Wandelen
Davy en Jürgen onderweg!!!
Welkom beste blogbezoekers, wij zijn Davy en Jürgen Moerman. We zijn broers en beiden zijn we lid van de wandelclub WSJV Nacht van Vlaanderen Torhout bij Aktivia. We wandelen zowel korte als lange afstandswandeltochten in West-of Oost-Vlaanderen. Geregeld zullen we proberen hier een verslag en foto's te plaatsen van wandeltochten waar we aan deelnamen (Niet alle tochten zullen aan bod kunnen komen). Tips en reacties hierop zijn altijd van harte welkom. Groetjes, Davy en Jürgen!
Foto
Inhoud blog
  • Wijnendalebostocht
  • Wandel Mee Dag-Torhout
  • Zouaven fanfare
  • Marche d'hiver-Jambes
  • Mars Leger-Natie-Gent
  • Herfsttocht-Voormezele
  • probleem
  • Marche du viaduc-Dinant (vervolg)
  • Marche du viaduc-Dinant (deel 1)
  • Wandel-Mee-Dag
    Foto
    Onze links
  • Foto's deel 1
  • Foto's deel 2
  • GarageTV
    Wandelbloggers der lage landen…
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    23-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.100 km van Ieper-Dag 2
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Gesticht in 1972 is de 100 km van Ieper één van de oudste wandelmeerdaagses van België. Drie dagen lang wordt de streek rond Ieper verkend. Ieper zou ontstaan zijn 902 toen graaf Boudewijn II van Vlaanderen een wal bouwde aan de Ieperlee, een rivier. Hierrond ontwikkelde, rond 930, een primitieve gemeenschap. Onder een stralende hemel trokken we op pad voor 50 kilometer.
    Meteen na de start stapten we langs de gracht en de vestingmuren tot aan de Rijselpoort. We verlieten hier de vestingen om na het dwarsen van de drukke ringweg het eerste natuurgebied in te stappen. De Verdronken Weide heeft een oppervlakte van 41 hectare, waarvan 32 hectare als wacht-en spaarbekken. Tijdens de Middeleeuwen was dit gebied één van de vier buitenwijken van Ieper. Toen Vauban rond 1680 de vestingen liet bouwen, werd dit gebied ingericht als een overstroombaar bekken inrichten, die als moerasbuffer tegen belagers diende. Nu is het een prachtig natuurgebied en trekpleister voor talrijke water-en weidevogels. Een leuk graspad leidde ons aan de rand van het gebied tot aan een drukke weg om deze te dwarsen en een volgende brede weg te volgen. Langs de legerkazerne ging het verder tot aan de oude vaart Komen-Ieper waar we via een asfaltpad even langs liepen. Een wijkdoorsteekje zette ons uiteindelijk af aan het Tortelbos. Dit jonge bos ligt op een terrein waar zich in de 19de eeuw twee kasteeldomeinen uitstrekten: ten oosten het kasteel Beau Séjour en ten westen het St.-Pieterskasteel. Beiden werden tijdens de eerste wereldoorlog met de grond gelijk gemaakt. De twee vroegere kasteeldomeinen werden, door het Vlaamse gewest, aangekocht in 1994 en in 1995 begon men met de aanplanting van het 9 hectare grote Tortelbos. Enkele fraaie bospaden stuurden ons door het bosje. Een rustig weggetje nam ons vervolgens op sleeptouw om naar een bredere weg te trekken. Deze zouden we volgen tot aan een rotonde waar een andere brede weg het even overnam en ons naar een landbouwersloods begeleidde voor de eerste controle.  
    Na een yoghurtje en een bekertje water, werden we direct op een flink karrenspoor gezet om naar de oevers van Dikkebusvijver te stappen. De 36 hectare grote vijver bestond zeker al voor 1320. Ze ontstond door het afdammen van de vallei van de Kemmelbeek. De vijver bevoorraadde Ieper van drinkwater via de bekende Ieperse grachten en eikenhouten pijpen, die het water tot bij de stadswoningen brachten. We volgden de oever tot waar de Kemmelbeek in de vijver uitmondt, waar we afdraaiden om via een asfaltwegeltje de Kemmelbeek te volgen. Aan het eind van dit weggetje bereikten we een bredere weg die we even bewandelden. Tussen twee militaire kerkhoven door stapten we verder via rustige wegen met recht voor ons de dreigende gedaante van de Kemmelberg, die stap voor stap groter werd. De wegen werden ook steeds golvender naarmate we dichter bij Heuvelland kwamen. Meteen het einde van de, tot nu toe vlakke aanloop. Aan de voet van de Kemmelberg ligt het dorpje Kemmel. Een leuk parkje rond de Willebeek bracht ons naar het Kemmel Chateau Military Cemetery, waarnaast een smal grindpaadje ons naar een mooie dreef leidde. Het kasteel waarnaar deze dreef vroeger leidde werd, samen met het in 1914 aangelegde militaire kerkhof, in 1918 volledig verwoest. Het kerkhof werd na de oorlog terug aangelegd, het kasteel werd niet heropgebouwd. Deze brede baan die de dreef opvolgde nam ons mee naar de volgende controle.
    Na de controle werden we naar het prachtige kasteelpark De Warande geleid. Op de plaats van een houten landhuis liet de burgemeester-baron Jacques Bruneel de la Warande in 1925 een prachtig kasteel in Vlaamse renaissance bouwen. Het kasteel fungeert nu als gemeentehuis van de fusiegemeente Heuvelland. Dwars door het park ging het nu verder naar een straat die ons aan de eerste, zware beklimming van de dag liet beginnen. Via een steil bospad beklommen we de Kemmelberg. Als we de kasseien bereikten, enkele tientallen meters onder de Belvedere, draaiden we een volgende bosdreef in die ons rustig terug liet afdalen tot we aan het Ossuarium, het Franse massagraf, kwamen. We dwarsten er de steile kasseiafdaling om via een veldweg verder af te dalen. Voor ons ontrolde zich een prachtig panorama op de streek. Enkele baantjes brachten ons naar het provinciaal domein de Kemmelberg, waar we schitterend over de golvende graspaden tussen de meidoornhagen stapten. Uiteindelijk nam een brede, kalme weg ons mee naar het volgende dorpje, Dranouter. Even voorbij het muziekcentrum 't Folk vonden we de derde controle waar we konden smullen van een peperkoek en een bekertje water.
    Al vlug na deze controle leidden de pijltjes ons naar het natuurgebied het Eeuwenhout. Dit bos-en weidegebied situeert zich op een helling van de vallei van de Douvebeek, waar de hoogteligging varieert tussen 45 en 75 meter. De prachtige, maar soms stevig dalende paden leidden ons langs de rand van het natuurgebied tot aan een brokkelige veldweg die het overnam. Aan het eind werden we een brede weg opgestuurd om even verder opnieuw de natuur in te duiken. Zalig onverhard liep het aan de voet van de Rode-en Zwarteberg over de Belgisch-Franse grens. Na een afdaling via de Sentier de Jacinthes werden we via stevig golvende wegen op weg gestuurd richting de Franse gemeente Berthen. Net voordat we Berthen zouden bereiken, draaiden we echter af om een volgende beklimming aan te snijden. De Mont Kokereel bereikt op de top een hoogte van 110 meter. De naam van de berg is afgeleid van het Franse woord querelle dat staat voor ruzie, twist. Op deze berg is in het verleden een ruzie uitgevochten. Net voor de top vonden we een volgende controle.
    Nog even verder klimmen na de controle om vervolgens aan de afdaling te kunnen beginnen. De landelijke wegen die ons schitterende vergezichten boden, brachten ons voorbij enkele bunkers naar de voet van de Zwarte Berg. Een veldweg bracht ons tot aan de forellenvijvers van de Ponderosa waarna een tegelpad ons het laatste en lastigste deel van de beklimming van de Zwarte Berg ophielp. Het blijft merkwaardig om te zien hoe één straat met winkels en restaurants honderden toeristen hierheen kan lokken. In café "Aux Touristes" konden we een volgende stempel afhalen.
    We volgden even de gezellige drukte van de straat op de top tot we deze, aan de grens, konden inruilen voor een onverharde afdaling. De kunstmatige, aarden trapjes zetten ons iets lager op de helling af waarna we opnieuw konden beginnen klimmen naar de wijngaarden en de enige kabelbaan van West-Vlaanderen. Deze 900 meter lange zetelliftverbindt de Vidaigneberg met de Baneberg. Deze laatste mochten we even verder dan ook beklimmen. Opnieuw stuurde een trappenafdaling ons de heuvelflank af waarna een doodlopend weggetje ons een prachtig stukje natuur in liet wandelen. Een tweetal steile trapjes en een stukje vlonderpad leidden ons door een fraai bosje. We vervolgden onze weg via een prachtige holle weg waarna rustige, landelijke wegen ons op sleeptouw namen naar de volgende controle aan een landbouwschuur.
    Meteen na de controle konden we de laatste stevige helling aanvatten, met name de Scherpenberg. Boven op de 125 meter hoge heuvel bevinden zich overblijfselen van oude grondvesten van een molen. Deze werd echter verwoest in 1794.De afdaling leidde ons langs de als beschermd landschap geklasseerde flank van de heuvel om via golvende wegen naar een brede baan te stappen. Na het dwarsen van deze weg werden we een leuke, lange grindweg opgestuurd die ons enkele kikkerpoelen, met het nodige gekwaak, liet passeren. Nadat we het grind achter ons gelaten hadden volgden we opnieuw landelijke wegen, vanaf nu terug vlak, om naar Dikkebus te trekken. In het plaatselijke cultureel centrum kregen we nog eens een controle.
    Na de controle moesten we een heel tijdje een brede, drukkere weg volgen totdat we, aan de overkant van de toegangsweg naar de vijver, een smal pad indraaiden. Het Dikkebusvijverpad bracht ons naast de Vijverbeek naar een laatste gratis controle waar we een ijsje aangeboden kregen. Nadat we dit binnengespeeld hadden vervolgden we onze weg langs het pad die ons helemaal tot aan de rand van het stadscentrum van Ieper bracht. Een gesloten overweg zorgde nog even voor wat oponthoud, maar als de slagbomen ons uiteindelijk toch doorgang verlenen konden we de drukke ringweg voor de tweede keer dwarsen. We volgden de brede gracht opnieuw voorbij de Rijselpoort om even verder de aankomst te bereiken van een knappe tocht.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

     



    Categorie:Wandelverslag
    23-05-2009, 23:10 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (2)
    17-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marche des Sapins-Péruwelz
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Péruwelz, een klein stadje aan de Belgisch-Franse grens in Henegouwen, is het doel van een busreis van onze club. De oudste vermelding van het stadje gaat terug tot 1095 en vertelt over de schenking van een altaar aan de abdij van Aubechies. Péruwelz was eeuwenlang een dorpje tot in de 18de en 19de eeuw de industrialisering toenam en het dorpje uitgroeide tot een stad. In 1976 fusioneerde Péruwelz, samen met 9 andere dorpjes in de omgeving, tot de huidige stad. Na een uurtje rijden op de bus en het invullen van onze inschrijfkaart, konden we op pad voor de afstand van 30 kilometer.
    Meteen na de start nam een grindpaadje ons mee naar een lange dreef die we even volgden. Een stukje onverhard zorgde ervoor dat we de dreef in konden ruilen voor een brede weg, met op het einde de basiliek van Bon-Secours. Vooraleer deze te bereiken, draaiden we een grindpaadje in die ons nog een ommetje liet maken om uiteindelijk toch aan de basiliek uit te komen. Deze basiliek werd gebouwd, om het groeiend aantal pelgrims op te vangen, op de plaats waar een kapel stond met een mariabeeld uit 1636. Dit beeld werd gemaakt uit dankbaarheid voor het stoppen van een pestepidemie. De basiliek is neo-gotisch met byzantijnse invloeden. De grens tussen België en Frankrijk loopt dwars door deze basiliek. Al snel lieten we de basiliek achter om even verder de eerste controle te bereiken.
    Na de controle keerden we terug naar de basiliek om aan de andere kant te passeren. Via enkele wijkstraten ging het nu in de richting van het Forêt Domaniale de Bon-Secours. Dit 720 hectare grote bos was lange tijd eigendom van de familie Croÿ, die het domein verloor in 1918. In 1924 werd het een staatsbos. In het bos staan 60 verschillende boomsoorten, waaronder des sapins of sparren, waarnaar de tocht genoemd werd. Het staatsbos maakt deel uit van het Parc Naturel des Plaines de l'Escaut, een natuurdomein van maar liefst 26.500 hectare verspreid over 6 gemeentes in België en Frankrijk. Op een schitterende manier leidden de pijltjes over de bospaden om het bos te doorkruisen. De, soms modderige, bospaden stuurden ons naar de Etang de l'Ermitage, waar we een eerste blik konden werpen op het gelijknamige kasteel. We bleven in het ruime bosdomein tot we uiteindelijk in Lorette, een gehucht van Condé-sur-l'Ecaut, werden afgezet. Na nog enkele rustige wegen bereikten we, onder een partytent, de volgende controle.
    Nu volgden we een hele tijd de wijkstraten, om de oevers van het enorme Lac Chabaud-Latour te bereiken. Dit meer bestrijkt een oppervlakte van 60 hectare en is ontstaan na steenkoolontginning.Vroeger werden op dit meer eenden gelokt en gevangen in eendenkooien. Nu drijven er, vreemd uitziende, vogelkijkhutten op het meer.  Via mooie, brede grindwegels maakten we nu een ruime omtrek rond het prachtige meer. Uiteindelijk bereikten we Condé-sur-l'Escaut. De naam van dit Franse stadje komt van het Keltisch 'Condat' en betekent samenvloeiing. Hier gaat het om de Schelde of l'Escaut en de Hene, de rivier waaraan Henegouwen zijn naam te danken heeft. Een speelpleintje aan de oever van het meer voldeed voor de volgende controle. 
    Hier mochten we nu een lusje afleggen. Wat dit lusje te bieden had, was werkelijk schitterend. Zowat onmiddellijk wandelden we langs de metershoge muren van de omwalling van het stadje. In 1678 bepaalde het Verdrag van Nijmegen dat Condé Frans bezit was. Lodewijk de 14de liet meteen omwallingen bouwen door Vauban, die ook de gekende vestingen in Ieper construeerde. We wandelden op een prachtige manier op, naast en rond de indrukwekkende bouwwerken. Even moesten we onder de kruin van een omgevallen boom doorkruipen om het pad te kunnen volgen. Het was er genieten van de eerste tot de laatste meter in een doolhof van muren. Jammer genoeg kwamen we na 3 kilometer al terug aan de controle aan het meer.
    Na de controle draaiden we de andere kant op om een lang, recht pad te volgen met aan de ene kant het Lac Chabaud-Latour en aan de andere kant de restanten van het kanaal Condé-Pommeroeul. Het bleef genieten als we uiteindelijk dit pad verlaten en via een kasseiweg richting de mijnterrils stapten. De Fosse Ledoux, zoals de mijn heette, is beginnen produceren in 1905 en produceerde in z'n topjaren 2590 ton steenkool per dag. De mijnactiviteiten werden definitief stopgezet in 1989.  Opnieuw konden we brede paden volgen die ons eventjes een steenkoolheuvel lieten beklimmen om vervolgens naar de Etang de la Digue Noire te leidden. Ook hier mochten we een tijdje de oevers volgen om via een betonnen brugje terug het gehucht Lorette binnen te stappen naar de volgende controle.
    We volgden na de controle een tijdje een brede baan, om deze na een tijdje te mogen inruilen voor een lange kasteeldreef. Deze leidde recht naar het Chateau de l'Ermitage. In een wijde boog wandelden we rond de muur, rond het kasteeldomein, waarin af en toe een toegangspoort een, telkens ander, zicht gaf op het kasteel. Ondertussen waren we ook een 800 jaar oude eik gepasseerd, of toch de stam ervan want veel leven zit er blijkbaar niet meer in. De tweede ruime verkenning van het Forêt Domaniale de Bon-Secours bracht ons terug in Bon-Secours, waar we na een steile klim de laatste stempel konden verzamelen.
    Even na de controle kwamen we aan het bezoekerscentrum van het Parc Naturel. We waren ruim op tijd, dus konden we hier even een kijkje nemen op de uitkijktoren die een nogal ontgoochelend zicht bood. Te hoge bomen belemmerden er het uitzicht. Even voobij het bezoekerscentrum stapten we nog een laatste stukje door het staatsbos om voorbij een circus naar Péruwelz af te draaien. Rustige wegen zorgden ervoor dat we het stadje terug bereikten en via enkele bosdreven in het Parc de Keyser bereikten we de aankomst. Een schitterende ervaring rijker keerden we met de bus terug richting Torhout.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!



    Categorie:Wandelverslag
    17-05-2009, 00:00 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (1)
    13-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brugse Ommeland
    We zijn aan het voorlopige einde gekomen van het deel over de Westhoek. Eventueel kunnen er later nog stukjes worden bijgevoegd, maar dat zien we dan wel. Wie meer info over deze plekjes of andere, kan terecht op www.westhoek.be.

    We gaan verder met het Brugse Ommeland. Zoals de naam het al zegt, is het Brugse Ommeland de streek rondom de West-Vlaamse provinciehoofdstad. Tot het Brugse Ommeland behoren de steden Brugge, Torhout, Tielt, Oudenburg, Damme en Gistel. Verder maken ook de gemeenten Ardooie, Beernem, Ichtegem, Jabbeke, Lichtervelde, Oostkamp, Pittem, Ruiselede, Wingene, Zedelgem en Zuienkerke. Blankenberge, Bredene, De Haan, Knokke-Heist, Oostende en Zeebrugge behoren ook tot het Brugse Ommeland, maar deze volgen later nog bij de kust.
    Het Brugse Ommeland is een heel afwisselende streek met, ten noorden en oosten van Brugge, de poldervlaktes achter de kustlijn, en ten zuiden en westen van de historische stad, de uitgestrekte bossen van het Houtland. De streek is bezaaid met kastelen en wordt doorkruist door talrijke kanalen en waterwegen.

    Categorie:West-Vlaanderen in beeld
    13-05-2009, 21:35 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (0)
    10-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.West-Vlaamse Wandelhappening-Heestert
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Daags na de Super 7-tocht in Oedelem trokken we naar het zuiden van West-Vlaanderen, waar de waterhoekstappers een wandeltocht in Heestert organiseerden. De deelgemeente van Zwevegem werd voor het eerst vermeld in 1048 als Hertrudis. Het dankt zijn naam aan een adellijke dame, die Ertrudis heette en zich hier in de 11de eeuw kwam vestigen en er een kasteel liet bouwen. We kozen er om er 35 kilometer te wandelen.
    Na de start leidden de pijltjes ons naar een wijkje waar we door wandelden om aan de andere kant een oude spoorwegbedding te bereiken. Deze verbond Kortrijk met Ronse en werd, voor de verbreding van het kanaal Kortrijk-Bossuit in 1960 afgeschaft. Deze nam ons mee tot aan een drukke weg die we dwarsten, om na de splitsing aan de andere kant verder te stappen. We bleven de oude spoorwegbedding volgen, maar langs dit stuk heeft de natuur vrij spel gekregen en is er een schitterend natuurgebied ontstaan. Het pad slingerde zich prachtig door dit gebied om ons af te zetten in de buurt van het kanaal Kortrijk-Bossuit. Eerst mochten we nog een ommetje maken. Via een tegelpad beklommen we de Keiberg, met zijn 65 meter het hoogste punt van Heestert. Hier kregen we ook de eerste vergezichten voorgeschoteld. We daalden de heuvel terug af via een lange veldweg die ons afzette aan de brug over het kanaal. Dit kanaal verbindt de Schelde te Bossuit met de Leie in Kortrijk. Aan de overkant vonden we in een loods in een industriezone onze eerste controle. Hier zouden we later nog eens terug moeten komen.
    Na de controle volgden we even de industriezone, om vervolgens een drukke baan te dwarsen. Nu ging het terug verder op de oude spoorwegbedding die hier aan de rand van een wijk liep. Als we deze een eind verder verlieten, nam een rustige weg ons mee naar de drukke N8 die we even moesten volgen. Uiteindelijk draaiden we af een prachtige dreef in met bloeiende paardekastanjes. Deze dreef leidde ons naar een kasteeldomein. Een kasteel is er niet meer te zien, maar wel nog de kasteelhoeve met een monumentale toegangspoort en het neerhof van het kasteel. Via een straat wandelden we nu verder naar de Kapel Milanen. Dit is een neogotische kapel uit 1846. Net voor deze kapel sloegen we een rustig straatje in die ons naar een karrenspoor bracht. Na dit karrenspoor kwamen we opnieuw op een rustige weg die ons liet opklimmen naar een brede weg. Even voorbij deze weg mochten we afdalen om even verder te draaien en via enkele smalle paadjes terug op te klimmen naar de brede weg. In een caféetje vonden we onze tweede controle.
    We volgden nu even de brede baan om via glooiende wegen, af en toe afgewisseld met een leuke veldweg de Ter Claeremolen te passeren. De molen, een grondzeiler, is gelegen in de deelgemeente Sint-Denijs en ligt op het hoogste punt van de gemeente (76 meter). Zijn naam duikt voor het eerst op in 1415. De houten molen werd volledig vernield in 1848. Rond 1854 werd op die plaats de huidige stenen molen gebouwd. Ook na de passage voorbij de molen bleef het parcours leuk afwisselen tussen veldwegen en landelijke wegen om terug richting Knokke te wandelen. Niet de stad aan de zee, maar een gehucht in Zwevegem, waar we langs de St.-Maria-Bernardakerk stapten. Deze werd gebouwd in 1953 tot 1955. Enkele wijkstraatjes en een stukje op de oude spoorwegbedding leidden ons voor de tweede keer naar de controle in de loods in de industriezone.
    Na de controle liep het opnieuw verder, via het bekende recept, afwisselend met leuke stukken onverhard en rustige wegen. We konden door het glooiende landschap steeds genieten van leuke vergezichten, de prachtige hoeves en het schitterende weer. Na een onverwachte stevige klim wandelden we naar een brokkelige afdaling waar het oppassen was om geen voeten over te slaan. Eens de afdaling achter ons, vulde de horizon zich met het Mortagnebos. We verheugden ons al op een leuke boswandeling in het 13 hectare grote bos, maar werden via een lang stuk onverhard door een smal stukje van het bos gestuurd. Na het verlaten van de onverharde strook volgden we weer enkele rustige, landelijke wegen. Om via enkele tegelpaadjes St.-Denijs te bereiken. We wandelden de Zwevegemse deelgemeente binnen voorbij Den Hul. Dit herenhuis, die vroeger de Belvedère heette, dateert uit de 18de eeuw en was vroeger het buitenverblijf van de bisschoppen van Doornik die in het nabije Helkijn een kasteel hadden. Enkele tegelpaadjes leidden ons dichter bij de controle en net voor de controle werden we nog eens op een stevig klimmetje getrakteerd om een volgend stempeltje te gaan halen.
    Ook nu volgde het parcours na de controle tegelpaden om verder te lopen over stoffige karrensporen. Deze leidden ons naar een kort gemaaid graspad rond een industriezone, die afgeschermd werd door een met struiken begroeide berm. De graspaden leidden ons naar de stortplaats van Moen. Deze stortplaats is momenteel vol en zal in de komende jaren volgeplaatst worden met zonnepanelen. Even voorbij het stort dwarsten we opnieuw het kanaal om naar de controle te stappen in Moen.
    Na deze controle volgden we een weg langs een wijk om richting Heestert te wandelen. Net voor we het centrum bereikten, draaiden we nog af op de oude spoorweg die we volgden tot aan een tegelpad die ons nu toch Heestert lieten binnenstappen. Even voor de aankomst was er, op een oprit, nog een controle, waar alle vrouwen een bonnetje kregen voor een moederdagbloemetje. Nog enkele straatjes en we bereikten de aankomst na een leuke tocht.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

    Categorie:Wandelverslag
    10-05-2009, 20:29 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (0)
    09-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dwars door het Brugse Ommeland-Oedelem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De start van het vijfde deel van de super 7 vond plaats in Oedelem. Dit is een deelgemeente van Beernem. In de 8ste eeuw stichtten de heren van Praet de heerlijkheid Oedelem. Er werden echter ook sporen gevonden van bewoning tijdens de Middeleeuwen. Het bakken van bakstenen was eeuwenlang de belangrijkste nijverheid in Oedelem, dankzij de klei uit de Oedelemberg. Zo kwamen de bakstenen en daktegels van de Brugse hallen hiervandaan. Er stond 55 kilometer op het programma.
    Na de start werden we over de voetbalvelden geleid, die voor de gelegenheid dienst deden als parkeerterrein. Even verder kwamen we in een wijkje terecht waar de langste afstand, na een splitsing, meteen alleen op pad werd gestuurd. We dwarsten een brede weg om deze even te volgen tot aan een kapel. Hier verwisselden we de brede weg voor een kleine kasseibaantje die ons meenam naar het eerste stuk onverhard. Een mansbreed paadje leidde ons naar een volgende drukke weg die we mochten dwarsen. Nu bereikten we het Beverhoutsveld. Het 456 hectare grote landbouwgebied was oorspronkelijk heide, maar is in de tweede helft van de 19de eeuw zonder tussenfase van bebossing omgevormd in weide-en akkerland. Nu is het een lappendeken van akkers en weiden, met veel dreven. We wandelden er tussen de statige rijen populieren van de ene dreef in de andere. Na een lange, mooie omzwerving in het gebied werden we afgezet aan een rustig weggetje die we even verder al weer inruilden voor een boerenslag. Deze volgden we tot we in de verte de keersluis van Beernem zagen staan. Deze keersluis, op het kanaal Gent-Brugge-Oostende, moet het enkele kilometers verder gelegen Brugge beschermen tegen overstromingen. Een doodlopend betonbaantje begeleidde ons, langs het kanaal, naar het natuurgebied de Leiemeersen. De Leiemeersen zijn een overblijfsel van een uiterst waardevol laagveenmoeras. De naam van het 3 hectare grote reservaat herinnert aan de Zuidleie, een Middeleeuws riviertje die nu nagenoeg volledig is opgeslokt door het kanaal. Het pad die we moesten volgen, slingerde zich in een smalle strook op de oever van het kanaal en leidde helemaal tot in Moerbrugge, waar de eerste controle gelegen was na een schitterend eerste tussenstuk van 11 kilometer. In ruil voor ons eerste bonnetje kregen we hier een ontbijt. De, voor mij, vreemde combinatie van rozijnenbrood met boerenpaté smaakte toch best lekker.
    Na de controle lieten we de Oostkampse deelgemeente achter ons en trokken via rustige wegen richting Beverhoutsveld voor een tweede en kortere verkenning. We passeerden eerst nog aan de Beverhoutsveldkapel. In een kroniek uit 1789 is er al sprake van een Beverskapel. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de kapel zwaar beschadigd. Opnieuw kregen we stofferige dreven voorgeschoteld die ons naar de Assebroekse meersen brachten. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 420 hectare en vormen een vochtig graslandencomplex met talrijke sloten. We volgden de leuke, onverharde paden langs één van de sloten tot een brede weg bereikt werd. Deze dwarsten we om eventjes de Loweiden te bewandelen. De Loweiden zijn een onderdeel van de Gemene-en Loweiden en heeft een oppervlakte van 31 hectare. Voor ons lag nu het Ryckeveldebos. De bospaden leidden ons, in dit 120 hectare grote bos, voorbij een oude landingsbaan en een militair domein. Dit militaire domein wordt gebruikt voor oefeningen om branden te blussen. Uiteindelijk belandden we op de lange kasseiweg met achter ons het neogotische kasteel, die werd voltooid in 1929. De lange toegangsdreef nam ons mee naar de drukke weg tussen Brugge en Maldegem, die we mochten dwarsen. Aan de overkant bleven we op kasseitjes wandelen naar een klein pleintje. Dit verlieten we via de toegangspoort van de abdij van Male. De abdij van Male, ook bekend als de St.-Trudoabdij, is gehuisvest in het voormalig Grafelijk Slot van Male. Het complex omvat een beschermde 16de-eeuwse slottoren en een 17de-eeuwse vleugel. De ridderzaal, gastenverblijf en de abdijkerk werden opnieuw gebouwd en het 17de-eeuwse Hooghe Huis, het voormalig schepenhuis van de baronie van Male, werd verbouwd tot ontvangstgebouw. Na een ommetje rond het grasplein voor het omwalde slot verlieten we de abdij terug. Via een bomenrijke wijk bereikten we de tweede controle in St.-Kruis.
    Na de controle stapten we naar het Maleveld. Begin 1700 mochten arme gezinnen hun koeien en kalveren laten grazen op het veld. Tijdens de eerste wereldoorlog deed het dienst als vliegplein. Na de oorlog werd de grond terug bewerkt tot men er in 1939 opnieuw een vliegplein van wilde maken. Het vliegveld was echter nog niet af toen de Duitsers in 1940 arriveerden. Wij volgden de lange rechte grindwegen die ons het ruime terrein lieten oversteken. Uiteindelijk belandden we aan de rand van Sijsele. Een kasseiweggetje bracht ons naar een brede weg. Aan de overkant van deze weg wandelden we, op de grens tussen Sijsele en Moerkerke, naar een volgende grindweg die gevolgd werd door een landelijke weg. Een stoffige, lange grindweg leidden ons recht naar Sijsele, waar we even een oude spoorwegbedding volgden om over het dorpsplein naar de controle te stappen.
    Hier mochten we een lus stappen. Na even wat zoekwerk bij het verlaten van de controle vonden we de juiste weg. Enkele centrumstraten leidden ons naar de oude spoorwegbedding, die tussen Brugge en Eeklo liep. Het stuk tussen Donk (Maldegem) en Steenbrugge (Assebroek) werd, na de afschaffing van de lijn, ingericht als fiets-en wandelpad. Na een heel eind langs deze bedding draaiden we af en stapten naar de Antwerpse Heirweg, een overblijfsel uit de Romeinse tijd. Langs deze weg passeerden we aan de Allekerkemolen. In 1632 werd een houten staakmolen gebouwd die gebruikt werd voor het malen van graan.  In 1873 werd de houten molen afgebroken en vervangen door de huidige stenen bergmolen.  Deze molen deed dienst als graanmaalderij en als olieslagerij. In 1937 werden de wieken er afgehaald en in 1841 werd de kap verwijderd. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de romp gebruikt als uitkijktoren, bemand door eerst Duitse soldaten en later door collaborerende Vlamingen. Even verder verlieten we de oude heirbaan naar Antwerpen om via enkele wijkstraatjes opnieuw de spoorwegbedding te bereiken. Over het dorpsplein stapten we nu voor de tweede keer naar de controle in Sijsele.
    Na de controle werden we even door een industriegebied gestuurd om over de parking van een plaatselijk grootwarenhuis naar de drukke N9 te stappen. Deze volgden we tot aan een rotonde waar we de weg dwarsten en voor een rustigere weg kozen. Deze leidde ons voorbij het militaire domein naar Ten Torre. De hoeve Ter Leyden of Ten Torre werd gebouwd in de 17de eeuw. De schuur zou nog een eeuw ouder zijn. De walgrachten rond de hoeve zijn zo goed als intact gebleven. Jammer genoeg bleef deze historische hoeve verscholen tussen de bomen. We volgden een kasseiweggetje tot aan een zanderige dreef die ons richting Oedelemberg leidde. De naam getuigt van een grote overdrijving, want de zogenaamde berg is niet meer dan een lichte glooiing in het landschap. Eigenlijk is het een questa, een soort heuvel met aan de ene kant een steilere en aan de andere kant een minder steile helling. We beklommen het ding over de kasseiweg om na de afdaling af te draaien naar een lange grindweg die ons helemaal tot in Oedelem bracht. Nog niet voor de aankomst, maar voor een volgende controle die we bereikten na enkele wijkstraatjes en langs de St.-Lambertuskerk gestapt te hebben.  
    Nu volgde een inspiratieloos tussenstuk. We passeerden, via een drukke baan, aan een bekende meubelzaak. Nadien bleven we de baan volgen totdat we mochten afdraaien naar het kerkhof waarna we via landelijke wegen tussen de velden door naar een volgende brede weg stapten. Gelukkig was deze helemaal niet druk. We volgden deze tot aan het gehucht Mexico. Waarna opnieuw wat landelijkere wegen volgden om Beernem te bereiken. Hier vonden we naast het politiekantoor de laatste controle van de dag.
    Na de controle werden we door het centrum geleid naar een drukke weg die we dwarsten om vervolgens enkele lange, leuke grindpaden te bewandelen. We volgden deze tot aan twee kleine, Beernemse gehuchtjes, namelijk Lijsterhoek en Berendonk. Even verder namen de grindwegen het terug over en brachten ons naar de aankomst in de sporthal van Oedelem. Op het tussenstuk van Oedelem naar Beernem na, kregen we een prachtige wandeling voorgeschoteld.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

    Categorie:Wandelverslag
    09-05-2009, 22:53 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (1)
    03-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Internationale Tweedaagse van Vlaanderen-Blankenberge (dag 2)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ook voor de tweede dag van de Tweedaagse van Blankenberge, namen we de trein naar de start. Als we van de trein stapten, valt er een lichte regen en is het kouder dan verwacht. Samen met een hele horde andere wandelaars stapten we naar de markt waar we eerst het plan van het parcours ophaalden om dan van start te gaan voor de 42 kilometer.
    Nadat de startkaart gescand is, stapten we richting jachthaven in het gezelschap van een legerpeloton Duitsers die hun marsliederen zongen. We wandelden volledig rond de jachthaven naar de havengeul. In deze jachthaven is er plaats voor 300 boten voorzien. Aan de havengeul staan er twee staketsels, een in beton en een in hout. Naast de havengeul leidden de pijlen ons het strand op. We volgden nu geruime tijd de branding over talrijke golfbrekers, op weg naar Wenduine. Hier ruilden we het zand voor de zeedijk en konden we een bonnetje inruilen voor een soyadrankje, van een gekend merk. Wenduine werd voor het eerst vermeld in 1183 als 'Weinendune' en was een klein polderdorpje. Het groeide in de loop van de 13de tot 15de eeuw uit tot een belangrijke vissersplaats met een vloot van 42 vissersboten. Rond 1880 begon het ambitieuze gemeentebestuur met de uitbouw tot een toeristische badplaats, door tussen de tramhalte en het strand een dijk aan te leggen en er hotels en villa's langs te bouwen. Wenduine wordt ook wel 'Prinses der badplaatsen' genoemd. We flaneerden een tijdje over de zeedijk tot aan de Spioenkop. Dit is, met z'n 31 meter hoogte, de op één na hoogste duin van de kust. De Hoge Blekker is twee meter hoger. Bovenop de duin die we via een steile trap beklommen, staat een klein paviljoen gebouwd dat de naam Spioenkop kreeg. 'Kop' staat voor heuvel, en door de hoogte was het een ideale plaats om de omgeving te bespioneren. Boven hadden we er een schitterend uitzicht over de zee, het strand en de achterliggende duinen en polders. Via een volgende trap daalden we opnieuw af tot aan het strand, waar we een recent aangelegd tegelpad volgden tot aan een strandrestaurantje, waar de eerste prikcontrole was.
    Even keerden we op onze stappen terug, na de controle, om het strand en de zee achter ons te laten. Via een mul zandpad gingen we nu richting een bosgebied tussen Wenduine en De Haan. Het 157 hectare grote Duinbos Vlissegem werden aangelegd om de achterliggende, vruchtbare poldergronden te beschermen tegen overstuiving van zand. De eerste bebossingen gebeurden al in 1838, zonder veel resultaat. In 1887 werd een commisie opgericht die ervoor zorgde dat verschillende maatregelen werden genomen. Zo werden vooral dennen en loofbomen aangeplant en de duingraslanden werden beschermd tegen overbegrazing door konijnen. In dit bos kregen we een leuke omzwerving over de vele smalle asfaltweggetjes om naar de rand van De Haan te stappen. Hier kregen we een appel aangeboden. Nu volgde een lusje door de concessie van De Haan. Dit is een villawijk uit de Belle Epoqueperiode, begin 20ste eeuw. Kort voor de tweede wereldoorlog dook Albert Einstein in deze wijk onder. Nadat we opnieuw de gratis appels gepasseerd waren, stapten we over brede wegen door het vlakke polderlandschap naar Vlissegem. Het polderdorpje staat voor het eerst vermeld in documenten rond 988. Op het grondgebied van Vlissegem en Klemskerke lag vroeger een klein gehucht tegen de zee. Rond 1900 groeide dit gehucht uit tot een toeristische badplaats, De Haan. Na enkele kleine steegjes bewandeld te hebben, vonden we even verder onze volgende prikcontrole.
    Na het verlaten van het dorpje, leidden de pijltjes ons verder de polders in. De rustige polderwegen stuurden ons naar een brede weg en over de Noordede. De oudste vermelding van dit kleine riviertje gaat terug tot 1306, als Noortheye of Noordhie. Het loopt van de Blankenbergse Vaart naar de Spuikom in Bredene. Na het dwarsen van het rivierwater vervolgden we onze weg over de poldervlakte, langs verschillende hoeves op weg naar Houtave. Het polderdorp bestaat reeds van de 9de eeuw en is een van de oudste nederzettingen van het Brugse poldergebied. In een oud caféetje vonden we de derde controle.
    Ook na deze controle bleef het over de polderwegen stappen, dit keer was ons stapdoel Meetkerke. Gelukkig begon de zon de wolken eindelijk te verdrijven. Bij het binnenstappen van Meetkerke dwarsten we de Blankenbergse Vaart. De oudste vermelding van Meetkerke gaat terug tot de 11de eeuw. Het werd vermeld als Matkerke, wat kerk gelegen in het maaigras zou betekenen. Het was en is voornamelijk een landbouwersgemeente. De Blankenbergse Vaart is een natuurlijke waterloop die al het water verzamelt uit het achterland van Blankenberge en De Haan. De vaart mondt, enkel bij eb, via een sluis uit in de zee. Bij vloed worden de sluisdeuren gesloten om te verhinderen dat het zoute zeewater de laaggelegen polders zou overstromen. In een plaatselijk schooltje vonden we de volgende knipcontrole.
    Nadat we een brede baan gedwarst waren, werden we een grindpad opgestuurd die zich tussen de weides slingerde en via een betonnen bruggetje ons een beekje deed oversteken. Eens we het paadje verlaten hadden, wandelden we opnieuw over polderwegen naar, het in de verte al zichtbare, Zuienkerke. Net voor we het dorp binnenstapten, vervoegden de wandelaars op de 24 kilometer ons terug. In het centrum van Zuienkerke was er een typisch Vlaams volksfeest aan de gang, met onder andere een rommelmarkt en schapen scheren. Ergens daartussen vonden we de medewerkers voor een volgend gaatje in onze controlekaart.
    We stapten verder door het gezellige dorpsfeest, terug de polders in. Hier kregen we af te rekenen met een stevige tegenwind. De polderweg leidde ons bijna volledig rechtdoor naar de Uitkerkse polder. Onderweg kwam ook de 15 kilometer ons terug vergezellen. De Uitkerkse polders bestaan uit een 1400 hectare grote, open ruimte die als landbouw-en natuurgebied in gebruik zijn. Tussen de 4de en de 8ste eeuw had de zee hier nog vrij spel en was het landschap zoals het Zwin nu nog is.Het gebied vormt een van de belangrijkste pleisterplaatsen van Europa, voor weidevogels. Enkele natuurpaden zetten ons op een leuke manier af aan het bezoekerscentrum voor een volgende controle.   
    We vervolgden opnieuw langs de Uitkerkse polder om een weinig verder al de grote feesttent in Uitkerke te bereiken. Opnieuw een bonnetje inwisselen en weer verder. Via enkele Uitkerkse wijkstraatjes en een parkje bereikten we een spoorwegovergang. Waarna we de sporen bleven volgen via een wandel-en fietspad. Als we de sportvelden voorbij zijn, vonden we alweer een bevoorrading, dit keer met peperkoek. Het einde wenkt hier, alleen mochten we nog een ommetje maken naar de zeedijk, waar in tegenstelling tot de vele polderwegen wel veel volk liep. Het werd een eindje aandachtig blijven om geen pijlen te missen. Als we uiteindelijk de zeedijk weer afdaalden, scheidden nog slechts enkele straten ons van de markt en de aankomst.
    Klik op de foto voor meer foto's!!!



    Categorie:Wandelverslag
    03-05-2009, 00:00 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (1)
    02-05-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Internationale Tweedaagse van Vlaanderen-Blankenberge (Dag 1)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De Internationale Tweedaagse van Vlaanderen, kortweg Tweedaagse van Blankenberge, staat traditiegetrouw het eerste weekend van mei, op de kalender. De eerste editie vond plaats in 1969, dus wordt dit jaar de 40ste editie georganiseerd. Vandaag, zaterdag 2 mei, was er de eerste dag. Wij kozen voor de grootste afstand, 42 kilometer.
    De trein zette ons iets voor acht uur af aan het station, waarna we ons naar het marktplein begaven om ons in te schrijven. Ondertussen was het startschot al gegeven. Na de nodige formaliteiten konden ook wij aan onze wandeldag beginnen. Enkele, nog toeristenloze stadstraten leidden ons meteen via het casino naar de zeedijk. Even verder mochten we de pier opdraaien. Van 1873 tot 1883 werden verschillende voorstellen gedaan om een pier te bouwen, deze werden door het stadsbestuur allemaal geweigerd. Tot in 1889 een vierde voorstel toch de toestemming verkreeg en er in februari 1894 begonnen werd met de aanleg. Tijdens de eerste wereldoorlog werd de pier, in art-nouveaustijl, afgebrand. Na de oorlog werd ze terug opgebouwd en, door een ongehoorzame Duitse sergeant, bleef ze onbeschadigd in de tweede wereldoorlog. In de jaren '80 werd de pier weer bedreigd, toen betonrot werd vastgesteld. Pas vanaf 1999 werd het staketsel gerenoveerd.
    Nadat we aan het einde van de pier een gaatje in onze controlekaart hadden laten knippen, keerden we terug naar de zeedijk om naar het eerste stuk natuur te stappen. Een met duinzand overspoeld betonwegje leidde ons door het natuurgebied De Fonteintjes. Dit zijn een serie van deels kunstmatige, deels natuurlijke duinplassen, duinrietlanden en duinstruwelen gelegen langs een 4 kilometer lange strook tussen de duinengordel en de kustbaan van Zeebrugge tot Blankenberge. Langs de rand van een vijver bereikten we de kustbaan die we mochten dwarsen om Zeebrugge binnen te wandelen. De bebouwing bereikten we niet, want even verder draaiden we al af, het provinciaal domein Het Zeebos in. Dit bos werd enkele jaren geleden aangeplant als buffer tegen de haven van Zeebrugge. Hier kregen we, in ruil voor een bon, een peperkoek aangeboden. Dwars door het bos stapten we naar een brede weg die we even volgden om vervolgens via rustige, landelijke polderwegen verder te stappen. Onderweg passeerden we een verkooppunt, met allerlei koffiekoeken. Deze lieten we liggen om even verder de splitsing voor de 14 kilometer voorbij te stappen. Nu bereikten we al snel het volgende dorp, Lissewege. We dwarstten de drukke Zeebruggelaan en lieten onze controlekaart voor de tweede maal zien.
    Nu stapten we naar een spoorovergang die ons alweer ophield. Als we uiteindelijk konden doorstappen, bereikten we het centrum van Lissewege. Het witte dorp werd waarschijnlijk voor het eerst bewoond in de 10de eeuw, toen grote kudden schapen werden gefokt op het schorrengebied. Lissewege was een tussenstation voor bedevaarders uit het noorden, die op weg waren naar Santiago de Compostela. Ze konden overnachten en een maaltijd gebruiken in het St.-Jakobshuis, dat nog altijd bestaat. We wandelden via een smal paadje langs het Lisseweegs Vaartje, een oude, van oorsprong natuurlijke waterweg tussen Brugge en de Noordzee. Dit vaartje ontstond door twee vaartjes te verbinden met elkaar, de "olievliet" tussen Lissewege en de zee, en de "Lissewegeree" tussen Ter Doest en Brugge. Eens we het smalle paadje verlaten hadden, wandelden we door een wijkje terug naar de spoorweg. Via een leuk graspad liepen we parallel aan deze spoorweg naar een weidedoorsteek. Deze zette ons af op de Ter Doest-dreef die ons naar de voormalige abdij Ter Doest leidde. Deze abdij werd gesticht in 1106 door Benidictijnen en in 1175 overgenomen door Cisterciënzers, afkomstig van de O.-L.-V.-Ten Duinenabdij in Koksijde. Hier maakten we een kort lusje en wandelden door de tiendschuur, die gebouwd werd in 1250 en het enige, nog resterende abdijgebouw is. Via de eerder bewandelde Ter Doest-dreef keerden we nu op onze stappen terug en stapten richting het Boudewijnkanaal. We wandelden op zanderige paden op een dijk die boven de omliggende velden uitsteekt, om na een tijdje toch de kanaaloevers te bereiken. Het Boudewijnkanaal is een 12 kilometer lang kanaal die de Zeebrugse voorhaven verbindt met de Brugse binnenhaven. Het werd gegraven van 1896 tot 1905 en kan bevaren worden door schepen tot 2000 ton. We dwarsten dit kanaal via de drukke Herdersbrug om even verder Dudzele binnen te stappen. Dudzele is een polderdorp ten noorden van Brugge die vooral opvalt door St.-Pietersbandenkerk. Los van deze kerk staat er immers een Romaanse toren. Dit is een restant van de kerk die er in de 12de eeuw werd gebouwd. Ze werd gesloopt in 1634. Na een gratis aangeboden appeltje volgden we rustige polderwegen, die tijdens zo'n massaevenement toch best leuk zijn. Stilaan schoven we op richting Damme. Via een drukkere weg stapten we recht op het stadje af. We draaiden echter iets vroeger af, de oude stadswallen op. In het begin van de zeventiende eeuw werd Damme tijdens de Tachtigjarige oorlog door de Spaanse bezetter uitgebouwd als garnizoenstad. Dit gebeurde in de vorm van een zevenster met wallen en een dubbele gracht. De korte rondleiding zette ons af aan de Damse Vaart die we al snel terug achter ons lieten om naar de Romboutswervedijk te stappen, waar we nog eens mochten prikken.
    We vervolgden onze weg over de Romboutswervedijk, voorbij het gelijknamige natuurgebied. Het asfaltweggetje veranderde eerst in een kasseiweg om vervolgens een grindbaantje te worden en ons aan het bedreigde Schipdonkkanaal af te zetten. We volgden even de oevers om aan de Siphon uit te komen. Vroeger werden het Schipdonk-en Leopoldkanaal hier via een siphon onder de Damse Vaart doorgeleid. Deze werd echter in 1940 vernietigd. Nu lopen de twee parallele kanalen door en wordt de Damse Vaart hier onderbroken. We dwarsten de twee kanalen, ook wel gekend als de Stinker en de Blinker,om via een grindpad richting Oostkerke te trekken. Het Leopoldkanaal of Blinker voert proper water af van de Meetjeslandse polder, het Schipdonkanaal leidt een deel van het Leiewater (die vroeger soms door de vlasroterij stonk) af om Gent van overstromingen te behoeden. Vooraleer het dorpje binnen te stappen, passeerden we aan het Kasteel van Oostkerke. Een eerste vermelding van een versterking (bakstenen woontoren) in Oostkerke dateert van rond 1300.  Van een "hof" is voor het eerst sprake in 1358 en het huidige kasteel is een restant van het 14e eeuwse kasteel dat hier stond.  Het bestond uit een opper- en een nederhof die allebei ommuurd en door een walgracht omringd waren.  Beide hoven waren bovendien beschermd door ronde hoektorens, wat nog duidelijk te zien is in de tuin.  In Oostkerke was de volgende knipcontrole voorzien, aan de ingang van een gezellig restaurant. Hier kon een croque-monsieur perfect dienen als middagmaal.
    Hier bevonden we ons op het keerpunt van de tocht. Enkele polderweggetjes leidden ons al snel naar het Leopoldkanaal, die we volgden onderaan de dijk. Een brug zette ons opnieuw over de twee kanalen en langs het Schipdonkkanaal vervolgden we onze weg. Deze leidde ons even verder naar de Zwinpolder. We stapten nu langs de Ronselaerebeek om via de rustige polderwegen naar Dudzele terug te keren. Even stapten we tussen een grote gasinstallatie. Uiteindelijk bracht een lange, brede weg ons recht naar het centrum, waar we een tweede appeltje konden meenemen. Eens we de kerk voorbij gestapt waren, volgde een heel eind dubbelwandelen over de Herdersbrug en langs het Boudewijnkanaal. We bleven een heel eind langs dit kanaal wandelen totdat enkele dolomietpaadjes ons afzetten in onder de kerktoren van Lissewege voor een volgende controle.
    Hier lieten we een gratis torenbezoek niet aan ons voorbij gaan. Een smal draaitrap leidde ons tot op de top van de 50 meter hoge kerktoren, van waarop we een schitterend panorama hadden op de omgeving. (Voor wie wil meegenieten, klik hier voor het filmpje.) Eens we terug beneden zijn geraakt, zetten we onze weg verder. Via de spoorwegovergang die we ook tijdens de eerste doortocht in Lissewege dwarsten,werden we opnieuw naar de drukke Zeebruggelaan geleid om deze te dwarsen. Door een wijkje stapten we naar een volgende bevoorrading, om vervolgens via polderwegen naar een hoeve te stappen, die we bereikten na het dwarsen van een spoorweg en een drukke weg, die laatste met behulp van de politie. In de hoeve mochten we nog eens onze controlekaart uithalen.
    De steeds drukker wordende polderstraatjes brachten ons amper een tweetal kilometer verder naar de rand van de Uitkerkse polder, waar de sfeervolle feesttent staat. Ook hier maakten we een filmpje, klik hier. Nadat we nog een bonnetje hadden ingewisseld werden we tussen de huizen door, van Uitkerke naar Blankenberge geleid. Waar we op de markt de aankomst vonden van de eerste dag na uiteindelijk ruim 44 kilometer. Morgen volgt dag 2.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!



    Categorie:Wandelverslag
    02-05-2009, 23:39 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (1)
    29-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Diksmuide
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Door de Westhoek stroomt, in een wijde boog, de rivier de Ijzer. De totale lengte van de rivier bedraagt 78 kilometer, waarvan 45 in België. De Ijzer ontspringt in Noord-Frankrijk en heeft twee officiële bronnen, te Buysscheure en Lederzeele ten westen van Cassel. De rivier maakte, tijdens de eerste wereldoorlog, deel uit van de frontlinie. Aan weerszijden zatten de legers ingegraven in loopgravenstelsels. Een restant hiervan is de Dodengang.
    Een ander herdenkingsmonument is de Ijzertoren. De toren werd ingewijd op 24 augustus 1930 en is met zijn 84 meter het grootste vredesmonument van Europa. De oorspronkelijke toren werd in de nacht van 15 op 16 maart 1946 gedynamiteerd en verwoest. Enkele jaren later werd de huidige, veel hogere toren gebouwd. Met de brokstukken van de oude toren werd in 1950 de Paxpoort of Poort van de Vrede gebouwd. Op de Ijzertoren staan de letters AVV VVK afgebeeld, dit betekent Alles Voor Vlaanderen Vlaanderen Voor Kristus. Ook staat er in de vier talen van de strijdende partijen afgebeeld: Nooit Meer Oorlog. In 1992 werd het geheel geklasseerd als beschermd monument.
    Diksmuide ontstond in de 9de eeuw aan de monding van de Handzamevaart met de Ijzer. Dicasmutha betekent dan ook dijk aan de monding. De nederzetting groeide uit tot een havenstad aan de Ijzer, waar vooral zuivel-en lakenhandel belangrijk waren. Na het verlies in de Slag van Kassel, begon voor Diksmuide een donkere periode. In de 15de eeuw kwijnde de lakennijverheid, in de tweede helft van de 17de eeuw was het stadje het toneel van oorlog en beleg. De 18de en 19de eeuw waren dan weer rustige periodes, totdat in oktober 1914 Diksmuide aan de frontlinie van de eerste wereldoorlog kwam te liggen en in vier lange jaren van bombardementen volledig verwoest werd.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!



    Categorie:West-Vlaanderen in beeld
    29-04-2009, 21:29 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (0)
    26-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Parel van Groot-Jabbeke-Zerkegem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Zerkegem is een deelgemeente van Jabbeke en gelegen op de grens tussen de polders en de zandstreek. Van alle deelgemeenten van Jabbeke is de naam van Zerkegem de oudste die in documenten werd teruggevonden. Reeds in 765 komt de naam 'Sirigoheim' voor. Hier organiseerden de Rustige Bosstappers hun wandeltocht Parel van Groot-Jabbeke. Wij wandelden er 31 kilometer.
    Na het verlaten van de startzaal werden we via een smal grindpaadje langs een boomkwekerij geleid naar een lange dreef, met de toepasselijke naam De Lange Dreef. Deze nam ons mee naar een brede weg die we slechts heel even volgden om even verder de Maskobossen in te draaien. De Maskobossen is een verzamelnaam voor drie kleinere bosjes die samen 11 hectare groot zijn. Een van de bosjes draagt de gruwelijke naam Moordenaarsbos. De naam verwijst naar een dubbele moord in de pastorie van Zerkegem in 1813. Daar werden de pastoor en zijn dienstbode vermoord. De bevolking verdacht onmiddellijk het Franse leger die in een bos gelegerd was, vandaar de naam Moordenaarsbos. De leuke bospaden slingerden zich een weg tussen de bomen, om alle drie de bosjes te bewandelen. Uiteindelijk bereikten we een rustige weg die ons terug voerden naar Zerkegem. Via enkele wijkstraten wandelden we snel voorbij het centrum om via landelijke wegen en een smal paadje richting de grens met Roksem te wandelen. Hier vonden we het natuurgebied De Hoge Dijken. Dit natuurgebied is ontstaan rond een grote, achtvormige vijver die in de jaren zeventig werd uitgegraven voor het verlengen van de E40 van Jabbeke naar Veurne en Frankrijk. Een tijd deed de vijver dienst voor watersportrecreatie tot in 1986 werd beslist om er een natuureducatief gebied rond te maken. Na een ruime omzwerving rond de bomenrijke oevers werden we via een parking naar de eerste controle gestuurd in een schrijnwerkerij te Ettelgem. Later zou blijken dat we hier het mooiste al achter de rug hadden.
    Na de controle werden we over de autosnelweg gestuurd om via rustige polderwegen verder te stappen. Een voor een vielen de kortere afstanden af, terwijl we steeds dichter bij Oudenburg kwamen. Het kleine stadje is ontstaan uit een Romeinse vestiging. Tussen 180 en 250 N.C. bouwden de Romeinen een castellum en werd de burgerlijke nederzetting verbouwd tot een militaire vestiging. Dankzij de lakenindustrie speelde Oudenburg ook in de Middeleeuwen een belangrijke rol. Via een wandelpaadje bij het Oudenburgs Vaartje stapten we langs de abdijhoeve Oudenburg binnen. Dit is nog een restant van de oude St.-Pietersabdij die in 1084 werd gesticht. Over het Marktplein stapten we richting sportvelden om vervolgens enkele wijkstraten te volgen naar de autosnelweg waar we onderdoor stapten. Aan de andere kant bereikten we onmiddellijk Ettelgem. Ettelgem, een deelgemeente van Oudenburg, is door lintbebouwing verbonden met Oudenburg. Enkel de autosnelweg ligt er tussen. Tussen de huizen stapten we richting het oude Romaans kerkje. De oorsprong van dit kerkje gaat terug tot een houten kerkje uit het begin van de 11de eeuw. Sinds 1911 doet het geen dienst meer als bidplaats. Na nog enkele wijkstraatjes gevolgd te hebben, bereikten we opnieuw de schrijnwerkerij voor de volgende controle.
    Na de controle werden we via rustige wegen tussen de weiden gestuurd naar De Witte Molen. In de eerste helft van de 17de eeuw werd hier een eerste houten staakmolen gebouwd. De huidige stenen bergmolen kwam er in 1843. Hiervoor gebruikte men onderdelen van de oude houten molen. De ongeveer 24 meter hoge windmolen deed dienst als koren-en oliemolen. Na de passage aan deze molen nam een weg met overvloedig bloeiende kerselaars ons mee naar het centrum van Bekegem waar we in het plaatselijke schooltje onze derde controle vonden. Hier konden we ons, bij de inschrijving gekregen, bonnetje inruilen voor een gratis koffie of cola.
    Van hieruit werden we op weg gestuurd voor een lusje. Na de splitsing wandelden we Bekegem uit en werden we een lange dreef opgestuurd. Eens we deze achter ons gelaten hadden, werden we opnieuw over rustige plattelandswegen gestuurd op weg terug richting Bekegem. Het kleine boerendorpje is een deelgemeente van Ichtegem en behoorde tijdens het Ancien Regime bij het Ambacht Gistel. Via een lange tweevaksbaan bereikten we terug het centrum met het kleine kerkje. De St.-Amanduskerk is een laat-gotische kerk, die in de 17de eeuw werd gebouwd. Even voorbij de kerk lag het schooltje en de bijhorende controlepost.
    Na het stukje dubbelwandelen tot aan de splitsing, werden we een grindpad opgestuurd. Deze nam ons mee tot aan een lang graspad die tussen de velden naar een bosje leidde. In het bos volgden we een tijdje de leuke bospaden die ons afzetten aan een weidedoorsteek. Na dit leuke stukje volgden we opnieuw rustige wegen langs enkele vijvers op weg naar Zerkegem. Een grasveld leidde ons naar het voetbalveld waar we rond mochten wandelen. Nog even een smal paadje en we bereikten de aankomst.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

    Categorie:Wandelverslag
    26-04-2009, 19:01 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (1)
    23-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ierse Vredespark
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Aan de zuidelijke rand van het centrum van Mesen, ligt het Ierse Vredespark. Het park werd aangelegd van juli tot november 1998 door jongeren uit Noord-Ierland en uit de Ierse republiek, als een symbool van vrede en verzoening. Het werd opgericht ter herdenking van alle Ierse soldaten die streden en hun leven lieten tijdens de eerste wereldoorlog. In het park staat een ongeveer 34 meter hoge toren die vervaardigd is in ruwsteen afkomstig van een oude legerbarak uit Tipperary.  De vorm van de toren is hetzelfde zoals de Middeleeuwse Ierse torens zoals ze door de Kelten werden gebouwd. De toren is zo geconstrueerd dat het interieur, op het 11de uur van de 11de dag van de 11de maand (wapenstilstand), door de zon verlicht wordt. In de toren liggen registers met daarin de namen van 49.000 Ierse soldaten. Rond de toren ligt het vredespark. Naast het toegangspad naar de toren liggen negen stenen waarop gedichten of brieven van Ierse soldaten zijn gegraveerd. Even verder staan er drie zuilen met het aantal gewonden, gesneuvelden en vermisten per divisie. Voorbij de toren leiden enkele houten klappoortjes naar een houten brug over een vijvertje.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

    Categorie:West-Vlaanderen in beeld
    23-04-2009, 21:42 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (2)
    19-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mattentaartentocht-Geraardsbergen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Voor de tweede keer dit jaar trokken we, met de trein, richting Geraardsbergen. Dit maal organiseerden de Padstappers er hun 26ste Mattentaartentocht. Een mattentaart is een gebak die bereid wordt op basis van verzuurde melk. Het is een erkend Geraardsbergs streekproduct sinds 2007. Wij wandelden er de 42 kilometer.
    In ruil voor onze inschrijfkaart kregen we, bij het verlaten van de startzaal, een halve mattentaart aangeboden die we smakelijk verorberden terwijl we op weg gingen. Nadat we een tijdje een grote weg gevolgd hadden, werden we een eerste leuk, onverhard paadje opgestuurd. Even verder liep dit paadje door een spoorwegtunneltje naar een bosje tussen twee spoorwegen. Door dit kleine bosje wandelden we naar de oevers van de Dender. Deze rivier ontstaat te Aat en mondt 65 kilometer verder uit in de Schelde. We volgden de boorden tot aan de Majoor Van Lierdebrug, waar we afdraaiden naar Overboelare. Na onder de spoorweg van daarnet gestapt te zijn, passeerden we de kerk. Een eindje verder wandelden we de Plankweg in, een smal paadje langs heel wat achtertuinen. Dit paadje zette ons af aan een spoorwegovergang. Aan de andere kant van de sporen bewandelden we nu een prachtig stuk natuur met afwisselend bossen en weidegronden. De onverharde paden brachten ons opnieuw naar de boorden van de Dender. Nu volgden we een heel eindje het verharde weggetje langs de oever. Als we de grens met Wallonië dwarsen, werd het weggetje een onverhard pad. Nog wat verder draaiden we van de rivier weg en namen we enkele smalle grindpaadjes om naar de controle te stappen in Deux-Acren.
    Hier werden we al meteen alleen weggestuurd voor een apart lusje. Aanvankelijk bleef het lusje nog binnen de beklemming van de huizen van Deux-Acren. Deze gemeente ontstond in 1804 toen de twee gemeentes Acren-Saint-Martin en Acren-Saint-Géréon fusioneerden, vandaar de naam. In 1977 werd Deux-Acren een deelgemeente van Lessines. Nadat we na een heel eind tussen de huizen een brede baan dwarsten, nam een holle weg ons mee naar een plateau. Boven op dit plateau kregen we een lange veldweg tussen de weides voorgeschoteld. Op een schitterende manier wandelden we nu naar een volgende brede baan, die we slechts even volgden. Want de pijltjes wezen een grasvlakte in waar elektriciteitspalen een leidraad vormden. We klommen licht op door deze weide tot bij een kapel, waarna we weer een kort stuk verhard volgden. Even verder draaiden we een veldweg in die ons traag van het plateau liet afdalen tot we opnieuw een weg mochten dwarsen. Een ellenlang stuk kasseien werd ons nu voor de voeten geschoven. De bonkige kinderkopjes leidden ons naar, nog maar eens, een lang stuk onverhard die ons terug afzette aan de rand van Deux-Acren. Nog even onder de spoorwegtunnel van het station door en we konden onze controlekaart voor de tweede maal laten afstempelen.    
    Na de controle volgden we een smal paadje die ons onder de kerk afzette. Deze is de oude parochiekerk van Acren-Saint-Martain. Een volgend smal paadje langs een begroeide muur leidde ons nu terug naar de Dender. Heel even volgden we deze tot een sluizencomplex ons aan de overkant hielp. Hier stroomde de Mark in de Dender. De Mark is een 26 kilometer lange bijrivier van de Dender en ontspringt op de grens tussen deHenegouwse gemeentes Opzullik en Edingen. Het stroomt vervolgens door Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen naar de monding in Deux-Acren. De naam van het riviertje wijst er ook op dat het door een oud grensgebied stroomt, marka betekent een grens. Wat volgde was zeker een van de hoogtepunten van de tocht. We bewandelden nu de paden van het natuurgebied de Rietbeemd. De, soms heel erg, zompige paden lieten weinig wandelaars ongeschonden. Af en toe kwam de Mark ons vergezellen om ons wat later terug alleen te laten. Nadat we het riviertje via een smal bruggetje waren overgestoken, bleef het natuurgebied zich van zijn mooiste en modderigste kant zien. Als we uiteindelijk aan een weggetje kwamen, volgden we deze tot aan de volgende controle in een verbouwde hoeve die dienst doet als bezoekerscentrum.
    Na een kort ommetje wandelden we opnieuw naar het natuurreservaat. In 1987 begonnen enkele mensen met de bescherming van dit gebied. Het reservaat ligt deels in Wallonië, deels in Vlaanderen. Ondertussen wordt het beheerd door Natuurpunt. Opnieuw kregen we een schitterende doortocht door het gebied voorgeschoteld. Nu volgden we langere tijd de Mark die ons begeleidde naar enkele weidedoorsteken waarna we het natuurgebied definitief moesten verlaten. Een lange weg, vals plat liet ons nu richting Moerbeke stappen. Uiteindelijk nam een smal paadje het over en stuurde ons naar een volgende spoorwegovergang. Even verder stapten we dwars over een akker om nog enkele stukken natuurpaden voorgeschoteld te krijgen vooraleer naar de volgende controle te stappen.
    Als we onze controlekaart afgestempeld hadden, mochten we een lusje gaan stappen. Dit lusje begon aanvankelijk met wat wijkstraten die ons richting Atembeke stuurden. Even voorbij dit gehucht bij Moerbeke werden we het Karkoolbos ingestuurd voor een avontuurlijke trek door het bos. Het Karkoolbos is een 20 hectare groot hellingbos, waarin zich verschillende bronbeken bevinden. De vettige bospaden die we volgden, waren op heel wat plaatsen versperd door omgevallen of omgehakte bomen, waardoor we af en toe over boomstronken mochten klimmen. De steeds steiler wordende bospaden brachten ons op een prachtige manier naar een open landbouwvlakte bovenaan de heuvelrug waartegen het bos groeit. Heel even wandelden we op deze heuvelrug om al spoedig aan de afdaling te kunnen beginnen. Deze namen we via het Kluysbos, een 64 hectare groot hellingbos. Het bleef genieten tijdens de lange afdaling, tussen de vele voorjaarsbloemen die de bossen nu versieren. Eens beneden volgden nog wat smalle paadjes, waarvan een dwars over een akker, om terug te stappen richting Moerbeke waar we dit lusje afsloten met nog wat wijkstraatjes.
    Nog een kleine 11 kilometer hadden we hier af te leggen. Nadat we Moerbeke verlaten hadden, werden we via heel wat onverharde paadjes richting Hoge Buizemont gestuurd. Een steil, smal pad liet ons snel van de heuvelrug afdalen naar een volgend stuk onverhard waarvoor een hele rij wandelaars stonden aan te schuiven. Blijkbaar was even verder een buggy vast geraakt in het nauwe paadje. Gelukkig duurde het oponthoud niet te lang en konden we onze weg vervolgen. Na het dwarsen van een brede baan volgden we nu de Pelgrimsweg die ons naar een lange opeenvolging van trappen bracht. Eens deze overwonnen te hebben, konden we ons beginnen opmaken voor een volgende zware beklimming. De beruchte Muur van Geraardsbergen lag op ons te wachten. We klommen via de steile helling tot op de top van de Kapelmuur waarna we konden beginnen aan de steile afdaling. Via enkele smalle wegeltjes stapten we naar het Abdijpark en aansluitend door de St.-Adriaansabdij om even verder de laatste controle te bereiken.
    Het afsluitende ommetje leidde ons voorbij de oude Karmelietenkerk naar de drukke N42 aan de kerk van Nederboelare. Even volgden we de drukke weg om vervolgens via een laatste stuk onverhard een ruime boog te maken rond een voetbalveld. Via een betonwegje voor fietsers en wandelaars keerden we nu al snel terug naar Geraardsbergen naar de aankomst van een schitterende wandeldag.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!



    Categorie:Wandelverslag
    19-04-2009, 00:00 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (1)
    18-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.3daagse Kaaswandeltocht-Beselare
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Na enkele jaren vanuit Zonnebeke gestart te zijn, wordt de 3daagse Kaaswandeltocht van de Drevetrotters opnieuw vanuit Beselare georganiseerd. De 50 en 60 kilometer op de tweede dag maken deel uit van de Super 7. De heksenparochie Beselare is een kleine deelgemeente van Zonnebeke en is gelegen op een heuvelrug, een uitloper van het West-Vlaamse Heuvelland. De naam Beselare zou afkomstig zijn van een benaming voor een bosweide, een laar. Wij wandelden de 60 kilometer.
    Na het verlaten van de startzaal werden we rond de kerk gestuurd. De huidige St.-Martinuskerk werd gebouwd tussen 1922 en 1925 in neogotische stijl. Na het dwarsen van een drukke baan, passeerden we het bronzen heksenstandbeeld. We vervolgden onze weg door een wijk naar enkele onverharde paden. Deze maken deel uit van het Heksenpad, een provinciaal wandelpad. We wandelden zo op een leuke manier, door de ochtendmist, naar het Polygoonbos. Het Polygoonbos of Doelbos is, na het Zoniënwoud, het oudste domeinbos van België. Het is zo'n 68 hectare groot. De, soms modderige, bospaden leidden ons door het bos tot tegen de autosnelweg die we dwarsten. De pijlen stuurden ons nu de Nonnebossen in, een bos met heel wat woningen. Nadat we deze achter ons gelaten hadden, wandelden we naar de eerste controle aan de rand van het Bellewaerdepark in een garage.
    Na het afstempelen van onze controlekaart, stapten we verder voorbij de toegangspoort van het pretpark naar het Drieblotenbos.  Via een lange grindweg stapten we naar een slagboom aan de ingang van het bos. Dit bos is een onderdeel van de Gasthuisbossen en ook wel bekend als het Hogebos. Een lange, rechte dreef bracht ons door het bos naar een rustige weg die we al snel terug inruilden voor een volgend stuk onverhard. Deze leuke veldweg nam ons mee naar het Groenenburgbos, eveneens een deel van de Gasthuisbossen. De eerste verkenning van dit bos leidde ons recht naar enkele draaipoortjes. Nadat we een eerste weide doorkruist hadden, dwarsten we een weggetje en betraden een volgende weide. In deze weide stonden enkele koeien ons verbaasd aan te kijken. Gelukkig lieten ze ons rustig passeren en konden we onze weg verderzetten richting Hill 60. De 60 meter hoge heuvel, die ontstaan is bij het uitgraven van de spoorwegbedding in de heuvelrug, wandelden we snel voorbij en aan de andere kant van de spoorweg draaiden we De Vierlingen in. Het domein De Vierlingen is een deel van het provinciaal domein De Palingbeek en bestaat uit 2 delen: enerzijds een natuurgebied, anderzijds parkbos met cascadevijvers. Het domein werd vroeger door de Franse eigenaars gebruikt als jachtgebied. We wandelden op rond de Caterpillar Crater, een reusachtig bomkrater uit de eerste wereldoorlog en wandelden vervolgens via de mooie bospaden langs de vele cascadevijvers. Een pad tussen twee weides bracht ons nu naar een weg die we volgden richting de Palingbeek. Deze lieten we rechts liggen en we stapten verder via rustige wegen naar Hollebeke waar we, na 16 kilometer, ook onze tweede controle vonden.
    Hier werden we later op de tocht nog eens terug verwacht. Maar eerst werden we via rustige, golvende wegen gestuurd door het dal van de Wambeek. Voor ons schoven de groepjes wandelaars verder naar het, door een mistige waas, nauwelijks zichtbare Mesen. We klommen terug uit het dal en passeerden een oude, vervallen fabriek. Nog enkele straatjes in het centrum van het kleinste stadje van België scheidden ons van de volgende controle in het ontmoetingscentrum.
    Na de controle werden de 50 en 60 kilometer gesplitst. Terwijl de kortere afstand terugkeerde, werden wij weggestuurd voor een ruime lus. Onder de St.-Niklaaskerk door daalden we opnieuw af naar een beekvallei. Deze keer was het de Douvebeek die we dwarsten. Via verharde wegen, de een al drukker dan de andere, gingen we verder totdat een aardig graspad het even overnam. In de weides waar we naast wandelden, lag in 1914 de frontlinie. Rond Kerstmis van dat jaar legden beide kampen een week lang de wapens neer en verbroederden met de tegenstanders. Er werden zelfs souvenirs en sigaretten uitgewisseld. Na een week keerden de soldaten terug naar hun loopgraven en vochten verder. Een eindje verder draaiden we van de plateau, waarop we wandelden, af en daalden naar het Bois du Gheer. Eerst volgden we hier nog een lang pad langs de rand om uiteindelijk een ommetje door het bos te maken. Uiteindelijk kwamen we aan een brede weg in de buurt van het Ploegsteert Memorial, waar we na het dwarsen van de weg, een wagenrust hadden met een gratis drankje. We bevonden ons hier precies halfweg.
    Even voorbij deze wagenrust werden we het Bois de la Hutte ingestuurd waar we een zware modderklim voorgeschoteld kregen. Eens we de top bereikten, namen lange, ook al modderige brokkenpaden ons terug mee door de Douvevallei tot aan de rand van Mesen. Via een weggetje klommen we de heuvelrug terug op om door het prachtige Ierse Vredespark te stappen. Na het verlaten van het monument ter herinnering aan de vele Ierse slachtoffers van de eerste wereldoorlog, dwarsten we een brede baan en bewandelden we een lang graspad die ons terug bracht naar de controle in Mesen.
    Na het buitenwandelen van Mesen kregen we, net als het stuk tussen Hollebeke en Mesen, golvende wegen door de vallei van de Wambeek voorgeschoteld. Zo passeerden we een oud schoolgebouwtje temidden de velden en kregen we leuke vergezichten op de Palingbeek. Bij het aansnijden van de laatste klim voor de controle begon het vele klimmen en dalen zijn tol te eisen. We waren dan ook al 40 kilometer ver.
    Nadat we na de controle een tijdje een brede baan gevolgd hadden, werden we het kleine, maar prachtige natuurreservaat De Oude Vaart ingeleid. Net als de Palingbeek is dit gebied een restant van de mislukte pogingen om een vaart te graven tussen Ieper en Komen. In dit gebied werd, na de mislukkingen, weinig of geen beheer toegepast, wat er voor gezorgd heeft dat de natuur de oevers van de vaart ingenomen hebben. Een smal, schuin liggend paadje stuurde ons een tijdje langs de oude waterloop, totdat we terug aan de ingang van de Palingbeek kwamen. Nu moesten we een eindje dubbelwandelen naar een brugje onder de spoorweg tussen Ieper en Kortrijk. We konden nu beginnen aan een traag oplopende, maar lastige klim totdat een houten brugje ons het Papenelst in stuurde. Dit bos is het kleinste deel van de Gasthuisbossen met zijn 12 hectare. De leuke bospaden lieten ons eerst afdalen tot tegen de eerder vernoemde spoorweg om vervolgens terug te gaan opklimmen naar een drukke weg. Na het dwarsen van deze weg konden we beginnen aan de tweede en langere verkenning van het Groenenburgbos. Ergens halverwege deze bosverkenning vonden we onze voorlaatste controle in een boerderijschuur.
    Na de controle zetten we de verkenning van het bos verder om uiteindelijk Passendaleveld te bereiken. Het glooiende weidelandschap begeleidde ons naar een volgende en laatste bosdomein, domein Godtschalk. Hier kregen we bijwijlen zompige bospaden voor de voeten geschoven in een leuke lus door het domein. Ondertussen zorgden de speakers van de wielerwedstrijd te Geluveld voor de nodige begeleiding. Een smal, onverhard paadje zette ons af aan een brede baan die we dwarsten. Nog even volgden we wat straatjes in Geluveld om onze laatste controle te bereiken. Nog 5,5 kilometer scheidden ons van de aankomst.
    We wandelden via een herdenkingsmonument van de eerste wereldoorlog naar een brede baan die we even moesten volgen. Na het verlaten van deze weg nam een lang stuk onverhard ons mee en bracht ons naar de autosnelweg. Deze autosnelweg, tussen Ieper en Kortrijk, mochten we oversteken via het afrittencomplex. Aan de andere kant wandelden we voorbij de serres van een groothandel in tuinplanten om een eindje de autosnelweg te volgen. Nu volgden nog enkele kerkwegels die ons naar de rand van Beselare voerden, waar we door een wijkje wandelden om zo de aankomst te bereiken van een leuke, afwisselende tocht door de Ieperboog.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!



    Categorie:Wandelverslag
    18-04-2009, 23:03 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (1)
    14-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hellegat en Kotje Piepers
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Op de noordelijke en westelijke flanken van de Rodeberg, in Heuvelland, ligt het Hellegatbos. De naam van dit bosdomein verwijst naar de diepe ravijn die de steile heuvelflank, waarop het bos groeit, vormt. Het gat in de helle, helle betekent heuvel. Het niveauverschil in dit bos bedraagt ongeveer 80 meter. Reeds in 1912 kocht de Belgische staat 10 hectare van het bos op de flank van de Rodeberg en de Baneberg. Met deze aankoop werd tegelijk het eerste staatsbos geboren. Dit tot grote vreugde van de toenmalige burgemeesters van Loker en Westouter. De dreiging van de vorige eigenaar om het ganse bos kaal te kappen zou wel heel nadelig voor het toerisme in Heuvelland zijn geweest. De redding was echter van korte duur want amper twee jaar later brak de eerste wereldoorlog uit waarbij de ganse streek met de grond gelijk gemaakt werd. Na de oorlog werd het bos opnieuw aangeplant. Het Hellegat is ook de naam van een steile trap die in het bos werd aangelegd.
    Het Kotje Piepersbos grenst aan het Hellegatbos en werd al in 1953 aangekocht door het toenmalige gemeentebestuur van Westouter. Het bos dankt zijn naam aan de dorpsfiguur Cyriel Vanuxem, beter bekend als Kotje Piepers. Voor je het bos in mocht, moest je hem immers eerst een 'pieper' of kus geven. Zoals vele andere inwoners uit de regio hadden Kotje Piepers en zijn vrouw Maria Lenoir het niet echt breed. Om een beetje geld in het laatje te brengen, smokkelde Maria boter over de Schreve. Ze maakte zakken in haar wijde rok waarin ze pakjes boter stak. In de zomer liep er echter soms één en ander mis als de boter begon te smelten: vandaar haar bijnaam Marietje Beuterbille.
    Sedert 26 april 2005 is 14 hectare van het Hellegatbos (en het Kotje Piepersbos) officieel erkend als bosreservaat.
    Klik op de foto voor meer foto's!!!

    Categorie:West-Vlaanderen in beeld
    14-04-2009, 20:52 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (4)
    12-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Globetrotterstocht-Brugge
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vandaag organiseerden de Brugse Globetrotters hun wisselbekertocht. De startzaal was gelegen in de ruime refter van het KTA in St.-Michiels. St.-Michiels bevindt zich op een oud Karolingisch domein "Weinebrugge", dat was afgesplitst van het oorspronkelijke koninklijke domein van Snellegem. Eind 18de eeuw is de gemeente St.-Michiels ontstaan en is blijven bestaan tot het in 1971 fusioneerde met Brugge. We kozen voor het parcours van 32 kilometer.
    Na de start nam een lang wandel-en fietspad ons op sleeptouw richting het Boudewijn Seapark. Het thema-en attractiepark, die naar koning Boudewijn genoemd werd, bevat het enige dolfinarium van België en tevens een van de modernste van Europa. We wandelden over de parking van het pretpark naar een volgend wandel-en fietspad. Even verder draaiden we enkele verrassende bospaadjes in die ons eventjes een ommetje lieten bewandelen. Een villadomein, die eigendom is van de Vlaamse gemeenschap, bood ons even nog wat bospaden om vervolgens via enkele wijkstraten naar de Koning Albert I-Laan die we dwarsten. Nog enkele wijkstraten brachten ons naar het reusachtige nieuwbouwcomplex van de KHBO, waar de eerste controle gevestigd was.
    Daarna werden we over de, ook al nieuwe, tunnel in de Expressweg gestuurd. Aan de andere kant vonden we opnieuw de typische buitenwijken rond Brugge. Na een tijdje huisjes kijken, kwamen we aan de rand van het Tillegembos. Eindelijk namen de bospaden het parcours in handen en konden we een tijdje slalommen tussen de bomen. Na het slalomgedeelte volgden we de brede dreven door het bosdomein om naar de uitgang te stappen. Opnieuw konden we door een wijk wandelen tot aan een tunneltje onder de autosnelweg E40 die ons afzette aan het Lac van Loppem. De verharde wegen ruilden we een eindje verder in voor een grindpad die ons langs de Priorij van O.-L.-V. van Bethanie leidde. Deze bereikten we echter pas na een ommetje richting Loppem. In 1924 werd gestart met de bouw van de priorij, die onderdak bood voor de vrouwelijke tak van de nabijgelegen abdij van Zevenkerken. In deze priorij vonden we ook onze tweede controle.
    Van hieruit werden we weggestuurd voor een lusje. Eerst enkele leuke bospaden op de domein van de priorij om vervolgens aan de rand van een weide met een grote vijver stapten we naar de Torhoutsesteenweg. Na het dwarsen van deze drukke weg wandelden we het domein van de St.-Andriesabdij binnen. Dit domein is ook wel bekend als Zevenkerken. De abdijkerk bestaat uit 7 kapellen, die verwijzen naar de 7 grote basilieken van Rome, vandaar ook de naam Zevenkerken. Sinds 1910 is er een abdijschool gevestigd. Ook hier kregen we een ommetje voorgeschoteld over enkele bospaden om voorbij de abijkerk naar de uitgang van het domein te stappen. Via een rustige weg stapten we nu terug naar de Torhoutsesteenweg om deze te dwarsen. Een smal onverhard paadje leidde ons nu rond de andere kant van de grote vijver op weg naar de priorij voor de controle.
    Na de controle stapten we via onverharde paden opnieuw naar het tunneltje onder de E40 om nog maar eens tussen de huizen te wandelen. Een tweede verkenning van het Tillegembos werd ons nu voorgeschoteld. We passeerden aan het kasteel en vervolgden onze weg over verharde bospaden. Langs het kapelletje kwamen we aan de rand van het bos. Opnieuw namen wijkstraten ons mee naar de expresweg die we via een tunnel dwarsten. Al snel kwamen we nu aan de controle in de KHBO-campus.
    Nog 8 kilometer scheidden ons van de aankomst. We wandelden weer door heel wat wijkstraten totdat het Psychiatrisch ziekenhuis ons over zijn grondgebied liet wandelen. Nadien volgden weer de typische Brugse straten tot we aan de Smedenpoort de Vesten opdraaiden. Deze volgden we tot aan een brug die als keerpunt diende, want aan de andere kant stapten we nu terug richting een spoorwegtunnel waar we de laatste kilometer bereikten. Deze legden we af langs de drukke Koning Albert I-Laan tot aan de ingang van het KTA waar de aankomst was. Van de Brugsche Globetrotters kunnen we toch meer verwachten dan het veel bewandelde Tillegembos en de wijken.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!


     



    Categorie:Wandelverslag
    12-04-2009, 21:16 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (2)
    08-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gasthuisbossen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Tot het jaar 1.000 was de streek tussen de Ijzer, Noord-Frankrijk, de Kemmelberg en Roeselare bedekt met een ondoordringbaar en nagenoeg onbewoond woud. Omstreeks de 11de eeuw was het al uiteengevallen in drie grote bossen, waarvan het Dickebusch met 13.000 ha het meest uitgestrekte was. Het omvatte het hele grondgebied van Passendale, Moorslede,Beselare, Zonnebeke, Geluveld en Zillebeke en delen van een aantal andere gemeenten.
    Ten zuidwesten van Ieper liggen nog restanten van dit enorme woud, de Gasthuisbossen. Ze zijn sinds de Middeleeuwen eigendom van het Ieperse OCMW, door schenkingen van gasthuizen, godshuizen en private schenkingen. De meeste andere bossen rond Ieper waren eigendom van kerkelijke overheden en abdijen. Tijdens de Franse revolutie werden deze echter staatseigendom, daarna verkocht en grotendeels gerooid. In de eerste wereldoorlog werden de bossen compleet kapotgeschoten, waarna ze vanaf 1922-1923 opnieuw werden aangeplant. De Gasthuisbossen is een verzamelnaam voor de verschillende bosdelen: Groenenburgbos, Zandvoordebos, Hoge Netelaar of Drieblotenbos, Zwarte Leen, Papenelst of Twaalf Gemeten, Godtschalk en de Huikerbossen. De bossen liggen op de glooiende heuvelkam die vanuit de Kemmelberg in een brede boog rond Ieper loopt. Deze boog is na de eerste wereldoorlog ook beter gekend als Ypres Salient. Sinds 1996 heeft de provincie een erfpacht genomen voor deze bossen.
    In de buurt van deze bossen ligt Hill 60. Deze heuvel is ontstaan door het uitgraven van de spoorwegbedding door de heuvelrug. Tijdens de eerste wereldoorlog was deze 60 meter hoge heuvel toneel van hevige gevechten. Als ideaal uitkijkpunt over de slagvelden, was de heuvel afwisselend in het bezit van de Duitsers en van de Britten. De vele bominslagen zijn er nu nog duidelijk te zien.
    Klik op de foto voor meer foto's!!!

     

     

     



    Categorie:West-Vlaanderen in beeld
    08-04-2009, 21:16 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (0)
    05-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kemmelbergtocht-Kemmel
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Een tiental kilometer ten zuiden van Ieper ligt de fusiegemeente Heuvelland. Deze gemeente wordt gevormd door 8 kleine gemeentes: De Klijte, Westouter, Loker, Dranouter, Wulvergem, Nieuwkerke, Wijtschate en Kemmel. In de centrumgemeente Kemmel organiseerden de Heuvellandstappers Ieper hun Kemmelbergtocht. Wij wandelden op het parcours van 35 kilometer. Jammer genoeg belemmerde een dicht mistgordijn één van de grootste troeven van deze streek, de prachtige vergezichten.
    Als we de startzaal verlaten hadden, werden we langs de Dries gestuurd om licht klimmend naar de Letteberg te wandelen. De naam van deze 95 meter hoge heuvel is afkomstig van de familie Lette die de grond vroeger in hun bezit hadden. In een van de flanken zijn enkele gerestaureerde bunkers van de Britse troepen uit de eerste wereldoorlog te zien. De eerste steile hellingen kregen we voorgeschoteld om via een bospaadje naar de top van deze Letteberg te stappen. Nu volgde een graspad die ons terug liet afdalen en vervolgden we onze weg voorbij een camping. We maakten via enkele rustige wegen een klein ommetje om vervolgens een eerste maal de beruchte Kemmelberg te kunnen bestormen. Deze getuigeheuvel is met zijn 156 meter hoogte het hoogste punt van West-Vlaanderen. De heuvel is ontstaan uit een duinenformatie, toen de Noordzee nog tot hier reikte. De steile bospaden, afgewisseld met af en toe een trap, namen ons heerlijk mee tot op de top. We stapten even tot aan de uitkijktoren en restaurant 'Belvedere' om ons uiteindelijk in de afdaling te werpen en een paadje te volgen naast de gekende kasseien. Beneden volgden we een tegelpad die ons langs De Lork, een jeugdvakantiehuis, voerde naar het kasteeldomein De Warande. Het kasteel werd ingericht als gemeentehuis van Heuvelland. Het is omringd door een 16 hectare groot park die doorsneden wordt door de Kemmelbeek. Enkele aangelegde dammen zorgen voor kleine vijvertjes. Leuke, soms zompige paden leidden ons door dit domein naar de eerste controle in de Lindehoek.
    Na de controle dwarsten we een brede weg om even verder via een modderig paadje terug naar de weg te wandelen. Als we deze voor de tweede maal gekruist hadden, wandelden we het provinciaal domein Kemmelberg binnen. De golvende graspaden slingerden zich een weg door dit schitterende stukje natuur, tussen de weilanden afgezoomd met meidoornhaagjes. Bijna onopvallend wandelden we van de flank van de Kemmelberg naar de 115 meter hoge Monteberg. Via het 5 hectare grote wijngoed Monteberg dwarsten we even een smal wegje om meteen een volgend deel van het provinciaal domein te bewandelen. We daalden nu af om via een brede, relatief rustige weg Dranouter binnen te stappen, waar in de buurt van het muziekcentrum 't Folk de volgende controle gelegen was. Dranouter is ontstaan als landbouwnederzetting en is steeds een typische landbouwgemeente gebleven.
    Snel na de controle stapten we nu het natuurdomein Eeuwenhout binnen. Het Eeuwenhout is gesitueerd op een helling in de vallei van de Douvebeek tussen Loker en Dranouter. We daalden in dit domein af al slalommend tussen de bomen over modderpaden. Uiteindelijk belandden we op een lang brokkenpad die ons nu meenam naar een brede weg. Even volgden we deze tot aan een volgend stuk onverhard. Nu liepen we op een schitterende manier tussen en over de weiden en velden. De dichte mist heeft er hier wel voor gezorgd dat we totaal niet meer weten waar we zullen uitkomen, maar het blijft steeds genieten van het vele onverhard. Plots kregen we dan toch een herkenningspunt te zien, namelijk de wijngaarden bij de Baneberg. Deze 140 meter hoge heuvel is genaamd naar de familie Bane die de berg in hun bezit hadden in de 13de en 14de eeuw.  We daalden de Baneberg af via enkele onverharde trappen om vervolgens via rustige wegen Loker te bereiken.
    Na een korte pauze werden we de 138 meter hoge Rodeberg opgestuurd via een smal grindpaadje die steeds steiler opliep. De naam Rodeberg is niet afkomstig van de kleur van de grondsoort, maar van het woord roden, wat rooien of ontbossen betekent en verwijst naar de eerste ontbossingen in de 10de en 11de eeuw. Eens boven dwarsten we de drukke weg om naar de O.-L.-Vrouwegrot te stappen. Via de bospaden van het Hellegatbos daalden we de Rodeberg terug af. De naam van het bos verwijst naar de diepe ravijn onderaan de Rodeberg, het "gat in de helle" waarbij "helle" in de streektaal "heuvel" betekent. We vervolgden via een uitgebreide trek rond een weide om een tweevaksweg te dwarsen. De Sulferberg werd ons nu voor de voeten geschoven. De Sulferberg is 88 meter hoog, "sulfer" betekent in de streektaal slechte grond. Een steil pad liet ons nu opklimmen tot op een plateau. De onverharde wegen die volgden, lieten ons rustig terug afdalen langs het natuurreservaat Sulferberg. Dit reservaat ligt in een complex van bronbossen, vochtige bron- en hellingweiden en droge koutergronden op stenige bodem. We wandelden nu terug naar de tweevaksweg die we nu opnieuw dwarsten om via een grindpad onze weg te vervolgen. Even verder leidde een vrij druk weggetje ons terug richting Rodeberg. Aanvankelijk bewandelden we een jong bosje over de vele leuke graspaden, maar even later bereikten we het oudere bos op de heuvelflank. Hier ging het stijgingspercentage van de paden omhoog, evenredig met onze hartslag. De schitterende bospaden zetten ons opnieuw af op de top van de Baneberg bij de Lijstermolen. Nu daalden we de heuvel af en even verder kwamen we aan de onverharde trappen die we aan het einde van het vorige tussenstuk ook mochten bewandelen. Nu volgden we hetzelfde parcours tot aan de controle in Loker.
    Na de controle kregen we een tijdje enkele wijkstraten voorgeschoven. Gelukkig, want zo konden we even recuperen van de geleverde inspanningen. Een lang grindpad bracht ons nu terug naar de voet van de Kemmelberg. Stilaan begon de mist wat verder terug te deinen. Na nog een omzwerving door het prachtige provinciaal domein Kemmelberg beklommen we via een veldweg de Kemmelberg voor de tweede keer, naar het Franse massagraf. Dit militaire kerkhof telt 5294 Franse gesneuvelden. We dwarsten hier de beruchte, steile afdaling om een nog steiler bospaadje parralel aan de kasseien te beklimmen. Aan de zuil ter nagedachtenis van de Franse soldaten die sneuvelden in het Heuvelland, dwarsten we opnieuw de kasseien en daalden we af via enkele trappen. Beneden aan deze trappen maakten we praktisch meteen rechtsomkeer om de Kemmelberg voor de derde maal te gaan beklimmen, via verharde wegen deze keer. Nu wandelden we tot aan de Belvedere en kregen we een stukje dubbelwandelen om de Kemmelberg af te dalen. Net voorbij De Lork draaiden we af en wandelden rechtstreeks naar de laatste controle in de Lindehoek.
    Het afsluitende stuk van net geen 2 kilometer bood nog enkele onverharde paden om via de Dries naar de aankomst van deze schitterende tocht te stappen. Soms is genieten de marteling meer dan waard!
    Klik op de foto voor méér foto's!!!



    Categorie:Wandelverslag
    05-04-2009, 20:37 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (3)
    02-04-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1.000 maal bedankt!

    Eind november vorig jaar ben ik begonnen met deze blog over onze hobby, wandelen. Na 53 dagen hadden reeds 100 mensen deze blog bezocht. Even later sloot ik aan bij Wandelbloggers der Lage Landen. Dit zorgde ervoor dat er heel wat meer bezoekers op onze blog terechtkwamen. Vandaag, na 120 dagen, bereikten we de kaap van de 1.000 bezoekers.
    Wij willen dan ook iedereen die de blog bezocht heeft, hartelijk bedanken. Ook iedereen die een link heeft geplaatst naar deze blog is bedankt. (Moesten er nog bloggers zijn die een link hebben geplaatst en er geen terug hebben gekregen, geef gerust een seintje.) We willen ook iedereen bedanken voor de vele, leuke reacties, zowel op de blog als op de wandeltochten.
    Ook in de toekomst zullen we proberen jullie te laten meegenieten van de wandeltochten die we doen. Dit door middel van verslagen en foto's, en niet te vergeten de filmpjes die af en toe zullen verschijnen op GarageTV.

    Bedankt!



    Categorie:Algemeen
    02-04-2009, 20:13 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (2)
    31-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Metershoge muren
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Tijdens één van de vele oorlogen die de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV voerde, werd Ieper in 1678 veroverd en bezet door de Franse troepen. Lodewijk XIV liet de Franse hoofdingenieur Sébastien Le Prestre de Vauban een geheel nieuwe vesting ontwerpen voor de stad. Een groot deel van de reeds bestaande omwalling werd volgens het gebastioneerde systeem herbouwd. De oorspronkelijke omwalling werd gebouwd vanaf 1100, eerst als aarden wallen met versterkte poorten. Later werden deze vervangen door grachten en muren met hoektorens en ondergrondse ruimtes. Vanaf 1853 begon men met de sloop van de omwalling, maar de werkzaamheden werden door geldgebrek gestaakt.
    Tijdens de eerste wereldoorlog bevonden zich in de vestingen slaapplaatsen voor de soldaten, hospitalen en hoofdkwartieren. In de vestingen bevinden zich de oude Rijselpoort en de Menenpoort.
    De Rijselpoort is de oudste en enige nog bewaarde stadspoort die gelegen is op de weg naar Rijsel. Ze stamt uit de 14de eeuw en verbindt twee bewaarde delen van de vestingen. Vroeger werd ze de Mesenpoort genoemd. Ze is ook meerdere malen verbouwd. In de eerste helft van de 16de eeuw liet Vauban de poort verlagen en de hoofdwal verbreden. De Rijselpoort scheidt ook de Majoorgracht van de Kasteelgracht en is dus een combinatie van een water-en een landpoort. Enkele tientallen meters van deze poort bevindt zich het Ramparts Lille Gate Cemetery.
    Op de plaats waar ooit een oude stadspoort stond, staat nu de bekende Menenpoort. Deze poort werd gebouwd in 1927 door de Britten, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 soldaten die in de eerste wereldoorlog meevochten op de slagvelden rond Ieper en vermist raakten. Het stoffelijk overschot van deze soldaten ligt ofwel nog ergens te velde of op één van de vele kerkhofen onder een zerk met daarop Only know unto God gebeiteld. De poort werd ontworpen door sir Reginald Blomfield en heeft de vorm van een Romeinse triomfboog. Iedere avond, sinds 1929, wordt onder deze poort de Last Post door klaroenblazers geblazen.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

     



    Categorie:West-Vlaanderen in beeld
    31-03-2009, 21:51 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (0)
    29-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kabernoltocht-Nukerke
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    We trokken nog eens de provinciegrens over naar Nukerke, waar KBG Op stap door Nukerke hun Kabernoltocht organiseerde. Het dorp wordt voor het eerst vermeld in 1116. In de vroege Middeleeuwen had Nukerke geen kerk, zodat in de 12de eeuw de O.-L.-V.-Hemelvaartkerk gebouwd werd. Vandaar komt de naam Nukerke, het betekent Nieuwe Kerk. De deelgemeente van Maarkedal wordt doorsneden door de N60 en ligt ongeveer in het midden tussen Ronse en Oudenaarde. Bij het bekijken van de afstanden blijkt dat de, in Marching vermelde, 33 kilometer er niet was. 21 kilometer was de langste afstand, gelukkig konden we een korte afstand bijnemen die op een afzonderlijk parcours liep.
    Voorbij de kerk werden we naar de drukke N60 geleid via golvende wegen. We dwarsten de N60 en stapten een veldweggetje op. Dit paadje liet ons een wel heel modderige afdaling nemen. Meer glijdend dan stappend raakten we beneden en volgden we het schitterend pad die lekker vettig bleef. We werden afgezet aan een stukje weg die we heel snel voor een volgend modderstuk inruilden. Het pad liet ons heel even opklimmen langs de flank van de Rotelenberg. Wat een inleiding van de tocht! Via licht dalende wegen zetten we onze tocht verder en langs enkele rustige wegen bereikten we de oude spoorwegbedding. Deze spoorweg liep tussen Leupegem en Herseaux. In 1966 werden de sporen opgebroken en later werd de bedding omgevormd tot wandel-en fietspad. We volgden de geasfalteerde bedding tot aan een karrenspoor die ons een smal paadje opleidde. We wandelden nu Melden binnen waar de eerste controle zich, in de schaduw van de kleine St.-Martinuskerk, bevond. Melden is een langgerekt straatdorp langs de Schelde. Het is een deelgemeente van Oudenaarde en ligt aan de voet van de beruchte Koppenberg.
    Voorbij de kerk stapten we via een rustige weg naar een vettig grindpad naast de Scheldedijk. Aan het pompgemaal wandelden we deze dijk op en volgden we de Schelde voor ettelijke kilometers. Als we de dijk uiteindelijk verlaten, klommen we op naar een weg. Deze voerde ons een heel eind terug richting Melden langs oude hoeves met scheve muren en dakken waar de pannen ieder moment konden afvallen. Net voor we Melden terug binnen zouden wandelen, nam een wegje ons mee naar de Meerse. Dit is een oude Scheldebocht. We vervolgden onze weg over een zompig graspad om nadien een betonnen weg te nemen die ons afzette aan de kerk en even verder de controle. Dit was een ruime lus waar niet zo veel te zien was.
    Na de tweede controle draaiden we tussen de kerk en de oude, beschermde pastorie een smal wandelpaadje op. We volgden dit natte modderpad tot aan de weg tussen Leupegem en Berchem die we dwarsten. Aan de andere kant kregen we een zo mogelijk nog modderiger pad voorgeschoteld. Enkele wandelaars vonden de weide een beter alternatief, door over de prikkeldraad te kruipen. Nadat we ook dit modderbad achter ons gelaten hadden, kruisten we de oude spoorwegbedding en bewandelden een weggetje die tegen de Koppenberg genesteld ligt. We beklommen de dikke puist in het landschap, die ons al de ganse tocht in de gaten hield, tot aan een kapelgrotje aan de rand van het 5 hectare grote Onderbos. Waarna we afdraaiden om over een soort plateau te wandelen naar een karrenspoor. Opnieuw kregen we een dikke kwak modder voor de voeten geschoven. Iedere voet die we neerplantten schoof half terug naar beneden, terwijl we opklommen naar het Berk-en doornbos. In het 1,5 hectare grote bos klommen we via steile bospaden naar een weg op de top van de Koppenberg. Even verder draaiden we het Koppenbergbos in. De vele modder op de bospaden werd af en toe afgewisseld met een brugje of een vlonderpad. Het Koppenbergbos heeft een oppervlakte van 29 hectare. Eens we ook dit bos achter ons lieten, wandelden we even parralel met de N60 om die te dwarsen op dezelfde plaats van eerder. We sloten de 21 kilometer dan ook af met een eindje dubbelwandelen tot aan de startzaal.
    De lus van 8 kilometer begonnen we met enkele rustige wegen, om het dorpje te verlaten, tot aan een brede weg die we dwarsten. Blijkbaar werd er de E3-prijs voor wielerterror...toeristen gereden. Deze zoefden ons op een dalende holle weg dan ook voorbij en volgden ook de licht dalende weg die ons vervolgens naar een spoorwegovergang bracht. Een eindje verder kwamen we aan een drukke weg die we dwarsten om naar de voet van de Taaienberg te stappen. Hier wezen de pijlen van de E3-prijs rechtdoor, terwijl wij via een zijstraat mochten opklimmen. Nu volgden enkele golvende wegen om via de steile afdaling van de Onderbossenaar Etikhove binnen te stappen. Al snel wandelden we de deelgemeente van Maarkedal al weer uit om via een spoorwegbrugje naar de kasseien van de Mariaborrestraat te lopen. Samen met de Steenbeekdries en de afdaling van de Stationsberg is deze kasseistrook 2.400 meter lang en wordt ze de Steenberg genoemd. Na deze kasseistrook volgde nog een lange laatste klim om opnieuw Nukerke en de aankomst te bereiken.         
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

     



    Categorie:Wandelverslag
    29-03-2009, 19:16 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (2)
    28-03-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leeuwtocht-Zedelgem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Als we opstaan regent het pijpenstelen, waardoor we ervoor kiezen om nog even te wachten om naar Zedelgem te rijden. Als het rond zeven uur uiteindelijk wat lijkt te stillen, zijn we meteen vertrokken. Zedelgem is gelegen tussen Torhout en Brugge en bestaat uit de gemeentes Aartrijke, Loppem, Veldegem en Zedelgem zelf. Deze wandeltocht is het 2de luik van de Super 7. De naam van de tocht is veranderd van Lentetocht naar Leeuwtocht, naar het plaatselijke bier. Uiteraard wandelden we de 50 kilometer.
    Als we de startzaal verlieten, was het nog steeds aan het regenen. De paraplu kon dus meteen zijn dienst bewijzen. We wandelden langs enkele wijkstraatjes en een smal paadje om de landelijkheid op te zoeken. Een karrenspoor van vroeger is gefundeerd voor een nieuwe weg en leidde ons naar een drukke weg die we dwarsten. Nu wandelden we door een industrieterrein, terwijl de regen is gestopt. Nadat we een volgende drukke weg gedwarst hadden, stuurden enkele rustige wegen ons naar een spoorwegovergang. Terwijl de beekjes druk bezig waren de overvloedige regen van de afgelopen nacht weg te voeren, wandelden wij verder via asfaltwegen naar de eerste controle in de gemeente Veldegem. Het grondgebied van deze gemeente was vroeger een bosgebied met landduinen, moerassen en vijvers, die 't Veld genoemd werd. Tussen 1863 en 1865 werd, langs de rechte dreef tussen Brugge en Torhout, een kerkje gebouwd waarrond Veldegem groeide.
    Na de controle wandelden we langs een lange, rechte dreef in de richting van het kasteeldomein Hoogveld. Via een grindpad volgden we de rand om een drukke weg te bereiken. Deze weg bracht ons voorbij het afrittencomplex van Ruddervoorde en Zedelgem naar de overkant van de A17/E403. Een modderig paadje volgden we parralel aan deze autosnelweg om vervolgens enkele rustige wegen te bewandelen. Een tegelpaadje leidde ons naar de rand van het bos Doeveren. Dit is een 44 hectare groot natuurgebied met bossen, weilanden, akkers en dreven met bomenrijen. Het domein wordt doorsneden door de autosnelweg. De modderige bospaden en dreven van het natuurgebied bewandelden we pas als we opnieuw naar de andere kant van de A17/E403 waren gestapt. Uiteindelijk bereikten we een doodlopende wegje die ons de rand van een grasland en aansluitend een wegje, die met korstmos overgroeid is, liet bewandelen. Enkel een brede beek scheidde ons van de autosnelweg. Een eindje verder draaiden we af en stapten naar Loppem waar we via een kerkwegeltje en enkele straatjes de volgende controle bereikten. De oudste vermelding van Lophem vindt men terug in een oorkonde uit 1108. 
    Als onze controlekaart afgestempeld is en we de suikerwafel uit ons bevoorradingspakket in ontvangst genomen hadden, trokken we weer verder. Na het dwarsen van de spoorweg en een drukke weg werden we via enkele smalle asfaltwegjes naar het Lac van Loppem geleid. Deze zandput werd in 1933 gegraven voor de aanleg van de nabijgelegen E40. Een tunnel leidde ons nu onder die E40 om via een bomenrijke villawijk het provinciaal domein Tillegem te bereiken. Het oudste West-Vlaamse provinciaal domein is zo'n 144 hectare groot en is een gemengd bos van naald-en loofbomen. Langs een brede beek werden we afgezet op enkele heerlijke modderstukken. Via een tweetal kasseibaantjes werden we een leuk pad tussen de bomen ingeleid. Totdat we een brede dreef opgestuurd werden en voor ons het prachtige kasteel van Tillegem zagen liggen. Tillegem is door zijn geschiedenis vele malen van eigenaar veranderd door erfenissen en verkoop. Men vermoedt dat Tillegem een zeer oude heerlijkheid is. In de kelders van dit kasteel vonden we onze derde controle.
    De verkenning van het Tillegembos ging, na de controle, verder. Via leuke bospaden en verharde bosweggetjes bereikten we een heideveld, waar we bijna volledig rond wandelden. Hier kregen we het gezelschap van drie medewandelaars. De twee geitjes en een schaap, die het heideveld begrazen, dachtten waarschijnlijk dat we te eten voor hen bij hadden en volgden ons aan de andere kant van de omheining. Nadat we onze vrienden achter gelaten hadden, dwarsten we de drukke weg tussen Brugge en Torhout en vervolgden op een zalig, modderig karrenspoor. We wandelden na dit karrenspoor voorbij de oude hoeves Hermitage en Peereboom naar het Chartreuzinnenbos. Dit domein vormt samen met de domeinen Beisbroek en Tudor een aaneengesloten groendomein van 160 hectare. Het Chartreuzinnenbos zelf heeft een oppervlakte van 21 hectare. De paden leiden langs de omwalde, Middeleeuwse site van het verdwenen Kartreuzinnenklooster. Bij het opdraaien van het bosdomein zagen we achter ons een glimp van het kasteel Tudor, die we jammer genoeg niet dichterbij zullen zien. Na enkele leuke paadjes gevolgd te hebben, wandelden we de hoofddreef naar het  kasteel Beisbroek op. Deze volgden we tot net voor het kasteel. Het groendomein is zo'n 98 hectare groot en werd in 1973 door de stad Brugge aangekocht. In het kasteel Beisbroek bevindt zich de volkssterrenwacht en het natuurcentrum. Een recent beboste lap grond bracht ons tot aan de volgende controle in de school voor buitengewoon onderwijs Het Anker.
    Na de controle wandelden we naar een drukke weg die we dwarsten. We vervolgden onze weg door een ruime villawijk totdat een dolomieten weggetje ons meenam. We stapten, op een kasseibaantje, voorbij een kasteel en beklommen vervolgens een kleine brug over de E40. Nu ging het snel in de richting van Snellegem. Maar een rustig wegje dacht daar anders over en nam ons mee naar een zanderig pad die we bewandelden tot aan de voet van een andere snelwegbrug. Deze lieten we links liggen en stapten via een vrij druk asfaltwegje Snellegem binnen. Deze Jabbeekse deelgemeente was in de vroege Middeleeuwen een Merovingisch kroondomein. We wandelden voorbij het Oosthof naar de vijfde controle. Het Oosthof was de centrale hoeve van het Merovingische kroondomein. De domesticus verbleef in deze hoeve. De monumentale toegangspoort uit de 16de eeuw en een bewaard gebleven gedeelte van de oorspronkelijke omwalling geven een idee van dit historische erfgoed.
    We zetten onze weg verder door een wijk van Snellegem, dwarsten een weg en stapten naar een lange kasseiweg. Ondertussen strooide het grijze wolkendek een vervelende motregen uit die door de stevige wind vrij hard neerkwam. Het Vloethemveldbos was ons volgende stapdoel. Dit bos heeft een oppervlakte van 280 hectare waarvan 113 hectare domeinbos. De rest van het bos is niet toegankelijk, militair domein. Dit vroegere munitiedepot werd omgevormd tot een heidegebied. Via afwisselend modderige bospaden en zompige graspaden wandelden we door het prachtige bosdomein om aan het militaire domein af te draaien en de restanten van de oude spoorwegbedding te volgen. Deze Vloethemveldzate bracht ons tot aan een wijk in Zedelgem. Enkele straten en tegelpadjes zetten ons uiteindelijk af aan de laatste controle in een schooltje. Nog zeven kilometer scheidden ons hier van de aankomst.
    Nadat we het schooltje verlaten hadden, werden we naar een modderig paadje gestuurd. Na dit paadje wandelden we via rustige wegen langs serres naar een volgend paadje. We wandelden nu naar een drukke weg die we meteen weer verlieten om naar Zedelgem te stappen. Nog wat straatjes en tegelpadjes en we bereikten de aankomst. Eerlijkheidshalve dient het gezegd dat we hier al beter voorgeschoteld kregen.
    Klik op de foto voor méér foto's!!!

     



    Categorie:Wandelverslag
    28-03-2009, 22:24 geschreven door Davy Moerman
    Reacties (0)
    WSJV Nacht van Vlaanderen organiseert:
  • De Winterserie
  • Wijnendalebostocht
    Archief per maand
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Foto
    Gastenboek
  • Groetjes van Chris
  • Wandelgroetjes uit Borgloon
  • blog
  • Wandelgroetjes uit Borgloon
  • Kennismaking

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Wandellinks
  • Nacht van Vlaanderen
  • Aktivia
  • Marching
  • wandelen.2link.be
  • wandelclubs.startpagina.be
  • wandelen.openstart.nl
  • Startslim
  • beneluxwandelen
    Wandelbloggers
  • Op de stoep bij Gwy
  • Mayawandelt
  • Wandelgroetjes uit Borgloon
  • Katrien De Smedt
  • Walkingdaisy
  • Gajemeewandelen
  • Ronny en Linda
  • Kathleen
  • Walking Bears
  • Wandelrecreatie
    Foto
    Foto
    Foto
    Categorieën
  • Algemeen (4)
  • Filmpjes (3)
  • Fotoreportage (2)
  • Wandeltips (7)
  • Wandelverslag (69)
  • West-Vlaanderen in beeld (13)
  • Blog als favoriet !
    Willekeurig Bloggen.be Blogs
    th4_ever_floerky
    www.bloggen.be/th4_eve

    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!