Uitgelezen boeken ...en een bijzonder filmpje af en toe. Een lijstje voor mezelf en voor wie wat inspiratie zoekt.
04-02-2012
Pelléas et Mélisande
Pelléas et Mélisande./ Maurice Maeterlinck (Bruxelles, Editions Labor, 1983, 112 p.) (Fr.)
Pelléas et Mélisande vertelt de tragische geschiedenis van een driehoeksrelatie tegen de achtergrond van een symbolistisch sprookje. Golaud, kleinzoon van koning Arkel, verdwaalt tijdens de jacht in het bos en treft daar het schuchtere meisje Mélisande aan. Haar kwetsbaarheid oefent een grote aantrekkingskracht uit op de prins. Nadat Golaud het meisje naar het kasteel van zijn grootvader heeft gebracht, treft Mélisande Golauds halfbroer Pelléas aan. Tussen Pelléas en Mélisande bloeit spoedig een fatale genegenheid, een dodelijke zielsverwantschap op. Golaud krijgt lucht van hun heimelijke ontmoetingen en doodt zijn broer... Mélisande sterft in het kraambed.
Pelléas et Mélisande is een toneelstuk van de Belgische toneelschrijver Maurice Maeterlinck. Het ging op 16 mei 1893 in première in het Théâtre des Bouffes-Parisiens. Het beleefde slechts één opvoering. Maeterlinck was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het symbolisme.
To the end of the land. A novel./ David Grossman (London, Jonathan Cape, 2010, 577 p.)
Ora, a middle-aged mother, is on the verge of celebrating her son Ofer's release from Israeli army service when he returns to the front for a major offensive. In a fit of preemptive grief and magical thinking, she sets out for a hike in the Galilee, leaving no forwarding information for the 'notifiers' who might darken her door with the worst possible news. Recently estranged from her husband Ilan, she drags along an unlikely companion: their former best friend and her former lover Avram, once a brilliant artistic spirit. Avram served in the army alongside Ilan when they were young, but their lives were forever changed one weekend when the two jokingly had Ora draw lots to see which of them would get the few days' leave being offered by their commander - a chance act that sent Avram into Egypt and the Yom Kippur War, where he was brutally tortured as a POW. In the aftermath, a virtual hermit, he refused to keep in touch with the family and has never met the boy. Now, as Ora and Avram sleep out in the hills, ford rivers and cross valleys, avoiding all news from the front, she gives him the gift of Ofer, word by word; she supplies the whole story of her motherhood, a retelling that keeps Ofer very much alive for Ora and for the reader, and opens Avram to human bonds undreamed of in his broken world. Grossman's rich imagining of a family in love and crisis makes for one of the great antiwar novels of our time.
Een vrouw op de vlucht voor een bericht is een groots verhaal over een vrouw, haar twee zoons en hun verschillende vaders. Een roman over vriendschap en ruimdenkendheid, over een grote liefde en een versmade liefde, over ouderschap en over je weg in het leven. Maar het is vooral een ongeëvenaarde roman over de bijna heldhaftige inspanning van een moeder om een gezin in stand te houden in een klein verscheurd land. ‘Grossmans belangrijkste boek tot nu toe.’- NRC Handelsblad. Bron: Website David Grossman (Nederlands)
''Mogen je bulten mooi rechtop groeien en je voeten heel sterk worden."
De herders in de Mongoolse Gobi-woestijn zeggen dat tegen elke pasgeborene. Kameel, welteverstaan.
In de documentaire The Story of the Weeping Camel horen we ze het tegen een zeldzaam wit kalf zeggen. Maar de zware, twee dagen lange bevalling en de zorgelijke gezichten van de herders spreken boekdelen. Hier is iets mis. De moeder blijkt het witte kalf, haar eersteling, te verstoten. Telkens als de kleine wil komen drinken wendt de moeder zich af, gromt, of zet het op een hollen. Hoe de kleine ook aandringt, de moeder wil niets van haar weten. Uiteindelijk zet de baby-kameel het op gepaste afstand op een huilen. Haar klaaglijk gehuil gaat door merg en been. De herders zelf blijven opvallend rustig onder het tafereel. De vier generaties nomaden, die hun hele leven niets anders hebben gedaan dan kamelen en schapen hoeden, hebben dit al vaker meegemaakt. Eens op iedere twintig keer verstoot een kamelenmoeder haar jong. Methodisch werken de herders de beproefde remedies af. Eerst wordt geprobeerd de moeder te dwingen haar jong te voeden door de achterpoten aan elkaar te binden. Wat mislukt. Net als de poging het jong de moedermelk in een soort slagroomspuit toe te dienen. Uiteindelijk kan nog maar één man ze helpen: de vioolleraar in het nabijgelegen dorp. De twee broers Dude en Ugna moeten hem halen en hem vertellen dat er behoefte is aan het Hoosh-ritueel. Onder begeleiding van vioolmuziek zal Odgoo, de moeder van de twee jongens, magische woorden in de oren van de kamelen fluisteren om de dieren zo aan elkaar te laten wennen. De ervaring leert dat als de moederkameel huilt, ze haar jong heeft geaccepteerd.'
Het lied van de grotten./ Jean M. Auel (De aardkinderen deel 6) (Utrecht, A.W.Bruna, 2011, 772 p.)
De serie De Aardkinderen vertelt het verhaal van het mysterie van het ontstaan van de mensheid en de harde strijd om in de prehistorie te overleven. Jean Auels boeken hebben al miljoenen lezers meegevoerd naar de boeiende prehistorische wereld van Ayla en haar tijdgenoten. In dit zesde en laatste deel van de serie kunnen haar vele fans eindelijk lezen hoe het afloopt met Ayla, Jondalar en hun dochtertje Jonayla. De saga gaat verder met de opleiding die Ayla geniet tot Zelandoni, een spiritueel leider en genezer. Ze wordt de acoliet van de Zelandoni van de Negende Grot en ze begint aan een reeks intensieve reizen die deel uitmaken van haar heilige training. Maar het dagelijks leven in de prehistorie is zwaar en Ayla worstelt om de juiste balans te vinden tussen haar spirituele roeping en haar taak als jonge moeder van Jonayla. De gevolgen kunnen niet uitblijven en haar relatie met Jondalar komt onder spanning te staan…
Het raadsel van Flatey./ Viktor Arnar Ingólfsson (Utrecht, Signature, 2007, 271 p.)
"Lente 1960. Op het kleine eiland Flatey vertrekken drie mannen op zeehondenjacht naar het onbewoonde eilandje Ketilsey. Daar doen ze per toeval een macabere ontdekking van een half vergaan lijk. Het lichaam blijkt van een Deense handschriftdeskundige te zijn. Voor de kleine gemeenschap van Flatey betekent dit een verstoring van hun anders zo rustig leventje dat voornamelijk bestaat uit de zeehondenvangst en het rapen van eiderdons. Vanuit Reykjavik wordt Kjartan als plaatsvervangend districtsbestuurder naar Flatey gestuurd om de plaatselijke burgemeester bij te staan in de zoektocht naar de moordenaar. Al gauw ontdekt Kjartan dat de eilandgemeenschap het zijn zoektocht niet makkelijk zal maken. Het plaatselijke bijgeloof in saga’s en legenden, geesten en dromen zijn voor Kjartan een belemmering in het vinden van de dader. Nader onderzoek toont aan dat het mystieke bijgeloof van de eilandbewoners afstamt van het Boek van Flatey waarvan het manuscript zich nog steeds op het eiland bevindt. Laat deze middeleeuwse tekst nu net de schakel zijn tussen de professor en zijn mysterieuze verdwijning. Dan wordt er een tweede lijk gevonden, met op het lichaam een Bloedadelaar gekerft; een symbool uit de saga’s en legenden van het Boek van Flatey. De politie staat voor een raadsel..." (...) "De auteur slaagt erin het boek van Flatey als een rode draad in het verhaal te verweven zonder dat het storend is. Wat het helemaal leuk maakt is dat uit het nawoord van de auteur blijkt dat het boek van Flatey nog echt blijkt te bestaan ook. Het is zelfs een van de meest belangrijke middeleeuwse IJslandse geschriften. Nadat je het boek uit hebt wil je niets liever dan je koffers pakken, naar Flatey afreizen en enkele dagen de geur opsnuiven van Het raadsel van Flatey. Ingólfsson smaakt naar meer."
Als een kleine Thaise jongen wordt vermoord, wordt al snel gedacht aan een racistisch motief. Als ook zijn broer verdwijnt en er een pedofiel in de buurt blijkt te wonen, wordt het raadsel voor de IJslandse rechercheurs Erlendur, Elinborg en Oli alleen maar moeilijker. Het dossier van een verdwenen vrouw lijkt daarbij in eerst instantie geen rol te spelen. Boeiend en spannende verteld verhaal, waarbij zowel de angst voor de komst van vreemdelingen binnen de eigen landscultuur een rol speelt alsook de uiteenlopende priveproblemen van de drie politiemensen. Juist die menselijke kant zorgt voor een geloofwaardig verhaal tegen een ook voor ons bekende maatschappelijke achtergrond. De liefhebber van dit genre zal daarom ook in dit deel uit de reeks over de drie hoofdpersonen tot het eind geboeid blijven. Vrij kleine druk.
De engelenmaker./ Stefan Brijs. (Atlas, 2005, 446 p.)
'Soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk.'
Op 13 oktober 1984 keert na een afwezigheid van bijna twintig jaar Doktor Victor Hoppe terug naar zijn geboortedorp Wolfheim, vlak bij het drielandenpunt in de buurt van Vaals en Aken. De bekrompen dorpelingen reageren argwanend op zijn komst, zeker als blijkt dat hij drie kinderen van een paar weken oud bij zich heeft: een identieke drieling met een schrikwekkende afwijking. Na enkele bijzondere genezingen wordt de dokter toch aanvaard in het dorp en gestaag groeit zijn populariteit. Zijn kinderen zijn echter zelden te zien en dat voedt de geruchten. Langzaam groeit het besef dat ze alle drie ernstig ziek zijn. Maar er blijkt meer aan de hand, niet alleen met de kinderen, ook met de dokter zelf die, gegijzeld door zijn verleden, een beslissing neemt die hem onsterfelijkheid moet bezorgen.
De engelenmaker is een roman vol geruchten en rumoer, gefluister en geroddel. Een verhaal over geloof en wetenschap, werkelijkheid en verbeelding, macht en onmacht, zin en onzin. Een roman waarin iedereen naar de waarheid op zoek is en uiteindelijk alleen zijn eigen waarheid vindt en gelooft.
één van de persreacties:
'De engelenmaker is een kolkende roman. Carnavalesk, wrang, als was het een plaatje van de schilder James Ensor. (...) Stefan Brijs is er opnieuw in geslaagd sympathie op te roepen voor lelijkerds, mismaakten en slechteriken, kortom, voor foutjes van de natuur. Hij is de meester van het mededogen.' (Daniëlle Serdijn - Het Parool (13-10-2005))
De vioolbouwer van Auschwitz./ Maria Àngels Anglada (De Geus, 2010, 125 p.)
Auschwitz, een mensonwaardig oord, waar niemand meer opkijkt van geweld, lijfstraffen en de dood. De gevangenen, onder wie de joodse Daniel, zijn murw door de ellende waarin ze verkeren. Daniel weet zich in die hel staande te houden door werk als timmerman te verrichten. Dan ontdekt de kampcommandant Daniels ware beroep en hij daagt hem uit: Daniel moet een viool maken met een perfect geluid. Daniel gaat aan de slag, niet wetend wat de gevolgen zijn als hij niet zal slagen.
Lees ook het artikel van de De Standaard(standaard.be) (vrijdag 19 november 2010, Auteur: Marijke Arijs) over dit mooie boekje,
hier alvast een klein stukje eruit citerend:
"Dit aangrijpende verhaal ontleent zijn geloofwaardigheid aan de historische documenten waarmee het in de werkelijkheid is verankerd, maar de meerwaarde zit vooral in de subtiele combinatie van kunst en gruwel, droom en nachtmerrie, schoonheid en verschrikking. Het contrast tussen de gruwelijke omstandigheden en de lieflijke herinneringen van de vioolbouwer wordt messcherp aangezet, zonder pathos, fiorituren of geschmier. Die eenvoud maakt het allemaal nog hartverscheurender. Voor een keertje zijn de superlatieven op het achterplat niet overdreven. Maria Àngels Anglada is een ware ontdekking. De vioolbouwer van Auschwitz is een uitzonderlijk verhaal over het behoud van menselijke waardigheid in onmenselijke omstandigheden. "
Jupiters reizen. Vier jaar om de wereld op een Triumph./ Ted Simon (Arena, 1996, 602 p.)
Vier jaar lang was de Engelsman Ted Simon op zijn motor onderweg. Hij reisde van land naar land, van continent naar continent tot hij uiteindelijk terugkeerde naar zijn huis in Frankrijk. Op fascinerende wijze schrijft hij in Jupiters reizen over de adembenemende landschappen waar hij doorheen rijdt, de intrigerende mensen die hij ontmoet, de kleurrijke culturen en bijzondere tradities, maar ook schrijft hij over de afschrikwekkende armoede en de vaak bizarre omstandigheden waarin hij terechtkomt. Jupitersreizen is een spectaculair reisverhaal van een man die in z'n eentje vier jaar lang op zijn motor de wereld doorkruiste.
NBD|Biblion recensie In oktober '73 vertrekt de journalist Ted Simon per motor voor een wereldreis die uiteindelijk 4 jaar duurt. Hij reist door Afrika, vaart vanuit Mozambique naar Brazilië en rijdt door Zuid- en Midden-Amerika. In Noord-Amerika blijft hij hangen op een afgelegen commune. Na enkele maanden steekt hij per boot over naar Australië om daarna Maleisië en India te verkennen. Vooral daar wordt hij door de mystiek gegrepen en voelt hij dat er meer moet zijn tussen hemel en aarde dan het direct waarneembare. Vanuit India begint hij aan de terugreis. Alhoewel Simon ook vaak ergens wekenlang bivakkeert, vertelt hij vooral over het onderweg zijn; het rijden, de slechte wegen, en het landschap. En ook over de minder plezierige gebeurtenissen zoals motorpech, opgepakt worden door de politie en in het ziekenhuis terecht komen. De zwart-witte foto's zijn middenin het boek bijeengebracht, de dito kaartjes zijn sober maar doelmatig. Simon is een eigenzinnig reiziger en vertelt openhartig, direct en in hoog tempo, slechts hier en daar zich overgevend aan minder geslaagde filosofische beschouwingen. Zo ontstond een lijvig reisverslag dat leest als een avontuurlijk jongensboek. Pocketuitgave, normale druk. (Biblion recensie, Britta Schmidt.)
Ti-Puss./ Ella Maillart (Amsterdam, Atlas, 2000, 214 p.)
Ella Maillart was een van de opmerkelijkste reizigers van de twintigste eeuw. In de jaren veertig bereisde ze India, waar ze in de leer ging bij grote meesters van de hindoefilosofie en leefde als de Indiërs zelf, Wie was de mysterieuze Ti-Puss, die haar daar vergezelde op haar omzwervingen? Naar eigen zeggen had Ella Maillart een gids, een spiegel en een voorbeeld in Ti-Puss, die voor haar een sleutel tot de geheimen van India was en de 'volheid van het moment' belichaamde. Verrassende eigenschappen voor... een tijgerkatje. Ti-Puss is Ella Maillarts persoonlijkste boek. Het is de beschrijving van een reis naar binnen, en Maillart schetste haar spirituele initiatie met een eenvoud die verfrissend zal zijn voor iedereen die benieuwd is naar onbekende gebieden van de geest. Maar bovenal is het een prachtig dierenboek, waarin een onooglijk poesje een hoofdrol krijgt toebedeeld die het ten volle waarmaakt. Bron: Bol.com
Een Afrikaan op Groenland./ Tété-Michel Kpomassie (Veen Uitgevers, 1984, 307p.)
Tete-Michel Kpomassie groeide op in Togo, in het animistische, op de natuur gerichte leven op het vrije veld. Na een ongeluk, waarbij een python betrokken is, raakt hij in een shock. Tijdens zijn herstel vindt hij in de missiewinkel een boek over Groenland. In de volgende jaren stelt hij heel zijn leven, doen en denken in op het grote doel: een reis maken naar Groenland. We volgen zijn confrontatie met voortdurend nieuwe werelden, in Afrika en Europa, en Groenland en delen de verwondering, de aanpassing en de avonturen van Tete-Michel. Hij leeft en werkt in tamelijk verwesterde gemeenschappen, maar het ontroerendste deel is zijn kennismaking met en verblijf bij een geisoleerd levende Inuk. Hier vindt hij sporen terug van een bestaan met grote verwantschap met zijn eigen cultuur. Het wordt zelfs een tweestrijd of hij zal terugkeren naar Togo. Het boeiende, autobiografische boek eindigt met het afscheid van Groenland. Paperback, kleine druk.
W.H. Audens familienaam is van IJslandse origine, en dit land heeft hem blijvend gefascineerd. In 1936 reist hij door IJsland met de bevriende dichter en prozaschrijver Louis MacNeice; de bevindingen en belevenissen van dit tweetal zijn vastgelegd in Letters from Iceland, een grillig, origineel en buitengewoon grappig boek met een fascinerende verzameling brieven, gedichten, adviezen voor toeristen, navertelde sagen, citaten uit historische teksten en dagboekfragmenten. Brieven uit IJsland biedt een selectie uit deze Letters en richt zich vooral op de bijdragen hieraan van W.H. Auden. Als een rode draad door alle ongelijksoortige bouwstenen van het boek loopt Audens lange, lichtvoetige gedicht 'Letter tot Lord Byron', een satirische beschouwing over cultuur en over de geneugten en ongemakken van het reizen. Dit gedicht, waaraan Auden gedurende de hele reis met tussenpozen werkt en waarin hij met uitzonderlijk succes Lord Byron heeft nagebootst, is in vier delen in het boek opgenomen. Hieromheen weeft Auden een duizelingwekkend web van teksten waarin zowel aan de dagelijkse realiteit van IJsland en de reis, als aan Audens meer op cultuur en geschiedenis gerichte interesse recht wordt gedaan.
Een vriendschap in Tibet./ Claire Scobie (De Geus, 2007, 284 p.)
Over de unieke, intense band tussen een Westerse journaliste en een Tibetaanse non.
Sommige mensen gaan naar Tibet voor inspiratie, andere voor het avontuur.
Journaliste Claire Scobie vindt beide als ze de Himalaya in trekt op zoek naar een zeldzame rode lelie. De ontmoeting met Ani, een rondtrekkende non, verandert haar leven. Ani, zonder bezittingen maar met een rijk hart, maakt een onuitwisbare indruk op Claire. Zeven keer reist Claire naar het snel veranderende Tibet, waar monniken mobieltjes hebben en de seksindustrie opbloeit. In een maatschappij waar vrije meningsuiting verboden is, reizen Claire en Ani samen, hoewel ze riskeren gearresteerd te worden.
'Zoals altijd sliepen Adam en Eva naast elkaar, zonder elkaar aan te raken, een stichtend maar bedrieglijk beeld van de volmaaktste onschuld.'
In deze scherpe en vooral humoristische roman stelt José Saramago dat god de mens helemaal niet begrijpt, en dat de mens god ook niet begrijpt. Door het verhaal van het Oude Testament opnieuw te vertellen, met in de hoofdrol Kaïn, die uit jaloezie zijn broer Abel vermoordde, vraagt Saramago de lezer: Had god - die alles kan - deze daad niet kunnen tegenhouden? En is god dan niet zelf verantwoordelijk voor de eerste moord in de geschiedenis van de mens? Met Kaïn levert José Saramago opnieuw een polemisch werk af, dat in zijn thuisland net als Het evangelie volgens Jezus Christus voor de nodige ophef zorgde. Kaïn is de laatste roman die José Saramago voor zijn dood in 2010 voltooide.
In deze laatste roman van de in 2010 overleden Portugese Nobelprijswinnaar (1998) is Kain de hoofdpersoon in een verhaal dat het Oude Testament in een gewaagd ander perspectief plaatst. Buiten de Hof van Eden blijkt al volop menselijk bedrijf als Kain daar aan een leven van banneling begint. Hij reist moeiteloos door tijd en ruimte, en is ooggetuige van of deelnemer in een aantal Bijbelse taferelen, zoals de oprichting van de toren van Babel, de beproeving van Job en de bouw van de ark van Noach. In de voor Saramago karakteristieke stijl wordt de lezer soms aangesproken met ironisch-kritische 'terzijdes', maar het meeste commentaar komt toch van Kain zelf, die herhaaldelijk in dialoog treedt met de Heer. En dat commentaar is niet mals. De Heer blijkt allerminst rechtvaardig en redelijk, sluit als een verslaafde dobbelaar dubieuze weddenschappen met satan en heeft in de ogen van Kain een al te flexibel geweten. Deze grijpt dan ook in door aan boord van de ark alle vrouwen te doden en zo een eind te maken aan alle menselijk leven. Een boeiende, prikkelende en verontrustende roman. Gebonden; vrij kleine druk, volle bladspiegel. (NBD|Biblion recensie, Willem Nijssen)
Andere recensie: 'De wraak van Kaïn op het opperwezen' uit de volkskrant.nl
Na jarenlange omzwervingen arriveert Samuel van der Putte in 1730 in Tibet. Wat de Zeeuwse wereldreiziger daar heeft meegemaakt, is niet bekend; er zijn slechts enkele papiersnippers van hem overgeleverd. Op een daarvan schetste hij een gebied ten oosten van Lhasa. Carolijn Visser trok naar Tibet, in de hoop iets van de informatie op deze kaart te ontrafelen. In Lhasa zijn het nu de Chinezen die de scepter zwaaien. Door al hun regels lijkt het gebied waar Van der Putte rondreisde onbereikbaar. Tijdens een boeddhistische ceremonie in de stad ontmoet Visser Dolma, een jonge Tibetaanse die uit ballingschap in India is teruggekeerd. Zij laat zien hoe de Tibetanen hun leven voortzetten in de schaduw van de Chinese bezetting. Via Dolma leidt de reis naar Zuid-India, waar duizenden Tibetaanse monniken in een verzengende hitte eeuwenoude teksten bestuderen, langs een gevluchte Tibetaan in Kathmandu, die de opkomst van Nepalese maoïsten vreest. Iedereen droomt van hoe Tibet zou kunnen zijn.
Blauwvos. Novelle uit IJsland/ Sjón (De Geus, 2003, 127 p.) Van de tekstschrijver van Björk
Een zwakbegaafd meisje wordt gevonden aan boord van een vrachtschip dat in 1868 voor de kust van Reykjavik strandt. Ze is zwanger. Niemand weet wie ze is of waar ze vandaan komt. De wat wereldvreemde plantkundige Fridrik B. Fridjonsson ontfermt zich over haar. Er ontstaat een tedere relatie tussen hem en het meisje, waardoor ze zich buiten de gemeenschap plaatsen. De dominee ontzegt haar de toegang tot de kerk omdat zwakbegaafden de dienst verstoren. Fridrik zint op wraak. Als de dominee, die een fervent jager is, op de sneeuwvlakten achter een slimme blauwvos aan zit, lijkt die wraak zich te voltrekken.
‘Blauwvos is een wonderschoon staaltje van literaire kunst. (…) De dichter Sjøn gaat als prozaschrijver net zo zorgvuldig met de taal om als in zijn poëzie. In dit magisch-realistische verhaal laat hij veel aan de verbeeldingskracht van de lezer over en gebruik daartoe een minimum aan woorden. Dat moeten dan wel de juiste zijn. En dat zijn ze. Die precisie geeft zijn novelle een kristal heldere schoonheid die je zelden tegenkomt.’ – Marcel Otten in De Telegraaf
In een nieuwbouwwijk in de IJslandse hoofdstad Reykjavik wordt een menselijk bot gevonden. Het bot is afkomstig uit een nabij gelegen bouwput en hoort bij een lijk dat er al tientallen jaren schijnt te liggen. Rechercheur Erlendur en zijn collega's weten met hulp van archeologen en de stadsgeoloog de restanten van een menselijk lichaam vrij te leggen, dat misschien wel levend werd begraven. Een spannende zoektocht brengt de politie in de richting van vroegere bewoners van de buurt, waardoor een aantal gruwelijke feiten en gebeurtenissen komen bovendrijven - en dat terwijl Erlandurs dochter Eva Lind in een ziekenhuis om haar leven vecht! Na 'Noorderveen'* is dit de tweede, uitstekend vertaalde policier van deze IJslandse auteur. Met zijn filosoferende, gescheiden rechercheur met persoonlijke problemen past hij zeker in het rijtje van Scandinavische auteurs als Stieg Larsson, Henning Mankell, Karin Fossum en Liza Marklund. Dat misdaad in de ge?soleerde IJslandse samenleving een heel bijzonder karakter heeft, maakt het lezen van deze roman heel aantrekkelijk!
Een super spannend boek. Een échte aanrader!!! Verslááávend. Als je eraan begint, maak tijd om zonder al te veel hindernissen te kunnen blijven meespannen. Eerder ook al onder de indruk van 'Het koningsboek'.
Lois Pryce deed waar veel mensen van dromen: ze zegt haar baan op en gaat reizen. Ze besluit op haar motor van de meest noordelijke punt van Alaska tot de meest zuidelijke plek van Zuid-Amerika te rijden. Alleen en slechts gewapend met de Spaanse woorden voor ‘voorzichtig’ en ‘kaas’. Misschien was Lois te weinig voorbereid, maar ze smachtte naar avontuur en wilde op ongewone plekken vertoeven, met ongewoon eten, ongewone smaken en onbekende talen. Ze kreeg wat ze wilde, en meer – een verbazingwekkend avontuur waarin ze beren tegenkomt, smeergeld betaalt aan de grenzen in Centraal-Amerika, overnacht in een Mexicaans bordeel en een motorongeluk krijgt in de wildernis van Patagonië.
In de pers
‘Een vermakelijk boek’ Marie Claire
‘Een boeiend en erg humoristisch reisverslag van een vrouw met lef’ Chicklit.nl
‘Een persoonlijk boek vol spannende belevenissen. Een chick met pit’ AD
‘Haar schrijfstijl is luchtig, zit boordevol humor en leest lekker weg. Haar doorzettingsvermogen, de onafhankelijkheid en het lef dat Lois tentoonspreidt, dwongen bij mij bewondering en respect af. Lois Pryce weet hoe ze een goed verhaal moet vertellen en dat doet ze dan ook’ Vrouw.nl
‘In de eerste zin citeert ze Zen and the Art of Motorcycle Maintenance en dan ben ik eigenlijk al meteen verliefd. Vervolgens neemt ze je mee in ademloos gerebbel, helemaal van Anchorage naar Ushuaia. Al die tijd blijft het leuk!’ Promotor
‘Bomvol hilarische verhalen van een dame die onverbloemd verslag doet van haar avonturen’ Salt magazine
‘Voor liefhebbers van motorboeken: Lois onderweg is de vrouwelijke tegenhanger van Jupiters reizen. Lois Pryce is net als Ted Simon lekker eigenwijs en trekt haar eigen plan’ Wegener huis-aan-huiskranten
‘Heerlijk om te lezen. Een schitterend boek, niet alleen voor verstokte motorrijders, maar zeker ook voor mensen die houden van een vermakelijk boek over reizen in het algemeen’ Hiking-site.nl
‘Een verrassend aardig boek. De vrouwelijke invalshoek van Lois Pryce laat het verslag uitstijgen boven de kwalificatie ‘meer van hetzelfde’’ NBD/Biblion
101 Reykjavik is een ontspoorde komedie waarin Hlyn Björn zich bewust werkloos door het leven sleept met slechte satelliettelevisie en internet als geestelijke hoogtepunten. Zijn karakter grenst aan het onuitstaanbare maar vertoont ook vertederende trekjes. Met eigengereid gedrag rekent Hlyn genadeloos af met de burgerlijkheid van onze 'pauze in de dood'. Wanneer de warmbloedige Spaanse Lollo bij hem en zijn moeder intrekt, blijken zij meer te delen dan een passie voor flamenco. Hlyn zit klem in de driehoeksverhouding die ontstaat en zoekt naar een manier om zijn persoonlijke variant van het aloude zijn-of-niet-zijn-dilemma te overwinnen. Helgasons taaltrippende krachttoer werd internationaal met stormachtige kritieken ontvangen als een meesterlijk protret van de huidige zap-generatie. Iceland: Twelve Points
Persoonlijke mening: absoluut absurd! Soms hilarisch, maar overwegend pervers en grof. Grote stukken slechts diagonaal gelezen en zelfs niet helemaal uitgelezen. Kon het uiteindelijk niet meer opbrengen;o) Misschien 'n beetje à la Brusselmans (daar kan ik zelfs geen 3 zinnen van lezen).
Na een beroerte raakt een amateuractrice en de moeder van de schrijver haar spraakvermogen kwijt. Langzaam en onherroepelijk takelt ze af, steeds minder in staat te communiceren met wie haar lief is. Al in zijn recent verschenen essaybundel Schermutseling (3de druk) schreef Tom Lanoye over haar. Maar hij was nog lang niet klaar met zijn verhaal. Pas in Sprakeloos maakt hij de hele balans op. Die van zijn kleurrijke jeugd, van zijn worsteling met de liefde, van zijn conflicten met de kleine moederdiva, en ten slotte: van de strijd die zij, bron van leven en moedertaal, manmoedig voert, en waarin ze reddeloos en redeloos ten onder gaat - en de blijvende woede en pijn die dat oplevert.
In 1917 maakte Vaslav Nijinski op dramatische wijze een einde aan zijn fabelachtige carrière als danser en choreograaf. Hij keerde zich af van de werkelijkheid en hield dit vol tot zijn dood in 1950. Tijdens de eerste fase van zijn geestesziekte hield Nijinski een dagboek bij dat zijn intiemste bekentenissen bevat. Het toont ons de lijdensweg van een genie dat - evenals Nietzsche en Van Gogh - de grens van zijn creatieve visionaire vermogens heeft overschreden en ten onder gaat in de wereld van de onwerkelijkheid. Nijinski's Dagboek, bewerkt en uitgegeven door zijn vrouw Romola, getuigt van zijn hartstochtelijke liefde voor het leven en voor zijn medemensen. In bewogen visioenen is hij op zoek naar zijn creativiteit, naar God en naar zichzelf. Het succes van de roman Vaslav van Arthur Japin, waarin Nijinski de centrale figuur is, maakt dit Dagboek opnieuw actueel. Vaslav Nijinski werd in 1889 geboren in Kiev. Van 1909-1913 vierde hij triomfen in West-Europa met de Ballets Russes onder leiding van Sergej Diaghilev. Door zijn huwelijk met Romola kwam er een einde aan zijn met glamour en intriges omgeven relatie met Diaghilev.
Het reisverhaal van Willem van Rubroek, de Vlaamse Marco Polo : 1253-1255./ Ubertinus Devolder, Ronny Ostyn en Paul Vandepitte. Tielt, 1984
Het reisverslag van Willem van Rubrouck is van onschatbare waarde gebleken. Het verhaalt over het Aziatische binnenland en de Mongoolse samenleving in de dertiende eeuw. Wetenschappers raadpleegden het reisverslag regelmatig voor de kennis van het Verre Oosten. Vooral de accurate geografische beschrijvingen en de taalkundige gegevens wijzen op een enorme zin voor detail. De informatie over zowel de Mongolen als de overige volkeren die in Centraal-Azië leefden in de dertiende eeuw zijn belangrijk voor de historische etnografie. Willem van Rubrouck beschrijft hun levenswijze, hun mentaliteit en materiële cultuur, en dit op een ogenblik dat de Mongoolse maatschappij nog niet zo sterk beïnvloed was door de Chinese cultuur.
Het eerste deel van de reis ging vanuit Palestina naar Constantinopel. Daarna trok het reisgezelschap naar de havenstad Soedak en van daaruit reisden ze naar het kamp van Sartak. Deze stuurde hen door naar het kamp van Batoe. Na enkele weken werden ze opnieuw verdergestuurd, dit keer naar Möngke khan. Dit was het zwaarste gedeelte van de tocht, omdat het reisgezelschap regelmatig aan honger en koude leed. Bij het kamp van de grootkhan aangekomen, moesten Willem en zijn reisgenoten meetrekken tot de hoofdstad Karakoroem. Daar hield hij theologische discussies maar werd na enkele ontmoetingen met Möngke toch verplicht om terug te keren naar het Westen. Via het kamp van Batoe reisde Willem vele maanden door Klein-Azië terug naar de Syrische stad Aleppo.
Weg naar Frankrijk. Reisverhalen en impressies./ Bart Plouvier
Na dit boek gelezen te hebben, vertrek je zo! Zalig en zeer plastisch geschreven.
Bart Plouvier is een fervent reiziger en een begenadigd chroniqueur. Wanneer hij zijn lyrische pijlen op la douce France richt, zijn meest geliefde reisbestemming, ontstaan er verhalen die zeldzaam authentiek en sfeervol zijn. Bij deze reisverhalen beperkt Plouvier zich niet tot een beschrijving van de streken en landschappen die hij bezoekt, maar geeft hij ook in zijn observaties op verbluffende wijze blijk van een grondige kennis van de menselijke psyche. Hij zet de Fransen die zijn pad kruisen op een fijnzinnige en trefzekere manier neer. Zoals Van Gogh het zonlicht in zijn schilderijen ving, zo vangt Bart Plouvier in woorden de typische ziel van elke streek: de Elzas, Bretagne, Normandië. Elke streek heeft een eigenheid die door Plouviers pen tot leven wordt geroepen. De Franse keuken speelt een voorname rol in zijn proza. Geen wonder. Als oud-kok en restaurateur weet hij als geen ander de geneugten van het leven te appreciëren en te bezingen.
Op het hoogtepunt van zijn roem staakt de legendarische balletdanser Vaslav Nijinski zijn optreden, richt zich tot zijn publiek en zegt: ‘Nu is het kleine paardje moe.' De rest van zijn leven, nog 31 jaren, brengt hij door zonder te dansen en zonder te spreken. De eerste echte superster die de wereld heeft gekend, een abrupt einde aan zijn carrière. Hij neemt afscheid van de werkelijkheid en leeft verder in zijn eigen fantasie. Hoe komt iemand tot zo’n beslissing en wat betekent dit voor de mensen om hem heen, zijn voormalige geliefde, zijn vrouw en dochtertje, en hun bedienden?
Drie ooggetuigen vertellen – elk vanuit een volstrekt ander perspectief – wat er zich voor, tijdens en na die noodlottige dag, 19 januari 1919, heeft afgespeeld: zijn echtgenote Romola, die als een tijgerin heeft gevochten om hem, de ‘God van de dans’, te veroveren. De legendarische Sergej Diaghilev, die alles in het werk heeft gesteld om Vaslav te vernietigen nadat deze hem als minnaar had afgewezen. En Vaslavs bediende, die uit de dramatische beslissing van zijn meester de moed put om ook zijn eigen leven radicaal om te gooien. Te midden van de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog hoopte Nijinski de mensheid te kunnen bekeren tot de liefde. Als hij merkt dat hij niet gehoord wordt, zelfs niet door hen die van hem houden, sluit hij zich van de wereld af. Een daad van waanzin of van wijsheid?
Lissabon werd rond het jaar 716 veroverd door de Arabieren, die het hele Iberisch schiereiland in handen wilden krijgen. Met korte onderbrekingen zouden zij de stad tot 1147 in bezit houden. In dat jaar veroverde de eerste koning van Portugal, Alfonso Henriques, Lissabon met steun van Noord-Europese kruisvaarders die op doortocht waren naar het Heilig Land. Dat de christelijke strijders Alfonso hielpen, wordt door de historici algemeen aanvaard. Naar verluidt onderbraken ze hun reis vooral vanwege de beloning die hun in het vooruitzicht was gesteld: na de inname van Lissabon zouden ze de stad mogen plunderen. De corrector Raimundo Silva moet het manuscript van een historische verhandeling over deze episode redigeren. Uit ergernis over een paar onjuistheden in de tekst en ook omdat hij zich als corrector verveelt, doet hij iets ongehoords: aan de zin waarin gezegd wordt dat de kruisvaarders de Portugezen hielpen voegt hij het woordje 'niet' toe. De geschiedvervalsing wordt kort daarop ontdekt. Omdat het boek dan al gedrukt is, moet een toegevoegd erratum uitkomst brengen. Dat Silva niet ontslagen wordt, dankt hij aan zijn verder vlekkeloze staat van dienst. Wel krijgt hij een supervisor, Maria Sara, toegewezen, die voortaan zijn werk moet controleren. Spoedig blijkt dat Silva's daad ingrijpende gevolgen voor hem heeft. Maria Sara is geïntrigeerd door zijn verdraaiing van de feiten en spoort hem aan een geschiedenis van het beleg van Lissabon te schrijven waarin de kruisvaarders Alfonso niet te hulp kwamen. Silva gaat welgemutst aan het werk: voor het eerst in zijn leven is hij niet afhankelijk van andermans tekst. Met behulp van een anonieme verteller volgt Saramago de bevlogen corrector bij het schrijven van zijn boek. Hij wisselt daarbij Silva's overpeinzingen af met de passages die deze ondertussen op papier zet. De lezer wordt hierdoor deelgenoot van de problemen die Silva ondervindt bij de invulling van zijn personages én bij de prikkelende vraag hoe Lissabon in te nemen zonder de hulp van de kruisvaarders. Als halverwege het verhaal blijkt dat Silva en Maria Sara iets voor elkaar beginnen te voelen, keert het tij ten goede. De passages waarin Saramago met veel tederheid hun eerste fysieke toenaderingspogingen beschrijft behoren tot de hoogtepunten van het boek. Het verband tussen deze ontluikende liefde en het christelijke beleg van Lissabon is duidelijk. In beide gevallen moeten de betrokkenen barrières slechten om nader tot elkaar te komen en een gezamenlijke toekomst op te bouwen.
Madame Agnese./ Milena Agus (De Geus, 2009, 152p.)
Madame Agnese is een kleine geschiedenis over passie en magie – een literaire novelle, die aan de prachtige zuidoostkust van Sardinië speelt.
In de buurt van Villasimius woont de vrijgevige madame Agnese, eigenaresse van een eenvoudig hotel aan zee. Ze zou rijk kunnen zijn als ze haar grond verkocht, maar vakantiedorpen aan de kust is het laatste wat ze wil. Geld vindt ze niet belangrijk – geluk wel, maar juist daar wringt het. Zelfs de magie, waarin ze heilig gelooft, lijkt haar hierbij in de steek te laten. Madames voorliefde voor magie slaat over op het jonge meisje dat dit komische, ironische, maar soms ook verdrietige verhaal vertelt. Bij madame kan ze even vergeten dat haar goklustige vader is verdwenen en haar moeder daardoor het bed niet meer uit komt. Bij haar geniet ze van het verlaten witte kiezelstrand, de geurige mediterrane macchia, de hemelsblauwe zee, waarin ze om het hardst zwemmen en terug in madames hotel van haar zelfgebakken brood, overheerlijke frittata en verrukkelijke amandelkoekjes.
"Wie zich aangetrokken voelt door islamitisch extremisme, hoeft geen schurk te zijn. Kerim, de held uit de nieuwe roman van Sherko Fatah, heeft sympathieke trekken. Hij is oplettend, serieus en gevoelig. Schoonheid raakt hem evenzeer als het leed van dieren. Toch gaat hij in de fout. Hoe kan dat?
Fatah (1964), de in Duitsland geboren zoon van een Koerdische immigrant, reisde voor We gaan als het donker wordt naar het land van zijn vader. In de bergen van Noord-Irak ervaart hij het licht, de lange schaduwen, het stof, de stilte. Het zijn impressies die spanning in zich dragen, want de stilte is nooit vredig, maar altijd bedrieglijk en bedreigend. De mensen verstoppen zich, in hun huizen, hun bergen, ze leven in constante angst. Angst voor Saddam Hoessein, in het boek niet bij naam genoemd. Een van zijn grootste misdaden was de gifgasaanval op de stad Halabja, in 1988, die Kerim vanuit de verte ziet.
Steeds is er een oorlog, Kerim groeit ermee op en went er toch niet aan. Hoe onbegrijpelijk en verraderlijk die oorlog is, toont Fatah in indringende scènes. Zo ontwaart de jongen Kerim op een mooie dag een helikopter. Die pikt een groepje boerenvrouwen op en Kerim wil mee, hij zwaait. Wat is hij blij als de helikopter terugkomt. Maar dan gaat het luik open. De vrouwen vallen eruit. Gedaan is het met hun leven, en met de onschuld van het zomerse landschap.
De terreur is overal en Kerim leert snel dat hij er niet over mag praten. Ook niet over de hond die een hand uitbraakte, een hand met een beringde vinger. Kerims ouders willen hem de waarheid niet vertellen, maar de lezer concludeert dat de hond de hand van een lijk heeft afgebeten, een lijk dat op straat lag een bomaanslag. Zo blijft Fatah dicht bij het perspectief van het verschrikte kind. En later bij dat van de gedesoriënteerde jongeman. Intieme emoties als angst en droefheid drukt hij voortreffelijk uit, terwijl hij toch afstand tot zijn hoofdpersoon houdt. En die houdt weer afstand tot anderen.
Al snel vervreemdt hij van zijn ouders, die hem niet helpen, die in de zaak opgaan, een eethuis aan de weg. Ook van zichzelf vervreemdt hij. Kerim heeft een hekel aan zijn lichaam, dat dik en onhandig is. De door de oorlog opgewekte haat zet zich vast als zelfhaat en als een oosterse Dostojevski laat Fatah zijn held steeds dingen doen waar hij zich schuldig over voelt. Het verraad van een oom is zijn eerste zonde. Gigantisch is daarom de behoefte aan verlossing. Bij de jihadstrijders, die de inmiddels 16-jarige ontvoeren, vindt Kerim wat hij zoekt. Een charismatische ‘leraar’ brengt hem zelfrespect bij en tegelijk de onderwerping aan een hogere macht. Kerim vermagert, hij verzoent zich met zijn lijf en met zichzelf. Maar niet voor lang, want ook hier laadt hij schuld op zich. Pas in de laatste hoofdstukken onthult de auteur ons de misdaden waaraan Kerim heeft meegedaan. Hij is dan al in Duitsland. Maar dat vrije land bevrijdt hem niet. Juist in Germania bespringt het verleden hem en nu is hij echt een slachtoffer, met alle tragiek van dien.
De hoofdstukken tussen Kerims jeugd in Koerdistan en zijn vroege dood in Duitsland kan ik overslaan. Ze gaan over een gevaarlijke vlucht naar Europa en ook de schrijver had ze weg kunnen laten. Want meer dan avontuur hebben zij niet te bieden, terwijl Kerims innerlijke strijd, zie het begin van het boek, zie het eind, zoveel interessanter is.
De jonge migrant in Berlijn heeft het geweld afgezworen, maar zijn gelovigheid groeit. Vergeleken met de oppervlakkigheid van de Duitsers om hem heen klinken de woorden van de ‘leraar’ diepzinniger dan ooit. Kerims probleem is: hij weet dat geloof (lees: islam) en geweld met elkaar zijn verstrengeld. Een fatale verstrengeling.
Grimmig schetst Fatah in die Berlijnse hoofdstukken de subcultuur van immigranten uit de Arabische wereld. Ze doen aan straatroof en afpersing, de ontwortelde jongens in Fatahs boek, en hun door hun wandaden gevoede verlangen naar zuiverheid drijft hen in de armen van radicale leiders. De details van het daar weer uit voortvloeiende geweld bespaart Fatah ons net zo min als die van het geweld in Irak, toen Kerim nog een jihadstrijder was. In één terugblik bewerkt hij op een computer de beelden van het doden van dorpsbewoners. ‘Keer op keer zagen ze Mukhtar de rij geboeide, neergeknielde mensen aflopen, telkens opnieuw greep hij er een van achteren onder de kin, trok het hoofd omhoog en sneed de keel door. Ze bewerkten de geluiden eronder: van de ontzetting, het gorgelende kokhalzen van de stervenden, het borrelen en fluiten van hun adem die in bloed verstikte.’
Niet alleen de computers die deze strijders gebruiken zijn modern. Ook de vervreemding die hen tot hun daden aanzet maakt hen eigentijds. Zowel in het verre Irak als in het nabije Duitsland. Dat versterkt de toch al zo sterke dreiging die van Fatahs proza uitgaat. Hier kun je niet omheen."
Verhalen uit de godenwereld van de Edda./Henk van Kerkwijk
In 30 verhalen worden de belevenissen van de Noorse goden, reuzen, dwergen, elfen, kabouters en andere 'vreemde' wezens beschreven, vanaf de schepping tot aan de ondergang van de wereld. Hun vrijpartijen, ruzies en feesten worden boeiend weergegeven. Duidelijke verhaalstructuur. De tekst is niet gemakkelijk door een overvloed aan Noorse namen (worden in een woordenlijst achter in het boek verklaard), karakters en ingewikkelde verhoudingen. Soms lijken de personages wel op mensen met al hun (on)hebbelijkheden. Er zit een goede karakterontwikkeling bij de hoofdfiguren. Getitelde hoofdstukken, overzichtelijke bladspiegel. Zeven sprookjesachtige zwart-wit tekeningen vullen de tekst aan en geven de sfeer goed weer. In rode en groene tinten uitgevoerde omslagtekening van de godin Freya op haar zwijn. Belettering in de kleuren rood-wit-groen. Geschikt voor jong en oud vanaf ca. 12 jaar. - O. Middelink-Zwanikken.
Berlijn - Moskou. Een voetreis./ Wolfgang Büscher (Atlas, 2004, 222p.)
Wolfgang Büscher is te voet van Berlijn naar Moskou gelopen. In zijn eentje, bijna drie maanden lang. Hartje zomer is hij de Oder over gestoken, aan de Russische grens heeft hij najaarsstormen meegemaakt en vlak voor Moskou de eerste sneeuw. Büscher leert mensen en plaatsen kennen, hij vertelt over een Poolse gravin die een van de meest geheimzinnige figuren uit de Tweede Wereldoorlog was; over de smokkelaarsters met wie hij de Wit-Russische grens oversteekt; over de Siberische yogi die hij in Minsk ontmoet; over een Russische vriend, die hij naar de verboden Tsjernobylj-zone begeleidt; over een priester uit Smolensk die hem naar een mysterieus woud met rode toverbomen stuurt; over merkwaardige ontmoetingen vlak voor Moskou, en over een nachtelijke strijd. Natuurlijk stuit hij ook op spookbeelden van de recente geschiedenis. Berlijn-Moskou is een avontuurlijke reis, een kleurrijk, levendig en prachtig verhaal over dit voor velen onbekende gedeelte van Europa.
NBD|Biblion recensie Wolfgang Buscher reisde voornamelijk te voet van Berlijn naar Moskou. Zijn tocht duurde 82 dagen en verliep in primitieve omstandigheden. Helaas vermeldt hij niet in welk (recent) jaar alles plaatsvond*. Buscher beschrijft wat hij zag en meemaakte in die andere wereld: marginale figuren, dorpen zonder verharde wegen, paden die doodlopen in een wei, paarden op de snelweg, eten dat gelijkt op concentratiekamprantsoenen, herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en de Stalintijd (o.a. het bos van Katyn, waar in 1940 duizenden Polen gruwelijk vermoord werden door de Russen). Hij noteert mentaliteitsverschillen en dingen zoals het verschil in spreektempo tussen Wit-Rusland (traag) en Rusland (snel). Na een onzeker zwerverbestaan volgt in Moskou het omgekeerde: verwenning door een zekere Aleksandr, rijk en machtig, met een limousine die op een aparte rijstrook mag rijden. Het verslag leest als een roman, mits je de geschiedenis kent. Twee dingen ontbreken: een woordenlijstje, want niet elke lezer weet wat soljanka, oblast, igoemen, vostotsjnik en andere Russische begrippen inhouden en een routekaart, want vele plekjes vind je in geen enkele atlas. Doordat er ook geen enkele foto instaat, heeft het boekje een monotoon uitzicht.
Japan, 1868. Hana is nog maar zeventien wanneer haar echtgenoot het leger in gaat en zij alleen achterblijft. Al snel wordt haar huis geplunderd door vijandige soldaten en moet ze vluchten voor haar leven. Ze vindt uiteindelijk onderdak in de Yoshiwara, de Stad Zonder Nacht. In die beruchte rosse buurt van Tokio, waar drieduizend courtisanes leven, moet ook zij haar lichaam te koop aanbieden om het hoofd boven water te kunnen houden. Daar ontmoet ze Yozo, een avonturier en briljant zwaardvechter die zich als ontsnapt krijgsgevangene schuilhoudt voor de autoriteiten. Nergens kan dat beter dan in de Yoshiwara. Al snel bloeit er een voorzichtige liefde op tussen Hana en Yozo. Maar beiden verbergen een geheim dat zo verschrikkelijk is dat het hun leven in gevaar kan brengen... De courtisane en de samoerai is gebaseerd op waargebeurde historische gebeurtenissen en vermengt feiten en fictie, spanning en sensualiteit in een episch verhaal over liefde in tijden van oorlog.
De kleine Vratislav Lipka is allesbehalve een gelukskind. Zijn moeder stierf bij zijn geboorte. In het dorp gaan geruchten over wie zijn vader is, en de gewelddadige oom bij wie de jongen opgroeit, leidt een duister leven. Toch is hij liever bij zijn oom in Zelary - en bij de slimme en brutale Helenka met haar geit - dan ver weg in het kindertehuis bij de nonnen. Het leven in Zelary is voor niemand gemakkelijk. En toch zijn ze allemaal verknocht aan deze uithoek in de Moravische bergen: Juliska en Pavel, Zuzanka en Marek, Zena en Jirinka, dokter Benícek, de goedmoedige Joza, en hoe ze verder mogen heten. En Lucka niet te vergeten, vroedvrouw, kruidenvrouw en de onbetwiste autoriteit. Zij doet wat geen enkele andere vrouw durft in het van traditie en bijgeloof vergeven dorp - ze gaat bij de mannen in Látal's kroeg zitten, drinkt hun slivovitsj en als er klappen vallen, springt ze er resoluut tussen.
recensie In Zelary, een dorp in een uithoek van de Moravische bergen in Tsjechie leeft een bonte stoet merkwaardige figuren. De sterkste is Lucka, vroedvrouw, kruidenmeesteres en kroegloopster, die zelfs de taaiste mannen van het dorp de baas is. De zwakste lijkt de kleine moederloze Vratislav Lipka, wiens vader onbekend is en die opgroeit bij een gewelddadige oom. Toch is hij liever bij deze verschrikkelijke man dan in het tehuis bij de nonnen, waaruit hij wegloopt. De wereld in Zelary is vreemd en rauw, maar toch tekent de Tsjechische schrijfster, die zelf lang in een afgelegen gebied woonde, met veel mededogen een gevoelig portret van de bewoners. Deze roman is geschreven in een soepele, beeldende taal en borduurt verder op het eerder verschenen 'De man uit Zelary'*, dat in Tsjechie een succes werd en ook is verfilmd. Kleine druk.
De legende van Sigurd en Gudrùn./ J.R.R. Tolkien, bezorgd door Christopher Tolkien
Na De kinderen van Húrin maakte zoon Christopher opnieuw een nooit eerder gepubliceerd verhaal van zijn vader klaar voor publicatie. De legende van Sigurd and Gudrún is een mythische vertelling gebaseerd op de Noorse legendes over Sigurd de Völsung en De val van de Niflungs, die door Tolkien in modern Engels werd herverteld. Tolkien schreef het verhaal nog voor De Hobbit en In de ban van de ring het licht zagen. Het bevat alle elementen die hij ook in zijn latere werk zou verwerken: de ring, de draak, de helden en heroïek. Tolkien is gedurende zijn hele leven blijven schaven aan dit verhaal, dat gezien kan worden als de voorloper van In de ban van de ring.
NBD|Biblion recensie De titel verwijst naar twee nauw verbonden epische gedichten uit de oudere Edda (Oud-Noors), die in modern Engels herverteld, in het Nederlands vertaald zijn opgenomen, samen ruim vijfhonderd achtregelige allitererende strofen tellend. Het eerste is het 'Het lied van de Volsungen' waarin wordt verteld hoe held Sigur de draak Fafnir versloeg, de schat die hij bewaakte stal, Walkure Brynhild wekte en naar het hof van de Nibelungen trok, waar hij werd vermoord. Het tweede 'De legende van Gudrun' vertelt hoe het Gudrun, die van Sigurd hield, verging na zijn dood en gedwongen werd te trouwen met Attila de Hun. De hervertelde poezie uit +/- 1932 verschijnt postuum in de nalatenschap van de hoogleraar Angelsaksisch en docent Oud-Noors (1892-1973) die romans schreef over de strijd tussen goed en kwaad in middeleeuwse sfeer. Degelijk bezorgd door zijn zoon, met zeer uitgebreide informatie en goed vertaald, sluiten de gedichten beter aan bij de sfeer van oud-Noorse poezie, dan Tolkiens werk. Daarom en om de specialistische extra informatie alleen voor de toegewijde Tolkienfan. Kleine druk.
(NBD|Biblion recensie, Drs. Madelon de Swart) Bron: bol.com
Mongolië van dinosaurusspoor tot snelle paarden./ Ferdie van der Walle (1997, 111 p.)
Mongolië spreekt tot de verbeelding van velen, het is een ver en exotisch land. Het exotische ontleent het aan een rijke historie, waarin de veroveringstochten van Genghis Khan centraal staan. Sinds Genghis Khan is de traditionele leefwijze van de Mongolen, met uitzondering van die in de steden, nauwelijks veranderd. Ongeveer de helft van de bevolking leeft in ronde tenten, de gers, en trekt daarmee door het land. Mongolië is een uitgestrekt maar dun bevolkt land. Het omvat uitgebreide steppen in het oosten, bergen bedekt met eeuwige sneeuw en gletsjers in het westen, uitgestrekte bossen en grote zoetwatermeren in het noorden en een alles overheersende woestijn in het zuiden. Naast de gevarieerde fauna die het land rijk is vindt men in de Gobi Woestijn de versteende resten van de 7O miljoen jaar geleden uitgestorven dinosaurussen nog gewoon aan de oppervlakte.
Dit is een bundeling van artikelen over het huidige Mongolië. Het grootste gedeelte bestaat uit nogal oppervlakkige impressies van de auteur die drie jaar in de Mongoolse hoofdstad Ulanbaatar woonde en werkte en diverse reizen naar de buitengebieden maakte. Het laatste hoofdstuk bevat praktische informatie voor de reiziger. De auteur heeft veel gezien van Mongolië, maar hij weet dit niet overtuigend op papier te zetten. Zowel stijl als inhoud van de artikelen stellen teleur en het boek kan dan ook niet tippen aan b.v. Carolijn Visser's reisverslag van Mongolië of aan de Lonely Planet 'Mongolia' reisgids. Er is echter nog niet zo heel veel geschreven over dit immense land en in dat opzicht vult dit boek een gat in de markt. De opgenomen kleurenfoto's zijn prachtig. In principe geschikt voor een breed publiek. (Biblion recensie, I. d'Hooghe.)
Project: Iceland. Music / Art / Fashion. Project: Iceland is the first showcase of contemporary Icelandic art, fashion and musical talent and gives significant insight into this outstanding creative community through photography and interviews with key figures. Amongst others it showcases the work of critically acclaimed artists such as Hrafnhildur Arnardóttir aka Shoplifter, who created the stunning hair sculptures for Björk's 'Medúlla' album, as well as the performance artists The Icelandic Love Corporation and the beautiful and haunting art of Riceboy Sleeps. Also included is exclusive fashion photography featuring the work of the award-winning designer Steinunn Sigurd, rock'n'roll label 'Dead' and the up-and-coming designers Eygló, Helicopter and Starkiller. The music section contains lively photography of well known bands such as Sigur Rós, Múm, GusGus, and Trabant as well as many others who define the Icelandic music scene. This eclectic mix is reflected in the audio CD which features 16 tracks from many of the bands.
Edited and written by photographer and stylist Charlie Strand, Project: Iceland is a unique testament to contemporary Icelandic creativity.
Tango met geit vertelt het tragikomische levensverhaal van twee broers die in een beschermd milieu opgroeien, waardoor ze het echte leven niet aankunnen. In hun met pastelkleurige impressionisten volgehangen ouderlijk huis, waar overal Mozart klinkt, zelfs op de WC, is er geen plaats voor de harde buitenwereld. Wanneer de broers daar onvermijdelijk toch mee geconfronteerd worden loopt het mis. Alleen het luisterend oor van een geit kan dan nog troost bieden.
Al Galidi presenteert met 'Ik ben er nog' zijn derde bundel columns. De verhalen zijn weer bijzonder veelzijdig. De ene column gaat over de vijanden van de Nederlandse vrouw, een ander over democratie zonder snor. Alledaagse observaties van iemand die ietwat verbaasd Nederland bekijkt worden afgewisseld met columns die meer een statement maken. Steeds worden ze gekenmerkt door een verassende invalshoek. Humor voert de boventoon, maar harde woorden worden niet gemeden.
NBD|Biblion recensie Deze derde bundel columns bevat evenals de vorige twee een grote verscheidenheid aan onderwerpen. De columns gaan onder meer over vreemde Nederlandse gewoonten, curieuze voorvallen, regels voor asielzoekers, gehoorzaamheid, vrouwen, seks en porno, honden, enz. Galidi observeert, interpreteert en schrijft op. Zijn onbekendheid met bepaalde woorden leidt soms tot hilarische toestanden. Ernstige onderwerpen belicht hij vaak speels en lichtvoetig, maar hij laat niet na de scherpe kanten te tonen. Al Galidi, geboren in Zuid-Irak, vroeg in 1998 in Nederland asiel aan. Inmiddels is hij een uitgeproducedeerde asielzoeker. De titel 'Ik ben er nog' is echter veelzeggend. In de korte tijd dat hij in Nederland is heeft hij zich de taal goed eigen gemaakt en vervolgens al veel gepubliceerd. Naast zijn columns met onder andere de bundel 'Dagboek van een ezel', publiceerde hij gedichten en enkele boeken, waaronder 'Mijn opa, de president en de andere dieren' uit 2004.
Als je doel Ihtaka is en je vertrekt daarheen, dan hoop ik dat je tocht lang zal zijn, en vol nieuwe kennis, vol avontuur.
Vrees geen Laistrigonen en Kyclopen, of een woedende Poseidon; je zult ze niet tegenkomen op je weg, als je gedachten verheven zijn, en emotie je lichaam en geest niet verlaat. Laistrigonen en Kyclopen, en de razende Poseidon zul je niet tegenkomen op je weg, als je ze al niet meedroeg in je ziel, en je ziel ze niet voor je voeten werpt.
Ik hoop dat je tocht lang mag zijn, de zomerochtenden talrijk zijn, en dat het zien van de eerste havens je een ongekende vreugde geeft. Ga naar de warenhuizen van Fenicië, neem er het beste uit mee. Ga naar de steden van Egypte, en leer van een volk dat ons zoveel te leren heeft.
Verlies Ithaka niet uit het oog; daar aankomen was je doel. Maar haast je stappen niet; het is beter dat je tocht duurt en duurt en je schip pas ankert bij Ithaka, wanneer je rijk geworden bent van wat je op je weg hebt geleerd.
Verwacht niet dat Ithaka je meer rijkdom geeft. Ithaka gaf je een prachtige reis; zonder Ithaka zou je nooit vertrokken zijn. Het gaf je alles al, meer geven kan het niet.
En mocht je vinden dat Ithaka arm is, denk dan niet dat het je bedroog. Want je bent een wijze geworden, hebt intens geleefd, en dat is de betekenis van Ithaka.
Konstantinos Kavafis (1863-1933) – uit ‘De Zahir’ van Paulo Coelho.
Flaptekst: In de zomer van 1907 eindigt een geologische expeditie in een ramp. Twee van de drie deelnemers verdwijnen op raadselachtige wijze in de Askja-krater, diep in het onherbergzame IJslandse binnenland. Volgens het overgebleven expeditielid vonden zij hun graf in het vulkaanmeer dat zij per boot wilden verkennen. Een jaar later is er een nieuwe expeditie naar de Askja - 'de knoop van IJsland' - onderweg. Ina von Münster is de verloofde van Walther von Treben, een van de verdwenen geologen. Zij wordt vergezeld door Hans Otten, een jonge collega van Von Treben. Beiden brengen hun eigen zorgen en verwachtingen mee naar IJsland. De nerveuze en labiele Ina moet tijdens deze reis naar de dood het verlies van haar geliefde zien te verwerken. Op haar hebben de leegte en de dramatische kracht van het IJslandse landschap een heel andere uitwerking dan op haar reisgenoot. De gevoelige Otten, die geboren en getogen is op een Oost-Fries eiland, levert zijn eigen gevecht met de spoken uit het verleden. Daarnaast drijven zijn ambities hem voort. Onderweg ontwikkelt er zich tussen hem en Ina een bijzonder contact, dat alleen onder deze extreme omstandigheden kon ontstaan. Nadat de gids hen in de Askja heeft achtergelaten, moet Ina de feiten onder ogen durven zien. Het wordt tijd dat er knopen worden doorgehakt. Door de aankomst van de man die de eerste expeditie overleefde, krijgt het verhaal een geheel nieuwe wending.
De knoop van IJsland is een meeslepend historische roman over twee mensen die in een barre omgeving met zichzelf in het reine proberen te komen. Tevens geeft de roman een indringend beeld van IJsland, een land dat zowel op romantische als minder romantische geesten een grote invloed heeft.
Als antropoloog en reisauteur is Gerrit Jan Zwier gespecialiseerd in noordelijke gebieden. Zowel over Lapland als IJsland schreef hij reisboeken.
Ik zie ik zie. De Aarsman Collectie.Uitgeverij Podium, Amsterdam, 2009
Fotograaf Hans Aarsman (1951) bespreekt iedere week in de Volkskrant een opvallende persfoto. In deze bundel zijn 42 columns opgenomen die verschenen tussen 2005 en 2008. De gekozen foto is het resultaat van een langdurige selectie van duizenden beelden die in een week op de krantenredactie binnenstromen. Aarsman selecteerde foto's die vragen opriepen. Vragen over het lot of het gedrag van de geportretteerden of over de werkwijze van de fotograaf. In zijn beschouwingen filosofeert hij al kijkend en interpreterend de gebeurtenissen van voor en na het fotomoment bij elkaar. Het zou waar kunnen zijn, of niet waar, dat doet er niet toe. Kijken, details niet over het hoofd zien. Daar gaat het om. Wat is er van het kuikentje geworden dat Poetin voorzichtig in het kommetje van zijn handen hield op een landbouwshow? Waarom worden er juist plastic varens gebruikt op het gazon van het Witte Huis om de camera's aan het oog te ontrekken. En verraadt de blik van een hospik niet, dat hij ondanks zijn reanimatiepogingen, de zwaargewonde militair al heeft opgegeven? Slow watching in de hectische beeldcultuur als in slow food tussen de magnetronmaaltijden. Vergelijkbaar met foto-overpeinzingen van Rudy Kousbroek.* Eerder verscheen een soortgelijke bundel 'De Aarsman collectie.**
Zilverig licht. Het noordelijk gevoel 2./ Gerrit Jan Zwier
Flaptekst: Wie indrukwekkende natuurlandschappen wil ervaren, reist graag naar het noorden. Gerrit Jan Zwier omschrijft de hang naar ruimte en eenzaamheid als `het noordelijk gevoel'. Ongetwijfeld gaat het om een romantisch sentiment. In Zilverig licht verkent hij de kuststreken van Spitsbergen, Noord-Noorwegen, IJsland en het Ierse Donegal. Spitsbergen is niet alleen rijk aan spectaculaire dieren - ijsberen, walrussen - maar ook aan bijzondere verhalen over poolreizigers en avonturiers. Op de buitenste eilandjes van de Lofoten volgt Zwier het spoor van de beroemde Noorse trollentekenaar Theodor Kittelsen, die daar grootse natuurindrukken wilde opdoen. Hetzelfde geldt voor de jonge Adriaan Roland Holst, de latere `prins der dichters', die in Donegal het mythische Ierland hoopte te vinden. Het onbekende Deurgebergte in Oost-IJsland is het decor voor een vermakelijk verslag van een voettocht, met Zwier in de rol van reisleider. Het afgelegen Pasvik in het noordoosten van Noorwegen, het domein van bruine beren en Laplanduilen, is weer zo'n gebied dat de fantasie van vele noordvaarders zal prikkelen.
De jonge Eliska, die als arts in een ziekenhuis werkt, wordt gezocht door de gestapo. De verzetsgroep waarvoor zij hand- en spandiensten verrichtte, is opgerold. Er is maar één manier om het vege lijf te redden, en dat is een nieuwe identiteit verwerven door te trouwen met een van haar patiënten. Deze Joza, een eenvoudige boswachter, neemt haar mee naar het afgelegen bergdorp Zelary, waar de tijd is stil blijven staan. Aanvankelijk is de stadse Eliska ongelukkig en vertwijfeld door wat haar overkomt, maar toch verzoent zij zich met haar lot en gaat ze het harde bestaan ver van de grote stad waarderen. Joza draagt haar op handen, en langzaam ontwikkelt de verhouding tussen hen beiden zich tot een diepe liefde.
NBD|Biblion recensie De naam van deze Tsjechische schrijfster is een pseudoniem voor Vera Hofmanova. Ze debuteerde in 2001, ruim 80 jaar oud. Haar debuut was een openbaring. Deze roman is haar tweede publicatie. Hij handelt over een liefdesrelatie tussen een jonge vrouwelijke arts, die in het verzet zit, en een wat oudere patient, die ze had opgeknapt. Om haar leven veilig te stellen trouwen ze met elkaar en trekken ze zich terug naar zijn dorp in een verlaten berggebied. Dit schijnhuwelijk ontwikkelt zich echter tot een ware liefde. Het verhaal wordt laconiek verteld, zonder sentimentaliteit, maar weet toch door de intensiteit van het gegeven te roeren. De stijl van Legatova is fris door de levendige korte dialogen en filmisch door de snel wisselende perspectieven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze roman succesvol is verfilmd, met als titel de (fictieve) naam van het bergdorpje Zelary (regie Ondrej Trojan, 2003). Kleine druk. (NBD|Biblion recensie, Drs. K. Mercks)
Een héél ander kaliber boek met IJsland in de hoofdrol:
Het koningsboek, van de auteur Arnaldur Indridason
De jonge IJslandse student Valdemar komt in 1955 in Kopenhagen aan en ontmoet er een IJslander die er al jaren aan de universiteit doceert. Ze delen een passie voor Oudijslandse manuscripten. De professor betrekt Valdemar bij zijn zoektocht naar het Koningsboek, een deel van de Edda, waaraan het IJslandse volk zijn identiteit ontleent. Op hun spannende tocht door Europa gaan ze het waardevolle manuscript achterna, dat in de Tweede Wereldoorlog gestolen is. Zelfs Nobelprijswinnaar Halldor Laxness duikt op en er vallen enkele lijken... Ik-verteller Valdemar neemt ons op zijn avontuur met de professor peinzend mee naar het verleden. De rasvertelling is om van te smullen: bijzondere details en spitse dialogen houden de lezer in de ban. In gestaag escalerende spanning worden we deelgenoot in de angsten, twijfels en passies van de personages. Wie personages verwacht als Erlendur, Sigurdur Oli en Elinborg uit eerder bekroond werk van de auteur, die van origine historicus is, komt bedrogen uit, maar zal toch gecharmeerd raken door de overtuigingskracht van deze factionthriller. Kleine druk.
Een 't(h)riller' in de letterlijke zin, althans ik zat bijna voortdúrend op het puntje van de zetel ;o) Buitengewoon meeslepend, spannend, vol historische hartstocht, ...
'De zon fonkelde in het ijs. Het water kabbelde in kleine golfjes heen en weer tussen de ijsbergen en de bruine stenen op de oever. Haar hart ging tekeer, bonsde in haar hals. Zou je van schoonheid een hartaanval kunnen krijgen? Minutenlang stond ze stokstijf en keek alleen maar. Hoe bestaat het dat een landschap van ijs de adrenalinestroom zo op gang kan brengen, vroeg ze zich af.' (Dans om de vulkaan./ Erika Veld)
Wanneer de veertigjarige Femke in een fotozaak een oproep ziet hangen waarin een plaats wordt aangeboden in een zomerexpeditie naar IJsland, besluit ze te reageren. Een reis van vier weken volgt, samen met vijf fotografen die ze niet kent. De schoonheid van het stille en pure IJsland betovert Femke, evenals de gids van de expeditie, Baldur, een man met het uiterlijk van een Viking. Een mythische wolfshond lijkt tussenpersoon als er een heimelijke relatie tussen Femke en Baldur ontstaat. Ze raakt in een kolkende maalstroom van gevoelens en gebeurtenissen die zowel verbonden lijken te zijn met het verleden van IJsland als met het fascinerende landschap. Blijft het bij een uitstapje in een wereld die haar vreemd is of heeft de expeditie haar leven voor altijd veranderd?
"De auteur James Levine ontdekt in de rosse buurt van Mumbai in een van de "kooien" een jonge vrouw die in een notitieboekje schrijft. Hij spreekt haar aan en zij vertelt hem over haar leven. Dit inspireerde Levine tot het boek "Het blauwe schriftje". James Levine schrijft over het jonge Indische meisje Batuk, over hoe ze opgroeide in een arm boerengezin en later uit gebrek aan geld aan een van de vele bordelen in Mumbai wordt verkocht. Op dat moment is ze slechts negen jaar oud. De onschuldige negenjarige wordt net als een willekeurig stuk vee geveild. In het (zogenaamde) weeshuis leert ze het klappen van de zweep kennen: de gruwelijke wetten kennen waaraan straatkinderen worden onderworpen. In haar "nest" (ander woord voor "kooi", waarin de vrouwen hun "werkzaamheden" moeten uitoefenen) moet ze gemiddeld tien mannen per dag "bedienen" en moet ze ter beschikking staan van een rijke maar meedogenloze puber, die ingewijdt moet worden in de omgang met vrouwen. Al die tijd vlucht Batuk zich in haar eigen wereld. Door gelukkige omstandigheden leert ze lezen en schrijven en een eigen pen samen met het blauwe notitieboekje vormen al snel haar belangrijkste bezit. Ze schrijft gedichten en verhalen en vrolijkt hiermee niet alleen zichzelf op maar ook haar medeslachtoffers. Het schrijven maakt haar leven draaglijker, maar soms weet ze de realiteit en haar eigen fantasie niet meer uit elkaar te houden. Zo is er een scene waar ze in een hotelsuite haar "werk" moest doen. Op de muur staat een levensgrote afbeelding van een tijger. Na een tijdje krijgt ze het idee dat deze tijger haar beschermt en voor haar opkomt. Ze spreekt zelfs met deze tijger. "Het blauwe schriftje" is een tamelijk treurig verhaal, maar Batuks korte sprookjes bieden hieraan een tegengewicht. Soms aangrijpend, soms vrolijk. Een wereld hoe die is en een wereld, hoe die volgens het meisje had moeten zijn. Levine laat in zijn boek zien dat deze werelden naast elkaar kunnen bestaan en het op die manier de mensen mogelijk maakt om in de meest wrede omstandigheden te overleven."
Het verhaal over een boekenverslindende rat trok mijn nieuwsgierigheid aan: 'Firmin', van Sam Savage. Persoonlijk vond ik het boek kwalitatief niet hoogstaand terwijl de kritieken zo vol lofuitingen waren...
Firmin wordt geboren in de donkere kelder van een rommelige boekhandel in Boston, een ontmoetingsplaats voor auteurs en verwoede lezers. Al snel blijkt dit ratje zich te onderscheiden van zijn broertjes en zusjes: hij is een groot boekenliefhebber. Sterker nog, hij verslindt ze. Een geletterde rat is echter zeldzaam en Firmin zoekt een zielsverwant in boekhandelaar Norman Shine en in Jerry Magoon, een verstokte, mislukte schrijver, maar voor Firmin een held. Nu Firmin in de boekwinkel zijn onverzadigbare honger naar literatuur probeert te stillen – aan de hand van onder andere Oliver Twist, Alice in Wonderland, Don Quichot en Lolita – worden zijn emoties steeds menselijker en leert hij tegelijkertijd de barre buitenwereld kennen …
Ik hoor de vogels vliegen. Een jaar tussen de nomaden in Mongolië./ Louisa Waugh
"De grootste verandering is het geluid - of liever gezegd de stilte. Het geluid waar ik al mijn hele leven aan gewend ben, de televisie, de deurbel, de telefoon - allemaal verdwenen. Het is hier zo stil dat ik de vleugels kan horen van een vogel die over het dak fladdert."
Twee jaar werkte Louisa Waugh als journalist in Ulaanbator, de hoofdstad van Mongolië. Toen besloot ze naar Tsengel te verhuizen, een klein dorpje in het uiterste oosten van dit uitgestrekte land, om Engelse les te geven. Ik hoor de vogels vliegen is het verslag van een jaar te midden van een gemeenschap die probeert een bestaan op te bouwen onder de moeilijkst denkbare omstandigheden. De winter duurt zes maanden en in januari vriest het bijna 50 graden. De dorpelingen, met name de mannen, laven zich aan 'arikh' en lokale goedkope wodka die de illusie wekt van warmte en afleiding. Louisa Waugh schrijft vol mededogen over de bewoners en vol bewondering over het landschap dat even adembenemend mooi als onbarmhartig is.
Waugh schreef dit journalistiek-literaire verslag naar aanleiding van een verblijf in Tsengel, een dorp in het uiterste westen van Mongolie. Na twee jaar in de hoofdstad als lerares Engels en redacteur/journaliste gewerkt te hebben kiest ze voor dit onherbergzame gebied omdat ze gefascineerd is door de steppe en het nomadenleven. In Tsengel kan ze Engelse les geven. Ze woont achtereenvolgens bij twee gezinnen, bouwt vooral met vrouwen goede vriendschappen op en probeert zich zoveel mogelijk aan te passen aan het dagelijks leven. De beschrijving van de dagelijkse activiteiten en gebeurtenissen wordt afgewisseld met informatie over de geschiedenis van Mongolie en de drie bevolkingsgroepen die in Tsengel samenleven, beschrijvingen van de natuur (waarin nog zoveel stilte is dat je de vleugels hoort van overvliegende vogels) en reflecties van de schrijfster over haar eigen positie. Ze beseft dat ze de meest bijzondere tijd van haar leven meemaakt, maar ze heeft ook een groeiend gevoel van eenzaamheid en afstand ten opzichte van de moeilijke leefomstandigheden. Een meeslepend verhaal waarin een redelijk onbekend gebied en volk met mededogen wordt beschreven door een westerse passante.
The Movable Book of Letterforms Designed and Constructed by Kevin Steele Master of Fine Arts program Henry Radford Hope School of Fine Arts Indiana University, Bloomington, IN 2009
'Want zowel droom als werkelijkheid kan men maar beter niet al te serieus nemen'.
Dit is een centrale zin in dit boek en over dit boek. Speelt het zich nu af in Servie of in de Mongoolse hoofdstad Oelan Bator? De hoofdpersoon krijgt een brief van een vriend, die zelfmoord heeft gepleegd (of is dat ook niet waar?) met de opdracht om naar Mongolie te gaan. Daar logeert hij in hotel Djengis Khan, ontmoet een protestantse bisschop uit Nederland en een - tot leven gewekte - dode man, die een betoog over de tijd houdt. Hij loopt over het plafond, bezoekt een bordeel achter een viswinkel, drinkt thee met een van de meisjes, ontmoet zijn nooit geziene eerste liefde. Tussendoor reflecteert de schrijver over zijn behoefte om te schrijven, over deze wereld, die volgens hem zo onleefbaar is omdat wij mensen elkaar nooit met rust laten... Fantastische, absurde gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. Spiegels, films, alcohol, het speelt allemaal een rol in deze roman, waarin droom en werkelijkheid elkaar afwisselen. Eerste vertaling van werk van de vooraanstaande en veelbekroonde Servische schrijver (1953). Paperback; kleine druk.
Yukari Hayashi: The Tibetan Book of the Dead (dvd)
Deel 1: Een Levensweg Deel 2: De Grote Bevrijding Met commentaar van Leonard Cohen
Het Tibetaanse Dodenboek is een mysterieus geschrift dat in de achtste eeuw werd geschreven door de Indiase boeddhistische leraar Padmasambavha. Eeuwenlang lag dit boek begraven in de Himalaya totdat het in de vijftiende eeuw herontdekt werd. Deel 1 van deze pakkende documentaire beschrijft de reis van de ziel van een overleden man vanaf het moment van overlijden tot en met zijn wedergeboorte, 49 dagen later. In deel 2 volgen we een oude Tibetaanse monnik en zijn leerling nadat zij de begrafenis van een dorpsgenoot hebben bijgewoond. De monnik fungeert als gids voor de ziel van de man die nu aan zijn grootste reis begint. De boodschap van de film is dat de dood niet alleen een bron hoeft te zijn van angst en verdriet, maar ook van vreugde en bevrijding. Op fascinerende wijze in beeld gebracht door Ishu Patel. 2x 46 minuten, Nederlands ondertiteld
Initiatieverhaal waarin een oude jager een twaalfjarig, ontspoord jongetje inwijdt in de geheimen van de natuur en het leven
De zwijgzame Erken woont in een primitief Kazachs dorp samen met zijn moeder, de plaatselijke uitdagende schoonheid. Als een wolvenjager van de steppe arriveert en de nacht met zijn moeder doorbrengt, reageert Erken boos en gekwetst. Hij steelt het paard en wapen van de jager en richt vernielingen aan in de dorpswinkel. Om de jongen voor een gevangenisstraf te behoeden, neemt de jager hem mee op een tocht door de ruige bergen. Tijdens de reis leert de jongen de wetten van de natuur te respecteren. De jager helpt hem zijn innerlijke kilte, zijn 'koude adem', te verdrijven, en zijn plaats in de Kazachse wereld te vinden.
'Anshi' is geregisseerd door Serik Aprimov, die hiermee terugkeert naar de plaats waar hij is opgegroeid: de Kazachse steppen. Aprimov behandelt in 'Anshi', net als in zijn vorige film 'Tri Brata' uit 2000, de botsing tussen eeuwenoude tradities en moderne gebruiken. Aprimov vertegenwoordigt samen met de regisseurs Amir Karakoelov en Darezjan Omirbajev ('The Killer') de Kazachse New Wave. In 2000 was hij 'Filmmaker in Focus' tijdens het International Film Festival Rotterdam, waar zijn gehele oeuvre te zien was. 'Anshi' won tijdens het Locarno International Filmfestival 2004 de C.I.C.A.E./Arte Award en de Netpac Award. Daarnaast werd 'Anshi' genomineerd voor een Gouden Luipaard.
'Een schitterend gebrek' van Arthur Japin ademloos uitgelezen...
In zijn memoires vermeldt Casanova terloops dat Lucia een van de weinige vrouwen is die hij ooit onrecht heeft aangedaan. Maar hoe? Wat is er werkelijk gebeurd? Waarom deed Lucia afstand van haar geluk? Een schitterend gebrek is haar verhaal, het verslag van een uitzonderlijk leven. Het begint wanneer Lucia, vele jaren later, Casanova in een Amsterdams bordeel bij toeval tegen het lijf loopt. Hij heeft er geen weet van dat zij het is omdat ze haar door de pokken mismaakte gezicht onder een sluier verbergt, en hij probeert haar te veroveren op de van hem bekende wijze. Voor Lucia is de schokkende confrontatie aanleiding tot een reconstructie: haar jeugd in de Veneto, haar kortstondige maar heftige liefde voor Casanova, de verwoestende ziekte die haar trof, haar vlucht naar Amsterdam en haar werk als hoer. Langzaam wordt duidelijk dat haar verdwijning geen verraad was maar een daad van liefde. Ten slotte verricht zij de truc die hem verlost van zijn herinnering aan haar en die haarzelf bevrijdt van haar verleden.
Fort Europa. Hooglied van versplintering./ Tom Lanoye
Flaptekst: Steeds meer Europeanen wantrouwen 'Brussel' en zijn bureaucratie. Ze verlangen terug naar hun land van weleer, met overzichtelijke grenzen en vertrouwde structuren. Zo valt Europa kibbelend uiteen. Tegelijk bouwt het eensgezind een muur om zich heen, die gelukzoekers en vluchtelingen moet buitenhouden. Over die tweespalt schreef Tom Lanoye een novelle. Wie zijn toch die bewoners van dat fort? Waarom bouwen ze het? En wat verdeelt hen, terwijl ze zich net proberen te verenigen?
Recensie: Hoe verder met Europa? Dat is een vraag die centraal staat in deze veelstemmige novelle (flap: 'stemmenballet'). Enerzijds is er de geschiedenis, zijn er de verworvenheden, de tegenstellingen, is er Belgie als slachtoffer, zijn er de kathedralen, het christendom, zijn er de 'vernietigde joden', is er de filsofie van Schopenhauer (die niet erg wordt uitgelegd...). Anderzijds is er de stambiologie en de 'Nieuwe Mens', is er de falende ondernemer. En ten slotte zijn er drie hoeren met als toekomstbeeld een vrouw met Chinese voetjes. Zo wordt er in deze vaak luid klinkende teksten gefantaseerd, gespeculeerd, in tegenstellingen gebrainstormd, meer levensecht dan men wel eens geneigd is te denken. Hoewel er af en toe interessante 'doorzichten' en 'inzichten' zijn, blijft het geheel toch nogal in kreten steken. (Biblion recensie, Drs. K. de Jong Ozn.)
Ben jij een algemene verzamelaar of een specialist? Hoe deel jij je boeken in? Ben je bang om onder een lawine boeken terecht te komen? Een boekenkast vol geesten gaat over onze eigen verzamelwoede en over andere verzamelaars, over de liefde voor en verleidingen van boeken. Onze boekenkast toont ons wie wij zijn, en is niets minder dan een plaats waar het labyrint van onze diepste gevoelens een plek krijgt.
NBD|Biblion recensie Altijd een heerlijk onderwerp: de liefde voor het boek, het verzamelen van boeken, de bibliofielen en bibliomanen, het indelen van de boekenkasten, dagboeken, de bibliotheek, lezen en herlezen, hoe leest men?, het problematische formaat van kunstboeken, het zoeken naar en vinden van boeken, zeldzame boeken, bestaande en fictieve personages, de wereld van het boek en het boek ten opzichte van de wereld, verdwenen boeken, de geschiedenis van een boek, door vroegere bezitters geannoteerde boeken etc. Menigvuldig zijn de onderwerpen die de vanzelfsprekend zeer Frans georienteerde Jacques Bonnet in dit alleraardigste boekenboekje aansnijdt. Hij is, zeg maar, de Martin Ros van Frankrijk. En hij kan prettig schrijven, lees maar: (na een passage over lijstjes van auteurs die men nog wil lezen gaat hij verder met) 'Maar wie lijstjes zegt, zegt reeks. Ik ben geen verzamelaar en ook geen bibliofiel, maar ik lijd aan een hardnekkige kwaal: ik kan niet tegen incomplete series.' En dan gaat hij heerlijk verder met titels noemen, veel titels en jaartallen en namen in dit boekje en beschrijft hij de zoektocht naar het enige nog ontbrekende boek uit een serie. Voor boekengekken, dit amusante boekenboek.
De eenzaamheid van de priemgetallen./ Paolo Giordano
De eenzaamheid van de priemgetallen is het aangrijpende verhaal van een bijzondere vriendschap dat de lezer vanaf de eerste pagina in zijn greep houdt, en een grandioos debuut waarmee Paolo Giordano blijk geeft van een scherp inzicht in de complexe menselijke psyche. Het boek krijgt louter positieve recensies en is populair onder lezers. Sinds De eenzaamheid van de priemgetallen op 8 januari van dit jaar verscheen zijn er 55.000 exemplaren van verkocht.
De zevenjarige Alice moet van haar vader elke dag tegen haar zin naar skiles. Op een mistige ochtend zondert zij zich af van haar skiklasje en besluit ze de afdaling alleen te maken, maar ze komt ten val en raakt voor de rest van haar leven verlamd aan een been. Mattia is de helft van een tweeling. Hij is hyperintelligent, zijn zusje Michela is zwakbegaafd. Als de tweeling wordt uitgenodigd voor een verjaardagspartijtje schaamt Mattia zich bij voorbaat voor het gedrag van Michela en hij besluit om haar op een bank in het park achter te laten met de opdracht dat ze daar op hem moet wachten. Als hij terugkomt is zijn zusje verdwenen en zij wordt nooit meer gevonden. Op de middelbare school kruisen de levens van Alice en Mattia elkaar en er ontstaat een merkwaardige vriendschap. Ze voelen zich vanaf de dag van hun ontmoeting verbonden, maar merken al snel hoe moeilijk het is om wezenlijk contact met elkaar te krijgen. De eenzaamheid van de priemgetallen is het aangrijpende verhaal van een bijzondere vriendschap dat de lezer vanaf de eerste pagina in zijn greep houdt, en een grandioos debuut waarmee Paolo Giordano blijk geeft van een scherp inzicht in de complexe menselijke psyche.
Tijdens een hectische nacht in het centrum van Uppsala is Sebastian Holmberg vermoord. Er is een verdachte met een motief: Marcus zou Sebastian hebben gedood omdat die zijn vriendin heeft afgepikt. Maar volgens inspecteur Ann Lindell is Marcus niet tot zo’n daad in staat. Zonder dat Ann Lindell dit weet, is er een tweede verdachte, uit een geheel andere hoek. Ali heeft zijn neef Mehrdad in de relnacht bij de vermoorde jongen gezien en verdenkt hem. Mehrdad ontkent. Hij vraagt Ali de echte dader op te sporen en besluit vervolgens deze dader te chanteren.
Susan Sontags inmiddels klassiek geworden Over fotografie is een baanbrekend onderzoek naar de rol van beelden in onze media-cultuur. Het handelt over de bedoelde en onbedoelde effecten van fotografie. Sontag, destijds winnaar van de National Book Critics' Circle Award for Criticism, weet het moderne leven zo scherpzinnig te vangen dat kritische vragen niet uitblijven.
NBD|Biblion recensie Susan Sontag (1933-2004), schrijfster van romans, korte verhalen, opstellen en essays en tevens cineaste, werd vooral bekend door haar bundel bekroonde essays 'On Photography' die in 1973 een internationale bestseller werd. De - ook in de uitmuntende vertaling opgenomen - essays bevatten een kritisch onderzoek naar de wezenskenmerken van de thans alomtegenwoordige foto als beeld en verbeelding, naar de waarde ervan als document en informatiedrager en beschouwingen over de verhouding tot kunst, kennis en zelfervaring. Naast de behandeling van velerlei maatschappelijke en politieke fenomenen worden verhelderende analyses gegeven van het werk van vele vooraanstaande fotografen. De beeldende stijl maakt foto's overbodig. Een bloemlezing van citaten besluit deze paperbacketeditie. Sinds 1973 vaak herdrukt en nog steeds van importantie. Verplichte kost voor fotografen en kunstenaars.
De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel
Ik ben gearresteerd. Voor het winnen van een spelprogramma. Ze kwamen me gisteren halen, toen zelfs de zwerfhonden lagen te slapen. Ze beukten mijn deur in, sloegen me in de boeien en sleurden me mee naar een jeep met een rood zwaailicht. Er was geen tumult. Niemand kwam zijn hut uit. De enige die iets riep toen ik werd gearresteerd, was de oude uil in de tamarinde. Arrestaties zijn in Dharavi net zo gewoon als zakkenrollers in de trein. Er gaat geen dag voorbij zonder dat een of andere ongelukkige plaatsgenoot naar het politiebureau wordt afgevoerd. Sommigen worden wild schreeuwend en zich verzettend meegesleurd door de agenten. En anderen gaan rustig mee. Degenen die de politie verwachten, er misschien zelfs op wachten. Voor hen is de komst van de jeep met het rode zwaailicht zelfs een opluchting. Achteraf gezien had ik misschien moeten schreeuwen en trappen. Had ik moeten zeggen dat ik onschuldig was, had ik herrie moeten schoppen en de buren moeten alarmeren. Niet dat dat iets zou hebben geholpen. Zelfs als het me was gelukt een paar bewoners wakker te maken, zou niemand een vinger hebben uitgestoken om me te helpen. Mijn buren zouden met slaperige ogen het tafereel hebben gadegeslagen en een afgezaagde opmerking hebben gemaakt als: 'Daar gaat er weer een.' Dan zouden ze hebben gegaapt en weer naar bed zijn gegaan. Mijn vertrek uit de grootste sloppenwijk van Azië zou geen enkele invloed op hun levens hebben gehad. 's Ochtends zou dezelfde rij bij het water staan te wachten en zou dezelfde dagelijkse strijd zijn begonnen de trein van halfacht te halen. Ze zouden niet eens de moeite doen te achterhalen waarom ik was gearresteerd. Nu ik erover nadenk, realiseer ik me dat ik me dat niet eens afvroeg toen die twee agenten mijn hut binnenstormden. Als je hele bestaan zelf 'illegaal' is, als je in armoede in een stedelijk niemandsland woont waar je moet knokken voor een vierkante centimeter ruimte en zelfs in de rij moet staan om te kunnen poepen, heeft een arrestatie iets onontkoombaars. Je wordt geconditioneerd te denken dat er op een dag iemand verschijnt met een dagvaarding met jouw naam erop, dat er uiteindelijk een jeep met een rood zwaailicht voor jou komt. Er zullen mensen zijn die zeggen dat ik dit over mezelf heb afgeroepen. Door aan die spelshow mee te doen. Die zullen met hun vinger naar me zwaaien en me eraan helpen herinneren dat de ouderen in Dharavi zeggen dat je nooit over de lijn mag stappen die de armen van de rijken scheidt. Want waarom doet een straatarme ober mee aan een kennisquiz? De hersenen zijn geen orgaan dat wij mogen gebruiken. Wij horen alleen onze handen en voeten te gebruiken. Konden ze maar zien hoe ik die vragen heb beantwoord. Dan zouden ze na mijn optreden met respect naar me hebben gekeken.
Wat is het centrale idee achter De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel?
"De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel heeft twee, met elkaar verbonden, verhaallijnen. Het is het levensverhaal van een weeskind dat op straat leeft, genaamd Ram Mohammed Thomas en het is het verhaal van het reilen en zeilen bij een televisiequiz genaamd Wie wint een biljoen. Ik heb zelf met meerdere quizen meegedaan, en ik was nieuwsgierig naar de ideeënvorming en het psychologische proces dat zich in het hoofd van een deelnemer afspeelt. Zoals een van de personages in het boek al zegt: 'Een quiz is niet zozeer een kennistest maar meer een test van het geheugen'. Onze herinneringen worden geproduceerd door verschillende factoren: onze ervaring, onze dromen en wensen en niet alleen maar door wat er ons geleerd wordt op school. Ik ben altijd onder de indruk geweest van de kennis en wijsheid die het gewone volk bezit. Ik herinner me een nieuwsitem, zo'n tien jaar geleden, over hoe straatkinderen in een Indiase stad zelf een gratis mobiel internet-netwerk hadden opgezet. Dus ik heb deze twee thema's naast elkaar geplaatst: een televisieshow en een deelnemer die nooit formeel onderwijs heeft gehad en die 'straat-wijsheid' heeft in plaats van 'boeken-wijsheid'. En er is ook nog een onderliggende boodschap: minacht of onderschat nooit iemand puur vanwege de omstandigheden waarin hij zich bevindt. "
Bron: Uit een interview met de auteur.Het boek is heruitgegeven en verfilmd onder de controversiële titel Slumdog Milllionaire. De film heb ik (nog) niet gezien en ik denk dat ik hier blij om ben...
Zo begint de thriller die ik gisterenavond in één ruk heb uitgelezen: Tot de woede is geluwd./ Asa Larsson
Recensie: VrouwenThrillers.nl (Diana) op 2 mei 2009: "Het verhaal begint op negen oktober bij de zeventienjarige Wilma Persson en de bijna twee jaar oudere Simon Kyrö. Twee jongelui, gefascineerd door een vliegtuigwrak dat zich op de bodem van het Vittangimeer bevindt middenin een langgerekt, uitgestorven gebied. We beleven de laatste minuten door hun ogen en weten gelijk dat hun sterven geen ongeluk is. Met deze introductie is het spanningsveld neergelegd als een sneeuwdeken dit doet over de Zweedse ongerepte natuur. Hiermee weet de auteur de lezer meteen te boeien en zeker als blijkt dat ook na haar dood Wilma nog steeds aanwezig is.
Een half jaar later, op zestien april om precies te zijn, wordt haar lichaam gevonden door een oudere man. Wilma kijkt van bovenaf mee en laat zich zo nu en dan zien in een droom. De dromen worden opgepikt door openbaar aanklager Rebecka Martinsson en zij probeert te ontcijferen hoe de vork in de steel zit. Vooralsnog duidt alles op een noodlottig ongeval en daardoor komt maar langzaam het besef dat er meer aan de hand is. Uit het autopsie-onderzoek blijkt dat Wilma niet is gestorven in de rivier waarin ze is gevonden en wordt de herkomst van de schuurdeur achterhaald die over het wak is gelegd waar de jonge duikers het water in zijn gegaan. Ook in de familie van Wilma is het een en ander aan de hand. Er zijn nog veel meer details die niet meteen duidelijk zijn. Ook het vliegtuigwrak heeft een achterliggende geschiedenis die wordt ontrafelt. Want dat er veel verborgen ligt in de ijzige diepte is duidelijk."
Het lelietheater speelt zich af in de jaren 1971—1974, de periode waarin de Culturele Revolutie haar hoogtepunt beleefde.
In een zeer eigen en lyrische stijl beschrijft Lulu Wang deze turbulente wereld gezien vanuit Lian, een meisje van twaalf, dertien jaar. Vol verbazing beziet Lian het gedrag van de volwassenen om haar heen. Onder hen bevinden zich niet alleen verklikkers en opportunisten, sadisten en machtswellustelingen, maar ook mensen die zichzelf opofferen en mensen die hun integriteit niet verliezen.
Het lelietheater is tevens het hartverscheurende verslag van een onmogelijke vriendschap tussen twee meisjes uit verschillende kasten.
Lian behoort tot de eerste kaste; haar ouders zijn intellectuelen, en om die reden verbannen naar strafkampen. Nadat bij Lian een huidziekte is geconstateerd krijgt ze toestemming om zich bij haar moeder te voegen.
In het kamp weet ze zich omringd door de crème de la crème van de Chinese intellectuelen. Ze krijgt onder meer les van de beroemde professor Qin; haar lessen vertelt ze door aan de kikkers en krekels in een achter het kamp gelegen meer, dat ze tot ‘lelietheater’ heeft omgedoopt.
Kim behoort tot de derde kaste: haar ouders zijn straatarm en wonen in de ‘modderhuisbuurt’ van Peking. Ondanks Mao’s ‘verheffing’ van de laagste kasten is Kim de verschoppelinge op de school van Lian; ze wordt tot op het bot vernederd door haar klasgenoten. Op het moment dat Lian de brug naar de vriendschap heeft geslagen, verdwijnt Kim van school om op een verschrikkelijke manier wraak te nemen…
"Jose, een saaie ambtenaar op het z.g. Algemeen Archief van de Burgerlijke Stand, verzamelt krantenknipsels van beroemde mensen. Op een dag gaat zijn aandacht per toeval uit naar de geboorte-akte van een onbekende vrouw. Jose heeft een doel in zijn leven gevonden. Hij wil een reconstructie van het leven van deze vrouw maken. De weleer makke ambtenaar lapt nu alle regels aan zijn laars. Leugen, inbraak, werkverzuim, vervalsing van officiele documenten: het doel heiligt de middelen. Zijn nieuwsgierigheid wordt een ware obsessie. Zijn speurtocht is een verzetsdaad. Na een uitputtende speurtocht ontdekt Jose dat de onbekende vrouw zelfmoord heeft gepleegd. Jose is een ander mens geworden. De Portugese schrijver (1922, winnaar van de Nobelprijs 1998) heeft een intrigerende en prachtige roman geschreven die ons de meest donkere en negatieve kanten van de hedendaagse maatschappij laat zien: eenzaamheid, anonimiteit en volgzaamheid. Een juweeltje. Uitstekende en verzorgde vertaling naar het Nederlands. Kleine, compacte druk."
"Haya Tedeschi zoekt al jarenlang en schijnbaar tevergeefs naar haar zoon Antonio, die voortkwam uit een korte ontmoeting met een SS-officier tegen het einde van de oorlog. Haar zoon was een van de vier miljoen kinderen die bij hun ouders werden weggeroofd voor het Lebensbornproject van de nazi’s. In tegenstelling tot haar familie wil Haya weten wat er werkelijk is gebeurd, en niet langer haar ogen sluiten voor de gepleegde wandaden. Ze verzamelt haar leven lang documenten en stelt met grote zorgvuldigheid een collage samen, die niet alleen over de Tweede Wereldoorlog verhaalt, maar ook over de lotgevallen van enkele individuen.
De hele twintigste eeuw passeert in het boek: de Eerste Wereldoorlog met de massale veldslagen aan de Isonzo/Soca, de opkomst van het Italiaanse fascisme, en de Tweede Wereldoorlog, waarin de familie Tedeschi korte tijd naar Albanië wordt gedeporteerd, de Duitse bezetting van Noord-Italië in 1943 en 1944 en het Lebensbornproject, tot aan de huidige tijd, waarin de overlevenden van de familie gevangenen zijn van het verleden, waarin gerechtigheid uitblijft en de nabestaanden, van zowel slachtoffers als daders, nogmaals gestraft worden, dit keer met een verschroeiend schuldbesef.
De tekst maakt door de bijtende ironie grote thema’s bespreekbaar en vertelt het verhaal van de zwijgende meerderheid, van mensen die niets horen of zien en die niet over de rand heen durven kijken. Zonneschijn heeft geen heroïsche hoofdpersonen, geen van hen verandert de wereld – de roman bestaat slechts uit het verhaal van al deze individuen, uit kleine verhalen.
In Zonneschijn gaat Drndić niet in op de banaliteit van het kwaad, maar onderzoekt ze waarom mensen aangezet worden tot misdaden, en hoe mensen rustig kunnen slapen terwijl de geschiedenis onder hun handen verandert."
Zonneschijn was de naam van een euthanasiecentrum in Oostenrijk. Daar begon SS-er Kurt Frank zijn dodelijke carrière die via Treblinka naar een doodsfabriek vlakbij Triëst en Görz zou leiden. In Görz, nu Gorica, drie-landenpunt en vier-talenpunt, maakte hij een 22-jarig meisje, Haya, zwanger. Frank verdween en het zoontje werd april ¿45 ontvoerd. Op hoge leeftijd krijgt Haya, van herkomst Italiaans en joods, na 62 jaar te horen dat haar kind elders is opgegroeid als een van de honderdduizenden kinderen betrokken bij het rassenexperiment Lebensborn. Ook hij hoort nu pas dat hij niet als Hans, maar als Antonio geboren is. Het leidmotief van deze documentaire roman is: achter elke naam schuilt een verhaal. Het wordt geïllustreerd door een lijst met de namen van 9000 joden die uit Italië gedeporteerd zijn. Haya maakt van haar leven een kaartenbak, met o.m. profielen van een groot aantal nazi-daders. Een indrukwekkend boek, deze roman van de Kroatische schrijfster (1946): elke leven erin is inderdaad één verhaal uit vele. Gebonden; kleine druk, volle bladspiegel. - J.F. Vogelaar
"Tenslotte is Zonneschijn een aanklacht. Er zit veel ingehouden verontwaardiging in over de hypocrisie van het Rode Kruis in het zogenaamd neutrale Zwitserland, over de Kerk die verloren of gestolen Joodse kinderen liet dopen en zelfs na de oorlog verstopte voor de ouders of over de nagenoeg onbekende maar ’s werelds grootste archieven over WOII in het Duitse Bad Arolsen, die helaas niet zomaar toegankelijk zijn. Als het mysterie van de verdwenen zoon bijna is opgelost, schrijft Drndić: “(…) waarom zouden we onderzoek doen, het leven gaat voort, je moet naar de toekomst kijken, houden mensen zichzelf voor, zeggen ze tegen anderen, tegen ons, overal wordt zo gesproken, thuis, op school, vanaf de bühne, zo praten ouders, vrienden en politici; zo praten priesters, de kerk als geheel.” Dat kan natuurlijk tellen als uitspraak in het streng katholieke Kroatië, dat nog steeds niet in het reine is met z’n 20ste eeuwse geschiedenis. Maar misschien geldt dat ook wel voor de rest van Europa."
"Een historische thriller voor de liefhebbers van Eco's 'In de naam van de roos'. Het is 11 september 1683. In Europa dreigt een nieuwe grote oorlog: de Turken belegeren Wenen. Angst voor de Moslims houdt christelijk Europa in haar greep. Tien gasten uit verschillende Europese landen logeren in herberg De Schildknaap in Rome. Als een oude heer in de herberg om het leven komt, vermoedelijk ten gevolge van de pest, moeten alle gasten in quarantaine. Maar het blijft niet bij dit ene sterfgeval. Gaat het hier werkelijk om gevallen van de gevreesde zwarte dood, of is er sprake van moordaanslagen? Een van de gasten, Atto Melanie, een geheim agent van de koning van Frankrijk, zoekt de zaak tot op de bodem uit en doet wereldschokkende ervaringen. 'Imprimatur' is een van het begin tot het eind spannend, goed geschreven raamvertelling, gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen en vol levendige details over muziek, receptuur en kleding uit die tijd. De plot van de roman betreft een historische onthulling die de auteurs na jarenlang archiefonderzoek voor het eerst aan de openbaarheid prijsgeven."
"In het voorjaar van 2002 was 'Imprimatur' van Rita Monaldi en Francesco Sorti korte tijd een bestseller in eigen land. De Italiaanse uitgeverij Mondadori kon de thriller over een moord in het zeventiende-eeuwse Europa twee keer herdrukken. Tot het Vaticaan zich ermee bemoeide. Omdat de auteurs in het boek onthulden dat paus Innocentius XI de protestantse, Nederlandse koning Willem III financierde, zette het Vaticaan de uitgeverij, eigendom van Berlusconi, onder druk de verkoop te staken. Ook andere uitgevers durfden zich daarna niet meer aan het boek te wagen.
Ondertussen werd 'Imprimatur' een wereldwijde hit. Vertaald in twintig talen, verschenen in 45 landen, gingen meer dan 250.000 exemplaren van het vuistdikke boek over de toonbank. Ook in Nederland en Vlaanderen was het debuut van Monaldi & Sorti een enorm succes."
El secreto de sus ojos./ Juan José Campanella - Argentinië/Spanje - 2009 - 127 min
Ricardo Darín, Soledad Villamil, Javier Godino, Guillermo Francella, …
"In deze nieuwste Argentijns-Spaanse productie van regisseur Juan José Campanella, bekend van ‘El hijo de la novia’, speelt Ricardo Darín de rol van Benjamin Esposito, een voormalig gerechtelijk ambtenaar. Ook na zijn pensioen blijft hij in de ban van een gruwelijke onopgeloste misdaad van 25 jaar geleden. Door zijn memoires te schrijven hoopt hij daar alsnog komaf mee te maken. Hij deelt zijn intenties met rechter Irene Menéndez, destijds zijn directe superieur, waar hij reeds lang verliefd op is. De magie is er nog altijd. Maar ook de onmacht om daar iets mee te doen. In uitvoerige flashbacks krijgen we flarden te zien van de gruwelijke misdaad. Benjamin is vastbesloten om de zaak te heropenen. Tegelijkertijd wordt een beeld gegeven van een tijdperk: Argentinië ten tijde van de militaire junta’s en de gerechtelijke corruptie die aan deze periode voorafging. De film behelst zowel een liefdesverhaal, een heerlijke comedy, een politiek kritisch pamflet als een thriller en biedt meer dan twee uur lang boeiende en onderhoudende cinema."
'Ik hoop dat we allemaal klaar zijn om de wereld der verschijnselen te verlaten en die van het verhevene binnen te gaan?'' Met deze woorden opent Julian Morrow, docent Grieks, steevast zijn colleges voor een select groepje van vijf. De verborgen geschiedenis begint wanneer Richard Papen, de verteller, in het elitaire clubje wordt opgenomen.
,,Echte schoonheid is altijd schokkend,'' zegt Julian wanneer hij het heeft over Euripides' tragedie Bacchae . Daarin proberen gewone stervelingen zichzelf voor even te verliezen in een soort religieuze extase, die gekenmerkt wordt door dans, razernij, visioenen en - af en toe - doodslag. Henry, de onuitgesproken leider van de groep, wil het oeroude Griekse ritueel uitvoeren. Het loopt grondig fout en een buitenstaander wordt gedood.
Dat De verborgen geschiedenis zo'n onweerstaanbare, hypnotiserende roman is, heeft veel te maken met de schitterende vertelstem van Richard Papen. Hij wil zich presenteren als de alwetende buitenstaander, maar maakt zijn handen vuiler dan hem lief is. Samen met hem raak je gecharmeerd door deze wereldvreemde, excentrieke studenten. Tartt zorgt ervoor dat je veel meer sympathiseert met de immorele Henry, Camilla, Charles en Francis dan met hun tweede dodelijke slachtoffer, Bunny. Die is ook lid van het clubje, maar dreigt uit de biecht te klappen na het uit de hand gelopen ritueel.
De verborgen geschiedenis is veel meer dan een spannende thriller. Het is geen whodunit, want op de beginbladzijden weet je al wie Bunny heeft vermoord. Eigenlijk is dit een verhaal over schuld en boete. Tartt schreef een moderne Griekse tragedie, die zich hier en daar vermomt als een sociale satire - vooral tijdens de begrafenis van Bunny - of als een campusroman.
De verborgen geschiedenis was meteen een immens succes. Bret Easton Ellis - een medestudent van Tartt - wordt vaak aangehaald als vergelijkingspunt. Op ideologisch vlak zijn er raakvlakken - ook Tartts personages zijn vergeefs op zoek naar authentieke ervaringen - maar stilistisch refereert Tartt veeleer aan de Victoriaanse romans waar ze als kind zoveel van hield, luidens haar autobiografische essay Sleepytown: A Southern Gothic Childhood, With Codeine . Er zijn ook gelijkenissen in toon met Evelyn Waughs Terug naar Brideshead , nog zo'n verhaal over gecorrumpeerde jeugd.
Donna Tartt werd een literaire ster die - zo vertelde een Nederlandse fotograaf me ooit - overal haar kapster meetroont zodat ze er op elke foto even onberispelijk uitziet. Over Tartt, die niet veel vrijgeeft over haar privéleven, circuleren de wildste geruchten. Maar de vraag of ze net zo'n zuipschuit was als de studenten uit haar boek, doet er eigenlijk weinig toe. De verborgen geschiedenis is een roman waar ik me bij een eerste lectuur niet kon van losrukken, ook al was ik met vakantie op de feeërieke Noorse Lofoten, en bij herlezing overtuigt hij me nóg meer. Je spurt niet jachtig naar de spannende ontknoping, maar geniet des te meer van de prachtige sfeerschepping, de onweerstaanbare personages en Tartts lucide proza.
Nadat Alfgrim als baby door zijn moeder is verlaten, wordt hij opgevoed door twee oude mensen, die hij gemakshalve zijn opa en oma noemt. Hun uit turf opgetrokken boerderijtje, de Hellinghut, is voor de jongen de volmaakte wereld. Hij groeit op in een omgeving waar 'gratis pension was voor iedereen die onderdak wou hebben' en waar de geur van stokvis, turf en walvisvet zich vermengt met die van spruitend gras, varens, paard en koe. Met tegenzin gaat Alfgrim naar school. De nieuwe wereld laat hem koud. Hij droomt ervan visser te worden zoals zijn opa. En hij wil zingen zoals zijn grote voorbeeld Gard Holm. Alfgrim is niet uit op roem, zijn doel is enkel 'de zuivere toon' te halen. Uiteindelijk ontkomt hij er niet aan een keuze te maken tussen de ideale wereld van de Hellinghut en een nieuw leven in een veranderende maatschappij.
Recensie van NRC 'Blijf toch binnnen het draaihekje' door Kester Freriks
"Laxness (1902-1998) is de enige IJslandse schrijver die de Nobelprijs kreeg. Aanvankelijk was zijn werk sociaal geëngageerd, maar in de tweede helft van de jaren vijftig koos hij voor een meer abstracte vorm van literatuur. Het visconcert uit 1957 is daarvan een voorbeeld. De oorspronkelijke titel luidt Brekkukotsannáll, dat letterlijk vertaald `Kroniek van Hellinghut' betekent. In 1965 verscheen de eerste Nederlandse vertaling onder de titel Het visconcert, die is gehandhaafd in de nieuwe vertaling door Marcel Otten.
De roman zit vol symbolen. De kleine boerderij en de pastorale omgeving vormen voor Alfgrim het paradijs. Nergens betreurt hij de afwezigheid van zijn moeder. Een ander opvallend symbool is het draaihekje dat voor de hoeve is geplaatst. Dit hek geeft kleine Alfgrim toegang tot de buitenwereld. Het omgekeerde geldt ook: wanneer Alfgrim zich terug wil trekken, gaat hij opnieuw door het draaihek. Dan komt hij weer terecht in de veilige beschutting van Hellinghut.
Tegenover de pastorale sfeer van de boerderij plaatst Laxness de al even symbolisch geladen Winkel (met hoofdletter) van Gudmunsen. De man achter de toonbank is de spreekwoordelijke kruidenier, uitsluitend geïnteresseerd in geldelijk gewin. Hier komt de aanvankelijk onschuldige Alfgrim in aanraking met aardse zaken. Dit betekent een keerpunt in zijn gedachten. Halverwege de roman komt hij tot het inzicht dat zijn gelukzalige staat eindig is. Er staat: `Tot die dag was de wereld waarin ik leefde groot genoeg en ik verlangde niet naar een andere wereld. Ik had alles. Alles was op zijn eigen manier volmaakt in mijn ogen.' Achter deze treffende zinnen schuilt een grote tragiek. Niet voor niets schrijft Laxness: `Tot die dag...'.
Niet alleen de kennismaking met kruidenier Gudmunsen markeert een omslag in Alfgrims gedachten, ook de ontmoeting met Gard Holm. Hij is de `meesterzanger' van IJsland, wereldberoemd geworden met zowel het landelijke repertoire als met het lied Erlkönig van Schubert. Holm is hartstochtelijk op zoek naar `de zuivere toon'. Voor de gevoelige jongen vertegenwoordigt hij het hogere, de kunst, het geestelijke. De gesprekken tussen Holm en zijn pupil behoren tot de mooiste bladzijden van het boek. Holm is vergelijkbaar met IJslandse volksdichters die in ander werk een rol spelen, zoals in Paradisarheimt (Het herwonnen paradijs) waarvan een Duitse vertaling bestaat. Otten bereidt nu een Nederlandse vertaling voor. De kleine boeren met wie Alfgrim zich omringt, zijn vergelijkbaar met de armelui die Laxness eerder zo prachtig heeft beschreven in Onafhankelijke mensen (Sjálfstaett folk).
Het visconcert is een roman met een hoog poëtisch gehalte. Laxness vertelt traag en zonder spanningslijnen. Alfgrim raakt gegrepen door een taoïstische levensfilosofie, hiertoe gedreven door een wereldvreemde vrouw. Pas echt dynamisch wordt het boek aan het slot, wanneer blijkt dat de beroemde zanger Holm niet zo kunstzinnig is als Alfgrim altijd heeft gedacht. Net als de kruidenier is hij op jacht naar financieel voordeel. Deze ontmaskering van Holm komt hard aan voor Alfgrim.
Van een `visconcert' in de letterlijke betekenis is geen sprake. De titel is ontleend aan het volgende, raadselachtige vers: `Vissen hebben fraaie stemmen/ Je vindt ze altijd op de heide/ 't Schapenpad waar ooien zwemmen/ Is de zee met haar grazige weide.' Schapen en vissen, land en zee vloeien moeiteloos in elkaar over. De enige die zingt is Holm. De fascinatie van Alfgrim voor vissen komt voort uit zijn verlangen weg te zijn. Hij gaat met tegenzin naar school en verliest zich het liefst in de natuur. Weer een ander symbool is de klok die de woonkamer van de boerderij domineert. Alfgrim hoort erin een telkens terugkerend refrein: `eeuwig, eeu-wig'. In Alfgrims jeugd is de tijd weggevallen.
Uiteindelijk moet de paradijselijke wereld van Alfgrim aan scherven. Zijn jeugd is voorbij, zo rond zijn achttiende moet hij de grote wereld in. Hij gaat zijn slechte voorbeelden als de kruidenier en de zanger achterna in het verlangen naar materiële zaken. Het slotbeeld van de roman is fraai: hij scheept zich in en laat zijn pleegouders achter. Na het afscheid ziet hij ze teruglopen naar de boerderij, elkaars hand vasthoudend `als kinderen'. Ook dat is weer een reuzengroot symbool. Het kind dat Alfgrim eens was, is in de moderne maatschappij zijn geestelijke idealen kwijtgeraakt. Alleen zijn pleegouders blijven trouw aan het immateriële. Al raakt de maatschappij gecorrumpeerd, de boerderij Hellinghut zal blijven wat die aan het begin van de roman was, gezien door de ogen van Alfgrim: `In de tijd dat ik op de wereld kwam, was de hut overbevolkt met lui die je heden ten dage vluchtelingen zou noemen, mensen die hun land ontvlucht waren, die met tranen in hun hart huis en haard hadden verlaten.'
Uiteindelijk komt de geëngageerde Laxness aan het slot weer aan bod. Maar hij heeft het de lezer niet makkelijk gemaakt. Het visconcert is mooi als poëtisch proza, maar voor een roman is de abstractie te groot. Soms zou je willen dat de auteur harder was omgesprongen met zijn hoofdpersoon; dat die minder ijl zou zijn en meer van vlees en bloed."
Onafhankelijke mensen is een moderne IJslandse saga van ongewone kracht en schoonheid, waarin de bevolking van het noordelijke eiland wakker wordt geschud door de grootse beloftes van de twintigste eeuw. Tegen de stroom in probeert de schapenboer Bjart van het Zomerhuis zijn zelfstandigheid te handhaven. Na achttien jaar in dienst van een lokale rentmeester te hebben gewerkt, wil hij niets liever dan zijn eigen kudde schapen hoeden. Alles zet hij daarvoor op het spel, zelfs zijn eigen bestaan en dat van zijn naasten. Slechts één persoon ontziet hij, zijn stiefdochter Asta.
NBD|Biblion recensie Van de meer dan 60 boeken, die de in Nederland vrijwel onbekende IJslandse Nobelprijswinnaar (1902-1998) schreef, is dit grandioze epos een van de hoogtepunten. Marcel Otten, die eerder o.m. de Edda vertaalde, heeft dit meesterwerk van nagenoeg 600 pagina's op vloeiende en toegankelijke wijze vertaald. De roman draait vooral om schapen: zal het de achterdochtige IJslandse keuterboer Bjart lukken om telkens opnieuw genoeg schapen te verwerven? Bjart heeft zich opgewerkt van knecht tot eigenaar van een eigen bedrijf 'Het zomerhuis'. Met oude sagen en ballades en ten koste van zijn twee echtgenotes en een groot aantal kinderen poogt hij tegen de stroom in zijn onafhankelijkheid te behouden. Bjart is een van die geharde, weinig onderdanige IJslanders die met veel gevoel voor eigen verantwoordelijkheid en verzen en verhalen hun grootste kapitaal verzilveren: hun onafhankelijkheid. Laxness brengt in een krachtige, beeldende taal een fascinerende, bijna archaische wereld tot leven, waarin bovennatuurlijke krachten, wantrouwen en relativerende humor het leven beheersen. Mooi uitgegeven wereldliteratuur. Kleine druk.
Ik (Ali). Günter Wallraff als Turkse arbeider in Duitse bedrijven. (Amsterdam, Van Gennep, 1985)
Na tien jaar aarzelen durfde hij het eindelijk aan. Met eenvoudige middelen vermomd (gekleurde contactlenzen en een zwarte pruik), betrad Günter Wallraff als de Turkse arbeider ‘Ali’ de Duitse arbeidsmarkt. Ali werkte in de bouw, bij de hoogovens van Thyssen, als chauffeur van een koppelbaas, als proefpersoon op een geneesmiddelen-laboratorium, bij McDonald’s, op een boerderij. Hij ging op straat staan met een draaiorgeltje, hij bezocht café’s en bijeenkomsten van CDU en CSU, waar hij van Strauss, als ‘vertegenwoordiger van de grijze Wolven’ een handtekening loskreeg. Hij veroorzaakte blikschade in het verkeer, informeerde naar de mogelijkheden van begraven en cremeren, en probeerde zich tot christen te laten dopen. Wallraff’s lange aarzeling bleek niet ongerechtvaardigd te zijn geweest. Hij werd opgelicht, beledigd, genegeerd, bestolen en bedreigd. Voor een hongerloon zijn gezondheid op het spel zetten: dat was nog het beste wat hij als Turk bereiken kon.
Günter Wallraff (1942) ondernam al eerder spectaculaire acties, waarover hij tal van boeken schreef die ook in Nederland grote aandacht trokken, zoals ‘‘t gewone kapitalisme’, ‘ongewenste reportages’, ‘Verslaggever van BILD en Beeld van BILD.’. Zijn verslagen vormen inmiddels een genre op zichzelf. Zijn doorzettingsvermogen, tegen alle persoonlijke risico’s en eindeloze processen in, is onvoorstelbaar.
En blijkbaar blijft Günter Wallraff nog steeds erg actief! Lees het artikel in de Standaard online (dd 05/03/2010): ‘Ik wil het altijd zelf doorleven'.
Na 'De schaduw van de wind' aanvankelijk een beetje tegengevallen, maar na een 150-tal pagina's uiteindelijk terug op dreef gekomen...
Het spel van de engel is een labyrintisch verhaal vol intriges, verraad, vriendschap en tragedie, maar ook een verhaal over de gevaarlijke kunst van het schrijven en de macht van woorden.
Meeslepend, verslavend, sidderend en bevend bijna in één ruk uitgelezen: De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón! Zàààààààààààààaaaaaaaaaaaalig!
In het oude centrum van Barcelona ligt het Kerkhof der Vergeten Boeken. Hoofdpersoon Daniel Sempere wordt door zijn vader, weduwnaar en boekhandelaar, meegenomen naar deze geheimzinnige, verborgen wereld van verhalen. Vanaf dat moment neemt Daniels leven een wending die hij niet had kunnen voorzien. Hij mag een boek uitzoeken en kiest De schaduw van de wind, geschreven door een zekere Julián Carax. Het boek laat hem niet meer los, ook al schudt de wereld tijdens het grauwe Franco-regime om hem heen op zijn grondvesten. Hij wil alles weten over het boek en de schrijver. En merkwaardigerwijs lijken alle mensen die hij ontmoet, ook de vrouwen op wie hij verliefd wordt, deel uit te maken van het grote spel waarvan het boek het middelpunt vormt.
Het is de laatste week van november 1327 in een welvarende abdij in het noorden van Italië. Broeder William Baskerville, een geleerde franciscaner monnik uit Engeland, komt als speciaal gezant van de keizer met een delicate diplomatieke opdracht naar Italië. Hij moet een ontmoeting organiseren tussen de van ketterij verdachte franciscanen en afgevaardigden van de paus.
Al spoedig ontwikkelt zijn verblijf in de abdij zich echter tot een tijd vol apocalyptische verschrikkingen: zeven dagen en nachten zijn William en zijn metgezel Adson getuige van de wonderbaarlijkste en voor een abdij hoogst zonderlinge gebeurtenissen. Er worden zeven geheimzinnige misdaden gepleegd, die de muren van de ontoegankelijke, labyrintvormige bibliotheek met bloed besmeuren. Angstige geruchten gaan door de abdij; niet alleen de abt heeft iets te verbergen, overal worden sporen uitgewist. William, een voormalig inquisiteur, wordt door de onderzoekskoorts bevangen. De ontmaskering van de moordenaar gaat hem veel meer in beslag nemen dan de strijd tussen de keizer en de paus. Hij verzamelt aanwijzingen en ontcijfert manuscripten in geheimtaal. Steeds dieper dringt hij door tot de geheimen van de abdij.
Het valt niet mee deze roman te benoemen. Is het een middeleeuwse kroniek, een detective, een ideologische sleutelroman of een allegorie? Wie één oog dichtknijpt en in het boek kijkt als in een ver verwijderde spiegel, zal in ieder geval gemakkelijk de monnikskappen en kardinaalsmijters uit de dagen van William verwarren met de moderne tekens van macht.
Umberto Eco werd in 1932 in Alessandria (Piemonte) geboren. Hij is hoogleraar semiotiek aan de universiteit van Bologna en een van de grootste schrijvers van onze tijd. Eco is beroemd geworden door zijn grote romans De naam van de roos, De slinger van Foucault, Het eiland van de vorige dag, Baudolino en De mysterieuze vlam van koningin Loana.
Ontzettend spannend. Geboeid door de onderzoeksgeest van de hoofdfiguur en z'n helper. Boeiend met de historische achtergrond van de ketterijen en inquisitie. Soms wel zeer uitvoerig beschreven en veel Latijnse zinnen (die op het einde van het boek vertaald worden, dat had ik veel te laat gezien). Enige hersengymnastiek noodzakelijk ;o)
Overpeinzingen van een eenzaam wandelaar./ Jean-Jacques Rousseau
In Overpeinzingen van een eenzame wandelaar, het laatste en beroemdste van Jean-Jacques Rousseaus autobiografische geschriften, blikt hij terug op zijn leven, op zijn problemen in de liefde, zijn streven naar eerlijkheid en de onmogelijkheid om die te bereiken, zijn strijd met Verlichtingsfilosofen als Diderot, Grimm en d'Alembert, die oorspronkelijk zijn vrienden waren. Uiteraard speelt ook de natuur een belangrijke rol.
Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is een van de invloedrijkste denkers uit de geschiedenis en heeft als geen ander geschreven over de positie van de mens ingeklemd tussen natuur en beschaving.
'De overpeinzingen' van J.J. Rousseau zijn eigenlijk een vervolg op zijn 'Bekentenissen' (Confessions) waarin hij zichzelf als een psychiater-avant-la-lettre doorlicht en analyseert. Daarnaast vinden we ook hier een zelfverdediging tegen de hele wereld die hen beschuldigt en achtervolgt. Naast de introspectieve analyse staat dit boek vol lofliederen op de natuur; ook hierin is hij zijn tijd voor.
Afghanistan, bekend van de bestseller 'De vliegeraar' staat opnieuw centraal in deze indrukwekkende roman. Mariam, een bastaarddochter van een rijke man in Herat, wordt op 15-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan een dertig jaar oudere, gewelddadige schoenenleverancier in Kabul die voornamelijk een vrouw zoekt die hem opnieuw een zoon zal baren. Jaren later krijgt de 14-jarige Laila, als enige gered na een bombardement, als nieuwe 'hoofdechtgenote' deze taak. De beide vrouwen krijgen na aanvankelijke strijd een band, die Mariam echter, onder het bewind van de Taliban, noodlottig wordt. Alles speelt zich af tegen de achtergrond van de (burger)oorlogen, het communistisch bewind, de miljoenen mensen die naar o.a. Pakistan en Iran vluchtten, de bemoeienis van o.m.Amerika, de Taliban, kortom de laatste dertig woelige, politiek wisselende jaren (tot aan 2003). Hosseini was in 2006 afgezant van de de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN. Hij schreef in heldere taal een prachtige roman die ontroert en -hopelijk terecht- een beetje hoop laat gloren. Vrij kleine druk, paperback.
Streven naar succes, zoals zelfhulpgidsen en managementgoeroes aanraden, is levensgevaarlijk! Je bereikt het ultieme doel toch nooit, en dat leidt tot ontevredenheid, frustratie, gevoelens van onbehagen en minderwaardigheid, kortom: stress. En een burn-out is nog het minste wat stress met je lichaam doet. Dit unieke en baanbrekende boek biedt een totaal nieuw perspectief: streef naar minder succes, in plaats van meer. Dat is makkelijker, rustiger en veel verstandiger. Niet alleen voorkom je stress en verbeter je je humeur, je zult ook beter functioneren, meer waardering krijgen van je omgeving en beter slapen. Durf je het niet te geloven? Zit je ingebakken arbeidsmoraal je in de weg? Weet je niet hoe het moet? Lees vandaag nog dit boek!
NBD|Biblion recensie:
Een brochureachtige uitgave in de reeks onthaastingsliteratuur ('slow on!') die vanuit Amerika naar Europa overwaait. Het boek is geschreven door een arts die duidelijk het licht heeft gezien. Onthaasten is in dit geval te lezen als minder presteren. Gesproken wordt dan ook van de 'minderpresteerder'. De kern van het verhaal is dat die ook gelukkig kan zijn... De in blauwe letter gezette tekst is gelardeerd met wijsheden - als illustratie in een paginagrote lamp gezet: 'Presteren is een verslaving.' 'Controle is een illusie.' 'Goed genoeg is goed genoeg.' 'Als iets de moeite waard is om te doen, is het de moeite waard om het maar half te doen.' En: 'Ook lelijke mensen hebben fijne seks.' Dat u het maar weet! Een oproep tot middelmatigheid, uitgekauwd in een tiental korte hoofdstukjes, met als hoofdmoot vele leefregels voor de minderpresteerder. Acht 'blanco bladzijden' besluiten deze uitgave.
Geen inspecteur Wallander en geen Ystad in deze nieuwe misdaadroman van Mankell. Maar daarom niet getreurd, de hoofdpersoon in dit op zichzelf staande verhaal, Stefan Lindman, is zeker ook een interessante persoonlijkheid. Lindman is een 37-jarige politieman, die net gehoord heeft dat hij kanker aan zijn tong heeft, met ziekteverlof is en wacht op zijn chemokuur. In een krant leest hij over zijn voormalige collega Herbert Molin, vermoord teruggevonden in zijn afgelegen huis in de bossen in Harjedalen (noord-centraal Zweden, waar Mankell opgroeide). Lindman, die afleiding zoekt van zijn ziekte en komende chemokuur, gaat op onderzoek uit. Er zijn weinig sporen, wel bloedige voetstappen in Molins huiskamer die lijken alsof er een tango is gedanst. De moord blijkt te maken te hebben met oude en nieuwe nazi activiteiten. Een uitstekende psychologische misdaadroman, een echte Mankell, doordrenkt van noordelijke melancholie, met een mooie raadselachtige moord, veel aandacht voor het priveleven van de hoofdpersoon, het motief, de plot en de andere personages, en een sfeervolle, Zweedse achtergrond. Topklasse. Bekroond met de Mystery Ink's Gumshoe award for Best European Crime Novel 2004. Zie ook: www.inspector-wallander.org. Kleine druk.
Ana, de dochter van politieke vluchtelingen uit Argentinie, is opgegroeid in Parijs en heeft haar Argentijnse roots bewust naar de achtergrond verdrongen. De enige link met haar vaderland is haar passie voor de tango. Op een dag ontmoet ze Luis die een film wil maken over de ontstaansgeschiedenis van de tango, gebaseerd op het leven van hun (over)grootouders. Hierdoor gedreven raakt Ana gefascineerd door het verleden van haar familie en uiteindelijk ook door Argentinie anno 2001. Tegen deze achtergrond krijgt de lezer een beeld van de klassentegenstellingen in de Argentijnse samenleving aan het begin en het eind van de 20e eeuw, de 'vuile oorlog' in de jaren '70 en de financiele crisis van 2001. Elsa Osorio brak in 2000 door met de roman 'Luz'. Haar stijl doet denken aan Isabel Allende: meeslepende familiesaga's met veel personages en gezichtspunten. Hierdoor kost het moeite om erin te komen, maar de doorzetter wordt beloond, al had het verhaal aan kracht gewonnen als de schrijver minder had uitgeweid over (de begindagen van) de tango (in het Spaans heet het boek dan ook De tangohemel). Kleine druk.
'Boeken om naar te kijken' zet kunst- en erfgoedbibliotheken in het zonnetje
Boeken om naar te kijken biedt het publiek de kans kennis te maken met 20 kunst- en erfgoedbibliotheken uit Gent. Veelal unieke plekken met verrassende collecties. Soms zijn ze niet toegankelijk voor het brede publiek. In de centrale tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten worden alle bibliotheken voorgesteld via tien bijzondere stukken gekozen door de curatoren Gert Dooreman en Gerda Dendooven. Een niet te missen evenement voor elke liefhebber van mooie boeken.
Tentoonstelling: Gentse Boekerijen (21 maart - 21 juni 2009) in het Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, B-9000 Gent. Open van dinsdag t.e.m. zondag, van 10u00 tot 18u00. Gratis toegankelijk. Curatoren zijn de boekenmakers Gerda Dendooven en Gert Dooreman. Zij bezochten twintig 'Gentse Boekerijen' en kozen uit deze collecties de getoonde exemplaren. De curatoren selecteerden de tentoongestelde werken door in alle 'boekerijen' op zoek te gaan naar 'bijzondere' publicaties in alle betekenissen van het woord. Gevaarlijke, grappige, of beschadigde, gezeefdrukte, handgeschilderde boeken, exemplaren met prenten of gravures, hele kleine boekjes of juist hele grote, verbrande of verboden boeken, sommige met privé-aantekeningen, maar allemaal visueel en grafisch sterk. De curatoren beperkten zich evenmin tot boeken alleen. Jaargangen van tijdschriften of losse tijdschriftnummers, indrukwekkend omwille van hun vorm ofinhoud kwamen ook in aanmerking. Kortom, deze tentoonstelling bestaat uit de meest vreemdsoortige publicaties die de curatoren in de 'boekerijen' aantroffen. Daarnaast toont 'Gentse Boekerijen' ook bibliotheekcuriosa, rariteiten of specifieke zaken die iets met bibliotheken te maken hebben.
Parcours langs de Gentse kunst- en erfgoedbibliothekenvan21 tot 29 maart 2009. Elke instelling zal de eigen collectie toelichten en een deel van haar specifieke bezit tentoonstellen. Op de verschillende locaties is het zelfs mogelijk een kijkje te nemen achter de schermen en zo te grasduinen in de wereld van het kunstige boek. Gedurende een hele week wordt Gent een netwerk van bibliotheken en een web van kunstboeken. Ontdek de bibliotheken en hun collectie aan de hand van de gratis brochure met plattegrond. Verkrijgbaar in het MSK en de deelnemend instellingen. Alle bibliotheken zijn gratis toegankelijk.
Ooit genoten van zijn boek 't bolleke... In de Gentse bibliotheek haalde men oude boeken uit het magazijn en zette Cyriel in de kijker... ElsElisa greep enkele van deze boeken mee...
Zonet uitgelezen: Stemmingen (1929) Nog aan het lezen in: Dierenliefde (1928) Nog wachtend in mijn boekenrek: De twee pony's (s.d.)
Enkele links: Cyriel Buysse Genootschap Literair Gent over Cyriel Buysse Bibliotheek Gent 2009 Feestjaar in Nevele: 150 jaar Cyriel Buysse In 2009 is het 150 geleden dat schrijver Cyriel Buysse geboren werd. In zijn geboortedorp Nevele laten ze dat niet zomaar voorbij gaan. Dit jaar worden allerlei activiteiten georganiseerd om de schrijver in de bloemetjes te zetten. Je kan dit jaar in Nevele terecht voor Buysse-wandelingen, lezingen, tentoonstellingen, koetsentochten, een bloementapijt, een historische maaltijd en veel meer. Er verschijnen ook enkele nieuwe publicaties naar aanleiding van het feestjaar en er komt een actueel kunstwerk dat de schrijver moet symboliseren op de Markt in Nevele.
Uitgelezen: De Spaanse strijkstok./ Andromeda Romano
De Spaanse strijkstok is het verhaal van de cellist Feliu Delargo, wiens leven en carrière samenvalt met de afbrokkeling van Spanje, ooit een wereldmacht met een rijke historie, nu - in de eerste helft van de twintigste eeuw - een land dat in brokstukken uiteenvalt.
Feliu is een groot cellotalent van eenvoudige komaf. Hij mag komen wonen en werken aan het Spaanse hof, alwaar hij bevriend raakt met de beroemde en excentrieke pianist Justo Al-Cerraz. Samen zullen ze artistieke hoogtepunten en persoonlijke dieptepunten beleven, verbonden door hun liefde voor muziek, verdeeld door de Spaanse Burgeroorlog. Maar wanneer de burgeroorlog overgaat in de Tweede Wereldoorlog, zal hun gemeenschappelijke liefde voor de jonge violiste Aviva hen dwingen tot een laatste, gevaarlijke, samenwerking.
De Spaanse strijkstok is een roman waarin de harde werkelijkheid het decor vormt voor het verhaal van Delargo. Hitler en Franco, Federico Garcia Lorca en Varian Fry, koningin Ena en koning Alfonso, allen verschijnen op het toneel. Picasso schildert Guernica en de anarchisten bombarderen het Liceu in Barcelona. Echter dwars door alle oorlogen en geweld klinkt de muziek, even verscheurend als ontroerend.
Op de klanken van Bach en Beethoven wordt de lezer meegesleurd naar het Spanje van voor de Tweede Wereldoorlog, naar paleizen en concertzalen, naar Madrid en Barcelona. De Spaanse strijkstok is een roman die begint als een adagio en eindigt in een presto maestoso.
NBD|Biblion recensie:
Dit is de eerste roman van de in Alaska woonachtige reisjournaliste Andromeda Romano. Het is het levensverhaal van de Catalaanse cellist Feliu delargo, waarvoor de schrijfster het levensverhaal van de wereldberoemde cellist Pablo Casals als uitgangspunt heeft genomen. Ook het personage Justo Al-Cerraz - Delargo's vaste muzikale partner - is losje gebaseerd op een beroemd musicus: de pianist Isaac Albeniz. De roman speelt zich af in een roerige periode van de Spaanse geschiedenis: 1892-1940. Het is de tijd waarin Spanje na het verlies van zijn laatste koloniën (1898) een culturele opbloei doormaakte, maar ook de tijd waarin de politieke instabiliteit ten slotte uitmondde in de Burgeroorlog (1936-1939). Veel van de hoofdrolspelers uit deze woelige periode kruisen het pad van Delargo: Manuel de Falla, Picasso, Garcia Lorca en zelfs Franco. Het hoeft dus niet te verbazen dat een van de belangrijkste thema's de verhouding tussen politiek en muziek is. Daarnaast is er veel aandacht voor de muziek zelf. En zoals het betaamt in een breed opgezette, licht verteerbare roman als deze ontbreekt ook het thema van de onmogelijke liefde hier niet. Kleine druk.
Indringende roman over een geroofde baby in Argentinië
Wanneer Luz op haar twintigste een baby krijgt, weet ze het zeker: haar moeder, waar ze zo slecht mee kan opschieten, is haar echte moeder niet. Kleine vingerwijzingen uit het verleden brengen haar ertoe een speurtocht aan te vangen, beginnende bij de 'grootmoeders van de Plaza de Mayo'. Zo komt ze er tot haar verbijstering achter dat haar vader, Carlos Squirru, nog in Spanje moet leven. Ze spoort hem op in Madrid en daar vertelt ze hem het verhaal van Liliana, van Mirjam en de Bruut, van Eduardo en Mariana, van Dolorez en van de baby Luz. Een zeer indringend verhaal, dat op spannende wijze wordt verteld. De belangrijkste verhalen gaan over Miriam, een meisje uit de provincie dat in de luxe prostitutie terecht kwam en met een militair, de Bruut, gaat samenwonen, over Eduardo, de man die Luz als vader heeft opgevoed tot haar zevende levensjaar, over Dolorez, een oude vriendin van Eduardo, wiens broer met zijn toenmalige hoogzwangere verloofde tot de vermisten behoort en wiens baby ook vermist is, en uiteindelijk het verhaal van Luz zelf.De verhalen, die door elkaar worden verteld, ontrafelen langzaam maar zeker een drama, niet alleen dat van Luz, maar ook dat van Mirjam en Eduardo. Hoewel we het einde al weten, blijft het verhaal zich in spanning opbouwen, juist omdat ze de karakters van de hoofdpersonen zo goed weet uit te bouwen.Terwijl Luz vertelt, geven zowel Luz als Carlos commentaar, wat het verhaal nog dramatischer maakt, omdat Luz in het begin kwaad op Carlos is: waarom heeft hij haar nooit gezocht? En ook Carlos kan zich kwaad maken over mensen die Luz' geschiedenis hebben bepaald. Maar Luz verdedigt Mirjam en Eduardo. Niet iedereen was door en door slecht en zij heeft echt van hen gehouden.Dit is niet alleen het verhaal van Luz. Het is het verhaal van Argentijnen die wakker werden geschud door verhalen over de slechtheid van hun helden, de militairen die de communisten dachten te verdrijven. Het is het verhaal van een verscheurd land dat leefde in angst en terreur. Het is het verhaal van baby's die door de militairen werden gekaapt en nu worden opgespoord door de 'grootmoeders'.De Argentijnse schrijfster, die sinds 1994 in Madrid woont, heeft speciaal voor een kind gekozen dat niet gezocht werd: 'een kind zonder stem'; er was geen familie, geen grootmoeder of ouders die dachten dat ze nog in leven was, dus die niet naar het kind op zoek gingen. De meeste 'vermiste kinderen' worden opgespoord door familie en komen terecht bij organisaties zoals de 'grootmoeders van de Plaza de Mayo'. Maar hoeveel kinderen zullen er nog zijn die van niets weten?Elsa Osorio heeft al een fors aantal publicaties op haar naam staan. Zowel boeken, film- en tv-scenario's als diverse artikelen. Dit boek kwam in 1998 in Barcelona uit onder de titel "A veinte años, Luz". Dit zo grote Argentijnse verdriet heeft ze op een zeer boeiende manier weten neer te zetten in een mooi, spannend boek. Niet alleen de grootmoeders zullen hun kleinkinderen niet vergeten, ook de lezers van dit boek zullen er even bij moeten stilstaan hoe een rampzalig verleden nog door kan werken in onze huidige maatschappij.
De vliegeraar van Kabul is een teder en tegelijkertijd ongekend spannend boek over lotsverbondenheid en de prijs van leugens en verraad. Het is het sprankelende debuut van Khaled Hosseini, in Afghanistan opgegroeid en in 1980 geëmigreerd naar de Verenigde Staten.
'Een onvergetelijk verhaal dat je nog jaren bijblijft. Het bevat alle grote thema's van de literatuur en het leven: liefde, eer, schuld en verlossing.' Isabel Allende
Inhoud: Amir en Hassan zijn gevoed door dezelfde min en groeien samen op in de hoofdstad van Afghanistan. Als blijk van hun verbondenheid kerft Amir hun namen in een granaatappelboom: ‘Amir en Hassan, de sultans van Kabul’. Maar sultans zijn ze alleen in hun fantasie, want Amir hoort tot de bevoorrechte bevolkingsgroep en Hassan en zijn vader zijn arme Hazaren, in dienst van Amirs vader. Bij de jaarlijkse vliegerwedstrijd in Kabul is Amir de vliegeraar, degene die het touw van de vlieger in handen heeft. Hassan is zijn hulpje, de vliegervanger. ‘Voor jou doe ik alles!’ roept Hassan hem toe voordat hij wegrent om de vallende vlieger uit de lucht op te vangen. Die grenzeloze loyaliteit is niet wederzijds. Wanneer er iets vreselijks gebeurt met Hassan verraadt hij zijn trouwe metgezel. Na de Russische inval vluchten Amir en zijn vader naar de Verenigde Staten. Amir bouwt er een nieuw bestaan op, maar hij slaagt er niet in Hassan te vergeten. De ontdekking van een schokkend familiegeheim voert hem uiteindelijk terug naar Afghanistan, dat inmiddels door de Taliban is bezet. Daar wordt Amir geconfronteerd met spoken uit zijn verleden. Zijn voornemen om zijn oude schuld jegens Hassan in te lossen sleept hem tegen wil en dank mee in een huiveringwekkend avontuur.
Auteursinformatie: Khaled Hosseini is geboren en getogen in Kabul, als zoon van een diplomaat wiens gezin in 1980 na de Russische inval naar de Verenigde Staten emigreerde. Hij is nu werkzaam als arts in noord-Californië. Hosseini publiceerde diverse korte verhalen, die werden genomineerd voor de Pushcart Prize. De vliegeraar van Kabul is zijn eerste roman, die meteen zijn internationale doorbraak inluidde.
"Mijn hart is vandaag alweer enige keren gestorven, het is ook alweer opgestaan. Ik neem van minuut tot minuut afscheid en voel me los van al het uiterlijke. Ik snijd de touwen door die me nog gebonden houden, ik haal alles binnenboord, waarmee ik meen de reis te moeten aanvaarden. Ik zit nu aan een stille gracht, m'n benen hangen neer langs de stenen wallekant en ik vraag me af of m'n hart niet eens zo vermoeid en versleten zal zijn, dat het niet meer als een vrije vogel zal gaan waar het wil."
"Ik weet dat zij die haten, daar hun gegronde redenen voor hebben. Maar waarom zouden we steeds weer de gemakkelijkste en de goedkoopste weg moeten kiezen? Ik heb daar zo sterk ervaren hoe iedere atoom haat, aan deze wereld toegevoegd, haar onherbergzamer maakt dan zij al is."
"Zoals die barak daar soms 's nachts lag onder die maan, gemaakt uit zilver en uit eeuwigheid: als een stukje speelgoed, ontgleden aan Gods verstrooide hand"
"Ondanks alles is dit leven mooi en zinrijk."
Fragmenten uit Het denkende hart van de barak. Brieven van Etty Hillesum. Een boek met brieven die Etty Hillesum, inwoonster van Westerbork, barak 41, in de jaren 1942 en 1943 schreef aan vrienden en kennissen. Westerbork was een doorgangskamp, het laatste station in Nederland voor de deportatie van de joden naar Polen. Zij was een onvermoeibare vrouw met een zeer grote menslievendheid en een zéér sterke mentale kracht. Vanuit een zeer scherp observatievermogen beschrijft zij het beklemmende bestaan van een tot ondergang gedoemde gemeenschap van uiteenlopende sociale groepen en individuen in sobere bewoordingen. Het is bijna niet te vatten hoe zij haar zin voor het leven en geloof in de mens blijft behouden ondanks de uiterst mensonwaardige levensomstandigheden in het kamp. Een boek met dagboekaantekeningen van Etty Hillesum dat ik vroeger heb gelezen, heeft mij indertijd ook erg aangegrepen. En steeds weer die positief ingestelde visie... ondanks alles... krachtig (het doet mij ook denken aan een ander sterk boek: Een verblindende afwezigheid van licht./ Tahar Ben Jelloun)
Ook opmerkelijk, een bewaarde briefkaart dat ze op 07-09-1943 uit de trein gegooid heeft en dat blijkbaar door boeren gevonden werd en op 15-09-1943 op de post gedaan... Wonderlijk!
Als de schilderes Eva Magnus en haar dochtertje Emma langs een rivier wandelen en het lichaam van een man in het water aantreffen, krijgt het leven van de alleenstaande moeder een tragische wending. Want alle sporen van deze moord en die op de prostituee Maja, enkele dagen eerder, leiden naar Eva. De manier waarop ze geprobeerd heeft haar geldzorgen te verlichten, dreigt haar leven te verwoesten.
Sedert 1974 schrijft de Noorse auteur (1954) gedichten en verhalen. Een internationale doorbraak kwam met deze debuut-misdaadroman, met rechercheur Sejer in de hoofdrol. Hij is van middelbare leeftijd, een rechtlijnig type met sociale inslag. Het verhaal speelt in een klein stadje ergens in het Zuid-Noorse Vestvold. Daar leeft de gescheiden en weinig succesvolle kunstenares Eva. Een verrassende ontmoeting met haar nu als prostituee werkende jeugdvriendin Maja heeft verstrekkende gevolgen voor haar. Wat weet zij van de moord op Maja en de arbeider Egil? Wat heeft Eva te zoeken in het zomerhuisje aan de rand van de Hardangervidda? Hoe kan zij opeens haar rekeningen betalen? Rechercheur Sejer legt verbindingen, waardoor het tot een onverwachte en zeer tragische ontknoping komt. In dit goed gecomponeerde verhaal wordt in heldere taal de spanning opgebouwd die de lezer in de greep houdt! Er zijn echter ook zwakheden in opbouw en uitwerking van de karakters. Inmiddels heeft de schrijfster meer greep op het genre gekregen en behoort ze tot de bekende vrouwelijke Noorse misdaadauteurs.
Net uitgelezen: deel 7 van de manga-strip-reeks "Boeddha" van Osamu Tezuka. Nu uitkijken naar de komst van deel 8 in de bib.
Deze strip gaat over het leven en lijden van Boeddha, helder maar soms sterk uitvergroot en simplistisch. Tezuka brengt het verhaal met veel humor, menselijke emoties en grappige anachronismen. Serieuze en grappige momenten wisselen elkaar af. Ook in de tekenstijl worden realistisch getekende scènes (prachtige natuurbeelden) gevolgd door heel karikaturale en cartooneske momenten. Knap getekend en meeslepend! Elk deel beslaat zo’n 400 bladzijden, maar je vliegt werkelijk door het boek heen. Het is ongelofelijk vlot verteld. Alle figuren (en het zijn er heel wat) zijn vrij goed uitgewerkt en zijn stuk voor stuk interessant. Daarnaast acteren ze schitterend; bijna letterlijk;o) Ze 'acteren' in de strip en de striptekenaar verschijnt ook heel af en toe in beeld.
EE
Boeddha
Boeddha --op historische leest geschoeide literaire fantasy in stripvorm met een bijzonder sterke spirituele lading, gepresenteerd op graphic novel-formaat, dus in boekvorm.
Alle leven is heilig, zo luidde het levensmotto van de manga-meester Osamu Tezuka (1928-1989), de ongekroonde peetvadervan de Japanse graphic novel. In Japan geniet Tezuka al decennialang een status - hoewel de verschillen in oeuvre groot zijn - die overeenkomt met die van Walt Disney in de V.S.
In de kern vertelt Tezuka in het achtdelige Boeddha het verhaal van de jonge Siddhartha, wiens spirituele pad hem transformeerde tot Boeddha. Daartoe schiep Tezuka met zijn onovertroffen fantasie en de voor hem zo typische mengeling van weemoed en sarcasme, traan en glimlach, een uitgebreide castaan handelende personages.
Tijdens hun queeste door de grote boze wereld ontdekken ze dat alles met alles te maken heeft en niets rechtlijnig verloopt. Eén ding hebben ze tijdens hun individuele avonturen gemeen, allemaal getuigen ze van verzet tegen bestaande cultuurpatronen, tegen religieuze en politieke onderdrukking, en andere uitwassen van de menselijke natuur.
Een rij auto´s staat te wachten voor een rood stoplicht. Als het licht eindelijk op groen springt, trekt de eerste auto niet op, tot groeiend ongenoegen van de automobilisten erachter. Als ze het portier opentrekken, treffen ze een wanhopige bestuurder aan, die alleen maar kan uitbrengen dat hij van het ene moment op het andere blind is geworden.
NBD|Biblion recensie:
Een heel land wordt opeens getroffen door een besmettelijke blindheid. De blinden worden allemaal bijeengebracht in een oud gebouw. Ze worden daar streng bewaakt door leger en regering, maar op den duur worden ook dezen blind. Degeneratie zet in en de wereld verandert in een zelfzuchtige strijd op leven en dood, in een hel. Op het eind kunnen de blinden weer zien. Saramago (1922, Nobelprijs 1998) is een van de belangrijkste hedendaagse schrijvers van Portugal. De stijl is zakelijk, helder en onpartijdig: een essay in romanvorm over de wreedheid en de slechtheid van de mens, in een prachtige vertaling. Het is een roman die op voortreffelijke en pijnlijke wijze laat zien hoe de mens onder bepaalde omstandigheden kan degenereren tot een egoistisch monster. Angstaanjagend om te lezen hoe de mens zo dubbelblind kan zijn. Gebonden; vrij kleine druk.
Het is een verschrikkelijk, afschrikwekkend, verhaal. Ik wou het boek vroeger al lezen, maar het kwam er nooit van. Onlangs heb ik gezien dat het boek verfilmd is en de film momenteel in de cinema's loopt. Het lezen van het verhaal geeft al genoeg wrede beelden in m'n hoofd zodat ik ze niet nog eens op een scherm hoef te zien. Een klein lichtpuntje toch, 1 moedige vrouw, een ziende vrouw tussen de blinden... letterlijk (en figuurlijk). Rondom haar vormt zich een groepje dat menswaardig probeert te blijven. Het zijn de ogen die het verschil tussen goed en kwaad zien en als noodzakelijke voorwaarde dient voor ‘het goede’. Een boek met een grote symbolische geladenheid. Het leest als een spannende thriller en ik heb hem in één stuk door uitgelezen op een namidag en avond! Nochthans was het af en toe wennen aan de schrijfstijl. Veel zinnen zonder punten, gescheiden door komma's. Sommige passages beetje overbodig of te uitweidend.
De onnozele hals vertelt de geschiedenis van het goede en eerlijke jongetje Gribouille in een slechte wereld. Hij zou geheel ten onder zijn gegaan zonder de hulp van de goede feeën, die hem in zijn drang om de wereld te verbeteren zo goed mogelijk terzijde staan. Met de hulp van bloemen uit het feeënrijk brengt hij weer liefde in de harten van de mensen, maar dat is niet genoeg. Gribouille moet grotere offers brengen om de wereld te redden.
NBD|Biblion recensie:
De Franse schrijfster George Sand (1804-1876) koos, na een aantal romans die gebaseerd waren op haar veelbewogen liefdesleven, vanaf 1840 voor een soort tendensroman waarin solidariteit tussen de klassen, feminisme, landverdeling en pacifisme centraal stonden. Veel van die laatste romans doen nu enigszins gedateerd aan, maar waar ze diezelfde thematiek verpakte in een sprookje als 'De onnozele hals' boeit ze nog steeds. De jeugdige hoofdpersoon Gribouille die in naiviteit en wijsheid het midden houdt tussen Candide van Voltaire en Le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupery, raakt verwikkeld in een strijd tussen de Hommelkoning en de Feeenkoningin die het Kwade en het Goede symboliseren. Na veel wederwaardigheden waaruit evenzovele wijze lessen werden getrokken zal hij zich als een soort Jezus opofferen om voor het mensdom een universele en blijvende vrede te veroveren. Het verhaal is door de poetische, beeldende stijl nog heel aandoenlijk, al zal de boodschap heden ten dage als iets te idealistisch of zelfs naief worden ervaren. Met veel kleine zwartwitillustraties. Gebonden uitgave op pocketformaat; kleine druk.
Boeddhisme voor beginners omvat de meest fundamentele vragen en onderwerpen die opkomen bij de hedendaagse westerling, voor wie met deze traditie van praktische spiritualiteit kennis maakt. Menselijkheid en een helder taalgebruik zijn de kenmerken van dit boek. Het geeft een beeld van de boeddhistische benadering van fundamentele kwesties en voorbeelden uit het dagelijks leven. Kunchab Publications
De ontsproten Picasso. Reizen door kunst en tijd./ Bianca Stigter
Arie Storm schreef onderstaande recensie over De onstproten Picasso.
Kan die mooie Maria niet eens een stapje opzij doen? over: Bianca Stigter, De ontsproten Picasso. Reizen door kunst en tijd
"Bianca Stigter kende ik al van haar stukken in NRC Handelsblad. En van onder meer haar boek De bezette stad. Plattegrond van Amsterdam 1940-1945. Er is nu een nieuw boek van haar: De ontsproten Picasso. Verschillende stukken die erin staan, verschenen eerder in de NRC. Maar alles is nu in chronologische volgorde en een nieuwe context geplaatst. De ontsproten Picasso begint met een stuk over Venusbeeldjes uit de prehistorie en eindigt met een beschouwing over - inderdaad - Picasso.
Binnen de afzonderlijke essays reist Stigter ook weer door de tijd. Van de landschappen zoals ze door Constable (1776-1837) zijn geschilderd, gaan we naar diezelfde landschappen zoals die nu in Engeland te vinden zijn; van de in de eerste eeuw van onze jaartelling spelende gruwelfilm The Passion of the Christ van Mel Gibson trekken we naar de Middeleeuwen van Huizinga en zijn Herfsttij; en van een portret uit 1433 reizen we nog verder terug, we staan even stil bij schedels die zo'n 10.000 jaar geleden misschien als kunstobjecten werden beschouwd. Je wordt in elk stuk wel op de een of andere manier geprikkeld of uitgedaagd.
Ja, wat een leuk boek is dit, De ontsproten Picasso! Leuk is een woord dat je misschien niet meteen wilt plakken op een boek waarin gereisd wordt door kunst en tijd. Maar het is niet anders, ik heb ervan genoten.
Bianca Stigter is een geweldige gids, overal, niet alleen in het museum, maar ook in de natuur, in de bioscoop en op het internet. Opgewekt wijst ze ons op de boeiende en mooie zaken die daar te vinden zijn.
Ze zou ons nog wel meer willen laten zien.
In een stuk over hoofd- en bijzaken op middeleeuwse miniaturen, getiteld 'Madeliefjes en engelen', bekent ze dat het haar soms hindert dat de meeste voorstellingen religieus zijn: 'Kan Maria in haar blauwe mantel - van het mooiste blauw, dat wel - niet eens een stapje opzij doen, kunnen al die heiligen in hun wijde gewaden niet voor een keer met de achtergrond genoegen nemen? Nu benemen ze het zicht op de Vlaamse werkelijkheid, waar de miniaturisten zulke veelbelovende glimpen van tonen.'
Dit is een voorbeeld van een prikkelende gedachte. Je hoort namelijk wel eens zeggen dat religie, wat je er verder ook van vindt, toch in elk geval prachtige kunst heeft opgeleverd. Maar dat is eenvoudigweg niet waar. Hoeveel prachtiger was alles uit het verleden geweest zónder die vermaledijde religie! Religie is een remmende factor geweest. Zonder religie hadden we pas echt goed kunnen kijken.
Gelukkig is er desondanks toch het nodige moois ontstaan. En Bianca Stigter schrijft daar schitterend over. Zoals bijvoorbeeld in een stuk over Jan van Eyk. Ze merkt over hem op dat hij schildert alsof 'goud goud is'. Dat vind ik al mooi geformuleerd, maar daar laat ze nog mooier meteen op volgen: 'Het is verf.' En dan komt er weer zo'n treffende, puntige gedachte: 'Van Eyk was niet de eerste die olieverf gebruikte, maar wel een van de eersten. Hij was ook meteen een van de besten, en eigenlijk is hij dat nog steeds. Dat feit zet kunst meteen apart van alle andere dingen waar mensen goed in kunnen zijn. Het is alsof er na Jaap Eden nooit meer iemand sneller geschaatst heeft.'
Inderdaad: hoezo vooruitgang in de kunst?
't Is meteen ook een ontroerend idee. Jan van Eyk staat in bepaalde opzichten dichter bij ons dan sportlui uit het verleden. Wat hij heeft gemaakt, is niet alleen in relatieve zin knap, maar tevens in absolute zin. In bepaalde opzichten is de kwaliteit van de kunst in onze tijd misschien zelfs wel veel lager aan te slaan. In elk geval valt die negatieve ontwikkeling, vind ik, in de literaire kunst aan te wijzen.
Maar laat ik nu niet alsnog gaan somberen. Dat verdient Bianca Stigter niet. Want haar boek lezen is als een duik nemen in een doos gevuld met bonbons. En door die slimme opbouw - waardoor je dóór blijft reizen in de tijd - en daarnaast door het feit dat er heel veel slimme gedachten in staan, word je uiteindelijk toch niet misselijk. Je wordt door dit boek juist kwiek en alert. Op een heerlijke manier zet het je aan tot kijken, genieten én denken."
(Deze recensie stond eerder - enigszins ingekort - in NRC Handelsblad van 18-4-2008)
Geciteerd uit: Website Uitgeverij Contact (volg de link achter de foto nnar de bron)
Een beklijvend boek. Met hoopvolle verhalen maar toch eerder verontrustend, gemengde gevoelens oproepend tegenover (de?) Islam - moslims - en godsdiensten in 't algemeen.
Het juryrapport van 'Bob den Uyl Prijs' over De Koranroute van Rudi Rotthier:
"In december 2001, drie maanden na 11 september, ging Rudi Rotthier voor het Vlaamse dagblad De Morgen op pad om de stemming te peilen in diverse islamitische staten in Afrika, het Midden Oosten en Azië. In De koranroute bereist Rudi Rotthier gedurende dertien maanden een lange reeks moslimlanden. Talloze ontmoetingen met uiteenlopende gesprekspartners leiden tot de conclusie dat de islamitische wereld zich in een staat van crisis bevindt. Rotthier schreef een uiterst actueel, toegankelijk, bij vlagen ontroerend maar toch vooral verontrustend boek.
De jury is zeer gecharmeerd van de wijze waarop de auteur personen en situaties in de door hem bezochte landen onbevangen tegemoet treedt, namelijk zonder vooropgezet doel, en ontvankelijk is voor alle mogelijke indrukken. Rotthiers stijl is zuiver, onopgesmukt en in al zijn eenvoud zeer doeltreffend.
Hij ontmoet extremistische sheiks in Egypte, tot op het bot verveelde rijkeluiszoontjes in Saoedi-Arabië en gefrusteerde feministische studentes in Iran. Haast sluipenderwijs, aan de hand van Þjnzinnige maar soms ook schokkende observaties, bekruipt de lezer het onbehaaglijke gevoel dat de huidige spanningen tussen moslims en de westerse wereld onoplosbaar zijn. Nergens ergert Rotthier de lezer door vooringenomenheid, integendeel, gaandeweg krijg je bewondering voor zijn inlevingsvermogen.
Toch voelt de lezer hoe de auteur naarmate het boek vordert zijn geduld begint te verliezen. Zijn aanvankelijke sympathie met de onderdrukte Palestijnen maakt tot zijn eigen verbazing langzaam plaats voor begrip voor de Israëlische opstelling. Ergernis, ontroering, verbazing en plezier wisselen elkaar in snel tempo af bij het lezen van De koranroute, dat ondanks de grote omvang geen moment verveelt. Sterker nog, de reis had nog best mogen voortduren. We hadden Rotthier graag doorgestuurd richting Afghanistan, Turkije en Pakistan."
"Amerikaanse roman over een Victoriaans gezin en hun spoken."
Wie en waarom?
Er zijn weinig romans die de lezer na het uitlezen van het verhaal laat zitten met zoveel vragen. De Amerikaanse schrijver Arthur Phillips blijft gefascineerd door de vraag 'waar of niet waar'.
Deze keer neemt Phillips ons mee naar hartje Victoriaanse tijd, in Londen. Daar woont Constance, ooit een meisje dat werkte in een boekhandel, maar nu is getrouwd met Joseph Barton, een wetenschapper. Ze heeft een groot huis dat ze heeft kunnen volproppen met alles wat ze maar wilde. Maar is ze gelukkig? Blijkbaar niet. De gezondheid van haar vierjarig dochtertje Angelica baart haar zoveel zorgen dat ze al die jaren haar kind aan haar bed heeft gehouden, in de nachten dat het kind al lang in de kinderkamer had moeten slapen.
Het verhaal vangt aan met het decreet van Joseph dat Angelica eindelijk naar haar eigen kinderkamer moet verhuizen. Volgens de Victoriaanse regels kan Constance zich niet verzetten, tenslotte is Joseph de heer en meester van het huis. Maar ze verzet zich op haar manier, want zodra Angelica - die er zelf overigens geen problemen mee heeft eindelijk alleen te kunnen slapen - is verhuist, begint Constance vreemde dingen te zien, te horen en te ruiken. Zodat ze nu elke nacht in de kinderkamer doorbrengt, tot frustratie van haar man, die graag een vrouw in zijn bed wil zien.
Constance raakt er steeds vaster van overtuigd dat er spoken rondwaren in het huis die het voorzien hebben op Angelica. Wanneer ze Anne Montague ontmoet, een expert in het geesten verdrijven, begint ze ook te vermoeden dat haar man er de hand in heeft.
Maar spookt het nu wel of niet in het huis? Deze vraag wordt min of meer beantwoord wanneer in het volgende deel van het verhaal Anne Montague aan het woord komt over de gebeurtenissen. Als uitgerangeerde actrice probeert ze nu de dames van goede huizen te helpen met haar spiritistische gaven.
In het volgende deel moeten we ons de vraag stellen in hoeverre Joseph zo'n bullebak van een man was. Want dan komt hij zelf aan het woord met zijn versie over de gebeurtenissen. Houdt hij zijn zonden voor zich? Is het niet waar dat hij zijn dochtertje 's nachts bezoekt met snode plannen? In hoeverre eist hij van Constance dat zij haar taak als echtgenote vervult?
Tenslotte krijgen we ook nog Angelica aan het woord, die verklaart dat ze veel te jong was om alle gebeurtenissen in de juiste perspectieven te zien. Aan wie verklaart ze dit alles en waarom?
En zo is 'Angelica' een roman geworden, waar Arthur Phillips zich fantastisch in heeft kunnen uitleven op het verdoezelen van de waarheid. Want die is er eenvoudig gezegd niet. De gebeurtenissen worden door ieder persoon anders gezien en geïnterpreteerd, zodat er voor de lezer niets anders op zit dan de persoon te geloven die hem het beste ligt.
Arthur Phillips heeft zo zijn best gedaan om de Victoriaanse tijd tot leven te brengen in vooral de dialogen, dat dit er soms wel dik bovenop ligt. Maar dat is hem vergeven, want 'Angelica' is een spannnend psychologisch verhaal geworden, waar alleen maar één ding aan mankeert: hoe en waarom is Joseph Barton verdwenen?
ARTHUR PHILLIPS - ANGELICA (Angelica, vert. Servaas Goddijn), De Geus, 2007
Wat is echt en wat niet? Hoewel de boeken van J.M. Coetzee wat betreft onderwerp sterk van elkaar verschillen is dit een vraag die in zijn werken terug blijft komen.
Paul Rayment wordt op de fiets geschept door een auto en verliest zijn onderbeen en knie. Het verlies van zijn zelfstandigheid en van een 'normaal' uiterlijk vallen Paul zwaar. Hij is een langzame man geworden. Toch probeert de teruggetrokken, licht excentrieke zestiger zijn ongeluk te relativeren:
Natuurlijk is hij geen speciaal geval. Elke dag zijn er mensen die ledematen of het gebruik ervan verliezen. De geschiedenis wemelt van de eenarmige zeelieden en aan een rolstoel gekluisterde uitvinders: net als van blinde dichters en krankzinnige koningen.
Maar het mag niet baten. Hij is niet alleen zijn bewegingsvrijheid, maar ook zijn veerkracht kwijt:
Welnu, eerst zijn de ledematen krachteloos geworden, nu wordt ook zijn geest krachteloos. Zijn geest kan elk moment omvallen.
U beslist mee welk gedicht bekroond wordt met de 'Herman de Coninckprijs'! Een vakjury heeft vijf bundels van Vlaamse auteurs genomineerd die het afgelopen jaar verschenen zijn: 'Het huis augustus' van Guido De Bruyn, 'Omdat' van Roger M.J. de Neef, 'Iets' van Mark Insingel, 'Buitenland' van Miriam Van hee en 'Met de plezierboot mee' van Mark van Tongele. Elke dag leest Lisbeth Imbo, het nieuwe Terzakegezicht, één gedicht uit deze bundels. De acteur Warre Borgmans leidt het gedicht in en vertelt wat hem vooral getroffen heeft. Tot vrijdagnacht kan de kijker stemmen op canvas.be. Het winnende gedicht wordt op 31 januari als Gedichtendagposter gratis verspreid via de erkende boekhandel. De 'Herman de Coninckprijs' is een initiatief van Boek.be met de steun van de Provincie Antwerpen en de medewerking van Canvas, Radio 1 en De Standaaard. Uitzending: 'De 5 beste gedichten' van 21 t/m 25 januari aansluitend op Terzake en in de nachtlus.
van auteur Ross King is een spannend historisch verhaal:
over de geniale Brunelleschi, de ongelooflijke constructie van de befaamde koepel van Firenze, prachtig gesitueerd in de tijdsgeest van het 15de-eeuwse Firenze, de ontwikkelingen in de Renaissance, sociaal-maatschappelijk, politiek, stukje ingenieurs- en architectuurgeschiedenis. Ook een beetje het verhaal van de gewone metselaar, van houtsnijders, van de steenbakkers, het langzame proces van het steenbakken, de precieuze vormgeving van deze bakstenen, het delicate kappen en transporteren van marmerblokken... En ja, toch ook over enkele blunders van Brunelleschi (maar wie niet waagt niet wint) KNAP!
Inhoud Ross King vertelt in De koepel van Brunelleschi het verhaal van de getalenteerde goudsmid Filippo Brunelleschi, de ontwerper en bouwer van de koepel van de Santa Maria del Fiore, de kathedraal in Florence die al meer dan een eeuw in aanbouw was. Glashelder zet Ross King de technische problemen uiteen waarvoor de bouwers stonden, en vertelt hij over het dagelijks leven in het turbulente vijftiende-eeuwse Florence, waar de nieuwe wereld geboren werd te midden van pestepidemieën, oorlogen en politieke twisten. Maar bovenal is dit de geschiedenis van de briljante en eigenzinnige Filippo Brunelleschi, van zijn wedijver met mededingers, zijn ambitie en vindingrijkheid.
De koepel van de Dom in Florence is een legendarische icoon in de architectuurgeschiedenis. De maat, de verfijning, de elegantie en de vernuftigheid van het ontwerp blijven tot op de dag van vandaag bouwkundigen én kunstliefhebbers verbazen en bekoren. De schepper was Filippo Brunelleschi, een goudsmid met lef en visie die van de koepel zijn levenswerk maakte. (...) Wij zien de Renaissance als een periode van verfijning, de bakermat van de Hoge Kunst. Het tijdvak werd echter geteisterd door oorlogen, ziektes, stormen en, zoals uit het boek van Ross blijkt, kinnesinne tussen kunstenaars onderling. Brunelleschi was bijvoorbeeld in een constante strijd verwikkeld met Lorenzo Ghiberti, een collega-goudsmid die de beroemde Paradijsdeuren van het Baptisterium tegenover de Dom ontwierp. (...) Voor Ross is de competentiestrijd tussen Brunelleschi en Ghiberti een dankbare rode draad naast de feitelijke constructie van de koepel. Het is zeer interessant welke vooruitstrevende technieken Brunelleschi bedacht om te voorkomen dat voor de bouw van de hoge koepel een enorme houten stut-stellage hoefde te worden gemaakt. (...) Boven alles verhaalt 'De koepel van Brunelleschi' echter over de architectonische en technische vondsten van de kunstenaar. Hij is de eerste die een wiskundig bepaald perspectief op het platte vlak neerzette, hij verzon listige metselverbanden om de bakstenen koepel zo op te kunnen metselen dat deze niet in zou storten halverwege de bouw. Normaal gesproken blijft de constructie van een koepel stabiel, doordat de krachten van de naar binnen hellende delen in de top worden opgevangen. Maar voordat die top is bereikt moet het metselwerk ook overeind blijven. Normaal gesproken gebeurde dit met een houten stellage in de vorm van de koepel, waarop het metselwerk tijdens de bouw kon leunen, maar daarvoor was de koepel zowel te groot als te hoog. Met een ingenieus visgraatverband in het metselwerk en banden die op strategische plekken rond de koepel werden aangebracht wist Brunelleschi het probleem op te lossen.
Ross beschrijft dit alles tot in detail. Zo in detail zelfs, dat je soms flink je aandacht bij de tekst moet houden om de logica te snappen. Deze doorwrochte delen worden afgewisseld met meer anekdotische stukken over Brunelleschi's eigenaardigheden en beschrijvingen van de cultuur van de tijd. Zo is 'De koepel van Brunelleschi' deels een biografie van de koepel van de Dom, deels een biografie van Brunelleschi, deels een schelmenroman, deels een tijdsbeeld van Florence tussen grofweg 1400 en 1450 en deels een technisch handboek van constructietechnieken uit die tijd. Waar nodig springt Ross naar voorvallen uit het verre verleden (bijvoorbeeld de Grieken en Romeinen) of de toekomst, die relevant zijn voor gebeurtenissen rond de bouw van de koepel. Dit maakt van het boek een levendige historische roman.
The green mile, oorspronkelijk een boek van Stephen King (dewelke ik niet heb gelezen), is een prachtige film en wil ik hier eens onder de aandacht brengen. Zeer indrukwekkend, ontroerend, met gevoel voor humor, poëtisch, met aandacht voor menselijkheid, over innerlijke kracht, ... ook hard, over vooroordelen, vooringenomenheid, ... (groot zwak punt: overdrijving in tonen van bovennatuurlijk krachten van één van de gevangenen) Genomineerd voor 4 Oscars, o.a. voor 'Beste film'. Met in de hoofdrol Tom Hanks. Van de maker van 'The Shawshank Redemption", een veel beklijvender film, naar ik mij meen te herinneren.
Waarover gaat de film?
"Paul Edgecomb (Tom Hanks) is hoofdbewaarder van een gevangenis, waar alleen ter dood veroordeelde criminelen zitten. Zij lopen spreekwoordelijk hun laatste mijl over het groene linoleum, The Green Mile, naar de elektrische stoel. De nieuwe gevangene die wordt binnengebracht, John Coffey (Michael Clarke Duncan), is een enorm grote, zwarte man, die terechtstaat wegens verkrachting van en moord op twee jonge meisjes. Al gauw blijkt dat deze beer van een vent een zacht en vriendelijk karakter heeft. Als zich een aantal wonderlijke gebeurtenissen voordoet in de cel, begint Paul te twijfelen aan de schuld van John. Prachtig acteerwerk zorgt ervoor dat zelfs de grootste misdadiger iets humaans over zich krijgt. Tom Hanks schittert en ook Michael Clark Duncan staat zowel letterlijk als figuurlijk zijn mannetje."
In het weekeinde van 29 en 30 september 2007 vindt in Den Haag het poëziefestival Dichter aan huis plaats. Twee weken later op 13 en 14 oktober vindt het festival plaats in Gent. Tijdens het festival dragen 40 Nederlandse en Vlaamse dichters vijf keer per dag voor uit eigen werk in 40 Haagse en Gentse woonkamers en ateliers. De lezingen beginnen op het hele uur, de eerste om 13.00 uur, de laatste om 17.00 uur. De dichters lezen ongeveer 20 tot 25 minuten voor. Daarna is er gelegenheid om met de dichter van gedachten te wisselen. Elke bijeenkomst duurt maximaal 45 minuten waarna het publiek de gelegenheid heeft naar een volgende locatie te reizen. Zo gevarieerd als de locaties zijn, zo divers zijn ook de dichters; van hofjeswoning tot stadspaleis, van rap tot hermetische poëzie.
van Alain De Botton over de invloed van architectuur op de mens...
"Al eeuwen beweren de ideologen van diverse tradities, zoals het stoïcisme, christendom of boeddhisme, dat uiterlijk vertoon en materieel welzijn geen (authentiek) geluk opleveren. De nieuwe ster aan het filosofische firmament Alain de Botton gaat met “De architectuur van het geluk” radicaal tegen dat idee in. Niet dat de Botton opeens glamour, luxe en de Nacht van Exclusief gaat propageren. Wel lanceert hij de vrij onfilosofische, maar herkenbare idee dat een estethische, genietbare leefomgeving een structureel positieve impact op ons gemoed én leven kan hebben. De Botton etaleert, zoals gebruikelijk, zijn diepmenselijke inzichten aan de hand van licht verteerbare maar erg leuke anekdotes, dit keer over architectuur en de menselijke creativiteit. (...)"
Augusta's huis./ Majgull Axelsson Ooit was Augusta's huis de woning waar Augusta moeilijke, maar ook gelukkige jaren beleefde met haar man Isak. Een eeuw later is het huis nog altijd familiebezit en wordt het gebruikt als vakantiehuis. En soms ook als toevluchtsoord. Bijvoorbeeld door kleindochter Alice. Zij trekt zich in het huis terug om na te denken over het verzoek van haar jeugdvriend Kristian, die na tientallen jaren wil horen wat er van hun kind geworden is. Ook het zestienjarige 'achterachterkleinkind' Angelica vindt tijdelijk onderdak in Augusta's huis. Zij is op de vlucht voor haar stiefvader.
Axelsson vertelt in Augusta's huis niet alleen de levensverhalen van enkele vrouwen, maar schreef tegelijkertijd een kroniek van een eeuw sociale geschiedenis.
A university in Venezuela is using a novel method to take books into remote communities and encourage people to read. As James Ingham reports, the scheme is proving a great success.
Het huis was leeg en verlaten. De kou drong door tot in alle hoeken en gaten. In de badkuip had zich een dun vlies ijs gevormd. Zij had een blauwige tint gekregen. Zoals daar lag, vond hij haar net een princes. Een ijsprinces.
(Flaptekst "IJsprinces"./ Camilla Läckberg)
Héél mooi en vlot geschreven. Zoooo spannend dat je bijna niet anders kunt dan het zo vlug mogelijk uitlezen... Spannend tot de laatste minuut!
Aangrijpend en huiveringwekkend hoogstandje
Soms wekt de omslag van een boek een moeilijk definieerbare nieuwsgierigheid op. Je wordt aangetrokken tot iets en wilt naarstig op zoek gaan naar het waarom. Niet alleen oogt IJsprinses mysterieus, Camilla Läckberg (1974) heeft ook nog eens voor een benijdenswaardige inhoud gezorgd. De Zweedse schrijfster heeft in eigen land een ongekend succes behaald door een half miljoen boeken te verkopen. Ze werd in 2005 niet voor niets tot auteur van het jaar gekozen. De nog jonge ster laat zich leiden door haar verbluffend sterke fingerspitzengefühl.
IJsprinses speelt zich af in een kleine plaats aan de Zweedse westkust. Wanneer op een koude winterdag de klusjesman het afgelegen huis van Alexandra Carlgrens betreedt, krijgt hij de schrik van zijn leven. De vrouw ligt met doorgesneden polsen in bad en alles wijst in de richting van zelfmoord. Erica Falck is toevallig ter plekke. De oud-klasgenote en tevens jeugdvriendin van Alexandra start samen met Patrick Hedstrom van de politie een onderzoek. De patholoog-anatoom doet niet veel later een paar opmerkelijke ontdekkingen. Zo is het slachtoffer een slaapmiddel toegediend, zijn de snijwonden in de slagaders op minutieuze wijze aangebracht en blijkt dat Alexandra drie maanden zwanger was. Alles wijst nu in de richting van moord. Er lijkt een verband te bestaan met de verdwijning van een zoon uit een heel ander gezin. Alleen was dat een zaak die zich ergens in een grijs verleden afspeelde. Als vervolgens een vriend van Alexandra dood in zijn woning wordt aangetroffen zijn de kaarten opnieuw geschud. Maar ook nu weer blijft de vraag of er sprake is van moord of zelfmoord.
De thriller is met veel bezieling geschreven. Elk hoofdstuk is een aangrijpend en huiveringwekkend hoogstandje. De klasse van het verhaal is dat het geen moment verzwakt. Steeds weer komen er nieuwe feiten op tafel die je een stapje verder door de mysterieuze doolhof leiden. De meest vreemde onthullingen volgen elkaar in een jachtig tempo op. Niets is wat het lijkt en alles pakt nog beter uit dan de meest hoopvolle verwachtingen. Het decor wordt gevormd door een kil en afgelegen Zweeds stadje. Je proeft de winterse sfeer en maakt zelf deel uit van een kleine gemeenschap. Erica Falck en haar zus worden heel mooi als twee uitersten geschetst. Erica heeft verantwoordelijkheidsgevoel en is rechtvaardig. Haar zus is daarentegen onzeker en lijkt de grip op haar eigen leven totaal te zijn verloren. Erica stelt alles in het werk tot haar zus door te dringen. Je krijgt het idee dat de schrijfster zichzelf in Erica heeft verloren, wat tot gevolg heeft dat ze het karakter erg realistisch omschrijft. IJsprinses mag zich zonder twijfel meten met de beste speurdersromans. Rest slechts een piepklein minpuntje en dat is de reden waarom de hoofdverdachte zo gemakkelijk in hechtenis wordt genomen. Wijzigingen van tv-programma’s kun je ook in een vroeger stadium controleren. Het is de schrijfster vergeven.
Läckberg schrijft ingenieus, wat kortweg inhoudt dat ze alle clichés vermijdt en een onbetwistbaar antwoord heeft op elk complex vraagstuk. We gaan nog veel van dit talent horen!
Hoe sterk is de relatie tussen een moeder en haar drie pleegdochters als blijkt dat de moeder ook een kind van zichzelf heeft? 'Een van mijn zussen heeft het leven gestolen dat voor mij bestemd was. Ik wil weten wie.' Zo denkt de gehandicapte Desirée, die al een leven lang op bed ligt. Als baby is Desirée begin jaren vijftig door haar moeder, die vroeg weduwe was geworden, in een inrichting geplaatst. Daarna heeft de moeder drie pleegdochters opgevoed zonder hen te vertellen dat ze ook een dochter van zichzelf heeft: Desirée. Als Desirée het leven van haar 'zussen' binnendringt, wordt het evenwicht tussen de vrouwen ernstig verstoord.
Recensie Biblion
G. Brandorff
De in 1947 geboren Zweedse schrijfster won met deze succesvolle roman in 1997 de Zweedse 'Augustpris'. In het centrum van de roman staat de volledig verlamde en aan een verpleeghuisbed in Vadstena gekluisterde Desirée. Zij blijkt in staat op magische wijze vrijelijk reizen door tijd en ruimte te kunnen ondernemen. Zó 'bespeelt' zij op mysterieuze wijze het leven van de pleegzussen Birgitta, Margareta en Christina, die alle drie tragische levensverhalen met zich mee zeulen. Het is ook niet aan hen bekend dat Desirée de dochter van hun pleegmoeder 'tante Ellen' is. De lijvige roman ademt somberheid, echter ook vaak humor en ironie, en doet denken aan de thematiek van 'het getergde kind' bij de Noorse schrijver Wassmo. Het leven van de 4 zussen wordt bepaald door het feit dat geen van hen ooit de belangrijkste was geweest.. In verrassende wisselingen van perspectief, ruimte en tijd schildert de auteur een fascinerende en spanningsvolle generatieroman, waarin zij de magische literaire mogelijkheden goed weet te benutten en tevens een kritisch beeld schept van de Zweedse welvaartsmaatschapppij.
De vrouw in het Götakanaal./ Maj Sjöwall & Per Wahlöö
Op de achtste juli, ’s middags even na drie uur, werd het lijk opgevist. Het was nog in vrij goede staat en kon niet lang in het water gelegen hebben.
Kortnieuws: Bij toeval vist een baggermolen in de sluis van het Götakanaal het lijk op van een jonge vrouw. Niemand kent haar, en erger nog, niemand lijkt haar te missen. Ze wordt alvast door niemand als vermist opgegeven. Een onoplosbare zaak? De politie tast in het duister, maar inspecteur Martin Beck geeft het niet op.
De vrouw in het Götakanaal is het eerste boek uit de wereldvermaarde tiendelige thrillerreeks rond inspecteur Martin Beck uit Stockholm. Enkele dagen geleden met veel spanning uitgelezen. Ook al had ik aanvankelijk wat voorbehoud om een boek dat geschreven werd in de zestiger jaren te beginnen lezen, en in het begin eventjes te veel details in het verhaal, maar algauw kon ik er niet onderuit: ik moest en zou zo gauw mogelijk de ontknoping te weten komen.
En ja, het speurwerk is best spannend om te volgen, vooral als je er bij stilstaat hoe evident sommige zaken vandaag de dag zijn geworden als een snel telefoontje via de gsm of DNA-onderzoek en toen niet tot de mogelijkheden behoorde…
Sjöwall, Maj (Stockholm 25 sept. 1935) en Per Wahlöö (Göteborg 5 aug. 1926 – Malmö 22 juni 1975), Zweeds schrijverspaar, kreeg grote bekendheid met een serie van tien politieromans met als centrale figuur commissaris Martin Beck en zijn collega's, geschreven in 1965–1975. De serie, via de Verenigde Staten internationaal bekend geworden, is geconcipieerd als één lange roman en bedoeld als aanklacht tegen de Zweedse welvaartsmaatschappij en tegen het rechtssyteem, waarin de mens volgens de auteurs wordt weggedrukt, zodat hem om zich te doen gelden geen andere keus dan het geweld overblijft. De maatschappij, en met name de politie als machtsapparaat, wordt gezien als de werkelijke misdadiger. Wahlöö had reeds eerder zelfstandig romans en misdaadverhalen geschreven met eveneens maatschappijkritische aspecten, zoals bijv. De moord op de 31ste verdieping (Ned. vert. 1976).
Het Zweedse schrijversechtpaar Maj Sjöwall en Per Wahlöö wordt zonder twijfel gezien als de grondleggers van de Skandinavische, maatschappij-kritische misdaadroman. Sjöwall & Wahlöö hebben met hun politieromans met Martin Beck in de hoofdrol een groot internationaal lezerspubliek weten te veroveren. Vele hedendaagse schrijvers beschouwen hen als een groot voorbeeld.
The lover. Marguerite Duras a seductive masterpiece of cinematic grace and beauty
"The burst of Chopin under a sky lit up with brilliancies...There wasn't a breath of wind and the music spread all over the dark boat, like a heavenly injunction whose import was unknown, like an order from God whose meaning was inscrutable...and afterwards, she wept because she thought of the man from Cholon and suddenly she wasn't sure she hadn't loved him with a love she hadn't seen because it had lost itself in the affair like water in sand and she rediscovered it only now, through this moment of music flung across the sea."
'Set against the backdrop of French colonial Vietnam, with all the faith and fervor of its native text, The Lover reveals the intimacies and intricacies of a clandestine romance between a pubescent girl from a financially strapped French family and a much older and much wealthier Chinese man. Overlaid with softly indulgent narration by the nonpareil Jeanne Moreau, a provocative Jane March stars in the role of the young Marguerite, with Tony Leung as her refined but reticent paramour.'
'The year is 1929, and a nameless girl, whom we must presume to be the author in the bloom of her youth, is traveling by ferry across the Mekong Delta, on return from a holiday at her family home in the village of Sadec, to her boarding school in Saigon. Self-aware and oozing with nubile allure, this woman-child is at once both tenderly naïve and wise beyond her years. Most telling is the way in which she is dressed, and an evocative passage from the pages of the novel that describes it is brought to life by the microcosmic eye of cinematographer Robert Fraisse'
23 april is een symbolische datum voor de wereldliteratuur. Op deze dag in de geschiedenis (en in hetzelfde jaar 1616), stierven Cervantes, Shakespeare en Inca Garcilaso de la Vega. Het is tevens de geboortedag van bekende auteurs zoals Maurice Druon, K. Laxness, Vladimir Nabokov, Josep Pla en Manuel Mejía Vallejo.
Wat als het leven zich voordoet als een verhaal, een roman of zelfs een opera? Of als een verhaal werkelijkheid wordt terwijl het verteld wordt? Wat als drie verhalen (of meer) verweven geraken in één enkel boek? Als zelfs de 'ware' geschiedenis een handje wordt geholpen en alles steunt op een bijna-werkelijkheid? Wat als de hoofdfiguren Mozart, Casanova en librettist Da Ponte zijn? Als alles draait rond de opvoering van de opera Don Giovanni te Praag in 1787? Wat als het verhaal van de opera 'echt' wordt in het boek en alle intriges en liefdeshistories, heldendaden en hypotheses verweven worden tot één enkel nieuw verhaal? Dan kunnen we alleen maar gespannen doorlezen tot het boek uit is en ons hijgend in een zetel ten ruste leggen bij het aanhoren van dit dramma giocoso van Mozart. Het is schrijver Hanns-Josef Ortheil die in zijn boek 'De nacht van Don Giovanni' de intriges uit de opera zo hanteert dat het verhaal levend wordt in de dagen voor de première te Praag. Op een weergaloos geslepen manier wordt Casanova Don Giovanni en omgekeerd. Het boek is wat nukkig in het begin maar langzamerhand laat het zich lezen als een trein. De laatste pagina's vliegen je door de vingers terwijl onderwerpen als de Venetiaanse keuken en het orkestleven uit de klassieke periode de revue passeren. Wie graag de muziek van Mozarts opera's hoort, moet zeker dit boek eens ter hand nemen. Alles is fictie maar wordt haarfijn in de tijd en op de karakters van deze ooit levende personages geschreven. In één woord: een meesterwerk.
Inés, vrouw van mijn hart - Isabel Allende, vrouw naar mijn hart
Inés, vrouw van mijn hart is een grote liefdesroman in een historische setting. Met haar nieuwe boek keert Isabel Allende terug naar haar oude thematiek: een krachtige vrouw die een bepalende rol heeft in de geschiedenis. Allende heeft zich grondig verdiept in de geschiedenis van Zuid-Amerika en Chili. Twee historische figuren die daarbij een beslissende rol hebben gespeeld, zijn haar hoofdpersonen, Pedro de Valdivia (stadhouder van Pizarro) en zijn minnares Inés Suárez. Allende laat Inés zelf vertellen vanuit haar herinnering, want zij overleefde haar drie mannen, hun intriges en machtstrijd, de veldslagen en hongersnoden, en zij schrijft nu haar belevenissen op voor de dochter van haar laatste echtgenoot.
Een moedige, hartstochtelijke en onverzettelijke vrouw is de Inés van Allende, en zo moet ze in werkelijkheid geweest zijn als zij de huiveringwekkende avonturen van de conquistadores heeft kunnen doorstaan. Zij kon overleven omdat zij de mannen in haar omgeving altijd zodanig wist te sturen, dat zij haar zelfstandigheid kon behouden Zij beleefde drie verschillende vormen van liefde, alle met een grote intensiteit. Met haar eerste echtgenoot in Spanje ervaart zij als jong meisje onbekommerd de lichamelijke liefde, sensueel en genotvol. Een passievolle liefde beleeft zij met Pedro de Valdivia, haar minnaar in Zuid-Amerika, de harde en roemzoekende veroveraar, krijger en heerser. En als laatste, Rodrigo de Quiroga, de zachtmoedige conquistador aan Pedro’s zijde, met hem deelt ze een tedere, begripvolle liefde.
De roman bevat romantiek en heroïsche passages, maar Allende heeft de ogen niet gesloten voor de duistere kanten van de conquista en voor de gewelddadigheden waarmee de verovering van Chili gepaard ging.
Isabel Allende schreef speciaal voor haar Nederlandse lezers een brief over hoe haar nieuwe roman Inés, vrouw van mijn hart tot stand is gekomen. Zij vertelde daarover het volgende:
`Mijn Nederlandse uitgever vroeg mij hoe Inés, vrouw van mijn hart tot stand is gekomen. In boeken over de verovering van Chili kwam ik een enkele keer de naam Inés Suárez tegen. Ik raakte geïnteresseerd en ontdekte iets waar de meeste historici – allemaal mannen –aan voorbij zijn gegaan. Het bleek dat Inés de enige Spaanse vrouw was onder de honderdtien dappere en wrede Spaanse soldaten die in 1540 Chili veroverden. Ze was een verleidelijke weduwe, een genezeres en een wichelroedeloopster: ze wist waar water was te vinden in de dorre bodem. Dankzij deze laatste gave wist ze het leven te redden van de Spaanse soldaten en dat van meer dan duizend indianen en vele dieren in de Atacama, de droogste woestijn ter wereld. Met het zwaard in de hand vocht Inés tegen de woeste Mapuche-krijgers, ze stichtte steden en verdedigde die, ze bouwde hospitalen en kerken. In later jaren werd ze de rijkste en invloedrijkste landbezitster van Chili. Maar niets van dit alles deed ze om het goud of om de glorie. Ze deed het uit liefde: ze was de minnares van kapitein Pedro de Valvidia, de conquistador van Chili, een nobel man die, helaas voor Inés, reeds was getrouwd. Zijn vrouw was in Spanje achtergebleven toen hij afreisde naar de Nieuwe Wereld, op zoek naar zijn lot. Inés ontmoette hem in Peru en zij bracht hem geluk, maar toen Valvidia haar bedroog, keerde zijn lot zich tegen hem en stond hem een wrede dood te wachten. Inés overleefde hem en leefde nog dertig jaar in intense liefde met een andere man, Rodrigo de Quiroga.
De geschiedenis van Inés Suárez heb ik uitgebreid bestudeerd. Daardoor was het niet moeilijk om dit verhaal te schrijven want ik ‘voelde’ Inés binnen in me, ik kon haar stem horen. Ik begrijp heel goed hoe ze dacht en voelde. Er is heel veel geschreven over de mannelijke conquistadors van Chili, maar heel weinig over Inés, dus had ik alle vrijheid om haar te verbeelden. Er bestaan geen portretten van haar, op een groot schilderij in een museum in Santiago na, maar dat is een paar eeuwen na haar dood geschilderd. Er bestaat alleen een heel terloopse beschrijving van haar lange, kastanjebruine haar en haar knappe gezicht. Haar karakter was meteen al duidelijk want haar vastbeslotenheid, moed, doorzettingsvermogen, visie en intelligentie spreken vanzelf uit haar levensverhaal. Mijn boeken zijn allemaal opgebouwd rond sterke vrouwen, maar ik denk dat Inés de sterkste van hen allen is: ze is een vrouw die echt heeft bestaan en die een opmerkelijk leven heeft geleid in een fascinerende en woeste tijd. Alle historische feiten in deze roman kloppen. Ik vond het historisch onderzoek naar Inés en het schrijven van dit boek geweldig. Ik hoop dat iedereen van het verhaal zal genieten.’
"Mijn naam is Inés Suárez, ik ben inwoonster van Santiago de Extremadura, in het koninkrijk Chili. We leven in het jaar onzes Heren 1580. Ik weet niet precies in welk jaar ik ben geboren, maar volgens mijn moeder was het na de hongersnood en de verschrikkelijke pestepidemie die Spanje na de dood van Filips de Schone heeft geteisterd. Ik geloof niet dat de dood van de koning de pest heeft veroorzaakt, zoals veel mensen zeiden toen ze de rouwstoet voorbij zagen komen, die een bittere amandelgeur verspreidde die dagenlang bleef hangen, maar helemaal zeker weet je dat soort dingen nooit. Koningin Johanna, die nog jong en mooi was, sjouwde meer dan twee jaar Castilië rond met de doodskist, die ze van tijd tot tijd openmaakte om de lippen van haar echtgenoot te kussen, in de hoop dat die uit de dood zou opstaan. Ondanks alle smeersels waarmee ze Filips hadden gebalsemd, stonk de Schone behoorlijk. Al toen ik op de wereld kwam, hielden ze de ongelukkige vorstin, die volkomen geschift was, samen met het lijk van haar echtgenoot vast in het paleis van Tordecillas, wat betekent dat ik nu minstens zeventig winters achter de rug heb en dat ik voor Kerstmis dit jaar moet sterven. Ik zou kunnen zeggen dat een zigeunerin me op de oever van de Jerte de datum van mijn dood heeft aangekondigd, maar dat zou zo’n leugen zijn die je wel vaker tegenkomt in boeken, en die voor waar worden aangenomen omdat ze nu eenmaal zwart op wit staan. De zigeunerin heeft me een lang leven voorspeld, dat was alles, maar dat doen ze altijd in ruil voor een muntstuk. Mijn hart is verward, en dat is een aankondiging van mijn nabije einde. Ik heb altijd geweten dat ik als oude vrouw zou sterven, in vrede en in mijn bed, net als alle vrouwen in mijn familie, vandaar dat ik het gevaar nooit heb geschuwd, want niemand haast zich immers naar de andere wereld vóór het vastgestelde tijdstip. ‘U zult van ouderdom sterven, señoray, en niet aan iets anders,’ placht Catalina me gerust te stellen in het zoetklinkende Spaans van Peru, als mijn hart zo op hol sloeg in mijn borst dat ik op de grond viel. Ik ben vergeten hoe Catalina’s naam in het Quetchua luidde en het is te laat om het haar nog te vragen, want ze is jaren geleden al begraven in de patio van mijn huis, maar ik heb het volste vertrouwen in de precisie en de juistheid van haar voorspellingen. Catalina kwam bij mij in dienst toen ik nog in de oude stad Cuzco woonde, die parel van de Inca’s, in de tijd van Francisco Pizarro, een heetgebakerde bastaard die, naar men beweerde, in Spanje varkenshoeder was geweest en het tot markies-gouverneur van Peru bracht, en die uiteindelijk ten onder is gegaan aan zijn eerzucht en aan allerlei vormen van verraad. Dat is de ironie van deze Nieuwe Wereld, van Las Américas, daar wordt niet alles gedicteerd door traditie, daar is alles anders: heiligen, zondaars, blanken, negers, mulatten, indianen, mestiezen, edelen en knechten, iedereen kan in de ketens worden geslagen, gebrandmerkt, en de volgende dag door stom geluk ineens worden aangesteld in een hoge positie. Ik heb meer dan veertig jaar in de Nieuwe Wereld geleefd en ik ben nog steeds niet gewend aan de wanorde die er heerst, hoewel ik er wel bij heb gevaren, want als ik in mijn geboortedorp was gebleven, was ik nu een arm oud vrouwtje, blind van het kantklossen bij het licht van een kaars. Daar zou ik Inés zijn, de naaister uit de straat bij het aquaduct. Hier ben ik doña Inés Suárez, een vooraanstaande dame, een van de conquistadores, een van de stichters van het koninkrijk Chili, de weduwe van de weledelachtbare gouverneur don Rodrigo de Quiroga."
Citaat uit Inés, vrouw van mijn hart, pp. 11-12. van Isabel Allende
Nog in de ban van Tahar Ben Jelloun! Alweer een boek van hem uitgelezen. Elke vrije minuut onderweg op de tram... en de laatste hoofdstukken gisterenavond thuis:
"Een gebroken man"
Op subtiele manier beschrijft de bekende Marokkaanse auteur Ben Jelloun hoe de individuele mens moet zwichten voor het corrupte systeem. De hoofdpersoon Mourad werkt als civiel ingenieur, maar verdient niet genoeg om de studiekosten en de dokter voor zijn kinderen te betalen. Koste wat kost probeert hij zijn eerlijkheid te bewaren. Een enkele misstap wordt hem echter fataal. Het verhaal wordt verteld door de hoofdpersoon, geheel in stijl met de vorige boeken van de schrijver. De magische elementen, die kenmerkend zijn voor zijn werk, worden alleen op het laatst gebruikt, om de persoonsverandering van Mourad te verwoorden. (...) De roman is opgedragen aan Pramoedya Ananta Toer. Tahar Ben Jelloun woont al vele jaren in Frankrijk en won in 1987 de Prix de Goncourt.
“Kindje, je bent groot geworden en je bent veranderd. Waar je ook gaat, je bent de dochter van je ouders en het kind van dit dorp. Je kunt vreemde talen en landen leren kennen, maar je geboorteplaats, de aarde die je heeft opgenomen, het dak dat je beschut heeft, de mensen die van je hielden, de handen die je vastpakten om je de borst te geven, de wind die je ’s zomers wat verkoeling bracht, de boom die je schaduw gaf, die zullen jou nooit vergeten, waar je ook bent. Dit is jouw land, dit is zijn gezicht. Denk niet dat je je ervan los kunt maken omdat je gaat studeren. Je wortels blijven altijd hier, ze wachten op je, zij zijn het die voor je zullen getuigen op de dag van het laatste oordeel.
Hoed je voor uiterlijke schijn, voor beelden en weerspiegelingen in het water. Dat gaat allemaal voorbij. Het enige wat overblijft, ergens in een hoekje van je hart, is de grond waar je het levenslicht hebt aanschouwd. Wij behoren God toe en keren tot God terug. En God, dat is ook de grond, wij behoren dit land toe, deze heuvel, deze bergen, en daar zullen we weer naar terugkeren. Ga, meisjelief, leef, studeer, lees, leer rekenen en leer de zeeën, leer de beweging van de sterren, ga op zoek naar kennis, zelfs als die aan de andere kant van dit werelddeel ligt, maar vergeet nooit waar je vandaan komt en spreek nooit kwaad van je geboorteplaats. Heb liefde en eerbied voor je geboorteland als voor je ouders. Wat je ook doet, al ga je naar het einde van de wereld, nooit zal het je lukken om die plek te verplaatsen, hem mooier of milder te maken dan hij is. Zoals je weet heb ik nooit leren lezen en schrijven, je moeder ook niet. Jij bent het eerste meisje van de stam dat naar school is gegaan, en niet zomaar een school: die van de christenen. Maar noch je moeder, noch ik zijn leeg. Wij kennen andere dingen die ze je op school niet leren. Onze handen bijvoorbeeld hebben meer kennis dan ons hoofd; onze voeten kennen plaatsen die in geen enkel boek beschreven staan; onze huid bevat de herinnering aan zoveel zon en regen; we hebben genoeg aan onze zintuigen om oud van nieuw te onderscheiden. Onze school is de natuur en datgene wat onze voorouders ons hebben doorgegeven in de loop van hun verblijf hier op deze aarde, in dit dorp dat tussen twee bergen ligt ingeklemd. En ten slotte mijn laatste raad: pas op voor vrouwen die de lijnen in je hand willen lezen. Ga nu in alle rust, zonder om te zien. Je hebt mijn zegen!’
“Ik was vijftien en doodsbenauwd toen we teruggingen naar ons dorp. We werden opgewacht door mijn grootmoeder, neven en buren. (…) Mijn moeder huilde in de armen van de vrouwen. Ik stond erbij te kijken als een buitenstaander. Ik vergoot geen traan; ik keek eens naar de jongens van mijn leeftijd, probeerde ogen te ontdekken waarvan ik kon dromen. Die dag ontdekte ik de onverschilligheid. Ik was niet in het dorp en hoorde geen enkele stem. Ik zweefde of zat op een vliegend tapijt boven de hoofden die even hol en kaal waren als het dal. Maar die hoofden hadden zelfs geen herinneringen waarmee ze de winternachten konden doorkomen. (…) Als mensen het woord tot me richtten deed ik of ik hen niet begreep en beantwoordde hun poging met stommetje spelen en soms met de glimlach van iemand die overal lak aan heeft en met zijn hart ver weg is van deze grijze stoffigheid, deze treurige, lege gezichten. Als ze aandrongen zei ik iets onbenulligs in het Frans. Ik was ver weg en wenste hen nog verder van mij vandaan. (…) (Uit: Met neergeslagen ogen. Tahar Ben Jelloun)
“We kwamen vroeg in de ochtend in Parijs aan. De lucht was grijs, de straten waren kennelijk ook grijs geverfd, de mensen liepen vastberaden door, keken naar de grond en hadden donkere kleren aan. De muren waren zwart of grijs. Het was koud. Ik wreef mijn ogen uit om alles goed in me op te nemen. (…) Ik keek naar de muren en gezichten die van eenzelfde treurigheid vervuld waren. Ik telde de ramen van de hoge huizen. Ik raakte de tel kwijt. Er waren te veel ramen, te veel huizen op elkaar. Het was zo hoog dat mijn ogen zich verloren in de wolken. Ik werd duizelig. Tientallen vragen schoten door mijn hoofd. Ze kwamen en gingen, vol geheimzinnigheid en ongeduld. (…) Tijdens de reis had mijn vader geen woord gezegd. We waren twee keer gestopt om langs de weg wat te eten. Mijn moeder sprak ook niet. Ik voelde dat deze reis een vlucht was. We gingen zo ver mogelijk van ons dorp weg. (…)
Ik was opstandig. Ik praatte alleen met mijn ouders. Mijn taal was het Berbers en ik begreep niet dat er een ander dialect gebruikt werd om met elkaar te praten. Zoals alle kinderen dacht ik dat mijn moedertaal universeel was. Ik was opstandig en zelfs agressief omdat de mensen me geen antwoord gaven als ik tegen hen sprak. (…)
Toch was ik niet verwend of lastig. Maar ik werd bestormd door nieuwigheden en ik wilde begrijpen. Ik had het gevoel dat ik van de ene dag op de andere doofstom was geworden, door mijn ouders losgelaten en vergeten in een stad waar iedereen me de rug toekeerde, waar niemand me aankeek of me aansprak. Misschien was ik doorschijnend, onzichtbaar, misschien maakte mijn donkere huidkleur dat ze me niet konden onderscheiden van de bomen. Ik bleef uren naast een boom staan. Iedereen liep gewoon door. Ik was een boom, of liever gezegd een heester, vanwege mijn kleine en magere gestalte. Ik kon dienst doen als vogelverschrikker. Maar korenvelden waren er nauwelijks en vogels nog minder. Duiven waren er wel, maar die waren zo slap en stompzinnig dat ze hun stam te schande maakten! (…)” (Uit: Met neergeslagen ogen. Tahar Ben Jelloun)
Donderdag even beginnen lezen op de tram, gisterenavond thuis ingenesteld in de zetel ... gretig terug.
Ben Jelloun is een meester-verhalenverteller; schrijft heel dichterlijk en schept een magische sfeer waar ik bijzonder van hou. Ik slaag er niet in te ontsnappen uit zijn woorden vooralleer het boek uit is. Gevolg: laat in m'n bed en nog een lang nazinderende magische gewaarwording van de wereld rondom mij...
Met neergeslagen ogen vertelt het verhaal van een meisje dat opgroeit in een arm dorp in het Atlas-gebergte. Haar vader werkt in Parijs en na een dramatische familiegebeurtenis laat hij zijn gezin overkomen. In Parijs ontdekt het meisje een nieuwe wereld die haar zowel angst inboezemt als fascineert.
Op de eerste bladzijde lezen we:
“Het verhaal van de geheime schat die meer dan honderd jaar geleden door de overgrootvader in de bergen was verborgen, is waar. En van alle kleine meisjes van de stam was zij het die door de uitgestoken vinger van de oude man werd aangewezen. Niemand wist waarom. Ze was als alle andere meisjes van haar leeftijd, niet te braaf en niet te wild, maar ze had onmetelijke ogen waarin een zacht wisselend licht school. ‘Met die grote ogen zal je dingen zien die je niet leuk vindt,’ had haar grootvader gezegd, ‘dingen die je afwijst in je ziel, maar je zult de wijsheid en de wilskracht hebben om niets te zeggen, om de mensen te laten volharden in leugen, verraad en ongeluk; je zult de aarde hen laten verzwelgen en je zult de enige zijn die weet waarom de mensen hun eigen graf delven. Je zult ook prachtige dingen zien: weiden waarin iedere boom een spiegel is die zich richt op de zon en die licht, bloemen en vruchten geeft. Je zult het daglicht zien gloren, eerst in je ogen, daarna over de bergen en rivieren. Je ogen zullen de plaats zijn waar iedere doorgebrachte nacht een stukje van je dromen zal achterlaten, waar het ene verhaal overgaat in het andere, waar het morgenlicht het alfabet van het geheim heeft neergelegd. Dat is geen voorrecht, het is nu eenmaal zo. Mijn geweten en het lot hebben je uitgekozen. Mijn hand ging in de richting van jouw ogen en ik zag in de verte een lichtflits als een schaterlach, als een weldoende bliksemstraal die uit de hemel neerkwam en mijn gebaar goedkeurde. (…)
Laat nu je ogen in mijn handen rusten; leg je handen op mijn borst; zie deze as die met gloeiende sintels is bezaaid; hierin ligt het geheim; zoals je ziet is er sprake van een schat die andere handen hebben begraven onder de veertigste olijfboom ten westen van het graf van de heilige van onze stam; die schat komt toe aan de kleindochter van onze voorvader.”
Voorlezende meisjes op de dijk van Oostende. Een mooie foto van Michiel Hendryckx. (klik op de foto voor een uitvergroting) Gevonden op zijn blog bij De Standaard: Boeketje Michiel
Jeugdboekenweek is het grootste kinderboekenfestival van Vlaanderen. Veertien dagen lang zetten scholen, bibliotheken, boekhandels en culturele centra de mooiste boeken in de kijker.
Jaarlijks heeft Jeugdboekenweek een ander thema. Jeugdboekenweek 2007 heeft als thema: Avontuur!
Nieuwe interessante site met boekeninfo gevonden. Vooral veel boeken over Arabische cultuur of van Arabische schrijvers. Je kan er boeken vinden over de Islam, kookboeken, kinderboeken, mystiek, reizen, maatschappelijk, taal, literatuur, geschiedenis. Arabische schrijvers die mij alvast heel erg hebben aangesproken zijn: Tahar Ben Jelloun, Kader Abdollah, Al Galidi. Van deze laatste nog niet echt iets gelezen, maar wel eens gaan luisteren naar hemzelf. Hij is een Irakese asielzoeker met zéér veel gevoel voor humor en zelfrelativering. Hm, ok, binnenkort eens gauw een paar boeken van gaan halen (Mijn opa de president en andere dieren, Blanke Nederlanders doen dat wel, ...)
Een geestig ontroerend liefdevol romantisch poëtisch speels verrassend fijnzinnig prentenboek heel creatieve fijne combinatie van tekst, typografie en tekeningen voor adolescenten en ouder
Poëzie en stilte "Gedichtendag 2007 staat in het teken van stilte en eenvoud. In drukke en lawaaierige tijden, waarin snelheid en zappen de norm zijn, vraagt Poetry International aandacht voor rust en concentratie; voor de stilte die onlosmakelijk verbonden is met het gedicht: de stilte die nodig is om klank en betekenis te waarderen; de stilte in het wit tussen de regels en de onvermijdelijke stilte wanneer de betekenis van het gedicht onzegbaar is."
Net voor kerstdag snel uitgelezen en de daad bij het woord gevoegd: een weekje Rosita achterna... :
Thuis in Rome (Rosita Steenbeek)
‘Voor mij is Rome het oude centrum, de smalle straatjes in de warme kleuren, alle schakeringen oranje, rood zelfs, geel van zand tot goud. Hier is Rome als een huis, de steegjes zijn gangen, en op drie minuten afstand liggen de twee mooiste pleinen van de stad, misschien wel van de wereld. De Piazza della Rotonda met het best bewaarde monument, het Pantheon, en de Piazza Navona. Dat zijn mijn leeszalen, mijn koffiekamers, mijn salons waar ik mensen ontvang.’
In Thuis in Rome vertelt Rosita Steenbeek over haar liefde voor de eeuwige stad, waar ze sinds 1985 een groot deel van het jaar woont. Ze komt op plekken die de gewone reiziger niet kent en vertelt over haar kleurrijke vrienden en kennissen, onder wie geestelijken, archeologen, kunstenaars en dieven. Ze gaat naar de discotheken die zijn uitgehakt in de vuilnisbelt van keizer Augustus, vertelt over haar ervaringen in het Geheim Archief van het Vaticaan, krijgt een persoonlijke rondleiding door Nero’s Domus Aurea, ziet hoe de zon verduistert boven Rome en beleeft er het begin van het Jubeljaar en het aanbreken van het nieuwe millennium. Met Rosita Steenbeek dringt de lezer door tot de vele lagen van Rome.
Voor iedereen wens ik een hartverwarmend nieuw jaar vol te ontdekken mogelijkheden, onverwachte deugddoende ontmoetingen, aha-erlebnissen, luie dagen, vriendschap, genegenheid, fijne vakanties, arbeidsvreugde, een goede gezondheid, levenslust, zelfvertrouwen, hoop voor de toekomst, rode zonsondergangen, kinderplezier, verdraagzaamheid, creatieve inspiratie, heerlijk geurende koffie met een zoet croissantje op zondagmorgen, lekker eten, zwoele zeewind, iemand die je rug krabt op plekjes waar je zelf niet bij kunt, oorstrelende muziekjes, allesverslindend leesplezier, vlinders in je buik, welgemeende complimentjes, mooie herinneringen, ... en dat wat je stilletjes hoopt...
Andalus. Het Moorse heden en verleden van Spanje. (Auteur: Jason Webster)
De wereld van vandaag lijkt in de greep te zijn van een confrontatie tussen het Westen en de islam: de aanslagen in New York, de oorlog in Irak en de bomaanslagen in Madrid zijn er voorbeelden van.
Maar ooit leefden christenen, joden en moren vreedzaam samen op het Iberisch schiereiland, Al-Andalus. De islamitische overheersing begon in 711 en eindigde acht eeuwen later met de val van Granada. Van dit verleden zijn de sporen diep in de Spaanse samenleving te vinden, niet alleen in wereldberoemde gebouwen als het Alhambra en de moskee van Cordoba, maar ook in de paella, de sinaasappelen en zelfs het woord 'Olé', een verbastering van het Arabische woord 'Wallah', 'bij Allah'. Verleden en heden zijn zoals zo vaak nauw met elkaar verbonden.
Jason Webster ontmoet Zine, een twintigjarige Marokkaanse illegaal, en een 21ste-eeuwse Moor, die ooit naar de overkant van de Middellandse Zee werd gelokt met de belofte van een baan, maar al jarenlang een soort slavenarbeider is op fruitkwekerijen. Samen met hem reist Webster door Spanje, op zoek naar de vergeten resten van de moorse beschaving - een beschaving die niet alleen in Spanje maar in heel Europa van grote invloed is geweest.
Sebastian, student Kunstgeschiedenis, snakt naar roem en wil een grote monografie op zijn naam hebben staan. Het ideale onderwerp daarvoor is de altijd met een donkere bril getooide beeldend kunstenaar Kaminski. Deze schilder, ontdekt en geprezen door Matisse en Picasso, raakte pas wereldberoemd nadat op een Newyorkse Pop-Arttentoonstelling Claes Oldenburg zijn schilderij van een nieuwe titel had voorzien: Painted by a blind man. Tegenwoordig leeft de oude Kaminski teruggetrokken in een bergdorpje, door zijn dochter afgeschermd van de buitenwereld. De obsessieve snoever Sebastian weet op listige wijze tot de kunstenaar door te dringen en voert hem dagenlang in zijn auto mee op weg naar diens doodgewaande grote liefde van vroeger. Hij hoopt veel uit Kaminski los te kunnen krijgen, maar al snel blijken de kaarten anders geschud. Wie speelt er een spel met wie? Bron: Querido
Een mooi geschreven boek en vlot leesbaar. Heb me bijwijlen doodgeërgerd aan de ongelooflijk antipatieke arrogante streverige oppervlakkige hoofdpersoon, maar door zijn vastberadenheid, doortastendheid, stoutmoedigheid verkrijgt ie wel wat ie wil. Kan nu eenmaal niet goed tegen arrogantie, maar 't boek was wel de moeite om te blijven lezen... en het verhaal brengt op het einde een ommekeer teweeg in het hoofdpersonnage. Uiteindelijk ziet ie de zinloosheid in van zijn oppervlakkig bestaan en zijn oorspronkelijke streberige opzet.
"Een geschiedenis van Het Verboden Boek is (...) een geschiedenis van de moraal: het geeft ons een goed inzicht in hoe men door de eeuwen heen tegen bepaalde zaken als vrijheid van meningsuiting, godsdienst en sexualiteit aankeek, of hoe men begrippen als subversief, obsceen of amoreel interpreteerde.
Het is soms een treurige, soms een lachwekkende geschiedenis: Simon Vestdijk verstopte zijn boek in een kippenhok, , Erich Kästner moest toezien hoe zijn werk in vlammen opging, Robert Musil is zijn manuscripten tijdens de publieke boekverbranding kwijtgeraakt, enkele Amerikaanse bibliotheken verboden het dagboek van Anne Frank omdat ze te expliciet over menstruatie schreef, en Salman Rushdie werd jarenlang met de dood bedreigd." (bron:www.xs4all.nl/~jikje/Verbod/inleiding.html)
Ook Dante's Goddelijke komedie kwam op de zogenaamde index terecht:
Klik op de afbeelding om de link naar de site te volgen.
Stefan Bollmann. Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk.
Afbeeldingen van lezende vrouwen hebben een bijzondere schoonheid, charme en expressiviteit. Waarom lezen ze en in welke lectuur zijn ze verdiept? Stefan Bollmann onderzoekt het in dit boek. En passant vernemen we iets over de kunstenaar, de context en het tijdperk waarin het werk tot stand kwam. Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk, omdat ze op die manier kennis en ervaringen hebben opgedaan (en dat waarschijnlijk nog altijd doen) die oorspronkelijk niet voor hen bestemd waren. Van Michelangelo’s reusachtige lezende sibille, Vermeers brieflezende meisje en Münters uitdagend lezende vrouw tot Eve Arnolds beroemde foto van Marilyn Monroe die verdiept is in Ulysses... De doeken en foto’s in dit boek zijn van oude meesters en universele kunstenaars, van vroege fotografen en tekenaars van de klare lijn, van nog te ontdekken schilderessen of opnieuw te leren kennen hofschilders. Het boek wordt ingeleid door Kristien Hemmerechts, die een intrigerende driehoeksverhouding blootlegt tussen man, vrouw en boek.
Bron: volg de link via de foto
(Nog niet gelezen, maar wel op m'n verlanglijstje)
Tahar Ben Jelloun. Een verblindende afwezigheid van licht
Op basis van een ware gebeurtenis schreef Tahar Ben Jelloun deze roman. Na een mislukte staatsgreep (10 juli 1971) tegen de Marokkaanse koning Hassan II belanden 58 lagere militairen in de gevangenis. Wat niemand weet is dat ze na twee jaar worden overgebracht naar een geheim strafkamp ergens in de woestijn. Eenzaam opgesloten in kleine donkere ondergrondse celle zijn ze tot een langzame dood veroordeeld. De gevangen geven zich echter niet zomaar gewonnen. In de duisteris proberen ze hun wrede bestaan te verlichten door elkaar verhalen te vertellen. Salim is na achttien jaar een van de weinige overlevenden. Hij is in leven gebleven door alle gevoelens van haat en wraak uit zijn geest te bannen.
Tekstfragment
'Er zal een dag komen dat ik zonder haat zal zijn, dat ik eindelijk vrij zal zijn en alles zal vertellen wat ik heb moeten doorstaan. Ik zal het opschrijven, of laten opschrijven door iemand anders, niet om me te wreken, maar om de buitenwereld te laten weten wat er is gebeurd, om een stuk toe te voegen aan het dossier van onze geschiedenis. Maar nu probeer ik te praten, tegen mezelf te praten om te voorkomen dat ik in slaap val en een gemakkelijke prooi word voor de schorpioenen. Ik praat, spring wat op en neer, stoot af en toe zachtjes met mijn hoofd tegen de muur, ik meen te weten waar mijn schorpioen zich heeft verschanst. Hij moet tussen de derde en vierde steen zitten, in de spleet waardoor water naar binnen loopt als het hard regent. Dat weet ik door mijn scherpe gehoor.'
Inhoud In Abrikozen langs de Nijl roept de in Frankrijk geboren Colette Rossant het beeld op van het Egypte van haar kinderjaren. Nadat Colette's vader is overleden, stuurt haar wispelturige moeder de zesjarige Colette naar haar Egyptische grootouders in Caïro. Daar maakt ze kennis met een tumultueuze verzameling familieleden, die met z'n allen in een huis bij de Nijl wonen.
Met grote regelmaat zoekt Colette haar toevlucht bij kok Ahmet om even aan de drukte te ontsnappen. In zijn keuken leert ze de Egyptische cuisine waarderen en geniet ondertussen mee van de verhalen van het liefdesleven van de bedienden, hun bijgeloof en hun manieren om de toekomst te voorspellen.
In de pers 'De manier waarop Rossant de herinneringen beschrijft, geeft de lezer het gevoel bij haar en haar familie aan tafel te zitten. Een absolute aanrader' HP/ De Tijd
'Rossant wisselt ontroerende en grappige verhalen af met een unieke blik in de Egyptische cuisine. Een roman en kookboek ineen en op beide fronten absoluut de moeite waard!' Wining&Dining
'Rossant verhaalt over haar bijzondere belevenissen, met zinnenprikkelende beschrijvingen van het leven in Egypte in de jaren dertig en veertig, vol rituelen, bijgeloof en exotische kleuren geuren en smaken' Residence
COLETTE ROSSANT
Colette Rossant schrijft voor diverse tijdschriften over koken en reizen en heeft acht kookboeken op haar naam staan. Ze woont met haar echtgenoot in New York.
Griet staat in de keuken van haar ouders groente te snijden en rangschikt naar gewoonte de groente op kleur. Er komen een man en vrouw de keuken binnen en de man is onmiddellijk gefascineerd door de kleurschakering die Griet op de schaal gemaakt heeft. Zij weet niet dat deze onbewuste handeling van haar van invloed zijn op de tijd die gaat komen. De man en vrouw blijken de schilder Johannes Vermeer en zijn vrouw te zijn. Griet moet bij hen als dienstmeid gaan werken. Griet komt onder leiding van Tanneke te staan en deze vertelt haar dat ze het atelier van Vermeer moet schoonhouden, maar niets mag daar verplaatst worden. Griet is erg onder de indruk van de schilderkunst van Vermeer. Af en toe ontmoet ze hem maar er wordt zelden een woord gewisseld tussen hen. Vermeer is een langzame werker, zeer tegen de zin van zijn inwonend schoonmoeder in. Er zijn veel kinderen die gevoed moeten worden en ze leven van de opbrengst van de schilderijen.
Griet raakt langzamerhand ingeburgerd en maakt af en toe een gesprekje met Vermeer. Zij voelt haarfijn aan wat aan een schilderij ontbreekt en welke kleuren goed zijn. Vermeer geniet van haar belangstelling en enthousiasme en vraagt haar steeds vaker haar mening en om hem te helpen. Zij maakt verf voor hem. Zijn schoonmoeder staat het oogluikend toe omdat Vermeer zo sneller kan schilderen hoewel het zeer ongewoon is dat een dienstmeid en werkgever op vertrouwelijke voet met elkaar omgaan.
Er is een man die veel schilderijen van Vermeer afneemt, deze laat zijn oog op Griet vallen. Griet voelt hoe gevaarlijk deze man is en ontloopt hem zo veel mogelijk. Toch krijgt hij het voor elkaar dat er een schilderij van haar gemaakt wordt voor zijn prive collectie. Griet voelt zich erg vernederd en Vermeer is ongelukkig met deze opdracht omdat hij Griet zeer is gaan waarderen en respecteren. Griet heeft een liefde voor Vermeer opgevat maar weet dat dit niet kan. Zij is zich constant bewust van haar plaats in dit gezin. Als Vermeer haar op gegeven moment vraagt de paarlen oorbellen van zijn vrouw in te doen weet zij dat dit niet kan, een dienstmeid afgebeeld met parels. Vermeer, gedreven naar perfectie als hij is, dringt aan en tenslotte doet zij de parels in. De vrouw van Vermeer, onwetend van het schilderij, voelt dat er iets is tussen haar man en Griet, hoewel er nooit iets onbetamelijks voorvalt, maar de wederzijdse aantrekkingskracht is groot. Als zij het schilderij ziet van Griet met de parels weet ze dit ook. Griet moet het huis verlaten.
Een prachtig boek, wat een mooi beeld geeft van Delft in de 17e eeuw en de werkwijze van de schilder Vermeer. Wat ik erg goed vond is de beschrijving van het maken van de verf en hoe de lichtval geregeld werd. Ook de beschrijving van de gang van zaken in een huishouding wordt duidelijk weergegeven. Erg prettig is ook dat de foto van het schilderij op de cover van het boek staat. Bij de beschrijvingen van het maken van het schilderij kan je daar af en toe naar kijken om te weten waar over geschreven wordt. Al bij al een zeer aangenaam boek om te lezen.
Uitgever Sirene, ISBN 9058312186 Verschijningsdatum 11/2002 Bindwijze Paperback Aantal pagina's 247 blz.
De in 1849 aan de rotskust van Amalfie geboren Francesca Montosi was een van de eerste en succesvolste pastamaaksters. Reeds als zevenjarig meisje, nog aan de hand van grootvader, oefende ze het ritme van het gelijkmatig pletten van het deeg met blote voeten op de houten vloer.
Later, als half Napels bij haar pasta bestelt, adopteert ze een wees, Nunziata, die de eigenlijke pastakoningin van Napels zal worden. Deze Nunziata maakte de opkomst van mechanische pasta-machines mee, die honderden mensen werkeloos maakten. Ze beleeft de eenwording van Italië onder Garribaldi en de vele grote economische depressies aan het begin van de vorige eeuw.
Het boek is in feite een geschiedschrijving van Italië, het is een zinnelijke roman waarin de geuren en kleuren van de Italiaanse keuken van elke pagina afspringen en het is bovendien een literair boek. Het was een van de boeken in de eindronde van de Premio Strega, vergelijkbaar met onze AKO-literatuurprijs
Languedoc, 1209: buiten het stadje Béziers, waar de gehele bevolking is uitgemoord, loopt een klein meisje met een bebloed jurkje verloren rond. Ze wordt Jeanne genoemd en liefdevol opgenomen door vrouwe Esclarmonde die haar als een dochter opvoedt, volgens de levenswijze der katharen. Op haar dertiende begaat zij een wandaad en wordt ze naar Montségur gestuurd, waar ze strenger onderricht krijgt.
Ondertussen maakt de Inquisitie jacht op de katharen, met totale uitroeiing als doel. Jeanne raakt betrokken bij het verzet en strijdt voor vrijheid, samen met haar grote liefde William, de echtgenoot van haar beste vriendin. Uiteindelijk wordt ook het fort Montségur langdurig belegerd en wordt van Jeanne een offer verwacht om de erfenis van de katharen, de legendarische schat, veilig te stellen. Eenzaam en berooid zwerft ze vervolgens door het land, terwijl de inquisiteurs jacht maken op Jeanne en het geheim van Montségur.
Nergens speelt voedsel zo'n belangrijke rol als in Frankrijk. Goed eten, en de joie de vivre die daarbij hoort, bindt het Franse volk. Mort Rosenblum neemt de lezer mee op een culinaire reis door het land van meer dan 300 verschillende kazen, truffeljagers, chef-koks en legendarische wijnen. Hij geeft lyrische beschrijvingen van de zondagslunch en van de vissers in Brest. Maar ook belicht hij de keerzijde van de Franse obsessie met eten, zoals de oorlog tegen McDonald's en de strijd om de grote wijnhuizen in de Bordeaux.
Uit de pers: 'Een heerlijk boek. [...] Een heerlijk inzichtelijk boek over de gecompliceerdheid van de Fransen... een echt Frans banket.' Paul Theroux
'Iets tussen een culinaire reisgids en een beschouwing over het moderne Frankrijk in. Dit boek is hartverwarmend op ieder niveau.' Library
'Een vrolijke buiteling door het hart, de mythe, de ziel – en de onderbuik – van het land van Bon Appétit, een eeuw na Escoffier. Meer alstublieft.' The New York Times Magazine
Beeldende kunst en onze hersenen ((nog)niet uitgelezen)
Hardop kijken. Een inleiding tot de kunstbeschouwing ./ Ad de Visser (!!!)
De alchemist ./ Paul Coelho
Tapas en trappers. Op twee wielen door Spanje./ Polly Evans (!!!) humoristisch, eigenaardige anekdotes uit Spanje’s geschiedenis, cultuur en gewoontes, over wielersport, …
La cucina ./ Lily Prior
Niet storen ./ Jill Mansell (leuk luchtig …)
De Da Vinci code ./ Dan Brown (!!!) Ongelooflijk spannend en meeslepend. Zo goed als aan één stuk door gelezen…
Beau Berry ./ Rudi Wester
Een gans op z’n Frans en andere culinaire avonturen ./ Mort Rosenblum (!!!) Zoals de titel doet vermoeden vooral over de Franse eetcultuur. En de nefaste invloed van de overregulering door de Europese Gemeenschap op de kwaliteit van ons -en in casu het 'authenieke' Franse- voedsel. Stemt tot nadenken.
Roerige tijden in Buenos Aires ./ Miranda France Het verboden dakterras. Verhalen uit mijn jeugd in de harem./ Fatima Mernissi (!!!) Het blote oog. Reisverhalen ./ Desmond Morris
Een niet bij name bekende vrouw. Herinneringen aan een Spaanse jeugd./ Lucia Graves (!!!) (dochter van Robert Graves, Engels dichter; haar verhaal van haar leven in Spanje en vooral op Mallorca, de Spanjaarden, hun leef- en denkwijze, het landschap, naoorlogse Spanje en diens invloed op de mensen. Een mooi persoonlijk en liefdevol relaas.) De maangodin ./ Elizabeth Hand (hm, mindere kwaliteit, wel intrigerend; godinnencultus in fantasy-kleedje en vleugje thriller. Te 'gekunsteld in m'n ogen)
Het geheim van Montségur./ Sophy Burnham (!!!) (historische roman over de Katharen en hun vervolging. Zeer mooi verhaal, historisch en spiritueel)
Herberg der armen./ Tahar Ben Jelloun (!!!!!) (Bevreemdend, wreedaardig, onthutsend, poëtisch, teder, magisch, erotisch, …)
De minnaar ./ Marguerite Duras
Kroniek van een aangekondigde dood ./ Gabriel García Márquez
De rode letter ./ Nathaniel Hawthorne
Volgens Maria Magdalena ./ Marianne Fredriksson (!)
Abelard en Heloïse
De ontembare vrouw als archetype in mythe en verhalen./ Clarissa Pinkola Estés (!!!!!) George Sand. Een leven in liefde en rebellie./ Daphne Schmelzer (!!!)
Decamerone./ Bocaccio (!!!)
Rue Tatin. Wonen en koken in Normandië ./ Susan … Loomis Kunstobjecten. Essays over extase en schaamteloosheid/ Jeanette Winterson (!!!) Met een open hart ./ Yasmin Verschure
De pastakoningin ./ Maria Orsini Natale (!) Het zesde zintuig ./ Fredriksson (!!!)
Boek der vragen./ Pablo Neruda (!!)
Denken als Leonardo da Vinci./ Michael J. Gelb (!!!)
De hond./ Ekman
Weg van de natuur. Leidraad voor natuurbeleving en natuurbeschouwing./ Eef Arnolds (!!) Reiki. Een praktische cursus in het werken met de universele levenskracht: oefeningen ter versterking van gezondheid, zelfvertrouwen en creativiteit ./ Judith Hilswicht Eeuwenoude bomen.Bomen die 1000 jaar leven ./ Anna Lewington (niet uitgelezen, prachtige foto’s van ongelooflijk mooie eeuwenoude bomen) Auguste Rodin./ … De mammoetjagers./ Jean Auel Het dal der beloften./ Jean Auel Een vuurplaats in steen./ Jean Auel De stam van de holebeer./ Jean Auel Brandend geduld./ Antonio Skármeta De truffelminnaar./ Gustaf Sobin (!!!) Spion in Tibet./ Sydney Wignall De kunst van het reizen./ Alain De Botton Hoe Proust je leven kan veranderen./ Alain De Botton Troubadour in Zuid-Frankrijk./ W.S. Merwin Duizend dagen in Venetië. Een recept voor romantiek ./ Marlena De Blasi (!!!) Camille Claudel./ Anne Delbée (!!!) De mensen die weggingen./ Nicci French (!) De wereld van Sofie./ Jostein Gaardner Leonardo da Vinci./... Het huis met de geesten./ Isabelle Allende De passie van Artemisia./ Susan Vreeland (!!!) Ik beken ik heb geleefd./ Pablo Neruda (!!!) Brief over het geluk./ Epicurus Abrikozen langs de Nijl./ Colette Rossant (!!!) De troost van de filosofie./ Alain De Botton (!!!) Italië. Reisimpressies./ Herman Hesse De nachtwandelaar./ Marianne Fredriksson Herinnering aan mijn Chili./ Isabelle Allende (!!!) De schreeuw van Katelijne./ Maria Jacques De geheime wereld van James Ensor./ John Gheeraert
De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige erendira en haar harteloze grootmoeder./ Gabriel García Márquez Zen en de kunst van het motoronderhoud./ Robert M. Pirsig Meisje met de parel./ Tracey Chevalier (!!!!!) De oude Goya./ Julia Blackburn (!!!) Arthur van Avalon Het licht van de lagune./ Hanns-Josef Ortheil De nacht van Don Giovanni./ Hanns-Josef Ortheil (!!!) Mijn geheime leven./ Paul Theroux Het testament van een troubadour./ James Cowan (!) De duivel draagt het licht./ Karin Fossum (psychologische thriller) (!) De indiase bruid./ Karin Fossum (psychologische thriller) (!) Alleen met mezelf./ Bob Vansant De kracht van het alleen zijn./ Storr Wie de wolf vreest./ Karin Fossum Frisse lucht./ Paul Theroux (nog niet uitgelezen) Afrodite. Liefdesverhalen en andere zinnenprikkels./Isabel Allende De lessen van Don Juan./ Carlos Castaneda
Dansend naar extase. Beweging als spirituele oefening./ Gabrielle Roth (!!!) Dans het leven. Een helende reis voor de ongetemde ziel./ Gabrielle Roth (!) Reis door het rijk der zinnen. Een cultuurgeschiedenis van onze zintuigen./ Diane Ackerman (!!!) (Zalig zinnenstrelend) Een barbaar in Tibet./ Michel Peissel Een verblindende afwezigheid van licht./ Tahar Ben Jelloun (!!!!!) Spijkerschrift. Notities van Aga Akbar./ Kader Abdolah (!!!!) Zoeken naar Eileen./ Leon De Winter Cleese over het leven. Life and how to survive it./ Robin Skynner en John Cleese (!!!!!) Alles heeft zin./ Els De Schepper (!!!) De praktijk van het genieten./ W. Van Craen De bandietenkoningin./ Mala Sen Nevelen van Avalon./ Marion Zimmer Bradley (!!!) Vrouwe van Avalon./ Marion Zimmer Bradley Zoon van haar vader./ Tahar Ben Jelloun (!!!) Vriendelijkheid en helder inzicht. De geneeskracht van wijsheid./ De Dalai Lama De zeven spirituele wetten van succes./ Deepak Chopra Levenskunst./ bloemlezing door Peter van der Roest Het licht in jezelf. Over meditatie en vrijheid./ Krishnamurti Hoe overleef ik mijn familie./ John Cleese (!!!!!) Mijn reizen rond de wereld./ Nawal El Saadawi (met: Reis naar India en De andere kant van de wereld) De man die naar paarden luistert./ Monty Roberts (!!!) Een uitzonderlijk man! Proeven van liefde./ Alain De Botton Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft./ Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch (Een mooi prentenboekje omwille van hilarisch effect van de klanknabootsingen...hihihi, meest effect indien met veel inlevingsvermogen en intonatie voorgelezen
-Abre los ojos -American Beauty (met Kevin Spacey)(!!!!!!) -Artemisia (!!!) -Atanarjuat -Black cat, white cat -Breakfast at Tiffany's (met Audrey Hepburrn)(!!!) -Camille Claudel (!!!) -Chocolat (met Juliette Binoche)(!!!) -Central do Brasil -Cinema Paradiso -City of angels -Con agua y chocolate (of: Rode rozen en ttortilla’s)(!!!!!) -Dancer in the dark (Björk) -Der Himmel über Berlin (hm, niet zo zeker meer, wel bewerking 'City of angels' gezien; zie hoger) -Dersu Uzala -Die Salzmänner von Tibet -Een tijd voor dronken paarden -Eyes wide shut Naar index
-Festen -Finding Forrester -Forest Gump (met Tom Hanks) -Frida -Fucking Amal -Funny face (met Audrey Hepburn)(!!!!!) -Gadjo dilo (Tony Gatlif) -Hable con ella (Pedro Almodovar) -Himalaya -Historias minimas -Huit femmes -Il piu bel giorno della mia vita -Jenseits der Stille -Jeux d'enfants Naar index
-Kandahar -Kundun -La colline aux mille enfants -La promesse -La vie est un miracle (Emir Kusturica)(!!!!!!) -La vie rêvée des anges -La vita e bella -Le fabuleux destin d’Amélie Poulain (!!!!!!) -Les glaneurs et la glaneuse -Le peuple migrateur (!!!) -Les silences du palais -Licht -Lord of the rings (deel 1) -Lucia y el sexo -Luna papa (!!!!!) -Magonia -Meet Joe Black -Merlijn -Microcosmos (!!!) -Moulin rouge -Nobody knows (Hirokazu Kore-eda)(!!!) -Notting Hill Naar index
-Pane e tulipani -Pay it forward -Piedras -Rabbit-proof fence -Roman Holiday (met Audrey Hepburn)(!!!) -Romeo and Juliette -Rosetta -Rosie -Spirited away -Swing (Tony Gatlif) -The cook, the thief, his wife and her lover -The cup -The face (John Cleese of Desmond Morris?)) -The goddess of 1967 -The Magdalene Sisters -The kid (Charlie Chaplin) -The matrix -The motorcycle diaries -The name of the rose (!!!) (Naar het boek van Umberto Eco) -The sixth sense -The suit -The Tulse Luper suitcases -The virgin suicides -Thirteen -Three funerals and a wedding -THX 1138 -Tibet -Time of the gypsies (!!!!!) -Todo sobre mi madre (Pedro Almodovar) Naar index
-Underground -Une hirondelle a fait le printemps (!!!!!!) -Vengo (Tony Gatlif) -Village of dreams -Whalerider (!!!!!) -While you were sleeping -Who the hell is Juliette -...
"In deze nieuwste Argentijns-Spaanse productie van regisseur Juan José Campanella, bekend van ‘El hijo de la novia’, speelt Ricardo Darín de rol van Benjamin Esposito, een voormalig gerechtelijk ambtenaar. Ook na zijn pensioen blijft hij in de ban van een gruwelijke onopgeloste misdaad van 25 jaar geleden. Door zijn memoires te schrijven hoopt hij daar alsnog komaf mee te maken. Hij deelt zijn intenties met rechter Irene Menéndez, destijds zijn directe superieur, waar hij reeds lang verliefd op is. De magie is er nog altijd. Maar ook de onmacht om daar iets mee te doen. In uitvoerige flashbacks krijgen we flarden te zien van de gruwelijke misdaad. Benjamin is vastbesloten om de zaak te heropenen.
Tegelijkertijd wordt een beeld gegeven van een tijdperk: Argentinië ten tijde van de militaire junta’s en de gerechtelijke corruptie die aan deze periode voorafging.
De film behelst zowel een liefdesverhaal, een heerlijke comedy, een politiek kritisch pamflet als een thriller en biedt meer dan twee uur lang boeiende en onderhoudende cinema."
Oscar 2010 voor Beste Buitenlandse film
Bron: studioskoop
Meer weten?
digg.be
demorgen.be