Genealogie Familie Beckeringh.
Foto
Foto
Startpagina !
Inhoud blog
  • De sits
  • ZEYLSgasthuis te Groningen.
  • Een laatste groet aan onze familieleden.
  • Wat persoonlijke akten van/over de familie
  • En nu ook nog wat familie portretten.
  • < gen 16.
  • Gen. 13 t/m Gen. 16.
  • Weer wat enkele familiefoto's.
  • Gen. 10 >
  • Enkele familieportretten
  • [c]
  • [b]
  • [a] Generatie zeven t/m tien.
  • (c)
  • (b)
  • Genealogie Beckeringh; generatie één tot zeven. (a)
  • Enkele portretten van de familie, genoemd in onderstaande Generaties.
  • Beschrijving van de familie Beckeringh.
  • Het familiewapen van de Beckeringh's.
  • In opbouw!
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Welkom op mijn blog! Heeft u op en aanmerkingen, of mist u iets? Mail dan de beheerder.
    Dropbox

    Druk op onderstaande knop om je bestand naar mij te verzenden.

    Gastenboek
  • bacj7k
  • Pompka do penisa
  • Dr.
  • Aanvulling op je Stamboom

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Laatste commentaren
    Mijn favorieten !!
  • Familie Sjaarda en Van der Schaaf út Fryslân.
  • Familie Popma út Fryslân.
  • De Beckeringh's op Hyves.
  • De familie Beckeringh van Loenen.
  • Bent u benieuwd of er van uw familie ook een stamboom is, kijk dan in de Stamboomgids.
  • De familie Lankhorst (Beckeringh-Lankhorst)
  • Hoofdpunten blog genealogie_familie
  • Ter nagedachtenis aan enkele familieleden.
  • Enkele Documenten.
  • Nog enkele portreten van de familie.
  • Enkele portretten van de familie, genoemd in bovenstaande Generaties.
  • Willekeurig Bloggen.be Blogs
    roeland
    www.bloggen.be/roeland
    Hoofdpunten blog genealogie_popma
  • Ter Herinnering aan gene die waren.
  • Nog enkele huwelijksadvertenties.
  • 2 huwelijksadvertentie's popma's
  • Enkele huwelijksadvertenties betreffende de Fam. Popma.
    Blog als favoriet !
    Zoeken met Yahoo


    Zoeken in blog

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Pronkstukken van de familie
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Militaire onderscheiding
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Familiewapens.
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Genealogische beschrijving van de familie Beckeringh en aanverwante familie's.
    06-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.(c)

        181 V. Ida Beckeringh, geboren op 6 september 1720 in Amsterdam; overleden op 27 november 1726 in Amsterdam.

        182 VI. Abraham Beckeringh, geboren op 17 mei 1723 in Amsterdam; overleden op 9 mei 1725 in Amsterdam.

    + 183 VII. Dirk Beckeringh, geboren op 10 oktober 1725 in Amsterdam; overleden op 2 januari 1785 in Amsterdam.

       184 VIII. Sara Beckeringh, geboren op 24 december 1727 in Amsterdam; overleden op 2 januari 1728 in Amsterdam.

    Doopgetuigen: Abraham ter Borch en Sara Cuijleman,


    92.
    Alberthus Beckeringh werd geboren in 1675 te Garrelsweer en overleed tussen 1709 - 1715 in Sluis. Hij trouwde met Maria Thibout op 30 mei 1706 in Oostburg. Zij was bij haar huwelijk afkomstig van Sluis.

    Alberthus Beckeringh: Chirugijn.

    In uittreksels van het trouwboek Sluis, vermeld in het Algem Ned. Familieblad 1886 - 1894 en de Navorser 1883, wordt vermeld:
    “30 mei 1706 te Oostburg, Alberthus Beckering, jongeman van Groeningen met Maria Thibout, jongedochter van Sluis”.
    Het lidmatenregister van de herv. gem Sluis 1678 - 1769 vermeld:
    'Op 30 december 1707 met attesatie van Oostburg Alberthus Beckeringh en Maria Bijbout'.
    “Op 22 oktober 1716 huwde Hendrik Brakel, jm. van Maastricht, te Sluis met Maria Thibot, weduwe van Alberthus Bekkeringh, wonen-de alhier”.

    Door de oorlogshandelingen in Zeeland ’40-‘45 zijn diverse akten vernietigd, waardoor er geen volledige of helemaal geen gegevens zijn van cq over het nageslacht.

    Kinderen van Alberthus Beckeringh en Maria Thibout zijn:

    + 185 I. Maria Jacoba Beckeringh.

    + 186 II. Debora Beckeringh.

       187 III. Joanna Adriana Beckeringh, geboren rond 1708. Geen overlijdensdatum bekend.

    Belijdenis: 30 maart 1725 en in 1735 als lidmaat genoemd in Nh.gem van Sluis.


    93. Catharina Beckeringh
    werd geboren rond 1685 in Garrelsweer en overleed op 28 maart 1738 in Delfzijl. Zij trouwde met Theodoricus Römelingh op 15 mei 1707 in Termunten. Hij werd geboren op 25 maart 1685 in Farmsum en overleed op 11 januari 1747 in Delfzijl als zoon van Bonno Römelingh en Christophertje Velthuis; klzn. van Theodoricus Römelingh en Catharina Bonne Jans en van Willem Bartelds Velthuis en Maria Eitzen.

    Familiewapen Römelingh:
    In blauw een regenboog, zijnde een gewelfde dwarsbalk van goud-rood-groen-zilver, vergezeld van drie gouden stralende aangezichtszonnen, geplaatst 2 - 1.
    helmteken: Een blauwe vlucht, waartussen een zon van het schild.
    helmkleden: Blauw, gevoert van goud. FDFG. pag: 159/2 - gen: Romelingh.

    Theodoricus was vanaf 1704 organist en hulpschoolmeester te Farmsum en vanaf 1707 voerde hij beide beroepen uit te Termunten.
    In 1712 werd hij benoemd tot schoolmeester te Delfzijl.

    Kinderen van Catharina Beckeringh en Theodoricus Römelingh zijn:

       188 I. Bonno Römelingh, geboren op 2 maart 1708 in Farmsum; overleden op 31 maart 1762 in Zeerijp. Hij trouwde met Jantje Fockes Wildeman op 26 november 1732 in Zeerijp; geboren op 17 november 1709 in Hellum; overleden rond juni 1784.

    Bonno Römelingh: Organist/schoolmmester/kerkvoogd en Schepper der Zandster Schepperij

       189 II. Lubbertus Patroclus Römelingh, geboren rond 1722; overleden rond 1778.


    98. Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 18 januari 1688 in Groningen en overleed op 5 maart 1733 in Woldendorp. Hij trouwde met Egberdina Bavinck op 12 december 1717 in Woldendorp. Zij werd geboren op 19 maart 1689 in Groningen en overleed rond 1740 in Wol-dendorp als een dochter van Evert Baving en Wemelina Nijsincks; kldr. van Roelof Baving en Egberta Geerts Boelend en van Albert Nijsingh en Harmtje Homan.

    Wilhelmus Beckeringh stond op 16 nov. 1705 ingeschreven als student te Groningen en in 1709 als student Theologie te Franerker. In 1715 werd hij beroepen tot predikant te Woldendorp, waar hij diende tot zijn dood.

    “Sept. 1715. De Ledemaaten van mij Wilh. Beckeringh Groninganus alhier gevonden”,
    “5 juni 1718 vermeerdert met: 7. Egberdina Bavinck huisvr. van D. Wilhelmus Beckeringh Eccls tot Woldendorp ingevolge de attestatie van Groningen”.
    “6 juni 1718 attestatie gesonden an: mijn moeder Teelke Mensingh wede Havingha tot Gronin-gen”.

    Akte van verkoop van een grafplaats in de Martinikerk door raadsheer Wijchel, H. Blankenstein namens Egberdina Bavinck weduwe Beckering en pastor Havinga aan Sicco Tjassens en zijn vrouw Wobbina Tiaden. Datering 1737.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Egberdina Bavinck zijn:

    + 189 I. Anthonius Wilhelmus Beckeringh, geboren op 24 november 1718 in Woldendorp; overleden op 8 oktober 1798 in Gronin-gen.

       190 II. Memelia Beckeringh, geboren op 4 februari 1720 in Woldendorp; overleden rond 1721 te Woldendorp.

       191 III. Alaria Beckeringh, geboren op 25 mei 1721 in Woldendorp; overleden rond 1723 in Woldendorp.

       192 IV. Allegonda Beckeringh, geboren op 21 juni 1722 in Woldendorp; overleden rond 1723 in Woldendorp.

       193 V. Teletta Beckeringh, geboren op 30 januari 1724 in Woldendorp; overleden rond 1724 in Woldendorp.

       194 VI. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 30 januari 1724 in Woldendorp; overleden rond 1726 in Woldendorp.

       195 VII. Teleta Beckeringh, geboren op 8 april 1725 in Woldendorp; overleden rond 1728 in Woldendorp.

       196 VIII. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 29 juni 1727 in Woldendorp; overleden rond 1732 in Woldendorp.

       197 IX. Everdina Beckeringh, geboren op 11 september 1729 in Woldendorp; overleden rond 1730 in Woldendorp.


    140. Henrica Beckeringh
    werd geboren op 7 december 1699 in Huizinge en overleed op 16 augustus 1786 in Amsterdam. Zij trouwde met Paulus Brinckhuijs op 24 december 1728 in Amsterdam. Hij werd geboren rond 1696 in Overlangbroek (Utr) en overleed zo rond 1760 in Amsterdam als een zoon van Cornelius Brinckhujis en Margarietha Van Der Poel; klzn. van Johannes Brinckhuis en Lydia Naso (Neus) en van Pauwel van der Poel en Maria van Veenendaal.

    Paulus Brinckhuijs: Wijnhandelaar.

    Kinderen van Henrica Beckeringh en Paulus Brinckhuijs zijn:

       198 I. Margaretha Brinckhuijs, geboren op 31 mei 1730 in Amsterdam; overleden op 16 juni 1730 in Amsterdam.

    Gedoopt NH: 31 mei 1730, Amsterdam, Nieuwe Kerk.

       199 II. Margaretha Brinckhuijs, geboren op 7 september 1731 in Amsterdam.

    Gedoopt NH. op 17 september 1731, Amsterdam, Oude kerk. Doopgetuigen: Jan Beckeringh en Agnita Eijgelbergh.

       200 III. Wilhemina Sara Brinckhuijs, geboren in 1734.

    Gedoopt NH. op 16 juli 1734, Amsterdam.


    144. Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 1 september 1706 in Groningen en overleed op 15 juli 1788 in Groningen. Hij trouwde (1) met Egbertha Louisa Piccardt op 26 juli 1738 in Slochteren. Zij werd geboren op 16 januari 1714 in Slochteren op de Fraeylemaborg en overleed op 21 januari 1740 in Groningen als een dochter van Johan Piccardt en Maria van Coeten; kldr. van Occo Piccardt en Egberta Niehof en van Arnoldus van Coeten en Helena van Leeuwen. Hij trouwde (2) met Nicol Catharina Smith op 1 maart 1742 in Groningen. Zij werd geboren op 21 maart 1703 in Groningen en overleed op 19 no-vember 1786 in Groningen als een dochter van Edzart Smit en Henrica Toppinga.

    Wilhelmus stond op 19-12-1721 ingeschreven als student Juridische rechten op de Universiteit van Groningen. Hij was van 1736 t/m 1761 Secretaris v/d Justitiekamer en van 1762 t/m 1779 was hij Secretaris van de Hoge Justitiekamer van Stad en Ommelande. In 1779 werd hij benoemd tot Hoofdman van de Hoge Justitiekamer. Daarnaast was hij ook Erfvoogd en boekhouder van het Zeyls Gasthuis.

    Toevallig heeft een achterkleinzoon een beschrijving gegeven van Wilhelmus:
    "Wilhelmus was van middelmatige lengte, bezitte een welgevormde lichaams gestalte, bruin en aangenaam van wezenstrekken, welgevoed van lichaam en gezond van gestel en van zintuigen. Hij heeft een zuiver muzikaal gehoor en eenwelluidende stem en zeer goede manieren, zeer net en zindelijk in zijn persoon. Begaafd met zeer veel gezond verstand, opgeruimd maar bedaard van geest, goedaardig getrouw en opregt in zijne daden. hij sprak naast zijne moedertaal, het Grieks, Latijns en de Fransche taal."

    Egbertha Louisa Piccardt is gestorven in het kraambed van haar dochter

    Familiewapen Piccardt:
    Op een blauw veld een gouden adelaarspoot, genageld van rood.
    Helmteken: Een gekroonde helm, waaruit een vlucht van zwart, waartussen een adelaarspoot van goud.
    Helmkleden: Blauw, gevoert van goud.
    NP. no: 23

    Nicol Catharina Smith: Voorheen gehuwd aan Hendrik Laman en daaruit een zoon. Nicol bracht tijdens haar huwelijk met Wilhelmus mee een behuising in de Heerenstraat, uitkomende in de Pelstenstraat; plus een heerd land bij Loppersum.
    Tijdens dit huwelijk erfde Wilhelmus van zijn ouders in 1762 een beklemde plaats, groot 58.1/2 grassen, tot Noord-wolde gelegen; doet jaarlijks een huur van 155 Hfl.

    Wilhelmus Beckeringh heeft vermoedelijk in het jaar 1748 een servies bestellen bij de Oost Indische C ompagnie, een zogenaamde "Servies van Chine de Commamde". Ook wel wapenservies genoemd. Dit is een vorm van Chinees porselein, welke meestal in opdracht werd gemaakt door de Chinese porseleindecorateurs, die dan meestal het familiewapen van de opdrachtgever schilderde op het servies. Zo ook voor de Familie Beckeringh uit Groningen. Het servies toont het oudste familiewapen met het jaartal 1748.
    Dit servies werd later als huwelijkscadeau mee gegeven aan zijn dochter Egberta Louisa toen zij in 1761 huwde met de Jhr. Johan Hora Siccama. Het servies ging later over naar haar dochter Louise Hora Siccama. Door latere verervening is het servies niet geheel compleet gebleven, zo is er momenteel nog alleen maar een gedeelte van het theeservies overgebleven. Totaal zijn er nu nog maar zo’n ruim 30 stukken overgebleven van de vermoedelijk 200 oorspronkelijke stukken.

    Datering 1762 okt 30.
    63 Acte van overdracht door W. Beckeringh, uit naam zijner echtgenoote en als gevolmachtigde van Titia en Pompe-ja Smith, B.J. van Buttinga Wed. Smith, J.H. Quintus uit naam zijner echtgenoote, Hindrik Pompejus Smith, en Anna en Hermanna Maria Laman aan Garbrandt Wiersema van het 1/3 in een heemstede te Watwerd onder Usquert gelegen, waarvan de overige 2/3 aan Cremers en de Raadt behooren. In dorso: Ankomst van een heemstede, angekoft van Willem Bekkering en Gons.; wort door Berent Jans gebruikt: N°. 12. M.a.h.: Fol. 5.

    NB. Verleden voor dr. Hendr. Willem Hoving, geconstitueerden grietman van de Campen, wiens zegel aan het stuk hangt. Op de pliek: Regist. bij 't Gerigte Lib. 6 Fol. 175 recto.
    Akte van scheiding tussen Pompeja Smith geassisteerd door haar man W. Beckeringh, Wibbina Clara Smith geassisteerd door haar man de rentmeester W. Wichers, Henrica Maria Smith, Edzard Pompejus Smith, Niklaas Jan Smith, Herman Tjassens nom.lib., Hermanna Maria Laman geassisteerd door haar man Samuel van Hindrik Pompejus Smith, en Hebbelina Henrica Smith. Datering 1778.

    Kind van Wilhelmus Beckeringh en Egbertha Piccardt is:

    + 201 I. Egbertha Louisa Beckeringh, geboren op 21 januari 1740 in Groningen; overleden op 6 december 1810 in Midwolda op de Ennemaborg.


    145.
    Alagonda Beckeringh werd geboren op 5 oktober 1710 in Groningen en overleed op 5 augustus 1780 in Warffum. Zij trouwde met Michiel van Bolhuis op 14 december 1738 in Groningen. Hij werd geboren op 22 december 1713 in Warffum en overleed op 3 april 1764 in Warffum als zoon van Abel van Bolhuis Stijntje Cnol; klzn. van Michiel van Bolhuis en Sibrichien Lamberts en van Jan Everts Cnol en Trijntien C(K)nol.

    Bepaald werd bij het huwelijk dat de Bruidgoms ouders jaarlijks F.600 zullen geven aan hun levensonderhoud. Lijfstoebehoren van buidegoms-zijde met diens bibliotheek alsmede bruidskleederen, klende [?] en kleinnoden vererven eventueel op elks eigen familie. De bruidsouders strekken jaarlijks F.200. Bij het openvalen van beider erfenis (na overlijden van één der ouders dus) vervallen deze jaarlijkse toelagen echter.
    Het bruidspaar gingen wonen in een huis te Warffum met hof en tuin en na het overlijden van één der ouders zal de ander daar met boedel en al rustig mogen blijven wonen. De overige nalatenschap zal echter in dat geval worden overgeleverd.

    III x 149, 26-3-1762: Alagonda erfde van haar ouders een plaats te Godlinze, groot 65 grazen, bij Sijbrants Jacobs en vrouw onder beklemming, gebruikt voor F200 per jaar.

    Reqestboek 54, 18-3-1766: "Op den req. van Mevrouwe A. Beckeringh, weduwe van de Hr. Taalman M. van Bolhuis, dat haar huis in de stad staande inclineerde te verkopen, edog nog twee minderjarige kinderen hebbende, zoo versogte suppliante in qlt als moeder en voogd hetzelve aan haar {als zelfs voor de halfscheids eigenares} te accorderen, te meer daar haar meerderjarige zoons, kragt verteke-ning, van dezelve gedagten zijn".

    Op de grafzerk van Alagonda staat vermeld: "1780, den 5 augustus, is Mevrouw Alagonda Beckring, weduwe wylen den heer Michiel van Bolhuis, in leven taalman van de gesworene gemeente der stad Groningen, omtrent 70 jaren oud, overleden en ligt hier begraven". (GDW.3973)

    In 1731 liet de jonge Van Bolhuis zich inschrijven aan de Universiteit in Groningen. Het stadsleven moet hem bijzonder zijn bevallen. Hij verwierf het groot- en klein burgerrecht en woonde vermoedelijk meer in de stad dan in Warffum. Op 24-5-1734, betaalt Michiel voor de verkrijging van het klein 'Borgerecht' van de stad Groningen.
    Michiel had enkele openbare functies, zoals advokaat, lid van de gezworen meente en rechter van Ellerhuizen en te Warffum.

    "De Advocat Beckeringh en Redger Bolhuis in 't jaer 1705 met de Chaise (=sjees) gedaen".
    In het maandblad Oud Utrecht, maart 1957 en ook in het Archievenblad van mei 2004 staat "Op 16 juli 1705 maakten advocaat Beckering en Redger Bolhuis een reis van Groningen naar Kleef."
    4.2. Verslag van een reis van Groningen door Drenthe en Gelderland naar Kleef in gezelschap van onder meer Th. Beckeringh; onvolledig.

    28/29-5-1744: III x 127.
    "Advocaat Michiel van Bolhuis en vrouw Alegonda Beckering kopen van de erfgenamen van Joannes Carolinus, pastor op 't Hogesend, en vrouw Agnes van Bijler, de behuisinge met het hof daarachter, met een mande uitganck in de steeg, naar de havenstraet, staande ten N. aan de Haven op eigen grond". De prijs bedraagt F4900,- in drie termijnen. Dit moet een kapitaal pand zijn geweest.
    Op 23-3-1752 koopt het echpaar een 'hoff gelegen in de Lelienstraat op vrij eigen grond met een stenen Zomerhuis'. De koopprijs bedroeg F1200.- , te voldoen in twee termijnen.
    Daarnaast kopen Michiel en Allegonda op 1-2-1755 'twee camers in de Lelienstraat aan elkander verbonden, met een hofjen, of bleekveld eragter, op eigen grond, met een mandelige put', voor F550.-
    III x 153, 22-12-1764: "Lambertus v. Bolhuis, gevolmachtigde van zijn moeder Alagonda Beckeringh, wed. Taalman Michiel van Bol-huis, voor harzelf en als leg.tut.lib. verkoopt aan Frederik Brugman en Maria Schyffers het hof met twee kamers daarmaast staande in de Lelienstraat".
    Michiel leent aanzienlijke bedragen: 9-5-1746 F1500.- á 4%; 29-5-1747 F1000.- á 4%; 21-8-1747 F2000.- á 5%; 30-5-1748 F2175.- , waarvan F675.- achterstallige rente, á 5%; 12-1-1751 F800.- á 4%; 29-5-1756 F600.- á 4%, die hij in één jaar plotseling aflost.
    De aflossingen worden ingeschreven resp.: 16-5-1760; 5-2-1760; 14-5-1759; 1-9-1759; 16-7-1759 en 14-6-1759. In 1759 wordt ook een le-ning van Michiels moeder Stijntje Cnol afgelost.

    Van Bolhuis huwde in 1738 met Alagonda Beckeringh, een dochter uit een vooraanstaand regentengeslacht. Dit huwelijk is een aanwijzing dat de familie Van Bolhuis een behoorlijke status had verworven, ook in de stad Groningen. Michiel van Bolhuis was in hoge mate cultureel ingesteld. Enige bekendheid heeft zijn dichtkunst gekregen, vooral de "dichtmatige brieven" die hij uitwisselde met studiegenoot P. Muntinghe. De literaire produkten van Van Bolhuis dateren voor een belangrijk deel uit zijn jonge jaren. De beslommeringen van het dagelijkse leven hebben Michiel daarna steeds meer in beslag genomen. Op een geven moment, hij is dan 27 jaar oud, schrijft hij zelfs over het "lang uitgedoofd dichtvuur".
    Het staatboek dat Van Bolhuis heeft aangelegd, geeft veel informatie over zijn interesses en belangen. Hierin werd bijvoorbeeld aangetekend wat de kosten waren geweest om tot gezworene van de stad te worden gekozen, maar ook prijzen van het rundvee, lonen van het personeel, recepten en gegevens over de kinderen. De zonen Abel Eppo, Lambertus en Jan gingen op de Latijnse school. De schoolresultaten werden door de vader zorgzaam opgetekend. Verder heeft Michiel bijvoorbeeld alle schilderijen vermeld, die in het huis aan de Noorderhaven in de stad en in het huis te Warffum hingen. De catalogus van de goederen die na zijn dood zijn geveild, toont een grote verscheidenheid aan titels uit vele eeuwen en over allerlei onderwerpen.
    Prof. H. Sierenbeek melde in een herdenkingsartikel in de 'Algemene Konst en Letterbode': "De Hr. Bolhuis was een liefhebber en voorstan-der van studie en wetenschap, en zijn huis de verzamelplaats van allen die zich door kunstliefde en geleerdheid onderscheidden".
    Michel was een verwoed verzamelaar van Boeken en muziekinstrumenten en 'gedrukte en net geschrevene musyk werken' en also verschillende tekeningen; prenten en etsen. De boekenverzameling bedroeg bij zijn dood, toen Allegonda dit ging veilen (dit omdat de vermogenspositie was aangetast), alleen al 2793 nummers, waaronder nogal wat pikante lectuur. In bijzonder bijvoorbeeld was nr. 258: "Een zeer oud en raar manuschript over de oudste Landrechten, handelende van de oorsprong van 't recht en ’t pricipaal recht der oude Vriezen, met de 23 Willekeuren te Opstallesboome" van 1322. En een "gedeelte van een oud Chronijk van Appingadam zedert 1400".
    De tekeningenverzameling omvatte 46 nummers, waaronder vele bekende zeventiende-eeuwse meesters, waaronder Bloemaert, van Bergen, Rubens en Rembrandt. En er waren dertig tekeningen van J. Wassenberg. Daarnaast vond men enkele tekeningen van een L(ambertus?) Becke-ringh beschreven {onbekend is wie er bedoeld wordt, schoonvader of zwager}.
    En er waren 51 verschillende muziekinstrumenten. Tevens was aanwezig 233 nummers 'gedrukte en net geschreven musyk werken', waaronder verscheidende werken van Händel, Telemann en Vivaldi. Daarnaast was er nog een grote verzameling rariteiten. De veiling vond op 15 okt. 1764 plaats en duurde in totaal acht dagen. Allegonda hield alleen de schilderijen-, zilver- en munten- en porseleinverzameling in haar bezit. De omvang van zijn bovengenoemde verzameling en meubelen is door een boedelverdeling tussen zijn kinderen na de dood van Allegonda in 1783 bekend.

    Op zijn grafzerk staat vermeld:
    "1764, den 3 april, is de Heer Michiel van Bolhuis, meede Taalman van de geswoorene gemeente der stad Groningen in het 51ste jaar zynes ouderdoms overleeden en hier begraven". (GDW.3967)

    Familiewapen Van Bolhuis:
    Gedeeld. I) In goud een zwarte adelaar zijnde rood getongd en gebekt en gepoot, uitkomende uit de deellijn, vergezeld in het schildhoofd van een zespuntige zilverren ster. II) In blauw, op een groen grasveld staande zilveren roodgebekte en gepote omziende gans met in zijn bek een groen gesteelde klaverblad.
    Helmteken: Een goud gekroonde helm.
    Helmkleden: Blauw, gevoert van zilver.
    FDFG no: 45

    Marriage Notes for Alegonda Beckeringh and Michiel Van Bolhuis:
    Gehuwd op Contract; waarin onderander vermeld staat dat de bruidegoms ouders jaarlijks F.600,== zullen geven voor hun levensonderhoud, de bruidsouders strekken jaarlijks F.200,=. Bij het openvallen van beider erfenis ( na overlijden van een van de ouders dus ) vervallen deze jaarlijkse toelagen echter.
    Aan bruidegomszijde getuigen zijn ouders, tevens Hopman Pieter v. Ham en Geertruida de La Motte, aangetr. oom en moey, vaandrig Michiel van Bolhuis, neef, Liefke Writners, nicht.
    Aan bruidszijde eveneens de ouders, W. Beckeringh en Egberta Piccaard, broeder en zuster, Theodorus Beckeringh, broeder.

    Kinderen van Alegonda Beckeringh en Michiel Van Bolhuis zijn:

        202 I. Christina van Bolhuis, geboren in 1739; overleden rond 1740.

       203 II. Abel Eppo van Bolhuis, geboren rond 1740; overleden rond 1780.

    Abel van Bolhuis: Doctor/medicus

       204 III. Lambertus van Bolhuis, geboren op 20 november 1741 in Gronin- gen; overleden op 16 augustus 1826 in Groningen. Hij trouwde met Rijka Cranssen op 25 augustus 1767 in Noorddijk; geboren in 1746; overleden op 18 mei 1812 in Groningen.

    Lambertus van Bolhuis: Predikant te Leeuwarden.

       205 IV. Ela Catharina van Bolhuis, geboren op 13 januari 1747 in Groningen; overleden op 27 mei 1769 in Woltersum. Zij trouwde met Alting Mees op 3 augustus 1768 in Woltersum; geboren op 10 november 1744 in Oude Pekela; overleden op 2 november 1795 in ?.

       206 V. Jan van Bolhuis, geboren op 17 januari 1750 in Groningen; overleden op 19 juli 1803 in Warffum. Hij trouwde met Trijntje Jans op 28 april 1784 in Warffum; geboren op 7 april 1757 in Warffum; overleden op 27 november 1838 in Warffum.

    Jan van Bolhuis: Rechter van Warffum.

    Jan van Bolhuis bekleedde enkele openbare functies als bijvoorbeeld zijlrechter en secretaris- ontvanger van het Winsumer- en Schaphalsterzijlvest. Dit gebeurde tijdens de Franse Tijd. Het is dus goed mogelijk, dat Jan van Bolhuis geheel andere politieke opvattingen heeft gehad dan zijn vader, maar dit blijkt helaas niet direkt uit archiefstukken. Jan probeerde de kwaliteiten van zijn vader en grootvader enigszins te combineren: behalve politieke interesse had hij ook culturele belangstelling. Het is opvallend dat hij nogal wat gedichten en brieven van zijn vader heeft gekopieerd. Zou hij niet het talent van Michiel hebben geërfd? Zijn biblio-theek was in ieder geval indrukwekkend. Jan huwde in 1784 met Trijntje Jans, zuster van de schepper van Warffum. Zij was als dochter van een dagloner niet afkomstig uit een aanzienlijke familie. Dit kan opgevat worden als een bewijs temeer dat Jan van Bolhuis een eigenzinnig man was, die zich niet richtte op een rol binnen de regentenstand waartoe de familie behoorde.

    Na het overlijden van Jan van Bolhuis in 1803 nam zijn schoonzoon Jan Arkema de bestuurlijke rol van de familie over. Arkema, die gehuwd was met Catharina van Bolhuis en van beroep weliswaar chirurgijn, bracht het tot burgemeester van Warffum. Minder belangrijk was de rol van de familie van Zeeburgh, verwant door het huwelijk van Alagonda van Bolhuis met Doje Pieters van Zeeburgh. De laatste is weliswaar eveneens burgemeester van Warffum geweest, maar zowel hij als zijn echtgenote stierven op jonge leeftijd. De goederen en bezittingen van de familie Van Bolhuis zijn na het overlijden van Jan van Bolhuis vererfd op de families Arkema en Van Zeeburgh. Hierbij moet opgemerkt worden, dat natuurlijk al eerder belangrijke boedelscheidingen hadden plaats-gevonden, zoals na het overlijden van Alagonda Van Bolhuis-Beckeringh. Na de dood van Jan Arkema gingen zijn bezittingen over op zijn vier dochters en zoon. De laatste stierf kort na zijn vader. Drie dochters, Alagonda, Petronella en Trijntje bleven wonen in het huis te Warffum. Geen van deze dames is ooit getrouwd. Trijntje Arkema (overleden 1900) bepaalde in haar testament dat na haar overlijden een grote verzameling meubels, kisten, schilderijen en dergelijke eigendom zou worden van het Museum van Oudheden in Groningen. Hieronder behoorde ook een groot gedeelte van het archief van de families Van Bolhuis, Arkema en Van Zeeburgh, dat in een drietal kisten was verpakt.


    147. Theodorus Beckeringh
    werd geboren op 21 augustus 1712 in Groningen en overleed op 30 augustus 1790 in Groningen. Hij trouwde met Geertruida van Hulten op 9 juni 1741 in Groningen. Zij werd geboren op 4 oktober 1717 in Groningen en overleed op 2 januari 1799 in Groningen als een dochter van Lucas van Hulten en Anna Brunsvelt; kldr. van Lucas van Hulten en Henrica Welman en van Theodorus Brunsvelt en Geertruida Knock.

    Theodorus stond op 10 juli 1732 ingeschreven aan de universiteit van Groningen; in 1721 was hij secretaris van de rekenka-mer der Staten Generaal. Op 10 april 1738 promoveert hij tot Doctor in de beide rechten, met "De Lege Rhodia De Jactu". In datzelfde jaar treed hij op als advocaat voor de Hoge Justitie-kamer. Van 1739 t/m 1790 was hij Assessor der Generaliteits Krijsgericht. Bovendien diende hij regelmatig als Redger in de Ommelanden en was hij tevens Grietman in het Westerkwartier {Westerdeel - Langewold} 26-6-1755 - 28-7-1754.

    Archieftitel: Inventaris der archieven van de senaat en de faculteiten van de Groningse universiteit. Hogeschool van stad en lande (1614 - 1811); Forum academicum; Criminele zaken. 113.
    Stukken betreffende het inslaan van ruiten door de studenten G.J. Engelsma, Schouten en anderen bij de assesor T. Beckeringh, 1770.

    "Journal of dagverhaal van een plaisir reisje, van Groningen na Kleef, gedaan in den jare 1740. door P. Muntinghe I.U.D. en ontfanger en secretaris der Admiraliteit wegens Groningen in Vrieslandt, A.H.W. de Vriese I.U. Doctor, M. van Bolhuis advocaat en richter van Westerdijxhorn, en mij Theodorus Beckeringh Iuris Utriusque Doctor en assesor van het Generaliteits krijgsgerichte binnen Groningen".
    Verslag van een reis vanuit Groningen over Drenthe (Assen, Coevorden), Overijssel, langs de IJssel naar Nijmegen en Kleef, en terug over Gelderland, Utrecht en de Noord-Veluwe, in gezelschap van zwager Michiel Bolhuis, P. Muntinghe en A.H.W. de Vriese.

    Op 8 november 1777 wordt in de ‘Staten van Stad en Ommelanden’ (Groningen) een verzoekschrift van Theodorus Beckeringh besproken.
    De requestrant vraagt daarin om financiele ondersteuning voor het drukken en uitgeven van de door hem gemaakte landkaart. Theodorus was van huis uit geen kartograaf maar jurist, maar toch verzoekt hij de gedeputeerden om een octrooi voor 25 jaar en om een bijdrage teneinde de hoge kosten te helpen drukken. De Heren Gedeputeerden hebben wel oren naar dit partuculiere initiatief en vragen aan de Rekenkamer advies. Het duurt twee jaar voordat er een beetje schot in de zaak komt. Gedeputeerden krijgen dan het advies Beckeringh een subsidie te verlenen van 7000 Carolusgulden en een octrooi van vijftien jaar. De heren Gedeputeerden vinden het door de rekenkamer voorgestelede subsidiebedrag wat aan de hoge kant en verstrekken aan Theodorus 1000 gouden ducaten oftewel 5000 carolusgulden, en een octrooi van vijftien jaar. Hij kan dit bedrag ontvangen nadat voldoende excemplaren gedrukt zijn om verkocht te kunnen worden en nadat de heren Gedeputeerden ieder een behoorlijke in 'couleuren afgezet' excemplaar ontvangen hebben.
    "Kaart of Landtafereel derProvincie van Groningen en Ommelanden verdeelt in desselfs bijzondere quartieren, districten en voornaam-ste jurisdictien. Beneffens deHeerlijkheid Westerwolde van nieuws opgenomen, verbetert en vermeerdert uit gegeven door Theodorus Beckeringh - cum privilegio - ordinum Groningae et Omlandiae Provinciae'” - 1781 bij: 66 x 86 cm

    Uit de archieven blijkt dat Theodorus deze kaart, dus ook de provincie, opgemeten heeft. De beoefening van de landmeetkunde door amateurs is een verschijnsel dat men in de 18e eeuw vaker tegenkomt. Men kon de kunst eigen maken door bij een meester in de leer gaan of door raad-plegen van landmeetkundige boeken. Theodorus kaart heeft qua invulling (kaartschrift) een 17e eeuws karakter. Dit wordt te meer duidelijk wan-neer men deze kaart vergelijkt met 18e eeuwse kaarten van professionele landmeters. Zou Theodorus een verouderd leerboek hebben gebruikt? De metingen die Theodorus heeft verricht zijn niet erg nauwkeurig, hij zit er gemiddeld zo'n 2,5 km ernaast. De kracht van de kaart is dan ook niet gelegen in z'n nauwkeurigheid, doch in de exacte weerface van de grensscheiding met Friesland, Drenthe en Duitsland. Van De Beckeringh-kaart is een groot aantal voorstudies en proefwerken bewaard gebleven, vooral de voorstudies van de borgen vormen een interesante groep. Het idee om een provinciekaart met een dergelijke rand te versieren is ontleend aan de kaart van de gebroeders Coenders van Helpen uit omstreeks 1650. Er is hierover nog wel enige strijd geweest in de Provinciale Staten.
    Uit de voorstudies blijkt dat Theodorus nou niet zo'n groot tekenaar was, de kwaliteiten van de schetsen is zeer matig, maar vervolgens werkte Theodorus zijn schetsen thuis achter de tekentafel, met behulp van van een tekenlineaal, uit tot nette pentekeningen. Uit de bronnen blijkt dat Theodorus de gravure zelf heefd vervaardig. Dit staat ook op de kaart "Auctor aeri incidit, J. van Jagen impressionem drext", wat wil zeg-gen dat de auteur (T.Beckeringh) de voorstelling in het koper heeft gesneden en dat J. van Jagen de druk verzorgde. We kunnen stellen dat T. Beckeringh tussen 1774 en 1777 aan de gravure gewerkt heeft. Kort voordat hij zich in 1777 tot de Gedeputeerde Staten richte heeft hij nog enige wijzinge aangebracht om de kaart up to date te maken.
    In 1781 is het dan zover. Er zijn genoeg kaarten gedrukt om op de markt te brengen. Op 9 februari van dat jaar verschijnt in de Groningsche Courant de volgende advertentie:
    "Lubbartus Huisingh te Groningen en Covens en Mortier en Covens junior te Amsterdam, kaart en boekhandelaren, gedenken bij open water in het begin van Maart 1781 uit te geeven; en aan de voornaamste Konst- en Kaart Handelaaren in de Nederlandsche Provincien in Commissie toe te zenden, eene Nieuwe Nauwkeurige, en zeer uitvoerige Geografische kaart der Provincie Groningen en Omme-landen, benevens De Heerlijkheid Westerwolde, van nieuw opgenomen en naar tegenwoordige gesteldheid des Lands verbeetert en con-siderabel vermeedert, met eene sierlijke rand van Adelijke Landgebouwen in de Ommelanden, en eenige andere in de Jurisdictie der Stad geleegen, en een heerlijke Prospect der Stad groningen, op vier groote Oliphants Bladen best schrijfpapier; met privilege ten behoeve van den aucteur den Heer Assessor Mr. Theodorus Beckeringh."
    Het 15-jarige octrooi dat Theodorus op zijn kaart kreeg, bood niet de bescherming die hij had verwacht. Al in 1784 liet hij een advertentie in de Groninger Courant plaatsen om een iedereen te laten weten dat niemand anders dan hij zelve mocht maken, en dat alle nagemaakte kaarten verbeurd werden verklaard en dat op het namaken van de kaarten en het invoeren hiervan een boete stond van Honderd ducaten.

    De koperplaten van de kaart werden samen met 95 afdrukken op 1 oktober 1828 in het openbaar verkocht. In een advertentie wordt de kaart aangeprezen als veelgevraagd en zeer nauwkeurig. Wat er met de platen is gebeurt, is niet bekend, doch het is niet onwaarschijnlijk dat ze zijn af-geslepen en opnieuw zijn gebruikt door een graveur. Tot nu toe werd over het algemeen geaccepteerd dat de kaart van Theodorus maar éénmaal gedrukt was in 1781. Maar bij nadere onderzoek naar het gebruikt van de watermerken in de kaarten en advertenties in de dagbladen is bewezen dat er een tweede druk is gemaakt in 1849 door de bekende Groningense printer Oomkes. Gedurende de hele 19e eeuw was deze kaart ver-krijgbaar voor het algemene publiek.

    Familiewapen Van Hulten:
    In zilver een rode dwarsbalk, vergezeld door drie rode molenijzers. geplaatst 2 + 1.
    Het schild is gedekt door een kroon van een welgeboren.
    GDW. pag.916; Gen v.Hulten=RAG

    Kinderen van Theodorus Beckeringh en Geertruida Van Hulten zijn:

       207 I. Lambertus Beckeringh, geboren op 19 april 1742 in Groningen; overleden op 8 februari 1810 in Groningen.

    Lambertus Beckeringh: Op 6 juli 1759 was hij ingeschreven aan de universiteit van Groningen, in 1773 was hij Juridische Kandidaat en op 22 april 1773 werd hij gepromoveerd Ad. Legende. Jur. Van 1788 t/m 1793 was hij Advocaat en Ambtman van het gerecht van Stede Groningen. In 1794 werd hij gekozen tot Burgemeester der Stede Groningen.

    Daarna ging Lambertus in de Rechterlijk macht.

    Datering 1796. 2469. Nederlands hervormde gemeente van Dordrecht:
    Akte van transport voor Lambertus Beckeringh, ambtman van het Gericht Selwerd en richter in Sappemeer, door Gerrit Jansz. Bijlholt aan Pieke Goukes en Gonna Berendsdr Ekel van een smakschip.

    Datering 1801. Inventaris van de archieven van plaatselijke gerechten in Selwerd en Sappemeer:
    Bevelschrift van L. Beckeringh, ambtman, aan Hindrik Arends en Conraad Teunnis om een hunebed in Noordlaren intact te laten vanwege de historische waarde.

       208 II. Lucas Beckeringh, geboren op 14 juni 1745 in Groningen; overleden op 13 oktober 1826 in Groningen.

    Op 19 mei 1799 slaagde Lucas voor zijn studie als ‘Docktor in de Medicijnen’ te Groningen.

    Lucas Beckeringh woonde in de Nieuwe Ebbingastraat. Lucas stond als dokter volgens de 'regeringsalmanakken' vanaf 1779 tot zijn dood in 1826. Hij was in die periode 'werkzaam' in de Hervormde- ; Katholieke- en Waalse armenzorg. Ook was hij verbonden aan het 'Roode weeshuis' te Groningen (1799 -1819). Tevens deed hij Schutterij- en Militiekeuringen en was verbonden aan het 'Ad hoc stedelijke onderzoekcommissies' en de 'Plaatselijke commissie voor geneeskundige toevoorzigt' (1806-1865). Maar het is bekend dat Lucas aan het eind van zijn leven soms voor lange tijd ziek was en dat Lucas in de jaren twintig niet meer actief was. Maar Lucas - hij was toen al in de tachtig - hielp in 1826 nog wel bij een Malaria epidemie in de stad Groningen. Vermoedelijk heeft dit zijn dood bespoedigd.

    06-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    05-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Kinderen van Fredericus Beckeringh en Wijpke Ebels zijn:

    + 171 I. Gerrardus Beckeringh, geboren op 19 februari 1717 in Nieuw-Beerta; overleden op 15 januari 1801 in Midwolda.

    + 172 II. Wybina Fredericus Beckeringh, geboren op 14 augustus 1718 in Nieuw-Beerta; overleden voor 1754 in Nieuw-Beerta.

    + 173 III. Johannus Gerrardus Beckeringh, geboren op 2 oktober 1720 in Nieuw-Beerta; overleden voor 1800.

       174 IV. Elizabeth Beckeringh, geboren op 12 oktober 1722 in Nieuw-Beerta; overleden rond 1766 in Nieuw-Beerta.

    Elisabeth heeft bij haar broer Gerrardus, zijn huishouding waargenomen tot haar dood.

    + 175 V. Asselina Fredericus Beckeringh, geboren op 10 september 1726 in Nieuw-Beerta; overleden op 27 juli 1773 in Nieuw-Beerta.

    + 176 VI. Regnerus Beckeringh, geboren op 3 juni 1731 in Nieuw-Beerta; overleden op 28 november 1791 in Woldendorp.


    77. Jan Johannis Beckeringh
    werd geboren op 26 januari 1683 in Visvliet en overleed op 6 november 1749 in Amsterdam. Hij trouwde met Catharina De Porter op 25 januari 1714 in Amsterdam. Zij werd geboren op 28 april 1685 in Amsterdam en overleed op 31 december 1727 in Amsterdam als dochter van Jan De Porter en Catrijn Welf.

    Jan Beckeringh werd na het overlijden van zijn ouders (+/- 1688) in huis genomen en opgevoed door zijn nicht Cornelia in Amsterdam. Zij was gehuwd met Dirk Kuylman. (zie no.22)

    Jan zou een huis en erf hebben gehad aan de Keizersgracht, westzijde bij de Brouwersgracht, genoemd "De Zeerob". Welke gekocht zou zijn in 1747.

    Jan Johannis Beckeringh: Koopman-handelaar in tabaksartikelen te Amsterdam.

    Catharina De Porter: Overleden in het kraambed van haar jongste dochter Sara.

    Kinderen van Jan Beckeringh en Catharina De Porter zijn:

    177 I. Catharina Beckeringh, geboren op 23 januari 1715 in Amsterdam; overleden op 23 november 1779 in Alkmaar.

    Waarschijnlijk was Catharina één van de eerste Dolle Minna's. Catharina had in Alkmaar een goed lopende handel in Ontroerend goed.

    Catharina Beckeringh: begraven op 24 november 1779, Nieuwe Kerk te Asd. [graf.no: 42]

    178 II. Gerrit Beckeringh, geboren op 21 mei 1716 in Amsterdam; overleden op 4 februari 1780 in Alkmaar. Begraven op 6 februari 1780, Grote Kerk te Alkmaar. Hij trouwde met Gesina Beckeringh (zie no.158) op 8 maart 1751 in Amsterdam; geboren in 1719 te Garmerwolde; overleden op 6 april 1799 in Amsterdam als dochter van Johannes Gerrardus Beckeringh en Cataharina Schaink.

    Gerrit Beckeringh: Handelaar en Brouwer te Alkmaar aan 't Voormeer.

    Gerrit was samen met zijn broer Jan druk bezig in handel in ontroerend goed in Alkmaar.

    Op 6 november 1770, koopt Gerrit samen met de Heren Jacob Dilhoff; Jan Dilhoff Jnr. en Nicolaas Dilhoff ‘een extra groote en neringrijke Brouwerij, genaamt de Gekroonde Star en gelegen aan Het Voormeer te Alkmaar’. Ze kochten deze stilstaande brouwerij op met al zijn rechten en verplichtingen, zo ook een derde part in de Brouwerskamers aan de Oude Gracht, alsmede een derde in de meubelen en gereedschappen der welke aldaar bevonden en aan wijlen C. Klei toebehoorden voor F.5300,-.
    Volgens de verschillende akten liep het waarschijnlijk niet zo goed met deze brouwerij en was er veel tegenwerking. Veel brieven naar de leveranciers over het te laat leveren van gerst en over de kwaliteit van de gerst en brieven naar het gemeentebestuur en de gilden over het uitblijven van de vergunningen. Blijkbaar was de strijd hard en lieten de compagnons van Gerrit het afweten, want op 19-2- 1771 en op 17-2-1772 kocht Gerrit van zijn partners een gedeelte van de brouwerij op voor een totaalbedrag van F.2000,-. Maar tenslotte streek Gerrit ook de vlag en verkoopt op 11 augustus 1772 een gedeelte van de 'gewesen' brouwerij, namelijk de mouterij, aan W. Lelijvelt met alle lasten, rechten en plichten.

    Gesina en Gerrit waren nicht en neef. Gehuwd op huwelijksvoorwaarden.
    Tr.a.: Asd no. 594/235. Not.akte 359[-11969-1211B] 11985.

    179 III. Jan Beckeringh, geboren op 26 december 1717 in Amsterdam; overleden op 6 december 1780 in Alkmaar.

    Doopgetuigen: Andries Bruiningh en Johanna Gratema.

    Jan Beckeringh: Handelaar in ontroerend goed te Alkmaar.

    Begraven: Amsterdam in Nieuwe Kerk.

    Jan liet op 21 november 1780 een testament opmaken. Hij verklaarde hierin dat Gesina Beckeringh, weduwe wijlen zijn broer Gerrit, een bedrag ontving van 250 gulden jaarlijks tot haar dood, maar dan moest zij wel ongehuwd blijven. Aan de dochter van zijn broer Dirk legateerde hij al zijn porselein. Aan Zijn neef Jan Jacob Beckeringh, woonachtig te Amsterdam, liet hij "een gouden ring met een boom, steentjes op de zelre, gearimoseerde met juweeltjes" na. Zijn dienstmeid, Johanna Eilssemius, kreeg een somma van één honderd vijftig gulden en een bed uit zijn toebehoren, maar dan moest ze wel nog bij zijn overlijden bij hem woonachtig zijn, want anders ging het niet door. De rest van zijn bezittingen gingen naar zijn broer Dirk.

    180 IV. Cornelia Beckeringh, geboren op 21 juni 1719 in Amsterdam; overleden op 24 juni 1727 in Amsterdam.

    Doopgetuigen: Dirk Cuijleman en Cornelia Beckeringh.

    05-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    04-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.(b)

    II. Op een teras tussen twee stronken een boom, waarachter een bijl schuinlinks, de snede naar onderen {Beckeringh}; III. Twee rozen naast elkaar, vergezeld van onderen van een lelie {?}; IV. Een rechterschuine balk, beladen van drie ringen {Van Besten}.
    GDW no.3161.

    Allardus Schepel was predikant samen met zijn vader in 1668 te Breede; predikant te Opwierde in 1671. In 1685 beroepen te Kloos-terburen als predikant, doch aldaar niet verschenen. Vermeld op lidmatenlijst Opwierde 1671 tezamen met zijn vrouw en schoonmoe-der.
    Na het overlijden van Lammetien, huwde Allardus met Froucke Haickens te Opwierde.

    Ds. Schepel te Opwierde is als neef van de bruid aanwezig bij het hc van Aise Rigts en Hille Lodewijks wed. Fokke Tammes (GRA 731/7166, fol 385, 24.8.1682). Zie voor hem ook: Nederlandsche Leeuw C (1983) kolom 418.

    Familiewapen Schepel:
    Een schepel (=korenmaat) met twee rechthoekige oren en staande op drie pootjes, vergezeld van drie rozen, geplaatst 2 + 1. {geen kleuren bekend, GDW. no.3160/3162}

    Kinderen van Lammegien Beckeringh en Allardus Schepel zijn:

    90 I. Margareta Schepel, geboren in 1668 in Breede (gedoopt op 16 augustus 1668 te Bedum); overleden op 13 april 1731 in Winschoten. Zij trouwde met Marcus Relotius (weduwenaar van Beerta Beckeringh -zie 31-) op 27 oktober 1693 in Groningen. Hij werd geboren rond 1649; overleden op 16 december 1715 te Winschoten.

    Margarita werdt vrij snel na het huwelijk geboren, misschien is dat de reden dat ze in Bedum gedoopt wordt en niet in Breede waar haar vader in haar doopjaar hulpprediker was bij zijn eigen vader.

    Ledenmatenlijst Winschoten: 5-6-1674 Marcus Relotius, medicus praticus.

    91 II. Gerhardus Schepel, geboren op 29 januari 1671 in Warffum; overleden op 10 augustus 1672 in Opwierda.


    28. Johannus Beckeringh
    werd geboren op 27 februari 1645 in Sauwerd en overleed op 22 juli 1685 in Garrelsweer. Hij trouwde met Marchien (Maria) Schultens op 14 februari 1674 in Groningen. Zij werd geboren op 20 oktober 1643 in Groningen en overleed in 1692 in Garrelsweer als dochter van Alberthus Schultens en Diewertien Jaspers.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Marchien Schultens zijn:

    + 92 I. Alberthus Beckeringh, werd geboren in 1675 in Garrelsweer; overleden rond 1715 te Sluis.

    + 93 II. Catharina Beckeringh, werd geboren in 1685 in Garrelsweer; overleden op 28 maart 1738 in Delfzijl.


    29.
    Wilhelmus Beckeringh werd geboren op 15 april 1647 in Sauwerd en overleed rond 1694 in Groningen. Hij trouwde (1) met Geertruida (Grietje) Wildervanck voor 1675. Ze overleed voor november 1680. Hij trouwde (2) met Teelke Mensinga (Mensink) op 20 november 1684 in Groningen. Zij werd geboren op 3 mei 1659 in Groningen en overleed in december 1719 te Woldendorp als een dochter van Hindrik Mensink en Elletjen Reijnders.

    Wilhelmus Beckeringh: ‘Borgerluitenant te Stede Groeningen’. Beroep: Brouwer en solliciteur te Groningen.

    Familiewapen Wildervanck:
    Gevierdeeld: I } In goud een staande valk van natuurlijke kleur, met om de hals een fladderend rood lint. II } In zilver een zwart gelijkarmig kruis, aan de uiteinde verbreed en overtopt met een driebladige gouden kroon. III } In ziver drie rode linkergeschuinde balken. IV } In goud een omgekerde zwarte hoorn en gesnoerd met rood.
    Helmteken: Soms de zwarte hoorn uit het schild, maar meestal een gekroonde helm.
    Helmkleden: Goud, gevoert van zwart.
    NP. 49. - GDW 5170.

    Teelke Mensinga (Mensink): Hertrouwde op 2-2-1697 met Antonius Havinga. Op 6-6-1718 als weduwe met atest van Groningen naar haar zoon Willem in Woldendorp.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Geertruida Wildervanck zijn:

       94 I. Maria Beckeringh, geboren op 9 november 1675 in Groningen. Overleden voor februari 1683.

      95 II. Johannus Beckeringh, geboren op 5 januari 1679 in Groningen; overleden rond 1723 in Delfzijl. Hij trouwde (1) met Averlina (Aurelia) Doedens op 4 maart 1707 in Groningen; werd ge boren op 1 maart 1688 in Groningen; overleden in 1710 als dochter van Doede Doedens en Grietjen Woldens. Hij trouwde (2) met Jantien Harmens Van Streun op 15 oktober 1713 in Delfzijl.

    Johannus Beckeringh: Student Phil. te Groningen op 22-1-1695. Predikant te Oterdum van 1706 - 1713 (verliet de gemeente).
    13 juni 1707; Aurelia Doedens, vrouw van predikant Beckeringh met attestatie van Groningen naar Otterdum.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Teelke Mensinga zijn:

       96 I. Maria Beckeringh, geboren op 18 februari 1683 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       97 II. Elliche Beckeringh, geboren op 16 september 1685 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

    + 98 III. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 18 januari 1688 in Groningen; overleden op 5 maart 1733 in Woldendorp.


    31. Beerta Beckeringh
    werd geboren op 16 november 1651 in Sauwerd en overleed voor april 1689 in Winschoten. Zij trouwde met Marcus Relotius op 4 oktober 1674 in Winschoten. Hij werd geboren rond 1649 en overleed voor 16 december 1715 in Winschoten.

    Ledenmatenlijst Winschoten:
    5-6-1674 Marcus Relotius, “Medicus praticus” (=Apotheker).
    Marcus huwde later nogmaals met a] Debora Schultens op 12-4-1689 en b] met Margarietha Schepel op 27-10-1693.
    Marcus Relotius komt voor (GRA 731/7389, fol 539 13.4.1693) wanneer hij “een behuzing en halve schuur tot Winschoot” pacht van H.J. Hamhuis, voor wie de schoonvader Eppo van Bolhuis zich borg stelt.

    Familiewapen Relotius:
    Drie verkorte versmalde linkergeschuinde balken waar tussen een kronkelende slang, met de staart naar rechts, onder de balk door en haar hoofd, over de bovenste balk naar beneden hangend naar links wijzen. Het schild gedekt door een Eigenerfde kroon.
    Wapenspreuk: Prutender.
    [geen kleuren bekend, GDW.no. 859.]

    Kinderen van Beerta Beckeringh en Marcus Relotius zijn:

       99    I. Johannes Relotius, gedoopt op 10 december 1675 te Winschoten; overleden voor oktober 1683.

       100 II. Anna Maria Relotius, gedoopt in maart 1677 te Winschoten. Geen overlijdensdatum bekend.

       101 III. Lubbertus Relotius, gedoopt op 29 oktober 1680 te Winschoten; overleden op 14 maart 1725 in Beerta. Hij trouwde met Doedtjen Nomdes op 29 februari 1704 in Beerta. Zij werd geboren rond 1684 in Beerta als dochter van Nomdo Tiaerts en Jantien Ottnes.

    Lubbertus Relotius: Apotheker en koopman te Beerta.

    Marriage Notes for Lubbertus Relotius and Doedtjen Nomdes: H.C. 29-2-1704 Beerta.
    Bruidegom: Marcus Relotius en Margrieta Schepels, vader en stiefmoeder, Haiko Beckeringh en Getruidt Carolinus, oom en moei.
    Bruid: Hinrich Hallewigh en Bouwe Tjaerdts, oom en moei, Doedo Tjaerts, oom, Etta Bruints, weduwe van Eltjo Swijkens, oude moei, Swijko Eltjens en Wijven Roelfs, neef en aangetrouw de nicht, Henrigh Sijpkens, aangetrouwde neef.

    Doetje hertrouwde op 25 april 1726 te Beerta met Jan Hindriks.

       102 IV. Johannes Relotius, werd gedoopt op 5 oktober 1683 in Winschoten; overleden op 12 november 1751 in Leer Ofrl. Hij trouwde met Catharin Meder op 17 augustus 1710 te Norden Ofrl. Zij werd geboren op 24 september 1690 te Norden Ofrl.; overleden op 3 januari 1724 te Hat zum Ofrl. als dochter van Johannes Meder en Trijntien Everts.

    Johannes Relotius: Predikant te Leer Ofrl.


    34. Lucretia Beckeringh
    werd geboren op 28 september 1661 in Sauwerd en overleed rond 1720 in Onderdendam. Zij trouwde met Leendert Smeding op 10 juni 1688 in Onderdendam. Hij was geboren op 28 september 1659 in Menkeweer en overleed op 28 februari 1711 in Menkeweer als zoon van Berent Smeding en N.N..

    Leendert (Leenardt) Smeding: Onderwijzer te Menkeweer.

    Kinderen van Lucretia Beckeringh en Leendert Smeding zijn:

       103 I. Berend Smeding, geboren op 21 april 1689 in Menkeweer. Hij trouwde met Aeltien Thiesens op 19 juni 1771.

       104 II. Lubbertus Smeding, geboren op 13 februari 1695 in Menkeweer.

      105 III. Anna Smeding, geboren op 25 mei 1701 in Menkeweer. Zij trouwde met Tiddo Oosterhuis op 18 augustus 1720 in Onder-wierum.


    39. Haycko Beckeringh
    werd geboren op 24 december 1670 in Sauwerd en overleed op 22 februari 1732 in Groningen. Hij trouwde met Geertruida Elizabeth Carolinus op 19 juli 1699 in Groningen. Zij werd geboren zo rond 1679 en overleed op 14 juli 1736 in Groningen als dochter van Rutgerus Carolinus en Maria Van Stellingwerf.

    Haycko Beckeringh: Bierbrouwer en Procureur te Stede Groningen.

    Kinderen van Haycko Beckeringh en Geertruida Carolinus zijn:

       106 I. Catharina Elisabeth Beckeringh, geboren op 11 september 1701 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       107 II. Elisabeth Beckeringh, geboren op 19 januari 1703 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       108 III. Lucretia Beckeringh, geboren op 8 oktober 1704 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

       109 IV. Anna Beckeringh. Alleen bekend uit een oud familieregister.


    41. Anna Margaretha (Maria) Beckeringh
    werd geboren op 30 januari 1675 in Sauwerd en overleed in 1727 te Farmsum. Zij trouwde (1) met Bonno Römelingh op 12 januari 1695 in Winschoten. Hij was geboren in 1655 te Farmsum en overleed op 12 augustus 1701 in Farmsum als zoon van Theodoricus Römelingh en Catharina Jans; klzn. van Patrochus Römelingh en Anna Ovingh en van Jan Bonnes en N.N. Zij trouwde (2) met Marcus Pieters Diephuis op 16 oktober 1707 in Farmsum. Hij werd geboren rond 1683 in Farmsum en overleed op 26 september 1760 in Farmsum als zoon van Pieter Diephuis en N.N. klzn. van Cornelius Diephuis van Delfzijl.

    Anna Maria werd op 16-6-1693 te Winschoten kerklidmate. Zij woonde toen bij haar 23 jaar oudere halfzuster Beerte gehuwd aan Marcus Relotius. Spoedig na haar kerktoetreding verhuisde ze naar Farmsum [was ze huishoudster bij haar latere man, die toen weduwenaar was?] Toen er huwelijksplannen kwamen, keerde zij terug naar Winschoten tot haar huwelijk. Anna werd door het huwlijk met Bonno, de stiefmoeder van haar nicht Catharina gehuwd aan de zoon Thodoricus uit de eerste huwelijk van Bonno met Catrina Bonnes Jans.
    Bonne Römelingh ging op 17 jarige leeftijd naar Denemarken met zijn oom Konrad Römelingh. Hij was daar militair en wel als vaandrig in het Koninklijke lijfregement te voet bij de c.o.p. van de kapitein Friedrich van Boynenburg. Zijn vaandrigsoldij bedroeg 10 Rigsdaler per maand, en krachtens zijn rang had hij recht op het gebruik van twee paarden. In 1681 keerde hij op verzoek van de Heer van Ripperda van Farmsum, terug naar Farmsum. Daar werd hij schoolmeester en koster, en sinds 1-7-1684 ontvanger van de Farmsumer zijl. Zijn schoolmeestertractement be-droeg Fl.300,= p/jaar. Voor het secretariaat van de Farmsumerzijl kreeg hij jaarlijks 20 C.gld. wat later werd verhoogd naar 30 C.gld.
    In jan. 1685 kocht hij negen grazen land voor 650 gld. (de Bonecamp) en in mei-juni 1688 vier akkers en een heem. Voorheen huurde hij land van de kerk. Wellicht was hij in 1692 diaken, want op 5 okt. 1692 40 gld. aan hem betaald "an achterstallige renten vor die armen".

    Na haar mans dood zette Anna diens werk voort. Enige jaren lang ontving zij volgens noties in de kerkvoogdijrekeningen "haer tractement" van 1701 t/m 1705; er was dus geen geen andere schoolmeester. Na haar tweede huwelijk met Markus gaf zij het stokje over aan haar man.

    Op 16-10-1707 was er een boedelscheiding tussen Anna en haar drie kinderen uit haar eerste huwelijk.

    Familiewapen Römelingh:
    In blauw een regenboog, zijnde een gewelfde dwarsbalk van goud-rood-groen-zilver, vergezeld van drie gouden stralende aangezichtszonnen, geplaatst 2 - 1.
    helmteken: Een blauwe vlucht, waartussen een zon van het schild.
    helmkleden: Blauw, gevoert van goud.
    FDFG. pag: 159/2 - gen: Romelingh.

    Marcus Pieters was ontvanger van de Farmsumer zijl en collector en werd na het huwlijk met Anna ook schoolmeester te Farmsum. Na de dood van Anna hertrouwde Marcus met Stijntje Dercks.

    Ledenlijst HK Farmsum 1721:
    30. De E. Marcus Diephuijs schoolmr en organist en desselfs huijsvr:
    31. Anna Maria Beckeringh obijt 1727.

    Boedelbeschrijving van Anna Maria Beckeringh en haar man M. Diephuis te Farmsum; datering 1729-05-19.
    Op 16-12-1760 verdeling nalatenschap van Marcus en de dochters Anna Maria en Geetruida, onder de goederen was de Bonecamp van 9 gra-zen.

    Familiewapen Diephuis:
    In rood een blauwe linker geschuinde balk, beladen met drie zilveren sterren.
    Helmkleden: Links; Blauw gevoert met zilver. Rechts: Rood gevoert met zilver.
    Helmteken: Een zilveren ster.
    {NP. 18}

    Kinderen van Anna Beckeringh en Bonno Römelingh zijn:

       110 I. Lubbertus Römelingh, geboren rond 1695. Trouwde met Anje Wibbes rond 1717 te Noord- broek.

       111 II. Catharina Römelingh, geboren rond 1698. Zij trouwde met Jacobus Rozenvelt rond 1720 in Noordbroek.

       112 III. Edzart Römelingh, geboren rond 1700. Hij trouwde met Metje Jans rond 1729 in Farmsum.

    Kinderen van Anna Beckeringh en Marcus Diephuis zijn:

       113 I. Hermanus Diephuis. Overleden voor december 1760.

       114 II. Anna Maria Diephuis. Geb/ged rond 1720. Zij huwde op 3 april 1739 met Jan Abels Doesburg, zoon van Abel Doesburg en Ida Berents.

       115 III. Geertruid Diephuis. Overleden na december 1760.


    42. Samuel Beckeringh
    werd geboren op 20 november 1650 in Bergen op Zoom en overleed op 17 mei 1745 in Bergen op Zoom. Hij trouw-de met voor ons een onbekende dame.

    Samuel Beckeringh: Doopgetuige is Henricus Mispelblom.

    Kinderen van Samuel Beckeringh en N.N zijn:

       116 I. Willemijn Beckeringh, geboren in 1680 te Bergen op Zoom; overleden op 21 juni 1683 in Bergen op Zoom.

       117 II. Francijntje Beckeringh, geboren in 1681 te Bergen op Zoom; overleden op 4 maart 1691 in Bergen op Zoom.


    43. Willem Beckeringh
    werd geboren op 16 juni 1652 in Bergen op Zoom en overleed na 1714. Hij trouwde met Maria (La) Ro(o)s op19 oktober 1708 in Bergen op Zoom. Geen data’s bekend.

    Willem Beckeringh was getuige bij het huwelijk van Mattheus Pilaert en Ann Diertens op 29 mrt. 1695 te Bergen op Zoom.

    Kinderen van Willem Beckeringh en Maria Ro(o)s zijn:

       118 I. Benjamin Beckeringh, gedoopt op 16 september 1709 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Heijndrick de Graef en Anna Ros.

       119 II. Wilhelmina Beckeringh, gedoopt op 9 januari 1711 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Ariaen Corstiaense en Anneke van Linschooten.

       120 III. Johannes Beckeringh, gedoopt op 4 november 1712 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Hendrik Bochx en Margrieta van Neelp.

       121 IV. Anthony Beckeringh, gedoopt op 7 november 1714 in Bergen op Zoom. Gen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuigen: Cornelis Jonkvelt en Martyntje Jonkvelt.


    46. Anthony Beckeringh
    werd geboren op 11 augustus 1658 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend. Hij trouwde (1) met Anne-ken Franooise op 24 april 1680 in Bergen op Zoom. Zij was bij het huwelijk afkomstig van Roermond en overleed tussen 1688 - 1690 in Ber-gen op Zoom. Hij trouwde (2) met Tanneken Van Hespen rond 1690 te Bergen op Zoom.

    Anthony Beckeringh: Soldaat onder Granalje.

    Kinderen van Anthony Beckeringh en Anneken Franooise zijn:

       122 I. Willem Beckeringh, gedoopt op 5 september 1685 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Doopgetuige; Fransintje Mispelblom.

       123 II. Johannes Beckeringh, gedoopt op 24 februari 1688 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

    Kind van Anthony Beckeringh en Tanneken Van Hesppen is:

       124 I. Francientien Beckeringh, gedoopt op 27 mei 1691 in Bergen op Zoom; overleden op 4 maart 1693 in Bergen op Zoom.


    54. Wilhelmus Beckeringh
    werd geboren op 12 oktober 1654 in Groningen en overleed rond 1697 in Groningen. Hij trouwde met Marga-rietha Wildervanck op 26 januari 1675 in Groningen. Zij werd geboren op 22 augustus 1655 in Groningen en overleed aldaar op 3 oktober 1687 als dochter van Jan Wildervanck en Annechjen Mees; kldr. van Geert Adriaans en Fenne Geerts en van Peter Mees en Grietje Waldriks.

    Wilhelmus Beckeringh: Bij 't huwelijk gewettigd. Sollicteur/burger-luitenant te Groningen.

    Familiewapen Wildervanck:
    Gevierdeeld: I } In goud een staande valk van natuurlijke kleur, met om de hals een fladderend rood lint. II } In zilver een zwart gelijk-armig kruis, aan de uiteinde verbreed en overtopt met een driebladige gouden kroon. III } In ziver drie rode linkergeschuinde balken. IV } In goud een omgekerde zwarte hoorn en gesnoerd met rood.
    Helmteken: Soms de zwarte hoorn uit het schild, maar meestal een gekroonde helm.
    Helmkleden: Goud, gevoert van zwart.
    NP. 49. - GDW 5170.

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Margarietha Wildervanck zijn:

       125 I. Anna Beckeringh, geboren op 18 februari 1683 in Groningen; overleden in 1685 in Groningen.

       126 II. Maria Beckeringh, geen data’s. {Alleen bekend uit de oude familieregisters}


    55. Aeltien Beckeringh
    werd geboren op 13 november 1655 in Appingadam en overleed op 5 april 1676 in Huizinge. Ze trouwde met Johan Meder rond 1676 in ?. Hij werd geboren op 17 maart 1651 in Emden en overleed op 25 april 1697 in Huizinge.

    Aeltien Beckeringh: Gedoopt op 5 juli 1657 te Appingadam.
    Aeltien stierf in het kraambed van haar eerste doodgeboren zoon. Op haar grafzerk staat vermeld:
    "Hijr rust ik Aeltien Beckeringh, met mijn en Meders eerstelingh, In Christo hoope wij op te staan en beijde dan ten Hemel gaan. den 5 April 1676".

    Johan Meder: Med. Doctor.

    Kind van Aeltien Beckeringh en Johan Meder is:

       127 I. N. Meder, (dood)geboren in 1676; overleden in 1676.


    60.
    Beerta Beckeringh werd geboren op 3 december 1663 in Huizinge en overleed op 11 mei 1731 in Uithuizen. Zij trouwde met Eildert (Eij-lert) Berents op 13 juli 1684 in Westerwijtwerd. Geboorteplaats en -datum onbekend, hij overleed op 6 augustus 1715 in Uithuizen als zoon van Berend Eilerts en N. N.

    Eildert (Eijlert) Berents: Advocaet tot Uijthuijsen. Richter (rechter) verbonden aan het Huis van Menkema.
    Begraven: Uithuizen. Begr. in de Becken 31 gld. 11 st.

    Acte van ruil tusschen a. jonker Mello Alberda, heer van Menkema, en Jacob Rengers, als kerkvoogden te Uithuizen, en b. Eylart Berens en diens vrouw Beerta Beckeringh, van grafkelders in de kerk te Uithuizen. Datering 1698 sep 22

    Familiewapen Berents:
    Op een terras in het linker schildhelft een bos van twee bomen en in rechter schildhelft een omgewende hert, staand met kop, hals en linkerpoot voor de rechtse boom.
    {GDW. no:3739/2742}

    Marriage Notes for Beerta Beckeringh and Eildert Berents:
    “13-07-1684 Eijlert Berents, advocaet tot Uijthuijsen, cop de Deughtsame Beerta Beckeringh, tot Huijsinga”.

    Kinderen van Beerta Beckeringh en Eildert Berents zijn:

       128 II. Hendricus Eilerts, geen data’s.

       129 III. Henrica Eilerts, gedoopt op 10 juli 1687 in Uithuizen.

       130 IV. Lambertus Eilerts, gedoopt op 21 juli 1689 in Uithuizen; overleden voor 1690 in Uithuizen.

       131 V. Lambertus Eilerts, gedoopt op 26 juli 1690 in Uithuizen; overleden op 23 oktober 1745 in Uit- huizen.

    Lambert is driemaal getrouwt; ten 1e maal met Margaretha van Julsingha (4-6-1723); den 2e maal met Grietien Cleveringa (2-9-1731) en de 3e keer met Atje Timens (30-11-1732).

    Beroep: Rechter te Uithuizen + Secretaris Winsumer en Schapharster Zylen.

       132 VI. Alagonda Eilerts, ged. op 20 april 1704 te Uithuizen; overleden op 7 juni 1788 te Winsum. Zij huwde op 30 april 1730 te Groningen met Gerryt Allershof.


    61. Gesina Beckeringh
    werd geboren op 8 december 1665 in Huizinge en overleed op 6 december 1704 in Amsterdam. Zij trouwde met Ger-hard Van Overbeek in 1682 te Amsterdam. Hij werd geboren op 21 november 1666 in Amsterdam en overleed op 26 september 1730 in Amsterdam als zoon van Daniel Van Overbeek en Margarita Huysman.

    Gerhard Van Overbeek: Handelaar in hoeden en stoffen te Amsterdam.

    Kinderen van Gesina Beckeringh en Gerhard Van Overbeek zijn:

       133 I. Cornelia Van Overbeek, geboren op 22 december 1694 in Amsterdam.

       134 II. Sara Van Overbeek, geboren op 22 december 1694 in Amsterdam; overleden voor december 1704.

       135 III. Jacoba Aletta Van Overbeek, geboren op 21 mei 1698 in Amsterdam.

       136 IV. Lambertus Van Overbeek, geboren op 9 juli 1700 in Amsterdam.

       137 V. Sara Van Overbeek, geboren op 3 december 1704 in Amsterdam. Ze trouwde met Jan Barent Grimmelius voor april 1733.

       138 VI. Daniel Van Overbeek, overleden voor december 1768. Gehuwd met Geertruida Brengers.

    Daniel van Overbeek ging in dienst bij de VOC en werd benoemd tot Gouveneur en Director van Ceylon van 1742 t/m 1775.

    Akte inv.nr. U184a28, aktenr. 203, d.d. 06-12-1768. Aktesoort Ontslag. Notaris H. Van Dam, Utrecht. Uittreksel:
    Naam eerste partij: Jan Cornelis du Quesne. Woonplaats eerste partij: Utrecht.
    Naam tweede partij: boedel Daniel Overbeek.
    Samenvatting inhoud akte: uit arrest op onder de momberkamer van Amsterdam berustende gelden. Verwijzingen: arrest d.d. 23-8-1758 voor het gerecht van Amsterdam.
    Bijzonderheden: Daniel Overbeek, in leven ordinaris raad van Nederlands Indië.
    Bijzonderheden: overdracht van actie aan Reynier Daniel van Overbeek tegen de erfgenamen van zyn broer.
    Zie tevens Fam. Archief Bolhuis – 080.7 inv. No: 29.


    63. Wilhelmus Johannus Beckeringh
    werd geboren op 25 april 1670 in Huizinge en overleed op 26 januari 1709 in Huizinge. Hij trouwde met Michelina Folckers op 6 mei 1697 in Huizinge. Zij werd geboren op 22 april 1675 in Groningen en overleed in 1705 te Huizinge als een dochter van Hermannus Fol(c)kers and Catharina D(a)eij; kldr. van Marten Pieters Daeij en Mechteltjen Aelberts.

    Wilhelmus Johannus Beckeringh: Stond op 25-1-1687 ingeschreven als student te Groningen onder de naam 'Guilielmus Ommelandus'. Zie te-vens ‘t koorhek te Huizinge daar wordt gemeld; "Reverendus Dominus Guilieimus Joannis Beckeringh". Tussen 1696 - 1709 predikant te Huizinge.
    "Grafstede van Dn. Wilhelmus Beckeringh, in leven Predicant dezer gemeijnte tot Huizinga, Lamberti filius, Wilhelmi nepos, bevestigt Anno 1696 overliden 1709".
    "Grafstede van Vr. Mechelina Folkers in leven Huisvrouw van Dn. Wilhelmus Beckeringh Predi-cant alhier tot Huijzinga getrout Anno 1697 overleden 1705".

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Michelina Folckers zijn:

        139 I. Hermanus Beckeringh, geboren op 18 januari 1698 in Huizinge; overleden in 1699 in Huizinge.

    + 140 II. Henrica Beckeringh, geboren op 7 december 1699 in Huizinge; overleden op 16 augustus 1786 in Amsterdam.

       141 III. Catharina Maria Beckeringh, geboren op 7 oktober 1700 in Huizinge; overleden in december 1701 te Huizinge.

       142 IV. Hermanus Beckeringh, geboren op 2 oktober 1701 in Huizinge; overleden in 1702 te Huizinge.

       143 V. Catharina Maria Beckeringh, geboren op 11 september 1702 in Huizinge; overleden rond 1704 in Huizinge.


    65.
    Lambertus Beckeringh werd geboren op 20 juni 1675 in Huizinge en overleed op 30 oktober 1761 in Groningen. Hij trouwde met Ella Catharina Sijpkens 14 januari 1706 in Groningen. Ze werd geboren rond 1683 in Eexta en overleed op 26 oktober 1754 in Groningen als een dochter van Tammo Sijpkens en Aeltien Seyll; kldr. van Sypko Heerens en Eltje Jans Broeils en van Hindriks Dercks Seyll en Ella Vuist.

    Lambertus stond op 21 januari 1691 ingeschreven als student rechten te Groningen.
    Lambertus was eerst advocaat, daarna werd hij in 1709 t/m 1749 was hij secretaris van de Gedeputeerde Staten van Stad en Lande {= Gro-ningen}. Vermoedelijk heeft hij zijn ontslag gekregen ten gevolge van de Staats omwenteling in het jaar 1748.
    Daarnaast was hij tevens voogd van het Zeyls Gasthuis in de Visserstraat te stede Groningen. Catharina was erfvoogdes van het Zeyls Gasthuis in Groningen, zij had dit 'geërfd' via haar moeder van haar oom Hopman Derk Seyll.

    "De Advocat Beckeringh en Redger Bolhuis in 't jaer 1705 met de Chaise (=sjees) gedaen".
    In het maandblad Oud Utrecht, maart 1957 en ook in het Archievenblad van mei 2004 staat "Op 16 juli 1705 maakten advocaat Beckering en Redger Bolhuis een reis van Groningen naar Kleef." Ook zou Lambertus een reis hebben gemaakt van Groningen over Arnhem naar Amsterdam en terug.

    Datering 1735.
    Akte van verkoop door de gebroeders Henricus en Theodorus Gelsing aan Lambertus Beckering, secretaris van de provincie en zijn vrouw Cathariana Sijpkens van 36 grazen land onder Westerdijkshorn, onder beklemming in ge-bruik bij Jelte Reinders en zijn vrouw.

    De familie woonde aan de St. Jans Walle te Groningen.

    Familiewapen Sijpkens:
    In goud een omgewende blauwe leeuw, zijnde roodgenageld en getongd.
    Helmteken: een uikomende rode leeuw.
    Helmkleden: rechts goud gevoert van zwart en links goud gevoert van blauw.
    Wapenspreuk: "Ljeaver dea as slav". {NP.33}

    Lambertus heeft bij de V.O.C. zo omtrent 1720} in India een Sits laten bestellen, met het familiewapen der Beckeringhs. Dat Lambertus deze ‘sprei’ heeft besteld is vooral gebaseerd op twee gronden, daar men geen opdracht heeft gevonden. Ten eerste: In het ‘Huisboek’ van zijn oudste zoon Wilhelmus is een afrekening te vinden aan de V.O.C. Ten tweede: de zuster van Lambertus was, zoals wij zagen, gehuwd aan G. van Overbeek. En deze was koopman in hoeden en stoffen te Amsterdam en had duidelijke verbinding met V.O.C. kamer te Amsterdam. En een zoon van hun werd Gouverneur en Director van Ceilon.
    Sits is de Oud Hollandse naam voor een glanzende katoen die ook ingeburgerd is onder de Engelse term ‘Chintz’. Sits is onder meer afgeleid van het inheemse Indiase woord ‘Chitta’, dat bont gekleurd betekent. De sitsen werden dan ook van oorsprong met de hand beschilderd met veelkleurige bloemmotieven. Het ‘Commande element’ is bij de Indiase sitsen met familiewapens sterker aanwezig dan bij enige ander type Sits op bestelling. Sitsen met wapenschilden en monogrammen werden gebruikt als beddenspreien, tafellakens en servetten. Doorgaans werd het wa-pen in India geschilderd, al kon het voorkomen dat het pas in Nederland werd gedaan. Er zijn echter ook stukken bekend waar het wapenschild nooit werd ingevuld en ander waar de plaats was bestemd voor het familiewapen, is ingevuld met een ander motief. De vroegste Nederlandse be-stelling van een wapen-sits stamt uit 1614. De overgeleverde stukken dateren voornamelijk uit de eerste helft van de 18e eeuw. Vergeleken met buitenlandse wapens is het aantal bewaarde sitsen met Nederlandse familiewapens opmerkelijk groot. De doorgestikte en gewatteerd bedden-sprei van 263 x 330 cm is gevoerd met donkergele zijde en gemaakt van katoen en het is vermoedelijk afkomstig van de Indiase Coromandel-kust en is gemaakt zo tussen 1700 - 1720. Ver-moedelijk in de plaats Negapatnam. De Sits is in het midden versierd met het familiewapen der Beckeringh's en in de vier hoeken is een zogenaamde Spiegel Monogram geplaatst met vermoedelijke de letters E.C en E.L en G.O en D.O. Al verschilt men hierover van menig. Het is mij overigs niet bekend voor wie deze letters gelden. Op de rest van van het middenveld en de rand bloem- en bladmotieven in verschillende tinten rood, blauw, geel en groen op wit fond.
    Dat deze sits momenteel nog te aanschouwen is voor een ieder is een groot toeval. Een familie, welke totaal niet verbonden is door enige ver-wantschap aan de familie Beckeringh, heeft deze sits bij toeval gekocht op een rommelmarkt zo rond 1985. De Sits heeft nog enige tijd bij hun op de vliering gelegen, tot men er achter kwam dat het toch wat bijzonder was. Men probeerde via het familiewapen er achter te komen met welke familie men te maken had en kwam zo terecht in de provincie Groningen en bij het Groninger Museum. Na restauratie van de Sits werd het eerst tijdelijk in bruikleen gegeven aan de Menkemaborg en werd later geschonken aan het Groninger Museum. Daar wordt het momenteel vakkundig verzorgd en opgeslagen. {zie pag.37}

    Kinderen van Lambertus Beckeringh en Ella Sijpkens zijn:

    + 144 I. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 1 september 1706 in Groningen; overleden op 15 juli 1788 in Groningen.

    + 145 II. Alegonda Beckeringh, geboren op 5 oktober 1710 in Groningen; overleden op 5 augustus 1780 in Warffum.

       146 III. Theodorus Beckeringh, geboren op 5 augustus 1708 in Groningen; overleden in 1710 te Groningen.

    + 147 IV. Theodorus Beckeringh, geboren op 21 augustus 1712 in Groningen; overleden op 30 augustus 1790 in Groningen.

       148 V. Hendrika Beckeringh, geboren op 24 augustus 1714 in Groningen; overleden rond 1715 in Groningen.

       149 VI. Lambertus Beckeringh, geboren op 21 februari 1717 in Groningen; overleden rond 1769 in Groningen. Hij trouwde met Jacomina Telghuis op 27 oktober 1764 in Groningen. Geboren op 7 januari 1743 in Krewerd; overleden na 1786 als dochter van Gerhardus Telghuis en Geertruida Uden.

    L. Beckeringh: Op 11-9-1736 student Jurespentie te Groningen. Advocaat te Stede Groningen. Een schilderij van Lambertus bevind zich in het museum Het Hoge land te Warffum.
    Krewerd 09-10-1771: “Na voorgaand onderwijs en daarop gedane geloofsbelijdenis tot lidmaat aange nomen: De Vrouw Jacomina Telchuis weduwe van de Heer Gesu. [rest onleesbaar ] .ren L. Beckerinck (met attestatie vertrokken naar Holwijrda)”.

    Uit ledematen Farmsum: 2 juli 1786. Jacomina Telchuis, weduwe Beckeringh, met attest. van Zeerijp.

       150 VII. Hendrik Jan Beckeringh, geboren op 30 juli 1719 in Groningen; overleden in december 1719 te Groningen.

       151 VIII. Lambertus Gerhardi Beckeringh, geboren op 17 mei 1722 in Groningen; overleden rond 1724 in Groningen.


    Generatie No: 6.


    73. Johannus Gerrardus Beckeringh
    werd geboren op 26 april 1679 in Lutjegast en overleed op 5 juli 1737 in Garmerwolde. Hij trouwde met (1) Catharina Schaink op 16 juni 1709 in Garmerwolde. Zij werd geboren op 1 december 1676 in Oosternieland en overleed op 14 april 1720 in Garmerwolde als dochter van Hen(d)ricus Schainck en Johanna Hoedenborgh; kldr. van Hindrick Schaink en Teetje Jans en van Aylt Hoedenborgh en Geesje Jansen. Hij trouwde (2) met Luthina (Luckjen) Wij(y)pkens op 28 maart 1722 in Garmerwolde. Zij werd geboren rond 1700 in Ten Post en overleed voor 1780 als een dochter van Jan Wijpkens en N. N.

    Johannus Beckeringh was predikant te Garmerwolde van 21 oktober 1708 tot zijn overlijden op 5 juli 1737. Het was voor hem de eerste gemeente en tevens zijn laatste.

    Predikantstraktement te Garmerwolde.
    Het vrij bewonen van de pastorie was een der emolumenten van de predikanten, die voor hun arbeid verder een traktement ontvingen dat door meerdere instanties werd opgebracht. Het Pepergasthuis was verplicht tot de betaling van 15 gulden. Daarnaast genoten ze de huuropbrengst van 38 grazen pastorieland. De 17e eeuwse predikanten Rhodius (1663 - 1679), Stechnerus (1681 - 1687) en Ter Maeth (1687 - 1707) ontvingen jaarlijks 150 caroli gulden van de provincie, en 250 caroli gulden en 10 stuivers van de kerkvoogdij, zijnde de opbrengst van een heerd van 34 grazen en een vrije donatie.
    Wanneer Ter Maeta's opvolger J. Beckeringh in 1711 de staat van zijn inkomsten opmaakt, noteert hij onder het hoofd "an gelt" 150 gulden van de provincie en hetzelfde bedrag van de kerk, alsmede de 15 gulden die hij van het Pepergasthuis ontvangt. De kerkvoogdij betaalt hem bovendien 41 gulden en 10 stuivers als vergoeding voor het "schoorsteengeld" en de kosten, verbonden aan deelname aan de classicale en synodale vergaderingen. Tenslotte krijgt hij nog 50 gulden, maar, zo voegt hij er aan toe, "dit moet jaarlijks verzocht worden op kerckenree-ckeninghdagh". De afdeling "landerijen" in bovengenoemde staat omvat 5 posten: 14 grazen, gelegen bij de pas-torie, 20 grazen die zich achter de toren bevinden, een stuk van 5 grazen "hebbende ten Noorden de Stadt weg", 36 grazen land, onder beklemming bij de kerkvoogdij in gebruik die daarvoor jaarlijks 100 gulden huur betaalt. Ten-slotte nog "een heemstede van Geert Jansen".
    In 1686 en 1717 werd het dorp opgeschrikt door de grote overstromingen die de provincie teisterden. De vloed van 1717 richtte een enorme ravage aan in het dorp. Eén inwoner kwam om, 27 huizen werden vernield en 514 stuks vee verdronken. Armoede moet hier het gevolg van geweest zijn hetgeen een extra belasting betekende voor de diakonie.
    Naast deze beroeringen, die door factoren van buitenaf werden veroorzaakt, ontstonden er ook een enkele keer interne moeilijkheden in het kerspel, zoals met de bewoners van Heidenschap in de 60er jaren van de 17e eeuw. Maar verder beperkten de moeilijkheden zich tot burenruzies en soortgelijke zaken, welke door de kerkeraad werden gestraft met tijdelijke uitsluiting van het avondmaal. Alleen in 1736 deed zich een ernstiger geval voor. Toen meende ds. Beckeringh een geval van tovenarij te bespeuren in zijn gemeente. Na enige aandrang wist hij de weduwe Jantien Claassens tot de verklaring te brengen, dat haar zoon en kleindochter zich bezig hadden gehouden met tovenarij en goddeloosheden. Deze kwestie zette bij de beschuldigde partij zulk kwaad bloed, dat er 20 jaar later nog een felle ruzie ontstond tussen enige familieleden der betrokkenen en de kerkeraad.
    Arch.Herv.Gem. Garmerwolde, inv.nr. 1, 1735 september 27 + Arch. Herv.Gem. Garmerwolde, inv.nr. 2, 1750 maart 8.

    8 December met attestatie van Groningen te Garmerwolde: “Catarina Schainks huisvrouw van Dom: Bekkering van Groningen”.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Catharina Schaink zijn:

       152 I. Asselinna Beckeringh, geboren in 1710 te Garmerwolde; overleden in 1712 te Garmerwolde.

       153 II. Johanna Beckeringh, geboren in 1711 te Garmerwolde; overleden in december 1711 te Garmerwolde.

    + 154 III. Gerrardus Beckeringh, geboren op 7 oktober 1712 in Garmerwolde; overleden op 10 december 1762 in Eenum.

       155 IV. Henricus Beckeringh, geboren tussen 1712 - 1717 in Garmerwolde. Overleden na april 1746.

       156 V. Titia Beckeringh, geboren tussen 1712 - 1717 in Garmerwolde; overleden na 1734.

    Garmerwolde: 1734; 12 December na belijdenis Titia Bekkeringh.

    + 157 VI. Abraham Beckeringh, geboren op 17 maart 1717 in Garmerwolde; overleden rond 1781 in Ulrum.

      158 VII. Gesina Beckeringh, geboren in 1719 in Garmerwolde; overleden op 6 april 1799 in Amster- dam. Zij trouwde met haar neef Gerrit Beckeringh (zie no.178) op 8 maart 1751 in Amsterdam geboren op 21 mei 1716 in Amsterdam; overleden op 4 februari 1780 in Alkmaar als zoon van Jan Johannes Beckeringh en Catahrina De Porter.

    Gerrit was koopman en bier brouwer te Alkmaar aan ’t Voormeer.

    Gesiena verkoopt op 13 juni 1781 al haar ontroerend goed in Alkmaar en vertrekt naar Amsterdam.

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Luthina Wijpkens zijn:

       159 I.  Tycia Beckeringh, Geen data’s bekend, alleen bekend uit oude familieregisters.

       160 II. Hendricus Beckeringh, Geen data’s bekend, alleen bekend uit oude familieregisters.


    74.
    Anna Beckeringh werd geboren in 1681 te Lutjegast en overleed rond 1760. Zij trouwde met Berend Harms rond 1715 in Amsterdam.

    Het echtpaar was aanwezig op 24 september 1740 als getuigen bij het huwelijk van Wybina Beckeringh en Jurjen Melles (no.172). Zij worden vermeld als Moei en aangetrouwde oom.

    Kinderen van Anna Beckeringh en Berend Harms zijn:

       161 I. Oest Beerents. Geen data’s bekend.

       162 II. Jurjen Beerents. Geboren rond 1719 te Amsterdam. Overleden na september 1759.


    75. Michiel Beckeringh
    werd geboren op 26 augustus 1683 in Nieuw-Scheemda en overleed rond april 1750 in Groningen. Hij trouwde met Alagonda Woldringh op 26 augustus 1710 in Groningen. Zij werd geboren op 2 augustus 1691 in Groningen en overleed na april 1750 in Groningen als dochter van Johannes Woldringh en Elijsabeth Helmholt; kldr. van Cornelius Woldringh en Aaltje Fust en van Jacobus L. Helmholt en Renske Louwens.

    Michiel en Alagonda waren doopgetuigen in Amsterdam bij Alagonda, dr. van Jacobus Beckeringh en Catharina Schram.

    Michiel Beckeringh: Brouwer en burgerluitenant te stede Groningen.

    Familiewapen Woldringh:
    In goud een van twee rijen zilver geschaakt kruis, met in de vier hoeken vergezeld van zwarte, groen geloofde knollen.
    Helmteken: Een knol van het schild.
    Helmkleden: Rood, gevoert van goud.
    NP.6; FDFG no. 209; Muschart 37J; Ned.Leeuw 1912

    Kinderen van Michiel Beckeringh en Alagonda Woldringh zijn:

       163 I. Jacob Beckeringh. Geen data’s

      164 II. Asselina Beckeringh, geboren op 1 januari 1712 in Groningen; overleden voor augustus 1790. Zij trouwde (1) met Hendricus Radijs op 21 september 1738 in Groningen; geboren op 9 augustus 1715 in Groningen; overleden op 4 september 1756 in Groningen als zoon van Chistopher Radijs en Gesina Munnincks; klzn. van Cornelius Radijs en Elisabeth van Bijler en van Henric Munnincks en Grietjen Blankenstein. Zij trouwde (2) met Durandus Bontjes op 30 juli 1757 in Groningen; gedoopt in Leeuwarden op 14 december 1732; overleden voor 1815 te Meppel. Zoon van Hendrik Bontjes en Jabina Mallers.

    Hendricus Radijs: Luitenant - Chirugijn.
    Durandus Bontjes: Chirugijn.

    Beslissingen door de kluftheren in de geschillen tussen: De freules van Steenhuisen in Kattenhage en Durandus Bontjes chirurgijn, wonende naast de freules, betreffende: a. het stoken van vuur op het open plaatsje achter zijn huis. 1753 juli 4 en juni 30; en 1757 juli 30 (met getuigenverklaring d.d. 11 juli 1757), - en b. het verstoppen van de afwatering van het huis der freules. 1757 juni 30.

    Toegangsnummer: 669-73. Datering 1759 april 20:
    Akte van overdracht door Durandus Bontjes chirurgijn en Asselina Bekkering, e.l. aan Aurelia Swart wed. Beilanus van een huis ten oosten van de St. Walburgstraat en ten noorden van het huis der freules Steenhuisen.
    NB Verleden voor burgemeesteren en raad van Groningen; met resten van het stadszegel in groene was; onderteken door twee raadsleden en de secretaris. - In dorso: "Coopbrief van de chirurgijn D. Bontjes."

    Marriage Notes for Asselina Beckeringh and Hendricus Radijs:
    In het H.C. van 4 sept. 1738 worden als dedigslieden aan bruidegomszijde genoemd zijn vader Christoffel Radijs en Ettien Dronrijp als aangetrouwde moeder; Wolther Radijs en Gesina Elama als oom en tante; Vaandrig Claas Smith en Margaretha Radijs als zwager en zuster. (Gruoninga 1995)

    Durandus Bontjes wedn te Meppel N.N. met att. van Meppel en Steenwijk.  Hertrouwde op 8 aug 1790 te Havelte met Geertjen Ragius, jd. te Steenwijk. (vermoedelijk overleden in 1824 te Kampen [akt.no.163-Kampen])

        165 III. Johannus Beckeringh, geboren op 8 september 1712 in Groningen. Geen overlijdensdatum bekend.

    + 166 IV. Gerardus Beckeringh, geboren op 17 september 1715 in Groningen.

    + 167 V. Jacobus Beckeringh, geboren op 22 juli 1717 in Groningen; overleden rond december 1760 in Amsterdam.

       168 VI. Elisabeth Beckeringh, geboren op 13 augustus 1720 in Groningen; geen overlijdensdata. Zij trouwde met (1) Johannus Van Langen op 9 mei 1756 in Groningen; overleden voor 1766. Zij trouwde (2) met Jan Kuilman op 29 juli 1766 in Groningen.

       169 VII. Andreas Beckeringh, geboren op 27 april 1723 in Groningen; overleden in 1726 te Groningen.

       170 VIII. Michaël Beckeringh, geboren op 4 september 1726 in Groningen; overleden op 9 april 1758 te Delmina Guinea Hij ging in ot met Petronella Elisabeth Schram op 12 januari 1754 in Groningen en trouwde op 15 juni 1754 te Amsterdam. Geboren op 29 juni 1727 in Amsterdam; overleden op 2 februari 1755 te Delmina - Guinea, als dochter van Sebastiaans Schram en Geertruida Elisabeth Heijr.

    Michael Beckeringh stond op 19 aug. 1743 ingeschreven als student Phil. te Groningen. Predikant in dienst van de W.I.C. te St.george D’Elmina aan de kust van Guinea. Bij zijn huwelijk wordt hij al genoemd 'predikant St. George Delmina'. Enige maanden later vertrekt hij pas, dat wil zeggen op 8 okt 1754, met Petronella Elisabeth Schram naar de Kust van Guinea. Zijn vrouw en kind verliest hij bij haar eerste bevalling, zij op 2 febr, het kind op 2 mrt. 1755. Op de ‘Generale Lijste van Overledenen van 1758’ lezen we dat op 9 april 1758 is overleden “Michael Beckering, geb Groningen, Predicant Voor den Kamer Amsterdam”.
    Uit een onderzoek door J.Hage is niet duidelijk geworden wanneer Michael Beckering voor de tweede maal trouwde. Wel is bekend dat op 7 februari 1757 Michael Beckering, predikant & mejuffrouw Johanna Agtienhooven, woondende in 't Hoofdcasteel (kasteel Elmina) ten overstaan van Roelof Ulsen een testament maken op de langstlevende. Zij moet waarschijnlijk op zijn verzoek naar de kust van Guinea zijn gekomen, het geen een grote uitzondering was. Of zij nog leeft als Michael sterft in 1758 vermelden de archie-ven niet, alleen degenen die in dienst waren van de W.I.C worden erin vermeldt. Waarschijnlijk niet, want broer Jacobus en na diens overlijden zijn weduwe Catharinna Schram handelen zijn nalatenschap af. Kinderen zijn mij zover niet bekend.
    Elmina, aan de kust van Guinea, ook wel de Goudkust genoemd, bevindt zich in het huidige Ghana, aan de kust van West-Afrika. Het kasteel St. George, waar Michael woonde en werkte in de kerkzaal boven de slavenkelders staat er nog steeds. Nederland had van 1590 tot 1872 'bezittingen aan de Kust van Guinea'.

    Nu blijkt in de zelfde tijd een Michael Beckeringh geleefd te hebben in Paramaribo en welke overleed in 1787. Het is onbekend van wie deze Michael een zoon is. Zou het een zoon van bovengenoemde Michael Beckering geweest kunnen zijn? Zoals we zagen huw-de hij namelijk eind 1756 voor een tweede maal, ditmaal te Elmina. Is er uit dit huwelijk een zoon geboren en kan die op 1787 over-leden zijn te Paramaribo? Hij overlijdt daar als weeshuisvader.

    Familienaam: Beckering. Datum kerkrecht: 1 maart 1787.
    Tekst Register: 1787-januari 3 Debet Boedel M: Beckering weesmeest: - Aan kerkegeregtigheijd in de savane f 13,-
    Archiefstuk: ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 28, grootboek van de kerk van Paramaribo 1786 - 1789. Code microfiche: Enz.
    Ned. Ger.
    Gem. O. 1786 - 1789 / 2.

    Op 23 juni 1787 werd er een adverentie geplaatst met de oproep dat zij die iets schuldig waren aan wylen Michael Beckeringh of iets te goed hadden van hem, verzocht werden om contact opnemen met de Nieuwe Weeskamer der Colonie van Suriname.


    76. Fredericus Beckeringh
    werd geboren op 4 oktober 1685 in Nieuw-Scheemda en overleed op 22 januari 1747 in Nieuw-Beerta. Hij trouwde (1) met Wijpke Reints Ebels op 13 april 1716 in Nieuw-Beerta. Zij werd geboren op 11 december 1692 in Nieuw-Beerta en overleed in 1735 te Nieuw-Beerta als een dochter van Reint Ebels en Wijpke Claassen; kldr. van Eebel Luppens en Wipke N. en van Claes Geerts en Ep-ke Jans. Hij trouwde (2) met Ludewe Jans op 7 februari 1741 in Nieuw-Beerta. Zij werd geboren rond 1697 in Ulsda en overleed voor okto-ber 1766 in Beerta als dochter van Jan Pieters and Aafke Claassens; kldr. van Pieter Jacobs en Ludewe Jans en van Claes Geerts en Epke Jans.

    Fredericus diende van 1710 t/m 1713 als predikant te velde en werd in augustus 1713 beroepen te Nieuw-Beerta.
    Fredericus mocht voor zijn diensten gebruiken: "Veertien en 1/4 deimt lands in de Nieuwe Beerta, waarop de kerk, pastorije en schole is staande, seeven deimten, de grote Loeten genaamd, vijf campen op de Ulsda geleegen, elke camp ongeveer zes deimten, nog de pastorije heert in de Oude Beerta met de huisplaatsen daartoe behoorende, Geert Wigbolds, Hendrik Jans en een gedeelte van Oomke Fockes; daarenboven zijn regt op de graverije van 't ruige Veen in de Oude Beerta pastorije voorbehouden: alles ten gevolge de apostille van de Ed. mog. Heeren Borg. en Raad in dato 6 Oct 1682, den 31sten Oct. 1684 en den 20sten Martij 1685. Tot versterking hebben wij dezen met onzere namen bekragtigt, get. Nieuwe Beerta den 11den Aug 1713".

    In de "kerkelijke geschiedenis van Nieuw-Beerta " van 1856" door Ds. Berkum, staat het volgende vermeld:
    "De Hr. Ds. Fredricus Beckeringh aanvaarde zijn betrekking en zijn bediening den 15e oktober van het jaar 1713. Wij hebben van hem niets te vermelden, dan dat hij op de 22e januarij overleed. De sterflijsten heeft hij in het geheel niet aangehouden. De aantekeningen in het lidmaatschapboek heeft hij verzuimd sints het jaar 1727. Niets bijzonders heeft hij geboekt. Van de indijking van den Stadspolder maakt hij geen gewag en van den Kerstvloed van 1717 meld hij geen woordt, dan dat hij in het voorjaar van 1718 "niet tegenstande de ongemakkelijkheyt der Passasie, wegens inbreuk der wateren" een gedeelte der gemeente heeft bezocht".
    Dit is duidelijk een klacht van de latere onderzoeker/schrijver over de weinige cq schrale aantekeningen van Frederi-cus. Maar blijkbaar deed hij hét wel goed in de ogen van het kerkbestuur, want zijn zoon Gerrardus volgde hem op.

    Familiewapen Ebels:
    Een met twee pijlen van boven naar beneden schuinkruiselings doorstoken hart, vergezeld van boven en onderen van een zwemmende vis.
    Het schild is vermoedelijk gedekt door een Eigenerfde kroon.
    [kleuren onbekend - GDW. 2810]

    Marriage Notes for Fredericus Beckeringh and Wijpke Ebels: Folio. 440 - 13 april 1716 - HV.
    Ds. Frederikus Beckeringh, pastor in Nieuw Beerta en Wupke Reints. Bepaald wordt dat zijn bibliotheek in geval van zijn overlijden zal worden gerekend te behoren tot zijn lijfsbehoren.
    Brg: Asselijne Munters, weduwe Beckeringh, moeder; Ds. Joh Beckeringh, pastor in Garmerwolde en Katarina Schainks (ehl); juffer Anna Beckeringh, zuster; Michael Beckeringh, brouwer te groningen en Allegonda Woldering (ehel), broers en schoonzusters.(doorgehaald is: de heer Regn. Mensing amtman Termunten en sijn e.l. huisvrouw, vrouw Asselina Munters aangetroude neef en nigt)
    {NB- overlijdingsdata Asselina is op 13-4-1716}
    Br: Wijpke Claassen, weduwe van Reind Ebels, moeder; Berent Harmens, zusters man: Ebel Reints en Geeske Willems (ehel), broer; Epke Reints, zijn vrouws zuster; Jan Pieters en Aefke Claassen (ehel), moei; Luppe Meertens, neef van vaderszijde; Wubbelt Geers en Epke Eylards (ehel), nicht van moederszijde; Wubbe Eylards en Trijntje Takens (ehel), neef van moederszijde.
    Getuigen: Willem Jurriens en Harmen Dijken.

    Ludewe Jans: Weduwe van Egbert Tjapkes. Na het overlijden van Fredericus hertrouwt Ludewe, “weduwe van pastor F.Bekkering”, met Derk Aeytes, kerkvoogd en boer te Beerta.

    04-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (9 Stemmen)
    03-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Genealogie Beckeringh; generatie één tot zeven. (a)


    Generatie No: 1.


    1. Gerrit N. (B[a]eckeringhe - Bakering?). Hij trouwde met, voor ons, een onbekende vrouw.

    De naam Gerrit wordt meegegeven aan de vader van Johan en Jan, gezien de patroniem 'Gerritszn'. 'Gerrit' is niet te traceren, niet in Groningen en ook niet in Drenthe. Gerrit zou vermoedelijk afkomstig kunnen zijn uit de omgeving van Ruinen Dr. Dit vooral gezien dat men in het Ordel-boek van de Etstoel (= Rechtbank) van Ruinen enkele uitspraken vindt, die in die richting wijzen. (zie inleiding)

    Kinderen van Gerit N. en N. N. zijn:

    + 2 I. Johan Gerritsz Beckeringh,  geboren tussen 1540 - 1550; overleden rond 1619 in Noordhorn.

       3 II. Jan Geritsz. Beckeringh,  afkomstig van Emden.

    N.B. Op 27 februari 1671 wordt een huwelijk ingeschreven te Amsterdam (OT.ASD-pag.152) van Jan Gerritsz Beckeringh { wed van Judith Jans en afkomstig van Emden bij zijn eerste huwelijk } en Dieuwertje Nuserus, afkomstig van Alkmaar.
    Jan Gerrytsz.staat ingeschreven in het poortersboek van Amsterdam als zijnde van beroep: Bokse maker. Het is mogelijk dat hij een zoon is van Gerrit, maar er is geen bewijs voor. Het kan een toeval zijn, maar gezien de naam kan men misschien enige ververband leggen tussen onze Jan Gerrits en de Amsterdamse Jan Gerritsz. Ik heb gebrobeerd om in Emden de ouders te lokaliseren, maar het is mij niet gelukt. Het kan zijn dat hij daar woonachtig was. Op 8 maart 1680 trouwde een zoon van Jan Gerritsz, zijnde Jan Jans Beckeringh, oud 26 jaren (*1654) met ene Aaltje Warnaers oud 20 jaren (*1660). Jan is overleden voor 1685, want dan hertrouwt zijn vrouw. Jan was kleermaker van beroep en was ingeschreven in het poortersboek van Amsterdam.


    Generatie No: 2.


    2. Johan Gerritsz (Beckeringh)
    is geboren zo tussen 1540 - 1550 en overleed zo rond 1619 in Noordhorn. Hij trouwde vermoedelijk zo rond 1575 met, voor ons, een onbekende vrouw.

    Johan Gerritsz wordt in verschillende oude familieregister opgevoerd als de stamvader van de familie Beckeringh. Wordt soms ook wel vermeld als Baeckeringhe als Beckeeringh, het is waarschijnlijk de persoon die het schrijft. In de archieven is over deze persoon niets te vinden, de jaartallen zijn dan ook berekend na de aangegeven data's van zijn kinderen. Wat wij van hem weten is ons overgedragen uit oude familieregisters.
    We kunnen zeer wel aannemen dat hij vermoedelijk in Drenthe gewoond heeft of daar zijn verleden had in het gebied van Ruinen, want in dezelfde tijd werd in het 'Ordelboek van de Etstoel [= rechtbank] van Ruinen' verschillende uitspraken vermeld van vonnissen waarin de naam Beckering(h)e voorkomt, o.a. een uitspraak over ene "Johan Baeckeringe". Deze Johan moest aantonen dat hij geen schuld had bij ene Otto Landes. Deze 'Ordel' (= oordeel-uitspraak) werd opgeschreven op St. Magnus van het jaar 1590 [= 19 augustus]. Deze Johan zou de Johan van ons kunnen zijn, maar daar moet men nog wel het bewijs voor vinden en tot nu toe ontbreekt dat.

    Johannes zou in 1572 ten tijde de zgn. "Bartholomeusnacht" in Frankrijk zijn geweest. In een oud familieregister van rond 1700, wordt het onderstaande vermeld:
    "Johannes Beckeringhe is in het jaar 1572 teruggekomen in Winsum uit Parijs, waar hij de moord van dien tijd is ontkomen, zijne dies aangaande verwittigd door den zilversmit bij wien hij was ingekwartierd. Hij heeft op zijne vlucht nog drie edelen mede uit de stad gevoerdt en voor op de handen moord gewaarschuwd. Gelijk de Edelen Coenders, Rengers en Alberda, zulks ook altoos dienstelijk hebben erkend hebben door aan Beckeringh wel te doen en tot Predikanten te Beroepen.
    Deze Johannes is te Groningen gestorven, nalaatende twee zoons. Doguit welke ene vrouwe zij zijn geboren is onbekend, althans hiervan is niets aangetekend en kan dus niet bepaald worden."

    Dat dit verhaal leefde in de familie blijkt wel uit het volgende:
    ‘De Heer en Oud-Kantonrechter Anthonius Beckeringh vierde in het jaar 1872, volgens een artikel uit de Groninger Courant van die tijd, te Onderdendam het zgn. “Beckeringh feest”. Het was volgens dit krantenartikel, dat op 24 augustus drie eeuwen geleden was, dat de stamvader van de Hr. Beckeringh de zgn. ‘Bloedbruiloft’ was ontvlucht’. (zie no.326)

    Het is zeer moeilijk om het bovenstaande na te gaan, maar in die tijd was het heel gewoon dat iemand van gegoede burgerlijke familie, welke meestal intellectueel gelijk was of eigenlijk hun meerdere op dat gebied was, als mentor werd benoemd voor jonge adellijke Jonkers die in het buitenland de universiteiten bezochten. De mentor zorgde dat zijn pupillen hun studie deden en dat ze hun natje en droogje kregen en kruiden hun pupillen naar hun Hospes, als ze teveel een studie hadden gemaakt naar de smaak van gerst en hop.
    Wat betreft het punt van het verhaal dat de genoemde families de Beckeringh’s uit dankbaarheid tot predikanten hebben genoemd is zeer mogelijk, daar zij het recht daartoe hadden. Wel moet er aangetekend worden dat de Hr. Johan Rengers in ballingschap zat van 1580 tot 1694 in Ophuisen bij Emden en dat de Heren Coenders en Alberda moesten vluchten uit Groningen in 1569. Hun goederen waren door Alva in beslag genomen en de Heren werden officieel verbannen. Toen in 1594 de prinsen Maurits en Willem Groningen op de Spanjaarden veroverende, keerden zij terug en kregen zij hun goederen weer terug.

    In 1600 werd Gerhardus Johannis, gewezen Pastor in het Westerkwartier, benoemd tot Predikant in Niebert-Nuis en zijn broer Wilhelmus Johannis werd in 1609 benoemd tot Predikant in Huizingen. Dit is wel zo’n 28 tot 30 jaar later nadat hun vader Parijs was ontvlucht, maar men had toen pas blijkbaar de mogelijkheid daartoe, om hun dankbaarheid te tonen aan de Beckeringh’s.

    Kinderen van Johan (Beckeringh) and N.N. zijn;

    + 4 I. Gerhardus Johannis Beckeringh, geboren rond 1580 in Winsum Gr.; overleden op 2 november 1637 in Noordhorn.

    + 5 II. Wilhelmus Johannis Beckeringh, geboren rond 1582 in Winsum Gr; overleden op 21 maart 1642 in Huizingen.


    Generatie No: 3.


    4.
    Gerrit (Gerhardus) Johansz (Johannis) Beckeringh(e) werd geboren rond. 1580 in Winsum Gr. en overleed op 2 november 1637 in Noordhorn. Hij trouwde (1) met Nichtien [Neeltje] Jans rond 1600. Zij is vermoedelijk afkomstig van Edam. Zij overleed voor januari 1633. Hij trouwde (2) met Aeltje Smaltzius op 13 januari 1633 in Zuidhorn. Zij was een dochter van Noach Schmalz and N.N.

    Gerhardus noemde zich waarschijnlijk pas later bij zijn familienaam, want hij komt vaak naast zijn ‘oude’ naam ook vaak voor bij zijn verlatijnsche naam 'Gerhardus Johannis' zonder zijn familienaam.

    De volgende gegevens werden gevonden in de Classis (kerkelijke gemeente) Westerkwartier:
    "Gerhardus Johannis (Beckeringhe), gewezen pastor in het Westerkwartier, alwaar hij deze Classis een getuigenis verzoekt om te kun-nen aan te tonen dat hij lidmaat is en dat hij gehuwd is en dat hij en de zijnen 'erlick' gedoopt zijn".
    Met deze getuigenis {gekregen op 2 mei 1604} ging hij naar 'school' voor predikant. Hij werdt later benoemd tot predikant te Niebert-Nuis; Marum en Noordwijk (Gr) en op 11 juni 1610 werd hij beroepen te Noordhorn.

    In een oud familieregister staat Nichtien vermeld als "Neeltje Jans van Edam". Men kan er dus vanuit gaan dat ze vermoedelijk van Edam komt, maar tot nu toe is daar geen bewijs van gevonden.

    Familiewapen Smaltius:
    Op een schild van zilver, op een rotsachtige heuvel van groen een staande omziende (smelt) adelaar van blauw, houdend in de opgeheven rechterpoot een stang, waaraan twee boeien en een sluitingsmechaniek van zwart.
    Helmteken: Een door de handen van twee uitkomende armen gehouden opengeslagen boek, waarop de tekst "VERITAS".
    Dekleden: Zilver, gevoert van blauw.
    GDWH. no.3631, NP. 1926 no: 16.

    Kinderen vanf Gerrit Beckeringh(e) and Nichtien Jans zijn:

    + 6 I. Johannus Gerhardi Beckeringh, werd geboren rond. 1612 in Noordhorn; overleden op 24 maart 1690 in Zuidhorn.

       7 II. Rijwart Beckeringh, werd geboren rond 1614 in Noordhorn; overleden rond 1643 in George d’El mina, Guinea.

    Beroep: Predikant te Guinea {Afrika} W.I.C.

    + 8 III Abraham Beckeringh, werd geboren rond 1619 in Noordhorn; overleden op 23 augustus 1686 in Amsterdam.


    5.
    Willem Johansz Beckeringh werd geboren rond 1582 in Winsum en overleed op 21 maart 1642 in Huizingen. Hij trouwde met Beerta Calmes rond 1609 in Groningen, zij werd geboren rond 1585 in Groningen en overleed op 14 september 1639 in Huizingen. Zij was een dochter van de kistenmaker Johan Calmes en Merten Van Buyren; kldr. van Herman Kalmus en N.N.

    Willem studeerde te Franeker. Heeft toen waarschijnlijk zijn voornamen verlatijnst in Wilhelmus Johannes. Ook Willem noemde zich pas veel later bij zijn 'nieuwe' familienaam, Beckeringh en bij zijn verlatijnse voornamen. 
    1 {plaats}: 01864 2: Franeker. 3 {naam}: Beckering (Johannis) Wilhelmus. 7 {geboorteplaats}: Winsum. 9 {datum immatriculatie}: 16/04/1603.
    10 {studierichting}: Theol 12: AAF no 736. 14 {vader}: Johannes Beckering. 15: was in 1572 te Parijs. 16 {huwelijk}: Beerta Calmes.
    Bron: Het geleerde Friesland, studenten ca. 1380 - 1650

    Wilhelmus werd in 1605 beroepen tot predikant in Wirdum en werd in 1609 beroepen te Huizinge; "alwaar hij als een der eersten ware die na den de Reductie van 1594, den zuiveren leer van de tijden der hervorming verkondigden". Aldus een opmerking in het kerkregister.

    Grafzerk van hem en zijn vrouw in de koor van de kerk te Huizinge. Negerende het woord van Paulus: ‘Maer wederstaet de dwase vragen ende geslachtrekeningen, want sij sijn onnut en ijdei’ werd op zijn grafzerk de volgende tekst gehouwen: ‘Grafstede van Ds. Wilhelmus Beckeringh in leven Predikant deser Gemeijnte tot Huisinga, stierf in 't Jaer onses Heeren 1642 den 21 Marti, ende lecht alhir begraven verwagtende een Salige Opstandinge in Christo".
    "Beerte Calmes, Huisvrouw van S. Wilhelmus Joannis Beckeringh, Pastor tot Huisinge stierf 1639 den 14 Septemb. ende light alhir begraven, verwagtende een Salige Opstandinge in Christo".
    Grafzerk/grafschrift vervaardigd na overlijden van Willem J. Wordt op de steen S[alige] genoemd.

    Familiewapen Calmis:
    Twee zuilen, door een dwarsbalk verbonden, gaande over zeven kalmoes bladeren, beladen met het woord "Calmis", staande op een veld. De zuilen getopt met een zittende eekhoorn, zijn de rechtse ongewend. Kleuren onbekend.
    Zie: Ned. leeuw 1975; collectie Muschart 77H.

    Kinderen van Willem Beckeringh en Beerta Calmes zijn:

    + 9   I. Johannus Beckeringh, geboren rond 1610 in Huizingen; overleden rond 1645 in Groningen.

    + 10 II. Gerhardus Wilhelmi Beckeringh, geboren in 1618 in Huizinge; overleden op 27 april 1667 in Westeremden.

    + 11 III. Lubbertus Beckeringh, geboren in 1620 in Huizinge; overleden op 16 januari 1676 in Sauwerd.

    + 12 IV. Wilhelmus (Willem) Beckeringh, geboren in 1621 in Huizinge; overleden op 4 december 1666 in Bergen op Zoom.

    + 13  V. Hendrik Beckeringh, geboren in 1622 in Huizinge; overleden tussen 1660 - 1700 in Paramaribo.

    + 14 VI. Lambertus Wilhelmus Beckeringh, geboren in 1628 in Huizinge; overleden op 28 juni 1683 in Huizinge/Loppersum.


    Generatie N: 4.


    6.
    Johannus Gerhardi Beckeringh werd geboren rond 1612 in Noordhorn en overleed op 24 maart 1690 in Zuidhorn. Hij trouwde met Johanna Gerrijdts (De Bie) rond. 1639 in Zuidhorn, zij werd geboren rond 1619 in Grootegast en overleed rond september 1689 in Zuidhorn als een dochter van Gerrit Engelberts en Bealend De B(y)ie.

    Johannus stond op 22-6-1631 ingeschreven als student Phil. en Literathuur op de Acedemi te Groningen. Tussen 1639-1643 stond hij als pre-dikant te Grotegast; tussen 1643-1639 stond hij als predikant te Noordhorn en in 1659 werd hij beroepen te Zuidhorn waar hij stond tot zijn dood.

    In het kerkboek van Zuidhorn staat het volgende vermeld:
    "Consistoriale acten; ende optekeningen van de Ledematen der waere gereformeerde Gemeente int Carspel Suidthorn eerst der gener, soo bevonden wierden als ick Johannes Beckeringh op den 3 Julij 1659 alhijr bevestight was. Ende voorts mit naderhand de Gemeente bijgevoght zijn."
    ‘Namen van de mans personen: Joannes Beckeringh Pastor loci’.
    'Namen van de vrous personen vermeld in Ledenmate Boek van de Herv. Gem. Zuidhorn': "Jantien Gerrijdts huisvrou van de Pastor Joannes Beckeringh (stierff den 2[?] september 1689)".

    Volgens een onderzoek van de N.H Gem, is dat dan zo ongeveer het eerste wat er overgeleverd is uit de geschiedenis van de Gereformeerde kerk van Zuidhorn sinds de grote kerkhervorming van de zestiende eeuw. Ds. Beckeringh durfde nogal wat te schrijven “Wáre Gereformeerde gemeente". Maar de rest van dat eerste notulenboek laat zien dat het geen holle leus is geweest. De inhoud vertoont ook echt de stijl van een Gereformeerde kerk. De dominee, en de beide ouderlingen en de beide diakenen hebben zich ijverig ingezet voorde zuiverheid van de leer en voor een levenswandel die daarmee in overeenstemming was. Zo trad men streng op tegen allerlei bijgeloof en bond men de strijd aan tegen hardnekkige en soms diepgewortelde zonden zoals vloeken en dronkenschap. Vooral dit laatste kwaad bleek moeilijk uit te roeien. Maar wat wil je ook als zelfs weleerwaarde dominees zich aan drank te buiten gaan in de herberg.
    Onder Beckeringh's voorganger, ds. Schmalzius, is het gebeurd, dat een viertal predikanten in de herberg Brandt Hoeckskuis een waar drinkgelag aanrichtte, waarbij het zelfs tot vechten kwam; “ze continueerden tot laet in den nacht bij den dronck, en vervielen tot gekijf en vuistslagen”. Hoe moeilijk het soms ook was, ds. Beckeringh zette de strijd voort en rustte niet voordat ruziemakers zich met elkaar verzoenden.

    Familiewapen Engelberts:
    Gedeeld; I} Op een zilveren veld, op een groen terras staande een groene boom. II} Op een goude veld een zwarte adelaar, uitgaande van de deellijn, kijkende naar links.
    Helmteken: Een groen boom tussen een vlucht van zilver.
    Helmkleden: Rechts, groen gevoert van zilver en links, zwart gevoert van zilver.
    {Van Ooien; NP.74}

    Kinderen van Johannus Beckeringh en Johanna Bie zijn:

       15 I. Geerdt (Gerrit) Beckeringh, geboren in 1641 in Kolham; overleden in 1641.

    Kerkelijke gemeente Grootegast; Kerkelijke gezindte Nederlands Hervormd.
    Dopeling Geerdt Doopdatum 18 april 1641.
    Vader: Joannes Beckeringh. Beroep/functie: pastoor. Moeder N.N.

    + 16 II. Cornelia (Neeltien) Beckeringh, werd geboren op 9 oktober 1642 in Grootegast; overleden in 1732 in Groningen.

    + 17 III. Gerhardus Beckeringh, werd geboren in 1645 in Noordhorn; overleden op 18 juni 1686 in Nieuw Scheemda.

    + 18 IV. Gerrit Beckeringh, geboren in 1647 in Noordhorn; overleden in 1684 in Visvliet.

    + 19 V. Beatrix Beckeringh, geboren in 1649 in Noordhorn; overleden in 1695 in Amsterdam.

      20 VI. Wilhelmus Beckeringh, geboren in 1657 in Noordhorn; overleden rond 1696 in Groningen. Hij trouwde (1) met Annetty (Anna) Tiackens rond. 1681 in Groningen. Zij werd geboren rond 1663; overleden na 13 maart 1682 in Midwolda. Dochter van Tiacko Bennes en Geessien Fockens; kldr. van Benno Aysens en Wypcke Tyackens en van Edzo Fockens en Tyabbetien Luppens. Hij trouwde (2) met Afrelia Van Beijler op 16 februari 1692 in Groningen.

    Volgens de kerkboek van Noordhorn kwam Wilhelmus met attestatie van Montubon te Frankrijk en vertrok later na Groningen. (?)

    Annetty (Anna) Tiackens: gedoopt op 8 januari 1663 te Midwolda

    Op 13 maart 1682 verkopen de gezusters Wypcke en Anna Tyackes, aan hun oom Phillippus Fockens Hoysum hun ab - intestato - erfdeel in de nalatenschap van wijlen Jacobus Uckema.

    + 21 VII. Hermanus Beckeringh, geboren op 31 augustus 1660 in Zuidhorn; overleden op 17 oktober 1697 in Kolham.


    8. Abraham Beckeringh
    werd geboren rond 1619 in Noordhorn en overleed op 23 augustus 1686 in Amsterdam. Hij trouwde (1) met Geertje Jans op 15 februari 1646 in Amsterdam. Zij werd geboren rond 1620 in Amsterdam en overleed rond 1656 in Amsterdam?. Hij trouwde (2) met Agnietje Steenhuysen op 15 september 1657 in Amsterdam. Zij werd geboren op 15 mei 1616 in Amsterdam en overleed rond 1690 in Amsterdam als een dochter van Herman Steenhuysen en Margriet Luycas

    Abraham Beckeringh: Bontwerker in de Pijlsteeg. Begraven: 1686, In de Nieuwe kerk te Amsterdam.

    Kinderen van Abraham Beckeringh en Geertje Jans zijn:

    + 22 I. Cornelia Beckeringh, geboren op 19 april 1648 in Amsterdam; overleden op 14 mei 1727 in Amsterdam.

       23 II. Johannis Beckeringh, geboren op 7 april 1655 in Amsterdam; overleden op 23 januari 1702 in Amsterdam.

    Beroep: poorter/Kramer aan de Warmoestraat no. H22.

    Akte inv.nr. U126a1, aktenr. 145, d.d. 11-10-1699. Aktesoort Attestatie. Notaris A. Duerkant, te Utrecht.
    Naam eerste partij: Arckje de Visser; Lambert de Visser, broer; Johannes de Visser, broer. Woonplaats eerste partij: buyten de Weertpoort.
    Naam tweede partij: Johannes Beckering; Dirck Kuyleman.
    Beroep tweede partij: coopluyden.
    Woonplaats tweede partij: Amsterdam.
    Samenvatting inhoud akte: “Willem van der Steen den ouden heeft geweigerd de afgesproken prys te betalen voor een party rogge”.

    Kinderen van Abraham Beckeringh en Agnietje Steenhuysen zijn:

       24 I. Sara Beckeringh, geboren in 1659 te Amsterdam. Geen overlijdensdatum bekend.

       25 II. Geertruida Beckeringh, geboren in 1661 te Amsterdam. Geen overlijdensdatum bekend


    9.
    Johannus Beckeringh werd geboren rond 1610 in Huizingen en overleed rond 1645 in de stede Groningen. Hij trouwde met Catharina Engelberts (Alberthoma) tussen 1630 - 1640, dochter van Gerrit Engelberts en Bealend De B(y)ie. Zij werd geboren rond 1610 te Appin-gadam

    Johannus Beckeringh: Praeceptor der Latijnsche scholen te Groningen.
    Ouders van Catharina zijn aangewezen volgens ‘t Rechtelijk Archief RAG III. No.36.

    Familiewapen: Engelberts/Alberthoma.
    Gedeeld: I. Op een zilveren veld, op een groen terras staande een groene boom. II. Op een goeden veld een zwarte adelaar, uitgaande van de deellijn, kijkende naar links.
    Helmkleden: Rechts, groen gevoert van zilver en links, zwart gevoert van zilver.
    Helmteken: Een groen boom, staande tussen een vlucht van zilver.
    {Gen. Van Ooien en NP. 74}

    Kind van Johannus Beckeringh en Catharina Engelberts is:

       26 I. Nieltien Beckeringh, gedoopt op 9 oktober 1642 te Grootegast. Geen overlijdensdatum bekend.


    10.
    Gerhardus Wilhelmi Beckeringh werd geboren in 1618 te Huizinge en overleed op 27 april 1667 in Westeremden. Hij trouwde met Margarieta Gassingch rond 1642 in Eenrum. Bij haar huwlijk was ze afkomstig van Eenrum en ze overleed voor 1683 in Eenrum.

    Gerhardus stond op 22-2-1639 ingeschreven aan de universiteit van Groningen.
    Hij werd in 1646 benoemd in Eenrum als predikant en op 2-5-1653 werd hij beroepen in Westeremden waar hij stond tot zijn dood.
    Gerhardi Beckeringh Pastor. Anno 1652 den 11 Julij is van mij prima vice het h. Aventmael des heeren, wederomme uitgedielt en hebbe des naevolgende Ledematen alhijr in mij aencomste gevonden; mijn L. huisvrouw.”

    In het DTB-519, dato: 2-9-1666; staat geschreven: "Dit is de laatste maal geweest dat G. Bekkeringh bij zijn leven het avondmaal des Heren heeft uitgedeelt".

    Margarieta (Grietje) (B)Gassinch: Zij hetrouwde op 4-8-1673 met Onno Onnens, proviandmeester te Delfzijl.
    ‘Met attestatien Van Opwijrda [naar Delfzijl]: Grietjen Bassinch, huisvr. van de. proviand.mr. Onno Onnens’.

    Kind van Gerhardus Beckeringh en Margarieta Gassing(c)h is:

    + 27 I. Lammegien Beckeringh, werd geboren op 17 november 1644 in Groningen; overleden op 28 april 1676 in Opwierda.


    11.
    Lubbertus Beckeringh werd geboren in 1620 in Huizinge en overleed op 16 januari 1676 in Sauwerd. Hij trouwde (1) met Marritje Jansen in 1644 in Sauwerd. Zij overleed tussen 1652 - 1658 in Sauwerd. Hij trouwde (2) met Anna Tiddens Haijckens in 1659 in Sauwerd. Zij werd geboren rond 1628 in Farmsum en overleed op 1 februari 1675 in Sauwerd als een dochter van Tiddo Gerhardi Haijckens en Anna Wijbrants; kldr. van Gerrard Haijckens en Gertijn N. en van Wijbrand Takes en Abele N.

    Lubbertus werd op 31 augustus 1638 ingeschreven als student te Groningen. "Ao 1638 die 31 aug. Lubbertus Wilhelmi Beckeringh Phil. Stud. Omland".

    Tussen 1644 - 1676 stond hij als Predikant te Sauwerd.
    In de kerk te Sauwert, voor de Preekstoel, is een grafzerk waarop te lezen staat:
    "Lubb. Wilh. Beckering Pastor in Sawert stierf 10 janu. 1676. Van 't leven ben ik bloet, 't lijf rust in d' aanti klock, mijn ziel in Abrams schoot. Als Gods Basagne slaat, mijn lijf uit d'aard opstaat, en ook ten Hemel gaat".

    Anna Haijckens overleed in het kraambed van haar jongste dochter.

    Familiewapen Anna Haijckens:
    Een dwarsbalk, beladen met een ster en een gezichtswassenaar. de dwarsbalk vergezeld van drie klaverbladen; twee + een.
    {kleuren onbekend GDW. 3386}

    Kinderen van Lubbertus Beckeringh en Marritje Jansen zijn

    + 28 I. Johannus Beckeringh, gedoopt op 27 februari 1645 in Sauwerd; overleden op 22 juli 1685 in Garrelsweer.

    + 29 II. Wilhelmus Beckeringh, gedoopt op 15 april 1647 in Sauwerd; overleden rond 1694 in Groningen.

       30 III. Herman Beckeringh, gedoopt op 19 juni 1649 in Sauwerd; overleden rond 1650 in Sauwerd.

    + 31 IV. Beerta Beckeringh, gedoopt op 16 november 1651 in Sauwerd; overleden voor april 1689 in Winschoten.

       32 V. Relotius Beckeringh, geboren rond 1653 in Sauwerd; overleden na december 1674.

    Relotius Beckeringh: Kerklidmaatschap te Winschoten op 6 dec. 1674; met attestatie uit Sauwerd.

    Kinderen van Lubbertus Beckeringh en Anna Haijckens zijn:

        33 I. Maria Beckeringh, gedoopt op 28 mei 1660 in Sauwert; overleden in 1661 in Sauwert.

    + 34 II. Lucretia Beckeringh, gedoopt op 28 september 1661 in Sauwerd; overleden rond 1720 in Onderdendam.

       35 III. Catharina Beckeringh, gedoopt op 12 juni 1663 in Sauwerd; overleden voor 1665.

       36 IV. Anna Margarietha Beckeringh, gedoopt op 7 juni 1665 in Sauwerd; overleden rond 1668 in Sauwerd.

       37 V. Haicko Beckeringh, gedoopt op 24 augustus 1666 in Sauwerd; overleden op 27 september 1667 in Sauwerd.

       38 VI. Maria Beckeringh, gedoopt op 17 december 1668 in Sauwerd; overleden op 11 januari 1671 in Sauwerd.

    + 39 VII. Haycko Beckeringh, gedoopt op 24 december 1670 in Sauwerd; overleden op 22 februari 1732 in Groningen.

       40 IIX. Gerhardus Beckeringh, gedoopt op 22 februari 1673 in Sauwerd; overleden in december 1674 te Sauwerd.

    + 41 IX. Anna Margaretha (Maria) Beckeringh, gedoopt op 30 januari 1675 in Sauwerd; overleden rond 1727 in Farmsum.


    12. Wilhelmus (Willem) Beckeringh
    werd geboren rond 1621 in Huizinge en overleed op 4 december 1666 in Bergen op Zoom. Hij trouwde met Francijntje Samuels Mispelblom op 23 maart 1650 in Goes. Zij werd geboren op 21 juni 1626 in Goes en overleed op 16 januari 1699 in Bergen op Zoom als de dochter van Samuel Mispelblom en Neelken Hebberechts.

    Wilhelmus Beckeringh: Stond in 1639 nog ingeschreven als student te Groningen in het vak Phil. Maar Willem werd omstreeks 1650 ingeschreven als poorter der stad Bergen op Zoom. In het gildenregister over de periode 1651-1666 staat hij vermeld als ‘Gezworende’ van het Schildergilde en in het jaar 1665 staat hij nog vermeld als ‘Deken’.

    Familiewapen: Mispelblom:
    In goud een rode leeuw houdende in de beide voorpoten een verticale geplaatst zilveren zwaard, met gouden vest.
    Helmteken: Een uitkomende zwart geklede man met een hoge zwarte hoed en in beide handen houdend een zilveren verticaal geplaatst zwaard met gouden vest.
    Helmkleden: Goud, gevoert van rood.
    {NP. no. 61}

    Kinderen van Wilhelmus Beckeringh en Francijntje Mispelblom zijn:

    + 42 I. Samuel Beckeringh, geboren op 20 november 1650 in Bergen op Zoom; overleden op 17 mei 1745 in Bergen op Zoom.

    + 43 II. Willem Beckeringh, geboren op 16 juni 1652 in Bergen op Zoom; overleden na 1695.

       44 III. Johannus Beckeringh, geboren op 22 juli 1654 in Bergen op Zoom; overleden rond 1655 in Bergen op Zoom.

    Doopgetuigen; Johannes Beckeringh en Arretgen Hellu.

       45 IV. Anthonij Beckeringh, geboren op 11 augustus 1656 in Bergen op Zoom; oberleden voor augustus 1658 in Bergen op Zoom.

    + 46 V.  Anthony Beckeringh, geboren op 11 augustus 1658 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend.

       47 VI. Barbera Beckeringh, geboren op 17 augustus 1658 in Bergen op Zoom; overleden rond 1659.

    Begraven in 1659 te Bergen op Zoom

       48 VII. Barbera Beckeringh, geboren op 17 augustus 1659 in Bergen op Zoom; overleden rond 1660 in Bergen op Zoom.

       49 VIII. Pieter Beckeringh, geboren op 17 juli 1661 in Bergen op Zoom; overleden rond 1661.

       50 IX. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 10 november 1662 in Bergen op Zoom; overleden op 8 september 1676 in Bergen op Zoom.

    Wilhelmus Beckeringh, geb. 10 november 1662 te Bergen op Zoom, wettige zoon van Willem Beckeringh en Francijntje Mispel-bloem. Doopgetuigen: Willem Diertens, Abraham Teerling, Anna Lansbergen en Pieternella van de Varent.

       51 X. Cornelia Beckeringh, geboren op 9 november 1664 in Bergen op Zoom. Geen overlijdensdatum bekend. Zij trouwde met Hendrik Van Bijnhem op 9 november 1684 in Tiel.

    Doopgetuigen; Lambertus Beckeringh en Willem Diertius.

    Hendrik Van Bijnhem: Soldaat in de Com. van de Llt Col. Baron van Gent.


    13. Hendrik Beckeringh
    werd geboren rond 1622 in Huizinge en overleed tussen 1660 - 1700 in Paramaribo. Hij trouwde met Elsjen Jans voor 1649 in Brazilië - Pernambuco.

    Geen nadere informatie gevonden over Elsjen Jans en over haar voorgeslacht.

    Hendrik was Chirugijn in Brazilië, in de tijd dat Prins Johan Maurits van Nassau-Siegen aldaar gouveneur was van de deelstaat Pernambuco. Johan Maurits was aangesteld door de W.I.C. om de suikerproductie op te drijven. Hendrik was er reeds voor 1648, want hij komt voor als doopgetuige op 11 november 1648. Hij is vermoedelijk vertrokken naar Suriname, toen men in 1661 de kolonie moest worden overgegeven aan de Portugezen.

    Kinderen van Hendrik Beckeringh en Elsjen Jans zijn:

       52 I. Beerte Beckeringh, gedoopt op 5 mei 1649 in Pernambuco - Brazilië; overleden rond 1705 in Batavia.

    Zie doopregister van de Nederlanders in Braziel. Zie tevens CBvG in Den Haag; microfilm dopen 1633 - 1654 Recife - Pernambuco.

    Ik vond een "Berta Beckkeringe", welke in 1705 in de boeken van de V.O.C. te Batavia werd bijgeschreven als zijnde overleden. Zij was dienstmeid en ongehuwd. Is dit onze Beerte?

       53 II. Franqois Beckeringh, gedoopt op 9 oktober 1650 in Pernambuco - Brazilië. Geen overlijdensdatum bekend.

    Zie doopregister van de Nederlanders in Braziel.

    14. Lambertus Wilhelmus Beckeringh werd geboren in 1628 te Huizinge en overleed op 28 juni 1683 in Huizinge/Loppersum. Hij trouwde (1) met Hendrica Hoedenborgh op7 oktober 1654 in Appingadam. Zij was geboren rond 1632 in Appingadam en overleed op 27 april 1682 in Huizinge, als een dochter van Ajold Hoedenborgh en Geesina Jansen; kldr. van Hoijke Hoedenborgh en Trijne Jansen Nanning en van Johan Reyners (Goldenstein) en Lysebeth Pellen Rock. Hij trouwde (2) met Maria Eilers op 28 mei 1683 in Huizinge. Zij was rond 1630 geboren in de stad Groningen en overleed rond 1707 in Huizinge als een dochter van Geert Eelertz en N.N.

    "Ao 1648 die 24 oct. Lambertus Wilhelmus Beckeringh Omblandus Philos. Studiosus".

    Lambertus werd later Conrector aan de Latijnsche school te Appingadam en in 1659 werd hij beroepen als predikant te Huizinge, alwaar hij de voetstappen van zijn vader volgde.
    Opmerkelijk is de doop van de oudste zoon Wilhelmus te Groningen op 12 oktober 1654, binnen een week na de ondertrouw! Vrijwel even opmerkelijk is het overlijden van Lambertus Beckeringh, precies een maand na zijn tweede huwelijk!

    Akte van scheiding tussen Alagtonda Sonnema weduwe van de rekenmeester Van Lingen, Lambertus Beckerinck, Datho Iwema, Henricus Schainck, alsmede Wigbolt Roessinck en Tammo Sigers als voogden over Heiltien Hoedenborgh, dochter van Jan Hoedenborgh, laatstgenoemden tevens als erfgenamen van hun moeder Geesjen Jans weduwe Swartsenborgh, ter ene zijde en Geertruidt Sonneam weduwe Swartsenborgh, Niesjen Sonnema weduwe van Loon, Wesselius Wilckens in kwaliteit met Maria Huisinga, Peter, en Arnoldus Sonnema ter andere zijde, met betrekking tot de nalatenschap van Willem Jansen Smit, deurwaarder. (1680)

    Lambertus Beckeringh en Hendrica Hoedenborgh: Bij het huwelijk één kind gewettigd.

    Hindrickjen Hoedenborch in ‘Geltingestraet’ werd lidmaat te Groningen in december 1651.

    "Obiit. Pastor Husingae Lambertus Beckeringh den 28 Junij 1683.
    Ik stierf vyf en vyftigh Jaer oudt; 'k was twintigh agt met vreugd' getrout; vier min ick Christi kudd' bediend'; twalf kinderen God ons verliend; nu rust ick bij mijn echtgenoot; en wagt het leven uit de doot".
    {GDWH no. 2033}

    "Hindrickjen Hoedenborg. Hijr rust ik sonder sorg, gestorven in den Heer; sal opstaan tot Gods eers; ook dan ten Hemel gaan; als Gods Basuin zal slaan; den 27 april 1672".

    Marriage Notes van Lambertus Beckeringh en Maria Eilers:
    “Lambertus Bekkeringh, pastor aldaer [tot Huisinghe] Maria Eijlers, wd Ebel Jacobs, cop Huisinghe; 28 mei 1683”.

    Maria Eilers[tz]: voorheen gehuwd aan Ds. W. Wiggeren en Ds. C. Kregelius.

    Kinderen van Lambertus Beckeringh en Hendrica Hoedenborgh zijn:

    + 54 I. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 12 oktober 1654 in Groningen; overleden rond 1697 in Groningen.

    + 55 II. Aeltien Beckeringh, geboren op 13 november 1655 in Appingadam; overleden op 5 april 1676 in Huizinge.

       56 III. Ajoldus Beckeringh, geboren op 14 juli 1657 in Appingadam; overleden te Batavia.

    Gedoopt: 15 juli 1657, Appingadam. Appingadam - 8 dec. 1681 op belijdenis: Ajoldus Beckering van Huisen.

    Ingeschreven als Student Theologie te Franeker op 30 jun 1674. Ajoldus Beckeringh: (Scheeps)predikant bij de V.O.C.

    Rechtelijke archief van de universiteit te Franeker. 18-11-1678.
    A. Beckeringh; H. Ratbergen; N.T. Inia; L. Groenia; T. Achlum; E. Frankena; J. Frankena; Vernielen van huisraad ten huize van Neeltje Jans Nauta.

       57 IV. Wilhelmus Johannus Beckeringh, geboren op 18 juni 1659 in Appingadam; overleden in augustus 1659 in Huizinge.

    Wilhelmus Beckeringh: Gedoopt: 19 juni 1659 te Appingadam.

       58 V. Wilhelmus Johannus Beckeringh, geboren op 5 juli 1660 in Huizinge; overleden op16 januari 1662 in Huizinge.

       59 VI. Wilhelmus Beckeringh, geboren op 8 mei 1662 in Huizinge; overleden op 20 mei 1662 in Huizinge.

    + 60 VII. Beerta Beckeringh, geboren op 3 december 1663 in Huizinge; overleden op 11 mei 1731 in Uit huizen.

    + 61 VIII. Gesina Beckeringh, geboren op 8 december 1665 in Huizinge; overleden op 6 december 1704 in Amsterdam.

       62 IX. Gerhardus Beckeringh, geboren op 15 mei 1668 in Huizinge; overleden in 1688 in Huizinge.

    + 63 X. Wilhelmus Johannus Beckeringh, geboren op 25 april 1670 in Huizinge; overleden op 26 januari 1709 in Huizinge.

        64 XI. Johannis Beckeringh, geboren op 20 juli 1672 in Huizinge; overleden op 9 augustus 1672 in Huizinge.

    + 65 XII. Lambertus Beckeringh, geboren op 20 juni 1675 in Huizinge; overleden op 30 oktober 1761 in Groningen.


    Genera
    tie No: 5.


    16.
    Cornelia (Neeltien) Beckeringh werd geboren op 9 oktober 1642 in Grotegast en overleed in 1732 te stede Groningen. Zij trouwde met Samuel Aealdri(c)k Aelrichs op 26 november 1670 in Groningen. Hij werd geboren rond 1645 te Niekerk als een zoon van Sigfridus Aelrichs en Anna Smaltius.

    Cornelia (Neeltien) Beckeringh: Belijdenis: 3 maart 1661, Noordhorn.

    Samuel Aelrichs: Boekverkoper te Groningen.

    Kinderen van Cornelia Beckeringh en Samuel Aelrichs zijn:

       66 I. Sigfridus Aeldriks, geboren op 11 oktober 1671 in Groningen.

       67 II. Johanna Aeldriks, geboren op 9 juli 1673 in Groningen.

      68 III. Jantien Aeldriks, geboren op 8 juli 1674 in Groningen.

      69 IV. Anna Aeldriks, geboren op 18 september 1677 in Groningen.

      70 V. Anna Magdalena Aeldriks, geboren op 13 oktober 1678 in Groningen.

      71 VI. Johannus Aeldriks, geboren rond 1680 te Groningen.

      72 VII. Anna Aeldriks, geboren rond 1684 te Groningen.


    17. Gerhardus Beckeringh
    werd geboren in 1645 in Noordhorn en overleed op 18 juni 1686 in Nieuw-Scheemda. Hij trouwde met Asselina Munters op 16 december 1676 in Lutjegast. Zij werd geboren op 27 februari 1659 in Groningen en overleed op 13 april 1716 in Groningen als een dochter van Michiel (de) Munter en Annetien Van Suirbeeck; kldr. van Hendrick van Suirbeeck en Annetje Swartwolt.

    Op 10-1-1662 stond Gerhardus ingeschreven aan de Accedemi Groninga. Tussen 1674-1682 stond hij als predikant te Lutjegast en tussen 1682-1686 als predikant te Nieuw-Scheemda.

    Inventaris van het archief van de familie Hoeth, vanaf 1888 Wichers Hoeth, 1654-1989. No.124. Datering 1676, Groningen, 1697
    Akte waarin Daniel Hoedt en zijn vrouw Anna Munther, Gerard Beckeringh, predikant te Lutejegast, en zijn vrouw Asseltje Munther en Johannes Beckeringh, predikant te Zuidhorn, overeenkomen dat de kinderen van Daniel Hoedt en Anna Munther dezelfde rechten zullen hebben als de kinderen van Gerard Beckeringh en Asseltje Munther zoals vastgelegd bij de akte van huwelijkse voorwaarden van laatstgenoemde paar.

    “Op heden den 15 October 1680 is de kerk... van Sibaldebuijeren en Oldekerck ten overs van mij Gerardus Beckeringh pastor to…. .Gaste in de Kercke tot sijbaldebuiren bijeen... gaedert de-welke nae anroepinge van Godts voor haer gedagvaert hebbende Jantjen Jansen. Medeledemaedt deser gemeijntte dewelcke in de de van Hoererie vervallen was, an dese.. misdaadt hebben voor oogen gesteldt, .... heijdt van haer gegegeven ergernisse getoont, met .. ninge dat sij opreghte belijdenisse van haer .. doen ende oopentlijck verklaringe van de sonde geven, waar op sij wel in ‘t gemein de sonde van Hoerderie bekent heeft maer verder door onwaar schijnlijke reden het selve soecken te ver…. De Kerckenraadt dit in deliberatie leggen heeft geoordielt dat de opgemette persoon tot neminge van de ergernisse opentlijck van prediglistoel van het H Naghtmael sa.. suspendiert ten tijdt sij opregte boete en berouw van haar val vertoone.”. ( … = onleesbaar)

    “Anno 1682 den 21 Februarii ben ick Gerardus Beckeringh verkooren tot predicant van NieuScheemda, en vervolgens op den 9 Aprilis zijnde palm: Sondagh in den H. Dienst bevestight met toereickeninge des Handts door Rev: Dnus Danietem Hulsebosch predicant tot Winschooten, die sijne text daertoe genoomen hadde uijt Hebr. 15 vers 17 ende ick de mijne des naede middaeghs uijt Rom: 1 vers 15”.

    'Protocollen vrijwillige rechtspraak Elburg, 1686-1707'.
    “Compareerde Henrick Eekhout als gevolm. van Wilhelmina Royer wed. van de capitein luitenant Christoffel Eekhout als moeder en voogdesse van haar kinderen volgens acte 25 maart te Zwolle gepasseert en als gevolm. van Reinier Mensingh en Asselina Munters en ook van Asseltje Munters wed. Beckeringh te Groningen verkoopt voor f 195,- aan Willem Reintjes en Geeltje Lamberts echtel. een hof op de Haerbeeke tegenover het Puttenerdijkje liggende alwaar burgem. Ingen zuidw kopers westw en Alexander van Dedem noordw aan gelandet is vrij van lasten enz get 17 mei 1699”.

    Asselina huwde op 25-6-1687 te Groningen voor de 2e keer met Folkerus Hoorn.
    "Wirdum 17-07-1687: Dr.Folkerum Hoorn; cop Asselina Munthers, beide van Groningen"

    Kinderen van Gerhardus Beckeringh en Asselina Munters zijn:

    + 73 I. Johannus Gerrardus Beckeringh, geboren op 26 april 1679 in Lutjegast; overleden op 5 juli 1737 in Garmerwolde.

    + 74 II. Anna Beckeringh, geboren in 1681 in Lutjegast; overleden rond 1760 in Amsterdam.

    + 75 III. Michiel Beckeringh, geboren op 26 augustus 1683 in Nieuw-Scheemda; overleden na april 1750 in Groningen.

    + 76 IV. Fredericus Beckeringh, geboren op 4 oktober 1685 in Nieuw-Scheemda; overleden op 22 januari 1747 in Nieuw-Beerta.


    18. Gerrit Beckeringh
    werd geboren rond 1647 in Noordhorn en overleed rond 1684 in Visvliet. Hij trouwde met Ytje Calmes op 16 december 1677 in Zuid-Horn. Zij werd geboren op 18 augustus 1642 in Groningen en overleed rond 1688 in Visvliet als een dochter van Johan-nes Calmes en Maretien Joestens; kldr. van Lucas Calmes en Ike Hendriks.

    Gerrit Beckeringh: collector/koopman.

    In juni 1685 vertrok weduwe Ytje (Ickjen) Calmus naar Groningen, met attestatie van Visvliet.

    Familiewapen Calmes:
    Twee zuilen, door een dwarsbalk verbonden, gaande over zeven kalmoes bladeren, beladen met het woord "Calmis", staande op een veld. de zuilen getopt met een zittende eekhoorn, zijn de rechtse ongewend.
    Kleuren onbekend. Zie: Ned. leeuw 1975; collectie Muschart 77H.

    Kind van Gerrit Beckeringh en Ytje Calmes is:

    + 77 I. Jan Johannis Beckeringh, geboren op 26 januari 1682/83 in Visvliet; overleden op 6 november 1749 in Amsterdam.


    19. Beatrix Beckeringh
    werd geboren rond 1649 in Noordhorn en overleed rond 1695 in Amsterdam. Ze trouwde met Eise Gratema rond 1668 in Zuidhorn. Hij werd geboren rond in Zuidhorn als zoon van Ludovicus Gratema en Lucretia Tettema. Geen overlijdensdatum bekend.

    Op den 10 Junij 1666 op belijdenis: “Beaters Beckeringh jonghe dochter”.

    Familiewapen Gratema:
    Gedeeld; I} In goud een zwarte adelaar, uitgaande van de deellijn, rood getongd en genageld. II} a) Een stins van rood met blauwe daken op een groen veld en versierd met vier gouden vlaggen in zilver. b) In goud een zwart monogram.
    Helmteken: Een zwarte uitkomende adelaarskop, rood getongd. Helmkleden: Goud gevoert van zwart.
    {Van Ooien, paf. 334, NP. 57}

    Kinderen van Beatrix Beckeringh en Eise Gratema zijn:

       78 I. Alberthus Gratema, geboren rond 1670. Vermoedelijk overleden als Mr. Chirugijn te St George d'Elmina.

       79 II. Johannus Gratema. Geen data’s, alleen bekend uit een oud familieregister.

       80 III. Folkertje Gratema, geboren in 1672 in Zuidhorn; overleden rond 1731. Zij trouwde met Dirk van der Schelling in 1697 in Groningen.

       81 IV. Johanna Gratema, geboren rond 1685 in Alkmaar. Zij trouwde met Andries Bruijningh rond 1713 te Amsterdam.


    21. Hermanus Beckeringh
    werd geboren op 31 augustus 1660 in Zuidhorn en overleed op 17 oktober 1697 in Kolham. Hij trouwde met Francijntje van Bronckhorst op 20 september 1687 in Amsterdam. Zij werd geboren rond 1669 in Leiden en overleed op 7 juni 1717 in Sap-pemeer.

    Hermanus Beckeringh: Op 8-9-1676 student Phil. te Groningen. In 1683 predikant te Zuidhorn. “Harmannus Beckeringh Pastoris filius (vertrocken, zijnde pastoor beroepen tot Colp...) = Kolham”.

    Zuidhorn. Op den 27 November 1687: Francina van Bronckhorst huisvr. van Hermannus Beckeringh met attestatie van Amsterdam.

    “Anno 1687 den 4 Decembris ben ick Hermannus Beckeringh door de Eerw. seer geleerde Heeren D. Gersonius en D. Ramus respective opsienders der Gemeijnte JC in Scharmer en Sloghteren bevestight in mijn opsienders ampt over dese Gemeijnte JC in Colham. Hebbe daer op voor de eerste mael met mijn Gemeijnte het H Avontmael gecelebreert, op den volgenden 25 Dec en bevonden, alhijer te zijn dese volgende Ledemaeten nevens mij:
    Mannen: ----
    Vrouwen: Francina van Bronckhorst Huisvrouw van Pastor Beckering”.

    Marriage Notes for Hermanus Beckeringh and Francijntje Van Bronckhorst:
    Volgens een opgave in het stads archief te Leiden zou het echtpaar een boete hebben gekregen wegens het trouwen buiten "De stede Leyden" van 6 florijnen. Ook wordt daar aangeven dat ze op 7 november 1687 zijn gehuwd.

    Kinderen van Hermanus Beckeringh en Francijntje Van Bronckhorst zijn:

       82 I. Rachael Beckeringh, geboren op 23 september 1688 in Kolham; overleden in maart 1689 te Kolham.

       83 II. Johannus Beckeringh, geboren op 24 november 1689 in Kolham. Geen overlijdensdata be- kend.


    22. Cornelia Beckeringh
    werd geboren op 19 april 1648 in Amsterdam en overleed op 14 mei 1727 in Amsterdam. Zij trouwde met Dirk Kuijleman (de oude) op 1 mei 1676 in Amsterdam. Hij werd geboren zo rond 1645 in Haarlem en overleed op 18 oktober 1727 in Amster-dam.

    Cornelia Beckeringh werd ingeschreven als Poorteres te Amsterdam op 4 feb. 1676.

    Cornelia Beckeringh: Begraven Nieuwe Kerk te Asd. [gr.nr.D213] 14.05.1727 Overl.akte 1058-43 Nieuwe kerk; Cornelia Beckering (x voorgaande) 8 gulden.

    Dirk Kuijleman (de oude): Linnenverkoper aan de Haarlemerdijk.
    Begraven: Nieuwe Kerk. 18.10.1727. Overl.akte 1058-46 Nieuwe kerk Dirk Kuijleman op de OZ Achterburgwal.

    Akte inv.nr. U126a1, aktenr. 145, d.d. 11-10-1699. Aktesoort Attestatie. Notaris A. Duerkant, Utrecht. Uittreksel.
    Naam eerste partij: Arckje de Visser; Lambert de Visser, broer; Johannes de Visser, broer. Woonplaats eerste partij: buyten de Weertpoort.
    Naam tweede partij: Johannes Beckering; Dirck Kuyleman. Beroep tweede partij: coopluyden. Woonplaats tweede partij: Amsterdam.
    Samenvatting inhoud akte: Willem van der Steen den ouden heeft geweigerd de afgesproken prys te betalen voor een party rogge.

    Marriage Notes for Cornelia Beckeringh en Dirk Kuijleman: otr 01.05.1676 Amsterdam akte 503-109.
    Dirk Kuijleman van Haarlem kunstkoper 31 j wonend Warmoesstr. geass. met Helena Kuijleman sijn suster.
    Cornelia Beckering van Amsterdam 28 j wonend Molsteeg geass. met Abraham Beckering haar vader.

    Kinderen van Cornelia Beckeringh en Dirk Kuijleman zijn:

       84 I. Sara Kuijleman, geboren op 24 februari 1677 in Amsterdam; overleden voor november 1680 in Amsterdam.

      85 II. Geertruida Kuijleman, geboren op 30 november 1678 in Amsterdam; overleed na 1713 in Amsterdam. Zij trouwde met Lau-rens Abrahamsz Braconier op 1 november 1703 te Amsterdam; geboren op 22 juni 1667 te Bordeaux als een zoon van Abraham Braconier en Maria De Colenaar; klzn. van Josue Didericsz Braconier geh. aan Giseline Florichant.

    Abraham Braconier: Handelaar/Koopman te Amsterdam en Utrecht.

    Maria Braconier; Cornelia Braconier; Catharina Braconier, dochters Laurents Braconier en Geertruyt Kuyleman, woonplaats Utrecht, zyn voor 1/3 deel erfgenamen van hun grootouders Dirck Kuylman de oude en Cornelia Beckeringh”.

    Akte inv.nr. U166a8, aktenr. 66, d.d. 18-08-1731. Aktesoort Procuratie. Notaris E. Vlaer, Utrecht. Uittreksel:
    Naam eerste partij: onmondige dochter Laurens Brackonier en Geertruyd Kuyleman. Woon plaats eerste partij: Utrecht.
    Naam voogd eerste partij: voogd: Laurens Brackonier, vader.
    Naam echtgenote voogd: wedr. Geertruyd Kuyleman. Woonplaats voogd: Utrecht.
    Naam eerste partij: Maria Brackonier, zuster. Woonplaats eerste partij: Utrecht. Cornelia Brackonier, zuster. Woonplaats eerste partij: Utrecht.
    Naam tweede partij: Willem Coelemey. Beroep tweede partij: procureur hove van Holland in ’s Gravenhage.
    Samenvatting inhoud akte: om te procederen tegen Hendrik Warensberg te Amsterdam als gemachtigde van Joost Warensberg en Barent Smith, gehuwd met Johanna Catharina Warensberg.

       86 III. Sara Kuijleman, geboren op 6 november 1680 in Amsterdam; overleden voor juni 1682.

       87 IV. Sara Kuijleman, geboren op 21 juni 1682 in Amsterdam; overleden voor augustus 1686 in Amsterdam.

       88 V. Dirk Kuijleman, geboren op14 juni 1684 in Amsterdam. Geen overlijdensdatum bekend.

       89 VI. Sara Kuijleman, geboren op 14 augustus 1686 in Amsterdam; overleden op 6 november 1729 in Amsterdam. Zij trouwde met Abraham Ter Borch Jr. op 18 december 1710 in Amsterdam dam; geboren op 3 november 1682 te Amsterdam; overleden op 11 maart 1748 te Amsterdam en aldaar begraven in de Oude Kerk, als een zoon van Abraham Ter Borch en Mette Muijs van Kolij; klzn. van Jan Ter Borch (den Olde) geh. aan Hilleken Aerts.

    06-11-1729 Overl.akte: Oude kerk Sara Kuijleman.

    Abraham Ter Borch: Koopman – Bewindvoerder O.I.C. te Amsterdam.
    Abraham hertrouwt op 19 jan 1731 te Amsterdam als wed. Sara Kijleman met Sara Grever.


    27. Lammegien Beckeringh
    werd geboren op 17 november 1644 in Groningen en overleed op 28 april 1676 in Opwierda. Zij trouwde met Allardus Schepel op 18 mei 1668 in Warffum. Hij was geboren op 5 februari 1637 in Warffum en overleed op 22 december 1688 in Opwierda als zoon van Aikenius Schepel en Metjen van Besten; klzn van Harman[us] Schepel en N. N. en van Alardus van Besten en Beertien Pieters.

    “Westeremden 07 september 1662: Op belijdenis: mijne dochter Lammetien Beckeringh..”

    Op de grafzerk van Lammegien werd nog het ‘oude’ familiewapen getoond (zie inleiding). Daarnaast werden er nog vier kwartieren getoond:
    I. Een schepel met twee rechthoekige oren en staande op drie pootjes vergezeld van drie rozen {Schepel};

    03-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (10 Stemmen)
    02-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkele portretten van de familie, genoemd in onderstaande Generaties.




    Lambertus Beckeringh en Ella Catharina Sijpkens. Zie No.65. Geschildert door J.Wassenbergh in 1718.



    Wilhelmus Beckeringh en Egbertha L. Piccardt. Zie No.144. Geschildert door J.Wassenbergh in 1735.


    Alegond Beckeringh, echtgen. van M.v.Bolhuis. Zie No.145. Geschildert door J. Antiqus in 1739.


    Michiel van Bolhuis, echtgenoot van Allegonda Beckeringh. Geschildert door J.Antiqus in 1738.



    Theodorus Beckeringh, echtgenoot van G.v.Hulten. Zie No. 147.

    02-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (15 Stemmen)
    01-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beschrijving van de familie Beckeringh.

    Inleiding.

    De aandacht of eigenlijk het onderzoek naar de afstammeling van de familie Beckeringh begon in 1980 toen ik van mijn vader, de Hr. B. Beckeringh (no.542), een afdruk kreeg van het familiewapen en een kopie van een oud familieregister uit 1700. Om nadere informatie te krijgen over deze familie ben ik naar het RA in Groningen en Assen gegaan. In Groningen vond ik een hoop informatie over de Beckeringh’s. Blijkbaar waren er meer mensen mij voor gegaan en hadden hun aantekeningen hier achter gelaten. Prima, dat scheelde mij heel wat onderzoek dacht ik toen. Maar het bleek al gauw dat ik daar vastliep op de oudste generaties der Beckeringh. In heel het archief was niets te vinden over de oudste stamvader, geen enkele doop- cq trouwakte of iets ander waaruit kon blijken dat hij had geleefd en waar. Een probleem was ook dat in de periode 1600 en daarvoor, mensen/families hun familienaam (indien zij die wel hadden) niet altijd gebruikte en door het leven gingen onder hun voornaam en hun patroniem. Zo is de oudste stamvader zeer vermoedelijk door het leven zijn gegaan als Johan Gerrits; Johan zoon van Gerrit. De familienaam kon wel enige generaties overslaan. Ook zijn er tijdens de Hervorming veel gegevens verloren uit de oude kloosterbronnen.

    Tijdens mijn onderzoek bleek dat het zeer waarschijnlijk was dat de familie Beckeringh afkomstig was uit Drenthe. Dit is géén bevestiging, maar een vermoeden en enkel gepasseerd op passages uit het “Ordel-Boek van de Etstoel van Drenthe” 1399-1518. (verhandelingen Pro Exolen-de Jure Patrio, 7e deel 2e stuk) Groningen 1870. Hierin vinden wij enkele uitspraken, waarin enkele personen voorkomen met de naam Beckeringh.
    "Op Pinksteren van het jaar 1453 [22 mei] werd een uitspraak genoteerd tussen ene Johan Beckeringe en Lambert Roringhe over het verdelen van een boedel."  "Op Pinksteren van het jaar 1454 [11 juni] werd een uitspraak gedaan over een zaak tussen Hugo Beckeringhe en Johan Wilrekinge." (met hier een aantekening van “halfbroers”) Ook was er weer een uitspraak over ene Johan Baeckeringe. Deze 'Ordel' (oordeel-uitspraak) werd opgeschreven op St. Magnus van het jaar 1590 [= 19 augustus].
    Ook in een akte (ass081-inv.nr.91,reg.81) van 11 mei 1463 van de Abdij van Assen komt de naam Johan B(a)ekeringen voor, als zijnde een getuigen. Deze Johan B(a)ekeringen was Cureyt (pastoor) te Rolde.
    {De genoemde personen kunnen 'voorouders' zijn in onze stamlijn, vooral gezien de voornaam Johan. De naam Hugo komt niet verder voor in de familielijn. Maar er is tot nu toe géén bewijs voor gevonden. Indien dit voorouders zijn van de familie Beckeringh, blijkt dat zij ook al in die tijd zich aangetrokken voelden tot het geloof. Dus toen Pastor Gerrit Johansz (no: 4) zich ‘bekeerde’ tot het protestantse geloof om daar zijn beroep voort te zetten, ging hij vermoedelijk gewoon door waar zijn voorouders waren gebleven.}

    Daarnaast komt de naam Beckeringh ook voor in het noorden van Duitsland, vooral in de omgeving van Rheine - Bentheim. Zo komt in 1500 in Rheine een "Stine Beckeringh" voor. Meestal zijn de in Duitsland voorkomende Beckeringh's in het algemeen katholiek. Of er connecties is met de Beckeringh's in Nederland heb ik voorlopig niet aan kunnen tonen. In Nederland leeft en woont ook een familie Beckering {zonder H} die ook in het algemeen ook katholiek zijn. Ook hiervan is niet bekend of er verbindingen zijn met 'onze' familietak en/of met de Duitse Beckeringh's. Daarnaast is er nog sprake van een familie Bekkering met ‘h’ of zonder ‘h’ geschreven. Dit is geen familie van u, alhoewel in verschillende akten onze naam soms zo word beschreven. Dit komt meestal door dat de beambte de naam schreef op het gehoor. Hij hoorde twee k’s en schreef dus twee k’s op. Ook leeft er in Nederland de familie “Beckering Vinkers”. Een Catrina Beckering huwde in 1814 met Johannes Vinckers. Catrina was een dochter van Johan Becker en Mannie v. Marum. Deze familie is dus totaal niet verwant aan die van U. De kinderen uit het huwelijk van Johannes en Catrina gingen de dubbele achternaam voeren van Beckering Vinckers.
    Ook in Engeland komt de naam Beckeringh voor in diverse schrijfwijze. Ook hier is geen bewijs gevonden dat er connecties is met onze familie. Wel heb ik een klein dorpje (rond 2001, 140 inwoners) gevonden in West Lindsey - Lincolnshire met de naam "Holton cum Beckering".  Het ligt zo'n 9.7 km ten zuiden van Market Rasen.

    Over het ontstaan/afkomst van de naam Beckeringh zijn veel Hypothesen. Eén van deze is dat in het oud Saksische de naam Beckeringh de betekenis heeft van ‘Becker’ = Bakker en ‘Ingh’ = zoon van; dus Beckeringh zou betekenen “zoon van een bakker”. Maar een ander hypothese is dat de naam Beckeringh een verschrijving is, want vroeger werd de K beschreven als CK. Men zou de naam Beckeringh dan eigenlijk moeten uitspreken als “Bekering”. En men gaat er van uit dat dit slaat op het beroep van de Beckeringh’s. Maar naar mijn inziens gaat dit te ver, want tijdens de Roomsche periode werd de naam Beckeringh ook al gebruikt.
    Maar er zijn ook anderen die er een ander idee er op na houden en zeggen dat de naam Beckeringh een verbastering is van het Franse "Bûcheron" [= houthakker] en dat de familie afkomstig zou zijn uit Frankrijk.

    U ziet dat men vele kanten op kan met de naam Beckeringh. Dus u heeft keus zat om iets van uw familienaam te maken. Het is in ieder geval duidelijk dat de naam Beckeringh een Saksische grondslag heeft.

    Onderstaand heb ik stukjes geplaatst over namen met een Saksische grondslag.

    De Hr. A.J. Manting schreef in 1974 in "'n Sprint Arwt'n" een artikel genaamd "Sibbe-, familienamen op 'ing(h)(e); 3000jaar oud" over oude Saksische namen. Een samenvatting laat ik hier volgen:

    "De 'ing(h)(e)' -namen, afgeleid van enkelvoudige voornamen zijn:
    I. Geen oorspronkelijk boerderijnamen, afgeleid van de voornaam van hun stichter met daar achter de uitgang ing/ingh/ing(h)e en wel omdat:
    a] men geen boerderijnamen vindt, die afgeleid zijn van een dubbele voornaam, hoewel die na (het begin van onze) jaartelling algemeen in gebruik zijn.
    b] men in de periode van de late middeleeuwen tot de napoleontische tijd in Drenthe families kan aan wijzen, die van geslacht op geslacht dergelijke 'inge'-namen voeren, onafhankelijk van de door hun bewoonde boerderij en buurtschap. (Het gaat hier om oude Eigenerfde geslachten. Bij pachters ziet men dikwijls een ander beeld).
    c] vele plaatsen en zelfs dingspelen deze enkelvoudig 'ing'-namen hebben.
    II. Geen specifieke Frankische patronymica, omdat deze patronymica ook veelvuldig voorkomen in niet-Frankische woongebieden, zowel in plaatsnamen als in familienamen. De uitgang 'ing' is een algemeen west-Germaanse patronymicaalvorm, ontleend aan de stamgod der Asen; "Ingwio".
    III. Germaanse sibbe (=stam/familie) namen, die zeker tot in de Bronstijd teruggaan en wel omdat:
    a] de sibben in elk geval een naam hadden.
    b] deze namen terug te vinden zijn in namen van plaatsen, die tot de Bronstijd teruggaan.
    c] deze plaatsen - woongebied van de sibben - hun naam ontleend hebben aan de sibbenaam en niet aan de voornaam van de resp. stichter.
    IV.
    Zonder onderbreking van geslacht op geslacht - zeker in Drenthe - doorgegeven zijn. Indien dit niet het geval was geweest, dan waren de namen volkomen in de vergetelheid geraakt, omdat vanaf onze jaartelling samengestelde voornamen gedragen werden en waarschijnlijk zelfs lange tijd daarvoor".

    -------------

    Aanvankelijk had het achtervoegsel -ing/-ink een patronymische functie: Aalderink, voorheen Alardink = behorend tot de familie van Alard. In de middeleeuwen verloor het achtervoegsel deze functie; patroniemen werden voortaan gevormd met het achtervoegsel zoon of dochter, waarvan in familienamen de buigings -s of -en en of de versleten vorm -se(n) resteert: Aalders, Alards, Aartsen. Namen met -ing/-ink waren vooral in het oosten van het land overgegaan op de woonplaatsen, op de erven of boerderijen van de betreffende families. Latere bewoners ontleenden hun achternaam aan deze woonplaatsen. Hoewel de meeste van deze namen oorspronkelijk een roepnaam bevatten, wordt dit type naam om de latere lokaliserende functie tot de adresnamen gerekend. Omdat -ing/-ingh als achtervoegsel productief werd bij de vorming van boerderijnamen, werden ook namen gevormd die niet van roepnamen waren afgeleid, bijvoorbeeld Veldink bij 'veld', Westerink naar aanleiding van westelijke ligging, Meijering van de meier (beheerder), Smeenk uit Smedink van de smid.

    Het verschil tussen inga (Fries) en ink (Saksisch) bestaat, maar niet doordat het Saksies heeft verkort inge > ing/ink, maar doordat het de patronymica niet vormde van de gen. pl. -inga doch van -ing, dus: nom.-acc. met verscherping -ink, verbogen -inges enz.; daardoor vervolgens ook aan 't eind -ing. (...) Dat het suffix in de 14de eeuw nog leefde en tot vorming van nieuwe namen kon worden gebruikt, bewijst het voorkomen van Johan Leppens naast J. Leppinc, Wolter Werren naast W. Werninc. Het werd ook gevoegd achter beroepsnamen, b.v. Gerardus Borch-greving (...) We vinden het zelfs achter toenamen, die aan bnw. en znw. zijn ontleend: Nicolaus Dullinc, Herman Groening Vrederic Zuerpering (naast V. Zuerpeer), Johan Dyking (naast J. ton Dyke).

    Hiermee is, meen ik, Carsten's typies Saksiese overgang op -inge tot -ing, -ink van de baan." [W. de Vries, 'Namen op -ingi, -inga enz.', in: Saxo-Frisia. Tweemaandelijksch tijdschrift ter bevordering van de kennis der landschappen, geschiedenis, taal en letteren, volkskunde en samenleving 2 (1940), p 7]. Lijst van de -ink-ing namen in Drenthe die aan boerderijnamen zijn ontleend [NRF-Dr, p 8-10].

    Familienamen zijn archaïsch, dat wil zeggen dat zij veel oude kenmerken hebben. De spelling van de Neder-landse taal wordt gemoderniseerd, maar voor de eigennamen gelden andere regels. Omdat de familienamen onveranderlijk bij de Burgerlijke Stand zijn vastgelegd, onttrekken zij zich aan herzieningen van de spellingsregels.
    Om de variatie aan verschillende naamvormen te begrijpen moet men beseffen dat de standaardisatie van het Nederlands eeuwen in beslag heeft genomen. De Burgerlijke Stand kwam in de 19de eeuw in ontwikkeling, juist in een periode waarin belangrijke spellingsvoorschriften werden geformuleerd en de spelling werd geüniformeerd (1804, 1863). We zien dat namen nog met een ‘g’ in plaats van ‘ch’ (Van der Jagt), of met ‘ae’ in plaats van ‘aa’ en met een ‘y’ zonder puntjes in plaats van ‘ij’ worden geschreven, omdat de normen nog niet waren uitgekristalliseerd. Vastlegging bij de Burgerlijke Stand volgens oude schrijfwijze betekende echter dat deze vormen ongewijzigd op volgende generaties werden overgedragen.

    ----------

    Nu is er al kort sprake geweest van een familiewapen. Het is niet precies bekend wanneer de familie Becke-ringh dit familiewapen ging voeren. Voor zover ons bekend heeft de familie het wapen gevoerd vanaf 1600. Dit wapen werd gevonden op een grafzerk uit 1600, oudere grafzerken zijn niet bekend. Na dien tijd voert men in het helmteken een blote/nakend arm. Het is ook niet bekend of Johan (Gen. II) al het familiewapen voerde (dus uit een oudere periode afstamde) of dat zijn zoons dit invoerde. Gezien de oude vorm/model kan men er wel van uitgaan dat het wapen ouder is dan 1600.

    Het oudste familiewapen wordt als volgt beschreven (zie foto 1):
    "Op een gouden schild een groene boom, staande op een groen terras, geflankeerd door twee boomstronken van natuurlijke kleur (=bruin). Achter de boom omliggende een bijl van azuur (=blauw) met een steel van bruin, met het blad rechts in de grond”.
    "Het schild wordt gedekt door een helm, bekleed met helmkleden van groen gevoerd van goud en samengehouden in een wrong van dezelfde kleuren".
    "Als helmteken voert men een uitkomende blauwe geharnaste arm houdende een bijl wijzend naar links en het blad van azuur wijzend naar boven."
    "Als wapenspreuk voert men de spreuk "Penitentiam" = 'Doet boete, want het hemelrijk zal nabijkomen'. (Dit is er vermoedelijk later bijge-voegd)

    Men denk dat het familiewapen waarschijnlijk gebaseerd is op een woordspeling van de Familienaam {Beckeringh = bekering} en wijst in de richting van het beroep dat de familie uitvoerde. Men zou de betekenis kunnen vinden in de volgende verzen: 'Matheus 3, vers 3-10' en 'Matheus 7, vers 17 t/m 19'.

    Of men voor die tijd een ander wapen heeft gevoerd is niet bekend. Het is ook niet bekend of de bedekte arm verwijst naar een militaristische (harnas) verleden.

    Later werd in het wapen de beklede (geharnaste) arm veranderd in een blote arm. Alhoewel men ook nog wel het oude wapen voerde. Zo werd op het ‘Servies van Chine de Commande’ van 1748 het oude Familiewapen gezet, terwijl ook in die tijd ook het ‘nieuwe’ wapen werd ‘gepresenteerd’ op de grafzerken.
    In de huidige levende familie wordt nog steeds beide vormen van het familiewapen gepresenteerd. Zo heb ik van familie uit Australië en Canada de zelfde foto mogen ontvangen, met de geharnaste arm.Maar hoe dan ook, de familie Beckeringh heeft in de Provincie Groningen meer dan 200 jaar als predikanten gestaan in het Groningerland en hebben ze het gebracht tot bestuursleden van de provincie en gemeente en tot de wettelijke macht. Daarnaast zijn er leden van de familie welke hun vermogen en intuïtie hebben gestoken in de handel en in het bewerken van het land. Want in de 1700e jaren gingen de Beckeringh’s in Amsterdam zich werpen op de handel (tabak) en op de huizenmarkt. Daarnaast vind men de naam Beckeringh in vele boerenfamilies uit de omgeving van Beerta. Ook daar hebben zij hun steentje bijgedragen.

    Bij sommige personen zijn soms zeer summier gegevens vermeld, daar ik niet altijd kon uitvinden hoe en wat. Dit omdat de doop-, trouw- of begrafenisboeken niet altijd de juiste gegevens vermelden of over een periode niet waren bijgehouden of niet meer aanwezig waren. En ook werd er niet bij ieder persoon een huwelijks akte opgemaakt. Ook werd er niet altijd bijgehouden, indien er een persoon verhuisde, waar deze heen ging. En dan hebben wij nog de pech dat sommige bronnen zijn vernietigd door brand, oorlog o.i.d. of dat ze gewoon werden vernietig doordat men ruimte te kort had. En bij de vrouwelijke familieleden werd niet altijd de familienaam aangehouden, maar alleen de doopnaam zodat het onderzoek naar deze persoon vastliep. Want vind maar bijvoorbeeld maar een ‘Sara Jans’, terwijl deze bij haar doop bekend stond als ‘Sara Jans Beckeringh’. En waar moet men deze vinden? In welke gemeente is zij getrouwd, is ze wel getrouwd? Soms kan men deze persoon nog vinden in andere bronnen, zoals hypotheekakten ed.
    De jongste generatie is soms niet altijd volledig uitgewerkt, daar het moeilijk was/is om met deze personen contact te krijgen, daar men niet altijd weet waar deze personen woont of omdat zij/hij geen gegevens wenst door te geven om privé reden.
    Men ziet dat het onderzoek van een genealoog naar de bron - afkomst van een familie - niet altijd over rozen gaat. En altijd zullen er vragen onbeantwoord blijven en nieuwe vragen worden opgeworpen, maar hopelijk vindt U als lezer hier misschien later nog wel eens een antwoord op.

    Men vindt op de volgende pagina’s, voor zover nu bekend, al de nakomelingen van Gerrit N. Hoewel bij enkele takken de mannelijk tak is uitgestorven, zijn er nog veel mannelijke nakomelingen. Zodat men voorlopig niet kan spreken van het verdwijnen van de familienaam.

    Al deze gegevens zijn zo veel mogelijk als het kan nagekeken in het RA. te Groningen; Drenthe; Leeuwarden en bij de verschillende gemeentelijk archieven, zowel in de doop-, trouw- en begrafenis registers. Ook zijn er gegevens verwerkt uit oude familieregisters en uit andere familiearchieven. Maar er bestaat natuurlijk altijd de mogelijkheid dat er foutieve gegevens zijn verwerkt. Mijn excuus daarvoor.

    F. E. Beckeringh.

    01-03-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (15 Stemmen)
    28-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het familiewapen van de Beckeringh's.





    Dit is het "oude familiwapen" zoals het gebruikt wordt door de familieleden uit Australie en Canada.



    Het "moderne" familiewapen van de Beckeringh's.

    28-02-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (36 Stemmen)
    01-02-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In opbouw!
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                          Onderstaande genealogie is nog steeds in opbouw en er worden steeds nieuwe aanvullingen bijgeplaatst.
                                                              Dus u moet even wachten tot hij volledig compleet is.

    Het overzicht van alle generaties zijn momenteel geplaatst (1-4-2009), ook zijn er foto's geplaatsts van enkele familieleden met een verwijzing naar het bestand waarzij worden beschreven.
    Aan de zijkant vind men enkele familiewapens van verwanten voor zover zij zijn beschreven zijn in het familieregister. In het register vind men de beschrijving van het familiewapen. Voor meer informatie mail me gerust.
    Ook heb ik aan de linkerkant wat foto's geplaatst aan de zijkant van enkele stukken uit het familie bezit.


    01-02-2009, 00:00 Geschreven door Pieke

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (71 Stemmen)
    >

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!