfeest"). Dan werden er offers gebracht aan de schimmen van de afgestorvenen, die op deze dag naar de bovenwereld pleegden terug te keren om de hun toegedachte gaven te ontvangen en aan de chtonische Hermes, die de schimmen geleidt. De verklaring van dit offer ligt hierin, dat men bij het ontwaken van de natuur in de lente naast de terugkeer van Dionysus, d. i. de groeikracht van de natuur, uit het rijk van de doden tot een nieuw leven, tevens het ontwaken vierde van al, wat eens geleefd had en gestorven scheen.

    Het vierde feest, het echte lentefeest, dat de Atheners vierden, waren de grote Dionysiën, de Dionysiën in de stad. De maand Elaphebolion (maart - april) was de maand voor deze feesten bestemd. Daaraan deel te nemen werd zelfs aan gevangenen vergund, omdat men op dit feest de god vooral vierde als de bevrijder van zorg en leed. Het meest onderscheidden zich de grote Dionysiën door de prachtige toneelvoorstellingen, die ter ere van de god gegeven werden. Een zeer grote menigte mensen stroomde van heinde en verre naar Athene samen. Dan ging een vrolijke mensenmassa heen en weer door de straten van de stad. Het feest ving aan met een schitterende optocht, die het oudste beeld van de god, dat in Athene werd aangetroffen, begeleidde. Talrijke koren zongen ter ere van de god vooral de dithyrambos, d. i. het lied, waarin zijn dubbele geboorte werd bezongen. Men bekranste zich met rozen en viooltjes, de jonge bloemen van de lente. Maar de hoofdzaak van het hele feest was en bleef de opvoering van nieuwe tragediën en komedies, waarbij een wedstrijd tussen de verschillende dichters gehouden werd. Uit degenen, die zich aangemeld hadden, was reeds te voren de keuze gedaan van hen, die ter mededinging zouden worden toegelaten. De toevloed van vreemdelingen was dan zo groot en de feestvreugde van de burgers had zozeer van alle gemoederen vervuld, dat men die dagen uitkoos als de geschiktste om van staatswege ereblijken aan verdienstelijke burgers uit te reiken.

    Dionysos met mitra (hoofdband) en thyrsos en een op de kithara spelende Ariadne (detail van de zogenaamde Vase Borghèse; Attische marmeren kylix, ca. 40–30 v.Chr., Louvre).

    Maar niet alleen in Attika en Athene was de dienst van Dionysos in zo hoge eer. Ook op het eiland Naxos wist men veel van de god te verhalen. Daar was het, dat hij Ariadne had aangetroffen, toen deze door Theseus op trouweloze wijze was verlaten. Het is een lievelingsonderwerp van de dichters om de nameloze smart van Ariadne in haar verlaten toestand en de zalige vreugde, die haar vervulde, toen zij door Dionysos tot gade werd verkoren, te bezingen.

    Te Athene vierde men een feest ter ere van hen beiden, de Oschophoriën, tevens een oogstfeest, waarop daartoe uitgekozen zonen van Atheense burgers in oud-Ionische klederdracht gehuld, wijnranken met daaraan hangende druiven in plechtstatige optocht ronddroegen. Uit het huwelijk van Dionysos en Ariadne sproten drie zonen, Oinopion (d. i. "de wijndrinker"), Staphylos (d. i. "de wijnstok") en Euanthes (d. i. "de schoonbloeiende").

    Overal, waar Dionysos kwam, verspreidde hij zegen. Slechts hen stortte hij in het verderf, die hem trachtten te weerstreven. Zo vooreerst de Tyrreense zeerovers, die hem als gevangene wilden meevoeren. Toen hij namelijk op het punt was om van Ikaria naar Naxos te varen en op het strand rondliep, werd hij, daar hij door zijn buitengewone schoonheid de aandacht trok, door Tyrreense zeerovers gevangengenomen. Maar nauwelijks was het schip in zee, of de boeien, die men hem had aangelegd, vielen af, om de zeilen groeiden wijnranken, klimop omklemde de mast en de rovers stortten zich in een vlaag van waanzin in zee en werden in dolfijnen veranderd[7].

    Meermaals had Dionysos vijanden te bestrijden, zoals de legenden van Lykurgos en Pentheus bewijzen. Lykurgos, de zoon van Dryas, was een koning van de Thrakische Edoniërs. Toen de god met heel de hem begeleidende schare in diens rijk was gekomen, trok hij hun vijandig tegemoet, om de indringer te tuchtigen en zo mogelijk te doden. Deze redde zich echter door een sprong in zee, waar de godin Thetis hem opnam. Lykurgos echter werd met blindheid gestraft, en daar hij de haat van de goden op zich had geladen, moest hij spoedig sterven. Andere legenden verhalen, dat hij, waanzinnig geworden, of zijn zoon voor een wijnstok hield en met zijn bijl doodde, ofwel, door een dergelijke verblinding bevangen, zich zijn eigen benen afhieuw[8]. Het schijnt, dat Lykurgos een symbool is van de kille winter, die de vreugde van de god van de groeikracht tracht te storen, maar telkens weer in de ongelijke strijd moet bezwijken.

    In de Boeotische sage bekleedt Pentheus dezelfde plaats als Lykurgos in die van noordelijk Griekenland. Hij heet een koning van Thebe en wordt beschreven als een man van norse en woeste aard. Toen Dionysos op zijn tocht door de wereld ook Thebe bezocht, schaarden alle Thebaanse vrouwen zich om hem en vierden ter zijner ere een luidruchtig feest op de bergen van de Kithairon. Hierdoor in woede ontstoken, wilde Pentheus daaraan een einde maken, maar toen hij een van de geheime plechtigheden, die op het gebergte werden gevoerd, ongemerkt wilde bijwonen en met dat doel een dennenboom had beklommen, werd hij door zijn eigen moeder, die hem voor een wild dier hield, met behulp van haar gezellinnen verscheurd[9].

    Uit deze sage omtrent de Boeotische Dionysos blijkt reeds, dat zijn eredienst en zijn feesten in sommige streken van Griekenland een geheel ander karakter droegen, dan die welke in Athene werden gevierd. Woeste en luidruchtige feesten waren het, waaraan vrouwen en meisjes in overgrote getale deelnamen, zoals blijkt uit de legende, die betrekking heeft op de dochters van koning Minyas in Orchomenos. Trots alle vermaningen en wondertekenen weigerden deze alleen van alle vrouwen uit die stad aan het feest ter ere van Dionysos deel te nemen, totdat de god eindelijk, gevolgd door de woeste, hem omringende schare, hun huis binnentrad en toen hij haar daar aan de arbeid vond, dit met wijn- en klimopranken liet begroeien en henzelf in vleermuizen veranderde.

    Vooral op de Parnassos in de nabijheid van de stad Delphi werden zulke luidruchtige feesten gevierd. Zelfs vrouwen uit Attika trokken naar daar om er aan deel te nemen. In de duisternis van de nacht zwierven zij dan op de met sneeuw bedekte toppen van de bergen rond, soms met gevaar van haar leven, en verscheurden alles, wat hen in de handen kwam, reeën en ander wild, om het nog trillende vlees rauw te verslinden. Een oorverdovend rumoer door het gegil van de feestvierenden veroorzaakt, dat werd begeleid door de muziek van fluiten en tamboerijnen, was een eigenaardig kenmerk van deze optochten over de bergen. Zulke Dionysosfeesten werden om het andere (de Grieken zeiden om het derde) jaar gevierd en heetten daarom trieterische feesten. De oorzaak van die opgewondenheid laat zich verklaren uit de betekenis van Dionysos als god van de natuur. Op de tijd van de winterzonnestilstand schijnt de druif als het ware geheel weg te sterven en de god, zo dacht men, stierf met de hem geheiligde plant mee. Vandaar een treurigheid, die evenzo bij alle natuurgodsdiensten, waar de mens in het wegsterven van de natuur het beeld van zijn eigen sterven ziet, wordt aangetroffen en die zich in allerlei woeste en opgewonden gebruiken lucht gaf. Daartegenover staan de vreugdesfeesten, waarmee men de god bij zijn wedergeboorte in de lente begroette en het geraas, waarmee de vrouwen, die aan die feesten deelnamen over de bergen trokken, dat diende om de god uit zijn doodsslaap te wekken. Men zocht hem overal, tot men hem, d. i. zijn symbool, een pas ontkiemende plant, had gevonden; dan bracht men die in plechtige optocht naar zijn tempel, om met offers en dansen het feest te besluiten.

    Op haar tocht over de bergen waren de vrouwen gehuld in dierenhuiden, en droegen zij een thyrsosstaf (d. i. een met klimop en wijnranken omwonden stok) in de handen. Men noemde haar Mainaden, Bakchanten, Thyiaden, Bassariden. (Zie Bassareus.) Deze woeste feesten hebben voornamelijk hun oorsprong gevonden in Thrakië en Makedonië, vanwaar zij naar het eigenlijke Griekenland, vooral naar Boeotië, waaronder de Dionysosfeesten, de Agrioniën, d. i. "het woeste feest" in Orchomenos een eerste plaats bekleedden, zijn overgebracht.

    Die Mainaden maakten ook in de voorstelling van de Grieken een deel uit van de grote stoet, die de god omringde op de tocht die hij tot verspreiding van zijn gave had ondernomen. Die stoet, door de Grieken thiasos genoemd, en het onderwerp van talloze voorstellingen van de beeldende kunst, bestond uit zeer verschillende bestanddelen. Terwijl eerst alleen Nimfen de gezellinnen van de god waren geweest, werd hij weldra omringd door allerlei groepen van Silenen, Satyrs, Panen, Kentauren en andere wezens van dergelijke aard. Het spreekt vanzelf, dat zijn oude leermeester Silenos in die omgeving niet ontbrak. Met die ganse schare trok hij door alle landen heen, overal de wijnstok plantend en zijn eredienst vestigend. Zijn tocht, waarop hij als het ware de ganse wereld aan zich onderwierp, werd door de oude schrijvers uitgestrekt tot in Indië[10]. Vooral ten gevolge van de veldtochten, door Alexander de Grote ondernomen is deze tocht bij de latere Grieken onder de legenden van Dionysos meer op de voorgrond gekomen. Alexander begunstigde de mening, dat hij de onderneming van Dionysos als het ware wilde voortzetten en nog verder doordringen dan tot daar, waar de sporen van de god en zijn eredienst reikten. Het spreekt vanzelf, dat alle landen, waarin de dienst van Dionysos in latere tijd wortel had geschoten, in de beschrijvingen van die tocht werden opgenomen en dat tal van sagen en verhalen van avonturen, in verschillende landen inheems, langzamerhand tot een geheel werden verenigd. Vooral de Klein-Aziatische landschappen Phrygië en Lydië moeten onder die streken worden geteld, waar Dionysos lang had vertoefd en zich een duurzame eredienst gesticht, die evenals andere erediensten in die streken een woest, opgewonden, zoals de Grieken zeiden, orgiastisch karakter droeg. Daar werd de god omgeven door de gewone gezellen van Rhea Kybele, de grote moeder van de goden, namelijk door de Kureten, door de Korybanten, Kabeiren en Idaiische Daktylen[11].

    In Lydië of in Phrygië is ook de sage ontstaan van Ampelos. Deze was een schone jongeling, die Dionysos op zijn omzwervingen had ontmoet en liefgehad. Steeds was Ampelos de trouwe makker van de god, totdat een stier hem doodde. Dionysos was radeloos van smart, zodat Zeus om die smart te lenigen uit het bloed van Ampelos een wijnstok liet ontspruiten.

    Omtrent verschillende gevechten, waarin Dionysos zou zijn verwikkeld, weet de legende ook veel te verhalen; hij zou gestreden hebben met de Amazonen, er wordt gewag gemaakt van een strijd, die hij heeft gevoerd tegen Perseus[12], maar vooral beroemd is het aandeel, dat hij gehad heeft aan de overwinning door de goden behaald op de Giganten. De moeder van deze geweldige wezens, die de hemel wilden bestormen, Gaia, had hen onkwetsbaar gemaakt voor de wapenen van de goden, zodat zij ongedeerd hun strijd konden voortzetten, totdat twee wezens, in wier aderen ook het bloed van sterfelijke mensen vloeide, Dionysos en Herakles door de goden te hulp werden geroepen en hun de overwinning verzekerden.

    Juist omdat Dionysos slechts ten dele van goddelijke afkomst was, moest hij gereinigd worden van al het aardse, dat hem aankleefde, eer hij toegang kon krijgen tot de kring van de Olympische goden. Na de tocht, die hij over de ganse aarde had ondernomen, waarbij hij alle volken als het ware aan zijn gebied had onderworpen, trok hij als overwinnaar zegevierend de woningen van de Olympos binnen, waar hem voortaan het verblijf werd toegestaan. En toen hij daar eenmaal was, wist hij te bewerken, dat ook aan zijn moeder Semele, volgens sommige sagen zelfs ook aan Ariadne, een plaats op de Olympos werd aangewezen. Semele ontving er de naam van Thyone[13]. Vandaar de niet zelden aan Dionysos gegeven naam van Thyoneus.

    Een zeer eigenaardige opvatting van het wezen van de god treffen wij aan bij de Orphici, een godsdienstig-wijsgerige sekte, die zich noemde naar de mythische zanger Orpheus uit Thrakië, en zich tot taak stelde helderder begrippen te verspreiden omtrent het leven na de dood en omtrent de zedelijke verantwoordelijkheid, die op iedere mens voor zijn doen en laten rust. In de mysteriën van die Orphici was de voornaamste godheid Dionysos-Zagreus. Deze godheid, of de zoon van Zeus en Demeter genoemd, of gesproten uit de verbintenis van Zeus met zijn eigen dochter Persephone (een sage, die trachtte de invloed van de krachten van de hemel op de plantengroei symbolisch voor te stellen) is volgens de Orphici de lieveling van zijn vaders, door deze aangewezen om het heelal te beheersen. Daarom maakte Zeus hem tot koning en gaf hem, reeds toen hij nog jong was, meer eerbewijzen dan aan de andere goden. Zijn opleiding werd in zijn kinderjaren toevertrouwd aan de Kureten. Maar Hera, die al de zonen van Zeus, die niet de hare waren, met een boosaardige haat vervolgde, zond de Titanen op het kind af, na hen te hebben bevolen hun gelaat door het met krijt te besmeren onkenbaar te maken. Hoewel het kind zich door zijn goddelijke kracht in verschillende gedaanten veranderde, moest het toch eindelijk in de ongelijke strijd bezwijken. De Titanen verscheurden zijn lichaam en verslonden het. Alleen zijn hart werd gered door Athena, die het aan Zeus bracht.

    Twee van elkaar afwijkende sagen verhalen, dat of Zeus zelf dit hart heeft verslonden, of, dat hij het aan Semele, de moeder van Dionysos, heeft gegeven. Of uit Zeus zelf, of door zijn toedoen wordt dan de jongere Dionysos geboren, die de koning, de bevrijder, het heil van de wereld zou wezen. De Titanen echter, die Zagreus hadden verscheurd, werden door de bliksem van Zeus zodanig getroffen, dat zij tot as verbrandden. Uit die as nu, die met het bloed van Zagreus was vermengd, zijn de mensen gesproten. En juist daaruit laat zich het menselijk karakter verklaren. De lust tot het kwade, die ieder mens met zich meedraagt, vindt zijn oorsprong in de as van de Titanen; de neiging om goed te doen spruit voort uit het onder die as gemengde bloed van Zagreus. Kortom, de tweestrijd tussen goed en kwaad, die in elk menselijk gemoed heerst, wordt symbolisch voorgesteld door de vermenging van wat Titanisch, d. i. woest en ruw, en wat Dionysisch, d. i. goed, zuiver en rein is.

    De leerstellingen van de Orphici werden in een geheime eredienst, in zogenaamde mysteriën verkondigd.

    Ook bij de triëterische feesten van Dionysos schijnt een geheime eredienst, die men de Dionysische mysteriën kan noemen, in zwang te zijn geweest.

    Bacchanalische scene (1e-2e eeuw n.Chr., Grieks-Boeddhistische kunst van Gandhara).

    De eredienst van de Griekse Dionysos was ook buiten de grenzen van Griekenland verspreid. Vooral in die Griekse koloniën, die Sicilië en de kusten van Zuid-Italië bedekten, heeft hij een grote uitbreiding gekregen. In Rome werden, al was het dan ook onder andere namen, ter ere van de god veel tempels gesticht. Maar die eredienst van de Romeinen is weldra in menig opzicht geheel vervreemd van de oorspronkelijke Griekse eredienst. Vooreerst droeg daartoe bij, dat de nieuwe godheid, die in Italië werd ingevoerd op zeer verklaarbare wijze in een zo nauw mogelijk verband werd gebracht met oude, inheemse godheden. Ten andere zijn de plechtigheden aan zijn dienst verbonden spoedig in de tot op onze tijd spreekwoordelijk berucht gebleven Bacchanalia een dekmantel geworden voor een zó grove zedeloosheid, dat door de overheden van de stad op de krachtigste wijze moest worden gehandeld, om een algemeen zedenbederf te voorkomen. Over de verering van Dionysos te Rome zie Liber Pater en Senatusconsultum de Bacchanalibus.

     Relatie met andere godheden

    Tot sommige andere godheden stond Dionysos in een min of meer nauwe betrekking. Over zijn verhouding tot Demeter is reeds gesproken. Met Apollon had hij verschillende punten van aanraking. Het schijnt, dat deze twee godheden in het begin vijandig tegenover elkander hebben gestaan en dat het lang heeft geduurd, eer de Dionysosdienst zich naast die van Apollon een plaats heeft kunnen veroveren. De luidruchtige feesten van Dionysos vormden een al te grote tegenstelling tegen de in alles waardige en maat houdende dienst van de zuivere god van het licht. Toch nam ook die strijd eens een einde. Punten van overeenkomst werden gevonden, die het mogelijk maakten, dat in de voorstelling van de Grieken deze beide goden nauw met elkaar werden verbonden. Evenals Apollon weet Dionysos in het gemoed van de mensen geestdrift op te wekken voor wat schoon is; beiden zijn evenzeer bevriend met de Muzen. Evenals Apollon is ook Dionysos een voorspellende god en ook hij verleende, zoals blijken zal, de mensen reiniging van zonde en schuld.

     In de beeldende kunsten

    Een bebaarde Dionysos leidt de Horai (seizoenen) (Romeinse kopie van hellenistisch neo-Attisch reliëf, 1e eeuw n.Chr., Louvre).

    Een grote invloed heeft die Klein-Aziatische eredienst gehad op de voorstelling van de god door de beeldende kunst. De talrijke beelden, die hem voorstellen als jongeling van een tengere, bijna verwijfde gestalte, wiens in rijke overvloed golvende lokken door de Lydische haarband (mitra) zijn tezamen gebonden, zijn ook van Klein-Aziatische oorsprong. Dikwijls is de god daarbij in een wijde, bontkleurige kleding gedost, terwijl hij nu eens wordt afgebeeld als een jongeling, dan weer als een man van rijpere leeftijd met gevulde baard.

    Dionysos, Ariadne, satyrs en Mainaden (Attische roodfigurige calyxkrater, ca. 400-375 v.Chr., Louvre).

    Geen van de Griekse goden is zó vaak het voorwerp geweest van de voorstellingen van de beeldende kunst als Dionysos, en bij geen andere god is de verscheidenheid van die voorstellingen groter. Nu eens wordt hij afgebeeld als kind, dan als jongeling, dan weer als een volwassen en krachtig man; nu eens met een smachtend, bijna vrouwelijk uiterlijk, dan weer door de heftigste gemoedsbeweging in een toestand van geestverrukking gebracht; nu eens drinkende, dan weer rijdende op wilde dieren, meestal omgeven door Ariadne, Silenos en zijn ganse thiasos.

    De oudste beelden van de god waren zeer eenvoudig; een stuk hout, dat hem voorstelde, een afbeelding van zijn gelaat alleen waren dikwijls reeds voldoende om zijn vereerders in geestdrift te doen ontvlammen.

    Er zijn zelfs nog Hermen overgebleven, die of het hoofd van Dionysos alleen voorstellen, of naast het zijne die van de godheden, die met hem het nauwst waren verbonden, wiens beeld dan met hem uit één boomstam schijnt te ontspruiten. De latere kunst vond in de legenden, die op Dionysos en zijn omgeving betrekking hadden een zeer rijke stof voor haar werken. Vooral de beeldhouwers Skopas en Praxiteles (beiden leefden te Athene van ongeveer 392 - 350 v.Chr.) en hun leerlingen hebben getracht de god in de meest verschillende toestanden en in de meest verschillende omgeving door hun beelden te verheerlijken.

     Dionysos als offer

    Volgens de legende van Dionysos als zoenoffer werd hij door Zeus bij Demeter verwekt. Zeus plaatste hem als jongeling al op zijn troon waar hij speelde met de donderkeil. De Titanen (die door Zeus verslagen waren) zagen dat met lede ogen aan en in afwezigheid van de Alvader vielen ze Dionysos aan. Die probeerde door gedaanteverwisselingen te ontkomen, maar werd in de vorm van een stier uiteindelijk gegrepen, aan stukken gescheurd en opgegeten. De godin Athena zag het echter en zorgde ervoor, dat het hart bewaard bleef. Dat bracht ze naar Zeus en die deed daarmee zijn zoon herrijzen. In de cultus van de god Dionysos werd ieder jaar een stier geslacht waarvan het bloed gedronken en het vlees gegeten werd. Dionysos was ook de god van het theater; uit zijn dithyrambe is de tragedie ontstaan.

    17-05-2011 om 11:49 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Demeter (landbouw en graan)

    Oorsprong


    Na haar geboorte deelde zij aldus de Griekse mythologie het lot van haar broers en zussen, dat is, zij werd door haar vader Kronos verslonden, doch evenals zij in het leven teruggeroepen, toen Zeus zijn vader dwong de door hem verslonden kinderen weer uit te braken[2].

    Voorts heeft de godin Demeter, letterlijk aangeroepen als goddelijke moeder, alle karakteristieken van de oudere Cybele, een Frygische godin, die op haar beurt een reflectie was van de godin Kubaba uit de Hattische mythologie.

    Demeter Pelasgis

    Die opvatting van Demeter als de moederaarde behoort tot haar oorspronkelijk wezen. Vandaar dan ook, dat ze nauw verwant is met Gaia en Rhea Cybele, hoewel zij aan de andere kant een zeer bepaald daarvan afgescheiden afzonderlijke persoonlijkheid heeft. Men kan haar veilig voor een van de oudste, Pelasgische (het vóór-Hellenistische Griekenland) godheden van Griekenland houden. Vandaar haar bijnaam Pelasgis. Wat sommige schrijvers omtrent haar Egyptische oorsprong en omtrent haar identiteit met de Egyptische godin Isis hebben beweerd, schijnt onaannemelijk. Demeter was de zus van Poseidon en de schoonzus van Hera. Maar Demeter had stiekem een oogje op Zeus. Hera wist dit en deed er alles aan om haar te vernietigen.

     Demeters werkingsgebied, epikleses en eredienst

    Reliëf van Demeter in Pompeii verwijzend naar haar oeroude status van Moedergodin en Godin van de landbouw

    Als godin van de aarde staat zij vooral in nauwere betrekking tot al wat met het leven en de beschaving van de mensen in verband staat. Zij is niet alleen in het algemeen de moeder van alle leven en alle werkzaamheid in de natuur, maar vooral en meer in het bijzonder van die planten, welke door de mensen tot hun eigen verbruik worden verbouwd. Voor het groeien en rijpen daarvan draagt zij zorg, voornamelijk voor het koren. Zo eerst is zij de godin van de akkerbouw geworden, en toen ze dit eenmaal was, natuurlijk ook van al die bezigheden, welke in ruimere zin tot de akkerbouw kunnen gerekend worden, de boomkwekerij en de veeteelt.

    De godin van de landbouw werd verder natuurlijk de beschermster van al die bezigheden, welke met de landbouw in verband staan. Zij ging door voor de uitvindster van al die gereedschappen, welke bij de akkerbouw worden gebruikt. Zij leerde ook aan de mensen ploegen, zaaien, maaien, schoven binden, dorsen, malen en brood bakken, aldus de mythe van Triptolemos (zie hieronder).

    Demeter Thesmophoros

    Een hogere, zedelijke betekenis krijgt Demeter als de godin van de beschaving, die de mensen juist door de akkerbouw opheft van de lagere trap, waarop de jagers- en herdersvolken staan, die hun oorspronkelijke ruwheid en wildheid door wetten en zeden weet te temmen, die door de heilige instelling van de echt en door verordeningen, welke de burgers aan elkaar verbinden een onveranderlijke grondslag legt voor de instandhouding van de staat en van het maatschappelijk leven. Wat deze trek in haar wezen betreft, staat zij in nauw verband tot Dionysos, die bij uitnemendheid de god is, die aan het menselijk geslacht de beschaving heeft aangebracht en de zeden zachter gemaakt. Wijncultuur en het bereiden van wijn zijn even stellige kenmerken van een meer beschaafde toestand als de landbouw en het vervaardigen van brood. Van daar de nauwe samenhang van deze twee grote godheden van de beschaving en de mysteriën, waarin Dionysos-Iakchos als de zoon van Demeter en de mystische bruidegom van Kore-Persephone voorkomt. Als stichtster van de beschaving heet Demeter Thesmophoros, d. i. "de wettenbrengster" en het grote feest van de Thesmophoria vierde de zegenrijke werking van de godin op dit gebied.

    Een verdere gevolgtrekking uit deze opvatting van het wezen van de godin is, dat zij, zoals we boven reeds vermeldden, een beschermster wordt van de echt, daar zonder het begrip van het huwelijk en het huisgezin een goed geordende staat niet kan worden gedacht, verder dat ook de volksvergaderingen onder haar bescherming staan, en dat de Heliasten (de rechtbank van gezworenen te Athene) behalve bij Zeus en bij Athena ook bij haar naam moesten zweren, dat zij rechtvaardig recht zouden spreken.

    Offers

    Als offergeschenken bracht men haar de voor het koren zo nadelige zwijnen, alsook runderen, vruchten, mede honing en honingraten. Daarenboven waren niet alleen alle vruchtbomen aan haar gewijd, maar ook de pijnboom en de olm en van de bloemen de hyacint en de papaver.

    Feesten

    Behalve de Eleusiniën en Thesmophoriën werden ter ere van Demeter nog verscheidene andere grote feesten gevierd, die meestal op de oogst betrekking hadden. De voornaamste plaatsen van haar verering waren behalve Eleusis Kreta, Delos, Arcadië, Attika, Klein-Azië en Sicilië.

    De Dorische stammen wijdden zich voor het grootste gedeelte aan de dienst van Apollo en Artemis en daarom trad die van Demeter bij hen op de achtergrond, al schijnt het ook dat deze godin van oeroude, echt-Griekse oorsprong is.

     De roof van Persephone en de mysteriën van Eulesis


    Persephone was de dochter van Demeter en Zeus. Zij was de enige van haar kinderen, die in haar mythe een belangrijke rol speelt. Zij was namelijk opgegroeid tot een bekoorlijke jonge vrouw en moeder en dochter waren door een innige liefde met elkaar verbonden, toen haar geluk plotseling werd gestoord.

    Demeter en Persephone begroeten een processie van de mysteriën (beschilderde terracotta votiefplaat, midden 4e eeuw v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Athene).

    De in de oudheid zeer bekende en talloze malen door dichters en kunstenaars behandelde mythe van de roof van Persephone (de Romeinen noemden haar Proserpina) verhaalt ons, hoe Zeus zonder medeweten van Demeter, hun schone dochter aan zijn sombere broer Hades, de koning van het duistere schimmenrijk, tot gemalin had beloofd. De latere sage, vooral de Romeinse, wees het aan koren vruchtbare eiland Sicilië aan als het oord, waar de roof van Persephone zou hebben plaats gehad in de nabijheid van de stad Enna. Doch door andere schrijvers wordt het toneel van die gebeurtenis nu eens verlegd naar de oevers van de Kephissos in het landschap Attika, dan weer naar Arcadië, of naar het Klein-Aziatische Nysa.

    Toen nu de bekoorlijke maagd op zekere dag in de nabuurschap van de stad Enna, met de dochters van Okeanos speelde en zich vermaakte met het plukken van bloemen en het vlechten van kransen, zag zij een narcis van wonderbare schoonheid en verwijderde zich van haar gezellinnen om deze prachtige bloem te plukken. De narcis was volgens het geloof van de ouden, aan de goden van de dood geheiligd. Op het ogenblik dat zij zich naar de bloem vooroverbukte, opende zich plotseling de aarde, en uit de aldus ontstane kloof kwam de god van de schimmen, Aïdoneus of Hades, op een gouden, met vier zwarte paarden bespannen wagen gezeten, tevoorschijn. Deze greep Persephone en ontvoerde haar naar zijn rijk in weerwil van haar wanhopige tegenstand. De aarde sloot zich spoorloos achter haar met zulk een snelheid, dat de ontvoerde nauwelijks de tijd had, om de goden te hulp te roepen en dat zij was verdwenen, voor haar gezellinnen hadden bemerkt, wat er gebeurde. Haar angstkreet werd echter door haar moeder gehoord. Deze snelde toe, maar vond haar dochter niet. Toen rukte zij in wanhopige smart haar hoofdsieraad af, hulde zich in een donkere sluier, ontstak fakkels aan de gloeiende Etna en zocht, spijs en drank en het bad versmadend, negen dagen en negen nachten lang over de hele aarde naar haar verloren kind, terwijl zij de fakkels in de hand droeg om haar duistere weg te verlichten, totdat haar eindelijk op de tiende dag Helios (de zonnegod), die alles ziet en alles hoort, op haar aanhoudend smeken openbaarde wat er was gebeurd, en ook in welk een akelig verblijf, in welke duisternis de moeder niet eens vermocht door te dringen, haar geroofde dochter nu vertoefde. Door toorn en droefheid buiten zichzelf ontvluchtte zij het gezelschap van de goden van de Olympos, terwijl intussen alle vruchtbaarheid op de aarde ophield en een algemene hongersnood dreigde het menselijk geslacht te verdelgen. Zij droeg gedurende die tijd den naam van Deo, d. i. "de zoekende". Te vergeefs zond Zeus de ene bode na de andere op haar af om haar toorn te doen bedaren en haar te bewegen naar de Olympos terug te keren. Zij zwoer, dat zij niet eerder weer vruchten zou laten groeien, vóór haar dierbaar kind haar was teruggegeven. Toen moest Zeus er wel toe overgaan, om Hermes naar de onderwereld te zenden, teneinde Persephone naar het licht van de bovenwereld terug te voeren. Vol vreugde gehoorzaamde deze aan het bevel, dat zij van Zeus ontving. Maar bij het scheiden gaf Hades haar de pit van een granaatappel te eten: hierdoor was zij aan hem gebonden en kon zij niet voor altijd naar haar moeder terugkeren. In deze moeilijkheid werd echter voorzien door een overeenkomst, volgens welke Persephone gedurende twee derde van het jaar op de bovenwereld bij haar moeder zou vertoeven, maar de overige tijd in de onderwereld aan de zijde van haar sombere gemaal moest doorbrengen.

    Afbeelding door Frederic Leighton (1896)

    En zo stijgt zij dan ook elke jaar, als de lente begint, uit de diepte van de onderwereld tot innige vreugde van haar goddelijke moeder op naar de aarde, om in het laatst van de herfst weer af te dalen naar het onzichtbare rijk van de dood.

    De zin van deze mythe is niet moeilijk te raden. Hij bevat slechts een zinnebeeldige voorstelling van het schouwspel, dat zich jaarlijks vertoont, dat van de stervende en weer herlevende natuur. In de mysteriën van Eleusis werd dit regelmatig sterven en weer herleven van de natuur het zinnebeeld van het meer verheven begrip van de onsterfelijkheid van de ziel. Als Persephone, of zoals zij in die mysteriën heet, Korè, gedurende de wintermaanden in het rijk van Hades vertoeft, dan schijnt de natuur als het ware de rouw aan te nemen om de verloren dochter van Demeter. Maar ieder mensenleven deelt in het lot van Kore: het wordt de prooi van de koude, onverbiddelijke dood, doch slechts om eenmaal, evenals Kore, schoner en heerlijker weer op te staan.

    Volgens historicus James Frazer zijn beide godinnen, namelijk moeder Demeter en dochter Persephone, oorspronkelijk personificaties van het koren, namelijk de rol die het in het voorjaar en in het najaar in de rurale samenleving heeft.[3]

    In onmiddellijke samenhang met de schone en veelbetekenende mythe staat een andere, die op de stichting van de Eleusinische mysteriën betrekking heeft. Het lijden van Demeter moest namelijk tot zegen worden voor de mensheid. Toen de godin na het verlies van haar geliefde dochter, vertoornd op Zeus en alle Olympische goden rondzwierf, bezocht zij onder de gedaante van een arme oude vrouw de steden en de woningen van de mensen. Zo kwam zij ook in Eleusis, waar destijds Keleos heerste. In diepe treurigheid zette zij zich op een aan de weg liggende steen in de schaduw van een olijfboom neer bij de Parthenische bron, d. i. de "maagdenbron", hongerig en dorstig en aan goden en mensen wanhopend. Korte tijd daarna kwamen de prinsessen met blinkende kannen om vers water te putten en bemerkten de oude, armoedig geklede vrouw. De vier meisjes bestormden haar met vragen over haar afkomst, haar naam en het doel van haar reis. De godin antwoordde bescheiden, dat zij Deo heette en van Kreta kwam. Kallidike, de oudste van de meisjes, sprak haar troostende woorden toe en beloofde bij haar moeder Metaneira er op te zullen aandringen, dat deze haar tot opvoedster van haar, haar pas op rijpere leeftijd geboren, nog jeugdige zoon Demophon in dienst zou nemen. Weldra keerden de meisjes terug en voerden de wachtende oude met zich mee van de bron weg. Toen nu de godin de drempel van het paleis betrad, vervulde zij de poort tot aan de zoldering met een goddelijke glans en de koningin, van schrik ontzet, nodigde haar uit om te gaan zitten. Demeter wilde zich echter niet op de kunstig bewerkte zetel neerzetten, maar bleef in ootmoedige houding met neergeslagen ogen staan, totdat haar een dienstmaagd Iambe een eenvoudige stoel bracht, waarop de godin met een omsluierd gelaat ging zitten. Zij bleef echter zwijgen van droefheid, totdat het eindelijk aan Iambe gelukte, om door allerlei potsen de treurende godin aan het lachen te brengen en haar droefheid te verdrijven. Volgens een ander verhaal dwong haar een onbehoorlijk gebaar van een oude dienstmaagd Baubo het eerst een lach af. Zij wees echter de met wijn gevulde beker af en begeerde, in plaats daarvan, slechts een gerstendrank. De hartelijkheid, waarmee men haar ontving, noopte haar om langer te blijven, ofschoon zij zich niet bekend had gemaakt, en de post van opvoedster van de jongste zoon van het huis op zich te nemen. Uit dankbaarheid voor die goede ontvangst stortte zij over de koning zijn land en huis de rijkste zegeningen uit. Zij had het vooral goed met haar pleegzoon Demophon voor, daar zij hem de onsterfelijkheid wilde verlenen. Met dit doel zalfde zij hem overdag met ambrosia en legde hem 's nachts in de gloed van het vuur van de haard, om hem zo te reinigen en de onsterfelijkheid waardig te maken. Maar haar goede bedoelingen werden door de dwaasheid van Metaneira, de moeder van het kind, verijdeld. Deze bespiedde namelijk heimelijk, wat de godin deed, en toen zij zag, dat haar kind midden in de vlammen lag, uitte zij een luide kreet en stoorde zodoende het werk van Demeter. Deze openbaarde zich daarop in haar goddelijke gedaante en beval Keleos, haar in Eleusis een tempel te stichten, waar zijzelf hem de geheime plechtigheden aan haar dienst verbonden en de middelen, waardoor haar toorn verzoend kon worden, zou leren. Toen de tempel nu met hulp van de godin spoedig was voltooid, wijdde zij Keleos en ook andere vorsten van Eleusis, Triptolemos, Eumolpos en Diokles in de geheimen van haar eredienst in.

     De mythe van Triptolemos

    Demeter schenkt de knaap Triptolemos een graanhalm: symbool voor de mensheid die de landbouw leert. (reliëf, 5e eeuw v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Athene).

    Deze Triptolemos wordt door sommigen als de zoon van Keleos beschouwd, en nu eens voor dezelfde als Demophon gehouden, dan weer wordt van hem verhaald, dat Demeter na de onvoorzichtigheid van Metaneira haar gunst van Demophon op Triptolemos overdroeg. Zij leerde hem niet slechts het gebruik van de ploeg, maar schonk hem ook het zaad van de tarwe, en een met gevleugelde draken bespannen wagen, waarmee hij boven de oppervlakte van de aarde door de lucht zweefde om de vruchtdragende zaadkorrels uit te strooien en zo de taak te vervullen, die de godin hem had opgedragen om de landbouw alom te verspreiden. Haar gehoorzamende trok Triptolemos rond door de landen van de mensen, overal de zegeningen van de verheven godin verspreidend en de mensen tot een geordend samenleven in staten verenigend. Hij stuitte daarbij op allerlei tegenstand en had vele listige vervolgingen te verduren, b. v. van Karnabon, de koning van de Geten, die een van de draken, welke voor de wagen van Triptolemos waren gespannen, doodde, doch tot straf daarvoor door Demeter als slang onder de sterren werd geplaatst, en van Lynkos, de beheerser van de Scythen, die Triptolemos, toen deze in zijn land was gekomen, vriendelijk opnam, doch 's nachts hem heimelijk overviel en trachtte te doden, teneinde zichzelf de roem van de uitvinding van de akkerbouw te verschaffen. Tot straf werd hij door Demeter in een lynx veranderd. Op andere plaatsen wachtte hem een betere ontvangst. Koning Arkas in Arcadië nam met vreugde zijn geschenk aan en leerde van hem de landbouw en in Achaea liet koning Eumelos, d. i. "de aan schapen rijke" zijn herdersleven varen en stichtte met Triptolemos Aroa d. i. "de ploegstad", waar hij zich voortaan aan de landbouw wijdde.

    Wat nu betreft de stichting van de reeds meermaals genoemde Eleusinische mysteriën, die in kleine en grote Eleusiniën werden onderscheiden, hieromtrent deelt de mythe nog het volgende mee: Toen Triptolemos na vele in dienst van Demeter ondernomen reizen tot zijn vader terugkeerde, wilde Keleos zijn zoon doden, uit vrees door hem te worden onttroond, doch de godin dwong hem van zijn bewind afstand te doen ten behoeve van zijn zoon, die daarop onder de bescherming van Demeter aldaar de Eleusinische mysteriën stichtte, een van de voornaamste godsdienstige feesten van Griekenland.

    Relatie met goden en mensen

    Daar het ontkiemen en de geleidelijke ontwikkeling van de planten afhankelijk is van allerlei invloeden, deels van de vochtigheid, die uit de diepte van de aarde opkomt, maar nog meer van de werkingen van de atmosfeer, van licht, lucht, warmte en regen, zo laat het zich gemakkelijk verklaren, dat Demeter in de haar betreffende mythen in een zeer nauw verband wordt gebracht met Poseidon, de god van de vochtigheid van de aarde en met de goden van de lichtgevende hemellichamen. Zo laat het zich verklaren, dat Demeter de geliefde van Poseidon wordt genoemd, en dat sommigen zelfs Persephone, d. i. de zich in het plantenleven openbarende groeikracht, als de vrucht dezer verbintenis beschouwen. Doch zo laat het zich ook verklaren, dat Demeter de gemalin heet van de in de hoogte zetelende Zeus, die de aarde met een zachte, bevruchtende regen bevochtigt. Deze laatste voorstelling heeft, naar het schijnt, de eerste allengs op de achtergrond gedrongen, daar, volgens het algemene volksgeloof van de Grieken, Persephone werd beschouwd als een dochter van Zeus en Demeter. Dat Demeter ook in nauw verband stond tot de god van het licht en de zon, Apollo, bewijst het aan beiden gemeenschappelijke feest van de Thargeliën, dat oorspronkelijk betrekking had op het rijp worden van de veldvruchten.

    Behalve na de roof van Persephone heeft Demeter zich nog eens aan de omgang met de Olympische goden en aan haar gezegende werkkring op aarde onttrokken. Het was toen zij om de bestendige vervolgingen van Poseidon, die in liefde voor haar was ontstoken, te ontvluchten, de gedaante van een merrie aannam. De zeegod liet ondertussen niet af, veranderde zich in een hengst en verwekte bij haar het beroemde, vlugge paard Areion. Uit verdriet over een kroost, dat zo weinig op de moeder geleek, verborg Demeter zich een tijd lang zorgvuldig in een grot in Arkadië, alwaar zij slechts door de god Pan bij toeval werd ontdekt, toen hij op de jacht in de nabijheid van de grot kwam. Zij liet zich evenwel ditmaal gemakkelijker dan vroeger tevreden stellen. Zeus zond de Moiren af, die de beledigde godin naar de Olympos terugvoerden.

    Ploutos met een cornucopia en Demeter met een scepter en ploeg (roodfigurige pelike, beschilderd door de "Orestes-schilder", 440-430 v.Chr.)

    Nog heeft op Demeter als godin van de landbouw betrekking op de mythe van Iasion. Reeds Homeros en Hesiodos, de oudste Griekse dichters, maken daarvan gewag. Soms wordt deze Iasion een zoon van Zeus genoemd, soms ook van Minos, de koning van Kreta, op welk eiland hij dan het eerst de akkerbouw zou hebben ingevoerd. Demeter schonk hem haar liefde en baarde hem een zoon Ploutos, d. i. "de rijkdom". Zeus doodde deze echter, zo voegt Homeros eraan toe, met zijn bliksem.

    De zin van deze mythe is duidelijk. Iasion zaait het koren in de aarde, waarmee hier Demeter wordt geïdentificeerd en de vrucht van hun verbintenis is Ploutus, d. i. de akkerbouw bevordert de welvaart van de mensen.

    Degenen, die de godin versmaden, vonden in haar steeds een vreselijke vijandin. Zo wilde Erysichthon, de zoon van Triopas, een Thessalisch vorst haar gaven niet aannemen, ja hij deed zelfs met twintig slaven een inval in een heilig bos van de godin en hieuw er de bomen om. De godin kwam tot hem onder de gedaante van een oude priesteres en maande hem aan om af te zien van zijn goddeloos plan. Doch hij liet zich niet storen of raden. Toen nam Demeter haar ware gedaante aan en strafte hem met een onverzadelijke honger. Hoe meer hij at, des te meer nam die honger toe, en weldra had hij al zijn rijkdommen verteerd en moest hij gaan bedelen langs de wegen van het vroeger door hem bestuurde land. Volgens een andere legende verkocht hij, toen hij zijn ganse vermogen had verteerd zijn dochter Mestra en trachtte met behulp van het zo verworven geld zijn honger te stillen. Deze Mestra kreeg echter van Poseidon de gave om allerlei gedaanten te kunnen aannemen. Zodra zij was verkocht, veranderde zij haar gedaante, ontvluchtte haar heer en keerde tot haar vader terug, die haar dan opnieuw verkocht. Doch ook dit baatte hem niets. Uiteindelijk werd Erysichthon door zijn steeds toenemende honger ertoe gedreven om de ledematen van zijn eigen lichaam te verteren.

    Onder het heilige bos van Demeter hebben we in deze mythe niets anders te verstaan dan een graanveld. Door het niet eerbiedigen en verzorgen daarvan heeft Erysichthon de straf van de godin op zich geladen. Mestra, zijn dochter, is het voortbrengsel van zijn arbeid, dat telkens weer in nieuwe vorm tot hem komt, maar hem op den duur toch ook niet kan baten, zo de toorn der godin op hem blijft rusten.

    Kinderen

    Zij genoot de liefde van Zeus en baarde hem een dochter Persephone. Bovendien worden nog als uit haar gesproten Despoina en het paard Areion vermeld, die Poseidon bij haar verwekte[4].

    17-05-2011 om 11:47 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Artemis (maan, jacht, maagden, wilde dieren en kuisheid, maar ook vruchtbaarheid)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Geboorte

    Toen Hera, de vrouw van Zeus, ontdekte dat Leto zwanger was van haar man, verbande Hera Leto naar het drijvende eiland Delos. Het eiland was omringd door zwanen. Artemis werd het eerst geboren en hielp daarna haar moeder bij de geboorte van Apollo. De wraak van Hera was zoet. Ze liet Leto 9 dagen en 9 nachten lijden bij de geboorte van Apollo. Er zijn meerdere versies van dit verhaal.

    Jachtgodin

    Artemis is de godin van de jacht en ook godin van de maan. Haar oudste functie was die van heerseres over het wild, een godentype dat vooral in de gebieden van het Midden-Oosten zeer verbreid was, maar reeds Homerus beschrijft haar als de jachtgodin. Zij wordt afgebeeld met een zilveren pijl en boog (gemaakt door Hephaistos), met een hinde naast zich, en ook vaak met de maan. Soms is de maan op haar voorhoofd afgebeeld met twee kleine puntjes (de punten van de net nieuwe maan, die er ook uitziet als een boog). Vergezeld van haar nimfen doorkruiste zij de bergen en wouden van Arcadië en Lacedaemonië; van de dieren waren vooral de hinde en de beer haar geliefd. Andere attributen die bij Artemis horen zijn de gans, wilde honden en vooral op Delos ook de olijfboom. De bijnaam van Artemis is Dhelia, vernoemd naar het eiland Delos.

    Maar Artemis is ook de godin voor de barende vrouw, hoewel zijzelf altijd maagd is gebleven. Maagd bleef zij uit vrije wil, waarvoor haar vader Zeus bovendien toestemming gaf. Haar priesteressen zijn dan ook ongehuwde vrouwen. Artemis werd vooral vereerd in het bosrijke Arcadia. Als maagd was ze ook de beschermgodin van de kuisheid.

    Trojaanse oorlog

    Artemis heeft aan het begin gestaan van de Trojaanse oorlog, omdat zij een ongunstige wind liet waaien toen Agamemnon uit wilde varen. Eerder had Agamemnon zich de woede van Artemis op de hals gehaald, omdat hij een hert doodde. Het hert was aan Artemis gewijd.

    Artemis dwong toen Agamemnon om zijn dochter Iphigeneia te offeren om een gunstige wind te krijgen. Dit wekte natuurlijk de haat op van zijn vrouw Klytaimnestra. Dit gegeven stond weer aan het begin van de legendes rond Orestes. Op het laatste moment redde Artemis echter het meisje, en in haar plaats werd een hert geofferd. Iphigineia werd priesteres van Artemis.

    Wraakzucht

    Naast jageres was Artemis in vele opzichten het evenbeeld van haar broer Apollo: ook zij trad straffend op tegen wetsovertreders en doodde hen met haar pijlen. Bekend is het verhaal hoe ze met haar tweelingbroer Apollo de kinderen van Niobe doodde, omdat deze opschepte dat ze meer kinderen had dan Artemis' moeder Leto.

    Aktaion

    De jager Aktaion had vijftig jachthonden. Op een dag ging hij jagen met zijn honden. Toen hij dorst had ging hij drinken uit een stroom. Maar daarbij zag hij per ongeluk Artemis die daar naakt aan het baden was, omringd door haar Nimfen. Artemis zag dat Aktaion haar bespiedde en veranderde hem in een hert. Het hert Aktaion rende weg, maar het lukte hem niet te ontsnappen aan zijn eigen jachthonden en stierf een afgrijselijke dood.

    Orion

    De jager Orion schoot ze dood met haar pijl. Het meest voorkomende verhaal vertelt dat Artemis en Orion elkaar liefhadden. Haar jaloerse tweelingbroer Apollo kon het niet verkroppen dat zijn maagdelijke zuster een geliefde had, en misleidde haar, zodat ze Orion doodde in de veronderstelling dat hij een of ander jachtdier was. Later gaf ze Orion een plaats tussen de sterren en gaf hem haar favoriete jachthond Sirius mee.

    Volgens een verhaal doodde Artemis Orion toen hij trachtte haar te verkrachten. Ze doodde vele anderen die probeerden haar of andere vrouwen te verkrachten.

    Volgens een ander verhaal stuurde Artemis hem een giftige schorpioen, toen Orion erover opschepte dat hij alle dieren op de aarde zou vernietigen.

    De Bibliotheca van pseudo-Apollodorus van Athene zegt over de affaire met Orion:

    Artemis doodde Orion op Delos. Ze zeggen dat hij uit de aarde was geboren een enorm lichaam had; maar Pherecydes noemt hem een zoon van Poseidon en Euryale. Poseidon gaf hem het vermogen over zee te lopen. Eerst trouwde hij met Side, die door Hera in het rijk van Hades werd geworpen na een twist over schoonheid. Toen hij later op Chios kwam, maakte hij Merope, de dochter van Oenopion, het hof. Maar Oenopion voerde hem dronken en maakte hem in zijn slaap blind, waarna hij hem op het strand gooide. Hij ging echter naar de smidse van Hephaestus, ontvoerde er een jongen, die hij op zijn schouders zette, en beval hem aan te geven hoe hij naar de zonsopgang moest lopen. Toen hij daar gekomen was, kreeg hij door de genezende werking van de zonnestralen weer het licht in zijn ogen en keerde hij razendsnel terug om zich op Oenopion te wreken. Maar Poseidon had voor hem door Hephaestus een huis onder de aarde laten maken. Eos werd verliefd op Orion en ontvoerde hem naar Delos; Aphrodite zorgde er namelijk voor dat ze voortdurend naar hem verlangde omdat Eos met Ares het bed had gedeeld. Orion werd volgens sommigen gedood toen hij Artemis uitdaagde voor een wedstrijd discuswerpen, maar volgens anderen werd hij door Artemis met pijlen neergeschoten toen hij Opis wilde verkrachten, een van de meisjes uit het land van de Hyperboreeën die zich bij haar hadden aangesloten. (vertaling John Nagelkerken, Voltaire, 2006.)

    17-05-2011 om 11:44 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ares (oorlog,krijgslust)

    Hij is de zoon van Zeus en Hera (Homeros, Ilias V 890; Hediodos, Theogonia 921f.). Volgens Homeros [1], is hij de noodlottige aanstoker van de bloedige krijg, een moordzuchtige strijder, die het hoogste genot vindt in wapengekletter en het aanrichten van een bloedbad, zich met vreugde in de vijandelijke rijen stort, en juicht bij het vallen van de verslagenen, bij de doodskreten van de stervenden en bij het aanschouwen van het met lijken bedekte slagveld.

    Toch belichaamt Ares ook de deugden van oorlogsvoering. Homeros omschrijft Meriones, bijvoorbeeld, met de woorden “stoutmoedig als Ares”, “zo dapper als Ares” (Ilias XIII 295-330, vert. M.A. Schwartz) en “als Ares zo snel” (Ilias XIII 529). Nestor duidt de Griekse soldaten in een toespraak ook wel aan als “dienaars van Ares” (Ilias VI 50-85). Ook de Epitheta die Homeros hanteert om Ares te beschrijven duiden op zijn krijgskundig vermogen. De meest voorkomende is ‘mannenverdelger’, maar daarnaast worden ook ‘met bloed bevlekte’ en ‘muurbestormer’ gebruikt (Ilias V 450-460).

    Er wordt ook wel gezegd dat de oorlogen niet door Ares ontstaan, maar dat Ares er pas komt als ze al bezig zijn. Hoewel hij houdt van de bloedbaden, respecteert hij de regels.

    Zijn geboorteplaats en ware huis werd aan de rand van de Griekse wereld gedacht, onder de barbaarse en oorlogszuchtige Thraciërs (Ilias XIII 301; Ovidius). Hij trok zich dan ook terug in Thracië, nadat hij samen met Aphrodite was betrapt in bed. De twee geliefden werden door een listige val gevangen in het bed waarin zij de liefde bedreven: het bed dat Hephaistos en zijn vrouw Aphrodite gewoonlijk deelden. Het bed werd met een, door Hephaistos gemaakt, net van ijzere kettingen tegen het plafond geslingerd, waardoor zij in elkaar verstrengeld gevangen werden. Op deze wijze wist Hephaistos het overspel bekend te maken (Odyssee VIII 303-304.). De schande deed Aphrodite en Ares vluchten van Olympos. Ares vertrok naar Thracië, en Aphrodite naar Pahpos (Odyssee VIII 348-355.).

    Hoewel Ares' half-zus Athena ook oorlogsgodheid is, is Athena de godin van de strategische oorlogsvoering terwijl Ares meer de god is van het onvoorspelbare geweld van de oorlog met al zijn mogelijke uitkomsten.

    Ares' eredienst en epikleses


    In Tegea werd Ares vereerd onder de epiklese "Gynaikothoinas", d. i. gevierd door vrouwen. Deze naam dankte hij aan het feit dat Marpessa, toen haar stad door de Lakedaimoniërs zeer in het nauw gebracht werd, alle vrouwen en meisjes had gewapend, die in staat waren de wapenen te dragen om de mannen te hulp te komen, een schitterende overwinning behaalde, waarvoor de vrouwen een feest ter ere van Ares instelden, dat alleen door vrouwen mochten worden gevierd (Paus., VIII 48.4.). Daarnaast werd hij ook nog onder de naam Ares "Aphneios", d. i. de overvloedige, vereerd op de berg Kresios, nabij Tegea, omdat hij daar zijn zoon Aeropos wiens moeder Aerope was gestorven bij de geboorte toeliet nog in overvloed melk te drinken van de borst van zijn reeds overleden moeder (Paus., VIII 44.7.). Hij had verder in Arcadië ook nog een altaar in Megalopolis (Paus., VIII 32.3.) en in het heiligdom van Despoine nabij Akakesion (Paus., VIII 37.12.).

    Onder de naam Ares "Hippios", d. i. van de paarden, werd hij samen met Athena Hippias vereerd in Olympia, waar de Eliërs een keer in de maand offers brachten op alle altaren die daar aanwezig waren (Paus., V 15.6.).

    In Sparta had hij een heiligdom onder de naam Ares "Theritas" (Θηρίτας), waarvan Pausanias (III 19.7.) zegt dat men geloofde dat deze bijnaam was afgeleid van de naam van zijn voedster Thero - waarvoor Pausanias een Kolkidische oorsprong ziet -, maar zelf eerder meende dat het "brutale" betekende. Wide[2] doet de niet geheel onplausibele stelling dat de naam wel eens van Boeotische oorsprong zou kunnen zijn. Het is echter ook mogelijk dat het om een pre-Dorische cultus gaat daar dit oudste heiligdom voor Ares in Laconië in het dorp Therapne gelegen was[3].

    Te Athene waren de naar hem genoemde heuvel Areios Pagos (Areopagus) en het daar gevestigde gerechtshof hem geheiligd. Hij zelf was echter de eerste geweest, die op deze heuvel door de onsterfelijke goden tot rekenschap geroepen werd, daar ook hij zich aan de vastgestelde orde en wet moest onderwerpen. Halirrhothios namelijk, de zoon van Poseidon, onteerde Alkippe, de dochter van Ares, en deze overviel hem daarop en doodde hem. Toen nu Poseidon de moordenaar voor de rechtbank van de goden daagde, spraken deze hem van alle schuld vrij.

    Over het geheel bewees men in Griekenland aan Ares minder eer dan aan andere goden, ofschoon hij hier en daar tempels, altaren en beelden had. Slechts in Thebe en in het door woeste volksstammen bewoonde Thracië werd hij niet op de achtergrond geschoven. Het laatstgenoemde land was zijn lievelingsverblijf, omdat de goden van de rivieren van dit land, de Hebros, Tmolos en Strimon golden voor zijn zonen, en de bloedige mensenoffers, die men hem aldaar bracht, schenen met het bloeddorstige karakter van de god van de oorlog, tenminste in de ruwere tijden, volmaakt overeen te stemmen. In Scythië, waar hij onder het zinnebeeld van een zwaard vereerd werd, offerde men hem paarden en mensen, en wel iedere honderdste man van de gevangenen.

    Ares in relatie tot andere goden en stervelingen

    Zijn woestheid maakt hem zelfs bij de onsterfelijke goden, bij zijn vader Zeus en vooral bij Athena gehaat. Meer dan eens verwondde deze laatste hem in de strijd voor Troje, waar zij de Grieken, hij de Trojanen bijstond. Zij richtte ook de lans van Diomedes, die het gelukte daarmee de god te verwonden. Toen schreeuwde hij zo hard als 9000 of 10000 mannen te samen zouden schreeuwen.

    Hij wordt door Athena telkenmale overwonnen, omdat hij strijdt uit wilde lust om te strijden maar zonder beleid, orde of regelmaat, terwijl Athena de grote begaafdheid van haar geest ook in de strijd niet verloochent. Hij bekommert zich niet om wat recht is of onrecht, noch om het heil van het overwinnende, noch om de rampen van het overwonnen volk.

    Zeus (midden) scheidt Athena (links) en Ares (rechts) terwijl Kyknos (uiterst rechts) vlucht en Herakles (hier niet te zien) in zijn strijdwagen nadert (uiterst links) (Attische zwartfigurige voluutkrater, ca. 540–510 v.Chr.)

    Herhaalde malen schildert Homeros hem aldus ten strijde gaande, nu eens de scharen voor zich vellende, dan weer zelf overwonnen, en, zoals we reeds zagen, gewond de strijd verlatende. Nadat Diomedes de god getroffen had ging deze in een nevel gehuld naar de Olympos, liet zich door Paieon genezen en beklaagde zich bij Zeus over Athena, die hem die smaad had aangedaan, maar Zeus hoorde niet naar zijn klacht. Ook Athena zelf wierp hem eens met een zware steen ter aarde, zodat hij onder wapengekletter op de grond viel en met zijn geweldig lichaam zeven morgen van land bedekte, en toen Aphrodite hem uit de strijd wilde wegvoeren, sloeg Athena haar op de borst met haar krachtige hand, zodat ook zij ter aarde viel. Met Herakles werd hij tweemaal handgemeen. De eerste keer viel Ares de held aan, nadat deze zijn zoon Kyknos gedood had. Met zijn speer rende hij op Herakles los, doch Athena wendde die af en de held kon daarop de god met zijn zwaard bereiken. De tweede keer scheidde Zeus met zijn bliksem zijn beide met elkaar strijdende zonen.

    De zonen van Aloeus, de Aloïden Othos en Ephialtes, overmande de woeste god, boeiden hem en hielden hem dertien maanden lang gevangen in een koperen vat, totdat Hermes hem door list wist te bevrijden.
    Ofschoon Ares dus in de voorstelling van de Grieken de wildste en ontembaarste was van alle Olympische goden, en de veroorzaker van dood, pest en allerlei jammerlijke onheilen, werd toch ook van hem verhaald, dat hij de innigste liefde genoten had van de bekoorlijke Aphrodite.

    Bekend is uit de Odyssee de mythe, dat beiden eens door de kreupele Hephaistos, de wettige gemaal van Aphrodite, overvallen, in een kunstrijk net listig gevangen en aan de bespotting van al de goden prijs gegeven werden.

    Ares' kinderen

    De beroemdste spruit van deze heimelijke vereniging was de naderhand met Kadmos gehuwde Harmonia, de goddelijke eendracht. Zoals deze het lieftallige karakter van de moeder bezat, zo hadden de zonen Deimos en Phobos, die, naar men verhaalt, uit dezelfde verbintenis waren voortgesproten, de geaardheid van hun vader. Ook Eros en Anteros zouden uit dit ouderpaar gesproten te zijn. Ares bezat geen wettige gade, doch hij verwekte bij sterfelijke vrouwen en nimfen een menigte kinderen, waaronder uitstekende helden. Ook de door Kadmos gedode draak was geboren uit de verbintenis van Ares met de Boeotische bronnimf Tilphossa. Zijn zoon Kyknos verwekte hij bij Pelopia of Pyrene. Bij Enyo verwekte hij Enyalios. De tweeling Lykastos en Parrhasios, die hij bij Philonome kreeg, zouden de eerste heersers over Arkadië zijn. Chryse schonk hem zijn zoon Phlegyas. Bij Triteia had hij een zoon Melanippos (Paus., VII 22.8.).

    Ares' gezellen

    Wanneer hij zijn schitterende wapenrusting aantrekt, brengen hem zijn beide zonen Deimos en Phobos (Vrees en Schrik) zijn gouden strijdwagen. Zij vergezellen steeds hun vader, terwijl de tweedracht zaaiende Eris, die door Homeros de zuster en vriendin van de mannenverdelgende Ares (βροτολοιγός / brotoloigós) wordt genoemd, de wagen van de moordende god vooruitsnelt. Ook Enyo, de stedenverwoestster, naar welke hij zelf ook "Enyalios" (Ἐνυάλιος) wordt genoemd, is bestendig aan zijn zijde. Ook Kydoimos, een personificatie van het rumoer van de strijd, kwam steeds voor in zijn gevolg.

    Ares' attributen

    "Ares" uit de Villa Hadriana (Romeinse kopie naar Grieks origineel?).

    Ares had een quadriga getrokken door vier met gouden hoofdstelsels getoomde (Ilias V 352.) vuur-ademende onsterfelijke hengsten. Onder de goden onderscheidde Ares zich door zijn brutaal pantser. Hij zwaaide ook met zijn speer in strijd. Zijn heilige vogels waren de kerkuil, spechten en voornamelijk de gier. Daarnaast waren aan Ares ook de wolf, het paard en de haan (zie Alectryo) gewijd.

    Volgens de Argonautica (II 382 ff en 1031ff; Hyginus, Fabulae 30) waren de "vogels van Ares" (Ornithes Areioi) een zwerm van veerpijldroppende vogels die het schrijn van de god bij de Amazonen op een kusteiland in de Zwarte Zee bewaakten. In Sparta werd het chtonische nachtelijke offer van een puppy aan Enyalios aangepast aan de cultus van Ares.

    In de klassieke Griekse kunst waren zijn gebruikelijke attributen een helm met helmbos en een speer.

    Ares in de kunsten

    Dat de kunstenaars aan deze god een schone vorm trachtten te geven en daarmee een juiste uiting gaven aan de voorstellingen van het Griekse volk, laat zich reeds daaruit opmaken, dat men zich hem dacht als de door Aphrodite het meest beminde god. De meeste beelden, die van hem over zijn, tonen hem ons dan ook met zachtere gelaatstrekken dan men van de barse, ruwe god van de oorlog zou verwachten, omdat zij juist deze meest poëtische trek uit de mythe van Ares opvatten, dat hij, de wildste, de meest ontembare van alle goden voor de tovermacht van de godin van de liefde heeft moeten bukken.

    Zijn haar is doorgaans kroes en kort, zijn ogen klein, zijn neusgaten wijd geopend - een teken van hartstocht - en zijn nek en zijn ganse lichaam gespierd. Meestal wordt hij baardeloos afgebeeld; alleen de oudste beeldhouwers hebben hem voorgesteld met een baard. Zijn ganse lichaamsbouw en zijn houding geven kracht te kennen.

    Bij de treurspeldichters komt Ares eveneens voor als de god van alle onheil, van besmettelijke ziekten en misgewas. Latere schrijvers doen hem aan de strijd van de Giganten deelnemen. Na eerst enkelen van hen gedood te hebben moest hij uiteindelijk de gedaante van een vis aannemen om verborgen te blijven voor de geweldige Typhoeus, die hem vervolgde.

    Enige trekken van de Griekse Ares vindt men terug in het wezen van de Romeinse krijgsgod Mars.

    17-05-2011 om 11:42 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aphrodite (liefde, vruchtbaarheid, schoonheid en beschermster van fauna en flora)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Etymologie

    Apollon met lier (fresco, nu in Palatijn, Antiquarium in Rome, ca. 50).

    De etymologie van de naam « Apollon » is onzeker. Bij de antieke auteurs treffen we echter verschillende volksetymologieën aan. Aldus, brengt Plato de naam in zijn Cratilus in verband met ἀπόλυσις / apólysis, „bevrijding“, met ἀπόλουσις / apólousis, „het afwissen; reiniging“, met ἁπλοῦν / haploũn, „eenvoudig“, waarbij hij in het bijzonder verwijst naar de Thessalische vorm van zijn naam, Ἄπλουν / Áploun, en tenslotte met Ἀει-βάλλων / Aei-bállôn, „de eeuwig werpende“. Plutarchus vermeldt in zijn Moralia (354 f) ook ἁπλοῦν / haploũn, in de betekenis van „enkelvoudig“.

    Oorsprong

    Apollon met pijl en boog (hier afgebroken) (Ashmolean Museum, Oxford).

    Terwijl men in de 19e eeuw nog dacht dat Apollon de god van het licht was, die zijn hoogste ontwikkeling vond in de zon, wordt daar tegenwoordig anders over gedacht.

    Hoewel hij is uitgegroeid tot de meest Griekse van de goden, lijkt Apollon relatief laat naar Griekenland te zijn gekomen. Hij werd mogelijk aan het eind van de Myceense beschaving (ca. 1200-1100 v.Chr.) in Griekenland binnengebracht, door de invallende Doriërs, hoewel het ook mogelijk is dat hij afkomstig was uit het Hettitische Klein-Azië. Men is er intussen van overtuigd dat zijn oorsprong in Centraal-Anatolië ligt (zie Hyperborea).[1] Een aanwijzing is bijvoorbeeld dat in de Homerische hymne aan Apollon wordt verhaald hoe de god over Delos naar Delphi kwam. Zijn epitheton Hekatos (vér treffende) kan men in verband brengen met de Carische Hekate. En ook de op Hettitische spijkerschrifttabletten (het zogenaamde Alaksandusverdrag) voorkomende naam van Appaliunas of Apalunas in verband met de stad Wilusa, dat tegenwoordig door de meeste geleerden wordt beschouwd als gelijk aan het Griekse Ilion, staat waarschijnlijk in nauw verband met Apollon.[2]

    Hij schijnt in oorsprong een god van de kudden (Apollon Karneios en Smintheus) geweest te zijn, die niet enkel de patroon was van de herders (Apollon Agreus en Nomios), maar ook van hun vijand, de wolf (Apollon Lykios). Zijn patronering van het boogschieten (Apollon Hekatos, de geneeskunde (Apollon Paian) en de muziek (Apollon Musagetes), stond waarschijnlijk in verband met zijn functie als herdersgod.

    Geboorte

    Apollon was de zoon van Zeus en Leto, en de tweelingbroeder van Artemis. Wegens zijn uitgebreide en veelomvattende werkkring ontstonden er voor hem langzamerhand zeer vele namen en epikleses. De gewone naam, die bij die van Apollon gevoegd werd was Phoibos, d. i. "de lichte, de heldere, de reine". Toen zijn moeder zwanger was, werd zij door Hera, de jaloerse gemalin van zijn vader, lange tijd vervolgd, en kon ze nergens een rustplaats vinden om de tijd af te wachten, waarop haar kinderen ter wereld zouden komen.

    Uit vrees voor Hera durfde geen land haar op te nemen, tot eindelijk het kleine eiland Delos, dat vroeger dreef en eerst Ortygia (het kwarteleiland, ook een epiklese van Artemis) en later Asteria heette, haar een schuilplaats verschafte. Het eiland werd door Poseidon op vier zuilen in de bodem van de zee gefundeerd. Op dit eiland, aan de voet van de berg Kynthos, bracht Leto, in de schaduw van een palmboom, na negen dagen lijden eerst Artemis en vervolgens Apollon ter wereld.

    De godin Themis reikte de jonggeborene nektar en ambrozijn, waarop hij terstond tot een schone en krachtige jongeling opgroeide en uitriep: "de citer zal mij dierbaar zijn en de boog, en aan de mensen zal ik verkondigen de onbedrieglijke wil van Zeus."[3] Heel Delos schitterde bij de geboorte van de god met een glansrijk licht en droeg van die tijd af zijn naam van Delos, d.i. "het duidelijk zichtbare" eiland te recht; het werd, zoals een dichter het uitdrukt, "het gesternte van de donkere aarde".

    Eredienst

    Wat de invoering en verspreiding van de eredienst van Apollon in het oude Griekenland betreft, zo schijnt zijn verering reeds bij de Grieken wortel te hebben geschoten, vóór zij het land binnentrokken, dat zij later zo beroemd hebben gemaakt. Toen zij zich nu in verschillende streken vestigden en de verschillende delen van het één volk zich onder de invloed van de streek, die zij tot woonplaats hadden verkozen zich verschillend ontwikkelden, kreeg ook de eredienst van Apollon verschillende vormen en wijzigde zich het begrip, dat men zich van de god vormde bij de verschillende stammen, waarin het Griekse volk zich langzamerhand verdeelde naar de verschillende omstandigheden, waaronder zij leefden.

    In twee richtingen scheidde zich de Apollondienst, de één, de Attisch-Ionische, die in Athene en bij de hele Ionische stam inheems was, koos het eiland Delos tot centrum, de andere, de Dorische, die de meeste invloed heeft gehad op de voorstelling, die men zich later van Apollon als de nationale god van het Griekse volk vormde, ging uit van Delphi. Toen echter door allerlei omstandigheden bij de verdeelde stammen van het Griekse volk meer en meer het bewustzijn ontwaakte, dat alle Grieken van één geslacht waren, smolten die beide richtingen, waarvan de eerste zich voornamelijk over de Klein-Aziatische koloniën, de eilanden van de tegenwoordige Archipel en over Attika verspreid had, en de tweede van Delphi uit, in de hele Peloponnesos ingang had gevonden en in alle Dorische staten inheems was, weer tot op zekere hoogte tezamen. Zo vormde zich die eenheid van voorstelling omtrent het wezen van Apollon, die wij bij Homeros en de latere Griekse dichters aantreffen.

    Bijnamen (epikleses)

    Apollon Karneios

    Apollon Karneios, eigenlijk de god van de schaapskudden, ook een verering, die onder de Dorische stammen in zwang was, waaraan zich echter verschillende legenden vastknoopten, bijvoorbeeld dat toen de Doriërs onder aanvoering van de Herakleiden en onder de leiding van Apollon op het punt stonden uit Naupaktos naar de Peloponnesos over te steken, een van de Herakleiden, Hippotes genaamd de ziener Karnos, een lieveling van de god had gedood, dat vervolgens een pest over het leger gekomen was, die eerst week, nadat de toorn van de god door de instelling van een feest, de Karneia genaamd, werd verzoend. De Spartanen vierden deze Karneia als een feest ter herinnering aan de hulp hun door de god bewezen, toen hij hen naar de Peloponnesos geleidde, steeds gewapend.

    Apollon Smintheus

    Hij heeft ook zelf runderen, die weiden in Pierië aan de voet van de Olympos. Ook de velden en de veldvruchten staan onder zijn bescherming. Hij weert de vernielende veldmuizen af (als zodanig heet hij Smintheus) en de zwermen van de sprinkhanen, die de hoop van de landman verijdelen.

    Zo is hij in menig opzicht een zege aanbrengende god, maar voor zijn toorn moet men zich wachten. Zijn boog en zijn pijlen zijn vreselijke wapenen en evenzeer als hij leven geeft, is hij ook een god van de dood. Hij is het, die door zijn zachte pijlen een onverwachte dood toezendt bij een gezond lichaam en in de dagen van de jeugd. Hij doodt aldus de mannen, zijn zuster Artemis de vrouwen.

    Apollon Agreus

    Hij hield zich ook veel bezig met de jacht, die hij gewoonlijk tezamen met zijn zuster Artemis uitoefende. Uit de hoornen van de wilde geiten, die Artemis op de Kynthos gedood had, bouwde hij zich zijn eerste altaar. Beiden geven de jagers geluk op hun jacht, maar beiden beschermen ook het wild, voeden en kweken het, zoals alle leven op de bergen, in de bossen en over de velden zich in hun bijzondere zorg mag verheugen. Als jager heeft Apollon de bijnaam van Agreus.

    Apollon Nomios

    Met het jagersleven is het herdersleven nauw verbonden en zo schept Apollon als Nomios dan ook groot behagen in het groeien en vermeerderen van de kudden. Hij vertoeft graag op de weiden; zelf diende hij als herder bij Laomedon en bij Admetos. Heerlijk groeiden de kudden onder zijn hoede.

    Apollon Lykios

    Apollon Lykios (Romeinse kopie van een 4e eeuws Grieks origineel, Louvre).

    Nog enige oudere vormen van de eredienst van Apollon mogen hier niet onvermeld blijven. Vooreerst die, welke berustte op zijn bijnaam van Apollon Lykios. Deze is de oude licht- en zonnegod, die in vele steden van het Europese Griekenland, maar vooral op de kusten van Klein-Azië werd vereerd. Het Klein-Aziatische landschap Lycië droeg waarschijnlijk naar hem zijn naam. Ook op het eiland Kreta, waar de dienst van Apollon reeds sinds oeroude tijden wortel had geschoten, was deze dienst inheems. Hetzij door een verkeerde uitlegging van de naam, hetzij omdat de verscheurende wolf het symbool is van de verzengende hitte van de zonnestralen, was aan deze Apollon Lykios de wolf geheiligd. (Zie ook Relatie met Artemis).

    Wat de verderfaanbrengende zijde van de god betreft is de wolf als het ware zijn beeld. Maar al kan de zon ook door al te hevige hitte het grootste verderf in elk opzicht verspreiden, het licht, dat zij geeft is een nooit te volprijzen gave. Vandaar dan ook, dat te Athene als symbool van Apollon Lykios voor de gerechtshoven een wolf geplaatst was, om als het ware de god te dwingen in de duisternis van de rechtszaken zijn licht te laten schijnen.

    Apollon Hekatos

    Als boogschutter heette hij gewoonlijk Hekatos, Hekatebolos of Hekabolos (vertreffende) of de door zijn boog beroemde, of de god met de zilveren boog, die hij van Hephaistos had gekregen. Zijn pijlen misten nooit, hij strafte daarmee de overmoedigen, onder andere Niobe en haar kinderen, het leger van de Grieken voor Troje, de Cyclopen, Eurytos, Otos en Ephialtes en de Giganten, die hij met zijn vader bestreed.

    Apollon Pythios

    Reeds kort na zijne geboorte doodde Apollon door zijn pijlen de draak Python, die het heiligdom Pytho nabij de berg Parnassus onveilig maakte, naar welke overwinning hij de bijnaam van de Apollon Pythios (Pythische) verkreeg. Hij zou van dit heiligdom het zijne maken, dat bekend werd als orakel van Delphi (cf. infra). Hij zou op de Pythische Spelen worden vereerd onder deze naam.

    Apollon Paian

    Maar de god die slaat, heelt ook; hij toont zich ook een hulpvaardig geneesheer, doet de wonden genezen of wendt het gevaar van de smekelingen af, die hem onder de naam van Paian (Paean) plechtig aanriepen, zodra aanstekende ziekten of pest het land dreigden te verwoesten, en hem als zodanig lofliederen zongen, wanneer zij geweken waren. Door deze bijnaam wordt Apollon aangeduid èn als de slaande èn als de genezende god.

    Zijn zoon Asklepios was een personificatie van deze trek in zijn wezen. Wegens het tot staan brengen van de pest tijdens de Peloponnesische Oorlog noemden de Atheners hem Alexikakos.

    Doch Apollon is niet alleen een helper bij ziekten van het lichaam, veel schoner nog komt zijn heerlijkheid uit als een arts van de ziel. Als de mens, wiens gemoed door hartstocht beneveld was, tot boze daden is vervallen en hij daardoor zijn gemoedsrust heeft verloren, dan biedt Apollon, die de god is van al wat rein is en licht, wie al wat duister en boos is tegenstaat, hem het middel van verzoening en reiniging aan, waardoor hij van de druk, die hem bezwaart, kan ontheven worden.

    God van de verzoening

    Vooral de misdaad van moord verzoent hij, zoals dit in de mythe van Orestes duidelijk uitkomt. De oude wet, die geen ander voorschrift kende, dan oog om oog, tand om tand en bloed om bloed (ius talionis), werd door hem verzacht en tevens de moord, die oudtijds niet als misdaad gold gebrandmerkt als een overtreding van de heilige wetten van Zeus. Zichzelf sloot hij niet uit van de verzoenende straf, die na het plegen van de misdaad onvermijdelijk nodig was om gereinigd te worden. Nadat hij de draak Python, symbool van vrouwelijke scheppingsenergie en heerschappij onder de Amazonen, had omgebracht ofwel de Kyklopen uit wraak over de moord op zijn zoon Asklepios gepleegd, gedood had, diende hij geruime tijd als herder bij Admetos; toen liet hij zich reinigen in de laurierbossen van het aan de voet van de Olympos gelegen dal Tempe en kwam daarna als een ware Phoibos Apollon, als een reine, zuivere god met de in Tempe geplukte lauriertak als teken van zijn reiniging in de hand naar Delphi, om daar het orakel in bezit te nemen en de bevelen en voorschriften van Zeus, die de hoogste god van de verzoening is, te verkondigen en uit te voeren.

    De verzoenende kracht van Apollon werd niet alleen ondervonden door enkele personen. Ook een schare van mensen, die op de een of andere wijze met elkaar verenigd en verbonden waren, ja ganse steden en staten lieten zich door Apollon reinigen na een zware pestziekte of een hevige burgertwist. Een voorbeeld van zulk een reiniging geeft ons Homeros in de reiniging van het Griekse leger na de pestziekte, waardoor het ten gevolge van Agamemnons overmoed getroffen was. Zelfs zonder voorafgaande buitengewone misdaden of ongelukken had het Griekse volk behoefte om zich nu en dan op gezette tijden te reinigen, zich met de reine god te verzoenen, zich van de last van de zonde te bevrijden. Vandaar, dat van oudsher jaarlijks zulke reinigingsfeesten gevierd werden, meestal in de lente: zo de Daphnephoriën in Tempe en Boeotië, de Thargeliën te Athene. Delos, dat bij uitstek aan deze god geheiligd was, onderging meermaals een reiniging, om hem waardig te blijven.

    Bij die reinigingen speelde de laurier een grote rol. Deze boom was bij uitnemendheid aan Apollon geheiligd, zozeer zelfs, dat men haar Griekse naam Daphne in die van een door de god beminde maagd herschiep.

    God van de voorspelling

    Maar de schoonste en krachtigste werkzaamheid van Apollon openbaart zich in zijn gave van de voorspelling.

    Het Didymaion te Didyma.

    "Ik zal de onbedrieglijke wil van Zeus verkondigen", zo had hij bij zijn geboorte gesproken, en toen nu het monster Python onder zijn pijlen was bezweken, stichtte hij zich de heilige, door de gehele oudheid beroemde tempel te Delphi, en nam aldaar het oude orakel van Gaia (de Aarde) in bezit. Onder alle Griekse orakels is dit steeds het voornaamste geweest en eeuwenlang heeft het op de gang van zaken in gans Griekenland, ja zelfs daarbuiten, een overwegende invloed uitgeoefend. Daar gaf hij zijn geheimzinnige orakelspreuken als plaatsbekleder van Zeus en uit diens naam, want van deze komt alle kracht van de profetie. In die tempel te Delphi was een priesteres, de Pythia genaamd, die, op een gouden drievoet zittende, in vlagen van geestverrukking de godspraak verkondigde. Doch de menselijke geest is niet altijd in staat om de uitspraken van de godheid te vatten; vandaar dat men Apollon soms de bijnaam gaf van Loxias, "de geheimzinnige." Apollon is de god van alle waarzegging in het algemeen en de waarzeggers, die zich in de oudheid een grote naam hebben verworven, worden als zijn zonen of zijn vrienden genoemd, doch voornamelijk is hij de god van die orakels, waar door een uitspraak van de in geestverrukking verkerende priesters of priesteressen en niet door tekenen of dromen antwoord gegeven werd op de gedane vragen, zoals in Delphi, in alle verdere orakels van Boeotië en in zijn beroemde orakels te Clarus nabij Kolophon en dat van Didyma te Milete, beide in Klein-Azië. Ook zijn orakel in Abea in Phokis schijnt belangrijk genoeg te zijn geweest om te worden geraadpleegd door Croesus (Herodotus, I 46.).

    Andere soorten van orakels waren evenwel niet van zijne bescherming uitgesloten, zij bestonden zelfs op sommige van de genoemde plaatsen naast de orakels, die door een in woorden vervatte uitspraak de wil van Zeus verkondigden.

    Apollon Archigetes

    Omdat ten gevolge van die uitspraken van het Delphische orakel zeer dikwijls de stichting van steden of de uitzending van koloniën werd ondernomen, werd hij ook vereerd als Apollon Archigetes (leider van de kolonisten).

    Zo zou Apollon Kretenzische of Arcadische kolonisten geholpen hebben de stad Troje te stichten, wat zijn pro-Trojaanse houding in de Ilias verklaart. Het zou ook Apollon zelf zijn geweest, die de Doriërs op hun tocht door Griekenland naar Lakedaimon, Messene en andere steden van de Peloponnesos geleidde; tal van steden, over de ganse wereld verspreid, beschouwde hem als haar eigenlijke stichter en noemde zich naar hem Apollonia.

    God van de stad

    In de steden zelf baande hij de wegen en straten. Vandaar zijn bijnaam Aguieus. Voor iedere woning stond een vierhoekig steenblok, hem gewijd, en waar de geringe breedte van de straat die plaatsing niet gedoogde, schilderde men het op de muur. Als beschermer van de markten droeg hij de bijnaam van Agoraios. Met Laomedon bouwde hij de muren van Troje, met Alkathoös die van Megara.

    God van de muziek

    Met de gave van de profetie verbond Apollon die van de muziek. De muziek, die aan Apollon geheiligd was, had een reine, stillende, rust aanbrengende kracht; zij bracht de hartstochten tot kalmte, zij deed de smart en de onrust bedaren en gaf verademing aan het benarde gemoed. Zo staat zij tegenover de woeste, opwindende muziek, die aan de Dionysosfeesten eigen was. Bij deze was het gewone instrument de fluit, bij die van Apollon de citer (de kithara), welke hij van Hermes gekregen had in ruil voor de kudden hem door deze god ontstolen. Oorspronkelijk was alleen de muziek onder de hoede van Apollon geplaatst; gezang en dichtkunst behoorden tot het gebied van de Muzen, maar toen èn gezang èn dichtkunst zich meer begonnen te verheffen en te ontwikkelen, toen citerspel en gezang zich met elkaar verbonden, toen werd ook Apollon in nauwe betrekking tot de Muzen gebracht en òf hun vader òf hun aanvoerder (Musagetes) genoemd. Hij zou de Muzen namelijk op de berg Helikon hebben overtuigd niet langer dol te dansen, maar in statige danspassen, naar zijn aanwijzingen, te dansen.

    En wanneer hij met zijn gouden lier in de arm, te midden van de goden op de Olympos verschijnt, staan alle goden en godinnen op en buigen eerbiedig het hoofd; want ook zij eren de verheven god van het licht, die al hun geheimste gedachten kent, en ook zij schuwen zijn wrekende hand.

    Ook anderen gaf hij onderricht in het gezang of in het citerspel. Beroemde toonkunstenaars en dichters zoals Orpheus en Linos worden zijn zonen genoemd. Niemand overtreft hem in bevalligheid van voordracht. Wie het waagt, hetzij mens of god, zich met hem te meten, moet voor hem onderdoen en soms zijn overmoed zwaar boeten (zie Marsyas, Midas, Pan). Orde en regelmaat in het leven, maar geen doodse somberheid, geen verstikken van alle levensvreugde en elk levensgenot, ziedaar wat de heilige en reine god wil. En juist daardoor heeft hij op de geest van het Griekse volk de heilzaamste invloed uitgeoefend. Zelf een jeugdige god, vol van de hoogste levenskracht heeft hij bij de Grieken het bewustzijn van hun levenskracht en hun uitnemende begaafdheid ontwikkeld en hen tot doen, tot handelen aangedreven, hun echte geestdrift ingeboezemd, die boven het aardse verheft, maar daarnaast gematigdheid, orde en regelmaat gepredikt door het opschrift van zijn Delphische tempel: "Ken uzelf" en "Niets in overmaat". Dit waren ook de idealen van de polis. Even als hij zelf de machten van de duisternis bestreden en overwonnen heeft (de draak Python), zo eiste hij van de mens strijd tegen de hartstochten; evenals hij streng tegen zichzelf geweest is, zo eist hij, dat de mens hem ook hierin volge, als een onmisbare voorwaarde om datgene te bereiken, wat in hem te aanschouwen is: de harmonische ontwikkeling van lichaam en geest.

    Apollon Amyklaios

    Verder die van Apollon Amyklaios, een eredienst, die vooral in de Laconische stad Amyklai haar zetel had, welke evenwel niet eerst door de Doriërs in de Peloponnesos was ingevoerd, maar reeds bij de eerste bewoners van Laconië in zwang was geweest, vervolgens op de Achaeërs, die hen hadden overheerst en eindelijk weer van deze op de Doriërs was overgegaan.

    Deze dienst stond in verband met de dood van Hyakinthos, ter wiens ere in de heetste zomertijd, in de hondsdagen door de Spartanen te Amyklai de Hyakinthiën werden gevierd. Hyakinthos, een zoon van Amyklas was een lieveling van Apollon, doch werd door deze bij het spel met de discus (werpschijf) gedood (ofwel door het lot, ofwel door de afgewezen minnaar Zephyros). Zijn graf bevond zich onder het altaar en het beeld van de god. De eerste dag van de Hyakinthiën was een treurfeest aan de herinnering van de treurige dood van Hyakinthos gewijd, de tweede dag een vrolijk feest, daar men dan herdacht, hoe hij door Apollon ten hemel was gevoerd en dus na en door de dood een nieuw, een heerlijker leven was ingegaan.

    Apollon Delphinios

    Apollon Delphinios is de leidsman over zee. Evenals hij als Agyieus (cf. supra) de straten en wegen veilig maakt, zo effent hij als Delphinios de paden van de zee in de lente, het begin van het jaargetijde van het licht. De donkere wolken breekt hij door de kracht van zijn licht en hij zendt de dolfijnen als vriendelijke begeleiders tot de stervelingen, die de zee bevaren, om hun voorspoed te verkondigen. Aan zeekusten werd hij in hoge mate vereerd; zeer vele van de schoonste tempels van Apollon waren in de nabijheid van de zee gelegen.

    Phoibos Apollon

    Vanaf ca. 410-400 v.Chr. ontstond de filosofische gedachte van Apollon als god van de zon, die men als Phoibos beduidde[4]. Deze bijnaam zou hij ook hebben ontleend aan zijn grootmoeder Phoibe en de betekenis van "profeet" hebben gehad[5]. Ten tijde van Homeros was deze functie echter weggelegd voor de godheid Helios, die later zou opgaan in Apollon onder de naam Apollon Helios. Desondanks bleven Apollon en Helios in mythologische en mythologische teksten aparte godheden[6].

    Relatie met goden en mensen

    Artemis Bendis, Apollon, Hermes en een jonge krijger (Apulische roodfigurige buikvormige krater, ca. 380–370 v.Chr., Louvre).

    Er bestonden ook nog sagen, volgens welke Apollon in nauwe betrekking stond tot de in het verre Noorden wonende Hyperboraiërs, ja, dat zijn dienst van daar over Griekenland zou verspreid zijn. Die sagen zijn misschien deels ontstaan door de berichten, welke reizigers meebrachten omtrent de heldere nachten van het Noorden of omtrent de eredienst van de zon, daar inheems. Men dacht zich althans daar een zonnig, warm en vruchtbaar land, bewoond door een rechtvaardig volk, waarbij Apollon graag vertoeft om hun offers en feestliederen aan te nemen. Door zwanen gedragen kwam de god van daar naar Delphi in het midden van de zomertijd en bracht dan de volle, rijpe aren als geschenk mede. Zo kwam men tot de bewering, dat Apollon zijn tijd tussen de Hyperboraiers en de Grieken verdeelde, de winter in het Noorden doorbracht - want dan moest het licht maar al te spoedig in de strijd met de duisternis onderdoen, en de zonnestralen gaven geen koesterende warmte meer -, maar 's zomers tot de Grieken terugkeerde.

    Elders wist men te gewagen van een andere verdeling van het jaar met betrekking tot Apollon. Zo geloofde men op Delos, dat Apollon zich 's winters in Lycië ophield en daar voorspellingen gaf, maar 's zomers naar Delos terugkeerde. Ook werd in Delphi, toen naderhand de dienst van Dionysos en die van Apollon niet meer vijandig tegenover elkaar stonden, maar zelfs punten van aanknoping en verwantschap vonden, het jaar zó verdeeld, dat aan Apollon de zomermaanden en aan Dionysos die van den winter werden toegewezen.

    Relatie met Artemis

    Zo wijzigden zich in de loop van de eeuwen de verschillende begrippen en voorstellingen omtrent het wezen van de god. Een voorbeeld daarvan is nog de nauwe band, die er tussen hem en zijn zuster Artemis bestond. Toen beiden nog geheel en al natuurgoden waren, hij van de zon, zij van de maan, was er van die nauwe betrekking geen sprake.

    Apollon was aanvankelijk een hond of een bewaker met een wolvengezicht (cf. Apollon Lykios) van Artemis van Efeze. Mettertijd kreeg hij veel van haar attributen op zichzelf geprojecteerd en werd Artemis als zijn zuster beschouwd. Hij werd daarna de god van de poëzie, de muziek, magie, therapie en profetie. De priesters van de Apollondienst bij het orakel in Delphi wisten door hun uitgevaardigde profetieën stilaan te bewerken dat meer en meer nadruk kwam op Apollon en het Apollinische aspect in de samenleving. (bijvoorbeeld kreeg Orestes de raad zijn moeder te doden). Dit zou mettertijd er mee hebben toe bijgedragen dat de aanvankelijk matriarchale cultuur stilaan in een patriarchale werd omgezet. Steeds nieuwe patriarchaal geïnspireerde wetten en principes raakten algemeen van toepassing onder het 'stempel' van de voorbeeldige Apollon.

    Amoureuze relaties en kinderen

    Apollon had, als een knappe jonge god, vele liefdesavontuurtjes met zowel nimfen als sterfelijke vrouwen. Eens had hij liefde opgevat voor Daphne, de dochter van de riviergod Peneus, die echter niets voor hem voelde. Terwijl zij eens op de vlucht was om aan zijn avances te ontsnappen, vroeg zij haar vader om haar van gedaante te doen veranderen om van hem af te komen. En zo geschiedde. De nimf veranderde in een laurierboom, die voortaan gewijd werd aan Apollo.

    Hij verwekte de heros Ion, stamvader van de Ioniërs, bij Creüsa, dochter van de Attische koning Erechtheus, die hij had verleid. De heros Asklepios was zijn zoon uit zijn relatie met de Thessalische Koronis. Hij stichtte ook de stad Kyrene, nadat hij de atletische nimf Kyrene, op wie hij verliefd was, had ontvoerd naar die plek in Libië waar deze stad zou worden gesticht. Met haar zou hij een zoon, Aristaios, hebben.

    Behalve zijn avonturen met vrouwen hield de god er ook relaties met mooie mannen op na waarvan de meest bekende die met Hyakinthos en Kyparissos zijn. Toen ze tot grote droefheid van Apollon stierven, veranderde hij de eerstgenoemde in een bloem (gelijkend op onze hyacint), de tweede in een boom (cipres).

    Zijn minst succesvolle avontuurtje was met de Trojaanse prinses Cassandra, die eerst instemde met hem de lakens te delen in ruil voor de gave van de toekomstvoorspelling, maar zodra Apollon haar wens had vervuld, weigerde haar belofte na te komen. Waarop Apollon, die echter een verleende gave niet meer ongedaan kon maken, als straf de beperking dat niemand haar zou geloven wanneer ze een voorspelling deed toevoegde aan haar gave.

    In de beeldende kunst

    De Apollon van Belvedère (Romeinse kopie van een Grieks origineel van ca. 330–320 v.Chr., Vaticaans Museum).

    Apollon wordt gewoonlijk voorgesteld als een jeugdige god, schoon en krachtig, van hoge gestalte, met majestueuze, opgeruimde blik en het hoofd bedekt met rijk golvende, blonde lokken. De oudere kunst gaf hem het uiterlijk van een man van rijpe leeftijd, met krachtige lichaamsbouw en strenge gelaatstrekken, doch baardeloos; de latere Griekse kunst stelde hem meestal voor als een knaap of een aankomend jongeling.

    Het beroemdste beeld van Apollo, dat tot op onze tijd is bewaard gebleven, is de zogenaamde Apollo van Belvedère, in het jaar 1503 bij Antium (het tegenwoordige Nettuno), een aan de kust van Midden-Italië gelegen stad, opgedolven. Onzeker is het of de kunstenaar de god heeft willen afbeelden met een boog in de linkerhand, dan wel met de Aigis en in het midden daarvan de Medusakop. De eerste der beide nevensgaande afbeeldingen geeft van dit beeld een voorstelling. Het wordt thans op het Vaticaan te Rome bewaard.

    Attributen

    Van de bomen was, zoals we zagen de laurier hem boven alle geheiligd; van de dieren: de wolf, de hinde, de zwaan, de dolfijn, de raaf, de kraai en de slang(geneeskunde). Zijn gewone attributen zijn boog en pijlen, een lauwerkrans, de citer en de lier.

    Zijn voornaamste tempels waren de reeds genoemde te Delphi, op Delos, verder te Amyklai en te Klaros nabij Kolophon.

    10-05-2011 om 12:05 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zues (oppergod, hemel en aarde, bliksem-slingeraar)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen






    Zeus en zijn adelaar

    Zeus (Oudgrieks: Ζεύς, genitivus Διός of Ζηνος) is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij is de oppergod, die heerste vanaf de berg Olympus. Hij was een zoon van Kronos (Lat. Saturnus) en Rheia, twee van de twaalf Titanen, de machtige zonen en dochters van Ouranos, de hemelgod. Kronos was de opvolger van Ouranos. Het equivalent van Zeus in de Romeinse godsdienst is Jupiter.

    De bijnaam Eleuthereus komt bij sommige schrijvers voor als een bijnaam van Zeus.[1]

    De betekenis van zijn naam (Indo-Europees *Djev = stralende, verwant met Latijn dies = dag) duidt op een verwantschap met de verering van het heldere uitspansel; Zeus’ meest wezenlijke functie is die van hemelgod. De natuur en al haar verschijnselen waren aan hem onderworpen. Hij slingerde de bliksems, verzamelde de wolken en dreef ze uiteen; regen en sneeuwval werden door hem veroorzaakt. Daarom golden allerlei hoge bergen als zijn verblijf: de Ida op Kreta, de Lycaeus in Arcadië, maar de bekendste is de Olympus in Thessalië. De adelaar (oorspronkelijk symbool van de bliksem) was zijn heilige vogel, de eik zijn heilige boom, zijn schild was de aegis. Door bliksems, donderslagen, regenboog en de vlucht van vogels gaf Zeus voortekenen aan de mens.

    Al vroeg, wellicht reeds in de Myceense tijd (ca. 1600 tot ca. 1100 v.Chr.), werd hij de centrale figuur van het Griekse pantheon en stelde hij de overige goden op de achtergrond. Naar het voorbeeld van hoofden van aanzienlijke geslachten op aarde stelde men Zeus voor als het hoofd van de godenfamilie. Zijn familie had ook haar verblijf op de Olympus en gehoorzaamde hem. Zo werd Zeus niet slechts de bevestiger van de harmonie in de natuur, maar vooral ook van de maatschappelijke orde. Koningen en vorsten ontleenden hun macht aan Zeus en waren aan hem verantwoording schuldig. Hij was de raadgevende god, de beschermer van de volksvergadering en handhaver van de eed. Ook het gezin stond onder zijn hoede: als Zeus Herkeios (= Beschermer van de hof) had hij een altaar op de binnenplaats van de woning. Vooral gasten en vreemdelingen stonden onder zijn bescherming.


    Herkomst van Zeus

    In de Frygische en Thracische mythologie, die aan de Griekse ten grondslag ligt, was Sabazios de nomadische stormgod en vadergod. In de Indo-Europese talen zoals het Frygisch gaat het '-zios' element in de naam terug op Dyeus, de gemeenschappelijke voorloper van 'dios', 'deus' (god) en ook van de naam Zeus.

    Naar alle waarschijnlijkheid brachten de migrerende Frygiërs de ruitergod met zich mee toen zij zich in Anatolië vestigden rond 1200 v.Chr., terwijl de oorsprong van deze godheid moet gezocht worden in Macedonië en westelijk Thracië.

    Mythische verhalen

    Strijd van Zeus en Kronos

    Zeus

    Zeus was als enige zoon ontsnapt aan Kronos' vraatzucht, die was opgewekt door een orakel dat voorspelde dat een van zijn zonen hem eens van de troon zou stoten. Om dit te voorkomen verzwolg hij al zijn kinderen. Maar de verdrietige Rheia wist de geboorte van Zeus geheim te houden en zij verborg hem in een verafgelegen, donkere grot op Kreta waar hij werd opgevoed door de nimfen. Daar dronk hij melk van de geit Amaltheia en brachten de bijen hem honing. Adriasteia en Ida, dochters van Melisseus, verzorgden hem. Ook de priesters van die streek, de Koureten, hielpen mee de jonge god te beschermen. Ze bewaakten de grot en als hij huilde sloegen ze hard op hun wapenrusting, zodat Kronos het niet zou horen.

    Toen Zeus als volwassen man zijn vader met zijn bestaan confronteerde en van hem eiste dat hij zijn verslonden, maar onsterfelijke kinderen weer terug zou geven, ontbrandde een zware strijd om de macht. Het ging tussen Zeus enerzijds en Kronos met de meeste Titanen anderzijds. Zeus bevrijdde de Cyclopen en de honderdarmige reuzen (de Hekatoncheiren) uit Kronos' gevangenis in de Tartarus en verzekerde zich op die manier van hun hulp. Hij slingerde zijn belangrijkste wapen, de door de Cyclopen gemaakte bliksemschichten, van de Olympus naar beneden en bleef dat net zolang doen tot hij de overwinning had behaald. Zo verkreeg Zeus heerschappij over de wereld. De door Kronos verzwolgen broers en zusters van Zeus (Poseidon, Hades, Hera, Hestia en Demeter) werden uit hem bevrijd. Zo kwam er een nieuwe generatie goden, die van de Olympische goden, aan de macht. Ook werd er een nieuwe god geboren, Aphrodite. Zij 'ontstond' toen Zeus de gonaden van Kronos in zee wierp.

    Zeus en de Giganten

    Een tweede verschrikkelijke strijd om de macht ontbrandde toen oermoeder Gaia van de Aarde niet langer kon aanzien hoe een aantal van haar kinderen in de onderwereld gevangen werden gehouden; Zeus had hen niet vrijgelaten omdat zij hem vijandig gezind waren geweest. Zij stimuleerde de Giganten om de strijd om de hemelheerschappij voor haar met hem aan te binden. Toen braken deze reuzen met veel geweld uit de onderwereld los en trokken woest en opgetogen naar de bergen van Thessalië.

    Iris riep alle hemelingen bijeen en riep zelfs de hulp in van de geesten van de gestorvenen. Alle elementen werden geschud: de hemel donderde en de aarde beefde. Iedere god nam op zijn wijze aan de strijd deel: Phoibos Apollo schoot pijlen af, Hephaistos slingerde gloeiende kolen naar de monsters, Poseidon vocht met zijn drietand, de Moiren (godinnen van het noodlot) zwaaiden met knotsen, Herakles vocht moedig mee en Zeus zelf slingerde zijn verzengende bliksemschichten opnieuw naar beneden. En uiteindelijk, hoewel de reuzen in hun woede hele bergen losrukten en op elkaar stapelden, won Zeus de strijd en werd hij voorgoed en onbetwist heerser van het heelal, als Opperste in de kring der goden.

    Genealogie

    Hera en andere geliefden

    Zeus als Stier die Europa ontvoert

    Zeus' vrouw was zijn zus de godin Hera, de oudste dochter van Kronos. Tot haar grote woede en verdriet werd Zeus echter dikwijls getroffen door de pijlen van de god van de eeuwige liefde Eros, en kon hij de liefde voor andere vrouwen niet weerstaan. Hera was zeer jaloers en trachtte op allerlei manieren Zeus van zijn amoureuze escapades te weerhouden, maar vaak tevergeefs: hij had ten minste negen relaties met godinnen en veertien met sterfelijke vrouwen uit de mensen. Hij verwekte bij hen tientallen kinderen. De lieftallige Europa verleidde hij zelfs door zichzelf in een stier te veranderen en vervolgens te ontvoeren.

    Ook de mannenliefde werd in de Griekse mythologie niet geschuwd. Zo liet Zeus zijn oog vallen op Ganymedes. Het verhaal is vaak besproken met het oog op de rol van homoseksualiteit in de Griekse cultuur.

    Zonen en dochters

    Samen met Hera kreeg hij Ares, de oorlogsgod. Zeus' dochter, de godin van de liefde en de schoonheid Aphrodite, steeg op uit het schuim van de zee. Maar Aphrodite wordt ook vaak gezien als Ouranos' dochter, wiens geslachtsdelen door zijn eigen zoon werden ontnomen en vielen in de zee, waaruit Aphrodite ontstond. Hera schonk hem Hephaistos, de god van de smeedkunst, die de macht van het vuur wist te temmen. Bij Leto, een dochter van de Titaan Koios, kreeg Zeus twee kinderen: Apollo, de god van welvaren en ordening, beschermheer van de wet en van alles wat goed en schoon is in de natuur en bij de mensen, en Artemis, een beschermende en heilbrengende godin van de natuur. Beiden waren zij ongehuwd. Zeus' zoon Herakles werd op aarde geboren. Bij Leda verwekte hij de tweeling Castor en Pollux en hun zusje Helena, die een grote rol speelde in de Trojaanse oorlog. Ook de sterveling Tantalos, koning van Lydië, was (waarschijnlijk) een zoon van hem. Tenslotte was daar Pallas Athene, Zeus' lievelingsdochter, de godin van de wijsheid, want zij was, nadat hij de godin Metis had opgeslokt, uit zijn hoofd ontsproten. Zij was daarom een machtige en wijze leidster en beschermvrouw van staten en steden in oorlog en vrede. Dionysos was ook de zoon van Zeus. Dionysos werd geboren uit de heup van Zeus. Dionysos is de god van de wijn en de ontspanning. Bij de sterfelijke Danaë, verwekte hij Perseus. Deze werd later beroemd door zijn gevecht met Medusa, waarin hij haar onthoofdde.

    De godin Iris was de boodschapster, door wie de communicatie tussen goden en mensen verliep. Hermes was eveneens boodschapper van de goden. Hij escorteerde de geesten van gestorvenen naar Hades.

    Kunst en attributen

    Zeus en Pegasus

    In de beeldende kunst wordt Zeus veelal voorgesteld als een waardig en vorstelijk man met weelderige baard en haardos. In oudere voorstellingen draagt hij een krans van eikenbladeren, later een lauwerkrans. Tot zijn attributen behoren, al naargelang de functie waarin hij wordt uitgebeeld, een scepter, een offerschaal, een adelaar of een kleine Nikè, een bliksemschicht en een wereldbol.

    Het beroemdste beeld van Zeus was in de oudheid het zittende beeld uit goud en ivoor (beschouwd als een van de zeven wereldwonderen, bekend van enkele munten en door een beschrijving van Pausanias; verloren gegaan) dat Phidias maakte voor zijn tempel te Olympia.

    Pausanias heeft ook overleveringen nagelaten, waarin wordt gespeculeerd dat zowel Zeus en zijn zoon Ares beiden rose ( rood van haarkleur) zijn. hoewel dit niet als waar wordt aangenomen komt het nog steeds voor in vele kinderverhalen.

    Zeus bij niet-Griekse volkeren

    In de oudheid waren er veel contacten tussen de diverse zeevarende volkeren, en deze namen veel elementen uit de verschillende godsdiensten van elkaar over.

    Zo was Zeus, reeds voor de Hellenistische tijd, bekend bij de Frygiërs en werd hij als oppergod vereenzelvigd met de god Amon, en werd daarom ook wel vereerd als Zeus-Amon. Amon werd zowel bij de Egyptenaren als bij de Lybische volkeren als god beschouwd, met verschillende interpretaties.

    De Romeinen vereenzelvigden Zeus met Jupiter, de Germaanse volkeren vereenzelvigden hem met Wodan en de Scandinavische volken met Odin.

    10-05-2011 om 11:53 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Poseidon (zeeën oftewel water en aardbevingen)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Oorsprong

    De naam Poseidon heeft, in tegenstelling tot die van de meeste andere goden, een Indo-Europese afleiding. Het eerste deel van zijn naam is de vocatief van het Griekse πόσις / pósis ("wettige echtgenoot") of Indo-Europese *pot- ("heer"): πόσει / pósei of πότει / pótei. Het tweede deel van zijn naam wordt door sommigen in verband gebracht met δᾶ / dã ("aarde") of -δᾶν / -dãn (cf. Zeus, "god")[2].

    In de overgeleverde Lineair B-kleitabletten komt de naam PO-SE-DA-O-NE ("Poseidon") vaker voor dan DI-U-JA (Zeus), wat erop lijkt te wijzen dat Poseidon in hoog aanzien stond bij de Myceners. Het is echter mogelijk dat we dit moeten nuanceren omdat Poseidon de voornaamste god in Pylos lijkt te zijn geweest, waar een groot aantal van deze tabletten is teruggevonden. Een vrouwelijke variant, PO-SE-DE-IA, is ook gevonden en duidt vermoedelijk op een verdwenen partnergodin. Tabletten uit Pylos melden offergaven die waren bestemd voor "de Twee Koninginnen en Poseidon" en aan "de Twee Koninginnen en de Koning"[3], hoewel wa-na-so-i door Chadwick[4] als een plaats of gebouw wordt beschouwd[5]. Indien de "Twee Koninginnen" slaat op godinnen, gaat het waarschijnlijk om de aardgodinnen Demeter en Persephone of hun voorgangsters, godinnen die in latere perioden niet meer werden geassocieerd met Poseidon.

    Poseidon stond al als "Aardschudder" bekend - E-NE-SI-DA-O-NE[6] - in Myceens Knossos, een machtige eigenschap als men weet dat aardbevingen de ineenstorting van de Minoïsche paleiscultuur hadden begeleid. Opmerkelijk is dat in de zeer zee-afhankelijke Myceense cultuur tot nog toe geen enkele band tussen Poseidon en de zee is teruggevonden. Dit doet vermoeden dat Poseidon in oorsprong een chtonische god (d.i. een god met betrekking tot de aarde) was, die pas later zijn gezag over de zee kreeg.


    Dit blijkt ook uit de mythen. Poseidon werd geboren als zoon van Kronos en Rheia, waaraan hij ook zijn epitheton Kronios ontleende[7]. Hij zou samen met zijn broers en zussen zijn verslonden door zijn vader, die hen uitbraakte toen zijn jongste zoon Zeus hem onttroonde[8]. Volgens anderen werd hij door Rhea, na zijn geboorte, onder een kudde lammeren verborgen en zijn moeder gaf voor te zijn bevallen van een jong paard, dat zij aan Kronos gaf om te verslinden. Een bron in de buurt van Mantineia, waar Poseidon zou zijn verborgen geweest, die Arne of "Lam(sbron)" werd genoemd, zou hieraan haar naam hebben ontleend[9]. Volgens Ioannes Tzetzes[10] droeg de voedster van Poseidon de naam Arne. Toen Kronos naar zijn zoon zocht, zou Arne hebben gezegd dat zij niet wist waar hij was. Aan haar zou de stad Arne zijn naam hebben ontleend. Volgens anderen echter werd hij op verzoek van Rhea door de Telchinen grootgebracht[11].

    Na de overwinning op de Titanen en de vestiging van de heerschappij van Zeus, was bij de verdeling van de wereld door het lot, de zee aan Poseidon toegedeeld[12]. Hij zou dus op een toevallige wijze met dat element in verbinding zijn gekomen. Dit dient echter genuanceerd te worden: hoewel er een belangrijke chtonische component was in het wezen van Poseidon, maakte zijn verbondheid met water in al zijn aardse vormen een even wezenlijk deel van hem uit.

    Eredienst

    De verering van Poseidon in Griekenland was zeer algemeen. Nagenoeg alle Griekse stammen en alle Griekse landschappen stonden, zij het op verschillende wijze, met hem in nauwe betrekking. Vooreerst Thessalië, dat zijn bestaan en zijn vorming als het ware aan grote overstromingen en stormachtige aardbevingen had te danken, waar de god zelf door de bergen vaneen te scheuren aan het overtollige water een doortocht had verschaft naar zee, dan Boeotië, dat zo rijkelijk van water was voorzien en gedeeltelijk in zijn grote waterkommen, zoals het meer Kopaïs, de invloed van de god in hoge mate had ondervonden. Beide landen waren bewoond door de stam van de Minyërs, bekend wegens hun ridderlijke aard en lust naar avontuurlijke zeetochten. Verder in de Peloponnesos, waar op de Isthmos, als het ware voor de zeehandel geschapen, met zijn grote handelsstad Korinthe, de verering van de god, die alle goede gaven kon schenken, maar ook de grootste rampen kon berokkenen, als vanzelfsprekend een voorname plaats in het godsdienstig leven bekleedde. De smalle kuststrook, gelegen aan het noorden van de Peloponnesos, was bijna geheel het eigendom van de god. In de tempel van Poseidon op de Isthmos was ook het eerste schip te zien, dat ooit was gebouwd, de Argo. Daar wijdden de Grieken hem na hun roemrijke overwinningen op de Perzen, die de basis legden voor hun zeemacht, een kolossaal koperen beeld. Maar ook in het binnenland van de Peloponnesos, in Arkadië, waar de rivieren nu eens onder de grond verdwenen, dan plotseling weer tevoorschijn kwamen, waar in diepe holen onderaardse waterbekkens werden aangetroffen, genoot Poseidon grote verering.

    In Troizen werd hij als basileus ("koning") vereerd[13] en het zou daar geweest zijn dat hij Theseus, de latere koning van Athene, zou hebben verwekt[14]. Hij werd ook als wanax ("koning", "leider") vereerd in Korinthe[15].

    Om het bezit van Athene had hij met de godin Pallas Athena gestreden, en al was hij ook door deze overwonnen, toch had hij de sporen van zijn verblijf achtergelaten. Nog wordt de plaats aan de voet van de Akropolis gewezen waar hij met zijn drietand op de aarde heeft geslagen. Doch in de eredienst komt hij voor als geheel verzoend met Athena, en het was bijna alleen het heerlijke beeldhouwwerk op het gevelvlak van het Parthenon dat een herinnering aan die strijd bewaarde. Te Athene werd dan ook een schitterend feest te zijner ere, de Posidea, gevierd.

    Tempel van Poseidon in de Dorische kolonie Poseidonia.

    Evenzeer was de dienst van de god verspreid in de Griekse koloniën. Enerzijds werd hij in de Ionische kolonies gevierd, tijdens de Panioniën, die ter ere van hem op het voorgebergte Mykale in Klein-Azië werden gehouden en waar zich het heiligdom van de Heliconische Poseidon bevindt[16]. Ze beschouwden dit als hun grootste godsdienstig feest. In de Dorische koloniën werd hij eveneens vereerd, maar hierbij valt evenwel inmenging van, en verwarring met, Oosterse erediensten niet te miskennen. Het spreekt vanzelf, dat aan een god die op zoveel plaatsen werd vereerd, zeer verschillende eigenschappen en werkzaamheden werden toegeschreven en dat niet overal dezelfde trekken van zijn wezen evenzeer op de voorgrond traden.

    De maand december, waarin de zee zich in haar meest onstuimige kracht openbaart, heette naar hem Poseideon.

    Eigenschappen

    Poseidon's woning ligt niet op de Olympus, waar hij wel toegang heeft[17], maar met zijn gade Amphitrite hield hij verblijf in zijn gouden paleis te Aigai, dat in de diepte van de zee is gelegen[18].

    Zilveren nomos of stater van Poseidonia met aan de voorzijde Poseidon die zijn drietand heft in zijn rechthand met een chlamys over zijn beide armen gedrapeerd en in de legende ΠΟΜ (= ΠΟΣ) en een incuse versie aan de keerzijde (ca. 530-500 v.Chr.).
    Bron: CNGCoins.

    In de eerste plaats dient hierop te worden gewezen, dat Poseidon tot die goden behoort, die het vroegst hun betekenis van natuurgod hebben verloren. Reeds bij de oudste dichters komt hij voor als de beheerser van de zee, nergens als een personificatie van de zee zelf. Zijn macht is echter beperkt. Volgens Homeros[19] is hij de jongere broeder van Zeus, zodat zijn ondergeschiktheid aan deze overeenkomt met de beginselen van het aartsvaderlijk recht. Daarentegen is bij Hesiodos[20] Zeus de jongste van de zonen van Kronos en Rheia, doch verstandiger en sterker dan de horigen. Poseidon mist de verheven en indrukwekkende kalmte en bezadigdheid van de beheerser van de hemel. Wel is hij machtig en sterk, doch daarbij onstuimig als het element waarover hij heerst. Als hij met zijn drietand, die hij altijd als teken van zijn waardigheid in de hand draagt, in de zee stoot, dan verheffen zich de golven op onstuimige wijze, verpletteren de schepen en overstromen wijd en zijd het land. Met diezelfde drietand kan hij rotsen splijten, aardbevingen verwekken en eilanden uit de zee doen opkomen. Daarentegen is ook één woord, ja, één blik van hem voldoende om de hevigste storm te doen bedaren. Als hij op zijn gouden strijdwagen, met sterke, van koperen hoeven voorziene paarden met de snelheid van de wind voortvliegt over de vlakte van de zee, dan banen zich ook de hoogste golven voor hem als een gladde weg en de monsterachtige gedrochten der diepte duiken op en dansen spelend om zijn wagen. Tot deze trek van zijn wezen behoort ook de strijd die hij met andere godheden over het bezit van landstreken of steden voerde, zo met Pallas Athena over Athene (cf. supra) en Troizen, met Helios over Korinthe, met Hera over Argos. Een bewijs van zijn macht zijn ook de zeemonsters, die hij kan verwekken en die slechts door bloedige offers kunnen worden bevredigd (bv. Hesione en Andromeda.), de wilde stieren, die op zijn bevel uit de zee komen om de velden te verwoesten en de mensen te doden, zoals de Kretenzische en de Marathonische stier of zoals de stier, die de dood van Hippolytos veroorzaakte. Daartegenover staat, dat hij door zijn macht ook de beschermheer is van alle schippers en vissers. Deze bidden tot hem om een gelukkige vaart en een rijke visvangst en zij verzuimen niet hem bij het welslagen van hun pogingen offers te brengen[21]. Ook de zeeoorlog stond onder zijn bestuur. Hij gaf de overwinning in de zeeslag. Daarom pleegden alle zeehelden zich als zijn gunstelingen te beschouwen, soms zelfs als zijn zonen.

    Een tweede trek in het wezen van Poseidon is, dat hij de aarde schokte maar daarentegen haar ook met zijn krachtige armen vasthield en droeg. Toen de goden aan de strijd voor Troje deelnamen, wierp Zeus zijn bliksems van de hemel, maar Poseidon deed de aarde beven, zodat zij op haar grondvesten daverde en Aïdoneus, de vorst van de schimmen, vreesde, dat de zeegod het deksel van zijn duister rijk zou afscheuren en het openstellen voor de blikken van goden en mensen. Alle aardbevingen werden dus aan hem toegeschreven en waar grote scheuren of spleten in de rotsen werden aangetroffen, waar steile klippen zich in zee verhieven, daar meende men de sporen van de drietand van Poseidon te herkennen. Vooral was dit het geval met het eiland Nisyros, wat, naar men beweerde, in de Gigantomachie door Poseidon van het eiland Kos was afgescheurd en naar het hoofd van een van de Giganten geslingerd.

    Athene was niet de enige plaats waar de drietand van de god drie grote openingen in de aarde ten teken van zijn aanwezigheid had achtergelaten.

    Ook dikwijls deed hij eilanden uit zee oprijzen, zoals Rhodos, Anaphe, Delos en als een kundig bouwmeester deed hij ze rusten op vaste fundamenten, die waren gegrondvest in de zeebodem. Zo bouwde hij ook de koperen poorten die de Tartaros sloten, waarin Zeus de Titanen en de Hekatoncheiren had geworpen. Zo was hij ook koning Laomedon van Troje behulpzaam bij het bouwen van de muren van zijn stad en strafte hij hem zwaar, toen hij het bedongen loon voor de arbeid niet wilde uitbetalen[22]. Door die trouweloosheid van de koning werd Poseidon voor altijd de vijand van de Trojanen.

    Poseidon is ook de god die vruchtbaarheid schenkt aan het land, die door de bronnen en rivieren, welke hij doet ontstaan, zegen verspreidt, ja soms bronnen schenkt, waarvan het water de zieken kan genezen. Vooral in streken die doorgaans arm waren aan water, trad deze trek van zijn wezen op de voorgrond; zo in Arkadië en Argolis. Dit laatste landschap miste de gunst van de god, zo heette het in de sage, omdat Inachos het aan Hera en niet aan Poseidon had toegewezen, doch op één plek borrelt nog het heldere water van een bron uit de bodem; het is daar, waar Poseidon de liefde genoot van Amymone, de dochter van Danaos. Wellicht moet men ook uit deze eigenschap het grote aantal kinderen verklaren, dat hem werd toegeschreven (cf. infra).

    De schepping van het paard wordt hem toegeschreven, het fokken van paarden, het paardrijden en alle daarmee verbonden ridderlijke oefeningen stonden onder zijn bescherming[23]. Vooral de weidende paarden, de paardenkudden, stonden onder de hoede van de god, ja dit breidde zich zelfs tot alle kudden in het algemeen uit.

    Er bestaan verschillende legenden over de oorsprong van het paard. Nu eens lezen we, dat Poseidon het tevoorschijn heeft doen komen door met zijn drietand tegen een rotsblok te slaan, dan weer wordt het voortgebracht door de door hem bevruchte aarde. Het eerste paard dat zo ontstaan is, heette Areion, waaraan andere legenden evenwel een andere afkomst toeschrijven. Dit behoorde eerst aan Herakles, daarna aan Adrastos. Over het algemeen achtte men aan hem het temmen van het paard te zijn verschuldigd; hij had geleerd het te leiden en het voor de wagen te spannen. Doch hij moest deze eer delen met andere godheden, vooral met Athena, die ook werd geacht de uitvindster van de teugel te zijn, een omstandigheid te meer die aanleiding gaf tot een gemeenschappelijke verering van de beide godheden, die men zich vroeger als vijandig tegenover elkaar dacht. Doch Poseidon mocht toch in de eerste plaats aanspraak maken op de naam van Hippios, d.i. "de paardengod"[21] en aan zijn lievelingen gaf hij mooie paarden ten geschenke. Zo de paarden waarmee Idas er in slaagde om Marpessa aan de vervolgingen van Apollon te onttrekken, zo volgens sommigen de paarden, waarmee Pelops de overwinning behaalde op Oinomaos, terwijl andere legenden daarentegen juist de paarden van Oinomaos een geschenk van Poseidon noemen, zo vooral Balios en Xanthos, de beide paarden van Achilleus. Deze paarden, die uit Poseidon waren gesproten, of door hem aan zijn vrienden geschonken, waren niet alleen gevleugeld, maar zij bezaten ook het spraakvermogen.

    Het spreekt vanzelf dat de god, die in zulk een nauwe betrekking stond tot het paard, ook de god was van alle wedrennen, hetzij met paarden, hetzij met paard-en-wagens. Daarin uit te munten, mooie paarden te hebben, ze op prachtige wijze uit te rusten voor de optochten die bij sommige godsdienstige feesten werden gehouden, of op doelmatige wijze voor de strijd, was een punt van eerzucht bij de aanzienlijke en rijke Grieken, vooral bij de Atheners. Alles wat daarmee verbonden was stond onder de hoede van Poseidon en het schijnt, dat op alle plaatsen waar de god werd vereerd, op gezette tijden wedrennen te zijne ere werden gehouden. Later zijn twee van die wedstrijden zozeer in aanzien toegenomen, dat zij al de overige verre achter zich lieten, vooreerst die te Onchestos, in Boeotië aan het meer Kopaïs gelegen, een stadje, dat geheel-en-al aan de dienst van Poseidon was gewijd. Daar was een heilig bos, waarin al de wagenmenners hun paarden pleegden uit te spannen, en zelfs het vurigste en wildste paard werd rustig, wanneer het dat bos betrad. Maar nog luisterrijker dan deze wedrennen waren de Isthmische spelen, die een van de vier Panhelleense Spelen van de Grieken zijn geworden. Met Poseidon werd daarbij Melikertes vereerd en diens verering mengde op eigenaardige wijze sommige vreemde, uitheemse gebruiken onder de Griekse Poseidondienst. De Isthmische spelen mochten op een hoge ouderdom bogen. Ze heetten ingesteld te zijn door koning Sisyphos van Korinthe. De Korinthiërs hadden er het bestuur over. De krans die aan de overwinnaars werd gegeven, was oudtijds van klimop, later van dennentakken, beide met de bedoeling om te wijzen op de treurige dood van Melikertes.

    Amoureuze relaties en kinderen

    Zeethiasos voor het huwelijk van Poseidon en Amphitrite, die in een huwelijkswagen zitten getrokken door muzicerende Tritons (detail van het zogenaamde "altaar van Domitius Ahenobarbus", 2e helft 2e eeuw n.Chr.).

    Bij zijn wettige echtgenote Amphitrite had hij een zoon en drie dochters: Triton, Rhode, Kymopolea en Benthesikyme.

    De zonen van de machtige en onstuimige god zijn krachtige en woeste wezens, zo de cycloop Polyphemos bij de nimf Thoosa[24], zo de geweldige Kyknos, die door Achilleus werd verslagen, zo Amykos, die door de vuist van Polydeukes viel, zo Korynetes, Prokrustes, Kerkyon en Skiron.

    Op geen plaats genoot Poseidon verering of men wist te verhalen van vrouwen, hetzij dan van goddelijke of menselijke afkomst, die hem daar hun liefde hadden bewezen en hem kinderen hadden geschonken. Evenwel moet daarvan de reden gedeeltelijk worden gezocht in de zucht om aan de heros, die men als de stamvader van een geslacht of de stichter van een polis beschouwde, goddelijke afkomst toe te schrijven. Zo wordt Poseidon genoemd als de vader van Pelasgos, Hellen, Achaios, Minyas, Boiotos, Doros, Taras, Kalaurios. Naar deze laatste zou het eiland Kalauria zijn vernoemd, waar een heiligdom voor Poseidon was dat het centrum vormde van een vroege amphictionie[25].

    De liefde van Poseidon voor Arne, d.i. "het lam", welke hem Boiotos baarde, en de mythe die verhaalde, dat de god zich in een ram veranderde om zich met Theophane, aan wie hij de gedaante van een schaap had gegeven, te verbinden en bij haar de ram met de gouden vacht te verwekken (zie Phrixos.), zijn voorbeelden van de nauwe betrekking waarin de god tot deze dieren werd gedacht.

    Toen Poseidon liefde had opgevat voor Tyro, de mooie dochter van Salmoneus die zelf de riviergod Enipeus beminde, en de god zich onder diens gedaante met haar had verbonden, baarde zij hem tweelingen Pelias en Neleus, die zij te midden van een kudde weidende paarden te vondeling legde. De eerste werd door een merrie gezoogd, maar beiden werden onder de paarden opgevoed en werden sterke helden, die in alle ridderlijke oefeningen behagen schepten, met de dienst van Poseidon de teelt van zijn lievelingsdier verspreidden, Pelias in Thessalië, Neleus in Pylos, en beide door hun vader in hoge mate werden gezegend[26]. Zo werd ook Hippokoön, de zoon, die Alope, de dochter van Kerkyon, aan Poseidon baarde door haar te vondeling gelegd en door een merrie gezoogd.

    De sage van Melanippe, die de tweelingen Aiolos en Boiotos[27], welke zij de god schonk in een runderstal te vondeling legde, waar zij door een koe werden gezoogd en door een stier bewaakt, doelt in enige mate op Poseidons bescherming van de kudden (cf. supra). De lotgevallen van Melanippe en haar zonen waren een lievelingsonderwerp van de tragische dichters.

    In een in Korinthe inheemse legende is Poseidon de vader van het gevleugelde paard Pegasus, dat hij had verwekt bij de Gorgo Medusa. Toen dat paard naderhand aan Bellerophon ten gebruike werd gegeven, leerde Poseidon hem, hoe het te temmen en te besturen.

    Onder de door hem beminde personen hoorden ook onder andere Libya, Agenor, Belos, Iphimedeia, Aloeus en Molione.

    Attributen en symbolen

    Indo-Grieks stenen palet met Poseidon in het midden (2e-1e eeuw v. Chr, uit Gandhara; Ancient Orient Museum, Tokio).

    De god werd dan ook in nauwe betrekkinggebracht tot de dierenwereld. Die dieren waren hem vooral geheiligd, in wier bewegingen men enige gelijkenis meende op te merken met de bewegingen van de golven van de zee. Zo vergeleek men de golven, die tegen de steile rotsklippen opspatten met geiten, die stoute sprongen waagden om van het ene rotspunt op het andere te komen, en de overige golven met kromgehoornde stieren. Zelfs droegen verscheidene steden, die de god geheiligd waren, daarnaar hun namen, zo Aigai naar het Griekse woord aix, dat geit betekent, en Helike naar helix, d.i. kromgehoornd. Op andere plaatsen weer traden hiervoor stotende bokken en weidende lammeren in de plaats.

    Maar het lievelingsdier van Poseidon is het paard, hetzij omdat het evenals de golven van de zee huppelt, en tevens evenals deze draagt, ofwel omdat het, evenals de god zelf, behagen schept in de vochtige weiden.

    Onder de dieren was hem verder de dolfijn geheiligd, zijn trouwe makker op zee, onder de bomen de den, waarvan de takken tot prijs dienden in de ter zijne ere gevierde wedstrijd en waarvan het hout het timmerhout is voor de schepen. Als offers werden bij zijn dienst gewoonlijk zwarte stieren geslacht, ook paarden, rammen en everzwijnen.

    Hij wordt meestal afgebeeld met een drietand, het wapen dat hij gekregen had van de Cyclopen voor de Titanenstrijd.

    In de beeldende kunst

    Marmeren kopie van een bronzen origineel van Lysippos, dat op de isthmus van Korinthe stond (Vaticaanse musea).

    Wat nu de voorstelling van Poseidon door de beeldende kunst betreft, zo komt deze vrij nauwkeurig overeen met de beschrijvingen van de dichters. Zijn beelden hebben veel gelijkenis op die van Zeus. Een brede borst, lang afhangende lokken en schitterende ogen zijn zowel het kenmerk van de koning van de hemel als van de beheerser van de zee. Maar de kunstenaars gaven aan Poseidon hoekiger gelaatstrekken dan bij Zeus werden aangetroffen en enigszins verward hoofdhaar. De oudere kunst stelde hem gekleed voor; in latere tijd werd het ook bij Poseidon meer en meer gewoonte hem naakt af te beelden. Gewoonlijk heeft hij zijn drietand in handen en is hij vergezeld van een dolfijn. Hij houdt die òf met zijn hand vast, òf zet er zijn voet op. Dikwijls wordt hij ook afgebeeld, rijdende op een stier, op een paard of in een wagen, dikwijls ook door allerlei zeedieren omgeven. Nu eens zit hij op een troon, dan weer wordt hij - en dit is vooral het geval bij de kolossale beelden van deze god, die menigmaal bij havens en op voorgebergten werden aangetroffen - staand voorgesteld. Ook deze kolossale beelden kunnen in twee soorten worden gesplitst: vooreerst die, welke hem voorstelden met opgeheven drietand en aanduidden als de god van de stormachtige zee en de aardbevingen en anderzijds die beelden, waarbij hij, zijn ene been steunende op een rots, op de voorsteven van een schip of op een dolfijn in de verte staart, en de indruk maakt van de god, die met zelfbewuste macht de zee beheerst, het schip bestuurt en het in een veilige haven leidt.

    In het Nationaal Archeologisch Museum van Athene staat het antieke, 2,09 m hoge bronzen standbeeld van de "god uit de zee", vaak de "Poseidon van Kaap Artemision" (gevonden aan het noordelijke punt van Euboea) genoemd. Ondertussen zijn sommige kunsthistorici van mening dat het eerder om een Zeusbeeld gaat, die een bliksembundel horizontaal in de lege, opgeheven hand droeg, aangezien Zeus de enige god was die dit attribuut had. Poseidon hield namelijk zijn drietand niet horizontaal in de antieke voorstelling. Een vergelijking met de gezichten van andere beeldhouwwerken van de strenge stijl van de 5e eeuw v.Chr. ondersteunen deze stelling[28].


    10-05-2011 om 11:51 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-05-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.overzicht van de goden en andere


    hier heb je alle goden en andere

    De Olympiërs

    • Aphrodite (liefde, vruchtbaarheid, schoonheid en beschermster van fauna en flora)
    • Apollo (orakel, boogschieten, ziekte en gezondheid, muziek en de zon )
    • Ares (oorlog, krijgslust)
    • Artemis (maan, jacht, maagden, wilde dieren en kuisheid, maar ook vruchtbaarheid)
    • Demeter (landbouw en graan)
    • Dionysus (wijn en feesten)
    • Hades (dood, rijkdom, kostbare metalen en god van de onderwereld)
    • Helios (zon)
    • Hephaistos (smeedwerk, vuur en ambachten)
    • Hera (vrouw van Zeus, beschermt het gezin en vrouw en huwelijk)
    • Hermes (handel, verkeer, dieven, boodschapper van de goden)
    • Hestia (haard en familie)
    • Iris (regenboog)
    • Pallas Athena (wijsheid, strategie, krijgskunst en het handwerk)
    • Pan (woud, herdersleven en de muziek)
    • Poseidon (zeeën oftewel water en aardbevingen)
    • Zeus (oppergod, hemel en aarde, bliksem-slingeraar)
    • Ziva (godin van het leven)

    De oer-Goden

    Zee- en Riviergoden

    Elke waterloop, zij het een zee, een oceaan, een rivier of een bron, heeft zijn eigen god. Op deze manier kan een rivier in een bepaalde mythe gepersonificeerd worden.

    Naiaden

    Nereïden

    Oceaniden

    Windgoden

    Gepersonifieerde concepten

    De Charites (Gratieën)

    De Horae (de seizoenen)

    De Moirae (de schikgodinnen)

    De Muzen

    Phorceïden

    De Graeae

    Nimfen

    Titanen

    De Cyclopen

    De Honderd-handigen of Hecatonchiren

    De Giganten

    04-05-2011 om 00:00 geschreven door bjorn21  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 16/05-22/05 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 02/05-08/05 2011

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Categorieën



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!