Genealogie Familie Beckeringh.
Foto
Foto
Startpagina !
Inhoud blog
  • De sits
  • ZEYLSgasthuis te Groningen.
  • Een laatste groet aan onze familieleden.
  • Wat persoonlijke akten van/over de familie
  • En nu ook nog wat familie portretten.
  • < gen 16.
  • Gen. 13 t/m Gen. 16.
  • Weer wat enkele familiefoto's.
  • Gen. 10 >
  • Enkele familieportretten
  • [c]
  • [b]
  • [a] Generatie zeven t/m tien.
  • (c)
  • (b)
  • Genealogie Beckeringh; generatie één tot zeven. (a)
  • Enkele portretten van de familie, genoemd in onderstaande Generaties.
  • Beschrijving van de familie Beckeringh.
  • Het familiewapen van de Beckeringh's.
  • In opbouw!
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Welkom op mijn blog! Heeft u op en aanmerkingen, of mist u iets? Mail dan de beheerder.
    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.

    Gastenboek
  • bacj7k
  • Pompka do penisa
  • Dr.
  • Aanvulling op je Stamboom

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Laatste commentaren
    Mijn favorieten !!
  • Familie Sjaarda en Van der Schaaf út Fryslân.
  • Familie Popma út Fryslân.
  • De Beckeringh's op Hyves.
  • De familie Beckeringh van Loenen.
  • Bent u benieuwd of er van uw familie ook een stamboom is, kijk dan in de Stamboomgids.
  • De familie Lankhorst (Beckeringh-Lankhorst)
  • Hoofdpunten blog genealogie_familie
  • Ter nagedachtenis aan enkele familieleden.
  • Enkele Documenten.
  • Nog enkele portreten van de familie.
  • Enkele portretten van de familie, genoemd in bovenstaande Generaties.
  • Willekeurig Bloggen.be Blogs
    hartkwaaltje
    www.bloggen.be/hartkwa
    Hoofdpunten blog genealogie_popma
  • Ter Herinnering aan gene die waren.
  • Nog enkele huwelijksadvertenties.
  • 2 huwelijksadvertentie's popma's
  • Enkele huwelijksadvertenties betreffende de Fam. Popma.
    Blog als favoriet !
    Zoeken met Yahoo


    Zoeken in blog

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Pronkstukken van de familie
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Militaire onderscheiding
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Familiewapens.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Genealogische beschrijving van de familie Beckeringh en aanverwante familie's.
    15-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Jan Jacob Beckeringh: Zeekapitein op de grote vaart.

    Jan Jacob trad in dienst van de N.V. Nederlandse Indische Tank Stoomboot Maatschappij (= Shell) op 30 juli 1926. Hij vertrok in augustus naar Singapore, waar hij in september arriveerde. Op 29 september 1926 melde hij zich voor dienst op de s.s. Poseidon als 2e Officier. Op 9 juli 1938 vertrok Jan Jacob uit Rotterdam als vervangende Kapitein op de Tanker Elusa { 6.236 brt. L x B x D 130,47 x 16,57 x 9,21 mt. MAN-diesel. 2.800 pk. 11,5 knp.} Gebouwd in 1936 bij Wilton-Fijenoord Schiedam (656). Op 1 jan 1939 werd hij benoemd tot 'Pernament Captein' op de Elusa.
    “De Elusa onder gezag van kapitein J. J. Beckeringh was op 27 april 1941 uit Curacao naar de Clyde vertrokken. In Halifax werd ze ingedeeld in konvooi HX 126 bestaande uit 29 schepen die op 10 mei vertrokken naar de UK. Dit konvooi werd slechts begeleid  door een hulpkruiser en een onderzeeboot (van bescherming was dus nauwelijks sprake). De eerste 10 dagen verliepen zonder problemen voor dit konvooi.  Op 19 mei ontdekte de U-94 het konvooi dat zich toen op 250 mijl ten zuiden van Groenland bevond. Alle onderzeeboten van de ‘’West-Gruppe’’, in totaal 8 onderzeeboten, werden opgeroepen. Op 20 mei werden vier schepen getorpedeerd door de U-556 de daarop volgende dagen werden er nog eens zes schepen tot zinken gebracht. De Elusa was het negende schip wat werd getorpedeerd en wel door de U-93 onder commando van Ltz. 1e klasse Korth. De torpedo die de Elusa trof was afgevuurd op een vrachtschip welke werd gemist en bij toeval werd de Elusa geraakt om 05.29 uur op 21 mei. Er ontstond brand in de lading en op het achterschip. De hoofdmotor was, conform de voorschriften in geval van een ontploffing, direct stop gezet. De bakboordsloep op het achterschip werd onmiddellijk gestreken. Deze snelle actie was waarschijnlijk de redding van de bemanning op het achterschip. Ook een stuurboordsloep midscheeps werd door de Chinese bemanning te water gelaten waarmee ze direct wegvoeren zonder zich te bekommeren om de rest van de bemanning in de midscheeps. Gelukkig kon ook de bakboordsloep midscheeps gestreken worden. Alleen de kapitein bleef nog aan boord van de Elusa. Na een half uur verscheen een Brits oorlogsschip die de bemanning van de drie sloepen oppikte en vervolgens de kapitein van boord haalde. De 1e machinist was om het leven gekomen en vijf opvarenden waren bij het in de sloep gaan verdronken. De volgende dag dreef de Elusa nog steeds, echter de Britse commandant wilde geen sleepboothulp in roepen en evenmin zelf de Elusa tot zinken brengen. Later zonk toch de Elusa door de aangebrachte schade. Op 25 mei werden de 49 geredde bemanningsleden in Reykjavik aan wal gezet”.
    Op 30-6-1941 werd hij benoemd tot Kapitein op de Magdala en later op 6-7-1943 op de Gadila. Daarna diende hij nog als Kapitein op de Clavella; Cistula; Mirza en Cleodora.

    Hij ging met pension op 1-2-1947, maar bleef ze zee trouw. Op 30-1-1952 werd hij op weg van Kopenhagen naar huis, te Hamburg door de dood verrast. Kapitein Beckeringh was drager van het 'Oorlogsherinneringskruis met vier gespen' (K.B. no:1 van 26-8-1943) en kreeg op 1- 10-'43 het 'Kruis van Verdiensten' opgespeld.

    15-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    14-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gen. 10 >

    Generatie No: 10.


    352. Andreas Gerhardus Beckeringh
    werd geboren op 31 december 1812 in Nieuwolda en overleed op 14 september 1851 in Wildervanck. Hij trouwde met Janna Berends Mulder op 15 mei 1840 in Wildervanck. Zij werd geboren op 1 januari 1808 in Veendam en overleed op 1 april 1865 in Wildervanck als een dochter van Berent (Mulder) en Grietje Cater; kldr. van Berend Jans en Woltertje Alberts en van Tiemen Hendriks Cater en Jantje Harms Clouwen.

    Andreas Gerhardus Beckeringh: Broodbakker.
    Janna Berends Mulder: Gedoopt NH: 31 januari 1808, Wildervanck.

    Familiewapen Mulder:
    In goud een geplante boom op een groen grasveld, vergezeld ter weerszijde van een zwart antiek molenijzer, rustend op 't grasveld.
    Helmteken: Twee nakend armen van natuurlijke kleur, houdend in de handen een zwart molenijzer.
    Helmkleden: Groen, gevoert van goud.
    FDFG no.134
    Marriage Notes for Andreas Beckeringh and Janna Mulder:
    Getuige bij de huwelijksvoltrekking: Evert Benes Radema, klerk. Derk van den Berg, logementhouder. Beide woonachtig te Wildervanck. Geert Pierers Bakker, landgebruiker, wonende te Veendam. Hermannus van den Berg, militair met verlof te veendam. Allen onverwant.

    Kinderen van Andreas Beckeringh en Janna Mulder zijn:

       409 I. Gerhardus Beckeringh, geboren in 1841 te Wildervanck; overleden op 28 januari 1846 in Wildervanck.

    + 410 II. Berend Beckeringh, geboren op 9 februari 1843 in Wildervanck; overleden op 19 juli 1930 in Westerbork.

       411 III. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 20 oktober 1844 in Wildervanck; overleden op 28 januari 1846 in Wildervanck.

    + 412 IV. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 16 februari 1847 in Wildervanck; overleden op 10 mei 1891 in Sappenmeer.

    + 413 V. Gerhardus Beckeringh, geboren op 27 juni 1850 in Wildervank; overleden op 29 januari 1922 in Erica.


    355 Jan Jacob Beckeringh
    werd geboren op 13 juni 1819 in Nieuwolda en overleed op 16 oktober 1888 in Beerta. Hij trouwde met Swaantje Woldendorp op 15 mei 1847 in Winschoten. Zij werd geboren op 28 maart 1824 in Wildervanck en overleed op 17 augustus 1912 in Groningen als een dochter van Edzo Woldendorp en Bouwina Kremer; kldr. van Tobias Woldendorp en Zwaantje Edzes Blokkema en van Derk Jans Kremer en Everdina Boelens.

    Jan Jacob Beckeringh: Huisschilder- Brievengaarder.

    Kinderen van Jan Beckeringh en Swaantje Woldendorp zijn:

    + 414 I. Gerhardus Beckeringh, geboren op 9 augustus 1849 in Wildervanck; overleden rond 1920 in Groningen.

    + 415 II.  Edzo Beckeringh, geboren op 16 februari 1852 in Wildervank; overleden op 13 juli 1924 in Nieuwe Schans.

    + 416 III. Bouwina Everdina Beckeringh, geboren op 16 april 1854 in Wildervanck; overleden op 10 april 1933 in Bellingwolde.

    + 417 IV. Andreas Beckeringh, geboren op 24 april 1857 in Wildervanck; overleden op 10 januari 1927 in Heerde.

    + 418  V.  Ida Beckeringh, geboren op 23 oktober 1859 in Wilderrvanck; overleden op 31 augustus 1935 in Groningen.

    + 419 VI.  Derk Beckeringh, geboren op 22 oktober 1862 in Wildervanck; overleden op 8 december 1937 in Groningen.


    379. Jan Jacob Beckeringh
    werd geboren op 25 augustus 1825 in Amsterdam en overleed op 7 februari 1866 in Amsterdam. hij trouwde (1) met Anna Catharina Rebel op 12 september 1850 in Amsterdam. Zij werd geboren op 5 juli 1824 in Amsterdam en overleed op 21 mei 1852 in Amsterdam als een dochter van Gerbert Rebel en Anna Schivnek. Hij trouwde (2) met Petronella Henriette van 't Haaff op 16 juli 1858 in Doesburg. Zij werd geboren op 5 december 1832 in Doesburg en overleed tussen 1873 - 1880 in Amsterdam als een dochter van Steven van ‘t Haaff en Petronella Hermsen.

    Jan Jacob Beckeringh: Beroep: Koopman.
    Anna Catharina Rebel: Gestorven in het kraambed van haar doodgeboren zoontje.
    Op 2-11-1868 kwam Petronella als weduwe terug in Doesburg en keerde op 21-5-1873 terug naar Amsterdam, samen met haar zuster Stephana.

    Kind van Jan Beckeringh en Anna Rebel is:

       420 I. N. Beckeringh, (dood)geboren op 15 mei 1852 in Amsterdam; overleden op 15 mei 1852 in Amsterdam.


    380. Jeanne Beckeringh
    werd geboren op 18 september 1827 in Amsterdam en overleed op 31 okto-ber 1919 in Amsterdam met Reinhard Lodewijk Scholten op 3 juni 1858 in Amsterdam. Hij werd geboren op 18 januari 1811 in Amsterdam en overleed op 1 oktober 1874 in Amsterdam als een zoon van Jan Scholten en Wilhelmina Scholten; klzn. van Casper Wilhelm Scholten en Gesina Tjeenk en van Johan Reinhard Scholten en Wilhelmina Petronella Schmidt

    Reinhard Lodewijk Scholten: Makelaar en reder te Amsterdam. Weduwenaar van J.W. Dieperink.

    Familiewapen Scholten:
    Gevierdeeld; { I+IV } In rood een gouden ster. { II+III } In blauw een zilveren vogel, staande op een zilveren takje.
    Hemteken: Een vlucht van goud [linls] en rood [rechts]. Helmkleden: Rechts; goud gevoert van rood en Links, zilver gevoert van blauw.
    Rietstap; NP.48

    Kinderen van Jeanne Beckeringh en Reinhard Scholten zijn:

       421 I. Johan Scholten.

       422 II. Reinhard Scholten.


    383.
    Hendrika Hermina Beckeringh werd geboren op 25 oktober 1836 in Amsterdam en overleed op 27 juni 1898 in Velp. Zij trouwde met Jacobus Johannes Verbrügh op 15 juni 1865 in Utrecht. Hij werd geboren rond 1823 in Utrecht en overleed rond 1894 te Utrecht als een zoon van Hendrik Verbrügh en Barendina Bos.

    Kinderen van Hendrika Beckeringh en Jacobus Verbrugh zijn:

       423 I. Sara Maria Verbrugh, geboren in 1867 te Utrecht; overleden op 9 mei 1918 in Arnhem.

       424 II. Jansje Verbrugh, geboren op 16 mei 1867 in Utrecht; overleden op 24 mei 1867 in Utrecht.

       425 III. Jansje Verbrugh, geboren in 1869 in Utrecht. Ze trouwde met Jeremias Janse 20 juni 1894 in Rheden; geboren rond 1864 in Arnhem.

       426 IV. Hendrik Verbrugh, geboren op 17 januari 1869 in Utrecht; overleden op 17 maart 1869 in Utrecht.

       427 V. Dirk Jan Verbrugh, geboren in juni 1870 te Utrecht; overleden op 18 februari 1871 in Utrecht.

       428 VI. Jacobus Johannes Verbrugh, geboren op 13 juni 1871 in Utrecht; overleden op 13 augustus 1871 in Utrecht.

       429 VII. Hendrika Hermina Verbrugh, geboren op augustus 1872 in Utrecht; overleden op 5 augustus 1872 in Utrecht.

       430 VIII. Hendrika Hermina Verbrugh, geboren op juni 1873 in Utrecht; overleden op 7 augustus 1873 in Utrecht.

       431 IX. Lodewijk Verbrugh, geboren in augustus 1875 te Utrecht; overleden op 3 oktober 1875 in Utrecht.

       432 X. Hillegonda Verbrugh, geboren in maart 1880 te Utrecht; overleden op 5 december 1880 in Utrecht.


    384. Petronella Elisabeth Beckeringh
    werd geboren op 13 januari 1840 in Amsterdam overleed op 18 september 1902 in Velp (Huize Marienhof). Ze trouwde met Jhr. Lodewijk de Geer op 21 oktober 1859 in Amsterdam. Hij werd geboren op 28 december 1832 in Utrecht en overleed op 5 maart 1909 in Velp als een zoon van Anthony de Geer en Hester Van Lintelo; klzn. van Barthold de Geer en Jacoba Gijsbertha van Vianen en van Egbert Van Lintelo en Catharina Graafland

    Lodewijk De Geer: predikant.

    Familiewapen De Geer:
    In zilver vijf aaneengesloten rode spitsruiten naast elkander, die de vier randen van het schild reken, De middelste ruit beladen met drie gouden leliën boven elkander.
    NA. 1913

    Kinderen van Petronella Beckeringh en Lodewijk de Geer zijn:

       433 I. Anthony Gustaaf De Geer, geboren op 8 juni 1866 in Doesburg; overleden op 27 april 1888 in Groningen.

       434 II. Lodewijk De Geer, geboren op 7 september 1867 in Groningen; overleden op 11 februari 1869 in Groningen.

       435 III. Sara Maria De Geer, geboren op 13 oktober 1868 in Groningen; overleden in juni 1952. Zij trouwde met Brend Ten Cate op 20 augustus 1896 in Rheden; geboren rond Abt. 1868 in Enschede.

       436 IV. Dirk Jan De Geer, geboren op 14 december 1870 in Groningen; overleden op 27 november 1960 in Soest. Hij trouwde met Maria Voorhoeve op 11 augustus 1904 in Rooterdam; geboren in 1883 te Rotterdam.

    Dirk Jan De Geer: tussen 1918 - 1940, Kamerlid - Minister - Ministerpresident. 

       437 V. Lodewijk De Geer, geboren op 27 januari 1872 in Groningen; overleden op 1 september 1904.

       438 VI. Hester De Geer, geboren op 8 maart 1873 in Groningen; overleden op 12 juni 1908 in Arnhem.

       439 VII. Petronella Elisabeth De Geer, geboren op 7 september 1874 in Groningen; overleden op 28 januari 1945. Zij trouwde met Emil Van Hoogstraten op 28 september 1898 in Rheden; geboren rond 1874 in Almelo-Stad.

       440 VIII. Barthold Jacob De Geer, geboren op 3 november 1875 in Groningen; overleden op 13 september 1918 in Baarn. Hij trouwde met Johanna Elisabeth Everwijn in Baarn.

       441 IX. Jacoba Magdalena De Geer, geboren op 1 september 1878 in Rotterdam; overleden op 30 juni 1945.

       442 X. Johanna De Geer, geboren op 11 januari 1880 in Rotterdam; overleden op 9 december 1965.


    386. Petronella Sophia Beckeringh
    werd geboren op 26 maart 1830 in Amsterdam en overleed op 6 mei 1899 in Arnhem. Zij trouwde (1) met Matthijs Pietersz. Weimar Ten Cate op 2 augustus 1850 in Amsterdam. Hij werd geboren op 1 januari 1821 in Amsterdam en overleed op 25 juni 1864 in Arnhem als een zoon van Pieter Ten Cate en Louise Weimar; klzn. van Mathias Abrahams Ten Cate en Anna Bosch en van George Hendrik Weimar en Jacoba Veltmaat. Zij trouwde (2) met Evert Rutgers op 2 augustus 1883 in Amsterdam. Hij werd geboren op 13 november 1823 in Wageningen en overleed op 6 november 1901 in Arnhem als een zoon van Arnoldus Wijnand Rutgers en Jannigje van Woudenberg.

    Matthijs Pietersz. Weimar Ten Cate: Koopman/makelaar te Amsterdam. Naamstoevoeging Weimar aan Ten Cate bij K.B. 1849.

    Wapenschild Ten Cate:
    Op een zilveren veld, op een groen terras een stappend hert in natuurlijke kleur.
    Helmkleden: Groen gevoert van zilver. Helmteken: Een uitkomend hert in natuurlijke kleur.
    NP. no: 48

    Evert Rutgers: Logementhouder en koopman.

    Familiewapen Rutgers:
    Op een groen veld, staande een groene boom op een gouden schild.
    Helmteken: Een vlucht van zilver. Helmkleden: groen, gevoert van goud.
    NP no: 13

    Kinderen van Petronella Beckeringh en Matthijs Weimar Ten Cate zijn::

       443 I. Louise Matthia Weimar Ten Cate, geboren op 1 april 1850 in Amsterdam; overleden op 17 juni 1919 in Baarn. Zij trouwde met Nicolaas De Vries op 6 juni 1872 in Arnhem; geboren op 14 juni 1843 in Amsterdam; overleden op 18 januari 1908 in Amsterdam. Zoon van Pieter de Vries en Riemke Eindhoven.

       444 II. Nicollette Henrietta Matthia Weimar Ten Cate, geboren rond 1851 te Amsterdam. Geen overlijdensdata gevonden. Zij trouwde met Antoine Plate op 6 juni 1872 in Arnhem; geboren rond 1851 in Goemoe. Geen overlijdensdatum gevonden. Zoon van Jean Guillame Plate en Johanna Wagenknecht.

       445 III. Petronelle Sophia Matthia Weimar Ten Cate, geboren in september 1853 te Amsterdam; overleden op 30 juli 1869 in Arnhem.


    388. Adrianus Willem (I) Beckeringh
    werd geboren op 3 januari 1841 in Amsterdam en overleed op 2 mei 1907 in Amsterdam. Hij trouwde met Sara Adriana Elisabeth Krook van Harpen op 30 november 1893 in Amsterdam. Zij werd geboren op 13 januari 1855 in Amsterdam en overleed op 8 december 1944 in Soest als een dochter van Jan Krook Van Harpen en Johanna Du Burlet; kldr. van Arent Krook Van Harpen en Sara Claassens en van Everard Du Burlet en Adriana E. Tack.

    In de buurt van Ughelen ligt het “Willemsbos”, dit bos is mede onstaan door Adrianus. Hieronder een beknopte samenvatting van het artikel dat beschreven is op http://www.ugchlen.org/willemsbos door Tom Witteveen.

    “Het "Willemsbos" te Apeldoorn. Om de geschiedenis van het bos boven water te krijgen, moeten we terug naar het jaar 1898. In dat jaar werd, door een initiatief van de heer Roosmale van Nepveu te Doorn, de Oranjebond van Orde opgericht. De bond stelde zich onder meer ten doel: de bouw van arbeiderswoningen, heideontginning, stichting van heidehoeven en het in leven roepen van arbeidskassen. Dat was in die tijd wel nodig ook omdat velen leefden op de grens van bet minimale. Van Roosmale van Nepveu kreeg in de gepensioneerde luitenant-kolonel van het Indisch leger, de heer P. Bruijn van Rozenburg, een warm medestander, Bruijn van Rozenburg woonde in Apeldoorn aan de Emmalaan. Toen de Apeldoorner in Amsterdam een lezing hield voor de Oranjebond van Orde, met de bedoeling financiële middelen bijeen te krijgen voor de aankoop van grond en de bouw van zes arbeiderswoningen op het Hofveld in Apeldoorn, was onder zijn gehoor de heer A. W. Beckeringh. Toen deze Amsterdammer hoorde van de plannen om de heersende werkloosheid te bestrijden door het ontginnen van de daar liggende, bijna waardeloze, heidegrond, raakte hij geïnteresseerd. Door de mensen ook nog een arbeiderswoning te geven zouden zij een menswaardiger bestaan kunnen krijgen. Omdat de Bond zich ook bezig hield met het ontginnen van heidevelden en het aanleggen van bossen, nu zouden we zeggen: werkgelegenheidsprojecten, koos hij voor deze mogelijkheid. Beckeringh was een man met een warm hart, de nood onder de mensen spoorde hem aan iets te doen. Hij zou veel te maken krijgen met het Willemsbos in Apeldoorn.
    De heer Bruijn van Rozenburg maakte dus in die jaren 1887-1898 kennis met twee personen. In de eerste plaats met de Amsterdammer A.W. Beckeringh. Een man die meevoelde met de nood der heidebewoners. Hij was van mening dat er wat moest. worden gedaan aan de moeilijke levensomstandigheden van deze mensen. Hij koos voor bosaanleg, een soort werkgelegenheidsproject. Bruijn van Rozenburg (nog steeds staat een gedenksteen voor hem in het 'Willemsbos’) maakte kort voor 1900 ook kennis met een zekere mevrouw Tinkhof die in Ugchelen woonde. Een ontmoeting die zou leiden tot de start van de aanleg van het 'Willemsbos'. Mevrouw Tinkhof had, als bewoonster van Ugchelen, bij de verdeling van de 'Ugchelense marke' ook haar deel gekregen. De dame, een oude Indische mevrouw, was erg gulhartig voor de bevolking. Nog vele jaren is die gulheid een onderwerp van gesprek geweest in Ugchelen. Mensen die in Indië hadden gewoond en gewerkt voelden zich aangetrokken tot elkaar, de reden dat ook mevrouw Tinkhof en Bruijn van Rozenburg elkaar ontmoetten. Nu was mevrouw Tinkhof een beet,je in financiële moeilijkheden gekomen. Daarom besloot ze grond te verkopen. Bruijn van Rozenburg, bracht haar in contact met Beckeringh die achttien hectare heidegrond van haar kocht. Hij zette vaart achter de zaak en reeds in 1898 werd een start gemaakt met de ontginning. Langzaam maar niettemin met een zekere regelmaat kon de oorspronkelijke achttien hectare heide worden uitgebreid tot 180 bunder heidegrond. Het merendeel van de grondbezitters was wel tot verkoop bereid. Niettemin waren velen van mening dat iemand die zoveel geld verdiende met het omspitten van de grond ook wel een stevige prijs kon betalen. Op dat moment wordt de naam Witteveen in Ugchelen geïntroduceerd. Er bleek behoefte te bestaan aan een boswachter, een man die toezicht hield bij het spitten en omploegen van de hei (eerst met ossen, later met de stoomploeg) en het planten van de bomen. De keus viel op Jan Willem Witteveen. Hij was getrouwd met Tonia Kuiper. Ze kwamen uit de omgeving van Drostendijk, niet ver van Teuge. Witteveen heeft in Ugchelen veel betekend. Hij was ondermeer één van de oprichters van de buurtvereniging Ugchelens Belang. Witteveen werd ‘boswachter zonder bos'. Want toen hij de voor hem gebouwde woning betrok, midden in de onafzienbare heidevlakte, was er van bos in die omstreken in het geheel nog geen sprake. Jaan Polman-Witteveen, het vierde kind van Jan Willem en Tonia, weet zich nog goed te herinneren dat haar moeder meerdere malen heeft geklaagd over de toestanden daar. Als het hard woei en de deur van de boswachterswoning werd geopend, kwam het heidezand met grote hoeveelheden de kamer in. Later werd daar een zogenaamd 'klompenhok' gebouwd. Daardoor verbeterde de situatie aanmerkelijk. Jan Willem Witteveen was niet speciaal voor de bosbouw opgeleid. Hij had meer verstand van landbouw. De interesse voor het bosbouwbedrijf vergoedde echter veel. Mevrouw Polman-Witteveen heeft als kind het poten van de dennen meegemaakt. Zelfs boeren uit de omgeving van Uddel kwamen naar Ugchelen. Zij liepen de afstand en brachten een kruik drinken en een pakje brood mee. Ze maakten zeer lange dagen en moesten dan, vanzelfsprekend, ook weer te voet naar huis. De bomen werden in grote manden aangevoerd. De grondwerkerslonen waren laag. De mensen die daar in het begin van deze eeuw lange dagen maakten, gingen met zeventig cent per dag huiswaarts.
    Het jaar 1898 was voor de zeer Oranje getinte 'Oranjebond van Orde' vanzelfsprekend een zeer belangrijk jaar. Immers in dat jaar werd Koningin Wilhelmina gekroond. Het was in die tijd mode bij dergelijke gebeurtenissen een boom te planten. Daardoor werd als eerste een 'kroningslinde' geplaatst. De boom heeft het volgehouden tot de tweede wereldoorlog. Brandstofgebrek was er toen de oorzaak van dat de toch al niet florerende boom werd gekapt . Op 10 juni 1904 kreeg het bos de naam die 't nu nog steeds draagt: 'Het Willemsbos'. Aanleiding tot de doop van het bos was het bezoek Van de heer Beckeringh, eigenaar van de gronden, met zijn zoon. Beckeringh’s zoon heette net als zijn vader Adrianus Willem (1899-1964). Tijdens zijn eerste bezoek werd een boom geplant. Een eik. De boom kreeg de naam ‘Willemseik'. Nog steeds staat deze boom in het bos. Al ruim tachtig jaar. Het hekwerk dat er omheen is geplaatst, wordt er niet beter op. Het raakt danig in verval. Het zou eigenlijk weer moeten worden opgeknapt. Is het niet een monument ter ere aan de vele 'gewone' mensen die hier keihard hebben moeten werken om aan de kost te komen? Die het nageslacht een schitterend bos hebben bezorgd waar veel mensen ontspanning kunnen vinden?
    De oorlog was een moeilijke tijd voor de boswachter. Aan een kant het bos dat aan zijn zorg was toevertrouwd, aan de andere kant de mensen die geen brandstof hadden. Zoveel mogelijk mensen probeerde hij te helpen met een 1/2 m3 hout. De oorlog had ook nog andere gevolgen dan de houtroof. Om te beginnen kwam er een heffing ineens, de z.g. 'vermogensaanwas-belasting'. Voor ieder die bezittingen had was de waarde omhooggeschoten en daar moest een heffing over worden betaald. Die meerdere waarde kwam niet in contanten voor, zodat de heer Beckeringh in 1949 het stuk aan de andere kant van de spoorlijn, van 45 hectare, verkocht aan de heer J. van der Krol, houthandelaar te Maartensdijk, die tot zeer groot leedwezen van Anton Witteveen in 1951 de rest van het Willemsbos kocht op 14 hectare na, want het Willemsbos en Beckeringh hoorden bij elkaar. De heer Beckeringh verkocht het bos ten behoeve van zijn zoon Adriaan Willem (III) (1928-1976), die een garage begon in Uithoorn.”

    Adrianus Willem (I) Beckeringh: Tabakshandelaar.
    Op 11 september 1862 (21jr) kreeg Adrianus het recht van Meerderjarigheid door de Hoge Raad der Nederlanden en goedgekeurd bij KB no: 48 van 17 september 1862. En op 29 december 1863 ging hij een vennootschap aan met zijn vader. Deze vennootschap vong aan op 1 januari 1864 en had de bedoeling het voortzetten van zodanige handel, hoofdzakelijk Tabak, welke als door zijn vader eerst onder zijn eigen naam had gedreven te Amsterdam. Adrianus werd op 1 maart 1865 benoemd tot Commissaris van de Brand Maatschappij te Amsterdam van 1865 tot 1907.

    Na het overlijden van haar man vertrok Sara met haar zoon naar Soest op 19 mrt. 1907 en ging voor altijd wonen op het landgoed "Eikenhorst" wat haar man ooit had gekocht in 1898, en toenmalig gelegen was aan de Utrechtseweg no.4. Op 30 november 1911 werd door een raadsbesluit van de gemeente Soest de naam 'Utrechtseweg' veranderd in de 'Beckeringhstraat'. Het landgoed is momenteel een rust- en verpleeghuis.

    Familiewapen Krook van Harpen:
    Gevierdeeld: I + IV } In goud een rode klimmende rode leeuw, omzoomd door een gekanteeld schildzoom van zwart. (van Harpen) II + III } gedeeld: a) In blauw een geluipaarde leeuw van goud. b) In zilver een zwarte kraanvogel. (Krook )
    Helmteken: Uit een gekroonde helm een uitkomende leeuw. Helmkleden: Rechts, gevoerd van rood en Links, goud gevoert van blauw.
    Schildhouders: Een of twee leeuwen in natuurlijke kleur.
    Wapenspreuk: "Dieu ovec nous."
    NP. no.18.

    Kind van Adrianus Beckeringh en Sara Krook van Harpen is:

    + 446 I. Adrianus Willem (II) Beckeringh, geboren op 11 mei 1899 in Amsterdam; overleden op 26 mei 1964 in Leiden.


    391.
    Willem Beckeringh Lankhorst werd geboren op 13 februari 1833 in Sneek en overleed op 19 mei 1913 in Sneek. Hij trouwde met Antonia Berendsdr. Ten Cate op 29 september 1858 in Enschede. Zij werd geboren op 9 oktober 1831 in Enschede en overleed op 4 oktober 1905 in Sneek als dochter van Berend Ten Cate en Aaltje(n) Stevens; kldr. van Benjamin Ten Cate en Aaltjen Tegelaar en van Hermanus Stevens en Gerridana Lammerink.

    Willem van Lankhorst mocht zich op verzoek van zijn ouders op 20 juli 1833 zich noemen en schrijven Willem Beckeringh Lankhorst. Dit werd bevestigd door het Koninklijke Besluit no: 42. Geboorte akte gerectificeerd bij K.B. d.d. 20 juli 1833 nr. 42, waarbij naam kind wordt veranderd in "Willem Beckeringh Lankhorst"; deze rectificatie werd ingeschreven d.d. 2 januari 1852.

    Willem nam in 1858 de zaak van zijn vader over.

    Heeg, notaris A. Heringa. Inv. nr. 054067 repertoire nr. 58 d.d. 23 december 1884. Royement
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek.

    Sneek, notaris J. M. Goslings. Inv. nr. 119089 repertoire nr. 47 d.d. 30 april 1887Obligatie; Betreft een kapitaal van fl. 9.000.
    - Jentje Jentjes Wiarda te Sneek, debiteur
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, crediteur.

    Sneek, notaris J. M. Goslings. Inv. nr. 119089 repertoire nr. 48 d.d. 2 mei 1887. Obligatie. Betreft een kapitaal van fl. 1.000.
    - Wybrand van der Zee te Sneek, debiteur
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, crediteur.

    Sneek, notaris J. M. Goslings. Inv. nr. 119091 repertoire nr. 55 d.d. 30 mei 1889. Huwelijkstoestemming, akte niet aanwezig.
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, gehuwd met Antonia ten Cate.

    Heeg, notaris T. Poelstra. Inv. nr. 054078 repertoirenrs. 1055 en 1061 d.d. 24 mei 1893;
    Provisionele en finale toewijzing. Betreft de verkoop van een zathe en landen, 2 huizen met erven te Gaastmeer, koopsom fl. 20.659.
    - Ale Bokkes Wink te Gaastmeer, verkoper; - Jurjen Meijes Grasman te Gaastmeer, verkoper;
    - Anne Baukes Visser te Heeg, koper; - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, koper.

    Sneek, notaris J. M. Goslings. Inv. nr. 119096 repertoire nr. 20 d.d. 3 maart 1894. Koopakte.
    Betreft de verkoop van een huis met erf te Sneek, koopsom fl. 1.000.
    - Dirk Jetzes Bakker te Sneek, verkoper - Jet Gerbens Bouma te Sneek, verkoper - Nicolaas Jurjan Lankhorst te Sneek, verkoper
    - Enno ten Cate Hennema te Sneek, koper - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, koper.

    Sneek, notaris J. M. Goslings. Inv. nr. 119096 repertoire nr. 40 d.d. 9 april 1894. Koopakte.
    Betreft de verkoop van de helft van een huis te Sneek, koopsom fl. 500.
    - Enno ten Cate Fennema te Sneek, verkoper - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, koper.

    Sneek, notaris J. M. Goslings. Inv. nr. 119096 repertoire nr. 85 d.d. 12 september 1894. Schenking. Betreft een huis met erf te Sneek.
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, schenker
    - Nationale Christen-Geheel Onthouders Vereeniging te Amsterdam, begiftigde.

    Heeg, notaris T. Poelstra. Inv. nr. 054079 repertoire nr. 1307 d.d. 13 november 1894. Royement, akte niet aanwezig.
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek; - Jurjen Meyes Grasman te Gaastmeer.

    IJlst, notaris K. Poelstra. Inv. nr. 147075 repertoire nr. 215 d.d. 5 maart 1895. Koopakte.
    Betreft de verkoop van een huis met erf te Sneek, koopsom fl. 2070.
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, verkoper - Gerrit Hemstra te Sneek, koper.

    Sneek, notaris J. M. Goslings. Inv. nr. 119103 repertoire nr. 91 d.d. 11 mei 1901. Koopakte.
    Betreft de verkoop van een heerenhuis met plaats en tuin te Sneek, koopsom fl. 6.900.
    - Willem Beckeringh Lankhorst te Sneek, verkoper - Louis Karel Hubert Theunissen te Sneek, koper.

    Familiewapen Ten Cate:
    Op een groen veld, staande links op een zilveren terras drie bomen van zilver, waaruit aan de rechterkant een springend zilveren hert, vergezeld van boven een zilveren ster.
    Helmkleden: groen gevoert van zilver. Helmteken: ster van groen en zilver.
    NP. 48.

    Kinderen van Willem Beckeringh Lankhorst en Antonia Ten-Cate zijn

    + 447 I. Auke Beckeringh Lankhorst, geboren op 5 juli 1859 in Sneek; overleden rond 1930 in Sneek.

    + 448 II. Aaltje Beckeringh Lankhorst, geboren op 2 januari 1861 in Sneek; overleden rond 1958 in Sneek.

       449 III. Agnietta Beckeringh Lankhorst, geboren op 28 november 1868 in Sneek; overleden op 2 februari 1890 in Sneek.


    398. Sibbella Plantina Beckeringh
    werd geboren op 29 november 1826 in Eenum en overleed op 5 februari 1918 in Harderwijk. Zij trouwde met Arnoldi Grevers op 22 juni 1856 in Bedum. Hij werd geboren op 7 maart 1823 in Nijmegen en overleed op 27 april 1903 in Harderwijk als een zoon van Hendrik Grevers en Christiaans Muller.

    Arnoldi Grevers: Majoor der Infanterie. Wethouder.

    Kinderen van Sibbella Beckeringh en Arnoldi Grevers zijn:

       450 I. Geertruida Johanna Christina Sophia Grevers, geboren rond 1857 in Bedum; overleden op 7 februari 1932 in Harderwijk. Zij trouwde met Wilhelm Abraham Verhoeven op 6 augustus 1883 in Harderwijk; geboren rond 1854 in Harderwijk; overleden voor 1940. Zoon van Jacobus Verhoeven en Cornelia de Meer.

       451 II. Meddina Albertha Hermanna Grevers, geboren rond 1860 in Groningen. Zij trouwde met Jacobus Kornelis Nieboer 16 augustus 1880 in Hardewijk; geboren rond 1855 in Groningen;

       452 III. Anthonius Grevers, geboren op 16 juni 1861 in Groningen; overleden op 11 januari 1888 in Tonsel - Harderwijk.

    Bij zijn overlijden wordt hij ingeschreven als “Anthonius Grevers Beckeringh”.
    (zie: toegangnr: 0207; ivent. no: 4378; akte no.8 Harderwijk


    403. Statius George Geertsema Beckeringh
    werd geboren op 22 februari 1835 in Baflo en overleed op 18 februari 1907 in Eijsden. Hij trouwde met Albertha Anthonia Frederika Harger op 8 oktober 1865 in Bedum. Zij werd geboren op 14 september 1834 in Marken en overleed op 4 augustus 1901 in Schoondijke als een dochter van Johannus Harger en Maria Peters.

    Op 6 december 1835 mocht Statius Beckeringh zich bij Koninklijk Besluit zich noemen en schrijven Statius George Geertsema Beckeringh.

    Statius stond in 1855 ingeschreven als student Theologie in Groningen. Hij stond als predikant te Sybrandaburen; Haskerhorne; Hypolythushoef; Hoorn (Texel); Kats en Schoondijke; Kleverskerk (1872-1877.

    Hervormde Gemeente Nieuw- en Sint Joosland: Datering 1875.
    Afschriften van stukken betreffende het geschil tussen de kerkeraad enerzijds en Lijn Dingemanse en S.G. Geertsema Beckeringh, predikant te Kleverskerke, anderzijds over de erkenning van een door laatstgenoemde voltrokken doop aan een kind van genoemde Dingemanse, ondanks het feit, dat de ouders geen lidmaten der kerk waren.

    Kinderen van Statius Geertsema Beckeringh en Albertha Harger zijn:

       451 I. Geertruida Johanna Geertsema Beckeringh, geboren op 11 augustus 1866 in Cats; overleden op 7 februari 1919 in Gulpen. Zij trouwde met Herman Frederik Mallinckrodt op 20 mei 1907 in Eysden; geboren op 6 december 1872 in Banda Neria NI; overleden op 4maart 1932 in Gulpen. Zoon van Willem Mallinckrodt en Hester Adriana Harting.

    Herman Mallinckrodt: Organist. Hertrouwde na het overlijden van Geertruida met Maria Klein.

        454 II. Anthonius Geertsema Beckeringh, geboren op 26 september 1867 in Cats; overleden op 18 juli 1868 in Onderdendam.

    + 455 III . Anthonius Geertsema Beckeringh, geboren op 7 februari 1870 in Cats; overleden op 21 mei 1945 in Tjimahi Batavia.

    + 456 IV. Alida Arnoldina Geertsema Beckeringh, geboren op 25 juni 1871 in Cats; overleden op 25 oktober 1969 in Zeist.

       457 V. Lucretia Fenna Geertsema Beckeringh, geboren op 27 juni 1872 in Arnemuiden; overleden op 30 augustus 1872 in Arne-muiden.

       458 VI. Gerhard Johan Herman Geertsema Beckeringh, geboren op 22 juni 1873 in Arnemuiden. Geen overlijdendsdatum bekend.

    Gerhard vertrok op 14 april 1890 naar Middelburg. Daar daar het BS is vernietigd in de 2e wo. is het niet bekend waar hij heen is vertrokken. Verdere gegevens ontbreken totaal.

    + 459 VII. Sibilla Plantina Geertsema Beckeringh, geboren op 30 oktober 1874 in Arnemuiden. Geen overlijdensdatum bekend.

    + 460 VIII. Hendrika Lukretia Geertsema Beckeringh, geboren op 27 februari 1877 in Arnemuiden; overleden op 22 juli 1957 in Driebergen.


    408. Johannus Beckeringh van Loenen
    werd geboren op 12 maart 1842 in Beilen en overleed op 18 april 1900 in Dwingeloo. Hij trouwde met Helena Hermanna Diephuis op 25 augustus 1869 in Groningen Zij werd geboren op 8 november 1841 in Farmsum en overleed op 17 februari 1911 in Beilen als een dochter van Gerhardus Diephuis en Alagonda Hemmes; kldr. van Marcus Cornelius Diephuis en Harmanna Jager en van Johannes Henricus Hemmes en Helena Harmanna Borgesius.

    Johannus van Loenen mocht zich vanaf 6 juni 1861 bij Koninklijk Besluit no. 45, zich noemen en schrijven 'Johannus Beckeringh van Loenen'.

    De familie Beckeringh van Loenen ging een combinatie voeren van het familiewapen der Beckeringh’s en die van Van Loenen.
    Het schild werd gedeeld. I. In blauw een zilveren ster vergezeld van een gouden sleutel (van Loenen); II. Op een gouden schild een groene boom staande op een groen terras, vergezeld door twee boomstronken in natuurlijke kleur. Achter de boom omliggende een bijl van blauw met een bruine steel, met de blad rechts in de grond (Beckeringh).
    De helmteken en kleden zijn die van de familie Van Loenen.

    Johannus Beckeringh van Loenen: Tussen 1868 - 1870, Advocaat-Burgemeester-gem.secretaris te Westerbork. Tussen 1870 - 1878, Burgemeester van Beilen. Tussen 1878 - 1883, Notaris te Beilen en tussen 1883 - 1889, Notaris te Dwingeloo.

    Familiewapen Diephuis:
    In rood een blauwe linker geschuinde balk, beladen met drie zilveren sterren.
    Helmkleden: Links; Blauw gevoert met zilver. Rechts: Rood gevoert met zilver. Helmteken: Een zilveren ster.
    NP. 18
    NB. Alhoewel Johannus en zijn nageslacht officieel niet tot de familie Beckeringh behoort, maar tot het geslacht Van Loenen, wordt hij en de zijnen wel gevolgd.

    Kinderen van Johannus Beckeringh van Loenen en Helena Diephuis zijn:

    + 461 I. Lucas Lubbertus Beckeringh van Loenen, geboren op 19 juni 1870 in Westerbork; overleden op 27 juni 1935 in 's Hertogenbosch.

        462 II. Gerhardus Beckeringh van Loenen, geboren op 11 augustus 1871 in Beilen; overleden op 2 juni 1906 in Beilen.

       463 III. Alida Arnildina Beckeringh van Loenen, geboren op 17 april 1873 in Beilen; overleden op 3 augustus 1956 in 's Gravenhagen.

       464 IV. Allegonda Geertruida Beckeringh van Loenen, geboren op 13 april 1875 in Beilen; overleden op 19 september 1965 in Tiel.

       465 V. Jacoba Hillegonda W. Beckeringh van Loenen, geboren op 9 juni 1878 in Beilen; overleden op 3 september 1957 in Lochum.


    Generatie No: 11.


    410. Berend Beckeringh
    werd geboren op 9 februari 1843 in Wildervanck en overleed op 19 juli 1930 in Westerbork. Hij trouwde met Hendrikje Hooibrink 5 november op 1870 in Westerbork. Zij werd geboren op 9 mei 1844 in Eemster-Dwingeloo en overleed op 1 april 1932 in Westerbork als een dochter van Hendrik Alberts Hooibrink en Annechien Roelofs Mulder; kldr. van Albert Hendriks Alberts Hooibrink en Hendrikjen Hilberts en van Roelof Arends Mulder en Reintje Willems Vos.

    Een verhoaltie ut Bork. {Dit verhaal leeft nog steeds voor in de familie.}
    “Berend was na zijn schooltijd in Wildervank in opleiding gekomen bij een drukkerij in zijn woonplaats. Hij had echter al gauw gezondheidsproblemen gekregen door het werken boven de bakken met loden letters, die toen in de drukkerij werden gebruikt. Om die reden was hij na enige tijd overgestapt naar het vak van huisschilder. Maar nadat hij als schilder enig tijd in Wildervank en omgeving gewerkt had, wilde hij wel eens wat anders. Hij was avontuurlijk van aard en wilde proberen in het westen een aanvullende opleiding te volgen om in het schildersvak iets meer te bereiken. In de streek waar hij woonde waren nogal wat rijtuigen in het bezit van welgestelde boeren en burgers. In Utrecht was in die tijd een bloeiende rijtuigenindustrie. Berend besloot daarom naar Utrecht te gaan om te zien of hij zich daar in het vak van het beschilderen van rijtuigen verder kon bekwamen. Met die voornemen ging hij op een goede dag van Wildervank in de richting van Meppel, waar hij dan de trein naar Utrecht zou kunnen nemen.
    Hij was op tijd weggegaan, maar hij kon de grote afstand natuurlijk niet in een dag overbruggen en hij zou dus een aantal keren ergens moeten overnachten. Na een lange voettocht door Drentse dorpen, over de zandwegen en over de grote stille heidevelden, kwam hij tegen de avond in Westerbork, waar hij zijn intrek nam in een herberg bij de kerk. Hij hoopte dat hij de volgende morgen weer uitgerust verder kon gaan. Na een maaltijd ging hij met de herberggier aan de stamtafel een borreltje drinken. Dien avond kwam het plaatselijke toneel-vereniging langs voor een vergadering. Na deze bespreking schoven ze aan bij de stamtafel. En zo kwam plotseling een van de toneelspeelsters naast Berend te zitten, Het was de vierentwintigejarige Hendrikjen Hooibrink. Zij was dienstmeisje bij notaris Kijmmell uit Westerbork. Toen het tijd was om naar huis te gaan, vroeg Berend of hij nog even met haar op mocht lopen, want hij wilde nog even luchtje scheppen. Omdat het notarishuis dichtbij was, viel er weinig te bepraten en ze raakten verder in gesprek bij de voordeur van de notariswoning. Tijdens hun gesprek kwam de notaris thuis van een vergadering. Nieuwschierig naar de achtergrond van de jongeman die daar met zijn dienstmeid stond te praten, vroeg hij hem wie hij was en waar hij vandaan kwam. Berend vertelde hem in kort bestek de reden van zijn kort verblijf in Westerbork en wat zijn toekomst plannen waren. De notaris nodigden hem uit om binnen te komen om daar verder over door te praten.
    Plotseling zij de notaris; 'Maar mijn beste man, waarom zou je naar Utrecht gaan? We hebben hier geen schilder en er is hier werk genoeg voor een goed vakman! Ik wil je wel helpen om hier aan de slag te komen. Maar slaap er een nachtje over en laat het me morgen horen of je hier wilt vestigen’. Berend stemde hiermee in.
    Een poosje later lag Berend in bed en sliep spoedig in na zo'n vermoeide dag. Hij droomde van een baan in Wes-terbork, maar vooral van Hendrikjen. Toen hij wakker werd de volgende dag stond zijn besluit vast. Hij bleef in Westerbork. Twee jaar later, op 5 november 1870, huwde hij met zijn Hendrikjen. Ze vestigden zich toen aan het Westeinde tegenover de molen”.

    Berend raakte kennelijk goed ingeburgerd in de Borker gemeenschap, want in 1886 werd hij benoemd tot "Schatter van de localiteiten waar sterke drank in klein wordt verkocht".

    Berend Beckeringh: Huischilder.

    Kinderen van Berend Beckeringh en Hendrikje Hooibrink zijn:

    + 466 I. Andreas Gerhardus Beckeringh, geboren op 19 september 1871 in Westerbork; overleden op 4 september 1939 in Amstelveen.

    + 467 II. Hendrik Beckeringh, geboren op 29 januari 1874 in Westerbork; overleden op 19 augustus 1940 in Westerbork.

       468 III. Janna Beckeringh, geboren op 14 juni 1876 in Westerbork; overleden op 17 december 1938 in Westerbork.

    Jana Beckeringh: verpleegster. Janna was één van de eerste feministe; ze reed auto; rookte sigaren; reed paard, ging op jacht en viste. Zoals een broer eens opmerkte: “Janna is waarschijnlijk de grootste kerel onder ons.”

       469 IV. Annigje Beckeringh, geboren op 2 april 1879 in Westerbork; overleden rond 1970 in Amsterdam. Zij trouwde met Freerk Wipstra op 1 december 1905 in Westerbork; geboren op 14 ok tober 1880 in Hitzum. Zoon van Douwe Freerks Wipstra en Trijntje Peters Hoekstra

       470 V. N. Beckeringh, (dood)geboren op 17 april 1882 in Westerbork; overleden op 17 april 1882 in Westerbork.


    412. Jan Jacob Beckeringh
    werd geboren op 16 februari 1847 in Wildervanck en overleed op 10 mei 1891 in Sappenmeer. Hij trouwde met Jacobje Ter Veer op 4 november 1871 in Sappemeer. Zij werd geboren op 18 augustus 1849 in Kalkwijk en overleed rond 1902 in Sappemeer als een dochter van Freek Veer en Anna Bijmholt; kldr. van Harm Arent Ter Veer en Grietje Jans Tamminga en van Hindrik Bijmholt en Jacobkje Jans

    Jan Jacob Beckeringh: Wagenmaker.

    Algemeen Gemeente: Sappemeer. Soort akte: overlijden. Aktenummer: 44. Aangiftedatum: 11-05-1891.
    Overledene Jan Jakob Beckering, Geslacht: M. Overlijdensdatum: 10-05-189; Leeftijd: 44. Overlijdensplaats: Sappemeer.
    Vader Andreas Gerhardus Beckering; Moeder Janna Berends Mulder .
    Partner Jacobje ter Veer; Relatie: echtgenoot.
    Nadere informatie geboortepl: Wildervank; beroep overl.: stelmaker.

    Jacobje Ter Veer: Na het overlijden van Jan Jacob huwde ze met Adde Woest.

    Marriage Notes for Jan Beckeringh and Jacobje Veer: Aktenummer: 27. Datum: 04-11-1871 .
    Bruidegom Jan Jakob Beckering; Geboorteplaats: Wildervank. Bruid Jacobje ter Veer; Geboorteplaats: Kalkwijk, gem Hoogezand.
    Vader bruidegom Andreas Gerhardus Beckering; Moeder bruidegom Janna Berends Mulder.
    Vader bruid Freerk ter Veer; Moeder bruid Anna Bijmolt.
    Nadere informatie beroep bruidegom: wagenmaker; beroep bruid: dienstmeid; bruidegom 24 jaar; bruid 22 jaar.

    Kinderen van Jan Beckeringh en Jacobje ter Veer zijn:

       471 I. Andreas Beckeringh, geboren op 7 september 1872 in Gieterveen; overleden op 28 februari 1900 in Rotterdam. Hij trouwde met Jacobje Romeijn in 1897 te Rotterdam; geboren op 28 september 1875 in Giessendam; overleden voor 1950.

    Jacobje Romeijn: Na het overlijden van Andreas huwde zij met ene Woest.

       472 II. Freerk Beckeringh, geboren op 22 september 1874 in Anloo; overleden op 3 december 1875 in Annerveenschekanaal.

       473 III. Anna Beckeringh, geboren op 18 augustus 1877 in Anloo; overleden op 22 mei 1923 in Groningen. Ze trouwde met Jan Schipper op 24 april 1904 in Groningen; geboren rond 1879 in Aduard; geen overlijdensdatum. Zoon van Klaas Schipper en Berendina Harkema.

    Marriage Notes for Anna Beckeringh and Jan Schipper: Aktenummer: 111. Datum: 24-04-1904.
    Bruidegom Jan Schipper; Geboorteplaats: Aduard. Bruid Anna Beckeringh; Geboorteplaats: Anloo.
    Vader bruidegom Klaas Schipper; Moeder bruidegom Berendina Harkema.
    Vader bruid Jan Beckeringh; Moeder bruid Jakobje ter Veer.
    Nadere informatie beroep bruidegom: slager; beroep vader bruidegom.: arbeider; bruidegom 25 jaar; bruid 26 jaar.

       474 IV. Frederik Beckeringh, geboren op 11 juni 1882 in Anloo; overleden op 10 juli 1884 in Anloo.

       475 V. Frederik (Ter) Beckeringh, geboren op 2 maart 1886 in Annerveenschekanaal; overleden op 11 juni 1889 in Anloo.

    Frederik Ter Beckeringh. Geslacht: M. Geboortedatum: 02-03-1886; Geboorteplaats: Annerveenschekanaal.
    Vader: Jan Jakob Beckeringh; Moeder: Jakobje Veer.

       476 VI. Frederica Beckeringh, geboren op 18 juli 1890 in Sappemeer; overleden op 22 april 1898 in Windeweer.

       477 VII. Frederik Beckeringh, geboren rond 1891 in Sappemeer; overleden op 22 april 1898 in Windeweer.


    413. Gerhardus Beckeringh
    werd geboren op 27 juni 1850 in Wildervank en overleed op 29 januari 1922 in Erica. Hij trouwde met Harmina Jalvingh op 6 april 1877 in Hoogeveen. Zij werd geboren op 21 maart 1854 in Hoogeveen en overleed op 11 april 1893 op 39 jarige leeftijd in Emmen als een dochter van Joseph Jalvingh en Fredrika Welfing; kldr. van Harman Jalvingh en Harmijna Berkhoff en van Frederik Welfing en Johanna Maria Vosters.

    Gerhardus Beckeringh: Tussen 1880 - 1900, Politieagent-Deurwaarder-Brood-bakker.
    Harmina Jalvingh: Vroedvrouw.

    Kinderen van Gerhardus Beckeringh en Harmina Jalvingh zijn:

       478 I. Andreas Gerhardus Beckeringh, geboren op 16 juni 1877 in Dalen; overleden op 24 februari 1878 in Balinge.

       479 II. Josephus Jakobus Beckeringh, geboren op 5 juni 1878 in Westerbork; overleden op 1 juli 1878 in Ballinge (Westerbork).

    + 480 III. Frederica Johanna Beckeringh, geboren op 23 april 1879 in Groningen; overleden op 29 januari 1966 in Heerlen.

       481 IV. Janna Beckeringh, geboren op 31 juli 1880 in Groningen; overleden op 10 augustus 1880 in Groningen.

    + 482 V. Janna Harmina Beckeringh, geboren op 8 september 1881 in Groningen; overleden op 26 april 1955 in Emmen.

    + 483 VI. Josephus Jacobus Beckeringh, geboren op 18 oktober 1882 in Groningen; overleden op 23 oktober 1940 in Emmen.

    + 484 VII. Andreas Gerhardus Beckeringh, geboren op 15 mei 1884 in Emmen; overleden op 31 juli 1974 in Brunssum.

       485 VIII. Herman Beckeringh, geboren op 15 februari 1886 in Emmen; overleden op 6 juli 1886 in Nieuw Amsterdam.

    + 486 IX. Gerhardus Herman Beckeringh, geboren op 21 maart 1887 in Emmen; overleden op 12 juli 1980 in Heerlen.

       487 X. Herman Beckeringh, geboren op 21 maart 1887 in Nieuw Amsterdam; overleden in 1887.

       488 XI. Johanna Maria Beckeringh, geboren op 9 juni 1888 in Emmen; overleden op 12 februari 1889 in Nieuw Amsterdam.

       489 XII. Johannes Beckeringh, geboren op 10 februari 1890 in Emmen; overleden op 18 maart 1890 in Nieuw Amsterdam.

    + 490 XIII. Johanna Maria Beckeringh, geboren op 11 april 1891 in Nieuw Amsterdam; overleden op 18 juni 1967 in Emmen.

    + 491 XIV. Berend Beckeringh, geboren op 12 april 1892 in Emmen; overleden op 7 september 1971 in Erica.


    414. Gerhardus Beckeringh
    werd geboren op 9 augustus 1849 in Wildervanck en overleed rond 1920 in Groningen. Hij trouwde met Sibelina Geziena Riemeijer op 23 oktober 1879 in Noordbroek. Zij werd geboren op 5 april 1852 in Noordbroek en overleed op 23 februari 1933 in Groningen als een dochter van Hendrik Riemeijer en Suzanna Muntinga; kldr. van Berend Pieters Riemeijer en Geesje Lankman en van Tiemene Jans Muntinga en Sybelina Sjammes Kramer.

    Gerhardus Beckeringh: Brievengaarder - postbode te Groningen.

    Kinderen van Gerhardus Beckeringh en Sibelina Riemeijer zijn:

    + 492 I. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 7 mei 1881 in Nieuwe Schans; overleden op 7 december 1961 in Groningen.

    + 493 II. Hendrik Beckeringh, geboren rond 1885 in Nieuweschans; overleden op 15 april 1938 in Gro- ningen.


    415. Edzo Beckeringh
    werd geboren op 16 februari 1852 in Wildervank en overleed op 13 juli 1924 in Nieuwe Schans. Hij trouwde met Etje Hesse op 13 mei 1882 in Nieuwe-Schans. Zij werd geboren op 2 oktober 1858 in Nieuwe Schans en overleed op 14 mei 1936 in Hoorn als een dochter van Jan Hesse en Johanna Koop; kldr. van Wubbeld Jans Hesse en Willemke Hindriks en van Harm Koops en Ette Jans Engelberts

    Edzo Beckeringh: Conducteur bij de Spoorwegen.

    Kinderen van Edzo Beckeringh en Etje Hesse zijn:

       494 I. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 21 augustus 1883 in Buurmalsen; overleden op 7 september 1883 in Tricht (Buurmalsen).

       495 II. Zwaanetta Johanna Beckeringh, geboren in juni 1885 te Buurmalsen; overleden op 5 juli 1885 in Tricht (Buurmalsen).

       496 III. Johanna Gezina Beckeringh, geboren op 15 augustus 1888 in Rotterdam; overleden in 1990. Zij trouwde met Siewert Haijkens op 4 mei 1912 in Nieuweschans; geboren rond 1885 in Nieuweschans. Zoon van Lourens Haijkens en Trijntje de Vries.

       497 IV. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 5 maart 1891 in Rotterdam. Hij trouwde met Berendina Kremer op 9 augustus 1920 in Groningen; geboren rond 1892 in Groningen. Dochter van Kornelis Kremer en Klaske van Kammen.

    Jan Jacob Beckeringh: Kantoorbediende.Berendina Kremer: Onderwijzeres.

       498 V. Zwanetta Ettina Beckeringh, geboren in oktober 1898 te Nieuweschans; overleden op 14 april 1899 in Nieuweschans.


    416. Bouwina Everdina Beckeringh
    werd geboren op 16 april 1854 in Wildervanck en overleed op 10 april 1933 in Bellingwolde. Zij trouwde met Hendrik Egbert Lantinga op 10 mei 1879 in Beerta. Hij werd geboren rond 1850 in Adorp en overleed op 9 januari 1921 in Bellingwolde als een zoon van Hindrik Lantinga en Geertje Braker; klzn van Egbert Jans Lantinga en Grietje Pieters Kruizinga en van Hindrik Alberts Braker en Korneliske Julles Zuidveld.

    Hendrik Lantinga: Grenscommies bij de belasting.

    Bouwina Beckeringh en Hendrik Lantinga: Wettigd een kind bij het huwelijk.

    Kinderen van Bouwina Beckeringh en Hendrik Lantinga zijn:

        499 I. Zwaantje Lantinga. Geboren in 1879. Gehuwd met Bemming Bultenaar.

       500 II. Geertje Lantinga, geboren rond 1880 in Bellingwolde. Zij trouwde met Bernhard Sluiter op 27 november 1915 in Bellingwolde; geboren rond 1879 in Bellingwolde. Zoon van Johannes Sluiter en Lumkea Warnder.

       501 III. Hindrik Jan Jacob Franciscus Lantinga, geboren rond 1887 in Vlagtwedde. Hij trouwde met Foelkina Johanna Telkamp op 23 januari 1919 in Winschoten; geboren rond 1883 in Winschoten. Dochter van Harm Telkamp en Grietje Kuilman.

       502 IV. Ida Bouwina Lantinga. Geen data’s.

       503 V. Boukje Cornelia Lantinga, geboren op 9 oktober 1892 in Nieuw Dordrecht; overleden in april 1934 in Winschoten. Zij trouwde met Hendrik Laurens Fortgens.


    417. Andreas Beckeringh
    werd ge-boren op 24 april 1857 in Wildervanck en overleed op 10 januari 1927 in Heerde. Hij trouwde met Frederi(c)ka Steinhorst op 26 mei 1887 in Haren. Zij werd geboren op 21 oktober 1859 in Haren en overleed op 30 december 1933 in Heerde als een dochter van Jan Steinhorst en Geesje Veenhoven; kldr. van Fredrik Steinhorst en Mattje Klunder en van Albert Veenhoven en Geesje Jans Branderinga.

    Andreas Beckeringh: Belastingcommies. - Frederi(c)ka Steinhorst: Dienstmeid.

    Kinderen van Andreas Beckeringh en Frederi(c)ka Steinhorst zijn:

    + 504 I. Zwaantje Beckeringh, geboren op 11 september 1888 in Wapenveld; overleden op 8 juni 1976 in Drachten.

       505 II. Geesje Beckeringh, geboren op 11 september 1888 in Wapenveld; overleden rond 1979.

       506 III. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 2 juli 1891 in Vlagtwedde; overleden op 30 januari 1952 in Hamburg. Hij trouwde met Wilhelmina Baumeister op 29 januari 1944 in Virginna USA; geboren op 8 september 1900 in Virginna (USA); overleden in juni 1989 te Rock Hill, Sullivan, New York.

    14-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    12-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkele familieportretten


            
    Egbertha Louisa Beckeringh  x 8-3-1761  Johan Hora Siccama.     No.201
          * 21-1-1740 te Groningen - + 6-12-1810 te Midwolda.          * 15-1-1783 te Midwolda - + 4-5-1812 te Midwolda.



    No. 317.  Jan Jacob Beckeringh * 24-3-1793 te Amsterdam - + 19-8-1820 in Amsterdam.


    No. 326.  Beckeringh-huis aan de voormalige Achterweg no.3  te Onderdendam Gr. 


    Verslag in de Groningse Courant van sept 1872 van het zgn "Beckeringhfeest" te Onderdendam.

     
    No.330.     Alida Arnoldina Beckeringh    x 20-5-1829 met   Lukas Lubbertus van Loenen.
    * 2-6-1804 te N. Scheemda - + 7-1-1867 te Beilen.       * 3-2-1794 te Dalen - + 15-1-1875 te Beilen.     
      

    12-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (12 Stemmen)
    10-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.[c]

    Dochter van Sjoerd Broers Stellingwerff en Alida Beckering.

    324. Agnieta Beckeringh werd geboren op 19 september 1805 in IJsbrechtum en overleed op 23 juli 1873 in Sneek. Zij trouwde met Auke Stam Van Lankhorst op 12 juli 1829 in Sneek. Hij werd geboren op 1 maart 1806 in Sneek en overleed op 27 november 1883 in Sneek als een zoon van Nicolaas Lankhorst en Hendrikjen Stam; klzn. van Barend Laurentsz der Lankhorst en Egida Clara Beunink en van Auke Tjommes Stam en Tijtje Wytses Boersma.

    De familie Lankhorst-Beckeringh gaf met toestemming van de Kroon, hun zoon Willem een dubbele achternaam zijnde 'Beckeringh Lankhorst'.

    Auke Stam Van Lankhorst: handelaar/koopman.  Auke kwam bij zijn vader werken op de lijnbaan, maar dan moest zijn vader hem wel de vrije hand gelaten om; "van de zaak een zaak te maken"

    Heeg, notaris P. J. Tadema. Inv. nr. 054048 repertoire nr. 103 d.d. 10 november 1868, Obligatie.
    - Hendricus Jans van Hasinga te Gaastmeer, debiteur.
    - Auke Stam van Lankhorst te Sneek, crediteur.

    Heeg, notaris A. Heringa. Inv. nr. 054065 repertoire nr. 15 d.d. 14 februari 1882.
    Koopakte. Betreft de verkoop van greidland te Heeg, koopsom fl. 4601.
    - Sytze Hilverda te Abbega, verkoper
    - Auke van Lankhorst, Stam te Sneek, koper.

    Heeg, notaris A. Heringa. Inv. nr. 054066 repertoirenrs. 65 en 69 d.d. 3 oktober 1883. Provisionele en finale toewijzing.
    Betreft de verkoop van een huizinge, weiland en molenpollen te Sandfirden en Oosthem, koopsom fl. 2526.
    - Cornelis Meinderts Ykema te Heeg, verkoper - Matthijs Izaaks Kuipers te Gaastmeer, verkoper - Jan Klazes Feenstra te Abbega, verkoper
    - Jochum de Jong te Oudega, Wymbritseradeel, verkoper - Mellius Siemens Hiemstra te Oudega, Wymbritseradeel, verkoper - Yke Meinderts Ykema te Sandfirden, verkoper en koper - Piet van Netten te Sandfirden, koper - Tjeerd van Scheltinga te Heeg, koper - Auke van Stam van Lankhorst te Sneek, koper.

    Familiewapen Lankhorst:
    Een linkergeschuinde balk van goud en rood op een een van zwart en zilver linksgeschuind veld en vergezeld van rechts een omgewend klimmend zilveren paard en van links vergezld een omgewende zwart paard, uitgaande van golvende dwarsbalken van acht stukken van blauw en zilver.
    Helmteken: Een uitgaande omgewende paard van zwart.
    Helmkleden: Zwart, gevoert van zilver.
    [Rietstap; RAF.]

    Kinderen van Agnieta Beckeringh en Auke Van Lankhorst zijn:

      390 I. Nicolaas Jurjan Van Lankhorst, geboren op 16 november 1830 in Sneek; overleed op 10 april 1895 in Sneek. Hij trouwde met Aagjen Bakker op 9 augustus 1855 te Sneek; geboren op 11 april 1834 in Sneek; overleden op 9 juni 1886 in Sneek. Dochter van Dirk Jetzes en Sjoerdtje Nappes

    + 391 II. Willem Beckeringh Lankhorst, geboren op 13 februari 1833 in Sneek; overleden op 19 mei 1913 in Sneek.

    NB. Alhoewel Willem en zijn nageslacht officieel niet tot de familie Beckeringh behoort, maar tot het geslacht Lankhorst, wordt hij en de zijnen wel gevolgd.

       392 III. Barend Van Lankhorst, geboren op 16 november 1835 in Sneek; overleden op 12 mei 1875 in Jutrijp.

    Ovl. 12 mei 1875 te (FR) Jutrijp, Overlijdensakte Smallingerland, 1875. Aangiftedatum 20 mei 1875, akte nr. 93.
    Barend Lankhorst, overleden 12 mei 1875, oud 39 jaar, ongehuwd; zoon van Auke Stam van Lankhorst en Agnieta Beckeringh.

       393 IV. Jan Hendrikus Stam Van Lankhorst, geboren op 6 februari 1846 in Sneek; overleden op 7 maart 1905 te Opsterland. Hij trouwde met Trijntje Ages op 19 maart 1874 te Wymbritsera deel; geboren op 2 oktober 1852 in Sneek; overleden op 26 maart 1892 te Opsterland. Dochter van Age Ages en Hinke Visser.


    325. Anthonia Johanna Beckeringh
    werd geboren op 9 oktober 1807 in IJsbrechtum en overleed op 5 oktober 1887 in Sneek. Zij trouwde met Jan Ten Cate van Gonggrijp op 2 augustus 1832 in Sneek. Hij werd geboren op 16 januari 1807 in Sneek en overleed op 13 augustus 1888 in Sneek als zoon van Teetse Gonggrijp en Minke Cate; klzn. van Tjalling Gonggrijp en Elisabeth Teetse de Haan en van Jan Ten Cate en Renske Teunis Ten Cate.

    Familiewapen Ten Cate van Gonggrijp:
    Gedeeld: I } In goud een halve zwarte adelaar uitgaande van de deellijn. II } In blauw drie bladerloze gouden eikels paalsgewijs geplaatst.
    Helmteken: Uit de gekroonde helm, een gouden eikel gestengeld en met twee bladeren van groen.
    Helmkleden: Blauw gevoert van goud.
    NP. no:3; FDG no.78.

    Kind van Anthonia Beckeringh en Jan Van Gonggrijp zijn:

    394 I. Minke Ten Cate van Gonggrijp, geboren op 5 december 1841 in Sneek.


    326. Anthonius Beckeringh
    werd geboren op 23 mei 1791 in Nieuw-Scheemda en overleed op 10 augustus 1878 in Onderdendam. Hij trouwde met Geertruida Johanna Geertsema van Sjallema op 31 mei 1818 in Onderdendam. Zij werd geboren op 6 oktober 1795 in Kroddeburen (ten Boer) en overleed op 9 maart 1869 in Onderdendam als dochter van Statius George Geertsema van Sjallema en Sibilla Plantina Geertsema; kldr. van Jan Geertsema van Sjallema en Geertruida Westpalm en van Jan Ossebrand Geertsema en Wilhelmina Wendel.

    Anthonius Beckeringh: Kanton-Rechter. Begraven: 1878, Menkeweer.
    Geertruida Geertsema van Sjallema: Begraven: Menkeweer.

    Anthonius stond op 14 juni 1815 ingeschreven als Juridische student te Groningen. Hij was van 1818 t/m 1827 griffier te Loppersum en van 1827 t/m 1838 Vredesrechter te Winsum en tevens van 1833 t/m 1838 Vredesrechter te Middelstum en vanaf 1838 t/m 1858 Kantonrechter te Onderdendam. Anthonius moet echt een druk baasje zijn geweest of men had tekort aan rechters daar in 't Groningerland. Een kantonrechter werd voor 1838 Vredesrechter genoemd. Er is in die tijd nogal wat gedoe geweest over gevangenvertrekken die vernieuwd en ingericht moesten worden. De gouverneur van de provincie Groningen vroeg aan de Hr. Beckeringh of hij akkoord ging met de inventaris, zijnde: '2 hangmatten, 2 strozakken, 2 peluwen, 2 paar beddelakens, 2 paar wollen dekens en 2 prive vaten', maar Anthonius vond dat de inventaris aangevuld moest worden met 2 extra hangmatten en vier plaatstoven als verwarming. Over luxe en comfort gesproken.

    Anthonius woonde aan de Achterweg te Onderdendam. Later is zijn huis aangekocht door de gemeente i.v.m. de bouw van het dorpshuis. In 1974 nam de gemeente Bedum het besluit om in de voormalige woonplaats van Anthonius, de ‘Achterweg’ te vernoemen naar Anthonius en deze te veranderen in de ‘Beckeringhstraat’.

    In 1872 vierde Anthonius, volgens de Groningse Courant van die tijd, het zgn. "Beckeringhfeest" ten ere dat zijn voorvader drie eeuwen geleden de zgn. "Bloedbruiloft" in Parijs was ontvlucht.

    Datering 1827, januari 26.
    Akte van publieke verkoping namens de kinderen en erfgenamen van Johannes Werumens Buning en zijn vrouw Gezina Catharina Oudeman, gewoond hebbende op huize Grevinga te Leermens, aan mr. Anthonius Beckering te Eenrum, voor zijn zuster Alida Arnoldina Beckering te Hoogeveen van de eigendom van een heerd land te Nieuwolda, bij de weduwe van Willem Reinings onder vaste beklemming in gebruik tegen een jaarlijks op Martini verschijnende huur van 32 gulden, voor de som van 700 gulden. Verleden voor Elias Dull, notaris te Appingedam, Wittewierum

    De familie vroeg voor hun jongste zoon, aan de kroon toestemming om de familienaam van zijn moeder bij de familienaam van zijn vader te moegen voegen en dat werd toegestaan op 6-12-1835. Statius mocht zich toen noemen en schrijven, "Geertsema Beckeringh".

    Familiewapen Geertsema van Sjallema:
    Gedeeld: I } In goud een omgewende zwart steigeren paard. II } In zilver een steigerend hert.
    Helmkleden: Rechts, zwart gevoert van goud en links, rood gevoert van zilver.
    Helmteken: Een uitkomend steigerend zwart paard.
    Schildhouders: Twee zwarte paarden, staande op een gouden arabesk.
    NP. 50
    Kinderen van Anthonius Beckeringh en Geertruida Geertsema van Sjallema zijn:

       395 I. Johannes Beckeringh, geboren op 15 juni 1818 in Eenum; overleden op 1 juli 1866 in Anloo - Annerveen.

       396 II. Johannus Beckeringh, geboren in 1819 te Loppersum; overleden in 1825 te Loppersum.

       397 III. Statius George Beckeringh, geboren in 1821 te Eenum; overleden op 11 februari 1826 in 't Zand.

       398 IV. Sibbella Plantina Beckeringh, geboren in 1824 te Eenum; overleden op 7 september 1826 in 't Zand.

       399 V. Berendina Beckeringh, geboren in 1826 te Eenum; overleden in 1826 te Eenum.

    + 400 VI. Sibbella Plantina Beckeringh, geboren op 29 november 1826 in Eenum; overleden op 5 febru- ari 1918 in Harderwijk.

       401 VII. Meddina Albertha Harmanna Beckeringh, geboren in 1830 te Baflo; overleden op 7 februari 1903 in Onderdendam.

    Overledene: Meddina Albertha Harmanna Beckeringh. Geslacht: V. Overlijdensdatum: 07-02-1903;Leeftijd: 73.
    Overlijdensplaats: Onderdendam gem. Bedum.
    Vader: Antonius Beckeringh. Moeder: Geertruida Johanna Geertsema van Sjallema.

       402 VIII. Alida Arnoldina Beckeringh, geboren op 23 december 1832 in Baflo; overleden op 15 febru- ari 1886 in Gouda. Zij trouwde met Jhr Pieter Adam van Holthe op 14 juni 1863 in Onderdendam; geboren op 1 juni 1820 in Meppel; overleden op 14 november 1893 in Gouda. Zoon van Pieter Adam van Holthe en Edzardina Jacob de Drews; klzn. van Pieter van Holthe en Roelina van den Clooster en van Johan de Drews en Margaretha Lewe van Middelstum.

    Pieter Adam Van Holthe: Ontvanger der belastingen.

    Familiewapen Van Holthe:
    In zwart een goud getongde en genagelde zilveren leeuw, gedekt met een kroon, tussen twee bruine doorntakken geplaatsts in de vorm van een omgekeerde keper en opkomende uit de voet van het schild.
    Zie NA.1914.

    + 403 IX. Statius George Geertsema Beckeringh, geboren op 22 februari 1835 in Baflo; overleden op 18 februari 1907 in Eijsden.


    327. Meddina Beckeringh
    werd geboren op 6 september 1793 in Nieuw Scheemda en overleed op 23 mei 1839 in De Huizen (Hoogeveen). Zij trouwde met Alberthus Hermannus Witsenborg op 18 april 1818 te Nieuw Scheemda. Hij werd geboren op 20 april 1792 in Hoogenveen en overleed op 7 januari 1861 in De Huizen als een zoon Everhard Jan Witsenborg en Gesina Anna Homan; klzn. van Michiel Witsenborg en Hendrika Johanna Carsten en van Johannes Homan en Johanna Van Rikkinga.

    Meddina Beckeringh:
    Aangevers overlijden; Jan Johannes Padding 70 jr. Blokkenmaker; Harm Albertusz Warmels 32 jr. Rentmeester. Aktenummer: 65.

    Alberthus Witsenborg: Advocaat. Hertrouwde op 8 juli 1843 met Dederica de Vriese te Zwartsluis.

    Kind van Meddina Beckeringh en Alberthus Witsenborg is:

       404 I. N. Witsenborg, (dood)geboren op 15 februari 1821 in Hoogenveen; overleden op 15 februari 1821 in Hoogenveen.


    330. Alida Arnoldina Beckeringh
    werd geboren op 2 juni 1804 in Nieuw Scheemda en overleed op 7 januari 1867 in Beilen. Zij trouwde met Lukas Lubbertus van Loenen op 20 mei 1829 in Hoogenveen. Hij werd geboren op 3 februari 1794 in Dalen en overleed op 15 januari 1875 in Beilen als zoon van Jacobus an Loenen en Hillegonda Westerlo; klzn. van Wynaldus van Loenen en Lammegien Koeuts en van Isaac Westerlo en Maria Huising.

    Lukas Lubbertus van Loenen: Beroep: Predikant. Begraven op 20 januari 1875, Beilen. Na zijn studie in Groningen, stond Lukas als Proponent te Bentheim en werd hij bevestigd als predikant te Goïngaryp en Broek op 15 mei 1821. Op 4 oktober 1829 ging hij als predikant naar Beilen, alwaar hij op 12 november 1866 met Emeriraat ging.

    Ook hier werdt een verzoek ingdiend door de familie bij de kroon, om bij de jongste zoon de familienaam van zijn moeder te mogen voegen bij die van zijn vader. Dit werd goedgekeurd bij KB. No.45.

    Datering 1827, januari 26.
    Akte van publieke verkoping namens de kinderen en erfgenamen van Johannes Werumens Buning en zijn vrouw Gezina Catharina Oudeman, gewoond hebbende op huize Grevinga te Leermens, aan mr. Anthonius Beckering te Eenrum, voor zijn zuster Alida Arnoldina Beckering te Hoogeveen van de eigendom van een heerd land te Nieu-wolda, bij de weduwe van Willem Reinings onder vaste beklemming in gebruik tegen een jaarlijks op Martini verschijnende huur van 32 gulden, voor de som van 700 gulden, verleden voor Elias Dull, notaris te Appingedam, Wittewierum.

    Datering 1876 januari 6.
    Akte van publieke verkoping vanwege de kinderen en erfgenamen van wijlen Lucas Lubbertus van Loenen en zijn vrouw Alida Arnoldina Beckeringh, gewoond hebbend te Beilen aan Ena Frouwina en Diurandus Kornelis Nieuwold te Oostwold onder beklemming in gebruik tegen een jaarlijks op Martini verschijnende huur van 32 gulden, kadastrale gemeente Nieuwolda sectie A nrs. 309-311, 599 voor de som van 1066 gulden, verleden voor H. Edelinck, notaris te Groningen, met uittreksel van de perc. gew. kadastrale legger van de gemeente Nieuwolda aan P.J. Nieuwold en consorten betreffende percelen, totaal 11.80.40 ha sectie a kerk 309-311, 599

    Familiewapen Van Loenen:
    In blauw en zilveren ster vergezeld beneden van een gouden sleutel met de baard naar rechts en naar beneden, geopend in de vorm van een schuinkruisje.
    Helmteken: Steel een de baard van een gouden sleutel, schuinrechts geplaatst, met de baard naar beneden.
    Helmkleden: Zilver gevoert van blauw.
    NP. 66
    Marriage Notes for Alida Beckeringh and Lukas Van Loenen:  HC. 22-5-1829.
    Getuigen:Wijnandus Yzaakus van Loenen, predikant te Anloo; Hillegonda Willemina Westerlo, wed. van Loenen; Johannus Witsenborg, apotheker; Herman Witsenborg, notaris en Anthonius Beckeringh, Vrederechter van 't kanton Winsum.

    Kinderen van Alida Beckeringh en Lukas Van Loenen zijn:

       405 I. Hillegonda Wilhelmina van Loenen, geboren op 8 september 1837 in Beilen; overleden op 23 november 1837 in Beilen.

       406 II. Jacobus van Loenen, geboren op 8 juli 1839 in Beilen; overleden op 25 september 1889 in Den Haag. Hij trouwde met Clara Reitsma op 11 februari 1863 in Groningen; geboren op 19 april 1841 te Roordahuizum. Dochter van Anne Tjitses Reitsma en Klaaske Noordenbos.

    Jacobus Van Loenen: Predikant te Hardegarijp. Begraven te Hardegarijp.

    + 407 III. Johannus Beckeringh van Loenen, geboren op 12 maart 1842 in Beilen; overleden op 18 april 1900 in Dwingeloo.
    NB. Alhoewel Johannusen zijn nageslacht officieel niet tot de familie Beckeringh behoort, maar tot het geslacht Van Loenen, wordt hij en de zijnen wel gevolgd.

       408 IV. Hillegonda Wilhelmina van Loenen, geboren op 6 april 1844 in Beilen; overleden op 12 december 1877 in Beilen. Zij trouwde met Arend Hilbingh Rins op 24 oktober 1866 in Beilen. Zoon van Alberthus Rins en Arendina Rolina Koops.

    10-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (11 Stemmen)
    08-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.[b]

    Br.:Jacob Freerks en Ida Abels, ouders; Abel Jacobs broer; Focko Pieters, zwager; Tjapko Freerks en Scheltje Pieters, (ehel.), oom; Derk Jans en Bouwe Freerks (ehel.), moeij; Rotgert Freerks en Cornelske Habbes (ehel.), oom; Edzko Freerks, oom; Klaas Reints, aangetrouwde neef; Aeijlko Abels en Jantjen Bronts (ehel.), oom; Reint Abels en Elsijn Fredericus Wildeman (ehel.), oom; Focko Abels, halve oom; Berent Abels, Bouwko Abels en Sijmen Abels, halve ooms; Jan Derks, Freerk Derks, Jacobjen Derks en Wendel Derks, neven en nichten; Abel Aeijlkes, Jacob Aeijlkes, Willem Aeijlkes, Reint Aeijlkes en Riemke Aeijlkes, neven en nichten; Anna Margareta Reints, nicht; Abel Tonnis, neef; Geert Mennes Nap, aangetrouwde neef. Getuigen: Jan Filippus en Edzo Epkes.

    Kinderen van Jan Beckeringh en Lupke Jacobs zijn:

    + 293 I. Yda Beckeringh, geboren op 1 december 1784 in Nieuwolda; overleden op 8 april 1881 in Nieuwolda.

    + 294 II. Gerhardus Jans Beckeringh, geboren op 24 december 1785 in Nieuwolda; overleden op 22 juli 1820 in Opwierda..

       295 III. Jan Beckeringh, geboren op 29 november 1787 in Nieuwolda; overleden in december 1787 te Nieuwolda.

    + 296 IV. Hemmegien Jans Beckeringh, geboren op 6 januari 1790 in Nieuwolda; overleden rond 1870 in Nieuwolda.

       297 V. Jacob Jans Beckeringh, geboren op 30 mei 1793 in Nieuwolda. Begraven december 1793, Nieuwolda

      298 VI. Jacoba Jans Beckeringh, geboren op 27 maart 1796 in Nieuwolda; overleden voor september 1797 in Nieuwolda.

      299 VII. Jacob Jans Beckeringh, geboren op 14 september 1797 in Nieuwolda. Geen overlijdensdatum bekend.


    234. Poppo Tjapkes Poppens
    werd geboren op 1 mei 1763 in Nieuw Beerta en overleed op 6 oktober 1826 in Nieuw Beerta. Hij trouwde met Frouwe He(e)res Bontkes op 10 augustus 1791 in Nieuw Beerta, Zij werd geboren op 12 december 1768 in Blijham en overleed op 3 januari 1810 in Nieuw Beerta als dochter van Hero Elses Bontkes and Esse Willems Poppens; kldr. van Else Herens Addens en Frouwe Bontkes en van Willem Poppens en Albertjen Elzes Bruggers.

    Poppo Tjapkes Poppens: Landbouwer. Gedoopt NH: 20 mei 1764, Nieuw-Beerta.

    Poppo Tjapkes Poppens huwde voor de tweede maal met Anje Daniels Barenborg op 4 nov. 1820 te Beerta. (huw.akte. no: 19-Beerta)

    Kinderen van Poppo Poppens en Frouwe Bontkes zijn:

       300 I. Tjapko Poppes Poppens, geboren op 1 juli 1793 in Nieuw Beerta; overleden op 8 januari 1848 in Nieuw Beerta. Trouwde met Anna Poppes Poppens op 5 augustus 1815 in Beerta, dochter van Poppo Poppens en van Jantje Struif; kldr van Freerk Aeitens geh. aan Anna Poppens en van Onno Sebens geh. aan Anje Christiaans Struif. Geboren op 7 maart 1794 in Beerta, overleden op 24 februari 1835 in Nieuw Beerta.

       301 II. Esse Poppes Poppens, geboren op 9 augustus 1801 in Nieuw-Beerta; overleden op 5 december 1869 in Nieuw-Beerta. Zij trouwde met Fekko Jans Meijer op 18 augustus 1820 in Beerta; geboren op 20 september 1798 in Nieuw Beerta; overleden op 8 mei 1855 in Nieuw Beerta. Zoon van Jan Meyer en Talligjen Fekkes.

       302 III. Asselina Frederikus Beckeringh Poppens, geboren op 6 mei 1805 in Nieuw-Beerta; overleden op 17 augustus 1870 in Kroonpolder. Zij trouwde met Klaas Ebels Ebels op 9 mei 1828 in Beerta, Hij werd geboren op 25 augustus 1805 in Kroonpolder; overleden op 9 maart 1875 in de Kroonpolder. Zoon van Ebel Ebels and Hendrikje Koerts; klzn. van Klaas Ebels en Frouke Fecks en van Hendrik Jurjens Koerts en Hilje Fekkes.

    Kinderen van Asselina Poppens en Klaas Ebels zijn:

       I. Hindertje Ebels, geboren rond 1829 in Nieuw Beerta; overleden op 26 januari 1833 in Beerta.

      II. Frouwe Heres Ebels, geboren op 26 augustus 1830 in Kroonpolder; overleden op 6 januari 1915 in Oostwold. Zij trouwde met Reinder Elzes Ten Have op 19 mei 1851 in Beerta; geboren op 2 november 1826 in Blijham; overleed op 31 juli 1859 in Blijham.

       III. Ebel Klaassens Ebels, geboren op 27 mei 1833 in Kroonpolder; overleden op 25 februari 1918 in Nieuw Beerta.

       IV. Esse Klaassens Ebels, geboren op 21 september 1840 in Nieuw Beerta; overleden op 8 maart 1861 te Eexta. Zij trouwde met Dethmer Hommes Dethmers op 16 mei 1860 in Beerta, Geboren op 23 januari 1836 in Eexta; overleden op 25 november 1887 in Eexta. Zoon van Hillenius Dethmers en van Aaltje Derks Evers

       V. Ida Klaassens Ebels, geboren op 6 juni 1843 in Kroonpolder; overleden op 9 april 1917 in Nieuw Beerta. Zij trouwde met Reint Rotgers Joling op 18 mei 1865 in Nieuw Beerta. Geboren op 27 maart 1843 in Nieuw Beerta; overleden op 18 maart 1887 in Nieuw Beerta. Zoon van Rotgerd Joling en Anje Beckeringh; klzn. van Rotgerd Reints Joling en Anje Oewes Joling en van Fredericus Tjapkus Beckeringh en Lucretia Onnes Struif.


    238. Fredericus Tjapkus Beckeringh
    werd geboren op 22 september 1769 in Nieuw Beerta en overleed op 23 maart 1811 in Nieuw Beerta. Hij trouwde met Lucretia Onnes Struif op 17 juli 1802 in Nieuw Beerta. Zij werd geboren op 22 september 1776 in Nieuw Beerta en over-leed op 11 mei 1849 in Nieuw Beerta als een dochter van Onno Sebes en Anje Christiaans Struif; kldr. van Sebo Onnes en Fenje Luppes en van Christiaans Jans Struif en Jantien Cornelius.

    Fredericus Tjapkus Beckeringh: Landbouwer

    Familiewapen Struif:
    Gedeeld; I] In groen een omgewende gouden strijdbijl, met de steel schuinlinks naar beneden. II] In zilver drie groen klavers, geplaatst 2 + 1.
    Het schild is gedekt door een Eigenerfdekroon, met vijf rode ruitvormige stenen.
    FDFG. no.179

    Na het overlijden van Fredericus, huwde Lucretia met Rimpt Jurjens Aapkens op 29-12-1813 te Beerta.

    Kinderen van Fredericus Beckeringh en Lucretia Struif zijn:

        303 I. Tjapke Beckeringh, geboren rond 1803 in Nieuw Beerta. Geen overlijdensdatum bekend.

       304 II. Asselina Fredericus Beckeringh, geboren op 2 mei 1805 in Nieuw-Beerta; overleden op 21 augustus 1828 in Nieuw-Beerta. Ze trouwde met Jan Freerks Zijlker op 6 mei 1828 in Beerta; geboren op 28 april 1805 in Nieuw-Beerta; overleden op 2 maart 1868 in Winschoten. Zoon van Freerks Jans Zijlker en Kornelske Rotgers; klzn. van Jan Jacobs Zijlker en Heike Freerks Poppens en van Rotger Jans en Anna Fiebes.

    Jan Freerks Zijlker: Landbouwer te Nieuw-Beerta. Na het overlijden van Asselina, hertrouwde Jan met Talje Derks de Ruiter op 17-5-1831 te Beerta.
    Jan Freerks was een typische 19e-eeuws vertegenwoordiger van de liberale Groningse Herenboeren. Was zelf boer in Nieuw Beer-ta. Kwam op voor de belangen van Oost Groningen en was tamelijk actief kamerlid in de tweede kamer. Zat in de tweede kamer in de periode van 1948 t/m 3 jan. 1868 als overtuigend Liberaal.

    + 305 III. Anje Fredericus Beckeringh, geboren op 17 februari 1808 in Nieuw-Beerta; overleden op 21 mei 1888 in Beerta.

    + 306 IV. Wubbina Fredericus Beckeringh, geboren op 28 april 1810 in Nieuw-Beerta; overleden op 24 juni 1880 in Nieuw-Beerta.


    241.
    Wubbina Reints Beckeringh werd geboren op 19 maart 1769 in Wirdum Gr. en overleed rond 1799 in Uitwierda. Zij trouwde met Jacob Lubberts Schoonbeek rond 1781. Hij werd geboren op 6 mei 1753 in Weiwerd en overleed op 26 mei 1826 in Uitwierda als zoon van Lubbert Schoonbeek en Woltje Jacobs.

    Jacob Lubberts Schoonbeek: Landbouwer te Uitwierda. Was in 1808 Zetter van de Omslag; lid van het gem. bestuur Holwierda.

    Kinderen van Wubbina Beckeringh en Jacob Schoonbeek zijn:

       307 I. Reint Jacobs Schoonbeek, geboren op 29 januari 1791 in Uitwierda; overleden op 29 september 1826 in Nieuwolda. Hij trouwde met Antje Hessels Dethmers op 31 december 1813 in Nieuwolda.

      308 II. Woldina Jacobs Schoonbeek, geboren op 1 februari 1794 in Uitwierda; overleden op 30 april 1823 in Delfzijl. Zij trouwde met Fokke Hindriks Steenhuis op 30 juni 1820 in Delfzijl.


    242. Aaffijn Reintjes Beckeringh
    werd geboren op 31 maart 1770 in Wirdum Gr. en overleed op 10 oktober 1800 in Nieuw Scheemda. Zij trouwde met Nantko Egberts Waalkens tussen 1797 - 1798 in Nieuw Scheemda. Hij werd geboren op 17 februari 1773 in Nieuw-Beerta en overleed op 12 mei 1812 in Sappemeer als een zoon van Egbert Waalkens en Frouke Nantkes; klzn. van Waalke Egberts en Trijntje Jans Holtkamp en van Nantko Reints en Riefke Hiltjes.

    Nieuwolda: 11 juni 1797 op belijdenis - Aaffijn R. Beckeringh .

    Nantko Waalkens: Landbouwer te Scheemda. Trouwde na het overlijden van Aaffijn op 28-10-1802 te Nieuw Scheemda met Weia Egberts Engels

    Toegangsnummer: 731. Archieftitel: Inventaris van de archieven van plaatselijke gerechten in het Oldambt. Datering 1802. Inventarissen van boedels: 5541: “Nantko Egberts Waalkens en zijn vrouw Aafje R. Bekkering te Nieuw Scheemda”.

    Kinderen van Aaffijn Beckeringh en Nantko Waalkens zijn:

       309 I. Frouwke Nantkes Waalkens, geboren op 25 juli 1798 in Nieuw-Scheemda; overleden op 5 mei 1871 in Noordbroek. Zij trouwde met Jouko Bleeker op 3 december 1861 in Nieuwolda; geboren op 5 september 1790 in Midwolda; overleden op 11 april 1881 in Noordbroek. Zoon van Sywke Joukes Bleeker en Martjen Cornelius.

    Jouko Bleeker: Med. Docktor te Noordbroek.

       310 II. Reint Waalkens, geboren op 10 oktober 1800 in Scheemda. Geen overlijdensdata bekend.


    244. Trijntje Reints Beckeringh
    werd geboren op 12 oktober 1777 in Woldendorp en overleed op 2 augustus 1840 in Noordlaren. Zij trouw-de met Hindrik Chistoffer Stoffers op 28 mei 1801 in Woldendorp. Hij werd geboren op 6 februari 1780 in Nieuw-Scheemda en overleed op 31 januari 1829 in Nieuw-Scheemda als een zoon van Christoffer Tonnijs en Foekjen Eppes.

    Hindrik Stoffers: Landbouwer te N-Scheemda. Hendrik was in 1810 Zetter v/d Omslag en lid van het gemeentebestuur van Nieuw-Scheemda en tevens kerkvoogd. Hij erfde de boerderij van zijn moeder, die de kinderen uit haar mans eerste huwelijk voor F14000,- 'uitboedelt'. Het bedrijf is 63 deimt groot, met een vaste huur van F225,- plus F189,-

    Kinderen vam Trijntje Beckeringh en Hindrik Stoffers zijn:

       311 I. Geertruida Hendriks Stoffers, geboren op 23 maart 1800 in Nieuw Scheemda; overleden op 23 januari 1844 in Noordlaren. Zij trouwde met Berend Aeissens Boelman op 6 september 1820 in Nieuweschans; geboren op 6 december 1803 in Wymeer (Ofr); overleden op 4 april 1886 in Midlaren. Zoon van Aeisse Berends en Rikste Groeneveld.

    Berend Aeissens Boelman: Predikant Nieuweschans - Midlaren.

       312 II. Christoffer Stoffers, geboren rond 1803 in Nieuw Scheemda; overleden op 16 augustus 1841 in Nieuw Scheemda. Hij trouwde met Alberdina Tammink op 20 augustus 1835 in Zuidlaren; geboren 5 mei 1813 in Zuidlaren; overleden op 4 september 1843 te Zuidlaren. Dochter van Roelof Tammink en Jantje Pelinck.


    245. Catharina Beckeringh
    werd geboren op 8 januari 1755 in Amsterdam en overleed op 27 febru-ari 1796 in Amsterdam. Zij trouwde met Lambertus Van Ogtrop tussen 1775 - 1778 te Amsterdam. Hij werd rond 1740 geboren te Amsterdam en overleed voor 1800 te Amsterdam als zoon van Jacobus Van Ogterop en N. N

    Catharina Beckeringh: Overleden aan de pest.

    Lambertus Van Ogtrop kocht in 1781 een huis, pakhuis en erven aan de Lijnbaanssteeg,  op de hoek Oude Nieuwstraat in Amsterdam.

    Kind van Catharina Beckeringh en Lambertus Van Ogtrop is:

    313 I. Lambertus Bernardus Van Ogtrop, geboren rond 1779 in Amsterdam. Geen overlijdensdatum gevonden.


    247. Jan Jacob Beckeringh
    werd geboren op 16 januari 1760 in Amsterdam en overleed op 3 juli 1821 in Amsterdam. Hij trouwde met Ariaantje Van Kleef op 14 mei 1786 in Alphen a/d Rijn. Zij werd geboren op 8 juni 1766 in Alphen a/d Rijn en overleed op 26 maart 1847 in Amsterdam als dochter van Hendrik Van Kleeff en Petronella Isekra; kldr. van Jacob Isekra en Maria Bols.

    Jan Jacob Beckeringh: Gedoopt: 18 januari 1760, Amsterdam - Westerkerk. Doopgetuigen: Jan Beckeringh en Chatrina Beckeringh.
    Jan Jacob heeft in 1799 een huis en erf gekocht aan de Tuinstraat, noordzijde tussen de eerste en tweede dwarstraat, te Amsterdam. Later woonachtig aan de Keizersgracht, het negende huis van de Brouwersgracht. Tevens had hij in 1803, 2 stallen en erven aan de Brouwersgracht, zuidzijde tussen Keizersgracht en de Prinsengracht, gekocht.
    Jan Jacob was Koopman en handelaar in tabak, tevens Commisaris van de Brand Maatschappij te Amsterdam tot zijn dood in 1821.

    Ariaantje Van Kleef: Gedoopt NH: 11 juni 1766, Amsterdam

    Kinderen van Jan Beckeringh en Ariaantje Van Kleef zijn:

    + 314 I. Dirk Jan Beckeringh, geboren op 9 juli 1787 in Amsterdam; overleden op 24 januari 1860 in Amsterdam.

       315 II. Hendrik Beckeringh, geboren op 13 februari 1789 in Amsterdam; overleden op 17 oktober 1792 in Amsterdam.

    Hendrik Beckeringh: Begraven een kind drie voet, kosten zes gulden. Begraven te Westerkerk te Asd. [gr.no: 173.ZZ]

       316 III. Elisabeth Beckeringh, geboren op 2 maart 1791 in Amsterdam; overleden op 17 december 1792 in Amsterdam. Begraven te Westerkerk te Amsterdam.

       317 IV. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 24 maart 1793 in Amsterdam; overleden op 19 augustus 1820 in Amsterdam.

    Jan Beckeringh: In april 1811 werd hij ingelijfd bij de Garde d'Honneur.
    Napoleon Bonaparte was ontevreden over het milde beleid van zijn broer en lijft ons land in 1810 in bij het Fran se keizerrijk. In de herfst van het jaar daarop bezoekt de keizer zijn nieuwe departement. Zo wordt op 1 januari 1811 hier de Franse wetgeving ingevoerd. Iets waar wij tegenwoordig overigens nog steeds de vruchten van pluk- ken. De meest ingrijpende maatregel is de invoering van de dienstplicht. Tot die tijd wordt de landsverdediging overgelaten aan buitenlandse huursoldaten.
    Maar nu moesten Nederlandse jongens dienen in het leger van Napoleon. Maar de meesten voelen daar weinig voor. Ook ouders zagen hun zoons niet graag vertrekken naar het Russische front. Zeker niet wanneer Napoleon in 1812 grote verliezen lijdt. De burgerlijke stand maakt het mogelijk om mannen geboren in een bepaald jaar op te roepen. Aanvankelijk kunnen de rijken de dans ont- springen door iemand als Remplacant (vervanger) hun plaats in te laten nemen. Later werden ook rijke mannen verplicht om dienst te nemen in de Garde d’Honneur, het ereleger van Napoleon

       318 V. Hendrik Beckeringh, geboren op 9 juli 1795 in Amsterdam; overleden op 12 augustus 1811 in Amsterdam.

    + 319 VI. Petronella Elizabeth Beckeringh, geboren op 5 april 1798 in Amsterdam; overleden op 21 november 1864 in Zeist.

       320 VII. Adrianus Beckeringh, geboren op 29 mei 1799 in Amsterdam; overleden op 18 januari 1822 in Amsterdam.

    + 321 VIII. Willem Beckeringh, geboren op 17 maart 1801 in Amsterdam; overleden op 29 november 1864 in Amsterdam.


    258. Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 8 januari 1756 in Coevorden en overleed op 5 september 1808 in IJsbrechtum. Hij trouwde met (1) Margaretha Aaldriks voor 1785 in ? Ze overleed voor 1787 in IJsbrechtum als dochter van Aaldrik Arendsen and N.N. Hij trouwde (2) met Gatske Clasina Mensonides op 1 april 1801 in Sneek. Ze werd geboren op 30 november 1774 in Sneek en overleed op 2 november 1835 in Sneek als een dochter van Wybe Mensonides en Rinske Van Der Kooy; kldr. van Rei-ner Mensonides en Janke Wijbes Joustra en van Gerrardus Van Der kooy en Antje Harmens Osinga.

    Wilhelmus was kandidaat te Wirdum (gr) en werd op 30-7-1780 beroepen te Tjalhuizen - Tirns - IJsbrechtum. Hier overleed hij aan een gal-ziekte in 1808.

    Gatske Clasina Mensonides: Weduwe van Dominicus van der Ley.

    Familiewapen Mensonides:
    Gedeeld: I } In goud een zwarte halve adelaar komende uit de deellijn. II } gedeeld: a) In zilver een zwarte zwaan op water van beurtelings blauwe en zilveren golven (5). b) In zilver een zwart huismerk, in de vorm van een omgewende vier staande op een St. Andreaskruis.
    Helmteken: Een vlucht van goud. Helmkleden: Zwart met zilver gevoert.
    NP. 38; Gen Jierboekje '71.

    Kind van Wilhelmus Beckeringh en Margaretha Aaldriks is:

    + 322 I. Alida Hellena Beckeringh, geboren op 5 maart 1787 in IJsbrechtum; overleden op 15 novem ber 1875 in IJlst.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Gatske Mensonides zijn:

       323 I. Egberdina Wilems Beckeringh, geboren op 26 november 1803 in IJsbrechtum; overleden op 24 september 1868 in Bols-ward. Zij trouwde met Hendericus Michiel Ament op 30 mei 1830 in Sneek. Geboren op 5 februari 1805 in Ballum; overleden op 28 oktober 1872 in Sneek als zoon van Harmen Thieden Ament en Sjoukjen Gonggrijp; klzn. van Michiel Ament en Margaretha Elisabeth Thieden en van Tjalling Gonggrijp en Elisabeth Tetses de Haan.

    Hendericus Michiel Ament: Burgemeester te Bolsward.

    Familiewapen Ament:
    In zilver afgeknotte boom van natuurlijke kleur, waaruit aan weerszijde van de stam twee bebladerende takken spruiten, oprijzend uit een groene grond en getopt van een zwarte haan met rode kam en lellen.
    Helmteken: de haan uit het schild tussen een zilveren vlucht. Helmkleden: zilver, gevoert met blauw.
    NP.1977

    + 324 II. Agnieta Beckeringh, geboren op 19 september 1805 in IJsbrechtum; overleden op 23 juli 1873 in Sneek.

    + 325 III. Anthonia Johanna Beckeringh, geboren op 9 oktober 1807 in IJsbrechtum; overleden op 5 oktober 1887 in Sneek.


    259. Johannus Antonius Beckeringh
    werd geboren op 6 maart 1757 in Coevorden en overleed op 18 februari 1807 in Nieuw Scheemda. Hij trouwde met Berendina Riemina Van der Swaagh op 12 augustus 1788 in Zeerijp. Zij werd geboren op 9 augustus 1768 in Appingadam en overleed op 16 juli 1807 in Nieuw Scheemda als dochter van Hermannus Van der Swaagh en Meddina Everts; kldr. van Everhardus Petrus Van der Swaagh en Lubge Harmens Sibrandts en van Ubbo Everts en Berentje Stevens Wolthuis.

    Johannus Beckeringh: Kandidaat te Göenga-Gauw-Offingawier van 1780-1781; verroepen naar Zeerijp in 1781 en werd in 1789 beroepen te Nieuw scheemda.

    Berendina Riemina Van Der Swaagh: begraven op 22 juli 1807, Nieuw Scheemda.

    Familiewapen Van der Swaagh:
    Gedeeld; I } Een rood linksgeschuinde balk op een zilver veld. II } Een zwarte halve adelaar, uitgaande van de deellijn, kijkende naar links en vergezeld van een zilveren ster middenboven op een gouden veld.
    Helmteken: Een gekroonde helm.
    GDW 2880/2881.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Berendina Van der Swaagh zijn:

    +  326 I. Anthonius Beckeringh, geboren op 23 mei 1791 in Nieuw-Scheemda; overleden op 10 augus- tus 1878 in Onderdendam.

    + 327 II. Meddina Beckeringh, geboren op 6 september 1793 in Nieuw Scheemda; overleden op 23 mei 1839 in De Huizen

       328 III. Hermannus Beckeringh, geboren in 1800 te Nieuw Scheemda; overleden op 18 maart 1802 in Nieuw  Scheemda.

    Kerkelijke gemeente Nieuw-Scheemda - Kerkelijke gezindte Nederlands Hervormd.
    Dopeling: Hermannus. Doopdatum 3-4-1800.
    Vader: Johannes Beckeringh; Moeder: Berendina Riemina van der Swaagh.
    Opmerkingen: predikant te Nieuw Scheemda: Kind overleden 18-03-1802.

       329 IV. Hermanus Beckeringh, geboren op 17 maart 1802 in Nieuw Scheemda; overleden op 20 februari 1822 in Groningen.

    Hermanus Beckeringh: Stond op 16-9-1820 ingeschreven als student Theologie te Groningen. (Album Studiosum Aca.Grn.1915)

    + 330 V. Alida Arnoldina Beckeringh, geboren op 2 juni 1804 in Nieuw Scheemda; overleden op 7 januari 1867 in Beilen.


    Generatie No: 9.


    278. Alberdina Beckeringh
    werd geboren gedoopt op 17 februari 1771 in Obergum en overleed op 20 april 1814 in Hornhuizen. Zij trouwde met Abraham Graatsma op 6 april 1788 in Obergum. Hij werd geboren op 20 augustus 1758 in Ten Boer en overleed op 10 februari 1799 als zoon van Joseph Graatsma en Grietje Hutma.

    Abraham wordt lidmaat op 18 april 1791 te Leens, Alberdina Beckering trouwens ook.

    RAG:TG 735: 79: 14-02-1794.
    “Alberdina Bekkeringh en haar eheman A Graatsma verpagten aan mevr A.H. Tjarda van Starkenborgh, douariere, hertoghe vrouwe van Feeringa, voor 9 jaren van 1-2-1794 tot 1-2-1803 84 grazen land in de Westerhorn onder Lutkegast gelegen wordende bij Tietje Jans, wedw van Jan Derks onder hun behuizinge daar op staande in vaste beklemminge gebruikt 's-jaars voor 218 guldens huire met de gerechtigheden daarop gelegen...etc”.

    Abraham Graatsma: Medicina Doctor; Heil- en vroedmeester

    Marriage Notes for Alberdina Beckeringh and Abraham Graatsma:
    Alberdina Bekkering, van Obergum, tr. Winsum (otr. 30 maart 1788 Winsum, otr. 6 april 1788 Obergum) Abraham Graatzema, van Ten Boer.

    Kinderen van Alberdina Beckeringh en Abraham Graatsma zijn:

       331 I. Johannus Graatsma, geboren in 1789 te Leens. Geen overlijdensdatum gevonden.

    Gedoopt: 14 juni 1789, Leens

       332 II. Abraham Graatsma, geboren in 1791 te Leens; overleden op 27 februari 1814 in Groningen.

    Gedoopt: 23 oktober 1791, Leens. Beroep: Korporaal.

       333 III. Johannus Beckeringh Graatsma, geboren in 1799 te Leens; overleden op 26 mei 1835 in Wehe. Hij trouwde (1) met Foske Luitjens Wiersum op 10 november 1824 te Baflo. Ze werd geboren op 12 december1800 in Baflo; overleden op 26 april 1827 te Leens. Dochter van Luitje Luitens Wiersum en Jantje Pieters Huizinga. Hij trouwde (2) met Anje Pieters Bronkema op 20 mei 1833 te Leens. Geboren in ` 1808 te Hornhuizen. Dochter van Pieter Bronkma en Pieterke Pieters.

    Johannus Beckeringh Graatsma:. Gedoopt: 29 september 1799, Leens. Wagenmaker te Leens.

    Foske Luitjes Wiersum: Doopsgezind.

    N.B. Johannus voerde geen dubbele achternaam. De naam Beckeringh moet men hier zien als een voonaam. Alhoewel zijn twee zoons ook soms worden vermeld als ‘Beckeringh Graatsma’, maar meestal wordt alleen de familienaam Graatsma gebruikt. Ik heb nog gekeken of ik een K.B kon vinden ten aanzien van het dragen van een dubbele achternaam, maar dat is mij niet gelukt. De dochter Jantje, uit het tweede huwelijk, draagt de familienaam ‘Graatsma’.


    283. Tatia Alagonda Allegonda Beckeringh
    werd geboren op 24 augustus 1788 in Leens en overleed op 21 februari 1822 in Groningen. Ze trouwde met Reindert Scheltens op 17 september 1818 in Groningen. Hij werd geboren op 8 maart 1788 in Groningen en overleed op 24 fe-bruari 1849 in Groningen als een zoon van Schelto Scheltens en Trijntje Wijk

    Reindert Scheltens: Beroep: Goud - zilversmit te Groningen. (zie foto's) Weduwenaar van Trientje Molenkamp.

    Kinderen van Tatia Beckeringh en Reindert Scheltens zijn:

       334 I. Ecko Scheltens, geboren op 20 juni 1819 in Groningen; overleden op 4 januari 1874 in Peize. Hij trouwde met IJtje Elizabeth Dantuma op 24 mei 1847 in Groningen; geboren op 5 november 1824 in Groningen; overleden op 16 maart 1903 in Kleinemeer. Dochter van Tjitske Jilles Dantuma.

    Ecko Scheltens: Bakker - Landbouwer. IJtje Elizabeth Dantuma: Bakkersche.

       335 II. Elizabeth Scheltens, geboren rond 1821 te Groningen; overleden op 21 oktober 1826 in Groningen.


    284 Reina (Rena) Beckeringh
    werd geboren op 6 december 1789 in Leens en overleed voor maart 1854. Zij trouwde met Jacob Hommes Kuiper(s) op 26 juli 1817 in Stedum. Geboren rond 1797 te Westeremden. Geen overlijdensdatum gevonden. Zoon van Barteld Koerts en Trijntje Jacobs Hommes.

    Jacob H. Kuipers: Jacob hertrouwde op 15-3-1854 met Jantje Dobbe.

    Kinderen van Reina Beckeringh en Jacob Kuipers zijn:

       336 I. Alberthus Jacobs Kuipers, geboren rond 1818 te Westeremden. Hij trouwde met Hille Woldinga op 7 mei 1841 in Middel-stum.

       337 II. Elisabeth Jacobs Kuiper(s), geboren rond 1821 in Middelstum. Ze trouwde met Nikolaas J. Duursma op 18 april 1846 in Bedum.

       338 III. Johannes Deodatus Kuiper, geboren rond 1823 in Middelstum. Hij trouwde met Anje Jacobs Mulder 24 januari 1845 in Middelstum; geboren rond 1823 in Westerwijtwerd.

       339 IV. Trijntje Kuipers, geboren rond 1827 in Westeremden. Zij trouwde met Renger Kim op 20 februari 1853 in Bierum; gebo-ren rond 1820 in 't Zandt.


    285. Agatha Abelia Beckeringh
    werd geboren op 26 augustus 1792 in Leens en overleed op 6 no-vember 1849 in Zuidwolde. Zij trouwde met Pieter Bartelts Houwinga op 11 oktober 1812 in Leens. Hij werd geboren rond 1785 in Leens en overleed op 11 maart 1870 te Bedum als een zoon van Barteld Houwinga en Jantjen Jans.

    Agatha Abelia Beckeringh: Tuiniersche.
    Pieter Houwinga: Landgebruiker. Na het overlijden van Agatha, huwde Pieter op 16 november1850 met Trientje van der Boom.

    Kinderen van Agatha Beckeringh en Pieter Houwinga zijn:

       340 I. Johanna Pieters Houwinga, geboren op 15 februari 1810 in Leens; overleden op 24 oktober 1862 in Zuidwolde. Zij trouwde met Timon Jans Boerema op 4 juni 1835 in Bedum.

       341 II. Johannes Pieters Houwinga, geboren op 2 september 1814 in Westeremden; overleden op 17 oktober 1836 in Zuidwolde.

       342 III. Albertus Houwinga, geboren op 13 april 1816 in Westeremden; overleden op 16 september 1867 in Groningen. Hij trouwde met Trientje Riemers Poelstra op 27 februari 1859 in Gro- ningen.

       343 IV. Grietje Pieters Houwinga, geboren rond 1822 te Westeremden; overleden voor februari 1871. Zij trouwde met Reinje Jacobs Hoekinga op 31 mei 1845 in Bedum.

       344 V. Tatia Allegonda Houwinga, geboren op 25 april 1826 in Zuidwolde; overleden op 14 juli 1827 in Zuidwolde.


    293. Yda Beckeringh
    werd geboren op 1 december 1784 in Nieuwolda en overleed op 8 april 1881 in Nieuwolda. Zij trouwde met Jouke Sijwkes Bleeker op 3 december 1816 in Nieuwolda. Hij werd geboren op 5 september 1786 in Midwolda en overleed op 22 december 1843 in Nieuwolda als zoon van Sywke Bleeker en Martjen Cornelius.

    25 januarij 1844, Nieuwolda. "Mijn waarde en diep betreurde Echtgenoot, den Heer Jouke Bleeker, Med. et Artis Obstr. Doctor ter dezer plaatse, overleed op den 22sten december 1843 alhier ploteseling aan ene hevige ongesteldheid van slechts weinige dagen, in den ouderdom van ruim 56 jaren". Aldus een rouwadvertentie van de wed. J. Bleeker, zijnde Y.Beckeringh.

    Jouke Sijwkes Bleeker: Medicus - Huisarts (medecine doctor).

    Kinderen van Yda Beckeringh en Jouke Bleeker zijn:

       345 I. Jantje Joukes Bleeker, geboren op 26 mei 1811 in Nieuwolda; overleden op 9 juli 1845 te Nieuwolda. Zij trouwde met Hindrik Alberts Ufkes op 9 mei 1844 in Nieuwolda; Geboren op 23 juli 1813 in Winschoten; overleden op 1 november 1856 te Nieu-wolda. Zoon van Hindrik Ufkes en Alberdina Nieboer

       346 II. Jan Jacob Beckeringh Bleeker, geboren op 8 april 1813 in Nieuwolda. Geen overlijdensdatum bekend.

       347 III. Nicolaas Joukes Bleeker, geboren op 11 februari 1816 in Nieuwolda; jong overleden.

       348 IV. Gerhardus Joukes Bleeker, geboren op 10 april 1821 in Nieuwolda; overleden op 6 augustus 1823 in Nieuwolda.

       349 V. Gerhardus Joukes Bleeker, geboren op 26 november 1823 in Nieuwolda; overleden op 12 augustus 1829 in Nieuwolda.

       350 VI. Margarieta Hebelina Bleeker, geboren op 7 oktober 1826 in Nieuwolda; overleden op 28 februari 1847 in Haren. Zij trouwde met Kornelis Jans Geertsema op 23 mei 1846 in Nieuwolda.


    294. Gerhardus Jans Beckeringh
    werd geboren op 24 december 1785 in Nieuwolda en overleed op 22 juli 1820 in Opwierda. Hij trouwde met Epke Andries Wedda op 21 mei 1810 in Nieuwolda. Zij werd geboren op 13 augustus 1791 in Nieuwolda en overleed op 3 december 1833 in Oostwolde als een dochter van Andries Poppes Wedda en Trijntje Cornelius Fockens; kldr. van Poppo Tjapkes Poppens en Epke Andreas Wedda en van Cornelius Fockens en Aaffijn Wubbes.

    Gerhardus Jans Beckeringh: Gedoopt: 1 januari 1786, Nieuwolda. Landbouwer/veeboer. In de familie staat hij bekend als het 'zwarte schaap' der familie en zou hij geld en goederen hebben verbrast.

    Epke Andries Wedda: Gedoopt NH: 21 augustus 1791, Nieuweschans. Na het overlijden van Gerhardus gehuwd aan Jurjen Geerts Mulder, waaruit één kind.

    Marriage Notes for Gerhardus Beckeringh and Epke Wedda: Fol.230 - 12 juli 1810 - H.V.
    Gerardus J. Beckeringh, zoon van wijlen Jan Jakobs Beckeringh en Lupke Jakobs, te Nieuwolda, en Epke A. Wedda, dochter van Andreas P. Wedda en Trijntje C. Fockens, te Nieuwolda. Behorend tot de 3 klasse van gegoedheid. Goederen ongemeen, winst en verlies half om half, kinderen gelijk, indien de bruidegom eerder overlijdt dan de bruid, krijgt zij 4000 gld. en omgekeerd 3000 gld. waarbij bruid's erfenis pas wordt uitgekeerd na het overlijden van haar ouders. Bruidegom benoemt zijn bruid tot voogdes over hun kinderen bij zijn overlijden.
    Brg.: Jouko Bleeker en IJda Beckeringh (ehel.), en zuster; Hemmechien Beckeringh, zuster; Abel Jacobs en Trijntje Sijmons, voormond, oom en moeij.
    Br.: Andreas P. Wedda en Trijntje C. Fockens, ouders; Poppo A. Wedda en Cornelius A. Wedda, broers.
    Getuigen: Jakob Jans en Hindrik Edzes.

    Kinderen van Gerhardus Beckeringh en Epke Wedda zijn:

        351 I. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 2 mei 1811 in Nieuwolda; overleden op 11 juni 1811 in Nieuwolda.

    + 352 II. Andreas Gerhardus Beckeringh, geboren op 31 december 1812 in Nieuwolda; overleden op 14 september 1851 in Wilder-vanck.

       354 III. Trijntje Gerrardus Beckeringh, geboren op 25 januari 1816 in Nieuwolda; overleden in november 1818.

    + 355 IV. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 13 juni 1819 in Nieuwolda; overleden op 16 oktober 1888 in Beerta.


    296.
    Hemmegien Jans Beckeringh werd geboren op 6 januari 1790 in Nieuwolda en overleed in 1870 te Nieuwolda. Zij trouwde met Aldert Sebo Sebens op 5 mei 1812 in Bierum. Hij werd geboren op 10 februari 1786 in Holwerd en overleed in 1859 in Nieuwolda als een zoon van Sebo Alderts Sebens en Aukje Arents.

    Hemmegien Beckeringh: Gedoopt op 17 januari 1790, Nieuwolda.

    Aldert Sebo Sebens: Landbouwer.

    Kinderen van Hemmegien Beckeringh en Aldert Sebens zijn:

       356 I. Aukje Alderts Sebens, geboren rond 1815 in Holwierde; overleden voor januari 1854. Zij trouwde met Gerhardus Wijchel op 30 oktober 1845 in 't Zandt.

       357 II. Sebo Aldert Sebens, geboren rond 1819 in Holwierde; overleden op 7 januari 1899 in Nieuwolda. Hij trouwde met Grietje Bronts op 17 mei 1859 in Nieuwolda. Zij werd geboren in 1830 te Nieuwolda; overleden op 4 december 1871 te Nieuwolda. dr. Van Fokko Bronts en Geesjen Noordhoff.


    305. Anje Fredericus Beckeringh
    werd geboren op 17 februari 1808 in Nieuw Beerta en overleed op 21 mei 1888 in Beerta. Zij trouwde met Rotgerd Reints Joling op 6 juni 1831 in Nieuw Beerta. Hij was geboren op 31 december 1811 in Noordbroek en overleed op 6 oktober 1859 in Nieuw Beerta als zoon van Rotgerd Joling en Anje Joling; klzn. van Reint Rotgers en Siebrig Okkes Joling en van Oewe Ockes Joling en Frouwe Rotgers.

    Op 13-2-1827 kochten de fam. Joling-Beckeringh, behuizing + 33.18 ha land, vaste huur F.400,= en 1 vette jonge kalkoen.
    Anje Fredericus Beckeringh: Landbouwersche. Rotgerd Reints Joling: Landbouwer te Nieuw-Beerta.

    Familiewapen Joling:
    Doorsneden; I} Een omgekeerde wassenaar, vergezeld van een grote ster. II} een huismerk.
    Het schild gedekt door een Ettenkroon.
    GDW. 3131 + RAG-gen Joling.

    Kinderen van Anje Beckeringh en Rotgerd Joling zijn:

       358 I. Fredricus Rotgers Joling, geboren op 13 maart 1832 in Oostwold; overleden op 16 augustus 1922 in Leek. Geboren op 25 januari 1836 te Nieuw Beerta, overleden op 15 november 1832 te Stadspolder-Beerta. Hij trouwde op 14 september 1860 te Beerta met Asselina Frederica Boelema, dr. van Boelo Luitens Boelema en Wubinna Fredericus Beckeringh; kldr. van Luit- jens Boeles Boelema en Divertje Tjarks Knotnerus en van Fredericus Tjapkus Beckeringh en Lucretia Onnes Struif. (zie 306 - 368)

       359 II. Reint Rotgers Joling, geboren op 13 april 1834 in Nieuw-Beerta; overleden op 12 augustus 1903 in Nieuw-Beerta.

      360 III. Tjapke Rotgers Joling, geboren op 15 mei 1836 in Nieuw-Beerta; overleden op 23 april 1872 in Nieuw-Beerta. Hij trouwde met Trijntje Sijpkens op 21 mei 1858 in Scheemda, Geboren rond 1829 in Noordbroek; overleden op 30 september 1919 in Nieuw Beerta. Dochter van Koert Sijpkens en Wicherdina Dallinga.

       361 IV. Rotgert Joling, geboren 1839; overleden op 19 oktober 1842 in Beerta.

       362 V. Rimpt Rotgers Joling, geboren op 21 december 1840 in Nieuw-Beerta; overleden op 23 september 1895 in Nieuw-Beerta.

       363 VI. Reint Rotgers Joling, geboren op 27 maart 1843 in Nieuw Beerta; overleden op 18 maart 1887 in Nieuw Beerta. Hij trouwde op 18 mei 1865 te Nieuw Beerta met Ida Klaassens Ebels , Geboren op 6 juni 1843 in de Kroonpolder; overleden op 9 april 1917 te Nieuw Beerta. Dochter van Klaas Ebels Ebels en Asselina Fredericus Beckeringh Poppens; kldr. van Ebel Klaassens Ebels en Hendrikjen Hendriks Koerts en van Poppo Tjapkes Poppens en Frouwe Heres Bontkes.

       364 VII. Lucretia Onnes Joling, geboren op 8 september 1845 in Beerta; overleden op 29 september 1916 in Finsterwolde. Zij trouwde met Tonnis Kremer op 21 mei 1867 in Beerta. Geboren op 20 maart 1843 in Finsterwolde; overleden op 26 november 1910 in Finsterwolde. Zoon van Klaas Tonnis Kremer en Grietje Eltjes Bontkes; kldr. van Tonnis Kremer en Geessien Tiddens en van Eltjo Bontkes en Foske Berends.

       365 VIII. Oewe Okkes Joling, geboren rond 1849; overleden op 4 februari 1852 in Beerta.


    306. Wubbina Fredericus Beckeringh
    werd geboren op 28 april 1810 in Nieuw Beerta en overleed op 24 juni 1880 in Nieuw Beerta. Ze trouwde met Boelo Luitens Boelema op 16 augustus 1832 in Nieuw Beerta. Hij werd geboren op 3 januari 1811 in Noordbroek en overleed op 15 juni 1870 in Beerta als zoon van Luitjen Boeles Boelema en Dievertje Tjark Knotnerus; klzn. van Boele Fokkes Wigboldus en Geessien Luitjens en van Tjerk Jans Knotnerus en Annechien Jans Sand.

    Boelo Boelema: Landbouwer te Nieuw-Beerta.

    Familiewapen Boelema:
    In blauw een rode dwarsbalk, vergezelt in 't hoofd twee gouden rozen met een rood hart. En in de voet een gouden lelie. Het schild omzoomd met een rode rand en is gedekt met een gouden Eigenerfde kroon.
    Kwst. Luitens/Onnes/Boelema + Rietstap.
    Het zesde kind van dit gezin kreeg volgens het geboortebewijs van 5 maart 1841, uitgifte Beerta, de voornamen Fredericus Beckeringh en de familienaam Boelema. U moet hier de naam 'Beckeringh' zien als een patroniem, dus feitelijk is het een pseudo dubbele achternaam. Dit kunt U ook opmaken uit het gevolg dat Fredericus zijn kinderen allemaal de familienaam Boelema mee gaf, alleen een dochter kreeg weer de naam Beckeringh mee als voornaam, dit was Lucretia Beckeringh Boelema. Maar na 4 generatie krijgt weer een mannelijke loot de voornaam Beckeringh toegewezen. Dit was Fredericus Tjapko Beckeringh Boelema, geboren op 16-4-1971, als zoon van Boelo Luitjen Boelema en Wilhelmina Trijntje Smit. Zie de stamboom van de familie Onnes-Boelema.

    Kinderen van Wubbina Beckeringh en Boelo Boelema zijn:

       366 I. Lucretia Boeles Boelema, geboren op 25 maart 1833 in Beerta; overleden op 15 november 1884 in Beerta. Zij trouwde met Jan Jacobs Tijdens op 21 mei 1856 in Beerta.

       367 II. Dievertje Boelema, geboren op 17 mei 1834 in Nieuw-Beerta; overleden op 11 juli 1893 in Nieuw Beerta. Zij trouwde met Hindrik Jans Onnes op 28 april 1858 in Beerta; geboren op 28 maart 1833 in Nieuw Beerta; overleden op 20 augustus 1916 in Beerta. Zoon van Onno Jans Onnes en Elizabeth Poppens Poppens; klzn. van Jan Hindriks Onnes en Jantje Renken en van Poppo Freerks Poppens en Jantje Onnes Struif.

    Hindrik Onnes: Landbouwer - Burgemeester te Beerta.

       368 III. Asselina Frederica Boelema, geboren op 25 januari 1836 in Nieuw Beerta; overleden op 15 november 1882 in Stadspol-der-Beerta. Zij trouwde op 14 september 1860 te Beerta met Fredericus Rotgers Joling. Geboren op 13 maart 1832 te Oostwold; overleden op 16 augustus 1922 te Leek. Zoon. van Rotgerd Reints Joling en Anje Fredericus Beckeringh; klzn.van Rotgerd Reints Joling en Anje Oewes Joling en van Fredericus Tjapkus Beckeringh en Lucretia.

       369 IV. Geessien Boelema, geboren op 24 september 1837 in Nieuw Beerta; overleden op 3 juni 1919 in Groningen. Ze trouwde met Luitjen Siebold Ten Have op 26 februari 1863 in Beerta; geboren rond 1840 in Beersterhogen.

       370 V. Luitjen Boelema, geboren rond 1840 in Nieuw Beerta; overleden op 5 februari 1847 in Beerta.

       371 VI. Fredericus Beckeringh Boelema, geboren op 5 maart 1841 in Nieuw Beerta; overleden op 23 juli 1894 in Nieuw Beerta. Hij trouwde op 16 augustus 1869 te Nieuwolda met Trientje Renken; geboren op 30 december 1846 te Nieuwolda; overleden op 25 juni 1926 te Finsterwolde dochter van Nantko Cornelis Renken en Frouwe Reints Bos.

       372 VII. Annechien Boelema, geboren rond 1843 in Nieuw Beerta; overleden in 1924 te Beerta. Zij trouwde met Folkert Okkes Tijdens op 1 september 1865 in Beerta; geboren rond 1840 in Hamdijk NS.

       373 VIII. Tjark Boeles Boelema, geboren rond 1846 in Nieuw Beerta. Hij trouwde met Sjambina Margaretha Groeneveld op 8 mei 1868 in Beerta; geboren rond 1848 in Bunderhee (D).

       374 IX. Anje Boelema, geboren op 22 augustus 1847 in Beerta; overleden op 9 september 1847 in Beerta.

       375 X. N. Boelema, (dood)geboren op 17 oktober 1848 in Beerta; overleden op 17 oktober 1848 in Beerta.

       376 XI. Luitjen Boelema, geboren in december 1849 te Beerta; overleden op 24 juni 1850 in Beerta.

       377 XII. Luitjen Boeles Boelema, geboren in juli 1850 te Nieuw Beerta; overleden op 8 april 1852 in Beerta.

       378 XIII. Anje Wubbina Boelema, geboren op 3 februari 1858 in Nieuw Beerta; overleden in Wolvega. Zij trouwde met Hebbe Hebbes op 7 mei 1883 in Beerta; geboren op 15 augustus 1850 in Wierum Frl; overleden rond 1930 in Wolvega. Zoon van Jan Sipkes Hebbes en Maria Wedemeyer.

    Hebbe Hebbes: Burgemeester te Zuidlaren, Delfzijl en Schoterland.


    314. Dirk Jan Beckeringh
    werd geboren op 9 juli 1787 in Amsterdam en overleed op 24 januari 1860 in Amsterdam. Hij trouwde met Sara Maria Schildt op 21 november 1823 in Amsterdam. Zij werd geboren op 17 april 1807 in Amsterdam en overleed op 26 november 1873 in Amsterdam als een dochter van Hendricus Hermanus Schilt en Jansje van Velsen.

    In 1849 kocht Dirk een pand aan de Herengracht no. 73 te Amsterdam en deed dit later in 1860 over aan Jan Jacob, voorheen woonachtig op no. 38. In 1873 kochte Dirk een pand aan de Herengracht, no. 50 voor Hfl.25,000,= en verkocht het in 1875 voor Hfl.25.900,=.
    Beroep: Handelaar in Tabak, Snuif en Sigaren.

    Kinderen van Dirk Beckeringh en Sara Schildt zijn:

    + 379 I. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 25 augustus 1825 in Amsterdam; overleden op 7 februari 1866 in Amsterdam.

    + 380 II. Jeanne Beckeringh, geboren op 18 september 1827 in Amsterdam; overleden op 31 oktober 1919 in Amsterdam.

       381 III. Dirk Jan Beckeringh, geboren op 6 januari 1830 in Amsterdam; overleden op 19 mei 1899 in Nijmegen.

       382 IV. Sara Maria Beckeringh, geboren op 12 november 1834 in Amsterdam; overleden op 13 augustus 1911 in 's Gravenhage.

    Sara Beckeringh: Gezelschapsdame.

    + 383 V. Hendrika Hermina Beckeringh, geboren op 25 oktober 1836 in Amsterdam; overleden op 27 juni 1898 in Velp.

    + 384 VI. Petronella Elisabeth Beckeringh, geboren op 13 januari 1840 in Amsterdam; overleden op 18 september 1902 in Velp (Huize Marienhof).


    319. Petronella Elizabeth Beckeringh
    werd geboren op 5 april 1798 in Amsterdam en overleed op 21 november 1864 in Zeist. Zij trouwde met Gilles van der Voort op 4 september 1823 in Amsterdam. Hij werd geboren op 1 augustus 1796 in Breukelen en overleed op 7 maart 1866 in Amsterdam als een zoon vam Gilles van der Voort en Anna Maria Bols; klzn. van Johan van der Voort en Susanna De Wildt.

    Petronella Elizabeth Beckeringh: Gedoopt NH. 2 mei 1798, Amsterdam - Nieuwe Kerk.
    Jacobus van Ee, te Zeist verkoopt over f 2.000,- aan vrouwe Petronella Elisabeth Beckeringh vrouw van Gilles van der Voort, te Amsterdam, een huis met 22 roeden 85 ellen land, gelegen onder Zeist sectie B no. 1079-1081.

    Gilles van der Voort: Reder/koopman.

    Familiewapen Van der Voort:
    In zilver een zwarte zwijnskop met zilveren slagtanden.
    Helmteken: De everzwijnskop uit het schild..Helmkleden: Zwart met zilver gevoert.
    NP. 47.

    Kind van Petronella Beckeringh en Gilles van der Voort is:

       385 I. Anna Maria Van Der Voort, geboren in 1826 te Amsterdam. Zij trouwde met Jhr. Egbert Lintelo De Geer op 22 juni 1848 in Zeist; geboren in 1823 te Utrecht. Zoon van Anthony De Geer en Hester Van Lintelo; klzn. van Barthold De Geer en Jacoba Van Vianen en van Egbert Van Lintelo en Catharina Graafland.


    321. Willem Beckeringh
    werd geboren op 17 maart 1801 in Amsterdam en overleed op 29 november 1864 in Amsterdam. Hij trouwde met Henrietta Johanna Veltmaat op 21 april 1825 in Amsterdam. Zij werd geboren op 23 februari 1806 in Amsterdam en overleed op 29 juni 1892 in Amsterdam als een dochter van Hendrik Veltmaat en Marthe Eyma; kldr. van Hendrik Veltmaat en Johanna Sara Steenhoff en van Joseph Eyma en Sara Clasina Lemmers..

    Willem Beckeringh: Gedoopt NH: 10 april 1801, Oude Kerk Amsterdam. Bij zijn doopinschrijving staat bij de naam van zijn vader, het volgende vermeld: "Familienaam gewijzigd uit Bekkeringh tot Beckeringh dd. 15 april 1825". (bron: 35 p.26 folio 12v #4)
    Willem Beckeringh: Tabakshandelaar. Willem werd op 12 januari 1822 benoemd tot Commissaris van de Brand Maatschappij te Amsterdam van 1822 tot 1864.

    Kinderen van Willem Beckeringh en Henrietta Veltmaat zijn:

    +  386 I. Petronella Sophia Beckeringh, geboren op 26 maart 1830 in Amsterdam; overleden op 6 mei 1899 in Arnhem.

       387 II. Nicolette Henriette Sara Beckeringh, geboren op 28 maart 1834 in Amsterdam; overleden op 12 november 1844 in Amsterdam.

    Nicolette Beckeringh: Begraven in de Westerkerk te Asd.

    + 388 III. Adrianus Willem (I) Beckeringh, geboren op 3 januari 1841 in Amsterdam; overleden op 2 mei 1907 in Amsterdam.


    322. Alida Hellena Beckeringh
    werd geboren op 5 maart 1787 in IJsbrechtum en overleed op 15 november 1875 in IJlst. Zij trouwde met Sjoerd Broers Stellingwerf op 21 oktober 1818 in IJlst. Hij werd geboren op 9 juli 1773 in Joure en overleed op 9 maart 1851 in IJlst als een zoon van Broer Stellingwerf en Yttje de Jong; klzn. van Sybe Hontje Stellingwerf en Aafke Luitzens en van Sjoerd Sjoukes de Jong en Klaske Gerbens.

    Alida Hellena Beckeringh: Gedoopt: 18 maart 1787, IJsbrechtum.

    IJlst, notaris A. Waslander Nauta; Inv. nr. 147015 repertoirenrs. 98 en 101 d.d. 12 december 1838.
    Provisionele en finale toewijzing. Betreft de verkoop van een huis te IJlst, koopsom fl. 1550.
    - Alida Beckeringh te IJlst, gehuwd met Sjoerd Broers Stellingwerff, ontvanger der plaatselijke belastingen, verkoper.
    - Auke Johannes Douma, boer te Smallebrugge, koper.

    IJlst, notaris A. Waslander Nauta; Inv. nr. 147038 repertoire nr. 9 d.d. 9 maart 1863.
    Testament - Alida Beckeringh te IJlst, weduwe van Sjoerd Broers Stellingwerff.

    Overlijdensakte IJlst, 1875. Aangiftedatum 15 november 1875, akte nr. 34.
    Alida Beckering, vrouw, overleden 15 november 1875. Oud 88 jaar, weduwe. Dochter van Wilhelmus Beckering en Margaretha Arends.

    Sjoerd was Kastelein te Workum en van 1818 t/m 1833 Majoor der stad IJlst en ontvanger der plaatselijke belastingen. Voorheen getrouwt aan Tetje Roones Bloembergen.

    IJlst, notaris A. Waslander Nauta; Inv. nr. 147013 repertoire nr. 1 d.d. 14 januari 1832.
    Royement, akte is wel aanwezig. Betreft een hypothecaire inschrijving.
    - Willem Hotzes Ringnalda, burgemeester te IJlst, schuldeiser in kwaliteit.
    - Sjoerd Broers Stellingwerff, gemeente ontvanger te IJlst, gehuwd met Alida Wilhelmus Beckeringh, schuldenaar in kwaliteit.

    IJlst, notaris A. Waslander Nauta; Inv. nr. 147015 repertoire nr. 97 d.d. 10 december 1838.
    Obligatie. Betreft een kapitaal van fl. 350.
    - Sjoerd Broers Stellingwerff, ontvanger der plaatselijke belastingen te IJlst, gehuwd met Alida Beckeringh, schuldenaar.
    - de Stad IJlst, schuldeiser
    .

    IJlst, notaris A. Waslander Nauta; Inv. nr. 147016 repertoire nr. 45 d.d. 13 mei 1839.
    Royement, akte niet aanwezig.
    - Nicolaas Jurjens Lankhorst, rentenier te Sneek, schuldeiser.
    - Sjoerd Broers Stellingwerff, koopman te IJlst, gehuwd met Alida Beckeringh, schuldenaar
    .

    Marriage Notes for Alida Beckeringh and Sjoerd Stellingwerf: Huwelijksakte IJlst, 1818. Datum: 21 oktober 1818, akte nr. 8.
    Man: Sjoerd Broers Stellingwerff, oud 44 jaar, geboren te Joure, gemeente Haskerland.
    Ouders: Broer Sybes Stellingwerff en Yttje Sjoerds.
    Vrouw: Alida Beckering, oud 31 jaar, geboren te IJsbrechtum, gemeente Wymbritseradeel.
    Ouders: Wilhelmus Beckering en Margaretha Arends.

    Kind van Alida Beckeringh en Sjoerd Stellingwerf is:

    389 I. Margaretha Wilhelmina Stellingwerf, geboren op 3 september 1819 in IJlst; overleden op 8 april 1858 in IJlst.

    Overlijdensakte IJlst, 1858. Aangiftedatum 8 april 1858, akte nr. 13.
    Margaritha Wilhelmina Stellingwerff, vrouw, overleden 8 april 1858. Oud 38 jaar, ongehuwd.

    08-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (10 Stemmen)
    07-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.[a] Generatie zeven t/m tien.

    Generatie No: 7.


    154. Gerrardus Beckeringh
    werd geboren op 7 oktober 1712 in Garmerwolde en overleed op 10 december 1762 in Eenum. Hij trouwde met Geertruida Catharina Van Troyen op 20 juni 1747 in Eenum. Zij werd geboren op 18 december 1727 in Groningen en overleed rond 1750 in Eenum als een dochter van Gerrit Van Troyen en Anna Swartdijks.

    Gerrardus Beckeringh: Belijdenis: 23 oktober 1735, Garmerwolde. Predikant te Eenum

    Kind van Gerrardus Beckeringh en Geertruida Van Troyen is:

       209 I. Catharina Beckeringh, geboren op 19 mei 1748 in Eenum; overleden op 27 oktober 1825 in Groningen. Zij trouwde (1) met Hendrik Verburgh op 30 november 1771 in Groningen; afkomstig van Zwolle; overleden rond 1807 in Groningen. Zij trouwde (2) met Johannus Jacobus Ehl op 21 december 1808 in Groningen; geboren op 6 februari 1745 in Langenbach (Nassauw-Siegen); overleden op 7 september 1827 in Nijeveen; zoon van Johan Wilhelm Ehl en Maria Elisabeth N.

    Hendrik Verburgh: Vermoedelijk stadsbouwmeester te stede Groningen. [zie GDWH no. 3172]

    Johannus was voorheen gehuwd aan Anna Holsbergen, hieruit een zoon Johan, die later de familienaam Beckeringh toevoegde aan die van zijn vader. Hij noemde en schreef zich als ‘Johan Willem Beckeringh Ehl’. Geboren te Zutphen in 1790 en overleden op 15-12-1862 te Garrelsweer. Beroep predikant o.a. te Scharmer.
    Johannus Jacobus Ehl: Serg. bij het reg. van Luit. Gen. van Sommerlatte.


    157. Abraham Beckeringh
    werd geboren op 17 maart 1717 in Garmerwolde en overleed rond 1781 in Ulrum. Hij trouwde (1) met Anneke Harms op 1 mei 1746 in Ulrum. Zij werd geboren op 25 december 1721 in Ulrum en overleed op 25 maart 1751 in Ulrum als een dochter van Harmen Coops en Cornelske Beerents. Hij trouwde (2) met Tatia Alegonda Brucherus op 25 mei 1755 in Ulrum. Zij werd geboren op 11 juni 1730 in Heveskus en overleed op 25 juli 1769 in Ulrum als een dochter van Johannus Brucherus en Eena Zijtzema; kldr. van Johannes Brucherus en Tatia Neander en van Peter Zijtzema en Abeltje Klaassen.

    Abraham Beckeringh: Huisarts - Medica te Ulrum.

    Marriage Notes for Abraham Beckeringh and Anneke Harms:  5 april 1746.
    Abraham Beckeringh x Anneke Harms weduwe van Gerrijt Joosten.
    Brg: Gerardus Beckering pastor tot Eenum, Henricus Beckering en Titia Beckering volle broers en zuster, Michiel Beckering brouwer in Groningen volle oom, doctor J. H. Cuilman volle neef.
    Brd: wedman Harmen Coops x Cornelske Berents vader en moeder, Sebastiaan Broils zwager.

    Kinderen van Abraham Beckeringh en Anneke Harms zijn:

    + 210 I. Johannus Beckeringh, geboren rond 1747 in Ulrum; overleden rond 1786 in Ulrum.

       211 II. Catharina Beckeringh, geboren op 1 september 1750 in Ulrum; overleden op 8 juni 1751 in Ulrum.

    Kinderen van Abraham Beckeringh en Tatia Brucherus zijn:

    + 212 I. Johannus Deodatus Beckeringh, geboren op 6 september 1750 in Ulrum; overleden op 18 mei 1805 in Leens.

       213 II. Gerhardus Beckeringh, geboren op 30 september 1759 in Ulrum; overleden op 16 februari 1765 in Ulrum.

    Overleden aan Kinderpokken.

       214 III. Catharina Allegonda Beckeringh, geboren op 8 juni 1766 in Ulrum; overleden op 13 juli 1766 in Ulrum.

    Overleden aan de Mazelen.


    166.
    Gerardus Beckeringh werd geboren op 17 september 1715 in Groningen. Geen overlijdensdata. Hij trouwde met Margaretha Radijs op 1 september 1744 in Groningen. Zij werd geboren op 16 augustus 1716 in Groningen als dochter van Christopher Radijs en Gesina Munnincks; kldr. van Cornelius Radijs en Elisabeth van Beijlen en van Henric Munnincks en Grietjen Blankenstein.

    Gerardus Beckeringh: Brouwer te stede Groningen.

    Kinderen van Gerardus Beckeringh en Margaretha Radijs zijn:

       215 I. Michael Beckeringh, geboren op 17 augustus 1745 in Groningen; overleden voor 1750 in Groningen.

    + 216 II. Catharina Beckeringh, geboren op 15 maart 1747 in Groningen; overleden op 17 november 1823 in Groningen.

       217 III. Allegonda Beckeringh, geboren op 31 maart 1750 in Groningen; overleden voor 1800.


    167.
    Jacobus Beckeringh werd geboren op 22 juli 1717 in Groningen en overleed in december 1760 te Amsterdam. Hij werd aldaar begraven op 8 december 1760. Hij trouwde met Catharina Schram op 17 mei 1742 in Amsterdam. Zij was geboren op 7 oktober 1718 in Amsterdam en overleed op 3 april 1770 in Amsterdam als een dochter van Tieleman (de Jonge) Schram en Agate Van Der Sluis; kldr. van Tieleman Schram en Catrijn de Groot..

    Jacobus Beckeringh: Koopman.
    Jacobus kocht in 1759 een huis en erf aan de Leliegracht, noordzijde tussen Keizersgracht en Prinsengracht te Amsterdam.
    Jacobus handelde de natenlatenschap van zijn broer Michael af, welke was overleden in Delmina - Guinea, en na zijn overlijden deed zijn weduwe Catharina Schram dit.

    Catharina Schram: Doopgetuigen: Tieleman Schram & Catharina de Groot. Hervormd, Westerkerk Asd.

    Marriage Notes for Jacobus Beckeringh and Catharina Schram:
    17 mei 1742, ondertrouwd te Amsterdam (NL) akte 585-288 bron GA Adam.
    “Jacobus Beckering van Groningen 26j wonend Singel geass met vader Michiel Beckering. Cathariena Schram van Amsterdam 24j wonend Kalverstraat geass met haar moeder Agatha van der Sluijs".

    Kinderen van Jacobus Beckeringh en Catharina Schram zijn:

       218 I. Tieleman Cornelis Beckeringh, geboren op 28 april 1745 in Amsterdam; overleden voor september 1798 in Amsterdam. Hij trouwde met Jacoba Catriena Schram op 12 april 1771 in Amsterdam; geboren op 8 juli 1733 in Amsterdam; overleden na 1798 te Amsterdam als doch ter van David schram en Rebecca Otto.

    Bij zijn doop waren als getuigen aanwezig Cornelius Brandolphus en Agatha van der Sluis.
    Jacoba Schram was als weduwe getuige bij de doop van Jacobus Brummelkamp op 28 sept. 1789 te Amsterdam.

    Marriage Notes for Tieleman Beckeringh and Jacoba Schram:
    Ondertrouw te Amsterdam op 12 april 1771 akte 6161-405 bron GA Adam.
    "Thieleman Cornelis Beckering van Adam geref 25j w. Lelygracht ouderd dood geaass met zijn neef Hendrik Soorbeek Vroom. Jacoba Catriena Schram van Adam. geref 37j w als boven geass met haar moeder Rebecca Otto".

       219 II. Alagonda Beckeringh, gedoopt op 5 april 1750 in Amsterdam in de Noorderkerk. Geen overlijdingsdatum gevonden.

    Getuigen bij de doop waren haar grootouders Michiel Beckeringh en Alagonda Woldringh.


    171. Gerrardus Beckeringh
    werd geboren op 19 februari 1717 in Nieuw-Beerta en overleed op 15 januari 1801 in Midwolda. Hij trouwde (1) met Foske Aaldriks Ebbens op 14 juni 1752 in Nieuw-Beerta. Zij werd geboren rond 1725 in Bunderneuland (D) en overleed tussen 1757 - 1758 in Nieuw-Beerta als dochter van Aaldrik Ebbens en Albertjen Lieuwes; kldr. van Ebbe Aeldricks en Foske Andries. Hij trouwde (2) met Hemmegien Jans Brons op 26 september 1759 in Nieuw-Beerta. Zij werd geboren op 28 september 1721 in Nieuwolda en overleed op 25 mei 1784 in Nieuw-Beerta als een dochter van Jan Brons en Elligjen Jans; kldr. van Jacob Brons en Bouwe Rotgers en van Jan Reindts en N.N.

    Gerhardus was van 1741-1747 predikant te Oosterzee en Echten en werd op 11-10-1747 benoemd te Beerster-Hamrik [Beerta]. De 21e ok-tober 1787 trad hij voor de laatste maal voor de gemeente op. Zijn lichaam toonde zijne ouderdom, hij verlangde naar rust. De kerkraad, de Classis en de Staten der Provincie verleende hem het verzochte Emeritaat inverband met het teruglopen van zijn gezicht. Hij vertrok naar Midwolda, alwaar hij overleed op de leeftijd van bijna 84 jaar.

    Foske Ebbens: Gedoopt op 4 november 1725, Nieuweschans. Voorheen gehuwd aan Willem J. Witkamp.

    Inventaris van de archieven van plaatselijke gerechten in het Oldambt. Inventarissen van boedels.
    3249 - Foske Ebbens en haar man G. Beckeringh; Datering 1759.

    1) Marriage Notes for Gerrardus Beckeringh and Foske Ebbens: 14 juni 1752.
    Aan de zijde van de bruidegom staan vermeld als getuigen: Derk Aeijtens en Sijdewe Jans, stiefvader en stief-moeder; Jurjen Melles, zwager; Elijsebeth Neckeringh, zuster; Tjapko Poppens en Asselina Beckeringh, aange-trouwde broer en volle zuster; Ebel reints, oom; Ebel reints en Eja Tonnis, oom en aangetrouwde moeij.
    Aan bruidszijde staan vermeld als getuigen: Ebbe Aaldriks Ebbens en Aafjen Ebels, broer en aangetrouwde zuster; Martie Lieuwes, wed. Freerk Ebbens, volle en aangetrouwde moeij; Foske Ebbens, nicht. Hemmegien Brons: Weduwe van Matthias Tjakkes Dries.

    2) Marriage Notes for Gerrardus Beckeringh and Hemmegien Brons: Beerta 26-9-1759
    Aan de bruidegomzijde; Johannes Beckeringh, broeder en sibbevoogd op bruidegoms voorkinderen en Hindrikje Nieveen, echtl. en aange-trouwde zuster; Elizabeth Beckeringh, zuster; Tjapkes Poppens en Asselijna Becke-ringh, aangetrouwde broer en volle zuster; de Eerwaarde Heer Regnerus Beckeringh Kandidatus, broeder; E. Engelkes, pricipaal voormond op bruidegoms voorkind; Jurjen Beerents, volle neef en vreemde voogd op bruide-goms voorkind; Elfijn Cornelius, aangetrouwde nicht.
    Aan bruidszijde; Jan Jacobs, vader en sibbevoogd op bruids voorkind; Andries Tjakkens Dries, oude zwager en pricipaal voormond over bruids voorkind en Bonne Tonnis, echtl en aangetrouwde zuster.
    Getuigen: Hilbert Harms en Hindrik Croon.

    Kinderen van Gerrardus Beckeringh en Foske Ebbens zijn:

       220 I. Fredericus Beckeringh, geboren op 23 april 1755 in Nieuw-Beerta; overleden op 19 april 1776 in Nieuw-Beerta.

       222 II. Aaldericus Beckeringh, geboren op 25 mei 1756 in Nieuw-Beerta; overleden op december 1758 in Nieuw-Beerta.

    Kinderen van Gerrardus Beckeringh en Hemmegien Brons zijn:

    + 223 I. Jan Jacobs Beckeringh, geboren op 21 juni 1761 in Nieuw-Beerta; overleden op 2 april 1809 in Nieuwolda.

       224 II. Wubbina Beckeringh, geboren op 8 juni 1764 in Nieuw Beerta. Geen overlijdensdatum gevonden.


    172. Wybina (Wijpken) Fredericus Beckeringh
    werd geboren op 14 augustus 1718 in Nieuw-Beerta en overleed voor 1754 in Nieuw-Beerta. Zij trouwde met Jurjen Melles op 24 september 1740 in Nieuw-Beerta. Hij werd geboren op 5 juni 1713 in Zuiderveen en overleed op 26 juni 1779 te Beerster Hamrik als zoon van Melle Jurjens en Frouw(e) Harms; klzn. van Jurjen Jans en Grietjen Aeyckens en van Harmen Tjackens en Jantje Nitter.

    Zij kochten een boerderij (BNB.60) op 23-10-1739 van de erven van Wigbolt Geerts en Epke Eilerts.
    Na het overlijden van Wybina huwde Jurjen op 41 jarige leeftijd met de 27 jaren telden Willemtie Hessels Mellema. Volgens de huwelijksbijlage van zijn zoon Jurrien uit het tweede huwelijk is hij herbegraven, de reden is onbekend.
    Jurjen Melles: Brouwer.

    Marriage Notes for Wybina Beckeringh and Jurjen Melles:
    Aan bruidegomzijde; Frouw Hermens, wed. van Melle Jurjens, moeder; Jantien Melles, Wed. van Freerks Luppes, zusther; Eppo Klaasjens en Aafke Melles, zwager en zuster; Harmke Melles, Wed. van Christiaans Jong, zuster; Harmen Melles, broeder.
    Aan bruidszijde waren o.a.; Frederik Beckeringh, wed. van Wibke Reints, vader; Gerhardus Beckeringh, broe-der; Johannis Beckeringh, broeder; Elisabeth en Affijn Beckeringh, zusters; Anna Beckeringh, moeij; Berent Harms, aangetrouwde oom; Geert Reints en Aafke Wigboldus, oom en aangetrouwde moeij; Hinderik Beckeringh, neef.

    Familiewapen Melles:
    Gedeeld; I} In goud een omgewende klimmende rode leeuw. II} In blauw een steigerend zilveren paard.
    Helmteken: Een zwarte vlucht.
    Helmklden: Blauw, gevoert van goud.
    {FDFG no.130}

    Kinderen van Wybina Beckeringh en Jurjen Melles zijn:

       225   I. Frouwe Jurjens, geboren op 5 november 1747 in Niuew Beerta; overleden voor mei 1749.

       226 II. Frouwe Wypke Jurjens, geboren op 15 mei 1749 in Nieuw Beerta. Geen overlijdensdatum gevonden.


    173. Johannus Gerrardus Beckeringh
    werd geboren op 2 oktober 1770 in Nieuw-Beerta en over-leed voor 1800. Hij trouwde met Hin-driktjen Roelefs Nieveen op 16 mei 1749 in Groningen, dochter van Roelef Nieveen en N. N. Geen verdere gegevens over haar en haar voorgeslacht bekend.

    Johannus Beckeringh: Beroep: Koopman.

    Marriage Notes for Johannus Beckeringh and Hindriktjen Nieveen: - Uit de Index huwelijken Stad Groningen:
    Johannes Beckering van de Nieuwe Beerta otr. 26 april 1749, tr. 16 mei 1749, M.K. (ds. Bertling) Hindriktjen Roelefs Nieveen, van Groningen, p.q. de Coopman Roelef Nieveen, als vader.

    Kind van Johannus Beckeringh en Hindriktjen Nieveen is:

       227 I. Reint Beckeringh. Geen nadere gegevens bekend.


    175. Asselina Fredericus Beckeringh
    werd geboren op 10 september 1726 in Nieuw-Beerta en overleed op 27 juli 1773 in Nieuw-Beerta. Zij trouwde met Tjapko Poppens op 11 mei 1752 in Nieuw Beerta. Hij werd geboren op 22 mei 1721 in Nieuw Beerta en overleed op 24 april 1805 in Nieuw Beerta als zoon van Poppo Tjapkes en Betjen Pieters; klzn. van Tjapko Poppens en Marretje Jans en van Pieter Pieters en Wendel Hannes.

    Uit het huwelijk kreeg de jongste zoon de 'familienaam' Beckeringh, genoemd naar zijn moeder, terwijl de andere kinderen de 'familienaam' van de vader kregen, namelijk Poppens.

    Tjapko Poppens: Landbouwer te Nieuw-Beerta.

    Familiewapen Poppens:
    Doorsneden; A] Een omgewende roofvogel met opgeheven vlucht, pikkend naar een onder zijn klauwen uitgestrekte liggende eend, allen van natuurlijke kleur op een zilveren veld. B] gedeeld; I] een zwarte adelaar uitgaande van de deellijn op een gouden veld. II] Doorsneden; a] drie groene klaverbladen, geplaatst 1 + 2 op een zilveren veld. b] Een zwart huismerk op een zilveren veld.
    Het schild gedekt door een Eigenerfde kroon.
    [GDW. no. 2806; Kwst. Boelema/Tijdens]

    NB. Zijn voorouders gebruikten verschillende familie wapens. Zo zien wij bij Poppo Hommes (1500-1573) als wapen: op een terras een omgewende pelikaan met een jong. (GDW 4062 en GDW 2806). En Hommeri Poppens Wigboldius (1640-1713) had een gedeeld wapen met I in blauw een omgewende pelikaan met een jong en II in blauw een omziende gans met een omgekeerde klaverblad in haar snavel en vergezld van drie klavers. Er was dus blijkbaar geen gemeenschappelijke wapentraditie.

    Marriage Notes for Asselina Beckeringh and Tjapko Poppens:
    Als getuige aan de Bruidegomszijde o.a.: Gerrard Willems, oude schoonvader; Jan Aaldrichs en Wendel Pop-pens, zwager en zuster; Pieter Poppens en Wendel Jurjens, broeder en swaagersche; Poppo Tjapkes, broeder; Jan Poppens en Hilke Harmens, broeder en aangetrouwde zuster.
    Aan de Bruidszijde waren als getuige oa.: kervoogd Derk Aeijtens en Suideken Jans, stiefvader en stiefmoeder; Gerrardus Beckeringh, broeder; Jurjen Melles, zwager; Johannes Beckeringh en Hindrikjens Nieveen, broeder en aangetrouwde zuster; Elijsebeth en Reint Beckeringh, zuster en broeder; Eje Tonnis, aangetrouwde moeij.

    Kinderen van Asselina Beckeringh en Tjapko Poppens zijn:

       228 I. Frederica Poppo Poppens.

       229 II. Fredericus Poppens, geboren 2 mei 1753 in Nieuw Beerta; overleden voor december 1755.

       230 III. Poppo Poppens, geboren op 23 januari 1757 in Nieuw Beerta; overleden voor mei 1764.

       231 IV. Betty Poppens, geboren op 5 maart 1758 in Nieuw Beerta; overleden voor februari 1768.

       232 V. Wubbina Poppens, geboren op 25 november 1759 in Nieuw Beerta; overleden voor 1761.

      
    233 VI. Wubbina Tjapcus Poppens, geboren op 16 augustus 1761 in Nieuw Beerta; overleden voor augustus 1787 in Nieuw Beer-ta. Zij trouwde met Lammert Pieters Dijkema op 25 juni 1783 in Nieuw Beerta; geboren op 31 mei 1761 in Hamdijk; overleden op 11 november 1820 in Nieuw Beerta, zoon van Pieters Lammerts en Jantje Eppes; klzn. van Lamert Hansen en Elisabeth Jans en van Eppo Hommes en Eelberen Sybolts Detmers.

    + 234 VII. Poppo Tjapkes Poppens, geboren op 1 mei 1763 in Nieuw Beerta; overleden op 6 oktober 1826 in Nieuw-Beerta.

       235 VIII. Anna Poppens, geboren op 6 juni 1766 in Nieuw Beerta.

       236 IX. Betty Poppens, geboren op 7 februari 1768 in Nieuw Beerta.

       237 X. Fredericus Poppens, geboren op 7 december 1755 in Nieuw Beerta; overleden voor september 1769.

    + 238 XI. Fredericus Tjapkus Beckeringh, geboren op 22 september 1769 in Nieuw-Beerta; overleden op 23 maart 1811 in Nieuw-Beerta.


    176. Regnerus (Reint) Beckeringh
    werd geboren op 3 juni 1731 in Nieuw-Beerta en overleed op 28 novem-ber 1791 in Woldendorp. Hij trouwde met Geertruida Cornelius Fockens op 23 september 1766 in Woldendorp. Zij werd geboren op 5 november 1741 in Nieuwolda en overleed op 14 oktober 1787 in Woldendorp als dochter van Cornelius Fockens en Aaffijn Wubbes; kldr. van Focko Aeitens en Geertruida Cornelius en van Wubbo Eilderts en Trijntje Taekes.

    Regnerus Beckeringh: Stond op 15 sept. 1750 als student ingeschreven te Groningen. Tussen 1762 - 1777, predikant te Wirdum Gr. en tussen 1777 - 1791, predikant te Woldendorp.
    ‘Woldendorp Anno1777’: “Aantekeningen van de namen der ledematen in de gemeente te Woldendorp en van andere kerkelijke verrigtingen door mij Reind Beckeringh pred. alhier”.
    “Is mijn waarde en lieve huisvrou Geertruida C. Fockens van Wirdum met mij overgekomen”.

    Familiewapen Fockens:
    Op een groen teras staande twee tegen elkaar klimmende rode leeuwen op een gouden schild.
    Helmteken: Een uitkomende omgewende rode leeuw.
    Helmkleden: Goud, gevoert van rood.
    GDW. No: 4302/2846/2852.

    Marriage Notes for Regnerus Beckeringh and Geertruida Fockens: - Fol.288 - 23 september 1766 - H.V.
    Regnerus Beckeringh, predikant te Wirdum, zoon van Frederikus Beckeringh, in leven predikant te Nieuw Beerta, en Wijpke Reints (gew.ehel.), en Geertruida Cornelius Fockens, van Nieuwolda, dochter van kerkvoogd Cornelius Fockens en Aaffijn Wubbes (ehel.), te Nieuwolda.
    Brg.: Gerardus Beckeringh, predikant te Nieuw Beerta, en Hemmegien Jans Brons (ehel.), broer; Elijsebet Beckeringh, zuster; Tjapko Poppes en Asselijna Beckeringh (ehel.), zuster; koopman Johannes Beckeringh en Hindrikjen Nieveen (ehel.), broer; Ebel Reynts, oom; koopman Jan Smeedes en Wijpke Beerents (ehel.), nicht; Jurjen Beerents en Elsjen Cornelius (ehel.), neef; Nanno Geerts, neef; Tonnis Ebels en Wijpke Klaasens (ehel.), neef en nicht; Hindrik Harmens, aangetrouwde neef; Pieter Wildriks en Wieje Ebels (ehel.), nicht; Klaas Ebels, neef; Fockjen Ebels, nicht; Jacob Freerks en Ida Abels (ehel.), nicht; Reijnt Abels en Aaltjen Fockes (ehel.), neef.
    Br.: kerkvoogd Cornelius Fockes en Aaffien Wubbes, ouders; Wubbo Cornelius en Aaltien Klaasens (ehel.), broer; IJktien Cornelius, zuster; Tiapko Fockes en Pietertjen Eppes (ehel.), oom; Egbert Waalkens en Jantien Tjapkes (ehel.), nicht; Geertruid Tjapkes, nicht; Tiddo Sierts en Wijpke Tjapke (ehel.), nicht; Geertjen Tjapkes en Bouwe Tjapkes, nichten; Daniel Jans en Aafjen Cornelius (ehel.), bruid's vader's halve moei; Harm Hindriks en Riemke Cornelius (ehel.), bruid's vader's halve moei; Rotger Reints, bruid's vader's aangetrouwde neef; Bontko Jurjens en Trijntjen Jans (ehel.), halve neef; Tammo Reijnts en Geertien Sikkes (ehel.), halve neef en nicht tot bruid's moeder. Getuigen: Hillebrant Pieters Vos, schoolmeester, en Edzo Epkes.

    Kinderen van Regnerus Beckeringh en Geertruida Fockens zijn:

        239 I. Trijntje Reints Beckeringh, geboren in 1767 te Groningen; overleden op 23 februari 1772 in Wirdum Gr..

        240 II. Cornelius Fockens Beckeringh, geboren op 19 maart 1769 in Wirdum Gr.; overleden in december 1769 te Wirdum Gr.

    +  241 III. Wubbina Reints Beckeringh, geboren op 19 maart 1769 in Wirdum Gr.; overleden rond 1799 in Uitwierda.

    + 242 IV. Aaffijn Reintjes Beckeringh, geboren op 31 maart 1770 in Wirdum Gr.; overleden op 10 okto ber 1800 in Nieuw-Scheem-da.

        243 V. Elijzabeth Beckeringh, geboren op 29 augustus 1772 in Woldendorp. Geen overlijdensdatum bekend.

    + 244 VI. Trijntje Reints Beckeringh, geboren op 12 oktober 1777 in Woldendorp; overleden op 2 augustus 1840 in Noordlaren.


    183. Dirk Beckeringh
    werd geboren op 10 oktober 1725 in Amsterdam en overleed op 2 januari 1785 in Amsterdam. Hij trouwde met Elisa-beth Isekra op 25 september 1753 in Amsterdam. Zij werd geboren op 19 juni 1731 in Amsterdam en overleed op 4 juli 1794 in Amsterdam als een dochter van Jacob Isekra and Maria Bols.

    Dirk Beckeringh: Gedoopt op 12 oktober 1725, Amsterdam, Oude kerk. Doopgetuigen: Dirk Kuijleman en Cornelia Beckeringh. Begraven op 11 januari 1785 op het Westerkerkhof te Asd. [261-VK2]

    Dirk had een 3/4 pakhuis, huis en erf aan de Keizersgracht, westzijde bij de Brouwersgracht, gekocht in 1760. En was handelaar in tabak en aan-verwante artikelen.

    Elisabeth Isekra: Doopgetuigen: Elisabeth Bols en Harmannus Bols. Begraven op 12 juli 1794 op het Westerkerkhof te Asd. [73LL]

    Kinderen van Dirk Beckeringh en Elisabeth Isekra zijn:

    + 245 I. Catharina Beckeringh, geboren op 8 januari 1755 in Amsterdam; overleden op 27 februari 1796 in Amsterdam.

       246 II. Maria Beckeringh, geboren op 29 april 1757 in Amsterdam. Geen overlijdensdatum gevonden.

    Maria Beckeringh: Doopgetuigen: Jacob Isekra en Maria Bols.

    + 247 III. Jan Jacob Beckeringh, geboren op 16 januari 1760 in Amsterdam; overleden op 3 juli 1821 in Amsterdam.

       248 IV. N. Beckeringh, (dood)geboren en overleden in 1762 te Amsterdam.

       249 V. Petronella Sara Sophia Beckeringh, geboren op 17 juni 1764 in Amsterdam; overleden op 30 november 1768 in Amster-dam.

    Petronella Beckeringh: Doopgetuigen: Jacob Isekra & Petronella Sophia Isekra. Begraven in de Nieuwe Kerk te Asd. grafno: G.28

       250 VI. N. Beckeringh, (dood)geboren en overleden in 1767 te Amsterdam.

       251 VII. Dirk Beckeringh, geboren op 16 januari 1769 in Amsterdam; overleden op 11 juli 1803 in Krommenie.

    Volgens het grafregister is Dirk “Ingevoerd met een Jagt van Crommenie, zegelkosten 24 Hfl” en werd begraven in de Westerkerk te Amaterdam


    185.
    Maria Jacoba Beckeringh. Geen geboorte- en overlijdendsdatum gevonden. Ze trouwde met Hendrik Bredenbeek. Geen nadere gegevens bekend. (HELP!)

    Maria wordt in 1735 vermeld als lidmaat van de Nh. kerk te Sluis en in 1727 deed ze haar Belijdenis.
    Het register van vertrokken lidmaten van de Herv. gem. Sluis van 1741 - 1815 vermeld: ' 4 april 1748; Maria Jacoba Beckeringh vertrokken naar Middelburg'. In de uittreksels en afschriften van de doop-, trouw- en begraafregisters van Middelburg is Maria niet aangetroffen.
    N.B. Familie voor grotendeels alleen bekend van de oude Familie registers. Door de 2e WO en de water noodsramp van 1953 zijn veel papieren verloren gegaan.

    Kinderen van Maria Beckeringh en Hendrik Bredenbeek zijn:

       252 I.  Geesjen Bredenbeek.

       253 II. Margjen Bredenbeek.

       254 III. Hilligjen Bredenbeek.


    186.
    Debora Beckeringh. Geen geboorte- en overlijdensdatum gevonden. Ze trouwde met S. Nieuwenhuis.

    N.B. Familie is alleen bekend van de oude Familie registers.

    Kinderen van Debora Beckeringh en S. Nieuwenhuis zijn:

       255 I. Eeltje Nieuwenhuis.

       256 II. Geert Nieuwenhuis.

       257 III. Margjen Nieuwenhuis.


    189. Anthonius Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 24 november 1718 in Woldendorp en overleed op 8 oktober 1798 in Groningen. Hij trouwde met Alida Arnoldi op 6 oktober 1754 in Groningen. Zij werd geboren op 24 januari 1725 in Groningen en overleed op 16 novem-ber 1795 in Groningen als een dochter van Jan Arnoldi en Roelyna Hovingh.

    Anthonius Beckeringh stond op 10 september1738 ingeschreven als student Theologie te Groningen; hij was proponent te Enkhuizen en werd in 1747 beroepen tot Coevorden. In 1798 ging hij met emiraat en vertrok naar Groningen.
    Anthonius werd op 6 februari 1766 {OQ-Fol.71} beleent met het "Erve en Goed (T)Aving(he)" te Anderen in de Drentse schoutambt Anlo, na de dood van Hermanna Nysing (Niesink). Hermanna was een nicht van zijn moeder. Het leengoed kwam ten eerst te sprake rond 1379. Toen zetel-de er ene ´Aelbert Tavinghe´. In 1393 kwam het in handen van ´Syger Avinge´, toen was er sprake van ´´Avingeguet toe Anderen .. voir een borchleen van Vollenhoe´´. Genoemd goed werd een jaar later op 30 juli 1767 verkocht aan Roelf Cors, in opdracht van Anthonius.
    {OQ-fol.131v}. De reden is onbekend. Geldgebrek?
    Anthonius Beckeringh: Begraven op 12 oktober 1798 in de Martiniekerk te Groningen; grafno. 31.

    Familiewapen Arnoldi:
    Op een groen terras een groenne boom en daartegen klimmende twee naar elkaar toe gewende herten van natuur-lijke kleur. Het geheel op een zilveren veld.
    Helmkleden en helmteken onbekend.
    {GDW.1391 - Rietstap}
    Kinderen van Anthonius Beckeringh en Alida Arnoldi zijn:

    + 258 I. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 8 januari 1756 in Coevorden; overleden op 5 september 1808 in IJsbrechtum.

    + 259 II. Johannus Antonius Beckeringh, geboren op 6 maart 1757 in Coevorden; overleden op 18 februari 1807 in Nieuw Scheem-da.

       260 III. Egberdyna Anthonius Beckeringh, geboren op 4 oktober 1758 in Coevorden; overleden voor juli 1768 in Coevorden.

       261 IV. Rudolf Antonius Beckeringh, geboren op 10 april 1760 in Coevorden; overleden op 7 september 1808 in Offingawier.

    Rudolf Beckeringh: Op 2 mei 1784 als kandidaat bevestig te Offingawier/Goënga en aldaar beroepen als predikant tot zijn dood.
    'Anno 1787 den 12 juni is de eerste steen van deze tooren {van Goingaraijp} terwijl hier predikant was D.R. Beckeringh gelegt door Jan Everts, rekenmeester van de contributie en administreerendt met Harmen Rienks administreerende kerkvoogt van deese plaats'.

    In de kerk van Goënga werd hij begraven; de tekst op zijn steen luide:
    "Aan 't heilige dienstwerk toegewijd / Sleet Beckeringh zijn levenstijd / Tot nut van Goenga's gemeente / In omgang gul, als vriend getrouw / Wekt zijn verscheiden veler rouw / En treurt men bij dit kil gebeente."

    Nu heeft Anthonius, terwijl hij als Predikant stond te Goënga dagboekjes bijgehouden. Zo vermelde hij dat op woensdag 29 okt. 1798 het nieuwe orgel te IJsbregtum werd ingewijd. En zo was de winter van 1798-1799 buitengewoon streng. Reeds op 10 december lagen de trekschepen tot in begin van maart stil.Veel sneeuw, gepaard met mist. De zomer, zowel als het voorjaar was zeer koud. Men had genoegzaam geen warmte in de hondsdagen. Veel regen, zowel in de herfst. De winter begon op 9 december zich weer streng te openbaren. ‘Den 27 en 28 zijn de Engelsen op den Helder geland. Den 9 november 1800, des zondags avonds van 7 tot 9 uur woei het een orkaan, welke storm in Engeland, Frankrijk, Braband en in de Herts vreselijke verwoestingen heeft aange-richt'. Den zomer van 1805 was zeer regenachtig, waardoor er geen drooge turf te bekomen was. Den 12 januari 1807 is te Leijden een schip met buskruit gesprongen. Op zondag den 1 februarij is in deze Republiek een dankdag gehouden van de overwinning op de Pruisen en Russen’.

       262 V. Roelijna Anthonius Beckeringh, geboren op 20 mei 1762 in Coevorden.

       263 VI. Everhardus Anthonius Beckeringh, geboren op 8 januari 1764 in Coevorden.

       264 VII. Wemelia Anthonius Beckeringh, geboren op 20 november 1765 in Coevorden.

       265 VIII. Egberdina Beckeringh, geboren op 30 juli 1768 in Coevorden; overleden op 11 augustus 1811 in Nieuw Scheemda. Zij trouwde met Ubbo Everhardus Van der Swaagh op 2 juni 1791 in Coevorden. Hij werd geboren op 20 mei 1766 in Appingadam; overleden op 10 mei 1823 in Nieuw Scheemda als zoon van Hermannus Van der Swaagh en Meddina Everts; klzn. van Everhardus Petrus Van der Swaagh en Lubge Harmens Sibrandts en van Ubbo Everts en Berentje Stevens Wolthuis.

    Heveskes: 11-08-1793, Egberdina Beckeringh met attestatie overgekomen van Krewert.
    Ubbo Everhardus Van Der Swaagh: Beroep: tussen 1807 - 1823, Predikant te NieuwScheemda.

    Familiewapen Van der Swaagh:
    Gedeeld; I } Een linksgeschuinde balk. II } Een halve adelaar, uitgaande van de deellijn, kijkende naar links en vergezeld van een ster middenboven. (Geen kleuren bekend).
    Helmteken: Een gekroonde helm.
    GDW 2880/2881.

    201. Egbertha Louisa Beckeringh werd geboren op 21 januari 1740 in Groningen en overleed op 6 december 1810 in Midwolda (Ennemaborg). Zij trouwde met Johan Hora Siccama op 8 maart 1761 in Groningen. Hij werd geboren op 15 januari 1738 in Midwolda en overleed op 4 mei 1812 in Midwolda als zoon van Wiardus Siccama en Anna Catharina Hora; klzn. van Harco Hilarius Siccama en Rolina Maria Wolthers en van Johan Hora en Catharina Wolthers.

    Een kleinzoon van Egberta, heeft van Egberta een persoonsbeschrijving achtergelaten voor 't nageslacht:
    "Egberta was net als haar vader iets meer dan middelmatig van lengte, bijzonder wel gevormd van lichaam en wezentrekken, bruin van ogen en van haar. Haar wel uitgegroeide lichaam was vleeschig genoeg en eer vet dan mager - in haar tijd en der schoonste vrouwen van Groningen - en hebbende een zeer muzikaal gehoor en een zeer welluidende stem. Zij was op haar 15e levensjaar naar Leeuwarden op een Fransche Juffrouwn kostschool gegaan, waar ze enige jaren bleef voor haar verdere opvoeding."

    Egberta kreeg bij haar huwelijk een servies van haar ouders, gemaakt in China en versierd met het familiewapen der Beckeringh’s. Een zoge-naamde servies “Chine de Commande”, ook wel wapenservies genoemd. Dit servies ging later over naar haar dochter Louise Hora Siccama. Door latere vererfening is het servies niet geheel compleet gebleven en buiten de familie geraakt. Zo is er momenteel nog alleen maar een gedeelte van het theegedeelte overgebleven. Totaal zijn er nu nog zo ruim 30 stukken overgebleven van de vermoedelijk oorspronkelijke 200 stukken.
    In de eerste jaren van haar huwelijk vergezelde ze met haar man haar schoonvader Wiardus Siccama, medegecom mitteerde van de Staten-Generaal.

    Algemene gegevens van Johan Hora Siccama:
    Opleiding(en) academische studie en universiteit: - Romeins en hedendaags recht (niet voltooid) Hogeschool te Groningen, vanaf 10 juli 1754.
    Loopbaan
    : - secretaris van het Goorecht, van 1762 tot 1763. - raad in de Vroedschap van Groningen, van 1778 tot 1787. - lid provinciale rekenkamer van Groningen, van 1778 tot 1780. - raadsheer Gerechtshof te Groningen, van 1781 tot 1782. - afgevaardigde ter Staten-Generaal voor Groningen, van 23 oktober 1783 tot 1785. - raadsheer Gerechtshof te Groningen, van 1785 tot 1787. - ambteloos, van 1787 tot 1795. - lid municipaliteit van Groningen, van 1795 tot 20 februari 1797. - lid Staten-Generaal voor Groningen, van 16 september 1795 tot maart 1796. - lid Intermediair Wetgevend Lichaam, van 21 juni 1798 tot 30 juli 1798. - lid Vertegenwoordigend Lichaam voor het district Groningen, van 31 juli 1798 tot 17 oktober 1801. - lid bestuur departement Groningen, van 1802 tot 1 juli 1803. - lid bestuur departement Groningen, van 1 juli 1804 tot 1806. - lid algemene raad departement van de Wester-Eems, van 1806 tot 4 mei 1812.
    Nevenfuncties; - directeur Collegium Musicum te Groningen, 1764. - lid College van Curatoren Hogeschool te Groningen, 7 juli 1802.

    Johan was Heer van Klinckema en Ennemaborgh. Omtrent de geschiedenis van dit landgoed vindt men één en ander vermeld in de Groningse Volksalmanak voor 1926 van de hand van de bekende oudheidkenner Jb. Vinhuizen. Voor de oudere tijd wordt volstaan met hiernaar te ver-wijzen. Vinhuizen's overzicht eindigt met de laatste bewoner Johan Hora Siccama, lid van de Staten-Generaal der Verenigde gewesten, reken-meester provinciaal van Groningen, die op 4 mei 1812 op de Ennemaborgh overleed. Bij zijn leven was hij mede eigenaar van de Ommelander borg Klinckema onder Zuidhorn. Johan Hora Siccama werd begraven in de familie grafkelder in de Broerkerk te Groningen. Egbert Louise Beckering was niet lang voor hem, op 6 december 1810 op de Ennemaborgh gestorven en werd ook begraven in de familiegrafkelder van de Sic-cama’s in de Broerkerk te Groningen.. Het echtpaar was het laatste van adellijke origine, dat op de Ennemaborgh heeft gehuisd.

    In het huisarchief van Farmsum in het Rijksarchief te Groningen vindt men de door Siccama aangehouden staatboeken van zijn vermogen, waar-uit blijkt, dat hij en zijn vrouw nog op vele andere plaatsen in het gewest Groningen gegoed waren. De veelheid van deze bezittingen en van zijn kinderen {uit zijn echtverbintenis met Egberta Louise Beckering hadden niet minder dan elf kinderen de volwassen leeftijd bereikt} deden geregelde vergaderingen van de erfgenamen ontstaan, waarin een notulenboek werd aangehouden en een protocol van uitgegane brieven. Eerst op woensdag 21 maart 1821 werden deze afgesloten. Gelijk Vinhuizen nog weet mede te delen, werd de Ennemaborgh cum annexis, groot 634 deimt, op 2 april 1817 in openbare veiling door de heren Isaac Telting te Franeker en Johannes Petrus van Beyma te Weidum voor de som van 111.050,-- aangekocht. Vermoedelijk met het oog op de voorgenomen veiling hadden de erfgenamen Siccama in oktober 1814 door L.C. Bu-wama Aardenburg "een figuratieve schets der veenen, dallen, bosschen, bouwten, hoven en tuinen" laten vervaardigen. Deze kapitale te-kening, lang 180 en breed 108 cm wordt mede in het genoemde huisarchief  Farmsum bewaard en is niet aan de nieuwe eigenaren bij de aankoop overgegeven’.

    Familiewapen Hora Siccama:
    Gevierdeeld; [ I+IV.] In blauw een zilveren hazewindskop met een gouden geringde halsband getooid. {Siccama} [II+III] In zilver boven twee hertehoofden van natuurlijke kleur en onder een zwarte jachthoorn met goud beslagen en gesnoerd. {Hora}
    Helmkleden: Rechts, zilver met blauw gevoerd en links, zilver met zwart gevoerd.
    Helmteken: Op een gouden helm, gekroond met een Ridderkroon, uitkomende rechts een omgewende hazenwindskop van zilver met een gouden halsband en links een uitkomende hertenkop in natuurlijke kleur, staande tussen een zilveren vlucht links en rechts een zwarte vlucht.

    Marriage Notes for Egbertha Beckeringh and Johan Hora Siccama:
    Huwelijkscontract dd 18-2-1761 beleden voor Burgemeester en Raad in Groningen.
    Dedigslieden waren aan de bruidegoms zijde: de heer Borgemaster Wiardus Siccama als vader; mevr Catharina Wolthers, wed. de hr. Raadsheer Johan Hora, als grootmoeder; de heer Generaal Majoor Hendrik J. Trip en mevr Anna Siccama, mevr. Anna Maria Hora, wed. de heer O.J. Alberda Admiraliteitsheer tot Amsterdam, als oom en moeijen.
    En aan bruidszijde de heer Secretaris Wilhelmus Beckeringh en mevr. Catharina Smith als vader en stedemoe-der; de heer Secretaris Lambertus Beckeringh als grootvader; de heer Doctor Paulus Laman en mevr. Hermanna van Iddekinge als stiefbroer en stiefzuster; mevr Alagonda Beckeringh ehevr. van de heer Taalman Michiel van Bolhuis; de heer Assessor Theodorus Beckeringh en mevr Geertruida van Hulten; de heer Gesworen Lambertus Beckeringh; de heer Artillerijmeester I.L. Trip en mevr. Petronella Piccardt ehel. als ooms en moeijen.

    Kinderen van Egbertha Beckeringh en Johan Hora Siccama zijn:

       266 I. Wiardus Siccama, geboren op 3 februari 1762 in Groningen; overleden op 7 oktober 1763 in Groningen.

       267 II. Willem Hora Siccama, geboren op 6 september 1763 in Groningen; overleden op 1 juni 1844 in Groningen. Hij trouwde met Johanna Eijtelwein op 16 juli 1786 in Ede; geboren in 1762 te Amsterdam; overleden in 1837 te Groningen.

       268 III. Anna Catharina Hora Siccama, geboren op 20 november 1764 in Groningen; overleden in 1766.

       269 IV. Wiardus Siccama, geboren op 20 november 1764 in Groningen; overleden in 1766 te Groningen.

       270 V. Anna Catharina Hora Siccama, geboren op 12 oktober 1766 in Groningen; overleden op 1 januari 1803 in Groningen. Zij trouwde met L. B. Adema op 10 april 1789 in Midwolda; geboren in 1776; overleden in 1822 te Sneek.

       271 VI. Louisa Catharina Hora Siccama, geboren op 2 februari 1769 in Groningen. Ze trouwde met Adriaan Cornett De Groot op 25 september 1792 in Midwolda.

       272 VII. Harco Hilarius Hora Siccama, geboren op 1 juni 1770 in Groningen; overleden in 1827 te Utrecht. Hij trouwde met Ame-lia Carolina Falck 1802 in ?; geboren in 1779 te Utrecht; overleden in 1852 te Utrecht.

       273 VIII. Lambertus Jan Hora Siccama, geboren op 31 augustus 1771 te Klinckema - Zuidhorn; over- leden op 23 oktober 1859 in Groningen. Hij trouwde met Theodora Agatha Van Westrenen Van Themaet op 1 mei 1797 in Utrecht.

       274 IX. Rolina Maria Hora Siccama, geboren op 11 februari 1773 in Groningen; overleden op 15 ok- tober 1826 in Leeuwarden. Zij trouwde met Benhardus Buma op 22 augustus 1792 in de Ennemaborg - Midwolda; geboren in 1770 te Leeuwarden; overleden in 1826 in Leeuwarden.

    Rolina voerde tot 1811 alleen de familienaam Siccama, later voerde ze als geslachtsnaam 'Hora Siccama'.

    ‘Overledene Rolina Maria Hora Siccama; ‘Geslacht: V. Overlijdensdatum: 15-01-1826. Leeftijd: 52 jaar.
    ‘Vader: Johan Hora Siccama -
    ‘Moeder: Louisa Egbertina Beckering.
    Nadere informatie: Vrouw van Bernhardus Buma; akte gerectificeerd, waarbij naam moeder verbeterd wordt in "Egberta Louiza Bekkering".

    Rolina Maria Hora Siccama: Begraven te Weidum. Benhardus Buma: Begraven te Weidum.

       275 X. Wiardus Hora Siccama, geboren op 11 maart 1775 in Groningen; overleden op 4 december 1849 in Oosterbroek. Wiardus huwde tweemaal: 1] Odilia Rengers van Farmsum en 2] Anna Catharina Modderman.

       276 XI. Anna Maria Siccama, geboren op 8 november 1776 in Groningen; overleden in 1779 te Groningen.

       277 XII. Johan Hora Siccama, geboren op 22 oktober 1778 in Groningen; overleden op 7 april 1829 in Brussel. Hij trouwde met Hermanna De Sandra Veldtman van Slochteren op 13 juni 1810 in de Freylemaborch - Slochteren; geboren in 1789; overleden in 1847.

    Johan Hora Siccama werd in 1811 maire werd van Slochteren. In 1816 werd hij in de Nederlandse adelstand verheven. In hetzelfde jaar overleed zijn schoonvader, waardoor de vrouw van Hora Siccama, Fraylema erfde.

    Hermanna De Sandra Veldtman van Slochteren:
    De weduwe hertrouwde in 1831 met een neef van haar eerste man Wiardus Hora Siccama. Zij stierf in 1847. Haar man, gepen-sioneerd kolonel ter zee, bleef als vruchtgebruiker op Fraeylema wonen, ook na zijn hertrouwen in 1850 met Josina Edzardina Adriana Sophia gravin van Limburg Stirum. Hij stierf te Utrecht in 1867.
    Fraeylema was door zijn eerste vrouw toegewezen aan mr. Abraham Johan Thomassen a Thuessink van der Hoop, een kleinzoon van haar halfbroer Abraham van der Hoop. Uit zijn in 1873 te Rotterdam gesloten huwelijk met Geertruida Ketelaar werd in 1875 geboren Evert Jan Thomassen a Thuessink van de Hoop van Slochteren. Deze erfde na de dood van zijn vader in 1882 Fraeylema. Hij was burgemeester van Sappemeer van 1917-1925 en vervolgens van 1925-1940 van Slochteren. In 1908 trouwde hij met Catha-rina Cornelia Star Numan. Zij streefden ernaar het huis op stijlvolle wijze te bewonen. Mr. Evert van der Hoop van Slochteren overleed in 1952, zijn vrouw in 1962. Hun twee dochters erfden de borg. Jeanne Agatha trouwde in 1941 met Dirk Evert Nanninga en Geertruida Hermanna Louisa Christina trouwde in 1948 met jhr. Francois Willem Peter Marie van Panhuys. De dochters verkochten de borg in 1971 (1972 volgens de Fraeylemaborg) aan de Gerrit van Houtenstichting.


    Generatie No: 8.


    210. Johannus Beckeringh
    werd geboren in 1747 te Ulrum en overleed rond 1786 in Ulrum. Hij trouwde met Geertjen Spiets op 4 april 1768 in Obergum. Zij werd geboren op 27 augustus 1747 in Obergum en overleed voor 1800 in Winsum als dochter van Albert(h)us Spiets en Tetje Wisses; kldr. van Jan Albertz Spietz en Geertien Tammes en van Wisse Halbes en Geertien Bousema.

    Obergum: 27-12-1772 "na voorgende onderwijs angenomen Johannes Beckeringh en desselfs huisvrou Geertien Spies".

    Rechterlijke Archieven Provincie Groningen, Grijpskerk Tn 735 Inv nr 78 fol 293, 13 May 1782.
    "Jan Sipkes en Trijntje Jans te Lutjegast sluiten bij Jelmer Steenhuizen en Catharina Woelerius, ehelieden te Grijpskerk, een lening van 1000 gulden en tevens een tweede lening van 1000 gulden bij Joh. Beckeringh en Geertje Spiets, ehelieden te Obergum. Sipke Halbes verschijnt (voor zichzelve en als gevolmachtigde van zijn huisvrouw Antje Frankes) als borg, naast Tietje Jans."

    Geertje hertrouwde na het overlijden van Johannus op 25-3-1787 met Tjalling Abrahams (Hofman). Bij haar tweede huwelijk waren aan haar zijde als getuigen: Theodorus Beckeringh; Witse Halbes; Geert Elvinck als voogd over de dochter van de Bruid.

    Erfgenaam, samen met haar oom Halbe Wisses, van haar oom Alle Wisses.

    Familiewapens Spiets:
    In groen een rechterarm van natuurlijke kleur, komende uit een zikveren wolk, uit de rechter bovenhoek komende en houdende een gouden spitse dolk.
    Het schild is gedekt door een gekroonde helm. Helmkleden: Groen, gevoerd van goud.
    {FDFG. Gen.Spiets [Gruon '86]}

    Marriage Notes for Johannus Beckeringh and Geertjen Spiets:
    H.C. Obergum 8 mrt.1768 (RA.XXXIX d1-folio 101)
    Johannes Beckeringh van Ulrum X Geertjen Spiets van Obergum.
    Getuigen aan de bruidegomszijde Abraham Beckeringh en Tatia Alegonda Brucherus als volle vader en stiefmoeder; Derck Cornelis als vreemde voogd over de bruidegom.
    Getuigen aan bruidszijde Tetje Wissel wed. convooymeester Spiets, volle moeder; de Gecomm. raad Halbe Wisse en Jetske Lipstra, volle oom en aangetrouwde moey.
    De bruid kreeg uit de goederen van de bruidegom lijftochtsgewijs F3500.-, omgekeerd de bruidegom F2000.-; recht van representatie werd bedongen voor de kinderen van Pastor Spiets en Jantje Sikkens, alsmede voor de kinderen van Halbe Wisses en Jetske Lipstra.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Geertjen Spiets zijn:

    + 278 I. Alberdina Beckeringh, geboren rond 1771 in Obergum; overleden op 20 april 1814 in Hornhuizen.

       279 II. Alberthus Beckeringh, gedoopt op 18 december 1774 te Obergum; overleden voor maart 1787.


    212.
    Johannus Deodatus Beckeringh werd geboren op 6 september 1750 in Ulrum (gedoopt op 29 augustus 1756) en overleed op 18 mei 1805 in Leens. Hij trouwde met Eli(j)sabeth Henderikus Warendorp op 27 augustus 1782 in Leens. Zij werd geboren in 1754 te Leens en overleed op 26 augustus 1797 in Leens als een dochter van Hendrik Warendorp en Reina Niewold; kldr. van Pieter Warendorp en Allegonda Ringels en van Aber Hindriks Nie(u)wold en Aagtje Jans.

    Akte O.R. RAG XLII, C.3. Op 8 feb 1791 kocht Johannus Beckeringh een boerderij, genaamd 'Oldeheem' te Leens van Jan Ritsema voor de somma van 11.000 Car. guldens.

    Inventaris van de archieven van gerechten in Hunsingo. Inventarissen van boedels. Datering 1805-06-03.
    1172 . Elisabeth Warendorp en haar man J.D. Beckeringh te Leens;
    Johannus Deodatus Beckeringh: Med. Doktor en Cultivator te Leens.

    Familiewapen Warendorp:
    In blauw drie zilveren eenden, paalsgewijs geplaatst, de bovenste opvliegend, de middelste omgewend opvliegend en de onderste zwemmend op een verlaagd golvens schiltvoet van zilver en blauw, met de snavel in het water.
    Het schild gedekt door een eigenerfdekroon van goud, met vijf rode stenen en gevoert van rood.
    DFG. 198

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Elisabeth Warendorp zijn:

        280 I. Tatia Allegonda Beckeringh, geboren op 29 juni 1783 in Leens; overleden voor 1787 in Leens.

        281 II. Hendrik Beckeringh, geboren op 12 augustus 1785 in Leens; overleden in 1785 te Leens.

        282 III. Abraham Beckeringh, geboren op 22 oktober 1786 in Leens; overleden in 1788 te Leens.

    + 283 IV. Tatia Alagonda Allegonda Beckeringh, geboren op 24 augustus 1788 in Leens; overleden op 21 februari 1822 in Gronin-gen.

    + 284 V. Reina (Rena) Beckeringh, geboren op 6 december 1789 in Leens; overleden voor maart 1854.

    + 285 VI. Agatha Abelia Beckeringh, geboren op 26 augustus 1792 in Leens; overleden op 6 november 1849 in Zuidwolde.

       286 VII. Gerrit Beckeringh, geboren op 18 april 1794 in Leens; overleden in 1798 te Leens.


    216.
    Catharina Beckeringh werd geboren op 15 maart 1747 in Groningen en overleed op 17 november 1823 in Groningen. Zij trouwde met Dirk de Vries op 5 mei 1774 in Groningen. Hij werd geboren op 14 augustus 1741 in Beerta en overleed op 20 november 1798 in Groningen als een zoon van Derk Wigles de Vries en Janneke Derks Huizinga; klzn. van Wigele de Vries en N.N. en van Derk Jacobs Huizinga en Grietje Pieters Ploegh.

    Derk werd gedoopt in stad Groningen op 5 maart, 1767, zoon van Derk de Vries en Janneke Huisinga, met de vermelding "bejaard".

    Catharina Beckeringh: Steenkopersche.

    N.B. We zien hier dat enkele kinderen de familienaam van de moeder en de familienaam van de grootmoeder, als voornaam meekregen. Niet in één geval blijkt er een KB te bestaan, zodat men niet kán en mág spreken over een officiele dubbele achternaam.

    Kinderen van Catharina Beckeringh en Dirk De Vries zijn:

       287 I. Gerrardus De Vries, geboren op 9 januari 1775 in Groningen; overleden op 30 oktober 1777 in Groningen.

       288 II. Johanna De Vries, geboren op 30 maart 1778 in Groningen; overleden op 1 juni 1814 in Groningen. Zij trouwde met Harm Reilingh op 17 november 1799 in Groningen; geboren rond 1774; overleden op 18 juli 1807 in Groningen.

       289 III. Gerrardus Beckeringh De Vries, geboren op 30 april 1780 in Groningen; overleden op 20 ok- tober 1815 in Groningen. Hij trouwde met Allerdina Hemsingh op 19 augustus 1810 in Groningen; geboren rond 1790; overleden op 14 januari 1821 in Groningen.

    Gerrardus Beckeringh De Vries: Boekhouder.

       290 IV. Dirk Dirks Huizinga De Vries, geboren op 14 december 1782 in Groningen; overleden op 14 maart 1832 in Zuidhorn. Hij trouwde met Hinderika Kuiper op 20 november 1808 in ?; geboren op 29 november 1785; overleden in december 1837 in Zuidhorn.

    Dirk Huizinga De Vries: Vrederechter.

       291 V. Michiel Dirks Beckeringh De Vries, geboren op 28 januari 1785 in Groningen; overleden op 26 september 1817 in Meppel. Hij trouwde met Harmanna Christophers Radijs op 19 juni 1808 in Kolderveen; geboren op 17 december 1783 te Meppel; overleden op 12 januari 1833 in Meppel.

    Michiel Beckeringh de Vries: Goudsmit te Meppel.

       292 VI. Jacob Dirks De Vries, geboren op 13 oktober 1787 in Groningen; overleden op 17 januari 1863 in Groningen. Hij trouwde met Henriette Paulina Lewe Van Aduard op 13 december 1822 in Groningen; geboren op 25 december 1795 in Groningen; over-leden op 16 juli 1854 in Groningen.

    Jacob De Vries: Klerk op 't provinciehuis te Groningen.


    223.
    Jan Jacobs Beckeringh werd geboren op 21 juni 1761 in Nieuw-Beerta en overleed op 2 april 1809 in Nieuwolda. Hij trouwde met Lupke Jacobs op 10 december 1783 in Nieuwolda. Zij werd geboren op 31 juli 1763 in Nieuwolda en overleed op 17 oktober 1808 in Nieu-wolda als een dochter van Jacob Freerks en IJda Abels; kldr. van Frerick Tjapkes en Lupke Jacobs en van Abel Aeijlkes en Riemko Reints Ebels.

    Jan Jacobs Beckeringh: Landbouwer te Nieuwolda. Jan Jacob en zijn vrouw verkopen in 1796 aan Afijn W. Fockens, van de vaste beklemming van c.a. 9 deimatten land, gelegen ten oosten van het Zwaagmaar in de Zuidbulten.
    Kwitering door J.J. Beckeringh voor voldoening van de koopsom, Nieuwolda 1797.

    Marriage Notes for Jan Beckeringh and Lupke Jacobs:
    Jan Jacobs Beckeringh, zoon van Gerardus Beckeringh en Hemmegijn Jans Bronts, van Nieuw Beerta en Lupke Jacobs, dochter van Jacob Freerks en Ida Abels, van Nieuwolda .Goederen ongemeen, winst en verlies half om half, kinderen gelijk, indien hij eerder overlijdt dan zij, krijgt zij 3000 gld. en omgekeerd 2000 gld.
    Brg: Gerardus Beckeringh en Hemmegijn Jans Bronts, ouders; Luiken Egges en Hemmegijn Dries (ehel.), halfzuster; Lammert Pieters, aangetrouwde neef; Poppo Tjapkes, neef;

    07-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (10 Stemmen)
    06-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.(c)

        181 V. Ida Beckeringh, geboren op 6 september 1720 in Amsterdam; overleden op 27 november 1726 in Amsterdam.

        182 VI. Abraham Beckeringh, geboren op 17 mei 1723 in Amsterdam; overleden op 9 mei 1725 in Amsterdam.

    + 183 VII. Dirk Beckeringh, geboren op 10 oktober 1725 in Amsterdam; overleden op 2 januari 1785 in Amsterdam.

       184 VIII. Sara Beckeringh, geboren op 24 december 1727 in Amsterdam; overleden op 2 januari 1728 in Amsterdam.

    Doopgetuigen: Abraham ter Borch en Sara Cuijleman,


    92.
    Alberthus Beckeringh werd geboren in 1675 te Garrelsweer en overleed tussen 1709 - 1715 in Sluis. Hij trouwde met Maria Thibout op 30 mei 1706 in Oostburg. Zij was bij haar huwelijk afkomstig van Sluis.

    Alberthus Beckeringh: Chirugijn.

    In uittreksels van het trouwboek Sluis, vermeld in het Algem Ned. Familieblad 1886 - 1894 en de Navorser 1883, wordt vermeld:
    “30 mei 1706 te Oostburg, Alberthus Beckering, jongeman van Groeningen met Maria Thibout, jongedochter van Sluis”.
    Het lidmatenregister van de herv. gem Sluis 1678 - 1769 vermeld:
    'Op 30 december 1707 met attesatie van Oostburg Alberthus Beckeringh en Maria Bijbout'.
    “Op 22 oktober 1716 huwde Hendrik Brakel, jm. van Maastricht, te Sluis met Maria Thibot, weduwe van Alberthus Bekkeringh, wonen-de alhier”.

    Door de oorlogshandelingen in Zeeland ’40-‘45 zijn diverse akten vernietigd, waardoor er geen volledige of helemaal geen gegevens zijn van cq over het nageslacht.

    Kinderen van Alberthus Beckeringh en Maria Thibout zijn:

    + 185 I. Maria Jacoba Beckeringh.

    + 186 II. Debora Beckeringh.

       187 III. Joanna Adriana Beckeringh, geboren rond 1708. Geen overlijdensdatum bekend.

    Belijdenis: 30 maart 1725 en in 1735 als lidmaat genoemd in Nh.gem van Sluis.


    93. Catharina Beckeringh
    werd geboren rond 1685 in Garrelsweer en overleed op 28 maart 1738 in Delfzijl. Zij trouwde met Theodoricus Römelingh op 15 mei 1707 in Termunten. Hij werd geboren op 25 maart 1685 in Farmsum en overleed op 11 januari 1747 in Delfzijl als zoon van Bonno Römelingh en Christophertje Velthuis; klzn. van Theodoricus Römelingh en Catharina Bonne Jans en van Willem Bartelds Velthuis en Maria Eitzen.

    Familiewapen Römelingh:
    In blauw een regenboog, zijnde een gewelfde dwarsbalk van goud-rood-groen-zilver, vergezeld van drie gouden stralende aangezichtszonnen, geplaatst 2 - 1.
    helmteken: Een blauwe vlucht, waartussen een zon van het schild.
    helmkleden: Blauw, gevoert van goud. FDFG. pag: 159/2 - gen: Romelingh.

    Theodoricus was vanaf 1704 organist en hulpschoolmeester te Farmsum en vanaf 1707 voerde hij beide beroepen uit te Termunten.
    In 1712 werd hij benoemd tot schoolmeester te Delfzijl.

    Kinderen van Catharina Beckeringh en Theodoricus Römelingh zijn:

       188 I. Bonno Römelingh, geboren op 2 maart 1708 in Farmsum; overleden op 31 maart 1762 in Zeerijp. Hij trouwde met Jantje Fockes Wildeman op 26 november 1732 in Zeerijp; geboren op 17 november 1709 in Hellum; overleden rond juni 1784.

    Bonno Römelingh: Organist/schoolmmester/kerkvoogd en Schepper der Zandster Schepperij

       189 II. Lubbertus Patroclus Römelingh, geboren rond 1722; overleden rond 1778.


    98. Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 18 januari 1688 in Groningen en overleed op 5 maart 1733 in Woldendorp. Hij trouwde met Egberdina Bavinck op 12 december 1717 in Woldendorp. Zij werd geboren op 19 maart 1689 in Groningen en overleed rond 1740 in Wol-dendorp als een dochter van Evert Baving en Wemelina Nijsincks; kldr. van Roelof Baving en Egberta Geerts Boelend en van Albert Nijsingh en Harmtje Homan.

    Wilhelmus Beckeringh stond op 16 nov. 1705 ingeschreven als student te Groningen en in 1709 als student Theologie te Franerker. In 1715 werd hij beroepen tot predikant te Woldendorp, waar hij diende tot zijn dood.

    “Sept. 1715. De Ledemaaten van mij Wilh. Beckeringh Groninganus alhier gevonden”,
    “5 juni 1718 vermeerdert met: 7. Egberdina Bavinck huisvr. van D. Wilhelmus Beckeringh Eccls tot Woldendorp ingevolge de attestatie van Groningen”.
    “6 juni 1718 attestatie gesonden an: mijn moeder Teelke Mensingh wede Havingha tot Gronin-gen”.

    Akte van verkoop van een grafplaats in de Martinikerk door raadsheer Wijchel, H. Blankenstein namens Egberdina Bavinck weduwe Beckering en pastor Havinga aan Sicco Tjassens en zijn vrouw Wobbina Tiaden. Datering 1737.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Egberdina Bavinck zijn:

    + 189 I. Anthonius Wilhelmus Beckeringh, geboren op 24 november 1718 in Woldendorp; overleden op 8 oktober 1798 in Gronin-gen.

       190 II. Memelia Beckeringh, geboren op 4 februari 1720 in Woldendorp; overleden rond 1721 te Woldendorp.

       191 III. Alaria Beckeringh, geboren op 25 mei 1721 in Woldendorp; overleden rond 1723 in Woldendorp.

       192 IV. Allegonda Beckeringh, geboren op 21 juni 1722 in Woldendorp; overleden rond 1723 in Woldendorp.

       193 V. Teletta Beckeringh, geboren op 30 januari 1724 in Woldendorp; overleden rond 1724 in Woldendorp.

       194 VI. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 30 januari 1724 in Woldendorp; overleden rond 1726 in Woldendorp.

       195 VII. Teleta Beckeringh, geboren op 8 april 1725 in Woldendorp; overleden rond 1728 in Woldendorp.

       196 VIII. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 29 juni 1727 in Woldendorp; overleden rond 1732 in Woldendorp.

       197 IX. Everdina Beckeringh, geboren op 11 september 1729 in Woldendorp; overleden rond 1730 in Woldendorp.


    140. Henrica Beckeringh
    werd geboren op 7 december 1699 in Huizinge en overleed op 16 augustus 1786 in Amsterdam. Zij trouwde met Paulus Brinckhuijs op 24 december 1728 in Amsterdam. Hij werd geboren rond 1696 in Overlangbroek (Utr) en overleed zo rond 1760 in Amsterdam als een zoon van Cornelius Brinckhujis en Margarietha Van Der Poel; klzn. van Johannes Brinckhuis en Lydia Naso (Neus) en van Pauwel van der Poel en Maria van Veenendaal.

    Paulus Brinckhuijs: Wijnhandelaar.

    Kinderen van Henrica Beckeringh en Paulus Brinckhuijs zijn:

       198 I. Margaretha Brinckhuijs, geboren op 31 mei 1730 in Amsterdam; overleden op 16 juni 1730 in Amsterdam.

    Gedoopt NH: 31 mei 1730, Amsterdam, Nieuwe Kerk.

       199 II. Margaretha Brinckhuijs, geboren op 7 september 1731 in Amsterdam.

    Gedoopt NH. op 17 september 1731, Amsterdam, Oude kerk. Doopgetuigen: Jan Beckeringh en Agnita Eijgelbergh.

       200 III. Wilhemina Sara Brinckhuijs, geboren in 1734.

    Gedoopt NH. op 16 juli 1734, Amsterdam.


    144. Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 1 september 1706 in Groningen en overleed op 15 juli 1788 in Groningen. Hij trouwde (1) met Egbertha Louisa Piccardt op 26 juli 1738 in Slochteren. Zij werd geboren op 16 januari 1714 in Slochteren op de Fraeylemaborg en overleed op 21 januari 1740 in Groningen als een dochter van Johan Piccardt en Maria van Coeten; kldr. van Occo Piccardt en Egberta Niehof en van Arnoldus van Coeten en Helena van Leeuwen. Hij trouwde (2) met Nicol Catharina Smith op 1 maart 1742 in Groningen. Zij werd geboren op 21 maart 1703 in Groningen en overleed op 19 no-vember 1786 in Groningen als een dochter van Edzart Smit en Henrica Toppinga.

    Wilhelmus stond op 19-12-1721 ingeschreven als student Juridische rechten op de Universiteit van Groningen. Hij was van 1736 t/m 1761 Secretaris v/d Justitiekamer en van 1762 t/m 1779 was hij Secretaris van de Hoge Justitiekamer van Stad en Ommelande. In 1779 werd hij benoemd tot Hoofdman van de Hoge Justitiekamer. Daarnaast was hij ook Erfvoogd en boekhouder van het Zeyls Gasthuis.

    Toevallig heeft een achterkleinzoon een beschrijving gegeven van Wilhelmus:
    "Wilhelmus was van middelmatige lengte, bezitte een welgevormde lichaams gestalte, bruin en aangenaam van wezenstrekken, welgevoed van lichaam en gezond van gestel en van zintuigen. Hij heeft een zuiver muzikaal gehoor en eenwelluidende stem en zeer goede manieren, zeer net en zindelijk in zijn persoon. Begaafd met zeer veel gezond verstand, opgeruimd maar bedaard van geest, goedaardig getrouw en opregt in zijne daden. hij sprak naast zijne moedertaal, het Grieks, Latijns en de Fransche taal."

    Egbertha Louisa Piccardt is gestorven in het kraambed van haar dochter

    Familiewapen Piccardt:
    Op een blauw veld een gouden adelaarspoot, genageld van rood.
    Helmteken: Een gekroonde helm, waaruit een vlucht van zwart, waartussen een adelaarspoot van goud.
    Helmkleden: Blauw, gevoert van goud.
    NP. no: 23

    Nicol Catharina Smith: Voorheen gehuwd aan Hendrik Laman en daaruit een zoon. Nicol bracht tijdens haar huwelijk met Wilhelmus mee een behuising in de Heerenstraat, uitkomende in de Pelstenstraat; plus een heerd land bij Loppersum.
    Tijdens dit huwelijk erfde Wilhelmus van zijn ouders in 1762 een beklemde plaats, groot 58.1/2 grassen, tot Noord-wolde gelegen; doet jaarlijks een huur van 155 Hfl.

    Wilhelmus Beckeringh heeft vermoedelijk in het jaar 1748 een servies bestellen bij de Oost Indische C ompagnie, een zogenaamde "Servies van Chine de Commamde". Ook wel wapenservies genoemd. Dit is een vorm van Chinees porselein, welke meestal in opdracht werd gemaakt door de Chinese porseleindecorateurs, die dan meestal het familiewapen van de opdrachtgever schilderde op het servies. Zo ook voor de Familie Beckeringh uit Groningen. Het servies toont het oudste familiewapen met het jaartal 1748.
    Dit servies werd later als huwelijkscadeau mee gegeven aan zijn dochter Egberta Louisa toen zij in 1761 huwde met de Jhr. Johan Hora Siccama. Het servies ging later over naar haar dochter Louise Hora Siccama. Door latere verervening is het servies niet geheel compleet gebleven, zo is er momenteel nog alleen maar een gedeelte van het theeservies overgebleven. Totaal zijn er nu nog maar zo’n ruim 30 stukken overgebleven van de vermoedelijk 200 oorspronkelijke stukken.

    Datering 1762 okt 30.
    63 Acte van overdracht door W. Beckeringh, uit naam zijner echtgenoote en als gevolmachtigde van Titia en Pompe-ja Smith, B.J. van Buttinga Wed. Smith, J.H. Quintus uit naam zijner echtgenoote, Hindrik Pompejus Smith, en Anna en Hermanna Maria Laman aan Garbrandt Wiersema van het 1/3 in een heemstede te Watwerd onder Usquert gelegen, waarvan de overige 2/3 aan Cremers en de Raadt behooren. In dorso: Ankomst van een heemstede, angekoft van Willem Bekkering en Gons.; wort door Berent Jans gebruikt: N°. 12. M.a.h.: Fol. 5.

    NB. Verleden voor dr. Hendr. Willem Hoving, geconstitueerden grietman van de Campen, wiens zegel aan het stuk hangt. Op de pliek: Regist. bij 't Gerigte Lib. 6 Fol. 175 recto.
    Akte van scheiding tussen Pompeja Smith geassisteerd door haar man W. Beckeringh, Wibbina Clara Smith geassisteerd door haar man de rentmeester W. Wichers, Henrica Maria Smith, Edzard Pompejus Smith, Niklaas Jan Smith, Herman Tjassens nom.lib., Hermanna Maria Laman geassisteerd door haar man Samuel van Hindrik Pompejus Smith, en Hebbelina Henrica Smith. Datering 1778.

    Kind van Wilhelmus Beckeringh en Egbertha Piccardt is:

    + 201 I. Egbertha Louisa Beckeringh, geboren op 21 januari 1740 in Groningen; overleden op 6 december 1810 in Midwolda op de Ennemaborg.


    145.
    Alagonda Beckeringh werd geboren op 5 oktober 1710 in Groningen en overleed op 5 augustus 1780 in Warffum. Zij trouwde met Michiel van Bolhuis op 14 december 1738 in Groningen. Hij werd geboren op 22 december 1713 in Warffum en overleed op 3 april 1764 in Warffum als zoon van Abel van Bolhuis Stijntje Cnol; klzn. van Michiel van Bolhuis en Sibrichien Lamberts en van Jan Everts Cnol en Trijntien C(K)nol.

    Bepaald werd bij het huwelijk dat de Bruidgoms ouders jaarlijks F.600 zullen geven aan hun levensonderhoud. Lijfstoebehoren van buidegoms-zijde met diens bibliotheek alsmede bruidskleederen, klende [?] en kleinnoden vererven eventueel op elks eigen familie. De bruidsouders strekken jaarlijks F.200. Bij het openvalen van beider erfenis (na overlijden van één der ouders dus) vervallen deze jaarlijkse toelagen echter.
    Het bruidspaar gingen wonen in een huis te Warffum met hof en tuin en na het overlijden van één der ouders zal de ander daar met boedel en al rustig mogen blijven wonen. De overige nalatenschap zal echter in dat geval worden overgeleverd.

    III x 149, 26-3-1762: Alagonda erfde van haar ouders een plaats te Godlinze, groot 65 grazen, bij Sijbrants Jacobs en vrouw onder beklemming, gebruikt voor F200 per jaar.

    Reqestboek 54, 18-3-1766: "Op den req. van Mevrouwe A. Beckeringh, weduwe van de Hr. Taalman M. van Bolhuis, dat haar huis in de stad staande inclineerde te verkopen, edog nog twee minderjarige kinderen hebbende, zoo versogte suppliante in qlt als moeder en voogd hetzelve aan haar {als zelfs voor de halfscheids eigenares} te accorderen, te meer daar haar meerderjarige zoons, kragt verteke-ning, van dezelve gedagten zijn".

    Op de grafzerk van Alagonda staat vermeld: "1780, den 5 augustus, is Mevrouw Alagonda Beckring, weduwe wylen den heer Michiel van Bolhuis, in leven taalman van de gesworene gemeente der stad Groningen, omtrent 70 jaren oud, overleden en ligt hier begraven". (GDW.3973)

    In 1731 liet de jonge Van Bolhuis zich inschrijven aan de Universiteit in Groningen. Het stadsleven moet hem bijzonder zijn bevallen. Hij verwierf het groot- en klein burgerrecht en woonde vermoedelijk meer in de stad dan in Warffum. Op 24-5-1734, betaalt Michiel voor de verkrijging van het klein 'Borgerecht' van de stad Groningen.
    Michiel had enkele openbare functies, zoals advokaat, lid van de gezworen meente en rechter van Ellerhuizen en te Warffum.

    "De Advocat Beckeringh en Redger Bolhuis in 't jaer 1705 met de Chaise (=sjees) gedaen".
    In het maandblad Oud Utrecht, maart 1957 en ook in het Archievenblad van mei 2004 staat "Op 16 juli 1705 maakten advocaat Beckering en Redger Bolhuis een reis van Groningen naar Kleef."
    4.2. Verslag van een reis van Groningen door Drenthe en Gelderland naar Kleef in gezelschap van onder meer Th. Beckeringh; onvolledig.

    28/29-5-1744: III x 127.
    "Advocaat Michiel van Bolhuis en vrouw Alegonda Beckering kopen van de erfgenamen van Joannes Carolinus, pastor op 't Hogesend, en vrouw Agnes van Bijler, de behuisinge met het hof daarachter, met een mande uitganck in de steeg, naar de havenstraet, staande ten N. aan de Haven op eigen grond". De prijs bedraagt F4900,- in drie termijnen. Dit moet een kapitaal pand zijn geweest.
    Op 23-3-1752 koopt het echpaar een 'hoff gelegen in de Lelienstraat op vrij eigen grond met een stenen Zomerhuis'. De koopprijs bedroeg F1200.- , te voldoen in twee termijnen.
    Daarnaast kopen Michiel en Allegonda op 1-2-1755 'twee camers in de Lelienstraat aan elkander verbonden, met een hofjen, of bleekveld eragter, op eigen grond, met een mandelige put', voor F550.-
    III x 153, 22-12-1764: "Lambertus v. Bolhuis, gevolmachtigde van zijn moeder Alagonda Beckeringh, wed. Taalman Michiel van Bol-huis, voor harzelf en als leg.tut.lib. verkoopt aan Frederik Brugman en Maria Schyffers het hof met twee kamers daarmaast staande in de Lelienstraat".
    Michiel leent aanzienlijke bedragen: 9-5-1746 F1500.- á 4%; 29-5-1747 F1000.- á 4%; 21-8-1747 F2000.- á 5%; 30-5-1748 F2175.- , waarvan F675.- achterstallige rente, á 5%; 12-1-1751 F800.- á 4%; 29-5-1756 F600.- á 4%, die hij in één jaar plotseling aflost.
    De aflossingen worden ingeschreven resp.: 16-5-1760; 5-2-1760; 14-5-1759; 1-9-1759; 16-7-1759 en 14-6-1759. In 1759 wordt ook een le-ning van Michiels moeder Stijntje Cnol afgelost.

    Van Bolhuis huwde in 1738 met Alagonda Beckeringh, een dochter uit een vooraanstaand regentengeslacht. Dit huwelijk is een aanwijzing dat de familie Van Bolhuis een behoorlijke status had verworven, ook in de stad Groningen. Michiel van Bolhuis was in hoge mate cultureel ingesteld. Enige bekendheid heeft zijn dichtkunst gekregen, vooral de "dichtmatige brieven" die hij uitwisselde met studiegenoot P. Muntinghe. De literaire produkten van Van Bolhuis dateren voor een belangrijk deel uit zijn jonge jaren. De beslommeringen van het dagelijkse leven hebben Michiel daarna steeds meer in beslag genomen. Op een geven moment, hij is dan 27 jaar oud, schrijft hij zelfs over het "lang uitgedoofd dichtvuur".
    Het staatboek dat Van Bolhuis heeft aangelegd, geeft veel informatie over zijn interesses en belangen. Hierin werd bijvoorbeeld aangetekend wat de kosten waren geweest om tot gezworene van de stad te worden gekozen, maar ook prijzen van het rundvee, lonen van het personeel, recepten en gegevens over de kinderen. De zonen Abel Eppo, Lambertus en Jan gingen op de Latijnse school. De schoolresultaten werden door de vader zorgzaam opgetekend. Verder heeft Michiel bijvoorbeeld alle schilderijen vermeld, die in het huis aan de Noorderhaven in de stad en in het huis te Warffum hingen. De catalogus van de goederen die na zijn dood zijn geveild, toont een grote verscheidenheid aan titels uit vele eeuwen en over allerlei onderwerpen.
    Prof. H. Sierenbeek melde in een herdenkingsartikel in de 'Algemene Konst en Letterbode': "De Hr. Bolhuis was een liefhebber en voorstan-der van studie en wetenschap, en zijn huis de verzamelplaats van allen die zich door kunstliefde en geleerdheid onderscheidden".
    Michel was een verwoed verzamelaar van Boeken en muziekinstrumenten en 'gedrukte en net geschrevene musyk werken' en also verschillende tekeningen; prenten en etsen. De boekenverzameling bedroeg bij zijn dood, toen Allegonda dit ging veilen (dit omdat de vermogenspositie was aangetast), alleen al 2793 nummers, waaronder nogal wat pikante lectuur. In bijzonder bijvoorbeeld was nr. 258: "Een zeer oud en raar manuschript over de oudste Landrechten, handelende van de oorsprong van 't recht en ’t pricipaal recht der oude Vriezen, met de 23 Willekeuren te Opstallesboome" van 1322. En een "gedeelte van een oud Chronijk van Appingadam zedert 1400".
    De tekeningenverzameling omvatte 46 nummers, waaronder vele bekende zeventiende-eeuwse meesters, waaronder Bloemaert, van Bergen, Rubens en Rembrandt. En er waren dertig tekeningen van J. Wassenberg. Daarnaast vond men enkele tekeningen van een L(ambertus?) Becke-ringh beschreven {onbekend is wie er bedoeld wordt, schoonvader of zwager}.
    En er waren 51 verschillende muziekinstrumenten. Tevens was aanwezig 233 nummers 'gedrukte en net geschreven musyk werken', waaronder verscheidende werken van Händel, Telemann en Vivaldi. Daarnaast was er nog een grote verzameling rariteiten. De veiling vond op 15 okt. 1764 plaats en duurde in totaal acht dagen. Allegonda hield alleen de schilderijen-, zilver- en munten- en porseleinverzameling in haar bezit. De omvang van zijn bovengenoemde verzameling en meubelen is door een boedelverdeling tussen zijn kinderen na de dood van Allegonda in 1783 bekend.

    Op zijn grafzerk staat vermeld:
    "1764, den 3 april, is de Heer Michiel van Bolhuis, meede Taalman van de geswoorene gemeente der stad Groningen in het 51ste jaar zynes ouderdoms overleeden en hier begraven". (GDW.3967)

    Familiewapen Van Bolhuis:
    Gedeeld. I) In goud een zwarte adelaar zijnde rood getongd en gebekt en gepoot, uitkomende uit de deellijn, vergezeld in het schildhoofd van een zespuntige zilverren ster. II) In blauw, op een groen grasveld staande zilveren roodgebekte en gepote omziende gans met in zijn bek een groen gesteelde klaverblad.
    Helmteken: Een goud gekroonde helm.
    Helmkleden: Blauw, gevoert van zilver.
    FDFG no: 45

    Marriage Notes for Alegonda Beckeringh and Michiel Van Bolhuis:
    Gehuwd op Contract; waarin onderander vermeld staat dat de bruidegoms ouders jaarlijks F.600,== zullen geven voor hun levensonderhoud, de bruidsouders strekken jaarlijks F.200,=. Bij het openvallen van beider erfenis ( na overlijden van een van de ouders dus ) vervallen deze jaarlijkse toelagen echter.
    Aan bruidegomszijde getuigen zijn ouders, tevens Hopman Pieter v. Ham en Geertruida de La Motte, aangetr. oom en moey, vaandrig Michiel van Bolhuis, neef, Liefke Writners, nicht.
    Aan bruidszijde eveneens de ouders, W. Beckeringh en Egberta Piccaard, broeder en zuster, Theodorus Beckeringh, broeder.

    Kinderen van Alegonda Beckeringh en Michiel Van Bolhuis zijn:

        202 I. Christina van Bolhuis, geboren in 1739; overleden rond 1740.

       203 II. Abel Eppo van Bolhuis, geboren rond 1740; overleden rond 1780.

    Abel van Bolhuis: Doctor/medicus

       204 III. Lambertus van Bolhuis, geboren op 20 november 1741 in Gronin- gen; overleden op 16 augustus 1826 in Groningen. Hij trouwde met Rijka Cranssen op 25 augustus 1767 in Noorddijk; geboren in 1746; overleden op 18 mei 1812 in Groningen.

    Lambertus van Bolhuis: Predikant te Leeuwarden.

       205 IV. Ela Catharina van Bolhuis, geboren op 13 januari 1747 in Groningen; overleden op 27 mei 1769 in Woltersum. Zij trouwde met Alting Mees op 3 augustus 1768 in Woltersum; geboren op 10 november 1744 in Oude Pekela; overleden op 2 november 1795 in ?.

       206 V. Jan van Bolhuis, geboren op 17 januari 1750 in Groningen; overleden op 19 juli 1803 in Warffum. Hij trouwde met Trijntje Jans op 28 april 1784 in Warffum; geboren op 7 april 1757 in Warffum; overleden op 27 november 1838 in Warffum.

    Jan van Bolhuis: Rechter van Warffum.

    Jan van Bolhuis bekleedde enkele openbare functies als bijvoorbeeld zijlrechter en secretaris- ontvanger van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest. Dit gebeurde tijdens de Franse Tijd. Het is dus goed mogelijk, dat Jan van Bolhuis geheel andere politieke opvattingen heeft gehad dan zijn vader, maar dit blijkt helaas niet direkt uit archiefstukken. Jan probeerde de kwaliteiten van zijn vader en grootvader enigszins te combineren: behalve politieke interesse had hij ook culturele belangstelling. Het is opvallend dat hij nogal wat gedichten en brieven van zijn vader heeft gekopieerd. Zou hij niet het talent van Michiel hebben geërfd? Zijn biblio-theek was in ieder geval indrukwekkend. Jan huwde in 1784 met Trijntje Jans, zuster van de schepper van Warffum. Zij was als dochter van een dagloner niet afkomstig uit een aanzienlijke familie. Dit kan opgevat worden als een bewijs temeer dat Jan van Bolhuis een eigenzinnig man was, die zich niet richtte op een rol binnen de regentenstand waartoe de familie behoorde.

    Na het overlijden van Jan van Bolhuis in 1803 nam zijn schoonzoon Jan Arkema de bestuurlijke rol van de familie over. Arkema, die gehuwd was met Catharina van Bolhuis en van beroep weliswaar chirurgijn, bracht het tot burgemeester van Warffum. Minder belangrijk was de rol van de familie van Zeeburgh, verwant door het huwelijk van Alagonda van Bolhuis met Doje Pieters van Zeeburgh. De laatste is weliswaar eveneens burgemeester van Warffum geweest, maar zowel hij als zijn echtgenote stierven op jonge leeftijd. De goederen en bezittingen van de familie Van Bolhuis zijn na het overlijden van Jan van Bolhuis vererfd op de families Arkema en Van Zeeburgh. Hierbij moet opgemerkt worden, dat natuurlijk al eerder belangrijke boedelscheidingen hadden plaats-gevonden, zoals na het overlijden van Alagonda Van Bolhuis-Beckeringh. Na de dood van Jan Arkema gingen zijn bezittingen over op zijn vier dochters en zoon. De laatste stierf kort na zijn vader. Drie dochters, Alagonda, Petronella en Trijntje bleven wonen in het huis te Warffum. Geen van deze dames is ooit getrouwd. Trijntje Arkema (overleden 1900) bepaalde in haar testament dat na haar overlijden een grote verzameling meubels, kisten, schilderijen en dergelijke eigendom zou worden van het Museum van Oudheden in Groningen. Hieronder behoorde ook een groot gedeelte van het archief van de families Van Bolhuis, Arkema en Van Zeeburgh, dat in een drietal kisten was verpakt.


    147. Theodorus Beckeringh
    werd geboren op 21 augustus 1712 in Groningen en overleed op 30 augustus 1790 in Groningen. Hij trouwde met Geertruida van Hulten op 9 juni 1741 in Groningen. Zij werd geboren op 4 oktober 1717 in Groningen en overleed op 2 januari 1799 in Groningen als een dochter van Lucas van Hulten en Anna Brunsvelt; kldr. van Lucas van Hulten en Henrica Welman en van Theodorus Brunsvelt en Geertruida Knock.

    Theodorus stond op 10 juli 1732 ingeschreven aan de universiteit van Groningen; in 1721 was hij secretaris van de rekenka-mer der Staten Generaal. Op 10 april 1738 promoveert hij tot Doctor in de beide rechten, met "De Lege Rhodia De Jactu". In datzelfde jaar treed hij op als advocaat voor de Hoge Justitie-kamer. Van 1739 t/m 1790 was hij Assessor der Generaliteits Krijsgericht. Bovendien diende hij regelmatig als Redger in de Ommelanden en was hij tevens Grietman in het Westerkwartier {Westerdeel - Langewold} 26-6-1755 - 28-7-1754.

    Archieftitel: Inventaris der archieven van de senaat en de faculteiten van de Groningse universiteit. Hogeschool van stad en lande (1614 - 1811); Forum academicum; Criminele zaken. 113.
    Stukken betreffende het inslaan van ruiten door de studenten G.J. Engelsma, Schouten en anderen bij de assesor T. Beckeringh, 1770.

    "Journal of dagverhaal van een plaisir reisje, van Groningen na Kleef, gedaan in den jare 1740. door P. Muntinghe I.U.D. en ontfanger en secretaris der Admiraliteit wegens Groningen in Vrieslandt, A.H.W. de Vriese I.U. Doctor, M. van Bolhuis advocaat en richter van Westerdijxhorn, en mij Theodorus Beckeringh Iuris Utriusque Doctor en assesor van het Generaliteits krijgsgerichte binnen Groningen".
    Verslag van een reis vanuit Groningen over Drenthe (Assen, Coevorden), Overijssel, langs de IJssel naar Nijmegen en Kleef, en terug over Gelderland, Utrecht en de Noord-Veluwe, in gezelschap van zwager Michiel Bolhuis, P. Muntinghe en A.H.W. de Vriese.

    Op 8 november 1777 wordt in de ‘Staten van Stad en Ommelanden’ (Groningen) een verzoekschrift van Theodorus Beckeringh besproken.
    De requestrant vraagt daarin om financiele ondersteuning voor het drukken en uitgeven van de door hem gemaakte landkaart. Theodorus was van huis uit geen kartograaf maar jurist, maar toch verzoekt hij de gedeputeerden om een octrooi voor 25 jaar en om een bijdrage teneinde de hoge kosten te helpen drukken. De Heren Gedeputeerden hebben wel oren naar dit partuculiere initiatief en vragen aan de Rekenkamer advies. Het duurt twee jaar voordat er een beetje schot in de zaak komt. Gedeputeerden krijgen dan het advies Beckeringh een subsidie te verlenen van 7000 Carolusgulden en een octrooi van vijftien jaar. De heren Gedeputeerden vinden het door de rekenkamer voorgestelede subsidiebedrag wat aan de hoge kant en verstrekken aan Theodorus 1000 gouden ducaten oftewel 5000 carolusgulden, en een octrooi van vijftien jaar. Hij kan dit bedrag ontvangen nadat voldoende excemplaren gedrukt zijn om verkocht te kunnen worden en nadat de heren Gedeputeerden ieder een behoorlijke in 'couleuren afgezet' excemplaar ontvangen hebben.
    "Kaart of Landtafereel derProvincie van Groningen en Ommelanden verdeelt in desselfs bijzondere quartieren, districten en voornaam-ste jurisdictien. Beneffens deHeerlijkheid Westerwolde van nieuws opgenomen, verbetert en vermeerdert uit gegeven door Theodorus Beckeringh - cum privilegio - ordinum Groningae et Omlandiae Provinciae'” - 1781 bij: 66 x 86 cm

    Uit de archieven blijkt dat Theodorus deze kaart, dus ook de provincie, opgemeten heeft. De beoefening van de landmeetkunde door amateurs is een verschijnsel dat men in de 18e eeuw vaker tegenkomt. Men kon de kunst eigen maken door bij een meester in de leer gaan of door raad-plegen van landmeetkundige boeken. Theodorus kaart heeft qua invulling (kaartschrift) een 17e eeuws karakter. Dit wordt te meer duidelijk wan-neer men deze kaart vergelijkt met 18e eeuwse kaarten van professionele landmeters. Zou Theodorus een verouderd leerboek hebben gebruikt? De metingen die Theodorus heeft verricht zijn niet erg nauwkeurig, hij zit er gemiddeld zo'n 2,5 km ernaast. De kracht van de kaart is dan ook niet gelegen in z'n nauwkeurigheid, doch in de exacte weerface van de grensscheiding met Friesland, Drenthe en Duitsland. Van De Beckeringh-kaart is een groot aantal voorstudies en proefwerken bewaard gebleven, vooral de voorstudies van de borgen vormen een interesante groep. Het idee om een provinciekaart met een dergelijke rand te versieren is ontleend aan de kaart van de gebroeders Coenders van Helpen uit omstreeks 1650. Er is hierover nog wel enige strijd geweest in de Provinciale Staten.
    Uit de voorstudies blijkt dat Theodorus nou niet zo'n groot tekenaar was, de kwaliteiten van de schetsen is zeer matig, maar vervolgens werkte Theodorus zijn schetsen thuis achter de tekentafel, met behulp van van een tekenlineaal, uit tot nette pentekeningen. Uit de bronnen blijkt dat Theodorus de gravure zelf heefd vervaardig. Dit staat ook op de kaart "Auctor aeri incidit, J. van Jagen impressionem drext", wat wil zeg-gen dat de auteur (T.Beckeringh) de voorstelling in het koper heeft gesneden en dat J. van Jagen de druk verzorgde. We kunnen stellen dat T. Beckeringh tussen 1774 en 1777 aan de gravure gewerkt heeft. Kort voordat hij zich in 1777 tot de Gedeputeerde Staten richte heeft hij nog enige wijzinge aangebracht om de kaart up to date te maken.
    In 1781 is het dan zover. Er zijn genoeg kaarten gedrukt om op de markt te brengen. Op 9 februari van dat jaar verschijnt in de Groningsche Courant de volgende advertentie:
    "Lubbartus Huisingh te Groningen en Covens en Mortier en Covens junior te Amsterdam, kaart en boekhandelaren, gedenken bij open water in het begin van Maart 1781 uit te geeven; en aan de voornaamste Konst- en Kaart Handelaaren in de Nederlandsche Provincien in Commissie toe te zenden, eene Nieuwe Nauwkeurige, en zeer uitvoerige Geografische kaart der Provincie Groningen en Omme-landen, benevens De Heerlijkheid Westerwolde, van nieuw opgenomen en naar tegenwoordige gesteldheid des Lands verbeetert en con-siderabel vermeedert, met eene sierlijke rand van Adelijke Landgebouwen in de Ommelanden, en eenige andere in de Jurisdictie der Stad geleegen, en een heerlijke Prospect der Stad groningen, op vier groote Oliphants Bladen best schrijfpapier; met privilege ten behoeve van den aucteur den Heer Assessor Mr. Theodorus Beckeringh."
    Het 15-jarige octrooi dat Theodorus op zijn kaart kreeg, bood niet de bescherming die hij had verwacht. Al in 1784 liet hij een advertentie in de Groninger Courant plaatsen om een iedereen te laten weten dat niemand anders dan hij zelve mocht maken, en dat alle nagemaakte kaarten verbeurd werden verklaard en dat op het namaken van de kaarten en het invoeren hiervan een boete stond van Honderd ducaten.

    De koperplaten van de kaart werden samen met 95 afdrukken op 1 oktober 1828 in het openbaar verkocht. In een advertentie wordt de kaart aangeprezen als veelgevraagd en zeer nauwkeurig. Wat er met de platen is gebeurt, is niet bekend, doch het is niet onwaarschijnlijk dat ze zijn af-geslepen en opnieuw zijn gebruikt door een graveur. Tot nu toe werd over het algemeen geaccepteerd dat de kaart van Theodorus maar éénmaal gedrukt was in 1781. Maar bij nadere onderzoek naar het gebruikt van de watermerken in de kaarten en advertenties in de dagbladen is bewezen dat er een tweede druk is gemaakt in 1849 door de bekende Groningense printer Oomkes. Gedurende de hele 19e eeuw was deze kaart ver-krijgbaar voor het algemene publiek.

    Familiewapen Van Hulten:
    In zilver een rode dwarsbalk, vergezeld door drie rode molenijzers. geplaatst 2 + 1.
    Het schild is gedekt door een kroon van een welgeboren.
    GDW. pag.916; Gen v.Hulten=RAG

    Kinderen van Theodorus Beckeringh en Geertruida Van Hulten zijn:

       207 I. Lambertus Beckeringh, geboren op 19 april 1742 in Groningen; overleden op 8 februari 1810 in Groningen.

    Lambertus Beckeringh: Op 6 juli 1759 was hij ingeschreven aan de universiteit van Groningen, in 1773 was hij Juridische Kandidaat en op 22 april 1773 werd hij gepromoveerd Ad. Legende. Jur. Van 1788 t/m 1793 was hij Advocaat en Ambtman van het gerecht van Stede Groningen. In 1794 werd hij gekozen tot Burgemeester der Stede Groningen.

    Daarna ging Lambertus in de Rechterlijk macht.

    Datering 1796. 2469. Nederlands hervormde gemeente van Dordrecht:
    Akte van transport voor Lambertus Beckeringh, ambtman van het Gericht Selwerd en richter in Sappemeer, door Gerrit Jansz. Bijlholt aan Pieke Goukes en Gonna Berendsdr Ekel van een smakschip.

    Datering 1801. Inventaris van de archieven van plaatselijke gerechten in Selwerd en Sappemeer:
    Bevelschrift van L. Beckeringh, ambtman, aan Hindrik Arends en Conraad Teunnis om een hunebed in Noordlaren intact te laten vanwege de historische waarde.

       208 II. Lucas Beckeringh, geboren op 14 juni 1745 in Groningen; overleden op 13 oktober 1826 in Groningen.

    Op 19 mei 1799 slaagde Lucas voor zijn studie als ‘Docktor in de Medicijnen’ te Groningen.

    Lucas Beckeringh woonde in de Nieuwe Ebbingastraat. Lucas stond als dokter volgens de 'regeringsalmanakken' vanaf 1779 tot zijn dood in 1826. Hij was in die periode 'werkzaam' in de Hervormde- ; Katholieke- en Waalse armenzorg. Ook was hij verbonden aan het 'Roode weeshuis' te Groningen (1799 -1819). Tevens deed hij Schutterij- en Militiekeuringen en was verbonden aan het 'Ad hoc stedelijke onderzoekcommissies' en de 'Plaatselijke commissie voor geneeskundige toevoorzigt' (1806-1865). Maar het is bekend dat Lucas aan het eind van zijn leven soms voor lange tijd ziek was en dat Lucas in de jaren twintig niet meer actief was. Maar Lucas - hij was toen al in de tachtig - hielp in 1826 nog wel bij een Malaria epidemie in de stad Groningen. Vermoedelijk heeft dit zijn dood bespoedigd.

    06-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    05-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Kinderen van Fredericus Beckeringh en Wijpke Ebels zijn:

    + 171 I. Gerrardus Beckeringh, geboren op 19 februari 1717 in Nieuw-Beerta; overleden op 15 januari 1801 in Midwolda.

    + 172 II. Wybina Fredericus Beckeringh, geboren op 14 augustus 1718 in Nieuw-Beerta; overleden voor 1754 in Nieuw-Beerta.

    + 173 III. Johannus Gerrardus Beckeringh, geboren op 2 oktober 1720 in Nieuw-Beerta; overleden voor 1800.

       174 IV. Elizabeth Beckeringh, geboren op 12 oktober 1722 in Nieuw-Beerta; overleden rond 1766 in Nieuw-Beerta.

    Elisabeth heeft bij haar broer Gerrardus, zijn huishouding waargenomen tot haar dood.

    + 175 V. Asselina Fredericus Beckeringh, geboren op 10 september 1726 in Nieuw-Beerta; overleden op 27 juli 1773 in Nieuw-Beerta.

    + 176 VI. Regnerus Beckeringh, geboren op 3 juni 1731 in Nieuw-Beerta; overleden op 28 november 1791 in Woldendorp.


    77. Jan Johannis Beckeringh
    werd geboren op 26 januari 1683 in Visvliet en overleed op 6 november 1749 in Amsterdam. Hij trouwde met Catharina De Porter op 25 januari 1714 in Amsterdam. Zij werd geboren op 28 april 1685 in Amsterdam en overleed op 31 december 1727 in Amsterdam als dochter van Jan De Porter en Catrijn Welf.

    Jan Beckeringh werd na het overlijden van zijn ouders (+/- 1688) in huis genomen en opgevoed door zijn nicht Cornelia in Amsterdam. Zij was gehuwd met Dirk Kuylman. (zie no.22)

    Jan zou een huis en erf hebben gehad aan de Keizersgracht, westzijde bij de Brouwersgracht, genoemd "De Zeerob". Welke gekocht zou zijn in 1747.

    Jan Johannis Beckeringh: Koopman-handelaar in tabaksartikelen te Amsterdam.

    Catharina De Porter: Overleden in het kraambed van haar jongste dochter Sara.

    Kinderen van Jan Beckeringh en Catharina De Porter zijn:

    177 I. Catharina Beckeringh, geboren op 23 januari 1715 in Amsterdam; overleden op 23 november 1779 in Alkmaar.

    Waarschijnlijk was Catharina één van de eerste Dolle Minna's. Catharina had in Alkmaar een goed lopende handel in Ontroerend goed.

    Catharina Beckeringh: begraven op 24 november 1779, Nieuwe Kerk te Asd. [graf.no: 42]

    178 II. Gerrit Beckeringh, geboren op 21 mei 1716 in Amsterdam; overleden op 4 februari 1780 in Alkmaar. Begraven op 6 februari 1780, Grote Kerk te Alkmaar. Hij trouwde met Gesina Beckeringh (zie no.158) op 8 maart 1751 in Amsterdam; geboren in 1719 te Garmerwolde; overleden op 6 april 1799 in Amsterdam als dochter van Johannes Gerrardus Beckeringh en Cataharina Schaink.

    Gerrit Beckeringh: Handelaar en Brouwer te Alkmaar aan 't Voormeer.

    Gerrit was samen met zijn broer Jan druk bezig in handel in ontroerend goed in Alkmaar.

    Op 6 november 1770, koopt Gerrit samen met de Heren Jacob Dilhoff; Jan Dilhoff Jnr. en Nicolaas Dilhoff ‘een extra groote en neringrijke Brouwerij, genaamt de Gekroonde Star en gelegen aan Het Voormeer te Alkmaar’. Ze kochten deze stilstaande brouwerij op met al zijn rechten en verplichtingen, zo ook een derde part in de Brouwerskamers aan de Oude Gracht, alsmede een derde in de meubelen en gereedschappen der welke aldaar bevonden en aan wijlen C. Klei toebehoorden voor F.5300,-.
    Volgens de verschillende akten liep het waarschijnlijk niet zo goed met deze brouwerij en was er veel tegenwerking. Veel brieven naar de leveranciers over het te laat leveren van gerst en over de kwaliteit van de gerst en brieven naar het gemeentebestuur en de gilden over het uitblijven van de vergunningen. Blijkbaar was de strijd hard en lieten de compagnons van Gerrit het afweten, want op 19-2- 1771 en op 17-2-1772 kocht Gerrit van zijn partners een gedeelte van de brouwerij op voor een totaalbedrag van F.2000,-. Maar tenslotte streek Gerrit ook de vlag en verkoopt op 11 augustus 1772 een gedeelte van de 'gewesen' brouwerij, namelijk de mouterij, aan W. Lelijvelt met alle lasten, rechten en plichten.

    Gesina en Gerrit waren nicht en neef. Gehuwd op huwelijksvoorwaarden.
    Tr.a.: Asd no. 594/235. Not.akte 359[-11969-1211B] 11985.

    179 III. Jan Beckeringh, geboren op 26 december 1717 in Amsterdam; overleden op 6 december 1780 in Alkmaar.

    Doopgetuigen: Andries Bruiningh en Johanna Gratema.

    Jan Beckeringh: Handelaar in ontroerend goed te Alkmaar.

    Begraven: Amsterdam in Nieuwe Kerk.

    Jan liet op 21 november 1780 een testament opmaken. Hij verklaarde hierin dat Gesina Beckeringh, weduwe wijlen zijn broer Gerrit, een bedrag ontving van 250 gulden jaarlijks tot haar dood, maar dan moest zij wel ongehuwd blijven. Aan de dochter van zijn broer Dirk legateerde hij al zijn porselein. Aan Zijn neef Jan Jacob Beckeringh, woonachtig te Amsterdam, liet hij "een gouden ring met een boom, steentjes op de zelre, gearimoseerde met juweeltjes" na. Zijn dienstmeid, Johanna Eilssemius, kreeg een somma van één honderd vijftig gulden en een bed uit zijn toebehoren, maar dan moest ze wel nog bij zijn overlijden bij hem woonachtig zijn, want anders ging het niet door. De rest van zijn bezittingen gingen naar zijn broer Dirk.

    180 IV. Cornelia Beckeringh, geboren op 21 juni 1719 in Amsterdam; overleden op 24 juni 1727 in Amsterdam.

    Doopgetuigen: Dirk Cuijleman en Cornelia Beckeringh.

    05-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    04-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.(b)

    II. Op een teras tussen twee stronken een boom, waarachter een bijl schuinlinks, de snede naar onderen {Beckeringh}; III. Twee rozen naast elkaar, vergezeld van onderen van een lelie {?}; IV. Een rechterschuine balk, beladen van drie ringen {Van Besten}.
    GDW no.3161.

    Allardus Schepel was predikant samen met zijn vader in 1668 te Breede; predikant te Opwierde in 1671. In 1685 beroepen te Kloos-terburen als predikant, doch aldaar niet verschenen. Vermeld op lidmatenlijst Opwierde 1671 tezamen met zijn vrouw en schoonmoe-der.
    Na het overlijden van Lammetien, huwde Allardus met Froucke Haickens te Opwierde.

    Ds. Schepel te Opwierde is als neef van de bruid aanwezig bij het hc van Aise Rigts en Hille Lodewijks wed. Fokke Tammes (GRA 731/7166, fol 385, 24.8.1682). Zie voor hem ook: Nederlandsche Leeuw C (1983) kolom 418.

    Familiewapen Schepel:
    Een schepel (=korenmaat) met twee rechthoekige oren en staande op drie pootjes, vergezeld van drie rozen, geplaatst 2 + 1. {geen kleuren bekend, GDW. no.3160/3162}

    Kinderen van Lammegien Beckeringh en Allardus Schepel zijn:

    90 I. Margareta Schepel, geboren in 1668 in Breede (gedoopt op 16 augustus 1668 te Bedum); overleden op 13 april 1731 in Winschoten. Zij trouwde met Marcus Relotius (weduwenaar van Beerta Beckeringh -zie 31-) op 27 oktober 1693 in Groningen. Hij werd geboren rond 1649; overleden op 16 december 1715 te Winschoten.

    Margarita werdt vrij snel na het huwelijk geboren, misschien is dat de reden dat ze in Bedum gedoopt wordt en niet in Breede waar haar vader in haar doopjaar hulpprediker was bij zijn eigen vader.

    Ledenmatenlijst Winschoten: 5-6-1674 Marcus Relotius, medicus praticus.

    91 II. Gerhardus Schepel, geboren op 29 januari 1671 in Warffum; overleden op 10 augustus 1672 in Opwierda.


    28. Johannus Beckeringh
    werd geboren op 27 februari 1645 in Sauwerd en overleed op 22 juli 1685 in Garrelsweer. Hij trouwde met Marchien (Maria) Schultens op 14 februari 1674 in Groningen. Zij werd geboren op 20 oktober 1643 in Groningen en overleed in 1692 in Garrelsweer als dochter van Alberthus Schultens en Diewertien Jaspers.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Marchien Schultens zijn:

    + 92 I. Alberthus Beckeringh, werd geboren in 1675 in Garrelsweer; overleden rond 1715 te Sluis.

    + 93 II. Catharina Beckeringh, werd geboren in 1685 in Garrelsweer; overleden op 28 maart 1738 in Delfzijl.


    29.
    Wilhelmus Beckeringh werd geboren op 15 april 1647 in Sauwerd en overleed rond 1694 in Groningen. Hij trouwde (1) met Geertruida (Grietje) Wildervanck voor 1675. Ze overleed voor november 1680. Hij trouwde (2) met Teelke Mensinga (Mensink) op 20 november 1684 in Groningen. Zij werd geboren op 3 mei 1659 in Groningen en overleed in december 1719 te Woldendorp als een dochter van Hindrik Mensink en Elletjen Reijnders.

    Wilhelmus Beckeringh: ‘Borgerluitenant te Stede Groeningen’. Beroep: Brouwer en solliciteur te Groningen.

    Familiewapen Wildervanck:
    Gevierdeeld: I } In goud een staande valk van natuurlijke kleur, met om de hals een fladderend rood lint. II } In zilver een zwart gelijkarmig kruis, aan de uiteinde verbreed en overtopt met een driebladige gouden kroon. III } In ziver drie rode linkergeschuinde balken. IV } In goud een omgekerde zwarte hoorn en gesnoerd met rood.
    Helmteken: Soms de zwarte hoorn uit het schild, maar meestal een gekroonde helm.
    Helmkleden: Goud, gevoert van zwart.
    NP. 49. - GDW 5170.

    Teelke Mensinga (Mensink): Hertrouwde op 2-2-1697 met Antonius Havinga. Op 6-6-1718 als weduwe met atest van Groningen naar haar zoon Willem in Woldendorp.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Geertruida Wildervanck zijn:

       94 I. Maria Beckeringh, geboren op 9 november 1675 in Groningen. Overleden voor februari 1683.

      95 II. Johannus Beckeringh, geboren op 5 januari 1679 in Groningen; overleden rond 1723 in Delfzijl. Hij trouwde (1) met Averlina (Aurelia) Doedens op 4 maart 1707 in Groningen; werd ge boren op 1 maart 1688 in Groningen; overleden in 1710 als dochter van Doede Doedens en Grietjen Woldens. Hij trouwde (2) met Jantien Harmens Van Streun op 15 oktober 1713 in Delfzijl.

    Johannus Beckeringh: Student Phil. te Groningen op 22-1-1695. Predikant te Oterdum van 1706 - 1713 (verliet de gemeente).
    13 juni 1707; Aurelia Doedens, vrouw van predikant Beckeringh met attestatie van Groningen naar Otterdum.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Teelke Mensinga zijn:

       96 I. Maria Beckeringh, geboren op 18 februari 1683 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       97 II. Elliche Beckeringh, geboren op 16 september 1685 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

    + 98 III. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 18 januari 1688 in Groningen; overleden op 5 maart 1733 in Woldendorp.


    31. Beerta Beckeringh
    werd geboren op 16 november 1651 in Sauwerd en overleed voor april 1689 in Winschoten. Zij trouwde met Marcus Relotius op 4 oktober 1674 in Winschoten. Hij werd geboren rond 1649 en overleed voor 16 december 1715 in Winschoten.

    Ledenmatenlijst Winschoten:
    5-6-1674 Marcus Relotius, “Medicus praticus” (=Apotheker).
    Marcus huwde later nogmaals met a] Debora Schultens op 12-4-1689 en b] met Margarietha Schepel op 27-10-1693.
    Marcus Relotius komt voor (GRA 731/7389, fol 539 13.4.1693) wanneer hij “een behuzing en halve schuur tot Winschoot” pacht van H.J. Hamhuis, voor wie de schoonvader Eppo van Bolhuis zich borg stelt.

    Familiewapen Relotius:
    Drie verkorte versmalde linkergeschuinde balken waar tussen een kronkelende slang, met de staart naar rechts, onder de balk door en haar hoofd, over de bovenste balk naar beneden hangend naar links wijzen. Het schild gedekt door een Eigenerfde kroon.
    Wapenspreuk: Prutender.
    [geen kleuren bekend, GDW.no. 859.]

    Kinderen van Beerta Beckeringh en Marcus Relotius zijn:

       99    I. Johannes Relotius, gedoopt op 10 december 1675 te Winschoten; overleden voor oktober 1683.

       100 II. Anna Maria Relotius, gedoopt in maart 1677 te Winschoten. Geen overlijdensdatum bekend.

       101 III. Lubbertus Relotius, gedoopt op 29 oktober 1680 te Winschoten; overleden op 14 maart 1725 in Beerta. Hij trouwde met Doedtjen Nomdes op 29 februari 1704 in Beerta. Zij werd geboren rond 1684 in Beerta als dochter van Nomdo Tiaerts en Jantien Ottnes.

    Lubbertus Relotius: Apotheker en koopman te Beerta.

    Marriage Notes for Lubbertus Relotius and Doedtjen Nomdes: H.C. 29-2-1704 Beerta.
    Bruidegom: Marcus Relotius en Margrieta Schepels, vader en stiefmoeder, Haiko Beckeringh en Getruidt Carolinus, oom en moei.
    Bruid: Hinrich Hallewigh en Bouwe Tjaerdts, oom en moei, Doedo Tjaerts, oom, Etta Bruints, weduwe van Eltjo Swijkens, oude moei, Swijko Eltjens en Wijven Roelfs, neef en aangetrouw de nicht, Henrigh Sijpkens, aangetrouwde neef.

    Doetje hertrouwde op 25 april 1726 te Beerta met Jan Hindriks.

       102 IV. Johannes Relotius, werd gedoopt op 5 oktober 1683 in Winschoten; overleden op 12 november 1751 in Leer Ofrl. Hij trouwde met Catharin Meder op 17 augustus 1710 te Norden Ofrl. Zij werd geboren op 24 september 1690 te Norden Ofrl.; overleden op 3 januari 1724 te Hat zum Ofrl. als dochter van Johannes Meder en Trijntien Everts.

    Johannes Relotius: Predikant te Leer Ofrl.


    34. Lucretia Beckeringh
    werd geboren op 28 september 1661 in Sauwerd en overleed rond 1720 in Onderdendam. Zij trouwde met Leendert Smeding op 10 juni 1688 in Onderdendam. Hij was geboren op 28 september 1659 in Menkeweer en overleed op 28 februari 1711 in Menkeweer als zoon van Berent Smeding en N.N..

    Leendert (Leenardt) Smeding: Onderwijzer te Menkeweer.

    Kinderen van Lucretia Beckeringh en Leendert Smeding zijn:

       103 I. Berend Smeding, geboren op 21 april 1689 in Menkeweer. Hij trouwde met Aeltien Thiesens op 19 juni 1771.

       104 II. Lubbertus Smeding, geboren op 13 februari 1695 in Menkeweer.

      105 III. Anna Smeding, geboren op 25 mei 1701 in Menkeweer. Zij trouwde met Tiddo Oosterhuis op 18 augustus 1720 in Onder-wierum.


    39. Haycko Beckeringh
    werd geboren op 24 december 1670 in Sauwerd en overleed op 22 februari 1732 in Groningen. Hij trouwde met Geertruida Elizabeth Carolinus op 19 juli 1699 in Groningen. Zij werd geboren zo rond 1679 en overleed op 14 juli 1736 in Groningen als dochter van Rutgerus Carolinus en Maria Van Stellingwerf.

    Haycko Beckeringh: Bierbrouwer en Procureur te Stede Groningen.

    Kinderen van Haycko Beckeringh en Geertruida Carolinus zijn:

       106 I. Catharina Elisabeth Beckeringh, geboren op 11 september 1701 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       107 II. Elisabeth Beckeringh, geboren op 19 januari 1703 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       108 III. Lucretia Beckeringh, geboren op 8 oktober 1704 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       109 IV. Anna Beckeringh. Alleen bekend uit een oud familieregister.


    41. Anna Margaretha (Maria) Beckeringh
    werd geboren op 30 januari 1675 in Sauwerd en overleed in 1727 te Farmsum. Zij trouwde (1) met Bonno Römelingh op 12 januari 1695 in Winschoten. Hij was geboren in 1655 te Farmsum en overleed op 12 augustus 1701 in Farmsum als zoon van Theodoricus Römelingh en Catharina Jans; klzn. van Patrochus Römelingh en Anna Ovingh en van Jan Bonnes en N.N. Zij trouwde (2) met Marcus Pieters Diephuis op 16 oktober 1707 in Farmsum. Hij werd geboren rond 1683 in Farmsum en overleed op 26 september 1760 in Farmsum als zoon van Pieter Diephuis en N.N. klzn. van Cornelius Diephuis van Delfzijl.

    Anna Maria werd op 16-6-1693 te Winschoten kerklidmate. Zij woonde toen bij haar 23 jaar oudere halfzuster Beerte gehuwd aan Marcus Relotius. Spoedig na haar kerktoetreding verhuisde ze naar Farmsum [was ze huishoudster bij haar latere man, die toen weduwenaar was?] Toen er huwelijksplannen kwamen, keerde zij terug naar Winschoten tot haar huwelijk. Anna werd door het huwlijk met Bonno, de stiefmoeder van haar nicht Catharina gehuwd aan de zoon Thodoricus uit de eerste huwelijk van Bonno met Catrina Bonnes Jans.
    Bonne Römelingh ging op 17 jarige leeftijd naar Denemarken met zijn oom Konrad Römelingh. Hij was daar militair en wel als vaandrig in het Koninklijke lijfregement te voet bij de c.o.p. van de kapitein Friedrich van Boynenburg. Zijn vaandrigsoldij bedroeg 10 Rigsdaler per maand, en krachtens zijn rang had hij recht op het gebruik van twee paarden. In 1681 keerde hij op verzoek van de Heer van Ripperda van Farmsum, terug naar Farmsum. Daar werd hij schoolmeester en koster, en sinds 1-7-1684 ontvanger van de Farmsumer zijl. Zijn schoolmeestertractement be-droeg Fl.300,= p/jaar. Voor het secretariaat van de Farmsumerzijl kreeg hij jaarlijks 20 C.gld. wat later werd verhoogd naar 30 C.gld.
    In jan. 1685 kocht hij negen grazen land voor 650 gld. (de Bonecamp) en in mei-juni 1688 vier akkers en een heem. Voorheen huurde hij land van de kerk. Wellicht was hij in 1692 diaken, want op 5 okt. 1692 40 gld. aan hem betaald "an achterstallige renten vor die armen".

    Na haar mans dood zette Anna diens werk voort. Enige jaren lang ontving zij volgens noties in de kerkvoogdijrekeningen "haer tractement" van 1701 t/m 1705; er was dus geen geen andere schoolmeester. Na haar tweede huwelijk met Markus gaf zij het stokje over aan haar man.

    Op 16-10-1707 was er een boedelscheiding tussen Anna en haar drie kinderen uit haar eerste huwelijk.

    Familiewapen Römelingh:
    In blauw een regenboog, zijnde een gewelfde dwarsbalk van goud-rood-groen-zilver, vergezeld van drie gouden stralende aangezichtszonnen, geplaatst 2 - 1.
    helmteken: Een blauwe vlucht, waartussen een zon van het schild.
    helmkleden: Blauw, gevoert van goud.
    FDFG. pag: 159/2 - gen: Romelingh.

    Marcus Pieters was ontvanger van de Farmsumer zijl en collector en werd na het huwlijk met Anna ook schoolmeester te Farmsum. Na de dood van Anna hertrouwde Marcus met Stijntje Dercks.

    Ledenlijst HK Farmsum 1721:
    30. De E. Marcus Diephuijs schoolmr en organist en desselfs huijsvr:
    31. Anna Maria Beckeringh obijt 1727.

    Boedelbeschrijving van Anna Maria Beckeringh en haar man M. Diephuis te Farmsum; datering 1729-05-19.
    Op 16-12-1760 verdeling nalatenschap van Marcus en de dochters Anna Maria en Geetruida, onder de goederen was de Bonecamp van 9 gra-zen.

    Familiewapen Diephuis:
    In rood een blauwe linker geschuinde balk, beladen met drie zilveren sterren.
    Helmkleden: Links; Blauw gevoert met zilver. Rechts: Rood gevoert met zilver.
    Helmteken: Een zilveren ster.
    {NP. 18}

    Kinderen van Anna Beckeringh en Bonno Römelingh zijn:

       110 I. Lubbertus Römelingh, geboren rond 1695. Trouwde met Anje Wibbes rond 1717 te Noord- broek.

       111 II. Catharina Römelingh, geboren rond 1698. Zij trouwde met Jacobus Rozenvelt rond 1720 in Noordbroek.

       112 III. Edzart Römelingh, geboren rond 1700. Hij trouwde met Metje Jans rond 1729 in Farmsum.

    Kinderen van Anna Beckeringh en Marcus Diephuis zijn:

       113 I. Hermanus Diephuis. Overleden voor december 1760.

       114 II. Anna Maria Diephuis. Geb/ged rond 1720. Zij huwde op 3 april 1739 met Jan Abels Doesburg, zoon van Abel Doesburg en Ida Berents.

       115 III. Geertruid Diephuis. Overleden na december 1760.


    42. Samuel Beckeringh
    werd geboren op 20 november 1650 in Bergen op Zoom en overleed op 17 mei 1745 in Bergen op Zoom. Hij trouw-de met voor ons een onbekende dame.

    Samuel Beckeringh: Doopgetuige is Henricus Mispelblom.

    Kinderen van Samuel Beckeringh en N.N zijn:

       116 I. Willemijn Beckeringh, geboren in 1680 te Bergen op Zoom; overleden op 21 juni 1683 in Bergen op Zoom.

       117 II. Francijntje Beckeringh, geboren in 1681 te Bergen op Zoom; overleden op 4 maart 1691 in Bergen op Zoom.


    43. Willem Beckeringh
    werd geboren op 16 juni 1652 in Bergen op Zoom en overleed na 1714. Hij trouwde met Maria (La) Ro(o)s op19 oktober 1708 in Bergen op Zoom. Geen data’s bekend.

    Willem Beckeringh was getuige bij het huwelijk van Mattheus Pilaert en Ann Diertens op 29 mrt. 1695 te Bergen op Zoom.

    Kinderen van Willem Beckeringh en Maria Ro(o)s zijn:

       118 I. Benjamin Beckeringh, gedoopt op 16 september 1709 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Heijndrick de Graef en Anna Ros.

       119 II. Wilhelmina Beckeringh, gedoopt op 9 januari 1711 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Ariaen Corstiaense en Anneke van Linschooten.

       120 III. Johannes Beckeringh, gedoopt op 4 november 1712 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Hendrik Bochx en Margrieta van Neelp.

       121 IV. Anthony Beckeringh, gedoopt op 7 november 1714 in Bergen op Zoom. Gen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Cornelis Jonkvelt en Martyntje Jonkvelt.


    46. Anthony Beckeringh
    werd geboren op 11 augustus 1658 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend. Hij trouwde (1) met Anne-ken Franooise op 24 april 1680 in Bergen op Zoom. Zij was bij het huwelijk afkomstig van Roermond en overleed tussen 1688 - 1690 in Ber-gen op Zoom. Hij trouwde (2) met Tanneken Van Hespen rond 1690 te Bergen op Zoom.

    Anthony Beckeringh: Soldaat onder Granalje.

    Kinderen van Anthony Beckeringh en Anneken Franooise zijn:

       122 I. Willem Beckeringh, gedoopt op 5 september 1685 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuige; Fransintje Mispelblom.

       123 II. Johannes Beckeringh, gedoopt op 24 februari 1688 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Kind van Anthony Beckeringh en Tanneken Van Hesppen is:

       124 I. Francientien Beckeringh, gedoopt op 27 mei 1691 in Bergen op Zoom; overleden op 4 maart 1693 in Bergen op Zoom.


    54. Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 12 oktober 1654 in Groningen en overleed rond 1697 in Groningen. Hij trouwde met Marga-rietha Wildervanck op 26 januari 1675 in Groningen. Zij werd geboren op 22 augustus 1655 in Groningen en overleed aldaar op 3 oktober 1687 als dochter van Jan Wildervanck en Annechjen Mees; kldr. van Geert Adriaans en Fenne Geerts en van Peter Mees en Grietje Waldriks.

    Wilhelmus Beckeringh: Bij 't huwelijk gewettigd. Sollicteur/burger-luitenant te Groningen.

    Familiewapen Wildervanck:
    Gevierdeeld: I } In goud een staande valk van natuurlijke kleur, met om de hals een fladderend rood lint. II } In zilver een zwart gelijk-armig kruis, aan de uiteinde verbreed en overtopt met een driebladige gouden kroon. III } In ziver drie rode linkergeschuinde balken. IV } In goud een omgekerde zwarte hoorn en gesnoerd met rood.
    Helmteken: Soms de zwarte hoorn uit het schild, maar meestal een gekroonde helm.
    Helmkleden: Goud, gevoert van zwart.
    NP. 49. - GDW 5170.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Margarietha Wildervanck zijn:

       125 I. Anna Beckeringh, geboren op 18 februari 1683 in Groningen; overleden in 1685 in Groningen.

       126 II. Maria Beckeringh, geen data’s. {Alleen bekend uit de oude familieregisters}


    55. Aeltien Beckeringh
    werd geboren op 13 november 1655 in Appingadam en overleed op 5 april 1676 in Huizinge. Ze trouwde met Johan Meder rond 1676 in ?. Hij werd geboren op 17 maart 1651 in Emden en overleed op 25 april 1697 in Huizinge.

    Aeltien Beckeringh: Gedoopt op 5 juli 1657 te Appingadam.
    Aeltien stierf in het kraambed van haar eerste doodgeboren zoon. Op haar grafzerk staat vermeld:
    "Hijr rust ik Aeltien Beckeringh, met mijn en Meders eerstelingh, In Christo hoope wij op te staan en beijde dan ten Hemel gaan. den 5 April 1676".

    Johan Meder: Med. Doctor.

    Kind van Aeltien Beckeringh en Johan Meder is:

       127 I. N. Meder, (dood)geboren in 1676; overleden in 1676.


    60.
    Beerta Beckeringh werd geboren op 3 december 1663 in Huizinge en overleed op 11 mei 1731 in Uithuizen. Zij trouwde met Eildert (Eij-lert) Berents op 13 juli 1684 in Westerwijtwerd. Geboorteplaats en -datum onbekend, hij overleed op 6 augustus 1715 in Uithuizen als zoon van Berend Eilerts en N. N.

    Eildert (Eijlert) Berents: Advocaet tot Uijthuijsen. Richter (rechter) verbonden aan het Huis van Menkema.
    Begraven: Uithuizen. Begr. in de Becken 31 gld. 11 st.

    Acte van ruil tusschen a. jonker Mello Alberda, heer van Menkema, en Jacob Rengers, als kerkvoogden te Uithuizen, en b. Eylart Berens en diens vrouw Beerta Beckeringh, van grafkelders in de kerk te Uithuizen. Datering 1698 sep 22

    Familiewapen Berents:
    Op een terras in het linker schildhelft een bos van twee bomen en in rechter schildhelft een omgewende hert, staand met kop, hals en linkerpoot voor de rechtse boom.
    {GDW. no:3739/2742}

    Marriage Notes for Beerta Beckeringh and Eildert Berents:
    “13-07-1684 Eijlert Berents, advocaet tot Uijthuijsen, cop de Deughtsame Beerta Beckeringh, tot Huijsinga”.

    Kinderen van Beerta Beckeringh en Eildert Berents zijn:

       128 II. Hendricus Eilerts, geen data’s.

       129 III. Henrica Eilerts, gedoopt op 10 juli 1687 in Uithuizen.

       130 IV. Lambertus Eilerts, gedoopt op 21 juli 1689 in Uithuizen; overleden voor 1690 in Uithuizen.

       131 V. Lambertus Eilerts, gedoopt op 26 juli 1690 in Uithuizen; overleden op 23 oktober 1745 in Uit- huizen.

    Lambert is driemaal getrouwt; ten 1e maal met Margaretha van Julsingha (4-6-1723); den 2e maal met Grietien Cleveringa (2-9-1731) en de 3e keer met Atje Timens (30-11-1732).

    Beroep: Rechter te Uithuizen + Secretaris Winsumer en Schapharster Zylen.

       132 VI. Alagonda Eilerts, ged. op 20 april 1704 te Uithuizen; overleden op 7 juni 1788 te Winsum. Zij huwde op 30 april 1730 te Groningen met Gerryt Allershof.


    61. Gesina Beckeringh
    werd geboren op 8 december 1665 in Huizinge en overleed op 6 december 1704 in Amsterdam. Zij trouwde met Ger-hard Van Overbeek in 1682 te Amsterdam. Hij werd geboren op 21 november 1666 in Amsterdam en overleed op 26 september 1730 in Amsterdam als zoon van Daniel Van Overbeek en Margarita Huysman.

    Gerhard Van Overbeek: Handelaar in hoeden en stoffen te Amsterdam.

    Kinderen van Gesina Beckeringh en Gerhard Van Overbeek zijn:

       133 I. Cornelia Van Overbeek, geboren op 22 december 1694 in Amsterdam.

       134 II. Sara Van Overbeek, geboren op 22 december 1694 in Amsterdam; overleden voor december 1704.

       135 III. Jacoba Aletta Van Overbeek, geboren op 21 mei 1698 in Amsterdam.

       136 IV. Lambertus Van Overbeek, geboren op 9 juli 1700 in Amsterdam.

       137 V. Sara Van Overbeek, geboren op 3 december 1704 in Amsterdam. Ze trouwde met Jan Barent Grimmelius voor april 1733.

       138 VI. Daniel Van Overbeek, overleden voor december 1768. Gehuwd met Geertruida Brengers.

    Daniel van Overbeek ging in dienst bij de VOC en werd benoemd tot Gouveneur en Director van Ceylon van 1742 t/m 1775.

    Akte inv.nr. U184a28, aktenr. 203, d.d. 06-12-1768. Aktesoort Ontslag. Notaris H. Van Dam, Utrecht. Uittreksel:
    Naam eerste partij: Jan Cornelis du Quesne. Woonplaats eerste partij: Utrecht.
    Naam tweede partij: boedel Daniel Overbeek.
    Samenvatting inhoud akte: uit arrest op onder de momberkamer van Amsterdam berustende gelden. Verwijzingen: arrest d.d. 23-8-1758 voor het gerecht van Amsterdam.
    Bijzonderheden: Daniel Overbeek, in leven ordinaris raad van Nederlands Indië.
    Bijzonderheden: overdracht van actie aan Reynier Daniel van Overbeek tegen de erfgenamen van zyn broer.
    Zie tevens Fam. Archief Bolhuis – 080.7 inv. No: 29.


    63. Wilhelmus Johannus Beckeringh
    werd geboren op 25 april 1670 in Huizinge en overleed op 26 januari 1709 in Huizinge. Hij trouwde met Michelina Folckers op 6 mei 1697 in Huizinge. Zij werd geboren op 22 april 1675 in Groningen en overleed in 1705 te Huizinge als een dochter van Hermannus Fol(c)kers and Catharina D(a)eij; kldr. van Marten Pieters Daeij en Mechteltjen Aelberts.

    Wilhelmus Johannus Beckeringh: Stond op 25-1-1687 ingeschreven als student te Groningen onder de naam 'Guilielmus Ommelandus'. Zie te-vens ‘t koorhek te Huizinge daar wordt gemeld; "Reverendus Dominus Guilieimus Joannis Beckeringh". Tussen 1696 - 1709 predikant te Huizinge.
    "Grafstede van Dn. Wilhelmus Beckeringh, in leven Predicant dezer gemeijnte tot Huizinga, Lamberti filius, Wilhelmi nepos, bevestigt Anno 1696 overliden 1709".
    "Grafstede van Vr. Mechelina Folkers in leven Huisvrouw van Dn. Wilhelmus Beckeringh Predi-cant alhier tot Huijzinga getrout Anno 1697 overleden 1705".

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Michelina Folckers zijn:

        139 I. Hermanus Beckeringh, geboren op 18 januari 1698 in Huizinge; overleden in 1699 in Huizinge.

    + 140 II. Henrica Beckeringh, geboren op 7 december 1699 in Huizinge; overleden op 16 augustus 1786 in Amsterdam.

       141 III. Catharina Maria Beckeringh, geboren op 7 oktober 1700 in Huizinge; overleden in december 1701 te Huizinge.

       142 IV. Hermanus Beckeringh, geboren op 2 oktober 1701 in Huizinge; overleden in 1702 te Huizinge.

       143 V. Catharina Maria Beckeringh, geboren op 11 september 1702 in Huizinge; overleden rond 1704 in Huizinge.


    65.
    Lambertus Beckeringh werd geboren op 20 juni 1675 in Huizinge en overleed op 30 oktober 1761 in Groningen. Hij trouwde met Ella Catharina Sijpkens 14 januari 1706 in Groningen. Ze werd geboren rond 1683 in Eexta en overleed op 26 oktober 1754 in Groningen als een dochter van Tammo Sijpkens en Aeltien Seyll; kldr. van Sypko Heerens en Eltje Jans Broeils en van Hindriks Dercks Seyll en Ella Vuist.

    Lambertus stond op 21 januari 1691 ingeschreven als student rechten te Groningen.
    Lambertus was eerst advocaat, daarna werd hij in 1709 t/m 1749 was hij secretaris van de Gedeputeerde Staten van Stad en Lande {= Gro-ningen}. Vermoedelijk heeft hij zijn ontslag gekregen ten gevolge van de Staats omwenteling in het jaar 1748.
    Daarnaast was hij tevens voogd van het Zeyls Gasthuis in de Visserstraat te stede Groningen. Catharina was erfvoogdes van het Zeyls Gasthuis in Groningen, zij had dit 'geërfd' via haar moeder van haar oom Hopman Derk Seyll.

    "De Advocat Beckeringh en Redger Bolhuis in 't jaer 1705 met de Chaise (=sjees) gedaen".
    In het maandblad Oud Utrecht, maart 1957 en ook in het Archievenblad van mei 2004 staat "Op 16 juli 1705 maakten advocaat Beckering en Redger Bolhuis een reis van Groningen naar Kleef." Ook zou Lambertus een reis hebben gemaakt van Groningen over Arnhem naar Amsterdam en terug.

    Datering 1735.
    Akte van verkoop door de gebroeders Henricus en Theodorus Gelsing aan Lambertus Beckering, secretaris van de provincie en zijn vrouw Cathariana Sijpkens van 36 grazen land onder Westerdijkshorn, onder beklemming in ge-bruik bij Jelte Reinders en zijn vrouw.

    De familie woonde aan de St. Jans Walle te Groningen.

    Familiewapen Sijpkens:
    In goud een omgewende blauwe leeuw, zijnde roodgenageld en getongd.
    Helmteken: een uikomende rode leeuw.
    Helmkleden: rechts goud gevoert van zwart en links goud gevoert van blauw.
    Wapenspreuk: "Ljeaver dea as slav". {NP.33}

    Lambertus heeft bij de V.O.C. zo omtrent 1720} in India een Sits laten bestellen, met het familiewapen der Beckeringhs. Dat Lambertus deze ‘sprei’ heeft besteld is vooral gebaseerd op twee gronden, daar men geen opdracht heeft gevonden. Ten eerste: In het ‘Huisboek’ van zijn oudste zoon Wilhelmus is een afrekening te vinden aan de V.O.C. Ten tweede: de zuster van Lambertus was, zoals wij zagen, gehuwd aan G. van Overbeek. En deze was koopman in hoeden en stoffen te Amsterdam en had duidelijke verbinding met V.O.C. kamer te Amsterdam. En een zoon van hun werd Gouverneur en Director van Ceilon.
    Sits is de Oud Hollandse naam voor een glanzende katoen die ook ingeburgerd is onder de Engelse term ‘Chintz’. Sits is onder meer afgeleid van het inheemse Indiase woord ‘Chitta’, dat bont gekleurd betekent. De sitsen werden dan ook van oorsprong met de hand beschilderd met veelkleurige bloemmotieven. Het ‘Commande element’ is bij de Indiase sitsen met familiewapens sterker aanwezig dan bij enige ander type Sits op bestelling. Sitsen met wapenschilden en monogrammen werden gebruikt als beddenspreien, tafellakens en servetten. Doorgaans werd het wa-pen in India geschilderd, al kon het voorkomen dat het pas in Nederland werd gedaan. Er zijn echter ook stukken bekend waar het wapenschild nooit werd ingevuld en ander waar de plaats was bestemd voor het familiewapen, is ingevuld met een ander motief. De vroegste Nederlandse be-stelling van een wapen-sits stamt uit 1614. De overgeleverde stukken dateren voornamelijk uit de eerste helft van de 18e eeuw. Vergeleken met buitenlandse wapens is het aantal bewaarde sitsen met Nederlandse familiewapens opmerkelijk groot. De doorgestikte en gewatteerd bedden-sprei van 263 x 330 cm is gevoerd met donkergele zijde en gemaakt van katoen en het is vermoedelijk afkomstig van de Indiase Coromandel-kust en is gemaakt zo tussen 1700 - 1720. Ver-moedelijk in de plaats Negapatnam. De Sits is in het midden versierd met het familiewapen der Beckeringh's en in de vier hoeken is een zogenaamde Spiegel Monogram geplaatst met vermoedelijke de letters E.C en E.L en G.O en D.O. Al verschilt men hierover van menig. Het is mij overigs niet bekend voor wie deze letters gelden. Op de rest van van het middenveld en de rand bloem- en bladmotieven in verschillende tinten rood, blauw, geel en groen op wit fond.
    Dat deze sits momenteel nog te aanschouwen is voor een ieder is een groot toeval. Een familie, welke totaal niet verbonden is door enige ver-wantschap aan de familie Beckeringh, heeft deze sits bij toeval gekocht op een rommelmarkt zo rond 1985. De Sits heeft nog enige tijd bij hun op de vliering gelegen, tot men er achter kwam dat het toch wat bijzonder was. Men probeerde via het familiewapen er achter te komen met welke familie men te maken had en kwam zo terecht in de provincie Groningen en bij het Groninger Museum. Na restauratie van de Sits werd het eerst tijdelijk in bruikleen gegeven aan de Menkemaborg en werd later geschonken aan het Groninger Museum. Daar wordt het momenteel vakkundig verzorgd en opgeslagen. {zie pag.37}

    Kinderen van Lambertus Beckeringh en Ella Sijpkens zijn:

    + 144 I. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 1 september 1706 in Groningen; overleden op 15 juli 1788 in Groningen.

    + 145 II. Alegonda Beckeringh, geboren op 5 oktober 1710 in Groningen; overleden op 5 augustus 1780 in Warffum.

       146 III. Theodorus Beckeringh, geboren op 5 augustus 1708 in Groningen; overleden in 1710 te Groningen.

    + 147 IV. Theodorus Beckeringh, geboren op 21 augustus 1712 in Groningen; overleden op 30 augustus 1790 in Groningen.

       148 V. Hendrika Beckeringh, geboren op 24 augustus 1714 in Groningen; overleden rond 1715 in Groningen.

       149 VI. Lambertus Beckeringh, geboren op 21 februari 1717 in Groningen; overleden rond 1769 in Groningen. Hij trouwde met Jacomina Telghuis op 27 oktober 1764 in Groningen. Geboren op 7 januari 1743 in Krewerd; overleden na 1786 als dochter van Gerhardus Telghuis en Geertruida Uden.

    L. Beckeringh: Op 11-9-1736 student Jurespentie te Groningen. Advocaat te Stede Groningen. Een schilderij van Lambertus bevind zich in het museum Het Hoge land te Warffum.
    Krewerd 09-10-1771: “Na voorgaand onderwijs en daarop gedane geloofsbelijdenis tot lidmaat aange nomen: De Vrouw Jacomina Telchuis weduwe van de Heer Gesu. [rest onleesbaar ] .ren L. Beckerinck (met attestatie vertrokken naar Holwijrda)”.

    Uit ledematen Farmsum: 2 juli 1786. Jacomina Telchuis, weduwe Beckeringh, met attest. van Zeerijp.

       150 VII. Hendrik Jan Beckeringh, geboren op 30 juli 1719 in Groningen; overleden in december 1719 te Groningen.

       151 VIII. Lambertus Gerhardi Beckeringh, geboren op 17 mei 1722 in Groningen; overleden rond 1724 in Groningen.


    Generatie No: 6.


    73. Johannus Gerrardus Beckeringh
    werd geboren op 26 april 1679 in Lutjegast en overleed op 5 juli 1737 in Garmerwolde. Hij trouwde met (1) Catharina Schaink op 16 juni 1709 in Garmerwolde. Zij werd geboren op 1 december 1676 in Oosternieland en overleed op 14 april 1720 in Garmerwolde als dochter van Hen(d)ricus Schainck en Johanna Hoedenborgh; kldr. van Hindrick Schaink en Teetje Jans en van Aylt Hoedenborgh en Geesje Jansen. Hij trouwde (2) met Luthina (Luckjen) Wij(y)pkens op 28 maart 1722 in Garmerwolde. Zij werd geboren rond 1700 in Ten Post en overleed voor 1780 als een dochter van Jan Wijpkens en N. N.

    Johannus Beckeringh was predikant te Garmerwolde van 21 oktober 1708 tot zijn overlijden op 5 juli 1737. Het was voor hem de eerste gemeente en tevens zijn laatste.

    Predikantstraktement te Garmerwolde.
    Het vrij bewonen van de pastorie was een der emolumenten van de predikanten, die voor hun arbeid verder een traktement ontvingen dat door meerdere instanties werd opgebracht. Het Pepergasthuis was verplicht tot de betaling van 15 gulden. Daarnaast genoten ze de huuropbrengst van 38 grazen pastorieland. De 17e eeuwse predikanten Rhodius (1663 - 1679), Stechnerus (1681 - 1687) en Ter Maeth (1687 - 1707) ontvingen jaarlijks 150 caroli gulden van de provincie, en 250 caroli gulden en 10 stuivers van de kerkvoogdij, zijnde de opbrengst van een heerd van 34 grazen en een vrije donatie.
    Wanneer Ter Maeta's opvolger J. Beckeringh in 1711 de staat van zijn inkomsten opmaakt, noteert hij onder het hoofd "an gelt" 150 gulden van de provincie en hetzelfde bedrag van de kerk, alsmede de 15 gulden die hij van het Pepergasthuis ontvangt. De kerkvoogdij betaalt hem bovendien 41 gulden en 10 stuivers als vergoeding voor het "schoorsteengeld" en de kosten, verbonden aan deelname aan de classicale en synodale vergaderingen. Tenslotte krijgt hij nog 50 gulden, maar, zo voegt hij er aan toe, "dit moet jaarlijks verzocht worden op kerckenree-ckeninghdagh". De afdeling "landerijen" in bovengenoemde staat omvat 5 posten: 14 grazen, gelegen bij de pas-torie, 20 grazen die zich achter de toren bevinden, een stuk van 5 grazen "hebbende ten Noorden de Stadt weg", 36 grazen land, onder beklemming bij de kerkvoogdij in gebruik die daarvoor jaarlijks 100 gulden huur betaalt. Ten-slotte nog "een heemstede van Geert Jansen".
    In 1686 en 1717 werd het dorp opgeschrikt door de grote overstromingen die de provincie teisterden. De vloed van 1717 richtte een enorme ravage aan in het dorp. Eén inwoner kwam om, 27 huizen werden vernield en 514 stuks vee verdronken. Armoede moet hier het gevolg van geweest zijn hetgeen een extra belasting betekende voor de diakonie.
    Naast deze beroeringen, die door factoren van buitenaf werden veroorzaakt, ontstonden er ook een enkele keer interne moeilijkheden in het kerspel, zoals met de bewoners van Heidenschap in de 60er jaren van de 17e eeuw. Maar verder beperkten de moeilijkheden zich tot burenruzies en soortgelijke zaken, welke door de kerkeraad werden gestraft met tijdelijke uitsluiting van het avondmaal. Alleen in 1736 deed zich een ernstiger geval voor. Toen meende ds. Beckeringh een geval van tovenarij te bespeuren in zijn gemeente. Na enige aandrang wist hij de weduwe Jantien Claassens tot de verklaring te brengen, dat haar zoon en kleindochter zich bezig hadden gehouden met tovenarij en goddeloosheden. Deze kwestie zette bij de beschuldigde partij zulk kwaad bloed, dat er 20 jaar later nog een felle ruzie ontstond tussen enige familieleden der betrokkenen en de kerkeraad.
    Arch.Herv.Gem. Garmerwolde, inv.nr. 1, 1735 september 27 + Arch. Herv.Gem. Garmerwolde, inv.nr. 2, 1750 maart 8.

    8 December met attestatie van Groningen te Garmerwolde: “Catarina Schainks huisvrouw van Dom: Bekkering van Groningen”.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Catharina Schaink zijn:

       152 I. Asselinna Beckeringh, geboren in 1710 te Garmerwolde; overleden in 1712 te Garmerwolde.

       153 II. Johanna Beckeringh, geboren in 1711 te Garmerwolde; overleden in december 1711 te Garmerwolde.

    + 154 III. Gerrardus Beckeringh, geboren op 7 oktober 1712 in Garmerwolde; overleden op 10 december 1762 in Eenum.

       155 IV. Henricus Beckeringh, geboren tussen 1712 - 1717 in Garmerwolde. Overleden na april 1746.

       156 V. Titia Beckeringh, geboren tussen 1712 - 1717 in Garmerwolde; overleden na 1734.

    Garmerwolde: 1734; 12 December na belijdenis Titia Bekkeringh.

    + 157 VI. Abraham Beckeringh, geboren op 17 maart 1717 in Garmerwolde; overleden rond 1781 in Ulrum.

      158 VII. Gesina Beckeringh, geboren in 1719 in Garmerwolde; overleden op 6 april 1799 in Amster- dam. Zij trouwde met haar neef Gerrit Beckeringh (zie no.178) op 8 maart 1751 in Amsterdam geboren op 21 mei 1716 in Amsterdam; overleden op 4 februari 1780 in Alkmaar als zoon van Jan Johannes Beckeringh en Catahrina De Porter.

    Gerrit was koopman en bier brouwer te Alkmaar aan ’t Voormeer.

    Gesiena verkoopt op 13 juni 1781 al haar ontroerend goed in Alkmaar en vertrekt naar Amsterdam.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Luthina Wijpkens zijn:

       159 I.  Tycia Beckeringh, Geen data’s bekend, alleen bekend uit oude familieregisters.

       160 II. Hendricus Beckeringh, Geen data’s bekend, alleen bekend uit oude familieregisters.


    74.
    Anna Beckeringh werd geboren in 1681 te Lutjegast en overleed rond 1760. Zij trouwde met Berend Harms rond 1715 in Amsterdam.

    Het echtpaar was aanwezig op 24 september 1740 als getuigen bij het huwelijk van Wybina Beckeringh en Jurjen Melles (no.172). Zij worden vermeld als Moei en aangetrouwde oom.

    Kinderen van Anna Beckeringh en Berend Harms zijn:

       161 I. Oest Beerents. Geen data’s bekend.

       162 II. Jurjen Beerents. Geboren rond 1719 te Amsterdam. Overleden na september 1759.


    75. Michiel Beckeringh
    werd geboren op 26 augustus 1683 in Nieuw-Scheemda en overleed rond april 1750 in Groningen. Hij trouwde met Alagonda Woldringh op 26 augustus 1710 in Groningen. Zij werd geboren op 2 augustus 1691 in Groningen en overleed na april 1750 in Groningen als dochter van Johannes Woldringh en Elijsabeth Helmholt; kldr. van Cornelius Woldringh en Aaltje Fust en van Jacobus L. Helmholt en Renske Louwens.

    Michiel en Alagonda waren doopgetuigen in Amsterdam bij Alagonda, dr. van Jacobus Beckeringh en Catharina Schram.

    Michiel Beckeringh: Brouwer en burgerluitenant te stede Groningen.

    Familiewapen Woldringh:
    In goud een van twee rijen zilver geschaakt kruis, met in de vier hoeken vergezeld van zwarte, groen geloofde knollen.
    Helmteken: Een knol van het schild.
    Helmkleden: Rood, gevoert van goud.
    NP.6; FDFG no. 209; Muschart 37J; Ned.Leeuw 1912

    Kinderen van Michiel Beckeringh en Alagonda Woldringh zijn:

       163 I. Jacob Beckeringh. Geen data’s

      164 II. Asselina Beckeringh, geboren op 1 januari 1712 in Groningen; overleden voor augustus 1790. Zij trouwde (1) met Hendricus Radijs op 21 september 1738 in Groningen; geboren op 9 augustus 1715 in Groningen; overleden op 4 september 1756 in Groningen als zoon van Chistopher Radijs en Gesina Munnincks; klzn. van Cornelius Radijs en Elisabeth van Bijler en van Henric Munnincks en Grietjen Blankenstein. Zij trouwde (2) met Durandus Bontjes op 30 juli 1757 in Groningen; gedoopt in Leeuwarden op 14 december 1732; overleden voor 1815 te Meppel. Zoon van Hendrik Bontjes en Jabina Mallers.

    Hendricus Radijs: Luitenant - Chirugijn.
    Durandus Bontjes: Chirugijn.

    Beslissingen door de kluftheren in de geschillen tussen: De freules van Steenhuisen in Kattenhage en Durandus Bontjes chirurgijn, wonende naast de freules, betreffende: a. het stoken van vuur op het open plaatsje achter zijn huis. 1753 juli 4 en juni 30; en 1757 juli 30 (met getuigenverklaring d.d. 11 juli 1757), - en b. het verstoppen van de afwatering van het huis der freules. 1757 juni 30.

    Toegangsnummer: 669-73. Datering 1759 april 20:
    Akte van overdracht door Durandus Bontjes chirurgijn en Asselina Bekkering, e.l. aan Aurelia Swart wed. Beilanus van een huis ten oosten van de St. Walburgstraat en ten noorden van het huis der freules Steenhuisen.
    NB Verleden voor burgemeesteren en raad van Groningen; met resten van het stadszegel in groene was; onderteken door twee raadsleden en de secretaris. - In dorso: "Coopbrief van de chirurgijn D. Bontjes."

    Marriage Notes for Asselina Beckeringh and Hendricus Radijs:
    In het H.C. van 4 sept. 1738 worden als dedigslieden aan bruidegomszijde genoemd zijn vader Christoffel Radijs en Ettien Dronrijp als aangetrouwde moeder; Wolther Radijs en Gesina Elama als oom en tante; Vaandrig Claas Smith en Margaretha Radijs als zwager en zuster. (Gruoninga 1995)

    Durandus Bontjes wedn te Meppel N.N. met att. van Meppel en Steenwijk.  Hertrouwde op 8 aug 1790 te Havelte met Geertjen Ragius, jd. te Steenwijk. (vermoedelijk overleden in 1824 te Kampen [akt.no.163-Kampen])

        165 III. Johannus Beckeringh, geboren op 8 september 1712 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

    + 166 IV. Gerardus Beckeringh, geboren op 17 september 1715 in Groningen.

    + 167 V. Jacobus Beckeringh, geboren op 22 juli 1717 in Groningen; overleden rond december 1760 in Amsterdam.

       168 VI. Elisabeth Beckeringh, geboren op 13 augustus 1720 in Groningen; geen overlijdensdata. Zij trouwde met (1) Johannus Van Langen op 9 mei 1756 in Groningen; overleden voor 1766. Zij trouwde (2) met Jan Kuilman op 29 juli 1766 in Groningen.

       169 VII. Andreas Beckeringh, geboren op 27 april 1723 in Groningen; overleden in 1726 te Groningen.

       170 VIII. Michaël Beckeringh, geboren op 4 september 1726 in Groningen; overleden op 9 april 1758 te Delmina Guinea Hij ging in ot met Petronella Elisabeth Schram op 12 januari 1754 in Groningen en trouwde op 15 juni 1754 te Amsterdam. Geboren op 29 juni 1727 in Amsterdam; overleden op 2 februari 1755 te Delmina - Guinea, als dochter van Sebastiaans Schram en Geertruida Elisabeth Heijr.

    Michael Beckeringh stond op 19 aug. 1743 ingeschreven als student Phil. te Groningen. Predikant in dienst van de W.I.C. te St.george D’Elmina aan de kust van Guinea. Bij zijn huwelijk wordt hij al genoemd 'predikant St. George Delmina'. Enige maanden later vertrekt hij pas, dat wil zeggen op 8 okt 1754, met Petronella Elisabeth Schram naar de Kust van Guinea. Zijn vrouw en kind verliest hij bij haar eerste bevalling, zij op 2 febr, het kind op 2 mrt. 1755. Op de ‘Generale Lijste van Overledenen van 1758’ lezen we dat op 9 april 1758 is overleden “Michael Beckering, geb Groningen, Predicant Voor den Kamer Amsterdam”.
    Uit een onderzoek door J.Hage is niet duidelijk geworden wanneer Michael Beckering voor de tweede maal trouwde. Wel is bekend dat op 7 februari 1757 Michael Beckering, predikant & mejuffrouw Johanna Agtienhooven, woondende in 't Hoofdcasteel (kasteel Elmina) ten overstaan van Roelof Ulsen een testament maken op de langstlevende. Zij moet waarschijnlijk op zijn verzoek naar de kust van Guinea zijn gekomen, het geen een grote uitzondering was. Of zij nog leeft als Michael sterft in 1758 vermelden de archie-ven niet, alleen degenen die in dienst waren van de W.I.C worden erin vermeldt. Waarschijnlijk niet, want broer Jacobus en na diens overlijden zijn weduwe Catharinna Schram handelen zijn nalatenschap af. Kinderen zijn mij zover niet bekend.
    Elmina, aan de kust van Guinea, ook wel de Goudkust genoemd, bevindt zich in het huidige Ghana, aan de kust van West-Afrika. Het kasteel St. George, waar Michael woonde en werkte in de kerkzaal boven de slavenkelders staat er nog steeds. Nederland had van 1590 tot 1872 'bezittingen aan de Kust van Guinea'.

    Nu blijkt in de zelfde tijd een Michael Beckeringh geleefd te hebben in Paramaribo en welke overleed in 1787. Het is onbekend van wie deze Michael een zoon is. Zou het een zoon van bovengenoemde Michael Beckering geweest kunnen zijn? Zoals we zagen huw-de hij namelijk eind 1756 voor een tweede maal, ditmaal te Elmina. Is er uit dit huwelijk een zoon geboren en kan die op 1787 over-leden zijn te Paramaribo? Hij overlijdt daar als weeshuisvader.

    Familienaam: Beckering. Datum kerkrecht: 1 maart 1787.
    Tekst Register: 1787-januari 3 Debet Boedel M: Beckering weesmeest: - Aan kerkegeregtigheijd in de savane f 13,-
    Archiefstuk: ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 28, grootboek van de kerk van Paramaribo 1786 - 1789. Code microfiche: Enz.
    Ned. Ger.
    Gem. O. 1786 - 1789 / 2.

    Op 23 juni 1787 werd er een adverentie geplaatst met de oproep dat zij die iets schuldig waren aan wylen Michael Beckeringh of iets te goed hadden van hem, verzocht werden om contact opnemen met de Nieuwe Weeskamer der Colonie van Suriname.


    76. Fredericus Beckeringh
    werd geboren op 4 oktober 1685 in Nieuw-Scheemda en overleed op 22 januari 1747 in Nieuw-Beerta. Hij trouwde (1) met Wijpke Reints Ebels op 13 april 1716 in Nieuw-Beerta. Zij werd geboren op 11 december 1692 in Nieuw-Beerta en overleed in 1735 te Nieuw-Beerta als een dochter van Reint Ebels en Wijpke Claassen; kldr. van Eebel Luppens en Wipke N. en van Claes Geerts en Ep-ke Jans. Hij trouwde (2) met Ludewe Jans op 7 februari 1741 in Nieuw-Beerta. Zij werd geboren rond 1697 in Ulsda en overleed voor okto-ber 1766 in Beerta als dochter van Jan Pieters and Aafke Claassens; kldr. van Pieter Jacobs en Ludewe Jans en van Claes Geerts en Epke Jans.

    Fredericus diende van 1710 t/m 1713 als predikant te velde en werd in augustus 1713 beroepen te Nieuw-Beerta.
    Fredericus mocht voor zijn diensten gebruiken: "Veertien en 1/4 deimt lands in de Nieuwe Beerta, waarop de kerk, pastorije en schole is staande, seeven deimten, de grote Loeten genaamd, vijf campen op de Ulsda geleegen, elke camp ongeveer zes deimten, nog de pastorije heert in de Oude Beerta met de huisplaatsen daartoe behoorende, Geert Wigbolds, Hendrik Jans en een gedeelte van Oomke Fockes; daarenboven zijn regt op de graverije van 't ruige Veen in de Oude Beerta pastorije voorbehouden: alles ten gevolge de apostille van de Ed. mog. Heeren Borg. en Raad in dato 6 Oct 1682, den 31sten Oct. 1684 en den 20sten Martij 1685. Tot versterking hebben wij dezen met onzere namen bekragtigt, get. Nieuwe Beerta den 11den Aug 1713".

    In de "kerkelijke geschiedenis van Nieuw-Beerta " van 1856" door Ds. Berkum, staat het volgende vermeld:
    "De Hr. Ds. Fredricus Beckeringh aanvaarde zijn betrekking en zijn bediening den 15e oktober van het jaar 1713. Wij hebben van hem niets te vermelden, dan dat hij op de 22e januarij overleed. De sterflijsten heeft hij in het geheel niet aangehouden. De aantekeningen in het lidmaatschapboek heeft hij verzuimd sints het jaar 1727. Niets bijzonders heeft hij geboekt. Van de indijking van den Stadspolder maakt hij geen gewag en van den Kerstvloed van 1717 meld hij geen woordt, dan dat hij in het voorjaar van 1718 "niet tegenstande de ongemakkelijkheyt der Passasie, wegens inbreuk der wateren" een gedeelte der gemeente heeft bezocht".
    Dit is duidelijk een klacht van de latere onderzoeker/schrijver over de weinige cq schrale aantekeningen van Frederi-cus. Maar blijkbaar deed hij hét wel goed in de ogen van het kerkbestuur, want zijn zoon Gerrardus volgde hem op.

    Familiewapen Ebels:
    Een met twee pijlen van boven naar beneden schuinkruiselings doorstoken hart, vergezeld van boven en onderen van een zwemmende vis.
    Het schild is vermoedelijk gedekt door een Eigenerfde kroon.
    [kleuren onbekend - GDW. 2810]

    Marriage Notes for Fredericus Beckeringh and Wijpke Ebels: Folio. 440 - 13 april 1716 - HV.
    Ds. Frederikus Beckeringh, pastor in Nieuw Beerta en Wupke Reints. Bepaald wordt dat zijn bibliotheek in geval van zijn overlijden zal worden gerekend te behoren tot zijn lijfsbehoren.
    Brg: Asselijne Munters, weduwe Beckeringh, moeder; Ds. Joh Beckeringh, pastor in Garmerwolde en Katarina Schainks (ehl); juffer Anna Beckeringh, zuster; Michael Beckeringh, brouwer te groningen en Allegonda Woldering (ehel), broers en schoonzusters.(doorgehaald is: de heer Regn. Mensing amtman Termunten en sijn e.l. huisvrouw, vrouw Asselina Munters aangetroude neef en nigt)
    {NB- overlijdingsdata Asselina is op 13-4-1716}
    Br: Wijpke Claassen, weduwe van Reind Ebels, moeder; Berent Harmens, zusters man: Ebel Reints en Geeske Willems (ehel), broer; Epke Reints, zijn vrouws zuster; Jan Pieters en Aefke Claassen (ehel), moei; Luppe Meertens, neef van vaderszijde; Wubbelt Geers en Epke Eylards (ehel), nicht van moederszijde; Wubbe Eylards en Trijntje Takens (ehel), neef van moederszijde.
    Getuigen: Willem Jurriens en Harmen Dijken.

    Ludewe Jans: Weduwe van Egbert Tjapkes. Na het overlijden van Fredericus hertrouwt Ludewe, “weduwe van pastor F.Bekkering”, met Derk Aeytes, kerkvoogd en boer te Beerta.

    04-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (9 Stemmen)
    03-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Genealogie Beckeringh; generatie één tot zeven. (a)


    Generatie No: 1.


    1. Gerrit N. (B[a]eckeringhe - Bakering?). Hij trouwde met, voor ons, een onbekende vrouw.

    De naam Gerrit wordt meegegeven aan de vader van Johan en Jan, gezien de patroniem 'Gerritszn'. 'Gerrit' is niet te traceren, niet in Groningen en ook niet in Drenthe. Gerrit zou vermoedelijk afkomstig kunnen zijn uit de omgeving van Ruinen Dr. Dit vooral gezien dat men in het Ordel-boek van de Etstoel (= Rechtbank) van Ruinen enkele uitspraken vindt, die in die richting wijzen. (zie inleiding)

    Kinderen van Gerit N. en N. N. zijn:

    + 2 I. Johan Gerritsz Beckeringh,  geboren tussen 1540 - 1550; overleden rond 1619 in Noordhorn.

       3 II. Jan Geritsz. Beckeringh,  afkomstig van Emden.

    N.B. Op 27 februari 1671 wordt een huwelijk ingeschreven te Amsterdam (OT.ASD-pag.152) van Jan Gerritsz Beckeringh { wed van Judith Jans en afkomstig van Emden bij zijn eerste huwelijk } en Dieuwertje Nuserus, afkomstig van Alkmaar.
    Jan Gerrytsz.staat ingeschreven in het poortersboek van Amsterdam als zijnde van beroep: Bokse maker. Het is mogelijk dat hij een zoon is van Gerrit, maar er is geen bewijs voor. Het kan een toeval zijn, maar gezien de naam kan men misschien enige ververband leggen tussen onze Jan Gerrits en de Amsterdamse Jan Gerritsz. Ik heb gebrobeerd om in Emden de ouders te lokaliseren, maar het is mij niet gelukt. Het kan zijn dat hij daar woonachtig was. Op 8 maart 1680 trouwde een zoon van Jan Gerritsz, zijnde Jan Jans Beckeringh, oud 26 jaren (*1654) met ene Aaltje Warnaers oud 20 jaren (*1660). Jan is overleden voor 1685, want dan hertrouwt zijn vrouw. Jan was kleermaker van beroep en was ingeschreven in het poortersboek van Amsterdam.


    Generatie No: 2.


    2. Johan Gerritsz (Beckeringh)
    is geboren zo tussen 1540 - 1550 en overleed zo rond 1619 in Noordhorn. Hij trouwde vermoedelijk zo rond 1575 met, voor ons, een onbekende vrouw.

    Johan Gerritsz wordt in verschillende oude familieregister opgevoerd als de stamvader van de familie Beckeringh. Wordt soms ook wel vermeld als Baeckeringhe als Beckeeringh, het is waarschijnlijk de persoon die het schrijft. In de archieven is over deze persoon niets te vinden, de jaartallen zijn dan ook berekend na de aangegeven data's van zijn kinderen. Wat wij van hem weten is ons overgedragen uit oude familieregisters.
    We kunnen zeer wel aannemen dat hij vermoedelijk in Drenthe gewoond heeft of daar zijn verleden had in het gebied van Ruinen, want in dezelfde tijd werd in het 'Ordelboek van de Etstoel [= rechtbank] van Ruinen' verschillende uitspraken vermeld van vonnissen waarin de naam Beckering(h)e voorkomt, o.a. een uitspraak over ene "Johan Baeckeringe". Deze Johan moest aantonen dat hij geen schuld had bij ene Otto Landes. Deze 'Ordel' (= oordeel-uitspraak) werd opgeschreven op St. Magnus van het jaar 1590 [= 19 augustus]. Deze Johan zou de Johan van ons kunnen zijn, maar daar moet men nog wel het bewijs voor vinden en tot nu toe ontbreekt dat.

    Johannes zou in 1572 ten tijde de zgn. "Bartholomeusnacht" in Frankrijk zijn geweest. In een oud familieregister van rond 1700, wordt het onderstaande vermeld:
    "Johannes Beckeringhe is in het jaar 1572 teruggekomen in Winsum uit Parijs, waar hij de moord van dien tijd is ontkomen, zijne dies aangaande verwittigd door den zilversmit bij wien hij was ingekwartierd. Hij heeft op zijne vlucht nog drie edelen mede uit de stad gevoerdt en voor op de handen moord gewaarschuwd. Gelijk de Edelen Coenders, Rengers en Alberda, zulks ook altoos dienstelijk hebben erkend hebben door aan Beckeringh wel te doen en tot Predikanten te Beroepen.
    Deze Johannes is te Groningen gestorven, nalaatende twee zoons. Doguit welke ene vrouwe zij zijn geboren is onbekend, althans hiervan is niets aangetekend en kan dus niet bepaald worden."

    Dat dit verhaal leefde in de familie blijkt wel uit het volgende:
    ‘De Heer en Oud-Kantonrechter Anthonius Beckeringh vierde in het jaar 1872, volgens een artikel uit de Groninger Courant van die tijd, te Onderdendam het zgn. “Beckeringh feest”. Het was volgens dit krantenartikel, dat op 24 augustus drie eeuwen geleden was, dat de stamvader van de Hr. Beckeringh de zgn. ‘Bloedbruiloft’ was ontvlucht’. (zie no.326)

    Het is zeer moeilijk om het bovenstaande na te gaan, maar in die tijd was het heel gewoon dat iemand van gegoede burgerlijke familie, welke meestal intellectueel gelijk was of eigenlijk hun meerdere op dat gebied was, als mentor werd benoemd voor jonge adellijke Jonkers die in het buitenland de universiteiten bezochten. De mentor zorgde dat zijn pupillen hun studie deden en dat ze hun natje en droogje kregen en kruiden hun pupillen naar hun Hospes, als ze teveel een studie hadden gemaakt naar de smaak van gerst en hop.
    Wat betreft het punt van het verhaal dat de genoemde families de Beckeringh’s uit dankbaarheid tot predikanten hebben genoemd is zeer mogelijk, daar zij het recht daartoe hadden. Wel moet er aangetekend worden dat de Hr. Johan Rengers in ballingschap zat van 1580 tot 1694 in Ophuisen bij Emden en dat de Heren Coenders en Alberda moesten vluchten uit Groningen in 1569. Hun goederen waren door Alva in beslag genomen en de Heren werden officieel verbannen. Toen in 1594 de prinsen Maurits en Willem Groningen op de Spanjaarden veroverende, keerden zij terug en kregen zij hun goederen weer terug.

    In 1600 werd Gerhardus Johannis, gewezen Pastor in het Westerkwartier, benoemd tot Predikant in Niebert-Nuis en zijn broer Wilhelmus Johannis werd in 1609 benoemd tot Predikant in Huizingen. Dit is wel zo’n 28 tot 30 jaar later nadat hun vader Parijs was ontvlucht, maar men had toen pas blijkbaar de mogelijkheid daartoe, om hun dankbaarheid te tonen aan de Beckeringh’s.

    Kinderen van Johan (Beckeringh) and N.N. zijn;

    + 4 I. Gerhardus Johannis Beckeringh, geboren rond 1580 in Winsum Gr.; overleden op 2 november 1637 in Noordhorn.

    + 5 II. Wilhelmus Johannis Beckeringh, geboren rond 1582 in Winsum Gr; overleden op 21 maart 1642 in Huizingen.


    Generatie No: 3.


    4.
    Gerrit (Gerhardus) Johansz (Johannis) Beckeringh(e) werd geboren rond. 1580 in Winsum Gr. en overleed op 2 november 1637 in Noordhorn. Hij trouwde (1) met Nichtien [Neeltje] Jans rond 1600. Zij is vermoedelijk afkomstig van Edam. Zij overleed voor januari 1633. Hij trouwde (2) met Aeltje Smaltzius op 13 januari 1633 in Zuidhorn. Zij was een dochter van Noach Schmalz and N.N.

    Gerhardus noemde zich waarschijnlijk pas later bij zijn familienaam, want hij komt vaak naast zijn ‘oude’ naam ook vaak voor bij zijn verlatijnsche naam 'Gerhardus Johannis' zonder zijn familienaam.

    De volgende gegevens werden gevonden in de Classis (kerkelijke gemeente) Westerkwartier:
    "Gerhardus Johannis (Beckeringhe), gewezen pastor in het Westerkwartier, alwaar hij deze Classis een getuigenis verzoekt om te kun-nen aan te tonen dat hij lidmaat is en dat hij gehuwd is en dat hij en de zijnen 'erlick' gedoopt zijn".
    Met deze getuigenis {gekregen op 2 mei 1604} ging hij naar 'school' voor predikant. Hij werdt later benoemd tot predikant te Niebert-Nuis; Marum en Noordwijk (Gr) en op 11 juni 1610 werd hij beroepen te Noordhorn.

    In een oud familieregister staat Nichtien vermeld als "Neeltje Jans van Edam". Men kan er dus vanuit gaan dat ze vermoedelijk van Edam komt, maar tot nu toe is daar geen bewijs van gevonden.

    Familiewapen Smaltius:
    Op een schild van zilver, op een rotsachtige heuvel van groen een staande omziende (smelt) adelaar van blauw, houdend in de opgeheven rechterpoot een stang, waaraan twee boeien en een sluitingsmechaniek van zwart.
    Helmteken: Een door de handen van twee uitkomende armen gehouden opengeslagen boek, waarop de tekst "VERITAS".
    Dekleden: Zilver, gevoert van blauw.
    GDWH. no.3631, NP. 1926 no: 16.

    Kinderen vanf Gerrit Beckeringh(e) and Nichtien Jans zijn:

    + 6 I. Johannus Gerhardi Beckeringh, werd geboren rond. 1612 in Noordhorn; overleden op 24 maart 1690 in Zuidhorn.

       7 II. Rijwart Beckeringh, werd geboren rond 1614 in Noordhorn; overleden rond 1643 in George d’El mina, Guinea.

    Beroep: Predikant te Guinea {Afrika} W.I.C.

    + 8 III Abraham Beckeringh, werd geboren rond 1619 in Noordhorn; overleden op 23 augustus 1686 in Amsterdam.


    5.
    Willem Johansz Beckeringh werd geboren rond 1582 in Winsum en overleed op 21 maart 1642 in Huizingen. Hij trouwde met Beerta Calmes rond 1609 in Groningen, zij werd geboren rond 1585 in Groningen en overleed op 14 september 1639 in Huizingen. Zij was een dochter van de kistenmaker Johan Calmes en Merten Van Buyren; kldr. van Herman Kalmus en N.N.

    Willem studeerde te Franeker. Heeft toen waarschijnlijk zijn voornamen verlatijnst in Wilhelmus Johannes. Ook Willem noemde zich pas veel later bij zijn 'nieuwe' familienaam, Beckeringh en bij zijn verlatijnse voornamen. 
    1 {plaats}: 01864 2: Franeker. 3 {naam}: Beckering (Johannis) Wilhelmus. 7 {geboorteplaats}: Winsum. 9 {datum immatriculatie}: 16/04/1603.
    10 {studierichting}: Theol 12: AAF no 736. 14 {vader}: Johannes Beckering. 15: was in 1572 te Parijs. 16 {huwelijk}: Beerta Calmes.
    Bron: Het geleerde Friesland, studenten ca. 1380 - 1650

    Wilhelmus werd in 1605 beroepen tot predikant in Wirdum en werd in 1609 beroepen te Huizinge; "alwaar hij als een der eersten ware die na den de Reductie van 1594, den zuiveren leer van de tijden der hervorming verkondigden". Aldus een opmerking in het kerkregister.

    Grafzerk van hem en zijn vrouw in de koor van de kerk te Huizinge. Negerende het woord van Paulus: ‘Maer wederstaet de dwase vragen ende geslachtrekeningen, want sij sijn onnut en ijdei’ werd op zijn grafzerk de volgende tekst gehouwen: ‘Grafstede van Ds. Wilhelmus Beckeringh in leven Predikant deser Gemeijnte tot Huisinga, stierf in 't Jaer onses Heeren 1642 den 21 Marti, ende lecht alhir begraven verwagtende een Salige Opstandinge in Christo".
    "Beerte Calmes, Huisvrouw van S. Wilhelmus Joannis Beckeringh, Pastor tot Huisinge stierf 1639 den 14 Septemb. ende light alhir begraven, verwagtende een Salige Opstandinge in Christo".
    Grafzerk/grafschrift vervaardigd na overlijden van Willem J. Wordt op de steen S[alige] genoemd.

    Familiewapen Calmis:
    Twee zuilen, door een dwarsbalk verbonden, gaande over zeven kalmoes bladeren, beladen met het woord "Calmis", staande op een veld. De zuilen getopt met een zittende eekhoorn, zijn de rechtse ongewend. Kleuren onbekend.
    Zie: Ned. leeuw 1975; collectie Muschart 77H.

    Kinderen van Willem Beckeringh en Beerta Calmes zijn:

    + 9   I. Johannus Beckeringh, geboren rond 1610 in Huizingen; overleden rond 1645 in Groningen.

    + 10 II. Gerhardus Wilhelmi Beckeringh, geboren in 1618 in Huizinge; overleden op 27 april 1667 in Westeremden.

    + 11 III. Lubbertus Beckeringh, geboren in 1620 in Huizinge; overleden op 16 januari 1676 in Sauwerd.

    + 12 IV. Wilhelmus (Willem) Beckeringh, geboren in 1621 in Huizinge; overleden op 4 december 1666 in Bergen op Zoom.

    + 13  V. Hendrik Beckeringh, geboren in 1622 in Huizinge; overleden tussen 1660 - 1700 in Paramaribo.

    + 14 VI. Lambertus Wilhelmus Beckeringh, geboren in 1628 in Huizinge; overleden op 28 juni 1683 in Huizinge/Loppersum.


    Generatie N: 4.


    6.
    Johannus Gerhardi Beckeringh werd geboren rond 1612 in Noordhorn en overleed op 24 maart 1690 in Zuidhorn. Hij trouwde met Johanna Gerrijdts (De Bie) rond. 1639 in Zuidhorn, zij werd geboren rond 1619 in Grootegast en overleed rond september 1689 in Zuidhorn als een dochter van Gerrit Engelberts en Bealend De B(y)ie.

    Johannus stond op 22-6-1631 ingeschreven als student Phil. en Literathuur op de Acedemi te Groningen. Tussen 1639-1643 stond hij als pre-dikant te Grotegast; tussen 1643-1639 stond hij als predikant te Noordhorn en in 1659 werd hij beroepen te Zuidhorn waar hij stond tot zijn dood.

    In het kerkboek van Zuidhorn staat het volgende vermeld:
    "Consistoriale acten; ende optekeningen van de Ledematen der waere gereformeerde Gemeente int Carspel Suidthorn eerst der gener, soo bevonden wierden als ick Johannes Beckeringh op den 3 Julij 1659 alhijr bevestight was. Ende voorts mit naderhand de Gemeente bijgevoght zijn."
    ‘Namen van de mans personen: Joannes Beckeringh Pastor loci’.
    'Namen van de vrous personen vermeld in Ledenmate Boek van de Herv. Gem. Zuidhorn': "Jantien Gerrijdts huisvrou van de Pastor Joannes Beckeringh (stierff den 2[?] september 1689)".

    Volgens een onderzoek van de N.H Gem, is dat dan zo ongeveer het eerste wat er overgeleverd is uit de geschiedenis van de Gereformeerde kerk van Zuidhorn sinds de grote kerkhervorming van de zestiende eeuw. Ds. Beckeringh durfde nogal wat te schrijven “Wáre Gereformeerde gemeente". Maar de rest van dat eerste notulenboek laat zien dat het geen holle leus is geweest. De inhoud vertoont ook echt de stijl van een Gereformeerde kerk. De dominee, en de beide ouderlingen en de beide diakenen hebben zich ijverig ingezet voorde zuiverheid van de leer en voor een levenswandel die daarmee in overeenstemming was. Zo trad men streng op tegen allerlei bijgeloof en bond men de strijd aan tegen hardnekkige en soms diepgewortelde zonden zoals vloeken en dronkenschap. Vooral dit laatste kwaad bleek moeilijk uit te roeien. Maar wat wil je ook als zelfs weleerwaarde dominees zich aan drank te buiten gaan in de herberg.
    Onder Beckeringh's voorganger, ds. Schmalzius, is het gebeurd, dat een viertal predikanten in de herberg Brandt Hoeckskuis een waar drinkgelag aanrichtte, waarbij het zelfs tot vechten kwam; “ze continueerden tot laet in den nacht bij den dronck, en vervielen tot gekijf en vuistslagen”. Hoe moeilijk het soms ook was, ds. Beckeringh zette de strijd voort en rustte niet voordat ruziemakers zich met elkaar verzoenden.

    Familiewapen Engelberts:
    Gedeeld; I} Op een zilveren veld, op een groen terras staande een groene boom. II} Op een goude veld een zwarte adelaar, uitgaande van de deellijn, kijkende naar links.
    Helmteken: Een groen boom tussen een vlucht van zilver.
    Helmkleden: Rechts, groen gevoert van zilver en links, zwart gevoert van zilver.
    {Van Ooien; NP.74}

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Johanna Bie zijn:

       15 I. Geerdt (Gerrit) Beckeringh, geboren in 1641 in Kolham; overleden in 1641.

    Kerkelijke gemeente Grootegast; Kerkelijke gezindte Nederlands Hervormd.
    Dopeling Geerdt Doopdatum 18 april 1641.
    Vader: Joannes Beckeringh. Beroep/functie: pastoor. Moeder N.N.

    + 16 II. Cornelia (Neeltien) Beckeringh, werd geboren op 9 oktober 1642 in Grootegast; overleden in 1732 in Groningen.

    + 17 III. Gerhardus Beckeringh, werd geboren in 1645 in Noordhorn; overleden op 18 juni 1686 in Nieuw Scheemda.

    + 18 IV. Gerrit Beckeringh, geboren in 1647 in Noordhorn; overleden in 1684 in Visvliet.

    + 19 V. Beatrix Beckeringh, geboren in 1649 in Noordhorn; overleden in 1695 in Amsterdam.

      20 VI. Wilhelmus Beckeringh, geboren in 1657 in Noordhorn; overleden rond 1696 in Groningen. Hij trouwde (1) met Annetty (Anna) Tiackens rond. 1681 in Groningen. Zij werd geboren rond 1663; overleden na 13 maart 1682 in Midwolda. Dochter van Tiacko Bennes en Geessien Fockens; kldr. van Benno Aysens en Wypcke Tyackens en van Edzo Fockens en Tyabbetien Luppens. Hij trouwde (2) met Afrelia Van Beijler op 16 februari 1692 in Groningen.

    Volgens de kerkboek van Noordhorn kwam Wilhelmus met attestatie van Montubon te Frankrijk en vertrok later na Groningen. (?)

    Annetty (Anna) Tiackens: gedoopt op 8 januari 1663 te Midwolda

    Op 13 maart 1682 verkopen de gezusters Wypcke en Anna Tyackes, aan hun oom Phillippus Fockens Hoysum hun ab - intestato - erfdeel in de nalatenschap van wijlen Jacobus Uckema.

    + 21 VII. Hermanus Beckeringh, geboren op 31 augustus 1660 in Zuidhorn; overleden op 17 oktober 1697 in Kolham.


    8. Abraham Beckeringh
    werd geboren rond 1619 in Noordhorn en overleed op 23 augustus 1686 in Amsterdam. Hij trouwde (1) met Geertje Jans op 15 februari 1646 in Amsterdam. Zij werd geboren rond 1620 in Amsterdam en overleed rond 1656 in Amsterdam?. Hij trouwde (2) met Agnietje Steenhuysen op 15 september 1657 in Amsterdam. Zij werd geboren op 15 mei 1616 in Amsterdam en overleed rond 1690 in Amsterdam als een dochter van Herman Steenhuysen en Margriet Luycas

    Abraham Beckeringh: Bontwerker in de Pijlsteeg. Begraven: 1686, In de Nieuwe kerk te Amsterdam.

    Kinderen van Abraham Beckeringh en Geertje Jans zijn:

    + 22 I. Cornelia Beckeringh, geboren op 19 april 1648 in Amsterdam; overleden op 14 mei 1727 in Amsterdam.

       23 II. Johannis Beckeringh, geboren op 7 april 1655 in Amsterdam; overleden op 23 januari 1702 in Amsterdam.

    Beroep: poorter/Kramer aan de Warmoestraat no. H22.

    Akte inv.nr. U126a1, aktenr. 145, d.d. 11-10-1699. Aktesoort Attestatie. Notaris A. Duerkant, te Utrecht.
    Naam eerste partij: Arckje de Visser; Lambert de Visser, broer; Johannes de Visser, broer. Woonplaats eerste partij: buyten de Weertpoort.
    Naam tweede partij: Johannes Beckering; Dirck Kuyleman.
    Beroep tweede partij: coopluyden.
    Woonplaats tweede partij: Amsterdam.
    Samenvatting inhoud akte: “Willem van der Steen den ouden heeft geweigerd de afgesproken prys te betalen voor een party rogge”.

    Kinderen van Abraham Beckeringh en Agnietje Steenhuysen zijn:

       24 I. Sara Beckeringh, geboren in 1659 te Amsterdam. Geen overlijdensdatum bekend.

       25 II. Geertruida Beckeringh, geboren in 1661 te Amsterdam. Geen overlijdensdatum bekend


    9.
    Johannus Beckeringh werd geboren rond 1610 in Huizingen en overleed rond 1645 in de stede Groningen. Hij trouwde met Catharina Engelberts (Alberthoma) tussen 1630 - 1640, dochter van Gerrit Engelberts en Bealend De B(y)ie. Zij werd geboren rond 1610 te Appin-gadam

    Johannus Beckeringh: Praeceptor der Latijnsche scholen te Groningen.
    Ouders van Catharina zijn aangewezen volgens ‘t Rechtelijk Archief RAG III. No.36.

    Familiewapen: Engelberts/Alberthoma.
    Gedeeld: I. Op een zilveren veld, op een groen terras staande een groene boom. II. Op een goeden veld een zwarte adelaar, uitgaande van de deellijn, kijkende naar links.
    Helmkleden: Rechts, groen gevoert van zilver en links, zwart gevoert van zilver.
    Helmteken: Een groen boom, staande tussen een vlucht van zilver.
    {Gen. Van Ooien en NP. 74}

    Kind van Johannus Beckeringh en Catharina Engelberts is:

       26 I. Nieltien Beckeringh, gedoopt op 9 oktober 1642 te Grootegast. Geen overlijdensdatum bekend.


    10.
    Gerhardus Wilhelmi Beckeringh werd geboren in 1618 te Huizinge en overleed op 27 april 1667 in Westeremden. Hij trouwde met Margarieta Gassingch rond 1642 in Eenrum. Bij haar huwlijk was ze afkomstig van Eenrum en ze overleed voor 1683 in Eenrum.

    Gerhardus stond op 22-2-1639 ingeschreven aan de universiteit van Groningen.
    Hij werd in 1646 benoemd in Eenrum als predikant en op 2-5-1653 werd hij beroepen in Westeremden waar hij stond tot zijn dood.
    Gerhardi Beckeringh Pastor. Anno 1652 den 11 Julij is van mij prima vice het h. Aventmael des heeren, wederomme uitgedielt en hebbe des naevolgende Ledematen alhijr in mij aencomste gevonden; mijn L. huisvrouw.”

    In het DTB-519, dato: 2-9-1666; staat geschreven: "Dit is de laatste maal geweest dat G. Bekkeringh bij zijn leven het avondmaal des Heren heeft uitgedeelt".

    Margarieta (Grietje) (B)Gassinch: Zij hetrouwde op 4-8-1673 met Onno Onnens, proviandmeester te Delfzijl.
    ‘Met attestatien Van Opwijrda [naar Delfzijl]: Grietjen Bassinch, huisvr. van de. proviand.mr. Onno Onnens’.

    Kind van Gerhardus Beckeringh en Margarieta Gassing(c)h is:

    + 27 I. Lammegien Beckeringh, werd geboren op 17 november 1644 in Groningen; overleden op 28 april 1676 in Opwierda.


    11.
    Lubbertus Beckeringh werd geboren in 1620 in Huizinge en overleed op 16 januari 1676 in Sauwerd. Hij trouwde (1) met Marritje Jansen in 1644 in Sauwerd. Zij overleed tussen 1652 - 1658 in Sauwerd. Hij trouwde (2) met Anna Tiddens Haijckens in 1659 in Sauwerd. Zij werd geboren rond 1628 in Farmsum en overleed op 1 februari 1675 in Sauwerd als een dochter van Tiddo Gerhardi Haijckens en Anna Wijbrants; kldr. van Gerrard Haijckens en Gertijn N. en van Wijbrand Takes en Abele N.

    Lubbertus werd op 31 augustus 1638 ingeschreven als student te Groningen. "Ao 1638 die 31 aug. Lubbertus Wilhelmi Beckeringh Phil. Stud. Omland".

    Tussen 1644 - 1676 stond hij als Predikant te Sauwerd.
    In de kerk te Sauwert, voor de Preekstoel, is een grafzerk waarop te lezen staat:
    "Lubb. Wilh. Beckering Pastor in Sawert stierf 10 janu. 1676. Van 't leven ben ik bloet, 't lijf rust in d' aanti klock, mijn ziel in Abrams schoot. Als Gods Basagne slaat, mijn lijf uit d'aard opstaat, en ook ten Hemel gaat".

    Anna Haijckens overleed in het kraambed van haar jongste dochter.

    Familiewapen Anna Haijckens:
    Een dwarsbalk, beladen met een ster en een gezichtswassenaar. de dwarsbalk vergezeld van drie klaverbladen; twee + een.
    {kleuren onbekend GDW. 3386}

    Kinderen van Lubbertus Beckeringh en Marritje Jansen zijn

    + 28 I. Johannus Beckeringh, gedoopt op 27 februari 1645 in Sauwerd; overleden op 22 juli 1685 in Garrelsweer.

    + 29 II. Wilhelmus Beckeringh, gedoopt op 15 april 1647 in Sauwerd; overleden rond 1694 in Groningen.

       30 III. Herman Beckeringh, gedoopt op 19 juni 1649 in Sauwerd; overleden rond 1650 in Sauwerd.

    + 31 IV. Beerta Beckeringh, gedoopt op 16 november 1651 in Sauwerd; overleden voor april 1689 in Winschoten.

       32 V. Relotius Beckeringh, geboren rond 1653 in Sauwerd; overleden na december 1674.

    Relotius Beckeringh: Kerklidmaatschap te Winschoten op 6 dec. 1674; met attestatie uit Sauwerd.

    Kinderen van Lubbertus Beckeringh en Anna Haijckens zijn:

        33 I. Maria Beckeringh, gedoopt op 28 mei 1660 in Sauwert; overleden in 1661 in Sauwert.

    + 34 II. Lucretia Beckeringh, gedoopt op 28 september 1661 in Sauwerd; overleden rond 1720 in Onderdendam.

       35 III. Catharina Beckeringh, gedoopt op 12 juni 1663 in Sauwerd; overleden voor 1665.

       36 IV. Anna Margarietha Beckeringh, gedoopt op 7 juni 1665 in Sauwerd; overleden rond 1668 in Sauwerd.

       37 V. Haicko Beckeringh, gedoopt op 24 augustus 1666 in Sauwerd; overleden op 27 september 1667 in Sauwerd.

       38 VI. Maria Beckeringh, gedoopt op 17 december 1668 in Sauwerd; overleden op 11 januari 1671 in Sauwerd.

    + 39 VII. Haycko Beckeringh, gedoopt op 24 december 1670 in Sauwerd; overleden op 22 februari 1732 in Groningen.

       40 IIX. Gerhardus Beckeringh, gedoopt op 22 februari 1673 in Sauwerd; overleden in december 1674 te Sauwerd.

    + 41 IX. Anna Margaretha (Maria) Beckeringh, gedoopt op 30 januari 1675 in Sauwerd; overleden rond 1727 in Farmsum.


    12. Wilhelmus (Willem) Beckeringh
    werd geboren rond 1621 in Huizinge en overleed op 4 december 1666 in Bergen op Zoom. Hij trouwde met Francijntje Samuels Mispelblom op 23 maart 1650 in Goes. Zij werd geboren op 21 juni 1626 in Goes en overleed op 16 januari 1699 in Bergen op Zoom als de dochter van Samuel Mispelblom en Neelken Hebberechts.

    Wilhelmus Beckeringh: Stond in 1639 nog ingeschreven als student te Groningen in het vak Phil. Maar Willem werd omstreeks 1650 ingeschreven als poorter der stad Bergen op Zoom. In het gildenregister over de periode 1651-1666 staat hij vermeld als ‘Gezworende’ van het Schildergilde en in het jaar 1665 staat hij nog vermeld als ‘Deken’.

    Familiewapen: Mispelblom:
    In goud een rode leeuw houdende in de beide voorpoten een verticale geplaatst zilveren zwaard, met gouden vest.
    Helmteken: Een uitkomende zwart geklede man met een hoge zwarte hoed en in beide handen houdend een zilveren verticaal geplaatst zwaard met gouden vest.
    Helmkleden: Goud, gevoert van rood.
    {NP. no. 61}

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Francijntje Mispelblom zijn:

    + 42 I. Samuel Beckeringh, geboren op 20 november 1650 in Bergen op Zoom; overleden op 17 mei 1745 in Bergen op Zoom.

    + 43 II. Willem Beckeringh, geboren op 16 juni 1652 in Bergen op Zoom; overleden na 1695.

       44 III. Johannus Beckeringh, geboren op 22 juli 1654 in Bergen op Zoom; overleden rond 1655 in Bergen op Zoom.

    Doopgetuigen; Johannes Beckeringh en Arretgen Hellu.

       45 IV. Anthonij Beckeringh, geboren op 11 augustus 1656 in Bergen op Zoom; oberleden voor augustus 1658 in Bergen op Zoom.

    + 46 V.  Anthony Beckeringh, geboren op 11 augustus 1658 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

       47 VI. Barbera Beckeringh, geboren op 17 augustus 1658 in Bergen op Zoom; overleden rond 1659.

    Begraven in 1659 te Bergen op Zoom

       48 VII. Barbera Beckeringh, geboren op 17 augustus 1659 in Bergen op Zoom; overleden rond 1660 in Bergen op Zoom.

       49 VIII. Pieter Beckeringh, geboren op 17 juli 1661 in Bergen op Zoom; overleden rond 1661.

       50 IX. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 10 november 1662 in Bergen op Zoom; overleden op 8 september 1676 in Bergen op Zoom.

    Wilhelmus Beckeringh, geb. 10 november 1662 te Bergen op Zoom, wettige zoon van Willem Beckeringh en Francijntje Mispel-bloem. Doopgetuigen: Willem Diertens, Abraham Teerling, Anna Lansbergen en Pieternella van de Varent.

       51 X. Cornelia Beckeringh, geboren op 9 november 1664 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend. Zij trouwde met Hendrik Van Bijnhem op 9 november 1684 in Tiel.

    Doopgetuigen; Lambertus Beckeringh en Willem Diertius.

    Hendrik Van Bijnhem: Soldaat in de Com. van de Llt Col. Baron van Gent.


    13. Hendrik Beckeringh
    werd geboren rond 1622 in Huizinge en overleed tussen 1660 - 1700 in Paramaribo. Hij trouwde met Elsjen Jans voor 1649 in Brazilië - Pernambuco.

    Geen nadere informatie gevonden over Elsjen Jans en over haar voorgeslacht.

    Hendrik was Chirugijn in Brazilië, in de tijd dat Prins Johan Maurits van Nassau-Siegen aldaar gouveneur was van de deelstaat Pernambuco. Johan Maurits was aangesteld door de W.I.C. om de suikerproductie op te drijven. Hendrik was er reeds voor 1648, want hij komt voor als doopgetuige op 11 november 1648. Hij is vermoedelijk vertrokken naar Suriname, toen men in 1661 de kolonie moest worden overgegeven aan de Portugezen.

    Kinderen van Hendrik Beckeringh en Elsjen Jans zijn:

       52 I. Beerte Beckeringh, gedoopt op 5 mei 1649 in Pernambuco - Brazilië; overleden rond 1705 in Batavia.

    Zie doopregister van de Nederlanders in Braziel. Zie tevens CBvG in Den Haag; microfilm dopen 1633 - 1654 Recife - Pernambuco.

    Ik vond een "Berta Beckkeringe", welke in 1705 in de boeken van de V.O.C. te Batavia werd bijgeschreven als zijnde overleden. Zij was dienstmeid en ongehuwd. Is dit onze Beerte?

       53 II. Franqois Beckeringh, gedoopt op 9 oktober 1650 in Pernambuco - Brazilië. Geen overlijdensdatum bekend.

    Zie doopregister van de Nederlanders in Braziel.

    14. Lambertus Wilhelmus Beckeringh werd geboren in 1628 te Huizinge en overleed op 28 juni 1683 in Huizinge/Loppersum. Hij trouwde (1) met Hendrica Hoedenborgh op7 oktober 1654 in Appingadam. Zij was geboren rond 1632 in Appingadam en overleed op 27 april 1682 in Huizinge, als een dochter van Ajold Hoedenborgh en Geesina Jansen; kldr. van Hoijke Hoedenborgh en Trijne Jansen Nanning en van Johan Reyners (Goldenstein) en Lysebeth Pellen Rock. Hij trouwde (2) met Maria Eilers op 28 mei 1683 in Huizinge. Zij was rond 1630 geboren in de stad Groningen en overleed rond 1707 in Huizinge als een dochter van Geert Eelertz en N.N.

    "Ao 1648 die 24 oct. Lambertus Wilhelmus Beckeringh Omblandus Philos. Studiosus".

    Lambertus werd later Conrector aan de Latijnsche school te Appingadam en in 1659 werd hij beroepen als predikant te Huizinge, alwaar hij de voetstappen van zijn vader volgde.
    Opmerkelijk is de doop van de oudste zoon Wilhelmus te Groningen op 12 oktober 1654, binnen een week na de ondertrouw! Vrijwel even opmerkelijk is het overlijden van Lambertus Beckeringh, precies een maand na zijn tweede huwelijk!

    Akte van scheiding tussen Alagtonda Sonnema weduwe van de rekenmeester Van Lingen, Lambertus Beckerinck, Datho Iwema, Henricus Schainck, alsmede Wigbolt Roessinck en Tammo Sigers als voogden over Heiltien Hoedenborgh, dochter van Jan Hoedenborgh, laatstgenoemden tevens als erfgenamen van hun moeder Geesjen Jans weduwe Swartsenborgh, ter ene zijde en Geertruidt Sonneam weduwe Swartsenborgh, Niesjen Sonnema weduwe van Loon, Wesselius Wilckens in kwaliteit met Maria Huisinga, Peter, en Arnoldus Sonnema ter andere zijde, met betrekking tot de nalatenschap van Willem Jansen Smit, deurwaarder. (1680)

    Lambertus Beckeringh en Hendrica Hoedenborgh: Bij het huwelijk één kind gewettigd.

    Hindrickjen Hoedenborch in ‘Geltingestraet’ werd lidmaat te Groningen in december 1651.

    "Obiit. Pastor Husingae Lambertus Beckeringh den 28 Junij 1683.
    Ik stierf vyf en vyftigh Jaer oudt; 'k was twintigh agt met vreugd' getrout; vier min ick Christi kudd' bediend'; twalf kinderen God ons verliend; nu rust ick bij mijn echtgenoot; en wagt het leven uit de doot".
    {GDWH no. 2033}

    "Hindrickjen Hoedenborg. Hijr rust ik sonder sorg, gestorven in den Heer; sal opstaan tot Gods eers; ook dan ten Hemel gaan; als Gods Basuin zal slaan; den 27 april 1672".

    Marriage Notes van Lambertus Beckeringh en Maria Eilers:
    “Lambertus Bekkeringh, pastor aldaer [tot Huisinghe] Maria Eijlers, wd Ebel Jacobs, cop Huisinghe; 28 mei 1683”.

    Maria Eilers[tz]: voorheen gehuwd aan Ds. W. Wiggeren en Ds. C. Kregelius.

    Kinderen van Lambertus Beckeringh en Hendrica Hoedenborgh zijn:

    + 54 I. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 12 oktober 1654 in Groningen; overleden rond 1697 in Groningen.

    + 55 II. Aeltien Beckeringh, geboren op 13 november 1655 in Appingadam; overleden op 5 april 1676 in Huizinge.

       56 III. Ajoldus Beckeringh, geboren op 14 juli 1657 in Appingadam; overleden te Batavia.

    Gedoopt: 15 juli 1657, Appingadam. Appingadam - 8 dec. 1681 op belijdenis: Ajoldus Beckering van Huisen.

    Ingeschreven als Student Theologie te Franeker op 30 jun 1674. Ajoldus Beckeringh: (Scheeps)predikant bij de V.O.C.

    Rechtelijke archief van de universiteit te Franeker. 18-11-1678.
    A. Beckeringh; H. Ratbergen; N.T. Inia; L. Groenia; T. Achlum; E. Frankena; J. Frankena; Vernielen van huisraad ten huize van Neeltje Jans Nauta.

       57 IV. Wilhelmus Johannus Beckeringh, geboren op 18 juni 1659 in Appingadam; overleden in augustus 1659 in Huizinge.

    Wilhelmus Beckeringh: Gedoopt: 19 juni 1659 te Appingadam.

       58 V. Wilhelmus Johannus Beckeringh, geboren op 5 juli 1660 in Huizinge; overleden op16 januari 1662 in Huizinge.

       59 VI. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 8 mei 1662 in Huizinge; overleden op 20 mei 1662 in Huizinge.

    + 60 VII. Beerta Beckeringh, geboren op 3 december 1663 in Huizinge; overleden op 11 mei 1731 in Uit huizen.

    + 61 VIII. Gesina Beckeringh, geboren op 8 december 1665 in Huizinge; overleden op 6 december 1704 in Amsterdam.

       62 IX. Gerhardus Beckeringh, geboren op 15 mei 1668 in Huizinge; overleden in 1688 in Huizinge.

    + 63 X. Wilhelmus Johannus Beckeringh, geboren op 25 april 1670 in Huizinge; overleden op 26 januari 1709 in Huizinge.

        64 XI. Johannis Beckeringh, geboren op 20 juli 1672 in Huizinge; overleden op 9 augustus 1672 in Huizinge.

    + 65 XII. Lambertus Beckeringh, geboren op 20 juni 1675 in Huizinge; overleden op 30 oktober 1761 in Groningen.


    Genera
    tie No: 5.


    16.
    Cornelia (Neeltien) Beckeringh werd geboren op 9 oktober 1642 in Grotegast en overleed in 1732 te stede Groningen. Zij trouwde met Samuel Aealdri(c)k Aelrichs op 26 november 1670 in Groningen. Hij werd geboren rond 1645 te Niekerk als een zoon van Sigfridus Aelrichs en Anna Smaltius.

    Cornelia (Neeltien) Beckeringh: Belijdenis: 3 maart 1661, Noordhorn.

    Samuel Aelrichs: Boekverkoper te Groningen.

    Kinderen van Cornelia Beckeringh en Samuel Aelrichs zijn:

       66 I. Sigfridus Aeldriks, geboren op 11 oktober 1671 in Groningen.

       67 II. Johanna Aeldriks, geboren op 9 juli 1673 in Groningen.

      68 III. Jantien Aeldriks, geboren op 8 juli 1674 in Groningen.

      69 IV. Anna Aeldriks, geboren op 18 september 1677 in Groningen.

      70 V. Anna Magdalena Aeldriks, geboren op 13 oktober 1678 in Groningen.

      71 VI. Johannus Aeldriks, geboren rond 1680 te Groningen.

      72 VII. Anna Aeldriks, geboren rond 1684 te Groningen.


    17. Gerhardus Beckeringh
    werd geboren in 1645 in Noordhorn en overleed op 18 juni 1686 in Nieuw-Scheemda. Hij trouwde met Asselina Munters op 16 december 1676 in Lutjegast. Zij werd geboren op 27 februari 1659 in Groningen en overleed op 13 april 1716 in Groningen als een dochter van Michiel (de) Munter en Annetien Van Suirbeeck; kldr. van Hendrick van Suirbeeck en Annetje Swartwolt.

    Op 10-1-1662 stond Gerhardus ingeschreven aan de Accedemi Groninga. Tussen 1674-1682 stond hij als predikant te Lutjegast en tussen 1682-1686 als predikant te Nieuw-Scheemda.

    Inventaris van het archief van de familie Hoeth, vanaf 1888 Wichers Hoeth, 1654-1989. No.124. Datering 1676, Groningen, 1697
    Akte waarin Daniel Hoedt en zijn vrouw Anna Munther, Gerard Beckeringh, predikant te Lutejegast, en zijn vrouw Asseltje Munther en Johannes Beckeringh, predikant te Zuidhorn, overeenkomen dat de kinderen van Daniel Hoedt en Anna Munther dezelfde rechten zullen hebben als de kinderen van Gerard Beckeringh en Asseltje Munther zoals vastgelegd bij de akte van huwelijkse voorwaarden van laatstgenoemde paar.

    “Op heden den 15 October 1680 is de kerk... van Sibaldebuijeren en Oldekerck ten overs van mij Gerardus Beckeringh pastor to…. .Gaste in de Kercke tot sijbaldebuiren bijeen... gaedert de-welke nae anroepinge van Godts voor haer gedagvaert hebbende Jantjen Jansen. Medeledemaedt deser gemeijntte dewelcke in de de van Hoererie vervallen was, an dese.. misdaadt hebben voor oogen gesteldt, .... heijdt van haer gegegeven ergernisse getoont, met .. ninge dat sij opreghte belijdenisse van haer .. doen ende oopentlijck verklaringe van de sonde geven, waar op sij wel in ‘t gemein de sonde van Hoerderie bekent heeft maer verder door onwaar schijnlijke reden het selve soecken te ver…. De Kerckenraadt dit in deliberatie leggen heeft geoordielt dat de opgemette persoon tot neminge van de ergernisse opentlijck van prediglistoel van het H Naghtmael sa.. suspendiert ten tijdt sij opregte boete en berouw van haar val vertoone.”. ( … = onleesbaar)

    “Anno 1682 den 21 Februarii ben ick Gerardus Beckeringh verkooren tot predicant van NieuScheemda, en vervolgens op den 9 Aprilis zijnde palm: Sondagh in den H. Dienst bevestight met toereickeninge des Handts door Rev: Dnus Danietem Hulsebosch predicant tot Winschooten, die sijne text daertoe genoomen hadde uijt Hebr. 15 vers 17 ende ick de mijne des naede middaeghs uijt Rom: 1 vers 15”.

    'Protocollen vrijwillige rechtspraak Elburg, 1686-1707'.
    “Compareerde Henrick Eekhout als gevolm. van Wilhelmina Royer wed. van de capitein luitenant Christoffel Eekhout als moeder en voogdesse van haar kinderen volgens acte 25 maart te Zwolle gepasseert en als gevolm. van Reinier Mensingh en Asselina Munters en ook van Asseltje Munters wed. Beckeringh te Groningen verkoopt voor f 195,- aan Willem Reintjes en Geeltje Lamberts echtel. een hof op de Haerbeeke tegenover het Puttenerdijkje liggende alwaar burgem. Ingen zuidw kopers westw en Alexander van Dedem noordw aan gelandet is vrij van lasten enz get 17 mei 1699”.

    Asselina huwde op 25-6-1687 te Groningen voor de 2e keer met Folkerus Hoorn.
    "Wirdum 17-07-1687: Dr.Folkerum Hoorn; cop Asselina Munthers, beide van Groningen"

    Kinderen van Gerhardus Beckeringh en Asselina Munters zijn:

    + 73 I. Johannus Gerrardus Beckeringh, geboren op 26 april 1679 in Lutjegast; overleden op 5 juli 1737 in Garmerwolde.

    + 74 II. Anna Beckeringh, geboren in 1681 in Lutjegast; overleden rond 1760 in Amsterdam.

    + 75 III. Michiel Beckeringh, geboren op 26 augustus 1683 in Nieuw-Scheemda; overleden na april 1750 in Groningen.

    + 76 IV. Fredericus Beckeringh, geboren op 4 oktober 1685 in Nieuw-Scheemda; overleden op 22 januari 1747 in Nieuw-Beerta.


    18. Gerrit Beckeringh
    werd geboren rond 1647 in Noordhorn en overleed rond 1684 in Visvliet. Hij trouwde met Ytje Calmes op 16 december 1677 in Zuid-Horn. Zij werd geboren op 18 augustus 1642 in Groningen en overleed rond 1688 in Visvliet als een dochter van Johan-nes Calmes en Maretien Joestens; kldr. van Lucas Calmes en Ike Hendriks.

    Gerrit Beckeringh: collector/koopman.

    In juni 1685 vertrok weduwe Ytje (Ickjen) Calmus naar Groningen, met attestatie van Visvliet.

    Familiewapen Calmes:
    Twee zuilen, door een dwarsbalk verbonden, gaande over zeven kalmoes bladeren, beladen met het woord "Calmis", staande op een veld. de zuilen getopt met een zittende eekhoorn, zijn de rechtse ongewend.
    Kleuren onbekend. Zie: Ned. leeuw 1975; collectie Muschart 77H.

    Kind van Gerrit Beckeringh en Ytje Calmes is:

    + 77 I. Jan Johannis Beckeringh, geboren op 26 januari 1682/83 in Visvliet; overleden op 6 november 1749 in Amsterdam.


    19. Beatrix Beckeringh
    werd geboren rond 1649 in Noordhorn en overleed rond 1695 in Amsterdam. Ze trouwde met Eise Gratema rond 1668 in Zuidhorn. Hij werd geboren rond in Zuidhorn als zoon van Ludovicus Gratema en Lucretia Tettema. Geen overlijdensdatum bekend.

    Op den 10 Junij 1666 op belijdenis: “Beaters Beckeringh jonghe dochter”.

    Familiewapen Gratema:
    Gedeeld; I} In goud een zwarte adelaar, uitgaande van de deellijn, rood getongd en genageld. II} a) Een stins van rood met blauwe daken op een groen veld en versierd met vier gouden vlaggen in zilver. b) In goud een zwart monogram.
    Helmteken: Een zwarte uitkomende adelaarskop, rood getongd. Helmkleden: Goud gevoert van zwart.
    {Van Ooien, paf. 334, NP. 57}

    Kinderen van Beatrix Beckeringh en Eise Gratema zijn:

       78 I. Alberthus Gratema, geboren rond 1670. Vermoedelijk overleden als Mr. Chirugijn te St George d'Elmina.

       79 II. Johannus Gratema. Geen data’s, alleen bekend uit een oud familieregister.

       80 III. Folkertje Gratema, geboren in 1672 in Zuidhorn; overleden rond 1731. Zij trouwde met Dirk van der Schelling in 1697 in Groningen.

       81 IV. Johanna Gratema, geboren rond 1685 in Alkmaar. Zij trouwde met Andries Bruijningh rond 1713 te Amsterdam.


    21. Hermanus Beckeringh
    werd geboren op 31 augustus 1660 in Zuidhorn en overleed op 17 oktober 1697 in Kolham. Hij trouwde met Francijntje van Bronckhorst op 20 september 1687 in Amsterdam. Zij werd geboren rond 1669 in Leiden en overleed op 7 juni 1717 in Sap-pemeer.

    Hermanus Beckeringh: Op 8-9-1676 student Phil. te Groningen. In 1683 predikant te Zuidhorn. “Harmannus Beckeringh Pastoris filius (vertrocken, zijnde pastoor beroepen tot Colp...) = Kolham”.

    Zuidhorn. Op den 27 November 1687: Francina van Bronckhorst huisvr. van Hermannus Beckeringh met attestatie van Amsterdam.

    “Anno 1687 den 4 Decembris ben ick Hermannus Beckeringh door de Eerw. seer geleerde Heeren D. Gersonius en D. Ramus respective opsienders der Gemeijnte JC in Scharmer en Sloghteren bevestight in mijn opsienders ampt over dese Gemeijnte JC in Colham. Hebbe daer op voor de eerste mael met mijn Gemeijnte het H Avontmael gecelebreert, op den volgenden 25 Dec en bevonden, alhijer te zijn dese volgende Ledemaeten nevens mij:
    Mannen: ----
    Vrouwen: Francina van Bronckhorst Huisvrouw van Pastor Beckering”.

    Marriage Notes for Hermanus Beckeringh and Francijntje Van Bronckhorst:
    Volgens een opgave in het stads archief te Leiden zou het echtpaar een boete hebben gekregen wegens het trouwen buiten "De stede Leyden" van 6 florijnen. Ook wordt daar aangeven dat ze op 7 november 1687 zijn gehuwd.

    Kinderen van Hermanus Beckeringh en Francijntje Van Bronckhorst zijn:

       82 I. Rachael Beckeringh, geboren op 23 september 1688 in Kolham; overleden in maart 1689 te Kolham.

       83 II. Johannus Beckeringh, geboren op 24 november 1689 in Kolham. Geen overlijdensdata be- kend.


    22. Cornelia Beckeringh
    werd geboren op 19 april 1648 in Amsterdam en overleed op 14 mei 1727 in Amsterdam. Zij trouwde met Dirk Kuijleman (de oude) op 1 mei 1676 in Amsterdam. Hij werd geboren zo rond 1645 in Haarlem en overleed op 18 oktober 1727 in Amster-dam.

    Cornelia Beckeringh werd ingeschreven als Poorteres te Amsterdam op 4 feb. 1676.

    Cornelia Beckeringh: Begraven Nieuwe Kerk te Asd. [gr.nr.D213] 14.05.1727 Overl.akte 1058-43 Nieuwe kerk; Cornelia Beckering (x voorgaande) 8 gulden.

    Dirk Kuijleman (de oude): Linnenverkoper aan de Haarlemerdijk.
    Begraven: Nieuwe Kerk. 18.10.1727. Overl.akte 1058-46 Nieuwe kerk Dirk Kuijleman op de OZ Achterburgwal.

    Akte inv.nr. U126a1, aktenr. 145, d.d. 11-10-1699. Aktesoort Attestatie. Notaris A. Duerkant, Utrecht. Uittreksel.
    Naam eerste partij: Arckje de Visser; Lambert de Visser, broer; Johannes de Visser, broer. Woonplaats eerste partij: buyten de Weertpoort.
    Naam tweede partij: Johannes Beckering; Dirck Kuyleman. Beroep tweede partij: coopluyden. Woonplaats tweede partij: Amsterdam.
    Samenvatting inhoud akte: Willem van der Steen den ouden heeft geweigerd de afgesproken prys te betalen voor een party rogge.

    Marriage Notes for Cornelia Beckeringh en Dirk Kuijleman: otr 01.05.1676 Amsterdam akte 503-109.
    Dirk Kuijleman van Haarlem kunstkoper 31 j wonend Warmoesstr. geass. met Helena Kuijleman sijn suster.
    Cornelia Beckering van Amsterdam 28 j wonend Molsteeg geass. met Abraham Beckering haar vader.

    Kinderen van Cornelia Beckeringh en Dirk Kuijleman zijn:

       84 I. Sara Kuijleman, geboren op 24 februari 1677 in Amsterdam; overleden voor november 1680 in Amsterdam.

      85 II. Geertruida Kuijleman, geboren op 30 november 1678 in Amsterdam; overleed na 1713 in Amsterdam. Zij trouwde met Lau-rens Abrahamsz Braconier op 1 november 1703 te Amsterdam; geboren op 22 juni 1667 te Bordeaux als een zoon van Abraham Braconier en Maria De Colenaar; klzn. van Josue Didericsz Braconier geh. aan Giseline Florichant.

    Abraham Braconier: Handelaar/Koopman te Amsterdam en Utrecht.

    Maria Braconier; Cornelia Braconier; Catharina Braconier, dochters Laurents Braconier en Geertruyt Kuyleman, woonplaats Utrecht, zyn voor 1/3 deel erfgenamen van hun grootouders Dirck Kuylman de oude en Cornelia Beckeringh”.

    Akte inv.nr. U166a8, aktenr. 66, d.d. 18-08-1731. Aktesoort Procuratie. Notaris E. Vlaer, Utrecht. Uittreksel:
    Naam eerste partij: onmondige dochter Laurens Brackonier en Geertruyd Kuyleman. Woon plaats eerste partij: Utrecht.
    Naam voogd eerste partij: voogd: Laurens Brackonier, vader.
    Naam echtgenote voogd: wedr. Geertruyd Kuyleman. Woonplaats voogd: Utrecht.
    Naam eerste partij: Maria Brackonier, zuster. Woonplaats eerste partij: Utrecht. Cornelia Brackonier, zuster. Woonplaats eerste partij: Utrecht.
    Naam tweede partij: Willem Coelemey. Beroep tweede partij: procureur hove van Holland in ’s Gravenhage.
    Samenvatting inhoud akte: om te procederen tegen Hendrik Warensberg te Amsterdam als gemachtigde van Joost Warensberg en Barent Smith, gehuwd met Johanna Catharina Warensberg.

       86 III. Sara Kuijleman, geboren op 6 november 1680 in Amsterdam; overleden voor juni 1682.

       87 IV. Sara Kuijleman, geboren op 21 juni 1682 in Amsterdam; overleden voor augustus 1686 in Amsterdam.

       88 V. Dirk Kuijleman, geboren op14 juni 1684 in Amsterdam. Geen overlijdensdatum bekend.

       89 VI. Sara Kuijleman, geboren op 14 augustus 1686 in Amsterdam; overleden op 6 november 1729 in Amsterdam. Zij trouwde met Abraham Ter Borch Jr. op 18 december 1710 in Amsterdam dam; geboren op 3 november 1682 te Amsterdam; overleden op 11 maart 1748 te Amsterdam en aldaar begraven in de Oude Kerk, als een zoon van Abraham Ter Borch en Mette Muijs van Kolij; klzn. van Jan Ter Borch (den Olde) geh. aan Hilleken Aerts.

    06-11-1729 Overl.akte: Oude kerk Sara Kuijleman.

    Abraham Ter Borch: Koopman – Bewindvoerder O.I.C. te Amsterdam.
    Abraham hertrouwt op 19 jan 1731 te Amsterdam als wed. Sara Kijleman met Sara Grever.


    27. Lammegien Beckeringh
    werd geboren op 17 november 1644 in Groningen en overleed op 28 april 1676 in Opwierda. Zij trouwde met Allardus Schepel op 18 mei 1668 in Warffum. Hij was geboren op 5 februari 1637 in Warffum en overleed op 22 december 1688 in Opwierda als zoon van Aikenius Schepel en Metjen van Besten; klzn van Harman[us] Schepel en N. N. en van Alardus van Besten en Beertien Pieters.

    “Westeremden 07 september 1662: Op belijdenis: mijne dochter Lammetien Beckeringh..”

    Op de grafzerk van Lammegien werd nog het ‘oude’ familiewapen getoond (zie inleiding). Daarnaast werden er nog vier kwartieren getoond:
    I. Een schepel met twee rechthoekige oren en staande op drie pootjes vergezeld van drie rozen {Schepel};

    03-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (10 Stemmen)
    02-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkele portretten van de familie, genoemd in onderstaande Generaties.




    Lambertus Beckeringh en Ella Catharina Sijpkens. Zie No.65. Geschildert door J.Wassenbergh in 1718.



    Wilhelmus Beckeringh en Egbertha L. Piccardt. Zie No.144. Geschildert door J.Wassenbergh in 1735.


    Alegond Beckeringh, echtgen. van M.v.Bolhuis. Zie No.145. Geschildert door J. Antiqus in 1739.


    Michiel van Bolhuis, echtgenoot van Allegonda Beckeringh. Geschildert door J.Antiqus in 1738.



    Theodorus Beckeringh, echtgenoot van G.v.Hulten. Zie No. 147.

    02-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (15 Stemmen)
    01-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beschrijving van de familie Beckeringh.

    Inleiding.

    De aandacht of eigenlijk het onderzoek naar de afstammeling van de familie Beckeringh begon in 1980 toen ik van mijn vader, de Hr. B. Beckeringh (no.542), een afdruk kreeg van het familiewapen en een kopie van een oud familieregister uit 1700. Om nadere informatie te krijgen over deze familie ben ik naar het RA in Groningen en Assen gegaan. In Groningen vond ik een hoop informatie over de Beckeringh’s. Blijkbaar waren er meer mensen mij voor gegaan en hadden hun aantekeningen hier achter gelaten. Prima, dat scheelde mij heel wat onderzoek dacht ik toen. Maar het bleek al gauw dat ik daar vastliep op de oudste generaties der Beckeringh. In heel het archief was niets te vinden over de oudste stamvader, geen enkele doop- cq trouwakte of iets ander waaruit kon blijken dat hij had geleefd en waar. Een probleem was ook dat in de periode 1600 en daarvoor, mensen/families hun familienaam (indien zij die wel hadden) niet altijd gebruikte en door het leven gingen onder hun voornaam en hun patroniem. Zo is de oudste stamvader zeer vermoedelijk door het leven zijn gegaan als Johan Gerrits; Johan zoon van Gerrit. De familienaam kon wel enige generaties overslaan. Ook zijn er tijdens de Hervorming veel gegevens verloren uit de oude kloosterbronnen.

    Tijdens mijn onderzoek bleek dat het zeer waarschijnlijk was dat de familie Beckeringh afkomstig was uit Drenthe. Dit is géén bevestiging, maar een vermoeden en enkel gepasseerd op passages uit het “Ordel-Boek van de Etstoel van Drenthe” 1399-1518. (verhandelingen Pro Exolen-de Jure Patrio, 7e deel 2e stuk) Groningen 1870. Hierin vinden wij enkele uitspraken, waarin enkele personen voorkomen met de naam Beckeringh.
    "Op Pinksteren van het jaar 1453 [22 mei] werd een uitspraak genoteerd tussen ene Johan Beckeringe en Lambert Roringhe over het verdelen van een boedel."  "Op Pinksteren van het jaar 1454 [11 juni] werd een uitspraak gedaan over een zaak tussen Hugo Beckeringhe en Johan Wilrekinge." (met hier een aantekening van “halfbroers”) Ook was er weer een uitspraak over ene Johan Baeckeringe. Deze 'Ordel' (oordeel-uitspraak) werd opgeschreven op St. Magnus van het jaar 1590 [= 19 augustus].
    Ook in een akte (ass081-inv.nr.91,reg.81) van 11 mei 1463 van de Abdij van Assen komt de naam Johan B(a)ekeringen voor, als zijnde een getuigen. Deze Johan B(a)ekeringen was Cureyt (pastoor) te Rolde.
    {De genoemde personen kunnen 'voorouders' zijn in onze stamlijn, vooral gezien de voornaam Johan. De naam Hugo komt niet verder voor in de familielijn. Maar er is tot nu toe géén bewijs voor gevonden. Indien dit voorouders zijn van de familie Beckeringh, blijkt dat zij ook al in die tijd zich aangetrokken voelden tot het geloof. Dus toen Pastor Gerrit Johansz (no: 4) zich ‘bekeerde’ tot het protestantse geloof om daar zijn beroep voort te zetten, ging hij vermoedelijk gewoon door waar zijn voorouders waren gebleven.}

    Daarnaast komt de naam Beckeringh ook voor in het noorden van Duitsland, vooral in de omgeving van Rheine - Bentheim. Zo komt in 1500 in Rheine een "Stine Beckeringh" voor. Meestal zijn de in Duitsland voorkomende Beckeringh's in het algemeen katholiek. Of er connecties is met de Beckeringh's in Nederland heb ik voorlopig niet aan kunnen tonen. In Nederland leeft en woont ook een familie Beckering {zonder H} die ook in het algemeen ook katholiek zijn. Ook hiervan is niet bekend of er verbindingen zijn met 'onze' familietak en/of met de Duitse Beckeringh's. Daarnaast is er nog sprake van een familie Bekkering met ‘h’ of zonder ‘h’ geschreven. Dit is geen familie van u, alhoewel in verschillende akten onze naam soms zo word beschreven. Dit komt meestal door dat de beambte de naam schreef op het gehoor. Hij hoorde twee k’s en schreef dus twee k’s op. Ook leeft er in Nederland de familie “Beckering Vinkers”. Een Catrina Beckering huwde in 1814 met Johannes Vinckers. Catrina was een dochter van Johan Becker en Mannie v. Marum. Deze familie is dus totaal niet verwant aan die van U. De kinderen uit het huwelijk van Johannes en Catrina gingen de dubbele achternaam voeren van Beckering Vinckers.
    Ook in Engeland komt de naam Beckeringh voor in diverse schrijfwijze. Ook hier is geen bewijs gevonden dat er connecties is met onze familie. Wel heb ik een klein dorpje (rond 2001, 140 inwoners) gevonden in West Lindsey - Lincolnshire met de naam "Holton cum Beckering".  Het ligt zo'n 9.7 km ten zuiden van Market Rasen.

    Over het ontstaan/afkomst van de naam Beckeringh zijn veel Hypothesen. Eén van deze is dat in het oud Saksische de naam Beckeringh de betekenis heeft van ‘Becker’ = Bakker en ‘Ingh’ = zoon van; dus Beckeringh zou betekenen “zoon van een bakker”. Maar een ander hypothese is dat de naam Beckeringh een verschrijving is, want vroeger werd de K beschreven als CK. Men zou de naam Beckeringh dan eigenlijk moeten uitspreken als “Bekering”. En men gaat er van uit dat dit slaat op het beroep van de Beckeringh’s. Maar naar mijn inziens gaat dit te ver, want tijdens de Roomsche periode werd de naam Beckeringh ook al gebruikt.
    Maar er zijn ook anderen die er een ander idee er op na houden en zeggen dat de naam Beckeringh een verbastering is van het Franse "Bûcheron" [= houthakker] en dat de familie afkomstig zou zijn uit Frankrijk.

    U ziet dat men vele kanten op kan met de naam Beckeringh. Dus u heeft keus zat om iets van uw familienaam te maken. Het is in ieder geval duidelijk dat de naam Beckeringh een Saksische grondslag heeft.

    Onderstaand heb ik stukjes geplaatst over namen met een Saksische grondslag.

    De Hr. A.J. Manting schreef in 1974 in "'n Sprint Arwt'n" een artikel genaamd "Sibbe-, familienamen op 'ing(h)(e); 3000jaar oud" over oude Saksische namen. Een samenvatting laat ik hier volgen:

    "De 'ing(h)(e)' -namen, afgeleid van enkelvoudige voornamen zijn:
    I. Geen oorspronkelijk boerderijnamen, afgeleid van de voornaam van hun stichter met daar achter de uitgang ing/ingh/ing(h)e en wel omdat:
    a] men geen boerderijnamen vindt, die afgeleid zijn van een dubbele voornaam, hoewel die na (het begin van onze) jaartelling algemeen in gebruik zijn.
    b] men in de periode van de late middeleeuwen tot de napoleontische tijd in Drenthe families kan aan wijzen, die van geslacht op geslacht dergelijke 'inge'-namen voeren, onafhankelijk van de door hun bewoonde boerderij en buurtschap. (Het gaat hier om oude Eigenerfde geslachten. Bij pachters ziet men dikwijls een ander beeld).
    c] vele plaatsen en zelfs dingspelen deze enkelvoudig 'ing'-namen hebben.
    II. Geen specifieke Frankische patronymica, omdat deze patronymica ook veelvuldig voorkomen in niet-Frankische woongebieden, zowel in plaatsnamen als in familienamen. De uitgang 'ing' is een algemeen west-Germaanse patronymicaalvorm, ontleend aan de stamgod der Asen; "Ingwio".
    III. Germaanse sibbe (=stam/familie) namen, die zeker tot in de Bronstijd teruggaan en wel omdat:
    a] de sibben in elk geval een naam hadden.
    b] deze namen terug te vinden zijn in namen van plaatsen, die tot de Bronstijd teruggaan.
    c] deze plaatsen - woongebied van de sibben - hun naam ontleend hebben aan de sibbenaam en niet aan de voornaam van de resp. stichter.
    IV.
    Zonder onderbreking van geslacht op geslacht - zeker in Drenthe - doorgegeven zijn. Indien dit niet het geval was geweest, dan waren de namen volkomen in de vergetelheid geraakt, omdat vanaf onze jaartelling samengestelde voornamen gedragen werden en waarschijnlijk zelfs lange tijd daarvoor".

    -------------

    Aanvankelijk had het achtervoegsel -ing/-ink een patronymische functie: Aalderink, voorheen Alardink = behorend tot de familie van Alard. In de middeleeuwen verloor het achtervoegsel deze functie; patroniemen werden voortaan gevormd met het achtervoegsel zoon of dochter, waarvan in familienamen de buigings -s of -en en of de versleten vorm -se(n) resteert: Aalders, Alards, Aartsen. Namen met -ing/-ink waren vooral in het oosten van het land overgegaan op de woonplaatsen, op de erven of boerderijen van de betreffende families. Latere bewoners ontleenden hun achternaam aan deze woonplaatsen. Hoewel de meeste van deze namen oorspronkelijk een roepnaam bevatten, wordt dit type naam om de latere lokaliserende functie tot de adresnamen gerekend. Omdat -ing/-ingh als achtervoegsel productief werd bij de vorming van boerderijnamen, werden ook namen gevormd die niet van roepnamen waren afgeleid, bijvoorbeeld Veldink bij 'veld', Westerink naar aanleiding van westelijke ligging, Meijering van de meier (beheerder), Smeenk uit Smedink van de smid.

    Het verschil tussen inga (Fries) en ink (Saksisch) bestaat, maar niet doordat het Saksies heeft verkort inge > ing/ink, maar doordat het de patronymica niet vormde van de gen. pl. -inga doch van -ing, dus: nom.-acc. met verscherping -ink, verbogen -inges enz.; daardoor vervolgens ook aan 't eind -ing. (...) Dat het suffix in de 14de eeuw nog leefde en tot vorming van nieuwe namen kon worden gebruikt, bewijst het voorkomen van Johan Leppens naast J. Leppinc, Wolter Werren naast W. Werninc. Het werd ook gevoegd achter beroepsnamen, b.v. Gerardus Borch-greving (...) We vinden het zelfs achter toenamen, die aan bnw. en znw. zijn ontleend: Nicolaus Dullinc, Herman Groening Vrederic Zuerpering (naast V. Zuerpeer), Johan Dyking (naast J. ton Dyke).

    Hiermee is, meen ik, Carsten's typies Saksiese overgang op -inge tot -ing, -ink van de baan." [W. de Vries, 'Namen op -ingi, -inga enz.', in: Saxo-Frisia. Tweemaandelijksch tijdschrift ter bevordering van de kennis der landschappen, geschiedenis, taal en letteren, volkskunde en samenleving 2 (1940), p 7]. Lijst van de -ink-ing namen in Drenthe die aan boerderijnamen zijn ontleend [NRF-Dr, p 8-10].

    Familienamen zijn archaïsch, dat wil zeggen dat zij veel oude kenmerken hebben. De spelling van de Neder-landse taal wordt gemoderniseerd, maar voor de eigennamen gelden andere regels. Omdat de familienamen onveranderlijk bij de Burgerlijke Stand zijn vastgelegd, onttrekken zij zich aan herzieningen van de spellingsregels.
    Om de variatie aan verschillende naamvormen te begrijpen moet men beseffen dat de standaardisatie van het Nederlands eeuwen in beslag heeft genomen. De Burgerlijke Stand kwam in de 19de eeuw in ontwikkeling, juist in een periode waarin belangrijke spellingsvoorschriften werden geformuleerd en de spelling werd geüniformeerd (1804, 1863). We zien dat namen nog met een ‘g’ in plaats van ‘ch’ (Van der Jagt), of met ‘ae’ in plaats van ‘aa’ en met een ‘y’ zonder puntjes in plaats van ‘ij’ worden geschreven, omdat de normen nog niet waren uitgekristalliseerd. Vastlegging bij de Burgerlijke Stand volgens oude schrijfwijze betekende echter dat deze vormen ongewijzigd op volgende generaties werden overgedragen.

    ----------

    Nu is er al kort sprake geweest van een familiewapen. Het is niet precies bekend wanneer de familie Becke-ringh dit familiewapen ging voeren. Voor zover ons bekend heeft de familie het wapen gevoerd vanaf 1600. Dit wapen werd gevonden op een grafzerk uit 1600, oudere grafzerken zijn niet bekend. Na dien tijd voert men in het helmteken een blote/nakend arm. Het is ook niet bekend of Johan (Gen. II) al het familiewapen voerde (dus uit een oudere periode afstamde) of dat zijn zoons dit invoerde. Gezien de oude vorm/model kan men er wel van uitgaan dat het wapen ouder is dan 1600.

    Het oudste familiewapen wordt als volgt beschreven (zie foto 1):
    "Op een gouden schild een groene boom, staande op een groen terras, geflankeerd door twee boomstronken van natuurlijke kleur (=bruin). Achter de boom omliggende een bijl van azuur (=blauw) met een steel van bruin, met het blad rechts in de grond”.
    "Het schild wordt gedekt door een helm, bekleed met helmkleden van groen gevoerd van goud en samengehouden in een wrong van dezelfde kleuren".
    "Als helmteken voert men een uitkomende blauwe geharnaste arm houdende een bijl wijzend naar links en het blad van azuur wijzend naar boven."
    "Als wapenspreuk voert men de spreuk "Penitentiam" = 'Doet boete, want het hemelrijk zal nabijkomen'. (Dit is er vermoedelijk later bijge-voegd)

    Men denk dat het familiewapen waarschijnlijk gebaseerd is op een woordspeling van de Familienaam {Beckeringh = bekering} en wijst in de richting van het beroep dat de familie uitvoerde. Men zou de betekenis kunnen vinden in de volgende verzen: 'Matheus 3, vers 3-10' en 'Matheus 7, vers 17 t/m 19'.

    Of men voor die tijd een ander wapen heeft gevoerd is niet bekend. Het is ook niet bekend of de bedekte arm verwijst naar een militaristische (harnas) verleden.

    Later werd in het wapen de beklede (geharnaste) arm veranderd in een blote arm. Alhoewel men ook nog wel het oude wapen voerde. Zo werd op het ‘Servies van Chine de Commande’ van 1748 het oude Familiewapen gezet, terwijl ook in die tijd ook het ‘nieuwe’ wapen werd ‘gepresenteerd’ op de grafzerken.
    In de huidige levende familie wordt nog steeds beide vormen van het familiewapen gepresenteerd. Zo heb ik van familie uit Australië en Canada de zelfde foto mogen ontvangen, met de geharnaste arm.Maar hoe dan ook, de familie Beckeringh heeft in de Provincie Groningen meer dan 200 jaar als predikanten gestaan in het Groningerland en hebben ze het gebracht tot bestuursleden van de provincie en gemeente en tot de wettelijke macht. Daarnaast zijn er leden van de familie welke hun vermogen en intuïtie hebben gestoken in de handel en in het bewerken van het land. Want in de 1700e jaren gingen de Beckeringh’s in Amsterdam zich werpen op de handel (tabak) en op de huizenmarkt. Daarnaast vind men de naam Beckeringh in vele boerenfamilies uit de omgeving van Beerta. Ook daar hebben zij hun steentje bijgedragen.

    Bij sommige personen zijn soms zeer summier gegevens vermeld, daar ik niet altijd kon uitvinden hoe en wat. Dit omdat de doop-, trouw- of begrafenisboeken niet altijd de juiste gegevens vermelden of over een periode niet waren bijgehouden of niet meer aanwezig waren. En ook werd er niet bij ieder persoon een huwelijks akte opgemaakt. Ook werd er niet altijd bijgehouden, indien er een persoon verhuisde, waar deze heen ging. En dan hebben wij nog de pech dat sommige bronnen zijn vernietigd door brand, oorlog o.i.d. of dat ze gewoon werden vernietig doordat men ruimte te kort had. En bij de vrouwelijke familieleden werd niet altijd de familienaam aangehouden, maar alleen de doopnaam zodat het onderzoek naar deze persoon vastliep. Want vind maar bijvoorbeeld maar een ‘Sara Jans’, terwijl deze bij haar doop bekend stond als ‘Sara Jans Beckeringh’. En waar moet men deze vinden? In welke gemeente is zij getrouwd, is ze wel getrouwd? Soms kan men deze persoon nog vinden in andere bronnen, zoals hypotheekakten ed.
    De jongste generatie is soms niet altijd volledig uitgewerkt, daar het moeilijk was/is om met deze personen contact te krijgen, daar men niet altijd weet waar deze personen woont of omdat zij/hij geen gegevens wenst door te geven om privé reden.
    Men ziet dat het onderzoek van een genealoog naar de bron - afkomst van een familie - niet altijd over rozen gaat. En altijd zullen er vragen onbeantwoord blijven en nieuwe vragen worden opgeworpen, maar hopelijk vindt U als lezer hier misschien later nog wel eens een antwoord op.

    Men vindt op de volgende pagina’s, voor zover nu bekend, al de nakomelingen van Gerrit N. Hoewel bij enkele takken de mannelijk tak is uitgestorven, zijn er nog veel mannelijke nakomelingen. Zodat men voorlopig niet kan spreken van het verdwijnen van de familienaam.

    Al deze gegevens zijn zo veel mogelijk als het kan nagekeken in het RA. te Groningen; Drenthe; Leeuwarden en bij de verschillende gemeentelijk archieven, zowel in de doop-, trouw- en begrafenis registers. Ook zijn er gegevens verwerkt uit oude familieregisters en uit andere familiearchieven. Maar er bestaat natuurlijk altijd de mogelijkheid dat er foutieve gegevens zijn verwerkt. Mijn excuus daarvoor.

    F. E. Beckeringh.

    01-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (15 Stemmen)
    28-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het familiewapen van de Beckeringh's.





    Dit is het "oude familiwapen" zoals het gebruikt wordt door de familieleden uit Australie en Canada.



    Het "moderne" familiewapen van de Beckeringh's.

    28-02-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (36 Stemmen)
    01-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In opbouw!
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                          Onderstaande genealogie is nog steeds in opbouw en er worden steeds nieuwe aanvullingen bijgeplaatst.
                                                              Dus u moet even wachten tot hij volledig compleet is.

    Het overzicht van alle generaties zijn momenteel geplaatst (1-4-2009), ook zijn er foto's geplaatsts van enkele familieleden met een verwijzing naar het bestand waarzij worden beschreven.
    Aan de zijkant vind men enkele familiewapens van verwanten voor zover zij zijn beschreven zijn in het familieregister. In het register vind men de beschrijving van het familiewapen. Voor meer informatie mail me gerust.
    Ook heb ik aan de linkerkant wat foto's geplaatst aan de zijkant van enkele stukken uit het familie bezit.


    01-02-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (71 Stemmen)
    >

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!