Choesels oep zaain Brussels, zag ik onlangs staan boven een recept. Dat is natuurlijk een onzuiver pleonasme, want ik zou niet weten op welke àndere manier dan Brussels die choesels dan wel zouden kunnen klaargemaakt worden. Vooropgesteld natuurlijk dat we het eens raken over wàt choesels eigenlijk zijn. Want daar bestaan wel wat stadslegendes (urban myths) over. Een stadslegende is een verzonnen vertelselke dat als waar gebeurd wordt doorverteld. Meestal ontbreken gegevens en zijn er ook geen oorspronkelijke bronnen. Degene die het verhaal vertelt, heeft het veelal via iemand anders gehoord die het op zijn beurt ook weer van iemand anders heeft vernomen. Sommige zijn qua oorsprong wel op een waarheid gebaseerd, alleen is het verhaal al zo vaak doorverteld dat er van de feiten weinig meer klopt. Klassieke stadslegendes zijn verhaaltjes over reuzekrokodillen die in de de stadsriolen rondwaren. Dé urban legend over choesels is dat choesels stierenklootjes zijn. Lekker griezelen om dit verhaal op de dissen op het moment dat deze schotel op de dis verschijnt. Soms wordt er nog aan toegevoegd dat Brusselaars ze als een afrodisiacum eten. Grappig, maar is is waar?
Choesels zijn klassiekers uit de tijd toen 'Bruxelles bruxellait' (versie Jacques Brel), want Brussel was toen nog olalah en olijk (versie Liesbeth List), de negentiende eeuw dus . Nu kun je ze nog maar zeer zeldzaam ergens op de kaart vinden, wat zeg ik, in een wereldstad als Brussel zul je vlotter plaatsen vinden waar ze krokodillensteak (evenwel niet die uit de riool) serveren dan de goede oude choesels… Een recept voor choesels vergt ook wel een meer dan middelmatige culinaire vaardigheid om zo'n soort vlees te kunnen presenteren als een sjiek maal, al was vroeger orgaanvlees geen scheldwoord, en stonden choesels broederlijk op de kaart naast sole meunière en blanquette de veau. De grote klassieke kok Escoffier maakte in zijn Le Guide Culinaire zelfs gewag van deze Brusselse specialiteit. In de niet culinaire literatuur vinden we ze vermeld bij Herman Teirlinck en Karel Van de Woestijne. In het Teirlinck-Gedenkboek (1929, blz 76) geeft Jul Kuypers dit fragment/recept weer: “Zeven soorten vleesch, mevrouw, noch min noch meer, de choesels inbegrepen. Laat ze weeken, anderhalven dag, zegge zes en dertig uren lang in Madera-wijn, zoodat het Spaansche druivennat en de Brabantsche ossenklieren naar behooren de overige zes vleezen doordringen en doorgeuren...”.
Allez laat ik nu to the point komen: in tegenstelling tot de hardnekkige stadslegende dat choesels stierenklootjes zijn, kan ik eens en voorgoed zeggen: niks daarvan dus. Choesels zijn echt en heus geen klootjes, niet van een stier noch van een andere soort. Wat dan wél? Eens en voor altijd leest u op deze blog de enige echte waarheid: het zijn stukjes alvleesklier van een kalf, eventueel in de sudderpot aangevuld met nog een allegaartje van ander orgaanvlees, maar gegarandeerd zonder klootjes! Waarom aangevuld met ander orgaanvlees? Omdat de alvleesklier een schaars stukje is om er een hele portie mee samen te stellen, laat staan voor meerdere personen. Daarom worden dus niertjes, ossenstaart, zwezerik of zelfs ook beestenpooten mee in de pot gesmeten. En natuurlijk zijn choesels waar geen Brussels bier bij te pas komt gewoon ondenkbaar, al wil een oud recept ook nog wel eens voorzien in een scheut (of meer) Madeira.
In Nederland bestaat zoiets als ‘woensdag gehaktdag’ maar uit oude uithangbordjes van Brusselse restaurants blijkt dat in Brussel donderdag choeseldag was! Tegenwoordig zijn ze echter zeldzaam te vinden, behalve dan bij die restaurants die er een erezaak van maken om de oude keuken terug in ere te herstellen. Zo kun je ze alle dagen van de week vinden bij het befaamde resto Viva M’Boma dat gevestigd is in een oude beenhouwerij in de Brusselse benedenstad, in een straat die vroeger gekend was om haar orgaanvlees.
Viva M’Boma -Vlaamse Steenweg 17 - 1000 Brussel - Tel : +32 (0)2 512 15 93, open van 12 tot 14u30 en van 19 tot 22u30. Gesloten op woensdag en zondag.
en voor wie het zelf wil proberen: Choesels
1 alvleesklier, 1 kalfszwezerik, 1 rundsnier, 1 ossestaart, 3 grote uien, 1 eetlepel bloem, klein blikje tomatenconcentraat, takje tijm, enkele laurierbladen en kruidnagels, nootmuskaat, peper en zout, 1 liter Brussels bier - Maak de uien schoon en snijd ze in in repen. De ossestaart mag in grote stukken, de rest van het vlees in kleine. Verwijder het overtollige vet van de alvleesklier en snij ook in stukjes. Dit vet niet weggooien maar smelten in de pan, we gaan nu de ossestaart er in aanbakken. Voeg de stukken nier toe en laat deze vlug bruinen. Draai het vuur lager en laat alles ongeveer een half uur sudderen. Doe er dan de stukken zwezerik en de gesneden uien bij. Bestrooien met een beetje bloem en voeg ook een eetlepel tomatenpuree toe. Leg er tenslotte de eigenlijke choesels, dus de in stukken gesneden alvleesklier, bij. Bijkruiden met peper, zout, nootmuskaat, tijm, laurier en de kruidnagels. Overgieten met het Brussels bier, en tegen kookpunt aan zeker nog 2 uur op het vuur laten. Hmmm.
13-05-2012, 00:00 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (0)
08-03-2012
Vive le Geus
We hebben het op deze blog al gehad over
caracollen, spruiten, en ook heel even over Brusselse wafels en stoemp... Maar
wat drinken die Brusselaars ? Wel, het antwoord heb ik gevonden in een Brusselse brouwerij in de Gheudestraat in Anderlecht. Het is een familiale brouwerij, gesticht in 1900. Men brouwt er LAMBIK , GEUZE, FARO en
KRIEK en men doet dit nog steeds op de originele ambachtelijke manier.
Nochtans vreesde men enkele jaren geleden voor het overleven van de oude methodes. Europese normen dreigden nefast te worden voor ambachtelijke brouwers (trouwens ook voor kaasmakers etc). Zelfs de 'instelling' Cantillon kreeg inspecteurs over de vloer, die vonden dat de 19de eeuwse brouwerij niet meer voldoet aan de Europese richtlijnen. Brouwen in oude boerenschuren, opslag in eikenhouten vaten en gisting in de
openlucht dreigden onmogelijk te worden. De muren van brouwzalen moesten afwasbaar zijn, en zo zouden de oude bakstenen en
houten steunbalken voortaan'verboden' zijn. En laat het nu precies van "wilde" bacteriën in de brouwerij afhangen om tot die zeer typische gisting te komen.Maar toen werden de Geuzebrouwers ineens echte geuzen in de andere betekenis van het woord!
(Het woord geus is afgeleid van het Franse gueux. Dat woord betekent schooier, maar het kreeg een positieve betekenis voor al wie in de 16e eeuw in de Nederlanden niet Spaansgezind was. Het was Berlaymont die tegenover Margaretha van Parma de edelen die zich tegen Filips II verzetten wou voorstellen als een stelletje ongeregeld en vooral onbelangrijk. Het bleek een vergissing. Van scheldnaam werd "geus" een eretitel, ja, een 'geuzennaam' dus). De Geuzebrouwers vonden steun bij toenmalig Europees parlementslid Dirk Sterckx, die als een ware geus de strijd aanbond, en ...won! Net als de Franse Camembert was de Geuze veilig.
Een klein ABC van het Brussels bier: In de negentiende eeuw waren de twee meest geliefde bieren
van de Brusselaars en de Brabanders Lambik en Faro. De opkomst van de glazen flessen en de
ontdekking van de hergisting op fles zorgden echter voor een revolutie in het
kleine wereldje van de Brusselse brouwers. De Geuze werd dan het bier dat symbool stond voor Brussel. Lambik, de basis voor de Geuze, is een bier van spontane gisting. Alle bieren op basis van Lambik smaken van nature
uit zuur, maar bij sommige zijn de zuurheid, de bitterheid en de zachtheid meer
uitgesproken dan bij andere. Geuze is het resultaat van een complexe
mengeling van lambikken van verschillende leeftijd en met een verschillende
smaak. Kriek is dan weer Lambik met
toevoeging van krieken, de zogenaamde Schaarbeekse krieken of krieken van het
kleine zurige type. Faro is Lambik waar men
kandijsuiker aan toegevoegd heeft. Faro zou in het Spaans gerstenat of gouden
drank betekenen. Bent
u een zythofiel (bierliefhebber)… breng dan zeker eens een bezoekje aan deze brouwerij "Cantillon". Er is trouwens ook een museum aan gekoppeld:
“Brussels Museum van de Geuze. Daar kan je kennismaken met het gehele productieproces en natuurlijk kan u ook eens
proeven van deze “Brusselse champagne". Vive le Geus!
08-03-2012, 00:00 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (0)
26-01-2012
Brusselse caracollen
Marie Van
Haute verkoopt al meer dan 40 jaar “caracollen” in de volkswijk van De
Marollen. Het zouden, naar verluidt, de beste van de stad zijn. Naar verluidt
zeg ik wel, want ik moet bekennen dat ikzelf niet de allergrootste fan ben. Het
idee om “slakken” naar binnen te werken, spreekt me niet zo aan…
Maar als ik
de vele mensen mag geloven die al proefden aan haar befaamd kraampje op de hoek
van de Vossenstraat en de Hoogstraat, dan lijkt ze wel een echte Brusselse
legende. Wat ze doet en hoe ze het doet, weet niemand, want zelfs Jeroen Meeus kon
haar met al zijn charmes niet overtuigen om haar geheime ingrediënt prijs te
geven.
U kent haar
vast wel hoor, maar dan onder de naam Mie Caracol. Ze is een geboren en getogen
Marollien, haar ouders en grootouders woonden ook al hier. Ook zij waren foorkramers.
Met haar
sappig Brussels dialect charmeert ze iedere voorbijganger. Ook al is ze
ondertussen al 80 en wordt het er niet gemakkelijker op om haar “kaviaar van de
arme mens,” want zo worden caracollen ook genoemd, aan de man of vrouw te brengen. Toch blijft
ze het leuk vinden, zie haar maar eens bezig in de TV -reeks “De Marollen-Het leven zoals het is.” klik hier voor het filmpje
U kan ook
zelf eens een poging doen om “Brusselse caracollen” te maken, maar ik twijfel
of ze zo goed zullen zijn als die van Mie Caracol.
Hier gaan
we dan:
Koop verse carcacollen of wulken. Maak een bouillon van water, veel zout, een laurierblaadje, veel peper, cayennepeper en selderstengels. Proef eerst deze bouillon want de peper moet sterk doorsmaken. Was de verse wulken en kook max. 15 tot 20 minuten (anders worden ze taai). Haal de slakken uit het huisje en verwijder het zwarte gedeelte. Zeef de bouillon en voeg selder toe, proef opnieuw van de bouillon en kruid eventueel bij en voeg tenslotte de slakken toe. laat niet meer koken, houd ze hoogstens warm.
PS: verwar
caracollen niet met escargots, caracollen zijn zeeslakken en escargots
landslakken. Het is maar dat u het weet… PPS: het is vaak iets dat presidenten en filmsterren te beurt valt: dood verklaard worden wanneer je het nog niet bent, maar onlangs verschenen er zo ook artikels over deze volkse figuur Mie Caracol die daarna dan weerlegd werden. Een oproep aan de bloggers: wie gaat eens een kijkje nemen en kan me bevestigen dat je nog steeds kan smullen van de lekkere caracollen van Mie... let me know.
26-01-2012, 00:00 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (0)
22-12-2011
Komen eten!
Er is een theorie die zegt dat wanneer er onstabiliteit in de wereld heerst, de mensen meer belang gaan hechten aan eten. En het is waar, naarmate de beurzen dalen, stijgt het aandeel van kookboeken op de ooit literaire boekenbeurs, en kan een schelm als Berlusconi ongestraft uitroepen “hoezo crisis, in Italië zitten de restaurants en terrassen wel vol hoor”. Restaurantschefs konden vroeger al wel een hoog guru-gehalte hebben, maar tegenwoordig hebben ze een echte sterrenstatus (en ik bedoel niet Michelinsterren maar eerder die van rock- of filmsterren). Geen wonder dat ook de gewone sterveling daar dan van droomt, en dat iemand die erin slaagt een klonterloze saus te draaien, al meteen zijn kans wil grijpen om via kookwedstrijden op de televisie ontdekt te worden. Helaas is er niemand die deze mensen tegen zichzelf beschermt, en gaan de tijdelijke BV’s uit Komen Eten (degoutant) en Mijn Restaurant (net iets minder degoutant) al te vaak zakelijk én persoonlijk onderuit. Deze programma’s zijn de opvolgers van het Big Brotherhuis, de echte chefs die eraan meewerken de nieuwe Larry…. Ook de echte kookprogramma’s op didactische in plaats van op sensationele leest blijven hoge ogen gooien. Ze gaan steeds meer de oude klassiekers afstoffen en oma’s keuken in ere herstellen. Ook dat past helemaal in het plaatje van zekerheid en warmte oproepen in barre tijden. Alles wordt ‘comfortfood’. Ook het feit dat ouderwets zelf staan bakken, compleet met schort en bloembestoven wangen, de nieuwe hobby van multi-taskende mama’s wordt, is aanduiding van de instinctieve terugkeer naar de baarmoeder die wel allemaal willen maken als er bange tijden komen. Met oma’s keuken Freudiaans ingevuld als die baarmoeder. De Darwin-adepten kunnen het ook verklaren: al sinds de eerste bestaansgeschiedenis van de mens gingen we onszelf volproppen wanneer we dachten dat er slechte tijden in aantocht waren, kwestie van wat vetlaagjes te leggen voor later – instinctief zouden we dat nog steeds doen, al sublimeren we het natuurlijk tot “zelf koken” en “terug naar vroeger-recepten”. De recepten van de eerste jagende mens hebben we niet meer, die van oma nog wel… Iets om heel even bij stil te staan wanneer we de oudjaarsmenu’s plannen dit jaar, en de ganzenlever en kreeft van de traiteur het massaal zullen afleggen tegen klassiek gebraden hompen of loodzwaar gevulde vogels met nog klassieker garnituur van wat we nu sjiek vergeten groenten noemen, maar intussen jarenlang afgedaan werd als beestenvoer of oorlogskost. Ook stapels zelfgebakken en versierde koekjes, cakes en taarten zullen onze tafels sieren. Eigenlijk kunnen we spreken van de triomf van de oven over de microgolf. Ik heb nog een Victoriaans kookboek van Mrs Beeton in de boekenkast in het salon staan, als nostalgisch en historisch stuk. Misschien toch maar weer naar de keuken verhuizen dat boek. Aviva
22-12-2011, 17:43 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (0)
16-12-2011
In Brussel ontsproten: de spruit
Noteer nu al ons thema voor de Week van de Vrije Smaak 2012 (10 tot 24 november): Brusselse streekspecialiteiten
Spruiten voor Sprotje is een stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is een soort James Bond verhaal voor kinderen, met een jongentje dat geen spruiten wil eten, een dreigende terreurdaad die een milieuramp zal veroorzaken, mosterdgas maar dan gemaakt van curry-ketchup en tartaar … In ieder geval wordt ook in dit verhaal ingespeeld op het clichébeeld 'kinderen lusten geen spruitjes'. Is dat wel waar? En àls het waar is, hoe zit het dan met Brusselse kindjes? Want Brussel is dé spruitjesstad in België, en de goedmoedige Brusselaars zijn behalve 'kiekenfretters' ook echte "p'ti choukes"…
Men zegt dat in 1821 voor het eerst spruitjes geregistreerd werden in de omgeving van Brussel. Waarschijnlijk 'per ongeluk' ontstaan uit zaaigoed voor kool, op een verarmde grond. Ze veroveren al heel snel de buurlanden als een makkelijk te telen wintergroente. De oorspronkelijke naam zou "Choux de Bruxelles" zijn, maar dat is een loopje nemen met de geschiedenis van het toen nog erg Nederlnadstalige Brussel. Spruitje zal wil oorspronkelijker zijn. Zoiets als een boer die een toevalstreffer doet: wat een raar gekrompen kooltje is hier aan mijn veld ontsproten... toch maar verkopen die 'spruiten'. In het Engels gebruikt men nog steeds de term Brussels Sprouts. De Nederlandse vrienden spreken van spruitkool, de Duitsers van Brüsseler kohl, in Spanje is het col de Bruselas .
Spruitjes kunnen met gemak strenge vorst van wel -15 °C doorstaan. Hun slimme 'genen' zetten zetmeel om in suikers, wat de cellen wapent tegen bevriezing. Veel mensen eten ze het liefst als er een keer "vorst overheen gegaan is".
De term "spruitjeslucht" slaat op de typerende geur die in huizen blijft hangen als spruitjes of andere koolsoorten lang gekookt hebben. Spruitjeslucht is een begrip dat meer dan de geur alleen weergeeft, het vat ook een hele levensstijl samen en staat voor burgerlijke opvattingen, ouderwetse gordijntjes, jaren vijftig-angst voor de vrijgevochten jaren zestig en zeventig eraan kwamen. Een spruitjesmentaliteit, die is 'kneuterig', dat weet iedereen.
En eerder oerhollands dan Brussels, sorry dat ik het zeg :) Maar waar komt die vreemde scheetachtige spruitjesgeur eigenlijk vandaan? Koolsoorten hebben een grote behoefte aan zwavel en nemen dat op uit de bodem waar ze groeien. De geur die vrijkomt bij het langdurig koken van kool ontstaat dan ook doordat die vrijkomt. Het verklaart volgens sommigen waarom kinderen, wiens geurorgaan fijner afgestemd is, niet zo dol zijn op spruitjes. En Brusselaars wel, want die hebben ook iets met hun typisch Brusselse stinkkaas….
16-12-2011, 00:00 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (1)
24-11-2011
Het zit erop!
Onze “Week
van de Vrije Smaak” zit er al op voor dit jaar. Het minste wat we kunnen zeggen
is dat het een lekkere, smakelijke en gezellige week was! Vol Amerikaanse
lekkernijen…
De
hamburgers, pompoensoep, donuts, muffins en cupcakes komen nu wel stilletjes
aan onze oren uit. Maar je moet er iets voor over hebben…
Liberale
Vrouwen Vlaams-Brabant, Antwerpen en Oost –en West Vlaanderen hebben kunnen
bijleren van de kookdemo’s van Peter Balcaen en vooral heerlijk kunnen proeven
van de typische Amerikaanse dessertjes. Van muffins tot cupcakes en whoopies…
even niet denken aan al die caloriebommetjes. We zijn immers bezig met het
leren kennen van de “Amerikaanse cultuur.” Het is dus voor een goed doelJ
Ook vele
afdelingen gingen maar al te graag in op de uitnodiging om deel te nemen aan
onze “Week van de Vrije Smaak.” Want als er nu iets is wat wij als echte
Bourgondiërs graag doen, dan is het lekker koken en het dan vooral ook met veel
smaak verorberen!
Anderen
besloten het zichzelf nog gemakkelijker te maken en niet zelf aan de slag te
gaan met potten en pannen, maar simpelweg naar een Amerikaans restaurant te stappen.
U doet
maar… wij zijn al blij dat u meedoet aan dit evenement!
Schrijf alvast in uw agenda voor volgend jaar: Week
van de Vrije Smaak van 10 tot 24 november met als thema “Brusselicious.”Ik verheug me er om lekkere stoemp te eten en
Brusselse wafels met veel crème fraîche, njamie!
24-11-2011, 00:00 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (0)
19-11-2011
De hond is een kip...
In België is
de hotdog pas populair geworden na de Expo ’58, die nog wel andere
vernieuwingen in onze contreien introduceerde. Cola, soep uit pakskes
en bier uit blik, om er maar enkele te noemen. Hij werd vooral een
fenomeen in stations, later ook op markten en foren. Het was fastfood
nog voor we ooit van die term gehoord hadden. We pasten hem aan aan
onze Belgische smaak. Zuurkool en mosterd waren normaal, met ketchup
werd hier enigszins scheef bekeken. En het moest in een krokant
krakend broodje, niet in een malse sandwich. (Ik spreek met opzet
niet van een ‘knapperig’ broodje, een te Hollands woord in dit
geval dat niet hetzelfde weergeeft, tja knapperig wat IS dat
eigenlijk? Is het een geluid, gaat het over breken?). De Belgische stations
werden verbouwd, velen kregen er een soort mini-shoppingcentrum bij,
en ketens verdrongen het ouderwetse maar joviale hotdogkraam.
Trouwens, is het je ooit opgevallen dat ieder vroeger hotdogkraam een
vrouwelijke en niet zo jonge uitbaatster had? Altijd was het een
soort mie-karikolle, een mie-dog dan. Een volksfiguur in plaats van
een cateringbediende. Iemand bij wie je een goedkope snelle hap
kocht, maar voor die luttele centen ook de kwinkslag en de moederlijkheid leverde die in de grauwe
stationsomgeving een warm plekje creëerde. Nu staan er in de
stations blitse nieuwe hotdogkramen, helemaal gepimpt met een
Amerikaanse “look and feel” (veel rood en blauw en sterren en
strepen) . Maar helaas ook met
wakke broodjes (wak betekent mals maar niet lekker) en zonder
gemoedelijke mie-karikolle-madam. Het zijn nu eerder frisse jongens
met een Noordnederlands accent of frisse meisjes met een
Noordafrikaans accent, maar beiden zonder een babbel.
Toch is er iets aan
het gebeuren in de doggie-wereld! Een nieuw fenomeen aan het
firmament. In hartje Brussel opende onlangs Hopdog. In een
winkelstraat waar verder een sjieke bakker zit die een grote omzet in
makarons draait. Hopdog heeft zoals een hotdogkraam een bestelraam
aan de straatkant, maar je kan er ook binnenlopen voor een
broodjeszaak-gevoel. Een één ding hebben
ze alvast begrepen: het broodje is in België belangrijk! Bij Hopdog
kan de dog dan ook een jasje krijgen van uiteenlopende
broodvariëteiten. Gaande van malse sandwich (niet 'wak' in dit
geval) tot zacht fitnessbroodje, krakend wit of bruin broodje en
zelfs meergranenbroodje. Yeah! Eindelijk! Hier leren we dat de
kwaliteitsdog eigenlijk kip is, jawel kippenworst levert de
smakelijke en sappigste worst. Maar ook vegetariërs kunnen hier
terecht voor een soja-dog. En dàn kom je er achter dat ook de
hondenwereld vol verscheurende keuzes zit. De klassieke dog of de
spicy? De organic of de veggie? De crispy barbecue of de sweet honey?
De 'healthy' met groenscheuten of de 'country' met pesto? Wie zijn
weg verliest in deze veelheid, kan zich ook door de vriendelijke
uitbaters (wél een leuke babbel) laten verleiden tot de hotdog van
van maand, die zoals de naam aangeeft maandelijks wisselt en
'seizoensproducten' toevoegt aan de dog. Misschien toch een kansje om
hier de zuurkool die de belg associeert met hotdogs binnen te
smokkelen? Behalve mosterd en ketchup bieden ze bij Hopdog ook
artisanale sausen. De meeste dogs zijn
er in grote of kleine versie, en er wordt ook nog bij verteld hoeveel
calorieën er in je snelle hap zitten. Voor wie daardoor niet uit het
lood geslagen wordt is er ook nog keuze aan dessert namelijk ijs,
wafeltjes of cake. De goedkoopste dog heb je voor 1,95 en de duurste voor 3,85 euro. Leuke formule! Als het aanslaat
willen deze boys meer vestigingen open. Ik heb voor hen een tip: neem
de Belgische stations over!
auteur: Aviva
Hopdog,
Kleerkopersstraat 21, 1000 Brussel, vlakbij het Muntplein
www.hopdog.be
0
1
2
3
4
5
- Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen) Categorie:Voor u getest - resto Tags:hopdog,hotdog,Aviva
19-11-2011, 00:00 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (1)
10-11-2011
Na de cupcakes komen de "whoopies"
Bakken is terug "in", dat wisten we al. Jonge vrouwen en moeders zijn weer aan het bakken gegaan. Eerst waren er de cupcakes waarmee er rond je oren geslagen werd... Indien geen oven ter beschikking, heb je nu al een speciale machine om ze te maken, de zogenaamde "cupcake maker", je kan ook een "cupcake decoratieset" kopen, een "cupcake cadeauset", een "cupcake standaard" (een mooi rekje om je cupcakes op te presenteren), kleurrijke "cupcakedozen" om ze in te bewaren en ook kleurrijke servietten met cupcakes erop, je kan het zo gek niet bedenken. En de lijst zal nog aangroeien, vermoed ik... goede marketingstrategie.
Maar helaas pindakaas, de cupcakes worden op dit eigenste moment al van hun troon gestoten, want er is een nieuwe lekkernij gesignaleerd, namelijk de "Whoopies" of "whoopie pies." Deze bestaan uit 2 koekjes die, met een vulling ertussen, als een sandwich op elkaar worden gedrukt. De baksels zijn meestal rond of ovaal, vaster dan een cake of makaron en zachter dan een koekje. Over de origine van het dessert circuleren 2 verhalen: enerzijds beweren de bewoners van New England dit baksel op de wereld te hebben gezet, andere bronnen vermelden de Amish in Pennsylvania als origine van het dessert. De benaming zou dan ook komen van de "Whoopie"-reactie bij Amishkinderen bij het zien van deze lekkernij. Ik kan me die reactie enigszins voorstellen... het ziet er echt uit om van te smullen.
Net zoals cupcakes zijn ze eenvoudig te maken en kan je er eindeloos mee variëren. Elke bakprinses kan zich hiermee uitleven zowel wat betreft beslag als vulling. Er zijn walnoot-whoopies, amandel-whoopies, speculaas-whoopies, limoen-whoopies, praliné-whoopies, ... En in Amerika zijn de klassiekers, hoe kan het ook anders: de chocoladeversie met marshmallowvulling en de pompenversie met room en botervulling. Het water komt me al in de mond, alleen de naam al "Whoopie." Geef toe, een mens wordt er vrolijk van...toch vrolijker dan van de naam "cupcake"...
10-11-2011, 10:52 geschreven door Annelies Reacties (1)
04-11-2011
De naam van de roos... in Westvleteren
In ben zo iemand die vindt dat het zelfs
bij de fastfood niet wreed rap vooruitgaat, dus je begrijpt... ergens gaan
aanschuiven...brrr. Ooit wel eens gedaan voor een belangrijke tentoonstelling,
en ook ooit eens voor de solden bij Delvaux, maar verder: nee hoor. Voor Harry
Potter of een nieuwe versie van iPad doe ik geen moeite. In heel mijn verlichte
vriendenkring is dat zo ongeveer de teneur.
Groot is dan ook mijn verbazing dan ineens veel van die mensen toch stormlopen
voor de grote hype uit de provincie Westvleteren euh West-Vlaanderen :).
Waarlijk, ik wist niet waar het over ging toen ik opeens sms-jes kreeg of ik
nog aan een krant De Standaard kon geraken. Yeah, sure, breng ik straks wel
even voor je mee. TOT ik na 6 krantenwinkels af te dweilen erachter kwam dat er
wel iets heel bijzonders in die krant moest staan. En ja, eindelijk vertelde de
zender van de sms-jes waarover het ging: een bon voor een bak trappistenbier
aan 25 euro. Pas op, zeg nooit zomaar trappist tegen een Westvleteren, dat is
blijkbaar zoiets als vloeken in de kerk (waar ik eigenlijk ook geen probleem
mee heb), en zeg nooit zomaar bak bier tegen een bouwsteen. Ja, bouwsteen, want
deze eenmalige actie van het schaarsgebrouwen bier moet een injectie van
200.000 euro opbrengen voor de verbouwing van de Sint-Sixtusabdij van de
Westvleterse paters. "Ad aedificandam abbatiam adiuvi" staat er op de
kartonnen krat, sorry bouwsteen, en voor wie niet met Bart De Wever op school
zat vertaal ik even het Latijn:" ik heb bijgedragen aan de opbouw van een
abdij". Die cisterciënzers (of hun marketingmens) hebben in ieder
geval goed begrepen dat een product niet louter het product is, en om een hype
te zijn het niet enkel om de vermeende smaak of de gecreëerde schaarste gaat,
maar ook om het groepsgevoel en het goed-gevoel. Meegewerkt hebben aan de bouw
van een abdij.. hoe romantisch toch... hoe Umberto Eco. En papen en
papenvreters staan gezellig samen te bouwen op de parking van de supermarkt. Als het over een hype gaat, mag het verstand even op nul.
's Ochtends tegen 8.30 uur stonden al
honderden mensen te wachten aan de ingang van Colruyt filialen, bon voor de
speciale 'bouwsteenbox' van de abdij van Westvleteren in de aanslag. Dat
weet ik omdat ook de televisie dit gebeuren 'nieuws' vond. Vele wachtenden
droegen hun 'bouwsteen' als een trofee in de armen. Merkwaardig hoeveel mensen
beweerden 'dat het niet voor zichzelf was', maar voor bompa, nonkel, vader
(zelden voor bomma, tante of moeke gehoord...). Sommigen getuigden dat hij niet
eens om te drinken was, maar toegevoegd werd aan een 'verzameling'. Heel wat
mensen bleken het bier nog nooit geproefd te hebben, alleen te kennen 'van
naam'. Iemand zei zelfs letterlijk: "ik ken het door de hype'.
Kijk, dat kan er bij mij nu niet in, zie.
Krantenwinkels bestormen de ene dag en uren aanschuiven in de supermarkt de
volgende, voor een bier dat je nog niet eens kent..
Doe mij maar een Lindemans
kriek. Met heerlijke roze schuimkraag. Lekker sjiek in een flute. Nu direct!
Zonder aanschuiven. Dat certificaat van abdijenbouwer laat ik dan maar aan me
voorbijgaan. Laat ik maar 'gewoon' aan de weg timmeren :)
uit "de naam van de roos" : “De roos van weleer bestaat als naam, naakte namen houden we over”.
04-11-2011, 00:00 geschreven door week van de vrije smaak Reacties (2)
03-11-2011
de aftrap van de week van de vrije smaak
Opdracht vandaag volbracht door Maureen en Veerle: 150 koekjes gebakken, opgegeten, goed bevonden.... verbrande vingers en tong zijn te verwaarlozen als we het plezier van kinderen en mama's zagen. Samen bakken, is er iets plezanters???De aftrap van de week van de vrije smaak is dus met brio gegeven :) al zeggen we het zelf. Maar help, mama's en kinderen vragen om.... beignets te bakken. Dat moet toch ook kunnen? vroegen ze... Ja hoor, maar creatieve recepten ZONDER frituurketel zijn daarom meer dan welkom want de ouderwetse Belgische frituurpot ontbreekt nu net in het keukenarsenaal van Nasci, tehuis voor alleenstaande moeders en kinderen. Dus ik plaats hier een 'zoekertje' voor beignetrecepten zonder frituren of met creatief frituren... een oven hebben we wel! Meer dan warm genoeg gezien mijn verbrande vingers en tong. Voorproeven is duidelijk een vak apart :) en niet aan mij besteed.
Veerle
reactie:
olie in een gewone blikken pot
ik heb ooit in allerlei gekke omstandigheden in het buitenland en zelfs in de woestijn mensen 'belgische' frieten leren bakken zonder frietketel, gewoon met veel olie in een gewone kookpot. it works ! het schijnt trouwens dat sjerpa's ook zo koken voor het ploeg klimmers :)
04-11-2011, 11:07 geschreven door sukiyaki-lady
nbsp;
Veerle zegt: Sukiyaki-lady....ik zoek een VEILIGE manier om te frituren. In de woestijn, ver weg van huis is dat veiligheidsaspect bijkomstig en mag je je laten drijven in een nostalgische frietroes. Zand genoeg daar om te blussen. Maar serieus... Heb ik gedroomd, is het een fata morgana of bestaat dat echt? Een frituurketel die maar één lepeltje olie nodig heeft?
Kijk hier val ik dan voor :) veilig EN voor mijn EN jouw lijn EN veilig voor de 20 kindjes die waarschijnlijk rond en over de frituurpot gaan hangen. Wie kent dat? Wie heeft dat uitgetest?
reactie: een lezeres vond een test bij Testaankoop, en die was niet zo positief. lees hier
Hier kan je jouw favoriete stoemp-recept posten, erover discussiëren met anderen, feedback krijgen etc. Eind november 2012 kiezen we een winnend recept dat een mooie prijs krijgt!
Brusseleir en VTM-kok Albert Verdeyen op zijn eigenste manier over "stoemp". Mét makkelijke tips in dit gesprekje bij ATV.