Welkom beste blogbezoekers,
wij zijn Davy en Jürgen Moerman. We zijn broers en beiden zijn we lid van de wandelclub WSJV Nacht van Vlaanderen Torhout bij Aktivia. We wandelen zowel korte als lange afstandswandeltochten in West-of Oost-Vlaanderen. Geregeld zullen we proberen hier een verslag en foto's te plaatsen van wandeltochten waar we aan deelnamen (Niet alle tochten zullen aan bod kunnen komen). Tips en reacties hierop zijn altijd van harte welkom.
Groetjes, Davy en Jürgen!
Elk jaar organiseert WSV Beernem op 15 augustus hun gelijknamige Internationale 15 augustustocht. Naar eigen zeggen, de bosrijkste tocht van de provincie. De start hiervan vond plaats in de sporthal van het psychiatrisch centrum St.-Amandus. De instelling werd opgericht in 1928 en omvat twee delen: het psychiatrisch ziekenhuis die plaats biedt aan 470 mensen en het psychiatrisch verzorgingstehuis in Torhout waar 174 mensen terecht kunnen. Na het inschrijven konden we op weg voor 35 kilometer. Eens de ruime sporthal verlaten, werden we het psychiatrisch centrum ingestuuurd. We wandelden naar de boerderij, waar we na enkele honderden meters onze controlekaart opnieuw mochten opdiepen om een koekje in ruil te krijgen. We stapten verder en volgden enkele asfaltbaantjes tussen de verschillende woonblokken om naar de rand van het domein te wandelen. Even gingen we buiten het domein om wat verder de eerste bosstroken onder de voeten geschoven te krijgen. Smalle bospaadjes kronkelden ons rond een klein kerkhofje om ons uiteindelijk af te zetten op een grindbaantje. Even voorbij een serrecomplex pikten we terug enkele kortere afstanden op, die ons net na de boerderij hadden verlaten. Een kortgemaaide graswegel leidde ons in een wijde boog door een schapenweide om ons af te zetten aan de rand van het provinciaal domein Lippensgoed-Bulskampveld. Een vlonderpad liet ons even boven de nochtans droge bosgrond zweven en leidde ons naar een prachtig, paarsbloeiend heideveldje. Een beperkte herinnering aan wat ooit het grootste heidegebied van het Graafschap Vlaanderen was. Bulskampveld vormde eertijds de kern van een heidegebied die zich uitstrekte van Torhout tot Aalter. Vanaf de 18de eeuw werd dit gebied ontgonnen voor landbouwgebruik. De meest schrale gronden werden bebost. De naam dateert van 1149 en zou afkomstig zijn van het Germaanse 'bulnas kampa' : het veld van stieren. We vervolgden onze weg via prachtige dreven om naar de kasteelhoeve te stappen waar een rustpost was ingericht na 5 kilometer. In de vroegere stallingen van de hoeve is nu het vogelopvangcentrum ingericht, waar zieke en gekwetste vogels verzorgd worden en voorbereid worden om terug in de vrije natuur gelaten te worden. Even verder staat het kasteel Bulskampveld. De eerste heer van Bulskampveld, Lambert Malfait, liet rond 1800 zijn hoeve tot kasteel verbouwen. Later ging het eigendom over naar de familie de Meeus, die er in 1887 het huidige neogotische kasteel liet optrekken. Vanaf 1904 werd het kasteel betrokken door de familie Lippens die het omliggende domein de allures gaf van een landgoed, die in 1970 uiteindelijk aangekocht werd door de provincie. In de kelder van het onlangs gerenoveerde kasteel is tegenwoordig een bezoekerscentrum ingericht. Opnieuw namen zalige, schaduwrijke bospaden ons mee door het 320 hectare grote, afwisselende bosgebied om ons naar Hertsberge te leiden. Asfaltbaantjes stuurden ons, tussen de villa's door, naar de kerk van de Oostkampse deelgemeente. De jonge gemeente kwam pas in 1919 tot stand toen delen van Ruddervoorde, Oostkamp en Wingene werden samengevoegd. In het parochiezaaltje aan de voet vonden we de eerste, echte controle na ruim 8 kilometer. Na het afstempelen werden we een lange, rechte bosstraat opgestuurd die ons tot aan een poel bracht. Even verder herinnerde een vergeten pijltje er ons aan dat we hier ook met de Nacht van West-Vlaanderen passeerden. Lijkt al een eeuwigheid geleden. We doken terug het provinciedomein in, waar boswerkzaamheden het pad danig overhoop had gehaald. Een lange dreef voerde ons naar een open vlakte waarna we een heideveld mochten doorkruisen, waar een loden zon de temperatuur serieus de hoogte in jaagde. We waren dan ook blij als we terug de lommer van de bomen konden opzoeken om verder te stappen door het uitgestrekte bos. Een smal pad leidde ons tussen de velden van een heidekwekerij naar de volgende controle in de loods van diezelfde kwekerij. 15 kilometer hadden we ondertussen op de teller staan. We dwarsten, na de controle, de drukke baan tussen Beernem en Wingene, en belandden onmiddellijk in een volgende bosdomein. Dit keer mochten we de Vagevuurbossen bewandelen. De naam van dit 220 hectare grote domeinbos is afkomstig van de Vagevuurkapel die in de jaren zestig werd gebouwd. Het bos vormt samen met het aanpalende Lippensgoed-Bulskampveld het grootste openbaar boscomplex van West-Vlaanderen met 540 hectare. We slalommen wat tussen de verschillende bosdreven om naar de voet van de Hendriksberg te stappen. We bleven op het vlakke en vervolgden onze weg over enkele bosstroken tot we de Beukendreef bereikten. Een vreemde naam voor de lange, rechte straat die volledig afgezoomd is met eikenbomen. We werden rond een klein bosje gestuurd naar een grote, open vlakte waar de zonnestralen weer onverbiddelijk branden. Een lange stofpad bracht ons terug aan de rand van het bos waarna we naar het St.-Pietersveld gebracht werden. Dit oude heidegebied behoorde eeuwenlang toe aan de Gentse St.-Pietersabdij. In 1836 werd hier op een domein van 127 hectare een suikerfabriek opgericht, wat door de zandige ondergrond geen succes bood. Tussen de jaren 1840-1850 steeg het aantal jeugdige delinquenten in de gevangenissen totdat er beslist werd dat de jongeren apart opgesloten moesten worden. In 1849 werd hiervoor Ecole de Réforme de Ruysselede, de huidige Gemeenschapsinstelling voor Bijzondere Jeugdbijstand De Zande. Een asfaltbaan bracht ons tot aan de Succursale, een bijhuis gebouwd in 1854 om de succesvolle matrozenopleiding in onder te brengen. Na de opheffing van de matrozenopleiding in 1913 werden in dit gebouw bedelende of landlopende kinderen onder de 11 jaar opgevangen. In de volksmond sprak men dan ook over de 'suekerzaole' of suikerzaal. We werden op een krakkemikkig kasseiwegje gezet die we nog even verlieten voor een ommetje rond een weide, om uiteindelijk naar de controle in De Zande te stappen na ruim 21 kilometer. Nu mochten we beginnen aan onze solo van een dikke 6 kilometer. Al snel keerden we terug naar de Vagevuurbossen waar enkele dreven ons tot op een grindwegel bracht die we even volgden. Een volgend bospad stuurde ons naar een asfaltbaantje waar een heen-pijltje verraadde dat we hier nog eens zouden passeren. Na een kort lusje over enkele dreven stonden we inderdaad terug op het weggetje die ons naar de drukke baan tussen Beernem en Ruiselede bracht. Aan de overkant ging het terug verder om via enkele rustige wegen aan de achterkant van de instelling te belandden. Enkele stoffige onverhardjes brachten ons uiteindelijk terug aan de controlepost. Na de controle ging het langs de Scheepsput. Op een weide werd een schip gebouwd voor de matrozenopleiding. Nadien werd de aarde rond de driemaster weggegraven en deed het dienst als schoolschip. In het begin van de 20ste eeuw echter deemsterde de belangstelling voor de opleiding weg en het schip takelde af tot het in 1913 volledig ontmanteld werd. Nu doet de vijver dienst als zwem-en visvijver. De asfaltbaantjes voerden ons vervolgens langs het OC Wingene, een opvangcentrum voor mensen zonder papieren. Al snel doken we opnieuw de Vagevuurbossen in. De afwisselende bospaden stuurden ons opnieuw naar de Hendriksberg, een met naaldbomen beboste landduin. Via een zwak stijgend paadje klommen we nu wel naar de top. We vervolgden onze weg om weer te kunnen genieten van de opeenvolgende bospaden die ons afzetten aan een drukke weg waar enkele seingevers ons naar de overkant hielpen waar we over een parking terug het Lippensgoed-Bulskampveld indoken waar we na een tijdje de laatste kilometer passeerden. Even volgden we een rechte dreef om via een smal paadje tussen de braamstruiken naar een weggetje te stappen. Na het dwarsen vonden we even verder de sporthal en de aankomst na een schitterende tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Eindelijk konden we eens een 50 kilometertocht wandelen aan de kust. Meer zelfs, de organisatoren van dienst, de Keignaerttrippers en de Int. 2daagse Blankenberge, tekenden een parcours uit van net geen 53 kilometer, met maar liefst 11 rustposten, tussen de treinstations van de tweede drukste kustbestemmingen. Wij namen de trein naar Oostende. De badstad dankt zijn naam aan een langwerpig eiland voor de kust waar aan het 'Oost ende' een kleine nederzetting was van schaapsherders en vissers. In het westen van het eiland lag Westende en halverwege Middelkerke. Na even zoeken in het Oostendse stationsgebouw blijken de medewerkers van de hier voorziene inschrijving nog niet aanwezig. Deze zouden pas rond 8 uur, 3 kwartier na ons, aankomen. Dan maar meteen vertrekken. We verlieten het station en liepen even langs de tramsporen naar de grauwe De Smet De Naeyerbruggen. We stapten onder de bruggen door om na een klein ommetje langs de rand van het Maria Hendrikapark naar de bovenkant van het bruggencomplex te wandelen. Het eerste deel werd aangelegd tussen 1903 en 1905 en overspant de treinsporen, het tweede,bouwjaar 1902-1903, is een draaibrug die het vlotdok overbrugt. Het beschermde monument wordt in de volksmond ook wel, wat oneerbiedig,'Tettenbrug' genoemd, naar de bronzen engelenbeelden met ontblote borst die de brug sierden voor de eerste wereldoorlog. De weg over de bruggen is enkele jaren geleden afgesloten en omgevormd tot parking, de tram maakt wel nog gebruik van de bruggen. Na het dwarsen van de bruggen vervolgden we onze weg door de haven om naar de brede N34 te stappen. Na nog een tweetal watergeulen gedwarst te hebben, werden we afgezet in de Opex-wijk. In deze wijk vonden we in zaal Sluisvliet de eerste controle. We hadden 2,5 kilometer op de teller en trokken, na het kopen van een inschrijfkaart, meteen verder. Na het verlaten van het zaaltje ging het terug naar de vrij kalme N34. We mochten deze een heel eind volgen tot aan de voet van een watertoren. De 35 meter hoge toren werd gebouwd tussen 1930 en 1935 en heeft een waterreservoir van 600 kubieke meter. Na het dwarsen van de weg en de gelijklopende tramsporen nam een weggetje ons mee naar de vissershaven. We werden afgezet aan het Visserijdok, waar we enkele prachtige vissersboten konden bewonderen. Het dok leidde ons naar de Lange Nelle, de blauw en wit geschilderde vuurtoren. Even voorbij de toren draaiden we een betonnen dijk op, met zicht op zee enerzijds en enkele bunkers uit de Atlantikwal aan de andere kant. Aan het einde van deze Spinoladijk kregen we een korte, maar stevige klim met stijgingspercentage van 19 procent voorgeschoteld. Een smal, lang tegelpad leidde ons nu door de duinen naar Bredene. Deze badplaats is beroemd omwille van zijn naaktstrand. Bredene is ook uniek omdat het de enige gemeente is die geen zeedijk heeft, maar een ononderbroken duinenrij. Na een heel eind van deze duinen bewandeld te hebben via het tegelpad bereikten we een fiets-en voetgangersbrug die ons over de Koninklijke Baan zou zetten. Bij Moeder Lambik, een tea-room, was een volgende rustpost. Stempelen was er niet nodig vertelde een bord aan de deur. We werden meteen terug naar de blauwe brug geleid die ons terug over de drukke weg bracht. Opnieuw stapten we het duinenpad op die ons nu opnieuw een heel eind zou meenemen tot we plots een tunneltje vonden die ons onder de N34 door naar een asfaltpaadje stuurde. Het kronkelende baantje volgde de drukke kustbaan door een bomenrijke grasstrook en leidde ons uiteindelijk Vosseslag binnen. Dit is een gehucht bij De Haan waarvan de bebouwing een stuk doorloopt op het grondgebied van Bredene. Na het volgen van een fietspad naast een weggetje bereikten we de volgende controle in een caféetje. We hadden er ondertussen 11 kilometer opzitten. In de controle werden we er op gewezen dat er geen pijltjes in het volgende bos zouden hangen door strenge reglementering. De GR-tekens waren het voorziene vervangmiddel. We keken echter raar op als we in het Duinbos Klemskerke toch pijlen zagen hangen van de organiserende club. De duinbossen werden oorspronkelijk aangelegd als schermbos om de achterliggende, vruchtbare poldergronden te beschermen tegen overstuiving. De eerste bebossingen in De Haan gebeurden omstreeks 1838, zonder veel resultaat. In 1920 werden ongeveer 150 hectare duinbos aan het beheer van het toenmalige Waters en Bossen toevertrouwd. Tegenwoordig zijn de bossen eigendom van het Vlaams gewest. Leuke bospaden leidden ons door het overwegend naaldbos tot bij een enorme versie van een klappoort die ons terug de beschaving binnenduwde. Als we even verder een pleintje bereikten, werd als snel duidelijk dat ook de toeristen hun bed verlaten hadden. In de buurt van het pleintje staat het art-nouveau-tramstation die in 1902 werd gebouwd op de plaats van een ander tramstation. Het diende als tussenstop voor de stoomtramlijn tussen Oostende en Blankenberge die voor het eerst reed in 1886. We ruilden het plein, waar men bezig was met de restanten op te ruimen van het feest Trammelant daags voordien, in voor een ontzettend drukke winkelstraat. Slalommend tussen de toeristen door geraakten we in wat rustigere straatjes die ons naar de St.-Monicakerk voerden en de controlepost aan de voet ervan. Op papier weer 2,5 kilometer dichter bij Blankenberge, een afstand die we toch sterk durven betwijfelen. Vanaf hier nam het Blankenbergse deel van de organisatie het over. We lieten het kleine kerkpleintje achter om via een weg naast de kustbaan naar een volgende watertoren te stappen. Even voorbij de toren dwarsten we de drukke Koninklijke Baan en bewandelden een weg aan de rand van de Concessie, een villawijk in Belle-Epoquestijl uit het begin van de vorige eeuw. De echte Belle-Epoquevilla kregen we niet te zien, want al snel werden we een mulle zandstrook opgestuurd die ons schitterend door de duinen op het strand afzette. Een bordje wees ons erop dat we het strand moesten volgen tot in Wenduine. Achter ons konden we nog altijd de silhouetten van Oostende zien staan. Heel wat dichter zagen we een kunstwerk van Beaufort 03, Le vent souffle ou il veut. Dit zijn honderd vlaggenmasten met daaraan kleurrijke windhanen, die de indruk van een bos moet opwekken. Wij zochten het harde zand op, waar we door de vloed geen natte voeten hoefden te vrezen. Aan een kleine strandtaverne kozen we voor een dijkje die ons tot aan de Spioenkop, de tweede hoogste duin van de kust. Deze hoefden we niet te beklimmen, we draaiden echter de zeedijk van Wenduine op. Even verder stond de Wenduinse reus, Pol de Kruwer. De reus werd gebouwd in 1973, naar aanleiding van de eerste reuzenfeesten. Hij werd gebouwd naar het evenbeeld van een echte mens. We mochten even de zeedijk volgen om een eindje verder via een dwarsstraatje af te dalen naar de kustbaan. Enkele straatjes verder bereikten we het Marktplein waar we de medewerkers hun controlepost, na een dikke 19 kilometer, op het terras van een café hadden ingericht. Na de controle werden we terug gestuurd naar de zeedijk die we nu tot aan het andere uiteinde mochten volgen. Onderweg kwam een fanfare ons tegemoet met, op enige afstand, de reus van daarnet. Aangekomen aan het einde van de zeedijk stapten we terug het strand op die we nu ettelijke kilometers mochten volgen tot aan de Blankenbergse havengeul. We verlieten er het strand en stapten er rond de haven tot aan de Paravang. Dit is een kleurrijk windscherm uit 1908 in Belle-Epoquestijl met een Oosters tintje met aan de ene kant zicht op de jachthaven en aan de andere zicht op het Leopoldpark. Even voorbij het windscherm stapten we opnieuw de zeedijk op. Deze keer mochten we deze verlaten via een trap die ons een winkelstraat in leidde. De lange, rechte straat leidde ons voorbij een volgend kunstwerk van Beaufort03, The Façade. De felomstreden voorgevel die door de kunstenaar tot krot is omgevormd. Even voorbij het kunstwerk belandden we op het plein voor het station, waar een rommelmarkt aan de gang was. Aangezien de volgende controle in het station gelegen was, moesten we ons door de mensenmassa proberen te murwen. De controle in het station was ook meteen het keerpunt van onze tocht. De terugweg zetten we in met enkele drukke wegen door Blankenberge om een kort ommetje te maken en terug even de jachthaven te bereiken. Een rustige weg nam het hier over en bracht ons tot aan een houten trap die we beklommen. Het aansluitende schelpenpad achter de duinen, die een mooi zicht bood op de achterliggende polders, bracht ons helemaal terug tot in Wenduine, waar we dwars door een wijk naar de controle op het marktplein gestuurd werden. 30 kilometer hadden we er hier ondertussen opzitten. Over het Heldenplein werden we via een drukke weg even de polders ingeleid. De betonwegen leidden ons een wijkje binnen waarna we een tweede verkenning van de Duinbossen konden aanvatten. De tarmacjes slingerden zich geruime tijd door de lommer van de bomen. Het golvende bos spuwde ons uiteindelijk opnieuw uit aan de rand van De Haan. Om een stuk dubbelwandelen te vermijden stuurden de pijlen ons door enkele straten om via een andere zijde naar de controle te stappen in de parochiezaal na een tussenstuk van 6 kilometer. Opnieuw trokken we op pad, dit keer voor wat het saaiste stuk zou blijken. Brede betonwegen lieten ons een ruime bocht lopen weg van de kust, door de vlakke polders om naar de controle te stappen in Vosseslag. Na deze controle bleef het nog een tijdje vrij inspiratieloos doorlopen tussen de vele toeristenwoningen tot we uiteindelijk Bredene binnendoken. We passeerden er de Visserskapel. Tussen 1710 en 1715 werd op deze plaats een O.L.Vrouwebeeld in een kapelletje op een staak geplaatst. In 1717 werd een houten kapel gebouwd die echter door weer en wind en een aantal inbraken aftakelde en uiteindelijk in 1736 vervangen werd door de huidige stenen kapel. De kapel was een geliefde bedevaartsplaats van de Vlaamse vissers. In 1982 werd de visserskapel beschermd als monument. Samen met zijn onmiddellijke omgeving vormt de kapel ook een beschermd dorpsgezicht. En even voorbij de kapel doken we 't Paelsteenveld in, een toeristisch recreatiepark. De paden in het park leidden voorbij een wel heel druk bezet petanqueveld naar de heerlijk bloeiende Dahliatuin. Even verder vonden we opnieuw onze rustpost bij Moeder Lambik. De laatste 7 kilometer zijn ingezet als we het toeristische deel van Bredene doorkruisen. We kregen weer zo'n brede berm naast de Koninklijke Baan voorgeschoteld die we na een tijdje konden inruilen voor een wijk die ons meteen ook Oostende terug liet binnen lopen. We bleven wat wijkstraatjes volgen om uiteindelijk aan de rand van de Spuikom te belandden. Deze waterplas werd gegraven achter de haven om bij laagwaterstand te laten leeglopen door de haven en zo het overtollige slib mee te spoelen. De kracht van de kom bleek te hevig en de Spuikom werd nooit voor z'n eigenlijke doel gebruikt. Nu vormt de put een ideale plaats voor watersporters en worden er oesters gekweekt. We volgden de rand en vonden even verder onze laatste controle waar we ons wandelboekje ook meteen lieten afstempelen. Nog zo'n 3 kilometer uitbollen tot aan het station van Oostende. Even mochten we nog terug naar de Spuikom om vervolgens een drukke verkeersas te dwarsen en aan de andere kant even te volgen. Over een havengeul stapten we een eindje verder een tunnel in die ons onder de spoorweg door leidde. We bevonden ons nu bij het ziekenhuis AZ Damiaan, die blijkbaar nog niet voldoende capaciteit heeft en dus aan het bijbouwen is. Even voorbij het ziekenhuis mochten we het Maria-Hendrikapark bezoeken. We volgden geruime tijd de oevers van een prachtige vijver om vervolgens via een zacht oplopende helling het 'Bosje', zoals het park ook wel genoemd wordt, weer te verlaten. Een mooi aangelegde esplanade nam ons nu op sleeptouw tot aan de jachthaven voor het Oostendse station. Een rood licht hield ons een hele tijd op. Als we ondertussen even wat rond keken, zagen we enkele ratten op zoek naar eten in het midden van het stadscentrum. Na een hele poos wachten konden we terug verder en volgden de jachthaven tot in het station waar we meteen op de trein konden stappen na een zeer afwisselende tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Aan de rand van Het Zoute in Knokke-Heist ligt het wijkje Zevenkote. In de 19de eeuw werden hier een aantal kleine boerderijtjes gebouwd, tegenwoordig is het een villawijk gelegen op de grens tussen de duinen en de polders. Vanuit het gemeentelijke schooltje trokken we op pad voor 32 kilometer tijdens de zomerversie van de Zwintocht (Er bestaat ook een wintereditie.) Na het verlaten van de speelplaats van het schooltje werden we meteen door een bosje een onverhard paadje opgestuurd. De smalle strook bracht ons, langs hoog opschietende maïs naar een grindoprit even verder. Deze zette ons af aan een weg die we dwarsten om aan de andere kant verder te stappen naar een klein bosje, waarna we een landweg opdraaiden. Het pad leidde ons voorbij een waterzuiveringsstation. De Compagnie Het Zoute liet deze bouwen in 1929 op de site van het Bernardusfort, een verschansing voor het Fort St.-Paulus, die hiervoor moest wijken. Daarmee is het de oudste van België. We werden vervolgens naar een lange weg geleid. Deze volgt het traject van de oude St.-Paulusdijk. In 1627 werd het Fort St.-Paulus gebouwd en werd tevens een dijk aangelegd tussen dit fort en het Fort St.-Isabella, met daarnaast een dijkgracht die fungeert als vaarweg tussen beide forten. Door de St.-Paulusdijk ontstaat ook, zij het onbedoeld, de Oude Hazegraspolder. In 1784-1785 werden ook de resterende Hazegrasschorren ingepolderd en onstaat de Nieuwe Hazegraspolder. Het fietspad naast de kasseiweg leidde ons voorbij de Hazegrashoeve, door het uitgestrekte polderlandschap naar een smal betonnen baantje. Blijkt dit een oude trambedding te zijn die Het Zoute via de wijk Oosthoek met het Nederlandse Retranchement verbond. Het Canadese leger gebruikte deze verbinding om Knokke te bevrijden van de Duitse bezetting tijdens de tweede wereldoorlog. Voorbij enkele bunkers bereikten we een steenweg. Aan het eind van de lange, rechte weg prijkte de molen van Retranchement, waar we dan ook heen gingen. De lange polderweg zette ons over de grens af aan de rand van de deelgemeente van Sluis. We lieten de kortere afstanden, over de Hickmanbrug, Retranchement binnenduiken. Zelf gingen we langs een kanaaltje naar een fietspad waar we nog even flirten met de grenspalen om een eind verder het kanaal te dwarsen en de oude zeedijk op te stappen. Via enkele dijken zakten ook wij nu af naar Retranchement waar we in de oude gemeenteschool, na een dikke 8 kilometer een eerste stempeltje konden afhalen. Van hieruit werden we op pad gestuurd voor een ruime polderlus van 7,6 kilometer. We verlieten de gemeente voorbij de open standerdmolen met de originele naam, Molen te Retranchement. Deze graanmolen werd gebouwd in 1643 en moest in 1818 heropgebouwd worden. In 1944 liep de molen zware oorlogsschade op en werd in 1948 gerestaureerd. Even voorbij de molen doken we, via een klappoortje, een natuurgebied in die we moesten delen met enkele koeien. Het natuurgebiedje maakt deel uit van de wallen van Retranchement. Het verdedigingsbolwerk stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Destijds is het opgeworpen op aanwijzing van prins Maurits om de Zwingeul te verdedigen tegen de Spanjaarden. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog woonden er alleen soldaten. Later groeide het complex uit tot een gewoon dorp. Het 27 hectare grote wallencomplex Retranchement is nu een aaneenschakeling van kleine landschapselementen. Een volgend klappoortje leidde ons terug uit de weide en bracht ons op een wegje. We vervolgden nu onze weg door de weidse vlakte over een aaneenschakeling van lange stukken steenslag en kortere afstanden over verharde weggetjes. Langs één van de steenslagweggetjes amuseerden, misschien wel honderden, vlinders zich op de talrijk bloeiende distels. Een stenen bruggetje zette ons over een grachtje en even verder stapten we Retranchement binnen waar we, na een stukje dubbelwandelen, opnieuw de controle betraden. Enkele centrumstraatjes leidden ons naar een gracht die we over een houten brug dwarsten. De gracht vloeit even verder in een kanaal die we over een schelpenpad volgen tot aan een volgend brugje. Het afwateringskanaal werd tussen 1870 en 1875 met de hand gegraven om het overtollige water van de polders, bij eb, af te voeren naar de zeeWe dwarsten een brede weg en stapten naar Zomerdorp Het Zwin, een bungalowpark. Voorbij dit vakantiedorp volgden we een klinkerpad aan de voet van een dichtbegroeide duingordel. Een kudde Schotse Hooglanders, een rundersoort die de poldervlakte begrazen, lag uit te rusten in de schaduw van enkele bomen en struiken. Een eindje voorbij de kudde stapten we over enkele veeroosters, waardoor we ons even in de weide van de beesten met imposante horens bevonden. Aan het eind van het klinkerpad stapten we over op een grindbaantje die ons tot aan het kanaaltje van eerder leidde, waarlangs we Cadzand-bad binnenwandelden. Opnieuw leidde een brug ons naar de overkant. We volgden het kanaal tot aan een sas, waar de sluuswachter over de Noordzee staart. We lieten de man rustig z'n gang gaan en volgden een pad, dit keer boven op de duinen met zicht op zee. We volgden het pad, geteisterd door de vele lieveheersbeestjes, tot aan het strandpaviljoen De Zeemeeuw, voor de volgende controle na 21 kilometer. Meteen na de controle vervolgden we onze weg over het duinenpad. Een eind verder kregen we, ter hoogte van een grenspaal, een prachtig zicht over Het Zwin. Het oudste natuurreservaat van België is opgebouwd rond de Zwingeul. Deze geul is de belangrijkste oorzaak van de Middeleeuwse bloei van de steden Brugge en Damme. Na de geleidelijke verzanding van de geul verdween het economisch belang stilaan. In 1952 besliste graaf Leon Lippens, als directeur van Compagnie Het Zoute, om Het Zwin om te vormen tot natuurreservaat. Nu vormt de geul een 150 hectare groot vogelparadijs, waarvan er 25 hectare op Nederlands grondgebied. We wandelden nu geruime tijd op de dijk rond één van de drukste internationale vogelluchthavens. Uiteindelijk daalden we de dijk af om aan de voet van de hoge berm verder te stappen. In een enorm drukke mengeling van wandelaars en fietsers stapten we nu via de Internationale Dijk definitief België terug binnen te stappen. Het schelpenpad zette ons op de toegangsweg naar de ingang van Het Zwin. Wij volgden het wegje echter in de andere richting om naar de laatste controle, nog eens 4,5 kilometer verder. We keerden even op onze stappen terug om via een fietspad naar de Zwinbosjes te stappen. We volgden de betonbaantjes door het gevarieerde duingebied tot we op het uiteinde van de Knokse zeedijk stuitten. Een laatste blik op Het Zwin en we stapten nu over de zeedijk, met nog een klein ommetje via een trapje, richting Het Zoute. Lang zouden we de befaamde villawijk niet bezoeken, want al snel draaiden we terug de Zwinbosjes in. Een vlonderpad leidde ons terug naar wat meer beschaving. Voorbij de Vlindertuin en het Oosthoekplein stapten we naar het Koningsbos die we heel snel doorkruisten om de aankomst te bereiken na een meer dan aangename wandeling. Klik op de foto voor méér foto's!!!
We trokken richting Zonnebeke, waar we bij de Drevetrotters 32 km wandelden op hun Zomertocht . De oudste vermelding van Zonnebeke dateert van rond 1072, toen nog als Sinnebeke. In 1914 vluchtte de ganse bevolking voor de oorlog en werd de gemeente volledig verwoest. In de jaren 1920-1930 werd Zonnebeke opnieuw opgebouwd. Meteen werden we de wijk naast de startzaal ingestuurd voor het eerste tussenstuk van 6,4 kilometer. Via enkele wijkstraten stapten we richting het kasteelpark. Het kasteel is gelegen op het domein van de vroegere Augustijnenabdij en werd heropgetrokken, na de eerste wereldoorlog, door de familie Iweins in Normandische stijl. We wandelden door het 10 hectare grote park om via een andere uitgang terug naar enkele straatjes gestuurd te worden. Al snel liep het nu naar een oude spoorwegbedding die Ieper verbond met Roeselare en die we nu geruime tijd volgden. Een netjes gestileerde groep jongeren uit Groot-Brittannië kwamen ons ter hoogte van Thames Farm vergezellen, ze werden door hun begeleiders tot een stevig tempo aangemaand. Af en toe liepen er enkele van hen om terug wat meer vooraan in de groep post te vatten. Even verder draaiden ze af richting het Tyne Cot Cemetery, wij bleven nog een tijdje het rode pad van de spoorwegbedding volgen en passeerden zo nog een restantje van de verdwenen spoorlijn. Als we uiteindelijk aan een brede weg kwamen, draaiden we terug om via een veldweggetje naar een lap asfalt te stappen die ons richting Passendale voerde. Passendale is uiteraard bekend om de kaas die naar de gemeente vernoemd is, en hier sinds 1932 vervaardigd wordt en om de 'Slag van Passendale' tijdens de eerste wereldoorlog, één van de bloedigste veldslagen aller tijden. Enkele wijkstraatjes voerden ons naar het plaatselijke OC Passchendaele waar we een eerste stempeltje konden afhalen. Via enkele straatjes bereikten we de rand van de gemeente, waarna enkele licht golvende wegen ons de Goudberg lieten beklimmen. Op de flanken van deze glooiing sloeg Filips van Artevelde in 1382 zijn kampen op, om tegen het Franse leger te strijden tijdens de Slag van Westrozebeke en waarbij hij om het leven zou komen. Nadat we de top bereikt hadden, daalden we opnieuw af via een lange, steeds wat smaller wordende veldweg met lang gras. Als we deze na een tijd verlaten, namen landelijke wegen ons mee naar het volgende dorp, Poelkapelle. In deze deelgemeente van Langemark-Poelkapelle werd tijdens een veldslag gedurende de eerste wereldoorlog een Duits regiment bijna volledig van de kaart geveegd, van de 870 soldaten overleefden er amper 70, waaronder de jonge Adolf Hitler. We volgden nog even een weg aan de rand van de gemeente om een eindje verder naar het ontmoetingscentrum te stappen voor de volgende controle na een tussenstuk van 6,6 kilometer. Van hieruit kregen we, de wandelaars van de 32 kilometer, een lus van 7,6 kilometer voorgeschoteld. Voorbij de kerk werden we, over een drukke weg, naar een in aanleg zijnde straat gestuurd die ons meenam. Voorbij een landbouwersgezin die bezig was met de oogst van de courgettes (en dus niet aan het staken) werden we naar een drukke, brede weg gestuurd die we te lang moesten volgen om het leuk te vinden. De weg bracht ons door het gehucht Treurniet, waar eertijds een Duits soldatenkerkhof lag. Kort na de oorlog echter werden de meeste kleine Duitse begraafplaatsen opgedoekt en de gesneuvelden samen gevoegd op een groter kerkhof. Na een hele poos de brede weg geduld te hebben, mochten we weer wat smallere exemplaren gaan opzoeken. Deze voerden ons steeds verder van de Poelkapelse kerktoren naar een volgende spoorwegbedding, dit keer die tussen Kortemark en Boezinge. Als we het rode wandel-en fietspad opdraaiden, kregen we ook meteen de stevige wind pal op de neus. Na een tijdje veranderde het rode pad in blauwgrijze steentjes, waarvan zowat de helft na enkele stappen al in je schoenen verzeild is geraakt. Typisch voor zo'n opgedoekte spoorwegbedding. Als de robuste kerktoren van Langemark in zicht kwam, verlieten we de oude verbindingsas en stuurden de pijltjes ons op een zo kort mogelijke manier terug richting Poelkapelle. De rustige wegen zetten ons af op een drukkere invalsweg die ons even verder naar de rotonde bracht met het monument voor Georges Guynemer. Dit was een Franse gevechtspiloot die tal van Duitse vliegtuigen wist neer te halen. Op 11 september 1917 steeg hij voor het laatst op, hij zou nabij Poelkapelle de dood vinden. Onder de kerktoren stapten we terug naar het OC voor de volgende controle. Na de controle ging het opnieuw over rustige, landelijke wegen verder richting de Steenakkermolen die we enkel in de verte konden zien. We stapten naar een lange, onverharde strook die ons terug afzette op wat kalme weggetjes. Voorbij het Couchyhof, een hoeve daterend uit de eerste helft van de 20ste eeuw, werden we nog eens losgelaten op een brokkenpad die ons na een ommetje tussen de velden op een brede weg zette. Even verder bereikten we de laatste controle van de dag in een hoeve. Nog 4 kilometer te gaan. Meteen na de controle stapten we langs het Nieuw-Zeelands Monument op 's Graventafel. 's Graventafel is een van de oudste plaatsaanduidingen van Passendale. Reeds in 1710 werd de aanwezigheid van een molen vermeld. Deze brandde in 1914 volledig uit tijdens hevige gevechten. We draaiden een volgend weggetje in en kregen nu geruime tijd het indrukwekkende Tyne Cot Cemetery in het vizier. Samen met de kortere afstanden die ons terug vergezelden stapten we nu voorbij het oude station van Zonnebeke, die nu omgevormd is tot brandweerkazerne. Een lang betonnen fietspad bracht ons naar een rotonde waarna we via nog een rustige weg naar de aankomst stapten na een tocht die perfect de tijd van het jaar weergeeft, komkommertijd. Klik op de foto voor meer foto's!!!
Wandelclub Hanske de Krijger uit Oudenaarde bestaat dit jaar 30 jaar en organiseerde, om dit te vieren de Oudenaardse gordel op 10 juli, een tocht van 100 kilometer. Wij hielden het bij de 50 kilometer, daags nadien. Nadat de trein ons in Oudenaarde afzette, konden we ons inschrijven in de schaduw van de gotische St.-Walburgakerk. Om 8.50 uur trokken we uiteindelijk van start voor een tocht die volledig binnen de grenzen van Groot-Oudenaarde zou afgelegd worden. Meteen na de start keerden we op onze stappen terug, richting het station. Langs het Centrum Ronde van Vlaanderen stapten we naar de markt waar we langs het stadhuis een lange winkelstraat ingestuurd werden. Deze leidde ons naar een spoorwegbrug waar we onder de sporen heen naar een smal steegje liepen. Ondertussen zijn we in deelgemeente Bevere beland, waar we enkele wijkstraatjes doorlopen vooraleer op een lange, brede, saaie weg gezet werden. We volgden deze helemaal tot in Eine waar we na 4,7 kilometer voor een eerste stempeltje verwacht werden. We trokken meteen verder door de dorpsstraatjes naar de spoorweg die we dwarsten en via een tegelpaadje even volgden. Even verder vonden we de Ohiobrug die ons over de Schelde zette en Nederename binnenloodste. Deze brug werd gebouwd door de Amerikaanse staat Ohio nadat deze plaats als oversteek werd gebruikt voor de geallieerden tijdens de eerste wereldoorlog. Wat tegelpaadjes duwden ons rond een voetbalveld en door het dorp. We volgden een weggetje die naar de dorpsgrens leidde, waarna we eindelijk de beklemming van de huizen achter ons konden laten en tussen de velden verder trekken...Niet voor lang echter, want twee betonstraatjes verder kropen we opnieuw tussen de huizen, van Welden dit keer. Een opeenvolging van tegelpaadjes tussen de woningen moest ons wat amuseren, vooraleer naar de tweede controle te stappen. We konden weer 5,6 kilometer bijtellen bij ons totaal en het aangeboden yoghurtje binnenspelen. Het volgende tussenstuk, eentje van 7,6 km, begon met een passage aan het bevallige St.-Martinuskerkje om naar een tegelpaadje te stappen. Precies het sein voor de parcoursmeester om een tandje hoger te schakelen. Het tegelpaadje werd een betonpaadje die na het dwarsen van een brede weg tussen de velden verder bleef lopen. Ondertussen zorgde een vlaag motregen voor afkoeling, wat we gezien de niet zo hoge temperatuur niet echt konden appreciëren. Enkele rustige wegjes voerden ons naar een spoorovergang, waarna we even verder voorbij de Oossemolen, een watermolen op de gelijknamige beek, een betonweg opgestuurd werden. De 'vals plat' oplopende baan ruilden we een eindje later in voor een smaller asfaltwegje waarvan de stijgingspercentages steeds hoger opliepen, naarmate we hoger klommen. Als beloning kregen we evenwel de eerste prachtige vergezichten voorgeschoteld. We liepen verder op een plateautje aan de rand van het Bos 't Ename, een verkenning zit er blijkbaar niet in. Een haarspeldbocht zette ons op een bredere strook asfalt om naar een eerste stukje onverhard tussen enkele achtertuinen te stappen. Als we even verder op asfaltwegje stapten, zagen we in de verte al onze volgende bestemming, Mater, liggen en enkele wandelaars die al heel wat dichter op het dorp genaderd zijn. Wij moesten echter nog een diep dal doorkruisen. Het asfaltbaantje liet ons afdalen en bracht ons naar een tegelpad die ons op zijn beurt opnieuw op een asfaltje achter laat. Een pittige klim die ons Mater binnen leidde en afzette op de kasseistrook Kerkgate,één van de zwaarste kasseistroken uit de Ronde van Vlaanderen. De lichte oplopende stenen leidden ons tot aan de kerk en het bordje "controle op 100 m". We passeerden de ruime St.-Amelbergakapel en daalden via een grindpad naast het kerkhof naar een kasseipaadje. De controle bleef maar weg, terugkeren dan maar naar het kerkje en inderdaad, achter de kerk lag de controle in de Kantschool. Van hieruit werden we op weg gestuurd voor een ruime lus die begon met het "voorverkende" stuk langs het kerkhof. Terug beneden werden we een lange kasseiweg opgestuurd die ons tot aan de top van Wolvenberg voerde. Even verder kregen we een prachtige veldweg die ons helemaal afdalen tot aan het Wallebos, waarna we enkele leuke graspaden volgden tot in de dorpskern van Ename, waar de voorbereiding aan de gang was voor een 11 juli-feest. We lieten de dorpskern snel achter ons en stapten naar de indrukwekkende archeologische site van de vroegere St.-Salvatorsabdij. Een abdij die een enorme invloed had op de ruime omgeving. Voorbij de oude abdijrestanten bereikten we de Schelde, die we na onder een spoorwegbrug gestapt te hebben al terug achter ons lieten om naar een dode Scheldearm te wandelen. Een pracht van een pad leidde ons rond het stilstaande water en zet ons af in bij enkele visvijvers. Een eindje verder stapten we langs een tweede deel van de oude Scheldearm om de Schelde te vinden. Deze lieten we even verder al weer achter om rond een vijver te stappen en Nederename voor de tweede keer binnen te duiken. Enkele tegelpaadjes leidden ons naar het plaatselijke schooltje waar we een volgend stempeltje verkregen, precies halfweg. Na de controle volgden we enkele wijkstraatjes tot aan een volgende spoorwegbrug waar we nog maar eens onder de sporen doorgingen en nadien een tijdje volgden. Nadat het weggetje van het spoor wegdraaide kregen we een graspad voorgeschoteld die ons dan toch het Bos 't Ename inleidde. Een ronduit prachtige doorsteek, door het ongeveer 185 hectare grote natuurgebied waarvan 65 van het eigenlijke Bos 't Ename, kregen we nu voorgeschoteld. Dwars over een bloeiend hooiland ging het naar een schitterend, slingerend graspad die ons uiteindelijk het bos instuurde. Verschillende klappoortjes lieten ons binnen of buiten in de begrazingsblokken in het bos. We bereikten een leuke holle weg die ons naar een volgend bloeiend grasland leidde. We klommen aan de rand van dit grasland naar een weggetje om wat verder hetzelfde grasland te betreden en af te dalen tot aan de Katteberg. Uiteraard mochten we deze beklimmen, het volgende betonbaantje breide zelfs nog een verlengstukje aan de kasseihelling. Eens boven ging het via een paar prachtige holle wegen in dalende lijn tot we in Mater een stevige trap vonden om terug naar de kerk en de bijhorende controle te stappen na ruim 32 kilometer. Net geen 7 kilometer scheidden ons nu van de volgende controle. We werden meteen enkele smalle paadjes opgestuurd die ons op een betonweg afzetten. Nadat het beton ons een pittig klimmetje had laten overwinnen, ruilden we het in voor een karrenspoor die ons naar een drukke baan leidde. De motregenbuien werden steeds intenser en langer, maar het bovenhalen van een paraplu vond ik nog net iets te veel eer voor het miezerige weer. Na het dwarsen van de weg, liepen we tussen een pasgeschoren klimophaag en een weide over een onverhard paadje die ons naar een leuke opeenvolging van veldwegen stuurde. Uiteindelijk brachten deze ons, na het genieten van de prachtige vergezichten, naar het Steenbergbos, een jong geboortebos op de top van de Volkegemberg, voor een ruime doortocht. De brede graspaden zetten ons af bij het pittoreske Volkegemplein, waarna we na een klein ommetje aan de afdaling van de Volkegemberg te beginnen en aan de voet van de helling onze volgende controle te vinden. Na het afstempelen werden we een brede weg opgestuurd die we na enkele tientallen meters al terug inruilden voor een onverhard wegeltje die ons even verder naar een asfaltbaantje bracht. Ook deze zou ons niet lang bezighouden, want via enkele trappen (met treden zo hoog dat we eerder aan het hordelopen waren) klommen we naar enkele akkers waarvan we de rand volgden om weer enkele veldwegen te bewandelen. Even verder kregen we een prachtige holle weg voorgeschoteld die ons naar een plateau leidde, waarop we een eindje mochten ronddraven over leuke karrensporen. Stilaan kwamen we dichter bij de bebouwing van het gehuchtje Kerselare, waar we langs de enorme betonnen kapel stapten. In 1441 plaatste de pastoor van Volkegem een houten beeldje van de 'Zoete Lieve Vrouwe' aan zijn woning. Na zijn dood in 1452 verhuist het beeldje naar een kerselaar boven op de Edelareberg. Velen kwamen er bidden en in 1455 werd er een eerste, houten kapel gebouwd. De huidige, betonnen constructie werd gebouwd, nadat de vorige in 1961 in de vlammen opging. Nadat we voorbij de kapel gewandeld waren, volgden we even een brede weg die we al snel inruilden voor wat smallere exemplaren. Ze leidden ons naar een langgerekt brokkenpad die ons liet afdalen tot in Leupegem, een deelgemeente die in de loop der jaren volledig door het stedelijke gebied van Oudenaarde is opgeslokt. We volgden er even het enkelspoor om vervolgens via wat steegjes naar de laatste controlepost te stappen, waarna we nog een viertal kilometer af te leggen hadden. Na de controle keerden we even op onze stappen terug om naar een smal straatje te wandelen die we heel even inruilden voor een verrassend mooi parkje. Opnieuw op het straatje werden we via een tunneltje nog eens onder de sporen geleid om naar een wandel-en fietspad te stappen. De ijskar liepen we voorbij, de gratis bevoorrading even verder echter niet. Na een drankje stapten we naar een kleine jachthaven op een vertakking van de Schelde om even verder de rivier zelf te bereiken. Via een fiets-en voetgangersbrug geraakten we aan de andere oever waar we via enkele straatjes naar het Liedstpark, met het gelijknamige kasteel, wandelden. Na de korte doorsteek in het park (waar we door een hevigere regenbui toch nog de paraplu moesten bovenhalen) werden we via enkele Oudenaardse straatjes en pleintjes naar de aankomst geleid. Ondanks de flauwe, eerste 10 kilometer hebben we toch genoten van een prachtige tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Net voor de Leie Kortrijk binnenstroomt, passeert de rivier Lauwe. De oudste vermelding van de gemeente dateert van omstreeks 804. Vanuit deze deelgemeente van Menen organiseerde de plaatselijke wandelclub 12 uren van Lauwe hun Voettocht. We kozen voor de langste afstand van 35 kilometer. We mochten er meteen invliegen met een stuk van ruim 8 kilometer. Na het verlaten van de startzaal in een school liepen we richting de achterliggende voetbalvelden. Het schorspad rond de sportvelden zette ons af in een wijkje die we snel doorkruisten om op een eerste veldweg gezet te worden. Een smal tarmacpaadje leidde ons naar een rustige, brede weg die al snel gedwarst werd. Een prachtige onverharde wegel bracht ons rond enkele, steeds hoger opgroeiende maisvelden tot tegen de spoorweg. Even volgen tot een brug ons naar de andere kant bracht, waar we meteen de natuur indoken. Door een poortje betreden we het (nog jonge) Preshoekbos, die ons geruime tijd zal plezieren met zijn schitterende graspaden. Op 12 oktober 2002 werd de eerste boom, de Preshoeklinde, van het nieuwe stadsrandbos aangeplant. Ondertussen heeft het gebied een oppervlakte van 114 hectare van wat een natuurgebied van ongeveer 250 hectare moet worden. Nadat we onder de E403 doorgestapt waren, kregen we nog een korte trek door het Preshoekbos om even verder Marke binnen te stappen. Enkele straatjes brachten ons naar een lang wandel-en fietspad die ons achter een rij huizen en langs een vijvertje naar de controle leidde in een basisschooltje. Van hieruit werden we op weg gestuurd voor een lus van 9 kilometer. Aanvankelijk volgden we wat wijkstraatjes die ons naar een spoorwegovergang brachten. Net voorbij de rails draaiden we een volgend natuurgebiedje in, natuurgebied Leievallei. Een prachtig pad stuurde ons, door het struweel langs de spoorbaan tot we, via enkele trappen, de vallei indoken tot aan de boorden van de Leie. Een aardeweg langs de "Golden River" bracht ons een eindje verder waar we afdraaiden en terug richting spoorweg liepen. We vonden er een graspad die ons, naast een brede strook bomen langs de E40, die terug richting Leie liep. We gingen er onder de autosnelweg naar een volgend leuk graspad aan de andere kant. Even verder namen enkele smalle asfaltpaadjes het over en brachten ons naar enkele visvijvers. Na de passage aan de drukbezette waterplassen kregen we weer enkele smalle asfaltbaantjes die ons naar een brede weg brachten. Even verder draaide de weg onder de spoorweg, wij echter liepen rechtdoor aan de voet van de hoge spoorwegberm naar het volgende tunneltje onder de sporen. Een weggetje liet ons opklimmen naar een drukke weg die ons even verder nog maar eens over de E403 zette. Even verder draaiden we een straatje in die ons naar een kleiput waar we langs liepen naar een volgend wegje die ons terug aan de brede weg afzette. Aan de andere kant vonden we enkele paadjes die ons door de wijk terug leidden naar de controle. Na het stempelen trokken we terug op pad. Even dubbelwandelen tot we aan de splitsing afdraaiden om de groene boorden van de Markebeek te volgen. Deze leidde ons door de Kortrijkse deelgemeente tot aan een spoorwegbrug waar we onder de sporen door liepen. Een eindje verder kwamen we aan de ring rond Kortrijk waar we ook onderheen gingen. Een parallel lopende weg nam ons mee naar een volgende brug, dit keer over de Leie. Net voorbij de brug draaiden we van het weggetje af en dachten de Leie te moeten volgen. Nadat we terug onder de ringbrug heen gestapt waren, stuurde een rustig weggetje ons weg van de rivier. Voorbij een paardenmanege werden we een asfaltpaadje opgestuurd die ons tussen de maïs naar een doodlopend weggetje leidde. Een verrassend draaipoortje liet ons toe op het te verleidelijke terras van Het Bijenhof. Een extra tussenstop drong zich op. Meteen na onze onvoorziene pauze bereikten we de boorden van de Leie. We volgden nu een tijdje het jaagpad voorbij enkele vijvers, waarna we nog maar eens onder de E403 door gingen. Meteen naast de autostrade ligt het Leiebos, waarin we een prachtige rondwandeling mochten maken. Nadat we het 19 hectare grote bosdomein verlaten hadden, wandelden we langs een leuk pad langs een oude Leiearm. Al snel bereikten we nu Wevelgem, waar we via enkele tegelpaadjes en wijkstraatjes naar de controle stapten na 25 kilometer. Nog 8,8 kilometer naar de aankomst. Na de controle volgden we nog even wat wijkstraatjes tot we een grindbaantje bereikten die ons voorbij de monumentale Westpoort van de vroegere cisterciënzerinnenabdij naar de Leie bracht. De "Guldenbergabdij" werd in 1214 gesticht in Moorsele, maar verhuisde enkele decennia later naar de betere locatie langs de Leie tussen Kortrijk en Menen, waar door de eeuwen heen een enorm kloostercomplex werd uitgebouwd. In 1796 werd de abdij opgeheven en zo'n 10 jaar later bleef van de abdij enkel nog de kloosterhoeve, een dwarsschuur, twee toegangspoorten en een duiventoren over. We volgden even de onverharde oever van de Leie tot aan een brug die ons nog eens over de rivier zette en meteen ook terug Lauwe binnen leidde. We volgden nu een eindje wijkstraatjes naar een gratis bevoorrading. Eens we deze achter ons gelaten hadden, kregen we de ene splitsing na de andere waarbij de kortere afstanden een kortere weg naar de aankomst namen en wij steeds dichter bij de rand van de gemeente kwamen. Aan het Goed te Boenaerde, een historische hoeve waarvan de gebouwen dateren uit de 17de eeuw, kregen we weer een leuke veldweg voorgeschoteld die ons naar een smal paadje leidde. Nu wandelden we naar de rand van een bosje om via een volgende smal paadje terug Lauwe binnen te stappen. Nog wat wijkstraatjes volgend bereikten we de aankomst van een, ondanks de lange tussenafstanden, aangename wandeling. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Voor het zesde luik van de Super 7 moesten we helemaal naar het zuidoostelijkste hoekje van West-Vlaanderen trekken. Meer bepaald vanuit Avelgem organiseerden de Heestertse Waterhoekstappers hun Guldensporentocht. In een grauwgrijze basisschool De Toekomst konden we ons inschrijven voor 50 of 60 kilometer, die beiden meetelden voor de Super 7. Welke van de twee we zouden volgen, zou het weer onderweg voor ons beslissen. Van bij de start speelde de regen een ritmische melodie op de bovenkant van onze paraplu, terwijl we via enkele straatjes naar de Avelgemse Scheldemeersen stapten. We trokken door de meersen naar een oude arm van de Schelde, waarlangs we een grindpaadje volgden tot aan een draaihekje. Een pracht van een natuurpad volgde verder de boord van de Scheldearm tot we een tweede hekje bereikten. Al snel ging het naar een volgende grindweg die ons opnieuw liet kennismaken met een stukje Scheldearm om naar de eigenlijke rivier te stappen. We volgden nu even het jaagpad tot we een noodzakelijke lap industrie moesten doorkruisen om de Schelde opnieuw te bereiken. Niet voor lang echter, want even verder beklommen we een trap om met een boogbrug over de Schelde gezet te worden. Ondertussen was de regen gestild en konden we de paraplu wegbergen. (Voorlopig nog niet te ver, je weet maar nooit.) Eens over de Schelde bereikten we het Waalse Escanaffles, waar we na 5 kilometer ons eerste stempeltje konden afhalen. Voor het volgende tussenstuk van ruim 8 kilometer werden we naar het kerkhof gestuurd waar we een tegelpad kozen die ons, langs de achterkant van de controle, terug de landelijkheid instuurde. Het lange tegelpad bracht ons naar een zalig stuk onverhard waar we een eerste keer modder konden proeven. (Niet letterlijk, he) Uiteindelijk bereikten we een kapelletje, waarna we enkele rustige straten volgden voorbij enkele prachtige hoeves. Na een tijdje draaiden we een volgende veldweg in, waar een boer blijkbaar naarstig een sproeimiddel had uitgestrooid. Het bruine graspad bracht ons naar een brede weg, die we snel dwarsten om op een lang karrenspoor verder te stappen. Het onverhard zette ons af op een asfaltje die ons na het overbruggen van een oude spoorwegbedding die diep in het landschap is uitgesneden, resoluut richting Celles stuurde. Terwijl een schuchter zonnetje probeert een gat in het wolkendek te branden, bereikten we de rand van de gemeente waar we onder luid klokkengeschal naar de controle begeleid werden. Na de controle moesten we kiezen tussen 50 of 60. Met het zonnetje in gedachten kozen we toch maar voor de langste mogelijkheid en werden meteen een tegelpad opgestuurd die ons voorzichtig liet opklimmen naar een wijkje. Snel doorkruisen we deze om af te dalen naar een dot van een veldweg, die ons tot bij een boerderijtje bracht. We volgden nu de lange grindoprit tot aan een weg waar we ons terug bij de kortere afstanden voegden. Na even het wegje gevolgd te hebben, werden we een prachtige dreef ingeleid aan de rand van een klein lapje bos. Aan het eind van de dreef werden we enkele golvende wegen opgestuurd die ons, langs een bloeiend erwtenveld, Molenbaix binnenloodsten. Een schitterend graspad bracht ons uiteindelijk aan de rand van het slaperige dorpje, waar we na 19,8 km nog eens onze controlekaart mochten opdiepen. Dat het venijn in de staart zit, gaat zeker op voor het volgende tussenstuk van 6 km. We lijken, via rustige asfaltbaantjes, recht naar de Mont-Saint-Aubert te stappen, tot een veldweg ons even op sleeptouw nam en ons op wat golvende wegen afzette. Deze wegen brachten ons naar de voet van de Mont-Saint-Aubert, waarna we aan de beklimming konden beginnen. Aanvankelijk liep het "vals plat" tussen wat huizen tot we aan een boszone kwamen. Meteen liep het steiler bergop over de zware modderpaden die ons schitterend door het bos heen leidden.De laatste 100 meter tot de controle bleven bergop lopen via een betonweg. Eens de controle bereikt konden we even uitrusten en genieten van het uitzicht die jammer genoeg niet ver reikte door een mistige waas. Omdat we voor 60 km gekozen hebben, mochten we hier een lusje lopen van 8,1 km. Na het verlaten van de controle klommen we verder tot aan het kerkje op de top van de 145 meter hoge heuvel. Na de splitsing kozen we voor de linkse kant van het kerkje en stapten naar een snelle, vrij gevaarlijke afdaling die ons een pak lager op de heuvel bracht. We vervolgden de afdaling via een irritant dikke laag keitjes die ons bij een prachtig, wit hoevetje bracht waarna we een brede strook beton kozen. Deze liet ons terug een eindje opklimmen tot aan een kasseitje die even verder veranderd in een leuke veldweg waarlangs we nu helemaal afdaalden tot aan een vlak weggetje. Niet voor lang echter, want al snel waren we weer aan het klimmen via een steeds steiler oplopend weggetje die naar een pracht van een bosdoorsteek bracht. Over soms volledig verzopen bospaden klauterden en ploeterden we ons een weg de heuvel weer op. Een weggetje voerde ons naar een grindwegel die ons, voor de derde keer terug liet afdalen. Onder een drukkende hitte volgden we nu een betonbaan die ons een derde keer tijdens deze lus aan de beklimming liet beginnen. Een veldweg nam het een eindje verder over en bracht ons naar de controle na een schitterende, maar loodzware lus. Na de tweede controle op de Mont-Saint-Aubert, mochten we opnieuw opklimmen naar het kerkje waar we nu rechtsaf een kasseiafdaling, met de nodige voorzichtigheid, namen. Even verder doken we via een smal asfaltje de heuvel af, dwars door een prachtig bos. Nu moesten we een tijdje enkele verharde wegen volgen die ons naar een schitterend graspad zou leidden. Het pad langs de weiden zette ons af op een lange grindstrook die ons, op zijn beurt meenam naar een volgende, vrij drukke asfaltweg. Deze ruilden we, net voorbij het grensbord van Hérinnes, in voor een rustiger exemplaar, die ons naar een klein heuveltje bracht. Achter dit heuveltje lag de gemeente Hérinnes, een deelgemeente van Pecq, met een vrij imposante kerk vergeleken met de gemeente die er rond ligt. In een caféetje konden we na 42,4 km nog eens rusten. De volgende tussenafstand van 7 km begonnen we met een lange kasseistrook. De bonkige kasseien veranderden na ruim een kilometer in een lastig beloopbaar, lang brokkenpad. Na een aantal km belandden we op een stukje asfalt die we al snel terug inruilden voor een volgende lang eind onverhard. Na enkele stukjes asfalt sloegen we naast een hoeve een kasseistrook in, die even verder veranderde in een brokkenpad en nog wat verder dwars over enkele akkers te lopen. Na enkele modderige stroken belandden we op enkele brede wegen die ons naar de controle brachten in Pottes. Nog een goeie 10 km scheidden ons van de aankomst. De eerste 6,2 km hiervan begonnen we met een stukje langs een brede weg om even verder naar een drukbezochte manege te stappen. We vervolgden over nog een kasseistrook langs een kasteeltje. Een rist veldwegen lieten ons nu prachtig door het landschap slingeren om, met zicht op de Waalse zijde van Kluisbergen, naar Escanaffles te stappen waar we een tweede keer in het plaatselijk schooltje terecht konden voor een stempel. Na de controle liepen we al snel naar de Schelde, die we dwarsten met dezelfde brug als in het begin van de tocht. We moesten nu een tijdje een brede, drukke weg volgen, bij gebrek aan beter. Even voorbij een rotonde stappen we Avelgem terug binnen. We stapten nog niet direct naar de aankomst, maar werden eerst rond het voetbalveld naar een tweetal geboortebosjes gestuurd die we doorkruisten om via een trap op een oude spoorwegbedding gehesen te worden. We volgden even het pad om vervolgens het centrum binnen te stappen. Vreemde blikken staarden onze beslijkte kuiten na als we door een winkelstraat richting aankomst stappen na een pracht van een wandeling, in een voor mij nog onbekende streek. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Tijdens de Nacht van West-Vlaanderen maakten we, naast foto's, ook enkele filmpjes. Deze zijn samen met een deel van de foto's gecompileerd tot een filmverslag die terug te vinden is op de volgende link: http://www.youtube.com/watch?v=9iYsm1PR6GA
Voor de tweede keer stond de langste afstand van dé wandelklassieker in eigen stad op het programma, 100 kilometer tijdens de Nacht van West-Vlaanderen. Omstreeks vijf uur trokken we richting het Sportcentrum Benny Vansteelant, zoals de sporthal officieel heet, om er ons in te schrijven. Rond halfzeven stonden we op de parking van het zwembad te wachten op het startschot, die voor ons om kwart na acht zou afgevuurd worden. Meteen na de start stapten we via de Burg naar de Markt waar een massa toeschouwers was toegestroomd. Even voorbij de Markt kregen we een eerste splitsing, de 42 km draaide af om een lus te maken richting Kortemark. Wij wandelden rechtdoor om onder de spoorweg door te stappen en de brede Ruddervoordestraat te volgen naar Groenhovebos, waar we een eerste bevoorrading kregen onder begeleiding van een vrolijk orkestje. We gingen rond de prachtige vijvers dwars door het bos naar de ventwegen naast de afrit, waar ook de 10 km ons verliet. Terwijl we konden genieten van een schitterende zonsondergang, liepen we verder naar het Playsiersbos. De leuke bospaden leidden ons naar Veldegem, waar een fanfare voor een aangename sfeer zorgde tijdens de volgende bevoorrading. Steeds donkerder wordende wijkstraatjes leidden ons naar een prachtige berkendreef en het aansluitende Merkenveldbos, die ons nu lange tijd zou bezig houden. De vele zaklampjes, die meer dan hun werk hadden op de duistere bospaden, zorgden voor idyllische taferelen achter ons. Een lange dreef bracht ons tot aan de hoeve Stragier, waar we nog eens van de ruime bevoorrading konden gebruik maken. Nu doken we het Doeverenbos in voor nog een lang uitgesponnen boswandeling tot aan het Roodhof. Ondertussen waren we de A17 al gedwarst. Enkele bonkige kasseistroken voerden ons naar café Vogelzang, waar enkele clubgenoten mee de controle en bevoorrading verzorgden. Even enkele wijkstraatjes om een kilometertje verder een zaaltje te bereiken waar we nog een controle hadden. Na het gebakje en een bekertje water wandelden we verder door het Nieuwenhovebos om via een asfaltbaan door een volgende bos te stappen. Een grindweg leidde ons naar Waardamme, voor een volgende controle. Langs de kerk gingen we terug op pad om via enkele wijkstraatjes naar een brede baan die op dit uur van de nacht weinig of geen auto's ziet. Na deze even gevolgd te hebben, draaien we een lange betonbaan in. Net na een boerderij ruilden we deze dan weer in voor enkele dreven die ons door het bos van Hertsberge voerden naar de gelijknamige gemeente, waar we in 't Bluvertje een banaan konden binnen spelen. De bosstraten tussen de ruime villa's die deze gemeente telt, brachten ons naar het provinciaal domein Lippensgoed-Bulskampveld. Na enkele kilometers de lange lanen in het bos gevolgd te hebben, bereikten we de Vagevuurbossen. We stapten door het bos naar De Zande, een gemeenschapsinstelling, waar de volgende controle was ingericht. Hier vielen de eerste slachtoffers, ook bij ons. Twee zaklampen zouden de Nacht niet overleven. Meteen na de controle stapten we een stukje Oost-Vlaanderen binnen. Via Kliplo, een stukje van Maria-Aalter, wandelden we naar de E40 die we via een brug dwarsten. Even verder volgde nog een brug, deze keer over de spoorweg. Via een heel erg plakkerig straatje bereikten we de Miseriebocht, een natuurreservaat langs het kanaal Gent-Brugge-Oostende. Dit kanaal zouden we even voorbij de Beernemse jachthaven dwarsen over de vlakke voetgangersbrug. Stilaan begon ook de zon aan een nieuwe dag. Een klein poortje naast het gemeentehuis zette ons op weg naar de controle halfweg, waar we een eerste keer onze bagage konden benutten. Na de controle werden we naar het kanaal gestuurd die we een tijdje volgden, tot we enkele zanderige paden opzochten die ons tussen de velden naar het natuurgebiedje de Leiemeersen brachten. Het smalle, prachtige natuurgebied langs het kanaal bracht ons tot in Moerbrugge voor de volgende controle en bevoorrading. Al snel na de controle ging het terug naar het kanaal die we opnieuw een tijdje naast ons moesten dulden. Uiteindelijk doorkruisten we een klein industriegebiedje om een brede baan aan de rand ervan te volgen. Aan de andere kant van deze weg nam een lange grindweg ons mee richting een spoorwegbedding, die we echter pas bereikten na een prachtig ommetje via opgedroogde modderpaadjes door een klein bosje. Voorbij het AZ St.-Lucas verlieten we de spoorwegbedding om Assebroek binnen te stappen. Even wat wijkstraatjes volgen om naar de volgende controle te stappen. Voorbij de controle stapten we al snel langs de kinderboerderij de Zeven Torentjes. Een pad langs een prachtig kerkhof leidde ons naar de poort van La Brugeoise, een oude fabriekstoegang van een staalbedrijf waar trein-en tramstellen werden gebouwd. Even verder bereikten we nog maar eens de boorden van het kanaal die ons nu helemaal tot in Brugge zou brengen. Eens onder de ring door bewandelden we de Vesten tot aan het Minnewaterpark richting het overbekende Brugse stadszicht aan het begijnhof. We keerden er terug richting de Vesten om terug de ring te dwarsen in de buurt van het station. Na een klein parkdoorsteekje stapten we onder de sporen naar de andere kant van het station vanwaar een lang wandel-en fietspad ons tot aan het Boudewijn Seapark voerde. Dit jaar geen controle in de rolschaatshal, maar iets verder in de ontdooide ijspiste, waar we voor de tweede keer aan onze bagage konden. We verlieten het pretpark langs een dolomiet paadje om via wat straatjes naar de tunnel onder de expresweg te stappen. Eens deze voorbij zijn we al snel in het bos van Tillegem. Aan het kasteel slaan we een lange, brede dreef in die ons tot aan een prachtig heideveldje bracht, waar we langs stapten via een smal, golvend paadje. We dwarsten een drukke weg om terug een onverhard pad te volgen. Voorbij de oude hoeves Hermitage en Peereboom doken we Beisbroek binnen, die we na een paar bospaden inruilden voor het Chartreuzinnenbos. Na enkele graspaden gevolgd te hebben, stapten we naar Mariënhove waar we een volgende stempel konden afhalen. Na de controle keerden we terug naar het Beisbroekbos, waar we voorbij het kasteel stapten. Ondertussen begon er wat motregen te vallen, die we grotendeels konden ontwijken door het dichte bladerdek. Via een lange grinddreef lieten we het witte kasteel achter ons om naar een tunneltje onder de E40 te stappen. Rustige wegen brachten ons nu naar de Vloethemveldzate, een oude spoorwegbedding, die we volgden tot aan de Groene Meersen. In het Zedelgemse sportcentrum konden we genieten van een gebak en een chocomelk. Na Zedelgem stapten we naar Aartrijke. Al van bij het buitenstappen van Zedelgem is de kerk van de deelgemeente te zien, maar het zou nog heel wat stappen kosten door het eindeloze weidelandschap. Na 91 km voelde de klim naar Aartrijke aan als een echte Alpencol, eens boven konden we in de voetbalkantine nog eens stempelen. Vanaf hier vervoegde de zaterdagse Batjestocht ons, om terug te stappen naar Torhout. In licht dalende lijn ging het naar het provinciaal domein d'Aertrycke die we in een rechte lijn doorkruisten om in Wijnendale aan te komen. Na de controle stapten we via de Groene 62 terug naar Torhout, waar we na het dwarsen van de ring de sporthal bereikten. Waar we de bel konden luidden om onze aankomst duidelijk te maken na een schitterende en unieke zwerftocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Naar aanleiding van het wereld-en Europees kampioenschap werd daags voor de Nacht van West-Vlaanderen een vlaggenparade georganiseerd. Tijdens deze vlaggenparade werden de deelnemers per land voorgesteld.
De dertig deelnemende landen zijn (alfabetisch gerangschikt, in het Engels):
Australië
Oostenrijk
Wit-Rusland
Brazilië
België
Canada
Tsjechië
Denemarken
Duitsland
Gibraltar
Groot-Brittannië
Hongarije
Finland
Ierland
Italië
Frankrijk
Japan
Letland
Litouwen
Mexico
Nederland
Noorwegen
Polen
Rusland
Roemenië
Slovakije
Spanje
Zweden
Oekraïne
Verenigde Staten van Amerika
Klik op de foto voor foto's van de vlaggenparade!!!
De Sloebertocht is één van de populairste lange afstandswandeltochten van Vlaanderen. Maar liefst 538 wandelaars, uit alle windstreken, kwamen er aan de start voor de 60 kilometer. Ook wij schreven ons in voor deze afstand, die ons de Zwalmstreek, de Vlaamse Ardennen en de Scheldevallei zou laten bewandelen. Nadat we de ruime kantine van de Zingemse voetbalploeg verlaten hadden, werden we via een tegelpaadje meteen de natuur ingestuurd. Een eerste stuk onverhard bracht ons naar een brede weg, die we volgden om een eindje verder over de Schelde gezet te worden. Aan de andere kant doken we een eerste schitterend natuurgebiedje in, het domeinbos Blarewater. Dit bosje is gelegen rond een oude Scheldemeander, die afgesneden werd tussen 1880 en 1890. Op een schitterende manier volgden we het stilstaande water tot aan de Scheldeboorden. Slechts een voorsmaakje voor wat later nog zou volgen. We volgden nu een tijdje de oevers van de bekendste rivier in België, voorbij de monding van de Zwalm. De Schelde lieten we achter ons, door een klappoortje die ons de Reytmeersen in leidde. Dit 47 hectare grote natuurgebied ligt langs de Schelde en is ontstaan toen het gebied, in 1979, werd opgehoogd om er industrie neer te poten. Er werd echter beslist dat industrie hier niet op haar plaats is. De natuur kon zich vrij ontwikkelen, die nu opnieuw bedreigd wordt. Er zou klei worden ontgonnen voor industrie. Dwars door het natuurgebied bereikten we een kasseiwegje die ons Welden liet binnenwandelen. In het plaatselijke schooltje van de Oudenaardse deelgemeente was de eerste controlepost ingericht. Meteen terug op pad ging het, voorbij de kerk, via rustige straatjes naar de brede N46 die we dwarstten. Even verder kruisten we ook een spoorweg, waarna we richting Oossemolen stapten. Deze watermolen wordt aangedreven door de Oossebeek. Ze werd reeds in 1571 vermeld en is een beschermd monument sinds 1993. Net voor deze boerderijmolen draaiden we de Lage Dumpel in. Direct kregen we een stevige klim voorgeschoteld. Eens we naar boven geklauterd zijn, werden we overspoeld met de eerste, prachtige vergezichten. We doken de afdaling in om wat verder een smal paadje in te draaien. Dit paadje zette ons af tussen de bomen van een fruitboomgaard. De, met kleine vruchten behangen, appel-en perenbomen begeleidden ons verder naar een betonbaantje die we inruilden voor een tegelpad die ons afzette aan de rand van Korsele. Dit gehucht, in de buurt van St.-Maria-Horebeke, staat bekend als de oudste protestantse gemeenschap van België. Het zou gesticht zijn in 1554. Het is de geboorteplaats van Abraham Hans, een schrijver en journalist. Voorbij de protestantse kerk en het museum Abraham Hans stapten we naar een lange veldweg die ons, prachtig, tot bij de N454 bracht. Aan de andere kant van de weg vervolgden we onze weg om een smal paadje te bereiken. Het schitterende paadje leidde ons langs de Krombeek, die hier en daar voor wat verzakkingen van het pad zorgde. Een betonbrugje zette ons over de beek om dwars over een bietenveld te stappen. Nog was het prachtige natuurstuk niet gedaan, want het bleef over zalige paadjes stappen, tot we een baan bereikten. Deze stuurde ons terug over de Krombeek en door het dal die de beek uitgesneden heeft in de loop der eeuwen. Klokslag negen uur wandelden we St.-Maria-Horebeke binnen, waar we even verder onze tweede controle vonden. Nadat de reeds hongerige maag gevuld was, trokken we ons opnieuw op gang. Een leuk tegelpad, even voorbij de kerk, liet ons een duik nemen om nog maar eens de Krombeek te dwarsen en vervolgens op te klimmen naar de andere Horebeekse deelgemeente St.-Kornelis-Horebeke. De oudste vermelding van de gemeente gaat terug tot 1090 als Horenbecca. Het zou uit het Germaans komen en afkomstig zijn van hurnjon, wat uitloper van het hoogland betekent, en van baki of beek. Enkele smalle paadjes zetten ons af bij de Haaghoek, een twee kilometer lange kasseistrook, gekend uit de Ronde van Vlaanderen. Heel even volgden we deze, om even verder terug de natuur in te duiken. Schitterende onverharde paden lieten ons een prachtige omweg maken om terug bij de Haaghoek te komen. De kasseien zouden we nu niet meer bewandelen, we maakten echter onmiddellijk rechtsomkeer om een stevige klim aan te vatten. Eens boven daalden we even af via de Leberg, nog zo'n Ronde van Vlaanderen-monument, om even verder opnieuw voor onverhard te kiezen. Voorbij enkele visvijvers ging het naar de prachtige Holweg, zoals de naam zegt een onverharde holle weg, die ons liet afdalen tot in het kasseidorp Zegelsem, op zoek naar de volgende stempel. Als we onze bevoorrading binnen gespeeld hadden, namen we een kasseibaan naar de drukke N8, de weg tussen Brakel en Oudenaarde, om deze snel aan de andere kant achter ons te laten. Een heel eindje volgden we nu een betonnen baantje tot we voorbij een boerderij een volgend stuk onverhard voorgeschoteld kregen. Een boerenpaard liet zich de aandacht van enkele fototoestellen welgevallen, terwijl we verder stapten over het smalle pad. De feloranje pijltjes wezen nu resoluut richting het volgende natuurgebied, Het Burreken. Dit is een natuurreservaat van 220 hectare, waarvan zo'n 35 hectare onder het beheer valt van Natuurpunt. In dit natuurreservaat bevindt zich ook de bron van de Krombeek. De schitterende paden lieten ons de heuvelflanken, waarop het natuurreservaat zich situeert, voortdurend beklimmen of afdalen. Het zweet vloeide ondertussen rijkelijk, als we op de top van het Foreest afgezet werden. Deze ex-Ronde van Vlaanderenhelling zouden we volledig afdalen om in Schorisse onze volgende controle binnen te stappen. Van hieruit werden we op pad gestuurd voor een ruime lus. Meteen konden we beginnen met een veldweg die ons een eindje verder op het asfalt van het Foreest zou hijsen. Dit keer gingen we niet bergaf, maar bergop. Eens op de top draaiden we rechtsaf om naar een smal paadje tussen twee prikkeldraadomheiningen door te stappen. Na weer even wat verhard gevolgd te hebben, ging het opnieuw tussen, en zelfs dwars over, de velden om op een schitterende manier door het lanschap te stappen. Een verroest en piepend draaihek leidde ons een weide in, waar we een platgetreden padje volgden tussen het hoge gras. Het bleef genieten terwijl we verder wandelden over stukken onverhard af en toe doorspekt met een weidedoorsteek. Uiteindelijk bracht een asfaltafdaling ons naar de Molenbeek waarlangs we het prachtige pad volgden om aan het einde de Kasteelmolen te passeren. Deze watermolen dateert van voor 1456 en is het enige overblijfsel van het waterslot van de Heren van Schorisse. De korenwatermolen vermaalt nog regelmatig graan tot veevoeder. Even voorbij de watermolen stapten we de heraangelegde hoofdstraat in tot aan de kerk en de nabijgelegen controlepost. Na de controle ging het via rustige wegen verder tot aan de Schamperij, een schitterend lapje bos die deel uitmaakt van het natuurgebied Maarkebeekvallei. Enkele tegelpaden en stukken onverhard brachten ons naar de N8, die we een heel eind moesten volgen. Tot aan, voor velen de zwaarste hindernis van de dag, de brouwerij Roman. Al meer dan vier eeuwen lang herbergt de Oudenaardse deelgemeente Mater de brouwersfamilie Roman. De brouwerij begon officieel in het jaar 1545. In de brouwerij worden zeven verschillende bieren gebrouwen, waaronder de naamgever van de tocht, de Sloeber. Na afgifte van het bonnetje kon deze hier à volonté gedegusteerd worden. In de brouwerij hadden we nog zo'n 20 kilometer voor de boeg. Meteen daalden we de Varent af, nog zo'n kasseistrook. Een tijdje volgden we rustige wegen totdat we enkele lange stukken onverhard voor de voeten geschoven kregen, die mekaar snel opeenvolgden. Zo stilaan liepen we terug naar de Scheldevlakte. Onder een mast, in de buurt van Edelare, kregen we nog een gratis waterbevoorrading, waar we met deze temperaturen gretig gebruik van maakten. Aan de rand van enkele weides daalden we verder af tot we plots voor de Wolvenberg stonden. Met een maximale stijgingsgraad van 19 procent nog een serieuze laatste stuiptrekking van de Vlaamse Ardennen, vooraleer definitief richting Scheldevallei te dalen. Langs een lange veldweg zagen we Ename reeds liggen, maar eerst moesten we nog naar het prachtige bos 't Ename. Eeuwenlang werd dit gebied uitgebaat als middelhoutbos, met een dichte struiklaag die om de negen jaar werd gekapt. Enkele bomen bleven ongedeerd en werden groot, wat voor een open en lichtrijk bos heeft gezorgd. De herbebossing en natuurbeheer zorgen ervoor dat zeldzame planten zich hier verspreiden. Een schitterende afdaling door het bosgebied, met af en toe een vlonderpad zette ons af in Ename waar we de volgende controlestempel verkregen. Na de controle op de Lijnwaadmarkt, waarvan de opbrengst naar het Kinderkankerfonds gaat, werden we via enkele bredere banen naar de Scheldebrug gestuurd vanwaar we een prachtig zicht hadden op de acht hectare grote archeologische site van de oude benidictijnenabdij van Ename. Even verder stapten we over de Schelde en wezen de pijltjes over de vangrails. Een avontuurlijke touwafdaling moest ons naar de voet van de brug brengen om zo de Schelde te volgen. Een grindpaadje buigde ons even af richting Eine, om even voorbij de Ohiobrug opnieuw de brede rivier te volgen. Een eindje verder draaiden we opnieuw weg van de Schelde, definitief deze keer, om via de oevers van een Scheldemeander een volgend dorpje binnen te lopen. De oudste vermelding van Heurne, een deelgemeente van Oudenaarde, dateert uit 989. Naar alle waarschijnlijkheid maakte Heurne deel uit van een rij versterkte torens aan de Schelde ten tijde van de Noormannen. Na een passage langs het boogschietveld, beklommen we een trap die ons naar de laatste controle bracht. Na de controle volgden we een tijdje de brede baan tot we een wijkje ingestuurd werden. Voorbij dit wijkje nam een lange betonweg ons mee over een plateautje naar de oldtimer van de laatste bevoorrading. Meteen na deze verkoeling werden we naar het kasteel Axelwalle geleid. Het oorspronkelijk 15de-eeuwse kasteel werd in 1978 gereconstrueerd. Na de kasseibaantjes langs het kasteel en de bijhorende hoeve gevolgd te hebben, wandelden we richting de spoorweg die we even volgden naar nog een laatste stukje onverhard. Nog enkele Zingemse wijkstraatjes scheidden ons van de aankomst van een prachtige tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Op vrijdag 19 juni wordt het startschot gegeven voor de 30ste Nacht van Vlaanderen, ondertussen voor de derde maal Nacht van West-Vlaanderen. Hieronder vind je een korte geschiedenis van het evenement (sorry voor eventuele fouten).
Hoe het allemaal begon
Na deelname aan de 100 km Dodentocht in Bornem in 1979, komt Wilfried Lammens op het idee om een gelijkaardig evenement te organiseren voor lopers. Hij kreeg hierbij hulp van de vereniging Door Eendracht Sterk, pas na de eerste uitgave werd de wandelclub opgericht die de Nacht verder zou organiseren. Naar analogie met de Ronde van Vlaanderen en de Avond van Vlaanderen, twee wielerwedstrijden, werd een naam gekozen. De Nacht van Vlaanderen was geboren. De eerste editie van de 100 km ging van start op 20 juni 1980, deze datum werd gekozen zodat de Nacht samenviel met de Torhoutse Batjes, sindsdien een onafscheidelijk duo. Uit de 146 deelnemers kwam de Duitser Dieter Dippel als winnaar uit de bus, met een tijd van 8u 45 min. Ook de tweede editie zou naar de Duitser gaan. Gestaag groeide de Nacht van Vlaanderen uit tot een klassieker in de ultraloop-en wandelwereld.
Jean-Paul Praet
De grootste naam in de Nacht is ongetwijfeld Jean-Paul Praet. Tussen 1986 en 1994 zou de Belg de wedstrijd maar liefst 8 keer weten te winnen. De eerste keer zelfs in een officieus wereldrecord: 6u03min51s, maar de IAU twijfelde over het resultaat en weigerde de tijd goed te keuren. In 1987 werd voor het eerst in de Nacht van Vlaanderen een (officieuze) wereldtitel uitgedeeld. Deze werd, na een uitgeregende wedstrijd, behaald door de Spanjaard Catalan. De volgende 7 jaar werden gedomineerd door Jean-Paul Praet. In 1991 splitst de organisatie: VZW De Nacht zal vanaf nu de organisatie nemen in plaats van de wandelclub WSJV Nacht van Vlaanderen.
Gered van de ondergang
Eind jaren negentig kregen de 2 Torhoutse topevenementen het moeilijk om het nodige budget bijeen te krijgen. Het befaamde Rock Torhout gaat ten onder en ook de Nacht heeft het moeilijk. Gelukkig wordt het evenement gered en kan het een tweede start maken. De afgelopen 10 jaar werd werk gemaakt van een professionelere aanpak met vernieuwde parcoursen. Ook worden er verschillende wereld-en Europese kampioenschappen georganiseerd.
30ste Nacht van West-Vlaanderen
Vrijdag 19 juni
Lopen: -Wereld-en Europees Kampioenschap 100 km ultraloop -Renault 42 km marathon -Nieuwsblad 10km Tom Compernolle
Wandelen:-100 km -42 km -10 km
Van 16 tot 18u: live uitzending van Avondpost op Radio 2 West-Vlaanderen vanuit zaal De Mast.
Zaterdag 20 juni
Batjestocht: wandelafstanden van 6, 12, 20 en 25 kilometer. Samenlopend met de slotkilometers van de 100 km!
Zaterdag en zondag 20 en 21 juni
Torhoutse Batjes (koopjesdagen) in het centrum van Torhout.
De gemeente Houthulst is gelegen in de Westhoek en grenst aan Diksmuide. De naam van de gemeente vindt men al terug in 1096, toen als "Out-Hulst", als naam van het bos van Houthulst dat aan de graven van Vlaanderen behoorde. De Warden Oom Stappers organiseerden er hun Bakelandttocht, genoemd naar de beruchte rover en zijn bende. Wij trokken op pad voor 42 kilometer. Meteen werden we over het marktplein van Houthulst gestuurd voor een eerste lus. Na de splitsing leidde een rustige weg ons naar een eerste onverhard. Deze zette ons af op de grens van Houthulst met Staden waar we even een weggetje volgden, op weg naar een volgend stukje onverhard die ons een klein heuveltje liet opklimmen naar 's Graveneik. Het hoogste punt bereikt hier een hoogte van 43 meter. Via een rustige weg daalden we de heuvelrug terug af om via een lang, stoffig karrenspoor ons terug te keren richting Houthulst. Langs de oevers van een grote visvijver en de Lourdesgrot, die we niet van dichtbij te zien kregen, wandelden we opnieuw richting de markt en even verder naar de startzaal na een leuke lus. Jammer genoeg kon de kwaliteit van deze lus niet onmiddellijk doorgetrokken worden in het vervolg. Nadat we het hele eind over het marktplein en rond de kerk tot aan de splitsing opnieuw hadden afgelegd, werden we een brede weg ingestuurd die we een hele poos dienden te volgen. Als we deze uiteindelijk achter ons konden laten, liet een smal weggetje ons nog eens de heuvelrug opklimmen. We draaiden onmiddellijk terug de afdaling in en werden via rustige wegen naar een brede weg geleid, die we dwarsten. In de verte konden we de Vredesmolen in Klerken zien staan. De vroegere graan-en oliemolen ligt op het hoogste punt van de gemeente en diende tijdens de eerste wereldoorlog als uitkijkpost voor de Duitsers. De ruine van de molen werd na de oorlog niet meer heropgebouwd en de molenruine werd in 1999 als monument beschermd. In januari 2006 kwam er door een storm een spleet in de muur en is de kans op instorting groot. Daarom staat de molen in de stellingen. Even voorbij de brede weg belandden we in St.-Kristoffel, een gehuchtje bij Houthulst, waar we tussen de kraampjes van een rommelmarkt door wandelden om verder te stappen richting Jonkershove, nog zo'n gehucht bij Houthulst. Het Jonkershof werd voor het eerst vermeld in 1483. Hieruit zou dan de heerlijkheid Jonkershove ontstaan zijn. Tot de eerste helft van de 19de eeuw bestond Jonkershove slechts uit een aantal huisjes in het Jonkershovebos met een arme bevolking van leurders, bezembinders, seizoenarbeiders. Tot een paar decennia geleden hadden inwoners uit Jonkershove, net als uit de buurgemeenten Houthulst en gedeelten van Merkem, een kwalijke reputatie in omliggende gemeenten. Een smal paadje leidde ons het gehucht binnen waar we de volgende controle vonden. Na de controle liep het verder over rustige wegen richting Merkem, waar we een tijdje een drukke weg moesten volgen. Als we deze verlieten werden we tussen twee huizen door een ongebaand graspad opgestuurd, meteen het begin van volgend leuk stuk. Een rustige weg bracht ons naar een boerderijdoorsteek waarna we weer een volgend stuk onverhard kregen voorgeschoteld. Een volgende weg bracht ons naar een lange grindweg die ons langs naar enkele kleine bosjes bracht, restanten van het grote Vrijbos. Het grind veranderde in een lange stoffig stuk onverhard die ons op een drukkere weg bracht waarlangs het Fazantenhof, een kijkboerderij gelegen is, onze volgende controlepost. Terug op pad werden we een lange beukendreef ingestuurd, die een ruimere bosverkenning inleidde. Na de leuke lus in het bos werden we via een veldwegel naar een lange, rechte weg gebracht in de buurt van Madonna. Niet de beroemde zangeres, maar een gehucht bij Langemark. Enkele leuke stukken onverhard lieten ons deels op onze stappen terugkeren om het gehucht binnen te stappen. We draaiden een grindweggetje op en kwamen aan het einde tot stilstand. Blijkbaar hadden we iets eerder voor een smal wegeltje moeten kiezen. Dankzij een bewoner kwamen we, zonder veel extra meters, terug op het goeie spoor. Het smalle asfaltpaadje bracht ons naar nog maar eens een karrenspoor die ons op zijn beurt afzette op de Frontzate, een oude spoorwegbedding tussen Kortemark en Ieper die deel uitmaakte van de lijn Oostende-Torhout-Armentières. Enkele kilometers lang vormde het rode verhard de ondergrond om ons tot in het voormalige station van Westrozebeke te brengen, waar we nog eens een stempeltje konden halen. We kregen, na de controle, weer een flauwer lusje voorgeschoteld die ons via landelijke wegen, rustig golvend een ruime lus liet maken rond Westrozebeke, een deelgemeente van Staden. Opvallend hoeveel serres hier gebouwd zijn. Uiteindelijk belandden we opnieuw op de spoorwegbedding om naar de controle terug te stappen. Nog een kleine 6 kilometer te gaan naar de aankomst. Onmiddellijk werden we naar het militaire domein geleid. Dit 200 hectare grote militaire domein wordt nog gedeeltelijk gebruikt als munitieopslagplaats. Stilaan wordt het militaire gebruik afgebouwd. Het gebied bestaat uit verschillende bostypes. Verspreid over het terrein bevinden zich enkele plassen met op de oevers zeldzame planten-en diersoorten. Het gebied is gelegen in het Vrijbos. Dit bos is een overblijfsel van het uitgestrekte woud tussen Diksmuide, Wijnendale, Roeselare en Ieper. In 1914 was de beboste oppervlakte reeds teruggelopen tot 958 hectare. Tijdens de oorlog werd het bos zowat volledig vernield. Geleidelijke ontbossingen tot na de tweede wereldoorlog hebben de oppervlakte verminderd tot de huidige 360 hectare, waarvan 200 hectare militair domein, 80 hectare domeinbos en 80 hectare privé-bos. Enkele kilometer lang volgden we een onverharde veldweg langs de rand van het militaire domein die er ook de rand van het bos vormt. Als we uiteindelijk aan een betonbaantje kwamen, doken we het bos in. We bleven echter nog een tijdje langs de prikkeldraadomheining wandelen over de betonweg. Na een tijdje schakelden we over op bospaden, met soms grote keien wat het wandelen niet bevorderde. De bospaden leidden ons door het Vrijbos naar de overkant van de Lourdesgrot, die we ook nu niet te zien kregen. We volgden nu hetzelfde parcours als op het einde van de eerste lus om naar de aankomst te stappen van een, al bij al, leuk wandelparcours. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Rondom Brugge ligt een zogenaamde groene gordel. Ten zuiden van de stad, in de deelgemeente Sint-Michiels, ligt het provinciaal domein Tillegem. De naam Tillegem wordt ontleend aan "heem bij de tille". Tille staat voor brug, dus is Tillegem een versterkte plaats bij een brug over een beek, de Kerkebeek. Het gemengd bos met naald-en loofbomen heeft een oppervlakte van 114 hectare en is het oudste provinciedomein van West-Vlaanderen. De eerste 44 hectare werd aangekocht in 1963 en daarna werd het regelmatig uitgebreid. Het verscheiden bosdomein bevat droge heide, natte heide en bloemrijke hooilanden naast de naald-en loofbomen. In het bos bevindt zich een neogotische domeinhoeve met een rosmolen. De rosmolen werd aangedreven door twee paarden en was voorzien van een paar maalstenen om koren te malen. Aanvankelijk stond dit houten molentje in Houtem, bij Veurne. Tijdens de slag om Duinkerke in 1940 raakte het erg beschadigd. In 1971 kocht de provincie de rosmolen, om deze in 1976 bij de herberg de Trutselaar opnieuw op te bouwen. Het Kasteel van Tillegem heeft een lange geschiedenis achter de rug. Het is alvast geweten dat Tillegem bij het begin van de dertiende eeuw deel uitmaakte van de bezittingen van het huis van Voormezele. De oudst gekende heer van Tillegem was trouwens een telg uit het adellijk huis van Voormezele. In 1285 verkocht Jan van Tillegem de heerlijkheid aan Jan Hubrecht, hij was één van de meest welgestelde poorters van Brugge. In die periode liet deze zich opmerken als een partijganger van de Franse koning. De Franse nederlaag in 1302 (de Slag van de Gulden Sporen) leidde tot het beslag op alle Leliaardbezit. Op die manier kwam Tillegem in het bezit van de Aartrijkes. Vermeldenswaardig is hier de persoon Gillis van Aartrijke. Nadien is het kasteel door erfenis en verkoop vaak van eigenaar veranderd. Een andere heer van Tillegem, Joseph Adrien le Bailly was van 1730 tot 1754 burgemeester van het Vrije. Zonder al te veel hinder doorstond de familie het Franse bewind. Hoewel ze hun heerlijke rechten verloren, bleven ze toch eigenaar van het domein. Nadat het kasteel bijna twee eeuwen in bezit geweest was van de familie le Bailly, ging het door het huwelijk van Marie-Thérèse le Bailly over in handen van de familie Koenig. Door een verkaveling kwam het kasteel reeds in 1879 in het bezit van Eugène Charles de Peñaranda de Franchimont. Hij huwde met Clothilde de Laage de Bellefay. Bij gebrek aan nakomelingen lieten ze hun goederen na aan Guy en Marie-Henriette de Briey. Zij huwde in 1916 met baron Georges Verhaegen. Hun zoon, baron René Verhaegen, verkocht in 1980 het kasteel en omliggende aan het provinciebestuur van West-Vlaanderen, die er een streekhuis inrichten. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Dudzele is een klein polderdorpje, langs het Boudewijnkanaal, geprangd tussen de Zeebrugse haven en Brugge. Van hieruit organiseerde de Brugse Mettenwandelclub hun gelijknamige wandel-en fietstochten. Inschrijven deden we in de recent gebouwde, moderne polyvalente zaal De Polder. We kozen voor de afstand van 32 kilometer, uiteindelijk 34 kilometer. Nadat we de dorpskern van Dudzele verlaten hadden, werden we meteen lange polderwegen opgestuurd. Langs grachtjes en weiden en in de verte de bomenrijen van de Damse vaart schoven we langzaam door het landschap richting Damme. Onderweg werden we even tegengehouden voor een deugddoende waterbevoorrading. Een eindje na deze bevoorrading kregen we de kerktoren en de draaiende molenwieken van Damme in het vizier. Het zou echter nog heel wat polderweggetjes duren vooraleer we deze bereikten. We ruilden de polderwegen na een tijdje in voor een veel te druk fietspad langs een grote baan. De parcoursbouwer vond het blijkbaar nodig om de 12 km hier heen en terug te laten passeren, naast de 18, 26 en 32 km en het fietsparcours die hier ook passeerden. Ruim anderhalve kilometer slalommen tussen wandelaars en fietsers die uit alle richtingen kwamen, liepen we recht Damme binnen. We dwarsten de markt van het pittoreske stadje om een eindje verder, in D'Oede Schole, de eerste stempel af te halen. Na de controle werden we, langs de imposante Damse kerktoren, naar de Onze-Lieve-Vrouwepoort geleid. Deze poort is één van de twee resterende Middeleeuwse stadspoorten die toegang boden tot de 17de eeuwse Spaanse garnizoenstad. Ze maakte deel uit van de zevenstervormige omwalling. Nu doet ze dienst als vleermuizenschuilplaats. Eens door deze poort heen, werden we op een brede weg gezet die we lange tijd moesten volgen tot aan het kleine gehuchtje De Hoge Brugge. Hier draaiden we van de weg af en volgden steeds saaier wordende polderwegen. Even kon een smal dijkwegje langs een breed beekje het saaiste wat doen vergeten en even verder bereikten we het Schipdonkkanaal die we onder de majestueuze populierenrijen door volgden. Een brede, 90 km/uur baan zonder fiets-of voetpad, wat door de meeste wandelaars toch niet echt geschikt bevonden wordt als wandelparcours, moest ons terugbrengen naar het gehucht waar we aan hetzelfde kruispunt van daarnet de andere kant opstapten. Via de Slekkeput, voor het verdwijnen ervan de oudste bestaande sluis van Vlaanderen, stapten we na een ontzettend flauwe lus naar de tweede controle. Waarom men twee controleposten inricht op nauwelijks 300 meter van elkaar, is nog steeds een raadsel. Na de controle werden we onmiddellijk terug over de Damse Vaart gezet, om deze aan de andere kant even te volgen naast een heraangelegd deel van de oude stadswallen. De pijltjes brachten ons nu naar de Romboutswervedijk waar we langs het gelijknamige natuurreservaat stapten. We bleven de dijk volgen en een eindje verder kregen we, na lang wachten, eindelijk het eerste stuk onverhard. Ruim halfweg leidde een grindweg ons naar de Stinker en de Blinker, zoals de twee parallel lopende kanalen ook wel genoemd worden. We draaiden er terug richting Damse Vaart die hier onderbroken is door de twee kanalen worden doorsneden. We dwarsten zowel de Damse Vaart als het Schipdonk-en Leopoldkanaal om via pad met steenslag Oostkerke binnen te duiken voor de derde controle en het einde van wat het leukste tussenstuk zou blijken. Op de parcourskaart in de startzaal (ook foto 1 in de fotoreeks) stond nu een lus afgebeeld die ons via de Krinkeldijk, een historische dijk tegen overstromingen, en een stukje langs de Damse Vaart tot in Hoeke zou brengen. Terugkeren naar de controle in Oostkerke zou gebeuren via een lange, vrijwel rechte polderweg. Zou, want als we een tijdje op pad zijn op deze lus kregen we Hoeke in zicht zonder Krinkeldijk of Damse Vaart gezien te hebben. Als we de kaart in het geheugen van het fototoestel boven haalden, werd het echter snel duidelijk. De bepijlers hadden de lus andersom bepijld dan op de kaart. Dit bleek ook uit het parcours, want nadat we Hoeke gepasseerd waren, kregen we de Damse Vaart en de Krinkeldijk te verwerken. Zo kun je het parcours dus ook verrassend maken. In welke richting we de lus ook bewandelden, veel opwinding viel er niet te rapen. Ook voor het afsluitende stuk had de parcoursmeester blijkbaar niet veel inspiratie meer. We werden snel Oostkerke uitgestuurd om onderaan de dijk van het Leopoldkanaal naar een brede baan te stappen. Na de baan en de kanalen gedwarst te hebben, liepen we naar de Zwinpolder en een wachtbekken om via polderwegen naar een grote aardgasinstallatie te stappen. Nog enkele landelijke wegen brachten ons naar een standje van een sportdrank waarvan we een gratis blikje kregen. Na dit standje, draaiden we terug zo'n lange, brede weg op die ons helemaal tot in Dudzele bracht. Een kort ommetje langs een parkje en we bereikten de aankomst na een zwakke tocht. De volledig nieuwe startplaats en parcours zijn zeker (nog) geen verbetering. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Om de twee jaar wordt in Kortemark een geldinzamelingsactie georganiseerd ten voordele van het welbekende Kom Op Tegen Kanker. Dit jaar hoort daar voor het eerst een wandeltocht bij, ingericht door de plaatselijke Kreketrekkers. Na het inschrijven in de stille startzaal konden we op pad voor 21 kilometer wandelen voor het goede doel. Al snel na de start liep het langs de gebouwen van het woon-en zorgcentrum Godtsvelde naar de recent heraangelegde markt van Kortemark, waar we naast de St.-Bartholomeuskerk een smal straatje instapten. Deze bracht ons naar een volgende straat met even verder het gemeentehuis en aanpalend het politiekantoor. Voorbij deze draaiden we naast de spoorweg een klein parkje in, waarna we iets verder de Krekebeek bereikten. Een zalig lang graspad volgde de oevers van de beek, die als Handzamevaart in Diksmuide in de Ijzer uitmondt. Een betonweggetje leidde ons langs de spoorweg richting Handzame, om er de sporen en een drukke weg te dwarsen. Een zacht klimmend straatje liet ons opklimmen uit het Krekedal en duwde ons naar de Zandstraat, een grindbaantje. We vervolgden over de Speyeweg, een smal spoor die ons over de oude spoorwegbedding zette en een straat opstuurde die we volgden tot aan de eerste controle. Na de controle werden we op weg gestuurd voor een landelijke lus. Rustige wegen leidden ons tussen de groentevelden naar een veldwegje die ons naar de rand van St.-Jozef De Geite bracht, een gehucht van Hooglede. Naar het centrum stapten we niet, maar we kozen voor de oude spoorwegbedding tussen Kortemark en Boezinge. Als we deze na een heel eind verlaten, draaiden we terug richting St.-Jozef De Geite via rustige wegen, af en toe doorspekt met een leuk stuk onverhard. Terug gekomen aan het gehuchtje, stapten we opnieuw de spoorwegzate op die ons licht dalend richting Kortemark liet uitgaan. Zowaar een weidedoorsteek liet ons het rode pad verlaten en via een stukje dubbelwandelen keerden we naar de controle terug. Meteen konden we beginnen aan het afsluitende stuk. Langs een vijver ging het voor de derde maal naar de oude spoorwegbedding. De kortere afstanden stuurden recht aan op Kortemark, wij echter gingen de andere kant op om naar een karrenspoor te stappen. Via rustige wegen leidden de lange, oranje pijlen ons naar de wijk De Huilaart, waar we de kortere afstanden terug vinden als we voor de vierde keer de oude spoorwegbedding opdraaiden. Nu volgden we deze onder een brug tot aan het Kortemarkse station. We wandelden voorbij het station naar een kasseiwegje die ons naar de Statieput stuurde, een vijver in de buurt van het station. Na een rondgang rond de vijver, leidde het parcours langs een kikkerpoeltje en over een parking. Nog enkele centrumstraatjes volgen en we bereikten de aankomst. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Enkele kilometers ten noorden van Brugge ligt Damme, een klein stadje. In 1134 schuurt een stormvloed een kreek uit van de kust tot in Brugge. Onmiddellijk bouwde Brugge een dwarsdijk aan het uiteinde van de Zwingeul. Aan deze dam ontstond het vissersdorpje Damme, dat zo'n 40 jaar later stadsrechten verkreeg. Tussen Brugge en Damme was ondertussen een kanaal gegraven en Damme ontwikkelde zich tot voorhaven. Op het einde van de 13de eeuw begon de Zwingeul echter te verzanden en het nut van de haven verdween. In 1811 zet Keizer Napoleon Spaanse krijgsgevangenen aan het werk om een kanaal te graven tussen Brugge en de Schelde, de huidige Damse Vaart. Het tracé ontziet echter de Damse Korenmarkt niet en alle mooie natiehuizen moeten eraan geloven. Damme komt er gehalveerd uit. In 1815 bereikte men reeds Hoeke en onder Nederlands bewind geraakt men tot Sluis. Tussen 1842 en 1843 bouwt men het Leopoldskanaal om het water van de Scheldepolders af te leiden. In 1846 starten de werken voor het afleidingskanaal van de Leie, beter bekend als het Schipdonkkanaal. Zo werd in een halve eeuw de aanblik van de streek totaal gewijzigd, wat 150 jaar later als een uniek polderlandschap wordt ervaren. Het landschap rond Damme wordt gedomineerd door deze kanalen en de majestueuze bomenrijen errond. Dit wordt echter de laatste jaren bedreigd door de expansiezucht van de nabijgelegen Zeebrugse haven, die het Schipdonkkanaal wil verbreden om er binnenscheepvaart op toe te laten. Dit stuit echter op zeer veel protest van omwonenden. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Gesticht in 1972 is de 100 km van Ieper één van de oudste wandelmeerdaagses van België. Drie dagen lang wordt de streek rond Ieper verkend. Ieper zou ontstaan zijn 902 toen graaf Boudewijn II van Vlaanderen een wal bouwde aan de Ieperlee, een rivier. Hierrond ontwikkelde, rond 930, een primitieve gemeenschap. Onder een stralende hemel trokken we op pad voor 50 kilometer. Meteen na de start stapten we langs de gracht en de vestingmuren tot aan de Rijselpoort. We verlieten hier de vestingen om na het dwarsen van de drukke ringweg het eerste natuurgebied in te stappen. De Verdronken Weide heeft een oppervlakte van 41 hectare, waarvan 32 hectare als wacht-en spaarbekken. Tijdens de Middeleeuwen was dit gebied één van de vier buitenwijken van Ieper. Toen Vauban rond 1680 de vestingen liet bouwen, werd dit gebied ingericht als een overstroombaar bekken inrichten, die als moerasbuffer tegen belagers diende. Nu is het een prachtig natuurgebied en trekpleister voor talrijke water-en weidevogels. Een leuk graspad leidde ons aan de rand van het gebied tot aan een drukke weg om deze te dwarsen en een volgende brede weg te volgen. Langs de legerkazerne ging het verder tot aan de oude vaart Komen-Ieper waar we via een asfaltpad even langs liepen. Een wijkdoorsteekje zette ons uiteindelijk af aan het Tortelbos. Dit jonge bos ligt op een terrein waar zich in de 19de eeuw twee kasteeldomeinen uitstrekten: ten oosten het kasteel Beau Séjour en ten westen het St.-Pieterskasteel. Beiden werden tijdens de eerste wereldoorlog met de grond gelijk gemaakt. De twee vroegere kasteeldomeinen werden, door het Vlaamse gewest, aangekocht in 1994 en in 1995 begon men met de aanplanting van het 9 hectare grote Tortelbos. Enkele fraaie bospaden stuurden ons door het bosje. Een rustig weggetje nam ons vervolgens op sleeptouw om naar een bredere weg te trekken. Deze zouden we volgen tot aan een rotonde waar een andere brede weg het even overnam en ons naar een landbouwersloods begeleidde voor de eerste controle. Na een yoghurtje en een bekertje water, werden we direct op een flink karrenspoor gezet om naar de oevers van Dikkebusvijver te stappen. De 36 hectare grote vijver bestond zeker al voor 1320. Ze ontstond door het afdammen van de vallei van de Kemmelbeek. De vijver bevoorraadde Ieper van drinkwater via de bekende Ieperse grachten en eikenhouten pijpen, die het water tot bij de stadswoningen brachten. We volgden de oever tot waar de Kemmelbeek in de vijver uitmondt, waar we afdraaiden om via een asfaltwegeltje de Kemmelbeek te volgen. Aan het eind van dit weggetje bereikten we een bredere weg die we even bewandelden. Tussen twee militaire kerkhoven door stapten we verder via rustige wegen met recht voor ons de dreigende gedaante van de Kemmelberg, die stap voor stap groter werd. De wegen werden ook steeds golvender naarmate we dichter bij Heuvelland kwamen. Meteen het einde van de, tot nu toe vlakke aanloop. Aan de voet van de Kemmelberg ligt het dorpje Kemmel. Een leuk parkje rond de Willebeek bracht ons naar het Kemmel Chateau Military Cemetery, waarnaast een smal grindpaadje ons naar een mooie dreef leidde. Het kasteel waarnaar deze dreef vroeger leidde werd, samen met het in 1914 aangelegde militaire kerkhof, in 1918 volledig verwoest. Het kerkhof werd na de oorlog terug aangelegd, het kasteel werd niet heropgebouwd. Deze brede baan die de dreef opvolgde nam ons mee naar de volgende controle. Na de controle werden we naar het prachtige kasteelpark De Warande geleid. Op de plaats van een houten landhuis liet de burgemeester-baron Jacques Bruneel de la Warande in 1925 een prachtig kasteel in Vlaamse renaissance bouwen. Het kasteel fungeert nu als gemeentehuis van de fusiegemeente Heuvelland. Dwars door het park ging het nu verder naar een straat die ons aan de eerste, zware beklimming van de dag liet beginnen. Via een steil bospad beklommen we de Kemmelberg. Als we de kasseien bereikten, enkele tientallen meters onder de Belvedere, draaiden we een volgende bosdreef in die ons rustig terug liet afdalen tot we aan het Ossuarium, het Franse massagraf, kwamen. We dwarsten er de steile kasseiafdaling om via een veldweg verder af te dalen. Voor ons ontrolde zich een prachtig panorama op de streek. Enkele baantjes brachten ons naar het provinciaal domein de Kemmelberg, waar we schitterend over de golvende graspaden tussen de meidoornhagen stapten. Uiteindelijk nam een brede, kalme weg ons mee naar het volgende dorpje, Dranouter. Even voorbij het muziekcentrum 't Folk vonden we de derde controle waar we konden smullen van een peperkoek en een bekertje water. Al vlug na deze controle leidden de pijltjes ons naar het natuurgebied het Eeuwenhout. Dit bos-en weidegebied situeert zich op een helling van de vallei van de Douvebeek, waar de hoogteligging varieert tussen 45 en 75 meter. De prachtige, maar soms stevig dalende paden leidden ons langs de rand van het natuurgebied tot aan een brokkelige veldweg die het overnam. Aan het eind werden we een brede weg opgestuurd om even verder opnieuw de natuur in te duiken. Zalig onverhard liep het aan de voet van de Rode-en Zwarteberg over de Belgisch-Franse grens. Na een afdaling via de Sentier de Jacinthes werden we via stevig golvende wegen op weg gestuurd richting de Franse gemeente Berthen. Net voordat we Berthen zouden bereiken, draaiden we echter af om een volgende beklimming aan te snijden. De Mont Kokereel bereikt op de top een hoogte van 110 meter. De naam van de berg is afgeleid van het Franse woord querelle dat staat voor ruzie, twist. Op deze berg is in het verleden een ruzie uitgevochten. Net voor de top vonden we een volgende controle. Nog even verder klimmen na de controle om vervolgens aan de afdaling te kunnen beginnen. De landelijke wegen die ons schitterende vergezichten boden, brachten ons voorbij enkele bunkers naar de voet van de Zwarte Berg. Een veldweg bracht ons tot aan de forellenvijvers van de Ponderosa waarna een tegelpad ons het laatste en lastigste deel van de beklimming van de Zwarte Berg ophielp. Het blijft merkwaardig om te zien hoe één straat met winkels en restaurants honderden toeristen hierheen kan lokken. In café "Aux Touristes" konden we een volgende stempel afhalen. We volgden even de gezellige drukte van de straat op de top tot we deze, aan de grens, konden inruilen voor een onverharde afdaling. De kunstmatige, aarden trapjes zetten ons iets lager op de helling af waarna we opnieuw konden beginnen klimmen naar de wijngaarden en de enige kabelbaan van West-Vlaanderen. Deze 900 meter lange zetelliftverbindt de Vidaigneberg met de Baneberg. Deze laatste mochten we even verder dan ook beklimmen. Opnieuw stuurde een trappenafdaling ons de heuvelflank af waarna een doodlopend weggetje ons een prachtig stukje natuur in liet wandelen. Een tweetal steile trapjes en een stukje vlonderpad leidden ons door een fraai bosje. We vervolgden onze weg via een prachtige holle weg waarna rustige, landelijke wegen ons op sleeptouw namen naar de volgende controle aan een landbouwschuur. Meteen na de controle konden we de laatste stevige helling aanvatten, met name de Scherpenberg. Boven op de 125 meter hoge heuvel bevinden zich overblijfselen van oude grondvesten van een molen. Deze werd echter verwoest in 1794.De afdaling leidde ons langs de als beschermd landschap geklasseerde flank van de heuvel om via golvende wegen naar een brede baan te stappen. Na het dwarsen van deze weg werden we een leuke, lange grindweg opgestuurd die ons enkele kikkerpoelen, met het nodige gekwaak, liet passeren. Nadat we het grind achter ons gelaten hadden volgden we opnieuw landelijke wegen, vanaf nu terug vlak, om naar Dikkebus te trekken. In het plaatselijke cultureel centrum kregen we nog eens een controle. Na de controle moesten we een heel tijdje een brede, drukkere weg volgen totdat we, aan de overkant van de toegangsweg naar de vijver, een smal pad indraaiden. Het Dikkebusvijverpad bracht ons naast de Vijverbeek naar een laatste gratis controle waar we een ijsje aangeboden kregen. Nadat we dit binnengespeeld hadden vervolgden we onze weg langs het pad die ons helemaal tot aan de rand van het stadscentrum van Ieper bracht. Een gesloten overweg zorgde nog even voor wat oponthoud, maar als de slagbomen ons uiteindelijk toch doorgang verlenen konden we de drukke ringweg voor de tweede keer dwarsen. We volgden de brede gracht opnieuw voorbij de Rijselpoort om even verder de aankomst te bereiken van een knappe tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Péruwelz, een klein stadje aan de Belgisch-Franse grens in Henegouwen, is het doel van een busreis van onze club. De oudste vermelding van het stadje gaat terug tot 1095 en vertelt over de schenking van een altaar aan de abdij van Aubechies. Péruwelz was eeuwenlang een dorpje tot in de 18de en 19de eeuw de industrialisering toenam en het dorpje uitgroeide tot een stad. In 1976 fusioneerde Péruwelz, samen met 9 andere dorpjes in de omgeving, tot de huidige stad. Na een uurtje rijden op de bus en het invullen van onze inschrijfkaart, konden we op pad voor de afstand van 30 kilometer. Meteen na de start nam een grindpaadje ons mee naar een lange dreef die we even volgden. Een stukje onverhard zorgde ervoor dat we de dreef in konden ruilen voor een brede weg, met op het einde de basiliek van Bon-Secours. Vooraleer deze te bereiken, draaiden we een grindpaadje in die ons nog een ommetje liet maken om uiteindelijk toch aan de basiliek uit te komen. Deze basiliek werd gebouwd, om het groeiend aantal pelgrims op te vangen, op de plaats waar een kapel stond met een mariabeeld uit 1636. Dit beeld werd gemaakt uit dankbaarheid voor het stoppen van een pestepidemie. De basiliek is neo-gotisch met byzantijnse invloeden. De grens tussen België en Frankrijk loopt dwars door deze basiliek. Al snel lieten we de basiliek achter om even verder de eerste controle te bereiken. Na de controle keerden we terug naar de basiliek om aan de andere kant te passeren. Via enkele wijkstraten ging het nu in de richting van het Forêt Domaniale de Bon-Secours. Dit 720 hectare grote bos was lange tijd eigendom van de familie Croÿ, die het domein verloor in 1918. In 1924 werd het een staatsbos. In het bos staan 60 verschillende boomsoorten, waaronder des sapins of sparren, waarnaar de tocht genoemd werd. Het staatsbos maakt deel uit van het Parc Naturel des Plaines de l'Escaut, een natuurdomein van maar liefst 26.500 hectare verspreid over 6 gemeentes in België en Frankrijk. Op een schitterende manier leidden de pijltjes over de bospaden om het bos te doorkruisen. De, soms modderige, bospaden stuurden ons naar de Etang de l'Ermitage, waar we een eerste blik konden werpen op het gelijknamige kasteel. We bleven in het ruime bosdomein tot we uiteindelijk in Lorette, een gehucht van Condé-sur-l'Ecaut, werden afgezet. Na nog enkele rustige wegen bereikten we, onder een partytent, de volgende controle. Nu volgden we een hele tijd de wijkstraten, om de oevers van het enorme Lac Chabaud-Latour te bereiken. Dit meer bestrijkt een oppervlakte van 60 hectare en is ontstaan na steenkoolontginning.Vroeger werden op dit meer eenden gelokt en gevangen in eendenkooien. Nu drijven er, vreemd uitziende, vogelkijkhutten op het meer. Via mooie, brede grindwegels maakten we nu een ruime omtrek rond het prachtige meer. Uiteindelijk bereikten we Condé-sur-l'Escaut. De naam van dit Franse stadje komt van het Keltisch 'Condat' en betekent samenvloeiing. Hier gaat het om de Schelde of l'Escaut en de Hene, de rivier waaraan Henegouwen zijn naam te danken heeft. Een speelpleintje aan de oever van het meer voldeed voor de volgende controle. Hier mochten we nu een lusje afleggen. Wat dit lusje te bieden had, was werkelijk schitterend. Zowat onmiddellijk wandelden we langs de metershoge muren van de omwalling van het stadje. In 1678 bepaalde het Verdrag van Nijmegen dat Condé Frans bezit was. Lodewijk de 14de liet meteen omwallingen bouwen door Vauban, die ook de gekende vestingen in Ieper construeerde. We wandelden op een prachtige manier op, naast en rond de indrukwekkende bouwwerken. Even moesten we onder de kruin van een omgevallen boom doorkruipen om het pad te kunnen volgen. Het was er genieten van de eerste tot de laatste meter in een doolhof van muren. Jammer genoeg kwamen we na 3 kilometer al terug aan de controle aan het meer. Na de controle draaiden we de andere kant op om een lang, recht pad te volgen met aan de ene kant het Lac Chabaud-Latour en aan de andere kant de restanten van het kanaal Condé-Pommeroeul. Het bleef genieten als we uiteindelijk dit pad verlaten en via een kasseiweg richting de mijnterrils stapten. De Fosse Ledoux, zoals de mijn heette, is beginnen produceren in 1905 en produceerde in z'n topjaren 2590 ton steenkool per dag. De mijnactiviteiten werden definitief stopgezet in 1989. Opnieuw konden we brede paden volgen die ons eventjes een steenkoolheuvel lieten beklimmen om vervolgens naar de Etang de la Digue Noire te leidden. Ook hier mochten we een tijdje de oevers volgen om via een betonnen brugje terug het gehucht Lorette binnen te stappen naar de volgende controle. We volgden na de controle een tijdje een brede baan, om deze na een tijdje te mogen inruilen voor een lange kasteeldreef. Deze leidde recht naar het Chateau de l'Ermitage. In een wijde boog wandelden we rond de muur, rond het kasteeldomein, waarin af en toe een toegangspoort een, telkens ander, zicht gaf op het kasteel. Ondertussen waren we ook een 800 jaar oude eik gepasseerd, of toch de stam ervan want veel leven zit er blijkbaar niet meer in. De tweede ruime verkenning van het Forêt Domaniale de Bon-Secours bracht ons terug in Bon-Secours, waar we na een steile klim de laatste stempel konden verzamelen. Even na de controle kwamen we aan het bezoekerscentrum van het Parc Naturel. We waren ruim op tijd, dus konden we hier even een kijkje nemen op de uitkijktoren die een nogal ontgoochelend zicht bood. Te hoge bomen belemmerden er het uitzicht. Even voobij het bezoekerscentrum stapten we nog een laatste stukje door het staatsbos om voorbij een circus naar Péruwelz af te draaien. Rustige wegen zorgden ervoor dat we het stadje terug bereikten en via enkele bosdreven in het Parc de Keyser bereikten we de aankomst. Een schitterende ervaring rijker keerden we met de bus terug richting Torhout. Klik op de foto voor méér foto's!!!
We zijn aan het voorlopige einde gekomen van het deel over de Westhoek. Eventueel kunnen er later nog stukjes worden bijgevoegd, maar dat zien we dan wel. Wie meer info over deze plekjes of andere, kan terecht op www.westhoek.be.
We gaan verder met het Brugse Ommeland. Zoals de naam het al zegt, is het Brugse Ommeland de streek rondom de West-Vlaamse provinciehoofdstad. Tot het Brugse Ommeland behoren de steden Brugge, Torhout, Tielt, Oudenburg, Damme en Gistel. Verder maken ook de gemeenten Ardooie, Beernem, Ichtegem, Jabbeke, Lichtervelde, Oostkamp, Pittem, Ruiselede, Wingene, Zedelgem en Zuienkerke. Blankenberge, Bredene, De Haan, Knokke-Heist, Oostende en Zeebrugge behoren ook tot het Brugse Ommeland, maar deze volgen later nog bij de kust. Het Brugse Ommeland is een heel afwisselende streek met, ten noorden en oosten van Brugge, de poldervlaktes achter de kustlijn, en ten zuiden en westen van de historische stad, de uitgestrekte bossen van het Houtland. De streek is bezaaid met kastelen en wordt doorkruist door talrijke kanalen en waterwegen.