Wandeling Griesbroek 13 mei 2012.
Langs het oude pad van 4.5 km; rondwandeling van Natuurpunt. Weinig wandelaars vermoedelijk vanwege het goede ‘communieweer’.
Straalmolen, voor het eerst gebouwd in 1374, in 1934 opnieuw opgebouwd; echter zonder rad; Is nl. een turbinemolen. Vroeger als schorsmolen of slagmolen voor smout, nu als graanmolen. Mooie oranje-gele zwavelzwammen op treurwilg. Wel als parasiet, want de boom leeft nog gedeeltelijk.

zwavelzwam
Paardekastagne in bloei met zowel gele als rode honingmerken. Rode bevrucht?? Verhaal van de bijen die kleurenblind zijn voor rood maar wel ultraviolet licht kunnen waarnemen.
Op internet geen uitsluitsel gevonden dat dit zo is. Heb ook al bloemen met rood honingmerk gezien maar geen bij in de buurt. Wie weet hoe het zit?
We kunnen zelf zeep maken door enkele bladeren van de paardekastagne in warm water stuk te wrijven en bladeren uitknijpen.
De bladeren zagen er nog gaaf uit ondanks de bedreiging door de mineermot. Deze motten worden de laatste jaren gevangen met geurvloeistof in lokbekers en lijmbanden.
Verder over de Heiloop aan de wegkant, vele inheemse plantensoorten waaronder rododenderon. Niet direct mijn lievelingsplant maar na het lezen van dit gedicht ben ik een beetje toleranter.
BLIJ:
Kom lieve mei
Dans op de grasgazons
Maak ons weer blij
En ro-do-dender-ons.
(Toon Hermans)
Verder damherten met mannetjes in aparte weide. Op internet artikels gevonden van verwilderde damherten o.a. in Zandvoort en A dam. Holpijp, typisch voor het Griesbroek is een heel oude plantensoorten, zeldzaam in België;meestal in kwelwater; dit is grondwater dat aan de oppervlakte komt. Hier net een oerlandschap met wat kreupelhout. Mensen van Natuurpunt denken al hardop aan bevers, nu reeds aanwezig in de vallei van de Kleine Nete, de Dijle en het Mechels broek. Blijkbaar ook reeds in de Dommelvallei.
Ook nog enkele dotterbloemen en Pinksterbloemen. Roep van de wielewaal gehoord. Meerdere zwartkoppen maar geen nachtegaal. Enkele reesporen; de geiten werpen rond deze tijd hun jongen. De jongen van vorig jaar worden weg gejaagd. Meerkoet op nest in riet.
Aan de prachtige meander volgens War de dikste eik van Balen. Effe meten: 3.1m omtrek. Na het bruggetje enkele weiden met weegbree voor veldparelmoervlinder vroeger ook wel weegbreevlinder genoemd. Verlaten vossenburcht nabij water. Kamperfoelie met wurgende met de zon meedraaiende ranken.
Jonge zwarte runderen op de begrazingsblokken. Volgens Quinten een kruising met Limousin voor een bekend restaurant.
Omdat het pad onderbroken is moeten we langs de nieuwe klappoortjes en de natte wei. In september opening nieuw wandelpad alsook opening ‘Grote Netewoud’.
Grootbloemige muur of akkerhoornbloem? Zelfs bij afbeeldingen op internet moeilijk te onderscheiden.
Op de terugweg enkele Saoy schapen; oorspronkelijke bewoners van een Schots eiland; hoeven niet geschoren te worden.
Fons
Verslag nachtegalenwandeling 30 april
Met het weer hadden we een beetje geluk; niet echt warm maar toch vrij droog. Reeds bij het vertrek aan jeugdcentrum de Maat hoorden we een nachtegaal. Bij de voorbereiding met Swa, Gaby en Leo hadden we een zestal zangposten geteld. Op weg naar de aalscholverkolonie eindelijk een beetje groen aan de bomen en kruiden in bloei waaronder look zonder look. We passeerden de Molse visvijvers en hoorden de tjif-tjaf en meerdere zangposten van de zwartkop. Deze zangvogel komt de laatste jaren veelvuldig voor; zelfs in de meeste tuinen vooral als er berken in de buurt zijn. Blijkbaar zijn er nu meer zangposten mede omdat ze gaan overwinteren in het zuiden van Groot Britanië. Het grote voordeel is dat ze daardoor minder energie verspillen en alzo vlugger terug zijn dan de vogels die meer naar het zuiden overwinteren. Dankzij Jef, die de sleutel van het poortje bij zich had konden we de broedende aalscholvers in natuurreservaat ‘de Maat’ bekijken. Op het kanaal een koppel futen met baltsgedrag en de roep van een koekoek. Even later kwam deze zelfs voorbijgevlogen om zijn typische vliegstijl te tonen. Deze gelijkt nl. fel op deze van een smelleken, een kleine roofvogel, welke hier in onze streek passeert in de trekperiode net wanneer de koekoek naar het zuiden vertrekt om te overwinteren. Vandaar dat men vroeger dacht dat een koekoek in de herfst veranderd in een ‘klamper’. Op weg naar de kerkuilenkast in de elektriciteitscabine van Sibelco nog een zangpost van de nachtegaal zij het niet met volle goesting wellicht vanwege de kleine regenbui. Hoorden we daarnet niet de regenroep van de vink? Verder hoorden we nog boomkruiper, fitis, fazant en de houtsnip welke in de schemer overvloog. In het park nog een schuchtere poging van een nachtegaal.
Fons
|