Welkom beste blogbezoekers,
wij zijn Davy en Jürgen Moerman. We zijn broers en beiden zijn we lid van de wandelclub WSJV Nacht van Vlaanderen Torhout bij Aktivia. We wandelen zowel korte als lange afstandswandeltochten in West-of Oost-Vlaanderen. Geregeld zullen we proberen hier een verslag en foto's te plaatsen van wandeltochten waar we aan deelnamen (Niet alle tochten zullen aan bod kunnen komen). Tips en reacties hierop zijn altijd van harte welkom.
Groetjes, Davy en Jürgen!
Net voor de Leie Kortrijk binnenstroomt, passeert de rivier Lauwe. De oudste vermelding van de gemeente dateert van omstreeks 804. Vanuit deze deelgemeente van Menen organiseerde de plaatselijke wandelclub 12 uren van Lauwe hun Voettocht. We kozen voor de langste afstand van 35 kilometer. We mochten er meteen invliegen met een stuk van ruim 8 kilometer. Na het verlaten van de startzaal in een school liepen we richting de achterliggende voetbalvelden. Het schorspad rond de sportvelden zette ons af in een wijkje die we snel doorkruisten om op een eerste veldweg gezet te worden. Een smal tarmacpaadje leidde ons naar een rustige, brede weg die al snel gedwarst werd. Een prachtige onverharde wegel bracht ons rond enkele, steeds hoger opgroeiende maisvelden tot tegen de spoorweg. Even volgen tot een brug ons naar de andere kant bracht, waar we meteen de natuur indoken. Door een poortje betreden we het (nog jonge) Preshoekbos, die ons geruime tijd zal plezieren met zijn schitterende graspaden. Op 12 oktober 2002 werd de eerste boom, de Preshoeklinde, van het nieuwe stadsrandbos aangeplant. Ondertussen heeft het gebied een oppervlakte van 114 hectare van wat een natuurgebied van ongeveer 250 hectare moet worden. Nadat we onder de E403 doorgestapt waren, kregen we nog een korte trek door het Preshoekbos om even verder Marke binnen te stappen. Enkele straatjes brachten ons naar een lang wandel-en fietspad die ons achter een rij huizen en langs een vijvertje naar de controle leidde in een basisschooltje. Van hieruit werden we op weg gestuurd voor een lus van 9 kilometer. Aanvankelijk volgden we wat wijkstraatjes die ons naar een spoorwegovergang brachten. Net voorbij de rails draaiden we een volgend natuurgebiedje in, natuurgebied Leievallei. Een prachtig pad stuurde ons, door het struweel langs de spoorbaan tot we, via enkele trappen, de vallei indoken tot aan de boorden van de Leie. Een aardeweg langs de "Golden River" bracht ons een eindje verder waar we afdraaiden en terug richting spoorweg liepen. We vonden er een graspad die ons, naast een brede strook bomen langs de E40, die terug richting Leie liep. We gingen er onder de autosnelweg naar een volgend leuk graspad aan de andere kant. Even verder namen enkele smalle asfaltpaadjes het over en brachten ons naar enkele visvijvers. Na de passage aan de drukbezette waterplassen kregen we weer enkele smalle asfaltbaantjes die ons naar een brede weg brachten. Even verder draaide de weg onder de spoorweg, wij echter liepen rechtdoor aan de voet van de hoge spoorwegberm naar het volgende tunneltje onder de sporen. Een weggetje liet ons opklimmen naar een drukke weg die ons even verder nog maar eens over de E403 zette. Even verder draaiden we een straatje in die ons naar een kleiput waar we langs liepen naar een volgend wegje die ons terug aan de brede weg afzette. Aan de andere kant vonden we enkele paadjes die ons door de wijk terug leidden naar de controle. Na het stempelen trokken we terug op pad. Even dubbelwandelen tot we aan de splitsing afdraaiden om de groene boorden van de Markebeek te volgen. Deze leidde ons door de Kortrijkse deelgemeente tot aan een spoorwegbrug waar we onder de sporen door liepen. Een eindje verder kwamen we aan de ring rond Kortrijk waar we ook onderheen gingen. Een parallel lopende weg nam ons mee naar een volgende brug, dit keer over de Leie. Net voorbij de brug draaiden we van het weggetje af en dachten de Leie te moeten volgen. Nadat we terug onder de ringbrug heen gestapt waren, stuurde een rustig weggetje ons weg van de rivier. Voorbij een paardenmanege werden we een asfaltpaadje opgestuurd die ons tussen de maïs naar een doodlopend weggetje leidde. Een verrassend draaipoortje liet ons toe op het te verleidelijke terras van Het Bijenhof. Een extra tussenstop drong zich op. Meteen na onze onvoorziene pauze bereikten we de boorden van de Leie. We volgden nu een tijdje het jaagpad voorbij enkele vijvers, waarna we nog maar eens onder de E403 door gingen. Meteen naast de autostrade ligt het Leiebos, waarin we een prachtige rondwandeling mochten maken. Nadat we het 19 hectare grote bosdomein verlaten hadden, wandelden we langs een leuk pad langs een oude Leiearm. Al snel bereikten we nu Wevelgem, waar we via enkele tegelpaadjes en wijkstraatjes naar de controle stapten na 25 kilometer. Nog 8,8 kilometer naar de aankomst. Na de controle volgden we nog even wat wijkstraatjes tot we een grindbaantje bereikten die ons voorbij de monumentale Westpoort van de vroegere cisterciënzerinnenabdij naar de Leie bracht. De "Guldenbergabdij" werd in 1214 gesticht in Moorsele, maar verhuisde enkele decennia later naar de betere locatie langs de Leie tussen Kortrijk en Menen, waar door de eeuwen heen een enorm kloostercomplex werd uitgebouwd. In 1796 werd de abdij opgeheven en zo'n 10 jaar later bleef van de abdij enkel nog de kloosterhoeve, een dwarsschuur, twee toegangspoorten en een duiventoren over. We volgden even de onverharde oever van de Leie tot aan een brug die ons nog eens over de rivier zette en meteen ook terug Lauwe binnen leidde. We volgden nu een eindje wijkstraatjes naar een gratis bevoorrading. Eens we deze achter ons gelaten hadden, kregen we de ene splitsing na de andere waarbij de kortere afstanden een kortere weg naar de aankomst namen en wij steeds dichter bij de rand van de gemeente kwamen. Aan het Goed te Boenaerde, een historische hoeve waarvan de gebouwen dateren uit de 17de eeuw, kregen we weer een leuke veldweg voorgeschoteld die ons naar een smal paadje leidde. Nu wandelden we naar de rand van een bosje om via een volgende smal paadje terug Lauwe binnen te stappen. Nog wat wijkstraatjes volgend bereikten we de aankomst van een, ondanks de lange tussenafstanden, aangename wandeling. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Voor het zesde luik van de Super 7 moesten we helemaal naar het zuidoostelijkste hoekje van West-Vlaanderen trekken. Meer bepaald vanuit Avelgem organiseerden de Heestertse Waterhoekstappers hun Guldensporentocht. In een grauwgrijze basisschool De Toekomst konden we ons inschrijven voor 50 of 60 kilometer, die beiden meetelden voor de Super 7. Welke van de twee we zouden volgen, zou het weer onderweg voor ons beslissen. Van bij de start speelde de regen een ritmische melodie op de bovenkant van onze paraplu, terwijl we via enkele straatjes naar de Avelgemse Scheldemeersen stapten. We trokken door de meersen naar een oude arm van de Schelde, waarlangs we een grindpaadje volgden tot aan een draaihekje. Een pracht van een natuurpad volgde verder de boord van de Scheldearm tot we een tweede hekje bereikten. Al snel ging het naar een volgende grindweg die ons opnieuw liet kennismaken met een stukje Scheldearm om naar de eigenlijke rivier te stappen. We volgden nu even het jaagpad tot we een noodzakelijke lap industrie moesten doorkruisen om de Schelde opnieuw te bereiken. Niet voor lang echter, want even verder beklommen we een trap om met een boogbrug over de Schelde gezet te worden. Ondertussen was de regen gestild en konden we de paraplu wegbergen. (Voorlopig nog niet te ver, je weet maar nooit.) Eens over de Schelde bereikten we het Waalse Escanaffles, waar we na 5 kilometer ons eerste stempeltje konden afhalen. Voor het volgende tussenstuk van ruim 8 kilometer werden we naar het kerkhof gestuurd waar we een tegelpad kozen die ons, langs de achterkant van de controle, terug de landelijkheid instuurde. Het lange tegelpad bracht ons naar een zalig stuk onverhard waar we een eerste keer modder konden proeven. (Niet letterlijk, he) Uiteindelijk bereikten we een kapelletje, waarna we enkele rustige straten volgden voorbij enkele prachtige hoeves. Na een tijdje draaiden we een volgende veldweg in, waar een boer blijkbaar naarstig een sproeimiddel had uitgestrooid. Het bruine graspad bracht ons naar een brede weg, die we snel dwarsten om op een lang karrenspoor verder te stappen. Het onverhard zette ons af op een asfaltje die ons na het overbruggen van een oude spoorwegbedding die diep in het landschap is uitgesneden, resoluut richting Celles stuurde. Terwijl een schuchter zonnetje probeert een gat in het wolkendek te branden, bereikten we de rand van de gemeente waar we onder luid klokkengeschal naar de controle begeleid werden. Na de controle moesten we kiezen tussen 50 of 60. Met het zonnetje in gedachten kozen we toch maar voor de langste mogelijkheid en werden meteen een tegelpad opgestuurd die ons voorzichtig liet opklimmen naar een wijkje. Snel doorkruisen we deze om af te dalen naar een dot van een veldweg, die ons tot bij een boerderijtje bracht. We volgden nu de lange grindoprit tot aan een weg waar we ons terug bij de kortere afstanden voegden. Na even het wegje gevolgd te hebben, werden we een prachtige dreef ingeleid aan de rand van een klein lapje bos. Aan het eind van de dreef werden we enkele golvende wegen opgestuurd die ons, langs een bloeiend erwtenveld, Molenbaix binnenloodsten. Een schitterend graspad bracht ons uiteindelijk aan de rand van het slaperige dorpje, waar we na 19,8 km nog eens onze controlekaart mochten opdiepen. Dat het venijn in de staart zit, gaat zeker op voor het volgende tussenstuk van 6 km. We lijken, via rustige asfaltbaantjes, recht naar de Mont-Saint-Aubert te stappen, tot een veldweg ons even op sleeptouw nam en ons op wat golvende wegen afzette. Deze wegen brachten ons naar de voet van de Mont-Saint-Aubert, waarna we aan de beklimming konden beginnen. Aanvankelijk liep het "vals plat" tussen wat huizen tot we aan een boszone kwamen. Meteen liep het steiler bergop over de zware modderpaden die ons schitterend door het bos heen leidden.De laatste 100 meter tot de controle bleven bergop lopen via een betonweg. Eens de controle bereikt konden we even uitrusten en genieten van het uitzicht die jammer genoeg niet ver reikte door een mistige waas. Omdat we voor 60 km gekozen hebben, mochten we hier een lusje lopen van 8,1 km. Na het verlaten van de controle klommen we verder tot aan het kerkje op de top van de 145 meter hoge heuvel. Na de splitsing kozen we voor de linkse kant van het kerkje en stapten naar een snelle, vrij gevaarlijke afdaling die ons een pak lager op de heuvel bracht. We vervolgden de afdaling via een irritant dikke laag keitjes die ons bij een prachtig, wit hoevetje bracht waarna we een brede strook beton kozen. Deze liet ons terug een eindje opklimmen tot aan een kasseitje die even verder veranderd in een leuke veldweg waarlangs we nu helemaal afdaalden tot aan een vlak weggetje. Niet voor lang echter, want al snel waren we weer aan het klimmen via een steeds steiler oplopend weggetje die naar een pracht van een bosdoorsteek bracht. Over soms volledig verzopen bospaden klauterden en ploeterden we ons een weg de heuvel weer op. Een weggetje voerde ons naar een grindwegel die ons, voor de derde keer terug liet afdalen. Onder een drukkende hitte volgden we nu een betonbaan die ons een derde keer tijdens deze lus aan de beklimming liet beginnen. Een veldweg nam het een eindje verder over en bracht ons naar de controle na een schitterende, maar loodzware lus. Na de tweede controle op de Mont-Saint-Aubert, mochten we opnieuw opklimmen naar het kerkje waar we nu rechtsaf een kasseiafdaling, met de nodige voorzichtigheid, namen. Even verder doken we via een smal asfaltje de heuvel af, dwars door een prachtig bos. Nu moesten we een tijdje enkele verharde wegen volgen die ons naar een schitterend graspad zou leidden. Het pad langs de weiden zette ons af op een lange grindstrook die ons, op zijn beurt meenam naar een volgende, vrij drukke asfaltweg. Deze ruilden we, net voorbij het grensbord van Hérinnes, in voor een rustiger exemplaar, die ons naar een klein heuveltje bracht. Achter dit heuveltje lag de gemeente Hérinnes, een deelgemeente van Pecq, met een vrij imposante kerk vergeleken met de gemeente die er rond ligt. In een caféetje konden we na 42,4 km nog eens rusten. De volgende tussenafstand van 7 km begonnen we met een lange kasseistrook. De bonkige kasseien veranderden na ruim een kilometer in een lastig beloopbaar, lang brokkenpad. Na een aantal km belandden we op een stukje asfalt die we al snel terug inruilden voor een volgende lang eind onverhard. Na enkele stukjes asfalt sloegen we naast een hoeve een kasseistrook in, die even verder veranderde in een brokkenpad en nog wat verder dwars over enkele akkers te lopen. Na enkele modderige stroken belandden we op enkele brede wegen die ons naar de controle brachten in Pottes. Nog een goeie 10 km scheidden ons van de aankomst. De eerste 6,2 km hiervan begonnen we met een stukje langs een brede weg om even verder naar een drukbezochte manege te stappen. We vervolgden over nog een kasseistrook langs een kasteeltje. Een rist veldwegen lieten ons nu prachtig door het landschap slingeren om, met zicht op de Waalse zijde van Kluisbergen, naar Escanaffles te stappen waar we een tweede keer in het plaatselijk schooltje terecht konden voor een stempel. Na de controle liepen we al snel naar de Schelde, die we dwarsten met dezelfde brug als in het begin van de tocht. We moesten nu een tijdje een brede, drukke weg volgen, bij gebrek aan beter. Even voorbij een rotonde stappen we Avelgem terug binnen. We stapten nog niet direct naar de aankomst, maar werden eerst rond het voetbalveld naar een tweetal geboortebosjes gestuurd die we doorkruisten om via een trap op een oude spoorwegbedding gehesen te worden. We volgden even het pad om vervolgens het centrum binnen te stappen. Vreemde blikken staarden onze beslijkte kuiten na als we door een winkelstraat richting aankomst stappen na een pracht van een wandeling, in een voor mij nog onbekende streek. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Tijdens de Nacht van West-Vlaanderen maakten we, naast foto's, ook enkele filmpjes. Deze zijn samen met een deel van de foto's gecompileerd tot een filmverslag die terug te vinden is op de volgende link: http://www.youtube.com/watch?v=9iYsm1PR6GA
Voor de tweede keer stond de langste afstand van dé wandelklassieker in eigen stad op het programma, 100 kilometer tijdens de Nacht van West-Vlaanderen. Omstreeks vijf uur trokken we richting het Sportcentrum Benny Vansteelant, zoals de sporthal officieel heet, om er ons in te schrijven. Rond halfzeven stonden we op de parking van het zwembad te wachten op het startschot, die voor ons om kwart na acht zou afgevuurd worden. Meteen na de start stapten we via de Burg naar de Markt waar een massa toeschouwers was toegestroomd. Even voorbij de Markt kregen we een eerste splitsing, de 42 km draaide af om een lus te maken richting Kortemark. Wij wandelden rechtdoor om onder de spoorweg door te stappen en de brede Ruddervoordestraat te volgen naar Groenhovebos, waar we een eerste bevoorrading kregen onder begeleiding van een vrolijk orkestje. We gingen rond de prachtige vijvers dwars door het bos naar de ventwegen naast de afrit, waar ook de 10 km ons verliet. Terwijl we konden genieten van een schitterende zonsondergang, liepen we verder naar het Playsiersbos. De leuke bospaden leidden ons naar Veldegem, waar een fanfare voor een aangename sfeer zorgde tijdens de volgende bevoorrading. Steeds donkerder wordende wijkstraatjes leidden ons naar een prachtige berkendreef en het aansluitende Merkenveldbos, die ons nu lange tijd zou bezig houden. De vele zaklampjes, die meer dan hun werk hadden op de duistere bospaden, zorgden voor idyllische taferelen achter ons. Een lange dreef bracht ons tot aan de hoeve Stragier, waar we nog eens van de ruime bevoorrading konden gebruik maken. Nu doken we het Doeverenbos in voor nog een lang uitgesponnen boswandeling tot aan het Roodhof. Ondertussen waren we de A17 al gedwarst. Enkele bonkige kasseistroken voerden ons naar café Vogelzang, waar enkele clubgenoten mee de controle en bevoorrading verzorgden. Even enkele wijkstraatjes om een kilometertje verder een zaaltje te bereiken waar we nog een controle hadden. Na het gebakje en een bekertje water wandelden we verder door het Nieuwenhovebos om via een asfaltbaan door een volgende bos te stappen. Een grindweg leidde ons naar Waardamme, voor een volgende controle. Langs de kerk gingen we terug op pad om via enkele wijkstraatjes naar een brede baan die op dit uur van de nacht weinig of geen auto's ziet. Na deze even gevolgd te hebben, draaien we een lange betonbaan in. Net na een boerderij ruilden we deze dan weer in voor enkele dreven die ons door het bos van Hertsberge voerden naar de gelijknamige gemeente, waar we in 't Bluvertje een banaan konden binnen spelen. De bosstraten tussen de ruime villa's die deze gemeente telt, brachten ons naar het provinciaal domein Lippensgoed-Bulskampveld. Na enkele kilometers de lange lanen in het bos gevolgd te hebben, bereikten we de Vagevuurbossen. We stapten door het bos naar De Zande, een gemeenschapsinstelling, waar de volgende controle was ingericht. Hier vielen de eerste slachtoffers, ook bij ons. Twee zaklampen zouden de Nacht niet overleven. Meteen na de controle stapten we een stukje Oost-Vlaanderen binnen. Via Kliplo, een stukje van Maria-Aalter, wandelden we naar de E40 die we via een brug dwarsten. Even verder volgde nog een brug, deze keer over de spoorweg. Via een heel erg plakkerig straatje bereikten we de Miseriebocht, een natuurreservaat langs het kanaal Gent-Brugge-Oostende. Dit kanaal zouden we even voorbij de Beernemse jachthaven dwarsen over de vlakke voetgangersbrug. Stilaan begon ook de zon aan een nieuwe dag. Een klein poortje naast het gemeentehuis zette ons op weg naar de controle halfweg, waar we een eerste keer onze bagage konden benutten. Na de controle werden we naar het kanaal gestuurd die we een tijdje volgden, tot we enkele zanderige paden opzochten die ons tussen de velden naar het natuurgebiedje de Leiemeersen brachten. Het smalle, prachtige natuurgebied langs het kanaal bracht ons tot in Moerbrugge voor de volgende controle en bevoorrading. Al snel na de controle ging het terug naar het kanaal die we opnieuw een tijdje naast ons moesten dulden. Uiteindelijk doorkruisten we een klein industriegebiedje om een brede baan aan de rand ervan te volgen. Aan de andere kant van deze weg nam een lange grindweg ons mee richting een spoorwegbedding, die we echter pas bereikten na een prachtig ommetje via opgedroogde modderpaadjes door een klein bosje. Voorbij het AZ St.-Lucas verlieten we de spoorwegbedding om Assebroek binnen te stappen. Even wat wijkstraatjes volgen om naar de volgende controle te stappen. Voorbij de controle stapten we al snel langs de kinderboerderij de Zeven Torentjes. Een pad langs een prachtig kerkhof leidde ons naar de poort van La Brugeoise, een oude fabriekstoegang van een staalbedrijf waar trein-en tramstellen werden gebouwd. Even verder bereikten we nog maar eens de boorden van het kanaal die ons nu helemaal tot in Brugge zou brengen. Eens onder de ring door bewandelden we de Vesten tot aan het Minnewaterpark richting het overbekende Brugse stadszicht aan het begijnhof. We keerden er terug richting de Vesten om terug de ring te dwarsen in de buurt van het station. Na een klein parkdoorsteekje stapten we onder de sporen naar de andere kant van het station vanwaar een lang wandel-en fietspad ons tot aan het Boudewijn Seapark voerde. Dit jaar geen controle in de rolschaatshal, maar iets verder in de ontdooide ijspiste, waar we voor de tweede keer aan onze bagage konden. We verlieten het pretpark langs een dolomiet paadje om via wat straatjes naar de tunnel onder de expresweg te stappen. Eens deze voorbij zijn we al snel in het bos van Tillegem. Aan het kasteel slaan we een lange, brede dreef in die ons tot aan een prachtig heideveldje bracht, waar we langs stapten via een smal, golvend paadje. We dwarsten een drukke weg om terug een onverhard pad te volgen. Voorbij de oude hoeves Hermitage en Peereboom doken we Beisbroek binnen, die we na een paar bospaden inruilden voor het Chartreuzinnenbos. Na enkele graspaden gevolgd te hebben, stapten we naar Mariënhove waar we een volgende stempel konden afhalen. Na de controle keerden we terug naar het Beisbroekbos, waar we voorbij het kasteel stapten. Ondertussen begon er wat motregen te vallen, die we grotendeels konden ontwijken door het dichte bladerdek. Via een lange grinddreef lieten we het witte kasteel achter ons om naar een tunneltje onder de E40 te stappen. Rustige wegen brachten ons nu naar de Vloethemveldzate, een oude spoorwegbedding, die we volgden tot aan de Groene Meersen. In het Zedelgemse sportcentrum konden we genieten van een gebak en een chocomelk. Na Zedelgem stapten we naar Aartrijke. Al van bij het buitenstappen van Zedelgem is de kerk van de deelgemeente te zien, maar het zou nog heel wat stappen kosten door het eindeloze weidelandschap. Na 91 km voelde de klim naar Aartrijke aan als een echte Alpencol, eens boven konden we in de voetbalkantine nog eens stempelen. Vanaf hier vervoegde de zaterdagse Batjestocht ons, om terug te stappen naar Torhout. In licht dalende lijn ging het naar het provinciaal domein d'Aertrycke die we in een rechte lijn doorkruisten om in Wijnendale aan te komen. Na de controle stapten we via de Groene 62 terug naar Torhout, waar we na het dwarsen van de ring de sporthal bereikten. Waar we de bel konden luidden om onze aankomst duidelijk te maken na een schitterende en unieke zwerftocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Naar aanleiding van het wereld-en Europees kampioenschap werd daags voor de Nacht van West-Vlaanderen een vlaggenparade georganiseerd. Tijdens deze vlaggenparade werden de deelnemers per land voorgesteld.
De dertig deelnemende landen zijn (alfabetisch gerangschikt, in het Engels):
Australië
Oostenrijk
Wit-Rusland
Brazilië
België
Canada
Tsjechië
Denemarken
Duitsland
Gibraltar
Groot-Brittannië
Hongarije
Finland
Ierland
Italië
Frankrijk
Japan
Letland
Litouwen
Mexico
Nederland
Noorwegen
Polen
Rusland
Roemenië
Slovakije
Spanje
Zweden
Oekraïne
Verenigde Staten van Amerika
Klik op de foto voor foto's van de vlaggenparade!!!
De Sloebertocht is één van de populairste lange afstandswandeltochten van Vlaanderen. Maar liefst 538 wandelaars, uit alle windstreken, kwamen er aan de start voor de 60 kilometer. Ook wij schreven ons in voor deze afstand, die ons de Zwalmstreek, de Vlaamse Ardennen en de Scheldevallei zou laten bewandelen. Nadat we de ruime kantine van de Zingemse voetbalploeg verlaten hadden, werden we via een tegelpaadje meteen de natuur ingestuurd. Een eerste stuk onverhard bracht ons naar een brede weg, die we volgden om een eindje verder over de Schelde gezet te worden. Aan de andere kant doken we een eerste schitterend natuurgebiedje in, het domeinbos Blarewater. Dit bosje is gelegen rond een oude Scheldemeander, die afgesneden werd tussen 1880 en 1890. Op een schitterende manier volgden we het stilstaande water tot aan de Scheldeboorden. Slechts een voorsmaakje voor wat later nog zou volgen. We volgden nu een tijdje de oevers van de bekendste rivier in België, voorbij de monding van de Zwalm. De Schelde lieten we achter ons, door een klappoortje die ons de Reytmeersen in leidde. Dit 47 hectare grote natuurgebied ligt langs de Schelde en is ontstaan toen het gebied, in 1979, werd opgehoogd om er industrie neer te poten. Er werd echter beslist dat industrie hier niet op haar plaats is. De natuur kon zich vrij ontwikkelen, die nu opnieuw bedreigd wordt. Er zou klei worden ontgonnen voor industrie. Dwars door het natuurgebied bereikten we een kasseiwegje die ons Welden liet binnenwandelen. In het plaatselijke schooltje van de Oudenaardse deelgemeente was de eerste controlepost ingericht. Meteen terug op pad ging het, voorbij de kerk, via rustige straatjes naar de brede N46 die we dwarstten. Even verder kruisten we ook een spoorweg, waarna we richting Oossemolen stapten. Deze watermolen wordt aangedreven door de Oossebeek. Ze werd reeds in 1571 vermeld en is een beschermd monument sinds 1993. Net voor deze boerderijmolen draaiden we de Lage Dumpel in. Direct kregen we een stevige klim voorgeschoteld. Eens we naar boven geklauterd zijn, werden we overspoeld met de eerste, prachtige vergezichten. We doken de afdaling in om wat verder een smal paadje in te draaien. Dit paadje zette ons af tussen de bomen van een fruitboomgaard. De, met kleine vruchten behangen, appel-en perenbomen begeleidden ons verder naar een betonbaantje die we inruilden voor een tegelpad die ons afzette aan de rand van Korsele. Dit gehucht, in de buurt van St.-Maria-Horebeke, staat bekend als de oudste protestantse gemeenschap van België. Het zou gesticht zijn in 1554. Het is de geboorteplaats van Abraham Hans, een schrijver en journalist. Voorbij de protestantse kerk en het museum Abraham Hans stapten we naar een lange veldweg die ons, prachtig, tot bij de N454 bracht. Aan de andere kant van de weg vervolgden we onze weg om een smal paadje te bereiken. Het schitterende paadje leidde ons langs de Krombeek, die hier en daar voor wat verzakkingen van het pad zorgde. Een betonbrugje zette ons over de beek om dwars over een bietenveld te stappen. Nog was het prachtige natuurstuk niet gedaan, want het bleef over zalige paadjes stappen, tot we een baan bereikten. Deze stuurde ons terug over de Krombeek en door het dal die de beek uitgesneden heeft in de loop der eeuwen. Klokslag negen uur wandelden we St.-Maria-Horebeke binnen, waar we even verder onze tweede controle vonden. Nadat de reeds hongerige maag gevuld was, trokken we ons opnieuw op gang. Een leuk tegelpad, even voorbij de kerk, liet ons een duik nemen om nog maar eens de Krombeek te dwarsen en vervolgens op te klimmen naar de andere Horebeekse deelgemeente St.-Kornelis-Horebeke. De oudste vermelding van de gemeente gaat terug tot 1090 als Horenbecca. Het zou uit het Germaans komen en afkomstig zijn van hurnjon, wat uitloper van het hoogland betekent, en van baki of beek. Enkele smalle paadjes zetten ons af bij de Haaghoek, een twee kilometer lange kasseistrook, gekend uit de Ronde van Vlaanderen. Heel even volgden we deze, om even verder terug de natuur in te duiken. Schitterende onverharde paden lieten ons een prachtige omweg maken om terug bij de Haaghoek te komen. De kasseien zouden we nu niet meer bewandelen, we maakten echter onmiddellijk rechtsomkeer om een stevige klim aan te vatten. Eens boven daalden we even af via de Leberg, nog zo'n Ronde van Vlaanderen-monument, om even verder opnieuw voor onverhard te kiezen. Voorbij enkele visvijvers ging het naar de prachtige Holweg, zoals de naam zegt een onverharde holle weg, die ons liet afdalen tot in het kasseidorp Zegelsem, op zoek naar de volgende stempel. Als we onze bevoorrading binnen gespeeld hadden, namen we een kasseibaan naar de drukke N8, de weg tussen Brakel en Oudenaarde, om deze snel aan de andere kant achter ons te laten. Een heel eindje volgden we nu een betonnen baantje tot we voorbij een boerderij een volgend stuk onverhard voorgeschoteld kregen. Een boerenpaard liet zich de aandacht van enkele fototoestellen welgevallen, terwijl we verder stapten over het smalle pad. De feloranje pijltjes wezen nu resoluut richting het volgende natuurgebied, Het Burreken. Dit is een natuurreservaat van 220 hectare, waarvan zo'n 35 hectare onder het beheer valt van Natuurpunt. In dit natuurreservaat bevindt zich ook de bron van de Krombeek. De schitterende paden lieten ons de heuvelflanken, waarop het natuurreservaat zich situeert, voortdurend beklimmen of afdalen. Het zweet vloeide ondertussen rijkelijk, als we op de top van het Foreest afgezet werden. Deze ex-Ronde van Vlaanderenhelling zouden we volledig afdalen om in Schorisse onze volgende controle binnen te stappen. Van hieruit werden we op pad gestuurd voor een ruime lus. Meteen konden we beginnen met een veldweg die ons een eindje verder op het asfalt van het Foreest zou hijsen. Dit keer gingen we niet bergaf, maar bergop. Eens op de top draaiden we rechtsaf om naar een smal paadje tussen twee prikkeldraadomheiningen door te stappen. Na weer even wat verhard gevolgd te hebben, ging het opnieuw tussen, en zelfs dwars over, de velden om op een schitterende manier door het lanschap te stappen. Een verroest en piepend draaihek leidde ons een weide in, waar we een platgetreden padje volgden tussen het hoge gras. Het bleef genieten terwijl we verder wandelden over stukken onverhard af en toe doorspekt met een weidedoorsteek. Uiteindelijk bracht een asfaltafdaling ons naar de Molenbeek waarlangs we het prachtige pad volgden om aan het einde de Kasteelmolen te passeren. Deze watermolen dateert van voor 1456 en is het enige overblijfsel van het waterslot van de Heren van Schorisse. De korenwatermolen vermaalt nog regelmatig graan tot veevoeder. Even voorbij de watermolen stapten we de heraangelegde hoofdstraat in tot aan de kerk en de nabijgelegen controlepost. Na de controle ging het via rustige wegen verder tot aan de Schamperij, een schitterend lapje bos die deel uitmaakt van het natuurgebied Maarkebeekvallei. Enkele tegelpaden en stukken onverhard brachten ons naar de N8, die we een heel eind moesten volgen. Tot aan, voor velen de zwaarste hindernis van de dag, de brouwerij Roman. Al meer dan vier eeuwen lang herbergt de Oudenaardse deelgemeente Mater de brouwersfamilie Roman. De brouwerij begon officieel in het jaar 1545. In de brouwerij worden zeven verschillende bieren gebrouwen, waaronder de naamgever van de tocht, de Sloeber. Na afgifte van het bonnetje kon deze hier à volonté gedegusteerd worden. In de brouwerij hadden we nog zo'n 20 kilometer voor de boeg. Meteen daalden we de Varent af, nog zo'n kasseistrook. Een tijdje volgden we rustige wegen totdat we enkele lange stukken onverhard voor de voeten geschoven kregen, die mekaar snel opeenvolgden. Zo stilaan liepen we terug naar de Scheldevlakte. Onder een mast, in de buurt van Edelare, kregen we nog een gratis waterbevoorrading, waar we met deze temperaturen gretig gebruik van maakten. Aan de rand van enkele weides daalden we verder af tot we plots voor de Wolvenberg stonden. Met een maximale stijgingsgraad van 19 procent nog een serieuze laatste stuiptrekking van de Vlaamse Ardennen, vooraleer definitief richting Scheldevallei te dalen. Langs een lange veldweg zagen we Ename reeds liggen, maar eerst moesten we nog naar het prachtige bos 't Ename. Eeuwenlang werd dit gebied uitgebaat als middelhoutbos, met een dichte struiklaag die om de negen jaar werd gekapt. Enkele bomen bleven ongedeerd en werden groot, wat voor een open en lichtrijk bos heeft gezorgd. De herbebossing en natuurbeheer zorgen ervoor dat zeldzame planten zich hier verspreiden. Een schitterende afdaling door het bosgebied, met af en toe een vlonderpad zette ons af in Ename waar we de volgende controlestempel verkregen. Na de controle op de Lijnwaadmarkt, waarvan de opbrengst naar het Kinderkankerfonds gaat, werden we via enkele bredere banen naar de Scheldebrug gestuurd vanwaar we een prachtig zicht hadden op de acht hectare grote archeologische site van de oude benidictijnenabdij van Ename. Even verder stapten we over de Schelde en wezen de pijltjes over de vangrails. Een avontuurlijke touwafdaling moest ons naar de voet van de brug brengen om zo de Schelde te volgen. Een grindpaadje buigde ons even af richting Eine, om even voorbij de Ohiobrug opnieuw de brede rivier te volgen. Een eindje verder draaiden we opnieuw weg van de Schelde, definitief deze keer, om via de oevers van een Scheldemeander een volgend dorpje binnen te lopen. De oudste vermelding van Heurne, een deelgemeente van Oudenaarde, dateert uit 989. Naar alle waarschijnlijkheid maakte Heurne deel uit van een rij versterkte torens aan de Schelde ten tijde van de Noormannen. Na een passage langs het boogschietveld, beklommen we een trap die ons naar de laatste controle bracht. Na de controle volgden we een tijdje de brede baan tot we een wijkje ingestuurd werden. Voorbij dit wijkje nam een lange betonweg ons mee over een plateautje naar de oldtimer van de laatste bevoorrading. Meteen na deze verkoeling werden we naar het kasteel Axelwalle geleid. Het oorspronkelijk 15de-eeuwse kasteel werd in 1978 gereconstrueerd. Na de kasseibaantjes langs het kasteel en de bijhorende hoeve gevolgd te hebben, wandelden we richting de spoorweg die we even volgden naar nog een laatste stukje onverhard. Nog enkele Zingemse wijkstraatjes scheidden ons van de aankomst van een prachtige tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Op vrijdag 19 juni wordt het startschot gegeven voor de 30ste Nacht van Vlaanderen, ondertussen voor de derde maal Nacht van West-Vlaanderen. Hieronder vind je een korte geschiedenis van het evenement (sorry voor eventuele fouten).
Hoe het allemaal begon
Na deelname aan de 100 km Dodentocht in Bornem in 1979, komt Wilfried Lammens op het idee om een gelijkaardig evenement te organiseren voor lopers. Hij kreeg hierbij hulp van de vereniging Door Eendracht Sterk, pas na de eerste uitgave werd de wandelclub opgericht die de Nacht verder zou organiseren. Naar analogie met de Ronde van Vlaanderen en de Avond van Vlaanderen, twee wielerwedstrijden, werd een naam gekozen. De Nacht van Vlaanderen was geboren. De eerste editie van de 100 km ging van start op 20 juni 1980, deze datum werd gekozen zodat de Nacht samenviel met de Torhoutse Batjes, sindsdien een onafscheidelijk duo. Uit de 146 deelnemers kwam de Duitser Dieter Dippel als winnaar uit de bus, met een tijd van 8u 45 min. Ook de tweede editie zou naar de Duitser gaan. Gestaag groeide de Nacht van Vlaanderen uit tot een klassieker in de ultraloop-en wandelwereld.
Jean-Paul Praet
De grootste naam in de Nacht is ongetwijfeld Jean-Paul Praet. Tussen 1986 en 1994 zou de Belg de wedstrijd maar liefst 8 keer weten te winnen. De eerste keer zelfs in een officieus wereldrecord: 6u03min51s, maar de IAU twijfelde over het resultaat en weigerde de tijd goed te keuren. In 1987 werd voor het eerst in de Nacht van Vlaanderen een (officieuze) wereldtitel uitgedeeld. Deze werd, na een uitgeregende wedstrijd, behaald door de Spanjaard Catalan. De volgende 7 jaar werden gedomineerd door Jean-Paul Praet. In 1991 splitst de organisatie: VZW De Nacht zal vanaf nu de organisatie nemen in plaats van de wandelclub WSJV Nacht van Vlaanderen.
Gered van de ondergang
Eind jaren negentig kregen de 2 Torhoutse topevenementen het moeilijk om het nodige budget bijeen te krijgen. Het befaamde Rock Torhout gaat ten onder en ook de Nacht heeft het moeilijk. Gelukkig wordt het evenement gered en kan het een tweede start maken. De afgelopen 10 jaar werd werk gemaakt van een professionelere aanpak met vernieuwde parcoursen. Ook worden er verschillende wereld-en Europese kampioenschappen georganiseerd.
30ste Nacht van West-Vlaanderen
Vrijdag 19 juni
Lopen: -Wereld-en Europees Kampioenschap 100 km ultraloop -Renault 42 km marathon -Nieuwsblad 10km Tom Compernolle
Wandelen:-100 km -42 km -10 km
Van 16 tot 18u: live uitzending van Avondpost op Radio 2 West-Vlaanderen vanuit zaal De Mast.
Zaterdag 20 juni
Batjestocht: wandelafstanden van 6, 12, 20 en 25 kilometer. Samenlopend met de slotkilometers van de 100 km!
Zaterdag en zondag 20 en 21 juni
Torhoutse Batjes (koopjesdagen) in het centrum van Torhout.
De gemeente Houthulst is gelegen in de Westhoek en grenst aan Diksmuide. De naam van de gemeente vindt men al terug in 1096, toen als "Out-Hulst", als naam van het bos van Houthulst dat aan de graven van Vlaanderen behoorde. De Warden Oom Stappers organiseerden er hun Bakelandttocht, genoemd naar de beruchte rover en zijn bende. Wij trokken op pad voor 42 kilometer. Meteen werden we over het marktplein van Houthulst gestuurd voor een eerste lus. Na de splitsing leidde een rustige weg ons naar een eerste onverhard. Deze zette ons af op de grens van Houthulst met Staden waar we even een weggetje volgden, op weg naar een volgend stukje onverhard die ons een klein heuveltje liet opklimmen naar 's Graveneik. Het hoogste punt bereikt hier een hoogte van 43 meter. Via een rustige weg daalden we de heuvelrug terug af om via een lang, stoffig karrenspoor ons terug te keren richting Houthulst. Langs de oevers van een grote visvijver en de Lourdesgrot, die we niet van dichtbij te zien kregen, wandelden we opnieuw richting de markt en even verder naar de startzaal na een leuke lus. Jammer genoeg kon de kwaliteit van deze lus niet onmiddellijk doorgetrokken worden in het vervolg. Nadat we het hele eind over het marktplein en rond de kerk tot aan de splitsing opnieuw hadden afgelegd, werden we een brede weg ingestuurd die we een hele poos dienden te volgen. Als we deze uiteindelijk achter ons konden laten, liet een smal weggetje ons nog eens de heuvelrug opklimmen. We draaiden onmiddellijk terug de afdaling in en werden via rustige wegen naar een brede weg geleid, die we dwarsten. In de verte konden we de Vredesmolen in Klerken zien staan. De vroegere graan-en oliemolen ligt op het hoogste punt van de gemeente en diende tijdens de eerste wereldoorlog als uitkijkpost voor de Duitsers. De ruine van de molen werd na de oorlog niet meer heropgebouwd en de molenruine werd in 1999 als monument beschermd. In januari 2006 kwam er door een storm een spleet in de muur en is de kans op instorting groot. Daarom staat de molen in de stellingen. Even voorbij de brede weg belandden we in St.-Kristoffel, een gehuchtje bij Houthulst, waar we tussen de kraampjes van een rommelmarkt door wandelden om verder te stappen richting Jonkershove, nog zo'n gehucht bij Houthulst. Het Jonkershof werd voor het eerst vermeld in 1483. Hieruit zou dan de heerlijkheid Jonkershove ontstaan zijn. Tot de eerste helft van de 19de eeuw bestond Jonkershove slechts uit een aantal huisjes in het Jonkershovebos met een arme bevolking van leurders, bezembinders, seizoenarbeiders. Tot een paar decennia geleden hadden inwoners uit Jonkershove, net als uit de buurgemeenten Houthulst en gedeelten van Merkem, een kwalijke reputatie in omliggende gemeenten. Een smal paadje leidde ons het gehucht binnen waar we de volgende controle vonden. Na de controle liep het verder over rustige wegen richting Merkem, waar we een tijdje een drukke weg moesten volgen. Als we deze verlieten werden we tussen twee huizen door een ongebaand graspad opgestuurd, meteen het begin van volgend leuk stuk. Een rustige weg bracht ons naar een boerderijdoorsteek waarna we weer een volgend stuk onverhard kregen voorgeschoteld. Een volgende weg bracht ons naar een lange grindweg die ons langs naar enkele kleine bosjes bracht, restanten van het grote Vrijbos. Het grind veranderde in een lange stoffig stuk onverhard die ons op een drukkere weg bracht waarlangs het Fazantenhof, een kijkboerderij gelegen is, onze volgende controlepost. Terug op pad werden we een lange beukendreef ingestuurd, die een ruimere bosverkenning inleidde. Na de leuke lus in het bos werden we via een veldwegel naar een lange, rechte weg gebracht in de buurt van Madonna. Niet de beroemde zangeres, maar een gehucht bij Langemark. Enkele leuke stukken onverhard lieten ons deels op onze stappen terugkeren om het gehucht binnen te stappen. We draaiden een grindweggetje op en kwamen aan het einde tot stilstand. Blijkbaar hadden we iets eerder voor een smal wegeltje moeten kiezen. Dankzij een bewoner kwamen we, zonder veel extra meters, terug op het goeie spoor. Het smalle asfaltpaadje bracht ons naar nog maar eens een karrenspoor die ons op zijn beurt afzette op de Frontzate, een oude spoorwegbedding tussen Kortemark en Ieper die deel uitmaakte van de lijn Oostende-Torhout-Armentières. Enkele kilometers lang vormde het rode verhard de ondergrond om ons tot in het voormalige station van Westrozebeke te brengen, waar we nog eens een stempeltje konden halen. We kregen, na de controle, weer een flauwer lusje voorgeschoteld die ons via landelijke wegen, rustig golvend een ruime lus liet maken rond Westrozebeke, een deelgemeente van Staden. Opvallend hoeveel serres hier gebouwd zijn. Uiteindelijk belandden we opnieuw op de spoorwegbedding om naar de controle terug te stappen. Nog een kleine 6 kilometer te gaan naar de aankomst. Onmiddellijk werden we naar het militaire domein geleid. Dit 200 hectare grote militaire domein wordt nog gedeeltelijk gebruikt als munitieopslagplaats. Stilaan wordt het militaire gebruik afgebouwd. Het gebied bestaat uit verschillende bostypes. Verspreid over het terrein bevinden zich enkele plassen met op de oevers zeldzame planten-en diersoorten. Het gebied is gelegen in het Vrijbos. Dit bos is een overblijfsel van het uitgestrekte woud tussen Diksmuide, Wijnendale, Roeselare en Ieper. In 1914 was de beboste oppervlakte reeds teruggelopen tot 958 hectare. Tijdens de oorlog werd het bos zowat volledig vernield. Geleidelijke ontbossingen tot na de tweede wereldoorlog hebben de oppervlakte verminderd tot de huidige 360 hectare, waarvan 200 hectare militair domein, 80 hectare domeinbos en 80 hectare privé-bos. Enkele kilometer lang volgden we een onverharde veldweg langs de rand van het militaire domein die er ook de rand van het bos vormt. Als we uiteindelijk aan een betonbaantje kwamen, doken we het bos in. We bleven echter nog een tijdje langs de prikkeldraadomheining wandelen over de betonweg. Na een tijdje schakelden we over op bospaden, met soms grote keien wat het wandelen niet bevorderde. De bospaden leidden ons door het Vrijbos naar de overkant van de Lourdesgrot, die we ook nu niet te zien kregen. We volgden nu hetzelfde parcours als op het einde van de eerste lus om naar de aankomst te stappen van een, al bij al, leuk wandelparcours. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Rondom Brugge ligt een zogenaamde groene gordel. Ten zuiden van de stad, in de deelgemeente Sint-Michiels, ligt het provinciaal domein Tillegem. De naam Tillegem wordt ontleend aan "heem bij de tille". Tille staat voor brug, dus is Tillegem een versterkte plaats bij een brug over een beek, de Kerkebeek. Het gemengd bos met naald-en loofbomen heeft een oppervlakte van 114 hectare en is het oudste provinciedomein van West-Vlaanderen. De eerste 44 hectare werd aangekocht in 1963 en daarna werd het regelmatig uitgebreid. Het verscheiden bosdomein bevat droge heide, natte heide en bloemrijke hooilanden naast de naald-en loofbomen. In het bos bevindt zich een neogotische domeinhoeve met een rosmolen. De rosmolen werd aangedreven door twee paarden en was voorzien van een paar maalstenen om koren te malen. Aanvankelijk stond dit houten molentje in Houtem, bij Veurne. Tijdens de slag om Duinkerke in 1940 raakte het erg beschadigd. In 1971 kocht de provincie de rosmolen, om deze in 1976 bij de herberg de Trutselaar opnieuw op te bouwen. Het Kasteel van Tillegem heeft een lange geschiedenis achter de rug. Het is alvast geweten dat Tillegem bij het begin van de dertiende eeuw deel uitmaakte van de bezittingen van het huis van Voormezele. De oudst gekende heer van Tillegem was trouwens een telg uit het adellijk huis van Voormezele. In 1285 verkocht Jan van Tillegem de heerlijkheid aan Jan Hubrecht, hij was één van de meest welgestelde poorters van Brugge. In die periode liet deze zich opmerken als een partijganger van de Franse koning. De Franse nederlaag in 1302 (de Slag van de Gulden Sporen) leidde tot het beslag op alle Leliaardbezit. Op die manier kwam Tillegem in het bezit van de Aartrijkes. Vermeldenswaardig is hier de persoon Gillis van Aartrijke. Nadien is het kasteel door erfenis en verkoop vaak van eigenaar veranderd. Een andere heer van Tillegem, Joseph Adrien le Bailly was van 1730 tot 1754 burgemeester van het Vrije. Zonder al te veel hinder doorstond de familie het Franse bewind. Hoewel ze hun heerlijke rechten verloren, bleven ze toch eigenaar van het domein. Nadat het kasteel bijna twee eeuwen in bezit geweest was van de familie le Bailly, ging het door het huwelijk van Marie-Thérèse le Bailly over in handen van de familie Koenig. Door een verkaveling kwam het kasteel reeds in 1879 in het bezit van Eugène Charles de Peñaranda de Franchimont. Hij huwde met Clothilde de Laage de Bellefay. Bij gebrek aan nakomelingen lieten ze hun goederen na aan Guy en Marie-Henriette de Briey. Zij huwde in 1916 met baron Georges Verhaegen. Hun zoon, baron René Verhaegen, verkocht in 1980 het kasteel en omliggende aan het provinciebestuur van West-Vlaanderen, die er een streekhuis inrichten. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Dudzele is een klein polderdorpje, langs het Boudewijnkanaal, geprangd tussen de Zeebrugse haven en Brugge. Van hieruit organiseerde de Brugse Mettenwandelclub hun gelijknamige wandel-en fietstochten. Inschrijven deden we in de recent gebouwde, moderne polyvalente zaal De Polder. We kozen voor de afstand van 32 kilometer, uiteindelijk 34 kilometer. Nadat we de dorpskern van Dudzele verlaten hadden, werden we meteen lange polderwegen opgestuurd. Langs grachtjes en weiden en in de verte de bomenrijen van de Damse vaart schoven we langzaam door het landschap richting Damme. Onderweg werden we even tegengehouden voor een deugddoende waterbevoorrading. Een eindje na deze bevoorrading kregen we de kerktoren en de draaiende molenwieken van Damme in het vizier. Het zou echter nog heel wat polderweggetjes duren vooraleer we deze bereikten. We ruilden de polderwegen na een tijdje in voor een veel te druk fietspad langs een grote baan. De parcoursbouwer vond het blijkbaar nodig om de 12 km hier heen en terug te laten passeren, naast de 18, 26 en 32 km en het fietsparcours die hier ook passeerden. Ruim anderhalve kilometer slalommen tussen wandelaars en fietsers die uit alle richtingen kwamen, liepen we recht Damme binnen. We dwarsten de markt van het pittoreske stadje om een eindje verder, in D'Oede Schole, de eerste stempel af te halen. Na de controle werden we, langs de imposante Damse kerktoren, naar de Onze-Lieve-Vrouwepoort geleid. Deze poort is één van de twee resterende Middeleeuwse stadspoorten die toegang boden tot de 17de eeuwse Spaanse garnizoenstad. Ze maakte deel uit van de zevenstervormige omwalling. Nu doet ze dienst als vleermuizenschuilplaats. Eens door deze poort heen, werden we op een brede weg gezet die we lange tijd moesten volgen tot aan het kleine gehuchtje De Hoge Brugge. Hier draaiden we van de weg af en volgden steeds saaier wordende polderwegen. Even kon een smal dijkwegje langs een breed beekje het saaiste wat doen vergeten en even verder bereikten we het Schipdonkkanaal die we onder de majestueuze populierenrijen door volgden. Een brede, 90 km/uur baan zonder fiets-of voetpad, wat door de meeste wandelaars toch niet echt geschikt bevonden wordt als wandelparcours, moest ons terugbrengen naar het gehucht waar we aan hetzelfde kruispunt van daarnet de andere kant opstapten. Via de Slekkeput, voor het verdwijnen ervan de oudste bestaande sluis van Vlaanderen, stapten we na een ontzettend flauwe lus naar de tweede controle. Waarom men twee controleposten inricht op nauwelijks 300 meter van elkaar, is nog steeds een raadsel. Na de controle werden we onmiddellijk terug over de Damse Vaart gezet, om deze aan de andere kant even te volgen naast een heraangelegd deel van de oude stadswallen. De pijltjes brachten ons nu naar de Romboutswervedijk waar we langs het gelijknamige natuurreservaat stapten. We bleven de dijk volgen en een eindje verder kregen we, na lang wachten, eindelijk het eerste stuk onverhard. Ruim halfweg leidde een grindweg ons naar de Stinker en de Blinker, zoals de twee parallel lopende kanalen ook wel genoemd worden. We draaiden er terug richting Damse Vaart die hier onderbroken is door de twee kanalen worden doorsneden. We dwarsten zowel de Damse Vaart als het Schipdonk-en Leopoldkanaal om via pad met steenslag Oostkerke binnen te duiken voor de derde controle en het einde van wat het leukste tussenstuk zou blijken. Op de parcourskaart in de startzaal (ook foto 1 in de fotoreeks) stond nu een lus afgebeeld die ons via de Krinkeldijk, een historische dijk tegen overstromingen, en een stukje langs de Damse Vaart tot in Hoeke zou brengen. Terugkeren naar de controle in Oostkerke zou gebeuren via een lange, vrijwel rechte polderweg. Zou, want als we een tijdje op pad zijn op deze lus kregen we Hoeke in zicht zonder Krinkeldijk of Damse Vaart gezien te hebben. Als we de kaart in het geheugen van het fototoestel boven haalden, werd het echter snel duidelijk. De bepijlers hadden de lus andersom bepijld dan op de kaart. Dit bleek ook uit het parcours, want nadat we Hoeke gepasseerd waren, kregen we de Damse Vaart en de Krinkeldijk te verwerken. Zo kun je het parcours dus ook verrassend maken. In welke richting we de lus ook bewandelden, veel opwinding viel er niet te rapen. Ook voor het afsluitende stuk had de parcoursmeester blijkbaar niet veel inspiratie meer. We werden snel Oostkerke uitgestuurd om onderaan de dijk van het Leopoldkanaal naar een brede baan te stappen. Na de baan en de kanalen gedwarst te hebben, liepen we naar de Zwinpolder en een wachtbekken om via polderwegen naar een grote aardgasinstallatie te stappen. Nog enkele landelijke wegen brachten ons naar een standje van een sportdrank waarvan we een gratis blikje kregen. Na dit standje, draaiden we terug zo'n lange, brede weg op die ons helemaal tot in Dudzele bracht. Een kort ommetje langs een parkje en we bereikten de aankomst na een zwakke tocht. De volledig nieuwe startplaats en parcours zijn zeker (nog) geen verbetering. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Om de twee jaar wordt in Kortemark een geldinzamelingsactie georganiseerd ten voordele van het welbekende Kom Op Tegen Kanker. Dit jaar hoort daar voor het eerst een wandeltocht bij, ingericht door de plaatselijke Kreketrekkers. Na het inschrijven in de stille startzaal konden we op pad voor 21 kilometer wandelen voor het goede doel. Al snel na de start liep het langs de gebouwen van het woon-en zorgcentrum Godtsvelde naar de recent heraangelegde markt van Kortemark, waar we naast de St.-Bartholomeuskerk een smal straatje instapten. Deze bracht ons naar een volgende straat met even verder het gemeentehuis en aanpalend het politiekantoor. Voorbij deze draaiden we naast de spoorweg een klein parkje in, waarna we iets verder de Krekebeek bereikten. Een zalig lang graspad volgde de oevers van de beek, die als Handzamevaart in Diksmuide in de Ijzer uitmondt. Een betonweggetje leidde ons langs de spoorweg richting Handzame, om er de sporen en een drukke weg te dwarsen. Een zacht klimmend straatje liet ons opklimmen uit het Krekedal en duwde ons naar de Zandstraat, een grindbaantje. We vervolgden over de Speyeweg, een smal spoor die ons over de oude spoorwegbedding zette en een straat opstuurde die we volgden tot aan de eerste controle. Na de controle werden we op weg gestuurd voor een landelijke lus. Rustige wegen leidden ons tussen de groentevelden naar een veldwegje die ons naar de rand van St.-Jozef De Geite bracht, een gehucht van Hooglede. Naar het centrum stapten we niet, maar we kozen voor de oude spoorwegbedding tussen Kortemark en Boezinge. Als we deze na een heel eind verlaten, draaiden we terug richting St.-Jozef De Geite via rustige wegen, af en toe doorspekt met een leuk stuk onverhard. Terug gekomen aan het gehuchtje, stapten we opnieuw de spoorwegzate op die ons licht dalend richting Kortemark liet uitgaan. Zowaar een weidedoorsteek liet ons het rode pad verlaten en via een stukje dubbelwandelen keerden we naar de controle terug. Meteen konden we beginnen aan het afsluitende stuk. Langs een vijver ging het voor de derde maal naar de oude spoorwegbedding. De kortere afstanden stuurden recht aan op Kortemark, wij echter gingen de andere kant op om naar een karrenspoor te stappen. Via rustige wegen leidden de lange, oranje pijlen ons naar de wijk De Huilaart, waar we de kortere afstanden terug vinden als we voor de vierde keer de oude spoorwegbedding opdraaiden. Nu volgden we deze onder een brug tot aan het Kortemarkse station. We wandelden voorbij het station naar een kasseiwegje die ons naar de Statieput stuurde, een vijver in de buurt van het station. Na een rondgang rond de vijver, leidde het parcours langs een kikkerpoeltje en over een parking. Nog enkele centrumstraatjes volgen en we bereikten de aankomst. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Enkele kilometers ten noorden van Brugge ligt Damme, een klein stadje. In 1134 schuurt een stormvloed een kreek uit van de kust tot in Brugge. Onmiddellijk bouwde Brugge een dwarsdijk aan het uiteinde van de Zwingeul. Aan deze dam ontstond het vissersdorpje Damme, dat zo'n 40 jaar later stadsrechten verkreeg. Tussen Brugge en Damme was ondertussen een kanaal gegraven en Damme ontwikkelde zich tot voorhaven. Op het einde van de 13de eeuw begon de Zwingeul echter te verzanden en het nut van de haven verdween. In 1811 zet Keizer Napoleon Spaanse krijgsgevangenen aan het werk om een kanaal te graven tussen Brugge en de Schelde, de huidige Damse Vaart. Het tracé ontziet echter de Damse Korenmarkt niet en alle mooie natiehuizen moeten eraan geloven. Damme komt er gehalveerd uit. In 1815 bereikte men reeds Hoeke en onder Nederlands bewind geraakt men tot Sluis. Tussen 1842 en 1843 bouwt men het Leopoldskanaal om het water van de Scheldepolders af te leiden. In 1846 starten de werken voor het afleidingskanaal van de Leie, beter bekend als het Schipdonkkanaal. Zo werd in een halve eeuw de aanblik van de streek totaal gewijzigd, wat 150 jaar later als een uniek polderlandschap wordt ervaren. Het landschap rond Damme wordt gedomineerd door deze kanalen en de majestueuze bomenrijen errond. Dit wordt echter de laatste jaren bedreigd door de expansiezucht van de nabijgelegen Zeebrugse haven, die het Schipdonkkanaal wil verbreden om er binnenscheepvaart op toe te laten. Dit stuit echter op zeer veel protest van omwonenden. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Gesticht in 1972 is de 100 km van Ieper één van de oudste wandelmeerdaagses van België. Drie dagen lang wordt de streek rond Ieper verkend. Ieper zou ontstaan zijn 902 toen graaf Boudewijn II van Vlaanderen een wal bouwde aan de Ieperlee, een rivier. Hierrond ontwikkelde, rond 930, een primitieve gemeenschap. Onder een stralende hemel trokken we op pad voor 50 kilometer. Meteen na de start stapten we langs de gracht en de vestingmuren tot aan de Rijselpoort. We verlieten hier de vestingen om na het dwarsen van de drukke ringweg het eerste natuurgebied in te stappen. De Verdronken Weide heeft een oppervlakte van 41 hectare, waarvan 32 hectare als wacht-en spaarbekken. Tijdens de Middeleeuwen was dit gebied één van de vier buitenwijken van Ieper. Toen Vauban rond 1680 de vestingen liet bouwen, werd dit gebied ingericht als een overstroombaar bekken inrichten, die als moerasbuffer tegen belagers diende. Nu is het een prachtig natuurgebied en trekpleister voor talrijke water-en weidevogels. Een leuk graspad leidde ons aan de rand van het gebied tot aan een drukke weg om deze te dwarsen en een volgende brede weg te volgen. Langs de legerkazerne ging het verder tot aan de oude vaart Komen-Ieper waar we via een asfaltpad even langs liepen. Een wijkdoorsteekje zette ons uiteindelijk af aan het Tortelbos. Dit jonge bos ligt op een terrein waar zich in de 19de eeuw twee kasteeldomeinen uitstrekten: ten oosten het kasteel Beau Séjour en ten westen het St.-Pieterskasteel. Beiden werden tijdens de eerste wereldoorlog met de grond gelijk gemaakt. De twee vroegere kasteeldomeinen werden, door het Vlaamse gewest, aangekocht in 1994 en in 1995 begon men met de aanplanting van het 9 hectare grote Tortelbos. Enkele fraaie bospaden stuurden ons door het bosje. Een rustig weggetje nam ons vervolgens op sleeptouw om naar een bredere weg te trekken. Deze zouden we volgen tot aan een rotonde waar een andere brede weg het even overnam en ons naar een landbouwersloods begeleidde voor de eerste controle. Na een yoghurtje en een bekertje water, werden we direct op een flink karrenspoor gezet om naar de oevers van Dikkebusvijver te stappen. De 36 hectare grote vijver bestond zeker al voor 1320. Ze ontstond door het afdammen van de vallei van de Kemmelbeek. De vijver bevoorraadde Ieper van drinkwater via de bekende Ieperse grachten en eikenhouten pijpen, die het water tot bij de stadswoningen brachten. We volgden de oever tot waar de Kemmelbeek in de vijver uitmondt, waar we afdraaiden om via een asfaltwegeltje de Kemmelbeek te volgen. Aan het eind van dit weggetje bereikten we een bredere weg die we even bewandelden. Tussen twee militaire kerkhoven door stapten we verder via rustige wegen met recht voor ons de dreigende gedaante van de Kemmelberg, die stap voor stap groter werd. De wegen werden ook steeds golvender naarmate we dichter bij Heuvelland kwamen. Meteen het einde van de, tot nu toe vlakke aanloop. Aan de voet van de Kemmelberg ligt het dorpje Kemmel. Een leuk parkje rond de Willebeek bracht ons naar het Kemmel Chateau Military Cemetery, waarnaast een smal grindpaadje ons naar een mooie dreef leidde. Het kasteel waarnaar deze dreef vroeger leidde werd, samen met het in 1914 aangelegde militaire kerkhof, in 1918 volledig verwoest. Het kerkhof werd na de oorlog terug aangelegd, het kasteel werd niet heropgebouwd. Deze brede baan die de dreef opvolgde nam ons mee naar de volgende controle. Na de controle werden we naar het prachtige kasteelpark De Warande geleid. Op de plaats van een houten landhuis liet de burgemeester-baron Jacques Bruneel de la Warande in 1925 een prachtig kasteel in Vlaamse renaissance bouwen. Het kasteel fungeert nu als gemeentehuis van de fusiegemeente Heuvelland. Dwars door het park ging het nu verder naar een straat die ons aan de eerste, zware beklimming van de dag liet beginnen. Via een steil bospad beklommen we de Kemmelberg. Als we de kasseien bereikten, enkele tientallen meters onder de Belvedere, draaiden we een volgende bosdreef in die ons rustig terug liet afdalen tot we aan het Ossuarium, het Franse massagraf, kwamen. We dwarsten er de steile kasseiafdaling om via een veldweg verder af te dalen. Voor ons ontrolde zich een prachtig panorama op de streek. Enkele baantjes brachten ons naar het provinciaal domein de Kemmelberg, waar we schitterend over de golvende graspaden tussen de meidoornhagen stapten. Uiteindelijk nam een brede, kalme weg ons mee naar het volgende dorpje, Dranouter. Even voorbij het muziekcentrum 't Folk vonden we de derde controle waar we konden smullen van een peperkoek en een bekertje water. Al vlug na deze controle leidden de pijltjes ons naar het natuurgebied het Eeuwenhout. Dit bos-en weidegebied situeert zich op een helling van de vallei van de Douvebeek, waar de hoogteligging varieert tussen 45 en 75 meter. De prachtige, maar soms stevig dalende paden leidden ons langs de rand van het natuurgebied tot aan een brokkelige veldweg die het overnam. Aan het eind werden we een brede weg opgestuurd om even verder opnieuw de natuur in te duiken. Zalig onverhard liep het aan de voet van de Rode-en Zwarteberg over de Belgisch-Franse grens. Na een afdaling via de Sentier de Jacinthes werden we via stevig golvende wegen op weg gestuurd richting de Franse gemeente Berthen. Net voordat we Berthen zouden bereiken, draaiden we echter af om een volgende beklimming aan te snijden. De Mont Kokereel bereikt op de top een hoogte van 110 meter. De naam van de berg is afgeleid van het Franse woord querelle dat staat voor ruzie, twist. Op deze berg is in het verleden een ruzie uitgevochten. Net voor de top vonden we een volgende controle. Nog even verder klimmen na de controle om vervolgens aan de afdaling te kunnen beginnen. De landelijke wegen die ons schitterende vergezichten boden, brachten ons voorbij enkele bunkers naar de voet van de Zwarte Berg. Een veldweg bracht ons tot aan de forellenvijvers van de Ponderosa waarna een tegelpad ons het laatste en lastigste deel van de beklimming van de Zwarte Berg ophielp. Het blijft merkwaardig om te zien hoe één straat met winkels en restaurants honderden toeristen hierheen kan lokken. In café "Aux Touristes" konden we een volgende stempel afhalen. We volgden even de gezellige drukte van de straat op de top tot we deze, aan de grens, konden inruilen voor een onverharde afdaling. De kunstmatige, aarden trapjes zetten ons iets lager op de helling af waarna we opnieuw konden beginnen klimmen naar de wijngaarden en de enige kabelbaan van West-Vlaanderen. Deze 900 meter lange zetelliftverbindt de Vidaigneberg met de Baneberg. Deze laatste mochten we even verder dan ook beklimmen. Opnieuw stuurde een trappenafdaling ons de heuvelflank af waarna een doodlopend weggetje ons een prachtig stukje natuur in liet wandelen. Een tweetal steile trapjes en een stukje vlonderpad leidden ons door een fraai bosje. We vervolgden onze weg via een prachtige holle weg waarna rustige, landelijke wegen ons op sleeptouw namen naar de volgende controle aan een landbouwschuur. Meteen na de controle konden we de laatste stevige helling aanvatten, met name de Scherpenberg. Boven op de 125 meter hoge heuvel bevinden zich overblijfselen van oude grondvesten van een molen. Deze werd echter verwoest in 1794.De afdaling leidde ons langs de als beschermd landschap geklasseerde flank van de heuvel om via golvende wegen naar een brede baan te stappen. Na het dwarsen van deze weg werden we een leuke, lange grindweg opgestuurd die ons enkele kikkerpoelen, met het nodige gekwaak, liet passeren. Nadat we het grind achter ons gelaten hadden volgden we opnieuw landelijke wegen, vanaf nu terug vlak, om naar Dikkebus te trekken. In het plaatselijke cultureel centrum kregen we nog eens een controle. Na de controle moesten we een heel tijdje een brede, drukkere weg volgen totdat we, aan de overkant van de toegangsweg naar de vijver, een smal pad indraaiden. Het Dikkebusvijverpad bracht ons naast de Vijverbeek naar een laatste gratis controle waar we een ijsje aangeboden kregen. Nadat we dit binnengespeeld hadden vervolgden we onze weg langs het pad die ons helemaal tot aan de rand van het stadscentrum van Ieper bracht. Een gesloten overweg zorgde nog even voor wat oponthoud, maar als de slagbomen ons uiteindelijk toch doorgang verlenen konden we de drukke ringweg voor de tweede keer dwarsen. We volgden de brede gracht opnieuw voorbij de Rijselpoort om even verder de aankomst te bereiken van een knappe tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Péruwelz, een klein stadje aan de Belgisch-Franse grens in Henegouwen, is het doel van een busreis van onze club. De oudste vermelding van het stadje gaat terug tot 1095 en vertelt over de schenking van een altaar aan de abdij van Aubechies. Péruwelz was eeuwenlang een dorpje tot in de 18de en 19de eeuw de industrialisering toenam en het dorpje uitgroeide tot een stad. In 1976 fusioneerde Péruwelz, samen met 9 andere dorpjes in de omgeving, tot de huidige stad. Na een uurtje rijden op de bus en het invullen van onze inschrijfkaart, konden we op pad voor de afstand van 30 kilometer. Meteen na de start nam een grindpaadje ons mee naar een lange dreef die we even volgden. Een stukje onverhard zorgde ervoor dat we de dreef in konden ruilen voor een brede weg, met op het einde de basiliek van Bon-Secours. Vooraleer deze te bereiken, draaiden we een grindpaadje in die ons nog een ommetje liet maken om uiteindelijk toch aan de basiliek uit te komen. Deze basiliek werd gebouwd, om het groeiend aantal pelgrims op te vangen, op de plaats waar een kapel stond met een mariabeeld uit 1636. Dit beeld werd gemaakt uit dankbaarheid voor het stoppen van een pestepidemie. De basiliek is neo-gotisch met byzantijnse invloeden. De grens tussen België en Frankrijk loopt dwars door deze basiliek. Al snel lieten we de basiliek achter om even verder de eerste controle te bereiken. Na de controle keerden we terug naar de basiliek om aan de andere kant te passeren. Via enkele wijkstraten ging het nu in de richting van het Forêt Domaniale de Bon-Secours. Dit 720 hectare grote bos was lange tijd eigendom van de familie Croÿ, die het domein verloor in 1918. In 1924 werd het een staatsbos. In het bos staan 60 verschillende boomsoorten, waaronder des sapins of sparren, waarnaar de tocht genoemd werd. Het staatsbos maakt deel uit van het Parc Naturel des Plaines de l'Escaut, een natuurdomein van maar liefst 26.500 hectare verspreid over 6 gemeentes in België en Frankrijk. Op een schitterende manier leidden de pijltjes over de bospaden om het bos te doorkruisen. De, soms modderige, bospaden stuurden ons naar de Etang de l'Ermitage, waar we een eerste blik konden werpen op het gelijknamige kasteel. We bleven in het ruime bosdomein tot we uiteindelijk in Lorette, een gehucht van Condé-sur-l'Ecaut, werden afgezet. Na nog enkele rustige wegen bereikten we, onder een partytent, de volgende controle. Nu volgden we een hele tijd de wijkstraten, om de oevers van het enorme Lac Chabaud-Latour te bereiken. Dit meer bestrijkt een oppervlakte van 60 hectare en is ontstaan na steenkoolontginning.Vroeger werden op dit meer eenden gelokt en gevangen in eendenkooien. Nu drijven er, vreemd uitziende, vogelkijkhutten op het meer. Via mooie, brede grindwegels maakten we nu een ruime omtrek rond het prachtige meer. Uiteindelijk bereikten we Condé-sur-l'Escaut. De naam van dit Franse stadje komt van het Keltisch 'Condat' en betekent samenvloeiing. Hier gaat het om de Schelde of l'Escaut en de Hene, de rivier waaraan Henegouwen zijn naam te danken heeft. Een speelpleintje aan de oever van het meer voldeed voor de volgende controle. Hier mochten we nu een lusje afleggen. Wat dit lusje te bieden had, was werkelijk schitterend. Zowat onmiddellijk wandelden we langs de metershoge muren van de omwalling van het stadje. In 1678 bepaalde het Verdrag van Nijmegen dat Condé Frans bezit was. Lodewijk de 14de liet meteen omwallingen bouwen door Vauban, die ook de gekende vestingen in Ieper construeerde. We wandelden op een prachtige manier op, naast en rond de indrukwekkende bouwwerken. Even moesten we onder de kruin van een omgevallen boom doorkruipen om het pad te kunnen volgen. Het was er genieten van de eerste tot de laatste meter in een doolhof van muren. Jammer genoeg kwamen we na 3 kilometer al terug aan de controle aan het meer. Na de controle draaiden we de andere kant op om een lang, recht pad te volgen met aan de ene kant het Lac Chabaud-Latour en aan de andere kant de restanten van het kanaal Condé-Pommeroeul. Het bleef genieten als we uiteindelijk dit pad verlaten en via een kasseiweg richting de mijnterrils stapten. De Fosse Ledoux, zoals de mijn heette, is beginnen produceren in 1905 en produceerde in z'n topjaren 2590 ton steenkool per dag. De mijnactiviteiten werden definitief stopgezet in 1989. Opnieuw konden we brede paden volgen die ons eventjes een steenkoolheuvel lieten beklimmen om vervolgens naar de Etang de la Digue Noire te leidden. Ook hier mochten we een tijdje de oevers volgen om via een betonnen brugje terug het gehucht Lorette binnen te stappen naar de volgende controle. We volgden na de controle een tijdje een brede baan, om deze na een tijdje te mogen inruilen voor een lange kasteeldreef. Deze leidde recht naar het Chateau de l'Ermitage. In een wijde boog wandelden we rond de muur, rond het kasteeldomein, waarin af en toe een toegangspoort een, telkens ander, zicht gaf op het kasteel. Ondertussen waren we ook een 800 jaar oude eik gepasseerd, of toch de stam ervan want veel leven zit er blijkbaar niet meer in. De tweede ruime verkenning van het Forêt Domaniale de Bon-Secours bracht ons terug in Bon-Secours, waar we na een steile klim de laatste stempel konden verzamelen. Even na de controle kwamen we aan het bezoekerscentrum van het Parc Naturel. We waren ruim op tijd, dus konden we hier even een kijkje nemen op de uitkijktoren die een nogal ontgoochelend zicht bood. Te hoge bomen belemmerden er het uitzicht. Even voobij het bezoekerscentrum stapten we nog een laatste stukje door het staatsbos om voorbij een circus naar Péruwelz af te draaien. Rustige wegen zorgden ervoor dat we het stadje terug bereikten en via enkele bosdreven in het Parc de Keyser bereikten we de aankomst. Een schitterende ervaring rijker keerden we met de bus terug richting Torhout. Klik op de foto voor méér foto's!!!
We zijn aan het voorlopige einde gekomen van het deel over de Westhoek. Eventueel kunnen er later nog stukjes worden bijgevoegd, maar dat zien we dan wel. Wie meer info over deze plekjes of andere, kan terecht op www.westhoek.be.
We gaan verder met het Brugse Ommeland. Zoals de naam het al zegt, is het Brugse Ommeland de streek rondom de West-Vlaamse provinciehoofdstad. Tot het Brugse Ommeland behoren de steden Brugge, Torhout, Tielt, Oudenburg, Damme en Gistel. Verder maken ook de gemeenten Ardooie, Beernem, Ichtegem, Jabbeke, Lichtervelde, Oostkamp, Pittem, Ruiselede, Wingene, Zedelgem en Zuienkerke. Blankenberge, Bredene, De Haan, Knokke-Heist, Oostende en Zeebrugge behoren ook tot het Brugse Ommeland, maar deze volgen later nog bij de kust. Het Brugse Ommeland is een heel afwisselende streek met, ten noorden en oosten van Brugge, de poldervlaktes achter de kustlijn, en ten zuiden en westen van de historische stad, de uitgestrekte bossen van het Houtland. De streek is bezaaid met kastelen en wordt doorkruist door talrijke kanalen en waterwegen.
Daags na de Super 7-tocht in Oedelem trokken we naar het zuiden van West-Vlaanderen, waar de waterhoekstappers een wandeltocht in Heestert organiseerden. De deelgemeente van Zwevegem werd voor het eerst vermeld in 1048 als Hertrudis. Het dankt zijn naam aan een adellijke dame, die Ertrudis heette en zich hier in de 11de eeuw kwam vestigen en er een kasteel liet bouwen. We kozen er om er 35 kilometer te wandelen. Na de start leidden de pijltjes ons naar een wijkje waar we door wandelden om aan de andere kant een oude spoorwegbedding te bereiken. Deze verbond Kortrijk met Ronse en werd, voor de verbreding van het kanaal Kortrijk-Bossuit in 1960 afgeschaft. Deze nam ons mee tot aan een drukke weg die we dwarsten, om na de splitsing aan de andere kant verder te stappen. We bleven de oude spoorwegbedding volgen, maar langs dit stuk heeft de natuur vrij spel gekregen en is er een schitterend natuurgebied ontstaan. Het pad slingerde zich prachtig door dit gebied om ons af te zetten in de buurt van het kanaal Kortrijk-Bossuit. Eerst mochten we nog een ommetje maken. Via een tegelpad beklommen we de Keiberg, met zijn 65 meter het hoogste punt van Heestert. Hier kregen we ook de eerste vergezichten voorgeschoteld. We daalden de heuvel terug af via een lange veldweg die ons afzette aan de brug over het kanaal. Dit kanaal verbindt de Schelde te Bossuit met de Leie in Kortrijk. Aan de overkant vonden we in een loods in een industriezone onze eerste controle. Hier zouden we later nog eens terug moeten komen. Na de controle volgden we even de industriezone, om vervolgens een drukke baan te dwarsen. Nu ging het terug verder op de oude spoorwegbedding die hier aan de rand van een wijk liep. Als we deze een eind verder verlieten, nam een rustige weg ons mee naar de drukke N8 die we even moesten volgen. Uiteindelijk draaiden we af een prachtige dreef in met bloeiende paardekastanjes. Deze dreef leidde ons naar een kasteeldomein. Een kasteel is er niet meer te zien, maar wel nog de kasteelhoeve met een monumentale toegangspoort en het neerhof van het kasteel. Via een straat wandelden we nu verder naar de Kapel Milanen. Dit is een neogotische kapel uit 1846. Net voor deze kapel sloegen we een rustig straatje in die ons naar een karrenspoor bracht. Na dit karrenspoor kwamen we opnieuw op een rustige weg die ons liet opklimmen naar een brede weg. Even voorbij deze weg mochten we afdalen om even verder te draaien en via enkele smalle paadjes terug op te klimmen naar de brede weg. In een caféetje vonden we onze tweede controle. We volgden nu even de brede baan om via glooiende wegen, af en toe afgewisseld met een leuke veldweg de Ter Claeremolen te passeren. De molen, een grondzeiler, is gelegen in de deelgemeente Sint-Denijs en ligt op het hoogste punt van de gemeente (76 meter). Zijn naam duikt voor het eerst op in 1415. De houten molen werd volledig vernield in 1848. Rond 1854 werd op die plaats de huidige stenen molen gebouwd. Ook na de passage voorbij de molen bleef het parcours leuk afwisselen tussen veldwegen en landelijke wegen om terug richting Knokke te wandelen. Niet de stad aan de zee, maar een gehucht in Zwevegem, waar we langs de St.-Maria-Bernardakerk stapten. Deze werd gebouwd in 1953 tot 1955. Enkele wijkstraatjes en een stukje op de oude spoorwegbedding leidden ons voor de tweede keer naar de controle in de loods in de industriezone. Na de controle liep het opnieuw verder, via het bekende recept, afwisselend met leuke stukken onverhard en rustige wegen. We konden door het glooiende landschap steeds genieten van leuke vergezichten, de prachtige hoeves en het schitterende weer. Na een onverwachte stevige klim wandelden we naar een brokkelige afdaling waar het oppassen was om geen voeten over te slaan. Eens de afdaling achter ons, vulde de horizon zich met het Mortagnebos. We verheugden ons al op een leuke boswandeling in het 13 hectare grote bos, maar werden via een lang stuk onverhard door een smal stukje van het bos gestuurd. Na het verlaten van de onverharde strook volgden we weer enkele rustige, landelijke wegen. Om via enkele tegelpaadjes St.-Denijs te bereiken. We wandelden de Zwevegemse deelgemeente binnen voorbij Den Hul. Dit herenhuis, die vroeger de Belvedère heette, dateert uit de 18de eeuw en was vroeger het buitenverblijf van de bisschoppen van Doornik die in het nabije Helkijn een kasteel hadden. Enkele tegelpaadjes leidden ons dichter bij de controle en net voor de controle werden we nog eens op een stevig klimmetje getrakteerd om een volgend stempeltje te gaan halen. Ook nu volgde het parcours na de controle tegelpaden om verder te lopen over stoffige karrensporen. Deze leidden ons naar een kort gemaaid graspad rond een industriezone, die afgeschermd werd door een met struiken begroeide berm. De graspaden leidden ons naar de stortplaats van Moen. Deze stortplaats is momenteel vol en zal in de komende jaren volgeplaatst worden met zonnepanelen. Even voorbij het stort dwarsten we opnieuw het kanaal om naar de controle te stappen in Moen. Na deze controle volgden we een weg langs een wijk om richting Heestert te wandelen. Net voor we het centrum bereikten, draaiden we nog af op de oude spoorweg die we volgden tot aan een tegelpad die ons nu toch Heestert lieten binnenstappen. Even voor de aankomst was er, op een oprit, nog een controle, waar alle vrouwen een bonnetje kregen voor een moederdagbloemetje. Nog enkele straatjes en we bereikten de aankomst na een leuke tocht. Klik op de foto voor méér foto's!!!
De start van het vijfde deel van de super 7 vond plaats in Oedelem. Dit is een deelgemeente van Beernem. In de 8ste eeuw stichtten de heren van Praet de heerlijkheid Oedelem. Er werden echter ook sporen gevonden van bewoning tijdens de Middeleeuwen. Het bakken van bakstenen was eeuwenlang de belangrijkste nijverheid in Oedelem, dankzij de klei uit de Oedelemberg. Zo kwamen de bakstenen en daktegels van de Brugse hallen hiervandaan. Er stond 55 kilometer op het programma. Na de start werden we over de voetbalvelden geleid, die voor de gelegenheid dienst deden als parkeerterrein. Even verder kwamen we in een wijkje terecht waar de langste afstand, na een splitsing, meteen alleen op pad werd gestuurd. We dwarsten een brede weg om deze even te volgen tot aan een kapel. Hier verwisselden we de brede weg voor een kleine kasseibaantje die ons meenam naar het eerste stuk onverhard. Een mansbreed paadje leidde ons naar een volgende drukke weg die we mochten dwarsen. Nu bereikten we het Beverhoutsveld. Het 456 hectare grote landbouwgebied was oorspronkelijk heide, maar is in de tweede helft van de 19de eeuw zonder tussenfase van bebossing omgevormd in weide-en akkerland. Nu is het een lappendeken van akkers en weiden, met veel dreven. We wandelden er tussen de statige rijen populieren van de ene dreef in de andere. Na een lange, mooie omzwerving in het gebied werden we afgezet aan een rustig weggetje die we even verder al weer inruilden voor een boerenslag. Deze volgden we tot we in de verte de keersluis van Beernem zagen staan. Deze keersluis, op het kanaal Gent-Brugge-Oostende, moet het enkele kilometers verder gelegen Brugge beschermen tegen overstromingen. Een doodlopend betonbaantje begeleidde ons, langs het kanaal, naar het natuurgebied de Leiemeersen. De Leiemeersen zijn een overblijfsel van een uiterst waardevol laagveenmoeras. De naam van het 3 hectare grote reservaat herinnert aan de Zuidleie, een Middeleeuws riviertje die nu nagenoeg volledig is opgeslokt door het kanaal. Het pad die we moesten volgen, slingerde zich in een smalle strook op de oever van het kanaal en leidde helemaal tot in Moerbrugge, waar de eerste controle gelegen was na een schitterend eerste tussenstuk van 11 kilometer. In ruil voor ons eerste bonnetje kregen we hier een ontbijt. De, voor mij, vreemde combinatie van rozijnenbrood met boerenpaté smaakte toch best lekker. Na de controle lieten we de Oostkampse deelgemeente achter ons en trokken via rustige wegen richting Beverhoutsveld voor een tweede en kortere verkenning. We passeerden eerst nog aan de Beverhoutsveldkapel. In een kroniek uit 1789 is er al sprake van een Beverskapel. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de kapel zwaar beschadigd. Opnieuw kregen we stofferige dreven voorgeschoteld die ons naar de Assebroekse meersen brachten. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 420 hectare en vormen een vochtig graslandencomplex met talrijke sloten. We volgden de leuke, onverharde paden langs één van de sloten tot een brede weg bereikt werd. Deze dwarsten we om eventjes de Loweiden te bewandelen. De Loweiden zijn een onderdeel van de Gemene-en Loweiden en heeft een oppervlakte van 31 hectare. Voor ons lag nu het Ryckeveldebos. De bospaden leidden ons, in dit 120 hectare grote bos, voorbij een oude landingsbaan en een militair domein. Dit militaire domein wordt gebruikt voor oefeningen om branden te blussen. Uiteindelijk belandden we op de lange kasseiweg met achter ons het neogotische kasteel, die werd voltooid in 1929. De lange toegangsdreef nam ons mee naar de drukke weg tussen Brugge en Maldegem, die we mochten dwarsen. Aan de overkant bleven we op kasseitjes wandelen naar een klein pleintje. Dit verlieten we via de toegangspoort van de abdij van Male. De abdij van Male, ook bekend als de St.-Trudoabdij, is gehuisvest in het voormalig Grafelijk Slot van Male. Het complex omvat een beschermde 16de-eeuwse slottoren en een 17de-eeuwse vleugel. De ridderzaal, gastenverblijf en de abdijkerk werden opnieuw gebouwd en het 17de-eeuwse Hooghe Huis, het voormalig schepenhuis van de baronie van Male, werd verbouwd tot ontvangstgebouw. Na een ommetje rond het grasplein voor het omwalde slot verlieten we de abdij terug. Via een bomenrijke wijk bereikten we de tweede controle in St.-Kruis. Na de controle stapten we naar het Maleveld. Begin 1700 mochten arme gezinnen hun koeien en kalveren laten grazen op het veld. Tijdens de eerste wereldoorlog deed het dienst als vliegplein. Na de oorlog werd de grond terug bewerkt tot men er in 1939 opnieuw een vliegplein van wilde maken. Het vliegveld was echter nog niet af toen de Duitsers in 1940 arriveerden. Wij volgden de lange rechte grindwegen die ons het ruime terrein lieten oversteken. Uiteindelijk belandden we aan de rand van Sijsele. Een kasseiweggetje bracht ons naar een brede weg. Aan de overkant van deze weg wandelden we, op de grens tussen Sijsele en Moerkerke, naar een volgende grindweg die gevolgd werd door een landelijke weg. Een stoffige, lange grindweg leidden ons recht naar Sijsele, waar we even een oude spoorwegbedding volgden om over het dorpsplein naar de controle te stappen. Hier mochten we een lus stappen. Na even wat zoekwerk bij het verlaten van de controle vonden we de juiste weg. Enkele centrumstraten leidden ons naar de oude spoorwegbedding, die tussen Brugge en Eeklo liep. Het stuk tussen Donk (Maldegem) en Steenbrugge (Assebroek) werd, na de afschaffing van de lijn, ingericht als fiets-en wandelpad. Na een heel eind langs deze bedding draaiden we af en stapten naar de Antwerpse Heirweg, een overblijfsel uit de Romeinse tijd. Langs deze weg passeerden we aan de Allekerkemolen. In 1632 werd een houten staakmolen gebouwd die gebruikt werd voor het malen van graan. In 1873 werd de houten molen afgebroken en vervangen door de huidige stenen bergmolen. Deze molen deed dienst als graanmaalderij en als olieslagerij. In 1937 werden de wieken er afgehaald en in 1841 werd de kap verwijderd. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de romp gebruikt als uitkijktoren, bemand door eerst Duitse soldaten en later door collaborerende Vlamingen. Even verder verlieten we de oude heirbaan naar Antwerpen om via enkele wijkstraatjes opnieuw de spoorwegbedding te bereiken. Over het dorpsplein stapten we nu voor de tweede keer naar de controle in Sijsele. Na de controle werden we even door een industriegebied gestuurd om over de parking van een plaatselijk grootwarenhuis naar de drukke N9 te stappen. Deze volgden we tot aan een rotonde waar we de weg dwarsten en voor een rustigere weg kozen. Deze leidde ons voorbij het militaire domein naar Ten Torre. De hoeve Ter Leyden of Ten Torre werd gebouwd in de 17de eeuw. De schuur zou nog een eeuw ouder zijn. De walgrachten rond de hoeve zijn zo goed als intact gebleven. Jammer genoeg bleef deze historische hoeve verscholen tussen de bomen. We volgden een kasseiweggetje tot aan een zanderige dreef die ons richting Oedelemberg leidde. De naam getuigt van een grote overdrijving, want de zogenaamde berg is niet meer dan een lichte glooiing in het landschap. Eigenlijk is het een questa, een soort heuvel met aan de ene kant een steilere en aan de andere kant een minder steile helling. We beklommen het ding over de kasseiweg om na de afdaling af te draaien naar een lange grindweg die ons helemaal tot in Oedelem bracht. Nog niet voor de aankomst, maar voor een volgende controle die we bereikten na enkele wijkstraatjes en langs de St.-Lambertuskerk gestapt te hebben. Nu volgde een inspiratieloos tussenstuk. We passeerden, via een drukke baan, aan een bekende meubelzaak. Nadien bleven we de baan volgen totdat we mochten afdraaien naar het kerkhof waarna we via landelijke wegen tussen de velden door naar een volgende brede weg stapten. Gelukkig was deze helemaal niet druk. We volgden deze tot aan het gehucht Mexico. Waarna opnieuw wat landelijkere wegen volgden om Beernem te bereiken. Hier vonden we naast het politiekantoor de laatste controle van de dag. Na de controle werden we door het centrum geleid naar een drukke weg die we dwarsten om vervolgens enkele lange, leuke grindpaden te bewandelen. We volgden deze tot aan twee kleine, Beernemse gehuchtjes, namelijk Lijsterhoek en Berendonk. Even verder namen de grindwegen het terug over en brachten ons naar de aankomst in de sporthal van Oedelem. Op het tussenstuk van Oedelem naar Beernem na, kregen we een prachtige wandeling voorgeschoteld. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Internationale Tweedaagse van Vlaanderen-Blankenberge (dag 2)
Ook voor de tweede dag van de Tweedaagse van Blankenberge, namen we de trein naar de start. Als we van de trein stapten, valt er een lichte regen en is het kouder dan verwacht. Samen met een hele horde andere wandelaars stapten we naar de markt waar we eerst het plan van het parcours ophaalden om dan van start te gaan voor de 42 kilometer. Nadat de startkaart gescand is, stapten we richting jachthaven in het gezelschap van een legerpeloton Duitsers die hun marsliederen zongen. We wandelden volledig rond de jachthaven naar de havengeul. In deze jachthaven is er plaats voor 300 boten voorzien. Aan de havengeul staan er twee staketsels, een in beton en een in hout. Naast de havengeul leidden de pijlen ons het strand op. We volgden nu geruime tijd de branding over talrijke golfbrekers, op weg naar Wenduine. Hier ruilden we het zand voor de zeedijk en konden we een bonnetje inruilen voor een soyadrankje, van een gekend merk. Wenduine werd voor het eerst vermeld in 1183 als 'Weinendune' en was een klein polderdorpje. Het groeide in de loop van de 13de tot 15de eeuw uit tot een belangrijke vissersplaats met een vloot van 42 vissersboten. Rond 1880 begon het ambitieuze gemeentebestuur met de uitbouw tot een toeristische badplaats, door tussen de tramhalte en het strand een dijk aan te leggen en er hotels en villa's langs te bouwen. Wenduine wordt ook wel 'Prinses der badplaatsen' genoemd. We flaneerden een tijdje over de zeedijk tot aan de Spioenkop. Dit is, met z'n 31 meter hoogte, de op één na hoogste duin van de kust. De Hoge Blekker is twee meter hoger. Bovenop de duin die we via een steile trap beklommen, staat een klein paviljoen gebouwd dat de naam Spioenkop kreeg. 'Kop' staat voor heuvel, en door de hoogte was het een ideale plaats om de omgeving te bespioneren. Boven hadden we er een schitterend uitzicht over de zee, het strand en de achterliggende duinen en polders. Via een volgende trap daalden we opnieuw af tot aan het strand, waar we een recent aangelegd tegelpad volgden tot aan een strandrestaurantje, waar de eerste prikcontrole was. Even keerden we op onze stappen terug, na de controle, om het strand en de zee achter ons te laten. Via een mul zandpad gingen we nu richting een bosgebied tussen Wenduine en De Haan. Het 157 hectare grote Duinbos Vlissegem werden aangelegd om de achterliggende, vruchtbare poldergronden te beschermen tegen overstuiving van zand. De eerste bebossingen gebeurden al in 1838, zonder veel resultaat. In 1887 werd een commisie opgericht die ervoor zorgde dat verschillende maatregelen werden genomen. Zo werden vooral dennen en loofbomen aangeplant en de duingraslanden werden beschermd tegen overbegrazing door konijnen. In dit bos kregen we een leuke omzwerving over de vele smalle asfaltweggetjes om naar de rand van De Haan te stappen. Hier kregen we een appel aangeboden. Nu volgde een lusje door de concessie van De Haan. Dit is een villawijk uit de Belle Epoqueperiode, begin 20ste eeuw. Kort voor de tweede wereldoorlog dook Albert Einstein in deze wijk onder. Nadat we opnieuw de gratis appels gepasseerd waren, stapten we over brede wegen door het vlakke polderlandschap naar Vlissegem. Het polderdorpje staat voor het eerst vermeld in documenten rond 988. Op het grondgebied van Vlissegem en Klemskerke lag vroeger een klein gehucht tegen de zee. Rond 1900 groeide dit gehucht uit tot een toeristische badplaats, De Haan. Na enkele kleine steegjes bewandeld te hebben, vonden we even verder onze volgende prikcontrole. Na het verlaten van het dorpje, leidden de pijltjes ons verder de polders in. De rustige polderwegen stuurden ons naar een brede weg en over de Noordede. De oudste vermelding van dit kleine riviertje gaat terug tot 1306, als Noortheye of Noordhie. Het loopt van de Blankenbergse Vaart naar de Spuikom in Bredene. Na het dwarsen van het rivierwater vervolgden we onze weg over de poldervlakte, langs verschillende hoeves op weg naar Houtave. Het polderdorp bestaat reeds van de 9de eeuw en is een van de oudste nederzettingen van het Brugse poldergebied. In een oud caféetje vonden we de derde controle. Ook na deze controle bleef het over de polderwegen stappen, dit keer was ons stapdoel Meetkerke. Gelukkig begon de zon de wolken eindelijk te verdrijven. Bij het binnenstappen van Meetkerke dwarsten we de Blankenbergse Vaart. De oudste vermelding van Meetkerke gaat terug tot de 11de eeuw. Het werd vermeld als Matkerke, wat kerk gelegen in het maaigras zou betekenen. Het was en is voornamelijk een landbouwersgemeente. De Blankenbergse Vaart is een natuurlijke waterloop die al het water verzamelt uit het achterland van Blankenberge en De Haan. De vaart mondt, enkel bij eb, via een sluis uit in de zee. Bij vloed worden de sluisdeuren gesloten om te verhinderen dat het zoute zeewater de laaggelegen polders zou overstromen. In een plaatselijk schooltje vonden we de volgende knipcontrole. Nadat we een brede baan gedwarst waren, werden we een grindpad opgestuurd die zich tussen de weides slingerde en via een betonnen bruggetje ons een beekje deed oversteken. Eens we het paadje verlaten hadden, wandelden we opnieuw over polderwegen naar, het in de verte al zichtbare, Zuienkerke. Net voor we het dorp binnenstapten, vervoegden de wandelaars op de 24 kilometer ons terug. In het centrum van Zuienkerke was er een typisch Vlaams volksfeest aan de gang, met onder andere een rommelmarkt en schapen scheren. Ergens daartussen vonden we de medewerkers voor een volgend gaatje in onze controlekaart. We stapten verder door het gezellige dorpsfeest, terug de polders in. Hier kregen we af te rekenen met een stevige tegenwind. De polderweg leidde ons bijna volledig rechtdoor naar de Uitkerkse polder. Onderweg kwam ook de 15 kilometer ons terug vergezellen. De Uitkerkse polders bestaan uit een 1400 hectare grote, open ruimte die als landbouw-en natuurgebied in gebruik zijn. Tussen de 4de en de 8ste eeuw had de zee hier nog vrij spel en was het landschap zoals het Zwin nu nog is.Het gebied vormt een van de belangrijkste pleisterplaatsen van Europa, voor weidevogels. Enkele natuurpaden zetten ons op een leuke manier af aan het bezoekerscentrum voor een volgende controle. We vervolgden opnieuw langs de Uitkerkse polder om een weinig verder al de grote feesttent in Uitkerke te bereiken. Opnieuw een bonnetje inwisselen en weer verder. Via enkele Uitkerkse wijkstraatjes en een parkje bereikten we een spoorwegovergang. Waarna we de sporen bleven volgen via een wandel-en fietspad. Als we de sportvelden voorbij zijn, vonden we alweer een bevoorrading, dit keer met peperkoek. Het einde wenkt hier, alleen mochten we nog een ommetje maken naar de zeedijk, waar in tegenstelling tot de vele polderwegen wel veel volk liep. Het werd een eindje aandachtig blijven om geen pijlen te missen. Als we uiteindelijk de zeedijk weer afdaalden, scheidden nog slechts enkele straten ons van de markt en de aankomst. Klik op de foto voor meer foto's!!!
Internationale Tweedaagse van Vlaanderen-Blankenberge (Dag 1)
De Internationale Tweedaagse van Vlaanderen, kortweg Tweedaagse van Blankenberge, staat traditiegetrouw het eerste weekend van mei, op de kalender. De eerste editie vond plaats in 1969, dus wordt dit jaar de 40ste editie georganiseerd. Vandaag, zaterdag 2 mei, was er de eerste dag. Wij kozen voor de grootste afstand, 42 kilometer. De trein zette ons iets voor acht uur af aan het station, waarna we ons naar het marktplein begaven om ons in te schrijven. Ondertussen was het startschot al gegeven. Na de nodige formaliteiten konden ook wij aan onze wandeldag beginnen. Enkele, nog toeristenloze stadstraten leidden ons meteen via het casino naar de zeedijk. Even verder mochten we de pier opdraaien. Van 1873 tot 1883 werden verschillende voorstellen gedaan om een pier te bouwen, deze werden door het stadsbestuur allemaal geweigerd. Tot in 1889 een vierde voorstel toch de toestemming verkreeg en er in februari 1894 begonnen werd met de aanleg. Tijdens de eerste wereldoorlog werd de pier, in art-nouveaustijl, afgebrand. Na de oorlog werd ze terug opgebouwd en, door een ongehoorzame Duitse sergeant, bleef ze onbeschadigd in de tweede wereldoorlog. In de jaren '80 werd de pier weer bedreigd, toen betonrot werd vastgesteld. Pas vanaf 1999 werd het staketsel gerenoveerd. Nadat we aan het einde van de pier een gaatje in onze controlekaart hadden laten knippen, keerden we terug naar de zeedijk om naar het eerste stuk natuur te stappen. Een met duinzand overspoeld betonwegje leidde ons door het natuurgebied De Fonteintjes. Dit zijn een serie van deels kunstmatige, deels natuurlijke duinplassen, duinrietlanden en duinstruwelen gelegen langs een 4 kilometer lange strook tussen de duinengordel en de kustbaan van Zeebrugge tot Blankenberge. Langs de rand van een vijver bereikten we de kustbaan die we mochten dwarsen om Zeebrugge binnen te wandelen. De bebouwing bereikten we niet, want even verder draaiden we al af, het provinciaal domein Het Zeebos in. Dit bos werd enkele jaren geleden aangeplant als buffer tegen de haven van Zeebrugge. Hier kregen we, in ruil voor een bon, een peperkoek aangeboden. Dwars door het bos stapten we naar een brede weg die we even volgden om vervolgens via rustige, landelijke polderwegen verder te stappen. Onderweg passeerden we een verkooppunt, met allerlei koffiekoeken. Deze lieten we liggen om even verder de splitsing voor de 14 kilometer voorbij te stappen. Nu bereikten we al snel het volgende dorp, Lissewege. We dwarstten de drukke Zeebruggelaan en lieten onze controlekaart voor de tweede maal zien. Nu stapten we naar een spoorovergang die ons alweer ophield. Als we uiteindelijk konden doorstappen, bereikten we het centrum van Lissewege. Het witte dorp werd waarschijnlijk voor het eerst bewoond in de 10de eeuw, toen grote kudden schapen werden gefokt op het schorrengebied. Lissewege was een tussenstation voor bedevaarders uit het noorden, die op weg waren naar Santiago de Compostela. Ze konden overnachten en een maaltijd gebruiken in het St.-Jakobshuis, dat nog altijd bestaat. We wandelden via een smal paadje langs het Lisseweegs Vaartje, een oude, van oorsprong natuurlijke waterweg tussen Brugge en de Noordzee. Dit vaartje ontstond door twee vaartjes te verbinden met elkaar, de "olievliet" tussen Lissewege en de zee, en de "Lissewegeree" tussen Ter Doest en Brugge. Eens we het smalle paadje verlaten hadden, wandelden we door een wijkje terug naar de spoorweg. Via een leuk graspad liepen we parallel aan deze spoorweg naar een weidedoorsteek. Deze zette ons af op de Ter Doest-dreef die ons naar de voormalige abdij Ter Doest leidde. Deze abdij werd gesticht in 1106 door Benidictijnen en in 1175 overgenomen door Cisterciënzers, afkomstig van de O.-L.-V.-Ten Duinenabdij in Koksijde. Hier maakten we een kort lusje en wandelden door de tiendschuur, die gebouwd werd in 1250 en het enige, nog resterende abdijgebouw is. Via de eerder bewandelde Ter Doest-dreef keerden we nu op onze stappen terug en stapten richting het Boudewijnkanaal. We wandelden op zanderige paden op een dijk die boven de omliggende velden uitsteekt, om na een tijdje toch de kanaaloevers te bereiken. Het Boudewijnkanaal is een 12 kilometer lang kanaal die de Zeebrugse voorhaven verbindt met de Brugse binnenhaven. Het werd gegraven van 1896 tot 1905 en kan bevaren worden door schepen tot 2000 ton. We dwarsten dit kanaal via de drukke Herdersbrug om even verder Dudzele binnen te stappen. Dudzele is een polderdorp ten noorden van Brugge die vooral opvalt door St.-Pietersbandenkerk. Los van deze kerk staat er immers een Romaanse toren. Dit is een restant van de kerk die er in de 12de eeuw werd gebouwd. Ze werd gesloopt in 1634. Na een gratis aangeboden appeltje volgden we rustige polderwegen, die tijdens zo'n massaevenement toch best leuk zijn. Stilaan schoven we op richting Damme. Via een drukkere weg stapten we recht op het stadje af. We draaiden echter iets vroeger af, de oude stadswallen op. In het begin van de zeventiende eeuw werd Damme tijdens de Tachtigjarige oorlog door de Spaanse bezetter uitgebouwd als garnizoenstad. Dit gebeurde in de vorm van een zevenster met wallen en een dubbele gracht. De korte rondleiding zette ons af aan de Damse Vaart die we al snel terug achter ons lieten om naar de Romboutswervedijk te stappen, waar we nog eens mochten prikken. We vervolgden onze weg over de Romboutswervedijk, voorbij het gelijknamige natuurgebied. Het asfaltweggetje veranderde eerst in een kasseiweg om vervolgens een grindbaantje te worden en ons aan het bedreigde Schipdonkkanaal af te zetten. We volgden even de oevers om aan de Siphon uit te komen. Vroeger werden het Schipdonk-en Leopoldkanaal hier via een siphon onder de Damse Vaart doorgeleid. Deze werd echter in 1940 vernietigd. Nu lopen de twee parallele kanalen door en wordt de Damse Vaart hier onderbroken. We dwarsten de twee kanalen, ook wel gekend als de Stinker en de Blinker,om via een grindpad richting Oostkerke te trekken. Het Leopoldkanaal of Blinker voert proper water af van de Meetjeslandse polder, het Schipdonkanaal leidt een deel van het Leiewater (die vroeger soms door de vlasroterij stonk) af om Gent van overstromingen te behoeden. Vooraleer het dorpje binnen te stappen, passeerden we aan het Kasteel van Oostkerke. Een eerste vermelding van een versterking (bakstenen woontoren) in Oostkerke dateert van rond 1300. Van een "hof" is voor het eerst sprake in 1358 en het huidige kasteel is een restant van het 14e eeuwse kasteel dat hier stond. Het bestond uit een opper- en een nederhof die allebei ommuurd en door een walgracht omringd waren. Beide hoven waren bovendien beschermd door ronde hoektorens, wat nog duidelijk te zien is in de tuin. In Oostkerke was de volgende knipcontrole voorzien, aan de ingang van een gezellig restaurant. Hier kon een croque-monsieur perfect dienen als middagmaal. Hier bevonden we ons op het keerpunt van de tocht. Enkele polderweggetjes leidden ons al snel naar het Leopoldkanaal, die we volgden onderaan de dijk. Een brug zette ons opnieuw over de twee kanalen en langs het Schipdonkkanaal vervolgden we onze weg. Deze leidde ons even verder naar de Zwinpolder. We stapten nu langs de Ronselaerebeek om via de rustige polderwegen naar Dudzele terug te keren. Even stapten we tussen een grote gasinstallatie. Uiteindelijk bracht een lange, brede weg ons recht naar het centrum, waar we een tweede appeltje konden meenemen. Eens we de kerk voorbij gestapt waren, volgde een heel eind dubbelwandelen over de Herdersbrug en langs het Boudewijnkanaal. We bleven een heel eind langs dit kanaal wandelen totdat enkele dolomietpaadjes ons afzetten in onder de kerktoren van Lissewege voor een volgende controle. Hier lieten we een gratis torenbezoek niet aan ons voorbij gaan. Een smal draaitrap leidde ons tot op de top van de 50 meter hoge kerktoren, van waarop we een schitterend panorama hadden op de omgeving. (Voor wie wil meegenieten, klik hier voor het filmpje.) Eens we terug beneden zijn geraakt, zetten we onze weg verder. Via de spoorwegovergang die we ook tijdens de eerste doortocht in Lissewege dwarsten,werden we opnieuw naar de drukke Zeebruggelaan geleid om deze te dwarsen. Door een wijkje stapten we naar een volgende bevoorrading, om vervolgens via polderwegen naar een hoeve te stappen, die we bereikten na het dwarsen van een spoorweg en een drukke weg, die laatste met behulp van de politie. In de hoeve mochten we nog eens onze controlekaart uithalen. De steeds drukker wordende polderstraatjes brachten ons amper een tweetal kilometer verder naar de rand van de Uitkerkse polder, waar de sfeervolle feesttent staat. Ook hier maakten we een filmpje, klik hier. Nadat we nog een bonnetje hadden ingewisseld werden we tussen de huizen door, van Uitkerke naar Blankenberge geleid. Waar we op de markt de aankomst vonden van de eerste dag na uiteindelijk ruim 44 kilometer. Morgen volgt dag 2. Klik op de foto voor méér foto's!!!
Door de Westhoek stroomt, in een wijde boog, de rivier de Ijzer. De totale lengte van de rivier bedraagt 78 kilometer, waarvan 45 in België. De Ijzer ontspringt in Noord-Frankrijk en heeft twee officiële bronnen, te Buysscheure en Lederzeele ten westen van Cassel. De rivier maakte, tijdens de eerste wereldoorlog, deel uit van de frontlinie. Aan weerszijden zatten de legers ingegraven in loopgravenstelsels. Een restant hiervan is de Dodengang. Een ander herdenkingsmonument is de Ijzertoren. De toren werd ingewijd op 24 augustus 1930 en is met zijn 84 meter het grootste vredesmonument van Europa. De oorspronkelijke toren werd in de nacht van 15 op 16 maart 1946 gedynamiteerd en verwoest. Enkele jaren later werd de huidige, veel hogere toren gebouwd. Met de brokstukken van de oude toren werd in 1950 de Paxpoort of Poort van de Vrede gebouwd. Op de Ijzertoren staan de letters AVV VVK afgebeeld, dit betekent Alles Voor Vlaanderen Vlaanderen Voor Kristus. Ook staat er in de vier talen van de strijdende partijen afgebeeld: Nooit Meer Oorlog. In 1992 werd het geheel geklasseerd als beschermd monument. Diksmuide ontstond in de 9de eeuw aan de monding van de Handzamevaart met de Ijzer. Dicasmutha betekent dan ook dijk aan de monding. De nederzetting groeide uit tot een havenstad aan de Ijzer, waar vooral zuivel-en lakenhandel belangrijk waren. Na het verlies in de Slag van Kassel, begon voor Diksmuide een donkere periode. In de 15de eeuw kwijnde de lakennijverheid, in de tweede helft van de 17de eeuw was het stadje het toneel van oorlog en beleg. De 18de en 19de eeuw waren dan weer rustige periodes, totdat in oktober 1914 Diksmuide aan de frontlinie van de eerste wereldoorlog kwam te liggen en in vier lange jaren van bombardementen volledig verwoest werd. Klik op de foto voor méér foto's!!!